Skip to main content

Full text of "De Øpkomst van het Nederlandsch gezag in Oost-Indie ...: Verzameling van ..."

See other formats


This is a digital copy of a book that was preserved for generations on library shelves bef ore it was carefully scanned by Google as part of a project 
to make the world's books discoverable online. 

It has survived long enough for the copyright to expire and the book to enter the public domain. A public domain book is one that was never subject 
to copyright or whose legal copyright term has expired. Whether a book is in the public domain may vary country to country. Public domain books 
are our gateways to the past, representing a wealth of history, culture and knowledge that 's often difficult to discover. 

Marks, notations and other marginalia present in the original volume will appear in this file - a reminder of this book's long journey from the 
publisher to a library and finally to you. 

Usage guidelines 

Google is proud to partner with libraries to digitize public domain materials and make them widely accessible. Public domain books belong to the 
public and we are merely their custodians. Nevertheless, this work is expensive, so in order to keep providing this resource, we have taken steps to 
prevent abuse by commercial parties, including placing technical restrictions on automated querying. 

We also ask that you: 

+ Make non-commercial use of the files We designed Google Book Search for use by individuals, and we request that you use these files for 
personal, non-commercial purposes. 

+ Refrainfrom automated querying Do not send automated queries of any sort to Google's system: If you are conducting research on machine 
translation, optical character recognition or other areas where access to a large amount of text is helpful, please contact us. We encourage the 
use of public domain materials for these purposes and may be able to help. 

+ Maintain attribution The Google "watermark" you see on each file is essential for informing people about this project and helping them find 
additional materials through Google Book Search. Please do not remove it. 

+ Keep it legal Whatever your use, remember that you are responsible for ensuring that what you are doing is legal. Do not assume that just 
because we believe a book is in the public domain for users in the United States, that the work is also in the public domain for users in other 
countries. Whether a book is still in copyright varies from country to country, and we can't offer guidance on whether any specific use of 
any specific book is allowed. Please do not assume that a book's appearance in Google Book Search means it can be used in any manner 
any where in the world. Copyright infringement liability can be quite severe. 

About Google Book Search 

Google's mission is to organize the world's Information and to make it universally accessible and useful. Google Book Search helps readers 
discover the world's books while helping authors and publishers reach new audiences. You can search through the full text of this book on the web 



at |http : //books . google . com/ 



FBOMTME LECACYOF 

LEWIS CASS LEDYARD 

PRESIDENT Or THE NEW YORK PUBLIC LIRRAHY 

1917-1933 

- FIM&T vicI'Phesidemt I9i4-l9r7 - 

• TflUSTEE OF THt TILDEN 7RU^T ]dqj-l£9^- 




Digitized 



zedby Google 



Digitized by 



Googlcj 



r .6 



Digitized by ^ 



/Google 



DE OPKOMST 



TAN HBT 



NEDERLANDSen GEZAG 



OOST-INDIE. 



VERZAMELING VAN ONUITGEGEVEN STUIULËN UIT HET OUD-KOLONlAAL 

ABCHIEP. 

UITGEGEVEN EN BEWERKT 



Jhr. Mr. J. K. J. de Jongb, 



VIJFDE DEEL. 



'8 OBATBNHAOE , i UfSTÜBD A M , 

MARTINUS NUHOFF. | FRSDERIK MULLER. 

MDCCCLXX. 



M- r I 



Digitized by ^ 



DE OPKOMST 



▼▲N HR 



NEDERLANDSOH GEZAG 



OVER 



JAVA. 



VERZAMELING VAN ONUITGEGEVEN STUKKEN UIT HET OUD-KOLONUAL 

ARCHIEF. 

UITGEGBVBN EN BEWERKT 

DOOR 

Jhr. Mr. J. K. J. de Jonge, 

Jdf'unct'Biiit'JreAwariê. ,^0^ 



TWB'iSrtlEEL. 






'8 0RATBMHA01, 1 AMSTERDAM, 

MARTINUS NIJHOFF. | FREDFRIK MULLER. 

MDCCCLXX. 

Digitized by VjOOQ IC 






• • • • 

• • • * f 

• >• •• . 

• t * 'i 

• ,•• • • . 



THE NEW YORK 


PU3UC L13RARY 


757390A 


A'^'^^'R. LEyt'. X AN-D 






■ •• •• •*••••• 



Printod in Vaj Nctheründa. 



Digitized by 



Google 



VOORREDE. 



In een tgdflgewricht als waarin wij geplaatst zgn, waarin, 
zo<^naamd groote, staatslieden in het duister te zamen over- 
leggen, hoe men weinig kwaads vermoedende, maar zwakke 
nahuren, van hnnne vrijheid en onafhankelgkheid zou kunnen 
berooven; een door niets gewettigde krgg losbreekt, die stroo- 
men van bloed en tranen doet vergieten en de kiemen strooit 
voor nieuwe oorlogen in de toekomst; een sehgnbaar krachtig 
rgk bg den eersten aanstoot inéén zggt; daar tegenover een 
groot, maar sedert eeuwen verdeeld volk, op eens in bloed 
en gzer wordt tot één geklonken; de regtstoestanden in der 
volken zamenleving plaats maken voor geweld en vrillekeur; 
vrgheid en waarheid, door het gekletter der wapenen verschrikt, 
zich schuil houden ; terwgl in eigen vaderland een onrustbarend 
gemis aan impulsie wordt waargenomen; waarin alzoo het voort- 
schrgden in de toekomst „a leap in the dark'', toeschgnt; in 
zulk een tgdsgewricht oude en vergeelde papieren rustig te 



Digitized by 



Google 



VI 

doorlezen; van aanteekeniugen te voorzien en er een geschied- 
verhaal uit 2sêm te stellen, van wat er in de eerste helft der 
17de eeuw op koloniaal gebied en in het verre Oosten is voor- 
gevallen; daartoe behoort grootere mate van koudbloedigheid 
dan ik bezit en bg mgne lezers mag veronderstellen. 

De zamenstelling van dit deel vorderde dan ook van mg 
meer inspanning en zelfbeheersching, dan eenig vorig gedeelte 
van deu; door mg ondernomen , arbeid , niet omdat dit gedeelte 
een minder belangrgk tgdperk van onze koloniale geschiedenis 
omvat ; maar omdat de gebeurtenissen van het heden , het ver- 
leden nog verder van ons schgnen weg te schuiven. 

Ik zou dan ook bgna geneigd zgn^ den lezer ^ indien in de 
tegenwoordige tgdsomstandigheden er nog één mogt gevonden 
worden ; bg de aanbieding van dit deel toe te voegen: neem 
m^ deze uitgave niet kwalgk. Toch, tusschen den tgd, dienwg 
beleven en den tgd in dit deel behandeld ^ zgn punten van 
overeenkomst; toen gelgk nu, werd er bloed vergoten ^ waB er 
tweedragt en strgd. 

Dit deel omvat het tijdperk , dat tusschen de jaren 1623 en 
1647 besloten Ugt. 

De strgd tusschen de Nederlandsche en Engelsche Compagnien, 
werd in dat tgdperk, zoowel in Indie als in Nederland, voortgezet 
en voldongen. Het bloedige drama van de teregtetelling der 
Engelschen op Amboina treedt daarin op den voorgrond. Ik 
heb getracht, om, voor de eerste maal uit de oorspronkelijke 
stukken, een onpartgdig verslag te leveren van het langdurig 
proces tot scheiding, tusschen de twee verbonden Compagnien, 



Digitized by 



Google 



TH 

zoowel in Indie als in Nederland geyoerd. Het het oog op de 
regel^i der knnst van zamenstelling^ schgnt bg oppervlakkige 
beschouwing het verhaal van het regtsgeding op Amboina^ niet 
te hnis in een geschiedverhaal van de opkomst van het Neder- 
landsch gezag over Java, omdat daardoor, schgnbaar althans, 
de eenheid van handeling wordt verbroken. Die beoordeeling 
zon echter niet juist zgn ; want er bestaat een causaal verband 
tusschen die gebeurtenis op Amboina endewgze, waarop sedert 
het Nederlandsch gezag, zoowel op Java, als in geheel den 
Indischen Archipel, zich heeft ontwikkeld. 

Niet minder belangrgk en tot nu toe geheel onbekend is 
de strgd, welke Jan Pietersz. Goen tegen de voorstanders van 
een streng monopolie-stelsel, ten gunste van meer milde begin- 
selen van handel en bestuur ondernam; een strgd waarin hg 
te gronde ging ; maar die ook na zijn dood nog van tgd tot 
tgd herleefde. 

Eindelgk heb ik getracht, in dit deel eene schets te leveren 
van de lange worgteling, welke zoowel op het terrein des oor- 
logs als op dat der diplomatie, in dit tgdvak voorviel tusschen 
Batavia en het rgk van Bantam ten westen, het rgk van Hata- 
ram ten oosten. In het einde zegepraalde de Nederlandsche 
Compagnie schier overal in Indie; met Portugal, met Bantam, 
met Mataram werd de vrede gesloten. Het Nederlandsch gezag 
te Batavia gevestigd, was sedert niet alleen een feit, het werd 
nu ook een door traktaten erkende regtstoestand en de uitbrei- 
ding van dat gezag over Java zou nu voortaan slechts een 
vraagstuk van tgd zgn. De periode van hoogsten luister der 



Digitized by 



Google 



vm 

Ned. Oost-Ind. Compagnie neemt dan een aanvang; maar ook 
de kiemen van verderf beginnen zich meer te ontwikkelen. 

Behalve op deze hoofdpunten werd in dit deel de gelegen- 
heid geopend^ om de aandacht te vestigen op de beginselen en 
de inrigting van het bestnnr der Nederlandsche Compagnie 
in Indie. 

'sOravenhage^ November 1870. 



Digitized by 



Google 



INHOUD. 



YuwDE UoorosTUK RU. I 

ZisDB Hoofdstuk « XXX 

ZKTICIfDS UOOTDSTUK « L 

ACBTSTK HOOTDBTUK * LXI 

NXOBNDI HOOYDSTUK ....•> XCVl 

ONUITGËGEVBN STUKKEN. 

I. Notulea van het verhaodaMe tuatchea de YergaderiDg vaa de 
XVII Bewindhebber! der Gen. O. I. C. en den a^etreden 
Gouvemeor-Creneraal Jan Pieterss. Goen, over het herstel der 
zaken van de Comp. in het algemeen en meer bijzonder over 
de invoering van een gevrfjzigd ttelael van handel en beatunr. 

162d— 1626 1 

IL Concept-reglement voor eene vrf)e vaart uit Nederland naar 
Batavia; op het open stellen van den binnenlandschen handel 
en de vaart in Indie, op het stichten van volkplantingen en 
de oitgilte van gronden io Indie, voorloopig vastgesteld door 
de kamer der XVII Bewindhebbers, op voordragt van Jan 
Piettrsz. Coen, in de nigaarsvergaderiog van 1624 en bQ de 
Stateo-Generaal der Ver. Nederlanden ingeleverd 19 JonQ 1626 « 8 

IIL Aanschr^ving der vergadering der XVII Bewindhebbers van 
de Gen. Oost-Ind. Comp. aan Gonvemeur-Generaal en Kade 

van Indie, dd. Amsterdam, 24 April 1626 18 

IV. De vergadering der XVII Bewindhebbers van de Gen. O. I. 
Comp. aan Gouvemeor-Generaal en Rade van Indie, dd. Amster-' 

dam, 10 Ang. 1627 # 20 

V. De (iouvemenr-GeDeraal Pieter de Carpentier en Bade van 
Indie aan de Bewindhebbers der G. O. I. Comp. (Heeren XVII) 
dd. Batavia, 26 December 1628 * ^22 



Digitized by 



Google 



VI. De 66. Pieter de Ourpentier ea Rade van Indie aan de Be- 
windhebbers der 6en. O. I. Comp. (Heeren XVII) Batavia, 
8 Janoary» 1624 Blz. 26 

VII. Sxtract uit het «Jonrnael van 't gepasseerde op de rqrse naer 
den Mattaram, beginnende den 24 May A<>. 1628 «", gebon- 
den door Dr. de Haen « 80 

VIII. Sxtract uit het «Jonmael van de voyagie gedaen door Jan 
Vos met het schip Zierikzee, gaende door last van den Ed. 
Heer 6eaerael nae den Matharan, over Damack, ^. 9 Augns- 
tos— 27 October 1624 • 40 

IX. Resolutie van 6ouvemeur-6eneraal en Rade van Indie, be- 
treffende het onderwas te Batavia, 7 Mei 1624 . . . . » 64 

X. Resolutie van 6ouvemeur-6eneraal en Rade van Indie, hou- 
dende instelling van de weeskamer te Batavia, 1 October 1624 * 66 

XI. Ordonnantien en instructien vastgesteld door 6ouverneur-6ene- 
rasl en Rade van Indie op den 16den Jun^ 1626, betreffende 
het collegie van schepenen, den bafjnw ende andere officieren 
van justitie; de orde van procederen in criminele zaken; het 
stuk der arresten; de desolate boedels; de geprivilegieerde 
schulden; de slaven; de weeskamer; de voorderoisse van de 
justitie, de politie ; de successie • 67 

XII. Resolutie van 6ouvemeur-Generaal en Rade van Indie waarbQ 
» lauden en thuynen voor desoi by forme van leen nytgegeven , 
van voors. servituten en beswaenüssen geëximeerd en ontlast 
worden, mitsgaders deselve voor vrye eygen allodiale en patri- 
moniale goederen gereputeerd worden en men deselve voortaen 
doneren sal. 1 Febr. 1627 -^ 84 

XIII. De 66. P. de Carpentier en Rade van Indie aan de Bewind- 
hebbers (HU. XVII), dd. Batavia, 27 JanuarQ 1626. . . « 88 

XIV. De 66. F. de Carp<mtier aan de Bewindhebbers (HH. XVII) 

(over laad gezonden) dd. Batavia, 14 Augustus 1626. . . « 96 
XV. De 66. P. de Carpentier aan de Bewindhebbers (HH. XVII) 

dd. Batavia, 27 October 1626 « 97 

XVI. Dezelfden aan dezelfden, dd. Batavia, 8 FebruarQ 1626 . . « 102 

XVII. DezeL^en aan dezelfden, dd. Batavia, 18 December 1626. . « 106 
XVIII. De 66. Pieter de Carpentier aan dezelfden, dd. Batavia, 

26 December 1626 110 

XIX. De 66. Jan Pietersz. Coen en Rade van Indie aan dezelfden , 

dd. Batavia, 9 November 1627 ' 114 

XX. Dezelfden aan dezelfden, dd. Batavia, 6 Januarti 1628 . . « 118 

XXI. Dezelfden aan dezelfden, dd. BaUvia, 8 November 1628. . • 126 

XXII. Dezelfden aan dezeUden, dd. Batavia, 17 November 1628. . 1S8 

XXlIa. Translaet van eenen Maleyschen brieff ons uyt des Matarams 

leger neffens een in Javaensohe tale toegeschikt, den 2l8ten 

September A«. 1628 « 140 



Digitized by 



Google 



XI 



XXIII. De 66. Jan Pieterts. Coen en Bade van Indie aan de Be- 
windliebben (ter Kamer Amsterdam) » dd. BataTia » 10 Febnar^ 

1629 Bli. 141 

XXIV. De (provinon.) 66. Jaoqaes Specx en Bade yaa Indie aan de 
Bewindhebbers (HH. XVII), dd. 15 December 1629 . . . « 146 

XXV. De directear-generaal Antonio van Diemen aan de Bewind* 
hebben (HU. XVII) (op de tehuisreis geschreven aan boord 
van het schip Deventer), dd. 6 Jong 1681 « 169 

XXVI. Berigten omtrent de bevolking van Soemadang, Oekoer en 

andere Preanger-difltrioten, 1680-1682 ..*•..• 186 
XXVII. De 6oavemear-6eneraal Hendrik Brouwer en Rade van Indie 
aan de Bewindhebbers (HH. XVII), dd. Batavia, 1 Decem- 
ber 1682 • 190 

XXVIII. DezeUden aan dezelfden, dd. Batavia, 7 FebroarQ 1683 . . « 201 

XXIX. Dezelfden aan dezelfden, dd. BaUvia, 15 Augnstos 1688. . » 202 
XXX. Dezelfden aan dezelfden, dd. aan boord het schip Wesel, 

25 December 1688 * 208 

XXXI. Dezelfden aan dezelfden, dd. 27 Dec. 1684—8 Jan. 1685 . ' 214 

XXXU. Dezid£len aan dezelfden, dd. Batavia, 4 Januar^j 1686 . . « 220 
XXXIII. De 6oavemei]r-6eneraal Antonio van Diemen en Rade van 
Indie aan de Bewindhebbers (HH. XVII), dd. BaUvia, 28 

December 1686 ' 225 

XXXIV. Deseliden aan dezelfden, dd. Batavia, 9 December 1687 . . >* 229 

XXXV. Dezelfden aan dezelfden, dd. Batavia, 22 December 1688. . « 285 

XXXVI. Dezelfden aan dezelfden, dd. Batavia, 18 December 1689. . • 289 

XXXVIL DezeUden aan dezelfden, dd. Batavia, 80 November 1640 . " 242 

XXXVIII. DezeUden mm dezelfden, dd. Batavia, 81 Jannartj 1641 . . « 246 

XXXIX. Dezelfden aan dezelfden, dd. Batavia, 12 December 1641. . « 248 

XL. Dezelfilen aan dezelfde, dd. Batavia, 28 December 1642. . / 254 

XLI. Dezelfden aan dezelfden, dd. Batavia, 18 January 1648 . . ' 258 

XMI. DezelMen aan dezelfden, dd. Batavia, 22 December 1648. . » 259 

XLni. Dezelfden aan dezelfden, dd. Batavia, 28 December 1644. . » 263 

XLIV. Dezelfden aan dezelfden, dd. Batavia, 28 Janaarfj 1645 . . « 266 

XLV. De President 0)melis van der L\jn en de Raden van Indie 

aan de Bewindhebbers (HH. XVII), dd. Batavia, 9 Juljj 1645 « 267 
XLVa. De President Comelis van der Lfjn aan de Bewindhebbers 

(HH. XVII), dd. Batavia, 12 Jnlfj 1645 « 269 

XLV^. De Raden van Indie, Joan Maetsnycker en Simon van Alphen 

aan de Bewindhebbers (HH. XVII), dd. Batavia, 12 Joiy 1645 » 272 
XLVc. De Raden van Indie, Joan Maetsnyoker en Simon van Alphen 
aan de Bewmdhebbers (HH. XVII), dd. Batavia, 17 Decem- 
ber 1645 » 275 

XLVI. De President en Raden van Indie aan de Bewindhebbers (HH. 

XVn). dd. BaUvia, 17 December 1645 » 278 



Digitized by 



Göogle 



XII 

XL VII. De vrede tasscheo het rQk van Bantam en de Ver. Nederl. 

Geoclr. O. Ind. Comp 31z. 279 

XL VIII. De G6. Cornelis van der L\j& en Rade van Indie aan de Be- 
windhebbers (HH. XVII), dd. Batavia, 15 Janoary 1647 . * 281 

XL VII Ia. De GrG. en Rade van Indie aan Toemeoggoeng Wiro-goeno, 
eersten raad van den Soesoehoenan van Mataram, dd. Batavia 
19 Jnllj 1646 288 

XLVIIIJ. De GG. Cornelis van der Lijn aan den Soesoehoenan, dd. 

BatavU. ^2b Ootober 1646 • 284 

XLVIII^. Deaelfde aan Kiai Toemenggoeng Wiro-goeno, dd. Batavia, 

25 Oct. 1646 (vrede met Mataram) 285 

XLVIIIi^. Memorie voor den opperkuopman Jan Harmansz. en den koop- 
man gaande, met den kapitein der Male^jers In^'e-Amat, in 
ambassade naar den Soesodioenan , dd. Batavia, 25 Oct 1646 » 288 

XLVII1#. De GG. Cornelis van der Ljjn aan den Soesodioenan. (Ratifi- 
catie van den vrede), dd. Batavia, 4 Febmarij 1647 . . . « 290 
XLTX. Staat, opgenomen en b^éëngebragt nit de boeken der Gen. 
O. Ind. Comp. door den Advokaat der Comp. P. van Dam, 
over de jaren 1640—1702, waamit hier medegedeeld de jaren 
1640-1650 292 



Digitized by 



Google 



VIJFDE HOOFDSTUK. 



De Gonvemeiir-Generaal Pieter de Carpentier bezat, de bij 
elkander opyolgende staatsdienaren zeldzame verdienste , van by 
zgne optreding niet oorspronkelgk te willen z^n. H^ achtte 
het aan zgne achtbaarheid niet verschuldigd , dat h^ moest af- 
breken, wat zijn voorguiger had opgebouwd. Hij schijnt een 
voldoend bewnstz^n van eigen kracht te hebben bezeten, om 
niet te wanen, dat zyn gezag in de waagschaal zon worden 
gesteld^ indien hg zich by den Baad van Indië beri^ op de 
fj recommandatie en de nagelaten adviesen van den £d. Heer 
„Jan Pietersz. Coen." 

In overeenstemming met die adviesen werden dan ook vele 
gewigtige maatregelen genomen. De raad van het fort Batavia, 
later, in 1626, raad van Justitie genoemd, werd met nieuwe 
leden tot een getal van negen aangevuld, ook het collegie van 
schepenen werd versterkt. De handel werd buiten het kasteel 
verwgderd en naar eene faktory in de stad verplaatst, om den 
inloop van vreemdelingen in de sterkte te beletten. Tot onder- 
steuning van den nieuwen staat werd eene belasting van den 
lOden penning op het geslagt van alle grof vee, binnen Batavia 
en hare jurisdictie ingevoerd. Eene vrgiyillige collecte van 
gelden tot uitbreiding en versterking van de stad, door Goen 
reeds uitgeschreven, werd door de Carpentier voorloopig gehand- 
haafd, even als de uitgifte om niet, van erven tot aanbouw 
V. 1 

Digitized by VjOOQ IC 



yan huizen of tot aanleg van plantagiën. De yerkrijgers van 
op deze wgze nitgegeyen gronden, yerkochten echter in het 
geheim hunne pereeelen; om die reden regelden Gtouyemeur- 
Gteneraal en Raden de wijze yan oyerdragt. Zij bepaalden, dat 
yoortaan geen eryen mogten worden yeryreemd, dan met sche- 
pen-kennis, onder behoorlijk transport in daartoe aangelegde 
registers en met betaling yan den lOden penning der waarde, 
door yerkooper en kooper, yeryreemder of yerkryger, ieder yoor 
de helft te yoldoen ^ 

Ook in zyne betrekking tot den Panembaham yan Mataram, 
yolgde de Carpentier den weg, welke hem door Goen was 
aangewezen ^. Op den Uden Mei 1623 besloot de Hooge 
regering „yolgens de nagelaten adyysen yan d'Ed. Heer Coen 
,,eene statelijcke ambassate naer den Mataram ie senden, ge- 
„ considereert sijnde hoe noodig het zij, dat de yriendschap en 
„alliantie met den Mattaram gecontinneert en yan onser sijde 
„in synen presamptueusen monarchalen Jayaenschen staet, yoor- 
„ alsnog met hoofsche besendinge geyoedet worde/' 

Ook na weder werd Dr. de Haen yoor dit gezantschap aan- 
gewezen en h^n den last yerstrekt, om geschenken aan den 
Panembahan oyer te brengen en grooteren toeyoer yan rgst naar 
Batayia uit de landen yan Mataram te yerweryen '. 

Maar weldra werd de Carpentier gestoord in zgn rustig stre- 
yen naar regeling en ontwikkeling yan de nieuwe, op Jaya 
aangelegde, yolkplanting, door de tgding, dat op het eiland 
Amboina eene zamenzwering door de Engelschen zou zgn ge- 
smeed, welke te naauwemood nog tgdig door den gouyemeur 
der Molukken, Herman yan Speult, door bloedige teregtstelling 
was yergdeld. 

Deze gebeurtenis op het eiland Amboina, heeft een zóó gewig- 
tigen inyloed uitgeoefend op de yerstandhouding tusschen Ëngel- 



1. Resol. 66. en Raden 13 Maart, 8 April en 26 Mei 1623. 

2. Zie Opkomst van het Nederlandsch gezag over Java, Deel I (IV), W. 273. 
8. Reeol. 66. en Raden 11 Mei 1623. 



Digitized by 



Google 



m 

sdien en Nederlanders ^ op de aitbreiding en ontwikkeling 
yan het Nederlandsch gezag in Indië^ heeft gedurende een 
tgdyak van bgna vgftig jaren zóó noodlottig temggewerkt op 
de lotgevallen yan de republiek der Vereenigde Nederlanden 
in Europa I heeft zelfs als nüddelgk en meer verwgderd gevolg, 
de invoering van een milder stelsel van handel en bestuur in 
Indië vergdeld; dat men wel gedwongen wordt om eenigermate 
breedyoerig het verhaal te doen, van wat men zou kunnen 
nonnen, de geschiedenis van het proces tot echtscheiding tus- 
schen de twee jonggehuwde Gompagniën. 

Na het sluiten van het traktaat tusschen de Engelsche en 
Nederlandsche Gompagniën in 1619 en het oprigten van den 
raad van defensie, was er slechts voor korten tyd ontspanning 
gekomen in de verhouding tusschen Engelschen en Nederlanders 
in Indië. Langzamerhand waren van beide zgden weder nieuwe 
grieven ontstaan, niet alleen binnen Batavia, maar ook op 
andere plaatsen in den Archipel ^. 

Nadat de groep der Banda-eilanden, door Goen in 1621 was 
veroverd, hadden de inwoners van Poelo-Run, die zich sedert 
1615 onder bescherming van de Engelsche kroon hadden ge- 
steld, uit vrees voor het wapengeweld der Nederlanders zich 
weder aan het gezag der vorige contracten met de Nederland- 
sche Oost-Indische Gompagnie onderworpen. De Engelschen 
hadden daarop Poelo-Run verlaten; doch niet zonder formeel 
protest in te leveren tegen de handelingen van Goen en met 
de verklaring, dat het eiland Bun sedert 1615 onder de souve- 
reiniteit en de bescherming des Eonings van Engeland stond. 

Sedert 1620 hadden de Engelschen>lechts aan twee der vier uit- 
gezonden expeditien van defensie deelgenomen. Nu in 1623 
weigerden zg, onder voorwendsel van niet krachtig genoeg te 
zgn, schepen voor de vloot van defensie af te zonderen, niet- 
tegenstaande ieder der partgen, krachtens het traktaat van 1619 



1. Cf. Deel I, bl cxxx. 

Digitized by VjOOQ IC 



rv 



verj^igt was 10 schepen te leveren. Ook aan de blokkade van 
Bantam zocht de Ëngelsche Compagnie zich te onttrekken. De 
redenen, welke de Engelschen voor hunne temghonding aan- 
voerden, waren ontegenzeggelijk in overeenstemming met hun 
eigen bdang; maar geheel in strgd met de bepalingen van het 
traktaat, in 1619 gesloten. 

Een Ghinesche jonk, naar Batavia bestemd, was door de 
Engelschen in zee aangehaald. De Ëngelsche Compagnie was 
over die daad van geweld voor den Nederlandschen regter te 
Batavia geroepen en tot schadevergoeding aan den Chinees 
veroordeeld. Dit vonnis hadden de Engelschen met een pro- 
test beantwoord. 

De Ëngelsche president had 36 bezwaarpnnten, grootendeels 
over önantieele nadeelen, welke de Ëngelsche Compagnie in de 
Molukken zon geleden hebben, op den Isten Jannary 1623 
aan het Nederl. Indisch bestuur ingeleverd. Daarenboven had 
hg te kennen gegeven, dat de Ëngelsche Comp. voor dat jaar 
aan den handel in de Molukken geen deel zou nemen, omdat 
het haar aan magt en geld ontbrak; doch de Nederlanders be- 
weerden, dat de Engelschen alleen daarom in 1623 zich aan 
den speceryhandel wilden onttrekken, omdat juist toen de spece- 
ryen by inkoop, slecht, schaars en duur waren, en op de markt 
in Europa geen aftrek vonden. Men verweet hun dus, dat zg 
alleen in de voordeelen, niet in de nadeelen en kwade kansen 
van het traktaat van 1619 met de Nederlanders wilden deelen. 

Indien men bg dit alles in aanmerking neemt, dat aan de 
eene zgde de Nederlanders in hunne Britsche bondgenooten niet 
anderiï zagen, dan geveinsde vrienden en lastige mededingers, 
waarvan men zich gaarne zou hebben ontslagen; de Engelschen 
aan de andere zijde hunne vorderingen en bezwaren voordroe- 
gen op een toon van beleedigende laatdunkendheid, te dikwgls 
bij onze Ëngelsche naburen in gebruik ; wanneer men zich daarbg 
te binnen brengt, dat krachtens de artt. 23, 24 en 25 van het 
traktaat van 1619 het tgdstip naderde , waarop beslist zou moe- 



Digitized by 



Google 



ten worden; of en 20o ja^ welke nieuwe forten door de Engel- 
sehe Compagnie in Indie , inzonderheid op de Molukken zonden 
gebouwd worden ^ dan laat het zieh gemakkelgk verklaren ^ hoe 
op nieuw een geest van naijver, afgunst en argwaan het ge- 
moed van beide partgen vervulde, waardoor bij de minste, on- 
verwachte aanraking eene bloedige botsing kon ontstaan. 

Sedert 1605 had de Nederlandsche Oost-Indische Compagnie 
door verovering op de Portugezen, het kasteel van Amboina 
of Victoria met de onderhoorige negerijen onder haar volstrekt 
gebied. Het andere gedeelte van Amboina, Hitoe hiet Loehoe, 
Lissidi en Combello op de zuidwaarts uitstekende landtong van 
groot Ceram, waren door uitsluitende contracten naauw aan de 
Compagnie verbonden en nagenoeg van haar afhankelijk gemaakt. 
De inwoners van Loehoe, Lissidi en Combello stonden onder 
het bestuur van een stadhouder van Temate, maar zochten zich 
te onttrekken aan hunne verbindtenissen met de Nederlandsche 
Compagnie, door het drijven van een levendigen specerijhandel 
met vreemdelingen en meer bijzonder met de Engelschen ^. In 
1623 waren deze inlanders er in geslaagd, om zich bgna geheel 
los te maken van hunne verpligtingen ; zg kwamen telkens in 
verzet; zelfs waren er Nederlanders, die zich buiten de loge 
van Combello of Loehoe hadden gewaagd, door de inlanders 
vermoord. Voor het sluiten van het traktaat van 1619 hadden 
de Engelschen meermalen de inwoners van Combello en Loehoe 
tot verzet tegen de Nederlanders aangespoord en huii daartoe 
zeUs hulp verleend ^. Na het sluiten van het traktaat hadden 
de Engelschen, krachtens art. 8 dier overeenkomst, hunne agen- 
ten op Hitoe, Loehoe eu Combello geplaatst. Op grond van 
datzelfde artikel, bezat de Engelsche Compagnie nu ook in het 
Nederlandsche kasteel van Amboina eene faktory. Op die ver- 
schillende posten bevonden zich 18 of 20 Engelsche kooplieden 



1. Zie Deel III, Opkomst van het Nederl. Gezag in ladië, bl. 317 en Deel I, 
Opkomst Nederl. gezag over Java, liL xxiii en xxiy. 
3. Zie Deel I (IV), bl. xxiv en xxix. 



Digitized by 



Google 



VI 

en onderkoopliedeii; met hnnne bedienden en slaven, onder 
het algemeen bestnor van eenen agent, Gtabriel Towerson ge- 
naamd. In tonstelling met wat elders plaats vond, was de 
verstandhouding tosschen de Nederlanders en de Engelschen op 
Amboina, voor het uiterlgke althans, van vreedzamen, zelfs 
eenigzins vriendschappelgken aard gebleven ', tot dat op den 
23sten Febmarg 1623 eensklaps daarin eene geweldige stoornis 
ontstond. Op dien dag ontving de Gouverneur Herman van 
Speult het berigt van den luitenant Huwel, die de wacht op 
het kasteel had gehad, dat den vorigen avond, terwgl de Neder- 
landers zich tot het avondgebed vereenigd hadden , zeker Japansch 
soldaat, Hy^eso genaamd, op de wallen en de punten van het 
kasteel was gekomen en daar had rondgewandeld, hetgeen aan 
gewone soldaten buiten diensttgd niet geoorloofd was; dat deze 
Japanner tot één der schildwachten het woord had gerigt en 
aan dezen had gevraagd, hoe sterk het garnizoen van het 
kasteel was, hoe vele malen en op welke uren des nachts de 
wachten werden afgelost. De gebeurtenis, schgnbaar onbedui- 
dend, had echter de aandacht van den luitenant getrokken , om- 



1. Be koopmtn Pieter ▼•& Santen legde op 26 Oetober 1625 voor Goaveraenr- 
Genenal en Kaden omtrent de ▼OBtandhonding tunchen Nederlanden en Engelsehen 
op Amboina de volgende beëedigde verklaring af: 'Seyt noyt verstaen of gemeret te 
hebben, dat de Gonyemenr of yemant nyt den raet tegen de Engelschen qnalyck 
geaffectioneert is geweest, alsoe de gonyemenr met de gemelte Engelschen en bQsonder 
met Capiteyn Towerson, soolange l^j deposant in de qnartieren van Amboyna gere- 
sideert heeft, altyt in snlcke minne, onderlinge vmntschap en conversatie gdeeft en 
solcke oorrespondeotie met deselfde gehad heeft, als onder vronde sonde konnen onder- 
houden worden, B\jnde de familiariteyt soodanieh, dat als wanneer den Gonvernenr yets 
sonderlings op sgn tafel hadde, Capiteyn Tonwerson, met syn snite altjjt versocht 
heeft 8\jn maelt^t met hem, Goaverneur, te willen comen honden, geleek in dierge- 
lycke gevallidieyt de Gonvernenr soodanige vryicheyt oock ten huyse van Tonwerson 
gebmict heeft, verclarende hy deposant vorder, dat de Engelsea haer na hun believen 
sonder vragen in des Comps lusthof aldaer mochten gaen verlusten, refererende hem 
verder op de geruchten en rapporten van de Engelsen selff, die sQ altyts van des 
Gouverneurs £uniliariteyt, vruntschap ende goede correspondentie met de Engelsen 
onderhouden, gedaen hebben.» 

In geigken zin legden verklaringen af: de koopman Crayvanger en de opperkoop- 
lieden van Amboina, van Leeuwen en Wyncoop. 



Digitized by 



Google 



vu 



dat reedfl driemalen zoodanige vragen aan de schildwachten 
door Japanners waren gedaan. 

Ook de Oonvemenr van Spenlt vond dat rondloopen en on- 
dervragen door den Japanner vreemd^ te meer omdat het reeds 
zgne opmerkzaamheid had gewekt, dat sedert eenigen tgd de 
Japansche soldaten en de slaven der Nederl. Compagnie meer om- 
gang met de Engelsehen hielden dan vroeger. Van Spenlt had 
daarover reeds met den Engelschen agent Towerson gesproken 
en hem zoodanigen gemeenzamen omgang ontraden. Towerson 
had die raadgeving toen goed opgenomen en aan van Spenlt 
toegezegd, dat hg er tegen waken zon. ^ 

De Gtonvemeur van Spenlt liet Hytje-so voor zich ontbieden, 
en vroeg hem of hg zich den vorigen avond op de wallen had 
vertoond, en wat hg daar gedaan had. De Japanner ontkende 
eerst, maar nadat hij tegenover de getuigenis der schildwachten 
was gesteld, erkende hg dat hg den vorigen avond op de wal- 
len geweest was; doch dat hg dat voor zijn genoegen had ge- 
daan en toen om „ zich te vermegen '' een praa^e had gehonden. 
De Gonvemenr van Spenlt maakte hem de opmerking, dat dit 
niet geoorloofd was en dat de zaak hem verdacht voorkwam. 
De raad van het kasteel werd nn door den gonvemenr bijéén- 
geroqien en terwgl deze vergaderd was, werd de Japanner door 
den fiskaal de Bmijn op nienw ondervraagd, en tegen de Neder- 
landsche schildwachten gehoord. Hy^e-so bleef ;,hertneckig" 
bij zgne eerste verklaring; doch scheen zeer „gealtereerd.'' „Na 
rgp advies en toestemming van den raad," ging nn de fiskaal 
over tot scherper examen, dat is: tot pgniging. 

Seeds dadelgk doet zich hier de vraag voor, of het toen reeds 
bg het aanvangen der „ precedente informatiën " naar regten 
geoorloofd was, om tegen Hytje-so tot pijniging over te gaan, 
dan wel of de regters, zooals men dat toen neemde, „ in't stnck 
der tortnre hebben geexcedeert." Volgens de regtspleging, welke 



1. Brief van H. van Spenlt aan GG. en Raden » dd. Amboina 5 JunQ 1628. 

/Google 



Digitized by ^ 



TUI 

destgdS; voor een gedeelte ten minste in Holfautd werd gevolgd, 
gold de regel, ^ dat men tot het pgnigen niet komen mag of 
men moet zeker weten dat de misdaad is b^aan/' of ook 
;, wanneer de informatien , gedane confessien ende verdere be- 
„ wijzen en indiden bij elkander gevoegd van zoodanig gewigt 
jj en consideratie zgn, dat zg uitmaken utdicia sufficientia ad 
„ torturamy de procoreur generaal in dat geval op de roUe 
„ eischen kan, dat de beschnldigde zal worden gebragt ter scher- 
„ per examen/' * 

Hoewel de criminele ordonnantie van 5 Jnlg 1570, bij de 
pacificatie van Grend, ten minste voor zooverre zg punten van 
godsdienst raakte, was geschorst, schgnt zg voor het overige, 
naast de costnymen van Rgnland, nog bgna twee eeuwen lang 
als leiddraad bij de criminele regtspleging, in Ned^land te zgn 
aangemerkt. * In plaatsen onder het volstrekt gebied der Neder- 
landsche Oost-Indische Compagnie in Indie, werd regt gesproken 
in naam der Staten-(xeneraal of der Hooge Overigheid, en men 
schijnt er de criminele r^tspleging, welke in Nederland gevolgd 
werd, te hebben uitgeoefend, eerst door usantie en bg analogie 
der aanschrgving van 4 Maart 1621 , later op uitgedrukten last 
van het Opperbestuur, dat in de instructie voor de Hooge Re- 
gering, dd. 17 Maart 1632, de ;, observatie der instructien en 
praktijken in de Ver. Nederl. provinciën doorgaans, zoo in het 
civiel als in het crimineer* voorschreef. Evenmin als in Neder- 
land, werden in Indie de voorschriften der criminele ordon- 
nantie, in alle deelen nagekomen; maar werd de criminele pro- 
cedure én hier én in Indie voor een deel ook beleid naar plaatse- 
Igke stglen, usantien en manieren. Invloedrgke regtsgeleerden 
bleven niettemin aan de ordonnantie van 1570 regtsgeldigheid 



1. Cf. Simon van Leeawea, Coatuyoien van Rijnland, bladz. 109. Bort, tractaat 
van criminele saecken, fol. 455, n». 45; fol. 501, n». 53 en fol. 502. 

2. Cf. Bort. 11. titel 5, u». 51. BBvios Voorda, De criminele ordonnantie, in- 
leiding, bladz. 9 sq. 



Digitized by 



Google 



IX 

toekennen en sommige yoorschriften dier ordonnantie werden 
ten minste door nsantie^ als algemeen verbindend aangemerkt. 
Onder die voorschriften moeten in de eerste plaats gerekend 
worden de bepaling, omtrent hetgeen men onder indicia sufft- 
eierUia ad torturam te verstaan had en hetgeen b§ confrontatie 
en recolement in acht moest worden genomen. 

Het grond mag men betwgfelen of de vermoedens tegen en 
de bekentenis van Hytje-so reeds dadel^k van dien aard en dat 
gewigt waren, dat men, met inachtneming der ordonnantie van 
1570, tot de torture mogt overgaan. Maar indien men de vraag 
stelt of de regter op Amboina, door toen reeds tot scherper 
examen te besluiten, iets erger gedaan heeft, dan de regter in 
Nederland zon hebben gedaan, dan zal men die vraag ontken- 
nend moeten beantwoorden; want het was nsantie om verkla- 
ringen van meer dan één getuige aan te nemen als voldoende 
indicia tot pgniging. 'Tegen Hytje-so getuigden de met hem 
geconfronteerde soldaten en de beoordeeling van het gewigt 
dier indicia was aan de beoordeeling des regters overgelaten. 
De uitkomst scheen hier den regter, die tot pijniging verwees, 
in het gelijk te stellen; want na de pijniging kreeg de beken- 
tenis van Hy^e-so een geheel ander karakter. Hij beleed, vol- 
gens de stukken, dat een ander Japansch soldaat, Sydney 
Hichel, die vroeger in dienst der Engelsche Coïhpagnie was 
geweest, hem verzocht had, dat hij onderzoek zou doen naar 
het aantal soldaten op het kasteel, naar de wijze waarop de 
aflossingen van de wachten plaats hadden , en of hij ook zou 
willen medewerken aan het overleveren van het kasteel aan de 
Engelschen. Hytje-so had geantwoord ja, indien hij goed be- 
loond werd; die belooning was hem, zoo verklaarde hij, door 
Michel namens de Engelschen toegezegd. Sedert drie maanden 
had h^ nu meermalen over de zaak gesproken, zoowel in het 
kwartier der Mardikers als in de loge der Engelschen, met meer 
andere Japanners en met twee Engelschen Mr. Timotheus John- 
son en den barbier Abel Preys of Price. Alle Japansche sol- 



Digitized by 



Google 



daten hadden beloofd aan het verraad deel te zullen nemen. 
Het plan zon worden uitgevoerd , wanneer een Engelsch schip 
in de haven zou zgn aangekomen, dan zouden twee man op 
iedere punt van het kaateel de wachten overvallen , de overigen 
zouden den Nederlandschen gouverneur in de zaal opsluiten en 
bewaken, en hg die weerstand bood, zou worden doodgeslagen. 
Deze confessie werd, zoo het schgnt, onmiddelgk op sdirift ge- 
steld en door Hyt}e-so onderteekend, de acte ten minste draagt 
de dagteekening van 23 February, denzelfden dag waarop de 
zaak aan 't licht was gebragt. 

Hier doet zich op nieuw eene vraag van vorm in de regts- 
pleging voor. De ordonnantie van 1570 schrgft voor, dat wan- 
neer een gevangene door middel van de pgnbank, de hem 
opgelegde misdaden belijdt, hg buiten de plaats waar de pgni- 
ging is gedaan, binnen één dag daarna, op nieuw moet wor- 
den a%evraagd of hg bg zgne confessie .persisteert. De regts- 
geleerde Bort zegt daaromtrent uitdrukkelijk, dat de gevangene 
het feit hem ten laste gelegd, in de torture bekennende, weder 
ondervraagd moet worden vier en twintig uren daarna, niet 
vroeger „ne durare adhuc tormentorum metus videatur ^ en 
in Nederland, werd in de praktijk ook aldus gehandeld. 

Zgn die voorschriften, is die praktgk nu bg het verhoor van 
den eersten Japanner in acht genomen? De regters, die over 
de zaak op Amboina gezeten hebben, hebben onder eede ver- 
klaard, dat de confessiën der beschuldigden behoorlgk zgn ge- 
recoleerd, dat de beschuldigden buiten pgn en banden nogmaals 
en herhaaldelijk zijn gehoord; maar uit de acte van confessie 
van Hy^CHSO, gedagteekend op den dag zelven, waarop hg was 
aangegrepen en verhoord, uit de confessiën der overige beschul- 
digden, waarop dan toch de eisch des fiskaals en het vonnis 
der regters werd gegrond, blijkt niets van recolement of con- 
frontatie. In hoeverre in zulk een geval, in die dagen de 



1. Bort: TracUet van Crimiiielc Saocktn, bl. 501, 50'2 en 508. 

/Google 



Digitized by ^ 



XI 

regtsregel gold : non apparere et non esse in jure idem , durf ik 
niet beslissen ^. 

Ëene andere hoogstgewigtige infonnaliteit wordt er nog in 
de oopie authentiek der confessien^ ten processe voortgebragt; 
gevonden. Zg bestaat daarin, dat twee acten en ééne confessie, 
onder dagteekening yan 23 Febmarg door alle de leden van 
den raad yan Amboina, ten getale yan 15, z^n onderteekend, 
niettegenstaande één dezer raden, namelgk Jan Jacobsz. Wgn- 
ooop in Febraarg 1626 yoor Qonyemenr-Generaal en Baden de 
beëedigde yerklaring heeft afgelegd, dat hg tgdens de eerste 
en tweede examinatie der Japanners , alzoo op 23 en 24 Febmarg , 
op Amboina niet aanwezig was. Valschheid in geschrifte, dolo 
begaan, kan men den opperkoopman Wgncoop moeijelgk ten 
laste leggen, want in dat geyal, zou hg zgne afv^rezigheid op 
23 Febmarg niet zelf ongevraagd hebben aan den dag gebragt. 
Men kan deze infomlaliteit dus alleen daamit verklaren, dat 
de acten zgn voorzien van de dagteekening van het eerste ver- 
hoor en later bg recolement en resumtie door alle regters zgn 
getekend, zonder bg voeging van eene latere dagteekening. 



1. De wjze waarop de zaak is aangelegd en de verhooren hebben plaats gehad» 
garen dan ook later aanleiding tot hevige klagten van de ztjde der Engelschen. De 
opperkoopman Jan yan Leeuwen, raad en regter in het geding op Ambdna werd op 
den dden Ifebmary 1626 op een groot aantal vraagponten door Goavemeor-Generaal 
en Baden gehoord; op vraagpunt 91 of de Japanners «op een quaet fundament 
▼abche eode gefttbrioeerde aocnsatien en suspitien geexamineert en teer jammerl^ck 
gep^nieht sfjo , antwoordde van Leeuwen , dat alle de rechters over de judicature van 
de laeeke der Engelschen en Japonesen geseten hebbende, geweest sQn lubden ter 

goeder naem en faem deweloke als goede en getrouwe raetspersonen toestaat 

en betaemt om niemants wille of mit haet, n^t ofte faveur van d'een of d'ander par- 
tye, hare oonscientie souden willen beswaren of anders yets voornemen te doen, als 
daer hare gedaene eet en eere hun toe was verplichtende, prineipalyck tot praqjodicie 
van alsnlcke , met wdcke sy te vooren in alle famiUaritejt ende goede correspondentie 
geeenverseert hadden, ende dat derhalve de gemdte raetspersonen mede dese gemelte 
Japonnesen niet op einich quaet fundament, valsche en gefabriceerde aocnsatien ter 
examinatie gebracht hebben. 

De Engelsdien hebben selfs later beweerd dat de informalitet by het verhoor der 
Engelschen i66 groot was, dat de confessien der beschuldigden allen op één dag, den 
85eten Febmarg gesteld z^n. Die bewering is echter bepaald onwaar; de Engelschen 
z|n volgens de authentieke stukken verhoord op 25, 26, 27, 28 February, 1 en 3 
Maart en het vonnis uitgesproken 9 Maart 1623. 



Digitized by 



Google 



XII 

De bekentenis van Hjrtje-so door torture verkregen; maakte 
den Ooavemeur van Speult zoo „verbaasd en gealtereert/' dat 
hij onverw^ld de poort en de punten van het kasteel met dub- 
bele wachten deed bezetten ^ aan al de Japanners de wapenen 
ontnemen en hen in hechtenis nemen deed. 

De tweede Japanner Sydney Michiel werd nu voor den raad 
geroepen en in verhoor genomen. Na eenige torture, zooals in 
de acte van confessie te lezen staat, beleed Sydney Michiel 
dat hij door eenen Pedro Gongie, mede een Japanner, naar de 
sterkte van het Nederlandsch garnizoen op Amboina had doen 
vernemen, omdat de barbier der Engelschen, Abel Price, twee 
of drie maanden vroeger, hem voor het eerst had gevraagd of 
hg de Japanners zou weten te winnen tot overlevering van het 
kasteel aan de Engelschen. Na die vraag had h^ met zijne 
Japansche medesoldaten daarover beraadslaagd en eindelgk in 
het voorstel toegestemd. Verscheiden malen had hij over het 
„beleid van de sake en den tyd" met Kapitein Towerson, met 
Thomson, John de Clerq of Clarke, Abel Price en anderen 



Het plan zou volvoerd worden, wanneer een Engelsch schip 
in de haven van Amboina zou gekomen zyn, wanneer met hulp 
der Engelschen en van hunne slaven het kasteel zou zijn ver- 
meesterd en alles doodgeslagen, wat weerstand bieden mogt. Op 
elk der punten van het kasteel zouden twee Japanners zich bege- 
ven hebben, en dep Gouverneur zou men in de groote zaal 
hebben bewaakt. Duizend realen en een aandeel in den buit, 
was het loon voor ieder Japanner, dat de Engelschen hadden 
toegezegd. In de hoofdpunten kwam dus de confessie van den 
tweeden Japanner met die van den eersten overeen. 

Acht Japanners werden volgens de authentieke stukken nu 
achtereenvolgens op 24 Februarij , gehoord. Hoewel in de blijk- 
baar onvolledige, in haast opgestelde confessiën met geen enkel 
woord van „torture" wordt melding gemaakt, zijn alle de 
overige Japanners, volgens de depositien van de kooplieden van 



Digitized by 



Google 



xni 

Santen en Crayvanger^ leden van den raad van Amboina en 
regters in het geding „al te samen ^ maer met water, d'eenmin 
„ d'ander meer gepgnicht, naerdat se eerst frivolgek en met 
y, ongefondeerde redenen weijgerden iets te bekennen." Na die 
„ tortnre bekenden zg allen nevens d'andere Japonders met d'En- 
„ gelschen gebitchaert ende hunnen dienst daermede toe belooft 
„ te hebben." ^ Deze bekentenis zouden zg ook na de pgni- 
ging, bij confrontatie met de Engelschen hebben volgehouden,* 
Slechts één Ji^nner verontschuldigde zich door te zeggen, dat 
hg van de zaak kennis had gehad ; maar dat hg zgne hulp niet 
had toegezegd; omdat hg oud en ziekelijk was. 

Door alle de Japanners waren dus de Engelschen als eerste 
aanleggers van de zamenzweriug aangewezen. 

De barbier der Engelschen Abel Price, een jong mensch van 
24 jaren , bevond zich op dat oogenblik toevallig in hechtenis , 
beschuldigd van „moedwil, brandstichting en geweldpleging in 
ander lieden huizen." De Gouverneur van Speult liet dezen 
Engelschman nu uit de gevangenis halen en voor den raad in 
verhoor nemen. Het proces verbaal der verboeren zegt, dat 
nadat hem was voorgehouden de plaats waar, de personen waar- 
mede en de tgd wanneer de Japanners met de Engelschen over 
het voorgenomen verraad hadden onderhandeld. Abel Price de 
bekentenis aflegde, dat hij uit naam en op last van Eapn. To- 
werson, eerst met den Japanner Sydney Michiel, en daarna 
drie of viermaal met de andere Japanners, in gezelschap van 



1. Infomuitie en confessie van Pedro Cooje, Seysimo, Thome Ck>Kea, Tsiosa, 
QmoDday, Sinsa, Tsairenda, Laachoe. Mnsc, K. A. 

2, Dit blykt echter niet nit de processtakken yan het geding op Amboina, maar 
wel uit de depositien van de regters yan Santen en Cray vanger, op 26 en 26 Ooto- 
ber 1625, en yan Leeuwen en Wyncoop in Febrnar^ 1626 yoor Oonyemeor-Oenerael 
en Raden te Batayia. Crayvanger antwoordde o. a. op yraagpnnt 98 : dat alle Japan- 
ners tot den lesten , daerby (by hnnne confessie) syn gebleeyen , persisteerende , yercla- 
rende hy deposant daerenboven , dat eenige Japanders boyten pynen en banden, eenige 
Engdscben, in presentie yan den raet hebben overtnyght dat sy aenleyders yan t 
feyt waren, en genoemt tjft en stont, en plaetse waer sQ met de yoors. Engdsen 
yan 't inneemen van t casteel gehandelt ende gesproocken hebben." 



Digitized by 



Google 



xnr 

Mr. Thomson, Johnson en Clarke over het meester worden van 
het kasteel had geraadpleegd. Dat de Japansche soldaat Michiel 
ook eenige malen in de Engelsche loge over den aanslag was 
komen spreken, en nu en dan rapport tian Towerson had ge- 
bragt. Alle de Engelsche kooplieden op de boitenkantoren 
van Amboina hadden kennis van den aanslag en het feit zon 
volvoerd worden, zoodra een Engelsch schip voor Amboina zon 
geankerd zgn. 

De acte welke deze bekentenis bevat, maakt van pijniging 
geen melding; doch van Spenlt zelf in zgn verslag van 5 Jnng 
1623 en de kooplieden van Santen en Herman Crayvanger in 
hunne verklaringen van 1625 zeggen, dat Price tot bekentenis 
is gebragt na kleine of geene torture met water. 

Na de confessie van Price werden alle de Engelsche koop- 
lieden met Gabriel Towerson aan het hoofd , in de raadzaal voor 
den Goavemenr van Spenlt en zgnen raad ontboden en daar 
werd hun aangezegd, dat zg in hechtenis zouden big ven. Tower- 
son werd in de loge der Engelschen bewaakt, de overigen wer- 
den in de gevangenis van het Nederlandsch kasteel opgesloten. 
Onmiddelgk werden alle de goederen en papieren van de En- 
gelsche Compagnie opgeschreven en in bewaring gesteld. 

De eerste, die nu op dien dag, den 25Februarg, in verhoor 
genomen werd, was Timotheus Johnson of Jonsen, een onder- 
koopman, 29 jaren oud. 

Hoewel de processtukken ook hier weder van pgniging, con- 
frontatie en recolement geen melding maken, blgkt het toch 
uit de verklaringen, afgelegd door de kooplieden-regters van 
Santen en Crayvanger, dat Johnson met water gepgnigd is, 
en eerst daarna bekend heeft, dat op den nieuwjaarsdag van 
1623, de kapitein Towerson, als hij op dien dag alle de onder 
zgn gezag staande Engelschen bg zich in de loge had verza- 
meld, hun had voorgehouden hoeveel onregt de Engelschen van 
de Nederlanders hadden te Igden en voorgesteld of zg geen 
moed zouden hebben om zich over dat onregt te wreken. Hg, 



Digitized by 



Google 



XT 

Towerson, wist middel om met al zgn volk; zoowel dat op 
Amboina als op de bnitenkantoren was gevestigd en met hulp 
yao eenige Japansche soldaten , zich meester te maken van het 
Kederlandsch kasteel op Amboina. 

Johnson erkende^ dat alle aanwezigen daarop hunne toestem- 
i^g gegeven hadden en dat men voornemens was geweest den 
aanslag ten uitvoer te leggen als de Gouverneur van Spealt op 
een togt zou zgn uitgegaan, wanneer de bezetting het zwakste 
zgn zou. Alle Engelsche kooplieden op de buitenkantoren waren 
met de zamenzwering bekend en hQ, Johnson, had nog slechts 
zes of zeven dagen te voren over de zaak geraadpleegd in de 
woning van een der Japanners met de kooplieden Thomson, 
Clarke en den barbier Price. 

Gedurende de volgende dagen 26, 27, 28 Februarg, lenS 
Haart werd nu het verhoor der 16 overige Engelschen en van 
den hoofdman der slaven van de Compagnie, Augnstino Peres 
voortgezet. Van de Engelschen werden er twaalf aan het scher- 
per examen, dat is aan de pgniging onderworpen, hoewel daar- 
van niets in de processtukken wordt vermeld. Robbert Brown, 
John Farden, John Beaumont, Jan de Glercq of Clarke, Wil- 
liam Webbersz., George Sarack, John Gregs, ^amuel Golson, 
John Witherhal, Gabriel Towerson en Emanuel Thomson onder- 
gingen aUen, volgens de verklaring der opperkooplieden Wyn- 
coop, van Leeuwen en der kooplieden, van Santen en Cray- 
vanger, de torture met water alleen, terwgl John Beaumont 
slechts zeer Hgt werd gepgnigd omdat h^ ziekelgk was en meer 
gevorderd in jaren; maar Thomson en Clarke werden eerst met 
water en daarna wegens hunne „ obstinaetheyt in 't ontkennen, 
ff niettegenstaende presentelyck by confrontatie van verscheyden 
personen overtuygt waren " met brandende kaarsen onder de 
okselen en elleboogen gepgnigd. ^ 

1. Beëed%de beantwoording van vraagpant 64, van het interrogatoir ran den 
oppotoopmao Jan Tan Leeowen, gewesen legter ia Amboina voor 6.-0. en Raden 
3 Febmarg 1626, en dito .dedaratien van de kooplieden van Santen en Crayvangeri 
dd. 26 October 1625. Mnsc. R. A. 



Digitized by 



Google 



XTI 

Hoewel sommigen meer dan anderen in bgsonderbeden traden, 
kwamen toch de bekentenissen van alle deze getortoreerden 
hoofdzakelgk hierop neder, dat op of omstreeks den Isten 
Janoarg 1623, de kapitein Towerson, nadat hy van alle aan- 
wezige Engelschen den eed van geheimhouding op den bghel 
bad a^enomen, voorgedragen had, hoeveel onregt de Engelschen 
van de Nederlanders hadden te Igden, en daarop gevraagd had 
of men gera moed hebben zon om dat onregt te wreken. Som- 
mige Engelschen hadden daarop gezegd, dat de Engelschra 
daarvoor te zwak waren, maar Towerson zon volgens het ge- 
tuigenis van eenigen hebben geantwoord: men moest zgn slag 
waarnemen als een Engelsch schip op de reede kwam ; volgens ver- 
klaring van anderen zou de aanslag geschied zgn als de Nederland- 
Bche gouverneur met zgne beste soldaten op een togt afwezig zou 
zgn; de Japansche soldaten had men tot zyn dienst en dan zou 
hg , Towerson , nog de Engelsche kooplieden met hunne slaven van 
de buitenkantoren ontbieden, om gezamentlgk het feit te volvoeren. 
Allen hadden toen in den aanslag toegestemd en men was over- 
eengekomen dat ieder, die hun tegen zoude staan, zou worden 
doodgesmeten. 

Belangrgk was vooral het verhoor van Eduard Collins, die, 
volgens de eenparige verklaringen van de opperkooplieden van 
het kasteel Amboina, Jan van Leeuwen, Jan Jacobsz. Wijncoop, 
de kooplieden van Santen en Crayvanger, r^gters in dit geding, 
afgelegd voor Gouvemeur-Generael en Baden in October 1625 
en Februarg 1626, vrg willig, zonder eenige torture of bedreiging 
zgn aandeel in de zamenzwering bekende. Van de zgde der 
Engelschen is niettemin later beweerd dat Collins alleen door 
vrees voor de torture en door bedreigingen tot die bekentenis 
zou gebragt zgn. 

Op den 28sten Februarg werd nu het opperhoofd der Engel- 
schen, Gabriel Towerson, in verhoor genomen. De acte van 
confessie van dezen beschuldigde vermeldt niet, dat hg, „ soo 
„in syn examinatie als confrontatie, obstinaetlyck persisteerde 



Digitized by 



Google 



tTIt 

„ aent voors. verraet in 't minst geen schuit te hebben." Zg 
vermeldt ook niet dat er confrontatie, pgniging en weigering 
Yan onderteekening heeft plaats gehad. Alleen de confessie 
van Towerson zooals hy die ten laatste deed is in de acte op- 
genomen. Toch was er, aan die eindconfessie, veel vooraf- 
gegaan. Volgens de beëedigde verklaringen van de Neder- 
landsche opperkooplieden Jan van Leeuwen en Jan Jacobsz. 
Wgncoop werd Towerson tegen verscheidenen zgner medebe- 
schuldigden, en o. a. tegen Edward CoUinS; die vrg willig be- 
kend had, geconfronteerd. GoUins wierp zich „ met schregende 
„ oogen op de knieën voor de voeten van Towerson en legde 
„ hem ten laste, dat hg, Towerson, de aanlegger en principale 
„ oorsaecke was van dese conspiratie, vermanende Cap°. Towerson 
„voorts de waerheyt van 't gepasseerde te willen verclaren, 
„ gelijck hij gedaen hadde, seggende: ick moet de waerheyt 
„ bekennen ende en begeere om uwent wille geen pgne te lijden." ^ 
Towerson bleef echter alle deelneming aan het verraad ontken- 
nen. Hij werd nu, overeenkomstig den eisch van den fiskaal 
ter torture met water gebragt en bekende toen: dat hij voor- 
genomen had en meermalen met zgn volk daarover had geraad- 
pleegd, om het kasteel te overweldigen, dat al zgn volk daarin 
had toegestemd en dat hg zijn plan zou hebben uitgevoerd op 
een tgdstip, waarop de Gouverneur van Speult afwezig zou 
zgn. Nadat hem was afgevraagd, wat hem tot dat voornemen 
bewogen had, antwoordde Towerson; begeerte naar eer en voor- 
deel, en op de vraag, bg wien hg daarmede eer en voordeel 
zou hebben behaald en voor wien hg het kasteel zou vermeesterd 
hebben, zeide hij: dat indien hij zgn voornemen had kunnen 
volvoeren, hg daarvan terstond aan de Engelschen te Batavia 
kennis zou hebben gegeven en van daar hulp ontboden, ten 
einde het kasteel van Amboina voor de Engelsche Compagnie 
te bewaren ; maar zoo de Engelschen te Batavia hem geen hulp 
mogten verleend hebben, dan zou hg het kasteel voor zich zei* 



1. Intcrrogotoirai Tan Wynooop en vaa Leeinren. U. 

V. 11 

• Digitized by VjOOQ IC 



IVIII 

yen hebben behouden en getracht met de inlanders in contract 
te komen* Hg had van niemand bevel, instructie of last, hij 
was de eerste inventeur en auteur yan dit concept, dat hij op 
nieuwjaarsdag aan zijn volk had medegedeeld, nadat zg hem 
trouw en geheimhouding op den bgbel gezworen hadden. Tower- 
son bekende ook, dat hg aan zijn yolk last gegeyen had om 
aanhangers te winnen. Mr. Johnson en Price hadden dien ten 
geyolge de Japanners yoor de zaak gewonnen. Zelf had hg 
echter met de Japanners niet gesproken, alleen door tusschenperso- 
nen had hij met hen onderhandeld; maar aan niemand had hg 
last gegeyen om met de inwoners yan Loehoo, Hitoe of Com- 
bello oyer den aanslag te spreken, veel min had hij aan de 
inboorlingen hulp of ondersteuning toegezegd. Den tijd waarop 
het stuk zou worden yolyoerd, had hg nog niet bepaald; maar 
wanneer het zooverre gekomen zou zijn, zou hij zijn volk en 
de sUiven der Engelsche Compagnie van de buitenkantoren heb- 
ben ontboden. * 

Gedurende dit verhoor beklaagde de Nederlandsche Gouver- 
neur Herman van Speult zich tegenover Towerson, over deze 
misdadige plannen en vroeg hem: zou dit nu de belooning zijn 
geweest, welke gg mg toedacht, vooral de vriendschap, welke 
ik u bewezen heb? Met een diepen zucht zou Towerson daarop 
geantwoord hebben: Och! ware dit stuk te herdoen, het zoude 
niet gedaan worden. ^ 

Achter de reeks van confessien der Engelschen treft men eindelijk 
nog de bekentenis aan, van het opperhoofd der slaven van de Ne- 
derlandsche Compagnie op Amboina, een Portugees in Bengalen 
geboren, Augustino Peres genaamd. Nadat deze ter examinatie 
was gebragt, bekende hg, dat hij met de Japanners tot de over- 
weldiging van het kasteel door de Engelschen, zou hebben mede- 
gewerkt 



1. Gopie autheiit. van de confessien en sententien van Mr. Toawenon ende com- 
plicen enz. Mnsc. K. A. 

2, Brief van Herman van Speolt aan G^6. en Baden « 6 Jnny 1623. 



Digitized by 



Google 



Gedurende eenige dagen^ van 3 tot 8 Maart; schgiM; de Qw- 
yemeur yan Speult in liet nemen van een besluit te hebben 
geweifeld en er over gedacht te hebben; om de beschnldigden 
met de processtokken aan den (ïonyemenr-Generaal en de Baden 
Tan Indie op te zenden. Op den 8sten Maart bragt hg ten 
minste zoodanig besluit bi| den raad in overweging ;, hoewel 
j, hem onnoodich docht ten regarde van het voors. enorme delict; 
„ de sake eenich renvoy behoorde of conne Igden; alsoo men 
;; tegenwoordich met over de 40 gevangenen was belast en niet 
y, en wiste wat vyanden van buijten en van binnen meer sonde 
„ mogen hebben," 

Het voorstel door een invloedrijk gouverneur op zulk eene 
wgze toegelicht; kon natuurlijk moegelijk bg den raad bgval 
vinden. Met eenparige stemmen werd dan ook „ goetgevonden 
„ ende geresolveert, dat de sake ter plaetse van het geconci- 
;, pieerde en besloten delict, anderen ten exempel behoorde te 
;, worden gestraft; te meer alsoo eenige Tematanen en swarten 
„ hier omtrent; buyten gewoonte nu eenigen tyt herwaertS; appa- 
„rentlgck door ophitsen van dito EngelscheU; hebben beginnen 
„ te rebelleren." 

De fiskaal de Bruijn ontving nu last; om eisch en conclusie 
tegen de beklaagden te nemen. Dit deed hg nog op den zelf- 
den dag. Het requisitoir is kort; het is vervat in slechts 21 
regels schrift. De fiskaal mogt; omdat het hier een extra-ordinair 
proces waS; geen andere stukken overleggen; dan de confessien ; 
maar een summier verhaal der feiten ; zooals in Nederland toch 
gewoonlgk in de acten van eisch van dien tgd; wordt gevon- 
den; treft men in het requisitoir van den .fiskaal de Brugn niet 
aaU; zelfs de namen der beschuldigden worden niet a&onderlgk 
vermeld; er wordt alleen gesproken van Gabriel Towerson met 
zgne creaturen en complicen in de confessien genoemd. Met 
uitzondering van vier personen; wier namen worden opgegeven; 
eischte de fiskaal de doodstraf door het zwaard; voor allen en 
bovendien voor Towerson ; dat hg na zgn dood zou worden ge- 



Digitized by 



Google 



XI 

vierendeeld en zgn hoofd en zijne overige Ugchaamsdeelen op sta- 
ken zouden worden gesteld. De doodstraf te eischen voor allen 
zonder aanmerkel^k onderscheid ten gunste der medepligtigen 
te maken ; schynt hard; onmenschelijk, onregtvaardig; maar in 
een proces wegens crimen laesae majesiaiis kon destgds geen 
anderen eisch gedaan worden. In ditzelfde jaar 1623 werd 
ook in Nederland een proces wegens crimen laesae majesiaiis 
gevoerd; tegen Nederlanders , tegen de zamengezworenen, die 
een aanslag op het leven van prins Maurits hadden gesmeed 
en ook daar werden allen , zonder onderscheid tusscheu meer of 
minder schuldigen ; ter dood verwezen. 

Op den volgenden dag; 9 Maart, werden bij sententie van 
Gouverneur Herman van Spenlt; uit naam en als Gouverneur 
van de Hoog Mogende Heeren Staten Generaal der Vereenigde 
Nederlanden; met zijnen ordinaris raad, de agent Towerson en 
negen Ëngelscheo; de hoofdman der slaven en negen Japanners 
allen by name genoemd schuldig verklaard aan „crimen laesae 
;, majestatiS; als hebbende voorgenomen en besloten met mal- 
;, canderen ; met een schrickel^ke moort en venttat zich meester 
;, van 't kasteel te maken en alsoo getracht niet alleen den 
„ stant der vereenichde Nederlantse O. I. Compagnie (die aan 
;, dese plaets uitermate vele gelegen is) te verderven en ruine- 
;, ren ; maer oock de Nederlanden sel£s en het welvaren van 
„dieu; dat ten meerderen deele bij den Indischen handel en 
;, seevaert bestaet; te verswacken en contreminereu; en mitsdien 

„ de voors. delinquanten gecondemneert met den swaerde 

;, gestraft te worden, datter de doot navolght '' enz. Onmidde- 
Igk had; op dien zelfden dag; de executie van het vonnis plaats. 
Op den vorigen dag had van Speult en zgn raad besloten twee 
Engelschen ;, pro tempore en tot de gratie en pardon van den 
j^ Gouvemeur-Generael te sparen ; ten einde de goederen der 
;, Engdsche Compagnie te bewaren." Een van dezen was de 
koopman van het Engelsche kantoor te LoehoO; John Beaumont. 
Deze werd door van Speult; de tweede/ Edw. CoUins door het 



Digitized by 



Google 



XII 

lot aangewezen. Beanmont en Collins kwamen op Zondag den 
16den Julij 1623, aan boord van het schip de Eenhoorn, te 
Batavia aan. Reeds den volgenden dag, Maandag, des morgens 
vroeg, zond de president der Ëngelschen te Batavia, Richard 
Fnrstland, een opperkoopman naar den Gonvemenr-Generaal de 
Garpentier om te verzoeken, dat de twee van Amboina aange- 
bragte Engelsche kooplieden met alle hnnne boeken en papie- 
ren hem mogten worden uitgeleverd. De Garpentier liet de 
twee Ëngelschen van boord halen. John Beanmont verscheen 
voor den raad van Indie, gedragen op een stoel, geheel zieke- 
Igk; doch Edward Collins, die jong en rap was had, zich reeds 
uit de voeten gemaakt en geborgen in de Engelsche loge. De 
Gouvemeur-G^nerael vroeg aan Beaumont, waarom en in wat 
maniere hij naar Batavia was gezonden. Beaumont antwoordde 
dat de Gouverneur van Speult hem daarheen gezonden had, om 
oorzake als uit de brieven en papieren gezien kon worden. 
Daarop werd hem verder gevraagd of hij medepligtig was aan 
het verraad ; dat Mr. Towerson met de zgnen tegen het kasteel 
en den stant van Amboina had voorgenomen. Beaumont gaf 
nu tot antwoord „dat hg mede in de vergaderinge, dieTower- 
„ son met syne complicen op den nieuwjaersdag gehouden had, 
„ was present geweest en me4e met de anderen op den bijbel 
yy geheimhouding gezworen had; doch dat hij wel de minste in 
„deze besogne geweest was, gelijk alles bij zgne confessie die 
„hg zelf onderteekend had, gesien kon worden, waaraan hg 
„zich refereerde, klagende dat hij verleid en nevens anderen 
„ door Towerson daartoe verzocht was, verzoekende en biddende 
„ dat de gratie en het pardon , dat hem by den heer Gouver- 
„neur van Speult vergund was, door den Gouverneur-Generaal 
„mogt worden bevestigd, hetwelk hij al zgn leven gedenken 
„ zoude en erkennen." Die gratie en dat pardon werden hem 
dan ook door de Garpentier en den raad van Indie verleend, 
„ 800 ten respecte van mindere schuit , als om andere cansideratien" 
Beaumont bedankte den Gouverneur-Generaal en alle de presente 



Digitized by 



Google 



xxn 

raden „ reverentelijk en beloofde dat zulke besogne zijn leef- 
„ dagen niet meer handhaven en de ontvangen weldaad al zijn 
„ leven gedenken zou." * 

Hierop werd Beaumont op een stoel naar de Engelsche loge 
gedragen en de gratiebrief voor hem en voor Collins, door den 
advokaat-fiskaal Strobanns en twee andere gecommitteerden van 
den €U)uvemeur-Generaal aan den president der Engelschen over- 
handigd. De Engelsche president Furstland antwoordde met 
een „verbleekt wezen" Tis wel, en na een poos gezwegen te 
hebben; voegde hij er bg: 

;, De Gouverneur had die wel allen mogen zenden , en soude 
beter gedaen hebben naar mijne opinie ^ ik zeg naar mijne opinie, 
't is maar mgne opinie, en die is niets.'' 

Zoodanig was de toedragt eener gebeurtenis, die gedurende 
de eerste helft van de 17de eeuw tot aan den vrede van Breda, 
bgna voortdurend tot voorwendsel heeft gediend, voor de oorlogen 
van Engeland tegen de republiek der Vereenigde Nederlanden en 
zelfs nog in onzen tijd , niet dan met bitterheid jegens de Nederland- 
sche natie door de Engelsche geschiedschrijvers wordt herdacht. 

De voornaamste grieven der Engelschen tegen dit proces en deze 
teregtstelling, door hen niet anders dan moord en slagting genoemd, 
waren hoofdzakelijk deze : vooreerst, dat de zamenzwering slechts 
door de Nederlanders was verzonnen om de Engelschen uit Am- 
boina te verwgderen ; dat het feit der zamenzwering op zich zelf 
teeds onwaarschijnlgk was, omdat de Engelschen op Amboina 
zóó weinig talrijk waren, dat zij vermoedelijk nooit dwaas ge- 
noeg zouden zijn geweest, om een zóó vermetel plan te beramen^, 
dat de beschuldigden niet behoorlijk waren ondervraagd; maar 
dat zg door bedreigingen, vrees en pijniging er toe waren ge- 
bragt om toestemmend de vragen te beantwoorden, welke hun 
waren voorgelegd op eene wgze, die meer was ^ suggestio quam 
inquisitio veritatis. Op eene door pijniging afgedwongen beschul- 
diging van Japanners, wier eed en getuigenis tegen Christenen 

1. Resol. V. Gouvern. Gen. en Raden, dd. Maandag, 17 Jnly 1628. 

Digitized by VjOOQ IC 



xxm 

boveiidieii niet gelden mogt, had men Abel Price^ den eenten 
Engelschman ter tortnre gebragt^ en met verwaarloozing yan den 
regtsregel: tnculpatio sola a torto facta, non facit indicium suf- 
ficiens ad tarturam. Op dien grond hadden de regters op Am- 
boina, voortgeprocedeerd; met barbaarsche en ongehoorde tor- 
tnre, zonder anderen grond voor veroordeelmg; dan simpele confes- 
sie J De bekentenissen van Towerson en Samnel Colson; waren 
dan ook door hen, kort vóór hnnne teregtstelling weder herroe- 
pen, de bewgzen daarvan had men in Engeland in handen; 
zg werden door de Britsche regering aan de Staten-Generaal 
overgelegd. Towerson had op den 28sten Febmarij 1623, aan 
het slot eener schuldbekentenis, verklaard dat hij onschnldig 
was, aan eenige zaak, welke hem met regt kon worden te 
laste gelegd, (gailtlose of annie thing, that can be jostlylaied 
to me charge.) Golson had zgne onschnld in veel minder dub- 
belzinnige woorden betuigd, in een psalm- en gebedenboek, 
waarin hij de verklaring had geschreven, dat hg alleen door 
pgn en vrees tot confessie was gebragt. Beide belangrgke stuk- 
ken, de schuldbekentenis van Towerson en het psalmboek van 
Golson berusten nog in het Rijks- Archief ; maar het is nu moege- 
lijk meer uit te maken, of die verklaringen werkelgk door de 
veroordeelden zelven zijn geschreven; zij dragen wel veleinner- 
Igke kenteekenen van echtheid ; maar uit de acte van Towerson 
zou dan toch tevens het bewgs voortvloeijen , dat hg , in strijd met 
de bewering der Ëngelschen, al zeer weinig moet zijn gepijnigd; 
want het stuk is vlug en met krachtige hand geschreven, op den- 
zelfden dag, waarop Towerson de torture heeft ondergaan. Tegen- 
over de herroeping van Towerson en Colson, kan bovendien 
gesteld worden, de herhaalde confessie van Beaumont, vrijwil- 
lig op Batavia afgelegd. 

In de tweede plaats werd door de Ëngelschen aangevoerd, 
dat het proces op Amboina informeel was gevoerd, dat bij de 

1. Proposition da sieur Dudley Carleton, ambassadeur de S. M. de la Grande 
Bretagne, faicte en rassemblée de MM. les estats généraux Ie 7"^ (stilo veteri) d'aoost 
1624 (exh, 20 Aug. 1624). Mnac R. A. 



Digitized by 



Google 



xxrr 

examinatie der beschuldigden ^ de regters „ in 't stnk der tortnre 
hadden geexcedeert ;'' eindelijk dat de Nederlandsche regters 
geen jndicatnre hadden over de Engelschen ; maar dat krachtens 
art. 30 van het tractaat van 1619 de raad van defensie van de 
zaak kennis had moeten nemen. 

Met verontwaardiging wierpen de bewindhebbers der Neder- 
landsche Compagnie, de zware beschnldiging van zich af^ als 
of zg^ of iemand onder hunne bevelen, ,,zoo een goddeloos 
„stuk zonden hebben bedreven van met zooveel stortinge van 
„bloed, de Engelschen uit Amboyna te weren." Zij gaven 
niet onduideiyk te kennen, dat, „indien zij dat doel hadden 
„willen bereiken ; hun ander en beter middelen ten dienste 
„stonden en dat de Gouverneur en de overige regters op Am- 
„boina geen voordeel of eer uit zulk eene regtspleging voor 
„zich in het bgzonder konden behalen; maar wel integendeel 
„behalve de bezwarenisse in hunne conscientie zich blootstellen, 
„als zy naar Europa overkwameu, aan nadeel, haat, ja zelfs 
„straffe aan den lyve." ^ 

Ëen naanwgezet en onpartijdig onderzoek van de menigte 
processtukken, interrogatoiren , acten en memorien, ^ heeft dan 
ook bg mg de vaste overtuiging gevestigd, dat Gabriel Towerson 
wel degelgk het voornemen heeft gekoesterd om door zamen- 
spanning, list en overrompeling, zich meester te maken van 
het kasteel op Amboina; dat hij door zgn gezag en zijnen 
invloed als opperhoofd, de grooteudeels nog zeer jeugdige en 
onbezonnen Engelsche kooplieden en assistenten, waarvan er 
bovendien velen zeer los van zeden waren, heeft medegesleept 
en in het ongeluk gestort; dat de Japansche soldaten door 
belofte van buit zyn gewonnen; dat het plan wel vermetel en 
ligtvaardig was ontworpen en dat er nog geen tijdstip voor de 
uitvoering was bepaald; maar dat het inderdaad uitvoerbaar 



1. Memorie der Bewindhebbers aan de Staten- Generaal. 12 October 1 624. Mnsc. R. A. 

2. Behalve de over deze zaak gewisselde diplomatieke stukken , vnlleu alleen de proces- 
stnkken, interrogatorien , memorien enz , niet minder dan vier groote foliu portefeuilles. 



Digitized by 



Google 



XXT 

zon z^ geweest; indien het oogenblik ware gekozen, wiarop 
yan Spenlt met zijne beste soldaten op een togt naar een der 
omliggende eilanden vertrokken zon zgn. 

Toen Herman van Spenlt en de overige regters op Amboina 
het doodvonnis over de Ëngelschen en Japanners uitspraken, 
waren zij dan ook m. i. vast overtnigd van de sehold der 
beklaagden. Of zij evenwel daarbg niet meer als gezworene, 
dan als regters te werk zgn gegaan; of z^ niet meer naar 
hnnne overtuiging hebben regt gesproken, dan zich vastge- 
bonden aan de strenge vormen van het regt, die vragen zon 
ik niet zoo steUig bevestigend durven beantwoorden. 

Informaliteiten zgn er, naar mijne roeening althans, onge- 
twijfeld gepleegd, en onder eene betere regtspleging zon het 
vonnis aan cassatie hebben blootgestaan ; maar gebrek in den 
vorm van een geding maakt den regter daarom nog niet straf- 
schuldig. Men mag hierbg ook niet uit het oog verliezen, dat 
het zeer moegelijk blijft om te bepalen, welke formaliteiten in 
die dagen moesten in acht genomen worden. De criminele 
procedure was niet alleen slecht, zij was vooral onzeker; want 
het grootste gedeelte der procedure werd gevoerd volgens nsan- 
tien, stijlen, manieren. In dien stand van zaken konden infor- 
maliteiten worden gepleegd, zonder dat nog op grond daarvan 
eene substantiële grief tegen de reglvaardigheid van het vonnis 
kon worden gemaakt. 

De verdediging van zoodanige regtspleging zal in onzen tgd, 
wel niemand meer op zich nemen, veeleer zal men met Bavius 
Voorda van oordeel zgn , „ dat het extraordinair proces-crimineel 
„meer geleek naar een gedrochtelgk wanschepsel, dan naar 
„eene welgeregelde regtspleging, dat zij eene geheel onwaardige 
„ behandeling van zaken was , die den eerlgken naam van proces 
„niet dragen kon, deels, omdat het niet werd aangelegd, noch 
„volvoerd tot convictie, dat is om te kunnen vonnissen zonder 
„confessie, waartoe alle proces en proces-orde is uitgevonden, 
„ deels ook omdat er eene ordentelgke litis contestatie aan ont- 



Digitized by 



Google 



XXVI 

^bnik; zonder welke nogthans geen proces kan bestaan." > 
Wat na het exces in torture aangaat, mag men daarbij niet 
vergeten, dat de bepaling van indicia sufpcientia ad tarturam, 
overal in Indie, zoowel als in Nederland, aan de bescheidenheid 
van den regter was overgelaten. 

De pijniging is op Amboina niet met buitengewone gestreng- 
heid toegepast, daarbij viel niets buitengewoons voor, zij had 
plaats, zooals zij in geheel Indie bij de regtspleging in gebruik 
was. * De verschrikkelijke voorstelling, welke door de Engel- 
schen in geschriften en afbeeldingen, van de torture op Amboina 
is geleverd, was een opgesierd, met onwaarheden vermengd 
verhaal, ten einde de bartstogten in Engeland in beweging te 
brengen en de gemoederen door „compassie'' mede te sleepen. 

Eene andere door de Engelschen aangevoerde , maar onhoud- 
bare stelling was, dat de Nederlandsche gouverneur van Amboina 
en zgn raad geen regtsgebied over de Engelschen hadden ; maar 
dat die judicature alleen aan den raad van defensie toekwam. 
De raad van defensie, krachtens het traktaat van 1619 in het 
leven geroepen, was geen regterlijk, maar een politiek, com- 
merdeel, defensief coUegie en zoo al aan dien raad ook was 
opgedragen kennis te nemen van disputen tusschen de contra- 
herende partyen, dan waren daarmede niet bedoeld criminele 
zaken. Zamenzwering, verraad, praemeditatie tot moord zijn 
geen zaken van dispuut; maar zijn delicten en delicten zijn 
strafbaar binnen het ressort, waarin zg zgn gepleegd. 

Wie nu moest op plaatsen in Indie, onder het volstrekte 
gebied der Nederlandsche Oost-Indische Compagnie, onder de 
sonvereiniteit der ötaten-Generaal staande, bij gevolg dus ook 
in het kasteel van Amboina, van delicten kennis nemen en 
daarover regtspreken? Het 35ste artikel van het octrooi had 



1. Barius Voorda, de criminele ordonnanticii bladz. 100. 

2. Beëedigde yerklaring Tan schepenen te Batavia, dd. 7 Oct 1625, en de ioter- 
rogatoiren van de kooplieden vau Leeuwen, Wyncoop, Crayvanger c. s. 11. Dit blijkt 
ook, als men andere processen crimineel van dien tyd met dit proces vergelekt. 



Digitized by 



Google 



Txnt 

aan de Nederl. Oost-Ind. Comp. het regt en de bevoegdheid 
gegeven om beoosten de Kaap de Goede Hoop, forten te bou- 
wen en aldaar op den naam van de Staten-Generaal der Ver- 
eenigde Nederlanden ofdeHooge Overigheid, officiers van justitie 
te steUen, onder den eed van getrouwheid aan den Staat. De 
art. 7 en 8 van de ordonnantie en instructie voor Gouvemeur- 
Creneraal en Kaden van 22 Augustus 1617 bepaalden, dat de 
Gouverneur-Generaal en Raden van Indie magt en autoriteit 
hebben, niet alleen om in alle civile, criminele en halszaken 
regt te doen, sententie te geven, en ter executie te stellen 
zonder appel of provocatie; maar ook om alle forten, kantoren 
en schepen van de Comp. van behoorlijke officieren, collegiën 
en raden te voorzien, om bg afwezigheid van Grouvemeur- 
Generaal en Raden regt en justitie te administreren. 

Het fort van Amboina was in regtmatigen oorlog op de Por- 
tugezen en Spanjaarden veroverd, daarop waren Nederlandsche 
Gk)uvemeurs en Raden aangesteld en laatstelijk nog had de 
Hooge Regering van Indie van hare bevoegdheid gebruik ge- 
maakt en bij acte van 4 April 1619 aan Herman van Speult 
commissie en instructie gegeven, om als Gouverneur van Amboina 
„ de justitie in civiel ende crimineel te administreren." 

Het vonnis over de Engelschen op Amboina geveld was alzoo, 
hoewel het niet geheel formeel moge zijn geweest, regtvaardig 
en wettig; hoewel toch ook bijzonder streng.' 

Beschouwt men het echter uit een politiek oogpunt, dan was 
het eene onstaatkundige daad, door van Speult en zgn raad 
in overyling en onder den indruk hunner „alteratie" gepleegd. 
De Gouverneur van Amboina had als regent verder moeten 
zien, dan het gevaar van het oogenblik; hg had kunnen en 
moeten berekenen, dat de teregtstelling van zooveel Engelsche 
onderdanen gewigtige en voor het moederland gevaarlgke ge- 
volgen moest na zich slepen, en dat indien hij, zoo als hg een 
oogenblik van voornemen schijnt geweest te zgn, al de beschul- 
digden ^ des noods gevonnisd, met alle de informatiën en pro- 

Digitized by VjOOQ IC 



xrnn 

oeflfltnkken in het geding dienende, naar Batavia had opge- 
zonden, hg het Nederlandseh gezag op Amboina even goed zon 
hebben gehandhaafd. 

De Gouvernenr-Qeneraal de Carpentier en de overige leden 
der Hooge Begering in Indië, ontveinsden dan ook geenszins 
aan het Opperbestnnr in Nederland, dat zy de proeednre op 
Amboina voor informeel en baitengewoon gestreng hielden. ,, Wij 
„ wenschten wel/' zoo schreven zg aan de Heeren XVII, „dat 
p in dese proeednre d6n behoorlycken styl van rechten gevolcht 
„ ende d'instmmenten van den processe met hare volcomen 
„ leeden ingestelt waeren geweest. Isaaque de Brayne, die als 
„advocaat fiscaal dese saecke vervolcht heeft, hem oock voor 
„een rechtsgeleerde nytgeeft, ende daervoor aengenomen is, 
„ had zjn verstant anders in dese saecke behooren te laten 
„ blycken. 'T schynt bycans, dat den heelen raet op de weer- 
„ dicheyt van de Bruynen's tytel gemst heeft, hem alleen de 
„ docnmenten hebben laeten ontwerpen, ende dat niemant van 
„ 'tzyne yets daerby heeft dnrven voegen; maer den advocaets- 
„ tytel alles toevertrouwt hebben. 

ff Wy willen hiermede 't verraet in sich selven in 't minste 
„ niet verschoonen off verlichten, alsoo 't selve notoir genoech 
„is; maer om partiale en partydige (die daer niet ontbreken 
„ sullen) met bondige en wel ingestelde instrumenten de mond 
„ des te beter te mogen stoppen. 

„Eyndelinge, soo dunct ons, onder correctie, dat men 't 
„ rigenr van justitie met de Nederlantse clementie (aen eene 
„ soo naeburige natie) wel wat hadde behooren te matigen , 
„ uisonderheyt daer sulcx sonder prejuditie van den staet en 
„ de rechtsachtbaerheyt geschieden con , gelyck wy meenen hier 
„ wel had mogen geschieden. 'T is een quade krygh , daer 
„'t al blyft!" « 

Evenmin schgnt het Opperbestuur in Nederland zgne voUe- 



1. Oenenle miifiTe ran GG. en lUden dd. 3 Januari 1624. 

Digitized by VjOOQ IC 



IXIX 

cbge goedkearing; aao de teregtstelling op Amboina te hebben 
geschonkeii ; want hoewel het zijne dienaren, ook onder den 
sterhsten aandrang nooit beeft verloochend, integendeel moedig 
en krachtig heeft gehandhaafd, hoewel het aan de Hooge Rege- 
ring in Indië schreef, „dat men aldaar vast vertronwen mogt 
jf en confident zyn, dat het der geregtigheid der Gomp. in het 
„ algemeen, of aan iemand van hare voornaamste of particnliere 
,^ officieren, nooit noch in Nederland, noch in Indië aan be- 
„ flchenning zon ontbreken '', ^ greep toch de vergadering der 
XVII de eerste gelegenheid, welke zich voordeed, aan, om de 
herhaling van zoodanige gebenrtenis te voorkomen. In de eerst- 
Yolgende instructie voor Gonvemear-Generaal en Baden, welke 
zg op den 17den Maart 1632 vaststelde, verzuimde zg niet 
aan de Hooge Regering in Indie te gelasten, dat: „alsoo de 
„ Comp. door voorgaande executiën over zaken van notoire 
yj crimina laesae majestatis^ in groote ongelegenheid, verachting 
„ en schade gebragt is, €k>uvemeur-Generaal en Raden, scherp 
„ zullen letten en tot dien einde de respectieve vice-Gk)Uver- 
„ neurs en Directeurs van de kantoren en forten van Indie , 
„ expresselgk ordonneren in alle groote zaken, als zgn van 
„ conspiratie , verraad en diergelijke ten principale niet te pro- 
„ cederen, zonder kennis van den Generaal en Raden, dewelke 
„zij in zulke gevallen, die God verhoede, daarvan dadelgk 
„advyseren zullen, om voorts daarin te disponeren als naar 
- behooren/' * 



1. Uitgaaude MUaive der HH. XVII Mm Goaveomeur-Ofloenud en Raden, dd« 
Amfterdam, 24 April 1625. 

8. Alt 8 Tan de ponten en artikelen in forma van instmctie voor GonTemeor- 
Generaal Hendrik Brouwer en Raden van Indie, dd. 17 Maart 1682, b^ M'. P. 
ll«er» IL Idada. 50. 



Digitized by 



Google 



ZESDE HOOFDSTUK. 



De gevolgen yan de teregtstelling op Amboina bleven niet lang 
achter. De algemeene stemming in Engeland was reeds sedert lang 
niet welwillend jegens de Nederlanders en de Nederlandsche 
Oost-Indische Compagnie; maar toen in het begin van den 
zomer van 1624 de tgding der gebeurtenissen op Amboina ^ in 
Europa was aangekomen , ging er door geheel Engeland een 
kreet van woede en verontwaardiging op; ieder riep om wraak; 
het verraad van Towerson was slechts door de Nederlanders 
verzopneu; om de Engelschen uit de Molukken te dry ven; door 
pgniging en bedreiging waren de confessien uit den hals ge- 
wrongen; er waren Engelsche onderdanen onschuldig vermoord. 
Zg waren als martelaars van Hollandsche wreedheid en geld- 
gierigheid gevallen. De Nederlanders 'in Londen waren niet 
mieer veilige zg moesten zich in hunne woningen schuil houden. 
Juist was meu; zoo meenden ten minste de staatslieden in de 
Nederlandsche republiek, er in geslaagd , om door overgroote 
toegevendheid de voornaamste geschilpunten tusschen de En- 
gelsche en Nederlandsche Compagnien door dading uit den weg 
te ruimen. Op den 21 Januarij 1623 (1622 st A.) was het aan 
een aanzienlijk Nederlandsch gezantschap; na hevige debatten 
en lange onderhandelingen; waarbij het aan onze gezanten niet 
aan beleedigingen ontbroken had; eindelijk gelukt een traktaat 
te sluiten ; waarbij geregeld werd; wat beide partijen aan elkan- 
der moesten vergoeden of terug geven, uit oorzaak van feiteui 



Digitized by 



Google 



XXXI 

g<^leQgd vóór, tydeiui of na de laatste y^andeiykhedeii in 
IndiC; of ten gevolge van het traktaat van 1619. Wel waren 
niet lüle ponten van verschil oit den weg gemimd; maar tooh 
de voomaamsten. Groote toegevendheid van de zgde der Neder* 
landsche Begering en drang van staatkundige gebeurtenissen, 
hadden er toe geleid, dat de Nederlanders eene schadevergoeding 
van 150,000 pond sterling aan de Engelsche Compagnie toe- 
kenden, terwgl deze niet meer dan 12,000 pond aan de Neder- 
landsche geven wilde. 

Door den invloed der magtigste Staatslieden in Nederland en 
onder dezen vooral ook van Prins Maurits, die boven alles vrede 
en zamenwerking met Groot-Brittannie wenschte te behouden, 
waren de Bewindhebbers der Nederlandsche Compagnie erzelft 
toe overgehaald, om toe te stemmen tot de teruggave van Poelo- 
Bun. By art. 9 van het traktaat van 1623 werd vastgesteld, 
dat dit eiland aan de Engelsche Compagnie zou worden terug- 
gegeven in den staat, waarin het, by het sluiten van het 
tn^Ltaat zich bevond ^ 

De begeerte om de bestaande geschillen met Engeland weg 
te nemen, was althans van deze zijde welgemeend. De Bewind- 
hebbers der Oost-Indische Compagnie schreven aan de Hooge 
Begering in Indie: 

„ In zaken waar men ons goed regt zou willen krenken, be- 
„ velen wij u ten hoogste, dat gg niet toelaat, dat zoo iets ge- 
„ schiede , maer overigens , laat alles rondelgk en zonder dispute 
p nagekomen worden, en het overgeven en verlaten van poelo- 
„Bun zult gij sincerelijk en zonder cavillatie nakomen/' ^ 



1. Dit gezantichap bestond iiit de heeren Franfois van Aenssn, Dirk Bas, van 
Toyl ?an Serooskerkeo en N oei de Caron. Het verhaal der ondeilianddingeB findt 
men bgna volledig b^ Arend, Jlgem, Qetekiedemt deê VaderlanéU, voor^nefc door 
Mr. O. van Rem eu Dr W. 6. Bril, III Deel, 8e stak, bladx. 528 seq. en 636 
seq. 672, 678 seq. en 740—773. Het traktaat zelf benut in origin. in het Byka- 
ArchieC Bij Domout wordt dit traktaat niet gevonden; hoewel Kloit, dit traktaat 
met een ander verwarrende, het in xyn Index Cbronol. als daar venneld opgeeft. 

2. Uitg. brief boek der HH. XVII, aan Goav. Gen. en Baden dd. 6 Maart en U 
Apifl 1623. 



Digitized by 



Googte 



XIXII 

Haar nadat de tgding van de regtepleging op Amboina ge- 
komen waS; scheen al het terrein^ dat men gewonnen had, 
weder verloren. Juist was weder een Nederlandsch gezantschap 
te Londen, in onderhandeling over het sluiten van een traktaat 
van alliantie en subsidie. Het voorgenomen Spaansche huwelgk 
van den prins van Wales was afgesprongen, de Spaansche partg 
aan het Engelsche hof had het onderspit gedolven en Koning 
Jakobus ndgde tot hereeniging met de Staten-Generaal. De 
eischen der staatkunde van het oogenblik verhinderden, dat 
de Amboinsche zaak de voorgenomen alliantie verydelde; op den 
bSiea Jung 1624 werd eene ligue defensief tusschen de gevol- 
magtigden van Jakobus en die der Staten-Generaal gesloten. 
Maar de koning van Groot-Brittannie voer, bij die gelegenheid, 
hevig uit over de bejegening door zgne onderdanen in Indie 
ondervonden en tegelgk met het sluiten der verbindtenis, liethy 
aan de Staten-Gteneraal verklaren, dat zg er op bedacht moesten 
zyn om hem onverwijld voldoening over de zaak van Amboina 
te verschaffen. De Nederlandsche gezanten, als zij uit Enge- 
land waren teruggekeerd, gaven ter vergadering van de Staten- 
Generaal te kennen, hoe groot eene ontroering in Engeland 
over de executie op Amboina was ontstaan, en dat de koning 
vast besloten had om al de schepen onder Nederlandsche vlag 
te doen aanhouden, indien hem voor den || Augustus geen 
voldoening gegeven was. ^ 

De eerste indruk bg de Staten-Generaal was, dat de regters 
van Amboina, naar Europa moesten worden ontboden; maar 
a%evaardigden der Oost-Ind. Comp. en de invloed van prins 
Maorits hielden dit besluit in zooverre tegen, dat de Algemeene 
Staten vaststelden : „ dat men by trappen zou moeten gaan om 
f, den koning van Engeland contentement te geven." ^ Nu werd 
er een brief aan Jakobus gezonden met de processtukken, in- 



1. RfltoL Statoi-Geiieraal 7 Aog. 1624. 
S. RcmI. SUten-Gen. 8 en 9 Aog. 1624. 



Digitized by 



Google 



XXXIII 

fonnatien en andere documenten; voor zooverre die nit Indie 
waren overgekomen. * 

De Engelsche gezant Carleton had reeds bij herhaling bitse 
en scherpe vertoOgen bij de Staten-Generaal ingeleverd; nu gaf 
hg ook van z^ne zijde een verhaal van de voorvallen op Am- 
bmna. De zaak scheen thans een onderwerp van meer bedaard 
en naauwgezet onderzoek uit de oorspronkel^ke stukken te zul- 
1^ worden, toen ter kwader ure, vermoedelijk onder de inbla- 
zing van onvoorzigtige bewindhebbers; een boekje over de ge- 
beurtenissen op Amboina verscheen; dat aan den Engelschen 
gezant aanleiding gaf tot eene buitengewoon hevige diplomatieke 
Dota. ' De Staten-Generaal betuigden hun leedwezen over het 
voor de Engelschen beleedigend pamphlet; verboden er de 
verspreiding van en deden den schrijver opsporen. 

Van dit oogenblik af werden de uitdrukkingen in de vertoo- 
gen van Carleton hoe langer hoe heftiger en op den 29 Augus- 
tus stelde hij op dreigenden toou; acht punten van eisch. Deze 
punten waren hoofdzakelijk : dat de Staten-Generaal zouden ver- 
klaren; dat de teregtstelling op Amboina was geweest wreed, 
heftig, (violent) en overijld (précipité); dat zij de schuldigen 
zonden straffen en dat de straf aaü de buitensporige gruwe- 
tgkheid (ènormité de Vexcës) zou zijn geëvenredigd ; dat eene 
bgzondere commissie naar Indie zou gezonden worden met vol- 
magt; om de zaak op Amboina te onderzoeken, naar bevind 
van zaken de schuldigen in Indie te straffen of ter strafoefening 
naar Europa over te brengen. Wanneer aan dien eisch voldaan 
zon zijn, zou de koning van Engeland de maatregelen schorsen, 
welke onschuldigen zouden kunnen treffen ; maar dan zouden de 
Staten-Generaal ook moeten bevelen, dat de schadC; welke de 
Engelsche Oost-Ind. Comp. door het voorval in de Molukken 
geleden had; door de Nederl. Comp. zou worden vergoed en 

L Uitgaande Uiadve van Ho. Mo. aan Caron 12 Aug. 1624. 

2. Het boelge waa getiteld: Waeraehtig verhael van de tfjdinge gekomen uitOoat- 
Tidin, omtrent de con'piralie etc, z"c Tcrder Resol. Staten-Gcuerl. , 17 Aug. en 
20 Ang. 1624. propositie van Dudley Carleton 7/17 Aog. 

V. m 

Digitized by VjOOQ IC 



XXXIV 

dat de Engelschen op Lonthor; poelo Run en op andere yoor 
hen geschikte plaatsen, forten zouden mogen bouwen. 

Door deze propositie, op dreigenden toon, eenigzins in den 
vorm van een ultimatum gesteld, . scheen de vergadering der 
Staten-Gleneraal aanvankelijk zeer geschokt en niet minder wer- 
den de Bewindhebbers onrustig, toen zij vernamen, dat de En- 
gelschen eindelijk uitvoering van de artikelen 23, 24 en 25 van 
het traktaat van 1619 en forten in de Molukken eischten. Na 
langdurige bijeenkomsten zoowel met de Bewindhebbers als met 
den Engelschen gezant, hielden de Staten-Generaal aan Carle- 
ton voor, dat de berigten van de verschillende zgden zóó strg- 
dig waren, dat het nog niet mogelijk scheen, om de zaak tot 
een goed einde te brengen; dat zij daarom aanboden in Indie 
een onderzoek te doen instellen, in tegenwoordigheid vian gede- 
legeerden der Engelsche Comp, Indien het dan mogt blijken, 
dat er schuldigen waren, zouden die niet ongestraft in Indie 
blgven. De propositien van Carleton, ter vergadering van de 
Algemeene Staten, bleven niettemin bij voortduring zoo hevig 
en zóó dreigend, dat er eindelijk op voorstel van Holland be- 
sloten werd, vooreerst: dat de Engelsche Compagnie voortaan 
hare vorderingen had te rigten tot de Nederl. Compagnie, om 
die met elkander, als partij tegen partij te behandelen en den 
staat van het land er buiten te laten; ten tweede, dat, „ aan- 
„ gezien de propositie" van den Engelschen gezant inhoudt, 
„ diverse sware beschuldigingen tegen de Oost-Ind. Comp. , deze 
„zich daarop zal hebben te verantwoorden" en eindelijk, dat 
eenige leden uit de Staten Generaal zullen worden afgevaardigd 
aan den heer Carleton „om hem aen te seggen, dat deze staet 
„niet gemeriteert heeft, dat hij Carleton, sonder eenigen last 
„ van Sijne Majesteit, soo scherpe woorden en soo hooge drey- 
„ gementen tegen deselve sal gebruycken , met vermaning dat 
„ hy den staet niet anders heeft te bejegenen dan zooals het 
n behoort." * 



1. Besol. Staten-Geuerl 9, 21 en 24 Sept. 1624. 

/Google 



Digitized by ^ 



XXXV 

Met beleefdheid en met eenige verontschuldiging ontving 
(üarleton deze fiere vermaning. De Engelsche gezant nam 
sedert wel meer gematigdheid in acht; maar op voldoening en 
straf der schuldigen bleef hij aandringen. Terwijl de Bewind- 
hebbers der Oost-Ind. Comp. zonder veel overhaasting voort- 
gingen met hunne verweerschriften gereed te maken ^ de Staten- 
Gkneraal eenige uit Indie overgekomen regters van Amboina iü 
het verhoor namen ; schreef de Nederlandsche gezant uit Lon- 
den, dat de opgewondenheid in Engeland voortduurde en de 
koning besloten had om weldra zich zelven regt te verschaffen.* 
Werkelijk gaf Carleton op den 2den November officieel kennis, 
dat koning Jakobus brieven van represaille verleend had tegen 
de goederen van de Nederl. Oost-lnd. Compagnie; doch dat hij 
vooralsnog de zaken van het land afgescheiden zou houden van 
die der Compagnie. Carleton legde tevens eene propositie over , 
waarbij voor en namens de Engelsche Oost-Ind. Comp. drie 
punten werden voorgesteld, vooreerst: dat Ho. Mo. en zijne 
Excellentie prins Maurits, aan de Hooge Regering in Indie zou- 
den gelasten, dat zij de Engelschen met al hunne goederen en 
bezittingen zouden laten vertrekken uit Jakatra en alle andere 
plaatsen, waar de Nederl. Comp. gezag had; 2®. dat alle civiele 
en criminele geschillen, welke in Indie door den raad van de- 
fensie, niet konden worden afgedaan, naar Europa zouden wor- 
den verwezen, om door den Koning en de Statcn-Gteneraal te 
worden uitgemaakt, bijaldien de compagnien daarover niet tot 
eenstemmigheid konden geraken ; 3^. dat de Engelschen in Indie 
de vrijheid zouden hebben van zich in versterkte plaatsen terug 
te trekken, overal waar de Nederlandsche Comp. niet had „zoo- 
„ danige reëele possessie om daarop te kunnen gronden eene 
„ gepretendeerde souvereiniteit." ^ 

Deze voorstellen beoogden weinig minder, dan eene geheele 



1. BesoL 25, 2S en 80 Sept., 10 en 24 October, 1624. 

2. Kesol. Staten-Generl. 2 Nov. 1G24 en propositie van Üudley Carleton in Liai 
Ki»g fl An d. 



Digitized by 



Google 



XXXVI 

afscheiding der twee compagnien en het verbreken van het trak- 
taat van 1619. Zij werden het onderwerp van langduiige be- 
raadslagingen. De Engelsche gezant verklaarde inmiddels ; dat 
de koning niet tevreden was, met de tot dus ver geleverde toe- 
lichting van de Amboinsche zaak. Om die reden stelden de 
Staten-Generaal op den 23 November eindelijk vast, dat eraan 
de Hooge Regering in Indie geschreven zou worden, dat: „de 
„ Koning van Groot-Brittannie zoodanig miscontentement over 
„ d'execntie op Amboina had genomen, dat hij bereids represaillen 
„tegen de goederen der Comp. had gedecerneerd, dreigende 
„ verder te gaan en die uit te strekken tegen alle de ingezetenen 
„ van dezen staat ; dat de koning zich niet wilde contenteren 
„met de presentatie van nader informatie in Indie, zelfs ten 
„overstaan van eenige Engelschen; dat, om die reden, geen 
„ ander middel gevonden kon worden om den Koning neder te 
„ zetten, dan hier te doen komen, den Gouverneur van Amboina 
„ van Speult en alle degenen, die nefifens hem over de judica- 
„ ture en executie van de voors. Engelschen hadden gezeten, 
„ waerom uit naam van HH. Ho. Mo. de Hooge Regering in 
„Indie werd gelast, voors. Gouverneur en Regters met de 
„ eerste gelegenheid naar Nederland te zenden, om voor de 
„ Staten-Generaal rekenschap te geven, van hunne gehouden 
„ procedure." ^ 

Ook hiermede was Carleton nog niet tevreden, hij eischte 
nu weder, dat de informatie in Indie, ten overstaan van Engel- 
sche commissaiissen tegelijkertijd voortgang zou hebben, en 
verder drong hij aan op een antwoord op de drie voorgestelde 
punten ^. De Staten-Generaal gaven nogmaals toe aan het 
eerste verzoek en op de drie punten werd door hen geant- 
woord: 1^. dat de Engelschen zoo zg dat verlangden, uit Bata- 
via of uit andere plaatsen en forten, alwaar het gezag van de 
Staten-Generaal of de Nederlandsche Comp. werd erkend, zou- 



1. Uitg. brieven vaa Ho. Mo. Lias Staten-Generl. Oost-Ind. Comp. 

2. Secr. Resol. Stateo-Gener. 12 en 29 Dec. 1624. 



Digitized by 



Google 



XXXVII 

den knnnen vertrekken zonder eenigen tol of ander regt te 
betalen; 2®. dat de Staten-Generaal goedkeurden, dat alle be- 
staande of opkomende geschillen tusschen de Engelsche en 
Nederlandsche compagniën; onmiddel^k rakende het geheele 
ligchaam van één van beiden, voortaan zoo mogelgk zonden 
geregeld worden in den raad van defensie, en indien in dat 
collegie geen eenstemmigheid kon worden verkregen, die zaken 
naar de opperbestaren der beide Gomp. in Nederland zonden 
verwezen worden, en ten laatste onderworpen aan de uitspraak 
van den koning van Engeland en de Staten-Generaal; met 
voorbehoud evenwel aan de Nederlandsche Comp. , van de 
„fimetiën van politie en jurisdictie, particulier, civiel en cri- 
„ mineel, zonder vermindering of alteratie, in die plaatsen, welke 
„onder het devoir en de souvereiniteit van Ho. Mo. en de 
„Nederl. Gomp. staan;" ten derde, dat aan de Hooge Regering 
in Indie gekst zou worden, dat zij zich zou hebben te onthou- 
den van eenige stoornis of verhindering aan de Engelsche Gomp. 
in Indie te veroorzaken, bij het bouwen van forten, magazijnen 
of retraites, tot zekerheid van personen en goederen der Engel- 
schen, op alle plaatsen, daar het hun mogt goed dunken, mits 
dat die plaatsen niet stonden onder jurisdictie van of verpligting 
van uitsluitende contracten met de Nederl. Gomp. en niet zou- 
den gelegen zijn op korter afstand, dan van 10 Duitsche of 
30 Engelsche mijlen van de door Nederlanders bezette plaatsen , 
en evenmin op Banda, Amboina of in de Molukken, overeen- 
komstig het 24ste artikel van het traktaat van 1619. 

Na deze gewigtige concessiën verminderde de aandrang van 
de zgde van Engeland voor een tijd. Hiertoe werkte echter 
ook mede, de dood van koning Jakobus, welke op den 6den 
April 1625 voorviel, en de wgziging, welke de staatkunde 
van Engeland sedert onderging, waardoor meer toenadering tot 
Nederland ontstond, zoo zelfs dat op den 7/9den September te 
Southampton eene of- en defensive alliantie tusschen de twee 
staten werd gesloten. Bij dit laatste traktaat werden de brie- 



Digitized by 



Google 



xxxvm 

ven van represaille tegen de Oost-Ind. Comp. geschorst, maar 
slechts onder het gelijktijdig nitgebragt protest van Karel I, 
dat hg zich van die verleende schorsing ontslagen zon rekenen, 
indien hem binnen 18 maanden geen voldoening over de zaak 
van Amboina zon zijn verschaft ^ 

Eer nog dit tijdsbestek vervuld was, werd er reeds in Maart 
1626 weder beslag op schepen der Nederl. Oost-Ind. Comp. in 
Engeland gelegd. Na lange en herhaalde beraadslagingen, en 
nadat de regters, die op Amboina over de Engelschen gezeten 
hadden, langzamerhand, met uitzondering van van Speult, die 
inmiddels was overleden, in Nederland waren aangekomen, 
besloten de Staten-Generaal in overleg met den Engelschen 
gezant, eindelgk op den 26sten Julij 1627, dat de Amboinsche 
zaak voor gedelegeerde regters zou gebragt worden. Terwijl 
dezen met het onderzoek bezig waren, werden nog bij her- 
haling Nederl. Oost-Ind. schepen door de Engelschen aange- 
haald, en sedert Mei 1628, werden er weder hevige onderhan- 
delingen over de zaak van Amboina gevoerd, eerst met den 
Engelschen gezant Carlisle, daarna met Garieten, welke laatste 
zelfs in scherpe woorden verklaarde, dat het nooit de bedoe- 
ling des Eonings was geweest, om de zaak hier te lande te 
laten beregten. Hoog namen de Staten-Generaal deze verkla- 
ring op, zij dwongen Carleton een protest aan te hooren, waarin 
hèm herinnerd werd, dat de regtbank van gedelegeerde regters 
met goedvinden en medewerking van den Koning en van hem 
Garieten zelven, was ingesteld. 

Wij kunnen hier niet verder in de bijzonderheden nagaan, 
welke verschillende kringen de Amboinsche zaak nog heeft door- 
loopen ^, wij zullen alleen nog vermelden dat in de maand 
Maart 1629 de fiskaal de Sylla, alle getuigen had gehoord, 
met uitzondering van zes Nederlanders, die in Engeland tegen 



1. et Aissema, 5de boek, bladz. 476. 

2. Zie yerder Areud, Algem. geschiedenis des vaderlands, Sde deel, 4do stnk, 
bladx. 843 en 479. 

Digitized by VjOOQ IC 



xxnx 

de NederL Oost-Ind. Comp. waren opgetreden en eenige Engel- 
sche getuigen. 

De Nederlanders trokken hunne vroeger afgelegde getuigenissen 
in en toen de Engelsche getuigen naar Nederland overkwamen , 
Het de koning van Engeland den eisch stellen; vooreerst, dat de 
Staten- Generaal zouden verklaren , dat zij evenmin als hij aan de 
gedelegeerde regters opperste regtsmagt zouden toekennen; ten 
tweede, dat de overgezonden Engelsche getuigen, vóór hun ver- 
hoor als bevoegd zouden worden verklaard en eindelijk , dat het 
vonnis vóór de uitspraak aan den Koning zou worden voorgelegd. 

De Staten-Generaal verwierpen natuurlijk deze voorwaarden; 
want onder zulk een voorbehoud verloor het vonnis, voor het 
nog was uitgesproken, alle kracht; evenmin konden op die 
wgze de Engelsche getuigen worden gehoord; op andere voor- 
waarden weigerden die getuigen voor de regters te verschijnen 
en vertrokken zij onverrigter zake weder naar Londen. 

Nu deed de fiskaal zijn eisch tot schuldigverklaring der Neder- 
landsche regters op Amboina, op grond van gepleegde informa- 
liteiten; maar de gedelegeerde regters maakten een ontwerp- 
vonnis, strekkende tot geheele vrijspraak. Dit vonnis werd op 
den 2den Januarij 1632 ter vergadering van de Staten Generaal 
gelezen, maar niet uitgesproken. Men schijnt het uit eigen 
beweging ook aan den Koning van Engeland te hebben voorge- 
legd en nu werd de zaak andermaal op diplomatiek terrein over- 
gebragt. In November 1633 was men langs dien weg zóó ver 
gevorderd, dat ter vergadering vao de Staten-Generaal, drie 
concept-acten werden vastgesteld, welke aan de Engelsche rege- 
ring werden aangeboden en waarvan de strekking was, om de 
reeds zoo lang hangende quaestie door kostbare schadevergoe- 
ding uit den weg te ruimen; maar deze acten zijn, naar het 
schgnt, nimmer geteekend ^ De zaak bleef slepende en ge- 
raakte meer op den achtergrond, naarmate de binnenlandsche 



1. Secrefce Resol. Staten-Generaal 27, 28 Sept., 24 Oct. en 6 Nov. 1683. 

/Google 



Digitized by ^ 



verdeeldheid in Groot-Brittannie vermeerderde. De stemming in 
Engeland bleef echter, vooral onder de burgerg, de kooplieden 
en het volk, jegens Nederland vijandig. De zaak van Amboina 
was een wapen, dat voortdurend bij de hand lag en dan ook 
gretig door Cromwell werd opgevat. Het geschil werd eerst 
door het SOste art. van het traktaat van Westminster op den 
y\ April en door de overeenkomst op 30 Angnstus 1654 ge- 
sloten, tot een einde gebragt; doch ook deze verdragen weer- 
hielden Earel II niet, om de teregtstelling op Amboina later 
weder op nieuw, als een voorwendsel tot oorlog tegen Neder- 
land op te werpen. 

Toen in 1654 de geschillen tusschen de Engelsche en Neder- 
landsche O. I. Compagnien eindelijk werden verevend, hadden 
de Engelschen reeds sedert ongeveer dertig jaren, bijna alle 
kracht in den Indischen Archipel verloren. Zij hadden toen reeds 
hunnen hoofdzetel naar Vóór-Indie verlegd en de Nederlanders 
waren van deze lastige naburen verlost. Vóór het echter zoover 
kwam, waren er nog hevige en schier eindelooze twisten tus- 
schen de Engelschen en de Nederlanders in Indie voorgevallen. 
Vooreerst was de uitvoering van art. 9 van het op den 21 sten 
Januari] 1623 gesloten traktaat ^ een punt van geschil geweest. 
De Gouverneur-Generaal de Carpentier had aan de Engelschen, 
op hunnen eisch, aangeboden: „dat sy op het eiland Bun, op 
„ soodanige wyze en in alsulcke sterckten en met alsulck gesag 
„ souden vermogen te gaan resideren , als sy daar geseten had- 
„ den, ten tyde van den ingang van het traktaat van 1619 en 
„ dat de Nederl. Comp. het eyland in allen deele sooveel in 
„ menschen vermogen was en de Comp. gehouden was, wilde 
„ stellen in sulcken staat als het was ten tyde van het tractaat." 
Eene quaestie over het regt verstand van het tijdstip van het 
status quo, was voor de Engelschen eene te schoone gelegen- 
heid tot twisten, om die ongebruikt te laten voorbijgaan, 



1. Zie hierboven bladz. xxx. 

/Google 



Digitized by ^ 



XLI 

vooral omdat de Engelsche Comp. op dat oogenblik noch geld 
noch kracht in Indie bezat, om zich op behoorlijke wijze in den 
specerij-archipel te vestigen. De Engelschen weigerden in het 
einde, onder protest, het eiland Bun te aanvaarden en daarop 
vestigden de Nederlanders zich aldaar weder in 1625 voor kor- 
ten tijd. Nadat het eiland door de Nederlanders nogmaals was 
verlaten, wilden de Engelschen in 1638 er zich weder vesti- 
gen; maar toen werd hun dit door den Gouverneur-Generaal 
van Diemen belet ^. 

Behalve over het bezit van Poelo-Bun , werden er over allerlei 
ponten, schier ontelbare acten, replieken, duplieken tusschen 
de bestuurders der Engelsche Comp. en de Hooge Begering in 
Indie gevnsseld. 

Alles wat de Nederlanders tegenover de Engelschen in Indie 
hebben verrigt, was zonder twijfel niet altijd in overeenstemming 
met de eischen van regt en billijkheid; maar bij de beoordee- 
Ung dier verrigtingen mag toch ook niet worden voorbij gezien, 
dat het bijna onmogelijk was om naast de Engelschen in Indie 
te leven en met hen den vrede te bewaren. De aanmatigingen, 
de uittartingen, de plagergen der Engelschen, waren zonder 
einde; telkens werd door hen over de nietigste zaak groot mis- 
baar gemaakt, telkens kwamen zij voor den dag met nieuwe 
protesten, telkens gaven zij niet onduidelijk te kennen, dat zij 
zich de eerste natie van Europa rekenden en niet verlangden 
zich te onderwerpen aan de regelen door anderen gesteld. (Jeen 
menschelijk geduld scheen op den duur tegen die aanmatiging 
bestand en men wordt gedwongen tot bewondering voor het 
taaije maar onverzettelijk geduld der Hooge Begering te Batavia, 
die op alle acten en protesten antwoordde, zonder iets van het 
gezag en de regten der Nederl. Comp. prijs te geven. „ Wij 
„zgn hier," schreef de Carpentier, „ met hen (de Engelschen) 
„Bis met eene moegelijcke vrouwe opgescheept, en weten 



1. G&L Missive 3 Jan. 1024 on Gen. Missive 22 Dec. 1638. 

/Google 



Digitized by ^ 



ILII 

„ qnalyck hoe het mogelyck is U bnyten dispnnt en qoaestie 
„ te honden , soo wy ÜEd. gerechticheyt snllen mainteneren 
„ nae behooren. Wij bidden UEd. dan oock, soo wy in eenige 
yy saken soo cirenmspect niet gehandeld hebben als U wel wensch- 
^ ten^ ons het ten beste te willen honden , alsoo de kwellingen 
„en krakeelen oneyndelyck syn en het qnalyck mogelijk is, 
„ alles soo in mate en balance te honden, dat de Engelschen ge- 
„ contenteert blijven en UEd. bniten molest gesteld worden." 
Het was voor de Nederlandsche Compagnie eene gelukkige 
omstandigheid; dat de bewindyoerders der Engelsche Comp. te 
Londen, slechte bestuurders, vooral in geldzaken waren, en de 
Engelsche ambtenaren in Indie zoo onberaden te werk gingen, 
dat zij door eigen toedoen zich zelven, zoowel uit Japan als 
langzamerhand uit den geheelen Archipel werkten, zonder dat 
de Nederlanders met hun bedaard maar aanhoudend overleg, 
groote moeite behoefden aan te wenden, om voordeel uit de 
fouten hunner mededingers te trekken. De Engelschen in Indie 
wachtten den uitslag der onderhandelingen van Europa over de 
zaak van Amboina niet af. Toen de Engelsche gezant Carleton 
op den 2den November 1624 te 's Gravenhage voldoening eischte 
op de drie gewigtige punten, ^ waarmede weinig minder dan 
eene geheele scheiding tusschen de beide Compagnien en het 
verbreken van het traktaat van 1619 beoogd werd, had de 
Engelsche president te Batavia reeds verklaard, dat de Engelsche 
Comp. zich onttrok aan vergoeding van of bijdrage tot de kosten 
voor de blokkade van Bantam en voor de vloot van defensie. 
Op den If Oct. 1624, dus reeds drie weken voor dat Carleton 
te 's Hage zijne propositie deed, leverden de Engelschen te Ba- 
tavia eene acte over aan de Neerl. Ind. regering, waarbg zij 
uit naam der Engelsche Comp. „ ronduyt verklaarden, dat sy 
„ volcomelyck voorgenomen hadden den handel te Bantam alleen, 
„ sooals sy best kunnen en geraden sullen vinden te vervolgen , 



1. Zie bofen Uadz. xxxt. 

Digitized by VjOOQ IC 



xLni 

;,en zich, soo t'eenigsins geschieden kou; oock metter woon 
9 in Bantam neder te setten, sonder dat sy sich langer aan de 
„conditien van het solempneel tractaat en speciale instructie 
^ van de respective Gompagnien in Europa en aen de gevolgde 
„ eenparige resolutien en arresten bg den raad van defensie, 
„op 't stnck van den Bantamschen handel genomen, langer 
„begeerden te binden ofte conformeeren; maer ter contrarie 
„verklaerden van dese t'eenemael sich te ontlasten." De En- 
gelsche president en zijn raad stelden aan den Gouverneur- 
Generaal de Carpentier de vraag, of: indien de Engelschen de 
blokkade van Bantam verbraken en zij zich in die stad gingen 
vestigen, het Nederlandsch bestuur zich daartegen met de wa- 
penen zou verzetten. Zij hadden de onbeschaamdheid van er 
bij te voegen dat, indien de Nederlanders de wapenen gebruik- 
ten, de zaak ten einde en hun voornemen verijdeld was; maar 
indien slechts met protesten wierd geschermd en het vraagstuk 
naar Europa ter beslissing wierd overgcbragt, dat zij dan met 
de uitvoering hunner plannen zonden voortvaren. De Carpen- 
tier, die volstrekt geen voornemen had om de blokkade van 
Bantam tegen de Engelschen met de wapenen te handhaven; 
maar ook geen lust gevoelde om zijne vredelievende voornemens 
aan de Engelschen bloot te leggen, antwoordde eenvoudig, dat 
de tijd zou openbaren, wat hij doen zou. Dit ontwijkend ant- 
woord, dat voor tweederlei uitlegging vatbaar was, weerhield 
de Engelschen nog een tijd lang van den terugtogt uit Batavia 
naar Bantam. Maar de Engelschen koesterden sedert eenigen 
tgd nog een ander plan, namelijk: om in de straat Sunda een 
eiland uit te kiezen, dat te bezetten, er een fort op te bouwen 
van daar uit den handel met Bantam en den geheelen Archipel 
te drgren en die sterkte tot een anti Batavia, zoo als zij het 
reeds noemden, op te voeren. Dit plan werd weldra door hen 
ten uitvoer gelegd. 

Met zekere uittarting gaven de Engelsche president en Raden 
vooraf kennis van dit voornemen aan Gouverneur-Generaal en 



Digitized by 



Google 



XLIT 



Raden. Zij vertoonden reeds op den 4den November 1624 te 
Batavia ; het daartoe ontworpen artikel, dat Garieten op den 
2den November van dat zelfde jaar te 's Hage aan de Staten- 
Generaal overleverde. Het gold hier de uitvoering van de artt. 
24 en 25 van het traktaat van 1619, betreffende het bouwen 
door de Engelschen van forten in den Archipel. 

Gbuvemeur-Generaal en Raden van Indie antwoordden hierop, 
dat zg voornemens waren hunne goedkeuring aan zoodanige 
handeling der Engelschen te schenken, zoodra het officieel zou 
zijn gebleken, dat de daartoe volgens het traktaat vereischte 
overeenkomst in Europa gesloten was. Intusschen had de Car- 
pentier, die reeds sedert eenigen tijd de plannen der Engelschen 
had doorgrond, zyne voorzorgsmaatregelen genomen. 

In den aanvang was het hem onbekend, op welk punt in 
straat Sunda de Engelschen zich wilden vestigen. Die onze- 
kerheid deed de Carpentier en den raad van Indie het besluit 
nemen * om „ een der bequaemste en houtryckste eylanden in 
„ straat Snnda te doen occuperen , ten einde meester te zgn van 
„den aanvoer van hout, van eene libere en ongemolesteerde 
„ passage door deselve straat en om te voorkomen collusie , 
„ welke eenige andere natie bij incorporatie van voors. eylan- 
„ den tot groote prejuditie van de Nederl. Comp. sou mogen 
„ attenteeren." Een klein eskader onder bevel van Jan van 
Gorcum werd nu naar de straat, tot onderzoek van de eilanden 
aldaar, gezonden en de uitslag van dien togt was, dat de eilan- 
den Bessi en Sebessi werden „ geproclameerd te staan in pos* 
„ sessie, protexie en sauvegarde, van de Hoog-Mogende Heeren 
„ Staten-Generaal der Ver. Nederlanden." Op het eiland Sebessi 
werd nu een klein fort opgeworpen, eene bezetting van 35 
blanke koppen en 12 inlanders daarin gelegd en eenig klein 
vaartuig tot verdediging on ondersteuning daar aan toegevoegd.^ 
De Engelschen, die steelsgewijze de blokkade van Bantam reeds 



1. Resol. 6.-6. en Raden, 23 Angastos 1624. 

2. Reaol. 6.-6. 1 Oct. 1624. 



Digitized by 



Google 



XLV 

gejschonden en handel met die stad gedreven hadden ; braken op 
den 11 December 1624 van Batavia op, en begaven zich met 
alle hmme schepen en goederen en al hun volk naar het eiland 
Lagoendi; digt onder de knst van de Lampongs. Op dat eiland 
vestigden zg zich en begonnen er terstond eene versterking te 
maken ^ die den naam van anti-Batavia dragen zon. ^ De Car- 
pentier en de Baad van Indie lieten nu de reede van Bantam 
n(^ naanwer insluiten en door eenige schepen de handelingen 
der Engelschen in het oog honden. 

Door de tijdige en behendige vestiging der Nederlanders op 
Sebessi, welk eiland juist midden in het vaarwater tusschen 
Lagoendi en Bantam ligt; was aan de Engelschen de pas en 
de vrijheid van beweging reeds afgesneden. 

Zelden zijn groote verwachtingen zóó spoedig te niet gegaan ^ 
als die, welke de Engelschen zich van de stichting van een 
anti-Batavia op Lagoendi hadden voorgespiegeld. 

Naanwelgks zes maanden ^ nadat de Engelschen met groot 
vertoon en zegepralende, Batavia hadden verlaten, kwamen zg 
bgna als smeekelingen binnen Batavia terug. Zij bleven op 
Lagoendi niet langer dan tot de maand Mei van 1625. Terwijl 
zg zich veel moeite en kosten met het bouwen en timmeren 
van hun anti-Batavia hadden gegeven, hadden zij aan de groot- 
ste ellende bloot gestaan. Het eiland was één groot kerkhof 
geworden, meer dan 360 lijken had de grond van Lagoendi 
in zich opgenomen en die er van de Engelschen nog waren 
overgebleven, waren zóó verzwakt en uitgeteerd, dat zij zich 
zelfe niet meer tegen stroopende en roovende visschers van 
Sumalra en Bantam konden verdedigen. Eindelgk moesten zij 
zich de vernedering getroosten, om van de Nederlandsche regering 
te Batavia te vragen of deze de goedheid wilde hebben van 
hen met Nederlandsche vaartuigen te doen afhalen en weder ■ 
binnen Batavia op te nemen. De Carpentier aarzelde geen 
oogenbUk zgne tegenstanders uit hunne ellende te verlossen, 

1. Gen. Miwivc, 27 Januari 1626, en Reeol. G.G. ea Raden, 12 Dec. 1624. 

Digitized by VjOOQ IC 



zg werden naar Batavia gevoerd en een ruim gebouw, tot school 
bestemd, werd aan de Engelschen ingeruimd ^ 

De Nederlanders haastten zich nu ook om het eiland Sebessi , 
dat wegens ongezondheid bijna onbewoonbaar was, te verlaten. 
In den eersten tijd na deze gebeurtenis, scheen het dat alle 
twisten tusschen Nederlanders en Engelschen waren vergeten; 
„ soo groeten alteratie ende onlust," schreef de Hooge Regering 
aan de Bewindhebbers, „ als tusschen UEd. en de Engelsche 
„ Comp. alhier over verscheyden questien ; maer insonderheyt 
„ over d'executie van Amboyna ontstaen waren , immer soo groo- 
„ ten vruntschap en ruste is hier sedert onsen jongsten (brief) 
„ wel onversien en onverwacht gevolcht. Naer sy (de Engel- 
„ schen) ons verclaeren, sullen niet licht weder onderstaen van 
„ Batavia te scheyden, maer hebben voorgenomen met hooge 
„ obtestatie in alle eenparichheyt ende vruntlyckheyt met ons 
„ overeen te comen." ^ 

Was de Carpentier edelmoedig geweest, de Engelschen wil- 
den zich dankbaar betoonen; maar die gelukkige overeenstem- 
ming duurde niet lang. Keeds in den loop van het volgende 
jaar begon weder de wisseling van vinnige geschriften en pro- 
testen ; dan eens naar aanleiding van de vraag of zeker Italiaan 
stond onder het regtsgebied der Nederlandsche of der Engelsche 
Compagnie, dan weder over de betaling van de in- en uitgaande 
regten en tollen te Batavia. Op den 23sten November 1626 
eischten de Engelschen zelfs op hoogen toon, dat, aangezien 
hun koning, Karel I, tegelijk met het sluiten van het traktaat 
van alliantie te Southampton op | September 1625, eene schor- 
sing der represailles aan de Nederl. Oost Ind. Comp. voor den 
tijd van 18 maanden had verleend, zij nu ook gedurende dien 
zelfden tijd alle de voordeden, welke zij zich bij het trak- 
taat van 1619 hadden bedongen, in Indie zouden genieten. 



Resol. G6. en R. 23 Jun$ 1625. 
Zie brief N». XIV hier achter. 



Digitized by 



Google 



hoewel zg, noch tot betaling van hun aandeel in de kosten des 
handels^ noch tot het medeuitrnsten van eene vloot van defensie 
in staat waren. Tot znlk een leenwencontract liet echter de Car- 
pentier zich niet verleiden. 

Eindelijk kwam toch aan al dat twisten een einde en werd 
de Hooge Regering te Batavia ; van de Engelschen verlost. 
Omstreeks het najaar van 1627, nadat Jan Pietersz. Coen weder 
in Indie was aangekomen en als Gouverneur-Generaal opgetre- 
den, gaf de Engelsche president officieel aan de Hooge Rege- 
ring kennis, dat hij „van zijnen Koning en van de directors 
jj der Eng. Comp. expressen last had , om den handel alleen 
„ en voor eigen rekening te Bantam te gaan dryven, dat hy 
„ om geen consideratien ter contrarie , soo stricten mandament 
„sou vermogen na te laten, al ware het ook dat zijn leven 
j. daarvan afhing." 

Korten tijd na die verklaring vertrokken drie Engelsche sche- 
pen, met koninklijke geschenken, voor den Sultan bestemd, aan 
boord en met den koninklijken standaard in top, naar Bantam. 
Het gelukte aan de Engelschen voor zich alleen de handels- 
betrekkingen in die stad te herstellen en nu verlieten, in de 
eerste dagen van 1628, alle Engelschen met hunne goederen 
en koopmanschappen, het Nederlandsche grondgebied van Bata- 
via, om zich binnen Bantam te vestigen. 

Gouverneur-Generaal en Raden van Indie, hoewel zij, zooals 
hun pligt en het traktaat van 1619 medebragten, eerst het ver- 
trek naar Bantam aan de Engelschen ontraadden en daarna er 
tegen protesteerden, boden echter geen grooten tegenstand tegen 
dat vertrek. Z^ wisten dat er voor de ontwikkeling van de 
Nederlandsche volkplanting, door het vertrek van dien onge- 
regelden troep, niet veel verloren ging, * en dat de Engelschen 



t, AU kenmerk van de zeden te Batavia in dezen t^d, is nietonbelangr\jk, wat men 
in het dagr^ister van Batavia onder 24 Jun|j 1626 leest: Ten vierden, alsoo Syne 
Ed. (d. i. de G6. de Carpentier) by rapport van den Baillia deser stede verstaen 
badde, dotter soo nn ende dan by laten nacht ende oniyde, in droncken geselschappen 
code gelagen, vele laydrnchtige ongercgeltheden ende disordren by sommigen van 



Digitized by 



Google 



XLTltt 

door gebrek aan kapitaal toch onvermogend waren, om te Ban- 
tam veel schade aan den handel der Nederlanders te berokkenen. 
Bovendien had Coen vooraf, op behendige wyze, betrekkingen 
aangeknoopt met Chinesche kooplieden, door wier tnsschenkomst 
het grootste gedeelte van de Bantamsche peper toch in handen 
der Nederlandsche Compagnie te Batavia kwam. 

Op deze wgze werd de band, waarmede de Engelschen en 
Nederlandsche Compagnien sedert 1619 aan elkander waren ge- 
snoerd, gescheurd en eindelijk geheel losgereten. „Weinig 
„vriendschap en kleine correspondentie honden de Engelschen 
„sedert, met onze natie in Indie;' schreef reeds in 1628 de 
Hooge Regering aan hel Opperbestuur in Nederland. ^ 

De handelsdraden, door de Engelschen in den Indischen Ar- 
chipel aangeknoopt, ontglipten hun langzamerhand geheel en al. 
De Engelsche president in Bantam schreef weldra zelf, aan zijne 
meesters in Europa, dat de beide kusten van Vóór-Indie nog maar 
alleen de middelen aanboden, om weder een werkelijk aandeel 
in den handel van peper en specerijen voor de Engelsche Com- 
pagnie te herwinnen. "^ Het Engelsche presidentschap te Bantam 
verviel, weinig tijds daarna, tot den lageren rang van een agent- 
schap, aan het hoofdbestuur te Soeratte ondergeschikt. Nader- 



d'Engelsche natie, soo hoogen als lagen standt, in de stadt omgingen ende snlcx ge- 
pleecht wierden, dat den bailliu vermogens syn ampt al over lange eenige derselver 
daerover ipso facto sonde gelicht en voor den gerechte gecanseert hebben, ten ware 
snlcx om 't respect van de natie ende op hoope van affstandt van soodanige ongere- 
geltheden in toecomende, naergelaten hadde, dner noch by voegende, hoe men seeckero 
kennisse hadde, dat die conversatie ende familiariteyt van sommige ministers van 
d'£ngebche Ck>mp. met eenige ^'ederlandtsche vrouwspersoonen in de stadt by nacht 
ende op oobehoorlycke tyden , soo groot was , dat het naer de verstaene rapporten , de 
bepaelingen van alle molestie unde eerbaerheyt exccdeerde, daervan Syne £d. mede 
goetgedacht hadden den president (der Engelschen) te adverteren , omme by S. E daer- 
inne te versien ende bchoorlycke ordre gestelt te worden; t*en was Syn Ëdts. meyninge 
niet haer eeneu regel te prescri beren , waer se gaen ofte niet gaen souden, maer 
alleenlyck wilde Syne £d. serieusalyck gcrecommandeert hebben, dat de modestie ende 
civile eerbaerheyt in de conversatie niet te bnyten gegaen wierde. 

1. Gener. missive 3 Nov. 1628. 

2. Bmce, Annuals of the honor E. India Comp. vol. I, bladz. 271 seq. en 800. 
london 1810. 



Digitized by 



Google 



XLIX 

hand weder tot een presidentschap verheven; dreef de Engelsche 
kolome te Bantam nog een tgd lang, den handel; met afwisse- 
lend gelnk. Later sleepte zy een steeds meer kwijnend leven 
voort, totdat in 1684 de Hooge Begering der Nederl. Comp. 
in Indie met den Snltan van Bantam een nitslnitend handels- 
en Tredestraktaat sloot en de Engelschen zich geheel nit Ban- 
tam terugtrokken. 



V. ïv 

Digitized by VjOOQ IC 



ZEVENDE HOOFDSTUK. 



Nog is de reeks van gevolgen der noodlottige teregtstel- 
ling op Amboina niet ten einde. Die gebeurtenis sleepte^ 
behalve de onmiddelgk daaruit voortgevloeide twisten met Oroot- 
Brittannie, bovendien middelijk en meer verwijderd nog andere 
gewigtige gevolgen achter zich aan ; want daardoor werd ook de 
terugkeer van Jan Pietersz. Coen naar Indie, voor een gerui- 
men tijd vertraagd en de invoering van een meer vrggevig 
en staathuishondkundig regerings- en handelsstelsel in Indie 
verijdeld. 

De oud-Gouvemeur-Generaal J. Pz. Coen was, na eene af- 
wezigheid van elf jaren, op den 19den September 1623 in 
Nederland teruggekeerd. Op den 9den October verscheen hij 
in de Vergadering der XVII; gaf daar niet aUeen een uitge- 
breid verslag van den staat der zaken in Indie; maar leverde 
er ook een uitgewerkt vertoog in, over de middelen tot herstel 
van 's Comps. zaken zoo in Indie als in Nederland. Dagen 
lang duurde de beraadslaging voort tusschen Coen en de Hee- 
ren XVII. Drie hoofdmiddelen van redres, droeg Coen in die 
bijeenkomsten voor, vooreerst: goede, algemeene en afdoende 
bezuiniging en beter regeling van het beheer, zoo in Indie als in 
Nederland; ten tweede, kolonisatie en openstelling van vrgen 
handel in ludie; ten derde, bevordering van den handel met 
China. 



Digitized by 



Google 



Vooral het tweede middel werd met aandrang en warmte door 
Coen aanboYolen; hg leverde eene pleitrede voor zgn stelsel 
om Indie door Indie zelve te voeden en te onderhouden; geen 
uitzending meer van zóó groote kapitalen nit Nederland door 
de Compagnie; maar vooral uitzending van volkplanters en 
vrijhandelaars ; die öf landbouwers en plantagemeesters in Indie 
zouden worden, óf met hunne vaartuigen onder zekere voor- 
waarden, den handel zouden drijven langs Afrika's oostkust, 
de kusten en golven van het vasteland van Indie en van een 
groot gedeelte van den Archipel, die op die wgze een groeten 
handelschrkel zouden beschreven, waarvan Batavia het midden- 
punt moest zgn. Het was in één woord een stelsel van handel 
gedreven door bgzondere personen met consignatie op Batavia. 
Maar dan moest ook de Gomp. voor een groot gedeelte haren 
eigen handel in Indie los en aan de vrijhandelaars overlaten; 
z^ moest naar Batavia, Amboina en Banda, Europeanen en 
inlandsche volkplanters en slaven brengen ; op die plaatsen moest 
zg gronden uitgeven, handelsvoordeelen verleenen; zg moest 
voortaan in Indie niet alles zelve willen doen; zg moest ook 
een deel aan de bgzondere krachten overlaten; zg moest zelfs 
niet schroomen vergunning te geven aan eenige bgzondere per- 
sonen om met eigen schepen, of op de schepen der Compagnie 
koopwaren en volk uit Nederland met licentbrieven van de 
Comp. naar Indie te zenden. Menschen, schepen en kapitalen 
moesten door doeltrefifende middelen naar Indie worden gelokt. ^ 

Het stelsel van Coen kwam in vele punten overeen met dat 
der Portugezen, en nagenoeg dezelfde denkbeelden zgn 118 
jaren later door van Imhoff aangeprezen. Ook van Imhoff wUde 
een vrgen handel om de West van Indie, onder zekere voor- 
waarden in het leven roepen, „de stad Batavia tot centrum 



1. Zie de oonferentien tossohen Coen en de Heeren XVII op 9 Oct. 1623 en vol- 
gende dagen gehouden , hierachter onder N». I , en ook vooral op bladz. 8 het reglement op 
den vrgen handel, N®. II; verder Deel I, Opkomst van het Nederl. gezag over Java, 
bladz. CXI en N^. XLIV der aldaar gedmkte stnkken. 



Digitized by 



Google 



m 

y, yan alle d'IndiAensehe negotie makende." ^ Ook van Imhoff 
was een yoontander van Eoropesche kolonisatie en yan uitgifte 
yan licentbrieyen yoor den oyenroer yan eenige handelsartikelen 
op Compagnie's schepen naar Indie. Maar in yele opzigten was 
het stelsel yan Coen in 1623 yoorgedragen^ op broeder grond- 
slagen ontworpen; dan dat yan yan Imhoff in 1741. Beider 
stelsel leed echter aan hetzelfde kwaad ^ yoor beiden was 
de yrgheid meer middel dan doel. Indien echter Coen zgn 
stelsel in toepassing had mogen brengen^ dan zou hg, door de 
eryaring yerder onderwezen ^ yermoedelgk de banden ^ welke 
den handel in Indie belemmerden ^ meer en meer hebben los- 
gemaakt; want zgn stelsel bezat dit groote yoordeei^ dat het 
eene eerste schrede was op den weg om het monopoliestelsel 
te yerlaten en den handel in Indie ^ met zgn risico en zgne 
regtstreeksche yoordeelen oyer te brengen in handen yan bgzon- 
dere ondernemers. 

In het midden dier yergadering yan zeyentien monopolisten ^ 
yertegenwoordigers eener begunstigde Compagnie; waaryan alléén- 
handel nitslnitend de grondslag waS; moet Jan Pietersz. Coen 
wel bnitengewone welsprekendheid en oyerredingskracht hebben 
ontwikkeld; want niet alleen gelukte het hem zgne toehoorders 
tot zgn geyoelen oyer te halen ; hg wist hen zel& met geestdrift 
yoor zgne plannen te yeryulieu; zóódat één dier monopolisten 
yan later dagen ; de adyokaat Pieter yan Dam^ nog 60 jaren 
daarna ; met zekere huiyering oyer het geyaar^ dat de Com- 
pagnie in 1623 bedreigd had; yerhaalt; dat Coen ;,er sooyerre 
„ in slaagde; dat men 't eenemael in syn sentiment was oyer- 
ngegaan!" 

In de yooijaarsyergadering der Hoeren XVII, in Mei 1624; 
kwam het door Coen ontworpen reglement op den handel naar 
IndiC; op de yrge yaart en handel in Indie ; op het stichten 
yan yolkplantingen en het uitgeyen yan gronden ; ter tafel. 



