Skip to main content

Full text of "Geschiedenis van het postwezen in Nederland vóór 1795"

See other formats


Google 



This is a digital copy of a book that was prcscrvod for gcncrations on library shclvcs bcforc it was carcfully scannod by Google as part of a project 

to make the world's books discoverablc onlinc. 

It has survived long enough for the copyright to cxpirc and the book to enter the public domain. A public domain book is one that was never subject 

to copyright or whose legal copyright term has expired. Whether a book is in the public domain may vary country to country. Public domain books 

are our gateways to the past, representing a wealth of history, culture and knowledge that's often difficult to discover. 

Marks, notations and other marginalia present in the original volume will appear in this file - a reminder of this book's long journey from the 

publisher to a library and fmally to you. 

Usage guidelines 

Google is proud to partner with libraries to digitize public domain materials and make them widely accessible. Public domain books belong to the 
public and we are merely their custodians. Nevertheless, this work is expensive, so in order to keep providing this resource, we have taken steps to 
prevent abuse by commercial parties, including placing lechnical restrictions on automated querying. 
We also ask that you: 

+ Make non-commercial use of the files We designed Google Book Search for use by individuals, and we request that you use these files for 
personal, non-commercial purposes. 

+ Refrainfivm automated querying Do nol send aulomated queries of any sort to Google's system: If you are conducting research on machine 
translation, optical character recognition or other areas where access to a laige amount of text is helpful, please contact us. We encourage the 
use of public domain materials for these purposes and may be able to help. 

+ Maintain attributionTht GoogXt "watermark" you see on each file is essential for informingpeopleabout this project and helping them find 
additional materials through Google Book Search. Please do not remove it. 

+ Keep it legal Whatever your use, remember that you are responsible for ensuring that what you are doing is legal. Do not assume that just 
because we believe a book is in the public domain for users in the United States, that the work is also in the public domain for users in other 
countiies. Whether a book is still in copyright varies from country to country, and we can'l offer guidance on whether any specific use of 
any specific book is allowed. Please do not assume that a book's appearance in Google Book Search means it can be used in any manner 
anywhere in the world. Copyright infringement liabili^ can be quite severe. 

About Google Book Search 

Google's mission is to organize the world's information and to make it universally accessible and useful. Google Book Search helps readers 
discover the world's books while helping authors and publishers reach new audiences. You can search through the full icxi of this book on the web 

at |http: //books. google .com/l 



Google 



Dit is ccn digitale kopie van een boek dat al generaties lang op bibliothcckpl anken heeft gestaan, maar nu zorgvuldig is gescand door Google. Dat 

doen we omdat we alle boeken ter wereld online beschikbaar willen maken. 

Dit boek is na oud dat het auteursrecht erop is verlopen, zodat het boek nu deel uitmaakt van het publieke domein. Een boek dat tot het publieke 

domein behoort, is een boek dat nooit onder het auteursrecht is gevallen, of waarvan de wettelijke auteursrecht termijn is verlopen. Het kan per land 

verschillen of een boek tot het publieke domein behoort. Boeken in het publieke domein zijn een stem uit het verleden. Ze vormen een bron van 

geschiedenis, cultuur en kennis die anders moeilijk te verkrijgen zou zijn. 

Aantekeningen, opmerkingen en andere kanttekeningen die in het origineel stonden, worden weergegeven in dit bestand, als herinnering aan de 

lange reis die het boek heeft gemaakt van uitgever naar bibliotheek, en uiteindelijk naar u. 

Richtlijnen voor gebruik 

Google werkt samen met bibliotheken om materiaal uit het publieke domein te digitaliseren, zodat het voor iedereen beschikbaar wordt. Boeken 
uit het publieke domein behoren toe aan het publiek; wij bewaren ze alleen. Dit is echter een kostbaar proces. Om deze dienst te kunnen blijven 
leveren, hebben we maatregelen genomen om misbruik door commerciële partijen te voorkomen, zoals het plaatsen van technische beperkingen op 
automaüsch zoeken. 
Verder vragen we u het volgende: 

+ Gebruik de bestanden alleen voor niet-commerciële doeleinden We hebben Zoeken naar boeken met Google ontworpen voor gebruik door 
individuen. We vragen u deze bestanden alleen te gebruiken voor persoonlijke en niet -commerciële doeleinden. 

+ Voer geen geautomatiseerde zoekopdrachten uit Stuur geen geautomatiseerde zoekopdrachten naar het systeem van Google. Als u onderzoek 
doet naar computervertalingen, optische tekenherkenning of andere wetenschapsgebieden waarbij u toegang nodig heeft tot grote hoeveelhe- 
den tekst, kunt u contact met ons opnemen. We raden u aan hiervoor materiaal uit het publieke domein te gebruiken, en kunnen u misschien 
hiermee van dienst zijn. 

+ Laat de eigendomsverklaring staan Het "watermerk" van Google dat u onder aan elk bestand ziet, dient om mensen informatie over het 
project te geven, en ze te helpen extra materiaal te vinden met Zoeken naar boeken met Google. Verwijder dit watermerk niet. 

+ Houd u aan de wet Wat u ook doet, houd er rekening mee dat u er zelf verantwoordelijk voor bent dat alles wat u doet legaal is. U kunt er 
niet van uitgaan dat wanneer een werk beschikbaar lijkt te zijn voor het publieke domein in de Verenigde Staten, het ook publiek domein is 
voor gebniikers in andere landen. Of er nog auteursrecht op een boek mst, verschilt per land. We kunnen u niet vertellen wat u in uw geval 
met een bepaald boek mag doen. Neem niet zomaar aan dat u een boek overal ter wereld op allerlei manieren kunt gebruiken, wanneer het 
eenmaal in Zoeken naar boeken met Google staat. De wettelijke aansprakelijkheid voor auteursrechten is behoorlijk streng. 

Informatie over Zoeken naar boeken met Google 

Het doel van Google is om alle informaüe wereldwijd toegankelijk en bruikbaar te maken. Zoeken naar boeken met Google helpt lezers boeken uit 
allerlei landen te ontdekken, en helpt auteurs en ui tgevers om een nieuw leespubliek te bereiken. U kunt de volledige tekst van dit boek doorzoeken 

op het web via |http: //books .google .coml 



L . . 



HMrDarli (follrgr ILiliraru 




HKNDkIK WILLICM v \n L()()\ 

iS MKMnKV « M 

IIKNKV I'ICKKRINC IJtnVDnCIl 
Class of 1861 



IDarliarti vTollrgi ILiürarij 




IIIADKIK \\ ll.l.l-.M v\\ \A H)\ 

* * I t ^ • .1 

■il» II '1 

III NKN I I« K}!<l\«, :.« jW!'! Uil 



V' . -.] ••!..■ .r--. N ■ ■ i ' ■< • 1 ■■■, ;. .| 



■ '■ ■ I 



GESCHIEDENIS 

VAN HET 

POSTWEZEN IN NEDERLAND 

vóór 1795, 

met de voornaainste verbindingen met het buitenland 

M". ir. J. C. OVERVOORDIi, 

An'hiviiris iIit Ki'iiii'I'ilIc Ijei'feii. 




Lt:il)i:X. - A. \V. SUTI10KI-'. 



GESCHIEDENIS 



VAN HliT 



POSTWEZEN IN NEDERLAND 



vóór 1795. 



GESCHIEDENIS 

VAN HET 

POSTWEZEN IN NEDERLAND 

vóóF 1795, 

met de voornaamste verbindingen met het buitenland 



iVr. D". J. C. QVERVOORÜE, 

Ardiivari'j der Geiiieei|tc Leiden. 




LKIDEN. - A. W. SIJTIIÜKF. 



^- 



Si 



HftTvard Ckdlege LibrarF 

May 18, 1015 

Gift of 

Hendrik Willem van Loon 

WashinfiTton, D. O, 



lAI 17 l.qiB 



INHOUD. 



Bladz. 

Voorwoord. 

EERSTE AFDEELIN6. 

Algemeen oyerzicht yan de ontwikkeling yan het postwezen . 1 

a. voorgeschiedems en middeleeuwen 1 

b. Frankryk 12 

c. België 16 

d. Duitschland 20 

de Rtjkspost 27 

e. Pruisen 31 

de stadspost van Keulen 88 

f. Engeland 45 

g. Oost-Indiê 48 

TWEEDE AFDEELING. 

Ontwikkeling van de Regeeringspost in Nederland 50 

a. voorgeschiedenis 50 

b. de generaliteitsboden 02 

c. de veldpost (i9 

DERDE AFDEELINti. 

Het particulier brievenvervoer in Nederland 74 

a. boden- en schipperspost 74 

b. postmeesters 8t^ 

c. de oprichting der ötatenpost in Hollan<l 9o 

d. inrichting van het hoofdbestuur na don overgang ilor 

postery aan Holland lo2 

e. de lagere beambten 1 oO 



VI 

Bladz. 

f, algemeene postpolitiek na de oprichting der Statenpost . . 110 

g, behandeling der brieven op de kantoren 115 

h. vervoer, postiljons 134 

t. het briefgeheim 140 

VIERDE AFDEELING. 

BelangrQkste postverbindingen van llolland 146 

a. de Rykspost 146 

ö. Pruisen 166 

c. Hannover en Brunsw^k 179 

d. Cassel en Saksen 180 

e. Hamburg 181 

f. Keulen 198 

g. Wezel 206 

h. Aken 207 

L Zwitserland 208 

ƒ Belgiö 208 

k. Luik 227 

l Frankryk 229 

m. Spanje en Portugal 247 

n. Engeland 250 

0, Amerika 284 

p. Afrika en de Levant 287 

q. Verbinding van Holland met Oostelök Noord-Brabant en 

met Limburg. De Postsocieteit 289 

r. Noord-Holland. De poster\j van Schagen 306 

s. Texelsche post 308 

VIJFDE AFDEELING. 

Ontwikkeling der kantoren in Holland 314 

a, Amsterdam 314 

b, Dordrecht 328 

c, Haarlem 337 

il Delft 339 

e. Leiden 340 

/. Gouda 351 

g, Rotterdam 353 

h, Gorinchem 367 

1. Schiedam 868 

j. Schoonhoven 369 

k, Brielle 369 



VII 
Bladz. 

/. 's-Gravenhage 370 

m. Kleinere steden en platteland 381 

n. Noord-Holland 387 

ZESDE AFDEELIN6. 

Ontwikkeling van liet postwezen in de oyerige proyinciën . . 389 

«. Zeeland 389 

b. Brabant en Limburg 417 

c. Utrecht 461 

d. Gelderland 479 

e. Overysel 493 

f. Friesland 507 

g. Groningen en Drente 511 

Besluit 521 

BIJLAGEN. 

1. Staat van de opbrengst der kantoren in Holland 1738 — 1795. 

2. Vergeiykende staat der beambten en hunne bezoldigingen in 1773 en 1796. 

3. Tarief voor de koopmansboden te Amsterdam in 1612. 

4. Lyst van de briefporten te Leiden in 1735. 

5. Ordonnantie voor de boden van Hamburg op Amsterdam, 1641. 



Verklaring van eenige afkortingen. 



Brievenboek Rotterdam: Brievenboek van het generaal kantoor te Rotterdam, 

aangelegd c. 1753 en vervolgd tot 179d. Thans aan- 
wezig op het Hoofdbureau. 

C: Notulen en Bylagen van de Commissarissen der 

posteryen in de provincie Holland, aanwezig in het 
Algemeen Ryksarchief te VGravenhage, 1749 — 1751. 
R. A. P. n^ 273, 1752—1803, 25 dl»^ n«. 1-25, 
bylagen 1752-1795, 23 portefeuilles, n^ 64-86, uit- 
gaande en ingekomen missives, 7 dl"^ n^ 124—130. 



Copieboek E en F: 



CoU. I: 

G. P. A.: 
Gr. Pl.bk.: 

Groot Rapport: 

Hoofdbureau: 

L. P. of Lade P.: 

Omslag I enz.: 

R. A. P.: 

R.: 



Copieboeken van het antwerpsch kantoor te Amster- 
dam. E 1717-^1738 en F 1739—1749; thans aanwezig 
op het Hoofdbureau. 

Collectie stukken betreffende het postwezen in het 
staatsarchief te Hamburg. 
Geheimes Post Archiv te Berlijn. 
C. Cau en Scheltus, Groot Placaet-Boeck , VGraven- 
hage, 1658—1796. 9 dl», fol. 

Originaal verbaal van Ie Jeune en Kersseboom, 1751, 
met bijlagen. R. A. P. n". 270-272. 
Archief van het Hoofdbureau der posterijen en tele- 
graphie te 's-Gravenhage. 

Collectie stukken over het postwezen in het Gemeente- 
archief te Amsterdam. 

Collectie stukken over het postwezen in het Gemeente- 
archief te 's-Gravenhage. 

Algemeen Rijksarchief te VGravenhage, afdeeling 
posterijen. 

Collectie stukken over het Postwezen in het Gemeente- 
archief te Rotterdam, portefeuille n". 974 en 974a. 



VOORWOORD. 



Ij dc regeling van het doidtsche gemeente-archief vond ik 
een aantul besdieiden over <ie Postsoinoleit , die mij aan- 
leiding; f;avon van dit onderwerp eeiie ruimer slndic Ie 
I maken. Weldra lileek mij hierliij, dut de bestaande lilte- 
ratunr over de ontwikkelin;; van het [)oslwe7.en ïn de repiililiek mij 
lifl gewt'nschto lielit niet steeds kon verschntVen. Naast een aantal 
vcrsjireide kleine sludies is men hierliij voornaniehjk aan^ewe/en (»]> 
het werk van Mr, .1. C. W. i.k Jeune, Hel lirievi'n-p<ist wezen in de 
Rejml.liek der Vereetiigde Nederlanden. Tlreeht, la'.l. dal voor 
zijnen tijd ongelwijf<'ld een zeer H"ed overzielit {ïeelt, d<i<-h dal hel 
;;el)n-k heeft, dat de schrijver zich hierhij Ie zeer heeft lieperkt tut 
din-rt onder zijn hereik zijnde liescheideii. 

liet plan rijpte toen hij mij, om U- Irarhteii eene ^fcseliirdfins le 
geveii van de ontwikkeling van hel jiostwezen in Nederland van 
ilen eersten hodentijd lot liet heden. Ik vniid mijnen vriend 
A. .1. M. Bitoi'wca A.NciiKit hereid om niel mij de gesrliiedenis lol 
het jaar 17115 te hewerken en ontving de toezegging voor de liewer- 
kiiig van I79ö tot heden van drie met den pradisclien dienst van 
het postwezen vertmnwde desktaidigen. 

Keeds was met Bitorwt:» AN<:HEii hel werkplan verdeeld, toen 
onverwacht eene eni-xlige ziekte zijne krachten sloopte. Ie snel gevolgd 



X 



door zijn betreurd overlijden. Vnw zijne fuinilie ontving ik volgens 
zijn verlangen de reeds belangrijke verzameling door bem uit lu*t 
rijke anisterdainscb arcbief bijeengebracbte aanteekeningen , die mij 
van veel nut waren bij de studie en mij de tijdroovende bewerking 
van dit voor het postwezen zoo belangrijk arcbief bespaarden. Hoe 
gaarne bad ik den werkzamen en kundigen medewerker zijn met 
veel liefde begonnen onderzoek zien voltooien! Het verbeugt mij 
'altbans, onder volle erkeiming van den belangrijken bierdoor onder- 
vonden steun, zijn arbeid te kunnen doen medewerken voor bet door 
ons beiden gewensebte doel. 

Omstandigbeden buiten ons beider wil beletten later ben, die 
de bewerking van de geschiedenis van bet postwezen na 1795 
liadden toegezegd, om aan bun voornemen gevolg te geven; ik dank 
niettemin aan de besprekingen met ben menigen nuttigen wenk en 
medewerking voor bet verkrijgen van anders moeilijk bereikbare 
gegevens. Tot bet zelf bewerken van eene geschiedenis tot bet beden 
acbtte ik mij niet geroepen, daar voor een kort overzicht de reeds 
bestaande werken voldoende zijn en voor eene dieper ingaande 
bewerking mij de biervoor vereischte technische kennis ontbreekt. 
Ik besloot daarom te eindigen met de omwenteling van 1795, 
die bet begin was van een tijdperk van overgang, ook op liet 
gebied van het postwezen. 

De vermelding van alle geraadpleegde bronnen acht ik overbodig, 
ilaar steeds onderaan de bladzijden naar de bronnen is verwezen. 
\)v b(»kende litteratuur over Nederland werd door mij g(iraadpleegd 
en over bet buiteidand eenige der voornaamste algemeene werken. 
Van de bewerkte archieven vallen in de eerste plaats te vermeldt»n 
bet archief van de commissarissen der hollandscbe posterij, aan- 
wezig in bel Algemeen Rijksarchief te 's-(iravenbage, en het archief 
van hel Hoofdbureau d(»r posl<Mijen Ie \s-(iravenhage, waarin zich 
ook t»en aantal bescheiden bevinden uil den tijd van dt* republiek. 
De directeur-generaal bad de welwillcMidheid om mij hel onderzoek 
naar de nog op versclnlh»nde kantoren achlergebl<»ven oude docu- 
nuMilen te vergemakkelijken, door deze kantoren aan te schrijven 
om alle nog aanwezige bescheiden van vóór 1818 bij het Hoofd- 
bureau in te zenden. Hieroiuler vond ik verscbillcMule stukken, die 
mij belangrijk*' bijzonderheden leviTden. Hel is mij (^en aangename 
plicht bier een woord van oprechten dank te betuigen aan Z.Exr. 
den oud-ministcr J. P. Havki.aau voor den hoog gewaardeerden steun 



XI 

en de belangstellende medewerking, die ik bij mijn onderzoek steeds 
van hem mocht ondervinden. 

In Nederland ztïlf werden door mij in een dertigtal rijks- en 
gemeente-archieven onderzoekingen gedaan en in het buitenland in 
fiel (Jeheim Postarrhief en het Postmuseum te Berlijn, lu»t Staats- 
archief te Hamburg, het Stadsarchief te Keulen en de Archives 
Nalionales te Parijs. Het is mij onmogelijk allen, die mij hierbij 
i)ehul|)zaam wan^n of schriftelijk iidichtingen verstrekten, te her- 
denken. Algemeen vond ik de meeste medewerking, waarvoor het 
mij vergund zij hier in het algemeen mijn weigemeenden dank te 
betuigen. Te betreuren vicd slechts, dat de primitieve regeling van 
fnkele archieven mij bij den beperkten tijd in het onderzo(»k zeer 
belemmerde. 

Bij de bewerking der talrijke aanteekeningen stuitte ik meermalen 
op moeilijkheden, die slechts waren op te lossen bij ecïii zeer uit- 
voerig onderzoek in nagenoeg alle archieven in het vaderland. Toch 
hoop ik in de volgende bladzijden eenige gegevens bijeengebracht te 
hebben, die het mogelijk maken een juister blik te slaan op de zoo 
iK'langrijke ontwikkeling van het postwezen, dan tot im toe aan de hand 
der gedrukte stukken mogelijk bleek. Zelf ben ik meer dan iemand 
overtuigd van de noodzakelijke onvolledigheid van mijn arbeid, 
daar eerst, als alle archieven bewerkt zijn, een volledig overzicht te 
verkrijgen is, doch ik hoop in de volgende bladzijden althans het 
iHdangrijksle, wat thans te verzamelen is, bijeengebracht te hebben. 

Naast het postwezen is ook aan de hiermede zoo nauw verbonden 
Innniveren en wagendiensten eenige aandacht geschonken. 

Met 1 Juli VMH litTdenkt Nederland het loO-jarig jubileum van 
df» oprichting van de hollandsche Statenpost in 175:2, waartoe in 
in 1747 de stoot werd gegeven. De naijver der provincies belettt» 
tiK'ii de gewenschte centralisatie voor de geheele republiek, waarvan 
door den pruisischen gezant B. von dkh Hellen in IHM) zoo juist 
de wenschelijkheid en de onmogelijkheid tevens w<»rd ingt^zieiL 
Hierdoor bleef de volle werking tot ééne provincie be|)erkt, maar 
toch was dit besluit van overwegend gewicht voor den gchecl(»n 
Staat, daar de machtige handelscentra van Holland de geheele 
buitenlandsche correspondenti<' beheerschten. De overige provincies 
ontvingen grootendeels door Holland eene vrij goede corn^sjiondeutie. 
al. bemerkten zij hierbij maar al te veel, dat deze voordeelen haar 
niet om haar zelfs wil geschonken werden, doch slechts voor zoo- 



verre dit kon slrekken lol verslerking van de posilie van het toch 
reeds oppen imchlige Holland. 

De invoering van de Slalenpost in Holland was de eerste belang- 
rijke stap lol de centralisatie van hel nederlandseh poslwezen. Bij 
den gedenkdag hiervan draag ik, als oen blijk van waardeering, dit 
werk op aan hen, die zich gewijd hebben aan de steeds 
verdere ontwikkeling van dezen zoo belangrijken lak van Staats- 
dienst, die een gewichtige farlor is voor (fe ontwikkeling van hol 
verkeer, en dagelijks de gewichtigste diensten bewijst voor den bloei 
van handel en nijverheid en de verspreiding van beschaving en 
kennis op elk gebie<l. 

Leiobn, I Juli 1902. J. C. O VER VOORDE. 





EERSTE AFDEELING. 

Algemeen overzicht van de ontwikkeling van het postwezen. 



a. VOOR<1ESCHIEDEN[S EN MIDDELEEUWEN. 

1 eods bij de eerste ontwikkeling vaii liet meiischdoni , in 
^ ** /fJ tijden waarvan sWlits enkele en vage l>ericliten tol ons 
doordrongen , vinden wij gewag gemaakt van het overbrengen 
I van berichten. Eerst geschiedt dit door speciale bo<ien, die 
mondeling zicli van hun opdracht kwijten of een te voren afgespi-uken 
toeken brengen om lie bondgenooten op te roepen tot den strijd of tot 
beratidslnging over geineenschai)pelijke belangen. Later werden, naar- 
ninte de kennis van het schrift als middel vnii wisseling van gedachten 
doonlrong, de mondehiige berichten door schriftelijke vervangen en 
ontstond het briefverkeer, dat even oud is als de eerste opteekening der 
historische feiten en overleveringen. Dit briefverkeer was echter ten 
zeerste beperkt door de geringe kennis van het uchrifl eii de beperkt- 
heid van het verkeer. Met de toename Tjin beschaving en van de 
vastheid van woonplaats vermeerderde ook de noodzakelijkheid om 
met venvijderde volken en personen in verbinding te treden en het 
verwondert ons dan ook niet, dat de hooge trap van ontwikkeling, 
door de oosterscbe volken bereikt in tijden, dat de geschiedenis nog 
niet gewaagt van onze lage landen, reeds leidde tot geregelde diensten 
voor het briefverkeer tnsschen de hoofdplaatsen van de tocmiiaals 
lieschaafde wereld. 

