(navigation image)
Home American Libraries | Canadian Libraries | Universal Library | Community Texts | Project Gutenberg | Children's Library | Biodiversity Heritage Library | Additional Collections
Search: Advanced Search
Anonymous User (login or join us)
Upload
See other formats

Full text of "De Ster"

il 


1 

li 1 ■ 

f -1 3 




•r?f . 1= 










* *> 




i' 


M 


* . ' w> 


i 


1^1 ■ i 

mJ Ij 


■ 


1| ^ f P 





Verslag 149ste oktoberconferentie 

van de Kerk van Jezus Christus 

van de Heiligen der Laatste Dagen 

Mei 1980 • 80ste jaargang • Nummer 5 



'^ P ^ü t 



„^-^mf%S 



Vr X'^ 



••^5* 



r •* 






t H. 





Uitgave van De Kerk 
van Jezus Christus van de 
Heiligen der Laatste Dagen 



Mei 1980 
80ste jaargang 
Nummer 5 



Eerste Presidium: Spencer W. Kimball, N. Eldon Tanner, Marion G. Romney. 

Raad der Twaalf: Ezra Taft Benson, Mark E. Petersen, Le Grand Richards, Howard W. Hunter, 
Gordon B. Hinckiey, Thomas S. Monson, Boyd K. Packer, Marvin J. Ashton, Bruce R. 
McConkie, L. Tom Perry, David B. Haight, James E. Faust. 

Adviseurs: M. Russell Ballard, Rex D. Pinegar, Hugh W. Pinnock. 

Redacteur kerkelijke tijdschriften: M. Russell Ballard. 

Redactie De Ster: Larry A. Hiller, Carol Larsen, Roger Gylling, Henri J. Tenthof van Noorden, 
Kerkelijk Vertaalbureau, Mauritsstraat 100, 3583 HW Utrecht. 

Nieuwsredacteur: Dirk van Boxel, Ringkantoor, postbus 84084, 2508 AB Den Haag. 



149ste halfjaarlijkse conferentie 
van de Kerk van Jezus Christus 
van de Heiligen der Laatste Dagen 

Alfabetische lijst van de sprekers 



Ashton, Marvin J 99 

Bangerter, W. Grant 14 

Bradford, William R 56 

Brockbank, Bernard P 95 

Brown, Victor L 155 

Didier, Charles 42 

Faust, James E 161 

Fyans, J. Thomas 149 

Haight, David B 37 

Hinckiey, Gordon B 10 

Hunter, Howard W 105 

Kikuchi, Yoshihiko 48 

Kimball, Spencer W 5, 79, 132 

Komatsu, Adney Y 113 



McConkie, Bruce R 90 

Monson, Thomas S 109 

Packer, Boyd K 32 

Perry, L. Tom 51 

Petersen, Mark E 18 

Pinnock, Hugh W 123 

Richards, LeGrand 127 

Romney, Marion G 24, 60, 167 

Scott, Richard G 117 

Smith, Barbara B 143 

Stone, O. Leslie 120 

Tanner, N. Eldon 29, 66, 82, 135 

Tuttle, A. Theodore 45 



Jaarabonnement: 

Fl. 21,60 storten op Citibank Amsterdam, rekeningnummer 266041434, 

De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen. 

Bf. 330 storten op Citibank Antwerpen, rekeningnummer 570-0157-600-33, 

De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen. 

USA en Canada (niet per luchtpost): $ 10.00. 

© 1980 by the Corporation of the President of The Church of Jesus Christ of Latter-day Saints. 
All rights reserved. 

Verlag Kirche Jesu Christi der Heiligen der Letzten Tage, PorthstraBe 5-7, 
D-6000 Frankfurt am Main 50. 



PB MA 0438 DU 



jif^ö Inhoudsopgave 



6 oktober 1979 - Vergadering van zaterdagmorgen 

„Het is een luisterend oor waaraan wij behoefte hebben". Spencer W. Kimball 5 

„Een engel van de Heer, die 't lange zwijgen brak". Gordon B. Hinckley 10 

De stem des Heren is tot alle mensen gericht. W. Grant Bangerter 14 

Amerika, Amerika. Mark E. Petersen 18 

Het houden van een geestelijke instelling. Marion G. Romney 24 

6 oktober 1979 - Vergadering van zaterdag 

Het steunen van kerkelijke ambtenaren. N. Eldon Tanner 29 

Gebeden en antwoorden. Boyd K. packer 32 

Joseph Smith de profeet. David B. Haight 37 

De taal: een goddelijke wijze om iets mede te delen. Charles Didier 42 

Daarom werd ik onderwezen. A. Theodore Tuttle 45 

Stuur zendelingen uit elke natie. Yoshihiko Kikuchi 48 

6 oktober 1979 - Priesterschapsbijeenkomst 

Neem de juiste beslissingen. L. Tom Perry 51 

De regeerders. William R. Bradford 56 

Geloof in de Here Jezus Christus. Marion G. Romney 60 

Het bestuur van de kerk. N. Eldon Tanner 66 

Onze zusters in de kerk. Spencer W. Kimball 79 

7 oktober 1979 - Zondagmorgenvergadering 

De bijdragen van de profeet Joseph Smith. N. Eldon Tanner 82 

Het raadsel van het mormonisme. Bruce R. McConkie 90 

Het gebed tot onze hemelse Vader. Bernard P. Brockbank 95 

Vooruitgang door verandering. Marvin J. Ashton 99 

Het lezen van de Schriften. Howard W. Hunter 105 

7 oktober 1979 - Zaterdagmiddagvergadering 

Pornografie, de dodelijke bacillendrager. Thomas S. Monson 109 

„Na vele beproevingen komen de zegeningen". Adney Y. Komatsu 113 

Geluk nu en voor eeuwig. Richard Scott 117 

Geboden die wij moeten onderhouden. O. Leslie Stone 120 

„Wij gaan met onze jongens en grijsaards". Hugh W. Pinnock 123 

De gave van de heilige Geest. LeGrand Richards 127 

„Geef mij daarom dit bergland". Spencer W. Kimball 132 

6 oktober 1979 - Vergadering van de Welzijnszorg 

Bestendigheid te midden van verandering. A^. Eldon Tanner 135 

De rol van de Zustershulpvereniging in de priesterschapsraden. Barbara B. Smith 143 

Het besturen van de welzijnszorg door de priesterschap. J. Thomas Fyans 149 

De ene zegenen. Victor L. Brown 155 

De kerk regelen: Welzijnszorgzendelingen zijn een belangrijke hulpbron. James E. Faust 161 

De rol van de bisschop in het welzijnsprogramma van de kerk. Marion G. Romney 167 

15 september 1979 - Haardvuuravond voor de zusters 

De rol van rechtschapen vrouwen. Spencer W. Kimball 174 

Onze meisjes onderwijzen. Naomi M. Shumway 180 

Vrouwen voor de laatste dagen. Barbara B. Smith 187 

5 oktober 1979 - Nieuws van de kerk 

Hoogtepunten uit de instructievergadering voor regionale vertegenwoordigers. Marvin K. Gardner . 190 



Verslag van de 149ste 

halfjaarlijkse conferentie van 

De Kerk van Jezus Christus van 

de Heiligen der Laatste Dagen 



De algemene conferenties van de afgelo- 
penjaren zijn voor een deel gedenkwaar- 
dig geweest door belangrijke aankondi- 
gingen die van invloed waren op de 
Schriften, de leringen of het kerkelijk 
bestuur van Gods koninkrijk op aarde. 
De algemene conferentie van oktober 
1979 ging op deze manier voort met en- 
kele belangrijke aankondigingen door 
president N. Eldon Tanner tijdens de 
algemene vergadering van zaterdag- 
middag. 

President Tanner zei: „Ten gevolge van 
de grote toename van het aantal ringpa- 
triarchen en de aanwezigheid van pa- 
triarchale dienstverlening over de gehele 
wereld, kunnen wij nu bekend maken 
dat broeder Eldred G. Smith vanaf he- 
den patriarch in ruste zal zijn, hetgeen 
wil zeggen dat hij is ontheven van alle 
plichten die betrekking hebben op het 
ambt van patriarch van de kerk." 
Volgend op deze aankondiging over de 
patriarch, zei president Tanner: ,, Presi- 
dent Kimball heeft mij ook gevraagd de 
eervolle ontheffing aan te kondigen van 
het algemeen presidium van de zondags- 



school — bestaande uit de presidenten 
Russell M. Nelson, WiUiam D. Oswald 
en J. Hugh Baird, evenals het algemeen 
presidium van de Jonge-Mannen — be- 
staande uit president Neil D. Schaerrer, 
Graham W. Doxey en Quinn G. 
McKay. De conferentie zal opmerken 
dat, als de namen worden voorgelezen, 
en de nieuwe presidiums van de Zon- 
dagsschool en de Jonge-Mannen wor- 
den voorgesteld, dit leden van het Eerste 
Quorum van Zeventig zullen zijn. 
Aldus werd steun verleend als algemeen 
presidium van de Zondagsschool aan de 
volgende broeders: Broeder Hugh W. 
Pinnock, president; broeder Ronald E. 
Poelman en broeder Jack H. GoasUnd 
jr. als raadgevers. Steun verleend als het 
nieuwe algemeen presidium van de 
Jonge-Mannen werden broeder Robert 
W. Backman, president en broeder 
Vaughn J. Featherstone en broeder Rex 
D. Pinegar als raadgevers. 
Hoewel hij slechts één maand geleden 
een operatie aan zijn hoofd had onder- 
gaan presideerde Spencer W. Kimball 
alle vergaderingen. Zijn aanwezigheid 



Toespraken en wat verder plaats vond in de Tabernakel op 
Temple Square te Salt Lake City (Utah) op 6 en 7 oktober 1979 



verhoogde op de conferentie in belang- 
rijke mate de geest van de aanwezigen. 
Alle vergaderingen werden geleid door 
president N. Eldon Tanner, eerste raad- 
gever, en president Marion G. Romney, 
tweede raadgever. Alle algemene autori- 
teiten van de kerk waren aanwezig met 
uitzondering van broeder Gene R. Cook 
en broeder F. Enzio Busche, die beiden 
herstellend van een ziekte waren. 
Gedeeltelijke of gehele vergaderingen 
werden doorgezonden per televisie naar 
152 zenders in de Verenigde Staten en 
Canada, naar 1 3 andere zenders per TV 
satelliet, naar 777 zenders via kabeltele- 
visie en satelliet en naar 7 zenders via 
kabeltelevisie en videotape; naar 63 ra- 
diozenders in de Verenigde Staten; naar 
71 radiozenders in Latijns Amerika (in 
Spaans en Portugees); naar 1 radiozen- 
der in Spanje en naar 63 radiozenders in 
Australië; naar 535 plaatsen in de Vere- 



nigde Staten en Canada alleen via een 
gesloten audiocircuit; de vergadering 
van de welzijnszorg alleen via een geslo- 
ten audiocircuit naar 907 plaatsen en 
naar Europa via videotape. De priester- 
schapsvergadering via audiohulp- 
middelen naar 1688 plaatsen in de Vere- 
nigde Staten, Canada, Puerto Rico, 
Australië, Nieuw-Zeeland, de Filippij- 
nen en Korea. Ook werden vijf vergade- 
ringen direct per televisiesatelliet uitge- 
zonden naar negen plaatsen in de Vere- 
nigde Staten door middel van een expe- 
rimentele uitzending waarbij als proef 
„aardstations met ontvangstschotels" 
waren opgesteld. 

Als toevoeging aan de algemene verga- 
deringen werd vrijdag 5 oktober in het 
kerkkantoor een studiebijeenkomst 
voor regionale vertegenwoordigers 
gehouden. De Uitgevers. D 




6 oktober 1979 

Vergadering van zaterdagmorgen 




„Het is een luisterend 
oor waaraan wij 
behoefte hebben" 



President Spencer W. Kimball 



Mijn geliefde broeders en zusters over de 
gehele wereld, deze morgen breng ik on- 
ze groeten over aan de broeders Gene R. 
Cook en F. Enzio Busche, die ziek zijn. 
Ik groet u vanmorgen op deze, de o- 
peningsvergadering van de wereldconfe- 
rentie van De Kerk van Jezus Christus 
van de Heiligen der Laatste Dagen, met 
de diepste gevoelens van liefde en 
dankbaarheid. 

Sedert onze aprilconferentie, zes maan- 
den geleden, zijn er veel dingen gebeurd, 
zowel voor mij persoonlijk als in de 
kerk. Ik werd tweemaal in een zieken- 
huis opgenomen en ik ben hoogst dank- 
baar dat ik in leven ben en gezond en wel 
hier vandaag bij u. Ik dank u voor de 
vele gebeden die u voor mij hebt op- 
gezonden en ik ben dankbaar dat onze 
hemelse Vader deze gebeden met zulk 
een rijke overvloed aan zegeningen heeft 
verhoord. 

Broeders en zusters, andermaal vraag ik 
uw aandacht voor het vierde gebod dat 
de Heer aan Mozes gaf op de berg Sinaï: 
,, Gedenk de sabbatdag, dat gij die hei- 



ligt" (Exodus 20:8). Laten wij ons hier- 
aan in onze gezinnen strikt houden. La- 
ten wij ons onthouden van alle onnodige 
arbeid. De zondag is geen dag om te 
gaan jagen of vissen, zwemmen of pick- 
nicken, zeilen of enige andere sport te 
beoefenen. De winkels in de streken 
waar wij in grote getalen aanwezig zijn 
zouden niet lang op zondag open blijven 
als de heiligen op die dag niet zouden 
gaan inkopen. Onthoud dat de Heer 
heeft gezegd: 

,,En opdat gij uzelf meer onbesmet van 
de wereld moogt bewaren, moet gij op 
Mijn heilige dag naar het huis des gebeds 
gaan en uw sacramenten opofferen: 
Want voorwaar, dit is een dag, die u is 
toegewezen om van uw arbeid uit te rus- 
ten en de Allerhoogste uw toewijding te 
betonen" (LV 59:9, 10). 
En dan volgt die heerlijke belofte: 
,,En voor zoverre gij dit doet met dank- 
zegging, met een blijmoedig hart en ge- 
laat, en niet met veel gelach — want dit is 
zonde — doch met een vreugdevol hart 
en een blijmoedig gezicht — 



Voorwaar zeg Ik: Voor zoverre gij dit 
doet, is de volheid der aarde de uwe" 
(LV 59:15, 16). 

Nogmaals uit ik mijn blijdschap over de 
reactie op ons dringend verzoek vruch- 
ten en groenten te gaan kweken. Als het 
oogstseizoen ten einde loopt, zal het een 
voldoening zijn de overvloed te vergaren 
waarmee de Heer onze inspanningen 
heeft gezegend. 

In ditzelfde verband hebben wij waar- 
dering voor de arbeid van hen die huizen 
en schuttingen, schuren en werkplaatsen 
hebben schoongemaakt, opgeknapt en 
geverfd. Ga alstubheft door met dit goe- 
de werk. 

Ik houd van de lofzang, die ons onder 
andere zegt: „Wat is 't gebed? D'op- 
rechte wens, door ons tot God gericht," 
{Heilige lofzangen, nr. 191). Het gebed is 
zulk een voorrecht — om tot onze Vader 
in de hemel te spreken. Het was een ge- 
bed, een zeer bijzonder gebed, dat deze 
gehele bedeling opende. Het was het eer- 
ste hardop uitgesproken gebed van een 
jongeman. Ik hoop dat niet teveel van 
onze gebeden in stilte worden uitgespro- 
ken, alhoewel het goed is om als wij niet 
hardop kunnen bidden een stil gebed in 
ons hart en gedachte op te zenden. 
Aarzel nooit om uw gezin voor een ge- 
bed rond u te verzamelen, in het bijzon- 
der in die tijden wanneer meer dan alleen 
een gezinsgebed 's morgens en 's avonds 
nodig is. Bijzondere noden vereisen bij- 
zondere gebeden. 

Uw kleintjes zullen leren hoe tot hun 
Vader in de hemel te spreken door naar 
hun ouders te luisteren. Zij zullen al 
spoedig aanvoelen hoe oprecht en welge- 
meend uw gebeden zijn. Als uw gebed 
een gehaaste en ondoordachte routine 
wordt, zullen zij dit ook zien. 
Hoe moeilijk het ook lijkt, ik ben tot de 
slotsom gekomen dat wanneer ik bid, 
anders dan in persoonlijk en stil gebed, 
het beter is ons eerder zorgen te maken 



hoe ons Uefdevol en oprecht met God in 
verbinding te stellen dan ons zorgen te 
maken over wat de luisteraars kunnen 
denken. De herhaling van het ,,amen" 
door de luisteraars vormt het bewijs 
voor hun instemming en goedkeuring. 
Uiteraard moet met de inhoud van gebe- 
den rekening worden gehouden. Dit is 
een van de redenen waarom gebeden in 
het openbaar of zelfs gezinsgebeden niet 
het totaal van ons bidden kunnen zijn. 
Over sommige dingen kunnen wij het 
beste alleen bidden wanneer er met tijd 
en vertrouwelijkheid geen rekening be- 
hoeft te worden gehouden. Als wij ons in 
deze bijzondere momenten van gebed 
niet geheel tegenover de Heer uitspre- 
ken, kan dit betekenen dat sommige ze- 
geningen ons zullen worden onthouden. 
Per slot van rekening komen wij met een 
verzoek tot onze alwijze, hemelse Vader, 
waarom zouden wij er dan ook ooit 
maar aan denken om onze gevoelens of 
gedachten onuitgesproken te laten die 
betrekking hebben op onze behoeften en 
zegeningen. Wij hopen dat onze mensen 
overvloedig hun gebeden zullen 
uitspreken. 

Het zal ons ook niet schaden als wij aan 
het einde van onze gebeden eens even 
aandachtig luisteren — zelfs al is dit 
maar een paar ogenbhkken — en om 
altijd te bidden zoals de Zaligmaker 
deed ,,niet mijn wil, maar de uwe ge- 
schiede" (Lucas 22 : 42). 
Ik houd van de wijsheid van Benjamin 
Franklin (Amerikaans staatsman en fi- 
losoof, 1706-1790), toen hij zei: „Werk 
alsof je honderd jaar zult leven, maar bid 
alsof je morgen zult sterven." (John 
Bartlett, comp., Familiar Quotations, 
blz. 422.) 

En wanneer de dag ten einde is, alsook 
wanneer deze begint, laat ons dan niet 
vergeten te bidden, want zoals George 
Herbert (Engels geestelijke en dichter, 
1593-1633) opmerkte: ,,Wie naar bed 



gaat en niet bid maakt twee nachten in 
elke dag." (Familiar Quotations, blz. 
323.) 

Ik heb altijd zeer tedere gevoelens voor 
het gebed, en de macht en zegeningen 
daarvan. Tijdens mijn leven heb ik meer 
zegeningen ontvangen dan waarvoor ik 
ooit voldoende dank kan zeggen. De 
Heer is zo goed voor mij geweest. Ik heb 
zoveel in ziekte en gezondheid onder- 



De president bespreekt het 

heiligen van de sabbat, het 

vurig gebed, het schrijven van 

persoonhjke dagboeken, 

reinheid en het Woord van 

Wijsheid. 



vonden, dat mij zonder enige twijfel in 
mijn hart en in mijn verstand de zeker- 
heid is gegeven dat er een God in de 
hemel is, dat Hij onze Vader is en dat Hij 
onze gebeden hoort en beantwoordt. 
Laat mij nogmaals aan u allen in het 
openbaar mijn diep en innig gevoel van 
dankbaarheid uiten voor de vele gebe- 
den die voor mij zijn opgezonden tijdens 
mijn recente ziekte. Zij zijn een wonder- 
baarlijke bron van rust, troost en gene- 
zing voor mij en mijn gehefde Camilla 
geweest. De Heer heeft uw smeekbeden 
gehoord en als resultaat heb ik het voor- 
recht om met u in deze grootse conferen- 
tie aanwezig te zijn. 
Bij meerdere gelegenheden heb ik de hei- 
Hgen aangemoedigd persoonlijke dag- 
boeken en familieverslagen bij te hou- 
den. Ik herhaal deze vermaning. Wij 
kunnen van mening zijn dat het van wei- 
nig belang is hetgeen wij persoonlijk zeg- 
gen of doen — maar het is opvallend, als 
wij het eens goed nagaan, hoeveel van 
onze gezinnen belangstellen in alles wat 



wij doen en alles wat wij zeggen. Ieder 
van ons is belangrijk voor hen die ons na 
en dierbaar zijn — en als onze nakome- 
lingen lezen over onze levenservaringen, 
zullen ook zij ons leren kennen en lief- 
hebben. En op die heerlijke dag als onze 
gezinnen samen zullen zijn in de eeuwig- 
heid, zullen wij elkaar reeds kennen. 
Sinds onheuglijke tijden heeft de Heer 
ons geraden een volk te zijn dat versla- 
gen bijhoudt. In Exodus lezen wij: ,,En 
Mozes schreef al de woorden des Heren 
op." (Exodus 24 : 4.) 
En vervolgens: „En het geschiedde, dat 
de Here tot Mozes sprak, zeggende: Zie, 
Ik openbaar u de dingen van dezen he- 
mel en deze aarde; schrijf de woorden 
op, die Ik spreek." (Mozes 2:1.) 
Nephi zei tegen zijn broeders toen zij uit 
de woestijn naar Jeruzalem terugkeer- 
den om de koperen platen te bemachti- 
gen: „En ziet, het is naar de wijsheid 
Gods, dat wij deze verslagen moeten ver- 
krijgen om de taal onzer vaderen voor 
onze kinderen te bewaren." (1 Nephi 
3:19.) 

Toen de Zaligmaker dit werelddeel na 
zijn opstanding bezocht, beval Hij de 
Nephieten verslagen bij te werken, 
zeggende: 

„Geeft daarom acht op Mijn woorden; 
schrijft de dingen op, die Ik u hebt ver- 
teld . . . 

En Jezus zeide tot hen: Hoe komt het, 
dat gij dit niet hebt opgeschreven . . . 
En Jezus gebood, dat het zou worden 
opgeschreven; daarom werd het volgens 
Zijn gebod te boek gesteld." (3 Nephi 
23:4, 11, 13.) 

En in onze dagen zei de Heer tot de 
profeet Joseph Smith: „En laten verder 
alle verslagen in orde worden gehouden, 
opdat ze in de archieven van Mijn heilige 
tempel mogen worden gebracht . . ." 
(LV 127:9.) 

Laat ons daarom doorgaan met dit be- 
langrijke werk van dingen opschrijven 



die wij doen, de dingen die wij zeggen, de 
dingen die wij denken ten einde in over- 
eenstemming te zijn met de leringen des 
Heren. Voor degenen onder u die mis- 
schien nog niet zijn begonnen met uw 
gedenkboek en uw verslagen, stellen wij 
voor dat u nog vandaag begint met uw 
verslagen volledig bij te houden. Wij ho- 
pen dat u dit zult doen broeders en zus- 
ters, want dit is wat de Heer heeft 
geboden. 

Als wij om ons heen kijken zien wij dat er 
vele machten aan het werk zijn om het 
gezin te vernietigen, zowel in Amerika 
als elders. De gezinsbanden worden ver- 
nield door het steeds toenemend aantal 
echtscheidingen, door toegenomen on- 
trouw van de huwelijkspartners, door de 
verfoeilijke zonde van abortus, die op 
het punt staat een nationale schande te 
worden en een zeer ernstige zonde is. 
Nóg een aantasting van het gezin is de 
ongeoorloofde en zelfzuchtige ge- 
boortebeperking. 

De versterking van de gezinsbanden be- 
hoort overal een gemeenschappelijke 
leuze voor de gezinnen van de heiligen 
der laatste dagen te worden. Hiertoe be- 
hoort ook de terugkeer naar de kuisheid, 
ons waardevolste bezit. Kuisheid en 
deugd zijn ,,het liefst en kostbaarst bo- 
ven alles" (Moroni 9:9), waardevoller 
dan robijnen of diamanten, dan kudden 
vee, dan goud of zilver of auto's en land. 
Maar, treurig genoeg, zijn zij in veel ge- 
vallen in de goedkoopste winkels en te- 
gen de laagste prijzen te koop. 
Deze deugden kunnen niet met geld wor- 
den gekocht, maar iedereen kan ervan 
genieten, zowel zij van nederige afkomst 
en bescheiden middelen als de rijken, net 
zoveel door de leerling aan een school als 
door de professoren aan de universiteit. 
Iedereen kan van deze grote zegeningen 
genieten door ernaar te leven. 
Het gebrek aan kuisheid, trouw en 
deugd worden zich snel over de gehele 



wereld verspreidende zonden, waarvan 
men zich moet bekeren — veroorzaakt 
stromen van tranen, ontwricht ontelba- 
re gezinnen, ontneemt ontelbare kinde- 
ren hun ouders en bezorgt diepe teleur- 
stelhng. Verlies van deugdzaamheid 
heeft, zoals u bekend, vele naties en be- 
schavingen ten val gebracht. Moreel ver- 
val is een schurk en zijn voorhoofd is 
gebrandmerkt met de woorden oneer- 
lijkheid, omkoping, oneerbiedigheid, ego- 
ïsme, immoraliteit, liederlijkheid en alle 
vormen van seksuele afwijking. 
Ieder van ons is een zoon of dochter van 
God en heeft tot taak een volmaakt, aan 
Christus gelijk leven van zelfbeheersing 
te leiden om dan uiteindelijk in deugd- 
zaamheid naar God terug te keren. 
Ik ben van plan om vanavond tot de 
broeders in de priesterschap te spreken, 
die over honderden plaatsen in de gehele 
wereld zijn vergaderd, en ik wil hen 
eraan herinneren dat „wij allen in ons 
leven zijn gezegend met bijzondere vrou- 
wen die een diepe en blijvende invloed op 
ons hebben. Hun bijdrage aan ons (broe- 
ders) was en is iets dat van eeuwigduren- 
de waarde voor ons zal zijn." (Zie Ensign 
van november 1979, blz. 48.) 
Ik wil vanmorgen de nadruk op deze 
gedachte leggen. Ik kan het u niet sterk 
genoeg op het hart drukken welk een 
hoge plaats van eer en achting onze 
vrouwen, moeders, zusters en dochters 
in De Kerk van de Heiligen der Laatste 
Dagen innemen. 

,,En toch, in de Here is evenmin de 
vrouw zonder man iets, als de man zon- 
der vrouw." (1 Korintiërs 11:11.) 
Broeders, wij kunnen geen verhoging 
verwerven zonder onze vrouwen. Er kan 
geen hemel zijn zonder rechtschapen 
vrouwen. 

Onze generatie, is evenals vroegere, een 
volk van drinkers geworden. De rage 
van drinken is vernietigend voor de ze- 
den, veroorzaakt armoede en ellende en 



8 



is oorzaak van veel van de doden op 
onze wegen. Hoe kunnen wij een einde 
aan die slachting maken? Het evangelie 
zal dit doen. De boodschap komt van de 
Allerhoogste. Het is de wil van God en 
bevat een belofte. 

De Heer heeft gezegd; ,,En alle heiligen, 
die deze woorden ter harte zullen nemen 
en nakomen, en in gehoorzaamheid aan 
de geboden zullen leven, zullen gezond- 
heid in nun navel, en merg in hun been- 
deren ontvangen. 

En zij zullen wijsheid en grote schatten 
aan kennis vinden, ja, verborgen schat- 
ten;" (LV 89:18, 19). 
De openbaring zegt ook: ,,Heb Ik u ge- 
waarschuwd, en waarschuw Ik u van te 
voren, door u dit woord van wijsheid 
door openbaring te geven" (LV 89:4). 
De gewoonte van het roken kan worden 
afgeleerd door louter het Woord van 
Wijsheid en de geboden des Heren na te 
leven. 

Door een volkomen kuis leven te leiden, 
geen overspel of ontucht te bedrijven, 
door in het huwelijk volkomen eerlijk 
ten opzichte van elkaar te staan, en het 
huwelijksverbond hoog te houden, zou 
de wereld verlost kunnen worden van de 
teistering van de gemene, pijnlijke en 
kostbare geslachtsziekte. Dit zou de ge- 
zinsbanden versterken en de noodzaak 
uitschakelen van de ellende van een 
ongeoorloofde abortus — een van de 
grootste euvels van onze tijd. 
Toen wijlen president J. Reuben Clark 
jr, in 1948 vanaf dit spreekgestoelte de 
heiligen toesprak, sprak hij over het heb- 
ben van een profeet en een luisterend 
oor. Hij las uit een brochure: ,,Wij heb- 
ben een profeet nodig." Als antwoord 
hierop gaf hij: „Neen, wij hebben al 
meer dan honderd jaar hedendaagse 
profeten gehad en zij hebben ons het 
woord des Heren gegeven." Hij ging 
voort: ,,De moeilijkheid met de wereld 
is, dat zij geen profeet wil die gerechtig- 



heid predikt. Zij willen een profeet die 
hen vertelt dat hetgeen zij doen goed is, 
ongeacht hoe verkeerd het ook mag zijn. 
Een profeet heeft gesproken — een pro- 
feet spreekt nu. Wij hebben geen behoef- 
te aan nog een profeet. Het is een luiste- 
rend oor waaraan wij behoefte hebben." 
(Zie Conference Report van oktober 
1948, blz. 79, 80.) 

Ik bid dat wij niet alleen acht zullen ge- 
ven op de woorden van president Clark, 
maar dat wij mogen luisteren naar en de 
raad opvolgen van hetgeen nu wordt ge- 
geven zoals dit tot de hedendaagse pro- 
feten komt door inspiratie en openba- 
ring van de Heer zelf. 
Ik besluit deze boodschap met het geven 
van mijn plechtig getuigenis aan allen, 
die binnen het bereik van mijn stem zijn, 
dat het evangehe van Jezus Christus niet 
alleen waar is, maar ook de enig afdoen- 
de macht tot bestrijding van alle kwaad 
en de oplossing van alle ziekten in de 
wereld. 

Het evangelie van Jezus Christus is voor 
de gehele wereld. Het verspreidt zich 
over dit land van vrijheid — een land 
met een goddelijke bestemming — over 
de gehele wereld zoals de grote steen, die 
Daniël zag, één die zonder toedoen van 
mensenhanden van de berg losraakte 
(zie Daniël 2:45). 

Broeders en zusters, dit is het werk des 
Heren, het is waar. Dat de Heer ons in 
onze gezinnen moge beschermen in ons 
streven dichter tot Hem te komen en in 
het onderhouden van zijn geboden. Wij 
betrekken in hetzelfde gebed en in de- 
zelfde zegening alle andere kinderen van 
onze Vader, waar zij zich ook mogen 
bevinden, en wij nodigen hen uit om te 
komen en één met ons te zijn in het ware 
koninkrijk des Heren op aarde. 
Dit is mijn gebed en mijn getuigenis in de 
naam van onze geliefde Zaligmaker, Je- 
zus Christus. Amen. D 




„Een engel van de Heer, 
die 't lange 
zwijgen brak" 

(Lofzang 155) 

Ouderling Gordon B. Hinckley 

van de Raad der Twaalf 



Dikwijls zingen wij in onze gemeenten 
een geliefde lofzang — de woorden wer- 
den meer dan honderd jaar geleden door 
Parley P. Pratt geschreven (zie Heilige 
lofzangen nr. 155). Zij vertegenwoordi- 
gen zijn uitspraken over de wonderbaar- 
lijke komst van een merkwaardig boek. 
Deze herfst was het precies 150 jaar gele- 
den dat dit boek voor het eerst in druk 
werd gezet en op een pers in Palmyra, 
New York, werd gedrukt. 
Sta mij toe u te vertellen hoe Parley Pratt 
kennis maakte met het boek waarover 
hij deze woorden schreef: In 1830 reisde 
hij als lekepriester van Ohio naar het 
oostelijk deel van de staat New York. In 
het aan het Eriekanaal gelegen Newark 
verliet hij de boot en liep 16 kilometer 
landinwaarts waar hij een diaken van de 
baptistenkerk, Hamlin genaamd, ont- 
moette. Deze vertelde hem ,,over een 
boek," een vreemd boek, een HEEL 
VREEMD BOEK! ... Hij zei dat werd 
beweerd dat dit boek oorspronkelijk op 
gouden of koperen platen zou zijn 
geschreven door een zijtak van de stam- 
men van Israël en dat het was ontdekt en 
vertaald door een jongeman uit de om- 
geving van Palmyra in de staat New 
York. De vertaUng zou zijn verricht met 
behulp van visioenen of de bediening 
door engelen. Ik vroeg hem hoe en waar 
het boek te verkrijgen was. Hij beloofde 
mij dat ik het de volgende dag bij hem 



thuis zou kunnen zien ... De volgende 
morgen ging ik naar zijn huis waar ik 
voor het eerst het „BOEK VAN 
MORMON" aanschouwde — dat boek 
der boeken . . . hetgeen het hoofdbe- 
standdeel zou zijn, in de handen van 
God, bij het leiden van de gehele verdere 
loop in mijn toekomstig leven. 
„Ik opende het met gretigheid en las het 
titelblad. Ik las vervolgens het getuigenis 
van de verschillende getuigen met be- 
trekking tot de wijze waarop het was 
gevonden en vertaald. Daarna begon ik 
de inhoud achter elkaar te lezen. Ik las 
de gehele dag; eten was bezwaarlijk, ik 
had geen verlangen naar voedsel; slapen 
was een bezwaar toen de avond viel, 
want ik verkoos lezen boven slapen. 
Terwijl ik las rustte de geest des Heren 
op mij, en ik wist en begreep dat het boek 
waar was, net zo gewoon en zo duidelijk 
als iemand begrijpt en weet dat hij be- 
staat." {Autobiography of Parley P. 
Pratt, 3e ed., Salt Lake City: Deseret 
Book Co., 1938, blz. 36, 37.) 
Parley Pratt was toen drieëntwintig jaar. 
Het lezen van het Boek van Mormon 
had een dermate grote invloed op hem 
dat hij spoedig als lid van de kerk werd 
gedoopt en een van haar beste en krach- 
tigste voorstanders werd. In de loop van 
zijn bediening reisde hij van kust tot kust 
door wat nu de Verenigde Staten zijn, hij 
ging naar Canada en Engeland; hij 



10 



opende het werk op de eilanden van de 
Stille Oceaan en hij was de eerste mor- 
moonse ouderhng die de bodem van 
Zuid-Amerika betrad. Toen hij in 1857 
een zending in Arkansas vervulde werd 
hij door een aanvaller in de rug gescho- 
ten en gedood. Hij werd in een landelijke 
omgeving in de nabijheid van de ge- 
meente Alma, Arkansas, begraven en 
heden ten dage geeft een blok gepolijst 
graniet de plaats van zijn graf, in deze 
rustige omgeving, aan. In de steen zijn de 
woorden van nog één van zijn grootse en 
profetische lofzangen gebeiteld waaruit 
zijn begrip over het werk waarmede hij 
zich bezighield tot uitdrukking kwam: 
De morgen daagt, de nacht vliedt heen, 
ziet, Zions vaandel wappert fier, 
in glorie rijst die schone dag, 
brengt vreugde voor Gods kindren hier. 
De wolk van dwaling trekt nu heen, 
't Licht van Gods waarheid drijft haar 
voort. 

De glans van deze laatste tijd, -f ai?" 
beschijnt elk volk in ieder oord. 
(Heihge lofzangen nr. 113.) 
De ervaring van Parley Pratt met het 
Boek van Mormon was niet op zichzelf 
staand. Toen de exemplaren van de eer- 
ste druk in omloop werden gebracht en 
gelezen, werden honderden sterke man- 
nen en vrouwen zo diep geroerd, dat zij 
alles wat zij bezaten opgaven, en in de 
jaren die volgden gaven zelfs velen hun 
leven voor het getuigenis van de waar- 
heid van dit merkwaardige boek, dat zij 
in hun hart meedroegen. 
Thans, anderhalve eeuw na zijn eerste 
publikatie wordt het meer algemeen ge- 
lezen dan in welke tijd in zijn geschiede- 
nis ook. Terwijl er 5000 exemplaren in de 
eerste druk verschenen, worden de he- 
dendaagse edities in partijen van een 
miljoen besteld, ook wordt het boek 
thans in meer dan twintig talen gedrukt. 
Zijn appèl is zo tijdloos als de waarheid, 
zo universeel als de mensheid. Het is het 



enige boek dat in zijn inhoud een belofte 
bevat dat de lezer door goddelijke macht 
met zekerheid kan weten dat het waar is. 
Zijn oorsprong is wonderbaarlijk. Als 
het verhaal van die oorsprong aan ie- 
mand wordt verteld, die er niet mee op 
de hoogte is, is het bijna niet te geloven. 
Maar het boek is hier en wij kunnen het 
betasten, en in onze handen nemen en 



Het appèl van het Boek van 

Mormon is „zo tijdloos als de 

waarheid, zo universeel als de 

mensheid." 



het lezen. Niemand kan zijn aanwezig- 
heid betwisten. Alle pogingen om zijn 
oorsprong te verklaren, anders dan de 
verklaring die Joseph Smith heeft gege- 
ven, zijn van enige grond ontbloot ge- 
weest. Het is een verslag van het oude 
Amerika. Het bevat Schrift van de Nieu- 
we Wereld, even zeker als de Bijbel dit 
van de Oude Wereld bevat. Beide boe- 
ken spreken over elkaar. Beide dragen 
de geest van inspiratie, de macht om te 
overtuigen en om te bekeren met zich. 
Gezamenlijk worden zij tot twee getui- 
gen, hand in hand, dat Jezus de Christus 
is, de opgestane en levende Zoon van de 
levende God. 

Zijn verhaal is een kroniek van sedert 
lang verdwenen naties. Maar in zijn be- 
schrijving van de problemen van de he- 
dendaagse maatschappij is het even ac- 
tueel als onze dagbladen en definitiever, 
geïnspireerder en meer inspirerend met 
betrekking tot de oplossing van deze 
problemen. 

Mij is geen ander geschrift bekend dat 
met zulk een duidelijkheid de tragische 
gevolgen voor samenlevingen uiteenzet 



11 



die een koers volgen die tegengesteld is 
aan de geboden van God. Zijn bladzij- 
den gaan de geschiedenis na van twee 
verschillende beschavingen die op het 
westelijk halfrond bloeiden. Ieder begon 
als een kleine natie en hun volkeren wa- 
ren godvrezend. Maar met de welvaart 
ontstond een groeiend kwaad. Het volk 
bezweek voor de listen van eerzuchtige 
en intrigerende leiders die hen zware be- 
lastingen oplegden, die hen met holle 
leuzen in slaap susten, die een losbandig 
en wulps leven tolereerden en zelfs aan- 
moedigden, die hen in verschrikkelijke 
oorlogen betrokken die de dood van 
miljoenen en de uiteindelijke totale uit- 
roeiing van twee grote beschavingen in 
twee tijdperken tot resultaat hadden. 
Geen ander geschreven verslag illus- 
treert zo duidelijk het feit dat wanneer de 
mensen en de naties in de vreze voor 
God wandelen en aan zijn geboden ge- 
hoorzamen zij bloeien en groeien, maar 
wanneer zij Hem en zijn woord veron- 
achtzamen, volgt er een verval dat, tenzij 
door gerechtigheid tot staan gebracht, 
tot onmacht en dood leidt. Het Boek van 
Mormon is een bevestiging van de 
spreuk uit het Oude Testament: ,, Ge- 
rechtigheid verhoogt een volk, maar 
zonde is een schandvlek der natiën." 
(Spreuken 14:34.) 

Wij, in dit goede land Amerika, horen 
thans vele discussies over een ontwerp- 
verdrag dat ten doel heeft de waarschijn- 
lijkheid van nucleaire aanvallen op dit 
continent te verminderen. Er wordt veel 
gesproken over een evenwicht in de 
machtsverhoudingen en over een even- 
wicht in intimidatie. Ik zou u gaarne 
eens willen voorlezen wat de God des 
hemels lang geleden over dit land heeft 
gezegd hetgeen is opgetekend in het 
boek waarover wij op het ogenblik 
spreken: 

,,Ziet, dit is een verkieslijk land, en welke 
natie het ook zal bezitten, zal vrij zijn 



van slavernij en van gevangenschap, en 
van alle andere natiën onder de hemel, 
indien zij slechts de God van het land wil 
dienen. Die Jezus Christus is. . ." (Ether 
2:12.) 

Terwijl het met gezag de strijdvragen 
beantwoordt die onze hedendaagse sa- 
menleving beïnvloeden, is het grote en 
veelbewogen hoofdthema van zijn 
boodschap een getuigenis, vibrerend en 
waar, dat Jezus de Christus is, de beloof- 
de Messias, Hij die langs de stoffige we- 
gen van Palestina wandelde en de zieken 
genas en de leringen van zaligheid on- 
derwees: die aan het kruis op de Calva- 
rieberg stierf; die op de derde dag uit het 
graf verrees en aan velen verscheen; en 
die, voorafgaande aan zijn uiteindelijke 
hemelvaart het volk van dit westelijk 
halfrond bezocht, waarover Hij eerder 
had gezegd: ,,Nog andere schapen heb 
Ik, die niet van deze stal zijn; ook die 
moet Ik leiden en zij zullen naar mijn 
stem horen en het zal worden één kudde, 
één herder." (Johannes 10:16.) 
Gedurende eeuwen heeft de Bijbel alleen 
gestaan als een geschreven getuigenis 
van de goddelijkheid van Jezus van Na- 
zaret. Nu staat naast de Bijbel een twee- 
de en machtige getuige die is gekomen 
„tot overtuiging van Jood en niet-Jood, 
dat JEZUS de CHRISTUS is, de 
EEUWIGE GOD. . . " (Boek van Mor- 
mon, titelblad). 

Zoals ik eerder heb gezegd, werd precies 
150 jaar geleden ook in deze tijd van het 
jaar de eerste uitgave van het Boek van 
Mormon, dat was vertaald door ,,de ga- 
ve en de macht Gods" in druk gezet en 
op een kleine pers in Palmyra, New 
York, gedrukt. Zijn publikatie ging 
vooraf aan en was een voorbode van de 
organisatie van De Kerk van Jezus 
Christus van de Heiligen der Laatste Da- 
gen, welke gebeurtenis op 6 april 1830 
plaatsvond. Op 6 april 1980, zes maan- 
den van nu, zullen wij de 150ste verjaar- 



12 



dag van die organisatie met een groots 
jubileum vieren. 

Vooruitlopend op die 150ste verjaardag 
zou ik aan de leden van de kerk over de 
gehele wereld en aan onze vrienden waar 
dezen zich ook mogen bevinden, met 
klem het verzoek willen richten om het 
Boek van Mormon te lezen. 
Er zijn tussen nu en 8 april nog 183 
dagen waarin 239 hoofdstukken moeten 
worden gelezen. Als u slechts iedere 
werkdag een hoofdstuk leest en iedere 
zondag drie hoofdstukken en de vijf 
laatste hoofdstukken op 6 april, dan ein- 
digt u op die historische dag met de 
woorden van deze merkwaardige en 
laatste uitdaging gegeven door de pro- 
feet Moroni toen hij zijn verslag vijftien 
eeuwen geleden voltooide. Hij zei: 
„En ik vermaan u deze dingen te beden- 
ken; want de tijd nadert snel, dat gij zult 
weten, dat ik niet lieg, want gij zult mij 
zien voor de rechterstoel Gods; en de 



Here God zal tot u zeggen: Heb Ik Mijn 
woorden niet aan u verkondigd, die door 
deze man werden geschreven, gelijk een 
roepende uit de doden, ja, als iemand, 
die uit het stof spreekt? 
En God zal u tonen, dat hetgeen ik heb 
geschreven, waar is." (Moroni 10:27, 
29.) 

Mijn broeders en zusters, zonder voor- 
behoud beloof ik u, dat als ieder van u 
dit eenvoudige programma in acht wil 
nemen, ongeacht hoeveel maal hiervoor 
u misschien het Boek van Mormon hebt 
gelezen, er in uw leven en in uw gezinnen 
een grotere aanwezigheid van de Geest 
des Heren zal zijn, een krachtiger vastbe- 
radenheid om in gehoorzaamheid aan 
zijn geboden te wandelen, en een sterker 
getuigenis van de levende waarachtig- 
heid van de Zoon van God. Deze plech- 
tige belofte doe ik in zijn heilige naam, ja 
de naam van Jezus Christus. Amen. D 



De ouderlingen Petersen en Tuttle 




13 




De stem des Heren 

is tot alle mensen gericht 



Ouderling W. Grant Bangerter 

van het presidium van het Eerste Quorum der Zeventig 



President Kimball heeft geopperd dat de 
dingen, die wij zeggen, hetgeen hij reeds 
heeft verklaard, kunnen ondersteunen. 
,, Nadat God eertijds vele malen en op 
vele wijzen tot de vaderen gesproken had 
in de profeten, heeft Hij nu in het laatst 
der dagen tot ons gesproken in den 
Zoon, die Hij gesteld heeft tot erfge- 
naam van alle dingen, door wie Hij ook 
de wereld geschapen heeft." (Hebreeën 
1:1,2.) 

Een van de belangrijkste oogmerken van 
deze algemene conferentie van de kerk is 
om nogmaals te verkondigen dat God 
een profeet heeft geroepen door middel 
waarvan Hij zijn wil aan de volken van 
de wereld bekendmaakt. Dit wil zeggen 
dat de profeet niet alleen is gezonden 
naar hen die zijn woorden aannemen, 
maar dat hij ook in de naam van God tot 
alle bewoners van de aarde spreekt. Hij 
zegt, zoals een van de profeten uit vroe- 
ger tijden deed: ,, Hoort, hemelen, en 
aarde, neig uw oor, want de Here spreekt 
. . ." (Jesaja 1:2.) Hij is in het bijzonder 
gezonden voor u die niet in God of in 
profeten geloven. Zou u niet willen we- 
ten wat hij zegt? Hij zegt dat God het 
oude evangelie in deze laatste dagen in 
zijn volheid heeft hersteld en dat Hij een 
nieuw verbond met al zijn volken wil 
aangaan. Hij zegt dat Jezus Christus bin- 
nenkort opnieuw naar de aarde zal ko- 



men om de wereld te redden en te oorde- 
len en dat wij allen gereed behoren te 
zijn. Of u dit nu gelooft of niet, het is 
wereldschokkend nieuws. 
Het frappante feit aangaande profeten is 
dat de meeste mensen niet naar hen luis- 
teren. Het is daarom dat profeten soms 
zo ongeduldig of zelfs boos lijken. Dat is 
hoe de Heer zich voelt als wij niet luiste- 
ren. Dat is hoe u zich voelt als uw kinde- 
ren niet naar u luisteren. 
Wij weten dat sommigen onder u zeggen 
dat zij niet in God geloven. Sommigen 
onder u zijn zelfs zo onverstandig ge- 
weest om te zeggen dat God niet bestaat. 
Zo'n uitspraak werpt enkele interessante 
vragen op. Denkt u dat uw geloof enig 
verschil uitmaakt? Hij gaat heus niet 
weg alleen maar omdat u niet in Hem 
gelooft. Het is bekend, dat toen Gahleï 
(Italiaans sterrekundige en natuurkun- 
dige, 1564-1642) in strijd met zijn weten- 
schap werd gedwongen om te zeggen, 
dat de aarde niet draaide, hij eraan toe- 
voegde: „En toch draait zij;" (zie 
CasseWs Book of Quotations, Proverbs 
and Household Words, ed. W. Gurney 
Benham, London Cassell and Co., 1914, 
blz. 737.) Misschien hebt u gelijk als u 
zegt dat God niet zo is als u is verteld, 
maar hoe kunt u weten dat er geen God 
is? Heeft Hij dit aan u geopenbaard? 
Bent u daar geweest om u te overtuigen? 



14 



Alles wat u werkelijk kunt weten is dat u 
niet weet of er een God is, en dat is een 
erkenning van uw onwetendheid. 
Twee Russen cirkelden met een ruimte- 
capsule een paar maal rond de aarde en 
zij verklaarden dat zij naar de hemel 
waren gegaan en God er niet was. Dit is 
een vrij zwak argument voor atheïsme. 
Het is zelfs niet wetenschappelijk. Het 
herinnert mij aan een godslasterlijke op- 
merking van een schimpende kennis van 
mijn broer die zei: „Ik droomde dat ik 
God zag en Hij was een paard." Het 
antwoord van mijn broer luidde: „Zeer 
zeker, dat is heel logisch voor een ezel." 
Alle bewijzen zijn aan onze zijde. Men 
kan niet bewijzen dat God niet bij ons is. 
Om te weten dat God niet bestaat zou 
iemand overal heen moeten gaan en alles 
weten. 

De profeet verklaart dat God leeft en dat 
Hij in deze laatste dagen tot ons spreekt. 
Als getuigen weten wij dit. God is gezien, 
gehoord en gevoeld. Met de verklaring 
dat het evangelie hersteld is, gaat de be- 
lofte samen dat de heilige Geest dit feit 
aan u zal getuigen en dan zal u het weten. 
Als dit niet gebeurt nadat u ernstig en 
gebedsvol hebt geluisterd, dan bent u 
van alle verplichtingen om te geloven 
ontslagen. 

En hoe staat het met u die in God gelo- 
ven maar die niet in profeten of openba- 
ring geloven? Waarom niet? Hoe kunt u 
over God weten als er geen openbaring 
is? Is het slecht om een profeet te heb- 
ben? Bestaat er een of andere bepaling 
die dit niet toestaat? Hebben wij geen 
behoefte aan een profeet? Zou het, bij- 
voorbeeld, geen geruststellende gedach- 
te zijn als de president van de Verenigde 
Staten een profeet zou zijn? Zou het niet 
prachtig voor dit land zijn als God ons 
precies zou vertellen wat wij behoren te 
doen? In feite vertelt Hij dit ons. De 
enige moeilijkheid is dat wij meestal niet 
willen luisteren. Het is precies hetzelfde 



als in vroeger tijden toen andere profe- 
ten hebben gesproken. U pleegt liever o- 
verspel, ontheiligt de sabbat, drinkt lie- 
ver uw whisky en laat liever iemand an- 
ders de problemen van onze samen- 
leving en de wereld opknappen. God 
probeert al deze dingen recht te zetten 
door de woorden van zijn profeet. En 
slechts wanneer u voldoende geloof hebt 



„God had met heel wat 

moeihjkheden te kampen opdat 

u het evangehe kon ontvangen 

— en nu verteh de profeet u 

dat u goed doet hieraan de 

nodige aandacht te besteden." 



zal u in staat zijn de boodschap te horen. 
Nu, het dwaaste van alles, degenen on- 
der u die tot de kerk behoren en die 
zeggen dat zij geen belangstelling heb- 
ben. U zegt dat u niet godsdienstig bent 
en dat u het niet prettig vindt om naar de 
kerk te gaan. Sommige mensen die licha- 
melijk ziek zijn houden ook niet van hun 
medicijn, naar zij nemen het omdat zij 
beter kunnen worden. Herinnert u zich 
nog dat uw ouders u aanraadden uw 
groenten op te eten? U doet nu precies 
hetzelfde met uw kinderen. Laat mij u 
nu eens iets over uw geestelijke groenten 
vertellen. U bent in het licht opgevoed. 
U weet over God. U weet over de Zalig- 
maker. U weet dat Zij aan Joseph Smith 
verschenen. U weet dat de engel Moroni 
het Boek van Mormon aan Joseph 
Smith gaf. U hebt het thuis. U gelooft in 
de Bijbel. Dat is heel wat om weg te 
gooien alleen maar om te kunnen gaan 
vissen! 

Ik heb een vriend die op een keer mee- 
ging met een familie-uitstapje naar Yel- 



15 



lowstone Park. Omdat hij zo trouw was 
aan zijn verplichtingen als een lid en lei- 
der van de kerk, hadden enkele van zijn 
familieleden de neiging om de draak met 
zijn puriteinse strenge godsdienstige op- 
vattingen te steken. Op een zondagmor- 
gen haalden zij hem over om met hen in 
een boot te gaan vissen. Plotseling stak 
er een sterke wind op en op een gegeven 
moment werd de toestand zo gevaarlijk 
dat zij in levensgevaar verkeerden. Hun 
schimpscheuten en twijfelzucht verdwe- 
nen als sneeuw voor de zon. Met een 
klagende eenstemmigheid wendden zij 
zich tot mijn vriend en zeiden: „Zou jij 
alsjeblieft voor ons willen bidden" Zij 
hadden klaarblijkelijk weinig vertrou- 
wen in hun eigen smeekbeden of mis- 
schien voelden zij hun eigen onwaardig- 
heid aan om goddelijke hulp te vragen. 
De ironie van het geval wil dat mijn 
vriend, die tegen beter weten in was ver- 
leid om iets te doen wat de Heer niet 
goedkeurde, over dit geval zei: ,,0p dat 
moment kon ik niet bidden. Het enige 
waaraan ik op dat ogenblik dacht was 
een kop in de krant die zei: ,Ringpresi- 
dent Verdrinkt Tijdens Vissen op Zon- 
dag.'". . . 

God had met heel wat moeilijkheden te 
kampen opdat u het evangelie kon ont- 
vangen, en nu vertelt de profeet u dat u 
goed doet hieraan de nodige aandacht te 
besteden omdat deze dingen voor uw 
gelukzaligheid zijn en dat de ,, weder- 
spanningen door vele smarten zullen 
worden gefolterd" (LV 1:3). 
Wij verheugen ons door in de kerk met 
vuur de grootse lofzang ,,Wij danken U, 
Heer, voor profeten" (Lofzang 176) te 
zingen. Ik heb nu iets te zeggen tot hen 
die zichzelf getrouw en toegewijd aan het 
evangeUe beschouwen. Alhoewel zij 
dankbaar zijn voor een profeet, zijn wij 
dan ook zeker dat wij werkelijk hebben 
geluisterd naar hetgeen hij heeft gezegd? 
Ik weet dat wij geïnspireerd van iedere 



conferentie naar huis gaan, dat wij onder 
de indruk zijn van de boodschappen die 
hij heeft gegeven en van de toespraken 
van de algemene autoriteiten. De werke- 
lijke proef op de som echter is wat wij 
doen als wij weer thuis zijn. 
President Kimball sprak vier jaar gele- 
den op de slotvergadering van een alge- 
mene conferentie en verklaarde hoe diep 
hij onder de indruk was van de bood- 
schappen en leringen die in de verschil- 
lende toespraken waren gegeven. Hij 
had een lijst gemaakt van alle dingen die 
hij zich moest herinneren en dat hij van 
plan was, om zodra hij thuis was, zich- 
zelf te verbeteren overeenkomstig alles 
wat gezegd was. (Zie Ensign van novem- 
ber 1975, blz. 111 en „Uit het diepst van 
hun hart" in De Ster van april 1976, blz. 
99.) Waarom zouden wij dat niet alle- 
maal doen? Hebt u een tuin? Voorziet u 
voor het ogenblik en voor de toekomst 
in de behoeften van uw gezin? Lost u uw 
schulden af? Hoe is uw verhouding ten 
opzichte van uw Zaligmaker? Bidt u? 
Leest u de Schriften? Maakt u ruzie met 
uw buren, of met uw vrouw, of met uw 
kinderen? 

Wij kunnen enkele bijzondere vragen 
aan de leiders van de kerk stellen. Het 
zou onbehoorlijk zijn om kritiek op u uit 
te oefenen omdat wij uw toewijding en 
opoffering kennen, maar laat mij u eens 
vragen: Luistert u werkelijk naar wat de 
profeet zegt? Wij weten dat sommigen 
van u dit meer doen dan anderen. Het is 
nu vijfjaar geleden dat hij heeft gezegd 
dat elke jongen op zending behoort te 
gaan (Zie Ensign van mei 1974, blz. 87 en 
,, Doelbewuste voorbereiding op een rijk 
leven " in De Ster van september 1974, 
blz. 378.) Waarom zit de helft nog thuis? 
Quorumpresidenten en huisonderwij- 
zers: Waarom zijn er nog steeds zovelen 
ziekelijk en ziek van geest? Waarom hebt 
u niet ,,de zwakke versterkt, noch ... de 
afgedwaalde teruggehaald, noch ... de 



16 



verlorene gezocht? (Ezechiël 34 : 4.) De 
Heer heeft u bij monde van zijn profeet 
geroepen. Luister naar hetgeen hij zegt. 
De wijze waarop u naar de profeet luis- 
tert bepaalt het onderscheid tussen een 
Laman of Lemuël of een Nephi. Er zijn 
enkele Lamans in de priesterschap van 
de kerk. 

Tot allen die ik heb opgenoemd — onge- 
lovigen, niet-leden; leden van de kerk, 
zowel getrouwen als zij die niet zo toege- 
wijd zijn; en tot de leiders; tot allen die 
dragers van het heilig priesterschap zijn 
— verklaar ik als iemand die het weet en 
het gezag bezit, dat Spencer W. Kimball, 
president van De Kerk van Jezus Chris- 
tus van de Heiligen der Laatste Dagen, 



de profeet van God voor alle bewoners 
van de aarde is. Hij is de rechtstreekse 
opvolger van Jesaja, Maleachi, Petrus, 
Jakobus en Johannes; en van Joseph 
Smith en de anderen daarna. Hij is de 
voornaamste apostel van Jezus Christus 
op aarde en draagt het gezag om te ver- 
kondigen dat het evangelie in deze laat- 
ste dagen op aarde is hersteld ter voorbe- 
reiding van de wederkomst en dat dit de 
dagen zijn waarin wij ons moeten voor- 
bereiden. Zijn stem is er een van blijheid 
vanwege het heerlijke nieuws dat hij 
brengt en een plechtige waarschuwing 
tot ons allen. Ik getuig dit in de naam 
van Jezus Christus. Amen. D 




17 




Amerika, Amerika 



m Ouderling Mark E. Petersen 
van de Raad der Twaalf 



Na een van zijn reizen door Palestina, 
kwam Jezus in zijn eigen stad en onder- 
wees op de sabbatdag in de synagoge. 
Zij die Hem hoorden, waren verbaasd 
over zijn leer, maar zij ergerden zich er 
ook aan. 

Hij was hun buurman geweest en zijn 
namen het Hem kwalijk dat Hij zich 
aanmatigde hen te onderwijzen. 
Ze zeiden: ,,Is dit niet de timmerman, de 
zoon van Maria, en de broeder van Ja- 
kobus en Jozef en Judas en Simon? En 
behoren zijn zusters hier niet bij ons," 
(Marcus 6 : 3.) 

Jezus werd verdrietig, omdat ze Hem 
verwierpen en ,,Hij verwonderde Zich 
over hun ongeloof." (Marcus 6 : 6.) 
Toen zei Hij: ,,Een profeet is alleen in 
zijn vaderstad en onder zijn verwanten 
en in zijn huis ongeëerd." (Marcus 6 : 4.) 
Maar Hij werd niet alleen in Nazaret 
verworpen. 

Aan het einde van zijn bediening, leek 
het of bijna het gehele land zich tegen 
Hem gekeerd had. 

Toen Hij zijn verwerping in Jeruzalem 
overdacht, keek Hij op de stad neer en 
zei, „Jeruzalem, Jeruzalem . . . hoe dik- 
wijls heb Ik uw kinderen willen vergade- 
ren, gelijk een hen haar kuikens onder 
haar vleugels vergadert, en gij hebt niet 
gewild." (Matteüs 23:37.) 



En toen voorspelde Hij het resultaat van 
hun verwerping — een tragisch gevolg, 
dat ze zichzelf zouden aandoen. 
Hij zei, ,,Zie, uw huis wordt aan u over- 
gelaten." (Matteüs 23:38.) En hoe verla- 
ten was het! 

Toen de Romeinse legers slechts een 
paar jaar later door het Heilige Land 
trokken en Jeruzalem wegvaagden, was 
het zo'n ramp, dat het de voorspelling 
van de Heiland volledig weergaf, toen 
Hij zei: ,,Want er zal dan een grote ver- 
drukking zijn, zoals er niet geweest is 
van het begin der wereld tot nu toe en 
ook nooit meer wezen zal." (Matteüs 
24:21.) 

Zoals Josephus (Joods historicus 37-100 
n.Chr.) het in zijn geschriften beschrijft, 
is het zelfs bijna tweeduizend jaar later 
vreselijk hieraan te denken. 
Generaties lang had Israël zich herhaal- 
delijk tot de goden van zijn buurlanden 
gewend, terwijl ze ook de profeten 
verwierpen. 

Alle twaalf stammen werden onder sla- 
vernij gebracht. 

Twee keerden terug, maar werden aan 
Rome onderworpen. 
De tien stammen gingen aan de wereld 
verloren. 

De resultaten van opstandigheid waren 
inderdaad verwoesting. 



II 



En welke les schuilt er in dit alles? 
Dat er géén volk God kan bestrijden en 
tóch leven! 

ledere natie zal lijden als zij de Heer des 
Hemels de rug toekeert en zijn eeuwige 
voorschriften schendt. 
Wanneer ik deze dingen in de heilige 
Schrift bestudeer, denk ik aan ons, die 
vandaag leven. 

Behoren wij tot dezelfde categorie als zij 
van vanouds? 

Accepteert of verwerpt onze moderne 
wereld Jezus Christus? 
En wanneer we Hem verwerpen, moeten 
wij dan ook verwoesting verwachten? 
Gehoorzamen de zogenaamde christelij- 
ke naties Hem werkelijk? 
Of verloochenen zij Hem wezenlijk door 
hun misdaden en verdorvenheid, door te 



„Ik vraag me af, of de Heer 
tegen de hedendaagse mens op 

dezelfde wijze zou zeggen: 

, Engeland, Duitsland, Mexico, 

Scandinavië, hoe dikwijls heb 

Ik uw kinderen willen 

vergaderen. . .'" 



zeggen, dat zij Hem geloven en 

aanvaarden. 

Hij veracht huichelarij! Niemand maakt 

zo ernstig bezwaar tegen huichelarij als 

de Almachtige. 

En aanvaarden onze christelijke naties 

Hem dus werkelijk en gehoorzamen zij 

Hem? 

Wat is het bewijs? 

De wereld eert zijn heilige sabbat niet 

meer. 

Overal wordt geweld gepleegd. 

De ware betekenis van reinheid is bijna 

uitgewist 



Oneerlijkheid is voor miljoenen een ma- 
nier van leven. 

Zelfs in de kerken zijn zijn heilige veror- 
deningen veranderd of weggelaten. 
Goddelijke autoriteit is verloren gegaan. 
De geloofsbelijdenis weerspiegelt de le- 
ringen van de mens. 
Het goddelijke zoonschap van Christus 
wordt evenals zijn maagdelijke geboorte 
in twijfel getrokken. 
Velen geloven niet meer in zijn op- 
standing. 

Kan deze hedendaagse wereld dan naar 
waarheid zeggen, dat zij Jezus Christus 
aanvaardt? 

Moet Hij zich niet verwonderen over het 
ongeloof van vandaag, net als in het Na- 
zaret van vanouds? 

Zou de apostel Paulus zich niet ver- 
wonderen over de verdeeldheid in het 
moderne christendom, gezien in 't licht 
van zijn verklaring dat Christus niet ver- 
deeld is, maar dat de christenen allen 
dezelfde mening zouden moeten zijn 
toegedaan en dat er geen verdeling onder 
hen zou moeten zijn. 
Heeft Hij niet gezegd, dat christenen al- 
len eenstemmig moesten zijn, vast aan- 
eengesloten, één van zin en één van ge- 
voelen, en scheuringen onder hen moes- 
ten voorkomen? (Zie 1 Korintiërs 1.) 
Zijn niet de verdeeldheid in het christen- 
dom en de beroering binnen de christelij- 
ke naties het bewijs van hun afwijken 
van Christus? En hoe staat het met ons? 
Hoe is het met ons als leden van zijn kerk 
gesteld? 

Hoe toegewijd zijn wij aan de zaak van 
Christus? 

Is er enig teken dat wij Hem verwerpen? 
Als wij falen Hem te gehoorzamen, ver- 
werpen wij Hem dan? 
Wanneer we de doop ontvangen, sluiten 
wij een verbond God te dienen. Wanneer 
we deelnemen aan het avondmaal van de 
Heer, sluiten we opnieuw een verbond 
Hem te dienen, zijn geboden te onder- 



19 



houden en Hem steeds te gedenken. 
Bij het avondmaal verzegelen wij ons 
verbond door deel te nemen aan de heili- 
ge symbolen van de kruisiging. 
Beloven wij, bij het deelnemen hieraan, 
dan niet letterlijk, elk gebod te onder- 
houden en verzegelen we die belofte dan 
niet door het eten van het gebroken 
brood en het drinken uit de beker? 
Wat stelt het gebroken brood voor? 
Het verscheurde vlees van Christus! 
Wat stelt de beker voor? 
Zijn bloed, dat Hij aan het kruis vergoot 
te midden van zijn oneindig groot lijden; 
een lijden, dat Hemzelf, zelfs God, de 
grootste van allen, deed sidderen van 
pijn en uit iedere porie bloeden en zowel 
lichamelijk als geestelijk deed lijden. (Zie 
LV 19:18.) 

De verzoening is het meest belangrijke, 
dat ooit heeft plaatsgevonden. 
Krachtens de verzoening, beloven wij 
gehoorzaamheid aan onze Vader in de 
hemel. 

We beloven niet alleen het evangelie in 
zijn algemeenheid te leven, maar in het 
bijzonder de afzonderlijke geboden te 
onderhouden. 

Wanneer wij bijvoorbeeld van het ge- 
broken brood nemen, zeggen wij dan 
niet tegen God, dat wij door het nemen 
van dit heilige symbool afspreken de 
sabbatdag heilig te houden? 
Of, zoals nog een voorbeeld, bevestigen 
wij niet tegenover de hemel, dat wij hier 
en nu beloven onze (volledige) tiende te 
betalen en dan onze belofte te verzegelen 
door het deelnemen aan het avondmaal? 
Hebben onze verbonden zo'n specifieke 
betekenis? 

Ik vraag u, zouden zij iets minder kun- 
nen betekenen? 

Wij hebben een verbond gesloten om te 
leven bij alle woord dat de mond van 
God uitgaat en zijn heilige voorschriften 
na te leven. Deze gehoorzaamheid moet 
reinheid, matigheid, onkreukbaarheid, 



eerlijkheid, zuiverheid, barmhartigheid, 
gematigdheid, trouw, ijver in zijn dienst, 
broederlijke genegenheid, geduld en 
aanbidding inhouden. 
En het moet een volledige aanvaarding 
van zijn voorgeschreven verordeningen 
inhouden. 

Door gehoorzaamheid aan zijn gebo- 
den, bewijzen wij onze hefde voor Hem. 
Zei Hij niet: „Wanneer gij Mij hefhebt, 
zult gij mijn geboden bewaren?" (Johan- 
nes 14:15.) 

En Hij maakte het ten overvloede duide- 
lijk, dat wanneer we Hem niet gehoorza- 
men, wij Hem niet liefhebben. 
Nu wil ik u vragen, hoe verschillen wij 
als heiligen der laatste dagen van de rest 
van de wereld? 

En ik vraag u zeer ernstig of de meeste 
hedendaagse mensen in een staat leven, 
dat zij Christus verwerpen, daar de 
meesten van hen Hem niet dienen? 
Riskeert onze hedendaagse wereld de- 
zelfde soort verwoesting als over de oude 
wereld kwam — en om dezelfde reden? 
Maar Hij is barmhartig. 
Ofschoon Hij in zijn tijd veracht werd, 
bleef Jezus toch liefde en vergevingsge- 
zindheid voor allen in 't vooruitzicht 
stellen, zelfs voor zijn vijanden, als zij 
zich wilden bekeren. 
In deze zin sprak Hij tot hen en zei: 
„Jeruzalem, Jeruzalem . . . hoe dikwijls 
heb Ik uw kinderen willen vergaderen, 
... en gij hebt niet gewild." (Matteüs 
23:37.) 

Bij het bestuderen van zijn woorden, 
vraag ik me af, of de Heer op dezelfde 
meedogende wijze tot de hedendaagse 
mensheid zou spreken, en ik voel, dat 
Hij dat zou doen, daar Hij geen aanne- 
mer des persoons is. (Zie LV 1:35.) 
Veronderstelt u dat Hij nu zou zeggen: 
,, Amerika, Amerika, hoe menigmaal 
heb Ik uw kinderen willen vergaderen, 
gelijk een hen haar kuikens onder haar 
vleugels vergadert." Of zou Hij mis- 



20 




schien zeggen: „Engeland, Engeland, 
hoe dikwijls heb Ik uw kinderen willen 
vergaderen?" 

Of, ,, Duitsland,", of „Scandinavië", of 
welk ander volk op aarde dan ook, „hoe 
dikwijls heb Ik uw kinderen willen 
vergaderen?" 

Zou het minder erg zijn wanneer wij 
Hem in deze moderne eeuw verwerpen, 
dan de afval van oud Israël, toen het op 
afgoderij overging? 

Het is geen onbeduidend iets de almach- 
tige God door onverschilligheid of op- 
zettelijk te verwerpen. 
De goddelijke woorden weerklinken nog 
in onze oren: ,,Ga niet lichtzinnig met 
heilige dingen om." (LV 6:12.) 
Zijn geboden worden duidelijk uiteen- 
gezet. 

Zijn normen betreffende moraliteit, eer- 
lijkheid en andere deugden zijn goed 
bekend. 



Maar jammer genoeg worden ze vaker 
verworpen dan aanvaard. 
Betekent dit, dat er een verwoesting over 
ons zal komen? 

Waarom zouden de wetgevende mach- 
ten onzedelijkheid goed praten, of het nu 
om homoseksualiteit of iets anders gaat? 
Waarom zouden rijksambtenaren onze- 
delijkheid goedpraten en zelfs bescher- 
men? 

Waarom zouden de makers van wetten 
— waarom zouden gerechtshoven, zich 
in de naam van de grondwet van dit 
land, tegen gebed en het lezen van de 
Schriften verzetten, waar we toch dage- 
lijks bevestigen: ,,0p God is ons vertrou- 
wen" (Oh say, can you see, Hymns, no. 
131)? 

Is men in dit christelijke land vóór of 
tegen Christus? 

Kan er met eerbied tegenover God, neu- 
traliteit bestaan? 



21 



Christus zegt van niet! 
We zijn of vóór of tegen Hem. (Zie 
Matteüs 12:30.) 

Waarom zouden wetgevende machten 
een op grote schaal schenden van de sab- 
batdag begunstigen en de wetten op de 
zondagse sluitingstijden verwerpen? 
Waarom zouden zogenaamd christelijke 
volken dit toestaan? 
Bijna zoals kinderen, winden wij ons op 
over brandstoftekorten en andere onge- 
makken. 

We tonen ons gebelgd over de beperkin- 
gen op onze pretjes. 
Waarom erkennen wij als volwassen 
mannen en vrouwen niet, dat het ver- 
werpen van God, de wortel van al onze 
moeihjkheden is? 

Waarom weigeren wij de feiten in onze 
toestand onder ogen te zien? 
Waarom moeten wij ons bhndehngs in 
ellende storten? 

Zouden we geen rechtvaardige en juiste 
stappen moeten nemen, om onze con- 
flicten, onze misdaden en al onze verdor- 
venheden te overwinnen? 
Er is slechts één zekere en bepaalde weg: 
Keer terug tot God! 
En dat moet een oprechte aanvaarding 
van de Heer Jezus Christus inhouden, 
met volledige gehoorzaamheid aan zijn 
voorschriften. 

Wat zou Hij zelfs nu voor Amerika 
doen, wanneer deze natie Hem oprecht 
zou aanvaarden? 

Wat zou Hij doen voor Engeland, voor 
Mexico, voor Scandinavië, voor Duits- 
land, voor het Oosten, voor Zuid- 
Amerika en voor alle volken, als zij zich 
tot Hem zouden wenden, zich van hun 
overtredingen zouden bekeren en zijn 
goddelijke uitnodiging zouden aan- 
vaarden? 

Hij zegt: „Komt tot Mij, allen, die ver- 
moeid en belast zijt, en Ik zal u rust 
geven; 
neemt mijn juk op u en leert van Mij, 



want Ik ben zachtmoedig en nederig van 
hart, en gij zult rust vinden voor uw 
zielen; 

want mijn juk is zacht en mijn last is 
licht." (Matteüs 11:28-30.) 
Denk aan de last van oorlogen en de 
kosten van krijgsvoorraad om de vrede 
te handhaven. Denk aan de last van mis- 
daad en van overstelpende schuld, zowel 
persoonlijk als gemeenschappelijk. 
Denk aan de zware persoonlijke lasten, 
die we in deze wereld dragen. 
En bedenk dan, wat een opluchting het 
zou zijn, wanneer we ervan bevrijd zou- 
den zijn. Dit kan bereikt worden, wan- 
neer we de uitnodiging van Christus 
aanvaarden. 

In verhouding tot onze vasten van nu, is 
zijn last inderdaad licht. Zijn juk is zacht 
en in de warmte van zijn goddelijke hart 
wil Hij elk bekeerd mens welkom heten. 
Wij behoeven niet bang voor Hem te 
zijn, want Hij is zachtmoedig en oot- 
moedig van hart. 

Luister! Kunt u zijn roep horen? Hij zegt 
zelf nu: „Amerika, Amerika, hoe vaak 
zal Ik u nog vergaderen — als u maar 
wilt komen." 

,, Engeland, Scandinavië, Mexico, 
Duitsland, Japan, Korea en alle andere 
landen. Kunt u het horen? Hij roept u — 
nu vandaag. 

Hij wil u zelfs nu vergaderen en u voeden 
en u begunstigen en u vrede geven — 
wanneer u maar in nederigheid en be- 
rouw tot Hem wilt komen. 
In de Verenigde Staten zingen we vaak: 
,,God, zegen Amerika." Laten wij er 
mee door gaan en het zingen als een 
gebed. 

Maar waarom zingen wij ook niet: „God 
zegen Engeland en God zegen Scandina- 
vië en God zegen Zuid-Amerika en 
Mexico en het Oosten en God zegen 
Australië en Nieuw-Zeeland en God ze- 
gen alle andere landen? Hij zal iedereen 
zegenen — wanneer zij zich met een vast- 



22 



beraden hart tot Hem willen keren. 
Maar er is geen andere wijze. 
Hij kan hun oorlogen, hun binnenlandse 
conflicten, hun armoede, hun werke- 
loosheid en hun behoefte aan uitkering 
eindigen. 

Hij kan hun misdaden, hun zedelijk ver- 
val en al de ziekten, die ze met zich mee- 
dragen ehmineren. 

Hij kan hen vrede geven — echte vrede 
— op mentaal, physiek, geestelijk, eco- 
nomisch en politiek gebied. Maar zij 
moeten de prijs van oprechte gehoor- 
zaamheid aan het evangelie van de Heer 
Jezus Christus betalen. 
Waarom gebruiken wij ons gezond ver- 
stand niet om het te begrijpen? 




Waarom gebruiken wij ons gezond ver- 
stand niet om ons dadelijk en blijmoedig 
tot Hem te keren? 
Is dit de enige veilige koers? 
Het is geen nietszeggend betoog, dat we 
hier vandaag bespreken. We spreken 
hier over harde feiten, over de realiteit 
van het leven. 

Er was een tijd in oud Amerika, dat 
dergelijke zegeningen over het land kwa- 
men en er tweeduizend jaar bleven. 
Vrede en voorspoed heerste overal. 
Er waren tweehonderd jaar lang geen 
oorlogen, geen misdaden, geen gevange- 
nissen, geen armoede, geen zedelijke ver- 
dorvenheid, geen van de ziekten, die 
door zonden veroorzaakt worden. 
Dit is géén verhaaltje uit een sprookjes- 
boek. Het was pure realiteit. 
Het was een belangrijk hoofdstuk in de 
geschiedenis, dat plaats vond maar zich 
nooit herhaald heeft. 
Nochtans kan het nu in onze tijd, op 
dezelfde voorwaarden herhaald worden. 
De miljarden, die wij aan bewapening 
besteden, zouden besteed kunnen wor- 
den aan vreedzame doeleinden. 
De miljarden, die aan misdaden verlo- 
ren gaan, zouden aangewend kunnen 
worden om het menselijk ras te verede- 
len. Er zouden geen rasconflicten zijn, 
geen stakingen, geen boycotts of uitslui- 
tingen, geen legers of zeemacht en geen 
kunstmaanoperaties voor spionage- 
doeleinden. 

Het ligt allemaal binnen ons bereik, als 
een grote materiële realiteit. 
De prijs hiervoor is veel lager, dan die we 
nu betalen en de beloningen zijn onbe- 
schrijflijk veel groter. 
Jeruzalem, Amerika, Engeland en alle 
andere landen! 

De Heer zegt tot allen: ,,Komt tot Mij 
... en Ik zal u rust geven;" (Matteüs 
11:28). 

In de naam van de Heer Jezus Christus. 
Amen. D 



23 



Het houden van 
een geestelijke 
instelling 

President Marion G. Romney 
tweede raadgever van het Eerste Presidium 




Mijn geliefde broeders en zusters, ik 
zoek de Geest des Heren, als ik u een 
boodschap wil brengen. 
Ik heb gekozen om over een blijvende 
geestelijke instelling te spreken. Dit on- 
derwerp kwam in mijn gedachten, toen 
ik de vermaning van Jakob, de broer van 
Nephi, overdacht: ,, Bedenkt, dat vlese- 
lijk gezind te zijn, de dood, en geestelijk 
gezind te zijn het eeuwige leven bete- 
kent." (2 Nephi 9 : 39.) 
President McKay definieerde geestelijke 
insteUing als ,,het bewustzijn van zelfo- 
verwinning en omgang met het oneindi- 
ge." ,, Geestelijke instelling," zei hij, „zet 
ons aan tot het overwinnen van moei- 
lijkheden en tot het verwerven van steeds 
meer sterkte. Het is een van de meest 
verheven ervaringen in het leven, te voe- 
len, hoe uw mogelijkheden de kans krij- 
gen zich te ontplooien en waarheid de 
ziel verruimt." (David O. McKay, Step- 
ping Stones to an Abundant Life, comp, 
Llewelyn R. McKay, Salt Lake City: 
Deseret Book Co., 1971, blz. 99.) 
De Heer openbaarde de waarheid door 
de profeet Joseph Smith, ,,alle geest is 
stof, doch is fijner of reiner, en kan al- 
leen door reinere ogen worden onder- 
scheiden." (LV 131:7.) 
Abraham zei: ,,De Here nu had aan mij, 
Abraham, de intelligenties getoond die 
waren georganiseerd, eer de wereld was, 



En God zag deze zielen, dat zij goed 
waren; . . . want Hij stond te midden van 
hen die geesten waren, . . ." (Abraham 
3:22, 23.) 

Deze geesten waren het nageslacht van 
God, die volgens Johannes ook een geest 
is. 

