(navigation image)
Home American Libraries | Canadian Libraries | Universal Library | Community Texts | Project Gutenberg | Children's Library | Biodiversity Heritage Library | Additional Collections
Search: Advanced Search
Anonymous User (login or join us)
Upload
See other formats

Full text of "De Ster"

«tDe Ster 



VAN DE HEILIGEN DER LAATSTE DAGEN 



OMSLAG: 



61ste JAARGANG 



Nr 9 



Een fraai bewerkte zuil 
te Quirigua, Guatemala. 










INHOUD: 

Monumenten uit een ver verleden . 




Blz. 
279 

280 










281 




De nadruk gelegd op het priesterschap 
in het zendingsveld, de kern van alle 


283 




Op reis met de Ring Zusters 






288 










290 




Nieuws uit de zending . 






292 




Twee overlijdensberichten . 

Gedachten van anderen 

Mijn Tempelreis 






296 
297 
298 




Een brief van een 92-jarige . 
Een inspirerende boodschap . 
Het feest van het Evangelie . 
Najaarsconferenties in de Ned. 
Gebeurtenissen in de zending 


Zen 


ding 


299 

300 
300 
303 
304 



Redacteur: J. HENRY VOLKER, President der Nederlandse Zending 
Assistent: A. D. JONGKEES 

Administratie: Laan van Poot 292, Den Haag 

„De Ster" van de Kerk van Jezus Christus 

van de Heiligen der Laatste Dagen 

verschijnt eenmaal per maand. 

ABONNEMENTSPRIJS: ƒ2,50 PER HALF JAAR 

GIRONUMMER 240615 - LAAN VAN POOT 292 - DEN HAAG 

NADRUK VAN DE IN DIT NUMMER 

VOORKOMENDE CLICHE'S IS VERBODEN 



September 1961 




"-":sy« 



Monumenten 

uit een 

ver verleden 



Onder de overblijfselen van een eertijds 
hoge beschaving, die vele eeuwen ge- 
leden het kenmerk was van de vroegere 
bewoners van Midden- en Zuid-Ameri- 
ka, nemen de prachtig bewerkte zuilen 
' V . ■ - rrr c ï ï t''>*- ; een voorname plaats in. De afbeelding 

op de omslag is hiervan een voorbeeld. 
Het is de fraaiste en grootste van de grote zuilen te Quirigua, Guate- 
mala, 65 ton prachtig bewerkte datum-stenen, meer dan 109 meter 
hoog, inscripties bevattend, die eenmaal misschien ontcijferd zullen wor- 
den. Dit monument is het eindpunt van de vooruitgang, die de ruwe 
zuil van Tiahunaco in Bolivia 600 v.C. heeft gemaakt. 
„Over de pracht van de stenen zuilen in Midden-Amerika, met hun 
fijne bewerking is veel geschreven. De vraag is vaak opgeworpen waar 
men met het maken van deze monumenten is begonnen, daar geen 
enkele primitieve zuil in Centraal Amerika wordt aangetroffen. In het 
boek Kon-T iki wordt de aandacht gevestigd op de oude zuilen in Zuid- 
Amenka, waarbij wordt aangetoond, dat bijna dezelfde op de eilanden 
van de Stille Zuidzee worden gevonden. Ik ben het met de schrijver van 
Kon-Tïki eens, dat de primitieve zuilen in Zuid-Amerika zijn en dat 
het fijnere werk in Copan en Quirigua de fraaiere voorbeelden waren 
van vroeger Zuid-Amerikaans werk. 

Het was in Copan in Honduras, dat de zuilen hun volmaaktheid be- 
reikten. Hier werden de afbeeldingen van mensen voltooid, tot zelfs de 
nagels van vingers en tenen toe. Ofschoon niet zo groot als de zuilen 
in Quirigua in Guatemala, waren die van Copan fijner bewerkt, meer 
gedetailleerd en zij zijn het eindproduct van het eerste begin in Zuid- 
Amerika. 

Farnsworth, de archeoloog Willard in zijn Lost Empires aanhalend 
zegt verder: „een nauwkeurig onderzoek van het werk van de Maya's 
op steen, hout of metaal uitgevoerd, brengt het feit aan het licht, dat 
zulk snij- en graveerwerk, zoals dat in deze tijd nog bestaat, moet zijn 



279 



„De Ster" 

verricht door gereedschap, dat uiterst fijn geslepen kon worden, in 't 
bijzonder voor de houtbewerking, zoals die in Tikal wordt gevonden. 
Zulk fijn gereedschap kan ongetwijfeld van een koperlegering zijn ge- 
maakt of als de gereedschappen, die de oude Etruriërs, die Italië be- 
volkten vóór de Romeinen, gebruikten, tot een hoge graad van hard- 
heid worden gebracht door het te stampen om de moleculen dichter 
bijeen te brengen. Daarna slepen zij hun gereedschap op stenen tot een 
zeer dunne snijkant. Afbeeldingen, door de Maya's gemaakt, tonen 
aan, dat zij gereedschappen van verschillende afmetingen hadden en die 
voor velerlei doeleinden werden gebruikt. Het zo even genoemde hout- 
snijwerk van Tikal werd op cederhout gedaan, een houtsoort, die zeer 
taai en moeilijk te bewerken is. Hun gereedschap was van zulk een 
kwaliteit, dat een moderne houtbewerker, die stalen werktuigen ge- 
bruikt, dat niet kon verbeteren". 



TEMPELREIS 

Het land, waar ik ben heengegaan 

Is mooi en schoon en groot, 

Ik zag, Vader, de bergen 

En wolken van een zeer bijzonder rood. 

Ik zag rotsen in hun steile onverwrikb aarheid 

En de warmte van goudgele schoven, 

En ik wist, hoe rechtvaardig en oneindig liefdevol Gij zijt 

En waarom ik U steeds zal loven. 

Ik heb nooit geweten, Vader, 

Wat een licht op een berg kon zijn, 

Totdat ik 's avonds in een hemelsblanke schijn, 

Daar, waar de grens van het aardse lag, 

Uw wonderschone Tempel zag. . . 

En ik zal het nu nooit meer vergeten, Vader. 

Heb dank voor het water en het licht, 

Voor de bergen de sterren en mijn naaste's gezicht, 

Voor de kinderen, die daar spelen op het land 

Voor de Kerk en de Profeet, Uw afgezant. 

Heb dank, Vader, voor alles, wat Gij ons hebt gegeven. 

En leer mij meer naar Uw gelijkenis te leven. 

S. Herder 

280 



September 1961 

Het zendingswerk 

Uittreksel van een toespraak, die door President Henry D. Moyle, 
van het Eerste Presidentschap, werd gehouden op zondag 16 juli 1961, 
tijdens een ajscheidsvergadering voor President en Zuster Fred W. 
Schwendiman, die op het punt stonden naar Nieuw Zeeland te vertrek- 
ken om aldaar te Presideren over de Zuidelijke Zending. 

In deze toespraak stelde President Moyle vier feiten vast, t.w.: 

1. dat de basis van al het zendingswerk geestelijk is; 

2. dat men zich dient te onthouden van het leveren van kritiek op het 
werk van de Heer; 

3. dat de Heer de zendeling zal zegenen vcor zijn ijver; 

4. dat de Kerk nimmer een grotere behoefte aan leiders heeft gehad 
dan juist nu. 

President Moyle zeide o.m. 

„Het is een nederig makende ervaring om verbonden te zijn, in welke 

hoedanigheid ook, aan deze grote zendingsbeweging. De basis van al het 

zendingswerk is geestelijk. Deze avond heb ik een intens verlangen, 

mijn broeders en zusters, om ten minste één gedachte bij u achter te 

laten en wel deze, dat het zendingswerk het werk van de Heer is. Het 

is een geestelijk werk en of wij nu van het werk zelf houden of van de 

wijze waarop dit wordt geleid, wij moeten ons ervan onthouden kritiek 

op het werk te leveren. Met mijn begrensde verstandelijke vermogens 

ben ik niet in staat onderscheid te maken tussen het leveren van kritiek 

op het zendingswerk en het leveren van kritiek op cnze Leider, Jezus 

Christus, de Zoon van God. 

Dit is Zijn werk en het wordt letterlijk onder Zijn bezieling en leiding 

uitgevoerd. 

. .Wanneer we het op ons nemen om twijfel oï onzekerheid te zaaien 

aangaande welke verandering in het zendingswerk ook, dan geloof ik, 

dat het verstandig van ons zal zijn om daarmede onmiddellijk op te 

houden en om eens na te denken over de bron, waaruit deze verandering 

voortvloeit. 

Nu, deze Kerk is óf waar óf niet waar. Er kan geen middenweg zijn. 
Wij kunnen niet voor de helft gelijk hebben of voor drie kwart of voor 
negen tienden, als het om het werk van de Heer gaat. Ik zou niet het 
geringste bezwaar hebben tegen uw kritiek op alles wat ik als mens, 
als lid van de Kerk, of zo u wilt als ambtsdrager van de Kerk doe, 
maar ik ben van mening, dat we uiterst voorzichtig dienen te zijn in 
al onze overleggingen en dat wij er voor moeten waken, dat wij ons 
niet schuldig maken aan opstandigheid, in hoe 'n geringe mate ook, 
tegen God. 

281 



„De Ster" 

Ik zeg u, mijn broeders en zusters, dat het belangrijk is om niet al te 
kritisch te zijn ten aanzien van veranderingen in dit werk, het werk 
dat zijn oorsprong, zijn basis, zijn bezieling vindt in de Heer; niet al 
te kritisch ten aanzien van datgene, wat de Heer doet, want het schijnt 
nu eenmaal tot ons leven te behoren, dat de Heer niet altijd met onze 
verlangens in overeenstemming is, zelfs niet in zaken, die ons persoon- 
lijk welzijn betreffen. 

Ik zou zo kunnen doorgaan en nog meer over dit onderwerp zeggen. 
Het schijnt zich vandaag in mijn gedachte te hebben vastgehecht. Ik 
wilde dit nog zeggen: toen Filippus de kamerling ontmoette, de kamer- 
ling, die onder de regering van de koningin der Moren grote macht 
bezat, vroeg hij hem wat hij las en of hij hetgeen hij las wel of niet 
begreep. 

U zult u herinneren dat hij het volgende las: „Hij is gelijk een schaap 
ter slachting geleid; en gelijk een lam stemmeloos is voor dien, die 
scheert, alzo doet Hij Zijnen mond niet open" (Hand. 8 : 32). 
De kamerling vroeg aan Filippus , over wien de schrift sprak en Filip- 
pus vertelde het hem en hij predikte hem Jezus Christus en hoe men 
hem gekruisigd had. 