Deze inrichtingen verdwenen echter met de macht der vidkeren. 
die haar ontslaan mogelijk maakten. Zij zijn van ons gescheiden door 
de duistere tijden van de invallen on de opkomst der geniiaansclie 
Atamnien en waren hoogstens slechts bij vage overlevering bekend, 
twn in Westelijk KnnijMi de meerdere ontwikkeling den eiscli van 



2 

eene betere regeling van hel verkeer dringend naai* voren bracht 
Wij willen daarom volstaan met een kort overzicht van enkele 
gegevens uit deze eerste periode, saamgelezen uit de werken, die 
hieraan eene meer uitvoerige beschouwing wijden % om daarna iets 
langer stil te staan bij de ontwikkeling van het postverkeer in de ons 
omringende landen, waarmede later van hier uit directe verbindin- 
gen werden onderhouden. Wij komen daarna tot het hoofdpunt, 
de ontwikkeling van het verkeer in eigen land, hetwelk wij uitvoe- 
rig hopen te schetsen aan de hand der in de archieven bewaarde 
bescheiden en de door verschillende schrijvers hierover bijeenge- 
brachte gegevens. 

Onder de oudste vermeldingen van briefverkeer vallen te rang- 
schikken eene muurbeschildering in het graf van Chnumhotep te 
Benihassan, circa 2000 v. Chr., waarop een bode is afgebeeld, die 
een brief overhandigt^), en de plaats bij Diodorus, lib. II cap. 18, 
waarin gewag wordt gemaakt van een brief, door Semiramis ontvan- 
gen van den indischen koning Strabobates. ^) De beschrijving van het 
einde van den zondvloed in (Jenesis 8, 7 — 12 doet vermoeden, dat 
het gebruik van postduiven althans aan den samensteller van dit 
hoofdstuk niet onbekend was. *) 

In Japan was volgens Hartmann reeds in 600 vóór Chr. een 
koerierdienst bekend en van de Perzen verhaalt Herodotus VIII. 98 
de overbrenging van het bericht van den slag van Salamis, waarbij 
de machtige perzische vloot door Themislocles vernietigd werd. ^) 
Uitvoerig schetst Xenophon (430 — 354 v. Clir.) de door Cyrus 
(t 529 V. Chr.) omstreeks 558 v. Chr. ingerichte paardenpost. 



') E. Hartmann, Entwlckliings-geschichte der Posten von den Oltesten Zeiten 
bis zur Gegenwart, mit besonderer Beziehung auf Deutschland. Augsburg, 1868. — 
H. Stepban , Geschichte der Preuszischen Post — O. Veredarius , das Bucb von der 
Weltpost Berlin, 1885. — Jules Waulers, Les postes en Belgique avant la révolution 
fran^ise. Paris, Bruxelles, Leipzig, 1874. — A. de Rothschild^ Histoire de Ia 
Poste aux lettres et du Timbre-poste depuis leurs origines jusqu'è nos jours. 
Paris, 1876. — A. von Scbweiger Lerchenfeld, Das neuc Buch von der Weltpost, 
Wien (enz.) z. j., e. a. en de daar aangebaalde werken. 

•) Veredarius p. 75. ') Hartmann. 

*) De verzending van bericbten door postduiven is waarschijnlyk eene oostersche 
uitvinding. De Romeinen waren er mede bekend (Plinius Hist Nat. Lib. x. c.37) 
in Noord-Europa eerst na de kruistochten. Onder Solinian wordt in 1541 een gere- 
Ie postduivendienst tusschen Ofen en Constantinopel vermeld. De afstand 
t Dnitsche m\jlen werd door de snelste duiven in 24 uur afgelegd. 
September 480 v. Chr. 



3 

waarbij op geregelde afstanden 100 stations gevestigd werden voor 
het wisselen van paarden en postiljons, die het overbrengen der 
regeeringsdépêches over het uitgestrekte rijk, van de Aegeische Zee 
lot Susa, in zeer korten tijd mogelijk maakten. ') Ook het boek 
Esther getuigt van de regeeringspost onder Ahasverus, den bijbelschen 
naam voor Xerxes, en noemt de voetboden en de „loopers te paard, 
rijdende op snelle kemels, op muilezels, van merriën geteeld". ^) 

Bij de Grieken worden slechts voetboden, 'fifisgoêgófioi , genoemd, 
waaronder echter velen beroemd waren wegens de snelheid, waar- 
mede zij belangrijke afstanden wisten af te leggen. ^) 

Bij de Romeinen werd door Keizer Augustus (29 v. Chr. — 14 n. Clir.) 
naast de voetboden een paardenpost ingericht voor de regeerings- 
dépêches. *) De koeriers ontvingen uurcedels, waarop de uren van 
vertrek en aankomst werden aangeteekend. In de provincie berustte 
het toezicht bij de indices curiosi. Deze dienst, bekend onder den 
naam van cursus publicus, was ook ingericht voor het vervoer van 
personen en goederen. Het was een geregelde dienst met wissel- 
plaatsen, mutationes, op 2 Va a 4 Va "ur afstand, en rustplaatsen, 
mansiones, ingericht voor nachtverblijf, op een dagreis afstand. ^) 

De dienst was ten laste der bevolking, die voor paarden en 
onderhoud te zorgen had, hetgeen een drukkende last werd, die 
voortdurend aanleiding gaf tot klachten. Keizer Nerva (96 — 98 n. Chr.) 
bevrijdde Italië van dezen last ^) en Keizer Hadriaims (117—138 n. Chr.) 
ook de provinciën door een gedeelte der kosten ten laste te brengen 
van den staat. Ook de keizers Septimius Severus (193 — 211), Julianus 
Apostatus (361—363) en Theodosius de Groote (379—395) verlichtten 
den last door verschillende bepahngen, die echter grootendeels niet uitge- 
voerd werden of spoedig buiten gebruik geraakten, tot Justinianus 
(527 — 565) voor zijn gebied afdoende regelingen maakte. De dienst 
was oorspronkelijk slechts voor de bevordering van staatsdépêches 
en hooge ambtenaren ingericht, doch werd later ook als personen- 



*) Xenophon, Cyropaedia VIII. 6 § 17. 

») Esther c. a v. 12 en 13; c. 8. v. 9. 14 enz. 

') Grammatophoren vervoerden brieven op korten afstand en veel ging per 
srhip. Waulers p. 4 spreekt ook van relaisposten. Eene merkwaardige wyze van 
correspondentie verhaalt Herodotus V. 35. Men deed een slaaf het hoofd kaal- 
srheren, plaatste daarna het bericht van den opstand op den geschoren schedel en 
verzond den levenden brief, toen het haar was aangegroeid. 

^) Suetonius, Vila Augusti c. 49. 

*) Codex Theodosius de cursu publico. 

•) Ter herdenking hiervan werd de munt geslagen niet : veliiciilalio Italiae reinissa. 



post g(»l)riiikt door particulieren, die zich van den keizer of den 
prefect eeiie machtiging wisten te verwerven, welke ondt^r Keizer 
Conslantijn (337- 3(>1) den naam kreeg van littera evectionis. In 
het eind der 4'^** eeuw werd dt; dienst voor het pnhliek gesloten *). 
Naast dezen koerierdienst had men voethoden, die eene vergoe- 
ding kregen voor de schoenen (calciarium), hetwelk echter door 
Keizer Vespasiaims werd afgeschaft. Sinds dien gingen zij, volgens 
Wauters , hloots voets. 

De verzending der particuliere hrieven was, althans tijdens Cicero 
(106—43 v. Ghr.), vrij onregehnatig ^). Meermalen vindt men in zijne 
brieven klachten hierover. De verzending per staatspost stond slechts 
vrij aan de hoogere ambtenaren of aanzieidijken ; de overigen moesten 
zelf boden zenden of gebruik maken van talx^Harii van vereenigingen % 

De romeinsche postdienst werd door de Oostgothen in Italië 
hersteld en alleen door Theodorich tot de staatsdépêches beperkt. 
Deze verviel echter na den inval der Longobarden {i)i\H na dhr.). 
Er bleef toen alleen de verplichting om paarden en wagens te 
leveren en onderweg onderhoud te verschaffen voor den koning, 
diens gezanten en de gezanten van vretende vorsten. Hiervoor werden 
vrijbrieven gegeven, waarvoor de oude namen litterae evectionis of 
tractoriae behouden bleven *). 

Na het uiteenvallen van het romeinsche rijk verdwenen èn de 
macht om den dienst in stand te houden èn de behoefte hieraan, en 
eerst onder Karel den Groote, die» weder een uitgestrekt rijk onder 
een krachtig bijstuur veretMiigdt», vinden wij van een meer gt^regelden 
postdienst g(*wag gemaakt. 

De oudste vermelding hiervan, waarop latere schrijv<»rs hebben 
vt)ortgebouwd, is eene plaats bij Taboetius *'), welke woordelijk aldus 
luidt : „Carolus ille Magnus popularium expensis tres viatorias stationes 
in Gallias constituit anno (Ibristi H()7. IVimam stationem propttT 

') Voljfons HlnmiUfTs. Brif'fweseii iind Briofvorkehr iin Alterluni. ven'ischl«» <le 
dit'iist hij «k» Romeinen o. a. 5 dagon voor het lraj«*<*l Home Keuh'n en T» dagen 
voor Rome - (^onstantinopel. 

-) Brieven aan Pomponius Attieus I. 9; IV. 1.") en VJ; V. 1.") enz. 

^) Kine Brief-oder Fraehtpost kam gar niehl vor. Dr. .J. N. Madvig. die Verfas- 
sung und Verwaltung <les Rr>miseheii Slaates. Leipxig, 1882. 11. 74.S. Zie ot»k 
Cieero ad Alt. V. 15, dahani familiari honiini ac domestieo (hlteras). Tii anteni 
saepr dare tahellariis puhiieanorum pot«'ris per magistros scriptnrae ei porlns 
nostrarum diru'esium. 

*) Marenlli fonnulae. 

"I Tahoetius in paradoxis regum Lngdnni. l.'rfiO p. 11^ 



5 

Italiani a se devictam, alteram propter Germaniam sub jugum mis- 
sani, Icrtiaiii propter Hispanias". Het blijft echter, gelijk Hartniann 
reeds aantoonde, vreemd, dat van eene zoo belangrijke daad van 
Karel den Groote noch bij zijnen levensbeschrijver Einhardus, noch 
bij Le Père Gabriel Daniel ^), noch elders vóór 1560 wordt gewag 
gemaakt, terwijl uit een capitulare van het jaar 802 blijkt, dat er 
geen sprake kan zijn van eene onbeteekenende uitbreiding van een 
reeds bestaanden dienst. In dat jaar toch werden de besluiten nog 
door speciaal hiertoe aangewezen legaten rondgezonden ^). 

Waar nu in den tijd van Karel den Groote de handel nog weinig 
was ontwikkeld en slechts enkele personen in staat waren om een 
brief te schrijven, zoodat voor een geregeld postwezen èn de behoefte 
èn het noodige briefverkeer ontbrak, daar zijn wij geneigd om aan 
de vermelding bij Taboetius slechts eene beperkte beteekenis toe te 
kennen, namelijk niet, gelijk vele oudere geschiedschrijvers, die van 
de oprichting van een geregelden postdienst, maar slechts van het 
inrichten van relaisstations langs de hoofdroutes, waar de nog steeds 
in aansluiting met de romeinsche inrichting, op de bevolking drukkende 
plicht tot voorthelpen der koeriers en gezanten met bespanning en onder- 
houd , te drukkend werd door het groot aantal langs deze plaatsen ver- 
zonden boden % De neiging om alle belangrijke verbeteringen terug 
te brengen tot Karel den Groote en wellicht ook de wensch om het 
postregaal op vasteren bodem te vestigen waren wellicht de oorzaak 
van het toekennen van te groote beteekenis aan de boven aange- 
haalde plaats bij Taboetius. Geheel zonder grond is deze echter 
niet, daar in een capitulare van Lodewijk den Vrome uit het jaar 
S2H *) verwezen wordt naar „loei ubi modo via et mansionatici 
a genitori nostro et a nobis per capitulare ordinati sunt". Hieruit volgt 
dus, dat reeds door Karel eenige verbeteringen in het verkeer waren 
aangebracht, doch van welke beteekenis die waren blijkt ons niet, daar 
het capitulare, dat hierover nader licht had kunnen geven, ontbreekt. 

Wat hier echter van zij, de inrichting was van korten duur en 
ging bij het uiteenvallen van het rijk weder s|)oedig te niet % 

*) Histoire de France, Paris, 1755. 

*) Pertz, Monunienta Germ. hislor. Leges tom. I. Caroli Magni capit. p. 94. 

') De inrichting zoude dus slechts gediend hebben voor de voorby komende 
missi dominici (inspecteurs van de provincie) en veredarii (beveldragers). 

*) Pertz 1. 245. Capit Aquisgran. 

*) Volledigheidshalve vermeld ik hier dat door enropeesche reizigers in de 
13*» eeuw in China en in de 16''« eeuw bij de Inka*s in Peru geregelde post- 
diensten met vaste wisselplaatsen werden aangetroffen. Zie Stephan p. 901 v.v. 



In <le middflepiiweii was de gt'legeiilu'id tot vi'r/.eiuliiig vim 
brieven ten zeerste beperkt. Alleen voraten en enkele machtige 
corporaties hadden hun eigen bo<ten, die werden uitgezonden naarmate 
de behoefte hieraan zich voordeed. Van geregelde hodenloopeii wa» 

ook hierbij nog geen 
i^prakc. De verzen- 
ding vnn particuliere 
brieven waa gebon- 
den aan de toevallige 
gelegenheden door 
de reizenden gebo- 
den. De kooplieden, 
die naar vreemde 
markten trokken, de 
rondreizende hand- 
werksgezellen en 
troubadours, de tal- 
rijke pelgrims en 
rondreizende monni- 
ken en zelfs de 
weinig betrouwbare 
groep van rondtrek- 
kende speellieden on 
het kermisvolk wa- 
ren de gretig aan- 
gogre|)en middelen 
tot het overbrengen 
van brieven en „nicht 
leiebl sah man einen 
wandernden Möncli 
ohne Briefsack" '). 
0<)k de boden der 
vorsten en cftrjiom- 
en nog in 1(»14 wordt 
i^zaamheid der boden, 
van parliculienni in te 
niet steeds, gelijk kan 




f^tcimfltmaifajit-botfiïiafrtnni 
natpe oii iifeQi aptb^fot mtmra 



KlnnsterboHe, tW: Lpgonde van S. Meinrad. 

ties namen dikwijls brieven van derden mede 
in wn „Botenordnung" geklaagd over de In 
die soms een dag overbleven om bijhrieven 
zamelen *). Ook ondenveg haastten zij zicli 



'I Kliilipr, K«ritei>nl bij H. Slephan, noot 1 pag. 3. 

=) SUphoD p. 1^ en 13. Butenonlnung van Ui Juni 1U14 $ 11. 



blijken uil de vermelding van een bode, die op zijn tocht tevens 
eenige zwijnen voor zijn heer moest voortdrijven ^). 

De correspondentie tusschen de kloosters en de bisschoppen, die 
in de middeleeuwen de dragers waren der beschaving en het meeste 
behoefte gevoelden aan schriftelijk verkeer, werd door de klooster- 
boden onderhouden. Dit waren de kloosterbroeders zelf, gelijk o. a. 
blijkt uit verschillende afbeeldingen van oude miniaturen in het 
postmuseum te Berlijn, o. a. uit de legende van St.-Meinrad uit het 
jaar 1466 in de stiftsbibliotheek van Einsiedeln. 

Eene belangrijke bijdrage tot dat verkeer leverden de roldragers. 
Vele kloosters hadden een fraternit€tö, broederschap, gesticht, 
waardoor ook belangstellende leeken in nader verband konden treden 
lot het klooster en deel hebben aan de goede werken. De leeken 
werden in de gebeden herdacht en na hunnen dood in de doodenrol 
bijgeschreven. Ook onderling sloten de kloosters bonden of confrater- 
nitates, om in de gebeden de overledenen van de aangesloten 
kloosters en hun fraternitas te gedenken, waartoe op geregelde tijden, 
gewoonlijk eens per jaar, aan de kloosters bericht gezonden werd 
van de overledenen, die dan in het martyrologium werden bijge- 
schreven. Blijkens de brieven "van Bonifacius geschiedde dit reeds in 
de 8**® eeuw. 

Bij het afsterven van abten of weldoeners van het klooster werd 
somtijds een afzonderlijk bericht aan de aangesloten kloosters gezon- 
den, dat dan niet gelijktijdig aan allen werd verzonden, maar als 
rondschrijven door een der broeders werd overgebracht. Het bericht 
was op een rol perkament gesclireven, waaronder de kloosterbroeders 
aanteekenden van liet bericlit kennis genomen te hebben en voor 
de ziel des afgestorvenen te zullen bidden; Dergelijke rollen of rotuli 
zijn uil de 11**® eeuw bewaard en komen tot in de 16**** voor. In 
hel postmuseum te Berlijn is eene nabootsing van een rotulus uil 
1501 afkomstig van de abdij van St. Lambert in Ober-Steiermarken. 
De roldrager, roUiger, droeg dezen [aan een riem om den schouder, 
en bezocht achtereenvolgens alle aangesloten kloosters, waarvoor 
dikwijls reizen van meer dan een jaar vereischt werden. 

Deze rollen zijn steeds zeer belangrijk wegens de verschillende 
soorten van gelijktijdig schrift uit verschillende plaatsen; somtijds 
hebben zij ook eenige litteraire waarde door meer uitvoerige berichten 
van ontvangst (tituli). Later werd zelfs met uitvoerige lioofden begon- 



V Stephan noot p. 14. 



8 

iieii vol lof over den overledene en toespelingen over de vergankelijk- 
heid des levens. De kkK>sterbroeders, die dergelijke rollen Ier inzage 
ontvingen, beijverden zicli dan wederkeerig oin in hoogdravende 
verzen de ontvangst van het l>ericht te vermelden. Een rotulns nit 
de 11^® eenvv bevat zelfs alleen van St. Servaas te Maastricht 
11 diehtstukken van tezamen 208 regels. Op deze wijze namen de 
rollen zoo in omvang toe, dat de rotulns van St. Bruno zich zelfs 
bevreesd maakt voor den hals van den rolliger. ') 

De roldrager was gewooidijk een gezien gast, daar hij lal van 
berichten bracht van bevriende kloosters. Hij werd dan ook goed 
ontvangen en meermalen werd hem een al te goed gebruik der 
geboden versnaperingen verweten. Hij was tevens de aangewezen 
overbrenger van tal van brieven voor de kloosters of particulieren, 
wier woonplaats hij op zijn reis bezocht. 

Uit Nederland wordt alleen St. Servaas in Maastricht vermeld, 
doch uit Belgit?, Frankrijk, Beieren en Oostenrijk zijn nog verschil- 
lende rotuli met tal van kloosternamen bekend. *) 



In Zuid-Duitschland vormden de slagers en veekoopers een natuur- 
lijken band tusschen de omliggende plaatsen. Zij toch wiU'en genood- 
zaakt den omtrek uren ver te bereizen om vee te koopen en markten 
te bezoeken en kwamen hierdoor weder in geregeld verkeer met hun 
bedrijfsgenooten uit naburige steden. Zoo (mtstond langzamerhand 
eene verzending van brieven, die zich over eene geheele landstreek 
uitstrekte. Het is thans niet meer na te gaan wanneer deze „Metzger- 
post" het eerst (XMie geregelde posterij ging vormen: waarschijnlijk 
is deze langzamerhand vanzelf ontwikkeld en breidde zij zich 
mtMT <Mi meer uit, naarmate het verkeer toenam en <leze eerst kleine 
bijverdienste belangrijker ink(»msten begon o[> te leveren. In Duitsch- 
land ontstond hieruit een geregelde postdienst, die tot in de 17^*^ 
eeuw stand hield, doch in Nederland werden geen bewijzen van 
het voorkomen hiervan door mij aangt^trofVen. 

Door de toename van het verkeer en de opkomst <ler steden en 
vaste markten ontstond meer en meer behoefte aan meerdere gele- 

') .RoUigeri collum nequit ultra tcillere rollum." 

*) OvfT «lezt» rotuli en den rolliger zie: L. V. Delisle, Rouleaux des Morts du 
IX' nu XV- si«Vl«*. Paris. lH<ï«i. A. \V. Wyhraiids, de doodenrollen en de rol 
dragers hij de religieuzen in do middeleeuwen, in: Studiën en Bijdragen op het 
gehied der hi.storii«<he theologie, 4" <leel, 1880, hl. 308- .'il 7. — H. Pasquier, e. a. 



9 

genheid tot geregelde correspondentie. Dit deed de vaste bodendiensten 
ontstaan, die eerst mogelijk werden van het oogenblik af, dat de 
toename van het verkeer aan het boden-ambt voldoende inkomsten 
verzekerde. Naarmate deze bodendiensten belangrijker werden, traden 
de stadsbesturen op met speciale regelingen, waardoor meer zeker- 
heid werd gegeven voor het vervoer, door het eischen van benoe- 
ming door het stadsbestuur, borgtocht, eed en vaststelling van tarief. 
Voordat wij echter overgaan tot eene nadere beschouwing dezer 
stadsbodendiensten , een enkel woord over een tweetal geregelde post- 
verbindingen, die reeds vóór de geregelde bodendiensten ontstonden, 
niet name de universiteitsposten en die der Marianerridders. 

Universiteitsboden worden voor Bologna reeds vermeld in 1158 
en werden bij alle middeleeuwsche hoogescholen aangetroffen. Zij 
vonnden den noodzakelij ken band tusschen de studeerenden en 
hunne bloedverwanten, ook voor de toezending der studiegelden. De 
moeilijk he<len en kosten, aan het reizen verbonden, beletten toen de 
van verre komende studeerenden om hunne studie door een reisje 
naar de vaderstad te onderbreken. 

De belangrijkste universiteitspost was die van Parijs. De studenten 
werden daar onderscheiden in nationes, naar de landen van herkomst, 
en elke natie ha<l een vasten bode te Parijs, <li(» aldaar het beheer 
had over de correspondentie en in vele gevallen de steun en de 
bemiddelaar en kassier was voor de tot zijne groep behoorende 
studenten. Naast deze hoofdboden, archinuncii of grands messagers, 
die gewoonlijk uit de groote kooplieden gekozen werden en tegenover 
hun plichten het genot hadden van eenige privileges van de univer- 
siteit, stonden de onderboden, viatores parvi, nuncii volantes, petites 
messagers of messagers volans, die in de |)rovincie woonden en het 
eigenlijk transport der brieven bezorgden tusschen de hoofdstad en 
verder afwonende boden. Deze onderboden vormden eene keten van 
posten van Parijs tot de plaats van herkomst der studeerenden t»n 
beperkten zich bij dit brievenvervoer ni(»t tot de universiteit maar 
vervoerden ook tal van |)articulitMe brieven. D(^z(» universit(»itspost 
bleef ook na de oprichting van de staatspost in Frankrijk bij 
decreet van 19 Juni 14^)4 gc^handhaafd , werd later hi(»rdoor ver- 
drongen doch wist zich, hoewel in 1643 beperkt, tot in 1719 staande 
te houden. 