1. Memorie van van Imhoff, 2de Hoofddeel, ^ 16. 

/Google 



Digitized by ^ 



LIII 



Het werd voorloopig in de vergadering gelezen en onder ge- 
heimhonding aan de Hoofdparticipanten medegedeeld. Na „ ver- 
scheiden sessien en conferentien " besloot de Vergadering der 
XVn tot verzending van het stnk naar de b^zondere Kamers. 
Toen op het einde van de maand September van ditzelfde jaar 
1624, de Heeren XVII weder bijéén waren, werd het ontwerp 
nogmaals in tegenwoordigheid van Coen naanwkenrig onder- 
zocht en breedvoerig besproken en reeds in diezelfde zitting, 
werd het stelsel van Coen aangenomen en het door hem ont- 
worpen reglement goedgekenrd. Men ging zelfs verder, er 
werd een begin van nitvoering aan gegeven. Beeds op den 
15den December 1623, kort nadat Coen voor de eerste maal 
zgne denkbeelden in de Vergadering der XVII had voorgedra- 
gen, waren 82 jonge dochters, als eerste uitzending voor de 
volkplanting, voornit naar Indie gezonden. Nn, in het najaar 
▼an 1624, schreef het Opperbestnnr aan de Hooge Kegering in 
Indie: „dat de Seventien goedgevonden hadden, om op goede 
„ conditien sekeren vryen handel aan particulieren in Indie toe 
,,te staen, gelyk mede dat eenige particulieren met hunne 
„ eigene of der Compagnie schepen en alsucken cargasoen en 
^kapitaal als goedvinden, naar Indie zullen mogen varen." 

Er werd reeds een bgzonder reglement op de vaart uit Neder- 
land naar Batavia, in bewerking genomen en weldra vastge- 
steld; inmiddels hadden reeds in Delft eenige b^zondere per- 
sonen eene uitrusting naar Indie aangevangen en scheepten 
anderen zich, in Zeeland op de schepen der Compagnie met 
hun eigen koopwaar, in. 

Niemimd kon beter en met meer voorliefde het nieuwe stelsel 
in toepassing brengen, dan de ontwerper zelf. Jan Fietersz. 
Coen. Dit begreep teregt ook de Vergadering van XVn, die op 
den 3den October 1624 dan ook dadelgk het besluit nam : 
„ vermits het geconcipieerde ende alsnu gearresteerde reglement 
^ van Indie, het nu noodig is, dat bekwame personen in dienst 
,,van de Ver. Comp. in Oost-Indie worden gebruikt, die met 



Digitized by 



Google 



LIV 

^ goede kennisse en genegenheid hetzelve kunnen helpen aldaar 
^ bevorderen en in praktyk stellen, om de verwachte vruchten 

„ daarvan op het spoedigste te kunnen smaken dat 

„ ook niemand beter tot bevordering van 't voors. reglement en 
„ redres kan gebruikt worden, als de Heer Generaal Coen, die 
„ daartoe als eerste auteur de beste kennis en genegenheid zal 
„ kunnen gebruiken; dat by gecommitteerden aan den Heer 
jj Generaal Coen zal worden verzocht of Z. E. zich nog wil 
^ laten gebruiken in qualiteit van Gouverneur-Generaal om met 
„ de eerste vloot naar Indie te varen." 

Coen gaf te kennen, dat hij eerst in het huwel^k wenschte 
te treden en hoewel hij zich tamelijk op prgs hield, betoonde 
hg zich toch geneigd, om als Gouverneur-Generaal naar Indie 
terug te keeren. Het sluiten van zgn huwel^k en een daarop 
gevolgde ziekte, vertraagde aanvankel^k zijn vertrek; toch was 
hg weldra gereed om de reis te aanvaarden. Die vertragmg 
had echter noodlottige gevolgen, want weldra werd het vertrek 
van Coen uit andere oorzaken onverwacht opgehouden, en ver- 
liep dientengevolge bet voor een meer vrygevig handelstelsel, 
gunstige getgde. 

Zoodra men in Engeland, door den Britschen gezant Dudley 
Carleton, kennis had gekregen van de herkiezing van Coen tot 
Gouverneur-Generaal over Neerlands-Indie, spanden de Engelsche 
Begering en de Engelsche Oost-Indische Comp. alle krachten 
zamen, om de terugkomst in Indie van dien gevreesden land- 
voogd te beletten. Carleton rigtte op ^\ December 1624 zgne 
eerste memorie met dat doel tot de Staten-Generaal, ^ en verzocht 
daarin, dat zij aan Jan Pietersz. Coen den terugkeer naar In- 
die zouden verbieden, op grond dat hij de oorsprong en aan- 
stoker was geweest van alle twisten, welke in Indie tusschen 
Nederlanders en Engelschen hadden plaats gehad, dat hg het 
traktaat van 1619 had geschonden en dat de Engelschen reden 



t. Eztrait du mémoire de rambassadeor de S. M. de la Gr. Bret. /^ décembrc 
16^. Lias Engelaod. 



Digitized by 



Google 



LV 



hadden om te vreezen, dat door de verheffing van hunnen onden 
T^and tot Gouvemear-Generaal een tweede kwaad ontstaan zou , 
erger dan het eerste. Toen in het voorjaar van 1625 Coen 
gereed stond om aan boord te gaan^ werd de aandrang van 
Garieten nog sterker. In eene hevige memorie van grieven of 
„ memorie van objeetien " leverde hii y op den laatsten Febroarij 
1625; nagenoeg eene acte van besehuldiging tegen Coen in bg 
de Staten-Generaal; waarin Coen werd voorgesteld als strafbaar, 
omdat hij ,, door syne insolentien, outragien en onwaardigbeden 
„ tegen het traktaat van 1619 en tegen de Engelsche natie de 
„ perturbateur was geweest van de gemeene ruste der bdde 
„ Compagnien." > De Staten-Generaal besloten dit stuk aan de 
Bewindhebbers der Oost-Ind. Comp. mede te deelen en aan 
geeommitteerden uit de Heeren XYII voor te houden^ ,,dat de 
j, Koning van Engeland den Gouverneur-Generaal J. Pz. Coen 
,,aanmei^te als degene, die de fandamenten van de questien 
jy in Indie had gelegd en dat in de tegenwoordige omstandig- 
„heden ^ z§n terugkeer naar Indie, in Engeland zon worden 
„ aangemerkt tot een trots en teycken, dat men niet gesind 
„ is , aldaar in goede correspondentie te leven en dat om die 
^ red^ aan de Kamers van Amsterdam en Middelburg en aan 
jj Coen zelven zou worden gelast, het vertrek naar Indie op te 
„ houden tot een nader besluit der Staten-Generaal." ^ Kort 
daarop kwam de tgding, dat Koning Jakobus was overleden, 
en nu meenden, naar het schijnt, de ook op staatsgebied in- 
vloedrgke Bewindhebbers het vertrek van Coen te kunnen door- 
dreven ; doch de Staten-Generaal herhaalden nu aan Coen zelven 
het bevel „ dat hij zich niet had te onderstaan van te vertrekken/' * 



1. OljectieD tegen J. Ft. Coen. exh. nlt«. (ékr. 1625. Lias Staten-Generaal Oost^ 
Indie en Engeland. 

2. Zie hierboven bladz. XXX VII; men was toen te midden der onderhandelingen 
over de zaak Tan Amhoina en de algem. Staten zochten toenadering tot Engeland. 

3. Resol. Staten-Generaal 4 en 5 April 1625. 

4. Rcsol. Staten-Generaal 17 April 1625. 



Digitized by 



Google 



LVI 

Intnissehen had dit oponthoud; aan de tegenstanders van het 
meer vrijgevige handelsstelsel van Coen^ de gelegenheid geopend 
om tegen dat stelsel een veldtogt te openen. 

Reeds sedert 1622 werd er in Nederland eene hevige oppo- 
sitie tegen de Bewindhebbers der VereenigijB Oost-Ind. Comp. 
gevoerd; door eenigen^ die adch ;, dolerende participanten" 
noemden. 

De hoofdleiders dier oppositie waren : Claude de Oroot^ David 
NnytS; Daniel de Labistrate^ de welbekende advocaat Simon & 
Sliddelgeest en meer anderen. IsalU^ Lemaire zelf treft men 
onder die tegenstanders niet meer aan, die oude vijand der Com- 
pagnie was afgeleefd en stierf te midden van den hernieuwden 
strijd in 1624; maar de haat, die hem bezield had; scheen ge- 
varen in de jongeren; die den door Lemaire aangevangen tegen- 
stand nu voortzetten. 

Met onstuimigheid en niet zonder persoonlgke verwgten tegen 
Bewindhebbers; die met name genoemd en van kwade prak- 
tijken beschuldigd werden, eischten de tegenstanders hoofdza- 
kelijk de navolgende punten: dat de Bewindhebbers behoorlgk 
algemeene rekening en verantwoording van hun beheer aan de 
participanten zouden doen ; wat zg sedert de oprigting der algem. 
Comp. nog niet gedaan hadden; dat een vierde gedeelte der 
Bewindhebbers telkens om de twee jaren zou aftreden en door 
anderen vervangen worden ; ,, opdat mogt worden weggenomen 
;, alle continueele heerschapp^; welke gemeenlijk strekt tot nadeel 
;, van de Comp. en tot eigenbaat van degenen ; die eene perpe- 
„tueele regering bezitten;" dat de benoeming der Bewindheb- 
bers zou staan aan die hoofdparticipanten; die in de Comp. 
evenveel aandeel hadden als de Bewindhebbers; dat alle parti- 
cipanten, ook bijzondere personen; die voor f 50;0(X) aandeel- 
houders waren ; een agent bij het bestuur zouden mogen stellen; 
dat de provisien en emolumenten van de Bewindhebbers zouden 
worden afgeschaft en vervangen worden door een bill^k, vast 
inkomen; dat bij iedere Kamer eenige gecommitteerden uit de 



Digitized by 



Google 



hoofdpartieipanten jaarlijkB inzage zouden hebben Tan de Kamer- 
r^eningen, en inspectie van de kas en de pakhuizen der Com- 
pagnie; dat „ ten einde particuliere baetsoeckenj" tegen te gaan^ 
geen Bewindhebber zou mogen koopen of verkoopen^ hetzg 
voor zich zelveU; hetzij voor anderen^ direct of indirect iets 
van 'sComps goederen, op verbeurte van de Bewindhebbers- 
plaats en van de bezoldiging daaraan verbonden. 

Uit de in vele opzigten billijke eisschen, kan men eeniger- 
mate de bestaande misbruiken afleiden. Maar de dolerende par- 
ticipanten lieten het daarb^ niet rusten; zg grepen nu ook naar 
andere, minder prijzenswaardige middelen van tegenstand. Zg 
hadden, hoe weet men niet, kennis verkregen van de voorstel- 
len van Coen en van de daarop gevolgde besluiten der Verga- 
dering van XVII en nu voerden zij onder hunne andere grieven, 
te midden van de hevige twisten met Engeland, over de zaak 
van Amboina en over het vertrek van Coen, bij de Staten-Gtene- 
raal ook dezen aan, dat door het stelsel van Coen en het be- 
sluit der Bewindhebbers tot het openstellen van een vrgen handel 
in Indie, hunne regten van participanten in een handelsligchaam 
met monopolie, b^ octrooi gewaarborgd, werden verkort en het 
traktaat van 1619 met Engeland gesloten, ^ werd geschonden. 
Zg verzochten om die redenen, schorsing der besluiten van de 
XVn en een bevel van de Staten-Generaal aan Coen, dat hg 
aan HH. Ho. Mo. „ onderrigting had te geven, met zoodanige 
„ reden van wetenschap als waarmede hij meent staande te houden , 
„ dat de openstelling van een vrgen handel, meer en zekerder 
„ voordeel zou opleveren voor de gemeene participanten van de 
„ Comp." » 

Als men op de dagteekening let, waarop het stelsel van Coen 
door de oppositie, als middel tot bestrgding der Bewindhebbers 



1. Niemand dan de tegenwoordige deeUiebl)er8 in de beide Comp. zou geoot bebben 
Tan het traktaat van 1619, art 28 van het traktaat, rie 01. I. bldï. CXXVI. 

2. Remonstrantien der dolerende participanten, exh. 17 Maart, 9, ISMei, BJunq 
1625. Liaa Ooet-Indfe. 



Digitized by 



Google 



LVIU 

werd aangegrepen ; dan verklaart het zich, hoe de Kamer van 
XVII niet geheel zonder sehijn van waarheid, de dolerende 
participanten dnrfde te gemoet voeren , dat zij waren ;,de pen- 
„ sionarissen van Engeland." 

IntuBBchen vond deze grief der dolerende participanten weer- 
klank bg de Staten-Generaal, die er zich meer of min over 
gekwetst betoonden, dat zij tot nu toe onkundig waren gelaten 
van de voorstellen van Coen en de daaropgevolgde besluiten 
der Heeren XVII. Tegelijk met de belofte, dat Coen in Neder- 
land zou worden opgeliouden, werd door de Staten-Greneraal 
de mededeeling van het concept-reglement op den vrgen han- 
del van de Bewindhebbers afgeëischt; ' maar dezen draalden 
gemimen tijd met de mededeeling van dit belangrgk stak. 

Intusschoü schreef Coen, wrevelig over den tegenstand, die 
hij nn in alles en van alle zijden ondervond, met bitterheid 
aan de Staten-Generaal : „ in plaats van eere en recompense 
„ heb ik uwe expresse bevelen om hier te lande te blyven wel 
„ ontvangen; met wat regt dit bg eene vreemde natie verzocht 
„Is, en met wat meening deze ophouding zoo onvoorziens en 
„ onverhoord geschiedt, kan ik onder reverentie niet bedenken." * 

De Kamer van XVII, hoewel toen nog geheel het stelsel 
van Coen toegedaan, durfde na herhaling der bevelen van 
de Algemeene Staten, het opgevraagde concept-reglement niet 
langer terughouden; uitstel scheen niet langer mogelgk en op 
den 19den Junij 1625 werd het eindelijk aan de Staten-Gene- 
raal overgeleverd. Het werd door dezen dadelijk aan de hoofd, 
participanten opgezonden, met verzoek dat zg hun advies daar- 
over zouden uitbrengen ; doch dit advies is nooit gevolgd. Sedert 
dien tgd verloor Coen, naar het schijnt, den aanhang aan zgn 
stelsel. Het concept-reglement, hoewel reeds vastgesteld, werd 
weggeduwd, verstikt, van de ééne vergadering op de andere 
werd het eindbesluit uitgesteld. Men liet, en daarin is men 



1. Resol. Staten-GcncrL 25 en 17 April, 31 Mei, 2 Junij 16>5. 

2. Brief van Coen ain Ho. Mo., 22 April 1626. Lias Oost-Indic. 



Digitized by 



Google 



LIX 

in Nederland ten allen tijde nog al bekwaam geweest, denman 
met initiatief en eigen vindiiigskracht doodloopen, tegen een 
bestendig werkeloozen wederstand; de opgewekte geestdrift liet 
men langzamerhand uitdooyen; tot dat de partyen , der mono- 
polisten , der gidsen op den bekenden weg, der voorstanders 
van de bestaande toestanden, weder genoeg krachten hadden 
verzameld, om op den 298ten Maart 1626, bij de vei^adering 
der Zeventien Bewindhebbers het besluit door te drgven, dat 
„ het pnnt van den vrgen handel in Indie voortaan tot beter 
p gelegenheid uit den beschrijvingsbrief zal worden weggela- 
„ ten." ^ Toen het eindelijk aan sommige invloedrgke bewind- 
hebbers gelakt was, om, niettegenstaande den voortdnrenden 
tegeüstand der Engelschen , den Gonvemenr-Generaal J. Pz. Coen 
in den aanvang van 1627, bijna steelsgewijze nit Nederland 
naar Indie te doen vertrekken; maar daardoor ook tevens de 
krachtigste strijder voor meer milde handelsbeginselen, van de 
baan was geschoven, stak de monöpoliegeest zegevierend het 
hoofd weder op en zond de Vergadering van XVII op den 10 
Ang. 1627 aan Coen het stellig bevel achterna, „dat alsoo voor 
y, dezen aan de Zeventien eenige ouverturen zijn gedaan, tot 
„openstelling van den vrijenhandel in Indië, zij op U serieust 
„ verbieden eenige opening van den vrgenhandel toe te staan 
„ op den voet van voorgaande concepten ofte andere diergelijke 
„ in eenigerhande maniere" ! ^ 

Op deze wijze werd het koloniale- en vrijhandel-stelsel van 
Coen verijdeld. Coen had den slag verloren. Zijne nederlaag 
moest onvermijdelijk teleurstelling bg hem wekken, mismoedig- 
heid bg hem achterlaten. Den man met eigen vindingskracht 
begaafd, had men tot een geschikt werktuig verlaagd; zijne 
verwachtingen van de toekomst schenen begoochelingen, zijne 
grootsche plannen slechts luchtverhevelingen te zijn geweest. 



1) Rerol. HH. XVII. dd. 29 Maart 1626 en volgende dagen , ne hier achter bladz. 7. 

2) XTitg. Missiven der HH. XVII, 10 Ang. 1627, zie hier achter Wadz. 22. 



Digitized by 



Google 



LX 

De vlengeklag van den adelaar was gebroken. Men beepenrt 
het in de brieven ^ welke Coen ; gedurende zgne tweede landvoogdg 
naar Nederland afzond; zij zgn op verre na niet, in dienkrach- 
tigen, aanwakkerenden en vrgen toon geschreven; als die van 
vroeger dagen. Zg mogen meer bescheiden , misschien meer ge- 
past zgn, de gloed en de warmte van weleer ontbreken er aan. 
Hoe menig jong en krachtig man, nit wiens denkend en vrucht- 
baar brein; nit wiens schrander hoofd; iets nieuws ; iets buiten- 
gewoons; iets grootsch was voortgekomen; werd niet op deze 
wijze in zgn eersten hoogen vlugt gestuit; om neder te vallen 
op het alledaagsche; op het voor allen bereikbare en dau; onder 
de menigte der middelmatigen vermengd; langzamerhand weg te 
kwgneu; omdat in het maatschappelgke leven, hg die tegen 
de gevoelens der meerderheid strgdige denkbeelden ontwikkelt; 
ook al zgn die denkbeelden uitstekend; te dikwgls kille onver- 
schilligheid; wantrouwen; tegenzin of nagver ontmoet. 



Digitized by 



Google 



ACHTSTE HOOFDSTUK. 



Terwgl in Europa de strgd tosschen de Engelsche en Neder- 
landsche diplomaten en tnaschen de voor- en tegenstanders van 
Jan Pietersz. Coen en zgn stelsel nog werd voortgezet ^ voerde 
de Qonvemeor-Generaal Pieter de Carpentier inmiddels het 
gebied in Indië. Het bestnnr van de Carpentier droeg een ander 
karakter dan dat van zgn voorgangen Coen was opgetreden 
als veroveraar en grondlegger van het Nederlandsch gebied op 
Java. Zgn opvolger de Carpentier had tot taak^ het nog vlngtig 
geschetste werk langzamerhand te voltoogen^ de gestrooide zaden 
wortel te doen schieten. Het bestnnr van de Carpentier schit- 
terde dan ook [niet door oorlogsfeiten ; maar kenmerkte zich 
door eene mstige voortvarendheid ^ om de verspreide deelen van 
den jeugdigen staat tot één geheel te vormen. Onbillgk is de 
Carpentier door bijna alle geschiedschrgvers behandeld, die van 
hem met slechts weinige woorden gewagen; terwgl hg met 
eerbied onder de opperlandvoogden van Neerlands-Indie verdient 
genoemd te worden; omdat hg te midden der somtgds onver- 
dragelgke plagergen der Engelschen en vandetabrgke, omslag- 
tige en netelige werkzaamheden, welke het regtsgeding van 
Amboina hem opleverde, steeds mstig voortging met het nemen 
van nuttige maatregelen en gewigtige besluiten. 

In de eerste plaats wgdde hg zgne zorgen aan eene betere 
regding der belastingen, welke de bnrgerg te zwaar drukten; 



Digitized by 



Google 



aan de uitoefening van den openbaren eeredienst en aan het 
onderwas ; „ t'allen tyde/' zoo als de Carpentier zich uitdrukte ^ 
yy tot voorderinge van den algemeenen welstand by alle christe- 
„ lyke magistraten in sonderlinge sorge en recommandatie ge- 
„ houden/* ^ Eene verbeterde inrigting van het regtswezen was 
evenzeer een onderwerp van zijne zorgen. Door ofBcieele afkon- 
diging bevestigde de Hooge Regering de invoering der plakkaten 
van de Staten van Holland op het stuk der justitie van 1 April 
1580, op de successie en de verklaringen dier/elfde Staten van 
13 Mei 1594 en 18 December 1599. Ook werd eene verbe- 
terde ordonnantie en instructie voor het coUegie van schepenen 
en voor den ba^uw afgekondigd , het regtsgebied van den baljuw 
en van den advokaat-fiskaal werd nader omschreven, de ,,ordi- 
naris raad des casteels" werd, ,, om desselfs aensien ende 
respect te vermeerderen" tot een raad van justitie verheven, 
als ligchaam „ waarbij niet alleen gebesoigneerd en gesenten- 
,,tieerd zou worden over alle dagelijksche voorvallende zaken, 
„zoo crimineel als civiel, rakende de Comps. dienaren;'' maar 
ook als hof van appel van de schepenbank ^. 

In overleg met den raad van Indie stelde de Carpentier ook 
een, zoo hoog noodig, reglement vast op de maniere van pro- 
cederen in crimineele zaken, voorts nog ordonnantien op het 
stuk der arresten, der desolate boedels en der geprivilegieerde 
schulden. Hg rigtte ook eene weeskamer op, stelde daarvoor 
de eerste ordonnantie vast en vulde de bestaande verordening op 
de slaven en lyfeigenen aan. ^ Onder het bestuur van de Carpentier 
kwam ook eene betere regeling tot stand van den ontvangst en 
de heffing der verschillende inkomsten. Het landskantoor werd 



1. Zie hier achter No. IX. 

2. Zie hier achter N». XI ; h\i Bes. 7 Jolij 1626 werd door GG. eii Badeo ook 
aan den Raad van Justitie een afzonderlijk wapen en zegel gegeven, waarop het beeld 
der justitie stond afgebeeld met een zwaard in de eene en oenc weegschaal in de andere 
hand, boven de poort van het kasted Batavia. 

3. Zie N*. X en XI. 



Digitized by 



Google 



gesteld onder een ontvanger en lieentmeester; ieder bijgestaan 
door twee snbstitnten, en een reglement werd nitgeyaardigd 
betreffende het opzigt over en de insehrijving der generale 
landsinkomsten. Tot den werkkring dezer twee ambtenaren 
behoorde het opzigt over de boom en de boomwaehters^ de 
inspectie yan alle inkomende en uitgaande schepen en vaartui- 
gen , de registratie en tanxatie van alle aangegeven in- en uit- 
gaande goederen y het ontvangen en te boek brengen van alle 
ontvangen regten^ de uitgifte daarvoor van de licentbrieven^ 
de ontvangst der hoofdgelden van de Chinezen en andere inwo- 
ners ^ van de belastingen der tappers ; visschers^ hout- en koraal- 
haalderS; en van de overige verpachte middelen* De boeken 
van het landskantoor moesten maandelijks worden afgesloten en 
aan den Cbuvemeur-Generaal of zgne gecommitteerden worden 
overgeleverd. Ontvanger noch ITcentmeester mogten compose- 
ren of transigeren ^ dan alleen over kleine frauden^ en ook dan 
nog alleen met voorkennis en toestemming des voorzitters van 
den raad van justitie. De licentmeester moest bovendien alle 
gezantschappen of andere aankomende vreemdelingen ontvangen 
en zoo noodig tot den (Gouverneur-Generaal leiden en hun weder 
uitgeleide doen ^ Ook een coUegie van kleine zaken werd 
door de Garpentier ingesteld ^. Een gewigtig besluit werd er 
voorts nog door dezen opperlandvoogd omtrent het grondbezit 
genomen , waarb^ „ de landen en tuinen voor desen by forme 
„ van leen uitgegeven^ veranderd werden in vrye, eygen, allo- 
jj diale en patrimoniëele goederen." ^ De aanplant van rgst- 
gewas en klapperboomen^ de gezondheids-politie binnen Batavia , 
inzonderheid met het oog op de noodzakelgkheid om de opéén- 
hooping der Chineesche bevolking tegen te gaan^ de stichting 
van e^i stadhuis ^ ten einde behoorlgke lokalen te verkrggen 
voor de schepenbank , de secretarie ^ de weeskamer en voor een 



1. 


Rooi. 


GG. en 


R. 1 Febr. 


. 1627. 




2. 


Rcaol. 


4 Pebr. 


1627. 






8. 


RcmL 1 Vebr. 


1627, ii« ] 


hier achter N«. 


XII. 



Digitized by 



Google 



gevangenhok, waren b^ voortdiuring onderwerpen van de zorg 
der Hooge Regering ^ Ook aan het brengen van kasteel en 
stad in goeden staat van verdediging werd door de Carpentier 
voortdurend en krachtig gearbeid; niettegenstaande de Neder- 
landsche borgerg met echt Hollandsche pnittelgeest tegen alles 
wat oorlogskosten in vredestgd heet^ besdeld, en „ die toch de 
^ minste tot de gemeene werken contribueerde en de meeste 
^ daarop sprak, zich tegen extraordinaire belastingen voor dat 
^ doel formaliseerde ende eenichsins zich onwillich betoonde.'' 
Ondanks die tegenwerking kon de Carpentier , toen hg de 
teugels van het bewind had neergelegd en in het vaderland 
was teruggekomen ; in zgn verslag aan de Staten-Generaal ver- 
klaren, dat bg het eindigen van zgn bestuur, het kasteel van 
Batavia in zgne vier punten met goede aarden gordgnen was 
ingesloten, behalve aan de zeezgde, waar eene sterke palissade 
was aangebragt; dat de gracht aan de landzgde tot eene breedte 
van 300 voet en tot eene diepte van 10 voet was gegraven; 
dat de stad, zuidwaarts van het kasteel, ten oosten van de 
groote rivier aangelegd, door een aarden wal van 36 voeten 
hoog met twee bolwerken en reduiten en doorgaande gracht of 
singel van de kasteelsgracht tot aan de rivier was beveiligd. 
Daar binnen lag de stad met straten, stegen, burgwallen en 
grachten doorsneden, door bruggen verbonden, zoodat zg, sedert 
het vertrek van haren stichter. Jan Pietersz. Goen, een geheel 
ander meer voltooid aanzien verkregen had en tegen den aan- 
val van een inlandschen vgand verdedigbaar was ^. 

Niet minder oplettendheid besteedde de Carpentier aan de 
betrekkingen met de vorsten van Java. Tot Bantam ble^ hg 
aanvankelgk in dezelfde verhouding, de haven van Bantam 
bleef door de Nederlandsche schepen geblokkeerd en van tgd 



1. Zie brieven yan 66. en Raden dd. 27 Jannartj en 27 October 1626, 26 Dee. 
1626 en RcmL 9 April 1626. 

2. Algem. yeralag van de Carpentier aan de Ho. Mo. Hfl. de Staten-6eneraal 
der Ver. Nederl. Vérge^k ook hier achter N«. XIX, bladz. 116. 



Digitized by 



Google 



tot tijd vielen er eenige vijandelgkheden voor , tusschen onder- 
hoorigen van Bantam en Batavia. Toen echter in 1624 de onde 
Pangëran rijksbestierder het bewind had nedergelegd en h^ 
niet lang daarna, in 1626, was overleden, werd de verwgdering 
tosschen het bestuur te Bantam en dat te Batavia langzamer- 
hand minder groot. Hoewel de Bantamsche regering zich temg- 
getrokken hield, deed zij toch onder de hand, door middel van 
Ghinesche kooplieden herhaald aanzoek bij de Carpentier, dat 
een Nederlandsch gezantschap naar Bantam mogt gezonden wor- 
den. De Carpenti^ en de raad van Indie onthielden er zich 
gedurende eenigen tijd van , om aan die uitnoodiging gehoor te 
geven; maar eindelijk werd toch, op aandrang van een groot 
Chinees handelaar, Sin-Suan genaamd, in de maand Jung van 
1626, regtstreeks met de Bantamsche regering eene onderhan- 
deling over den aankoop van peper aangeknoopt. De aldus 
feitelgk herstelde betrekkingen tusschen Batavia en Bantam, 
werden wel kort daarna, door nieuwe misverstanden weder 
a^broken; maar sedert schijnt toch de Bantamsche regering 
oogluikend den uitvoer van peper naar Batavia aan Ghinesche 
handelaars te hebben toegelaten, zonder dat het openlgk bleek, 
dat Javanen ziöh daarmede bemoeiden. ^ 

Verdeeldheid tusschen de hoofden van Bantam onderling, 
schgnt vooral de oorzaak te zijn geweest, waardoor meer toe- 
nadering tot Batavia destijds werd tegengehouden. De Hooge 
Begering te Batavia van hare zijde, ging voort met dezelfde 
staatkunde tegenover Bantam te volgen, deels omdat zij vreesde, 
dat de Engelschen te veel voordeel uit eene opheffing der blok- 
kade zouden trekken, deels ook omdat, zooals de Hooge Bege- 
ring zich in 1626 in een brief aan het Opperbestuur in Nederland 
uitdrukte, „ voor Batavia's progres geen stoot schadelgker zou 
yj zgn dan de opening van Bantam.'' Behalve door de belemmering 
van zijnen handel leed het rijk van Bantam in 1625, bovendien 



1. CL hierachter de brieven van 3 Januar^ 1624, 27 Janaary, 27 October 1625 
I 18 December 1626, N*. VI, XIII, XV, XVII. 

V. V 

Digitized by VjOOQ IC 



LXVl 

nog veel door eene groote sterfte ^ die in dat jaar over geheel 
Java heerschte. De Pangéran zocht de door hem geleden ver- 
liezen te herstellen ; door eene schatting yan de bevolking der 
Lampongs te heffen. 

Ook in zijne verstandhouding tot den Panembahan van Ma- 
taram volgde de Carpentier^ zooals wij reeds gezien hebben ^ , 
den weg door zijn voorganger J. Pz. Coen aangewezen. 

In de maand Mei van 1623 ^ was Dr. de Haen andermaal 
naar Karta gezonden. Het doel dezer zending was geweest, 
van den Panembahan ; onder aanbieding van brieven en ge- 
schenken ^ grooteren toevoer van rijst uit de kustplaatsen van 
Java naar Batavia te verkrijgen. Onder betuiging van groote 
welwillendheid was Dr. de Haen door den Panembahan ont- 
vangen , die de verzekering gaf dat hij ook met den Gotivemeur- 
Generaal de Carpentier even als met diens voorganger in vrede 
en bondgenootschap wilde leven, dat hij ter wille van die 
vriendschap den Nederlandschen Opperlandvoogd wilde waar- 
schuwen; dat Bantam het voornemen koesterde om zamenge- 
spannen met de Portugezen ; weldra een aanslag op Batavia te 
wagen; dat alle voorgaande misverstanden moesten vergeten 
worden; dat h\| voortaan niet meer wilde luisteren naar de 
kwaadsprekers van de Hollanders en dat het zgn verlangen 
waS; dat de prauwen met rijst geladen, uit de zeeplaatsen van 
Java niet meer naar Palembang, Malakka of elders naar zijne 
vganden; maar naar zijne vrienden en bondgenooten te Batavia 
hare lading brengen zouden. 

In het volgende jaar, 1624 vaardigde de Carpentier nogmaals 
een gezantschap aan den Panembahan af. Ook nu weder was 
dringend rgstgebrek te Batavia, de reden dezer bezending. Door 
misgewas en door den voortdurenden oorlog op Java werd de 
aanvoer van dit onmisbaar voedsel, te Batavia hoe langer hoe 
meer belemmerd. De Hooge regering liet wel rgst uit Achter- 
Indië, uit Vóór-Indië en van Sumatra halen, maar eene 

1. Zie boren bladi. II. 

Digitized by VjOOQ IC 



geregelde aanvoer yan rgst uit de kustplaatsen van Java^ in 
verband met den railhandel in kleeden^ was eene zaak van te 
groot gewigty om niet nogmaals een gezantschap naar Mataram 
te zenden ; ten einde langs dien weg den invoer van rgst te 
herstellen. In den aanvang van Angostos (1624) werd de opper- 
koopmim Jan Vos, met gevolg, brieven en geschenken over 
Demak naar E^arta gezonden, onder voorwendsel van den 
Panembahan gelok te willen wenschen met de schitterende over- 
winningen door hem op Madoera behaald. De Panembahan had 
namelgk, na eerst lang Soerabaija aan de landzijde vruchteloos 
te hebben belegerd, zijne legers naar het eiland Madoera over- 
gebragt en daar had hij eene volledige overwinning bevochten. 
Zoo al niet het geheele eiland , zeker toch het westelijk gedeelte 
er van) was door den Panembahan veroverd. Veertigdnizend 
menschen werden op last van den vorst van Mataram, uit hunne 
woonplaatsen op Madoera gesleept en naar de landstreken van 
Grissée en Joertan op Java overgebragt. De vorsten en groeten 
werden met vrouwen en kinderen als gevangenen te Earta bin- 
nengebragt. Twee Pangérans van Madoera wisten aanvankelijk 
aan de handen der Javanen te ontsnappen ; één dezer, de vorst 
van Arissabaija ontkwam naar Bantam; maar ook hier was h^ 
niet veilig, want de Bantamsche regering zwichtte voor de be- 
dreigingen van den Panembahan en leverde den Madoereschen 
vorst uit. De grimmige despoot van Mataram eerbiedigde den 
overwonnen vijand niet; maar liet de vorsten van Madoera, 
allen binnen E^arta ter dood brengen ^ Het Nederlandsche 
gezantschap onder leiding van den opperkoopman Vos kwam 
te Kxtrta aan, kort nadat Arissabaija, dat van de steden op 
Madoera nog het langst had stand gehouden, voor de wapenen 
der Javanen was bezweken. 

De opperkoopman Vos werd met onderscheiding behandeld 
en zelfis tot op het geheim bitjara-plein van den Panembahan 
toegelaten. Aanvankelijk hadden de meest vertrouwde raads- 

1. Zie hierachter den brief ran ^1 Jau. 1625, N». XIII en Journaal van J. Vos, N». Vlil. 

Digitized by VjOOQ IC 



Lxnii 

lieden van den Mataramschen yorst pogingen in het werk gesteld 
om de snzereiniteit van Mattaram over Batavia door den Neder- 
landscfaen gezant te doen erkennen. Zg wilden namelyk den 
opperkoopman er toe brengen dat hij zich den titel zon laten 
welgevallen van : „slaaf; afgezant van den slaaf des Pangérans 
Ing-Ngologo"; maar die poging stuitte af op het fiere antwoord, 
dat de Hollandsche koopman gaf: „de Gouverneur-Generaal de 
„ Carpentier is slaaf noch dienaar van den Keizer van Mataram ; 
„ maar wel diens goede vriend en zijn Edelheid is aan niemand 
„ onderdaning; dan alleen aan God en den Koning van Holland!" 
Die krachtige taal schaadde niet aan de goede verstandhouding; 
integendeel, het was als of de betuigingen van vriendschap er 
des te uitbundiger door werden, het gebied van Mataram, zoo 
werd er gesproken, stond open voor de Nederlanders om 
daar naar welgevallen te komen handelen. De Fanembahan 
deed echter ook een verzoek aan den Nederlandschen gezant; 
eerst bij het officieele gehoor; dat de Gouverneur-Generaal geen 
hulp aan Soerabaija verleenen zou; naderhand, na afloop van 
het gehoor, liet hij door zijne vertrouwde staatsdienaren onder 
de hand aanzoek doen, om hulp en bijstand van Nederlandsche 
schepen, ten einde daarmede Soerabaija van de zeezijde in te 
sluiten. De opperkoopman Vos antwoordde: dat hij geen last 
had om over diergelgke gewigtige zaken in onderhandeling te 
treden, dat hij het dus beter oordeelde, dat de Fanembahan 
een gezant naar Batavia aan den Gouverneur-Generaal en den 
Raad van Indië afvaardigde om bepaalde voorstellen daarover 
te doen. De Fanembahan wilde daarvan echter niets hooren 
en liet onbewimpeld antwoorden: „dat dit de eerste reys was, 
„dat hij eenige assistentie van S. Ed. begeerde of versocht 
„hadde, en dat, soo het hem geweggerd mogt worden van 
„Sgn Ed. sijn gesant beschaempt sonde staan en tot groot 
„naedeel van S. Majest. strecken, waerover syne vyanden zich 
„zeer souden verblijden." * 



1. Qe hierachter N«. VIII. 

Digitized by VjOOQ IC 



LXIX 

In het volgende jaar 1625 had de Panembahan de hulp der 
Nederlanders tegen Soerabaga niet meer noodig, want toen viel 
ook deze stad in z^ne handen. Intnsschen veroorzaakten ge- 
brek aan voedsel door misgewas; ten gevolge van den oorlog 
ontstaan^ en opéénhooping van volk in groote legers ; eene 
epidemische ziekte op Java^ die gedurende twee jaren dni- 
zenden ten grave sleepte. Eene algemeene belasting ^ in geld 
op te brengen, door den Panembahan geheven ^ stilstand in 
handel en verkeer, ten gevolge van de sluiting van alle zee- 
plaatsen, drukten de reeds zoo geteisterde bevolking van Java 
nog meer. Xiets bloeide er te dier tijde , dan het onbegrensde 
despotisme van den vorst van Mattaram, die zich nu ook, in 
1625, met den wijdschen titel van Soesoehoenan tooide. Zelfs 
de meest vertrouwde raadslieden en gunstelingen van den mag- 
tigen alleenheerscher gevoelden zich in zijne nabgheid niet meer 
veilig, sedert hij in een droomgezigt de goddelijke ingeving 
meende te hebben ontvangen, dat vier van de allergrootsten 
in zijn rijk moesten „weggenomen" worden. Weldra zou dat 
droomgezigt eene werkelijkheid worden. De toestand van ellende 
en onderdrukking, waarin toen de bevolking van Java ver- 
keerde, was zóó beklagenswaardig, dat zelfs de Nederlanders 
in hunne brieven, waarin zij van de bevolking in den regel 
weinig melding maakten, daarvan op een toon van medelijden 
en meewarigheid gewaagden. De toenemende magt en de aan- 
groeijende overmoed van den Soesoehoenan wekten allengs 
bg de Hooge Kegering te Batavia meer wantrouwen, of ook 
weldra daaruit gevaar voor de Nederlandsche volkplanting mogt 
ontstaan. Reeds sedert 1624 zocht de Soesoehoenan dwang op 
Bantam uit te oefenen; in 1625 ontvingen de pangéran van 
TJéribon en de Toemenggoeng van Tagal den bepaalden last 
om de Bantamsche regering door overreding tot manschap aan 
den Soesoehoenan te brengen en indien dit langs vreedza- 
men weg niet mogt gelukken , zoo noodig geweld te gebruiken. 
Gezantschappen gingen over en weder naar Bantom en naar 



Digitized by 



Google 



LXX 

Ijéribon; doch de Bantamsche regering weigerde hardnekkig 
leenhulde aan den Soesoehoenan te bewijzen. Eindelijk werd 
een Bantamsch gezantschap te Tjéribon gevangen gehouden ^ 
waarop de regering van Bantam den pangéran van Tjéribon 
met oorlog dreigde. Het was ook omstreeks dezen tijd; dat de 
Soesoehoenan een belangrijk gedeelte der bevolking van de 
Preanger-landen dwong tot verhuizing naar Mataram. Hierdoor 
vermeerderde het wantrouwen der Nederlandsche regering te 
Batavia ; omdat de verwijdering van de bevolking van Soema- 
dang en van andere Preangerdistricten, waaruit veel timmerhout 
en slagtvee naar Batavia werd aangevoerd, gedeeltelijk ten 
minste ; geschiedde met het doel om Batavia in een staat van 
afzondering te brengen. Het blijkt ook, dat in den aanvang 
van 1626, hoewel de berigten daaromtrent niet volledig voor 
ons bewaard zijn gebleven, de Soesoehoenan door zijne Toe- 
menggoengs van Eendal en Tagal bij de Hooge Regering te 
Batavia er op heeft doen aandringen, dat de Nederlandsche 
zeemagt, de legers van Mataram zou ondersteunen, om geza- 
mentlijk Bantam en westelijk Java onder de suzereiniteit van 
Mataram te brengen; erkenning door den Soesoehoenan van het 
regt der Nederlanders op Batavia, zou dan het loon voor die 
medewerking geweest zijn. Maar Gouverneur-Generaal en Ra- 
den, wier staatkunde was, dat Bantam in den handel wel 
gefnuikt, maar niet geheel ten onder moest gebragt worden 
en dat met den Soesoehoenan wel de vriendschap onderhouden ; 
maar hem toch niet te veel magt in handen moest worden ge- 
speeld, bepaalden zich tot ontwijkende antwoorden. De onze- 
kerheid omtrent de houding, welke de Nederlanders zouden 
aannemen, groote sterfte en rijstgebrek op Java, een hevige 
opstand van den regent van Pati, die echter in 't einde onder- 
drukt werd, waren naar het schgnt, de redenen, welke gedu- 
rende de jaren 1626 en 1627 den Soesoehoenan van zgnen 
voorgenomen aanslag tegen westelijk Java weerhielden. Intus- 
schen werd het meer en meer duidelgk, dat er of tegen Batavia 



Digitized by 



Google 



LXXI 

<^ tegen Bantam iets door den Soesoehoenan werd voorbereid. 
Verschillende kenteekenen daarvan deden zich op. De Sultan 
van Palembang; een erfvijand van Bantam ^ trad in een naauw 
verbond met den Soesoehoenan en bood hem zijne hulp tegen 
Bantam aan. In een gedeelte van den Archipel liep een tgd 
lang het gerucht^ dat Batavia voor de wapenen van den zege- 
vierenden Soesoehoenan had moeten bakken. 

Een aanzienlijk gezantschap door de Carpentier in den zomer 
van 1626 naar Mataram gezonden , werd; geheel in strijd met 
hetgeen vroeger geschied was, tot de hofreis naar Earta niet 
toegelaten; maar door den Toemenggoeng van Tagal beleefd 
teruggewezen; onder voorwendsel dat de geschenken en de 
titulatuur; in den brief voor den Soesoehoenan bestemd; niet 
overeenkomstig waren met de hooge waardigheid van dien 
vorst Het bewustzijn bij den Soesoehoenan; dat Bantam en 
westelgk Java; door hem niet ten onder konden worden ge- 
bragt; zoo lang hij iu Batavia als zeeplaats ; geen steunpunt 
vond; de weigering der Hooge Begering om daartoe met hem 
mede te werken ; waardoor Batavia als scheidingpunt tusschen 
oostelgk en westelijk Java bleef bestaan ; zullen vermoedelijk 
wel de aanleidende oorzaken zijn geweest van den aanslag; 
door den Soesoehoenan kort daarna tegen Batavia ondernomen. 
Van het oogenblik toch; dat de Mataramsche vorst zijn gezag ook 
over Soenda wilde uitbreiden; lag een aanval op Batavia onver- 
mgdelgk in den gang der gebeurtenissen. De Soesoehoenan 
overschatte daarbij echter zijne krachten en telde die der Neder- 
landers te gering. 

Te midden dezer gespannen en wantrouwende verhouding tus- 
schen Mataram en Batavia verscheen in den avond van den 
27sten Sept. 1627 de Gouverneur-Generaal Jan Pietersz. Coen 
ter reede van Batavia. Hoewel reeds in October 1624 tot die 
hooge betrekking herkozen ; was ; zoo als wij reeds gezien heb- 
ben; zgn vertrek uit Nederland door den tegenstand der Engel- 
scheu; tot in den aanvang van 1627 opgehouden; en ook zelfii 



Digitized by 



Google 



Lxxn 



toen nog was Coen bgna steelsgewyze en met voorkennis van 
slechts eenige vreinige gecommitteerden uit de vergadering der 
Heeren XVII aan boord gegaan. Bij zijne aankomst te Batavia 
kon Coen geen anderen geloofsbrief overleggen, dan eene mis- 
sive, dd. 9 Janaarg 1627, van zeven gecommitteerde leden uit 
de vergadering der XVII en eenige extract-resolutien van het 
Opperbestuur. Hoewel de Carpentier reeds meer dan eens aan 
het Opperbestuur verzocht had, „ om na zijne langdurige tra- 
„ vailles, tot wat respiratie te komen en zgne gematteerde en 
„verstompte krachten te refocilleren," aarzelde hij nu toch om 
fj op grond van zoo duistere besoigne der gecommitteerden ," zoo 
als de Hooge Regering in hare resolutie, de missive van 9 
Januarij noemde, de opperlandvoogdij aan Coen over te geven. 
In eene nader gehouden bijeenkomst erkende Coen, dat hij 
geen volkomen commissie kon vertoonen; maar dat hij op grond 
van de omstandigheden, waaronder hij uit het moederland was 
vertrokken, toch van meening was, dat men hem het bestuur 
kon overgeven, op denzelfden voorloopigen voet, waarop hij 
het indertgd aan de Carpentier had overgedragen. Tot zooda- 
nige overdragt besloot eindelijk de Hooge Regering, onder wis- 
seling evenwel van acten van „ protest en indemnisatie ," van 
de zijde van Coen: dat hij de Carpentier en de Raden van 
Indie vrg waarde tegen daaruit voortvloeijende , voor hen scha- 
delijke gevolgen, en van de zijde van de Carpentier: dat hij 
„ zich gedragende aan de missive van 9 Januarij 1627 der 
fj gecommitteerden uit de vergadering der XVII , genoemde ge- 
„ committeerden verantwoordelijk stelde voor de gevolgen, indien 
„ het later blijken mogt, dat de overgave van het bestuur aan 
„ Coen, krachtens bovengen. missive niet overeenkomstig was met 
fj den wil en de intentie van de Algemeene Staten, zijne prinselgke 
„ Excellentie of van de vergadering der Heeren XXVII.'* ^ 



1. ResoL G.-O. en Raden 28 en 29 Sept 1627, zie ook: Bijdragen tot de taal- , 
land en Tolkenk. yan N. Ind. Nienwe volgreeks 2de dl, bl. 1, 1858. alwaar eene 
Wangrjke mededeeling van den heer P. A. Leupe, getiteld: J. Pz. Coen, 1623— 1627. 



Digitized by 



Google 



LXXIII 



Op den 30 Sept. 1627 aanvaardde nu J. Pz. Coen voor de tweede 
maal de opperlandvoogdg over Neerlands-Indie, en de Carpentier 
keerde in de eerste dagen van 1628 naar het vaderland terug. 
Het was een der eerste maatregelen van Coen, om, onder 
voorwendsel van zijne wederoptreding als Gouverneur- (Jeneraal 
aan den Pangéran van Bantam te willen mededeelen, een ge 
zantschap naar Bantam af te vaardigen, ten einde zoo mogelijk 
de verbroken betrekkingen tusschen Bantam en Batavia te her- 
stellen. ^ Twee redenen bewogen Coen tot dien stap, vooreerst het 
nu onherroepelijk besluit der Engelschen om Batavia te verlaten en 
afgescheiden van de Nederlanders zich te Bantam te vestigen ; ten 
tweede het aanzoek tot vrede , dat de Regeering van Bantam zijde- 
lings door een voornaam Chinees weder bij Gouverneur- Generaal en 
Baden gedaan had. Sedert 14 December waren er zoowel door 
Nederlandsche afgevaardigden te Bantam, als door Bantamsche 
gezanten te Batavia onderhandelingen over het herstel van den 
vrede gevoerd, toen op den 24 december een vgftal tingangs 
met ongeveer 40 Bantammers bemand, te Batavia aankwamen, 
naar het scheen om handel te drgven. Coen werd echter in 
het geheim, door eenige Chinezen gewaarschuwd, dat deze 
Bantammers met kwade bedoelingen naar Batavia waren gekomen, 
vermoedelyk wel om den Gouverneur Generaal, als hij uit het 
kasteel zou komen, op de brug voor het kasteelsplein te ver- 
moorden en in de verwarring daarait ontstaan, het kasteel of 
de stad te overrompelen. Coen liet dadelijk de wachten ver- 
dubbelen. Hierdoor kregen de Bantammers vermoeden, dat hunne 
plannen waren ontdekt en midden in den nacht sprongen zij 
met pieken en krissen gewapend uit hunne vaartuigen, baanden 
zich, om te ontkomen, een weg door de stad en staken daarbij 
eenige Nederlanders dood. Den volgenden dag kwam eene 
tweede troep Bantammers, doch minder groot in aantal, te Batavia 
voor de boom; toen men dezen wilde ontwapenen, begonnen 



L B«toL G.-6. en B. 13 Dec. 1627. 

Digitized by VjOOQ IC 



LXXIT 



zij amok te spelen en wederom sneuvelden verseheiden perso- 
nen aan beide zijden. Kort daarop kwam de tyding, dat 2000 
Bantammers uit 40 Tingangs aan de rivier van Octong-Java 
waren ontscheept en naauwlijks eene week later, vernam men, 
dat er 500 of 600 gewapende Javanen, ten zuiden van de stad 
in bosschen en tuinen gelegerd waren. Deze bende werd door 
de Nederlandsche ruiterij opgezocht en na eenige wel uitgevoerde 
aanridden uiteengedreven. Nu bleek het ook, dat een groot 
aantal gewapende Bantamsche schepen in zee waren, die dan 
voor de monding der rivier Anke, dan bij Ontong-Java, dan 
weder bij Onrust zich vertoonden, terwijl het land rondom Batavia 
door groote troepen gewapende Javanen werd afgeloopen. Even 
als in 1620, belemmerde ook nu weder gemis aan voldoende 
bezetting, de krachtige bescherming van Batavia's ommelanden 
en was Coen veelal verpligt, die strooptogten lijdelgk aan te zien. 

Coen noch de Raden van Indie begrepen, waarom de stemming 
der Regering van Bantam van vredelievend, als z^ scheen te 
zijn, zoo plotseling vgandig geworden was. Duidelijk blijkt 
het dan ook niet, wat aanleiding^ tot deze onverwachte hervat- 
ting der vgandelijkheden gaf. Eerst een jaar later bekwamen 
Gouverneur-Generaal en Raden, daaromtrent het vrij ongergmde 
berigt, dat de Pangéran van Bantam door een aanslag op Bata- 
via te doen, de gunst van den Soesoefaoenan hoopte te winnen. 
Welligt dat de Bantamsche Regering, onderrigt van den voor- 
genomen togt van den Soesoehoenan tegen Batavia en westelgk 
Java, dien togt hoopte te verijdelen, door zich tgdig van Batavia 
meester te maken. De aanslag der Bantanmiers, welke daarvan 
de reden moge geweest zijn, en welk nadeel zij aan de bebou- 
wing der Ommelanden moge hebben toegebragt, had intusschen 
dit gunstig gevolg, dat de waakzaamheid der Nederlanders er 
door werd opgewekt en de stad en het kasteel, vooral aan de 
westzijde dientengevolge nog meer werden versterkt Het bleek 
weldra, dat voorzorgen niet onnoodig waren. 

Op den 13den April 1628 verscheen de broeder van den 



Digitized by 



Google 



LXIT 

Toemenggoeng van Tagal^ Kiai Ronggo genaamd , met 14 praaa- 
wen met rijst beladen^ te Batavia. Deze rigtte aan de Hooge 
Regering het verzoek, dat een Nederlandsch gezantschap naar 
den Soesoehoenan gezonden mogt worden en dat de Nederlanders 
aan den Soesoehoenan hulp verleenen zonden tegen Bantam. 
De Hooge Regering antwoordde, dat zij het verzoek om hulp 
tegen Bantam in beraad zon nemen; van het zenden van 
gezanten naar Earta, dat de Soesoehoenan kennelgk alleen ver- 
langde als bewgs van leenhalde, verontschuldigde zg zich op 
grond van de geringe toegenegenheid van den Toemengoeng Boe- 
reksa, den vertrouwden staatsdienaar des Soesoehoenans jegens 
de Nederlanders. 

Kiai Ronggo, de Javaansche afgevaardigde of verspieder, 
begreep zeer goed, dat deze verontschuldiging slechts eene be- 
leefde en bedekte weigering was. De Soesoehoenan schijnt 
"^dan ook, na het mislukken dezer laatste poging om leenhulde 
en hulp van de Neerlands-Indische Regering te verkrijgen, tot 
de uitvoering van zijn lang gekoesterd voornemen te hebben 
besloten, om Batavia, dat hem door zgne raadslieden slechts 
alfl een zwak koopmanskantoor was voorgesteld, met de wa- 
penen aan te tasten. Op den 22 Augustus 1628 kwamen 
59 goraps en ander vaartuig met 900 koppen bemand ter reede 
van Batavia. Deze vloot was door den Toemenggoeng Boe-reksa 
afgezonden met 150 runderen, 120 lasten rijst en eene groote 
hoeveelheid andere levensmiddelen voor Batavia. De beleefde 
toezending van een zoo aanzienlijken voorraad, nadat sedert 
maanden, alle toevoer van levensmiddelen uit de zeeplaatsen 
van Java op last van Boe-reksa te Batavia had opgehouden, 
wekte terstond achterdocht. Coen liet het vee uit de schepen 
lossen en dadelgk de ontladen vaartuigen, ondanks het misnoe- 
gen der opvarenden, buiten den afsluitboom verhalen. Twee 
dagen later kwamen nog 7 andere, dterk bemande, schepen voor 
de reede, die, volgens de beweringen der opvarenden, naar 
Malakka waren bestemd. Nu liet Coen den boom sluiten, de 



Digitized by 



Google 



LXXVI 



wachten verdubbelen en door eenig klein vaartnig de gemeen- 
schap tnsschen de laatstaangekomen en de reeds ontladen sche- 
pen afsnijden. Wat Coen verwacht had gebeurde, de op de 
reede liggende schepen zochten zich des nachts met de eerst- 
aangekomen vaartuigen te vereenigen. Toen de Nederlanders 
dit wilden beletten, ontstond er eene botsing en nu viel de be- 
manning van een twintigtal schepen, die nog binnen den boom 
lagen, de buitenwacht op de markt voor het kasteel onverhoeds 
op het lijf. De eerste aanstoot was zoo hevig, dat eenige Java- 
nen met de teruggedreven wacht binnen het kasteel drongen. 
Op het bolwerk de Robijn werden de aanvallers door eene hamey 
gestuit; intusschen liepen de Javanen der overige schepen, 
welke buiten lagen, door het water naar de puntdePaarl, waar 
het vooral op gemunt scheen , omdat die punt de zwakste was. 
Ondanks het hevig musketvuur der Nederlandsche soldaten, 
hielden hier de Javaansche voorvechters met de grootste dap- 
perheid tot aan den volgenden morgen stand; doch door de 
overige Javanen niet voldoende ondersteund, moesten zg na 
een strijd van vijf uren, met achterlating van vele dooden, 
eindelijk de wyk nemen. De bemanning van de praauwen welke 
nog in zee waren, landden nu aan de monding der rivier 
Maroenda, ten oosten van Batavia. Den volgenden dag, 26 
Augustus, vertoonde zich ook aan de landzijde van de stad 
een Javaansch leger. Het was het leger van Toemenggoeng 
Boe-reksa, ondersteund door de mannelijke bevolking der Pre- 
anger-districten Soemadang en Oekoer, die reeds eene week 
vroeger, op bevel van den Soesoehoenan zich naar de omstre- 
ken van Batavia begeven had. ^ Coen, in overleg met zijn 
krijgsraad, deed het zuidelgk gedeelte van Batavia slechten 
en verbranden, om het overige beter te kunnen verdedigen. 
Dit afgesneden gedeelte van de stad werd weldra door den 



1. Cf. Bgdrage tot de geschiedenis der Preaoger-regentschappen door K.F. Holle, 
blads. 22. 



Digitized by 



Google 



LXXVII 



ygand bezet, die er zich begroef en verschanste. De versla- 
genheid onder de vrouwen, de inlandsche bevolking en de 
Chinesen binnen Batavia was groot; eene aanzienlijke menigte 
vlngtte op praauwen of zocht een onderkomen op de Neder- 
kndsche schepen; maar toen 120 Nederlandsche soldaten, door 
eenige gewapende burgers ondersteund, den vgand weder uit het 
zuidelijk gedeelte van de stad hadden teruggedreven, schepten 
de meesten weer moed, de Chinesen keerden terug eü bewezen 
sedert meermalen goede diensten. Zeevolk werd van het eiland 
Onrust ontboden, burgers en ambachtslieden werden gewapend, 
palissaden geslagen, alles wat belemmeren kon werd geslecht 
en met den grond gelijk gemaakt. De vgand van zijn kant 
maakte loopgraven en bedekte wegen, begroef zich en maakte 
zich schootvrg door borstweringen van hout en gekloven bamboes. 

In den nacht tusschen 10 en 11 September waren de troepen 
van Boe-reksa tot op een pistoolschot van de stad genaderd. 
Coen liet nu een uitval doen en het gelukte aan eene kleine 
afdeeling Nederlandsche soldaten en matrozen meteenige Japanners 
en Mardikers den vijand uit zijne loopgraven te doen wijken. 
Zoodra de Chinesen van Batavia bemerkten, dat de Javanen 
terugtrokken, vielen zij den wijkenden vijand met dolle woede 
op het lijf, die nu geheel op de vlugt sloeg. Maar op den 
2l8ten September des avonds, tastte de vijand op zijne beurt, 
met groote overmagt de aan het zuidoosteinde van de stad 
gelegen veldschans HoUandia aan, waarin eene bezetting van 
niet meer dan 24 Nederlanders gelegen was. Te gelgkert^d 
werden aan alle zyden van de stad looze aanvallen gedaan, 
zoodat men niet wist, waar het hoofdpunt van den aanval 
zijn zou. 

De reduite Hollandia was een belangrijk punt; hij die daar- 
van meester was beheerschte de rivier ten zuiden en de gracht 
ten oosten van de stad. De zwakke bezetting van Hollandia 
verweerde zich dapper; aanhoudend musketvuur, vuurpotten, 
pekkransen, alles wat bij de hand was, werd gebezigd om den 



Digitized by 



Google 



tXÏYIIl 

opdriDgenden vgand tegen te honden; maar tegen den morgen 
was de laatste patroon verschoten^ de laatste lont afgebrand. 

Ten gevolge van de daistemis en den groeten afstand; mis- 
leid bovendien door de looze aanvallen aan alle zijden van de 
stad; had men in het kasteel den benarden toestand van de 
rednite HoUandia; niet opgemerkt. Hnlp en ontzet was echter 
dringend en terstond noodig; anders ware de schans verloren. 
Een sergeant laat zich van boven de borstwering naar beneden 
vallen; loopt door allerlei gevaren heen naar het kasteel; geeft 
daar berigt van den benaanwden toestand en vraagt ontzet. 
Coen laat nu een uitval doen door 300 soldaten en 100 gewa- 
pende burgers ; gevolgd door een groot aantal Mardikers en 
Ghinesen. Door die afdeeling wordt het leger van Boe-reksa 
met woede aangetast; uit de loopgraven geslagen en terugge- 
worpen. Toemenggoeng Boe-reksa trok zich in twee legerkam- 
pen ten oosten van de stad terug en schreef van daar dreigende 
brieven aan den Gouverneur-Generaal Coen ^ 

Deze afwachtende houding duurde voort tot den 21 sten Octo- 
ber; toen Coen en zijn raad besloten om 'den vijand ook uit 
deze twee verschansingen te verdrijven. Alles wat men bijéén 
kon trekken werd verzameld; met eene magt van ruim 2800 
man, slaagden de Nederlanders er eindelijk in om het geheele 
leger van Boe-reksa uitéén te slaan. Toemenggoeng Boe-reksa 
met de 'voornaamste hoofden en veel volk sneuvelden in dezen 
slag. Het volk van Soemadang en Oekoer; dat vroeger altijd 
vreedzame betrekkingen met Batavia had onderhouden; maar 
nu gedwongen den veldtogt tegen Batavia medemaaktO; nam 
deze gelegenheid te baat, om zich van het leger van Boe-reksa 
af te scheiden en met vrouwen en kinderen in het gebergte 
de wijk te nemen. 

Men meende nu te Batavia dat men van den vijand ontsla- 



1. Zio brief van 3 Nov. 1628 en transl. van een MaleiUcHeo brief dd. 21 Sept. 
1628, N«. XVI en N<>. XXIIa der gedr. stukken. 



Digitized by 



Google 



LIXIX 

gen was; maar twee dagen later stootte eene afdeeling Neder- 
landers , welke was uitgetrokken om de oyergebleven yijande- 
Igke werken aan het zuideinde van de stad te slechten^ plot- 
seling op eene groote menigte Javanen. Het was de voorhoede 
van een tweede leger des Soesoehoenan'S; grooter dan het eer- 
ste, dat onder bevel van den Toemenggoeng Soera-ngalogo of 
Soero-dilogo ^ en de Kiai's Adipati Mandoero-redjo en Hoepo- 
sonto ^ in den nacht van 21 op 22 October uit het oosten van 
Java was aangekomen. 

Vermetel geworden door de overwinning tastten de Neder- 
landers, zonder daartoe bevel te hebben, ook na weder den 
vgand aan, maar weldra moesten zg voor de overmagt wijken. 
Op den terugtogt ontstond er verwarring, de orde werd ver- 
broken; de ruiters in hun vlugt wierpen zich tusschen de ran- 
gen van het voetvolk en allen te zamen leden zg ditmaal de 
nederlaag; velen sneuvelden of verdronken, meer dan 200 mus- 
ketten bleven in handen der Javanen, die de Nederlanders zoo 
digt op de hielen volgden, dat hun het tegelijkertijd indringen 
binnen de stad, nog naauwlijks door het schrootvuur van de 
wallen kon worden belet. 

Soera-ngalogo was met dit tweede leger, door den Soesoe- 
hoenan afgezonden, om Batavia, dat hij reeds door den Toe- 
menggoeng Boe-reksa veroverd waande, in bezit te nemen 
en de kostbaarheden der Nederlanders naar Earta op te zenden. 
Toen hij echter Boe reksa zelven gedood en diens leger versla- 
gen vond, sloeg Soera-ngalogo zich op de borst en riep in 
wanhoop uit: wat zal ik aan mgnen Heer nu medebrengen! 
Hg voorzag wat hem te Earta te wachten stond; daarom trachtte 
hg nu zelf zich van Batavia meester te maken. Van de west- 
en oostzijde liet hij de stad met loopgraven naderen; dertig 



1. Coen in i^c brieven noemt hem Suragologol; de heer Meinsma meent dat dit 
Soen-ngalogo kan gelezen worden. De heer Uageman schrift Soerian galogo; maar 
de naam kan ook z^jn geweest Soeijo-dilogo of Soero-dilogo. 

2. Coen noemt hen Mandora-rec^a en Topaaanta of Apesanta. 



Digitized by 



Google 



LXXX 

X dagen lang liet hij 1000 man, hoewel te vergeefsch, arbeiden 
om de rivier af te leiden, ten einde door watergebrek de Neder- 
landers tot overgave te dwingen. Kiai Adipati Mandoero-Bedjo 
en Kiai Adipati Hoepo-sonto, beproefden nu nog eenmaal door 
geweld zich van de redoite HoUandia meester te maken, maar 
ook ditmaal mislukte de aanslag. Soera-ngalogo werd toen ge- 
noodzaakt, indien hij zijn leger door rgstgebrek, hongersnood, 
ziekte en verloop van volk, niet geheel wilde zien wegsmelten, 
om in de eerste dagen van December het beleg op te breken 
en den teragtogt aan te nemen. Maar vóór hij de omstreken 
van Batavia verliet, deed Soera-Ngalogo de twee bevelhebbers 
Mandoero-Redjo en Hoepo Sonto met hunne volgelingen, tot een 
getal van 744 menschen, omdat zij bij den aanval op de schans 
Hollandia, de overwinning niet bevochten hadden, ter dood 
brengen. Met afgrijzen ontdekte later eene op verkenning uitge- 
zonden afdeeling Nederlandsche soldaten, het doodenveld, waarop 
de lijken dezer ongelukkigen, reeds tot ontbinding overgegaan, 
lagen uitgestrekt. Soera-Ngalogo hoopte door deze wreede straf- 
oefening de ongenade zgns meesters van zich af te wenden; 
toch ontging hij die niet, want ook hij viel sedert in ongenade 
bg den Soesoehoenan en werd, volgens de berigten van som- 
migen, terstond nadat hij binnen Earta was teruggekeerd*, met 
velen zijner edelen gedood, volgens de opgave van anderen 
echter, eerst in 1638 tot den dood verwezen. ^ 

Zoo was dan eindelijk ook hetdroomgezigt, dat de Javaansche 
despoot eenige jaren vroeger beweerde gehad te hebben, dat 
namelgk vier van de allergrootsten in zgn rijk moesten weg- 
genomen worden, verwezenlijkt. 

De Toemenggoeng Boe-reksa, Mandoero-redjo, Hoepo-Sonto 
en Soera-Ngalogo waren gevallen; maar Batavia stond nog en 
wel sterker dan ooit. 

Eet gevaar was echter slechts tijdelijk van Batavia afgewend. 
Door Chinezen, door de Pangérangs van Tjéribon, die waar- 

1. Zie ii«. XXIH ea u\ XXXV hierachter. 

Digitized by VjOOQ IC 



LXXXI 

achijnlgk met wantrouwen de ondernemingen des Soesoehoenans 
tegen westelgk Java gadesloegen^ werden Gonvemenr-Generaal 
en Raden gewaarschuwd; dat te Earta eene nieuwe ^ grootere 
onderneming tegen Batavia werd voorbereid. Bantam vol vrees 
voor Mataram, toonde zich sedert de maand December 1628 
tot herstel der vreedzame betrekkingen met Batavia geneigd. 
Coen van zgn kant zocht naar een middel om meester te worden 
van den pepervoorraad , vóórdat de Engelschen daartoe geld en 
gelegenheid hadden. Onderhandelingen tusschen de regeringen 
van Bantam en Batavia werden nu geopend, welke voortduur- 
den tot 23 Maart 1629 , wanneer Coen den kommandeur Adr. 
Blocq Maertensz, naar den Pangéran van Bantam afvaardigde 
om hem een Arabisch paard met andere geschenken en hulp in 
geval van nood, tegen den Soesoehoenan aan te bieden. Van 
handelsbelangen werd er door dit gezantschap geen gewag ge- 
maakt en de vrede, hoewel die niet schriftelgk werdgeteekend, 
kwam feitelgk tot stand. De Nederlanders werden weder bin- 
nen Bantam toegelaten , de vaart en de handel tusschen Batavia 
en Bantam werden hervat. ^ Kort daarna, in het voorjaar van 
1629 (16 April) kwam zeker Javaan, Warga genaamd, te 
Batavia. Hij was door den Toemenggoeng van Tagal met een 
brief aan den Gouvemeur-Gteneraal Coen gezonden, om namens 
den Soesoehoenan den vrede aan te bieden ; Toemenggoeng 
Boe-reksa, zeide hij, had den Soesoehoenan misleid; doch nu 
bezwoer hg met zware eeden, dat de Soesoehoenan opregt den 
vrede begeerde. „Radja Mataram, minta ampoen," de Vorst 
van Mataram vraagt vergiffenis, zoo sprak Warga in den vollen 
raad. Eene zóó groote zelfsvemedering van de zijde des Soe- 
soehoenans, kwam aan Coen verdacht voor, zg vermeerderde 
slechts zijn argwaan; want zij was te groot om welgemeend te 
zijn. Coen liet aan alle zijde de stad versterken eo plantte 
geschut op de wallen. De uitkomst zou weldra bewijzen, dat 
Coen goed gezien had. 

1. Uit de brieven van 14 en 29 Doe. 1628, 1 febr., 20 Maart en 15Deo.l629. 
V. VI 

Digitized by VjOOQ IC 



hxxxti 

Het was ook in deze dagen; dat er te Batavia een feit plaats 
greep, dat, hoewel het niet regtstreeks tot de opkomst en de 
ontwikkeling van het Nederlandsch gezag over Java, in verband 
staat, toch te veel gerucht heeft gemaakt, om het hier met 
stilzwijgen te mogen voorbijgaan. 

Pieter Jacobsz. Cortenhoeff, een jong en liederl^ losbol, 
zooals er destijds velen in Indie gevonden werden, zoon van 
een koopman der Compagnie, die lang in Arrakan gelegen had , 
had ongeoorloofde betrekkingen aangeknoopt met Sara Specx, 
eene natnurlyke dochter van den tijdelijk in Nederland vertoe- 
venden raad van Indie, Jacqnes Specx. Het meisje was slechts 
12 jaren ond, maar was, naar het schijnt, onder de werking 
van een tropisch klimaat vroeg tot ontwikkeling gekomen. Zg 
was, gedarende de afwezigheid van haren vader, door Goen 
als zijn eigen kind aangenomen, opgevoed en in de onmidde- 
lijke omgeving zijner gemalin, als staatsjaffer geplaatst. Onder 
voorwendsel van dienstzaken te moeten verrigten, wist Corten- 
hoeff op zekeren avond het strenge consigne van den schildwacht 
te verbreken en zich toegang tot de woning van den Gonvemeur- 
Generaal te verschaffen. Eenmaal daar binnen, was hij door 
hulp van omgekochte slavinnen tot het slaapvertrek der staats- 
juffers doorgedrongen en, schaamteloos als hij was, had hij 
daar, in het midden van de zaal, in tegenwoordigheid der 
slavinnen en ten aanschouwe van meest alle de overige staats- 
juffers, zijne vuige begeerten bij herhaling met Sara Specx 
verzadigd. 

Zoo had dan eindelijk de stggende vloed van onzedelijkheid 
der Europeanen, die het Christendom tot schande, den Maho- 
medaan tot spot verstrekte, waartegen Coen gedurende geheel 
zijn diensttyd door wetsbepaling en voorbeeld, door woord en daad 
had geijverd, de eigen woning bereikt van hem, van wien de Ker- 
keraad eenmaal getuigd had, dat „het exempel ende den voorgangh 
„ van syn huysgesin een krachtige medecijn had gebragt in het 
lyhart van velen, wier wildigheid daardoor scheen getemd." 



Digitized by 



Google 



LXXXIIl 



Maar na was toch ook zelfs het huis van den opperlandvoogd 
J. Pz. Coen geschonden ; bezoedeld , onteerd. Het kind^ dat h^ 
als zgn eigen kind opvoedde^ had zijn vertrouwen geschonden, 
de staatsdochters, die aan de leiding en het toezigt der opper- 
landvoogdesse waren toevertrouwd, waren getuigen geweest van 
toestanden, welke de dieren zelfs plegen te verbergen. De 
woede van Coen, als hij het feit ontdekte, klom tot razernij. 
Buiten zich zelven door toom en verontwaardiging roept hg den 
fiskaal en schreeuwt hem toe: men zou het schavot opslaan, 
voor de poort van het kasteel, en beiden, Cortenhoeff en Sara 
zonder vorm van proces, ter dood brengen! De fiskaal en de 
aanwezige raden van Indie, schier bevreesd om tegenover 
zulk een bruisschenden stroom van toorn zich te stellen, bren- 
gen schoorvoetend en voorzigtig den opperlandvoogd onder het 
oog, dat zonder voorafgaand onderzoek en vonnis immers nie- 
mand mag worden geregt. Bleek en van gramschap bevende, 
ontbreekt in 't eerst aan Coen de spraak ; toen in woorden los- 
barstende duwt hij aan zijne raden en den fiskaal het verwijt 
toe: behoort gijl. ook tot dien zedeloozen hoopl? Eindelijk 
toch geeft hij zijne toestemming, dat de zaak in vorm van reg- 
ten zal worden onderzocht. De uitslag van het regtsgeding 
waarin Coen meer dan geoorloofd was, zijn invloed op de af- 
bankelgke regters deed gevoelen, was dat Cortenhoeff ter dood 
en Sara Specx tot geesseling, op het stadhuis met openstaande 
deuren, werd veroordeeld. De stemmen in ddn raad van justitie 
zouden hebben gestaakt, indien niet de president eene beslis- 
sende stem ten nadeele der beschuldigden had uitgebragt. Op 
Maandag den 18den Junij bekrachtigden de Gouverneur-Generaal 
Coen en het lid van den Raad van Indie, Pieter Vlack, die 
tevens in dit geding de president van den Baad van Justitie 
was geweest, dit onregtmatig vonnis; maar Antonio van Diemen, 
mede lid van den Raad van Indie, weigerde hardnekkig dit 
vonnis door zijne handteekening te bekrachtigen. 

Den volgenden dag werd het vonnis ten uitvoer gelegd, Pieter 



Digitized by 



Google 



LXXX17 

Jacobsz. Cortenhoeff werd onthoofd en Sara Specx zeer streng 
gegeesseld. Geen voorspraak had aan de yeroordeelden mogen 
baten y de verontwaardiging en de gramschap van Coen was 
niet te temmen geweest^ bgna niemand durfde hem over de 
zaak spreken. Door toom en hartstogt liet Coen zich ditmaal 
beheerschen, y,het scheen/' zoo schreven predikanten en ker- 
keraad er van^ „het scheen een plage van God,, den Heere, 
„te zyn, dat hy, die een zoo grooten justicier altyts geweest 
„is, hierinne sooverre afdwaalde." ^ 

Nog lang daarna werden in de Bataviasche maatschappij , in 
de ambtelgke wereld zoowel als daarbuiten, de gevolgen van 
deze gebeurtenis gevoeld, inzonderheid toen na den dood van 
Coen, Jacques Specx als Gouverneur-Generaal was opgetreden 
en deze, verbitterd door het vonnis over zijne bastaarddochter 
gestreken, weigerde aan het Avondmaal aan te zitten met de 
regters, die het vonnis hadden geveld. De predikanten en de 
kerkeraad meenden zich toen ook in de zaak te moeten men- 
gen, pasten op de regters de kerkelijke censuur toe en ontzei- 
den hun den toegang tot de heilige tafel. De zaak zou dien ten 
gevolge een nog grooteren omvang hebben verkregen, indien niet 
het Opperbestuur in Nederland, juist nog by tijds, de scheiding 
tusschen wereldlijk en geestelijk gezag krachtig hadde gehand- 
„ haafd. „Wy verstaen," zoo schreven de Heeren XVII aan Jacques 
„ Specx , dat indien gy u over de procedure bezwaard acht , dat gy 
„ u zult wenden tot ons en tot de Ho. Mo. HH. Staten-Generaal ; 
„ maar indien het door de kerk wierd ingevoerd, dat een ordi- 
„ naris regter over eene sententie, by die van dén kerkerade 
„ mogt worden gecensureerd, dan zeggen wy, dat dit strydende 
„ is tegen alle goede ordre in de regering en ziet dit, naar ons 



1. Hoe dramatisch deze geschiedenid ook mogo scHgnen, heb ik nieU medegedeeld , 
wat niet in de oonpr. stukken gevonden wordt. Bronnen daarvan waren , de brieven 
van predikanten en kerkeraad van Batavia, dd 20 November 1629 en 29 Jannary 
1631 en de reqneste en verantwoording op verscheydene poincten, van den fiskaal van 
den Heuvel, a*. 1681. (portef. 1631, algem. bestunr.) 



Digitized by 



Google 



LXXXV 

„ oordeel , vry verre." ^ Nog krachtiger klonk de taal van het 
Opperbestnnr tegen den kerkeraad : „ die van de kerke znllen 
„ zich voortaan van diergelyke manieren van doen in 't censu- 
„ reren van regters, aan wie de administratie van de justitie 
„ bevolen is, in het toekomende onthonden en er zich van 
,, wachten , om in het ambt van de Hooge Overigheid , tegen 
^ hunne instructie, te treden, of zich te qualificeren als direc- 
„teurs van de óonsdentie van de justitie, die God, de Heere, 
„ oordeelen zal ! " * 

Inmiddels had Coen, te midden der felbe wogen hartstogten, 
den vijand daar buiten, niet uit het oog verloren. Door jagten 
op verkenning langs de kust van Java uitgezonden, was het 
hem gebleken, dat, op last van den Soesoehoenan , groote hoe- 
veelheden rijst te Tagal waren bijééngebragt. De Toemeng- 
goeng van die landstreek beweerde, dat die rgst voor Batavia 
was bestemd en inderdaad op 20 Junij kwam dezelfde Javaan- 
sche zendeling, Warga, met 13 praauwen met levensmiddelen 
beladen, te Batavia aan. Warga werd echter door een zijner 
volgelingen verraden. Coen liet hem terstond gevangen nemen. 
Nadat hij ter examinatie was gebragt en hij de belofte van 
lijftbehoud bekomen had, bekende Warga, dat hij als verspieder 
gekomen was, dat de groote voorraad van levensmiddelen te 
Tagal verzameld, niet bestemd was voor Batavia, maar voor 
een groot leger van den Soesoehoenan, dat reeds sedert eene 
maand met grooten logertros en veel geschut, over Pékalongan, 
naar Batavia was opgerukt; dat de toevoer van levensmiddelen 
voor dat leger langs de rivieren van Pamanoekan en Krawang 
zou plaats hebben. Coen zond onmiddelijk eenige jagten naar 
Tagal, onder bevel van Adr. Block Maertensz. Deze slaagde 
er in om den geheelen voorraad rijst voor het leger van Mat- 
taram bestemd en de stad Tagal zelve, te verbranden. Een 



1. Brief der HH. XYII aan J. Specx, 23 November 1631. 

2. De HH. XVII aan den Kerkeraad te Batavia, 23 November 1631. 



Digitized by 



Google 



LXXXVI 



ander scheepskommandeur, Wagensveld, vernielde een tweeden 
Yoorraad rijst te Gabang; onder het gebied van Chèribon. 

Door dit kort en krachtig besluit van Coen, met evenveel 
snelheid en kracht uitgevoerd door hen, die met de uitvoering 
er van waren belast, was de onderneming van den Soesoehoe- 
nan reeds half verijdeld eer zij nog werkelijk een aanvang had 
genomen ; want toen de voorhoede van het leger Batavia nader- 
de, deed zich reeds rijstgebrek onder den vyand gevoelen. 

Op den 21sten Augustus 1629 trok de voortogt van het 
leger van den Soesoehoenan over de rivier van Krawang; reeds 
drie dagen te voren was Coen door Bantamsche boodschappers 
daarvan verwittigd. De burgers van de stad werden nu in 
wijken en afdeelingen verdeeld, gewapend en onder behoorlgk 
kommando gesteld; Adr. Maertensz. Blocq werd tot bevel- 
hebber van de stad benoemd, ^ eene afdeeling werd op ver- 
kenning uitgezonden naar Ontong-Java, waar zich een Toe- 
menggoeng van Bantam met gewapend volk had gelegerd, wiens 
voornemens men niet kende en die dus in het oog moest 
gehouden worden ^. 

In den eersten tijd hadden er slechts nu en dan onbedui- 
dende voorpostengevechten plaats. Het leger van den Soesoe- 
hoenan had zich echter verschanst en naderde met zijne loop- 
graven de stad. Omstreeks den Uden September was de vijand 
tot voor de reduite HoUandia ten zuiden en binnen de musket- 
vuurlgn der reduiten Weesp en Bommel ten westen van de 
stad genaderd. De door de Javanen opgeworpen bedekkingen 
waren zóó sterk, dat het geschut er geen uitwerking op deed. 
Intusschen kwamen dagelgks, door honger gedreven Javanen 
binnen Batavia overloopen. Öp den 14den en loden September 
begon de vgand zijne batterijen op te stellen. De Generaal 
Coen begaf zich nu naar de uiterste posten, om de vijandelijke 
werken te verkennen. Na daarvan een overzigt genomen te 



1. Kewl. G.-G. en Kaden , 22 Aug. 1629. 

2. Resol 6.-6. en Raden, hO Aug. 1629. 



Digitized by 



Google 



LXXXVII 

hebben gaf hij bevel tot een nitval. Eene afdeeling van 350 
man, aangevoerd door Antonio van Diemen; kreeg in last om 
de voorwerken van den vijand^ ten westen van de stad, aan 
te tasten en te vernielen. Na een hevig gevecht gelakte dit 
gedeeltelgk; maar naanwlgks waren de Nederlanders weder 
Unnen hunne linien teruggetrokken^ of de vijand bezette op 
nieuw de stellingen^ die hij voor een oogenblik verlaten had. 
Twee dagen later opende de vgand het vuur uit eene batterij, 
tegen de oostzijde van de stad. 

Grooter nadeel dan een vgandelijk leger aan de Nederlandsche 
Compagnie kon toebrengen, trof haar in den nacht van 20 op 21 
September, toen Jan Pietersz. Coen onverwacht overleed en neer- 
stortte als de gevelde eik. Hoewel hij reeds sedert eenigen tijd aan 
dysenterie lijdende was geweest, had hij , met zijn krachtigen geest 
en yzeren wil, de zwakheid van het ligchaam onderdrukkende, 
de leiding der zaken onvermoeid in handen gehouden ; nog wei- 
nige dagen te voren had hg in persoon de vgandelijke werken 
verkend, zelfs op den dag van zijn dood zat hij nog, hoe- 
wel met bleek en ernstig gelaat, aan den gemeenschappelij- 
ken maaltijd. Des avonds evenwel overviel hem de ziekte, 
welligt de cholera morbus, en weinige uren later verklaarde 
de geneesheer Bontius, dat de Gouverneur-Generaal zelfs niet 
meer tot den volgenden morgen zou blgven leven. Zoodra de 
mare zich verspreidde, dat het einde van Coen scheen te nade- 
ren, omringden zijne gemalin, die slechts drie dagen te voren 
hem eene dochter had gebaard, en de Raden van Indie zijne 
legerstede. Coen wenkte het raadslid Pietër Ylack, dat hij tot 
hem zou naderen en hg beval aan dezen vrouw en kind aan. 
Daarop deed Coen den predikant Heurnius tot zich komen; aan 
dezen, die tot den stervende nederboog, noemde hij den naam 
van hem, dien hg als zgn opvolger in de opperland voogdij aan- 
wees. Omdat hij niet meer bij magte was zelf te schrgven, 
gelastte Coen aan Heurnius dien naam op te teekenen en dadelijk 
na zijn overlgden in besloten missive aan den Raad van Indie 



Digitized by 



Google 



Lxxxvni 

over te leveren. Eindelijk riep Coen ook de Baden van Indie, 
Vlack, ?an Diemen en Baemburch, die in het vertrek aanwezig 
waren, tot zich; hij deelde hun mede, wat hij aan Ds. Heur- 
nias had gelast. De raadsleden ziende, dat Coen reeds ster- 
vende was, zwegen op die raededeeling stil, zg weerspraken 
den stervende niet; maar vroegen hem ook geen nader inlich- 
ting. Uitgeput door deze laatste inspanning, zonk Coen in zijn 
hoofdkussen neder en gaf kort daarop den geest. 

Op den 228ten September werd het lijk met groote plegtig- 
heid in het stadhuis, omdat bij de belegering van het vorige 
jaar de kerk was afgebrand, begraven. 

Terstond na het overlijden van Coen kwam de Raad van 
Indie bijeen. Het 1ste artikel der Ordonnantie en Instructie 
voor Gouverneur-Generaal en Raden van 22 Augustus 1617, 
schreef voor, dat er altijd een Gouverneur-Generaal in Oost- 
Indie zijn moest en dat de Raden van Indie bij aflijvigheid van 
den Gouverneur-Generaal dadelijk een ander opperlandvoogd 
moesten verkiezen. ' 

Nu men zich te midden eener belegering bevond, was het 
meer dan ooit noodzakelijk, dat onverwijld een ander bekwaam 
leidsman de teugels van het bestuur opnam. Maar op dat oogen- 
blik telde de Raad van Indie niet, het door het opperbestuur 
voorgeschreven, getal leden. In allerijl werd de raad van Indie, 
Jacqucs Specx, die op komenden weg uit het vaderland en 
wiens schip in het gezigt was, opontboden en drie van de 
„ meest gequalificeerde " dienaren der Compagnie , de opper- 
koopman Jan van der Burch, de ontvanger-generaal Comelis 
van Maseyck en de bevelhebber van het gamisoen Adriaen 
Anthonisz., werden aangewezen om tijdelijk den Raad van 
Indie te versterken, tot het verkiezen van een nieuwen Gou- 
verneur-Generaal. De predikant Heumius leverde, zoo als hem 
gelast was, kopy der besloten missive, waarin Coen den naam 

1. lofltr. voor G6. eu Raden 22 Aug. 1617 en nadere missive der XVIF, dd. 
16 April 1626. 



Digitized by 



Google 



LXXXIX 



van zijn opvolger had doen schrijven, aan dit coUegie over; 
maar de Raad van Indie, zoo als zg nn was zamengesteld , 
oordeelde dat de overleden Gonvemear-Generaal , door bij eene 
besloten missive, zgn opvolger aan te wijzen en te benoemen, 
had „ geëxcedeert ende verder getreden was als Syn Eds. antho- 
„ riteyt en d'ordren van de heeren maijores vermogende ende 
„medebrengende waren, weleke," zoo als door den Raad ver- 
staan werd, „ Inidens art. 1 van den artikelbrief ' en pnnt 5 
„ in den eed van den Goavemenr-Generaal, geensints sonder 
„kennisse, advys of toestemming van de Ed. Heeren, Raden 
„ van Indie absoluut een successeur ofte nieuwen Gouvemeur- 
„ Generaal in syne plaetse verkiesen ende stellen mach en dat 
„ dienvolgens de voors. gedane verclaringe van den gem. Ed. 
„ heer Coen, zalr. gerejecteerd en als onwettelyck in geen ver- 
^ der consequentie sal getrocken worden , dan dat deselve voor 
„één stem, beneffens die van de presente Raden gelden zal'' ^. 
Op deze gronden en redeneringen, welke gedeeltelijk slechts 
gevolgtrekkingen uit analogie waren, ging de raad van Indie 
tot de verkiezing van een nieuwen Gouverneur-Generaal over. 
Het bleek uit de stemming, dat Jacques Specx door vijf van de 
zeven aanweitige leden tot die hooge betrekking verkozen was. 
Het blijkt niet, wie door Coen als zijn opvolger was aange- 
wezen. De Raad van Indie vergat bij deze handelwijze, kende 
misschien niet, of wilde welligt op dat oogenblik zich niet her- 
inneren, dat volgens aanschrijving van het opperbestuur, dd. 
10 Augustus 1627, Jan Pietersz. Coen, toen hij voor de tweede- 
maal als Gouverneur-Generaal optrad, met dezelfde commissien. 



1. B|j art. 1 vau den geoer. artikelbrief was het gebied eo de aniboriteyt over 
aUe dcgeneo, die sich in dienst van de Comp. bevonden, opgedragen aan den Gon- 
voTienr-GeDeraal of by desselfs aflyvigheid dengenen, die 't sy by de Raden van 
ItMÜfi, of by de Bvwindhebberen in desselfs plaets vercurun sal worden. Het 5de poinct 
van den eod van den Gonvemcar-fieneraal hijld o. a. in, dat de 60. beloofde en 
tweerde, dat ingeval de 66. mogt worden teruggeroepen, by alvorens ordre op de 
generale directie sonde stellen met tdvys van de presente Raden. 

2. B«6ol. van den Raad van Indie, dd. 24 Sept. 1629. 



Digitized by 



Google 



IC 

ordonnantien en instrnctien was voorzien , als waannede hij in 
1617 voor de eerstemaal de opperlandvoogdg had aanvaard ^; 
dat onder die verschillende voorschriften en aanschrgvingen van 
1617 ook een beslait schuilde , dat het opperbestanr op den 
2den November 1617, juist omdat het, na de ondervinding bg 
de verkiezing van Reael opgedaan, de keuze van een Gouver- 
neur-Generaal vooreerst niet meer aan den Raad van Indie 
wilde overlaten, had genomen. Dit gewigtig besluit, een uit- 
vloeisel van het onverdeeld vertrouwen van het opperbestuur in 
Coen, hield o. a. deze woorden in: „dat de Bewinthebberen 
„ der Ver. O. I. C. den Heere Gouverneur J. Pz. Coene , uyt 
„ crachte van de authoriteyt hun by 't octroy ende instructie 
„ van de Ho. Mo. HH. Staten Generaal gegeven, gelast en ge- 
„ authoriseert hebben, lasten en authoriseren, mits desen, om 
„ by syne siecte en indispositie ofte noch te voren , yemand van 
„ 's Comps. dienaren in de Indien by geschrifte te nomineren , 
„ die nae syn aflyvicheyt by provisie en tot (onse) naerder 
jj ordre in syn arapt en plaetse soude mogen succederen , hoe- 
„ danigen (onsen) in de Indien wesenden dienaer, (dewelcke de 
„ voors. Heer Gouverneur Coene nae syn doot bevonden sal 
„ werden by schriftelycke en met syne eygen hant geschreven 
„ acte tot het voors. Gouvernement genomineert en gecoren te 
„ hebben) , wy geacht worden gegeven te hebben en geven mits 
„ desen alle volcomen last, macht en authoriteyt, als hem eenich- 
„ sints van noode mochte wesen, om 't voors. Gouvemeurschap- 
„ Generael tot onse naerder ordre te mogen bedienen," enz. ^ 
Nu waren wel in het jaar 1617 bij twee verschillende acten, 
meer bijzonder, eerst Steven van der Hagen en na dezen Hans 
de Haze, als eventueele opvolgers door Coen voor zijn over- 



1. Zie hier achter N». IV. 

2. Acte der Heeren XVII aan Coen medegegeven , dd. Middelburg 2 Not. 1617, 
mannscr. K. A. uitgaand bri:fboek der HH. XVII, 1617—1620; bladi. 170 gecon- 
ftrmeerd en geapprobeerd door de Staten-Generaal, biykens nadere missive der HH. 
XVII, dd. 18 Dec. 1617, blads. 210. 



Digitized by 



Google 



XCI 

lijden te benoemen ^ aangewezen; maar deze personen konden 
niet meer in aanmerking komen ^ en nn behield de eerste acte 
van algemeene volmagt door het opperbestnnr op den 2den 
November 1617 aan Coen verstrekt om zgn opvolger te „ sub- 
^stitneren en snrrogeren" hare volledige kracht. Coen, maakte 
dns door op zgn sterfbed, terw^l hg zijne bewustheid nog be- 
zat, ziin opvolger te snrrogeren, gebruik van een onbetwistbaar^ 
aan hem persoonlgk door het opperbestuur verleend regt; de 
terzgdestelling dezer surrogatie en de verkiezing van Specx tot 
provisioneel Grouvemeur-Generaal door den Raad van Indie, 
waren daden in strijd met de bevelen en voorschriften van de 
vergadering der XVII. 

Nadat dan ook het opperbestuur in Nederland van de ver- 
kiezing van Jacques Specx kennis had gekregen , verschoof het 
bij herhaling, eerst in 1630, daarna in 1631, de bekrachti- 
png, de goed- of afkeuring daarvan, totdat het in Maart 1632 
een „ nieuw reglement rakende de generale directie en beleyt 
„ over de regerin'ge in Indie*' had vastgesteld, wanneer Jacques 
Specx werd teruggeroepen en Hendrik Brouwer tot algemeen 
opperlandvoogd werd benoemd, onder deze beteekenisvolle for- 
mule : „ overmits het overlijden van onsen vorigen Gouverneur- 
„ Grenerael J. Pz. Coen." Intnsschen aanvaardde Specx de 
hooge, hem bij keuze van den Raad van Indie, opgedragen 
betrekking en nam hij het beleid der verdediging van Batavia 
in handen. 

Het leger van den Soesoehoenan had inmiddels, zoowel aan 
de zuid- en westzijde als aan de oostzijde, het vuur uit zijne 
batterijen op de stad geopend, zonder evenwel daarmede veel 
kwaad te doen. Hongersnood, ziekte, sterfte en verloop van 
volk teisterden steeds meer en meer het vijandelijke leger. 
Omdat men daarvan eene voortdurende verzwakking van den 
vijand voorzag, stelden Specx en de krijgsraad een algemeenen 
aanval op de vijandelijke werken uit. Slechts eenige voorwer- 
ken der Javanen , werden bijna zonder tegenstand te ontmoeten 



Digitized by 



Google 



ICII 

in brand gestoken. De berekening van Specx faalde niet. 
Reeds op den 2den October was de ellende, door hongersnood 
en kiekte veroorzaakt, in het Javaansche leger zóó groot, dat 
de ygand het niet langer honden kon en hij zich bniten het 
bereik yan het Nederlandsch geschat terugtrok. Weinige dagen 
later begon hij den algemeenen temgtogt. Achter zich liet hij 
den weg bezaaid met lijken van menschen, buffels en paarden 
met verlaten pedatie's en legertros van allerlei aard. 

Hiermede waren de giootsche plannen des Soesoehoenan's 
tegen Batavia en het westen van Java verijdeld. Voor de eerste 
maal was de zich steeds uitbreidende magt en de zegevierende 
legers van Mataram tot staan gebragt en van dien stoot heeft 
de Soesoehoenan zich nooit geheel hersteld. Het beleg, dat 
Batavia in 1629 doorstond, had die stad op verre na niet in 
dat gevaar gebragt, welke de hevige aanslagen van 1628 had- 
den opgeleverd; want in 1629 was veel van het gevaar afge- 
wend door het beleid van Coen, die de bijeenverzamelde levens 
middelen voor het leger van den Soesoehoeüan bestemd, zóó 
tijdig had doen vernielen , dat daardoor de kracht van den vijand 
reeds gebroken was, vóórdat de belegering nog werkelijk een 
aanvang had genomen. Wel had de belegering niet voordeelig 
teruggewerkt op den handel en het vertier van Batavia en was 
een niet onaanzienlijk , hoewel slechts tijdelijk verloop van Chine- 
zen , het gevolg er van geweest ; maar de oorlog had toch , zooals de 
Hooge Regering aan het opperbestuur getuigde, „ soo weinich alte- 
„ ratie in de stad onder alle de inwonende natiën gecauseert, dat 
„ alles syn voege ende ganck hield of er geen vijand ware ge- 
„ weest, tot groote verwondering der aankomende vreemdelingen." 

Batavia had, door deze herhaalde aanslagen en belegeringen, 
de vuurproef doorgestaan , de Nederlandsche volkplanting bleek 
onwrikbaar op Java te zijn gevestigd , zij won daardoor in aan- 
zien en ontzag; terwijl de glans van het rijk van Mataram, 
sedert dien tijd, veel van zijne verblindende kracht op de be- 
volkingen van den Archipel verloor. 



Digitized by 



Google 



XCIll 

De Hooge Regering te Batavia betoonde zich gematigd na 
de overwinning. De verspieder Warga, wien men bij zijne ge- 
vangenneming lijfsbehoud had beloofd; indien hg de aanslagen 
van den Soesoehoenan vo'ledig ontdekte, werd in vrgheid ge- 
steld en naar het gebied van Mataram terug gezonden. De 
Soesoehoenan meende in die handelwijze der Hooge Regering 
een zijdelings aanzoek tot herstel van den vrede te zien en liet 
door zgn regent overSamarang, ArioWongso, onderhandelingen 
aanknoopen met de bevelhebbers der Nederlandsche schepen, 
welke voor Japara lagen. Het gevolg hiervan was, dat eenige 
zendelingen van den regent van Samarang te Batavia kwamen 
met het berigt, dat de Soesoehoenan het aanzoek om vrede 
van den Gouverneur-Generaal met toegenegenheid en welwil- 
lendheid ontvangen had, en dat hij een aanzienlijk persoon als 
a%ezant der Nederlanders aan zgn hof verwachtte. De Hooge 
Regering zond daarop in de maand Junij van 1630, den tolk, 
Reter Franssen, naar Samarang; doch deze kon, onder voor- 
wendsel dat hij een te weinig aanzienlijk persoon was en geen 
brief van den Gouverneur-Generaal voor den Soesoehoenan mede- 
bragt, geen gehoor, zelfs bij den regent van Samarang, Ario 
Wongso verkrijgen. De onderhandeling bleef toen nog wel 
eenigen tgd slepende; maar eene vreedzame oplossing stuitte 
af op het wederzijdsch wantrouwen. * 

De belegeringen, welke Batavia in 1628 en 1629 had moeten 
doorstaan, hadden althans deze goede uitkomst opgeleverd, dat 
de Pangéran van Bantam, bevreesd dat de Soesoehoenan, na 
over Batavia te hebben gezegevierd ook hem Toor zgne wapenen 
zou doen bukken, alle vijandelijkheden tegen Batavia had ge- 
schorst en zelfs in 1629 weder de vestiging eener Nederlandsche 
üktovy binnen Bantam had toegestaan. Ook een deel van de 
bevolking der Preanger-districten , namelijk van Oekoer, Batoe- 
lajang^ Sawang, Batang en Soemadang, welke in 1628, hoewel 



'1. Cf. NO. XXV, hier achter, 

/Google 



Digitized by ^ 



XClV 

niet vrp willig, medegewerkt had tot den aanval tegen Batavia; 
maar sedert zich aan het gezag van den Soesoehoenan had ont- 
trokken, zocht nu niet alleen den vrede met de Nederlanders 
te bewaren; maar vroeg zelfs aan den Goaverneur-Generaal 
hulp en ondersteuning. > 

De bevolking dezer districten zocht te gelijkertijd bescherming 
by den Pangéran van Bantam, die niet ongenegen scheen om 
met medewerking van den Kederlandschen Gouverneur-Generaal, 
aan deze afvalligen van den Soesoehoenan, gronden nabg Ontong 

1. Zie de beri^n over de bevolking der Preanger-districten Soemadaog, Oekoer, 
ODZ. hierachter onder o». XXVI. Het is bekngr^k deze berigtcn over de Preaoger 
districten, door Nederlanders opgeteekend, te vergeleken met de berigten daarover 
van inlanders. De heer C. W. Walbeehm gaf in het zesde dtel (derde deel der nieuwe 
serie) van het Tydschrift voor Indische l'aal- , Land- en Volkenkunde , uitgegeven door 
het Bataviasche Genootschap, Batavia, Lange en Co. 1857, bladz. 247, seq. eenige 
bedragen uit het Maleisch vertaald, tot de geschiedenis der Soenda-landen , getrokken 
uit een klein handschrift van Soemadang afkomstig. Daarin leest men o. a. het vol- 
gende, dat vrywel overeenstemt met de berigten van de Nederlanders: • Een rQks 
groote, genaamd Dipati Oekoer, de vertrouweling van den vorst van Mataram, was 
regent van al de Preanger-landen. Hem werd opgedragen zich naar Sampang (op 
Madura) te begeven, om den Pangéran van dat land, die zich niet aan Mataram 
wilde onderwerpen, gevangen te nemen. Dipati Oekoer dezen last ontvangen heb- 
bende, verzocht zynon vorst om daarvan verschoond te mogen blyven De 

vorst zeide daarop tot Dipati Oekoer: indien g(j niet in staat z^t dien last te vol- 
brengen dan moet gy zidks maar laten; doch g\j moet alsdan onmiddelyk met de 

mantri's van het Préanger gebied naar lljakatra gaan , om den Pangéran 

van dat hind gevangen te nemen. Dipati Oekoer vertrok toen met z|jne medgezellen 
naar Djakalra; doch aldaar aangekomen, had by geen moed genoeg om den Pan- 
géran te bestryden. Hy bleef daarom in dat land zich slechts wat ophouden en 
zeide tot zyne medgezellen: vrienden het is beter dat wy maar terui^keereu; want 
als wy hier biyven zullen wy onvermydelyk onzen dood vinden. Zy gingen daarop 
allen huiswaarts, met uitzondering van Dipati Oekoer met zyne volgelingen, die zich 

in een groot bosch op den berg Loemboeng gingen vertchuüen Toen de vorst 

van Mataram de handelwyze van zynen gnnsteling Dipati Oekoer vernam : zeide hy 

tot deu Tommogong Narapaksa; gy moet dadeiyk met de hoofden van het Oosten» 

de beambten van Mataram, de leenmannen van het westen, enz. te velde trekken 

tegen Dipati Oekoer. « Na een vrnchteloozen aanval op Loemboeng werd de hulp 

van een kluizenaar ingeroepen en nadat door dezen vele lieden waren gedood, gelukte 

het den Dipati Oekoer in handen te krygen eu naar Mataram medf^ te voeren. » Ook 

wordt verhaald,' zoo gaat het inlandsch berigt voort, «dat een zendeling vanTom- 

• mongong Narapaksa, 1000 paren, mannen en vrouwen, behalve de kleine kinderen, 
«die Dipati Oekoer waren gevolgd, had byecn gekregen. Deze werden naar Mataram 

• opgebragt en aan den vorst vertoond , die bevel gaf Dipati Oekoer te onthoofden , 
m de KXK) mannen dood te schieten en de 1000 vrouwen als slavinnen in den kraton 

• te houden.» Vergeiyk ook: Geachiedenis der Soe&da-hinden door J.Hageman, Jcz. 



Digitized by 



Google 



ÏCV 

Jaya aan te wijzen. De Hooge Regering te Batavia wilde echter 
eene vestiging op die plaats niet gedoogen; maar bood aan de 
afgevaardigden der bevolking van Soemadang en Oekoer, de 
stad Batavia en hare omstreken tot woonplaats aan^ onder de 
onmiddelyke bescherming van het Nederlandsch gezag. Een 
jaar later , in 1632, had de tegen Mataram in verzet gekomen 
bevolking der Preanger-districten , aan die nitnoodiging der 
Hooge Regering nog niet voldaan , toen een leger door den 
Soesoehoenan afgezonden en door den vorst van Tjeribon onder- 
steund, er in slaagde deze opstandelingen tot onderwerping te 
brengen. Weldra was nu de geheele opstand op de westelijke 
grenzen van Mataram's gebied volledig gedempt; niet minder 
dan 1260 opstandelingen met hunne vrouwen en kinderen wer- 
den gevangen naar Earta gesleept, en de mannen allen aldaar 
op last van den Soesoehoenan ter dood gebragt. 



Digitized by 



Google 



NEGENDE HOOFDSTUK. 



Zonder de verheffing van Jacqnes Specx tot Gouvernenr- 
Generaal goed of af te kenren^ had het opperbestunr daarin 
aanvankelijk^ terwgl de beraadslagingen over eene nieuwe in- 
structie voor de Hooge Regering in Indie gevoerd werden, 
berust en de eindbeslissing uitgesteld. Langzamerhand echter 
vatte de Raad van XVII misnoegen op over het bestuur van Specx 
en toen hg , naar het oordeel der Bewindhebbers hunne bevelen , 
vooral die betrekkelijk een zuinig beheer en den particulieren han- 
del, niet met volle gestrengheid en naauwkeurigheid toepastte of 
niet genoegzaam vasthield aan het beginsel, dat de algemeene 
landvoogd een Gouverneur-Generaal was in Rade van Indie, toen 
klom het misnoegen van het opperbestuur tot zulk eene hoogte, dat 
het op gebiedenden toon de Hooge Regering aanschreef: „ Wy 
„ beclagen ons grootelyks , dat onse orders in onse missiven 
„ successive gegeven , niet gevolgd worden of ook zelfs niet be- 
„ antwoord. Onze order moet uw wet en regel zijn , uwe dis- 
„ coursen en mededeelingen om ons te dienen van advies en 
„ om onze orders daarop te verwachten. Of wy al veel schry- 
„ ven en ordonneren , bevinden wy nogthans tot ons groot leed- 
„ wezen, dat er op hel voornaamste weinig gelet wordt, namelijk 
„dat alle onnuttige onkosten en fortificatien besneden, de be- 
„ hoorlgke vereischte zuinigheid behartigd en dat de schadelyke 
„ inkruipsels van particulieren handel met ernst worden geweerd. 



Digitized by 



Google 



xcvn 

,f Ook kmmen wy niet voorbygaaii; dat wy met de laatste terug- 
^gekeerde yloteiiy geen resolatlen der Hcx^ Regering hebben 
„ ontvangen en dat wy onderrigt zijn, dat er geen resolotien 
„ zyn geregistreerd; dat er weinig vergadering gehouden wordt; 
jt in één woord, dat de loffelyke orde van de heeren Coen en 
„ Carpentier in velen niet is achlei-volgd I " ^ 

In het voorjaar van 1632 had het opperbestuur in Nederland 
reeds beslist, dat het de verheffing van J. Specx tot provisio- 
neel Gouverneur-Generaal niet zou bekrachtigen. Vóór dat ech- 
ter tot zgne terugroeping werd overgegaan, zocht men den 
oud-Gouvemenr-Generaal de Carpentier, die to^ in Engeland 
in oommissie was, tot het andermaal aanvaarden der opper- 
landvoogd^ te bewegen; maar deze liet zich daartoe niet over- 
halen« Nu viel de keuze op Hendrik Brouwer, die zich voor 
den tgd van drie jaren als Gk)uvemeur-Generaal verbond en 
die, nadat hg zgne commissie had ontvangen en zgn eed in 
handen der Staten-Generaal en den Prins van Orai\je had a%e- 
legd, reeds dadel^k in April naar Indie vertrok. Op den 7den 
September 1632 stapte hg te Batavia aan land. 

Hendrik Brouwer was voorzien van eene nieuwe instructie. 
In dat staatsstuk, „ rakende de generale directie en het beleyt 
„der regeringe in Indie", had het opperbestuur in de eerste 
plaats geregeld ,, de administratie der justitie'* „ het fundament 
„van alle goede regeringe, waarin verscheyden disordren en 
„ excessen hadden plaats gehad.'' 

Er moest „ eene regtmatige justitie volgens de instructien en 
„jH^tyken in de Vereenigde Nederlandsche provinciën, zoo 
„ in het civiel als in het crimineel, worden geobserveerd.'' Het 
opperbestuur scheen niet tevreden met de regeling van 1625; 
want het gaf de toezegging dat het in het volgende jaar 1633, 
„ eene door de Algemeene Staten en den Prins van Oraiqe 
„ goedgekeurde instructie, soo in 't stuck van justitie als politie/' 



L UHg. miagive der XVII dd. 4 Oet. 1633. 

Digitized by VjOOQ IC 



xcnii 

iia«r Indie zenden zou. Intnsschen moest in den raad van jnsti- 
tie ahyd minsMis één „ gepnictiseerd" regtageleerde zitting 
hebben. ^ 

Die toezegging van regeling door het opperbestaar Tan het 
regtswezen in Indie is echter niet Tervnld en toen in 1642, 
de toenmalige Goayernear-Oeneraal yan Diemen in zyne sta- 
tnten van Batavia, het regts wezen had gei*egeld, kearde de 
Kamer van XVII die regeling goed en liet zi| eene idgemeene 
door de Staten-Oeneraal bekrachtigde regtsregeling achterwege*^ 

Eene herhaling van hetgeen bij de regtspleging tegen de 
EngeLschen op Amboina was voorgevallen, belette het opper- 
bestaar, door te gelasten, dat de vice-gonvemears en de direc- 
teurs van kantoren en forten > in groote zaken, ds zamen- 
zwering, verraad en diergel^ken niet ten principale mogten 
procederen, zonder voorkennis van Goavemeur-Cten^raal en 
Baden. ' 

De directeur-generaal van den handel in Indie, Antonio van 
Diemen, schreef in 1631 aan het opperbestuur in Nederland: 
„ de Compagnie heeft in Indie twee kankers, waaraan zq Igdende 
„ is; vooreerst, een te groot aantal onnatte dienaren, die buiten 
„betrekking zgn en ledig loepen; en ten tweede, dat velen 
„ aan wie Gompagnie's middelen zyn toevertrouwd, aan het 
„ bijzonder belang boven het algemeen belang de voorkeur ge- 
„ven, ja, dat er eenigen zijn, die al zoo lief hun voordeel 
jj van de Gomp. als van den vgand nemen/' Het opperbestuur 
schreef de schuld daarvan grootendeels toe, aan de regering 
en de ambtenaren in Indie; maar voor een groot deel, zoo 
niet voer het grootste, lag de oorzaak daaiTan in het beleid en 



1. Art. 1—3 der instructie en uitg. misaive der HH. XVII dd. 4 Oct. 1632. 

i, 2ie de Statuten yan Batavia in B^dra^ tot de taal-, land- en rolkenkonde, 
6de stok, nieuwe rolgreeks, 1863, en het Handachrift van den advok. van Dam op 
het KykB-Archief berustende, het Sde Boek, 2de Cap., bladz. 66, en hierachter 
N». XI der gedrukte stukken. 

3. Zie hierboven bladz. XXIX* 



Digitized by 



Google 



XCIX 

het 0td8el der Bewindhebbera. Beeds de Qoavemdur-QeiKsml 
Goen had amiii^dd gepredikt; maar elke Kamer waa niettemii 
Yoortgegaan met zgne beschermeliiigen naar Indie voort te 
helpeii. Op die wgze had mea kogzamerhaiid era. overtollig 
aantal bedienden in Indie gekregen. Het 10de artikel der 
Inetnietie voor Etendrik Bronwer schreef hem voor, daaraan na 
een einde te maken^ door alle onnutte dienaren, groote of 
kleine tiaetementen trekkende , naar het vaderland op te zenden. 

Dienzellden maatregel werd hem bg art. 90 gelaat te nemen 
tegen ambtenar^Qy wegens particulieren handel uit hunne be- 
di^iing ontzet; maar het drgven van verboden handel do(nr 
ambtenaren van de Oompagnie^ was een kwaad, dat zoo oud 
was als de Cano^^agnie zelve. Strenge maatregelen daartegen 
mogten era tyd lang wel baten, de wortel van het kwaad 
Ueef bestaan, zoo lang het opperbestuur zgne ambtenarra, die 
schatten in den handel omzetten ; aan wie schattra werdra toever- 
trouwd, die zoodoende de handelsvoordeelen in Indie te behakn, 
leerden kranra , op onvoldoende wgze bezoldigde en niet op geoor* 
loofde wgze in de winsten Uet deden. Onder die ambtenarra, over 
geheel Indie verspreid, aan gebrekkige cratröle onderworpra, 
schuilde er menigeen, die van een slecht gehalte was; allra 
hadden zij zich bovradien naar het v^»;%elegen Oostra bege- 
ven, zich aan de gevarra van de reis blootgesteld, om lotsver- 
betering voor zich te verkrggen. 

De eerlgke ambtenaren vonden intusschra, indira zg eerlgk 
btovea, in é&a dienst van de Compagnie slechts era sober 
bestaan, de gehuwden leden bgna armoede. Niets was dua 
natuurlgker, dan dat velen op aUerlei middelen bedacht warra, om 
zich voor de toekomst eenige spaarpenningen te vergaderen. Bgna 
memand was daaraan geheel onschuldig, sommigen echter maak- 
ten het daarin bgzonder grof. Met die winsten, met hetgera 
bovendira aan bezoldiging genoten werd, zochtra de ambtenarra, 
hetzg door eigen handel , hetzg door het uitgeven van geld op inte- 
rest of bodemerg nieuwe winsten te behaleui ra omdat er destgds 



Digitized by 



Google 



geen ingtellingen van crediet in Indie bestonden, plaatsten de 
dienaren der Compagnie hnn geld zeer dikwerf op interest bg 
de zoogenaamde yrgbnrgers, die dan met dat geleende ki^itaai 
hnn eigen handel dreven. Hiemit laat het zich verklaren waarom 
het opperbestnnr in Nederland tegeiykertyd ra bgna met de- 
zdMe gestrengheid tegen den verboden handel der ambtenaren 
als tegen den zoogenaamden ^ gepermitteerden handel der bnr- 
„gery of volkplanters" ijverde. Dat het opperbestnnr ^ indien 
het meende ; zonder van stelsel te veranderen , daarin te znllen 
slagen; aan Hendrik Bronwer de moegel^ke taak opdroeg, van 
den verboden particnlieren handel der ambtenaren streng te ver- 
volgen en te vernietigen , was niet meer dan billijk en i:egtvaar- 
dig; maar het is moeijelijker te begrgpen, welke beginselen het 
opperbestnnr in de zaak van den ,, gepermitteerden handel " 
tot rigtsnoer nam. De geest, welke eenmaal de Kamer van 
XVn na de conferentien met Coen in 1623 en 1624 bezield 
had, was lang vervlogen; het opperbestnnr was nn in volle 
reactie tegen die denkbeelden. Alles voor en door de Compagnie 
scheen nn het wachtwoord te zijn geworden , en als men de 
bevelen leest, welke destgds naar Indie werden gezonden, dan 
staat het onbevangen oordeel en het nnchter verstand, waar- 
mede men in onze dagen znlke belangen beoordeelt , verlegen 
om de vraag te beantwoorden : met welke bedoeling zond het 
oiq[)erbestnnr der Compagnie dan toch handelskolonisten naar 
Indie; waarom maakte het velen zgner ontslagen ambtenaren en 
soldaten tot vrgbnrgers, indien het aan dezen tegelgk kapitaal 
en middelen van bestaan ea handeldr^ven bQ den oorsprong 
afsneed? 

Men treft, in de brieven derHeerenXVII van dezen tgd, eene 
geheele reeks van aanschrg vingen aan, die allen denzelfden 
geest ademen. Beeds in Maart 1630 schreef het opperbestnnr 
lum de Hooge Begering, ten einde de geldbelegging der ambte- 
naren tegen te gaan: „dat op alle comptoiren van Indie bg 
f, publicatie moest worden bekend gemaakt, dat voortaan geen 



Digitized by 



Google 



01 

y, vrge handdaars meer znUen worden toegekten^ dan die van 
j, reis tot reis spedale licentie hebben yan den Gtonyemenr-Gkner. 
^ en Raden, en die onder eede verUaard hebben, dat zy geen 
„ goederen of gelden van anderen in honne onderneming gestoken 
„ hebben, dan yan zich zelven of van andere vrglieden, op ver- 
„ benrte yan alle de goederen en boyendien onder bedreiging 
,, yan straf. " ^ De grootste slag werd echter aan den ,, gq>er- 
mitteerden" handel in Indle toegebragt, door het ph^kaat, dat 
de Kamer yan XVII in hare najaarszitting yan 1631 vaststelde 
en bg aanschrgying yan 23 November 1631 aan den Gkmveroenr- 
Generaal Specx ter afkondiging in Indie opzond. Bg dat plak- 
kaat werd vooreerst bevolen, dat de vrglieden alleen zonden 
mogen handelen en varen in Pegn, Bengale, Arrakan, in de 
bogt van Patani, in Eambodja, Siam, Eoetqin-qina, Solor, 
Makasser en dè&r waar de Comp. niet handelde. In de meeste 
dier landen en plaatsen was te dier tgde de handel, door oorlog 
of om andere redenen, vervallen, de beperking stond dns b$na 
gelgk met een verbod. Eene tweede hoofdbepaling van dit plak- 
kaat, was niet minder doodend voor de vrghandelaars ; dezen 
mogten voortaan nergens elders in Indie gevestigd bleven, dan 
te Batavia, Amboina of Banda. In Amboina en Banda had de 
Compagnie het monopolie der specergen ; zg was daar dns nage- 
noeg meester van den nitvoerhandel ; want andere artikelen waren 
daar bgna niet. Dievrgheid was dns ook denkbeeldig, niets dan 
Batavia bleef er alzoo voor de vrgbnrgers open. Tegel^kertgd en 
bg dien zelfden brief van 23 November 1631, kreeg de Hooge 
Begering, die genoodzaakt was geweest eenigermato de behulpzame 
hand aan de volkplanters te leenen, wilde zg den handel der 
vrgbni^rs van Batavia niet geheel zien ten onder gaan, bovendien 
n<^ eene bitse aanschr^viag in deze woorden : „ Het sch^nt wel dat 
„ de groote imaginatie en speculatie op het particulier welvaren 
„ van de stad Batavia, eenigen zooverre hebben getransporteerd, 



1. THtg. miiOTe 14 Maart 1080. 

Digitized by VjOOQ IC 



en 

„ dat alle de orderen en placoaten jegens den particulieren handel 
yf geëmaneerdy volgens het snstenu van sommigen , niet na de 
„ letter geduid, maar bg den Geniaal naar gelegenheid yan 
I, zaken gemodereert behoort te worden , hoewel geen interpre- 
n tatie gepermitteerd is, van de instmctien en plakkaten. Met 
„ alle brieven hooren wg klagten , zoo over parttcnlieren handel 
„ als over vr^en gepermitteerden. Wg zenden daartegen met 
„ alle brieven orders en zenden plakkaten om het voor te komen ; 
,, waarom dan onze orders in deze niet naargekomen? waarom 
fy wordt daarover zoo gedisponeerd, dat niet alleen de bnrgerg 
,, van Batavia is gepermitteerd hare negotie op de kust (van 
I, Eoromandel) te mogen doen , maar dat haar zel& wordt toe- 
„ gestaan hare goederen met Compagnie's schepen daar heen 
„ te vervoeren? De negotie van de Compagnie verachtert daar- 
y, door, laat dan toch de klagten daarover eens ophonden. 
„ Meent gijl. dat de bnrgerij zonder dien handel zich niet kan 
„staande honden, dan ware het beter, dat zoodanige burgerij 
„ me^ op Batavia ware, want als één van beiden moet lijden, de 
„ Comp, of de burgerij, dan is het verre beter, dat de burgerij 
„ iich behelpt en lijde; maar daar schort het niet aan, zg zoeken 
„ al te vroeg ryk te worden en dan zgn zg Indie moede. Laat 
„ ons dan toch geen verkeerde barmhartigheid gebroik^ ; maar 
„ wQ moeten vooreerst en alleen oogmerk hebben op den dienU 
y, en het proffijt van de Compagnie,** 

Moe^el^k had het opperbestnnr met meer klaarheid deh 
tweestrgd in het licht knnnen stellen , welke er bestaat tosschen 
de pligten van den regent en de belangen van den handelaar; 
wanneer de behartiging dier pligten en belangen aan ééne hand 
z§n toevertnmwd. Het zon geen l)armhartigheid geweest zgn, 
indien de handel in Indie aan de krachten der burgerg ware 
overgelaten, zooals Ooen had gewild; maar een gezond begrip 
van Oompagnie's belangmi. Op die wgze had Batavia groot 
knnnen worden en zich tot een emporinm knnnen verheffen, 
waar de Compagnie zich had knnnen voorzien van de handels- 



Digitized by 



Google 



cm 

aitikden voor de Eoropeesche naakt Zg had dan een groot 
gedeelte yan den kostbaren omslag van schepen^ kantoren en 
eigen bedienden wgd en z^d over Indie verspreid; knnnen 
intrekken; zg zon dan veel minder blootgestaan hebben aan 
aanzienlgke verliezen , vero<»rzaa]&t door de handelingen van 
onhAwMBMb o{ ontrouwe ambtenaren , wier handelingen, op die 
verwgderde plaatoen, niet altgd behoorlgk konden worden na- 
gegaan. 

Het was echter 'op dien tgd er verre van af, dat de denk- 
beelden van Coen, omtrent volkplanting m vrgen handel, nog 
ingang 1^ het opp^bestnur vonden. Integendeel, men ergerde 
zich in Nederland er over, als de handels-kolonie, die men 
zelf in Indie geplant had, slechts eenigzins in bloei vooruitging. 

Kleine uitgaven en rgke retouren was het eenige, wat men 
begeerde. Men zag het gaarne, dat de handels-kolonisten in 
aaatal en vermogen verminderden. De instructie voor dra Gou- 
yeneur-Greneraal Brouwt en den Raad van Indie, droeg van 
dien geest de kenmerken. De tot hiertoe verleende huwelgks- 
giften aan de zoogenaamde Compagnie's dochters en de uitge- 
loofde premie voor uitkomende gehuwde personen, ingesteld 
om de volkirfanting te Batavia te bevorderen, werden inge- 
trokken. Tegen pracht en praal werden kleingeestige bevelen 
gegeven, zelft aan de vrgburgers het dragen van edelgesteente 
en passementwerk verboden. Het opperbestuur verlangde geen 
andere volkplanters, dan lieden zonder kapitaal en zonder mid- 
delen; jy want om luyden te senden met middelen," schreef de 
Kam^ van XVH, „ is geen apparentie, alsoo sulcx tot groot 
„ verderf van 's Comp*. negotie is strekkende.'' 

De Gouverneur-Generaal Specx en de Baad van Indie, had- 
den intnssehen geaarzeld, om het strenge plakkaat van Novem- 
ber 1631, tegen den vrgen gepermitteerden handel in Indie 
af te kondigen. Het misnoegen van het opperbestnur daarover 
was tot verbolgenheid geklommen en de nieuwbenoemde (Gou- 
verneur-Generaal, Hendrik Brouwer kreeg den beslissende last 



Digitized by 



Google 



crr 

dat hg zonder nitstel dat plakkaat zon afkondigen. Op den 238ten 
September 1632, naanwigks yeertien dagen na zgne aankomst, 
voldeed Bronwer aan dat bevel en werd het plakkaat te Batavia 
afgekondigd. ' 

Het i8 opmerkelijk, dat de Gk)nvemenr-Generaal Bronwer, 
nadat hg naanwelgks drie maanden in Indie vertoefd had, 
reeds tot een ander oordeel over den vrgen handel begon over 
te hellen; hij veroorloofde zich zelfs, in zgne brieven aan het 
opperbestunr, eene schroomvallige voorspraak voor den vrgen 
handel in kleeden, vooral op de knst van Eoromandel, te doen 
hooren, in het belang der Compagnie zelve en geheel in den 
geest van het stelsel van Coen. 

„ Men snstineert , ** zoo schreef Bronwer op den Isten Decem- 
ber 1632, „dat de Engelschen den geheelen Coromandelschen 
„ kleedenhandel souden qnyt syn geworden, byaldien UEd. de 
„ vorige liberteyt aan de vrye Inyden hadden gelieven te laten 
„ behouden, waarvan UEd. sonder verschot van gelden (souden) 
„komen te profiteren, omtrent de 45 ten honderd, te weten 
„ vQor uitgaanden tol van Batavia 10 ^/^ en vracht 3 ^/^ ; voor 
„ uitgaanden tol op Coromandel 5 ®/o en vracht 2 ^/^ ; wederom 
„ voor inkomenden tol te Batavia, het kapitaal vergroot op 1 j , 
„komt 157o ^^ de vracht naar advenant de 3®/o? is 4J7oj 
„ wederom voor tol van nytvoeren van Batavia naar andere Indi- 
„ sehe kwartieren , alsoo de minste kleeden in Batavia gesleten ; 
„maar meest uitgevoerd worden, ö^o? ^^^^ ^ zamen zonder 
„eenig voorschot van gelden 44| 7oy zonder subject te zjn 
„ aan beschadigdheid of verrotting, onverstandigen of ontrouwen 
„inkoop derzelver kleeden, onverkoopbaarheid van sorteringen, 
„ gevar^ van brand in pakhuizen en verscheiden andere incon- 
„ venienten. Wyders dat UwEd. jongste plakkaat den kleeden- 



1. Dit plddowt is in het R^lu-Arrluef niet meer aanwezig; doch den inhoud er 
▼an, leert men kennen, uit de notoleQ der HU. XVII, Nov. 1631 en uit Tan Dam, 
Handschrift R. A. Sde Boek, 208te Cap., hlads. 343 sq. Zie verder hierachter 
N». XXVII der gedr. stnkken. 



Digitized by 



Google 



Cf 

„ handel sonderlhige prejndiciabel ia, ten aanrien UEd. daerby 
„geUeven te verbieden het varen op de plaatsen daar ze vele 
,y getrokken zyn. Hierop mag men zeggen , dal de bedoeMng 
„hiermede is, den diamanthandel te weren; doeh men repli- 
„eeerty dat dit weinig verhindering kan geven , omdat de 
„ diamanten toch publiek of in 't geheim knnnen worden inge- 
nbngt; want die voorwerpen kan men ligt bergen en Ghine- 
„zen en Javanen zyn daarin zoo snbtiel als eenig menseh, die 
„den awdbodem betreedt." ^ 

Maar onmiddel^k ontving Bronwer van de Kamer van XVII 
tot antwoord : ^ „ Wy hebben mt nwe diseonrsen gesien, hoe 
,.de tmrgery van Batavia, door de jongste afgesonden plae- 
„caten, gediseonragieert is, meenende alsoo niet te kmmen 
„bestaan, hetwelk wy seer wel aannemen, alsoo meer dan tyd 
nis, dat hnn de vetste weiden, alwaar de Gomp. behoorde te 
„ grazen, ontzegd worden en derhalve na gedane examinatie van 
„ de oonsideratien wederzyds in nwe missive vervat, verstaen wy 
„by onze ordre en resolutie daarop genomen te volharden." 

Geheel in strijd met dit, haar eigen beslist antwoord, schreef 
de E[amer van XVII, eenige weinige regels verder, in dien- 
zetfden brief aan de Hooge Regering : „ Hetgeen by ons in het 
n debiteren van kleeden niet kan gedaan worden, behoort te 

„ worden geaccordeerd aan de vrye luyden het is ook 

„ onze meening niet geweest zoo precies in de woorden van de 
„plakkaten te inhereren, dat daarin geen ampliatie en limi- 
„tatie naar gelegenheid van zaken zou mogen worden ge- 
„maakt, mits blyvende by onze maxime en intentie, welke is, 
„dat ten principale de handel voor de Comp. mag worden 
„behouden, want als wy vrye luyden willen aanhouden, moe- 
iten hun de middelen worden gesuppediteerd om eerlyk met 
nhaar familie te mogen leven." * 

Onder de leiding van een opperbestuur, dat nu eens, onder 



1. Zie Terder deo brief in t^n geheel onder N^ XXVII. 
t Uitg. Mlanve der HU. XVII, dd. 19 Sept 1688. 



Digitized by 



Google 



OTI 

don invloedi van een maa als Coen^ met aekere geestdrift vrgen 
handel en koloniën in Indie begeerde te stichten , dan weder 
heftig en gestreng den grondslag der Compagnie^ den meest 
beperkten mon(q)oliehandel yerlangde te handhaven ; maar tege- 
lykertyd zwak, toegevend en stdselloos; beide stelsels , den 
nitslaiteoden handel der Comp., naast vrge Inyden zonder kapi- 
taal, wUde aanbonden; konden natnnrlgk geen handelskolonien 
in Indie zich vestigen, veel minder zich öntwikkel^i. 

De opperlandvoogd Hendrik Brouwer geloofde dan ook weldra 
niet meer aan het welgelnkken van zoodanige volkplantingen 
in Indie en in 1636 schreef hg aan het opperbestnnr : ^ ,, de 
„ bedroeide exempelen van onse Bataviasdie colonie , onder de 
ff oogen van UwEd. hoogste regering, dora ons mistronwen, dat 
„ eenig considerabel goed progres door dezelve, in des Gomps. 
„ stand in Indie , zal te bekomen zyn." 

Het vraagstuk van volkplanting en vrgen hMidel in Indie 
bleef op deze wgze tnsschen twee stroome heen en weder ge- 
slingerd, tot dat het bij de beraadslaging in de Kamer der XVII 
over het nieuwe reglement op het beleid der regering in Indie 
van 1650, op nieuw ter sprake kwam; maar ook toen weder 
evenmin tot eene eindbeslissing kon geraken ^. 

Omtrent de gedragslgn, welke de Hooge Begering tegenover 
de vorsten van Java moest volgen, werd bg de nieuwe instructie 
van 1632 geen bepaald voorschrift gegeven; doch in de aan- 
schrgvingen, welke het opperbestuur hg herhaling aan Hendrik 
Brouwer en den Baad van Indie toezond, treft men voortdurend 
de vermaning aan, om toch vooral eene vredelievende staat- 
kunde tdg&üOYer Bantam en den Soesoehoenan te volgen, zelfs 
om, indien de Compagnie daardoor den vrede kon verkrggen 
of bewaren, den schgn aan te nemen van de minste te willen 



1. Brief ¥tn 4 JftMiary 1686 N*. XXXII der gedr. rtukkoB. DeM lurief k leer 
leieoBWftardig, waarom iqj er naar ?erw^ieQ. 

8. Cf. Venlag aan den Koning oitgebragt door de Staatscommiasie ingesteld m 
Kon. betlnit Tan 16 JonQ 1657, a*. J90, bQ!. F. bUda. UI. 



Digitized by 



Google 



om 

xp, zoo slechts de yerkregen regten der Compagnie daarl^ 
met werden yerkort De (Toavemenr-Gleiieraal Brouwer, zgn 
TOOTganger Specx en alle de raden van Indie, met nitzondering 
?an Philips Locasz, waren echter van meening, dat znlk eene 
staatkunde tegenover de Javaansche vorsten moegelgk gevolgd 
kon worden; maar dat men integendeel den vrede , althans dien 
met den Soesoehoenan, nooit op andere wgze^ dan door ver- 
toon van magt en door oorlog zou knnnen verkrggen. 

Bg zgne aankomst te Batavia ; had Brouwer het Nederlandsch- 
IndiBeh bestuur in eene, zoo als hg zich uitdrukt, ,,teêre, 
„hebt geraakte, doch vreedzame communicatie met Bantmn" 
gevonden ^. 

Intasschen dreven de Bantamsche groeten en kooplieden han- 
del op de eilanden Geiam, Ceram-Laut en Gh)ram en voerden 
van daar specerijen uit naar Bantam, dat strgdig werd geacht 
met de monopolie-contracten 4oor de Compagnie in den specerg- 
archipel gesloten en de door de Hooge Begering uitgevaardigde 
verbodsplakkaten. De Bantamsche regering wilde zich aan deze 
fdakkaten en aan de contracten met derden gesloten, niet onder- 
werpen; de Gh)uvemeur-(7eneraal daarentegen moest het verkre- 
gen monopolie der Compagnie handhaven. 

Het was dezelfde oude strgd, reeds vroeger onder voorgaande 
landvoogden, vooral met de Ëngelschen gestreden. De Bantamsche 
handelsvaartuigen werden nu door de schepen der Compagnie 
aangehaald en voor goeden prgs verklaard; het gevolg daarvan 
was, dat in November 1633 de oorlog tusschen Bantam en 
Batavia weder uitbrak. Nadat de Pangéran van Bantam vruch- 
teloos de schepen en goederen zgner onderzaten had teruggeëischt, 
deed hg den Nederlandschen Commissaris Pieter Franss^ met 
zgn gezin en den geheelen Comps. omslag te Bantam, onder 
eequester stellen. De vaart en gemeenschap tusschen Batavia 
en Bantam werden van beide zgden verboden en de vgande- 
Igkheden hervat. Gedurende het bestuur van Hendrik Brouwer 

1. Miitnre Ttn 1 Dee. 1632. 

Digitized by VjOOQ IC 



cnn 



werden nu ook yerschiUende togten tegen het gebied van Ban- 
tam ondernomen; onder anderen tegen Tanahara, tegen eenige 
dorpen op de knst der Lampongs en ook tegen de stad Bantam 
zelve, welke hevig door de Nederlanders werd beschoten; maar 
ook de zeemagt der Bantammers behaalde , door verrassing en 
overrompeling, van t^d tot tgd belangr^ke voordeelen op de 
schepen der NederUmdsche Compagnie ^ 

De onvmchtbare onderhandelingen met den Soesoehoenan , 
door middel van den regent van Samarang in 1630 aangeknoopt, 
hadden den Gonvemenr-Generaal Specx niet ontmoedigd. Over- 
eenkomstig de bevelen uit het moederland waagde Specx het 
andermaal, in betrekking met den Soesoehoenan te geraken. 
Ditmaal zon de Lakhsamana, regent van Japara, bemiddelaar 
zgn. In de maand April van 1632 werd een gezantschap, aan 
het hoofd waarvan, de ontvanger Maseyck en de kommandeur 
Wagensveld waren gesteld, met geschenken naar Japara afge- 
vaardigd; maar de uitkomst was nn nog ongelukkiger dan 
vroeger. l)oor de verklaringen en vriendschapsbetaigingen van 
den regent van Japara, die de witte vlag deed nitsteken, tot 
vertrouwen overgehaald, zonden de Nederlandsche gezanten, 
eerst het geschenk voor den Soesoehoenan bestemd, daarna 25 
Nederlanders onder de leiding van den onderkoopman Antonio 
Paulo naar land. Zoo wel van het geschenk, als van de Ne- 
derlanders maakte de trouwlooze regent zich meester. Hierdoor 
klom het cgfer der gevangen Nederlanders in handen van den 
Soesoehoenan tot ongeveer vgftig. Van deze ongelukkigen, werd 
Antonio Paulo, in 1641, op last des Soesoehoenans ter dood 
gebragt, vele anderen stierven door gebrek, de overigen tot 
een dertigtal versmolten, bleven meer als slaven, dan als krijgs- 
gevangenen tot het jaar 1647 in de magt der Javanen. Slechts 
vgf rappe gasten zagen in 1635 kans, om na allerlei avonturen, 
in eene kleine praauw, van het zuiderstrand in zee te steken, 



1. Zie de Vrieren fui 1 üee. 1632, 25 Deo. 1688, 27 Deo.— S Jannarfj 1685 
hienekter. 



Digitized by 



Google 



ctx 

1^ zaiden Java naar de Kokofl-eilaadea en van daar naar Ban- 
tam te ontkomen. 

Het is nooit doidelgk geblekm^ om welke redenen en met 
welke bedoeling dit verraad te Japaia aan de Nedurbuideri is 
gepleegd. Zndit naar wraak over het tweemaal mislnkken van 
de aanslagen des Soeaoehoenan's tegen Batavia, schgnt daartoe, 
ten minste voor een gedeelte, aanleiding te hebben gegeven; 
want gedurende geheel zgn overig leven, he^ de Soesoehoenan 
Hagoeng, wiens hoogste eerzneht was, alleenheerseher over ge- 
heel Java te worden, het niet aan de Nederlanders kannen 
vergeven, dat zg, door zyne legers voor Batavia te wederstaan, 
hem belet hebben, westelgk Java te veroveren en alzoo het 
doel van ^n eerzuchtig streven te bereiken. Om die reden 
zocht hij bij voortduring hulp bij de Portugezen te Halakka en 
6oa, die van hunnen kant deden wat zg vermogten, <Mn den 
Soeaoehoenan, door beloften van hulp en door gesdienken tegen 
de Nederlanders op te zetten en te v^bitteren. 

Het nadeel dat de handel van Batavia door deze voortdurend 
vgandige gezindheid van den Soesoehoenan ondervond, was aan- 
vankeiyk niet gering; want oostelgk Java trok nu zgne kleeden 
uit Malakka, in plaats van Batavia, waardoor Batavia tevens 
den aanvoer van rijst moest ontberen. Bovendien bleven de vel- 
den rondom Batavia steeds onveilig door zwermen van stroopers 
en moeskoppers, door den Soesoehoenan of door zgne regenten 
op zgn last afgezonden, zoodat de landbouw in de omstreken 
van de stad geheel belemmerd werd. 

Ten einde afleiding naar eene andere zgde te doen ont- 
staan, was de Gouverneur-Generaal Brouwt reeds kort na z^n 
(^treden er op bedacht, om de vorsten van Bali, waarvan de 
voornaamste, die van Beliling, tevens suzerein van Balamboeang 
was, tot het voeren van oorlog tegen den Soesoehoenan op te 
wekken. De Hooge Regering zond in 1633 met dat doel twee 
gezantschappen naar Bali, welke echter, zoo als Brouwer zelf 
in zijne brieven erkent, „aldaar naar des lands manier wel zgn 



Digitized by 



Google 



ÜX 

^ontvaagen, grfestoyeerd ende getimeteerd; mmr niet zoodanig 
i,aficheid en depêche becomen^ als wy ons hier te Batavia wel 
„hadden gdmagineeid; want de groeten en principalen Tan 
„Bali collegialiter vergaderd zgnde, verklaarden ronduit en 
f, opentlgk^ dat zy er niet toe konden besloiten om den Mattaram 
„den oorlog aan te doen^ dewgl i^ zoowel met den Mattaram 
i^als met ons in vrede waren." ^ 

Er bleef dos geen andere weg open, dan die der onderhan- 
deling ^ indien men ten minste aan de dringende aanmaningen 
van het opperbestnnr; om toch de minste te willen zgn en den 
vrede met den Soesoehoenan te sluiten; wilde gehoor geven. 
Terwijl er betrekkingen met Bali werden aangeknoopt ^ waren 
de ond^handelingen met den Soesoehoenan ; door tosschen- 
komst der regenten van de knstlanden, toch niet afgebroken. 
In den loop van het jaar 1633 had de regent van Tagal een 
Ooezoerat en twee gevangen Nederlanders naar Batavia gezon- 
den , met het verzoek; dat Nederlandsche afgevaardigden naar 
Tagal mogten komen , om over het herstel van den vrede te 
handelen. De Hooge Regering waagde nn nogmaals eene poging 
om in onderhandeling te geraken; zy zond met dat doel een 
Nederlandsch assistent; met den Goezoerat en de beide gevan- 
genen naar Tagal terug. De Nederlanders bleven zóó lang af- 
wezig; dat de Gouverneur-Generaal zich alweder verraden achtte; 
totdat eindelgk de assistent; met de twee vrggelaten Nederland- 
sche gevangraen en nieuwe afgevaardigden van den regent van 
Tagal; te Batavia terugkeerde. De regent liet alweder weten; 
dat een bepaald gezantschap met geschenken en brieven voor 
den Soesoehoenan van Batavia gezonden moest worden ; en dat 
hg dan die gezanten naar de hoQ)laats geleiden zou. Na lang- 
durige onderhandelingen, waarbg het aan wederzgdsche betui- 
gingen van vredelievendheid niet ontbrak; en na veel weifelens 
besloot de Hooge Regering eindelijk, in het volgende jaar, tot het 



1. Brieyen Ttn GG. en Raden dd. 7 Febr. en 15 Aag. 1683, onder N». XXVIII 
io XXIX hienditer. 



Digitized by 



Google 



CXI 

XÊiéesk van zoodanig g&zmUcbsp. De kommandeitr Jm fan 
^onehiBn TWtrok nu als gezant met blieven en gesoheidcen, in 
Oetober 1634 naar Tagal, en kreeg in laet om de veridaring 
af te leggen , dat de Nederlandache Compagnie bereid was tot 
de erkenning van den Soesoehoenan als Keizer van geheel Java 
over te gaan, en bovendien tot het jaarlijks geven van eenige 
„eortesy, omdat de Nederlanders op sgn lant residentie genomen 
„hadden/' en eindelgk tot het betalen van een biUgk rantsora 
Yoor de Nederlandsche gevangenen. Verder kon de HoOge 
Begmng niet gaan en toch bleef ook ditmaal de onderhaodeling 
vrachtelooS; omdat de regent van Tagal, waarschgnlgk op last 
?an den Soesoehoenan, die een voor allen zigtbaar bewgs van 
leenhnlde begeerde, hardnekkig bleef vastbonden aan den eiseh 
dat twee Nederlandsche gevolmagtigden aan land zouden komen, 
om in persoon de brieven, voorstellen en geschenken aan den 
Soesoehoenan aan te bieden, terwgl daarentegen de Nederland- 
sche gezant, op last van de Hooge Begering en nit wan- 
tiomwen, dat het verraad te Japara gepleegd, mogt wordea 
heriuuüd, van zgne zgde, standvastig weigerde aan dit verzoek 
te voldoen. ^ 

Na alle deze mislukte pogingen om in onderhandeling over 
den vrede met den Soesoehoenan te geraken, was Hendrik 
Brouwer in den aanvang van het jamr 1636, by het eindigen 
?an z^n bewind meer dan ooit in zyne overtuiging gesteriLt, 
dat „ de vrede met den Mattaram niet dan door vigourensen 
j, ooilog kon worden bevorderd " en dat „ daerby vooral in 
„consideratie moest worden gehouden, dat hoe meer Carthago 
„aan ^me inruimde, hoe meer hare staat was verzwakt" ^ 

Inmiddels had even als zgn voorganger ook de Gouverneur- 
Generaal Brouwer ondervonden, dat het geen gemakkel^ke taak 
was, de zeventien meesters in het moederland, die zich meer- 
mden, door ontevreden of teleurgestelde uit Indie teruggekeerde 

1. Zie orer deze onderhandelingen de brieyen Tan 15 Aog. en S6 Dee. 1688 en 
fi Dee. 1684—8 Jan. 1686, n». XXIX—XXXI, der hieraditer gedmkte stokken. 

2. Brief Tan 4 Jan. 1686. 



Digitized by 



Google 



oxn 

dienaren^ lieten bepraten, naar hunnen wenseh te dienen. Reeds 
sedert 1634 had hg ach bg herhaling het misnoegen en de 
berisping van het opperbestnnr op den hals gehaald. > Hg be- 
hield dan ook de tengels van het bewind niet veel langer in 
handen y dan gedurende den tgd, waartoe hg zich verbonden 
had en gaf die, den Isten Janaarg 1636 over aan Antonio van 
Diemen, die reeds 1^ acte van sorrogatie en snbstitatie der 
Heeren XVII; dd. 12 Febmarg 1633 , tot zgn vervanger was 
aangewezen. 

Tot^de grieven van het opperbestaar tegen Broawer behoorde 
ook; dat hg geen middel had weten te vinden om den vrede 
met Bantam te bewaren , noch ook om dien met den Soesoe- 
hoenan te herstellen. De Gbuvemear-Gteneraal van Diemen ont- 
ving , bg zgn optreden; op nienw de ernstige vermaning oit 
het moederland; om toch eene vredelievende staatkande te 
volgen. 

De Goavemear-Gleneraal van Diemen stemde echter geheel 
overeen met het gevoelen van zgn voorganger; omtrent de staat- 
kande ; welke men tegenover de vorsten van Java moest volgen , 
en schreef aan het opperbestaar , dat hg de beschoawingen der 
HH. XVII niet kon deelen; dat hg hen aan den staatkundigen 
grondregel der Compagnie op Java moest herinneren; namelgk 
dat ;, nit Batavia's opgang volgt Bantam's raïne en dat das 
;, oit het tegendeel belemmering van Batavia's progres moest 
;, volgen;" en dat tevens niet ait het oog mogt worden ver- 
loren de „aangenomen maxime ; dat men Bantam niet te klein 
„ en den Soesoehoenan niet te groot mogt maken." 