„En als zij verder reisden, kwamen zij aan een zeker water en de kamer- 
ling zeide, zie hier is water; wat verhindert mij gedoopt te worden?" 
(Hand. 8 : 36). 

En Filippus doopte hem en de kamerling ontving de gave van de Heilige 
Geest. Ik ken geen enkele passage in de Schrift, die definitiever en 
zekerder verklaart, dat bekering een geestelijke zaak is, want de enigste 
vraag, die Filippus hem stelde, voor zover thans het verslag in de 
Handelingen der Apostelen aantoont, was, of hij in Jezus Christus ge- 
loofde, waarop de kamerling zeide: „Ik geloof, dat Jezus Christus de 
Zoon van God is". (Hand. 8 : 37). 

Het grootste van alle wonderen, die mij heden ten dage bekend zijn, 
is het feit, dat als die geestelijke bekering over onderzoekers komt, zij 
dan bereid zijn hun levenswijze geheel te veranderen. Dat zij dan bereid 
zijn om ingewortelde gewoonten op te geven en om hun leven geheel in 
overeenstemming te brengen met het Evangelie van Jezus Christus, zoals 
dat in deze laatste dagen geopenbaard is. 

In een paar hedendaagse ouderlingen is en in ouderling Filippus was 
geen andere macht dan de macht van het Priesterschap, dat zulk een 
resultaat kan en kon teweegbrengen. 

Daarom vraag ik u hedenavond of er iemand, wie dan ook, gerecht- 
vaardigd is door kritiek te leveren op de zendeling, die vandaag erop 
uit trekt en die precies hetzelfde doet en de mens doopt, onverschillig 
of dit nu geschiedt op de eerste dag, in de eerste week, in de eerste 
maand of in het eerste jaar van zijn contact met hem. Indien die mens 

282 



September 1961 

geestelijk bekeerd is en vraagt om gedoopt te worden, dan is het onze 
plicht om te dopen. 

Het Evangelie is heden ten dage hetzelfde als in de dagen van Filippus. 
De Heilige Geest, als een lid van de Godheid, is de zelfde en of wij nu 
van het ene voorbeeld naar het andere gaan, het achtste hoofdstuk van 
de Handelingen volgend, wij vinden de ene bekering na de andere op 
precies dezelfde wijze tot stand gebracht als we ook in de geschiedenis 
van de Kerk, vanaf de dagen van de Profeet Joseph, kunnen lezen. "Wij 
ontdekken dat het zendingswerk op geestelijke bekering gegrondvest is. 
Neem bijvoorbeeld de bekering van Parley P. Pratt. Niet slechts werd 
hij bekeerd en gedoopt, de volgende dag werd hij, zo ik mij herinner, 
tot ouderling geordend en binnen een week werd hij op zending ge- 
zonden. 

En zo kom ik vanavond tot de slotsom, dat noch de tijdsduur noch de 
methode enig verschil maakt. Het is alleen zaak dat de geest des Heren 
het hart, de ziel en het begrip aanraakt, het begrip van de persoon be- 
zielt, hetgeen hem de wetenschap schenkt, dat Jezus de Zoon van God 
is, de Verlosser van de mensheid. Als we die wetenschap, deze kennis, 
bezitten, dan zijn wij op weg naar het eeuwige leven, want dit is het 
eeuwige leven' . 



De nadruk gelegd 

op het priesterschap in het zendingsveld, 
de kern van alle werkdadigheid 

Het hier volgende artikel is een toespraak van Elder Harold B. Lee, 
lid van de Raad der Twaalven en Voorzitter van het Algemeen Kerke- 
lijk Priesterschapcomité, welke toespraak de 2de juli voor de studie- 
groep van de Zendingspresident werd gehouden en op speciaal verzoek 
van het Algemeen Zendingscomitc gepubliceerd. 

Toen de Salt Lake Tempel in aanbouw was — zoals ge weet, heeft het, 
vanaf het breken van de grond in 1853 veertig jaar geduurd voordat in 
1893 de inwijding plaats vond — vroeg President Young aan Truman 
O. Angell, de architect of hij een artikel wilde schrijven voor de 
Millennial Star (de Engelse ,,Ster"-Vert.) om te trachten de Heiligen 
in het buitenland er toe te brengen bijdragen te leveren. Zo wanhopig 
verlegen was men toen om fondsen voor het verder afbouwen van de 
Tempel. 

In dat artikel zeide Truman O. Angell iets, dat ik u bij wijze van tekst 
wil geven om over te denken met betrekking tot het priesterschap- 

283 



„De Ster" 

programma van de zendingen. Hij legde uit, dat er buiten aan de 
tempel verschillende symbolische dingen zouden zijn; dat aan de oost- 
zijde drie torenspitsen zouden komen, die hoger zouden zijn dan die 
aan de westzijde en het presidentschap van het Melchizedekse Priester- 
schap zouden voorstellen. Aan de westzijde zouden ook drie toren- 
spitsen geplaatst worden, een weinig lager dan die aan de oostzijde, en 
het presidentschap van het Aaronische Priesterschap symboliseren. De 
Engel Moroni zou de vertegenwoordiger zijn van de herstelling van het 
Evangelie door hemelse tussenkomst. 

Daar zijn ook de zonnestenen, de celestiale heerlijkheid vertegenwoor- 
digend, en de maanstenen en de sterren. Ge hebt dit alles wel gezien en 
daar zijn ook nog andere dingen, maar één ding, dat hij noemde, heeft 
een bijzondere betekenis en ik wilde wel, dat ge daar eens over na- 
denkt hier. Hij zeide, dat aan de westzijde van de tempel, onder de 
torens of kantelen, zoals ze ook worden genoemd, juist onder het plein 
van de tempel, de constellatie zou worden afgebeeld, die de sterre- 
kundigen Ursa Major, de Grote Beer noemen, welks achterste twee 
sterren in een lijn liggen, die, wanneer deze wordt doorgetrokken, bij 
de Poolster uitkomt. Dit symboliseert en doet de gedachte aan de hand 
„dat door het Priesterschap van God, de verlorenen hun weg mogen 
vinden". 

Mag ik nu beginnen met deze symboliek: „Het is door het Priesterschap 
van God, dat de verlorenen hun weg mogen vinden". President Young 
zeide eenmaal het volgende: „Een persoon, die het Priesterschap draagt 
en zijn roeping getrouw blijft, die er vreugde in schept die dingen te 
doen, die God van hem verlangt en zijn gehele leven door voortgaat 
iedere taak te volbrengen, zal niet alleen verzekerd zijn van het voor- 
recht de dingen van God te ontvangen, maar ook van de kennis hoe ze 
te ontvangen, zodat hij voortdurend Gods bedoelingen zal weten. Hij 
zal in staat zijn goed van kwaad te onderscheiden, te kennen de dingen 
die van God zijn en de dingen, die niet van God zijn. 
En het Priesterschap — de geest, die in hem is, zal voortdurend toe- 
nemen totdat deze een fontein van levend water wordt; totdat deze 
gelijk de boom des levens, één doorlopend vloeiende bron van intel- 
ligentie en instructie voor die mens is. 

Ik geloof, dat er niets meer nodig is om u te doordringen van de be- 
langrijkheid van het priesterschap in het zendingsveld. Het is het 
middelpunt, de kern en de macht waardoor alle activiteiten van de Kerk 
moeten worden geleid. Nu, wat wil het zeggen tot het priesterschap te 
worden geordend? Ik geloof, dat ik dit wel honderd maal heb gelezen 
en ik heb nooit de betekenis ten volle begrepen, totdat ik een poosje 
geleden twee simpele verzen tegenkwam, die in Afd. 36 van de Leer en 
Verbonden staan. Het was een openbaring aan Edward Partridge, de 
eerste bisschop van de Kerk, zoals u weet. 
„Aldus zegt de Here God, de Machtige Israëls: Zie, Ik zeg u, Mijn 

284 



September 1961 

dienstknecht Edward, dat gij gezegend zijt, en dat uw zonden u zijn 
vergeven, en gij zijt geroepen om Mijn evangelie te prediken als met de 
stem van een bazuin". 

Nu dit is waarop ik uw aandacht wil vestigen: „En Ik, (aldus de Here) 
zal Mijn hand op u leggen door het opleggen der handen van Mijn 
dienstknecht Sidney Rigdon, en gij zult Mijn Geest, de Heilige Geest, 
namelijk de Trooster, ontvangen, Die u de vreedzame dingen van het 
koninkrijk zal leren". 

Vat ge de betekenis er van? Wanneer iemand op bevoegde wijze wordt 
geordend, dan is het alsof de Here zelf ook zijn hand op die persoon 
legde, door de hand van Zijn gevolmachtigde dienstknecht, ten behoeve 
van hen, die de gaven en begiftigingen van de geest zullen ontvangen, 
welke onder Zijn 'jurisdictie en bestuur komen. 

Indien ge wilt weten, welke die zijn, lees dan afd. 46 van de Leer & 
Verbonden, waar de verschillende gaven van de geest worden opge- 
noemd. Een bisschop van de Kerk is het gegeven al deze gaven te 
onderscheiden, zeide de Here, naarmate hij daar behoefte aan heeft. 
Ook zij, die geroepen zijn om te leiden, alsmede zendingspresidenten. 
Toen President Fyans u vertelde, dat President Wells in Asuncion de 
mensen anders zag dan hij ze de vorige avond had gezien, kwam dit, 
omdat een nieuw licht op hem had gerust en hij had de God of het goede 
in de mensen met zuiverder oeen gezien dan de avond tevoren. 



GROTE BROEDERSCHAP 

In een priesterschapgids van enige jaren geleden zeiden de broederen 
dit: „Het priesterschap is een grote broederschap, bijeen gehouden door 
de eeuwige en onveranderlijke wetten, die de omlijsting van het evan- 
gelie vormen. Van de gevoelens van broederschap behoort het quorum 
doordrongen te zijn. Het helpen van alle leden, die in stoffelijke of 
geestelijke nood verkeren, moet bij het quorum op de voorgrond staan. 
De geest van broederschap behoort de leidende kracht te zijn bij alle 
plannen en verrichtingen van het quorum. Indien deze geest wijs en 
volhardend wordt gecultiveerd, zal voor een man, die het Priesterschap 
draagt, geen aantrekkelijker organisatie bestaan". 

Het was een inspiratie ,die onze tegenwoordige president ontving, om 
aan de zendingen voor te stellen dat alle priesterschapdragers in 
quorums georganiseerd zouden worden. 