Dat deze post ook tot in Holland werkzaam was, blijkt o. a. uit 
eene akte van de duitsche nati(» aan de parijsche universiteit van 
8 Februari 1522: „acceptavit Joannem Kees, diocesis Coloniensis 



10 

iii rursorcm vel nuntium volantem pro opido Delphen, coinitatu 
Hollandiae, et locis circumvicinis". ') 

De eerste geregelde paardenpost WÉtó die van de duitsche ridders, 
die eene geregelde verbinding onderhield tusschen den grootmeester 
op den Marienburg aan den Nogath en de huizen van de orde. Deze 
post wordt reeds in 1276 vermeld. De overbrenging der brieven 
gescliiedde door speciaal hiertoe aangestelde „bryflQongen", die eene 
blauw engelsch-laken uniform droegen. De uren van aankomst en 
vertrek werden op de brieven aangeteekend. ^) 

Deze posterij was alleen bestemd voor den grootmeester en de 
huizen van de orde en ging met de orde te niet, die werd opge- 
heven bij den vrede van Krakau, 8 April 1525. 

In de steden werden reeds vroeg vaste pei'sonen aangesteld 
voor het overbrengen der stadsbrieven. In de 14^® eeuw vermeldt 
Veredarius o. a. boden uit de wastafels van Nordhausen in 1358, 
te Frankfort a/M. in 1385, te Breslau in 1387, te Keulen enz. ')• 
Zij waren ook bevoegd tot het overbrengen van brieven; van parti- 
culieren, gelijk althans voor Straatsburg blijkt uit de verordening 
op de „gesworne bolten" of „die löffere" van 1443. Er waren 
aldaar 3 boden, die weder andere boden onder zich hadden en „auch 
mögent wol unsern burgern und den unsern mane briefe tragen." 
In de ordonanntie van 1484 worden 21 onderboden vermeld. 

Hel blijkt niet steeds of deze boden reeds op geregelde tijden 
en lusschen bepaalde steden reisden of alleen naarmate van de 
behoefte, dus op ongeregelde dagen en nu eens hier dan daarheen 
hun tochten ondernamen. Het voortdurend erbij vermelden van loonen 
voor bepaalde afstanden doet het laatste vermoeden. Met zekerheid 
valt een vaste en geregelde dienst Ie vermelden Ie Augsburg in 
1552. vanwaar volgens den „Botenordnung" van <lat jaar bereden 
boden reisden naar Venetië, driemaal per week naar Nürnberg en 
eenmaal per week naar Lindau en Regensburg. In den „Bodenord- 
nung" der Hanse van 1580 voor de boden ^de nha Westen reisen", 
worden met name genoemd de boden naar Bremen, Antwerpen en 
Amsl(T(hun. Uit <leze ordonnantie blijkt, dat deze diensten reeds voor 
dit jaar in wezen waren en in 1580 slechts nader werden geregeld. 



') Bulaeus, liistoria Univorsitntis Parisicnsis. Parisiis, 1665. V. 7ï)l— 793. 
') Een voorbeeld hiervan vindt men in het postmusenm te Berlyn. 
») Veredarius. bhulz. 80—87. 



11 

De stadsboden vervoerden in Duitschland ook de brieven voor 
het rijk van stad tot stad en slechts waar deze verzendingswijze 
een te grooten omweg eischte, werd hiernaast ook van keizerlijke 
boden gebruik gemaakt. De stads- of koopmansboden droegen in de 
15^® en het begin der 16^** eeuw gewoonlijk een soort uniformklee- 
ding met de stadskleuren en een zilveren bodeteeken op de linkerborst. 
In de hand droegen zij een speer of staf, die hun het gaan verge- 
makkelijkte en ook als verdedigingsmiddel kon dienen. 

Zij onderhielden het briefverkeer van stad tot stad en bevorderden 
ook de brieven voor verder afgelegen plaatsen, die zij bij aankomst 
in de plaats van bestemming aan andere boden ter verdere bezorging 
overdroegen. De meeste boden reisden te voet en waren onderweg 
de geziene gasten, die in de afgelegen streken, die zij doortrokken, 
het nieuws brachten uit de steden. Dat zij hierbij zich wel eens 
schuldig maakten aan jagerlatijn en niet altijd maat wisten te houden 
bij de aangeboden verkwikkingen verwondert ons niet, als wij 
denken aan de vele ontberingen, waeu'aan zij onderweg blootstonden 
op de gewoonlijk slecht onderhouden en dikwijls onveilige wegen. 
In de gedichten uit dien tijd vindt men dan ook dikwijls toespelingen 
op hun onmatigheid en de onbetrouwbaarheid van hun verhalen. 

Door de ontdekking van Amerika, de uitvinding van de boek- 
drukkunst, de reformatie en de ontwikkeling van handel en verkeer 
ontstond ook eene groote uitbreiding van de briefwissehng, waardoor 
de bodendiensten posten werden van groot belang en van belangrijke 
inkomsten. Te gelijker tijd werd hun bestaan echter bedreigd door 
de oprichting van landsposten en van de Rijkspost, die eerst slechts 
het internationaal verkeer aan de boden trachtte te ontnemen en 
hen onbelemmerd liet in het bezit der brieven van stad tot stad. In 
dezen strijd, die hoofdzakelijk valt in de laatste jaren van en kort 
na den 30-jarigen oorlog, werden de boden gesteund door de stads- 
besturen, doch konden zij zich niet handhaven tegen de machtige 
concurrenten. Eene eeuw later werd hen ook het intercommunaal 
vervoer betwist en moesten zij als zwakkeren ook hier het veld 
ruimen voor de lands vorsten en de door den keizer gesteunde Rijks- 
post '). Wij hopen nader bij de behandeling van de ontwikkeling 
van het postwezen in Duitschland en Belgiö terug Ie komen op 
dezen belangrijken strijd. 

') Frankfort sloot vrede met Tassis in 1749. Keulen liet zich uitkoopen in 1751, 
Aken in 1778. In België werden de boden verdrongen in de IS»*» eeuw. 



12 

Zien wij tlians lux» zich in hoofdlrekkc^ii het postwozen in de 
voor ons l)(»langrijksle stattMi ontwikkelde om daarna l)ij de hesolion- 
wing van hel poshvcv.en in Holland nader na te gaan de verwik- 
kelingen, die hierdoor in dt» correspond(*ntie van ons land met het 
huitenland werden V(»roorzaakt. 

b, FRANKRIJK '). 

De fransrhe posterij is de oudste door den koning georgani- 
seerde post. Zij werd in het leven geroe|)en door Lodewijk XI den 
(cjden jmjj ^4.(^4. jjij \^^,^ „Kdit pour V Etahlisseint^nt des Postes, (mi 

date a Luxies |)rès Doulens Ie 19 Juin 14()4'\ De aaideiding hiertoe 
gaf waarsehijnlijk de strijd tegen de Ligue du hien |)uhlie, die het 
voor den koning van het grootstt» gewicht maakte om zich steeds 
tijdig op de hoogte te kuimen steHen der [dannen van zijne vijanden. 
Deze |)osterij was dan ook slechts in h(4 helang van de regeering 
voor de hrieven van en aan den koning en de in koninklijken 
dienst reizende |)ersonen en het werd zelfs op doodstraf verhodiMi om 
paarden voor particulieren heschikhaar te stellen; alleen aan den 
paus en de hevriende hoven was naast den koning het gehruik der 
[msterij geo(»rloofd. 

Kr werden op de hoofdroutes o|) afstanden van 4 uur stations 
gevestigd voor het vt^rwisselen <1(T paarden. 0|) elk station zullen 
gen»ed geluaiden worden 4 of o ^chevaux dt» légere taille, bien 
eidiarnachés et pro|)res n courir Ie gallop durant Ie chemin de leur 
traite." DehcMd'dleiding zal herusten hij den te benoemen Conseillergrand- 
maltre des c<»ureurs de France. De koerier-stalmet^ster verkrijgt het 
n^ht de bagage te doorzoeken «mi de brieven t(» openen om te zien 
of er niets bij is wat tt»g«Mi het belang van den staat te achten is. 

Later wtM<l ook het vervo(»r van particuliere brieven toegestaan, 
doch onder Karel Vlll werd in 1487 ht»l toezicht verscher|)t *) tMiin 1495 
speciaal het vervoer verboden van brieven van vreemden met uitingen 
tegen het concilie van Bazel of tegen d(» |)ragmatieke sanctie (1438). 

Met was eerst sltM-hts eene regeeringspost . waarmede oogluikend 
ook particulitM'e brieven vervoerd werden. Den IT) October 157G 
werd dt* staatsbemotMing echter zeer uitgebreid door dt» instelling van 



') /if : A. <If l{c)tlisoliii<!: Hi^itiMn» «I»» In Poslt» aiix lollros «»t <lii Timlire-poste 
<]<'pui> l«*iirs nri^iiK's jusqn* a iir» jmirs. I'aris \>^li\: flartinaiiii. Wro<lariiis enz. 
") llierhij wonlt ln»l oersl van «poslt's" gesproken. 



13 

messagers royaux, voor het overbrengen van gerechtelijke stukken. 
Deze door Hendrik III ingestelde boden, waarvan er in elke» stad 
twee werden benoemd, trokken ook een gedeelte der [)articuliere 
eon'espondentie tot zich, hoewel dit hun in 1579 werd verboden. In 
1576 werden voor de [>osten geregelde veiirekuren en vaste taxen 
voorgeschreven. 

Onder Hendrik IV werd den 8®*®° Mei 1597 de dienst nader 
geregeld en werden op 12 a 15 mijl afstand vaste „maitres tenant 
postes" aangesteld, die onder toezicht stonden van 2 generaals, die 
5(M) écus en reisvergoeding ontvingen. Het hoofdbestuur kwam in 
1601 in handen van een controleur général, sinds 1608 onder den 
titel van général des postes de France en in 1624 onder een directeur 
et intendant-général des postes. 

Hoe nog in het begin der 17**® eeuw het bezorgen der brieven 
voor particulieren meer als een gunst werd beschouwd kan blijken 
uit de beslissingen van 16 en 26 October 1627. Bij <le eerste werd 
bevolen „de payer sans contestation ni réplique" het door de „agents 
de rintendance" gevraagde port en bij de laatste werd wel aan de 
beambten verboden om meer poil te vragen dan bij tarief was 
In^paald '), doch wordt tevens het aaiuiemen van hooger vergoeding 
toegestaan, als dit „y fut volontairement appossé par les envoyeurs". 
Toch had de dienst reeds eenige uitbreiding ondergaan en waren er 
ilen 18®" Mei 1630 in 20 steden postkantoren opgericht, 

Na den dood van Richelieu werd den 3 December 1643 een 
aantal nieuwe betrekkingen bij de posterijen geschapen en werden 
er op elk kantoor 3 controleurs benoemd. Om de gelden hiervoor te 
vinden werd het port met '/^ verhoogd. Twee dagen later werd de 
universiteitspost van Parijs, die een ernstig concurrent vormde voor 
de koninklijke posterijen, grootendeels uitgekocht voor 40.(M)0 livres. 

De onschendbaarheid van het brievengeheim zagen wij reeds in 
de bepalingen der 15'*® etniw nadrukkelijk ontkend en ook later jaren 
werd hiermede in Frankrijk zeer willekeurig gehandeld. Fouquet, 
intendant van Lodewijk XIV, raadde dan ook : ^Prendre garde sur- 
lout a ne point écrire une chose importante |)ar la Poste, mais 
envoyez partout des hommes expres, soit cavaliers ou gens de pied, 
ou religieux" ^). 

*) De porten werden in 1644 en 1651 nader geregeld. 

-) Later opende Lodewyk XIV zelf met den luitenant-generaal der politie La Reynie 
de verdachte brieven van den hertog van Orleans, en tot 1790 wen! riO.tXM) livres 
*sjaars yoor het zwarte kabinet betaald. 



14 

In 1668 werd Loiivols ') hoiiocmd lot surinteiidnnt géiiéral des Postes, 
waardoor eeiie nieuwe perinde intrad in de ontwikkeling van het fransche 
postwezeii. Deze knndige minister wist ook hier nieuw leven te 
sclieppen en belangrijke verbeteringen te doen aanbrengen. Wij 
zullen nader zien hoe hij reeds terstond na zijne benoeming eene 
nieuwe regeling van het verkeer met Holland wist door te drijven 
en dit wist te onttrekken aan den uitsluitenden invloed van Taxis. 

Louvois had reeds in October 1661, wegens de goede diensten 
van zijnen vader Michel Letellier, verlof gekregen om een stheeps- 




Fransrh postknntoor onder Lodewijk XV. naar Eustarhe Lorrey. 

postdienst te openen tnssclien de havens van Provence on van ItaliP 
en had zich hij de vooi^eiiomen invasie in Fraiu-he-Cointé voor deii 
koning venhenstelijk gemaakt door het ophouden der parijsclic 
koeriers, waarbij de schijn was aangenomen, dat zij ondenveg door 
roovcrs overvallen waren. Hij was dus reeds viiiir zijne benoeming 
met hel gebniiken en misbruiken van posterijen bekend. 

.Sinds 1(»74 werden de postorijeii do<)r hem verpacht en na zijnen 
dood werden deze door den koning weder aan zich genomen en ten 



nis Mirhcl Li'lflIiiT, iiinn[iii.-- 



'r<l ii 1 V.f nilier ir>08 liMim-nid. 



15 

eigen bate verpacht. Iii 1786 was de pachtsom gestegen tot 12,000,000 
livres per jaai\ 

Naast de koninklijke post bestonden eerst tal van voetboden van 
plaats tot plaats. In 1728 werd de strijd hiertegen aangebonden en 
30 Maart 1730 werd op zware boete (500 livres) het vervoer of ver- 
zamelen van brieven buiten de post verboden. Alleen het stads- 
verkeer was vrij. Reeds in 1653 was hiervoor te Parijs een stads- 
post ingericht door Velayez, maitre des requestes onder Lodewijk XIV. 
Er werden verschillende kantoren in de stad geopend, en er werd 
driemaal per dag besteld. Het porto van 1 sol moest te voren 
betaald worden en hiertoe werden bedrukte bewijzen verkrijgbaar 
gesteld, die aan of om den brief bevestigd werden. Tevens stelde 
Velayez gedrukte briefformulieren verkrijgbaar, die geschikt waren 
voor de meest voorkomende familieverhoudingen en naar omstandig- 
heden konden gewijzigd worden. Een stel van twaalf dergelijke 
briefformulieren kostte 5 sol. De dienst werd 8 Augustus 1653 
geopend doch verliep weder, daar de aanzienlijken hun stadsbrieven 
door bedienden deden bestellen en het port altijd nog te hoog bleek 
voor de minder bemiddelden. In 1759 werd het plan weder opgevat 
door Claude Pierron de Chamousset, een philanlroop-geneesheer, 
die hieii>ij zooveel succes had, dat reeds na een jaar de koninklijke 
post zijn stadspost aan zich trok tegen uitkeering van eene jaarrente 
van 20,000 livres, waarvan de helft op zijne erven zoude overgaan. 
Het eerste jaar had aan den ondernemer eene winst bezorgd van 
50,000 livres. 

De stad was door Chamousset in 9 kwartieren verdeeld, elk met 
een kantoor en een eigen timbre lettre. Het porto bedroeg 2 sous 
voor de stad en 3 sous voor de buitenkwartieren. Bij de onder- 
neming waren 200 man aan het werk. 

Den 17**'* Augustus 1777 werd besloten de post door hetgeheele 
rijk in eigen regie te nemen, doch reeds 23 November daaraan- 
volgende werd deze weder verpacht. Na de revolutie werd 6 Ther- 
midor an III tot het invoeren van eene algemeene administratie <ler 
posterijen besloten en 23 Primaire an VII werd eindelijk met het 
systeem der verpachtingen gebroken. 

Dit systeem betrof echter alleen het financieel helieer ; de postver- 
dragen werden niet door de pachters maar door de regeering afgesloten. 

De fransche post was voor ons land zeer belangrijk, niet alleen 
wegens de drukke correspondentie in handelszaken en tijdehjk tus- 



scIkmi (1<» it»fiigiós met liun iii het vmlerlaiid achtergebleven hetrek- 
kingeii, doeh ook door liet transitoir vervoer der s|)aansche en 
portugeesdie corrt^spondentie , die geheel berustte in handen der 
fransche administratie. Directe verdragen met Spanje of Portugal en 
de |)osterijen in onze republicïk zijn nooit gesloten en de enkele 
pogingen tot het organiseeren van een geregelden dienst met schepen 
op Portugal leidden niet tot een blijvend resultaat. 

Fn Spanje was, gelijk wij nader bij België zullen behamlelen, de 
familie Taxis in 150() met de post beleend. Deze privileges 
werdc^n voor Spanje in 17()() ingetrokken tegen eene vergoeding aan 
de toen gerechtigden. De posterij(»n werden daarna van staatswege 
verpacht en na 1716 in eigen b(»heer genomen. 

Het postmeesterschap in Portugal was door Philips II voor de 
scheiding van Spanje verkocht aan Gomez de Mata. Deze familie 
blt»t»f ook na de scheiding tot in de 18^® eeuw in het postmeester- 
scha|) gehandhmifd. 

C. BELGIË ^). 

Geen geslacht kan ongetwijfeld met meer recht zich er op 
beroemen een overwegenden invloed geoefend te hebben op de ont- 
wikkeling van het postwezen dan dat van Taxis, dal reeds in de 
\ryde ^»^»^ixv betrokken wtus bij het briefverk(»er van het keizerlijk hof 
en sinds de 16**® eeuw in België en het Duitsche keizerrijk gedurende 
ongeve(»r drie eeuwen een belangrijk gedeelte van het briefvervoer 
in handen had. Niet overdreven is de lof door F. Strada in de bello 
Belgico:^) ^Nos certe posterique omnes Tassiorum genti non paruni 
hoc nomine debenms, (|uod aucto per eos firmatoque transmitten- 
darum comnuTcio litterarum, dispositis ex eorum designatione certa 
per intervalla tabellariorum cursorumque stati<»nibus, publicum factum 
est obviunupie commodum, quod antea rarum ac tantmnmodo poten- 
tiorum non sine magnis expensis proprium fuerat.' In hoeverre wij 
hieraan mogen toevo(»gen, dat hun streven naar uitbreiding der 
geregt^lde postdiensten was ^non tanto per conmiodita delli loro 



') Dr. .1. Hnhsaiu, Jolianii liaptista von Taxis oin Staatsmann iind Militfir unter 
Philipp II uiicl Philipp III. !.>«) ir>10. Freihurg i. B. 1889. - Dr. J. Robsara, Zur 
(ï<»srliiclite ilos internatioimlcn Postwesens im 10. und 17. .lahrhuuderte, in: Histo- 
risohes Jalirltiirh lHlfc>. — Postgosriiichlliches aus der Zeil Kaiser Maxiiuilians I 
in: Anhiv fOr Post und Telegrapln'**. 1895 hl. 44) 5G. Jules Wauters. Les 
po.stes en Belgiquo avant la rêvolulion franraise. Paris, Bruxelles, Leipzig, 1874. 

«) Frankf. a M., ir«l. 4". ld. 74."). 



17 

Preneipi e Signori , quanlo per coiiiniune utilita di tutti i iiegotiaiiti*' ') 
willen wij thans niet nader onderzoeken. Na de moeilijke jaren der 
16**® eeuw heeft het geslacht de Taxis ongekende rijkdommen door 
de postinrichting vergaderd, die wij het echter gaai'ne gunnen hij 
de zeer belangrijke verbeteringen in het verkeer, die voor een groot 
gedeelte aan dit geslacht te danken zijn. 

De familie Taxis stamt uit het oud-milaneesch geslacht der 
Torriani, dat reeds in de 12^® eeuw wordt vermeld en dat zich, 
nadat Lamoral in 1313 de taxische bergen verkregen had, gewoonlijk 
de la Tour Tassis noemde. J. Rübsam vermeldt 14 verschillende spel- 
lingen van den geslachtsnaam *), waarvan echter Taxis en Tassis het 
meest in gebruik waren. Wij volgen hier de meest aangenomen 
spelling van Taxis. 

Roger van Taxis trad onder keizer Frederik III in oostenrijkschen 
dienst en de overlevering vermeldt, dat deze reeds in 1451 eene 
postverbinding onderhield door Tyrol en Steiermark. Dit is volgens 
Rübsam ') onbewezen, hoewel niet onwaarschijnlijk. Reeds vóór 150(), 
en wel in 1496 en 1498, wordt echter in de oorkonden een Johan 
van Taxis als postmeester vermeld. 

Het begin der taxische posten in België is te zoeken in de 
aanstelling van Frans van Taxis op 1 Maart 1501 tot „capitaine 
el maistre" der posten van Filips den Schoone. Hij werd aange- 
steld op een traktement van 1 Livre of 20 sol per dag ten laste 
van de hofhouding en had waarschijnlijk slechts het toezicht op de 
naar voorkomende behoefte te verzenden koeriers *). Veel belangrijker 
werd zijn werkzaamheid door de overeenkomst van 18 Januari 1505 % 
waarbij hij op zich nam voor eigen rekening alle regeeringsdépOches 
te vervoeren van Brussel naar Duitschland, Frankrijk en Spanje en 
tijdelijk naar Gelder, tegen eene jaarlijksche vergoeding van 12,000 
livres van 40 vlaamsche grooten per jaar, hetgeen volgens Rübsam 
overeenkomt met 278,400 franken volgens de tegenwoordige gelds- 
waarde •). 

De brieven moeten overgebracht worden binnen de volgende 



*) O. Codogno, iiuovo itinerario della poste per tutto il mundo. Milano, 1606, 
16". bl. 26. 

') Johann Baptista von Taxis blz. 96. "*) Aldaar bl. 3. 

*) Door het verloren gaan der aanstelling staat zyn werkzaamheid niet vast. 

*) Afgedrukt by Rabsam 1. e. bl. 188 — 197, naar een authentiek afschrift van 1698. 

') Dit was echter nog minder dan Lodewyk XI volgens het edict vun 1464 
betaalde. 

1 



18 

tijden : van Brussel naar Innsbrück \s zomers in 5 '/i en 's winters in 6Vi 
dag, naar Parijs in 44 uren, naar Lyon in 4 dagen, Granada in 15 
a 18 en Toledo in 12 a 14 dagen. Op geregelde afstanden zullen 
verwisselplaatsen worden opgericht waar steeds een versch paard 
gereed gehouden wordt. Het vervoer loopt van het hof in Brussel 
of Mechelen tot waar de keizer zich bevindt. Met Parijs zal alleen 
een dienst zijn in te richten voor den tijd, dat de spaansche gezant 
aldaar vertoeft, en met Gelder alleen gedurende den tijd van den 
oorlog '). Taxis krijgt den titel van „capitaine et maistre de nos postes." 