De Hooge Regering te Batavia zocht niettemin zoo veel dit 
in haar vermogen waS; te gehoorzamen aan de bevelen van 
het opperbestaar en liet door middel van Nederlandsche afge- 
vaardigden en Ghinesche kooplieden vredelievende mededeelin- 
gen doen aan de Regering te Bantam. Deze toenadering van 



1. Cf. maooMript R. A. oitg. miiaiTen der IVII dd. 2 S^. 1634 eo miniTo 
Broawer 4 Jan. 1686. 



Digitized by 



Google 



cjxni 

de zgde der Nederlandsch-Indische Regering^ deed slechts de 
aanmatigende eischen der Bantamscbe Regering stijgen. De 
toegang tot Bantam werd aan Nederlandsche gezanten ontzegd 
en door middel van Ghinesche kooplieden werd het antwoord 
gebragt; dat indien de Hooge Regering te Batavia met den 
Pangëran van Bantam in vrede wilde komen ^ de vrge en 
onbekommerde vaart op Geram, Amboina en Banda aan de 
Bantammers moest worden toegestaan ; dat bovendien alle natiën 
en "vreemde kooplieden vrij en onbelemmerd door de Neder- 
laoders^ te Bantam moesten worden toegelaten en eindelijk; 
dat de Goavemeor-Gteneraal twee stukken grof geschat aan 
den Pangéran van Bantam moest geven , als vergoeding van 
geschuty dat hy het laatste beschieten van de stad was veron- 
gdnkt 

Nadat de onderhandeling over deze voorwaarden eenigen tgd 
was voortgezet, liet de Pangéran van Bantam de twee eerste 
voorwaarden los; maar bleef aan den eisch om vergoeding van 
geschat vastbonden. Zonder de onderhandeling geheel af te 
breken ; nam van Diemen na toch eene meer teraggètrokken 
bonding aan en liet hij intusschen niet na, door het verleenen 
van verlof aan den Pangéran om eenige op Ceram achterge- 
bleven Bantammers van daar af te doen halen en door het 
oitdeelen van geschenken aan de hofgrooten, de Bantamscbe 
Begering tot welwillendheid te stemmen. Het gevolg hiervan 
was, dat omstreeks de maand Jnlij van het jaar 1636 een 
stilstand van wapenen tasschen Bantam en Batavia werd geslo- 
ten en aan de onderzaten van beide partijen verboden, dat 
zg dkander te land noch te water, meer zonden beschadigen. 
De bekrachtiging van dezen wapenstilstand bleef echter nog 
drie jaren vertraagd, eerst tengevolge van een aanval door 
Bantamscbe zeeschuimers op het schip van een Nederlandschen 
vrgborger, daarna door het vertrek van van Diemen naar Am- 
boina, alwaar de tegenwoordigheid van den opperlandvoogd 
hoog noodig was geworden. Eerst in de maand Maart van 
V. VIII 

Digitized by VjOOQ IC 



oxrr * 

1639 werd deze wapenstilstand tassehen Bantam en Batavia^ 
op denzelfden voet als die van 1629; door het wisselen van 
geschenken; het over en weder zenden van gezanten en door 
openbare afkondiging bekrachtigd. 

Niet weinig had tot deze vreedzame oplossing medegewerkt 
de vrees ; Welke de Pangéran van Bantam sedert eenigen tyd 
op nieuw voor den Soesoehoenan koesterde , omdat de vorst van 
Mataram groeten naijver tegen Bantam had opgevat; sedert de 
opperpriester van Mekka een heiligen standaard en den titel 
van Sultan geschonken had aan den Bantamschen Pangéran. 
Die naijver van Mataram bleek reeds door zigtbare teekenen. 
Het gebied van Bantam op Sumatra, werd door den bondge- 
noot van den Soesoehoenan ; den vorst van Palembang; be- 
dreigd en in den loop van het jaar 1638 liet de Soesoehoenan 
door zijnen regent van Tagal op nieuw zijdelings aan de Hooge 
Begering te Batavia aanbieding doen, om niet alleen den vrede 
te herstellen; maar zelfs om in eene offensieve alliantie te tre- 
den tegen de vijanden vau beide partgen. 

De Hooge Regering doorzag dadelyk; dat de Soesoehoenan; 
wiens leger in 1637 een voordeeligen krijgstogt tegen Balam- 
boeang en ^het oosten van Java had volvoerd; nu weder een 
aanslag tegen Bantam en westelijk Java beraamde. Gouverneur- 
Generaal en Raden gedachtig aan den staatkundigen stelregel; 
dat Bantam niet te klein en Mataram niet te groot mogt wor- 
den, hielden zich tegenover die aanbiedingen van den regent 
van Tagal zeer teruggetrokken en sloten niettemin in 1639 den 
vrede met Bantam. De kooplieden der Compagnie vestigden zich 
nu ook weder binnen Bantam, de handel en het verkeer tus- 
scheu die plaats en Batavia werd op den ouden voet hersteld. 
In de laatste jaren was echter de uitvoerhandel te Bantam voor 
een groot gedeelte van aard veranderd; bgna geen peper werd 
meer in het Bantamsche gebied geteeld; daarentegen begon daar 
de suikerteelt op plantagieu; door nyvere Chinezen aangelegd; 
meer en meer uitbreiding te verkrggen. Het voorbeeld eerst te 



Digitized by 



Google 



cxv 



Bantam gegeyeii; om saikerriet te planten, vond korten tgd 
daarna navolging te Batavia en ook in Japara, van waar reeds 
in 1639; 249 pikols suiker te Batavia werden aangebragt. 

De vgandelgke verhouding tusschen Batavia en het rijk van 
Mataram had in den laatsten tijd veel minder nadeel dan vroe- 
ger aan Batavia berokkend. Aanvankelijk had de Soesoehoenan 
gemeend, dat hij, door de havens en kustplaatsen van Java 
gesloten te houden, de Nederlanders zou dwingen, om uit 
gebrek Batavia te verlaten. Zes jaren achtereen handhaafde de 
Soesoehoenan dat verbod van uitvoer uit zijn gebied; maar toen 
hi) bemerkte, dat de Nederlanders zich toch uit andere landen 
de vereischte voedingsmiddelen wisten te verschaffen, hield hij 
aan zijn stelsel van afsluiting van Batavia, niet zoo streng meer 
vast en liet hij aan de regenten der kustplaatsen, aan Javanen 
en Chinezen oogluikend toe, dat rijst, boonen en zout naar 
Batavia werden uitgevoerd. In 1635 leverde Batavia voor het 
eerst sedert hare stichting, meer inkomsten dan het aan uit- 
gaven in dat jaar gekost had. De handel der zoogenaamde 
vrgburgers, bleef wel is waar kwijnende, omdat er zoo als wg 
gezien hebben, ouder de werking der beginselen van de Com- 
pagnie, voor den handel van bijzondere personen, slechts weinig 
plaats overig bleef; maar door Chinezen, Arabieren en andere 
oosterlingen, werd toch nevens den handel der Compagnie met 
hare eigen schepen, een niet onaanzienlgken handel gedreven. 
In het jaar 1638 werden er zelfs niet minder dan 2600 lasten rijst 
en 13455 pikols peper op die wijze te Batavia aangebragt. Ook de 
landbouw op de velden rondom Batavia, breidde zich langza- 
merhand uit, naarmate de stroopende benden, vroeger telkens 
op last van den Soesoehoenan afgezonden, allengs zeldzamer 
in de omstreken van Batavia zich vertoonden. Men legde zich 
vooral rondom Batavia toe op de teelt van klapperboomen, 
moeskruiden en suikerriet; ook de aanplant van indigo werd 
beproefd; maar met minder goed gevolg. Ook op het gebied 
van landbouw gaven de nijvere Chinezen weder het voorbeeld 



Digitized by 



Google 



oxn 

en den eersten aanstoot. Inzonderheid breidden de koophandel , 
de zeevaart en de landbouw van Batavia zich nit^ nadat in 
1641 Malakka stormenderhand door de Nederlanders was ver- 
overd , een wapenfeit dat aan de Portugezen de bekentenis ont- 
lokte^ dat Portugal; nu Malakka verloren waS; geen Indie meer 
bezat en dat dan ook werkelijk aan Portugals gezag en handel 
in Oost- Azië en den Archipel den doodsteek gaf; maar dat daar- 
entegen de magt; het aanzien en het handelsvermogen van de 
Nederlandsche Oost-Indische Compagnie, tot eene vroeger onge- 
kende hoogte opvoerde *. De invloed der verovering van Ma- 
lakka op den staat der Nederlandsche Compagnie in Oost- 
Indie, verbreidde zich in wijden kring en in velerlei rigting. 

Reeds korten tgd na deze gebeurtenis deelde de Hooge Re- 
gering hare denkbeelden, over de vermoedelgke gevolgen daar- 
van en over de maatregelen, vooral betrekkelijk den koophandel, 
welke daaruit naar hare meening moesten voortvloeien, mede 
aan het opperbestuur in Nederland. 

Gouvemeur-Greneraal en Raden, in Indie meer bekend met het 



1. Reeds kort nadat de algem. geoctr. NederK O.-Ind. Comp. was opg^igt, deden 
de Bewindhebbers pogingen aanwenden om Malakka , door verovering in de magt der 
Nederlanders te brengen. Comelis Matelief was de eerste, die het in 1606 waagde» 
dien sterken hoofdzetel der Portngeien te belegeren; doch hfj werd gedwongen tot het 
opbreken van het beleg. In 1608 werd het andermaal door den admiraal P. Wi. 
Verhoeff beproefd, doch evenmin met goed gevolg. Herbaaldel^k , o. a. in 1623 en 
1627, werden na dien tyd aanslagen tegen Malakka door de Nederlanders ondernomen 
en het vaarwater aldaar van 1636 tot 1639 onafgebroken door de scheepsmagt van 
de Oost-Ind Comp. bezet gehouden. In het vooijaar van 1640 werd eindel\jk de be- 
legering van Malakka ernstig ter hand genomen, tot dat op den 14den JanuarQ 1641 
Malakka, niet door verraad zoo als vele vreemde schr^verd vermelden, maar na dap- 
peren aanval en mannelijke verdediging, stormenderhand door de zee- en landmagt 
der Nederl Oost-Ind. Comp. , onder bevel van Minne Willemsz. Kaertekoe werd ingenomen. 
Het is hier de plaats niet om in b^zonderheden over deze gewigtige, boiten Java voorge- 
vallen, gebenrtenis te treden, ik mag den lezer verwijzen naar de zeer belangr^ke mono- 
graphie daarvan, door den heer P. A. Lenpe geplaatst in de «Berigtcn van het Hist. 
Genootschap te Utrecht», 2de Serie, 2de deel, 1ste stuk, getiteld: «Stnkken betrek- 
kel^k het beleg en de verovering van Malakka op de Portugezen in 1640 en 1641 , 
» benevens het rapport van den kommissaris Schouten over den verleden en tegen- 
woordigen toestand dier stad , uit de papieren der voorm. O.-Ind. Comp. , met platte 
* grond van Malakka.» 



Digitized by 



Google 



CXVII 

verieden van Malakka^ dan de Heeren XVII in Nederland^ 
garen aLs htm gevoelen te kennen, dat in de nienw veroyerde 
handelsstad niet te streng aan het monopoliestelsel der Neder- 
landsche Comp. moest worden yastgehonden; dat de handel en 
de scheepvaart op en langs Malakka meer overeenkomstig de over- 
leveringen van vroeger dagen en het stelsel der Portugezen, 
grootendeels aan de vrge beweging en de krachten van bijzon- 
dere personen, des noods onder heffing van matige tolregten 
konden worden overgelaten, zonder dat daardoor de bloei van 
Batavia wierd gestuit. 

In den Decemberbrief ^ van het jaar 1641 ontwikkelde de 
Hooge Eegering hare denkbeelden voor het opperbestuur in deze 
woorden : „ Door onze brieven en ordren naar Malakka gezonden 
„zullen ÜEd. grondig worden onderrigt, van wat gewigt deze 
„verovering is, welke belangrgke voordeelen daaruit voor de 
„Gener. Comp. in korten tijd te verkrggen zullen zgn en die 
„van tgd tot tijd onder goede leiding staan te vermeerderen. 
„Daarom oordeelen wy het aanhouden van Malakka, waarop 
„wy XJWEd. orders en advies verwachten, geheel noodig te 
„ zgn ^, alzoo de handel van de Maleische kust, zoo by zuiden als 
„by noorden Malakka, de overkust van Sumatra, Bomeo's 
„noordzyde enz. aldaar zonder Batavia's progres te stuiten 
„met groote voordeelen kan worden gevestigd en er met den 
„tgd tolsgeregtigheid gevorderd kan worden van de Bengaal- 
„sche, Koromandelsche en meer andere vaartuigen, die zich op 
„den tinhandel toeleggen. Vooral is dese conqueste op waarde 
„te schatten, by aldien wy met Portugal in vrede komen, met 
„het oog op de nadeelen, die de Portugezen ons dan in den 
„buidel zouden toebrengen, indien zy Malakka in vrede beza- 
„ten, waarvan nu weinig te duchten valt en dus ook de vrede 



1. Onder het bMtanr der O.-Ind. 0>mp. verstoad men onder Decemberbrief nage- 
noeg hetseKde, wat men in onzen t^d verstaat onder jaariyksoh koloniaal Teralag. 

2. Bq het opperhestnor was de begeerte om de Portugezen nit Malakka te ver- 
dreven, grooter dan de overtuiging, dat het voortdurend bezit van en het gexagover 
Malakka voor de NederL Comp. voordeelig zon z^n. 



Digitized by 



Google 



cxyni 

„met hen des te geruster door ons kan gesloten worden, omdat 
„wy van oordeel zijn en verstaan, dat dan ook van de Portu- 
„gezen, die in dat geval in vrede Malakka znllen bezoeken en 
„dat vaarwater naar Patane, Siam, Kambodja tot Macao, rustig 
„ zullen doorvaren, in Malakka dezelfde tolregten door ons zul- 
„len worden geheven, welke zy vroeger aan den Koning van 
„Spanje verschuldigd waren. Er znllen alsdan ook tusschen 
„ ons en de Portugezen goede reglementen op den handel moe- 
„ten beraamd worden, opdat wy elkander den handel niet mo- 
„gen bederven, noch de een boven den ander gepriviligieerde 
„kwartieren bevare, want de handel der Portugezen hier te 
„ lande is van geheel andere natuur als die van de Compagnie , 
„ en het ware niet vreemd indien wy defi handel in Jfalakica aan 
,j particulieren geheel openstelden , mits slechts voor de Comp. 
„wierd voorbehouden de peper, de diamanten, de besoar, het 
„goud, de amber, de paarlen en een gedeelte van de tin. Wg 
„ zeggen alleen in Malakka, maar daartoe zou het dan ook 
„ noodig zijn , dat treffelijke particuliere personen , of hunne 
„factors uit Nederland overkwamen, opdat aan den Portugees 
„alleen, niet alle voordeden toevielen; want zeker is het, dat 
„ de Compagnie niet alles kan waarnemen , noch by vrede of ac- 
jjCoord, aan den Portugees en de inwoners van Bengale, Koro- 
yjmandel enz, den kleedenhandel met fatsoen /can verbieden. Wij 
„zullen dan onze gamisoenen en de andere onkosten van Ma- 
„lakka uit de inkomsten van tollen kunnen vinden, zooals de 
„ staat der inkomsten van Malakka, toen het nog in bloeijenden 
„stand was, ons duidelijk leert. In Batavia zou dan de handel 
„ op den ouden voet kunnen worden voortgezet en aan die van 
„ Java, van Sumatra's westkust en Bomeo's zuidzijde, ten einde 
„de consumtie op Java te bevorderen, de vaart op Malakka 
„ worden ontzegd, voor die kooplieden bovendien zou de handel 
„ op Batavia voordeeliger en gemakkelgker zijn, omdat zij drie 
„ vier en meer reizen daarheen kunnen doen, tegen slechts ééne 
„ reis in het moesson naar Malakka. 



Digitized by 



Google 



CXIX 



„Het ontzag en de eerbied, dat wy door deze conqneste he- 
rhalen is niet idleen groot, maar baart ook voor Gomps. Yolk 
„en middelen vaste en goede zekerheid.'* ^ 

Alsof de grillige fortuin in tegenstellingen behagen schiep, 
kwam jnist in Jannarij van hetzelfde jaar 1641 , bgna op het- 
zelfde oogenblik, waarop de Nederlanders in het verre Oosten, 
Malakka aan de Portngezen met geweld ontnamen, binnen 
'sGravenhage de tijding aan, dat Portugal door eene onver- 
wachte omwenteling, zich nit de handen van Spanje had los 
gewrongen en weder als zelfstandig koningrijk onder Don 
Joan IV, was opgetreden. Korten tgd daarna werd die tijding 
bevestigd, door een aanzienlijk gezantschap van den nieuwen 
Portngeeschen Koning, die vrede en verbond aan de bgna vrij- 
gevochten Nederlanden deed aanbieden. 

Reeds op den 22 Junij 1641 sloten de Staten-Generaal der 
Vereenigde Nederlanden, met het herstelde koningrgk van Por- 
tagal een traktaat van wapenstilstand voor tien jaren. Deze 
wapenstilstand werd dadelijk van kracht verklaard in Europa, 
maar voor „de gewesten in Oost-Indie en alle plaatsen en 
„zeeën, behoorende onder het district van het octroy door de 
„Staten-Generaal aan de Oost-Ind. Gomp. verleend, zou zij 
n eerst één jaar na de ratificatie in werking treden, of zooveel 
„vroeger als het traktaat in Indie mogt zgn afgekondigd.'' De 
vgandelgkheden zouden dan terstond in Indie ophouden. Alle 
vorsten en volken van Oost-Indie die het zouden begeeren en 
in verbond met de Ho. Mo. HH. of met de Ned. Oost-Indische 
Comp. stonden, zouden onder dien wapenstilstand begrepen 
worden. Overigens zou elk van beide partgen vrij en onbe- 
kommerd blgven in zijne traktaten en contracten met Indische 
vorsten of volken gesloten, en zoude elk in Indie zijn gebied 
en de plaatsen in zgn bezit behouden op den voet van het „ Uti 
poesidetis", ten tijde der afkondiging van het traktaat in Indie. ^ 

1. Zie hieracliter N». XXXIX der gedr. atukkeo. 

2. CfJAitsema, Saken rm staet en oorlogh, 20rte boek, bladz. 730 en 2l8te 
Wc, Uadi. 768,^mtgaye vsn 1869, folio. 



Digitized by 



Google 



cxx 

Intosschen had de Hooge Begering te Batavia , vooral sedert 
1637 weder aaagevangen met ondememingen tegen het gebied 
der Portugezen op Ceylon. Zy was te dien einde in een nienw 
verbond met den Badja Singa van Kandia getreden^ en weldra 
waren Battikalao^ Trinkonomale^ Ngombo en ook Gale met de 
districten van Gale en Mature aan de Portugezen' ontweldigd. 
Doch er kwam een keer in dien voorspoed; één der Neder- 
landsche bevelhebbers ^ Coster, werd door de Singhalesen ver- 
moord; Ngombo werd weder door de Portugezen herwonnen 
en Badja Singa door hen verslagen. Juist hadden de zaken 
der Oost-Ind. Comp. op Ceylon eene minder gunstige wending 
genomen ; toen het in Europa tusschen de Nederlanden en het 
weder onafhankelyke Portugal gesloten traktaat van wapen- 
stilstand ^ in Indie bekend werd. Zoolang die tgding niet langs 
officieelen weg tot de Hooge Begering te Batavia gekomen was, 
weigerde deze dien wapenstilstand te erkennen; maar toen ein- 
delijk het te 'sHage gesloten traktaat in behoorleken vorm in 
Indie was afgekondigd, beging de Portugesche Onderkoning 
den staatkundigen misslag van op zijne beurt den wapenstil- 
stand niet te willen aanvaarden, op grond van een opgeworpen 
verschil over zekere grensscheiding op Ceylon. De vyandelijk- 
heden werden dus voortgezet en de Hooge Begering te Batavia, 
de Nederlandsche bevelhebbers voor Goa en op Ceylon, die 
niet dan met weerzin de vijandelijkheden tegen Portugal had- 
den zien staken, maakten van de hun aangeboden gelegenheid 
ijverig gebruik, om alle de op Ceylon en in de wateren van 
Goa geleden verliezen te herstellen. 

Eerst op den Uden November 1644, nadat de raad van 
Indie Joan Maetsuicker in plegtig gezantschap naar Goa geto- 
gen was, kwam eene capitulatie en voorloopige wapenschor- 
sing voor geheel Indie tusschen de Nederlandsche Compag- 
nie en den Portugeschen vice-rey tot stand, onder beding 
evenwel, dat de uitspraak over de gerezen geschiUen aan de 
twee betrokken sonvercinen in Europa zou worden overgela- 



Digitized by 



Google 



CXXl 

ten. ' Die eindnitspraak had in het volgende jaar plaats ^ in 
den Torm van een traktaat ^ dat op den 27sten Maart 1645 
tosschen de gevohnagtigden des Konings van Portugal en van 
de Ho. Mo. Heeren Staten-Generaal te 'sGravenhage geslo- 
ten werd. 

Na de yeroyering van Malakka; schreef van Diemen aan het 
opperbestnnr, „de Mataram moet na onsen vmnt worden''; en 
het duurde dan ook niet lang of die gebeurtenis deed inderdaad 
haren invloed op de verhouding tusschen de Hooge Begering te 
Batavia en den Soesoehoenan gevoelen. Nadat de voorstellen 
van den Soesoehoenan tot het aangaan eener of- en defensieve 
allifflitie, door middel van den regent van Tagal aan den Gou- 
remeur-Gkneraal te Batavia in 1638 gedaan ^ niet dan met veel 
terughouding waren aangehoord, bleven de onderhandelingen 
tusschen den Soesoehoenan en Gouvemeur-Oeneraal en Baden 
wel weder voor een tijd lang gestaakt , doch feitelijk scheen er 
sedert dien tijd een stilstand van wapenen te worden in acht 
genomen. „Te water noch te lande", schreef de Hooge Bege- 
™&> „wordt eenig onheil vernomen, de aanvoer van rijst uit 
„Java gaat geregeld, zoodat, om zoo te zeggen, wy in vrede 
„met den Mattaram leven, niets gebreekt er dan de relaxatie 
„der gevangenen." ^ De Soesoehoenan werd bovendien elders 
bezig gehouden, hg maakte zich destijds meester van Balam- 
boeang en van de geheele oostkust van Java en deed zel& een 
inval op Bali. ^ Na afloop dezer krijgsbedrijven sch^nt de Soe- 
soehoenan z^e aandacht weder meer op het westen van Java 
te hebben gevestigd, ten minste men vindt in 1641 berigt, dat 
h^ toen de Préangerlanden weder deed bevolken en de Era- 
wangsche velden met veel rijst deed beplanten. Dat Hagoeng 



1. Dexe capitulatie te Goa op deQ lldea November 1644 toMchen Johan Maet- 
wycker en den rice-rey Joao da Silva Tello de Meneses gesloten, bevindt zich nog 
onder de traktaten m bet R^ks-Archief; zy wordt door Klnit in zgnen Index Chro- 
Dologiens niet vermeld. 

2. Zie gen. miasive 12 T)ecemb« 1641, n<>. XXXIX. 

3. Zie gen. miaaivc 18 December 1639, n». XXXVJ. 



Digitized by 



Google 



CXXII 

omstreeks dien tijd^ weder iets tegen Bantam of Batavia be- 
raamde kan ook daamit worden afgeleid; dat hg meer dan 
vroeger naanwe betrekkingen met Palembang^ den erfelijken 
v^and van Bantam onderhield. De vorst van Palembang deed 
zelfs eene hofreis naar Earta en werd aldaar door den Soesoe- 
hoenan met groote eerbewgzen ontvangen. De invloed van Ha- 
goeng werd zoowel te Palembang als in Djambi zóó groot^ dat 
het volk en de middelen der Nederlandsche Gomp. niet meer 
veilig op die plaatsen werden geacht. Toen eindelgk de Soe- 
soehpenan^ onder voorwendsel van den vorst van Palembang 
huiswaarts te doen geleiden , eene aanzienlgke scheepsmagt naar 
de oostkust van Somatra zond/ meende de Nederl. Indische 
r^ring; dat het noodzakelgk was om den invloed van den 
Soesoehoenan aldaar te fnuiken en het ontzag voor de Gomp. 
te handhaven. Zij liet om die reden de scheepsmagt van den 
Soesoehoenan aantasten en uit die wateren verjagen. Hierdoor 
kwam de vorst van Palembang weder tot rust; verliet hg de 
zgde van Matiuram om tot die van de Nederl. Gomp. terug te 
keeren. ^ Ook in de gebeurtenissen op BomeO; schgnt zich te 
dezer tijde de woelige en heerschzuchtige Soesoehoenan weder 
te hebben gemengd; althans in 1641 wordt berigt; dat het rijk 
van Martapoera hem in leen werd opgedragen. 

De inneming van Malakka door de Nederlanders; bragt ech- 
ter aan het gezag en den invloed van den Soesoehoenan een 
groeten slag toe. Malakka was het broeinest; waaruit voort- 
durend haat en tegenstand tegen de Nederlanders werd aange- 
stookt. Onafgebroken waren de betrekkingen geweest tusschen 
Mataram, geheel oostelijk Java en Malakka; den hoofdzetel van 
Portugals magt en invloed in den Archipel en op de kusten van 
Ghina. Nu die hoofdplaats onder het gebied der Nederlandsche 
Gomp. gebragt waS; „deed deze verovering", zooals de Hooge 
Regering schreef; „ vele Indische princen ommesien en op hunne 
;, hoede sgn." Voor een oogenblik meenden de EngelscheU; 

. 1. Zie gen. misfiTe 23 December 1642, n». XL. 

Digitized by VjOOQ IC 



CXTIII 

meer yenmld met begeerte ; dan toegemst met magt; om de 
Nederlander», te benadeelen, dat zij de rol, welke de Portu- 
gezen van Malakka in den Archipel en op oostelgk Java had- 
den gespeeld zonden kunnen overnemen. 

De president van de Engelsehen te Bantam zond met dat 
doel in 1642 een gezantschap aan den Soesoehoenan , om hulde 
te bewyzen, geschenken en diensten aan te bieden aan den 
Javaanschen vorst, en tevens om het eiland Banka, van hem 
voor de Engelsehe Comp. te verwerven, opdat eene vestiging 
der Elngelschen op dat eiland, in de plaats zou kunnen treden 
voor de verloren stelling der Portugezen te Malakka. ^ De 
Engelsehe gezant meende een middel te hebben gevonden om 
zich in de gunst des Soesoehoenans te dringen. Sedert lang 
koesterde de Soesoehoenan het voornemen om een voornaam 
Arabisch Imam, met eenige Javaansche priesters en hof groe- 
ten en een kostbaar geschenk aan den opperpriester te Mekka 
af te vaardigen. Vroeger reeds had de regent van Tagal 
b§ de Hooge Begering te Batavia aanzoek gedaan, of zij dat 
gezantschap naar Mekka op schepen der Nederl. Comp. zou 
willen doen overbrengen. Het Nederl. Indische bestuur hoopte 
voor dit dienstbetoon, waarop de Soesoehoenan groeten prgs 
scheen te stellen, de vrgheid der Nederlandsche gevangenen 
in ruil te verkrggen; maar de Engelsehe gezant ontnam alle 
nitzigt op de verlossing van de ongelukkige gevangenen langs 
dien weg, toen hij aan den Soesoehoenan het aanbod deed, 
van op een Engelsch schip het Javaansche gezantschap naar 
Mekka over te voeren. Gretig maakte Sultan Hagoeng van dat 
aanbod gebruik en de Arabische opperpriester met de overige 
Mahomedaansche priesters, Javaansche groeten en het geschenk 
Yoor Mekka, werden ingescheept op het Engelsehe schip de 



1. D»t eeitydt het r^k van Mataram snzereioiteit over Banka uitoefende, werd 
QülaDgs nog bewexen, door een piagem op B«nka gevonden en vemeld in de notalen 
jan de Bestnnnyergadering van het Bataviasche Genootschap van kunsten en weten - 
'•Aappen, dd. 2S April 186S, deel VI, hlad«r 36. 

Digitized by VjOOQ IC 



OXXIY 

Refonnation. De Engelsehen padden tevens niets yerzoimd om 
den Soesoehoenan in zgne ygandeiyke gezindheid tegen de Ne- 
derlanders te stgven. 

Intnsschen hadden Goavemenr-Generaal en Raden te Batavia 
door geheime briefwisseling met de gevangen Nederlanders in 
het rgk van Mataram^ van deze intrigne der Engelsehen berigt 
gekregen. De noodzakel^kheid om den weder opkomenden invloed 
der Engelsehen op Java te stuiten, seheen aan de Hooge Be- 
gering te Batavia te dringend en de kans, om zich een waardig 
onderpand te verschaffen, voor de vrgheid der gevangen Neder- 
landers te gonstig, om zich lang en naanwgezet met beschou- 
wingen over het volkenregt op te houden; het Engelsche schip 
de Beformation werd op last van Gouverneur-Generaal en Baden 
door Nederlandsche schepen opgewacht, aangeklampt, doorzocht 
en, hoewel niet zonder hevigen tegenweer der Javanen, werden 
de Arabische Imam, de twee andere Mahomedaansche priesters 
en het geschenk voor Mekka bestemd er uit geligt en naar 
Batavia overgebragt. De poging der Engelsehen om invloed by 
den Soesoehoenan te verwerven, werd hierdoor geheel vergdeld; 
de Hooge Begering hoopte nu tevens het middel in handen te 
hebben, waardoor de vrgheid der Nederlandsche gevangenen 
zou worden verkregen ; maar de Soesoehoenan liet zich ook nu 
niet tot die invrgheidstelling bewegen ; integendeel de voornaamste 
der gevangen Nederlanders, Antonio Paulo werd korten tgd daarna 
op last van Hagoeng ter dood gebragt. 

De eerste staatsdienaar des Soesoehoenans, Ngabehi Djoero 
Antoko, zocht in een brief aan den te Batavia gevangen opper- 
priester, die nu ook voor zijn eigen leven bevreesd werd, de 
doodstraf aan Antonio Paulo gepleegd, te regtvaardigen, door 
de bewering, dat deze zich aan tooverij had schuldig gemaakt. 
Tevens opende de rijksbestierder in dien brief het uitzigt, dat 
de overige Nederlandsche gevangenen weldra zouden worden 
vrggegeven. Die hoop werd echter nu evenmin als vroeger 
verwezenlgkt en het duurde, nog drie jaren, eer eenige veran- 



Digitized by 



Google 



CXXT 

dering in de yerstandhouding tusscben Batavia en den Soesoe- 
hoenan zich vertoonde. Geurende dien tgd van stilstand en 
wederzgdsche terughouding^ werd in 1644 eene gevaarlgke 
zamenzwering te Batavia ontdekt; waarin naar het gevoelen 
der Hooge Regering o«)k de Sultan van Bantam en de Soesoe- 
hoenan betrokken waren. Aan het hoofd van deze zamenzwe- 
ring stonden drie personen , een gewezen kapitein der Javaan- 
sche bevolking van Batavia ^ een afstammeling uit het geslacht 
van den laatsten regent van Jakatra en nog een Javaan van 
minder aanzien. Deze drie hadden het voornemen opgevat 
oni; ondersteund door 90 andere Javanen van Bantam en Ba- 
tavia, den Gouvemeur-Gleneraal van Diemen te vermoorden , 
binnen het kasteel en in de stad amok te maken en de stad 
dan in brand te steken. Bg het onderzoek van deze zaak, 
kwam het aan den dag, dat de zaamgezworenen sedert gerui- 
men tijd verstandhouding hielden met eenige Javaansche hoof- 
den in het Bantamsche en in het gebied van Mataram. De 
Hooge Begering meende ; dat ook de Pangéran van Bantam 
en de Soesoehoenan zelven in deze zamenzwering de hand 
hadden gehad , hoewel dit uit het geregtelijk onderzoek niet 
duidelijk bleek. ^ 

De verwijdering tusscben Batavia en Mataram bleef voort- 
duren^ tot dat in 1646 onverwacht daarin eene wending kwam, 
tengevolge van den dood zoowel van den Gouverneur- Generaal 
van Diemen als van den magtigen Soesoehoenan Hagoeng. Op 
den 19den April 1645 overleed Antonio van Diemen en eenige 
maanden later , in de laatste dagen van ditzelfde jaar of in de 
eersten van het volgende; want met juistheid is dit niet be- 
kend; stierf ook de groote tegenstander van het Nederlandsch 
gezag op Java; de Soesoehoenan Hagoeng Senopati. De opvol- 
ger van van Diemen was de zwakke Gornelis van der Lijn; 
de opvolger van Hagoeng de wreedC; maar niet minder zwakke 



1. Reaol. 66. en Raden 29 Augustus 1644. 

Digitized by VjOOQ IC 



OXXVI 

Soesoehoenan Mangkoerat. Wat de kracht tot hiertoe niet ver- 
mogt^ zon na de zwakheid volbrengen. 

In de maand Jnlg 1646 verscheen te Batavia een gezant- 
schap ^ door den rijksbestierder van den nieuw opgetreden Soe- 
soehoenan afgezonden; met de verklaring dat de vorst van 
Mataram met vurige en opregte begeerte tot vrede was bezield , 
dat de vrede ongetwijfeld tot stand zou komen en de gevangen 
Nederlanders in vrijheid zouden worden gesteld ^ indien slechts 
de Nederlandsch-Indische regering van hare zijde daartoe de 
eerste schrede wilde doen. De tijdelijke voorzitter van den 
raad van IndiC; Cornelis van der Lgn, gaf aan dat aanzoek 
gehoor en zond 'sComps. ontvanger Sebald Wonderaer naar 
Samarang; vergezeld van den Arabischen opperpriester en de 
overige Javaansche gevangenen, en met al het geld en de ge- 
schenken, welke de overleden Soesoehoenan voor Mekka had 
bestemd. De Nederlandsche gevangenen, waarvan er nog 33 
in leven waren, werden ditmaal werkelijk te Samarang losge- 
laten en tegen den Arabischen priester en de overige Javaan- 
sche gevangenen uitgewisseld. Kort daarop kwam een gezant- 
schap van wege den Soesoehoenan te Batavia aan, dat zes 
punten voorstelde, als voorwaarden waarop de vrede tusschen 
de Nederl. Comp. en het rgk van Mataram zou kunnen geslo- 
ten worden. 

Deze vredesartikelen behelsden : vooreerst, dat de Hooge 
Begering te Batavia jaarlyks aan den Soesoehoenan zou doen 
weten, welke kleeden en zeldzaamheden uit andere landen te 
Batavia waren aangekomen, en dat zij bovendien jaarlijks aan 
den Soesoehoenan een gezantschap zenden zou. 

De bedoeling van den Soesoehoenan met dit artikel, was geen 
andere, dan zijne hoogheid en suzereiniteit tegenover de Neder- 
landers, door hen jaarl^ks eene hofreize te laten doen, ten 
minste voor het oog der omliggende vorsten, te handhaven. De 
president en de raden van Indie zagen ditmaal in dit huldebetoon 
geen bezwaar en stemden onvoorwaardelijk in dezen eisch toe. 



Digitized by 



Google 



CXXVII 

Het tweede punt stelde tot voorwaarde ^ dat indien de Soe- 
soehoenan, eenige personen ^ hetzg priesters^ hetzg anderen, 
naar verre landen wilde doen vervoeren , de Nederlanders die 
gezanten op hunne schepen zonden moeten overbrengen. 

Dit artikel had de strekking^ om den overvoer van gezantschap- 
pen en aanzieniyke pelgrims naar Mekka aan de NederL Comp. op 
te dragen. De Hooge Begering 'nam ook deze voorwaarde aan. 

By het derde en vierde punt werd de invrijheidstelling van 
de gevangenen en de uitlevering van overloopers bepaald. Ook 
hiertegen bestond geen bedenking. 

De twee laatste artikelen werden echter niet dan onder „ Umi- 
tatie en reserve'' door de Hooge Begering aangenomen. 

Bij het eerste van die twee, bg het vgfde, stelde de Soe- 
soehoenan den onvoorzigtigen eisch, dat de Nederlanders hem 
te hulp zouden moeten komen tegen zgne vganden; hij zou 
he^lfde doen voor de Nederlanders. Het Ned.-Indisch bestuur 
nam dit punt slechts aan onder voorbehoud, dat de Nederland- 
sche Comp. hem alleen dan zou bijstaan tegen zijne vijanden, 
indien dezen tevens ook vganden waren van de Compagnie. 

Het zesde en laatste punt eindelijk, dat de gezanten van den 
Soesoehoenan voorstelden, behelsde de voorwaarde, dat alle koop- 
lieden, welke tot het gebied des Soesoehoenans behoorden ^ 
zonder belemmering van de Nederl. Comp. vrg op alle plaatsen 
met hunne koopmanschappen zouden mogen varen en dat ook 
de Maleijers, die zich naar het gebied van Mataram begaven, 
daarin niet zouden worden verhinderd. Ook dit gewigtige punt, 
dat in naauw verband stond met de handelsbelangen der Comp. 
gaf de Hooge Begering toe; echter onder deze beperking, dat 
geen Javanen naar Amboina, Banda of Temate zouden mogen 
varen, en dat die welke naar of langs Malakka hunne reize 
namen, Nederlandsche passen moesten hebben. 

Op deze voorwaarden werd de vrede voorloopig te Batavia 
gesloten en nu zond de Hooge B^ering op nieuw een plegtig 
gezantschap, met rijke geschenken, naar het hof van den 8oe- 



Digitized by 



Google 



cxxTni 

soehoenan, ten einde dien vorst te begroeten^ de geteekende 
vredesartikelen aan te bieden en de ratificatie er van te beko- 
men. Voor de derde maal kwam na in den aanvang van 1647 
een gezantschap van den Soesoehoenan Mangkoerat te Batavia 
aan^ dat behalve brieven en geschenken aan den Gonvemeur- 
(xeneraaly ook de verlangde ratificatie van het vredestraktaat^ 
door den Soesoehoenan, overbragt. ^ 

Intnsschen was ook een nader traktaat van vriendschap en tien- 
jarigen vrede tosschen het Nederl.- Indische bestaur en het ryk 
van Bantam tot stand gekomen. Wel was reeds in 1639 de 
vrede met dat rijk getroffen; maar er was toen geen melding 
gemaakt van voorwaarden; men had zich bepaald tot de afkon- 
diging van den vrede in onbepaalden vorm, op den voet van 
dien van 1629. 

' Kort vóór zijn dood, in 1645, was de Gk)uvemeur-€teneraal 
van Diemen op 'nieuw in onderhandeling getreden met de beide 
Sultans van Bantam.* Comelis van der Lijn en de raad van Indie 
zetten het aangevangen werk voort; er werden vredes-artikelen 
ontworpen, die weldra door beide partijen werden goedgekeurd 
en bekrachtigd. Die artikelen behelsden de voorwaarden, dat 
men aan elkander alle vlugtelingen, uitgewekenen en overloo- 
pers zou uitleveren en dat men „ elkander als opregte vrienden 
„ in alle zwarigheden, die aan één van beiden mogten over- 
„ komen, behoorlijk bystand en hulp verleenen zou." * Dat dit 



1. Zie hierachter de gen. missive dd. 15 Jaonarij 1647; de missiTen vau G6. ea 
Raden van Indie, aan Toemenggoeng Wiro-Ooeno, dd. 19 Juiy 1646; aan den Soe- 
soehoenan zelven, dd. 25 Oct. 1646; nog eene missive aan Wiro-Goeno, dd. 25 Oct. 

1646, en eindelijk nog eene missive van den 6G. aan den Soesoehoenan, dd. 4 Febr. 

1647, NO. XLVIII— XLVIIIe der gedrukte stukken. 

2. Het hiykt nit de stukken, dat omstreeks dezen tyd het bestuur over Bantam 
door twoe vorsten gevoerd werd; door een oaden en e^ jongen Sultan. 

3. Zie hierachter missive dd. 17 Dec. 1645 en het contract van vrede in resol. 
GG. en R. dd. 2 en 18 Sept. 1645, No. XLVI en XLVII. 

Indien men Valentyn in zgno beschryviug van Bantam (Bantamsp zaken) vergelfjkt, 
met hetgeen de onuitgegeven stukken van het Kol. Archief ons berigten , dan bespeurt 
men, hoe weinig betrouwbare mededeelingen Valentyn geeft. 



Digitized by 



Google 



OXXDC 

y^bond slechts gedurende tien jaren van kracht sou syn, schgnt 
daaman te moeten worden toegeschreven; dat het den regtzin- 
nigen Islamiet niet geoorloofd is, yoor altgd zich tot Trede en 
yriendschap jegens een EaflBr te verbinden. 

Zoo was dan nn eindelgk na een schier ona%ebroken strgd 
YBSï bgna 30 jaren (1619 — 1647) het Nederlandsch gezag in 
vrede te Batavia gevestigd. 

Die vestiging der Nederlanders op het grondgebied van het 
eiland Java was nn niet meer alleen een feit; zg kreeg nn ook 
een regl van bestaan, door de plegtige verbonden; welke de 
twee aanzienl^kste vorsten van Java, de Sultan van Bantam 
in het westen; de Soesoehoenan ; de magtige gebieder in het 
oosten des eilands; met de Hooge Begering te Batavia hadden 
gesloten. 

Na kon Batavia zich rustig en in vrede ontwikkelen ; maar 
nn ook was de eerste schrede gezet; op den weg, diedeNedar- 
landsche Gompo^C; ook zelfs tegen haren wil; leiden zou tot 
uitbreiding van het NederlandiEM^h gezag op Java; want naauw- 
Igks 30 jaren later beriep zich de Soesoehoenan op het 5de 
artikel van het in 1646 gesloten vredestraktaat en verzocht hg 
van de Hooge Begering te Batavia hulp tegen zgne v^anden. 
Beeds bg die eerste gelegenheid breidden het grondgebied der 
Compagnie en het Nederlandsch gezag op Java zich uit. 

Meer nog dan op Java zelve waren daarbuiten; onder de 
leiding van Antonio van DiemeU; de magt en de luister der 
Oost-Indische Gomp. verhoogd; hare staatkundige en handels- 
betrekkingen uitgebreid; was hare invloed versterkt. Op Geylon 
hadden de Nederlanders vasten voet en belangrgke handels- 
voordeden verkregen; daaruit ontwikkelde zich meer en meer 
de handel op de kusten van Eoromandel en van Malabar. Met 
PerziC; Soeratte en Hindoestan werd een levendig verkeer 
onderhouden. Malakka was voor de wapenen der Nederlanders 
gevallen ; dientengevolge moesten onverm^delgk de invloed en 
de handelsbetrekkingen der Nederlandsche Gomp. zich versprei- 
V. IX 

Digitized by VjOOQ IC 



OIXX 

den over Smnatia en de omliggende kosten en eilanden. Zielfii 
uit de binn^danden van Achter-Indie kwamen gezantsehappen 
naar Batam. Gtowigtig voor den handel met Gbina^ J^Nin en 
een groot gedeelte van de Indo-Cbineache zee, was vooral 
in den laatsten tgd, de bezetting van het eiland Formosa ge- 
worden. 

Het gezag der Compagnie deed zich ock door de wapenen^ 
meer en meer over dat dland^ over het nab^gelegen Gouden 
Lieeaws-eiland en over Qaölang gelden. In Japan was, wel is 
waar, de handelskring der Nederlanders beperkt binnen de 
grenzen van Desima; maar ook Iriimen dien engeren kring, 
dreef de Comp. een voordeeligen handel, waartoe fS^ met nit- 
slnitmg van alle andere Europeanen de vergunning behouden 
had. De vorsten en volken op de Molokken en inzonderheid op het 
eiland Amboina, die tegen het wanbestnnr van eenige opvolgende 
Nederlaadsche landvoogden, in verzet waren gekomen, waren 
door de gverige zorgen van van Diemen weder tot rost ge- 
taragt Het gezag en de kracht van het monopoliestebel d^ 
Comp. in die specer^gewesten , werden door van Diemen nog meer 
uitgebreid en versterkt. Roemrgke ontdekkingstogten, door de 
Nederlandsche namen van Tasmania, Nieuw-HoUand, Nieaw- 
Zeeland en van Diemensland vereeuwigd, werden op last van 
van Diemen ondernomen, terwQl onbestemde geruchte van een 
onui^uttelgk goudknd ten noorden van Nieuw-Spanje en ten 
oosten van Japan gelegen, hem lokten tot uitzending van sche- 
pen, om het in onze dagen eerst ato goudrgk bekmd gewor^ 
den Califomie op te zoeken» * 

Wel verre dat deze uitbreiding van gezag, dat alle deze 



1. Zie oyeir de ontdekkiiig vttn kei ^nidlancl ö. ft. : Jk laiseo cUr ^édérluiJfléé 
naar het Zaidland of Nieuw-HoUand in de 17de en 18de eeuw, door P. A. Lenpe. 
Aïntterdam, 1868, t^j de Wed. G. Hukt van Keden. — Hét eerste berigt omtrent 
CaUfornie als goodland werd door sekeren Willem Verstegen, in 1635, sehrifteMjk aan 
de Hooge Regering te Batavia medegedeeld; dat berigt berost nog in het Bftkt-Axchief. 
Ingek. brieven nit Oost-Iiid. pattd, 1» 1686* 



Digitized by 



Google 



OXXXI 

ondememiiigen door yan Diemen aangeTangen of Toortgezet, 
nadeel toelmgten aan de geldmiddelen in Indie, toonden de 
boeken in Indie, jaarlgks belangrijke ovenraigten aan. ^ 

De stad Batavia gtond niet meer ten laste van de Compagnie^ 
zg dekte zehe hare koeten^ met élk jaar nam tg in Uoei en 
nitgeatrektheid toe; waar vroeger leguanen en krokodillen ver- 
blgf hidideny lag mra nn grachten aangel^^ steenen hnizen 
verfgzen, eene achool op de Tggersgracht gesticht /een kerk op 
kost» van van Diemen zelven gebonwd, en bmten de wallen 
en graehten weiden de bosschen omvergehaald^ de djatiboomen 
tot timmeriioiit verwerkt , de velden onder ploeg en patjol in 
knltnnr gebragt en door Chinezen en Europeanen met rgst en 
suikerriet beplant De onveiligheid van Batavia's omstreken 
'had opgdumden, politie en justitie beschermden ook hem, die 
binten Batavia zgne woonplaats koos. De verspreide verorde- 
mng^i; welke in den Nederlandsch-Indisohen staat van kracht 
waren y werden op last van den GtouvemOTr-G^eraal en Baden 
van Indie bgéénverzameld; naar de onderwerpen^ waarop a^ 
betrekking hadden , gerangschikt en onder den titel van Bata- 
viasche Statuten tot één gehed te zamen gevoegd. ^ 

Slaan wg nu een Uik achterwaarts en zien wg terug op de 
dagen ; waarin de eerste scheepstogten nsaa Indie werden onder- 
ncHnen, toen Spanjaarden en Portugezen^ schier alvermogend 
in Indie ; de Nederlandsche scheepvaarders met zeeroovers en 
vrgbniters gelgk stelden ; hoe groot was dan de zegepraal na eene 
worstding van mim 50 jaren. De v^andelgkheden tegen den 
oudsten vgand der Compagnie waren gestaakt^ omdat het naauw- 
Igks herstelde Portugal vrede en vriendschap te 'sGravenhage 



1. In Indie; want in Nederland sloten de boeken meestal met een kwaad alot 

2. Be statuten , keoren en ordonnansen , b^eengebragt op last van den Gonvemeur- 
Gc&eraal Antonio yan Diemen ende Kaden van India, dd. 1 Jol^ 1642, z^jn door 
wfkn den kooi^eeraar S. Keyser, in druk nitgegeven in het lesde deel, 6de stuk; 
mevwe ToIgroekB, «<>. 1868, Tan de Bijdragen tot de taal-, land- en Tolkenkunde van 
NeerL-Indie} nitgegeren door het Kon. Inatitant van taal-, land- en volkenk. v. N.-I. 



Digitized by 



Google 



oxxxn 

was komen afbidden; het fiere Spanje , dat weleer de Neder- 
landers als kaaskoopers en kramers verachtte ^ stond nn gereed 
om dat vrggevochten volk als onafhankelgke natie en als arbiter 
in Europa te erkennen^ en de overige Enropesche mededingers 
in Indie; zij waren temggebragt tot een toestand van volkomen 
magteloosheid* 

Toch lagen achter al dien glans en luister^ in de schaduw, 
kiemen van bederf verscholen; die wel langzaam ^ maar één- 
maal toch zeker ; zonden opschieten. Zg sproeten voomamelgk 
en in de eerste plaats voort nit dep grondlaag; waarop het 
geheele gebouw der Compagnie was opgetrokken; uit het be- 
krompen stelsel van monopolie en geheimhouding; waaraan in 
Nederland met hand en tand werd vastgehouden. Dat stelsel 
was op den duur; de toekomst zou het leereu; onhoudbaar; 
nu reeds bleek dit uit den algemeenen finantieelen staat der Com- 
pagnie; welke te midden van voorspoed en hoewel er prachtige 
dividenden werden uitgereikt, op negen boekjaren er zeven met 
een kwaad slot aanwees. ^ Maar het kwaad sproot ook , voor een 
gedeelte ten minste ; voort uit de handelingen van heu; die 
met de toepassing van dat stelsel waren belast. 

In de vergadering der Zeventien Bewindhebbers en in de ver- 
schillende Kamers van de Compagnie; bg wien te zamen het 
opperbestuur in Nederland berustte; ontbrak het in den regel 
aan vaste beginselen van bestuur. Er heerschte zekere voor- 
liefde voor kleinigheden; er was weifeling, zucht tot geldver- 
spilling, weelderige inrigting; dikwgls ook tot bevordering van 
eigen of plaatselijke belangen; bgna altgd eene kwalgk ge- 
plaatste toegevendheid voor ingeslopen misbruiken. Daarentegen 
koesterde men, juist omdat er gemis was aan openbaarheid, 
veeltgds wantrouwen en achterdocht jegens de Hooge Regering 
in Indie en zeker de ambtenaren der Compagnie; bedienden 
noemde men hen destgds, gaven in Indie niet zelden aanleiding 



1. Zie liieraehter den staat onder n». XLIX. 

/Google 



Digitized by ^ 



oxxxin 

tot zoodanige geyoelens yan mistroaweD. AIb men de hande- 
lingen dier mmbtenaren, voor zooverre dat mogelgk is, in de 
archieyen der Compagnie naspoort^ dan ontdekt men te dikwgls 
\sij die ambtenaren gemis aan zedelgkheid en gebrek aan eer- 
Igkheid, somtgds zelft bg de hoogstgeplaatsten onder hen. Men 
treft er bovendien afgonst^ nagyer, twist en tweedragt onder 
hen aan^ zelfs tnsschen de leden der Hooge Begering. Daaren- 
boven ontbrak aan de Nederlanders in Indie, met uitzondering 
van eenige weinigen ^ voldoende kennis van de taal, de zeden , 
de gewoonten en de behoeften der inlandsche bevolking , op wie 
zg bovendien als regtzinnigen Christenen meenden met minachting 
te mogen nederzien. Miskenning en verwaarloozing van de belan- 
gen der inboorlingen waren destgds het algemeene kenmerk van 
de Eoropesche staatkunde in overzeesche bezittingen of volkplan- 
tingen en aan dat kwaad heeft ook de Nederlandsche Com- 
pagnie haar aandeel gehad. 

Hoewel ook in Indie de kerkelgk-godsdienstige vormen naauw- 
gezet werden in acht genomen en in de officieele brieven „ de 
zalvinge des woords'' niet achterwege bleef, was er een te 
algemeen gebrek aan die dieperliggende levensbeginselen, waar- 
uit waarachtige liefde en belangstelling van den mensch in de 
menschheid, pligtsbesef en pligtsbetrachtingy onkreukbare trouw 
en eerlgkheid voortspruiten. Waar die levenssappen worden 
gemist of niet in voldoende hoeveelheid aanwezig zgn, kan geen 
maatschappg, onder welke luchtstreek ook, op den duur big ven 
bestaan, veel minder zich gezond ontwikkelen. 



Digitized by 



Google 



Digitized by 



Google 



Notalen van het verhandelde, tnsschen de verga- 
dering van de XVU Bewindhebbers der Gen. O. 
I. C. en den afgetreden Gonvemenr Oeneraal Jan 
Pietersz. Coen, over het herstel der zaken van de 
Comp. in het algemeen en meer bgzonder over de 
invoering van een gewgzigd stelsel van handel en 
bestuur. 1623—1626. — 



Yebgadebikg vak DB Kameb dbb Zbvbktibit. 

Adij, 9 October 1623. 

De Hr. Gouvem. Gener. Coen, verschijnt ter vergaderinge ende 
wert bg de Seventhiene verwillecompt , is daema op het versoeck 
van den heer president bij den hr. genrL.het rapport begonnen, waer- 
inne des anderen daechs is gecontinueert , insgelycx op Woensdach 
den Uden Octobris en nae veel discoursen over en weder is op Don- 
derdach den 12 Octobris, in deliberatie gelegt het vertooch van 
den H'. Gouvem. Generl. Coene, 't welk syne £. deed tot redres van 
des Comp'. saecken in 't generael soo in Indie, als by consequentie 
hier in Nederlant: zQnde het voorstel van Syn £d. dat 't selve redres 
sonde zyn te bevorderen door vier saecken principalyck. < 

Eerstelyck: door eene goede generale effectuele mesnagie inindie, 
in alle oncosten en lasten die de vereenichde Comp. op desen voeth 
jegenwoordich is dragende, te weten aen huyshouding en montcosten, 
aen soldye , aen reparatie en onderhoudt van schepen , aldaer in 
Indien, aen fortificatien en aen schenckagien, die veel meerjaerlycx 
nu comen te bedragen, als de geheele avance, die aldaar in ludie 
jaerlicx can werden gedaen by den binnenlantschen handel, by de 
prinsen op den vyant en by het jegenwoordich incomen van de landen en 
plaatsen door de Comp. aldaer gepossedeert in souverainiteyt, waer- 
door de capitalen, die jaerlicx uyt Nederlandt gesonden worden, ten 



CL Deel I (IV), blads. 279 eo 884 en de noten aldaar en Uadi. CXXXIX. 
V. 1 



Digitized by 



Google 



deele mede werden geconsomeert en de comp. gedurichlyek door de 
groote lasten, hier in Enropa te dragen en door de weynige con- 
sumptie van vendible retooren soo werdt beswaert, dat sonder andere 
maniere van handel ofte directie, de comp. verachterende soo hierin 
Nederlandt als in Indie, eyndeling tot een finale mine sonde comen 
te vervallen. Om 't selve voor te comen en ter contrarie de comp. 
te brengen in een gewenschten en geluckigen staet, soo in 't regard 
van de Comp. selffis , als mede in 't regard van de regering deser 
gennieerde Nederlanden, soo proponeert de heer Grouvem'. Generl. 
Goen dry ofte vier principale middelen tot remedie: eerstelyck de 
voors. generale mesnagie in d'oncosten van Indien sooals vooren is 
geseght en dat die werden gepractiseert aen de minste en aen de 
meeste, sonder daervan te excipieren de respectieve gouverneurs van 
de provintien, de directeurs, raden van Indien, nochte oock mede 
selfis de persoon van den Grouvemr. Genrl. van Indien, daar toe hier 
uyt het land ordre ende authoriteyt gesonden sal worden. 

Ten tweede y proponeert S. E. d'aenplantinge van de Colonien en 
peuplatie van de landen, 'sCompanies souveraniteyt toebehoorende 
en by name Batavia ende de landen van Jacatra, Amboina ende 
Banda en dat dese peuplatie moet geschieden met vrye luyden en 
met slaven; dat de slaven in Indien vercregen cunnen worden 't sy 
by coop of by oorloge en dat de vryluyden sullen syn of Indiaen- 
sche natiën of Nederlanders, die beyde aangelockt en daertoe ge- 
noodicht dienen te werden by goede conditien, concessien, liberteyten 
en privil^en, en alzoo voomamentlyck noodich is, dat vele Neder- 
landers in Indien becomen mochten werden, soo om den staet door 
haer te versekeren, de principale ambten te bedienen, voorgangers 
te zijn van andere vryluyden, om de slaven te gouvemeren in goede 
ordre tot hun eygen pro£^ en welstandt van de Comp. in alderhande 
aerbeyt, hantwerck en neeringhe, enz., en om vele Nederlantsche fa- 
milien nae Indien te locken, proponeert S. E. dry middelen: eerste- 
lyky dat alle de officieren varende nae Oost-Indien met de Comp*. 
schepen haer vrouwen ende kinders sullen gehouden syn mede te 
nemen; van gelycke- dat sooveel vryluyden met haere vrouwen en 
kinderen buyten maentgelden met des Comp*. schepen jaerlicx (naar 
Indie) werden gevoert, als eenichsins doenlyc ia; doch alsoo op die 
maniere niet genoech familien in Indie vercregen connen werden soo 



Digitized by 



Google 



3 

proponeert ten dien eynde voor het tweede middel j dat het een yeder 
nyt deze Nederlanden onder den eedt, artyckelbrieff en conditien van 
de Comp. met haer eygen particnlier schip off schepen sal vrijstaan 
met licentie van de Comp. na Oost-Indien te varen» mede nemende 
al anlcke waeren als haer by de Comp. geaccordeert sal worden , 
en voor het derde middel proponeert, dat alle inwoonden van Batavia, 
Amboyna en Banda het vry sal staen met haere schepen en capita- 
len voor haer particnlier te handelen en te negotieren, tsy in eenige 
qoartieren van Indie alleen, ofte oock overal soo als 't best geraden 
sal wezen, mits dat sy geen retonren naer Nederlandt of Europa 
sollen mogen senden, maer deselve vercoopen aen de Nederlantsche 
Comp. aldaer tot een seeckeren prijs en mits dat sy betalen behoor* 
lycke tollen en lasten als na coostnme, 't welck de h'. Gonvem'. 
GenerL Coen met verscheyden redenen verthoont , dat can geschieden 
zonder prejuditie ende sonder schade voor de Comp. ; maer ter contrarie 
tot versekerheyt ende groot voordeel van de Comp. want dat interim by 
de Comp. den binnenlantschen handel mede nevens de vrylnyden , sal 
waiergenomen werden sooveel als noodich is ; want datgene de vrylnyden 
Goopen^ aldaer aen de Comp. sal moeten by deselve overgelaten worden 
tot eenen civilen en gestelden prijs ; want dat door dese vrye navigatie 
en binnenlantschen handel voor de vrylnyden, veel familien naar Indie 
aCTgelockt wordende, de plaetsen sullen worden gepeupleert en 't 
incomen van 't landt sullen vermeerderen uyt de tollen , impositien 
en andere voorbaten , invoege dat uyt deselve incomen alle d*oncosten 
van Indie sullen connen worden daeruyt betaelt met avance en over- 
schot^ sulcx dat daerby sonder comparatie veel meer gewonnen sal 
worden als verloren, by 't missen van den binnenlandschen handel, 
waerdoor Syne E. verscheyden voordeden aenwyst; ten derden, tot 
redres van den staet van Indie, de bevorderingh van den Chineschen 
handel, waertoe nu aireede een fort in Pehoe op d'eylanden Pisca- 
dores, recht over Chincheo is begrepen, dat daertoe bequaem en 
suffisant is, soodat in d'een maniere of d'andere voorseker de handel 
van China voor ons becomen sullen, daerdoor alsdan dese naervol- 
gende voordeden becomen sullen , te weten : vermeerdering van den 
binnenlandschen handel in 't coopen en vercopen aen de Chinesen , 
venneerderingh van de jaerlycxsche retonren naer Nederlandt in ver- 
seheydenheyt van Chinesche waren , het voordeel en profijt van den 



Digitized by 



Google 



handel met Chinesche waren op Jappon en door geheel Indien met 
seer goede avance, en eyndelingh dat daerdoor den handel van de 
Portngesen nyt Maccan en der Castilianen uyt Manilha t'eenmael ge- 
roineert sal werden, waerdoor de Molacqnes by den vyandt verlaten 
gal moeten worden etc. , waardoor de Comp. de proffyten en het 
land groote eere isal becomen. Nae examinatie, verscheyden dis- 
couisen en debatten over en weder is bij de seventhiene (na voer- 
gaende advis der hoofdparticipanteu ter vergaderinghe comparerende;) 
geresolveert by proYisie, dat by den advocaet van de Comp. sullen 
ingestelt worden de propositie met de middelen bij den Heer Gou- 
verneur Generaal ter vergadering voorgedragen tot concessie van de 
opening van den binnenlandschen handel voor de vryluyden, die van hier 
na Indien gaan en in Indie in de Colonien resideren suUen, etc. en daer- 
nevens een deductie van de difficulteiten bij de Seventhienen gemoveert 
tot examinatie en debat van voors. propositie, 't welck alle aen de respec- 
tive cameren toegesonden sal werden, om daervan een poinct van be- 
schry vinge te maecken ter naester vergadering van de Seventhienen, op- 
dat de gecommitteerden van de Comp. daarop mogen comenvolcomentlyck 
geinstrueert en geauthoriseert om des goedvindende nae conmiunicatie 
aen haare Ho. Mo. en aen Syne Prinselycke Excell. daerin te be- 
sluyten , ten meesten dienst van de Ter. Oost. Ind. Comp. en verder 
dat in de naeste brieven, nae Indien te senden met het jacht Tortel- 
duyf , sal aengeschreven werden aen den provisionelen Gouv. Gen. 
en de raden van Indien , dat sy den vrijen handel niet verder of 
op geen ander plaetsen vooralsnoch sullen hebben open te stellen, 
als voor sooverde by den h'. Gnl. Coen op syn E. vertreck is geconce- 
deert tot dat hierop van dese vergaderinge sullen becomen naerder 
advys en dat in den handel op de cust aen de vrijluyden geaccor- 
deert goet reglement en order geraempt werde, ten eynde de Comp. 
buyten alle schade geconserveert blijve; en op het poinct van de 
mesnage in Indie, dat gelast werde daermee te continueren en 
deselve by alle middelen te bevoordereu in 't regardt van allen en 
een yeder, niemant oock uytgesondert volgens de particulariteyten 
aireede verstaen ofte noch te vernemen by den H'. Gouvn^ Genl. 
Coen; ten derde j aengaende peuplatie van Batavia, Amboyna en 
Banda met vryluyden en slaven, dat de Gouvem^ Generael en Raden 
van Indie met de beste middelen en manieren daerin sullen hebben 



Digitized by 



Google 



voorts te procederen mits dat men goede sorge drage en opsicht 
neme dat de Comp. daerdoor niet en werde beschadicht nochte in 
perjckel en come van haer staet en plaetse , daer de voors. Indiaan- 
sche vryluyden en slaven in groot getal nedergeseth sullen worden, 
insonderheyf in 't regardt van Chinesen, dat eene groote machtige 
natie is, die nan d'een aen d'ander is hangende, en eyndelingh aen- 
gaende 't vervoorderen van den Chinesen handel , dat daer inne alle 
debvooir en middelen gebmyckt werden by continuatie van 't desseing 
in Pehou aireede begonnen en op d'ordre by den hr. Grouvn'. Genrl. 
op Syn Ed'. vertreck ih Indie gelaten. 

VEBGADEBIira VAN DE KAMEE DBB ZEVENTIEN. 

5 Mei en volgende dagen , 1624 (T** punt van beschrijving.) 

Syn gelesen het reglement van den Heer Gnrael. Coen ende consi- 
deratien daerop schryftelyck ingestelt ende verstaen dat men daervan 
copie sal geven aen de hoofdparticipanten, onder belofte van secreet 
te honden ende met niemant als onder den anderen, daervan te 
commnniceren alles onder den eedt aen de Comp. gedaen. 

Syn ter vergaderinge by de seventhiene ende de hoofdparticipanten 
verscheyden sessien gehouden ende conferentien aengaende het voor- 
gegeven reglement van d' heer Generael Coen, ende is eyndeling 
goetgevonden dat d' heer Generael met den advocaat van de Comp , 
sullen cortelyck in geschrifte brengen ende in artickelen stellen de 
vryheyt, die aan de vrye luyden in Indien in den handel soude con- 
nen werden gegeven , om't selve concept ter naester vergadering 
geëxamineert ende daerop besloten te werden, ende wert den advo- 
caat van de Comp. gelast, soo haest als 't selve concept ingestelt 
is, daervan copie te zenden aen alle de Cameren. ' 

Yebgadebino van de Katvteb DBB Zeventien tb Middelbubo, 
25 Sept. 1624 en volgende dagen. 

(5** punt van beschrijving.) 

Is gelezen het discours van den heer Generaal Coen , voorgedragen 
by syne E. aen de Seventhicn in October 1623 , mitsgaders het con- 
cept van 't reglement ingestelt door d'heer Generaal ende den advo- 
caat rau de Comp. , omme naermaels 't selve ter presentie van d'heer 

Digitized by VjOOQ IC 



Generael geresumeert te werden. Andermael is gelesen het voors. 
concept van reglement van point tot point ter presentie van d' heer 
Generaal Coen, die op alles de vergadering heeft geinformeert ende 
naer dat van alles goede informatie ende onderrecht by de verga- 
dering was genomen, is 'tselve concept by de Seventhien met advies 
van de E. hoofdparticipanten alsoo goet gevonden, geapprobeert ende 
gearresteert , omme daerop by gelegenheyt van d'eerste schepen naer 
Indien gaende anthorisatie en last te geven aen den heer Gouver- 
neur Generael en de raden van Indien, omme haer Ed. in 't stuck 
van de vrye luyden ende den vrijen handel aldaer in Indien daer- 
naer te reguleren en aengaende het uytvaren van de vryeluyden 
met haer eygen schepen ende goederen uyt deze landen naer de 
Oost Indien, als in 't 12, 13, 14, 16 en 16*» articlen sal 't selve 
mede by de aenstaende vergaderinge van de Seventhiene in 't 
werck gestelt connen werden, na gelegentheyt van de personen, 
die haer daertoe sullen comen presenteeren, alles onder conditien 
ende verbintenissen sooals de gem. vergaderinge sal goetvinden en 
te rade worden. 

Donderdach, den 3***^" October 1624 's morgens. 

Alsoo vermidts het geconsipieerde ende alom gearresteerde regle- 
ment van Indien, het noodich is dat bequame persoenen in dienst 
van de Vereenichde Comp. in Oost-Indien werden gebruickt, die met 
goede kennisse ende genegentheyt 't selve connen helpen aldaer be- 
voorderen ende in praticque stellen , ten aldereerste omme de verwachten 
vruchten daervan op het spoedichste te connen smaecken ende dat 
de vergaderinge haer selven ten volle gecontenteert houde van de 
getrouwicheyt , bequaemheyt ende goeden iver , van den heer Gene- 
raal Coen, staende syn voorleden gouvernement van Oost-Indien, 
dat oock niemant beter tot bevoorderinge van 't voors. reglement 
ende redres als d'Heer Generael Coen, can gebruyckt worden, die 
daartoe als eerste autheur de beste kennisse ende genegentheyt sal 
connen gebruycken, soo is by de Seventhiene met advies der Hooft- 
participanten eenpaerlyck geresolveert , dat by gecommitteerden uyt 
dese vergaderinge den heer Generael Coen sal werden gesondeert 
en versocht oft syn E. hem noch wil laten gebruycken in qualiteyt 
van Gouvem'. Generael naer Indien te varen met d'eerste vloote ende 



Digitized by 



Google 



jn^sentatie van in de conditien wel te sullen accorderen in rede* 
lyekhcyt 

De gecommitteerden van de Seventhiene by d'heer Oenerael Goen 
geweest hebbende doen raport 

dat na d'ouvertore van d'heer Oenerael Coen niet qnalyck genegen 
te syn, omme den dienst aen te nemen, indien 8. £. alvooren sonde 
eonnen geraecken tot een beqnam ende goed partnr tot eene huysvrouwe 
om met hem nae Indie te gaen en indien S. E. mette Comp. over 
eerelycke conditien sal eonnen accordeeren ; maer absolntelyck conde 
'tselre rooralsnoch niet verdaren nochte toeseggen. 

Dinschdag; den 15 October 1624. 
Is ter vergaderinge van de Seventh. gelezen het concept by d' 
Heer Generael Coen ende den advocaet van de Comp* . ingestelt en 
in wat maniere ende onder wat conditien de particuliere schepen 
nyt dese landen naer Indien sullen vaeren ende naer lecture verand- 
ering en verbeetering ende deliberatie is eyndeling 't selve consept 
alsoo gearresteert by provisie om alsoo gepractiseert ende in 't werck 
gestelt te werden, ten ware het anders hiemaer by de Seventhiene 
verandert ofte goet gevonden sonde werden. 

YsBGiJ)EBIK0 VAN DB KaMEB DEB ZeVENTIEN. 

29 Maart 1626 en volgende dagen. 

(8*. punt van beschrijving.) Om te resumeren het ?•. point der 
voorleden beschryving sprekende van den vrijen handel in Indie, 
't welck alsdoen in state is gehouden, is goet gevonden het poinct 
van den vrgen handel van Indien voortaen tot beter gelegenheyt uyt 
de beschryving te laten, alsoo de tegenwoordige staat van de Comp. 
sulcx vooralsnu niet en can lyden. 

(9^ punt.) De gecommitteerden tot de bevorderingh van de reyse 
van den Heer Oouvemeur Oenerael Coen, sullen rapport doen van 
hare gebesoigneerde, omme daerop verdere devoiren wegens de Comp. 
gedaen te werden, indien voor de byeencompste deser vergaderinghe 
alsnoch geen succes en sullen hebben getroffen. 

Is gedaen sommier rapport van 't gebesoigneerde in 't tegenstaende 
poinct en alsoo daerby noch niets voor desen tydt en heeft eonnen 
werden geeffectueert, soo worden de voorgaende gecommitteerde als- 



Digitized by 



Google 



8 

noch geanthoriseert om wegens dese vergaderingh alle debroiren 
aenteleggen, ten ejnde de reyse van den Generael Coen syn voort- 
ganck mach becomen met d'eerste schepen tegens de herbst. 



II. Concept-reglement voor eene vrfle vaart uit Neder- 
land naar Batavia ^ op het openstellen van den 
binnenlandschen handel en de vaart in Indie, op het 
stichten van volkplantingen en de nitgifte van gron- 
den in Indie, voorloopig vastgesteld door de Kamer 
der XVII Bewindhebbers , op voordragt van Jan 
Pieterz. Coen, in de najaarsvergadering van 1624 
en bij de Staten-Generaal der Ver. Nederlanden 
ingeleverd 19 JoniJ 1625. 



Alsoo by experientie van veele jaren endc by goede informatien 
aen de vergaderinge van de Seventhiene claerlycken is gebleken, 
dat de dagelycksche misbraycken in de qnartieren van Oost-Indien 
tot nadeel ende prejnditie van de Vereenichde Comp. mitsgaders de 
generale onkosten ende lasten aldaer seer hebben aengenomen ende 
bnyten maten syn comen te vermeerderen; by continuatie van de- 
welcke, bynae onmogelyck sy de saken soo te beleyden. dat de 
Comp. buyten mine werde gepreserveert ; veel min dat de profl^^en 
souden connen werden genooten, die soo een lanckduyrige expectatie 
ende soo een grooten ende periculeusen handel wel behoorden ut te 
geven, ende insonderheyt dat de voors. misbmycken ende lasten 
van dien, by grooter besetting ende verbreyding van den handel 
aldaer ende by de ver gedane conquesten van de landen van Jac- 
quatra ende Banda, als oock door fondatie van steden ende plaetsen, 
noodich tot aenplanting van nieuwe colonien , vooreerst niet en sullen 
connen werden soo spoedelyck ende naer behooren vermindert; op 
desen voet en in 't beleyt van de saken van Indien alsoo voortgaende 
hoedanige redres off oock reglement men daerinne soude willen ma- 

Digitized by VjOOQ IC 



9 

ken, 800 is 't: dat de vergaderinge van de Seventhiene om alle ver- 
hinderinge naer vermogen wech te nemen soo haeat doennelyck, 
ende de vereenichde Oost Ind. Comp. in eenengelnckigenende vasten 
stant naer wensch te brengen ^ tot eere ende reputatie van dese 
landen ende insonderheyt tot groot profyt ende voordeel van de 
gemeene Comp. naer meniehftddige deliberatien soo van de Gameren 
in 't particulier, alsmede bij verscheyden hare generale vergaderin- 
gen alles rypelyck overdacht en geexamineert hebbende , met advis 
van den heer Grenerl. Coen en eenige andere personen hem verstaende 
van de constitutie en de nature der Comp*. saecken, hebben eynde- 
lingen (onder goetvinden ende approbatie van de Ho. Mo. Hr. Staten- 
Crenrl. der Vereenigde Nederlanden) geresolveert ende gearresteert 
dit naervolgende reglement, onder conditien, articlen, vrijheden 
ende limitatien , als te weeten : 

I. Eerstelyck, dat voortaen in de steden van Batavia, Amboina 
ende Banda voor alle vrye luyden gecontmueert sal werden de liber- 
teyt om te coopen ende te vercoopen in ieder van de voors. respec- 
tive plaetsen, akulcke manufacturen, goederen, coopmanschappen , 
vruchten en refreschementen als in ieder van dien voort connen ge- 
bracht ofte gemaakt werden in manieren, sooals deselve liberteyt 
ende licensie aen de vrye luyden ende vrije inwoonderen (geene 
maentgelden van de vereenichde Comp. treckende) alsnu toegestaen 
en gepermitteert is, en noch naermaals bij den Gouvemr.-Onrl. en 
den Raedt van Indien verder gepermitteert sal werden. 

n. De vereenigde Oost-Ind. Comp. protesteert en geeft te kennen 
mits desen, dat sy niettegenstaende eenige navolgende order, ver- 
staet aen haar te houden en sal blijven houden, in H regard van 
hare officieren en dienaers, staende onder haer eedt en alle anderen 
ressorterende onder den H^ Generl. en des raets van Indien, 't sy 
Nederianders off eenige andere Europische ofte Indiaansche natiën 
het recht van commercie en handel , aen haer in die quartieren van 
de Oost-Indien vergunt bij de Ho. Mo. Heeren Staten-Genrl. der 
Ver. Nederlanden, achtervolgens het octroy met exclusie van alle 
andere staende onder de gehoorsaemheyt van de welgem. hare Ho. 
Mo. en dat binnen de limiten van het voors. genrl. octroy, sooals 
die op het tractaet van aP 1619 tusschen syne Majesteit van Groot- 
Brittangien en hare Ho. Mo. aengaende de twee Oost. Ind. Comp. 

Digitized by VjOOQ IC 



10 

in de naerder explanatie op het 1* artikel nitgedract staen >, welck 
octroy ende hoochgem. tractaet yerstaen werden te blgven t'eene- 
maele onrermindert en in hare volle yigenr en observatie soo als oyt 
voor desen. 

nL Ende om dan nochtans de Comp. van veele onvermydelycke 
misbmycken ende groote oncosten te ontlasten ende onze inwoonde- 
ren eenige gevoechelycke middelen te vergunnen, die in onse landen 
steden ende plaetsen van Jacatra, Amboyna ende Banda met hare 
famillien en als vrye lieden nader gestelt syn om eenige goede prof- 
fyten en voordeelen te moogen genieten, tot onderhout en welvaren 
van voors. hare famillien in de landen, steden en plaetsen hier voor- 
genoempt residerende, soo heeft de vergaderinge van de Seventhiene 
goetgevonden te committeren en authoriseren den heer Grouvemeur 
Generael en den raedt van Indien gelyck sy doen mits desen, om aen 
de voorn, famillien van vrye luyden wonende in de voorn, landen 
van Jacatra, Amboina ende Banda voor seeckeren tyt ofte verder , 
by gelegentheyt, uit te deelen en te vergunnen seeckere parthyen 
van landen, bosschen en tuynen en 't gebruyck off visscherie van 
eenige versche wateren en versche rivieren tot voordeel en nut der- 
selver famillien naer gelegentheyt onder alsulcke vrijheden, exemcien, 
belastingen van chyns, recognitie ofte andere conditien, sooals best 
geraden sullen vinden, tsy in forme van leen off in eygendom, tot 
meeste gerieff en versekerheyt der voors. famillien. * 

IV. Ende alsoo niet alleen onse intentie en is deselve landen ende 
steden met haer inwoonderen te conserveren in den jegenwoordigen 
stant, sooals die nu syn; maer oock deselve, met godes gratie helpen 
vermeerderen soo in de landtneeringe , houtwercken en trafficken 
ende insonderheyt in grooter getal en menichte van goede bergers 



1 De hierbcdoelde explanatie behelst: ad art. I. De limiten bianen dewdcke dit 
contract zal stand grepen zijn gesteld geweest door gemeenen advys yan de Gedepa- 
teerden Tan de twee Compagnien, den Meridiaan rakende aan de Cabo de Bona 
Esperance , gaande regt naar het ziiyden ende den oosteljjken Meridiaan , die men 
vindt 400 mijlen oostwaarts van de eylanden van Salomon, gaande aan do eene zjjde 
regt naar het znyden, naar het noordon tot aan den tropicus Cancri eode van daar 
in oblicque linie naar de straat Caiyan ; alle zoeën , golven , engten van zeeën , in- 
hammen, banyon, rivieren en die gevonden sullen worden binnen dese twee Meridianen, 
sullen begrc|)en wesen in dit contract. 

2 Cf. Opkomst van het Nederl. gezag over Java. Deel I, bladz. CXXXVIir. IX, 
CXL. LI en 228. 



Digitized by 



Google 



11 

en ingesetenen, die door meerder vryheden, advantagien ende aen- 
sieneljcke proffen daertoe aengemant en geinviteert behooren te 
werden, soo ist: dat wy om voors. redenen daerenboven de welgemelte 
heer Generael ende den raedt van Indien anthoriseeren omme noch 
aen de voors. vrye borgers en inwoonderen mettertyt en by gelegent- 
hejt allenxkens te openen en te vergunnen, den vryen handel ende 
traffiqne van d'Oostindien, by speciale gratie ende concessie, daer- 
van te obtineren, om te varen nyt de steden ende phietsen naer de 
landen ende steden respectivelyk als hier naercomen te volgen: 

Uyt Batavia ende de landen van Jacqnetra nit te varen en te 
handelen: 

1. Van Batavia naer de custen van Chorothandel om aldaer te 
handelen met alsolcke cargasoenen van waren en coopmanschap als 
nyet en snllen syn verbooden , mitsgaders aknlcke capitalen als 't 
haer sal believen onder expresse conditie, dat met de waren en 
coopmanschappen op de voors. cnst becomen, snllen wederom keeren 
en haer retoer doen directelyck naer Batavia. 

2. Van Batavia op Choromandely sooais boven en om van daer 
met de becomen waren op de voors. cust te varen en te handelen 
voor eenmaal in 't eylandt van SeyUm en om nyt Seylon directelijck 
te keeren naar Batavia. 

3. Van Batavia op Choromandely sooais boven en om van daer 
met de becomen waren op de voors. cust te varen voor eenmaal op 
Atschitt ende langs de gansehe Westkust van Sumatra naer haer gelieven 
om met haer retoer aldaer te becomen , te keeren directelyck in Batavia. 

4. Van Batavia op Seylon en van daer weder te keeren directe- 
lyck naer Batavia. 

5. Van Batavia op Choromandel sooais voren en van daer naer 
de knst Orixsa, Bengale^ Pegu en daeromtrent te handelen, om van 
daer 't sy over de cast van Choromandel of directelyck met het 
retoor naer Batavia te keeren. 

6. Van Batavia door de strate van Malacke te varen en te han- 
delen in Bengale en soo voorts in Choromandel om vandaer met het 
retonr directelyk ofte over Bengale te keeren naer Batavia. 

?• Van Batavia recht naer Suratte om aldaer te handelen als boven 

en met het retour van Suratte directelyck te keeren naer Batavia. 

8. Van Batavia naer de custe van Mallabar of Suratte en van 

Digitized by VjOOQ IC 



12 

daer te handelen in Sinu persico, en Arabia, in de Roode Zee ende 
lancx de geheele Oostcust van Afrika en in 't eylant Madagascar, 
om van daer directelyck te keeren naer Batavia. 

9. Van Batavia op Suratte en van Snratte te handelen op de cust 
van Malabar, op 't eylant Ceylon, in Atchin en op de westcust van 
Sumalray om vandaer met het retour directelyck te keeren naer 
Batavia. 

10. Van Batavia, om te handelen op het eylant MadagascoTy 
SophaUij Mozambique en langs de gansche Oostcust vanAfricaiotie 
Roode Zee toe, mits directelyck haer retour brengende na Batavia. 

11. Van Batavia om te varen en te handelen van Palimbatig, Jamby 
en Andragiry, om van daer met het retour directelyck naer Batavia 
te keeren. 

12. Van Batavia op Palimbang, Jamby, Andragiry, Campar, Dam 
(Aroe?) Pera, Queda en omliggende custen in de straet van Malacca 
tot Atchin toe excluys, om van daer met de retoeren directelyck te 
keeren in Batavia. 

13. Van Batavia op Palembang en alle d^andere plaetsen in de 
strate van Malacca, gelegen tot Atchin toe incluys en langs de west- 
custe van Sumalra om mette retouren van daer directelyck te keeren 
naer Batavia. 

14. Van Batavia om te handelen op de westcuste van Sumatra 
tot Atchin toe exclus of inclus, om van daer met de retoeren wederom 
in Batavia te keeren, 't sy langs de voorn, westcust of door de straet 
van Malacca. 

15. Van Batavia om te vaeren en te handelen op de eylanden 
van Bintan, Linga en andere eylanden ontrent de straet Sincapura 
gelegen, item in Johor, Pahan, Patane, Ligor, Bordeion, Chiam , 
Cambodja en Champa om vandaer met de becomen retouren te keeren 
naer Batavia, 

16. Van Batavia om te varen en te handelen op Couchin-China 
om met het retour directelyck te keeren in Batavia. 

17. Van Batavia op Couchin-China en vandaer op Japon, om met 
de retouren uyt Japon directelyck te keeren na Batavia. 

18. Van Batavia, om te varen en handelen in de eylanden van 
Pehou oflF Piscadores gelegen op de cust van China, onderwegen, 
alsulcken plaetsen aendoende, daervivres ende reiressementen zynte 



Digitized by 



Google 



13 

becomen ende deselre te vercoopen in Pehou en om van daer te 
keeren directelyck na Batavia. 

19. Yan Batavia op Pehou en naer Japon, alBvooren om van daer 
weder over Pehou naer Batavia te keeren. 

20. Van Batavia om te varen en te handelen in Succadana, Ben- 
jarmassinj en langs de gansehe enst ende eylandt van Bomco om 
vandaer met het retour directelyck weder te keeren naer Batavia. 

21. Van Batavia j om' te varen en te handelen langs de gansche 
cust van Java, mits van daer keerende met het retour directelyck 
na Batavia. 

22. Yan Batavia langs de gansche cust van Java alsvooren om 
vandaer te varen en te handelen op Macassar en de gansche cust 
van Celebes y om met het retour aldaer te becomen, weder te keeren 
directelyck na Batavia. 

23. Yan Batavia langs de gansche cust van Java^ als vooren en 
om van daer te varen en te handelen in Solar en Timovy om met 
de becomen retouren vandaer wederom te comen directelyck naer 
Batavia. 

24. Yan Batavia om te varen ende te handelen langs de gansche 
cust van Java^ in Macassar, Bouton en vandaer in de eylanden van 
Amboyna en Banday mits expresse conditie dat sy vandaer niet en 
sullen mogen vervoeren eenige nagelen, nooten off foelie, maer dat 
sy gehouden sullen syn deselve aen de commiesen van de Comp. 
te laten ten gestelden prijse , om voorts van daer met eenige andere 
retouren off provenu in contant te keeren in Batavia directelyck 
sonder eenige plaetsen ter werelt onderwegen aen te doen op groote 
peine. 

25. Yan Batavia om langs de cust van Java over Macassar en 
Bouton te vaeren ende te handelen in de eylanden van de Molucos 
onder expresse conditie aengaende het uytvoeren van nagelen en 
direct retour nae Batavia als in 't voergaeude article van Amboina 
en Banda gesegt is. 

Yan Amboina uyt te varen en daer omtrent te handelen. 

26. Yan Amboyna om te varen en te handelen op de omleggende 
eylanden particulierlyck by namen te expresseren, mits dat geen 
nagelen uytvoeren sullen en gehouden syn alle nagelen, noten en 



Digitized by 



Google 



14 

foelie, die sy onderwegen sullen becomen wederom met andere re- 
touren te brengen in Amboina, 

Van Banda nyt te varen en daeromtrent te handelen. 

27. Van Banda om te varen en te handelen op de omliggende 
eylanden, alB de cust van Ceram, inde eylanden van Kee (Key?) 
Aru en Tenitnbery op de landen van Nova Guinea en alle andere 
oostelyeke landen en eylanden daerontrent ofte oock verder by oosten 
Banda gelegen* 

Van de Moluques nyt te varen ende vandaer te handelen 
op andere plaetsen. 

28. Uyt de eylanden van de Molucques om van daer te varen en 
te handelen op de omleggende eylanden ende groote landen, als de 
cust van Gilohj Celebes y Mindanao op de eylanden van de P/nlip- 
pinas ende andere daerontrent gelegen onder expresse conditie, dat 
geen nagelen nyt de eylanden van de Molucques en sullen vermogen 
te vervoeren en dat gehouden sullen syn de retouren in de andere 
eylanden buyten de Molucques te becomen, wederom ter plaetse van 
hare eerste afvaren in te brengen. 

29. Uyt de Molucques om te vaeren en te handelen na Japan, 
om van daer met de retoeren wederom te keeren naer de Molucques 
ofte oock naer Batavia, volgens de licentie alsdan te vergunnen. 

Van Commissie ende brieven van bestelling aen de vrye 
luyden uyt te geven, om den vyant affbreuck te doen 
in alle plaetsen. 

30. Van Batavia sullen mede by den heer Gouverneur Generael 
brieven van commissie onder de gewoonelycke conditien en clausulen 
verleent werden aen de vrye borgeren ende inwoonderen aldaer, om 
te gaen cruyssen op den vyant in alsulcken plaetsen ende met al- 
sulcken macht van particuliere schepen ofte jachten, daermede den 
vyant den meesten afbreuck gedaan kan werden, mits goede cautie 
stellende en 't veroverde by den raet voor goede prinse verclaert 
sal syn ende mits betalende de gerechtichheyt aen den Heere, alles 
achtervolgende de uyttegeven commissie ^ 



1 Cf, Deel I, (IV.) bladz. 282. 

/Google 



Digitized by ^ 



15 

Alle welcken handel en yaerten uyt de plaetsen als hier- 
vooren gespecificeert staen , den Heer Gonvemenr Ge- 
neraal en raedt van Indien sullen metter tyt en bj 
gelegentheyt allenxkens mogen openen en vrye stellen, 
onder de conditien hiemaer volgende : 
V. Nlemant wie hy oock sy, staende onder de gehoorsaemheyt 
van den Gonvemenr Generael in Indien en sal voor syn partienlier 
buyten de plaetse van syn residentie vermogen te varen , noeh te 
handelen als met expres consent en commissie van gem. Heer Gene- 
rael , daartoe te versoecken en te obtineren. 

VL Ende sal deselve commissie verleent worden aen geenen 
anderen , als die hare woonstede off vaste residentie genomen hebben 
in de steden van Batavia en 't lant daeronder behoorende ofte in 
Amboina onder het casteel aldaer, ofte in de eylanden van Banda 
ofte eyndeling in de Molncqnes , staende onder 't gebiet van de Ho. 
Ho. Heeren Staten-Generael. 

Vn. Diegenen, die soodanige commissie van vrijen handel sal 
comen te obtineren sal voor een voyage binnen sekeren langen ge- 
limiteerden tyt met sjm eygen schip ofte schepen j deselve mogen 
doen tot syn perticnlier voordeel en profyt en sal in de plaetse 
syner aencompste mogen coopen, vercoopen en handelen vryelyck, 
't zy of eenige schepen der compagnie aldaer mogte syn handelende 
(rfte niet 

VUl. Maer ingevalle dat ter selver plaetse daer dese vrye han- 
ddaers souden comen te arriveren, eenige schepen off commisen 
wegens de vereenichde Comp. mede sullen syn , om handel te doen , 
in sokken geval, sullen de voorn, vrye handelaers met de voorn, 
commisen beramen eenen seeckeren gestelden prijs, tot denwelcken 
sy alle gemeene waren gehouden sullen syn te vercoopen ende te 
coopen, sonder denselven te excederen soolange als by den anderen 
sullen wesen. 

IX. De Commissie sal werden vergunt aan voorn, vrye inwoon- 
ders, elck in 't besonder, die deselve sal versoecken ende dat 
onder alsulcke recognitie ofte voor alsulcken somme van penningen voor 
de licentie van die voyage , sooals met den Gouverneur Generael of 
die syne Ed. daertoe committeren sal veraccordeert connen worden. 

X. Alle vrye handelaers met soodanige licentie ende commissie 



Digitized by 



Google 



16 

affvarende, sullen als voren, goede soffisante borge stellen ter plaetse 
haerder residentie y dat sy het particnlier accort met haer gemaeckt 
precislyck sollen naercomen, haer behoorlyck retour doen sullen ter 
plaetse daer sy afgevaren sijn ende dat sy geene vrienden ofte 
geallieerden sullen beschadigen en voorders sooals in 't accort en in 
hare commissie geëxpresseert sal werden. 

XI. Ende om metter tyt meer en meer inwoonderen ende per 
ticuliere handelaers buyten coste van de Comp. in Indien te crygen y 
met alsulcke capitalen, daermede den Indischen handel volcoment- 
lyck en naer behooren waergenomen mach werden, tot verder aen- 
plantinge ende peuplatie van de steden ende landen van Batavia 
ofte Jacquetra, Amboina ende Banda, soo sal by de Seventhiene 
toegestaen werden^ oen alle eerlycken luyden , die met hare famillien 
en capitalen naer Indien varen willen y de passage en liet transport 
te doen met de jaerlycksche schepen van de Comp. , die uyt dese 
landen naer d'Oost-Indien sullen comen te varen, soeveel als de 
gelegentheyt eenichsints sal connen lyden. 

Xn Ende alsoo met de jaerlycksche schepen van de Comp. 
geene familien genouch naar wensch overgevoert en sullen connen 
werden , soo sal noch de Seventhienen altyt genegen syn om te per 
mitteren de vrye vaert uyt dese landen naer Batavia off Jacatra , te 
doen by perticulieren met haer eygen schepen . volgens het consent 
en onder de conditien , met degene die H selve versoecken sullen , 
daerover te maken , om alsdan haer eygen schepen te mogen equi- 
peren en daermede recht deur naer Batavia te varen , met alsulcke 
cargasoenen en capitalen, als de particulieren goedvinden sullen, 
met toestaen van de Comp. 

' Xin. De voorn, perticuliere met hare schepen van hier varende 
nae Batavia sullen alvooren gehouden syn hier in Nederlandt goede 
en suffisante cautie te stellen voor hare uytreyse en dat sy seecke- 
ren tyt van jaren in de Indien sullen resideren onder den eedt en 
't gouvernement van den Gouvem'. Generael en haerselven compor- 
teren sullen volgens het accord met haer te maken ende sooals alle 
andere vrye luyden aldaer in Indien verbonden syn. 

XrV. Ende sullen de voorn, perticuliere met hare schepen recht 
deur van hier varen na de Qaeb de bon Esperance sonder eenige 
plaetsen onderweghen hier in Europa aen te doen ende van de Caeb 



Digitized by 



Google 



17 

haren conrs stellen besuyden de linie recht door naer Bantam ^ oock 
sonder eenige bewoonde plaetsen onderwegen aen te doen of iets te 
Tercoopen van hare medegenomen cargasoenen, voor aleer in Batavia 
aengecomen snllen syn. 

XY. Doch indien eenige perticnlieren Bonden begeeren, aen de Caep 
Bon-Esperance gecomen synde, van daer te loopen langs de oostonst 
van Africa binnen Madagascar door, om soovoorts van daer naer 
Batavia te loopen oft oock langs de cust van Malabar om aen den 
vyandt eenige afbrenck te doen in 't passant, soo sal de Seventhiene 
mede daertoe licentie connen geven, naer gelegenthejt van saken 
en onder conditien, sooals dan sonder nadeel van de Comp. voorge- 
schreven sullen connen werden. 

XVI. De vrye luyden, alsoo met des Comp'. ofte hare perticnliere 
schepen in Batavia aengecomen synde, soo sullen sy gebonden syn 
met hare famillen haer aldaer neder te stellen off in Amboina off 
in Banda, met consent van den Heer Gouverneur Generael ende des 
raedts van Indien en sullen aldaer mede genieten deselve vryheid, 
exemtien, beneficien en privilegiën, sooals alle andere vrye inwoon- 
deren vergunt is, oft noch vergund sullen connen werden, onder 
gelycke verbindtenisse mede als de voorn. 

XVn. Geene schepen ofte jachten van particuliere vrye luyden, 
tsy datse daermede uyt Europa naer Indien syn gevaren, ofte dat 
sy aldaer in Indien by haer syn gebout ofte gecocht, en sullen ver- 
mogen, wederom te comen uyt Indien naer Europa in eeniger hande 
manieren, onder verbeurte van schip en goederen ten profiyte van de 
vereenichde Oost-Ind.-Comp. en onder de penen tegens den persoon , 
die daermede sonde orercomen, sooals gestatueert syn by het gene- 
rael octroy. 

XVin. Geene goederen van particuliere vryluyden en sullen mo- 
gen naer Europa overgesonden worden, 'tsy met des Comp's schepen 
of met de schepen van eenige andere Europeesche natiën, in geender 
hande manieren, onder verbeurte van deselve goederen en arbitrale ' 
correctie. 

XIX. Maer diegene van de particuliere vrye luyden, die hare 
middelen, tsy in 't geheele ofte ten deele naer Europa sullen willen 
overmaken, sullen 't selve alleen mogen doen in contant, tsy by 
wissel en in specie over te senden, met de schepen van de vereenichde 

Digitized by VjOOQ IC 



18 

Oo8t-Ind.-Comp. by speciaal consent van den Hr. Gouvem'. (}eneraal^ 
welverstaende; dat de directeur van de Comp. aldaer sal de pennin- 
gen der perticnlieren yermogen te ontfangen, om ten dienste en profyte 
van de voorn. Comp. aldaer in Indien gebmyct te werden en pas- 
seeren wisselbrieven tot laste van dese comp. hier in Europa, die 
deselve penningen alhier sal restitueren ter eerster aenmaninge met 
alsulcke advance als daerinne jegenwoordich gebruyekelyck is. 

Achter stond: 

Gearresteert Concept by de Seventhienen, rakende 
't openstellen van den handel van Indien ^. 



in. De vergadering der XVII Bewindhebbers van de 
Gen. Oost-Ind.-Comp. aan Gouverneur-Generaal en 
Raden van Indie, dd. Amsterdam, 24 April 1625. 



Manhafte Emtfeste, enz. 
Onze laatste brieven, enz. 



D' Heer Generael Jan Pietersz. Coen heeft nu een goeden tyt hier 
te lande geweest en 't sedert syne wedercompste uyt Indien, heeft 
met de Seventhiene en met de cameren in 't perticuliere gecommu- 
niceert van veele importante saken en van den voeth, waerop syne 
E. meynt dat de staet van Indien ten profyte en tot eere van dese ' 
Geünieerde Nederlanden soude gebracht connen werden tot eene goede 
versekertheyt, Godt gevende, en alsoo wy bemercten uyt uwe brie- 
ven, dat U£. met hem in maximen en beleyt daartoe concurreren en 
syne persoon een groot en voomamentlijck behulp soude bgbren- 
gen om tot dien vasten stand te geraken, soo sgn de Seventhiene 
beweecht geworden, soo bij haer eygen zelven als oeck door ernstige 
aenradinge van Syne Furstl. Genade, Mynheere den Prince van 
Orange ende notable Heeren Regenten van desen Staet, d'Heer 
Generael Coen » wederom te versoeken om syn reyse na Indien in 
d'oude qualiteyt te hervatten ten dienste van 't landt en de Ver. 
Oost-Indische Compi» en tot groote eere van Syne E. selflBs; daerinne 
eyndelingh heeft geconsenteert , met voornemen om met de voorleden 



Digitized by 



Google 



19 

schepen, die in wintertjt; Ao 1624 nytgeloopen syn, ofte met dese 
sdiepen na Indien te varen en opdat Syne E. een goet exempel en 
^conragement sonde geven aen vele andere eerlycke Inyden hier te 
lande ; alsmede aen de voomaemste officieren in Indien , soo heeft 
hy hem begeven tot den houwelycken staet, om met syne hnys- 
vrouwe derwaerts sich te transporteren. Doch syne E. dispositie dese 
geheele wintertyt is seer slecht en weeck geweest en dit houwelyck 
is eerst geconsnmeert gewerden nn omtrent over veerthien dagen en 
Syne E. is alnoch niet becomen: by welk inconvenient alsoo noch 
bygecomen is, dat eensdeels oock ter contemplatie van Syne Ma*, van 
Engelandt Jacobi (die nn overleden en synen soone Carolns gesnc- 
cedeert is) als andersints Haere Ho. Mo. mede hebben goetgevonden 
dat de Heer Generaal Coen hier te lande noch eenige tyt behoorde 
te bleven, soo en sullen U K de gem. Heer Generael niet eer 
hebben te verwachten, als met de schepen, die in den herfst 
A^. 1625 van hier sullen scheyden, en ondertusschen hopen in Godt 
dat desen staet sal beter zyn geconstitueert by goede resistentie en 
victorie tegens den vyant, die pu de stadt van Breda nauw bele- 
gert houd en soo sterk te velde compt, als oyt voor desen, daerdoor 
dese landen voor dese tyt genoodsaeckt werden, de vriendschap van 
Franckryk en Engelandt wat veel te estimeren , ' al ware het met 
eenige incommoditeyt en temporeel prejudicie voor dese landen, off 
eenich notabel lid in 't perticulier, welcke incommoditeyt en pre- 
juditie lichtelyck sal comen te cesseren, Godt Almachtich eenige 
uytcompste gevende van dese oorloghssaken en voomementlyck in 
dien dezelve uytcompste goet sal wesen, gelyckwy hopen, daeromme 
en sullen U E. dese sake (te weten aengaende het verblyven en 
ophouden van d'Heer Generael Coen) niet anders achten ofte appre- 
henderen als gelyck wy ü E. hiervoren schryven , wat dat oock 
iemandt in 't particulier van d'onseof oock d'Engelse daervan sullen 
willen qualyck zeggen, en weest versekert dat dit, midsgaders oock 
het op ontbieden van den Gouverneur Speult en d'andere rechteren 
uit Amboina, niet es geschiet als het landt ten besten, sonder dat 
ooyt aen de gerechticheyt van de Comp. in 't generale ofte aen 
yemandt van hare voomemenste off perticuliere officieren de protexie 
sal gebreken, tzy hier te lande of oock niet aldaer in Indien, daerop 
U. E. en alle andere vast mogen betrouwen en confident syn, en 



Digitized by 



Google 



20 

ondertusschen willen U E. oock op het serieuste en hoochste wel 
yermaendt hebben, dat U E. als voor desen altyt snit trachten de 
rechten, preëminentien , possessien en contracten van de Comp. te 
mainteneren, conserveren en verbeteren sooveel doenlyck is, sonder 
by iemandt daerinne te werden vercloeckt of om eenige reden toe 
te laten, dat d'onse daerinne vercloeckt souden werden; in geender- 
hande manieren, waertoe wy U E. insonderheyt recommanderen ons 
vercregen recht in de stadt en landen van Jacatra, de Moluques, 
Amboina en Banda en alle plaetsen meer, daer wy by ons eygen 
recht van Souverainiteyt off by exclusive contracten het respect alleen 
behooren te hebben, alles nochtans volgens het tractaet met d'En- 
gelsen gemaekt voor sooveel het eenich respectif gedeelte in den 
handel alleen, van sommige quartieren is toegestaen, 't welck, (sy 
van haere syde mede voldoende na behooren) U E. haer sult laten 
volgen, sonder captie ofte dispute, voor sooveel als sy daertoe ge- 
rechticht syn , by het voorsz. tractaet en niet verder, 't welck U E. 
800 gelieven te behertigen, als wy U E. syn toevertrouwende den 
interest van 't gemeene Nederlandt en het voordeel van de Ver. Comp. 

Hiermede enz. 
Utten name van de Bewindhebberen der 
Generale Oost-Indische Comp. van Ne- 
derlandt Uwer Ed. goede vrunden: 
Dirck Bas, enz. 
(volgen 14 handteekeningen.) 



IV. De vergadering der XVn Bewindhebbers van de 
Gen. Oost Ind. Comp. aan Gouverneur-Generaal en 
Raden van Indie, dd. Amsterdam, 10 Aug. 1627. 

Manhafle Emtfeste, Lieve Besundere. 

By de missive in dato 9 January 1627: geteeckent by de gecom- 
mitteerden in 'sGravenhage synde ; item by een andere in dato 27 Maerti 
1627,* geteyckent by de Bewinthebberen der Cameren naest gelegen 
sullen U. E. hebben gesien de authorisatie ende laat waermede d'Heer 
Jan Pietersz. Coen, wederomme nae Indien gekeert is, in qualiteyt 
als Gouvemeur-Generael van Nederlants Indien met ordre daarby, 

1. Zie hierboren bladx. 7. 

Digitized by VjOOQ IC 



21 

gelyck wy alsnu noch ordonneren, denselven persoon daervoor te ont- 
vangen, aennemen, gehoorsamen en respecteeren en doen respectee- 
ren ende gehoorsamen overal daer en snlcx het behoort, sonder eenige 
exceptie ofte tergiversatie , waeraen de Generaele Oost-Indische Comp. 
dienst sal geschieden. 

Aengaende de commissie van den Oem. Heer Generael Coen, alsoo 
sjn £. nyt Indie alleen gescheyden was met intentie, omme (nae 
eenige communicatie met de Comp. aengaende haeren staet van Indien) 
wederomme derwaerts te keeren, daertoe syn E. by de Seventhiene 
is beweecht geworden, opdat syn wederkeeren niet langer en werde 
uytgestelt, gelyck alsnu is geschiet, soo houden wy den Gem. heer 
Coen, alsnu in deselve conditie en digniteyt als voor desen is ge- 
weest, derhalven oock onnodich achten eenige nieuwe commissien te 
senden, alsoo wy verstaen en bevelen, mits desen, dat de voorgaende 
Commissien daertoe sullen verstrecken, gelyck wy deselve daertoe 
habiliteeren, confirmeeren ende approbeeren, ten waere wy anders 
hierna sollen gelieven te doen ende ondertusschen belasten ende be- 
veelen allen en een yder van wat qualiteyt ofte conditie sy mogten 
wesen, deselve commissien voor sulcz aen te nemen ende te respec- 
teren tot gemeynen welstant van de Generale Oost-Indische Compagnie. 

Ende sóoveel raeckt de ordonnantien ende Instructien voor den 
Gouvemeur-Generael deselve syn ende bly ven , gelyck als die by de 
Seventhiene binnen Middelborgh in Seelandt vergaderd op 22 angusti 
a^ 1617 syn gearresteert, ende by de Ho. Mo. Heeren Staten Gene- 
rael der Vereenichde-Nederlanden ende by syn Princelycke Ex*'". 
myn heere den Prince van Orangie op 14 Septemb. ende 3 Novemb. 
van 't selve jaer syn geratificeert, geapprobeert en geconfirmeert en 
sooals sy jegenwoordich in handen syn van den Gouverneur Generael 
en Raden van Indien, aen dewelcke sy alsnoch voor Instructie sullen 
strecken en dienen, mitsgaders de orderen ende last na dato der Gem. 
instructie by de Generaele Comp. naer Indie successivelyck gesonden, 
sooals die staen en te vinden syn in de brieven, instructien ende 
resolutien van de Seventhiene, geteyckent tot uu toe ende die noch 
hiemae by de gem. Seventhiene gesonden sullen worden, allewelcke 
aen den Gouvemeur-Generael sullen sjn ende verstrecken voor 
Gencrofile Instructie. — Lasten en bevelen derhalven dat UWE. de- 
selve in 't generael ende ijder point van dien in 't partieulier^sullen 



Digitized by 



Google 



22 

naecomen ende observeeren^ boo by haer selfe; in haer eygen digni- 
teyt ende qnaliteyten respectivelyck, alsoock by alle anderen onder 
haer gebieth ende gehoorsaemheyt staende. 

Particulierlyck vinden wy goely ÜE. te gelasten en te ordonneren y 
alsoo voor desen aen de Seventhiene eenige ouverturen syn gedaen tot 
openstelling van den vryen handel van India op seeckere concepten^ 
ingestelt en aen de Seventhiene overgegeven, die de gemelde Seventhiene 
omme goede redenen , haer daertoe bewegende niet goetgevonden hebben 
te amplecteren nochte te gebruycken; maer 't beleyt van de Generale 
negotie te laten voor de Vereenichde Oost-Indische Comp. sooals tot 
noch toe voor desen is geschiet; Soo ist dat wy alsnoch daerby per- 
sisteerende, Uw Ed. op *t seiieust verbieden eenige openingen van den 
vryen handel toe te staen op den voeth van voorgem. concepten ofte 
andere diergelycke in eenigerhande maniere y waerop wy ons sullen 
verlaten] enz. 

Amsterdam desen X" Augusti a*. 1627; de Be- 

winthebberen van de Vereenichde Oost Ind. Comp. 
ter vergaderingh van Seventhien. 
Was onderteekend: Elias Trip, 

Comelis Francken. 
(volgen nog 13 handteekeningen.) 
't Opschrift was: 
Hanhafte Erentfeste, Lieve besundere. 

d'Heer Jan Pietersz. Coen en d'andere raden 
van Indien, wegens de geünieerde Nederlanden, 
residerende te Batavia. 



V. De Gouvemenr-Generaal Pieter de Carpentier en 
Rade van Indie aan de Bewindhebbers der Gener. 
Oost-Ind. Comp. (Heeren XVII.) 

Batavia, 25 dec. 1623. 
Erentfeste enz. 

Met d'overcomste van d'Ed. Heere Generael Coen mitsgaders onse 
nageêonden missive, in dato 24 febr., p. den Gouden Leeuw sullen 



Digitized by 



Google 



23 

UEd. verstaen hebben, wat tot die tyt toe, alhyer gepasseert was, enz. • 
met dese voorafgaende gelegentheyt van d'Engelse gchepen. . . • 
sollen UE. in 't cort adviseren, tgene ons nodigh gedacht heeft 

In alle poincten van 't accoort leggen hier met d'Engelsen over- 
hoop, niet ééne wert er van haerder syde geobserveert , als alleen 
de geveinsde vrientschap. Op malitieuse gesochte actiën, hebben sy 
haer van de gemeene deffentie met opgesetten voordracht in 't gene- 
rael ontlast, den handel van de HoUuccos, Amboina, Banda en Pal- 
liacatta hebben t'eenemael verlaten ende haer nyt de lasten dersel- 
ver gedraeyt nu de proflfyten sober vallen. Bantams besettinge trecken 
haer niet alleen niet aen, maer hebben met gewelt van schynrede- 
nen ons willen dwingen haer toe te staen tot Bantam, alleen voor 
beyde de Compagnien te mogen gaen handelen, tot noch toe hebben 
't met redenen weerhouden ende is de saecke sooverre gecomen, dat sy 
onse wapenen met de mout beginnen te tergen en te vragen, soo sy 
onderleyden naer Bantam alleen te gaen off wy haer met gewelt van 
wapenen sonde tegenstaen; wy hebben geantwoort dat d'een sonder 
d'ander off sonder gemeen consent niet vermoght naer Bantam te 
gaen, alsoo het, een gemeene saecke was daer de liberteyt van d'een 
soowel als van d'ander gelden moet. 

Tot noch is de saecke dos blyven steecken, by gebreck van capi- 
tael achten wy, dat sy noch na Bantam niet en gaen, maer soo eens 
middel becomen ende onderstonden alleen derwaerts te gaen, sullen 
sy ons mogelyck met dadelyckheyt tergen, soo dan geene redenen, noch 
behoorlycke insinuatien haer connen weerhouden, off datter geene 
middelwech te vinden sy, om door haer den handel (sonder UE. 
prejuditie) te doen ondersoecken , wat sal ons dan anders resteren 
als protest ende soo dan 't protest niet en helpt, sullen wy het moe- 
ten opgeven off haer gewelt met gewelt moeten wederhouden, wat 
ezclamatien ende moijten daer dan op volgen sullen, magh men wel 
dencken 

Eenen Gabriel Touwerson, agent wegen d'Engelse Comp^^. op Am- 
boina hadde met S3me geassocieerde Engelsen, item eenige Jappan- 
ders ende den Haringho van de Mardicquers alle in comp. dienst 
wesende, geconspireert om 't fort van Amboina aff te loopen, daertoe 



4 



Digitized by 



Google 



24 

aireede tot syn devotie de voors. Jappanders, die binnen 't fort waeren^ 
sutsgaders de voors. Marinho gebracht hadde, doch is voors. verraet 
miraeckeleoselyck aen den dach gecomen ende syn daerover den 
voors. Tonwerson met noch negen Engelsen tot hem, soo cooplieden 
als anderen mede aen't verraet schnldigh, mitsgaders thien Jappan- 
ders ende die Marinho by den breden raet op Amboyna ter doot 
gesententieert ende altsaemen oock op den 9 Bfartie geexecnteert 

Hiemeven gaen de confessien ende sententie der voors. delincqnan- 
ten, soo als ons deselve van Amboyna toegesonden syn. 

D'Ëngelsen alhier blixemen seer tegen dese ezecntie ende seggen 
rondnyt, dat haer volck ten onschnlt om den hals gebracht is, dat 
men haer door inhnmane torturen tot bekentenisse van soo onmoge- 
lycken saecke gedwongen heeft, d'onmogelyckheyt fonderen sy hier 
op, omdat de macht van de Engelssen op Amboina soo geringh was, 
dat het voor soo een hantvol volcx niet mogelyck sonde geweest 
syn snlcken groeten stnck te effectueren, evenals off sy geen anderen 
aenhangh souden gehadt hebben. 

üyt crachte van den Q^" artyckel in 't accoord, hebben sy de resti- 
tutie van Poeieren geeyst, met sulcken extensie van absoluite eygen- 
dóm , dominie en sonverainité over voors. ey landt en de inwoonders 
van dien, noch min noch meer, als wy d'andere aenliggende eylanden 
van Banda besitten om daer, te mogen uytsetten, inlaten ende opbren- 
gen alsulcken volck alst haer gelievt, om te mogen affbreecken, for- 
tificeeren ende voorts daermede te doen sooals sy geraden sullen 
vinden, sonder daer iemant op te seggen sonde hebben, wy hebben 
haer geantwoort, dat wy soodanigen extensie in 't negende artyckel 
niet konden begrypen, maer wel dat de Nederlanders, t'eylandt soo 
sy het hielden; mosten abandonneren ende restitueeren aen d'Eng. 
Comp. in sulcken staet als het was, ten tyde van den inganck van 
't tractaet a^ 1619. In deser voegen hebben wy haer gepresenteert 
't voors. eylant t'abandonneren laten ende restitueeren 

Dese onse explicatie ende presentatie verwierpen sy, enz. enz. . 

In 't fort Batavia, ady 25 decemb., a». 1623. 

ÜE. dienstw. vrienden én dienaars. 
Martinus Sonck, P. d. Carpentier. 

Jacques Specx. Frederick Houtman. 

Dedel. 



Digitized by 



Google 



26 

VI. De Gouverneur-Generaal Pieter de Carpentier en 
Bade van Indie aan de Bewindhebbers der Gen. 
Oost-Ind. Comp. (Heeren XVII.) 



Batavia y 3 January 1624. 
Edele Emtfeste, enz. 

• • • • ...^..*. 

Tot onderhout van de Gamisoenen hebben in plaetse van Realen, 
partye hollantse daelders ende dubbele stuyvers derwaerts (naer de 
Molukken) gesonden ende geordonneert deselve in treyn te brengen , 
twelck ongetwyffelt lichtelyck sal te wege gebracht werden gelyck 
airede hier op Batavia geschiet is. In 't eerste haddet mede syn 
sporrelinge , maar is nu sóó in cours , dat d'inwoonders ende vreem- 
delingen nae geen andere munte meer talen 

Volgens t'advys van d'Ed. Heer Generael Coen ons op syn vertrecq 
gelaeten, hebben wy in May voorleden een gesant met onse missive 
beneffens een matige schenckagie aen den Mattaram gesonden, 
dienende alleen tot continuatie van vrientschap met syn Majesteyt 
ende vermeerderinge van correspondentie tusschen ons ende zyne on- 
dersaten, mitsgaders om den Mattaram ende zyne grooten in hoope 
te voeden, dat wy niet, dan alles goets van haer gevoelen, item om 
Bantam van onse vrientschap met den Mattaram jalours ende nadoch- 
tich te maecken en te sien off d'openinge van Bantam daerdoor sonde 
connen geaccelereert worden. Item om den Mattaram des Comp. 
geleeden schade in Succadana findachtigen ende refactie daeiTan te 
versoecken, gelyck UEd. ampelder in onse medegegeven instructie 
aen den gesant sien mogen. Minnelyck syn d'onse van den Coningh 
Anglagga ontfangen ende was hem de besendinghe opt hoogste aen- 
genaem. fly dede ons waerschouwen hoe verstaen hadde, dat de 
Portugiesen met den Pangerang van Bantam in verbont getreden 
waeren ende belooft hadden met veele schepen en volck tot Bantam 
te comen, om van daer gesamenderhant op Batavia te vallen. Wan- 
neer yets daeiTan vernaemen, versocht dat men hem sulcx wilde 
laeten weten, alsoo de portugesen en die van Bantam mede syne 
vyanden waeren. Wat hiermede seggen wilde, heeft den Tomma- 
gon Bouraxa, Gouv^ van Candaél, naderhant in October passato met 



Digitized by 



Google 



26 

eenen brief ende expressen gesant te kennen gegeven, alsoo ons 
liet weten soo wy gesinth waren over 't stnck van Bantam met hem 
in onderhandelinge te treden, dat hem snlcx souden openbaren, om 
den Coningh Anglagga aen te mogen dienen, vraechde mede soo den 
Coningh Anglagga thiendnysent man te water sont, om ontrent Ban- 
tam te landen, off wy daervan geen misvertrouwen souden hebben 
ende soo ons snlcx wel geviel, sonde het van noode wesen, dat wy 
de cost ende andere provisien met schepen 't leger naevoerden; voorts 
dat wy Bantam met schepen te water dienden te besetten opdat 't 
volck niet vluchten noch verloopen sonde. Wanneer de Mattaram 
Bantam gewonnen hadde, sonde de peper aen geen andere natie, als 
aen de Nederlanders alleen vercocht worden ende soo ons dacht, 
dat er canse aen Bantam was, wilde hy het syne Miyesteyt aendie- 
nen, ons verseeckerende, dat den Coning daer niet op slaepen sonde, 
alsoo dickwils van Bantam was vermaenende, hierop hebben hem^ 
niet toe noch afgeseyt, maer in onseeckerheyt gelaten ; doch eenich- . 
sints met hoope gevoedt 

Wanneer den Coningh Anglagga op Bantham mickt, hoopen wy 
wel toe te sien, dat hy Batavia niet en treft, want hy dese bruyt 
immer soo lieff heeft als Bantam. 

Wat de bovenvermelde gesant by den Mattaram voorder verhandelt 
ende aengaende de Mattarams statie en gelegentheyt geobserveert 
heeft, refereren ons aen 't nevensgaende extract van Joumael by 
den gesant gehouden. ^ 

Dese voorleden soomer heeft de Mattaram Soerbaya te lande 
belegert, maer is sonder yets notabels te verrichten weder affgetrocken. 

Grissy heeft hy daemae met eenige prauwen te water verrast, 
afi^eloopen ende verbrant. 

Bantam hout hem noch geslooten, doch met groeten schyn van 
genegentheyt tot openinge, den ouden Pangoran Gouverneur, heeft 
het gouvernement affgeleyt en aen den jongen Coningh beneffens alle 
de schatten overgelevert, die van Bantam hebben haer volck dese 
soomer off uyt ontsagh off met voordacht van onsen bodem gehouden, 
alsoo geen sonderlinge onraet in 't velt vernomen hebben, van ge- 
lycken soo en hebben wy geen hostile watertochten met prauwen 



l Zie hienwhtcr n'. VIT. 

Digitized by VjOOQ IC 



27 ' 

onderleyty alleen honden twee schepen voor Bantam om de reedete 
bewaeren , datter geene peper met joncken off groot vaertnigh ver- 
voert werde ; alle overcomenden van Bantam seggcn ende affirmeren, 
dat den jongen Coningh, de groeten ende insonderheyt de gemeente 
seer tot vreede genegen syn, maer dat den ouden Pangeran, noch 
onsen vyant en even obstinaet bleef, doch hy sonde haest nyt 't landt 
vértrecken ende dan meenen sy, dat de vreede met Bantham wel 
sal getroffen worden. 

Men heeft ons oock seer aangeraden, dat eenige gesanten nae 
Bantham wilden senden; om verscheyden redenen hebben niet goet 
connen vinden in dese zaecke te verhaesten, eensdeels omdat wy 
het maer voor een loosen treek van Bantam hielden , dienende maer 
om ons met hoope van goet succes te voeden ende ondertusschen 
te weerhouden, dat met den Mattaram tegen hem niet aen en span- 
nen, gelyck mede om onse graecheyt nae syne peper t'ondertasten 
ende te vernemen off wy deselve oock tot hoge prQse wel souden 
willen incoopen, soo die maer becomen conden, dit houden wy wel 
eenige van syn ooghmerken te wesen, hoewel datter noch importan- 
ter syn, als namelyck de heerschappye van Jaccatra ende 't meester- 
schap van den handel, daer Bantam seer nae getracht heeft, van 
welcke twee hy genoechsaem, soo wy meenen, alsnu despereert; ten 
waere hem d'Engelsen, is 't niet tot beyden, ten minsten tot het 
laeste noch eenige moet en hoope gaven, gelyck wy sonder eeniche 
twyffel gelooven, dat sy secreetelyck syn doende, synde door wan- 
gunst ende jalourshcyt van Batavia's progres soo misleyt, dat oock 
onwetende met haer eygen nadeel 'tselve soecken te weerhouden . 

Wat Batavia belangt, heeft 't sedert onsen jongsten in confluentie 
van volckeren, aenwas van commercie, incompsten, gebouwen als an- 
dersints, nae gelegenheyt destyts, Godt loff, noch redelyck toegenomen. 

De maentlycke incompsten 't sedert primo december 1622 tot uit 

November 1623 monteren t'samen de somma van 

fl. 179743.15.12. 

Van gelycken sullen UEd. by de medegaende rolle ten naeste by 
sien, hoeveel sielen in Batavia zyn, soo van Compa'. dienaers, vrye 
Nederlanders, mardycquers, slaeven, gevangenen, gelyck mede van 
Chineesen, Japonders &c. d'engelse natie alleen mitsgaders eenige 



Digitized by 



Google 



tusschenloopende onbekende vreemdelingen nytgesondert , ende mon- 
teren de borengemelte volgens deze beschryvinge 't saemen 6425 
eoppen. Mede gaet hierby een roUe van alle de Nederlantsche vrou- 
wen, welcke op Batavia noch in leven resteeren. Item hoe veele 
datter tot dees tyt toe in Batavia overleden syn, gelycq mede hoe- 
veele van de jonge overgecomene kinderkens noch in 't leven ende 
overleden syn, item hoeveele kinderkens van NederL onders hier in 
Batavia gebooren ende gestorven zyn. Wat de Nederlantsche vronws- 
persoonen aengaet, die aerden hier soowel als de mans, van elf 
kinderkens hier gebooren resteeren noch in 't leven acht 

Wy mogen hoopen; als de nature van d'ouders met de temperature 
van 't climaet beter overeen comt, twelck met der tyt comen sal, 
dat de procreatie oock vigoreuser ende bestendiger sal worden. 

Meest alle de kinders, welcke de Nederlanders by dinlandsche 
vrouwen procreëren syn coomhardt ende aerden soowel als naturellen 
van 't lant selve gelyck sy oock ten halven syn. 

Sedert de heer generael Coens vertreck, hebben de stadt aen d'oost- 
zyde van de riviere ruym een dardepart uitgeleyt, met een gracht 
ende aerde wal beginnen t'omsingelen ende te sluyten, gelyck UEd. 
in nevensgaende pourtraict van Batavia sien sullen. De gracht is 
wyt 13 vadem ende in 't midden 1| diep, d'aerde wal heeft drie 
roeden aenleggens, 15 voet hoogte ende ontrent een roede cmyns. 
Van dit voorleden drooge mouson is d^ wal begonnen ende gebracht 
tot op 190 roede in de lenghde, met twee cleene bolle wercken daer 
ingereeckent en<^e heeft gecost omtrent 161.000 realen van achten 
aan arbeytsloon, welcke somma de vermogende Nederlantse burgerye , 
Chineesen ende Japanders gewillich opgebracht hebben ende gioot 
leven onder de arme Chineesen verweet heeft, alsoo sy alle tvoorsz. 
geit met haeren arbeyt in corten tyt weder ingetrocken hebben. 

Tgeene noch tot voltreckinge van voorsz. wal aen de oostzydevan 
de stadt naer 't fort toe gebreect, synde ruym noch een dardepart, 
hoopen wy met Godes hulpe t'aenstaende drooge mouson buyten 
Comp'. last aff te maecken ende hiermede zal de stadt tegen d'aen- 
compste van den Mattaram (welck men van die cant apparenst, 
doordien het hooge lant is, te verwachten heeft) in redelycke def- 
fentie gebracht wesen. 



Digitized by 



Google 



29 

Met d'opbonwinge van 't fort gaet het langsaem voort, alsoo 't 
meeste werek geeme met ons eygen volck souden maecken om sware 
oncosten te myden, doordien de roep hier sterck gingh, dat deMat- 
taram het op Batavia gemunt hadde ende wy ooek van verscheydene 
qnartieren gewaerschout wierden (hoewel cleyn geIoT% daerin stelden) 
800 hebben wy (om niet al Ie goet geloovich te wesen) wat gelts 
moeten spenderen om de gracht aen d'oostsyde van 't fort door Chi- 
neesen te doen diepen, 't weick met ons eygen volck beswaerlyck 
te wege conden brengen. 

Om d'aenbouw van huysen niet te verachteren, heeft de Raedt 
alsnoch niet connen goet vinden , dat men d'erven met een jaerlycxe 
pacht sonde beswaren , maer dat men daermede noch wat insiensal, 
ondertusschen wert van alle uytgegeven erven, mitsgaders van de ge- 
bouwen daerop staende, telckens dat vercocht off veralieneert worde, 
voor den Heers gerechtkheyt 10 ten 100 gevordert. 

Wanneer de bnrgery , insonderheyt de Chineesen , wat vermogen- 
der worden, haer bet(er) verspreyden, meer erven beslaen ende beter 
geseth sullen wesen, sal men d'erven met een jaarlycxe rente con- 
nen beswaren, omdat de burgerie met d'extraordinary contributien 
tot versterckinghe ende verbeteringh van de stadt, nu onlangs vry 
wat beswaert syn geweest, is mede een oorsake dat de belastingh 
van d'erven noch uytgestelt sy, &c. 

(Het overige gedeelte van den brief handelt over de voortdurende 
moegelgkheden met de Engelschen.) 

In 't fort Batavia, desen 3^ January, A». 1624. 

UEd. dienstwillige dienaren , 
P. d. Carpentier. 
Frederik Houtman. 
Dedel. 

Martinus Sonck. 
Jacques Specx. 
Jan van Gorcom. 



Digitized by 



Google 



30 

Vn. Extract uit het „ Journael van 't gepasseerde op 
„ de reyse naer denMattaram, beginnende den 24 



n 



May A^. 1623" gehouden door Dr. de Haen. i 



Woensdag 24 Mei. Vertrek van Batavia met het jagt Sincapura 
naar TagaL 

2 Jonij, aankomst ter reede van Tagal. 

3 JnniJ, de Toemenggoeng komt aan boord. Het arabische paard 
en de overige geschenken voor den Pangéran Ing-Ngalaga worden 
ontscheept. 

4 Jnnij, een brief namens den Pangéran Ing-Ngalaga wordt ontvangen, 
waarbij aan Dr. de Haen verzocht wordt om een Hollandschen goud- 
smid mede te brengen , ten einde eenige gouden ringen te maken. 

7 Junij , vertrek van Tagal, met het paard en de overige geschen- 
ken. Het paard voor den Pangéran bestemd, werd omringd door een 
lyfwacht met schilden, opdat het paard niet door het volk gezien 
zou worden, en bij den overtogt van riviertjes of beeken, werden er 
voorzorgen genomen door den Toemenggoeng, dat het zijne voeten 
niet nat zou maken. De wegen waren allen door de bevolking in 
heerendienst, schoon en effen gemaakt. 

8 Junij, aankomst en overnachting te Soember. ^ 

9 dito, trekken door Djati-Sari en komen te Pamalang, staande 
onder het gebied van een oom van Pangéran Ing-Ngalaga, genaamd 
Pangéran Prurebaia. * 

10 dito, komen door Wira desa ^ te Pékalongan, waar veel rijst 
en klapperboomen gevonden worden. Pékalongan staat onder het 
gebied van Kiai-Dipati Pasanta ^, sedert het dezen is geschonken 
door den Pangéran Ing-Ngalaga, waarvoor Pasanta jaarlijks 4000 
realen van 8*° in rijst en klapperolij moet opbrengen. 



1. WQ deelea dit en Het volgende Journaal slechts bg uittreksel mede, omdat 
bdde journalen zeer langdradig zijn opgesteld en er veel in voorkomt dat, of reeds 
vermeld is in journalen van ?orige gezanten naar Mataram, of weinig belangrijk Ib. 

2. Deze plaats Soember en de volgende r|jati-Sari, moeten destijds gelegm zija 
geweest op den weg van Tagal naar Pamalang, 

8. Prurebaia - Poerbojo ? vervoUer van beloften, volgens Winter, 

4. Op den w^ tusschen Pamalang en Pékalongan. 

5. Hoepo-Sonto. 



Digitized by 



Google 



31 

11 dito, na een togt door schoone rijstvelden, aankomst te Passnan 
liggende op een half nor afstand van Batang. ^ 

12 dito, aankomst te Soeba ^ te midden van schoone rijstlanden 
gelegen in eene vallei, waarin vele dorpen gevonden worden. 

13 dito, na door Tamparan ' getrokken te zijn, aankomst te Pao- 
kis * gelegen in eene vallei, vol met rijstlanden. 

14 dito, na over een dorp te zijn getrokken, aankomst te Tralan- 
gon, een dorp in het hooge gebergte, telt 200 gewapende mans- 
personen. 

16 dito, togt door het gebei^te, door eene afgesloten wachtplaats 
des pangérans Ing-Ngalaga aankomst te Tatiam * liggende op een 
henvel in eene vallei, omringd door drie hooge bergen. De vallei 
bezet met ontelbare dorpen en rijstlanden. 

17 dito , trekken door Juma Keda ^, zoover zien konden zagen 
menigte van dorpen en schoone rijstvelden, aankomst te Pakkies 
Wiring. 7 

18 dito, vele dorpen gezien, komen door Piaman Tidar ^, aankomst 
te Pary •, overal veel rijst geplant. 

19 dito , aankomst te Tnraiam van waar niemand verder mag door- 
trekken dan met vergunning van Eiai-Dipati Mandoero-redjo. Een 
gedeelte van het gevolg van Dr. de Haen moet hier achterblijven. 
Dr. de Haen verneemt hier een gerucht dat de Koning van Johor 



1. Naam van een regentschap, van een district, van eene rivier en van eene Icleiue 
fltad in Pékalongan. 

2. Hoofdplaats van het tegenwoordige district van dien naam, in het regentschap 
Batang, resid. Pékalongan. 

3. YermoedclQlc moet dit z^n Tempoeran, maar welk Tempoeran hedodd is, hlijkt 
niet duidel^k. 

4. -Ditzelfde geldt voor Pakkies, waarvan de ligging niet te bepalen is. 

5. Omtrent Tralangon en Tatiam , weet ik nog niet veel meer, dan ik op bladz 395, 
Ded I, vermeld heb. Kan Tatiam ook zfjn Ta^je of Tadji, waar van Ooens in z^ne 

reisbeschrQving over Java a^ 1656 van gewaagt, als liggende eene dagreis van den 
Merbaboe. 

6. JDjoemo, dorp in Kadoe, regentschap Temaoggoeng, district Lempogang? 

7. Pakkies, dit zal vermoedelQk zjjn Pakkies, in het regentschap Magelang, district 
Ballak, niet verre van O. Merbaboe. 

8. Vermoedelijk het dorp Tidar, bij den berg Tidar in Kadoe, regentschap en 
district Magelacg. 

9. Waarschyniyk Pareh in Kadoe, district Probolingo. 



Digitized by 



Google 



32 

zijn land wilde verlaten om met zijne geheele zeemagt Soeraba^ate 
hulp te komen. Om die reden liet Pangérang-Ing-Ngalaga veel go- 
raps bouwen en was hij voornemens eene groote magt onder Dipati- 
Mandoero redjo naar Soerabaija te zenden. 

20 dito, berigt ontvangen, dat de Keizer verlangt, dat het gezant- 
schap spoedig te Eiu*ta zal aankomen, de reis wordt in galop voort- 
gezet Het ar&bisch pa^ird was reeds voornitgezonden. Na den mid- 
dag aankomst te Karta, alwaar het Nederlandsch gezantschap zijn 
intrek neemt bij Kiai Soema-ragi, onderweg ontmoet men den Toe- 
menggoeng Singo-ranoe, met zijne huisvrouw zittende op een wagen 
met twee buflfels bespannen, „seer magniefyckelyck toegemaeckt," 
met een gevolg van 50 è 60 vrouwen. 

Het Nederl. gezantschap trok ook nog door het dorp Bengala', 
en daarna door eene groote stad met hooge muur; doch weinig hui- 
zen, welke den Toemenggoeng Singo-ranoe toebehoorde. 

23 dito, het gevolg te Turaiam aehtergelaten , krijgt verlof om 
naar Karta te komen. 

Dr. de Haen verneemt dat de Pangéran Ing-Ngalaga „eenecleene 
j, nieuwe stadt van langwerpige witte viercante steenen wilde maec- 
„ ken waertoe hij aireede veel volcks van de omleggende dorpen 
„ontbooden hadde, saegen oock de geheele stad door, veel hoopen 
jf van deese steenen liggen ende veel volck voorbij ons logiment pas 
„ seeren dagelycx, die dese steenen derwaerts droeghen.'' 

24 dito, het Nederl. gezantschap begroet door Toemenggoeng Sena 
poera ^, een van de grootste meesters. 

26 Junij, „des middachs werden bij den Coninck ontboden, den 
„ Tommagon was vooruitgereeden ende wy quamen daemaer met 
„ onse schenckagie , passeerden alsoo door het groote pleyn, daer hij 
„ gewoonelyck placht uyt te comen , als se pitjaerden ende wierden 
„heel achter aen de andere syde van syn hoffdoor een naeuwe lange 
„ doorgang geleyt, alwaer den Tommagon ons verwachtende, by hem 
„ coomende gingen datelyck met hem binnen, door een poort met twee 
„ hooge opslaende hecken, alwaer den Koninck sat onder een kleyne 
„balley op een schabelleken, anderhalf voet hooch, daer sat eene 



1. Bangala, in de resideotie Kadoe, district FroboliDf^P 

2. Soe^jonopoero? 



Digitized by 



Google 



83 

„vron aen syne rechtersyde beneffens hem op haer knieyen, hadde 
„ een gevlamde pieck op haer schouderen ende ontrent 40 è 50 vron- 
„wen saeten dicht achter hem, verders rontom hem, twee piecken 
„lengte, saeten syn grootste meesters; daer setten wy ons tusschen 
„ needer, onder een boom, om vry van de son te weesen, langden 
„ hem daer met eerbiedinge de brieven door den Tommagon Mona- 
„nonam^ in handen, dede den brief open ende las hem, geleesen 
„hebbende, wiert hem de schenckagie oock gebracht, liet deselvige 
„datelyck door syn volck, binnen door een andere groote poort in 
„ syn hoff brengen, seyde hem voorder het mondelinge report van syn 
„ Ed. daer: waerover syn Ed, Hoochlyck bedanckte ende dat het hem 
„ seer aengenaem was, principalyck het paert, ende wat hy wederom 
„in syn landt hadde, dat syn Ed. snlcx maer sonde eyschen, 't 
„sonde hem niet geweygert werden; vraegde waerom de Generael 
„ Jan Pietersz. Coen vertrocken waer , antwoordde hem , dat syn 
„ tyt geëxpireert was ende niet langer beliefde te blijven; maer naer 
„ 't vaderlant te gaen om syn vrienden te besoecken; seyde daemaer 
„ dat hy met syn E. tegenwoordich de voorgaende vrientschap, ge- 
„ lyck met de anderen sonde continueren ; vraegde hoe de naem 
„van syn E. was; seyde: Pieter de Carpentier; den eenen brieff ge- 
„ leesen hebbende , dede den anderen brieff in duytsch mede open , 
„ vraegde wat schrift dat dat was , seyde dat het hollandsch was , 
„ ende alsoo syn E. geen javaens ende conde schryven ende oft daer 
„ eenige fouten in den anderen brieff geschreven waeren, dat dit syn 
„ meeninge ende onderteeckeninge was, lachde daemaer ende seyde over- 
„ luyt dat hy wel 3 jaeren van doen hadde, om die te leezen ende ver- 
„ staen; een weynich hiemaer stilswygende, seyde tegen my alsoo 8, E. 
„ met hem in vrientschap ende unie was, hy genootsaect ware om hem te 
„ waerschuwen van synen vyanden en op syn hoede te weesen ; want hy 
„ verstaen hadde van syn volck, dat hy selffs tot Bantham gesonden 
„ hadde omme te verspieden , dat de portugesen aldaer met den Koninck 
„van Bantham gecontracteert hadden, op dit mousson met macht 
„van schepen ende volck, den koninck van Bantham te hulpe te 
„coomen en alsdan gelyckerhandt op Batavia te coomen, om het 
„selvige met macht te overrompelen, dat dieshalven Syn Ed. op 



Mangoen-onang. 
V. ^3 

Digitized by VjOOQ IC 



34 

„^ hoede sonde syn, dit sonde ick syn Ed. aendienen ende soo 
„syn £d. eenige tydinge van syne vyanden veman^^ dat Syn Ed. 
f, het hem van gelycke oock sonde mededeelen , waerin de vrientschap 
j, van beyde syden sonde toenemen ende aenwassen ; bedancte hem 
„ daervoor ende seyde, dat Syn Ed. aen Syn Keyserlycke Miyesteyt 
„ snlcx van gelycken sonde doen y ende dat wy snlcx gaeme saegen 
„ dat de Portngiesen met die van Bantham qnaemen, souden haer gaeme 
„ verwachten ende alsdan de nytcompste daervan sien; vraegde mede 
„ waer Hollant, Engelant, China en Japan lach, seyden hem snlcx 
„ ende refereerden ons voorder aen de kaerte, vraegde daemaer wat 
„landt znytwaert tegenover Java lach ende ofdaer oock volk was , wat 
„gedaentCi wat handelinge; seyde wel te weeten datter een groot 
„ hoochlant lach; maer wat volck geen kennisse te hebben, antwoordde 
„daerop dat hy verstaen hadde, datter veel volck was, oock daer 
f, bene£fens seer goutryck. Hiemaer vraegde waer ons ander volck 
„ was, antwoordde hem tot Turaiam, liet datelyck last geven, datse 
„ by ons sonde coomen ende seyde dat de wacht aldaer wel gedaen 
jf hadde, dat se haer niet hadden laeten passeren sonder syn weeten; 
„ hiemaer een weynich geseeten synde, seyde dat hy tegen woordich 
„ niet wel te passé was ende dat ons nn geen antwoort op den brieff 
„van Syn Ed. sonde geven; maar over 2 4 3 daegen, sonde ons 
„ weederom roepen; syn alsoo met eerbiedinge van hem gescheyden 
„ ende naer onse logiement gereeden.'' 

Op den 27*** JnniJ daaraanvolgende werd Dr. de Haen andermaal 
voor den Pangéran Ing-Ngalaga ontboden. Hetzelfde ceremonieel 
werd in acht genomen en de Nederlandsche gezant hield in eene 
langgerekte rede, drie pnnten aan den Pangéran voor. 

In de eerste plaats maakte hg aan Zijne Maj. bekend, dat drie Neder- 
landers met eene vronw te Pékalongan gestrand, waren gevangen ge- 
nomen door den Toemenggoeng Boe-raksa. Hy verzocht van dezen de 
vryiating en de temggave hnnner goederen. De Pangéran Ing-Nga- 
laga antwoordde, dat hy last geven zon, dat die personen en goederen 
werden temggegeven en dat hy voortaan geen „qnaetclappers" meer 
over de Hollanders zon aanhooren. 

Ten tweede verzocht Dr. de Haen de temggave van twee Neder- 
landers, die in 1622 by de verwoesting van Orissée door het leger 
van Mataram, in handen der Javanen waren gevallen. Ook dit werd 



Digitized by 



Google 



35 

toegestaan. Het derde pnnt waarover de Haen in deze bgeeiAomst 
handelde, was eene herhaling van het verzoek om teruggave der 
Nederlandsche goederen bij de verwoesting van Snkkadana zoek ge- 
raakt ^ Hierop antwoordde de Pangéran, dat hg van die goederen 
niets wist. 

Belangrijker dan het langdradig verhaal dezer audiëntie, is de be- 
schrijving door de Haen van het Hof te Karta, welke nu volgt: 

„ Dit Cartha is een seer groote opene plaets, seer volckryck ende 
„ leyt didit aen 't geberchte ontrent een half uur gaans, seer hoge 
9 landt met verscheyde rivieren en aederen doortrocken, vol clap- 
„ pusboomen ende alderhande vruchten, wort alle daegen voor 't volck 
„ hier rontom woonende vier duysent levendige beesten geslacht , 
„ dewelcke op de passers, die eenige duysent in 't getal syn , aldaer 
„ vercocht werden ende als den Koninck de gonge aen alle dese 
n hoecken van Charta laet slaen , met syn omleggende dorpen en 
„ steeden kan in een halven dach by malckanderen hebben 2 hon- 
„ dert duysent gewaepende mannen. 

„De plaetse daer den Coninck, segge Pangéran Angalagga, syn 
„ hoff hout is door een groote viercante pleyn rontom met swalpen 
^ ruytwerck bepaelt , men gaet daer in door twee opslaende groote 
„ hecken ende is van binnen seer schoon ende effen, aen de slincker 
„ ende rechtersyde staen lange balleyen, doch niet seer hooge, daer 
„ sitten oranquais onder met haer slaeven, tegens als den Koninck 
„ uyt sal coomen. Over alle dese orangquais , die ontrent 500 in 
„ getal syn, syn gestelt voor oversten, te weten Qiuey du Pati Man- 
„ dura radia ^ en Qiuey du pati passanta.^ 

^Dese twee ejn hooffden over het volck, die aen de slinkersyde 
„ in 't incomen van 't hoff sitten ende wat se te seggen hebben moe- 
„ten het dese twee eerst aendienen; de twee anderen syn Tomma- 
„ gon Senapura *, en Tommagon Monanonang. •''' 

„ Dese twee syn overste over de Oranquais aen de regtei'syde in 't 
„ incomen van 't hoff ende moeten haer van gelycken acndienea wat 
„ se te seggen hebben. 



1. Zie deel I, Wadz. CXLVII. 

2. Kiai Adipati Mandooro-Kedjo. 

3. Kiai Adipati Hocpo-Sonto, Blinlceudo, heldere, volgens den Heer Winter. 

4. Soedjonopocro? de brave van het paleis, volgens den heer Winter. 
6. HaDgoen-onang. 



Digitized by 



Google 



80 

„ De Boereeto raeden van den Kejser syn dese naenrolgende 6 
y^persoonen: 

„ Qinei dnpati mandara radia; 

„ Qinei dnpati passanta; 

„Tommagon Senapnra; 

„ Qinei dnmang Sndaprana; > 

„ Tommagon indranata ; ^ 

„ Tommagon Monononang, des Keysers secretaris. 

„ Dese ses, waervan de Keyser praeses is, syn syn secreete raden, 
„ ende al wat de regeering van 't lant aengaet, milsgaeders groote 
y) gewichtige saecken wort hier afgedaen ende beslooten, en daemaer 
„ door den Keyser mondelyck op de passeban aen de andere Oran- 
„ quais nytgesproocken. De Keyser en doet oock niet, off hy vraeght 
,,haer eerst om raet, alsoo 't onde bedaerde mannen syn. De Pan- 
„ géran Angalagga hont jaerlycx gestadich twee pitjaerdaegen ' te 
„ weeten op maendach ende donderdachs, alwaer dat alsoo cleen als 
„ groot ten hoove moeten coomen, soo niet, moeten snlcx laeten weeten 
„ en aense^en , wat se te doen hebben op boete van haer offitie. 
f, Des vrydachs moeten van gelycken compareeren; want alsdan gaet 
„ hy ontrent 9 ure in de mnsigit, op saterdagen compareeren die 
„ daertoe gestelt syn, met haer paerden om te tomoyen op verbenrte 
„van haer mattis ofte leyt haer iet anders te laste naer syn wel- 
^ gevallen tot een boete, ten waere sy sieckelyck ofte iets anders te 
„ doen hadden, want als hy nitgecomen is, siet rontom overal off daer 
„ oock iemant absent is en absent synde vraeght reeden waerom." 

Dr. de Haen geefl nu verder eene beschrijving van de wijze waerop 
de Pangéran Ing-Ngalaga nit zijn hof komt, hoe zijne levenswgze 
en zijn uiterlijke is en van hetgeen er zich op dat plein voor het 
hof bevind. Die beschrijving komt bijna woordelijk overeen met het- 
geen men in het eerste journaal van de Haen aantreft, zooals dat 
door ons in het vierde deel (eerste 2^ reeks) van dit werk op bladz. 
311 werd medegedeeld. Daarna gaat de Haen voort: 

„ Wort geseyt dat den Coninck van meeninge is een maent na syn 
„ vasten, met een groote macht soo te water als te lande naer Sure- 



1. Soetoprono? 

2. Hendro-NotoF yont det bergi, volgens den h«er Winter. 

3. Namemk tweemaal in de week. 



Digitized by 



Google 



37 

ff baya, QmeQ du paty mandnra ra^'a als veltoverste te senden, waer 
„toe aen de zeestrandt op lyfstraife belast heeft, 30 groote nieuwe 
„ Goraps tegen 't uytgaen van de vasten precys gereet te syn, meent 
^ die van Surabaia alsoo te lande en ter zee soo te benouwen, dat 
a uytter zee geen victualy en connen crygen ende soo Surebaya niet 
„ en kreegh, meent Madura te water met de Choraps aen te tasten; 
„ doch dit was noch niet volcoomen geresolveert ende den nytspraeck 
„ van den Coninck was noch niet gedaen, waeromme de andere groote 
„ meesters van de zeestrandt mosten wachten." 