Dat is betrekkelijk nieuw en is niet altijd zo geweest. Gewoonlijk, wan- 
neer men uit een georganiseerde Ring verhuisde, kwam men in een ge- 
meenschap, waar geen priesterschaporganisatie was. Nu zijn er weinig 
zendingen, waar geen priesterschapquorums zijn. 

Nu stellen wij u voor die organisatie op te richten. Indien ge in uw 
gehele zending slechts voor één quorum ouderlingen voldoende hebt, 

285 



„De Ster" 

vragen wij u hen tot één quorum ouderlingen te vormen, met een 
presidentschap, zelfs wanneer de leden daarvan alleen maar per brief 
met elkander in contact kunnen staan, zodat zij toch het gevoel zullen 
hebben tot een quorum in de Broederschap van het Koninkrijk te be- 
horen. Indien er niet genoeg zijn om een quorum samen te stellen, wan- 
neer ge bijvoorbeeld maar 7, 8 of 10 zeventigers hebt of een overeen- 
komstig aantal hogepriesters, stellen wij voor, dat ge, in het geval van 
de zeventigers, deze verenigt tot een groep, tot een eenheid, met een 
voorzitter aan het hoofd, of een groepsleider, iemand, die belast wordt 
met de zorg voor de weinigen, die het ambt van zeventiger dragen, 
totdat de tijd komt, dat ge meer dan een half quorum hebt. Wij geven 
u de raad geen quorums aan te bevelen, zolang ge nog niet meer dan de 
helft hebt, bijvoorbeeld, 49 ouderlingen, 36 zeventigers. Uw hoge 
priesters, zelfs al zijn ze weinig in getal, kunnen tot een quorum wor- 
den gevormd over de gehele zending. Als er maar heel weinig zijn, 4, 
5, of zes of daaromtrent, heeft de president van de zending in sommige 
gevallen aanbevolen, dat het locale lid dat tevens zijn raadgever is, 
indien hij een hogepriester is, als president van het hogepriesterquorum 
wordt aangesteld. Deze broeder kan dan, wanneer hij door de zending 
reist, de belangen van de weinige hogepriesters behartigen. 
Heel dikwijls zijn er presidenten, die er op aandringen dat ouderlingen, 
die lang en trouw de Kerk hebben gediend, tot hogepriester worden 
geordend. Nu verzoeken wij u het dragen van een speciaal ambt in het 
priesterschap als minder belangrijk te beschouwen dan het quorum- 
verband, waartoe zij als ouderling behoren. Als wij maar één of twee 
hogepriesters in een zending hebben, dan ziet ge wel, dat wij hen in 
zekere zin aan de broederschap van hun quorum onttrekken, waar zij 
in het priesterschap veel meer aan elkander verbonden zouden zijn 
geweest, indien zij ouderling waren gebleven. Indien er echter een 
dwingende reden is voor het tegendeel zal de zendingspresident het 
Eerste Presidentschap aanbevelen, dat een bepaalde broeder tot hoge- 
priester wordt geordend en daarbij de reden vermelden. 
Het Eerste Presidentschap zal deze aanbeveling dan in overweging 
nemen. Indien zij met uw voorstel instemmen, kan dit aan de volgende 
bezoeker uit de Algemene Autoriteiten worden overgedragen of aan een 
van uw „supervisors", gelijk het geval mocht zijn volgens het tegen- 
woordige plan. Indien dan de aanbeveling op gelijke wijze van hem 
terugkomt, kan iemand gemachtigd worden hem te ordenen. 
Het Eerste Presidentschap vindt het beter het ordenen van iemand tot 
een hoger ambt niet aan te moedigen, wanneer het feitelijk geen hoger 
ambt is, tenzij hij tot een ambt wordt geroepen, waarvoor dat hogere 
priesterschap vereist wordt. Overigens is het beter voor hem ouderling 
te blijven, in een quorum dus, dat als het ware het grootste priester- 
schapreservoir in de zending is, opdat de broederschap, zoals dat in onze 

286 



September 1961 

gids wordt beschreven, vollediger tot werkelijkheid kan worden. In die 
zin hebben wij dan ook instructies ontvangen. 

DE KRACHT VAN DE KERK 

„De kracht van de Kerk is het priesterschap" en de organisaties van de 
Kerk zijn slechts behulpsels voor het priesterschap. Dat plaatst de 
priesterschapquorums in de positie van leiderschap. Deze behoren zo 
bekwaam te worden geleid, zo getrouw te worden bezocht en moeten zo 
door en door dienstvaardig zijn, dat zij als voorbeeld kunnen dienen 
voor alle andere kerkelijke organisaties. 

Noodzakelijkerwijs is het de plicht van een man, die moet kiezen tussen 
de trouw aan zijn priesterschapquorum en een andere kerkelijke organi- 
satie, hoe goed die ook moge zijn, in zijn quorum te blijven. 
Deze verklaring heeft misschien nadere uitleg nodig. Bijvoorbeeld: Wan- 
neer broeders werden geroepen om toezicht te houden op de Aaronische 
Priesterschap, werd gevraagd, of deze broeders vrijgesteld konden wor- 
den van de maandelijkse quorumpriesterschapvergaderingen, zelfs wan- 
neer op andere zondagen zij in de klas van hun priesterschapgroep niet 
aanwezig konden zijn. 

Nu wordt de plaats, waarheen de quorums ons tenslotte kunnen voeren, 
in een verklaring van President Joseph F. Smith weergegeven. Hij zeide: 
,,Wij verwachten de dag te zien, wanneer iedere raad van het priester- 
schap in de Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste 
Dagen zijn plicht zal begrijpen, zijn eigen verantwoordelijkheden zal 
aanvaarden, zijn roeping zal verheerlijken en zijn plaats in de Kerk tot 
het uiterste zal bewaren, naar zijn intelligentie en bekwaamheid. Wan- 
neer die dag komt, zal er niet zo veel werk meer nodig zijn, dat thans 
door de hulporganisaties wordt verricht, want dan zal dat gedaan 
worden door de geregelde quorums van de priesterschap". 
Nu hebben wij een comité aan het werk op een bepaald gebied, dat in 
het verleden een hulporganisatie zou zijn genoemd, doch waarvan de 
bedoeling is, dat het juist datgene zal doen, waar President Joseph F. 
Smith over sprak. Wanneer zij met hun studie gereed zijn, waar zij nu 
aan bezig zijn in enkele uitgezochte Ringen van de Kerk, zult ge dit 
beginsel aantreffen, waar een gecoördineerd priesterschap het werk 
doet, dat in het verleden door een zogenaamde hulporganisatie werd 
verricht. (Slot volgt) 

Op reis met de Ring Zusters 
Hulpvereniging 

Donderdagmiddag om 9 uur ver- einddoel het „Nationale Park" op 

trok de Ring Z.H.V. met twee de Veluwe. 

bussen vanaf het Hollandse Spoor, De deelneemsters van dit uitstapje 

om een dagtocht te maken met als kwamen uit Amsterdam Oost en 

287 



„De Ster" 



West, Rotterdam Noord en Zuid, 
Delft, Leiden, Vlaardingen en den 
Haag. 

Het was zacht weer en een beetje 
nevelig, maar de zon liet verstek 
gaan. De zusters hadden echter een 
zonnig humeur en daardoor was 
de stemming opperbest. 
Nadat allen gearriveerd waren, 
gaf Zr. Lefrandt, de Ringpresi- 
dente, het teken van vertrek. 
De route ging via de Haarlemmer- 
meer naar Amsterdam, waar wij 
de Amsterdamse zusters moesten 
ophalen, terwijl de andere bus de 
Leidse zusters had gehaald. 
Nadat in beide bussen een zegen 
was gevraagd voor deze dag, ging- 
en wij dwars door het Gooi langs 
Naarden, Baarn, Soestdijk. In 
Soestdijk stopten wij bij Hotel 
Restaurant „Eemland" om te pau- 
zeren en iets verfrissends of iets 
warms te gebruiken. 
Van dit restaurant wil ik U iets 
vertellen, 

Behalve dat je daar heel gezellig 
kunt zitten, speelt daar een bij- 
zondere band. Die band bestaat 
uit drie musicerende robots, ge- 




naamd „The Robots Musicals". Zij 
zitten op een soort podium voor 
een donkere achtergrond. Deze 



achtergrond is bezaaid met sterren 
en halve manen. 

Naast dit podium staat een klein 
kastje met een gleuf erin. In die 
gleuf moet je een kwartje gooien 
en dan begint de band te spelen. 
Een koddig gezicht is het, als de 
middelste robot af en toe gaat 
staan en als solist optreedt. Enige 
zusters konden de verleiding niet 
weerstaan om een dansje te maken. 
Er heerste een vrolijke en onge- 
dwongen stemming. 
Na deze opwekkende en verfris- 
sende pauze gingen wij weer ver- 
der. De zon was nog steeds niet 
verschenen, maar het was heerlijk 
zacht weer en gelukkig niet te 
warm. 

We gingen langs uitgestrekte heide- 
velden, die paarsrood gekleurd 
waren en over prachtige wegen 
door verschillende aardige en 
schilderachtige dorpjes. Besloten 
werd, bij het Uddelermeer te stop- 
pen cm de lunch te gebruiken en 
direkt daarna door te rijden naar 
het Nationale Park. 
In Hoenderlo reden wij het Park 
binnen. In dit Park, waar herten 
en wilde zwijnen rondlopen, be- 
zochten wij het Rijksmuseum Kröl- 
ler-Müller. 

Dit prachtige museum, dat geheel 
gelijkvloers ligt, bezit sinds onge- 
veer zeven maanden een mooie 
tuin met beelden en moderne fi- 
guren. 

Verder is de inrichting van dit 
museum zeer smaakvol en men 
vindt naast een schilderijencollek- 
tie (o.a. van de schilder Vincent 
van Gogh) ook antieke kasten met 
mooi oud porselein. Verder oude 



283 



September 1961 



en moderne beeldhouwwerken. 
Om 5 uur moesten wij jammer ge- 
noeg weer opstappen. Wij reden 
richting Otterlo, Ede, naar Rens- 
woude, waar het diner als slot van 
de dag ons wachtte. 
Vóór Renswoude stopten de chauf- 
feurs bij een klein, bloeiend heide- 
veldje, waar de zusters gelegenheid 
hadden ieder een bos heide te 
plukken, als herinnering aan deze 
dag. 




We hadden allen een gezonde eet- 
lust en deden het eten alle eer 
aan. Het was ook voortreffelijk! 
We begonnen met een heerlijke 
hors d'oeuvre en eindigden met va- 
nille-ijs. 

De stemming was nog steeds op- 
perbest en het was net één grote 
familie. 