Hij, dat wil zeggen Johannes schreef: 
,,God is geest en wie Hem aanbidden, 
moeten aanbidden in geest en in waar- 
heid." (Johannes 4:24.) 
Ofschoon Gods geest gekleed gaat in 
„een lichaam van vlees en beenderen, 
even tastbaar als dat van de mens;" (LV 
130:22), is zijn lichaam tijdelijk noch 
vleselijk, want Hij zegt: 
,,alle dingen zijn Mij geestelijk" (LV 
29:34) — „alle dingen die Ik ooit heb 
geschapen door het woord Mijner 
macht, de macht Mijns Geestes. 
. . . zowel geestelijk als tijdelijk — 
Eerst geestelijk, vervolgens tijdelijk, het- 
geen het begin van Mijn werk is; en ver- 
der, eerst tijdelijk en vervolgens geeste- 
lijk, hetgeen het einde van Mijn werk is 

. . . dat Mij alle dingen geestelijk zijn, en 
nimmer heb Ik u een wet gegeven, die 
tijdelijk was;" (LV 29:30-32, 34).Har- 
moniëren met God, is gesstelijk zijn. De 
mens is van nature geestelijk. Zijn geest 
is een kind van God. 
„De geesten van de bewoners van alle 



24 



werelden van Gode gewonnen zonen en 
dochteren zijn." (LV 76:24.) 
Verder, ,,En de Geest van de Heer — 
geeft licht aan een ieder, die in de wereld 
komt; en de Geest verlicht een ieder ge- 
durende zijn aardse bestaan, die naar de 
stem des Geestes luistert. 
En een ieder, die naar de stem des Gees- 
tes luistert, komt tot God, ja, tot de Va- 
der." (LV 84:46, 47.) 
,, ledere menselijke geest was in den be- 
ginnen onschuldig; en omdat God de 
mens van de val heeft verlost, werd de 
mens wederom, in zijn kinderlijke staat, 
onschuldig voor God. 
En de boze komt, en neemt . . . licht en 
waarheid . . . weg." (LV 93:38, 39.) 
Dit verlies van geestelijke instelling be- 
gon bij de kinderen van Adam en Eva, 



„Harmoniëren met God, is 

geestelijk zijn. De mens is van 

nature geestelijk. Zijn geest is 

een kind van God." 



toen zij weigerden de leringen van hun 
ouders te gehoorzamen. 
U zult zich herinneren, dat Adam door 
een engel het evangelie werd onderwe- 
zen, (zie Mozes 5:6-8) en dat hij daarna, 
„door den Geest des Heeren werd weg- 
gevoerd," en hij werd gedoopt en ont- 
ving de HeiUge Geest. " En aldus werd 
hij uit den Geest geboren" (zie Mozes 6 : 
64, 65; zie ook 5 : 10). 
,,En Adam en Eva prezen de naam van 
God, en zij maakten hun zonen en doch- 
teren alles bekend. 

En Satan kwam onder hen, die zonen en 
dochteren zeggende: Ik ben ook een 
zoon Gods. En hij gebood hun, zeggen- 
de: Gelooft het niet. (Hier wordt be- 



doeld, de leringen van hun ouders.) En 
zij geloofden het niet; en zij hadden Sa- 
tan liever dan God. En van die tijd af 
begonnen de mensen vleselijk, natuur- 
lijk en duivels te worden." (Mozes 5:12, 
13.) 

Een geestelijke instelling komt door ge- 
loof, bekering, doop en het ontvangen 
van de heihge Geest. Iemand, die in het 
gezelschap van de heilige Geest verkeert 
leeft in harmonie met God. Daarom 
heeft hij een geestelijke instelling. Een 
geestelijke instelling wordt in stand ge- 
houden, door zo te leven, dat u in gezel- 
schap van de heilige Geest blijft verke- 
ren. Door te leren wat onze plichten zijn 
en ze na te komen, bewandelen wij de 
veilige weg om dit te bereiken. Zij hou- 
den het nakomen van het eerste en twee- 
de grote gebod in: ,,Gij zult de Here, uw 
God, liefhebben met geheel uw hart en 
met geheel uw ziel en met geheel uw 
verstand," en 

,,Gij zult uw naaste liefhebben als uzelf." 
(Matteüs 22 : 37, 39.) 
Zij houden ook gehoorzaamheid in aan 
de Tien Geboden en de Bergrede, het 
nakomen van de Artikelen des Geloofs 
en gebed. Met betrekking tot de belang- 
rijkheid van gebed bij het behouden van 
een geestelijke instelling, is het interes- 
sant op te merken, dat het eerste opgete- 
kende gebed, dat Adam en Eva na hun 
verdrijving uit de hof ontvingen, was: 
,,dat zij de Here, hun God, aanbaden." 
(Mozes 5 : 5.) 

Het volgende hemelse wezen, dat tegen 
Adam sprak, was de engel die hem zei, 
dat de offerande die hij offerde, een gelij- 
kenis was van de offerande van de Enig- 
geborene des Vaders . . . ,, Daarom zult 
gij alles, wat gij doet, in de Naam des 
Zoons doen, en gij zult u bekeren, en 
God voor altoos in den Naam des Zoons 
aanroepen." (Mozes 5:7, 8.) 
Van toen tot nu, werd geen goddelijk 
gebod zo vaak herhaald als het gebod, in 



25 



de naam van de Heer Jezus Christus te 
bidden. Een van de indrukwekkendste 
lessen, over de belangrijkheid van het 
gebed, werd door de broeder van Jared 
ontvangen, toen ,,De Here ... in een 
wolk stond en met hem sprak. En de 
Here sprak drie uren lang met de broe- 
der van Jared, en bestrafte hem, omdat 
hij niet indachtig was de naam des Heren 
aan te roepen". En, zo gaat het verslag 
verder, ,,de broeder van Jared bekeerde 
zich van het kwaad, dat hij had bedre- 
ven, en riep de naam des Heren aan voor 
zijn broederen, die bij hem waren. En de 
Here zei tot hem: Ik zal u en uw broede- 
ren uw zonden vergeven; maar gij moet 
niet meer zondigen, want gij moet be- 
denken, dat Mijn Geest niet altijd met de 
mens zal twisten;" (Ether 2 : 14, 15). 
Niet lang daarna, bad de broeder van 
Jared met zo'n geloof, dat de Heer Jezus 
Christus, toen een voorsterfelijke geest, 
aan hem verscheen en zei: „Zie Ik ben 
Jezus Christus. . . dit lichaam dat gij nu 
aanschouwt, is het lichaam van Mijn 
geest. . . en zoals Ik er voor u in de geest 
uitzie, zal Ik aan Mijn volk in het vlees 
verschijnen." (Ether 3:14, 16.) 
Nog een overtuigend bewijs van de 
kracht van het gebed teneinde geestelijk 
ingesteld te blijven is de verklaring die 
Enos, de zoon van Jakob, gaf toen hij 
schreef: 

„En ik zal u van de strijd vertellen, die ik 
voor God had, voordat ik vergeving mij- 
ner zonden ontving. 
Ziet, ik ging op wild jagen in de wouden; 
en de woorden, die ik mijn vader dikwijls 
had horen spreken aangaande het eeuwi- 
ge leven en de vreugde der heiligen had 
ik ter harte genomen. 
En mijn ziel hongerde; en ik knielde 
voor mijn Maker neder en riep Hem aan 
in krachtig gebed en smeken voor mijn 
ziel; en de ganse dag riep ik Hem aan; ja 
toen de avond viel, verhief ik nog steeds 
mijn stem ten hemel. 



En er kwam een stem tot mij, die zeide: 
Enos, uw zonden zijn u vergeven en gij 
zult worden gezegend. 
En ik, Enos, wist dat God niet kon liege- 
n; daarom was mijn schuld uitgewist. 
En ik zeide: Heer, hoe is het geschied? 
En Hij zeide tot mij : Wegens uw geloof 
in Christus, Die gij nooit te voren hebt 
gehoord of gezien. En vele jaren zullen 
voorbijgaan, voordat Hij Zich in het 
vlees zal openbaren; ga daarom voort, 
uw geloof heeft u gezond gemaakt. 
Toen ik nu deze woorden had gehoord, 
begon ik naar het welzijn van mijn broe- 
deren, de Nephieten te verlangen; daar- 
om stortte ik mijn ganse ziel in gebed tot 
God voor hen uit. 

En terwijl ik aldus in de geest streed, ziet, 
toen klonk de stem des Heren opnieuw 
in mijn gemoed, en zeide: Ik zal uw broe- 
deren genadig zijn, naarmate hun ijver in 
het onderhouden Mijner geboden." 
(Enos 1:2-10.) 

Het bestuderen van de Schriften helpt 
ons bij het behouden van geestelijke 
instelling. 

Alma geeft hierover zijn getuigenis in 
zijn verklaring van de wonderbaarlijke 
vervulling van de zending van de zonen ' 
van Mosiah. „Zij waren sterk geworden 
in de kennis der waarheid; "zei hij, 
,,want zij waren mannen vam gezond 
verstand en zij hadden de schriften ijve- 
rig onderzocht, opdat zij het woord 
Gods mochten weten. 
Maar dit is niet alles; zij hadden veel 
gebeden en gevast; daarom hadden zij de 
geest der profetie en de geest der openba- 
ring, en wanneer zij leerden, leerden zij 
met kracht en gezag van God." (Alma 
17:2, 3.) 

Gebed en het bestuderen van de Schrif- 
ten zijn hulpmiddelen, om een geestelij- 
ke instelling te verkrijgen en te 
behouden. 

„Bid altijd", zei de Heer tegen de profeet 
Joseph, ,, opdat gij als overwinnaar uit 



26 



de strijd te voorschijn moogt komen; ja, 
dat gij Satan moogt overwinnen, en dat 
gij moogt ontkomen aan de dienst- 
knechten van Satan, die zijn werk onder- 
steunen." (LV 10:5.) 
Betreffende de Schriften, meldde Johan- 
nes, dat Jezus zei: „Gij onderzoekt de 
Schriften, want gij meent daarin het eeu- 
wige leven te hebben, en deze zijn het 
welke van Mij getuigen." (Johannes 5 : 
39.) 

Het doel van het avondmaal is, de in- 
standhouding van een geestelijke instel- 
ling te bevorderen. 

De geopenbaarde gebeden over het 
brood en het water, bevatten beide de 
volgende zin, ,, opdat zij (die er van ne- 
men). . . Zijn Geest met zich mogen heb- 
ben." (Zie LV 20:77, 79.) 
In een openbaring in afdeling 59 van de 
Leer en Verbonden, gegeven op 7 augus- 
tus 1831 door de profeet Joseph Smith, 
tot bescherming van de heiligen die pas 
in Jackson County, Missouri, aangeko- 
men waren, openbaarde de Heer een lijst 
instructies die noodzakelijk waren om 
een geestelijke instelling te behouden. 
Hij zei onder andere: ,,Ziet, gezegend 
zijn zij, zegt de Heer, die overeenkomstig 
Mijn geboden naar dit land zijn geko- 
men met het oog alleen gericht op Mijn 
eer. 

Want zij, die leven, zullen de aarde beër- 
ven, en zij die sterven, zullen van al hun 
arbeid uitrusten, en hun werken zullen 
hen volgen; en zij zullen zijn kroon ont- 
vangen in de woningen Mijns Vaders, 
die Ik voor hen heb bereid. 
Ja, gezegend zijn zij, wier voeten op het 
land Zion staan, en die Mijn evangelie 
hebben gehoorzaamd; want zij zullen als 
hun loon het goede der aarde ontvangen, 
en deze zal met haar ganse kracht 
voortbrengen. 

En ook zullen zij worden gekroond met 
zegeningen van omhoog, ja en met niet 
weinig geboden, en met openbaringen in 




hun tijd, zij die getrouw en ijverig voor 
Mij zijn. 

Daarom geef ik hun een gebod, aldus 
luidende: Gij moet de Here, uw God, 
liefhebben met uw ganse hart, en met uw 
ganse macht, verstand en sterkte; en gij 
moet Hem in de naam van Jezus Chris- 
tus dienen. 

Gij moet uw naaste liefhebben als uzelf. 
Gij zult niet stelen, noch overspel bedrij- 
ven, noch doden, noch iets dergelijks 
doen. Gij moet de Here uw God, in alles 
danken. 

Gij moet de Here uw God, een offer in 
gerechtigheid brengen, namelijk het of- 
fer van een gebroken hart en een versla- 
gen geest. 



27 



En opdat gij uzelf meer onbesmet van de 
wereld moogt bewaren, moet gij op Mijn 
heilige dag naar het huis des gebeds gaan 
en uw sacramenten opofferen; 
Want voorwaar, dit is een dag, die u is 
toegewezen om van uw arbeid uit te rus- 
ten en de Allerhoogste uw toewijding te 
betonen; 

Niettemin moeten uw geloften alle da- 
gen en te allen tijde in gerechtigheid wor- 
den opgeofferd. 

Doch gedenkt, dat gij op deze, des Heren 
dag uw offers en uw sacramenten de Al- 
lerhoogste moet offeren, en uw zonden 
voor uw broederen en voor de Here 
belijden. 

En op deze dag moet gij niets anders 
doen dan alleen uw voedsel met eenvou- 
digheid des harten bereiden, opdat uw 
vasten volmaakt zij, of met andere 
woorden, opdat uw vreugde volkomen 
zij. 

Voorwaar, dit is vasten en gebed, of met 
andere woorden, verheuging en gebed. 
En voor zoverre gij dit doet met dank- 
zegging, met een blijmoedig hart en ge- 
laat, en niet met veel gelach — want dit is 
zonde — doch met een vreugdevol hart 
en een blijmoedig gezicht — Voorwaar 
zeg Ik: Voor zoverre gij dit doet, is de 
volheid der aarde de uwe, de beesten des 
velds en de vogelen der lucht, en hetgeen 
in de bomen klimt en op de aarde loopt; 
Ja, en het kruid, en het goede, dat de 
aarde voortbrengt, hetzij voor voedsel of 
voor kleding, of voor huizen, of voor 
schuren, of voor boomgaarden, of voor 
tuinen, of voor wijngaarden; 
Ja, alles wat in zijn jaargetijde uit de 
aarde voortkomt, is voor het welzijn en 
gebruik van de mens geschapen, om zo- 
wel het oog te behagen als het hart te 
verblijden; 
Ja, voor voedsel en kleding, voor smaak 



en reuk, om het lichaam te versterken en 
de ziel te verkwikken, En het behaagt 
God, dat Hij de mens dit alles heeft 
gegeven; 

want het werd geschapen met het oog- 
merk om met oordeel te worden ge- 
bruikt, niet overmatig, noch mogen ze 
onrechtmatig worden verkregen. 
En in niets zondigt de mens tegen God, 
dan alleen door Zijn hand niet in alles te 
erkennen en Zijn geboden niet te ge- 
hoorzamen; en tegen niemand anders is 
Zijn toom ontstoken. 
Ziet, dit is overeenkomstig de wet en de 
profeten . . . daarom, . . . weet, dat hij, 
die de werken der gerechtigheid doet, 
zijn loon zal ontvangen, namelijk vrede 
in deze wereld en het eeuwige leven in de 
komende wereld. 

Ik, de Here, heb het gesproken, en de 
Geest geeft getuigenis." (LV 59:1-24.) 
Een geestelijke instelling, broeders en 
zusters, zal tot een ieder komen, die dit 
voorbeeld zal volgen, want de Heer zelf 
heeft gezegd: ,, Voorwaar, aldus zegt de 
Here: Het zal geschieden, dat een ieder, 
die zijn zonden verzaakt, en tot Mij 
komt, Mijn naam aanroept. Mijn stem 
gehoorzaamt, en Mijn geboden onder- 
houdt. Mijn aangezicht zal zien, en we- 
ten, dat Ik ben; 

En dat Ik het ware Licht ben. Dat ieder 
mens verlicht, die in de wereld komt; 
en dat Ik in de Vader ben, en de Vader in 
Mij is, en de Vader en Ik één zijn." (LV 
93:1-3.) 

Dit is een schema, om een geestelijke 
instelling te behouden, mijn geliefde 
broeders en zusters. 
Dat wij er allen in mogen slagen, het te 
bereiken en de Heer te behagen en Hem 
te vinden, bid ik nederig, in de naam van 
Jezus Christus. Amen. D 



28 



6. oktober 1979 

Vergadering van zaterdagmiddag 




Het steunen van 
kerkelijke ambtenaren 



President N. Eldon Tanner 
Eerste Raadgever in het Eerste Presidium 



Voordat ik de autoriteiten ter ondersteu- 
ning aan de conferentie zal voorstellen, 
heeft president Kimball mij gevraagd, 
de volgende mededeling voor te lezen. 
Door de grote toename van ringpatriar- 
chen en de beschikbaarheid van patriar- 
chale diensten in de gehele wereld, be- 
noemen we ouderhng Eldred G. Smith 
nu als Patriarch Emeritus, hetgeen bete- 
kent, dat hij eervol ontslagen is van alle 
plichten en verantwoordelijkheden, be- 
horende tot het ambt van Patriarch van 
de kerk. 

President Kimball heeft me ook ge- 
vraagd, de eervolle ontheffing bekend te 
maken, met een woord van dank voor 
hun uitstekende dienst, het Algemene 
Zondagsschoolpresidium, bestaande uit 
president Russell M. Nelson, William D. 
Oswald en J. Hugh Baird. En het Alge- 
mene Jonge- Mannenpresidium, be- 
staande uit president Neil D. Schaerrer, 
Graham W. Doxey en Quinn G. 
McKay, 

De conferentie zal opmerken, dat bij het 
lezen van de namen, leden van het Eerste 



Quorum van Zeventig voorgesteld wor- 
den als nieuwe presidiums van de Zon- 
dagsschool en de Jonge-Mannen. Allen 
die hiermee instemmen, gelieven het be- 
kend te maken; allen die ertegen zijn, 
gebruik hetzelfde teken. 
Wij stellen u voor president Spencer W. 
Kimball te steunen als profeet, ziener en 
openbaarder en president van De Kerk 
van Jezus Christus van de HeiUgen der 
Laatste Dagen. 

Wie hiermee instemt, make dit bekend; 
wie ertegen is gebruike hetzelfde teken. 
Nathan Eldon Tanner, als eerste raadge- 
ver in het Eerste Presidium en Marion 
G. Romney als tweede raadgever in het 
Eerste Presidium. Wie hiermee instemt, 
make dit bekend. Wie ertegen is gebrui- 
ke hetzelfde teken. 

Wij stellen u voor als president van het 
Quorum der Twaalf Apostelen: Ouder- 
hng Ezra Taft Benson. Wie hiermee in- 
stemt, make dit bekend. Wie ertegen is 
gebruike hetzelfde teken. 
Als het Quorum der Twaalf Apostelen: 
Ezra Taft Benson, Mark E. Petersen, 



29 




LeGrand Richards, Howard W. Hunter, 
Gordon B. Hinckley, Thomas S. Mon- 
son, Boyd K. Packer, Marvin J. Ashton, 
Bruce R. McConkie, L. Tom Perry, Da- 
vid B. Haight en James E. Faust. 
Allen die hiermee instemmen, maken dit 
bekend. Wie ertegen is gebruike hetzelf- 
de teken. 

De raadgevers in het Eerste Presidium 
en de Twaalf Apostelen als profeten, zie- 
ners en openbaarders. 
Allen die hiermee instemmen, geheven 
dit kenbaar te maken. Zij die ertegen zijn 
gebruike hetzelfde teken. 
Spencer W. Kimball als trustee-in-trust 
van De Kerk van Jezus Christus van de 
Heiligen der Laatste Dagen. 
Wie hiermee instemt, make dit bekend. 
Zij die ertegen zijn gebruike hetzelfde 
teken. 

Als patriarch emeritus, Eldred G. 
Smith. Wie hiermee instemt, make dit 
bekend. Zij die ertegen zijn gebruike het- 
zelfde teken. 

Als presidium van het Eerste Quorum 
der Zeventig en als leden van het Eerste 
Quorum der Zeventig: 
Franklin D. Richards, J. Thomas 



Fyans, A. Theodore Tuttle, Neal A. 
Maxwell, Marion D. Hanks, Paul H. 
Dunn, W. Grant Bangerter. Allen die 
hiermee instemmen, maken dit bekend. 
Zij die ertegen zijn gebruike hetzelfde 
teken. 

Als overige leden van het Eerste Quorun 
der Zeventig: 

Theodore M. Burton, Bernard P. Broek- 
bank, Robert L. Simpson, O. Leslie Sto- 
ne, Robert D. Hales, Adney Y. Komat- 
su, Joseph B. Wirthlin, Hartman Rector 
jr., Loren C. Dunn, Rex D. Pinegar, Ge- 
ne R. Cook, Charles A. Didier, WiUiam 
R. Bradford, George P. Lee, Carlos E. 
Asay, M. Russell Ballard, John H. Gro- 
berg, Jacob de Jager, Vaughn J. Feather- 
stone, Dean L. Larsen, Royden G. Der- 
riek, Robert E. Wells, G. Homer Dur- 
ham, James M. Paramore, Richard G. 
Scott, Hugh W. Pinnock, F. Enzio Bu- 
sche, Yoshihiko Kikuchi, Ronald E. 
Poelman, Derek A. Cuthbert, Robert L. 
Backman, Rex C. Reeve sr., F. Burton 
Howard, Teddy E. Brewerton en Jack 
H. Goaslind jr. 

Als emeritus leden van het Eerste Quo- 
rum der Zeventig: 

Joseph Anderson, WiUiam H. Bennett, 
James A. CulUmore, Sterhng W. Sill, 
Henry D. Taylor, John H. Vandenberg 
en S. Dilworth Young. Wie hiermee in- 
stemt, make dit bekend. Wie er niet mee 
instemt gebruike hetzelfde teken. 
Als Presiderende Bisschap: 
Victor L. Brown, presiderende bisschop: 
H. Burke Peterson, eerste raadgever en 
J. Richard Clarke als tweede raadgever. 
Allen die hiermee instemmen, gelieven 
dit kenbaar te maken. Wie ertegen is 
gebruike hetzelfde teken. • 

Als regionale vertegenwoordigers: 
Alle regionale vertegenwoordigers die 
nu als zodanig werkzaam zijn. 
De Zondagsschool: Ouderling Hugh W. 
Pinnock, president, Ronald E. Poelman, 
eerste raadgever. Jack H. GoasHnd jr. 



30 



tweede raadgever en alle bestuursleden 
die nu als zodanig werkzaam zijn. 
De Jonge-Mannen: 

Robert L. Backman, president, Vaughn 
J. Featherstone eerste raadgever, Rex D. 
Pinegar tweede raadgever en alle be- 
stuursleden die nu als zodanig werk- 
zaam zijn. 

De Zustershulp vereniging: 
Barbara Bradshaw Smith, presidente, 
Marian Richards Boyer, eerste raad- 
geefster, en Shirley Wilkes Thomas, 
tweede raadgeefster en alle bestuursle- 
den die nu als zodanig werkzaam zijn. 
De Jonge- vrouwen: 

Elaine A. Cannon, presidente, Arlene D. 
Darger, eerste raadgeefster en Nor ma B. 
Smith tweede raadgeefster en alle be- 
stuursleden die nu als zodanig werk- 
zaam zijn. 
Het Jeugdwerk: 

Naomi M. Shumway, presidente, Col- 
leen B. Lemmon, eerste raadgeefster, en 
Dorthea Lou C. Murdock als tweede 
raadgeefster, en alle bestuursleden die 
nu als zodanig werkzaam zijn. 

Allen die hiermee instemmen, gelieven 



het kenbaar te maken. Wie ertegen zijn 
gebruike hetzelfde teken. 
De Kerkelijke Onderwijsraad: 
Spencer W. Kimball, N. Eldon Tanner, 
Marion G. Romney, Ezra Taft Benson, 
Gordon B. Hinckley, Thomas S. Mon- 
son, Boyd K. Packer, Marvin J. Ashton, 
Neal A. Maxwell, Marion D, Hanks, 
Victor L. Brown en Barbara B. Smith. 
Allen die hiermee instemmen, gelieven 
dit kenbaar te maken. Zij die ertegen zijn 
gebruike hetzelfde teken. 
Het Kerkelijk Comité van Financiën: 
Wilford G. Edhng, Harold H. Bennett, 
Weston E. Hamilton, David M. Kenne- 
dy, en Warren E. Pugh. - 
Het Tabernakelkoor: 
Oakley S. Evans, president, Jerold D. 
Ottley, dirigent, Donald H. Ripplinger, 
assistent-dirigent, Robert Cundick, Roy 
M. Darley en John Longhurst taber- 
nakelorganisten. 

Allen die hiermee instemmen, gelieven 
dit kenbaar te maken. Zij die ertegen zijn 
gebruike hetzelfde teken. 
President Kimball, de stemming ten 
gunste van deze ambtenaren en algeme- 
ne autoriteiten is eenparig geweest. D 



Leden van het Eerste Quorum der Zeventig 




31 




Gebeden en 
antwoorden 



Ouderling Boyd K. Packer 

van de Raad der Twaalf 



Mijn broeders en zusters, wanneer ik tot 
jonge mensen over gebed en de dingen 
die na het gebed plaats vinden ga spre- 
ken, bid ik om inspiratie. 
Wij zijn er in de kerk, over het geheel 
genomen, in geslaagd, onze leden te le- 
ren bidden. 

Zelfs onze kleintjes worden onderwezen, 
hun handjes te vouwen, hun hoofdjes te 
buigen en met fluisterende hulp van hun 
ouders en van broers en zussen, leren zij 
spoedig te bidden. 

Er is één deel van het bidden — het 
antwoord — dat wij misschien in meer 
of mindere mate verwaarlozen. 
Enkele dingen over antwoorden op het 
gebed, kun je leren, wanneer je nog heel 
jong bent en deze zullen u grote bescher- 
ming bieden. 

Op een zomeravond, vele jaren geleden, 
liep John Burroughs, een natuurkenner, 
door een druk bezocht park. Boven de 
geluiden van het stadsleven uit hoorde 
hij het fluiten van een vogel. 
Hij stopte om ernaar te luisteren! De 
mensen om hen heen hadden het niet 
gehoord. Hij keek om zich heen. Nie- 
mand anders had het opgemerkt. 
Hij maakte zich er druk om dat iedereen 
zo iets moois zou moeten missen. Hij 
nam een geldstuk uit zijn zak en wierp 
het in de lucht. Het kwam met een rinke- 
lend geluid op het plaveisel neer, dat niet 
harder klonk dan het gefluit van de vo- 



gel. Iedereen keerde zich om; dat kon- 
den zij horen! 

Het is moeilijk, uit al de geluiden van het 
stadsverkeer, het gefluit van een vogel te 
onderscheiden. Maar u kunt het horen. 
U kunt het duidelijk horen, als u zich 
oefent ernaar te luisteren. 
Een van onze zonen heeft zich altijd voor 
radio's geïnteresseerd. Toen hij een kleine 
jongen was, kreeg hij met kerstfeest een 
eenvoudige radio-constructieset voor 
beginners. Toen hij opgroeide, en wan- 
neer we het ons konden veroorloven, en 
hij het verdiende, kreeg hij meer inge- 
wikkelde apparatuur. 
In de loop der jaren heeft hij, zelfs zeer 
recent, toen ik er bij was, regelmatig met 
iemand in een verafgelegen deel van de 
wereld gesproken. 

Ik kon storende geluiden horen en af en 
toe een woord opvangen, of soms meer- 
dere woorden tegelijk. 
Toch kan hij het verstaan, want hij heeft 
zich geoefend de storing te negeren. 
Het is moeilijk, de zachte stem van inspi- 
ratie te onderscheiden van de wanorde 
van het leven. Tenzij u zich afstemt zult u 
het missen. 

Antwoorden op gebeden komen onge- 
merkt. De Schriften beschrijven die stem 
van inspiratie als een stille, zachte stem. 
Wanneer u het werkelijk probeert, kunt 
u leren aan die stem gehoor te geven. 
In het begin van ons huwelijk kwamen 



32 



onze kinderen kort na elkaar. Ouders 
van kleine kinderen zullen weten, dat het 
in die tijd iets geheel bijzonders is een 
ononderbroken nachtrust te genieten. 
Wanneer u een nieuwe baby hebt en nog 
een peuter die tanden krijgt, of één met 
koorts, kunt u misschien wel honderd 
keer in de nacht uw bed uit. (Dit is na- 
tuurlijk overdreven. Het is waarschijn- 
lijk slechts twintig of dertig keer.) 
Wij deelden onze kinderen in ,,zijn" en 
„haar" kinderen voor de nachtelijke ver- 
zorging. Zij zou opstaan voor de nieuwe 
baby en ik zou hem verzorgen, die aan 
het tanden krijgen was. 
Op een dag begonnen wij ons te realise- 
ren, dat ieder slechts het kind hoorde. 



Ik ben tot de ontdekking 

gekomen, dat de stem van 

inspiratie, meer als een gevoel, 

dan als een geluid komt . . . 



dat aan hem of haar toegewezen was, en 
heel vast sliep door het huilen van het 
andere kind. 

Wij hebben dit door de jaren heen opge- 
merkt en zijn ervan overtuigd dat je je- 
zelf kunt trainen te horen wat je wilt 
horen, te zien en te voelen wat je wenst, 
maar het vergt enige training. 
Velen van ons gaan door het leven en 
horen zelden of nooit die stem van inspi- 
ratie, omdat ,,een ongeestelijk mens 
aanvaardt niet hetgeen van de Geest 
Gods is, want het is hen dwaasheid en hij 
kan het niet verstaan, omdat het slechts 
geestelijk te beoordelen is." (1 Korin- 
tiërs 2:14.) 

De Schriften geven ons veel lessen over 
dit onderwijs. Lehi vertelde zijn zoons 
van een visioen, maar Laman en Lemuël 
weerstonden zijn leringen: 



„Want waarlijk noemde hij hun vele 
grote dingen, die moeilijk te begrijpen 
waren, indien een mens de Heer niet 
vroeg. 

En zij hadden hun hart verstokt en 
wendden zich niet tot de Here, zoals zij 
behoorden te doen." (1 Nephi 15:3.) 
Zij klaagden tegen hun jongere broer 
Nephi, dat zij hun vader niet konden 
begrijpen en Nephi stelde deze vraag: 
,,Hebt gij de Here gevraagd? 
En zij zeiden tot (hem): Dat hebben wij 
niet gedaan, want de Here maakt ons 
zulke dingen niet bekend." (1 Nephi 
15:8, 9.) 

Later waren zij van plan Nephi kwaad te 
doen en hij zei tot hen: 

Gij zijt haastig om ongerechtigheid te 
doen, doch traag om de Here uw God te 
gedenken. Gij hebt een engel gezien en 
hij sprak tot u; ja, van tijd tot tijd hebt gij 
Zijn stem gehoord. Hij heeft met zachte 
inspraak tot u gesproken, doch gij waart 
gevoelloos geworden, zodat gij Zijn 
woorden niet hebt kunnen gevoelend (1 
Nephi 17:45; cursivering toegevoegd.) 
Ik ben erachter gekomen dat inspiratie 
meer als een gevoel, dan als een geluid 
komt. 

Jonge mensen, blijft in de goede conditie 
om aan inspiratie gehoor te geven. 
Ik ben er ook achter gekomen, dat een 
fundamenteel doel van het Woord van 
Wijsheid met openbaring te maken 
heeft. 

Vanaf je jongste jaren, leren wij je thee, 
koffie, sterke drank, tabak, narcotica en 
al het andere, datje gezondheid schaadt, 
te mijden. 

En jullie weten dat wij erg bezorgd wor- 
den, als we ontdekken, dat een van jullie 
het met deze zaken niet zo nauw neemt. 
Wanneer iemand „onder de invloed van 
drugs of alcohol" staat, kan hij nauwe- 
lijks naar gewone taal luisteren; hoe 
kunnen zij dan gehoor geven aan geeste- 



33 



lijke ingevingen, die hun meest tere ge- 
voelens beroeren? 

Even waardevol als het Woord van Wijs- 
heid is als een wet van gezondheid; kan 
deze veel waardevoller voor u geestelijk 
zijn dan lichamelijk. 
Zelfs wanneer u het Woord van Wijsheid 
onderhoudt, zijn er bepaalde dingen, die 
u lichamelijk kunt overkomen, maar die 
dingen schaden in 't algemeen u niet 
geestelijk. 

Wanneer u vader of moeder wordt, leeft 
dan alstublieft niet zo, dat uw kinderen, 
door gewoonten die u van inspiratie af- 
houden, zonder leiding blijven. 
De Heer heeft een manier om zuivere 
intelligentie in onze geest uit te storten 
om ons aan te sporen en te leiden, ons te 
onderwijzen en ons te waarschuwen. 
U kunt de dingen, die u nodig hebt, on- 
middellijk weten. 



Leer inspiratie te ontvangen. 
Zelfs in uw jeugdactiviteiten is er iets, 
dat met inspiratie te maken heeft, want 
zij houden dienstbetoon aan anderen in. 
Inspiratie komt sneller, wanneer we haar 
nodig hebben om anderen te helpen, dan 
wanneer wij over onszelf bezorgd zijn. 
Nu weet ik dat sommige jonge mensen 
het ons een beetje kwalijk nemen, wan- 
neer wij opmerkingen maken over din- 
gen als de buitensporige muziek, die te- 
genwoordig geboden wordt. 
Kunt u niet zien dat u niet veel inspiratie 
zult krijgen, omdat uw gedachten er te 
veel van vervuld zijn? 
Aan de andere kant kan de juiste soort 
muziek u voorbereiden inspiratie te 
ontvangen. 

Maar u moet ook weten dat er naast 
storingen welke een uitzending kunnen 
blokkeren, ook valse signalen zijn. 



Ouderling Haight tijdens een pauze in gesprek met twee regionale vertegenwoordigers 




34 



Er zijn mensen die openbaringen ont- 
vangen hebben en stemmen gehoord, die 
met opzet door kwade bronnen gegeven 
worden om de mens te verleiden. 
U kunt leren ze te herkennen en ze toet- 
sen als u dat wilt. 

Hoe kunt u nu het verschil onder- 
kennen? 

Hoe kunt u weten of een ingeving een 
inspiratie of een verleiding is? 
Mijn antwoord hierop toont mijn groot 
vertrouwen in jonge mensen. 
Ik geloof dat jonge mensen, wanneer ze 
juist onderwezen zijn, fundamenteel ver- 
standig zijn. 

In de kerk worden wij niet uitgesloten 
van gezond verstand. In beginsel kunt u 
weten dat u niet door een rechtvaardige 
bron verleid zult worden te stelen, te 
hegen, te bedriegen, met iemand mee- 
doen, aan welk soort morele overtreding 
dan ook. U hebt een geweten net als een 
klein kind. Het zal u ingeven de dingen 
die verkeerd zijn, te onderkennen. 
Onderdruk het niet. 
De Schriften zeggen ons nog iets. 
Lees in het Boek van Mormon — Moro- 
ni hoofdstuk 7. 
Ik haal slechts één vers aan: 
„Want ziet, mijn broederen, het is u ge- 
geven om te oordelen, opdat gij goed 
van kwaad zult kunnen onderscheiden; 
en de wijze om te oordelen is even duide- 
lijk als het verschil tussen het daglicht en 
de duistere nacht, opdat gij met een vol- 
maakte kennis zult kunnen onderschei- 
den." (Moroni 7:15.) 
Leest u het hele hoofdstuk. Het vertelt 
over een manier zulke zaken te 
beoordelen. 

Wanneer u ooit in de war zult zijn en 
voelt, dat u misleid wordt, ga naar uw 
ouders en uw leiders om raad. 
Jonge mensen, u zult deze kerk leiden, 
morgen of overmorgen of overover- 
morgen. 
Wij zijn georganiseerd om u zo volledig 



mogelijk, in kerkactiviteiten en be- 
stuursaangelegenheden in te schakelen. 
U hebt al geleerd te bidden. 
Het is noodzakelijk voor u te weten hoe 
antwoord te krijgen. Het is goed, wan- 
neer u jong bent, te leren, dat geestelijke 
zaken zich niet laten dwingen. 
Soms kunt u met een probleem worste- 
len en geen antwoord ontvangen. 
Wat zou er fout zijn? 
Het kan best zijn dat u niets verkeerds 
doet. 

Het kan zijn, dat u de juiste dingen niet 
lang genoeg gedaan hebt. 
Onthoudt dat geestelijke dingen niet 
gedwongen kunnen worden. Soms zijn 
we in de war, alleen maar omdat we geen 
nee als antwoord willen hebben. 
Bij verschillende gelegenheden, wanneer 
een hd er op stond dat iets op zijn manier 
gedaan zou worden, herinnerde ik mij 
die grote les uit de kerkgeschiedenis. 
Ik zei in gedachten tegen mijzelf: 
Goed, Joseph, geef het manuscript aan 
Martin Harris. Doe het maar op je eigen 
manier en zie dan maar wat er van te- 
recht komt. Wanneer je dan beschaamd 
en in de war bent, kom dan terug en wij 
zullen je op het pad zetten, dat je eerder 
genomen zou hebben, als je nederig was 
geweest en geluisterd had. Iemand 
schreef: 

Met gedachteloze en ongeduldige han- 
den verwarren wij de plannen, die de 
Heer heeft gesmeed voor zijn kind. 
En als wij huilen van pijn, zal Hij zeggen: 
,,Wees stil nu, terwijl ik de knopen 
ontbind!" 

Stop moeilijke vragen ver weg en ga 
door met uw eigen leven. Overdenkt ze 
en bidt er zachtjes en aanhoudend over. 
Het antwoord zal niet komen als een 
bliksemflits. 

Het zal beetje bij beetje, als een kleine 
inspiratie komen, ,, regel op regel, gebod 
op gebod." (LV 98:12.) 



35 



Sommige antwoorden zullen komen 
door het lezen van de Schriften, andere 
door het horen van sprekers. 
En, zo nu en dan, wanneer het belangrijk 
is, zullen sommige door zeer directe en 
krachtige inspiratie komen. De ingevin- 
gen zullen duidelijk en niet mis te ver- 
staan zijn. U kunt nu, in uw jeugd, leren 
door de heilige Geest geleid te worden. 
Als een apostel luister ik nu naar dezelf- 
de inspiratie, die van dezelfde bron komt 
en op dezelfde wijze, dan toen ik luister- 
de als een jongen. 
Het signaal is nu veel duidelijker. 
En bij gelegenheden, wanneer het voor 
zijn werk wordt vereist, bijvoorbeeld 
wanneer wij leden tot hoge ambten in de 
ringen roepen, kunnen wij een vraag in 
gebed stellen en daarop een onmiddellij- 
ke, directe openbaring ontvangen. 
Geen boodschap werd meer in de Schrif- 
ten herhaald, als de eenvoudige gedach- 
te: „Bid, en gij zult ontvangen. . ." (LV 
4:7.) 

Ik vraag de Heer vaak om leiding. Ik wil 
echter niet gewillig ingevingen aanvaar- 
den van de een of andere onwaardige 
bron. Ik weiger ze. Ik wil ze niet hebben, 
en dat zeg ik ook. 

Jonge mensen, draag altijd een gebed in 
het hart. Laat de slaap iedere avond ko- 
men, wanneer je geest in gebed verzon- 
ken is. 

Houdt het Woord van Wijsheid. 
Lees de Schriften. 

Luister naar je ouders en naar de leiders 
van de kerk. 

Blijf weg van plaatsen en dingen waar- 
van je gezond verstand je zegt, dat ze 
inspiratie in de weg staan. 
Ontwikkel je geestelijke capaciteiten. 
Leer de storende geluiden uit te 
schakelen. 

Ontwijk de surrogaten en de 
vervalsingen. 

Leer geïnspireerd en geleid te worden 
door de heiUge Geest. 



Het is lang geleden, maar ik heb het niet 
vergeten, dat wij als piloten in de tweede 
wereldoorlog niet die elektronische uit- 
rusting hadden, als die van vandaag. 
Onze hoop in een storm was een radio- 
signaal te volgen. 

Wanneer het een gelijkmatig signaal 
was, was je op koers. Wanneer je naar 
een kant van het gelijkmatige signaal 
afweek, brak het af tot een ,,dit-da", de 
morsecode voor de letter A. Wanneer je 
naar de andere kant van het signaal af- 
dwaalde, brak de lijn afin een ,,da-dit", 
de morsecode voor N. 
Bij stormachtig weer waren er altijd ge- 
luidsstoringen. Maar het leven van me- 
nig piloot heeft afgehangen van wat hij 
boven het geraas van de machines en 
door alle geluidsstoringen heen, hoorde 
van dat soms zwakke signaal van een 
afgelegen vliegveld. 

Er is een geestelijke lijn, met een gelijk- 
matig signaal. Wanneer u weet hoe u 
moet bidden en hoe u moet luisteren, 
geestelijk luisteren, kunnen wij in het 
leven vooruitkomen, door helder weer, 
door stormen, door oorlogen, door vre- 
de en op orde blijven. 
Gebed kan een zeer algemeen iets zijn. 
Wij leren u vaak over gebed, over het 
vragen. 

Misschien hebben wij u niet voldoende 
onderwezen over het ontvangen. Dit is 
een zeer vertrouwelijk, een zeer persoon- 
lijk iets, iets dat u zichzelf moet leren. 
Begin nu, en als de jaren zich voor u 
zullen ontvouwen, u die nog erg jong 
zijt, zult u geleid worden. Die zachte, 
kleine stem zal tot u komen, en dan zult 
u zoals velen van ons te weten kunnen 
komen dat de Heer leeft. Ik ken zijn 
stem, wanneer Hij spreekt. 
Ik weet, dat Jezus de Christus is, dat Hij 
deze kerk leidt, dat Hij er heel dichtbij 
staat, dat Hij zijn profeten, zijn leiders en 
zijn volk en zijn kinderen leidt, in de 
naam van Jezus Christus. Amen. D 



36 



Joseph Smith 
de profeet 



Ouderling David B. Haight 

van de Raad der Twaalf 




De eeuwige waarheden van het evangelie 
worden door een gestadig toenemend 
aantal gelovigen in de wereld aanvaard. 
De inzet van onze lokale leden, die eens- 
gezind met onze voltijdse zendelingen 
samenwerken, resulteert in een snelle 
uitbreiding van deze kerk. 
Drie weken geleden was het mijn voor- 
recht om nieuwe ringen in Lima (Peru) 
te vormen. 

Wij vergaderden in een colosseum met 
meer dan 7.000 heiligen en onder- 
zoekers. 

Na deze bewogen, geestelijke ervaring, 
werden we op de parkeerplaats met drie 
verslaggevers van nieuwsbladen gecon- 
fronteerd. Zij vroegen: ,, Waarom bent u 
in Lima?" 

„Hoeveel leden heeft uw kerk in Peru?" 
,, Waarom groeit uw kerk zo snel?" 
„Wat zijn de plannen van uw kerk voor 
de toekomst?" 

En toen vroeg een jonge verslaggeefster: 
„Wat is het verschil tussen uw kerk en 
andere kerken?" 

De menigte was groot en drong zich om 
ons heen en het verkeer was erg luid- 
ruchtig. Wij hadden een krap 
tijdschema. 

Het was geen ideale omgeving, tenmin- 
ste geen die ik gekozen zou hebben, om 
het verschil tussen de kerk van de Heer 
en andere uit te leggen. 
Wij maakten echter van deze gelegen- 



heid gebruik, door in 't kort de afval en 
de herstelhng uit te leggen: de geschiede- 
nis levert een groot bewijs van de afval 
van de leerstelhngen zoals die door Jezus 
en zijn apostelen werden onderwezen, 
dat de organisatie van de oor- 
spronkelijke kerk corrupt werd en dat 
heilige verordeningen veranderd werden 
om het gemak van de mens te dienen en 
dat er vandaag over de gehele wereld 
goede mensen in de war gebracht wor- 
den door twistende godsdiensten, met 
verschillende leerstellingen en aanbid- 
dingsmethoden. De verslaggevers luis- 
terden aandachtig. 

Wij legden hen uit, dat er na een lange 
tijd van duisternis een door de hemel 
geleide herstelling van het ware evange- 
lie van de Heiland was, dat een jonge- 
man, Joseph Smith genaamd, gekozen 
en opgeleid was om het instrument te 
zijn, om de grondlegging te verrichten 
voor het wonderbare werk dat God als 
zijn kerk in deze laatste dagen tot stand 
gebracht heeft. Toen wij in het kort van 
de herstelling en van Joseph Smith ver- 
telden, zag ik op zeer interessante wijze, 
zijn profiel aan mijn geestesoog ver- 
schijnen. 

Terwijl het profiel van het gezicht van de 
profeet in mijn geest verbleef, dacht ik: 
„Indien deze verslaggevers en de wereld 
slechts de hele geschiedenis en de beteke- 
nis van de herstelling — van de eeuwige 



37 



zegeningen, die God voor allen beschik- 
baar heeft gesteld, konden begrijpen. 
Als zij maar konden voelen zoals ik voel. 
Als zij maar konden weten wat ik weet, 
als zij zich slechts de roeping en de rol 
van de profeet konden reaUseren." 
Ik voegde er mijn getuigenis aan toe, dat 
Joseph Smith door God was aangesteld, 
om het evangelie van Jezus Christus in 
zijn volheid te herstellen, dat hij een pro- 
feet van God was en is, dat hij God in 



„Indien deze verslaggevers en 

de wereld slechts de hele 

geschiedenis van de herstelhng 

van de eeuwige zegeningen, die 

God voor allen beschikbaar 

heeft gesteld, konden 

begrijpen. . ." 



gebed zocht en dat God tot hem sprak. 
Hij deed het werk dat Jezus, de Zoon van 
God hem geboden had te doen, en deze 
kerk, die de profeet hielp organiseren, 
bezit de sleutels en autoriteit van het 
heilige priesterschap, en is belast met de 
verantwoording, Gods plan van zalig- 
heid aan al zijn aardse kinderen uit te 
dragen. 

De mens vroeg zich toen zowel als nu af: 
„Is er een God? Kan Hij tot de mens 
spreken? Houdt Hij zich bezig met de 
persoonlijke noden van de mens?" 
Een jongeman, die met het gebed ver- 
trouwd was, en gehoor gaf aan zijn jeug- 
dig geloof, ging in een bosje, en toen hij 
zag, dat hij alleen was, knielde hij neer en 
zond de verlangens van zijn hart op naar 
God. 

Het bosje werd buitengewoon licht, hel- 
derder dan hij ooit gezien had. 
Voor hem stonden twee glorierijke per- 



sonen — die alle beschrijving te boven 
gingen. 

De een wees naar de ander en zei: „Dit is 
Mijn geliefde Zoon — hoor Hem!" 
De Zoon sprak tot de neergeknielde 
jongen. 

Aan Joseph werd gezegd, dat al de ker- 
ken fout waren — zij hadden de leerstel- 
lingen verdraaid en de verordeningen 
veranderd en de autoriteiten van het 
priesterschap verloren — en dat hij, on- 
geschoold, maar nederig, het instrument 
zou zijn, waardoor de Almachtige zijn 
werk zou herstellen. (Zie Joseph Smith 
2:15-20, Parel van Grote Waarde.) 
De heersende godsdienstige leringen van 
de wereld hadden in de harten van de 
mensen God gereduceerd tot een zwak- 
ke geest, die zich over het universum had 
uitgespreid, nergens toch overal aanwe- 
zig — vage theorieën en onzekere leer- 
stellingen zowel ten opzichte van God 
als de Godheid. 
De waarheid was verdraaid. 
Toen de jonge profeet uit het bosje 
kwam, had hij geen twijfels — hij wist 
het. 

Hij had opgezien naar de Vader en de 
Zoon. 

Zij hadden hem bezocht en hem ge- 
ïnstrueerd. 

In de eigen woorden van de profeet: ,,Ik 
had een visioen gezien, ik wist het, en ik 
wist, dat God het wist, en ik kon het niet 
ontkennen." (Joseph Smith 2:25.) 
Joseph wist nu dat God de gestalte heeft 
van een mens. Hij heeft een stem, Hij 
spreekt, Hij is vriendelijk. Hij beant- 
woordt gebeden. 

Zijn Zoon lijkt op de Vader — maar is 
een aparte en afzonderlijke persoon- 
lijkheid. 

Joseph ontdekte dat de Zoon gehoor- 
zaam is aan de Vader en de middelaar 
tussen God en de mens. 
De Heer had een man, zo sterk als staal 
nodig, één die zonder angst spot en so- 



38 




ciale en politieke druk weerstaat, één die 
op Mozes lijkt en toch groter is. 
Na verloop van tijd ontving de jonge 
profeet nog meer bezoeken. 
Joseph Smiths verklaring over het 
voortkomen van het Boek van Mor- 
mon, gepaard gaande met hemelse be- 
zoekers, is in volledige overeenstemming 
met de verschijning van God zelf aan de 
profeet. Het Boek van Mormon, een ver- 
slag van de bewoners van het oude Ame- 
rika, werd vertaald met ,,de gave en 
macht Gods" en beschikbaar gesteld 
aan alle mensen. 

Zijn bladzijden zijn ,,tot overtuiging van 
Jood en niet-Jood, dat Jezus de Christus 
is, de eeuwige God, die zich aan alle 
natiën openbaart." (Zie titelblad van het 
Boek van Mormon.) Het Boek van Mor- 
mon is het meest juiste boek op aarde en 
bevat het zuivere evangelie van Christus. 
Het is het meest waardevolle boek dat de 
mens ooit bezeten heeft. 
Tijdens de veelbewogen jaren vanaf het 
eerste visioen in 1820 tot de morgen in 
juni 1844, toen twee wagens die de licha- 
men van Joseph en Hyrum Smith mee- 
voerden, langzaam de zes uur durende 
tocht van Carthage naar Nauvoo maak- 



ten, hadden de hemelen zich geopend: 
het fundament voor dit grote werk en 
koninkrijk in deze bedeling was gelegd. 
Zijn kerk was als vanouds geor- 
ganiseerd. 

Apostelen hielden nu de benodigde sleu- 
tels van het priesterschap. 
Josephs werk was gedaan. 
Hij, noch zijn trouwe metgezellen, twij- 
felden aan zijn goddelijke roeping, want 
hij had hun zijn geïnspireerde verklaring 
duidelijk gemaakt. 

De organisatie en het priesterschap van 
de oorspronkelijke kerk van Christus is 
hersteld met apostelen, profeten, evan- 
gelisten, zeventigen, ouderlingen, bis- 
schoppen, priesters, leraren en diakenen 
— allen nodig voor het evangelie, dat 
aan elke natie gepredikt zal worden, en 
leden te sterken en hen tot het lichaam 
van heiligen samen te voegen. 
De kerk van Christus is weder opgericht 
met leerstellingen, verordeningen en au- 
toriteit, zoals door de Heiland, toen Hij 
op de aarde was, was ingesteld. 
Opnieuw is de mens geordend met 
macht en autoriteit om zijn oogmerken 
uit te dragen.. 

Onzekerheid is weggenomen, de kerk en 
het werk van de Heiland hersteld. 
De leer van het herstelde evangelie is 
veelomvattend en volmaakt. Het leert 
dat „de mens was . . . in den beginnen bij 
God . . ." (LV 93:29; cursivering toe- 
gevoegd). 

Dat betekent, dat de mens leefde, voor- 
dat hij naar deze aarde kwam. 
Hij is een eeuwig wezen. 
Joseph Smith gaf de wereld het ware 
begrip van de oorsprong van de mens, 
dat de mens naar de aarde komt met een 
goddelijk en eeuwig oogmerk. 
De geïnspireerde bijdragen van Joseph 
Smith aan al Gods kinderen van de ware 
betekenis van het leven, en de bestem- 
ming van de mens ontvouwde zich beetje 
bij beetje door de bediening van engelen 



39 



en anderen, die de Heer voor het werk 
riep. 

De gehele verklaring was zo glorierijk en 
zo onverwacht, dat de meeste mensen uit 
die tijd haar niet konden aanvaarden. 
Openbaringen aan Joseph Smith verrui- 
men de kennis van de mens, dat Jezus 
Christus gekruisigd was om de wereld 
van zonden te redden, dat door deze 




daad van verlossing het gehele mensdom 
uit het graf zal opstaan en de mogelijk- 
heid zal worden gegeven eeuwig te leven 
door gehoorzaamheid aan de 
evangeUebeginselen. 
We worden verder meer verhelderd on- 
derwezen ten opzichte van de verklaring 
van Jezus: ,,In het huis mijns Vaders zijn 
vele woningen." (Johannes 14:2.) 
We leren niet alleen van de graden van 
heerlijkheid en wie daarvoor in aanmer- 
king komen, maar dat de mens naar de 
hoogste ,, hemel" zou moeten streven die 
beschikbaar en haalbaar is door slechts 
te gehoorzamen aan al Gods geboden. 
President George Albert Smith zei: 
„Een van de mooie dingen voor mij in 
het evangelie van Jezus Christus is, dat 
het ons allen op een gemeenschappelijk 
niveau brengt. 

Het is niet nodig voor een mens ringpre- 
sident te zijn, of een hd van de Raad der 
Twaalf om een hoge plaats in het celesti- 
ale koninkrijk te verwerven. 
Indien het nederigste lid van de kerk de 
geboden van God onderhoudt, zal hij 
een verhoging ontvangen net zo groot 
als ieder ander mens in het celestiale 
koninkrijk. 

De schoonheid van het evangehe van 
Jezus Christus is dat het ons gelijk 
maakt . . . 

Wanneer wij de geboden van de Heer 
onderhouden . . . hebben wij gelijke mo- 
gelijkheden voor verhoging." {Conferen- 
tierapport van oktober 1933, blz. 25.) 
Eén van de grootste beginselen van 
Gods liefde voor zijn kinderen werd aan 
Joseph Smith in 1836 in de tempel te 
Kirtland geopenbaard. 
In een visioen zag hij iemand, die bij zijn 
leven geen gelegenheid had gehad het 
evangelie te aanvaarden. 
Een stem verklaarde, dat allen die ge- 
storven zijn, zonder op aarde de gelegen- 
heid gehad te hebben het evangelie te 
horen en te aanvaarden, dat voorrecht in 



40 



de geestenwereld zullen hebben. Wan- 
neer zij de gelegenheid gehad zouden 
hebben en het zouden hebben aangeno- 
men, zullen zij erfgenamen van het celes- 
tiale koninkrijk zijn. 
De Heer „zal alle mensen oordelen naar 
hun werken naar de verlangens van hun 
hart." (Joseph Smith — Visioen van het 
celestiale koninkrijk, vers 9, Parel van 
Grote Waarde, toevoeging.) 
„Joseph Smith, de profeet en ziener des 
Heren," schreef president John Taylor, 
„heeft, Jezus alleen uitgezonderd, meer 
voor de zaligheid des mensen in deze 
wereld gedaan dan enig ander persoon, 
die ooit op aarde heeft geleefd. 
In de korte tijd van twintig jaren heeft hij 
het Boek van Mormon het licht doen 
zien, dat hij door de gave en macht Gods 
heeft vertaald, en hij is het middel ge- 
weest om het op twee vastelanden uit te 
geven; hij heeft de volheid van het eeu- 
wig evangelie, die het bevat, naar de vier 
hoeken der aarde gezonden; hij heeft de 
openbaringen en geboden, die dit boek 
der Leer en Verbonden vormen, en vele 
andere wijze geschriften en onderrich- 
tingen voor het welzijn der mensenkin- 
deren geschreven; hij bracht vele duizen- 
den heiligen der laatste dagen bijeen, 
stichtte een grote stad, en liet een naam 
en een vermaardheid na, die niet kunnen 
worden uitgewist. Hij was een groot 
man, en hij stierf als een groot man in de 
ogen van God en van zijn volk; en zoals 
de meesten van de gezalfden des Heren 
in oude tijden heeft hij zijn zending en 
zijn werken met zijn bloed bezegeld." 
(LV 135:3.) 

Terwijl de heiligen over hun verlies 
treurden, uitte William W. Phelps, een 
trouwe metgezel, hun gevoelens toen hij 
schreef: 

Ere de man, tot wie sprak weer Jehova, 
die tot profeet werd gezalfd door de 
Heer, 
hij was d'ontsluiter der laatste bedeling. 



eens geven volk'ren en vorsten hem eer. 
Groot is zijn glorie, zijn priesterschap 
eind'loos, 

eeuwig behoudt hij de sleut'len en 
macht. 

Eenmaal gekroond naast al d'oude 
profeten, 

treedt de getrouwe in het rijk dat hem 
wacht. 

{Heilige lofzangen 6.) 
Nu de uiteindelijke herstelling heeft 
plaatsgevonden, getuig ik tot u allen — 
de herstelling aller dingen „waarvan 
God gesproken heeft bij monde van zijn 
heilige profeten, van oudsher" zijn vol- 
bracht. (Handelingen 3:21.) 
De gaven van de Geest, tekenen dat het 
evangelie hersteld is, zijn bij de ware 
heiligen. 

De gave van de heilige Geest, door wiens 
macht en invloed de mens de waarheid 
en kennis van het plan van zaligheid 
leert, is beschikbaar. 
Tempels zijn gebouwd, waar de Heer 
kan komen ,,en wederom datgene her- 
stellen, dat voor u is verloren gegaan . . . 
namelijk de volheid van het priester- 
schap." (LV 124:28.) 
De Heer zelf getuigde van de profeet 
Joseph Smith, toen Hij in januari 1847 
een openbaring aan de heiligen in Win- 
ter Quarters gaf. 

Hij zei: ,, Verwondert u daarom niet over 
deze dingen . . . doch gij zult deze aan- 
schouwen, indien gij getrouw blijft in het 
nakomen van al Mijn woorden ... tot 
Joseph Smith, die Ik door Mijn engelen 
... en door Mijn eigen stem van uit de 
hemelen heb geroepen om Mijn werk tot 
stand te brengen; 

Welks fundament hij heeft gelegd, en hij 
was getrouw, en Ik nam hem tot Mij." 
(LV 136:37, 38.) 

Joseph was de profeet van de herstelling. 
Ik getuig tot u van zijn goddelijkheid en 
zijn grootheid, in de naam van Jezus 
Christus. Amen. D 



41 




De taal: 
een goddelijke 
wijze om iets 
mede te delen 



Ouderling Charles Didier 

van het Eerste Quorum der Zeventig 



„Onze Vader, Die in de hemelen zijt, Uw 
naam worden geheiligd" (3 Nephi 13 : 
9). Een groet wordt geuit vol eerbied, 
liefde en gehoorzaamheid in deze inlei- 
ding tot een modelgebed gegeven door 
onze Zaligmaker zelf. Elk woord wordt 
gekozen vanwege de bijzondere be- 
tekenis en de inspirerende en nobele ge- 
dachten ervan, die onze ziel omhoog hef- 
fen tot een nieuw begripsniveau. Wij 
hebben hier waarlijk een uitdrukking en 
voorbeeld van goddelijke taal. 
Woorden, zinnen, talen: Wat zijn deze? 
Welke invloed hebben zij op ons, op on- 
ze gezinnen en op onze hemelse Vader? 
Eén woord — slechts een enkel, eenvou- 
dig woord — kan een verscheidenheid 
van gedachten en invloeden teweegbren- 
gen. Een combinatie van woorden kan 
betekenis hebben of kan iets uitdrukken 
wat dwaas is. Eén woord kan goedkeu- 
ring of afkeuring betekenen, een zegen 
of een vloek, twijfel of wetenschap, 
vriendschap of vijandschap. De wijze 
waarop we een woord zeggen, de intona- 
tie, kan liefde of haat veroorzaken. 
Woorden kunnen scherp zijn, melo- 
dieus, zacht gesproken, aankondigend 
of zelfs luid geroepen worden. Zij kun- 
nen voortrollen als een golf en enthou- 
siast maken en overwinning en trots uit- 
drukken. Wij lezen in Shakespeare: 
„Wie is het uit de menigte die mij roept? 



Ik hoor een stem scheller dan elke mu- 
ziek roepen , Caesar'. " (Julius Caesar, 
eerste bedrijf, tweede tafereel, regel 15- 
17.) Woorden kunnen druppel voor 
druppel doordringen als een vergif of 
wegvreten als kanker. Zij kunnen gearti- 
culeerd worden of gemompeld; maar ie- 
dere keer als er een woord gezegd wordt, 
pas dan op, want het kan nooit meer 
teruggenomen worden. Het wordt mee- 
gevoerd door de wind en is voor altijd 
weg. 

Gewoonlijk selecteren we onze woor- 
den, soms gebruiken we een bijzondere 
woordkeuze en gebruiken we zekere 
woorden om hun bedoehng en de bete- 
kenis die wij willen uitdrukken. Het ge- 
bruik varieert afhankefijk ervan of we 
vragen, iets verlangen, bidden, overre- 
den, dwingen, beïnvloeden of onder- 
werpen. 

Woorden zijn een vorm van persoonlijke 
uitdrukking. Zij tonen een verschil aan 
tussen ons, net als vingerafdrukken dit 
doen. Zij geven weer wat voor een per- 
soon we zijn, delen iets mee over onze 
achtergrond en schilderen onze wijze 
van leven. Zij beschrijven zowel ons den- 
ken als onze innerlijke gevoelens. 
Maar waar komen ze vandaan en waar- 
om is de taal zoiets bijzonders? Zij had 
haar oorsprong in het begin, zoals we 
lezen in Mozes 6:5, 6: 



42 



„En er werd een gedenkboek bijgehou- 
den, waarin in de taal van Adam werd 
geschreven, want het was gegeven aan 
zovelen, als er God aanroepen, om door 
de geest van inspiratie te schrijven; 
En door hen werd hun kinderen geleerd 
te lezen en te schrijven, een taal hebben- 
de, die zuiver en onbedorven was." 
De taal is van goddelijke oorsprong. Al- 
leen de mens kan spreken (de vrouwen 
vaak het beste) en hij doet dit vanwege 
het doel waarvoor hij geschapen is. La- 
ten wij luisteren naar Paulus toen hij zei: 
,,A1 ware het, dat ik met de tongen der 
mensen en der engelen sprak, maar had 
de liefde niet, ik ware schallend koper of 
een rinkelende cimbaal." (1 Korintiërs 



Wij moeten spreken met 

„woorden van liefde en 

waardering tot onze geliefden 

en onze buren, met een 

verlangen om op een goddelijke 

wijze iets mede te delen." 



13:1.) Toen Anacharsis werd gevraagd 
wat het beste deel van de mens was, ant- 
woordde hij: ,,De tong." Toen hem ge- 
vraagd werd wat het slechtste was, was 
het antwoord hetzelfde: ,,De tong." 
„Met haar loven wij de Here en Vader en 
met haar vervloeken wij de mensen, die 
naar de gelijkenis Gods geschapen zijn: 
uit dezelfde mond komt zegening en ver- 
vloeking voort. Dit moet, mijn broeders, 
niet zo zijn. 

Doet soms een bron uit dezelfde ader 
zoet en bitter water opwellen? Kan 
soms, mijn broeders, een vijgeboom olij- 
ven of een wijnstok vijgen opleveren? 
Evenmin kan een zilte bron zoet water 
geven." (Jakobus 3:9-12.) 



In het Boek van Mormon lezen we dat 
,,het is noodzakelijk, dat er een tegen- 
stelling in alle dingen is." (2 Nephi 2:11.) 
Wij weten echter door ervaring wat een 
tegensteUing in woorden voor mensen 
kan doen als deze niet gecontroleerd 
wordt. Als ons dus wordt aangeraden 
een rechtvaardig volk te zijn, betreft dit 
dan alleen ons handelen? Hoe staat het 
met verdorven taal, smerige taal, laag bij 
de grondse taal en woorden die kwaad, 
vuiligheid en vernietiging van lichaam 
en de ziel teweegbrengen? De naam van 
de Godheid moet gebruikt worden om 
het hart te beroeren en licht te geven; 
deze moet niet ijdel gebruikt worden of 
om te bespotten. Het schijnt dat dit 
soort taal te vaak aantrekkelijk is voor 
jonge mensen en manlijke volwassenen 
omdat dit in hun ogen een wijze is waar- 
op zij erkend worden en om hard en 
manlijk te lijken. Zou dit betekenen dat 
opvoeding en manieren, charme en eer- 
bied, uitsluitend iets voor vrouwen is? 
Hoe staat het met de taal van de zende- 
lingen, waarin woorden en uitdrukkin- 
gen gebruikt worden om hun collega's, 
onderzoekers of leiders te beschrijven op 
een wijze die niet alleen maar minach- 
tend klinkt maar ook getuigt van gebrek 
aan eerbied en liefde? 
Woorden kunnen veel teweegbrengen, 
beloften kunnen daardoor vervuld wor- 
den of wonderen volbracht. Wij kunnen 
door woorden tot tranen toe geroerd 
worden of aan het lachen gebracht, we 
kunnen ons diep ongelukkig voelen, ver- 
heven of verdoemd. ,,. . . dat de mens 
niet alleen van brood leeft, maar dat de 
mens leeft van alles wat uit de mond des 
Heren uitgaat." (Deuterononium 9:3.) 
Woorden in een gebed zijn heihg, bij- 
voorbeeld: ,,Onze Vader in de hemel"; 
of als wij een getuigenis met anderen 
delen en van de waarheid getuigen: ,,En 
nu na de vele getuigenissen, die van Hem 
zijn gegeven, is dit het getuigenis, het 



43 




allerlaatste, dat wij van Hem geven; Dat 
Hij leeft! Want wij zagen Hem, namelijk 
ter rechterhand Gods; en wij hoorden de 
stem, die getuigenis gaf, dat Hij de Enig- 
geborene des Vader is — " (LV 76:22, 
23); bij het aangeven van een toestand: 
,,Ik ben een kind van God"; als we een 
samenvatting geven van een zending: 
,, Naastenliefde vergaat nimmer" (Mo- 
roni 7:46); als wij onze gezinsleden onze 
hefde betuigen: „Ik hou van je." 
Woorden, geuit door profeten — door 
een levende profeet zoals Spencer W. 
Kimball — delen ons de wil en mening 
van de Heer mee en zij zijn een voorbeeld 
van goddelijke taal en volmaaktheid. 
„Want mijn ziel schept behagen in dui- 
delijkheid; want aldus werkt de Here 
God onder de kinderen der mensen. 
Want de Here God verlicht het verstand; 
want Hij spreekt tot de mensen in hun 
taal, zodat zij het verstaan." (2 Nephi 
31:3.) 

In een van zijn onlangs gehouden toe- 
spraken legde president Kimball bij- 
voorbeeld de nadruk op de noodzaak 
om meer talen te leren dan alleen onze 
eigen taal. ,,Wij hebben veel meer oplei- 



ding in talen nodig. Wij hebben meer 
mensen nodig die vloeiend Mandarijns 
en Kantonees spreken." (Uit het semi- 
narie voor regionale vertegenwoordigers 
van 30 maart 1979.) Door andere talen 
te bestuderen, kunnen wij ook de manier 
verbeteren waarop wij de boodschap 
van de herstelling van het evangehe aan 
de wereld brengen. Het volk des Heren 
moet zich onderscheiden van andere vol- 
ken, niet alleen door hun roeping en ge- 
drag, maar ook door de zuiverheid van 
hun taalgebruik. In Deuteronomium le- 
zen we: „Want gij zijt een volk, dat de 
Here, uw God, heilig is; ü heeft de Here, 
uw God, uit alle volken op de aardbo- 
dem uitverkoren om zijn eigen volk te 
zijn." (Deuteronomium 7:6.) 
Taal is goddelijk. Sommigen weten dit 
misschien, maar realiseren zich niet wat 
de gevolgen ervan zijn in hun gezinsle- 
ven. Liefde thuis begint met liefdevolle 
taal. Deze behoefte is zo belangrijk dat, 
zonder hefdevoUe woorden, sommigen 
geestelijk uit hun evenwicht raken, ande- 
ren emotioneel gestoord en sommigen 
kunnen zelfs sterven. Geen maatschap- 
pij kan overleven nadat het gezinsleven 
ervan is ontaard en deze ontaarding is 
altijd begonnen met een woord — een 
enkel, eenvoudig woord. 
Mijn gebed is, dat wij als kinderen van 
onze hemelse Vader Hem en zijn zoon 
Jezus Christus kunnen verheerlijken 
door woorden van liefde en waardering 
voor onze geliefden en onze buren, in 
een taal die zuiver en onbesmet is en met 
een verlangen om op een goddelijke wij- 
ze iets mede te delen. 
Onze hemelse Vader leeft: Zijn zoon is 
Jezus Christus, onze Heiland en Verlos- 
ser: zijn profeet op aarde is heden Spen- 
cer W. Kimball; hij is de woordvoerder 
van de Heer. Moge zijn gewijde naam 
voor altijd en immer geheiUgd worden 
door onze woorden, in de naam van Je- 
zus Christus. Amen. D 



44 




Daarom werd 
ik onderwezen 



Ouderling A. Theodore Tuttle 

van het presidium van het Eerste Quorum der Zeventig 



Wij hebben een Internationale Zending 
in de kerk waarover ouderling Carlos 
Asay presideert. Deze draagt zorg voor 
al de leden van de kerk die buiten de 
grenzen van de normaal gevestigde rin- 
gen en zendingsgebieden wonen. Hierbij 
inbegrepen zijn de gezinnen die in ver 
verwijderde landen wonen buiten de 
centra van de kerk. Deze gezinnen zijn 
daar over het algemeen in opdracht van 
de regering of van het leger of werken 
voor internationale handelsmaatschap- 
pijen. 

Typerend hiervoor is een gezin ver weg 
in de Indische Oceaan op het eiland Réu- 
nion. Er woont een gezin van acht perso- 
nen in Benghazi in Lybië. Nog een gezin 
van vijf personen woont in Karachi in 
Pakistan. Voor deze en vele andere ge- 
zinnen is er geen georganiseerde afdeling 
van de kerk. Zij moeten hun eigen kinde- 
ren onderwijzen. 

Veel van deze gezinnen houden regelma- 
tig ,,kerk"diensten. In werkelijkheid zijn 
het „thuis"diensten. De moeder kan 
misschien haar kleine kinderen om zich 
heen vergaderen en jeugdwerk houden. 
In dit geval dient zij als de jeugdwerkpre- 
sidente, de raadgeefster, lerares — en 
altijd als de conciërge. Als het gezin zo- 
nen heeft in de priesterschapsleeftijd 
smelten op de een of andere wijze alle 
geregelde priesterschapsambten samen 



in één — de vader — als hij hun hun 
plichten onderwijst en zijn gezin dient. 
In feite is het zo dat daar waar de kerk 
volledig georganiseerd is, de priester- 
schapsleiders en de leiders van de hulp- 
organisaties ernaar streven dat de ou- 
ders in ieder geval hun kinderen ook 
onderrichten. Vaak ontvangen deze ver- 
afgelegen families slechts weinig funda- 
menteel materiaal van de kerk. Wij heb- 
ben nu een uitstekend fundamenteel les- 
boek ter beschikking voor de mannen en 
jongens, één voor de moeders en doch- 
ters, en één voor kleine kinderen en een 
heel mooi fundamenteel boek Evangelie- 
beginselen. Over het algemeen ontvan- 
gen deze families de kerkelijke tijdschrif- 
ten, hebben het gezinsavondlesboek en 
wat het belangrijkste is, de standaard- 
werken van de kerk ter beschikking. Er 
worden activiteiten voorbereid en hun 
gezin staat in het middelpunt ervan. Als 
de ouders ondanks beperkt materiaal 
hun kinderen het evangelie onderwijzen, 
kunnen deze huisgezinnen gezegend 
worden net als welke andere dan ook in 
de kerk. De dingen die voor deze huisge- 
zinnen onontbeerlijk zijn, zijn dit ook in 
elk ander huisgezin. In feite kan het zelfs 
een zegen zijn om veraf te wonen van de 
georganiseerde kerk, omdat de gezinsle- 
den dan nader tot elkander komen en 
omdat zij de dingen niet kunnen delege- 



45 



ren aan de kerk, die een vader en moeder 
zouden moeten doen, waar zij ook wo- 
nen in de wereld. 

De Heer organiseerde in het begin de 
gezinseenheid. Het was zijn bedoeling 
dat thuis het centrum van onderwijs zou 
zijn — dat de vader en moeder de leraar 
en lerares zouden zijn. Hij heeft een raad 
gegeven die van toepassing is of het gezin 
nu binnen of buiten de grenzen van een 
georganiseerde kerkeenheid woont. Ik 
citeer slechts een paar van de talloze 
verzen: 

„En zij moeten hun kinderen eveneens 
leren te bidden en oprecht voor de Here 
te wandelen." (LV 68 : 28.) 
,,De heerlijkheid Gods is intelligentie, of 
met andere woorden, licht en waar- 
heid. . . Ik heb u geboden uw kinderen in 
licht en waarheid groot te brengen." (LV 
93:36, 40.) 

„Maar gij zult hun leren om in de wegen 
der waarheid en ingetogenheid te wan- 
delen; gij zult hun leren elkander lief te 
hebben en elkander te dienen." (Mosiah 
4:15.) 

,, Oefen de knaap volgens de eis van zijn 
weg, ook wanneer hij oud geworden is, 
zal hij daarvan niet afwijken." (Spreu- 
ken 22:6.) 

De Heer heeft gezinnen ingesteld om de 
ouders meer invloed op kinderen te ge- 
ven dan alle andere machten tezamen. 
Dit is een veilige instelling. Het geeft de 
ouders het voorrecht, het ontzagwekken- 
de voorrecht, het leven en het karakter 
van een kind te vormen, alhoewel mach- 
ten van buitenaf invloed hebben. Het 
ouderschap legt ons een bijzondere ver- 
antwoordelijkheid op. Ouders moeten 
kinderen niet alleen goede dingen bij- 
brengen, maar wij moeten slechte din- 
gen buiten houden. Daarom zijn we ge- 
waarschuwd voor de onbeperkte in- 
breuk die de media, zoals televisie, ra- 
dio, tijdschriften en kranten op ons huis 
doen. Terwijl sommige machten die in- 



vloed op onze kinderen hebben, goed 
zijn, zijn anderen dit niet. Ouders moe- 
ten voortdurend waakzaam zijn. Be- 
hoed uw kinderen voor degenen die pro- 
beren hen te vernietigen. Ouders, hoe 
zou u de proef doorstaan als uw gezin 
geïsoleerd werd van de kerk en u moest 
voorzien in de hele godsdienstige oplei- 
ding? Bent u zo afhankelijk geworden 
van anderen dat u weinig of niets thuis 
doet? Vertel me eens: hoeveel zouden uw 
kinderen van het evangelie weten als al- 
les wat zij wisten datgenen was wat hun 
thuis geleerd was? Denk hierover na. Ik 
herhaal, hoeveel zouden uw kinderen 
van het evangehe weten als alles wat zij 
wisten datgene was wat hun thuis ge- 




46 



leerd was? Onthoud dit: de kerk bestaat 
om het huisgezin te helpen. De goddelijke 
opdracht om te onderwijzen is nooit ver- 
anderd. Doe geen afstand van deze 
plicht. 

Ons is aangeraden om zelfstandig en 
onafhankelijk te worden in aardse za- 
ken. Dit is van geestelijk belang! Stel 
voor dat de omstandigheden verander- 
den. Stel voor dat u niet al de voorzienin- 
gen op kerkelijk gebied zou kunnen ont- 
vangen waaraan u gewend geraakt bent. 
Stel voor dat er veel meer verantwoorde- 
lijkheid op uw schouders gelegd werd 
om te zorgen voor het geestelijk welzijn 
van uw gezin. Zeker, u kunt de Schriften 
niet bestuderen zonder te weten dat er 
gevaarlijke tijden in aantocht zijn. Zult u 
niet beïnvloed zijn? 

Bereid u nu voor! Doet nu de nodige 
stappen om uw gezin te versterken. Be- 
steedt tijd aan gezellig samenzijn. Stelt 
familietradities in en handhaaft deze 
ook, want zij vormen blijde herinnerin- 
gen. Handhaaft disciphne met billijke 
regels en voorschriften. Betoont elkaar 
onvoorwaardelijke liefde in woord en 
daad. Ontwikkelt in een ieder een gevoel 
van eigenwaarde en zelfrespect door 
hem hef te hebben en in hem te geloven 
en hem te tonen dat hij erbij hoort. Zorgt 
voor een gevoel van zekerheid want kin- 
deren hebben dit nodig. Dit zijn de waar- 
den waaruit het leven bestaat. Vestigt 
deze en dan zullen we ons geen zorgen 
hoeven te maken over de uitspattingen 
die ons zo vaak verontrusten. Terwijl de 
profetische gebeurtenissen openbaar 
worden, is één ding zeker — we zullen 
meer op ons zelf moeten vertrouwen. 
Wij zullen meer in ons eigen gezin moe- 
ten onderwijzen. In het Boek van Mor- 
mon vinden we enkele voorbeelden: 
„Ik, Nephi, uit eerzame ouders geboren 
en daarom enigermate in al de geleerd- 
heid van mijn vader onderwezen. . ." (1 
Nephi 1:1.) Ongetwijfeld werd Nephi in 



de geestelijke dingen onderwezen — zijn 
schrijven maakt dit openbaar. Hem wer- 
den waarschijnlijk ook praktische din- 
gen geleerd want hij was een heel 
vindingrijk mens. Heden ten dage kan 
zich die zoon gelukkig prijzen, die een 
vader heeft, die hem enigermate on- 
derwijst in alles wat hij moet leren. 
Enos, de zoon van Jakob, was nog ie- 
mand die zijn vader waardeerde: 
„Ziet, ik, Enos, wist dat mijn vader een 
rechtvaardig man was, want hij onder- 
wees mij in zijn taal, en tevens in de 
lering en vermaning van de Heer. Geze- 
gend zij de naam mijns Gods daarvoor! 
Ziet, ik ging op wild jagen in de wouden; 
en de woorden, die ik mijn vader dikwijls 
had horen spreken aangaande het eeuwi- 
ge leven en de vreugde der heiligen had 
ik ter harte genomen. 
En mijn ziel hongerde; en ik knielde 
voor mijn Maker neder en riep Hem aan 
in krachtig gebed en smeken voor mijn 
ziel . . ." (Enos 1:1, 3, 4.) 
Deze grote geestelijke ervaring was de 
spil waaromheen zijn leven van dienst- 
baarheid draaide. Deze ervaring vond 
plaats vanwege de woorden van zijn va- 
der. Dit zijn prachtige voorbeelden. Het 
zijn goede voorbeelden van de invloed 
van onderwijs door de ouders. Één ding 
is onontbeerlijk. Ouders en kinderen 
moeten veel tijd met elkaar 
doorbrengen. 