Op de dagteekening van 29 Junij en 21 JuliJ deelt dr. de Haen 
een paar bgzonderheden mede , waaruit men eenigzins kan opmaken 
hoe onbegrensd het despotisme was, waaronder destijds de Javaan 
onder zijne eigene vorsten en hoofden gebukt ging. De Toemeng- 
goeng van Tagal had aan Dr. de Haen verzocht, dat hem door den 
Nederlandschen Ooavemeur-Generaal o. a. mogt bezorgt worden, 
zeker spel dat hy mirobolani noemt „ Dese mirobalani is by haer 
„nu een groot gebmyck, want sy spoelen daermede ende is eenex- 
„pres gebot van den Keyser, wort veel mede gewonnen ende ver- 
„ looren, want sy neemen er twee ende setten die op malkanderen 
n ende daerop een lange platte gespouwen riet ende slaen alsdan 
n met een hamer daerop, soo de bovenste heel blijft ende onderste 
„ stucken breeckt verliest diegene die ondei^eset heeft, dieselffde 
„ dito (29 Junij) waeren der in 't hoff vier groote meesters die met 
n den Coninck speelden ende den Eoninck sach haere mirobolani, de- 
„ welcke niet schoon gemaeckt waeren (want se moeten heel gladt 
„ ende schoon syn) liet datelyck hare paerden in syn presentie uyt 
„ haere huysen haelen ende voor haer oogen den hals affsnyden ende 
„ seyde tegens haer, dat soo hy haer op een ander tyt wederom sóó 
„ vont, haer soo sou doen, gelyck hy tegenwoordich haer paerden ge- 
„ daen hadde , daer waren noch twee andere groote m"^". , die se wel 
„wat schoon gemaect hadden; doch niet naer des Conincx sin, liet 
„ derhalven haere vi-ouwen en kinderen binnen in syn hofF haelen 
„ tot een boete. * 

39 Junij. Het Nederlandsch Gezantschap vertrekt uit Blarta en 
komt op dien eersten dag door twee groote bevolkte steden, geschei- 



1. Vergeiyk yoorrede van Deel I, bladz. IX. 

Digitized by VjOOQ IC 



38 

den door eene rivier. Dese steden werden genoemd Kota-Saba en 
Eota Dalm of Mataram. ^ 

1 Jnlij y vertrek van Pingit, waar men overnacht had en aankomst 
te Pabélan.^ 

2 Jnlij , aankomst te Packis-wiring. ^ 

3 Jnlij y aankomst te Mintha.^ 

4 Jnlij, na door Turen ^ gekomen te zijn, aankomst des avonds 
te Tralangon. 

5 Jnlij, na vele dorpen en vruchtbare rijstvelden te zijn dooi^e- 
trokken, aankomst te Kendal bij Kiai Wongso-Diepo. Deels te Ken- 
dal, deels onderweg, werden de gevangen Nederlanders, voor zoo- 
verre die nog in leven waren, overeenkomstig de beloften van den 
Pangéran Ing-Ngalaga aan Dr. de Haen overgeleverd. 

7 Jnlij , vertrek van Eendal over zee in eene praauw naar Tagal. 

8 Julij, aankomst te Tagal ten huize van Kiai Ronggo. 

9 Julij, uitstap naar Kali Wangsa « en Brebes. 

21 Julij , „ quam een man ten huyse van qiuey ranga, die onlangs 
„ van Bantham gecomen was, doch tegenwoordich quam van Jappara; 
„ seyde dat de Portugesen al van Bantham met een cleen fuste ver- 
„trocken waeren, want doen hy tot Bantham quam, soo quam hy van 
„ Malacca, verhaelde als dat in Malacca geen negotie gedreven wiert, 
„ noch oock datter geen geit meer om en ginge ; 

„ Denselflfden verhaelde meede, dat Pangéran Pati, Koninck over 
„ een stadt geleegen tusschen Assem ' en Japparen groote questie 
„ hadde met een Orang qiuey ontrent Jappaer, want dito Pangéran 
„ Pati begeerde des anderens oranquais dochter ten huwelyck. 



1. Deze twee plaatsea zallen de vesüogen (KoU*8) geweest zijn, welke Karta 
moesten verdedigen. 

2. Pabélaa ligt op den tt^eaw. postweg tussch-^n het oude Kartasocra en het 
tegcnw. Soerakarta, zio kaart van Melvill. (District Padjang). 

3. Op de tegenw. kaarten niet te bepalen , er ligt een Palds aan de rivier Djebol 
in het diatr, Padjang. 

4. Niet terug te vinden. 

6. Er bestaat nu nog een Toeren, kam])ong, behoorende tot de hoofdplaats Soera- 
karta, en een Toeren in de residentie Samarang, regentschap Kendal. 

6. Kali-Gangsa, rivier en dorp van dien naam in het regents. Brebes? 

7. Assem of Asam, thans gelegen aan den grooten weg tusschen Bojolali en Soe- 
rakarta. Noordwaarts daarvan liggen Demak en Grobogan, daarboven noordelijker 
Pati, en nog noordelijker Japara. 



Digitized by 



Google 



39 

„ en sont daerop 2 oliplianteii met 3 14 andere groote m». met 
„ gout, Büver ende cleeden met seripinang op haer maniere, ten hnyse 
„ van den orankay comende gaff haer ten antwoort dat syn dochter 
„al mei een ander belooft was, ten waere dat niet en was, sonde 
„ snlcx gaem doen, ende bedancte Pangeran t^ati ^ seer hoochlyck, 
„ dat hy hem de eer aendede ende begeerde ayn dochter, (hy) die 
, snlcken groeten Koninck was ; dese gedeputeerden syn met dese 
„ bootschap sonder vruchten wederom gecoomen, en aen haer Koninck 
„ sulcx gerapporteert is. Dito Coninck seer verstoort geworden ende 
„ des anderen daeghs gesonden ontrent 2 a 3000 man tot desen 
„ Orankays huys en hebben de dochter met gewelt genoomen, syn 
„cleenoodien geplundert, syn huys geraseert, soo is Qiuey dumang 
„ Laxamana ^ van Jappara met ontrent 400 gewapent en noch een 
„ ander groot meester daeromtrent met 300 man dese orangqnai te 
„ hulpe gecoomen ende leggen noch alsoo tegen malcanderen, meenen 
„ dat dese pangeran pati dese andere plaetsen wilde vermeesteren : 
„ 800 is de huysvrouw van Qiuey Laxamana cito, cito, by den key- 
„ ser Angalagga gecoomen en hem dese bootschap brengende, waer- 
„ naer hy seer verstoort was. Wat hier voorder uytvolgen sal, sal 
„ den tyt leeren." 

23 Julij, vertrek van het Nederlandsch gezantschap in prauwen 
van Tagal naar Batavia. 

Actum in de stadt Battavia, desen 26*° december 1623. 



1. In bet handschrift btaat hier Pangeran Papati, doch dit scheut cene 6chr\jf- 
fuut voor FatL 

2. Kiai-Deroang-LakhnamAna , opperhoofd over de zeexaken. 

Digitized by VjOOQ IC 



40 

Vin. Extract nit het „ Jonrnael van de voyagie gedaen 
„ door Jan Vos met het schip Zierikzee gaende 
r, door last van den Ed. heer Generael nae den 
yyMatharan, over Damack. &c. 9 angostus — 
„ 27 october 1624. i 



Adij 9 ang. Vrydach syn wy in den name Oodts met 
VS. schip van de reede van Batavia 't seyl gegaen. 

23 Ang. Aankomst voor de rivier van Pékalongan, een boot wordt 
uitgezet om met de bemanning eener Javaansche praanw te spreken 
„ doen vraechden wy van waar dat syl. qnaemen, antwoordden van 
„ Madnra en verhaelden oock dat Madnra van des Mattaram^s volck 
„overwonnen was, met al de steden en dorpen, die der oplagen, 
„ seyden noch, dat sy omtrent 4000 gevangens behonden hadden en 
„ naer de reste noch sochten, oock verhaelden sylieden haer, dattet 
„ leger op syn vertreck stondt om wederom te keeren en dat Chere- 
„ baya (Soerabaya) van dese reyse ongemolesteert sonden laten, alsoo 



1. Extract- Kesol. GoQvem. Generaal en raden van Indie, Zaterdag 8 ang, 1624: 
De toevoer van r\J8t nit des Mataram's land voorl. jaar ganach sober eo dit jaar nog 
veel schaerser gevolgd z^nde, zoo zgn de prezen te Batavia tot extremen pr^s gere- 
zen, het is onzeker waii Java zal opleveren omdat men verneemt, dat de r^jstbonw 
in des Mataram's land door den oorlog dit jaar zeer verachterd en het tegenwoordig 
gewas gansch kwal\jk zou geslaagd z\jn. Voorgesteld zijnde, hoe in den hoog drin- 
genden nood zal worden voorzien zonder aan den inlander, die kwelling te openbaren 
en of het niet dienstig zon zjjn, dat men eene ambassade aan den Mataram afvaardigde 
onder voorwendsel van hem met de gewone aanspraak te bezoeken, begroeten en voorts 
over z\jne verkregen victorie op Madnra gelnk , voorspoed ^ vermeerdering zijns rgks 
toe te wenschen, met bijvoeging van een goed arabisch paard, enz., tot schenkagie, 
de raad desen voorslag van den G.-G. seriensiyk overwogen hebbende, beslnit, ter 
voorkoming van hongersnood, t schip Zierikzee en 't fregat Fortnyn tot bevordering 
van den aanvoer en opzameliug van eene goede hoeveelheid rijst, zooveel als van des 
Mataram*s zeesteden bekomen kan worden met den eersten te verzenden en den opper- 
koopman Jan Vos, daarmede in ambassade naar den Mataram af te vaardigen, met 
vereering als boven , tot confirmatie van vriendschap en voorkoming van onzen kwaad* 
gnnners calumnioi by zijne Majesteit en principal^k om b\) wege van dien ons dessein 
van rijstopzameling des te gewensohter effect te doen sorteren. — Zie ook Brief dd. 
27 Jannarij 1627. 

De namen van plaatsen en personen zijn in dit reisjournaal nog meer bedorven ei) 
moeyd^jker te bepalen, dan in het vorige. 



Digitized by 



Google 



41 

„ zyn Hajestejt de Coninck Inallagga niet en begeerde, datse die 
„ van Cherebaya belegeren sonde ; maer dat hy se noch eenigen tyt 
„ lanck voor syn gebneren begeerde te honden, en ons volck sneden 
9 daer intnsschen gras en stelden haer te^ vreden, seggende dat wy 
„ selffis met een Arabisch ))aert naer Damack gingen om 't selve aen 
„ den Coninck van Matharam te vereeren /' .enz 

26 ang. , aankomst voor Demak. 

27 ang., „hebben wy 't samen goe^evonden, ons cleyne schnytjen 
„ naer lant te senden om aen den Tommagon's vron van onse compste te 
„ verwittigen haer latende weten , dat wy met een present van syn 
„Ed. aen haer gesonden waren, te weten een Arabisch paert en 
„ meer andre cleynicheden , oock een brieff aen den Tommagon selflfs 
„ dewelcke wy naer onsen last selffs versochten te behandigen en 
9 800 het haer aengenaem was, dat se ons souden ontbieden . . • 

Ady 28 ditto, „'s morgens is een van de officieren van Bonraxa 
„ die wy de schenkagie in Candael lieten, aen ons ooort gecomen 
„om ons, soo hy seyde in alles behnlpich te wesen, van 't gene 
„ datter te coop sonde mogen vallen , soo rijs als andersints ; naer 
„ de middach is het volck, die wy boven gesonden hadden met eenige 
„ officieren , nyt den naem van de hnysvrouwe van den Tommagon 
„van Damaek aen ons boort gecomen, dewelcke ons aendiende dat 
„ mevronw mQ ontboot om eens te spreecken, soodat ick haer be- 
„ looffde 's morgens vronch met den gesant Sr. Jan Vos te volgen, 
„ alsoo het nu avont was, oock versochten sy uyt den naem van 
„ mevrouw het paert te sien en te meten, 'twelck wy haer toege- 
„ staen hebben, vertelden ons oock dat de Coninck van Matthr,ram 
,. besich was met syn soon ten houwelyck te geven aen de dochter 
„ van den Coninck van de stadt Pady, noch vertelden ons dat Ma- 
„ dnra geheel overwonnen was van den Matharam en hebbender soo 
„ sy seyden wel 60.000 gevangens gecregen soo jonck als out , dit 
„ aldus verstaen hebbende vraechden haer naer rys, antwoordden datt 
„ er gans geen rys was te coop , ja datt se selffs niet genouch had- 
„ den tot haer nootdruft ^c. 

„ Donderdach , adij 29 dito, 's moi^ens syn wy ontrent twee uren 
„ van den dach , met onse schuyt naer lant gevaren en quamen on- 
„ trent ten thien uren voor de vrouwe van Damack , twelck wy de 
„bootschap en brieff beneffens de schenckagie aen haren man vol- 



Digitized by 



Google 



42 

„ genfi den last van zjne £d. behandicht hebben, waervoor zyne Ed. dede 
„bedancken, daernaer hebben eenige disconrssen van het paert ge- 
„ hadt en vonden goet tselve met den eersten aen lant te brengen 't 
„ welck wy haer toegestaen hebben, alsoo 't paert in 't schip niet 
„ wel geaccommodeert was en was seer noodelyck, soodat wy be- 
„ looffden 't sanderdaechs 't vs. paert aen lant te brengen , daernaer 
„hebben oock tegen haer van rys gepraet, waer sy op antwoordde, 
„ dat het gewas van dit jaer al meest verdroocht was, door gebrek 
„ van mannevolck , die 't water in de rysvelden niet en hadden con- 
„ nen brengen, alsoo meest al het volck in den oorloge den Tomma- 
„ gon gevolcht waren tot Madnra, 't welck sy oock seyde overwon- 
„ nen te wesen 

„Donderdach 19 September, 's morgens vroech is mevron bnyten 
„ gecomen ende ordre gestelt om te vertrecken, soo syn wy: te weten 
„ Sr. Maseyck en ick by mevrouw gegaen om ons afscheyt te nemen 
„ 800 versocht sy op myn , als dat ick den brieff van syn Ed. aen 
9 den Eeyser, aan niemant soude overgeven als aen syn Keyserlycke 
ff Majesteyt selve, en dat door haer soon ofte iemant anders van haer 
„ gecommitteert en seyde als dese ....(?) dat de Tommagon Bo- 
„ raxa ons tegen soude comen op den wech, om het paert ons aff te 
„ eysschen en soude seggen dat hy uyt last van den Matharam ge- 
„ sonden was , om het paert en den brieff te eysschen en soo wy het 
„ hem niet goetwillich wilden laten volgen , dat hy ons met gewelt 
„ soude dreygen het paert afflenemen en oock met seer veel beloften 
„ ons soude onderstaen, waerschouwde ons dat men hem geen gehoor 
„ soude geven ende dat ick geen pynangh noch touback ofte eenich 
„ eten van hem soude eten , dan soo hy myn iets schonck in danck 
„ soude nemen ofte ontfangen en het laten wechnemen en daer niet 
„ van te eten door vreese, soo hy niet tot syn voornemen mochte comen, 
„ dat hy myn lichteL soude vergeven , dan seyde datter in alles op 
„ den wech wel bestelt hadde en dat ick met haer soon en qneay de 
„ Macarty ' haeren gouverneur goede vrientschap sonde honden , die 
„ myn in alles behulpich soude wescn, waerop haer ten antwoorde 



1. Hiei' is de jav. uaam, door de pea van den Holl. koopman x66 miihandold, 
dat het byna de naam vao een Schot is geworden. Wdligt moet gelezen woidea , 
Kiai Demang Kerto of Kiai Demak Harc^o. 



Digitized by 



Google 



43 

n gaven snlcx te doen en dat myn last van syn £d. anders niet in 
„ en hielde, dan dat het paert door den Pangeran Tommagon of haer 
„ last aen den Matharam gesonden sonde worden en dat ick dieselve 
„ last niet dorst overtreden off het sonde myn leven oosten, als ick 
„op Batavia by syn Ed. quam, en dat ick geen Bonraxa nochte 
„ andre Tommagons kende, dan alleyn qneay de Macarty. Hebben 
„ alsoo ons afscheyt van mevrouw genomen, die ick noch een com 
„ met Suratsche oly schonck , dat haer seer aengenaem was ende sy 
9 seyde als dat 800 man met myn sont, daervan 600 in de wapens 
„ waren, en belast hadde het paert aen niemant te laten volgen, als 
,. aen haer soon , al sonde sy alle daer doot blyven en seyde als dat 
„ qneay de macarty haer gouverneur met myn sonde gaen met noch 
„ 25 orangqneys van de principaelste , die thuys waren en voort is 
„ het paert buyten geleyt, met het slechte cleet aen, alwaïer mevrouw 
„ het paert sat verwachtende. Buyten gecomen is het dadelyck be- 
„ set van een veertich mannen met schilden en hassegaeyen en twee 

„ cleeden opdat niemant het paert sonde 

„ sien, wy syn ontrent te 8 ure van 

„Damack vertrocken, al langs de rivier, die vol met huysen beset 
„ was ende aen de rechterhandt een vlack velt, sooveel als men sien 
„ conde al ryslant, daer veel padye op het velt verdroocht stout. On- 
„ trents ^ myl van de stadt zyn ons 3 mannen te paert tegen geco- 
„ men, die nyt Charta quamen en zyn by qneay de Macarty gecomen 
„ en seyden als dat de Tommagon van Tingal haer aen mevrouw 
„ van Angalagga gesonden werden om haer aen te presenteren uyt 
„ last van haer Tommagon eenich volck en assistentie om haer te 
„ helpen het paert boven te brengen en hebben haer af&cheyt van 
„ queiy de Macarty genomen ende syn voort nae Damack gereden 
„ om mevrouw selve te spreecken en wy syn mede al voort getrocken 
„en 'smiddachs syn wy gecomen in een dorp Billa' alwaerwydien 
„ nacht blyven souden, stout onder het gebiet van Damack en sagen 

„ veel dorpen ende vlecken al op een vlack velt 

„ Vrydach adij 20 ditto , 's morgens vrouch syn wy wederom ver- 
„ trocken al over een vlack velt rontom met dorens ende . . (?) 
„ soo verde als wy sien conden en de vruchten waren al van 't lant 



1. Door mij niet ternggevonden. 

Digitized by VjOOQ IC 



44 

M ontrent de clocke negen nren syn wy door een bosschadije gereden 
„ lanck ontrent | myl, qnam nyt weder op een vlack rysvelt, rontom 
n haysen stonden, tegen elff nren qnamen wy wederom in een bos- 
„ schadije, daer de wech soo schoon gemaeckt was off geveecht was 
„geweest, over al de rivieren, die wy passeerden waren bmggen ge- 
„ maeckt en alle grachten honcken waren gefnld , geëffend en geslecht, 
„ met veel boomen onder de voet gehouden, die maer in de wech 
„ waren, na den middach syn wy gecomen in een dorp genaempt 
„ Dragon ' alwaer wy dien nacht souden logieren 

„ (21 Sept. te Dragon gebleven.) 

„ Sondach, adij 22 dito, 's morgens is daer tyding gecomen als dat 
„ mevrouw Angalagga van Damack vertrocken was om ons te volgen 

„ om de schenckagie selve te doen 's middaechs syn 

„ wy een rivier gepasseert, genaempt Balekeran * alwaer wy een 
„ hnys voor het paert (vonden), syn daer van onse paerden getreden 
„ en hebben onse middachmael daer gehouden , een weynich gerust 
„ hebbende syn wederom te paert geseten en onse reys vervolcht 
„ alwaer het gebiet van den Tommagon van Damack uyt was ende 
„ quamen in 't gebiet van den Matharam hetwelck al bosschadie was 
„ende geberchte op ende neder, een seer quade wech, moeyelyck 
„ om te reysen ende tegen den avont syn wy in 't dorp gecomen 
„ genaempt Fringy (Pringy) ^ staende onder het gebiet van den Matharan. 

„ Maendach dito , syn wy wederom van Pringy vertrocken ende 
„ een seer schoone wech wat berchachtig met veel schoone valeyen 
„ van ryslant, al geplant met nieuwe pady, die seer schoon stont en 
„ rontom met veel schoone dorpen tegens het geberchte aen en alhier 
„ is ons voorby gepasseert het volck vanBouraxa, die mede in Fragy 

„ geweest hadde Een weynich hiemaer is me- 

„ vrouw Angalagga by ons gecomen sy liet my by 

„ haer roepen en sond er mede om wat oly te hebben, die ick haer 



1. My onbekend. 

2. Kan dit xijn Kali-Karang, de rivier Karang, welke Demak vau Soerakarta 
in het Noorden scheidt? 

3. Pragi? 



Digitized by 



Google 



45 

„sonde en ben mede by haer gegaen, sy tboonde haer geer vroo- 
„lycke en seide dat blijde was^ dat wij tot hiertoe gecomen waren, 
„ sonder ongelnck te lyden van Bonraxa's volck ende seyde, dat gister 
y, eerst van Damack gescheyden was ende dat sy den geheelen nacht 
ngereyst hadde 

„ Dingsdach, adg 24 dito, 's morgens syn wy van Frangy weder 
j, v^rtrocken een seer gemelycken wech, berchachtich ende met veel 
nSchoone valeyen, die al met nieuwe pady beplant waren, dat seer 
B schoon stont ende rontom met veele schoone dorpen ende woon- 
vplaetsen versien, dat al onder den Matharam stont, want daer het 

j, lant Angalagga was wy syn gepasseert langs den 

gvoet van twee hooge bergen genaempt Marbabu ende de ander 
n Goenonapy > die een solpherberch is en seer brant ende nae den 
, middach syn wy gecomen in 't dorp Campir ^ alwaar wy dien 
„ nacht souden blyven 

„ Woensdach , ady 25 dito , 's morgens syn wy weder van Camper 
n vertrocken en een schoonen wech gepasseert al berchachtich met 
9 schoone valeyen, al meest met Pady beplant, die seer schoon stont 
«rontom tegen het geberchte aen veel dorpen en woonplaetsen ende 
n 2 hooge bergen lieten wy aen onse rechterhant leggen en syn on- 
fftrent de clocke 9 ure gecomen in het gebiet van Qneay dn pati 
„ Mandura Radia in een dorp Lamby daer waer wy 's nachts bleven. 

„ Donderdach ady 26 dito 's morgens syn wy wederom van Lamby 
» vertrocken, al een seer berchachtiche wech met veel geboomten 
«rontom, met veel dorpen en valeyen, dat al tot rystlant gebruyckt 
«werden, die valeyen syn met veel calappus boomen ende pjmang- 
« boomen beplant en syn 's middachs gecomen in een stadt genaempt 
n Milangon ' staende onder het gebiet van den Pangaran Acobomy ^ 
s die hem by den Matharam hout en stelt alhier een queloera ^ voor 
«Gouverneur, en hier syn veel dorpen en plaetsen, die hier ontrent 
«onder hem staen; want is een [Aaetse, die seer gepeupleert is met 
« veel dorpen rontom , alhier vonden wy Mevrou Angalagga van Da- 



1. Merbtboe m Menpi F 

2. Soember» M. Ngunpd, distriet P«4jang? 

3. MeUmbong in de tCdeeling Ngampel, rend. Soerakarta. diftr. Pa^jang. 

4. Mangkoe-Boemi? 

5. Kiai-Loerali. 



Digitized by 



Google 



46 

„ mack, die ons alhier verwachtte 

„ Vrydach , adij 27 ditto , 's morgens wederom van Milangon ver- 
„ trocken met mevrou Angalagga, die een ander wech opsloech en 
„ is alsoo voomyt gereyst, desen wech is berchachtich met veel cleyne 
„riviertjens, daer al bruggen overgemaeckt waren van gespoude bam- 
r, boesen en ws^ een seer schoon bosschadie van groote boomen ^ 
„ seer pleysant om te reysen en ontrent de clocke thien uren voor 
„ den middach quamen wy in een stadt genaempt Pollabato ' (sic) 
„ stonden onder den Orangqney OUasem , die alhier selve gonvemeert 
„en syn woonplaets alhier hout, alwaer wy wederom den nacht 
„ mosten blyven ende syn eflfen buyten de stadt gelogeert, alwaer 
„ onse huysen mede gereet vonden. " 

Het Nederlandsche Gezantschap bleef hier tot den 30" September 
liggen. Intusschen had de opperkoopman Vos zeer veel moeite met 
de Toemenggoengs Boe-raksa en van Tagal, die uit Karta gekomen 
waren en er sterk op aandrongen, dat hun het paaid en de geschen- 
ken zouden worden overhandigd, opdat zij die vooruit zouden over- 
brengen aan den Panembahan. Het opperhoofd van het Nederland- 
sche gezantschap wilde daarvan in den aanvang niets hooren, en 
antwoordde hun, dat hij in last had van den Gouverneur-Generaal om 
het paard en de geschenken met den brieff aan den Keizer, door 
bemiddeling van den Toemenggoeng van Demak, in persoon te over- 
handigen. Na langdradige onderhandelingen, waarin de onderlinge 
naijver der Hofgrooten duidelijk te voorsch^n kwam , liet Vos de ge- 
geschenken en het paard eindelgk met de Toemenggoengs vooruit- 
gaan, nadat het hem was gebleken, dat dit de begeerte was van 
den P^embahan en het hem ook door den zoon van den Toemenggoeng 
van Demak en door den regent van Demak was aangeraden. Einde- 
lijk op maandag den 30 Sept tegen den avond kreeg het Neder- 
landsche gezantschap verlof om verder naar Karta op te komen. 

„ 's Avonts in 't ondergaen van de son , syn daer ontrent 4 per- 
„ p^n^^n te paert en ontrent twee hondert te voet van Carta gecomen, 
„ wesende het volck van den Tonmiagon Boraxa en den Tommagon 
y, van Tegael , die bescheyt brochten van wegen den Keyser, dat ick 
n binnen soude comen , met myn vijven en de reste van myn volck 



1. Poeloc Watoo, in de residenlie Soerakarta, afdceling Klaten, diBtr. Pa^jangP 

/Google 



Digitized by ^ 



47 

„ daerlaten ten nader ordering, ende syn alsoo een (ore) in de nacht 
„ vertrocken, gecompagnieert van Qoeiy de Hacarty als andere Orang- 

„ qneis van Damack ende syn ontrent dry nren in 

„ den nacht gecomen voor een stadt Caldeeyde ^ daer rontom een 
n pagger van hont was, traliewerck met noch een pagger van swal- 

„ pen ende (was) de poorte geslooten , dan is opge- 

„ daen, syn alsoo dry poorten gepasseert, waer tassen ieder poort 

„ een cortegarde stont ende syn alsoo voortgetrocken 

„ en aen de andre poort comende, vindende mede gesloten als vooren, 
A hebben die mede geopent ende ons volck voort laten passeren, naer 
„ dat ons wederom telden ende passerende mede dry poorten als 
voren met stercke wacht beset en quamen wederom op een vlack 

„ velt syn soo ontrent dry nren voor dach aen hnys 

„ van den Tommagon van Tegael gecomen die myn met den tolck 
„ aldaer liet by hem roepen ende hiet ons wellecom en liet ons by 
„ hem nedersitten ende gaf siry en tonback ende seyden dat Syne Ma- 
„ jesteyt hem belast hadde dat ick by hem sonde logieren .... 
p verhaelde mede van Madnra , hoe de Tommagon van Damack ge- 
„ loopen hadde tot groot discontentement van S. M. , soo hy thnys 
„ qnam, dat hem het gonvemement van Damack wel benomen mocht 
„ worden y dan sy hadden evenwel de victorie van Madnra gecregen, 
. want waren alle dagen grooten van Madnra verwachtende die al 
„ op den wech waren om te comen en dat daer twee coninghen ge- 
„ vlncht waren in de mychte van Madnra, als de Coninck van Ros- 
„ baya en die van (naam niet ingevnld) waer dat haer volck noch 
„ doende waren om die te soncken." 

Tot den 9**'" October moest het Nederlandsche gezantschap wach- 
ten eer het tot den Panembaham werd toegelaten. In dien tnsschen- 
tQd had de opperkoopman Vos vele bezwaren te overwinnen, naar 
aanleiding van de titnlatnur, welke in den brieflf van den Gonvemenr 
Generaal de Garpentier aan den Panembahan gegeven was. Dagen 



1. RQcklof van Goens in zQne «ReitbeschrjjTiog van Samarangh nae Mataram, 99, 
1656 opgesteld (aitgegeveo in t^ds. voor Land- en Yolkeok., Delft, Deel lY, 1856) 
maakt mel£ng van eeoe stad of poort Caliadier, aan eene mier naby de hoofdplaats 
▼an Mstaram gelegen, waarmede dezelfde stad als hier bedoeld schynt tez^n. Valen- 
ten, in zyne besehryving van Groot-Java, stelt op de kaart N. ofte vQfile bestek, 
de stadt of poort Caladier, noordwaarts van Mataram. Deze kaart van Valenten beeft 
OTerigent geen waarde. 



Digitized by 



Google 



48 

lang werd daarover onderhandeld met den Toemenggoeng van Tegal 
en met Boe-raksa. De opperkoopman Vos weigerde aanvankeigk in den 
brief eenige verandering te maken; maar toen hg bemerkte dat een 
gebrek in de titulatuur welligt zijne geheele zending zou kunnen 
doen mislukken y gaf hij verlof aan de Toemenggoengs, „ dat sy den 
„tytel na haren sin mochten schrijven, met zooveel complimenten 
„ als hun goed docht," Toemenggoeng Boe-raksa zette zich toen aan 
het schrgven; maar als hij begon met dese woorden: „De slaaf van 
„ Zgne Majesteit zendt met zijne slaven dit geschenk ," kwam de 
opperkoopman Vos er dadelijk tegen op en verklaarde dat hg „niet 
„ begeerde dat voorder sonde schrijven, want dat Syn Edelheyt (de 
„ Gouv. Generaal), geen slaeflf noch dienaar van den Keyser was, 
„ dan wel een goeden vrient en dat Syn £d. nyemant onderdanich 
„ was als Godt en den Coninck van Hollant." 

Het einde dezer moeijelijkheid was, dat er besloten werd, in het 
geheel geen brief van den Gouverneur Generaal aan den Panembaham 
ter audiëntie te overhandigen, hetgeen des te gemakkelijker kon 
worden nagelaten, omdat onder 's hands reeds een a&chrift aan den 
vorst was geleverd. Het journaal gaat nu verder voort op 9 October: 

„ Woensdach, adij 9 ditto, ontrent dry uren , na den middach heeft 
„ den Keyser myn doen roepen om by hem te comen, den Tommagon 
„ van Tegael was vooruyt gereden met den Tommagon Bouraxa en 
„wij volchden met queay demacarty en noch 3 queyloures*, die ons 
„ compagnierden tot aen het hoff to^ met de schenckagie, die wy mede 
„ namen, by het hoff toegecomen, syn wy van de paerden getreden 
„ ende van Queloera Samarasey ^ binnen geleyt en quamen eerst op 

„ een seer groot pleyn hier wachten wy ontrent een 

„halve uyr, soo is den Tommagon Bouraxa met den Tommagon 
„van Tingael uytgecomen met een groote suite om ons te haelen, 
„ die ons over het groote pleyn leyden onder de boomen , daer wel 
„ 3 ofte 4 hondert queyloeres saten, al sonder touback ofte sieripinangh 

„ by haer te mogen hebben ende saten in dry ronde 

„ cirkels alwaer wy door passeerden met de schenckagie ende qua- 
„ men weder op een groot pleyn daer 2 beleyen * 



1. Kiai Loerah. 

2. Kiai Loerah Socmaragi. 

8. Balei, open geboaw, een dak op bamboezen p\)ler8. 



Digitized by 



Google 



49 

„ in staen en daer saten ontrent 50 ofte 60 groote Orangquais mede 
„ op de aerde, sonder iets onder haer te hebben en mochten mede 

„geen tonback, siery nochte slaven by haer hebben 

„ alhier liet den Tommagon Bouraxa en den Tommagon van Tingael 
9 my by haer roepen , die midden op een plaets stonden en seyden 
„als dat lek met haer binnen sonde gaen, met den tolck Caldera 
„ en een Jan de Koster, assistent, en belasten dat iek het ander volck 
„ met de schenckagie hier in dit pleyn sonde laten blyven wachten 
„ en wy syn met 2 Tommagons na binnen gegaen en de plaetse ge- 
„ passeert sjmde, qnamen mede by een groote poort als voren met 
„ 2 honcken opslaende, daer elff man voor sadt, iedereen een schilt 

„ met 2 hasegayen en wy syn mede dese poort ge- 

j, passeert en qnamen wederom op een viercante plaets 

„ die seer effen ende schoon was , daer eene baley in stondt . . . 
B In dese plaets hebben wy Syn Keyserl. Majesteyt vinden sitten 
9 met ontrent 40 ofte 50 groote meesters by hem ^ Syne Majesteyt 
„ sat bnyten de baley op een matgen op de aerde neder, met 8 of 
„ 10 manspersonen achter hem ende een man sat achter Sjn Majesteyt 
„ met een gevlamde pieck in de hand en Queay de pati mandnra 
„ Radja met Queay du pati passanta ^ saten aan de rechterhand 
„van den Keyser, dicht by hem, die het woort van den Keyser 
, deden en de andre groote meesters saten dicht by de poort, daer 
„ wy ingecomen waren en op de aerde neder, sonder matten ofte yets 
„ onder haer te hebben . . . ende saten mede in 't ront al man- 
„ nen met lange baerden * ende tusschen den Keyser en dese groote 
„ meesters gingen wy neder sitten op de aerde , sonder yets onder 
„ ons te hebben ende den Tommagon Boraxsa met den Tommagon 
„ van Tegael gingen by ons sitten en den Tommagon van Tegael 



1. De opperkoopman Vos vroeg naderhand aan den Toemenggoeng van Tegal, waarom 
da Panembahan nu geen vrouwen by zich had; hem werd toen g antwoord, dat deze 
plaats was de geheime plaats voor bitjara's, en dat daar nooit vrouwen, maar alleen 
de meest vertrouwde raadslieden des Keizers werden toegelaten en dan nog alleen nadat 
sjj ontboden waren. 

2. Hoepo-Sonto. 

3. Deze waren vermoedelijk Arabische Imams of Hoofdpanghoeloe*s ; want Javanen 
met lange baarden worden zelden gevonden. 

V. 4 

Digitized by VjOOQ IC 



50 

„ dede het woort voor ons aen den Keyser ende de Eeyser hadde 
„alleen een tonback pype in de hant, dat aen 't eynde met silver 
„beslagen was en syn cleedinge was als andre Javanen, hadde een 
„ serasse gobar aen met een badjon van swart ftnweel, dat met gon- 
„ den looflfwerck geschildert was , bloemsgewyse, met een wit mntsken 
„ op syn hooft en hadde eene slechte kris achter op het lyff steecken 
„ met 4 of 5 diamantringen aen syn vingers steecken en Syne Ma- 
„ jesteyt liet ons door Queay du pati mandur radia aenseggen, dat 
„ wy willecom waren en dat ick myn last van Syn Ed. syn Majesteyt 
„ sonde te kennen geven .... waerop ick myn tot Syn Ma- 
„ jesteyt wende en liet door den tolck dese naervolgende redenen 
„aen den Tommagon van Tegael seggen, die het woort aen Syn 

„ Majesteyt voor ons dede Aldermachtichste Keyser 

„ Ingangolaggo, hebbe dese navolgende punten van wege d'Ed. Heere 
„ Oenerael Pieter de Carpentier, syne Migesteyt voor te dragen, waer 
^ over ick versoeck dat S. K. Maj. sal believen licent ende audiëntie 
„te vergunnen/' enz. (volgt eene inleiding waarop de Keizer toe- 
stemmend, ja, antwoordde, daarop wenschte de Nederlandsche gezant 
den Keyzer geluk met de overwinning van Madura, waarvoor de 
Keizer seer bedankte. Daarna bood de gezant het paard en de overige 
geschenken aan , waaronder eene ffesch met rozenwater uit Mekka, onder 
bijvoeging dat het maar alleen was om de goede vriendschap en 
alliantie tusschen Zijn Ed. en den Keizer te vermeerderen. Hierop 
luidde het antwoord: „Dat hy. Keizer, niet anders en socht als goede 
„ vrientschap met S. Ed. te houden en in goede eenicheyt te mogen 
„ continueeren ende bedanckte Syn E. seer van wege de schenckagie &c. 

Nadat dit was afgeloopen verontschuldigde de Nederl. gezant zich 
dat hij geen brief had voor den Keizer, en deze antwoordde, daarop 
dat hij zulks gaarne ten beste hield; waarmede het wederzijdsch 
bedrog op dit ptmt zonder verder bezwaar afliep. De Panembaban 
deed nu op zijne beurt een verzoek, dat de Gouverneur Generael 
„ toch die van Soerabaya geen assistentie sonde doen, noch schepen, 
„noch volk daarheen senden om te handelen, want die van Soera- 
„baya zijne vijanden waren en hetzelfde kon zijn Ed. wel in zijn 
„ land bekomen, dat voor Z. E. open stond en dat tot beter prijs 
„ als in Sorbaya.'' Hierop antwoordde Vos: „ dat Syn Ed. daer nu 



Digitized by 



Google 



51 

„ geen handel meer liet doen^, dan dat Syn Ed. verstaen hadde met 
„ groot leedwezen vjrt het schryven van eenen brieff van wege den 
„ Laxamana van Jappara, als dat hy nyt last van Syn E. Maj. ons 
„ de staet en het lant met de reede van Jappara verboden hadde en 

„ dat ons volck daar niet meer mochte comen 

„ waerop Syn Majesteyt antwoorde , als dat hy geen last aen de 
„ Laxamane gegeven hadde om te schryven oflf die stadt en het lant 
„ te verbieden , twelck Laxamanne bnyten weeten van hem gedaen 
„ hadde en dat wy soo vry op Japara mochten comen handelen als 
„ in Damack» Candael , Tegael ofte in eenige andre plaetsen van syn 
^ lant en dat hy daer wel ordering in sal stellen 

Nadat de Nederl. gezant voor deze mededeeling, zijn dank betuigd 
en eenigen üjd nog stilzwijgend over den Panenbahan gezeten had, 
kreeg hij ' beleefdelijk zijn afscheid en liep de officieele audiëntie 
daaimede ten einde; doch de onderhandeling werd voortgezet door 
bemiddeling van den Toemenggoeng van Tagal en Boe-raksa. Daar* 
over komt nog het volgende in het journaal voor : 

„ T'savonts is den Tommagon van Tegael 't hays gecomen, die mij 
„liet ontbieden, die seyde als dat de Eeyser de schenckagie van 

9 Syn Ed. seer aengenaem was en dat den Tommagon 

^ Bouraxa mijn morgen den brieflf van S. M. soude brengen met het 
„ beschey t van de vrye handel , want was daerom noch binnen by 
„ Syn Maj. gebleven en als ick den brieflf hadde, soo mocht ick vry 
„ wederom vertrecken ; vraechden hem waerom wy niet uyt mochten 
„ gaen , om Carta eens te degen te besien , seyde , dat het den last 
„ van den Keyser was, die (vreesde) ofte ons iets quaets mocht 
„ overcomen. 

„ Ick vraechde hem mede , wat nieuws daer van Sor- 

, baya gecomen was, met die gevangenen, antwoordde dat het leger 
„ noch sterck in Sorbay lach en dat al het lant daer rontom Sorbay 
„ ingenomen hadden en voort verdistrueert en alle toevoer aen die van 
„ Sorbay benomen te lande, dan en conden haer den toevoer te water 
„niet beletten, daer die van Sorbay groot ontset van daen cregen, 



1. op den 20 October van het vorige jaar 1628, was een gezant TaD Soerabaya 
te Batavia geweest, die aan 6.-6. en raden holp verzocht had van wege z{JD Taugé- 
ran tegen den Panembakin van Mataram. De Nederl Hooge Regering had echter 
dezen geaant met geschenken en een welwillend, maar ontwakend antwoord uitgeleid. 



Digitized by 



Google 



52 

„als Tan Macasser en andre plaetsen en dat doende waren, nu de 
„ gevangenen van Madnra over te brengen op Orissé en Jortaen, die 
„over de 40 duysent sielen syn, soo groot als cleyn 

Donderdach, adij 10 oct., 's morgens is den Tommagon Bonraxa 
„ by den Tommagon van Tegael gecomen en ontbooden my by haer 
„ te comen , alwaer mijn den Tommagon Boraxa den brieff van den 
„ Keyser met het paspoort om overal vry te mogen coopen en ver- 
„ coopen met veel complementen overleverde, die ick met eerbiedicheyt 
„ van hem ontfinck en seyde, dat ick den brieff syn Ed. over sonde 
„ leveren, met het pas en voort soo gebniyckte Boraxa veel comple- 
„ menten en versocht als dat ick hem aen syn Ed. sonde wat 
„ recommanderen , want hy een vrient van S. E. was en altyt bereyt 
„ was eenige dienst te doen , daer S. E. hem in gebruicken wilde 
„ ende dat hy syn goet en syn bloet voor S. E. wilde setten en soo 
„ S. E. een hondert man ofte twee begeerde om rijs in Batavia te 
„planten, dat hy die son senden &c 

Alle deze beleefdheden moesten natnnrlijk met geschenken worden 
beantwoord, de Nederl. gezant zond dan ook geschenken aan den 
Toemenggoeng van Tagal, den T. Boe-raksa en den T. Mangoen- 
onang, des Keizers Secretaris; maar nu ook volgde een voor den^ 
opperkoopman netelig verzoek: 

„ Nae den middach liet den Tommagon van Tegael myn door syn 
„ volck nyt het hoff weten, als dat hy ende Bouraxsa metdenTom- 
„ magon Jondnpranne* by myn sonde comen nyt last van den Keyser 
„ om met myn te spreecken van weghen eenige saecken, die syn M. 
„ op Syn Ed. had te versoecken 

, Ontrent drie nre nae den middach S3m dese drie Tommagons 
„by myn gecomen, waervan Boraxa het woort deet in 't javaens, 
„ ende by den Tommagon van Tegal in 't Maleys wederom over 

„ geU)lckt werde seyden, als dat syn Maj. op syn Ed. 

„ versocht dat S. E. hem wilde assistencie doen met een schip om 
„ de rivier van Sorbay daermede te slniten , want hy het lant rontom 
„ Sorbay in heeft, als Grijssij, Jortan ende andre omliggende plaetsen 
„ende het lant daer rontom verdisterweert heeft, soodat die van 



1. Djoedo-proQo. 

/Google 



Digitized by ^ 



63 

9 Sorbay geen toevoer nochte ontset te lant connen beeomen, want 
„ het leeger van S. M. soo sterck rontom Sorbay leydt, dat daer 
„ niemant te landt nyt ofte in can comen ; want hy daer wel 80 
^ duysent man voor heeft leggen, soo sy seggen, dan die van Sorbay 
„ criegen groote toevoer te water van die van Macasser ende andere 
„plaetsen, dat des Mataram's volek niet connen beletten met syn 
„ vaertuich , waerover S. M. aen S. E. versoeckt geassisteert te mo- 
„ gen werden met een schip , om die van Sorbey den toevaert te 
„ water te beletten en de rivier daermede geslooten te houden . • • 
„ ende syn vyant alsoo tot overgeven te dwinghen door hongersnoodt, 
„ ende waer S. M. groote vrindschap door sou geschieden, en waer 
„ uyt S. M. sou bemercken de goede affectie ende genegentheyt die 
„ S. E. tot hemwaerts is dragende. 

^Neffens dien soo belooft S. M. hetselfde wederom aen S. E. te 
„ recompanceren, in iets anders, dat S. E. op hem sou moegen ver- 
„ soecken ende als Sorbay by hem verovert mocht werden soo sou 
„ hy 8. E. vergunnen tot recompance een vrye woonplaets in Sorbey, 
„ Grysseij, Jortan ofte Kosbey, waer S. E. het soud mogen begeren 
„ ofte op eenighe aendre plaetse van syn landt, om aldaer vry te 
„ moeghen handelen, waer S. £d. soud begeren ende daemeffens, 
„ soud S. M. ons een vrye pas verleenen , dat alle de prauwen ofte 
„ groot vaertuich , dat by ons verovert werde goede prijs van ons sou 
„wesen, dan soo daer eenighe groete personen gevangen wierden 
jf met eenighe juwelen ofte goudt en silver ofte contanten souden 
9 gehouden wesen S. M. te behandigen, die S. E. daer ander recom- 
„ pens voor sou doen." ^ 

De opperkoopman Vos beantwoordde deze voorstellen, met te zeg- 
gen, dat hy geen last had om over diergel^ke gewigtige zaken te 
onderhandelen, veel minder te beslissen en dat hy het dus geraden 
oordeelde, dat de Panembahan een gezant naar Batavia, tot Gouv. 
GenerL en raden afvaardigde ten einde aldaar in dien zin bepaalde 
voorstellen te doen. De Panembahan wilde daarvan echter niets 
hooren en liet vry naïef antwoorden : „ dat dit de eerste reys was , 
„ dat hy eenige assistencie van S. £d. begeerde ofte versocht hadt, 



1. Men ziet nit dezo voorslagen, dat de vont van Mataram de Nederlanden 
eigenlijk toch altijd nog besahouwde als seerooven, die hjj door belofte van bait 
Toor zijne belangen dacht te winnen. 



Digitized by 



Google 



n 



54 

ende soo hetselfde hem geweygert mocht worden van 8yn Ed. , 
„ Bonde syn gesandt beschaempt staen, ende tot grooten nadeel van 
„ S. M. soudt strecken en waerdoor syn vianden haer seer verblijden 
„ sonden, soodat S. M. begeerde, dat ick het versoeck van S. M. aen 

„ 8. Ed. selvens soud te kennen geven waerop ick haer 

n beloefdC; dat ick de begeerte van Syn Majest. Syn Ed. wel ge- 
„ trouwelick soude te kennen geven en op Syn Ed. - versoecken dat 
„ daer met den eersten antwoerd aen S. M. gesonden soud moegen 
„ worden." 

Eindelijk vertrok het Nederlandsche gezantschap uit Earta op den 
12 October en kwam des avonds van dien zelfden dag in eene plaats aan, 
welke in het journaal genoemd wordt Matelango ^ ; den IS**" trok het 
door het dorp Nauboeh^ tot Tinker ^ waar het overnachtte; den li'**" 
trok het door het dorp Bringen^ en kwam des avonds te Paraes^ aan, 
den ló**'" na eene halve dagreize kwam het des middags te Demak; 
van daar ging het over zee eerst naar Tagal en van daar naar Ba- 
tavia, waar het den 27 October 1624 voor de reede terug kwam. 

Het journaal is geteekend : Jan Vos. 



IX. Resolutie van den Gouverneur-Generaal en Rade 
van Indie, betreffende het onderwas te Batavia. 



Dingsdag, adij 7 May 1624. 
Alsoo &c 

Item, alsoo tot voorderinge van den algemeenen welstant, by alle 

Christelycke magistraten, in welgestelde Republycke , t'allen tyde in 

sonderlinge sorge ende recommandatie gehouden is geweest, datter 



1. Waarschijiiiyk Man^joeog-ToeloeDg , district Padjang, afd. Bojolali. 

2. Vermoedelijk Nobo, dorp in de afd. Salatiga, distr. Teoggaron. 

3. Tiogkir, residentie Samarang, afd. Salatiga (Tenggarun). 

4. IMt kan zijn Pring in Salatiga of Prigi in Salatiga of Demak of ook Papringan 
in Salatiga (Tenggaron). 

5. Vermoedelijk Paras, dorp m de tegenwoordige residentie Samarang, regentschap 
Demak, distrikt Mangar. 



Digitized by 



Google 



65 

scholen gefimdeert ende opgerecht wierden, daer de tedere ende 
oncondige jencht in de mdimenten ende grontleggingen soo Tan de 
Christelycke Religie als van alle liberale ende vrye consten onder- 
wesen, geleert ende opgetrocken mocht werden, wert by Syne Ed. 
in deliberatie gelecht, of het in de praesente constitutie, dat men 
vemeempt hoe dese van alderhande natiën, mooren ende heydenen 
gecoalesceerde Republycke, dagelyckx, soo by confluentie van andere 
plaetsen als voortteelinge ende geboorte onder de ingesetenen seer 
aenwast ende vermenichvuldicht, niet raetsaem sy, dat men tot be- 
voorderinge van soo goeden ende godvruchtigen werck, met de fun- 
datie van schole op de plaetse , voor desen by mondeling project 
daertoe begrepen, voortvare: te weten aldemaest de huysinge van 
d^ngelse Comp. alhier aen de westzyde van de groote riviere , ontrent 
het hospitael? Item, soo men goetvindt sulckx bij der hant te nemen 
of men deselve tot laste van de Comp. sal opmaecken, dan oft men 
om de Comp. niet meer te beswaren , de somma daertoe noodich tzy 
by wegen van een Lotery of eenich ander eerlyck middel sal sien 
in te trecken ; den raedt rypelyck overwogen hebbende, hoe de school 
'tallen tijde onder de principaelste columen van eenen floressanten 
staet gerekent syn, is van eenparich advys, dat men met soo een 
loffelyck hoochnoodich ende goddelyck werck in allermanieren be- 
hoort voort te varen ende arresteert dienvolgende, dat men de noodige 
dispensen daertoe by provysie uyt Comp'*^* middelen verstrecken sal 
om 't avondt ofte morgen tzy in ofte na de voltreckinge desselfs, als 
de twijfelachtige borgerye by de wercken selfs zien sal, dat het ons 
ernst sy, te onderstaen by wat gevoechlyckheyt men de verschoten 
somme sal connen recouvreren ; ende wat de situatie van de begrepen 
plaatse belangt; alsoo verstaen wert, de gebueriche van d'Engelsche 
natie, deselve weynich ofte niet praejudiceren can ende de plaetse 
in haer selven, soo om de commoditeyt van de groote riviere als 
andersins , seer wel gelegen, gelyck mede tot haer meerder verseec- 
kertheyt, airede met een muer omtrocken is, werd mede goedgevon* 
den, dat men volgens vorich concept, met stichtinge van de schole 
op gemelte plaetse voort varen sal. 

Item, alsoo by tyden van d'Ed. H'. Generael Coen, goetgevonden 
was een vrywillige collecte, tot fundatie van een kerck in te stellen 
in voegen, dat soo voor als naer Syn Ed% vertreck naer 't vaderlant 



Digitized by 



Google 



56 

by diverse tot op hnyden, daertoe gecontribaeert syn de 8omme van 
2300 realen van 8'" , wert by zyne Ed*. in bedencken gegeven, alsoo 
met den aenwas van de borgerye, de principaelste gronden ende 
erven deser stede dagelyckx bebout ende betimmert werden, waer 
men de plaetse van de nienwe te stichten kerek met de meeste 
accomodatie ende minste verhinderinge van de borgerye begrypen sal ; 
den raet verstaet, dat men de finale nytspraeeke daervan totdedage- 
lycx aenstaende electie van de nieuwe magistraet mede diflfereren 
sal, omme derselver advyzen, geassisteert met sommigen van de prin- 
cipaelste borgerije eerst ende alvoren daerover te hooren. 
Item &c ' 



X. Resolutie van den Gouverneur-Generaal en Rade 
van Indie, houdende instelling van de weeskamer 
te Batavia. 

Dingsdach, 1™*. Octob. 1624. 

Alsoo tot invoeringe van goede polityen in dese Republycke, die 
dagelyx seer toeneemt, mitsgaders om deselve met de costuymen 
onses vaderlandts, sooveel mogelyck te conformeren, onder anderen 
mede hoochnoodich sy, datter weesmeesters en curateurs geordonneert 
en geauthoriseert werden, die de rekeningen der afgestorvene deser 
stede, opnemen de sequestratie en benefitie haerder naergelaten goede- 
ren behoorlyck bevoorderen, en deselve soo ten behoeve van de 
weesen ende wettige erfgenamen hier in Indien, alsmede voor de 
erfgenamen, welcke noch in Nederlandt resideren en naemaels vereysch 
nae harer vrienden nagelaten goederen, die hier kinderloos ofte sonder 
wettige erfgenamen overleden syn, doen mochten, getrouwelyck waer- 
nemen en dienvolgende , alle disordren ende confusien, welcke 't avondt 
oflfe morgen, by versuym van dese instellirge daeruyt geschapen 
staen te resulteren, voorcomen en weren mogen: 

Werdt by den Ed. H'. Generael geproponeert: aUoo 't coUegie van 
schepenen, volgens Syne Ed**. ordre eenige van d'aensienlyckste en 
tot soodanigen administratie gequalificeerde persoonen uyt de borgerye 
deser stede, genomineert en voorgedragen heeft; of men metd'electie 
van weesmeesters en curateurs daeruyt alsnu voortvaren, mitsgaders 
hoeveel persoonen men daertoe committeren sal? 



Digitized by 



Google 



57 

Den raedt van advys synde, dat men met d'inangnratie en invoe- 
ringe van soo loffelycken en salutaren werck voor de welstandt ende 
opl}ouwinghe deser Republycke geen langer nytstel behoort te nemen, 
arresteert eenstemmich, dat men daermede voortvaren en nyt de 
voorgestelde persoenen, de naervolgende daartoe committeren sal, 
te weten: 

Pieter Adriaensz. Cranenbroeck , Schepen. 

Adriaan Woutersz. Draeck , Waechmeester i beyde oudt- 

Gillis Venant, Coopman ( schepenen. 

Michiel Seroijen, gecoren Regent tot de aenstaanée 
groote schole. ^ 



XI. Ordonnantien en Instmctien, vastgesteld door den 
Grouvemeur-Generaal en Rade van Indie, op den 
16 Janij 1625, betreffende het collegie van sche- 
penen, den baljuw en de andere officieren van jastitie, 
de orde van procederen in criminele zaken, het 
stuk der arresten, de desolate boedels, de gepri- 
vilegieerde schulden, de slaven, de weeskamer, 
de voordemisse van de justitie, de politie, de 
successie. 



Pieter de Carpentier, Gouverneur Generael wegen den Staet der 
Yereenichde Nederlanden in Indien, allen dengeenen, die desen sul- 
len sien oft hooren lesen, saluyt, Doen condt: alsoo vermidts de 
teerheijt ende jonckheyt deser opgaende republycque van Batavia tot 
noch toe opt ampt van schepenen, van den bailliu ende andere be- 
dienders van de justitie deser stede, mitsgaders op de bedieninghe 
van de justitie zelve, gelyck mede op de politie, item op 't stuck 
van de successien ende verscheyden andere saecken desen aencle- 
vende, alsulcken regel ende ordre noch niet beraempt is, als ons de 

1. De Instructie voor de weeskamer werd vastgesteld by de hierna volgende reso- 
Intie van G.-Q, en Rade, dd. 16 Jun\j 1625 , (n». XT). Die instructie deelen wQ 
echter niet mede, omdat zy reeds staat a^edrokt in het Akademisch proe&chrift van 
M'. A. A. BnjskeB, getiteld: Over de Weeskamer en het CoUegie van Boedelmeeste- 
ren te Batavia, Leiden 1861 , l» bijlage. 



Digitized by 



Google 



58 

dagel^cxse eiraringh ende sncces van tijt (tot meerder roste ende 
welstandt yan H gemeene beste) aenw^sen dienstich ende gants noo- 
dich te weesen, willende derhalven naer ons yermoghen, t^en alle 
confnsieny disordren ende ingedisponneerde saecken tijtlijck voorsien; 
Soo ist: dat wij tot dien eynde met deliberatie ende advjrs van onsen 
Rade, goetgevonden hebben te beraemen dese naervolgende ordon- 
fianlien ende instructien, te weten: voort collegie van schepenen j 
mitsgaders voor den bailliuw ende andere depetideerende officieren van 
de justitie: item een bysonder ordre van procedeeren in crimincele 
saecken y item opt stuck van arresten j van desolate boedels y van ge- 
privilegieerde schulden: item een ampliatie opt placcaet van de slaven j 
mitsgaders oock eene bysondere ordonnantie ende instructie voor de 
weescamcr deser stede ^ ende wat aengaet de voordernisse van de justitie: 
item de politie ende stuck van de successieuj hebben mede goetge- 
vonden (volgens de recommandatie van de Seventhiene, byHareEd. 
missive van den 4** Martij Anno 1621) van nu voortaan in dese re- 
pvblycke in te voeren ende te doen achtervolgen de gedruckte ordon- 
nantien (die Haer Ëd". ons tot dien eijnde expresselyck hebben 
toegesonden) soo op de voordernisse van de justitie, binnen den ste- 
den ende ten platten lande van Hollandt van den eersten April A^. 
1580, alsmede op de politie van denselven datnm bij d'Heeren Staten 
van Hollandt ende Westvrieslandt voor eeuwich edict gestatueert , 
item de verclaringhe van de gemelte Heeren Staten op d'ordonnan- 
tien van de successien in dato 13 May, Anno 1594, item derselver 
placcaet opt stnck van de successien ab intestato geëmaneert den IS'^. 
December, Anno 1599, ordonneeren ende belasten oversulcx by 
desen wel expresselyck , dat alle de bovengemelte instructien, ordon 
nantien, verclaringen ende placcaten int generael bij de wethouders 
ende officieren van Justitie in dese republycque van Battavia ende 
allomme in desen Coninckrycke van Jaccatra van nu voortaen naer- 
gecomen, achtervolgt ende geobserveert sullen worden, met dese 
meijninge, dat de rechters int voorderen van de justitie haer voortaen 
soo veel eenichsints hier te lande practicabel sij, naer de voorgemelte 
gedruckte ordonnantie van de Heeren Staten van Hoilant ende West- 
vrieslandt opt stuck van de justitie geëmaneert, conformeeren sullen, 



X. Zie hierboTen n*. X in de noot, bladz. 57. 

/Google 



Digitized by ^ 



69 

dat sy haer van geltjcken ende sooTeel eenichsmts naer gelegentheyt 
deser landen alhier ingevoert mach werden, regaleeren snllen nae 
de politieqae ordonnantlen yan de gemelte Heeren Staten, nytgeson- 
dert int stnck van de snccessien ab intestato, in welcker plaetsen 
voortaen hier ter stede ende ten platten lande gebmyckt ende onder- 
houden sal werden, als eenen gemeenen landtrecht, de bysondere 
verclaringhe ende placcaet bij de gemelte Heeren Staten, den IS*". 
May 1594 ende 18 December 1599 voor eenige bysondere steden in 
HoUandt, als namentlyck Haerlem, Leijden, Amsterdam, Alckmaer, 
Hoorn, Enckhnysen ende meer andere geordonneert ende gestatueert. 
Ende in saecken daer de voors. gedmcte ordonnantlen ende instmc- 
tien der gemelte Heeren Staten van Hollandt ende Westvrieslandt , 
mitsgaders de geschreven instmctien, ordonnantlen ende placcaten, 
800 ten tijde van onsen voorsaet, als tsedert door ons hier te lande 
gedaen emaneeren, niet bysonder statneren, nochdisponeeren, snllen 
in snlcken gevalle de rechters daerinne observeeren ende volgen de 
gemeene civiele rechten, sooals die in de Vereenichde Nederlanden 
werden gepractiseert, waemaer haer alle wethouders ende officieren 
van de justitie hier ter stede ende alomme door desen Coninckrijcke 
voortaen precyselljck sullen hebben te reguleren, alsoo sulcx den wille van 
de Seventhiene is ende wij tselve oock ter eere Godes tot voorder- 
nisse van de justitie , onderhout • van de goede politie , ruste ende 
welstandt vant gemeene beste alsoo bevinden te behooren. Actum 
int casteel Batavia den 16°. Junij , Anno 1625 , ende was onderteyc- 
kent: Pieter de Carpentier. Lager stont: Ter ordonnantie van den Ed. 
fleer Gouverneur Generael, onderteyckent : Jacob van Doreslaer, 
Secretaris. 



OBDOITNAI^TIE ENDE IN8TEUCTIE VOOE 't COLLEGIB 
VAN SCHEPEKEK. 

Alsoo bij resoluitie van den 24»». Junij, Anno 1620, door den Ed. 
Heer Generael Jan Pietersz. Coen, Syne Ed**. Achtbare Raden tot 
bevoirderinghe van de justitie in civiele ende criminele saecken bin- 
nen deser stede Batavia goet ende raetsaem gevonden is, een collegie 
van schepenen, bestaende uyt v^fif personen, te ordonneeren ende 
op te rechten , welcker getal tot genoechsame overweginge van saecken 



Digitized by 



Google 



60 

te swack geoordeelt synde, geordonneert, gesiatneert ende goetge- 
vonden is als Yolcht: 

1. 

Eerstelyck, dat het gemelde coUegie van nn voortaen bestaen sal 
in seven persoenen, gecooren nyt de geqoalifieeerste^ beqnaemste 
ende eerlijcxste, soo vant easteel als ingesetenen deser stede. 

2. 

Ende ten eynde alle maniere van seheijdinge tnsschen 't easteel 
ende stadt wechgenomen werde, mitsgaders dat alles in eenicheijt 
ende onderlinge correspondentie gesamentlijck mach opwassen, snllen 
drie der geseijder schepenen nyt de suppoosten vant easteel ende 
vier nyt de bnrgerye der stadt gecooren werden, die alle gesament- 
lyck als ordinaris raedtslnijden int voors. collegie snllen compareeren, 
ende en sal haerlieder administratie niet langer dnyren als voor den 
tijt van een jaer, nt in resolnt. van 24 Jnny, anno 1620. 

3. 

Snllen telcken jare de geseyde wethonderen (bij den baillin ende 
affgaende schepenen in drie dobbelen getalle genomineert ende voor- 
gestelt synde) * bij den Heer Generael ende in desselfs absentie by 
den Oonvemenr vant easteel ende Hare Ed*'. achtbare Raden, op 
den 30°. Mr.y ter gedachtenisse v^in dit Coninckrijcx conqueste, als 
per resolnitie van den 7". Febmary 1624, gecooren werden. 

4. 

Ende opdat het schepenampt by een yeder geëligeerde met volco- 
men vertrouwen in alle justitie ende equitegt mach werden bedient , 
sullen de schepenen opt intreden van haerlieder beroep, amptshalven 
in handen van den Ed. Heer Generael ofte Syne Ed'. gecommitteerde 
den gerequireerden eedt doen. 

5. 

Alsoo betamelyck sy, dat dese vocatie met respeckt buyten suspitie 
ende opspraecke sooveel mogelyck geadministreert werde, sullen sche- 



1. B|j resoL 6.-6. en Rade, dd. 6 Maart 1628, werd besloten dat de Hooge 
regering zich Toortaan niet «preciaelyk» meer aan die Toordragt zou Honden, omdat 
het gebleken was , dat daaruit » incouTenienten door conniventie » ontstonden. 



Digitized by 



Google 



61 

penen genlge pachten , tollen ofte llcenten aenvaerden, medestanders 
van pachters, tollenaers ofte llcentmeesters syn, noch oock hun voor 
deselve als borghen obUgeeren ofte contreborgen constitneeren, direc- 
tel^ck noch indirect eUjck. 

6. 

Ende alsoo dagelycx onder de Chineesse borgers alhier veel ver- 
schillen ontstaen , welcke opdat tot meerder gemsticheyt der geseyder 
natie mogen ter neder geleyt ende af^edaen werden , sal in dit col- 
legie beneffens d'overste der Chinesen (bij resolutie van den Generael 
Coen, in dato 24 Juni), A\ 1620, art. 5, als schepen geadmitteert) 
noch een persoon van de gequalificeerste uy t deselve natie toegevoeght 
werden, omme met haer beyden in saecken de Chinesen betreffende, 
als extraordinaris Raden in dit collegie te verschijnen, besoigneeren 
ende stemme te hebben. 

7. 

D'ordinaris schepenen sullen elck volgens de resolutie van den 
30". May 1624 voor een eergift op de intredinge van haerlieder be- 
dieninghe genieten vijftich realen van achten tot een schepen mantel 
ende cachet, des sullen sy gehouden syn telckens metten selffden 
tot meerder aensien in rade te verschijnen. 

8. 

Ende sullen gemelte schepenen alle brieven , schepenkennisse , 

transpoorten, procuratien etc., die voor ofte van haer soude mogen 

gepasseert worden ('t welck niet min als voor twee schepenen sal 

moeten geschieden) metten geseijden signette versegelen, daervooren 

genietende een halven reael van achten als per resoluitie van den 

18 Augusto 1620. 

9. 

Opdat alles in dit collegie met behoorlycke ordre ende aensien- 
Igckhegt toegae ende alle conftisien, welcke souden mogen ontstaen , 
sooveel mogeigck voorgecomen werden, sullen uyt de voorgemelde 
seven Raedtspersoonen bij den Heer Generael ofte bij Syne Ed*". Ge- 
committeerde geeligeert werden twee presidenten , te weten d'een van 
wegen 't casteel, d'ander van wegen de stadt, die bij beurten maent 
om maent sullen voorsitten, waervan die vant casteel eerst presi- 
deeren sal, als per resolutie in dato 30 May 1624. 



Digitized by 



Google 



10. 

Den president in syne maendt sal hebben gesach ende authoriteijt 
d'andere schepenen te ontbieden , soowel extraordinarie als ordinarie 
vergaderingen te le^en , in deselve te proponeeren , d'advysen te 
vergaderen, d'appointementen tsy by monde ofte geschrifte doen pro- 
nuncieren terstont naer deselve beslooten syn, volgens de meeste stem- 
men; silentie te imponeeren, de vergaderinge te eyndigen, ende 
voorts alles te doen , 't geene tot meeste stichtinge ende bevoirderinge 
van de justitie, betamelycxst sy, denwelcken daeromme schepenen 
ende alle andere suppoosten, van dit collegie gehouden sullen wesen 
te respecteeren ende obedieeren, gelyck in alle wel gereguleerde 
rechtsbancken vereijscht wort. 

11. 

Bij gelljckheyt van advysen sal den president twee stemmen heb- 
ben, mitsgaders oock geduyrende syne preseance in syne bewaemisse 
houden des stadtszegel, by den welgemelten Oenerael Coen als per 
resoluitie, 16 Augusto 1620, art. 11, geordonneert, omme alle stads- 
acten, brieven ende provisien van justitie, die in denselfiden raet 
affgehandelt werden, daermede te doen versegelen, genietende voor 
elcke bezegelinge een reael van achten, ende bij absentie van den 
president, sal den daeraenvolgende voor die tijt de plaetse bewaren, 
opdat de rechtsaecken altyt behoorlijcken voortganck moghen hebben. 

12. 

Den voors. president sal 't elcken dingdage de rolle examineeren, 
om alle saecken in staet van wysen bevindende ofte haest vereyschende 
ende bij welcke partyen door langduyrich uijtstel geinterresseert 
mochten blijven, den rade voor te draghen. 

13. 

Omme al 't welcke te beter te effectueeren sal den president in 

alle comparatien , beneffens den secretaris in de Raedtscamer d'eerste 

moeten syn. 

14. 

Toor dit eoUegie van schepenen sullen verhandelt werden alle 
civile ende criminele saecken de vrQe luyden borgeren deser stede, 



Digitized by 



Google 



63 

vreembdelingen toucheerende , die alle ter eerster instantie voor hun 
te rechte sullen staen ut in resolut. by den Generael Coen, den 24». 
JunQ ende 15 Augustij, anno 1620, genomen, uytgesondert in saecken 
daervan het hoff ende in dese contregen den achtbaren dagelycxsen 
Raedt vant caateel Batavia de eerste kennisse toecompt, wel ver- 
staende dat hare appoinctementen in criminele saecken sonder voor- 
gaende approbatie van den Ed. Heer Generael niet en sullen mogen 
geexecuteert werden. 

15. 

In crimineele saecken sullen schepenen gehouden sijn met het volle 
collegie te besoigneeren , daer ter contrarie in civile saecken met vijff 
persoonen (ende daeronder niet) svUen mogen bestaen ; by aflbterven, 
sieckte offte absentie van een ofte meer schepenen sullen de vacante 
plaetsen met gelijck getal der affgedanckte wethovderen gesuppleert 
werden, die alsdan den eedt hun afigevoirdeert synde, de laetste 
stemme hebben sullen. 

16. 

Ende opdat in de administratie van justitie geen verachteringe ge- 
schiede, sullen schepenen gehouden syn driemael des weecx ordinarie 
in de stadt offte raedthuys deser stede te verschijnen, te weten des 
Maendaechs, Woensdaechs ende Yrijdaechs, ende aldaer blijven be- 
soigneeren van negen tott elff uyren des voomoens , soo yets te ver- 
richten hebben, als by resolutie van den 24^ Junij, A^ 1620. 

17. 

Schepenen sullen niet vermoghen hun uytte vergaderinge te absen- 
teeren sonder voorweeten , oorloff ende expres consent van den pre- 
sident ofte van dengeenen die in desselfiis affweesen presideeren sal, 
op verbeurte van eenen halven reael van achten t'elckens ten profi^'te 
vant collegie. 

18. 

Ende ten eynde de bevoirderinghe van stadtssaecken te beter mach 
werden beharticht, sullen schepenen met overstaen van den bailliu 
vermogen ende gehouden wesen keuren ende ordonnantien te beramen 
ten dienste ende welstandt van tgemeene beste in dese stadt ende 
daerbuyten allomme in de jurisdictie desselffs, doch en sullen die 



Digitized by 



Google 



64 

niet mogen affgecondicht, gepromulgeert, in treijn gebracht, noch 
geexecuteert werden, sonder voorige approbatie van den Ed. Heer 
Generael ofte syne Ed'". gesubstitueerde. 

19. 
Ende sullen alle appoinctementen ende sententien bij schepenen 
gewesen niet monteerende boven de somma van vijffentwintich realen 
van achten, ter executie gestelt werden ende volcomen effect sorteeren 
niettegenstaende eenige .appellatie off provocatie ter contrarie. 

20. 

Ende ingevalle yemandt hem gevoelde off seggen wilde bij sen- 
tentie van schepenen tsij interlocutoir off diffinityff gegraveert te sijn, 
sal vermogen van deselffde binnen thien dagen nadat het vonnisse 
gegeven off tsijnder kennisse gecomen is, aen den achtbaren dage- 
lycxsen Raedt deses casteels te appelleeren. 

21. 

Wel verstaende nochtans dat den appellandt voor ende aleer hy 
in appel geadmitteert off provisie int selffde cas obtineeren sal, ge- 
houden sal syn in de secretarie van den achtbaren dagelycxsen Raedt 
te namptiseeren de somme van vijffentwintich realen van achten, die 
den appellandt gerestitueert sullen worden, indien naermaels soude 
mogen verstaen worden wel geappelleert te sijn. 

Ekdt van Schepenen. 

lek beloove ende sweere de Doorluchtighe Hooge ende Mogende 
Heeren Staten Generael der Vrije, Vereenichde Nederlanden, mijne 
Souverayne; den Vorst Mauritius by der gratiën Godts Prince van 
Orangien, als Gouverneur ende CajJpitein Generael, de Heeren ^e- 
winthebberen der Vereenichde Oost Indische Comp'»., mitsgaders den 
Ed. Heer Gouverneur Generael over derselffder staet in Indien ge- 
houw ende getrouw te wesen, dit ampt van schepen oprechtelijck 
te bedienen. Hare Hoog Mogende recht naer vermogen getrouwelyc- 
ken voor te staen, de secreten deser camere aen niemant t'openbaeren, 
deses rycx ende stadts welvaren te helpen bevoirderen, mitsgaders . 
goet, cort, recht ende justitie aen een yeder sonder ooghluijckinge , 
haet ofte gunste t'administreren, gelyck als een vroom ende oprecht 



Digitized by 



Google 



65 



rechter toestaet ende behoort, soo waerlyck moet my Oodt Al- 
machtich helpen. ^ 



1. BQ Reiolutie van den GouTerneor Goianal ea Bade van India, dl Maandag 
U FebroarQ 1683, werd omtrent de regtipraak tosachen inlanden en daannede geiyk 
gertelden nog liet Tolgende bealoten en Taitgestdd: 

Alaoo Sdiepeaen in deeuie Tan saecken tosidien Chinesen ende Chineaen, kejdflnai 
cnde lieydflnen, mooran ende mooren by manqnement van evident bewya ende behoor- 
ïjékt atteatstie veeltyta oonfuys geweeat zyn, niet oonnende op de depoiitie ende ga- 
toygeniaae by Chinesen, heydenen ende mooreD verieden, eenidi recht ofte jnatitie ad- 
miDiatreren, waardoor de saecken der Chinesen, heydenen ende mooren, die door 
derselver groote menichten het gemehe oollegie meest voorcomen, veeltyta sonder 
dedflkn ongetermineert aijgeweeen worden , nochte oock soodanige expeditie niet connen 
eriangen als in saecken van justitie wel wort veregscht, soo hebben de gcmelte schee* 
penen 't aelve door hare expresse geoonmiitteerden aen ons in den net van Indien 
niet aüeen geremonstreert; maer oock daerb|j de onderstaeode artickelen overgelevert 
ende geexhibeert, ten eynde wy haer op dezelve met aoodanige antwoort sonde dienen, 
als haer, om de voors. dnbieoae saecken met reputatie af te doen , sonde van noode syn, 
flode daerover de onderstaande poincten by ona rypelyck geventnleert ende geexami* 
aeert weaende, hebben goetgevonden de gemelte schepenen met de naervolgende ant- 
woorden in plaetse van apostille te dieoen: 



Antwoort off apostille van den Gonvemeor 
Generaal en Baden van Indie op de neven- 
staende articnlen. 

1. Wort verstaan: dat dit in civiele 
aecken tnsachen Chinese ende Chinese, 
heydenen ende heydenen, moren eade moren 
wd mach geschieden ende gepraetiseert 
worden. 

2. Dat dit in geenderiey maniere mach 
geschieden. 



S. Pat alsnlcke bewys is meer ala een 
halve prenve ende voor een voloomen be- 
wys behoort aengenomen te wolden , soo 
wanneer hetselve by cede van een christen 
parthy aal syn versterekt 

4. Dat dit niet mach bestaen. 



Artioolen by geconunitteerden van Scha* 
penen aen den H'. Generaal en Baden van 
Indie overgegeven. 

1. Off qoestien tnsschen Chinesen in 
civiele saecken by manqnement van evidente 
documenten by schepenm op eet mogen 
gedecideert worden? 

2. Off in erimineele saecken alleen Chi* 
neeaen tegen een Christen by eede depo- 
aerende by schepenen mogen aengenomen 
werden, om daarop redit te doen. 

8. Off in civiele saeeken een Chineea 
nef ens een Christen tegens een Christen 
deposerende een voUe preuve mach ver- 
streeken. 



6. Tot eene aboli^ van veele qnaestien 
naeh dit alsoo wel gepraetiseert morden. 



V. 



4. Off 't aelve oook in erimineele saee- 
ken mach geschieden. 

5. Soo een parthy dvüiter syn saeek 
aen syn contra]^uthy's eadt verbluft ende 
hem daarmede te vreden hout, de contra- 
partbye mede bereyt synde deselve te doen 
ofte in sokken gelegentheyt scheepenen 
niet en vermogen toe te laten , dat pairthye 
haer aoodanieh selver sdieyde. 

(Waa ondert) Uendrick Brouwer, Fieter Vlack, Maitan 
Isbirandtu, Joan vin der Buieh* 



66 

Van dbn Bailliuw. 

1. 

Alsoo in de dagelycxsche playdoye yeelt3rts saecken voorvallen in 

dewelcke den baillin sich met d'een oft d'ander partije sonde mogen 

vervoegen, sal derhalven, ten eynde de wetten, keuren ende ordon- 

nantien, mitsgaders deses rycx ende stadts rechten ende domeijnen 

voorgestaen ende onderhouden werden, gehouden wesen alle recht- 

dagen beneffens schepenen praeciselyck in vierschaere te comparee- 

ren, opdat door syn affwesen deselve geen inbreuck ofte vercortinge 

comen te lijden. 

2. 

Den bailliu sal jurisdictie hebben in ende bujrten de stadt Batavia, 
alomme' door het ConinckrIJck van Jaccatra, binnen denselffden lande 
mogen vangen, spannen, bekeuren, de luyden verdachvaerden , onse 
placcaten, statuten ende ordonnantien observeeren ende doen obser- 
veeren, tegens d^infracteurs van dier te procedeeren ende doen pro- 
cedeeren ende in alles te handelen gelyck naer gelegentheijt van 
saecken ende welstandt dezes rycx ende stadts sal bevinden te be- 
hoiren , te weten : sal mogen apprehendeeren , over buer gerachten , 
vechten, dieften, hoererij e, overspel, vrouwecracht , moort, doot- 
slach, overwonnen schuit, crimen laesae majestatis, conspiratie, 
seditie, rebellie, bosschenderijen ende alle die den Heer in syne ge- 
rechticheijt soucken te fraudeeren, vrembdelinghen, die boven arrest 
doorgaen ende die in de voorverhaelde faulten souden mogen vervallen. 

3. 

Die opt commandement van den officier niet willen geapprehendeert 

sljn ende haer met woorden ofte met der daet opposeren, sal den 

officier desulcke met gewelt dwingen, ende indien soodanige violente 

opposanten jegens den officier int exerceeren van syn ampt , swaerlyck 

ofte ter doot gequest wierden, dat daeraen quamen te sterven, saU 

den officier daeraff niet te draghen hebben, indien sulcx niet uyt 

eygen wraecke, haet, nijt, moetwille oftie particuliere querelle, maer 

int oeffenen van syn ampt geschiet, twelck sal staen tot judicature 

van de rechters. 

4. 

Den officier en sal niet vermogen yemandt op handttastinge ofte 

Digitized by VjOOQ IC 



67 

andere borchtochte te largeeren, als met kennisse ende consent van 

schepenen. 

5. ^ 

Den baillin en sal met niemandt over syne begane delicten mogen 
composeeren offle accordeeren , maer ter contrarie alle dootslach , 
vaiscbe getuijgen, valsche munte, overspel, vrouwecracht, menterije, 
Tcrraderge, moort, brandtsticht, rooverye, dieffstal, quetsinge, bos- 
schenderye ende andere misdaden, hoe die oock mochten geheeten 
worden voor den Raedt brengen om aldaer affgehandelt te werden, 
ten ware in cleyne ende civile misverstanden, die sonder rechtspreju- 
ditie, vercortinge van partijen, connen ter neder geleijt worden. 

6. 

Item sal den baillin, soo wel als den president ende andere sche- 
penen gehouden syn 't secreet van der camere ofte tgeene hij aldaer 
sal sien oft hooren, niet te reveleeren. 

7. 

Den baillin sal in saecken daer hy geen partye is, neffens schepe- 
nen adviseeren int stnck van de justitie met een diffinitive ende met 
een deliberative stemme in de policie, dewelcke altyt om d'ordre 
f achtervolghen de laeste wesen sal, maer in saecken daer hy partye 
is, sal niet vermogen t'advQseeren , noch ook present te wesen als 
men sal opinieeren in de processen daer hy gevoechde is. 

8. 

D^i baillin sal gehouden sijn, pertinent register te honden van alle 

die hg int voors. collegie van de schepenen, tsij als partQe ofte bQ 

gevoechde hangende heeft , omme by den president van den achtbaren 

Rade deses casteels daartoe gelast sijnde, tselve aen Syne Edt. te 

verthoonen. 

9. 

Den baillia en sal niet convenibel syn voor schepenen in saecken 
die syn eygen persoon aengaen hoedanich die oock mochten wesen , 
■uier sal voor den achtbaren Rade vant casteel betrocken moeten 
worden y ten ware hi) sich gewillich neffens syn partye 't o<MrdeeI 
van schepenen snbmitteerde. 



Digitized by 



Google 



68 

10. 

Den officier wert gelast hem tot holpe ende exercitie van syn ampt 
te voorsien met vier cloecke Nederlanders ende vier swarte dienaers, 
die alle haer onderhout van montcosten uytte portie van sijne hoeten 
moeten vinden, ende sollen daerenhoven jaerlijcx van den Heere ge- 
nieten yeder Nederlander tsestich ende yeder swart acht en veertich 
realen van achten, ut art 14 in de aennemingh van den hailliu in 
dato 4 Pehruary 1622. 

11. 

Voorts wort verstaen ende den hailliu toegeleyt een derde part in 
alle hoeten ende confiscatien heneden ende tot hondert realen ende 
tgeene daerhoven wesen sal, sal sljn aenpaert vallen tot discretie 
van schepenen I ihidem art 1. 

12. 

D'een d'ander met geweer quetsende, sullen hoven arhitrale cor- 
rectie van schepenen, verheuren ses realen van achten, waervanden 
hailliu de helft sal genieten, ihidem art. 2. 

13. 

Van quetsingh ofte hloetlatingh met vuijst, hout, rottangh oft;e 
steenslach, hoven arhitrale correctie van schepenen te verheuren twee 
realen, te verdeelen als vooren, ut ihidem art. 3. 

14. 

Simpele vuijst oft andere slach met rottangh , hout oft steen , son- 
der hloetlatmghe, een reael hoven arhitrale correctie, te eygenen 
als int voorgaende artyckel, ihidem art 4. 

15. 

Opt schouwen ende reijnigen van straten, twerpen van vuylicheden 
voor andere luyden hupsen, erven ofte in hurchwallen, wert den 
hailliu voor hoete toegeleljt te weten: 

Van yeder die eenige vuylicheden in de hurchwallen werpt drie 
realen van 8". 

Item die eenige vuylicheyt in hoopen op strate voor ofte omtrent 
syn huys vergadert ende niet op de geordonneerde plaetsen by de 
vuylnisschuyten en hrengt een reael van 8*^. 

Digitized by VjOOQ IC 



69 

Item aal den baillia aoi^e dragen; dat alle Bondagen ende andere 
hooge vier dagen, de straten ende borchwallen van de stadt behoor- 
lyck geveeeht ende gereijnicht werden, op pene van een reael van 
achten, die daervan in gebreecke bl^ft 

16. 

Een officier soo van de stadt als vant casteel na negen nyren des 
avondts in droncken gelagen by den baillin geattrapeert, sal ver- 
beuren een reael van achten, een simpel persoon een halven reael 
alsvoren, twelck den baillin alleen sal genieten, ibidem art. 6. 

17. 

Dat boven 't placcaet van den 28ii. October 1620 tegen 't spoelen 
geëmaneert, alle 't geit dat op de baen bevonden wordt daer men 
speelt, voor den officier verbeurt sal syn, neffens een boete van ses 
realen, te betalen bij de waerden in wekker hnys gespeelt wordt, 
wel verstaende de Chinesen n^ftgesondert, die het spoelen (in confor- 
miteit van de resolutie bij den Heer Generael Coen op den 1^ No- 
vember, anno 1620, genomen) mits desen toegelaten werdt, maer 
800 e^ch Chinees hem vermenght met eenich Nederlander, swart 
ofte andere, tsy die vry ofte in dienst sijn, sal in sulcken gevalle, 
boven de voors. boete mede verbeuren alles , wat bg den officier op 
de bane bevonden sal worden. 

18. 

lenfant, die na negen uyren geweertreckt , een ander quetst, daet, 
stoot, sal dobbele boeten verbeuren ende boven dien arbitralement 
van schepenen gecorrigeert worden, uijt welcke amende den baillu 
de gerechte helft sal genieten, ibidem art 9. 

19. 

Ende opdat ons ende onsen bailliu int aenpaert van de voorgestelde 
boeten geen vercortinge geschiede, sal in dese onse stadt Batavia 
ende alomme door het gantsche Coninckrijcke van Jaccatra, niemandt 
tsy cappitegn ofte overste der Chineesen, Jappanders ofte van andere 
natiën wie hij oock soude mogen wesen, vermogen te apprehenderen, 
eenige persoenen in hechtenisse verseeckeren ofte arresteeren, als 



Digitized by 



Google 



70 



alleen onsen voorgemelden bailliu j ten ware den advocaet fiscael by 
preventie in saecken onae vryheijt , hoochheyt ende domeynen toe- 
cheerende , die in snlcken gevsdle neffex|yB hem sgn offitie sal m()geii 
exerceeren. 

ESB TAN DEK BAILLIU. 

In den eersten beloove ick ende sweere dat ick de doorlnchtige , 
Hooge ende Mogende Heeren Staten Generael van de Vrye Ver 
eenichde Nederlanden, myne Souveraine, den Vorst Manritios by 
der gratiën Crodts, Prince van Orangien etc. als Gouverneur Capp". 
ende Admirael Generael , de Heeren Bewinthebberen der Vereenichde 
Oost-Indische Compagnie in deselve landen, mitsgaders oock den 
Ed. Heer €k>uvemeur Generael over derselver staet in Indien ge- 
houw ende getrou sal wesen, ende dat ick hunne Hoog Mogende 
etc. dienen sal in desen staet van balliu vant Coninckrijck van 
Jacatra, met gantschen harten ende affectie, ende sal alle mogelycke 
vlijt aenwenden , ter eeren Gk)dts, stichtinge van dese gemeente 
ende opbonwinge deser Hare Hoog Mogende Republycke ende ge- 
meene welvaert sooverre alst deselffde offitie vereijschende is. 

Ten tweedon, ick beloove ende sweere, dat ick sal bevoirderen goede, 
oprechte ende waerachtige justitie aen allen ende een yegelycken , 
die sulcx versoecken sullen , sonder aenschou te nemen op winninghe , 
haet, ngdt ofte vriendtschap van yemanden ende sonder eenich 
persoon meer te favoriseeren dan recht ende reden toelatende sijn , 
beloovende in aller manieren te helpen bewaren het recht der Hoge 
Overichegt. 

Ten derden , ick sweere , dat ick alle saecken reehtelijck sal aen- 
brenghen aen schepenen deser steede ende van gelycken deselvige 
emstelyck sal vervolghen , mitsgaders daerin na behooren ende ordre 
by oftie van wegen de Hoge Overicheyt successivelijck te geven, 
proeedeeren sal. 

Ten vierden, ick sweere, dat ick mQ met soodanigen part van 
boeten als mij bQ schepenen toegewesen sal worden contenteeren 
sal , sonder yets meer van yemanden tsij directelijck ofte indirecte- 
igck, hoe ende onder wat pretext tselve oock soude mogen wesen, 
te snllra iH!etendeeren. 



Digitized by 



Google 



71 

Ten laetsten, dat ick in effecte naer myn uytterste vermogen doen 
sal alle tgeen een eerleek man goet ende rechtvaerdich administra- 
teor van soodanigen offitie schnldich is ende behoort te doen, soo 
waerlyck moet mij Godt Almachtich belpen. 

SCHEI jnn^GHE TTTSSCHEN DEN ADVOCAET FISCABL BITDB 
BAILLIÜW D^SEB STEDE. 

Alsoo voor desen tot meermalen , verscbillen ontstaen syn tasseben 
onsen Advocaet Fiscael ter eenre ende den Baillin deser stede ter 
andere syden over 't stnck van yders jnrisdictie, gesach ofte ap- 
prehendeeren , om betwelcke voor te comen in toecomende, soo 
anllen de gemelde officiers om alle vrientschap ende goede corres- 
pondentie voortaen te onderbonden bnn eonformeeren ende regn- 
leeren naer de articnlen biemaer volgende: 



Niemandt tsy sappoost vant casteel, borger, poorter ofte inge- 
seten deser stede, nocbte oock vrembdelingb sal by de respective 
officiers, tsg in civile ofte criminele saecken, betrocken mogen wor- 
den als voor synen competenten i*echter , dewelcke voor de suppoosten 
in alle saecken verstaen wert te wesen den acbtbaren dagelycxscben 
Raedt, ende voor alle bergers, poorters ende vrembdelinghen 't 
collegie van scbepenen, wel verstaende nochtans dat twee vremb- 
delingen in saecken alleen tnsschen haer beyden betreffende, haer 
aen den Achtbaren dagelycxscben Raet ter eerster instantie sullen 
vermogen te adresseren. 



Maer ingevaUe eenich suppoost vant casteel actie ofte pretentie 
mocht hebben op twee debiteurs (coreos debendi genoempt) beyde 
te samen ende elcx in soiidum verobligeert sgnde, van dewelcke 
d'een een suppoost en d'ander een borger ofte vrembdelingb sQ ofl» 
beyde vrembdelingen , ende de saecke geen splitsinge lijden can, in 
sulcken gevalle sal soowel den burger ofte vrembdelingb als sup- 
poost voor den achtbaren dagelycxschen Raedt convenibel wesen , 
gelyck mede soo wanneer één vrembdelingb ofte meer , op een sup- 
poost en borger te samen actie heeft. 



Digitized by 



Google 



72 



Ter contraire indien een borger op twee coreos nt snpra geobli- 
geert, eenige pretentie hadde ende d'een van dier een borger ofte 
vreembdelingh ende d'ander een soppoost ware ofte twee vreembde- 
linghen, in soicken gevalle sollen schepenen daer de kennisse «ff- 
nemen; van gelycken indien een soppoost tegen een vreemdelingh 
ende borger ofte een vreemdelingh tegen twee bergers actie hadde. 



Indien binnen 't ressort van de stadt gedelinqoeert wordt ofte 
eenige qoestien ofte geschillen (amende ofte correctie medebren- 
gende) ontstaen tosschen een borger ofte een vreembdelingh ende 
een soldaet ofte ^emandt anders in dienste van de Generaele 
Compagnie y waerinne 't recht van de Hoge Overicheyt bewaert 
moet worden y sal den baillio daervan by preventie aenclager wesen 
ende dosdanige gemengde saecken (borger ende borger alleen niet 
raeckende, maer borger ende soldaet ofte andere Compagnies die- 
naers te samen) sollen gesententieert worden bij de ordinaris sche- 
penen van de stadt , mits dat den baillio gehooden sal sQn aen den 
president van den Achtbaren dagelijcxschen Baedt des casteels 
daerby te versoecken twee ordinary rechtsloyden oyt den voors. 
Rade, welcke twee voors. Commissarissen hare sessie, stem ende 
aothoriteyt by ende neffens de voors. schepenen sollen hebben tot 
volcomcn oyttinge van de saecke ende langer niet 



Wederom by sooverre over delicten ofte transgressien van keoren 
ende ordonnantien (vallende binnen ofte boyten 't casteel tosschen 
een soldaet ofte andere dienaer van de Compagnie ter eenre, ende 
een borger ofte vryman van de stadt ter andere syde) .partyen ge- 
calangeert, geaprehendeert ofte aengesproocken worden by ofte door 
bevelo van den Advocaet Piscael (gelyck solcx betaempt ende be- 
hooriyck is) dat alle tselfde op den eysch ende aenclachte van den 
Advocaet Fiscael voors. affgedaen , getermineert ende gesententieert 
sal worden by den Rade vant casteel ten overstaen van twee 
schepenen oyt de stadt , welcke schepenen in gelycken gevalle 
mede aldaer sollen hebben hare sessie ende stem als voren. 



Digitized by 



Google 



73 

e. 

Indien 't gebeurde, dat de Advocaet Fiscael mitsgaders den Baülin 
▼an de stadt te gelyck qnamen om eenige soldaten ofte volck van 
de schepen, schn^ten ende jachten, ende wat meer de Gomp** te 
water ende te lande dienst doet ofte vrybnrgers in gemengde saec- 
ken, t'apprehendeeren (gelyck tot bevoorderinghe van de justitie een 
yegelyck derselver sgn uiterste debvoir te doene schnldich is) sal 
den Advocaet Fiscael altijt hebben de preferentie, de gevangens 
naer hem nemen ende int casteel te rechte stellen alsvoren, in 
weicken gevalle den bailliu oock gehouden sal sijn den Advocaet 
Fiscael int apprehendeeren van soodanige delinqnanten t'assisteeren. 

7. 

Soo het delict bg een borger ende vrembdelingh ofte vrembdelingh 
alleen geperpetreert ware, daervan sal schepenen de jndicatnre toe- 
behooren , onvermindert nochtans des Advocaet Fiscaels actie , tegen 
alle persoenen indistinctelijck van dewelcke den achtbaren dage- 
lycxschen iRaedt de eerste kennisse toebehoort , als daer siJn saecken 
staetsvrijheijt, hoocheijt, heerlijckheijt, rechten, domeijnen, finantien, 
leenen, admiraliteit ende piraetschap toucherende, die alle ter 
eerster instantie , tegen alle ende een yegeigcken sonder onderscheljt 
voor den Raedt voors. sullen gebracht werden, in weicken gevalle 
b^ den Bailliu yemandt geapprehendeert sQnde , sal aen den Fiscael 
moeten overgelevert worden. 

8. 

Den Bailliuw en sal niet vermogen sonder speciael consent visi- 
tatie ofte hugssoeckinghe te doen int casteel ofte op des Compagnies 
sehepen, gaende, comende ofte alhier ter rede leggende, nochte op 
schepen in dienste van de Compagnie wesende, gelijck hy mede 
niet en sal vermoghen aldaer yemant, om wat saecken het oock soude 
mogen wesen, 't sQ dan suppoost, borger ofte vreembdelingh te 
calengieren, arresteeren, ghyselen, apprehendeeren, goederen te 
inventariseeren ofte executeeren, geleek mede den advocaet fiscael 
oock sonder speciael consent niet en sal mogen in schepen, schay- 
ten, jon<^en oft eenich vaertuQch, vrQe lieden oft vrembdelinghen 
toebehoorende , dan in sulcke saecken van dewelcke de kennisse den 



Digitized by 



Google 



74 

achtbaren dagelyoxschen Raedt ter eerster instante sonde mogen 
competeeren. 

9. 

Maer wel sal den baillin vermogen in absentia ftsci favore jnstitiae 
et in flagranti delicto, daer het vertoeven periculenx is, te appre- 
hendeeren , arresteeren alle persoonen ende goederen geen uljtgeson- 
dert, binnen sjrne jurisdictie, mits conditie nochtans bij sooverre sij 
suppoosten sijn ende de goederen in prejuditie van den heer uyt- 
gevoert ofte versteecken souden werden, van die aen den Advocaet 
Fiscael over te leveren, om bij hem jegens deselve. geregeert te 
werden naer behooren, gelyck mede den advocaet fiscael in absentie 
van den baillin reciprocquelyck in saecken den raedt noch hem niet 
toucheerende , in alle plaetsen sal vermogen ende gehouden syn 
te doen. 

• 10. 

Alle frauden ende verswijginge van convoyen, licenten, tollen der 
incomende ende uijtgaende goederen ende wat voirders daeraff de- 
pendeert, daervan sullen de breucken den Advocaet Fiscael aan- 
comen ende den bailliu daertegen sal genieten de boeten van alle 
accijnsen, pachten ende voorts van alle andere impositien binnen 
t' ressort deser stede ende den platten lande by den Heer ingestelt, 
mede dat den bailliu sal gehouden wesen sijn recht daervan voor 
den Achtbaren dagelycxschen Raedt te voirderen, als sijnde saecken 
de domeynen ende finantien van den Heer betreffende. 

11. 

üyt de boeten van der Chinesen hooftbriefkens sullen de gemelte 
Fiscael ende Bailliuw neffens alsulcke officieren meer als bij den 
Edelen Heer Generael daertoe speciaelijck mochten geadmitteert wor- 
den, genieten de twee derde parten, blijvende 't resteerende derde 
part voor den Heer. 

MAKIXBE VAN PBOCBDXSREN IK ORIIIINELX SAEGKSK. 

Alsoo in alle staten onder den inwoonderen ende andere veeltijts 
criminele verschillen ontstaen, die onder particuliere niet anders als 
met veel schandaleuse injurien ende opprobrien plegen afhandelt 



Digitized by 



Google 



75 

te worden y soo ifl't; dat w§ omme snlcx te verhoeden, gemerckt oock 
den Heer in soodanige saecken aityt geintere«8eert blijft, gediepo- 
neert hebben als volcht, te weten : 



In criminele verschillen sal ydereen vermogen aenclager te wesen , 
maer opdat de saecke met meerder aansien geinstitueert ende ver- 
volcht worde, sal den Advocaet Fiscael ofte Bailliu bij blijckende 
delicten ofte stercke presumptien hem in de saecke mede voegen, 
ende die ten nyteijnde dednceeren. 

2. 

Iedereen criminelyok aengesproocken wesende, sal vermogen syn 
saecke door eenen procnrenr te verantwoorden, mits nochthans dat 
neffens den procureur den principalen selfis ('t sij die in apprehentie 
sg ofte niet) telckens ten dage dienende synen persoon in rechte sal 
moeten presenteeren. 

3. 

Den accusatenr ofte aenclager sal van alle prenven ende bewijsen 
geinstmeert moeten verschgnen, syn saecke bij eijsch, antwoord, 
replycque ende dnplycqne moeten bedingen, ten eijnde door lange 
duijstere ende twijffelachtige proceduyren den verweerder in aensien, 
eere ende middelen geen interest en lijde ofte in droevige hechte- 
nisse come te vergaen. 

4. 

Den aenclager bij gebrek van claer bewQs oft;e bekentenisse van 
de geaccnseerde , sal tot supplement van preuve , niet vermogen te 
eijsschen torture als op aendringende ende als infaillible presump- 
tien , twelck hem bij den rechter nae gelegentbeflt van saecke» toe- 
gestaen ofte affgeslagen worden sal. 

5. 

De maniere van pijnighen sal by den rechter staen om die langh ^ 
cort, licht oft swaer te maecken na syn goetduncken, ende sal de 
torture altflt moeten geschieden ten overstaen van twee Gecommit- 
teerde Raden, metten Secretaris, die alles distinctelQck aenteyc- 
keoen salL « 



Digitized by 



Google 



76 

6. 

Ende en sal het tcnrtnreeren niet meer als eens mogen geschieden y 
ten waere op nieuwe inditien, in welcken gevalle snlcx alsdan van 
den rechter de novo versocht ende toegestaen moet wesen. 



Ende omme te verhoeden langdnerige litispendentie in crimineele 
saecken, mitsgaders alle dedactien van proces in proces, die by 
wege van appel souden mogen gepractiseert werden, is geordonneert 
dat niemant crimineiyck aengesproocken, overwonnen ende gecon- 
demneert sgnde , sal vermogen te appelleeren , tsy van interlocutoire 
ofte diffinitive sententien, die ter contraire (na voorgaande approbatie) 
ter executie sullen geleyt worden. 

8. 

Welcke senientien, alsoo meestendeel den Igve oft leven aengaen, 
opdat die te aenzienlycker mogen geexecuteert worden, mitsgaders 
geen schandale ofte opspraecke onder den volcke en verwecken, sal 
tot een perpetneel executeur van dier een Christen swart verordon- 
neert werden, die met behulp van een ander tot hem, alle soodanige 
vonnissen uytvoeren salL 

VAN ABBBBTEN. 
1. 

In den eersten en sullen geen arresten mogen gedaen werden op 
ymants persoon ofte goet, tensij met consente van den fiailliu deser 
stede ofte president van schepenen, ten ware sulcx geschiede bg 
hooger last ende consent, in saecken de Hooge Overicheijt aengaende 
oft die geen uytstel lyden conden. 



Een suppoost vant casteel tsij soldaet , bootsgesel ofl;e andere 
Compagnies dienaer, en sal noch in persoone, noch in wapenen, 
ofte yet sulcx, daer hij mede dient, niet mogen gearresteert wor- 
den , alsoo den Heer aen sijnen dienst gelegen sy , ende en sal in 
sulcken gevalle een crediteur in tyts moeten op sQn ende soodanige 



Digitized by 



Google 



11 

debitenr voor synen competenten rechter moeten betrecken, sonder 
dat f arrest op synen persoon , reeckeninge oft verdiende gagie ge- 
daan eenige jnresdictie fundeeren sall. 

3. 

Oeen Nederlandts oft geenich ander inwoonder van wat natie hij 
sijy onder 't vaendel van de bnrgerlycke wacht sorteerende, gelyck 
mede geene mwoonderen sonder exeptie in dese stadt ofte ten platten 
lande gehn^st ende gehooft sgnde^ sullen in haere persoenen ofte 
goederen arestabel syn, ten ware suspect de inga waren ende snlcz 
bg apparentien coste bewesen worden. 



Twee vrembde uyt de jurisdictie onder den Staet der Vereenichde 
Nederlanden in Indien sorteerende, sullende d'een d'ander alhier 
niet vermogen te arresteeren, ten ware het verschil ofte schuit om 
welcke 't arrest geschieden soude, alhier ontstaen ende gemaeckt 
ware, maer sullen maelcanderen voor hunne competente rechters 
moeten betrecken, doch sullen den anderen in saecke van loopende 
schulden, wel vermoghen t'arresteeren,. twee vrembdelinghen van 
verscheyden jurisdictien als boven, sonder behoeven regard te ne- 
men oft de schuit in questie hier oft elders gemaeckt sij. 

5. 

Alle vrembdelingen (uytgesondert die in ambassade oft eenige 
publycque commissie tot ons comen) sullen in lijff ofte goet mogen 
gearresteert worden. 



Alle gedane arresten sullen op suffisante bnrgerlycke cautie ont- 
slagen ende geeslargeert worden, ten ware ymant gearresteert ware 
pro judicato solvendo. 



Eenich arrest gedaen wesende op ymants persoon ofte goederen 
sal den arrestant tselvrige binnen drie dagen den rechter moeten 
aenclagen om de uijtwinninghe desselfb te bevoirderen, op pene 
van nulliteit van den geseijden arrest ende dat den gearresteerden 

Digitized by VjOOQ IC 



78 

syn goederen sal mogen versenden ofte oock selfiis vertrecken, mits- 
gaders syn geleden schade op den arrestant verhaelen. 

8. 

Doch soo den gearresteerde corter expeditie begeerde ende niet 
geraden wordt soo lange te vertoeven, soo sal hij vermogen den 
arrestant in rechte te betrecken om te verstaen redenen van arreste 
bij forme van eijsch. 

9. 

Ingevalle eenich borger, sich selven voor een vreempt persoon 
borge stelt, mits beloovende 't gewijsde voor de gearresteerde te 
voldoen ende den vreemde op soodanigen borchtochte ontslaegen 
wert , sall alsalcken poorter voor 't gewijsde aengesproocken wesende , 
sich niet mogen behelpen met sijn borgerrecht. 

10. 

Ingevalle yemant tsy burger, inwoonder oft vreemdelingh gearres- 
teert ware ende men by apparentien bevondt dat niettegenstaende 
't arrest lichtelijck sonde comen te vertrecken, sal in snlcken ge- 
valle den arrestant om sijn schade voor te comen van den gearres- 
teerde vermogen borge te eijsschen voor't naercomen van den arreste 
ofte by weygeringh van dien, denselffden met consent van den officier 
te doen ghijselen , ende bij sooverre ymantt boven arreste quame te 
vertrecken, sal voor syn arrest braecke verbeuren vljftich realen 
van achten. 

VAK EEN DESOLATEK BOEDEL. 

De dagelijcxsche ervarentheijt leert ons , dat in alle staten ende 
republycquen , bij versterven ofte faillieeren van personen derselffder 
boedels ofte om de veelheijt der schulden, van hare erffgenamen 
onaengetast, van hun selffs verlaten ende geabandonneert worden, 
waerinne wij (omme alle conftisie ende ft'aude voor te comen ^ ten 
eynde yedereen aen syn gerechticheijt come te geraecken) willende 
als in alle andere saecken ordre stellen, dienaengaende gedisponeert 
hebben , als volcht : 

1. 

Eerstelijck ingevalle ymant onser ondersaten ende borgeren b^ 

Digitized by VjOOQ IC 



79 

tegenspoet in coophandel^ verlies ter zee ofte andere ongeval^ in- 
solvent qoame te worden , ofte hy versterven eenen desolaten boedel 
achterliete, sal snlcx bij de gemene crediteuren , den baillia ende 
gerechte aengedient worden, opdat bij deselffde alsulcken goederen 
als by den insolventen, overledene ofte syne erffgenamen naerge- 
laten, desert gebleven ofte metten voet gestooten sijn, in bewaerder 
handt genomen mogen worden. 



Ënde ten eynde alle fraaden geweert blyven, sal niemant der 
crediteuren , int bijsonder in alsulcken boedel , daervan den debiteur 
doot ofte gefailleert is, vermogen te treden, dien te aenvaerden, 
sijn selven als in fraudem aliorum te beneficeeren, ende ingevalle 
sulcx bij ymandt derselfder quame te geschieden, sal soodanige in 
alsulcken gevalle van de genooten ofte versteecken goederen restitutie 
moeten doen, als na rechten, ende daerenboven bij den rechter ge- 
mulcteert werden, naer behooren. 



Maer sullen alle de crediteurs int generael in seecker gedesi- 
gneerde plaetse gelyckelick by den anderen moeten verschijnen, om 
op soodanigen boedel ordre te beraemen ende met advys van allen 
ofte de meeste stemmen uytte geselde crediteuren twee curateuren 
off meer te verkiesen , die de administratie van den verlaten boedel 
sal bevolen worden. 



Ënde sullen soodanighe curateurs terstont naer haerlieden ver- 
kiesinghe alsulcken goederen als in den boedel sonde mogen be- 
vonden werden ter presentie van eenen secretaris ofte notaris , 
mitsgaders twee getuijghen, getrouwelijcken ende distinctelijck op- 
nemen ende behoorlijcken inventariseren. 

3. 

Sullen de voorschreven curateurs soodanigen boedel in sulcken 
forme gehouden sijn te administreeren , als sQ naer haer beste weten- 
schap ten meesten voordeele van de gemeeme crediteurs sullen be* 



Digitized by 



Google 



80 

vinden te behooren, ende als een 'goet ende oprecht vader des 
huysgesins voor syn eygen doen sonde. 

Snllen wyders letten off niets tot naedeel der andere crediteuren 
vermindert ofte vervrempt 80 , oft den overledene ofte gefailleerde 
in frandem alioram eenige syner debiteurs qnijtgescholden ofte der- 
selffder panden ontslagen heeft, twelcke ingevalle bevonden wort 
sullen de curatenrs daervan restitutie begeeren, soodanich als na 
rechten betamelgck is. 

7. 

Sullen insgelycx de goederen, bQ soodanigen boedel bevonden, 
ten meesten pro£^te van de gemene crediteurs gehouden syn te 
beneficeeren, d'uytstaende schulden te innen ende voirders alle saec- 
ken, actiën, praetentien, questien, verschillen ende processen den 
overledenen ofte gefailleerden toebehoort hebbende , soo in 't ageeren 
als exipieeren, met advys van luijden hun des verstaende uytvoeren, 
soo als sQ in hunne eygene saecken do^n souden. 

8. 

Den boedel geëffend synde, de goederen vercocht, de schulden 
geinnet, de processen volvoert, sal onder de crediteuren over de 
deuchdelijckheyt van yders actie ende dienvolgende over de prefe- 
rentie gedisputeert werden int bywesen van twee schepenen, gelyck 
mede gedisponeert sal worden over de concurrentie, soo als men 
bevinden sal te behooren. 

VAir GEPBIVILBGIBBBDB SCHVLDBK. 

Opdat de goederen van eenige debiteurs ofte desolate boedels 
vercocht ende te gelde gemaeckt, mitsgaders alle de oncosten naer 
behooren, daervan getrocken sgnde, op de distributie van de over- 
schietende penninghen tusschen de crediteuren hiemaer te minder 
dispute ofte swaricheyt mochte vallen, soo hebben wij met goet- 
vinden van onsen Rade hoochnodich geacht op de preferentie ende 
concurrentie derselfder te disponneeren in der forme als volcht: 

1. 
Eerstelyck dat na de oosten van executie op de pemtinghen van 

Digitized by VjOOQ IC 



81 

eenige vercochte landen, tuijnen, bosschen, hoijsen, vrachten / meu- 
belen, daerop staende, geprocedeert , voor allen anderen geprefereert 
snllen worden de collecten, thiende ofte vierde penninghen, ofte 
snlcken gedeelte als den Heere voor syne gerechticheyt sal compe- 
teeren, die de leste ofte voorgaende eygenaers van deselve vercochte 
goederen, noch schuldich souden mogen wesen, tsij dat deselffde by 
den secretaris, ontfanger ofte ander publycq persoon, mochten ver- 
streckt ende uytgeleyt s^n, ofte niet 



Wanneer volghen sullen de arrebeytsluyden , die aen de nodige 
ende profiijtelijcke verbeteringhe van de goederen , tsy in beslooten , 
bepaggeren , beploegen , betimmeren ofte andere diergelycke mochten 
gearrebeijt hebben, mitsgaders alle diegeene, die eenige materialen 
tsij tot verbeteringh , opbouwinge ofte reparatie van eenige hupsen , 
wooningen , beplantingen van thuijnen als andersints gelevert sullen 
hebben, die ten aensien van de gerequireerde peupeleringhe ende 
cultivatie deser landen voor de custinghbrieven , over den coop van 
de geseijde goederen ende v<^or alle andere, tsij voorgaende ofte 
naevolgende soo gehipothequeert , als personele crediteuren op de 
penningen van soodanighe huijsen, landen, thuijne etc. daer den 
arbeijt ofte leveringh aen gedaen is, procederende, sullen worden 
geprefereert , byaldien sylieden daervan besegeltheijt ofte schepen- 
kennisse hebben genomen , soo niet , dat sijliedeu in allen gevalle , 
na de bezegeltheden voor alle hantschriften ende loopende schulden 
sullen gaen , welverstaende nochthans , dat het arrebeytsloon altijts 
voor de materialen sal worden geprefereert, soo wanneer des arre- 
beyders ende leveraers actie gelijck is, anders sal besegeltheyt altijt 
voorgaen. 

3. 

Ten derden, de custinghbrieven by lesten eijgenaer over den coop 
van deselffde landen, thuijnen, bosschen, erven, huysen etc. verleent. 

4. 

Ende aengaende de meubile goederen ofte de penninghen daervan 
procedeerende , daerop sullen vooreerst geprefereert werden, Jae selfe 
mogen vindiceeren ende als haer eijgen goederen, indien sij be- 
V. 6 

Digitized by VjOOQ IC 



82 

geeren, naer hun nemen ofte de vercoopinge gedoogende, de pennin- 
ghen daervan procedeerende bij preferentie genieten ^ degene die 
deselve goederen aen den laetsten eygenaer om contant yercocht 
hebben, ende yan de belooffde cooppenninghen noch onvoldaen 8ijn 
gebleven, ofte die daenran snllen hebben wettelijck transport ende 
opdracht voor 't faillissement van den transportant gepasseert, mits 
aen den eijgenaer van de landen daerop eenige ofte getransporteerde 
beesten mochten geweijdet hebben, betalende de weijde voor al- 
snlcken tijt als die daerop geweyt sijn. 

5. 

Daema sullen volgen degeene, die ter caose van landt ofte hnys- 
haere ten achteren siJn ende deselffde meubelen 't sij bestiael, 
vruchten, huijsraedt ofte anders in ofte op hare landen ende huijsen 
etc. hebben , die oock op de meubelen sullen worden geprefereert , 
daervan den eygenaer, naer date van de gemaeckte huere aen 
jrmant transport mochte gedaen hebben , welverstaende mits dat den 
verhuurder alsulcken goederen op synen grondt sal moeten doen 
arresteeren. 



Ende voorts in de overschietende penningen soo van de landen , 
huijsen, erven, meubelen, bestiaal, vruchten ende andere goederen, 
sullen naer de voorgenoemde schulden geprefereert sijn diegeene , 
die mogens de dispositie van beschreven rechten ofte politicque or- 
donnantie ende de keuren hiernaer desnoots te maecken, eenige, tsij 
legale, conventione, expresse ofte stilswygende hypotheque., is com- 
peteerende, nae de ordre daerin bij de voorseyde rechten ende 
politicque ordonnantie gestatueert. 



Welverstaende , dat altijt de jonger speciale hypotheque in confor^ 
miteijt van de voors. politicque ordonnantie sal gaen voor ouder 
generale. 

8. 

Ende dat geen schriften, contracten, schepenkennissen ; notariale 
acten, vonnissen, overleveringhen van rentebrie ven ofte acten van 



Digitized by 



Google 



83 

verbintenissen eenige preferentie sullen geven , ofte eenige renten 
ofte inmeubile goederen mogen aflfecteeren , tensy deselve voor sche- 
penen daer de goederen gelegen sijn verleent , gepïisseert ofte aldaer 
bij den constituant waren gerenvoieert, bekendt gemaeckt ende op 
de stadts ofte plaets boecken geregistreert. 



Nae de geprefereerde sullen de overschietende penningen onder 
de concurrenten gedeijlt ende gedistribueert worden , pennighs , ponts , 
gelijcke , mits dat onder deselfde nochtans oock sal werden gehouden 
d'ordre van alle geprivilegieerde schulden , als van dootschulden , arre- 
beijtsloouy geleverde materialen ende andere diergelijcke , denwelcken 
na rechten eenige privilegie sonder hypotheque is competeerende , 
ende die geen expresse hypotheque ofte verbintenisse voor haer 
t'achterheijt , als voren geseijt is, en hebben genomen. 

10. 

Ten welcken eijude de goederen voors. in der maniere als boven 
geseijt is, geexecuteert ende vercocht sijnde, alle crediteuren van 
eenigen desolaten boedel, ofte andere persoenen, derwelcker goe- 
deren by executie vercocht werden, daervan d'eygenaers fugityff 
sijn ofte latiteeren, by aflfixie van billietten, twee Sondagen te vooren 
aen te slaen , geciteert ende gedachvaert sullen worden omme tegens 
seeckeren geprefigeerden dach daemaer te compareeren ende aldaer 
te disputeeren op de preferentie ende concurentie in de penninghen 
van de vercochte goederen geprocedeeii;. 

11. 

Ende tegens de noncomparanten , als geseyt is, deffault verleent 
sijnde, sullen voorts de penningen op den eysch van de comparan- 
ten gedisponneert synde , onder de geselde presenten verdeylt wor- 
den, volgens ende in conformiteljt van de sententie, die daervan 
bij schepenen van der plaetsen gegeven sal werden. 

12. 

Dat de lichters van soodanighe penningen voor de lichtinghe der- 
selver gehouden sullen wesen te stellen cautie, subject den ge« 

Digitized by VjOOQ IC 



84 

rechte der plaetse, indien namaels ymant mochte comen beter recht 
ofte actie hebbende. 

12. 

Ende ingevalle namaels ymant qname verthoonende ouder ende 
beter bescheijt, als degene die ofte by concnrentie ofte by prefe- 
rentie eenige penningen souden mogen gelicht hebben, ende dat hg 
eenige wettige ende aennemelycke redenen wiste te allegeren, waer- 
omme hy hem ten gestelden dage om op de preferentie ende con- 
currentie te disputeeren y voor schepenen niet en hadde laten vinden , 
sal in sulcken gevalle gehouden wesen alle concurrenten ende jongste 
ofte minder geprefereerde ter concurrentie van sijne somme te doen 
roepen, omme de gelichte penningen wederomme te brengen, sonder 
dat bij insolventie van eenige lichters, de solventen beswaert ofte 
meer als hun aendeel gehouden sullen syn uyt te keeren, maer sal 
die schade comen ten lasten van dengeenen die versuf mpt sal hebben 
den gestelden dach van compareringhe waer te nemen. < 



Xn. Resolutie van Gouvemeur-Gleneraal en Rade van 
Indie, waarbij de „landen en thuynen voor desen 
by forme van leen uytgegeven, van voors. servi- 
tuten en beswaemissen geëximeerd en ontlast 
worden, mitsgaders deselve voor vrge eygen allo- 
diale en patrimoniale goederen gereputeerd wor- 
den en men deselve voortaen doneren sal.'' 



Maendach, 1^'> Februari) A*. 1627. 

Naedat by ordre van d'Ed. H'. Generael door den E. Pieter Vlack, 
raedt van India , aU zijne Ed*« gecommitteerde op den 23«» January 
pas^ aen den ordinary raedt van Justitie deses casteels collegialiter 
vergadert synde, namentlyck: 



1. Het plakkaat betreffende de slaven doelen wy niet mede, aU voor ons doel 
van minder belang. 



Digitized by 



Google 



85 

Jan vaB der Bnrch, 

Adriaen, Anthemiisz. , 

B. Cnnst, 

Diedlof Specht j 

Daniel de Bncqnoy, 

Isaack Havart, 

Jacob Schram; voorgehouden ende in deliberatie 
gegeven was, 't naervolgende poinct, raeckende de voordemisse ende 
welfltandt deser repnblycke van Batavia, te weten: Alsoo voor desen 
onder titel ende forme van leen aen verscheyden borgers ende inge- 
setenen deser stede, seeckere thuynen ende perceelen landts, soo 
nu ende dan pytgedeelt syn geweest, welcke volgens de conditien 
in de leenbrieven gestipoleert , behalve eenige speciale servituyten, 
oock in cas van gelicentieerde alienatie tolckens subject bleven aen 
den Heer te betalen de gerechte vierde part van de prijs ende 
aestimatie der vercochte percelen endé thuynen, om welcke oorsaecke 
soo 't schgnt ende de dagelycksche ervaringe selfs oock aenwljst, de 
eygenaers ende possesseurs derselver niet alleenlyck in gebrecke blij- 
ven de culture ende aenplantinge van dien naer behooren niet te 
voorderen ende deselve met eenige expensen te melioreren; maer 
dat sommige selfs hare plaetsen abandonneren ende wederom laten 
verwilderen, oorsaecke de possesseurs haer ontsien eenigen byson- 
deren arbeydt ofte oncosten te doen tot melioratie van hare landen 
ende thuynen, siende dat sy de gewenschte effecten van haren 
arbeydt noch de verhoopte vruchten van hare expensen, die sy in 't 
begraven, beslooten, beplanten, betimmeren ende andersints tot ver;: 
beteringhe van dien dragen mosten, niet souden connen genieten, 
ingevalle telckens in cas van alienatie gehouden souden blijven de 
gerechte vierde part van de vercochte erven en thuynen aen den 
heer te betalen, alsoo de nootlycke oncosten, welcke aen de landen 
ende thuynen gedaen moeten werden, vooralsnoch d'aestimatie van 
de gronden selfs verre te boven gaen, waerdoor d'eygenaers mette 
provenuen tegens haren arbeydt ende verschotten vooreerst nergens 
nae gesoulageert nochte gerecompenseert connen werden; maer ter 
contrarie in groote beswaemisse blijven steecken ende soo wanneer 
haer dan by eenich vercoop van de leenen begeerden te ontlasten 
door de beswaemis van den vierden penning geschapen staet in 



Digitized by 



Google 



86 

groote schade te yervallen, behalve dat den hatelycken naam van 
leenen selfs, als synde sooveel servituten ende beswaemissen onder- 
worpen, de borgerije afkeerich maeckt eenige plaetsen onder alsnlc- 
ken titel te versoeken, laten staan te besitten, waerdoor by compt 
dat de culture der landen niet naer behooren gevordert werdt, ende 
de verwilderde landen tot groote verachteringe, schade ende prae- 
juditie van den Staet van Batavia woest ende ongeeygent blijven 
leggen, of het om voor verhaelde redenen niet raedsamer ware 
omme de possesseurs van eenige leenlanden ofte thuynen van de 
voors. scrupulen te ontlasten, gelyck mede om de culture ende aen- 
plantinge in 't aenstaende meer ende meer te voorderen, dat men 
alle thuynen ende landen, onder den titel ende by forme van leen 
voor desen uytgegeven van de voors. servituten en beswaemissen 
eximeerde ende deselve stelde in staet als vrije eygen patrimoniale 
ende allodiale landen, van welcke volcomen eygendom ende des- 
selfs dispositie onder eenige ordinare recognitie van 's Heeren ge- 
rechtigheyt by de possesseurs zy; waerop de gemelte raedt, naer 
rype deliberatie ende behoorlyck debat van saecken, haer advys 
in naevolgende maniere gegeven heeft, te weten: dat men in dese 
tedere ende opcomende republycke den odieusen naem van leenen 
in soo cleyne parceelen als tot noch toe uytgegeven syn, niet en be- 
hoorde te gebruycken ende dat de beswaemisse wegen de betalinge 
van den 4«" penning der vercochte landen aen den heer alsmede 
d'andere servituten, de culture ende aenplantinge grootelyckx ver- 
achteren, weshalve men de voors. landen, hoven ende thuynen soo 
binnen als buyten 't ressort deser stede gelegen, tot noch toe uyt- 
gegeven ende naermaels noch uyt te geven van voors. beswaemisse 
behoorde t'ontlasten ende deselve te reputeren als vrij eygen ende 
allodiael goet, die in cas van alienatie met den thienden penning 
van den vercoop, als synde 's Heeren gerechticheyt gelyck alle 
andere uytgegeven huyserven deser stede behoorden te bestaen ende 
alleen subject te blijven aen den Heer de thienden van de jaerlyck- 
sche vmchten op de landen ende thuynen vallende te betalen, son- 
der eenige andere erkentenisse ofte voordere belastingen onderwor- 
pen te zijn. 

Welcke voors. advysen van de ordinaren raedt van Justitie voorn, 
aen den Ed. H% Generael geexhibeert ende overgebracht synde, werdt 



Digitized by 



Google 



87 

Toors. poinct by syne Ed. alsnu geresmneert en de praesente raden 
van Indien mede vooi^gestelt, omme soodanige conclusie ende arrest 
daerover genomen te werden als de meeste stichtinge, welstandt 
ende progres deser republycke sonde mogen vereyschen. 

Waerop naer revisie ende seriense overweging gemelter advysen 
met eenparige stemmen goedt gevonden ende gearresteert is, omme 
de borgerye ende goede ingesetenen deser stede tot de cnlture ende 
aenplantinge van de onbebouwde ende woest leggende landen in 't 
aenstaende des te meer t'animeren ende deselve in d'expensen, 
welcke tot melioratie ende haveninge van dien noodich te suppor- 
teeren hebben, eenichsins te subleveren, gelyck mede den odieusen 
titel selfs van leenen nyt de gedachtenissen ende servituten d'eenige 
oorsaeck soo 't schijnt van de groote verachteringe in 't havenen, 
bebouwen , beplanten als andersints van de ongehavende ende wilde 
bosschen ende landen tot noch toe ontstaen, dat men alle tuynen 
ende landen onder den titel ende by forme van leen, voor desen 
uytgegeven ende naer desen noch uyt te geven, van voors. beswaer- 
nissen ende servituten eximeren ende ontlasten, gelyck mede deselve 
voor vrye, eygen, patrimoniale ende allodiale goederen reputeren 
ende doneren sal , mits dat deselve subject sullen blyven d'erkente- 
nisse van thienden der vruchten ende gewassen ende voorts in cas 
van veralienatie den lO"*" penniug van den vercoop. 

Voerders etc 

Actum in 't casteel Batavia, datum ut supra. 

P. de Carpentier, Jacques Specx, P'. Vlack, 
P^ van Duynen, Antonio van Diemen, 
Jacob van Dooreslaer, secrt*. 



Digitized by 



Google 



88 

XlUy De Gonverneur-Generaal Pieter de Carpentier en 
Rade van Indie aan de Bewindhebbers der gener. 
O. I. Comp. (Heeren XVII). 



Batavia, 27 Jannary, 1625. 



Verleeden soomer is den Mattaram met alle syne macht (dos in 
1624) nae gesecht wordt 160 doisend man sterk, te water en te 
lande nae Madura ende Sonrabaya opgetrocken, 't heele eylandt 
Madnra (daer omtrent 50000 weerbare mannen op waren , na 't seg- 
gen van de Javanen) heeft hy ingenomen. Ses dnysent ghemeen 
volck, de veltoverste ende veel andre groote meesters van des Mat- 
tarams syde synder gebleven, ende soo een van de machtichste 
coninxkens op Madura de syne niet aff ende den Mattaram toege- 
vallen hadde, sonde het vry wat camperlyck (sic) gestaen hebben. 

Sonrabaya heeft het uytgehonden, veeier opinie is, dat hy het 
toecomende soomer emporteeren saL Resteert dan aen de oostcant van 
Java niet meer als die van 6iry ende Balambangam te conqnes- 
teren. Eenige meenen , nadat het om d'oost van Java beslecht wert , 
dat het dan op Baly wel gelden mocht. 

In 't hoff van de Mattaram was mompelingh van Bantham, van 
Batavia wert geen vermaen gedaen off omdat geen cans daeraen 
sien off om ons t'abnseren. Soo men om des rys wille ende de 
trafl^cqne nyt des Mattarams landt syne vyantschap nyetwat myden 
most, sonde het onses oordeels niet qualyck gepast hebben, dat 
men Madura ende Sorabaya had mogen in staedt mainteneren, om 
hem daarmede wat in balance ende ommesicht gehouden te hebben, 
want soo machtigen ende toenemende nabuer vry wat suspect is. 

Wat Bantham belanght, daer en sal by onses bedunckens, sonder 
alvooren onse bewilliginghe te hebben, niet nae staen, want te 
lande derwarts te trecken, comt seer ongelegen, ende te water soude 
hy hem, sonder van ons wel verseeckert te wesen, jae sonder onse 
assistentie niet wel derven vertrouwen. De tommagon Bouraxa heeft 
ons voorleden jaer eens van Bantham getoetst, gelyck wy U Ed. 



Digitized by 



Google 



89 

doenmael8 geschreven hebben, olft gebenrde (dat) wy nae desen in 
ernst d&erom aengesocht wierden, wenschten wy wel üEd. goeden 
raet ende ordre, hoe ons daerin gedraegen snllen, in cas dat Ban- 
tham met ons noch niet verdraegen waere en tot geen redelQck ver- 
drach verstaen wilde 

Mits alle 't vaertnygh van des Matarams strant 't voorleden jaer 
meest tot den oorlogh geemploijeert is geweest, hebben wy hier tot 
in Angnsty toe weynich toevoer van ryst becomen, waerover wy ons 
800 benauwt vonden, dat wy genootsaect syn geweest op verscheyden 
tyden schepen nae Tegal, Damack, Kendael ende Japara om rys 
te zenden, waermede ter nauwemoodt bequamen drie hondert vyf- 
tien last en dat wel dier, van 30 tot 50 Realen 't last, met hant- 
vulling aen eenige grooten, alsoo daertoe verbodt was, datter geen 
rys uytgevoert mocht worden. Om niet both verlegen te vallen, 
vonden wy goet een gesanth met een vereeringhe van een Arabisch 
paert als andersints aen den Mattaram te zenden, alsoo men ons te 
verstaen gaff dat hy verwondert was , waerom wy aen hem niet en 
scmden gelycq 't jaer te vooren, een heusche vermaninge van gepre- 
tendeerde obligatie. T'is een cleene saecke soo hy daermede te 
paeyen slj dat men daerin continueere tot dat beter op ons voor- 
deel staen, ondertusschen mogen ons daer niet op ,vertrouwen; maer 
wy hoopen de saecken soo te schicken, dat wy alleen aen den Mat- 
tarams goeden wille niet en dependeeren voor sooveel den rys 
belanght. In Augusty passato souden wy onsen ghesant met het 
geschenck aan Syne Majt., deden hem begroeten ende geluck wen- 
schen met syne nieuwe conquesteu, mitsgaders onsen dienst ende 
continuatie van vrientschap aenbieden. 

De besendingh was hem ten hoogsten aengenaem, wat hy in syn 
lant hadde, was t'onseu besten, hy excuseerde hem, dat den oorlogh 
oorsaecke was, (dat) weynich praauwen van zyn ondersaeten op Batavia 
geweest waren, soo haest die inquaemen soude deselve met rys en 
alderhande provisien derwaerts senden, drie inconvenienten seyde hy 
dat den rys in syn landt dat jaer overcomen waren , namentlyck de- 
sen swaeren oorloghe, die extraordinaris veel na hem gesleept hadde , 
item verachteringe in den landbouw ende eyndelinghe (gelyck het 
waerheyt is) 't quaelycq 'geslaechde gewas, door gebreck van reegen. 



Digitized by 



Google 



90 

Hy versocht voorts, dat wy Sorrobaya niet wilden assisteeren, 
dat oock geen schepen om te handelen derrewaerts souden senden, 
alsoo die van Sorrobaya syne vyanden waeren, hadden wy yets van 
doen, dat conden wy in syn landt, dwelck voor ons openstont, 
bet^r coop als in Sorrobaya becomen. 

Nae dese besendinge ende wedercompste van 't vaertnygh van 
den Madureschen tocht syn hier ettelycke prauwen met rys ende 
andere provisien gecomen , doch weynich nae onsen eysch aenge- 
bracht — 't heele voorleden jaer , syn hier tot Batavia met pranwen 
uyt des Mattarams landt niet meer in aUes gecomen , als 655 lasten 
rys, hiertoe hebben wy selflfs van Java met onse schepen gehaelt 
385 ksten, 't samen 1040 lasten, dat is alles wat wy van Java 
becomen hebben , Bantham heeft nae onse gissinge vier a vyfT hon- 
dert last getrocken. Nae Malacca , oonnen niet vernemen , dat van 
Java eenigen rys versonden zy 

Dese slappe toevoer nyt des Mattarams lant, waerin voor als noch 
Batavia's leven meest bestaet, heeft slappe neeringhe ende groot 
claegen onder de bnrgers gecanseert , hoewel het noch redelyck 
ende beter affgeloopen is als 't hem wel heeft lat^n aansien. Niet- 
tegenstaende desen slechten tyt, soo hebben d'ordinarii incompsten 
van Batavia 't sedert January 1624 tot January 1625 opgebracht, 
gelyck ÜEd. per d'ontfangen boecken sien mogen: Realen 80715 }• 

Om in toecomende wat beter op ons voordeel te geraecken ende 
in soo grooten rysnoot niet meer te vervallen, syn vast doende, ons 
eygen landt met de slaven te bebouwen. De Chineesen hebben wy 
mede daertoe geanimeert en aen alle die haer tot rystplanten willen 
begeven, vrij hooftgelt toegeseyt, voor sooveel maenden als den 
bouw sal dueren , daer beneifens t'eerste gewas vry van tiende. Tot 
veertich persoonen hebben de conditie geaccepteert en 't rysplanten 
by der handt genomen, wy hoopen datter eerlange meer toecomen 
sullen. 

De slappe neringe en daerby de groote dierte in den rys heeft 
vry wat claegens gecanseert, veele niet begrypende waer het van 
daen compt, datter soo cleenen scheut" in den handel geweest zy, 
neemen oorsaecke om de tollen ende impositien te taxeeren even 
off die den burger onder hielden ende de vreempde traflyquanten 
diverteerden. Deze dachten souden niet eens gedacht syn geweest 



Digitized by 



Google 



91 

800 hier 't voorleeden jaer uyt des Mattarams landt maer dnysent 
A vyftien hondert lasten rys meer, gelyck in voortyden aengebracht 
waren, die ongetwyfelt souden gevolcht hebben, soo den oorloghe 
en 't mislncte gewas geen obstakel gegeven hadde 

Sedert May 1623 , dat wy de stadt Batavia begonden uyt te leg- 
ende met een aerde wal te besluyten Tgelyck in onse voorgaende ge- 
adviseert is) syn by liberale inwilliginge van de Nederlantsche , 
Ghineesche en Jappansche burgerye deser stede, tot op desen dach 
toe gecoUecteert, twee en tseventich duysent ses honderd guldens. 

Waerinne de chineesche burgerye gecontribueert heeft f 60700 

Item de Nederlantsche Burgerye - 10300 

Item de Japansche natie - 1600 

Item resteert noch aen de geconsipieerde collecte te 

innen omtrent - 5000 

S* . . ƒ 77600 

Met welcke penningen d'oostsyde van de stadt, beginnende van 
de rivier aff tot bycans aen 't plain van 't fort, synde ruym drie 
hondert roeden, met een aerden wal en gracht beslooten is, cos- 
tende tsamen aen arbeytsloon f 67700 

Item twee steene reduyten in de bolle wercken van voorsz. 
wal in calcq en steen opgetrocken - 10800 

Item voor de stadts poorte ende een brugge over de 
stadts gracht - 2300 

Item voor 't graeven van burghwallen tot ophooging en 
gerieff van de stadt ..•..- 11600 

Item voor 't ophoogen van verscheyden straten ... - 3200 

ƒ95600 

Alle welcke wercken 18000 gids. meer bedraegen als de gecon- 
sipieerde collecten uytbrengen, die de burgerye versocht heeft tot 
op een beteren tydt verschooten mochten werden, wy hebben goet- 
gevonden sulcx t'avoyeren en 't surplus uyt d'ordinarij incompsten 
soolange te verschieten, hoopende dat U£d. tselve niet quaelyck 
nemen sullen. 

Hiermede is de stad in redelycke deffentie ende voor d'ingesetenen 



Digitized by 



Google 



92 

ongelyck geriefelycker als te vooren, soodat wy voortaen ophouden 
sullen den burger met eenige nieuwe wercken meer moeyelyck te 
vallen 

Om de gemeente noch in meerder leven f onderhouden, mede 
omdat het een noodich werek was, hebben wy een schoole in de 
stadt gerecht, daer de Nederlantsche en de Javaansche jeucht in de 
fondamenten van de Christelycke religie geinstrueert, in alle goede 
zeeden opgetrocken ende alsoo tot bequame instrumenten van de Re- 
publicq gefatsonneert mochten worden, ende om sulck een werck buyten 
sonderlinge beswaringe van de Comp' te doen, mitsgaders tot soulaas 
van den burger, hebben wy een lothery tot desen eynde doen op- 
rechten, die ongeveer sooveel rendeeren sal als dit gebouw sal co- 
men te costen , synde 't meerendeel van desen inlegh by Comp' die- 
naers, soo hier van landt, als van de schepen ende van andere 
quartieren gefoumeert, eenige burgers die van vermogen syn, hebben 
daermede van haeren overvloet wat toe geteykent. 'T gemelte ge- 
bouw is ses en dertigh vadem langh en vyff vadem wyt, van twee 
verdiepingen met een solder in calck en steen opgetrocken, sal 
omtrent 20 duisend gids. comen te costen. T'en sal niet alleen tot 
een schoole van knechtgens , maer oock tot een vrouwenhoff dienen , 
daer de meyskens onder 't gouvernement van bequame maitressen , 
schickkelyck opgetrocken ende in allerhande feminine handtwercken 
gestileerd sullen worden, synde naest de kerck een van de aller- 
noodichste ende dienstichste wercken, die men in Batavia soude 
mogen voornemen. 

Noch hebben wy uyt de donatien (tot een kerckelyck gebouwvan 
langerhandt versamelt) een kerckhoff begrepen ende een propere provi- 
sionele kerck daerop gerecht, alsoo t'oude huys, daer men duslange 
den dienst in gedaen heeft, voor d'aenwassende gemeente veel te 
cleen viel. In somma wy hebben alle middelen aengewent, om met 
verbeteringhe van de stadt ende met de minste beswaringh van de 
Comp", geduerende desen slappen tydt, d'onvermogende ghemeente 
in gestadich werck ende de burgerye in 't generael in ommeslagh 
ende leven te houden. 

'tVerleeden drooge Mouson, heeft den brandt tot twee reysen, 
de stadt dapper getreft, veel rieden huy^en weghgenomen, de burgers 
wat ten achteren gestelt ende nochtans, door den nieuwen aenbouw, 



Digitized by 



Google 



93 

almede wat leven gecanseert, invoegen dat Batavia verscheyden 
t^enspoeden in syn progres 't voorleeden jaer uytgestaen heeft. 

'Tghetal van d'ingesetenen is noch al goelyck in eenen staedt 
aLs tjaer te vooren, daervan wy UEd. doenmaels de beschryvinge 
gesonden hebben. 

IVaenteelinge van Nederlandsche kinderen gaet wel toe, 't schynt 
de procreatie wat vigoureuser ende bestendiger wil wesen, als met 
den eersten; doch daer is noch weynigh van te zeggen. 

Wat de Christen gemeente in Batavia belangt, die neempt dagelycx 
meer ende meer toe, op d'aencompste van de predicanten met de 
schepen Gouda ende HoUandia hebben wy alhier eene solempneele 
vergaderinge doen beleggen, van alle de presente kerckendienaren 
ende kerckelycke persoenen omme, ten overwesen van onse gedepu- 
teerden, den jeghenwoordigen standt onser Kercken in Indien t'exami- 
neeren, alle ingecropen abuisen te redresseren ende een provisionele 
ordre naer't gebruick der gereformeerde Kercken in Nederlandt, 
mitsgaders nae de gelegentheyt en den eysch deser landen te be- 
ramen , waemae haer alle Kercken onder des Comp', gebieth in Indien 
sorterende, voortaen sullen hebben te reguleeren. Wat in dese ver- 
gaderinge verhandelt is, daervan gaet hier nevens extract uyt het 
kerckboek, waeraen ons gedraegen. 

Met Bantam staen wy noch in eenen graed als voor desen, sy 
laeten ons met vreeden ende wy houden haer reede na ouder gewoonte 
beseth 

In Martio lestleeden wiert ons door eenige geaposteerde van 
Bantam groote hoope tot verdragh gegeven, ende hardt aenghehouden, 
dat wy maer een gesanth aen den Pangoran senden wilden, men 
verseeckerde ons van admissie, audiëntie ende goet bescheyt; omdat 
niet schynen soude . wy uyt eygen capritie eenige occasie mochten 
overslaen, hoewel wy weynich vertrouwen daerop stelden, wierd 
niettemin by den raedt van deffentie goet ghevonden, dat men eenige 
van wedersyden uit beyder namen (i. e. uit naam der Engelschen en 
der Nederlanders) met een proper geschenk naer Bantam committeren 

soude Maer dese besending is mede 

gelyck alle de voorgaende vruchteloos afgeloopen, sonder dat de 
gesanten eens tot entrance in Bantam, wy laten staen tot audiëntie 



Digitized by 



Google 



94 

geadmitteert wierden 

Eenigen syn van gevoelen, dat hy noch liever des Mattarams 
Byde als d'onse verkiesen sal , eensdeels omdat hy twyfelt off wy hem 
tegen den Mattaram sonden derven assisteeran en beschermen connen, 
mede van wegen d'onversoenlycke religions haet, die hy tegen de 
Christenheyt in 't generael, gelyck mede de verbitterheyt, die hy 
tegens de Nederlanders ende den fiatavischen staet in 't bysonder 
is dragende; t'is te gelooven dat de vreese van den Mattaram hem 
wel meest bewegen mocht, waer dat hy evenwel religions en staets 
haet tot een deckmantel van syne ingenomene vreese voor den Mattaram 
gebmycken sal. Eenige goede bekenden van Cheribon hebben ons 
voor wisse tydingh in 't secreet aengedient, dat Bantam binnen twee 
off drie maenden ten langsten, sich onder des Mattarams obedientie 
sal begeven oft dat de Mattaram hem den oorlogh sal aendoen. Den 
Coningh van Cheribon ende den Tommagon van Tegal, die maegh- 
schap met Bantam syn, arbeyden seer om Bantham tot goetwillige 
obedientie te bewegen. 

Dat Bantham den Mataram groot ontsach toedraecht, is nu onlangs 
gebleeken, aen seeckeren Coningh, die met syn hofgesin ende mobile 
schat van Madora tot Bantham gevlucht ende van den Pangeran 
vrientlyck ingenomen was, welcken gevluchten Coningh naderhant 
van den Mattaram gheëyst ende een expres gesandt daerom gesonden 
synde, de pangeran van Bantam sonder eenig dilay datelyck met 
schat en al in handen van syn dootvyandt overgelevert heeft, die 
corts daemae met noch verscheyden andere gevangene Coningen ende 
grooten van Madura voor de stadt van den Mattaram al't samen 
gecrist ende omgebracht syn. 

Hier is en passant aen geweest een gesant van den Coningh van 
Cheribon, die met een peert uyt des Mattarams naem nae Bantham 
gesonden wiert , om't selve aen den Pangeran in recognitie van 
desen voorverhaelden dienst te vereeren. Wat uytcompst dese saecke 
nemen sal moet ons den tyt leeren. 

UEd. gelieven ondertusschen te gedencken, byaldien wy met den 
Mattaram, Bantham en mogelyck oock met d'Engelsen te gelyck 
weder in haspelinghe gheraecten , als nae nyterlycke apparentien wel 
soude connen gebeuren , item soo den Coningh van Macassar yets op 
Banda oft in de quartieren van Amboina attenteerde, gelyck sulcx 



Digitized by 



Googk 



95 

mede niet sonder ommesien is, item soo den Tamataen in de 
Mohiccos of Amboyna mede yets vreemts voomam, gelyck hy aireede 
teeckenen daenran gegeven heeft, dat wy in snlcken gevalle wat 
beter van Nederlants volck dienden gesecondeert te worden, om 
OËd. staet in Indien sonder affbreucq na behooren te mainteneren, 
mitsgaders om den handel sonder verachteriDgh overal te mogen 

vervolgen 

Den elfden december passato , syn d'Ëngelsen met haer volck, 
schepen en al haren ommeslach van Batavia vertrocken, laetende 
haer leedige logie alhier met drie oft vier persoenen beseth ende 
syn na de straedt Znnda geloopen, alwaer sy haer op seecker Ëylant 
(by haer Lagunda genaemt) verstercken, met meninghe soo sy nyt- 
geven, om aldaer een Anti-Batavia te stabilieren. T'is een eylant, 
dicht aen de vaste cnst van Somatra, heel bnyten 't vaerwater van 
de straet gelegen, omtrent vier mylen westelycker als ons eylandt 
Cébesce, soo dat wy tnsschen haer en Bantam gelyck middenweechs 
leggen 

Tot UEd. naerder ordre snllen wy geen voorder onvertnre in den 
handel van Choromandel doen. 

Om alle desordre en schade voor de Comp. in voors. handel ten 
reguarde van de vrye lieden, na vermogen voor te comen, hebben 
wy met Schoonhoven den 25«" Jnny laetstleeden een provisioneele 
ordre na de cnste gesonden, waemae haer alle vrye lieden souden 
hebben te reguleren in 't stuck van den vryen handel op de cnste 
Choromandel, hoe UEd. deselve bevalt ende wat UEd. voorder op 
den vryen handel in Indien goet vinden te disponeren , snllen 't syner 
tydt verwachten. 

Ondertusschen Ed. Heeren, gelieven UEd. onder correctie te ge- 
dencken, U eygen ingesetene en 't ingewant voor. uwen staet hier 
in Indien niet 't onthouden , 't gene onser erff^anden de Portngesen 
en Spangearden niet beletten connen, 't gene de Engelsen, Francen, 
Deenen, Maleyers, Clingen en alle andere vrienden in de coop- 
Btadt van Batavia en in alle andere vriendenplaetsen vrystaet. 
De Ckmipagnie sal 't alleene niet affgaen , dat haere ingesetenen 
souden moogen omvamen, maer alle de voorverhaelde natiën snllen 
daermede hun portie in afEsteecken. UEd. sullen daertegen d'incomp- 



Digitized by 



Google 



96 

sten by increment van de traffiqee tot Batavia alleen ganderen en 
nwen staet sal by verrykinghe van d'ingesetenen maer te meer ver- 
seeckert worden, ter contrarie wat UEd. de vryelieden hierinne 
besnyden, dat gedyt soowel tot voordeel van d'Ëngelsen ende anderen 
als voor de Cornp^*. en d'ondertusschen weerhoudt het 't progress 
van den staedt tot nadeel en verachtering van de Comp'*. alleen. 