Na het eten gaf Zr. Lefrandt het 
woord aan Zr. Volker, die ons 
namens de Nederlandse Zending, 
in het Nederlands toesprak. Het 
waren opbouwende woorden over 
het werk van de zusters. Wij wa- 
ren zeer verrast, dat Zr. Volker in 
zo 'n korte tijd dit moeilijke neder- 
lands zo goed geleerd heeft. 



Na Zr. Volker kregen de vertegen- 
woordigsters van alle aanwezige 
Z.H.V. -besturen de gelegenheid 
enige opbouwende woorden over 
het werk van het afgelopen jaar 
te laten horen. 

Voordat Zr. Lefrandt het slot- 
woord wilde uitspreken, nam Zr. 
Verburg uit den Haag het woord. 
Zr. Lefrandt, zo zei zij, had met 
groot enthousiasme dit reisje ge- 
organiseerd. Doch helaas waren er 
een paar plaatsen in de bus open- 
gebleven en dat was natuurlijk een 
strop voor de reiskas. Een paar 
zusters hebben toen in de bus een 
inzameling gehouden en het resul- 
taat was ƒ 35, — die zij hierbij aan 
Zr. Lefrandt overhandigden. 
Zr. Lefrandt was zeer verrast en 
zij dankte alle zusters voor dit 
mooie bedrag en de samenwerking. 
Zij wekte alle zusters op, hun 
schouders onder het werk te zet- 
ten in het jaar dat voor ons ligt 
en hun uiterste best te doen om 
het ledental te verdubbelen. Wie 
weet gaan wij dan volgend jaar 
met vier bussen op stap, inplaats 
van met twee bussen. 
Zo was aan deze dag weer een 
eind gekomen. Met de beste voor- 
nemens bezield, vertrokken wij om 
7.50 uit Renswoude naar onze 
respectievelijke woonplaatsen. 
Ik hoop, dat wij allen de Geest 
en de onderlinge Liefde, die wij 
op deze dag gevoeld hebben, mo- 
gen meedragen in het moeilijke, 
maar ook mooie werk, dat ons 
wacht in het komende jaar. 

Johanna van Leeuwen 

Ring Z.H.V. 
Secretaresse-Pennnigmeesteresse 



289 



„De Ster" 



De Heere is mijn Herder; mij zal niets ontbreken. 

Hij doet mij nederliggen in grazige weiden; Hij voert mij zachtkens 
aan zeer stille wateren. 

Hij verkwikt mijne ziel; Hij leidt mij in het spoor der gerechtigheid, 
om Zijns Naams wil. 

Al ging ik ook in een dal der schaduw des doods, ik zou geen kwaad 
vreezen want Gij zijt met mij; Uw stok en Uw staf, die ver- 
troosten mij. 

Gij richt de tafel toe voor mijn aangezicht, tegenover mijne tegenpar- 
tijders; Gij maakt mijn hoofd vet met olie; mijn beker is over- 
vloeiende. 

Immers zullen mij het goede en de weldadigheid volgen al de dagen 
mijns levens; en ik zal in het huis des Heeren blijven in lengte 
van dagen. 



Het was deze door President 
Schulders aangehaalde Psalm 23 
waaraan ik moest denken, toen 
ik begon met het neerschrijven 
van mijn indrukken over de 
Tempelreis 1961. En kijkende 




naar de foto, welke broeder Tiel- 
man mij enige dagen geleden toe- 
zond, van President Walter 
Trauffer met achter hem de ge- 
opende deur van de Tempel, 
kwam er een groot verlangen in 
mijn hart om nog eens door deze 
openstaande deur naar binnen te 
mogen gaan en weer te mogen 
genieten van het zijn in God's 
huis. En allen die daar in augus- 
tus tezamen waren en thans deze 
foto zien, zullen ongetwijfeld 
hetzelfde verlangen hebben. Be- 
waar dit verlangen in uw hart 
broeders en zusters en houd het 
levend en gedenk de vele zege- 
ningen, die onze Hemelse Vader 
aan Zijn kinderen geeft, opdat 
uw ziel steeds opnieuw door 
Hem moge worden verkwikt. 
Van alle kanten van Nederland, 
ja zelfs vanuit Amerika, waren 
de heiligen gekomen om zich in 
Zollikofen te verenigen. Met 
trein, bus, auto, vliegtuig en alle 
mogelyke vervoermiddelen kwa- 



290 



September 1961 



men zij aan en waren blij elkan- 
der daar te vinden. En wij dach- 
ten allemaal met grote dankbaar- 
heid aan onze vele broeders en 
zusters, die door hun bijdragen 
geholpen hadden de groep zo 
groot te maken. Er waren velen 
onder ons, die hulp nodig had- 
den om hier te kunnen komen en 
gelukkig behoefde niemand te- 
leurgesteld te worden. Nogmaals, 
dank u wel broeders en zusters 
voor de zo spontaan door u ge- 
toonde liefde en door u gegeven 
hulp. 

President Trauffer en zijn mede- 
werkers hadden heel wat werk 
verzet om zoveel bezoekers onder 
te brengen en logies te verschaf- 
fen en waren daarin voortreffe- 
lijk geslaagd. Voor sommigen be- 
tekende het wel een beetje behel- 
pen, maar dat werd graag ge- 
daan. 

Voor het eerst werden er dit jaar 
vijf dagen achtereen Tempel- 
diensten in de Nederlandse taal 
gehouden en het was werkelijk 
een grote verrassing, dat de mees- 
ten daarvan een dankbaar ge- 
bruik maakten en praktisch geen 
enkele dienst oversloegen. Het 
hoogtepunt werd echter wel be- 
reikt, toen op donderdagmorgen 
President en zuster Volker met 
ongeveer zestig zendelingen zich 
bij de groep kwamen aansluiten. 
Dat was een blij weerzien met al 
deze jonge mensen (President en 
zuster Volker worden hier niet 
uitgesloten hoor) met hun op- 
recht geloof en grote getuigenis. 
Welk een zegen is het reeds om 
tussen zoveel heiligen te mogen 
zijn en met hen om te mogen 



gaan als broeders en zusters en 
vrienden. Wanneer alle nu op 
aarde levende mensen dit voor- 
recht zouden mogen hebben, zou 
de wereld er direct heel anders 
uitzien en een grote stap vooruit 
maken. Ja, waarschijnlijk zouden 
wij dan nu reeds op een terre- 
striale wereld leven inplaats van 
op een telestiale. 

De week vloog om en voordat 
wij het goed beseften stond de 
bus al weer klaar, sjouwden we 
alweer met koffertjes naar het 
stationnetje, ronkten de motoren 
van de auto's. En zoals ze van 
alle kanten van Nederland en ook 
daarbuiten waren gekomen, ver- 
dwenen ze weer naar alle kan- 
ten. Neen, toch niet. Niet zoals 
ze gekomen waren. Het was an- 
ders, heel anders. Gezegend en 
gesterkt en gelukkig gingen ze uit 
elkaar, onze broeders en zusters. 
Vast besloten hun dankbaarheid 
te tonen door nu verder voor de 
Here te werken, door verder het 
werk te doen dat de Here hen 
zou opdragen. 

Tot volgend jaar? Laten wij ho- 
pen, daar volgend jaar weer te 
mogen zijn en laten wij proberen 
zoveel mogelijk broeders en zus- 
ters mee te brengen. 
Toch wil ik niet eindigen voor- 
dat ik namens ons allen Presi- 
dent en Zuster Trauffer en al 
hun lieve medewerkers heb be- 
dankt voor hun hulp en steun 
en vooral voor de wijze, waar- 
op die hulp en steun werden ge- 
geven. 

Werkers in God's Wijngaard en 
een voorbeeld voor ons allen! 

Cornelis van der Put. 



291 



„De Ster" 

ieuws uit de Zendi 



DISTRICTS-CONFERENTIES 

Op zaterdag 15 en zondag 16 juli vond te Antwerpen, in de vergader- 
zaal aan de Putlei, een districtsconferentie plaats. De eerste algemene 
vergadering van die conferentie begon op zondagmorgen 11 uur. De 
aanwezigen werden door Elder David John van Drimmelen, de districts- 
president, welkom geheten. Het openingslied nr. 73 „God's Geest brandt 
in 't harte" werd gevolgd door een gebed uitgesproken door Broeder 
Theo van Gogh. Na het zingen van lied 164 „Waarheid spreekt tot 
onze zinnen" sprak Elder van Drimmelen over eenheid in de gemeente 
en het district. Broeder Willem van Rijswijck sprak over de betekenis, 
waarde en eenheid van de onderorganisaties. Broeder Henry Rosseel uit 
Ostende sprak over de eenheid in het Priesterschap. Zuster Renée 
Servaes uit Gent was de volgende spreekster. Zij gaf een toespraak over 
het onderwerp „eenheid in het gezin". Broeder Victor Tuffin, uit 
Antwerpen, hield een betoog over eenheid in streven en Broeder van 
Gooien uit Mechelen vertelde de geschiedenis van zijn bekering en gaf 
zijn getuigenis. Na het zingen van lied nr. 5 „De wereld vraagt naar 
willig volk" sprak president Carel G. Schulders over eenheid met God 
en Zijn Koninkrijk. 

Als slotlied werd lied 101 „Israël, hoort, God roept U allen" gezongen 
en Broeder van de Kerckhoven uit Mechelen sprak het slotgebed uit. 

De tweede algemene vergadering van deze conferentie ving om 3.30 
n.m. aan. Het openingslied was lied nr. 186 „Ziet de zon schijnt heden 
in mijn ziel" en het openingsgebed werd door Broeder Everaert uit Gent 
uitgesproken. Elder Ronald Osterhout stelde de autoriteiten van de 
Kerk voor en de aanwezigen gaven door middel van het opsteken der 
rechterhand te kennen, dat zij deze autoriteiten wilden ondersteunen. 
Elder C. Dennis Elzinga sprak over de zegeningen, die wij door het 
Evangelie hebben gekregen. Zuster Fawn W. Volker richtte zich in de 
nederlandse taal tot de aanwezigen. Na het zingen van lied 132 „Elk 
ziet schoonheid in het rond" spraken en gaven getuigenis, de volgende 
zendelingen: Dennis Dalebout, Paul De Brij, Robert Taylor en Jack 
Hartman. President J. Henry Volker sloot de rij van sprekers. Na zijn 
mooie toespraak werd lied nr. 57 „God zij met U" gezongen en Broeder 
Stevens uit Mechelen sloot de vergadering met gebed. 