Sommigen van ons ontvangen mis- 
schien algemene toejuiching voor onze 
daden. De meesten van ons zullen ons 
leven betrekkelijk anoniem door- 
brengen. Dit doet er niet toe. Dient uw 
medemensen. Hebt uw kinderen lief en 
onderwijst hen. Dan zult u op zekere dag 
door hen geprezen worden en dit zal in 
het eeuwige plan meer betekenen dan 
roem of rijkdom: 

„Ik ... uit eerzame ouders geboren en 
daarom . . . onderwezen. " In de naam 
van Jezus Christus. Amen. D 



47 



Stuur zendelingen 
uit elke natie 



Ouderling Yoshihiko Kikuchi 

van het Eerste Quorum der Zeventig 




„Broeders en zusters, we moeten het 
licht van de wereld zijn. Er wacht ie- 
mand op u." 

Ik zoek vandaag de leiding van de heilige 
Geest. President Kimball, president 
Tanner, president Romney, president 
Benson, alle broeders van de Twaalf, alle 
andere algemene autoriteiten en broe- 
ders en zusters, namens de heiligen in 
Japan en Korea, zou ik graag onze war- 
me en oprechte waardering willen uiten 
voor de engelenstemmen van het Mor- 
moons Tabernakelkoor. Gedurende 
hun onlangs gemaakte reis naar Japan 
en Korea werden zij luisterrijk ontvan- 
gen door zowel leden als niet-leden. Hun 
oprechte waardering blijkt uit de uitste- 
kende commentaren en de recenties in 
enkele van onze belangrijkste kranten. 
Ik zou deze commentaren met u willen 
delen. 

Een recensent schreef: „Je kon schoon- 
heid vinden en het diepe geluid van vol- 
ledigheid of perfectie." (Uit: Yomiuri 
Tokyo van 8 september 1979.) Een ande- 
re schreef: ,,Zij gaven ons een voor- 
proefje van de glorieuze kwaliteit en 
macht van muziek." (Uit: Kobe News 
van 10 september 1979.) En weer een 
ander schreef: „Het koor vond zijn weg 
tot de diepten van ons hart en heeft de 
meest onbeschrijflijke zin voor schoon- 
heid en gevoel bij ons achtergelaten." 
(Uit: Kyoto News van 11 september 



1979.) De president van de televisie- 
maatschappij Chukyo, één van de be- 
langrijkste organisators van de reis en 
natuurlijk geen lid van de kerk, zei dat de 
ogen van de koorleden zo mooi en rein 
stonden waardoor een diepe indruk bij 
hem en zijn assistenten achtergelaten 
werd. Zoals onze geliefde profeet, presi- 
dent Spencer W. Kimball ons al eerder 
verteld heeft: „Als wij ons hart tot onze 
hemelse Vader en zijn zoon, Jezus Chris- 
tus neigen, horen wij een symfonie van 
Heflijke muziek gezongen door hemelse 
stemmen die het evangelie van vrede ver- 
kondigen." ( Ensign van mei 1974, blz. 
46.) 

Broeders en zusters, vandaag zou ik 
mijn waardering willen uiten voor de 
vele zendelingen die naar ons land geko- 
men zijn en naar het Land van de Mor- 
genstilte. Als ik hun wonderbare werken 
zie, gaat mijn hart uit naar hun ouders, 
die hen gestuurd hebben en naar diege- 
nen die zich grote opofferingen getroos- 
ten zodat hun zoons en dochters nu op 
zending kunnen gaan. Ik ontmoette een 
moeder die in deze stad een baantje voor 
halve dagen heeft als taxichauffeuse, zo- 
dat ze haar zoon op zijn zending kon 
sturen. Ze sprak op trotse wijze over 
haar zoon, die op zijn zending was en 
zijn hemelse Vader diende. 
Mag ik met u een mooie zendeUngener- 
varing delen die ik kortgeleden opdeed. 



48 



Ik zag een wonder dat volbracht werd 
door een van uw zendelingenzoons die 
veel liefde bezat voor een onderzoeker. 
Ik ontmoette deze man op een bijzonde- 
re haardvuuravond. Hij zei: ,,Ik heb die- 
pe waardering voor de jonge mormoon- 
se zendeling die mij het belangrijkste 
ding in het leven geleerd heeft en die mij 
gelukkig gemaakt heeft. Eens zou ik 
mijn oprechte waardering willen uiten 
aan de ouders die hem geleerd hebben 
het evangelie zo na te leven.". Met tra- 
nen in zijn ogen en terwijl hij mijn han- 
den vasthield, zei hij: „Ouderling Kiku- 
chi, ik dank onze hemelse Vader voor dit 
glorierijke evangelie," en toen vertelde 
hij het volgende verhaal: „Op zekere 
dag, acht jaar geleden werd ik op mijn 
weg van het werk naar huis aangereden 
door een auto die daarna direct door- 
reed. Elf dagen lang was ik buiten be- 
wustzijn en twee jaar lang was ik in een 
ziekenhuis. Toen ik eindelijk uit het zie- 
kenhuis ontslagen werd, had mijn vrouw 
mij verlaten en had de kinderen met zich 
meegenomen. Vóór het ongeluk hadden 
we een goed gezinsleven, maar mijn le- 
ven werd een totale mislukking. Ik was 
eenzaam en gedeprimeerd, want ik had 
mijn kostbaarste bezit — mijn gezin — 
verloren. Ik probeerde vele keren zelf- 
moord te plegen. Mijn enige onderhoud 
kwam van de sociale bijstand. Ik was 
geestelijk en lichamelijk uitgeput; ik was 
net een levende plant geworden. Ik kon 
niet lopen dus bewoog ik mij voort door 
over de vloer te rollen en te kruipen. 
Op een avond ging ik naar het zieken- 
huis om mijn dokter te bezoeken voor 
het uiteindelijke resultaat van een serie 
operaties. Hij vertelde mij dat er geen 
hoop op beterschap was. Alhoewel ik 
wel verwacht had dat hij dit zou zeggen, 
was het toch een grote schok voor mij. 
Alles was verloren. Op de terugweg van 
de dokter naar huis huilde ik en zag ik 
mijn gezicht weerkaatst in het natte weg- 



dek. Het was een jammerlijk gezicht." 
Broeders en zusters, net toen hij op het 
punt stond zich voor een aanstormende 
trein te werpen, ontmoette hij een van 
uw zendlingenzoons. 
Het doet mij denken aan wat de Heiland 
zei: ,,Ik ben de goede herder en Ik ken de 
mijne en de mijne kennen Mij." (Johan- 
nes 10:14.) ,,Mijn schapen horen naar 
mijn stem en Ik ken ze en zij volgen 
Mij." (Johannes 10:27.) 
Er werd direct begonnen met huisverga- 
deringen. Hierin leerde mijnheer Sugiya- 
ma dat het evangelie waar is, dat Jezus 
Christus onze Heiland is, dat Joseph 
Smith een profeet van God was en de 
ware kerk van God in deze laatste bede- 
ling was hersteld. 

Zoals gewoonlijk nodigden zendelingen 
hem uit om naar de kerk te komen; om- 
dat hij echter niet lopen kon, zei hij, dat 
hij niet in staat zou zijn te komen. Maar 
op de sabbatmorgen werd hij vroeg wak- 
ker en zette hij dapper koers naar de 
kerk. Hoewel deze dichtbij was, kostte 
het hem bijna drie uur om de afstand af 
te leggen tussen zijn huis en het dichtst- 
bijzijnde station naar de kerk in Yoko- 
hama. De kerk in Yokohama is hoog op 
een heuvel gelegen. Van het station naar 
de kerk duurde bijna een uur, alhoewel 
het iemand gewoonlijk slechts vijf minu- 
ten zou kosten. Hij klemde zich dikwijls 
aan de muur vast, viel op de grond om 
slechts met moeite weer op de been te 
komen. Tenslotte bereikte hij de kerk 
waar het avondmaal aan de gang was. 
De zendelingen hadden nooit verwacht 
dat hij naar de kerk zou komen. Maar 
broeder Sugiyana voelde de zuivere lief- 
de van God door de zendelingen en le- 
den, en voelde zichzelf daartoe aange- 
trokken. De Heiland zei: „Een nieuw 
gebod geef Ik u, dat gij elkander liefhebt; 
gelijk Ik u liefgehad heb." (Johannes 
13:34.) 
Kort daarop volgde broeder Sugiyana 



49 



het gebod van de Heer op door zich te 
laten dopen. 

De Heer zei: „. . . tenzij iemand geboren 
wordt uit water en Geest, kan hij het 
Koninkrijk Gods niet binnengaan." (Jo- 
hannes 3:5.) 

De morgen na zijn doop werd hij opge- 
wekt en vroeg wakker. Hij strekte zijn 
benen uit om zich zoals gewoonlijk om 
te rollen. Maar deze keer broeders en 
zusters, was er iets anders dan anders. 
Hij voelde kracht in zijn benen en door 
zijn hele lichaam stroomde sterkte. Hij 
ging zitten en geleidelijk aan stond hij op 
zijn voeten. Hij had al jaren lang niet 
gestaan zonder andere hulpmiddelen. 
Hij hep die morgen met gemak! Hij 
merkte dat zijn lichaam gezond gemaakt 
was. 

De Heiland zei tegen iemand met soort- 
gelijke problemen, die door geloof gene- 
zen was: ,,. . . uw geloof heeft u behou- 
den; ga heen in vrede." (Marcus 5:34.) 
Broeder Sugiyama zei: „Ik ben door hef- 
de genezen en ik wil in vrede de weg van 
de Heer bewandelen." Broeders en zus- 
ters, wonderen zijn niet de enige tekenen 
van de ware kerk van God, maar we 
kunnen veel leren van het wonder dat 
door de Heer volbracht werd door mid- 
del van een geweldige jonge mormoonse 
zendeling die zoveel hefde bezat voor 
zijn onderzoeker. 

Liefde gaat aan het wonder vooraf. Lief- 
de is een proces, het is geen programma. 
De liefde van Christus kan welke zorgen 
in ons leven dan ook te boven komen en 




welke menselijke smart dan ook gene- 
zen. Tot al mijn vrienden waar zij ook 
mogen zijn, zeg ik, laten we tot Jezus 
komen en ,, wordt geboren uit water en 
Geest." (Johannes 3:5.) Want zoals de 
Heer zei: „En zie, wie ook in Mijn woor- 
den geloven, hen zal Ik met de open- 
baarmakingen van Mijn Geest bezoe- 
ken; en zij zullen uit Mij worden gebo- 
ren, namelijk uit water en uit de Geest." 
(LV 5:16.) 

Hoe zeer waardeer ik mijn eigen zende- 
lingen die mij de heerlijkste boodschap 
onderwezen hebben die we ooit kunnen 
horen. Ouderling Law en ouderling Por- 
ter, ik dank u. Hoe vele zielen zijn getrof- 
fen door zendelingen zoals deze? O, laat 
ons toch doorgaan voortreffelijke zen- 
delingen uit iedere natie te sturen, zoals 
onze profeet ons gevraagd heeft. En mo- 
gen wij leden van deze ware kerk genoeg 
moed hebben om voor de wereld te staan 
om deze verheven boodschap van het 
eeuwige evangelie, het herstelde evange- 
lie van Jezus Christus met ,,alle natiën, 
geslachten, talen en volken" te delen. 
(LV 77:8.) Broeders en zusters, we moe- 
ten het licht van de wereld" zijn. 
(Matteüs 5:14.) Er wacht iemand op u. 
Ik geef u mijn getuigenis van de godde- 
lijkheid van dit evangeUe. Ik weet dat 
God leeft en dat Jezus Christus de Hei- 
land van de hele wereld is. Er is onder de 
hemel geen andere naam, waardoor wij 
behouden kunnen worden (zie Hande- 
lingen 4:12). Alleen door Jezus van Na- 
zaret kunnen we gered worden. 
Ik weet dat Joseph Smith een profeet 
van God was en dat het Boek van Mor- 
mon het ware woord van God bevat. 
Deze kerk is waar. Ik weet dat president 
Spencer W. Kimball — een moderne 
Job — heden een levende profeet van 
God is. Ik heb hem lief met mijn hele 
hart en ondersteun hem met mijn hele 
ziel. In de naam van onze Heiland, Jezus 
Christus. Amen. D 



50 



Zaterdag 6 oktober 1979 

Priesterschapsbijeenkomst 




Neem de juiste 
beslissingen 



Ouderling L. Tom Perry 
van de Raad der Twaalf 



Toen ik de Tabernakel na de zaterdag- 
middagbijeenkomst van de laatste con- 
ferentie verliet, kwam ik onder de indruk 
van de rijen die zich drie uur voor het 
begin vormden om binnengelaten te 
worden in de priesterschapsbijeen- 
komst. Ik ben stil blijven staan om een 
praatje te maken met degenen in de 
rijen. Tot mijn verbazing was een groot 
percentage van de wachtenden, jonge- 
mannen, dragers van het Aaronische 
priesterschap. 

Vanavond bewijs ik jullie eer voor jullie 
toewijding. Tot deze uitverkoren gene- 
ratie van koninklijk priesterschap wil ik 
in deze bijeenkomst van onze conferen- 
tie mijn woorden richten. 
Toen ik mijn opdracht ontving om in de 
priesterschapsbijeenkomst te spreken, 
vroeg ik ouderling Backman, de nieuwe 
leider van het Jonge-Mannenpro- 
gramma om suggesties voor een onder- 
werp dat bijzonder de aandacht vraagt 
van Aaronische priesterschapsdragers. 
Binnen een paar dagen ontving ik een 
korte brief van ouderling Backman met 



zijn antwoord: ,, De jeugd staat aan het 
begin van een hoogst interessante tijd 
van hun leven. Zij zullen spoedig belan- 
grijke beshssingen nemen, die hun toe- 
komst zullen vormen, zoals zending, 
studie, beroep, huwelijk enzovoort." 
Zijn raad was te spreken over het nemen 
van juiste beshssingen. 
Bevestigd aan zijn briefje was een strip 
van ,,Peanuts" waar Linus op afgebeeld 
staat met een mooie, stevige sneeuwbal 
in zijn hand als Lucy in het beeld ver- 
schijnt. Ze neemt de toestand op en 
plaatst de volgende opmerking tegen Li- 
nus: ,,Het leven is vol keuzen. Als je wilt, 
kun je die sneeuwbal naar mij gooien. 
Als je wilt, kun je die sneeuwbal ook niet 
naar mij gooien. Maar als je kiest om die 
sneeuwbal naar mij te gooien, zal ik je 
tegen de grond slaan! Als je die sneeuw- 
bal niet naar mij gooit, zal je gespaard 
worden." 

Toen zei Linus, terwijl hij de sneeuwbal 
met een blik van afkeer op zijn gezicht 
wegwierp: „Het leven is vol keuzen, 
maar ik krijg er nooit een." 



51 



Linus heeft gelijk, dat het leven vol keu- 
zen is. Maar ik vond dat hij in het tweede 
deel geen gelijk had. Beshssingen liggen 
vóór ons bij iedere stap die we doen. 
Richard L. Evans zei in de film 's Men- 
sen zoeken naar geluk: „Het leven biedt 
twee kostbare gaven. De ene is tijd, de 
andere vrijheid van keuze — de vrijheid 
om met uw tijd te kopen wat u wilt. U 
bent vrij om uw aandeel van tijd in te 
wisselen voor sensaties. U kunt deze rui- 
len voor slechte verlangens. U kunt deze 
investeren in hebzucht. U kunt er ijdel- 
heid mee kopen; u kunt uw tijd besteden 
aan het najagen van materiële dingen. 
De vrijheid om te kiezen is aan u. Maar 
dit zijn geen voordeeltjes, want daarin 
vindt u geen blijvende voldoening." 
(Cursivering toegevoegd.) Er staat een 
prachtig verslag helemaal aan het begin 
van het Boek van Mormon over een fa- 
milie die enkele belangrijke beslissingen 
moest nemen. 

Stel je voor datje in die tijd leeft en je lid 
van Lehi's gezin bent. Je woont in Jeru- 
zalem in een heel gerieflijk huis, warm en 
beschut, omringd door veel van de goe- 
de dingen des levens. Op zekere morgen 
als je opstaat, roept je vader de familie 
bijeen voor een gezinsraad. Hij deelt 
mee, dat hij de afgelopen nacht een 
droom gehad heeft en doet jullie dan de 
ontstellende mededeling: ,,Ga je slaap- 
zakken en de tenten halen. Neem zoveel 
proviand mee als we op onze rug kunnen 
dragen. Maak je geen zorgen over het 
goud en zilver en kostbaarheden. We 
zullen daar geen plaats voor hebben. De 
Heer heeft mij geboden om de wildernis 
in te trekken." En in de Schrift staat 
vermeld ,,En hij verliet zijn huis en het 
land zijner erfenis en zijn goud, zijn zil- 
ver en zijn kostbaarheden, en nam niets 
anders mede dan zijn gezin en levens- 
middelen en tenten, en trok de wildernis 
in." (1 Nephi 2:4.) 
Als je slechts een korte afstand afgelegd 



hebt, heeft je vader nog een droom. Hij 
roept je bij zich en zegt: „Zie, ik heb een 
droom gehad, waarin de Here mij heeft 
bevolen, dat gij en uw broeders naar Je- 
ruzalem moeten terugkeren. 
Want zie, Laban heeft het geschiedboek 
van de Joden en ook een geslachtsregis- 
ter van uw voorvaderen, en ze zijn op 
koperen platen gegraveerd. 
Daarom heeft de Here mij geboden, dat 
gij en uw broeders naar het huis van 



„Het leven biedt twee kostbare 

gaven. De ene is tijd, de andere 

vrijheid van keuze — de 

vrijheid om met uw tijd te 

kopen wat u wilt." 



Laban moeten gaan, en de geschiedboe- 
ken trachten te verkrijgen en ze hier in de 
wildernis brengen." (1 Nephi 3 : 2-4.) 
Dat was me even een zware taak die de 
zonen was opgelegd, want Laban was 
een zeer rijk en machtig man. Zij mop- 
perden op hun vader en zeiden dat het 
iets moeilijks was wat hij van hen vereis- 
te. Maar één zoon zei tegen zijn vader: 
„Ik zal heengaan en doen, wat de Here 
heeft bevolen, want ik weet, dat de Here 
geen geboden aan de kinderen der men- 
sen geeft, zonder tevens de weg voor hen 
te bereiden, zodat zij zullen kunnen vol- 
brengen, wat Hij hun gebiedt." (1 Nephi 
3 : 7.) 

Deze jongemannen moesten verschillen- 
de beslissingen het hoofd bieden toen zij 
Laban benaderden om hem om de pla- 
ten te vragen. Het is uiterst interessant 
voor mij op te merken door welk proces 
zij die beshssingen maakten. Eerst was 
de beslissing het aan het toeval over te 
laten. En zij lootten en het lot viel op 



52 



Laman. Hij ging naar het huis van La- 
ban, en terwijl hij daar zat en met hem 
sprak, zei hij dat hij de verslagen ver- 
langde die op de koperen platen geschre- 
ven waren. Dit verzoek beviel Laban 
niet erg en hij werd boos en verdreef hem 
uit zijn tegenwoordigheid en wilde niet 
dat hij de geschiedboeken in handen 
kreeg. Hij zei: ,,Zie, gij zijt een rover en 
ik zal u doden." (1 Nephi 3:13.) Dat was 
genoeg voor Laman; hij vluchtte, kwam 
terug en meldde zijn broers dat het niet 
doeltreffend was om de opdracht aan 
het toeval over te laten. 
Nephi moest nog een andere beshssing 
nemen wat betreft het verkrijgen van de 
verslagen. Hij dacht aan alle weelde die 
ze thuis hadden achtergelaten, het goud 
en zilver en alle soorten rijkdom. Hij 
dacht eraan dat goud en zilver op te gaan 
halen en zich te verlaten op de dingen 
van de wereld om daarmee de verslagen 
te kopen. Zo gingen zij naar het huis van 
Laban, stalden het goud en zilver uit en 
boden aan deze kostbare dingen te ruilen 
voor de koperen platen. Toen Laban de 
kostbaarheden zag en bemerkte dat ze 
zeer waardevol waren, werd zijn begeer- 
te ernaar opgewekt. Terwijl hij naar de 
vier jongens keek tegenover al zijn 
dienstknechten, was het gemakkelijk te 
beslissen dat hij de platen zou behouden 
en de rijkdom ook. Hij stuurde zijn 
dienstknechtem achter de jongens aan 
om hen te doden en zij moesten vluchten 
en hun eigendommen achterlaten. Door 
wereldse dingen konden ze de verslagen 
niet verkrijgen. 

Nu hadden de broers van Nephi bijna 
tweemaal hun leven verloren terwijl ze 
probeerden het verslag te verkrijgen en 
daardoor waren ze niet erg met hem in- 
genomen. Nephi wilde niet opgeven; hij 
redeneerde met hen op de volgende wij- 
ze: „Laat ons nogmaals naar Jeruzalem 
gaan en getrouw zijn in het onderhouden 
van de geboden des Heren, want ziet, Hij 



is machtiger dan de gehele aarde, waar- 
om dus niet machtiger dan Laban met 
zijn vijftig of zelfs met zijn tienduizen- 
den?" (1 Nephi 4:L) Wie kon er zo'n 
logische beredenering tegenspreken? 
Natuurlijk was de Heer machtiger dan 
Laban en al zijn dienstknechten. Dus 
leidde Nephi zijn broers 's nachts buiten 
de muur van Jeruzalem. Hij kroop naar 
binnen in de richting van het huis van 
Laban en deze keer liet hij het niet aan 
het toeval over of aan wereldse dingen, 
maar hij ging erheen vol geloof. Hij zei: 
„Ik werd door de Geest geleid, van tevo- 
ren niet wetende, wat ik moest doen." (1 
Nephi 4:6.) 

Toen hij bij het huis van Laban kwam, 
vond hij een man, die op de grond geval- 
len was, dronken van wijn. Toen hij na- 
derbij kwam, ontdekte hij, dat het La- 
ban was. Laban was hem in zijn handen 
gegeven. De Heer had de weg vrijge- 
maakt om het verslag te verkrijgen. 
Door het besluit te nemen op de Heer te 
vertrouwen, had hij resultaat gehad. Wij 
kunnen een belangrijke les leren uit de 
wijze van beslissingen nemen van de 
zoons van Lehi. Natuurlijk was de me- 
thode om het besluit aan het toeval over 
te laten niet erg aanvaardbaar. 
Ik herinner me dat ik op een keer, toen ik 
bij de mariniers was en gestationeerd 
was in Pendleton in Californië, een be- 
slissing aan het toeval overliet en mijzelf 
bijna in een hoogst onplezierige situatie 
bevond. 

Mijn kameraden hadden er ieder week- 
end bij mij op aangedrongen om met 
hen naar een dancing in Los Angeles te 
gaan om plezier te hebben. Elk week-end 
werd ik aangemoedigd om mee te gaan. 
Na hen een paar weken lang weerstaan 
te hebben, omdat ik dacht dat dat niet de 
juiste plaats voor mij was, besloot ik het 
eenmaal aan het toeval over te laten om 
te zien hoe het af zou lopen. 
Ik vertrok met hen in de richting van 



53 



deze grote dancing in Los Angeles. Wij 
gingen met de tram en terwijl deze ver- 
derreed van halte tot halte, liep deze vol 
met vele jonge dames. Zij waren niet het 
type in wier gezelschap ik ooit tevoren 
geweest was. Zij waren erg vrijpostig. Ik 
voelde mij niet op mijn gemak in hun 
gezelschap. Toen ze mij benaderden pas- 
te ik een taktiek toe die een marinier 
volkomen onbekend is. Ik trok mij 
terug. 

Op de achterste bank van de tram ont- 
dekte ik vier jonge dames, die zich vol- 
komen anders gedroegen. Ik vroeg hen 
of ze naar het dansen gingen en hun 
antwoord was: ,,Ja, maar niet naar de- 
zelfde waar u heengaat." Toen zeiden ze: 
„Wij gaan naar de Adams-wijk naar een 
mormoonse dansavond. Weet u iets 
over de mormoonse kerk?" Ik was ver- 
baasd, en opgelucht en gewiUig ging ik 
met hen de tram uit en ik had een heerlij- 
ke avond in de Adams-wijk. Heb meer 
zelfvertrouwen in plaats van je besHssin- 
gen aan het toeval over te laten. 



De besHssing door Nephi en zijn broers 
genomen om hun vertrouwen te stellen 
op de dingen van de wereld bleek niet 
meer succes te hebben dan deze aan het 
toeval over te laten. Tijdens het bijwo- 
nen van een ringconferentie sprak ik met 
een vader. Hij vertelde mij over de druk 
waaronder zijn tienerdochter stond om 
de gewoonten van de wereld te volgen en 
hoe ze de beslissing gemaakt had haar 
leven niet te laten beïnvloeden door die 
druk. 

In haar klas op school was zij het enige 
lid van de kerk. Ze was een populaire 
jonge dame bij de jongens en ze had veel 
gelegenheden om gevraagd te worden 
voor afspraakjes. De jongens in haar 
klas leefden niet volgens de standaarden 
die haar geleerd waren in onze kerk. Zij 
nam het besluit om elke jongen die haar 
voor een afspraakje vroeg te vertellen 
volgens welke standaarden zij leefde. Als 
zij met hun uit zou gaan, zou er van hen 
verwacht worden dat zij zich zouden ge- 
dragen in overeenstemming met haar 




54 



maatstaven. Ze wilde zo'n toezegging 
van hen hebben voordat zij een af- 
spraakje zou aannemen. 
Op zekere dag kwam de grote voetbal- 
held van de school, vóór de belangrijkste 
dans van het hele jaar, naar haar toe en 
zei: „Je weet dat ik je zou willen vragen 
met mij naar het bal te gaan als je je 
maatstaven alleen maar een beetje zou 
willen verlagen." 

Er klonk geen aarzeling in haar stem 
toen ze antwoordde: „Als ik met jou uit 
zou gaan, zou ik mijn standaarden verla- 
gen." Wees sterk genoeg in je besluit om 
de gewoonten van de wereld niet na te 
volgen. Nephi had succes toen hij zijn 
besluit nam om geloof te hebben in de 
Heer en zijn wegen te bewandelen. 
Een paar jaar geleden verscheen er in de 
Church News een heel interessant artikel 
over een jongeman die zijn besluit nam 
om op de wegen van de Heer te vertrou- 
wen. In het artikel staat: 
President Spencer W. Kimball is een 
voortdurende inspiratie voor de kerk. 
Dit is niet alleen zo door wat hij zegt, 
maar ook door wat hij doet. Toen hij de 
gebiedsconferentie in Stockholm toe- 
sprak, openbaarde hij het geheim van dit 
succes. Hij zei: 

„Als ik de koeien aan het melken was of 
aan het hooien was, had ik tijd om na te 
denken. Ik peinsde erover en nam dit 
besluit: Ik, Spencer Kimball, zal nooit 
enige vorm van sterke drank aanraken. 
Ik, Spencer Kimball, zal nooit tabak 
aanraken. Ik zal nooit koffie drinken, 
noch zal ik ooit thee proeven — niet 
omdat ik uit kan leggen waarom ik dit 
niet zou doen, behalve dat de Heer ge- 
zegd heeft het niet te doen. Hij zei dat 
deze dingen een gruwel waren. Vele an- 
dere dingen zijn dit ook en staan niet in 
het Woord van Wijsheid. Maar ik nam 
die beslissing. 

Dat is wat ik probeer te bewijzen. Als 
kleine jongen besloot ik toen: Ik zal die 



dingen nooit aanraken. En dus, omdat 
ik dit besloten had, was het makkelijk ze 
te volgen, en ik bezweek niet. Er kwa- 
men vele verzoekingen, maar ik analy- 
seerde ze niet eens; ik stond er niet bij stil 
ze te overwegen en te zeggen: Zal ik of 
zal ik niet? Ik zei altijd tegen mezelf: Ik 
heb toch besloten om het niet te doen. 
Daarom doe ik het ook niet." 
President Kimball vervolgt: ,,Ik zou al- 
leen maar willen zeggen dat ik spoedig 
een nieuw leven ga beginnen en dat ik 
nog nooit thee, noch koffie, noch tabak, 
noch welke soort sterke drank dan ook, 
noch drugs geproefd heb. Dat mag u erg 
aanmatigend klinken, maar ik probeer 
alleen deze aanwijzing te geven: dat als 
elke jongen en elk meisje — als hij of zij 
wat volwassener begint te worden en wat 
onafhankelijker van zijn vrienden en zijn 
familie en van iedereen — als elke jongen 
en elk meisje het besluit zou nemen: ,Ik 
wil niet toegeven,' dan hindert het niet 
wat voor verzoeking het is: Ik heb mijn 
besluit genomen. Dat staat vast." 
{Church News van 4 oktober 1975; lees 
ook het Conferentierapport van de ge- 
biedsconferentie voor Denemarken, 
Finland, Noorwegen en Zweden van au- 
gustus 1974, blz. 86, 87.) 
Als wij allemaal zijn voorbeeld zouden 
volgen bij het nemen van onze beshssin- 
gen, gebaseerd op ons geloof in de Heer 
Jezus Christus, wat zou dit dan een ver- 
andering in ons leven teweegbrengen. 
Jullie, jeugd van het edele geslacht, neem 
hier vanavondje beslissing: ,,Ik zal heen- 
gaan en doen, wat de Here heeft bevo- 
len." (1 Nephi 3:7.) 

Er ligt kracht in zijn wegen. Er is geen 
grotere vreugde in dit leven dan om in 
zijn dienst te staan. Ik geef jullie mijn 
plechtige getuigenis dat een besluit om te 
leven overeenkomstig zijn wet jullie eeu- 
wig leven zal brengen. In de naam van 
Jezus Christus. Amen. D 



55 



De regeerders 



Ouderling William R. Bradford 

van het Eerste Quorun der Zeventig 




Mijn geliefde broeders, dit is een ontroe- 
rend ogenblik. In geen andere tijd is er 
een dergelijke verzameling geweest van 
de uitverkoren zonen van God. Als het 
niet door de macht van de Geest was, 
kon ik het gewicht van dit ogenblik niet 
verdragen. 

Ik heb het sterke gevoel om u, mijn broe- 
ders, mijn innige liefde te betuigen. Mijn 
vertrouwen in u kan alleen maar vergele- 
ken worden met mijn vertrouwen in de 
Meester, die wij volgen. Te weten dat wij 
broeders zijn, schenkt mij grote vreugde. 
Ik zou u nooit bekritiseren, maar omdat 
ik van u houd en omdat we inderdaad 
broeders zijn, heb ik het gevoel dat ik 
open en rechtstreeks tot u kan spreken. 
Het feit dat u het priesterschap draagt, is 
geen toeval. Het bewijst dat u door de 
wateren van de doop bent gegaan. U 
bent geïnterviewd door de rechters van 
Israël en waardig bevonden om Gods 
regeerders te zijn. Uw status als regeer- 
ders is en blijft afhankelijk van het in 
overeenstemming zijn met de voorwaar- 
den die de Vader en zijn zoon, Jezus 
Christus, in ons voorsterfelijk bestaan 
hebben gesteld. U hebt die voorwaarden 
toen aangenomen en door uw ordening 
en tegenwoordige waardigheid hebt u 
deze hier aangenomen. Hierbij is niets 
toevallig. Het is een ernstige zaak. Het is 
zo belangrijk dat Gods aangelegenheden 



op aarde en de zaligheid van het hele 
mensdom ervan afhangen. 
Laat mij, opdat u beter kunt begrijpen 
wat het betekent de regeerders te zijn, 
verklaren hoe u betrokken bent bij het 
regeren van de kerk en wel op drie gebie- 
den; het individuele, het ge zins- en de 
officieel ingestelde kerk. 
U, als enkeling vormt de kerk. De Heer 
sloot een verbond met zijn getrouwe zo- 
nen, dat zij „de kerk en het koninkrijk, 
en de uitverkorenen Gods" (LV 84 : 34; 
cursivering toegevoegd) zouden worden. 
U dan, door uw getrouwheid als pries- 
terschapsdrager wordt de kerk. De kerk 
zal bestuurd worden alleen als u uzelf 
bestuurt. 

Het meest fundamentele grondbeginsel 
van waarheid waarop het hele plan van 
God gebaseerd is, is de vrije wil. Als 
enkeling hebt u het recht uzelf te bestu- 
ren. Het is een goddelijke gave aan u, te 
denken en te handelen volgens uw eigen 
wens. Het is uw beslissing. 
Er moet echter verklaard worden dat 
hoewel u de vrije wil hebt om voor uzelf 
te kiezen, u niet het recht hebt te kiezen 
wat het resultaat zal zijn van uw beshs- 
sing. De resultaten van wat u denkt of 
doet worden door wetten bestuurd. Uit 
het goede komt het goede voort; uit het 
kwade het kwade. U bestuurt uzelf door 
u te onderwerpen aan de orde van de 



56 



wet. Als u gehoorzaam bent aan Gods 
wet blijft u vrij. U gaat vooruit en wordt 
volmaakt. Als u ongehoorzaam bent 
aan Gods wet bindt u zichzelf aan datge- 
ne, wat uw vooruitgang tegenhoudt. U 
wordt verontreinigd en onwaardig om 
deelgenoot te zijn met degenen die reiner 
en kuiser zijn. 

Laat mij u tonen hoe dit beginsel van 
zichzelf besturen uw leven beïnvloedt. Ik 
geloof niet dat het u zou verbazen te 
horen dat een heel groot aantal, zowel 
Aaronische als Melchizedekse priester- 
schapsdragers, evenals onze zusters hun 
vrije wil op zo'n wijze uitoefenen dat zij 
de gewoonte ontwikkeld hebben uren- 
lang televisie te kijken. Velen hebben 
twintig uur of meer per week bereikt. 
Gods plan schrijft voor dat we onze tijd 
op deze aarde besteden met werken. 
Werk betekent zelf geestelijk en lichame- 
lijk bezig zijn. Vele uren per week 
geïndoctrineerd te worden door de tele- 
visie, die veel duivelse dingen vertoont, 
schijnt niet aan deze vereiste te voldoen. 
Zelfs als de televisie niet vol dwaasheid, 
geweld, onzedelijkheid en vuile taal stak, 
zou de amusementswaarde nog steeds de 
verspilhng van tijd niet rechtvaardigen. 
U bent hier om te werken, om de zaken 
van de Heer te besturen maar niet om 
geamuseerd te worden. De apostel Pau- 
lus sprak recht op de man aftoen hij aan 
Titus schreef: 

„Alles is rein voor de reinen, maar voor 
hen, die besmet en onbetrouwbaar zijn, 
is niets rein. Maar bij hen zijn zowel het 
denken als het geweten besmet. 
Zij belijden wel, dat zij God kennen, 
maar met hun werken verloochenen zij 
Hem, daar zij verfoeilijk en ongehoor- 
zaam zijn en niet deugen voor enig goed 
werk." (Titus 1:15, 16.) 
Het priesterschap dragen betekent de 
opdracht gekregen te hebben van de 
Heer om te handelen zoals Hij zou han- 
delen als Hij hier persoonlijk was. Is uw 



gewoonte om televisie te kijken verenig- 
baar met die heilige opdracht? Als u de 
gewoonte hebt om twintig uur per week 
televisie te kijken en u zich zou bekeren 
en deze veranderen in een gewoonte om 
het evangeUe te bestuderen, dan kon u in 
één jaar het Boek van Mormon, de Leer 
en Verbonden, de Parel van Grote 



„Broeders, in enkele dingen 

blijft er een vrij groot verschil 

bestaan tussen wat we zijn en 

wat we moeten worden." 



Waarde en de hele Bijbel lezen. Boven- 
dien kon u Jezus de Christus, De Artike- 
len des Geloofs, Evangeliebeginselen, ba- 
sislessen voor priesterschapsdragers, ba- 
sislessen voor zusters, basislessen voor 
kinderen, alle drie delen van De leer tot 
zaligmaking. Het wonder der vergeving. 
Evangelieleer en Zijn kerk hersteld lezen 
en kon dan de Bijbel, het Boek van Mor- 
mon, Leer en Verbonden en de Parel van 
Grote Waarde herlezen. Dan heeft u ook 
nog tijd over om De Ster te lezen. Dit is 
gebaseerd op uw vermogen om slechts 
tien bladzijden per uur te lezen. De 
doorsnee mens kan twintig bladzijden of 
meer per uur lezen. Als u tot de gemid- 
delden behoort, hebt u nog tien uur per 
week over om uzelf te brengen tot ande- 
re activiteiten, die tot opbouw van het 
koninkrijk zijn, zoals een persoonlijk 
dagboek bijhouden, genealogie en tem- 
pelwerk, meer huisonderwijs, welzijns- 
zorgdiensten en het betrokken zijn bij 
dingen die het burgerlijk leven en het 
vaderland betreffen om onze vrijheid te 
beschermen en nog veel meer. Ik her- 
haal: „Alles is rein voor de reinen, maar 
voor hen, die besmet en onbetrouwbaar 



57 



zijn, is niets rein. Maar bij hen zijn zowel 
het denken als het geweten besmet. 
Zij belijden wel, dat zij God kennen, 
maar met hun werk verloochenen zij 
Hem, daar zij verfoeilijk en ongehoor- 
zaam zijn en niet deugen voor enig goed 
werk." (Titus 1 : 15, 16.) 
U allen bent lid van de meest fundamen- 
tele eenheid van de kerk, het gezin. En- 
kelen van u zijn nog geen vader, maar 
bereiden zich voor om dit te worden. Als 
vader hebt u het goddelijke recht en de 
phcht uw gezin te besturen volgens een 
voorbeeld dat de Heer gesteld heeft. 
Omdat het gezin de fundamentele een- 
heid van de kerk is, daarom is het zo dat, 
zoals het gezin bestuurd wordt, zo wordt 
de kerk bestuurd. 

De Heer verwacht van u dat u een sys- 
teem invoert om het evangelie na te le- 
ven dat op het gezinsleven gericht is. De 
oproep om het gezin te besturen bete- 
kent om de leden ervan hef te hebben, te 
onderwijzen en te motiveren zodat het 
hun persoonlijke besluit zal , zijn zich te 
verenigen met het gezamenlijke doel 
voor ogen om Gods plan na te volgen. 
Het is belangrijk hierbij om geloof in de 
Heer Jezus Christus te ontwikkelen. 
Zonder geloof kan niemand op positieve 
wijze het levenspatroon volgen dat 
Christus ons heeft bijgebracht. 
Geloof in Christus wordt ontwikkeld 
door vasten en bidden, waardoor een 
geestelijke band ontstaat en door het 
bestuderen van de leringen van Christus 
zoals deze vervat zijn in de heihge Schrif- 
ten. Als geloof zich begint te ontwikke- 
len en iemand Christus' levenspatroon 
begint te begrijpen, dan zal de noodzaak 
om bekering te begrijpen en stappen in 
die richting te doen, ook duidelijk 
worden. 

Omdat sommige besHssingen van de ge- 
zinsleden verkeerd zullen zijn en hun 
vooruitgang zullen tegenhouden en hun 
zullen bezoedelen, moet er voor hun een 



manier zijn om gereinigd te worden en in 
de juiste koers teruggebracht te worden. 
Zij zullen moeten weten hoe zij zonden, 
zowel door deze te begaan als door te 
verzuimen bepaalde dingen te doen, 
kunnen herkennen, en geestelijk zo zui- 
ver te zijn door hun geloof en vertrou- 
wen in Christus, zodat zij berouw hebben 
over die zonde. Zij moeten het proces 
van belijden kennen en aangespoord 
worden om de schade te vergoeden en te 
besluiten de zonde na te laten. 
Natuurlijk wil een persoon, die geloof in 
Christus ontwikkelt en stappen doet in 
de richting van bekering, ernaar streven 
de geboden te onderhouden. De hande- 
lingen in zijn leven zullen christelijker 
worden. Een christelijk persoon zal zich 
verenigen met de andere gezinsleden en 
zal hen dienen. Hoe kunt u dan het gezin 
besturen? Door de kracht van het pries- 
terschap. ,,Door overreding, lank- 
moedigheid, zachtmoedigheid, oot- 
moed, en door ongeveinsde hefde; 
Door vriendelijkheid en zuivere kennis, 
die de ziel zonder huichelarij en zonder 
bedrog grotelijks zal ontwikkelen — 
Intijds met scherpe woorden bestraffen- 
de, wanneer door de Heilige Geest daar- 
toe gedreven." (LV 121 : 41-43.) 
U onderwijst vasten en gebed. U onder- 
wijst de leer die vervat is in de heilige 
Schriften en moedigt hen aan persoon- 
lijk en regelmatig te studeren. U bent zelf 
ermee bezig en onderwijst tevens de 
stappen tot bekering. U bent gehoor- 
zaam aan de geboden en onderwijst de- 
ze. U dient elkaar. Dan is het voorbeeld 
gevestigd van een systeem om het evan- 
geUe thuis in het gezin na te leven door: 
geloof in Christus, bekering, het onder- 
houden van de geboden en elkaar te die- 
nen. Dit systeem voldoet aan alle we- 
reldlijke en geestelijke noden van de ge- 
zinsleden van welke leeftijd dan ook. 
De oorspronkelijke organisatie van de 
kerk bestaat uit een goddelijk, ordelijk 



58 




systeem waardoor wij persoonlijk en als 
gezin op een georganiseerde wijze samen 
kunnen komen om onderwezen te wor- 
den in Gods plan voor onze zaligheid, 
om verbonden te sluiten en de zaligma- 
kende verordeningen aan elkaar te be- 
dienen, gebruikmakende van de macht 
en het gezag van het priesterschap. 
Dit is de gevestigde kerk. Zij organiseert 
de vrijwillige diensten van de leden van 
de kerk door programma's en hulporga- 
nisaties die bestemd zijn als hulpmiddel 
voor enkelingen en gezinnen. Deze 
programma's en hulporganisaties moe- 
ten geleid worden door — en een hulp 
zijn voor het priesterschap. Leden die 
geroepen zijn hierin te dienen, moeten 
zich onderwerpen aan deze leiding. Tn 
deze programma's moet nooit eigen- 
machtig gehandeld worden. Als dit ge- 
beurt, scheppen wij een systeem om het 
evangelie na te leven dat op de kerk ge- 
richt is, in plaats van een systeem om het 
evangelie na te leven dat op het gezin 
thuis is gericht. Dit is niet de wijze van de 
Heer. Hij heeft ons het proces geleerd. 



Zijn opdracht is te onderwijzen, te ver- 
manen, te dopen en over de kerk te 
waken. 

Bezoek het huis van ieder lid en spoor 
hen aan hardop en in stilte te bidden en 
alle huiselijke plichten na te komen. 
Wees met hen en versterk hen en zie erop 
toe dat er geen ongerechtigheid in de 
kerk is, noch ongenoegen met elkaar, 
noch leugen, noch lasteren, noch kwaad- 
spreken. En toe te zien dat alle leden hun 
plicht doen. (Zie LV 20:50, 51, 53-55.) 
Deze plicht om te besturen, vergist u zich 
niet, werd opgedragen aan het Priester- 
schap. Wij houden van de hulporganisa- 
ties en hebben deze nodig. Zij worden 
geleid door grote en gelovige leiders. 
Maar de eigenlijke naam die zij dragen is 
hulporganisatie, hetgeen betekent dat zij 
,,een hulp" zijn en dit zou ons duidelijk 
moeten maken dat het volle gewicht van 
het kerkbestuur direct op het priester- 
schap rust. 

Als een persoon of een gezin hulp nodig 
heeft bij het tot stand brengen van hun 
wereldlijke en geestelijke zaligheid, is het 
de verantwoording van het priester- 
schap. Als het priesterschap hulp nodig 
heeft bij dit werk, en dat zal zeker, dan 
zal deze zich wenden tot de hulp- 
organisaties. 

De tijd moet spoedig komen, dat wij als 
bestuurders volledig onze verantwoor- 
ding dragen als de herders van Israël. 
Ons werk moet niet gedaan worden vol- 
gens de klok of wanneer het in ons sche- 
ma past, maar wanneer het noodzakelijk 
is. 

Broeders, in enkele dingen blijft er een 
vrij groot verschil bestaan tussen wat we 
zijn en wat we moeten worden. 
Dat wij onze rol als de bestuurders mo- 
gen begrijpen en vervullen door onze le- 
vende profeet, die de woordvoerder van 
God is, op de voet te volgen. Dit smeek 
ik in de naam van Jezus Christus, onze 
Meester. Amen. D 



59 



Geloof in de 

Here Jezus Christus 



President Marion G. Romney 

Tweede raadgever in het Eerste Presidium 




Broeders, ik heb besloten vanavond tot 
u te spreken over „geloof in de Here 
Jezus Christus," de profeet Joseph 
Smith noemt dat ,,het fundamentele be- 
ginsel . . . van het evangelie." (Vierde 
Artikel des Geloofs.) 
De Schriften laten geen twijfel bestaan 
over de betekenis van een dergelijk ge- 
loof. In het prille begin leerde een engel 
die door de Here was gezonden Adam al 
dat het offer ,,een gelijkenis" was ,,van 
de offerande van de Eniggeborene des 
Vaders, . . ." 

„Daarom," voegde gij (de engel) eraan 
toe, ,,zult gij alles, wat gij doet, in den 
naam des Zoons doen, en gij moet u 
bekeren en God voor altoos in den 
Naam des Zoons aanroepen." (Mozes 
5:7, 8.) 

Nephi leerde zijn volk aldus: 
,, Voorwaar, zeg ik u, zo zeker als . . . de 
Here God leeft, ... er (is) geen andere 
naam onder de hemel gegeven, waar- 
door een mens zalig kan worden, dan 
deze Jezus Christus. . ."(2 Nephi 25:20.) 
Ongeveer vierhonderd jaar later ver- 
klaarde koning Benjamin: 
„En verder zeg ik u: Er zal geen andere 
naam worden gegeven, noch enige ande- 
re wijze, noch enig ander m\ddel, waar- 
door de zahgheid tot de mensenkinderen 
kan komen, dan alleen in en door de 
naam van Christus, de Almachtige He- 
re." (Mosiah 3:17.) 



Toen de Sadduceeën Petrus en Johannes 
vroegen: ,,Door welke kracht of door 
welke naam" zij de lamme man hadden 
genezen, „zeide Petrus, vervuld met de 
heilige Geest, tot hen: Oversten van het 
volk en oudsten, indien wij thans in ge- 
hoor genomen worden ter zake van een 
weldaad aan een ziekte, waardoor hij 
gezond geworden is, dan moet aan u 
allen en het ganse volk van Israël bekend 
zijn, dat door de naam van Jezus Chris- 
tus, de Nazareeër, die gij gekruisigd 
hebt, maar die God heeft opgewekt uit 
de doden, dat door die naam deze hier 
gezond voor u staat ... En de behoude- 
nis is in niemand anders, want er is ook 
onder de hemel geen andere naam aan 
de mensen gegeven, waardoor wij moe- 
ten behouden worden." (HandeHngen 
4:7-10, 12.) 

Jezus verklaarde zelf aan de Farizeeën: 
,, Indien gij niet gelooft, dat Ik het ben, 
zult gij in uw zonden sterven." (Johan- 
nes 8:24.) 

En in deze laatste dagen verklaarde de 
Heer tegenover de profeet Joseph Smith, 
OUver Cowdery en David Whitmer: 
,, Neemt de naam van Christus op u, en 
spreekt de waarheid met ernst. En allen, 
die zich bekeren en in Mijn naam die 
Jezus Christus is, worden gedoopt, en 
tot het einde toe volharden, zullen zalig 
worden. 
Ziet, Jezus Christus is de naam, die door 



60 



de Vader is gegeven, en er is geen andere 
naam gegeven, waardoor de mens kan 
zalig worden; 

Daarom moeten alle mensen de naam 
op zich nemen, die door de Vader is 
gegeven, want met die naam zullen zij 
ten laatsten dage worden geroepen; 
Indien zij daarom de naam niet weten, 
waarmede zij worden geroepen, kunnen 
zij geen plaats hebben in het koninkrijk 
Mijns Vaders." (LV 18:21-25.) 
Ik veronderstel dat de voorgaande ver- 
klaringen voldoende zijn om vast te stel- 
len dat de Schriften leren dat geloof in de 
Here Jezus Christus onmisbaar is voor 
het verkrijgen van zaligheid. 
Dit is het geval, omdat Jezus door zijn 
verzoening en door zijn overwinning 
over het graf de mogelijkheid voor de 
mens schiep om zijn zonden vergeven te 
krijgen en uit het graf opgewekt te 
worden. 

Met betrekking tot dit punt zegt de op- 
gestane Jezus tegen de Nephieten: ,,Ziet, 
Ik heb u Mijn evangelie gegeven, en dit is 
het evangelie, dat Ik u heb gegeven, dat 
Ik in de wereld ben gekomen om de wil 
van Mijn Vader te doen, omdat Mijn 
Vader Mij heeft gezonden. 
En Mijn Vader heeft Mij gezonden op- 
dat Ik aan het kruis zou worden verhe- 
ven, en opdat Ik, nadat Ik aan het kruis 
was verheven, alle mensen tot Mij mocht 
trekken, en zoals Ik voor de mensen was 
verheven, de mensen door de Vader zou- 
den worden verheven om voor Mij te 
staan en volgens hun werken te worden 
geoordeeld, hetzij die goed of kwaad zijn 

En hiertoe werd Ik verheven; daarom zal 
Ik volgens de macht van de Vader, alle 
mensen tot Mij trekken, opdat zij vol- 
gens hun werken mogen worden 
geoordeeld. 

En het zal geschieden, dat een ieder, die 
zich bekeert en in Mijn naam wordt ge- 
doopt, (met de Heilige Geest) zal wor- 



den vervuld; en indien hij tot het einde 
toe volhardt, ziet, dan zal Ik hem schul- 
deloos houden voor Mijn Vader ten da- 
ge, dat Ik zal staan om de wereld te 
oordelen. 

En ook hij, die niet tot het einde toe 
volhardt, wordt neergehouwen en in het 
vuur geworpen, waaruit men wegens de 
rechtvaardigheid van de Vader niet kan 
terugkeren. 

En niets onreins kan Zijn koninkrijk in- 
gaan; daarom gaat niemand in Zijn rust 
in, dan zij, die hun klederen in Mijn 
bloed hebben gewassen, wegens hun ge- 
loof, en de bekering van al hun zonden, 
en hun getrouwheid tot aan het einde. 
Welnu, dit is het gebod (de opgestane 
Jezus spreekt hier): Bekeert u, al gij ein- 
den der aarde, en komt tot Mij en wordt 
in Mijn naam gedoopt, zodat gij door 
het ontvangen van de Heilige Geest 
moogt worden geheiligd, opdat gij ten 
laatsten dagen vlekkeloos voor Mij 
moogt staan. 

Voorwaar, voorwaar, zeg Ik u, dit is 
Mijn evangelie." (3 Nephi 27:13-17, 19- 
21.) 

Dit is, natuurlijk, de volmaakte definitie 
van het evangehe. Deze werd echter als 
een soort samenvatting gegeven nadat 
de opgestane Jezus dagen — misschien 
zelfs weken — had besteed om de Ne- 
phieten de beginselen en verordeningen 
van het evangelie uit te leggen. Daarom 
konden zij zijn samenvatting begrijpen. 
Het evangelie is het plan en het pro- 
gramma dat God, onze eeuwige Vader, 
heeft aangenomen om zijn „werk en 
heerlijkheid — de onsterfelijkheid en het 
eeuwige leven van de mens tot stand te 
brengen" te bereiken. (Mozes 1:39.) 
De Here legde dit programma in de gro- 
te raadsvergadering aan zijn geestelijke 
kinderen voor; Abraham geeft ons hier- 
van het volgende korte verslag: 
„De Here nu had aan mij, Abraham, de 
intelligenties getoond die waren georga- 



61 



niseerd, eer de wereld was; en onder al 
deze waren er velen der edelen en groten; 
En God zag deze zielen, dat zij goed 
waren en Hij stond te midden van hen en 
zeide: Dezen zal Ik tot Mijn regeerders 
maken, want Hij stond te midden van 
hen die geesten waren, en Hij zag dat zij 
goed waren. En Hij zeide tot mij: Abra- 
ham, gij zijt een hunner; gij waart geko- 
zen, voordat gij werdt geboren. 
En er stond Een in hun midden, die ge- 
lijk God was, en Hij zeide tot hen die bij 
Hem waren: Wij zullen nederdalen, 
want er is ruimte daar, en wij zullen van 
deze stoffen nemen, en wij zullen een 
aarde maken waarop dezen kunnen 
wonen; 

En wij zullen hen hiermee beproeven om 
te zien of zij alles zullen doen wat de 
Here, hun God, hun ook zal gebieden. 
En aan die hun eerste staat behouden, 
zal meer worden gegeven; en zij die hun 
eerste staat niet behouden, zullen geen 
heerlijkheid ontvangen in hetzelfde ko- 
ninkrijk met hen die wel hun eerste staat 
behouden; en op het hoofd van die hun 
tweede staat behouden, zal voor eeuwig 
heerlijkheid vermeerderd worden. 
En de Here zeide: Wie zal Ik zenden: En 
Een, de Zoon des Mensen gelijk, ant- 
woordde: Hier ben Ik, zend Mij. En een 
ander antwoordde en zeide: Hier ben ik, 
zend mij. En de Here zeide: Ik zal de 
eerste zenden. 

En de tweede was vertoornd en behield 
zijn eerste staat niet; en te dien dage 
volgden velen hem na." (Abraham 3:22- 
28.) 

Het evangeUeplan dat werd voorgelegd 
en door een meerderheid van tweederde 
van de geestelijke kinderen van God, die 
daar vergaderd waren, werd aanvaard, 
voorzag in alles dat in de hemel of op 
aarde met betrekking tot die geesten is 
voorgevallen of nog zal voorvallen. 
Het bepaalde dat zij stoffelijke lichamen 
zouden ontvangen en daarmee ervaring 



zouden opdoen in de sterfelijkheid 
waarbij zij een vrije wil zouden ontvan 
gen, beïnvloed konden worden dooi 
goed en kwaad, zij zouden zichzelf dar 
waardig onwaardig tonen om in de te^ 
genwoordigheid van God terug te kerer 
en voort te gaan in een eeuwige vooruit 
gang tot volmaaktheid. 
Het evangeUeplan voorzag in het ver- 
bannen, uit de hemel van de Satan er 
zijn volgelingen, het scheppen van deze 



Zonder geloof in de Here is er 
„voor ons geen hoop om de 

zegeningen die het evangehe te 
bieden heeft te ontvangen." 



aarde, het plaatsen van Adam en Eva op 
de aarde, het feit dat zij van de vrucht 
van de boom der kennis van goed en 
kwaad zouden nemen, het verbannen 
van Adam en Eva uit de hof en het be- 
volken van de aarde met hun nageslacht. 
Het voorzag het duivelse werk dat de 
Satan onder de mensen zou verrichten, 
de verdorvenheid van de mens en zijn 
dood, zowel stoffelijk als geestelijk. 
Het voorzag de behoefte aan een Hei- 
land om de dood te overwinnen, de ver- 
zoening voor de zonde van Adam die de 
dood in de wereld bracht en het zorgde 
voor een middel waardoor de mens door 
bekering vergeving voor zijn zonden 
mocht ontvangen en weer in de tegen- 
woordigheid van God worden 
toegelaten. 

In dit alles en in nog veel meer werd door 
het evangelieplan voorzien. Wij kennen 
dit plan als het evangelie van Jezus 
Christus, omdat Hij er in die hemelse 
raadsvergadering borg voor stond en het 
in werking stelde door de verzoening, 



62 




Een blik in de Tabernakel 



waartoe Hij zich in de grote raadsverga- 
dering vrijwillig verplichtte en waartoe 
Hij werkelijk naar de aarde kwam om 
haar tot stand te brengen. 
Het plan van de Vader was op het begin- 
sel van de vrije wil gebaseerd. Lucifer 
kwam met een tegenvoorstel waarin hij 
dwang in de plaats van de vrije wil wilde 
stellen en eer voor zichzelf zocht. 
Jezus werd, natuurlijk, gekozen om de 
Verlosser te zijn. Hij leidde tijdens de 
oorlog in de hemel de strijd voor het plan 
van de Vader, Hij schiep deze aarde. Hij 
heeft sindsdien over de aarde gewaakt. 
Zijn aandeel in het programma van 
God- „de onsterfelijkheid en het eeuwige 
leven van de mens" tot stand te brengen 
(zie Mozes 1 :39) is in alle bedelingen aan 
de mens geopenbaard. Het is in het begin 
aan Adam geopenbaard. Het is geopen- 
baard aan Henoch, aan Noach, aan 
Abraham, aan Isaak en aan Jakob On- 



geveer 2200 jaar voor zijn geboorte ver- 
scheen Jezus aan de broeder van Jared 
en zei: 

,,Zie, Ik ben het. Die sedert de grondleg- 
ging der wereld was bereid om Mijn volk 
te verlossen. Zie, Ik ben Jezus Christus 
... In Mij zal het ganse mensdom, na- 
melijk zij, die in Mijn naam zullen gelo- 
ven, licht hebben, en wel voor eeuwig; en 
zij zullen Mijn zonen en Mijn dochteren 
worden." (Ether 3:14.) 
In het midden des tijds kwam Jezus, 
door God, onze Eeuwige Vader, ver- 
wekt, naar de aarde als het kindje uit 
Betlehem, de zoon van Maria. 
Door zijn geboorte uit een vrouw was 
Hij onderworpen aan verleiding en de 
zwakheden van het vlees. Als Eniggebo- 
rene van de Vader erfde Hij de macht om 
oneindig te blijven leven. 
Daar Hij verleid werd, maar nooit aan 
de zonde toegaf, was Hij in staat om zijn 



63 



leven te geven en voor de overtreding 
van Adam te boeten, want door deze 
overtreding werd de dood in de wereld 
gebracht. Hij volbracht dit en daardoor 
overwon Hij het graf en bracht Hij de 
opstanding voor zichzelf en voor alle 
mensen tot stand. 

Hij overwon niet alleen het graf, maar 
doordat Hijzelf zonder zonden was, en 
de Zoon van God naar het vlees was en 
van tevoren in de hemelen geordend was 
om de Verlosser te zijn, nam Hij op een 
of andere nanier die wij niet volledig 
begrijpen ,,de zware last van de zonden 
der mensheid op zich." Al is het voor ons 
beperkt verstand ook verborgen hoe dit 
verzoeningswerk tot stand kon komen, 
toch heeft het voor ons de zaligheid 
bewerkstelligd. 

Van de folterende zielesmart die de Hei- 
land doorstond toen Hij kreunde onder 
het gewicht van deze schuldenlast . . . 
heeft Hij (aldus aan ons geopenbaard) in 
deze bedeling: 

„Want zie. Ik, God," sprak Hij, „heb 
deze dingen voor allen geleden, opdat zij 
niet zouden lijden, indien zij zich wilden 
bekeren; 

Doch indien zij zich niet wilden bekeren, 
moeten zij lijden zoals Ik; 
Welk lijden Mij, God, de Grootste van 
allen, van pijn deed sidderen en uit iedere 
porie bloeden, en zowel lichamelijk als 
geestelijk deed lijden, en Ik wenste, dat 
Ik de bittere drinkbeker niet behoefde te 
drinken, en kon terugdeinzen — 
Niettemin, ere zij de Vader, en Ik dronk 
de beker en voleindigde Mijn voorberei- 
dingen voor de kinderen der mensen" 
(LV 19:16-19). (James E. Talmage, De 
Artikelen des Geloof s, derde Nederland- 
se uitgave, blz. 87, 88.) 
Jakob, de broer van Nephi, beschrijft de 
hachelijke situatie waarin wij ons zou- 
den bevinden indien de verlossing van 
Christus niet zou plaatsvinden. Hij zei: 
„O, de wijsheid Gods, Zijn barmhartig- 



heid en genade! Want ziet, indien het 
vlees niet weer zou opstaan, zouden onze 
geesten aan die engel moeten worden 
onderworpen, die uit de tegenwoordig- 
heid van de Eeuwige God is gevallen en 
de duivel werd; en zij zouden nimmer 
herrijzen. 

O, hoe groot is de goedheid van onze 
God, die voor ons een weg tot ontko- 
ming aan de greep van dit vreselijk mon- 
ster bereidt, . . . 

En op grond van het verlossingsplan van 
onze God, de Heilige Israëls, zal deze 
dood, waarvan ik heb gesproken en die 
tijdelijk is, zijn doden opgeven; en deze 
dood is het graf. 

En deze dood, waarvan ik heb gespro- 
ken, die de geestelijke dood is, zal zijn 
doden opgeven; deze geestelijke dood is 
de hel; daarom moeten dood en hel hun 




64 




President Benson en ouderling Petersen van de Raad der Twaalf 



doden opgeven, en de hel moet haar ge- 
vangen geesten opgeven en het graf zijn 
gevangen Hchamen en de Hchamen en de 
geesten der mensen zullen weder met el- 
kander worden verenigd; en het ge- 
schiedt door de kracht der opstanding 
van de Heilige Israëls." (2 Nephi 9:8, 10- 
12.) 

Zonder het dienstbetoon van Jezus 
Christus, het dienstbetoon dat Hij in de 
grote raadsvergadering in de hemel heeft 
aangeboden en dat Hij inmiddels heeft 
volbracht, zou er voor ons geen hoop 
zijn om de zegeningen die het evangelie 
te bieden heeft te ontvangen. En nu zijn 
wij nog geen kandidaat voor het ontvan- 
gen van deze zegeningen, tenzij wij ge- 
loof hebben in de Here Jezus Christus, 
want zoals Hij tegen de Farizeeën zei: 
„Indien gij niet gelooft, dat Ik het ben. 



zult gij in uw zonden sterven." (Johan- 
nes 8:24.) Dit is, zoals Paulus het noem- 
de, volgens het evangehe „een kracht 
Gods tot behoud." (Romeinen 1:16.) 
Hier volgen enkele redenen om aan te 
tonen waarom ,, geloof in de Here Jezus 
Christus" het fundamentele beginsel van 
het evangelie is. Ik getuig plechtig tot u 
dat deze leerstellingen waar zijn en aan 
de woorden van koning Benjamin wil ik 
mijn eigen getuigenis toevoegen dat ik 
weet dat er ,,geen andere naam (zal) 
worden gegeven (dan Jezus Christus), 
nog enig ander middel, waardoor de za- 
ligheid tot de mensenkinderen kan ko- 
men, dan alleen in en door de naam van 
Christus, de Almachtige Here." (Mo- 
siah 3:17.) Dit getuig ik tot u, mijn broe- 
ders, en ik getuig het in de naam van 
Jezus Christus, onze Verlosser. AmerfU 



65 




Het bestuur 
van de kerk 



President N. Ëldon Tanner 



Broeders, ik voel me altijd heel nederig 
als ik voor een grote groep mannen sta 
die het priesterschap, de macht die God 
aan de mens heeft gedelegeerd om in zijn 
naam te handelen overeenkomstig het 
ambt^at hij bekleedt, dragen. Wanneer 
ik bedenk welke geweldige macht kan 
worden uitgeoefend als elke man, die dat 
priesterschap draagt, leeft overeenkom- 
stig de leringen van het evangelie en het 
verbond dat de Heer met de priester- 
schapsdragers heeft gesloten, word ik er 
bang van. 

Het Aaronische priesterschap is in deze 
laatste dagen hersteld door Johannes de 
Doper, die zijn handen op het ,, hoofd 
van Joseph Smith legde en het op hem 
bevestigde. Zoals u weet is het Melchize- 
dekse priesterschap bevestigd door het 
opleggen van de handen van Petrus, Ja- 
kobus en Johannes, die aan Joseph 
Smith en OHver Cowdery verschenen 
zijn. Welnu, u draagt allen het Melchize- 
dekse priesterschap of u bereidt zich 
erop voor. Laat mij de eed en het ver- 
bond van het priesterschap eens voor u 
herhalen: 

„Want allen, die getrouw zijn, tot het 
verkrijgen van deze twee priesterschap- 
pen, waarvan Ik heb gesproken en in het 
verheerlijken hunner roeping, worden 
door de Geest geheiligd ter vernieuwing 
hunner lichamen. Zij worden de zonen 
van Mozes en van Aaron, en het nage- 



slacht van Abraham, en de kerk en het 
koninkrijk, en de uitverkorenen Gods. 
En verder, allen, die deze priesterschap 
ontvangen, ontvangen Mij, zegt de 
Here; 

Want Hij, die Mijn dienstknechten ont- 
vangt ontvangt Mij; 
En hij, die Mij ontvangt, ontvangt Mijn 
Vader; 

En hij, die Mijn Vader ontvangt, ont- 
vangt mijn Vaders koninkrijk; daarom 
zal alles, wat Mijn Vader heeft, aan hem 
worden gegeven. 

En dit is overeenkomstig de eed en het 
verbond die tot het priesterschap 
behoren. 

Daarom ontvangen allen, die het pries- 
terschap ontvangen, van Mijn Vader de- 
ze eed en dit verbond, dat Hij niet kan 
verbreken, en dat evenmin kan worden 
weggenomen." (LV 84:33-40.) 
Het priesterschap is de grootste macht 
op aarde. De aarde en het heelal en alles 
wat daarbij hoort zijn immers door de 
macht van het priesterschap geschapen. 
Deze kerk is door de macht van het 
priesterschap georganiseerd, door ie- 
mand die door middel van openbaring 
door God is geroepen. 
Wij weten dat God, de Vader, en zijn 
Zoon, Jezus Christus, aan een jongen, 
Joseph Smith, zijn verschenen en dat hij 
van die tijd af voortdurend door open- 
baring is geleid. Met betrekking tot het 



66 



organiseren van de kerk lezen we het 
volgende: 

„Het ontstaan van de kerk van Christus 
in deze laatste dagen . . . door de wil en 
geboden van God . . . 
Welke geboden aan Joseph Smith jr. 
werden gegeven, die van Godswege werd 
geroepen en tot apostel van Jezus Chris- 
tus werd geordend om de eerste ouder- 
ling van deze kerk te zijn." (LV 20:1, 2.) 
Wij lezen verder: ,,Zie, er zal onder u en 
kroniek worden bijgehouden, en hierin 
zult gij worden genoemd een ziener, ver- 
taler, profeet, apostel van Jezus Chris- 
tus, en ouderling der kerk door de wil 
van God, de Vader, en de genade van uw 
Here Jezus Christus." (LV 21:1.) 
Laat mij u verzekeren, broeders, dat u 
tot de kerk van Jezus Christus behoort 
en dat de kerk door Jezus Christus wordt 
geleid door middel van een profeet van 
God, onze geliefde president Spencer W. 
Kimball. 

Ik zou u iets willen vertellen over de 
wijze waarop de kerk vanuit het hoofd- 
kantoor wordt bestuurd. Wij horen dik- 
wijls naar de kerk verwijzen als een 
democratie, terwijl de kerk in wezen — 
in plaats van een lichaam dat door amb- 
tenaren wordt bestuurd die door de le- 
den zijn gekozen — een theocratie is, 
waarin God zijn kerk leidt door verte- 
genwoordigers die Hij gekozen heeft. 
Ons vijfde Artikel des Geloofs luidt: 
„Wij geloven dat men om het Evangelie 
te prediken en de verordeningen ervan te 
bedienen, van Godswege moet worden 
geroepen, door profetie en door opleg- 
ging der handen van hen die daartoe het 
gezag bezitten." 

Welnu, op deze wijze is Joseph Smith 
door Heer tot president van zijn kerk 
gekozen en aangesteld door diegenen die 
van de Heer het gezag hadden ontvan- 
gen om dat te doen. 
Mijn getuigenis wordt altijd versterkt als 
ik afdeling 109 uit de Leer en Verbonden 



lees en zie hoe alle ambten van het pries- 
terschap met de plichten die bij elk ambt 
behoren voor Joseph Smith op een rijtje 
worden gezet. Wij lezen: 
,,Van de Melchizedekse Priesterschap 
vormen drie presiderende Hogepries- 
ters, gekozen door de groep, en tot dat 
ambt aangesteld en geordend, en door 
het vertrouwen, het geloof en het gebed 
der kerk ondersteund, een raad van het 
Presidentschap der Kerk. — 
En verder is het de plicht van de Presi- 
dent over de Hogepriesterschap om over 
de ganse kerk te presideren, en gelijk 
Mozes te zijn — 

. . . ja, een ziener, openbaarder, vertaler 
en profeet te zijn, en alle gaven Gods te 
bezitten, die Hij aan het hoofd der kerk 
schenkt." (LV 107:22, 91, 92.) 
En nogmaals: „De twaalf reizende raads- 
leden zijn geroepen de Twaalf Aposte- 
len te zijn, of bijzondere getuigen van de 
naam van Christus in de ganse wereld 

En zij vormen een Raad, (dit is belang- 
rijk), in gezag en macht gelijkwaardig 
aan de drie eerder genoemde presiden- 
ten." (LV 107:23, 24.) 
Het volgende staat geschreven in Lerin- 
gen van de profeet Joseph Smith: ,, Presi- 
dent Smith ging er vervolgens toe over 
de plicht van de Twaalf uiteen te zetten, 
alsmede hun gezag, dat direct onder dat 
van het huidige Presidium staat . . . Ook 
zeide de Profeet, dat de Twaalf aan nie- 
mand anders onderworpen zijn dan aan 
het Eerste Presidium, . . ., als ik (hiermee 
bedoelde hij de president van de kerk) er 
niet ben, is er geen Eerste Presidium over 
de Twaalf."' (Zie blz. 111, 112.) 
Bij het overlijden van Joseph Smith wer- 
den de Twaalf de presiderende raad van 
de kerk, Brigham Young was president 
van de Twaalf. Deze raad bestuurde de 
kerk drieëneenhalf jaar. Toen werd Brig- 
ham Young tot president van de kerk 
gekozen en hij koos zijn raadgevers, or- 



67 



dende hen en stelde hen aan. Vervolgens 
verliep er driejaar en twee maanden tus- 
sen zijn dood en de dag waarop John 
Taylor president van de kerk werd. Na 
de dood van John Taylor ging er eenjaar 
en negen maanden voorbij voordat Wil- 
ford Woodruff tot president van de kerk 
werd gekozen, geordend en aangesteld. 
Sinds die tijd verliepen er na de dood van 
de president slechts enkele dagen voor 
de nieuwe president werd aangesteld en 
de Twaalf presideren nog altijd na de 
dood van elke president tot het nieuwe 
Eerste Presidium is georganiseerd. 
Ik zou u willen uitleggen wat er op 26 
december 1973 precies gebeurde na de 
onverwachte dood van president Harold 
B. Lee. Ik was in Phoenix (Arizona) om 
de kerstdagen bij mijn dochter en haar 
gezin door te brengen, toen er een tele- 
foontje kwam van Arthur Haycock, de 
secretaris van president Lee. Hij zei dat 
president Lee ernstig ziek was en dat hij 
dacht dat ik me moest voorbereiden om 
zo gauw mogelijk naar huis terug te ke- 
ren. Een halfuur later belde hij op en zei: 
„De Heer heeft gesproken. President 
Lee is naar huis geroepen." 
President Romney, de tweede raadge- 
ver, leidde tijdens mijn afwezigheid de 
zaken van de kerk en hij was met Spen- 
cer W. Kimball, president van de Raad 
der Twaalf, in het ziekenhuis. Onmid- 
dellijk na het overlijden van president 
Lee wendde hij zich tot president Kim- 
ball en zei: „U bent nu verantwoorde- 
lijk." Weet u nog dat de profeet Joseph 
Smith had gezegd dat er geen Eerste Pre- 
sidium boven de Twaalf stond als er 
geen president was. 

Er verliep nog geen minuut tussen het 
moment dat president Lee stierf en het 
moment waarop de Twaalf het presi- 
derend gezag der kerk overnam. 
Na de begrafenis van president Lee riep 
president Kimball op zondag, 30 decem- 
ber om 3 uur namiddag, alle apostelen bij 



elkaar in de raadszaal van de tempel in 
Salt Lake City. President Romney en ik 
hadden de respectievelijke plaatsen, die 
we naar onze anciënniteit in de raad had- 
den, weer ingenomen, dus waren er veer- 
tien raadsleden aanwezig. 
Na een lied en een gebed door president 
Romney bracht president Kimball in al- 
le nederigheid zijn gevoelens onder 
woorden. Hij zei dat hij de vrijdag in de 



„Ik getuig dat de kerk via een 

profeet van God door de Heer 

zelf wordt geleid en ik bid 

nederig dat wij dat allemaal 

mogen waarderen." 



tempel had doorgebracht sprekend met 
de Heer, en dat hij vele tranen had vergo- 
ten terwijl hij om leiding had gebeden bij 
het aanvaarden van zijn nieuwe verant- 
woordelijkheden en bij het kiezen van 
zijn raadgevers. 

In de kleding van het heilig priesterschap 
hielden we een gebedskring; president 
Kimball vroeg mij om deze te leiden en 
nodigde ouderUng Thomas S. Monson 
uit om het gebed uit te spreken. Hierna 
zette president Kimball het doel van de- 
ze vergadering uiteen en deed een beroep 
op alle leden van de raad om naar an- 
ciënniteit, en te beginnen met ouderling 
Ezra Taft Benson, hun gevoelen uit te 
spreken ten aanzien van het organiseren 
van het Eerste Presidium op die dag of 
het voortgaan als de Raad der Twaalf. 
Elk van hen zij: „Wij moeten nu orga- 
niseren," bovendien werden er nog vele 
compHmenten aan het adres van presi- 
dent Kimball en over zijn arbeid met de 
Twaalf geuit. 
Daarna droeg ouderhng Ezra Taft Ben- 



68 



son als president van de kerk Spencer W. 
Kimball voor. Dit voorstel werd ge- 
steund door ouderling Mark E. Petersen 
en met algemene stemmen aangenomen. 
Vervolgens droeg president Kimball N. 
Eldon Tanner voor als eerste raadgever 
en Marion G. Romney als tweede, bei- 
den verzekerden gewillig te zijn de posi- 
tie te aanvaarden en hun volledige tijd en 
energie aan deze taak te willen wijden. 
Zij ontvingen de eenparige goedkeuring. 
Hierna droeg ouderling Mark E. Peter- 
sen, de tweede van de Twaalf naar an- 
ciënniteit Ezra Taft Benson, senior-lid 
van de Twaalf, voor als president van de 
Raad der Twaalf. Dit werd eenparig 
goedgekeurd. 

Op dit punt van de vergadering geko- 
men legden alle aanwezige leden hun 
handen op het hoofd van Spencer W. 
Kimball, nadat president Ezra Taft Ben- 
son als spreekbuis bij het uitspreken van 
de zegen, de ordening en de aanstelling 
had verricht was Spencer W. Kimball de 
twaalfde president van De Kerk van Je- 
zus Christus van de Heiligen der Laatste 
Dagen geworden. 

Daarna was president Kimball spreek- 
buis bij de aanstelhng van N. Eldon Tan- 
ner als eerste, en Marion G. Romney als 
tweede raadgever in het Eerste Presi- 
dium van de kerk. Volgens dezelfde pro- 
cedure sprak hij de zegen en de aanstel- 
ling uit van Ezra Taft Benson als presi- 
dent van de Raad der Twaalf. 
Inmiddels waren er nog maar elf leden 
van de Twaalf en dit betekende dat er 
behoefte was aan het roepen van een 
nieuwe broeder om de opengevallen 
plaats in de raad in te nemen. U wilt 
misschien graag weten hoe algemene au- 
toriteiten geroepen worden. 
Zij worden door middel van inspiratie en 
openbaring door de president gekozen, 
hij bestudeert daarbij de namen van de- 
genen die op zijn verzoek door de leden 
van de Twaalf zijn voorgedragen en de 



namen van degenen die hij misschien 
zelf in aanmerking vindt komen. 
Doordat er inspiratie en openbaring aan 
te pas komen, wordt een algemene auto- 
riteit in feite door God aangewezen en 
wordt de voordracht vervolgens door de 
Raad der Twaalf goedgekeurd voordat 
hij wordt geroepen en aangesteld en later 
door de algemene conferentie wordt 
gesteund. 

Om u te laten zien hoe dat in zijn werk 
gaat wil ik u graag een ervaring vertellen 
van president Heber J. Grant. Toen hij 
hd van de Raad der Twaalf was, diende 
hij herhaaldelijk de naam van een heel 
goede vriend in, wanneer hij werd uitge- 
nodigd om namen voor te dragen voor 
personen die opengevallen plaatsen in de 
Twaalf zouden kunnen innemen. 
De man werd nooit gekozen en er is 
gezegd dat president Grant eens heeft 
gezegd dat hij, als hij ooit president van 
de kerk zou worden en er een opengeval- 
len plaats zou zijn, die man zou roepen 
omdat hij er zo goed geschikt voor was. 
Nadat hij president werd en het nodig 
was om een opengevallen plaats op te 
vullen, vertelde hij de Heer dat hij wel 
wist wie hij wilde, maar dat hij de man 
wilde kiezen die de Heer wilde. De naam 
Meivin J. Ballard, die president Grant 
wel kende, maar niet al te goed, kwam 
toen in zijn gedachten en deze naam 
bleef terugkomen om hem te laten weten 
dat dat de man was die geroepen moest 
worden. Hij werd door president Grant 
voorgedragen en door de Twaalf goed- 
gekeurd. Hij werd door het Eerste Presi- 
dium en de Raad der Twaalf geordend 
en aangesteld en de volgende algemene 
conferentie aan de aanwezigen ter steun- 
verlening voorgesteld. 
Laat mij u een ervaring van mezelf ver- 
tellen. Toen ik de kerk als president van 
de ring Calgary in Alberta (Canada) 
diende, woonde ik in oktober 1960 de 
algemene conferentie in Salt Lake City 



69 




Ouderling David B. Haight 



bij. Op vrijdagavond ontving ik in het 
hotel Utah, waar ik logeerde, een tele- 
foontje dat president McKay mij op za- 
terdagmorgen — de volgende morgen 
— wilde spreken. Natuurlijk sliep ik die 
nacht erg weinig omdat ik niet wist wat 
hij van mij wilde. Ik was op de afgespro- 
ken tijd op zijn kantoor. Toen ik tegeno- 
ver hem in een stoel zat, keek hij me 
recht aan, legde zijn hand op mijn knie 
en zei: ,, President Tanner, de Heer zou 
graag zien dat u een roeping als algeme- 
ne autoriteit, als assistent van de Twaalf, 
zou aanvaarden." Daarna vroeg hij me 
hoe ik erover dacht. 
Ik weet niet precies wat ik gezegd heb, ik 
probeerde hem te verzekeren dat ik mij 
zeer vereerd, doch niet erg capabel, voel- 
de; maar dat ik klaar stond en gewillig 
was om een roeping te aanvaarden en al 
mijn tijd en energie in dienst van de Heer 
te besteden. 



Die morgen werd mijn naam voorgele- 
zen, gelijk met de namen van ouderlin- 
gen Franklin D. Richards en Theodor 
M. Burton, die ook ondersteund werden 
als assistenten van de Twaalf en de ande- 
re algemene ambtenaren van de kerk. 
We werden door de conferentie aan- 
vaard. Overal in de kerk worden ambte- 
naren op hun niveau op bijna dezelfde 
manier gekozen. 