Zoolang dit contract duurde, verviel de in 1501 toegekende ver- 
goeding van 1 livre per dag. Het contract was bij de maand op te 
zeggen, doch steeds was eene maand extra uit te betalen. 

Het vervoer van particuliere correspondentie wordt niet vermeld, 
doch is ook niet uitgesloten, zooals in artikel 9 van het fransche 
decreet van 1464, dat in vele opzichten bij dit contract gevolgd 
werd, zoodat het waarschijnlijk niet verboden was. Het was een 
koerierdienst voor den keizer, waarbij wcjrd toegestaan om ook 
brieven van derden mede te nemen. 

Het contract was een gevolg van de geregelde correspondentie 
tusschen de hoven van Oostenrijk en Bourgondië (sinds het huwelijk 
van Maximilaan en Maria van Bourgondië) en later tusschen Philips 
den Schoone of zijnen stadhouder en keizer Maximiliaan I; het 
was eene verbinding tusschen de hoven van beide vorsten, doch 
geen vaste verbinding tusschen Brussel en Weenen. 

Na den dood van Philips (25 September 1506) schreef Maximiliaan 
aan zijne dochter om de postinrichting op dezelfde wijze in stand te 
houden ^). De dienst werd nu nog uitgebreid door het verbinden van 
Mechelen, Gent, Brugge en andere residentieplaatsen van den stad- 
houder met den gezant aan het fransche hof, gelijk blijkt uit de 
rekeningen van Jean Micault (14 Juli— 31 December 1507) '). Volgens 
deze rekeningen waren er 45 boden , die van Mechelen naar Innsbrück, 
Conslanz en Holland gezonden werden. Geheel vertrouwbaar werd deze 
verzending echter nog niet geacht, althans keizer Maximiliaan 
raadt zijne dochter aan om cijferschrift te gebruiken en vraagt in 
een brief om bericht van ontvangst van zijn schrijven „pour ce que 
Ie dangier des chemins est plus grant qu'il ne souloit." 



*) Met posten om de 4 mijlen. 

=) Brief van 25 Maari 1.jü7. 

•'') Hg (laclianl in zijn Rapport sur les archives de Lille. Rrnxelles, 1841 b1. 295. 



19 

De voortdurende achterstand in de betaling der toegezegde ter- 
mijnen van liet jaargeld van 12.00() livres bracht Taxis meermalen 
in moeilijkheden en deed hem in 1510 dreigen om de verbinding 
met Frankrijk, die toen trouwens nog niet geregeld werkte, geheel 
te staken. Eerst in 1515 schijnt eene vaste verbinding tusschen 
Brussel en Parijs te zijn aangelegd. 

De briefwisseling was in deze jaren reeds vrij uitgebreid volgens 
de voorbeelden in „Postgeschichtliches aus der Zeit Kaiser Maximi- 
lians r' gegeven *). Hiervan bezorgde Taxis echter uitsluitend het 
gedeelte, dat vervoerd werd volgens de boven omschreven routes; 
brieven voor daar buiten gelegen plaatsen werden niet door hem 
bezorgd, doch door de koninklijke koeriers, „chevaucheurs de récurie'' 
of „messagers'*, die geen vaste wisselplaatsen voor de paarden 
gebruikten. 

Het contract werd 12 November 1516 vernieuwd en uitgebreid ^) 
en langen tijd werd dit als het eerste contract beschouwd tot Rübsam 
dat van 1505 publiceerde. De uitbreiding van het rijk met de itali- 
aansche bezittingen had verlenging van den dienst tot Verona, Rome 
en Napels gewenscht gemaakt. De beperking van 1505 voor het 
geval dat Maximiliaan buiten het rijk vertoefde, werd nu opgeheven. 

Het aantal paarden voor elk station wordt van 1 tot 2 verhoogd 
behalve voor de tijdelijke zijlijnen naar het verblijf van Maximiliaan 
en naar dat van den franschen koning % De afstanden worden 
verkort tot 36 a 40 uur voor Pai'ijs, 50 a 60 uur voor Blois, Lyon 
3«/i a 4 dagen. Burgos 7 a 8, Innsbrück 5 a 6, Rome IOV2 * 12 
en Napels 14 dagen *). Aan de eindstations zal de koning personen 
aanwijzen, zonder wier bevel de koeriers geen reizen zullen onder- 
nemen, hetgeen er op wijst, dat de dienst nog niet op geregelde 
dagen van vertrek was aangewezen. Deze commiezen zullen de 
koeriers alleen uitzenden voor den dienst des konings: „Item que 
les-dicts commis ne feront courir les-dicts post es, si non pour les 
lettres et affaires du roy". Dit sluit echter niet uit, dat zij, eenmaal 
op reis gezonden, ook niet te gelijker tijd brieven van particulieren 
zouden mogen medenemen, althans een uitdrukkelijk verbod hiervan 
wordt evenmin als in 1505 vermeld. 



>) Anhiv. 1895 blz. 51. 

«) Tekst b\j RObaam 1. c. bl. 215-227 naar een afschrift van 1.517. 
') Gewooiüyk te Parys. 

*) De eerste getallen gelden voor de zomermaanden en de laatste voor de winter- 
maanden. 



20 

De jaarlijksche bezoldiging wordt verhoogd tot 11.000 gouden 
dukaten, of 22.000 livres ') {= 400.000 Mai-k), waarvan Spanje 
6000, Napels 4000 en de Nederlanden 1000 dukaten zullen betalen. 
Taxis krijgt eigen jurisdictie over zijn beambten en het monopolie 
voor relaisposten , <loch uitdrukkelijk wordt naast zijn posterij die 
der boden van stad op stad gehandhaafd. 

Naast de eigenlijke posterijen verplicht Taxis zich ook om koste- 
loos hoogstens 1 a 2 maal per maand, zoo noodig, nog sneller 
verbindingen te maken ^) en de posten ook dienstbaar te maken 
voor personenvervoer, waarvoor „les diets postes seront aussy tenus 
les accompagnier" '). De dienaren des konings hebben hierbij echter 
geen vrij vervoer, doch reizen tegen half tarief. De nieuwe dienst 
zal met 15 November in werking treden. Het contract is per maand 
opzegbaar *). 

Den SO*^®** November 1517 werd nog bij het leven van Frans 
zijn neef Johan Baptista van Taxis tot zijnen opvolger aangewezen 
en kort hierna (20 December) overleed Frans van Taxis. Zijn 
opvolger verkreeg 14 Juli 1520 van keizer Karel V de aanstelling 
tot „chief et maistre général de noz postes par tous noz royaumes, 
pays et seigneuries*'. 

De hoofdroute van Brussel op Innsbrück liep over Flamisoul in 
het bisdom Luik, Kreuznach, WöUstein, Flonheim, Alzey, Rhein- 
hausen en door Wurtemberg op Augsburg. Van veel belang was 
hierbij Kheinhausen als Rijnovergang. Het werd dan ook tot in het 
eiiui der 17**® eeuw gewoonlijk door een der leden van de familie 
Taxis beheerd % 

Johan Baptista werd 31 December 1543 opgevolgd door zijnen 



') Frankryk betaalde in 1552 aan koeriers en posten 71.000 Hvres. 

') 28 Juni 1519 bracht Johan Baptista van Taxis binnen 2 dagen ie Brussel het 
bericht van de verkiezing van Karel tot keizer. Hij ontving hiervoor 140 livres. 
(e. 15S7 gulden). 

') Over het personenvervoer vindt men eenige gegevens in: Greeff, Tagebuch 
des Lucas Rem aus den Jahren 1491 -1541 hl. 18 en 21. Lucas Rem, een koopman» 
reisde in 1515 in 6 dagen met tle post van Brussel naar Augsburg en terug in 
7 dagen. Dit waren 28 poststations. In 1519 reisde hy van Antwerpen over Brussel 
naar Straatsburg. Van Augsburg naar Rome warea 57 poststations. 

*) In 1517 was de post reeds zoo goed ingericht, dat de 80 stellingen van Luther 
tegen den aflaat in 14 dagen over geheel Duitschland verspreid waren en in 
4 a 6 weken over geheel Europa. 

*) R. (irosse. Das Postwesen in der Kurpfalz im 17. und 18. Jahrhundert. 
Tnbingen und Lelpzig, 1902 hl. ^12. 



21 

zoon Leonai'd als postmeester-generaal in Vlaanderen on<ler den 
titel van chief et maistre général de nos postes. Deze benoeming 
was gegeven door keizer Karel, die èn keizer was èn heer van de 
Nederlanden, zoodat het, o. a. wegens den franschen tekst van het 
charter, betwijfeld werd of dit alleen eene aanstelling gold door 
Karel als heer der Nederlanden of ook door hem als keizer 
met kracht voor de duitsche landen. Dit verschil verkreeg speciale 
beteekenis na den afstand van Karel V, den 23®° October 1555, 
toen hij in Spanje en de Nederlanden w^erd opgevolgd door zijnen 
zoon Philips, doch als keizer door zijnen broeder Ferdinand. 

De beslissing viel ten gunste van Leonard, die 21 Augustus 1563 
door keizer Ferdinand werd bevestigd als postmeester-generaal voor 
het roomsche rijk en de habsburgsche erflanden, tegen afstand 
van alle aanspraken op de oostenrijksche landspost. Hierdoor werd 
dus de band bevestigd tusschen de postmeesterschappen van België 
en Duitschland, waarvan wij thans alleen de ontwikkeling van de 
eerste wenschen te vervolgen. 

De zuid-nederlandsche post werd nader geregeld bij ordonnantie van 
30 October 1551, waarbij uitdrukkelijk het vervoer van particuliere 
brieven werd toegestaan. De postdienst werd uitgebreid door het 
inrichten van ritten van Brussel op Antwerpen en Ostende en werd 
krachtig beschermd door de landvoogdes, die alle vervoer van 
brieven naar het buitenland verbood, tenzij met verlof van Taxis of 
zijn commies. Tegen de overtreders werden strenge straffen bedreigd, 
verbeurdverklaring der paarden, pijniging der koeriers, boete van 
100 goudgulden en arbitraire correctie. Ook werd aan anderen ver- 
boden om den posthoorn te dragen en *s nachts te blazen om de 
stadspoorten te doen ontsluiten '). 

De buitenlandsche verbindingen waren tot monopolie van Taxis 
verklaard, doch het binnenlandsch verkeer van stad tot stad bleef 
voor de stadsboden vrij. Deze geregelde bodendiensten ontstonden in 
de 16*® eeuw en werden in 1573 als reeds lang bestaand vermeld. Zelfs 
wordt in eene verdediging van het bodenwezen te Antwerpen uit 1658 
beweerd, dat aldaar reeds stadsboden in de 13*® eeuw bekend waren. 
Dit kunnen echter slechts boden geweest zijn zonder vaste reisdagen 
of geregelde routes, gelijk ook in dien tijd reeds in sommige 
hoUandsche steden aangetroffen worden. De oudste boden met vaste 



') 4 November 1551 en edict van Philips II , 28 September 1566. Deze bepalingen 
werden in 1565 herhaald en nog eens by keizerlijk edict van Rudolf II van 
7 November 1597, dat ook voorde Nederlanden en Luik toepasselyk werd verklaard. 



22 

r<*isdtigeii waren waarschijnlijk die van Antwerpen op Keulen *), tiis- 
schen welke steden reeds tijdens de hanse belangrijke briefwisseling 
bestond. Die van Hamburg op Antwerpen worden in 1580 en die 
op Amsterdam in 1568 vermeld. De bodenposten werden later beperkt 
tot die van stad op stad, onder verplichting om zelf te reizen en 
onderweg niet van paarden te wisselen. Zij genoten echter evenals 
de koninklijke post dien van den vorst, den steun van de stads- 
besturen, van wie zij hunne aanstelling ontvingen. Taxis achtte het 
daarom in de eerste jaren niet geraden om te sterk tegen de boden- 
posten op te treden , zoodat beide instellingen kalm naast elkander 
voortleefden, Taxis voor de correspondentie met het buitenland en 
de boden voor die in het binnenland. Zelfs werd geduld, dat de 
boden, die slechts brieven voor den afstand van hun bodenloop 
mochten vervoeren, aan het eindpunt de brieven met boden op 
verder gelegen plaatsen wisselden. Zij reisden hierbij te voet of te 
paard of maakten gebruik van kar of schuit. 

De ongeregelde toestanden ten gevolge van den opstand van 
Spanje beletten aan Taxis om zijne kracht voldoende te ontwikkelen, 
waarbij nog kwam de geldnood van Spanje, waardoor Granvelle de 
toelage aan Taxis moest staken. 

In 1572 werden de postvaliezen te Augsburg wegens postschuld 
aangehouden en na de afzetting van Don Juan *) werd Leonard van 
Taxis zelfs door de prinsgezinde Staten-Generaal als postmeester 
ontslagen en vervangen door Johan Hinckart, heer van Ohain, een 
aanhanger van den prins van Oranje. De goederen van Taxis werden 
verbeurdverklaard evenals die van andere aanhangers van Don Juan. 
De moeilijkheden werden ten slotte nog verhoogd door de pogingen 
van den keulschen postmeester Jacob Henott om Taxis in Duitschland te 
verdringen. Eerst toen de Zuidelijke Nederlanden in 1584 weder aan het 
gezag van den koning onderworpen waren, het interregnum van 
Hinckart was geëindigd en Taxis ook in Duitschland vrede had 
gesloten met Henott, braken voor hem weder betere dagen aan. Met 
h(^t eind der Ifi*^® eeuw begon de blo«»itijd der taxische posten. 

Den 27 Juli 159:i nam Leonard op zich voor 1(),()(M) livres 
per jaar een geregeld*» post op ItaliO te openen tot Arrento en op 
Frankrijk door Henegouwen en beloofde hij den dienst met 31 December 
1593 te hervatten op Flamisoul, Augsburg en Trient. Door den krach- 
tigen steun van Jacob Henott, die Rome, Florence, Bologne, Greniona 

*) Genoemd in ir>78. *) 7 December 1577. 



23 

en Mantua bereisde en de postmeesters voor de plannen van Taxis 
wist te winnen, en door de medewerking van zijne broedei"s David 
en Ferdinand, beiden postmeesters in Italië, die kortingen toestonden 
op de hun toekomende porten, gelukte het eindelijk den geregelden dienst 
te hervatten '), doch reeds in 1600 moest deze gestaakt worden, daar 
Spanje de jaarlijksche toelage, die eerst tot 14,000 livres was ver- 
hoogd, doch in 1598 weer teruggebracht tot 10,000 livres, niet 
uitbetaalde. 

Taxis besloot nu om op eigen kosten een postdienst in te richten 
op Gray en verwierf zich hiervoor het monopolie der buitenlandsche 
correspondentie. Keulen was reeds te voren door hem met Brussel 
verbonden door eene zijlijn van Namen uit en tusschen Brussel en 
Antwerpen was volgens Rübsam het verkeer reeds zoo sterk ont- 
wikkeld, dat bijna elk uur een post tusschen beide steden onderweg 
was. De inkomsten der posterijen namen steeds toe en Taxis begon 
ernstig op uitbreiding het oog gericht te houden. 

Een bezwaar voor de post waren alleen de vele vrijporten. In 
de Zuidelijke Nederlanden werden deze genoten door de ridders van 
het Gulden Vlies en de ministers en beambten van den staatsraad, 
den geheimen raad en den financieraad en ook in de landen, die 
door de post doorgetrokken werden, waren veelal verschillende vrij- 
dommen voor het transit bedongen. 

Na het herstel der taxische posten werden zij tegen derden 
beschermd door de bepalingen van 13 November 1600 en 1 September 
1609, doch werd hiernaast het bodenwezen meermalen uitdrukkelijk 
vrij verklaard o. a. in 1611 en 1615. Deze tweeslachtige toestand 
moest bij het toenemend verkeer tot botsingen leiden. Een eerste 
ernstige strijd ontbrandde te Antwerpen in 1657, nadat reeds in 
1653 door de stad de opheffing van het taxisch kantoor was ver- 
langd. Het geschil betrof hoofdzakelijk de brieven op Amsterdam 
die sinds vele jaren in handen waren der stadsboden, doch waarop 
door Taxis werd aanspraak gemaakt. In October 1657 werden de 
boden van Taxis gedwongen om de brieven op Amsterdam af te 
geven aan de antwerpsche boden, hetgeen aanleiding gaf tot een 
proces voor het hof van Brabant, waarin 2 December 1658 werd 
vonnis gewezen ten gunste van Taxis. Toen hierop toch de boden 
van Taxis tot afgifte der brieven gedwongen werden, volgde de 
afzetting der dekens en de verbanning op 30 September 1659. Nu 



*) Broers van Taxis waren postmeesters in Spanje en Italië. 



24 

liep het volk te zanieïi eii brak er een formeel oproer uit. Eei"st 
toen (^aracena met zijn troepen ter breking van het verzet verscheen, 
volgde 17 October de onderwerping, waarna 7 der hoofden van het 
verzet ter dood veroordeeld werden. Vijf hiervan werden opgehangen *). 

In dezen strijd trachtte Antwerpen de hoUandsche steden vo<)r 
zich te winnen en zond het afgevaardigden, o. a. naar Leiden en 
naar Amsterdam. Holland was echter wel gedwongen de zijde van 
Taxis te kiezen, daar de vervoerder van der Heyde zich bij contract 
verbonden had alleen brieven van Taxis te vervoeren *). 

Taxis behield dus het veld en na dien tijd werden door Ant- 
werpen geen pogingen meer gedaan om te trachten hem het brieven- 
vervoer op Holland te betwisten. Eene poging van Taxis in 1679 
om ook het brievenvervoer van stad op stad ten koste der boden 
aan zich te trekken mislukte echter door den tegenstand der steden* 

In het begin der 18^* eeuw zag Taxis tijdelijk zich het bestuur 
over de zuid-nederlandsche posten ontnomen. Na de verovering door 
de verbonden zeemogendheden werd in de plaats vcm Taxis den 
2()8ien jyii i7og Franqois Jaupain tot admodiateur benoemd. Deze 
kwam in October 1713 in geschil met Frankrijk en werd na de 
overgifte van België den 4®" Februari 1716 tegenover het buitenland 
verzwakt door de onzekerheid of hij gehandhaafd zoude worden of 
het veld moeten ruimen voor Taxis, die reeds in 1706 vergeefsche 
pogingen had aangewend om weder in het bezit te komen der 
posterijen en ook in 1709 eene akte van Karel III van Spcuije had 
verkregen. In het einde van 1719 werd Jaupain echter gehandhaafd 
en benotnnd tot directeur 'général des postes des Pays Bas autrichiens 
en (»erst 16 Juni 1725 werd Anselme Fran(^ois van Taxis, de zoon 
van den in 1706 ontzetten Eugène Alexandre, in eere hersteld en 
tot postmeester benoemd tegen eene jaarlijksche pacht van 80.000 
gulden. 

Deze benoeming ondervond verzet van Brabant, waar men ver- 
laging van porten hoopte te verkrijgen en de pacht te leiag vond in 
verband met het bod van f 2(M).(MM), door baron Soltelet gedaan. 
Taxis werd echt(»r in 1729 gehandhaafd tegen eene verhooging van 
de pacht tot f 125.(M)0 en afstand van zijne vordering op den staat 
ten bedrage van 3(M).(KM) gulden. Hiervoor kocht Taxis zich eene 
verlenging van zijn patent nu»t 25 jaar. De meerdere l&sten deden 

*) Zie over «lil postoproer te Anlw<'ri)eii ook Jaarbk. dor posteryen 1849 hlx. 168. 
') Zie iia<ler hij Holland. 



25 

hem op uitbreiding van het postwezen Ix^dacht zijn. Hij verzocht 
daarom in 1733 om het brievenvervoer der boden te beperken tot 
hun eigen rit en hun te verbieden om de brieven door anderen te 
doen vervoeren. Na hevige oppositie werd 27 Augustus eene ordon- 
nantie in den geest van het door Taxis gevraagde uitgevaardigd. 

In 1745 werd Taxis door de bezetting van België door Lodewijk XV 
tijdelijk verdreven en werd de postdienst door de fransche posterij 
in de bezette streken aan zich getrokken. Bij den vrede van Aken, 
20 November 1748, werd Taxis hersteld en na afloop van den tijd 
van zijn patent werd dit in 1753 voor 20 jaar en in 1769 voor 
25 jaar verlengd. Deze laatste verlenging werd reeds in 1765, dus 
5 jaar voor het verstrijken van het patent, aangevraagd wegens de 
te verwachten oppositie, daar velen er de voorkeur aan gaven de 
posterij door den staat in eigen beheer te doen nemen. Taxis wist 
den tegenstand te breken, doch zag zich genoodzaakt de jaarlijksche 
pachtsom van f 125.000 tot f 135.000 te verhoogen. Dit bedrag is 
echter nog zeer gering, wcmneer men het vergelijkt met de opbrengst 
der posterijen in de provincie Holland, die in dit jaar een batig 
saldo opleverden van 234.786 gulden 18 st. 3V4 p. »a eene uitkeering 
van ruim 151.000 gulden aan dedommagementen voor de nog in 
leven zijnde postmeesters van vóór het jaar 1752. De opbrengst 
zonder aftrek der dedommagementen beliep dus ongeveer 386.000 
gulden of ruim 250.000 gulden boven de door Taxis betaalde pachtsom. 

Behoudens de onderbrekingen van 1578, 1706 en 1745 was de 
familie Taxis van het begin der 16^® eeuw tot aan de fransche 
revolutie meester van de buitenlandsche correspondentie in de Zuide- 
lijke Nederlanden, hetgeen voor Holland een ernstig nadeel opleverde, 
daar Taxis als rijkspostmeester tevens het grootste gedeelte der 
hollandsche correspondentie aan de duitsche zijde in handen had. Door 
zijn beheer over de post in Duitschland en in België was hij dus meester 
van een groot deel der uitwegen van de buitenlandsche correspondentie , 
waarvan hij gebruik maakte om Holland zeer onvoordeelige voor- 
waarden af te dwingen. Ook wist hij door de verbinding over Ostende 
eene ernstige concurrentie aan te doen aan ons transit-verkeer van 
engelsche brieven en vooral van de italiaansche brieven op Enge- 
land een overwegend deel aan zich te trekken. 

Wij zagen reeds, hoe het binnenlandsch verkeer grootendeels aan 
de boden bleef overgelaten. Hiernaast trachtten ook do diligences 
zich van een deel der brieven te vermeesteren. Dit was alleen geoor- 
loofd op lijnen, waar geen post bestond, doch bij de tallooze ont- 



26 

(klikingen worden de wagendiensten bijna altijd door de steden tegen 
Taxis gesteund. 