De conferentie van het Groningse district vond plaats op zaterdag en 
zondag 22 en 23 juli. De president van het district, Broeder Feenstra, 
verwelkomde de aanwezigen op de eerste algemene vergadering die op 

292 



September 1961 

zondagmorgen 10 uur begon. Broeder Jan Jaspers uit Leeuwarden sprak 
het gebed uit, nadat als openingslied het lied „O vast als een rotssteen" 
gezongen was. Een koor zong lied 51 „Komt Heil'gen Komt". President 
J. Henry Volker was de eerste spreker en hij werd opgevolgd door 
president Feenstra, die sprak over eenheid in de Gemeente en District. 
Zuster Ilse de Visser belichtte de noodzaak van eenheid in de onder- 
organisaties en Broeder Dallinga, de president van de Groningse ge- 
meente, sprak over de eenheid in het Priesterschap. Zuster de Groot 
uit Assen hield een toespraak over de eenheid in het gezin en Zuster 
Ponte over eenheid in streven. Na het zingen van het lied nr. 20 ,,God 
had ons lief en zond Zijn Zoon", sprak president Carel G. Schulders 
over eenheid met God en Zijn Koninkrijk. Het koor zong vervolgens 
"Hoe tref f 'lijk en groot" en de vergadering werd door Broeder Willem 
van Rijswijck met gebed gesloten. 

De tweede algemene vergadering begon om 3.15 n.m. Het openingslied 
was lied 73 ,,God's Geest brandt in 't harte" en het openingsgebed werd 
door Broeder Geert Streuper uitgesproken. Het koor zong lied 155 ,,'k 
Sta sprakeloos". Elder Ronald Osterhout stelde de autoriteiten van de 
Kerk voor en Elder C. Dennis Elzinga hield een mooie toespraak met 
als thema „Laat Uw licht alzo schijnen. . ." Zuster Fawn W. Volker 
spoorde de aanwezigen aan om de geboden steeds na te komen; en 
de volgende zendelingen verkregen het woord: Louis Nordhoff, Ray- 
mcnd W. van Dongen, Danny Tesch, Tyronne Bartholomeusz en Harry 
van der Beek. Na het zingen van lied 185 „'t Morgenrood begint te 
lichten" sprak President J. Henry Volker de vergadering toe. 
Het slotlied „Voorwaarts Christenstrijders" werd door het koor ge- 
zongen en Broeder Dallinga sloot met gebed. 

Het Arnhemse district hield zijn conferentie op zaterdag 29 en zondag 
30 juli 1961. Zondagmorgen om 1.30 begon de Priesterschapsvergade- 
ring. Na de opening van de vergadering door President F. Lefevre sprak 
broeder Willem van Zoeren namens het presidentschap van het eerste 
Ouderlingenquorum in de zending. 

President J. Henry Volker betuigde zijn spijt, dat er slechts 4 van de 
twaalf ouderlingen uit het district op deze vergadering aanwezig waren. 

De eerste algemene vergadering van deze conferentie ving om 11 uur 
aan. President F. Lefevere, de districtspresident verwelkomde de aan- 
wezigen. Het openingslied was lied 217 „Wat is het Evangelie" en het 
openingsgebed werd door Broeder ten Hove uitgesproken. President J. 
Henry Volker maakte in zijn toespraak gewag van de grote zegeningen, 
die wij door het herstelde Evangelie hebben ontvangen en president 
Lefevere sprak over de eenheid in de gemeente en het district. Zuster 

293 



„De Ster" 

Ilse de Visser hield een toespraak over de eenheid van de onderorgani- 
saties en na het zingen van lied 176 „Wij danken U Heer voor profeten" 
sprak Broeder ten Hove over de eenheid in het Priesterschap. Zuster 
J. van Kooten behandelde het thema „eenheid in het gezin" en Zuster 
A. Bults „eenheid in streven". Beide spreeksters deden dit op voor- 
treffelijke wijze. President Carel G. Schulders sprak over de eenheid 
met God en Zijn Koninkrijk. Na het zingen van het slotlied nr. 73 
„God's Geest brandt in 't harte" sprak Broeder Storm het slotgebed uit. 

De tweede algemene vergadering begon om 3.30 n.m. Als openingslied 
werd lied 51 „Komt Heil'gen Komt" gezongen en Elder Ford ging voor 
in het openingsgebed. Nadat lied 136 „Verblijf met mij nu d'avond 
valt" was gezongen, stelde Elder Ronald Osterhout de autoriteiten van 
de Kerk voor. Alle aanwezigen gaven te kennen, door het opsteken 
van de rechterhand, dat zij gewillig waren de autoriteiten te onder- 
steunen. Elder C. Dennis Elzinga opende de rij van sprekers. Hij werd 
opgevolgd door Zuster Fawn W. Volker. Het tussenlied was lied nr. 
130 „Gij ouderlingen Israels". De zendelingen Elder Grif f in, Coppens, 
Sieverts, van Orden en Hillyard kregen gelegenheid enkele woorden te 
spreken en hun getuigenis te geven. Lied nr. 100 „Verrijs, gij lusthof 
Zions" was het tussenlied. Nadat dit was gezongen verkreeg President 
J. Henry Volker het woord. 

Het slotlied was lied 148 „Zingen wij voor 't scheiden" en Elder 
Neerings sprak het slotgebed uit. 

OVERDRACHT BESTUUR 

Sedert het begin van het jaar groeide het aantal trouwe leden van de 
Kerk te Gent dermate, dat het verantwoord was om het bestuur van 
die gemeente over te dragen aan waardige plaatselijke leden. Daartoe 
begaf het zendingspresidentschap zich naar het zuiden op dinsdag 25 
juli j.1. 

Als gemeente-president werd Broeder Julien G. Servaes aangesteld; als 
zijn eerste raadgever Broeder Leon B. Everaert en als zijn tweede raad- 
gever Broeder Eric de Groote. 

Broeder Servaes werd door President J. Henry Volker tevens tot ouder- 
ling geordend en Broeder de Groote door Elder C. Dennis Elzinga tot 
leraar. 

Tot bovengenoemde datum werd de gemeente Gent door zendelingen 
bestuurd, die in hun taak werden bijgestaan door Broeder Leon B. 
Everaert. Het mag wel gezegd worden, dat Broeder Everaert de grote 
kracht in die gemeente was. Hij heeft zich vele opofferingen getroost 
om de Gentse kudde te dienen. Hem is daarvoor grote dank verschul- 
digd. In verband met zijn werkzaamheden moet Broeder Everaert 
dagelijks grote afstanden per trein afleggen. Het was voor hem dan ook 

294 



September 1961 

niet wel mogelijk om de gemeente als president te leiden. Wij twijfelen 
er niet aan of Broeder Everaert zal zijn steun aan de Gentse gemeente 
blijven geven. Moge God het Gentse driemanschap in hun verant- 
woordelijke taak steunen. 



De gemeente te Alkmaar, die sinds enkele jaren haar vergaderingen ten 
huize van Broeder en Zuster van der Reyden houdt, beleefde op zon- 
dag 20 augustus j.1. een heuglijke en historische dag. Op die dag werd 
haar nieuwe vergadergebouw in gebruik genomen. Dit geschiedde met 
een goed bezochte bijzondere bijeenkomst. Het spreekt van zelf, dat 
bijna alle Alkmaarse leden aanwezig waren, doch bovendien waren er 
77 andere personen, waaronder President J. Henry Volker en zijn 
echtgenote Zuster Fawn W. Volker, President C. G. Schulders en 
President C. D. Elzinga. Van het Bouwcomité waren aanwezig, Presi- 
dent Rosenvall, Elder de Brij, Elder Jackson en Elder Lybbert. Vooral 
was verheugend, dat er onder die 77 personen vele niet-leden waren, 
die aan de uitnodiging, om deze vergadering bij te wonen, gehcor had- 
den gegeven. 

Nadat door verschillende autoriteiten het woord was gevoerd, werd 
door President Rosenvall het gebouw aan de Alkmaarse gemeente voor 
gebruik overgedragen. Na de vergadering werden Broeder Th. de 
Kraker en Broeder A. Last door het zendingsbestuur aangesteld als resp. 
gemeente president en eerste raadgever. 

In 1960 werd te Alkmaar in de Emmastraat een herenhuis gekocht, dat 
als tehuis voor de gemeente aldaar moest gaan dienen. Voor het echter 
zo ver was, moest er heel wat gebroken en vertimmerd worden. Met 
grote voortvarendheid werd de verbouwing door het Bouwcomité ter 
hand genomen, waarbij de uitvoering van de werkzaamheden in handen 
van Elder Lybbert werd gelegd. Het interieur van het gebouw onder- 
ging een ware metamorphose. De kamers ,,en suite" werden doorge- 
breken, een prachtig doopvont werd ingebracht en centrale verwarming 
werd aangelegd. De keuken werd geheel gemoderniseerd, kortom er 
staat nu een pand, dat van buiten en van binnen gezien mag worden 
en waarop de broederen en zusters in Alkmaar terecht trots kunnen zijn. 
Het bouwcomité beperkte zijn werkzaamheden tot de parterre van het 
gebouw. Het opknappen en het voor het beoogde doel geschikt maken 
van de lokaliteiten boven kwam voor rekening van de leden, althans 
wat betreft het werk. De materialen werden door het bouwcomité ver- 
schaft. Het resultaat van deze Alkmaarse ,,arbeidseinsatz" is werkelijk 
verbluffend. Wat enkele mensen onder de bezielende leiding van Presi- 
dent van der Reyden daar tot stand hebben gebracht is alle lof waardig. 
Zij wisten uit een chaotische toestand een aantal lokaliteiten te voor- 

295 



„De Ster" 

schijn te toveren, waarin het een lust moet zijn om lessen te ontvangen. 
Vooral meldingswaard is de bewerking, die de zolder heeft ondergaan. 
De gepleisterde muren van die zolder werden door de kundige handen 
van Broeder en Zuster Jansen prachtig, smaakvol en alleraardigst be- 
schilderd. Wanneer kerkleden Alkmaar bezoeken, moeten zij niet ver- 
zuimen daar eens een kijkje te gaan nemen. 

OVERDRACHT SCHILDERIJ 

Broeder Geertruy van de gemeente te Gent schilderde een prachtige 
reproductie van een schilderij van de profeet Joseph Smith. Broeder 
Geertruy stelde dit schilderij ter beschikking van de gemeente Alkmaar, 
om daarmede haar nieuwe gebouw te sieren. Het schilderstuk werd 
tijdens de vergadering op 20 augustus j.1. door President Schulders aan 
de gemeente Alkmaar overgedragen. Broeder Geertruy heeft grote eer 
van zijn werk, want het schilderij werd met grote dankbaarheid aan- 
vaard. 