Nu zou ik de vraag kunnen beantwoor- 
den over de behandeling van een steun- 
onthouding. In de oktoberconferentie 
van 1977 was er een. Sommigen van u 
hebben dat meegemaakt en u zult zich 
herinneren dat degene die zijn steun ont- 
hield wilde dat dit genotuleerd werd. 
Wij handelen als volgt wanneer er ie- 
mand zijn steun onthoud: allen, behalve 
degene die zijn steun onthield, hadden 
dus laten blijken dat zij degenen die wer- 
den voorgesteld ondersteunden, dus 



70 



vroeg ik hem om met een van de leden 
van de Twaalf te spreken. Het doel van 
het verzoek aan hem om met iemand te 
spreken is hem de kans te geven te zeggen 
waarom hij de voorgestelde ambtenaren 
niet wilde ondersteunen. Dit stelt hem in 
de gelegenheid om aan degene, die is 
aangewezen om met hem te spreken, te 
zeggen waarom een bepaald persoon 
niet goed genoeg is om te worden onder- 
steund, als hij daar een reden voor heeft; 
deze persoon kan vervolgens het Eerste 
Presidium adviseren. 
Ik wil u een ervaring vertellen die ik heb 
meegemaakt toen ik de opdracht kreeg 
om naar Nieuw-Zeeland te gaan om 
daar een ring te reorganiseren. Ik had 
nog nooit iemand die in Nieuw-Zeeland 
woonde ontmoet, behalve degene die op 
dat moment nog president was. Ik vroeg 
om een lijst met namen van de bisschop- 
pen de leden van de hoge raad van die 
ring in Nieuw-Zeeland en toen ik de lijst 
doorlas, leek er één naam uit te springen. 
Dat was de naam Campbell. ledere keer 
als ik die lijst doornam, viel die naam mij 
op. Bisschop Vandenberg was bij me, we 
interviewden al die mensen nadat we om 
leiding gebeden hadden. 
Na alle interviews zei ik tegen broeder 
Vandenberg: „Laten we de Heer om lei- 
ding vragen." We deden het en toen we 
opstonden vroeg ik: ,,Als u de verant- 
woording zou dragen, wie zou u dan 
kiezen om president over deze ring te 
worden?" 

Hij zei: „Bill Campbell." Ik had die 
naam geen enkele maal hardop tegen 
bisschop Vandenberg uitgesproken. 
Ook hier lag een duidelijk bewijs dat de 
Heer deze benoemingen leidt. 
Alle zaken die betrekking hebben op het 
bestuur van de kerk vallen onder de lei- 
ding van het Eerste Presidium deze za- 
ken zijn over het algemeen onderver- 
deeld in drie categorieën: 
Ten eerste de zaken die rechtstreeks on- 



der het Eerste Presidium vallen; ten 
tweede geestelijke zaken die onder lei- 
ding van het Eerste Presidium door de 
Twaalf worden afgehandeld; en ten der- 
de materiële zaken die door de Presider- 
ende Bisschap worden afgehandeld, 
zoals hen opgedragen door het Eerste 
Presidium. Laat mij enkele zaken noe- 
men die rechtstreeks door het Eerste 
Presidium worden afgehandeld: ge- 
biedsconferenties; plechtige vergade- 
ringen; de afdelingen begroting, onder- 
wijs geschiedkundige- en personeelsza- 
ken; tempels; verificatie; coördinerende 
raad en de Welzijnszorg. 
Laat mij nu een kort overzicht geven van 
enkele taken van de Twaalf. Onder lei- 
ding van het Eerste Presidium is de Raad 
der Twaalf verantwoordelijk voor alle 
geestelijke zaken van de kerk en voor het 
beleid dat in de geestelijke zaken van de 
kerk door het Eerste Quorum der Ze- 
ventig wordt gevoerd. 
Deze raad draagt de verantwoording 
voor het opzetten van een schema voor 
alle ringconferenties en het aanwijzen 
van de algemene autoriteiten om die 
conferenties te bezoeken. Het hele jaar 
worden er wekelijks, behalve in juU, 
ringconferenties gehouden. 




71 



Alle algemene autoriteiten streven er 
oprecht naar zich voor te bereiden en de 
programma's die zijn voorgeschreven 
voor de zaterdagvond en voor de alge- 
mene vergadering op zondag te gebrui- 
ken, om zo de leden in de kerk te motive- 
ren om beter te leven. Zij vergaderen met 
het ringpresidium en met de leider van 
de ring en bespreken met hen de vooruit- 
gang die zij hebben gemaakt, en metho- 
den en middelen om tot een nog beter 
resultaat te komen. Van de algemene 
autoriteiten wordt verwacht dat zij hun 
gezinnen voor tenminste twee en soms 
wel drie of vier dagen tot twee weken 
achterlaten om aan conferentie-op- 
drachten te voldoen, zendingsgebieden 
te bezoeken, enzovoort. 
Op het ogenblik zijn er vier afdelingen 
die onder de Twaalf vallen. Elke afdeling 
wordt onder leiding van de Twaalf door 
drie of vier zeventigen met hun mede- 



werkers bestuurd. Het gaat om de vol- 
gende afdelingen: priesterschapszaken, 
zendingswerk, genealogie en leer- 
plannen. Ik wil proberen om later heel 
kort iets over twee of drie van die afde- 
lingen te vertellen. 

De Raad der Twaalf is tevens verant- 
woordelijk voor het voorbereiden van de 
instructiebijeenkomsten voor nieuwe 
zendingspresidenten en voor de halfjaar- 
lijkse instructiebijeenkomsten voor re- 
gionale vertegenwoordigers. 
Wij zijn ons er allemaal van bewust dat 
de twaalf deze zware taken niet alleen 
zouden kunnen uitvoeren en dat er is 
voorzien in de nodige assistentie. Zoals u 
weet werden er nog enkele jaren geleden 
assistenten van de Twaalf aangewezen 
en dat onlangs, ten gevolge van de snelle 
groei van de kerk en overeenkomstig de 
leringen van Joseph Smith deze broeders 
met nog anderen werden aangewezen 




72 



om lid te worden van het Eerste Quorum 
der Zeventig. Hiermee begon het quo- 
rum dat uitsluitend zeven presidenten 
had, die over de ander quorums der ze- 
ventigen in de kerk presideerden, in lede- 
naantal te groeien. 

Met betrekking tot de Zeventig lezen 
wij: 

,,De Zeventig moeten in de naam des 
Heren, handelen onder aanwijzing van 
de Twaalven of de reizende Hoge Raad 
om de kerk op te bouwen, en alle aange- 
legenheden er van onder alle natiën te 
regelen, eerst bij de niet-Joden, en dan 
bij de Joden." (LV 107:34.) 
De leden van het Eerste Quorum der 
Zeventig besturen de vier eerder- 
genoemde afdelingen onder leiding van 
de Twaalf. 

De afdeling priesterschapszaken advi- 
seert het te voeren beleid voor de Mel- 
chizedekse priesterschap, de Aaronische 
priesterschap en de hulporganisaties; zij 
houdt toezicht op de 

activiteitenprogramma's. De afdeUng 
leerplannen zorgt voor opleidingsmate- 
riaal, handboeken en dergelijke, is ver- 
antwoordelijk voor de tijdschriften van 
de kerk en coördineert de produktie van 
alle kerkelijke publikaties. 
De coördinatiestaf controleert al het 
cursusmateriaal en de tijdschriften ten 
aanzien van de leerstellige inhoud, enzo- 
voort en brengt verslag uit aan het 
coördinatiecomité, dat bestaat uit het 
presidium van het Eerste Quorum der 
Zeventig, de presiderende bisschop en de 
algemeen inspecteur van onderwijs. Hier 
wordt al het opleidingsmateriaal samen- 
gevoegd met het oogmerk elk lid voor te 
bereiden op tempelwerk, zendingswerk 
en taken in de diverse organisaties van 
de kerk en daardoor ook op het eeuwige 
leven. Dit is de hele opzet van de kerk: 
elk mens voorbereiden op het eeuwige 
leven. 
De afdeüng zendingswerk zorgt voor het 



materiaal dat nodig is om het evangelie 
te prediken, zowel voor de opleiding van 
de toekomstige zendeHngen als voor het 
gebruik in het zendingsveld. Zij helpt bij 
de opdrachten met betrekking tot zen- 
dingswerk en houdt toezicht op de werk- 
zaamheden van de bezoekerscentra en 
de andere zaken die betrekking hebben 
op het zendingsprogramma. 
Misschien wilt u graag weten hoe een 
zendehng wordt geroepen. Een bisschop 
behoort een toekomstige zendehng te in- 
terviewen voor hij met de ouders over 
een eventuele zending spreekt, zodat hij 
het standpunt en de waardigheid kan 
bepalen voor wie dan ook, dat er voor 
een zendingsoproep voor hem of haar 
wordt overwogen. Indien hij conclu- 
deert dat deze persoon waardig is en 
graag een zending wil vervullen, be- 
spreekt hij dat met de ouders en daarna, 
mits alles in orde is, beveelt de bisschop 
hem of haar aan bij de ringpresident, 
deze interviewt de bewuste persoon ook 
ten aanzien van waardigheid en hou- 
ding. Indien hij waardig en gewillig 
wordt bevonden, wordt hij of zij bij het 
Eerste Presidium aanbevolen. 
Wanneer er bepaald wordt waar hij of zij 
geroepen gaat worden om een zending te 
vervullen, worden er verschillende pun- 
ten in overweging genomen: de aanleg 
van de bewuste persoon zoals die op de 
aanbeveling wordt aangegeven en de 
zendingsgebieden waar op dat moment 
zendelingen nodig zijn. Daarna wordt 
deze persoon door inspiratie gezonden 
naar het zendingsveld waar hij of zij de 
Heer het beste kan dienen. Hij of zij 
ontvangt een zendingsoproep van de 
president van de kerk en van elke zende- 
ling wordt verwacht dat hij na ontvangst 
van de zendingsoproep een schriftelijke 
reactie aan de president stuurt. 
Ik moet denken aan de geschiedenis van 
een zendingsoproep die u misschien wel 
interesseert en die aantoont hoe de inspi- 



73 



ratie van de Heer het werk leidt. Ik zou 
wel een dozijn van zulke geschiedenissen 
kunnen vertellen. De uitvoerend secreta- 
ris van de afdeling zendingswerk ontving 
eens na het verzenden van een serie zen- 
dingsoproepen een telefoontje van de 
moeder van een jongen die een zendings- 
oproep had ontvangen voor het oosten 
van de Verenigde Staten. De moeder 
vertelde dat de vader van de jongen en zij 
bijzonder teleurgesteld waren, omdat de 
vader en de grootvader van de jongen in 
Duitsland op zending waren geweest en 
zij de wens hadden uitgesproken dat de 
jongen ook naar Duitsland op zending 
geroepen zou worden. 
De secretaris vroeg de moeder hoe de 
jongen erover dacht en zij antwoordde 
dat hij op school was en dat zij de brief 
had geopend daar hij er niet was. Hij 
wist nog niet waarheen hij was geroepen. 
De secretaris sprak zijn verbazing uit dat 
de moeder de enige brief die de jongen 
waarschijnlijk ooit van de president van 
de kerk zou krijgen had geopend en stel- 
de voor dat zij hem nog eens zou bellen 
als de jongen de brief zelf had gelezen. 
De volgende dag belde de moeder weer, 
ze putte zich uit in verontschuldigingen 
en zei dat de jongen volkomen tevreden 
over de oproep was. Hij had in stilte 
gebeden om niet naar het buitenland op 
zending te hoeven. 

Laat mij nu iets behandelen van het be- 
stuur van de Presiderende Bisschap. Zij 
zijn verantwoordelijk voor alle materiële 
zaken die het Eerste Presidium aan hen 
opdraagt. Dit omvat tevens het onroe- 
rend goed, zij treden hierbij op als mid- 
delaars bij de aankoop van land en het 
bouwen en onderhouden van gebouwen 
die door de afdeling voor de geestelijke 
zorg worden gevraagd. Zij hebben ook 
het toezicht op zaken die betrekking 
hebben op financiën, lidmaatschaps- 
kaarten, vastengaven, tienden, algeme- 
ne aankopen, vertaling en distributie. 



Bovendien dragen zij de zware verant- 
woording voor het besturen van de afde- 
ling Welzijnszorg, het programma en 
beleid hiervan worden bepaald door het 
comité Welzijnszorg. Dit comité is als 
volgt samengesteld: het Eerste Presi- 
dium, de Raad der Twaalf, de Presider- 
ende Bisschap en het presidium van de 
Zustershulpvereniging. Onder het pro- 
gramma van de Welzijnszorg vallen de 
Deseret Industries en hun dependances 
overal ter wereld; de programma's voor 
de Welzijnszorg in ringen, wijken en zen- 
dingsgebieden de voorraadschuren van 
de bisschop, enzovoort. 
De enorme groei en uitbreiding die de 
kerk overal ter wereld doormaakt, heeft 
het nodig gemaakt dat het bestuur gede- 
centraliseerd wordt, in het bijzonder op 
het gebied van het organiseren en oplei- 
den van de kerkleden in die delen van de 
wereld waar veel nieuwe gemeenten, dis- 
tricten, wijken en ringen zijn, die voor- 
namelijk bestaan uit leden die nauwe- 
lijks of geen ervaring hebben in het be- 
sturen van kerkzaken. 
Toen ik in 1976 bijvoorbeeld een bezoek 
bracht aan Caracas (Venezuela) riep de 
zendingspresident de leden bij elkaar. Er 
waren er drie — of vierhonderd aanwe- 
zig en geen van hen was langer dan vijf 
jaar Hd van de kerk. Eenjaar later orga- 
niseerden wij een ring in Caracas, degene 
in die ring die het langste lid van de kerk 
was, was maar zes jaar lid. Ik ben ervan 
overtuigd dat het voor iedereen wel dui- 
delijk is dat er in deze ontwikkelingsge- 
bieden veel opleiding en hulp moet wor- 
den gegeven aan dit soort organisatie. 
^ Voor het bestuur van geestelijke zaken is 
de wereld verdeeld in gebieden die wor- 
den gepresideerd door uitvoerend be- 
stuurders. Twaalf van die gebieden liggen 
buiten de Verenigde Staten en Canada. 
Alle uitvoerend bestuurders zijn lid van 
het Eerste Quorum der Zeventig en als 
zij buiten de Verenigde Staten en Cana- 



74 




da dienen, hebben zij de opdracht om in 
hun gebied te wonen. 
Om hen bij hun bestuurhjke taak te hel- 
pen hebben we regionale vertegenwoor- 
digers, ervaren en goed opgeleide man- 
nen die gekozen zijn uit degenen die zo 
dicht mogelijk bij of in dat gebied wo- 
nen. Elke regionale vertegenwoordiger 
werkt met verscheidene ringen en zen- 
dingsgebieden. Dit maakt het voor de 
leiders in de ringen en zendingsgebieden 
mogelijk om regelmatig door middel 
van de regionale vertegenwoordiger een 
nauw contact met de uitvoerend be- 
stuurder te onderhouden, in plaats van 
regelrecht met het hoofdkantoor van de 
kerk in contact te moeten treden, daar 
dat veel tijdrovender is. 
Om de materiële zaken buiten de Vere- 
nigde Staten en Canada te kunnen be- 
sturen, zijn daar bestuurders materiële 
zaken aangesteld. Zij houden onder lei- 



ding van de Presiderende Bisschap in de 
gebieden waar zij voor het vervullen van 
hun opdracht wonen, toezicht op deze 
zaken. Hierdoor wordt het voor degenen 
die ter plaatse wonen ook mogelijk om 
onmiddellijk aandacht voor hun proble- 
men te krijgen, terwijl er eveneens wordt 
gezorgd voor de juiste opleiding op elk 
bestuurlijk terrein. 

Kortom al deze zaken staan onder lei- 
ding van het Eerste Presidium. De nor- 
male gang van zaken is dat het Eerste 
Presidium elke dinsdag-, woensdag-, 
donderdag- en vrijdagmorgen om acht 
uur vergadert. Deze vergaderingen wor- 
den door een secretaris bijgewoond, zo- 
dat al het besprokenen wordt vastge- 
legd. Een van de agendapunten is, alle 
post die aan het Eerste Presidium is ge- 
richt — deze post omvat van alles, varië- 
rend van vragen over gaatjes in de oren 
tot hoger beroep tegen beslissingen om- 



75 



trent excommunicatie uitgesproken 
door het ringpresidium en de hoge raad. 
Er zijn vragen over de normen voor ui- 
terUjke verzorging, hypnose, sabbathei- 
hging, uitlegging van de Schriften, ge- 
sprekstherapie, verzegehngen, klachten 
over plaatseUjke leiders, reincarnatie, de 
donatie van lichaamsdelen aan de we- 
tenschap of aan anderen, crematie, 
transplantatie, wettelijke verwikkelin- 
gen, enzovoort. 

Hun besHssingen omvatten tevens het 
kiezen van nieuwe tempelpresidiums 
wanneer en waar er nieuwe tempels 
moeten worden gebouwd en andere za- 
ken die ter sprake moeten komen in een 
vergadering met de Twaalf Apostelen en 
de Presiderende Bisschap. Zij plannen 
ook plechtige vergaderingen en gebieds- 
conferenties over de hele wereld. 
Dinsdagmorgen om tien uur vergaderen 
zij met het uitgavencomité, dat bestaat 



uit het Eerste Presidium, vier leden van 
de Twaalf en de Presiderende Bisschap. 
De hoofden van de verschillende afde- 
lingen deponeren hier ter overweging de 
berekeningen van hun onkosten, daarna 
worden de definitieve bedragen toege- 
wezen. Voorbeelden hiervan zijn de ver- 
zoeken van de afdeling onroerend goed 
over de aankoop van grond, en van ge- 
bouwen zoals wijk- en ringgebouwen, 
zendingshuizen, bezoekerscentra enzo- 
voort en gesprekken over onderhouds- 
kosten. De Presiderende Bisschap 
brengt ook nog verzoeken om geld ter 
bekostiging van projecten van de Wel- 
zijnszorg naar voren. 
Op woensdagmorgen worden de verga- 
deringen van het Eerste Presidium ge- 
bruikt om de rapporten te horen van de 
hoofden van de verschillende afdelingen 
die rechtstreeks onder het Eerste Presi- 
dium vallen, zoals de geschiedkundige 




76 



afdeling, personeelszaken de afdeling 
publieke communicatie. Er wordt even- 
eens een afsprakenschema gemaakt 
voor belangrijke gasten die op woens- 
dagmorgen ontvangen kunnen worden. 
Ik ben altijd onder de indruk van de 
invloed die de president van de kerk op 
deze bezoekers heeft, een en ander blijkt 
uit de rechtstreekse reacties of uit de 
schriftelijke rapporten of corresponden- 
tie die wij hierover ontvangen. 
Eenmaal per maand vergadert het Eer- 
ste Presidium, op woensdagmorgen, te- 
gelijkertijd met de kerkelijke Raad van 
onderwijs en de Raad van Beheer om 
alle zaken die betrekking hebben op de 
universiteiten, hogescholen, instituten 
en seminaries en ander kerkelijke scho- 
len af te wikkelen. 

Eveneens eenmaal per maand vergadert 
het Eerste Presidium op een woensdag- 
morgen met de Coördinerende raad, de- 
ze bestaat uit het Eerste Presidium, de 
Raad der Twaalf en de presiderende Bis- 
schap. Hier bespreken zij het algemene 
beleid en de bestuurlijke problemen, om 
er op toe te zien dat alle facetten van de 
verantwoordelijkheid worden opgehel- 
derd en gecoördineerd. Hierna vergade- 
ren zij met het welzijnscomité, dat al 
eerder is genoemd. 

Op donderdagmorgen om tien uur ver- 
gaderen zij in de bovenzaal van de tem- 
pel met de Raad der Twaalf die daar dan 
al sinds acht uur heeft vergaderd. In deze 
zaal zijn de leiders van de kerk, sinds de 
tempel is gebouwd, door de Heer geleid. 
In deze zaal heeft men een bijzonder 
geestelijk gevoel en soms voelt men de 
tegenwoordigheid van een van die grote 
leiders, die van ons is heengegaan. De 
portretten van de twaalf presidenten van 
de kerk en van Hyrum Smith, de pa- 
triarch, hangen er aan de muur. Er zijn 
ook schilderijen van de Heiland aan het 
Meer van Galilea toen Hij enkele apos- 
telen riep en van zijn kruisiging en zijn 



hemelvaart. Wij worden hier herinnerd 
aan de vele grote leiders die in deze 
raadszaal hebben vergaderd en die on- 
der leiding van de Heer besluiten hebben 
genomen. 

Wanneer het Eerste Presidium deze zaal 
op donderdagmorgen om tien uur be- 
treedt, krijgen alle leden van de twaalf 
eerst een hand, vervolgens trekken wij 
onze priesterschapskleding aan. Wij zin- 
gen, knielen voor een gebed en houden 
vervolgens een gebedskring om het al- 
taar, daarna doen wij onze priester- 
schapskleding weer uit. 
Na het bespreken van de notulen van de 
vorige vergadering behandelen wij za- 
ken zoals de goedkeuring van wijzigin- 
gen en bisschappen die de ringpresiden- 
ten hebben aanbevolen — en die in de 
voorgaande vergadering van de Twaalf 
besproken zijn. Misschien vindt u het 
interessant om te weten dat wij in 1977 
per week gemiddeld vijfentwintig tot 
dertig van deze wijzigingen bespraken; 
veranderingen in ring-, wijk-, zendings- 
en tempelorganisaties voor de hele kerk, 
dit omvat tevens veranderingen van 
grenzen en ambtenaren; ambtenaren en 
bestuursproblemen van de hulporgani- 
saties; zaken die door de hoofden van de 
verschillende afdeUngen naar voren zijn 
gebracht en onze rapporten over de ring- 
conferenties en de activiteiten die tijdens 
de week hebben plaatsgevonden, zoals 
begrafenissen, spreekbeurten enzo- 
voort. In dit bestuurslichaam wordt elke 
verandering van bestuur of beleid over- 
wogen, en daarna wordt deze het officië- 
le beleid van de kerk. Laat mij een erva- 
ring uit een van deze besprekingen aan u 
vertellen. 

Ik herinner me nog heel goed dat er eens 
een zaak werd besproken waar verschil- 
lende leden van de Twaalf een verschil- 
lend standpunt over hadden en dat ron- 
duit naar voren brachten. Toen vatte 
president McKay de bespreking samen 



77 



en zei: ,,Ik geloof dat we het zo moeten 
doen." Ik sprak de broeder die naast mij 
zat aan en zei: ,,Is het niet prachtig om 
mee te maken hoe hij altijd met de juiste 
oplossing voor de dag komt en hoe wij 
dan allemaal schijnen te voelen dat dat 
ook de juiste oplossing is?" 
Mijn collega wendde zich tot mij en 
sprak: „Je luistert naar een profeet van 
God." Hierdoor weten we dat elke be- 
slissing die genomen word, de unanieme 
besUssing van de groep wordt, onver- 
schilhg hoe elk lid van die groep er vóór 
die beslissing ook over dacht. 
Op de eerste donderdag van elke maand 
vergadert het Eerste Presidium met alle 
algemene autoriteiten — de leden van de 
Twaalf, de Zeventig en de Presiderende 
Bisschap. In deze vergadering worden 
allen op de hoogte gesteld van elke ver- 
andering in programma of beleid en 
onderwezen met betrekking tot hun 
plichten en verantwoordelijkheid. De 
president wijst leden aan die hun getui- 
genis mogen geven, daarna doen we alle- 
maal onze priesterschapskleding aan, 
nemen van het avondmaal en nemen 
deel aan een gebedskring, waaraan alle 
aanwezigen meedoen. Na afloop van dit 
gebed mogen allen behalve de Raad, 
gaan, degenen die achterblijven doen 
hun priesterschapskleding uit en gaan 
voort met de zaken die altijd op donder- 
dagmorgen ter sprake komen. Een se- 
cretaris maakt een verslag van alles wat 
wordt gezegd en gedaan. 
Elke donderdag gebruiken het Eerste 
Presidium en de Twaalf na afloop van 
hun vergadering samen de lunch in een 
zaal die speciaal voor dat doel is. In deze 
zaal hangt een prachtige plaat van het 
laatste avondmaal. Dit is een periode 
waarin wij ons kunnen ontspannen, en 
waarin wij tijdens de tafelgesprekken er- 
varingen uitwisselen en zaken waar we 



allen belangstelling voor hebben ter tafel 
brengen. Als ik daar de tijd voor zou 
hebben, zou ik u daarover enkele inte- 
ressante verhalen kunnen doen. 
Op vrijdagmorgen vergadert de Presi- 
derende Bisschap om negen uur met het 
Eerste Presidium om rapport uit te bren- 
gen en zaken te bespreken die belangrijk 
zijn voor het bestuur. 
Zoals u weet heeft de kerk ook zakelijke 
belangen, zoals Bonneville International 
Corporation (firma voor radio- en tele- 
visieprodukties), Beneficial Life Insu- 
rance Company (levensverzekerings- 
maatschappij). Hotel Utah, Zions Secu- 
rities Corporation (bank), Deseret News 
(krant) en Deseret Mutual Benefit Asso- 
ciation (bank) — deze firma's werken in 
het belang van de kerk en dienen tevens 
het algemeen belang. Bovendien heeft de 
kerk aandelen in grote boerderijen. 
Sommige mensen hebben de onjuiste in- 
druk dat de kerk geen belasting betaalt. 
Ik wil deze indruk graag wegnemen door 
erop te wijzen dat alle instellingen van de 
kerk evenveel belasting betalen als elke 
andere vergelijkbare instelling in de 
zakenwereld. 

Wij hopen en bidden altijd — elke dag — 
dat de kerk goed bestuurd wordt door 
diegenen die op deze verantwoordelijke 
posten — het Eerste Presidium, de Raad 
der Twaalf, het Eerste quorum der Ze- 
ventig en de Presiderende Bisschap — 
zijn geplaatst en dat de plaatselijke 
ambtenaren ook gezegend en geleid mo- 
gen worden. Ik getuig dat de kerk via een 
profeet van God door de Heer Zelf 
wordt geleid en ik bid nederig dat wij dat 
allemaal mogen waarderen, dat wij ons 
lidmaatschap van de kerk mogen waar- 
deren en dat wij er ijverig naar mogen 
streven om onszelf op het eeuwige leven 
voor te bereiden. In de naam van Jezus 
Christus. Amen. D 



78 




Onze zusters 
in de kerk 



President Spencer W. Kimball 



Geliefde broeders, het was heerlijk om te 
luisteren naar de prachtige boodschap 
van president Tanner, waarin hij vertel- 
de hoe wij in deze kerk trachten het werk 
des Heren te volbrengen. Ik ben ervan 
overtuigd dat er veel mensen zijn die niet 
weten wat er in de kerk omgaat. Ik ben 
ervan overtuigd dat het gehoorde voor 
heel veel mensen verhelderend heeft ge- 
werkt. 

Deze algemene priesterschapsvergade- 
ring verschaft mij een prachtige gelegen- 
heid om u, mannen en jongemannen van 
de kerk, te bedanken voor alles wat u 
doet om goed te leven en om het konink- 
rijk van God op aarde op te bouwen. Wij 
zijn u eeuwig dankbaar en wij zijn ons 
ervan bewust dat God u nu op aarde 
heeft geplaatst zodat uw talenten en toe- 
wijding in deze belangrijke periode van 
de geschiedenis van de mensheid en van 
de geschiedenis van de kerk gebruikt 
kunnen worden. 

Vandaag drie weken geleden groepten 
de vrouwen van de kerk, zowel jong als 
oud, samen in deze prachtige tabernakel 
en in dezelfde zalen waarin u vanavond 
vergadert. Daar ik de vrouwenvereni- 
ging niet persoonlijk kon bijwonen, heb 
ik de gang van zaken bij die heerlijke 
gebeurtenis op een speciale televisie van- 
uit het ziekenhuis gevolgd. Mijn hart 
vloeide over van dankbaarheid voor de 



bijzondere zegen die de fijne zusters van 
De Kerk van Jezus Christus van de Hei- 
ligen der Laatste Dagen — Gods hemels 
koninkrijk op aarde — betekenen. Mijn 
geUefde eeuwige kameraad, Camilla, 
heeft die lieve zusters toen mijn korte 
boodschap voorgelezen. 
In die boodschap heb ik de zusters ge- 
zegd: ,,Wij hebben binnenkort een alge- 
mene conferentie met haar priester- 
schapsvergadering, daar zullen wij niet 
minder hefdevol, noch minder duidelijk 
tegen de broeders zijn, want onze raad 
zal gelijkluidend zijn." 
Nu ik tot u, broeders, spreek wil ik die 
belofte aan de zusters nakomen. Wij zijn 
in ons leven allemaal met bijzondere 
vrouwen gezegend — vrouwen die een 
diepgaande en blijvende invloed op ons 
hebben. Hun bijdrage was en is uiterst 
belangrijk voor ons en is iets dat een 
eeuwigdurende waarde voor ons heeft. 
Onze vrouwen, moeders, dochters en 
vriendinnen zijn allemaal geestelijke 
kinderen van onze hemelse Vader. Ik 
hoop, dat wij dat altijd zullen bedenken, 
broeders, wanneer het erom gaat hoe wij 
onze vrouwen behandelen. Onder de 
zusters van deze bedeling zijn veel van de 
edelste dochters van onze hemelse Va- 
der. Laten wij altijd bedenken dat God 
geen aannemer des persoons is en dat Hij 
ons allemaal — mannen en vrouwen. 



79 



jongens en meisjes — met een volmaakte 
liefde liefheeft. 

Zoals president Harold B. Lee dikwijls 
heeft gezegd: ,,Het belangrijkste ker- 
kwerk dat u ooit verricht, verricht u bin- 
nen de muren van uw eigen huis." (Zie 
Strengthening the Home, brochure, 
1973, blz. 7.) Velen onder ons hebben 
dat dikwijls herhaald. 
Veel van dit bijzondere kerkwerk zal 



„De vrouwen hebben in deze 

kerk een taak, die hoewel zij 

anders is, even belangrijk is als 

de taak die wij verrichten." 



worden beoordeeld naar de christelijke 
wijze waarop wij de vrouwen van de 
kerk die bij ons thuis wonen, dienen en 
leiden. Ik zeg dienen en leiden omdat het 
leiderschap van de man thuis moet lijken 
op het leiderschap van Christus in de 
kerk. Christus leidde door Uefde, door 
zijn voorbeeld en door onzelfzuchtig 
dienstbetoon. Hij offerde zich voor ons 
op. Zo moet het zijn als wij in ons eigen 
huis leidende dienaren en nederige pa- 
triarchen zijn. 

Wij moeten onzelfzuchtig zijn en dienen, 
attent en edelmoedig zijn. Onze heer- 
schappij dient een rechtvaardige heer- 
schappij te zijn en onze kameraadschap 
met onze eeuwige kameraad, onze 
vrouw, moet een volwaardige kame- 
raadschap zijn. 

U, fijne ringpresidenten en bisschoppen 
en uw raadgevers — wees alstublieft bij- 
zonder bedacht op de zuster die — bui- 
ten hun eigen schuld — nu niet de zegen 
ontvangen hebben die samengaat met 
het voor tijd en alle eeuwigheid verze- 
geld zijn aan een waardige echtgenoot, 



zodat zij zich onbewust buitengesloten 
voelen als wij ons terecht op het gezinsle- 
ven richten. Êeschouw hun aanwezig- 
heid in uw midden niet als een last, maar 
als een zegen. 

Weest u altijd bewust van onze bijzonde- 
re taak jegens de weduwen, de geschei- 
den vrouwen, de andere vrouwen die 
zonder echtgenoot zitten en in somnige 
gevallen de jonge zusters die geen vader 
hebben. Wij kunnen onze taak als man 
Gods eenvoudig niet vervullen als wij de 
vrouwen Gods veronachtzamen. 
Soms horen we verontrustende rappor- 
ten over de wijze waarop zusters worden 
behandeld. Misschien is een dergelijke 
gebeurtenis het gevolg van ongevoelig- 
heid en nonchalance, maar, broeders, 
het hoort niet voor te komen. De vrou- 
wen hebben in deze kerk een taak die, 
hoewel zij anders is, even belangrijk is als 
de taak die wij verrichten. Hun werk is in 
feite hetzelfde fundamentele werk dat 
van ons gevraagd wordt — ook al spelen 
wij een andere rol en al zijn onze op- 
drachten anders. 

Daar onze vrouwen zo geweldig belang- 
rijk voor ons zijn, willen wij niet dat zij 
naar de wereldse levenswijze afdalen. De 
meesten van hen zijn sterk en goed en 
trouw en dat zal nog toenemen wanneer 
zij met liefde en respect worden behan- 
deld en wanneer hun gevoelens op de 
juiste waarde worden geschat en worden 
begrepen. 

Onze zusters verlangen geen verwenne- 
rij, noch neerbuigende minzaamheid; zij 
verlangen als onze zusters en gelijken te 
worden gerespecteerd en als zodanig te 
worden behandeld. Waarde broeders, ik 
vestig op dit alles de aandacht, niet om- 
dat de leer of de leerstellingen van de 
kerk ten aanzien van vrouwen op enige 
wijze in twijfel worden getrokken, maar 
omdat ons gedrag in bepaalde gevallen 
van twijfelachtige kwaliteit is. Deze za- 
ken komen niet aan de orde omdat de 



80 



toestand alarmerend is, maar omdat on- 
ze mensen in het koninkrijk over het 
algemeen nog meer „anders" moeten 
worden dan de mensen van de wereld. 
Zoals de Heiland bij verschillende gele- 
genheden zei, wij worden geoordeeld 
naar mate wij elkander al dan niet lief- 
hebben en elkander overeenkomstig 
daarmee behandelen en naar mate wij 
één van hart en één van geest zijn. Wij 
kunnen de Heer niet toebehoren als wij 
niet één zijn! (Zie LV 38:27.) 
Wij zullen worden geoordeeld naar en 
verantwoordelijk worden gehouden 
voor de wijze waarop wij onze kerkelijke 
opdrachten vervullen en ons rentmees- 
terschap tijdens de sterfelijkheid zal op 
geen enkel punt een kritischer onder- 
zoek ondergaan dan naar de wijze waar- 
op wij ons gezin en onze zusters en broe- 
ders in de kerk hebben gediend en liefge- 
had. President McKay maakte de wijze 



opmerking: ,,Geen enkel succes weegt 
op tegen falen in het gezin." 
{Conference Report van april 1964, blz. 

Wij houden van u, broeders, en wij hou- 
den van de zusters. Wij vertrouwen u 
volkomen. Wij verheugen ons over uw 
geloof en over uw toewijding aan het 
werk voor de Meester. Moge God u en 
uw geliefden zegenen, wanneer u naar 
hen terugkeert. 

Ik weet dat God leeft, mijn broeders (het 
is zo heerlijk om dat heel vaak te zeg- 
gen), dat Christus, de Verlosser van de 
wereld, onze Heer is en dat dit zijn kerk 
is. De Kerk van Jezus Christus van de 
Heiligen der Laatste Dagen heeft Chris- 
tus als Hoofd. Ik geef u deze getuigenis, 
mijn liefde en mijn zegen en ik wens u het 
beste toe, in de naam van Jezus Christus, 
onze Heer. Amen." D 



Zuster Camilla Kimball en Freda Joan Lee 




81 



7 oktober 1979 

Zondagmorgenvergadering 




De bijdragen 
van de profeet 
Joseph Smith 



President N. Eldon Tanner 
Eerste raadgever in het Eerste Presidium 



Vele jaren geleden woonde er in Noor- 
wegen een jonge weduwe met twee 
zoontjes, zij liet een schoenmaker een 
paar schoenen lappen. Toen de gelapte 
schoenen teruggebracht werden, keek de 
vrouw verbaasd op, daar zij in elke 
schoen een godsdienstige brochure 
vond. De brochures maakten haar 
nieuwsgierig en kort daarna Uep zij zelf 
een halfuur naar de schoenmakerswerk- 
plaats met een pakje waarin een paar 
oude schoenen zat dat gelapt moest 
worden. 

Nadat zij haar zaken met de schoenma- 
ker geregeld had, aarzelde ze even terwijl 
ze de deurknop al in haar hand had, 
hoewel schoorvoetend, wilde ze toch 
naar de brochures vragen. In de tijd dat 
zij aarzelde zei de schoenmaker: ,,Het 
verbaast u misschien als ik u zeg dat ik u 
iets veel waardevollers kan geven dan 
zolen voor de schoenen van uw kind." 
„Wat kunt u, een schoenmaker, mij ge- 
ven dat meer waard is dan de zolen voor 
de schoenen van mijn zoon? U spreekt in 
raadselen," antwoordde ze. 
De man aarzelde niet. ,,Als u naar mij 



wilt luisteren, kan ik u het ware heilsplan 
van de Heer voor zijn kinderen onder- 
wijzen. Ik kan u onderwijzen hoe u in dit 
leven gelukkig kunt worden, en hoe u 
zich kunt voorbereiden op eeuwige 
vreugde in het leven hierna. Ik kan u 
vertellen waar u vandaan gekomen bent, 
waarom u op aarde bent en waar u na de 
dood heen zult gaan. Ik kan u de hefde 
van God voor zijn kinderen onderwij- 
zen, zoals u dat nog nooit hebt geleerd." 
De woorden sneden door het hart van 
Anna Widtsoe, wier man, John Ander- 
sen Widtsoe, net eenjaar tevoren onver- 
wachts was overleden. Haar oudste 
zoon, John Andreas, was toen zes en 
haar andere zoon, Osborne, was nog 
maar twee maanden. Bij de begrafenis 
stonden de jonge weduwe en haar oudste 
zoon bij het open graf toen de koele 
woorden van de begrafenisliturgie wer- 
den uitgesproken: ,,Stof zijt gij en tot 
stof zult gij wederkeren." 
Er was geen belofte omtrent een ont- 
moeting op een plaats die gelukkiger is 
dan de aarde van deze mensen. 
Haar leven was sindsdien eenzaam en 



82 



vol onbeantwoorde geestelijke vragen, 
die door haar eigen godsdienst niet tot 
tevredenheid werden beantwoord. Zij 
stelde de schoenmaker een eenvoudige 
vraag: ,,Wie bent u?" Hij antwoordde: 
„Ik ben lid van De Kerk van Jezus 
Christus van de Heiligen der Laatste Da- 
gen — men noemt ons mormonen. Wij 
hebben Gods waarheid." 
Wanneer er gelapte schoenen werden te- 
ruggebracht zat er altijd een nieuwe bro- 
chure in en tenslotte werd zij zo nieuws- 
gierig dat zij een mormoonse vergade- 
ring bijwoonde. Anna Widtsoe was een 
intelhgente vrouw. Zij kende haar Bij- 
bel. Heel wat keren probeerde ze de 
ouderlingen vast te zetten, maar het luk- 
te haar nooit. Zij stond erop de leerstelli- 
ge punten waarover zij twijfels had te 
bespreken; en eindelijk was zij er welis- 
waar met tegenzin, maar met een bid- 
dend hart van overtuigd dat zij de eeuwi- 
ge waarheid had gevonden. 
Tenslotte werd zij iets meer dan twee 
jaar nadat zij voor het eerst over het 
evangelie had gehoord, op 1 april 1881, 
als lid van de kerk gedoopt ... Er lag 
nog een dun laagje ijs op het water bij de 
oever van het fjord, dit moest worden 
gebroken om te kunnen dopen. Het wa- 
ter was ijskoud, toch heeft ze tot op haar 
sterfdag volgehouden dat zij zich in haar 
hele leven nooit warmer en prettiger 
heeft gevoeld dan toen zij uit het doop- 
water van dat goede ouwe Trondjems 
fjord kwam. Het vuur binnenin haar was 
ontstoken om nooit meer te worden 
gedoofd." 

Dit verslag komt uit het boek In the 
Gospel Net (Salt Lake City: Improve- 
ment Era van 1942, blz. 4 , 53-57), ge- 
schreven door ouderhng John A. Widt- 
soe, de oudste zoon van Anna, die later 
apostel en hd van de Raad der Twaalf 
van De Kerk van Jezus Christus van de 
HeiUgen der Laatste Dagen is geworden. 
Welke bijzondere samenloop van om- 



standigheden heeft sinds het jaar 1830 
overal ter wereld in het leven van vele 
mensen een herhahng van dergelijke er- 
varingen veroorzaakt? 
Op 6 april 1830 werd De Kerk van Jezus 
Christus van de Heiligen der Laatste Da- 
gen overeenkomstig de goddelijke op- 
dracht en in vervolg op een serie gebeur- 
tenissen die volgde op een hemelse mani- 
festatie aan Joseph Smith, een jonge 
boerenknaap, officieel georganiseerd. 
Er waren slechts zes personen aanwezig 
en zij werden de eerste wettige leden. 
Nadat er enkele andere handelingen in 
verband met het organiseren waren ver- 
richt, begaf men zich naar een rivier 
waar nog enkelen werden gedoopt en tot 
lid van de kerk bevestigd. 
In april 1980 viert de kerk haar 150-jarig 
bestaan en wij schatten dat de kerk tegen 
die tijd meer dan 4.3000.000 leden heeft. 
Wanneer ik nadenk over het ,, wonder- 
lijk en wonderbaar" werk (zie Jesaja 
29:14) dat dit tot stand heeft gebracht, 
voel ik mij gedwongen God te prijzen en 
lof toe te zwaaien aan Joseph Smith, de 
profeet van de herstelling, en al Gods 
heilige profeten en zijn kerk onder 
goddelijke inspiratie hebben geleid. 
Laten wij eens even naar de eerste le- 
vensjaren van Joseph Smith kijken. Hij 
werd op 23 december 1805 te Sharon in 
Windsor County in de staat Vermout 
geboren als de zoon van Joseph Smith 
sr. en Lucy Mack Smith. In 1816 ver- 
huisde de famiUe Smith naar Palmyra in 
de staat New York en kort daarna naar 
Manchester, ook in die omgeving. In die 
plaats werd Joseph zich bewust van alle 
godsdienstige opwekkingsbij- 

eenkomsten en op zekere dag las hij een 
tekst in de brief van Jakobus die luidt: 
,, Indien echter iemand van u in wijsheid 
te kort schiet, dan bidde hij God daar- 
om, die aan allen geeft, eenvoudigweg en 
zonder verwijs; en zij zal hem gegeven 
worden." (Jakobus 1:5.) 



83 



Deze tekst sprak de geestelijk ingestelde 
jongen enorm aan; en nadat hij over de 
inhoud van de tekst nagedacht had en in 
zijn hart wist dat hij Gods hulp nodig 
had om te bepalen welke kerk van alle 
kerken de juiste was, trok hij zich in het 
bos terug om voor het eerst hardop te 
bidden. Op een wijze die Joseph in zijn 
eigen getuigenis levendig beschreef, ver- 
schenen er boven hem in een pilaar van 
licht twee personen en de Ene wees op de 



„Het evangelie is een heerlijke 
boodschap, een boodschap van 

vrede en goede wil; de enige 

boodschap die de wereld vrede 

zal brengen." 



Andere en sprak: ,, (Joseph,) Deze is 
Mijn geliefde Zoon — hoor Hem!" (Jo- 
seph Smith 2:17.) 

In antwoord op zijn vraag werd hem 
verteld dat hij zich bij geen enkele van de 
bestaande kerken moest aansluiten, en 
de redenen daartoe werden hem gege- 
ven. Toen hij de anderen over zijn vi- 
sioen vertelde, werd hij belachelijk ge- 
maakt en beschimpt en er werd hem ge- 
zegd dat gebeurtenissen als openbarin- 
gen en visioenen niet bestonden — dat 
dergelijke gebeurtenissen met de Apos- 
telen waren verdwenen en dat zij niet 
meer zouden voorvallen. 
Hij ging nog drie jaar voort met zijn 
gewone dagelijkse werk, in die tijd werd 
hij zeer vervolgd omdat hij verteld had 
dat hij een visioen had gehad. In septem- 
ber 1 823 werd hij opnieuw door een he- 
melse boodschapper bezocht, deze ver- 
telde hem dat hij Moroni heette en dat 
hij een taak voor Joseph had. 
De engel vertelde hem over een boek dat 



op gouden platen was geschreven en dat 
in een heuvel in de buurt lag verborgen. 
De platen bevatten een verslag over de 
vroegere inwoners van het Amerikaanse 
continent en ook over de volheid van het 
eeuwige evangehe zoals dat door de Hei- 
land aan dat oude volk was gegeven. 
Joseph kreeg de opdracht de komende 
vier jaar elk jaar de plaats waar de platen 
lagen verborgen te bezoeken. Hij vol- 
deed aan die opdracht en hij werd daar 
elke keer ontvangen door de engel Mo- 
roni, die hem ook onderricht gaf. Ein- 
delijk was het zover dat hij gereed was 
om de platen te ontvangen en te 
vertalen. 

Indien een van u de geschiedenis over het 
verschijnen van het Boek van Mormon 
nog niet kent, nodig ik u uit de gelegen- 
heid te benutten om die geschiedenis te 
leren kennen. Lees het boek, dat in het 
laatste hoofdstuk deze belofte geeft: 
„En wanneer gij deze dingen zult ont- 
vangen, zou ik u willen vermanen, dat gij 
God, de Eeuwige Vader, in de naam van 
Christus zoudt vragen, of deze dingen 
niet waar zijn; en indien gij zult vragen 
met een oprecht hart en met een eerlijke 
bedoeling, en geloof hebt in Christus, zal 
Hij door de kracht des Heiligen Geestes 
de waarheid ervan aan u bekendmaken. 
En door de kracht des Heiligen Geestes 
kunt gij de waarheid van alle dingen we- 
ten." (Moroni 10:4, 5.) 
Deze macht nu getuigt elk jaar aan hon- 
derdduizenden bekeerlingen dat Joseph 
Smith een profeet van God was en dat 
het Boek van Mormon waar is, dat dat 
boek een partner is van de Bijbel en dat 
het een nieuwe en extra getuigenis geeft 
over de goddelijkheid van Jezus Christus 
en een verslag geeft over zijn bemoeienis 
met de vroegere bewoners van Amerika. 
Denk, indien u dat wilt, met mij mee 
over de redenen voor de sterke getuige- 
nis die in de boezem van de getrouwe, en 
toegewijde miljoenen die lid zijn van de 



84 




kerk van Jezus Christus brandt. Denk 
aan die veertienjarige jongen die de ware 
kerk zocht, nadat hij in de war was ge- 
raakt door de tegenstrijdige leersteUin- 
gen die de geestelijken van verschillende 
richtingen onderwezen. Ik verbaas me 
over de wijze waarop hij in zijn eentje 
stand hield en allerlei vervolging onder- 
ging omdat hij het feit dat hij een visioen 
had gezien niet kon ontkennen. 
In zijn eigen verslag staat: ,,Ik heb sinds- 
dien gedacht, dat het mij alleszins ging 
als Paulus, die zich voor koning Agrippa 
verdedigde, en zijn verhaal deed van het 
visioen dat hij had, toen hij een licht zag 
en een stem hoorde; maar er waren er 
toch maar weinig die hem geloofden; 
sommigen zeiden dat hij loog, anderen 
zeiden dat hij waanzinnig was en hij 
werd bespot en beschimpt. Maar dit al- 
les deed de werkelijkheid van zijn visioen 
niet teniet. Hij had een visioen gezien, en 



hij wist het, en alle vervolging onder de 
hemel kon dit niet veranderen; en hoe- 
wel zij hem ten dode toe zouden vervol- 
gen, wist hij, en zou hij tot zijn laatste 
ademtocht blijven weten, dat hij een 
licht had gezien en een stem tot zich had 
horen spreken, en heel de wereld kon 
hem er niet anders over doen denken, of 
geloven." (Joseph Smith 2:24.) 
Ik lijd met hem mee wanneer hij de pla- 
ten krijgt en zich bewust wordt van de 
enorme verantwoordelijkheid die het be- 
schermen en vertalen van de platen met 
zich meebrengt. Met de weinige echte 
scholing die hij heeft ontvangen, heeft 
hij de kolossale taak om een vreemde 
taal te vertolken. Toch was de Heer met 
hem en zo werd de weg geopend waarbij 
de nodige schrijvers, een uitgever en het 
geld verschaft werden. 
In de New York Sun van 4 september 
1843 stelde een schrijver: 



85 



„Die Joseph Smith mag wel als een bui- 
tengewone figuur worden beschouwd, 
een ,prophet-hero' (profetenheld) zou 
Carleyle (Schots schrijver en geschied- 
kundige, 1795-1881) hem misschien heb- 
ben genoemd. Hij is een van de grote 
mannen van deze eeuw en in de geschie- 
denis van de toekomst zal hij worden 
gerekend onder degenen die op een of 
andere wijze een duidelijk stempel op de 
maatschappij hebben achtergelaten." 
(History of the Church, deel 6, blz. 3.) 
In een boek dat Joseph Smith, An Ameri- 
can Prophet (Joseph Smith, een Ameri- 
kaans profeet) heet, heeft John Henry 
Evans het volgende geschreven: 
„Deze man werd de burgemeester van 
de grootste stad in lUinois en de meest 
vooraanstaande burger van de staat, de 
bevelhebber van de grootste groep geoe- 
fende soldaten in het land, buiten het 
federale leger, de grondlegger van steden 
en van een universiteit . . . 
Hij schreef een boek (het Boek van Mor- 
mon) dat de literaire critici al honderd 
jaar verbijstert en dat tegenwoordig 
meer gelezen wordt dan enig ander boek, 
behalve de Bijbel. Op de drempel van 
een eeuw waarin van alles werd georga- 
niseerd stelde hij het maatschappelijke 
systeem vast dat in deze moderne wereld 
het dichtste tot volmaaktheid nadert en 
ontwikkelde hij een godsdienstige filoso- 
tie die een uitdaging is voor alles wat de 
geschiedenis op dit gebied te bieden 
heeft waar het volledigheid en samen- 
hang betreft. Hij trof de voorbe- 
reidingen voor een economisch systeem 
dat de grootste vrees die in het hart van 
de mens zetelt wegneemt — namelijk de 
vrees om behoeftig te worden ten gevol- 
ge van ziekte, de oude dag, werkeloos- 
heid en gebrek." (New York: 
MacMillan, 1946, blz. 4.) 
Welke grote betekenis hebben de bijdra- 
gen van Joseph Smith voor de wereld? 
Laten we enkele van die bijdragen eens 



in ogenschouw nemen. Misschien is de 
belangrijkste het begrip van de Godheid. 
Het Nieuwe Testament laat duidelijk 
zien dat de Vader, de Zoon, en de heilige 
Geest drie gescheiden en verschillende 
Wezens zijn, toch zijn er velen in de 
christelijke wereld die dit niet aanvaar- 
den of die niet geloven in een persoonlijk 
God naar Wiens beeld wij zijn gescha- 
pen. De Vader en de Zoon zijn werkelijk 
persoonlijk aan Joseph Smith versche- 
nen om hun persoonlijkheid en beeld te 
laten zien. Toen die jongen uit dat bos 
kwam kende hij de feiten — God heeft 
de vorm van een mens, Hij spreekt, Hij is 
zorgzaam en vriendelijk, Hij beant- 
woordt gebeden. Hij is een persoonlijk 
God, want Hij noemde Joseph bij naam. 
Zijn Zoon lijkt op Hem en is een geschei- 
den Persoon en Hij is de Middelaar tus- 
sen God en de mensen. 
De gebeurtenis in het bos was in directe 
tegenspraak met het begrip dat openba- 
ring was opgehouden en dat God niet 
meer met de mens sprak. De teksten van 
het Oude en het Nieuwe Testament be- 
vestigen herhaaldelijk de noodzaak van 
voortdurende openbaring. Neem de 
woorden van Amos in overweging: 
„Voorzeker, de Here Here doet geen 
ding, of Hij openbaart zijn raad aan zijn 
knechten, de profeten." (Amos 3:7.) 
Na de openbaringen die hij had ontvan- 
gen onderwees Joseph Smith met gezag 
vele waarheden die in de Bijbel waren 
vastgelegd en die voor die tijd niet waren 
begrepen. Enkele daarvan zijn: wij zijn 
geestelijke kinderen van God, wij had- 
den een voorsterfelijk bestaan, wij zijn in 
de sterfelijkheid om ons waardig te beto- 
nen en als wij trouw zijn kunnen wij 
terugkeren om eeuwig in de tegenwoor- 
digheid van God te wonen en om door 
eeuwige vooruitgang als God te worden. 
Een volgende leerstelling die nauw sa- 
menhangt met het vaderschap van God 
en het zoonschap van de mens is het 



86 




Ouderling en zuster Taylor 



wezenlijke bestaan van Satan, de duivel. 
Hij is er echt en hij is vastbesloten zoveel 
mogelijk mensen als zijn gevangenen uit 
de tegenwoordigheid van God weg te 
leiden. 

Joseph onderwees de leer van de vrije wil 
- dat wij vrij zijn om zelf tussen goed en 
kwaad te kiezen, met de daaruit voort- 
vloeiende zegeningen of straffen. Wij le- 
zen in 2 Korintiërs: 

„Want wij moeten allen voor de rechter- 
stoel van Christus openbaar worden, op- 
dat een ieder wegdrage wat hij in zijn 
lichaam verricht heeft, naardat hij ge- 
daan heeft, hetzij goed, hetzij kwaad." (2 
Korintiërs 5:10.) 

Hij gaf de wereld een nieuw begrip van 
het priesterschap — het gezag door God 
aan de mens gegeven om in zijn naam te 
handelen. Door middel van openbaring 
gaf Hij een duidelijke definitie van alle 
ambten en plichten van de priesterschap 



van diaken tot en met hogepriester; en 
deze staan zo goed omschreven in afde- 
ling 107 van de Leer en Verbonden dat 
wij 144 jaar later nog altijd die instruc- 
ties opvolgen bij het organiseren en be- 
sturen van kerkzaken. 
Dit is een extra bevestiging dat dit de 
Kerk van Jezus Christus is met dezelfde 
organisatie die Hij vroeger in zijn kerk 
instelde en met dezelfde ambten. 
Joseph Smith onderwees door openba- 
ring een nieuw beginsel met betrekking 
tot het menselijk lichaam — het taberna- 
kel van de geest. Het lichaam van de 
mens is heilig en mag niet worden veront- 
reinigd. Elke opzettelijke beschadiging 
is voor God een belediging en daarom 
heeft de zorg voor het lichaam ook een 
geestelijke betekenis. Joseph Smith ont- 
ving een openbaring, die bekend staat 
als het Woord van Wijsheid, om ons te 
helpen ons hchaam als een geschikte 



87 



woonplaats voor onze geest te handha- 
ven; indien wij deze wet gehoorzamen 
zal dat grote zegeningen voor ons li- 
chaam en voor ons verstand tot gevolg 
hebben. 

De profeet Joseph leerde de zaligmaking 
voor de doden, die hoewel deze in het 
Nieuwe Testament wordt geleerd sinds 
de dagen der apostelen niet meer was 
begrepen noch in praktijk was gebracht. 
Deze leer werd tegelijkertijd onderwezen 
met de beginselen: het gezin is een eeuwi- 
ge eenheid en het tempelhuwelijk, dat is 
een huwelijk voor tijd en alle eeu- 
wigheid. 

Wat geeft het een heerlijk tevreden ge- 
voel als men weet dat God en Christus 
werkelijk leven, dat Christus echt die 
Persoon is Die in de Bijbel en de heden- 
daagse Schriften wordt beschreven. Die 
tussen het volk woonde en zowel voor 
als na zijn kruisiging en opstanding de 
mensen onderwees en de kinderen en de 
zieken zegende, en dat Hij bij zijn reizen 
van de ene stad naar de andere belang- 
stelling had voor hun welzijn. Waarom 
zou iemand Hem liever zien als een le- 
gendarisch persoon of als een groot filo- 
soof en Hem ontkennen als de letterlijke 
Zoon van God? 

Geloof in Christus is van wezenlijk be- 
lang voor onze zaligheid en het doel van 
zijn zending op aarde was ons te leren 
wat wij beslist moeten doen. Hij zei her- 
haaldelijk: ,, Bekeert u en wordt ge- 
doopt." Hij gaf het voorbeeld door Zich 
door Johannes de Doper te laten dopen. 
Hij sprak in dat uur: ,,Laat Mij thans 
geworden, want aldus betaamt het ons 
alle gerechtigheid te vervullen." 
(Matteüs 3:15.) 

Zijn laatste instructies aan zijn discipe- 
len luidden: 

„Gaat dan henen, maakt al de volken tot 
mijn discipelen en doopt hen in de naam 
des Vaders en des Zoons en des heiligen 
Geestes en leert hen onderhouden al wat 



ik u bevolen heb. En zie, Ik ben met u al 
de dagen, tot aan de voleinding der we- 
reld." (Matteüs 28:19, 20.) 
Hij legde duidelijk uit dat alle zaHgma- 
kende verordeningen moeten worden 
verricht door degenen die door God zijn 
aangesteld en die het gezag dragen om 
het evangelie te prediken en de verorde- 
ningen ervan te bedienen. Hij sprak over 
de afval en de herstelling zoals deze door 
de profeten van het Oude en het Nieuwe 
Testament werden geprofeteerd. Johan- 
nes de Openbaarder legde de volgende 
belangrijke verklaring af: 
„En ik zag een andere engel vliegen in 
het midden des hemels en hij had een 
eeuwig evangelie, om dat te verkondigen 
aan hen, die op de aarde gezeten zijn en 
aan alle volk en stam en taal en natie; en 
hij zeide met luider stem: Vreest God en 
geeft Hem eer, want de ure van zijn oor- 
deel is gekomen, en aanbidt Hem, die de 
hemel en de aarde en de zee en de water- 
bronnen gemaakt heeft." (Openbaring 
14:6, 7.) 

Ik wil mijn getuigenis geven aan allen die 
vanmorgen binnen het bereik van mijn 
stem zijn dat die engel gevlogen heeft en 
dat het eeuwig evangelie hersteld is en 
dat de kerk van Jezus Christus opnieuw 
op aarde is gevestigd en het gezag draagt 
om haar verordeningen te bedienen. 
Het gezag van het priesterschap, hetgeen 
het gezag van God is dat aan de mens is 
gedelegeerd om in zijn naam de verorde- 
ningen van het evangelie te bedienen, 
werd door de apostelen vanouds — Pe- 
trus, Jakobus en Johannes — op Joseph 
Smith en Oliver Cowdery bevestigd. De 
hemelen zijn nu even open als in de da- 
gen van Petrus en Jakobus en Johannes 
en Paulus en alle andere apostelen 
vanouds. 

God beantwoordt nog altijd de gebeden 
van de rechtvaardigen en openbaart nog 
altijd door middel van een profeet zijn 
wil aan de gevestigde kerk van Jezus 



Christus. Evenals Adam en Noach en 
Abraham en Mozes in de bedehngen 
waarin zij leefden door God als zijn pro- 
feten waren geroepen, is Joseph Smith in 
deze laatste dagen door God gekozen en 
geroepen als zijn profeet, ziener en open- 
baarder. De kerk werkt aan de vervul- 
ling van het uitdrukkelijk goddelijk ge- 
bod om het evangelie aan elke natie, elke 
stam, elke taal en elk volk te prediken. 
Onze zendelingen, meer dan 28.000, pre- 
diken dezelfde eenvoudige waarheden 
die door Christus zijn onderwezen toen 
Hij op aarde was, het eerste en grote 
gebod, namelijk: ,,Gij zult de Here, uw 
God, Hefhebben met geheel uw hart en 
met geheel uw ziel en met geheel uw 
kracht en met geheel uw verstand, en uw 
naaste als uzelf." (Lucas 10:27.) 
Wij onderwijzen dat de fundamentele 
beginselen van het evangelie zijn: ,,ten 



eerste, geloof in de Here Jezus Christus; 
ten tweede, bekering; ten derde, doop 
door onderdompeling tot vergeving der 
zonden; ten vierde, oplegging der han- 
den voor de gave des Heiligen Geestes." 
(Vierde Artikel des Geloofs.) 
Wij geloven dat God nog altijd met zijn 
volk op aarde spreekt en dat de kerk 
door een profeet van God — Spencer W 
Kimball — wordt geleid en dat de Heer 
door middel van hem spreekt. Het evan- 
gelie is een heerlijke boodschap, een 
boodschap van vrede en goede wil; de 
enige boodschap die de wereld vrede zal 
brengen, en zij biedt allen die haar aan- 
vaarden zaligmaking en verhoging. 
Moge deze getuigenis iedereen bereiken 
die naar de waarheid zoekt is mijn ge- 
bed, in de naam van Jezus Christus. 
Amen. D 





89 




Het raadsel 

van het mormonisme 



Ouderling Bruce R. McConkie 

Van de Raad der Twaalf 



Ik zal als tweede getuige spreken over 
hetgeen president Tanner zojuist wel- 
sprekend en vurig heeft getuigd. Wij 
hebben de wereld iets in het algemeen te 
zeggen. Wij richten ons in het bijzonder 
tot die onderzoekende geesten die een of 
andere nieuwe leerstelling willen horen, 
iets ongewoons willen zien (om als 't 
ware) uit te pluizen wat een van de groot- 
ste raadsels op godsdienstig gebied is — 
namelijk het raadsel van het 
mormonisme. 

Wij zijn een bijzonder volk; wij zijn een 
gemeente die bestaat uit mensen met een 
echt geloof, mensen die uniek zijn en 
anders dan alle anderen; wij zijn de heili- 
gen van de Allerhoogste die zich in vele 
landen vergaderen om Zion op te bou- 
wen en - een volk voor te bereiden op de 
wederkomst van de Zoon des Mensen. 
Wij worden mormonen genoemd. Veel 
mensen zien ons als een zonderHnge sek- 
te daar zij uitkrijten: „Bedrog, valse pro- 
feten, polygamie," zoals men vroeger al 
deed; of ,, Racisten, tegenstanders van de 
emancipatie, patriarchale dictators," 
zoals sommigen nu zeggen; of ,, Aanbid- 
ders van Adam en loochenaars van 
Christus en zijn genade," zoals anderen 
valselijk beweren; of welke drogredenen 
er op dat ogenblik ook mogen zijn om 
het zaad van het vooroordeel te zaaien 
bij degenen die anders misschien zouden 



willen weten wie wij zijn en wat wij 
geloven. 

Soms schijnt het ons toe dat deze kreten 
van mensen die niet doordenken én de 
verklaringen die op eigen voordeel zijn 
gericht van degenen die aanstoot nemen 
aan onze snelle groei en toenemende in- 
vloed op de wereld én de stemmen van 
hen wiens maatschappelijke en pohtieke 
gezichtspunten wij niet omhelzen slechts 
een volgend bewijs zijn van de waarheid 
en de goddelijkheid van het werk op 
zichzelf. De duivel is niet dood, en zoals 
zijn stem eens gehoord werd in de kre- 
ten: ,, Kruisig Hem, kruisig Hem," zo 
gilt deze nu in hysterisch gekrijs tegen 
het volk van Christus. 
Wij vinden dat het in deze eeuw vol ver- 
lichting en open dialoog niet te veel ge- 
vraagd is dat wij in de gelegenheid ge- 
steld willen worden om zelf te vertellen 
wie wij zijn, wat wij geloven en waarom 
onze zaak zo wonderbaarlijk 
vooruitgaat. 

Wij gaan prat op onze bestemming als 
een volk ten eigendom. Wij willen uniek 
— anders dan andere mensen — zijn 
omdat wij de wereld verzaakt hebben en 
een verbond hebben gesloten om christe- 
lijk te leven en het pad der waarheid en 
deugd te bewandelen. 
Wij hopen dat eens van ons wordt ge- 
zegd wat Petrus eens van de ware gelovi- 



90 



gen van zijn tijd heeft gezegd: „Gij ech- 
ter zijt een uitverkoren geslacht, een ko- 
ninkUjk priesterschap, een heiUge natie, 
een volk (Gode) ten eigendom, om de 
grote daden te verkondigen van Hem, 
die u uit de duisternis geroepen heeft tot 
zijn wonderbaar licht." (1 Petrus 2:9.) 
Daar wij een fatsoenlijk respect voor ge- 
zichtspunten en zorgen van onze naasten 
— zowel christenen als niet-christenen, 
zowel jood als andersdenkende — op na 
houden, zullen wij nu enkele punten 
waarin wij geloven en waarvan wij weten 
dat zij waar zijn uiteenzetten. 
Onze levenswijze, de zekerheid en vreug- 
de die onze ziel vervult en onze hoop op 
zaligheid en eer hierna komen allemaal 



„Mogen wij zeggen dat, wat de 

mensen het mormonisme 

noemen, nu precies het stelsel 

van wetten en waarheden is dat 

van de aarde een hemel en van 

de mens een god maakt." 



voort uit onze leerstellingen, uit onze 
theologie, uit de waarheden die ons geo- 
penbaard zijn. En als wij een betere le- 
venswijze hebben, zullen degenen die een 
eerlijk hart hebben zeker willen weten 
wat wij geloven en hoe dat de mens ver- 
andert en verheft. 

En dus zeggen wij in eenvoudige 
bewoordingen: 

Er is een God in de hemel, een glorierijk 
persoon, een heilige Man, Die alles weet. 
Die alle macht heeft en Die oneindig en 
eeuwig is. 

Hij is de Allerhoogste, de eeuwige Op- 
permachtige, de Schepper en Degene 
Die werelden zonder einde heeft bevolkt. 



Hij is onze Vader in de hemel en Hij leeft 
in het gezinsverband. 
Wij zijn zijn geestelijke kinderen; wij 
woonden voor het fundament van deze 
aarde werd gelegd allemaal in zijn eeuwi- 
ge tegenwoordigheid; wij hebben zijn 
aangezicht gezien, zijn stem gehoord en 
zijn geest gevoeld. 

Hij heeft de wetten waardoor zijn kinde- 
ren vooruitgang konden maken en kon- 
den worden zoals Hij verordineerd en 
vastgesteld. Deze wetten vormen het 
plan van zaligheid; zij zijn het evangelie 
van God. 

Dit heerlijke evangelie vroeg om de 
schepping van deze aarde als plaats waar 
de mens kon komen om een sterfelijk 
lichaam op zich te nemen, en beproefd te 
worden in een omgeving waar hij in ge- 
loof moest wandelen. 
De val van Adam stond op het program- 
ma opdat de stoffelijke dood en de gees- 
telijke dood op aarde konden komen en 
op alle mensen konden worden over- 
gebracht. 

Er was ook een oneindige en eeuwige 
verzoening nodig die gewrocht moest 
worden door Iemand die de Eniggebore- 
ne in het vlees zou worden en deze ver- 
zoening zou de losprijs zijn die de mens 
uit zijn gevallen staat zou verlossen. 
De Here Jezus Christus, de Eerstgebore- 
ne van de Vader, werd voor dit verheven 
werk uitgekozen. Hij werd in he midden 
des tijds uit Maria geboren en werd voor 
de zonden van de wereld gekruisigd. 
Aldus is er door Christus zaUgheid ge- 
bracht; deze komt door zijn goedheid en 
genade en omdat Hij als zoenoffer heeft 
gediend; Hij kwam om ,,de onsterfelijk- 
heid en het eeuwige leven van de mens 
tot stand te brengen." (Mozes 1:39.) 
Hij is onze Zahgmaker en Verlosser. 
Zijn bediening bestond uit bemiddelen 
en verzoenen; Hij volbracht het grote en 
eeuwige plan der verlossing. Door Hem 
kunnen wij gered worden om een eeuwi- 



91 




Het Jeugdwerkkoor 



ge zaligheid deelachtig te worden. Hij is 
onze God en wij zijn zijn volk en zingen 
zijn heilige naam voor eeuwig lof toe! 
Ons aandeel bestaat uit het volledig 
onderschrijven van zijn verzoening en 
het maken van aanspraak op de reini- 
gende kracht van zijn bloed, wij moeten 
in Hem en in zijn Vader geloven, ons van 
onze zonden bekeren, in de wateren des 
doops een verbond sluiten dat wij Hem 
al onze dagen zullen liefhebben en die- 
nen en daarna de gave van de heilige 
Geest ontvangen. 

Daarna moeten wij door die heilige 
Raadgever geleid in het licht wandelen, 
de geboden onderhouden en de wereld 
overwinnen. Zo zit het plan van zaUg- 
heid voor alle mensen uit alle eeuwen in 
elkaar. Zo luidt dat plan dat van eeuw 
tot eeuw is geopenbaard opdat de geval- 
len mens met vreze en beven voor God 



zijn behoudenis kan bewerken. (Zie Fi- 
lippenzen 2:12.) 

En luister nu toe, o, gij hemelen, en leen 
uw oor, aarde — de grote God, Die de 
Vader van ons allen is. Die al zijn kinde- 
ren liefheeft en Die alle mensen smeekt 
zich te bekeren en zich te laten redden, de 
grote God boven in de hemel is aan de 
beloofde herstelling van alle dingen 
begonnen. 

Hij spreekt: de stem van God wordt 
weer gehoord. Hij verschijnt: de sterfelij- 
ke mens aanschouwt opnieuw het aan- 
gezicht van zijn Maker. Hij gebiedt: het 
woord der waarheid, het evangelie van 
zijn Zoon wordt opnieuw verspreid. 
Zoals de Vader Zich in de vorige bede- 
hng in Christus aan de wereld openbaar- 
de, zo wordt de Zoon in onze dagen zijn 
stem en getuige en openbaarder. 
Deze is mijn geliefde Zoon — Hoor 



92 



Hem" sprak de Vader op die voorjaars- 
morgen in 1820. (Zie Joseph Smith 
2:17.) Vanaf dat ogenblik stroomt het 
goddelijk woord over de wereld uit; zo 
snel als de heiligen het kunnen verdragen 
regel op regel, gebod op gebod. 
Het Boek van Mormon is door de gave en 
macht van God aan de wereld geopen- 
baard en voor haar vertaald en uitgege- 
ven. De waarheden van de Bijbel zijn 
opnieuw bevestigd en er komen nieuwe 
openbaringen die licht werpen op zaken 
die sinds de grondlegging van de aarde 
aan weinigen bekend waren. 
Er komen ook dienende engelen. Zij be- 
vestigen de sleutels en machten en pries- 
terschappen op sterfelijke mensen. 
Johannes de Doper heeft het Aaronisch 
priesterschap met al zijn sleutels en 
machten bevestigd. Petrus, Jakobus en 
Johannes hebben het Melchizedekse 
priesterschap teruggebracht evenals het 
heilig apostelschap, de sleutels van het 
koninkrijk en de goddelijke volmacht 
om het evangelie aan elk schepsel te 
prediken. 

Mozes is gekomen en heeft Israël gebo- 
den zich opnieuw te vergaderen. Elia 
heeft de verzegelende macht gebracht 
opdat de mens opnieuw kan binden en 
ontbinden, zowel op aarde als in de 
hemel. 

En zo gaat het voort totdat het evangelie 
in zijn eeuwige volmaaktheid is hersteld, 
totdat De Kerk van Jezus Christus van 
de Heiligen der Laatste Dagen volmaakt 
is geworden, totdat het koninkrijk van 
God op aarde is gevestigd en voortgaat: 
stralend als de gloeiende zon, schoon als 
de blanke maan en geducht als krijgs- 
scharen. (Zie Hooglied 6:10.) 
Dit heilig evangelie dient voor de zalig- 
making van de levenden en de doden. Zij 
mogen met ons erfgenamen van de zalig- 
heid worden wanneer zij aan die eeuwige 
wereld geloven en eraan gehoorzamen. 
Het voorrecht om de ordeningen tot za- 



ligheid als hun plaatsvervangers in heili- 
ge tempels die met dat doel zijn gebouwd 
te ondergaan, is aan ons. 
Wij vergaderen Israël door de macht van 
het evangelie, even letterlijk als Mozes 
dat deed. Honderdduizenden bekeerlin- 
gen hebben alles in het Egypte der we- 
reld verlaten om met de heiligen een be- 
loofd land te betreden. 
In deze Kerk van Jezus Christus van de 
Heiligen der Laatste Dagen aanbidden 
we een God van wonderen. Die ons de- 
zelfde gaven heeft geschonken waar men 
zich vroeger over verheugde. Wij schep- 
pen niet op, maar toch is het geen ge- 
heim dat de blinde onder de gelovigen 
zien, de doven horen, de lammen lopen 
en de doden worden opgewekt. 
Wij hebben ook dezelfde organisatie die 
tijdens het koninkrijk op aarde in de 
dagen van Jezus werd gebruikt. Aposte- 
len en profeten spreken en bedienen 
zoals dat vroeger ook plaatsvond. 
De vrouwen en het gezinsverband wor- 
den onder ons hoger aangeslagen dan 
waar ook ter wereld. Onze moeders en 
vrouwen en dochters ontvangen meer 
eerbetoon, volbrengen verantwoordelij- 
ker werk en ontwikkelen hun aan- 
geboren talenten in grotere mate dan de 
vrouwen waar ook ter wereld. 
Het hele doel van het evangelie is met 
recht om de mannen en vrouwen — in de 
Heer verenigd tot één (lichaam) - in staat 
te stellen zich in de eeuwigheid een ge- 
zinsverband te scheppen. Een celestiaal 
huwelijk bereidt ons voor op de grootste 
vreugde en het grootste geluk dat sterfe- 
lijke mensen kennen en op het eeuwig 
leven in de koninkrijken van de 
toekomst. 

Mogen wij zeggen dat wat de mensen het 
mormonisme noemen nu precies het 
stelsel van wetten en waarheden is dat 
van de aarde een hemel en van de mens 
een god maakt. 
Wat is nu het raadsel en het verbazende 



93 



rondom dit alles? Dit eeuwige evangelie, 
dit volmaakte plan voor leven en zalig- 
heid, dit raadsel der raadsels — dit mor- 
monisme, zo u wilt — is de eeuwige 
waarheid des hemels. 
Het is een waarheid zo zuiver als dia- 
mant. Het is de stem van God, die zijn 
kinderen roept. Het omvat openbaring 
en engelen en visioenen en gaven van de 
Geest. Het is de heilige Geest die tot een 
berouwvolle ziel getuigt. En het is dezelf- 
de heilige Geest die de gehoorzamen rei- 
nigt en heiUgt zodat zij kunnen komen 
waar God en Christus zijn en voor eeu- 
wig bij Hem in de hemelen kunnen 
wonen. 

Het kan voor de zinnelijk gerichte mens 
een raadsel zijn, maar voor hen die uit de 
Geest geboren zijn is het eenvoudig en 
duidelijk, waardoor zij in staat worden 
gesteld het koninkrijk van God te 
aanschouwen. 



Laten wij tot slot naar een profetenstem 
luisteren: 

Wij profeten — u hoort mijn stem, maar 
hierin zijn de stemmen van al mijn broe- 
ders verenigd — Wij profeteren dat het 
geweldige werk der laatste dagen zal 
triomferen, dat de grote God de bestem- 
ming van zijn volk zal leiden, dat het 
koninkrijk van God dat nu op aarde is 
opgericht zal voortgaan totdat het ko- 
ninkrijk des hemels zal komen, totdat de 
Here Jezus Christus op de wolken des 
hemels zal wederkomen om in glorie on- 
der zijn heiligen der laatste dagen te 
regeren. 

En wij nodigen allen die willen komen en 
deel willen hebben aan Gods goedheid 
uit opdat zij in dit leven vrede mogen 
vinden en in de toekomstige wereld erf- 
genamen van het eeuwig leven zullen 
worden. 

In de naam van de Here Jezus Christus. 
Amen. D 



Ouderling en zuster Kikuchi 




94 




Het gebed tot 
onze hemelse Vader 



Ouderling Bernard P. Brockbank 

van het Eerste Quorum der Zeventig 



Godsdiensten en leerstellingen van men- 
selijke oorsprong, kunnen een kind van 
God geen verlossing brengen. De Heer 
vertelt de mens in de Bijbel dat Gods 
wegen niet van de mens komen. „Want 
mijn gedachten zijn niet uw gedachten 
en uw wegen zijn niet mijn wegen, luidt 
het woord des Heren. Want zoals de he- 
melen hoger zijn dan de aarde, zo zijn 
mijn wegen hoger dan uw wegen en mijn 
gedachten dan uw gedachten." (Jesaja 
55:8, 9.) 

De gedachten en wegen van God ver- 
schaffen de mens de grootste moge- 
lijkheden zegeningen van dit leven. 
De Heer gaf de mens een van de hoogste 
doelen voor dit leven toen Hij zei: ,,Dit 
nu is het eeuwige leven, dat zij U kennen, 
de enige waarachtige God, en Jezus 
Christus, die Gij gezonden hebt." (Jo- 
hannes 17:3.) 

De Heer heeft de mens ook geboden — 
en dat is bijna alle christenen bekend — 
„Gij zult de Here, uw God, hefhebben 
met geheel uw hart en met geheel uw ziel 
en met geheel uw verstand." (Matteüs 
22:37.) God te kennen en lief te hebben 
zijn grote zegeningen. Een van de manie- 
ren waarop wij God en Jezus Christus 
kunnen leren kennen is door oprecht te 
bidden. 

De Heer gebiedt: „Bid altijd en Ik zal 
zijn Geest op u uitstorten, en groot zal 
uw zegen zijn — ja, groter zelfs, dan 



indien gij in dezelfde mate aardse en ver- 
gankelijke schatten zoudt verkrijgen." 
(LV 19:38.) 

In de Bijbel wordt ons geboden: „. . . 
bidt zonder ophouden, dankt onder al- 
les, want dat is de wil Gods in Christus 
Jezus ten opzichte van u." (1 Tessaloni- 
cenzen 5:17, 18.) 