XIV. De Gouverneui'-Generael Pieter de Carpentier 
aan de Bewindhebbers der gen. O. I. Comp. 
(Heeren XVII) (via Soeratte, Perzie en Aleppo 
over land gezonden.). 



Batavia, 14 Angustos, 1625. 

Soo grooten alteratie ende onlust als tnsschen UEd. en de Ën- 
gelsche Comp. aldaer over verscheyden questien, maer insonderheyt 
over d'executie van Amboina ontstaen waren, immer soo grooten 
vrientschap ende ruste is hier 'tsedert onsen jongsten door Gk)dta 
sonderlinge beschickinge tusschen ons ende d'Ëngelsen alhier wel 
onverwacht ende ongesien gevolcht. Met onsen jongsten hebben wy 
UËd. geadviseert hoe sy in December laetsleden met alle haeren 
omslach in de strate Sunda vertrocken waren, met intentie omme 
haer aldaer te vesten. Naerdat sy haer tot in May aldaer ont- 
houden, vele moeyten met fortificeren ende timmeren genomen , 
groote miserie uytgestaen ende door extraordinari sterfte ontrent 
360 personen in soo corten tyt op 't voors. eylandt begraven had- 
den, mitsgaders dat d'overgeblevene tot soo soberen getal ende 
swacken staet gereduceert waren, dat onmachtshalve niet langer 
op haer selven aldaer bestaen conden, maer t'eenemael d'injurien 
des tyts ende d'ongenade der heyloose mooren geè'xposert laegen, 
hebben sy eyndelingh onse bystant ende hulpe emstelyck aengesocht 
omme haer van daer te removeren ende met alle haeren omslach 
andermael op Battavia te brengen, waerop wy sonder eenich diffi- 
culteyt ofte uytstel te soecken, haer promptelyck met volck ende 



Digitized by 



Google 



97 

sehepen geassisteert ende op den 10 Juny laestleden, met alle haer 
schepen wederom tot Batavia gebracht hebben, alwaer wy haer 
andennael minnelyck ontfangen, mitsgaders met een treffeljcke hny- 
singe ende erve, welcke tot een pnblycke schole ende vronwenhoff 
ge^proprieert hadden, tot haer woning annex, voor een redelijck 
stnck geit geaccommodeert hebben. Nae sy ons verklaerden, sullen 
niet licht weder onderstaen van Battavia te scheyden, maer hebben 
voorgenomen met hooge obtestatie in alle eenparicheyt ende vrient- 
lyckheyt, gelyck als tot noch toe gebleken is, met ons overeen te 
comen, Wat de verleden verschillen , misverstanden ende querellen 
belangde; die souden langer niet gedacht werden, maer altsamen 
op naerder decisie, accord ende reglement van Europa rusten; onder- 
tusschen hoopen wy hier met den anderen, als vrunden ende geal- 
lieerde toestaet, in alle voorvallende gemeene saecken, soo t'accor- 
deren, dat wy ÜEd. met soo swaere questien ende verschillen nae 
desen niet meer sullen behoeven moeyelyck te vallen. 

Wat de gemeene de£fentie mitsgaders den gemeenen handel van 
de Molucquen, Amboyna, Banda ende Paliacatta belanght, daerin 
sollen d'Ëngelsen tot naerder ordre uyt Europa niet treden ende al 
wilden sy schoon, soo ontbreeckt het haer aen de macht • • . 



XV. De Gouverneur-Generaal Pieter de Carpentier en 
Rade van Indie aan de Bewindhebbers der Gen. 
O. I. Comp. (Heeren XVÜ). 



Batavia 27 October 1625. 

T'sedert onse jongste voorloopende advysen over lant, p. vias de 
Snratte en Persien , gedateert den 14 Augusty en 12 Sept. 11. . • 
syn hier van t'vaderlant wel aengecomen de schepen &c. • . . 

Dese soomer (i. e. curr. 1625) heeft sich Surabaya in handen van 
den Hataram opgegeven, sonder slach off stoodt, alleen door verloop 
van volcq en hongersnoodt, soo dat oocknae wy verstaen van 50 & 60 
V. r-' T 

Digitized by VjOOQ IC 



98 

doisend Bielen, welcke in Surabaya plachten te wesen niet booven 
de duysent overgebleven waren. Die van Giry off de Bonckit synde 
wel 800 stercq van volck als Surabaya was, lyden mede groeten 
hongersnoodty vermits de landbonw door den oorlogh vermindert en 
den toevoer te water beleth word, soo dat 't volck met duysenden 
van selfilB verloopen ende den Paus van Giry sich eerlangh sonder 
volcq sal vinden , waema den Mattaram alleen tracht De roep heeft 
langh gegaen, dat na Balambangang een leger sonde trecken; doch 
desen soomer is daer niet op gevolght, men rught mede den Mattaram 
toecomende jaer wel iets op Baly mocht voornemen , veeier gevoelen 
is dat hij 't emporteeren zal. 

De Coningh van Gheribon en de Tommagon van Tegal hebben 
last van den Mattaram om Bantham tot manschap te brengen, off 
800 weygerich sy, den oorlogh aen te doen, tegen woordigh heeft 
Bantham syn ambassade tot Gheribon, alwaer sy bynae den heelen 
soomer geweest zyn, ende door de ordre van den Mattaram tegen 
des Pangerangs dancq gedetineert worden. 

T'voorleden jaer is in des Mattarams landt door schaers gewas , 
groot gebreck van rijs geweest, dit jaer is 't gewas beter geslaecht; 
doch op lyfstraffe mach geen rys by iemand uyt het landt vervoert 
>(rorden, als alleen by den Tommagon van Candael 

Dit jaer heeft den Mattaram een generaele schattingh over syn 
gantsch lant gelicht, te weten: van yder Ghinees die een vrouw 

hout 10 tayl off Realen 22| 

Item van eenloopende Chineessen 8 tayl off . . . „ 18 
Item van alle getrouwde Javanen, welcke syn natu- 
rellen ondersaten syn, twee tayl off „ 4} 

Item van eenloopende gesellen een tayl off • • . „ 2^ 
Item van alle syne nieuwen veroverde slaeven, soo 
van Madura als Surabaya een quart Reaels off . . • ,, \ 

welcken schattingh gegist wiert in alles te sullen opbrengen niet 
min als 80 duysent Tayl. * 

Van Batavia te beoorlogen is gants geen gewach en wie wy 
daervan doen ondervragen , elck verseeckert ons dat de Mataram 



1, De ThaU = 2 Reaion geeft: 160,000 Realen of 400,000 golden. 

/Google 



Digitized by ^ 



99 

niet light nae Batavia taelen sal, alsoo hy noch altyt met Tictorie 
gevochten heeft , ende die gloriensen tytel niet geerne tegen Batavia 
in hazard zonde stellen; maer ondertnsschen schynt hy de saecken 
daernaer aen te schicken , om sich vast meester van alle omliggende 
landen te maecken ende om Batavia met synen rys en andere ge- 
rieffelyckheden nyt syn landt, sooveel in syn vermogen is, alsdan 
met des te minder ommesicht te qnellen. ' 

Omdat die van Samadangh, Batavia te na en te verre van den 
Mattaram laegen; maer insonderheyt omdat sy Batavia, soo met 
timmerhout, koebeesten ende buffels, gelyck UEd. voordesen ver- 
Btaen hebben, geassisteerdt hadden, heeft hy alle 't volcq van 
Sammadangh gelicht en dieper in 't landt vervoert, soodat wy oock 
van daer geen ontseth van beesten meer te verwachten hebben • • 

Omdat wy ons op den toevoer van Java soo weynigh verlaeten 
mogen, hebben wy bytyts naer verscheyden quartieren ordre ende 
tot dien eynde oock expres schepen gesonden, tot opsameling wel 
van 2000 lasten ryst ende meer, te weten naer Suratte, Choro- 
mandel, Aracan, Chiam en Japan, etc '. 

De vrye lieden van Batavia hebben wy mede soo geanimeert ende 
geholpen, dat sy met drie goede jachten ende twee tamelycke 
joncken, dit ooster mousson naar Patany ende Chiam gevaeren syn, 
mede tot opsameling van rys 

Batavia is, Oodt loff, noch in goeden doen, de toeloop van natiën 
neemt dagelycx redelyck toe ende is tsedert onse jongst gesondene 
rolle, van volck meer vermeerdert als gemindert, hoewel de sterflfte 
vry wat weghgesleept heeft, insonderheyt onder de Chinesen, daer- 
v»i wy als menschen, d'ongestadicheyt van de moussons d'oorsaecke 
toeschryven , 't gepasseerde westermousson heeft sulcken gewelt van 
water gestort, dat de riviere van Batavia buyten menschen ge- 
dencken, verre boven haeren hoogen oever 't gantsche landt omber, 
800 geinundeert heeft, dat men de bosschen en de hooghe velden 
met schuyten conde bevaeren, door welcke inundatie 't landt soo 
vol gebleven is , dat dit oostermousson tselve niet heeft connen op- 
droogen , waerdoor oock extraordinaris doergaens veel regen gevallen 
18, soodat men qualyck van drooge mouson weet te spreecken, 



7^,7„3§'0n/\le 



100 

waarop een weecken tyt ende consequentelyck siecte en sterfte ge- 
Tolgt is. 

Door den schaersen toevoer nyt des Hattarams landt syn wy al- 
mede, gelyck 't voorleden jaer, genootsaeckt geweest om leven onder 
de bnrgery, insonderheyt onder de Chinesen, tot bevoordering niet- 
temin van de noodwendige fortificatie, van Batavia's ordinary in- 
compsten wat liberaelder te spenderen, als wy wel gemeent hadden 
ie Qoen* •••••■•••• 

Bantham continueert noch in syne onde obstinaetheyt ende wy in 
de gewoonlycke besettinghe, naer d'advysen welcke van seecker 
gevangen Nederlander van daer becomen hebben, had daer onlangs 
de spraeck gegaen, datter een gesandt naer Batavia sonde coomen 
om met ons in vredehandeling te treden; doch door d'oneenicheyt 
van de grooten heeft; tot noch toe geen effect gesorteert Oroote 
sterffte heeft Bantham mede dapper getroffen en in vyff maenden 
tyts, na geseyt worde, wel de derde man over 't gansche ryck 
wechgenomen. 

De soon van den voorgaenden Coning van Jacatra, die dos lang 
obscur en als een privaet persoon geleeft; heeft, is by den Pan- 
garam weder tot staet geadvanceert met een quitesol over 't hoofft 
en met de helft van syns vaders goederen gedoneerdt 

Den Pangaram van Augjar is een swaere geldtboete opgeleydt 
omdat hy aen de Nederlanders en d'Engelsen peper soude vercocht 
hebben, ende sitten daer beneffens veele mindere personen in ap- 
prehentie, beticht van peper uytgevoerdt te hebben. Den Coning 
van Bantham, volgende de voetstappen van den Hattaram, hadde 
alle de Lamponders aen de oovercoste van Somatra mede een schat- 
ting van vier realen p. hooft opgeleyt 

In somma ^t volck wert met sterfte, oorloge, slappe neering, diere 
lyftocht en sware schattingh meest over gantsch Java besocht 

In Cheribon alleen syn by opgenomen lyste, dit ooster mousson ge- 
storven over de 2000 menschen, in Candal, Tegal, Japara en alle 
de seevlecken van Java tot Surobaya toe, mitsgaders op verscheyden 
plaetsen binnenslants syn mede ontallycke veele menschen gestorven 
en al meest van een subite borstsiecte, welcke de lieden soo be- 
nant, dat se in een nyre gesont en doot syn. In Batavia weet men 
noch weynich; insonderheyt onder onse Christen Burgerye van desen 



Digitized by 



Google 



101 

overgang te spreecken, hoewel al eenige van dit ongemack mede 
weghgenomen syn , . 

Van Cheribon verstaet men, (dat) de Hattaram off soo hy nu 
genoemt wordt, de Choechoefian , aen synen Raet sonde verhaelt 
hebben , hoe hem door een goddelyck visioen in witten gewaede by 
nachte geopenbaert is, byaldien hy syn ryck in vrede begeerde 
te bezitten, datter vier van d'aldergrootsten in 'syn ryck mosten 
wechgenomen worden sonder te denoteren welcke; doch dat de 
Mattaram aireede selffs vier persoenen sonde genomineerd ende 
vraegsgewyse aen eenige van synen raedt voorgestelt hebben. 

De Coningh van Cheribon, een verresiende man, omtrent de hon- 
dert jaren oudt, vindt hier een ander prophetie tegen, namentlyck 
dat Godt den Mataram met een verkeerden raet tot myne van syne 
tyrannische heerschappye inspireert ende hem alsoo synen val door 
syn eyghen groeten toebereydet, byaldien hy dese openbaring voor- 
neemt ter executie te stellen. 

T'sedert vertreck van ÜEd. jongste retonrschepen van hier syn 
geen differenten van sonderlinge gewichte tnsschen ons en de En- 
gelse; maer wel seer groote onverwachte veranderingen voorgevallen. 

Hoe sy haer den elfden december a^. 1624 van Batavia naer La- 
gondy geremoveert hadden, tot wat [een ellendigen staedt sy op 
Lagnndi vervallen, hoe emstich sy onse hnlpe versocht, hoe prompt 
wy haer geassisteert en met al haren desolaten ommeslach van 
schepen en volck den 13 Juny laetatleden weder op Batavia ge- 
bracht, vriendelyck ontfangen en naer ons vermogen met huysingh 
en plaetse versien, wat conformable conferentien wy 't sedert haer 
compste met den anderen tot een vriendelyck en eenparich verdrach 
in 't voorvallende sonder implicatie van eenige gepasseerde verschillen 
gehouden hebben, ende hoe ondertusschen de volle observantie van 
't tractaet tot naerder decisie van d'overgesonden versehilpoincten 
bnyten effect is rustende; item wat besluyt met den anderen, soo 
d'nnanime deffentie (doch ongelycker macht) van den Suratschen 
en Persischen handel tegen den algemeenen vyand genomen, eyn- 
delinge, wat conferentien ende discordant besluyt wy over de def- 
fentie van den Jambischen peperhandel tegen d'oppressie van den 
Atchinder gehad hebben. Met de particulariteyten van allen desen, 
willen wy UEd. patientie in desen niet las^b vallen, te meer alsoo 



Digitized by 



Google 



102 

het maer tot iteratie van de neffeiiBgaende missiven en acten van 't 
gepasseerde tasschen ons en d'Ëngelsen tenderen sonde. .... 

8y hebben ons afgevoordert wat wy voer de gedaene assistentie 
pretendeerden, om 't selve ten dancke alhier te betaelen, wy von- 
den niet goet iets daervoor te eysschen, maer hebben 't selve tot 

üwEd. discretie gereserveerd Alsoo d'onse 

op Cebesce dagelycx begonden in te vallen ende eyndelinge niet 
beter geschapen stonden te vaeren, als d'Ëngelsen op Lagnndy 
hebben wy ons volck mede van daer gelicht en 't fort geslecht , te 
meer de besettinge van dien, ten regarde van d'Ëngelsen, na niet 
langer van noode was, ende dat oock dese eylanden , vermits haere 
vergiftige exhalatien voor menschen, gans inhabitabel syn, gelyck 
by voorige maer insonderheyt by dese jongste sterfte van d'Ëngelsen 

ende invallen van d'onse, by experientie bevonden is 

enz. 



XVI. De Gouverneur-Generaal Pieter de Carpentier 
en Rade van Indie aan de Bewindhebbers der 
Gen. O. I. Comp. (Heere XVIL) 



Batavia, 3 february, 1626. 
T'sedert, enz 

Het Bantham gaen de saecken noch al op den ouden voet, onlangs 
geleden, syn hier op distincte tyden twee geaposteerde geschoren 

Chinesen van Bantham geweest secreetelyck soo sy 

seyden, aen ons gesonden, om onse gesmtheyt te vernemen en off 
wy niet genegen souden wesen in vredehandeling met den jongen 
Coningh van Bantham te treden, mitsgaders een publieke besending 
aen hem te doen, willen ons verseeckeren by aldien wy resolveerden 



Digitized by 



Google 



103 

derwaertg te eenden, niet meer gelyck voor desen sonden affewesen 
worden, alsoo den ouden Pangoran. door welckers toedoai alleen salcxs 
geschiet was, nu in 't Gonvemement niet meer te disjMmeeren badde 
en dat den jongen Coningh gans tot yrede inelineerde , te meer alsoo 
Bantham in vreese stont, dit aenstaende drooge monson van den 
Mattaram besocht te werden, daer sy we3rnicli werck van sonden 
maecken, indien met ons maer in goeden vroede stonden. Wy dienden 
hierop, dewyle voormaels tot vier besendingen toe naer Bantham 
gedaen waren en altyt repnlsa geleden hadden, diit wy de simpele 
bootschi^ van soo obscure personen niet conden aennemen, om ons 
wederom in hazard van een publiek affironte te stellen; doch gaven 
haer niettemin te kennen, hoe wy tot vrede gants genegen waren 
en soo't den Pangeran ernst was (gelyck sy van haere meesters wege 
affirmeerden) dat dan sooveele souden sien te wege te brengen , (dat) 
den Pangoran eerst een aennemelyck persocm aen ons sonde en soo hy 
beschaemt was opentlyck sulcx te doen, dat het bedectelyck tsy dan 
tot Batavia ofte aen onse schepen voor Bantham geschieden mocht, 
'tsoude ons genoech wesen, wanneer maer de minste credibele ver- 
seeckeringe van des Pangoran's goede genegentheyt conden bespeuren • 
met syne schaemte ii^aren wy niet gedient; maer wilden die zelfis 
wel helpen bedecken, geeme de minste wesen en h^n aen d'eere 
laeten. Dit expediënt docht haer mede goet, hoewel liever gesien 
hadden, ons op hare simpele aenspraecke hadden laten bewegen, 
syn echter dese polstasters met dese antwoorde naer Bantham ver 
trocken om dien met hare meesters te communiceren ende weder 
beseheyt daerop te brengen. 

Wy syn van gevoelen, soo lange die van Bantham van ons ofte 
den Mattaram, 't vier niet nader geleyt wert, dat noch wel lange jaren 
even obstinaet biyven mocht, ten ware bij inlantsehe verarminge, 
verloop van volck off scheuringe tusschen de groeten. Behalven dat 
wy wd verseeckert syn met naejagen en aensoecken by die van 
Bantham geen voordeel te behaelen sy , soo compt het ons nu vry 
wat ongelegen (in dese schaersheyt van eomptant sitt^ide) om 
d'op^iinge van Bantam te voorderen, te meer wy verstaen ende 
eenichsints nareeckenen connen, d'Ëngelsen noch trefielyck met realen 
ende silver voorsien syn , ten anderen soo en isser (onses oordeels) 
voor Batavia's progres geens schadelycker studt als Bantbams openingOi 



Digitized by 



Google 



104 

tensy de oonditien Tan aocordt vry f onsen voordeele conden gesti- 
pnleert werden, daertoe alsnoch weynich apparentie is. 

Wg twyfelen seer off Bantham met den Hattaram niet eens sy , 
alsoo syne gesanten seer naer 't hele Ooetermonson in Gheribon ge- 
legen hebben, onder pretext dat sy tegen haeren danok daer gede- 
tineert wierden. 

De Coning van Palembang heeft mede een Ambassade aen den 
Hattaram gesonden, met seven oliphanten ende andere geschenken , 
tot wat intentie is niet seecker, naer de geruchten loopen, sonde 
den Palembander aen den Hattaram syne assistentie geboden en 
gCToirdert hebben, om Bantham gesamenderhandt aen te tasten. 

Alle dese besendingen souden wel heel contrarye en op eene 
santa ligua tegen Batavia mogen aengeleyt sQn , ende dat al van 
langer hant ten tyde van der Engelsen residentie op Lagundi, alsoo 
wy verstaen, den broeder van den gouverneur van Japara en een 
grootmeester van Bantham in legatie op voorsz. eylandt aen haer 
gesonden syn geweest, tot wjit eynde staet noch te raeden, te meer 
oock omdat met de jongste brieven van Siam tydinge becomen heb- 
ben, hoe 't voorleden Ooster Mouson de mare daer sterck geloopen 
hadde en oock by den Coningh, de groeten ende gemeene man voor- 
seecker gehouden wiert, dat de Hattaram en die van Bantham, 
Batavia afgeloopen hadden, welke tydinge in Chiam soo aengenoo- 
men was, dat men d'onse aldaer met de neck begon aen te sien en 
credit te weygeren , ... tot dat 't wapen van Enchuysen met 
capitael en beter tydinge daer arriveerde, jae de porlugeesen in 
Chiam brandeden over dese tydinge victorie en luydeden publycke- 
lyck haer clocken, dese selve lught is almede op gelycken tyt tot 
Atchin en verscheyden andere omliggende quartieren gevloogen , jae 
oock tot op de custe Choromandel toe, 't schynt de myne voor den 
tyt moet geëventeert wesen en dat haeren poff meer van verre ge- 
hoort, als naeby vernomen is; maer ondertusschen, de geruchten 
van Batavia's onderganck dus verbreyt wierden was 't selve door 
Oodes genade soo te water als te lande in redelycker en getrooster 
dispositie , besich met de stadt te verbeteren , 't casteel te versterc- 
ken, de schepen te versorgen en scherp de wacht te houden. 

Seeckeren Benegado, in Cheribon woonachtich, van wiens vrient- 
fK^hap wy aestime maecken , gelyck men van sulcken gemeenelycken 



Digitized by 



Google 



105 

doet, meer om nyt haren valschen ommegang ende verkeerde rap- 
porten ; als haren goeden ende sinceren raet eenich voordeel te 
haelen, verseeckerde ons omtrent dien tyt by hooch en by laaeh, 
de Mattaram nemmer meer op Batavia iets sonde attenteren, alsoo 
hy den Inyster en faem van syne climmende victorie niet licht daer- 
tegen hazarderen soude, jae dat den Mattaram veel wercx van Ba- 
tavia maecte en 't selve voor syn Malacca hielde, van waer syn 
gerieff tot allen tyden van veele behoeften becomen conde. 

Beyde de Tommagons van Candael en van Tegal hebben hier 
tegenwoordich een deel prauwen met omtrent vyftich last rys ge- 
sonden. • . • . . 

Den Tommagon van Tegal heeft ons in 't secreet doen aenseg- 
gen, de Mattaram dit aenstaande drooge monson vast voorgenomen 
sonde hebben Bantham aen te tasten ende dat hy en den Tomma- 
gon van Candael beyde veltoversten van des Mattarams leger sonden 
wesen , voorhebbende mettet leger te water naar Tanahara te ver- 
trecken ende aldaer te landen, doch dat de voors. Tommagons 
en passant alvooren met weynich volcx tot Batavia sonde comen, 
omme met ons alhier breeder van de saecke te spreecken , op 
allen 't welck de Tommagon van Tegal ons in *t secreet doet 
affnragen, hoe ons dese zaecke behaecht en wat wy daerop ant- 
woorden. Off dit eene Gabangsche pitsjaringh sy gelyck de Pan- 
garans van Bantham en van Jaccatra, a^. 1618, met ons alhier voor 
hadden, dan off 't een ander toets sy, sal ons den tyt leeren. 
Ondertnsschen hoopen ons, met Godes hnlpe, voor hnnne valsche 
practyqnen wel te hoeden en tegen openbaer gewelt in parate de- 
fentie te stellen. 

Hiervoren enz 



Digitized by 



Google 



106 

XVII. De Qonvcmenr-Gcneraal Pieter de Carpestier en 
Rade van Indie aan de Bewindhebbers der gener. 
O. I. Comp. (Heeren XVII). 



Batavia 13 dec. 1626. 



Den ouden obstinaten Pangoran, Gk)nyemenr van Bantham, is in 
May pas^<^ overieden. Corts voor syn doot, maer insonderhejt daema 
syn wy door seeckeren Chinees, met namen Simsuan (een groot 
debiteur van de Comp.), expres, soo hy seyde, van den Coninck 
en de grooten gesonden, (gelyck wy dat buyien twyfel houden) 
aengesocht geweest, om eene besending naer Bantham te doen, ons 
verseeckerende van des Conings genegentheyt tot vrede ; syne in- 
ductien syn soo solide geweest, dat wy eyndelyek daertoe gecon- 
descendeert hebben, en tot dien eynde oock in Junio laesüeden 
den commandeur Jan WiUemsz. Yerschoore in commissie naer Ban- 
tham gesonden hebben, met alsulcken ordre, als by onse instructie 
den 27^ gemelter maendt in ons nevensgaende copieboeck blyckt. 
Syn wedervaren tot Bantham staet op den 12 July in ons dach- 
register in 't breede verhaelt, 't principale gespreek was geweest 
over den peperprys ende waren soo nae gecomen tot op 2} B. de 
saek, hoewel wy volgens onse instructie tot soo hoc^n prys geen 
absolute last gegeven hadden. 

Omme buyten kennisse van d'Engelsen (als synde in d'oncosten 
van Banthams besettinge implicabel en dienvolgende oock jouissabel 
van den handel) niet dieper in de saecke van Bantham te treden, 
vonden geraden haer van de voorgevallene openinge te doen, mits- 
gaders van haer te vernemen hoe sy verstonden men voorts hierinne 

behoorde te handelen maer sylieden, naer 't schynt 

van deselve sieckte als wy bevangen synde, uamentlyck met schaers- 
heyt van geit, gelieten haer in 't eerste tot de saecke niet als te 
graech, condescendeerden eyndelingh tot 2^ R. de sack, tollen en 

oncosten daerinne begrepen Op dese goetvindinge 

vertrock Verschoore andermael den 17« July naer Bantham, weten- 
schap naer lant seyndende, hoe daer weder gecomen was, omme 



Digitized by 



Google 



107 

den peper ten besproocken pryse yan 2j- R. fontfangen, doch tolvry; 
waerover weder haspelinge rees, alsoo d'eene den tol bnyten en 
d'ander binnen gemeent hadde. Invoege de saeeke weder wat ateec- 
ken bleef tot den 28« Julij, als wanneer voor de derdemael weder 
een besendinge naer Bantham gedaen wierdt om 't goet incept te 
vervolgen en te sien off men t'misverstant sonde connen accomoderen; 
maer daer is niet vmchtbaers opgevolcht 

'T sedert is hier van Bantham de voors. Simsnan in november 
laestleden voor de jongste reyse weder verschenen en naer desselfs 
rapport was Bantham nn sooverre gecomen, dat tot gemelte prys van 
2^ E. (tol binnen) wel verstaen sonde, soo men noch eens derwaerts 
wilde seynden, jae verseeckerde ons hy selfs de peper aen boort van 
onse scheepen tot dien prys bestellen sonde y soo men maer geldt der- 
waerts sond. Hierop hebben goetgeironden om Bantam niet al te 
lang te traineren en al te onverdnldich te maecken, den 2^ deser 
derwaerts te senden 't jacht Medemblick met eenige comptanten om 
te sien wat daerop volgen wil. Wy laten ons voorstaen soo de 
mymte van geit hadden, (gelyck wy Qodt beter't niet en hebben), 
dat een notabelen voortreck nyt Bantam tot gemelten pryse van 2^ 

reael de sack ende mogelyck minder sonden gehaelt 

hebben 

Dit jaer is de Mattaram te velde niet geweest, eensdeels (soo 't 
schynt) door de groote consnmptien van syn volck in de voorgaende 
expeditien van Snrabaya ende Madnra , maer insonderheyt door 
d'eztraordinar^ siecte ende sterfte, daermede nn Java eenigen tyt 
herwarts dapper is besocht geweest, soodat op veele plaetsen de 
twee derdeparten van 't volck wel wechgenomen syn, door welcke 
groote sterfte, gelyck mede door dien den Mattaram 't meeste volck 
van alle canten tot hem trect en in syne bysondere groote wercken 
te landewaert in, besich hont ende consumeert, de lantbonwery 
seer affgenomen is en veele rystrycke plaetsen in vorige tyden, 
tegenwoordich gants desolaet liggen, soodat oock weinich rys nyt 
des Mattarams gebiet vervoert wert, schaers drye hondert lasten 
rys hebben in dit jaer van daer becomen, in Jappara ende ver- 
scheydene andere seeplaetsen van Java is de rys doorgaans dierder 
als in Batavia geweest en noch blyfl;. 'T schynt hy 't expres daer- 
op aenlegt syn ondersaten miserabel ende arm te honden, om des 



Digitized by 



Google 



108 

te beter ende verseeckerder meester van gyne geusmpeerde heer- 
schappije te blyven, gelyck als dat meest een generaele staets* 
maxime yan alle dese orientisehe monarchen schynt te wesen. 

De vehemente motie van Bantham te beoorlogen door de Tom- 
magons van Gandael ende Tegal uyt des Mattanuns name aen ons 
voor desen gedaen , van welcke wy UEd. by onse voorgaende ge- 
advyseert hebben, is dit jaer soo nrgent niet geweest ende dat, soo 
wy meenen, om voorverhaelde redenen; die van Candal begint temet 
weder een toets te doen, onlangs heeft hy ons door twee distincte 
besendingen onder anderen laten weten, hoe verstaen hadde, die 
van Bantham groote incursien en veel qnaets in het territorium van 
Jaccatra deden, welcke hem ten hoogsten mede raceten, alsoo aen 
Batavia's welstant (soo hem geliet) sjrn welvaren mede dependeer- 
de , ons derhalve presenterende met twee k drye hondert van syn 
volck off meer t'assisteeren om ons landt tegen die van Bantham te 
helpen beschermen; doch dat sulcx uyt syn selven niet doen dorste, 
maer men moest het eerst van den Mattaram versoecken , 't en soude 
ons niet geweygert werden; wegen dese syne sorchvuldicheyt ende 
liberaele presentatie hebben hem vriendelyck doen bedancken ende 
met eenen beleefdelycken laten weten , wy door Godes genade noch 
bestant waren ons selven te mainteneren ende als de noodt ver- 
eyschte souden hem als een vrient ende goetgunder van Batavia's 
welstant niet voorbygaen. 

De Mattaram, naer verstaen, acht het voor een lichte saecke 
Bantham te subjugeren, soo maer verseeckert waere, wy ons met 
de saecke niet souden bemoeijen ende soolange sich daerop niet vast 
verlaten mach , sal hy (onses oordeels) niet licht tegen Bantam yets 
onderwinden ende om hem meester van Bantham te helpen maeken 
is gants niet geraden , want Batavia niet dan te potenter ende dien- 
volgende te sorgelycker nabuur soude becomen, derhalven sal hier 
inne voorsichtelyck dienen gehandelt te werden , soo omme des Mat- 
tarams vrientschap, mitsgaders Bantham in staet te mainteneren. 

In augusto pasf hadden wy eene besendinge aen den Mattaram 
voorgenomen door onsen expresse gesant van hier met brieven van 
complimenten ende voordere dachten van 't gepasseerde in Japara 
nevens eene vereeringe tot de weerdye van omtrent duysent Realen 
van achten; dienvolgende is den voorschreven gesant den 22^ ge- 



Digitized by 



Google 



109 

melter maent met 't jacht Cotchin naer Tegal vertrocken ende al- 
daer oock wel gearri veert; maer den Tommagon maecte swaricheyt^ 
omme hem met soo een soobere schenckagie ende qnalyek ingestel- 
den brief, soo hy seyde, voor den Mattaram te convoyeren, alsoo 
(na 8yn seggen) de tytels van haere Maj'. niet hoogh genouch ver- 
heven ende wy ons niet laegh genonch vernedert hadden, hoewel 
wy daerinne de maniere van drie voorgaende besendingen achter- 
volght hadden. Soo is dan onsen gesandt wel gebodtmnylt onver- 
richter saecke den 21*? september weder terugge gekeerd, met een 
voorgeschreven modelle hoe men voortaen de tytels van de Mattaram 
in de brieven, mitsgaders onse nedericheyt formeren soude, ons 
onder anderen by gemelt geschrift geinjungeert werdende, dat wy 
ons selven des Mattarams aldergeringste onderdanen ende slaven 
in onse brieven noemen ende voorts met een treffelycker vereeringe 
als dese was, voor hem verschynen moesten ende alsoo wy hiertoe 
niet wel conden verstaen , is de saecke daerby blyven berusten , 't 
welck den Tommagon siende vast bode op bode om onsen ge- 
sandt is seyndende , hem gelatende alsof den Mattaram over dese 
eyn doen, seer gestoort was; wy vinden echter niet goet ons hierinne 
te verhaesten , noch oock niet t'eenemael de besendinge te schor- 
ten , maer desnlcke soo wat in te sien , om ondertusschen terdegen 
te vernemen off dit van den Tommagon alleen off door expresse last 
van den hoove alsoo besteecken sy. 

In November 1625 seecker jacht van de vrye lieden , met name 
Cleen Amemnyden, van hier met rys geladen, innewaerts gedesti- 
neert ende Japara aengeloopen om en passant oock eenige minutalies 
(sic) aldaer op te coopen , door des schippers onvoorzichticheyt 
omtrent Japara aen de grond geraect synde ; doch soo hoogh niet 
off soude met lichten daer wel affgeraect hebben, is by die van 
Japara, semblant maeckende om 't jacht te willen assisteeren, over- 
vallen, 't volck gevangen, 't goet gelost, 't jacht schadeloos ver- 
laten en onder tytel dat het gestrant was verbeurt gemaect, naer 
dat ons volck een tyd lang in groote aimoede en seer smaedelyck 
aen landt in hechtenisse aldus gedetineert waren geweest ende hare 
cost met bedelen hadden moeten opsoecken, begaven hun eenige 
van mistroosticheyt op de vlucht na seeckere joncke, doen der tyt 
daer op de rheede leggende, toecomende onse vryelieden van Am- 

Digitized by VjOOQ IC 



110 

boina y 'twelck de Javanen yernomen hebbende , de voorsz. Joncke 
mede met geweldt aengehaelt en gelyek als 't jacht verbenrt ge- 
maect y 'twelck daeraff gelicht ende neffens d'anderen op eenen cam 
geschoren hebben, coppelende deselve twee ende twee aen den 

anderen. Van dit snoode tractement meenden wy 

door gemelten gesanth ons beclach voor den Mattaram gedaen te 
hebben , dan 't schynt die van Tegal tselve by voorverhaeldc middel 
heeft gesocht te prevenieren, alsoo verstaen een groot vriendt van 
den Gk)nvemear van Japara te wesen, waerQver ons aen den Tom- 
magon van Candael geaddresseert en hem ons wedervaren in Tegal 
gecommnniceert hebben. Wy meenen dat ons eerlang synen dienst 
presenteren sal, om onsen gesandt voor den Mattaram te convoyeren; 
maer soo hy mede 't doente van die van Japara soect te verheelen 
en dat ons dienvolgende t'acces voor den Mattaram aen alle canten 
geconpeert, of oock geen refactie by den gonvemenr van Japara 
gedaen wert, sullen het alsoo tot beter gelegenheyt moeten aensien, 
vertrouwende ons nimmermeer occasie tot compensabele revenge ont* 
breecken sal. 
Met Batavia gaet het, Godt loff, noch weL enz 

In 't Gasteel Batavia adij 13'" december a* 1626. 



XVni. De (Jouvemeur-Generael Pieter de Carpentier 
aan de Bewindhebbers der gen. O. I. Gomp. 
(Heeren XVII). 



Batavia 26 december 1626. 

Gomende nu tot antwoorde van UEd. generaele missive, in dato 
15 April 1626', dient daerop in 't corte, enz 

Dat by sommige uwer Ed. dienaren de middelen van de Gomp*. 

Digitized by VjOOQ IC 



111 

niet al te trouwe gemanieert werden , gelooven wy wel , 't i» onfl 
mede ten hoogsten leet , ende UEd. hebben groot gelyck daerover 
misnoecht te wesen, geen debvoiren werden by ons gespaert om 
Bulcke misbmycken sooveel mogelyck te weren, waerinne wij ona, 
sooveele ons aengaet, nae vermogen ende conscientie hoopen ge- 
qaeten te hebben. Seer wel hebben UEd. gedaen soo goeden ordre 
op 't gouTemement van India beraemt ende sooveele geqnalificeerde 
persoenen , gelyck UEd. schrijven herrewaerts gesonden , gelyek 
mede soo ampelen ende precise instructie voor de commissarissen 
tot visite van UEd. ommeslach in India gegeven te hebben. Soo 
haest mogelyck is, sullen niet naerlaten UEd. goede intentie desen 
aengaende in werck te stellen ^ 



1. In de nitg Missive der HH. XVII , dd. 15 AprU 1626 , naar Indie , leest 
men o. a. de navolgende « order op 't Goaveruement generl. van India • : » Alsoo 
ons aen de goede ende trouwe directie van eerlycke ende beqname personen in d'op- 
perste direetie ten hoochste aengelegen is ende dat wy bjr afsterven ofte Yoranderinge 
van sommigen , indien onvoorsien blyvende (waren) de Generale Comp. d'nyterste 
ruine sonde staen te verwachten ; mitsgaders omme veel abnyseo en cxc^sen te reme* 
dieren , die metter tyt ingedropcn syn , soo hebben wy daeromme en om andere re- 
denen goetgevonden in ernstige consideratie te nemen » de maniere van 't Goaveme- 
ment ende dienaengaende te verordonneren sooals volcht, te weten : Dat voortaen de 
étaet van Indien sal worden geregeert by ééne» Gouverneur Generael en de achi ordi' 
nariête Raden, waarvan vier Kaden altyt by den persoon van den heer generad 
sullen ^n ende blyven, haren behoorlycken tyt ende d'aodere vier sullen gebmyct 
werden in de voornaemste particuliere gouvernementen 

Den Gouv. Genl. ende de permanente raden werden by ons mits desen geanthori- 
seert omme te versien ende besetten de gouvernementen, direeteurs ende présidente 
ampten over alle qoartieren van Indien tot meeste nut, oirboir ende dienst van de 

generL Comp* Opdat oock de Indien met te meer gequaMceerde 

persoenen blyven versien , ende den raedt middel hebbe by versterf ofte verandering , 
om haar compleet te honden en alle importante saken waer te leuen, soo hehbea 
wy noch noodich gevonden te creëren twee extraordmaru raden vam Indien , die in 
de plaetse der acht ordioarisse vacant werdende, sollen by order sueoederen en werden 
aengenomen en ondertnsschen werden gebmyct ter dispositie van den Gouverneur 
GeorL ende . radm tot importante commandementen , minder gouvernementen , direc- 
teurs en presidents ampten, daer en sulcx noodich sal wesen ende 

vermits by dagelycxe experientie ende goet onderricht maer al te veel kennelyck 
wert de onachtsaemheyt, verqdstingh , fauten , excessen , ja de ontrouwe van veelen . • 
Soo is 't, dat wy daeronune goet ende feenemaeldienstich gevonden hebben, daerenbovea 
noch te creëren twee commissaritsen die by den GG. ende den Raedt opgesocht ende 
gest.lt sullen worden Ujrt de eerlykste en bequaemste en suffisantste personen, aldaer 
in Indie s^nde, omme te wesen als vititafeurs van allo gouvernementen, direetien 
rade eomptoireQ vsn Indien, » ens. 



Digitized by 



Google 



112 

Dat eenige weinige Compt. dienaers tot verbeteringhe van de 
tedere Republycke van Batavia, meer door enckelen yver als insigt 
van eenige benefitie uyt haere verdiende gagien, d'aenbouw in de 
stadt gevoordert hebben, is waer, ende by d'Ëd. Heer Generael 
Coen was ooek aen deselve prickel en de speciale licentie daertoe 
verleendt, gelyck UEd. by copie van nevensg. acte sien mogen. 
Doch sommige hebben haer om met soo eene schadelycke moeyte 
niet meer geëmbroniUeert te syn, lange voor desen daervan ontlast 
ende dewyle UEd. snlcx reprocheren ende oock niet goetvinden te 
gedoogen, sollen 't voortaen aen eenloopende Comp*. dienaers niet 
meer toestaen, daer aen haer nochtans (onses oordeels) geen schaede 
ende den staet van Batavia geen voortsettingh sal gedyen. 

Ondertusschen aen getroawde lieden donct ons (onder correctie) 
onaengesien in UEd. dienst mochten wesen, sulcx in reden niet 
behoorde geweygert te werden, hoe UEd. de saecke verstaen, snllen 
van daer verwachten, ende middelertyt tot voorderinghe ende wel 
stant van Batavia den getronden (insonderheyt die geen maniance 
van Comp.". middelen in handen hebben) daerdoor sy in sospitie van 
ontrouw souden mogen comen d'aenbouw by provisie toestaen, welck 
noch soober genouch voortgaet QoAi gave datter maer wat meer 
waren. Wy twyfelen niet , indien de rapporten van eenige ongeruste 
geesten soo benigne waren geweest, als de saecke hier ten rechte 
gemeent en indien onse toesight ten beste van de Comp«. sooveel 
vertrouwtheyt by UEd. had gemeriteert , dat UEd. dese zaecke soo 
hooge niet genomen , maer ter contrarie selfs de hant souden ge 
boden hebben. Als 't gelegen comt , hoopen wy UEd. te verthoonen , 
dat sulcx niet alleen buyten simpele prejuditie van de Comp. wel 
geschieden can ; maer selfiGs grootelycx 't leven , welvaeren ende 
incompsten deser steede helpt voortsetten. 

Tot voorderinge van de noodwendige cocusplantagie ende gants 
dienstige aenbouw van thuynen, siende de traecheyt en scrupule 
van den gemeenen man syn desen voorleden soomer (principa- 
lyc om in desen slappen tyt almede leven onder d'aime ge- 
meente t'onderhouden ende om veele behoeften uyt des Mattarams 
lant te mogen derven) op den naem van sommige uwer Ed. die- 
naeren, eenige woeste 'perceelen lants buyten de stadt, langs de 
rivierkant onder den bouw gebragt, waerdoor verscheyden uyt de 



Digitized by 



Google 



113 

borgerye geanimeert syn geworden, om mede wat te doen, aoo- 
danich dat omtrent een nyre gaens van de stadt, aen wedersyden 
van de revier, veele deserte plaetsen onder goede enltnre geraect 
ende onder anderen meer als 12 m. cocnsboomen aengeplant bjtl Om 
üEd. misnoegen hierover mede niet t'incnrreren off de saecke anders 
by UEd. verstaen wierd, als onsen yver ten gemeenenbeste , mey- 
nende wel te doen, goet is geweest, snllen het daermede liever 
aensien gelyck als met d'aenbonw van hnysen voorgenomen hebben 
te doen, ende t'een en t'ander daerbnyten evenwel naer vermogen 
sien te voorderen, ondertusschen gelieven UEd. vryelyckte geloo- 
ven, dat den 3rver tot weldoen ende t' gemeenebeste voort te setten, 
meer tot notoir nadeel als profyt van d'aenleggers soude gedyen, 
indien sy haer op beter ende billicker consideratien van UEd. selfis 
niet verlieten ende oock niet vertronden in plaetse van onverdienden 
ondanek eere by UEd. te behaelen, niet twyfelende of UEd. sollen 
op beter informatie, oock beter genoegen van de saecke hebbén, 
want alles doch maer ten besten geschiet is ende sal meer een heyl- 
saame voortgangh als 't eygen baetsncht bevonden werden. 

&c. 

Hiernevens gaet t cassa boeck van de Oenerale Incompsten deses 
Bycx Batavia, bywelcke UEd. sien connen, hoe deselve inden tyt 
van twaelf maenden t' sedert January 1626 tot nlt"* december mon- 
teren aen de cant van f244 duizend; synde niettegenstaende den 
dooden tyt ende slappen toevoer nyt des Mattarams lant evenwel 
omtrent 20 dnysent gis. meer als tvoorleden jaer aengewasseni welck 
Godt geve van jaer op jaer soo toenemen ende beteren mach. 



V. 8 

Digitized by LjOOQ IC 



lU 

XIX. De (Jonvemeur-Grenerail Jan Pietersz. Coen ^ en 
Rade van Indie aan de Bewindhebbers der Oen. 
O. L Comp. (Heeren XVH). 



Batavia, 9 November 1627. 

Onsen jongsten enz 

Dese somer heeft sich de Mattaram gants stil gebonden , tot dat 
nn onlangs de Coninck van Pati, een dach reijsens aehter Japare 
gelegen, sich tegen hem geopposeert heeft, soodaenich dat de Matta- 
ram genootsaect is geworden selfs in persoon met een goede macht, 
die van Pati te gemoedt te gaen, hebbende den anderen omtrent een 
maent geleden slach gelevert, alwaer de Mattaram de victorie be- 
houden ende gants Pati in sQn geweldt becomen heeft, van de ge- 
blevene aen wedersijdèn werdt seer divers gesproocken, alsoo dat 
daer niet seeckers van te schrijven is. 

Nae Balabonang, gelegen aen d'oostsijde van Java, heeft hi) dit 
jaer niet getaelt. Van Bantam te beoorlogen werdt geene motie 
meer gedaen ; 't schijnt Batavia hem al te groeten scheijtmner is , 
insonderheijt te water ; 't hert is te hooch om passagie te versoncken 
ende met gewelt slet daertoe geen remedie ; te lande valt het al 
te verre, behalve dat het niet dan deserte, berghachtige ende ma- 
rescagiense passagien verleent, sulcx dat Bantam sonder onse be- 
williging geen oft wei)nich perryckel, onses oordeels, van den Mat- 
taram onderworpen is ende Battavia naest Godt noch veel min, 
insonderheijt als Y Ed. haeren staet in India continneeren jaerlgcx 
nae behooren de handt te bieden. 

Door d'inlandtschen oorloge ende groote sterffte is Java onder des 
Mattarams gebiedt vrij wat van volck gedesoleert, waerdoor oock 
verscheQden goede handelplaetsen, aen de zeestrandt gelegen, ver- 
laten, den landtbonw vervallen ende de meeste part van d'overige 
menschen tot groote armoede gerednceert zijn, soodat de negotie 
uijt des Mattarams landt dit jaer almede weijnich beschoten heeft , 
hebbende tsedert January in den tyt van thien maenden van daer 



1. Zie hierboven , blads. 18 en Tolg. n«. III en IV der gedr. etnkkec* 

/Google 



Digitized by ^ 



115 

- tot Batavia becomen niet meer als stijff 600 lasten ifs , ende voorts 
eenige toevoer van andere beboeten, goede partje gondt ende silver 
is dit jaer van daer gebracbt , twelck een wis teijcken is van groote 
verarming ende dat de vrachten vant landt de gereqnireerde be- 
hoeften van buiten nijet opwegen mogen. 

Bg gebreck van cleeden, daerinne Oodt betert alhier te Batavia 
meest tgeheele jaer door geseten hebben, is den handel slap ende 
sgn de profijten consequentel9<ik ook soo voor de Compagnie als de 
bm^erge sober geweest. Om niettemin in dese slechte coi^uncture 
d'onvermogene ingesetenen in gestadige motie ende bnijten necessiteit 
te honden . syn wederom geiyck de vorige jaren eenige pnblycqne 
werken onderhanden genomen geweest, waermede d'ordinary lasten 
bngten beswaring gestelt ende daer beneffens ydereen middel gegeven 
is om rgckelijck aen de cost te comen. 

Soo de ses jongstvertrockene Chineesche joncken in Ohina behonden 
oveigecomen sgn, ist gesien dat binnen 3^4 maenden na desen 
weder een goet getal alhier verschijnen sal , welcke eene treffelgcke 
neeringe, veel volcks ende groot leven medebrengen, 't voorleden 
jaer syn met vyff joncken over de twee dnysent Chineesen alhier 
aengebracht , soo het dit aenstaende saysoen yets Incken wil, 
twQffelen niet off tgetal sal vrg wat meer aendragen. 

Onaengesien dese slappe tijt sijn evenwel de incompsten van 
Battavia dit jaer vrg wat hooger geloopen als de voorige , hebbende 
in den tyt van thien maenden, te weeten tsedert Jannary tot primo 
November deses jaers opgebracht aen de cant van R. lOOm. 

T schort in Battavia niet als aen menichte van goedt volck , in- 
sonderheit aen geschickte Nederlandtsche familien, aen wensche* 
l^cke gelegenihegt van clemente saysoenen, van vruchtbare thnijnen , 
saey- ende weijlanden, hont ende vee-rgcke bosschen, item visch- 
rgcke zee ende rivieren, voorts aen alles wat tot 'slijfi sustent 
ende meer noodich is, ontbreeckt het hier niet, al waer't oock voor 
een millioeu menschen om haer te emeren, soodat YEd. niet eens 
besorght hoeven te wesen , datter te vele volcks van Nederlandt kan 
gesonden werden. 'T ware maer te wenschen dat nyt de Qennieerde 
Provintien vele benaude ende benoodichde herten die daer aen de 
cost niet connen geraecken , ende den anderen in de weegh sfln , 
wat beter geanimeert ende geindnceert mochten worden om haer 



Digitized by 



Google 



in VEd. colonien naer Indien te begeven, tsonde de landen aldaer. 
(onder correctie) van groote armoede ontlasten ende den staedt van 
India dapper avanceren. 

'T casteel Battavia ligt in sgn vier pnncten met goede aerde 
gordijnen gesloten, nytgesondert aen de zeecant met een stercke 
honte pallissade, alwaer 't voornemen is met den eersten een goet 
sterck steenen huys van d'een ponct tot d'ander te trecken van 
twee verdiepingen hoogh , boven plat. De punct Robyn is massfltf 
met aerde opgevnlt van een hoochde ende circomferentie als den 
Diamant, ende in calck en steen opgetrocken tot onder de borst- 
wering, welcke binnen een maent k 2 mede in effect hoopen te 
brengen. Beijde de zeebolwercken leggen alleen in aerde met op- 
gezette sooden, leeger ende van minder ommevangh als de twee 
landtpnncten , welke tsijner tyt almede in steen snllen dienen op- 
getrokken , gelyck oock de gardijnen , doch eer daertoe comen, sullen 
alvoren tgeproiecteerde groote huijs aen de zeecant ende dan nog 
eenige andere packhaijsen ende commoditeijten binnen 't fort ge- 
maeckt dienen, alsoo tegenwoordich van packhnijsen ende logiemen- 
ten vrij wat sober, nae den grooten ommeslach versien sijn. 

De versterckinge van de stadt aan d'oostsijde is, Godt loff, dese 
somer voltrocken, geslooten synde vant casteelsgracht aff tot op de 
groote rivier znytwaerts op , met een doorgaende eerde wal ende een 
goede gracht , soodat van die kant geen ommesien meer is , de 
stadt van binnen, te weeten tusschen de groote rivier ende gemelte 
wall, is mede van straten, bnrch wallen ende grachten nae behooren 
ende tot groot gerieff van d'inhabitanten gefatsoeneert. Vant stadt- 
huis is d'eerste verdiepinge volmaeckt, boven pladt, leek- ende 
brantvrij , waermede de burgery haer noch lange jaren sullen connen 
behelpen , tot dat eens de couragie becomen om 't bovenwerk mede 
te voltrecken. Ende dewijle aengaende pnblycque wercken aen dese 
kant niet meer resteert, is de meeninge toecommende drooge tijt 
d'uijtlegh van de stadt aen d'oversyde bij westen de riviere voor te 
nemen, ende die vooreerst tot bevrydinge met eene goede gracht 
te omsingelen, ende dan voorts nae tyts gelegentheyt, vermogen 
ende aenwasch van de borgery met binnenwercken t'accommodeeren. 

Niettegenstaende Bantams langdnerige obstinaetheyt door hooge 
nootdwang van selfs vry wat verbroocken zy , houdt sich evenwel 



Digitized by 



Google 



117 

noch abstrackt ende geslooten gelgck voordesen, aUeene gedoochtde 
peper door Chineesen aytgevoert ende tot Battavia gebracht werde , 
sonder dat de Javanen van Bantam haer daermede bemoeien, haer 
noch houdende als onversoende vijanden; onse schepen honden naer 
onder gewoonte de reede van Bantam noch beset om den toevoer 
ende commercie van bug ten van daer te diverteren j soolange tot geen 
solemneel verdrach met Bantam gecomen sQn. De lasten van Ban- 
tams besetting tsedert de jongst overgesonden reeckening monteren 
van December 1626 tot nltimo September 1627, volgens neffens- 
gaende bew^s /* 25618:5: — welck wij alsoo continueren snllenVEd. 
van tgt tot tgt toe te seijnden om YEd. soo tegen d'Ëngelschen als 
andere daer 't van noode werdt te mogen dienen. 

Dit jaer sijn door de Chineesen van Bantam te Battavia aenge- 
bracht aen de kant van vijff en dertich dnysent sacken peper , waer- 
van de Comp*'. styff 20 m. , de Chineesche joncquen 8 m. ende d'Bn- 
gelsche 6 m. getrocken hebben , ende naer men ons bericht , resteren 
noch in Bantam niet veel meer als 15 m. sacken , welcke soo den 
toevoer vervolgt in corten tljt mede verhoopen te becomen , dus is 
't hoogh gemoedt van den Coninck van Bantam met verdneren ende 
stilsitten van selfs gevallen , naerdat alvorens sijne principaelste 
schatten van gondt ende silver in armoede geconsumeert hadde ende 
tot d'uyterste behoefticheijt gereduceert was. 

Het vervolch enz. 

Onlangs geleden hebben ons d'Engelschen bij twee distincte aen- 
spraecken te kennen gegeven, hoe sij van haeren Coninck en d'Ën- 
gelsche Compagnie expresse last becomen hadden , omme den handel 
tot Bantam alleen te gaen ondersoucken , daerby noch voegende dat 
om geenige consideratien ter contrarien soo stricten mandement son- 
den vermogen nae te laeten, alwaert oock haer leven daeraen de- 
pendeerde. Ende alsoo volgens hun seggen voorgenomen hadden 
drge schepen, te weten Den Manrits, Christoffel ende den Oeagle, 
dit jaer noch naer Engelandt te seijnden, ende dat hun tot affla- 
dinge derselver noch partye peper quam te gebreecken , waeren sij 
geresolveert haer eerstdaegs naer Bantam te vervoegen , versoeckende 
van ons alvoren te mogen weten off onse schepen voor Bantam op 
de wacht legende , haer eenige verhinderinge hierinne souden aen- 
doen ofte niet. Verscheijden ende vele redenen wierden van onser 



Digitized by 



Google 



118 

syden bygebncht om haer van hun onrechtmaticli Toornemen te 
diverteren y üb nae sich sleypende seer prejndiciabele gevolgen, soowel 
voor A'eexï als d'ander Compagnie , voomemelydk in 't stnck van de 
peper, welcke door soo eene gescheiden handeling vooreerst tot 
hoogen prgse te rgsen stondt, behalve dat de pangoran daerdoor 
oock sonde gesüjft werden om niet alleen den onden exeessiven toll 
niet te modereren , gelyck 't ooghmerck van beyde de Compagnien 
tsedert haer nnie altoos daertoe gestreckt heeft, maer selft oock om 
die noch bet te beswaren , geiyck die aireede met de Ohineesen in 
trayn gebracht hadde, heflbnde tegenwoordich eenen toll van 130 
realen van 8* van de 100 sacken in plaetse van 57 ende f R. j 
welcke in voorige tyden plachten betaelt te werden, doch die onse 
indn^en, soo 't schynt, conden haer van hun voornemen niet doen 
afbtaen, maer persisteerden vast daerby, dat si) naer Bantam wil- 
den ende moesten gaen, enz. 



XX. De Gk)uvemeur-Generael Jan Pietersz. Coen en 
Rade van Indie, aan de Bewindhebbers der 
Gen. O. I. Comp. (Heeren XVH). 



Batavia, 6 Jannary 1628. 

Tsedert onsen jongsten , enz 

De drQe Engelsche schepen van Battavia nae Bantam vertreo- 
kende , in plaets van d'ordinary vlagge , die gewendt sijn te ge- 
bmycken, hebben een vlagge met des Conincks waepen van de 
groote stenge laten waepen, qnansuijs comende als Coninckigcke 
gesanten , ende niet als ordinarie cooplieden ; soo haest voor Bantam 
qnaemen syn nae landt gevaren ende is daertegen van onser sQde 
door den fiseael Wyn^ens geprotesteert als per nevensgaende acte. 

De Ckminck van Bantam selfs quam niet te voorschijn, maer aen 
pangwan Oabangh hebben sy overgelevert eene missive van Syne 
Mi^esteit van Engelant, met een schenkagie daer beneflfèns, waer- 
onder d'effigie van Syne Majesteit was, die se seyden hun expres 



Digitized by 



Google 



119 

bevolen hadde derreweerts te gaen om d^ handel te versoecken, 
opdat daerover van, de Nederlanders niet gemolesteert ofte ver- 
hindert souden werden. De missive ende schenkagie is van Pan- 
goran Gabang aengenomen ende d'Engelsche natie den handel ver- 
gnndt BQ provisie is haer van des Gonincks wegen tot wooninge 
hnysinge gegeven alwaer jegenwoordich residerende sgn, enz. 

Ten aensien door die van Bantam een langen tyt niet sonders 
t^en Battavia voorgenomen is, gelyck VEd. met voorgaende mis- 
sive geschreven hebben , ende dagelycx veel peper door de Ohineeeen 
ons wiert aengebracht, is bg d'Ed. Heer Glenerael Coen op sQn 
aencomste alhier den Raedt voorgedragen, oft niet geraden ware 
ter occasie van syne nienwe aencomste eene beseQndinge aen den 
Coninck van Bantam, met een tamelijcke vereeringe te doen, 
met simpele gelnckwenschinge ende aenbiedinge van renovatie van 
oude vrontschap, sonder anders, omme te sien off men bij wege 
van dien yets goedts tot bevredinge sonde connen verrichten. Den 
Baedt is daertoe wel genegen geweest, als synde snlcken saecke 
daerin geen swaricheiit conden sien, ende SijnEd^ is door Sim-snan, 
Chinees coopman tot Bantam, te meer daertoe beweecht, vermidts 
deselve continnelyck tot dese beseyndinge groote instantie gedaen 
ende hardt aen gehouden heeft , ons verseeckerende dat tot Bantam 
goedt gehoor ende liber acces souden obtineren, dat den Coninck 
ende de groeten anders niet en wensehten , dan d'occasie ende ge- 
legentheyt te becomen, omme met ons in goede vruntschap ende 
correspondentie te mogen geraecken, vasteli)ck affirmerende voor 
seecker te weeten, dat sij sochten haeren staet met onse hulpe 
tegen d'ontsacheigcke macht van den Mattaram te verseeckeren. 
Doch alsoo ondertusschen eenige spien in Battavia gevangen wier- 
den , daerdoor verstonden datter te water ende te lande tegen Bat- 
tavia yets groots sonde vooi^enomen werden, ende om andere 
consideratien meer, als sijnde een saecke die snlcken haest niet en 
vereijschte, is dese onse genegentheQt naergebleven tot dat d'En- 
gelschen tot Bantam gegaen zijn; ende alsoo den Coninck van 
Bantam door voors. Simsuan onse genegentheijt van eersten aff had- 
den laten weten , ende door denselven gestadich om met beseijndinge 
voort te varen aengemaent wierden , is eljntelijck bij ons geresolveert 
met de beseyndinge voort te varen, hebben tselve den Engelschen 



Digitized by 



Google 



120 

president doen aendienen ende versocht off yemant geliefide neffens 
d'onse te seinden, dat het ons aengenaem son^e wesen, alsoo niet 
van meyninge waren ons van d'nnie te separeren, ofte yets tot haer 
nadeel voor te nemen, daerop hij antwoorde, dat niemant neffens 
ons begeerde te seijnden, maer dat door den sijnen wel vememen 
sonde ofte yets tot haer naedeel ende prejnditie onderstonden. 

Op 15" December hebben wQ met de flnyt de Macquereel naer 
Bantam gesonden.den Licentmeester Jan van Hazel roet twe« opper- 
cooplieden ende een goede soitte, beneffsns een schenckagie voor 
den Coninck , sQn soone , item pagoran Gabang ende den Tommogon. 
Soo haest tot Bantam qoaemen, wiert haer audiëntie verleent, de 
Coninck welcke d'Engelschen tot dien tijt toe noch niet gesien en 
hadden «ide nn nevens d'onse mede compareerden, qnam selfs bnQ- 
ten. Van Hazel heeft onse geschencken overgelevert , de Ooninck 
van Bantam aendienende, d'Ëdel Heer Generael Coen nienws ngt 
HoUandt gecomen was met die meijninge omme d'oude vruntschap 
met Syne Majesteit te vernieuwen , waerover niet hadde connen naer- 
laeten Syne Majesteit te begroeten ende dese cleijne v^eeringe te 
doen, daermede syne goede affectie ende genegentheyt bethoonende, 
de schenckagie wierd aengenomen ende van den Coninck geant- 
woordt, dat het hem seer aengenaem was, waermede geUcentieert 
wierden , sonder dat voor dien tyt meer gesproocken wierde. Daer- 
naer s^n by des Conincks soone , pangoran Oabang ende den Tom- 
mogon geweest, welcke de vereeringe mede aennamen, sonder dat 
in redenen, verhaelens waerdt, conden geraecken off oock andere 
mochten spreecken. D'Engelschen hielden haer oock soo vreemt dat 
niet alleene d'onse niet en spraecken, maer selfe niet eens wilden 
off dorsten aensien. 

Terwyle dese onse gesanten tot Bantam waren, syn van den Coninck 
van Bantam andere gesanten nae Battavia gesonden ende is ons 
door die van Bantam, soo 't schynt, oock met kennisse van d'Ën- 
gelschen, een geheel ander wellecomste bereydt, daer weynich op 
verdacht waren, ende d'onse tot Bantam op d'uytcomste van haer 
boos voornemen getrayneert wierden. 

't Is geweest dan den 24** December van Bantam tot Battavia 
aengecomen syn vyff tingans, met omtrent 40 Javanen, inhebbende 
omtrent 150 pieol peper ende eenige andere snuysteryen , dewelcke 



Digitized by 



Google 



121 

naerdAt aen den boom gevisiteert ende al haer geweer, soo men 
meende, overgegeven hadden, binnen gecomen sQn ende dicht aen 
de brugge vant casteelspleyn , daer Syne Ëd^ met syn gevolch 
dagelycx passeren moet , plaetse genomen hebben. Ondertosschen dat 
hier met haer vaertn^gh lagen is Syne Ed^ eerst tegen den avondt 
van eenige Chineesen gewaerschonwt hoe gemelte Javanen wel van 
eenich qnaet voornemen souden mogen sQn. Syne £d^. insiende 't 
peryckel welke daerin gelegen was, soo men in den laten avond 
motie tot derselver apprehentie ofte verseeckeringe maeckte, vondt 
goet de wacht, welcke gewoonlijck aen voors. bmgge gehouden 
werdt, buyten ordinaris te laten verstercken, omme den volgenden 
m(»rgen met des te meerder securitegt op derselver verseeckeringe 
ordre te stellen, welcke versterckinge van wacht, soo 't schynt, de 
Javanen omsichtich heeft gemaeckt dat haer boos voornemen wel 
mocht ontdeckt ende aen den dach gecomen s^n, in vo^en dat 
daerover met vreese ingenomen synde, des middemachts omtrent een 
ure hun met haer piecken ende crissen uyt de prauwen begeven 
hebben, stellende haeren cours door de Heerenstraete nao de brugge 
over de groote riviere leggende, om alsoo t'ontcomen, geleek oock 
geschiedt is, hebbende alvoren de drije schiltwachten, welcke omtrent 
haer vaertuQgh gestelt waeren overrompelt, een derselver gedoot ende 
d'ander twee swaerlgck gequetst , vermoordende en quetsende voorts 
al wat hun in den wege tegenquam, in voegen datter in de furie 
seven Nederlanders ende een swart dootgebleven^ ende bovendien 
noch eenige bergers deerlijck gewondet syn geworden, synde van den 
haren niet meer als een gebleven. 

Dienselven nacht hebben haer eenige van de Javanen, welcke hier 
onder onse bescherminge eenigen tijt geresideert hadden, hun met 
vrouwen ende kinderen mede op de loop begeven, welck men on- 
getwijffèlt presumeert van den geintendeerden aenslach eenige ken- 
nisse gehadt moeten hebben, vreesende mede ontdeckt te werden. 

S'aiiderendaegs smorgens den 25* op Eersdach sijn twee andere 
tingans met omtrent 20 personen van Bantam aengecomen , die ge- 
houden wierden gevolch van voors. geselschap te sQn, waerover 
Syn Ed^ eerst voor de predicatie ende ten tweedenmael nae de 
predicatie ordre gegeven heeft dat men dezelve met goede verseec- 
keringe wel naeuw soude doen visiteren , om geen onschuldige 



Digitized by 



Google 



122 

f offenderen y is dese visitatie met solcken scrapnle off cleen bedenc- 
ken onderiegdt dat de Javanen met behendieheit aen Aea boom haere 
wapenen in handen cregen, aen landt sprongen, een van d'onse 
doorsteeekende ende twee qnetsende, langs strandt wechloopende 
met verlies van twee van den baeren y die op de plaetse dootbleven. 

Nae dit ongeval, ofte om beter te s^igen, de misslach vant ver- 
radersch voornemen , wierden condich datter twee k drye hondert 
IHranwen op seecker exploict van Bantam nae Battavia vertrocken 
waeren ende haer onderweegh aen d'eylanden (mihielden, geVjck 
mede dat 40 tingans in de rivier van Ontong Java twee doysent 
mannen gebracht waeren, waeraen dat scheen alsnn voorhanden te 
wesen de generale tocht, welcke die van Bantun overlange te water 
ende te lande op Battavia voor hadden, dat groote schrick ende 
vreese onder d'ingesetene van Battavia, maer insonderheyt onder de 
Chineesen veroorsaeckt heeft. 

Terwyie dit tot Battavia geschiede, waren onse gesanten in de 
schepen voor Bantam nae d'occasie om in verder gespreek met die 
van Bantam te comen, gelijck mede nae ordre wat vorder in de saecke 
te doen hadde, van ons verwachtende. Interim wierden door een 
Chinees gewaerschonwt dat sg den Gk>nvemenr-Generael souden 
aenseggen op sQn hoede te willen wesen, aUoo een aenslach opSyn 
Ed^. voorgenomen was , welcke op Kersdach ofte Sondach als met de 
Baden na de kercke ofte tsavonts ten hnyse van den Capiteijn van 
de Chineesen sonde gaen, int werck sonde gestelt werden, doch 
dese waerschonwinge geschiede te laet, dewyie de bestemde t^t al 
verloopen was; vernamen oock corts daerop van d'Engelschen dat 
tot Bantam eenige Javanen, die op den tocht in Battavia geweest 
waren, een dooden ende eenige geqnetsten medebrachten, nytge- 
vende dat de Ck)nvemeur-Generael , Kersdach soo uQt de kercke 
qnam, geqnetst ende de hnysingen aen de westsijde van de riviere 
vernielt ende geraseert hadden, waeraen genonchsaem voor seecker 
vernemen ende bespeuren, gelQck nu bij veelen geseljdt werdt, 
dat bij die van Bantun voorgenomen is den Gouverneur Generael 
ende Raden met de voomeemste hooffden te doen vermoorden ofte 
om te brengen ende op de verslagenthe^t welcke sulcken moordt 
sonde veroorsaecken, yeuwers een inval opt casteel ofte stadt Bat- 
tavia te doen. De Chineesen seggen datter op deese moorderye 



Digitized by 



Google 



123 

groote premie gestelt sonde wesen, namentlyek soo Syne Ed^ Tan 
6^1 Engelsman gedoot werdt dat 2000 realen van 8^ daervoor sonde 
genieten, ende soo een Javaen snlcx effectneerde dat die de digni* 
teijt van een Qniey dn pathi sonde obtineren. (Jodt sy gelooft dat 
het haer voor dees tijt gemist is, hoopen in toecomende op diei^e- 
- Igcke aenslagen , sooveel mogeigck naenwer te letten. 

lyaenslach is soo bele^dt geweest, dat byaidien deselve door 
Gk>deB genade by geval niet ontdeckt ware geworden, die van Ban- 
tam met intelligentie, wdcke gehadt hebben met de Javaenen tot 
Battavia residerende , een seer groote moorderye in de stad sonden 
hebben aengerecht ende deselve, des Otoöt lange genadeleek gelieve 
te verhoeden, t'eenemael offte ten meerderen deele gedestnieert ende 
verbrandt hebben. 

Off het met kennisse ende Raedt van d'Engelschen voorgenomen 
sg , is Oodt bekent , sooveel isser aen , dat wel seecker woeten die 
van Bantam geen kennisse van onsen Eersdaeh dan door d'Engel- 
schen connen hebben. Van d'eene nacht tot d'ander hebben tot 
Battavia 't vervolch van desen aenslach verwacht ende snlcken 
ordre ter deffentie gestelt, als doenlyck is geweest; int casteel be- 
vonden 't gamisoen 275 coppen sterck ende f selve aen de zeecandt 
f eenemael open, in alles seven bosschieters , die 34 stncken te bewaren 
hadden, wijdt ende sijdt van den anderen staende, de stadt bracht 
in wapenen 200 coppen ende was versien met 57 soldaten, op dr^e 
rednytjen ende aen den boom verdeijlt, welcke sonden moeten besetten 
ende deffsnderen 't circnit van de stadt, groot sijnde met propre 
gangen , een groot nre gaens , waeraen VEd. considereren connen in 
wat staedt Battavia is ende hoe het gaen sonde, soo de vQant gijn 
voornemen conragienselgck hadde derven vervolgen. Tis waer dat 
machtich genonch sQn om het bolwerck de Diamant te honden ende 
daermede alle 't geweldt van den vi)andt te wederstaen, maer wat 
sonde het de Compagnie helpen als de stadt (des Oodt verhoede) 
gedestmeert, 't volck vermoordt, verstroyt, de goederen ende pro- 
visien vernielt wierden. De Chinesen sgn in de stadt wel 3000 
coi^pen sterck, maer in verscheiden alarmen hebben gesien dat 
geen conragie hebben om weer te bieden, maer hnn alleen met de 
vlncht soecken te salveren. Van de schepen hier ter reede leggende 
oonnen geen assistentie van volck becomen, alsoo alle daervan seer 



Digitized by 



Google 



124 

onvoorsien sQn , gelyck VEd. bij nefiénsgaende register connen sien 
dat op 17 schepen (daeronder 't schip Vianen) niet meer dan 571 
coppen 800 gesonde als impotente sijn y daeronder mede begrepen 
syn 28 timmerlieden op Onrast. 

Voor desen tronbel waeren aen de westsijde van de rivier vele 
erven aijtgedeelt ende affgeroijt, op veele straten veel nieawe hoi)- 
sen begonst , maer dewijle de stadt aen die sijde noch heel open is , 
biyft dese nieuwe aenbouw steecken, ende heeft meest al het volck 
aen de westsijde van de riviere haere woningen verlaten etc. d' Al- 
mogende wil Battavia voor alle ongeval behoeden. 

Dit hebben alsoo wat breede geextendeert ende verhaelt^ opdat 
VEd. sien mochten wat men in tijt van noot met soo een handtien 
vol volcks, tot nootwendige deffentie sonde connen verrichten ende 
VEd. dienvolgende geanimeert ende gestijtt mochten werden uwen 
benoodichden ende machteloosen staet alhier y sonder langer versugm 
ofl;e nijtstel met mymer ende onbecrompenen secoors van volck opt 
spoedichste te secnnderen^ 

Hiervoren is verhaelt hoe die van Bantam een verraderschen 
aenslach op den persoon van den Gk)nvemenr-Generael ende de 
principaelste hooffden alhier, mitsgaders op de stadt Battavia voor 
souden gehadt hebben, ende hoe deselve door Gk>des genade ter 
goeder tgdt ontdeckt is geworden. Tsedert vernomen synde hoe 
haer een menichte Javanen , wel vgff k 600 nae gegist werdt sterk 
sQnde, haer tegen tzuydteljnde van de stadt over de groote rivier 
omtrent een canonscheut int bosch gelegert hadden , sonder dat bQ 
deselve yets ten principalen geattenteert wierd , als dat haer soo nu 
ende dan bij nacht ende ontijde aen d'oostsijde van de riviere met 
cleene partyen , soo op den heerenwech als omtrent Compagnies 
coestal ende in de thuijnen daeromtrent verthoonden, ongetwijffelt 
op 't vervoeren van 't bestiael toeleggende , gedurende welcke lege- 
ringe ende excursien de borgene soo bnyten als binnen in groote 
vreese sittende, insonderheijt de Chineesen, die haer bijkans t'eene- 
mael van alle ordinary handtwerck ende bouwery onthielden ende 
als stil saten , verwachtende alle uren overvallen ende geslagen te 
werden, goedtgevonden hebben omme van des vgants gelegentheijt 
ende sterckte naerder kennisse te mogen becomen ende de vrees- 
achtige borgerge wat courage te geven , den 3*^ deser 100 coppen 



Digitized by 



Google 



12Ö 

te voet ende 20 te paerde vant gamisoen alhier int velt n^t te 
setten met ordre dat het paerdevolck voornyt sonde gaen om den 
vgant te ontdecken ende 't voetvolck haer in twee tronppen daer- 
omtrent sonde verdeelen om de mijterde in cas van disavantagie 
promptelijck te mogen secunderen. Waerop gevolcht is dat het 
paerdevolck den vljant onverhoets, soo 't schijnt, op sijn legerplaets 
betrappende , conragieoselijck op deselve is aengevallen , doende vijff 
k ses charges daerop, in welcke ses schermntseringe van 'svijants 
syde nae geseijdt wordt 20 ii 30 dootgebleven sijn ende ongetwflffelt 
noch meer sonde gesnenvelt hebben , soo men 't voetvolck mede 
geordonneert hadde aen te vallen , twelc om onse presente sehaers- 
heijt van volck niet dorsten avontneren. Van onser sljde is de Capitein 
vant gamisoen gedurende de voors. handtsgemeenheyt geqnetzt ge- 
worden ende maer een soldaet dootgebleven; den vijant verliet sijn 
legerplaets ende retireerde sich op sijn voordeel dieper int bosch. 
Op den middach nae dit gevecht hebben vernomen dat ongeveer 37 
praenwen van de west comende bij claren dage, hnn onder scheuts 
vant casteel geanckert hebben voor de riviere van Ancké, met in- 
tensie, soo men presumeert, om den vijant seconrs van volck ende 
vivres toe te brengen. 

Siet eens £d. Heeren tot wat een extremiteit ende desolatie 
VEd. Colonie alhier, welcke aireede in soo wenschelijcke termen 
van progres was staende door UEd. deffectnensheijt van requisyt 
seconrs van volck tot maintenne van dien té seijnden, geschapen 
staet te vervallen , door loutere onvermogentheljt moeten den vyant 
soo dicht op den nense gedoogen ende toelaten, dat in spijt van 
ons met si)n vaertuijgh soo onder de oogen heen ende weer comt 
derven braveren sonder dat in jegenwoordige conjnncture daertegen 
de minste resistentie connen bieden. Waer salt heenen, bij sooverre 
de zeesteden om d'Oost van Java gelegen (welcke altsaemen van 
desen aenslach kennisse hebben) den vijant, daermede sij ongetwijf* 
feit intelligentie honden , toevallen ende ons gesamender macht opt 
igff comen sacken, sond het wellicht met de stadt daervan wij 
qnalyck 't vierendeel machtich sijn te besetten ende dese onse 
bloegende repnblycqne niet t'eenemael nyt ende gedaen sijn , sonder 
eenige hoope van redres in 't aenstaende? « 



Digitized by 



Google 



126 



XXI. De Gk)iiveraeiir-Oenerael Jan Pletersz. Coen en 
Rade van Indie aan de Bewindhebbers der 
gener. O. I. Comp. (Heeren XVII). 



Batavia, 3 November 1628. 

Op 12 November 1627 enz 

Met onze voorgaende is UEid. geadviseert hoe die van Bantam 
een aenslach op ons ende Batavia onderleQdt hadden ende haer 
voornemen y Godt loff, miglnckt was, voor een treffelycke waer- 
schouwinge heeft het ons ter goeder tijt gedient ende oorsake ge- 
geven, dat wel te passé 't gamisoeü van Batavia met eenige boots- 
gesellen versterkten. Tsedert hebben met partijen te water ende 
te lande omtrent Batavia op d'onsen gerooft ende gemoort, maer 
weijnich voordeel gehaelt, dan dat eens 15 blanken in een tingan 
versloegen, waertegen oock veel van haer moescoppers in de riviere 
van Ontong Java geslagen ende wel 30 tingans met veel andere 
eleene praenwen genomen zijn. Met 100 tingans syn zy 15» Aa 
gnsty des nachts bij Omnist geweest omme d'onse aldaer te over- 
vallen, maer goede wacht vernemende, weecken weder af. Onder- 
tosschen zyn continneiyck wegen die van Bantam door Simsnan, 
Chinees coopman, tot accoort versocht ende aengemaent, seggende 
dat die van Bantham sochten haren staet met onse hnlpe tegen de 
Mattaram te verseeckeren , maer alsoo dese persoon gemeenlijck is 
verschenen als eenige schelmerye onderleijt wiert, heeft sijn credit 
verlooren. 

28*" Jannary passato is de president van d'Engelsen met synen 
Raedt, van Batavia vertrocken ende hebben hare residentie tot Ban- 
tam genomen , 4 Engelschen geringe personen vooreerst sonder mid- 
delen , geit off goederen tot Batavia latende , daema hebben al haer 
volck ende goederen, die voor den brant wt haer hnijsen in de stadt 
gebracht hadden , den 31° Angnsty gelicht ende met 't jacht de 
Dnyve mede tot Bantham gebracht , sonder ons eens aen te spreec* 
ken, wy verlangen te vernemen hoe VEd. verstaen dat met haer 
haiTidelen sullen aengaende de peper, die te Bantham souden mogen 
becomen ende voor haer alleene pretenderen te honden, ende 



Digitized by 



Google 



127 

wat voorder doen sullen aengaende 't acces tot Bantam onder pro- 
testatie toegestaan. 

Tsedert onse jongste is tot Batavia gants weynich negotie ge- 
dreven, lange sgnder cleeden gebreck geweest, niet een Chineese 
jonck isser tot Batavia noch elders gecomen, 't is nu mede omtrent 
10 maenden geleden dat door de Tommegon Bonraxa, admirael, 
wegen de Mattaram van de Javaensche zeestrant verboden wiert, dat 
niemant sonder zyne licentie na Batavia sonde varen, heeft oock 
800 goeden wacht doen houden , datter tsedert voors. tyt geen 
praeuwen dan eenige weynige (die hij sulcx toeliet omme ons t'abu- 
seren) gecomen sijn , alle vremdelingen in 't landt van de Mattaram 
gecomen, hebben daer opgehouden ende 't gantsche lant alsoo ge- 
sloten, dat noyt yet seeckers van haer voornemen conden verstaen, 
doch 't oude geruchte dat de Mattaram met hondert dugsent mannen, 
anderen seyden 48000 ie lande ende 3000 praeuwen te water na 
Batavia oft Bantam gaen soude , «continueerde geiyck voor dese eenige 
jaeren is geschiedt De geaposteerde praeuwen ontkenden eerst de 
Tommegons verbodt ende verhinderingh , maer overtugght synde 
seyden, dat de Tommegon de praeuwen ophielde omme syn rys 
dies te dierder te vercoopen, gelyck wel meer gedaen heeft; item 
datter rijs ende praeuwen genoech comen souden ende dat dit jaer 
door de Mattaram niet voorgenomen soude worden, doch soo van 
andere quartieren geen secours van rys becomen hadden, gelyck 
voren is geseyt, souden in Batavia van hongersnoet vergaen hebben. 
Onder de geaposteerde praeuwen is hiermede den 13« April als 
gesant verschenen de broeder van den Tommegon van Tegal Chey 
Banga % met 14 praeuwen rijs; dese versocht emsteiyck dat 
de Mattaram souden willen helpen Bantam aantasten ende een ge- 
sant na de Mattaram senden; op 't versoeck van assistentie tegen 
Bantam namen ons beraedt ende de besendinge excuseerden met de 
quade genegentheyt die voors. Tommagon Bouraxa f onswaerts be- 
toonde. Den 22» Augusty quamen tot Batavia aen 59 goraps ende 
praeuwen van de voors. Tommegon Bouraxa met 150 hoombeesten, 
120 lasten rijs, 10600 bos pady, 26600 cocusnooten, 5900 bossen 
suycker ende andere cleenicheden (soo zy seyden) , waren gemant 



1. Kiai RoDggo. 

/Google 



Digitized by ^ 



i2è 

met wtgelesen volck, sterck omtrent 900 coppen, de beesten brach- 
ten op reeckeninge van 800 stncx, die in April 1627 gecontracteert 
hadden te leveren k 8 realen tstuck , drie dagen na haer souden 
noch 27 praenwen met beesten comen , haer compste veroorsaeckte 
veel bedenckens; sanderendaechs deden voors. 150 beesten lossen 
ende meest al de praenwen (met misnoegen van de Javanen) weder 
bnyten leggen; savonts den 24^ ditto qnamen noch 7 praenwen van 
Bonraxa aen, die niet begeerden binnen te wesen, versochten een 
pas omme na Malaca te mogen varen, om qnade desseijnen voor 
te comen lieten de revier met een boom slnijten , leyden extraordinary 
bnijtenwacht opt pleijn van 't casteel daer de merckt is ende ordon- 
neerden twee tingans bnijten d'eerst gecomene praenwen wacht te 
te honden ende voor te comen, dat d'andere 7 bQ d'eerste niet sou- 
den comen, opdat haer geen geweer overgaven, ende alsoo dese 
seven tegen wille van onse wacht bij d'anderc wilden varen, con- 
testeerden soolange tot dat aen malcanderen geraecten ende tvolck 
van omtrent 20 praenwen, die binnen lagen, de bugtenwacht van 
de merct omtrent te middernacht mede opt lyff vielen ende 't fort 
van alle canten bestormden , eenige Javanen vervolchden dese wachters 
800 corts dat met haer over de landt garden tot binnen 't fort liepen 
en al ons volck van de gardijn dreven, eenige meenden op 't bol- 
werck de Robijn te loopen, maer werden door een hamey op de 
gardijn staende gestut , de meesten hoop bleeff op de berm van de 
Diamant ende t'oude fort, de Javanen van de praenwen buiten 
sijnde liepen door 't water tot aen de berm van de punt de Peerl , 
alwaer het voomemeiyck gemunt hadden, vermits 't fort daer op 
sQn swackste was ende met gemack over d'aerdewal (12 voeten 
hooch sijnde) conden loopen, doch met gewelt van mosquetterye 
wierden affgehouwen, maer niettegenstaende dat continueiyck op 
haer schooten soo bleven aen de berm tot dat de dach aenquam , 
in voege dat 5 ujren lang tegen de bespringers geschoten wierd, 
t'is ongeloofflgck hoe groeten couragie off onbedachthegt eenige Jsl* 
vanen toonden, maer wierden niet wel van de haere gevolcht, met 
t'aencomen van den dach trocken aff, veel dooden achterlatende, 't 
nieuwe huQs van den ontfanger, daer veele in waeren, verlieten 
inede. 
Den 25n ditto met den dach sagen de voors. 27 praenwen aeA- 



Digitized by 



Google 



129 

comen , doch vant a^eslagen volck tijdinge becomende, landen in 
de revier van Marondo; sonden eenige paerden int velt omme na 
vorder gevolch te vernemen, ende gaven ordre om alles van bnijten 
in te trecken , int velt wierd volck vernomen , twelcke schenen van 
d'affgeslagene te wesen. 

Den 26» ditto qnamen groote menichte volck met vliegende ven- 
dels tot int gesichte van de stadt marscheren, hierop resolveerden 
een groot deel vant zayteijndt van de stadt daer niet veel steenen 
hnijsen waren aff te snijden , verbranden ende raseren, omme 
t'ander deel te beter te deffenderen , alsoo niet mogelick was dat 
alles tegen de macht van den Mattaram souden connen beschermen 
ende wiert snlcx datelijck begost, alle 't volck op de westzijde van 
de reviere woonende, gelyck mede d'Sngelsen, verlieten van selffs 
haer wooninge ende trocken int beste deel van de stadt, dat voor- 
namen te slnijten en te deffenderen. 

27" ditto met den dach waren de voorloopers van de v^andt, 
sterck 800 k 1000 coppen, int affgesneden deel van de stadt, be- 
gosten heur daer te begraven ende de reduyt Hollandia aff te 
sneden, 't geheele leger volchde haer met vliegende vendels in 
goede ordre, doch van 120 soldaten ende eenige bm^ers wiert de 
vijandt weder wt de stadt gedreven met verlies van veel van d'hare^ 
die op de plaetse, in revier ende gracht doot bleven; tleger siende 
haer volck met disordre wt de stadt vluchten , retireerde mede met 
ordre na de thu^n van Specx, daer hun legerplaets vooreerst 
namen; daema sijn binnen scheut van mosquet comen legeren, 
achter beschansinge van cocosboomen, pinang ende geclooven riedt 
aen malcanderen gebonden , daer met groff geschut niet doorschieten 
connen. 

In deser voegen sijn wel onversiens van 't volck van de Mattaram 
met groote stouticheijt en couragie besprongen, dewyle de name van 
den Mattaram seer groot is ende niet vernemen conde hoe sterck 
dat sy waren, brochten alle d'onse groote vreese aen, de Chineesen 
namen de vlucht in de praeuwen van de Javanen verlaten, al die 
begeerden lieten daermede met vrouwen ende kinderen op de reede 
by de schepen varen, de Nederlandsche vrouwen (dewyle de stadt 
geheel open was) sonden mede aen boort, doch doen de Chineesen 
sagen met hoe grooten couragie de Javanen van d'onse wt de stadt 
V. 9 



Digitized by 



Google 



130 

gedreven wierden met veiiies van groote menichte , die op de plaets 
doot bleven leggen , schepten veele weder moet ende keerden weder 
in de steenen hnysen. 

De vQandt aldus vant ordlnary gamisoen, sterek wesende 529 
coppen, vant fort ende stadt affgeslagen wesende, ontboden wy 
de schepen van Bantam ende 't eijlandt Onrast, deden 200 boots- 
gesellen aen landt comen, wapenden d'ongewapende bnrgerye ende 
ambachtslieden ; de bolwercken de Peerl , Saphier ende de gardijnen 
daer men over cost loopen lieten met rieden pallisaden besetten , 
gelyck mede de stadt, staecken den brandt in de verlaten rieden 
hnljsen ende raseerden dat ons hinder mochte doen ende de vijanden 
voordeel geven. 

De Engelsen die tyts genoech hadden omme te bergen al watter 
in haer hnljsen was , verlieten deselve met groote partije qnaet bos- 
cmijt, 200 musquetten, eenige sabels, ton wen ende veel ronmieling, 
mede nemende dat haer best aenstont, 't qnaet cmyt lieten wij in 
de revier werpen ende 't geweer scheep brengen, omdat het in des 
vQants handen niet sonde comen. Den 26° des nachts leijden wg 
60 coppen soo burgers als soldaten in dese hnysen om die te be- 
schermen, maer alsoo deselffde niet conden deffenderen ende genoech 
met de stadt te doen hadden, wierden genootsaect tselve volck opt 
versoeck van de burgers in de stadt te laten. Des nachts tusschen 
den 27 en 28 Augusty geracete d'Engelse huijsen mede aen brant, 
doch het packhuys daer de touwen in lagen bleef noch onbescha- 
dicht, haer werd geraden dat de touwen in de rivier souden laten 
schieten, maer wilden 't niet doen, setjden dat daertoe geen ordre 
hadden , dese huijsen verbrandt wesende , deden wij de mueren mede 
raseren om voor te comen dat de vijant binnen deselve niet souden 
comen legeren ende de stadt benouwen. 31° Augusty quam hier van 
Bantam t'Engels jacht de Duijve omme haer volck ; synde drie 
Engelsen met 10 swarten ende goederen te lichten, dit volck ende 
geborgde goederen lichten si} ende vertrocken weder na Bantam 
sonder ons aen te spreecken, wtgevende dat een groote somme geit 
aen goederen in haer hupsen verloren hadden. 

Nadat de hevige moet van den vijandt wat gecoelt was, vonden 
wij goet de punten de Saphier ende Peerl met houtwerck voor aen- 
loop te verseeckeren , veiiiogen ende vergrooten, welck in eenmaent 



Digitized by 



Google 



131 

^daen is, in snlcker voegen dat vry wat beter dan te voren ge 
deffendeert connen werden. 

'Snachts tnsschen 10«» ende 11«» September is de vijant binnen 
schent van een pistool aan de stadt geaprocheert , alwaer hnn be- 
groeven, hadden in een nacht sooveel hout ende gecloven riet aen 
malcanderen bijeengebracht dat achter tselve van groff geschat scheut- 
vrg waren. Den 12» dito lieten hierop een wtval doen met 50 sol- 
daten, eenige Japonders ende Mardickers (onder faveur van 150 mus- 
quetten op de wal staende) d'onsen trocken tnsschen 't leger van den 
vijandt van achteren in voorn, aproche , dreven 2 k 300 oft meer vijan- 
den daer wt ende sloegen 30^40 op de plaetsedoot, doen de vijandt 
aen 't vluchten was, vielen de Chinesen met sulcke menichte wt dat 
bet wonder om sien was , staecken d'aproche in brant ende brachten 
veel goet in de stadt , van d'onse wierd , Godt loff , niet een geqnest. 

Savonts den 21» September begost de vijant met groote macht bij 
de reduyt HoUandia t'aprocheren , terwijle rontsomme de stadt ende 
fort loose alarm jnaeckten, om voor te comen dat haer naerderinge 
niet souden verhinderen ende de reduyt HoUandia assisteren, brach- 
ten ladders ende rammen bij de wercken om de reduyt te beclimmen 
oft de mueren door te rammen , onder faveur van eenige die con- 
tinuelyck met lange roers tegen de reduyt schoten, maer door d'onse , 
die 24 sterck op de reduyt waren, wierd soo goeden tegenweer 
gedaen dat de gantsche nacht de geheele macht affkeerden, al haer 
cmyt verschoten, ende de vijandt niet anders vorderde dan dat hun 
op 5 plaetsen begroeven ende met houtwerck tegen ons geschut 
versekerden; smorgens den 22»* ditto resolveerden de reduyt t'ont- 
setten ende de naerdering van de vQandt te verhinderen, vielen wt 
met 300 soldaten, 100 burgers ende groot gevolch van Mardickers 
ende Chineesen, ende dreven de v^andt wt alle haere aprochen tot 
in heur leger met groot verlies van de haere, jae een groote menichte 
vluchten met vliegende vendels wt haer leger, alle de naerderingh, 
die meer dan op thien plaetsen begost was, wierd geraseert ende 
verbrandt, gelijck mede de scheutvrije huyskens op de reviere bij 
de reduyt gebracht ; d'Heere zy van dese victorie gelooft , wij houden 
seecker te wesen datter tot desen dach wel 12 k 1300 vijanden doot- 
gebleven sijn; de gevangenen seggen 2 k 3000, van onse zijde 12 
Nederlanders met weynich Chineesen ende Mardickers. 



Digitized by 



Google 



132 

Bg dese gaet tranelaet van drye missiven * door de Tomagon 
Bonraxa; veltoverste van de Mattaram, geschreven, VE. sollen daer- 
door sien hoe ons met 300 M. mannen dreijcht ende geeme sonde 
hebben dat van selffisi van Batavia vertrocken. 

Door seeckere gevangenen hebben verstaen, dat dit leger van den 
Mattaram op haer eerste aencomste sterek is geweest acht, negen 
k thien dnysent mannen , daeronder een k twee dnysent dragers , 
hiervan syn te lande gecomen 4800 ende te water, d'eene segt 
3500, d'ander 4800, weicke in de reviere Marondo landen, ende 
dat dese tocht op voorgeven ende versoeck van de Tomagon Bonraxa 
bij der handt genomen is, dat hy door syn volck op Batavia hande- 
lende (die de veroveringe van Batavia licht schicktenj bedrogen is 
ende de Mattaram mede geabnseert heeft, welck zyn leven oosten 
sal h o weder comt, alsoo de Mattaram vast toegeseijt heeft Batavia 
te leveren. 'Tblijct dat de schoone occasie die de handelaers tot 
Batavia gesien hebben, de vyanden aengelockt heeft dese tocht met 
soo cleene macht te doen ; t ordinarie gamisoen is niet meer dan 
300 coppen sterek geweest , de bnrgerye ten hoochsten mede maer 
300, welck de vijanden van d'Engelsen ende andere wel vernomen 
hebben , H fort was niet gesloten dan de Diamant alleen , over de 
wallen ende de twee seebolwerken (die maar begost waren) conde 
men int fort lopen , de stadt was rontsom open , de graft ende walle 
aen de oostzijde van de stadt wesende, conde de vijant niet ver- 
hinderen, met haer piecken swemmen bij nacht door 't water ende 
loopen over de wal, de Chineesen ende Mardickers achten syniet, 
alsoo de conragie niet hebben omme haer te deffenderen. 

Hadden voorn, praeuwen een dach binnen mogen leggen tnsschen 
't fort ende stadt, gelyck altyt een gebruijck is geweest tot dat het 
volck te lande mede bij de wercken waren gecomen ende dat dan 
d'een opt casteel ende d'ander op de stadt (gelyck haer dessein 
schijnt geweest te sljn) aengevallen hadden, een groote moort son- 
den gedaen hebben ende Batavia hadde peryckel geloopen, maer 
door de bnijtenwacht syn die van de praenwen genootsaect gewor- 
den haer aenslach een dach te verhaesten, soo dese bnijtenwacht 
't volck van de praenwen niet in de wech waere geweest ende 



1. Zie één dezer brieren liier achter, onder n®. XXII*. 

/Google 



Digitized by ^ 



133 

alarm gemaect hadden , de v^ant sonde met alle man int fort 
geloopen, groote moort bedreven ende henr, na geoordeelt wort, 
meester vant fort (wtgesnndert de pnnt Diamant) gemaect hebben ; 
gelooft sij 6odt dat soo quadendisseyndusverdemislacktis, d'Heere 
wil Batavia vorder bewaren. 

Veel meerder couragie, anctoriteijt , beter beleljt ende ordre ver- 
nemen wg by dit volck van den Mattaram te wesen, dan voor dese aen 
die van Bantam gesien hebben , welcke oock oorsaecke is dat die van 
den Mattaram soo weynich als die van Bantam van d'onse geacht 
syn geweest ende dat voor de versekeringe vant fort ende stadt 
soo weynich gesorcht is ende veel groote noodeloose oncosten ge- 
daen sgn. 

Aen d'aproche door de vyanden gedaen^ hebben wy gesien dat 
het casteel Batavia tegen de macht van den Mattaram qnaUJck ge- 
bonden sonde connen werden, alwaert oock rontsomme met steen 
ende calck voltrocken, ten zy dat het met stercker gamisoen dan 
voordese beset worde. 

Omtrent 12000 cocnsboomen waren hier door de bnrgerije als van 
wegen de Compagnie aengeplant, daervan veele al vracht begonnen 
te dragen; alle dese geUJck oock d'onde boomen heeft de vyant ge- 
geschent ende alle de tonnen rontsomme ^e stadt bedorven, groote 
schade isser door veel burgerije aen huysen ende thnynen geleden. 

Cort voor de comste van voorn, leger was de pady door de Com- 
pagnies lijffeijgenen geplant, vant velt int fort gebracht, bedragende 
omtrent 25 lasten, maer van tgene de Chineesen hadden geplant is 
noch vrij wat opt velt gebleven. 

Vernemen niet dat de vijant van Bantham andere assistentie be- 
comen heeft dan vijff tingans met rijs ende vier potten cruyt, die 
van Bantham syn mede in groote vreese ende honden haer volck in 
de stadt byeen. De voorgemelde Sim-snam schrijft van wegen die 
van Bantam dat haer seer verhengen, dat die van de Mattaram met 
800 groeten verlies van haer volck affgeslagen ende wt haer tren- 
cheen gedreven hebben, ende raedt weder op nienws aen ons met 
Bantam te vereenigen ; int leger van den vijandt is gants geen rijs , 
leven meest van seeckere wortel, gadong genaemt, ende van rys die 
eenige in de dorpen van Bantam bedelen; 't seconrs dat te water 
becomen^ is weijnich. 



Digitized by 



Google 



134 

Nadat den vijandt den 22^^ September gelijck voren is geseijt wt 
alle de gedane aproche weder in sijn leger hadden gedreven met 
verlies van niet min dan drie hondert van de sijne op dien dach 
alleen, ontviel haer de moet, vr^ veele hielden haer seer stille, 
ende (wy) sagen 't gewach van vrolck in haer leger merckelijck ver- 
minderen, daerop van dr^e bysondere gevangene verstaende, dat 't 
meerendeel van des vijant3 leger in voorgaende rescontre gebleven, 
gestorven ende verloopen was , ende resterende ten hoochste met de 
dragers niet meer dan 3 k 4000 sterck waeren , daervan veele her- 
waerts ende derwaerts int bos liepen, omme haer cost te soecken, 
resolveerden wy t'onderstaen oft de vijandt wt syn leger (welck in 
twee qoartteren aen d'ooszyde van de stadt lach) sonden connen 
slaen, tot desen e\jnde brachten int veldt den 21i^ October: 

van d'H. Jaecques Ie Pebvre, als veltoverste, 

24 myters 24 

6 comp. soldaten yder van 70 coppen 420 

3 „ burgers 210 

3 „ Japanders ende Mardyckers 210 

260 van des Comp. lijffeygenen tot pioniers 260 

700 gewapende Chineesen ende omtrent 800 bijloopers . . 1500 

42 bosschieters ende bootsgesellen met vierwercken ... 42 

met 201 bijloopers van de bnrgerslaven 200 

2866 
Terwgle dit volck bnijten de stadt int velt wiert gebracht, syn 
twee gesloten chiampans ende seven schnijten ende boots daerop 
150 bootsgesellen waren, des vijants leger genadert ende terwijlen 
sonder ophouden geweldich tegen malcanderen schoten is 't ander 
qnartier door d'avangarde (sijnde twee compagnien soldaten ende 
een compagnie burgers, met noch een andere troape van drie com- 
pagnien Japanders ende Mardyckers) aengetast, vermeestert ende de 
vyanden daerwt gedreven, 't vendel van de Japanders was eerst op 
des vyants wercken, de Chineesen was mede belast aan te trecken, 
maer lieten 'tna ende bleven in ordre staen. Voors: avangarde 
voorder na 't tweede quartier (daer de veltoverste de Tonunogon 
Bouraxa lach) marcherende , wierd de gewi^ende Chineesen andermael 
belast aen te trecken, soo haest dese ordre bequamen liepen met 



Digitized by 



Google 



135 

snlcken forie soo trefièlyck aen, dat het wonder om sien was, ende 
terw^le d'ayangarde van achteren in des vljants leger trock ende 
haer handt tegen hant deden wijeken, braken de Chineesen aen 
d'ander zyde door des vijants werek, clommen daerop, staecken'tin 
brant en dreven de vijanden, soowel als d'onse op d'andere syde 
deden, in de vlucht, in voegen dat door Oodes genade feenemael 
meester van des vgants legerplaets wierden, ende haer oock 't veldt 
deden ruijmen, dHeere zy daervan gelooft! 't hontwerck wiert in brant 
gesteecken ende door 't vier meest geconsumeert , maer d'aerde mosten 
door de hitte van 't vier ongeslecht laten , veele van d'onse meenden 
di^ de vQant wt syn legerplaets sonde vluchten soo haest voors: 
troupen souden sien aencomen, maer bevonden anders, bleven soo 
lange in haer geslooten werck tot dat d'onse daermede binnen liepen 
ende haer met enckel gewelt daer wt dreven ende uijtbranden; in 
dese rescontre syn omtrent hondert mannen van den vyandt op de 
plaets ende in de revier dootgebleven, daeronder den Tommagon 
Bouraxa veltoverste met sgn ouste soon, van onser sijde hadden vgff 
dooden, 3 Nederlanders ende 2 Japanders ende 50 gequetsten daer- 
onder 26 Nederlanders. 

De volgende nacht souden omtrent 50 stucx cleen vaertuijgh, te 
weten 30 van d'onse ende 20 Chineese praeuwen na de rivier van 
Marondo omme des vyants vaertuggh aldaer leggende (na van eenige 
gevangenen hadden verstaen) te vernielen; de Chinesen keerden 
sanderendaechs weder eer des vyants vaertuijgh vernamen, d'onse 
met eenige burgers ende Mardijckers, stercksynde omtrent 400 coppen 
voeren voort ende vonden omtrent 80tingansende2goraps, waervan 
36 tingans in Batavia brachten ende d'andere verbranden, invoegen 
dat de vyanden van 200 stucx vaertuygh, daermede tvolck te water 
herwaerts gecomen is, hondert en vyftich affhandich hebben gemaeckt 

Den 23° October Maendach, eer voors: praeuwen die men sach 
aencomen noch binnen waren, souden buyten de stadt int velt 
seven compagnien, te weten vier compagnien soldaten, een burgers, 
een compagnie van 36 Japanders ende een compagnie Mardyckers 
tot bescherminge van omtrent 4 a 500 Chineesen, 150 lyffeygene van 
de Compagnie ende eenige onser timmerlieden , welcke seeckere boomen 
naest de reduyt Hollandia staende sonde affhacken ende d'aerde van 
de trencheen des vijants ingenomen leger slechten; int velt comende 



Digitized by 



Google 



136 

venutmen hoe de vijandt haer ^eder aen ende in de thnQn van Specx 
versamelt ende de wech met cocusboomen toegeset hadden. Hierop 
resolveerden d'onse bij haer selven sonder ons daervan te verwit- 
tigen, de vijandt van daer te verdreven, trocken met voors. seven 
comp«» in twee troupen verdeijlt derwaerts (de Chinesen achter- 
latende alsoo niet begeerden mede te gaen, seggende dat geen ge- 
weer hadden ende niet geeomen waren om te vechten , maer te 
wercken) nae harde wederstant dreven de vijandt uyt sfln nieuwe 
legerplaets ende deden d'opgesette cocusboomen door des Comp: 
lijffeijgene nederwerpen; ondertusschen versamelde de v^anden met 
al haer macht bijeen , sterk omtrent 4000 coppen na eenige oordeel- 
den, doch andere beelden haer in datter wel 10 k 20000 waren met 
2 k 300 paerden ende nieuw secours bij den vijant geeomen most 
wesen, welck groeten schrick onder d'onse (die veele haer cruyt 
verschoten hadden) veroorsaeckte ; int afftrecken liepen de slaven 
met harden pas deur, d'arrieregarde keerde door onervarentheijt 
met een swier, trommelslach ende harde pas, hierop trocken de 
vQanden in een halve maen met groote menichte aen, in 't eerste 
wierden van d'avangarde (die int aftrecken d'arrieregarde was ge- 
worden) met ordre gestut, doch alsoo dese ordre mosten breecken 
int passeren van een dam aent slootien bij de thuijn van Specx 
ende dat ondertusschen d^andere troupe haer t'eenemael (sonder 
eenige reeden oft noot) in de vlucht begaff, haer geweer wech wer- 
pende, soeckende hem in de twee chiampans op de reviere leggende 
te salveren, trocken mede gelflck d'andere met desordre in de vlucht, 
meest alle sonder geweer, seer schandelijck deurloopende, tot dat de 
vijanden door 't groflF geschut van de chiampans ende de stadt ge- 
treft wordende van sel£& bleven staen; soo cloeck waren geweest 
ende met groote troupen inval hadden gedaen, qualyck een van 
d'onse souder a%ecomen hebben, ende tot in de stadt, ja verder 
hadden sonder wederstant connen gaen y alsoo niet één gesont soldaet 
in de stadt ende t fort was, ende tvolck van de praeuwen noch niet 
binnen geeomen waren. Onse mijters droegen haer oock seer qualyck, 
liepen 't voetvolck onder de voet; in dese resconlre ende disordre 
syn van d'onse doot gesmeten ende in de reviere verdroncken 56 
soldaten ende 4 burgers, daerenboven waren 20 gequetste voor de 
disordre binnen gebrocht, 140 soldaten ende burgers keerden weder 



Digitized by 



Google 



137 

sonder geweer, soodat de vQandt 200 p*. mnsqnetten, piecken, har- 
nassen ende andersinis van d'onse becomen heeft, doch niet min dan 
een a 2 hondert synder van dhaere gebleven; dit ongeval heeft veele 
van d'onse vry wat verslagen, d'Almogende behoed ons voor meerder 
ongeval ende wil ons met syn heijlige segen helpen. 'Taffhacken van 
boomen ende 't werck dat voorgenomen hadden te slechten is door 
dese disordre naei^bleven, ende de vijandt heeft datelyck weder 
aengevangen de wech by de thnyn van Specx (synde omtrent een 
halff mijl van't fort) met d'a%eworpen cocnsboomen te sluiten ende 
syn leger aldaer weder op nieuws neder te slaen. Batavia is niet 
alleen belegert van des Mattarams volck , sonder negotie , met dierte 
van alderleye lyfftochten beswaert, maer daerenboven worden noch 
allerharst gedmct met een extraordinarie sieckte ende sterfte van de 
roode loop, die gedurende dese belegeringe seer hart regneert, ende 
dat insonderheijt, ja bijcans alleen onder de soldaten ende bootsge. 
sellen; des Compagnie's l^fféggenen, gevangenen ende Chineesen 
hebben daervan geen noot, weijnich sterfEte isser onder haer; van't 
goamisoen syn ons in de maanden September ende October afgestorven 
157 personen soldaten ende bootsgesellen ende daerenboven gelQck 
voren is geselt 72 in den oorloch gebleven. 

Tsedert primo November 1627 tot Ultimo October 1628 sfln in 
Batavia overleden 395 personen ende daerenboven 235 op de schepen 
aldaer te reede leggende, Vë: dienen Indien met den eersten wel 
te secnnderen van cloeck volck oft is te vreesen dat des Comp: forten 
ende schepen in groot gebreck vervallen sullen. 

Tvolck corteling gecomen is soo ool^ck, dat veele in haere luljheijt 
ende vuijlheyt vergaen , meest syn se oock jongh en dom die hier 
comen, het boscruijt dat men spilt om de jonge soldaten te doen 
exerceren cost de Comp. veel meer dan off ervarene dubbelde soldije 
gaven, VE: gelieve te doen letten, soo veele mogelick is, dat her- 
waerts aen vant cloeckste volck gesonden worde, de Compagnie sal 
daeraen dienst geschieden, al waert oock dat de gagie vrij wat meer 
dan ordinarie souden moeten verhoogen. 

Tsedert de tocht door die van Bantam jongst op Batavia gedaen 
ende in dese tegenwoordige belegeringe sijn genootsaeckt geworden 
meer dan 4 a 500 bootsgesellen van de schepen te lichten ende tot 
versterckinge vant gamisoen in Batavia te gebmycken, veel jongers 



Digitized by 



Google 



138 

loopender onder, waenran thien qoaiyck tegen een doecke Javaen 
sonde connen bestaen. 

Ons gebreecken niet alleen enz. 

D'incompeten van Batavia tsedert primo November 1627 tot ülf : 
October 1628 bedragen f 287037 : 11 : 4 

de winst van den handel - 300000 : — : — 

d'oncosten (daervan ten behoeve van de scheepen 
alleen verstrect is / 310^.) bedraegen daertegen . - 900000 : — : — 

Waeronder begrepen sijn omtrent f 50<^. verleden jaer gespendeert 
ende niet geregistreert, soodat de somme van d'oncosten verleden 
jaer gedaen, niet veele verschilt, niettegenstaende dat het gnamisoen 
dit geheele jaer meer dan eens soo sterck als verleden jaer geweest is. 

Het fortificeren enz. 

Opt stnck van den vrgen handel sal volgens V: E: ordre geen 
verdere ouverture gedaen worden, d^Engelsen ende Deenen syn'tdie 
den inlantschen handel bederven, in faveur van de Moeren, Heydenen 
ende Portugiesen; om Batavia te meer fonderdrucken, sit d'eenenn 
tot Bantam ende d'ander tot Japara, gelijck voren is geseijt. 

Het de vrge lieden in Batavia gaet het gants slecht, daer sQn 
eenige weinige, die wat middelen hebben ende seer weynich die yets 
by der hant nemen omme haer eerlyck te generen; t sQn meestal 
tappers ende dronckaerts, d'eene vergaet in exces van drincken en 
d'andere door enckele lugheijdt in armoede, daeraen geen deucht 
wel bestoet can worden, onder haer is geen ander vaertuijgh dan de 
jachten de Peerle, Brotchia, denliarinck, Oorcom ende tfregat Nera, 
die altsamen welhaest sleijten. 

Aen Boycke Boyckes enz 



XXn. De Gouverneur-Generaal Jan Pietersz. Coen en 
Rade van Indie aan de Bewindhebbers der 
Gen. O. I. Comp. (Heeren XVU.) 



Batavia, 17 November 1628. 

Dese nevensgaende is copie enz. 

Tsedert onse voorgaende is tusschen ons ende des Mattarams leger 



Digitized by 



Google 



139 

niet flonders gepsuseert, hebben sekerigck vernomen, dat doen wy den 
21° October Üeger van den Tommagon Booracxa opsloegen ende u\jt 
t velt dreven, aldaer denselven Tommagon veltoverste met twee soonen 
doot bleeff , ende dat 's anderen daechs den 22» van Mattaram bij de 
gevlnchte aenqnam een nieuw leger, d'eene zeijt met omtrent 5000 
coppen ende d'andere 15000 coppen, met veel peerden onder drie 
hooffden te weten: Tommagon Snragulago * met 10000, CheyduPaty 
Madnra Ra^a * ende Cheijdu Paty Santa * met 5000 mannen; dit 
nienwe leger heeft hem in tween verdeijlt, t'eene deel is gelegen 
aen d'oostz\jde van de stadt omtrent de thoijn van Speex ende t andere 
int znyt westen van de stadt, van waer elck syn naerderingh doet 
ende han altemet in slachordeningh breet vertoonen. Op de naerde- 
ringh by die vant znijtwesten gedaen, sijn genootsaeet geworden, 
volgens advys van de chrijchsraden , de boomen van de toijnen Van 
de predicant Danckaert ende Capitein Hendrick Lievensen aff te 
houwen ende soo haest de boomen van Danckaert den 5^ deser ge- 
slecht waren, verliet de vijandt d'aproche, welck onder scheut van de 
rednyt Zeelandt gedaen hadden, soodat het schijnt haer voornemen 
was onder ende iusschen dese boomen te comen legeren. Tsedert is 
't gantsche leger van't znijtwesten den 16^ deser in ordre de voors. 
reduyt Zeelant genaerdert (terwijle 't leger aen d'oostzijde mede 
aprocheerde) doch hebben haer buyten scheuts weder gelegert, 't 
schQnt dat voor hebben ons te verdueren. Yan Bantam zijn hier 
twee personen met irnyten aengecomen , waerdoor verstaen dat van 
den Goninck aldaer gezonden zt)n omme te vernemen hoe 't met 
Batavia gaet, seggen dat dien Coninck ende grooten haer verheugen 
dat de Mattaram soo grooten wederstant vint ende soo veel volck 
a%eslagen is, dat genegen souden wesen haer met ons, soo 't met 
Batavia wel gaet te vereenigen, maer soo wij tegen de Mattaram niet 
bestaan connen dat dan sullen zien hun met de Mattaram te verdragen. 
De twee enz 



1. Sodjo-dilogo, de zon des slagvelds yolgenf Winter P of Soen-ngalogo P 

2. Kiai-Adipati Mudoero-re^jo. 
8. Ki«i-Adipati Hoepo-sonto. 



Digitized by 



Google 



140 

XXUa Translaet 7an eenen MaleQschen brieff ons uyt 
des Mfttt^"^™»? leger neffens een in Javaensche 
tale thoegeschickt, den 21" September A* 1628. 



Cappitain Moor, Cappitain Time ^ ghij beljde weest op n hoede 
ende sijt voorsichtich want binnen thien ofte twaelf dagen, wesende 
den vijfden van de nieuwe maen ofte den sevenaten thoecomende, 
wacht dien tijt, dan sal der van denMataramcomengewapentvolck, 
hondert en vgftich doijsent mannen, waervan de hoofden sollen wesen 
dese naervolgende persoonen, te weten: 

Quyay Ada Paty Mandara Arradia, 

Qnyay Ada Paty Oupasanta, 

Quyay Ada Paty Toupata, 

Paty Tommagon Angabaya ^ 

Dese voors. vier overhoofden hebben tegen Syn Miyesteyt misdaen 
ende haer leven heeft hy gespaert , die hij tot u zendt ende sullen 
hier wesen in de maent Saffar ' (is de maent October) den vijfden 
ofte sevenden van denselfden nieuwe maen, ende ick waerschon U 
andermael dat ghy wel op n hoede siJt; want deze hondert en vijftich 
duijsent mannen sQn gedestineert onder n fort te sterven ende daema 
sullen noch hondert en vijftich dugsent coomen waer hooft over wesen 
sal Pangoran Ada Pati Joumina. ^ 

Dat ghy meijnt dat ick gecoomen ben u fortsmuren te beklimmen 
daerin sijt ghy geabuseert, want ick hebbe van m^n Koninck daer 
geen last toe, noch om u te bevechten, maer ick hebbe last my hier 
vast te maken, dan soo ick daertoe last hadde u te bestrijden, ick 
soud u met myn by wesende macht al by geweest hebben, maer de 
thien duysent mannen die ick medegebracht hebbe syn van Syn 
Migesteyt geordonneert , haer hier in een pagger te besluy ten , ende 



1. Vermoedeiyk verbasterd uit het Portageesch voor Capitaö-mor, kapitein mijoor 
of opperste hoofdman, en Capitao de timaö, kapitein van het roer (van den staat 
of van de zeemagt, overdragtemk) . 

2. Kiai Adipati Aandoero-re^jo, Kiai-Adipati Hoepo-Souto, en Pati Toemenggoeog 
Ngabehi. Tonpata weet ik i.iet te verklaren. 

8. Tsafiur. 

4. Jonmina weet ik niet teregt te brengen, kan het z\|n fioeminoto ? 



Digitized by 



Google 



141 

800 gbij van sins sijt my hier te willen van daen slaen, ghij most 
haest aenkomen, ick sal n wachten, want ick geresolveert ben m^n 
werck niet te verlaten ende soo den Mataram met de verwachte 
hondert en vijftich duysent hier compt salt n swaer vallen ons op te 
slaen , daerom soo ghij wat doen wilt most u haesten* 



XXni. De Oonvemeur-Generaal Jan Pietersz. Coen en 
Rade van Indie aan de Bewindhebbers der Gen. 
O. I. Comp. (ter Kamer Amsterdam). * 



Batavia, 10 Febr. 1629. 

£d. Emtfeste, enz. 

Den 5" November 1628 vertrokken &c 

Met onse voorgaende is U£d. geadviseert hoe Batavia van des 
Mattarams volck seer onversiens vyantlyck aengetast ende belegert 
was, van 25 Augusty tot 3 (?) December 1628 heeft dese belegeringe 
gednert; eerst wierden te lande beset, van de Tommegon Bonraxa 
met een leger van omtrent thiendaysent mannen, dit leger den 21 
October 1628 opgeslagen, verdreven ende verstroyt synde, gelyck 
UEd. geschreven is , quam hier 's andrendaechs aen een ander leger 
van twintich duysent mannen onder 't gebiet van de Tommegon 
Soragnlagnl met veel van des Mattaram's adel, doen ons volck sonder 
onse ordre ende kennisse den 23 Qctober de vyanden (die haer op 
nieuws vertoonden en versterckten) seer moedich aentasten ende haer 
andennael uyt hunne versterckinge dreven, wierd al vermoet om de 
groote menichte van menschen datter nieuwe macht gecomen moest 
wesen; maer te diertyde hadden daervan gants geen kennisse. Dese 
Tommegon Suragulagul is van den Mattaram gesonden met die mee- 
ninge, dat Battavia ongetwyfelt op syn aencompste door de Tommegon 



1. Het Yerha«l vao de belegeringhe der stadt Bttayia, door eeo ooggetuige, ge- 
plaatst in Deel IIJ. B^dr. tot de taal-, land- en volkenk. van Neerl. Indie. üitgeg. 
door het KoninkL Instituut te Delft, 1865, blads. 289, komt, voor een deel, trooideMjk 
overeen met dezen brief. Die ooggetuige schijnt dus dezen brief gezien te hebben. 



Digitized by 



Google 



142 

Bonraxa Yermeestert vinden sonde. In desen gevalle had de Hattaram 
hem belast; de costelyckzste waeren, die licht verdnystert costen 
worden, als te weten: 't geit, de cattoene deden, laeckenen ende 
Amphioen, van Bonraxa over te nemen ende in alle versekerthejt bj 
Syne Mayt. inde stadt Mattaram te brengen ; maer byaldien Battavia 
niet verovert was , dat dan den Tommegon Bonraxa ende sekere andere 
edelen, die hy mede bracht, dringen sonde Battavia met gewelt in 
te nemen ofte haer doot te vechten ende soo in gebreck bleven, dat 
haer selfs doot smyten sonde. De Mattaram had mede belast alle 
de Nederlanders te doen dooden ende niemant te spaeren. De Tom- 
megon Suragnlagnl voor Battavia comende ende vernemende dat 't 
leger van de Tommegon Bonraxa van ons opgeslagen ende t'eenemale 
verstroyt was, dat Bonraxa selfs met al syn adel en geheel veel volcx 
dootgebleven waren , was seer perplex, sloech op syn borst ende seyde : 
wat sal ick den Mattaram, mijnen Hcere medebrengei^p Eerst legerde 
hy met al syn macht aen de oostsyde van de stadt, omtrent den 
thnyn van Specx, daemae sont een qnartier aen de westsyde, ecne 
groote vertoninge rontsomme doende, van beyde syden wierd de stadt 
tot binnen schents geapprocheert , insonderheyt aen de oostsyde , daer 
't leger van Bonraxa gelegen hadde, maer siende geen apperentie 
omme met gewelt voordeel te doen, resolveerde voors. Tommegon 
t'onderstaen off de reviere van de stadt sonde connen verleyden^ 
omme ons de plaetse door gebreck van water te doen verlaeten. Tot 
desen eynde heeft omtrent een myle te lapdewaert, bo^en de stadt 
dertich dagen langh dnysent mannen daechs doen graven ; maer siende 
hoe weynich vorderden ende dat ondertnsschen syn eygen volck van 
honger ende gebreck vergingh wert genootsaeckt dat werck nae te 
laten en van Batavia te vertrecken, vreesende dat meede gelyck 't 
leger van Boraxa verslagen ende verdreven sonde worden. 

Twee Edellieden Chey dnpati Mandnra Ragia en Chey dnpati To- 
pasanta > gebroederen, welcke in 't grootste aensien naest de Mat- 
taram geweest syn ende belast was met dese tocht genaede te ver- 
dienen, onderleyden de rednyt Hollandiae met ranmien aan te tasten , 
gelyd: Bonraxa te voeren mede hadde gedaen. Den 21^ November 
des nachts qnamen by de rednyt in de affgesneden stadt met ontrent 



1. Maiidoero*n4jo m Kiai Adiptti Uoepo-Soato. 

/Google 



Digitized by ^ 



143 

100 man en de volgende nacht den 28n met ontrent 300 coppen; 
maer alsoo ontdeckt ende eenigen geschooten wierden , liepen door, 
ha^ Yoomemen nalatende. 

Hierop heeft de Tommegon Soragalagnl, veltoyerste dese twee 
edellieden met haer volck doen binden ende bj forme van jnstiiie 
Tolgens ordre van de Mattaram doen dooden, omdat Battavia niet 
verwonnen, noch haer dootgevochten hadden; eenige weynigen syn 
't hooft afgeslaegen, ende d'andre al 't samen met piecken ofte 
poignaerts doorsteecken. Nadat dit 1*" December gedaen wajs, is 
voorn. Tommegon Suragalagul den 3»^ dito met 't resterende leger 
van Battavia vertrocken, de doode lichamen tot een spectakel van 
syn wreede executie boven d'aerde latende, hadden wy selfb de 
lichamen niet gesien, souden 't niet wel connen geloven, 744 doode 
lichamen syn daer bij een van d'onse getelt. 

Men segt ende wort voor seecker gehouden dat van de dertich 
duysent mannen, die voor Battavia geweest syn, niet meer dan 
ontrent 10000 weder by de haer gekeert souden wesen, seer vele 
syn der van honger ende ongemack vergaen, doen 't leger van 
Bouraxa opgeslagen wierd liepen die van Sammedangh ende Oud:er 
('t wel<^ de twee naeste gebuersteden van Battavia syn, in 't ge- 
berchte gelegen) datelycken voor 't geheel deur, ontboden haer res- 
terende volck met vrouwen ende kinderen verlieten hare woonplaetse 
ende hebben haer in seker geberchte achter 't landt van Bantam 
b^ven omme de heerschappye van den Mattaram te ontgaen, alsoo 
vreesden dat haer doot souden moeten vechten off dat selffs van den 
Mattaram dootgesmeten souden worden. ^ 

Naderhant hebben verstaen , dat de Mattaram voors. Tommegon 
Suragulagnl , synen veltoverste met veel edelen meede heeft doen 
doeden, d'Edellieden omdat geen victorie hebben bevochten ende 
veltoverste omdat de voorn. Orangkayo Chey du Pati Madura Ragia 
ende Chey du Pati Topasanta gedoot heeft, seggende dat hy belast 
hadde, die te spaeren ende haer volck te dooden, daermede het 
schynt, de Mattaram hem soect t'ontschuldigen. 

De spraecke gaet dat de Mattaram metten eersten selffisi in persoon 



1. Zie hierachter onder n». XXVI, nadere berigten omtrent de beroUdng van 
Soonadang en Oekoer. 



Digitized by 



Google 



144 

met meerder macht weder comen aal, dat de wegen doet bereyd^n 
om groff geschat mede te brengen , wat er van worden wil sal de tyt 
leeren. Wy verhoopen dat ondertosschen de stadt ende casteel alsoo 
snllen verstercken, dat alle des Mattarams macht niet sollen behoeven 
te ontsien ende hem met Godes hulpe wel affkeeren sollen. . . . 

Wy verstaen dat d'mwoonderen van alle de plaetsen langs de 
seecant van gans Java gelegen, seer besich syn omme haer te ver- 
stercken, door vreese, welcke hebben, dat wy onderstaen sollen ons 
van haer te revengeren, eenige Chinesen ende Javanen syn hiervan 
Gheribon om te handelen aengecomen, 't 8ch3mt dat des Mattaram's 
ondersaten, weder geeme tot Battavia sooden comen handelen. 

Nae wy aen d'o3rtcompst van saecken bemercken schynt het, dat 
die van Bantam verleden jaer d'offensive attentaten tegen Batavia 
deden, omme daerdoor des Mattarams gonste te verwerven; doen 
't volck van de Mattaram in Aogosto 1628 Battavia eerst onversiens 
aentasten verseylden deselffde nacht eenige Chineesen met cleen 
vaertoygh nae Bantam om haren handel te drijven, soo haest daer 
qoamen met tydinge van des Mattarams compste, wierd haer ver- 
weten dat te voren van Batavia niet hadden willen vertrecken ende 
daer qoamen, no niet beter mochten, derhalven dat de Coninck haer 
met lyff ende goet aen de Mattaram zoode doen overleveren. Eenige 
Chinesen dit vernemende, keerden datelyck weder tot Battavia ons 
dese tydinge brengende; verstonden oock dat de Coninck van Bantam, 
den Tommegon Booraxa op syn aencompste presenteerde holp van 
tweedoysent mannen ; maer dat voors. Tommegon de holp weygerde , 
seggende dat selfb machtich genoech was om Battavia te vermees- 
teren ; doch toen harde wederstant vont ende mettertyt de provisie ende 
amonitie qoam te gebreecken, heeit daema rQs, croyt, geschotende 
roers van Bantam versocht, maer weynigh becomen. De Tommegon 
Soragolagol ende de Mattaram selffis hebben door gesanten, van den 
Coninck van Bantam versocht de twee grootste stocken , die daer syn 
omme Batavia (seydensy) daermede te dwingen, dese twee stocken 
wierden geweygert; maer vier mindere in haer plaatse gepresenteert, 
welcke des Mattaram's gesanten refoseerden, alsoo die ondienstich 
oordeelden, doen die van Bantam op 't leste vernamen, datter geen 
apparentie was, dat des Mattarams volck tegen Battavia yets vorderen 



Digitized by 



Google 



145 

sonde; maer dat selffs door gebreck ende hongennoot vertrecken 
mosien, wierd d'eene praenw op d'ander van Bantam na Eattavia 
geaonden, om ons (onder pretext dat frayten ende vis ter marckt 
brachten) cont te doen, dat seer genegen waren met ons te verdragen 
ende alsoo vernamen datter in Bantam groote vreese van den Mat- 
taram was ende dat disseigneerden haer met onse holpe te ver- 
stercken, vonden wy goet d'occasie waer. te nemen, sonden nae' 
Bantam. Ons volck wiert wel bejegent, den handel soo liber ende 
vry als d'Ëngelse natie gepresenteert, doch alsoo wQ selffs alsnoch 
mei goed conden vinden weder een comptoir tot Bantam te stabi- 
lieren, onderleyden de peper weder tot Batavia, geiyck voor dese, te 

doen brengen enz 

Hiermede enz 



XXIV. De (provision.) Oonvemeor-Generaal Jacques Specx 
en Rade van Indie, aan de Bewindhebbers der 
Gen. O. I. Comp. (Heeren XVII> 



Batavia, 15 December 1629. 

Vn^t de generale missiven Uw £d. van hier toegesonden pr. de 
scheepen Prins Willem, Nassouw, Vlissingen, der Veer ende Delfs- 
haven, gedatteert 3 November 1628, item met 't schip de Leeuwinne 
in dato IT^^ ditto, alsmede per 't Engelse schip de Maria, dato 10 
February 1629 , mitsgaders de jonckste per 't jacht Orootenbroeck ge- 
dateert 18° Marty volgende, snllen Uw. Edv den stant ende gelegent- 
hegt van des Compagnies affairen in India, breeder als wel verge- 
noecht, hebben verstaen, alsoo sich naer 't vertreck van de Ed. fleer 
GenL Carpentier (bnijten expectatie vele saecken anders toegedraegen 
hebben als Uwe Ed. snllen hebben verwacht) de fleere Almachtich 
geve synen segen, dat alles tot vorighen vrede , roste ende profytable 
negotie ten welstant van de generale Compagnie mach gebracht worden. 

Tsedert vertreck, enz 

Mette voorige advysen snllen Uw, Ed. verstaen hebben 't sncces 
V. 10 

Digitized by VjOOQ IC 



146 

van des Mattaramfl attentaten tegen Batavia onder 't belegt van den 
Tommagon fionraxa ende Snragalagne, mitsgaeders dat de geruchten 
sterck liepen den Mattaram voomam ende groote preparaten dede 
omme met meerder macht wederom aynnen aenskch op Battavia te 
hervatten, de Coningen van Cheribon, soowel den ouden als den 
jcmgen, gaven secrete advijsen ende waerschouwingen , dat men hier 
•op syn hoede soude wesen, alsoo den gantschen macht van den Mat- 
taram seeckerlyck te verwachten hadden, twelck van over ende we- 
dervaerende Ghineesen oock geconfirmeert wiert, alle welcke geruchten 
de noodige fortificatie sulcx dede behertigen, dat de stadt rontsom 
met cocosboomen , soowel aen de oostzijde langs den aerden wal als 
aen de westzijde langs de stadtsriviere beslooten wiert, ende om 
tegen sulcken dreijgenden macht te mogen bestaen, wierden alle 
rednyten ende wachtplaetaen versterckt, mitsgaders tegen geschut 
ende schietgeweer versien, den punct üytrecht leggende opdenaeste 
gracht aen de reduyt Gelderlant, wiert vergroot ende met twee halve 
cartouwen versien, voorts tusschen de reduyt Hollandia wiert een 
houte wambas, de Sterre genaemt, ingelecht, andere vier diergelycke 
boute wambaysen (synde tsamen van geheele clappusboomen opgeset) 
wierden aen de zuytwestzijde van de stadt geset , naementlick Vianen 
tusschen Brabant ende Zeelant ende ontrent int midden van Domine 
Danckaerts thuijn, op de cant van de cleijne dwars rivier, Bommel , 
Weesp ende Buijren tpsschen de reduyte Zeelant ende 't huijs van 
den ontfanger. Dese reduijten waeren qualyck voltrocken als 'tvolck 
van de Mattaram verscheen, goeden dienst hebben dese houten wam- 
baysen gedaen ende bysonder groote verseeckeringe voor 't bestiael 
van de Compagnie als borgerie gegeven, daerop den vQant oock zfln 
force gebroocken ende door deselve oock beleth is geweest tegens de 
stadt tot op de westcant van de reviere t'approcheren, 't optrecken 
van de gardynen vant casteèl met craelsteen, wierden oock daegelickx 
gevoirdert , omme tegen alle periculen sooveel mogelick te mogen 
bestaen. 

Den I611 April voorleden, quamen hier van Tegal met 6 prauwen 
een Javaen, genaemt Warga, hebbende van uyt de revier van Crau- 
wangon ^ vrge geley gesonden met brieven van synen heer den 



1. Krawang. 

Digitized by VjOOQ IC 



147 

Tommagon van Tegal aen d'Heer Generael, daerby nyt den naem 
van den Mattaram vrede aengeboden ende versocht wiert. dat des 
Mattarams onderdaenen als voor dato vry ende ongemollesteert in 
Battavia mochten comen handelen, zyn heer den Mattaram excnsee- 
rende dat door de Tommagon Bouraxa was geabnseert ende dat hij 
dese Yijandeigcke attentaten bij der hant genomen hadde in revengie 
van seeckere sQne ambassadeurs aen dewelcken d'Heer GeneraelOar- 
pentier vry paspoort Iiadde verleent om over Atchyn een reyse naer 
Mekka te mogen doen, den welcken, soo den Tommagon aen de 
Mattaram voorgegeven hadde, door d'Heer Oenerael Coen zalr. op hun 
wedercomste alhier omgebracht ende gedoot waeren , maer alsoo naer- 
der kennisse van saecken becomen hadde , versocht 't gepasseerde niet 
meer te willen gedencken , doende Warga dese aenspraecke ter pre- 
sentie van den Ambassadeur van Ligor ende de schippers van des 
Conincx van Siams joncken, beneffèns d'overhoo£fden van de Chineesen 
alhier, voegende daerby dese eijgentlijcke woorden : Radja Mattaram, 
minta ampon, twelck te seggen is, den Coninck Mattaram doet u 
bidden om vergiffenisse , ontsiende sich desen Warga niet tegen 
d'aengebooren nature van de Javaenen, d'eere ende reputatie van syn 
prins soo te vernederen, omme daerdoor te beter synne desse^nen 
te effectueeren. 

Op gemelte versoeck was goetgevonden , by provisie toe te staen 
dat de handelaers als voor desen onbeschroomt mochten comen ne- 
gotieeren, souden wel getracteert ende ongemolesteert mogen gaen 
ende keeren, daermede Warga gantsch wel gecontenteert naerTegal 
vertreckt, seggende syn Heer den Tommagon was in plaetse van 
Bouraxa admirael van des Mattarams zeestrandt gemaeckt, hadde 
voorgenomen beter correspondentie met ons te houden ende alle coop- 
lieden te verwittigen , dat vrijeiy ck naer Battavia mochten gaen haer 
profiyt soecken. 

D'uytcomste ende gevolch van saecken hebben bethoont, dat dese 
bnmble besendinge maer en is geschiet om onder pretext van vrede 
niet verhindert te werden groote partije rijs ende pady teamasseeren, 
deselve te waeter in de rivieren van Pamanucan ende Crauwang te 
brengen, ende alsoo 'tleger van den Mataram op Batavia van daer 
over landt te victnalieren, welcke chargie aen gemelten Tommagon 
bevolen was* 



Digitized by 



Google 



148 

Naer Warga's vertreck verschenen 8oo na als dan eenige geaposteerde 
praenwen, doch conden haer desse^n soo secreet niet honden ofte wierd 
seeckere tydinge soo van Chineesen als die van Bantam vernomen, dat 
de Mattaram met groote macht te velde comen sonde , maer off het 
Battavia, Bantam ofte wel d'affgewekene van Oecker gelden sonde 
bleef noch twijffelachtich. 

Omme naer tijdinge te vernemen , wat langs de cnste in des Mat- 
tarams haevenen passeerde, was goetgevonden de jachten Clegn 
Hensden ende Teyonhan tot voor Jappara te senden met ordre ende 
instmctie omme scherpelgck te vernemen ofte in eenige plaetsen ver- 
saemelinge van r^s ende pady gedaen wierde, mitsgaders bij rescontre 
van merckelijck getal van praenwen, deselve te myneeren, hiervan 
was den schipper Frans Loncken ende den ondercoopman Comelis 
Doetmenuijt den last gegeven , dewelcke met de voorn, jachten sonder 
eenich rescontre tot voor Tegal gecomen zyn, alwaer den coopman 
Doetmennijt op de vmntlijcke noodinghe van den Tommagon aen lant 
ginck, waer ondertnsschen dat daer ter reede laegen meer als 100 
praenwen met pady van d'oost aldaer aenquaemen, ende in Tegal 
was aireede veel in voorraet, ende als sy den Tommagon vraechden 
wat met soo groote partije pady voorhadde, gaff ten antwoort dat hy 
die wilde doen stoeten ende naer Battavia voeren, twelck d'onse soo 
voor goet aennamen ende vervorderde haerereyse naer Japara, sonder 
hier yets anders te verrichten, dan dat met seecker vaertnijgh 'twelck 
herwaerts qnam adviseerden, tgeene in Tegal gesien ende verstaen 
hadde. 

Ondertnsschen verscheen hier den 20n Jnny andermael den voor- 
noemden Warga met 13 pranwen geladen met rijs ende andere ma- 
nndentien, wiens compsle al over eenighe daghen verwacht was, 
ende alsoo door naerder becomen avysen, gelijck mede door dever- 
saemelinge van de provisien in Tegal ende voomementlijck door 
seeckere Javaen die met Warga's praenwen qnam ende voor desen 
bij den ontfanger Maseyck gewoont hadde , van des Mattarams toe- 
mstinge seker geinformeert waeren , wierdt geresolveert om volcomen 
kennisse van saecken te becomen, ditto Warga met alle sQn gesel- 
schap in verseeckeringe te nemen, gelijck met behendichegt geschiet 
ènde op den 27^» Jnny ter examinatie gebracht is, als wanneer hy 
vermerckende datter aireede eenighe lacht ende kennisse van des 



Digitized by 



Google 



149 

Mattarams voornemen becomen was, resolveert (op hope van genade 
te verwerven) alles te openbaren ende d'opreohte waerhegt te seg- 
gen, welcken volgende , hy verclaerde expresselyck van zyn Heer 
Tommagon van Tegal gesonden te zgn, omme de gelegentbeyt van 
Battavia te bespieden ende ons door de voorighe handelinghe te 
aboseren, de spyscamer ende vergaderinge van rQs ende pady was 
in Tegal, item dat den Mattaram vastelijck besloten badde met 
alle zgn macht naer Battavia te comen ende dat tot dien eynde alle 
sQn geschut ende amonitie van oorloge aireede een maent voorlee- 
'den, n^t de stadt Mattaram naer Pacalone > vertrocken was, daerop 
het gantsche leger dry weecken daemaer sonde volgen , 't welck van 
daer in een maent gevoechlyck tot voor Battavia conde comen, dat 
over 't voors. leger als veltheer sonde commandeeren Qniay dn pati 
hï Imina ^ ende Qniay dn pati Inpogger, beijde ooms van den Cho- 
sonnna ofte Mataram, neffens Qniay dn pati Inprobaya, neve van 
de Mattaram, hoe ende wat manieren sij Battavia meenden aen te 
tasten ende te vermeesteren ^ mitsgaders hoe sterck het leger wesen 
sonde, wat geschnt, amnnitie van oorloge, hoeveel karren, paerden, 
bnffels ende koebeesten op comende wege waeren, ende andere 
particnlariteijten meer , believen UEd. uyt de neffensgaende schrifte- 
lijcke verclaeringe naerder te verstaen. 

Alsoo seeckere informatie ende kennisse becomen was, dat den 
Mattaram voorgenomen hadde z^n leger van rys ende pady te waeter 
door de revieren Pamanncan ende Crawang te versien, wiert goet- 
gevonden 't selve bij alle mogelijcke middelen te beletten , alsoo voor 
seecker gebonden wiert, bij aldien den toevoer te water conde af- 
gesneden werden 't geheele desseijn van den Mattaram wel licht sonde 
werden gebroocken , welcken volgende den Conmiandenr Block Marts. 
met de jachten Cleyn Amemnijden, den Eemphaen ende de Cleyne 
Hoop, langs de cnst van Java nijt cmijsen gesonden wiert, wer- 
dende hem onder anderen bg syn instructie in consideratie ge- 
geven, dat byaldiende jachten Cle^n Hensden ende Teyonhan qnam 
te rescontreren ende snlcke naerder kennisse van Tegals gelegent- 
beyt verstont, dat hij 't selve met zyn byhebbende macht buiten 



1. Pektlongan. 

ï. Dexen naam en de twee Tol^den weet ik niet ter^ te brengen. 

Digitized by VjOOQ IC 



150 

evident peryekel geraeden vmit aen te tasten om de r^st ende an- 
dersints dat daerin voorraet lach te destrueeren , dat hy met advys 
ende goetvinden van sQnen Raet daermede Yoort sonde vaeren; 
waerop den IG'^ Joly, per 't jacht de Gleijne Hoope door schryven van 
ditto Commandeur Blocq verstonden 't geluckig succes dat Zyn E. 
op den 4" ditto op Tegal gehad hadde, naementlick, dat hg in 
omtrent vijf u^ren tgts, die hg daer aen lant was omtrent 200 
prauwen ende 400 hupsen, mitsgaders een en padiherch van 12 roe- 
den langh ende 4 hreet geheel verforant ende gedestrueert hadde 
sonder een man verlooren te hebben, alhoewel hun de Javanen int 
eerste wat in tegenweer stelden; dese tocht ende onse cmysende 
jachten maeckten soo groeten alteratie langs de cust, dat sich niet 
een. prauw dorste vertoonen. 

Den 20» ditto vertrock den president Wagensvelt met het jacht 
de Salm naer d'Oost, om den Commandeur Blocq te vervangen, om- 
trent Cheribon is hi) mede gelandt ende heeft seecker dorp Oabang 
genaempt affgeloopen, verbrandt ende soo groeten quantiteyt pady 
(als den Commandeur Blocq in Tegal) geruineert Dit alles niet- 
tegenstaende ende dat de principaelste rivieren van Crawang tot 
Cheribon toe beseth hielden, is den Mattaram evenwel met syn 
dessegn voortgevaren ende syn gantsche macht naer Battavia afT- 
gesonden , daervan de voorloopers door onse wachten op den 21° 'An- 
gostus omtrent 3 it 4 mijlen de revier op bejegent ende ontdect 
wierden, die hun met de vlucht salveerden, laetende een man achter. 

Van die van Bantam waren 2 k S daegen te voren verwitticht 
dat des Mattarams volck de ryvier van Crawang waeren gepasseert, 
die hem den 21 dito omtrent de stadt bij Dirckxlant vertoonden , 
waeronder ontrent veertich muteren, onderstonden des Compagnies 
beesten van de stadt aff te sneden , twelck hun door onse ruyterye 
ende de soldaten, die op de beesten passen, wiert belec ende tot in 
de voorstadt affbrachten, blijvende onse ruijterije op den heerenwech 
honden, daerop den vijant wat naerder quam afGsacken, sonder noch- 
tans aen den anderen te comen. Tot ultimo dito , wiert weynich ge- 
wach van den vQant omtrent de stadt vernomen, alleenlick hebben 
hun naer een groote verthooninghe van volck te voet en te peerde, 
mitsgaders veel vaendelen, vlaggen ende oliphanten int oosten, 
zugden ende westen van de stadt verre buijten canonscheut geenquar- 



Digitized by 



Google 



161 

tiert ende haer leeger nedergeslagen , oomende ondertoBSchen noch 
eenige slaeven ende Chinesen binnen, die bg den Tijandt waeren 
gevangen geweest ende wederom ontloopen , rapporteerende van groot 
getal menschen, peerden, canonnen etc, maer den rijs begon te 
mancqneren, twee Chineesen zijn van hun lieden seer cmel getrac- 
teert ende vermoert, hebbende den eenen handen, lippen, nens ende 
ooren a%esneden ende den anderen van lidt tot lid ontleedt, met 
rottangh wederom aen den anderen gehecht ende soo beijde den 
eenen op een vlotgen langs de revier en den anderen te voet naer 
de stadt gesonden, daer wiert gepresumeert dat dit deden om de 
Chinesen ende ons een schrick aen te jaegen , doch contrarie maeck- 
ten onder de Chineesen een groote verbitteringe. 

Den 7n ditto was den vijant met een tranche van hontwerck ende 
eerde opgeworpen tot onder tgeschnt opt geprojecteert pleyn van 
den craijtmeulen genaerdert, hebbende eenighe dagen met schip te 
prepareren ende material van houdt by de wercken te haelen 't soec- 
ken gebracht, soo nn ende dan begonden sy met roers ngt haere 
wercken te schieten, sulcx dat sy vier man in de Champan, die de 
wacht op de revier ende wat opgecort was, hebben gequetst 

Den S^ ditto wiert men des morgens gewaer dat den vijant met 
een tranche de rednyt Hollandia over d'ander zyde van de rivier tot 
op een pistoolschent was genaerdert, latende syn groot leger soo- 
verre achter dat met geen scheutgeweer conde gedeffendeert wer- 
den, daerop des naermiddachs een nijtval gedaen wiert, marcheerde 
ontrent 100 soldaeten ende eenighe Mardicquers over de riviere 
cmder 't faveur van des reduijts geschut ende ontrent 200 mnsquettiers , 
twelck 800 geluckte dat den vyant met verlies van 15 k 16 dooden 
daer uytgeslagen ende 't werck in 't gesichte van zyn geheel leger 
aen dien zijde geslecht wierdt, sonder datter van onser zijde meer 
als 2 il 3 gapers (sic) door vervloge cogels wat gequetst wierden; 
over dit zuijtquartier van den vijant commandeerde Quiay di pati 
Madion ^ , geassisteert met di pati Enpo^er ende Singenap. ' 

Den 9", 10 en 11 ditto heeft den vijant sterck gewrocht ende dat 
almeest bij nacht, by dage sach men weynich gewoel, 't schijnt dat 



1. Kiai dipati Tan MadioenP 

2. Welligt dat hiermede bedoeld worden regenten van Poeger in Bezoeld en Soe« 
manap op Madoera. 



Digitized by 



Google 



152 

haer materialen dan bijeenhaelen ende prepareerden daer sy des 
nachts mede approcheerden ende arbeijden, ende aengesien dat nyt 
onse bnytenwerken alle nachten dapper geschooten wiert; syn echter 
tot bumen mnsqnetschoots van de rednyt^ Bommel ende Weesp 
aen de westzijde ende in 't znyden tegen Hollandia geaprocheert , 
tegen de Sterre meenden een werck tot op de bnytencant van de 
gracht te brengen, maer wiert hun met schieten beleth, soodat des 
morgens eenige van des v^ants materialen wierden binnengebracht, 
naerderhandt zyn se wederomme met een gallerey naer ditto re- 
dnyt geloopen ende den punt Wtrecht mede zeer nagecomen, maec- 
kende met menichte hondt soo stercke wercken, dat met schieten 
meer cmyt conde gespilt als schade gedaen worden. 