TWEE OVERLIJDENSBERICHTEN 

Wij werden geschokt door twee zeer droevige tijdingen. In de nacht 
van dinsdag op woensdag 23 augustus is te Den Helder vrij plotseling 
overleden Broeder Cornelis Vinju en te Dordrecht overleed op vrijdag- 
avond 2 augustus heel plotseling broeder Marinus Dalebout. 

Broeder Cornelis Vinju werd op 19 augustus 1901 te Amsterdam ge- 
boren. Op 11 mei 1956 werd hij door Elder Dan K. Merrell gedoopt en 
tevens tot lid van de Kerk bevestigd. Op 29 juli 1956 werd hij tot 
diaken geordend, op 20 januari 1957 tot leraar, op 23 juni 1957 tot 
priester en op 14 juli 1957 door President Rulon J. Sperry tot ouderling. 
Op 22 juli 1957 ontving hij in de Tempel in Zwitserland zijn be- 
giftigingen. Broeder Vinju was laatstelijk gehuwd met Zuster Anna 
Paulina J. Out. Voordien was hij tweemaal gehuwd. Beide vrouwen 
ontvielen hem door overlijden. 

Broeder Vinju was de gemeente president van Den Helder. Hij vervulde 
deze taak op een voortreffelijke wijze. Hij beschouwde zichzelf als de 
„kurkenzak" van de gemeente Den Helder (kurkenzak is een scheeps- 
term. Dit is een peervormige zak van gevlochten touwwerk opgevuld 
met kurk en dient bij het meren van schepen om schokken op te vangen). 
Bij eventuele moeilijkheden was hij degene, die partijen moest opvangen 
en vertegenwoordigen. Hij deed dit steeds op een voortreffelijke ma- 
nier. Broeder Vinju zal altijd in onze gedachten blijven en wij zullen 
zijn liefde en vriendschap node missen. Onze gedachten gaan uit naar 

296 



September 1961 

zijn weduwe en andere nabestaanden. Moge de kennis van het Evangelie 
en de wetenschap, dat op dit afscheid een heerlijk wederzien volgt, hun 
tot troost en sterkte zijn. 

Broeder Marinus Dalebout werd op 18 december 1887 te Dordrecht 
geboren. Op 6 december 1902 werd hij door William Dalebout tussen 
de ijsschotsen van de rivier de Noord bij Dordrecht gedoopt. 
Op dien dag werd hij ook tot lid van de Kerk bevestigd. Op 21 april 
1918 werd hij tot diaken geordend, op 12 oktober 1919 tot leraar, op 
21 augustus 1921 tot priester en op 25 februari 1930 door President 
Don H. van Dam tot ouderling. 

Broeder Dalebout huwde te Dordrecht op 29 augustus 1907 met Johan- 
na Beekman. Op 17 september 1955 ontving hij in de Zwitserse Tempel 
zijn begiftigingen en op dien dag werd ook zijn tempelhuwelijk met 
Johanna Beekman gesloten. 

Broeder Dalebout is het Evangelie en de Kerk steeds trouw gebleven- 
De Kerk vervulde zijn gehele leven. Alle vrije tijd waarover hij be- 
schikken kon, stelde hij in dienst van de Kerk. Gedurende meer dan 
7 jaren was hij president van de Dordrechtse gemeente; dit waren de 
zeven jaren vóór de tweede wereldoorlog en nog enige tijd daarna. 
Gedurende de moeilijke oorlogsjaren was hij waarlijk ,,de vader" van 
de gemeente. Het zal moeilijk zijn om Broeder Dalebout te moeten mis- 
sen. Wij zullen steeds met liefde aan hem denken en stellig zullen wij 
hem wederzien. 

Moge Zuster Dalebout in dit besef en in het getuigenis van de Waar- 
achtigheid van het Evangelie van de Meester haar troost vinden. 



GEDACHTEN VAN ANDEREN 

Er is geen dwaasheid zo groot als het weggooien van vriend- 
schap in een wereld, waar vriendschap zo zeldzaam is. 

Edw. Bulwer-Lytton. 



Geef mij de kracht mijn geest hoog te verheffen boven de 

dagelijksche beuzelingen. 

Tagore. 



Wie zou hebben kunnen ademen of zich bewegen, indien de 

hemel niet vervuld was van vreugde, van liefde? 

Tagore. 

297 



„De Ster" 

22 augustus 1961. 
MIJN TEMPELREIS 

Nog onder de indruk van de onvergetelijke treinreis en mijn bezoek 
aan de Tempel te Zollikofen en alles wat ik daar heb mogen en kunnen 
doen, wil ik op eenvoudige wijze, mijn gevoelens hieromtrent weer- 
geven. 

Ik ben mijn Hemelse Vader oprechte en grote dank verschuldigd, voor 
het voorrecht, mij geschonken om naar „Zijn Huis" weder te mogen 
optrekken. Om daar „Zijn gast" te zijn en het werk te kunnen doen 
voor mijn geliefde doden. Het grote voorrecht om geroepen te worden 
om ook tempelwerk te doen. Ik vraag mij af: Wie ben ik, dat ik dit 
mag doen? Moeilijk kan ik onder woorden brengen wat ik voel, wan- 
neer ik het „Huis des Heren" binnentreed, hetgeen wel de meesten zul- 
len gevoelen, die evenzo gelukkig zijn als ik. 

Het grote geluk doortrilde mij al, toen ik bij de ingang mijn Tempel 
aanbeveling moest overreiken, tot toestemming voor het betreden van 
„het Huis des Heren". De vriendelijke gezichten van de bekenden van 
de vorige jaren, de hartelijke ontvangst van hen, de rust, vrede en de 
eenvoud van het interieur, het zachte spelen van het orgel, dit alles 
geeft de binnenkomende een groot gevoel van dankbaarheid en geluk- 
zaligheid. Iets wat wij intens beleven, doch wat de wereld niet kent. 
Ik ben mijn Hemelse Vader ontzettend dankbaar, dat ik weder voor 
de derde maal „Zijn gast" mocht zijn en getuig hierbij: Dat ik zonder 
enige twijfel geloof, dat de Here op 3 april 1836 Elia zond in de Kirt- 
land Tempel in Ohio om door openbaring de sleutelen van dit Priester- 
schap aan Joseph Smith en Oliver Cowdery te overhandigen, om het 
hart van de vaderen tot de kinderen te wenden, en de kinderen tot de 
vaderen, opdat de ganse aarde niet met een ban worde geslagen, zoals 
door Maleachi beloofd en zoals door Moroni aan Joseph Smith ver- 
kondigd werd. 

Wanneer ik 's avonds in mijn eentje nog eens een poosje vertoefde bij 
de verlichte Tempel, die een fantastisch schouwspel bood door de 
prachtige ligging en het aangelegde terras, dan dacht ik: „Gij lief klein 
Zollikofen met je vriendelijke bevolking, wist gij maar, dat „dit gebouw 
statig en majestueus om zijn eenvoud" u de enige weg kan bieden tot 
„Gods Koninkrijk"! Dat wij van verre komen om „Dit" te betreden 
en dat gij er zo dicht bij woont, het licht van buiten moogt zien, maar 
het „Licht" van binnen niet kan zien, noch begrijpen. Dat niet alleen 
mijn persoontje, doch wij allen mogen beseffen die daar geweest zijn, 
welk een groot voorrecht wij hadden, maar ook welk een grote verant- 
woording wij dragen, om deze kennis te bezitten en dat wij ons moeten 
gedragen en er naar leven om lichten en voorbeelden te zijn voor al 
degenen, met wie wij in aanraking komen. Dat wij dit in nederigheid en 
wijsheid mogen uitdragen aan diegenen, die het nog niet kunnen be- 

298 



September 1961 

seffen, dat cok zij zich moeten voorbereiden om naar „het Huis des 

Heren" te gaan om daar de verordeningen te kunnen vervullen en de 

zegeningen hieraan verbonden deelachtig te kunnen worden. Ik breng 

dank aan de Tempel-President, President Trauffer en zijn vrouw en hun 

medewerker President Simon en alle broeders en zusters, die Werkers 

in de Tempel waren en die zoveel voor ons deden, om deze week tot 

een onvergetelijke tijd te maken. 

Moge de Here ons zegenen en leiden en helpen, dat wij zo zullen leven 

opdat wij volgend jaar weer in de gelegenheid mogen zijn om naar „Zijn 

Heilig Huis" te gaan. 

Met grote dankbaarheid, Zuster Edeling 



Een brief van een 92-jarige, 

die hier, om begrijpelijke redenen, ongewijzigd wordt weergegeven 

Sak Lake City, 24 Aug. 1961. 
President J. Henry Volker! 
Hoe gaat het met U en Fam.? 

De laatste dagen heb ik in mijn hoofd, dat de Ster die ik ontvang 
einde September betaald moet zijn voor een ander jaar 1962, nu wil 
ik dat eerst in orde maken, want dikwijls vergeet men de tijd van be- 
talen, ik moet ook einde November de Ster betalen voor A. M. Teunisse 
Bos-Lomberweg 24 Z, Amsterdam, ik send U hier bij een 3 Dollar Chek, 
als het niet genoeg is voor de 2 abonnementen laat het mij weten en 
ik wil het in orde maken, mijn tijd wordt korter met den dag, en ik 
wil geen schulden achter laten, 13 Dec. hope ik 93 te passeeren, ik heb 
nog 11 Kinderen in leven, en 41 Klein Kinderen en 89 Achter Klein 
Kinderen, ik ben met mijn Vrouw 3 Febr. 1903 te Rotterdam gedoopt 
in de rivier 10 P.M. Wij hebben toen een verbond gesloten met onze 
Hemelsche Vader, en onze Heiland en Verlosser Jezus Christ, ik ben 
2 maal in Holland op Zending geweest, en had gaarne nog een 3de 
Zending willen volbrengen maar dat gaat nu niet meer, Wilt U de 
leden in Holland de groeten van mij doen, velen kennen mij nog, in 
1960 had ik een plan om Holland nog eens te bezoeken maar door 
omstandigheden moest ik het uitstellen. Maar het zit nog stil in mijn 
hoofd om de trip nog eens te maken. Wij hebben in Holland nog veel 
Fam. ik heb het maar overgegeven aan onze Hemelsche Vader. President 
Volker wil U mij laten weten of een bewijs sturen dat de 2 Sterren 
weer voor een jaar betaald zijn? 