Het gebed tot God zal u de kracht geven 
om boze machten en invloeden van Sa- 
tan en deze wereld te onderwerpen en te 
overwinnen. De Heer heeft gezegd: 
,,Bidt altijd, opdat gij als overwinnaar 
uit de strijd te voorschijn moogt komen; 
ja, dat gij Satan moogt overwinnen, en 
dat gij moogt ontkomen aan de dienst- 
knechten van Satan, die zijn werk onder- 
steunen." (LV 10:5.) 
Het gebed tot God is een kostbare zegen. 
De Heiland gaf de mens ook raad over 
hoe te bidden. Zo kennen wij: Het Onze 
Vader. De Heer zei: ,,Bidt gij dan aldus: 
Onze Vader die in de hemelen zijt, uw 
naam worde geheihgd; uw Koninkrijk 
kome, uw wil geschiede, gelijk in de he- 
mel alzo ook op de aarde. Geef ons he- 
den ons dagelijks brood; en vergeef ons 
onze schulden, gelijk ook wij vergeven 
onze schuldenaren; en leid ons niet in 
verzoeking, maar verlos ons van de bo- 
ze. Want Uwer is het Koninkrijk en de 
kracht en de heerlijkheid in der eeuwig- 
heid. Amen." (Matteüs 6:9-13.) 
Wij behoren tot onze hemelse Vader te 



95 



bidden met een rein hart; wij behoren te 
bidden dat zijn koninkrijk zal komen, en 
door dit te doen verphchten wij onszelf 
te helpen met het opbouwen van het ko- 
ninkrijk Gods op aarde. Als wij bidden 
dat de wil van God op aarde gelijk in de 
hemel zal geschieden, verplichten wij 
ons zelf de wil van God te doen. 
Wij behoren God te danken voor ons 
dagelijks brood en Hem te vragen ons te 
helpen in onze levensbehoeften te voor- 
zien. Wij behoren onze Vader vergeving 
te vragen voor onze zonden en onze 
zwakheden en ons te verplichten dat wij 
ons zullen bekeren en dat wij ons naar 
zijn beeld geschapen verstand en h- 



Het is voor ons allen nodig dat 

onze zonden en zwakheden 

weggevaagd worden door 

bekering, belijdenis en oprecht 

gebed 



chaam op een reine wijze zullen voeden 
en verbeteren. 

Wij behoren onze Vader te vragen ons te 
helpen de verleidingen van dit leven te 
weerstaan en ons te verlossen van het 
kwade. Wanneer wij met ons hart bid- 
den en zeggen: „Want Uwer is het Ko- 
ninkrijk en de kracht en de heerlijkheid 
in der eeuwigheid" verplichten wij ons. 
Vergeet niet dat in dit leven het konink- 
rijk Gods, de macht Gods, de heerlijk- 
heid Gods tot de dierbaarste en belang- 
rijkste zegeningen en doelen van de mens 
behoren. 

Zo belangrijk is het te bidden dat de 
profeet Nephi leerde: ,,. . . dat gij steeds 
moet bidden en niet versagen; dat gij 
niets voor de Here moet doen, tenzij gij 
in de eerste plaats de Vader in de naam 



van Christus vraagt, of Hij uw handeling 
voor uw welzijn wil zegenen, opdat uw 
handeUng voor het heil van uw ziel moge 
zijn." (2 Nephi 32:9.) 
Om op een zinvolle manier te bidden is 
het nodig dat men voor zover dit moge- 
lijk is de ware aard van God kent. Zoals 
reeds eerder gezegd, is ons geboden God 
te kennen. Het gebed leidt ons naar ver- 
lossing, en gebrek aan kennis is een hin- 
derpaal op onze weg naar dat doel. 
Jezus Christus belooft de mens volledige 
vergeving als hij zich bekeert, zijn zon- 
den belijdt en verzaakt. Jezus zei deze 
troostende woorden tot hen die zich be- 
keren. Hij zei ,,Ziet, hij, die zich van zijn 
zonden heeft bekeerd, ontvangt verge- 
ving, en Ik, de Here, gedenk ze niet meer. 
Hierdoor moogt gij weten of iemand 
zich van zijn zonden bekeert: Ziet, hij zal 
ze belijden en verzaken." (LV 58:42, 43.) 
Wij behoren die boodschap in ons hart 
op te nemen, en ons verstand en lichaam 
te reinigen en op te bouwen op een ma- 
nier die God welgevallig is door voort- 
durend te bidden, door te gehoorzamen 
en door ons te bekeren. Daar het gebed 
een zeer belangrijk onderdeel van het 
belijden is, behoren wij onze schulden 
zowel aan God als aan anderen te be- 
lijden. 

De Heiland heeft antwoorden en zege- 
ningen beloofd als beloning voor het 
oprechte gebed. Hij onderwees en be- 
loofde: ,,Bidt en u zal gegeven worden; 
zoekt en gij zult vinden; klopt en u zal 
opengedaan worden. Want een ieder, die 
bidt, ontvangt, en wie zoekt, vindt, en 
wie klopt, hem zal opengedaan wor- 
den." (Matteüs 7:7, 8.) 
Wij behoren met een gebed in ons hart te 
leven en te werken, waakzaam te zijn en 
te wachten, en ons voortdurend te beke- 
ren en ons doel voor ogen te houden. 
Een profeet van God heeft de mens met 
deze woorden aangeraden steeds te 
bidden: 



96 



„En nu, mijn geliefde broederen, be- 
merk ik, dat gij nog in uw hart overlegt; 
en het doet mij leed, dat ik hierover moet 
spreken. Want indien gij naar de Geest 
zoudt willen luisteren, Die de mens leert 
te bidden, dan zoudt gij weten, dat gij 
moet bidden; want de boze geest leert 
een mens niet te bidden, maar leert hem, 
dat hij niet moet bidden. 
Doch ziet, ik zeg u, dat gij steeds moet 
bidden en niet versagen; dat gij niets 
voor de Here moet doen, tenzij gij in de 
eerste plaats de Vader in de naam van 
Christus vraagt, Hij uw handeling voor 
uw welzijn wil zegenen, opdat uw hande- 
ling voor het heil van uw ziel moge zijn." 
(2 Nephi 32:8, 9.) 

Enos, een dienstknecht van de Heer — 
en het is al een of twee keer aangehaald 
in deze conferentie, omdat de Heer blijk- 
baar wenst dat hier de nadruk op gelegd 
wordt — Enos spreekt over de macht 
van het oprechte gebed: „En ik zal u van 
de strijd vertellen, die ik voor God had, 
voordat ik vergeving mijner zonden 
ontving. 

Ziet, ik ging op wild jagen in de wouden; 
en de woorden, die ik mijn vader dikwijls 
had horen spreken aangaande het eeuwi- 
ge leven en de vreugde der heiligen had 
ik ter harte genomen. 
En mijn ziel hongerde; en ik knielde 
voor mijn Maker neder en riep Hem aan 
in krachtig gebed en smeken voor mijn 
ziel; en de ganse dag riep ik Hem aan; ja, 
toen de avond viel, verhief ik nog steeds 
mijn stem ten hemel. 
En er kwam een stem tot mij, die zeide: 
Enos, uw zonden zijn u vergeven en gij 
zult worden gezegend. 
En ik, Enos, wist dat God niet kon lie- 
gen; daarom was mijn schuld uitgewist." 
(Enos 1:2-6.) 

Het is voor ons allen, evenals voor Enos, 
nodig dat onze zonden en zwakheden 
voortdurend weggevaagd worden door 
bekering, belijdenis en oprecht gebed. Ik 



herhaal de belofte des Heren: „Ziet, hij, 
die zich van zijn zonden heeft bekeerd, 
ontvangt vergeving, en Ik, de Here, ge- 
denk ze niet meer. 

Hierdoor moogt gij weten of iemand 
zich van zijn zonden bekeert: Ziet, hij zal 
ze belijden en verzaken." (LV 5:42, 43.) 
Bekering zal het verstand en het lichaam 
reinigen en zuiveren en plaats maken 
voor grotere volmaaktheid. 
Toen koning Benjamin tot zijn volk 
sprak over gebed en bekering, gaf hij 
hun waardevolle raadgevingen over het 
ontvangen van antwoorden van God. 
Hij zei: „Gelooft in God; gelooft, dat 
Hij bestaat en dat Hij alle dingen heeft 
geschapen, zowel in de hemel als op de 
aarde; gelooft, dat Hij alle wijsheid en 
kracht heeft, zowel in de hemel als op de 
aarde; gelooft, dat de mens niet alle din- 
gen begrijpt, die voor de Here begrijpe- 
lijk zijn. 

En verder, gelooft, dat gij u moet beke- 
ren van uw zonden, en ze moet nalaten 
en u voor God vernederen, en in oprech- 
theid des harten bidden, dat Hij u moge 
vergeven; en nu, indien gij al deze dingen 
gelooft, ziet, dat gij ze volbrengt. 
En wederom zeg ik u, zoals ik eerder heb 
gezegd, dat zo gij kennis hebt verkregen 
van de heerlijkheid Gods, zo gij met Zijn 
goedheid bekend zijt geworden en van 
Zijn liefde hebt gesmaakt, en vergeving 
van uw zonden hebt ontvangen, hetgeen 
zulk een grote vreugde in uw ziel veroor- 
zaakt, zo zou ik willen, dat gij die groot- 
heid Gods ... en Zijn goedheid en lank- 
moedigheid jegens u . . . zoudt gedenken 
en altijd in herinnering houden, en u 
vernederen in de diepste ootmoet, en da- 
gelijks de naam des Heren aanroepen, 
standvastig staande in het geloof in wat 
te komen staat, en door de mond des 
engels is gesproken. 
Ziet, ik zeg u, dat, indien gij dit zult 
doen, gij u altijd zult verblijden en van de 
liefde Gods vervuld zult zijn, en altijd 



97 



Tfl 


0^ 




S 


ÖX 




>^ 


cl 




C/5 


Q 






XII 






c« 


s 

s 


o 0^ 


1 


ï^ 


Un 


O) 

Cu 


^i 


0^ 




^ ^ 


53 




S 0^ 






Alge 
DeK 


0^ 




c 


^ 




c« 


fi 




^ 


c« 







vergeving van uw zonden zult behouden; 
en gij zult toenemen in de kennis der 
heerlijkheid van Hem, Die u heeft ge- 
schapen, of in de kennis van hetgeen 
rechtvaardig en waar is." (Mosiah, 4:9- 
12.) 

De Schriften geven ons vele beloften met 
betrekking tot de kracht en de noodzaak 
van het persoonlijk gebed. Jezus Chris- 
tus gebood de mens: ,,. . . gij moet altijd 
waken en bidden, opdat gij niet door de 
duivel wordt verzocht en door hem ge- 
vankelijk weggevoerd. 
En zoals Ik te midden van u heb gebe- 
den, zo zult gij in Mijn kerk bidden, 
onder Mijn volk, dat zich bekeert en in 
Mijn naam wordt gedoopt. Ziet, Ik ben 
het Licht; Ik heb u een voorbeeld gege- 
ven." (3 Nephi 18:15, 16.) 
„Ziet, voorwaar, voorwaar, zeg Ik u, gij 
moet altijd waken en bidden, opdat gij 
niet in verzoeking valt; want Satan be- 
geert u te bezitten, opdat hij u als tarwe 
moge ziften. 

Daarom moet gij altijd in Mijn naam tot 
de Vader bidden; 

En wat gij ook de Vader in Mijn naam 
zult vragen, wat goed is, gelovende, dat 



gij zult ontvangen, ziet, het zal u worden 
gegeven." (3 Nephi 18:18-20.) 
Jezus Christus raadt de mensen aan ge- 
zinsgebeden te hebben. Hij zei: ,,Bidt in 
uw gezinnen altijd in Mijn naam tot de 
Vader, opdat uw vrouwen en uw kinde- 
ren mogen worden gezegend." (3 Nephi 
18:21.) 

Er zijn maar weinig mensen die teveel 
bidden. Het is niet een van onze 
zwakheden. 

Ouders hebben de heihge verantwoor- 
ding hun kinderen het belang en de 
waarde van het gebed te onderwijzen en 
de verantwoordelijkheid hun kinderen 
te leren bidden. In sommige gezinnen, 
zelfs in sommige van de beste gezinnen 
wordt het gebed verwaarloosd of geheel 
nagelaten. Het gebed is heihg en Jezus 
heeft gezegd: „Ga niet lichtzinnig met 
heilige dingen om." (LV 6:12.) 
Een andere zegen die door gebed ons 
deel kan worden is de hefde Gods in ons 
hart en ziel te voelen. Wij hebben in de 
Schriften deze heilige belofte: ,, Daarom, 
mijn gehefde broederen, bidt tot de Va- 
der met alle kracht van uw hart, dat gij 
met deze hefde moogt worden vervuld, 
die Hij op allen, die oprechte volgehngen 
zijn van Zijn Zoon, Jezus Christus, heeft 
uitgestort, opdat gij de zonen van God 
moogt worden, en wij aan Hem gelijk 
zullen zijn, wanneer Hij zal verschijnen, 
want wij zullen Hem zien, zoals Hij is, 
opdat wij deze hoop mogen hebben, en 
mogen worden gereinigd, gelijk Hij rein 
is." (Moroni 7:48.) 

Als zonen en dochters van een levende 
God, een levende Vader in de hemel, 
behoren wij dicht bij Hem te blijven 
door nederig gebed. Wij behoren dicht 
bij Hem te blijven door een rein leven te 
leiden, opdat ons hart vrede moge vin- 
den in alle heihge mogelijkheden en 
zegeningen van het leven. Dat dit zo mo- 
ge zijn is mijn gebed in de naam van 
Jezus Christus. Amen. D 




Vooruitgang door 
verandering 



Ouderling Marvin J. Ashton 

van de Raad der Twaalf 



Toen een bijzondere mooie plant begon 
te kwijnen, besloot een jonge vriend van 
ons deze over te planten in een grotere 
pot omdat hij dacht dat de wortels waar- 
schijnlijk niet voldoende ruimte meer 
hadden. Voorzichtig lichtte hij de plant 
uit de pot en zette haar in een grotere en 
probeerde daarbij de wortels en de 
grond zo weinig mogelijk te verstoren. 
De onervaren tuinder verzorgde zijn 
plant en wachtte enige tijd. Tot zijn ver- 
bazing bleef de plant kwijnen. Onze 
vriend vertelde zijn ervaring aan een er- 
varen tuinder die hem zijn hulp aan- 
bood. Toen de plant overhandigd werd 
aan de tuinder, draaide hij de pot onder- 
steboven, trok de plant eruit, schudde de 
grond van de wortels af, en knipte en 
trok alle uitschieters van het wortelstel- 
sel af. Toen hij de plant weer in de pot 
deed, drukte hij de grond stevig rond de 
plant aan. Spoedig leefde de plant op en 
begon weer te groeien. 
Hoe vaak raken onze wortels niet be- 
klemd in de sleur van het leven en 
groeien niet verder. Misschien behande- 
len wij onszelf te zachtaardig en laten 
niet toe dat iemand anders de grond ver- 
stoort en ons wortelstelsel snoeit. Onder 
dergelijke omstandigheden hebben wij 
ook moeite vooruitgang te maken. Och 
ja, verandering is hard! Verandering kan 
moeilijk zijn. 



De Heer wil niet dat zijn kerk vastgewor- 
teld raakt in een sleuren stilstaat. Voort- 
durende openbaring door de profeten is 
nodig voor de groei van zijn koninkrijk. 
Er is niets zo onveranderlijk, zo onver- 
mijdbaar als verandering zelf. De dingen 
die wij zien, aanraken en voelen veran- 
deren voortdurend. De verhouding tus- 
sen vrienden, man en vrouw, vader en 
zoon, broer en zuster zijn aan verande- 
ringen onderhevig. Er is echter iets dat 
onveranderlijk is en dat ons in staat stelt 
verandering aan te wenden voor ons ei- 
gen bestwil, en dat is de geopenbaarde 
eeuwige waarheid van onze hemelse 
Vader. 

Wij hoeven niet te denken dat wij voor 
altijd zullen blijven wat wij nu zijn. Er is 
een neiging om over verandering te den- 
ken als over een vijand. Velen staan ach- 
terdochtig tegenover verandering en ver- 
zetten zich er dikwijls tegen zelfs voordat 
zij de werkelijke gevolgen ervan hebben 
ontdekt. Als over verandering zorgvul- 
dig wordt nagedacht, kan zij de meest 
lonende en diepgaande ervaringen met 
zich meebrengen. De veranderingen die 
wij aanbrengen moeten echter wel over- 
eenkomen met de doelen en het plan van 
de Heer. 

Als er zich een gelegenheid tot verande- 
ren voordoet in ons leven, wat altijd zal 
gebeuren, dan moeten wij ons afvragen: 



99 



„In welk opzicht moet ik mij nog ont- 
wikkelen? Wat verlang ik van het leven? 
Waar wil ik naar toe? Hoe kan ik daar 
komen?" De alternatieve mogelijkheden 
moeten met zorg overwogen worden als 
wij onze plannen veranderen. In Gods 
plan zijn wij gewoonlijk vrij de verande- 
ringen die wij zelf in ons leven willen 
aanbrengen te kiezen en wij zijn altijd 
vrij in de wijze waarop wij reageren op 
veranderingen die ons van buitenaf wor- 
den opgelegd. Wij behoeven onze vrij- 
heid niet op te geven. Maar evenals een 
kompas erg nuttig is om ons uit een dicht 
bos te, leiden, zo wijst het evangelie ons 
de weg op het pad des levens. 
CS. Lewis, een Engels schrijver merkte 
eens op — toen hij schreef over Gods 
verwachtingen van zijn kinderen — dat 
veranderingen dikwijls gepaard gaan 
met pijn. „Stelt u eens voor dat u een 
levend huis bent. God komt om dat huis 
te verbouwen. In het begin kunt u mis- 
schien nog begrijpen wat Hij aan het 
doen is. Hij brengt de riolering in orde en 
maakte de gaten in het dak dicht, enzo- 
voorts. Je wist dat deze karweitjes ge- 
beuren moesten en je verbaast je niet. 
Maar dan begint Hij het huis af te bre- 
ken op een manier die verschrikkelijk 
pijn doet en u begrijpt er niets meer van. 
Wat is Hij in vredesnaam aan het doen? 
Het antwoord is dat Hij een huis aan het 
bouwen is dat heel anders is dan het huis 
waar u aan dacht, hier wordt een nieuwe 
vleugel aangebouwd, daar komt een ex- 
tra verdieping bij, er worden torens ge- 
bouwd en er komt een binnenplaats. U 
dacht dat er van u een aardig klein land- 
huisje gemaakt zou worden: maar Hij 
bouwt een paleis," (CS. Lewis Mere 
Christianity , blz. 160.) 
Ja, verandering brengt pijn teweeg, 
maar er is ook grote voldoening als men 
merkt dat er vooruitgang is. Het leven is 
een opeenvolging van heuvels en dalen 
en de meeste groei vindt dikwijls plaats 



in de dalen. Verandering is een zinvol 
onderdeel van bekering. Sommige men- 
sen zijn niet in staat zich te bekeren om- 
dat zij zich niet willen veranderen. 
Ik woonde onlangs de plechtigheid bij 
toen de eerste spade in de grond gesto- 
ken werd voor een kapel bij de Utah 
Staatsgevangenis. Na de plechtigheid 
nodigde directeur Morris gouverneur 
Matheson en mij uit de gevangenis te 



,,De Heer wil niet dat zijn kerk 
vastgeworteld raakt in een sleur 

en stilstaat. Voortdurende 

openbaring door de profeten is 

nodig voor de groei van zijn 

koninkrijk" 



bezoeken. Het viel ons op dat er bijzon- 
der veel zorg besteed was om het terrein 
rond het maximum-veihgheidsgebouw 
er prettig uit te doen zien. Toen wij de 
directeur vroegen wie dat gedaan had, 
vertelde hij ons dat twee gevangenen toe- 
stemming hadden gekregen om enige 
tijd buiten hun cellen door te brengen 
om te tuinieren. Wij vroegen of wij de 
twee mannen mochten ontmoeten en wij 
werden het gebouw binnengeleid. De 
twee mannen kwamen op ons toelopen 
met een uitdrukking op hun gezicht als- 
of ze dachten: ,,Wat hebben wij nu weer 
verkeerd gedaan?" 

,,Wij wilden u een compliment maken 
voor het werk dat u gedaan hebt in de 
tuin," zeiden wij, ,,de bloemperken en de 
groentebedden zien er prachtig en goed 
verzorgd uit. Gefeliciteerd, dat is goed 
werk." 

De verandering van de uitdrukking op 
hun gezicht was prachtig om te zien. De 
onverwachte lofbetuigingen vijzelden 



100 



hun eigendunk op. Iemand had gemerkt 
dat hun inspanningen een steenachtig erf 
vol onkruid veranderd hadden in een 
prachtige tuin. Jammer genoeg waren zij 
er niet in geslaagd productieve tuinen te 
maken van de rotsachtige velden vol on- 
kruid in hun eigen levens. Maar wij heb- 
ben nog hoop voor mannen, die de 
noodzaak voor verandering op een ge- 
bied konden inzien en daar ook wat aan 
deden. Misschien zal hun aandeel in het 
veranderen van die tuinen de aanleiding 
worden dat zij hun eigen levens 
verbeteren. 

William James, een Amerikaanse psy- 
choloog en filosoof, zei eens: ,,De groot- 
ste ontdekking van mijn generatie is dat 

President Spencer W. Kimball 




(wij onze) omstandigheden kunnen ver- 
anderen door (onze) geesteshouding te 
veranderen." {Vital Quotations, blz. 19.) 
Jezus Christus hielp mensen met allerlei 
achtergronden hoogten te bereiken 
waarvan zij nooit gedroomd hadden 
door ze te leren op nieuwe, veilige paden 
te wandelen. 

Velen beginnen hun leven in zulke on- 
gunstige omstandigheden dat ver- 
andering onmogelijk lijkt. Laat mij u 
een paar voorbeelden vertellen van men- 
sen die zo'n moeilijke jeugd hebben 
gehad. 

Het eerste voorbeeld is een kind dat een 
uitzonderlijk ongelukkig gezinsleven 
leed. Zijn familie verhuisde van de ene 
staat naar de andere totdat hij acht jaar 
oud was. Hij werd dikwijls geslagen 
door zijn vader, die of te streng of niet 
streng genoeg was al naar de stemming 
waarin hij zich bevond. De jongen 
bracht een groot deel van zijn jeugd door 
slapende in bussen, spoorwegstations en 
goedkope hotels. Toen hij veertien was 
liep hij van huis weg en werd door de 
politie aangehouden. Zijn familieleden 
en vrienden noemden hem onbetrouw- 
baar, dikwijls gewelddadig en een 
eenhng. 

Het tweede voorbeeld is een jongen die 
erg zwak was toen hij geboren werd. Ge- 
durende zijn hele jeugd bleef hij erg zie- 
kelijk. Zijn tenger lichaam leek niet in 
staat zijn te groot hoofd te dragen. Zijn 
vader maakte zich zorgen dat de mensen 
zouden denken dat zijn zoon debiel was 
en eens heeft hij de jongen in het open- 
baar geslagen. Nadat zijn moeder drie 
kinderen die voor hem geboren waren 
verloren had, kleedde zij zich in het 
zwart en trok zich in zichzelf terug. 
In het derde voorbeeld gaat het om een 
jongeman die in omstandigheden ge- 
leefd heeft die aan de grens van armoede 
lagen. Zijn familie was wegens financiële 
moeilijkheden meer dan eens genood- 



101 




Het Jeugdwerkkoor onder leiding van Carolyn O. Welling 



zaakt te verhuizen. Hij had weinig of 
helemaal geen schoolopleiding. Zijn 
moeder vertelde dat hij minder neiging 
tot lezen en studeren had dan één van de 
andere kinderen. Omdat de buren vele 
van zijn gewoonten en ideeën vreemd 
vonden, werd hij genegeerd door zijn 
leeftijdsgenoten. Zijn hele leven werd hij 
door de wet vervolgd en verkeerde hij 
voortdurend in moeilijkheden. 
Bepaalde stappen kunnen ons helpen 
constructieve, waardevolle veran- 
deringen in ons leven aan te brengen. 
,,Als men een ladder wil bekhmmen, 
moet men onderaan beginnen, en trede 
voor trede naar boven klimmen, totdat 
men aan de top is; en zo is het met de 
beginselen van het evangelie." {History 
of the Church, deel 6, blz. 306, 307.) Om 
tot zinvolle veranderingeain ons leven te 
komen moeten wij onze Vader in de he- 
mel en zijn waarheden accepteren. De 



profeet Alma — uit het Boek van Mor- 
mon — zei: ,,Zijt gij geestelijk uit God 
geboren? Hebt gij Zijn beeld in uw gelaat 
ontvangen? Hebt gij deze grote verande- 
ring in uw hart ondervonden?" (Alma 5 : 
14.) 

Laat mij u vier belangrijke stappen 
voorstellen waardoor wij veranderingen 
tot een belangrijk werktuig in ons leven 
kunnen maken: 

Ten eerste moeten wij de noodzaak van 
verandering inzien. Een leven dat niet 
onderzocht wordt is niet de moeite 
waard geleefd te worden. Een nieuwe 
bisschop vertelde mij eens over een frus- 
trerende ervaring. Er was een jonge 
vrouw in zijn wijk die niet leefde zoals zij 
behoorde te leven. Als hij haar hierover 
aansprak werd zij nijdig en zei dat hij 
bereid moest zijn haar te nemen zoals zij 
was. Zij wilde het feit dat ,, zoals zij was" 
gewoon niet goed genoeg was voor haar 



102 



bisschop, haar hemelse Vader en het be- 
langrijkste voor haarzelf niet aanvaar- 
den. Zich bewust zijn van het gebrek en 
de noodzaak van verandering is een zeer 
belangrijke stap. De erkenning dat veran- 
dering noodzakelijk is moet een grotere 
kracht zijn dan de luxe dezelfde te blijven. 
Ten tweede moeten onze feiten echt zijn. 
Wij moeten weten hoe, wat, waar en 
waarom wij ons moeten veranderen. 
Het evangelie van Jezus Christus kan 
ons helpen op korte termijn, op iets lan- 
gere termijn en op lange termijn ons 
doelen te stellen doordat het ons leert 
wie wij zijn, waar wij vandaan komen, 
waarom wij hier zijn, en waar wij naar 
toe gaan. 

Met deze kennis zal iemand grotere 
kracht hebben om zich te verbeteren. 
Ten derde, moet er een systeem om te 
veranderen vastgesteld worden. Emer- 
son, een Amerikaanse schrijver, zei eens 
dat de man die ,,op het kussen van voor- 
delen zit, inslaapt. Als hij geduwd, ge- 
plaagd, verslagen is, leert hij zijn ver- 
stand te gebruiken . . . Hij leert matig- 
heid en echte bekwaamheid." 
Onze verandering moet gepland worden 
en systematisch zijn. Als ons systeem is 
vastgesteld moeten wij er ons aan hou- 
den totdat de verandering voltooid is 
zelfs als het zou betekenen dat wij ons 
wortelstelsel moeten verstoren. 
Ten vierde moeten wij onze volle aan- 
dacht geven aan ons plan ons te verande- 
ren. Een Chinees spreekwoord zegt: 
„Grote zielen hebben een wil; zwakke 
zielen hebben slechts wensen." Ten zij 
wij de wil hebben ons te verbeteren, zul- 
len alle andere stappen om ons te veran- 
deren voor niets zijn. Deze laatste stap 
scheidt de winnaars van de verliezers. 
Eerder in mijn toespraak heb ik drie 
voorbeelden genoemd van mensen die in 
moeilijke omstandigheden leefden. Het 
leven van de eerste jongeman werd een 
opeenvolging van arrestaties voor van 



alles en nog wat van landloperij tot ge- 
wapende overval en moord toe. Daar hij 
nooit de noodzaak van verandering in- 
zag, werd hij op een dag veroordeeld 
wegens moord. 

Het tweede voorbeeld was een beschrij- 
ving van de jeugd van de uitvinder Tho- 
mas A. Edison. Van een begin dat bijna 
te moeilijk leek om er iets van te maken, 
was hij in staat te veranderen en op te 
bouwen. Hoewel men eens van hem zei 
dat hij achterlijk was, werd hij een van de 
grootste uitvinders aller tijden. Zijn per- 
soonlijke inzet veranderde de hele we- 
reld ten goede. 

Het derde voorbeeld is de geschiedenis 
van een jongeman en zijn jeugd in het 
noordoostelijk deel van dit land. Hij 
werd geboren in 1805 tijdens een strenge 
koude winter in Vermout. Zijn naam is 
Joseph Smith. Zijn begin was moeilijk. 
Zijn leven werd een opeenvolging van 
strijd, niet alleen Hchamelijk maar ook 
emotioneel en geestelijk. Maar hij was 
een jongeman die de noodzaak van ver- 
betering door verandering inzag en zich 
onderwierp aan een gezag dat groter was 
dan hijzelf. Vanuit een ontzaglijk moei- 
lijk begin streefde hij naar verandering 
en leidde de laatste bedeling in. Zijn ge- 
loof, gebeden, en werken brachten de 
wereld de grootste en diepste verande- 
ringen van de laatste dagen. 
Er is eens gezegd door Bruce Barton: 
,,Als wij niet meer tegen verandering 
kunnen, dan heeft het leven geen zin 
meer. Wij zijn nooit te jong ofte oud om 
te veranderen. Misschien zijn wij pas 
werkelijk oud als wij het recht, de uitda- 
ging, de vreugde van verandering opge- 
ven. Wij behoren bereid te blijven iets te 
leren. Het is zo gemakkelijk om in een 
sleur te raken. Wij moeten bereid zijn 
om onszelf doelen te stellen of wij zestig, 
zeventig, vijftig of vijftien zijn. Zorgt dat 
u plezier in het leven houdt. Er mag 
nopit een tijd komen dat wij niet meer 



103 



bereid zijn onszelf te verbeteren door 
zinvolle verandering. 
Voor vele leden van de kerk is het di- 
kwijls moeilijk om verandering van lei- 
derschap te aanvaarden. Op wijk en 
ringniveau zijn die veranderingen nood- 
zakelijk, maar soms gebeurt het te di- 
kwijls voor ons gemak. Sommige van 
ons zijn geneigd om aanstoot te nemen 
en zich te verzetten tegen dergelijke ver- 
anderingen. „Waarom kunnen zij hem 
daar niet laten?" of „Waarom moeten 
wij haar krijgen," of „Waarom moet on- 
ze wijk nou verdeeld worden?" Ons in- 




zicht is misschien beperkt. Zelden wor- 
den er veranderingen gemaakt die geen 
vooruitgang met zich meebrengen voor 
iemand of een bepaalde situatie. Hoe 
vaak hebben wij achteraf gezien niet ge- 
dacht: „Ik begreep niet waarom die ver- 
andering in dat programma gemaakt 
werd of waarom die persoon geroepen 
werd, maar nu kan ik zien dat het precies 
was wat er nodig was op dat ogenblik." 
Tijdens de overgangsperiode — en er 
zijn altijd overgangsperioden in onze 
kerk — zijn geduld, Uefde en lankmoe- 
digheid nodig. ,, Erger je nooit aan ie- 
mand die bezig is zijn werk te leren 
doen," behoort een permanent onder- 
deel van onze levenshouding te zijn. 
Verandering in onze eigen opdrachten in 
de kerk kunnen nog veel storender zijn. 
Dikwijls als wij de wens uitspreken dat 
wij die roeping nooit zullen krijgen, zal 
de bisschop of de ringpresident ons de 
zegeningen van juist die roeping aanbie- 
den. Bij dergelijke gelegenheden is het 
goed ons de woorden van Paulus te her- 
inneren toen hij lijdend aan vele kwalen 
zei: ,,Ik vermag alle dingen in Hem, die 
mij kracht geeft." (Filippenzen 4:13.) 
Als kerk met een lekenleiding, ervaren 
wij dikwijls de zegeningen van verande- 
ringen. Weinigen onder ons voelen zich 
in staat die veranderingen met onze ei- 
gen talenten het hoofd te bieden. Hoe 
dankbaar moeten wij zijn voor de kracht 
van Jezus Christus die ons helpt met de 
veranderingen die veroorzaakt worden 
door nieuwe roepingen en meer 
verantwoordelijkheid. 
De verandering van dit leven tot een le- 
ven met Hem die onze hemelse Vader is, 
is het einddoel waar zinvolle verande- 
ring ons kan brengen. Ik bid dat wij er 
allen naar zullen streven gezonde, orde- 
lijke veranderingen die ons leven kunnen 
verbeteren te aanvaarden. Dit bid ik ne- 
derig in de naam van Jezus Christus. 
Amen. D 



104 




Het lezen van 
de Schriften 



Ouderling Howard W. Hunter 

van de Raad der Twaalf 



Als wij de raad van onze leiders de 
Schriften te lezen en te bestuderen vol- 
gen, zullen wij er baat bij vinden en er 
allerlei zegeningen door ontvangen. Het 
is de heilzaamste van alle studies, waar 
wij ons mee bezig kunnen houden. Het 
gedeelte van de Schriften dat bekend 
staat als het Oude en het Nieuwe Testa- 
ment behoort tot de grote literatuur van 
de wereld. Deze boeken worden be- 
schouwd als wetenschappelijke verhan- 
delingen, als filosofische betogen, als ge- 
schiedkundige verslagen; maar als wij 
het ware doel van deze en de andere 
Schriften begrijpen beseffen wij dat zij in 
werkelijkheid de fundamentele litera- 
tuur voor de godsdienst zijn. 
De Schriften bevatten de fundamentele 
verklaringen betreffende God en zijn 
kinderen en de verhouding tussen hem. 
Door deze boeken heen, is er een oproep 
om te geloven en vertrouwen te hebben 
in God de Eeuwige Vader, en in zijn 
Zoon, Jezus Christus, en van de eerste 
tot de laatste bevatten deze boeken een 
aanmaning om Gods wil te doen en zijn 
geboden te onderhouden. 
De Schriften bevatten het verslag van de 
zelfopenbaring van God, en door hen 
spreekt God tot de mensen. Hoe zou 
men beter zijn tijd kunnen besteden dan 
door in de Schriften de literatuur te lezen 
die ons leert God te kennen en onze ver- 



houding tot Hem te begrijpen. Tijd is 
altijd kostbaar voor mensen die het druk 
hebben, en wij verknoeien tijd als wij 
haar besteden met het lezen van of het 
kijken naar lichtzinnige en waardeloze 
dingen. Leesgewoonten verschillen in 
grote mate. Er zijn snelle lezers, en lang- 
zame, sommigen lezen slechts kleine 
stukjes tegelijk en anderen zetten door 
totdat het boek uit is. Zij die zich verdie- 
pen in de Schriften, bemerken echter dat 
om ze te begrijpen meer nodig is dan 
oppervlakkig lezen of doornemen — het 
vereist geconcentreerde studie. Het is ze- 
ker dat degene die iedere dag de Schrif- 
ten bestudeert, meer bereikt dan iemand 
die erop een dag veel tijd aan besteedt en 
dan dagen voorbij laat gaan zonder er 
iets aan te doen. Wij zouden niet alleen 
iedere dag moeten studeren, maar zou- 
den ook een bepaalde tijd moeten vast- 
stellen waarop wij ons kunnen concen- 
treren zonder gestoord te worden. 
Er is niets zo nuttig als het gebed om ons 
te helpen de Schriften te begrijpen. Door 
het gebed kunnen wij ons verstand open 
stellen om antwoorden te zoeken op on- 
ze vragen. De Heer heeft gezegd: ,,Bidt 
en u zal gegeven worden; zoekt en gij 
zult vinden; klopt en u zal opengedaan 
worden." (Lucas 11:9.) Dit is Christus' 
verzekering dat als wij vragen, zoeken, 
en kloppen, de heilige Geest ons ver- 



105 



stand zal leiden als wij bereid zijn en 
willen ontvangen. 

Velen vinden dat de beste tijd om te 
studeren 's morgens is nadat de nach- 
trust ons verstand heeft vrijgemaakt van 
de vele zorgen die onze gedachten sto- 
ren. Anderen geven de voorkeur aan de 
rustige uren als het werk en de zorgen 
van de dag voorbij zijn en vergeten kun- 
nen worden, zodat zij de dag in de vrede 
en rust die ontstaat als men zich verdiept 
in de Schriften kunnen beïndigen. 
Belangrijker dan het uur van de dag is 
dat er een vaste tijd gereserveerd wordt 
voor die studie. Het zou ideaal zijn als 
men er iedere dag een uur aan zou kun- 
nen besteden, maar als dat niet mogelijk 
is zou een half uur al tot zeer gunstige 
resultaten leiden. Een kwartier is niet 
veel maar het is verbazend hoeveel in- 
zicht en kennis er in die tijd nog over zo'n 



belangrijk onderwerp verkregen kan 
worden. Het belangrijkste is dat wij ons 
nooit door iets van onze studie af laten 
houden. 

Sommige mensen studeren liever alleen, 
maar samen studeren kan ook nuttig 
zijn. Gezinnen worden ten zeerste geze- 
gend als verstandige vaders en moeders 
hun kinderen om zich heen verzamelen, 
samen de Schriften lezen en dan openlijk 
de prachtige verhalen en gedachten be- 
spreken, rekening houdend met de ont- 
wikkeling van iedereen. Dikwijls hebben 
jonge en kleine kinderen verbazend veel 
inzicht en waardering voor de standaard 
literatuur van de godsdienst. 
Wij behoren niet zo maar lukraak iets te 
lezen maar een bepaald systeem voor 
onze studie te ontwikkelen. Er zijn men- 
sen die een bepaald aantal bladzijden of 
een bepaald aantal hoofdstukken per 



Leden van de Raad der Twaalf betuigen hun steun aan de kerkleid(st)ers 
Zaterdagmiddagvergadering 




106 



dag of per week lezen. Dit kan volkomen 
gerechtvaardigd zijn en kan heel bevre- 
digend zijn als men voor zijn plezier 
leest, maar het is dan géén zinvol stude- 
ren. Het is beter om iedere dag een be- 
paalde tijd te wijden aan het bestuderen 
van de Schriften dan een bepaald aantal 
hoofdstukken te lezen. Soms zullen wij 
merken dat de studie van een enkel vers 
een hele tijd in beslag zal nemen. 
Het leven, de daden en leringen van Je- 
zus kunnen snel gelezen worden. De ver- 
halen zijn meestal eenvoudig en zijn ook 
op een eenvoudige manier geschreven. 
De Meester gebruikte weinig woorden 
bij zijn onderwijs, maar ieder woord is 
zo vol betekenis dat zij tezamen de lezer 
een duidelijk beeld geven. Soms kunnen 
echter vele uren besteed worden aan het 
overpeinzen van diepe gedachten, uitge- 
drukt in een paar eenvoudige woorden. 
Er is een voorval in het leven van de 
Heiland dat in Matteüs, Marcus en Lu- 
cas wordt vermeld. Een belangrijk deel 
van het verhaal wordt door Marcus in 
twee korte verzen en zes woorden van 
het volgende vers verteld. Laat mij ze u 
voorlezen: 

„En er kwam een van de oversten der 
synagoge, genaamd Jaïrus, en toen deze 
Hem zag, wierp hij zich neder aan zijn 
voeten, en hij smeekte Hem dringend, 
zeggende: Mijn dochtertje ligt op haar 
uiterste; kom toch en leg haar de handen 
op, dan zal zij behouden worden en in 
leven blijven. En Hij ging met hem me- 
de. . ." (Marcus 5 : 22-24.) 
Men heeft ongeveer dertig seconden no- 
dig om dat stukje te lezen. Het is kort en 
niet ingewikkeld. Het visuele beeld is 
duidelijk en zelfs een kind zou het zonder 
moeite kunnen herhalen. Maar als wij 
tijd nemen om erover na te denken kun- 
nen wij het pas goed begrijpen en krijgt 
dit schriftgedeelte een diepe betekenis. 
Dan komen wij tot de conclusie dat dit 
meer is dan een eenvoudig verhaal over 



een klein meisje dat ziek was en waar 
Jezus naar toe ging om haar de handen 
op te leggen. Laat mij deze woorden nog 
eens voorlezen: 

,,En er kwam een van de oversten der 
synagoge," Jezus en zij die bij Hem wa- 
ren, waren juist van de andere kant van 
het meer van Galilea gekomen, en een 
menigte die op Hem had staan wachten 
kwam Hem daar tegemoet. Plotseling en 



Het is beter om iedere dag een 

bepaalde tijd te wijden aan het 

bestuderen van de Schriften 

dan een bepaald aantal 

hoofdstukken te lezen. 



onverwachts kwam er uit die menigte 
een overste van de synagoge. De grotere 
synagogen van die tijd werden bestuurd 
door groepen ouderlingen onder leiding 
van een hoofd of een overste. Dit was 
iemand van stand en aanzien voor wie de 
joden veel achting hadden. 
Matteüs noemt de naam van deze overs- 
te niet, maar Marcus vermeldt zijn naam 
door achter zijn titel de woorden te 
schrijven: ,, genaamd Jaïrus." Nergens 
anders in de Schriften wordt zijn naam 
genoemd, maar zijn herinnering leeft in 
de geschiedenis voort door dit korte con- 
tact met Jezus. Vele, vele levens, die an- 
ders in vergetelheid geraakt zouden zijn, 
zijn door de invloed van de Meester ge- 
denkwaardig geworden. Deze invloed 
had een grote verandering in gedachten 
en daden en een nieuw en beter leven 
teweeg gebracht. 

„En toen deze (Jaïrus) Hem zag, wierp 
hij zich neder aan zijn voeten." Dit was 
een ongebruikelijk iets; een man van 
stand en aanzien, een overste van de sy- 



107 




nagoge, die voor Jezus' voeten knielde 
— voor de voeten van iemand die als een 
rondreizende leraar werd gezien met een 
gave om de mensen te genezen. Vele an- 
dere geleerden en mensen van aanzien 
zagen Jezus ook maar negeerden Hem. 
Zij waren niet ontvankelijk. Heden ten 
dage is het nog precies eender; er zijn 
hindernissen die velen verhinderen Hem 
te aanvaarden. 

En hij (Jaïrus) smeekte Hem dringend, 
zeggende: „Mijn dochtertje ligt op haar 
uiterste." Dit is een typisch voorbeeld; 
het gebeurt dikwijls dat iemand tot 
Christus komt, niet zo zeer voor zijn 
eigen nood, maar vanwege de wanhopi- 
ge toestand van iemand die hem dier- 
baar is. De beving die wij in Jaïrus stem 
horen als hij over ,,zijn dochtertje" 
spreekt vult onze harten met medelijden 
als wij denken aan deze man van aanzien 
op zijn knieën voor de Heiland. 
Dan komt er een grootse geloofsbelijde- 
nis: ,,Kom toch en leg haar de handen 
op, dan- zal zij behouden worden en in 
leven blijven." Dit is niet alleen de ge- 
loofsbétuiging van een vader die ver- 
scheurd wordt door verdriet, het is een 
herinnering voor ons dat datgene waar 
Jezus zijn handen op legt, zal leven. Als 
Jezus zijn handen op een huwelijk legt, 
zal het huwelijk leven. Als Hij in staat 
gesteld wordt zijn handen op een gezin te 
leggen, zal het gezin blijven leven. 



De woorden: ,,En Hij ging met hem me- 
de" volgen dan. Wij veronderstellen niet 
dat deze gebeurtenis deel uitmaakte van 
zijn plannen voor die dag. De Meester 
was van de andere kant van het meer 
teruggekomen en de menigte stond aan 
de oever op Hem te wachten om onder- 
wezen te worden. En plotseHng en on- 
verwachts werd hij onderbroken door 
het smeken van een vader. Hij had het 
verzoek kunnen negeren, omdat zo vele 
anderen op Hem wachtten. Hij had te- 
gen Jaïrus kunnen zeggen dat Hij zijn 
dochter de volgende dag wel zou komen 
bezoeken, maar Jezus ging met hem 
mee. Kunnen wij het ooit te druk hebben 
om de noden van onze medemensen te 
negeren als wij in de voetstappen van de 
Meester willen treden? 
Het is niet nodig om u de rest van het 
verhaal voor te lezen. Toen zij bij het 
huis van de overste van de synagoge aan- 
kwamen, vatte Jezus het meisje bij de 
hand en wekte haar op uit de dood. Op 
dezelfde wijze zal Hij iedere man die 
Hem toestaat hem bij de hand te vatten 
tot een nieuw en beter leven opwekken. 
Ik ben dankbaar voor de Schriften. 
Door toegewijde studie van deze boeken 
kunnen wij een grotere kennis van Jezus 
Christus krijgen. Ik ben dankbaar dat 
wij naast het Oude en Nieuwe Testament 
andere geopenbaarde Schriften van de 
Heer hebben ontvangen door de Profe- 
ten van De Kerk van Jezus Christus van 
de HeiUgen der Laatste Dagen, als aan- 
vullende getuigen van Christus — het 
Boek van Mormon, de Leer en Verbon- 
den en de Parel van Grote Waarde — 
alle boeken waarvan ik weet dat zij het 
woord vam God zijn. Deze getuigen er- 
van dat Jezus de Christus is, de Zoon van 
de levende God. 

Moge de Heer ons zegenen bij onze stu- 
die en bij ons rechtvaardig streven Hem 
te vinden, bid ik in de naam van Jezus 
Christus. Amen. D 



108 



7 oktober 1979 

Vergadering op zondagmiddag 




Pornografie, 
de dodelijke 
bacillendrager 



Ouderling Thomas S. Monson 

van de Raad der Twaalf 



Deze week, mijn broeders en zusters, 
zullen de houthakkers hun elektrische 
zagen ter hand nemen, en hun bijlen aan 
de wortels van de statige en eens machti- 
ge iepen leggen die het landschap ron- 
dom London en de Engelse luchthaven 
Heathrow sierden. 

Er wordt gezegd dat sommige van deze 
majestueuze bomen meer dan honderd 
jaar oud zijn. Men vraagt zich af hoeveel 
mensen hun schoonheid hebben bewon- 
derd, hoeveel picknicks er gehouden zijn 
in hun schaduw, hoeveel generaties 
zangvogels de lucht met muziek hebben 
gevuld terwijl zij rond de uitgestrekte 
weelderige takken fladderden. 
De patriarchale iepen zijn nu dood. Dit 
was niet het gevolg van ouderdom, van 
langdurige droogte, of de krachtige win- 
den die dit gebied soms teisteren. De 
schuldige ziet er heel wat minder gevaar- 
lijk uit, en toch is hij dodelijk. Wij weten 
dat de schuldige de iepenspintkever is, 
die de drager is van de dodelijke iepziek- 
te. Deze ziekte heeft grote wouden van 
iepen door heel Europa en Amerika ver- 



nietigd. En de ziekte breidt zich nog 
steeds ongeremd uit. Alle pogingen om 
de ziekten te beperken hebben tot nu toe 
gefaald. 

De iepziekte begint gewoonlijk met het 
verwelken van de jongere bladeren in het 
bovenste gedeelte van de boom. Later 
worden ook de bladeren aan de lagere 
takken aangetast. In het midden van de 
zomer worden de bladeren geel, ze 
krullen op, en vallen af. Het leven vloeit 
weg. De dood nadert. Een bos wordt 
vernietigd. De iepenkever heeft zijn tol 
geëist. 

Wat lijkt de mens op een iep. Van een 
heel klein zaadje groeien wij volgens een 
goddelijk plan, wij worden gevoed, en 
worden volwassen. De heldere zonne- 
schijn van de hemel en de rijke zegenin- 
gen van de aarde zijn van ons. In ons 
eigen bos van familie en vrienden is het 
leven lonend en vol schoonheid. Dan 
plotseling verschijnt er voor ons in deze 
generatie een boosaardige en duivelse 
vijand — pornografie. Evenals de ie- 
penspintkever is het de drager van een 



109 



dodelijke ziekte. Ik zal het „verderfelijke 
toegeeflijkheid" noemen. 
In het begin merken wij nauwelijks dat 
wij besmet zijn. Wij lachen en maken 
luchthartige opmerkingen over het on- 
zedelijke verhaal of de knappe spot- 
prent. Met evangelische ijver verdedigen 
wij de zogenaamde rechten van hen die 
de wereld willen bezoedelen met vuile 
taal en alles willen vernielen wat waarde- 
vol en heilig is. De kever van de porno- 
grafie doet zijn dodelijke taak — onder- 
graaft onze wil, vernietigt onze weer- 
stand, en verstikt datgene in ons dat 
naar boven wil reiken. 
Zou dit werkelijk waar zijn? Deze zoge- 
naamde „verderfelijke toegeeflijkheid" 
is toch zeker niet zo ernstig. Wat zijn de 
feiten? Laten wij die eens bekijken! La- 
ten wij eens luisteren! En laten wij er dan 
iets aan doen! 

Pornografie, de bacillendrager, is belan- 
grijker geworden in de zakenwereld. Het 
is een produkt van de Maffia. Het is 
besmettelijk. Het is verslavend. De FBI 
(het Federaal Bureau van Onderzoek) 
schatte dat de Amerikanen verleden jaar 
2,4 miljard dollar uitgegeven hebben 
aan harde pornografie. Andere schattin- 
gen gaan zelfs zover als vier miljard — 
een fortuin dat overgeheveld is van no- 
bele bestedingen naar duivelse 
doeleinden. 

Apathie tegenover pornografie ontstaat 
meestal door de wijd verbreide openbare 
houding dat het een misdaad zonder 
slachtoffers is en dat de politie beter ge- 
bruikt kan worden op andere gebieden. 
Vele landelijke en plaatselijke verorde- 
ningen zijn vruchteloos, de straffen voor 
overtredingen zijn licht, en de enorme 
verdiensten zijn veel groter dan de 
risico's. 

De FBI wijst er op dat pornografie 
rechtstreeks verband kan houden met 
seksuele misdaden. „In een grote stad in 
het westen," zo meldt een agentschap. 



,,vond de zedenpolitie dat tweeënzeven- 
tig procent van de mensen die voor ver- 
krachting of zedendelicten met kinderen 
gearresteerd werden een of ander porno- 
grafisch materiaal in hun bezit hadden." 
Sommige uitgevers en drukkers onteren 
hun persen door per dag miljoenen stuks 
pornografie te drukken. Geen kosten 
worden gespaard. Het mooiste papier, 
het volle kleurenspectrum worden ge- 
combineerd om iets te produceren dat 
zeker gelezen en herlezen zal worden. En 
ook de filmmakers, de televisieprogram- 
mamakers, en de anderen die zich met 
amusementsprogramma's bezighouden 
zijn niet vrij van schuld. De zelfbeheer- 
sing van vroeger is verdwenen. Het zoge- 
naamde reahsme is in. 
Een van de hoogst betaalde filmsterren 
van de laatste tijd klaagde: ,,De grenzen 
van wat er mag zijn tot het uiterste uitge- 
rekt. De laatste film die ik gemaakt heb 
was smerig. Ik vond het smerig toen ik 
de script las, en ik vind het nog smerig: 
maar de film werd luid toegejuicht door 
de toeschouwers toen men hem proef- 
draaide op een vrijdagavond." 
Een andere filmster verklaarde: ,, Film- 
makers, evenals uitgevers doen zaken 
om geld te verdienen, en zij verdienen 
geld door de mensen te geven wat zij 
verlangen." 

Sommige mensen maken het zich moei- 
lijk door te proberen verschil te maken 
tussen wat zij zachte en harde pornogra- 
fie noemen. In feite leidt de een naar de 
andere. Hoe toepasselijk is het volgende 
gedeelte uit Alexander Pope's „Essay on 
Man" (Verhandehng over de mens): 
Onzedelijkheid is een monster dat er zo 
verschrikkelijk uitziet, dat we het slechts 
hoeven te zien om het te haten; 
maar als we het te dikwijls zien, en er 
vertrouwd mee worden, verdragen wij het 
eerst, krijgen dan medelijden, en omhel- 
zen het tenslotte^ 
De voortdurende, vernietigende opmars 



110 



van de pornografiekever besmet zowel 
hele gemeenschappen als mensenlevens. 
Sommigen worden wel heel erg met litte- 
kens bedekt als zij met deze arglistige 
vijand in aanraking komen. 
Gaat u eens voor een ogenblik met mij 
mee naar een veel bezongen plek, die een 
grote plaats inneemt in de harten van de 



„Deze verderfelijke 

toegeeflijkheid aan 

zedeloosheid is zeker ernstig. 

Wat zijn de feiten? Laten wij 

die eens bekijken! Laten wij 

eens luisteren! En laten wij er 

dan iets aan doen." 



Amerikanen, een welbekend punt in de 
city van New York, Broadway en de 
vijfenveertigste straat. Daar staat als 
verloren op een klein eilandje midden in 
de drukte van het verkeer een groot 
standbeeld van vader Francis P. Duffy, 
een bekende veldprediker van de 
negenenzestigste gevechtseenheid uit de 
eerste wereldoorlog. Hij draagt het uni- 
form van het slagveld. Hij draagt een 
veldfles om de lichamelijke nood van de 
gewonden te lenigen en een Bijbel om 
geestelijke troost te brengen aan de 
stervenden. 

Als wij naar dit prachtig standbeeld kij- 
ken gaan er allerlei oude hederen door 
ons hoofd die toen gezongen werden. 
Als deze gevallen krijgers, die deze liede- 
ren kenden en met liefde terugdachten 
aan Broadway en de vijfenveertigste 
straat terug zouden keren en naast ons 
zouden komen staan, bij het standbeeld 
van vader Duffy, wat zouden zij en wij 
dan zien? Aan alle kanten zogenaamde 
massageinstituten, sekswinkels, porno- 



grafische films — en neonlichten die aan 
hun lokkende gevels aan- en uitfiitsen. 
Het standbeeld van vader Francis P. 
Duffy staat in het midden van de zonde 
en wordt omspoeld door het kwaad. De 
kever van de pornografie heeft dit gebied 
al zo ongeveer vernietigd. Hij nadert op 
een meedogenloze wijze uw stad, uw 
omgeving, en uw gezin. 
Een onheilspellende waarschuwing werd 
door Laurence M. Gould, emeritus pre- 
dikant van de Carleton Universiteit, 
uitgesproken: 

„Ik geloof niet dat het grootste gevaar in 
de toekomst de bommen of geleide pro- 
jectielen zullen zijn. Ik geloof niet dat 
onze beschaving zo zal sterven. Ik geloof 
dat zij zal sterven als wij ons nergens 
meer wat van aantrekken. Arnold Toyn- 
bee, Engels historicus, heeft er op gewe- 
zen dat negentien van de twintig bescha- 
vingen van binnenuit vernietigd werden 
en niet door overwinningen van buiten- 
af. Er waren geen muziekkorpsen, die 
speelden en geen vlaggen, die wapperden 
toen deze beschavingen vergingen. Het 
gebeurde langzaam, rustig in het donker 
en niemand was er zich van bewust." 
Deze maand nog las ik een recensie van 
een nieuwe film. De hoofdrolspeelster 
vertelde de verslaggever dat zij eerst be- 
zwaar had gehad tegen de script en de rol 
die zij zou moeten spelen. Die rol stelde 
haar voor als de seksuele partner van een 
veertienjarige jongen. Zij had eerst ge- 
zegd dat zij daar nooit in toe zou 
stemmen. 

Maar haar werd de verzekering gegeven 
dat de moeder van die jongen aanwezig 
zou zijn bij alle intieme scènes, en toen 
had zij erin toegestemd." 
Ik zou willen vragen: ,,Zou een moeder 
erbij staan en toekijken als haar zoon 
omhelsd werd door een brilslang? Zou 
zij hem rattenkruid of strychnine laten 
proeven? Moeders, zoudt u dat doen? En 
u, vaders? 



111 



Vanuit het verre verleden horen wij de 
echo die zo toepasseUjk is heden ten 
dagen: 

„Jeruzalem, Jeruzalem, dat de profeten 
doodt, en stenigt wie tot u gezonden zijn, 
hoe dikwijls heb Ik uw kinderen willen 
vergaderen, gelijk een hen haar kuikens 
onder haar vleugels, en gij hebt niet ge- 
wild. Zie, uw huis wordt aan u overgela- 
ten." (Lucas 13 : 34, 35.) 
Wij maken een wedergeboorte mee van 
het oude Sodom en Gomorra. Vanuit 
zelden gelezen bladzijden uit stoffige Bij- 
bels komen zij tot ons over als echte 
steden in een echte wereld, die een echte 
ziekte voorstellen — verderfelijke 
toegeeflijkheid. 

Wij hebben de bekwaamheid en de ver- 
antwoordelijkheid om als een bolwerk te 
staan tussen hen die ons dierbaar zijn en 
de dodelijke besmetting van de porno- 
grafische kever. Mag ik u drie stappen 
voorstellen in ons gevecht tegen dit 
gevaar: 

Ten eerste, een terugkeer tot gerechtig- 
heid. Een goed begrip van wie wij zijn en 
wat God van ons verwacht dat wij wor- 
den, zal ons aanmoedigen te bidden, als 
persoon en als gezin. Zo'n terugkeer 
naar gerechtigheid zal de eeuwige waar- 
heid: ,, Goddeloosheid bracht nimmer 
geluk" (Alma 41 : 10) openbaren. Laat 
de boze u er niet van afbrengen. Wij 
kunnen nog steeds geleid worden door 
die stille, zachte stem — die zich nooit 
vergist en wiens invloed almachtig is. 
Ten tweede, een zoeken naar het goede 
leven. Ik spreek niet over een leven vol 
plezier, over het mondaine of het popu- 
laire leven. Ik dring er eerder bij een 
ieder op aan te streven naar het eeuwige 
leven — het eeuwige leven met moeder, 
vader, broeders, zusters, echtgenoten, 
vrouwen, zonen en dochters, voor eeu- 
wig en eeuwig tezamen. 
Ten derde, een belofte een oorlog te voe- 
ren en te winnen tegen de verderfelijke 



toegeeflijkheid. Als wij die boze bacillen- 
drager, de kever van de pornografie te- 
genkomen, laten wij dan onze banier en 
de banier van onze gemeenschap ophef- 
fen en daarin de bekende leus van het 
vroegere Amerika schrijven, „Don't 
tread on me." (Loopt niet over mij 
heen). 

Laten wij instemmen met de vurige ver- 
klaringen van Jozua: ,, Kiest dan heden, 
wien gij dienen zult; . . . Maar ik en mijn 
huis, wij zullen de Here dienen!" (Jozua 
24 : 15.) 

Laten wij ervoor zorgen dat onze harten 
rein zijn. Laten wij ervoor zorgen dat 
onze levens rein zijn. Laten wij ervoor 
zorgen dat onze stemmen gehoord wor- 
den. Laten wij ervoor zorgen dat onze 
daden gevoeld worden. Dan zal de kever 
van de pornografie tegengehouden kun- 
nen worden in zijn dodelijke opmars. De 
verderfelijke toegeeflijkheid zal versla- 
gen worden door iets dat sterker is. En 
wij zullen met Jozua veilig de Jordaan 
overtrekken naar het beloofde land, ja, 
het eeuwige leven in het celestiale ko- 
ninkrijk van onze God. 
Dat wij dit mogen doen is mijn oprecht 
gebed in de naam van Jezus Christus. 
Amen. □ 




112 




„Na vele 

beproevingen komen 
de zegeningen'' 



Ouderling Adney Y. Komatsu 

van het Eerste Quorum der Zeventig 



Dertien jaar geleden, toen ik zendings- 
president was in Japan, kreeg ik bezoek 
van de jonge vrouw van een militair die 
mij wilde spreken. Haar man, een piloot 
bij de luchtmacht, was zojuist neerge- 
schoten en omgekomen in de oorlog in 
Vietnam. Toen zij binnengelaten werd in 
mijn kantoor zag ik, dat zij een grote 
foto tegen zich aan klemde. Wij zetten 
ons neer om te praten en zij liet mij de 
foto van haar man zien, een knappe pi- 
loot met zijn helm in zijn handen, die 
trots naast zijn jet-jachtvliegtuig stond. 
Snikkend vertelde zij hoeveel zij van 
hem hield en dat zij niet kon geloven dat 
hij voorgoed weg was. Zij vertelde ver- 
der dat zij bijna twee jaar geleden be- 
keerd was. Zij had haar man op de 
universiteit ontmoet en hij had haar over 
het evangelie verteld. Later werd zij ge- 
doopt en werden zij verzegeld in de tem- 
pel voor tijd en alle eeuwigheid. 
Haar leven met hem was geweldig ge- 
weest en alles wat iemand zich maar 
wensen kon. Zij had de toekomst met 
vreugde en veel verwachting tegemoet 
gezien. Maar nu, maar al te spoedig, was 
er een eind aan dat alles gekomen. 
Zij zou zich moeten aanpassen aan de 
nieuwe situatie in haar leven en wilde 
verzekerd worden dat alles goed zou ko- 
men. Welke raad zou u haar gegeven 
hebben? 



De Heer heeft gezegd: 
„Want voorwaar zeg Ik u: Gezegend is 
hij, die Mijn geboden onderhoudt, hetzij 
in leven of in de dood; en de beloning 
van hem, die in beproevingen getrouw is, 
is in het koninkrijk der hemelen groter. 
Op het ogenblik kunt gij met uw natuur- 
lijke ogen het plan niet zien van uw God 
met betrekking tot de dingen, die hierna 
zullen komen, en de heerlijkheid, die op 
vele beproevingen zal volgen. 
Want na vele beproevingen komen de 
zegeningen." (LV 58 : 2-4.) 
Als wij door deze sterfelijke proeftijd 
gaan, doen wij veel ervaringen op. Deze 
ervaringen gaan gepaard met proble- 
men, moeilijkheden, tegenspoed, ver- 
driet en beproevingen. De Heer zei eens 
tot de profeet Joseph Smith na een pe- 
riode van grote beproevingen, ,,Weet 
dan. Mijn zoon, dat dit alles u ondervin- 
ding zal geven, en voor uw welzijn zal 
wezen." (LV 122 : 7.) 
De vroegere leden en leiders van de kerk 
ondergingen veel moeilijkheden, tegen- 
spoed en beproevingen. Velen gaven 
zelfs hun leven voor hun geloof en getui- 
genis van het evangehe. Tijdens de lange 
trek naar het westen werden vele kinde- 
ren en volwassenen begraven langs de 
weg. 

Wij hebben de belofte van de Heer: „En 
het zal geschieden, dat zij, die in Mij 



113 




President Benson en ouderling Petersen 



sterven, de dood niet zullen smaken, 
want deze zal hun zoet zijn. 
En zij, die niet in Mij sterven, wee hun, 
want hun dood is bitter. 
Gij moet zo in liefde te zamen leven, dat 
gij het verlies van hen, die sterven, moet 
bewenen, en vooral dat van hen, die geen 
hoop hebben op een heerlijke opstan- 
ding." (LV 42 : 46, 47.) 
Ik woonde onlangs de begrafenis bij van 
een trouw lid van de kerk op het afgele- 
gen eiland Vava'u in Tonga. Deze broe- 
der was geliefd bij de mensen van zijn 
dorp en werd gerespecteerd door niet- 
leden en leden van de kerk. 
Toen de begrafenisstoet zijn huis verliet 
om naar de begraafplaats te gaan volgde 
het hele dorp en verzamelde zich tenslot- 
te op een heuveltje dat uitkeek over een 
vredige baai. De mensen schaarden zich 
om het graf en de bisschop en zij die aan 



de plechtigheid deelnamen, stonden te- 
genover de familie. Het viel mij op dat 
terwijl velen door droefheid overmand 
waren en weenden tijdens de dienst, de 
weduwe kalm was. 

Ik wist dat zij op de hoogte was van de 
opstanding en het plan van zaligheid. Ik 
hoorde later dat zij en haar man naar 
Nieuw-Zeeland waren geweest en voor 
tijd en eeuwigheid aan elkaar verzegeld 
waren. In haar leven was dit geen algehe- 
le ramp maar eerder een deel van Gods 
plan. Zij had over zich een uitdrukking 
van vrede en waardering voor het 
evangehe. 

President Kimball verklaarde eens: ,,De 
Heer heeft ons niet beloofd dat wij vrij- 
gesteld zullen worden van tegenspoed en 
verdriet. In plaats daarvan heeft Hij ons 
het communicatiemiddel dat bekend 
staat als gebed gegeven, waardoor wij 



114 



ons kunnen vernederen en zijn hulp en 
leiding kunnen vragen, opdat wij een 
huis des gebeds kunnen oprichten." 
President Kimball heeft ook nog gezegd: 
„Zij die naar beneden reiken in de diep- 
ten van het leven waar in de stilte de stem 
van God wordt gehoord, hebben de sta- 
biliserende macht die ze evenwichtig en 
rustig door de orkaan van moeilijkhe- 
den zal leiden." (Ensign van mei 1979, 
blz. 6.) 

President Harold B. Lee zei tijdens de 
algemene conferentie in 1965: ,, Evenals 
een door schijnwerpers verlichte tempel 
nog prachtiger is in een harde storm of in 
een dikke mist, zo is het evangelie van 
Jezus Christus heerlijker in tijden van 
innerlijke storm en persoonlijk verdriet 
en kwellende strijd." (Conference Report 
van april 1965, blz. 16.) 
Mag ik u nog een andere ervaring vertel- 
len? Enkele jaren geleden werd er in Ja- 
pan een ring georganiseerd van een zen- 
dingsdistrict. Tijdens een interview ver- 
telde de districtspresident dat hij binnen- 
kort naar een andere stad zou verhuizen 
waar hij de directeur van het grootste 
filiaal van zijn firma zou worden. Voor 
hem was dit een goede promotie. Maar 
de Heer wilde deze man hebben als nieu- 
we ringpresident. Hij werd bij de alge- 
mene autoriteiten geroepen die hem 
vroegen of zijn directeurs zijn benoe- 
ming zouden willen herzien en hem in 
deze stad zouden willen laten opdat hij 
deze belangrijke taak in de kerk zou 
kunnen vervullen. 

De districtspresident zei toen onmiddel- 
lijk dat hij zijn directie zijn woord al had 
gegeven en dat zij al wijzigingen hadden 
aangebracht in alle fihalen, behalve in 
het fihaal waar hij de leiding zou nemen. 
Hij had gevraagd om zijn benoeming uit 
te stellen, totdat de ring georganiseerd 
zou zijn. 

Ondanks deze uitleg vroeg de algemene 
autoriteit de districtspresident contact 



op te nemen met zijn directie en hen zijn 
verzoek voor te leggen en hem dan het 
resultaat te laten weten. 
Later die avond werd ik opgebeld door 
de districtspresident. Zijn werkgever 
was vanzelfsprekend verbaasd geweest 
over zijn verzoek om in de stad te mogen 
blijven en van zijn promotie af te zien. 
De directie had hem gevraagd nog eens 
serieus zijn verzoek te overwegen en hen 



„Het is door verdriet en lijden, 

inspanning en beproevingen dat 

wij de opvoeding krijgen 

waarvoor wij hier zijn 

gekomen." 



dan over vijf minuten terug te bellen. In 
die korte tijdsperiode werd hij gedwon- 
gen een besluit te nemen die de rest van 
zijn leven zou beïnvloeden. Op dat ogen- 
blik vroeg hij mij om raad. 
Mijn antwoord was dat de Heer een van 
zijn apostelen gezonden had om een ring 
in Japan te organiseren. Als hij het ant- 
woord aan de Heer zelf moest geven, zou 
dat enig verschil uitmaken? Hij bedank- 
te mij en belde toen zijn werkgever op. 
Al vroeg de volgende morgen kwam hij 
naar het zendingskantoor en werd offi- 
cieel geroepen als de nieuwe ringpresi- 
dent. Toen de algemene autortiteit hem 
vroeg hoe het stond met zijn werk in de 
firma, antwoordde de districtspresident 
dat zijn promotie geannuleerd was en 
dat hij gewoon zou moeten accepteren 
wat zij ook besloten hem te laten doen. 
Voordat hij vertrok zegende de algeme- 
ne autoriteit deze man en verklaarde dat 
hoewel hij enige tijd beproevingen en 
moeilijkheden op zijn werk zou onder- 
vinden, de tijd zou komen dat hij door 



115 



zijn werkgever gevraagd zou worden te 
helpen bij het nemen van grote en 
belangrijke beslissingen voor de firma, 
omdat hij besloten had liever de Heer te 
dienen dan er zelf in materieel opzicht op 
vooruit te gaan. 

Enkele jaren later werd deze man — nog 
altijd ringpresident — de assistent van 




de directeur, en op deze wijze werd de 
belofte van de apostel des Heren ver- 
vuld. Hoe groot is onze beloning als wij 
getrouw de bezoekingen en het lijden 
van dit leven verdragen! 
Ons wordt beloofd, evenals aan de pro- 
feet Joseph Smith werd beloofd: ,,Uw 
tegenspoed en smarten zullen slechts 
kort van duur zijn; En dan, indien gij het 
goed verdraagt, zal God u ten hemel 
verheffen; gij zult over al uw vijanden 
zegevieren." (LV 121 : 7, 8.) 
Orson F. Whitney heeft eens gezegd: 
„Geen pijn die wij lijden, geen beproe- 
ving die wij ondervinden gaat verloren. 
Zij behoren tot onze opvoeding, tot de 
ontwikkeling van eigenschappen zoals 
geduld, geloof, geestkracht, en nederig- 
heid. Alles wat wij lijden en alles wat wij 
ondergaan, vooral als wij het geduldig 
verdragen vormt ons karakter, reinigt 
ons hart, vergroot onze ziel, en maakt 
ons zachter en milder, meer waardig de 
kinderen van God genaamd te worden 
... en het is door verdriet en lijden, ins- 
panning en beproevingen dat wij de op- 
voeding krijgen waarvoor wij hier zijn 
gekomen, en die ons meer zal doen lijken 
op onze Vader en Moeder in de hemel." 
(Faith Precedes the Miracle, blz. 98.) 
President Kimball heeft gezegd: „Het 
lijden kan van mensen heihgen maken 
als zij geduld leren, lankmoedigheid en 
zelfbeheersing. Het lijden van onze Hei- 
land was een deel van zijn opvoeding. . . 
Hoewel Hij de Zoon was, de gehoor- 
zaamheid geleerd uit hetgeen Hij heeft 
geleden, en toen Hij het einde had be- 
reikt, is Hij voor allen, die Hem gehoor- 
zamen, een oorzaak van eeuwig heil ge- 
worden. " (Hebreeën 5 : 8, 9.) 
Dat wij onze beproevingen en ons lijden 
goed mogen verdragen. Dat wij naar de 
Heer mogen uitzien en vertrouwen stel- 
len in zijn rechtvaardig oordeel is mijn 
gebed, in nederigheid en in de naam van 
Jezus Christus. Amen. D 



116 




Geluk nu en 
voor eeuwig 



Ouderling Richard Scott 
van het Eerste Quorum der Zeventig 



Wat zoudt u denken van iemand die een 
prachtige vleugel in stukken zou hakken 
om er brandhout van te maken, of een 
dure rekenlineaal zou gebruiken om een 
lade van een bureau open te peuteren? 
Zo'n verschrikkelijk misbruik van waar- 
devolle voorwerpen is ondenkbaar, en 
toch zijn er velen in de wereld heden ten 
dage die hun verstand, lichaam en geest, 
die van onschatbare waarde zijn, op een 
nog tragischer wijze misbruiken. 
Als iedere dag weer onbevredigend en 
zonder zin lijkt, als de dingen waar u het 
meest naar verlangt in het leven onbe- 
reikbaar lijken, of als u zich in wanhoop 
gewend hebt tot de verkeerde dingen in 
een poging geluk en gezelschap te vin- 
den, dan hebben wij voor u een bood- 
schap van hoop en zekerheid. Verwerpt 
hem niet, hoewel hij gebaseerd is op 
godsdienstige beginselen die u op het o- 
genblik misschien niet helemaal be- 
grijpt, want met de overtuiging van mijn 
hele ziel weet ik dat het u zal geven, waar 
u het meest naar verlangt. 
De Heer inspireerde eens een profeet te 
verklaren: ,,De mensen zijn, opdat zij 
vreugde mogen hebben" (2 Nephi 2 : 
25), dat houdt in, geluk nu en voor eeu- 
wig. Maar u zegt: „Hoe kan men het 
geluk vinden? Er wordt door zovelen 
raad gegeven, maar dikwijls is het ver- 
warrend en drukken zij zich uit in ter- 
men en begrippen die ik niet begrijp." 



God wist dat zijn kinderen met dit pro- 
bleem geconfronteerd zouden worden, 
daarom verschafte Hij ze een onfeilbare 
manier om zijn waar plan voor geluk te 
herkennen. 

Ik zal deze manier illustreren door een 
eenvoudig voorbeeld. Deze doos stelt de 
wereld voor. Ik heb er twee magneten in 
verborgen, de ene stelt de waarheid 
voor, de andere bedrog. Er gaat een 
krachtige invloed uit van de twee mag- 
neten, maar u kunt het niet zien noch 
voelen, evenmin als wij met onze ogen of 
met onze handen het verschil kunnen 
voelen tussen waarheid en bedrog. Als ik 
nu een derde magneet gebruik als detec- 
tor, kan ik zonder falen de magneet die 
de waarheid voorstelt vinden. De detec- 
tor wordt er door aangetrokken. Op de- 
zelfde wijze kan ik de magneet die het 
bedrog voorstelt vinden, omdat de de- 
tector erdoor afgestoten wordt. 
Ieder mens die op aarde geboren wordt 
heeft het vermogen gekregen om de 
waarheid van bedrog te onderscheiden. 
Dit is een gave van God. Wij noemen het 
ons geweten. God noemt het de Geest 
van Christus. Als wij deze gave op de 
juiste wijze gebruiken worden wij op na- 
tuurlijke wijze aangetrokken tot de 
waarheid en afgestoten van bedrog. 
De Satan wil niet hebben dat wij deze 
goddelijke gave gebruiken. Hij verbergt 
zijn ware bedoelingen achter aanlokke- 



117 



lijke verleidingen. Zijn bedoeling is het 
om onze belangstelling op onszelf te 
richten. Hij wil dat wij zo opgaan in onze 
pogingen om persoonlijke begeerten en 
verlangens te bevredigen dat wij de 
waarheid om waarheid van bedrog te 
onderscheiden, verliezen. Zulk een leven 
zal nooit, kan nooit, geluk brengen. 
Als wij onze detector nu afschermen 
kunnen wij geen onderscheid meer ma- 



,,Wij moeten leren onszelf niet 

te beoordelen naar wat wij zijn, 

maar naar wat wij onder 

invloed van de Heer kunnen 

worden." 



ken tussen de invloeden van de magne- 
ten die de waarheid of het bedrog voors- 
tellen. Op dezelfde wijze kunnen wij een 
afscherming rond ons geweten opbou- 
wen en zijn doeltreffendheid opheffen 
door aan verleidingen toe te geven en 
Gods geboden niet te gehoorzamen 
door onverschilligheid of ongeloof. Dan 
wordt het moeilijk en uiteindelijk onmo- 
gelijk om de waarheid van het bedrog te 
onderscheiden. 

De Heer heeft zijn leven gegeven opdat 
een ieder van ons, door het wonder der 
vergeving, de versperring van de zonden 
zou kunnen wegnemen en ons geweten 
weer gevoelig maken voor waarheid en 
bedrog. 

Nu zou ik nog een andere goddelijke 
gave met u willen bespreken. Zij heeft 
mogelijkheden die oneindig gevoeliger 
en krachtiger zijn dan ons geweten. 
Door deze gave kunnen wij zuivere 
waarheid ontvangen om ons leven te lei- 
den, goddelijke raad om onze proble- 
men op te lossen, en zelfs de macht Gods 



om hindernissen te overwinnen. Het is 
de gave van de heilige Geest. 
Mag ik u vertellen hoe u deze kostbare 
gave kunt verkrijgen, of als u ze reeds 
hebt hoe u ze meer kunt gebruiken? De 
Heer heeft gezegd: ,,Bid, en gij zult ont- 
vangen; klop, en u zal worden opgege- 
daan." (LV 4:7.) Als u in alle oprech- 
theid vraagt, zult u niet te loochenen 
indrukken krijgen die u naar grotere 
waarheden zullen leiden. U zult de gele- 
genheid krijgen, bijvoorbeeld door de 
geïnspireerde boodschappen van deze 
conferentie, de enige ware kerk van Je- 
zus Christus te vinden, en u zult die kerk 
herkennen. 

Door studie, gebed en gehoorzaamheid 
kunt u zich gereed maken om gedoopt te 
worden tot lid van de kerk van Jezus 
Christus en de gave van de heilige Geest 
te ontvangen door handoplegging. 
De Heiland heeft gezegd: ,,Doch u is 
geboden God, Die mildelijk geeft, in alle 
dingen te vragen; en hetgeen de Geest tot 
u getuigt, wilde Ik, dat gij met alle heilig- 
heid des harten zoudt doen, terwijl gij 
oprecht voor Mij wandelt, het doeleinde 
uwer zaligheid in het oog houdt, alle 
dingen met gebed en dankzegging doet, 
opdat gij niet moogt worden verleid 
door boze geesten, of leerstellingen van 
duivelen, of door de geboden van men- 
sen." (LV 46 : 7.) 

God heeft ons niet op aarde geplaatst 
om het slachtoffer te worden van om- 
standigheden. Hij gaf ons een plan dat 
ons zeker succes zou brengen — zijn 
evangelie — het volmaakte plan om ge- 
lukkig te worden. 

Wij moeten leren onszelf niet te beoor- 
delen naar wat wij zijn, maar naar wat 
wij onder invloed van de Heer kunnen 
worden. Wij hoeven onze mogelijkhe- 
den tot succes niet slechts te meten met 
de ons bekende bekwaamheden. Wij 
kunnen rekenen op Gods macht en zijn 
versterkende invloed op ons leven. Wij 



118 



kunnen weten dat onze bekwaamheid en 
kracht vergroot kunnen worden, zodat 
wij in staat zijn alle moeilijkheden die wij 
tegenkomen te overwinnen. 
Als wij de gave van de heilige Geest ont- 
vangen moeten wij ernaar streven steeds 
gevoeliger te worden voor zijn invloed in 
ons leven. Het gebed is ons communica- 
tiemiddel met God. Hij beantwoordt 
oprechte gebeden door de heilige Geest, 
die inspiratie, leiding en kracht in ons 
leven brengt. 

Wij zien de wegwijzers in ons leven altijd 
duidelijker als wij ze voorbijgelopen zijn 
en een hogere uitkijkpost hebben be- 
reikt. Als wij beter opletten op de influis- 
teringen van de heilige Geest, zouden wij 
ze zien voordat wij ze bereiken en doel- 
matiger geleid worden. Dit te leren ver- 




eist zelfbeheersing en een hart dat bereid 
is verandering te aanvaarden. 
De zaligheid is een eeuwig doel dat wij 
bereiken door een proces van voortdu- 
rende opwaartse veranderingen. Twijfel 
is geestelijk vergif dat de eeuwige groei 
remt. Wij moeten eerst onze weg aftas- 
ten voordat wij de richting duidelijk 
zien. Wij kunnen onszelf bewijzen door 
een aantal goede beslissingen te nemen 
zonder helemaal zeker ervan te zijn; dan 
komt grotere kennis en zekerheid, niet 
eerder. 

Geluk wordt gemaakt. Liefde is het mid- 
delpunt ervan. De belangrijkste bes- 
tanddelen zijn oprecht geloof, oprechte 
bekering, volledige gehoorzaamheid en 
onzelfzuchtig dienstbetoon. 
Evenals de magneet in mijn voorbeeld 
aangetrokken werd door de invloed die 
de waarheid voorstelde, zo kunt u door 
geloof en gebed het koninkrijk van God 
op aarde duidelijk herkennen. 
Zoekt een lid van De Kerk van Jezus 
Christus van de Heiligen der Laatste Da- 
gen op, een mormoon, en vraag hem 
naar de herstelde waarheid. Schaft u een 
Boek van Mormon aan, leest het, en 
denkt er over na. Past de beginselen die 
erin staan toe, en u zult het geluk vinden 
nu en voor eeuwig. 