Vyt de gevangenen , die dagelicx bequamen ende binnen gebracht 
wierden j verstonden, datter in 't leger groot gebreck van rys was, 
deyne apparentie van seconrs ten aensien onse jachten , die op de 
cnst hielden den toevoer beletten. 

'Tsedert dat van Crawang naer Battavia gecomen waeren, hadden 
't meeste volck van 't leger geen rijs gegeten, daerover veele begon- 
den te verloopen ende van gebreck te sterven, 't geschnt en conde 
mede niet wel voort, de buffels waeren aff ende veel gestorven. 

Den 12>> ditto bestonden ontrent 200 Javanen des nachts de re- 
duyt ofte houdte wambais Bommel te bestormen , 8 4 10 man waeren 
al aen 't climmen ; maer wierden met verlies van eenige affgeslagen. 

Den 14» ende 15^ sach men verscheijden karren van d'Oost in de 
westleger door des gewesen Coninckx rysvelt overcomen, daervan 
eenighe met 12, andere met 18 buffels voortgetrocken wierden, sulcx 
dat men presumeerden tgeschut daerop gelaeden was, ondertusschen 
wrochte den vijant sterck aen eenige battereijen om geschut op te 
planten ende quam dicht onder de reduyten ende houten wambaisen 
Bommel ende Weesp, Hollandia, de Sterre ende de punt Utrecht, 
Zeelandia ende Buyren wierden noyt gemoyt, waerop in conside- 
ratie genomen sijnde, dat den vijant bij naerder approchen de houte 
reduyten Bommel ende Weesp wellicht van d'andere affsnijden ende 
ons onbruyklijck maecken soude, wiert op den ITn September goet- 
gevonden, naerdat den HeerGenerael Coen desvyants wercken selver 
besichticht hadde , de naestgeleegen wercken van den vijant aen te tas- 
ten ende in den brandt te steecken , daertoe ontrent 350 man onder 't 



Digitized by 



Google 



163 

eommandement van de Heer Antonio van Diemen bedeotelyck in. de 
gemelte rednyten gebracht wierden, waervan des naermiddachs, als de 
zeewint begonde te wayen , 25 It 30 man zeevarent volck uyt yder 
rednyte met branders op des T^ants wercken aangevallen zyn, die 
door 60 cloecke soldaten, 30 Japanders, eenlge mardgckers, goeden 
troep Chineesen wierden gesecondeert, den v^ant hielt eenen tyt 
sterck tegen, maer wiert eQndel^ck van schieten ende werpen van 
granaten gedwongen syn voorste wercken te verlaten, den brant 
ginck in dese werken dapper aen, doch den vyant hielt in sQne 
groote achterwercken stal daer niet op geattendeert wiert, veel 
piecken, crissen ende een metalen bas wiert daer verovert; nyte 
becomen rapporten van eenige gevangenen verstont men , dat den 
vQant wel 2 k 300 mannen in dit resconter verloren heeft, van 
onser sijde cregen daer soo Nederlanders, Chineesen, Jappanders 
als Mardijckers in de 30 gequetst sonder eenige presente dooden, 
synde van de geqnetste oock naederhant maer vier overleden. 

Soo haest d'onse retireerden ende den wint wat tijdelycker als 
ordinaris affiiam , qnamp den vijant wederom oijt , doende alle deb- 
voir om den brandt te blussen ende zyn dooden te bergen (daer 
seer ijverigh ende cnrieox in s^n) ende niettegenstaende daertegen 
dapper gechargeert wiert, cregen 't vier evenwel uijt, snlcx dat den 
brandt in de wercken tegenover Bommel weynich schade dede; van 
de wercken tegenover Weesp was veel hondts verbrandt, conti- 
nneerden den brandt tot in den avont, wanneer door eenen opeomen- 
den regen alles geblust wiert 

Den 19" ende 20° wiert des nachts aen gemelte wercken dapper 
gewrocht ende aen die syde twee batteryen volmaeckt, doch op den 
dach wiert van de oostzyde den eersten scheut met groff geschut op 
de redutjt Hollandia gedaen, synde eenen coegel van ontrent 5 §B ijzer, 
ende een maent naerdat sy voor Battavia waren aengecomen. Den 
Capitain Mayor Ariaen Antheunisz. wiert in 't besichtigen van de 
wercken met eén roercoegel door sijn been getroffen, doch is Godt 
loff daervan genesen. 

Tusschen den 20" ende 21' September passato des nachts ontrent 
ten een uyre is de Heer Gknerael Jan Pietterss. Coen seer subyt 
overleeden. Syn Ed. hadde eenen geruijmen tyt wat gequijnt ende 
aen loop gegaen, maer altijt sonder maeltijt te versuijmen op de been 



Digitized by 



Google 



154 

gehouden geleek hg noch 'smiddachs, als 'snachts daemaer qnam 
t'overlijden , hertelyck aen taeffel gegeten ende des naenniddachs 
boven op de galerie vant hnys geweest hadde, tegen den avont 
overviel hem de sieckte, in vongen dat hg sich ten 7 a^ren aent 
leggen begaff , sonder in 't avontgebeth te verschenen, 't gebeth gedaen 
synde gingen dHeeren van Diemen ende Raemburch binnen, vindende 
Syn Ed. vr^ swacker ais gemeent hadden, doctor Bontios wiert 
ontboden, die soo haest hij Syn Ed: hadde gevisiteert, oordeelde de 
sieckte van Syn Ed. soodanich dat den morgenstont niet halen sonde , 
waerover goetgevonden wiert d'Heer Vlack, die syn residentie op't 
hnys van den generael ontfanck hadde, tselve te adverteren; onder- 
tnjsschen nam de sieckte van den Heer Generael sulcx toe, dat men 
aen verscheijden teeckenen gewaer wiert 't e^nde naerbij was , gelyck 
tselve bg den predicant Homius ende doctor Bontios geconfirmeert 
wierde, waerover de Heeren van Diemen ende Raemburch (dHeer Vlack 
noch niet gecomen zijnde) goetvonden Zyn Ed. te vermaenen ende 
aff te vraegen, offt hem niet noodich dachte op eenighe besondere 
zaecken van des Compagnies generale directie ende gonveme van 
haeren staet in India yts te recommandeeren , dewyle Zyn E. noch 
tyt hadde, daerop d'eerste reijse niet antwoorde ende tselve hem 
naderhandt noch eens vermaent synde, antwoorde terstont. Onder- 
tusschen verscheen dHeer Vlack, Mevronwe syn gemaele (die maer 
dry daegen van een jonge dochter verlost was) wiert ontrent ten 
thien nyren van dHeer Generaels gelegentheyt gewaerschouwt ^ die 
(nietjegenstaende swack was) ontrent ten 11 nyren haeren man quamp 
besoecken ende terselver tijt riep Syn E. dHeer Vlack bij hem, 
recommandeerde hem syn hnysvrou ende kindt, waemaer hy den 
predicant Justus Hnmins oock bij hem ontboot , die hij naer eenige 
onderlinge spraecke, int bysonder nomineerde den persoon, welckehy 
nytte Raden van India verstondt dat naer syn overlijden int generael 
gonvemement snccederen sonde, belastende gemelten Hnmins den 
naem in beslooten missive naer syn overlyden d'aenwesende Raden 
van India ter handt te stellen ; daemaer riep Zyn Ed. dHeeren Vlacq , 
van Diemen ende Raembnrch bij hem , verhalende int corte d'ordre 
die hij aen den predicant Hnmins gegeven hadde. De Heeren Raden 
verstonden gesaroentlyck wei, Zyn Ed. alleen tot soo absoluyte dis- 
positie niet en was gequalificeert, maer insiende zyn swackheyt 



Digitized by 



Google 



1&6 

▼onden niet goet daertegen te contesteeren. Seer kort daernaer heeft 
Syn Ed. den geest gegeven, hebbende gants weynich woorden, selffii 
niet tegen sQn hn^svronw (die ontrent een nyre voor syn bedde sadt) 
gebmykt, tschynt dat hem de sieekte soodanich overviel, dat geen 
lust noch craehten hadde omme sich met eenige Baecken te moyen, 
jae was apparent dat ten waere de Hèeren Raden Syn Ed. selver 
met dVoorige aengemaent hadden dat noch van d'een noch vui 
d'ander yets sonde hebben gemonveert 

Des anderen daechs wiert dateliok ordre geraeint ende preparaten 
gemaeckt omme d'a3rtvaert ende begraefildnisse vant lichaem soo eerlick 
te laeten geschieden als de presente gelegenthegt toeliet ende resol- 
veerden dHeeren Raeden van India , oock ten selven dage met de openin- 
ge van de schriftelijcke gepresenteerde beslooten missive, doorDomine 
Hnminm te sapercederen ende in handen van den gemelten Hominm 
te laeten blijven, ter tijt ende wyle dHeer Specx, die met het schip 
Hollandia dicht bij de wercken ende aireede door eenen expressen 
afgesonden, in haesten te willen opcomen versocht was, aenlant sonde 
gecomen zijn; des naermiddachs arriveerde ditto schip Hollandia al- 
hier ter rheede ende compt de gemelde Heer Specx aen lant 

Den 22»» September is 't lyck van den gemelten Heer Generael 
Coen, met behoorlycke solempniteijt ende eere ter aerden gebracht 
ende begraeven int stadthuijs deser stede, alsoo de kercke in den 
voorigen oorloge was verbrant; des naermiddachs wiert bij deHeeren 
Raeden van India geresolveert ende goedtgevonden datter in dese 
conjnnctnre metten eersten wederomme een generael hooft vereyschte 
gecoren ende de plaetse van den overleeden Heer (Generael Coen Sal. 
becleet te werden, ende alsoo de gemelde E: Heeren Raeden van 
India buQten competenten getaele waeren, resolveerden mede hnn 
met dry van de geqnalificeerste persoonen te verstercken, omme 
neffens Hnn E: coUegialiter ende met gelycke authoriteijt int stemmen 
gesaementlick alsnlcken persoon tot 't generael gouvernement van 
India te eligeeren, als in conscientie ten meesten dienste van de 
Compagnie souden bevinden te behooren, welcken volgende den 
23» ditto ten voorigen fyne geeligeert sijn d'Eersame Jan van der Burcht, 
oppercoopman vant Casteel ende des Compagnies handel in Battavia, 
Comelis van Maseijck, ontfanger generael van de domeynen ende 
incompsten der stadt ende 't r^ck Battavia, mitsgaders Ariaen An- 

Digitized by VjOOQ IC 



156 

fhennis, Gapitain Hayoor vmn 't garnisoen des casteels ende gemelde 
stadt 

Dewelcke den 24" ditto gesaemenüick mette Heeren Baeden van India 
vergadert ende op d'electie van eenen nienwen generael in besoingnes 
getreden s^nde, heeft den predicant Hamins (volgens d'ordre van 
den Heer Generael Ooen zal:) zyne beslooten missive in dese ver- 
gaederinge overgclevert, doch deselve in copie ende den genomineer* 
den naem in blanco gelesen ende geventileert zijnde, wiert bij een- 
parige stemmen geoordeelt ende geresolveert , dat den Generael Coen 
zalr. in sijnne gedaene verclaeringe ende electie geexedeert ende 
verder getreden hadde als Zyn E: authoriteijt vermochte, ende Uw 
Ed: orderen alsoock den eedt ende artickelbrief mede was brengende, 
ende dat dienvolgende de voors. gedaene verclaeringhe van den ge- 
meiten Oenerael Coen gerejetteert ende in geen voirder consequentie 
zonde getrocken worden, dan dat deselve maer een stemme beneffens 
die van de presente raeden valeeren ende staet grijpen zonde ; waer- 
op de gemelte besloten originele missive geopent zynde ende de 
gemelte Ed. Heeren Raeden elck int besonder hun schriftelijcke advisen 
in behoorlijcker formé gegeven hebbende , is by eenparige stemmen van 
de Ed: Heeren Pr. Vlack, Ant'. van Diemen, Crijn van Raembnrch, 
Jan van der Borch ende Ariaen Anthenniss. bevonden dat den ge- 
meiten Heer Jacqnes Specx tot snccesseur int generael gouvernement 
in plaetse van den Ed: Heer Generael Coen zal. genomineert ende 
op Uw Ed: approbatie geeligeert is, welcken volgende datelick mede 
gearresteert wiert Zyn E: des anderen daechs, behoorlyck endenaer 
voorige costuijmen int publycq t'aucthoriseren ende bi) provisie al- 
sulcken commissie bij de gemelte Heeren Raeden te doen depecheren 
als daertoe van noode zoude zijn , gelyck Uw Ed. alles bij neffens- 
gaende resolutien naerder believen te beoogen; de Heere Almachtich 
geve dat alles tot grootmaekinge Syns h. naems, dienst vant alge- 
meijn vaderlandt, voordeel ende welstandt van de Compagnie soowel 
gedijen ende uijtvallen mach, als dese besoingne met unanimiteit 
ende contentement aengevangen ende ten eijnde gebracht is, ver- 
hoopende Ow Ed. deselve oock aengenaem ende bij behooriycke acte 
naerder geapprobeert werden zal. 

Den 25» ditto is Zyn Ed. publycquelyck soo in 't casteel als de 
stadt naer behooren geauthoriseert ende alle tvolck onder den be- 



Digitized by 



Google 



157 

hoorlycken eedt gebracht, twelck snccessivelick op alle andere plaetsen 
van des Compagnies jurisdictie ende handelinge tzgnder tgt oock ge- 
voirdert werden zal. 

Den vijant ondertnsschen syn batterijen vdmaeckt ende tgeschat 
gei^imt hebbende y heeft zoo aen de znytwest als oostzyde met 9 a 10 
stacken beginnen te schieten, daeronder 4 a 5 van 24 ü Qser ende 
meer, de reste yan 6, 5 ende eenige minder van 2 ® Qser; de 
steenen rednyt Hollandia wiert verscheijden mael getroffen ende de 
pannen kap heel schaedeloos gemaeckt, doch Ood loff sonder verlies 
van Yolck , die van de znijdt doorboorden verscheiden mael de Cham- 
pans (die tegen hun wercken in de rivier lagen) met eoegels van 
24 fii 800 van ijser als loot, onder anderen trefften met eenenschent 
vier man ende een doot , om de west hadden 2 a 3 swaere stacken , 
met eenighe lichte, daermede somwijlen soo over 's casteels brugge ende 
ple^n schooten soo met yseren als looden eoegels , die om te verlichten 
van binnen hol gegooten ende met aerde gevult waeren, thnijs van 
den generael ontfanck wiert tweemael getroffen en door eenen cogel 
een grof touw schadeloos gemaeckt , de redniten ofte honte wambaysen 
aen de westzijde wierden soo nu en dan mede geraeckt, doch van 
dese zijde geenich volck geqnetst, de 2 metalen halve cartonwen 
die over eenighe jaeren bij d'onse aen den Mattaram zijn vereert syn 
nu mede tegen ons voor Battavia gebruijckt t welck de vruchten ende 
erkentenissen zijn die men van sulcken geschencken aen Moorsche 
princen te verwachten heeft. 

Naerdat des vljants wercken wederommebesichticht, geexamineert 
ende door veele gevangenen haere groote hongersnooden, als andere 
gelegentheden verstaen waeren, wiert op den 27^ September in so^ 
lempueele vergaederinghe, present den chrgchsraet ende officieren van 
de stadt, in deliberatie gelecht oft men onderstaen zoude des vyants 
maestgelegen wercken aen te tasten ende hun met gewelt daeruyt te 
slaen ofte de saecke op de ordinarische deffentie noch aen te sien* 
Den Raedt oordeelden eenstemmich beter te syn ten principaelen noch 
niet te attenteren, maer de saecke noch tot beter opportuniteit in 
suspens te houden, laetende den vijandt dooi* taffsterven ende ver-» 
loopen van syn volck soo veel meer verswacken, dat onse attentaten 
met des te beter advantagie ende voordeel int werck mochten stellen ^ 
ende alsoo daerby gepersisteert wiert, vonden dHeer Oenerael ende 



Digitized by 



Google 



168 

Raeden vmi Indie goet hun voor die tijt daennede te conformeren , 
mits dat ondertosschen alle preparaten om den y^ant ten principalen 
aen te tasten sonden werden gereet gemaeckt. 

Den 2d^ ditto bestonden de Javaenen des nachts de rednyt Weesp 
aen te tasten, meenende deselve aen brandt te crijgen, hadden veel 
brandttoyeh op de hoecken van de rednyt aengebracht, twelck met 
groot geschreenw in brandt staecken, daertegen met mnsquetten ende 
groff canon, soo gegroet wierden, dat corts wederom afftrocken , 
schooten een grof yser door de rednyt sonder yemant te qnetsen , 
naer nyt eenige gevangene verstonden sonden in desen aenval on- 
trent 190 Javaenen gebleven syn , ende Godt loff van d'onse geenige. 

Den eersten October wierden des naermiddags aen d'oostzyde wt 
de rednyt de Sterre eenige 10 li 12 persoenen met brandtnQgh njrt- 
gelaeten omme des vQants voorste wercken aen brant te steecken 
ende te sien hoe sich hiertegen gedraegen sonde , d'onse trocken met 
brandende geharpnysde swabbers van tonwerck door de stadtgrafft 
ende staecken die naer haer begeeren in des vijants voorste trencheen, 
welcke gelyck al hnn ander wercken van hont ende eerde opge- 
maeckt zijn, den brant vatte wel; maer door den slappen zee- 
wint hadde weynich cracht , d'onse die van de mnsqnettiers op de 
rednyt ende pnnct Utrecht, mitsgaders noch tachentich welcke over 
de wederzyde van de Sterre op de stadtswal gelecht waeren, die 
met groff geschnt gesecondeert wierden, qnamen onbeschadicht weder- 
om over, sonder dat sich int eerste eenige Jaevaenen bnyten ver- 
thoonden, doch den brant opgegaen ende tgemcht tot aen haer prin- 
cipale legers gecomen synde qnamp nyt het leger van de znytzyde 
volck tot assistentie de rivier over, doch toonden soo weynich cou- 
ragie ende beleyt dat naer opinie van veelen den vyant op den- 
selven tijt nyt alle syne voorschreven wercken aen die syde sonde 
te slaen ende tgeschnt in handen te becomen geweest syn, soo de 
zaecke te principale waeren gemeynt ende aengeleyt geweest, doch 
alsoo d'intentie maer was omme des vyants contenantien ende con- 
ragie te sondeeren, ende daemaer eenen generaelen n3rtval daerop 
te doen , isser voor die ty t niet voirder verricht , dan datter eenige 
Javanen int blnsschen vui den brant als overcomende onder de voet 
geschooten syn. 

Den 2"" October hoorde men aen alle canten sterck ai*beyden daer- 



Digitized by 



Google 



159 

door gepresiiiBeert wiert, dat den vijant syn geschat afvoerde twelek 
des mollens door een gevangen geconfirmeert ia, seggende vocurts 
dat tgeheele leger van den Mattaram opontboden was ende binnen 
b k 6 daegen opbreecken sonde, alsoo in seer groote miserie van 
hongersnoet ende sieckten vervallen waeren alle die gevangen be- 
qnaemen, waeren nijtermaeten verhongert, mager ende machteloos. 
Des avonts stack den vgant alle zyne voorste wercken in brant 
ende weeck bnijten canonschoot rontom van de stadt aff, alwaer h^ 
sich tot het vertreck voorts prepareerde totten ?■ ditto, dat zQ 
(Godt loff) met het geheele leger seer miserabel ende annelick ge- 
stelt door haeren gecomen wegh naer des Mattarams lant vertroc- 
ken zijn. 

Om hon vertreck te verhinderen ofte op den wech te vervolgen 
wüde niet goetgevonden worden; maer wiert voor best geo<H*deelt 
den vgant silvere bruggen te leggen ende sich op den wech, sonder 
ons hasart, selver te laeten consomeeren, alsoo de schadelijcke suc- 
cessen vant voorleden jaer geleert hadden , hoe periculeus ende des- 
avantagieus het sg een machtig vijandt met wegnich volck ontrent 
bosschasien ende geboomten, buiten faveur vant geschut aen te 
tasten, zynde ten tyde van de nederlaege int voorleeden jaer de 
stadt ende 't casteel in groot perijckel geweest om door den vQant 
vermeestert te werden. 

Een miserable thu^sreyse sal dit volck erlangen, wg hebben 't leger 
twee a dry dagen te landewaerts in door diverse cleane troupen 
van 10 è 20 sterck doen volgen, die seer veele dooden menschen, 
buffels, verlaeten karren ende andere gereetschappen by den wech 
hebben gevonden, eenige swacke siecken die t leger niet conden 
volgen ende weygerich waeren mede te gaen syn van d'onse doot- 
geslaegen ende andere gevanckelyck medegebracht, gelyck mede 
eenige karren, veel crissen ende andere sunysserijen; in de ryviere 
van Crawang daer d'onse mede gesonden ende een stuck te landwaerts 
in waeren geweest, lagen de wegen oock met doode lichaemen be- 
stroyt, sulcx dat het schynt de sterfte onder hunluijden hoe langs 
800 meer toegenomen heeft, de Heere Almachtich sy gedanckt, die 
CBS van soo machtigen tinmnicquen vgant verlost ende soo genadelyck 
bewaert heeft 

Dit is 't gros ende wel 't voomeempste van 't geene in de j<»ig«t8 



Digitized by 



Google 



160 

belegheringhe is gepasseert, gedurende deweleke van onser zjde in 
alles 10 a 12 Nederlanders ende noch minder van Jappanders , Chi- 
neesen ende BCardijckers door den v^andt omgecomen sQn^ van 
Compagnie slaeven (die by wyien ontrent de rednyten arbegden) syn 
eenige gequetst ende ontrent 6 a 8 dootgeschooten, van des vyants 
syde daertegen zynder seer veel soo door tschieten als in verscheyden 
aenvallen, honger, miserien, gedoot ende omgecomen, naer gesegt 
wert sonden in haer leger wel hondert dnysent man sterck geweest 
sQn, doch onses bedonckens is den omslach voor sooveel volckx te 
clegn geweest, maer is apparent, dat den Mattaram neffens sijn ge- 
schat (twelck hij hooch estimeert) ende synen voomaempsten adel, 
800 veel macht uytgemaeckt heeft als hem mogelyck geweest is bg 
een te brengen, daer wert geaffirmeert dat van 10 negen mannen 
syn voor Battavia geweest, behalven het volck van de zeestrant, 
die gelast waren den rys ende pady te versorgen, van Chetebon 
hebben onlangs door gecomen Chineesen van daer, verstaen 't leger 
daer al gepasseert ende t geschat tot Indermaye affgecomenwas, als 
oock , dat aidaer de spraecke ginck meer als de helft vant volck al 
gesneavelt waeren , doch gelyck onses oordeels 't getal der afgecomen 
levende is vergroot , achten dat ingelijcx mede mette doode geschiet, 
doch is apparent dat vrij eenige daysenden menschen achter laeten 
zollen, daervan de menichvoldige grafisteden in alle d'omleggende 
toijnen omtrent Battavia ende de veele gevonden dooden op den wech 
genouchsaem getaijgenisse geven. 

T'is geloofflick, naer gesegt wert, dat den Mattaram sich vastelick 
moet ingebeelt hebben zyn gewelt niet souden hebben derven ver- 
wachten ; maer de plaetse verlaeten ende deselve ledich sonde gevonden 
hebben, weynich ofte niet is by hnnloyden gedayrende de belegeringe 
ten principaele geattenteert om te vercrijgen daer sy schoenen om 
gecomen waeren, als hebbende haer volck meest met wercken ge- 
matteert, soo wy van onser zyde maer eenich volck sonder schmpole 
hadden mogen periditeeren, souden apparent al haer geschut in den 
Mattaram niet terugge gebracht hebben; wy vertrouwen dat den 
Mattaram van Batavia's gelegenthey t nu soo sal werden geinformeert 
dat hy niet licht wederom herwaerts keeren zal , alhoewel dat veele 
van opinie syn hy de saecke andermael sal hervatten , alsoo hy doof 
een obstinaet, trots gemoet gedreven wert ende door syne veele be- 



Digitized by 



Google 



161 

eomen victorien tegen JavaenBche Princen aoo hoogmoedich geworden 
is, dat hy sich inbeelt, hem niet en behoorde, noch en can ontataen , 
f onderbrengen die hem belieft. 

T'is gedenckweerdich dat desen jongsten oorloge, daervan 8oo op- 
gegeven wiert, 800 weynich alteratie in de stadt onder alle de in- 
woonende natiën gecanseert heeft, alles heeft sQn voege ende ganek 
gehadt ofter geen vgandt waere geweest, daerin de Bantammers, die 
flomwQlen de plaetse ende des vQants leger qnamen besichtigen, als 
handelaers van ander qoartieren, hun ten hoochsien verwonderden. 

Een saecke bij ons ende veel andere voor desen als onmogelyck 
gebonden hebben nn sien geschieden, naementigck dat denMattaram 
met soo groeten heyrleger ende swaren geschnt door soo onbeqnaemen 
marecasiensen, bosachtigen, wilden ende onbebonde landen nyt 't bin- 
n^iste van zyn verre a%elegen rijck, tot voor Battavia gecomen is. 

Dry a vier maenden is 't geschnt tnsschen den Mattaram ende Bat- 
tavia onderwege geweest, zynde menichte van buffels ende karren 
om hals geraeckt, eer se 't selve voor Battavia gecregen hebben, 
alleen van de rivier Crawang tot hier, hebben een maent daermede 
tesoecken gebracht, veel onder d'onse syn van opinie geweest, die de 
wegen, morasschen ende rivieren na ditto rivier Crawang gesien ende 
ondersocht hadde, dat het onmogelyck was eenich geschut daerover 
te brengen, twelck contrarie gebleecken heeft, niet sonder redenen 
hebbén Uw Ed. al voor desen beducht geweest, dat den Mattaram 
feeniger tgt op Battavia wel yets attenteren mochte, hier heeft men 
oock wel geconsidereert dat Battavia een groeten doom in des Mat- 
tarams voet was, mitsgaders dat hy van Battavia's progres, jeloers 
wiert ende hem in de weehe lach, maer achtnemende dat hy int 
eerste, doen Battavia noch bngten deffentie was, daerop niet geatten- 
teert hadde, ende aensach dat van dage tot dage met volck als 
verscheyden wercken versterckt wiert, opineerde men dat hij geen 
middel en sach om een bestandt leger over landt voor Battavia te 
brengen ende dat hem tselve te water onmogelyck was, sulcx dat 
soo hg 't op d'een of d'ander manier onderstonde, meer syn eygen 
als Battavia's staet pericliteeren soude (geiyck wy verhoopen dat het 
oock uytvallen sal) waeruyt veele beslooten niet apparent was , Bat- 
tavia van den Mattaram soo licht soude aengetast worden, gelyck 
(Godt ioff) sonder tot syn voornemen te comen nu tot tweemaei ge- 
T. 11 

Digitized by VjOOQ IC 



162 

schiet iSy ende soo hy door obstinaethegt tot een derde reyse resol- 
veert ^ verhoopen dat door (Godes genade) van onse presente als 
aenstaende verwachtende nieuwe macht, snlcker resistentie vinden 
sal, dat Battavia wel voorts ongemolesteert sal laten biyven; onder- 
tusschen believen Uw Ed: wel gerost te syn, dat Battavia door 
d'nyterste macht van den Mattaram andermael aengetast werdende, 
hy met QoieB hnlpe daerop niet meer en gewinnen sal als tot noch 
toe gedaen heeft, twelck is, dat hg Battavias extime ende reputatie 
bij alle omliggende princen ende sich selven in cleyn achtinge ge- 
vordert heeft. 

T'is waer dat desen tweejaerigen oorloch de nering verslapt, de 
Nederlantsche burgerie, Chinesen ende andere de conragie benom^i, 
verarmpt ende Battavias geriefF als progres verachtert heeft, doch 
ten principalen is des Compagnies staet daerbij weynich vercort; 
d'Heer Generael Coen zalr. heeft in desen slechte tyden niet connen 
resolveeren eenige pnblycqne wercken, omme de Chineesen in motie 
ende leven te honden, bg der handt te nemen, tot des casteels for- 
tificatien ofte elders syn se noyt gebmijckt daer yets aen conden ver- 
dienen, maer ter contrarie met des stadts versterckinge extraordinaris 
belast geworden, evenwel hebben hun maentiycke hooftgelden ende 
alle andere belastinge moeten opbrengen ende betalen de thoUen van 
alle incomende frnijten, eetwaren ende andere clegnicheden, die bg 
d'onse van Bantam gehaelt, als van daer toegebracht wierden, ende 
den eenigen overgebleven middel was om eenige verversinge te be- 
comen, waeren op twintich ten hondert verhoocht, alle hetwelcke 
boven d'onlusten soo veel Chineesen heeft doen vertrecken ende ver- 
loopen, datter met de affgestorven, ten tyde van Syn £d: overiyden, 
van ontrent 3500 Chineesen, welcke dHeer Oenerael Carpentier hier 
gelaeten heeft, niet boven de 1200 en resteerden, waervan den meea- 
tendeel (naar gesecht wert) de voorige noch souden hebben gevolcht ; 
Bantam is hierdoor seer verbetert ende Battavia verachtert ; wat d'in- 
sichten ende mazimas van den Heer Oenerael Coen in desen geweest 
syn connen niet wel bevroeden, ondertusschen hebben goetgevonden 
de thollen wederomme op de voorige 10 ten hondert te redresseren. 
Aen den begonnen gracht, welcke aen de westsQde vant casteel 
ende de stadt omtrent 50 roeden lanck wtgegraven was, syn de 
Chineesen voorts te werck gestelt omme de stadt aen die syde, 



Digitized by 



Google 



163 

volgens voorige project voorts in 't viercant te besneden ende onder- 
tosschen d'onde reduiten met een onderrednit toBSchen bejjden te 
verstercken, opdat voort die syde tegen des vijants macht, de stadt 
voor syn geschat ende de weddende beesten op dat pleyn^neffensde 
moestnQnen ende andere gerieffelickheden voor invasien mogen ge- 
preserveert ende verseeckert blQven, dit leven ende veranderinge 
heeft de Ghineesen aireede tot over 2000 int getal doen toenemen , 
verhoopende door Oodes genade , dat alles eerlange in voorigen flenr 
van commercie ende leven onder de bnrgers sal gebracht werden, 
d'aenplantinge snllen binnen de stadt ende onder bescherminge der- 
aelver sooveele vorderen als de gelegentheijt van 't territorium toelaten 
zal, opdat wQ aen ons selven sooveel verversing hebben mogen, 
daermede in tgden van noot conden bestaen* 

De gardynen van 't casteel syn met craelsteen, doch met cleQ ge- 
metselt, rontsom tnsschen de vier pnncten 20 voeten hooch opge- 
trocken, daervan de jongste aen d'oostzQde ultimo Augustus was 
volmaeckt, als den vQant 22<^ dito voor de stadt verscheen, metseer 
groeten yver is hieraen gewrocht, doch waer te wenschen, dat alles 
vast in calck ware gelecht om voor 't vallen verseeckert te syn ende 
eens gedaen werck te hebben, principalyc de gardyn aen de voor- 
zgde , alwaer een permanent huys tnsschen de bolwercken den 
Saphier ende den Peerl, volgens voorich proiect ende begonnen 
werck opgetrocken werden fuil, soo om tot accommodatien van wo- 
ningen als packhuysen te gebruycken, door faulte ende gebreck van 
dewelcke de Compagnie al van over veel jaeren seer groote schade 
ende verachteringhe in veele zaecken geleden heeft; aen dit huys 
wert dagelicx neerstich ende sterck gewrocht, doch duchten dat 
't gebreck van goet jatyhoudt 't werck verachteren sal. 

De generaele ongelden in Battavia sedert primo November 1628 tot 
ultimo Augustus 1629, zynde 10 maenden, bedraegen: f 577614 : 6 : 3 

daertegen in voors. tgt geadvanceert sQn, na- 



in negotien ende andersints . f 237390 : 14 : — 
de gemeene lants incompsten 

bedroegen - 220226 : 18 : 8 

467617 : 12 : 8 



Soodat Battavia ten achteren compt . . . . / 119996 : 13 : 11 

/Google 



Digitized by ^ 



164 

De fortificatien bedraegen weynich, te meer omdat tot des casteels 
gedaene wercken weynich materialen gecocht zijn, de craelsteen 
ende cley tot de gardijnen ia meest door ons eygen volck gehackt 
ende verwrocht, de stadts versterckingen hebben de borgerye (on- 
aengesien de benauden tijt) selver moeten draegen , boven dat se bi) 
dage als by nachte mosten waecken, daertegen zyn d'arme onver- 
mogene wederomme met des Compagnies rantsoen maendtlijck gesnb- 
sidieert. 

De swaere gamisoenen, die genootsaeckt werden te honden vallen 
costelijck ende loopen heel hooch, enz 

Met sterften syn wederomme als t voorleden jaer seer geqnelt, 
heete coortsen ende bloetganck regneren seer, die de menschen seer 
cort wechmeken, doch begint Godt loff vrij wat te cesseren, teedert 
primo April voorleden tot op dato syn alleen van Compagnies die- 
naers, soo ter rheede als int casteel ende de stadt over de 640 
witte persoenen overleden ende van de bnrgerije omtrent 134 ditto , 
dat ons seer verachtert ende schaersheijt int varent volck veroor- 
saeckt, de jonckste twee vlooten zyn met soo weynich verlies van 
volck op de reijse, alhier gearriveert als üw Ed. hiervoren hebben 
gesien ende naderhant syn hier zooveel vronwen , kinderen als manvolck 
aen landt gestorven, dat het bedroeffelijck is; door 't afbnijden van de 
stadt heeft 't volck gednyrende de belegheringhe soo dicht op malcanderen 
gewoont, dat daer veel qnade Inchten ende ongemacken nytsijnont- 
staen, alle de stadtsburchwallen syn meest vervuijlt ende toege- 
loopen, sulck dat die onsutjverbeijt almede helpt, d'aencomende 
hnysgesinnen als andere syn met geen accommodatie van wooningen 
connen geholpen, noch d'adjuvementen gedaen werden als wel ver- 
eijschte, waerdoor veele in armoede, miserie, ongemack ende vnQ- 
licheijt vergaen, 't welck verhoopen alles metter tijt beteren ende op 
den ouwden voet gebracht werden zal. Ondertusschen Ed. Heeren, 
versoecken wij serienselijck, dat UwEd. doch eenmael tot naerderen 
voet op 't senden van hnijsgesinien naer India believen te resolve* 
ren, want met diergelycke als 't gros sijn, welcke Uw Ed. alnoch 
continuere te senden, isset niet mogelijck dat Uw Ed. coUonien in 
India connen gestabileert werden ofte bestaen, veel min dat door 
deselve Uw Ed. staet in progres ende verseeckeringe (tot ontlastinge 
van de Compagnie sonden gebracht worden) de armoede van eenige 



Digitized by 



Google 



165 

is zoo groot ende de manieren van leven in anderen soo vnyl ende 
exorbitant, dat des Compagnies middelen (inexcosabel) moeten ge- 
bmijcken ende gespendeert werden, om de goede armen te onder- 
bonden ende de qoade te straffen, want t' is seecker dat wij genoot- 
saeckt sollen werden een expres gebonw te timmeren, in forme van 
spinbu^s ende raspbnys, om veul vnijle qnade menseben van de 
straet te belpen ende als een peste van goede af te scbeijden; wij 
en twijffelen niet soo Uw Ed. dese ende noeb veel andere oosten 
meer, welcke Uw Ed. aldaer ende wij albier (om die vnijle men- 
seben berwaerts te brengen ende te onderbonden) genootsaeckt syn 
te doen, aen versebeijden goede bekende eerlycke buysgesinnen te 
leenen ende daer beneffens vrijbegt te vergunnen om deselve be- 
qnamelyck te mogen employeren ende berrewaerts te brengen, ofte 
de Compagnie sonde bun versebooten penningen danckbaerlijck ende 
goede bnysgesinnen in India becomen, bet sal een middel syn dat 
de Inyden bier eomende, wat in banden bebben om yts te beginnen 
ende de Compagnie ontlast blyven van bun te onderbonden , alder- 
hande eerlycke ambacbtslnyden syn te belpen met bnn toe te staen 
alsalcken materialen te mogen medenemen als tot baer ambacbten 
verbeijscben, daertoe bnn alvoren de bandt biedende, omme deselve 
te connen coopen, maer bet nntste bonden wij voor de Compagnie, 
datter bnijsgesinnen van aensien ende middelen door lydelijcke te 
geven vrflbeden naer India gelockt wierden, die tot een erkentenisse 
verbindende een a twee dienstmaecbden ofte aeneomendo docbterkens 
tot baeren lasten in India te moeten brengen ende opvoeden, een 
taemelyck capitael eonnen se aen versebeijden waeren ende coop- 
manscbappen buyten prejnditie van de Compagnie aldaer besteden 
ende berwaerts brengen, ende bier en gebreecken geen middelen 
om met goede capitalen bnyten scbade van de Compagnie te ban- 
delen. P'Engelscben (onaangesien dat tot Bantam resideerenj laeten 
daerom niet, soo particulier als voor 't generael, bier voor duijsenden 
realen van 8° aen goederen te coopen ende vercoopen, de Deenscbe 
cooplnyden , die bier baere residentie bebben , bonden open winckel , 
Cbineesen ende andere natiën bandelen op verscbeyden quartieren 
oock met groote capitaelen; sullen Uw Ed. den eygen ingesetenen 
ende naturellen van Nederlandt daervan frustreeren. 'T scbip Londen 
'yr^ nl^t soo baest voor Bantam gearriveert ofte alderbande Europi- 



Digitized by 



Google 



166 

8che manufactareiii diversche sniijsteryeny Engels bier ende ander* 
sints wierden herwaerts gebracht , verkocht ende goede reale van 
8> ofte ander coopmanschappen daertegen wederom nQtgevoerti sonder 
dat de Compagnie ofte haeren ataet daerbQ verder als mette ihollen 
verbetert wert, daertegen bj verrgckinghe van üw Ed. eygen in- 
gesetenen de innerigcke commercie ende commnnicatgen toenemen 
ende des Companies staet in vaste 'verseeckeringhe gebracht wert, 
't welck in desen jongsten oorloge merckelick gebleecken is, heb- 
bende verscheiden persoonen van middelen soo liberael tot des stadts 
wercken gecontribueert ende desselfs behoudenisse helpen bevorderen^ 
dat te verwonderen is. Uw Ed. believen haer van de scmpnle font- 
lasten, dat hierdoor de particnlariteijten meer toenemen ende ge- 
voirdert sullen werden , als Uw Ed. ordre ende licentien sonde 
medebrengen I Uw Ed. verseeckeren haer op onse verbintenissen in 
desen sulcken ordre sal gevolcht ende gehouden werden ; dat de 
Compagnie buyten schade ende Uw Ed. geen oorsaecke van dachten 
hierover sullen gegeven werden, ende ingevalle Uw Ed. door eenige 
obstaeckelen hiertoe noch niet conden resolveren, versoecken Uw Ed. 
reverentelyck met 't senden van quade, arme, onbekende huysge- 
sinnen ende vrouwpersoonen oock te willen supercederen, want 't is 
seecker, Ed. Heeren, dat de Compagnie daerdoor alleen geen onnutte 
costen ende lasten , maer oock materyen ende oirsaecken van quade 
ende bedenckelycke gevolgen veroorsaickt werden, ende door 't quaet 
ongoddelyck leven den toom Gods over Uw Ed. staet verweckt wert; 
een soldaet heeft bynae syn maentlijcke gagie van doen om de 
huyshuyr van een ryeden wooningh te betaelen, assistenten, onder- 
coopluijden ende andere diergelijcke officieren hebben maentlick haer 
rantsoen ende gagien noodich sullen se behoorlijck leven, principa- 
lick alse eenichsints met kinderen beswaert ende van hun selver 
niets in handen hebben, al 't welck en 't gene hieraen voirder 
dependeert sullen wy andermael versoecken ende vastelick vertrouwen 
dat Uw Ed. hiertegen alsulcke tgtelijcke remedien sullen stellen als 
ten meesten dienst van de Compagnie bevinden sullen te behooren. 
Met Bantam syn in vreede, de begonnen onderhandeling daervan 
met Grootenbroeck mentie wort gemaeckt, is naderhant op den 
2dn Maert 1629 met een besendinge van hier, neffens eene schenc- 
kagie van een Arabisch peert door den Commandeur Blocq ende 



167 

den Oppercoopman Behoort, geconfirmeert tot groot contentement 
van die van Bantam; soo 't ymmers uijterlyck Bcheen. T'sedert 
hebben noch eenen ruymen tijt den CommissariB van der Lee met 
een jacht voor Bantam gehouden ^ omme bij wylen op 't stock van 
den peperhandel te letten, maer het schijnt die van Bantam , na 
met haer Terdraegen sijn , de peper naer haren appetyt wel souden 
willen vercoopen ende dat hoop hebben wij , ende d'Engelsche de peper 
weder tegen den anderen sollen opjaegen; van der Lee hadde met 
den Tommagon partye peper k 6| 't piool gecontracteert vry aen 
boort te leveren, 't welck als 't op doen aenquamp niet en succe- 
deerde. In ettelycke maenden en is by ons, noch d'Engelschen na 
peper getaelt ende geen ander coopers en synder, evenwel houden 
den peper dier, wy vertrouwen dat d'Engelschen, die langer als een 
jaer sonder geit geseten hebben , daer treffelyck in moeten wercken , 
daer wort in Bantam van geen peper gesproocken, even als offer 
geen peper waere. 

Wy laeten ons voorstaen de quantiteyt niet groot is ende datter 
boven de 15 k 16^ sacken peper in Bantam niet en is, welcke by 
de principaelste is opgecocht, als van onse onderhandeling lucht 
creegen. 

Des Mattarams oorloge ende syn groote preparaten, mitsgaders 
dat naer de West tendeerde heeft mede veroorsaeckt, dat jaer wey- 
nich ofte geen peper tot Bantam versamelt is, die van Bantam 
beelden haer vastelick- in, de Mattaram het op haer gemunt hadde , 
syn derhalven al van April af doende geweest haer stadt te ver- 
aeeckeren ende d'aencomste te waeter met paelwercken seer sterck 
aff te paggeren; naerderhandt heeft sich de Tonmiagon van Bantam 
met*redeigcke macht, geassisteert met een Engelsch fergadt, in de 
rivier van Crawang onthouden, tot dat seeckerlyck van des Matta- 
rams comste wert verwitticht, als wanneer sich geretireert heeft in 
de rivier van Ontong Java, alwaer hij sich geduyrende den vijandt 
voor Battavia lach onthouden heeft met ontrent 7 i 8c man, eenige 
seggen van meer, daermede hy hem op ditto rivier versterckte, 
omme d'overcompste van den Mattaram, soo nae Bantam quaeme te 
beletten; ondertusschen hebben die van Bantam haer neulrael ge- 
houden, soeckende soo met ons als den Mattaram wel te staen. 

'T volck van Mattaram is noyt geadmitteert in 't lant van Bantam, 



Digitized by 



Google 



168 

als assistentie van rys versochten hebben 't geexcoseert, dat seUs 
benoodicht waeren, geljck die van Bantam oock niet veel overich 
hebben; (aan) de gesant^ van den Mattaram, die met brieven nyt 
't leger voor Battavia aen den Goninck van Bantam in Ontong Java 
qnamen y wilden geen passagie' te lande (geljck versochten) verleenen , 
maer hebben hen met praenwen . uit ditto rivier naer Bantam ge- 
bracht, soodat wy vertrouwen die van Bantam den Mattaram al vry 
wat geirriteert hebben; hoe geve^nst dat haer oock gedraegen, soo 
haest 't leeger voor Battavia opbrack, vertrock den Tommagon met 
sQn volok naar Bantam ende lieten haer voorstaen groote victorie 
bevochten hadden; wij deden den Tommegon geduyrende de oor- 
loge in Ontong Java. eens besoecken, omme van haer gelegenthegt 
ende dessegn kennisse te crijgen; d'onse waeren soo 't scheen wille- 
come ende conden niet anders bespenren als dat daer op haer 
deffentie laegen , echter vernamen dat niet gaeme sonde gesien heb- 
ben des Mattarams volck kennisse van haer compste aldaer hadden. 

Tegenwoordich houden tot Bantam Pieter Francen, assistent , 
met noch een Nederlander , alleen om kennisse te hebben watter 
passeert; onthout sich in het huys van Simsuan, onse burgerde 
ende Chineesen varen over ende weer met haer coopmanschap ; de 
peper wert soo hooch gehouden ; datter niet ujtgebracht wiert, connen 
niet wel bevroeden wat die van Bantam voorhebben , dat haer soo 
hardt houden, achte dat ons menen met hun peper tot haer devotie 
te brengen ende sullen almede pretendeeren, dat een ètwee joncquen 
uyt China comende behoorden tot Bantam t'admitteeren. 

De Engelschen, enz 



Digitized by 



Google 



169 



XXV. De Directenr-Gleneraal Antonio van Diemen, 
aan de Bewindhebbers der Gren. O. I. Comp. 
(Heeren XVIL) * * 

Geschreven op de te hnisreis, aan boord van 
het schip Deventer en gedagteekend 6 Jnng 
1631. 



Mynheeren n^t nevengaende j enz. ..." 

Balamboangh, gelegen aen 't oosteynde van Java, geeft goede 
partye rgs ende beestiael, waertegen custcleeden ende andere coop- 
manschappe trecken; den Coninck noodicht ons ende sage gaeme 
comptoir ende volck in zyn landt hielden, 5 k 600 lasten rys wortt 
gesegt jaerlicx te becoomen zQn. 'T is een negotie, welck d'inwoon- 
deren van Bantam mett beter profijt als de Compagnie connen 
waememen ende gants ongeraden aldaer volck te houden; tsedert de 
Compagnie ende Nederlantse bnrgerye derwaerts gevaeren hebben is de 
negotie gants verslimpt, 't schgnt te jachtich z^n, met beeter oirdeel 
weeten de Chineesen den rgs te procnreeren. 

Anno 1629 syn bij onse bm^erge ende de rheeders van den 
Harinck ende Oorcnm in Balamboang gehandelt ende in Amboyna 
ende Banda gebracht, alsvoore geseQtt, 264 lasten rijs mett groot 
nomber vee ; 't gemelte vaertaggh is wt die qnartieren weeder der- 
waerts gevaren ende mett cleene partye rys in Battavia gecoomen, 
synde 't rQsgewas misluct 'T jacht de Mnijs; coomende van Am- 
boyna, is daer, door lecte, genootsaect geworden te stranden, de 
geberchde goederen pretendeerde den Coninck aen hem vervallen 



1. Na 15 DeoemW 1629 werd door de Hooge regering geen algem. rniMiTe naar 
helTaderland gezonden, y66t 7 Maart 1681. Die brief, Tan 7 Maart, werd echter, ten 
gevolge van ziekte Tan den Gen. Specz , zeer ingekrompen en Toor alles wat JaTa be> 
treft werd er in Terwezen, naar hetgerai de Direct. Gen. Tan Diemeo, op z^ne tehois- 
reit OTer den itand Tan Indie zon opstellen. Dat opstel deelen wQ nn Hier mede. Na 
in de 40 eerste bladz. Tan zQn opstel Terslag te hebboi gegeren, Tan hetgeen was Toor- 
geTallen Toor Malakka, in de bogt Tan Siam en Patani, op Bomeo, op de kost Tan 
China en op Formosa (Tayoean), in Japan , de Molnkken , op Amboina, Banda, Ceram , 
^or, TimorenM^kassi^, lfa«t vim Diemen ot^ tqt 4e behandeling der z«ken vim JaTa. 



Digitized by 



Google 



170 

waren, had vier stueken op, de Compagnie toebehoorende, drie 
zijn bij den Briel gebercht ende 't ander heeft den Coninek aenge- 
slagen mett twee steenstneken. Een jonck geladen met 70 è 80 
lasten rijs, gedestineert na fiattavia, is daer meede van 't ancker 
gespiltt ende vergaen; de jonck was van Battavia gevaren ende bQ 
de Chineesen wttgereett, in voege, zoo door deese ongevaUe als 
schaars gewas, anno 30, met de floijte €U)rcnm, Gontsbloem ende 
Bloempott, mitsgaders per 't Comp^^ schip den Briel in Battavia wtt 
Balamboangh niett meer als 70 A 80 lasten rijs zjn aengebracht , 
seven slaven met goede partije verekens ende koebeesten; den Ha- 
ringh is daer overgebleven omme zyn wttstaende schulde te innen 
ende mett de ryslast na Banda te loopen. 

Den rQs is daer reedelicx coops, op 25 r. 't last, als wanneer 
een cent op de cleeden avanceeren, een koebeest 4 r. ende een 
vareken 2 r. van 8^. . 

Die van Balamboang zyn heiden ende vyanden van den Matta- 
ram, den Coninek van Baly pretendeertt haer beschermheer te 
weesen , is mett eenen genoechsaem meester van 't landt ende doen 
de vreemdelingen groeten overlast, dito Coninek heeft d'onse meede 
zyn landtt gepresenteertt, omme aldaer te moogen comen nego- 
tieeren; voor de Comp. valtt daer niet te doen, particuliere, die mett 
cleene oncosten varen, als Chineesen ende andere dient datt vaer- 
water best; met de floijte €U)rcnm qnamen 7^8 inwoonderen van 
Bali om Battavia te zien, brachten een monster van sandelhout 
meede, datt op Bali ende in groote quantitite te becoomen is, maer 
is wiltt ende geen oprecht houtt, de couUeur is schoon maer niet 
van reuck. 

Alsoo den rijs, enz 

Battavia Ib anno 1630 van den Mattaram niet besocht geweest ^ 
't schijnt door de voorjarige tochten ende principalyck die van 29 
soo gematteert is , geen lust heeft gehadt (gelijck voorgaff ) datt jaer 
de saecke te hervatten ende datt üjtt van respiratie van doen heeft; 
ondertussen zijn onverwacht ende als bij gevall in onderhandelingh 
van vreede geraeckt, daerop geen effect noch besluyt is gevolcht, 
alleen datt de trafficanten over ende weder ongemoUesteert varen, 
rys wertt niett gelicentieert nae Battavia te voeren, hoewel steells- 
wyse cleene partge al te mets ingebracht worden* 



Digitized by 



Google 



171 

De saecke dan tnsschen ons ende den Mattaram heeft sich tsedert 
de jongste advysen toegedragen ende staen in termen als nytt gevolch 
gellefft te vemeemen. Nadat in Jannarie anno 1630, om d'Oost tott 
voor Japara op de Chinese joncqnen ende ander vaertn^gh naer 
Battavia coomende ende by wyle beneedens wint raeckende, wtt 
oraysen gesonden hadden de jachten Assendelft ende Westsanen, 
ende datt naerderhandt in Febmary op seeckere geruchte, datt den 
ICattaram andermaell omtrent Indermeye ^ versamelingh van r^s 
ende padi deede, om de waerhe^tt van saecke t'ontdecken, langs 
voors. cast a%e8onden de jachten Teyonhan, Bonremedie ende Ne- 
gapatnam, met advys aen d'onse voor Japara, hoe sich in znlcken 
gevalle te gonvemeeren hadden, wierd mett die occasie goettgevon- 
den Warga, een Javaen van 't getal daervan in onse vooigaende 
mentie is gemaect, op zyn gix>ote instantie te relacheeren ende na 
hnys te senden , te meer hem zijn vrydom onder conditie van de 
ronde waerheytt te seggen , door de Heer Oenerael Coen zaliger was 
toegesegtt; deese relaxatie van Warga heeft den Mattaram oft groote 
van Java geduyt off aengenomen (om aen d'eere te blijven) als een 
besendingh ende datt daerby vreede versochten ende is de saecke 
door den Tommagon Ary Wansa, opperste raett van den Choecho- 
nang, over Samarang, soo beleytt, dat gesanten (daertoe gebm^c- 
kende Intche Mouda) na Japara aen onse jachten wirde gesonden, 
versoeckende , datt voor Samarangh wilde coomen , den Mattaram 
was tot vreede genegen ende wilde een gesant nevens een brieff 
wtt den naem van den Mattaram door Aria Wansa geschreven, mett 
de jachten na Battavia senden ; den Commandeur of Oppercoopman 
Tresel neemt dit versoeck aen ende loopt en passant met de jachten 
Westsanen, Negapatnam, Teyonhan ende Bonremedio, Samarang 
aen, alwaer well getracteert ende ververst worden, ende alsoo den 
gesant wtt den Mattaram noch niet verscheenen was, vertrock 
Tresel , laetende daer te reede op den gesant wachten de jachten 
Teyonhan ende Bonremedio, welcke den 11 April daeraenvolgende 
te Battavia arriveerde mett eenen Lonra Jouda ende soon van Intche 
Mouda, nevens 14 Javanen, brengende een brieff van Aria Wansa 
aen d'Heer Generael geschreven, dicterende, dat hy Wansa d'Heer 



1. Indraroayoe. 

/Google 



Digitized by ^ 



172 

Generaels versoeck van vreede, den Choeehoenang Englaga' voorge- 
dragen hadde , die daerin vemoecht ende mede toegeneegen was y 
maer wilde persoonlyek mett des Heeren Generaels gesanten van de 
saeck spreecken, over solcx raett aen, datt mett den eersten een 
beqnaem persoon nevens Lonra Jouda aen Zyn Migesteyt over Sa- 
marangh diende affgesonden, men behoeffde in 't committeeren van 
een aensienelyek man niet bedncht te wesen, den Choechoenangh 
hadde zelver beloofft soffisante ostagiers in onse jachten te senden y 
soo nabedencken hadden; nevens den brieff qnam tott schenkagie 
10 sacken rQs, een koebeest, 40 hoenders ende watt frnijtt 

Den 16" wird de gesant bij d'Heer Generael audiëntie gegont 
ende verclaerde den brief van Aria Wansa met kennisse ende bg 
ordre van den Mattaram geschreven te zyn en dat hy gesant den 
Mattaram zelver mondelingh had hooren seggen, tot vreede geneegen 
was, zoo den Generael daertoe meede inclineerde, versocht dat 
nevens hem een presentabel persoon mocht gesonden worden om den 
Choechoenangh Syn Ed. geneegentheyt te moogen aendienen. 

By d'Heer Generael ende Raden van Iniia in consideratie geno- 
men zijnde de weijnighe verseeckerheijt, die gegeeven wirden van 
des Mattarams oprechte meeninge, mitsgaders om niet geaffronteert 
ende onverhoort temggesonden te worden , off t'ontijde schenckagie 
wtt de handt te werpen, alsoo deese besendingh sonder aensien- 
lycke schenckagie niett aengenaem zonde. zyn geweest, maer voor- 
nementlyck om tyt te winnen, werd goetgevonden Wansa's brieff 
met een expresse te beantwoorden, omme recht t'onderstaen off dese 
handelingh mett kennisse van den Mattaram aengevangen was, ende 
wird daertoe gecommitteert den assistent off tolck Pieter Franss. 
ende is dienvolgende mett noch een Nederlander ende den Javaensen 
gesant, ady 4 Mey per 't jacht Teyonhan na Sammarangh affgede- 
pescheert , 't geene hem per instmctie is gelast ende wat aen den 
Tommagon Arya Wansa in antwoorde geschreven ende tott ver- 
eeringh gesonden is, gelieve U £d. wtt coppieboeck van brieven, 
onder dato 3" Mey 1630, na te sien. Den 21'^ Jnny is gemelte 
Pieter Fransen mett syn geselschap over Sammarangh wtt den Mat- 
taram gekeertt zynde , zoowel int op als affreijsen wel onthaelt ende 
vrintlQck bejegent geweest, maer by den Mattaram geen audiëntie 
gehadtt, gelyck oock niett bij Arfa Witnsa zelver, d^^tt op zyn 



Digitized by 



Google 



173 

deckte geexcnseert wird y dito schenckagie ende brieff wird geaccep- 
teert ende scheen aengenaem te weesen^ door gecommitteerde wtt des 
Mattarams name zyn d'onse aengedient, datt Zjn Majesteit tott 
vreede well was geneegen, maer datt zy gesanten, niet genoechge- 
qnalificeert waren om voor den Choechoenangh te verschijnen, datt 
d'Heer Generael aensienlicker ambassadeurs met schenckagie most 
senden om van vreede te spreecken, mett aenradingh ende waer- 
schonwinghe zulcx in corte, binnen twee maenden, diende te geschie- 
den, alsoo de padi in 3 maenden van 't velt zonde weesen, als 
wanneer den Mattaram wellicht van resolntie sou veranderen ende 
weeder na Battavia coomen. Wtt den naem van den Tommagon 
Arya Wansa wirden d'onse vereert met twee Javaense cleetjens ende 
20 C cassies, datt omtrent 5 r. van 8° is ende werdtt haer seer 
statelijck overgeleevert een missive van gemelte Tommagon aen 
dUeer Generael, daerinne seijtt, vermits zijn sieckte de onse niet 
heeft connen spreecken, mitsgaders oock niett heeft connen goett- 
vinden dezelve voor den Mattaram te brengen , alsoo geen brieven 
aen Zyn Majesteyt brachten , maer verseeckert ons , datt tott vreede 
inclineertt, over znlcx raett aen, datt een beqnaem persoon voor 
datt den oegst van 't landt is, aen de Choechoenangh zoude com- 
milteeren , twijffelde aen goet succes niet. 

Watt gemelte Pletter Fransen wijders op zyn reyse voorgecomen 
is, watt plaetsen, dorpen, lantdouwen ende volckeren gesien ende 
bejegent heeft, hoe met Moorse eede heeft moeten bevestigen den 
Generael Coen overleeden was , mitgaders datt voor dien tijt gants 
geen apparentie noch toerustingh van oirloge vemoomen heeft, gelyck 
meede dat twee Nederlanders in de revire Sewouw anno 1629 ge- 
nomen, Mooren waren geworden ende in de stadt Mattaram den 
kost gingen beedelen , gelieve ü Ed. alles naerder wtt nevengaende 
joumael ende raport van voors. Fransen te beoogen. 

Op verscheyden consideratien is tsedert, geen naerder besendingh 
aen den Mattaram gedaen , eerstelyck, vermits onse gesant contrarie 
beloften den Mattaram noch oock Wansa zelver, niett heeft moogen 
sien noch spreecken , ten andre om die van den Mattaram tot naerder 
aensoeck van een tweede besendingh te compelleeren ende alsoo 
haere genegentheijt ende maximes des te beeter te sondeeren ende 
ti)tt te winnen, intrim hebben over ende weeder schrifteUJck cores- 



Digitized by 



Google 



174 

Ii^ndentie met den Tommagon van Tegall ende Japara gdionden, 
die ons aenrieden besendingh te doen, datt den Mattaram tott 
▼reede was geneegen , versoeckende by wgle een goet Arabis paertt 
voor den Mattaram te coopen^ daerop door den ontfiEmger Masejck 
als sabander hebben doen antwoorden, datt geneegen waren gecom- 
mitteerde om yreede te maecken aen den Mattaram te zenden, als 
maer verseeckert waren, aengenomen ende niett a%ewesen zonde 
worden , item datt de beste paerde tot dienst van Zyn Majesteyt 
ende niet te coop waren. 

De Chineeeen hebben te mets meede eens getoetst off geen nader 
besendingh gedaen zonde werden. 

Soo haest als die van den Mattaram bemercten, dat wQ de naerder 
aenspraecke traineerde is de iteqnentatie ende toevoer van verschelde 
waren ende principalyck rQs meest verboden, hoopende ons daer- 
door tott aenspraeck te constringeren , men verstaett meede den Mat- 
taram 't hooft van Samarangh Lonra Juda heeft doen gevangen setten, 
vermits geen naerder aenspraecke wtt Battavia, volgens haer belof- 
ten, verneemt 

T is seecker , die van den Mattaram deese besendingh alleen 
voirderen om aen d'eere te bleven ende d'omliggende Coningen 
ende volckeren te doen gelooven de Nederlanders vreede by den 
Ghoechoenangh versocht ende hem als zyn onderdanen mett goede 
schenckagie vereert hebben, deese glorie mach hem weU gelaten 
worden, als maer voirdeel connen doen ende waere niet ongeraden 
(gelyck U Ed. schreven) met den Mattaram voor eenighe tyt wat 
te simnleeren , ende datt hem all jaerlycx mett eenighe geschencken 
deede besoecken , soo daermede den oirlogh , all waertt maer voor 
eenighe tyt, conden affweeren, maer gelooft Mynheeren, datt met 
flchoone woorden noch groote giften, nimmermeer gediverteert sall 
worden als macht ende middelen heeft ende apparentie van voirdeel 
ziet, den oirlogh tegen Battavia te hervatten, maer by gelegentheyt 
gelyck nn,'datt gematteert is, sall men met een goede schenckagie 
naer veeier oppinie connen te weege brengen, zijn attentaten een jaer 
k twee geretardeert worden. Item dat geen vliegende tronp van 12 
k 16 C. man omtrent Battavia sendt, die altytt machtich zyn, met 
een loop de thn^nen ende boomen bogten Battavia te ro^neeren ^ 
mitsgaders dat de negotie niet werde verhindert. 



Digitized by 



Google 



176 

lyHeer General ende Raden van India inclineerden om den 
Mattaram met een redelycke sehenckagie te doen besoecken ende in 
onderhandelingh van yreede te treeden , soo haest d'occaaie presen- 
teert ende daertoe versocht znllen worden daema de saecken licht te 
belegden z^n. 

Daer wird all wederom gerucht , dat anno 1631 te velde om de 
west, wilde trecken, die van Bantam meenen wel te weeten, dattet 
op haer gemunt is, te meer enighe gesanten van des Mattarams 
volck tott Bantam waren geweest, wier besendinge ende boot- 
schappen hun seer suspect waren, mitsgaders dat die van Cherbon 
Bantamse prauwen van Sammarangh ende elders coomende, met 
vivres gelaeden, aengeslaegen ende verbeurt haddegemaeckt, latende 
aUeen 't volck vrij. 

Daer wird wtgegeven ende d'Heer Crape ^ heeft zulcx van Ja- 
para mede geadvyseert, datt den Mattaram ordre gegeven hadde om 
groote partye padi op de weegen van Battavia, by westen Cheribon 
te doen planten tott provisie van zijn leeger^ 't wort geseijtt; doch 
gaetzeeronseecker, wij hebben daerom jachten expres langs de cust 
gesonden tott Cheribon, maer niett ontdeckt. Eenich volck heeft 
den Mattaram tijtelijck, in 't jaer 30, nae d'affgeweeckene van Oecker 
ende Sammedangh gesonden, die affgeslagen zijn, 't schijnt den 
roep van padi planten wtt deese optocht procedeert, in zyn lant 
ende op d'ordinari plaetsen is den rijsbouw zeer bevoirdert ende een 
abondant gewas; d'Heer Crape advyseert meede, datt den Laxemana 
off Gouverneur van Japara een despeche naer Mallacca hadde ge- 
daen omme hun assistentie tegens Battavia te versoecken, enfin 't 
en gebreeckt Java aen geen groot opgeeven, soo daervoor vervaert 
waren zoude haest meester zijn. Wyders heeft den Mattaram belast 
aen die van de zeestrandt ende yder haven op tacx gestelt van 
zeecker quantite prauwen ende eenich ander groott vaertuijgh te 
maecken , dat zeer beneersticht worde , dit verstaet men, dat seecker 
gaett, watt daermede voor hebben leertt den tijtt, die van Bantam 
vreesen te water besocht sullen worden. Wy vemeemen zeeck^rlijck 
alle des Mattarams adel een schrick van Battavia hebben ende den 
Choechoenang ontseytt hebben om weder derwaerts te gaen, ten 



1. Crape of Crappe was direcfceor-genenhil der Deensche Compagnie in Oost-Indie. 

/Google 



Digitized by ^ 



176 

ware peraoonljck mede qnam, wat voomeemen zullen , leert d^i 
tijtty 't is zeeeker geen meer macht can te velde brengen, als anno 
1629 voor Battavia is geweest, ende datt zeer zwarelijck zyn volde 
derwaerts zall te crijgen weesen ende perooidyck zoo verre bnyten 
zyn landt te gaen oorloogen, zall niet dnrven bestaen, wttvreesedat 
hem meer volck zou affvallen. 

Met de jonghste tijdingh in Febmary passato, wtt Tegal ende van 
Gheribon, wird van geen oorlogee gesproocken, maer datt denMatta- 
ram tot vreede indineerde ende gesanten van Battavia was ver- 
wachtende ; over Palimbang heeft den Mattaram aen die van Jamby 
mett een loose brief doen weeten, datt met Battavia vereenicht was 
ende dat verstaen hadde Jamby van dePortogiesengedreychtwerde, 
over znlcx raett haer aen met hem in vrientschap te continneeren 
als die van Palimbangh doen, welcke zyn subjecten zgn, wilde haer 
dan oock protigeeren, als naerder by missive van den coopman 
Oosterwijck in Jamby, adi 18>> July 1630 geschreven, te sien is, 
dies weeten deese Indische Goningen haer by alle occasie te val- 
leeren, die van Jamby hebben dit schryven niett aengenomen. 

Belangende Battavia, wy laten ons voorstaen, zyn grootste ende 
swaerste proeflbtnck heeft wtgestaen ende dat den Mattaram mett 
openbair gewelt geen voirdeel daerop becoomen zall, eenighe zyn 
van oppinie de belegeringh well andermael mocht hervatten , andere 
meenen datt Bantam allvooren zall trachten te vermeesteren om ons 
den oirlooge van daer aen te doen , 't welck den ÜJtt leeren zall. 
Ondertusschen can Battavia znlcx versterct ende Bantam soo door 
ons gemainteneert werden, dat verhoope den Mattaram op d'een 
noch d'ander geen avantagie becoomen zall , te lande is niet mach- 
tich provisie voor soo grooten leeger te beschicken ende te water can 
hem 't selve beleth worden. 

Dat üEd. meent ende becommert zytt den Mattaram Batavia zal 
comen verdenren ende gestadich 't landtt rontom de stadt onveyU 
honden ende 't selue infructuens maecken , waerdoor men een van 
de nutste vruchten des rendezvous zall coomen te missen, nament- 
Igck de refreschementen ende vruchten des lants, etc. 'T is zulcx datt 
den Mattaram, als ons immers wilde quellen, jaerlicx in de drooge 
tijt een trouppe van 10 k 15 m. man can toesenden om eenighe 
boomen ende thuifnen ter loops te ruyneeren ende 't landt voor een 



Digitized by 



Google 



177 

een maendt oft 14^ watt onveyl te maecken, 't welck oock niett als 
mett groott ongemack can geschieden, ten aensien Battavia soo verre 
affgeleegen is, datt provisie geconsumeert hebben ais by de wercken 
coomen ende omtrent Baitavia is 't soo cael, datt hun niett emeeren 
connen ende van honger vergaen voor datt weeder t'hnijs geraec- 
ken , ende zoo cleender tiouppe afi^ondt zonden wellicht 't weeder- 
keeren vergeeten, zoodatt wij oppinieren zolcx niet licht sall onder- 
liggen, ende daervoor weijnich te vreesen is, datt, gelyck eenige 
willen snstineeren, mette heele colonien zonw coomen afisacken tott 
omtrent Battavia om ons zoo te qnellen ende te verduren is niet 
apparent, alsoo niemant soo verre van de wercken vertroutt, vreest 
voor a£fvall, gelyck aen die van Oecker ende andere is gebleecken, 
wtt louter dwanck ende niett wtt lieffden wortt den Mattaram van 
zyn ondersaten ende alle groote van 't landt ontsien ende gehoor- 
saemt. 

Watt nu aengaet het overwinteren van des vyants leeger voor 
ende omtrent Battavia, daerinne üEd. schynen beducht te zfln, wy 
connen niet bedencken met watt reeden d'Heer Willem Jansen zulcx 
heeft gesustineert, die d'experientie van Battavia's geleegentheyt ende 
d'omliggende landen eenichsins bekent is zall contrarie oordeeien. 
'T is d'Heer Generael Carpentier well bekent, datt het gantse landt 
rontsomme Battavia in de principaelste reegentijtt rüym een knie 
diep onder waeter staet, wtgesondert alleen den heerenwech, eenighe 
weijnighe thuijnen, Dircxlandt ende Compagnies koestall, die bij 
groote affwateringhe meede noch onderloopen, zoodat de menschen 
hun in 't water zouden moeten legeren, den gestadigen reegen op 
hun bloote lichaem wttstaen, buijten hoope van toevoer van eenighe 
victualiën voor de maenden Juny ende July , als wanneer de landen 
eerst weeder gebruyckelyck worden, te water connen niett geholpen 
worden, waerwtt UEd. licht connen oirdeelen den Mattaram hier 
in 't regenmousson omtrent Battavia niet moogelyck is t'onthouden. 

'T is waer den vijant A^ 1628 de beleegeringh langh hardeerde 
ende den 2^ December eerst vertrocken, datt leeger hadde geen sleep 
noch geschutt na te voeren, soo A** 1629 soo langh gecontinueert 
hadden , zouden hun geschut overwegh niett gebracht hebben , daerop 
oock wel verdacht waren ende deslogeerden datt jaer den7'»0ctober 
ende 't is zeecker als een fonueel leeger eüde geschut omtrent Battavia 
V. 

Digitized by ^ 



/Google 



178 

leijtt ende niett tijtelijck^ voor datt den regen comt^ verplaetsen, 
zall 't niett moogelljck zyn 't schutt aff te brengen, zynde de 
weegen door de minste reegen datelijck onbruijckelijck , de jaren 
28, 29 ende 30 zijn extraordinari drooch geweest, als in eei^ighe 
jaren te vooren niett geweest is, primo Janoary 1631 ende noch 
acht dagen na datum conde men mett wagen ende paerden drooch 
tott aen 't eynde van 't paï^illoensvelt ryden eade ultimo dito was 
het rontsom mett water bedect. Een formeel leeger wtt den Mattaram 
can te Battavia voor halff Augosti niett aenlangen , zoo ten respecte 
van de weegen als dat nootsaeckelyck den padi eerst van 't veltt 
moett weesen om 't volck tott de tocht te gebruljcken ende in Oc- 
tober wortt genootsaeckt te vertrecken, soo van ongemack niett ver- 
gaen ende hunzelven consumeeren willen , in voege Battavia boeven 
3 maenden in 't jaer van den Mattaram niett gequelt can worden. 
Den Mattaram gageert geen soldaten, 't moet all den Prins wt 
lieffde dienen , datt voor Sorbaye lang gecontinueert ende die stadt 
eyntlyck nae een thienjarige oirlooghe t'ondergebracht heeft, is een 
ander geleegentheyt als Battavia, daer matteerde d'inwoonders, be- 
dervende haer gesay ende 't geene jaerlicxaenqueecte; voor Battavia 
matteert zich zelven, vint daer 't eeten noch te breecken, zelflb 
valtt hem 't hontt tott haer borstweeringh gants difficiU ende veer 
te haelen ende in toecoomende zall 't noch swarelijcker zijn. 

Wtt onse voorige brieven zullen UEd. verstaen hebben den vgandt 
anno 1629 niet onderleijtt heeflft de revier te stoppen, wy meenen 
oock zulcx voor datt volck niett practijcabel zij ende schoon door de 
meenichte van volck, datt te weege brachten, can Battavia daerby ten 
princepalen niett verleegen vallen, de Battaviaese revier heeft dicht 
bij de statt veel affwateringhe wtt het landt ende dry andre spruyten 
wtt de reviere van Ancke, die den vyant niet affsnyden can, oock 
hebben bevonden op verscheljde plaetsen met graven bequaem water 
te becoomen is, selffs optt mercktveltt voort statthuys hadden voor- 
leeden jaer tott een proeve een putt doen graven van 6 a 7 voeten 
diep, die goett watter gaflf; binnen de reduyt Zeelandtt was meede 
goett water gegraven ende all ten ergste coomende, de putten on- 
bequaem wirden gevonden de revyre verlyt zynde , soo hebben maer 
een quai*tier van tcasteels gracht te stoppen ende can geheel Battavia 
zich van dat watter dienen, soodat ÜEd. dienaengaende geen swa- 



Digitized by 



Google 



179 

richayt heeft te maecke^ oude 't waetter biiellen mett scheepen wtt 
Ancke, Ontong Java off Crawangh, witsgaders 't maecken van cis- 
temen geexcnseert blQft, 't souw oock beawarelyck van dien cant 
yallen willen, alsoo reeckeningh maecke dagelycx voor heel Battavia 
30 a 35 liggers dranckwatter van noode zijn. 

Het de jongste vloote hebben UEd. een pnttboor gesonden, daer 
was op ons vertreck geen prenve van genoomen, men meent datt 
binnen 't casteel daer meede beqnaem water saU connen worden ge- 
boort, dat een goede saecke waere. 

Belangende dat die van den Mattaram assistentie van Mallacca 
tegen Battavia versocht hadden ende moogelycx noch doen, is van 
deene consideratie, geloove dat hnn met hoope zonder effectt znllen 
voeden, alsoo genoech hebben te doen om haer eygen te bewaren, 
meene oock den Mattaram hun hnlpe niet begeertt, is te trots, t'sQn 
maer Javaense praettiens ende meenen ons verveertt te maecken. 

'T casteel Battavia is, als voore geadvijseert heb, met steene 
gardyns (in cley opgehaelt) omtrocken, de znydgardyn is in Jannary 
laest meest ingestortt ende wird weeder gerepareert, 't opmetselen 
in cleg valtt wel oncostelyck maer is onbestendichwerck, 't is appa- 
reni alle de gardgnen vant casteel d'een reegen tijtt off d'ander zullen 
vallen, bij d'Heer Oenerael Coen zaliger zijn die in haeste (dewijle 
de noott zulcx vereijschte) buyten costen van de Compagnie opgemaect, 
tseedert is de punct Peerle in calck ende steen rontom 18 voeten 
opgehaelt, massiff met aerde gevultt ende voltrocken, behalve de borst- 
weeringe , de punct Saffier is noch met plancken bedeett , staett om 
te vallen ende gheefft een groott afisien aent casteel, soo meneenighe 
vooreerst onnoodighe wercken geexcnseert ende twerckvolck aen de 
Saphier geemployeert hadde ware almede nevens den Paerle volto^t 
ende vergeeten, 't zall goett zyn UEd. expres ordonneere 't casteel 
vooral rontsom in steen opgemetselt ende voltrocken wordtt ; t' is seecker 
die van den Mattaram niett anders heefft beweecht naer Battavia te 
coomen, als de slechte gestaltenisse van ons fortt Battavia. 

'T groot nieuw huijs tussen den Saphier ende Paerle was onder 
dack, de helft was meest voltoytt ende wird gebruyckt tot packhuijsen, 
d'ander helft wird besoldertt ende partye daervan tot een wapencamer 
geprepareert, 18—38 voeten wyt binnen zyn meuren, heefft niet meer 
als een viercant mett 6 voeten borstweeringh onder zyn dack^ de 



Digitized by 



Google 



180 

graft bij westen 't casteel tassen de pnncte Diamant en Paerle is 
met groote oosten gediept, van buyten de barm met balczkens geheet 
ende met swalpen geschoytt^ zynde dit de voornaemste wercken , die 
aent casteel A" 1630 zyn gemaeckt, behalve eenighe reparatie aen 
oude hnysen ende andre accommodatien ; zeer zyn op Battavia om 
packhuysen verleegen ende lytt de Compagnie bQ gebreck van dien 
groote intrest ende worden veele goederen genootsaeckt in Compagn». 
hnysingh buijten 't casteel in de stadtt te bergen, gelijck daerop ons 
vertreck int vronwenhoff over de 285 lasten peper lach, zynde 't 
peryckel van brandt seer snbiect, ende int statthuys heeft oock over 
de 160 m. fg giroffel nagelen geleegen, twee honte loges met ataap 
gedeckt waren in Jnly passato genootsaeckt int fort op te slaen om 
peper, nagelen ende de Saratse retooren te bergen, over znlcx is 
gants noodich, meer goede packhuijsen slecht ende hecht int casteel 
gemaeckt worden. 

Anno 1628 hadde d'Heer Generael Coen zal. geprojecteert ende 
voorgenomen over de groote revier bij westen de oude stadt een graft 
te doen graven; eenighe vadems waren tott een prenve, omme te sien 
wat costen zoude, bij der handt genomen, maer bieeff door desMat- 
tarams oorloge steecken. Cort na d'Heer Generael Specx aencompste 
is dit werck onder handen genoomen , zoo wel tot meerder verseecke- 
ringch van Battavia, als om de Chinecsen werck te geeven, endcis 
voors. gracht wttgegraven langh 405 roeden ende 10^ voeten, breet 
6 roeden 4 voet ende 10 voeten diep, maeckt samen 14 434J cnbicq 
vadem ende heeft in gelde gecost k 2^ R: per vadem, de somma van 
360861 R: van S'M, deese gracht loopt rechtzydig mett de Tyger- 
gracht respondeerende op dé Bnrchwall, die de verlatene van de 
behouden stadt separeert, tussen de kerck ende poinct Brabant. 

Tot 't wtgraven van deese gracht heeft de Chinese bmgerye ende 
d'incomende Chinesen trafficantenextraordinarigecontribueert, in vier 
maenden tseedert primo Meert 1630 tott ultimo Juny daeraenvolgende 
R 16368: zynde 't surplus wt des Compies middelen verschooten, 
monterende f 50284 : 1 : 12. Op den zuythoeck van gemelte gracht 
is een puinct in steen endecalckopgetoogen, hooch booven de grondtt 
ruym 12 voeten ende omtrent 6 voeten over zyn lichaem, metaerde 
opgevult, de Neederlantse burgerye hadde daertoe bij vrijwillige 
collecte belooft te contribueeren tusschen de 4 a 5 m. r: van 8:», 



Digitized by 



Google 



181 

vrge swarten ende Japanders 400 r: meer zal dit werck coaten niet- 
teegenstaende Comps. volck den arbeyt doen ende bywyle over de 
200 persoonen toe gebruijet worden, zoo slaven, lyffeygen als sol- 
daten, off oppassers, zoodat de Compagnie overall de grootste par* 
ticipant in d'oncosten blijft. 

Verscheyde reparatien zyn aen de statswereken noodich ende eenige 
gedaen, de cooques boomen daermede de stadt geslooten is ende 
eenighe reduyten meede opgesett zyn^ beginnen te vergaen ende 
znUen booven een jaer naer datnm niett staen. 

Hiemeven gaet affiteeckeningh ende beschryvingh daerbQ üEd. 
zien zullen in wat forme geprojecteert wordtt de stadtt Battavia te 
vergrooten ende te fortificeeren, resolutie is daerop niet genoomen, 
maer zall ÜEd. ordre ende goetvinden daerop worden verwacht, ben 
van oppinie ÜEd. de forme ende maniere wel zall gevallen, maer 
datt de groote costen, welcke daertoe vereijscht worden de Compagnie 
de lust zall doen vergaen, te meer d'oude wercken als namentlick 
de gracht by oosten de stadtt, die meer als f 100 m. gecost heeft 
niet te stade compt ende gedempt zal moeten wordden, depuinctop 
de zuydhoeck van de nieuwe gracht bij westen de stadt begreepen 
ende all omtrent de 3 m. r: gecost heeft, comt meede niet te pas 
ende is costen verlooren, ÜEd. gelieve de modelle te examlneeren 
ende daerop alsulcke ordre te geeven als ÜEd. ten dienste van de 
compagnie ende meeste verseeckeringe van Battavia zullen best oir- 
deelen, een well geordonneerde stadt, propys, curieus ende neth 
is prijselgck als de beurse zulcx vermach ende Comps. constitutie 
gedooght. 

Opt verleijden ende recht liggen van de reviere wort vrij watt 
gesproocken, 't is oock niett bij der handt te nemen, met 80 4 90 
m. R: can 'tselve niet gedaen worden, 't causeert meede groote on- 
lust by de burgerye de puinct daer vrywillich 4 4 5 m. R: toe ge- 
contribueert hebben, misleytt te zijn. 

Volgens project was begonnen de fortificatien aen de zuijtzijde bg 
der handt te neemen, ende is d'eerste steen van de statspoorte aen 
datt oort geleijtt, primo February 1631 ende wird dezelve neevens 
een batter^e van 4 roeden facit in calck ende steen opgetrocken, 
die op ons vertreck 10 voeten hooch waren, met eenighe roeden 
gard^nen ende avanceerde ten aensien vant reegenachtich weeder 



Digitized by 



Google 



182 

reedeljck well, daerteegen stont de fortificatie rant casteel «till. 
Wy meenen jaerlicx tot bevoirderingh van de stadtsfortificatie wt 
de tegenwoordige Chineese ende Nederlantsche borgerye extraordinari 
sall connen gecoUecteert worden ^ 't heeft de Chineesen A*. 1630 
gants beswarelyek gevallen tott de nienwe gracht 16 m. r: te con- 
tribueren y behalven ongeveer 2 m. r: die tott een brugge over de groote 
reviere hebben gegeven, dienen bywyle een jaer geexcnseert g^jck 
oock de Neederlantsche borgerye. 

De Compagnie vereijscht noch minder belast ende behoort met 
Battavias fortificatie niet voirder beswaert te worden, als dat d'ar- 
beytBlnyden daertoe versorgen , in voege om 't noodighe te voirderen 
alles opt spaersaempst mett de minste costen moet worden aengeleytl 
ende datt men niet te veel teffens, noch onnoodighe wercken onder 
handen neempt, opdat de statt ende 'i casteel ten besten verseeckert 
ende de Compagnie, noch borgerye niet fontijde ende te veel belast 
worden, de Compie heeft Anno 1630 over de 80 m. goldens voorde 
stadt verschooten. 

De Generale ongelden in Battavia van een jaer, tseedert primo 
September 1629 tott Oltimo Angostos 1630 per 't comptoir van de 
Generale Compagnie verstrect, bedragen in alles de somma van 
/ 1075788 : 7 : 2 bestaende wt navolgende partye gelyck naerder in 
de generale boecken onder dato 10° October 1630 blijct, te weeten: 

Aen oncosten ende montcosten etc f 374238 : 9 : 11 

Aen soldye verstreckt -281205:0: 1 

Aen fortificatie . - 93397 : 3 : 8 

Aen schenckagie - 5179 : 9 : 4 

Aen oncosten van de schepen ende 't volck daerop 

varende - 321768:4:10 

f 1075788 : 7 : 2 

Waerteegen goetgedaen wordt, soo in negotie geavanceert te wesen 

dat slants incompsten als andetsints in dito tijt gerendeert hebben 

/ 716802:1:2, te weten: 

In negotie op verscheyden coopmanschappen , vivres etc. soo in de 

stat als 't casteel verhandelt / 434562 : 7 : 11 

Per condamnatie over boete - 41091 : 10 : 1 

Ym 'slants incompste - 241148: 3: 6 

/ 716802 : 1 : 2 



Digitized by 



Google 



183 

In voege dat Battavia dat jaer noch ten achteren is / 368986 : 6 : — 
alhoewel de negotie datt jaer reedelijck heeft gegaen ende goede 
partye eleeden vertiert s^n, mitsgaders datt de winsten door 't ver- 
ooopen van de prys goederen hQ znyden Mallacca verovert meer als 
f 100 m. extraordinarj vergroott sQn. 

'T groot gamisoen ende den ommeslach in Battavia, die d'eene tijtt 
door d'ander niet min bestaen als wtt 10, 11 ende twaelf hondert 
Neederlantse coppen, valt lastieh ende loopt, soo van mondcosten als 
onderhont, hooch te gelde, te meer soo veel getronde benoodiehde 
hnysgesinnen sijn, die alle maent moeten worden affbetaelt, de for- 
tificatien ende statsleeninge als andre ongeldeii excedeeren niede ende 
de scheeps oncosten vallen lastieh, vreese A\ 1631 niet gemindert 
znllen weesen ende apparent de winsten soo groott niett Tseedert 
heeft den oppercoopman Jan van der Bnrch zyn boecken andermael 
gedooten ende transport van Comps. effecten aen Arent Gardenjs, 
geweesen president in Banda, die de novo, voor oppercoopman in 
Batavia a 180 galden per maent aengenomen is, gedaen, ende be- 
dragen d'ongelde van vyf maenden tseedert primo September 1630 
tot ült'. Janu. 1631 / 425532 : 17 : 8. 

daertegen in negotie geadvanceert / 157879 : 13 : 4 

en hebben 's lants incompste gerendeert ... - 129770 : 9:2 

ƒ287650: 2:6 

Gomt in vijff maenden te qoaet f 137882: 15:2 

In d'ongelden van deese vyff maenden zyn all weeder ten behoeve 
van de schepen verstrect / 221 m. ende verfortificeert ƒ40 m.; met 
d'oncosten van schepen werden d'ongelden van Battavia zeer beswaert 
zoo daerteegen de winsten, die op de voyages van de westcostevan 
Snmatra ende elders worden gedaen als geschreven ende opt comptoir 
goett gedaen wirden, zonden de winsten d'ongelden ten naesten bij 
^naleeren, doch ben van oppinie dat by goede menagie, affschaffen 
van veele onnntte dienaers , progres van negotie ende aenwas van 
goett getal Chineesen, mitsgaders dat alle excnsable wercken naer- 
blQven ende niett meer over hoop haellen als met Compagnies eygen 
volck can worden beampt, de winsten ende incoomen van de landen 
in Battavia d'ongelden niett alleen sollen balanceeren, maer een 
groote somme te booven sall connen gesteecken worden. 

In Battavia zQn A^ 30 alle eetwaren ende verversingh opalen 



Digitized by 



Google 



184 

reedelycx coops geweest ende zyn daerteegen veel deeden ende 
andere coopmanschappen getrocken ende verüert geworden, bij de 
Compagnies winckel in de statt is datt jaer over de 100 m. f. <^ 
enstende-Snratse doecken geavanceert, de borgerye, die door de 
voorjaerige slappe negotie mett cleeden overcropt waren, zyn meede 
meest ontlast geworden, doch wortt zeer bij hnn geclat ende den 
cleetthandel in decadentie gebracht, soodatt de Compagnie weynich 
oft geen cleeden vercoopt, zoolanghe de burgerye geprovideert zfln, 
hebben hnn tapeserasses voor 28 r: ende minder de corgie vercocht 
ende goelongs 30 n welcke by de Compagnie naerderhandt niett 
min als 35 R: ende 40 R: syn gevent. Die van de oost hebben vry 
cleeden getrocken, daerteegen veel gontt ingebracht, den rys bl^ 
schaers, heeft 't geheele jaer van 50 tott 70 r: 't last van 3000 • 
off 230 Bataviaesse gantangs gegolden. Van Cambodja , Siam , Co- 
tchin-China, Bomeo, Balamboang, wtt des Mattarams landt, van 
de westcnste van Sumatra ende elders is reedelycke toevoer geweest 
daerteegen in Battavia maentlijck mijm 60 lasten geconsnmeert wortt, 
de Compagnie heeft tseedert primo January 1630 tott op ons vertreck, 
zynde ongeveer 15 maenden in Battavia opgecocht 682 lasten, cos- 
tende van 50 a 65 r: 't last. Peeper is meede van diversche quar- 
tieren als Benjarmassingh, de westcnste van Snmatra, Palimbangh 
reedelycke partye ingecomen ende by de Compagnie gecocht, 198 
lasten off 3960 picol tott 7^ r: 't picoU , alle welcke met Neederlants 
geit betaelt wortt, ende voor cleeden weeder in cassa comt, in voege 
de peeper mett cleeden wortt betaeltt, daer een cent ende meer op 
gewonnen is, ende geniet de Compagnie daerenboven 10 p.Cto van 
toU, namentlyck voor incoomen van de peper 5 ende de cleeden die 
daervoor worden wtgevoert andemiael 5 p.Cto, in voege de peper 
welcke de Compagnie in Battavia toegebracht wordt, minder komt 
te staen als elders, daer zelffs gaen haellen, overznlcx voor als noch 
niet geraden is omme den toevoer in Battavia niett te stntten, den 
peper op minder prys te brengen. Den rijs gheeft van incoomen 
10 p.Cto daer bg de cooplnyden zeer over wordtt geclaechtt, seg- 
gende vermits den hoogen toll geen voirdeel connen doen, eenighe 
van d'oost hebben teegen den ontfanger Maseijck rontwtt verclaertt 
dat vermits de groote tollen in Battavia op den rys geen voirdeel 
connen doen ende daerover partye tott Bantam gebracht hadden, 



Digitized by 



Google 



185 

alwaer den r^s 't verleeden jaer ende noch, soo dier is als te Battam 
ende betaelt den rys noch andre eetwaren aldaer van incoomen geen 
toU, gelyck oock den rys over gants India daer gebracht wortt, toll 
vrg is, wij meenen gants noodich te weesen UEd. de saecke in 
consideratie neempt ende den toll op den rys modereert tottöp.Cto 
offte well geheel vrij , 't is zeecker hett den toever zal doen accres- 
seeren ende beeter coop veroirsaecken , oock wortt alle den rijs bg 
de Compagnie gecocht, den burger coopt niett meer als dagelycx 
van doen heeft, zoodatt de Compagnie d'incompste van haer eijgen 
consnmtie geniett, wttgesondert van de 600 lasten die de borgerye 
gasteert, datt a 50 n per last jaerlycx emporteert 3000 r: ende 
1500 K als den toll op 5 p.Cto gerednceert wirde, d'insichten als 
wanneer den toll int generael A^. 1622 is verhooght geworden zyn 
geweest , dat men de saecke zonde belegden alle cooplieden genoot- 
saeckt sonde worden nae Battavia te coomen, ende datter dienvol- 
gende nietttegenstaende de groote tollen geen toevoer zonde ge- 
breecken, alle welcke tot noch toe niett practycabel, noch machtich 
zgn geweest, staet oock te considereeren off zoodanigen dwanck op 
reeden • gefondeertt is, wat aengaet den tol van 10 p.Cto op alle 
andre eettwaren, fimijten, znycker etc. dient gecontinneert ende zal 
d'aenteelingh van dien, als den toevoer mancqneert in Battavia 
voirderen ende can door de bnrgerye gedaen worden; tott den rys- 
bonw zijn noch niet machtich, 't is oock bedenckelyck zoo langh 
mett den Mattaram in oirlooge zyn veel rijs om her Battavia te sayen. 

Boonen zgn oock goede partyen van d'oost toegevoert, enz. . . 

Int schip Deventer, deesen 5"Jnny 1631, seylende bij westen de 
Vleijschbay omtrent Cabo d'Aguilles ter hoochte van 35 graden 20 
m^ znyder breete. UEd. dienaer , 

(geteekend) Antonio van Diemen. 



Digitized by 



Google 



IM 



XXVL Beiïgten omtrent de bevolking van Soemadang , 
Oekoer en andere Preangerdistricten. 



1630—1632. 

a.) Missive van den Tommagon Viero Taema ' aen 
d'Ed. Heer G^nerael , door last van den Pangeran 
Baeton ^ van Bantam. 

Desen dient omme aen Syne Edt t'adviseren^ boe verscheyden 
gesanten tot Bantam syn aengecomen te weten van Oecker, Baeton- 
layang, Saewongh, Baetangh ende Somadangh ^ ende ^zyn voor 
Pangeran Raettou verschenen met een missive, inhoudende dat ver- 
soecken en bidden, Zyne Miyt. van Bantam haer gelieft gelyckelyek 
voor zyne onderdanen ende dienaers aen te nemen, alsoo liever 
van ellende ende miserie te vergaen hebben , als weder in handen 
van den Mattaram te vallen, ten welcken eynde sy een voorslach 
doen ende bidden, als dat souden mogen hare residentie nemen op 
een seeckere plaets genaemt Loombongh * ofte soodanich stuck lants, 
als Pangeran Raettou haerlieden gelieft te ordonneren, omme Syn 
M%|t. van Bantam als getrouwe onderdanen en slaven te dienen. 
Pangeran Raettou siende van gemelde Sommadangers dit voorvallende 
en heeft niet connen naerlaten Syne Edt. hiervan kennisse te doen, 
mits verhoopende dat Zyne Edt. Pangeran Raettou voomt. met synen 
goeden en wysen raet sal assisteren ende ten meesten oirbor raden, 
hoe men hier ten besten in zal handelen, te meer omdat het een 
groote meenichte van menschen is ende oock niet wederom in handen 
van den Mattaram en vallen, ofl;e door noot op hun selven een 
rendez-vous plaetse verkiesen ende soo metter tyt haer verstercken 
ende alleen houden, hier op verwachtende antwoort van Zyn Edt. 

Ontfangen en getranslateert adij Hen October AM630 inBattavia 
door Gomelis van Masegck. 



1. Wiro TanoeP 

2. Pangeran Ratoe. 

3. Oekoer, Batoelajang, Sawon of Sawang, Batang en Soemadaag. 

4. Loemboeng, berg in de afdeeling fiandong der Pranger regentschappen. 



Digitized by 



Google 



iet 

(BovetwtAande brief van den Toemenggoeng Wiro Tanoe, was 
▼enaoedeigk het gevolg van onderstaand schrgven van den Gonver- 
nenr-Qeneraal aan den Nederlandschen assistent Pieter Fransen , te 
Bantam verbluf hondende^ dd. 17 April 1630.) 

b.) Eersame &c. De gepasseerde praetgens met den Tommagon, 
SCO wegen 't volcken van Oecker, als 't oorlogen ofte peys te maecken 
Bdetten Mattaram, hebben wy neffens de gelegentheyden der Engel* 
sohen ende Chinesen jn^esentatien in den peper ^ nyt de twee jongste 
missiven van den 4^ en den 12ea gtanti < wel verstaen. Laet niet 
naer wel scherpelyck te vernemen off de onderhandelingen met die 
van Oecker continneren ende byaldien ghy nyt den mont van den 
Tommagon ofte andere geqnalificeerde persoenen seeckerlyck compt 
te verstaen, dat met die van Oecker, Sammadang, Baton ^ oft;e 
eenige andere afgevallene Javanen van den Mattaram sooverre ge- 
contracteert waere, dat se de Coninck van Bantam onder syne 
bescherming genomen ende 't lant omtrent de reviere van Ontong 
Java te bewoonen gegeven hadde; snit den Tommagon by eene goede 
gelegentheyt (als nyt n selven) voorbonden en te verstaen geven , 
dat het goet waere syn E. met ons daerover eerst hadde gepitschaert 
ofl» ten minste daervan noch verwittichde, opdat ons snlcke nage- 
bnnren niet onverwacht overcomen ende geen onlust tnsschen ons en 
Bantam daerover ontstae. Item dat (naer uw oordeel) de Mattaram 
wellicht groot miscontentement tegen die van Bantam opnemen sal, 
soo de Pangeran de gemelde natiën (synde ondersaten en gerebelleer- 
den tegen den Mattaram) ^ en syn lant en bescherming aenneempt; 
doch soo dan de Pangoran onaengesien 't selve geraden vindet, de 
Oeckersen te protegeren , dat hy deselve dan beter binnen en omtrent 
Bantam als by Ontongh nedersetten sonde , soowel om hen beter te 
beschermen als in obedientie en dwangh te onderhouden, waerop u 
geen ofte weynig gehoor crygende; maer vermerket en verstaet dal 
de Pangoran van Bantam 't gemelte volck al in bescherming opge- 



1. De Mer genoemde brieven , werden door mQ niet aangetroffen in het kd. artèr. 

2. Batoe, hier wordt Termoedel^k bedoeld de landstreek liggende tegen de noor- 
delijke helling van de Ged^ en de Preangerlanden. 

8. Men ziet hieruit, dat de Hooge Regering de aangenomen greoMcheiding yan 
Batavia tot aan de zee, ten zuiden van Java [cf. DeellV, ^I)bladz. GXXXII] of soo 
ernstig niet opnani, of met de geographie van Java al zeer onbekend wat, 
zoQ zQ de Preangerlanden niet aU den Mattaram onderhoofig^ hebben erkaad. 



Digitized by 



Google 



188 

nomen onde bij de reviere van Ontong Java te woonen geresolveert 
heeft, met apparentie van voortganek, znlt ghij in solcken gevalleo 
den Tommagon uyt u selven met goede reden aenseggen, dat gy 
niet gelooft, soo den Pangoran 'tselve sonder onse voorweten in 't 
werck lecht, dat wy 't sullen gedogen ofte toestaen, alsoo ghy voor 
desen nyt voorige Qeneraels wel verstaen hebt, dat se niet toelaten 
sonden eenige vreemde Javanen haer ontrent Ontong Java (ja bujten 
Tanahara selver) neder sonden slaen , al sonde daemyt oock oorloge 

comen te ontstaen. Menagieert en draecht dit voor, enz 

Batavia, 17 April 1630. 



e.) Uittreksels nit het dagregister van Batavia, ge- 
houden van 9 Januarij 1631 tot 19 November 
1632 1. 

(Op dagteekening van 19 Febr. 1631) Gompt tydinge van Bantam 
hoe den jongen Coninck van Cheribon van den Mattaram geordonneert 
is, om met syn volck van Cheribon naer Oncker te trecken ende 
deselve te vernietigen, dreygende hem soo 't selve op Oncker niet 
eflfeetuere, dat hy sekere hondert slaven, die den voors. Coninck van 
Cheribon in de stadt Mattaram heeft, alle sal om 't leven helpen. 

(Op dagt 15 Jnly 1631) Verschenen voor d'Ed. Hr. Gouvemenr- 
Generael drie Javanen, by het afgeweken volck van Oncor ende 
Samadangh en haeren oversten aen S. £dt. gecommitteert , versoec- 
kende in substantie met alderootmoedicheyt acces en vryen toeganck 
tot Batavia, weicke voors. gecommitteerde van Syne Edt. vrundtlick 
ende minnelyck bejegent, onthaelt ende met een eerlycke schenkagie 
vereert, geadmitteert (gedimitteert ?) syn, met voordere toesegginge, 
dat 't haerder gerieff ende accommodatie Battavia niet alleen open- 



1. Slechts eenige weinige jaargang-^n en fragmenten dier dagregisten z|jn in het 
r^ksai-cliief Yoorlianden, tot groot nadeel voor de kennis van vele belangrijke gebeurte- 
nissen op Java en elders in Indie. Een b\jna volledig stel dier dagregisters bemst te 
Batavia , waar bet zeker niet zoo goed in veiligheid is , als het te 's Hage in 's ryka 
archief z^n zou. Eene jfficieele aanvrage tot opzending dier stukken naar Nederland 
vond tot nu toe, geen gunstig onthaal bQ de Hooge Regering in Indie. Gunstiger 
onthaal vinden inmiddels de scorpioenen, duizendpooten en witte mieren aan dese voor 
de geschiedenis zoo belangr^ke stukken. 



Digitized by 



Google 



189 

stondt, maer dat oock Syn Edt. bereydt waS; haer tegen den Mat- 
taram in sanvegarde aen te nemen ^ ingevallen geresolveert waren haer 
omtrent Battavia neder te setten ende hun onder onse vleugelen te 
begeven ende dat Syn Edt. eerstdaeghs haeren oversten door qrne 
gecommitteerden sonde doen besoecken, dat haer scheen aengenaem 
te syn en aennamen aen haren oversten te sullen rapporteren. 

De voors. gecommitteerden relateerden hoe haer , 't sedert dat van 
den Mattaram afgeweken waren, hun altijt in 't geberchte onthouden 
hadden en genootsaeckt geweest waeren haer in verscheyden troupen 
te separeren, alsoo de gantsche menichte ontrent 8 a 10 duizend 
sielen geweest synde, haer op een plaetse niet conde sustenteren, 
en dat de troupe, die haeren overste Quay Daman genaempt, by 
hem hadde, noch ontrent 400 weerbaere mannen ende in alles on- 
trent 1000 sielen sterck was en hun met rysplanten en den landtbouw 
socht te emeren, daertoe de plaetse haerder residentie, synde omtrent 
2 daeghs gaens van Batavia op 't gebergte gelegen en om bebout niet 
seer bequaem was, wel wenschende dat haeren arbeyt op een be- 
qoaemer en vruchtbaerder plaetse mochten employeren. Relateerden 
voerders dat op verscheyden tyden, met die van Bantam nopende 
faaere adoptatie ende aenneminge in bespreek geweest waeren, dan 
dat sy den anderen, wegen eenige scrupulen ten wedersyden gemo- 
veert, niet en hadden connen verstaen en derhalven haer tot noch 
toe in 't geberchte van den anderen verstroyt onthouden hadden. 

(Op dagt. 19 July 1632) Wort Syn Edt. van den cöopman Pieter 
Franssen van Bantam geadviseert van den Tommagon Wangasa Diepa 
verstaen te hebben, dat den Mattaram met omtrent 40.000 man nae 
Oiicor opgetoogen was en dat deselve verslagen ende verjaecht hadde , 
de principale Orang Eeys meest alle dootgeslagen synde. Qney Paty 
Injoumina, die mede met 100 (of 1000) man derrewaerts was, was 
noch niet verschenen, waerover tot Bantam gepresumeert wert , dat de 
Mattaram wel yets op Bantam off Batavia mochte voornemen. 

(Op dagt. 13 Nov. 1632) Op dato arriveert (te Batavia) 't jacht 
Negapatuam van Bantam, waermede den coopman Pieter Franssen 

adviseert, enz «•«... 

en dat tot Bantam een gesant van deii Coninck vaü Cheribon aen- 
gecomen was, versoeckende aen den Pangheram, dat de gevluchten 
van Ouckour, die haer onder 't gebieth van Bantam souden mogen 

Digitized by VjOOQ IC 



ontfiouden^ hem mochten overgelavert worden , item dst wel 1000 
sielen van de yeroverd^ van Oocker in de Mataram Bchandelyck om 
den hals gebracht syn. (Dit wordt bevestigd door het volgende uit- 
treksel uit een , Jonmael gehouden by den onderstierman Abraham 
9 Verhuist, 't sedert 5 April 1632, dat met de schenkagie onder Aeo. 
„heer ontfanger Maseyck tot vrede voordering van hier (Batavia) 
„ naer Japara gevaeren synde , aldaer gevangen gehouden , naederhant 
„by zuyen Java tot Bantam gecomen is/' ^ waarin men o. a. leest: 
.... „De Coninck liet ons op de poort Tourayan heetende, 
een gevangenhuys maecken, daer werden wy allegaer naer toege- 
brocht en daer worde een wacht by ons gestelt, soo wie dat in off 
uyt gingh; die most tol voor ons geven, de poort leyt by gissingh 
vyff myL Op een seekere tyt, een deel volcx, tegen den Coninck 
rebellich wesende, wouden een nieuwe Coninck maecken. Dit volck 
vluchte in't geberchte suyden van Batavia, de Coninck een deel 
hiervan gecregen hebbende, manspersoonen gingen door de poort van 
Tourayam, 't getal van 1260, behalve de vrouwen, de mans in de 
stadt comende, wordense alle 1260 op een rye geleyt en H hooft a/f- 
gesmeien. 
In 't jaer enz," 



XXVII. De Oouvemeur-Oenerael Hendrik Brouwer en 
Rade van Indie aan de Bewindhebbers der 
Gen. O. I. Comp. (Heeren XVII). » 



Batavia, 1 December 1632. 

Den 13" May laatsleden enz. 

Batavia hebben wy gevonden in redelycken standt hebbende met 
Bantham een teere licht geraeckte; doch vreedsamige communicatie. 



1. Zie gener. missife dd. 1 december 1632 onder n<». XXVII en geaer. misnye 
dd. 28 december 1686 onder n». XXXIII. 

2. De beooemde 6.-G. H. Bronwer vertrok \nt Nederland in Maart of April ea 
kwam te Batavia aan land deo 7 Sept. 1682. Op 1 üec. daaraanvolgende schreef hQ 
deien, s^n eersten, brief aan het Opperbestnur ia Nederiand. 



Digitized by 



Google 



m 

Oplangs 18 gebeiyrt, dat vier Jityaneo in e^n tiiig«Q door d'onse |9yn 
bej^ent eni^ mpnende dat Mattaramse waeren hebben die met gewelf 
aengehaelt, twee gequetst ende deselve hier gebracht^ doch alfloo 
wy vernamen dat se BaQtamers waeren, hebben se terstondt gedimit- 
teert y dusdanige rescontren connen meer geschieden, t^ meer wy 
verseeckert ejHy dat selfs de Bantamers d'onse rencontrerende ende 
overmogende deselve dootslaen ende beroven ende dan hebbent Mat- 
taramse gedaen, die oock het vaerwater hieromtrent dickwils onvry 
maecken; hierpyer syi) aen ons wat dachten gedaen; w^ hebbent 
ten besten geexcnseert, voorslaende verscheyde middelen om iq toe- 
comende sulcx te verhoeden, als in ons copieboeck hiernevens gaende 

onder fo y • • • biyckende is, daer noch geen antwoorde op 

ia gevolcht, die oock dencken traech sal voortcomen naer den aert 
der Javanen, echter hebben sij verhoeden dat hnn volck niet har- 
waerts comen mogen daermede ons ongeryff van visch veroorsaecken , 
doch daertegens spllen sQ ons geit derven tot dat wedercomen. Wij 
laeten dit ongemerckt passeeren om niet te thoonep, dat van alle clene 
saecl^en groot werck maecken, doch snllen wyders soo voorsichtQ- 
l^cken handelen, 4^t in geen verder verwijderinge comen ende laetei^ 
liever ongevoelycken wat over ons gaen, dan dat door pontueliteyt 
en4e precysheyden in ronptnre sonde geraecken. 

Bantbi^m doet groote provisie van cmyt ende loot, onlangs hebben 
hare r^pteren^e peper, te weten twee dnijsent sacken, vercocht ^en de 
Engelschen yegens bossecmijt ende loot, daemyt men vennoot dotter 
yeta voorhanden is; de gemchten loqpen hardt dat den Matt^r^^ d?^ 
aen^taenden drogen tijt in persoon Batavia sal comen ^eptft^t^, bet 
gevolge sal den tgt leeren. 

Met den Mattaram syn in oorloge, dat ii^ de vertierin^e y^ 4^ 
deden vrg wat verachteringe canseert, 't schijnt dat d^ hafdi^ res- 
contren in de twee belegeringen geleden, soo haest piet can ter sj^dep 
stellen , ende dat tot reparatie van syn eere met meerder vigenr d^ 
saecke wel wilde hervatten, daerover de assistentie der Portpgpysen 
heeft versocht ende na men vemeempt alsnoch syne gesanten ip Qo|t 
18 hebbende, dat hem dese met hoope voeden geloven vastelycken, 
maer soo de effecten niet haest in volgen, vertrouwen w^ dat van 
derselver hulpe despereren sal. Ondertusschen vaeren de Mataram- 
8che sterck op Mallaca met rys ende Aftochten, treckende quantiteyt 



Digitized by 



Google 



192 

cleden ende doende alsoó goede re^sen, met soodanich cleen ende 
snel Bellende vaertoijgh, dattet bij ons niet ofte seer qnalyeken can 
belet werden, bovendien frequenteren d'Engelsen Grece ende Japara, 
den Deen heeft in passant daer mede vrij acces, snlcx dat met tijt- 
winninge verhoopen weder in vrede te comen. D'Heere Specx heeft 
in April lestleden tot inleydinge met de twee jachten Diemen ende 
Wessanen besendinge derwaert^ gedaen, gebmyckende daertoe den 
ontfanger Masagck ende Wagensfelt, met vereeringe van het schoonste 
Parsiaens paert dat de Compagnie hadde ende een juweel, pellecaen 
van fatsoen met verscheyde gesteenten verciert, de Compagnie gecost 
hebbende 750 gulden, doch door lichtvaerdig vertrouwen is de be- 
sendinge vruchteloos uytgevallen, de Portuguysen hebben daer haer 
volck, die groote toesegginge van assistentie doen ende haer sooveel 
als connen tegens ons animeren ende verbitteren. Lacxamana Oou- 
vemenr van Japara heeft den goeden man gespeult, trachtende het 
present voor syn meester behendelijck te becomen, fingeert advys 
verwachtende was ende maeckte d'onse wijs, dat als de witte vlagge 
tot Japara soude laeten waeyen, dat dan ordre tot vreede sonde 
hebben becomen, d'onse sulcx gelovende senden het present aen lant 
met behooriycke ordre ende weynich Nederlanders, die wel werden 
onthaelt ende men maeckt de goede myne thien dagen lanck, tot dat 
d'onse vast vertrouwen van vrede hebbende met beyde de schuyten 
aen landt comen, die daer 't samen tot 25 toe aenhouwen, laetende 
evenwel de witte vlaggen waeijen, soo ü E3d. by de copie vaut 
joumael hiernevens gaende onder n"*. 3 sullen sien, ende metalsulc- 
ken rescontre comen d'onse terugge, die door haer lichtveerdich ver- 
trouwen wel strafifbaer waeren, doch 't scheijnt dat het cleen begryp 
derselver haere excusen voor myne aencompste aennemelijck hebben 
gemaeckt Des Compagnies stant, staet, respect ende reputatie 
vereijscht wel, dat men hiervan trachte te becomen eerlycke ende 
ernstige revengie, dat vooreerst noch niet connen begrijpen anders 
sal connen geschieden als met besettinge van schepen ende jachten, 
Japaras zeevaert infesteren soo voor desen is geschiet ende wij 
voornemens sijn soo 't ons aen de gelegentheyt niet ontbreeckt, om 
daertoe met reputatie gelegentheijt tot naerdere aenspraecke ende 
commutatie te becomen , als men door spoedige procure van besoingne 
met Javanen niet avanceren can, lancksaem, reputatieus ende groots 

Digitized by VjOOQ IC 



193 

syn sy in haer doen ende met tijt, soo als vooren seggen^ hoopen tot 
een goede vrede te comen. 

Ondertosscben is U E. Batavia overtreffeiycken bemuijrt geworden^ 
sQnde tzedert de Heer van Diemens vertreck groote wercken gemaeckt, 
die door Mataramsche vreese ende meerdere practyeken in steen ende 
calck aen te brengen, telckens tot minderen prijse 't werek soo hebben 
geponsseert ende ge£&ciliteert, dat de geheele zuijd ende oostzijde des 
stadts omvangen ia met een gewnlfde znijdpoort tosschen twee groote 
bollewercken, genaempt Gelderlandt ende Hollandt, synde het ooste- 
lycken, te weten Gelderlandt, boven op met een groote rednyt voorsien 
ende dan noch een halff rondeel van hout in haest opgetroeken ende 
met eerde gevnlt tot gebruifck van geschnt, tnsschen dees, twee 
pnncten ende twee cleijne nijtsteecken om met cleen canon ende 
mnsqnetten de strijckingen te bevrijden , dit alles aen de znydzyde , 
ende aen de oostzijde twee halve rondelen ende vier cleene nyt- 
steecken i^les gemetselt, rondtsom van bnijten voorsien met een 
diepe gracht, thien roeden wijt ende thien voeten diep, met een 
treffelijcke bnijtenbarm , vier roeden breet, snlcx dat als aldaer van 
binnen een bastante aerdewal yegens aengebracht wierdt , die men 
meende te becomen nijt eene to graven binnen grafft tot meerder 
bevrijdinge van de wallen jegens confusie der inwoonderen ende 
voorsien wesende van volck, schut ende amonitie naer eysch van 
't selve werck, soo souden met hulpe des Heeren geen macht en 
hebben te duchten; ick bekenne gaeme dat soo groeten werck soo 
spoedich ende naer de costen van voorgaende wercken oncostelycken 
is gevallen ende dat men gemaeckte wercken niet en behoort te 
laecken als sonder groeten last niet verandert connen werden. 

Men heeft enz 

Het placcaet tot reglement des gepermitteerden handels der vrije 
luijden is den 23» September in Batavia gepubliceert ende tot ordinary 
plaetsen geaffigeert, ende alsoo eene depêche naer Cormandel voor- 
namen te doen om de comptoiren aldaer tegens den incoops des 
jaers 1633 te provideren ende daerop examinerende de jongste der- 
waerts gegaene advysen, soo bevonden mede, dat in Mayo lestleeden 
met de schepen Willem ende Rotterdam door de vrye luyden v&n 
Batavia, mits betalende 10 perC\ tol ende 3 pC". van vracht der- 
waerts gesonden waeren, om aldaer in cleden over te setten omtrent 
V. 13 

Digitized by VjOOQ IC 



194 

dartioh duijsent realen van achten in goot; dit verstaet men dat 
deselve parsoonen vermochten te doen, alsoo 't geheel in gebrnyck 
was gecomen door de concessien van voorgaende Generaels etc.; 
doch t'sedert de compste van 't gemelte placcaet alhier met Grol 
gearriveerty soo mochte snlcx niet meer geschieden, alsoo ditto plac- 
caet melt van.nn aen, dat is te verstaen van den tijt af dattet ge- 
communiceert wierde dengeenen, die het verbot aengaen mochte, ende 
alsoo de gemelte cappitaelen waeren versonden voor het aencomen 
des placcaets soo acht men daer geen misdaet in begaen te sijn, 
maer alsoo de meeste parthye derselver cappitaelen op de custesyn 
overgebleven ende het placcaet alsnn syn kracht hoort te hebben , 
800 is bij ons naerdat dese saecke verscheijde maelen was gepropo- 
neert ende gedebatteert geworden, eyndelijcken geresolveert, dat men 
alle deselve middelen voor de Compagnie op de Cormandelse custe 
sonde aennemen ende die hier aen de eygenaeren betaelen, met 
restitutie van den tol ende vracht, die se voor 't uytvoeren hadden 
betaelt ende dat de pretensien van den gelopenen risico, dat is encke> 
lycken des zees perijckel van Batavia tot de cnst ende d'intrest voor 
vyff maenden, dat is van Mayo tot September, dat se haere penningen 
hebben gemist, aen UËd. sonden renvoyeren. 

Wij met ons enz 

Men snstineerl dat d'Engelschen den geheelen Cormandelschen 
cleedenhandel sonden quyt syn geworden, byaldien UE. de voorige 
liberteyt aen de vrge lubden hadden gelieven te laeten behouden , 
waervan UE. sonder verschot van gelden comen te profiteren omtrent 
de 45 ten hondert, te weten: 

Voor uytgaende tol van Batavia 10 pCto en vracht 3 pCto is 13 

Voor uytgaende tol op Cormandel 5pCto en vracht 2 pCto ig 7 

Wederom voor incomende tol tot Batavia het capitael vergroot 
op anderhalff, compt 15 pC^ ende vracht naer advenant de 3 pC to 
is 4^ pCto, t'samen 19^ 

Wederom voor tol van uitvoeren van Batavia naer andere 
Indische quartieren, alsoo de minste cleden in Batavia gesleten, 
maer meest uygevoert werden 5 

Compt t'samen sonder eenich verschot van gelde .... 44^ 
ten hondert, sonder subjecten van beschadichtheyt offte verrottinge, 
onverstandigen o£fte ontrouwen incoop derselver cleden, invendibel- 



Digitized by 



Google 



195 

heyt van soi-teringe, perijckelen van brand in packbnysen ende ver- 
Bcheyde andere inconvenienten. 

Wyders dat U£. jongste placcaet den cledenhandel sonderlinge 
prejudiciabel is, ten aensien UE. daerbij gelieven te verbieden het 
vaeren op de plaetsen daer se veele getrocken werden, als is Java 
ende de eylanden daer by oosten gelegen, Bomeo, Sambas, Succadana 
ende Benjarmassingb, alsoo die van deselve plaetsen door Bantham, 
Japara, Grece ende Macassar, ooek selfb van Malacca connen werden 
versien. Hierop mach men seggen, dattet insicht is tot.weringe des 
diamants handel , doch repliceert men , hetselve weynige verhinderinge 
can geven, alsoo se van daer door d'Indianen oft publyck offte se- 
creteiycken connen werden gebracht, als hier daer treek in mochte 
wesen, door trooloose dienaers ende winsnchtige vrye burgers etc., 
ende om door verboth 't inbrengen van vreemde te weeren, is licht 
te verbieden, maer het effect soude nimmer genieten alsoo 't waer is, 
die men licht can bergen, ende sijn Chineesen ende Javanen daertoe 
800 suptyl ais eenige menschen die den aertbodem betreden, veele 
hooffden alhier zyn oock van opinie dat de Mattaramsche Javanen 
geen cleden van ons sullen soecken te coopen, als die van andere 
connen becomen, in haet van Batavia, insonderheyt nu daer in twee 
oorlogen soo grooten schande behaelt hebben. 

Onder deese redenen syn wel eenige , die consideratie meriteren , 
daerom die hier oock met voordacht stellen, versoeckende dat UE. 
die naer hare gewoone wysheyt met goede circumspectie gelieven te 
pondereren ende ons by haere E. naerder ordre sulcx te ordonneren 
als UE. sullen verstaen ten besten dienste van de Comp. te behooren. 

De openinge voor Uwe E. vrye luyden van voorengenoemde hierby 
gelegen plaetsen oordeelen wy noodich ende dienstich; t'is hart dat 
men UE. volck wil maecken van slimmer conditie als de Indiaensche 
inwoonderen derselver eyianden ende vlecken, die men hier liber 
laet incomen ende uytvaeren, mits betaelende des Heeren gerech- 
ticheyt, des Compagnies traffycke alhier reeckenen wy te wesen 
machtige grossiers, de coopluyden hooren Uwe E. Nederlantsche 
burgers te wesen, ende de slyters de Chinesen, die hier toe, jaeselffs 
tot coopluyden verre d'onse in habiliteyt excederen. 

Des Compagnies dienaers moet men strictelycken honden buyten 
alle particuliere handelinge, te excessyf groot syn de licentien voor 



Digitized by 



Google 



196 

deBen geweest^ de soeticheyt van de winsten hebben d'exorbitantien 
grooter ende grooter gemaeckt, alle die begeerden, mits hebbende 
lieentie, die men niemant en weygerde ende mits betaelende tol ende 
vracht hebben mogen cargasoenen naer Cormandel ende oock eenige 
naer Suratte senden, ende die sijn naem schreumden te gebruyeken 
lieten 't op de naem van syn wijf vertoUen , als UE. gelieven te sien 
bij de nevensgaende tolbrieven van een half dosynjaerenondern'. 4, 
die hebben laeten nyttrecken om (JE. toe te senden. Hierdoor hebben 
veele van ÜE. geqnalificeerde dienaers middelmatige capitaelen, die 
nu haer het handelen verboden is, apparent op intrest sullen uijtsetten ; 
de fondamenten van ÜE. artijekelbrieff syn hier door dese dissolute 
licentien geheellycken verbroocken , de beginselen syn door de Generael 
Coen zaliger met cleentgies geleijt, door de blinde liefde van Batavia's 
aenwas, op insichte om de getroude te soulageren in haere swaere 
huijshoudinge ende opdat se niet souden hebben te verteeren alle 
haere maentgelden etc; daemaer heeft men wat meerder toegestaen^ 
opdat de luyden mochten resolveren om vrij te worden ende haer 
hier neder te setten , huysen te timmeren , slaven te coopen , die tot 
visschen ende thuijnen te gebruyeken etc., ende op alsulcke insichten 
de vryheijt augmenterende , soo gevoelt men ende siet men nu, dat ons 
Nederlanders hebben contrary insicht, dat is om spoedich veel te 
grasen ende te eerder in't patriam te keeren soo by voorige ende 
alsnu overgaende aengemerckt wordt. 

Veele houden't daervooren, dat de Nederlantsche vrouwen daerin 
hebben de meeste schuit, want hier synde gecomen sober van conditie 
ende schielijcken wat geprospereerdt hebbende, meenen dattet niet 
op en mach ende jancken om te comen bij d'oude kennissen met soo 
verbeterden staet, als haer sijn imaginerende, ende mocht wel gebeuren, 
dat als bevinden sullen de winsten te verminderen ende de costen 
te vermeerderen, dat dan wenschten wederom hier te wesen ; hier syn 
goede huysgesinnen van getroude met Indiaensche vrouwen, hare 
kinderkens comen beter op, hebben veel min als d'andere van doen 
ende ons chrijsvolck synder beter mede gepaert 

Het soliciteren van de Nederlantsche vrouwen om naer't patriam 
te keeren is hier heel groot geweest, met dese schepen gaender 
terugge 30, ende ten ware de Heere Specx over de veelheyt niet 
misnoeghde, meerder souden gelicentieert hebben, wij willen van 



Digitized by 



Google 



197 

harten hoopen ende vertrouwen dat UE. conform haere resolutie ons 
met geene meer sullen gelieven te voorsien, de smarte van Batavia 
80O onachtsamelijcken gesnevelt (sic) door hooffden, wier harten smoor- 
droncken van oncuysheijt sgn geweest , is al te groot, ü£. connen 
genoechsaem afmeten dat se op schepen daer soo veel ruijgh volck 
is, niet anders als ongeregeltheijt veroorsaeckt , insonderheijt als daerby 
syn eenigen van lichtvaerdigen aert. Hier isser noch meer als te veel, 
soo getrouwde als ongetrouwde, in't school sijn noch 11 jonge doch- 
tors, die niet en werden getrocken , Capitein Solenme ende de weduwe 
Middelhoven blyven met de hare noch onbesteet, de borsten, die niet 
achteloos sgn, bemercken datter te veel fatsoen aen is om van eene 
Nederlantsche dochter syn huysvrouw te maecken, oock beginnen wy 
dat rerstandt te crijgen , dat men geen dienaers van de Compagnie 
meer buyten de milicie sal toestaen te trouwen, ten sij dat se vrye 
lubden begeeren te werden om alsoo den last dergener, die UE. trou 
hooren te dienen niet te brengen in gelegentheljt van te veel te be- 
hoeven, ende is noch het alderschadelycxte deses particulieren han- 
dels, dat de bequaemste persoenen, die door soodanigen gelegentheijt 
haer beste fortuijne hebben weeten te maecken, ende als die tot coste 
van de Compagnie hebben geleert, hoe dat se deselve best soude 
connen dienen, soo is haer tijt geexpireert ende soecken dan alle 
pretexten om te mogen terugge keeren, ofte soo men genootsaect is 
deselve te bewilligen om te continueren, soo moetet geschieden door 
eztraordinaris verhooginge van tractement. 

Met de predicanten enz 

Tot het invoeren van de menage hebben op de schepen de na- 
tafels in de cajuyten affgeschaft ende geordineert enz. . . . . . 

De Hellebardiers syn vermindert van ses op drie enz .... 

De Coetswagen is gedemanteleert ende in des Compagnies pack- 
huys binnen 't fort aen een sljde gestelt, het buijtenhuijs daer se in 
gestaen heeft is afgebroocken ende gebracht op een bequaeme plaetse 
tot woninge van des Comps lijffeijgenen. 

De paerden werden gehouden nevens d'andere , om jegens den 
viandt in 't velt te gebruijcken, daertoe al noodiger sijn dan ons 
veel lieff is, overmits tselve velt door des Mattarams troepen hoe 
langer hoe onveijlder wert gemaeckt; andere paerden te coopen 
hebben verbooden, dan verhoopen in Amboina goede race aen te 



Digitized by 



Google 



198 

qneecken, waertoe 2 Perdaensche springhheijnsten derwaerts geson- 
den sgn. 

De pracht van Battavia ia seer affhemende, weijnich gonde coort 
wert er bnijten de milicie gesien; wij maecken malcanderen wQs 
dattet qnacksalveracliticli staet ende snllen met ons voorgaen, die 
geheel ngtroegen, waertoe vertrouwen geen voorder reglementen sal 
behoeven. 

Alle onnoodige wercken snllen affischafifen ende niet bijderhanctt 
nemen ab meermaels is gesegt, dan tgene ten hoochsten vereijscht 
werde. 

De reparatie van schepen enz 

Des Compagnies dienaers snllen tot haer debvoir houden ende nie- 
mant excuseeren, soo in UEd. dienst haer comen te misdragen, 
immers sooveele als tot ons kennisse sal mogen oomen. 

Op de fortificatien sullen goet regardt doen nemen , tgene nu ge- 
daen werdt geschiet bij publycke aenbestedinge ende d'opneminge 
bij de gequalificeerste in alsulcken getal ende soo publycq als UË. 
dienst is vereijschende. 

Tot de swaere enz 

Het douwarium van de jonge dochters blijft afigeschaft, de elff 
die noch in 't school werden gehouden sullen trachten te verdeelen 
om ÜE. daervan te ontlasten. 

De onderhoudinge van 't hospitael is een seer nodige saecke, 
alsoo aen de veelhegt van siecken van die aencomende schepen ende 
des gamisoens geen andere commoditeijt soude connen, nochte weten 
te geven, ofte het soude veel beswaerlycker ende costelijcker voor 
de Compagnie vallen, sulcx dat wij de stichtinge houden voor een 
goede saecke, maer om goede bedienaers syn sonderlinge verlegen. 

Het premium op 't inbrengen van de doode ende levende Javae- 
nen syn genootsaeckt geweest wederom te publiceren, alsoo ons het 
landt nyttermaten onvrij wert gemaeckt ende alhoewel het by de 
twee maenden is geleden dattet wederom affgecondicht is, soo heb- 
ben tot heden niemant gecregen. 

Om den toevoer van rys tot Batavia te meer toe te doen nemen, soo 
hebben de tol van 10 pC*» volgens ÜE. ordre op 5 pO*« gereduceert, 
ende het invoeren van 't bestiael daer mede opgestelt, opdat ons 
daerdoor te meer soude mogen toegebracht werden. 



Digitized by 



Google 



199 

Een vierde part van Batavia's incomen hebben in 't openbaer 
verpacht voor ses maenden ende is pachter gebleven (onder goede 
süffifiante boi^en) een Chinees Equa genaempt, die daervoor betalen 
aal 1450 realen van 8^ ter maendt, op alsnlcke conditien als gere- 
gistreert is in 't eynde van ons generaele copieboeck, dat aen UE. 
nevens desen wert gesonden. De ses maenden deser verpachtinge 
wesende van primo November tot uit*" April syn de tyden van 't min- 
ste incomen , eer de verpachtinge aengingen, hebben de saecke rype- 
lyek ende wel geëzamineert , ende tselve bevonden te wesen als 
vQlcht : 

Het tiende van de vercoopingen der huysen en erven B 1757 

Incomende licenten „ 8616| 

Uytgaende licenten „ 6070|^ 

Gaende ende comende vreemdelingen* . . . . „ 1799| 

Pasgelt ende vertreckende pranwen „ 129^^ 

Hooftbriefkens „ 201654 



co 
CO 



Ir 
lï 

Q ^ 

C 

> 



Herrebergiers . 
Honthaelders • 
Steenhaelders . 
Besaarsetters . 
Arrackbranders 



504 
366. 
1344 
420 
1119 



Bedraecht samen dit incomen voor 6 maenden . . . . R. 41081| 
Bfaeckende in guldens cnrrent, gerekent tegens 51 st", gl. 104758 : 2 : 14 



Van pr' May tot nl*« October Anno 1627 



Nov. 
May 
Nov. 
May 
Nov. 
May 
Nov. 
May 
Nov. 
May 



April 

October 

April 

October 

April 

October 

April 

October 

April 

October 



1628 

1628 

1629 

1629 

1630, 

1630 

1631 

1631 , 

1632 . 
1632 



160284:14: 4 
130806: 1: 8 
123969:10: 8 
105499: 4:12 
113771: 8:12 
108205 : 15 : 10 
129842 : 19 : — 
129256 : 19 : — 
147432: 1: 8 
108292: 2: 8 
141550:16: 6 



Bedragende alsoo dit incomen in 12mael ses maenden gl. 1503669 : }6 : 10 

Compt door malcanderen, gerednceert voor 6 maenden , de somma 

van gl. 125305 : — 



Digitized by 



Google 



200 

Waarvan het vierdepart sonde bedragen . . . . gL 31326 : — . 

De naerdere reductie genomen op de sesmael ses maenden van 
de gemelde tijden tnssciien November ende April comen t'samen te 
bedragen gL 686818 : 6 : 4. 

Waervan het vierendeel eener seste part is. • . gL 28617: — . 

Ende de sesmael 1450 R. & 51 st» beloopen . . gL 22185 : ^. 

Jegens het minder gelden als het opbrengen van voorige jaeren 
staet te considereren , dat het incomen voortaen missen sal alle den 
tol van aytgaen ende incomen der vrQe burgers voor deser toege- 
laten handel ende versendinge naer de cnste van Gormandel ende 
Snratte, item de helft van 't incomen des rQs, dat een groote somme 
beloopt, mitsgaders de helft incomen des bestiaels dat van 10, soo 
verhaelt is, op 5 pC® is gerednceert, soodat aen dese verpachtinge 
noch goet genoegen hebben, aen de eerste inleydinge is het gevolge 
gelegen, den pachter is een gavel (?) man, soo hy welvaert sal 
't ander aensoeten; geen Neerlanders wilden daeraen comen, het liet 
hem in 't eerst wat ranw aensien, meer als een vierde vonden 
vooreerst niet geraeden te verpachten, maer by gevolch van tijden 
sal 't op een derde, jae oock op de helft connen gebracht werden, 
om den pachter te meer intrest te doen dragen, die dan oock te 
nauwer ende scharpar daerop sal hebben te letten, tgene U£. ons 
wyders ordineren sullen wy behoorlyck naercomen, soo in 't admi- 
nistreren van justitie naer de practicque van Nederlandt, totdat U£. 
ons daertoe eene goede instructie senden, als de Indiaensche natiën 
insonderheyt de Chinesen vrundelicken te tractoren; den eed naer 
den inhoude des formeliers achter den artyckelbrieff gestelt, jaerlycx 
te renoveren ende sulcx als UE. ordre is medebrengende. 

Op primo November waeren wy op Batavia voorsien met 8058 

inwoonderen, daeronder begrepen het gamisoen, ende wat daeraen 

dependerende is, als te weten: 

Sielen. 

Aen Nederlanders, die in des Gomp* dienst werden bevon- 
den, met hare vrouwen ende familien 1912 

De Nederlantsche burgerye met vrouwen, kinderen ende 
slaven 1373 



Transportere . . . 3285 

/Google 



Digitized by ^ 



201 

Transport . . . 3286 

De Japand^^n met haer geselBchi^;) 108 

De vrye layden, wesende veelderhande slach van Indianen 

met het hare 649 

Chinesen, met vroawen, kinderen en slaven* 2422 

Gompangies Igffeggenen te samen 1254 

ende des Gomp* kettinghsUven 340 

Compt t'samen redelycke sielen, mans, vronwen, kinderen, 
vrye Inijden, slaven 'en slavinnen etc 8058 

De igste van enz 

Batavia's ongel ien werden bevonden te bedragen by mygen, doch 
wel naergemerckten overslach, van primo September 1631 tot nlt' 
Ang. 1632 gl. 860.000 

Daertegens bedraecht het incomen binnen denselven tijt als 
by specificatie in 't generacl joumael blyckt gl. 291581 : — 

Item de winsten naer overslach . . . „ 300000 : — 

Welcke twee parthijen op ses tonnen gonts gerekent . „ 600.000 

8oo compt Batavia in een jaer ten achteren ...•/* 260.000 

Transport enz. 

Snlien hiermede beslnilten enz 



XXVin. De Gonvemeur-Generaal Hendrik Brouwer 
en Rade van Indie aan de Bewindhebbers 
der Gen. O. I. Gomp. (Heeren XVIL). 

Batavia, 7 February 1633. 

Edele Emtfeste, enz 

Naer dat wy, enz 

Vernomen hebbende dat de Goninck van Baly , synde meede Goninck 
van Balemboangh, als oock van de eylanden Lumbeck ende Gum- 
bawa geduyrich met den Mattaram in oorloge is ende daerenboven, 
dat hy machtich is van onderdanen, wesende syn crychsvolck stout 
ende belliqueus ende wy vooralsnoch geen beeter middel wetende, 



Digitized by 



Google 



202 

om den Hattaram (die ons van jaer op jaer seer hard is dreygende) 
van onse grensen te weeren als by diversie ende hem aen den 
anderen cant de handen vol werck te geven, soo is goetgevonden 
een ex^n^essen gesanth j geaccompagneert met de schenckage van een 
groot Persiaens paert aen den gemelten Goninek van Baly te zend^y 
dienvolgende hebben wy op den 2^^ deses onse depêche g^even 
aen den oppercoopman Jan Oosterwyek, om in 't jacht Texel derwaerts 
te seylen met ordre, dat hy alle mogelycke middelen ende persnasien 
den gemelten Coninck tot den oorloge tegen -den Mattaram aenmaenen 
ende hem nyt onsen name belooven zal, dat wy hem te water tegen 
alle des Biattarams zeemacht beschermen ende hem ter plaetse daer 
hy het sal begeeren met onse scheepen aenbrengensallen, soodanige 
provisien, als hy tot onderhont van zyn leger sal geraeden vinden 
te besorgen. Op de goede hoop, dat dito besendinge goet snooes 
sal erlangen, Bjn wy voornemens met het jacht de Zon aen de jachten 
in Amboina te ordonneren, dat sy in 't wederkeeren ende herwaerts 
comen Balij ende Balimboangh sullen aendoen ende den Coninck van 
Balij , ingevalle hy tot den oorloch tegen den Mattaram sal hebben 
verstaen, ten dienste te staen en hem alle moogelycke hulp ende 
assistentie te bewysen. 
Ende, enz 



XXIX. De Gouverneur-Generaal Hendrik Brouwer en 
Rade van Indie, aan de Bewindhebbers der 
Gen. O. I. Comp. (Heeren XVn.) 

Batavia 15 Augustus 1633. 

Per het Engelsche schip, enz 

Nadat wy lange gespeculeerd hadden, op eenigh machtich prins, 
vQandt des Mattarams, omme die jegens desen te helpen ende in den 
oorloge te voeden , soo hebben wy nyt verscheyden geruchten beginnen 
hope te scheppen, dat wy den Coninck van Baly, tegens den Mat- 
taram souden connen opmaecken , alsoo wy vernamen, dat hy op Java 
frontieren tegens denselven beseth is houdende , te weten Balimboangh , 



Digitized by 



Google 



Bleter, end© Ponaracïm. ^ Den 7»» February passato hebben wymet 
't jaeht Texel als onsen expressen Commissaris derwaerts gesonden 
den oppercoopman Jan Oosterwyek, sedert syn in die opinie noch 
meer en meer geconfirmeerd geworden, door 't rapport van eenige 
onser burgeren soo in Baly geweest waren , ende op vast vertrouwen 
dat de saeeke een goede nytcompste ende effect sorteren sonde, 
hebben wy op den 9"» Marti verleden noch derwaerts gesonden de 
jachten Batavia en Negapatnam ende met deselve als Commandeur 
den Capiteyn Jochem Eoelefsen van Deutecom , met vordeie last dat 
hy op syn aencompste aldaer het jacht Negapatnam met den opper- 
coopman Jan Oosterwyck (om van syn wedervaren rapport te doen) 
naer Batavia af te senden en naer 't vertreck van voors. Negapatnam 
met de twee resterende jachten Texel ende Batavia in Bali soude 
overblyven, soo om des Conincx optocht geduyrichlyck te voorderen, 
alsmede omme deselve by provisie met prompte ende parate assistentie 
te connen dienen, ende ten eynde gemelte Coninck van Baly den 
Mattaram op't onversienste mochte overvallen ende syne aen te vangen 
expeditie door gebreck van gereede victualie niet en soude behouven 
te dilayeren, hebben wy op den 13 dito 't schip 't wapen van Hoorn 
volladen met rys, ontrent 400 lasten, den voors. Deutecom naege- 
sonden, ende geordonneerd onder het eyland Madura te blyven leggen, 
verwachtende aldaer soodanige ordres als hein van dito Deutecom 
nyt Baly soude toegesonden worden. Gemelte Oosterwyck ende 
Deutecom naer den anderen in Baly gearriveerd synde, wierden al- 
daer na des lands maniere wel ontfangen, gefestoyeerd ende getrac- 
teerd, maer hebben soodanige afscheyd ende depêche niet becomen, 
als wy ons alhier wel hadden geimagineerd ; want haer de groten 
ende principalen van Bali, collegialiter vergadert synde, ronduytende 
opentlyck verclaerden, dat sy niet en souden connen resolveren om 
den Mattaram den oorloch aen te doen, door dien soowel met den 
Mattaram als met ons in vrede waren en met den een en den ander 
goede vrientschap en correspondentie onderhielden , met welck voors. 
'antwoord onse gemelte gecommitteerde, alsoo in Bali niet meer en 
hadden te verrichten, vertrocken en alhier sonder yets vruchtbaerlycx 
gebesoingeerd te hebben wederom ter reede gecoomen syn, te weten 



1. Balamboeang, Blitsr en Panaroekan. 

/Google 



Digitized by ^ 



204 

op den 25 May de coopman Oosterwyck met het jacht Negapatnam 

en op den 31 dito, den Commandeur Jochem Roelefsen van 

Deutecom. * 

Den Mattaram heeft den haet tegen Batavia ingenomen, noch niet 
connen afleggen, ende alhoewel ten principalen op ons niet en can 
verrichten, soo hont nochtans om ons afbrenck te doen gestadich 
hieromtrent partye volck in't velt ende praeawentewaeter, waerdoor 
het velt niet gebmijckelijck ende 't vaerwaeter tnsschen Bantam ende 
Batavia sqo onveyi gehouden wert , dat genootsaect sijn tot bevrgdinge 
van dito vaerwater ende oonvoy van ons over ende wedervaerend 
vaertnijgh geduyrich een jacht te gebruijcken. Niettemin hebben de 
voors. parthijen ons by tijden een voordeel afgesien ende soo nu als 
dan soo goeden parthije volck becomen, dat met het aengehaelde 
volck van Schiedam , tegenwoordich omtrent de tachtich Nederlanders 
in de Mattaram gevangen sitten. 

Omme voors. excursien te beletten hebben wy diverse reQsen ver- 
scheijde parthijen soo te water als te lande uytgemaeckt, dan syn 
telckens onverrichter saecken teruggekeert. 

Met voorweten of oochluijckinge van den Coninck van Cheribon 
ende Gouverneur van Japara syn ons van daer verschcyden soo Chinese 
als Maleijse praeuwen met.weijnich rijs, goede partye swarte suijcker 
ende andere Javaense coopmanschappen toegecomen, ende alhoewel 
geruchten loopen, dat den Mattaram voornemens is met een machtich 



1. De heer P. A. Leupe, gepensioneerd Majoor der Mariniers, thans mgn ge- 
waardeerde amb^enoot op het I^jks-archief, heeft in Deel V van de Bijdragen tot 
de taal- land- en volkenkunde van N. Indie, tijdschrift van het K. Instit. te Delft, 
alle de stukken, betrekking hebbende tot bovengemeld gezantschap naar Baliinl633, 
in het ond-kol. archief voorhanden , medegedeeld. Meer bijzonder voor de geschiedenis 
van Oosteiyk Java , komt daarin o. a. voor het navolgende berigt : » Geduyrende het 
«aenwesen van hem Commissaris (Oosterwyck) in Gigi<r (Gidgit, destijds de hoofdplaats 
van het rijk Beliling op Bali , thans een dorp en als hoofdplaats nn, door Beliling ver- 
vangen), «compt tydingcn dat Singe Sany (Singo Sari, schoone t^ger), die door 
«gnnst en groute schcnkagien, aen den Coninck ende grooten van Baly gedaen, tot 
«Coninck in Baliboang (Blambangan of Balamboeang) gcstelt is, den rechten Coninck 
«Macs Cariaen genaempt, voor desen op de vlucht gedreven, met vrouw, kindcien' 
ven *t gansehe geslacht om den hals gebracht en gemassacreert hadde, waarover de 
«/Coninck expresse gecommitteerden naer Baly gesonden heeft, om haer te informeren» 
enz. Hieruit blykt dus o. a., dat Blambangan toen een vassalstaat van Bali was en 
niet door eigen vorsten, zooals bgv. Hageman, Handl. tot de kenms der gesch. etc van 
Java Dl. I bladx, 105 zegt ; maar door van Beliling nitgezonden vorsten, werd geregend. 



Digitized by 



Google 



205 

leger op te trecken ende Batavia voor de derde reijse te belegeren, 
800 en hebben wg echter de rechte seeckerheyt daervan met de 
Yoors. praenwen tot nu toe niet connen verstaen; dan den Coninck 
ende andere orangkays van Bantam hebben ons verscheyden reysen 
800 door brieven als expresse gecommitteerde de compste van den 
Mattaram geaflftrmeert, ende vreesende dat syn ooch wel op haer 
mochte geworpen hebben, prepareren ende verstercken haer noch 
dagelijx, soowel by oosten Batavia in de reviere van Cranwang als 
bg westen in de reviere van Ontong Java alwaer sij onlangs geleden 
met ons voorweten ende expres consent met ettelijcke hondert coppen 
de wacht gebonden ende de principaelste passagien van wildemisse 
gesnyvert ende beset gebonden hebben , daer sij hem nae hun oordeel, 
ingevalle de voors. revieren mochte trachten te passeren gevonchigck 
8onden hebben connen stntten. 

Onder alle de voors. loopende geruchten ende preparaten van 
Bantam is ons door diverse Maleijers, met haer vaertuijgh vanChe- 
ribon gecomen, gerapporteert geworden, hoe dat den Mattaram siende 
cleyne apparentie om ons toonder te brengen meer tot vreede als 
tot oorloch genegen was, ende dat hij om een inleijdinge tot den 
vreede te maecken van meeninge was eenige gevangene Nederlan- 
ders ende met deselve eenige Gecommitteerde naer Batavia te sen- 
den. Hierop is gevolcht, dat haer op omtrent een myle bijoosten 
het jacht Batavia, leggende tot bevrijdinge van ons cleyn vaertnggh 
omtrent de reviere van Crawang op de wacht, verthoont hebben 
vier groote praeuwen van den Mattaram, dewelcke by d^onse nae- 
gejaecht synde, hebben onder de witte vlagge met een praeuwtgien 
aen ons cleyn vaertnijgh afgesonden twee gevangene Nederlanders 
ende met deselve een Gusurath in Tegal woonachtich, verthoonende 
dat de voors. vier praeuwen van den Tommogon van Tegal waeren 
affgesonden omme de voors. Nederlanders aen ons over te leveren 
ende met een te bestellen seeckere missive, die voors. Tommagon 
ter ordinantie van synen Coninck den Mattaram aen ons geschreven 
hadden. 