Met deze send ik U en Uw Fam, en al de Zendelingen en Leden de 
Hartelijke Groeten met den Zegen des Heeren. 

van Broeder A. van Tussenbroek Sr. 
Excuus mijn 162 E street 

Poor Writhing Salt Lake City 3 Utah 

299 



„De Ster" 

Een inspirerende boodschap 

De rijkdom, die de zendelingen staande houdt, is geen goud en zilver, 
doch geloof, opoffering, toewijding van de zijde van de ouders, niet 
rijk, maar met een groot geloof en vertrouwen in dit grote werk. Het is 
niet met goud, dat onze tempels en kerkgebouwen zijn opgericht, maar 
met hetzelfde geloof en dezelfde toewijding aan de Heer van hen, die 
ook het grote zendingsstelsel van de Kerk steunen. 

Elder Clifford E. Young 




Het feest 
van het 



* 



ALVIN R. DYER, 

President van de Europese Zending. 



In oude bijbelse tijden was „het feest", gelijksoortig aan onze tegen- 
woordige Conferentie, een tijd van vergaderen, een tijd van oogsten, 
een tijd van vreugde, en wat van meer betekenis is: „het feest" was 
door de Here bedoeld als een tijd van bezinning. 

Deze feesten waren om verschillende redenen voor het volk ingesteld 
(Exodus 23 : 14, drie reizen in het jaar zult gij Mij feest houden — 
Deut. 16 : 16, Ex. 23 : 16, het oogstfeest Ex. 34 : 22, het feest der 
weken — Deut. 16 : 10; Lev. 23 : 34, op de vijftiende dag zal het 
feest der loofhutten zijn, en andere). Voor al deze vergaderingen schijnt 
er èèn bepaalde beweegreden te zijn geweest, een tijd van geestelijke 
vernieuwing, van een wedergeboorte, opdat de mensen, door dankbaar- 
heid en offer, zouden voortgaan volgens de wil des Heren. 
Sprekende over „het feest" van Pascha, zeide de Here tot Zijn Profeet 
Mozes: 



300 



September 1961 

„En deze dag zal ulieden wezen ter gedachtenis, en gij zult hem 
den Heere tot een feest vieren; gij zult hem vieren onder uwe 
geslachten tot eene eeuwige inzetting". (Exodus 12 : 14). 

w ij moeten hier in gedachte houden, dat dit „feest" was ingesteld om 
Israël er aan te herinneren, dat zijn bevrijding uit Egypte mogelijk was 
gemaakt door het vergieten van bloed, het bloed van een vlekkeloos 
lam, welk bloed een bescherming voor God's volk werd, wanneer het 
aan de beide zijposten en bovendorpel van hun huizen werd aange- 
bracht, hetgeen betekent, dat door het gaan door de „deur", door het 
offeren van bloed zij konden worden gered. 

Van het Pascha naar het Sacrament 

Het was bij gelegenheid van het houden van dit „feest", in de opper- 
zaal van het huis van een vriend, dat de Christus, die de „deur" was 
naar de eeuwige weiden (Joh. 10:9) en die tot dusver slechts was 
gesymboliseerd in de verordening van het Pascha, nu bereid was het tot 
werkelijkheid te maken. In Zijn eigen Offer zou „het feest" van het 
Pascha zijn vervulling vinden. Doch, ten einde het verbond, dat Hijzelf 
met Mozes betreffende deze verordening had gesleten, na te komen, gaf 
Hij Zijn discipelen nieuwe geboden en tevens een nieuwe gewoonte cf 
„feest", dat, ter vervanging van het Pascha, altijd moest worden ge- 
houden, waardoor het aloude gebod in ere werd gehouden. 

Het Evangelie van Lucas zegt het volgende: 

„En Hij zeide tot hen: Ik heb grootelijks begeerd dit Pascha met 

u te eten, eer dat Ik lijde; 

want Ik zeg u, dat Ik niet meer daarvan eten zal, totdat het 

vervuld zal zijn in het Koninkrijk Gods. 

En als Hij een drinkbeker genomen had, en gedankt had, zeide Hij: 

Neemt dezen en deelt hem onder ulieden; 

want Ik zeg u dat Ik niet drinken zal van de vrucht des wijn- 

stoks, totdat het Koninkrijk Gods zal gekomen zijn. 

En Hij nam brood, en als Hij gedankt had, brak Hij het en gaf 

het hun, zeggende: Dat is Mijn lichaam, hetwelk voor u gegeven 

wordt: doet dat tot mijne gedachtenis. 

Desgelijks ook den drinkbeker na het avondmaal, zeggende: Deze 

drinkbeker is het nieuwe testament in mijn bloed, hetwelk voor u 

vergoten wordt. (Lucas 22 : 15-20) 

Deze verordening, in de plaats gekomen van het Pascha, wordt nu in 
onze Kerk geëerd op een wijze als door de Meester zelf voorgeschreven: 
„zo dikwijls als gij tezamen komt in Mijn naam". Hierin zijn alle ele- 
menten van „het feest" uit vroeger tijden. Een tijd van verheuging, een 
tijd van vergaderen, een tijd van bezinning. 

301 



„De Ster" 

Van feest naar conferentie 

Maar er zijn nog andere „feesten", die wij vieren, alwaar wij ons ook 
verzamelen om ons te verheugen en om in geest en gedachten vernieuwd 
te worden en waar wij ook de oogst van onze arbeid brengen om op 
hun waarde te worden geschat, en om daarna, met hernieuwd besluit, 
voorwaarts te gaan en het beter te doen. Hier, als in alle „feesten" in 
oude tijden, worden de gebundelde doelstellingen van de mensen zelf 
gevonden: het zoeken van kracht en inspiratie om door te zetten. Indien 
onze harten en hoofden in harmonie kunnen worden gebracht met de 
geest, die altijd overheerst, verschaffen zulke gelegenheden deze kracht 
en inspiratie. 

Met de instelling van de gewoonte om Conferenties te houden voor Zijn 
volk in deze tijd, heeft de Here het volgende gezegd: 

„Alle ouderlingen, die deze kerk van Christus vormen, dienen eens 
per drie maanden in conferentie bijeen te komen, of van tijd tot 
tijd, zoals genoemde conferenties zullen aanwijzen of bepalen". 
(L. en V. 20 : 61). 

Uit vele ervaringen hebben wij geleerd, dat de speciale wil van onze 
Hemelse Vader tijdens Conferenties aan Zijn volk wordt bekend ge- 
maakt, voor het algemeen welzijn van allen bij de jaarlijkse en half- 
jaarlijkse Conferenties te Salt Lake City, maar ook in zekere mate in 
elke Kerkconferentie in Ring, Wijk, District of Gemeente. En in het 
bijzonder bij de Zendelingenconferentie in het Zendingsveld. 

De Districtsconferentie 

In het zendingsveld neemt de Districtsconferentie een belangrijke plaats 
in in het leven van de Heiligen der Laatste Dagen. Hier bezinnen wij 
cns op onze vooruitgang en hopen op de nodige aanwijzingen en inspi- 
ratie om ons werk doeltreffender te maken en ons persoonlijk leven zo 
te verbeteren, dat het meer nadert tot dat, hetwelk van ons als Gods 
kinderen wordt verwacht. Degenen, die naar deze conferenties, welke 
net zo belangrijk zijn als het „feest" van ouds, met een open hart gaan 
en naar datgene zoeken, wat zij nodig hebben, zullen dat ongetwijfeld 
vinden en met vreugde teruggaan. 

Zoals met het oude „feest", is ook de Conferentie een tijd van „oogsten"; 
wij brengen daar het goede, dat wij hebben gedaan, hetwelk, door 
anderen opgemerkt, een kracht voor allen brengt. 

De Zendelingenconferentie 

Het wachtwoord voor onze zendelingenconferenties, wanneer wij daar 
naar uitzien, is: „Laat iets goeds gehoord worden". Voor de zendeling 

302 



September 1961 

heeft dit een bijzondere betekenis, want hier brengt hij rapport over 
zijn arbeid uit. Indien hij een eerlijk rapport kan uitbrengen over zijn 
roeping als zendeling, dan zal „het feest" van vreugde zijn deel zijn 
door het besef, dat een goed werk werd gedaan. Indien zijn inspanning 
niet „af" was, of bewijzen van nalatigheid voorhanden zijn, dan be- 
hoort hij naar de conferentie te gaan om gevoed te worden met dat- 
gene, dat vernieuwt en versterkt, zodat wanneer een andere Zende- 
lingenconferentie in aantocht is, hij in staat zal zijn „het feest" van 
zijn eigen arbeid te vieren. 

HET GROTE OPWEKKINGSJAAR 1961 GAAT VOORWAARTS 

— of gij uw doel in de afgelopen maanden al dan niet hebt bereikt, 
doet nu niet ter zake. Het belangrijke is: wat is er van uw persoonlijk- 
heid in deze maanden terecht gekomen? Wat is uw besluit ten aanzien 
van de weken en maanden, die voor u liggen? Zult gij dan een betere 
zendeling zijn als gevolg van de inspanning, die gij u hebt getroost? 
Was het tempo te hoog en denkt u er over het langzamer te doen, of 
is de strijd pas begonnen? Dit alles hangt van u af! 

MET ZENDELINGENCONFERENTIES IN HET 
VOORUITZICHT, HOE ZAL HET RAPPORT ZIJN? 

Zult ge naar het FEEST gaan met rijke cogst beladen, of zult ge moeten 
vertrouwen op wat ge mee kunt nemen, dat anderen hebben ingebracht? 
OF ZULT GE KOMEN OM TE GEVEN EN TE NEMEN? 
DE BESLISSING IS AAN U! 

Alvin R. Dyer, 
President van de Europese Zending 



De Najaarsconferenties in de Nederlandse Zending 

De najaarsconferenties 1961 zullen worden gehouden in de 
plaatsen en op de data als hieronder aangegeven: 

Overijsel 9-10 september ENSCHEDE 

Noord-Holland 23-24 september ALKMAAR 

Eindhoven 30 sept.-l oktober EINDHOVEN 

Utrecht 7- 8 oktober UTRECHT 

Antwerpen 21-22 oktober ANTWERPEN 

Groningen 28-29 oktober GRONINGEN 

Arnhem 11-12 november ARNHEM 

Voor Eindhoven dient de vastendag vroeger gesteld te worden 
en wel op 24 september. 



303 



„De Ster" 

qeBeuRtenissen in öe zenöinq 



GEDOOPT IN VERSCHILLENDE PLAATSEN 

Alkmaar 

de Waard, Petronella; 13 augustus 1961. 

Almelo 

Kubbe, Peter Johan; 31 juli 1961. 

Kubbe, Gerrit; 31 juli 1961. 

Pardoen, Johanna Hendrina; 29 juli 1961. 

Astore, Raffaele; 29 juli 1961. 

van Manen, Albertus Hendrik; 29 juli 1961. 