Met alle oprechtheid van mijn ziel, in 
alle nederigheid, getuig ik plechtig dat 
God de Vader, door zijn Zoon Jezus 
Christus de volheid van zijn waarheid 
heeft hersteld. Hij heeft zijn priester- 
schap hersteld, het gezag om de nodige 
verlossende verordeningen in zijn naam 
te verrichten. President Spencer W. 
Kimball is zijn profeet. Ik houd van hem 
en steun hem met heel mijn hart. Ik ge- 
tuig dat dit, De Kerk van Jezus Christus 
van de Heiligen der Laatste Dagen, de 
enige plaats op aarde is waar deze vol- 
heid van waarheid en priesterlijk gezag 
gevonden kan worden. In de naam van 
Jezus Christus. Amen. D 



119 




Geboden die wij 
moeten houden 



Ouderling O. Leslie Stone 

van het Eerste Quorum der Zeventig 



De leringen van onze Heiland en de vele 
wonderbaarlijke dingen die Hij de we- 
reld gegeven heeft zijn een inspiratie 
voor ons allen. Hij leefde lang voor de 
geschiedenis van onze wereld begon. Hij 
was aanwezig in de grote raadsvergader- 
ing in de hemel — Hij hielp zijn Vader bij 
het scheppen van de hemelen, bij het 
scheppen van de aarde, en van de mens, 
tengevolge van de opdracht van de Va- 
der; ,,Laat Ons ... de mens vormen naar 
Ons beeld, naar Onze gelijkenis." (Abra- 
ham 4 : 26.) 

In tegenstelling tot Satans plan dat 
dwang inhield, steunde Hij het plan van 
de Vader om de vrije wil te handhaven, 
waardoor het recht om te kiezen, dat 
zoveel voor ons betekent, zou blijven 
bestaan. 

Hij leefde op aarde in het midden der 
tijden in het beloofde land. Hij werd ver 
van huis geboren en werd neergelegd in 
een kribbe. Hij trok rond lerende en 
goeddoende. De mensen volgden Hem, 
niet voor aardse rijkdommen maar om 
schatten in de hemel te verkrijgen. 
Hij stelde een nieuwe gedragslijn op — 
elkander lief te hebben, zelfs onze vijan- 
den. Hij vermaande ons niet te oordelen, 
maar te vergeven, en alle mensen een 
tweede kans te geven. 
Stelt u eens voor welk een verandering 
dit in deze wereld zou maken als wij als 



personen en als volken volgens deze ge- 
dragslijn zouden leven. Wij hebben di- 
kwijls mensen horen zeggen: ,,Nou, ik 
wil wel vergeven, maar vergeten doe ik 
het niet," wat natuurlijk betekent dat zij 
niet vergeven. 

In de Leer en Verbonden 64 : 8-11 zegt 
de Heer ons dat het onze plicht is elkan- 
der te vergeven, en dat hij die zijn broe- 
der niet vergeeft, veroordeeld staat en de 
grootste zondaar van de twee is. 
In Matteüs 22 : 36-39 lezen wij dat Chris- 
tus eens benaderd werd door een van de 
leidende wetgeleerden van zijn tijd die 
Hem vroeg: 

,, Meester, wat is het grote gebod in de 
wet? Hij zeide tot hem: Gij zult de Here, 
uw God, liefhebben met geheel uw hart 
en met geheel uw ziel, en met geheel uw 
verstand. Dit is het grote en eerste ge- 
bod. Het tweede, daaraan gelijk, is: Gij 
zult uw naaste Uefhebben als uzelf." 
Kan iemand het celestiale koninkrijk be- 
reiken als hij zijn naaste niet liefheeft als 
zichzelf? Toen Jezus het tweede gebod 
noemde, zei Hij dat het aan het eerste 
gelijk was, en Hij voegde eraan toe: 
,,Aan deze twee geboden hangt de ganse 
wet en de profeten." (Matteüs 22 : 40.) 
Hij maakte ze erg belangrijk — zo be- 
langrijk dat alle andere wetten en gebo- 
den erop berusten. 
Laten wij een andere vraag stellen: Kan 



120 



iemand het eerste en het grote gebod 
houden als hij het tweede gebod niet 
houdt? In andere woorden, kan hij God 
liefhebben met zijn gehele hart als hij 
zijn naaste niet liefheeft? Het antwoord 
is duidelijk. 

Johannes de apostel zei: „Indien iemand 
zegt: Ik heb God lief, doch zijn broeder 
haat, dan is hij een leugenaar; want wie 
zijn broeder, die hij gezien heeft, niet 
liefheeft, kan (ook) God, die hij niet ge- 
zien heeft, niet hefhebben. En dit gebod 
hebben wij van Hem: Wie God liefheeft, 
moet ook zijn broeders liefhebben." (1 
Johannes 4 : 20, 21.) 
In 3 Nephi 11 : 29, 30 vinden wij deze 
verklaring: 

„Want voorwaar, voorwaar zeg Ik u: 
Hij, die de geest van twisten heeft, is niet 



„De Heer verlangt van hen die 

bij Hem wonen dat zij in staat 

zijn zwakheden en 

onvolmaaktheden te 

overwinnen." 



van Mij, maar is van de duivel, die de 
vader van twisten is, en hij hitst het hart 
der mensen op om in toorn met elkander 
te twisten. 

Ziet, het is niet Mijn leer om het hart der 
mensen tot toorn tegen elkander op te 
hitsen; maar dit is Mijn leer, dat zulke 
dingen zullen worden weggedaan." 
Met al deze verklaringen moet het voor 
iedereen volkomen duidelijk zijn dat de 
Heer van ons verlangt dat wij elkander 
liefhebben en vergeven. Het past ons al- 
len, onze trots te overwinnen en ons zo- 
veel mogelijk in te spannen alle geschil- 
len met onze naasten bij te leggen. Zoals 
net geciteerd uit 3 Nephi, zijn twisten en 



ruzies uit de boze en worden niet goedge- 
keurd door onze hemelse Vader. Onze 
naasten liefhebben als onszelf zal vreug- 
de en geluk in ons leven brengen. 
Christus leefde om te 'zegenen, te gene- 
zen en te herstellen. Hij was een vredes- 
tichter. Bij vele gelegenheden genas Hij 
de zieken, de lammen en de blinden. Ja, 
zoals wij eerder vandaag gehoord heb- 
ben, wekte Hij zelfs de doden op. Na dit 
alles gedaan te hebben, werd Hij ged- 
wongen zijn eigen kruis naar Golgota te 
dragen. Hij vergaf hen die zijn leven wil- 
den nemen. Op het ogenblik dat Hij het 
meest moest lijden zei Hij: „Vader, ver- 
geef het hun, want zij weten niet wat zij 
doen." (Lucas 23:24.) Hij stierf opdat 
wij het eeuwige leven mochten hebben. 
In Johannes 1 1 :25, 26 staat geschreven 
dat Hij eens verklaarde: ,,Ik ben de op- 
standing en het leven; wie in Mij gelooft, 
zal leven, ook al is hij gestorven, en een 
ieder, die leeft en in Mij gelooft, zal in 
eeuwigheid niet sterven. " 
Hij rees van het graf en triomfeerde over 
de dood en schonk de wereld de zegen 
van de opstanding. 

Het evangelie verschaft ons een prachtig 
plan van zaligheid. Wij weten dat wij 
naar de aarde komen om een lichaam te 
krijgen, om kennis op te doen, en onze 
bekwaamheden en ons karakter te ont- 
wikkelen. Wij komen hier om te leren 
het kwade te overwinnen en te zien of wij 
trouw kunnen blijven en ijverig en ge- 
hoorzaam genoeg aan de geboden zijn 
om waardig, weer in zijn tegenwoordig- 
heid, terug te keren. 
Als ik aan de vele, vele zegeningen denk 
die ons gegeven zijn, dan komen mij de 
woorden van koning Benjamin uit het 
Boek van Mormon te binnen, toen hij 
nadat hij de zegeningen die op zijn volk 
uitgestort waren had opgenoemd, zei: 
,,En ziet, alles wat Hij van u verlangt, is 
Zijn geboden te onderhouden." (Mosiah 
2 : 22.) 



121 



Ja, het enige wat de Heer van ons ver- 
langt is dat wij zijn geboden houden. Dit 
kUnkt betrekkeHjk eenvoudig, niet 
waar? Maar wij weten allen dat het niet 
eenvoudig is, en het is ook nooit de be- 
doeling geweest. Want waar veel gege- 
ven is, wordt veel vereist. (Zie LV 82 : 3.) 
De Heer verlangt van hen die bij Hem 
wonen dat zij in staat zijn hun zwakhe- 
den en onvolmaaktheden te overwin- 
nen. Hij vereist zelfverloochening en 
zelfbeheersing. Neen, het is niet eenvou- 
dig, maar de Heer heeft ons vele wenken 
en aanwijzingen gegeven om ons te hel- 
pen zijn geboden te houden. 
Sommigen van ons zullen zo nu en dan 
wel denken dat enkele van zijn geboden 
beletsels zijn om gelukkig te worden in 
dit leven, maar dit is niet zo, en diep in 
ons hart weten wij allen dat zo lang wij 
deze geboden naleven, wij, zo zeker als 
de nacht op de dag volgt, de zegeningen 
zullen oogsten die beloofd zijn aan de 
getrouwen. Vergeet niet dat de Heer ge- 
zegd heeft: „Ik, de Here, ben gebonden, 
wanneer gij doet, wat Ik zeg; maar wan- 
neer gij niet doet, wat Ik zeg, hebt gij 
geen belofte." (LV 82 : 10.) 
Soms zal de wijze waarop dit wordt ver- 
vuld niet zichtbaar voor ons zijn, maar 
wij kunnen er van verzekerd zijn dat het 
werkelijk vervuld zal worden. 
Hoevelen van ons zouden het prettig 
vinden om op de dag des oordeels te 
moeten horen dat wij hebben nagelaten 
ons deel te doen — dat wij onwaardige 
dienstknechten van de Heer geweest 
zijn, omdat ons leven zo'n slecht voor- 
beeld is geweest? In Matteüs 5:16 geeft 
de Heer ons een zeer belangrijke 
boodschap: 

„Laat zo uw licht schijnen voor de men- 
sen, opdat zij uw goede werken zien en 
uw Vader, die in de hemelen is, 
verheerlijken." 

De geboden van de Heer niet houden 
brengt niet alleen veroordeling met zich 



mee, maar het berooft ons ook van vele 
zegeningen hier op aarde, om maar te 
zwijgen over de eeuwige zegeningen 
waar wij allen naar streven. In 1 Korin- 
tiërs 2 : 9 lezen wij het volgende: „Wat 
geen oog heeft gezien en geen oor heeft 
gehoord en wat in geen mensenhart is 
opgekomen, al wat God heeft bereid voor 
degenen, die Hem liefhebben.'''' 
En tenslotte de grote belofte die aan alle 
mensen gegeven is: 

,,En indien gij Mijn geboden onder- 
houdt, en tot het einde toe volhardt, zult 
gij het eeuwige leven hebben, welke gave 
de grootste van alle gaven Gods is." (LV 
14 : 7.) 

Tenslotte zou ik u mijn getuigenis willen 
geven dat de Vader en de Zoon werkelijk 
aan Joseph Smith zijn verschenen en 
hem aanwijzingen hebben gegeven met 
betrekking tot het ware evangelie van 
Jezus Christus. Ik getuig ook tot u dat 
onze leider heden ten dage, president 
Spencer W. Kimball en zijn raadgevers 
ware profeten van God zijn. Wij zouden 
er allen goed aan doen hen te volgen op 
het pad der waarheid en gerechtigheid. 
Ik bid dat deze broeders ten alle tijde 
gezegend mogen worden met inspiratie, 
dat onze hemelse Vader hen de gezond- 
heid en de kracht zal geven om hun zwa- 
re verantwoordelijkheden te dragen, en 
dit doe ik in de naam van Jezus Christus. 
Amen. D 



122 



^^Wij gaan met 
onze jongens 
en grijsaards" 



Ouderling Hugh W. Pinnock 

van het Eerste Quorum der Zeventig 




Tijdens een vlucht van Erie naar Pitts- 
burgh in Pennsylvania, enkele jaren ge- 
leden, zat ik naast de predikant van een 
grote protestantse kerk. Hij droeg de 
kleding van een geestelijke, zodat dit 
gemakkelijk te zien was. Nadat ik mij 
voorgesteld had als lid van De Kerk van 
Jezus Christus van de Heihgen der Laat- 
ste Dagen, vroeg hij: „Weet u waar wij 
predikanten over praten als wij tezamen 
komen? Wij praten over de mormonen. 
Wij zien de jongen en de ouden, de tie- 
ners, de kleine kinderen, en de pas- 
getrouwden zich verdringen in uw ker- 
ken, ledere leeftijdsgroep lijkt op zijn 
gemak en blij tezamen te zijn in uw 
kerk." Ik legde hem uit dat wij 
geïnteresseerd zijn in mensen van alle 
leeftijden. 

Die ervaring herinnerde mij aan de 
moeite die Mozes had om de Farao over 
te halen de Israëlieten uit Egypte te laten 
trekken. De ene plaag volgde na de an- 
dere, totdat de Egyptische heerser ten- 
slotte toegaf. Nadat hij bedreigd was ge- 
weest met zwermen sprinkhanen, stemde 
Farao erin toe dat de mannen zouden 
gaan als Mozes de vrouwen, de kinderen 
en de bejaarden achter zou laten. (Zie 
Exodus 10:3-11.) 

Mozes stond er echter op dat allen zou- 
den gaan. Hij zei: ,,Wij gaan met onze 
jongens en grijsaards, wij gaan met onze 



zonen en dochters, met ons kleinvee en 
onze runderen." (Exodus 10:9.) Mozes 
weigerde om het volk van God te 
verdelen. 

Alle leeftijden behoren de avonturen en 
gevaren samen het hoofd te bieden even- 
als onze eigen pioniers dit 132 jaar gele- 
den hebben gedaan tijdens hun grote 
exodus. De solidariteit van mensen van 
alle leeftijden is de manier, waarop God 
het doet. Het is onze manier, omdat het 
zijn manier is. 

Het leven is niet een stilstaand iets. De 
seconden, de minuten, de uren, de da- 
gen, de weken, de maanden en de jaren 
gaan voorbij, en even snel voor iedereen. 
Geen enkele leeftijdsgroep kan 
geïsoleerd worden. Geen van ons kan 
voorgoed kind, jong, van middelbare 
leeftijd, of bejaard blijven. Wij worden 
allen ouder, en dit kan tussen twee haak- 
jes spannend zijn als wij blijven groeien 
naarmate wij ouder worden. „Maar al 
vervalt ook onze uiterlijke mens," zei 
Paulus, „nochtans wordt de innerlijke 
van dag tot dag vernieuwd." (2 Korin- 
tiërs 4 : 16.) 

Ik kan niet over mijn eigen leven denken 
zonder een diepe dankbaarheid te voelen 
voor de oudere mensen die met mij ge- 
wandeld en gepraat hebben. Een oud- 
tante heeft mij vele lessen geleerd op 
haar eigen fijngevoelige wijze. Een dier- 



123 



bare grootmoeder heeft niet alleen haar 
eigen kleinkinderen beïnvloed, maar 
ook vele van hun vrienden. Een pa- 
triarch veranderde het leven van een jon- 
geman door rechtvaardig te leven en 
door hem een prachtige zegen te geven. 
De krachtige stem en het getuigenis van 
broeder LeGrand Richards heeft de 
waarheid van het evangelie aan allen ge- 



Acht wenken voor bejaarde 

heiligen der laatste dagen opdat 

vreugde en geluk hun metgezel 

zullen zijn. 



bracht die wilden luisteren en aan enkele 
anderen daarnaast. Onze grote profeet 
en leider, president Kimball, heeft velen 
van ons beïnvloed door zijn toewijding 
en ongelooflijke energie. 
Iedereen is nodig: iedereen behoort te 
dienen. Degenen onder u met ervaring 
en ontwikkeling, die de grote depressie 
hebben meegemaakt, de vernielingen 
van twee oorlogen hebben gezien, die 
gezien hebben hoe de maatschappij zich 
ontwikkeld heeft van het paard en wa- 
gen tijdperk tot onze tijd met zijn zilve- 
ren Concordes die door de lucht schieten 
met een vaart van meer dan tweeduizend 
kilometer per uur, hebben zoveel te bie- 
den. Het is tot u, bejaarden, dat ik mijn 
korte opmerkingen wil richten. 
Over weinig mensen van wie de naam in 
het Nieuwe Testament wordt genoemd 
wordt zo weinig gezegd als over Mna- 
son. Zijn naam komt slechts een keer 
voor: ,,een zekere Mnason van Cyprus, 
een der eerste discipelen, wiens gasten 
wij zouden zijn." (Handelingen 21 : 16.) 
Terwijl de vroegere zendelingen rond- 
reisden, wensten zij bij een oudere dis- 



cipel te wonen, bij iemand waar zij zich 
op hun gemak zouden voelen. Blijkbaar 
zochten zij zijn wijsheid en zijn kennis. 
„Maar wat kunnen wij dan doen?'' Ik kan 
sommige oudere leden van de kerk dit 
bijna horen vragen. 

Ten eerste, neem tijd voor de Heiland. 
Als u denkt dat u Hem nog niet kent, 
denk dan dikwijls aan Hem. Lees over 
Hem, nodig Hem uit. Het is nooit te laat 
om een vriend te maken, en Hij is de 
beste vriend die u ooit zult hebben. 
Ten tweede, vertel over de afgelopen 
tientallen jaren, toen het leven anders 
was dan nu. Zorg dat de herinnering aan 
uw gezwoeg levendig blijft en dat niet 
vergeten wordt wat u bereikt hebt. 
Neem de tijd om te spreken over de 
waarheden die nooit veranderen. Toon 
hoe oplossingen voor problemen zestig, 
zeventig en tachtig jaar geleden nu nog 
evengoed dienst kunnen doen. Wij kun- 
nen veel van u leren. 
Ten derde, kijk naar uw voorouders. De 
tempeldeuren staan open en heten u wel- 
kom. Er zijn er zovelen die u nodig heb- 
ben, om hun aardse verordeningen voor 
hen te doen. Zij wachten op u. 
Ten vierde, er is zoveel te doen voor u in 
het zendingsveld, als echtpaar of als u 
alleen bent als ouderling of als zuster 
zendeling. U zult wel niet helemaal zoals 
de jonge zendelingen de deuren langs 
kunnen gaan, of in alle geval niet zo 
lang, maar u kunt de inactieve leden 
beïnvloeden, instructie geven op het ge- 
bied van de Welzijnszorg, dienst doen in 
onze bezoekerscentra, de burgerlijke au- 
toriteiten bezoeken, en diegenen helpen 
die uw voorbeeld in het leiding geven, 
uw wijsheid en uw bekwaamheid als le- 
raar nodig hebben. Onderzoekers in 
Stuttgart, West-Duitsland; in Hermosil- 
lo, Mexico; in Williamsport, Pennsylva- 
nia; en in Rocky Fort, Colorado zullen 
naar u luisteren en, ja, door u, gedoopt 
worden. 



124 




President Tanner leidt de steunverlening aan de kerkleid(st)ers 



Ten vijfde, besef dat u werkelijk nodig 
bent en dat men van u houdt en dat u op 
zovele positieve manieren nuttig kunt 
zijn. Maar al te vaak zal een bejaarde 
zich terugtrekken en zich ongewenst en 
buitengesloten voelen of nog erger. Ge- 
woonlijk is niets verder van de waarheid. 
Wees open tegenover uw omgeving zo- 
dat wij kunnen weten hoe u zich voelt. 
Ten zesde, houdt gezinsavonden. Als u 
nu alleen bent, nodig dan vrienden uit op 
maandagavond. Als u zich eenzaam 
voelt, zullen er waarschijnlijk anderen 
zijn die zich ook zo voelen. Eenzaam- 
heid kan alleen opgelost worden door 
anderen te helpen zich minder eenzaam 
te voelen. De gezinsavond is een ideale 
gelegenheid om samen iets te doen, sa- 
men de Heer te dienen en te genezen. 
Ten zevende, ga als het enigszins moge- 
lijk is iedere dag een eind lopen. Geniet 
van de prachtige wereld die de Heiland 



ons heeft gegeven en nodig anderen uit 
met u mee te gaan wandelen en met u te 
genieten van de schoonheid en het won- 
der van de natuur. ,,Voeg leven aan uw 
jaren toe, niet slechts jaren aan uw le- 
ven." (The Problem of Old Age, Time, 
23juH 1966.) 

Ten achtste, vergeet, vooral de dingen 
waar u spijt van hebt. De vele jaren die u 
geleefd hebt zijn vervuld geweest met 
succes en met dingen die u zoudt willen 
veranderen als u het kon. Maar u kunt 
het niet. Zet daarom een punt achter alle 
droefheid en wanhoop die u zichzelf 
oplegt. Toen de Heiland zei; ,, Oordeelt 
niet," sprak Hij ook over uw verhouding 
tot uzelf (zie Matteüs 7:1). Leef het 
berouwvolle leven gelukkig. De tekst 
,,de mensen zijn, opdat zij vreugde mo- 
gen hebben," (2 Nephi 2 : 25) is op dit 
ogenblik op u van toepassing. 
Bernard Baruch zei op zijn vijfentachtig- 



125 



ste verjaardag, volgens een nieuwsbe- 
richt van 20 augustus 1955, dat de ou- 
derdom voor hem altijd vijftien jaar ou- 
der was, dan hij was. Ja, er is zoveel voor 
u te doen. 

Als wij het nu van een andere kant bekij- 
ken, misschien vragen de jongeren wel, 
wat zij in dit verband kunnen doen. 
Ten eerste is het zeker onze plicht om 
met u, onze ouders, grootouders en ou- 
dere vrienden in contact te blijven, ze op 
te zoeken en onze dankbaarheid uit te 
spreken voor hun invloed. Misschien 
zouden wij ze vanmiddag moeten bellen 
of een briefschrijven om even te zeggen: 
,,Weet u nog dat u toen . . ." en dan, 
dank u vader, moeder, bisschop, leraar 
of vriend. 

Ten tweede, wij moeten leren als part- 
ners met u te werken daar dit ons allen 
zal helpen beter te dienen in het konink- 
rijk. U ringpresidenten, bisschoppen, 
quorumpresidenten, en leiders van de 
hulporganisaties behoren onze oudere 
leden te roepen voor zinvolle taken. Kan 
iemand van ons zich voorstellen wat de 



algemene autoriteiten zouden zijn zon- 
der die bewonderenswaardige mannen 
in de tachtig en in de negentig die inspi- 
reren, leren, en helpen het koninkrijk op 
te bouwen? 

Ten derde, wij moeten goed luisteren 
naar wat u, ouders en wijzere mensen te 
zeggen hebben. Een hart dat luistert is 
een hart dat liefheeft. Vergeef toch ons 
ongeduld en dat wij ons op uw raad 
mogen concentreren. 
Ten vierde, wij behoren er zeker van te 
zijn als wij ons door het leven haasten, 
dat wij voor u zorgen zoals u gedurende 
tientallen jaren van geduld en liefde voor 
ons gezorgd hebt. Dat wij uw tranen 
mogen wegvegen zoals u de onze be- 
kwaam en liefdevol hebt weggeveegd. 
Tot slot zou ik tot u willen zeggen onze 
oudere leidsHeden, onze voorbeelden, 
enkele van onze dierbaarste vrienden — 
dank u, en mogen wij een zijn, zoals de 
Vader en de Zoon een zijn. Dit bid ik in 
de gezegende naam van Jezus Christus. 
Amen. D 



J=Q 




126 



Programma laat meer tijd over 
voor gezinsactiviteiten 

EEN NIEUW 
VERGADERROOSTER 



Een nieuw geconsolideerd vergaderrooster 
- dat de nadruk legt op meer tijd waarin het 
gezin samen kan zijn - zal over de hele kerk 
in de loop van de volgende drie maanden 
in werking worden gesteld, kondigde het 
Eerste Presidium aan op 1 februari. 
Het nieuwe rooster zal in de Verenigde 
Staten en Canada op 2 maart van start 
■ gaan en in de overige delen van de wereld 
op 4 mei. 

Onder dit programma - dat in 1 5 ringen is 
beproefd - zal er korter worden vergaderd. 
Er zullen belangrijke veranderingen komen 
in de bezetting van een aantal organisaties, 
met name in de Zondagsschool. 
Het plan vereist dat de vergaderingen van 
de priesterschap, de Zondagsschool, de ver- 
gaderingen van de hulporganisaties die 
voorheen op een doordeweekse dag 
plaatsvonden, en de avondmaalsvergade- 
ring, worden gepland binnen een tijds- 
bestek van drie uur op de zondag. 
Dit is een belangrijke afwijking van 
hetgeen voorheen plaatsvond. Er zal op 
deze manier meer tijd zijn waarin ge- 
zinnen gezamenlijk iets kunnen onder- 
nemen. Zij zullen tevens grotere verant- 
woordelijkheid dragen voor het onder- 
wijzen van het evangelie en voorde gepaste 
viering van de sabbat. 
In een boodschap voor de leiders van de 
kerk op alle niveaus, zei het Eerste 
Presidium dat het nieuwe programma wordt 
ingesteld „ten einde te zorgen voor meer tijd 
die kan worden besteed aan het gezin, 
persoonlijke studie, zelfverbetering en 
christelijk dienstbetoon. 
Wij verwachten dat het geconsolideerde 
vergaderrooster tevens bij zal dragen aan 
de energiebesparingen en de leden zal 
helpen de kosten, verbonden aan het reizen 
naar vergaderingen en andere activiteiten, 
te verlagen. Het energieverbruik in kerkge- 
bouwen moet worden verminderd. 



De individuele leden en de gezinnen zullen 
een grotere verantwoordelijkheid dragen 
voor een gepaste sabbatviering. Er zal meer 
tijd beschikbaar zijn voor persoonlijke studie 
van de Schriften en voor het bestuderen van 
het evangelie in gezinsverband. 
Andere gepaste zondagse activiteiten, zo- 
als het versterken van de familiebanden, het 
bezoeken van zieken en aan huis gebonde- 
nen, het dienen van de medemens, het 
schrijven van persoonlijke- en familiege- 
schiedenissen, genealogie en zendings- 
werk, dienen zorgvuldig te worden gepland 
en uitgevoerd. 

Verwacht wordt dat deze nieuwe indeling 
van de vergaderingen en activiteiten een 
grotere geestelijke groei van de leden van 
de kerk tot gevolg zal hebben, leder thuis 
waar heiligen der laatste dagen wonen 
hoort een plek te worden waar de gezins- 
leden graag vertoeven, waar zij hun leven 
kunnen verrijken en wederzijdse liefde, 
steun, waardering en bemoediging onder- 
vinden. 

Dit rooster zal de gezinsleden tevens 
voorzien van meer tijd doordeweeks om 
als burgers bij te dragen aan de verbe- 
tering van hun leefgemeenschap en aan 
het versterken van die processen aan de 
hand waarvan onkreukbare mensen tot 
openbare ambten worden gekozen. 
Het Eerste Presidium zei dat het geconso- 
lideerde programma „een gelegenheid 
verschaft om de minder actieve leden en 
niet-leden uit te nodigen om deel te nemen 
in het nieuwe zondagse vergaderrooster." 
Individuele leden van de kerk, gezinnen en 
kerkleiders dienen de verschillende verga- 
deringen van de kerk, de gezinsraden en 
de gezinsavonden te benutten „om te con- 
centreren op het brengen van het evange- 
lie in het leven van hun eigen gezin even- 
goed als in het leven van anderen - zowel 
leden als niet-leden," zei het Eerste 
Presidium. 

De vijftien ringen waarin het programma al 
is uitgeprobeerd melden unaniem dat de 
leden zich „op overstelpende wijze ten 
gunste van het nieuwe vergaderrooster 
hebben uitgesproken." Ongeveer 98 
procent van de leden zijn ingenomen met 
de geconsolideerde vergaderingen. 



De opkomst in de wijken met het nieuwe 
.rooster is tussen de vijf en de tien procent 
toegenomen en de leden melden een 
meer eerbiedige sfeer, betere voorberei- 
ding door de leerkrachten en een algemene 
verhoging in de kwaliteit van de vergade- 
ringen. 

„De sabbatdag is niet langer zomaar een 
vergaderdag. Alles gaat veel rustiger en er 
is ruimschoots gelegenheid om de Heer 
thuis te aanbidden," meldden de leiders 
van een van de proefringen. 
Een aantal priesterschapsleiders zei dat zij 
„voor het eerst in jaren" een gedeelte van 
de zondag bij hun gezin door hadden 
kunnen brengen. Velen van hen konden 
samen met hun gezin naar de kerk gaan in 
plaats van bezig te zijn met andere ver- 
gaderingen. 

„Dit legt de verantwoordelijkheid van de 
geestelijke vooruitgang van het gezin op 
de leden zelf in plaats van op de 
programma's van de kerk," zeiden de ring- 
ambtenaren. 

Materiaal met bijzonderheden over het 
geconsolideerde vergaderrooster, met in- 
begrip van richtlijnen voor doordeweekse 
activiteiten, zal binnenkort worden ver- 
stuurd aan de ring- en districtspresiden- 
ten, bisschoppen en gemeentepresiden- 
ten. 

,,Geen enkele wijk of gemeente dient eer- 
der dan 2 maart (of 4 mei voor gebieden 
buiten de Verenigde Staten en Canada) 



met het geconsolideerde vergaderrooster 
te beginnen, en niet voordat zij de nood- 
zakelijke materialen en instructies van hun 
ring- of districtspresidiums hebben ont- 
vangen," zei het Eerste Presidium. 
Het vergaderrooster op zondag zal vanaf 4 
mei a.s. als volgt zijn: 
Er wordt begonnen met gelijktijdige verga- 
deringen en klassen van de priesterschaps- 
quorums, de Zustershulpvereniging en de 
Jonge-Vrouwen. 

De Priesterschapsvergadering duurt 50 
minuten, maar kan desgewenst onder lei- 
ding van de bisschap een opening van 10 
minuten omvatten. De Jonge-Vrouwen 
openen in de verschillende klassen. 

De kinderen van 18 maanden tot en met 
1 1 jaar komen tezamen voor de opening 
van het Jeugdwerk of in de kinderkamer. 
Deze opening duurt 20 minuten, waarna de 
kinderen naar hun diverse klassen gaan. 

Na bovenstaande vergaderingen en klas- 
sen volgt de Zondagsschool. Het Zondags- 
schoolprogramma duurt 40 minuten en een 
pauze van 10 minuten. Zij, die de Zondags- 
school bijwonen (de opgroeiende jeugd 
vanaf 12 jaar en de volwassenen) gaan 
regelrecht naar hun klas, daar er geen 
opening van de Zondagsschool is. 
Tussen de Zondagsschool en de Avond- 
maalsvergadering is er een pauze van 
10 minuten. De duur van de Avondmaals- 
vergadering is bepaald op 70 minuten. 



DE INDIANEN - DE MENSEN VAN HET 
BOEK VAN MORMON 

Dit zijn de inleidende woorden waarmee 
momenteel ter kennis van het Neder- 
landse publiek wordt gebracht dat het 
verleden van de Amerikaanse Indianen 
beschreven wordt in het Boek van 
Mormon. 

De afgelopen maanden is reeds in ver- 
schillende steden op openbare plaatsen 
door zendelingen en leden de aandacht 
van veel voorbijgangers getrokken naar 



een originele Indianen-wigwam, waarin 
Indiaanse handwerken worden tentoon- 
gesteld. Er wordt ook door enkele echte 
Indianenkledij gedragen. Er wordt een 
toepasselijke korte film vertoond en aan 
belangstellenden wordt in grote trekken 
verteld wat het Boek van Mormon over de 
voorouders van de roodhuiden te zeggen 
heeft. 

Er zijn reeds wigwam-acties gehouden in 
Assen, Groningen, Leiden, Leeuwarden, 
Lelystad, Rotterdam, Bussum, 's Grave- 
land, Haarlem en Schiedam. 
Ouderling Daniël Muller, die belast is met 



de organisatie van dit z.g. Wigwam-project, 
heeft ons gezegd dat er reeds aanzienlijk 
succes is geboekt. 

Zo werden in Leeuwarden in vierdagen tijd 
een honderdtal exemplaren van het Boek 
van Mormon geplaatst en heeft men veel 
serieuze belangstellenden gevonden. 

Het programma voor april en de eerste 

helft van mei is als volgt: 

31 maart tot en met 4 april: Utrecht (bij het 

Kerkgebouw) 

4 en 5 april: Vlissingen en Middelburg 

14 t/m 19 april: Amsterdam (Damplein) 

24 t/m 26 april: Arnhem 

28 april t/m 1 mei: Groningen 



2 en 3 mei: Nijmegen 
9 en 10 mei: Leiden 

Op Hemelsvaartsdag (15 mei) wordt in 
Hilversum een algemene fietstocht ge- 
organiseerd. De wigwam wordt dan in het 
bos opgezet. 

Ouderling Mülleriszeererkentelijk voorde 
medewerking die hij tot nu toe van de 
leden gekregen heeft. 
Bij het verkrijgen van de nodige vergun- 
ningen, alsmede goede plaatsen voor het 
opzetten van de wigwam en het té woord 
staan van belangstellenden kunnen de 
leden een groot deel tot het welslagen van 
deze zendingspoging bijdragen. 




Ouderling 
Dorrell 
C. Vickers 



Broeder 
en 

zuster 
VICKERS 

Sedert oktober j.l. treedt ouderling Dorrell 
O. Vickers op als regionaal vertegenwoor- 
diger van de Raad der Twaalf in Nederland 
en Nederlandstalig België. 
Wij hebben hem en zijn echtgenote, wier 
meisjesnaam Margery Garner is, opge- 
zocht in hun gezellige woning te Zeist, 
waar broeder Vickers ons onder meer het 
volgende vertelde: 



Evenals mijn vrouw ben ik in Utah 
geboren. In 1939, ik was toen 22 jaar, 
kwam ik voor een zending naar Nederland 
(waar ik president Limburg als medezen- 
deling leerde kennen), maar in verband 
met het uitbreken van de Tweede Wereld- 
oorlog in september van dat jaar werden 
wij naar Amerika teruggeroepen, waar ik 
mijn zending voltooide. Het is wel frappant 
dat president Limburg en ik na 41 jaar 
weer samen in dit gebied werkzaam zijn. 

Na mijn zending studeerde ik aan de 
Universiteit van Utah biologie en schei- 
kunde. Toen die studie klaar was ging ik in 
militaire dienst en werd piloot op B 29 toe- 
stellen in India en China. 

In 1952 trad ik in Salt Lake City in over- 
heidsdienst en werd ik inkoper voor een 
staats-proefstation. Mijn volgende positie 
was die van inkoper van helikopters in 
Washington en in 1 970 verliet ik de staats- 
dienst en vestigde ik mij met mijn gezin in 
Idano. Twee jaar later verhuisde ik naar 
Texas, waar ik bij een groep particuliere 
scholen werkzaam was. 

Wat mijn kerkelijke functies betreft, ik ben 
onder andere bisschop geweest, lid van 
een hoge raad en ringpresident. 



Vraag: Wat ziet u als uw voornaamste 
taken in uw huidige functie? 

Ouderling Vickers: Het presideren over de 
ringen in de regio Nederland/Vlaanderen 
en het opleiden van plaatselijke leiders. 
Zoals u weet ressorteert het zendingswerk 
in deze regio rechtstreeks onder de 
uitvoerend bestuurder voor Europa, ouder- 
ling Robert D. Hales. Toch wil ik meewerken 
aan het meer effectief maken van het 
zendingswerk. Een voornaam punt hierbij 
is de betrokkenheid van de leden. 
Verder wil ik de kerkelijke activiteit van 
onze leden opvoeren en vooral het volume 
en de kwaliteit van het huisonderwijs, dat 
in Europa over het algemeen niet bevredi- 
gend is. 

Ook het activeren van de Aaronische 
priesterschap beschouw ik als een 
dringende zaak. 

Vraag: Ziet u een verschil in benadering 
tussen de Nederlandse en bijvoorbeeld de 
Amerikaanse kerkleden ? 

Ouderling Vicl<ers: Ik zou zeggen dat de 
Nederlanders over het algemeen conser- 
vatiever zijn. De Amerikaanse leden staan 
meer open voor wijziging in methoden 
van aanpakken. 

Vraag: Wat denkt u van het imago van onze 
kerk in Nederland? 



Ouderling Vickers: Dat kan en moet aan- 
zienlijk verbeterd worden. Het is immers 
een belangrijke factor bij de verkondiging 
van het herstelde evangelie, en vooral 
onze afdeling Publieke Communicaties 
heeft hier een taak. Om u een indruk te 
geven: In Nederland hebben wij gemid- 
deld vijftien bekeerlingen per maand, 
terwijl in de V.S. een ring (met ongeveer 
hetzelfde aantal leden) meer dan het 
dubbele aantal leden per maand heeft. 
Ik herhaal dat de plaatselijke leden meer 
betrokken dienen te worden bij het 
zendingswerk. 






Zuster 

Margery 

Vickers 



Ook met zr. Vickers, de echtgenote van 
onze regionale vertegenwoordiger, hebben 
wij een praatje gemaakt. 

Vraag: Vertel u eens iets over uzelf. 
Zr Vickers: Ik ben opgegroeid in het dorp 
Payson in Utah, waar ik als jonge vrouw 
een tijd op het postkantoor werkte. In de 
kerk heb ik functies vervuld in het Jeugd- 
werk en in de ZHV., maar het Jeugdwerk 
heeft mij toch het meest aangetrokken. 
Verder heb ik in Oost-Canada een zending 
vervuld. 

Vraag: Hoe groot is uw gezin ? 
Zr Vickers: Wij hebben vijf kinderen en 
veertien (met een lachje) bijna vijftien 
kleinkinderen. 

Vraag: Hoe vond u het om naar Europa te 
gaan? 

Zr. Vickers: Ik was nog nooit in Europa 
geweest en deze roeping was bovendien 
voor ons een volkomen verrassing. 
Vraag: Hoe vindt u de Nederlanders in het 
algemeen? 

Zr Vickers: Ach, ik had verwacht dat ze wat 
vriendelijker tegenover vreemdelingen 
zouden zijn. Maar ik ben ervan overtuigd 
dat ik hier heel prettig met Nederlandse 
kerkleden zal kunnen samenwerken. 
Eén van mijn eerste zorgen is natuurlijk het 
leren van de taal. Ik ben blij dat ik hier 
gekomen ben. 

En namens alle kerkleden in Nederland en 
Vlaanderen wenst de nieuwsredactie van 
De Ster broeder en zuster Vickers een 
gezegend verblijf in deze regio. 




De gave van de 
heilige Geest 



Ouderling LeGrand Richards 
van de Raad der Twaalf 



Ik bid nederig dat de Geest des Heren 
mij zal steunen als ik vanmiddag tot u 
spreek over een verklaring van de pro- 
feet Joseph Smith aan president Van Bu- 
ren, president van de Verenigde Staten. 
De president vroeg de profeet welk ver- 
schil er was tussen de kerk van de profeet 
en de andere kerken van de wereld. De 
profeet antwoordde: ,,Wij hebben de 
juiste wijze van dopen, en de gave van de 
heiUge Geest door het opleggen der han- 
den." Toen zei hij: „Wij zijn van mening 
dat alle andere verschillen vallen onder 
de gave van de heilige Geest." (Zie His- 
tory of the Church, deel 4, blz. 42.) 
Ik zou slechts een paar dingen willen 
noemen die in mij opkomen en die wij te 
danken hebben aan de heilige Geest, die 
wij allen als leden van de kerk hebben 
ontvangen door het opleggen der han- 
den door iemand die het gezag heeft deze 
gave te bedienen. 

Volgens mij is de gave van de heilige 
Geest even belangrijk voor de mens als 
zonneschijn en water voor de planten. 
Neemt ze weg en de planten sterven. 
Neemt de heilige Geest uit deze kerk en 
zij zou niet anders meer zijn dan welke 
andere kerk ook. En dit is duidelijk te 
zien in de levens en de toewijding van de 
leden van de kerk. 

Kort geleden tijdens een gebiedsconfe- 
rentie in Toronto zei de eerste minister 



van Canada tegen president Tanner: „Ik 
begrijp niet hoe u de mensen zoveel kunt 
laten doen zonder ze te betalen." 
Als ik denk aan alles wat onze mensen 
doen in onze kerk zonder betaald te wor- 
den voor wat zij doen, dan weet ik dat 
dat een geweldig iets is. Neemt u de alge- 
mene autoriteiten die hier op het po- 
dium zitten. Toen zij voor hun taak ge- 
roepen werden, is er niets gezegd over 
een eventuele toelage die zij zouden krij- 
gen om van te leven. Ik herinner mij dat 
ik in Washington was, kort nadat presi- 
dent Benson geroepen was om lid van de 
Twaalf te worden en hij nog niet naar het 
westen was geweest om geordend en 
aangesteld te worden. Ik was toen presi- 
derend bisschop en woonde zijn ring- 
conferentie bij. Hij vroeg mij: „Bisschop 
wordt er iets gedaan zodat wij ervan 
kunnen leven; terwijl wij tot de algemene 
autoriteiten van de kerk behoren? " Ik 
zei: ,,Ja, er is een kleine toelage. Maar u 
zult wel anders moeten leven dan u hier 
gedaan hebt, tenzij u geld gespaard 
hebt." Ik weet dat hem een aanbod ge- 
daan werd terwijl hij op het ministerie 
van landbouw werkte dat, in die dagen, 
een geweldig aanbod was. Hij bedankte 
ervoor zodat hij hier kon komen en lid 
van de Raad worden, zonder de zeker- 
heid te hebben dat er een toelage aan 
verbonden was. 



127 



Ik denk aan president Tanner, toen hij 
geroepen werd om een van de algemene 
autoriteiten te worden. President 
McKay vertelde ons eens dat hij eerste 
minister van Canada had kunnen wor- 
den en dat hij aan het hoofd stond van 
verschillende grote industriële onderne- 
mingen in Canada. Ik weet zeker dat als 
hij hier nu stond, hij u zou vertellen dat 
toen president McKay hem vroeg een 
van de algemene autoriteiten te worden 
hij niet met hem de toelage heeft bespro- 
ken die hij zou krijgen. 
Ik zou verder kunnen gaan en u vertellen 
hoe een ieder van deze mannen hun za- 
ken en beroep hebben opgegeven. Waar- 
om hebben zij het gedaan? Omdat zij de 
gave van de heilige Geest hadden ont- 
vangen die ze in staat stelde te doen wat 
Jezus aanraadde: „Maar zoekt eerst Zijn 
Koninkrijk en Zijn gerechtigheid en dit 
alles zal u bovendien geschonken wor- 
den." (Matteüs 6 : 33.) 
Toen ik de presiderende bisschop was en 
een van mijn raadgevers bisschop Ash- 
ton stierf, vroeg ik om broeder T.B. 
Isaacson. Hij stond toen aan het hoofd 
van een grote verzekeringsmaatschappij 
waarvan hij de eigenaar was. Toen presi- 
dent George Albert Smith hem vroeg of 
hij bereid was mijn raadgever te zijn, zei 
hij: ,,Ja, maar ik wil wel even naar het 
oosten gaan en met mijn firma regelen 
dat zij een bedrijfsleider benoemen, 
want u weet dat in de verzekeringswereld 
veel afhangt van vernieuwingen. Als zij 
het niet goed vinden," zei hij verder, 
,,dan zeg ik ze wel dat ze mijn zaak maar 
over moeten nemen." Ik weet toevallig 
dat de tiende die hij betaalde ongeveer 
overeenkwam met de toelage die hij 
kreeg als raadgever in de bisschap! En 
dat is niet alles, want de eerste maanden 
nadat hij zijn toelage kreeg, heeft hij de- 
ze weer teruggegeven aan de kerk. Hij 
zei: „Ik ben nooit op zending geweest, 
het wordt tijd dat ik eens iets doe." 



U moest eens van een ieder van deze 
mannen kunnen horen! Ik had bij- 
voorbeeld een zaak met tien mannen en 
twee meisjes die voor mij werkten, toen 
de president van de kerk mijn vader naar 
mij toe zond om te vragen hoe ik er over 
zou denken om president van de Holly- 
wood — ring te worden. Ik zal u niet alle 
details vertellen, maar binnen zestig da- 
gen had ik mijn zaak verkocht, mijn 
prachtig huis en was ik met mijn gezin 
verhuisd naar California zonder een toe- 



„ Volgens mij is de gave van de 

heilige Geest even belangrijk 

voor de mens als zonneschijn 

en water voor de planten." 



lage om van te leven. Ik moest van voren 
af aan beginnen. 

En toen ik in zaken was hier in Salt Lake 
en president Heber J. Grant om duizend 
zendelingen vroeg die een korte tijd op 
zending wilden gaan, voegde hij eraan 
toe: Bisschoppen en ringpresidenten 
worden niet uitgesloten." Ik was toen 
bisschop, ik kwam terecht in New Eng- 
land en mijn vrouw en zeven kindertjes 
bleven achter terwijl mijn zwager voor 
mijn zaak zorgde. Zulke dingen doe je 
niet met normale mensen! Er zijn men- 
sen voor nodig die door de heilige Geest 
geïnspireerd worden. 
Wij hebben 28.000 zendeHngen in de we- 
reld vandaag, die de kosten zelf betalen 
en voor zichzelf zorgen, en er zijn er 
honderdduizenden geweest sinds de 
kerk georganiseerd werd en de enige re- 
den dat zij het doen is dat zij de gave van 
de heilige Geest hebben. De meesten van 
hen hebben sinds hun jeugd uitgekeken 
naar de dag dat zij op zending zouden 
gaan. 



128 



Ik denk aan een klein verhaaltje dat pre- 
sident Benson ons kortgeleden vertelde. 
Tijdens een diner in het oosten van het 
land zat hij eens naast een predikant. 
Deze zei: ,,Mr. Benson, ik zou u graag 
even spreken na het diner." Zij gingen 
dus naar een ander deel van het gebouw 
en hij zei: „Er zijn twee dingen in uw 
kerk die wij graag na zouden doen." 
Broeder Benson vroeg: ,,En wat zijn die 
twee dingen?" 

„Wel, de eerste is uw zendelingensys- 
teem," zei hij. ,,U stuurt uw zendehngen 
over de gehele wereld. U betaalt ze niet; 
u laat ze zelf hun reis naar het zendings- 
veld betalen, voor zichzelf zorgen terwijl 
zij daar zijn, en alles wat de kerk doet is 
hun terugreis betalen." Hij vervolgde: 
„In onze kerk hebben wij een zendings- 
fonds, wij zijn bereid de reis te betalen 
naar het zendingsgebied, ze te onder- 
houden terwijl zij er zijn en de reis terug 
te betalen, maar wij kunnen niemand 
vinden die wil gaan." 
Dat is het verschil als je werkt in het 
koninkrijk van de mens en het konink- 
rijk van God. Hij is de enige die zijn 
heilige Geest in de harten van de mensen 
kan geven. 

Niemand in de wereld zou na kunnen 
doen wat wij hier gisteravond hebben 
gedaan, toen wij een conferentie hielden 
van de priesterschap van de kerk. De 
vergadering werd uitgezonden naar 
1 .700 verschillende gebouwen en ik denk 
dat wij zo'n tweehonderdduizend man- 
nen en jongens als toehoorders hadden, 
die allen het priesterschap van God dra- 
gen. Geen wonder dat Petrus zei: ,,Gij 
echter zijt een uitverkoren geslacht, een 
koninklijk priesterschap, een heilige na- 
tie, een volk (Gode) ten eigendom, om 
de grote daden te verkondigen van Hem, 
die u uit de duisternis geroepen heeft tot 
zijn wonderbaar licht." (1 Petrus 2:9.) 
Denkt eens aan het koor hier achter dat 
zo prachtig voor ons gezongen heeft. 



Dat hebben zij nu al meer dan vijftig jaar 
gedaan. (Ik neem aan dat zij dat niet 
allen gedaan hebben, maar het koor in 
alle geval wel.) En wij hoeven ze niets te 
betalen — driehonderdenvijftig zijn het 
er die week na week hier samenkomen 
om te oefenen en dan voor ons te zingen. 
In het zuiden, toen ik daar zendingspre- 
sident was ging ik eens naar een prachti- 
ge nieuwe kapel — niet een van onze 
kerk — en de predikant leidde ons rond. 
De grond was afgegraven zodat het sou- 
terrain bovengronds was, en ik maakte 
de opmerking tegen de geestelijke: 
„Weet u wat wij zouden doen als wij het 
zo hadden?" 
„Nou?" vroeg hij. 

„Wij zouden het opknappen en het ge- 
bruiken voor de recreatie van onze 
jeugd." 

,,Ja, mijnheer Richards", zei hij, ,,dat 
kunt u doen. U hebt getrainde leiders, u 
hoeft ze niet te betalen. Maar die hebben 
wij niet en wij kunnen ons niet veroorlo- 
ven ze te betalen." Ik wist dat hij het niet 
zou kunnen, want een van onze leden 
zong iedere week in zijn koor en werd 
door de predikant betaald voor het zin- 
gen in het koor. 

Stelt u voor dat wij al deze mensen moes- 
ten betalen, en dan al onze wijkkoren, en 
alle hulporganisaties. En stelt u voor — 
op vrijdag was er een vergadering van de 
regionale vertegenwoordigers van de 
Twaalf. Ik herinner mij niet hoeveel er 
precies waren, maar ik denk ongeveer 
190. Dat zijn zakenmensen, leidende 
ambtenaren en mensen uit de vrije be- 
roepen. Zij reizen het hele land door om 
het koninkrijk op te bouwen zonder eni- 
ge vergoeding voor hun werk. God zij 
dank voor de gave van de heilige Geest! 
Geen wonder dat de profeet zei dat alle 
andere verschillen onder de gave van de 
heilige Geest vallen. 
Een van de mooiste illustraties van wat 
de heilige Geest voor iemand kan doen 



129 




vinden wij in de Schriften in het verhaal 
van Petrus. U zult zich herinneren dat 
toen Jezus met de discipelen het laatste 
avondmaal gebruikte hij ze vertelde dat 
een van hen hem zou verraden. Petrus 
zei toen zo iets als: „Al zouden allen 
aanstoot aan U nemen, ik nooit!" En: 
„Zelfs al moest ik met U sterven, ik zal 
U voorzeker niet verloochenen." En Je- 
zus zeide: ,,Eer de haan kraait, zult gij 
Mij driemaal verloochenen." (Zie 
Matteüs 26 : 33-35.) Nadat Jezus gevan- 
gen genomen was zat Petrus buiten in de 
hof en twee verschillende vrouwen kwa- 
men naar hem toe en zeiden: ,,Ook gij 
waart bij Jezus," (Matteüs 26 : 69), en hij 
ontkende het zeer beshst. Toen kwam er 
een man en hij ontkende het zelfs met 
vloeken. En toen hij dat gedaan had 
hoorde hij de haan kraaien en ,,hij ging 
naar buiten en weende bitter." (Matteüs 
26 : 75.) Wel, dat was Petrus voordat hij 
de heilige Geest had ontvangen. 



Jezus gebood zijn discipelen in Jeruza- 
lem te blijven totdat zij met de heilige 
Geest begiftigd zouden worden; Hij zei 
dat het nodig was dat Hij wegging om- 
dat anders de Trooster niet zou kunnen 
komen. En Hij zei: „Maar de Trooster 
. . . zal u alles leren en u te binnen bren- 
gen al wat Ik u gezegd heb " (Johannes 
14 : 26.) 

Kijkt u nu eens naar Petrus nadat hij de 
heilige Geest ontvangen had en toen hij 
door de hogepriesters geboden werd 
Christus niet te prediken in de straten 
van Jeruzalem. Hij zei: ,,Men moet Go- 
de meer gehoorzamen dan de mensen." 
(Handelingen 5 : 29.) Hij was zo onbe- 
vreesd als een leeuw. 
Enkele jaren geleden maakte ik een ron- 
dreis door de Midden-Amerikaanse zen- 
dingen met de zendingspresident. Wij 
zijn een van de grote kathedralen die 
daar zijn binnengegaan en op een van de 
muren waren olieverfschilderijen van de 



130 



eerste twaalf apostelen, waarop de wijze 
waarop zij de dood gevonden hebben 
werd afgeschilderd. Paulus werd ont- 
hoofd te Rome onder Nero. Petrus 
werd gekruisigd met zijn hoofd naar be- 
neden omdat hij zich niet waardig vond 
op dezelfde wijze gekruisigd te worden 
als zijn Heer. Dat is Petrus nadat hij de 
gave van de heilige Geest had ontvan- 
gen. Vergelijk dat met, toen hij de Hei- 
land verloochende. 

En zo gaat het met al onze mensen, en 
met al het werk in de kerk. Per dag wij- 
den wij gemiddeld een kapel in, in de 
gehele kerk en de mensen geven er hun 
bijdragen voor. Hun tienden en hun of- 
feranden maken het mogelijk deze ker- 
ken te bouwen, en zij doen het vanwege 
de heilige Geest die zij gekregen hebben 
door het opleggen der handen als zij lid 
van de kerk worden. 
Nog dit ter illustratie: Toen ik in het 
zuiden woonde, was er eens een rondrei- 
zende prediker die ook Atlanta bezocht 
en de leiders van de kerken vertelde hoe 
zij uit de schulden konden komen. Hij 
haalde de woorden van Maleachi aan: 
„Beproeft Mij toch daarmede ... of Ik 
dan niet voor u de vensters van de hemel 
zal openen . . ." (Maleachi 3 : 10.) En hij 
vertelde die mensen dat, als zij tien 
maanden lang hun tienden zouden beta- 
len zij uit de schulden zouden zijn. Later 
sprak ik met hem, en zei: ,, Eerwaarde, ik 
zou u mijn getuigenis willen geven dat u 
dicht bij de waarheid komt. Wij hebben 
ons hele leven tiende betaald." Toen zei 
ik: ,,Er is slechts een ding dat ik niet 
begrijp. U zegt dat het de wet des Heren 
is om de mensen te zegenen, en als dit zo 
is, zou het dan niet beter zijn dat zij hun 
hele leven gezegend worden in plaats van 
maar tien maanden," 
Hij antwoordde: „O, mijnheer Ri- 
chards, zo ver kunnen wij nog niet 
gaan." 
Wij zouden deze prachtige gebouwen 



niet kunnen bouwen en het prachtige 
programma van de kerk niet uitvoeren 
als het rustte op de schouders van men- 
sen met hun eigen bekwaamheden en 
mogelijkheden. 

Ik zie dat ik moet ophouden met 
spreken! 

God zegene u allen. Ik dank Hem met 
heel mijn hart en ziel voor de herstelling 
van het evangelie, voor de herstelling 
van het heilige priesterschap, voor alle 
gaven en zegeningen die wij daardoor 
ontvangen met inbegrip van de gave van 
de heilige Geest. Toen ik tot lid van de 
Twaalf werd benoemd heb ik van dit 
podium af gezegd dat ik liever had dat 
mijn kinderen het gezelschap van de hei- 
lige Geest hadden dan van wie dan ook 
in de wereld, en zo denk ik er nu nog 
over, voor hen, voor mij, en voor u allen. 
Ik laat u mijn liefde en zegen in de naam 
van de Heer Jezus Christus. Amen. D 




131 



„Geef mij daarom 
dit bergland" 



President Spencer W. Kimball 




Geliefde broeders en zusters, 
Is er iemand onder u die broeder 
LeGrand Richards, die zojuist ge- 
sproken heeft, niet kent? Is er iemand die 
niet weet welk een groot zendeling hij 
geweest is? Toen ik een lid van het ring- 
presidium van Arizona was, kwam broe- 
der Richards eens naar onze ring. Na al 
de duizenden goede dingen die hij ons 
gegeven had, herinner ik mij nog goed 
dat wij samen naar Miami, Arizona, gin- 
gen voor de laatste conferentie, en wij 
hebben daar gezeten en een groot deel 
van de avond over het evangelie gespro- 
ken. Ik weet niet of hij het zich kan her- 
inneren, maar het heeft een diepe indruk 
op mij gemaakt. 

Het Eerste Presidium en enkele van de 
algemene autoriteiten ging onlangs naar 
een gebiedsconferentie in Nieuw Mexico 
en wij hadden ergens vertraging doordat 
een vliegtuig defect was. Er moesten en- 
kele onderdelen uit Denver, Colorado, 
komen. Terwijl de anderen zaten te 
wachten begon broeder Richards met de 
piloot en de stewardess te praten en on- 
derwees hen het evangelie. Zo'n zende- 
hng is hij! 

Ik geloof dat hij sprak over 28.000 zen- 
delingen, maar ik geloof dat er nu 29.000 
en meer zijn. In alle geval zijn wij broe- 
der Richards en alle andere broeders die 
zo getrouw geweest zijn als hij in zijn 



toespraak vertelde, zeer, zeer dankbaar. 
Het is een prachtige conferentie geweest! 
Het is voor ons allen goed geweest hier te 
zijn. Ik ben dankbaar voor de woorden 
die de broeders hebben gesproken. De 
Heer heeft hun gebeden om goddelijke 
hulp bij het voorbereiden en het uitspre- 
ken van de toespraken verhoord. 
Ik zou mijn waardering uit willen spre- 
ken voor u allen die zo ver hebben moe- 
ten reizen om hier te zijn. Enkelen van u 
hebben er zich grote offers en ongemak 
voor moeten getroosten. Wij zijn dank- 
baar voor uw toewijding en vragen de 
Heer u te zegenen zodat de bood- 
schappen die u gehoord hebt nog lang 
nadat wij de liederen gezongen hebben 
en het laatste amen hebben uitgesproken 
uw hart zullen blijven roeren. Wij besef- 
fen dat veel afhangt van wat u als leiders 
doet met de mensen in uw ringen en 
wijken en gezinnen, nadat u weer naar 
huis bent teruggekeerd. 
Ik zou iets willen zeggen over dat mooie 
verhaal van de exodus van de kinderen 
Israëls uit Egypte naar het beloofde 
land. In die geschiedenis wordt een spe- 
ciaal iemand genoemd die mij aan- 
spreekt en motiveert en inspireert. Zijn 
naam is Kaleb. 

Kort nadat Mozes Israël uit de slavernij 
in Egypte had weggeleid, zond hij twaalf 
mannen uit om het beloofde land te ver- 



132 



kennen en om bij hun terugkeer iets te 
vertellen over de levensomstandigheden 
daar. Kaleb en Jozua maakten deel uit 
van de groep. Nadat zij veertig dagen 
aan hun opdracht hadden besteed keer- 
den de mannen terug. Zij brachten vij- 
gen met zich mee en granaatappelen en 
een tros druiven die zo groot was dat er 
twee mannen voor nodig waren om hem 
tussen hen in, aan een paal te dragen. 
De meeste leden van de groep brachten 
een zeer ontmoedigend verslag uit van 
het beloofde land en zijn bewoners. Hoe- 
wel zij een land gevonden hadden dat 
prachtig en begeerlijk was en dat over- 
vloeide van melk en honing, hadden zij 
ontdekt dat de steden ommuurd en 
ontzagwekkend waren en dat de men- 
sen, de zonen van Anak, wel reuzen le- 
ken. De Israëlische verspieders zeiden 
dat zij het gevoel hadden gehad dat zij 
sprinkhanen waren in vergelijking met 
hen. Kaleb zag de dingen echter een 
klein beetje anders, met wat de Heer 
,,een andere geest" noemt en zijn verslag 
van de reis en zijn raad was heel anders. 
Hij zei: ,,Laat ons gerust optrekken en 
het in bezit nemen, want wij zullen het 
zeker kunnen vermeesteren." (Numeri 
13:30.) 

Jozua en Kaleb waren mannen met een 
groot geloof, en samen drongen zij erop 
aan dat de Israëlieten onmiddellijk het 
beloofde land binnen zouden gaan, 
zeggen: 

„Indien de Here welgevallen aan ons 
heeft, dan zal Hij ons in dit land brengen 
en het ons geven, een land, dat vloeit van 
melk en honing. Alleen, weest dan niet 
opstandig tegen de Here, en gij, vreest 
het volk van het land niet, want ... de 
Here is met ons, vreest hen niet." (Nu- 
meri 14:8, 9.) 

Maar de lafhartige Israëlieten herinner- 
den zich de veiligheid van hun Egypti- 
sche slavernij en hadden geen vertrou- 
wen in God. Zij verwierpen Kaleb en 



Jozua en probeerden ze zelfs te stenigen. 
Wegens hun gebrek aan geloof werden 
de kinderen Israëls gedwongen veertig 
jaar rond te zwerven in het stof van de 
woestijn, terwijl zij van de melk en de 
honing hadden kunnen genieten. 
De Heer besliste dat voordat Israël het 
land Kanaan mocht binnen trekken het 
gehele ongelovige geslacht dat uit de sla- 



„Alleen, weest dan niet 

opstandig tegen de Here, en gij, 

vrees het volk van het land 

niet, want , . . de Here is met 

ons; vreest hen niet." 



vernij verlost was sterven moest — de 
eeuwigheid ingaan — allen, behalve Jo- 
zua en Kaleb. Wegens hun geloof werd 
hen beloofd dat zij en hun kinderen zou- 
den leven en het beloofde land bewonen. 
Vijf en veertig jaar nadat de mannen te- 
ruggekeerd waren van hun verkenning- 
stocht door het beloofde land, toen de 
nieuwe generatie Israëlieten onder de lei- 
ding van Jozua de verovering van 
Kanaan voltooide, sprak Kaleb tot 
Jozua: 

,, Veertig jaar was ik oud, toen Mozes, de 
knecht des Heren, mij van Kades- 
Barnea uitzond, om het land te verspie- 
den: en ik bracht hem nauwgezet verslag 
uit. Terwijl mijn broeders, die met mij 
opgetrokken waren, het hart van het 
volk deden versmelten, bleef ik volko- 
men trouw aan de Here, mijn God . . . 
Welnu, zie, de Here heeft mij in het leven 
behouden, zoals Hij beloofd heeft. Het is 
nu vijfenveertig jaar, sedert de Here dit 
woord tot Mozes gesproken heeft, gedu- 
rende welke tijd Israël in de woestijn 
rondgetrokken heeft. Welnu, zie, ik ben 



133 



heden vijfentachtig jaar oud; ik ben 
thans nog even sterk als toen Mozes mij 
uitzond; de kracht, die ik nu bezit is 
dezelfde als die ik toen had, kracht om te 
strijden en om uit en in te gaan." (Jozua 
14 : 7, 8, 10, 11.) 

Van Kalebs voorbeeld leren wij belan- 
grijke lessen. Evenals Kaleb moest strij- 
den en oprecht en trouw blijven om zijn 
erfdeel te verkrijgen, zo moeten ook wij 
niet vergeten dat hoewel de Heer ons een 
plaats in zijn koninkrijk heeft beloofd, 
wij er voortdurend en getrouw naar 
moeten streven de beloning waardig te 
zijn. 

Kaleb besloot zijn ontroerende verkla- 
ring met een verzoek en een uitdaging 
waar ik met mijn gehele hart mee kan 
instemmen. De Enakieten, de reuzen, 
bewoonden nog steeds het beloofde land 
en zij moesten overwonnen worden. Ka- 
leb, nu vijfentachtig jaar oud zei: ,,Geef 
mij daarom dit bergland." (Jozua 14 : 
12.) 

Dit is ook hoe ik mij voel tegenover het 
werk op het ogenblik. Er liggen grote 
uitdagingen voor ons, geweldige moge- 
lijkheden waar wij gebruik van moeten 
maken. Ik ben blij met dat spannende 
vooruitzicht en ben geneigd om nederig 
tot de Heer te zeggen: Geef mij daarom 
dat bergland, geef mij die uitdagingen." 
Nederig beloof ik de Heer en u, mijn 
geliefde broeders en zusters, medewer- 
kers in deze heilige zaak van Christus, 
dat ik voorwaarts zal gaan, met geloof in 
de God van Israël, in de wetenschap dat 
Hij ons zal leiden en besturen, totdat 
tenslotte zijn doeleinden bereikt zijn en 
wij het beloofde land binnen mogen 
gaan en de beloofde zegeningen mogen 
ontvangen. 

„Maar Jezus zeide (tot hem): Niemand, 
die de hand aan de ploeg slaat en ziet 
naar hetgeen achter hem ligt, is geschikt 
voor het Koninkrijk Gods." (Lucas 9 : 
62.) 



Ik zal de Here, mijn God, volkomen 
trouw blijven, en mijn energie en be- 
kwaamheid hier ten volle aan besteden. 
Ernstig en dringend raad ik u allen aan 
deze zelfde belofte te maken en u ook in 
te spannen — iedere priesterschapslei- 
der, iedere vrouw in Israël, elke jonge- 
man, iedere jonge vrouw, iedere jongen 
en meisje. 

Mijn broeders en zusters ik getuig tot u 
dat dit het werk des Heren is en dat het 
waar is. Wij hebben een opdracht van de 
Heer. Dit is zijn kerk en Hij staat aan het 
hoofd en is er de hoeksteen van. Deze 
getuigenis laat ik met u, in alle oprech- 
theid, met mijn liefde en zegen, in de 
naam van Jezus Christus. Amen. D 




134 



Zaterdag, 6 oktober 1979 



Vergadering van de Welzijnszorg 



Bestendigheid te 
midden van verandering 



President N. Eldon Tanner 
Eerste Raadgever in het Eerste Presidium 




Tijdens de Tweede Wereldoorlog 
schreef een lid van de Raad der Twaalf, 
ouderling Albert E. Bowen, een boek 
samengesteld uit een reeks radiotoespra- 
ken, dat hij Constancy amid Change 
(bestendigheid te midden van verande- 
ring) noemde (Salt Lake City: Deseret 
News Press, 1944). De boodschappen 
van deze toespraken waren uitermate 
toepassehjk voor de tijd waarin zij ge- 
houden werden. Wij hadden een wereld 
vol conflicten en overal op aarde hadden 
mensen behoefte aan een boodschap van 
zekerheid, zelfvertrouwen en stabiliteit. 
Er schijnen vele overeenkomsten te zijn 
tussen het huidige tijdperk en die roerige 
oorlogsjaren. Wij worden vandaag de 
dag geconfronteerd met vele verbijste- 
rende problemen. Naast belangrijke po- 
litieke problemen op internationaal ni- 
veau, maken we ook een van de moei- 
lijkste economische perioden mee die we 
in vele tientallen jaren 't hoofd hebben 
moeten bieden — het probleem van in- 
flatie en het persoonlijk financieel 
beleid. 



Ik wil graag de titel van oudeding Bo- 
wens boek lenen en u laten delen in een 
aantal van zijn eigen ervaringen en over- 
tuigingen geput uit de zestig jaar dat ik 
gewerkt heb. Ik heb iedere fase van de 
economische cyclus meegemaakt. Ik heb 
persoonlijke malaise gekend. Ik heb een 
nationale en internationale malaise ge- 
kend, evenals perioden van recessie en 
inflatie. Ik heb zogenaamde oplossingen 
met iedere verandering in de economi- 
sche cyclus zien komen en gaan. Deze 
ervaringen hebben mij tot dezelfde over- 
tuiging gevoerd als die van Robert 
Frost, die eens zei: 

De meeste verandering die we menen te 
zien in het leven 

Is te wijten aan waarheden die in en uit de 
gunst zijn. 

(„The Black Cottage," in The Poetry of 
Robert Frost, ed. Edward Connery La- 
than, New York: Holt, Rinehart and 
Winston, 1969, blz. 58.) 
Waarin ik u vandaag wil laten delen zijn 
mijn waarnemingen van de bestendige 
en fundamentele beginselen die, wan- 



135 



neer zij worden opgevolgd, onder alle 
economische omstandigheden tot finan- 
ciële zekerheid en gemoedsrust zullen 
voeren. 

Ten eerste wil ik een fundering leggen en 
een perspectief vaststellen, binnen de- 
welke deze econonische beginselen moe- 
ten worden toegepast. 
Op zekere dag zei een van mijn klein- 
zoons tegen mij: ,,Ik heb u en andere 
geslaagde mannen gadegeslagen en ik 
heb besloten een succes te worden in het 
leven. Ik wil een vraaggesprek hebben 
met zoveel mogelijk geslaagde mensen 
om te bepalen wat hen deed slagen. Als u 
nu terugkijkt op uw ervaringen, opa, wat 
is dan volgens u het belangrijkste bes- 
tanddeel van succes?" 
Ik vertelde hem dat de Heer ons de beste 
formule voor succes had gegeven die ik 
kende: „Maar zoekt eerst Zijn Konink- 
rijk en Zijn gerechtigheid en dit alles zal 
u bovendien geschonken worden." 
(Matteüs 6 : 33.) 

Er zijn mensen die redeneren dat somni- 
ge mannen financieel voorspoedig zijn 
die niet eerst het koninkrijk zoeken. Dat 
is waar. Maar de Heer belooft ons niet 
louter stoffelijke rijkdom als wij eerst het 
koninkrijk zoeken. Uit mijn eigen erva- 
ring weet ik dat dit niet het geval is. Om 
met de woorden van Henrik Ibsen te 
spreken: ,,Geld kan dan wel de bolster 
van vele dingen zijn, maar niet de kern. 
Het brengt je eten, maar geen eetlust; 
geneesmiddelen, maar geen gezondheid; 
kennissen, maar geen vrienden; bedien- 
den, maar geen trouw; vreugdevolle da- 
gen, maar geen vrede of geluk." (Uit The 
Forbes Scrapbook ofThoughts on the Bu- 
siness of Life, New York: Forbes, Inc., 
1968, blz. 88.) 

Stoffelijke zegeningen zijn een onderdeel 
van het evangelie indien zij worden ver- 
kregen op de juiste manier en voor het 
juiste doel. Dat doet mij denken aan een 
ervaring van president Hugh B. Brown. 



Als een jong soldaat in de Eerste Wereld- 
oorlog bracht hij eens een bezoek aan 
een bejaarde vriend die in het ziekenhuis 
lag. Deze tachtigjarige was meerdere 
malen miljonair en lag op sterven. Noch 
de vrouw waarvan hij gescheiden was, 
noch wie dan ook van zijn vijf kinderen 
gaven genoeg om hem, om hem in het 
ziekenhuis te komen opzoeken. Terwijl 
president Brown nadacht over de dingen 



Wanneer zij worden opgevolgd 

zullen deze vijf beginselen van 

economische bestendigheid, 

onder alle economische 

omstandigheden „tot financiële 

zekerheid en gemoedsrust 

voeren." 



die zijn vriend ,,was kwijtgeraakt die niet 
voor geld te koop waren en van zijn 
tragische omstandigheden en de diepte 
van zijn ellende opmerkte," vroeg hij 
zijn vriend wat hij zou veranderen in zijn 
leven als hij het nog eens over mocht 
doen. 

De oude heer, die een paar dagen later 
overleed, zei: ,, Wanneer ik terugdenk 
aan mijn leven, dan is het belangrijkste 
en waardevolste bezit dat ik had kunnen 
hebben, maar dat ik in het proces van 
het vergaren van mijn miljoenen ver- 
loor, het eenvoudige geloof dat mijn moe- 
der had in God en in de onsterfelijkheid 
van de ziel. 

... Je vroeg mij wat het waardevolste is 
in het leven. Ik kan je met geen betere 
woorden antwoorden, dan die van de 
dichter." Hij verzocht president Brown 
hem een boekje uit zijn aktentas aan te 
reiken, waaruit hij een gedicht las geti- 
teld ,,rm an Alien" (Ik ben een 
vreemdehng). 



i36 



Ik ben een vreemdeling voor het geloof dat 

mijn moeder mij leerde. 

Ik ben een vreemdeliirg voor de God die het 

geschrei van mijn moeder hoorde. 

Ik ben een vreemdeling voor de troost die het 

avondgebed mij bracht. 

'•' Voor de eeuwige armen die mijn vader omvat- 
ten toen hij stierf. 

j Toen de stem van de grote wereld mij kwam 
roepen, verliet ik alles en volgde haar. 
In mijn blindheid merkte ik niet dat ik mijn 
hand uit de Zijne had laten glippen. 
In mijn verdwazing had ik er geen idee van dat 

'V roem, net als een zeepbel, hol is. 

Dat de rijkdom van goud slechts schijn is, 
zoals ik sindsdien heb geleerd. 
Ik heb een leven besteed aan het zoeken naar 
dingen die ik versmaadde zodra ik ze gevonden 
had. 

Ik heb gevochten voor vele winnende zaken en 
mijn beloning ervoor ontvangen. 
Maar ik zou het allemaal geven, roem en rijk- 
dom en de genoegens die ermee gepaard gaan, 

: Als ik maar het geloof bezat dat mijn moeder 
maakte tot hetgeen zij was. 

„Dat was op zijn sterfbed het getuigenis 
van een man die in de kerk was geboren 
maar die ervan vervreemd was geraakt. 
Dat was de smartelijke kreet van een 
eenzaam man die zich alles kon permit- 
teren wat voor geld te koop was, maar 
die de belangrijkste dingen van het leven 
had verspeeld om de goederen van deze 
wereld te vergaren." {Continuing the 
Quest, Salt Lake City: Deseret Book 
Co., 1961, blz. 32-35; cursivering toege- 
voegd). 

In het Boek van Mormon geeft de pro- 
feet Jakob ons een belangrijke raad over 
dit onderwerp: 

„Maar zoekt het koninkrijk Gods, voor- 
dat gij rijkdommen zoekt. 
En nadat gij hoop in Christus hebt ver- 
kregen, zult gij rijkdommen verkrijgen, 
indien gij er naar streeft, en er naar streeft 
met het voornemen om goed te doen — 
de naakten te kleden en de hongerigen te 
voeden, de gevangenen te bevrijden en 
de zieken en lijdenden bij te staan." (Ja- 
kob 2:18, 19; cursivering toegevoegd.) 
De fundering en het perspectief zijn dus 



als volgt: ,,Wij moeten eerst het konink- 
rijk zoeken, werken en plannen maken 
en met wijsheid besteden, plannen ma- 
ken voor de toekomst, en de rijkdom 
waarmee wij gezegend zijn aanwenden 
om dat koninkrijk te helpen opbouwen. 
Wanneer wij worden geleid door dit eeu- 
wig perspectief en door het bouwen op 
deze vaste fundering, dan kunnen we on- 
ze dagelijkse taken en ons levenswerk, 
die zorgvuldig moeten worden gepland 
en ijverig nagestreefd, vol vertrouwen 
voortzetten. 

Het is binnen dit raamwerk dat ik vijf 
beginselen van economische bestendig- 
heid uiteen wil zetten. 
Bestendigheid nummer 1: Betaal een eer- 
lijke tiende. Ik vraag me dikwijls af of wij 
beseffen dat onze tiende betalen niet het 
overhandigen van geschenken aan de 
Heer en de kerk voorstelt. Tiende beta- 
len is het kwijten van een schuld aan de 
Heer. De Heer is de bron van al onze 
zegeningen, waaronder het leven zelf. 
Het betalen van tienden is een gebod, en 
wel een gebod met een belofte. Wanneer 
wij dit gebod onderhouden wordt ons 
beloofd dat wij ,, voorspoedig (zullen) 
zijn in het land." Deze voorspoed be- 
staat uit meer dan aardse goederen — 
het kan ook het genieten van een goede 
gezondheid en een onvermoeibaar ver- 
stand betekenen. Het omvat 
gezinssolidariteit en geestelijke toena- 
me. Ik hoop dat zij die op 't ogenblik 
geen volledige tiende betalen zullen stre- 
ven naar het geloof en de kracht om dit 
te gaan doen. Wanneer u deze plicht je- 
gens uw Schepper nakomt zult u een 
grote, grote vreugde ondervinden, die 
slechts door hen die getrouw zijn aan dit 
gebod wordt ervaren. 
Bestendigheid nummer 2: Leef van min- 
der dan u verdient. Ik heb ontdekt dat er 
geen enkele manier is om ooit meer te 
verdienen dan u uit kunt geven. Ik ben 
ervan overtuigd dat het niet zozeer de 



137 



hoeveelheid geld is die iemand verdient 
die gemoedsrust schenkt, als het goed 
kunnen beheren van zijn geld. Geld kan 
een gehoorzame dienstknecht zijn, 
maaar ook een harde leermeester. Zij die 
hun levensstandaard zo structureren dat 
er wat ruimte is, beheersen hun omstan- 
digheden. Zij die net wat meer uitgeven 
dan zij verdienen worden door hun om- 
standigheden beheerst. Zij zijn in slaver- 
nij. President Grant heeft eens gezegd: 
,,Als er één ding is wat rust en tevreden- 
heid het menselijk hart en het gezin zal 
schenken, dan is dat het zetten van de 
tering naar de nering. En als er één ding 
is wat afmattend en ontmoedigend is, 
dan is dat het hebben van schulden en 
verplichtingen waaraan men niet kan 
voldoen." {Gospel Standards, Salt Lake 
City: Improvement Era, 1941, blz. (111.) 
De sleutel tot het minder besteden dan 
wij verdienen is heel eenvoudig — hij 
heet discipline. Vroeg of laat in het leven 
moeten wij allemaal leren onszelf, onze 
begeerten en onze economische ver- 
langens te disciphneren. Degene die leert 
minder te besteden dan hij verdient en 
iets opzij te leggen voor slechtere dagen 
is uitermate gezegend. 
Bestendigheid nummer 3: Leren onder- 
scheid te maken tussen behoeften en ver- 
langens. Consumentenverlangens wor- 
den door de mens geschapen. Ons sys- 
teem van vrije onderneming met alle 
concurrentie vandien produceert een on- 
beperkt aantal goederen en diensten ten 
einde ons verlangen naar meer gemak- 
ken en weelde-artikelen te stimuleren. Ik 
breng geen kritiek uit op het systeem of 
op de beschikbaarheid van deze goede- 
ren of diensten. Het gaat mij er alleen 
om dat onze mensen hun gezond ver- 
stand gebruiken bij hetgeen zij aanschaf- 
fen. Wij moeten leren dat het brengen 
van offers een onontbeerlijk onderdeel is 
van onze eeuwige discipline. 
In dit en vele andere landen hebben vele 



ouders en kinderen die na de Tweede 
Wereldoorlog werden geboren alleen 
maar een toestand van voorspoed ge- 
kend. Velen zijn erop ingesteld dat al 
hun verlangens onmiddellijk worden be- 
vredigd. Er is steeds werkgelegenheid te 
over geweest voor allen die konden wer- 
ken. De weelden van gisteren worden 
vandaag als noodzakelijkheden 
beschouwd. 