Voors. Nederlanders ende Gusurath rapporteerden ende dito Tom- 
magons missive bracht mede, dat synen Coninck den Mattaram tot 
vrede genegen synde hem hadde gecommitteert omme over de saecke 
met ons te handelen ende versocht, dat wij tot dien eynde een a 



Digitized by 



Google 



206 

twee scheepen met onse expresse gecommitteerde nae Tegal souden 
willen senden. 

Op dese onverwachte tijdinge hebben wij datelijck ende sonder 
uytstel een assistent ende vyf Javaenen hier woonachtich met een 
pas ende vrij geleyde afgesonden ende omme geen diffidentie te 
thoonen mitsgaeders de Javaenen van onse goede meeninge te ver- 
seeckeren, sonden de voors. Nederlanders ende Gusnrath terugge, 
niet twyffelende of dito prauwen souden op den ontfanck van onsen 
passé ende salvo conduct met deselve hier ter reede comen, omme 
met ons over die saecke mondelinge te confereren , alsmede omme 
den brief des Mattarams met de behoorlijcke eere in te doen haelen 
ende te ontfangen, mitsgaders om naer gehouden communicatie met 
deselve Javaenen, des te ordentlijcker ende pertinenter te mogen 
antwoorden soowel aen den Coninck Mattaram als aen gemelten 
Tommogon van Tegal op de voors. afgesondene missiven , dan de 
voors. praeuwen niettegenstaende met onsen passé genoechsaem ver- 
seeckert waeren en hebben echter niet connen resolveren herrewaerts 
aen te comen ende syn niet alleenlyck met de twee Nederlanders 
bij haer herwaerts aengebragt, maer oock met den assiBtent ende 
drie van de Javaenen die wij om onsen passé te behandigen aen 
haer afgesonden hadden, doorgegaen ende wederomme naer Tegal 
vertrocken, sendende alleenlyck de andere twee Javaenen terugge 
ende met deselve ons adviserende ende emstelijck aenmaenende soo 
wij tot den vreede genegen waeren, dat eerstdaechs een a twee sche- 
pen naer Tegal souden senden omme aldaer met haeren Tommogon 
over de saecke te handelen. Off dit een stratagema geweest sy 
omme in plaetse van een assistent ende 3 Javaenen een wel gemande 
boot ofte sloup in handen te becomen, of een diffidentie of een 
andere saecke, die wy tegenwoordich niet en connen bedencken, sal 
den tijt openbaeren. Ondertusschen begint den bequaemsten tijt van 
't iaer te verloopen, in denwelcken ons den gemelten Mattaram met 
syn leger soude mogen toecomen, ende hoopen dat syn voorgaende 
nederlaegen sonder eenich het minste voordeel becomen te hebben, 
hem van dese plaetse houden sullen, te meer de groote muyren 
ende bolwercken soo wij bericht werden, hem imprenabelyken wer- 
den vertoont. 

Om denselven te crachtiger ende machtiger resistentie te bieden, 



Digitized by 



Google 



207 

hebben wQ eenige noodige wercken besocht ende aen de westsyde 
van de reviere op den barm van de nieuw gegraeven gracht in 
plaetse van de drie honte wambasen drie nieuwe aensienelijcke 
rednjten in coraelsteen opgetrocken ende syn van meeninge eerst- 
daechs noch een vierde op de westpunt genaemt Coetverlooren by 
der hant te nemen, daertoe de materialen aireede aengebracht ende 
geprepareert worden. 

Oemelte reduyten enz 

Omme den Mattaram noch meer ende meer tegens ons te verbit- 
teren ende in termen van hostiliteit met ons te <mderhouden, hadde 
den Gouverneur van Malacca voorleden wester mouson wederomme 
een expressen gesant aen den Mattaram afgesonden, dewelcke op 't ge- 
vouchelyckste geëxcuseert hebbende dat den vice roy hem de toegeseijde 
assistentie van volck ende schepen desen iaere niet en heeft toege- 
sonden, nu vaste toesegginge gedaen heeft, dat de vice-roy hem toe- 
comende wester mouson soodanigen macht van schepen, volck ende 
am(mitie van oorloge sonde toesenden, als hem om Batavia te ver- 
meesteren ende de Nederlanders van Java te verdrijven noodich is, 
hetwelcke by eenige begroot wert op 120 schepen ende jachten etc. 

Yoors. gesant is in 't beginsel van het tegenwoordich ooster mouson 
wederomme nae Malacca vertrocken ende met hem een principael 
Orancay van den Mattaram, expresselyck naer Goa afgeveerdicht, 
omme de beloofde ende toegeseijde assistentie van den Viceroy selfs 
te bevorderen. Wy willen vertrouwen dat den Mattaram ende syne 
gesanten het onvermogen der Portugeesen gesien ende daerby be- 
speurt hebbende, dat hem alleenlyck met wint ende woorden sonder 
effect Bjn dienende, metter tijt geseglijcker sal laeten vinden. 

Die van Bantam, soo lange met geen vreese voor den Mattaram 
bevangen waeren, hebben haer in verscheijde occurrentien vry wat 
wonderiyck gecomporteert ende haere ondersaeten om geringe oor- 
saecken wel scherpelijck verboden ons eenigen toevoer te doen of 
handelinge op Batavia te drgven, waerover oock een tijt lang van 
vivres ende andere nootlyckheden vry wat sober syn voorsien gewor- 
den. Ondertusschen hebben wy evenwel gestadich onsen commissaris 
tot Bantam gehouden ende den vaert ende handel tot op dato gecon- 
tinueert ende veele cleene saecken ongemerckt laeten passeren, dan 
tsedert dat den Mattaram sich heeft laeten verluijeu dat Batavia 



Digitized by 



Google 



wederomme wilde beoorlogen, hebben die van Bantam vry wat bly- 
der ende liberaelder mijne getoont ende toegestaen dat haere onder* 
daenen hnnne provisien gelyck voor desen op Batavia hebben mogen 
brengen ende haren handel vry ende onbecommert exerceren; dien- 
volgende heeft onsen gemelten resident tot Bantam soo nn als dan 
van de Chinesen tot een verdraechlycke pryse opgecocht ende ons 
snecessive nae den anderen met ons convoy jacht toegesonden 129 
picol peper ende 5214^ picol witte poeyer suycker gaende tegenwoor- 
dich onder meerder parthije naer Suratta ende Persia. 
Omme te intercipieren enz 



XXX. De Qouvemeur-Generael Hendrik Bronwer en 
Rade van Indie aan de Bewindhebbers der 
Gen. O. I. Comp. (Heeren XVII). 

(In het schip Wesel) 25 Dec. (Kersdag) 1633. 

Met de schepen, enz 

Naer dat ons op den 16 Julio door seeckere gecommitteerde Ja* 
vanen van Tegal, daervan wy in onse voorige missive hebben ge- 
mentionneerd , trouloselyck wederomme ontvoert waren de twee 

gevangene Nederlanders soo syn alhier op den 18 Aagnsti 

passado wederomme met twee praeuwen aengekomen de gemelte 
gecommitteerde Javaenen van Tegal ende hebben ons den voors. 
assistent ende gevangene Nederlanders neffens noch drie vervoerde 
Javaenen wederomme teruggebracht, presenterende bovendien aen 
ons seeckere drie missiven, die sy allegeerden den Coninck Hat- 
taram , den Tommogon ofte Gouvemeur van de stadt Mattaram ende 
den Tommogon van Tegal aen ons geschreven te hebben, waerby 
deselve niet alleenlyck' vercleynen ende verschoonen de fanlten by 
den gemelten Tommogon van Tegal in *t ontvoeren van de voors. 
Nederlanders begaen, maer ons daerenboven genouchsaem den vreede 
aenbieden ende wel instantelyck versoucken dat wy metten alder- 
eersten een expressen gesant naer Tegal souden willen afveerdigen , 
omme met de voors. Tommegons van de stad Mattaram, by haeren 
Coninck daertoe expresselyck gecommitteert, over den vreede te han- 
delen ende een eynde van den oorloch te maecken 



Digitized by 



Google 



20d 

Naedat de geseyde geoommitteerde den tyt v«n vier dagen alhier 
vertoeft ende in den voors. tyt alle goei tractement van ons genoten 
hadden, hebben wy deselve beleefdelyck wederomme gedimitteert 
en op haere gedane relatie ende medegebrachte brieven, niet alleen 
mondeling gedient; maer oock by onse bgsondere missiven aen hare 
principalen geantwoort, hoe dat wy gesien hebbende de groote gene- 
gentheyt van den Mattaram tot vrede, oock geeme van alle hostile 
procednren wilden desisteren ende alle affronten ende iiynrien staende 
desen oorloch voorgevallen vei^even ende vergeten; dat den Sou- 
Bonhan oft Mattaram met ons vreede conde hebben ab het hem 
geliefde , alsoo het Syne Maj^ onderdanen van nn af vry stont op 
Batavia te comen handelen ende negotieren ende dat deselve alhier 
verschynende niet als alle beleeftheyt ende goet tractament ontfan* 
gen sonde; dat wy mede wel genegen souden syn tot een besluyt 
ende confirmatie van een vaste vreede een schip met een expressen 
gesant nae Tegal af te veerdigen, dan vermits in den jare 1632 
door Qneay Deman, Gouvernenr van Japara 24 Nederlanders onder 
de witte vlagge tronlooslyck aengehaelt ende tegens het gebmyck 
van alle redelycke natiën tot noch toe in den Mattaram waeren ge- 
bonden, hadden alsnoch daertoe niet connen resolveren, vreesende 
diergelycke ongeval wederomme te rescontreren ; dat Syne Maj* daer- 
omme sonde gelieven van syne goede genegentheyt meerder ver- 
seeckerheyt te geven, ende ons met den eersten toe te senden de 
voors. 24 Nederlanders by den Oonvemenr van Japara als boven 
aengehaelt, als wanneer wy met des te meerder gemstheyt een 
gesant aen den Tommagon van Tegal afsenden ende den Mattaram 
in alles goet contentement doen sonden 

'Tsedert hebben wy met groot verlangen het vervolch van dese 
besendinge tegemoet gesien tot op den 25 October, als wanneer 
deselve gecommitteerde by den Tommagon van Tegal met 18 praen- 
wen afgesonden alleenlyck met 8 stncx van die alhier verschenen, 
ende onder witte vlagge wel stontelyck aengecomen syn, laetende 
de resterende tien praenwen (wy en connen niet bedencken om wat 
redenen) omtrent den hoeck van Carwan ^ achter de hant liggen. 

Wy hadden juist ter selver tyde in het vaerwater een macht van 



1. Kr» wang. 

T. W 

Digitized by VjOOQ IC 



210 

10 k 12 stacz clejn vaertnjch ontrent den honck van Carwan op 
het verwachte Bantamse vaertnygh van Amboina en Ceram crajs- 
sende, dewelcke van dese besendinge van Tegal off gelegentheyt 
van de voors. Mattaramse praenwen noch geen advys of tydinge 
becomen hebbende, op den 27^ October acht derselver by abnys als 

viand besprongen ende • . . . aengetast hebben 

.... Ende alhoewel wy wel verhoopt hadden, dat den Matta- 
ram tot een wis teycken van syne goede meeninge ende genegent- 
heyt tot vrede ons de 24 Nederlanders by den Gonvemenr van 
Japara onder schyn van vrede aengehaelt, sonde toegesonden heb- 
ben, soo en hebben echter de voors. gecommitteerden ons niet anders 
toegebracht als een missive van den Coninck de Mattaram, een van 
den Tommogon van de stadt Mattaram Dann Paya ^ genaempt ende 
een van den Tommogon van Tegal, waerby deselvc iterativelyck 
ende instantelyck versoncken, dat wy doch tot een beslnyt van 
vreede, onsen expressen gesant nae Tegal souden willen afvaerdigen 
ende besendinge aen den Coninck Sonsonhan ofte Mattaram doen, 
beloovende voorders dat in snlcken cas, alle de gevangene Neder- 
landers, die tot dien fine in seecker dorp al by den anderen gebracht 
waren, aen gemelten onsen gesant sonden integreren ende ter hant stellen. 
Ten aensien wy niet en connen bevroeden, dat de Mattaram de 
saecke ten rechten meenende hem oyt soodanich vernederen ende 
van syn groeten hoochmoet remitteren sal, dat hy, dien wy weten 
ons onversoenlyck te haeten ende (ons) soo despect ende veracht te 
honden, ons soo liberalyck aensoncken ende ons den vreede presen- 
terensonde, soo hebben wy ons vastelyck ingebeelt, dat dese instantie 
van vreede niet uyt een vreedlievend gemoet is hercomende; maer 
op d'een of d'ander bedroch siet, want behalve dat wy niet en 
twyffelen ofte voors. 24 gevangenen Nederlanders souden ons ander- 

sins wel toegesonden syn oock heeft ons de 

ervaerentheyt geleert, dat alle de entreprinsen ende attentaten, die 
den Mattaram oyt op ons aengeleyt heeft , in tyde ende onder schyn 
van vrede voorgecomen syn, waerover wy goetgevonden hebben dese 
saecke noch wat in te sien ende voor een wyle tyts op syn beloop 
te laten 



1. Daaoe Pojo, volgens Winter, nitmantende glans. 

/Google 



Digitized by ^ 



211 

(Bantam). Ons yaertaych dat dagelycx tot bevrydinge van de 
roTieren Ansiol ende Ancké nytgesonden wort ende last heeft; om 
alle het vreemt vaertaych in deselve te vinden, sonder aensien van 
vnmt of viand aen te tasten, hadde op den 8^ Septemb. seeckere 
Javaensche praeawen in de voors. reviere van Ansiol gerescontreert, 
een van dito praenwen volck dootgeschoten ende twee dootlyck 
gequetst, brengende voorts de voors. praenw tot Batavia binnen, 
alsoo tegens het expres verbot ende iterative waerschonwinge aen 
die van Bantam gedaen, de geseyde revier was ingeloopen, onge- 
twyfelt omme aldaer eenige onser burgers slaven ende lyfeygenen 
te overvallen ende te vervoeren, soo dagelycx meer dan te veel is 
geschiedende, tot groote schaede van onse burgerye. Ten anderen 
heeft het schip Nassonw, leggende omtrent den honck van Cariwan 
op de wacht tot bevrydinge van het vaerwater daeromtrent ende 
tot eene retraite ofte toevlucht van het vaertuych dat op Batavia 
begeert te comen ende door des Mattarams cmyssende praeawen 
sonden mogen vervolcht ende naergejaecht werden, op den 16^ Octo- 
ber voorl. aengehaelt ende nae Batavia opgesonden , seeckere balouw 
van Bantam, gelaeden met 53 picol massey, partye Ceramse doo- 
sen, 3^ picol notenmnscaten in den dop, 20 ponden fouly ende 
eenige saga, ende alsoo wy alhier naer examinatie ende ondersoeck 
van saecken bevonden, voors. balouw directelyck gecomen te syn 
van Geram, Ceram-Laut, ende Gk)ram, alwaer wy geen Macassaren , 
Halegers, Javanen ofte eenige andere Indische natiën connen oft 
mogen admitteren , hebbende alleenlyck om voors. vremdelingen van 
daer te diverteren van jaer op jaer soo grooten macht van volck 
naer Amboina versonden ende soo swaere tochten by der hant geno- 
men, mitsgaders sooveele joncken, dorpen ende nagelbossen vernielt 
ende gedestrueert, soo hebben wy de voors. balouw ende ingeladen 
coopmanschappen met goede redenen voor goeden buyt verclaert 
ende de 17 Javanen, daer dito balouw mede gemant was, in de 
ketting geslagen. 

Ende alhoewel die van Bantam voors. vaertuich door haeren 
expressen gesant, op den 26 Oct. alhier aengecomen, gereclameert 
ende daerenboven onsen commissaris tot Bantam hebben aengedient, 
dat de voors. proceduyren aireede groote commotie onder den gemee- 
nen man hadden gecauseert ende wellicht de vruntschap ende goede 

Digitized by VjOOQ IC 



correspondentie, die een gemymen tyt herwaerts tnsschen Bantam 
ende Batavia is onderhouden geweest niet en sonde venneerder^i , 
soo en hebben wy echter om geen tweede Macassar oen te queecken^ 
dito Bantams vaertuyeh aengehoaden, enz 

Hierover syn die van Bantam soo onlostich geworden ende hebben 
haer soodanig tegen ons ontset, de geveynsde vmnden ^ daertoe 

aenhitsende, dat sy terstont alle haer visschers 

opontboden ende onsen Coopman ende Commissaris ^ tot Bantam reH- 
derende mei synen ommeslach ende familie schandelyck gesequestreert 
ende op den 13^ Nov. omtrent den hoeck van Ontong Java seven 
steenhaelende praenwen van Batavia overvallen ende aengehaelt heb- 
ben, enz. ' 

De permissie door UEd. toegestaen om getronde personen naer 
't vaderland te laten keeren, al waer 't saecke dat den verbonden 
tyt der vrouwen niet en ware geëxpireert, heeft met de vloote van 
den heere Specx van hier doen vertrecken 23 huysgesinnen , met 
dese drie schepen gaen nu oock mede 24 getronde; aen verscheyde 
hebben geen permissie gegeven om deselve schepen niet te seer te 

belemmeren, wy meenen dat UE. wel mogen ver- 

seeckert wesenj (dat) onse colonien door de Neerlandse vrouwen niet 
en sal connen comen tot de gewenschte vergrootinge^ alsoo deselve te 
seer genegen «yn, om nae Nederland te keer en j insonderheyt degeency 
die hier middeloos gecomen synde wat geconquesteerd hebben, . • • 

(Voor) onse burgeren staet open het vaerwater naer Banda en de 
Amboina, item naer alle plaetsen op Java ende Bomeo, van waer 
alle vreemdelingen hier mogen comen ; doch de Chinesen syn de 
Nederlanders te gaeuw, om dese hieromtrent gelegen plaetsen te 
bevaeren, alsoo habylder syn als d^onse om haer als cleene cratners 



1. De EngeUchen. 

2. Pieter Franssen. 

8. Bl^kens mtgaand briefb. der Hooge Regering, hadden 60. en Raden reeds op 
4 NoY. 1633 b(j plakkaat de vaart en den haudel der ingezetenen van Batavia op 
Bantam verboden. Sedert die dagteekening brak dns de oorlog weder uit en werden 
verschillende togten uit Batavia tegen Bantam ondernomen, o. a. tegen Tanahara en 
tegen eenige dorpen op de kust der Lampongs; zelfs Bantam werd door de Neder- 
landers zwaar beschoten ; doch ook de Bantamsche zeelieden behaalden door verrassing 
en overrompeling, van tyd tot tyd niet onbelangr^ke voordeden op de schepen der 
Compagnie. ^ 



Digitized by 



Google 



213 

te emeeren Nademael al Uw E. 

swaere lasten uyt de commercie moeten werden getrocken soo sien wy 
voor de hant niet, wat traffycque wy ter zee, deselve onse Neerlandse 
imrgeren souden connen toestaen, die U E. negotie niet grootelycx soude 

incommoderen Dnbbele reysen to doen connen 

aen deselve vooralsnoch sonder UE. naerder advys ende ordre niet 
toestaen, als te weten: van Batavia op Coromandel om cleeden te 
coopen ende die van daer te vervoeren ende te vertieren naer Bengala , 
Tanassery ofte Pegn om jegens rys ofte snyekeren over te setten 
ende daermede op Batavia te keeren; van Batavia naer Coromandel 
ten selven eynde, ende van daer naer Achin om met peper ende 
andere effecten op Batavia te keeren; van Batavia op Coromandel 
ten selven fine, ende van daer naer Patane, Ligor, Bordeion ende 
Siam, om met peper, rys ofte sappanhont op Batavia te keeren ^ 
ende by gelegentheyt van openinge des Chinesen handels van Batavia 

directelyckeu naer Tayouan soodanige ende dier- 

gelycke dubbele reysen souden de ongelden van de eqnipagien connen 
supporteren , ende de generale Comp. in de negotie niet schadelyck 
syn, ende als UE. ons souden gelieven te ordineren deselve alsoo 
te mogen laeten doen, soo wenschen wy, dat het mochte geschieden 
aen Nederlanderen getrout met Indische vrouwen , die hun hier neder- 
settende, geresolveert mochten wesen om gestadich UE. Colonie by 
te blyven, alsoo de getroude met Nederlantsche vrouwen, maer 
souden soucken de voordeden te trecken om capitael te amasseren 
ende daermede naer Neerland te keeren, waervan voorg. exempelen 

UE. ende ons meer dan te veel bewys syn gevende 

Wy hebben hier menichmael gedelibereert ofte het niet geraed- 
saempst soude wesen het trouwen met Nederl. vrouvolck aen geen 
Comps. dienaers toe te staen, alsoo dese meest allemaecken, dat de 
mans veel behoeven ende alsdan gagie ende randsoen niet genoech 
can strecken, moet het uyt de lengte ofte breedte gehaelt worden, 

d'ongetroude connen oock met meerder gerustheyt op 

tochten gebruycken, soo 't scheeps naer Malacca ende elders 

alsoo sommige eenigen tyt van haer vrouwen afgeweest synde met 
geen blyde wedercompste vergaderen connen, doordien, Godt beter't 

de occasien van debauchen hier qualyck nytroeyelyck syn 

Onse Chinese burgerye op Batavia continueert noch op het getal van 



Digitized by 



Google 



214 

ontrent de 2300 coppen, door dewelcken goeden dienst ende nnt- 
ticheyt getrocken wert, alsoo ontrent de 2000 derselven maendlycx 
voor hooftgelt 1^ reael van achten opbrengen. Deselve syn sonder- 
linge yverich in allerhande werken, als steen ende hout te haelen, 
graeven, visschen, tuynen, saeijen, winckel houden, bestiaelaenteelen, 
aracq branden ende andersintsj doch syn in alles soo vol bedrochs dat 
in 't minste niet syn te vertrouwen 

Om het, enz 



XXXT. De Oouvemeur-Qenerael Hendrik Brouwer en 
Rade van Indie aan de Bewindhebbers der 
Gen, O. I. Comp. (Heeren XVH.) 

Geschreven te Batavia, 27 December 1634. 
Gesloten op het schip Utrecht, 8 January 1636. 

Onze jonghste, enz : 

Den oorloge tusschén ons en Bantam blyft noch continueren ; naer 
den ontvangh van UEd. jongste ordre hebben wy getracht met alle 
redelycke middelen tot den vreede te geraecken ende 'tsederi; het 
vertreck van den heere Vlack hebben wy van alle hostile proceduyren 
gedesisteert; maer de stoockingen en aenhitsingen van de misgunders 
onses welstants, hebben 't vervolch van den oorloge dapper gevoegt 
Interim in September ende October begon hier somtyts een cleyn 
vliegertjen ofte vaertuych van Bantam met groente te comen, die 
alle liberteyt hebben laeten genieten, sulcx dat onse gemeente ver- 
moededen den vreede volgen soude, maer den opgehitsten wraeck- 
gierigen ende bloetdorstigen Javaensen geest heeft ons getracht 
daerdoor in slaep te wiegen ende op het begin onser gemstheyt 
hebben den 10^ November met twee haerer Tingans twee van de 
onse, die tot verseeckeringe onser visscheren ende houthaelders dage- 
lyckx uytvoeren, gemant synde ider met seven musquetiers, een 
cleene yseren ba^en ende ses matrosen, schielycken overvallen, 
naeckende de selve onder een vreedevaen ende werpende inde eene 
in't abordeeren een vierpot, ende daerop de piecken vellende, soo 



Digitized by 



Google 



215 

ajü d'onse alle op een syde gevallen, haer Tingan in de gront ge- 
bracht ende soo voort over boort gesprongen, daerop de Bantammers 
met haere spietsen aen 't moorden trocken. Ons andere Tingan in 
plaets van syn macker te helpen, is sonder schoot te schieten door- 
gegaen, latende als schelmen haere companjons voor haere oogen 
(nnbrengen, daerover deselve in apprehentie lieten nemen, om by 
exemplaire straffe soodanige disconragie wech te neemen Maertwee 
dagen daemaer, te weeten den 12^ passato (November) is het 
noch slordiger nytgevallen, want nytgesonden hebbende, ten eynde 
als vooren, vier welgemande gelycke Tingans onder commande van 
den vendrich Oabriel Patry, die mede sonden soecken naer de ver- 
moorde menschen ende verdroncken Tingan, soo syn se overvallen 
by het eylandeken gelegen voor de kreecke van Ontongh Java's 

revier, van 19 Bantamse praenwen, enz. 

Soodat in dit droevigh ende ellendich ongeval twee en vyftich 
menschen j daeronder seven gevangen, verlooren hebben, met soo 
groote schande door cleynmoet des vaendrichs ende voordere dis- 
conragie, als ons noch .oyt over is gecomen. Het sal ons naer desen 
aen revengie niet manqneren , maer voor dees tyt can 't niet geschieden. 



Met den Mattaram blyven wy noch al in voorgaende termen. Het 
blyckt dat hy van syn aengenomen impressien van der Portngysen 
assistentie, die hem groote hnlpe hebben belooft om Batavia te ver- 
meesteren noch niet can afstaen, t'is seecker dat den viserey van 
Goa hem twee jaeren achter een, neffens een statige ambassade 
merckelycke vereeringe heeft toegesonden, denckende ons daerdoor 
sooveel werckx te geven, dat wy hem ende den synen te minder 
mochten besoecken, maer aen de effecten snllen sy het contrary 
gevoelen, want des Mattarams oorloge gedyt geheelycken tot Batavia's 
verseeckeringe , alsoo nn binnen onse mnyren ende heyningen de 
gronden met graven beginnen te hoogen, te bewoonen ende te be. 
planten, meer als oyt voor desen, want de voorleden vreede het 
volck op de bnyten hooge gronden te seer aenlockte ; door den oorloge 
contribueren de Chineesen des te gewilliger ende te ongevoelycker 
tot de fortificatien, de binnengronden worden in meerder extime 
gebonden ende nyt de waerde ende vercoop van veelederselver, die 



Digitized by 



Google 



216 

noch niet weohgegeven syn ende nu nyt moerasch allepskens op* 
maecken door het graven van grachten, waerdoor beqnaem werden 
tot thnynen en wooningen, verhoopende de resterende mede hooch 
te maecken, ende daer voor ons aencomste Tygers, Caijmans ende 
Legnanen plegen te houden, dat daer thnynen, hoven ende bogaerden 
comen snllen, doch allenskens ende niet te haestich, de beginselen 
syn treffeiycken ende soo ons vyff ofte ses Chinese joncken toecomen, 
800 ons van Tayonan wort aengeschreven , soo sal 't noch mercke- 
lycken beteren, waerop in tyts by noorden Banca sullen moeten laeten 
cruyssen , opdat se door de Bantammers ende haere vmnden niet aen- 
gehaelt en werden, daervan wy geruchten hooren, dat se daerop 
meenen te passen. T'is seecker dat den Mattaram wys gemaect is, 
600 hy syn landt eenige jaren voor ons gesloten hielt en dat ons 
geen rys toevoeren liet, dat wy dan Java souden moeten verlaten. 
Hy heeft selve nu by de ses jaren gecontinueert en alsoo nu het 
contrary begint wys te worden, soo schynt dat den toevoer als door 

de vingeren siende toegelaten wert 

Naer den ontvangh van DEd. jongste ordre, daer by ÜE. gebieden, 
dat wy toonen sullen, de minste te willen wesen, hebben verschey- 
den maelen gedelibereert om eenige beseyndinge aen gem. Mattaram 
te doen en eyndelyck geresolveert den 17^ October, om de Heere 
Jan van Brouckum met het schip Prins Willem naer Tegal te seynden , 
met een statige schenckagie , waerdich naer ons incoop, tweehondert 
en 't sestich realen, eene beleefde missive en daer nevens noch eene 
aen den Tegalsen Tommogon met een matige vereeringe, doch met 
ordre niet aen lant te gaen, ten aensien van de perfidieusheyt ge- 

pleecht A*". 1632, door den Laxamana van Japara 

Insonderheyt hadden wy belast dat gem. Heere Brouckem in dis- 
coursen sonde verhaeleh, dat wy den Mattaram houden voor den 
rechten keyser van gansch Java en dat wy wel genegen syn, om 
aen Syne Majt. jaerlicx eenige cortesye de doen, voor dat wy op 
syn lant onse residentie genomen hebben, presenteerden oock met 
alle beleeftheit onse gevangenen te randsoeneren ende souden een 
vrygeleyde voor degeene , die den gem. Tommagon herwaerts soude 
willen seynden tot naerdere communicatie. Wy meenen seeckerl. 
datter eerlange yemant comen sal, wanneer wy van onser syde con- 
tribueren sullen, alles wat tot vreede sal connen gedyen en eenichsints 



Digitized by 



Google 



217 

met reedenen Bal connen worden becleet, soo UE. te gyner tyt sal 
worden geadviseert, doch der Javanen lancksaemheyt ia extreem 
groot en met te veel aen te porren sonden het werck verderven, 
het nytwachten en ons in posture te stellen dat syn toevoer missen 
mogen en dat te doen hlycken aen de synen als die hier comen, 
honden wy voor 't geraetsaemste ende seeckerste als den tyt sal 
openbaren. 

Wel ten rechten mogen ÜEd. seggen dat de Gomp. met het coste- 
lyke Batavia swaerlyck beset is, het begrypen derselver plaetse is 
niet met behoorlycke omsichticheyt geschiet, want ons vergrootingen 
alhier den Mattaram en Bantam te onverdraechlyker valt, dit was 
het insicht daer op de heeren 17"^ tot Zeelant in angusto 1617 op 
't voorstel van UE. confrater Hendrick Brouwer resolveerden den 
Suydoosthoeck van Banca tot de rendexvous te recommandeeren, dat 
daemaer by andere heeren gerejecteert wiert. Alle die in Indien 
syn, houden 't nu als men 't voorstelt voor de allergewenschte gele- 
gentheyt, die men sonde connen daertoe hebben. Daer is schoone 
reede, versch water, hooch ende leech lant, overal is goede ancker- 
gront, op 't eylant is niet een machtich heer, maer daerop woonen 
verscheyden cleene Coninxkens ; geen vyant sonde, ons daer hebben 
connen bycomen als te waeter, dat hun wel ongelegen sonde wesen, 
alsoo ons beste macht ter zee bestaet, meenichte van dorpen sonde 
men in 't lant hebben connen stellen, want het ons aen toeloop niet 
en sonde hebben gemancqneert. Tot de aencomste van Chinees 
vaertaijgh isset sonderlinge wel gelegen, het acces daertoe, soo wel 
in 't oosten als westelycke monsson is door de Straet van Snnda 
voor de aencomende vaderlantsche schepen soowel gelegen om spoe- 
dich beseylt te werden, als sel& Batavia is, de vlackte is daer 
minder en men can met groote schepen naerder als hier aen de 
wal comen, het aertryck is fertyl, ende daer syn verscheyde be- 
qnaeme plaetsen dicht by den anderen gelegen, de gronden hebben 
8oet waeter dicht aen zee, dat alhier contrary is, doordien onse 
vlackten met het slip der nytwaeterende rivieren nytter zee aenge- 
groeyt syn, waerdoor de gront hoe dieper hoe bracker is, sulckx 
dat in 't casteel ons gegraven vijff pntten , daervan eenen wel twin- 
tich voet diep is, alle brack syn. Verscheyde milioenen sonde het 
de Comp« geproffiteert hebben, dat men Banca voor Batavia hadde 



Digitized by 



Google 



318 

gecoren; maer 't is nn te spaede, want de plaetse is begreepen, 
hierom woelen wy gestadich, om door alle mogelycke ende be- 
denckelyck^ middelen ü£. Batavia oncostelyck te maecken enz. ^. 

Het voorstel dat üEd. doen om den burgeren de cleden te leve- 
ren in 't gros tot redelycken prys, opdat se die weder by cleene 
partyen ofte by stneken sonden mogen oversetten oflie vervoeren , 
bnyten (i. e. uitgezonderd) Moluco, Amboina en Banda, is haer 
menichmael aengebod^n, doch niemant can sich daer naer voegen , 
oock syn haer de Chinesen te sneedichy te myukhj te gauw ende 
te actyffj soodatt al ons Nederlanders moeten bekennen , dat se nevens 
deselve niet handelen connen^ die iets wat hebben connen haer niet 
voegen om te boeken voor een cleen^'en en die niets hebben stellen 
't aen 't tappen ofite dieigelycken. Niemant voecht sich tot aen- 
nemen van wercken, in graven ofte leveriuge van materialen als 
hout, calck ofte steen. Het syn al Chineesen, die solcx practiseeren 

1. De bliefiwhryTer gaat na OTor tot wQdloopige becfjferingeii, waarin hg nagaat 
hoeveel Batavia in de laatite jaren heeft gekost en tot de ilotsom komt, dat h^ er 
thans in geslaagd is om Batavia iets meer te doen opbrengen, dan het aan onkosten 
vordert. O. a. biykt uit die bec^feringen, dat in de drie jaren van de regering 
van den 6.-6. Specx, Batavia's ongelden bedroegen i 

van September A*. 1629^September 1630 fjL 1075788 : 7 : 2. 

en -r • • 1630— • 1631 1258822: 2: 4. 

ea 1631— » 1632 » 936293: — : 14. 

Somma over de drie jaren . . . gl. 3270903 : 10 : 4. 
Na het vertrek van den heer Speox , onder het bestunr van H. Brouwer, bedroegen 
de ongelden van Batavia: 

Van September 1632— September 1633 ± gL 793871 : — : — . 

daarentegen bedroegen de belastingen » 700443 : — : — . 

Zoodat dit jaar Batavia meer kostte dan opbragt . . . . gL 93428 : — : — . 
Doch van September 1633— September 1634 bedroegen Bata- 
via's ongelden etc gl. 637021:17: 4. 

maar de inkomsten en winsten op de negotie. . . . . db • 676115: 18: 5. 

Zoodat toen voor h^ eerst de boeken voor Batavia een avans 
aantoonden van C^ 39094 : 1 : 1. 

In dese laatste berekening nam 66. Brouwer echter niet alleen de belastingen; 
maar ook de winsten in de negotie behaald, onder de inkomsten op, dat geen zuivere 
rekening was ; want de winsten van de negotie te Batavia behoorden niet op de boeken 
van Batavia alleen; maar beter op de generale boeken gesteld te worden. 

In verband tot deze becijfering gaat Brouwer in z\jn brief vervolgens over tot 
beschonwingen over de zoogenaamde vr^burgers en de Chinesen, als leden der kolonie 
te Batavia. 



Digitized by 



Google 



219 

ende het is waerachtig, dat wy sonder die, Batavia's verseeckeringe 
ende jegenwoordige gestalte niet en sonden connen hebben uyt- 
wercken in meenichte van jaeren, maer door deselve raecken wy 
ons werck allenskens te boven ende dat snccessivelyck en met extra- 
ordinary verminderinghe van oosten, soo in ons voorgaende is aen- 
gewesen ende bovendien contribneeren se maendelyckx tot Batavia's 
lasten hooft voor hooft, anderhalve reael van achten, dat doorgaens 
over de twee dnysent realen van achten ter maent bedraecht. Voor 
• hare gepermitteerde dobbelplaetse, daer se in vryheyt by ons ge- 
meynteneert werden, betaelen se maendelyckx 673 realen van achten 
ende hoe wy meer Chineesen becomen, hoe dit incomen meerder 
angmenteeren saL 

Hiertegen contribneeren ons Neerlantse bnrgeren niet altoos, alleen 
hebben met groote traecheyt in alles soo voor haer persoenen, als 
middelen, hnys ende erven desen jaere opgebracht, twaelff hondert 
realen tot het slnyten deaes stats aen de westsyde met een reste- 
rende graft te graven, een plancke schnttinge te omsingelen, mits- 
gaders tot de twee dycken van craelsteen, daermede de rivier tot 
schnyringe gedwongen is, op de lanckte van over de 450 vademen 
over de vlackte in zee, waertoe noch dagelyckx met de oude sche- 
pen steen aenbrengen, om hetselve werck bestendiger te maecken, 
verhopende dat ons de aenstaende stroomen door den regen te comen, 
gewenschte diepten toebrengen snllen. 

Wy vernemen oock snccessivelyck meer ende meer waerachtich te 
syn, tgeene UE. ons voorsaeten hebben aengeschreven, dat veele 
deser burgeren het soo lieff van de Comp. sonden neemen als van 
hare vyanden, soo 't maer in haer vermogen waere, dagelyckx 
comen ons voor, prenven van heleryen en practiseringen van onbe- 
hoorlycke baetsoeckentheyden, soo nyt de sententien des raets van 
jnstitie gesien can werden, ende blyven wy met UE. van opinie, 
dat het planten van Neerlantse colonien in Indien niets vruchtbaers 
sal voortbrengen^ den aengeboren Nederlantschen vryen aert can soo 
strickten exclt^sie van handelingen ende gelimiteerde bepalingen niet 
verdragen^ als des octroys prerogativen de Comp. geven ^ waerdoor het 
lorrendrayen noch al vry wat in swangh gaety tot voordeel der fis- 
caelen als daer wel op letten, hei en sal ons nimmermeer verveelen 
daertegen te laeteu waecken volgens artyckelbrieff, placcaeten ende 



Digitized by 



Google 



220 

UK andere saccessiye ordren; doch hiertoe behooren wy van UB. g^- 
animeert en niet gediscouragieert te werden, soo 't schynt dat UEd. 
gelieven te doen met te seggen , hoe UE. ayttermate vreemt vinden , 
dat de alhier gecomen vryeluyden, geresideert hebbende op Choro- 
mandel en door UwEd. last van daer ontboden, door ons beswaert 
sonden syn met dobbelen thol. enz. 



XXXn. De Gonvemenr-Generaal Hendrik Bronwer en 
Rade van Indie aan de Bewindhebbers der 
Ctener. Oost-Ind. Comp. (Heeren XVII). 

Batavia, 4 Jannary 1636. 

Onse jongste hebben wy aan UEd. ses dnbbeld geschreven den 

27«» december 1634 't zeedert hebben wy naer 

ons nyterste vermogen getraght om te bewysen, tgeene wy UEd. 
by onse gemelte jongste hebben aengeschreven , hetwelcke is, dat 
wy tot de vermeerderinghe der bevorderinghe van des Comp» beslen 
dienst egeene assistentie altoos hadden verlooren aen de van hier 
vertrocken persoonen, die onse medehelpers en raden syn geweest, ' 
maer syn , den Almaghtigen hebbe loff , door den genaedigen ende 
overvioedigen segen, die over onsen gestaedigen ende onverdiietigen 
arbeyt heeft gelieven te verleenen, gecomen tot een groot gedeelte 
van 't wit onses voornemens, dat is, om UEd. toe' te seynden, 
cleene brieven y goede tydingeti ende groote retouren 

Den 14^'^ Jnny passato arriveerde hier, Qodloff, het schip Amster- 
dam, dat geweest is het eerste Neederlandse van desen jaere. Te 
dier tyde was de Oenerael bevangen met een swaere ende vehe- 

mente sieckte met gemelte Amsterdam is 

ons geworden nevens andere papieren, de origineele generaele mis- 
sive der Heeren Seventhienen aen generael en raden van India van 
dato 3 Sept 1634, midtsgaders de particuliere Missyve derselver 



1. IMt it yermoedel^k eene niet b^xonder wdwillende zinspeliiig op J. Specx ca 
Ph. Lucuz, die naar Nederland waren vertrokken en met Bronwer weinig o?ereeo- 
ttemming hadden gehad, lo September 1635 was Fh. Lacasz eehter weder in Indie 
teraggekoerd, hetgeen zeer aan de Uooge regering miahaagde. 



Digitized by 



Google 



221 

Heeren aen den Oenentel in 't bysonder, die Syn E. ons pnblycke* 
lycken heeft yoorgelesen ende daernae den 21 Sept met den E. 
Philips Lncaesen, die van 21 April. In de lectnren ende meditatien 
van gemelte generale missyven hebben wy claerL connen aenmercken 
dat aen UE. veele vreemde ende verkeerde rapporten syn gédaen, 
in haety smaet, wangonste ende verachtinge van de Nederlands 
Indische regieringe der voorleden jaeren drie ende vier en dertigh 
ende dat ÜE. facyl syn geweest in 't aen ende opnemen derselver; 
dogh gelyck UE. doorgaens van de continuatie der Indische regie- 
ringhe twee saysoenen oncondigh blyven, soo snllen DEd, de effec- 
ten ende advysen van de nyt Indie vertrocken vloote in dec. 1634 
ende jegenwoordighe daer aenwyaen, hoe qnaelycken (JE. hun heb- 
ben laten informeren. 

Oock mede dat, hoe den Nederlandsen wangonst, over de jongst- 
gepasBeerde driejaerige Indise regieringe grooter is geweest, hoe 
den Almachtigen UEd. onder het gemelte bestier overvloediger heeft 
gelieven nyt lentere genade te segenen. 

Want daer men te vooren in lasten heeft versmoort geseten . . 
800 datter in december a^ 1632 maer overschooten van winsten ende 
conqnesten boven de ongelden , 't sedert den jaere 1613, dat de 
generaele rekeningen syn geformeert geworden, dat syn in negentien 
jaeren, maer drie tonnen gonts, soo heeft men in dese drie jaeren 
van 33, 34 ende (16)35 snyver boven alle oncosten, meest door 
coophandel geavanceert 3275000 guldens; item daer men alleen in 
Batavia in de jaeren (16)30, 31 ende 32 heeft gesupporteert 32 ton- 
nen gouts aen ongelden, is hetselve in dees jongste drie jaeren op 
20 tonnen gouts gebraght, dat 12 tonnen gouts verscheelt, niette- 
genstaende in dees jongste drie jaeren bynae sooveele wercken syn 
gemaeckt als in de drie naest voorgaende, immers noodiger, dienstiger 
ende permanenter soo de daet ende bewysen doceren. 

Het blyckt oock mede datter noyt, soo lange de Nederlanderen 
in Oost-Indien hebben getraffiqueert, soo groote retouren drie jaeren 
achter malcanderen naer 't vaderlant syn gesonden als in dese 
drie jongste ende datter oock noyt in drie aghtereenvolgende jaeren 
deender capitael ende cargasoenen uyt het vaterlant herwaerts aen 
qm gestiert, naer rato de a%escheepte retouren van hier derwaerts 
als in deselve, blyvende nogh eghter Indie naer eysch van saecken 



Digitized by 



Google 



222 

soowel van capitael voorsien, als oyt voor desen ende met hoope 
om saccesdve ÜE. nogh grooter retoaren van hier af te connen 
seynden, met een eysch om van UEd. te becomen 10 ofte 12 tonnen 
gouts minder aen contant ende coopmanschappen als aen TFEd. jaer- 
lycx aen retoaren van hier verhopen toe te senden, waerdoor onses 
oordeels den generael Henrick Brouwer yegenwoordigh van hier 
vertreckt , overlaeden met eere door den Segen des AUerhooghsten 
enz 

Wy bemercken nyt UE. generale brieven claerlyck, dat dns groote 
tydingen ende effecten, midtgaders de vaste hoope van nogh voor- 
derlycke gevolgen üEd. seer onverwaght toecomen sollen, alsoo 
't schynt UE. door vreemde; dogh by ÜE. aengenomen rapporten, 
van spoedigh groot progres in des Comp* saecken geen goede opinie 
conden crygen, door ons veel overhoop haelen soo ÜE. dat noemen ^ 
losse aengevangen oorlogen met Bantam, ende Macassar en dugfa- 
tinge van daemyt te resnlteeren moeyten, maer dat snlcx syn ge- 
weest vreese voor schaduwen, practycken van actionisten, effecten 
van wangnnstigen , vmghten van nydigen ende blycken van UEd. 
ongenegentheyt, syn nn de wercken overvloedigh getnyghende; want 
wat last heeft toch de Comp. aengebraght in dees jongste drie jaren, 
de Bantamse, Maccassaerse ende Mattaramse oorloge, dewyle die 
van onser syde maer gevoedet werden, met maghten, die bnyten 

die exercitie ledigh souden wesen, enz 

comende dan weder ter materie, enz 

Gemelte E. Putmans is sonderlinge genegen om tot verseeckeringe 
van des Comp. staet eene Nederlantsche colonie (op Tayouan) te 

hebben ; dit heeft wel een middelmatigen 

schyn ; maer als des Comps. staet en de gelegentheyt wel considereert , 
die uyt de nutheyt des coophandels^ door de craghte des octroys moeten 
treckeuj middelen om te prevaleren tegens den maghtigsten Coninck 
van gansch Europa y tegens de contramine van geveynsde vrunden^ 
tegens de jalousye van Indiaense vianden ende boven allen tselve^ 
eenige redelicke winsten voor desen tot soulaes fiaerer participanten; 
item de natuyrlyke aengeboren woeligen aert ende genegentheyt van 
onse vry e Nederlanderen y de vrye commercie onses staets^ de loffelycke{?) 
vaderlantsche genegentheyden om juyst alle tnisusen niet ten hoogsten 
te bestraffen ende menigvuldige andere consideratien meer^ daeraffons 



Digitized by 



Google 



Batavische colonie veele dnghtingen certificeren enz., waervan wel 
is het alder considerabelste , dat hun het meeste deel der Nederlan- 
deren niet en connen resolveren in Indien neder te setten om daer 
hun leven te eyndigen, hoe wel het haer oock m(^hte gaen, hetsy 
dan door inductie haerer Neerlandse vrouwen, de ymaginatien van 
hun vorderingen, om in UEd. dienst tot hooge qoaliteyten tecomen, 
alsoo yder op een ander ende syn meerder siet, hebhende van sigh- 
selven een groot gevoelen, ende denckende dat hy 't beter sonde 
claeren, als eenige door UEd. gunste gefavoriseert, soodat de vernuft- 
hebbenden aspireren om spoedigh wat veel te conquesteeren en dan 
naer't vaderlant te keeren, hetsy om hun daer te emeren by de 
spyse haerer opvoedinge, ofte om met voorderiycke conditie herwaerts 
te retourneren. De min geestige emeren haer met lorrendrayerye 
ende aenhitsinge van UEd. dienaren tot particulariteiten, ende de 
du&innigen tappen met soo slordige neringe, dat onse dagelyckse 
vememinge hertgrondiglyck bedroeft, alsoo se niet alleen in haer 
selven den Nederlantschen luyster verliesen, maer veroorsaecken soo 
vele ongeregeltheyt in de nieuwe aencomeUnghen, dattet ons door- 
gaens verdrietigh maeckt, te meer wy uyt het vaderland veele 
tughtelingen; maer seer weynigh tughtvaeders becomende syn. Dese 
bedroefde exempelen van onse Batavise colonie onder de oogen van 
UEd. hoogste regieringe in Indien doen ons defideren van eenigh 
considerabel goet progres door deselve in des Comps. Indise stant te 

becomen, enz 

Den vreede met den Mattaram daemaer UEd. met verlangen ver- 
waghten, can by ons niet gevoordert worden, dan door vigoureusen 
oorloge, als UEd. nevens het oordeel van vreemde rapporteurs ge- 
liefde te considereren de redenen, die den Mattaram in den oorloge 
yegens ons voeden ende by ons verscheyden maelen aen UEd. syn 
geschreven, dat is om te comen tot de Javaense Monarchie met 
Bantams conqueste ende dan plus ultra te traghten, waertoe Span- 
jaerden, Portugysen, Engelsen en Deenen hem aenhitsen, d'eeneuyt 
viantschap en d'ander uyt nyd, UEd. souden beter genoegen aen 
ons regieringe hebben ende niet beweeght werden, om ons van te 
veel over hoop haelens te beschuldigen ende insonderheyt om mis 
geen lossinnigheyt te imputeeren, dat termen syn, die wy van UEd. 
niet verwaght en hadden; echter soo vooren nogh eens is geseght 



Digitized by 



Google 



324 

wy sullen naer vreede traghten, voor sooveel eenigfasins tot des 
Comps. dienst, minste cleenaghtinge ende meeste verseeckeringhe 
sal connen verstaen worden te behooren ende vooral in consideratie 
honden dat, hoe Cathago aen Rome meerder inmymde, hoe haeren 
staet meerder is verswackt geworden 

Batavia, dat sigh tot een fiatavise gedaente begint te voegen ende 
te schicken , groeyende ende bloeyende als de lelie onder de doornen 
en toenemende in spyt van haet ende nyd haerer grimmende ge- 
bnyren, begint bemint ende gevreest te werden van de bygelegen 
princen, alleen connen door't contramineren van openbare vianden 
ende geveynsde vmnden, de Mataram nogh Bantam haer vermeer- 
deringe niet wel verdragen 

De goede successen willen nogh niet volgen in de negotie van 
onse Batavise Neerlandse borgerye , soodat hunnen handel meer de- 
clineert, als toeneemt 

De autorisatie, die UE. verleenen, om tot extentie des handels 
van gemelte vrye luyden wat te mogen dispenseren van de placcaeten 
ten regarde van plaetsen, daer de Comp. geen negotie is doende , 
sullen wy menageerende gebruycken, als de maets maer gesint syn 
om wat by der hant te nemen. Maer gelyck wy niet laeten te be- 
soecken alle plaetsen, daer men expectatie hebbe van merckelyck 
voordeel te doen, soo connen oock gemelte burgeren, ten aensien 
haere toerustinge costelyck vallen, niet bestaen, tensy datse ten 
minste cent per cent avanceren mogen, als d'ervarentheyt leert, alsoo 
aen al hun volck meer loon en cost moeten geven, dan de Comp. 
doet, ende de hoofden sonder wyn ende andere provisien nietvaereik 
en connen , waerdoor de Chynesen, die suynigh syn, haer verre ver- ' 
cloecken. Jegenwoordigh emeren haer veele met hun geit aen de 
Chynesen op bodemerye te geven , naer de westcust , Bima , Sumbawa , 
Lumbeck, Java, Cambodja ende Quinam, die tusschen de 30 ende 
50 per cents beloven, ende alsoo apparrent is, dat dese vaerten toe^ 
nemen sullen, sal dit middel de capitael hebbende persoenen rede^ 
lycke winsten toebrengen « 

Het misnoegen dat ÜE. Hemen, over verscheyden alhier gewesen 
vonnissen, heeft ons ende de raeden van justitie sonderlinge seer 
bedroeft, die nevens ons wenschen, dat de particularisatie derselver 
ende de gecommitteerde erreuren wat aengewesen waren, om in't 



Digitized by 



Google 



225 

toecomende daerop aendaghtiger te letten. Alsoo de generale tennen, 
van losse onregfatmatige ende nnlle procedoren, item van onbillycke 
ende onwettige sententien hard vallen voor die nog rechteren snllen 
moeten blyven. De Instmctie die UE. al sl\ 1632 hebben belooft te 
seynden voor gemelten raed van justitie , is nogh niet gecomen, oock 
mede niet de regtsgeleerde, die in denselven het presidentsampt 
sonde bedeeden 

Volgens UE. ordre is den E. Antonio van Diemen den eersten 
deses, in't generaele Gonvemement met alle goede ordre ende de be- 

hoorlycke solempniteyten geinvesteert Daegs daeraen 

hebben wy, naer de Batavise wyse, gehouden een vast- ende bededagh, 
om den Heere te daneken voor alle syne menichvnldige weldaden , 
aen ons bewesen, als om te bidden, dat de alsnu vertreekende retonr- 
vlote met alle die daermede vaeren, behouden gelieven tegeleyden, 
ende heden vertreckt de Generael Brouwer van Batavia ter schepe , 
om in den naeme des Heeren op morgen de vaederlandse reyse aen 
te vangen. 

Hiermede, enz 



XXXin. De Gouvemeur-Oeneraal Antonio van Diemen 
en Rade van Indie aan de Bewindhebbers 
der Gen. O. I. Comp. (Heeren XVH.). 

Batavia, 28 Dec.^ 1636. 

Edele Emtfeste, enz 

Met de retourschepen Amsterdam, enz 

By UEd. Generaele schryven connen genoechsaem bespeuren 't 
misnoegen , dat in den Bantamsen oorloge syt hebbende ende dat in 
hoope blyft geseyden oorloge by vertreek off veranderinge van den 
Generael ooek in vreede sal syn verandert, wy bekennen gaeme, 
dat soodanige prejuditie in desen oorloge niet considereren eonnen, 
als UEd. door quade informatie, die schynen t'extimeren ende ver- 
daren alsnoeh deselve voor Batavia en dienvolgende pr. eonsequens 
de Comp. voorder als sehadelycker te syn; met Batavia's opgangh 
volght Bantams ruyne, 't contrarie moet tot nadeel van Batavia's 
V. A5 

Digitized by VjOOQ IC 



926 

progres volgeiL Wien nn meest aen den vreede gelegen iSy geven 
desnlcke te bedencken, die in üEd. Indischen staet enraren syn en 
yan Bantams gelegentheyt kennisse hebben; dat particulieren, de 
horderen en siry wat dierder als ordinary voor desen oorloch be- 
taelen moeten, beho<Mrt tegen den generalen welstant in geen eon- 
aideratie te comen I 

UEd. snllen wjders gelieven te verstaen , hoe sich de saecken 't sedert 
d'H^ Gleaerael Brouwers vertreck tosschen ons en Bantam to^edragen 
hebben. Alsoo ons tydelyk in febroario en meert door verscheyde 
geqoalificeerde Ghineseni aengedient en genoechsaem verseeckert 
wierde dat die van Bantam tot vreede inclineerden, byaldien maer 
aen d'eere mochten blyven ende wy een persoon derwaerts wilden 
committeren, omme te versoecken dat de geresen misverstanden , 
mochten bygeleyt ende geassopieert worden. Allen 'tselve enU£^« 
ordre, die seyt, dat alle occasien tot vreede dienen waer te nemen, 
in deliberatie geleyt synde wiert goetgevonden, als per resolutie van 
19 Meert ps^. met Bommel naer Bantams rheede te committeren den 
ontfanger gener. Comelis van Maseyck (nu) zal', metten coopman 
Pieter Soury, en een ofte twee van onse voomaemste Ghinesen omme 
onder suffisante ostagiers entrance tot Bantam te versoecken, onse 
genegentheyt tot vreede den Goninck ende groeten aldaer aen te 
dienen, en ons van des Gonincx voorstel rapport te doen, omme alsoo 
in naerder onderhandelingh te mogen comen, 

Uyt 't rapport van den ontfanger Maseyck, den d^ April van 
Bantams rheede gekeert, verstonden dat de pangoran niet hadde 
connen resolveren, hem onder de versochte ostagiers entrance tot 
Bantam te verleenen, wilde (hy) aen lant coomen, hymochte, daer 
toe geen ordre hadde. 

De Ghinesen Limlacco ende Cousangh, van hier mede naer Bantam 
gevaren, wierden aen landt geroepen, met beyde de Goningen en 
den pangoran öabangh gesproocken hebbende, dienden Masseyck 
aen . ' • • • dat die van Bantam, soo met haer in vreede wilden 
comen, gepretendeert hadden: 

De vrye en onbecommerde vaert in de quartieren van Geram, 
Amboina ende Banda; 

dat wy alle natiën en vreemde trafiycquanten tot Bantam souden 
moeten gedoogen ende deselve niet verhinderen; 



Digitized by 



Google 



227 

ten derden ende ten laetsten versochten twee stncken groff canon 

in vergoedingh van twee in 't schieten op 't Bchip 

'8 Hartogenbosch gesprongen. 

By naerder commnnicatie tnsschen den Goninck ende de geseyde 
Cluneseny hadden die van Bantam van de twee eerste articnlen ge- 
desisteerty persisterende alleen, soo (wj) vreede begeerden tot de 
vergoedingh der twee geseyde geborsten stncken ••.*•••. 

'T gepasseerde in raede van India overwogen synde ende geeon- 
sidereert off ons sooveel aen Bantam's vnintschap gelegen was, dat 
in haer versoeck van de twee stncken geschnt behoorden te consen- 
teren ende den vreede met disrepect te coopen, mitsgaders de c<m- 
aeqnentie in 't regard van den Mattaram ende andere princen onse 
vyanden overwogen wesende, resolveerden, gelyck op 11 April in 
ons resolntieboeck gesien can worden, de begonnen onderhandelinge 
niet te verhaesten, maer vooreerst op Bjn beloop te laten, ommede 
Bantammers, die door ons eerste aenspraecke vry moedich waren 
geworden wederom wat neder te setten. 

Ondertnsschen heeft de Chinees Lacco de saecke levendich ge- 
hoaden, soo op 't ontbieden des Conincx over en weder gevaren en 
by wyle cleene vereeringe aen de groot^n (wier handen doorgaens 
fnpen staen) gedaen, men sprack niet meer van 't canon, alsoo den 
Coninck aengedient hadden, bniten kennisse van onse principaelen 
geen groff geschat vereeren noch vercopen mochten, de Generael 
hadde vooigenomen daerover aen UEd. te schryven. 

Eyndelyck heeft hy Coninck emstelycken versocht, doch t'cmtyde, 
een pas voor seecker syn vaertnygh omme in de qnartieren van 
Ceram verscheyden Bantammers , voor een k twee jaeren derwaerts 
gevaren, op te soecken, welck pas hem toegestaen, maer tot heden 
niet gevordert wesende, de saecke door onderhandelinge van Lacco 
soo verre gebracht is, dat de Coninck omtrent vyff maenden geleden 
a^i alle syne ondersaeten op ly&traffe heeft verboden, die van Ba- 
tavia soo te water als te lande niet te beschadigen, 't welck ge- 
observeert en aen onse syde mede naegecomen wert, snlcx dat alle 
hostUe procednyren t'sedert gecessert hebben, en alsoo in stilstant 
van wapenen gecomen syn ; off de finale vreede volgen sal leert den 
tyt 

Wy sien (dat) üEld. gantsch vreempt voorgecomen sjm, dat (wy) 

Digitized by VjOOQ IC 



nae veele harde termen ende ronde verclaringen in onse missiven 
snccessive den Sonsounan vmchieloos aengeschreven, op bope van 
beter succes denselven naderbant weder gesocbt hebben te flatteren, 
hem toeseggende jaerlycx een schenckagie te willen doen, voor dat 
syn lant besitten. 'T schynt dat UEd. geloven ende meenen, dat 
hier met Eoropise prinsen contracteren ende te doen hebben, dat 
geheel contrary is, ende dese luyden van een ander humeur, soo 
houden wy daermede UEd, reproches over dese saecke beantwoort, 
ende verseeckeren UE. des Compa. en haere Ho. Mo. preëminentien 
ende gerechtichedcn, nae uyterste vermogen by ons, sonder de minste 
infiractie te gedoogen, wel gemainteneert sullen worden. 'T is desen 
gepretendeerden Keyser van Java, die met ons niet accorderen sal, 
schoon hem wilden toegeven. Daerover de questie gemaeckt ende 
gedisputeert wert, dat is de plaetse, stadt ende casteel; maer meent 
(ook) dat hem Comps. volck en goederen mede competeert. 

'T is seecker dat hy gestadich practisèert op middelen om sich 
van Batavia 't sy by verraet off onder schyn van vruntschap meester 
te maecken nu (hy) geheel desespereert, omme dese plaetse, met 
gewelt 't incorporeren, voor d'een en d'ander inconvenient hope met 
goddelycke hulpe goede sorge te dragen. 

Desen jaere heeft lange vergadering ende beraedslaginge in de 
stadt Mattaram gehouden, alle de grooten syn byéén ontboden ge- 
worden, sel£9 de oude Coninck. van Cheribon, die hy seer feestelyck 
heeft doen inhaelen en tracteren. Wat daer besloten is blyft secreet; 
men seyt dat hem den naem van Rato gegeven is 

Die van Malacca hebben uyt den naem van den Vice-roy beseyn- 
dingh over Japara aen den Sonsounan gedaen ende is haeren ambas- 
sadeur Joris d'Acunha met sobere suyte van drie mesticos ende eenige 
swarten, den 10 April ten hove verschenen, slecht onthaelt ende 

niet voor den 26 Mey gedimitteert geworden ; 

deszelfis aenbrengen en versoeck was rys voor 16 galioenen, die uyt 
Mftnilh» en eene groote armade van Groa, die t'aenstaende jaer tot 
assistentie van den Sonsounan tegen Batavia stonden te comen; soo 
versocht (ook) Batavia voor de Portugysen te mogen possederen. . . 

Vyf gevangene Nederlanders, daer onder de stuerman Abraham 
Verhuist, syn uyt de stadt Mattaram gevlucht en in groot peryckel 
met een praeuw by zuyden Java tot aen de Clappus-eylanden ge- 



Digitized by 



Google 



229 

oomen, daer een Lamponse praeuw vonden, hun uytgevende voor 
Engelsen en Deenen , die hon schip verlooren hadden , belovende 100 R. 
byaldien hnn tot Bantam by d'Engelssen brachten, gelyck geschiet 
is 

In den Mattaram bleven noch 47 Nederlanders gevangen . • • 
desen jaere sedert Mey is onder den duym vry wat toevoer, soo van 
Japara, Jortan, Pacalongan en d'andere Mataramse zeehavenen tot 
Batavia geweest en zijn ons behalve groote partye swarte suyckeren, 
eenigen rys en andere snnysteringe over de 140 lasten Javaense 
boonen toegebracht, daer tegen veel Chinese waeren, cleeden ende 
principal groote qnantiteyt looden pitgens nytgevoert syn. 

Drie beseyndingen syn hier wegen den Sonsonnan desen jaere over 
Tegal gedaen door den ouden Warga A*. 1629 onsen gevanghen, 
nn genaempt Sarapada 

Gednyrende dese onderhandelinghe hebben echter de boschloopers 
geeontinneert hon bywylen omtrent Batavia te vertoonen, maer syn 
na ettelycke maelen soo te water als te lande snlcx onthaelt, dat 
hnn de coop niet bedancken ende weynich meer gesien worden. 

De besettingh van Malacca verhoopen den Mattaram tot reden sal 
brengen, met een navale macht van ses cleene jachten ende minder 
vaertuygh, syn de javaense stranden dapper te trqnbleren; doch wy 
vertrouwen den oorloghe soo van den Mattaram als Bantam op 't 
hoochst syn geweest en hun selver (sonder conditie) tot vreede voegen 
sullen, daeraen de Comp. en d'ingezetenen alhier, vry veel gelegen 
is , voomamelyck d'openingh ende commertie uyt des Mattarams lant. 

Desen jaere, enz 



XXXIV. De Gouvemeur-Generael Antonio van Diemen 
en Rade van Indie, aan de Bewindhebbers 
der Gener. O. I. Comp. (Heeren XVH). 

Batavia, 9 Dec.»»« 1637. 

Onse jongste brieven aen UEd. syn geweest a'. passato, den 
28*« december 

Een treffelyck ende ryck retour, monterende incoops /" 2672410 : 10 : 10 
quam in geroerde vlote aen UEd 



Digitized by 



Google 



230 

Seven joncken groot van 200 tot 300 lasten syn verleden wester 
monsson^ 't sedert den 1» febr. tot 27 April daeraenvolgende nyt 
China op onse Batitvise reede salvo verscheenen, gelaeden met coop- 

manschappen voor dese qoartieren dienstich 

ende syn ter behoorlycker tyt wel vergenoecht, benevens vele en 
diverse coopmanschappen hnn in retour dienstich, met mym 600 lasten 
off 12000 picols peper nae China gekeert, enz 

By de Comp. syn gesnbsidieert met niet meer als 844 picols 

het overige synde 11156 picols is hier door vreemde 

n^gotianten aengebracht 

Dese communicatie des handels veroorsaeckt groot leven ende wel- 
varen in Batavia, soo ten beste van de Comp. als d'inwoonders 
alhier. De generale incompsten deses ryckx hebben dit jaer 1637, 
40000 guldens meer als anno 36 gerendeert De gelden syn schaers 
geweest, de burger heeft syne penningen connen uytsetten tegens 
2|-, 3 ende 4o/q ter maendt, op goede hipotheque. Civil syn de 
Chlnesen getracteert enz 

Conforme onse resolutie dato 17 nov.^ 1636 

is de Gouverneur Oenerael tot redres van de Amboinese troeblen 
den 30^ december daaraanvolgende van de Batavise reede nae Ceram 

vertrocken, 

Bantam 

By behouden overcompste van den heere Putmans ende syne vloote, 
sullen UEd. genoechsaem hebben verstaen, dat een provisionele vrede 
met Bantam geaccordeert ende gevapgenen ter wedersyden gerelaxeert 
waeren, welcke vredemaeckinge nae des Sabanders wedercompste 
al mede by provisie, tot dat den Gouvem' Generael uyt Amboyna 
soude wesen gekeert by réciproque brieven van den E. directeur 
generael ende den Bantamsen Coninck geconfirmeerd is geworden. 
De chinesen ende onse Inlantsche burgeren voeren vredich, haren 
handel op Bantam exerceerende ende wierden geen teeckenen van 
vyantlycke proceduren vernomen, eenelyck dat de Bantammers ende 
derselver visschers tot Batavia niet verschenen, als wel in den 
jaere 31, 32 ende 33 hadden gedaen. 

Den 13 Mey wiert by den Dbecteur Generael, ende den Raedt 
in Batavia goeigevonden beseyndingh na Bantam te doen, omme 



Digitized by 



Google 



231 

den Pangoran te kennen te geven; dewyle de vrede als voren ge- 
trofien was, dat genegen waeren een eoopman ende volcq tot ver- 
volch van onsen handel , ende beter correspondentie met syne Majt 
in Bantam te honden ende versochten dienvolgende , men wilde ons 
plaetse aenwysen beqnaem tot residentie, gelyck ÜEd. naerder gelie- 
ven te beoogen nyt de instructie ten fyne voors. aen den opper- 
coopman Jacob Compostel verleendt, die geregistrecrt staet in ons 
briefboecq op folio 333. De voors. Compostel den 18» dito daeraen- 
volgende gekeert synde, rapporteerde den Bantanmier de versochte 
residentie a%eslagen ende tot de compste van den Gonv^ Generael 
Qjtgestelt hadde, de redenen waeromme hebben doenmael niet wel 
c(mnen begrypen, maer den tyt heeft ons wyser gemaeckt, dat het 
is geweest omme partje geschut n3rt 't wrack van Prins Willem op 
te dnycken ende bedecktelyck tot Bantam te brengen. ^ . • . . 

de Gbnvemeur (Generael uyt Amboina gecomen synde ende verstaen 
hebbende den provisioneelen vrede met Bantam tot contentement van 
wedersyden wel geobserveert wierde ende dat den Coninck nae de 
confirmatie met een goede schenckage van den Oenerael bleef ver- 
langen, waren wy oock geresolveert ende wel genegen desen Coninck 
met ons schryven nevens een eerlycke schenckagie te begroeten. 
Evenwel op goede ende bondige redenen wiert in raede van Indien 
dienstich geoordeelt met geseyde schryven te temporiseren ende niet 
te precipitant te wesen om onse saecken daerdoor te verachteren, 
gelyck dan d'eerste aenspraecke by dese natie gantsch schadelyck 
ende te veel tot hun voordeel getrocken wort, sulcx ons de ervaringe 
maer al te wel geleert heeft. T' is ondertusschen geschiet, dat in 
angusto laest een tingan met ttraelf Javanen van Bantam tsy met 
off buyten kennisse van de grooten aldaer gantsch schelmachtich 
onder schyn van vrede en vruntschap afgeloopen hebben, het jacht 
Cleen-Hoom, toebehoorende onsen burger Marten Janssen Visscher, 
alias Vogel, liggende in een van de Jacatrase eylanden, omme synen 
houtlast in te nemen, massacrerende vyff Nederlanders ende een 
slaeff 



1. Het 8chip Prifu Willem , een r\ik geladen retonrschip, wai bfj den aanvang yan 
de terogreize naar 't moederland in JanuarQ » in atraat Sunda yerongelokt 



Digitized by 



Google 



Soo haest ons dese enorme moort kennelyck wiert^ resolveerden 
wy onse voorgenomen beseyndingh te schorten en syn een gemymen 
tyt suspens gebleven , wat ten besten welstandt van de Gomp« in 
dese gelegentheyt behoorden by der hant te nemen, 't sy dat parate 
revenge namen (gèlyck wel hebben connen doen) off dat alvooren 
recht ende justitie over dese soo execrable ongehoorde moorderye 
ende diefstal by die van Bantam souden versoecken 

(Nadat er door QQ. en R. met den Koninck van Bantam, die in 
den brief, Kiey Intol Wansa Diepa, genoemd wordt, onderhandeld 
was, bleef deze zaak hangende en dien ten gevolge de ratificatie 
van den gesloten vrede vertraagd.) . 

'T sedert hebben niet naders vernomen ende comen hier dagelycx 
vliegers ende Tingans van Tanehera, Pontangh, Bantam ende oock 
Lampon, met hoenders, fimyten, Siry ende Pinangh meer als oyt voor 
desen, wat van de saecke vallen sal, leert den tyt. 'T is apparent 
byaldien ons geen recht ende vergoedingh van schade doen, dat een 
deel Javanen by den cop sullen vatten, omme daervan twaelf op te 
hangen 

Die van Bantam syn nu wel 7 of 8 maenden doende geweest, 
met de stadt aen de landtsyde te verstercken ende met nieuwe muy- 
ragien te fortificeren, daertoe collecte doende; 't schijnt voor den 
Mattaram beducht syn, de grooten hebben traversen voor haere 
huyzen geleyt, dat geseyt wort tot defentie van ons canon te wesen, 
't schyndt voor een deel verdiende straffe beducht blyven, alle dit 
gewoel geeft den gemeenen man in Bantam weynich contentement, 

ten vooidert de peper plantagie oock niet waerentegen 

de suyckerteelle in de landen vau Bantam seer augmenteert ende 
toeneempt, sulci wy desen jare 3000 picols witte suycker (die naer 
Persia versonden is) van daer becomen ende alhier tot 7^ reael 
't picol betaelt hebben, omme den toevoer te voorderen ende d'Ën- 

gelsen te hinderen 

hierentegen wercken geseyde onse vnmdea met lyff en ziele tot ver- 
hinderinge van den vrede tusschen ons ende Bantam 

In de maenden Meert ende April liepen de geruchten van des Mat- 
tarams aentocht nae Batavia en Bantam, soo stercq ende met schyn 
van waerheyt, dat d'heeren Raden alhier, haer tot defentie begon- 
den te stellen, de burgerye in de afgesneden stadt residerende, sloo- 



Digitized by 



Google 



233 

ten deselve op baer oosten met een houten pagger ofte heyningh 
Tan Grelderlant tot de rednyt HoUandt, op de cant van de Jacatrase 
riviere. Die van Bantam waren met vreese bevangen ^ ende begon- 
den als geseyt haer stadt te sluyten ende provisie van pady binnen 
te vergaderen, doch alle dese geruchten syn in roock verdwenen 
ende heeft den Mattaram nae de west niet getendeert; maer wel nae 
Balemboangh eenig volck gesonden, die plaetse afgeloopen ende soo 
geseyt wort, die van Bletre by accoordt onder syne gehoorsaemheyt 
gerednceert, welckers hoofden in de stadt Mattaram (gelyck ons 
Sarapada aensduyft) homage gedaen hebben ende weder te ver- 
trecken gedemitteert syn; 't is seecker desen man aspireert omme 
te wesen absoluut Coninck van Java, men verstaet mede dat den 
titel van Ratouw gerefuseert heeft ende die van Cheribon gelaat, 
als voren, den Bantammer (van Batavia geen vermaen doende) tot 
syn devotie by minne of onminne te condescenderen. 

Te water noch te lande syn desen jaere van des Mattarams volck 
niet gemolesteert geworden, sulcx dat het landt van Jacatra geheel 
veylich is gebleven ende door vyanden, Oodtloff, niet één mensch 
verloren. De toevoer als geseyt hebben, is vry opulent geweest en 
continueert als noch, niet alleen door Chineesen ende Maleyers, maer 
ook selfis van Javaenen 

Van Batavia, God sy danck, moeten seggen als per ons jongste 
schryven, dat alles in gewenschte termen is staende, 

Voorleden jaere is UEd. specificatie gegeven van de cocosboomen, 
binnen 't ressort van Batavia de Comp^ competeerende, dat syn over 
de 6000 in 't getal, die, vruchtdragende, tegenwoordigh in pacht 
gelden 36 realen per maendt ende aUsOO de pacht p"" januario 1638 
gaet expireren , inclineren eenige personen de boomen in 't generael 
cleen ende groot voor ses jaeren in pacht te nemen ende offereren 
daervoor te betaelen maentlyck de somma van hondert en twintich 
realen van 8<^ alle maenden precys geit, dat comt te wesen jaer- 
lyckx 3600 gids 

De suyckerriet plantagie by den Chinesen coopman Tan Congh 
aengevangen, als voor desen geschreven, succedeert seer wel ende 
neempt dagelycx toe, heeft syn meulens gestelt, vormen gereet ende 
verhoopt eerlangh witte poeyeren te leveren, t'en waere niet vreempt , 



Digitized by 



Google 



334 

hier binnea corto jaeren sooveel sayckeren «Is tot Bantam worden 
gewonnen. 'T sont maecken laet hy steecken, can^ ten aensien de 
daghhuyren hier costelyck vallen ^ tegen Java (i. e. oostelyk Java) 
niet bestaen^ off solcx na desen weder hervatten sal leert den tyt 

De Batavise ongelden 't sedert p% Sept^ 1636 tot nlf. Ang% 
1637 syn als volgt: 

aen oncosten, montcosten etc. over den gantsen 
ommeslach in Batavia f 123185 : 16 : 2 

aen soldye aen 't gamisoen, die van de com- 
mercie ende getrouwde op reeckening van verdiende 
gagie betaelt n 242999: 5:14 

aen fortificatie ten behoeve van 't casteel Bata- 
via, synde hierinne gereeckent, den rys ende clee- 
dingh van de kettinghslaven ende andere, die in 
deselve wercken worden gebmyckt n 440Q4 : 17 : 2 

aen oncosten van schepen, over timmeragie, 
victualiën etc en tgene aen 't varent volcq op haer 
maentgelden tot onderhout in geit ende deeden 
wort verstreckt n 403088 : 3 : 14 

Somma bedragen Batavia's ongelden 
A'. 1637, 't samen. .... gis. 813278: 3: — 

Hiertegen comt te goede, te weten: 

D'incompsten van 't coninckryck Jacatra by den 
Sabandar Sebalt Wonderaer gecoUecteert in con- 
tant f 303129 : 3 : 6 

In negotie geavanceert op ver- 
sch. coopmanschappen . . . . „ 481253 : 16 : 2 

Item in schenckagie meer ont- 
fiingen als uytgegeven. . . . „ 3434: O: 4 

gis. 793816 : 19 : 12 

Somma dat Batavia noch te cort comt f 19461 : 3 : 4 

Alsoo den verplichten tyt van den Oouvemeur Generael Anthonio 

van Diemen, t'aenstaende jaer a\ 1638 den 21 July gaet expireren 

en syn E. niet genegen is langer in India te continueren, werden 

UEd. gantsch emst-en-vrundelyck versocht (byaldien het voor den 



Digitized by 



Google 



235 

<mt&nck deser niet geachiet zy) op desseLb verloesiiigh ordre te 
stellen^ ten eynde tegen 1\ december a^ 1639 met goet fatsoen syn 
Gouverno aen de snlcke^ die UEd. goetvinden te committeren, gere- 
signeert hebbende , met de retonrschepen desselfs jaer 1639 nae 
't lieve vaderlandt by ü£. mach keeren, daeran Syne E. dienst en 
de TTontschi^ sal geschieden 



XXXV. De Gouvernenr-Greneraal Antonio van Diemen 
en Rade van Indie , aan de Bewindhebbers der 
Gen. O. I. Comp. (Heeren XVn.) 

Batavia, 22 December 1638. 

De retonrschepen enz< onder de vlagge van d'Ed. 

Artns Gysels onse medegegaene advysen syn geda- 
teerd 9 en 16 Dec. a\ p' 

In wat termen met Bantam a% passato verbleven, sy UEd doen- 
maels pr. onse brieven van den 9 en de 16^ December 1637 als 
3n Jannary deses jaers aengeschreven , 't sedert is Capiteyn Lacco, 
volgens onse resolntie met den Bantamsen Chinees Notchingh nae 
Bantam aen den Pangoran gecommitteert, den Bantammer bleeff tot 
vrede genegen, maer om straffe over de moorders ende voordere 
reparatie van schade aen onsen medeburger Martin Jansen Vogel te 

doen, wilde niet verstaen dese onderhandelingh wiert 

by brieven gevoedt ende eyntelyck de saecke ten principale tot des 
Generaels wederkeeren uytgestelt 

De Gouverneur Generael U3rt Amboyna gekeert synde is op den 
9a July pr. 't fregat Zeeburgh Capt Lacco andermael nae Bantam 
gelai^ert, omme by den Pangoran t'onderstaen wat genegentheyt 
tot vrede was hebbende , ende soo gecommitteerde van Batavia quamen 
te verschynen off deselve souden worden geadmitteert , daerop den 
17» dito antwoord bequamen „Condati Capteyn Moor", offle alsoo 't 
den Generael goetdunckt, edoch op dese flauwe rapporten ende andere 
inditien vonden niet geraden, onmie geen repousse te lyden besen- 
dingh te ondernemen maer resolveerden 



Digitized by 



Google 



236 

den oppercoopman Johannes van der Hagen ende Gi^iteyn Wolff 
aen den Bantamsen Coningh te committeren om onse geneegentheyt 
tot den vrede aen te dienen, dat voornemens stonden SyneMayt. met 
brieven ende presenten te begroeten, als maer versekert waren ge- 
admitteert soaden worden ende express qnamen om snlcx nyt des 
Pangorans monde te verstaen. Op 8 Aogosti syn derwaerts gevaren 
ende keerden den 12de daeraenvolgende, rapporterende dat de Coningh 
hadde geseyt: H was vrede! maer geen nederlander admitteren soudcj 
aleer mei missive van den Generael verschenen ; 't sedert hebben ons 
mede geheel stil ghonden 

'T is seecker dat Bantam tot vrede inclineert; maer vreest den 
Mattaram t'irriteeren, wanneer deselve pablyckelyck met ons beves- 
tight; de vaert tusschen Bantam ende Batavia van Chinesen ende 
andere onse inwoonderen is nn weder seer fireqnent, worden als voor 
desen geadmitteert , alle acten ende minen van hostile procednren, 
blyven geschort 

Het doen des Mattarams, wert hnn (i. e. de Bantammers) seer 
suspect, die seer jelours is, over den name van Snltan ende een 
vlagge, welcke de groeten paep van Mecca den Coningh van Bantam 
gediffereert heeft, 't schynt dat genegen sy dese eertytelen vanden 
Bantammer te eyschen. 

'T is oock seer bedenckelyck, (dat) die van Palimbangh nae 
Toulanbauangh ^ tenderen ende soo nae Lampon meenen af te sacken, 
't welck gesnstineert wert, expres door last des Mattarams te ge- 
schieden, omme Bantam van syn spyscamer gefrnsteert hebbende, 
te beter tot syn devotie te doen condescenderen. Wy sullen dese 
saecke ondertusschen soo wat aensien ende ons voorts na tytsgele- 
genheyt ende loop van saecken ten beste dienste van Comps. gtandt 
alhier reguleren. — Desen jaere syn hier van Bantam gebracht 1632 
picols poeyer suyckeren ende 55^ picols peper , die tot goeden pryse 
aen nemen, dat de Engelsen ende Deenen aldaer residerende gantsch 
niet gevalt, enz 

Met den Mattaram staen noch in d'oude termen, d'apparentien ver- 
thoonen haer meer tot vrede als oorloge ende wort groote hope ge- 



1. Todang Bawang , district op Samatra, in de LampoDgs, grenzende ten Noorden 
en Westen aan Palembang. 



Digitized by 



Google 



237 

geven, dat eerlange onse gevangenen, die den d<^ November passato 
noch 43 in 't getal waren, gelargeert souden worden, desen jaere is 
't volck van d'Oost weynich in de Batavise velden vernomen, soo 
hebben wy mede te water geen hostüiteyt bewesen. Eenelyck den 
Tommagon Seragulagol (anno 1628 veltoverste des Mattarams leger 
omtrent Batavia) in disgratie van den Sonchonnangh gevallen, synde 
gebannen nae Batavia omme sich doot te vechten, nevens omtrent 
dnysent man tot Bjn opsicht ende bewaeringh, met laste niet nae 
hnys mochten keeren voor alleer gemelten Tommagon omgecomen 
was. Twee ofte drie dagen nadat vernomen hadden, den vyandt 
in't landt was, syn eenige officieren ende burgeren te paerde 10 
k 12 sterk uytgereden, die op 't vlacke velt omtrent den Moortkuyl 
den vyandt bejegenden, welcke hun in 't bosch retireerden, behalve 
eenigen den wech afgesneden, daervan twee of drie dootgeschoten 

worden - . . . . Cort daeraen vernamen 

seeckerlyck dat Seragulagul gesneuvelt was uyt 

den Mattaram wort 't selve van onse gevangenen geconfirmeert, ende 
(de Javanen) retireerden daechs nae dese rencontre van daer gecomen 
waren, voerende 't doode lichaem met haer, tot by oosten de rivier 
van Crauwen, alsoo den Mattaram verboden hadde, \ lyck in 'tlant 
van Jacatra niet begraven soude. 'T quam seer wel desen man soo 
haest aen syn eynde raeckte ende moet nootsaeckelyck een schrick 
selfs by den Mattaram causeren. 

Den Tommagon Danopaya, Gouverneur van de stadt Mattaram, 
heeft syn ampt moeten quiteren, doch is in state gebleven ende met 
een redelycke macht aen d'oostzyde van Java geweest, brengende 
vandaer groot getal menschen ende schynt den Souchounangh menichte 
van volck omtrent sich versamelt, wat voor heeft leert den tyt 
Eenen Key Nebey Direndaka ^ bekleet Danopayas plaetse, daermede 

nu tot vervolch van vrede syn corresponderende 

Seripada ^ anders Warga van Tegal 

brenght ons een brief van Gouverneur Direndaka, de copie wert 

UEd. hiernevens gesonden in desen brief beginnen 

hare meeningh, soo vrede met den Mattaram begeeren aen te gaen 
eenigsints te verclaren, namentlyck dat: vyanden moesten wesen van 

1. Kiai Ngabehi Uirantoko. 

2. Sripada. 



Digitized by 



Google 



238 

des Hattarams vyanden ende hem tegen deselve assisteren , itemsoo 
die conditie voor ons ende onse nasaeten accorderen, sonden in corten 
alle de Nederlanders gelargeert worden. Maer Seripada doet op den 
inhoude des briefb dese nader nytleggingh, 'twelck is, dat wy den 
Sonchonnangh ende sy ons, souden gehouden wesen te assisteren, 
tegen de snlcke, die beyde onse vyanden syn, ende den Souchoonangh 
jegens onse yronden, ende wy in contrarie tegen des Sonchounangs 
geallieerde oorloge opnemende , ter wedersyden gehouden sullen wesen 
stil te Bitten, sonder de snlcke vrunden ofte geallieerden te mogen 
tegen den Mattaram ende hy tegens ons t'assisteren. Hieruyt sy 
licht te bemercken, het op Bantam gemunt heeft, edoch 't is een 
seer trouweloosen hoop ende staet ons op hare actiën in tyde van 
vrede off onderhandelingh met meerder sorchvuldicheyt te letten, 
als by openbaren oorloge, wy hopen met Gk>des hulpe ons geen 
voordeel afsien ende wyders by alle gelegentheyt bevoirderen sullen, 
den vrede ende de verlossingh van d'ellendige gevangenen. 

Desen jaere syn ons uyt des Mattarams lant toegevoert over de 
1800 lasten rys, ten principale van Japara gecomen, alles met kennisse 

van den Mattaram . 

De trafficque ende neeringe in Batavia accresseert meer ende meer, 
den toeloop van vreemde natiën ende correspondentie met d'Indise 
coningen sal UEd. ons verbael aenwysen. 

T'sedert primo January tot ultimo November deses jaers syn door 
Indiaense coopluyden hier aengebracht ende gevent , omtrent 680 lasten 
peper, te weten: 
Van de Sumatrase westcust ...... picols 7282.81 catty. 

Van Andrigiry „ 1618.46 „ 

Van Palimbangh ^ 1221.53 „ 

Van Jamby ^ 1263.43 „ 

Van Benjarmassingh . ... ^ ... . „ 1393.53 „ 

Van Maccassar ^ 615.76 „ 

Van d'Oost, Bantam, Succedana en Boelangh „ 160.14 „ 

Somma picols 13455.66 catty. 

Soo syn hier mede in geseyden tyt toegevoert uyt diversche quar- 
tieren, doch als voeren 't meerder gedeelte uyt des Mattarams lant, 
over de 2600 lasten rys 



Digitized by 



Google 



289 

Peper is by de drie hier verschenen joncken uytgevoert vyffdaysent 
picols, de rest mede by de Gomp. aengeslagen, tegen 10 realen 't 
picol; dat merckelycke posten syn ende onse cassa kael maeckt, te 
meer desen jaere veel javaense sorteringh cleeden te cort syn ge- 
comen ende den coopinan tot styvingh van onse contante , naewensch 
niet hebben connen gerieven, welck gebreck ontstaet door d'Inlantsche 
oorlogen op de custe van Coromandel, omtrent Paliacatte ende- verder 
om de snyt; dat oock de Batavise profiyten smaldeelt, ten aensien 
den tol des rys synde 5 7» afgeschaft hebben ende de incomende 
peper mede vry is, enz 

De bevoorderingh van de suyckerplantagie in de Batavise velden 
is üEd. a*. passato gecommnniceert, pr. desen comen UEd. toe 22^^ 
picols van die witte poeyer, groote party e staet hier geteelt te worden 
hebbende de coopman Yan Congh en Comp. hare plantagie onlangs 
dapper vergroot ende veel velts besteecken. 

D' Indigo teelt loopt desert, den autheur Symon Janssen, met 
Maseyckx weduwe getrouwt vint sich nu in andere saecken g'occn- 
peert, echter omme dit apparent werck te voorderen syn nyt de 
Gnseratse qnartieren Indigo planters ende maeckersgeëyscht, die van 
daer verwachten om 't werck met beter fondament, by der hant te 
nemen, 't succes staet ÜEd. nae desen te vernemen, enz. • • . 



XXXVI. De Gouvemeur-Oeneraal Antonio van Diemen 
en Bade van Indie aan de Bewindhebbers der 
Gen. O. L Comp. (Heeren XVII). 

Batavia, 18 december 1639. 

Onse jonghste 

In wat termen met Bantam bleven is UEd. per de jongste ver- 

trocken schepen in 't breede geadviseert, 

Ondertusschen d'onderhandelingh continuerende ende by Bantam vry 
ernstiger als voor dato behertigt werdende, is eyntelyck de vrede 
sonder van eenige condltien te spreecken op den voet van a\ 1628 



Digitized by 



Google 



240 

geacoordeert ende besloten, daerop den 11<» meert passato derwaerts 
gecommitteert hebben per 't jacht Grol onsen Sabandaer ofte licent- 
meester Sebalt Wonderaer ende den coopman Pieter Sonry, nevens 
onse missive, een parsiaens paert etc. tot vereeringh aen den Ban- 
tamsen Coningh ende de grooten 

Den 22 d% syn voors. gecommitteerdens geretonmeert met veree- 
ringh van een gouden cris ende brieven van confirmatie des onden 
ende jongen Coninghs over den vrede , synde d'onse geheel eerlyck 
ende beleefdelyck ontvangen, 't getroffen accoort drie achtereenvol- 
gende dagen met de gonge off coperen becken slagh geproclameert 

Weynich dagen nadat d'onse af8che3rt beqnamen en 

hier aengelandt waren, verschenen de gezanten van den ouden ende 
jongen Pangoran tot Batavia, omme insgelycx d'affcundinge des 
meergemelten vrede t'assisteren ... * 

Ingevolge (verzoek der Bantamsche gezanten) hebben den 29 Mey 

' derwaerts gesonden den oppercoopman Comelis van Sanen , een onder- 

coopman en twee assistenten, die residentie namen in een chinees 

steenen huys den ondercoopman is naderhandt elders 

geëmployeert ende van Sanen nae Temate gedestineert in voegen 
tot Bantam blyven houden, den assistent Jan Claessen van Matenes, 
nevens een jongen ende twee slaven, die 'tgene tot Bantam te ver- 
richten sy, wel waememen sullen 

De vrede wert aen wedersyden redelycker wyse wel gemaincte- 
neert 

Het territorium van Bantam,' geeft alsnoch weynich ofte geen 
peper, de geruchten gaen wel dat veel aenplanten, maer volght 
weynich, de Chinesen maecken meest staet van de suycker plantagie 
ende is ons 't sedert ultimo January passato, tot November incluys, 
van daer te coop gebraght 584 picols met cleene partye Bantamse 
peper 

Met den Mattaram staen in vorige termen sonder verandering, onse 

gevangenen synde 43 sterck blyven noch al gedeti- 

neert, met groot verlangen op haer verlossing wachtende, daertoe 
by ons alle redelycke middelen werden aengewendt, echter tot noch 
toe vruchteloos uytgevallen 

Ondertusschen wert geen hostiliteyt bewesen noch onraedt in de 
Batavise velden vernomen, den toevoer uyt syn landt door Chinesen 



Digitized by 



Google 



241 

ende Javanen soo opnlent^ als oyt voor desen geweest is, rys God- 
loff in sulcken opulentie dat niet meer bergen connen ende syn voor- 
nemens met de comste van de Arracanse ende Oambo^'ase subsidie, 
den prys des rys te dalen tot 30, 32 ende 33 realen 't last, alsoo 
den toevoer niet verswelgen connen 

In Japara wort de plantagie van witte snjekeren mede by der 
handt genomen, synde hier onlangs 249 picols aengebracht, die 
vooreerst tegen 7 ende 8 realen 't picol betaelt; doch wel op 5 
realen te brengen sal syn, ten ware d'Engelsen, die aldaer noch 
residentie hebben ons prevenieerden, daerop letten sullen. 

Desen somer heeft den Souchonnangh syn leger te water en te 
lande nae Balimboangh afgesonden, sich geheel meester des oost- 
cants Java gemaeckt ende invasie op Baly selver gedaen, ten dien 
eynde versoeckt de Coningh van Baly onse assistentie van 3 a 4 
schepen omme den voorderen indrangh te stutten, dat vooreerst 
noch soo aensien sullen, omme ons niet te openbaren. De Comp. is 
aen Baly weynich gelegen, eenelyck dat die van de Mattaram hun 
by derselver incorporatie verstercken, grooter maecken ende 't Moors- 
dom (bittere vyanden van onsen staet) meer ende meer accresseert. 
Ondertnsschen vertrouwen die van Baly, vermits d'inaccessible toe- 
gangen, den vyandt wel afweeren sullen. Onse versochte assistentie 
te water, soude eenelyck dienen omme den toevoer ende provisie 
af te snyden, 't selve compt ons ongelegen ende is vooralsnoch niet 
geraden. 

Tot nu toe vernemen niet des Souchounanghs macht terugge is 
gekeert, wat tegen den aenstaenden somer voornemen ende Serapada 
aenbrengen sal, leert den tyt Die groote meester blyft ons suspect, 
te meer d'onderhandelingh met den Portugees (daer weynich soulaes 
van te verwachten heeft) noch al continueert, den vrede met Ban- 
tam gevalt hem oock niet wel, syn ondersaten hebben daer weynich 
frequentatie. Ondertusschen wenschten by d'een of d^ander middel 
onse gevangenen conden verlossen , meerder toevoer ende vryheyt te 
lande off te water, als present syn gauderende, connen by den 
besten vrede niet genieten 

Batavia ..... is in progressive termen 

exüraordinarie droogh met groote hitte vermenght, is t'ooster mousson 

geweest, dat veel sieckte ende sterfte veroorsaeckt heeft, princi- 

V. 16 

Digitized by VjOOQ IC 



d42 

palyck onder d'Soropianeiiy oook groote verachteringh in 't rayoker 
rietsplantagie (dat hier seer gevoordert wort) gocaoseert. Soo is 
oock de groote Chinesen coopman Yancon sabit overleden, nalatende 
een desolaten boedel, om deselve te redderen hebben coratenren 
gestelt etc 



XXXVn. De GonYemeor-Generaal Antonio van Diemen 
en Rade van Indie aan de Bewindhebbers der 
. Gen, O. L Comp. (Heeren XVII). 

Batavia, 30 November 1640. 
Met .t'Eingelsche schip etc 



Ons advys ende bedenckingh op 't senden van getrouwde in VEd. 
dienst herwaerts hebben meermalen ende noch jonghst, a\ passato 
breet geschreven, persisteren by .'t selve als streckende tot groot 
ongerieff ende sware lasten van de Comp^. T' ongerieff is, dat ge- 
trouwde in alle gelegentheden, daer residentie hebben, behoudens 
respect, niet connen worden geëmployeert, de lasten «jn^ dat tot 
hun onderhout van soldaet tot oppercoopman incluys, maentlycx c(m- 
tant werden afbetaelt 

T stabiUeren van Nederlantse colonien^ herwaerts over, oordeelen 
pregnant ende tot versekeringh van den staedt geheel noodigh;maer 
ten aensien van 't ligchaem selver, synde de Comp®, waerdoor de 
presente staet gemaincteneert wort, bestaende uyt coopluyden, die 
hare ci^italen risiqueren, omme 't meeste voordeel te trecken, is 
de saecke disputabel ende comen in consideratie dese twee punten: 
d'onoosten van de gerequireerde guamisoenen, daermede Comp" om- 
meslagh in India wel te versekeren sy, gepresupponeert de jaerlyxe 
recresite ons niet ontstaende, tegen de vermindering van de voor- 
deden, welke de Comp" sonde comen te missen, door de inmymingh 
des handels aen de particuliere; want U£d. mogen sich wel verse- 



Digitized by 



Google 



248 

keren, niemandt na India sal tenderen als op hope van meer voor- 
deel dan in Nederlant te behalen, ende den cleethandel van Coro- 
mandel ende Gnseratte in 't geheel of ten deele te cedeeren iB 
vooralsnoch ongeraden. Bayten dese is te beduchten, d'Indiaense 
negotianten de Nederlanderen (die costelyck equiperen) t' voordeel 
sollen B&ien. De sake met den Portugees is geheel anders gelegen 
ende aen hnn den inlantsen handel van gantsch India gelicentieert, 
blyvende eenelyck weynige coopmanschappen ten principale tot retour 
voor Portugael dienstich, aen den Coningh gereserveert, treckende 
voerders syn ryckdommen uyt de tollen, niet alleen van syne sub- 
jecten, maer alle Indiaense natiën, die langhs d'Indise custe, de 
golpho van Parsia, de Boode Zee ende circimistantien handelen, 
twelck hem voor desen extraordinarie schatten, boven de lasten van 
de Indise guarmsoenen, ingebraght heeft 

'T ware niet vreempt dese voordeden metier tyt op de Comp«. 
devolveerden, onderentusschen doen ons debvoir Batavia ende des 
Gomp" residentien, met Indiaense volckeren ende Ghinesen te beset- 
ten, daer by tyde van noodt wel eenige adsistentie van te trecken 
sy, maer mogen niet vertrouwt ende moeten met nederlantse gami- 
soenen tot hun debvoir gehouden worden. Sulcx besluyten, (dat) een wel 
gereguleerde nederlantse colimie de versekerste voor den staet her- 
waerts over te syn. 

In voortyden omme deselve te vesten syn veel debvoiren aenge- 
wendt, groote aocomodatien tot nadeel van de Comp^ aen getrouw- 
den selfis in dienst van de Comp. gedaen, op hope van middelen 
becomen hebbende, haer als burgers neder souden slaen, daer niet 
anders op gevolght is, als de sack gevult hadden, hun nae 't patria 
te begeven, tselve, soo weder in die follie vervielen, staet ons t'er- 
vaeren ende ingevolge ongeraden; maer gelyck voor desen hebben 
gesustineert, sal ÜE. tot bevoorderingh van dese saecke (die met 
ÜËd. geheel dienstigh oordeelen,) eerlycke huysgesinnen dienen 
t'animeren, herwaerts met capitalen te comen, want van slechte 
geringe persoenen staet niet stabils te verhopen, ende gelyck wel 
considereren, vermogende persoenen uyt Nederlandt, nimmer sullen 
resolveren herwaerts te comen, soo sal aen eerlycke luyden herwaerts 
tenderende dienen geconsenteert voor anderen (daervan vertrouwt 
worden) groote capitaelen, in twee ofte drie fluyten herwaerts te 



Digitized by 



Google 



S44 

mogen brengen ^^ mits de lakenen, 't loot^ oliphants tanden ende 
barnsteen voor de Comp. reserveren ende dat hun in India hebben 
te reguleren nae 't reglement op den particulieren handel ^ alhier in 
practyeq. Wy verstaen (dat) de nederlantse natie in 't stnck des handels y 
deselve vrydommen behooren te gandeeren, welcke alhier aen d'in- 
lantse traffiqoanten toestaen ende goede conqnesten doen; (zy) hebben 
ons in febmary ende maert van Cillebaer^ BencoeUj Palimbanghy 
Jambyy Benjarmassingh etc. omtrent 500 lasten peper ^ dat is 10000 
picol toegebraght ende die tot 10 Realen betaelt. Nae UacassoTy 
Bameoy Cambod/jaj Sianiy Palanyy Jfioor, Pera^ Qu^da^ Tanna$seryy 
Araccany Bef^gala om provisie ende slaven , Atchiriy Jambyy Palm- 
banghy Wesicust van Sumatray Timovy de MoluccoSy Amboina ende 
Banday can haer te varen en te handelen, onder goet reglement 
gelyck (aen) de natiën deser landen, toegestaen worden. Hiertegen 
connen eenige swarigheden gemoveert worden , edoch van geen estime y 
als de principale regeerders van Indien, de sake voor de Oomp* 
recht meenen. Veel wyder te weyden ende vooreerst omme colonie 
in Tayonan te stabilieren is ongeraeden, 't sal noch syn tyt moeten 
hebben, d'onse connen met den Chinees correspondentie honden ende 
in dien handel tot Batavia sonder risico groot participant worden, 
als maer capitael voorhanden is, coopende van de Chinesen, dat 
nyt China brengen, daer niet minder als na drie maenden 25 ende 
30 p'. cento oploopt, soo syn hier treffelycke voordeelen te doen, 
met gelden op bodemerye te geven. Reysen van 3 , 4 ende 6 maen- 
den geven 30, 40, 60 ende 70 p'. cento advance, daer weynich 
verlies op valt. Die genegen syn residentie in Banda te nemen ende 
sooveel middelen medebrengen, dat hare te coopen landen ende sla- 
ven bnyten last van interest besitten, syn in 5 & 6 jaren schadtryck. 
Tot een perck met slaven (wordt) vereyscht daysent 2-3 ende 
oock vierdnysent realen nae syn groote. Sr. Pat can daer met 
gevoelen van oordeelen. Middelen sollen geen gebreken voor vige- 
lante persoonen, goede conqnesten voor haer ende hunne meesters 
te doen. Off nu door dese licentie permanente colonie volgen sal 



1. wy hebben gezien, dat het opperbestnnr in Nederland, juist geen kapitaal in 
handen der ?ry lieden verlangde. De regering in Indië begreep daarentegen teiegt, dat 
zonder kapitaal geen volkplantingen mogeiyk waren. 



Digitized by 



Google 



246 

heeft syn bedencken, 'twelck nochtans UEd. ooghmerk sy, edoch 
alle beginselen hebben haer swaericheyt. 'T is doorgaens sulcx dat 
de Nederlantsche vrouwen, meer als de mannen nae Nederlandt 
haecken, ende daemyt te vreesen, niet stabils sal geformeert wor- 
den, weynich of geen vrouwen syn door Portugesen nae India ge- 
voert, maer verhouwelyckt met vrouwen van 't landt, daer door 
verloop van tyt gereguleerde generatie van voortgecomen sy, gelyck 
aen de gevangenen van Si Cruz de Gale beooght hebben. In con- 
trarie bevinden weynich vruchts uyt het trouwen van Nederlanders 
met inlantsche vrouwen, 't is seker den Portugees deser landen natie 
beter als wy gouvemereu connen, verhoopen den tyt ons wyser 
maecken sal ende van de Batavise inboorlingen, die in redelyck 
getal aencomen, de gewenschte vruchten sullen trecken etc. . . . 

De stadt Batavia is bemuyrt, resteert de borstweer, die mede by 

der handt genomen wert 

Op hope van ÜE. met dese vertreckende schepen noch de bemach- 
tiging van Maïacca g'adviseert te hebben, is van die materie ende 
t' passerende aldaer tot nu geen mentie gemaeckt ende alsoo deselve 
plaetse buyten expectatie uythout, echter door Gk)des genade eer- 
lange in ons gewelt te comen staet 

De sekerste rapporten syn, dat van 9 deser geroerde maent 
November niet langer dan een maent geprovideert syn ende stellen 
d'onse buyten twyfel, geen ontset van buyten becomende (daer naer 
vermogen op gepast wort) die stad in gemelten tyt in onse handen 
staet te vallen, dat de groote Gk>dt geve, alsoo 't welvaren van 
Comp' staet daeraen gedependeert ende d'importantste conqueste sal 
wesen, die oyt in India becomen hebben; daeromme oock d'uytterste 
middelen aenwenden, om deselve saecke te seconderen, met volck, 
vivres, ammunitie van oorloge, etc 

Wy syn voornemens die plaetse te besetten ende de negotie van 
de Maleytse ende Sumatrase zuytcuste aldaer te stabilieren. Wat 
voordeel, respect ende versekering, die plaets des Comp" staet aen 
desen candt sal veroorsaecken, verhopen UE. met d'effecten ende 
niet door de penne te demonstreren 

De Grouvemeur Generael Antonio van Diemcn, wiens tweeden 
verplichten tyt a'. aenstaende, den 2XJuly,gaet expireren, vertrouwt 



Digitized by 



Google 



246 



UEd. op fljme itenttiTe gedane Tersoecken van te mogen worden 
vervangen, ende naer 't vaderlant te keeren,8nllenliebben gelet, etc. 



XXXVnL DeGonvemenr-GeneraelAntoniovanDiemen 
en Rade van Indie aan de Bewindhebbers 
der Gen. O. I. Gomp. (Heeren XVII). 

Batavia, 31 Jannary 1641. 

Naedat de retonrschepen enz 

Per onse voorige brieven is UEd. successive gecnndight de gestal- 

tenisse van ons leger en de belegerden in Malaca 

D'onse nn door de gevangene Portngesen den soberen standt der 

belegerden seeckerlyck verstaende, schreven 

ons aen , geresolveert hadden in 't corte met off bnyten seconrs dat 
van Batavia ende Tayonan dagelycx tegemoet sagen, de stadt stor- 
menderhand aen te grypen. 

T' succes van dese Resolutie becomen (wy) den 24«> deser per tjacht 
de Cleene Son, synde den 17«» d*. van Malacca herwaerts ver- 
trocken ende wiert ons seer aengenaem door de volgende personen 
als hoofden van 't leger, namentlyck den Ed. Minne Willemsz Eaer- 
tekoe, commandeur en veltoverste, Henrick Sivertsen Spanhems, 
commissaris, Anthony Hurt ende Nicolaes Jansen Houtcooper, opper 
coopluyden endesecrete raeden, Johannes Lamotius, sergeant mayor, 
capiteyn Laurens For^enburgh ende schipper Pieter Baeck,i gecom- 
municeert de heerlycke victorie ende overwinningh der vermaerde 
wel gefortificeerde stadt ende casteel Malacca; den Groeten Capiteyn 
zy eeuwigh gepresen voor Syne aen ons bewesen genade ende wel- 
daden. De particulariteyten van dit exploict sullen cort aenvoeren, 
ons voorder tot de bygaende papieren gedragende. Den 9^ wiert 
in 't leger v^wt-ende-bededagh gehouden; op 11« volgende geen 
schepen van Tayouan noch Batavia paraisserende ende alle prepa-. 



1. Pieter yan den Broecke was op l». December 1640 als opperkoopman , Yoor 
Malakka aan brandende koortse (typhusP), die daar seer heerschte, overleden. 



Digitized by 



Google 



247 

ratien tot stormen gereedt wesende, wierd vastgesteld de stadt des 
Zondaghs 's nachts met de presente macht aen te grypen • . • . 
hebbende bevoorens de stadt onder goede ende bevoorderlycke con- 
ditie opgeëyscht, maer.sonder gehoor te geven afgewesen; de brugge 
werd des nachts over de rivier geleyt , ende voor 't aenbrecken van 
den dagh, marcheerde de macht, bestaende nyt ses hondert vyftigh 
coppen siecken en gesonde, in drie tronpen verdeelt ende geleyt als 
per missive van den sergeant mayor, in goede ordre nae de stadt op 
't bolwerck Sant Domingo , daer bresse geschoten was. Treffelyck 
isser gevochten, maer d'onse den vyandt met hantgranaten van 't 
bolwerck dryvende, wierde snlcx vervolght dat tot geen defentie 
conden comen^ incorporerende drie poincten, alles ternederhonwende, 
dat in den wegh vonden, 't Cnras hielt langh tegen, maer die in 
de stadt de conragie ontvallende versochten onder de witte vlagge 
lyfsgenade, de stadt ende alles daerinne synde aen ons overgevende 

Omtrent vierhondert man, meer synde als staet gemaackt hadden, 
is er binnen gevonden, ende rapporteren gednyrende de belegeringh, 
synde 5 maenden ende 12 dagen gestorven, geschoten ende wegh- 
geloopen syn, mym 7000 zielen, hebben honden, katten, ratten 
ende beestenhnyden gennttight 't sedert dese bele- 
geringh syn van onser syde van sieckte ende voor den vyandt om- 
trent off weynich minder als daysent menschen gesnenvelt, dat groote 
schaarsheyt veroorsaeckt ende deswegen andermael niet connen naer- 
lat^n ÜE. ten dienste van de Comp. te versoecken ons tegen a'. 1642 
met ses duysent mannen te seconderen.*Dese victorie stelt des Comp". 
standt herwaerts over, in groot respect ende verseeckeringh. Trefie- 
lycke negotie sal daeromtrent gevoordert worden, alle omliggende 
princen snllen ons adoreren. Atchin onsen vrunt blyven ende appa- 
rent den thol van de geheele Snmatrase Westcnst schencken ; de 
Mattaram moet onsen vrunt worden, den rys in Batavia vercoopen 
ende desselfs nootwendigheden uyt onse handen halen. Theeft hier 
onder de gevangene Portngesen groote verslagenheyt gecanseert, 
seggen rondt uyt nn Malacca verlooren is, geen India meer hebben, 
ende t'is seecker, Godt de voorste, byaldien ÜEd. resolveren 't ge- 
eyschte volck te senden, den Portugees in corte geheel India sullen 
doen mymen, Engelse ende Denen moeten dan verdroegen, ende 



Digitized by 



Google 



248 
8al UEd. meester van dese rycke traff^cke blyreiL 



XXXTX> De Gonverneur-Qeneraal Antonio van Diemen 
en Rade van Indie aan de Bewindhebbers 
der Gener. Oost-Ind. Comp. (Heeren XVII). 

Batavia, 12 december 1641. 
Nae 't vertreck van 't flnytschip Heemstede etc. 

Soo gerucht wordt is 't landt van Martapura den Mattaram opge- 
dragen , dit gaet seker dat gesanten uyt Bai^ar tot Japara met rede- 
lycke suite ende vereeringfe van een Nederlantsen jongen verschenen 
ende op te reysen geadmitteert syn, hun verrichten can ons niet 
verborgen blyven ende wordt UEd. nae desen geadviseert. 

Wy sien UEd. in missive, dato 11 September, ^ met repetitie des- 
advoyeren ons voornemen (gefondeert op hoogdringende noot) wegen 
't munten van silveren en coperen gelden. 

Dese UEd. aangetogen missive van 11 September 1640 hebben 
met groote opmerkinge ende niet minder verwonderinge gelezen, 
vermits allen 't halve in deselve over onse advysen, doen ende 
directie seer misnoeght schynt te wesen. Syn wy in onse vorige 
missiven soo circumspect niet, als de Hoogheyt van UEd. achtbaer- 
heyt, die ons te gebieden hebben, meriteert, gedenckt 't selve eenelyck 
uyt sucht tot comp's besten, maer niet tot vilipendie van UE. ten- 
deert. UEd. kennen den instelder des brie£fs ende weet van soo 
trotsen humeur niet gedreven wordt. 

Wy hebben geseyt, gelyck by desen confirmeren dat ons de saken 



1. Be aitg. missiye der HH. XVII van 11 Sept. 1640, waarop hier wordt gezinspeeld 
en waarin achtenrolgens al de deelen van Indie, waar de Comp. gezag of handel had» 
hesproken worden, is doorgaans in een toon van afkeuring en ontevredenheid gesteld, 
zonder dat er echter hepaalde grieven tegen van Diemen in worden geformuleerd; van 
J Hemen antwoordde dan ook niet ten onregte: ds zaken van Indie moet g^ ons toever- 
trouwen; want er gaat te veel t|jd mede verloren, indien telkens over alles advies 
uit het moederland moet gevraagd worden. 



Digitized by 



Google 



249 

f 

van India moeien vertrouwt worden ende diierover geen ordre mogen 
inwachten y soo de comp. dienst doen sollen, UEd. is den waerommey 
namentlyck dat de tjt snlcx niet Ijdt, bekent; de volckeren dezer 
landen ende 't doen derselver syn oock soo variabel , dat by gevolcli 
ons eygen resolntien ende advysen schynen te contradiceren, daer- 
nyt dan te gemoet wort gevoert, (dat wy) ons schryven sonde resu- 
meren etc; echter vertrouwen, byaldien UEd. de saken soo bloodt 
voorqnamen als d'aenwesende uwe dienaren in India, deselve sien 
ende tasten, ander gevoelen ende contentement sondt hebben. Onse 
desseynen op Ceylon, eysch van volck ende schepen, schenen UEd. 
te hoogh te loopen omme niet in oncosten te consnmeren ende dat 
(UEd.) twyfFelt dominateurs van India (gelyck (wy) UEd. toeseggen) 
te worden. Wy weten wel dat Batacalao ende Trinquenemala van 
cleene importantie voor de comp^e syn, dese syn oock en passant, 
door d'armade tot Goa's besettingh gebmyckt, vermeestert, d'eerste 
oncosten ten respecte van Oeylon is d'eqnipage van d'armee onder 
't commando van d'Heer Lucas, Sal'. derwaerts uytgeseth, die voor- 
waer niet vruchteloos sy geweest, onaengezien dito vloot door de 
handt des Heeren met siecte besocht is geworden 

'T is seker, soo den oorloge nae behooren was gedirigeert ende 
aengeleyt, de portugies dat oylandt sonde hebben geruymt, 'twelck 
nu ander aensien heeft 

Comen ons dese reproches van alle kanten toe, als God de sake 
soo merckelyck gelieft te segenen, wat hebben (wy) te verwachten, 
byaldien het tegendeel ('t welck de Almachtige genadelyck verhoede) 
ons quaeme te treffen. Nul Wy sullen dit, als comende van onse 
meerder ende die te gehoorsamen hebben, patientelyck tot onder- 
richtinge opnemen ende daerover in geen voorder contentie treden. 

Soo hebben mede wel geremarqneert, onsen eysch van volck ende 
schepen; maer vooral 't fourneren van acht cloecke oorloghsschepen 
UE. mishaeght ende d'Indise Commercie (soo gelieft te seggen) te 
lastigh valt, mitsgaders de winsten t'eynden 't jaar in oncosten ver- 
anderen, dat buyten den Chineesen ende Japansen handel seer sober 
staet, soodanigh (dat) de IndÏBe overwinsten tnsschen de 3 ende 4 
tonnen gouts, de generale ongelden niet vermogen te balanceren! 
Niet tot laste, maer soulagement van d'Indise commercie souden de 
8 gevoorder^e oorloghschepen hebben gedient ende noch dienen, 



Digitized by 



Google 



260 

800 den owloch tegen Portngael continueren. Gedurende .ons gou- 
▼erno waren in Portugael geen Indise retouren gebraght noch Por- 
tugaels India van Portugael gesecondeert^ byaldien met d'aengetogen 
schepen waren gesterckt geweest , de redenen syn voorderen perti- 
nent overgeschreven. Soo a*. passato van aensienelycke schepen 
versien geworden waren, off dat (rodt gewilt hadde, die bequamen 
met corter reyse te begenadigen ende Sierra Leonis niet aengedaen 
hadden y den vicerey Juan da Silva Tello met syn twee caracquen 
ende 2 pataches was ons niet ontstaen , den handel moet met schepen 
gevoordert worden, meer comt er te cort als te langh, gelyck UEd. 
ampel ende breedt geremonstreert is. Die mayen wil dient eerst te 
sayen. 'T retour onder de vlagge van den E. Goeckebacker wert 
geseyt 8 ii 10 tonnen meer als U£. selver calculeerden gerendeert 
heeft. Een goede equipagie met contanten ende coopmanschappen 
is daeruyt vervallen, eenige tonnen gouts affgeleyt ende de partici- 
panten hebben treffelycke repartitie genoten, hoe (JE. nu seggen, 
(dat) de winsten in oncosten veranderen en dat buyten den Japansen 
handel 3 è 4 tonnen te cort -comen, connen (wy) niet wel begrijpen. 
Onse advysen doceren 't contrarie ende wort bewesen (dat) buyten 
denselven (Japansen) handel t'eene jaer door 't ander, ruym 3 ende 
4 tonnen boven alle Indise oncosten hebben geadvanceert, a*. passato 
is met seven hondert duysent guldens achterstal in Japan, over heel 
India noch 100,000 gulden te boven geleyt, gelyck uyt onse missive 
van uit*. January dezes jaers sult hebben gesien ende staen de win- 
sten van tyt tot tyt merckelyck te vergrooten. 

De reële effecten van ontrent 95 tonnen, gelyck UEd. doenmaels 
remonstreerden in India te wesen, getuygen dat de respective comp- 
toiren soo sober niet versien bleven, als UE. wel schynen te gevoe- 
len, immers aensienlycker als p*. January 1636 op 't vertreck van 
den heere Gouverneur Gen. Henrick Brouwer, als wanneer te mon- 
teren quamen ter somme van / 5000855 : 9 : 15 

Endeonaengesien, 't sedert den jare 1636 tot 
1640 aen UE. ruym 68^ tonnen gouts meer heb- 
b^ geretoumeert als in coopmanschappen, con* 
tanten ende eenige vivres, mitsgaders de getrocken 
penningen becomen, bleven ons als goede effecten 
op ulf. January passato over, de waerde van . „ 8318496: 6: 8 



Digitized by 



Google 



251 

pr Nota dat de cargasoenen in vyff jaren op 43 schepen costy 
geretonmeert, in India incoops met d'ongelden volgens facturen, te 
bedragen comen f 13150455 : 3 : 7 

Van DE. in gelycken tyt p^ 82 schepen , jach- 
ten ende flnyten ontfangen ende aen de Gomp. 
goetgedaen ...... f 6863462 : 13 : ~ 

p' Wissel getrocken . . „ 419206 : 17| : - 

„ 7282669:10: 8 

blyft als geseyt, meer geretonmeert als ont- 
vangen f 5867785:12:15 

Buyten den Japanschen handel vertrouwen (wy) voor thien tonnen 
in geld ende coopmanschappen jaerlycx UE. souden connen bestellen 
een retour van 1600000 gulden incoops in India; maer retouren son- 
der geld uyt Nederlandt moet uyt d'overwinsten van Japan comen, 

daertoe noch al goede hope hebben maer hoe de 

sake wenden ende drayen , soo connen echter niet wyser worden , 
off tot den presenten uwen omslach vereyschen veel schepen ende 
volck, Sonder dat sustent, wert dit groot werck licht in duygen 
vallen. ÜE. gelieven oock niet te dencken, (dat wy) ons met d'in- 
diaense princen tot schade ende schande van de generale Comp. 
sullen engageren. Die negotiatie betrachten (wy) tot voordeel ende 
verder niet De Portugees heeft, omme den Visiapourder, Atchin- 
der, Jhoorit, Mattaram etc. tot syn devotie te crygen, andere oncos- 
ten gedaen. UEd. gelieven te vertrouwen, ons met d'oorlogen van 
d'Indiaense princen niet vermengen; maer (ons) omtrent dese soo- 
veel doenelyck neutrael houden sullen, gelyck tot heden gebleken 
is, buyten dat soude aen geen fastidie mancqueren; want de Matta- 
ram wil met onse hulpe Bantam wel vermeesteren; Bantam, Palem- 
bangh, Baly etc. versoeckt hulpe tegen den Mattaram; hier dan van 
scheydende seggen tot besluyt, (dat ÜE.) te vertrouwen hebt, (dat 
wy) UEd. te geven ordre in de hooghste achting nemen ende nae 
ujrterste vermogen ten dienste van 't gemeenebeste betrachten sullen 

Per de fluyte Heemstede is UEd. de veroveringhe van de magh- 
tige stadt ende casteel Malacca gecundight etc 

Wy senden UEd. onder N' M de afteeckeningh van dese gere- 
nommeerde stadt etc 



Digitized by 



Google 



252 

Onse brieven ende ordren derwaerts etc • 

ÜEd. sollen daerby grondigh worden g'infonneert van wat impor- 
tance dese conqneste sy ende wat remarqnable profijten voor de 
Generaele Comp® door derselver besith in corte te erlangen syn, die 
van tyt tot tyt door goede directie te vermeerderen staen. Snlcx 
oordeelen t'aenhonden van Malacca, daerop UEd. ordre ende advys 
verwachten , geheel noodigh te syn , alsoo den handel van de Maleyse 
cnst, bysnyden als by noorden Malacca, d'overcnste van Snmatra, 
Bomeo's noordsyde etc aldaer^ sonder Batavia's progres te stniten, 
met groote voordeden can gestabilieert ende metter tyt tols gerech- 
tigheyt gevordert worden ^ van de Bengaelse, Coromandelse ende 
meer andere vaertnyghen op den thinhandel tenderende; vooral is 
deze conqneste t'estimeren, byaldien met Portngael in vrede comen, 
ten aensien van de prejnditien in Comp* handel, die ons, als Malacca 
vredigh possideerden , sonden bevoorderen, daer nn weynigh voor te 
dnchten en des oock den vrede met hnn te gemster aen te gaen sy , 
alsoo verstaen (dat) de Portngesen, welcke Malacca frequenteren 
ende dat vaerwater nae Patany , Siam , Cambo^a tot Macao paisibel 
passeren, in Malacca moeten betalen de gerechtigheden, welcke de 
Coningh van Spaengien aldaer geheven heeft, ende snllen in die 
gelegentheyt tnsschen ons ende den Portugees goede reglementen op 
den handel dienen geraemt, opdat den anderen niet vercloecken ende 
bederven, noch gepreviligieerde qnartieren bevaren, want der Porlu- 
gesen handel hier te lande is van geheel ander nature y als die van 
de Compagnie ende ware niet vreempt den handel in Malacca aen 
particuliere geheel open stelden, mits voor de Compe reserveerden den 
peper y diamanten y hesarj gout, amber j peerlen ende gedeelte des thins. 
Wij seggen eenelyck in Malacca, daertoe dan noodigh waren trefife- 
lycke particuliere persoonen, ofi* derselver factors uyt Nederlant, 
omme den Portugees de profiyten niet alleen te cedeeren, synde 
seker (dat) de Comp® taalles niet can waememen, ende by accoordt 
van vrede, den Portugees, noch d'inwooneren van Bengala, Coro- 
mandel etc, den cléethandel in Malacca met fatsoen (niet can) ver- 
bieden, maer (wy) sullen onse guamisoenen ende oncosten uyt d'in- 
comsten der tollen moeten vinden, die vry meer in der tyt sullen 
opbrengen, gelyck t'incomen van Malacca in florissanten standt synde , 
ons daer doceren. In Batavia eonde den handel op den ouden voet 



Digitized by 



Google 



geconiinueert worden^ ende omme de Javaenge consnmtie te voorde- 
ren , moeten die van Java, Snmatra's westcnst, en die van Bomeo's 
auydzyde, nae Malaeca te varen niet toegelaten worden, gelyck 
reeds beginnen te practlseren. T'is voor dese Inyden oock accom- 
modabler haren handel in Batavia te exerceren als tot Malaeca, con- 
nen hier, drie, vier ende meer voyagien doen, daer ter contrarie 

derwaerts maer eens in 't monson varen etc de tyt 

ende loop van saecken sal ons wyser maecken , omme 't nntste voor 
de Comp* in die occnrrentien te prefereren, reede gevoelen (wy) 
wat gerieff ende voordeel de veroveringh van Malaeca ons aenbrenght. 
Alle lyftoghten syn hier seer opnlent ende den toevoer nyt des 
Mattarams landt soo overvloedigh , dat de ryst, die 40 realen 't last 
van 3 m. 9 betaelt sy, becomen tot 25 è 30 realen etc 

'T ontsagh ende respect, dat (wy) by dese conqneste becomen, 
is niet alleen groot, maer baert voor Comp» volck ende middelen 
vaste en goede verseckertheyt 

Batavia's standt verbetert nog dagelycx, den Almogenden sy daer- 
voor geprezen, den toevoer van alle qnartieren is seer opulent, ge- 
lyck snlcx in 't generael journaal op syn plaets wort aengewezen, 
te water nochte lande wert geen 't minste onheyl vernomen, snlcx 
omme te mogen seggen in vrede met den Mattaram syn^ niet anders 
gebreeckt als de relaxatie van gevangenen ter wedersyde, waertoe 
desen groeten meester noch niet wel resolveren can, maeckt van de 
syne geen estime ende voor d'onse sonde wel groote saecken willen 
pretenderen, snlx die ellendige menschen noch voor een wyle moeten 
patienteren , verhopen 't nn niet langh sal dnyren, ondertnsschen 
versuymen niet alle convenable middelen tot hun verlossingh aen te 
wenden, gelyck d'overcomende pampieren doceren; Malacca's ver- 
overingh doet vele Indise princen omsien, ende op hoede wesen; 
dat den Mattaram nae Batavia aspireert is buyten twyffel, maar 
immer soo seker daervan meester te worden, al overlangh gedeses- 
pereert heeft. Sabadangh (sic) (Soemadang) ende Oecker heeft (hy) 
weder doen bevolckeren ende omtrent Crawangh veel rys doen plan- 
ten, daervan den Bantammer vreemde bedenkingh heeft, ende is 
gestadigh in 't velt op de wacht, wy hebben de gelegentheyt mede 
doen visiteren ende bevonden als in ons joumael onder dato 2 July 
is aengetogen, alles sal in roock verdwynen; doch laten daeromme 



Digitized by 



Google 



264 ' 

niet, wel op hoede te wesen. 'T is solcz door Godes genade geen 
openbaar gewelt te vreesen sy ende voor heymelycke verradersche 
aenslagen blyven, als geseyt (is)^ op hoede, d'een noch d'ander 
vertrouwen (wy) niet meer als de versekeringh van onse stadt ge- 
dooghty d'inteme vyanden syn mede van geen consideratie alsoo de 
poncten ende redonbten allerwegen wel versienende gesloten honden, 
800 is van Batavia's oostzyde door 't slnyten van 't canaal door 't rondeel 
Botterdam beter als voor desen verzekert ende God de voorste gheen 
swarigheyt te dachten , mits dat immer en beter wacht in desen 
vredigen tyt als wel by openbaren oorlogh doen onderbonden. De 
Jacatrase velden, landergen ende bosschen werden nn zeer paisibel 
gefreqnenteert, de suycker plantagie neemt meer toe, met 't eyndigen 
deses jaers comt de hooge snyckerprys te cesseren ende blyven 
de Chinesen geinsinneert voortaen niet meer als 5 realen den picol 
sullen betalen, tot welcken prijs ende minder, groote partye van Ban- 
tam herwaerts gebraght wordt, die UEd. nevens de Bataviase ende 
Japarase gestort in de Snoeck toecomen 



XL. De Goavemenr-Oeneraal Antonio van Diemen en 
Rade van Indie aan de Bewindhebbers der Gener. 
O. L Comp. (Heeren XVII). 

Batavia, 23 December 1642. 

Onse jongste generale missive etc 

Belangende 't doen der Engelsen tot Bantam is na den conrs, 
bevoorderen haren handel naer vermogen, op Maccassar, Benjarmas- 
singh. Japara ende Jamby; frequenteren in dit suyderquartier egeene 

andere plaetsen de president (der Engelschen) 

Aron Backer (daer al redelycke correspondentie mede gehouden heb- 
ben), (keert) naer Engelandt; Cartwrich ofte Pinson, één van beyde 
sal desselÜB plaetse tot Bantam becleeden. Dese vrunden syn seer 
jalours van Comp" welstant, trachten by alle middelen soo best con- 
nen , ons doen omtrent de mooren suspect te maecken en ons vyan- 
den te verwecken. Tot dien eynde ende tenselven tyde als den 
Palimbanghsen Goningh in den Mattaram was, hebben (de Engel- 



Digitized by 



Google 



SM 

schen) mede besendingh derwaerte gedaen en desen groeten meester ^ 
die niemant goet doet, maer alle omliggende eoningen tracht te be- 
heerschen en tribntarissen te maken , doen besoecken en door Ralf 
Oatwritchy hooft van de legatie met een yseren canon, cmyt en 
loot beschoncken; soo gemcht wort, hebben t'eylant Banca onder den 
Palimbanger sorterende, in eygendom versocht maer niet geobtineert; 
edoch de presente gelegentheyt der Engelsen niet gedisponeert is, 
(om) groeten omslach te embrasseren ende hare negotie tot Japara 
weynich beschiet, gelyck daer oock niet veel anders als ryst en 
plancken tot retour valt, soo vertrouwen (dat) dese hare besendingh 
andere insichten heeft gehad; gelyck sy dan om den goeden man 
omtrent desen tronwloosen Mattaram te wesen, en ons te destitaeren 
van alle middelen, welcke tot verlossingh der ellendige gevangene 
Nederlanders (doenmaels noch 42 zielen sterck) aengeleyt ende ge- 
practiseert werden, hadde gemelte Cartwrits aengenomen p' hnn 
schip de Reformatie over Soratte nae Mecca te brengen des Matta- 
rams legaet, synde een Arabis priester met 18 geqoalificeerde Java- 
nen ende omtrent 6000 realen in spetie, omme aen 't graff van 
Mahometh te offeren, over welk transport voor langen tyt met Sera- 
pada van Tegal in onderhandelingh waren geweest, op hoope onsen 
geveynsden vnmts gonste te capteren ende de Nederlanderen te 

verlossen 

Als (wy) nu kondschap bequamen, desen priester met syn gesel- 
schap p'voors. Reformatie naer Bantam tendeerde, overleyden (wy) 
onser vyandts gesanten ende syne middelen eenlyck tot relaxatie van 
d'onsen, nyt desen tirans handen te becomen, (dien (wy) soo veel 
jaren te vergeefs daerover geadoreert ende goede conditien aenge- 
presenteert hadden) met minne off tegen danck nyt meergemeit Engels 
schip de Reformatie te lichten. Daerop onder 't commando van den 
E. Salomon Sweers de schepen Amboyna, Amemuyden ende flayten 
Broecoort als Zeehaen bywesten Onrast hebben doen cmyssen, 
den gemelten Arabisen priester Hadgy ende twee Javaense paepen 
met 5740 realen in spetie becomen ende den 11 Jnly passado in 
Batavia gebracht, de resterende wesende 15 Javanen syn alle door 
hnn desperaet amocquen in 't Engels schip van ons end'Engelsendoot 
geslagen, insgelycx oock in dese forie soowel eenige Engelsen als 
van d'onsen gequetst geworden, mitsgaders wederzyds een doot ge- 



Digitized by 



Google 



t66 

bleven 

ly Engelse syn over dese attentaten seer gestoort geweest, gelyck 
hare missive ende principalyck den eersten gedat. Bantam 18 Jnly 
o. s. medebrenght, hebben haer beleeft gerepliceert ende ons doen 
met redenen becleedt, sulcx hun overtuyght vindende met ons ver- 
staen, dewyle dese saecke niet tot diseere van d'Engelse natie, 
maer tot beeomingh onser gevangenen was aengeleyt, gefondeert 
waren, presenteerden wijders hun als middelaers omtrent ons enden 
Mataram te laten gebruycken ende eyschten vergoedingh van de 
schade by particuliere ende aen 't schip de Reformatie in dese res- 
contre geleden, dat naderhant begrooten op 610 J Realen in spetie 
ende (door ons) onder quitantie betaelt is, etc 

Hiermede blijft dese questie geassopieert ende syn vrunden als 

vooren die vrunden (de Engelschen) syn 

algeheel over dese saecke niet buyten peryckel, aleoo dese boose 
mooren geen redenen verstaen ende niet willen considereren, d'En- 
gelse overheert waren, maer seggen aengenomen en belooft hadden 
dese gesanten ende des Mattarams geit in Mecca te brengen, oock dat 
de Nederlanders niet vreesden, pretendeerende daeromme restitutie 
van de contanten ende gevangenen, sulcx wel in den put mochten 
vallen die voor ons bereyt hebben. 

In 't minste hadden niet getwy£felt off d'onsen souden voorlange 
tegen desen priester ende de realen gelargeert syn geworden, d'ap- 
parentien waren in den beginne groot, ende schynen nu wat te steec- 

ken maer dit is by ons vastgestelt, bevoorens 

dese gevangenen en realen largeren, (dat sy) ons volck in Batavia 
sullen brengen , dat oock soo volgen moet off daer sal niet gedaen 
worden. 

Wy hebben den Mattaram voor desen meer geflatteert omme dese 
ellendige menschen van hunne banden te verlossen, als 't respect 
van de comp. ende haren staet convenieert, 't welck van tyt tot 
tyt vermercken. Dese tiran (heeft) ontrent die van Bantam, maer 
vooral (by) die van Palmbangh ende Jamby soodanigh ontsag ge- 
baart, dat Comps. middelen ende volck aldaer niet buyten peryckel 
syn van op des Mattarams begeeren in syn gewelt gestelt te worden, 
maer meenen onlangs in 't bejegenen van des Mattarams armade, 
comende uyt Palembangh (hebbende den Coningh in syn ryck ge- 



Digitized by 



Google 



257 

convoyeert) wel vernomen is, (dat) den Mattaram soodanig respect 
by ons niet heeft als hun geimagineert hadden. 

'T syn geweest 80 vaertnygen, die onse vloote van seven schepen , 
onder den E. Jeremias van Vlieth bescheyden, omtrent Palembang 
bejegenden, daer sy soo gegroet syn, datter nae hun eygen seggen 
400 menschen syn gesnenvelt ende ten ware de nacht haer niet 
ge&voriseert hadde, souden alle anderen deselve rescontre gevonden 
hebben. Soo is oock gemelte van Vlieth met dese armade voor 
Palembangh geweest, ende den Coningh die sich al vry vreemt hadde 
aangestelt, tot reden gebraght en bondigh contract met hem gemaeckt, 
dat meer nyt ontsagh als liefde nacomen. Soo heeft oock in Jamby 
gedaen, die sich almede tot den Mattaram neyght, versoeckende 
passen voor S3me gecommitteerden om na den Mattaram te gaen, dat 
ontseyt is. Ondertosschen continueert de vaert van de Javanen op 
Batavia en in 't velt vernemen geen onraet, wy verhoopen alles tot 
respect ende versekeringh van ÜEd. staet sal uytvallen ende onse 
gevangenen noch te becomen. Ondertusschen sch3mt de Mattaram 
door d'een of d'ander (dat wy op d'Engelssen honden) geinformeert 
is, Antonio Paulo, hooft van de gevangene Nederlanderen by den 
Mattaram, ons soo nu en dan, de gelegenthejrt van daer overge- 
schreven heeft, die den selven onder pretext dat met toverye omgingh 
voor den cayman of crocodil heeft doen werpen en dese ongeluckige, 
dusdanigh noch sjm ejmde becomen (heeft).* 

Met Bantam continueert de vreede ende is ons van daer veel peper 
toegecomen 

Per de jongste schepen hebben ÜEd. toegesonden een exemplaer 
van het sommier ofte cort begryp der placcaten, keuren ende ordon- 
nantien by ons als onse voorsaeten geëmaneert, byéén vergadert ende 
in ordre gevoeght door den raetpensionaris Joan Maetsuycker, etc ^ 

1. Zie over dit feit en over de legende welke daarait is ontstaan: Corte beschry- 
vinghe van 't eylandt Java door Ryckloff van Goens, med^edeeld door den Hr. P. A. 
leapen in Tijds. yoor taal-, land- en volkenk. Deel IV, bl. 302 yolg. Delft, 1866. 

2. Zoo als bekend is, z^n deze statnten, keuren en ordonnantien van Batavia, 
op last van den Gonvemenr-Generaal Ant. van Diemen en de Raden van India bijeen* 
gebragt, eerst onlangs van eene inleiding voorzien, door w^en den Heer S. Keyzer, 
in druk uitgegeven in het tydschrift van het Koninklijk Instituut voor de taal-, land- 
en volkenkunde van Neerl. Indie, getiteld: Bijdragen tot de taal-, land- en volkenkunde 
van N.-I. Nieuwe volgreeks, zesde deel, 6e stuk. 1863. 

T. 17 

Digitized by VjOOQ IC 



368 

XLL De Oonyernenr-Generaal Antonio van Diemen 
en Rade van Indle , aan de Bewindhebbers der 
Gen. O. I. Comp. (Heeren XVn.) 

Batavia, 13 Janoary 1643. 

Ons jongste schryven, enz 

Voor weynigh dagen verschynt hier nyt de stadt Mattaram, een 
bode met brieven van des Sultan off Soachonnanghs stadhouder, Nebey 
Dirandaka ^ aen den alhier gevangen moorsen priester Hagy ^ hem 
hoope gevende tot een corle verlossingh, dat de Sultan geresolveert 
had de Nederlanderen nae de groote moorse heylige dagen f twelck 
wesen sal in 't begin van April aenstaende) herwaerts te schicken, 
tot Byn verlossingh ende omme van vreede te tractoren ^j Qoöt geve 



1. Ngabehi Dirtntoko. 

2. Ha4ji, zie voorgaanden brief vaa 23 dec.ber 1642. 

3. Eene vertaÜDg van dezea brief van Ngabehi Dirantoko aan den Hadji, bevindt 
zich nog onder de, uit Indie ia 1643 overgekomen, papieren. Die vertaling Inidt: 

Translaet van de Idissive (in 't Maleys) van Kiey Neby Direndaka 
uyt den Mattaram aen Kiey Hagie. 

Veel goeden dach van nwen soon Kiey Neby Direndaka aen mynen vader Kiey 
Hagie, dien Godt wil bewaren en een lanek leven verleenen. 

Verders den brief, die aen my gesonden hebt, denzdveD heeft nwe toon aeer wel 
ontfangen, d'oorsaeck dat nwe soon op denzdven brief niet weder geantwoord off dat 
nw soon geen besendingh heen en weder gedaen heeft is, omdat uw soon tot geen 
pitsjaringh heeft connen geraecken ofte ooek geen belastinge van den sultan en hebben 
connen becomen, nwe soon was seer genegen geweest omme besendingh heen ende 
weder te laten geschieden; maer het sonde g^^aen hebben gelyck voor desen met 
Serepada geschiet is, alsoo uw soon noch niet afiEgepitsjaert heeft met synnen broeder 
capiteyn Moor, maer alsnu heeft uw soon gehoor gecregen eude ooek van den sultan 
hat becomen. Myn vader hoopt en vertrouwt, dat naer de groote heylige dagen van 
dese tyt, nwen soon besendinge (sal) doen aen synen broeder den capit^m Moor ende 
sullen ooek met haer brengen Hollanders, sullen ooek last hebben van uwen soon om 
met m\jn broeder den capiteyn Moor van 't landt Batavia vreede te maecken, als- 
mede te maecken, dat myn vader naer Mocka (Mekka?) sal vertrecken. Myn vader 
heeft nieuws versocht off onderrichting van w^^ens Antonis doot *. Desen Antony 
heeft hem onderwonden met fenyn ende tovery om te gaen tegens den staet van den 
Sultan, waerover na de javaensche rechten ende pitijaringh van uwen soon, niet alleen 
Anthony, maer veel andere grooten omme die oorsake gelyck als Siragulague, Kiey 



1. Antoni is de coopman Antonio Paolo, in Japara onder de witte vlagge ge* 
nomen, a». 1681. (aant. van den gel^ktydigen vertaler). 

/Google 



Digitized by ^ 



269 

d'ellendige menschen eenmaal van hare banden mogen ontslagen 

werden enz 

Oeschreven in UEd. Gasteel Batavia, desen 13«b Jannary, anno 1643. 

Antonio van Diemen^ enz. . . . 



XLII. De Gkmvemenr-Oeneraal Antonio van Diemen 
en Rade van Indie aan de Bewindhebbers der 
Gen. O. L Comp. (Heeren XVII), 

Batavia, 22 december 1643. 

Met de schepen, enz 

üyt onse jonghste missiven van 12 ende 23 december 1642, sul- 
len UEd. in 't lange ende breede bericht syn, aengaende onse con- 
sideratien op den vrede met den Portugees hier te lande, mitsgaders 
dat volgens UEd. ende de bevelen van hare Ho. Mo. cort na d'aen- 
compste des schips Salmander, gemelten Trêfves hier ter stede is 
gepubliceert. Item nae Choromandel ende elders ordre afgesonden, 
om dit thienjarigh bestant d'onsen te cundigen ende den Portugesen 
ontrent derselver district gelegen, sulcx te insinueren ende notifice- 
ren, oock dat uyt onsen rade gecommitteert hadden, d'Heere Pieter 



Giewaraga, Kadin Wangsadita, Amiabey Wierawaagala met de doot gestraft syn \ 
In 't eerst syn *t te weten gecomen van Anthony, dat eenen riock hadde met een 
roodt steentjen, dat hy aen my gegeven heeft, omme hetzelve van synentwege te 
presenteren aen den Soltan, 't welck nwen soon aen den Sultan heeft gdevert en 
den Sultan is ondertosschen sieck geworden, daer men het werck van Anthor.y uyt te 
weeten gecomen is, ende seggen alle de medecynmeesters in den Mattaram, dat het 
claerlycken hlyekt, dat het Antony gedaen heeft ende hehben oock syn hnys opgegra- 
ven, hebben bevonden dat hy begraven hadt veel diverse dingen, te weten gebeente, 
haer ende oock pampier daer in Hollants opgeschreven was, 't welck veel menschen 
kennelyck was, wanneer datse het huys van Anthony opgroeven ende voor de deur 
van syn hnys hebben se mede veel andere dingen gevonden, twelck almeede van An- 
tiionys werck is geweest. Ende nu vader, soght aen myn broeder den Captn. moor, 
dat niet naer sal laten naer het verloop van den jegenwoordighe aenstaende heylighe 
dagen, ofte nwen soon sal besendioghe doen naer Battavia en nwen soon en sal syn 
pitsiaringh in 't minste niet verbreecken. 



1. So^'o-düogo oi Soera-ngalogoP WangBedita=Wong80-dipo en Wiera wangala 
is vermoedeiyk "Wiro manggolo, dat volgens den heer Winter beteekent; Hoofd der 
str^dors. 



Digitized by 



Google 



260 

Boreely zal' over Malaoca nae onse fortresse Cmz de Gale op Ceylon 
ende 6oa, met procuratie, ordre en instructie voors. bestant den ge- 
ral Mascarenhas in Colombo, ala d'Heere vice-rey tot Goa mede te 
notificeren ende 't selve te doen publiceren, wanneer het different 
wegen Gales onderhoorige landen sonde vergeleken ende ons daervan 
inruymingh, volgens het 12«. art. des tractaets gedaen wesen (sonde). 
Uyt welcke actie onse promptitude ende sinceriteyt tot onderhoudinge 
ende observatie van 't gecontracteerde tusschen de Crone Portugael 
ende hare Ho. Mo. daer genoegh sy gebleken, maer particulierlyck 
uyt missive van den 13« January deses jaers, sullen üEd. wel heb- 
ben connen begrypen d'onbestendigheyt van desen vreede hier te 
lande, uyt de omstandigheden daerby gededuceert 

Uyt het vervolgh blyckt niet te vergeefe geopineert hebben, desen 
trefv^es van geen durée stont te wesen, te meer met dien superben 
hoop (hoewel onmachtigh) geen land op te seylen is, want als onsen 
commissaris Pieter Boreel op Ceylon aenlanghde ende volgens com- 
missie Don Philippo Mascarenhas geral in Colombo den thienjarigen 
Trefves in conformité van d'ordre onser souvereinen hadden doen 
insinueeren, mitsgaders uyt crachte van 't geroerde 126 artyckel des 
tractaets versocht ontruymingh der platte lande onder Cruz de Gale 
behorende, is tselve door voors. geral wel fier en opgeblazen gere- 

fuseert wes(halve) voors. Boreel oock den 

vrede aldaer ongepubliceert liet, vertreckende nae Gk>a om sich aen 
den vice-rey t'adresseren, menende by denselven ander discretie als 
omtrent Mascarenhas te vinden, blyvende ondertusschen op Ceylon 
alle actiën van hostiliteyt geschort 

Primo April arriveerde Zijn Ed. by de vloote van defentie voor 
Goa. Den b^ daeraen, synde Paesdagh, wierd magnificq ende heer- 
lyck ontfangen, mitsgaders gedurende syn aenwesen princelyck ge- 
tracteert; maer over de saeck in questie is met den vice-rey immer 
soo weynich als met Mascarenhas connen overeencomen; noch de 
minste satisfactie geobtineert, synde meer aengetogen vice-rey ende 
S3men raed tot egene redenen te brengen geweest, onaengesien wat 
onwederspreeckelyke argumenten tot betuygingh van ons goed recht 
bygebracht syn ende bovendien tot accomodatie van saecken, buyten 
onse commissie gepresenteert heeft, de voors. landen onder het dis- 
trict van Gale sorterende, in tweeën gedeelt, d'eene helft by haer 



Digitized by 



Google 



261 

ende d'ander helft door ons beseten sonde worden; namentiyck by 
(HToyisie ende tot in Europa onse respective sonvendnen het geschil 
souden dirimeren , maer dese luyden reden noch verstant gebmyckende y 
«yn niet min absurd als hartneckigh by hun ongefundeerde sustenu 
blyven persisteren; haer wyders niet schamende, staeude te houden 
(ten proposte onse commissaris sustineerde y de Coningh Radja Singa 
van Candia, wegens het derde artyckel des meergeciteerden tractaets 
van bestant, mede des begerende, onder den trefves begrepen sonde 
moeten werden) geseyde artyckel van geen ongelovige coningen off 
potentaten te verstaen ware; maer alleen van gelovige christenen, 
hoedanige in dese landen gene syn, merckt d'impertinente onbe- 
schaemtheyt van desen orgueileusen machtelosen hoop! 