Het stadsverkeer viel evenals in Frankrijk buiten de bemoeiingen 
van de post. Stadsposten als in Parijs ontbraken echter, hoewel een 
voorstel hiertoe voor Brussel in 1776 door den franschen ridder 
Paris de TEspinard werd ingediend. Hij stelde voor eene post in te 
richten voor Brussel en 2 mijlen in den omtrek en in de stad ieder 
uur en in den omtrek tweemaal per dag te doen bestellen door 2 
bestellers voor elk kwartier. Door de geheele stad zouden bussen 
geplaatst worden en voor het frankeeren der brieven zouden post- 
zegels worden uitgegeven. Zelfs zouden de brieven met dag en uur 
worden afgestempeld. Voor groote verzendingen werd korting op 
de porten beloofd. Het plan stuitte echter af op de vrees voor 
vreemdelingen en voor te gemakkelijke verspreiding van pamfletten. 

Ook het plan van Sandelin van 1788, om brieven- en personen- 
[)ost tot één dienst te vereenigen, vond onvoldoenden bijval. 

Ten slotte moeten wij nog wijzen op de bijzondere vrijdonmien, 
door de „tenant-postes" volgens de bepalingen van 1516 en 1701 
genoten. Deze vrijdom was eerst weinig drukkend en de eenige ver- 
goeding voor de posthouders. Bij de uitbreiding der ritten in 1701 
werd deze echter te bezwarend, waarop deze 16 October 1713 werd 
verminderd en in 1767 en 1769 gedeeltelijk ten laste gebracht van 
den koning en de provincies. Vlaanderen en voornamelijk Gent 
voerden hiertegen de meeste oppositie en bemoeilijkten de boden van 
Taxis door deze op te houden, te plagen met hinderende visitaties, 
— zoogenaamd tegen ontduiking der stadsaccijnzen — enz. In Luxem- 
burg daarentegen werden hiertegen nooit ernstige bezwaren gehoord. 

d. DUITSCHLAND. 

Eenheid op postgebied ontbrak in Duitschland evenzeer als op 
het g(»l)ied dor staatkunde. Vóór de taxische post had men tal van 
stads- n\ Mt^tzgorposten en toen de Rijkspost begon terrein te winnen. 
ontstonden or hiernaast verschillende landsposten, die Taxis tever- 
geefs nu»t tal van koiz«Tlijko mandaten trachtte te keeren. Het ware over- 
bodig hier allo duitscho posterijen tot in bijzonderheden te schetsen *). 



') Zie o. a. over den Pfniz: H. (irossc, Dns Postwesen in der Kurpfelz im 17. iind 
18. .Jahrhundert, (Volkswirlhschaflliche Abhandlungen der Badischen Hochschulen. 
Band V, Heft 4 {VMY-l). 



27 

Wij bepalen ons tot de Rijkspost en die van Brandenburg en 
de stadsposten * van Hamburg en Keulen, waarmede Holland bet 
meest in aanraking kwam. 

De Rijkspost. 

In de vorige § schetsten wij den oorsprong der taxiscbe posten 
tot den dood van Karel den Vijfde, en vermeldden wij, boe Leonard 
van Taxis door keizer Ferdinand bevestigd werd als postmeester 
voor bet roomscbe rijk en de babsburgscbe erflanden met uitzon- 
dering van de oostenrijkscbe landspost. Vóór dien tijd was Taxis 
slecbts postmeester-generaal in de Nederlanden met eenige postbe- 
voegdheden in Duitscbland. Eene rijkspost bestond niet, behalve de 
tijdelijke diensten in 1522 tusschen Weenen en Nürnberg en de 
rijksveldpost in 1542 in den oorlog tegen Soliman II '). 

De benoeming ondervond spoedig verzet, daar de keizer onbe- 
voegd werd geacht om een dergelijk monopolie te scheppen zonder 
medewerking van den Rijksdag. Waar nu de keizer zelf eene uitzon- 
dering maakte voor de oostenrijkscbe landspost, achtten ook andere 
vorsten zich gerechtigd om eigen landsposten op te richten en des- 
noods aan de koeriers van Taxis den doortocht te weigeren. 

In de eerste jaren bleef de Rijkspost tot enkele hoofdlijnen beperkt, 
daar Taxis te zeer belemmerd werd door den oorlogstoestand en het 
ophouden der betalingen door Spanje. 

Hij moest nu zelf in gebreke blijven met de betaling der post- 
meesters en was o. a. 6000 kronen ten achteren aan de vier wurthem- 
bergsche postmeesters te Knittlingen, Enzweihingen, Cannstadt en 
Ebersdorf. De Wurthembergers weigerden nu langer zonder betaling 
te werken. Augsburg richtte eene nieuwe bodenpost op in 1579 en 
Jacob Henott trachtte voor zich het postmeesterschap in Duitscbland 
te verkrijgen. In 1580 werd hem dit zelfs door keizer Rudolph II 
verleend ; hij richtte nu een dienst in van Keulen over den Hondsrug 
naar Kreuznach, waar de brusselsche post werd overgenomen. Ook 
hij wist echter de gelden niet te vindeen om de Wurthembergers te 
betalen. Keizer Rudolph beval nu aan Taxis om met Henott en de 



*) Vóór Taxis wordt alleen gewag gemaakt van eene Brandenburgsche landpost 
van Ansbach naar Küstrin en WolflTenbüttel tweemaal per week in de S"**^ helfl 
der 15''' eeuw en eene post in 1488 door Albert Animosus ingericht tusschen Fries- 
land en Saksen en door George van Saksen tot een geregelden bodenrit tusschen 
Meissen en Friesland verbeterd in 1544. (Zie Friesland). 



28 

Wurthenibergei-s tot overeeiisteiumiiig te konieii^ Henott trad hierna 
in 1589 in dienst van Taxis, die met zijne medewerking de oude 
diensten trachtte te hervatten ') en in 1595 werd benoemd tot post- 
meester-generaal van het Duitsche rijk, waardoor althans op dit punt 
het gevaar voor verdere mededinging werd uitgesloten. De post van 
Taxis mocht zich voortaan in den krachtigen steun van den keizer 
verheugen en won trots alle tegenwerking steeds meer veld. Den 
6 November 1597 werd de post verheven tot een „hochbefreites 
kaiserliches Regal" en te gelijker tijd werd een patent verleend tegen 
de Metzgerposten ^). 

Den 27 Juli 1615 verkreeg Larnoral de Rijkspost als erfelijk 
leen, waartegenover hij zich verplichtte tot het inrichten van een 
post van Keulen over Frankfort naar Ntirnberg, de brieven van den 
keizer en enkele hooge beambten vrij te vervoeren en de oosten- 
rijksche landspost ongemoeid te laten.- Weldra volgden nu meerdere 
lijnen, in 1615 van Frankfort over de Bergstrasse en van Praag 
naar Nürnberg, in 1616 van Frankfort op Leipzig en spoedig daarop 
van Keulen over Minden, Nienborg, Verden, Rothenburg a/W. naar 
Hamburg, tot welken dienst Hamburg alleen toestemming gaf op 
voorwaarde dat Taxis geen inbreuk zoude maken op hare oude post- 
rechten. 

De Rijkspost had dus reeds belangrijke uitbreiding ondergcian en 
stond vrij sterk bij het uitbreken van den dertigjarigen oorlog, zoodat 
hierdoor betrekkelijk weinig nadeel werd ondervonden. In 1646 werd 
zelfs door Taxis reeds een jaarlijksch voordeel van 100,000 dukaten 
door de Rijkspost verkregen. 

Er dreigde nu echter een ernstig gevaar door de oprichting der 
landsposten. In 1637 begon Saksen, Pruisen volgde in 1646, Bruns- 
wijk Lüneburg in 1646, Kursaksen in 1681. Tegenover de boden- 



*) De samenwerking werd verkregen door de medewerking van de groote 
bankiers Kngger en Welser. Huber, Die geschichtliche Entwicklung des modernen 
Verkehrs biz. 96. 

') Leonard stierf in 16l!2 en werd opgevolgd door zynen zoon Lamoral, die in 
1(>24 als graaf overleed. Daarna volgden Leonard (t 1627), Lamoral (f 1673) 
Alexander Engenius, die 4 Oclober 1695 tot vorst werd verheven , Anselm Friedrich 
(t 1739), Alexander Ferdinand, die in 1754 zitting verkreeg als rijksvorst (t 1773), 
Karel Anselm (t 1805), Alexander Carl Joseph, die door de Franschen werd 
ontzet (t 1825), en Maximilian Karl, die 28 Januari 1867 het verdrag sloot met 
Pmisen, waarby by tegen eene belangryke vergoeding van 3 millioen Thalerzyne 
postrechten aan Pruisen verkocht. 



29 

posten werd echter in 1636 een Gutachten van de keurvorsten ver- 
kregen, dat tot beperking moest voeren. 

Bij den vrede van Westphalen werd de „Landeshoheit" der vorsten 
erkend naast de „Oberhoheit" van den keizer, waardoor de lands- 
posten werden toegestaan en Taxis gestuit werd in zijn plan tot het 
inrichten van postdiensten in Brandenburg, Brunswijk, Hannover, 
Saksen en Hessen. Door Brandenburg werd zelfs aan de taxische 
koeriers van Keulen op Hamburg de doortocht geweigerd '). De 
„Wahlcapitulation" vcm keizer Leopold in 1658 (§ 35) was tegen 
Taxis en in den strijd tegen Brandenburg behield de keurvorst het 
veld, hetgeen aanleiding gaf tot nadere verbinding op postgebied 
tusschen Brandenburg met Saksen, Brunswijk— Ltineburg en Hessen. 
Na het bekend worden der Saksische kuiperijen tegen Pruisen en 
de Rijkspost, naderden beiden elkander en werd tusschen hen het 
verdrag van Wezel gesloten, 9 April 1723 en 6 Mei 1755 ver- 
sterkt, hetgeen echter aan Taxis niet belette om in den zeven- 
jarigen oorlog en vooral in de jaren 1757 en 1758 op alle wijzen de 
pruisische posterijen te benadeelen en in de veroverde plaatsen te 
vernietigen. Bij den vrede van Hubertusburg (15 Februari 1763) 
werd echter de oude toestand weder hersteld. De onbetrouwbaarheid 
van Taxis bracht Pruisen weder nader tot Hannover, Hessen en 
Saksen, waarmede 23 Juli 1784 een tractaat werd gesloten, waarop 
Hannover in 1790 op zijn gebied de rijkspostkantoren verbood, 
hierin spoedig door Brunswijk gevolgd. De invloed van Taxis in 
noordelijk Duitschland werd hiermede zeer beperkt. In de kleinere 
zuidelijke staten wist Taxis zich te handhaven, door aan de vorsten 
l)elangrijke vrijdommen toe te kennen ^). 

Met meer geluk werkte de Rijkspost tegen de stadsbodendiensten , 
waartegen in 1730 een mandatum sine clausuia werd verkregen, 
waarbij ook de post tusschen Keulen en Holland was betrokken, en 
in de „Wahlcapitulation" van Karel VII in 1740 werd o. a. aan 



*) Men onderscheidde tusschen „Posthoheit", het recht van oppertoezicht en 
van regeling voor zoover als dit voor den staat werd ge?ischt, hetwelk aan den 
keizer toekwam, en „Postregal", het recht om zelf postdiensten in te richten, 
waarop door de vorsten werd aanspraak gemaakt. Zie Stephan p. 107. 

*) In den Pfalz werd in 1719 portvrydom toegekend voor den palzgraaf en zijn 
gemalin, den er^rins, alle hofdames, ministers, geheime regeerings- en hof- 
gerechtsraden, kamermeesters, protonotarius , leenproost, secretarissen, hoden- 
meester, geheime „Kammer** en „Kanzlei" Expeditoren en Regislrntoren. (irosse 
Mz. 4&. 



30 

de lands- en stadsboden verboden om onderweg brieven te garen of 
van paarden te wisselen. In 1741) werd bierop vrede gesloten met 
Frankfort en in 1751 werd de stadspost van Keulen afgekocht. 

Met 1795 trad ook voor de Rijkspost een tijd van tegenspoed in. 
Naarmate de Franschen vorderden moest de Rijkspost wijken. Voor 
het verlies der posterijen aan den linker Rijn in 1798 ontving Taxis 
in 1803 echter eene schadeloossteUing in land (7 vierkante mijlen). 
In 1806 richtte Kleef eene eigen landspost in, waartoe Wurthemberg 
kort tevoren het voorbeeld had gegeven. Beieren en andere staten 
volgden in hetzelfde jaar, zoodat er in 1811 omstreeks 31 verschil- 
lende posterijen in Duitschland werkten. Bij de bondsakte werden 
de taxische posten bij artikel 17, althans gedeeltelijk, hersteld. 

De Rijkspost bracht het groote voordeel dat gebroken werd met 
de bezwarende talrijke transito-porten der kleine staten, ^denn nichts 
verteuert die Korr(\spondenz mehr, als hftufiger, zumal als hohes 
Transito-Porto*' '). De inrichting bereikte echter eerst later de bekende 
betrekkelijke volmaaktheid. Wel was een mijl per uur als regel 
aangenomen behalve voor moeilijk terrein ^), doch niet steeds kon 
hierop gerekend worden. Klachten over vertraging kwamen geregeld 
voor % 

Eene instructie voor de taxische postmeesters opgenomen in 
„Kaysers Leopoldi confirmirte Reichspostordmmg'' van 17 October 
1()98 bevat nog straffen tegen het gebruik van voetboden in plaats 
van postiljons en van knapen in plaats van wegkundige postiljons *), 
waaruit valt op te maken, dat dergelijke misbruiken in dat jaar 
niet tot de z«4dzaainheden behoorden. In de 18**® eeuw kwam hierin 
veel verbetering. 

Trots de g«»breken waren de taxische posten echter eene groote 
v(Tbet«Ting in het verkeer, vooral voor dat over langen afstand, die 
aan de posterijen der keurvorsten en ook aan die in Holland den 
stoot gavrn tot eent» versnelling en betere regeling van het vervoer. 

\)o van de taxische postiMi in de 17**® eeuw meermalen beweerde 
scluMiding van briefgeheim, die ook door Grosse weder wordt ver- 
weten, vond ik in de door mij onderzochte bescheiden niet bevestigd ^). 



*) Kinher, das l*oslwesen in DtMitschland. 

') Slephnii. hlz. (»l en 18.S. 

•) (ï rosse, hlz. 37. 

*) Gross*', l»lz. 29. 

*) Zii' bij de bespreking der schending van tiet posigetieini. 



31 



e. PRUISEN ^). 

Vóór het jaar 164f6 toestonden reeds rijdende boden tusschen 
Königsberg en Berlijn, in 1629 vermeld, en eene dagelijksche post 
tusschen Berlijn en Tangermtknde (1635) % In 1646 werkte eene 
dragonderpost van Berlijn op Osnabrück en Munster, waar de 
gezanten vergaderd waren, waarbij aansloot een dienst tweemaal 
per week over Wezel naar Kleef. Dit waren echter meer regeerings- 
posten, die slechts in de tweede plaats ook bijbrieven van paiiicu- 
lieren vervoerden. In 1646 werd de groote postroute van Berlijn op 
Memel en van Berlijn over Wezel naar Kleef ingericht, met zijtakken 
naar Amsterdam, Hamburg, Stettin, Leipzig, Breslau en Warschau, 
waarvan de leiding voor een deel werd toevertrouwd aan den 
köningsberger bodenmeester Neumann *). Eerst in 1649, toen de 
staat zelf het bedrijf in handen nam, werd de dienst geheel op 
degelijken voet gebracht door Michael Matthias. De brieven gingen 
toen van Berlijn over Spandau, Brandenburg, Barby, Halberstadt, 
Brunswijk, Hannover, Minden, Bielefeld, Lippstadt, Hamm en 
Wezel naar Kleef. De postiljons reden elk 12 mijlen en wisselden 
om de 4 en later om de 3 mijlen van paarden. Deze verzen- 
ding geschiedde eens, en na 1655 tweemaal per week en maakte het 
mogelijk het traject van Koningsbergen tot Kleef in 10 dagen te berijden. 
In 1652 werd het rit van Minden door het Münstersche op Kleef 
verlegd. 

Naast en in aansluiting met deze hoofdlijn werd in 1653 eene 
brandenburger post op Dresden ingericht en van daar over Praag 
in aansluiting met andere posten op Regensburg, waar de Rijksdag 
vergaderde. In 1654 volgde een dienst tweemaal per week op Ham- 
burg, welk traject in 42 uur werd afgelegd. De verbinding met 
Holland over Nijmegen en Emmerik — Arnheni is in de volgende 
afdeeling uitvoerig behandeld. 

In 1659 volgde een dienst op Leipzig, waar een brandenburgsch 
postmeester werd aangesteld. De verkrijging van Oost-Friesland en 



') H. Stephan, Geschichte der Preuszischen Post von ihrem Ursprunge bis auf 
die Gegenwart Berlin, 1859 en de reeds meermalen geciteerde algemeene werken. 

*) A. V. Sch weiger— Lerchenfeld vermeldt blz. 103 — 105 bodendiensten in Bran- 
denburg in de 16**" eeuw. 

') Van eene brandenburger post op Hamburg vond ik reeds gewag gemaakt in 
Oclober 1639. Zie Geheimes Postarcbiv XLIII n^ 140. 



30 

de lands- en stadsboden verboden om onderweg brieven te garen of 
van paarden te wisselen. In 1749 werd hierop vrede gesloten met 
Frankfort en in 1751 werd de stadspost van Keulen afgekocht. 

Met 1795 trad ook voor de Rijkspost een tijd van tegenspoed in. 
Naarmate de Franschen vorderden moest de Rijkspost wijken. Voor 
het verlies der posterijen aan den linker Rijn in 1798 ontving Taxis 
in 1803 echter eene schadeloosstelling in land (7 vierkante mijlen). 
In 1806 richtte Kleef eene eigen landspost in, waartoe Wurthemberg 
kort tevoren het voorbeeld had gegeven. Beieren en andere staten 
volgden in hetzelfde jaar, zoodat er in 1811 omstreeks 31 verschil- 
lende posterijen in Duitschland werkten. Bij de bondsakte werden 
de taxische posten bij artikel 17, althans gedeeltelijk , hersteld. 

De Rijkspost bracht het groote voordeel dat gebroken werd met 
de bezwarende talrijke transito-porten der kleine staten, ^denn nichts 
verteuert die Korrespondenz mehr, als hftufiger, zumal als hohes 
Transito-Porto" '). De inrichting bereikte echter eerst later de bekende 
betrekkelijke volmaaktheid. Wel was een mijl per uur als regel 
aangenomen behalve voor moeilijk terrein ^), doch niet steeds kon 
hierop gerekend worden. Klachten over vertraging kwamen geregeld 
voor '). 

Eene instructie voor de taxische postmeesters opgenomen in 
„Kaysers Leopoldi confimiirte Reichspostordnung" van 17 October 
1H98 bevat nog straffen tegen het gebruik van voetboden in plaats 
van postiljons en van knapen in plaats van wegkundige postiljons *), 
waaruit valt op te maken, dat dergelijke misbruiken in dat jaar 
niet tot de zeldzaamheden behoorden. In de 18**® eeuw kwam hierin 
v(»el verbetering. 

Trots de gebreken waren de taxische posten echter eene groote 
verbetering in het verkeer, vooral voor dat over langen afstand, die 
aan de post(»rijen der keurvorsten en ook aan die in Holland den 
stoot gaven tot eiMie versnelling en betere regeling van het vervoer. 

De van (ie taxische posten in de 17^® ihhivv meermalen beweenle 
schending van briefgeheim, die ook door (irosse weder wordt ver« 
weten, vond ik in de door mij onderzochte bescheiden niet bevestigd *). 



*) Kinher, das Postwesen in Deiitschlnnd. 

') Stephnn, Mz. i\\ en 13ïl 

•) (irosse, blz. 37. 

*) (iroHse, l>lz. 21). 

*) Zie l»ij «Ie bespreking tier srliending van hel postgeheim. 



33 

Door de verschillende postritten kwam Pruisen meermalen in 
botsing mét de belangen van derden. De oprichting van de post op 
Hamburg gaf in 1660 aanleiding tot eenige geschillen door de con- 
currentie door Pruisen aangedaan aan de hamburger boden op Dantzig 
over Stettin '). Tijdens den oorlog met Zweden weigerde Pruisen in 
1675 aan deze boden den doortocht en dwong het alle correspondentie 
over Berlijn te verzenden. De stadspost in Dantzig werd reeds in 
1654 feitelijk vernietigd. 

De behartiging der belangen van de pruisische post te Hamburg 
was oorspronkelijk aan den algemeenen postmeester aldaar opge- 
dragen. Toen deze overleed, benoemde Pniisen in 1704 een eigen 
postmeester, hetgeen tot eenige moeilijkheden leidde. 

Met Saksen ontstonden meermalen geschillen over de hollandsche 
brieven naar Weenen en Rusland. In 1689 trachtte Pruisen hiervoor 
e(*n rit aan te leggen van Berlijn over Breslau naar Weenen, dat 
eindelijk trots den hevigen tegenstand van Taxis in 1692 tot stand 
kwam, nadat Pruisen zich van de medew^erking van Oostenrijk ver- 
zekerd had door aan den postmeester-generaal von Paar eene ber- 
lijnsche postchais aan te bieden en 2000 Thaler beschikbaar te 
stellen voor het omkoopen der beambten van de oostenrijksche 
Hofkammer en de boheemsche kanselarij. Langs deze route trad 
Pruisen in ernstige concurrentie met de verzending over de Rijkspost 
en over Saksen. 

In 1692 gaf de poststrijd tusschen Pruisen en Saksen over de 
verbinding met Hamburg aanleiding tot het aanhouden van 
koeriers en het met gewapende macht optreden tegen de posten. 
Pruisen versterkte zijne positie tegenover Saksen door de inname 
van het kruispunt Quedlinburg, waarbij de posthoorn dienst deed om 
de poort te doen openen en het pruisische legertje bij verrassing in 
de stad te brengen. 2 December 1699 en 17 Januari 1700 volgde 
eindelijk een verdrag, waarop in 1716, nadat Saksen de posterij van 
den postmeester Keeze, den grooten vijand van Pruisen, had terug- 
gekocht, eene nieuwe conferentie volgde, die leidde tot de overeen- 
komst van 7 Maart 1718, waarbij de partijen afspraken de porten 
half en half te deelen. Saksen trachtte echter in het geheim zich 
van het transito-verkeer van Pruisen te vermeesteren door het ont- 
werpen van een dienst van Amsterdam over Munster, C6issel, Leipzig, 



') Zie over dezen bodendienst : Geheimos Post An-hiv. XLIII n°. 148. 



34 

Soran, Warschau, Dantzig naar Petersburg en zond vertrouwde per- 
sonen naar Holland om Amsterdam hiervoor te winnen '). 