Typerend hiervoor zijn de jonge echtpa- 
ren die verwachten hun huis en zichzelf 
aan het begin van hun huwelijk te voor- 
zien van een luxe die hun ouders zich 
slechts na vele jaren werken en offeren 
konden permitteren. Door te veel te snel 
te willen hebben is er het risico dat jonge 
echtparen zullen bezwijken voor grif 
verstrekte persoonlijke leningen en zich 
daarmee in de schulden steken. Dit zou 
beletten dat zij beschikken over de nood- 
zakelijke middelen om gevolg te geven 
aan de suggesties van de kerk inzake de 
jaarvoorraad en andere 

veiHgheidsprogramma's. 
Een teveel toegeven aan verlangens en 
een slecht financieel beleid plaatsen een 
zware druk op de huwelijksrelatie. De 
meeste huwelijksproblemen schijnen op 
het economische vlak te liggen — óf er is 
onvoldoende inkomen om het gezin te 
onderhouden, óf het inkomen wordt 
verkeerd beheerd. 

Een jonge vader kwam bij zijn bisschop 
om financieel advies, en vertelde een veel 
voorkomend verhaal: ,, Bisschop, ik heb 
een goede opleiding gehad als ingenieur, 
en ik verdien een goed salaris. Het lijkt 
erop dat ik gedurende mijn opleiding wel 
geleerd heb hoe geld te verdienen, maar 
niet hoe het te beheren." 
Hoewel wij het wenselijk achten dat ie- 
dere leerling een consumentencursus 
volgt, berust deze training toch in de 
eerste plaats bij de ouders. Zij kunnen 
dit belangrijke aspect van de opvoeding 
niet aan het toeval overlaten of de ver- 



138 




President en zuster Benson 



antwoordelijkheid overhevelen naar de 
scholen en universiteiten. 
Een belangrijk onderdeel van deze trai- 
ning dient het uitleggen van schuld te 
zijn. Voor de meesten onder ons zijn er 
twee soorten financiële schuld- en ver- 
bruikersschulden en investerings- of 
zakenschulden. Verbruikersschuld slaat 
op het kopen op krediet van de zaken die 
wij in het dagelijks leven gebruiken of 
consumeren. Voorbeelden hiervan zijn 
het op afbetaling kopen van kleding, 
huishoudelijke apparaten, meubelen en- 
zovoort. Een verbruikersschuld wordt 
gewaarborgd door het verhypothekeren 
van onze toekomstige verdiensten. Dit 
kan heel gevaarlijk zijn. Als we onze be- 
trekking kwijtraken, invalide worden, of 
't hoofd moeten bieden aan noodtoes- 
tanden, zal het ons moeilijk vallen aan 
onze verplichtingen te voldoen. Kopen 
op afbetaUng is de duurste manier om 



iets aan te schaffen. Bij de prijs van de 
goederen die wij kopen moet ook nog 
een hoge rente en afhandelingskosten 
worden geteld. 

Ik besef dat jonge gezinnen het soms 
nodig achten op afbetaling te kopen. 
Maar wij waarschuwen hen niet meer te 
kopen dan werkelijk noodzakelijk is en 
hun schulden zo snel mogelijk af te beta- 
len. Wie krap zit moet de extra last van 
bijkomende renten vermijden. 
Investeringsschuld moet zo gewaar- 
borgd worden dat de financiële zeker- 
heid van het gezin niet wordt bezwaard. 
Investeer niet in speculatieve onderne- 
mingen. Er kan een verslavende werking 
uitgaan van het speculeren. Fortuinen 
zijn volkomen verloren gegaan vanwege 
een onbeheerst verlangen steeds meer te 
vergaren. Laten we leren van de fouten 
uit het verleden en zorgen dat we onze 
tijd, energie en algemene gezondheid 



139 




niet laten knechten door een gulzige be- 
geerte naar steeds meer aardse goederen. 
President Kimball heeft ons deze tot na- 
denken stemmende raad gegeven: „De 
Heer heeft ons (Amerikaanse) volk geze- 
gend met een welvaart, die in het verle- 
den zijns gelijke niet heeft gekend. De 
hulpmiddelen waarover wij kunnen be- 
schikken zijn goed, en we hebben ze no- 
dig voor het volbrengen van ons werk 
hier op aarde. Toch vrees ik dat velen 
van ons met aardse rijkdommen zijn 
overladen en deze als afgoden zijn gaan 
dienen, zodat deze dingen macht over 
ons hebben. Bezitten wij meer van het 
goede dan ons geloof kan verdragen? 
Velen besteden hun tijd merendeels in 
dienst van het beeld dat zij van zichzelf 
hebben gevormd. Dat houdt in dat ze 
voldoende geld willen hebben, niet al- 
leen een weivoorziene bankrekening, 
maar ook een zeker kapitaal, belegd in 



aandelen en andere waardepapieren, on- 
roerende goederen, woninginrichting, 
auto's en dergelijke om hun vleselijke 
zekerheid, voor naar zij hopen, een lang 
en gelukkig leven te waarborgen. Men 
vergeet daarbij dat onze opdracht is die 
vele hulpmiddelen in onze gezinnen en 
priesterschapsquorums tot opbouw van 
Gods koninkrijk te gebruiken." (,,De af- 
goden die wij dienen," De Ster van au- 
gustus 1977, blz. 3.) 
Mag ik, bij wijze van getuigenis, het vol- 
gende toevoegen aan de uitspraak van 
president Kimball: Ik weet van geen en- 
kele situatie waarin geluk en gemoeds- 
rust met het vergaren van meer bezit dan 
het gezin redelijkerwijs nodig had 
toenam. 

Bestendigheid nummer vier: Stel een be- 
groting op en houd u eraan. 
Een van mijn vrienden heeft een dochter 
die onder auspiciën van de Brigham 



140 



Young Universiteit voor zes maanden in 
het buitenland ging studeren. Ze schreef 
steeds naar huis om meer geld. Dit ver- 
ontrustte haar vader dermate dat hij 
haar uiteindelijk opbelde en haar onder- 
vroeg over haar behoefte aan meer geld. 
Op een zeker punt in het gesprek zei de 
dochter: „Maar papa, ik kan u precies 
vertellen waaraan iedere cent die u mij 
heeft gestuurd is besteed." 
Hij antwoordde: ,,Je schijnt het niet te 
begrijpen waar het om gaat. Ik stel be- 
lang in een begroting — een bestedings- 
plan — niet in een verslag van waar het 
geld gebleven is." 

Misschien moeten ouders meer zijn 
zoals de vader van een student die een 
telegram naar huis stuurde met de bood- 
schap, ,,No mon, no fun, your son." 
(Geen geld, geen pret, je zoon.) Zijn va- 
der telegrafeerde terug, ,,How sad, too 
bad, your Dad." (Wat jammer, pech ge- 
had, je vader.) 

Aan de hand van de vele gesprekken die 
ik in de loop der jaren met mensen heb 
gevoerd heb ik gemerkt dat veel te veel 
mensen geen behoorlijke begroting heb- 
ben en niet de zelfbeheersing kunnen op- 
brengen om zich aan de bepalingen van 
een begroting te houden. Veel mensen 
denken dat een begroting hen van hun 
vrijheid berooft. Integendeel, geslaagde 
mensen hebben geleerd dat een begro- 
ting werkelijke economische vrijheid 
mogelijk maakt. 

Het opmaken van een begroting en een 
financieel beleid behoeven niet al te inge- 
wikkeld te zijn of al te veel tijd te nemen. 
Het verhaal wordt verteld van een 
geïmmigreerde vader die zijn te betalen 
rekeningen in een schoenendoos be- 
waarde, zijn te innen rekeningen op een 
spoel, en zijn geld in de kassa. 
,,Ik snap niet hoe u uw zaak zo kunt 
drijven," zei zijn zoon. ,,Hoe weet u nu 
wat voor winst u heeft gemaakt?" 
„Jongen," antwoordde de zakenman, 




„toen ik van de boot afstapte, bezat ik 
alleen de pantalon die ik aanhad. Nu is je 
zuster tekenlerares, je broer arts en jij 
bent accountant. Ik bezit een auto, een 
huis en een goede zaak. Alles is betaald. 
Dus tel je het allemaal bij elkaar op, 
trekt de pantalon eraf, en daar heb je 
m'n winst." 

Wijze financiële raadgevers leren dat een 
goede begroting vier verschillende ele- 
menten omvat. Er moet ten eerste wor- 
den gezorgd voor de fundamentele be- 
hoeften zoals eten, kleding enzovoort; 
ten tweede voor hypotheekkosten; ten 
derde voor het opvangen van nood- 
situaties door middel van spaargeld; 
ziekte- en levensverzekering; en, ten vier- 
de, voor verstandige investering en een 
jaarvoorraad. 

Sta mij toe over twee van deze onderde- 
len nog wat op te merken. Niets schijnt 
zo zeker te zijn in ons leven als het onver- 
wachte. Met het stijgen van de kosten 
voor medische hulp is een behoorlijke 
ziekteverzekering de enige manier waar- 
op de meeste gezinnen het hoofd kunnen 
bieden aan ernstige ongevallen, ziekten 
of bevallingskosten, in 't bijzonder wan- 
neer het om een te vroeg geboren kind 



141 




gaat. Een levensverzekering zorgt voor 
een voortzetting van het inkomen wan- 
neer de kostwinner vroegtijdig komt te 
overlijden. Ieder gezin moet zorgen voor 
een goede ziekte- en levensverzekering. 
Wanneer er voor deze fundamentele za- 
ken is gezorgd, behoren we door zuinig 
met ons geld om te gaan regelmatig wat 
te sparen zodat we ook een bedrag op- 
bouwen om te investeren. Ik heb ge- 
merkt dat slechts weinig mensen, die niet 
eerst de gewoonte hebben aangekweekt 
om regelmatig te sparen, succes hebben 
gehad met hun investeringen. Dit vergt 
discipline en onderscheidingsvermogen. 
Men kan op vele manieren investeren. Ik 
kan u slechts aanraden uw financiële 
raadsmannen goed te kiezen. Verzeker u 
ervan dat zij uw vertrouwen verdienen 
door steeds te kunnen wijzen op een suc- 
cesvol investeringsbeleid. 



Bestendigheid nummer 5: Wees eerlijk in 
al uw financiële zaken. Het ideaal van de 
onkreukbaarheid zal nooit uit de mode 
raken. Het is van toepassing op alles wat 
wij doen. Als leiders en leden van de kerk 
behoren wij de belichaming van de on- 
kreukbaarheid te zijn. 
Broeders en zusters, door middel van 
deze vijf beginselen, heb ik getracht u 
een beeld te geven van hetgeen kan wor- 
den gekenmerkt als het ware patroon 
van het beheren van uw financiële en 
andere middelen. 

Ik hoop dat ieder van ons voordeel moge 
ondervinden van het toepassen ervan. Ik 
getuig dat zij waar zijn en dat de kerk en 
het werk waarmee wij ons bezighouden 
waar zijn. In de naam van Jezus Chris- 
tus. Amen. D 



142 




De rol van de 
Zustershulpvereniging 
in de priesterschapsraden 



door zuster Barbara B. Smith 

algemeen presidente van de Zustershulpvereniging 



U heeft zojuist de prachtige woorden 
gehoord van het Ued „The Work of Lo- 
ve" (Het werk van de hefde), uit het 
toneelstuk van de Zustershulpvereni- 
ging Because of Elizabeth (Vanwege Eli- 
zabeth). De visuele boodschap en dit lied 
doen mij denken aan de woorden van de 
profeet Joseph Smith: 
„Het is natuurlijk voor vrouwen om ge- 
voelens van menslievendheid en welwil- 
lendheid te koesteren" en „U bent nu in 
omstandigheden geplaatst waarin u 
kunt handelen overeenkomstig de ge- 
voelens die God in u heeft gelegd." {His- 
tory of the Church, deel 4, blz. 605.) 
Een fundamentele reden voor het orga- 
niseren van de Zustershulpvereniging 
was, dat de zusters eendrachtig konden 
optreden om de taak van de bisschop, 
ten opzichte van het zorgen voor de hei- 
ligen, uit te breiden en aldus konden bij- 
dragen aan het opbouwen van het ko- 
ninkrijk Gods op aarde. 
Op de afgelopen algemene conferentie 
zette president Benson ccn plan uiteen 
waardoor het kerkelijk bestuur zal wor- 
den versterkt door de werkzaamheden 
van raden (zie De Ster van oktober 1979, 
blz. 145). 

Toen mij werd verzocht aan deze verga- 
dering deel te nemen, gaf het Eerste Pre- 
sidium mij de opdracht de rol van de 
Zustershulpvereniging in de priester- 



schapsraden uit te leggen. Wij zijn van 
mening dat de leden van de kerk, en 
vooral de leden van de Zustershulpvere- 
niging, op de hoogte dienen te zijn van 
nieuwe ontwikkelingen die de belang- 
rijkheid van de rol van de Zustershulp- 
vereniging in de kerk onderstrepen. 
Hoewel betrekkelijk weinig ambtenares- 
sen van de Zustershulpvereniging in ra- 
den zitting hebben, is hun invloed door 
heel de kerk heen merkbaar. 
Laat ons dan de verschillende raden in 
beschouwing nemen. 
Het algemeen welzijnscomité is een van 
de voornaamste raden van de kerk bij 
het bepalen van het beleid. Het algemeen 
presidium van de Zustershulpvereniging 
heeft zitting in dit comité, alsook in het 
uitvoerend comité daarvan. 
Door de organisatie van de Zustershulp- 
vereniging brengen wij naar deze verga- 
dering een bekwaamheid om goedge- 
keurde programma's te ontwikkelen, te 
onderwijzen en ten uitvoer te leggen. Wij 
brengen tevens een perspectief dat is ont- 
staan uit onze persoonlijke ervaring en 
uit onze omgang met zusters van de Zus- 
tershulpvereniging over de gehele 
wereld. 

Enige tijd geleden, bijvoorbeeld, meldde 
een ZHV-presidente op ringniveau, die 
zitting heeft in een bestuurscommissie 
van een voorraadschuur van de bis- 



143 



schop, dat zij die hulp ontvingen van de 
welzijnszorg levensmiddelen aan het 
verkwisten waren omdat de etiketten op 
de produkten onvoldoende aanwijzin- 
gen bevatten. Ze noemde de pannekoe- 
kenmix als voorbeeld. Wij heten de mix 
uitproberen en ontdekten dat de panne- 
koeken hard en smakeloos waren. Bij 
een tweede poging volgde degene die de 
mix uitprobeerde de aanwijzingen op 



„Hoewel betrekkelijk weinig 

ambtenaressen van de 

Zustershulpvereniging in raden 

zitting hebben, is hun invloed 

door heel de kerk heen 

merkbaar." 



van een eender handelsprodukt dat de 
toevoeging vereiste van melk en eieren. 
Deze keer had de proef heerlijke, luchti- 
ge pannekoeken tot gevolg. 
Wij deden de aanbeveling instructies en 
eenvoudige recepten op de etiketten van 
alle produkten van de voorraadschuur te 
vermelden. Ons wordt gemeld dat de 
nieuwe etikettering weldra voltooid zal 
zijn. Allen die hulp van de welzijnszorg 
ontvangen zullen hier voordeel uit 
trekken. 

Naargelang wij werkzaam zijn in het al- 
gemeen welzijnscomité komen wij tot de 
ontdekking dat wij niet alleen een nood- 
zakelijk persperctief verschaffen, maar 
ook een oogpunt ontvangen dat ons 
helpt de cursussen van de Zustershulp- 
vereniging zo in te richten dat zij ook 
welzijnsbeginselen onvatten, zoals per- 
soonlijke en gezinsparaatheid, en het be- 
wustzijn onder de vrovwen van het be- 
lang van het welzijnsprogramma doen 
toenemen. Wij verwerven tevens een in- 



zicht in de doelen van de welzijnszorg 
dat ons helpt een verstandig gebruik 
voor te schrijven van de hulpmiddelen 
van de Zustershulpvereniging ter onder- 
steuning van deze doelen. 

Gebiedsraden 

De gebiedsraad ontwikkelt plannen 
voor een bepaald geografisch gebied. 
Deze raad wordt gepresideerd door een 
algemene autoriteit die de uitvoerend 
bestuurder is voor dat gebied. Hij wordt 
bijgestaan door regionale vertegenwoor- 
digers en ander personeel. 
De Zusters hulpvereniging is als volgt bij 
deze raad betrokken: 

1 . De uitvoerend bestuurder kan met het 
algemeen presidium van de Zustershulp- 
vereniging overleggen met betrekking 
tot goedgekeurde gedragslijnen, 
programma's, belangen of hulpbronnen 
van de Zustershulpvereniging. 

2. Een daartoe opgedragen lid van het 
algemeen bestuur van de Zustershulpve- 
reniging wordt uitgenodigd voor de ver- 
gaderingen van de gebiedsraad wanneer 
zij ten tijde van de algemene conferentie 
in Salt Lake City worden gehouden. In 
deze capaciteit wordt het bestuurslid een 
deskundige die voor trainingsdoelein- 
den kan worden ingezet door de uitvoe- 
rend bestuurder. 

3. Een ZHV-presidente op ringniveau 
kan door de uitvoerend bestuurder wor- 
den uitgenodigd om een vergadering van 
de gebiedsraad te velde bij te wonen. Zij 
dient zich op de hoogte te stellen van de 
welzij nsaangelegenheden en de bijzon- 
derheden van haar eigen gebied, zodat 
zij van nut kan zijn bij het doornemen 
van het moederplan van de welzijnszorg 
vanuit het gezichtspunt van de vrouw. 
Zij zou bijvoorbeeld weten, dat als de 
plaatselijke ZHV-presidenten bezig wa- 
ren, zij die hulp ontvingen van de wel- 
zijnszorg aan te moedigen om hun eigen 
brood te bakken, de voorraad meel en 



144 




President Spencer W. Kimball 



andere ingrediënten die worden ge- 
noemd op de begroting van de verbruik- 
sartikelen, dienovereenkomstig moeten 
worden aangepast. Zij zou op de hoogte 
zijn van de praktische aspecten van pro- 
jecten zoals energiebesparing thuis, of 
hoe trainingsprogramma's op het gebied 
van de gezondheidszorg, beroepsplan- 
ning of financieel beheer ten uitvoer 
kunnen worden gelegd. Bedenk dat zij 
beschikt over gegevens van de aanwezige 
verpleegsters en ander personeel in de 
gezondheidssector. 

Multiregionale raden 

Multiregionale raden worden gewoon- 
lijk daar opgericht waar zich faciliteiten 
als de Deseret Industries, een voorraad- 
schuur van de bisschop of misschien een 
kantoor van de afdeling maatschappe- 
lijk dienstbetoon van de kerk bevinden. 
Ook de multiregionale raad staat onder 
leiding van de uitvoerend bestuurder en 



bestaat uit de regionale vertegenwoordi- 
gers van de betroffen regio's en ander 
priesterschapspersoneel naar behoefte. 
Een ZHV-presidente op ringniveau uit 
elke regio dient door de uitvoerend bes- 
tuurder te worden aangewezen om zit- 
ting te hebben in de raad wanneer wel- 
zijnsaangelegenheden of zaken die de 
vrouwen van de Zustershulpvereniging 
betreffen worden besproken. De aange- 
wezen ZHV-presidenten dienen gege- 
vens te verzamelen van de andere ZHV- 
presidenten op ringniveau in hun regio, 
zodat zij een lijst van hun behoeften, 
activiteiten en verantwoordelijkheden 
bij zich heeft die mogelijk ter sprake 
kunnen worden gebracht in de vergade- 
ringen van de multiregionale raad. 

Regionale raden 

De regionale raad zorgt voor en 
coördineert bestuurlijke aange- 
legenheden die meerdere ringen raken. 



145 



Hij staat onder leiding van de regionale 
vertegenwoordiger, die min of meer 
functioneert zoals de uitvoerend bes- 
tuurder dat doet in een multiregionale of 
gebiedsraad. Een ZHV-presidente op 
ringniveau neemt op aanwijzing van de 
regionale vertegenwoordiger zitting in 
deze raad wanneer welzijnsaangelegen- 
heden worden besproken. Zo wordt ook 
hier het vrouwelijke perspectief benut bij 
zaken zoals het programma voor de 
kunstnijverheid thuis van de Deseret In- 
dustries, of de zorg voor ongehuwde 
moeders, het vinden van pleeggezinnen 
door de afdeling maatschappelijk 
dienstbetoon van de kerk, of het ver- 
schaffen van vrijwilligsters voor welke 
dan ook van de welzijnsprogramma's. 
In het geval van een bestuurscommissie 
van een voorraadschuur van de bisschop 
zal een ZHV-presidente bijzonder nuttig 
werk kunnen doen door zich ervan te 
verzekeren dat het naaiwerk van goede 
kwaliteit is, dat de gebruikte patronen 
elegant zijn en dat er wordt gezorgd voor 
de juiste maten en hoeveelheden. 
ZHV-presidenten die worden aangewe- 
zen om in deze capaciteit op te treden 
dienen mee te werken aan de planning 
voor het trainen van vrouwen in welzijn- 
saangelegenheden, en zij dienen nauw- 
keurige gegevens te vergaren die het mo- 
gelijk zullen maken een plan op te stellen 
om tegemoet te komen aan de behoeften 
van de mensen zoals zij werkelijk zijn. 
Deze zuster heeft de verantwoordelijk- 
heid om contact op te nemen met andere 
ZHV-presidenten op ringniveau ten ein- 
de hun aanbevelingen voor mogelijke 
agendapunten te verkrijgen. 
De besluiten en handelingen van de re- 
gionale raad worden aan de verschillen- 
de ZHV-presidenten op ringniveau 
doorgegeven door de regionale verte- 
genwoordiger en de ringpresident en niet 
door de ZHV-presidente op ringniveau 
die zitting heeft in de raad. 




President Spencer W. Kimball 



Een keer per jaar dient iedere ZHV- 
presidente op ringniveau een regionale 
raadsvergadering bij te wonen met het 
doel training te ontvangen op het gebied 
van de welzijnszorg en voor een jaarlijk- 
se evaluatie van de doeftreffendheid 
waarmee de welzijnszorg wordt uitge- 
voerd in iedere wijk en ring. 

Ring- en wijkraden 

Zoals president Benson in april zei, blij- 
ven de ring- en wijkraden en de welzijns- 
comités ongewijzigd. Het volledige 
ZHV-presidium heeft zitting in het wel- 
zijnscomité, waarbij ieder lid bepaalde 
taken heeft met betrekking tot een be- 
paald aspect van de welzijnszorg. De 
ZHV-presidente dient mogelijke agen- 



146 



dapunten voor te bereiden opdat het 
perspectief van de Zustershulpvereni- 
ging op adequate wijze naar voren kan 
worden gebracht in de besprekingen van 
deze raad. 

De gezamenhjke inspanning van de 
priesterschap en de Zustershulpver- 
eniging in deze raden blijft een belangrij- 
ke factor bij een geslaagde tenuitvoerleg- 
ging van de welzijnszorg op wijk- en 
ringniveau. Een dergelijke samenwer- 
king werd onlangs getoond toen vele 
huizen in een van de ringen te Ogden 
(Utah) door een overstroming werden 
geteisterd. De ringpresident vertelde, 
„De ZHV-presidente van de ring wacht- 
te niet af tot ik contact op zou nemen 
met haar. Zij kwam gelijk naar mij toe." 
Onder zijn leiding mobihseerde zij de 
zusters en zorgde voor eten voor de 
slachtoffers en hun redders. Zij organi- 
seerde in allerijl mobiele „keukens" in 
bestelauto's en stationcars, die warm 
eten naar de plaatsen toe brachten waar 
gewerkt werd. Naargelang het water 
weer zakte, werkten mannen en vrou- 
wen zij aan zij bij het schoonmaken van 
de modderige muren en vloeren. 




Zusters die geroepen worden om zitting 
te hebben in welke dan ook van deze 
belangrijke raden moeten zich bewust 
zijn van de waarde van grondige voorbe- 
reiding willen zij in staat zijn om goede 
en nuttige agendapunten naar voren te 
brengen en juiste suggesties om de vele 
menselijke problemen op te lossen waar- 
mee iedere wijk en ring te kampen heeft. 
Wij willen alle ZHV-presidiums op wijk- 
en ringniveau aanmoedigen om de ver- 
antwoordelijkheid op zich te nemen 
voor een zorgvolle en doordachte deel- 
name in deze raden zoals in de handboe- 
ken en bulletins van de kerk wordt 
aangeduid. 

Gezinsraden 

President Benson sprak over nog een 
raad waaraan ieder lid van de kerk deel 
mag nemen — de gezinsraad. Dat is de 
raad waarvoor alle andere bestaan. 
Alle gezinnen behoren regelmatig raads- 
vergaderingen te houden om zaken te 
bespreken zoals het aanpassen van de 
begroting zodat er nieuwe vloerbedek- 
king voor de woonkamer kan worden 
gekocht, het verdelen van de taken bij 
het zorgen voor de tuin, plannen voor de 
grote vakantie — zodat het gezin samen 
verstandige oplossingen kan zoeken. Er 
was eens een vader die een gezinsraad 
bijeen riep op de avond dat zij hoorden 
dat oma's been moest worden geampu- 
teerd. Er vloeiden tranen en er werden 
fijne herinneringen opgehaald over hoe 
actief zij tot op dat moment steeds was 
geweest. 

Al heel snel besloot het gezin dat zij haar 
wilde uitnodigen om bij hen te komen 
wonen. Toen was het de moeder die met 
veel wijsheid zei, ,,Als ze komt, laten we 
haar dan als een koningin behandelen in 
ons huis. We kunnen haar bed hier in de 
kamer zetten, zodat ze alles mee kan 
maken." De Hefdevolle houding van de 
moeder drukte zijn stempel op dit gezin. 



147 




De andere gezinsleden volgden haar 
voorbeeld, en het was een zegen voor de 
grootmoeder zolang zij bij hen woonde, 
wat zij deed tot zij stierf; het verrijkte het 
leven van alle leden van dat gezin; er was 
een grotere eenheid, meer samenwer- 
king en meer saamhorigheid dan ooit 
tevoren. 

Het is in het gezin dat de vrouw altijd 
haar meest doeltreffende invloed heeft 
kunnen laten gelden. De fijngevoelighe- 
den die zij thuis heeft ontwikkeld moe- 
ten nodig ook in andere raden worden 
toegepast, zodat de samenwerking tus- 
sen mannen en vrouwen de beste resulta- 

148 



ten op kan brengen voor het welzijn van 
de gehele mensheid. 
De geschiedenis van ons volk kent 
grootse momenten waarin wij van onze 
,, overvloed" hebben genomen en zij, die 
lijdende waren, hebben ondersteund. 
Die momenten hebben ons de vreugde 
leren kennen die gepaard gaat met het 
lenigen van een nood. 
De Heiland smeekt ons alles wat wij heb- 
ben te geven aan dit werk. U zult zich wel 
herinneren dat ons in het Nieuwe Testa- 
ment wordt verteld hoe Jezus toekeek 
terwijl de mensen hun gaven in de offer- 
kist wierpen. Sommigen gaven uit hun 
overvloed, en toen kwam er een arme 
weduwe, ,,die er twee koperstukjes in 
wierp." (Marcus 12 : 42.) 
De Heer aanvaardde haar offer, want 
Hij zei, „Voorwaar, Ik zeg u, deze arme 
weduwe heeft het meeste in de offerkist 
geworpen van allen, die er iets in gewor- 
pen hebben. 

Want allen hebben erin geworpen van 
hun overvloed, maar zij heeft van haar 
armoede erin geworpen, al wat zij had, 
haar ganse levensonderhoud." (Marcus 
12 : 43, 44.) 

Hiermee wijst de Heer de weg voor de 
zoons en dochters van God. Als wij die 
geloven bereid zijn alles te geven wat wij 
hebben, zal er een weg worden vrijge- 
maakt, zodat wij in staat zijn lijden te 
verlichten naarmate wij ervan op de 
hoogte worden gesteld. Niemand van 
ons is vrijgesteld van de noodzaak ons 
leven aan dit beginsel te wijden. 
Broeders, de ZHV-presidenten van de 
kerk staan klaar om van hun overvloed 
te geven, en zelfs hun ganse ,, levenson- 
derhoud" naarmate u hen in een positie 
plaatst waarin zij samen met u in de 
priesterschapsraden van de kerk kunnen 
optreden ten einde dit grote werk van 
liefde met succes te volbrengen. Dit ge- 
tuig ik in de naam van Jezus Christus. 
Amen. 

D 




Het besturen van 
de welzijnszorg 
door de priesterschap 



door ouderling J. Thomas Fyans 

van het Eerste Quorum der Zeventig 



Het is een zegen het aangename gezel- 
schap te mogen genieten van de Zusters- 
hulpvereniging, met hun door de hemel 
ingegeven fijngevoeligheden, bij deze 
grootse Samaritaanse onderneming. 
Zuster Smith heeft gesproken over pries- 
terschapsraden. Om ons te helpen bij het 
besturen van de aangelegenheden van de 
kerk, zijn er op gebieds-, regionaal, ring- 
en wijkniveau priesterschapsraden 
georganiseerd. Willen zij doeltreffend 
zijn, dan moeten deze raden alle 
programma's van de kerk vertegen- 
woordigen, zodat er op alle niveaus een 
coördinerendlicha.a.m. is dat besluiten kan 
nemen. Wanneer deze raden naar beho- 
ren zijn georganiseerd en goed functio- 
neren, verzekeren zij een eendrachtige 
aanpak van de geestelijke en stoffelijke 
taak van de kerk om enkelingen en ge- 
zinnen te zegenen. 

Aan de hand van goedgekeurde richtlij- 
nen en werkwijzen zal de gebiedsraad 
ieder jaar de plannen voor de belangrijk- 
ste doelen voor het gebied in ogen- 
schouw nemen en ter goedkeuring 
voorleggen. 

Ik wil vanochtend graag bijzondere aan- 
dacht schenken aan de belangrijke wel- 
zijnstaak van deze raden als een onder- 
deel van het besturen van de welzijns- 
zorg door de priesterschap. 
Het Eerste Presidium heeft de priester- 



schapsleiders de raad gegeven zorgvul- 
dig en gebedsvol een plan te ontwikkelen 
waarbij de eenheden van de kerk worden 
aangemoedigd om in eigen behoeften te 
kunnen voorzien. Dit is belangrijk in het 
licht van veranderende behoeften, de 
snelle groei van de kerk, het ongewisse 
van deze tijd en de opdracht van de Heer 
om te zorgen voor de behoeftigen. (Zie 
LV 52 : 40.) 

Basisplanning 

De basisplanning van de welzijnszorg is 
het proces van (1) het ontwikkelen van 
een plan voor het onderwijzen van evan- 
geliebeginselen en praktijken met be- 
trekking tot de welzijnszorg; (2) het 
identificeren van de behoeften van de 
armen en in nood verkerenden; en (3) 
het aanwenden van de beschikbare hulp- 
bronnen om aan die behoeften tegemoet 
te komen. 

Wanneer het plan volledig ten uitvoer is 
gelegd zullen in dat gebied die bestand- 
delen van het hulpsysteem van de voor- 
raadschuur bestaan die onder verschil- 
lende omstandigheden nodig zijn om de 
bisschoppen te helpen bij hun zorg voor 
de armen, de behoeftigen en de in nood 
verkerenden. 

De Schriften herinneren ons: 
,,En gedenkt in alle dingen de armen en 
de behoeftigen, de zieken en de lijden- 



149 



den, want hij, die deze dingen niet doet, 
is Mijn discipel niet." (LV 52 : 40.) 
Wij zijn uitermate verheugd over de eer- 
ste rapporten die binnen zijn gekomen 
aangaande uw vorderingen bij dit plan- 
ningsproces. Wij verwachten niet dat al- 
le componenten van het hulpsysteem 



,,Het Eerste Presidium heeft de 

priesterschapsleiders de raad 

gegeven gebedsvol een plan te 

ontwikkelen waarbij de 
eenheden van de kerk worden 

aangemoedigd om in eigen 
behoeften te kunnen voorzien." 



van de voorraadschuur in alle gebieden 
van kracht zullen zijn, en evenmin ver- 
wachten wij dat alle gebieden het sys- 
teem in hetzelfde tempo ten uitvoer zul- 
len leggen. Wegens de geografische ver- 
schillen, verschillen in het aantal en de 
verdeling van de leden en de verschei- 
denheid aan andere kerkelijke prioritei- 
ten die van invloed zijn op een bepaalde 
regio of gebied, zullen sommige raden 
meer tijd nodig hebben dan andere om 
hun plannen voor te bereiden. Wij ver- 
trouwen op de uitvoerend bestuurders, 
in overleg met de ambtenaren voor ma- 
teriële zaken, om het tempo, de omvang 
en de kwaliteit van deze basisplanning te 
regelen. Wij weten dat de Heer u zal 
inspireren tot het plannen van die activi- 
teiten die werkelijk nodig zijn in uw ge- 
bied. Wij geven u de raad weloverwogen 
en grondig te werk te gaan, zodat het 
eindresultaat nog jarenlang een leidraad 
zal zijn voor de tenuitvoerlegging van de 
welzijnszorg. Een goed plan zal het op 
ordelijke wijze en tijdig bijeenbrengen 
van geld en het toewijzen van arbeidsu- 



ren van de leden om het uitvoeren" van 
alle programma's en activiteiten van de 
kerk in evenwicht te houden 
ver ge makkelij ken . 

De rol van de persoon 

Laten wij nu eens kijken naar de per- 
soon. Wat is de rol van de individuele 
personen en van de gezinnen met betrek- 
king tot de materiële welzijnszorg? Een 
paar fundamentele punten moeten in 
overweging worden genomen: 

1. Zorg voor een duidelijk plan voor het 
lichamelijk, geestelijk en sociaal- 
maatschappelijk welzijn. 

2. Ontwikkel talenten door middel van 
onderwijs en zorg voor financiële stabili- 
teit door middel van beroepsopleiding. 
Vermijd onnodige schuld. 

3. Zorg voor een jaarvoorraad levens- 
middelen, kleding, en waar mogelijk, 
brandstof. 

4. Wees bereid een offer te brengen door 
middel van uw tijd, talenten en middelen 
— en dat omvat een royale vastengave 
en een volle tiende — ten behoeve van de 
kerk, de gemeenschap en de behoeftigen. 
Naargelang ieder persoon en ieder gezin 
de beginselen van persoonlijke en ge- 
zinsparaatheid toepast op deze belan- 
grijke gebieden, zal ieder gezin grotere 
zekerheid en meer gemoedsrust ont- 
vangen. 

Verzorgingsopdracht van 
de bisschop 

Er zullen mensen zijn die, ondanks hun 
voorbereidingen, moeilijkheden te ver- 
duren krijgen, die zij niet meteen zelf op 
kunnen lossen. Wij zijn dankbaar dat de 
Heer voor dergelijke gevallen voorzie- 
ningen heeft getroffen. 
Bisschoppen, u heeft een heilige op- 
dracht om de armen, de behoeftigen en 
de in nood verkerenden bij te staan. De 
hulpbronnen van de quorums, de wijk, 
de gemeenschap en de kerk staan u ter 



150 




beschikking en daaruit kunt u de juiste 
hulp putten. Van oudsher hebben zij die 
binnen bereik van een voorraadschuur 
van de bisschop wonen levensmiddelen 
en kleding kunnen krijgen door middel 
van een goederenopdracht van de bis- 
schop. U heeft echter deze zelfde metho- 
de niet kunnen aanwenden voor het ver- 
krijgen van de verzorging die mogelijk is 
door middel van het door de kerk uitge- 
voerde hulpsysteem van de voor- 
raadschuur. 

Het doet ons genoegen bekend te kun- 
nen maken dat een verzorgingsopdracht 
van de bisschop is goedgekeurd om te 
worden gebruikt in gebieden waar 
HLD-arbeidsbureau's, kerkelijke afde- 
hngen voor maatschappelijk dienstbe- 
toon en units van de Deseret Industries 
bestaan. Deze nieuwe formulieren zullen 
binnenkort aan alle desbetreffende rin- 
gen worden uitgereikt. Door middel van 



een schriftelijke opdracht kunnen de bis- 
schoppen hun leden nu machtigen tot 
het ontvangen van deze uiterst belangrij- 
ke verzorging. Met slechts enkele wette- 
lijke vereiste uitzonderingen, zullen de 
leden deze verzorging alleen door mid- 
del van deze schriftelijke opdracht kun- 
nen verkrijgen. 

Door middel van deze twee formulieren, 
de goederenopdracht van de bisschop en 
de verzorgingsopdracht van de bis- 
schop, reageren alle aspecten van het 
hulpsysteem van de voorraadschuur op 
de behoeften van de leden zoals door u, 
de plaatselijke bisschop, wordt bepaald. 
U heeft de zeggenschap over hetgeen er 
wordt toegediend, zij het goederen of 
verzorging. Wegens de beperktheid van 
de beschikbare hulpbronnen om tege- 
moet te komen aan de steeds toenemen- 
de behoefte aan verzorging, zullen deze 
nieuwe gereedschappen verzekeren dat 



151 



zij wier behoeften het grootst zijn wor- 
den geholpen. Wij willen benadrukken, 
broeders, dat hoewel de bedrijfsmanage- 
ment voor het verschaffen van deze goe- 
deren en verzorging bij ambtenaren in de 
materiële lijn berust, deze zaken slechts 
kunnen worden aangewend wanneer u, 
de bisschop, door middel van deze for- 
mulieren daartoe opdracht geeft. 

Jaarlijkse evaluatie van 
de verzorging 

De opdracht voor de bedrijfsmanage- 
ment van de verschillende taken van de 
welzijnszorg werd kortgeleden in han- 
den van materiële ambtenaren gelegd. 
Deze organisatorische verandering heeft 
een zware en tijdvershndende last van de 
schouders van de bisschoppen en ring- 
presidenten afgenomen. Daar, echter, 
deze werkzaamheden bestaan om tege- 
moet te komen aan de behoeften van de 
leden, zoals wordt bepaald door de gees- 
telijke ambtenaren, blijven wij uitermate 
geinteresseerd in de beschikbaarheid, de 
kwaliteit, het reactievermogen en de pas- 
sendheid van de goederen en verzorging 
die verschaft worden. Ten einde een or- 
delijke feedback van geestelijke leiders 
naar materiële ambtenaren over hun 
globale tevredenheid te vergemakkelij- 
ken, zullen de voorzitter van de bis- 
schoppenraad, ringpresidenten, regio- 
nale vertegenwoordigers en, op aanwij- 
zing van zuster Smith, de vertegenwoor- 
digsters van de Zustershulpvereniging, 
worden uitgenodigd om jaarlijks het 
hulpsysteem van de voorraadschuur te 
evalueren. Zij zullen een rapport uit- 
brengen waarin wordt vermeld in hoe- 
verre aan hun behoeften wordt voldaan 
en de wijze waarop zij worden geholpen. 
Deze formele evaluatie, tezamen met de 
steeds voortgang vindende communica- 
tie van gevoelens en behoeften die regel- 
matig plaatsvindt in raadsvergaderin- 
gen en bij andere contacten, zal een 



waarborg zijn voor de harmonie en een- 
heid die nodig zijn om de globale doels- 
tellingen van de kerk te kunnen berei- 
ken. Wij hopen dat alle priesterschaps- 
leiders gebruik zullen maken van deze 
gelegenheid wanneer deze hen door hun 
regionale raad wordt geboden. 

De betrekking van de hulpbronnen 
van het gezin tot de hulpbronnen 
van de kerk 

De afgelopen maanden heb ik de stimu- 
lerende gelegenheid gehad om de nieuwe 
film van de kerk te zien die Welfare — 
Another Perspective (Welzijnszorg - een 
ander perspectief) heet. Deze film wordt 




152 



in deze tweede helft van 1979 in de En- 
gelssprekende gebieden tijdens de ring- 
conferenties vertoond. ledere keer dat ik 
deze film zie, heb ik een steeds groter 
gevoel van trots en dankbaarheid ten 
opzichte van het welzijnssysteem van de 
kerk, waaronder de verreikendheid en 
de veelomvattendheid van het hulpsys- 
teem van de voorraadschuur. Maar ik 
acht het belangrijk, broeders en zusters, 
om op te merken, dat de werkelijke wel- 
zijnskracht van deze kerk niet zetelt in de 
levensmiddelen die in onze voorraad- 
schuren opgeslagen Hggen, noch in de 
produktiecapaciteit van onze welzijns- 
boerderijen, noch zelfs in de belangrijke 
invloed die ons arbeidssysteem bezit in 
het helpen vinden van betrekkingen 
voor leden die werk zoeken. 
De ware kracht van de kerk is in de 
spaarrekeningen, de groententuinen, de 
vaardigheden die voor een inkomen 
kunnen zorgen, de voorraden thuis, de 
veerkrachtigheid, de talenten en het ge- 
tuigenis van de individuele leden van de 
kerk en van het gezin waar ieder van ons 
deel van uitmaakt. Laat ons steeds in- 
dachtig zijn dat de grootste zegen van 
het welzijnssysteem wordt verkregen 
door de gevers en dat ieder van ons er- 
naar dient te streven een onafhankelijk 
gezin te zijn, dat in eigen behoeften voor- 
ziet, ten einde in staat te zijn onze minder 
fortuinlijke broeders en zusters te hel- 
pen. Kortom, de persoonlijke en gezins- 
paraatheid van ieder gezin is even 
belangrijk als dit kolossale en wonder- 
baarlijke welzijnssysteem. De ware 
kracht van de kerk ligt uiteindelijk niet 
in de reserves van de kerk, hetzij in geld, 
hetzij in goederen, maar in de reserves en 
kracht van ieder huisgezin. Sta mij toe 
dit toe te lichten. 

Veronderstel eens even dat de ruim vier- 
miljoen leden van de kerk in een gebied 
woonden met ongeveer de oppervlakte 
van de staat Utah. En stel dat we ons 




ongerust maakten over verscheurende 
dieren die ons land konden binnendrin- 
gen. We zouden dan niet veilig op straat 
kunnen lopen, dus zouden we besluiten 
ons te beschermen door middel van een 
muur. Welnu, als wij alle reserves uit al 
onze voorraadschuren namen en deze 
goederen gebruikten om een muur om 
ons gebied heen te bouwen, dan zou hij 
over de lengte van negentienhonderd ki- 
lometer dertig centimeter hoog en dertig 
centimeter diep zijn — geen muur die 
bescherming zou bieden tegen de wilde 
dieren. 

Maar stel nu dat wij aan die dertig centi- 
meter hoge muur de voorraad toevoeg- 
den die de leden zouden hebben als zij 



153 



genoeg in huis hadden voor een jaar. 
Dan zouden we de muur met nogeens 
dertig centimeter kunnen verhogen over 
die negentienhonderd kilometer. En dan 
nogeens dertig centimeter, en nogeens, 
en nogeens, en nogeens, en zo door tot 
we een ruim vier meter hoge muur 
hadden. 

De inwendige versterking van deze muur 
zou het lichamelijk, geestelijk en sociaal- 
maatschappelijk welzijn van de leden 
zijn. Het anker en de hoekposten — onze 
voorbereidingen op het gebied van on- 
derwijs en beroepsopleiding voor finan- 
ciële stabiliteit en het vermijden van on- 
nodige schuld. De cement — onze be- 
reidheid om tijd, talenten en middelen te 
offeren voor het opbouwen van het 
koninkrijk. 
Ziet u, onze algehele bescherming kan 



niet enkel en alleen worden verschaft 
door de produktie van de welzijnspro- 
jecten van de kerk. Deze kan slechts ver- 
wezenlijkt worden naarmate wij die pro- 
duktie combineren met de jaarvoorraad 
van het gezin. 

Moge wij een groter inzicht verkrijgen 
van onze persoonlijke verant- 
woordelijkheden bij dit grote werk. Mo- 
ge wij daadwerkelijk en op consequente 
wijze de beginselen van de welzijnszorg 
toepassen die door de algemene autori- 
teiten zijn vastgesteld. Mogen wij de kin- 
deren van onze hemelse Vader omrin- 
gem met deze materiële — nee, geestelij- 
ke, bescherming, want ten slotte zijn alle 
dingen geestelijk. (Zie LV 29:34.) 
Ik geef u mijn getuigenis van de godde- 
lijkheid hiervan en doe dat in de naam 
van Jezus Christus. Amen. D 




154 



De ene zegenen 



Bisschop Victor L. Brown 




Ik bid dat mijn opmerkingen deze och- 
tend weerklank zullen vinden in het hart 
van hen die ze horen. Ik heb het onder- 
werp gekozen „De ene zegene." Uiter- 
aard heeft de Welzijnszorg grotendeels 
te maken met het dagelijks leven — 
daarom heeft president Kimball de 
Welzijnszorg ook omschreven als het 
evangehe in actie. Daar het evangeUe een 
hulpbron is waaruit de mens put bij zijn 
streven naar zijn of haar verhoging, 
moet de Welzijnszorg ook zo'n hulp- 
bron zijn. 

Zoals u wellicht weet, draagt de Presi- 
derende Bisschap de verantwoor- 
delijkheid voor het besturen van de vele 
materiële aangelegenheden van de kerk. 
Dit omvat het toezicht op de werkzaam- 
heden van het hulpsysteem van de voor- 
raadschuur dat uitgaat van de Welzijns- 
zorg. Hoewel dit een menigte activiteiten 
en verantwoordelijkheden omvat, ben ik 
ervan overtuigd dat onze grootste ver- 
antwoordelijkheid in deze is het ons er- 
van verzekeren dat deze kolossale on- 
derneming zich uiteindelijk concentreert 
op iedere persoon, zowel de gever als de 
ontvanger, opdat de individu worde ge- 
zegend, opgebouwd en geïnspireerd. 
Hoe meer ik mij bewust word van de 
inspanningen op het gebied van het wel- 
zijnswerk van overheden en andere or- 
ganisaties, waarvan er vele de allerhoog- 
ste doelstellingen nastreven, hoe meer ik 



met ontzag ben vervuld voor de metho- 
de van de Heer voor het zegenen van de 
noodlijdenden door hen te helpen zich- 
zelf te helpen. Ik voel mij trots en vol- 
daan wanneer ik zie hoe u, de plaatselij- 
ke priesterschap en de ZHV-leidsters uit 
vele delen van de wereld, door middel 
van het welzijnsprogramma uw aan- 
dacht concentreert op de individu. Vele 
voorbeelden komen bij mij op, die in 
vele wijken van de kerk over de hele 
wereld plaatsvinden. In gedachten zie ik 
een bisschop die op tactvolle wijze een 
vertrouwelijk gesprek heeft met een lid 
dat hulp ontvangt van de Welzijnszorg, 
een quorumpresident die een lid bezoekt 
dat net zijn betrekking is kwijtgeraakt, 
een huisbezoekster die een maaltijd 
brengt bij een jong gezin waarvan de 
moeder in het ziekenhuis is opgenomen, 
een hogeraadslid dat een prachtige, 
Lamanitische jongeman aanmoedigt 
om door te zetten ondanks de vele moei- 
lijkheden die hij in de eerste maand op 
zijn nieuwe school heeft ondervonden. 
In ieder van deze gevallen gaat het de 
leider van de kerk om het tot stand bren- 
gen van tenminste drie dingen: 

1. Het probleem begrijpen. 

2. Helpen het probleem op te lossen door 
de betrokken persoon te helpen zichzelf 
te helpen. 

3. Een nauwere band aanmoedigen tus- 
sen de Heer en die persoon. 



155 



Ik wil u graag deelgenoot maken van 
twee ware verhalen over hoe het helpen 
op de manier van de Heer de ene heeft 
gezegend — hoe de geest van liefde en 
barmhartigheid waarvan de Welzijns- 
zorg van de kerk doordrongen is uitein- 
delijk inderdaad de individu verheft. 
Voordat hij Ud werd van de kerk bestond 
Richards leven voor een groot deel uit 
uitkeringen van de sociale dienst, levens- 
middelenbonnen (bonnen die iemand te- 
gen een speciale prijs kan kopen en die 
hem in staat stellen meer levensmiddelen 
te kopen dan hij anders zou kunnen 
doen, dankzij een subsidie van de over- 
heid), gesprekken met maatschappelijke 
werkers, bezoeken aan consultatiebu- 
reaus voor de volksgezondheid en onbe- 
taalde doktersrekeningen en rekeningen 
van de openbare nutsbedrijven. Noch 
Richard noch zijn vrouw konden met 
geld omgaan, zelfs niet met kleine bedra- 
gen. Richards bekering tot de kerk was 
wonderbaarlijk, maar hij trad toe met 
vele persoonlijke gebreken. Het kostte 
hem de grootste moeite een baan te hou- 
den. Hij werd door zijn bisschop naar de 
Deseret Industries doorgestuurd voor 
werk. Voor het eerst in van zijn leven als 
volwassene begon hij regelmatig te ver- 
dienen. Naarmate hij bij de Deseret In- 
dustries werkte, begon Richard een ge- 
voel van eigenwaarde te ontwikkelen. 
Hij dook niet langer ineen als hij sprak. 
Zijn vrouw en kinderen begonnen res- 
pect voor hem te krijgen als patriarch 
van het gezin. 

De revalidatiecoördinator van de Dese- 
ret Industries werkte nauw samen met 
Richard, evenals zijn bisschop. Er werd 
een bankrekening geopend in zijn naam. 
Er werd een verstandige gezinsbegroting 
opgesteld en goedgekeurd. Doktersreke- 
ningen die er al meer dan een jaar lagen 
werden betaald. Een elektriciteitsreke- 
ning die er al tweeëneenhalve maand lag 
werd betaald op de dag dat de stroom 



zou worden afgesloten. Alle andere re- 
keningen werden langzamerhand vol- 
daan en voortaan op de juiste manier 
afgehandeld. 

Richards leven was aan 't veranderen. 
Hij had een gevoel van eigenwaarde en 
van richting. Begin juli van dit jaar 
kwam de bedrijfsleider van een grote 



„Wij moeten ons ervan 

verzekeren dat deze kolossale 

onderneming zich concentreert 

op ieder persoon — de gever 

en de ontvanger — opdat ieder 

van hen moge worden 

opgebouwd en geïnspireerd." 



wasserij bij de Deseret Industries. Hij 
zocht goede arbeidskrachten. Richard 
zou de kans krijgen om te solliciteren. 
Hij het weten dat hij heel erg tegen het 
sollicitatiegesprek opzag. De 

revalidatiecoördinator oefende keer op 
keer met hem. Richard maakte een goe- 
de indruk tijdens het gesprek en kreeg 
een baan. Een nieuw soort leven stond 
op het punt te beginnen. 
Toen Richard Deseret Industries verliet 
werd er een lunch voor hem gegeven. Bij 
deze gelegenheid werd de volgende op- 
name gemaakt: 

,, Broeders en zusters, ik heb goed en 
slecht nieuws voor u. Het goede nieuws 
is dat ik op de arbeidsmarkt werk heb 
gevonden waarmee ik meer geld ga ver- 
dienen dan ik van mijn leven verdiend 
heb. Voor het eerst zal ik in staat zijn om 
voor mijn gezin te zorgen zoals onze 
hemelse Vader dat van mij wil. Ik maak 
vooruitgang, en daar gaat het om in het 
leven. Het slechte nieuws, of hever, het 
verdrietige nieuws, is dat ik u ga verla- 



156 



ten. Ik hou van u allemaal met heel mijn 
hart. Ik ben heel dankbaar voor hetgeen 
Deseret Industries voor mij heeft ge- 
daan. Ik bid dat ieder van u even geluk- 
kig zal worden als ik dat hier ben ge- 
weest. Ik wil mijn bijzondere dank uit- 
spreken aan Jim Wilson en aan mijn 
bisschop, die beiden zoveel voor mij 
hebben gedaan. In de naam van Jezus 
Christus. Amen." 

Richard overtrof zijn eigen verwachtin- 
gen en die van zijn werkgever. Hij heeft 
onlangs promotie gemaakt en een be- 
hoorlijke opslag gekregen. Een ziel, een 
mensenleven, is gezegend — waarschijn- 
lijk zou niets anders teweeg hebben kun- 
nen brengen wat een bisschop en een 
revalidatiecoördinator van Deseret In- 
dustries teweegbrachten. 
En nu nog een voorbeeld. (Een aantal 
van de namen van personen en plaatsen 



zijn veranderd.) In maart 1978 ontving 
de familie Wilson, die in Idaho woont, 
een brief. Deze begon zo: ,, Lieve broeder 
en zuster Wilson, Even een paar regeltjes 
om te vragen hoe het met u gaat en u te 
laten weten hoe het met mij is." 
Dit briefje was geschreven door de La- 
manitische pleegdochter van de familie 
Wilson, Ceha Red Horse, waar ze enkele 
jaren niets van gehoord hadden. 
De kiem voor hun relatie was gelegd in 
1965 tijdens een toespraak van broeder 
Spencer W. Kimball, die toen een lid van 
het Quorum der Twaalf was. Broeder 
Wilson, die in die tijd bisschop was, was 
erg onder de indruk van een tekst uit het 
Boek van Mormon: „Toch zal Ik het 
hart der niet-Joden verzachten, zodat zij 
als een vader voor hen zullen zijn." (2 
Nephi 10 : 18.) Naarmate de vergade- 
ring vorderde werd broeder Wilsons 



De ouderlingen Petersen en McConkie 




157 




waar zij een bijzondere band mee heb- 
ben. Toen Celia's brief kwam, in 1978, 
waren er elf jaar voorbijgegaan. Het ei- 
gen gezin van de Wilsons was gegroeid 
en telde nu tien eigen kinderen en zij 
hadden de afgelopen twee jaar niet deel- 
genomen aan het huisves- 
tingsprogramma. Ik lees nu verder uit 
Celia's brief: 

„Op 't ogenblik werk ik als secretaresse 
... Ik leg zoveel mogelijk van mijn sala- 
ris opzij zodat ik mijn dochtertje in de 
kleren kan zetten voordat zij ergens bij 
een gezin wordt ondergebracht. 
Het is nu een jaar of tien sinds ik u 
allemaal heb gezien. Iedereen is natuur- 
lijk erg veranderd. Al de kinderen zullen 
intussen wel volwassen zijn en vertrok- 
ken . . . 

Ik heb een dochtertje. Zij heet Margaret. 
Ze is zeven en zal deze herfst bij een gezin 



158 



worden geplaatst. Zij wil het graag ... Ik 
heb haar alles over het programma ver- 
teld. Zij is haar hele leven nog nooit van 
huis geweest. 

Herinnert u zich mijn broer David? Wel, 
hij is al op zending geweest en studeert 
nu aan de Brigham Young Universiteit. 
Hij komt van de zomer naar huis om 
Margaret te dopen. In december was hij 
thuis voor de kerstvakantie en zegende 
bij die gelegenheid het dochtertje van 
mijn andere broer. Daarvoor heeft hij 
twee andere familieleden gedoopt. 
Hoe oud zijn Joy, Curt, Rhonda, Gary 
en Jenny nu? Ik kan ze mij allemaal nog 
zo goed herinneren — Joy met haar al- 
lergie, Curt met zijn accordeon, Rhonda 
met haar balletlessen, en hoe Gary als 
een klein kikvorsje in het zwembad 
rondspartelde. Ik zie Jenny met haar ro- 
de haar nog voor me. Ze moeten nu wel 
tieners zijn of nog ouder. Hoe maken ze 
't allemaal?" 

Celia vertelt in haar brief verder dat de 
problemen van de hedendaagse jeugd op 
het gebied van sterke drank en drugs in 
het reservaat even ernstig zijn als in de 
grote stad. Zij spreekt haar grote dank- 
baarheid uit voor de kerk en haar leer- 
stellingen, die de jonge mensen werkelijk 
helpen de fouten die hun leeftijdsgeno- 
ten maken te vermijden. Zij zegt ook dat 
haar familie door de leringen van de 
kerk veel hechter is en een grotere veilig- 
heid kent. Zij vertelt ons dat de meeste 
van haar kleine broertjes en zusjes dit 
jaar bij pleeggezinnen zullen worden on- 
dergebracht, en dan vraagt ze: 
„Doet u nog mee aan het 
huisvestingsprogramma? 
Schrijf mij alstublieft en vertel me al het 
nieuws. . . 

Nu kan ik beter stoppen. Zorg goed voor 
uzelf en moge de Heer u bij al uw recht- 
vaardige ondernemingen zegenen. Veel 
Hefs. . ." 
Terwijl broeder en zuster Wilson deze 



fijne brief van Celia lazen, kon broeder 
Wilson zich nog vaag iets voor de geest 
halen wat broeder Kimball twaalf jaar 
daarvoor in zijn toespraak had gezegd. 
,,Oudernng Kimball zei dat we geen suc- 
ces zouden merken in de eerste genera- 
tie, maar dat werkelijk succes in de twee- 
de, derde, of vierde generatie zou ko- 
men," herinnerde broeder Wilson zich. 
„Toen deze woorden mij weer helder 
voor de geest stonden, had ik het gevoel 
dat wij CeUa's dochtertje moesten uitno- 
digen om bij ons te komen wonen, want 
dat zou de tweede generatie van dezelfde 
familie in hetzelfde gezin zijn." 
Er werd navraag gedaan door middel 
van het huisvestingsprogramma of het 
mogelijk zou zijn Margaret onder te 
brengen bij de Wilsons. Toen Celia 
hoorde dat dit inderdaad kon, ,, belde ze 
ons gelijk op en vertelde, onder het ver- 
gieten van tranen van blijdschap, hoe 
geweldig zij het vond dat Margaret in het 
gezin mocht komen waar zij ook eens 
had gewoond," zei broeder Wilson. 
Margaret bracht het schooljaar 1978- 
1 979 bij de familie Wilson door en net als 
haar moeder destijds, gaf zij evenveel 
aan de Wilsons als zij van hen ontving. 
,,Zij is heel vrijgevig," zei zuster Wilson. 
,,Als iemand te kennen geeft dat hij een 
van haar bezittingen mooi vindt, dan zal 
Margaret het hem geven. Al onze kinde- 
ren krijgen zakgeld, en daar wij Marga- 
ret als een van hen beschouwen, krijgt 
ook zij zakgeld. 

Vorig jaar kerst kwam het idee naar vo- 
ren als gezin iets te ondernemen om een 
ander te helpen. Margaret had vrij veel 
van haar zakgeld opgespaard en gaf dit 
geld voor het gezinsproject. 
Ze helpt met de huishoudelijke karwei- 
tjes, net als alle andere leden van het 
gezin. Eén avond in de week heeft zij 
samen met Angela, die ook acht is, keu- 
kendienst. Daarnaast hebben ze nog an- 
dere taken in huis." 



159 



Broeder Wilson vertelde dat toen Mar- 
garet eerst bij hen kwam, zij een heel stil 
kind was dat zich niet erg goed uit kon 
drukken. Haar moeder, Celia, had de 
Wilsons verzocht Margaret te helpen zo- 
dat ze zou leren beter te bidden en haar 
gevoelens onder woorden te brengen. 
Nu „vraagt ze zelf om dé zegen te mogen 
vragen voor het eten of om voor te mo- 
gen gaan bij andere gebeden," vertelt 
broeder Wilson. ,,En wanneer zij bidt 
luisteren we allemaal heel goed, want zij 
heeft dikwijls hele goede gedachten." 
Toen het eind van het schooljaar in zicht 
kwam, nodigden de Wilsons CeHa uit 
om bij hen te komen logeren en het werd 
een hele bijzondere hereniging toen zij 
samen met haar dochtertje weer bij haar 
pleegouders was. Zij nam Margaret mee 
naar huis en besloot, in overleg met de 
familie Wilson, dat zij dit jaar thuis zou 
blijven en de school in het reservaat 
bezoeken. 



Deze ervaring is een voorbeeld van de 
zegeningen die gepaard gaan met geven 
en ontvangen. Deze gevoelens werden zo 
prachtig onder woorden gebracht door 
president J. Reuben Clark jr. op een bij- 
zondere vergadering voor ringpresiden- 
ten op 2 oktober 1936: 
„Het werkelijke doel op lange termijn 
van het welzijnsplan is het vormen van 
karakter bij de leden van de kerk, de 
gevers en de ontvangers, het redden van 
al het goede wat diep in hun hart opge- 
sloten ligt en het tot bloei laten komen en 
vrucht laten dragen van de verborgen 
rijkdommen van de geest, hetgeen ten 
slotte de zending, het doel en de bes- 
taansreden is van deze kerk." 
Het is mijn gebed, broeders en zusters, 
dat wij allen, als leiders en ouders, er 
steeds naar zullen streven de ene te ver- 
heffen, te veredelen en te zegenen door 
middel van de leringen van het evangeUe 
van Jezus Christus. In de naam van Je- 
zus Christus. Amen." D 




160 



De kerk regelen: 
Welzijnszorgzendelingen 
zijn een belangrijke 
hulpbron 



Ouderling James E. Faust 

van de Raad der Twaalf 




Dè Psalmist stelde de vraag, „Hoe zou- 
den wij des Heren lied zingen op vreem- 
de grond?" (Psalm 137 : 4.) In iedere tijd, 
ook de onze, is de boodschap des Heren 
naar landen gebracht die de boodschap- 
pers vreemd waren. Zij hebben de rege- 
ling nagestreefd van een Zion waar de 
Heer God is. 

Vanaf het begin van de geschiedenis van 
onze bedeUng heeft de Heer, door mid- 
del van de opeenvolgende openbaringen 
die nu opgetekend staan in de Leer en 
Verbonden, ernaar gestreefd zijn kerk te 
regelen, ,, regel op regel, en gebod op 
gebod; hier een weinig en daar een wei- 
nig; zij gaven ons vertroosting door te 
spreken over hetgeen zal komen, en ver- 
sterkten onze hoop." (LV 128:21.) 
Wij verzekeren u dat dit proces nog 
steeds voortgang vindt, en wij weten dat 
naarmate wij ons verder in de wereld 
begeven, waartoe de Heer ons heeft aan- 
gezet en hetgeen Hij ons heeft geboden, 
wij 't hoofd zullen moeten bieden aan 
bijzondere uitdagingen bij het regelen 
van de kerk des Heren. Honderden mil- 
joenen van de kinderen van onze hemel- 
se Vader staan tegenover armoede en 
analfabetisme en andere problemen — 
zowel materieel als geestelijk — die ons 
bevattingsvermogen haast te boven 
gaan. President Kimball heeft over der- 
gelijke mensen gezegd: ,, Geef deze men- 



sen aan ons en wij zullen hun ogen ope- 
nen voor een visioen van de eeuwigheid 
en hen tonen hoe zij. naar de sterren kun- 
nen reiken." (December 1974.) 
Wij onderkennen dat het proces van het 
regelen van de kerk van de Heer veel 
meer omvat dan het dopen van mensen. 
In het eerste hoofdstuk van het Boek 
Alma in het Boek van Mormon vinden 
we een leerzame reeks gebeurtenissen die 
aangeven hoe de kerk van de Heer wordt 
geregeld. Te beginnen met vers 26 lezen 
wij: ,,De priesters hun handwerk verlie- 
ten om het woord van God te verkondi- 
gen aan het volk, ... En wanneer de 
priester hun het woord Gods had mede- 
gedeeld, togen allen wederom ijverig aan 
de arbeid; ... en aldus waren zij allen 
gelijk, en zij arbeidden allen, iedereen 
volgens zijn krachten. 
En iedereen deelde mede van zijn goede- 
ren aan de armen, de behoeftigen, de 
zieken en de noodlijdenden naar hetgeen 
hij had; en zij droegen geen kostbare 
kleding; nochtans waren zij net en liefe- 
lijk." (Alma 1 : 26, 27.) 
Laten we goed nota nemen van deze 
gang van zaken: 

In de eerste plaats worden de leerstellin- 
gen onderwezen (zie vers 26). 
In de tweede plaats, achten de leden el- 
kander even hoog als zichzelf (zie vers 
26). 



161 



In de derde plaats, werken zij allemaal; 
zij arbeiden en verdienen hetgeen zij ont- 
vangen (zie vers 26). 
In de vierde plaats, delen zij mee van hun 
goederen aan de minder bedeelden; zij 
dienen elkander (zie vers 27). 
Ten vijfde, disciphneren zij hun begeer- 
ten en voorzien tegelijkertijd op de juiste 
manier in hun eigen behoeften (zie vers 
27). 

Luister nu naar de verklaring van de 
profeet: 

,,0p deze wijze regelden zij de zaken der 
kerk . . . 

En daar de kerk zo bestendig was, be- 
gonnen zij zeer rijk te worden en hadden 
een overvloed van alles, wat zij maar 
nodig hadden." (Alma 1 : 28, 29.) 
Deze geweldige verandering vond 
plaats, niet omdat de mensen dingen 
kregen, maar omdat zij onderwezen 
werden en begonnen zichzelf te helpen 
en te zorgen voor de minder voorspoedi- 
gen. Zodra zij van zichzelf gaven op de 
manier van de Heer, begonnen hun om- 
standigheden beter te worden. 
Dit proces van het regelen van de kerk 
kan overal van toepassing zijn. In die 
gebieden van de wereld, echter, waar de 
menselijke en andere hulpbronnen niet 
toereikend zijn, hebben de 
priesterschapsleiders wellicht behoefte 
aan wat technische kennis om hun leden 
te helpen in eigen behoeften te kunnen 
voorzien. Deze steun wordt op een 
grootse manier gegeven door een groep 
toegewijde mensen die over verschillen- 
de vaardigheden beschikken en wier 
voornaamste bediening is het aankwe- 
ken van praktisch dienstbetoon zoals 
Christus die zou geven. Zij worden wel- 
zijnszendehngen genoemd. Op dit mo- 
ment zijn er meer dan zevenhonderd van 
deze zendelingen, die in bijna zestig 
zendingsgebieden van de kerk over de 
gehele wereld de plaatselijke leiders hel- 
pen bij het regelen van de kerk. 



Een belangrijke taak van de welzij nszen- 
delingen is de plaatselijke priesterscha- 
psleiders te helpen bij het onderwijzen 
van de grondbeginselen van de welzijns- 
zorg. Onder leiding van de priesterschap 
kunnen zij de leden ook leren hoe zij hun 
manier van leven kunnen verbeteren. 
Hoewel wij niet overal voorraadschuren 
en produktieprojecten hebben, moeten 



„Zij die in aanmerking komen 

zijn echtparen en ongehuwde 

vrouwen" met „een beroeps- of 

vakopleiding" - en er is op 't 

ogenbhk vraag naar 

„vaardigheid in talen naast het 

Engels." 



wij er toch voor zorgen dat de funda- 
mentele welzijnsbeginselen tot in de 
kleinste gemeenten worden onderwezen 
en toegepast. Zes evangeliebeginselen 
staan centraal bij de welzijnszorg in de 
kerk: Hefde, dienstbetoon, arbeid, in ei- 
gen behoeften voorzien, rentmeester- 
schap en toewijding (wat het brengen 
van offers omvat). Deze beginselen on- 
dersteunen de andere primaire aspecten 
van de welzijnszorg, te weten de wet van 
de vasten, dienstbetoon en hefdedien- 
sten uitgaande van het quorum en de 
Zustershulpvereniging, persoonlijke en 
gezinsparaatheid en goed functioneren- 
de welzijnscomités. 

Deelnemen aan de activiteiten van fun- 
damentele welzijnszorg stelt de leden in 
de gelegenheid fundamentele evangelie- 
beginselen in hun leven op te nemen. 
Door, bijvoorbeeld, de wet van de vas- 
ten na te leven leren de leden liefde en 
onzelfzuchtigheid. Wanneer de huison- 
derwijzers een gezin helpen bij het repa- 



162 




reren van hun omheining, of wanneer 
ZHV-zusters een maaltijd klaarmaken 
voor een zieke buurvrouw, ervaren zij 
wat dienstbetoon werkelijk betekent. Bij 
het streven naar individuele en gezinspa- 
raatheid, leren de leden te werken en 
voor zichzelf te zorgen. Het plaatselijke 
welzij nscomité coördineert de taak van 
de kerk bij deze aspecten van fundamen- 
tele welzijnszorg. 

Onder leiding van hun zendingspresi- 
dent fungeren welzijnszendelingen als 
hulpbron voor de plaatselijke priester- 
schapsleiders die verantwoordelijk zijn 
voor het verzetten van het werk. Door 
gebruik te maken van hun ervaring en 
training, kunnen de welzijnszendelin- 
gen, als hulpbron voor de leiders en de 
leden, manieren aangeven waarop de le- 
den beter voor zichzelf kunnen zorgen. 
Op hun beurt kunnen deze leiders de 
leden helpen om een levenswijze in prak- 



tijk te gaan brengen waarbij het evange- 
Ue centraal staat. 

Welzijnszendelingen zijn er dus niet al- 
leen om welzijnsbeginselen te onderwij- 
zen en op te volgen; zij vormen een heel 
belangrijk onderdeel van het proces van 
het regelen der kerk. 
Ouderhng L. Tom Perry kwam verleden 
maand terug uit Tonga en bracht het 
volgende rapport uit: 
„Ik was ook buitengewoon onder de in- 
druk van de echtparen die fungeren als 
welzijnszendelingen in Tonga. Ik sluit 
een foto bij van broeder en zuster Duane 
C. Thorn bij een aantal ovens van plaa- 
tijzer die hij heeft gebouwd. Broeder 
Thorn heeft over de honderd van deze 
ovens gemaakt en zijn echtgenote heeft 
de vrouwen geleerd hoe zij deze moeten 
gebruiken boven een gelijkmatig vuurtje 
om brood te bakken. Voor vele van deze 
gezinnen is het de eerste keer dat zij be- 



163 




schikken over een voorziening waarmee 
zij kunnen bakken. Broeder Thorn heeft 
ook grote tobben gemaakt waarin zij 
hun was kunnen doen, waardoor zij hun 
hygiëne kunnen verbeteren. 
Nog een ander echtpaar, Spencer gehe- 
ten, heeft voortreffeUjk werk verzet bij 
het verbeteren van de oogst op de boer- 
derijen van Tonga. Broeder Spencer 
heeft verschillende machines ontworpen 
en de plaatselijke bevolking geleerd ze te 
gebruiken, waaronder een tapastofma- 
chine, die hen vele uren zware arbeid 
heeft bespaard. Deze machine heeft ook 
de aandacht getrokken van de koning, 
met het gevolg dat broeder Spencer een 
goede, persoonlijke vriend van hem is 
geworden. Een maand lang reisde hij 
zelfs als gast van de koning met hem en 
zijn gezelschap naar al de eilanden voor 
een agrarische jaarmarkt. 
Deze beide echtparen komen binnen en- 
kele weken naar huis." 



Broeder Spencer heeft anderen opgeleid 
zodat deze vaardigheden kunnen wor- 
den voortgezet. Alle hulp die gegeven 
wordt moet verstrekt worden op de ma- 
nier van de Heer onder leiding van de 
priesterschap, zoals wij lezen dat het ge- 
beurde in de tijd van Alma. Wij hebben 
een praktische godsdienst, gebaseerd op 
het evangelie van werk, dat zowel het 
lichaam als de geest verheft en voorspoe- 
dig maakt. 

De arbeid van de welzijnszendelingen is 
een arbeid die steeds voortgang moet 
vinden. Laat mij derhalve een aantal be- 
langrijke punten met u doornemen: 
Ten eerste, zij die in aanmerking komen 
om als welzijnszendeHngen te arbeiden 
zijn ook echtparen en ongehuwde vrou- 
wen die voldoen aan de normale vereis- 
ten voor het zendingswerk. 
Ten tweede dienen zij een beroeps- of 
vakopleiding te hebben ontvangen en er- 
varing te hebben met het oplossen van 



1«4 



praktische problemen. Wij hebben be- 
hoefte aan vakkundige zendelingen 
zoals onder andere maatschappelijk 
werk(st)ers, agrariërs, raadgevers bij de 
beroepskeuze, vaklieden, huishoudkun- 
digen en verpleegkundigen. 
Ten derde, dienen bisschoppen of ring- 
presidenten erop toe te zien dat echtpa- 
ren of ongehuwde zusters met een oplei- 
ding een kort overzicht toevoegen aan 
hun zendingsaanvraag waarin zij hun 
opleiding, hun ervaring, en hun hobby's 
of andere talenten vermelden. U dient te 
weten dat er op 't ogenblik vraag is naar 
echtparen die vreemde talen spreken. De 
grootste behoefte is aan mensen die 
Spaans spreken. 

Ten vierde, om welzijnszendelingen te 
krijgen, moeten de priesterschapsleiders 
materiële problemen onder hun leden 
identificeren die niet door middel van 
plaatselijke hulpbronnen kunnen wor- 
den opgelost. Zij maken bekend welke 
specifieke hulp zij willen hebben van de 
welzijnszendelingen en overleggen ver- 
volgens met hun regionale verte- 
genwoordiger en zendingspresident. 
Wanneer zij worden goedgekeurd door 
de uitvoerend bestuurder worden zij 
doorgestuurd naar de afdeling zendings- 
werk. Zendehngen met bijzondere vaar- 
digheden worden dan ingedeeld om aan 
de aangeduide behoeften tegemoet te 
komen. 

Ten vijfde, is het welzijnssysteem van de 
kerk ontworpen om het karakter te vor- 
men en de mensen te leren zichzelf te 
helpen. De kerk moet zich steeds bewust 
zijn van de noodzaak om mensen mate- 
rieel en geestelijk te verheffen. Het 
klinkt paradoxaal, maar de beste manier 
on iemand in nood te helpen, is door hen 
in de gelegenheid te stellen anderen te 
helpen. 

Een sleutelfiguur bij het waarborgen dat 
dit gebeurt is de uitvoerend bestuurder. 
Het is zijn verantwoordelijkheid regel- 



matig de vorderingen van het werk van 
de welzijnszendelingen door te nemen 
met de regionale vertegenwoordigers die 
de ring- en zendingspresidenten ver- 
tegenwoordigen, en met de andere lei- 
ders die verantwoordelijk zijn voor ma- 
teriële zaken in de gebiedsraad. In deze 
raadsvergadering kan het werk van de 
welzijnszendelingen worden opgenomen 
in het basisplan voor het gebied ten aan- 
zien van de welzijnszorg. Deze geplande, 
verenigde aanpak zal zorgen voor orde 
en bestendigheid naarmate wij voort- 
gaan met het regelen van de kerk. 
Wij hebben talrijke getuigschriften ont- 
vangen van priesterschapsleiders die de 
voordelen van deze waardevolle hulp- 
bron hebben ondervonden. Een ge- 
meentepresident schrijft: 
„Ik weet dat ik mettertijd geen welzijns- 
zendelingen meer nodig zal hebben, 
want ik zal met de dag meer zelfvertrou- 
wen krijgen. Ik moet de Heer om leiding 
vragen en op Hem vertrouwen. 
Ik weet dat de beginselen van de wel- 
zijnszorg altijd hebben bestaan. Wij heb- 
ben er alleen niet de juiste aandacht aan 
besteed." (Angel Majia Ruiz, president 
van de gemeente Huacho, Peru Lima 
North Mission.) 

Verder hebben de geestdrift en het zelf- 
vertrouwen die de plaatselijke leiders 
hebben opgedaan natuurlijk een uitwer- 
king gehad op het zendingswerk. Naar- 
mate de leden de weldaden ervaren van 
fundamentele welzijnsactiviteiten in hun 
leven, krijgen zij het verlangen hun zege- 
ningen met anderen te delen. 
In het kleine gehucht Ubon, in Thailand, 
kreeg de famihe Tan, die lid is van de 
kerk, onlangs te kampen met op het oog 
welhaast onoverkomelijke problemen. 
De vader was zijn baan kwijtgeraakt, ze 
hadden geen geld, de kinderen waren 
ziek en ondervoed. En men was bezig 
hen te dwingen hun nederige woninkje 
weg te halen van de overheidsgrond 



165 



waar het op stond, en ze konden nergens 
heen. 

Op dit moment kwam een geweldige 
priesterschapsleider, die de welzijnszen- 
delingen als hulpbron had gebruikt, tus- 
senbeide en wendde af wat anders een 
tragische situatie had kunnen zijn. On- 
der zijn leiding, en met de hulp van alle 
gemeenteleden, werd er voor een stukje 
grond gezorgd, waarna het huisje van de 
familie Tan werd afgebroken, vervoerd 
en herbouwd. Broeder Tan begon de 
grond te bebouwen en kreeg een tuin- 
bouwbedrijf van de grond dat het nu 
heel goed doet. Wat ingespannen arbeid, 
toewijding en liefde van de plaatselijke 
leiders en leden, toegevoegd aan de sug- 
gesties van de welzijnszendelingen, zorg- 
den voor een wonder voor één gezin en 




een zeer leerzame en opbouwende erva- 
ring voor een hele gemeente. 
Tot u echtparen en ongehuwde zusters 
die in de toekomst misschien willen hel- 
pen, zeggen wij: 
Bereid u beroepsmatig voor. 
Studeer een taal. Het zal nuttig zijn, zelfs 
al wordt u niet geroepen naar het gebied 
waar die taal gesproken wordt. 
Werk en zorg dat uw persoonlijke aan- 
gelegenheden in orde zijn zodat u in aan- 
merking komt voor een dergelijke 
roeping. 

Tegen de bisschoppen en ringpresiden- 
ten die presideren over hen die waardig 
en in staat zijn om te dienen, zeggen wij: 
Nodig hen uit om zich voor te bereiden 
en werf hun talenten als welzijnszende- 
lingen bij deze grote onderneming om de 
kerk te regelen. 

Vergroot uw inspanningen bij het inter- 
viewen en aanbevelen van hen die door 
de profeet van God tot de dienst des 
Heren kunnen worden geroepen. 
Tegen uitvoerend bestuurders, ringpre- 
sidenten en zendingspresidenten, en ma- 
teriële leiders in gebieden waar de be- 
hoefte het rechtvaardigen: zeggen wij: 
Wees u bewust van de waardevolle hulp- 
bron die de welzijnszendelingen voor 
ons vormen. 

Bepaal die materiële uitdagingen die de 
geestelijke welvaart van uw leden in de 
weg staan, en ga systematisch te werk 
om hen te helpen manieren te vinden 
waarop zij die struikelblokken kunnen 
overwinnen en een vol leven gelijkend op 
dat van Christus kunnen leiden. 
Moge de Heer ons allen zegenen bij ons 
streven de kerk te regelen. Moge wij le- 
ren des Heren lied te zingen op vreemde 
grond en de minder fortuinlijken helpen 
,,hun ogen te openen voor een visioen 
van de eeuwigheid en hen tonen hoe zij 
naar de sterren kunnen reiken," (Spen- 
cer W. Kimball, december 1974), bid ik 
in de naam van Jezus Christus. Amen. 