In voegen voors. onse Commissaris nae verscheyden byééncomsten 
ende schriftelycke conferentien met d' Heere vice-rey voornoemt, 
ende dessel& gedeputeerden over d'een en d'andere poincten gehou- 
den, (alvorens wettelyck geprotesteert hebbende, niet schuldigh te 
willen wesen aen de schaden, onlusten ende bloetstortingen daeruyt 
te volgen,) den 27^ der voors. maend April na eenige hevige con- 
testatien over ende weder gevallen, met de bloedvlagge en datelycke 
acten van hostiliteyt, met de gantsche vloote, bestaende nyt elff 
seylen van voor Gk>a opgebrocken is 

In deser voege bjh met den Portugees de novo in oorloge geraecckt 
ende heeft d' Heer Comnüssaris (Boreel) die saecke niet anders con- 
nen beleyden, enz 

Belangende Batavia, wy connen daervan den Alvermogende sy 
gepresen ende geve tot de continuatie zynen heyligen segen, niet 
als gewenschte tydingh geven. Branden als andere merckelycke 
disaisters heeft de burgeiye desen jaere niet gevoelt Volgens UEd. 
wensch staen de huysen metter tyd van steen opgetrocken te wer- 
den, daertoe door de dagelycxse timmeragie sich groote apparentien 
verthonen, gelyck UEd. uyt d'overcomende vrunden tot verwonde- 
ringh verneemt, daertoe veel helpt de Jacatrase velden ende zee 
soo veylich gefrequenteert worden, sulcx dat 't jaty, dat is eycken 
hout, calck ende steen tot contentement ende civile piys becomen. 
Zedert Batavia's fonderingh syn de bosschen, velden ende zee soo 
vreedsamig nojrt buyten eenigh ongeval gebruyckt, sulcx de lande- 
ryen ontrent dese stad seer getrocken worden, ende yeder tracht 



Digitized by 



Google 



syne thQ3men (byna geabandonneert) weder te hanthaven, schoon te 
maken ende te beneficieren, 't welk sonder eenige accommodatie off 
Gomp* assistentie wacker voortgaet, hartelyck wenschende eenige 
liefhebbers, voor desen in India geweest, als d' heer Carpentier 
ende anderen, ocnlaire inspectie van zaecken mochten nemen, vertrou- 
wen 't haer £d. niet min aengenaem sond^ wesen, als eertyds 't 
verhoopte progres van saken vervordert hebben. De coopman Bin- 
gam heeft groeten omslagh ende vele velden met snyckerriet beste- 
ken, dat nu nae alle apparentie wel te sncoederen staet, ingevolge 
veel witte snyckeren tot 5^ realen 't picol leveren sal. 

De Mattaram hont sich geheel stil, syn loopers worden nienwers 
te water noch te lande vernomen, vertrouwen geheel van iets <^ 
Batavia te voorderen despereert, soo doen (wy) weder geen hostiliteyt 
aen desselfs onderzaten, die de zee frequenteren, mits dat van pas- 
sepoorten voorsien syn, daer hun wel by bevinden. In voegen allen 
die naer Malacca of de thinquartieren etc tenderen, hun in Batavia 
versien, daer alsnoch cleene erkentenisse voor doen, gelyck mede in 
Malacca, welcke stad sonder aenleggen niet toestaen te passeren, 
dat veel leven causeert ende mettertyt t'incomen verbeteren saL 
Ondertusschen bljrven de Nederlanders by den Mattaram gedetineert 
ende de Moorsen priester met 5 m. realen in ons gewelt, dat soo 
aengesien moet worden, dewyle met solliciteren meer verachteren 
als voorderen. D' Alvermogende wil hun met patientie wapenen! De 
toevoer ujt Java ende alle omliggende quartieren is seer overvloe- 
digh etc 

üEd. doen wel, soo weynigh getrouwde herwaerts send, dewyle 
van tyd tot tyd vermercken, deselve tot laste van de Comp. gedyen 
ende tot continuatie (als meenen wat geprospereert te hebben) niette 
bewegen S3m; maer al weder naer huys haecken ende daemae sonde 
men wel weder herwaerts willen, sulcx dat 't over ende weer gaen 
geen eynde neemt enz 

't Is seecker India veel arme menschen voeden oan, die genegen 
syn de handen uyt de mouw te steecken; duysende boeren syn op 
Formosa noodigh, Malacca ende derselver heerlycke thuynen leggen 
desert, by gebreck van burgerye, Banda can veel menschen de cost 
geven, ende syn verwondert, dewyle Nederlant met sooveel ellendige 
arme lieden, uit Duytslant verdreven, vercropt is ende sooveel om 



Digitized by 



Google 



263 

de coBt doen moeten, menighte derselver niet herwaerts trachten te 
oomen; immers hebben levendig exempel van.de Chinesen, die jaer- 
lycx met dnysenden nit China eomen , hnn vracht en cost versorgen 
moeten, daervoor dickwils hun lyff verpanden, ende bovendien 
1^ reael hooftgelt maendl jcx opbrengen , echter hier neder geslagen 
synde, in 3, 4 ofte 5 jaren redelycke middelen versameien; maer 
syn yverich ende arbe3rt8aem, hun geen werck ontsiende ende als 
de gemene man, nyt Nederland te comen, tselve niet betracht, is 
hier emmer soo weynich als elders voor haer te doen en vergaen 
door Inyheyt in armoede, alsoo geen staet moeten maken meer sub- 
sidie van de Comp. te genieten, als de Chinesen, off worden in 
ledigh gaen gevoed. Dit dan soo synde, moeten sober gestelde luy- 
den, omme ledigh te gaen, na India niet comen, want snllen haer 
seer g'aboseert vinden enz 



XLUI. De (ïouvemeur-Generaal Antonio van Diemen 
en Bade van Indie aan de Bewindhebbers 
der Gen. O. I. Comp. (Heeren XVIL). 

Batavia, 23 December 1644. 

Edele Ëmtfeste, enz 

Onse jonghste generale missiven aen UËd. syn geweest, dato 22 
december 1643 enz • 

Batavia continneert (geprezen zy den Allerhooghsten) in florissan- 
ten stant, dagelyx in neeringen ende toeloop van menschen advan- 
cerende. Brant off andere onheylen syn desen jare egeene, veel 
minder vyanden omtrent onse poorten vernomen, eenlyck hebben de 
kinderpoxkens en andere Qpntagiense sieckten desen somer dapper 

gegrasseert enz. '''T De Jacatrase velden worden seer 

veyl gebniyckt, besaeyt, beplant ende de thn3men syn in groote re- 
putatie, daer d'inhabitanten profyt ende gerief uyt trecken, goet 
Jaty hont wort nyt de bosschen gehaelt, waerdoor den burger syn 
timmeragie voordert, goede, hechte, durable huysen in kalck ende 
steen soo aen de west als d'oost syde, dagelyx aenbouwende, sulcx 
dat het vreucht te sien is; de nieuwe kerck is met een muur hoogh 



Digitized by 



Google 



264 

seven ende dick Ij- voeten omsloten, den predickstoel staat in postare, 
een schoon werck, men is besich met het kerckelyck gestoelte ende 
't wnlfsel van plancken tegen het dack te slaen, enz 

De borstweeringh van Batavia's mnyren is rontomme gedaen met 
weynich costen ende eygen volck, sullen de stadt met een redelycke 
aerde wal binnen de buytenmnyren omleggen 

'THospitael is noch niet volgens project voltoyt, maer wel een 
goet woonhnys aen de sayt-oostsyde van 't hospitaelspleyn . . . 

De noortlyckste zee-redonbt, een treffélydL fort, de reede bevry- 
dende is ten principalen voltrocken ende met canon g'arpieert, een 
groot schoon versiende werck. 

Tot accommodatie van den rector en Batavise studenten hebben 
doen optrecken een school, staende op de tygersgraft, zulcx tot den 
voortgangh van dat nootwendich werck niet resteert als den zegen 
des Heeren ende UE. ons daermede de hnlpende hant toebieden, 
mits sendende bequame personen tot conrectors 

Met die van den Mattaram staen in vorige termen ende is cleene 
apparentie tot de relaxatie onser ellendige gevangenen, soo bljrven 
oock de moorse priesters in ons gewelt, dat soo moet aangesien 
worden ende met patientie afgewacht, het getal van d'onse in Juny 

passato bestont uyt 40 personen 

men rucht dat de sone van Serapada herwaerts comt, omme over 
de verlossing der gevangenen te tractoren, dat achten voor een 
praetjen off bedriegery, gelyck van die geesten wel gewoon syn te 
vernemen. 

Buyten dit, wort van de Oost geen teeckenen noch gerucht van 
oorloge vernomen. De Javanen varen over ende weder seer gerust 
ende de toevoer is extraordinary meer als oyt gesien, den rys op 
23 ende 25 realen 't last 

Niet alleen uyi des Mattarams landt comt ons alles in overvloet 
maer uyt Bima, Macassar, Bomeo, Jamby, Palmbangh ende alle 
omle^ende plaetsen, soo is oock op 17 deser, van Siam hier aen- 
gelant een joncke van 300 lasten met rys, olye, suycker, visch, enz. 
gecargeert; peper comt mede (onaeugesien de schaerse gewassen) 
redelyck toevloeyen. Ondertusschen syn hier ten aensien van den 
toeloop der vreemde natiën , maer vooral Javanen (wiens conversatie 
ons met reden suspect is) dapper op hoede , synde present 't casteel 



Digitized by 



Google 



265 

ende stadt noch met redelyck gamisoen beseth. Openbaer gewelt 
hebben door Godes gratie niet te dachten ^ voor hun vaLsche prac- 
tycqnen moeten wacht honden, gelyck dan in 't begin der maent 
augusti voorleden een gansch schandeljck verraet ende voorgenomen 
moorderye, door die van Bantam met de Batavische Javanen gepit- 
chiaert, (doch) God loff, het tydelyck gewaer syn geworden ende 
d'antheurs (synde de principalen van dit schelmstnck Jan Cleyn, 
hooft van de Javanen alhier,) allen met den doot gestraft syn. Hun 
execrabal desse3m ende e3mde, blyckt by hnn confessien ende 
wort in 't Batavia's verbael wyt en breet beschreven, daer UB. 
alles verneemt, mitsgaders dat de Coningh van Bantam aenleyder 
van de saecke zy ende alles met kennisse des Mattarams geschiet 
zy, snlcx dat dese priesters malcanderen wel verstaen ende vertrou- 
wen Jamby en de Palembang daer oock niet onwetende van syn. 
Bantam speelt den ignoranten ende wy houden ons als off niet beter 
wisten, continueerende noch den vrede; doch met groote omsichtigheyt, 

Wyders moeten üEd. noch communiceren een gepasseerde saecke, 
die wenschen verswegen mocht worden, maer noch liever dat noyt 
geschiet ware, namentlyck de gepleeghde Oodverdrietende souden 

des gewesen raets (van Indie) J. . . . S , mitsgaders desselfs 

miserablen uytgangh, daervan niet larger S3m, onse resolutien ende 
dach-register, als d'overcomende vrunden cunnen UEd, des nodich 
synde, broeder informeren % God Almachtich beware ons in toecomende 
voor diergelycke confraters ende weere syn straffende hand, die de 
Republicque voor soodanige regenten toecomen soude, meer ende 
meer van ons verre aff, enz 



1. Het hier bedoelde lid van de Hooge regering, de extra-ord. raad van Indië 

J S werd door daartoe gecommitteerde regters, wegens het peccatom 

contra nataram veroordeeld tot verworging aan een paal en verbranding van z^n 
l^k tot assche, met 4 medepligtigen. Dit vonnis werd op 9 Juli) 1644 door de Hooge 
regering bekrachtigd en op den ll«n Juljj daaraan volg. ten uitvoer gelegd. De geëxe- 
cnteerde had een oppercoopman tot broeder en den secretaris der Hooge r^;ering tot 
zwager, hetgeen echter niet belette, dat het vonnis werd voltrokken. 



Digitized by 



Google 



266 



XLIV. De Goaverneur-Generaal Antonio van Diemen 
en Bade van Indle aan de Bewindhebbers der 
Gen. O. L Comp. (Heeren XVII.) 

Batavia, 20 Jannary 1645. 

De vyf retonrschepen enz 

Uyt brieven en pampieren met de vyf voomyt vertrocken retour- 
schepen, sullen U£. sien het succes onser nytsettingh, onder den 
£• Fran^is Garon nae Ceylon, mitsgaders hoe den 10 Aug. onder 
het beleyt van den E. Joan Maetsuycker nae Goas bhaer affge- 
sonden hadden een machtige scheepsarmada, omme e3mde des oor- 
logs te maecken , 't sy by minnelyck verdrach off cracht van wape- 
nen Onse vlote, als geseyt den 28 September 

passato (i. e. 1644) op 10 vadem voor Goa ten ancker gecomen 
sjmde, wierd den vice Bey datelyck gesignificeert, aldaer gecomen 
waren y met brieven ende commissie om met hem in gespreek te 
treden y wegen de differenten tusschen beyden gerezen, daerop ette- 
lycke malen schryven over en weder, gaende tot 13 october voors. 
Maetsuycker met groote magnificentie aen lant gehaelt wi^e, . . 

van dato 13 Oct. tot 10 Nov. is over de saecke in 

questie gebesoigneert ende daer (wat devoiren ende ernstige sollici- 
tatien d'onse gedaen hebben) geen corter expeditie t'erlangen ge- 
weest, gelyck ÜEd. alles by 't gehouden dagregister sal blycken. 

Op wat conditien nae verscheyden conferentien , contestatien ende 
protestatien metten anderen verdragen syn, vernemen ÜEd. uyt 
nevensgaende capitulatien 

Synde eyntelyck overeengecomen als d'articulen boven aengeroert 
dicteren, ende de voomaemste dat yeder sal blyven in 't besith van 
syne forteressen, gelyck die op 't teeckenen des contracts bevonden 
worden beseten te Byn, item dat de scheydingh der landen met 
derselver possessie ende jurisdictie puyr ende geheel sal blyven tot 
d'uytspraecke onser ende hare respective souvereinen in Europa, 
midts dat ondertusschen de vruchten sullen worden verdeelt en ge- 
noten, die van haer syde by den Portugees, die van onse syde by 
UE. onder titul van deposito, tot dat daerover decisie van de ge- 
melte souverejmen gedaen sy, welcke verdeylingh op gelycke wyse 



Digitized by 



Google 



267 

oook plaet8 sal hebben in 't administreren van de justitie ^ Voors. 
titnl van deposito (seyt de Ed. Johan Maetsuyeker) schynt yets te 
syn; maer is wel ingesien inderdaed niet als een bloote naem ende 
enkele imaginatie, gelyek selven bekennen, eenlyck geïnventeert, 
opdat niet souden schynen afstant van hare landen te doen . . . 

Wy connen ons niet imagineren, dat men in Europa de saecke 
soude anders begrypen, als dat de landen ende forteresse Negombo 
onder rechtvaerdigen titul vercregen syn, den Portugees heeft ons 
geforceert oorloge te voeren, mits geen ruymingh wilde doen van 
de landen onder Oale sorterende, Saffragan ende andere coninghen 
van Candia's landen onder ons verhypothequeert, sy hebben getracht 
ons te frustreren van onse landen omtrent Oale, daer geweldelyck 
hun crygsvolck hielden, wy hebben ons moeten deffenderen, syn zy 
ongeluckich geweest, ende wy victorieus, hebben 'tniemant als hun 

eygen onverstant te wyten 't syn luyden die veel 

seggen cunnen, hebbende groote experientie ende weten seer accu- 
raet van Ceylon te discoureren, den oncundigen veel wys maeckende, 
sulk in Europa de saecke si vry wat schyn sullen geven; maer 
UEd. moeten staen op haere rechtvaerdige conquesten, die sy ons 
selver gesuppediteert hebben. 

Op 't versoeok des vice-reys heeft den E. Maetsuyeker tot uyt- 
rustingh van hare schepen nae Portugal, die niet boven twee sullen 
syn, laten volgen, (mits betalende) twee groote seylen, mitsgaders 
twee groote touwen, dat voor groote courtoisie extimeren, gelyek 
het inderdaet sy, etc 



XLV. De President, Comelis van der Lyn en de Raden 
van Indie aan de Bewindhebbers der Oener. 
O. I. Comp. (Heeren XVII.) 

Batavia, 9 July 1645. 

De schepen enz 

Zeden heeft Ood Almachtigh gelieft de Heere Oouvem' Oenerael 



1. liet voornaamste pont yaa geschil betrof het bezit van het fort Negombo en 
omliggende landen en de verdeeliog der landen tnsschen G>lombo §n Oale, allen op 
Ceylon gelegtn. 



Digitized by 



Google 



268 

AtUonio van Diemen met een nTtterende sieckte te besoecken, die 
yan tyd tot tyd toenemende hem e3mdelyck op 19 April voorleden 
nyt dit leven heeft wegh genomen, daer de gen. Comp. een verstan- 
digh, ervaren ende vigelant dienaer aen te verliesen comt, die om 
veel te wenschen ware geweest UwEd. saken herwaerts over noch 

eenige jaren hadden mogen gonvemeren 

Dit onverwacht incident hebben (wy) soo important geoordeelt, 
dat noodigh geacht hebben üwEd. binnen tyts per een expres advys 
schip daer cnndtschap van te doen, opdat UwEd. gelegentheyt mogen 
hebben tydigh ordre op 't generale Gouvernement te stellen, die 
met verlangen te gemoet sollen sien, hetsy dan hare Ed. goetvinden, 
een der aenwesende raden de successie te defereren, ofte wel daertoe 
iemand nyt het vaderland te schicken; waervan, opdat de electie 
t'eenemael ende ongepraejudioeert tot ÜwEd. goedvinden mochte 
blyven, de plaetsen vacant sullen houden, tot dat ÜwEd. dispositie 
daervan sullen becomen, gelyck ÜwEd. uyt de copie resolutie hier- 
nevens gelieven te sien, (die wy) weynigh dagen vóór het overlyden 
van zQn gedachte Ed. metten ander gearresteert hebben, gevende 
de twee extraordinaire raden mede continuele sessie ende conclu- 
derend advys, op welcken voet dan de saken syn waememende ende 
verhopen met de hnlpe ende bystant Oodes, met alle naerstigheyt, 
vigilantie, trouwe ende goede eenigheyt ons soodanig te evertueren, 
dat ÜwEd. staet door 't afsterven van hoog gemelte Heere Gouvem' 
Generael soo weynich verachteringh ende alteratie lyden sal, als doen- 
lyck werd, daer uw Ed. haer vryelyck op gelieven te rusten. 'T is 
buyten twyffel dat een groeten voorganger aen Zyn Ed* verloren 
hebben , die door lange oe£feningen soodanigen experientie ende erva- 
rentheyt van Comp* saken ende gelegentheden had becomen, dat als 
spelende het groote werck te dirigeren wist ; maer verhopen hetgene 
ons daervan deficieert met onverdroten arbeyd ende diligentie te 
suppleren Belangende de successie van 't gene- 
rale gouvernement ende wat qualiteiten daertoe gerequireert worden, 
sal onnoodigh wesen, wy ons vermeten ÜwEd. onderricht te doen; 
maer willen die sake ÜwEd. prudent oordeel t'eenemael bevolen laten, 
eenelyck seggen, voor sooveel de gelegentheyt hier te lande insien, 
onses bedunckens, beter wesen sal tot die cherge des doenelyck 
synde, iemant uyt Nederland geschiet werde, als dat een van de 



Digitized by 



Google 



269 

presente persoonen daertoe werde gepromoveert ende dat om ver- 
scheyden hooghwichtige consideratien, hier onnodigh aen te halen. 
Welck gevoelen oock overeencomt met het laetste particolier schry- 

ven van Z3m Ed. loffelycker memorie daer ons 

toe gedragen, sonder dat onder correctie van UEd. wyser oordeel, 
hier jegens seer gelden kan, dat men sal seggen, weynige in 't 
vaderland gevonden snUen worden, die soodanige kennisse vanComp* 
staet ende commercie herwaerts over connen hebben, als die door 
lange jaren continuatie in dese qnartieren tyd ende gelegentheyt 
hebben gehad, om grondige ervarentheyt van saken te krygen, alsoo 
oordelen snlcx jnyst op 't hooghste niet gerequireert; maer genoegh 
sy, daertoe een verstandigh, consideraet, consciëntieus en gereckelyk 
persoon werde uytgevonden, die slegts matige kennisse van Comp» 
gelegenthdyt hebbe ende tot saken daer selfs de meeste wetenschap 
niet van heeft, anderen die ervaringh hebben te gebruycken weet 

enz 

(Na dezen officieelen brief, waarin alles, buitenkanfs, zoo als de 
Japanners zeggen, zoo fraai en belangeloos wordt voorgesteld en 
het Opperbestuur in Nederland van de Hooge Regering in Indie de 
verzekering van een goed bestuur ontvangt, is het niet onnoodig en 
niet onaardig ook de officieuse brieven te kennen, welke de drie 
onderteekenaars der generale missive naar Nederland, elk in stilte, 
afzonden. Die brieven volgen nu hier, de eerste is van van der L3m, 
de tweede en derde z^n van Joan Maetsuycker en Simon van Alphen.) 



XL Va. De President Comelis van der Lyn aan de 
Bewindhebbers der Oen. O. I. Comp. (Heeren 

xvn.) 

Edele Erentfeste enz 

By de nevensgaende Oener. missive worden UEd. bedeelt wat in 
Comp» aflBdren in India sedert 't vertreck van de seven retoursche- 
pen, onder 't commando van den E. Panlus Croock op 24 Dec. en 
21 January passato van Batavia's reede vertrocken, is gepasseert, 
daertoe wy om in desen cort te syn t'enemale gedragen, van welcken 
tyt af de H' Oouvemeur Oenerael Antonio van Diemen met een 



Digitized by 



Google 



270 

verswackende sieckte soodanich van Godt de Heere is besooht, dat 
ejntelyck den 19 April passato deser werelt is overleden, hebbende 
bevorens den 12 ditto, seer swack synde, by resolutie vastgestelt^ 
dat ick naer Z3m Ed^ overlyden 't generale gonvemo van India onder 
den naem van president sonde aenvaerden ende becleeden, dat tegen 
UEd. ordre en den inhonde van den generalen artyckelbrief stryt, 
die dicteren datter naer de doot van den Ooavemenr Oenerael nyt 
de bequaemste personen weder een nieuwe Glenerael sal worden 
gesteld om confusie voor te comen ende dat de staet van de Comp. 
met goede ordre en respect, sonder de minste krenckinge ofte ver- 
acht eringh wel en naer behoren soude worden gedirigeert, gelyck 
oock ten hoochste noodig is ende nu mede wel vereyste i, dat tot 
myn leetwesen en 's Comp* nadeel niet hebbe connen te wege bren- 
gen, alsoo de presente heeren Johan Maetsuycker, Salomon Sweers 
ende Symon van Alphen haer aen voors. resolutie soo vast binden « 
dat my in 't contrary overstemmen ende ten dienste van de Comp. 
soodanich niet en assisteren als wel wenste en UEd. affairen verey- 
schen, synde als een keten aen den anderen gehecht, gelyck UEd. 
uyt d'overcomende personen tot leetwesen wel sullen verstaen, daerby 
comt noch, dat mevrouw Generaelse alle prerogativen als by 't leven 
van d' H' Oenerael sal blyven gauderen ^ tot dat naer Europa sal 
gelieven te vertrecken ofte dat by UEd. naerder ordre op 't gouvernement 
sal wesen gestelt, als UEd. by de nevensg. copie resolutie gelieven 
te sien. Ongehoorde dingen! 'T is seecker die regeersuchtige vrouwe 
den heer Oenerael sal' genoechsaem tot voors. resolutie heeft geper- 
suadeert Ick hebbe oock te facielder toegestaen, omdat UEd. ordre 
op 't generael gouvemo ontwyffelyck tegemoet sach, dewyle de H' 
Oenerael zyn demissie tegen a*. 1645 soo emstich hadde versocht. 



1. Van der Lyn vergeet hierby te Termeldeii, dat deze reiolatie yan 12 April 
genomen werd door den voUen raad van Indie, m^ eenparige stemmen en zonder 
iemands tegenspreken, ook niet van zyne zQde. Het is duidelijk dit van der Lyn 
liever terstond GouT.-Gen. zon geweest zgn. 

2. 'Ook hiertoe was op den 14 April door den raad van Indie » eendrachtigh ver- 
« staen ende geresolveert en (den 0.-6. van Diemen) geantwoord geen andere meyninge 
«ofte intentie te hebben, als dat haer gedachte Ed. (i. e. de wednwe van Diemen) 
irin aller maniere sal blytren in 't volle besit van voorn, hnys (des Oonv.-Gen.) mits- 
» gaders alle prerogativen, die (sy) jegenwoordig by syn Ed. (L e. van l>iemen's)leven 
» ganderende is, totdat naer Europa sal gelieven te vertrecken, enz. " Ook hiertegen 
had van der I4)n zich niet doen hooren. 



Digitized by 



Google 



271 

daerop niet anders is gevolcht, als versoeck van langer continuatie, 
dat de doot (God beter 't) heeft verhindert • 

lek hadde voor 't vertreck van de laetste retonrschepen, myn 
intentie op 't becleeden van tgenerael gonvemo aen den h'. generael 
zal' veiclaert ende dat (ik) van mening was een keer naer Nederlant 
te doen, soo tot bevordering van myn particnlier (belang) als om met 
UËd. mondelingh te confereren ende dan tot des Comp'. meerder gemst- 
heyt UEd. andermael te dienen; dat Zyn Ed. niet wel beviel ende 
daerom in syn tweeden particnlieren brief anders als voor desen in 
myn regardt heeft geschreven, met byvoeging van d'attestatie van 
de qnestie met d'Heer Sweers, dat een onverdraechlick persoon is, 
enz. ^ 

De redenen, waerom my na den doot van den generael volgens 
voorn, resolutie niet als president hebbe doen authoriseren is ten 
principale dese, alsoo verstont dat gemelte Heeren rede besloten 
hadden de generale directie niet dan by de Hr. Maetsnycker te doen 
becleeden, die in 't stuck van den coophandel nochte boeckhonden 
(daerin des Comp'. welstant ten principale bestaet) weynich ofte geen 
kennisse heeft, soodat ick dan echter tselve meeste sonde hebben 
moeten waememen ofte anders met syn Ed. dickwils overhoop leg- 
gen, derhalve hebbe ten dienste van de Comp. beter gedacht om 
snlcx voor te comen ende in eenicheyt te syn, de saecke op den 
jegenwoordigen voet metten anderen te dirigeren, mits dat ick als 
ontste raedt de preseance ende propositie behonde, gelyck geschiet 
ende verhope alles ten meeste diensten van de G^er. Comp. met 
discretie en sachtsinnighyt soo te bestieren, dat UEd. een goet ge- 
noegen ende volcomen contentement sullen hebben, enz 

In't casteel Batavia, 12 July 1645. 

Comelis van der Lyn. 



1. De twisten tasscbcn van der Lyn en Sween wuen soo hoog geklommen, dat 
▼an der Lyn eindelijk op 26 Janaory 1645, toen hy nog Directeur Oenrl. was, den 
raad van Indie Sweera met rotangslagen afranselde. Sweers was ook ver van onbe- 
rispdiyk. 



Digitized by 



Google 



272 

XLV6. De Raden van Indie , Joan Maetsuycker en Simon 
van Alphen aan de Bewindhebbers der Oener. 
O. L Comp. (Heeren XVU.) 

Batavia, 12 July 1645. 

Edele Erentfeste enz 

Uyt de generale miasive by de aenwesende raden van India ge- 
samenderhandt geschreven, verstaen üwEd. het beclaeghlyck overly- 
den van den heere Gonvemenr Glenerael, saliger geheuchenisse, om 
UwEd. waervan contschap te doen, goetgevonden is binnentyts het 
flnytschip de Post af te senden met advisen, opdat UwEd. van de 
gelegentheyt harer saecken herwaerts over verwitticht S3mde, tydelyc 
ordre op 't generael gouvemo mochten stellen; dese dient vooma- 
mentlyck tot geleyde van nevensgaende copiebrief by syn gem. Ed. 
sal' per het schip de Willem over Engelant particnlier aen UwEd. 
geschreven en in de voors. onse generale geciteert, die syn Ed. ons 
op syn dootbedde gecommnniceert heeft ende nodich hebben geacht 
UwEd. by dese gelegenheyt met bygaende stncken mede toe te schic- 
ken, opdat byaldien de originele, dat niet verhopen, niet terechte 
mochte comen UwEd. niet gefirustreert mochten blyven vanSynEd*«. 
laetste advis, nopende de bededinge van 't generael gouvernement^ 
een sake van groeten importance. In de voors. onse generale brief 
hebben UwEd. cortelyc gedient van ons gevoelen omtrent dat point, 
accorderende met syn Edt'. aengeroerde jongste advis , dat nodich sal 
wesen UwEd. daertoe een aensienlyck, conscientiens ende verstan- 
digh persoon uyt Nederlant senden, want die hier te lande daer de 
apparentste toe sonde wesen , is de heer Comelis van der Lyn ende 
die heeft by syn Ed^ leven menichmael rondnyt verclaert daer geen 
capaciteyt toe te hebben, hetwelck hoewel vastelyc geloven van 
hem soodanich niet gemeent sy, soo en laten wy echter niet na de 
waerheyt daervan langs hoe meer te ondervinden ^ gelyck syn Edu 
sal^. oock genoech bekent is geweest, niet in 't jongste gelyck uyt 
voors. particuliere brief schynt te blycken; maer al over langh. De 
reden nu waerom Syn Edt. echter den E. van der Lyn doorgaens 
tot syn successeur geprojecteert heeft sou licht te raden syn, Syn 
Edt. heeft van jaer tot jaer gelyc UwEd. kennelyc is om syn ver- 
lossingh geschreven ende sich gelaten of tot vertreck genegen was 



Digitized by 



Google 



273 

maer die hem hier wat nader bygewoont hebben, weten wel hetselve 
hem noyt ernst sy geweest; maer eenlyc voorgegeven of üwEd. 
misschien mochten hebben goetgevonden hem op tedoencomen, solcx 
niet onversocht mochte schynen te geschieden, ende dit is oock de 
reden geweest, waerom den £d. van der Lyn altyt tot snccessenr 
heeft voorgestelt, opdat Uw £d. haer op desselfe beqoaemheden ge- 
rust houdende tot dien eynde niemant uyt het vaderlant souden sen- 
den, 't welc niet geem sonde hebben gesien, alsoo geen vertrecken 
in 't sin had; maer als het jongste jaar, vermits sich vantyttottyt 
swacker ende swacker gevoelde, syn vertrec eenmaal vast hadde 
gestelt (hoewel vele, daeronder de weduwe selfs haer noch al in 
beelden, byaldien weder tot gesontheyt ware gecomen, het vaderlant 
alweder uyt syn sin sonde hebben gestelt) soo heeft, gelyck geseyt, 
Comp«. gelegentheyt de directie rakende nader beginnen te overleggen 
ende syn vorich schryven geretracteert, niet sooseer om 't gepas- 
seerde jegens den heere Sweers, ^ waervan de stucken oversondende 
de copien hier andermael nevensgaen, hoewel die ende diergelycke 
acten meer by hem gepleeght oock haer bedencken hebben; maer 
omdat altyt wel geweten heeft de gerequireerde hoedanicheden tot 
dat hooge ampt by den persoon niet en waren, gelyc sulcx op syn 
dootbedde wel te kennen heeft gegeven, als wanneer siende dat syn 
eynde genakende was, over het Generael Gk)uvemement seer beducht 
is geweest ende e3mdelyc met ons apart, sonder den E. van der Lyn 
daer eens van gesproken te hebben , vastgestelt heeft hetgene nader- 
hant diesaengaende coUegialiter is geresolveert , waervan geen andere 
reden can werden gegeven , als dat denselven tot het generael werck 
niet bequaem heeft gekent, wat consideratien nu daerop heeft gehad 
ende wat qualiteyten in gem. üeere van der Lyn tot het hooghste 
ampt nodich gedesidereert werden, sonde odieus wesen in desen te 
particulariseren ; maer achten onse conscientie ende den eet, waer 
met aen UwEd. verplicht syn, genouch gedaen te hebben, dat ons 
gevoelen dus met generale termen te kennen hebben gegeven; ver- 
clarende daerin geen ander ooghwit te hebben, als de dienst van 
de generale Comp», die geoordeelt hebben sulcx schuldich te wesen , 



1. Zie noot 2 op bladz. 271. 

V. 18 



Digitized by 



Google 



waervoor oock versoeoken UwESd. dit ons particidier advys gelieven 
aen te nemen •..••••••• 

inet sonder reden doleren UwEdi^. over den groten handel der 
particulieren 9 nadien deselve niet alleen tnsschen dit ende 't vader- 
lant; maer ooc op ende van alle plaetsen van India sodanich in swangh 
gaet| selfs onder de meesten, dat qoalyck bedencken connen met 
wat middelen njt te roeyen aal wesen; echter sullen gelyck in de 
Generale missive belooft , daer alle crachten toe inspannen , hoe- 
wel niet twyfelen of hetselve sal by velen weynich gunste baren, 
enz. .•.•••••• 

Dewyl present geen meer als twee ordinaris raden op Batavia syn, 
namentlyc de Bp^ van der Lyn ende Haetsnycker ende H^ (Gouver- 
neur Generael salr. ons op syn dootbedde, daer syn huysvrou pre- 
sent waSy om verscheyde redenen gereconmiandeert heeft den H'. 
Garon in Tayouan te laten, daer beter dienst doen can dan hier, 
daer een vreemdeling is ende by resolutie verstaen is, dat de doen- 
maels presente raden, eztra-ordinaris tot versterckingh van den raet 
ende UwEd. nader ordre mede een concluderende stem souden heb- 
ben, gelyck in de persoon van d'H'. van Alphen efiect sorteert, soo 
versoect syn K mits desen gansch gedienstich, (TwEd. hetselve soo- 
danich gelieven te doen continueren ende qualiteyt en gagie van 
ordinaris raet daerby te voegen, te weten byaldien UwE. resolveert 
iemant tot Gouvemeur-Generael uyt het vaderlant te senden; want 
andendnts geen ander gissingh maken, dan 't aenstaende jaer als 
wanneer ons verbant expireert, met UwEd. permissie beyde nae 't 
vaderlant te retourneren ende also present niet anders hebbende, 
willen desen hiermede eyndigen, enz. 

In 't casteel Batavia 1646, 12 July. 

UwEd. verplichte dienaren: 
Joan Maetsnyker. 
Simon van Alphen. 



Digitized by 



Google 



275 

XLY c. De Baden van Indie y Joan Maetsnyeker en Simon 
van Alphen aan de Bewindhebbers der Oen. O. 
L Comp. (Heeren XVII). 

Edele Emtfeste, achtbare, voorsienige, seer discrete Heeren. 

Met 't flaytschip de Post 13 Joly voorleden, om UwEd.het over- 
lyden van den Gk)uvemeur-Generael , sal'. gehenchenisse, te verwitti- 
gen afgesonden, hebben UwEd. een particulier brief ken geschreven, 
wegen ons gevoelen nopende het generael gouvernement, oordelende 
beter te sullen wesen tot dien e3mde een honorabel persoon uyt het 
vaderlant werde gesonden, als dat alhier een der presente Baden 
van India daertoe werde gepromoveert en willen gantsch verhopen, 
God Almachtich, aengeroerde fluyt spoedich en behouden in 't vader- 
lant sal hebben gebracht en ons schryven UwEd. daermede wel ter 
hant sal syn gecomen, echter senden tot te meerder versekeringh 
hiernevens de copie, den inhouden als noch confirmerende, met ge- 
ïtereerde protestatie daer niet anders met voor te hebben, als der 
dienst van de Generale Comp. welcs welvaren te bevorderen met 
eede verplicht syn ende willen niet twyfelen of ons schryven sal by 
UwEd. ooc daervoor gehouden worden, alhoewel (gelyc ons nader- 
hant bekent geworden is) de heer Comelis van der Lyn in syn par- 
ticulieren brief aen UwEd. per voorn. Post geschreven, UwEd. ge- 
tracht heeft wys te maken, wy hem sinisterlyck gesocht souden heb- 
ben van de successie des Gouvemements te priveren en dat ten ge- 
valle, soo seght, van den Gouvernr. Generael sal'. ^ wien die danck- 
baerheyt schuldigh waren, over dat ons voorleden jaer sonder advis 
van Bade gepromoveert soude hebben, d'eene tot ordinaris end'ander 
tot extraordinaris Baet van Indie, hetwelck onwaerachtich is en met 
syn eygen hantteykeningh gedodet wort, staende wel uytdrnckelyck 
in de resolutie dienaengaende genomen, onder dato 27 July voorl. 
jaer (waervan 't extract hier nevens gaet) gespecificeert, sulx een- 
stemmich geresolveert ende gearresteert sy, sodat ons verwonderen 
hoe syn E. sich niet geschaemt heeft, UwEd. die onwaerheyt aen 



1. Hieruit biykt, dat de leden der Hooge regering, middelen besaten om te 
weten te komen, wat één hmmer in een # particulieren # brief aan de Bewindhebbers 
schreeL Uit snik één trek leert men den toestand van onderling wantroawen en be- 
spieding te Batavia, kennen. 



Digitized by 



Google 



te schryven en doet daermede niet alleen ons^ maer ooe voomament- 
lyck de loffelyke gehenohenisse van den Gtonvernenr Generael aal', 
iiynrie ende ongelyc, ons, dat wy in soo een gewichtige sake eer 
en eet aen een syde stellende ter contemplatie van Syn hooghge- 
dachte Ed^ anders gereaolveert sonden hebben, als behoorden en den 
Gonvemenr Oenerael, dat nyt een opgenomen haet, gelyc seght, 
sich soo verre sonde hebben laten vervoeren, dat op syn dootbedde 
liggende en sich bereydende voor den Rechterstoel Gods te verschy- 
nen, alwaer rekenschap van syn rentmeesterschap sonde geven, hem 
met sinistre practiquen, ten ondienste van de Comp. getracht sonde 
hebben, de successie des Oonvemements te ontsetten, hetwelc een 
groote godloosheyt sonde syn geweest ende van syn Ed^ loflyker 
memorie niet gepresumeert, laten staen geseght of geschreven behoort 
te worden en doet Syn Ed. daermede wel blyken met een ondanck- 
baren geest begaeft te wesen, want so iemant in India, so heeft hy 
groote weldaden van den Gouverneur Generael sal'. genoten, die 
hem van dein opgequeect en tot syn jegenwoordige gelegentheyt ge- 
vordert heeft, suilende hem ooc geem tot syn successeur hebben ge- 
had, gelyc syn successive brieven aen UwEd. geschreven daer de 
gethnygen van syn, ten ware hem naderhant van tyt tot tyt grote 
redenen ter contrarie voorgecomen waren, die hem hadden gemoveert 
syn vorige advisen te retracteren en nu UEd. te gemoet te voeren 
beter te sullen syn, een gequalificeert persoon tot S3m vervanger uyt 
het vaderlant wierd gesonden, gelyc verhopen geschieden sal. Dat 
de Ed. van der Lyn wyders voorgeeft, hy den Gouverneur saliger 
eenige malen over syn leven ende &uten vermaent en berispt sonde 
hebben ende daermede desselfs ongunst op S3m hals gehaelt, is immer 
soo onwaerachtich als het vorige en sullen, die de gelegentheyt heb- 
ben gehad hem omtrent den Gonvem'. Generael wat nader by te 
wonen, wel connen gethnygen noyt de couragie heeft gehad, sulcx 
te denken, laten staen te doen, synde niet dan een pure calumnie 
om daermede het jonghste advis van den Gouverneur Generael sal^ 
buyten credit te stellen, als voortgecomen uyt een gepassioneert en 
wangunstich gemoet. 

Hoeverre nu UEd. gemeld schryven van Syn Ed. sal', nevens ons 
advis dienaengaende , in achtingh genomen ende wat over het ge- 
nerael gouvernement goetgevonden ende gearresteert sullen hebben, 



Digitized by 



Google 



277 

sollen mette naeste schq^n verlangen te verstaen ende ondertossehen 
niet nalaten na vennoghen te betrachten UwEd. afiairen hier te lande 
wel mogen gaen, g^ly^y Ck)de sy lof! tot noch toe met 't afsterven 
van den Gonvemr. Oenerael saK dat weten, ten principale geen ver- 
achteringh hebben geleden. In 't eerste hebben ettelycke malen wat 
stribbelingh gehad , ontstaen omdat de Ed. van der Lyn alles , selb 
de gewichtichste saken socht alleen te doen en na syn fantasie te 
dirigeren, sonder ons te kennen, daer ons tegen hebben gestelt ende 
te wege gebracht, hem naderhant wat beter heeft gecomporteert, ver- 
hopende hem voorts wel in devoir te honden, te meer nn de Ed« 
Carel Reyniersz tot onse adsistentie hebben gecregen. Echter con- 
nen nyt het jegenwoordige wel afineten hoe onverdraechelyc sonde 
wesen, byaldien tot de suprème qualiteyt geadvanceert wierd, sul- 
lende de raden van India, niet meer by hem geacht wesen als jon- 
gens, die het werk mede tot haer verantwoordinge hebben lopende. 
De (}ouvemr. Generael sal'. had ons op syn dootbedde, gerecom- 
mandeert syn overlyden UwEd. op 't spoedichste met een expres- 
schip te verwittigen en had de fluyt de Post, dieselve maent oock 
wel gereet connen wesen, byaldien de E. van der Lyn desselfis ver- 
trek van tyt tot tyt niet nytgestelt en getracht had UwEd. van die 
nodige advisen te frustreren, gelyc ooc voorseker geschiet sonde syn 
ten ware wy sulcx vermerckende , eyndelyc hem als met gewelt, 
daertoe gedwongen hadden, sodat niet voor 13 Jnly, weynich dagen 
min als drie maenden, na des Generaels overlyden van dese rede 
vertrocken is, waervan in onse vorige versnymt hebben onseonschult 
te doen ende nu geschiet en also buyten dit ende generale missive 
present niet anders hebben om dese te prolongei^n, willen hiermede 
eyndigen en Uwe Ed. enz. 

In 't casteel Batavia, 17 december 1645. 

UwEd. trouschuldige dienaren , 
Joan Maetsuycker, 
Simon van Alphen. 



Digitized by 



Google 



278 

XL VI. De President en Rade van Indie aan de Be- 
windhebbers der Qener. O. L Comp. (Hee- 
ren XVII). 

Batavia, 17 December 1645. 
Door, enz 

In des Mattarams lant is desen jare grote sterfte geweest , dat nu 
cesseert, egene teekenen noch gerucht van oorloge worden yemomen, 
maer hout hem, die moedige vorst, nu ganschstil; de Javanen varen 
over ende weder seer gerust met redelycken toevoer van alderhande 
Ijftochten ende rys, immer sooveel den burger nodigh heeft, daerom 
Ood de voorste, hier niet verlegen sullen vallen, also van Bima ende 
andere plaetsen goede quantiteyt wort aengebracht 

Tot de relaxatie van onse ellendige gevangenen (die op den 2 
September nogh 33 personen in 't leven waren) is weynich apparen- 
tie, daertegen blyven de moorse priesters nogh in ons gewelt, Ood 
geve haer eenmael gewenste verlossinge. Acht synder, die daer 
vrouwen en kinderen hebben. Met den Coningh van Bantam hebben 
bestant van vrede voor den lyt van thien jaren gemaect, daervan 
het contract ten wederzyden met ondertekeninge is bevestight, dic- 
terende, dat alle ftigitiven, soowel onderdanen, lyffeygenen als debi- 
teurs, wedersyts sullen worden gerestitueert ende dat malckanderen 
in alle swarigheden, die een van beyde plaetsen mochten overcomen, 
als oprechte vrunden alle mogelycke hulpe ende bystant sullen doen. 
Dit contract is tot Bantam in 't bywesen van onse gecommitteerde 
coopluyden, Dirck Snoek ende Huybrecht van den Broeck, welke 
tot dese vredehandelinge zyn gebruickt, ende ingevolge tot Batavia 
in presentie van hare gecommitteerden met de behoorlycke solemni- 
teyten geproclameert, gelyck in Batavia's daghregister ende onse 
resolutien onder 2 en 4 Sept passato breder is te sien. QoA geve 
oprechtelyck mach werden onderhouden, onderwylen sullen altyt wel 
op hoede syn ende die natie niet meer vertrouwen als haer boos 
naturel meriteert, na cunnen vernemen, hebben dese vrede eenelyck 
uyt vrese van den Mattaram aengegaen, alsoo daervan dapper ge- 
dreycht wierden ende doenmaels grote sterfte in Bantam was, dat 
nu gecesseert is. Tot nog toe comporteren haer wel ende vernemen 
de minste invasie niet enz. 



Digitized by 



Google 



279 

XLYIL Contract van vrede tnsschen het ryk van 
Bantam en de Ver. NederL geoctr. Oost-Ind. 
Comp. 

Besolntie van President en Baden van Indie, Saterdagh 
den 2<" Septemb' A\ 1646. 
Besomerende by forme van disconrs 't substantiële rapport van 
onse gecommitteerden, Dirck Snoeck ende Hnybrecht van den Broeck, 
beyde op gisteren naer goet verricht van saecken met drie Javaense 
gesanten de retour van Bantam versohenen, medebrengende wegen 
beyde de Sultans riposterende brieven, nevens 3600 gantangh rys 
ende 20 buffols tot een geschenc, dat buyten ordinaris van alle vcnrige 
donatien excessyff ende soo 't schynt ten principale streckende is 
tot danckbaren recompens van 't gedonateerde, als sonderlingh tot 
corroboratoir teecken van 't thieqjarigh bestant aldaer in uyterlycken 
forma, twee dagen langh gantsch statigh met plausibel advoy der 
ingesetenen geproclameert waren, daerom de Javaense gedeputeerden, 
mits solemneele inhalingh der voors. brieven , op stanty in rade van 
India gecompareert, voorstellende by propositie dat alhier door man- 
daet der regerende overheyt de bevestingh des geseyde vrede van 
gelycke in 't publyck moght voortganc nemen, ingevolge seecker 
verthoonde acte, vervattende in haer selve eenige confederatoire 
poincten, alle ter ordre van de respective sultans in de Haleytsche 
tale ontworpen, door onse signature als vast en bondigh moght wer- 
den becraghtight. Bleeff dienaengaende gestatueert, dat men de 
geaccordeerde vreede by commissie van 't corpus des E. achtbaren 
raet van justitie, den baljuw en capt» deser stede, als beyde de hoof- 
den der Haleytsche ende Ghinesche ingesetenen, omme de minste 
diffidentie te geven in 't bywesen van dito gesanten, mede twee 
dagen achter den anderen op het reputatieust te paert met trom- 
melen en trompetten door de stadt voor al de werelt aen de Oost- 
ende westsyde notificeren sal, reserverende soolangh de subscriptie 
van 't vredich contract tot ons op gevolghde translaet den perti- 
nenten inhoud van hun insinuatoire meningh kenbaer werde, synde 
den E. Simon van Alphen gedefereert, 't gerequireerde concept ter 

prodamatoire acte jegens prefixen tyt in te stellen 

(was get) Comelis van der Lyn, Joan Haetsuycker, 
Simon van Alphen. 



Digitized by 



Google 



Besolatie van President en Raden van IndiCi Maandag 
13 Sept A\ 1645. 

'T confederatoir intendith van die van Bantam naer nytterlycke 
Bchyn genoechsaem ten goede colligerende nyt de becomen translaten 
des Snltans missive ende de gerescribeerde poineten van vrede , die 
wy bevinden naer examinatie raisonabel en bnjten prejnditie van 
onsen staet ingestelt^ snllen deselve by goetkenringh ter presentie 
van hare gedepateerdens^ met snbscriptie ende Comp' zegel achter- 
volgens versoec bekrachtigen en de daerop 't geconcipieert edict van 
thienjarige alliance, conform resolntie den 2 deser gantsch statelyc 
laten effect sorteren, mits dat de schriftelycke poineten van accoort 
door de respective snltans ongeteeckent herwaerts gesonden, mede 
sollen worden gesigneert, daervan de gesanten, qnalitate qna, assen- 
tiante (?) (snffisante?) toesegginge doen. Oodt geve maer het aen- 
gevange bestant van die diffidente natie! 

De beraemde poineten ter bevestingh der getroffen unie dicteren 
articnlatim: 

1. Soo gedurende de gecontracteerde vrede gebeuren mogt, dat 
ymant der onderdanen van Bantam naer Batavia ofte wel der onder- 
horige subjecten van de stadt Batavia naer Bantam fugitijf quame te 
worden , sal van alle de weghgelopene prompte restitutie geschieden. 

2. Dat onder voors. restitutie ooc begrepen sullen syn, alle fhgi- 
tgve debiteurs y tsy Javanen ofte Ghinesen, die schuldigh op Kmtam 
synde, hun naer Batavia en vice versa debet op Batavia staende 
hun naer Bantam, onder wat pretext het sy, sullen comen vervoegen. 

3. Dat men malcanderen in alle swaricheden, die een van beyde 
landen mochte overcomen, als oprechte vrunden behoorlycke bystandt 
ende hulpe bewysen saL 

Nemende het gemaect bestant syn aenvancq op den 5^^ dagh van 
de maent Ra^ap ^ , des jaers Nebve Mahometh, daerjegens by ons 
sal werden gecomputeert, van primo September des jaers onses Hee< 
ren Heylants ende Saligmaeckers , Jesu Christy, A\ 1645. 

Den instel van 't vredigh Edict luyt als volght : 

D' Heeren Raden van India, allen dengenen, die desen sullen 
sien ofte lesen, saluyt! doen te weten: alsoo jongst in onsen rade 



l, Vlle maand, ook Kapitoe en Re^'aboen genaamd. 

/Google 



Digitized by ^ 



281 

op considerable ende politycqne insichten tot continnative onderhon- 
dingh van yrede tnsschen die van Bantam ende onsen staet , derw^aerts 
over gecommitteerden gesonden hebben, omme volgens propositie van 
dea ouden ende jongen Sultan op nieuws een thienjarigen bestandt 
te trefieuy ende alsnu tot teecken van gevolghde ratificatie eenige 
Javaense gedeputeerden expres uyt Bantam , integendeel hier in loco 
verschenen syn, om de proclamatie van 't geseyde bontgenootschap 
even als daer, in 't bywesen van onse gecommitteerden is geschiet ^ 
op geconditioneerde articulen te sien effect sorteren , tenderende ten 
principale tot opposityve tegenstandt van onsen algemeynen vyandt 
den Mattaram ende syn staetsuchtige adherenten, soo ist: dat wy 
alle ende een yder sonder onderscheyt van natie p' desen insinueren 
onse nieuw gemaecte alliance ende confederatoir concept buyten ge- 
volgh ende hanthaveningh van de vyantlycke attentaten tegen onse 
geconfedereerdens punctueelyck te achtervolgen, op peene dat alle 
verbreeckers als contramineurs ende violateurs van 't gemaecte be- 
stant aen den lyve^ ten exempel van alle de werelt, buyten conni- 
ventie capitalyc gestraft sullen werden, alsoo wy sulcs ten dienste 
van de republycq sodanigh bevinden te behooren. 

(was get.) Comelis van der Lyn, Joan Maetsuycker, 
Simon van Alphen. 



XLXVni. De Gouverneur-Generaal ^ Comelis van der 
Lyn en Rade van Indie aan de Bewindhebbers 
der Gen. O. I. Comp. (Heeren XVII). 

Batavia, 15 January 1647. 

De seven retourschepen, enz 

Het den nieuwen Sousounangh Mattaram ^ syn (Gode zy loff) 



1. Cornelis yan der Lyn was inmiddels, na aanschrgving van het opperbestaar in. 
Nederland, sedert 10 Maart 1646 als Goavemeor Generaal van Neerlands-Indie op- 
getreden. 

2. In de brieven ait ludie van 1646, welke, naar het mQ voorkomt, niet meer 
volledig in het Rijks-Archief aanwezig zQn, treft men hoegenaamd geen berigten 
aan omtrent Hataram, noch ook omtrent den dood van Soesoehoenan Hagoeng Seno- 
patL Yan elders is het echter bekend, dat Hagoeng of op het einde van 1645 of in 



Digitized by 



Google 



bevredicht ende de gevangenen aen wedersyden gerestitneert, aniet 
soodanige conditien ala met desseUb gesanten hier in Batavia is be- 
stoeten ende in 't resolutie boecq, onder dato 24 Sept passato, staat 
geregistreert ^ waerdoor den toevoer van rys en andere maintementos 
accresseert ende goeden aftrecq in de cleden geeft , tot groot sonlaes 
van onse burgers ende om die troawloose natie niet te veel acces 
in de stadt te geven ende voor haar qnade practycqnen bevryt te 
bljven, 800 hebben bnyten aen de noortsyde van de stadt, in 't in- 
oomen van de riviere een nieuwe gracht ofte haven gemaeet om de 
prauwen daerin te doen leggen ende de Javaanse passar ofte marct 
te houden y daertoe de plaetse rede geprepareert ende voltoyt is . 

dat ons ende d'ingesetenen groote gerustheyt sal by- 

brengen ende Javaentgen wel soo omsichtich maecken, dat niet licht 
iets sal durven attenteren, daervoor oocq wel op hoede sullen syn, 
ende de vruntschap sooveel mogelycq trachten te onderhouden. 

Die van Bantam syn hierover seer bevreest ende t'onvreden, echter 
houden haer stil ende verlaten hun op de thienjarighe vrede, anno 
passato met ons beslooten, dien oocq onderhouden ende den Pango- 
ran daervan eerstdaeghs met een besendinghe verseeckeren sullen , 
om alle misvertrouwen te weren ende goede vrunden te blyven, soo- 
dat nu de oude langh gewenschte tyt van vrede aen desen cant 
beleven, die God geve, altyt met progres mach continueeren, amen. 

Met dese vrede sal Batavia seer toenemen, dat airede in den toe- 
voer van rys ende de veyligheyt der velden gewaer worden, sulcx 
de landen omtrent dese stadt seer getrocken worden ende yder een 
tracht syn verlatene thuynen weder te hanthavenen, noch veele lan- 
den daerby schoon te maecken ende te beneficeren, dat goeden voort- 
gancq neempt ende een lust om sien is, enz 

Batavia, 15 January 1647. 

Comelis van der Lyn, Caron, Carel Beiniersz, Ant Caen, B. von 
Dutechum. 



den Mnvang van het jaar 1646 is overleden, (zie o. t. Corte Besehrgving van *t 
eylaot Java, door Rycklof van Goeos, IL) en opgevolgd door zjjn tweeden soon, die, 
volgens Hageman en anderen, gedurende zjin leven den naam van Mangkoe-Rat droq^ 
en na zQn dood Tagal-Aroem of Tagal-Wangi werd genoemd. 
1. Den inbond dier resolutie vindt men temg in n». XLYIII^. 



Digitized by 



Google 



XLVnia. MiBsive van Gkravernenr-Oenenal en Rade 
van Indie aan Toemenggoeng Wiro-Goeno, 
eersten raad van den Soesoehoenan van 
Mattaram. ^ 

De raden van India senden desen brieff aen haren broeder Eeay 
Tommagon Wieragoena, eersten raet van den Sonsonnangh Mattaram, 
groot van verstant en beminder van de vreede, die toewenschen 
een la;ncq ende gesont leven op der aerde. 

Heer Broeder, met Anga Gienwa Serrapada ende Pattrasara heb- 
ben wel ontvangen nwe Ex«ï«« aengenamen brieff, nevens 200 Gan- 
tangs ryst ende 20 capoenen , waeruyt üwEx»«« gesontheyt ende dat 
den wegh tot den vrede tnsschen ons en den nienwen Sonsonnangh 
Mattaram soect te bewercken, met groote blydschap hebben verstaen, 
dat ons oocq oorsaecke gegeven heeft om met voors. gesanten daer- 
over wytlopich te spreecken ende den vrede selver te eomen ver- 
soeeken, 't welcq sy mede dienstich oordeelen, om eenmael alsvmn- 
den te leven tot welstant van des Sonsonnanghs landen ende de in- 
gesetenen van dien, waertoe wy met oprechter herten gants gene- 
gen syn, ende om snlcxs in effecte te bethoonen, senden nn onsen 
ontfanger Sebalt Wonderaer met twee schepen naer Samarangh nevens 
de priesters Queay Hadje en Snrack Saksi ende de 5743| realen 
van 8^ om tegen onse gevangenen, die noch in den Mattaram syn 
te verlossen ende de gemelte priesters met het geit, dan aen Uwe 
ExcJM gecommitteerden over te leveren, oocq wyders een onverbreec- 
kelycke vreede metten anderen te maecken ende voortaen metten 
Sonsonnangh Mattaram als oprechte vnmden te leven. Wy versoecken 
dan vruntlycq, dat Uwe Exc. nae syn groot vermogen by den Son- 
sonnangh Mattaram dese goede saecke ten effecte gelieff te brengen. 



1. Biykens resolutie vaa 6.-G. en Raden, dd. 14 Julij 1646, had Wiro-Goeno 
een brief en gesanten, namens den nieaw opgetreden Soesoehoenan aan de Hooge re- 
gering te Batavia gezonden, met de Yerklaring dat de Soesoehoenan opregte genegen* 
heid had tot vrede, indien 6. -6. en Raden ook van hnnne z^de daartoe aanbiedingen 
deden. De Hooge Regering besloot daarop, Sebald Wonderaar, 'sCkimps. ontvanger 
ie Batavia naar Samarang af te vaardigen met den Ha^ji, de priesters en de 5000 
realen, welke in 1643 nit het Eogelsehe schip de Reformatie waren geligt (zien^ XL) 
en sedert te Batavia waren aangebonden, ten einde die tegen de in Mataram ge- 
vangen Nedfflanders in te wisselen. Behalve eene instmctie kreeg S. Wonderaar 
ook bovenst, missive aan Wiro Goeno mede. 



Digitized by 



Google 



284 

wanneer oocq bereyt syn voor den Sonsoonangb Hattaram ende üw 
Ed. te bestellen y soodanige deden ende rariteyten als van tyt tot 
tyt snit gelieven te ontbieden, waervan dan monsters snllen verwachten 
om deselve op Coromandel ofte andere plaetsen te ontbieden y enz, • . . 

Wy versoecken dat Uwe Ex*« onsen ontfanger spoedich gelieff te 
depecheren, alsoo de schepen tegen onsen vyant, den Castiliaen naer 
Manilha moeten gebmycken, enz. 

Tot teeken van ons oprecht herte ende een broederlycke affectie , 
senden üwe Ex^« tot een groete, twee stncx syde chinees, etc. . . 

God beware nwen persoon in langh en gesont leven. Int Gasteel 
Batavia, XTX Jnly 1646; onderstont: de Raden van India, ende was 
onderteeckent: Comelis van der L3m, Garel Reiniersz. ende Simon 
van Alphen. 



XLVIII6. Dé Gouvemenr-Generael , Gomelis van der 
Lyn aan den Soesoehoenan van Mataram ^ 
dd. 25 Oct. 1646. 

Groot machtichscen Heer ende Conincq. 

By 't leven van Uwe May*« heer vader, hebben lange jaren den 
vrede versocht; maer door 't belet van qnade menschen noyt geen 
gehoor becomen, tot dat met desselffs doot ende nwe May*, gelnc- 
kige successie, Godt belieft heeft üwe May*, te bewegen ons gedaene 
versoecq toe te staen ende den vrede in te willigen, ingevolge door 
den Tommagon Wieragoena de gevangene Nederlanders aen onsen 
ontfanger Sebalt Wonderaer voor Samarangh hebt doen overleveren, 
welcke hier hebben ontfangen ende waervoor ten hoochsten dancqbaer 
blyven, naderhant syn de ^esanten Abdulatyff, Intche Coederat en 

1. BiykenB resol. van 6.-G. en Raden, dd. 24 Sept. 1646, yenchenen op dien 
dag, geianten van den Soesoehoenan in de vergadering der Hooge Begering, waarin 
z\{ schrifteiyk zes ponten overleverden, waarop de vrede tosschen den Soesoehoenan 
en de Hooge Regering te Batavia zon kunnen gesloten worden. De vier eersten dier 
ponten nam de Hooge Regering onvoorwavdeiyk aan, de twee laatsten echter «onder 
reserve en limitatie." Men vindt den oitslag dier onderhandeling en den inhood van 
het daanitt voortgevloeide contract van vrede, in de twee hierboven afgedrokte brieven 
van den Goovem. Generael, de eerste aan den Soesoehoenan zelven, de tweede aan 
z|jn eersten raad, Wiro-Goeno geschreven. Uit den daaropvolgenden brief, dd. 4 feh. 
1647, blykt ten slotte, dat het contract van vrede ook van de z^de des Soesoehoe- 
nan*s is aangenomen en bekrachtigd. 



Digitized by 



Google 



Ö85 

Hartasara met een brieif van den Tommagon Wieragoena nyt Üwe 
Hay^ naem hier aengecomen en'bebben ons de ses poincten van 
vredehandelinghe scbriftelycken overgelevert, die naer lectore ten 
principalen hebben toegestaan ende waerop den vrede met het los- 
sen van Canonschoten solemnelycq is besloten, oocq alle May^ ge- 
vangene onderdanen datelycq losgelaten ende aen gemelte gesanten 
overgelevert, gelycq Uwe Majt nyt deselve tot volcomen contente- 
ment (soo verhopen) mondelinge sal verstaen. Godt geve den vrede 
tot welstant van Uwe Majesf. landt eenwich ende onverbreeckelycq 
mach duren, tot spyt van alle onser beyder vyanden ende welvaren 
der onderdanen. 

Omme Uwe May^. onsent wegen te begroeten ende in syne Conincq- 
lycke successie gelucq te wenschen, mitsgaders syne ratificatie van 
de vrede te becomen, senden by desen onse gesanten, den Gapt Jan 
Harmansz., Thomas Haverlant en den capiteyn van de Maleyers 
Intche Amat, nevens een present van: twee schone persiaense paer- 
den, yder met een geel laeckenscleet verciert. Den schonen taefel 
diamant rincq, synde in handen van Keay Tommagon Wieragoena, 
twee schone gesneden en wel geschilderde schutsels, 34 stucx schoone 
muscnsballen in een sandelhouten doosjen , een casse met rooswater. 

'T welcq uwe May^ in dancq gelieft aen te nemen, meer aensiende 
onse goede genegentheyt, als de waerde van 't present, waermede 
ons bevelen in de goede gunste van Uwe Majest, wien Godt een 
lancq leven, gelucq ende voorspoet op der aerde wil gunnen. 

In 't casteel Batavia desen 25<« October A\ 1646. 

(was get) Gomelis van der Lyn. 



XLYDIc. Brieff van den Gouverneur Generael, Comelis 
van der Lyn aen synen broeder Keay Tom- 
magon Wieragoena, eerste raet van den 
Sousounangh Mattaram, groot van verstant 
ende beminder van den vreede , die toewen- 
schen een langh ende gesont leven op der 
aerde. 

Heer Broeder, met onsen ontüuiger Sebalt Wonderaer en uwe 
Ex^^ gesanten, Abdulatyff, Intche Coederat ende Martasara, nevens 



Digitized by 



Google 



onse Nederlantse gevangenen ende het present van 2000 gantangfl 
lySi syn ons met groote vreuchde ende aengenaemheyt wel gewor- 
den twee uwer Ex^^ brieven, daerayt met groote blytschap hebben 
verstaen; dat de priesters Keay Hadje ende Sonrack Sacka met de 
5743J- realen tot des Soosonnangs, ende uwe Ex^~ contentement aen 
uwe Ex**« in Samarangh waren overhandicht, ende dat uwe Ex^^ by 
den Sousounangh Mattaram onsentwege sooveel hadde bereyt, dat 
onse gevangene Nederlanders aen onsen ontfanger heeft doen over- 
leveren ende toegestaen met ons in vrede te comen, onder conditie 
van de ses poincten van vredehandeling ons door gemelte gesanten 
schriftelycq overgelevert, die naer lecture ten principale hebben toe- 
gestaen ende waerop de vreede met het lossen van canonschoten 
solemneel is beslooten, oocq alle des Sultans Mattarams gevangene 
onderdanen datelycq losgelaten en aen gemelte gesanten overgelevert, 
gelycq uwe Ex^« uit deselve tot volcomen contentement (soo verho- 
pen) mondelinge sal verstaen. Wy bedancken uwe Ex^« ten alder- 
hooghsten voor de extraordinaire moeyten en arbeyt, die uwe Ex*»« 
tot bevorderinge van dit groote wercq heeft gepresteert, daervoor 
ten hooghsten dancqbaer blyven ende van tyt tot tyt met effecten 
sullen trachten te recompenseren, met bede tot den grooten Godt, 
dat den vrede tot welstant van des Sousounangs lant ende groot- 
maeckinghe van uwe £x^~ name, eeuwich ende onverbreeckelycq 
mach duren, tot spyt van alle onser vyanden ende welvaren der 
landen onderdaenen. 

De voorgedragen poincten syn dese : 

Ten eersten y dat men den Sousounangh Mattaram sal laten weten 
wat cleden ende rariteyten alle jaren uyt andere landen op Batavia 
aengebracht worden, ende daerbenevens een besendinge aen den 
Sousounang te doen. 

Ten tweeden , ingevalle de Ifcg*. eenige personen tsy priesters ofte van 
wat qualiteyt datse mochten wesen, naer verre landen wilde versenden, 
dat wy gehouden sullen syn, die met onse schepen over te voeren. 

Ten derden j dat men alle Mattaramse Javanen, die op Batavia 
gevangen sitten, sal moeten largeren. 

Ten vierden j dat men alle persoenen, die om schuit off om eenige 
andere oorsaecke, geen uytgesondert, wechlopende, aen wedersyden 
naer gedanen eysch sullen restitueren. 



Digitized by 



Google 



S8Ï 

Dese artyckelen Btaen wy volcomen toe ende sollen soo achter- 
volcht worden* 

Ten vyffden^ byaldien den Sonsoanangh Hattaram tegens ymant 
van Byne vyanden mosten oorlogen, dat men hem bystant sonde 
moeten presteren, Sjn May^ sonde van gelycken doen. 

Dit staen mede toe onder conditie, dat wy Syn May^ snllen assis- 
teren tegen diegene, daermede wy niet in vrede syn, gelycq Syn 
U%j^ aen ons oock anders niet gebonden sal wesen te doen* 

Ten gesten en laetsten^ dat wy alle cooplnyden onder Syn Ifay^ 
sorterende op alle plaetsen vry ende liber met hnnne coopmans- 
schappen sonden laten varen, van gelycken de Maleyers, die naer 
des Mattarams lant tenderen, dit staen wy oocq toe, onder conditie, 
dat niet naer d'eylanden van Amboina, Banda noch Temata mogen 
varen, alsmede niet naer, noch voorby Malacca, als met onse expresse 
passen, om van onse vyanden, die van Beiyarmassingh ende Cotta- 
waringen (dat mede Javanen syn) te onderscheyden ende by res- 
contre van onse jachten niet beschadicht off genomen te worden. 

In deser vongen is den vrede met de gemelte gesanten beslooten , 
waerop oocq hebben geresolveert onse gecommitteerde capiteyns Jan 
Harmansz, Thomas Ebverlandt en Intche Amat aen den Sonsonnangh 
Hattaram te senden, soo om de May^ onsentwegen te begroeten, in 
syn conincqlycke successie gelucq te wenschen, onse presenten aen 
de Ifay^ over te leveren, als wyders de ratificatien van den getroffen 
vrede te becomen. Wy versoecken dan vrondelyck, dat Uwe Ex^^ 
haer in alles behnlpich geUeve te wesen ende bewercken dat hare 
commissie tot contentement van den nieuwen Sonsonnangh mogen 
verrichten, dat ons lief sal wesen om te hooren ende verobligeert 
maecken, om alles met behoor lycque dancqbaerheyt te verschuldi- 
gen, enz • • • 

In 't casteel Batavia, desen 25 October A*. 1646* 

(was get) Comelis van der Lyn. 



Digitized by 



Google 



XLVnid. Memorie voor den Oj^rcoopman Jan Har- 

mansz ende den Coopman Thomas Haver- 

landt, gaende met 't jacht de Kievit ende 

de chalonp Banda in Ambassade aen den 

Sonsonnangh Mattaram, nevens onsen Cap» 

van de Halleyers, Intdie-Amat. 

Vermits naer gedaene besendinghe aen den Tommagon Wieragoena, 

eerste raet van den Sonsonnangh Bfattarami de saeeke sooverre is 

gebracht I dat onse Nederlantse gevangenen syn verlost ende daerop 

door hem, nyt den naem van den Hattaram gesanten herwaerts ge- 

sonden syn, om onder ses voorgestelde poincten met ons in vreede 

te comeni welcke naer examinatie ten principale hebben toegestaen 

ende ingevolge op den 24<» September passato met geseyde gesanten 

den vreede daerop hier is beslooten, gelycq nL bekent sy, ende 

dewyle deselve nu gereet syn om weder te vertrecken onder gedane 

toesegginge, wy van hier een besendinghe aen den Mattaram souden 

doen, ende jaerlycx daerin continueren, als by de geaccordeerde 

poincten blyct, die in de missive aen den Tommagon Wieragoena 

gelnsereert staen ende uL tot naerichtinge in copie medegeven, soo 

hebben in rade van India goetgevonden ui. met 't jacht de Kievith 

ende chaloupe Banda in comp. van des Mattarams gesanlen over 

Japara aen denselven te committeren; ghylieden sult dan daermede 

op morgen, naedat de monsteringe gedaen is, onder seyl gaen ende 

uwe reyse op 't spoedigste naer Japara bevorderen ende daergecomen 

synde u nevens den gesant Aboulatiff ^ (die daer Sabandaer is) aen 

de Oouvemeurs adresseeren ende naer begroetinge met een matige 

vereeringe versoecken, dat u met den eersten voor den Mattaram 

gelieven te convoyeren om u last te volvoeren, daertoe verstaen 

reeds volcq ende paerden gereet hout 

T' eynde van ui, bootschap strect nergens anders toe, als om den 
nieuwen Sousounangh onsentwegen te begroeten, in zyn coninghl. 
successie gelucq te wenschen, onse presenten over te leveren ende 
wyders syne ratificatie van den getroffen vreede te becomen, daeraen 
niet dubiteren, alsoo haer den vrede schynt ernst te wesen, die dan 
versoecken sult, door syn geheele lant moet gepubliceert worden, 

1. Abdod-atif, yennoedemk een Arabier, was een der gezanten van den Soasoe- 
lioenan» aan de Hooge Regering te Batavia. 



Digitized by 



Google 



wMrmede weder aoo spoedich herwaerts galt trachten te keereiii als 
doenljeq ia, daertoe wy den Tommagon Wieragoena versoecken syne 
nodige behulpmiddelen te contribueren , aen wien uL haer in alle 
voorvallende aaecken addreaseren moet, alaoo de Qonvemo van Hiycq 
meeat op hem rust ende veel te weeg brengen can. 

Voor den Mattaram comende sult ghylieden Syne May^ onse mis- 
sive nevens de medegaende schenckagien, bestaende in twee paerdeUi 
twee schoone schutsels, 34 p<» muscusballen, een casse rooswater 
ende een vae^jen wyntint, nevens den diamant rincq in handen van 
Keay Wieragoena berustende, met behoorlycque eerbiedinghe van 
(msentwege presenteren ende uwe voorsz. commissie met alle beleeft- 
heyt, naer die lants costuyme, mondelinge voordragen ende Syn 
Magesteyt wyders aendienen, hoe wy op 't hoc^hste verheught eyn^ 
nu eenmael naer langh verloop van tyt metten anderen in vrede 
gecomen syn, dat dien volgende niet hebben willen naerlaten, Syne 
Ifay^ te doen begroeten, ende met twee schoone paerden, de beste 
van onse stal te bedencken, wel wetende hy een liefhebber van 
vreemde paerden is ende dat Syne May^ voortaen met 't gene van 
hier soude mogen begeren naer vermogen sullen gerieven, in somma 
gebruyct sooveel complimentos ende sausen van de hoven als in 
sulcke saecken vereyscht worden ende uL weten die natie mede 
gedient syn, hout u oock altyt zedigh ende reputatieus, mitsgaders 
't medegaende volcq onder goet gesagh ende discipline, ten eynde 
uwe conmiissie met eer ende respect volbrengen meught De mede- 
gaende schenckagien aen den Tommagon Wieragoena ende den Tom- 
magon Mattaram sal ui. met goet &tsoen overleveren ende luu:e 
gunste sooveel soecken te capteren als doenlycq is, aen andere groote 
meesters in 't hoff van den Mattaram synde , sal ui. mede daer 't te 
passé comt, wel eenige geringe vereeringe mogen doen, om te meer 
vrunden te maecken uyt de goederen die uL tot dien ejmde mede- 
geven, waervan S' Jan Harmensz. de administratie nevens de pre- 
seance van dese legatie bevolen blyft, om daervan goede reeoqne- 
ninge te houden, ende ons schriftelycq rapport te doen, ena.» . • 

Soo der van staetssaecken ende 't beoorlogen van Bantam ge- 
sproocken wort, sal ui. de May^ aengaende Europa naer vermogen 
ende met de waerhesrt dienen ^ doch wegen Bantam sal ui* niet anders 
repliceren als dat daennede voor 10 jairen in vrede getreden (qui 

Digitized by VjOOQ IC 



290 

sonder yets meer te seggen, maer op de Javaense maniere ezcase- 
ren, dat ghy op saecken, welcke alleen tnsschen groeten a%ehandelt 
moeten worden, niet en souden derven onderwinden f antwoorden, 
maer die aen ons bevolen laten bljnren. 

In de stadt Mattaram syn noch thien Nederlanders, die besneden 
ende daer getronwt syn, soo deselve by dese gelegentheyt van de 
Mayest hare demissie eenden obtineren, sal oL haer uyt onsen name 
pardon toeseggen ende mede herwaerts brengen; maer daerom tot 
nadeel van de vreede instantie te doen, begeeren (wy) niet, ende 
hebben dan liever dat daer soo lange blyven tot selfGsi gelegenheyt 
sien herwaerts te comen, wanneer haer dan oocq van pardon ver- 
seeckeren ende des begeerende daervan acte verleenen menght, soo 
synder nogh verscheyden Mardyckers ende onse burgers slaven in 
den Mattaram gevangen, die mede op 't gevonchlyckst procnreren 
en herwaerts brengen solt, enz 

Naer 't seggen van den gesant Abdnlatyff leyt in Japara groote 
partye houtwaren, toebehoorende den Eeay Wieragoena, dat gaem 
aen ons soude vercoopen, ui. cunt het besichtigen ende daervan mon- 
sters mede brengen nevens den uytersten prys. Wegen residentie in 
Japara te nemen ofte met onse passerende schepen daer te comen 
handelen, sal ui. versoecken (dat) wy in dien gevalle vryendeliber 
negotieren ende naer ons believen weder vertrecken mogen, sonder 

van yemant daarin geimpedieert te worden, enz 

waermede afbreeckende wenschen uL 

den segen des Heeren en een corte behouden wedercompst, amen. 
]n 't casteel Batavia, adi 25 October a*. 1646- (was gei) Gomelis 
van der Lyn, Carel Beiniersz. en Simon van Alphen. 



XLVlllc. Brietf van den (jiouvemeur-Oenerael Comelk 
van der Lyn, aen den Sousoimangh Matta- 
ram, die (jodt lange jaren in vrede ende 
gesontheyt wil laten leven. 

(Jrootmachtighsten Heer ende Coning! 

Met onsen capiteyn Ba^a ende cap. Intohe Amat| ab uwe Ma^ 



Digitized by 



Google 



expresse gessnten, Angapraya ende Soeta hebben üwe Hay^ twee 
aangename brieven ende bygesondene vereeringeni als swarte lasca- 
ryns, wel ontfangen, daervoor ten hoogste danckbaer blyven ende 
hebben nyt deselve als der gesanten mondelinge rapport, met groote 
blytschap versteen , dat uwe Hay^ den vreede hier in Batavia met 
syne gesanten Abdnlatyff ende Intche Coederatbeslooten, geratificeert 
ende daerop onse gesondene vereeiing aenvaert heeft ende princi- 
palyck, dat üwe May^ gesont ende van vast voornemen bleeff tot 
den eynde syns levens daerin te continueeren , 't welcq wy van onse 
syde met een opreght hart mede beloven te doen, dat kenne den 
Qrooten Godt, dien wy daarom altyt sollen bidden ende geen qnade 
mensehen geloven, welcke den vrede mochten soecken te verhinderen 
maar soo der eenige misverstanden qnamen te ontstaen, snllen wy 
deselve üwe Ifay^. by missive bekent maecken, desgelycks, wy van 
Uwe Hay^ syde mede versoecken, opdat alles onder ons beyden op- 
recht ende sonder eenige verwyderinge magh a%epitchaert worden, 
gelyck onder groote Heeren gebruyckelyk is, ende wy hier aenüwe 
Hay^ gesanten ons hart dienaengaende geopenbaert hebben, opdat 
de landen en onderdanen in welvaren mogen toenemen ende wy met 
malcanderen altyt in onverbreecklycke vreede Uyven, in spyt van allen, 
die het benyden, enz. enz 

Tot een groete ende eygen gebrayck, senden (wy) Uwe May^. een 
schoon vierroer, dat in dancke gelieft aen te nemen, waermede wy 
Uwe Ifay* in Godes bewaringe bevelen. 

In 't casteel Batavia, Ady 4 febmary 1647. 

(was get) Gomelis van der Lyn. 



Digitized by 



Google 



M9 



XlitC. STAAT, opgenomen en bgeengebragt uit de boeken der Gen 

1640 — 1702 1 waaruit hier medegedeeU 



«BÏ-Sï 



~ö-ft" 









S^^g^S 



^ ^ u kt 

KupptiL 










|ll 





Ui 


1=^ 








PW 


il! 


V 


pi 




i 







-o 5 



A*. 1640 
, 1641 
, 1642 
, 1643 
, 1644 
, 1645 
, 1646 
» 1647 
, 1648 
, 1649 
„ 1650 



17 


3560 


21 


4000 


14 


4500 


20 


42&0 


19 


3500 


18 


3600 


14 


3650 


13 


2900 


|14 


3225 


13 


3600 


14 


3000 



f 8000fM> 
1200000 

1000000 
1000000 
1000000 
600000 
^00000 
ÖOOOOO 
400000 
400000 



ƒ5212135 


/795591 


f 92452 


5330642 


638229 


66469 


6012150 


1001884 


129128 


4734825 


835492 


53284 


3824419 


861512 


Ö0725 


3771561 


894866 


67000 


3716177 


846466 


66978 


3319188 


920992, 


65054 


3451222 


993095 


61856 


3309146 


938407 


93610 


5859688 


829250 


60358 



/ 2442 /^48817ï 



13260 
3X7237 
180500 
305292 
199368 
238585 
169344 
279417 
177135 



836002S 
7820966 
1001492Ö 
929574S 
10207091 
10992379 
10640Ö» 

12663695 



152321 12672259 



1. Be oyerige gedeelten van desen belangr^ken ttaat, zullen wfj in deyolgende deelen» naarmate 

2. Omtrent dexe kolom, geeft de adyok. yan Dam, deze toeUchting: de maenthnyren, die by 
oirca bedragen de helft yan 't geheel en die yan de andere Gameren, d'ander helft. 

8. De eonyojgelden by de Camer yan Amsterdam yan d'inkomende goederen betaalt, yallendfl 



Digitized by 



Google 



293 



O. L Comp., door dm advoksat der Oomp. P. van Dam, «ver de jarai 
de jaren 1640—1650 *, aantoonende : 






u 



Uu 



•iè-i 






iili 



'il 






hier te lande, waerby 

getien wart wet de Comp. 

in ieder Jaer 

te boven of ten egteren 



4f§ifUm of nytdêif Ui t f mt 

bier te lende 

gedeen, Tolgene reeolntie 

ren de 

▼ergsderingb tu de 



f ... 

6585480 



/•1198530 /•5412842 



3227882 
4951793 



2628853 
1968015 
2149508 
2230067 
1955865 



304941 
740543 
748446 
562815 
1170826 
1189765 

op de balanee 
nietoytgedr. 

649748 

1324176 

856154 



6333711 
7194009 
5563972 
5586200 
4583474 
5191116 
6105180 
4483215 
5659306 
9220384 



/1J592461 
9279318 
9405198 
9468195 
8588964 
8081306 
8162894 
8323388 
8028898 
8493022 
10207645 



/^680155teqaaet 

371996 te qnaet 

47749 te qnaet 

1601768 te qnaet. 
341153 te boven. 

1289989 te qnaet. 
770939 te qnaet 
591567 te boven. 
499586 te qnaet 

1106919 te qnaet 
496927 te boven. 



157, in nagelen k fi. 
257, in geit 

als boven. 
50 in gelde. 

157.innag.&St50. 

257.innag.ASt50. 
20*/, in gelde. 

geen. 

gg* in gelde. 

geen. 

25 in geide. 

30 idem. 

20 idem. 



yan de tydyakken daaiin te behandelen, opnemen. 

de Camer van AmtterdAm, jaerlyox ayn betaelt, ala werdende staat gemaeekt, dat deiehre oiieom 

ten aenden van d'andne Gameren, deeelve oonaideratifln. — (P. ▼. D.) 



Digitized by 



Google 



Digitized by 



Google 



Digitized by 



Google 



Digitized by 



Google 



Digitized by 



Google 



DE OPKOMST 



TAN HKT 



NEDERLANDSen GEZAG 



ur 



OOST-INDIE. 



VEBZAMELING VAN ONUITGEGEVEN STUKKEN UIT HET OUD-KOLONiAAL 

ABCHIEF. 

UITGE6SVEM EN BEWERKT 



Jhr. Mr. J. K. J. DE JoNOB, 

Adftmet'Bi^ki'AreMparii. 



ZSSDB DBBL. 



'SGIAYXNUAOX, I AmBTIBOJLX, 

MARTINUS NIJHOFF. FREDBRIK MULLBR. 



MDCCCLXXII. 

Digitized by VjOOQ IC 



DE OPKOMST 



VAN HET 



NEDERLAND&CH GEZAG 



0V£& 



JAVA. 



VERZAMEUNG ¥AN OiN UITGEGEVEN STUKEEN UIT HET OUD-KOLONIAAL 

ARCHIEF. 

UITGSGEVEN EN BEWERKT 



Jhr. Mr. J. K. J. BB JONQE» 

Jdfvnci'R^it'JreMoaris» 



DERDE DEEL. 



MARTIN US NIJHOFF. | FREDERIK MULLER. 

MDCCCLXXIL 

Digitized by VjOOQ IC 



Digitized by 



Google 



VOORREDE. 



In dit deel wordt het tgdvak behandeld , dat besloten ligt 
tnsschen 1646, toen de yestiging van het Nederlandsch gezag 
te Batavia, door contracten met Bantam en Mataram was erkend 
en 1676, toen de eerste groote oorlog, door de Compagnie op 
Java geroerd, een aanvang nam. 

Ik ontveins mg niet, dat er in dit deel, bladzgden gevonden 
worden, die moeijelgk aan het v^rwgt van langdradig te zgn, 
znllen ontkomen. 

Er zgn gedeelten, in wat thans het licht ziet, waarin bgna 
oitslnitend gehandeld wordt over politiek en administratie en 
dan nog wel over de eigenaardige politiek en administratie 
van de Oost-Indische Compagnie en hare Ministers. Noch poli- 
tiek, noch administratie, behooren tot het gebied der Muzen. 



Digitized by 



Google 



VI 



Aanschrgyingen en adviezen, over koerswaarde van het geld, 
over justitie ; over twisten met de kerk, over kolonisatie, over 
vrijen en bedwongen handel, zg mogen niet vermakelgk zgn, 
zg eisehen niettemin de aandacht, omdat daarin de beginselen, 
waarnaar de Oost-Indische Comp^ handelde en bestuurde, voor 
een deel liggen uitgedrukt. 

Feiten en handelingen zgn niet te verstaan, indien men de 
beginselen niet kent, waaruit de feiten voortspruiten en waar* 
door de handelingen worden beheerscht. 

De beginselen, de feiten en de uitkomsten van dit tgdvak, 
dat men den bloeitijd der Compagnie pleegt te noemen, meer 
van nabg beschouwd, zouden den onbevooroordeelde tot het 
eenigzins paradoxaal besluit kunnen leiden, dat de Oost- 
* Indische Comp**. eigenlgk nooit een bloei^ heeft gekend; 
want dat, wat men den bloeitijd der Comp. noemt, slechts een 
tgd van uitwendigen luister en glans, maar niet van inwen- 
dige gezondheid is geweest. 

Te midden van dat tgdvak, ontwaart men met bevreemding, 
dat de Comp^ , ondanks haar krachtig monopolie-stelsel, ondanks 
hare middelen, eene gezonde, krachtige en onkunstmatige mede- 
dinging, zelfs tegen een Sultan van Bantam, die dan toch in 
vergelgking met de Comp^ niet meer dan een „rottelet" was, 
niet kon volhouden. 

Het werd duidel^k, dat de waarborg van een monopolie, 



Digitized by 



Google 



vn 

te krachteloos was^ om daannede alléén , de concurrentie; ^nder 
de hnip van het geweld te kannen bestrgden ; dat de yereeni- 
ging van koopman en van soavereüi; in één ligchaam, niet 
alleen botsing tnsschen belang en pligt deed ontstaan ^ maar 
ook den koopman verarmde en den sonverein verlamde. 

Uitbreiding van gezag werd onvermgdelgk, opdat het mono- 
polie gehandhaafd en de mededinger van de handels-uitwegen 
verwgderd zou kunnen worden. 

Maar uitbreiding van gezag eischte geld, veel geld^ en het 
kapitaal daaraan besteed , moest aan den handel worden ont- 
trokken. 

Zoo dwaalde men steeds dieper in het lianenwoud eener 
onnatuurlijke^ kunstmatige en ongezonde staat- en- staathuis- 
houdkunde ^ omdat men zich niet stoutmoedig van dwalingen/ 
vooroordeelen en overleveringen wist los te wringen, noch brug- 
gen .en overgangen te bouwen om uit het bosch in het vrge 
veld te geraken. 

Met dat al, ondanks dat al, de mannen der Oost-Ind. Comp**. 
hebben veel tot stand gebragt; zij hebben het gezag overNeer- 
lands-Indie, het bezit vooral van het vruchtbare en prachtige 
Java, ons nagelaten. Wie weet, of de geslachten, die na ons 
komen zullen, wanneer zg op hunne beurt ons zullen beoor- 
deelen en eene paralel zullen trekken tusschen de mannen der 
Oost-Indi Comp., die kinderen waren hunner eeuw, gelgk wg 



Digitized by 



Google 



Tm 

zgü van de onze^ niet een ongunstiger oordeel zullen vellen 
over ons^ die met zooreel meer wetenschap der zamenleving 
toegerust, slechts met zoo yeel moeite , na zoo lang dralen en 
weifelen iets, en dan nog dikwgls als het reeds te laat is, 
weten tot stand te brengen. 

'sGravehhage, October 1872. 



Digitized by 



Google 



INHOUD. 



Tiende Hoofdstuk ' Bk. I 

Xliob Hoofdstuk m U 

Twaalfde Hoofdstuk « XC 

ONUITGEGEVEN STUKKEN. 

I. De vergadering der XYII Bewindhebbers vaa de Gen. O. I. C. 
aan Goavemeur-Generaal en Rade , dd. Amsterdam , 9 Novem- 
ber 1647 » 1 

j II. Dezelfde aan dezelfden, dd. 22 September 1648 m 2 

III. Dezelfden aan dezelfden, dd. 29 Maart 1649 ....... 4 

lY. De Gonvemeor Generaal Comelis van der L\jn en Rade van 
Indie aan de Bewindhebbers (HH. XVII), Batavia, dd. 18 

January 1649 • 8 

y. Dezelfden aan dezelfden , Batavia , dd. 81 December 1649 . . « 11 

VI. De vergadering der XYII Bewindhebbers aan GG. en Rade 

dd. Amsterdam . 26 April 1650 » 13 

Yll. De GG. Carel Reiniersz. en Rade van Indie aan de Bewind* 

hebbers (HH. XYII), dd. BaUvia, 19 December 1651 . . # 18 

YIII. Dezelfden aan dezelfden, dd. Batavia, 24 January 1652 ; . » 21 

IX. Deselfden aan dezelfden , dd. Batavia , 81 January 1658 . . • 25 

X. De (provisionele) GG. Joan Maetsnyker en Rade van Indie, 
aan de Bewindhebbers (kamer Amsterdam), dd. Batavia, 19 

Jannary 1654 • 86 

XJ. Dezelfden aan de Bewindhebbers (HH. XYII), dd. Batavia, 

19 Jannary 1654 , . • ' 38 



Digitized by 



Google 



XII. 



XIII 



XIV. 

XV. 
XVI. 
XVII. 
XVIII. 
XIX. 
XX. 

XXI. 

xxn. 

XXIIL 

XXIV. 

XXV. 

XXVI. 

XXVII. 

XXVIII. 

XXIX. 

XXX. 

XXXI. 

XXXII. 

xxxm. 

XXXIV. 
XXXV. 



XXXVI. 

XXXVIl. 

XXXVIII. 

XXXIX. 



De 60. Joao MaeUayker en Rtde van Indie aaa dexelMao , 

dd. Betevia, 7 November 1664 Blx 

Drie brieveo door Rfjklof van Goens geeehreveii aan den 60. 
Joan Maetsoyker en Rade van Indie, gedorende xjn gezant- 
schap aan den Soesoehoenan , 8 September , 10 September en 

80 September 1654 

De 00. Joan Maetenyker en Rade van Indie aan de Be- 
windhebbers (HH. XVII), BaUvia, dd. 24 December 1655. 
Dezelfden aan dezelfden, dd. Batavia, 4 December 1656 . 
Dezeliden aan dezelfden, dd. Batavia, 17 December 1657. 
Dezelfden aan dezelfden, dd. Batavia, 14 December 1658. 
DezeUden aan dezelfden , dd. Batavia , 16 December 1659 . 

Contract met Bantam , 10 Jnly 1659 

De 00. Joan Maetsnyker en Rade van Indie aan de Be- 
windhebbers (HH. XVII), dd. BaUvia, 16 December 1660, 
Dezelfden aan dezelfden , dd. Batavia , 22 December 1661 . 
Dezelfden aan dezelfden, dd. Batavia, 26 December 1662. 
Dezelfden aan dezelfden, dd. Batavia, 21 December 1663. 
Dezelfden aan dezelfden, dd. Batavia, 25 JannarQ 1667 . 
Dezelfden aan dezelfden, dd. Batavia, 5 October 1667 . 
Dezel£ien aan dezelfden, dd. Batavia, 6 December 1667 . 
Dezelfden aan dezelfden , dd Batavia . 16 October 1668 . 
Dezelfden aan dezelfden, dd. Batavia, 1 December 1668 . 
Dezelfden aan dezelfden , dd. Batavia , 17 November 1669. 
Dezelfden aan dezelfden, dd Batavia , 19 December 1671. 
Dezelfden aan dezelfden , dd. 31 JannarQ 1672 .... 
Dezelfden aan dezelfden, dd. 17 November 1674. . . . 
Dezelfden aan dezelfden, dd. Batavia, 31 JanoarQ 1675 . 
Dezelfden aan dezelfden, dd. Batavia, ultimo FebmarQ 1675. 
Praeparatoire consideratien ende advys wegens de Nederl. 
Colonie in dese Indische gewesten, tot examinatie en correctie 
▼oorgcstelt aan d'£d. Heer 06. Joan Maetsnyker en d*Ed, 
HH. Raden van Indie, door d*£d. Pieter van Hoorn. Uit 

India overgekomen a^ 1675 

Dé 00. Joan Maetsnyker en Rade van Indie aan de Bewind* 
hebbers (Ueeren XVII), dd. Batavia, 7 Febr. 1676. . 
Dezelfden aan dezel£ien, dd. Batavia, 3 October 1676. 
Dezelfden aan dezelfden, dd. Batavia, 28 November 1676 
De Vergadering der XVII Bewindhebbers van de O. O. I. Ck>mp. 
aan 00. en Rade van Indie, dd. Amsterdam, 21 Oct. 1676. 



48 



46 

53 
65 
67 
72 

78 
83 



89 
98 
97 
108 
107 
108 
110 
113 
115 
119 
121 
123 
127 
129 



130 

147 
150 
153 

157 



Digitized by 



Google 



XI 

XL. Ordre en ReglemeDt ter Vergadering Tan de Serentiene ens., 
opgestelt en gearresteert op: d^ inlantsen handel in India en 
bysonderlyck van cleeden en lywaten ; voorts vaderlantse drinck- 
waren en coopmanscbappen; item tot weeringe van den par- 
ticulieren handel van *8 Compe. Ministers ; soo oook tegens de 
praght en costelyckhejt en eyndelyck inhindinge en besaoeyinge 

van vele onkoeten en lasten, dd. October 1676 Blz. 160 

XLT. De GGL Joan Maetsuyker en Bade van Indie aan de Bewind- 
hebbers (HH. XVII), dd. Batavia, 5 JnlQ 1677 ' 166 

XLII. Uittreksels en aaoteekeningen uit de brieven en papieren 
van Japara en Java*s Oostkust, by 60. en Rade ingekomen 
(1666—1676), no. 1—64 172 

XLIII. Uittreksels en aanteekeningen uit de brieven en papieren van 

Bantam, by 66. en Bade ingekomen (1671—1676), n». 1—31. » 207 
XIV. Staat, opgenomen en b^ééngebragt nit de boeken der 6en, 
O. J. Comp. door den advokaat der Comp. P. van Dam , over 
de jaren 1640—1702, waaruit hier medegedeeld de jaren 
1661—1677, enz , • 220 



Digitized by 



Google 



EREATA EN NALEZINGEN. 



Bladz. 82, regel 2 noot siaat: SoeioehoenaDg ieet: SoeMehoeiuui. 



88, 

46, 

68, 
204, 
204. 
207, 
LXXIII , regel 2 v. o. Haai: dit g\ju 



• 6 T. o. noot 

• 7 V. b. 
f 7 V. o. 

• 1 V. b, 

m 18 V. O. 



too 

MatUayker 

Berelhebben 

Japara 

28 



» 12 V. b. tiaaii XLII. Uittreksels, euz. 



toe. 

Maetsnyker. 

Bewindhebben. 

58. Japara. % 

54. 

XLIII. Uittreksels, eni. 

die zyn, 

By deze gelegenheid weiisch ik ook nog oene onjaistheid te verbeteren, welke voor- 
komt in Deel IV (I), blz LXXYI; alwaar ik, van de onderhaudeliog tosschen de 
Republiek en Engeland in 1615 sprekeode, van Orotias gezegd heb, dat hy toen in 
het belang der Noordsche visscheryen zQn '^far9 liberum tametulelde. J^eze lapsus 
calami deed m^ eene onjuistheid z^gen en brengt m^ in tegenspraak met, wat door n^j 
op blz. IjXXI van Deel JV (I) reeds gezegd was. Men leze dus: op blz. LXXYI, 
Deel IV, regel 8 v. o., in plaats van: •bQna juist op hetzelfde oogenblik, waarop 
hy (Grotius) in het belang ^er Noordsche visscheryen z^n mare liberum tamentUldê*\ 
bet navolgende : • byna juist op hetzelfde oogenblik , waarop hy eene Hollandsche 
vertaling van zyn Mare liberum in het licht gaf". 



Digitized by 



Google 



TIENDE HOOFDSTUK. 



In vrede en vriendschap, zoowel met den Soesoehoenan in 
het Oosten y als met den Snltan van Bantam in het Westen, 
leefde Batavia, sedert het sluiten der vredes-contracten van 
1646 en 1645. De stad kon zich nu rustig en in vrede ont- 
wikkelen. Peper en rijst kwam er in overvloed uit het noorden, 
het oosten en het westen. Specerijen bekwam men, zoo veel als 
men verkoos. De ommelanden van Batavia konden nu, „in 
alle vryigheid tot groot soulaes en genoegen der ingesetenen" 
worden gebruikt. Er werd dapper gegraven, getuind en vele 
velden werden met suikerriet beplant. Vooral de Chinezen, die 
men door verlaging van het hoofdgeld, naar Batavia had gelokt, 
legden zich toe op de suikercultuur. De suikerproductie rondom 
Batavia nam buiten verwachting toe. De oogst, die in 1648, 
24,500 ponden suiker opleverde, steeg in 1649 tot ruim het 
dubbel, tot 598,221 ponden, en beliep in 1652 reeds 9698 
pikols of 969,800 ponden. „Insonmia, God lof," zoo schreef 
de Gouverneur-Generaal van der Lyn, „ wy beleven in Batavia 
„een florissante eeuwe". Zoo gunstig luidde het officieel verslag 
der Hooge Regering. De meer officieuse berigten fluisterden echter 
van zwakheid en weifeling bg de regering, van verzet bg de ge- 
regeerden, voor zoover dat toen bestaanbaar was, van gemis aan 
zamenwerking tusschen hooge en lagere ambtenaren, van verval 
in den handel en van groote misbruiken. Was welligt de toe- 
VI. I 

Digitized by VjOOQ IC 



II 



stand ^florissant" voor de dienaren yan de Compagnie^ yoor 
de Nederlandsche volkplanting was hij dat niet. Integendeel , 
er werd eene sterke temgyloeging naar het moederland^ van 
de met zoo yeel moeite op Batavia gevestigde vrgbnrgers waar- 
genomen. „Verbeterde Batavia dagelijks, zoo in neringe van 
„ binnen y als landbonwerije van bniten; de stad van binnen 
„door verzameling van velerlei natiën, van boiten door de 
„Chinezen, die de velden alomme cnltiveerden, de Nederland- 
„sche burgerije scheen daartoe weinig Inst te hebben; zij zag 
„slechts nit," zoo heette het, „naar het op gemakkelijke wgze 
„verzamelen van middelen in Indie, om die in Nederland te 
„gaan verteren; zonder dat zij te eeniger tgd beslniten kon 
„om Batavia te helpen stabilieren. Zoo lang de Heden arm 
„zgn, houden zij zich bezige om middelen magtig te worden; 
„maar die bekomen hebbende, beginnen zg tegen de Gom- 
„pagnie en tegen de ordre van Heeren Meesters te maligneren> 
„en als zij eindelijk bemerken, dat zij hnn oogwit niet kunnen 
„bereiken, vertrekken zg vol misnoegen naar het moederland. " ^ 
Zoo ongeveer was het oordeel der Hooge Regering over de 
Nederlandsche burgerij te Batavia. Het oordeel dier burgerg 
over de Hooge Regering luidde eenigzins anders. Zij beweerde, 
in eene remonstrantie, onder dagteekening van 10 Januarij 1650, 
aan het opperbestuur in Nederland niet alleen, maar ook aan 
de Staten-Generaal ingeleverd, dat Heidenen ^ en Mooren boven 
haar werden begunstigd en zij verzocht althans met dezen daarin 
te mogen gelijk gesteld te worden; dat zij nevens dezen, vrij 
heen en weder mogt varen en handel drijven op al zulke 
plaatsen als haar, vroeger ten tijde van wijlen den heer gene- 
raal Goen, „gelicentieerd'' was geweest. Ook beklaagde de 



1 Algem. missive vaa 6G. C. van der Lya en Rade van Indie, aan de Bewind- 
hebbers, dd. Batavia, uit. December 1649, n». V der gedr. stokken. 

2 Hiermede werden vooral de Chinezen bedoeld, over wier bevoordeeling, volgens 
de bewenngen der bargerfj ^ men kan nazien den brief van het opperbestnur aan de 
Hooge Regering, dd. 26 April 1650, no, VI, 



Digitized by 



Google 



in 

bnrgerg zich^ dat: ;, naardien de arme burger niet anders had 
„om yan te leven, dan de landbouw , de timmering van huizen 
„en bet stellen van penningen a deposito;" zij daarin werd 
belemmerd door de mededinging van de dienaren der Compagnie , 
„ vermits 's Comp". dienaren dit werk zoo groot en grof onder- 
„ namen, niet alleen tot schade van den burger , maar ook tot 
„groot nadeel van de Compagnie, dat bgna de halve stad en de 
„meeste landen rondom Batavia ; in eigendom of bezit waren 
„ van die ambtenaren der Comp. ; zoodat de grootste voordeelen 
„ en winsten den burger aan alle zijden zeer beklagelijk werden 
„onttrokken." ^ Zonderlinge staaltjes van de wgze, waarop 
sommigen van Comp'. dienaren zich van eenige, rondom Batavia 
gelegen ; landen meester maakten , worden er bggebragt. Een 
daarvan bewijst , hoe men de kennis van het Mohammedaansch 
regt ten nutte maakte ; om zich ten koste van anderen te ver* 
rgken. Men vindt namelyk verhaald, „van een arm burger, 
„die om zijn kost wroette," en een stukje land bezat, dat 
hij van zijn voorzaat had verkregen; doch dat hij,. door ge- 
brek aan kapitaal of uit andere oorzaken, een tyd lang niet 
had bebouwd en dat dien ten gevolge verwilderd en met 
alang-alang was begroeid. Die burger wenschte eindelijk dat 
land weder te doen bewerken en kwam daartoe met eenige 
Javanen overeen, dat zij voor het tiende deel van den 
oogst, als loon, het land schoon zouden maken en met paddie 
beplanten. Doch anderen, magtiger dan de arme burger, zouden 
daarop de Javanen hebben aangestookt, om aan de gesloten 
overeenkomst niet te voldoen; maar integendeel het land voor 
zich te behouden, op grond, dat het volgens het Mohamme- 
daansch regt, woest land was en hij, die leven geeft aan 
woest land, daarop regten verkrijgt Deze wetsuitlegging viel 
in den smaak der Javanen, zij volbragten met goed gevolg 



1 Onder de groote grondbezitters te dier tgde wordt door van Dam, den advokaat 
der Comp., genoemd, de eerste raad en directeur-generaal , Fran9ois Caron. 



Digitized by 



Google 



deze quasi-regtsknndige operatie en verkochten het land onmid- 
delgk voor een spotprijs , aan de eerste uitvinders van dit 
regtsbetoog. Uit de remonstratie der bnrgerg van Batavia 
bemerkt men^ dat Jan Pietersz. Coen nog in 1650 leefde in de 
overleveringen van de Nederlandsche volkplanters. Als eene 
ster, wier licht nog gezien wordt lang na haar verdwynen, 
zoo bespeurt men van zyn stelsel ook nog bg het opperbestuur 
in Nederland y in 1649 en 1650; een flaauw afischgnsel. 

De vergadering der XVII schreef op 23 September 1649 
aan den Gk)uvemeur-Generaal van der Lijn en aan de Baden 
van Indie: ;,Uw schrgven, dat de stad Batavia in nering en 
;,in landbouw zou toenemen, waartegen UwEd. sobere opinie 
;, koesteren van de Nederlandsche burgerg aldaar , die zich be- 
;, klaagt; dat vreemde natiën voorgetrokken en zg terug gezet 
„ wordt ; wat daarvan zij , zullen UEd. het beste weten ; doch 
;,het is altijd zóó, dat bij tgden van wglen den heer Ctene- 
,,raal Goen en van eenigen zgner opvolgers, aan de Bata- 
,,viasche burgerg in hare teedere beginselen de hand geboden 
„is, en haar de middelen zijn aangewezen, om buiten laste 
„ van de Compi«. te kunnen bestaan , waaruit met den tgd wat 
„goeds was te wachten; maar wat bg den een is opgerigt, 
„ is bg den ander weder onder den voet geraakt. Tot meerdere 
„verzekering van Batavia, het algemeen rendez-vous van de 
„Compagnie, is er ten hoogste aan gelegen, dat de Neder- 
„ landsche burgerg , zooveel als dit buiten aanmerkelijk nadeel 
„en schade van de Compagnie kan geschieden, worde be- 
„schermd en haar het hoofd worde opgehouden. Om de Ne- 
„derlandsche koloniën, zoo op Batavia als elders in Indie, 
„te bevorderen, hadden wij een concept gemaakt, dat wg U 
„ hebben toegezonden , om daarover Uwe overwegingen en be- 
„ schouwingen te ontvangen, vóór dat wg in dit gewigtigpunt 
„een besluit nemen/' 

Werkelgk was de atmosfeer in de Kamer der XVII sedert 
1631 weder veranderdi Het oude vraagstuk over „ de openinge 

Digitized by VjOOQ IC 



„van handel voor de vrge lieden en het stabilieren van kolo- 
mmen, Yolgens de concepten door den heer Generaal Coen, 
„ zaliger; a** 1623 ingeleverd", was in 1644 in de verga- 
dering der XVn weder ter tafel gebragt. Er kwam echter aan- 
vankel^k niet veel oit voort. Eerst op den 7 November 1647 was 
men zoover gevorderd, dat er een „concept" door de heeren 
gecommitteerden uit de XVn opgesteld en door gecommit- 
teerden uit de verschillende Kamers overgenomen, kon worden 
geresumeerd. Men besloot daarop, dit „concept aangaande het 
„open stellen van den vrgen handel in Indie, op de plaatsen 
„daarin aitgedmkt", met de eerst vertrekkende schepen, 
aan de Hooge Regering te zenden, opdat de Gk)uvemeur-Gene- 
raal in Rade het zoude onderzoeken en daarop, „pro et contra" 
schriftelgk „consideratie en advies" nog voor het einde van 
het jaar overzenden. ^ 

De Crouvemeur-Generaal van der Lyn , had echter aan die 
opdragt niet voldaan. Voor deze nalatigheid ontving hg de be- 
risping van het opperbestuur. „Waarom gg dat niet gedaan 
„ hebt , is ons niet duidelgk. De redenen , die UEd. daarvoor 
„ opgeeft , dat gij , namelijk , eerst ons besluit verwacht , om 
„daarna Uw gevoelen mede te deelen, opdat gg van onkun- 
„digen niet ten ontijde mogt worden gereprocheerd , schgnt 
„vreemd. UEd. schgnt te verlangen, dat wij eerst zullen be- 
„ sluiten en dan Uw advies vernemen; maar hg, die een 
„goed besluit wil maken, dient te voren, door hen, die kennis 
„van zaken behoort te hebben, eerst wel geïnformeerd en met 
„goed advies gesterkt te worden''. ^ Er bestonden echter ook 
nog andere redenen van ontevredenheid over van der Lyn, 
bg het opperbestuur. Dit blgkt duidelgk uit de aanschrgvingen, 
die aan den opperlandvoogd werden toegezonden; doch waar- 



1 ResoL der HH. XVII, 9 Sept 1644, 28 Aug. 1646, 8 Maart 1646, 81 Julfl 
1646, 80 Sept. 1647, 7 14ot. 1647. 

2 Brief der HH. XVII aao dm GG. en Rade, dd. 28 Sept., 1649, boren Termeld. 



Digitized by 



Google 



n 



van die yan 29 Maart en 23 September 1 649 wel de scherpste waren. 

Reeds in het volgende jaar 1660 werd dan ook van der Lyn, 
zoo als het heette^ op zgn verzoek teruggeroepen en tegelgk 
de vriend van den opperlandvoogd, de directenr-generaal Fran- 
Qois Caron, in zijne betrekking geschorst. ^ In plaats van van 
der Lyn, werd de Raad van Indie, Carel Reiniersz., bij surro- 
gatie benoemd. Deze voldeed reeds in 1651 aan den, nu ook 
bg hernieuwde instructie, opgedragen last en zond een zestal 
consideratien en adviezen van de leden der Hooge Regering 
over het provisioneel concept tot het oprigten of voortzetten 
van Nederlandsche koloniën in Indie, aan het opperbestuur in 
Nederland. Deze zes adviezen waren opgesteld door den Gou- 
verneur-Generaal Carel Reiniersz. en door de Raden van Indie, 
Joan Maatsuyker, Gerard Demmer, Joan Cunaeus, Willem 
Versteghen en nog eenen, wiens naam niet genoemd wordt 
Aan breedsprakigheid ontbrak het dezen heeren niet; opmer- 
king verdient het tevens dat men hunne redeneringen telkens 
ziet afstuiten op het monopolie-stelsel, waarop de Oost-Indische 
Comp. was gegrondvest. De adviezen zijn te lang en niet doorgaans 
genoeg belangrijk, om in hun geheel te worden medegedeeld. 
De hoofdargumenten en de conclusien mogen echter niet onver- 
meld blgven. Zij zijn eene belangrijke bgdrage tot de kennis 
van de koloniale politiek en de staathuishoudkundige denkbeel- 
den van dien tgd. 

Het eerste advies was dat, van den opperlandvoogd Carel 
Reiniersz. „Deze stelde in zijn geschrift voorop, dat, om kolo- 
„niën in Indie te vestigen, er meer volk en eerlgke huisge- 
„ zinnen uit Nederland werden vereischt. Deze lieden zouden 
„ongetwgfeld van gering vermogen zgn, wgl welgestelde lieden 
„niet zouden opstaan en overkomen, indien zg geen zekerheid van 



1 Brief der HH. XVII aan de Hooge Regering in Indie, dd. 26 April 1660. Deadvo- 
kaat van Dam. io zijn meenrerm. handschrift zegt. Boek III, Cap. 1, bkdz 13: 
• Voorn, heer van der Lyn, in het voore. bewind en directie het meeste genoegen en 
de gereqnireerde voldoeninge niet toebrengende, heeft men hem gelicentieert ** , enz. 



Digitized by 



Google 



vn 

^ of althans geen yooniitzigt hadden op verbetering in hun lot. 
„Hierop nu, zegt Reiniersz., is weinig uitzigt. Het leven in 
„Indie is duur, werken willen de Nederlanders in Indie niet, 
„en al wilden zg handenarbeid verrigten, zg zouden met de 
„Chinezen niet kunnen mededingen. Er blijft dus voor hen over, 
„handeldrgven; maar daarvoor is in de eerste plaats noodig 
„liberteit in negotie in die koopmanschappen, welke voorkomen 
„in de plaatsen hunner residentie, en ten tweede, openstelling 
„der zeevaart tot vrge frequentatie van eenige plaatsen onder 
„dragelgke voorwaarden. Maar nu zgn de plaatsen, waar de 
„Comp. den handel vrglaat 6{ vrg wU laten, of moegelijk te 
„bevaren, of onvoordeelig, of plaatsen waar de handel in handen 
„is van anderen, die goedkooper varen. Slechts sommige plaatsen 
„en vaarten zullen eenig gering voordeel aan de burgers op- 
„ leveren, tenzg meer vrgheid worde verleend". Teregt voegt nu 
Eeiniersz. daarbg : „ Edoch het is genoechsaem endt notoir blyc- 
„ kende uit de, soo nu, als voor desen overgecomen advysen 
„ ende schriften , dat het haere Ed. HH. Meesters maximen syn ende 
„zy als in reden geftmdeert, vastgestelt hebben, omme met het 
„nieuw geobtineerde 25jarich octroy, geene de minste infractie 
„ofl» krenckinge te gedoogen in de proflfyten van den Indischen 
„handel; maer die uyt alle deelen den participanten buyten 
„iemand, alleen te laten gauderen, dienvolgende alle openstel- 
„lingen ende liberteyten in de frequentatie en de commercie ter 
„zee, genoechsaem in 't geheel, of eenige voirdre liberteyten 
„als haer Ed. voordraagen, ontseyt worden; buiten 'twelckdoch 
„geen middel is voor den Borger, om eenigsints te mogen ofte 
„connen bestaen, weshalve oock alsoo naer overlegh van saecken 
„ ende gespeculeert hebbende op 't geene in desen mochte dienen 
„ende oirbaar wesen, soo can uyt verscheyden consideratien 
„niet anders bevinden of sal het rechte doelwit van de Heeren 
„onse Meesters, haer Ed. intendit in dese landen seer beswaer- 
„lyck uyt te wercken wesen, door stichtinge ende oprichtinge 
-van Colonien.*' 



Digitized by 



Google 



vm 

^Indien het doel der heeren meesters is^ om den staat 
„der Comp. in Indie te brengen tot het meeste voordeel en 
„pro£^t der ^ participanten '% dan achtte Beiniersz. daartoe 
„beter 9 het stichten van koloniën, als te bezwaarlgk, na te 
„laten en ter zijde te stellen en de plaatsen en yastigheden 
„der Comp. ieder naar vereischt desselfe gelegenheden , tot 
„defensie, met eygen gegagiërde dienaers te verzorgen en 
„by getrouwe dienaers, de negotie allesints door geheel India 
„onverminderd, bnyten iemand, alleen behoudende, met gver 
„te doen betrachten." 

Het Raadslid Gerard Demmer beschouwde de zaak uit een 
eenigsins ander standpunt 

H^ stelde zich voor, dat het oogmerk van de Comp., met 
bet stichten van koloniën, wel geen ander zou zgn, „dan daar- 
„door den staat der Comp. in Indie te bevestigen ende in de 
„zwaar di:agende lasten, van jaarlyks zoo groote menigte van 
„volk uit Nederland te zenden,, door aangroeijende inboorlingen 
„te sonlageren, of ook bg schaarsheid van volk in Nederland, 
„de Comp, te versterken door de opkomelingen in Indie." 

„Deze inzigten zijn goed", zegt Demmer; „maar hoe en op 
„welke wgze, vraagt hij, zal men die ten uitvoer leggen. Niet 
„door openstelling van handel op een beperkt aantal plaatsen, 
„ en vooral niet op die plaatsen in het concept der Heeren XVII 
„opgenoemd. De voordeelen daar te behalen zgn te gering en 
„de onkosten, die de burgers moeten dragen te groot, hoofd- 
„zakelijk omdat zij zich in de magazynen der Comp. voor 
„ reederg en uitrusting moeten voorzien. Indien men den vrgen 
„handel der burgers wil doen slagen, dan moet men aan de 
„burgers ook toestaan een schip met scheepsuitrusting en vic- 
„tualie uit Nederland, waar die benoodigdheden beter en goed- 
„kooper te verkregen zgn, te doen komen. Verder zou men 
„ook rgker winst gevende plaatsen voor den burger moeten 
„openstellen en daarin het voorbeeld van de Portugezen vol- 
„gen, die, zoo als Demmer zegt: „aan hunne Coloniers, vrg 



Digitized by 



Google 



IX 



^ende open, om te mogen handelen ^ indifferent stellen alle 
^plaQtsen in India, geene uitgezonderd, daar zijl. eenigen han- 
„ del of negotie zgn hebbende, alleen voor den Koning reser- 
„ verende en den burgeren te handelen verboden houdende, 
„eenige weinige soorten van koopmanschappen, als specergen, 
„gesteenten enz., latende voorts hunne Goloniers alles handelen 
„wat en waar iets te negótieren zg, mits dat zg den Koning 
„zgne tollen en impositien betalen/' 

„Indien de Compagnie hiertoe mede kon besluiten en bg- 
„zonder tot het vrij en open stellen van eene van hare prin- 
„cipale negotien, van den kleedenhandel op de kust van Indie, 
„als Ghoromandel, Suratte, Bengale, Arracan enz., gelgk bij 
„den Portugees geschiedt, staat mede niet te twijfelen of de 
„burgerg sal daardoor komen te bloeijen, ook met te meer 
„affectie ter zee trachten te equiperen, mitsgaders de aanwas 
„der Indische Colonien grootelgks komen toe te nemen, dat 
„buiten dien weg en dat middel ook niet ligt geschieden zal, 
„noch iets bijzonders daarin gevorderd zal worden. 

„Dit nu*', zoo gaat Demmer voort, „voor zoo veel aangaat 
„ de liberteyt in den handel en wat met dezelve in 't stichten 
„ dezer Indische Colonien te verrigten zg. Wijders staat te con- 
„sidereren niet alleen het oogmerk, dat de Comp. in 't ver- 
„ haalde stichten dezer Colonie is hebbende; maar ook of er al 
„ te eeniger tijd een wel gereguleerde Colonie zal kunnen ge- 
„ sticht worden, om alsdan van de vruchten derzelver te mogen 
„spreken. Vooreerst ben ik", zegt Demmer, „dan van gevoelen 
„en zoude ik ook wel vast durven stellen, dat de Comp. wel 
„groote lasten, moeiten en onkosten heeft, ook hebben zal, zoo 
„ lang zij daarbg continueert in het zenden van Duitsche of JSe- 
„derlandsche huisgezinnen en vrouwen-; maar dat zg daermede 
„ te eeniger tgd de praetense Colonie zal vermeenen te stichten, 
„ zulks betrouw ik nimmer te zullen geschieden. Want of de 
'„Comp. nu ook al kon besluiten (dat toch niet als tot haar 
„groote nadeel, schade en ondergang zou kunnen geschieden), 



Digitized by 



Google 



„ aan den borger al de boven verhaalde liberteiten in den han- 
„del; in conformité van de Portugezen ^ ja meer ende nog zoo 
;,veel; in te willigen en te vergunnen ^ zoude dezelve toch 
„daarbg niet meer komen te gewinnen, als dat zg rgke bur- 
^gers maken en daardoor wel tien en meer burgers tegen nu 
y, kwalijk één, met hare schepen jaarlgks uit en 't huis zoude 
„ hebben te voeren ; als zgnde onze natie in deze gewesten , zoo- 
,, danig, dat zoo haast zij iets geprospereerd ende meer hebben, 
,; terstond om daarvan wel te leven, naar 't vaderland willen, 
,; zonder dat daervan afgehouden connen worden, ofte iemand 
„daertegen sijnde, sijn terstond met protestatie gereed, van dat 
^zg geen slaven noch bandieten, maar vrge Hollanders sgn, 
„oock de HoUantsche vrijicheyt, daer bare voorouders soo langh 
„om gevochten hebben, genieten willen, al hebben se somtijds 
„ Holland qualgckgesien, of terloop daardoor gepasseerd, die dan 
„almede veeltgds meer krgten en roepens hebben, als anderen." 

Toch acht Demmer het zenden van volkplanters niet ondien- 
stig voor de Comp.; integendeel oordeelt hg het nuttig en ten 
hoogste noodig, echter onder voorwaarde, dat men zende „al- 
„sulcken, die sedich en stichtich van leven, oock eenicbsints be- 
„middeld zgn, die haar alhier in den huwelgken staat comen 
„ te begeven ; doch deze zich dan voegende tot een ingetrokken 
„en huisselijk leven, hebben daartoe ook al meest van noode, 
„hetgeen zg van de Comp. in gagie en traktement genieten, 
„vermits in meest deze Indische kwartieren alles kostelgk en 
„duur is." 

„Doch in geen geval, moet echter de Comp. voortgaan met 
„ het zenden van allerhande, als bg de straat opgeraapte, arme 
„ en onbemiddelde huisgezinnen , of die onmagtig zgn haar huis 
„ te onderhouden met haar maandelgks traktement. Dezen toch 
„ geven door hun ergerlijk leven aanstoot en schande, zg leven 
„in armoede, komen ten laste van de Comp. en teelen niet 
„voort of de kinderen, die daaruit geboren worden sterven 
„vroegtijdig." 



Digitized by 



Google 



XI 



Het eenige middel; dat volgens Gerard Demmer, eene volk- 
planting in Indie zou knnnen bevorderen , zou wezen het huwen 
van Nederlanders met inlandsehe vrouwen. Toch ziet hij ook 
daarin bezwaren , vooreerst meent hij, dat daarvan eerst na 
zeer langen tgd vruchten zullen getrokken worden, en ten an- 
deren, dat de kinders uit die huwelijken geboren, meer beërven 
den aard der inlandsehe moeders; maar tevens zgn van een 
kwader naturel, van een meer vuil en oneerlek leven, dan de 
inlanders zelven. Desniettemin schijnt de slotsom der breed- 
sprakige beschouwingen van Demmer te zijn, dat hij het stich- 
ten van koloniën ontraadt en het beter acht geen vryheden aan 
de burgers in den handel toe te staan; maar liever te volharden 
„bij de eerste maximen der Gomp.; van namentlgck de pro- 
„fijten van den handel voor de participanten eenich en alleen 
„te gauderen.'* 

Het lid van den raad van Indie, Joan Cunaeus, bragt een 
advies uit, waarvan vooral de strekking schijnt te zijn, om 
met het opperbestuur op goeden voet te blijven. Met het opper- 
bestuur is hij van gevoelen, dat de vaart tusschen Nederland en 
Indie, streng gemonopoliseerd moet blgven. Het aantal en de plaat- 
sen door het opperbestuur aangewezen, als voor den handel der 
burgers open te stellen keurt hij evenzeer goed. Bovendien zou hij 
gaarne nog zien opengesteld den handel op de kustplaatsen van 
Java. Hg achtte het ook onnoodig en onvoordeelig voor de 
burgerij, dat alle burgers uitsluitend kooplieden moeten worden, 
hg ziet er voordeel voor hen in , dat zij zich ook op handwerks- 
nijverheid en op landbouw toeleggen. Omtrent dit laatste mid- 
del van bestaan zegt hij o. a.: „De culture der landen en aen- 
„queeckinge van suyckeren, soude apparent by den Nederland- 
„sen burger vry meerder worden aanvaard, bgaldien de suyker 
„tot wat hooger prgs by de Ed. Comp. wierde aengenomen, 
„welcker prijs jegenwoordigh soo geringh is, dat naeuwelgcx 
„iemand daermede behouden of staende can blijven, dat nog- 
„ thans seer gevoeglijck sonder merckelgcke interest, vermits 



Digitized by 



Google 



XII 

„de groote adyanoO; die de sujcker jegenwoordigh in 't vader- 
„land rendeert; sonde cnnnen gesehieden." 

De algemeene strekking van het advies van Gnnaens was 
alzoo: stichten van koloniën , goedkeuring van het concept op 
den vrgen handel; door de Heeren XVII ontworpen, zonder 
dat Gnnaens een oogenblik betwgfelde, of koloniën onder zóó 
belemmerende bepalingen zouden knnnen bestaan. 

De meest logische conclusie is nog die van het extr. ord. 
raadslid Versteghen. Deze komt tot besluit ,,in somma gelgk 
„ een rgk in zich zelf verdeeld niet bestaan kan , zoo zou het 
„ook gaan in Indie met de zaken der Gomp. indien het con- 
„ cept van het opperbestuur wierd volvoerd , want zegt hg : 
„of de Gomp. moet den voet der Portugezen geheel volgen, 
„zich van den handel ontlasten en die aan de vrije koop- 
„ lieden transporteren , of de negotie alleen en buiten gedoogen 
„van anderen volvoeren". Versteghen was echter een zuiver 
monopolist en koos daarom het laatste besluit: „overgave van 
„den handel geheel aan de vrge burgers, zou hg den groot- 
„sten misslag achten en het middel om alles te onderste 
„ boven te helpen ; den handel alleen en buiten gedoogen van 
„anderen, door de Gomp. gedreven, oordeelt hij het naeste 
„en het raadzaamste; want meest alle handel over zee den vrye 
„luyden in Indie betreffende, kan buiten merkelyk nadeel, 
„van de Gomp., wat schgn het mag gegeven worden, niet 
„wel geschieden, en is er geen profiyt te doen, waartoe 
„ dan de vrge lieden aangemoedigd ; is er wel profiyt te doen , 
„waarom zou de Gomp. dan dien handel niet waarnemen". 

Behalve deze redenen van meer algemeenen aard, voert Ver- 
steghen ook nog als een bezwaar aan, dat de Nederlandsche 
vrgburgers, die zich op den vrgen handel toeleggen meestal 
onkundige , ruwe en dikwgls onzedelgke personen zgn ; die 
door eigen schuld met de inlanders in moeijelijkheid geraken 
en handel drijven met verlies. Hg schgnt dan nog meer over 
te hellen tot een kolonie van landbouwers; hoewel hg zich 



Digitized by 



Google 



xm 



niet ontyeinst; dat het moegelgk zgn zal met den Chinees mede 
te dingen. Onder landboawende kolonisten verstaat echter Ver- 
st^hen, zooals iedereen in dien t^d^ kolonisten ^ die den veld- 
arbeid niet in persoon nitoefenen; maar dien door Chinezen of 
slaven doen verrigten. Meer bijzonder gaat hij de suikerkaltnnr 
na^ en betoogt , dat voor het ondernemen van een suikermolen 
met den noodigen aanplant wel 4000 B. noodig zyn^ benevens 
„sorgh dragende" oogen. Het is niet onbelangrijk zgne opgaven 
omtrent znlk eene suikeronderneming na te gaan. Als noodig 
geeft hg op: 

„aan contanten R. 4000; 

„waer afgaet voor 20 stucx werkbuflfels tot de 

„molen te drayen , ploegen en verderen arbeid; 

„van houthalen enz. . R. 1000 | dat effecten 

„voor de suykermolen R. 500 ) blyven 

R. 2500, 
„die ongeveer voor 6 maenden te doen oncosten en verder in 
„den trayn van leverantie synde, genougsaem reycken mogen 
„en in 't naervolgendC; naer my bericht is, bestoet worden: 



1500 



Voor interest van 4000 R. è 1 Vo 

ter maand R. 40 

Voor hnor van een atack landt, 
waer 120,000 poten soyckerriet op 
cannen geplant worden , maentl. . » 80 
10 stucx Chinesen tot den land- 

1)0QW, 10 R. ijdor '100 

7 dito om in den molen te arbeydem. # 70 
6 dito om snykerriet te anydeo, k 

8 R. Sder '40 

15 stncx slaven, è 6 R. ^der. . » 90 
Voor arbeyt yan houthalen . . . • 80 

Aan oly en kaersen «10 

Noch voor maantl. vallende repa- 
ratien #10 

Somma maentL oncoaten . . . . R. 420 
Dat voor 12 maenden te bedra- 
gen comt R.6040 



Daartegen can met een molen 
maantl. 90 ^ snyker nit 10,000 
poten gemalen en tot 7 R. 'tfif 
verkocht werden, comt . . .R. 680 

Noch uyt siroop derselver snyeker « 70 

comt maentlycx R. 700 

Dat voor 12 maenden te bedra- 
gen comt ' 8400 

Waar afgetrocken voor oncosten 
vanwaeghgdt, canasters, praan- 
wen en arbeytsloon ens. . . . ' 400 

Soodat jaerL ter somma comt van R. 8000 
Waervan de tegeastaende onooeten 
moeten afgaen » 5040 

£n voor snyvere jaerwinsten overig 
sonden onnnen blyven . . . . R. 2960 



Digitized by 



Google 



XIT 

„'Twelck Yoorwaer nog al schoone proffpten en goede be- 
^ looning tot sonlaes van éénjarigen bonmansarbejt syn; maer 
„niet wel voor nieuwe aancomelingen, door oneontschap van 
„spraek en ommeganck met derzelver wercklieden ter handt te 
;^ vatten; gelyck d'ervarendste en Inyden hier lang geweest, die 
„sober en don gesaait syn; noch genoech daermede te doen 
„hebben, sulcx dat in en tot alles synen tyt vereyscht wert." 

Van een geheel ander gevoelen is Joan Maetsaycker. 

Deze is zeer voor het stichten van koloniën gezind en gaat 
in zijn advies eerst na, welke argamenten door de tegenstan- 
ders van koloniën zgn aangevoerd, om die argamenten dan te 
weerleggen en ten slotte eeuige middelen aan te geven waar- 
door, volgens zijne meening, een volkplanting in Indie zon 
kannen slagen. 

De redenen en consideratien tegen het stichten van koloniën 
en het openstellen 'van den vrgen handel aangevoerd, zijn zegt 
Maatsayker, hoofdzakelijk de navolgende: 

„Eerstelijck, dat doorgaens het schuijm der ministens vrg 
„wordt, trachtende eerlijcke lieden liever in dienst te big ven, 
„ende wanneer al eenige goede daeronder mochten comen, soo 
„ worden sij door d' andere voort gedebaucheert ende verdorven. 

2. „Dat diérgolijcke burgers veeltijts clegne genegenthegt 
„tot de Compagnie sgn hebbende, ende dienvolgende wegnigh 
„te betrouwen sijn, sijnde een ongebonde hoop, die als de 
„noodt aen de man soude gaen, cleijne hulpe souden toe- 
„ brengen tot bescherminge der republijcke. 

3. „Dat de kinderen in India geboren, van vuglen onge- 
„ trouwen aert sgnde ende selffs d' inlanders in quade Meten 
„te boven gaende, van deselve oock niet veel goets sg te 
„ verwachten. 

4. „Dat de burgers, bugten navigatie ende handel ter zee 
„gehouden wordende, niet connen bestaen, ende daertoe ge- 
„licentieert wordende, Compagnie 's handel ende negotie sullen 
„schadelgck wesen, behalven dat met haer ongebonden leven 



Digitized by 



Google 



IT 



^overal onlastea maken; die de Compagnie dan boeten moet. 

5. „Dat in allen gevalle rgck geworden sgnde, al weder 
„nae 't vaderlandt willen ^ latende de Compagnie van haer 
„ooghwit gefrüstreert. 

6. „Dat eindelijck de Compagnie tot exemple moet dienen 
„ de bouvallige staet der Portngesen in deese landen^ ngt geen 
„ander oirsake ontstaen^ als omdat haer op hare coloniers te 
„veel verlatende y geen vereijschte krgchsmacht in India ge- 
„houden hebben , waerdooi sgn comen te vervallen tot de on- 
„ gelegenthegt in welcke tegenwoordigh worden gesien ende 
„ diergelgcke. 

„Onder welcke poincten ick niet en can ontkennen eenige 
„te weeseu van groote consideratie ende in reden gefondeert; 
„maer en sgn deselve^ mgns oordeels ; echter van soodanigen 
„gewichte niet; dat ick daerom van mijn voorschreven advgs 
„sonde affwijcken ofite deselve eenighsints in balance connen 
„laten comen; mette groote voordeden ende profQjten; die de 
„Compagnie ugt het stichten der voorschreven colonien heeft 
„ te verwachten , sijnde voomamentlijck; dat de sware gamisoenen 
„alsmede het groot getal andere gagie treckende ministers ; die 
„ tot noch toe de Compagnie al te lastigh vallen ende ten deele 
„f onderhouden .... daerdoor in 'taenstaendC; sullen 
„connen worden verminderd en besnoegd. 

„Het is soO; dat de boven gespecificeerde poincten haer 
„consideratie ende swaricheyt hebben, gelgck gesecht, ende 
„dat de voorgenomen colonien tot geen vohnaeckthegt sullen 
„worden gobracht; off sullen alvoorens veele ende verschegde 
„ difficultegten te boven moeten werden gecomeu; maer waer 
„worden ogt groote dingen bg der handt genomen ; die hare 
„ impediementen ende swarichheden niet en hebben ; het gantsche 
„lichaem van de Compagnie; hebbende reede soolange gestaen, 
„steeckt tot deze uure, tot nog toe vol swarichheden ende 
„difficultegteu; daer deselve gednrigh als tegen moet worstelen, 
„maer daerom en werden UEd. niet bewogen deselve te 



Digitized by 



Google 



xn 

9, dissolveren ende in oordeel te laten loopen. Wat cancker is 
;^deselye de particaliere handel; ende dat sg de groote lasten 
;,ende oncosten moetende dragen ; hare dienaren mette beste 
;, coopmanschappen yeeltijts doorgaen ende overal de gereetste 
„proffijten strgcken. Wat is het een groote swarichegt daer 
„onder de ministers ^ soo yeele gevonden worden met cromme 
„ handen ; soo men segt, ende die 't alsooUeff van de Compagnie 
„nemen als van den vgandt^ opdat ik niet en spreke van de 
„groote pericnlen; die de Compagnie gedorich ter zee ende te 
„lande onderworpen iS; die alleen genonch souden eonnen 
„wesen; om een armhertigh mensch aff te schrick^i eenige 
„middelen bij deselve te risicqueren, deese alle niet)egen- 
„staendO; soo is de Compagnie tot heden toe staende ge- 
„ bleven ende van tijt tot tijd machtiger geworden , ende 
„sonde naer oogenEchijn noch ongeloofflijck machtiger sgn 
„geweest; ten ware de sware lasten ; die de winsten jaer- 
„Igcks voor het meerendeel hebben ingeslockt ende verslon- 
„den, gelgck bg de gehouden reeckenboecken gesien wort, 
„ende aengesien, op dien voet voortgaende, de lasten altgt 
„seker sullen wesen, daer de winsten daerentegen seer on- 
„seker ende veel aen 't geval sgn hangende, soo en can, 
„mgns oordeels, de Compagnie geen beteren dienst gedaen 
„ worden als middelen ugt te vinden ende in 't werck te stellen , 
„waerbij de voorschreven sware lasten mogen werden ver- 
„ mindert, daer in verscheijde gelegentheden vrg wat in te 
„doen is, maer niet licht iets seeckerder ofite souveregnder 
„toe ugtgevonden sal worden, als de bevorderingh van Ne- 
„ derlandtsche colonien in dese landen, met behulp van welcke 
„de incomsten vermeerdert ende de sware guamisoenen metter 
„tgt vermindert ende verlicht mogen werden tot ontlastinge 
^der groote soldgen, daer de Compagnie rechtevoort mede 
^ beswaert blgfft ende om soo te seggen door t' ondergehouden 
„wort, sgnde een poinct van soodanigen consideratie ende ge- 
„wichte, dat de voorschreven gemoveerde difficultegten ende 



Digitized by 



Google 



xvit 

^swarichedeii; hetselve (mgns oordeels) noyt sollen connen 
„opwegen; gelgck bg examen licht te sien sonde wesen. 

jyl^. Want; dat eerstel^ck gesecht wert, dat het schngm 
„der dienaren soecken yrg te worden^ en is soo generalgck 
„niet waerachtigh off men siet onder deselve oock veele 
„eerlgcke goede lugden^ die baer best doen om met Godt ende 
„met eere voort te comen, ende wat beginselen heeft de 
„stadt Roma gehad; die evenwel naderhandt geworden is een 
„ exemplaar van alle politgcqne denchden ende goede regeringe. 

„Tegen het ongebonden leven der borgeren moet met goede 
„wetten voorsien worden ; het exempel der overheden in allen 
„gevalle daerin seer veel vermogende; die Batavia gesien heeft 
„ in de eerste beginselen ofte over veele jaren ende 't selve 
„ tegenwoordigh siet; sal licht connen oordeelen wat onder- 
„ scheijt ende verschil daerbg tosschen de voorige ongebonden- 
„ hegt ende presente modestie ende geschicktheg t der ingesetenen 
„er iS; dat van jaer tot jaer noch toeneemt ende verbetert 

„2^. Dat de bargers de Compagnie niet toegedaen sonden 
„sgn ende daerom oock niet veel te vertrouwen; is mgns 
„wetens tot noch toe niet gebleken; maer wel dat sg somtgts 
„het beste genoegen niet en hebben gehad in de regeerders 
„van dien ende derselver regeringO; daer veeltgts oirsaeck toe 
„gegeven is mettet groot faveur en de voordeden ; die men de 
„Hegdenen ep de Mooren heeft laten genieten, den Neder- 
„ landtschen burger ondertusschen overal ugtslugtende ende 
„bovendien alle clegnachtinge ende versmaethegt aendoende, 
„waervan de exempelen noch in verscher memorie sgu; veel 
„ bedenckingen nae haer slepende. Laet den burger nevens 
„Hegdenen ende Mooren gefovoriseert worden ende voordeel 
„genieten; ende hg sal haest ophouden de regeringe ongenegen 
„te wesen ; dat vooral geschieden moet; bg aldien de Gom- 
„pagnie tot haer ooghmereq sal comeu; soodat die swarichegt 
„ oock gants clegn ofte geen iS; connende nae gelieven t' allen 
„tgde wechgenomen werden. 

VI. 4 n 

Digitized by VjOOQ IC 



xvin 

„3^ Dftt tot noch toe de Nederlandtsche kinderen in India 
„gebooren; voornamentlgck de Misticen, wat yogi ende on- 
,,tachtigh van leven sgn bevonden^ can niet ontkent worden, 
^ontstaende nijt gebreck van goede opvoedingO; ende dat 
^ onder de slaven ende slavinnen groot gemaect worden , van 
„welcke niet veel denchts geleert wort, dat mettet instellen 
„ van welgeschickte scholen ende goede toesicht ende sorge der 
„ouderen moet gebetert worden. 

4®. yj De vierde difficnlteijt is dat de burgers bug ten navigatie 
„ende handel ter zee gehouden wordende, niet connen bestaen 
„ende met deselve Gompagnie's handel ende negotie sullen 
„schadelijck weseu; behalven de onlusten , die met haer onge- 
„ bonden leven hier en daer sijn maeckende. Daer op antwoor- 
„den, dat de burger seer wel bestaen can sonder commertie 
„over zeO; alzoo wel als andere landtsteden^ die geen zeevaert 
„hebben; want behalven den landtbouw^ handtwerken ende 
„andere eerlijcke middelen , als bodemarijen; geit a deposito 
„ te setten , etc. , soo heeft de burger op Batavia gelegenthegt 
„om goede voordeelen in negotie te doen mette vreemdelingen 
„gedurich in groote menigte af en aen varende^ voómament- 
„ lijk wanneer nevens de Chinesen ende anderen, mede acces totte 
„packhuijsen hebben, ende in den cledenhandel participeren 
„mogen, gelgck nu geschiedt, soodat te seggen, dat op Batavia 
„bugten de zeevaert geen geit te winnen is, een teecken is, 
„dat sg geen rechte kennisse van Batavia hebben. Andere 
„plaetsen hebben diergelgcke offte andere gelegentheden, soodat 
„mgns oordeels niet van noode sal wesen den burger veel 
„totten zeevaert te animeren, soo om redenen boven gemoveert, 
„die haer fundament hebben, als oock voornamentlgck, omdat 
„ sg tegen de Chinesen ende andere natiën niet connen bestaen, 
„aengesien deselve veel oncostelgcker varen ende haer met 
„clegne winsten connen vergenoegen, daer de onse het alles 
„op sgn groot scheeps willen hebben, ende hare winsten in 
„ongelden versmooren, gelgck de experientie reeds meer dan 



Digitized by 



Google 



XIX 

^te veel geleerd heeft^ hoewel ick echter van gevoelen sg, 
„dat men daerom^ geleek oock niet om de andere redenen 
„boven gemoveert^ haer den handel ter zee ontseggen ofte 
„verbieden sal^ meer als aen andere natiën, Gompagnie's onder- 
„danen sgnde, geschiet , om het groot misnoegen; dat daerover 
„anders met reden sgn hebbende; dat Hegdenen ende Mooren 
„meer libertegt ende vrgiche^t genieten als si|; Nederlanders 
„ende Christenen s^nde, waermede dan oock met eene ver- 
„claert hebben mgn gevoelen over het concept bg Heeren (Je- 
„ committeerdens nijt de Seventhienen ingestelt ende in copie 
„ overgesonden ; omme daerop te hebben advijs van de Heeren 
„ Generael ende Raden van India , sijnde namentlijck, dat haer 
„ Ed. wel sullen doen den Nederlandtschen burgeren generalgck 
„den handel open te stellen , overal ende op alle plaetsen daer 
„andere inwoonderen^ Hegdenen ende Mooren , toegestaen wort 
„te varen ende haren handel te drijven. 

5®. „Ten vgflFden wert tegen 't concept der colonien inge- 
„ bracht; dat de burgeren in allen gevalle rijck geworden sgnde , 
„al weder nae 't vaderlandt willen ^ latende Compagnie van 
„haer ooghwit gefrustreert; dat ten deele waer is; doch metter 
„tijt te beteren staet; sgnde tot noch toe meest veroorsaect 
„ door de groote versmaetheijt ende cleijnachtinge; daer deselve 
„ eenige jaren herwaerts in sgn gehouden , die haer met reeden 
„ tegen de borst is ende nae de vaderlandtsche vrghegt haecken 
„doet. 

6^. „ Ten laetsten wort gesecht; dat wg ons moeten spiegelen 
„ aen 't exempel der Portugesen , die door middel van haere 
„colonien 't onder geraeckt sgu; dat onder correctie seer on- 
„waarachtigh is, want die de constitutie en de gelegenthegt 
„van derselver staet ende regeringe in deese landen wel wil 
„insieU; sal moeten bekennen , dat deselve door geen ander 
„middel tot noch toe staende sgn gebleven als alleen door de 
„menichte der coloniers, die haer in plaetse van soldaten ver- 
„gtreckeu; ende sonder welcke sg, nae menschelgck oordeel; 



Digitized by 



Google 



XX 

;,al langh t' ondergebracht ende vergeten waren, soodat dat 
„exempel te eenemael voor mgn gevoelen militeert, hetselve 
„wonderlgck bevestigende. 

„ Waernit dan sommier gesien wort, hoe dat de voorschreven 
„gemoveerde swaricheden tot laste van de Nederlandtsche 
„colonien in dese landen van soo groeten gewichte niet en 
„sgn, dat daerom de bevoirderinge derselver behoorde nae te 
„big ven ten aenschoaw der groote ende importante voordeden, 
„die daertegen ugt deselve worden verwacht, soodat ick geen 
„reden vinde, waerom van m^ voorschreven advgs te ver- 
„ anderen, maer bij hetselve alsnoch blgve persisteren, te meer 
„soodanige antheors daertoe hebbende, als is de Heer Antonio 
„VAN DiEMEN (loffelijcker gedachtenisse) en de andere Heeren 
„Generaels voor hem geregeert hebbende, sgnde namentl. dat 
„ de Compagnie voor alle saken het werck der colonien dienstich 
„is te bevorderen, niet met inlandsche natiën, Heijdenen ende 
„Mooren, op welcke niet te betronwen is, gelijck eenige 
„snstineren, maer met Nederlanders, die den Staet tegen de 
„anderen mogen beschermen. 

„Om nu deselve colonien met ernst bg der handt te nemen 
„ ende middelen daartoe dienstigh in 't