Met de Rijkspost en met Leiden waren reeds contracten zoo goed 
als gesloten, toen een brief werd onderschept, waaruit bleek, dat 
Saksen ook tegen de Rijkspost niet open handelde. Pruisen was 
reeds op de hoogte van het plan, door een omgekocht saksisch 
beambte te Leipzig en trachtte door het versnellen der ritten het 
transito-verkeer te behouden. Het had hierbij dan ook een overwegend 
belang, daar van het onttrekken der transito-brie ven uit Holland een 
jaarlijksch nadeel te wachten was van 75,000 Thaler *). Pruisen trad 
nu in onderhandeling met de Rijkspost en sloot het verdrag van 
Wezel van 9 April 1723. Beide partijen beloofden hierbij elkander 
de brieven van Amsterdam, Brabant, Frankrijk en Spanje toe te 
voeren over Roermond en de ritten van de Rijkspost in aansluiting 
Ie brengen met die van Berlijn naar Kleef. De Rijkspost zal het rit 
van Munster op Holland opheffen, waartegenover Pruisen zich ver- 
plicht om de pakken uit Munster voor de Rijkspost gratis te vervoeren. 

Ook later trachtte Saksen de pruisische posten tegen te werken 
in het vervoer der hollandsche brieven, waarvan de bewijzen aan 
Pruisen in handen vielen, toen het in 1756 met een groot deel van 
Saksen ook de archieven veroverde. Saksen had zich echter reeds 
langzamerhand aan den invloed van Pruisen weten te onttrekken en 
e(Mi uitweg gevonden door verdragen met Hannover, Brunswijk, de 
Rijkspost en de Thüringsche Staten. Het kon daarom vrij gunstige 
bepalingen bedingen bij het generaal postverdrag met Pruisen van 
22 April 1767. 

Met de Rijkspost waren de moeilijkheden opgeheven door het 
verdrag van Wezel. In 1751 werd door de Rijkspost op een nieuw 
verdrag aangedrongen en werd baron de Lilien naar Berlijn gezonden, 
die een schriftelijk vertoog inleverde getiteld : „Reflexions sur Tintérêt 
commun qu'ont les Postes de TEmpire et celles de S. M. Ie Roy de 
Prussi»". De strekking hiervan was hoofdzakelijk de omlegging der 
correspondentie op Engeland over Amsterdam op de Rijkspost via 
Ostende en Brusst^l, de verbetering der verbinding van Pruisen niet 
Frankrijk en de vernietiging van hel hollandsche rit op Hamburg. 

Pruisen loonde zich niet geheel afkeerig van dit geheel tegen de 



') Plan van den Ober Post Conimissnriiis Kenner. 

') hl 1735 beilroegen <le transito-porten voor Pruisen 90,000 Thaler of */, der 
bruto-inkomslen. 



35 

hollandsche posterijen gerichte plan en deed in het geheim de hol- 
landsche en brabantsche ritten bereizen. Het brak ten slotte echter 
in 175:2 de onderhandelingen af, daar het niet wilde breken met Hol- 
land, waannede eene goede verstandhouding onmisbaar was wegens 
de overwegende handelsbelangen. Kort hierop ontstonden geschillen 
met de Rijkspost over het omvoeren der fransche brieven over 
Frankfort, die volgens het verdrag van Wezel over Maaseyk (Roer- 
mond) moesten loopen. 

Den 6^®" Mei 1755 werd eindelijk een nieuw verdrag gesloten, 
waarbij dat van Wezel werd bevestigd en beide partijen elkander 
i)ver en weder steun beloofden. De Rijkspost toonde echter weinig 
oprechtheid in de opvolging hiervan, zoodra de gelegenheid zich voor- 
deed om de pruisische posterijen te benadeelen. 

In 1757, tijdens den zevenjarigen oorlog, vielen de Franschen 
in het Kleefsche, doch lieten voorloopig de posten ongemoeid. Pruisen 
had reeds met Holland onderhandeld om de expeditie van Kleef en 
Emmerik tijdelijk op Arnhem en Deventer te brengen en de brieven 
langs eenen omweg door Oost-Friesland te vervoeren. Den 23*^®" April 
1757 werd het op Pruisen veroverde land tot Rijksland verklaard en 
fi Mei daarna voor het vervoer der brieven aan de Rijkspost toegevoegd. 
Pruisen protesteerde hiertegen tevergeefs op grond dat het wel in oorlog 
was met de koningin van Hongarije maar niet met het Rijk; doch Taxis 
Iwkonmierde zich hierom niet en trad overal in de veroverde landen 
tegen de pruisische posterijen op, onder voorgeven van slechts haar 
behoud te willen verzekeren. Sinds 24 Maart 1758 keerde echter de 
kans en jaagde omgekeerd Frederik de taxische posten weg waar 
hij slechts kon. Door den vrede van Hubertusburg, 17 Februari 
1763, werd eindelijk ook op postgebied de oude toestand hersteld. 

Een nieuw verdrag werd den 20 Maart 1777 tusschen Pruisen 
en de Rijkspost gesloten, waarbij Pruisen beloofde om Taxis niet 
te hinderen in zijnen strijd tegen het hollandsche rit op Hamburg 
en Taxis aan Pruisen de helft der winsten toezegde, indien het hem 
mocht gelukken dit rit te fnuiken en het voordeel der brieven aan 
ile Rijkspost te verzekeren. 

In Oost-Friesland werd in 1746 de pruisische post ingevoerd in 
Aurich, Leer, Norden, Wittmund, Esenz, Weener en Friedeburg. 
In Emden was het recht der stadsboden op Amsterdam kort te voren. 
25 October 1743, door het Reichs-Kammergericht te Wetzlar 
gehandliaafd tegen de aanspraken van den laatsten vorst van Oost- 
Friesland; Frederik de Groote week hiervan niet af en liet de 



36 

boden in het bezit van hun bodenzak. Toen deze beslissing te Emden 
bekend werd, stak de postiljon naar Holland zich in zijn beste pak, 
met een bouquet op den hoed en reed hij, een jubellied blazend, den 
Oldensumer weg op. 

Het transit door Munster was in 1669 door Emden verkregen 
tegen eenige voorrechten voor de burgers van Munster, die in Emden 
kwamen, nadat de geschillen hierover eenigen tijd den weg over 
Groningen hadden doen verkiezen. 

Het verkeer van Oost-Friesland met de provincie Groningen werd 
verbeterd door het in dienst stellen van een postschip van Leer op 
Nieuweschans. 

De post in Oost-Friesland stond eerst van Aurich uit onder zelf- 
standig beheer, doch werd in 1756 gebracht onder het generaal 
bestuur van Berlijn. De dienst leverde bij de inrichting der prui- 
sische posterij een overschot van 3000 Thaler, dat later tot 12.0(X) 
Thaler werd verhoogd. 

Het hollandsch kantoor te Lingen was reeds lang den Pruisen 
een doorn in het oog, daar hiermede gelegenheid geboden werd om 
brieven op Hamburg, Brunswijk en Leipzig buiten de pruisische 
post om te verzenden, die anders ten bate van die post gekomen 
waren. Pruisen trachtte daarom bij de onderhandelingen over het 
contract van 3 Juni 1775 Holland tot afstand hiervan te bewegen, 
doch kon hiertoe niet geraken, daar dit, niettegenstaande duizenden 
ter vergoeding geboden waren, pertinent door Holland werd gewei- 
gerd. Bij dit verdrag, waarbij Pruisen zich overigens belangrijke 
voordeelen bedong door de vergoeding van 1000 gulden aan Emmerik 
voor het verbieden der couvertzendingen, die slechts op een misbruik 
berustten, en door het voordeelig aanbod van Holland tot overneming 
van het schuylenburgsche rit, was volgens Stephan (blz. 238) een 
geheim artikel, waarvan ik in de hollandsche stukken geen melding 
vond gemaakt. Hierbij werd besloten eene postalliantie voor te 
bereiden tusschen Pruisen, Holland, Denemarken, Hamburg en 
Bnmswijk. waardoor overeenstemming zoude gebracht worden tusschen 
alh' belanghebbenden bij het brievenvervoer aan de Noord- en Oostxee. 
Dit plan van Pruisen kwam echter tot geen uitvoering. 

Eene veldpost was in Pruisen nog onbekend in het emd der 
18'^® eeuw. Pruisen bezigde hiertoe slechts dragonders, die op stations 
wisselden en de brieven overbrachten naar het naast bij zijnd post- 
ambt. Alleen bij minder dan 30 mijlen afstand van Berlijn werden 



de brieven door de dragonders zonder hulp der post bezorgd. Later 
werd eene geregelde veldpost ingericht. 

De bestelling in de steden was langen tijd zeer gebrekkig. Nog 
in 1680 moesten alle brieven aan het kantoor worden afgehaald, 
hetgeen aanleiding gaf tot allerlei baldadigheden en herrie van de 
op de post wachtende bedienden en jongens. Omstreeks 1712 kwam 
de bestelling in gebruik, waarvoor 3 pf. bestelloon werd berekend. 
Om te voorkomen dat men de geadresseerden zoude dwingen nu ook 
alleen op deze wijze de brieven te ontvangen, werd hierbij bepaald, 
dat de brieven eerst eenige uren op het kantoor bewaard moesten 
worden voor hen, die er de voorkeur aan gaven die zelf te doen 
afhalen. Het briefgeheim werd in Pruisen over het algemeen geëer- 
biedigd, hoewel b.v. in den strijd met Zweden in 1675 hiervan werd 
afgeweken. 

In den dienst werd eenheid gebracht door de aanstelling van een 
General Erb Postmeister (15 Juni 1700) en de „Allgemeine Preus- 
zische Postordnung" van 10 Augustus 1712. 

Voor de uitbreiding van het postverkeer werd zeer veel gedaan 
door Friedrich Wilhelm I (1713 — 1740), die in de vier eerste jaren 
zijner regeering 50 postkantoren deed oprichten. Kernachtig was zijne 
aanteekening op het bezwaar van het Financ. directorium tegen de 
kosten, die te wachten waren van eene uitbreiding van de post in 
Oost-Pruisen in 1723 (geschat op 3000 Thaler): „Sollen die Posten 
anlegen in Preuszen von Ort zu Ort, ich will haben ein Landt, das 
kultiviret sein sall, höret Post dazu. F. W." 

Door de uitbreiding van den dienst der posterijen en de toename 
van het grondgebied namen ook de inkomsten, die uit de posterijen 
getrokken werden, steeds toe. Kort na de oprichting der branden- 
burgsche staatspost (na 1649) leverde deze een tekort van 5000 a 
WMK) Thaler, doch reeds in 1662 was een batig saldo verkregen van 
7<MX) Thaler, hetwelk aangroeide tot 61.882 Thaler in 1695, 146.(X)0 
Thaler in 1714, 227.000 Thaler in 1740 en 613.181 Thaler in 1786. 

In Oostenrijk *) bestond reeds vroeg eene landspost, die in 1624 
als erfelijk leen gegeven was aan von Paar, van wiens nakome- 
lingen de post in 1720 door Karel VI werd afgekocht voor 90.000 
gulden, eene jaarrente en de belofte dut steeds d(* oudste manlijke 
nakomeling zoude worden aangesteld tot hoofd der staatsposterij. 

*) O. Veredarius blz. 127. 



38 

In Zwitserland ') werd door Beatus Fischer te Bern in 1693 
eene italiaansche post opgericht over den St. Gothard in verband met 
de „Corrieri die Venezia". Er bestonden verschillende posterijen in 
de kantons, waarvan ook later die der familie Fischer de voor- 
naamste plaats innam. 

De russische poster ij ') werd in 1660 onder vorst Pojarsky 
verbeterd door den Hollander Johan van Sveden, die hiervoor 1200 
roebel per jaar ontving. l;Iij verbond Moskou over Riga met Amster- 
dam en met Nischi-Nowgorod, Archangel en Smolensk. 

Het postgeheim was in dit land minder veilig, gelijk blijkt uit 
het bericht van een oostenrijksch diplomaat over Andreas Winnius, 
eersten postmeester van Czaar Peter. 

De stadspost van Keulen.') 

Reeds in het eind der 14^** eeuw worden in Keulen boden ge- 
noemd, die voor burgers en kooplieden brieven vervoerden. Zij reis- 
den zelf en waren niet aan vaste dagen of routes gebonden en 
stonden onder toezicht van het stadsbestuur. Vaste bodendiensten met 
vooruit bepaalden tijd en richting ontstonden eerst naar het voorbeeld 
der taxische posten in het midden der 16**® eeuw. De oudste boden 
waren die op Nijmegen (1527), Frankfort en Würzburg (sinds 1542), 
Amsterdam en Antwerpen (vóór 1565). Het bodenhuis was in de 
16***^ eeuw in de vleeschhal aan de Heumarkt. 

Naast de boden bestond het kantoor van Taxis, waarvan in 1578 
iian het hoofd stond Jacob Henott of Haynott. Deze trachtte, toen 
de verbinding met Brussel door den oorlog was gestremd, reeds vóór- 
diit Taxis in Antwerpen was ontzet en vervangen door den prins- 
gezinden Joh^ui Hinckart, zelf eene centrale posterij op te richten, 
onafhankelijk van Taxis, en wist, zich door Keizer Rudolf tot keizerlijk 
postmeester te doen benoemen. Van dat oogenblik af had noch Taxis 
noch zijn opvolger Hinckart een eigen vertegenwoordiger te Keulen 
en waren aldaar naast elkander, en weldra in emstigen strijd met 
elkander, twee zelfstandige posterijen werkzaam, n.I. die van de 
oude stadsboden onder den bodenmeesler Hieronymus Minau en die 



') O. Veredarius, bU. y:i -) hleui blz. 136-137. 

*) Zi«' L. Rnnen. Geschichle des Poslwesens in der Reichstadt Roln. in: Zeil- 
si-hrift fftr dfiitsrlu* Kulturg»»s<'hichlo. Neue Folge. Il Jrg. 1873, blz. 399- 3tó. 
35S -378 en 4i'»- 44.'». I{aad>proto«*ollen van Keulen 1.')78- 1694, volgens het afschrift 
in hel Geheinies Post-An-hiv. XLIV n**. 180. 



van Henott '). In dezen strijd koos Taxis partij voor Minau, van 
wien hij minder gevaar te wachten had, daar diens posterij zich tot 
de vaste oude routes op Antwerpen, Amsterdam en Hamhurg be- 
perkte, dan van Henott, dié zelf voor geheel Duitschland met Taxis 
trachtte te concurreeren. Toen Hinckart in de plaats kwam van 
Taxis, trad deze eerst in connectie met Henott, doch reeds 17 Mei 

1579 zond ook hij de brieven op het kantoor van Minau, die door 
de stad tegenover Henott werd gesteund. Henott wendde zich nu in 

1580 tot den keizer te Praag, die Graaf Schwarzenberg naar Keulen 
zond, waarop de raad aan Minau verbood om zich te bemoeien met 
wat viel buiten het gewone bodenwerk. In dezen strijd werden meer- 
malen èn door Minau èn door Henott boden van den tegenstander 
aangehouden, waardoor dikwijls belemmering in het briefverkeer 
ontstond, doch dit betrof alleen het verkeer op Antwerpen. Dat op 
Holland was geheel in handen der boden en gaf althans in die 
jaren, geen aanleiding tot strijd. 

In 1584 werd Antwerpen weder spaansch en werd Taxis in het 
bewind der posterijen aldaar hersteld. Deze zond nu zijn brieven 
noch aan zijnen tegenstander Henott, noch aan Minau, doch stelde 
Johann Baptist Bosco tot zelfstandig vertegenwoordiger te Keulen 
aan, die echter niet door den raad werd erkend in afwachting van 
de van den keizer te wachten beslissing. 

Henott z£ig in 1585 zijn postrecht bevestigd en uitgebreid door 
den keizer, doch schijnt zich niet in de gunst der kooplieden ver- 
heugd te hebben, die klaagden over geknoei met de te betalen porten 
en verduistering van waarden uit pakketten. Zij verzetten zich 
16 Maart 1587 tegen hem en verzonden bij voorkeur op Antwerpen 
met de stadsboden onder Minau. Eindelijk kw^am tusschen Taxis en 
Henott eene overeenkomst tot stand, waarbij deze laatste bij Taxis 
in dienst trad en alle zendingen uit Antwerpen aan zijn kantoor 
ontving. De strijd tegen de boden werd nu met kracht hernieuwd 
en verschillende koeriers werden in 1598 aangehouden ^). 

Ook van de brieven op Holland trachtte Henott zich nu in 16(K) 
te vermeesteren, doch deze poging mislukte door de weigering van 



*) In de raadsprotocollen ook: Rigo Minaw of Meynow. Hij was sinds 1577 
bode op Frankfort 

-) De rechten der boden waren door de stad omschreven in de Botenordnung 
van 18 Juni 1591 voor die op Antwerpen en van 12 Augustus 1591 voor die op 
Frankfort. 



40 

Holland om niet meer op het bodenkantoor te zenden. In 1617 werd 
door zijnen opvolger de poging herhaald, doch ook nu zonder succes, 
dank zij den steun door de stad aan haar boden gegeven. 

De verhouding tusschen Henott en Taxis werd na 1600 steeds 
meer gespannen en in 1603 werd Henott door Taxis ontzet en ver- 
vangen door Johann von Coesfeld genaamd Bach, die zijn kantoor 
in de Glockengasse vestigde '). Deze trad met kracht tegen de boden 
op en richtte een eigen dienst in op Antwerpen en op Frankfort en 
Nürnberg. Ter vergemakkelijking van het postverkeer verkreeg hij 
van den raad den 13^®" December 1604 verlof om aan den Bayenthurm 
eene inrichting te maken om de valiezen der *s nachts aankomende 
koeriers over de poort binnen de stad te trekken. 

In de samenstelling der boden kwam eenige verandering, daar 
vijf boden op Walenland, die van calvinistische gezindheid verdacht 
werden, voor anderen moesten plaats maken ^). 

Henott zat onderwijl niet stil en trachtte voortdurend herstel te 
verkrijgen in zijn vroegeren werkkring. Eindelijk gelukte hem dit in 
1623. Von Coesfeld werd ontslagen en Henott werd weder hersteld 
onder voorwaarde, dat hij zoude dependeeren van de Rijkspost. De 
raad stemde hierin toe, op voorwaarde dat hij zich niet zoude ver- 
zetten tegen de bodendiensten, zooverre die zich bij zijn optreden 
uitstrekten. Von Coesfeld berustte echter niet in zijn ontslag en 
weigerde ook zich met de boden te vinden, w€iardoor hij den raad 
der stad nog meer tegen zich kreeg. Hij hield echter vol en bracht het 
geschil voor den Rijkshofraad. Hangende het geding overleed Henott in 
Januari 1626 op hoogen leeftijd. Zijne erven trachtten tevergeefs 
zijnen dood geheim te houden en in zijne rechten te treden. Zijne 
dochter Katharina Henott werd in 1627 van hekserij beschuldigd en 
levend verbrand, wellicht onder invloed van von Coesfeld, die zich 
op deze wijze kon ontdoen van de leidster van het verzet tegen hem. 
Von Coesfeld trad nu weder op cds vertegenwoordiger van Taxis 
en begon met kracht den strijd tegen de boden, waarin hij en 
Henott door de onderlinge geschillen in de laatste jai'en minder had 
kunnen optreden. Hij richtte zich nu in het bijzonder tegen de boden 
op Amsterdam, die niet slechts de correspondentie van Keulen op 
Holland in handen hadden, maar ook de italiaansche en zuid-duit^che 
brieven, die over het stadskantoor te Keulen verzonden werden. Dit 



') Deze werd in 1604 henoenui, zie raadsprotorol n . 54, 3 September 1604. 
*) RaadsprotocoUen 7 Maart 1618. 



41 

laatste nu was in strijd met verschillende arresten, waarbij aan de 
boden alleen het verkeer van plaats tot plaats werd toegestaan, 
maar het doorgaand verkeer aan de Rijkspost werd toegewezen. 

Hij begon na 1638 met alle brieven van boven Keulen van de 
boden op te eischen en ging in 1642 tot daadwerkelijk ingrijpen 
over, door de brieven van de boden af te nemen, en toen hij hierbij 
op te grooten tegenstand van den raad stootte, de brieven hooger 
op te ondervangen en over het kantoor van de Rijkspost te Roermond 
direct op Amsterdeun te zenden, of langs een omweg de aankomst 
te Keulen te vertragen, waardoor de aansluiting op Holland met de 
bodenpost moest gemist worden. Het einde van dezen strijd, dien wij 
bij Holland uitvoeriger zullen behandelen, was dat de Rijkspost zich 
van een groot deel dezer bodenbrieven meester maakte ten koste 
van de boden, die in hoofdzaak slechts de van Keulen zelf op 
Holland verzonden brieven behielden. 

Voor een goed begrip van den strijd van Taxis tegen de stadsboden 
zijn zeer belangrijk de in den strijd van 1649 — 1650 verschenen 
stukken over Nümberg. 

In: Wahrhaftige und Northwendige Information, Wie es umb das 
Keyserl. Postwesens in dess H. Reichs-Stadt Nürnberg beschaffen. 
1649. 4\ worden de rechten van de stad uiteengezet '). 

Uit dit boekje en de in 1650 verschenen: Bestftndige In Jure et 
Facto Vest-gegründete Abfertigung Nürnbergischer vermeinter Refu- 
tation, das Kayserliche freye Postwesen und dessen angehörige 
Personen betreffend'* van L. von Hörnigk, blijkt dat de Rijkspost- 
dienst tusschen Keulen, Frankfort en Nürnberg in 1615 werd inge- 
richt. Nürnberg wilde toen eerst het kantoor van de Rijkspost niet 
in de stad zelf toelaten meiai' naar het naburige Würth verwijzen 
en verbood aan de boden van Taxis brieven aan te nemen. Het 
recht hiertoe werd echter door den keizer aan de stad ontzegd 
(21 Januari 1616). In 1644 trachtte de stad van Taxis gedaan te 
krijgen, dat de brieven voor den Raad evenals te Keulen en Frank- 
fort portvrijdom zouden genieten. 

Merkwaardig vooral in verband met het later optreden van de 
Rijkspost is het schrijven van Lamoral von Taxis aan Nürnberg 
U\ 1615): Sie wollen aber nicht gedencken, dasz ich darumb gemeinet 



^) Merkwaarilig voor dien tyd is de waardeering liggende in het gezegde: 
„Wie wohl aber die Post oder das Postwesen zu nusern Zeiten umb so viel 
mehr ein algemein, nutzliches, treffliches Kleinod ist". 



^trXsnAk fluMUib' JnibiiffimDiurniK. 



42 

seye einige Newerung wider ihre Stattbotten und allen Gebraiich 
einzuftthren." 

Later was er nog voortdurend strijd tiisschen de Rijkspost en He 
boden over de brieven op Holland, o. a. in 1686, 1694 en 1746, 
waarbij de stad gewoonlijk partij trok voor de boden. 

In het eind der 17*** eeuw beval de stad, op grond der stads- 
veiliglieid eo waarschijnlijk ook om de Rijkspost tegen te werken, 
om den stal van de koeriers 
even buiten de Bachpoort, 
van waar de brieven na poort- 
sluiting in de stad gebracht 
werden en waar de expeditie 
der verder doorgaande brie- 
ven werd behandeld, over Ie 
brengen naar de rectorswo- 
ning van de meiaten, onge- 
veer een half uur buiten de 
stad. Ook nadat de post in 
1697 door de benden van La 
Croix aldaar werd geplun- 
derd, weigerde de raad een 
gelegenheid voor de expeditie 
dichter onder de muren toe 
te staan. 