D 



166 




De rol van de 
bisschop in het 
welzijnsprogramma 
van de kerk 



door president Marion G. Romney 

Tweede raadgever in het Eerste Presidium 



Geliefde broeders en zusters, ik heb va- 
nochtend de verantwoordeHjkheid de 
rol van de bisschop in het welzijnspro- 
gramma van de kerk met u te bespreken. 
Ik zal het ten eerste hebben over de alge- 
mene opdrachten die in de hedendaagse 
openbaringen en door de profeten van 
deze tijd worden gegeven met betrekking 
tot de zorg voor de armen; ten tweede, 
over de manier waarop de bisschoppen 
voor de armen dienen te zorgen; en, ten 
derde, wat de leden van de kerk kunnen 
en behoren te doen om de bisschop te 
helpen bij het zorgen voor de armen. 

De rol van de bisschoppen zoals 
geopenbaard in de hedendaagse 
Schriftuur 

Reeds heel vroeg in deze bedeling zette 
de Heer in talrijke openbaringen het 
ambt en de plicht van de bisschop uiteen. 
Tussen afdeling 20 en afdeUng 124, ge- 
ven drieëntwintig verschillende afdelin- 
gen van de Leer en Verbonden inzicht in 
deze belangrijke materie. Zoals zij oor- 
spronkelijk werden gegeven, kunnen de 
opdrachten met betrekking tot het ambt 
worden samengevat in vier 
hoofdonderdelen. 

Ten eerste, moest de bisschop de toege- 
wijde eigendommen van de heiUgen in 
ontvangst nemen en hun erflanden aan 
hen toewijzen (zie LV 42 : 31-34, 71-73; 



51 : 13; 58 : 35; 72 : 2-6; 78; 82; 85 : 1). 
Ten tweede, moest de bisschop een rech- 
ter zijn voor hét volk, waarbij hij hun 
reputatie in de kerk zowel als hun mate- 
riële behoeften moest beoordelen wan- 
neer zij aanspraak konden maken op de 
hulp van de kerk (zie LV 42 : 80-82; 58 : 
17, 18; 72 : 17; 107 : 72). 
Ten derde, moest de bisschop de armen 
naar hun behoeften, zowel materieel als 
geestelijk, bijstaan (zie LV 38 : 35; 42 : 
33-35, 39, 71; 70 : 7, 8). 
Ten vierde, moest de bisschop optreden 
als zaakwaarnemer voor de kerk en alle 
wereldlijke zaken afhandelen die hem 
door de Heer middels het Eerste Presi- 
dium waren opgedragen (zie LV 51 : 13, 
14; 84 : 112, 113; 107 : 68, 71, 72). 
Naarmate dat de kerk groeide en de hei- 
hgen toenamen in ervaring, maakte de 
Heer onderscheid tussen de verantwoor- 
delijkheden van de presiderende bis- 
schop en die van de plaatselijke bis- 
schoppen. Heden ten dage zult u in de 
verschillende handboeken van de pries- 
terschap vier hoofdcategorieën van 
plichten aantreffen die de plaatselijke 
bisschoppen zijn opgedragen. Behalve 
die plichten die alleen neerkomen op de 
Presiderende Bisschap van de kerk en 
degenen die buiten werking werden ges- 
teld toen de formele wet van toewijding 
werd opgeschort, is de rol van de bis- 



167 



schop in deze tijd in wezen dezelfde als 
werd omschreven in deze vroege open- 
baringen. Wel zijn de bisschoppen ver- 
dere verantwoordelijkheden gegeven 
voor de jeugd en als presiderende hoge- 
priester van de wijk. Van alle opdrach- 
ten van de bisschop, echter, is geen enke- 
le belangrijker dan de zorg voor de 
armen. 

Er is slechts één rechter in iedere wijk, 
slechts één man die gemachtigd is om de 
behoeften van het volk waar te nemen, 
slechts één priesterschapsdrager die als 
vertegenwoordiger van de Heer optreedt 
om de zwakke knieën te sterken en de 
slap neerhangende handen te onder- 
steunen (zie LV 81 : 5). De meest na- 
drukkelijke en duidelijke samenvatting 
van de opdracht van de bisschop om 
voor de armen te zorgen werd wellicht 
gegeven door president J. Reuben Clark 
toen hij zei: 

„Aan de bisschop worden alle gezag en 
verantwoordelijkheden gegeven die de 
Heer nadrukkelijk heeft voorgeschreven 
in de Leer en Verbonden voor de zorg 
voor de armen, hem worden de financië- 
le middelen gegeven die daarvoor nodig 
zijn, en hem worden de gaven en functie 
geschonken die nodig zijn om deze taak 
uit te voeren. Niemand anders is deze 
plicht en verantwoordelijkheid opgedra- 
gen, niemand anders is begiftigd met het 
gezag en de functies die voor dit werk 
nodig zijn. 

. . . Aldus , volgens het woord van de 
Heer, zetelt het uitsluitende mandaat 
om voor de armen van de kerk te zorgen, 
alsmede het uitsluitende oordeel daaro- 
ver, in de bisschop, en tenzij hij overtre- 
dingen begaat, kan niemand zijn optre- 
den in twijfel trekken. Het is zijn plicht, 
en alleen de zijne, om te bepalen aan wie, 
wanneer, hoe en hoeveel hulp zal wor- 
den gegeven aan enig lid van zijn wijk uit 
de middelen van de kerk en als hulp van 
de wijk. 



Dit is zijn grote en plechtige taak, die 
hem door de Heer zelf is opgelegd. De 
bisschop kan niet aan deze plicht ontko- 
men; hij kan zich er niet van afmaken; 
hij kan haar niet op een ander afschuiven 
en zich ervan ontheffen. Welke hulp hij 
ook inroept, hij blijft verantwoorde- 
lijk.'" (Uit een niet-gepubhceerd artikel. 



„Van alle opdrachten van de 

bisschop, echter, is geen enkele 

belangrijker dan de zorg voor 

de armen." 



geschiedkundige afdeling van de kerk, 
Salt Lake City, 9 juh 1941, blz. 3, 4; 
cursivering toegevoegd.) 
Deze uitspraak is gebaseerd op het 
woord des Heren zoals opgetekend in de 
Leer en Verbonden, getuige de volgende 
aanhahngen. 

Uit afdehng 42: ,,De bisschop . . . zal . . . 
geven aan hen, die niet hebben." (LV 42 : 
33.) 

Uit afdehng 72: „Voorwaar, het woord 
des Heren, dat, te zamen met de wet, die 
is gegeven, de plicht bekendmaakt van 
de bisschop, die in dit gedeelte van de 
wijngaard over de kerk is aangesteld, 
welke waarlijk is: 

Om des Heren voorraadschuur te behe- 
ren, en om de fondsen der kerk in dit 
gedeelte van de wijngaard te ontvangen; 
Om een rekening van de ouderlingen bij 
te houden, zoals eerder is geboden, en in 
hun behoeften te voorzien." LV 72 : 9- 
11.) 

Uit afdeling 84: De ,, bisschop . . . moet 
rondreizen en alle gemeenten langs gaan 
en navraag naar de armen doen om in 
hun behoeften te voorzien door de rijken 
en de trotsen te verootmoedigen." (LV 
84 : 112.) 



1( 



En tenslotte uit afdeling 107: „Het ambt 
van bisschop is om in alle tijdelijke aan- 
gelegenheden te bedienen; . . . wanneer 
hij door de Geest der waarheid kennis 
hiervan heeft." (LV 107 : 68, 71.) 
Ik hoop dat een ieder van u, bisschoppen 
en ringpresidenten die bisschoppen 
opleiden, het woord des Heren met be- 
trekking tot de heilige roeping van bis- 
schop zullen bestuderen en leren kennen. 
Het welslagen van het welzijnssysteem 
van de kerk hangt af van de doeltref- 
fendheid waarmee de bisschoppen hun 
taak uitvoeren. De manier waarop hulp 
daadwerkelijk wordt gegeven aan de be- 
hoeftigen bepaalt het welslagen of mi- 
slukken van de welzijnszorg. In weerwil 




van alle hulp die u ter beschikking wordt 
gesteld door zowel de geestelijke als de 
materiële lijn, moeten u, de bisschoppen 
uiteindelijk zelf voor uw kudde zorgen. 
Wa: een grote verantwoordelijkheid en 
welk een geweldige gelegenheid om te 
dienen zoals Christus diende! 

Hoe bisschoppen dienen 
te zorgen voor de armen 

Hoe verricht een goede, zorgzame bis- 
schop deze heilige taak? Hij moet enkele 
fundamentele dingen doen die vanaf het 
begin zijn onderwezen. 
Ten eerste, dient iedere bisschop op de 
hoogte te zijn van de algemene toestand 
van de leden van zijn wijk. Dit verneemt 
hij door middel van eigen waarneming, 
door rapporten van de huisonderwijzers 
en huisbezoeksters, door interviews, en 
door de influisteringen van de Geest. De 
kennis die de bisschop heeft van zijn le- 
den behoren het gevolg te zijn van het 
opvolgen van de raad van de Heer om 
navraag te doen naar de armen. 
De tweede stap in het hulpproces is eva- 
luatie. Er dient een intelligente studie te 
worden gemaakt van de omstandighe- 
den van de persoon of het gezin dat hulp 
nodig heeft. Een formulier ter analyse- 
ring van de behoeften en hulpbronnen 
wordt verschaft door de afdeling wel- 
zijnszorg om deze evaluatie te vereen- 
voudigen. De behoefte kan ontstaan 
door allerlei omstandigheden zoals let- 
sel, ziekte, werkloosheid, gebrek aan 
opleiding, slecht beheer of lichamelijke 
of geestelijke gebreken. Zonder te letten 
op het soort of de omvang van de pro- 
blemen, moet de bisschop de oorzaak 
van de moeilijkheden ontdekken, hoe 
ernstig deze is, en wie hulp kan bieden bij 
het opheffen ervan. 

In de meeste gevallen zal de bisschop de 
hulp willen hebben van de ZHV- 
presidente van de wijk bij deze studie. Zij 
dient een rapport en een aanbeveling op 



169 



te stellen om de bisschop te helpen bij 
zijn overwegingen. Met alle ter zake 
doende feiten bij de hand, dient de bis- 
schop, in zijn capaciteit van rechter, te 
beslissen welke hulp moet worden 
geboden. 

Ten derde, dient de bisschop te beraad- 
slagen met de persoon of het gezin in 
kwestie. 

Hij dient op een tactvolle en vriendelijke 
manier de beoordeUng van de situatie te 
verifiëren. Onderwijl dient hij de grond- 
beginselen van hulp door de welzijns- 
zorg van de kerk, waaronder het zichzelf 
helpen, het helpen door de familie en de 
verantwoordelijkheid van de kerk, te on- 
derwijzen. Op een gepaste wijze dient de 
bisschop vast te stellen of zij die direct by 
de zaak betrokken zijn alles hebben ge- 
daan wat redelijkerwijs kan worden ver- 
wacht dat zij voor zichzelf doen. Hieron- 
der valt het zich ervan vergewissen of 
andere leden van het gezin en familiele- 
den het hunne hebben gedaan om te 
helpen. 

Tenslotte, zoals geleid door de Geest, 
dient de bisschop de nodige hulp te geven. 
Daarbij legt hij de aard en de omvang 
van de kerkelijke hulpbronnen uit die als 
tijdelijke hulp zullen worden gegeven. 
Dit kan hulp in contanten uit de vasten- 
gaven omvatten; levensmiddelen, kle- 
ding enzovoort uit de voorraadschuur; 
of artikelen van de Deseret Industries. 
Bepaalde problemen vergen misschien 
de diensten van het arbeidssysteem of 
van de afdeling maatschappelijk dienst- 
betoon van de kerk. Deze goederen en 
diensten moeten natuurlijk officieel 
worden geautoriseerd door middel van 
een door de bisschop ondertekende op- 
dracht, die hijzelf of de ZHV-presidente 
heeft klaargemaakt. 
Bij het autoriseren van hulp heeft de bis- 
schop, als rechter in Israël de verdere 
verantwoordelijkheid om te bepalen 
welke arbeid of diensten moeten worden 



verricht door de ontvangers. Dit stelt 
hen in de gelegenheid hun waardigheid 
en zelfrespect te bewaren en tevens deel 
te nemen aan het proces van het voort- 
brengen van de hulpbronnen waar zij en 
anderen gebruik van zullen maken. Bis- 
schoppen moeten steeds waakzaam zijn 
ten opzichte van dit punt: het werken 
van de ontvangers voor de hulp die hen 
gegeven wordt. Wij moeten ervoor zor- 
gen dat het programma van de Heer niet 
een systeem wordt van iets verkrijgen 
zonder tegenprestatie, want „de luiaard 
zal geen plaats hebben in de kerk, tenzij 
hij zich bekeert en zijn wegen verbetert" 
(LV 75 : 29). Wanneer iemand weigert 
zijn aandeel te leveren door naar vermo- 
gen te werken, heeft de bisschop het 
recht de hulp op te schorten totdat de 
houding van de toekomstige ontvanger 
veranderd is. 

Nadat hij het onmiddellijke probleem 
heeft opgelost, kwijt de bisschop zich 
van zijn laatste plicht door, samen met 
het welzijnscomité van de wijk een reva- 
lidatieplan uit te werken en uit te voeren. 
Hiermee bedoelen wij het afrekenen met 
de oorzaak van het probleem zodat de 
persoon of het gezin weer in eigen be- 
hoeften zal kunnen voorzien. Deze reva- 
liderende handeling kan van korte duur 
en eenvoudig zijn, zoals de kostwinner 
helpen nieuw werk te vinden. Soms ver- 
gen ernstige ongelukken of moeilijkhe- 
den een langdurig revalidatieproces. In 
deze gevallen dient het priesterschaps- 
quorum waaronder de persoon valt het 
initiatief te nemen en de stuwkracht te 
verschaffen voor het plannen en uitvoe- 
ren van de revalidatie. 
Zoals in verschillende successievelijke 
handboeken voor de welzijnszorg wordt 
vermeld: ,,Bij zijn wereldlijke bedienin- 
gen beschouwt de bisschop iedere be- 
hoeftige die gezond van lijf en leden is als 
een zuiver tijdelijk probleem, waarvoor 
hij zorgt totdat hij in staat is voor zich- 



170 




zelf te zorgen. Het priesterschapsquo- 
rum moet zijn behoeftige lid als een pro- 
bleem van langere duur beschouwen tot- 
dat niet alleen zijn materiële maar ook 
zijn geestelijke noden gelenigd zijn. Als 
concreet voorbeeld kunnen we het geval 
nemen van een bisschop die hulp biedt 
aan een vakman terwijl deze werkloos en 
behoeftig is; een priesterschapsquorum 
helpt hem bij het vinden van werk en om 
weer zelfstandig te worden en actief op 
het gebied van zijn priester- 
schapsplichten. Bij de welzijnszorg van 
de kerk is de geestelijke revalidatie van 
quorumleden en hun gezin de eerste 
verantwoordelijkheid van quorums die 
als een quorum fungeren." (Welfare 
Plan of The Church of Jesus Christ of 
Latter-day Saints: Handbook of Ins- 
tructions, 1952, blz. 20.) 
Alle bisschoppen dienen te beseffen dat 
zij alleen dan werkelijk zullen slagen in 



het verheffen van levens wanneer zij deze 
beginselen toepassen in de geest waarin 
zij worden gegeven. Zoals president 
Clark ons zo dikwijls voorhield, ,,De re- 
gel van de bisschop bij deze zaken, is de 
regel van de priesterschap - een regel van 
vriendelijkheid, barmhartigheid, liefde, 
(en) gerechtigheid." (J. Reuben Clark 
jr., ongepubliceerd artikel, geschiedkun- 
dige afdeling van de kerk, 9 juli 1941, 
blz. 13.) 

Wanneer bisschoppen problemen en uit- 
dagingen op welzijnsgebied benaderen 
met een gebed in hun hart en geleid door 
een geest van vriendelijkheid en edel- 
moedigheid, en waarlijk bereid zijn alles 
te geven wat nodig is, dan weet ik zeker 
dat deze geest zal worden overgedragen 
op de ontvangers en dat zij als zodanig 
dezelfde geest zullen voelen. Zij zullen 
weten dat hetgeen zij ontvangen hen is 
gegeven onder de inspiratie van de Heer. 



171 




Ik ben er volkomen van overtuigd dat de 
Heer hun hart zal beroeren opdat zij 
waardige ontvangers zullen zijn en het 
verlangen zullen hebben al het mogelijke 
te doen om hetgeen hen wordt gegeven 
werkelijk te verdienen. Ik ben ervan 
overtuigd dat het niet te veel is om te 
geloven dat bisschoppen een verlangen 
in hun hart hebben om alles te geven wat 
nodig is, en soms zelfs meer, en dat tege- 
lijkertijd onze mensen de ware christelij- 
ke geest kunnen bezitten die hen ertoe 
aanzet minder te aanvaarden dan hun 
goede bisschop bereid is te geven. Dit 
zeg ik niet zo maar. Ik geloof hier werke- 
lijk in. 

Met dit soort geest om u te leiden, bis- 
schoppen, zult u in staat zijn door mid- 
del van openbaring heel zeker de ant- 
woorden te vinden op de zo dikwijls ges- 
telde vragen van, Wie moet ik helpen? 
Hoeveel hulp moet ik geven? Hoe di- 
kwijls en hoe lang moet ik helpen? Er zal 
nooit een vaste regel worden gegeven in 
antwoord op deze vragen. Als rechter in 
Israël moet u zo leven dat u waardig bent 
om voor ieder apart geval een antwoord 
te verkrijgen uit de enige bron die daar- 



voor gegeven is — inspiratie uit de 
hemel. 

Hoewel wij ons steeds tot de bisschop- 
pen hebben gericht, dienen wij te beden- 
ken dat wij ook gemeentepresidenten 
hebben die dezelfde verant- 
woordelijkheid hebben om over de ar- 
men en behoeftigen te waken als de bis- 
schoppen in georganiseerde wijken. 
Vanaf de aanvang van het programma 
hebben onze gemeentepresidenten, hoe- 
wel zij niet over het volledige welzijn- 
sprogramma beschikten, toch de verant- 
woordelijkheid gehad om de armen en 
behoeftigen te zegenen en om in hun 
noden te voorzien. 

Wat betreft de plicht van de leden van de 
kerk om onze bisschoppen en gemeente- 
presidenten bij te staan in hun zorg voor 
de armen, herinner ik ons allemaal 
eraan, dat wij met het aanvaarden van 
de doop de Heer beloofden te helpen 
zorgen voor de middelen waaruit de bis- 
schoppen moeten putten. Deze midde- 
len omvatten de vastengaven (en deze 
dienen royaal gegeven te worden), ar- 
beidsuren op de verschillende bedrijven, 
vrijwillig dienstbetoon, Deseret Indus- 
tries, welzijnszorg en andere bijdragen. 
Moge ieder van ons — leiders en leden, 
gevers en ontvangers — een volledig in- 
zicht krijgen in de beginselen en metho- 
den van het welzijnsplan en deze ten vol- 
le toepassen om ons voor te bereiden op 
het bouwen van Zion in deze, de bede- 
ling van de volheid der tijden, waarvan 
de Heer in afdeling 82 van de Leer en 
Verbonden zei: ,,Want Zion moet in 
schoonheid en in heiligheid toenemen, 
haar grenzen moeten worden uitgebreid, 
haar ringen moeten worden versterkt, 
ja, voorwaar zeg Ik u: Zion moet verrij- 
zen en haar prachtgewaden aantrekken. 
Daarom geef Ik u dit gebod, dat gij door 
dit verbond verbindt, en het moet over- 
eenkomstig de wetten des Heren worden 
gedaan. 



172 



Ziet, hierin ligt eveneens Mijn wijsheid 
voor uw welzijn. 

En gij moet gelijk zijn, of met andere 
woorden, gij behoort gelijke aanspraken 
op de eigendommen te hebben, hetgeen 
de regehng der aangelegenheden van uw 
rentmeesterschappen ten goede zal ko- 
men, en wel een ieder overeenkomstig 
zijn behoeften en noden, voor zoverre 
zijn behoeften gerechtvaardigd zijn — 
En dit alles voor het welzijn van de kerk 
van de levende God, opdat een ieder zijn 
talent moge verbeteren, en andere talen- 
ten moge verwerven, ja, zelfs honderd- 



voudig, om in des Heren schathuis te 
worden gebracht en het algemeen eigen- 
dom der gehele kerk te worden. 
Waarbij een ieder het belang van zijn 
naaste betracht, en alle dingen doet met 
het oog alleen gericht op de ere Gods. 
Deze orde heb Ik aangewezen om voor 
u, en voor uw opvolgers, een eeuwige 
orde te zijn, voor zoverre gij niet zon- 
digt." (LV 82 : 14-20.) 
Dat wij voorwaarts mogen streven naar 
deze vervulling, bid ik nederig in de 
naam van Jezus Christus. Amen. D 




173 



toespraken op de 
haardvuuravond ■ 
voor de zusters 



De volgende vier toespraken werden gehouden ter gelegenheid van een haardvuuravond voor de zusters op vrijdag 
15 september in de Tabernakel te Salt Lake City. De zusters van de kerk vanaf twaalf jaar kwamen op 1500 
vergaderplaatsen bij elkaar om te luisteren naar boodschappen van president Spencer W. Kimball; zuster 
Barbara B. Smith, algemeen presidente van de Zustershulpvereniging; zuster Elaine Cannon, algemeen presi- 
dente van de Jonge- Vrouwen; en zuster Naomi Shumway, algemeen presidente van het Jeugdwerk. Daar 
president Kimball ten tijde van de conferentie in het ziekenhuis lag, werd zijn boodschap voorgelezen door zijn 
echtgenote, zuster Camilla E. Kimball. Vertalingen van de toespraken werden opgenomen en in de 
desbetreffende talen naar de zusters van de kerk gestuurd die in de niet-Engelssprekende gebieden van de kerk 
wonen. Banden van de conferentie werden naar alle gebieden gestuurd waarvoor geen directe lijnverbindingen 
mogelijk waren. 




De rol van 
rechtschapen vrouwen 



president Spencer W. Kimball 

Voorgelezen door zijn echtgenote, 
zuster Camilla Kimball 



Lieve zusters: Maandenlang heb ik er 
naar uitgekeken met u, mijn geliefde 
zusters, weer te vergaderen in een we- 
reldconferentie van de vrouwen van De 
Kerk van Jezus Christus van de Heiligen 
der Laatste Dagen. Helaas lig ik in het 
ziekenhuis hier in Salt Lake City en zal 
ik niet persoonlijk bij u kunnen zijn, 
maar in de geest ben ik het wel. Ik zal 
zelfs vanuit mijn kamer hier in het zie- 



kenhuis kijken en luisteren naar uw 
vergadering. 

De raad die u op onze vergadering verle- 
den jaar werd gegeven is nog steeds van 
toepassing. ledere keer dat ik nadenk 
over de heerlijke waarheden van het 
evangelie, en dat is dikwijls, vraag ik mij 
af of wij hetgeen daarin opgesloten Ugt 
en eruit volgt zelfs maar beginnen te 
beseffen. 



174 



Laten we met enkele voorbeelden 
beginnen. 

De Schriften en de profeten .hebben ons 
duidelijk geleerd dat er bij God, wiens 
rechtvaardigheid volmaakt is, ,,geen 
aanneming des persoons is" (Handelin- 
gen 10 : 34); Wij weten ook dat God 
volmaakt is in zijn liefde voor ieder van 
ons als zijn geestelijke kinderen. Wan- 
neer wij, mijn zusters en medewerksters 
in deze goddelijke zaak, deze waarheden 
kennen, dient dit ons tot grote steun te 
zijn naarmate wij in de wereld veel min- 
der dan volmaakte liefde en volmaakte 
gerechtigheid ondervinden. Wanneer 
wij, in dit korte tijdsbestek, op een onge- 
voelige en tactloze manier door anderen, 
door onvolmaakte mannen en vrouwen, 
worden behandeld, kan dit ons nog 
steeds pijn doen, maar die pijn en die 
teleurstelling vormen niet het gehele le- 
ven. De wegen van de wereld zullen niet 
triomferen, want de wegen van God zul- 
len zegevieren. 

Als zijn geestelijke kinderen waren wij 
volkomen gelijk aan elkander. Als ont- 
vangers van Gods volmaakte liefde voor 
ieder van ons zijn wij ook gelijk. Wijlen 
ouderhng John A. Widtsoe schreef: 
,.Dc plaats van de vrouw in de kerk is 
aan de zijde van de man, niet vóór hem 
en evenmin achter hem. In de kerk be- 
staat volledige gelijkheid tussen man en 
vrouw. Het evangelie, wat de enige zaak 
is van de kerk, werd door de Heer voor 
de man én de vrouw bedacht." (Improve- 
ment Era van maart 1942, blz. 161.) 
Binnen deze grote zekerheden, echter, 
hebben wij verschillende taken en op- 
drachten. Dit zijn eeuwige verschillen — 
waarbij de vrouwen vele geweldige ver- 
antwoordelijkheden worden gegeven in 
verband met het moeder- en zusterschap 
en de mannen de geweldige verantwoor- 
delijkheden van het vader- en priester- 
schap worden gegeven — maar de man 
is evenmin iets zonder de vrouw als de 



vrouw zonder de man in de Heer (zie 1 
Korintiërs 11:11). Zowel een rechtscha- 
pen man als een rechtschapen vrouw zijn 
een zegen voor allen met wie zij in aanra- 
king komen. 

Bedenk dat in het voorbestaan getrouwe 
vrouwen bepaalde opdrachten kregen, 
terwijl getrouwe mannen daar reeds 
werden geordend tot zekere taken in het 
priesterschap. Hoewel we ons op dit mo- 
ment niet de bijzonderheden hiervan 
herinneren, verandert dit niet de heerlij- 
ke werkelijkheid van hetgeen waarin wij 
eens toestemden. U bent ver- 
antwoordelijk voor die dingen die lang 
geleden van u werden verwacht, evenals 
zij die wij steunen als profeten en aposte- 
len dat zijn! 

Ook al zijn de eeuwige rollen van de man 
en de vrouw anders, zoals wij u eenjaar 
geleden voorhielden, blijft er toch nog 
veel over dat moet worden gedaan op 
het gebied van de gelijklopende persoon- 
lijke ontwikkeling — voor zowel de 
mannen als de vrouwen. In dit verband 
wil ik wederom de grote noodzaak on- 
derstrepen voor iedere vrouw om de 
Schriften te bestuderen. Wij willen dat 
onze gezinnen worden gezegend met de 
aanwezigheid van zusters die kennis 
hebben van de Schriften — of u nu niet 
of wel getrouwd bent, jong of oud, we- 
duwe bent of in gezinsverband leeft. 
Ongeacht uw persoonlijke omstandig- 
heden, zult u, naarmate dat u steeds 
meer vertrouwd raakt met de waarheden 
van het evangelie, steeds beter worden in 
het onderhouden van het tweede grote 
gebod — het liefhebben van uw naaste 
als uzelf. Wordt schriftgeleerden — niet 
om anderen op hun plaats te zetten, 
maar om ze te verheffen! Wie kan er, 
tenslotte, een grotere behoefte hebben 
aan het ,, verzamelen" van de waarheden 
van het evangehe (waaruit zij kunnen 
putten op de momenten dat zij ze nodig 
hebben) dan de vrouwen en moeders die 



175 



zich zoveel bezig moeten houden met 
opvoeden en onderwijzen? 
Streef naar uitmuntendheid bij al uw on- 
dernemingen en in alle aspecten van het 
leven. 

Bedenk, lieve zusters, dat de eeuwige ze- 
geningen die de uwe zijn wegens uw lid- 
maatschap in De Kerk van Jezus Chris- 
tus van de Heiligen der Laatste Dagen, 
veel, veel groter zijn dan welke andere 
zegeningen ook die u zou kunnen ont- 
vangen. Er kan u geen grotere erkentenis 
in deze wereld te beurt vallen dan be- 
kend te staan als een vrouw van God. Er 
kan u geen hogere status worden ver- 
leend dan een dochter van God te zijn 
die ware zusterschap, de ware staat van 
het gehuwd zijn en het ware moeder- 
schap, of andere taken waarin zij levens 
ten goede beïnvloedt, ervaart. 
Er zijn weliswaar een aantal tijdelijke 
verschillen en wat beperkende omstan- 
digheden. Sommigen onder u hebben 
hun echtgenoot verloren door de dood, 
anderen door scheiding. Sommigen on- 
der u hebben het grote voorrecht van het 
huwelijk nog niet mogen smaken. Maar 
geoordeeld naar de schaal van de eeu- 
wigheid, zal het ontbreken van deze ze- 
geningen ,, slechts kort van duur zijn" 
(zie LV 121 : 7). 

Nog anderen onder de zusters ondervin- 
den de smart die dikwijls het proces van 
het ouder worden vergezelt. Anderen 
maken op dit moment de onzekerheid 
mee van het jong zijn terwijl u uw plaats 
in het eeuwige schema der dingen be- 
peinsd. Maar hoe wezenlijk deze uitda- 
dingen ook zijn, u moet allen de waarhe- 
den van het evangelie gretig indrinken 
over de eeuwige aard van uw individuele 
identiteit en het unieke van uw persoon- 
lijkheid. U heeft er steeds meer behoefte 
aan om de volmaakte liefde die onze 
hemelse Vader voor u koestert en hoe- 
zeer Hij u op prijs stelt te voelen. Over- 
peins deze grote waarheden, vooral op 



die momenten (in de stilte van die be- 
zorgdheid die u als persoon misschien 
ervaart) wanneer u misschien verbaasd 
staat of van uw stuk bent gebracht. 
Bedenk ook, terwijl wij ons concentre- 
ren op de heerlijkheid en de belangrijk- 
heid van het gezinsleven hier op aarde, 
dat wij allemaal deel uitmaken van het 
eeuwige gezin van onze Vader in de 
hemel. 

Wees er ook van verzekerd, dat alle ge- 
trouwe zusters die, door geen enkele 
schuld van henzelf, tijdens hun tweede 
staat niet het voorrecht hebben om aan 
een waardige man te worden verzegeld, 
die zegen in de eeuwigheid zullen sma- 
ken. Wanneer u weleens hunkert naar 
die aanvaarding en die genegenheid die 
bij het gezinsleven hier op aarde horen, 
wees er dan van overtuigd dat onze Va- 
der in de hemel zich bewust is van uw 
smart en dat Hij u op zekere dag zal 
zegenen op een manier die u nu geeneens 
onder woorden zou kunnen brengen. 
Soms vergt het beproefd worden dat ons 
tijdelijk iets wordt onthouden — maar 
rechtschapen vrouwen en mannen zullen 
op zekere dag alles — denk u dat eens in, 
zusters — alles ontvangen wat onze Va- 
der heeft! Het is niet alleen de moeite 
waard erop te wachten, het is de moeite 
waard ervoor te leven! 
Intussen hoeft men niet getrouwd of een 
moeder te zijn ten einde het eerste en het 
tweede gebod te onderhouden — die van 
het liefhebben van God en onze naaste 
— waaraan, volgens Jezus, de ganse wet 
en de profeten hangen. 
Sommige vrouwen moeten, wegens om- 
standigheden die zij niet in de hand heb- 
ben, uit werken gaan. Wij begrijpen dat. 
Wij begrijpen verder, dat naargelang het 
gezin wordt grootgebracht, de talenten 
die God u heeft gegeven en waarmee Hij 
u gezegend heeft, dikwijls op doeltref- 
fende wijze kunnen worden ingezet voor 
aanvullend dienstbetoon aan het mens- 



176 



dom. Maak, echter, niet de fout u te 
begeven in werkzaamheden op het twee- 
de plan die u uw eeuwige opdracht, zoals 
het leven schenken aan en het opvoeden 
van de geestelijke kinderen van onze Va- 
der in de hemel, doen verwaarlozen. Bid 
zorgvuldig over al uw beslissingen. 
Wij willen dat u die ontwikkeling nas- 
treeft en bereikt die u zal uitrusten voor 
de eeuwigheid, evenals voor volledig 
dienstbetoon in de sterfelijkheid. Naast 
de fundamentele en onmisbare vaardig- 
heden in verband met de gezinsverzor- 
ging, zijn er ook andere vaardigheden 
die geschikt zijn om te ontwikkelen en 
die uw doeltreffendheid in het gezin, in 
de kerk en in de maatschappij zullen 
verhogen. 

Wederom moet u verstandig zijn in de 
keuzen die u doet, maar wij willen niet 
dat de vrouwen van de kerk slecht op de 
hoogte of onbekwaam zijn. U zult betere 



echtgenoten en moeders zijn, zowel in 
dit leven als in de eeuwigheid, wanneer u 
de vaardigheden die u zijn gegeven ont- 
wikkelt en de talenten waarmee God u 
heeft gezegend, aanwendt. 
Er is geen groter en geen heerlijker reeks 
beloften aan de vrouwen gegeven dan 
die welke verband houden met het evan- 
gelie en de kerk van Jezus Christus. 
Waar anders kunt u leren wie u werkelijk 
bent? Waar anders kunnen u de noodza- 
kelijke uitleggingen en verzekeringen ge- 
geven worden over de aard van het le- 
ven? Uit welke andere bron kunt u over 
uw eigen identiteit en over het unieke 
van uw wezen leren? Van wie anders zou 
u kunnen leren over het heerlijke plan 
van onze Vader in de hemel om het geluk 
van zijn kinderen te verzekeren? 
De antwoorden van het evangelie zijn de 
enige waarachtige antwoorden op de 
vragen die vrouwen en mannen door de 




177 




eeuwen heen over zichzelf, over het leven 
en over het universum hebben gesteld. 
Wat is God goed voor ons allemaal ge- 
weest dat Hij ons gezegend heeft met 
deze antwoorden en verzekeringen — 
ook al leggen deze waarheden ernstige 
en eeuwige verplichtingen op onze 
schouders. 

Wat is het toch bijzonder dat de vrou- 
wen van de kerk de verheven taken wor- 
den gegeven die afkomstig zijn van onze 
Vader in de hemel, vooral diegenen on- 
der u die zo bevoorrecht zijn geweest om 
in dit deel van deze laatste bedeling te 
zijn geboren. Laat andere vrouwen ach- 
teloos datgene najagen wat zij als hun 



zelfzuchtige belangen zien. U kunt een 
bron van liefde en waarheid en gerech- 
tigheid op deze planeet zijn waar grote 
behoefte aan is. Laat anderen op 
egoïstische wijze valse waarden nastre- 
ven, maar God heeft u de geweldige taak 
gegeven om gezinnen, vrienden en buren 
te verzorgen, evenals de mannen voor het 
levensonderhoud moeten zorgen. Maar 
beiden, de man èn de vrouw moeten ou- 
ders zijn! 

Mag ik u tot besluit, lieve zusters, iets in 
overweging geven wat nog niet eerder is 
gezegd, of althans niet helemaal op deze 
manier. Veel van de belangrijke groei die 
de kerk mee zal maken in de laatste da- 
gen zal komen doordat vele van de goe- 
de vrouwen van de wereld (in wie er 
dikwijls zo'n innerlijk besef van het gees- 
telijke leven is) in grote getalen zullen 
toetreden tot de kerk. Dit zal gebeuren 
in de mate dat de vrouwen van de kerk in 
hun leven gerechtigheid en welsprekend- 
heid weerspiegelen en in de mate dat de 
vrouwen van de kerk worden gezien als 
verschillend van en anders — op positie- 
ve manieren — dan de vrouwen van de 
wereld. 

Onder de ware heldinnen in de wereld 
die lid zullen worden van de kerk, zijn de 
vrouwen die het belangrijker vinden om 
rechtvaardig te zijn dan om zelfzuchtig 
te zijn. Deze werkelijke heldinnen bezit- 
ten ware nederigheid, die meer waarde 
hechten aan onkreukbaarheid dan aan 
opvallendheid. Bedenk dat het even ver- 
keerd is dingen te doen alleen maar om 
door vrouwen te worden gezien als om 
dingen te doen om door mannen te wor- 
den gezien. Grote vrouwen en mannen 
zijn altijd meer verlangend om te dienen 
dan om te heersen. 

Bijgevolg zullen vrouwelijke toonbeel- 
den van de kerk een macht van betekenis 
zijn bij zowel de numerieke als de geeste- 
lijke groei van de kerk in de laatste 
dagen. 



178 



Geen wonder dat de tegenstander zelfs 
nu tracht te voorkomen dat deze dingen 
zullen gebeuren! Ongeacht wie er op een 
gegeven moment de bijzondere aan- 
dacht van de tegenstander ontvangt, 
tracht hij steeds „alle mensen even ellen- 
dig te maken als hij zelf is" (2 Nephi 2 : 
27). Hij streeft zelfs naar „de ellende van 
het gehele mensdom " (2 Nephi 2:18). 
Hij wijkt niet van zijn doelen af en is 
knap en meedogenloos bij zijn nastreven 
ervan. 

Naarmate wij de algemene conferentie 
en de priesterschapsvergadering nade- 
ren, zullen wij niet minder liefdevol of 
openhartig met de broeders zijn, want 
wij zullen hen dezelfde raad geven. 



Zusters, wij houden van u. Wij hebben 
vertrouwen in u. Wij verheugen ons over 
uw toewijding. Wij zijn ten zeerste be- 
moedigd door uw aanwezigheid, niet al- 
leen vanavond, naar in dit deel van deze 
bedeling, waarin uw talenten en uw 
geestkracht zozeer nodig zijn. 
Moge God u zegenen zodat alle zegenin- 
gen die u zijn beloofd verwezenlijkt zul- 
len worden in dit leven en in de wereld 
die komen zal. 

Ik weet dat God leeft, dat Jezus zijn 
Eniggeboren Zoon is, de Verlosser van 
de wereld, en dat dit de kerk van Jezus 
Christus is, waar Hij het hoofd van is. 
Dit getuigenis laat ik bij u achter, teza- 
men met mijn liefde en mijn zegen, in de 
naam van Jezus Christus. Amen. D 




179 



Onze meisjes 
onderwijzen 



Zuster Naomi M. Shumway 

Algemeen presidente van het Jeugdwerk 

President Tanner, president Romney, 
president Benson en broeders van de al- 
gemene autoriteiten die met ons zijn ver- 
gaderd, ik wil graag mijn dank uitspre- 
ken voor deze gezegende gelegenheid om 
als vrouwen over de gehele wereld samen 
te zijn, vergaderd om woorden van be- 
moediging en aanwijzing te horen. 
Daarnaast groet ik ieder van u, mijn 
geliefde zusters. Ik hou van u allemaal. 
Het besef van mijn ontzagwekkende ver- 
antwoordelijkheid op deze avond maakt 
dat ik mij nederig voel. Ik heb vurig 
gebeden om te weten wat ik moest zeg- 
gen. De Geest heeft mijn gedachten ges- 
tuurd in de richting van kinderen — 
vooral kleine meisjes. 
Nog maar enkele weken geleden nam ik 
de telefoon aan op mijn kantoor. Een 
stem vol emotie aan de andere kant van 
de lijn zei, ,,Oma?" Door de snikken 
heen herkende ik de stem van mijn doch- 
ter en opgetogen riep ik uit: ,,Ben ik echt 
oma?" ,,Ja, heus," zei ze, „het is een 
meisje!" 

Er zijn geen woorden die onze gevoelens 
op zo'n heilig moment uit kunnen druk- 
ken. Mijn hart barstte haast uit elkaar 
van dankbaarheid aan een Uefdevolle 
Vader die vele gebeden had verhoord. 
En toen ik vervolgens zag hoe onze 
dochter zorgde voor die lieflijke geest die 
nog maar zo kort geleden in de tegen- 
woordigheid van onze Vader in de hemel 




was geweest, kon ik haast de armen van 
onze Heiland om mij heen voelen en was 
ik mij bewust van hoe Hij zijn liefde voor 
onze dochter toonde door deze nieuwe 
geest aan haar tedere en liefdevolle zorg 
toe te vertrouwen. Mijn ziel werd ver- 
vuld van dankbaarheid. Ik weet zeker 
dat alle grootmoeders het met mij eens 
zullen zijn dat het evenwel niet gemakke- 
lijk is om bij deze gezegende gelegenhe- 
den nederig te zijn, vooral wanneer je de 
grootmoeder bent van de mooiste kinde- 
ren van de wereld. 

Sinds dat gedenkwaardige moment heb 
ik mij, wellicht meer dan ooit tevoren, 
afgevraagd wat voor vrouwen onze drie 
kleindochtertjes en alle andere kleine 
meisjes eens zullen worden, en in wat 
voor wereld zij zich zullen bevinden 
wanneer het zover is. 
Een groot gedeelte van het antwoord ligt 
in onze handen — de uwe en de mijne en 
die van andere vrouwen in de wereld. In 
deze tijd van beroering, verwarring en 
bezorgdheid moeten we bedenken dat 
ook onze meisjes in deze periode, die 
klopt van uitdaging en belofte en kansen 
worden beproefd. Ze onderwijzen en op- 
voeden is een ons door God toever- 
trouwde taak en een ernstige 
verantwoordelijkheid. 
Louisa May Alcott (Amerikaanse 
schrijfster 1832-1888) noemt meisjes 
,,Little women" (,, kleine vrouwtjes") 



180 



(noot van de vertaalster De titel van 
haar beroemde boek dat in het Neder- 
lands verscheen als „Onder moeders 
vleugels") en wij onderkennen ze als po- 
tentiële leidsters in het koninkrijk van 
onze Vader. Zij komen eerst in ons leven 
als hulpeloze baby's met wie wij alras 
sterke Uefdesbanden ontwikkelen. Het 
begint met het vastbinden van slob- 
broekjes en mutsjes. Enkele jaren later 
binden we de strikken van de vlechten en 
de schortjes vast. Daarna heb ik verder 
gefantaseerd dat zij het patroon in hun 
tienerjaren voortzetten door ons de han- 
den te binden wanneer zij de telefoon, de 
badkamer of de auto bezetten of een 
beroep doen op onze beurs. Liefdevol 
aanvaarden wij en genieten wij van de 
jaren die ons zo snel bij het moment 
brengen dat wij de leiband door moeten 
knippen, zodat er een huwelijksband tot 



stand kan komen. Gewoonlijk duurt het 
dan niet lang voordat wij grootmoeders 
worden en ervaren hoe er weer banden 
met de nieuwe generatie ontstaan. En zo 
begint er een nieuwe cyclus. 
De universele ervaring van de kindertijd 
wordt gekenmerkt door gemeenschap- 
pelijke behoeften en ontwikkeling. Hoe- 
wel zij slechts een klein onderdeel vor- 
men van onze levensduur, is bewezen dat 
deze de meest beslissende jaren bij het 
bepalen en beïnvloeden van de loop van 
ons leven als volwassen zijn. Wat is het 
dan belangrijk om juist in deze beslissen- 
de jaren de nadruk te leggen op gebed, 
getuigenis en de vreugde die wordt te- 
weeg gebracht door een rechtschapen le- 
venswijze. Hoe dikwijls behoren wij dan 
niet de bemoedigende woorden van de 
Heer indachtig te zijn: „Verflauwt daar- 
om niet in goeddoen, want gij legt het 




181 



fundament van een groot werk. En uit 
het kleine komt het grote voort." (LV 64 
: 33.) 

Als uit onze meisjes van vandaag het 
grote voort zal komen, en dat geloof ik 
dan moeten wij hen in deze beslissende 
jaren helpen begrijpen dat zij dochters 
van een liefdevolle Vader zijn, dienst- 
maagden van de Heer en erfgenamen 
van de heerlijke zegen van het vrouw- 
zijn. 

Een van de prachtigste voorbeelden van 
deze relatie is te vinden in het boek Lu- 
cas in de verzen die bekend staan als de 
lofzang van Maria. Maria had kort tevo- 
ren het gezegende bezoek ontvangen van 
de engel, die haar haar bijzondere aan- 




deel in de „blijde boodschap" die onze 
Vader in de hemel voor ons had bereid 
had bekendgemaakt. Zij zou de moeder 
zijn van Jezus Christus, onze Heiland! 
De Schriften geven slechts een klein ge- 
deelte weer van het gesprek tussen Maria 
en haar hemelse bezoeker. Maar Maria's 
uittingen van vreugde aan haar nicht 
Elisabet vertellen ons dat het gezegende 
plan van zahgheid werd ontvouwd en 
dat zij begreep welke rol zij daarbij zou 
spelen. Haar liefdevolle antwoord was, 
,,Mijn ziel maakt groot de Here, en mijn 
geest heeft zich verblijd over God, mijn 
Heiland" (Lucas 1 : 46, 47). 
Op dat moment wijdde Maria haar leven 
aan het schenken van het sterfelijke le- 
ven aan onze Heiland, en als heiligen der 
laatste dagen weten wij, dat Hij zijn le- 
ven reeds had gewijd aan het sterven 
voor ons. Wanneer wij als vrouwen en 
onze meisjes als dochters van onze he- 
melse Vader dit ten volle begrijpen, dan 
wordt het evangelie van Jezus Christus 
niet een godsdienst van gewoonte, maar 
een godsdienst van toewijding. Deze toe- 
wijding kan ons vervolgens bevrijden 
van de slavernij van angst en verwarring 
en aarzeling waarin wij ons in deze moei- 
lijke tijden soms bevinden. Wij kunnen 
slechts dan zo sterk zijn als wij moeten 
zijn wanneer wij werkelijk toegewijd 
zijn. 

Hoewel van ons als vrouwen wordt ver- 
wacht dat wij onze kinderen voorgaan 
op hun levensweg, zijn het dikwijls kin- 
deren die ons de weg wijzen. Een voor- 
beeld hiervan is het kleine meisje dat, 
toen haar door een dominee werd ge- 
vraagd van welke kerk zij lid was, trots 
antwoordde, ,,Ik ben een mormoon." 
,,Maar," vroeg hij weer, ,,als je nou eens 
geen mormoon was, wat zou je dan 
zijn?" Wat verlegen, maar met overtui- 
ging antwoordde ze, ,,dan zou ik be- 
schaamd zijn!" 
Denk aan morgen. Onlangs hoorde ik 



182 



hoe dit met drie krachtige woorden werd 
uitgedrukt: Morgen denken vandaag! 
Morgen komt aanmarcheren op de voet- 
jes van kleine kinderen. De kracht of 
zwakte van morgen hgt in de handen van 
onze kinderen. Een meisje is het enige 
wat God heeft gemaakt dat een vrouw 
kan worden. 

En wat een heerhjke zegen is het niet een 
vrouw te zijn, ongeacht onze opdracht, 
onze roeping, onze leeftijd of omstan- 
digheden, en ondanks hen die ernaar 
streven ons af te leiden van het doel 
waarvoor wij werden geschapen. Onze 
geliefde profeet. Spencer W. Kimball, 
drukte dit als volgt uit: 
„Het is een grote zegen een vrouw in de 



kerk te zijn in deze tijd. Het verzet tegen 
gerechtigheid is nooit groter geweest, 
maar de kansen om ons hoogste poten- 
tieel te bereiken zijn ook nooit groter 
geweest." ( ,,Introduction," Women, 
Deseret Book, 1969, blz. 2.) 
Ongeacht onze leeftijd of onze opdracht 
in het leven, is het onze taak als vrouwen 
in deze tijd om een voorbeeld te stellen, 
onze kleine meisjes voor te gaan en als 
nooit tevoren toegewijd te zijn aan het 
vreugdevolle aanvaarden van onze rol 
en onze verantwoordelijkheid als vrou- 
wen. Dat wij als dochters van God voor- 
waarts en opwaarts zullen streven naar 
de vervulling van ons leven, bid ik in de 
naam van Jezus Christus. Amen. D 




183 




Onze machtige zending 



Zuster Elaine Cannon 

Algemeen presidente van de Jonge- Vrouwen 



De omvang van ons zusterschap treft 
mij terwijl ik vanuit Temple Square over 
de Engelssprekende wereld heen mij 
adresseer tot u, de vrouwen die de Heer 
Hefhebben en bij elkaar zijn gekomen 
om meer te leren over Hem en hetgeen 
Hij voor en van ons, als vrouwen, wil. 
Ik denk ook aan onze vele niet- 
Engelssprekende zusters en verlang naar 
het moment dat we onder deze omstan- 
digheden allemaal verbonden kunnen 
zijn. 

Moge een moment als dit uw hart ver- 
vullen, uw geest verheffen, en u hoop 
geven. Moge het u helpen uw gedachten 
te ordenen en u sterken, zodat u zich 
altijd aan de kant van de Heer zult bevin- 
den in een wereld die erop gericht is 
vrouwen een andere richting uit te 
trekken. 

Er is nu al enige tijd een geweldige druk- 
te gemaakt over vrouwen, gedeeltelijk 
dóór vrouwen ter ere van zichzelf. Wel- 
nu, ik weet niet zeker of meisjes nu veili- 
ger zijn op straat, of dat vrouwen geluk- 
kiger zijn, of dat we doeltreffender zijn 
in ons dienstbetoon — of dat we zelfs 
mooier zijn — vanwege al deze ophef, 
maar het is wel een interessante tijd 
geweest. 

Hoewel dit de dag van de vrouwen is, 
breng ik hulde aan de mannen, die ons 
leiden, die ons zegenen, die over ons en 
met ons bidden, en die graag vaker hun 

184 . 



stem ter verdediging van de vrouw zou- 
den willen verheffen, als wij hen maar de 
kans zouden geven hun stem te ver- 
heffen! 

Het is spannend om als vrouw een actie- 
ve deelneemster te zijn in alles wat er 
door de broeders voor ons wordt ge- 
daan. De vrouwen van de kerk zijn niet 
alleen beschermd, ze zijn bevoorrecht; 
en het leven is vol ongelooflijke en unie- 
ke belofte voor ons. 
Broeders, wij danken u. Wij hebben u 
hef. Wij verwonderen ons over alles wat 
u bent en alles wat u doet. Wij eren het 
priesterschap van God wat u draagt en 
hebben waardering voor uw 
verantwoordelijkheden. 
Wij vrouwen willen helpen, niet 
hinderen. 

Het is over een helpster zijn, zusters, en 
wel voorbereide helpsters, dat ik het nu 
wil hebben. 

Paulus schreef iets aan de Tessalonicen- 
zen wat mijn gevoelens uitdrukt voor u 
allemaal, waar u zich ook moge bevin- 
den en wie u ook bent: 
,,Maar wij gedragen ons in uw midden 
vriendelijk, zoals een moeder haar eigen 
kinderen koestert. 

Zo waren wij, in onze genegenheid voor 
u, bereid u niet alleen het evangelie 
Gods, maar ook ons eigen leven mede te 
delen, daarom, dat gij ons hef geworden 
waart." (1 Tessalonicenzen 2 : 7, 8.) 



Wat wij dus vanavond zeggen, zeggen 
wij in alle vriendelijkheid, maar niet zon- 
der sterk gevoel. De vrouwen in deze 
kerk moeten voorbereid zijn — persoon- 
lijk voorbereid — ten eerste, om het 
hoofd te bieden aan de golf van dwaling 
die de wereld overspoelt, gezinnen be- 
dreigt, en de macht van de mens uitscha- 
kelt. Ten tweede, hoewel wij grote man- 
nen hebben om ons te leiden, moeten we 
voor onszelf weten wat dwaling en wat 
waarheid is, zodat wij de dingen naar 
waarde kunnen beoordelen. Hier hangt 
zoveel van af. Ten derde, moeten we 
groeien en ons ontwikkelen, zodat wij 
voorbereid zijn om onze bijdrage te leve- 
ren. Ieder van ons heeft een machtige 
zending te vervullen. Misschien omvat 
dit het huwelijk en het moederschap in 
deze periode en misschien niet, maar on- 
ze zending is er een van invloed. 
Bedenk, zusters, dat een vrouw niet thuis 
hoeft te blijven om in het gezin te zijn. 
Noch hoeft een vrouw haar huis te verla- 
ten om anderen te beïnvloeden. Wij zul- 
len, echter, onze zending doeltreffender 
kunnen vervullen wanneer wij het evan- 
gelie hebben bestudeerd, onze vaardig- 
heden hebben ontwikkeld, en verder en 
hoger hebben gereikt dan de eerste din- 
gen waarmee wij in aanraking kwamen. 
Hoe eerder wij beginnen, hoe eerder wij 
de hoogte in zullen gaan. De tijd gaat zo 
vlug voorbij — het ene moment is het 
zomer, en voor je 't weet is het kerstfeest 
er weer. De ene dag een klein meisje — 
de volgende een vrouw. Je bent nauwe- 
lijks opgestaan, of je begeeft je alweer ter 
ruste. Vandaag ben je nog maar twaalf 
en plotseling ben je de veertig voorbij. Er 
is geen tijd voor uitstel op het gebied van 
persoonlijke verbetering. Behoorlijke 
voorbereiding op het leven komt niet in 
één nacht tot stand. 
Onlangs stond ik naast zuster Camilla 
Kimball terwijl president Kimball de 
kleine kinderen begroette op een ge- 



biedsconferentie. Een jonge aanstaande 
moeder rende op ons af, sloeg haar ar- 
men om zuster Kimball heen, omhelsde 
haar innig en schreide hete tranen. Toen 
ze wat rustiger was geworden zei ze, „O, 
zuster Kimball, u bent zó mooi, zó se- 
reen, en u staat uw man zó geweldig 
terzijde." Weer werden haar emoties 
haar teveel, en toen voegde zij eraan toe: 
„O, zuster Kimball, mijn man zegt dat ik 
precies zo hoor te zijn." 
Zuster Kimball, die alles is wat die jonge 
vrouw zei, en nog meer, zei rustig tegen 
haar, ,,Dat komt wel. We moeten alle- 
maal leren door ervaring." 
De jonge aanstaande moeder ging ge- 
troost heen. Het begin was niet het eind! 
Vol hoop hief zij haar hoofd op, en ik 
geloof dat wij dat allemaal moeten doen, 
om gestadig voorwaarts te gaan in het 
volste vertrouwen dat het eind beter kan 
zijn dan het begin, waar dat beginpunt 
ook moge zijn. 

Ik ontken niet dat het een strijd is — het 
is het wezen van de hof van Eden; maar 
persoonlijke vooruitgang is waar het in 
dit leven om gaat. Wij moeten ons le- 
vensplan meteen in werking stellen en 
bepalen aan wie en aan wat wij onze 
grootste aandacht, onze hoogste trouw, 
onze diepste toewijding zullen schenken. 
En welke leiders wij zullen volgen. 
Ik pleit voor een opwekking onder de 
zusters van De Kerk van Jezus Christus 
van de Heiligen der Laatste Dagen ten 
behoeve van een intelligent en gebedsvol 
voorbereiden en optreden die in overeen- 
stemming zijn met hetgeen onze hemelse 
Vader voor ons persoonlijk wil, en wat 
Hij voor ons als vrouwen wil doen. Hij 
leeft! Hij heeft ons Hef. Hij kent onze 
behoeften en onze pijn. Het raakt Hem. 
Hij zal ons helpen. Blijf dicht bij de Heer. 
Hij heeft zijn kerk opgericht en een pro- 
feet geroepen om ons te leiden. Blijf 
dicht bij de profeet. President Kimball, u 
luistert in het ziekenhuis, weet dat wij 



185 



van u houden en voor u bidden. Wij 
missen u — maar uw speciale helpster is 
voor ons allen een zegen. 
Op de algemene conferentie in april 
sprak president Kimball over mensen en 
plateaus en de grote noodzaak voor ie- 
der van ons om vooruitgang te maken, 
om ons los te maken van onze beperkin- 
gen en voorwaarts te gaan. 
Heeft iemand ernaar geluisterd? 
Maken we persoonlijk vooruitgang, net 
als onze snelgroeiende kerk? 
Of zouden wij in de tijd van Noach zijn 
verdronken of zijn betrapt op het op- 
poetsen van het gouden kalf samen met 
het volk van Aaron? 
Ons gebrek aan persoonlijke vooruit- 
gang kan het werk van de Heiland 
belemmeren. 
Ik wil niet simpUstisch overkomen, zus- 



ters, maar we moeten echt in beweging 
komen. 

Evenals onze broeders hebben ook wij 
een eigen machtige zending. En deze ver- 
eist onze groei, onze voorbereiding, en 
een voortdurende inspanning om te le- 
ren van de lessen van het leven, van onze 
leiders, van de Heer. 
Er is zoveel te doen. 
Er zijn er velen die niet hebben wat wij 
hebben, die niet weten wat wij weten. 
Laat ons dus vriendelijk en hartelijk zijn 
wanneer we, niet alleen het evangelie van 
Jezus Christus, maar onze eigen ziel 
schenken aan hen die daar behoefte aan 
hebben. 

Het is, tenslotte, de enige zaak die verhe- 
ven genoeg is voor de kostbare krachten 
van de vrouw. In de naam van Jezus 
Christus. Amen. D 




186 




Vrouwen voor de 
laatste dagen 



Zuster Barbara B. Smith 

Algemeen presidente van de Zustershulpvereniging 



Ik ben dit koor zo dankbaar voor het zo 
prachtig op muziek stellen van een van 
de belangrijkste vragen die een vrouw in 
de laatste dagen kan stellen: ,,0, God, 
die mij het hart van een vrouw, het ver- 
stand van een vrouw, de ziel van een 
vrouw schonk, wat verlangt U van mij?" 
Het is een eenvoudige vraag die vana- 
vond wordt gesteld met het smeken van 
vierhonderd stemmen, maar in stilte en 
gebedsvol door ieder van ons wordt her- 
haald, „Wat wilt U dat ik doe?" 
De Schriften maken het antwoord van 
één vrouw op diezelfde vraag bekend. 
De vrouw: koningin Ester. Het moment 
dat zij zichzelf die vraag stelde was moei- 
lijk en eenzaam, toen haar oom, Morde- 
kai, haar liet weten dat zij naar de ko- 
ning moest gaan en hem smeken haar 
volk te sparen voor de ondergang die 
voor hen beraamd was. Hoewel zij ko- 
ningin was, had Ester niet het recht naar 
de koning toe te gaan tenzij -hij haar 
ontbood. De macht van de koning was 
absoluut. Zij had geen recht van beroep. 
Maar zij was inderdaad de enige die de 
mogelijkheid had om tot de troon van 
zijn macht door te dringen. Haar oom 
herinnerde haar eraan, „Wie weet, of gij 
niet juist met het oog op deze tijd de 
koninklijke waardigheid verkregen 
hebt." (Ester 4 : 14.) 
Ester bezat de kracht die het gevolg is 



van goed te zijn onderwezen. Dit stelde 
haar in staat te besluiten om al de joden 
van het koninkrijk te vragen om samen 
met haar te vasten en te bidden. En op 
dat moment trof zij haar persoonlijke 
voorbereiding door er op haar mooist 
uit te zien toen zij naar binnen ging om 
met de koning te spreken. 
Bij iedere schrede moet zij zichzelf heb- 
ben afgevraagd, ,,Zal hij mij de gouden 
scepter toereiken?" ,,Zal hij mij ter dood 
veroordelen? " ,,Zal hij mij in de armoe- 
de en de vergetelheid storten?" Jong, 
mooi en kalm stond zij voor hem, in het 
besef dat zij volkomen kwetsbaar was. 
Zij wist ook dat zij God om hulp had 
gesmeekt en dat men op het punt stond 
een groot zedelijk kwaad te begaan. Zij 
moest zich kwijten van haar verant- 
woordelijkheid jegens God, ongeacht de 
sterfelijke gevolgen. 

ledere vrouw in de huidige wereld heeft 
verantwoordelijkheden die verwant zijn 
aan degene waar Ester tegenover stond. 
De omstandigheden van elk leven zijn 
beduidend anders, maar toch moet iede- 
re vrouw de uitdaging onder ogen zien 
van het trouw zijn aan de beginselen van 
het evangehe, wil zij de kwaliteit van 
haar sterfelijk leven verbeteren en zich- 
zelf waardig maken voor de gelegenheid 
tot eeuwige vooruitgang. Zij dient te be- 
ginnen door te begrijpen wie zij is en dat 



187 



zij een prachtig potentieel heeft als een 
dochter van God. Haar doel dient dus 
verheven te zijn. De Schriften zeggen: 
„Gij dan zult volmaakt zijn, gelijk uw 
hemelse Vader volmaakt is." (Matteüs 5 
: 48.) Ik wil u hierbij gelijk waarschuwen 
dat dit geen doel is wat kan worden be- 
reikt in één stap of één dag of één jaar. 
Het vergt levenslange, bewuste inspan- 
ning en worsteling om eeirheilige vrouw 
te worden. 

Eliza R. Snow zei in het jaar 1873, ,,De 
apostel Paulus sprak in oude tijden over 
heilige vrouwen. Ieder van ons heeft de 
plicht een heilige vrouw te zijn. En als wij 
dat zijn zullen wij verheven oogmerken 
hebben. Wij zullen voelen dat wij geroe- 
pen zijn tot het verrichten van belangrij- 
ke taken. Niemand is daarvan vrij- 
gesteld. Er is geen enkele zuster die zo 
afgezonderd is of wier invloedssfeer zo 
klein is, dat zij niet heel veel kan doen 
om het koninkrijk van God op de aarde 
te vestigen." {Womans Exponent, 15 
september 1873, blz. 62.) 
De methode die door de Heer wordt 
aangegeven is om regel op regel, gebod 
op gebod te leren. Stel realistische, be- 
reikbare doelen, zodat u de vreugde kunt 
smaken van het behalen van een over- 
winning op uzelf. 

Zo'n overwinning wordt behaald door 
mijn vriendin die een groot gezin heeft 
dat twaalf kinderen telt en die, hoewel zij 
ook dagen van ontmoediging kent, over 
het algemeen (1) vroeg op is om lichame- 
lijke oefeningen te doen. Daar heeft zij 
een hekel aan, dus zorgt ze dat het me- 
teen uit de weg is. (2) De Schriften leest. 
Daar geniet zij zo van dat zij zichzelf 
moet dwingen er na het vastgestelde hal- 
fuur mee op te houden. (3) Bidt, waarbij 
zij de Heer deelgenoot maakt van haar 
dankbaarheid en haar zorgen, en op de- 
ze manier voelt zij de leiding van de 
Heer, zelfs wanneer de dingen niet zo 
gaan als zij zich had voorgesteld. (4) Een 



positieve, opgewekte houding heeft bij 
het begroeten van haar kinderen. 
Ik wou dat wij ons allemaal van onze 
plichten als huismoeder konden kwijten 
met het inzicht van mijn vriendin. Zij 
heeft stellig geen volmaaktheid bereikt 
in haar gezin, maar zij beseft wel dat 
zelfs al oefenen haar kinderen niet iedere 
dag op de piano, zij tenminste het nodige 
begrip zullen ontwikkelen om van mu- 
ziek te houden en hun leven ermee te 
verrijken als zij maar blijven oefenen. Zij 
is vertrouwd met de uitdaging om niet 
meer uit te geven dan haar man verdient, 
maar zij weet ook hoe belangrijk het is 
om van hem en van hun kinderen te 
houden en samen met hen te lachen. Zij 
weet misschien niet dat CS. Lewis heel 
wijselijk heeft gezegd dat „het verzorgen 
van het gezin in feite het belangrijkste 
werk ter wereld is. Waar bestaan sche- 
pen, treinen, mijnen, auto's, regeringen 
enzovoort voor behalve om ervoor te 
zorgen dat mensen gevoed, warm en vei- 
lig zullen zijn in hun eigen huis? . . . Wij 
voeren oorlog ten einde vrede te hebben, 
wij werken ten einde vrije tijd te hebben, 
-wij produceren voedsel ten einde het te 
verorberen. Dus is het uw baan waar alle 
andere voor bestaan." {Letters of CS. 
Lewis, Warren H. Lewis, ed., Londen: 
Geoffrey Bles Ltd., 1956, blz. 62.) 
Als wij konden luisteren naar de vurige 
smeekbeden van mijn vriendin, dan zou- 
den wij waarschijnlijk ontdekken dat zij 
veel lijken op de uwe en de mijne, ook al 
ben ik mij er terdege van bewust dat niet 
alle vrouwen thuis kunnen blijven, maar 
een betrekking moeten zoeken om het 
inkomen van het gezin te verdienen of 
aan te vullen. Zij verdienen onze lof, 
want het is geen gemakkelijke opgave, 
maar wel van vitaal belang. Ik hoop dat 
zij de Heer bidden voor zijn bevestiging 
van hun besluit om, wanneer het nodig 
mocht zijn, werk aan te nemen dat hen 
weghaalt van hun kleine kinderen. Wan- 



11 



neer werk buitenshuis om de juiste rede- 
nen wordt gezocht, dient een vrouw vol 
zelfvertrouwen te zijn en met blijdschap 
te dienen. 

De vrouwen zijn geweldig! U doet wat 
moet worden gedaan! 
Ik werd diep getroffen door de gehoor- 
zaamheid van de zusters die ik onlangs 
ontmoette in een land waar oorlog 
heerst. Ik hoorde hoe de ZHV- 
presidente van de gemeente hen prees 
voor hun toewijding aan het werk van de 
Heer en aan elkander bij de gevaren die 
zij iedere dag onder ogen moesten zien. 
Zij zei: „Wanneer u uw deur uitgaat 
weet u nooit of u door terroristen zult 
worden aangevallen, maar toch doet u 
uw huisbezoeken en woont u al uw ver- 
gaderingen bij. U bent moedige vrouwen 
die in een tijd als deze rustig een machtig 
werk verrichten. 

Net als Ester moeten wij ons versterken, 
zodat wanneer er eenzame of moeilijke 
momenten komen, wij God kunnen vra- 
gen om zijn kracht, wijsheid en inzicht, 
opdat wij in overeenstemming met 



rechtvaardige beginselen kunnen 
handelen. 

De uitdaging van Mordekai klinkt ons 
ook in deze tijd in de oren: ,,Wie weet, of 
gij niet juist met het oog op deze tijd de 
koninklijke waardigheid verkregen 
hebt." 

Wij kunnen ons verblijden in het vertoe- 
ven onder hen die de Heer naar zijn ko- 
ninkrijk heeft gestuurd om zijn werk tot 
stand te brengen, om kinderen voor 
Hem groot te brengen, om zijn evangelie 
te verspreiden, om een generatie voor te 
bereiden die Hem bij zijn wederkomst 
zal begroeten. 

Moge wij allen ons opgewassen tonen 
tegen de uitdaging om heilige vrouwen 
te zijn in deze laatste dagen, dat dit „uit- 
verkoren geslacht . . . een heilige natie 
... de grote dagen (moge) verkondigen 
van Hem, die (ons) uit de duisternis ge- 
roepen heeft tot zijn wonderbaar licht." 
(1 Petrus 2 : 9.) Want Hij leeft en heeft 
ons hef, hetgeen ik getuig in de naam van 
Jezus Christus. Amen. D 




189 



Vrijdag, 5 oktober 1979 

Nieuws van de kerk 



Hoogtepunten uit de 
instructievergadering 
voor regionale 
vertegenwoordigers 



door Marvin K. Gardner 

Assistent-redacteur 



ken kunnen concentreren, meer christe- 
lijk dienstbetoon kunnen bewijzen, en in 
alle dingen een grotere doeltreffendheid 
ten toon kunnen spreiden." 
Vervolgens lichtte hij de kwaliteiten van 
het leiderschap toe door zijn raadgevers 
in het Eerste Presidium als goede voor- 
beelden aan te prijzen. Hij prees presi- 
dent N. Eldon Tanner voor zijn zuinige 



President Spencer W. Kimball opende 
de instructievergadering voor regionale 
vertegenwoordigers op vrijdag, 5 okto- 
ber, door zijn dank uit te spreken voor 
de vele gebeden die te zijnen behoeve 
waren opgezonden. „Ik ben zo dank- 
baar dat de Heer die gebeden heeft ver- 
hoord, " zei hij. ,,En nu wil ik het mijne 
doen om de nieuwe golf van zegeningen 
die mij ten deel vielen tijdens mijn laatste 
ziekte waardig te zijn." 
Hij sprak slechts enkele minuten, maar 
zijn boodschap was duidelijk. Hij herin- 
nerde de vergaderde algemene autoritei- 
ten, regionale vertegenwoordigers en an- 
dere leiders aan de huidige nadruk op 
kerkelijke raden en op vereenvoudiging 
en legde uit welke redenen er aan deze 
maatregelen ten grondslag lagen: ,,Wat 
wij voor ogen hebben is onze mensen zo 
te plaatsen dat de heiligen der laatste 
dagen meer aandacht kunnen schenken 
aan het gezinsleven, zich meer op be- 
paalde eenvoudige en fundamentele za- 




190 



gebruik van woorden, zijn inzichtelijke 
bijdragen aan discussies, en zijn nederig- 
heid. President Marion G. Romney, zei 
hij, is zeer bedreven in het evalueren van 
problemen en situaties in het licht van de 
Schriften, en in het stellen van toepasse- 
lijke, verduidelijkende vragen. Beiden 
zijn ,,niet alleen mannen van goede wil, 
maar ook mannen met een goed 
humeur." 

„Bovendien," zei president Kimball, 
,,zijn wij niet alleen het Eerste Presi- 
dium, wij zijn ook vrienden!" 
Vervolgens waarschuwde president N. 
Eldon Tanner voor het ten onrechte be- 
schouwen van de vereenvoudigende 
maatregelen als ,,een wat loslaten van 
onze fundamentele doelstellingea en ver- 
plichtingen wanneer, in feite, deze ver- 
eenvoudigde inspanningen onze gang 
langs het pad naar de gewenste resulta- 
ten dienen te bespoedigen." Hij sprak de 
hoop uit dat de leden de extra tijd die 
hieruit voort zou vloeien goed zouden 
benutten — ,,en hun tijd nog verstandi- 
ger besteden dan hun geld." 
Sprekende over de toekomstverwachtin- 
gen van president Kimball in de vorm 
van een belangrijke groei van de kerk, 
weidde president Tanner uit over het be- 
lang van het verwelkomen en liefhebben 
van nieuwe leden: ,,De kerk is voor ,de 
vervolmaking van de heiligen,"' zei hij, 
„en niet alleen maar om de reeds vervol- 
maakten te registreren! Dus naarmate 
dat de kerk tienduizenden die waardig 
en bereid zijn verwelkomt, zal ons ver- 
mogen om anderen lief te hebben, te 
aanvaarden en op te leiden steeds op- 
nieuw worden beproefd . . . Wij moeten 
er evenzeer in slagen al deze nieuwe 
vrienden te omvatten in onze liefde en 
vriendschap als wij erin slaagden hen 
door ons zendingswerk lid te maken van 
de kerk. Wij moeten even vlug zijn om 
hen te verwelkomen als we dat zijn om te 
getuigen over de kerk." 




OuderUng J. Thomas Fyans, een lid van 
het presidium van het Eerste Quorum 
van Zeventig, legde uit hoe priester- 
schapsraden kunnen helpen om de leden 
van de kerk te sterken. Hij spoorde de 
leiders aan om individuele personen en 
gezinnen te helpen bij het selecteren van 
en zich verbinden tot meetbare, bereik- 
bare doelen op het gebied van zendings- 
werk, genealogie en stoffelijk en geeste- 
lijk welzijn — doelen in de richting van 
persoonlijke ontwikkeling, de Hefde en 
eenheid in het gezin, en het op eigen 
benen kunnen staan. 
Sprekend over de manieren waarop de 
wijk gezinnen kan helpen, zei hij dat ho- 
gepriesters dikwijls „niet op de juiste of 



191 




beste manier worden ingezet" en onders- 
treepte dat „bisschoppen een beroep 
kunnen doen op deze hogepriesters en 
zeventigen om als huisonderwijzer op te 
treden van inactieve leden van Melchize- 
dekse priesterschapsquorums of van 
toekomstige ouderlingen. Dit is geen 
nieuw beleid, maar een die opnieuw 
wordt benadrukt door het Eerste Presi- 
dium en het Quorum der Twaalf." 
Ouderling B. Tom Perry van de Raad 
der Twaalf sprak over manieren waarop 
het huisonderwijs kan worden verbe- 
terd. Hij herinnerde leiders eraan dat 
huisonderwijzers inderdaad worden ge- 
roepen om onderwijzers te zijn — en dat 
zij als zodanig een duidelijk begrip be- 
horen te hebben van wie, hoe en wat zij 
moeten onderwijzen. Zij hebben trai- 
ning nodig op deze gebieden, zei hij, 
„want een priesterschapsdrager is geen 
kant-en-klare huisonderwijzer als ge- 
volg van het feit dat hem het priester- 
schap is verleend." 

Ouderling Perry spoorde de leiders aan 
om de leden middels hun huis- 
onderwijzers boodschappen en aanwij- 
zingen te geven, waardoor de rol van de 



huisonderwijzer in de ogen van de henr 
toegewezen gezinnen wordt versterkt. 
Hij moedigde de leiders tevens aan om 
het aantal gezinnen per huisonderwijzer 
te beperken tot drie a vijf en om de wer- 
klast onder de priesterschapsquorums te 
verdelen: „Het is niet efficiënt om zeven- 
tig of tachtig procent van de gezinnen 
van de wijk toe te wijzen aan het ouder- 
lingenquorum, tenzij zij de kracht heb- 
ben en in staat zijn om het werk op doel- 
treffende wijze te volbrengen." De bis- 
schop kan toekomstige ouderlingen en 
ongehuwde zusters toewijzen aan elke 
van de drie Melchizedekse priester- 
schapsquorums, zei hij — welke daar- 
van ook „het beste in staat is om resulta- 
ten te produceren." 

Ouderling A. Theodore Tuttle van het 
presidium van het Eerste Quorum van 
Zeventig beval verschillende stappen 
aan voor ,,het sterken van de minder 
actieven," waaronder: 

* Bepalen welke mannen het meest 
ontvankelijk zijn en het eerst met hen 
werken, waarbij u hen sterke huison- 
derwijzers toewijst. 



192 



* Bij sommigen een directe benadering 
gebruiken: „Waarschijnlijic zou tien 
procent van de inactieve mannen een 
oproep om zich op dit moment te 
bekeren en ouderling te worden of in 
de tempel te trouwen beantwoorden. 
Wij moeten hen daartoe 
uitnodigen." 

* Bij anderen een meer indirecte bena- 
dering gebruiken en door veel- 
vuldige informele bezoeken een per- 
soonlijke band te kweken. Als er een- 
maal een goede communicatie be- 
staat en „wanneer het juiste moment 
waarom u gebeden heeft daar is, 
kunt u van ziel tot ziel spreken over 
de dingen Gods." 

* Instructievergaderingen houden met 
als thema heractivering en de tempe- 
1; voor hen bidden; hen een opdracht 
in de kerk geven; en doorgaan aan de 
hand van een „eendrachtige, aan- 
houdende inspanning." 

Ouderling Mark E. Petersen van de 
Raad der Twaalf sprak over de nood- 
zaak om de leden van de kerk te leren 
„een volle en eerlijke tiende te betalen. 
„Het betalen van tienden," zei hij ,,is 
altijd een belangrijke factor bij het ont- 
wikkelen van geloof en getuigenis"; het 
is ook de manier van de Heer om de 
groei van zijn koninkrijk te financieren. 
Vervolgens legde hij uit hoe leiders de 
wet der tienden aan de leden kunnen 
leren. 

Ouderling Petersen zei dat het betalen 
van tienden een wet van God is — dat 
het „een schuld en een plicht is waarvan 
allen zich moeten kwijten." Nadat hij 
een aantal van de zegeningen had be- 
sproken die voortvloeien uit gehoor- 
zaamheid aan deze wet, gaf hij de vol- 
gende samenvatting: de Heer ,,zal u be- 
gunstigen en beschermen. Wat kunt u 
nog meer verlangen?" 



Ouderling Gordon B. Hinckley van de 
Raad der Twaalf gaf een overzicht van 
een aantal van de activiteiten die georga- 
niseerd worden voor de viering van het 
150-jarig bestaan van de kerk in 1980. 
Hij noemde het ,,een geweldig vréugde- 
feest voor het moderne Israël" en zei: 
„Wij hopen dat de mensen door heel de 
kerk heen zich bewust zullen worden van 
hun geschiedenis en van de uitdagingen 
van de toekomst — dat zij een tijd van 
plezier en vreugdebetoon zullen hebben, 
waarin zij uitdrukking kunnen geven 
aan hun talenten en bekwaamheden." 
Aan het slot van de vergadering maakte 
president Ezra Taft Benson, onder wiens 
leiding de instructievergadering plaats 




193 



had gevonden, bekend dat ,,er een proef- 
project is goedgekeurd met betrekking 
tot het consoHderen van 

vergaderschema's . . . Aan het eind van 
de proef zullen de bevindingen zorgvul- 
dig worden gecompileerd en ge- 
ëvalueerd. Ondertussen zullen er verder 
dan dit proefproject geen activiteiten 
worden ontplooid." 
President Benson maakte tevens bekend 
dat de volgende zeven broeders zijn ge- 
roepen als voltijdse regionale vertegen- 
woordigers, dat hun echtgenoten zullen 
worden aangesteld als zendelingen, en 
dat zij in de landen waartoe zij geroepen 
zijn zullen wonen: 

Edward L. Howard jr. uit Spokane 
(Washington) is toegewezen aan Santia- 
go, Chili; James A. Jesperson uit El Ca- 




jon (CaHfornië) aan het Andesgebied; 
Charles R. Lewis uit Clovis (Californië) 
aan Santiago, ChiU; A. James Martin uit 
Boise (Idaho) aan het west-Europees ge- 
bied; Eugene F. Olson uit La Mesa (Ca- 
lifornië) aan het Andesgebied; Dorrell 
C. Vickers uit Longview (Texas) aan het 
west-Europees gebied; en Lester B. 
Whetten uit Provo (Utah) aan El 
Salvador. 

De volgende zeventien broeders werden 
eveneens als nieuwe regionale vertegen- 
woordigers aan de vergadering voorges- 
teld: Carlos Humberto Amado uit Gua- 
temala City, Guatemala; Lafayette R. 
Anderson uit Monticello (Utah); Tufu- 
ga Samuelu Atoa uit Apia, West- 
Samoa; Raymond E. Beckham sr., uit 
Provo (Utah); Juan Casanova uit Yute- 
pec, Mexico; Frank W. Chamberlain uit 
Salt Lake City (Utah); Eli K. Clayson 
uit Provo (Utah); Eldon W. Cooley uit 
Mesa (Arizona); Hugh A. Daysh uit 
Auckland, Nieuw-Zeeland; Enrique 
Moreno uit Cuernauaca, Mexico; Ru- 
dolfo W. Ortensen uit Phoenix 
(Arizona); Russel M. Nelson uit Salt La- 
ke City (Utah); Sterling Nicolaysen uit 
Fremont (CaHfornië); John F. 
0'Donnal uit Campastre de Churubes- 
co, Mexico; Boanerges Rubalcava uit 
Atizapan, Mexico; Lee K. Udall uit 
Thatcher (Arizona); en Keith W. Wilcox 
uit Ogden (Utah). 

Hiermee wordt het aantal in functie zijn- 
de regionale vertegenwoordigers op 194 
gebracht. □ 



194