Schumer, Hendrika Cornelia; 3 augustus 1961. 

Antwerpen 

Veroft, Helena Siedlecki; 23 juli 1961. 
Veroft, Paula Leonarda; 23 juli 1961. 
Saito, Adeline; 9 juli 1961. 
van den Berg, Hendrik; 20 augustus 1961. 

Arnhem 

Edie, Elisabeth Ann; 11 augustus 1961. 

Sundermann, August Hendrich Waker; 16 augustus 1961. 

Den Helder 

Stavleu, Jan; 22 juli 1961. 

Stavleu, Maria Petronella; 22 juli 1961. 

Stavleu, Jakob Harry; 22 juli 1961. 

Stavleu, Maria; 22 juli 1961. 

Meerbeek, Jacqueline; 13 augustus 1961. 

Eindhoven 

van Es, Barbara; 21 juli 1961. 

Enschede 

Lambert, Hendrik Jan de Wolf; 28 juli 1961. 

Gent 

D'Hoore, Rachelle Euphemic Germana Callens; 31 juli 1961. 

Gouda 

Verhoef, Catherina; 10 juli 1961. 

Haarlem 

Tientjes, Sonja Sophie; 21 juli 1961. 

Kroone, Maria Gezina Johanna; 21 juli 1961. 

Fabel, Anna; 6 augustus 1961. 

Harlingen 

Meijer, Anna; 3 juli 1961. 



304 



September 1961 



Hengelo 

Simons, Marquerite Jane; 2 juli 1961. 

IJmuiden 

Hop, Janneke; 8 augustus 1961. 
Hop, Sjowkje; 8 augustus 1961. 

Mechelen 

Tuymans, Theophiel; 26 juli 1961. 
Comijn, Noella Stephania; 31 juli 1961. 

Nijmegen 

Hofman, Johannes Franciscus; 21 juli 1961. 

Utrecht 

Lauffer, Hendrina; 18 juni 1961. 

Lauffer, Franciscus Gerardus Antonius Matinus Dirk; 18 juni 1961. 

Brinkschulte, Francisca Elisabeth; 29 juli 1961. 

Lauffer, Corneles; 29 juli 1961. 

Zaandam 

Huijboom, Johanna Hermina; 6 augustus 1961. 

Zeist 

Kesler, Frederika; 5 augustus 1961. 

Zwolle 

Hubeek, Suzane Coswiene Wilhelmina; 31 juli 1961. 



VERHOGING EN OPNAME IN HET PRIESTERSCHAP 

Amersfoort 

Otto, Andreas Johannes; 6 augustus 1961 tot leraar. 
Scholte, Gerard; 13 augustus 1961 tot leraar. 

Apeldoorn 

Storm, Arie; 13 augustus 1961 tot leraar. 

Eindhoven 

Verhoeven, Mattheus Cornelius Antonius; 6 augustus 1961 tot priester. 
Dobber, Gijsbertus; 13 augustus 1961 tot priester. 

Enschede 

Simons, James Harold; 22 augustus 1961 als diaken. 
Agterbosch, Gerrit Marinus; 25 juni 1961 als diaken. 
Hoff, Lucas; 30 april 1961 tot diaken. 

Gent 

Servaes, Gilbert Julien Louis; 25 juli 1961 tot ouderling. 

De Groote, Eric Frank Claude Marie; 25 juli 1961 tot leraar. 

Groningen 

Bakker, Berend; 23 juli 1961 tot ouderling. 



305 



„De Ster" 

Nijmegen 

van Eersel, Bernard Otto Louis; 21 mei 1961 als diaken. 
Albers, Petrus Jacobus Hendrik; 25 juni 1961 als diaken. 

Zeist 

de Jong, Frits; 23 juli 1961 als leraar. 



INGEZEGEND 

Dordrecht 

de Torbal, Mieke Beate; 6 augustus 1961. 



GEHUWD 

Dordrecht 

Buijs, Arie jr. met Deurloo, Margaret; 27 april 1961. 
Vernes, Willem met Slingerland, Jannie; 19 juli 1961. 

Groningen 

Akkerman, Jan Bouwe met Ritsema, Hendrikje; 13 juli 1961. 



OVERLEDEN 

Den Helder 

Vinju, Cornelis Johannes; 23 augustus 1961. 

Dordrecht 

Dalebout, Marinus; 25 augustus 1961. 

Hilversum 

Kater, Jan; 20 april 1961. 



OVERGEPLAATST 

Harmer, Paul; van Dordrecht naar hoofdkantoor. 

Montgomery, Jerry; van reizende zendeling naar Utrecht. 

Taylor, Robert; van Oostende naar Amsterdam. 

Rasmussen, Harris; van Antwerpen naar Den Haag. 

Frier, Waker; van Den Haag naar Dordrecht. 

Wilko, Frank; van Rotterdam Zuid naar Assistent tot de President. 

van Drimmelen, David; van reizende zendeling naar Assistent tot de President. 

van Dongen, Raymond; van hoofdkantoor naar Rotterdam Zuid. 

Bogar, Garreth; van Schiedam naar Amsterdam. 

DeBry, James; van reizende zendeling naar hoofdkantoor. 

Dalebout, Dennis; van Gent naar reizende zendeling. 

Neerings, John; van Bennekom naar Gent. 

Wallwork, Leiand; van Gouda naar Schiedam. 

Harmer, Paul; van hoofdkantoor naar Oostende. 

Dykeman, Victor; van Rotetrdam Noord naar Gent. 

Giles, Roger; van Gent naar Rotterdam Noord. 

Peterson, LeRoy; van Groningen naar Bennekom. 

306 



September 1961 



Zeeman, LaMarr; van Den Haag naar Gouda. 
Post, Hendrik; van Den Haag naar Antwerpen. 
Mayo, Charles, van hoofdkantoor naar Den Haag. 
Rasmussen, Harris; van Den Haag naar Groningen, 
van Orden, Lyle; van Nijmegen naar Den Haag. 
Felix, Earl; van hoofdkantoor naar Amsterdam. 
Sundin, David; van Amsterdam naar Nijmegen. 
Shaw, Beverly; van zendingsschool naar Amsterdam West. 
Westra, Janet; van hoofdkantoor naar Amsterdam. 
Vonk, Nannette; van Amsterdam West naar Amsterdam. 
van Blankenstein, Cornelius; van Gent naar hoofdkantoor. 
Landward, Larry; van Amsterdam West naar Den Haag. 
Nievaard, Hans; van Eindhoven naar Amsterdam West. 
Slater, Lynn; van Amsterdam West naar Eindhoven. 
Vlam, Alvin; van Zwolle naar Gent. 
Niederhauser, Richard; van Gent naar Den Haag. 
Jenkins, Joseph; van Den Haag naar Zwolle. 
Cheney, Richard; van Amsterdam naar Gent. 
Womack, Robert; van Mechelen naar Amsterdam West. 
Ross, Kenneth; van zendingsschool naar Amsterdam. 
Packer, Lyle; van Delft naar Mechelen. 
McFarland, Frank; van zendingsschool naar Delft. 
Chatterton, Norman; van Utrecht naar Den Helder. 
Dugger, Jim; van Utrecht naar Den Helder. 

AANGEKOMEN 

Shaw, Beverly Jane; van Idaho Falls, Idaho. 

McFarland, Frank; van Ogden, Utah. 

Ross, Kenneth Leiand; van Sak Lake City, Utah. 





Kenneth Leiand Ross 



Frank McFarland 



Beverly Jane Shaw 



VERTROKKEN 

Bush, Robert Leon; Aangekomen 10 februari 1959, Vertrokken 7 augustus 1961. 
Werkzaam geweest: Katwijk, Utrecht, Mechelen, Amsterdam, Haar- 
lem, IJmuiden, Amstelveen, Harlingen, als reizende zendeling, Amster- 
dam. 

De Hart, Dennis Arno; Aangekomen 10 februari 1959, Vertrokken 7 augustus 1961. 
Werkzaam geweest: Den Haag, Eindhoven, Gouda, Hoogvliet, Oosten- 
de, reizende zendeling en Utrecht. 

Eckersell, William Blair; Aangekomen 10 februari 1959, Vertrokken 7 augustus 1961. 
Werkzaam geweest: Rotterdam, Delft, Leeuwarden, hoofdkantoor, 
Rotterdam Noord, Utrecht, Antwerpen, Mechelen en Amsterdam. 



307 



,De Ster' 






A. +?± 




Robert Leon Bush 



Dennis Arno De Hart 



William Blair Eckersell 



GEDOOPT IN DE HOLLANDSE RING 

Amsterdam oost 

Rijscnbrij, Ronald; 4 augustus 1961. 
Rijsenbrij, Karina; 4 augustus 1961. 
Rijsenbrij, Johanna Catharina; 4 augustus 1961. 

Amsterdam west 

Slingerland, Alida Margaretha; 21 juli 1961. 

van der Zwart, Johannes; 28 juli 1961. 

Horsting, Elisabeth; 11 augustus 1961. 

Loesberg, Rosina Alida Johanna; 1 augustus 1961. 

Delft 

van Galen, Odilia Francisca Maria; 5 augustus 1961. 

van Galen, Simon Jan; 29 juli 1961. 

van Galen, Maria Jacoba; 29 juli 1961. 

van Galen, Hendrica Petronella; 5 augustus 1961. 

van Galen, Hendrina; 5 augustus 1961. 

van Galen, Maria Janneke; 5 augustus 1961. 

Den Haag 

Verdier, Louise Todanin; 29 juli 1961. 
de Graaff, Elisabeth; 29 juli 1961. 
Lugthart, Willemina; 22 juli 1961. 
Rorije, Linda; 21 juli 1961. 
Bunschoten, Maryke; 7 augustus 1961. 
Bunschoten, Pieter Theodore; 7 augustus 1961. 
Lawson, Erna Elisabeth; 7 augustus 1961. 

Leiden 

Belt, Catharina; 29 juli 1961. 

Beij, Elfert Maria; 30 juli 1961. 

van der Voort, Johanna Maria Adriana; 26 augustus 1961. 

Rotterdam noord 

van der Geest, Tonjes Cornelis; 6 augustus 1961. 

Stout, Gerard Reinier; 23 augustus 1961. 

Verduijn, Jacques; 27 augustus 1961. 

van der Kooij, Antonia; 27 augustus 1961. 

van der Kooij, Everardus; 27 augustus 1961. 

Rotterdam zuid 

Hoffman, Willem; 27 mei 1961. 
Lode, Demmelaar; 26 juli 1961. 
Bouwens, Pieter; 12 mei 1961. 



lOö