Eindelijk werd in 1751, 
nadat verschillende arresten 
tegen de boden waren gewe- 
zen , de geheetc stadspost aan 
Taxis ovei^edragen tegen 
eene jaarlijksche uitkeering 
van 1000 Thaler, gelijk 
staande met het voordeel , 
dat de stad te voren van de boden genoot. 200 gulden voor hel 
gcbi-uik van de beurs en 100 gulden voor de vroeger genoten vrij- 
porten. Tevens werd hierbij bedongen, dat de Rijkspost geene 
[Hirl verhooging zoude invoeren '). 

Aan het kantoor van de Rijkspost te Keulen waren in 1751 






Slrijiisrliritl v 
Oriuintd il 



1 de Rijkspost tegen Keulen, 
folio op het Hoofdbureau 
! 's-(!raïenhage. 



'I In het Reii'hi) PoMlmuseiim vindt men een porttarief van d« RÜkspost uïl 
lli^4 k Uii8 voor Italir. Nilrnlierg, Augsburg, Frankfort, Hamburg, cd.g. 



43 

verbonden: een directeur, 5 secretarissen, 4 bestellers, 2 koeriers, 
1 stalmeester, 1 wagenconducteur en 1 pakker. Het aantal beambten 
werd in het eind der 18^® eeuw eenigszins uitgebreid, waarbij o. a. 
het getal der bestellers op 5 werd gebracht. De Rijkspost had haar 
kantoor in het Furstenberger Hof in de Glockengasse. 

Ten slotte een enkel woord over het personen- en goederenvervoer, 
dat ook voor ons land van direct belang was '). 

In 1687 werd door Brandenburg een wagendienst opgericht tus- 
schen Kleef en Keulen, die op ernstig verzet stuitte van de stad en 
van de Rijkspost. Toch werd eindelijk in 1693 hiervoor concessie 
verkregen, doch de stad weigerde om den wagen na poortsluiting 
binnen te laten, zoodat de passagiers \s nachts buiten de poort 
moesten overnachten. In 1703 werd door Brandenburg een tweede 
wagendienst ingericht over Neuss en Crefeld. 

In concurrentie met deze po^t richtte Vleerman in 1692 een 
wagendienst op van Keulen op Dusseldorp en verschillende andere 
plaatsen, o. a. op Maastricht, Nijmegen en Augsburg, die echter op 
den duur niet bestand was tegen de concurrentie met de wagen- 
diensten van de Rijkspost. 

Volgens de concessie van Johann Wilhelm, paltzgraaf aan den 
Rijn en keurvorst van Beieren, hertog van Cleve en Berg^ den 
j|den Maart 1692 aan Vleerman gegeven ^), kreeg deze voor zich 
en zijne erven verlof om nacht en dag postwagens te doen rijden, 
o. a. van Dusseldorp naar Duren, van Keulen naar Frankfort en 
Augsburg, van Keulen op alle weekdagen naar Brussel, over Berg- 
heim, Zinnigh, Schiff bruggen (?), Heerlen, Valkenberg en Maastricht , 
Tongeren, St. Truyen, Thienen en Leuven voor 5 rijksdaalders 
en 6 schellingen voor het geheele traject. Een andere dienst ging 
van Keulen over Neuss, Urdingen, Rheinberg, Xanten, Kleef op 
Nijmegen, 4-maal per week voor 3 rijksdaalders en 3'/^ schelling, 
terwijl op dezelfde . deigen een aansluitende wagendienst was van 
Ehisseldorp op Urdingen. Ten slotte was er tweemaal per week een 
dienst van Dusseldorp op Venlo voor 9 schelling. Het vervoer van 
brieven was bij de concessie uitdrukkelijk uitgesloten en eene boete 
van 100 goudgulden werd bedreigd tegen wie „die geringste brieff 



') Vergelyk hierover Ennen, blz. 441—445 en Bruns, Zur Geschichte des Post- 
wesens aiD Niederrhein, in Archiv ftlr Post und Telegr. 1900 blz. 869 vv. 

^ Origineel in 4 folio's perkament met rood zegel in een doos, in het Reiohs 
Postmuseüm te Berlgn. 



44 

oder schreiben, wie sie nahmen haben" ten nadeele van de Rijks- 
post vervoerde. 

In 1700 werd een nieuwe dienst ingericht tusschen Dusseldorp 
en Keulen door J. Reinhard en J. O. Mauernbrecher, de zooge- 
naamde Mauernbrechersche wagen, en in 1764 een tweede wagen- 
dienst van Keulen over Dormagen, Neuss, Crefeld, Aldekerk, 
Geldern, Kevelaar en Goch op Kleef, die dit traject in 23 uur had 
af te leggen. Deze dienst bleek zeer voordeelig en leverde reeds 
in het derde kwartaal van 1764 een voordeel op van 2609 Thaler 
13 Gr. 11 Pf. Vóór de oprichting van de wagens van Mauernbrecher 
over Duisburg en Wezel w£is er ook een pakwagen van Keulen 
op Neuss. 

De keurvorst van Keulen vatte in 1784 het plan op voor een 
wagendienst op Venlo, die daar zoude aansluiten met de hoUandsche 
wagens van Nijmegen op Venlo, waardoor eene bekorting van 3 uur 
te verkrijgen was. De route liep van Keulen over Dormagen, Neuss, 
Willich, Kempen, Wachtendonck, Venlo. Het traject Kempen— 
Nijmegen werd gereden door Ariens te Nijmegen, die in Augustus 
1786 den dienst begon. De eerste wagen werd echter aangehouden 
door de Pruisen bij het passeeren van het pruisisch gebied, omdat 
hiervQor geen verlof was gevraagd, waarop de keurvorst wederkeerig 
op de groote route van Berlijn naar Wezel een pruisischen wagen 
deed aanhouden, waar die bij Hamm het gebied van den keurvorst 
bereikte. Na veel wrijving werd eindelijk overeenstemming over de 
routes verkregen. 

Toen de wagendienst van Pauli dreigde den dienst te moeten 
staken, ontstond omstreeks 1788, een hevige concurrentie tusschen 
Pruisen, de Rijkspost en Ariens wie deze vergunning zoude verkrijgen. 
Op allerlei en dikwijls vermakelijke wijze werd er gekuipt, totdat plot- 
seling alle moeite vergeefsch bleek en tegen aller verwachting in de 
oude concessie opnieuw werd verlengd. Eene tweede poging van 
Pruisen in 1792 om dezen dienst te naasten mislukte, niettegen- 
staande door Pruisen 800 gulden per jaar en een douceur voor Pauli 
geboden werd. 

Bij de vermeerdering van de middelen van verkeer gaf ook de 
stad Keulen meer toe aan de daarvoor gestelde eischen. In 1756 
werd besloten de Severeinsthor tot 's avonds 8 uren open te laten 
voor de wagens van Weenen en Brussel en in 1771 werd ten opzichte 
van den Hahnerthor een gelijk besluit genomen voor den wagen 
van Duren. 



/*. ENGELAND *). 

Reeds in de twaalfde eeuw wordt onder Hendrik I (f 1133) 
gewag gemaakt van boden, „nuncii", die echter slechts regeerings- 
brieven vervoerden. Eerst onder Edward II (f 1327) schijnt het ook 
aan particulieren veroorloofd te zijn om met de boden des konings 
brieven te verzenden. Dit vervoer was ongeregeld, doch schijnt reeds 
in de 15^* eeuw zich tot een geregeld brieven vervoer ontwikkeld te 
hebben, blijkens de aanteekeningen op den rug van nog bewaarde 
brieven uit dien tijd. Tijdens den oorlog met Schotland werd in 
1481 een koerierdienst ingericht met vaste wisselplaatsen op afstanden 
van 20 mijlen ^). 

De eerste vermelding van een postmeester-generaal is die van 
Sir Brian Tuke in 1533, die den titel voerde van „magister nun- 
ciorum, cursorum, sive postorum". 

Het houden van postboeken, waarin de ontvangen brieven en de 
tijd, waarop zij ter verzending werden gegeven, moest aangeteekend 
worden, werd voorgeschreven door een besluit van de Lords of 
the Council van Juli 1556, waarbij werd bevolen: „that the postes 
betweene this and the Northe should eche of them keepe a booke 
and make entrye of every letter that he shall receive, the tyme of 
the deliverie thereof unto bis hands, with the parties names that 
shall bring it unto him". Deze bepaling bewijst, dat het briefverkeer nog 
zeer beperkt was, en doet veiTnoeden , dat men hierbij meer het oog had 
op gelegenheidskoeriers dan wel op vaste tijden vertrekkende posten. 

Wel was er reeds omstreeks 1555 een estafettedienst op Dover 
ingericht, doch de verbinding met Schotland werd eerst in 1563 en 
1590 geregeld en die met Ierland omstreeks 1609. De regeling van 
acht hoofdroutes naar het binnenland geschiedde onder den post- 
meester-generaal Thomas Witherings den 31 Juli 1635. 

De verzending van brieven naar het vasteland was tot 1568 
grootendeels in handen der „merchant strangers", die het recht 
hadden om een eigen postmeester aan te stellen. Zij verloren dit 
voorrecht echter in genoemd jaar door de oneenigheid over de benoe- 
ming van eenen nieuwen postmeester. Het vervoer naar het vaste- 



*| The encyclopaedia Brittannica vol. XIX. Edinburg , 1885 , blz. 562; Herberl Joyce , 
Ihe history of the postoffice, London, 1893 (niet geheel betrouwbaar); Veredariiis 
e. a. en Jaarboekje van de poster. 1849 blz. 159 v.v. (niet geheel betrouwbaar). 

-) H. M. de GraafT, Schets van het poslwezen in Europa. Loouwnnlon, 1847. 



46 

land werd in 1619 gebracht onder het nieuw ingestelde ambt van 
„Postniaster-general of England for foroign parts", niettegenstaande 
(ie ernstige protesten van den „Master of the Post and Messengers*\ 
onder wien in 1607 het postwezen was gebracht en die door de 
invoering van het nieuwe ambt zich het buitenlandsch verkeer zag 
ontnomen, waardoor een belangrijke inbreuk werd gemaakt op zijn 
monopolie. De onzekerheid over beider bevoegdheden werd nog 
vergroot door de vrijverkltu-ing van de veraending naar het buiten- 
land in 1626, die wel in het volgend jaar reeds werd herroepen, 
doch met behoud der vrijheid voor de merchant avanturiers. 

Een krachtig optreden in het belang der buitenlandsche postver- 
bindingen werd hierdoor belemmerd en werd eerst mogelijk na de 
benoeming van Thomas Witherings en William Frigell in 1633. 
Deze sloten nog in hetzelfde jaar eene overeenkomst met Taxis voor 
eene verbinding tweemaal per week per posbschuit op Antwerpen en 
in Februari 1638 met den franschen postmeester de Nouveau voor 
eene verbinding met Parijs over Galais, Boulogne, Abbeville en 
Amiens. Wellicht ware ook reeds toen een direkte dienst op Holland 
gevolgd, wanneer niet wegens allerlei geschillen het ambt van 
Witherings kort daarop, in 1640, ware gesequestreerd , hetgeen aan- 
leiding gaf tot aanhoudingen van postzendingen en tot een aantal 
geschillen, die van 1641 tot 1647 duurden en verdere uitbreiding 
van den dienst tegenhielden. Deze verbin(hng kwam eerst tot stand 
door de bemoeiingen van Hendrik Jacobsz van der Heyde in 1660 
en werd met 20 Juni van dat jaar geopend. 

De posterijen werden van 1660 — 1685 verpacht, en wel 1660 — 
16()3 aan Henry Bishopp, 16()3-1667 aan Daniël ü'Neile en 1667— 
KkSo aan Henry Earl of Arlinglon, die deze in de eerste jaren echter 
(leed beheeren door zijnen bnx^der sir John Bennet. Na 1685 wenien 
{\o posterijen niet meer verpacht, maar van staatswege geëxploiteenl. 

\)o uitbreiding, die h(^t poslwez(»n hmhIs ond(Tging, blijkt o. a. 
hieruit, dat in 1673 aim het general postoUice te Londen reeds 
75 personen werkzaam waren en dat de jaarlijks aan den koning 
te betalen pachtsom van 3400 £ onder Witherings, was geklommen 
lot 21.5(M) £ onder Bishopp en 2*1.000 £ onder Arlington. He^t voor- 
deel der posh'rijen vv(M*d in 1673 geschat op 43.iM)0 £ p(T jaar. Na 
den overgang in staatsb(»heer klommen de baten tot 295.000 £ in 
1744 en 8iMM)0i> £ in 1799. 

Naast d(* sUiatspost won] onder Cromwt^ll door Robbert Murray 
en Dockwra eene stadspost opgericht voor Londen, die echter spoedig, 



47 

toen het hiermede te behalen voordeel was gebleken, aan de staats- 
post werd getrokken. Ook de Cross Posts, voor het platteland, waar- 
voor Ralph Allen in 1720 octrooi verkreeg, werd na diens dood in 
1764 aan den staat getrokken. 

De inrichting der posterijen werd geregeld bij dekreet van koningin 
Anna (1710), doch was geen voorbeeld voor andere landen; de 
tarieven waren in het algemeen hoog en de verzending geschiedde 
niet al te vlug, zoodat veel brieven buiten de post om verzonden 
werden. In 1784 werd daarom door Palmer voorgesteld om voor 
liet brievenvervoer gebruik te maken van de bestaande postdili- 
gences, die de pakketten sneller overbrachten dan de met de post 
verzonden brieven. Dit plan werd door Pitt overgenomen, die aan 
den voorsteller, die buiten het postwezen stond, eene betrekking bij 
de post bezorgde en eene jaarrente van 3000 £ ^). 

In het verkeer met het vasteland bemoeide Engeland zich niet 
met de verbindingen verder binnenslands, waardoor de relaties 
tusschen de postbesturen zich bijna geheel tot het verzenden der 
malen over zee beperkten. Een belangrijk gedeelte der correspondentie 
naar Duitschland en het Noorden liep over Amsterdam, waarbij 
Holland echter ernstige concurrentie ondervond van de Rijkspost, 
die met haar lijn door de Zuidelijke Nederlanden over Ostende het 
verkeer trachtte te herwinnen. 

De verbinding ter zee werd meermalen door oorlog verbroken, 
waarbij dan tijdelijk andere wegen gezocht werden. Zoo zond Frankrijk 
meermalen over Holland en Holland o. a. 1665 — 1668 over Ant- 
werpen naar Engeland. 

Voor het transitoir verkeer had Engeland slechts belang voor de 
verbinding met Amerika. Reeds in Februari 1692 was door Thomas 
Neale een geregelde maildienst geopend van Jamaïca op Engeland, 
die echter van 1692—1695 een nadeelig slot opleverde van 2360 £. 
Later werd met meer succes gewerkt en geruimen tijd had Engeland 
vrijwel liet monopolie voor deze verbinding met Amerika, totdat 
<x>k van HAvre uit een dienst op Amerika werd geopend met „Ie 
Courier de TAmérique". Omstreeks 1787 werd hierbij gevoegd een 
dienst van Hdvre op St. Martin. 

De postinrichtingen der overige landen, die van geen invlocMJ 
waren op de ontwikkeling van het hollandsche postwezen, zullen 



*) H. M. de GroafT, 1. c. Paliner klom liierby later op tot «lirocteiir-goneraal. 



48 

alleen zoover noodig bij de bespreking der buitenlandsche postver- 
bindingen van Holland in het kort worden aangestipt. Eene uitzon- 
dering maken wij alleen nog voor Indië. 

g, OOST-INDIÊ ^). 

De correspondentie met Indië geschiedde in het midden der 
17^® eeuw over Lissabon en met West-Indië over Se villa *). Toen 
Holland de vaart op Indië begon, kwamen de brieven met de koop- 
vaardijschepen en werden deze bij aankomst eerst aan allerlei straat- 
slijpers ter bezorging gegeven en later aan de postmeesters, van wie 
de kapiteins de verschotten op de brieven ontvingen. Daar het echter 
dikwijls moeilijk viel deze verschotten van de geadresseerden terug 
te ontvangen, werd 2 April 1755 door de commissarissen der hol- 
landsche posterijen bevolen om geen verschotten aan de kapiteins te 
vergoeden. 

In Indië werden de brieven naar Europa in „de gemeene doose" 
gelegd, die gehouden werd door een opperkoopman der Compagnie 
te Batavia. De brieven werden dan met de oflBcieele bescheiden 
verzonden aan de „Bewindhebberen** te Amsterdam '). De brieven 
werden voor de verzending naar Europa gelezen, daar het verboden 
was, om over de compagniezaken te schrijven. Het was daarom ook 
niet geoorloofd, om na het vertrek brieven aan boord te nemen of 
die voor de aankomst af te geven. De brieven uit Europa werden 
in een verzeg(4d pakket ter hand gesteld aan den deurwaarder bij 
den raad van justitie, (He d(?ze „na leclure" sorteerde. In 1660 werd 
een tarief voor de posten vastgestehL 

Wegens de vele klachten over de hooge briefporten werd in 
1785 bepaald, dat de brieven voor Holland gezonden zouden worden 
aan d(» generale s(M*retarie te Batavia en van daar naar de kamer 
Amsterdam of een der andere kamers der V. O. C. in Holland. 

In 17SÏ) kwam er eene betere regeling. Er werden gecommit- 
teerden aangesteld, die dt» brieviMi taxeerden volgens 9 klassen van 
6 st. tot 7 gulden en het porto op den brief stempelden. Er werd 



') I*. (]. vnii (Ier LiHi en .1. V. Snelh'innii , EnryclopiuHlio van Noilorlandscli- 
Indir.. antv. 2r». hlz. .'«U in :«>-2. 

-) Dr. UnI.sam in Histor. Jalirh. 18<>2. hlz. (V^. 

^) H«*l voorsriiria om <ï<' oflicieelo l>rievon allern met <le schepen der Comjmgnie 
te verzenden was reeds in 1747 in onhriiik. Men verzond die toen geregehl met 
„de gem«'ene d<»OM«". 



voorgeschreven , om bij elke maal eene lijst te voegen van het aantal 
brieven en de ktassen, waartoe deze behoorden. 

De uit Holland aankomende brieven zullen door de Gecommit- 
teerden van boord gehaald worden en naar het kasteel te Batavia 
gebracht, waar de lezing geschiedt ten overataan van den Commia* 
saria-generaal. Wordl er niets verbodens in de brieven gevonden, 
dan worden die daarna ter bestelling gezonden aan het postkantoor 
Ie Batavia en d^n gecommitteerden op de buitenposten, die jaarlijks 
verantwoording zullen doen van de ontvangen port«). 

Het eerste postkantoor wen! in 1746 te Batavia opgericht, doch 
van een geregelden postdienst kon tijdens de O.-ï. Compagnie nog 
weinig sprake zijn. Deze kwam eerst in 1808 onder Daendels tot 
stand, nadat door dezen veel was gedaan tot verbetering der wegen. 
Kr was toen een dagelijksche dienst lusschen Batavia .en Buitenzorg 
en verderop tweemaal per week. 




TWEEDE AFDEELING. 
Ontwikkeling van de Regeeringspost In Nederland. 



a. VOOH GESCHIEDEN IS. 

e ndodzakelijkheid om met personen op verwijderde plaat- 
sten in verbinding te treden is, gelijk ik reeds aangaf, zoo 
oud nis de hescliaving zelf. doch slechts de machtigen 
liezatoii de middelen om hiertoe van bepaalde personen 
gebniik Ie maken, <iie alleen voor het overbrengen van het hun toever- 
trouwde berieht de reis ondernamen. De oudste bronnen bewijzen, dat er 
reeds vroi'^ eenig verkeer bestond met omli^ende plaatsen '), Deze 
ImhIoii waren naniniate van het belang van het bericht en de waardigheid 
van den afzender öf personen van aanzien, die meer als gezanten 
*)|itra<len, voor wie de niedegegeven letteren als geloofsbrief waren 
aan te merken, öf eenvoudige ondei^eschikton , slaven of vrijen, die 
sh'i hls de dragers wuren van het iM'richl, Van het eerste vindt men 
een voorbeeld in de zemling van den abt van Ëgmond aan den 
koning van Engeland, na den moord van Graaf Floris V in 1296, 
waarbij de koning in het hem op zijne terugreis in 1297 niedegegeven 
st-hrijven. inidrnkkelijk wtjsl op de nadere toehchting door den abt 
verstrekt'}, en in den onlzeghrief van Hei-r Jaii van Cuik uit 1296. 
waarin deze schrijll: „Ie sende an L' heren Heiiiric, mine» capeltaen 



aii t-i-n bncli- nint l)rii-v(>Q vernii-lil. Aiiiialfs 
S. 1 (18l>41 l>lz. 'J7: .,litt<'ris ft imncio ile 



'I In l:>ll.'> w.inll Ik'I nntvn 
KKiiin.hini. W.Tk.'K Mi^l. fii' 
u-e .-l rr.'nMrilinli(.i.e nr-fcpli,". 

') V. .1. ItirKli. l)r,rk<<iiil^nbo.'k II ii". 'Xüi. l.tz. VU (^ Juni I9»6): .,proul liltpra 
r'liil. i(iLiiiii iloiiiiiitis hIiIhw RKmmiiliciiHi-s si-cuiii (rnnstulïl" en liut antwooni 
III ir. .iHriuuri 1-317. v. .1. IW^Ii 11 ii". <31». Llz. 444: ^ülteras v.alraB, quas nobis 



51 

ende ghelovet hem der woerde, die hi U segghen zal van minen 
wegen *). 

De zending van ondergeschikten blijkt o. a. uit de rekening van 
Hiibert van Budel op zijne reis in Belgié in December 1327, waarbij 
16 s. betaald werden „servo eunti Daventriane et uni eunti Volenho". *^) 
De bisschoppen en hooge geestelijken vertrouwden het briefvervoer 
gewoonlijk aan monniken toe. 

Eenige nadere bijzonderheden over de boden van de graven vindt 
men in de door Dr. H. G. Hamaker uitgegeven rekeningen van 
Holland en Zeeland over de jaren 1316 — 1344 % Het blijkt hieruit, dat 
gewoonlijk dezelfde personen gebezigd werden, behalve voor belang- 
rijke berichten, waarvoor de rentmeester zelf den tocht aanvaardde. 
Enkele malen werden ook gelegenheidsboden gebruikt zooals Willekijn 
den duunheerde in 1341 (Zeeland II, bl. 200). Waar de rentmeester 
zelf reisde ontving hij steeds een hooger vergoeding dan aan de 
gewone boden voor hetzelfde traject werd toegekend *). 

De boden reisden te voet of te paard en maakten zoo noodig van 
schepen gebruik % Bij tochten te paard zien wij hen soms met drie 
paarden reizen % of wordt hun geld meoe gegeven om zoo noodig 
onderweg van paarden te wisselen ^). 

Zoowel in Zeeland als in Holland wordt van in vasten dienst 
zijnde boden, ^mijns heren messagieren" gesproken. Belangrijk vooral 
is eene plaats uit de rekeningen van Holland uit 1344 (II, bl. 395), 
waarbij wordt vermeld, dat „mijns heren messagieren — ghesent (waren) 
voren te Pruchenwaert met mijns heren brieven" en hen 36 se. gr. 
gegeven was „te verteren ende haer paerde te veranderen, of sijs 



p<»r Gerarduiii de Egmunde, vestrum militein, Inlorem presentium , transniislstis'* 
t*n ^quam illa que dictus miles per credentiam, a vobis sibi coramissam, noliis 
latius curavit exponere. 

») V. d. Bergh II no. 945, blz. 431 (4 Mei 1296). 

*) Mr. S. Muller Fzn., De registers en rekeningen van het bisdom Utrecht 
1325—1330. Hist. Gen. N. S. 53 bl. 171. Hierby ook: Hein Spiker eunti Dordra- 
cum 11 s. 

') Dr. H. G. Hamaker, De rekeningen der grafelijkheid van Holland. Hist. Gen. 
N. S. 21, 24 en 26. en Hamaker, De rekeningen der grafelijkheid van Zeeland, 
Hist Gen..N. S. 29 en 30 verder geciteerd als: Holland en als: Zeeland. 

*) Boudin Jans kr\jgt 1341 voor een tocht met 3 paarden naar Henegouwen 7 h.*, 
4 SC. (Zeeland II. 205); anderen 48 se. , 24 se. en zelfs 17 se. 6 d. 

») Holland 1343/5 II. 306. 

•) Naar Valencieniifes, Zeeland II, 205 (1344) en Henegouwen (uts.). 

') Holland UI, bl. 395 (1344). 



te doen hadden." Denzelfden dag werden ook twee ^mijns heren 
niessagieren te voete, ghesent met mijns heren brieven an die selve 
heren ende om dien selven oerbaer, op aventure of die ander oec 
ghevanghen werden onderweghen". Men achtte het blijkbaar niet 
onwaarschijnlijk, dat de voetboden eerder ongemerkt door de vijande- 
lijke streken zouden kunnen passeeren. Deze voetboden ontvingen 
slechts 12 . SC. gr. om te verteren. Deze plaats is belangrijk , omdat 
hieruit blijkt, dat de graaf zoowel vaste voetboden als vaste rijdende 
boden in dienst had en dat beiden met den naam „messagier" werden 
aangeduid. 

De boden werden dikwijls naar verafgelegen plaatsen gezonden. 
Uit Zeeland gingen er o. a. naar Arnhem, Deventer, Mechelen, 
Vlaanderen, Henegouwen („te paerde"), Valenciennes en Keulen en 
uit Holland naar Medemblik, Hoorn, Enkhuizen, Kampen, Gent, 
Mrussel, Yperen, Emmerik, V^alenciennes, Beieren, Engeland, den 
Paus, Parijs en van Venetië naar Parijs en van Hamburg naar 
Engeland ^). Bij groote tochten reisden zij vaak met hun tweeën ') en 
op twee plaatsen wordt . vermeld, dat de bode slechts een gedeelte 
van het traject zelf aflegde en voor den verderen afstand zelf weder 
een bode in dienst nam of zijne brieven aan een anderen bode 
overdroeg '). 

Een vast traktement wordt alleen voor „mijns heren messagier" 
vernu^ld, die G ft 14 se. ii d. ontving en op kosten van den graaf 
werd begraven *). De reizen werden afzonderlijk betaald en daaren- 
h()vt»n ontvingen de boden soms kleine vereeringen, kleeren, kousen 
en schoenen, eens zelfs een pels '^). Voor in den dienst dood gereden 
paarden komen eenige posten in de rekeningen voor *). 's Nachts 
schijnt steeds holt gehouden te zijn, hetwelk ook door de slechte 
wegen ncuKlzakelijk was. Eenmaal echter wordt melding gemaakt 
van ^den htMie. die bij nachte liejHMr'^l. 

') Hiilliiiu) I. 1»1/. ITiO (1*^)0): .Item 'i iKnle ghesent an Ghisenbrecht van Branden* 
l»orch, IN'ttT van /uien. onniie lordrtH*ht [ie Dordrerhl) te romen ende der 
\n»iiwt'n hrit've van HnuulonlH>n'h . die si hadden, daer Ie brenghen ende ander 
l»rie\e wisler te nemen i. >e. i\ d." en Holland 111. hlz. 3^ (1344): naar Hene- 
gouwen «an Ilaeniaenle" met brieven «die men voert somle senden** naar Avignon 
en naar Kngeland. 

•» Naar Keulen. 'An^Iand I. voor 4 «•. IS se.. 8 d. 

»l Zie blz. Cii ^1 Zeeland I. bli. 414. 

*» Holland III. Ml. 3ilG (l*M4l. «ende om :J pels mede te^copen" 5 sc«, 3 d. gr. 

*l ZerUnd I. blx. fT»! : ^1 ^ vn 1. ZAl^: ïi É*. IG se. 

■I UoUand I. blz. 44^ (1345). 



53 

Naast het overbrengen van brieven werd aan de boden menig- 
maal opdracht gegeven voor allerlei boodschappen. Zoo vindt men 
o. a. vermeld het koopen van wijn, haring, bier, paling en andere 
proviand, het huren van metselaars, het inwinnen van informaties, 
liet oproepen ten oorlog, het innen van gelden, zelfs het onderhan- 
delen over geldzaken met den lombard te Utrecht *). De vaate boden 
moesten dan ook personen zijn van eenige ontwikkeling; een der 




boden, Baudin Jans, zien wij zelfs later in 1342 als rentmeester 
vermeld. 

Eene aanwijzing over den tijd, die voor het overbrengen van 
brieven over groote afstanden werd vereischt, levert Matthaeus in 
zijn Analecta II, blz. 691 en 692, waar gewag wordt gemaakt van 
een brief door „Bauri socia, Wilhelmi videlicet filia", „primo Idus 
Martii" van het jaar 1329, uit Rome verzonden en „sexto Idua 
Aprilis" door den abt van Egmond ontvangen. De brief had dus 



•) Zeelud U (13U). bli. S71. 



54 

voor het traject van Rome tot Egmond 25 dagen noodig (vem 14 Maart 
tot 8 April) ^). 

Ongeveer op gelijken lijn met de boden van den graaf staan die 
van de grootere steden, die ook oorspronkelijk slechts in stadsdienst 
reisden, op de deigen en naar de plaatsen, waarvoor dit door het 
stadsbelang werd vereischt. Reeds in de rekening van Dordrecht 
over 1284/1285 wordt een „Didden den bode" vermeld. Boden werden 
toen o. a. door die stad gezonden naar den graaf van Holland, naar 
Utrecht, Middelburg, 's-Hei-togenbosch , Nijmegen en Vlaanderen en 
meestal wordt hiervoor „Janne den Clerke" gekozen *). 

Uitvoeriger zijn de bijzonderheden, die de Cameraarsrekeningen 
van Deventer ons bieden^). Over de eei-ste jaren (1337—1360) vindt 
men loopers met brieven naar Utrecht, Arnhem, Nijmegen, Viaiien, 
Leiden, Brabant, Harderwijk, Keulen enz., waarbij gewoonlijk alleen 
„eunti", doch enkele malen ook „servo eunti of currenti" (o. a. naar 
Harderwijk, Arnhem en Keulen). Het waren dus slaven of onder- 
geschikten, die te voet het traject aflegden. Naar enkele meer 
verwijderde plaatsen , als Dordrecht en Amsterdam , werden ook boden 
te paard gezonden, waarnaast echter gesproken wordt van een looper 
naar Bremen (1339, blz. 53) en een briefdrager (ferenti letteras) naar 
Lübeck (1337, blz. 18) en Amsterdam (portatori litterarum, 1344 
blz. 176). De naam bode, nuncius, wordt bij brieven uit Deventer 
niet gevonden vóór 1347 *), niettegenstaande reeds in 1340 (blz. 102) 
een bode (nuncius) van Breinen en in 1344 (blz. 176) een van 
Lübeck wordt vermeld. 



') Onder de verre reizen verwijs ik naar Holland III (ISil), blz. 16: ad impe- 
ralorera in Ba varia 28 se, 8 d.: blz. 18: In Anglum ad regein et reginain 45 sr., 
1 d.; blz. 19: in Pollanen (om te zien of er heidenen waren) 45 se. en 37 se, 6 d.; 
blz. 28: Valenciennes , van Venetië naar Parys voor 22 se, 9' • d. gr., 8 myt«n; 
blz. 173: van Hamburg naar den koning van Engeland; blz. 393: oaar Keulen; 
blz. 394: naar den Paus, aan teergeld 15 u;; blz. 396: naar Koningsbergen en 
retour 15 se, gr. — Zeeland: naar Keulen (2 boden) 4 «', 18 se., 8 d. ; II. 205 naar 
Valenciennes ; I , blz. 492 naar Parys. De boden namen ook soms retourbrieven roede : 
Holland II, blz. 67 (1343) „ende die weder sende", of werden naar meerdere 
personen tegelyk gezonden: Holland I, blz. 51 (1319): enen knecht, die mine 
vrouwen brief droegh an den here van Brederode ende an den borghgraue": 
Zeeland I. blz. 142 (1319). Holland I, blz. 1.50 (1330) enz. 

•) Mr. Ch. M. Dozy, de oudste stadsrekeningen van Dordrecht. 1284-1424. Hist. 
(;en. N. S. 2. 

*) De Cameraarsrekeningen van Deventer 1337 vv. Uitgegeven door Mr. J. I. 
van Doominck e. a. 1888 vv. 

*) Blz. 289 nuncio misso per scabinas in Amersvoerden. 



55 

Waar nu ook van hen, die brieven uit andere plaatsen over- 
brengen, voortdurend gesproken wordt van slaven *) en slechts bij de 
twee genoemde groote Hanzesteden van boden, mogen wij aamiemen, 
dat dit verschil in benaming niet toevalHg is, maar dat wij hierin 
te zien hebben eene vervanging der ondergeschikten of slaven door 
in dienst van de stad staande vaste boden, waartoe in de grootste 
steden het eerst het voorbeeld gegeven werd. In 1355 worden te 
Deventer als zoodanig genoemd Reynerus en Leonius *). 

De loopers en boden werden naar den afstand betaald en ont- 
vingen daarenboven vergoeding voor de ligdagen, die zij in de plaats 
van bestemming op antwoord moesten wachten % In bijzondere 
gevallen werd ook gebruik gemaakt van de hulp van buiten hen 
staande personen, gelijk in 1345 (blz. 190) toen een geestelijke 
(clericus noster) te paard met een opdracht naar Nijmegen werd 
gezonden. 

De brieven naar Deventer werden door ondergeschikten aange- 
bracht. Deze ontvingen bij aankomst eene vergoeding van de stad *). 
Hierbij wordt ook tweemaal gewag gemaakt van een „servus" van 
den hertog van Gelderland met brieven uit Amsterdam en uit Brugge 
(blz. 46 en 48). Waarschijnlijk betrof dit brieven, die gelijk met 
brieven aan den hertog naar Arnhem gezonden waren; het zoude 
althans voorbarig zijn om uit deze twee plaatsen tot een postdienst 
van den hertog te besluiten. Alleen Bremen en Lubek zonden een 
bode en van den bisschop van Bremen werd in 1344 (blz. 138) een 
brief ontvangen door een „fistulator''. 

Aan den bode van Bremen werd behalve een bedrag in geld nog 
een wollen kleed gegeven van 3 »i' en daarenboven XIII s. IIIl d. 
pro forratura ^) en 3 t€ 4 s. 8 d. voor zijne onkosten. Vrouwelijke 
briefdraagsters worden vermeld in 1344 (blz. 139) en 1345 (blz. 190). 

Behalve het bodengeld ^) wordt nog gewag gemaakt van onkosten 
voor de genezing van een paard, dat waarschijnlijk door het over- 



„Semis" van Dordrecht (1337, blz. 21) Jamuliis" van Stade (1340, blz. 88) 
servo portanti litteras (1340, blz. 254), servo diicis Gbelrensis (1339, blz. 46 en 48). 

') In 1356, blz. 358, vindt men ook: cursor en littemrum portitor, in hetzelfde 
jaar wordt ook een Albert Breefdragher genoemd, die eene reis maakte naar 
utrecht (blz. 386). 

') 1347, blz. 332. 

*) Het elders zoogenaamde bodenbrood. 

*) 1340 blz. 108: pro panno laneo sibi dato ad tunicam. 

*) Pecunia nuntiali (1348) of pecunia dicta bodeghelt (1355). 



56 

brengen van een bericht voor den dienst ongeschikt was geworden '). 

Te Nijmegen had men volgens H. D. J. van Schevichaven, 
Onzer Stads Boden van Weleer, in 1429 naast de stadsboden, 
rijdende- en gaande boden. Rijdende boden ontvingen 7 el laken 
voor een rok of tabberd met kovel of banden, een kampje weilemd 
voor hunne paarden, en in de 16^® eeuw een klein traktement en 
vergoeding naar den afstand. Zij kregen bussen van de stad (sinds 
1424 vermeld) en vergoeding bij verlies van hunne paarden door te 
inspannende tochten. Deze strekten zich o. a. uit tot Maintz, Wismar, 
Brussel en Antwerpen. De gaande boden verrichtten in hoofdzaak 
boodschappen in het Rijk van Nijmegen en nabm*ige plaatsen van 
Gelderland, doch ook naar Groningen. Er waren er eerst 2, in het 
midden der 16^® eeuw 4 en later 3 of 6. Zij droegen een tabberd van 
stadskleuren (rood en zweui) en ontvingen in de 17^® eeuw een vast 
salaris boven hun bodengeld. 

Uit de eerste helft der 16^® eeuw ontleenen wij het volgende aan 
de rekeningen van Groningen over 1526 — 1548*). Ook hier vinden wij 
verschillende bodentochten vermeld naar Kampen, Amsterdam, Arnhem, 
Den Haag, Alkmaar, Holst ein, Bremen, Hamburg, Keulen, Munster, 
het hof van den Koning enz. Men gebruikte meestal dezelfde per- 
sonen, doch ook gelegenheidsboden, zooals den nachtwacht van den 
S. Maartenstoren (1535/6 blz. 223) en in 1548 naast de vaste boden 
Jacob Strijker en Harmen Prijker, die elk 12 rijder salaris ont- 
vingen, ook C. Wantscherer, A. Scholapper, G. Kremer en den jongen 
RoeloflF. Het loon was naar den afstand verschillend en voor liggeld 
werd 3 st. per dag vergoed. 

Ook aan de boden, die van elders berichten brachten, werd ge- 
regeld eenig geld gegeven of de vertering vergoed '). Was het bericht 
van veel gewicht dan werd eene bijzondere belooning gegeven o. a. 
twee rijders van 30 st. „to drinckgeld" aan den bode, die bericht 
bracht dat de „schafter'' gevangen was genomen (1526/7), twee 
horenkens gulden aan den brenger van het bericht van de inneming 
van Hasselt (1526/7), een goudgulden bij het bericht van den terug- 



') Pro aceto ad mcdicandiira eqiii et pro equinis singulis et ad pascendum 
ipsnni equum in pasciiis IIII s. 

') Dr. P. J. Blok, Rekeningen der stad Groningen uit de IG"** eeuw. Hist. Gen. 
3^' reeks n^. 9 (1896). 

^) Item Berent Rebin betalt, als dat de bode to syn hues yerthert haide 
25 st (15^/7). Aan den bode van den Koning van Denemarken een „snaphanen** 
P/4 gulden). 



57 

tocht der Gelderschen van Delfzijl (1535/6) en bij dat van het winnen 
van den Dam. Aan een bode werd in 1548 boven zijn loon van 
1 rijder nog 24 st. toegekend, daar hij wegens storm onderweg was 
opgehouden. 

Bij verre afstanden werd ook hier slechts een gedeelte van den 
weg door den bode afgelegd en werd door hem voor het verder traject 
een andere bode aangenomen. Een voorbeeld hiervan geeft de reke- 
ning over 1535/6 (blz. 227) : „Item Harmen Pricker is mijt breven na 
Bremen ghesont, ende van daer jsal he eenen boden wijnnen tot 
een breeff an der stadt Hamborgh to brenghen, daervoer betaelt 
4 Emd. gl." 

Gelijk uit het bovenstaande blijkt, werden deze boden alleen voor 
stadszaken uitgezonden en per reis betaald, waarboven zij somtijds 
ook een klein jaarlijksch salaris ontvingen. Met het brievenverkeer 
der particulieren, waarover wij in eene volgende afdeeling spreken, 
bemoeide de stad zich nog niet, ofschoon wij wel mogen aannemen, 
dat de ingezetenen de reizen der boden niet ongebruikt lieten om 
hiermede ook brieven te verzenden. Dat dit werkelijk geschiedde, 
valt ook af te leiden uit de nog lang in gebruik gebleven gewoonte 
om het vertrek der boden aan de Beurs te doen afroepen. Uit 
de oudste tijden zijn mij hierover wel geen bepalingen bekend, 
doch dergelijke voorschriften uit den tijd, dat de boden op vaste 
dagen en uren reisden, zoodat althans de kooplui hiervan wel niet 
onkundig geweest zullen zijn, wijzen er m. i. op, dat het gebniik 
een overblijfsel was uit eene vroegere periode, toen de boden alleen 
reisden als de stad brieven had te verzenden en men de kooplieden 
door deze kennisgeving in staat wilde stellen van het vertrek van 
den bode ook voor hunne brieven gebruik te maken. De genoemde 
boden van graven en steden kunnen nog niet geacht worden eene 
geregelde postverbinding geschapen te hebben, daar zij alleen bij 
behoefte, dus op ongeregelde tijden, werden uitgezonden en geen 
vaste reizen maakten. 

De eerste geregelde postverbinding, waeu^an wij in Nederland 
gewag gemaakt vinden, is die door Albert Animosus van Saksen 
(1464 — 1500), als heer van Friesland, geschapen zoude zijn tusschen 
Friesland en zijne residentie in Saksen. Zijn opvolger, George van 
Saksen, zoude in 1514 een vasten bereden bodendienst voor regee- 
ringsbrieven hebben ingericht tusschen Meissen en Friesland, die 
echter spoedig weder te niet ging. In hoeverre wij echter de aan- 



58 

teekening hierover bij Hartmann ^) als juist mogen aannemen, waag 
ik niet te beslissen, daar volgens de mij door den rijksarchivaris in 
Friesland, Mr. J. L. Bems, die ook de Saksische archieven bewerkte, 
verstrekte inlichtingen, er voor heï bestaan van dezen dienst noch 
in het friesch, noch in het saksisch archief eenige bewijzen te 
vinden zijn. 

De door Franciscus de Taxis ingestelde koerierdienst van Brussel 
naar Oostenrijk en Spanje, die oorspronkelijk ook slechts met het 
oog op de regeeringsdepêches was opgericht, beroerde de Noordelijke 
Nederlanden niet, al is het niet onmogelijk, dat ook van hieruit 
vaste ritten in aansluiting met zijne posten zijn geoi^aniseerd ^). De 
archieven van Arnhem en Nijmegen bewijzen althans, dat in het 
midden der 16**® eeuw in beide plaatsen koninklijke postmeesters 
gevestigd waren, die in geregelde verbinding stonden met het Zuiden. 

Uit eene briefwisseling met den magistraat van Nijmegen zien 
wij, dat al in 1559 eene geregelde postverbinding bestond over 
Arnhem en Nijmegen naar de Zuidelijke Nederlanden, ten behoeve 
van de brieven voor den koning, gelijk blijkt uit den titel, dien de 
postmeester zich zelf geeft. 

Den 13^®° Januari 1559 beklaagt de postmeester te Arnhem zich 
over het beheer van het veer. De postmeester Herman van Lyngen 
noemt zich hierbij „des posten alhier bynnen Aernhem van wegen 
sijns meesters liggende om die bryeven ende packetten Go. ma** 
tho Hispanien, Engelandt etc. onses allergen. Heeren gescheften 
betreffende, tusschen dit ende die stadt Nymmegen over und weder 
te vaeren und beschicken." 

Toen hij te Lent kwam met een „packet mit bryeven", vond hij 
daar den eenen veerman dronken en den ander niet geneigd om 
's nachts over te varen. Hij begaf toen „wederomme sich her- 
waerts nae Aernhem op sijn gewoentlicke plaetze to vuegen zynen 
dienst waer tho nemen.'' Kansier en raden van Gelderland ver- 
zoeken nu aan de stad om aan de pachters van het veer te bevelen 
om „de posten" op elk uur van den dag over te zetten. 

Uit het bovenstaande blijkt, dat er een vast station voor koninklijke 



') BIz. 239 en 240. Zie Virban, zur Geschichte des Postwesens. In: deutsche 
Vierteljahrsschrifl ia58, III bl. 75. 

*) In 1519 worden speciale boden vermeld voor zendingen van Brussel naar 
Oudenbosch, Zevenbergen en Gorinchem. De berichten van 1506 en 1511 slaan ook 
op speciale koeriers, cf. L. Ph. C. van den Bergh, in Jaarbk. d. post 1871/2, 
blz. 291-297. 



59 

postiljons te Arnhem gevestigd was, die tot taak had de brieven 
van daar op Nijmegen te brengen. Alleen blijkt het niet of deze 
posterij reeds op geregelde postdagen werkte. 

Uit het rijksarchief te Arnhem zien wij, dat de postmeester te 
Arnhem, Jacob van Borsselen, zich in April 1567 tot den stadhouder 
wendde om vermeerdering van het aantal paarden wegens de groote 
toename van het aantal te bezorgen brieven, waaruit valt te ver- 
onderstellen, dat de koeriers niet op geregelde tijden reden % Wel- 
licht was het aan dit druk verkeer te wijten, dat de postmeester te 
Nijmegen zich schuldig maakte aan het gebruiken van jongens voor 
de overbrenging van een pakket van groot belang, waarvoor hij 
zich, op aansporen van het Hof te Arnhem, eene ernstige berisping 
van den richter te Nijmegen op den hals haalde '^). 

In 1570 werd de wisselplaats te Nijmegen op verzoek van den 
magistraat aldaar en met goedkeuring van Juan Payeé naar Lent 
verlegd '). 

In 1571 vinden wij hierover iets naders, weder naar aanleiding 
van klachten over ondervonden vertraging. Jacob van Borsselen, 
^postbewaerder binnen Arnhem", beklaagt zich hierbij, dat de portier 
van de Craenpoert te Nijmegen een postiljon met een expresse pakket 
uil Groningen, „mitter galge daerop gestelt" niet heeft doorgelaten en 
weigerde het pakket over te brengen „waerdoor het voors. packet seer 
verhindert is geweest ende noch daegelicx verhindert sullen worden". 
Hij verzoekt daarom aan kansier en raden van Gelderland om bij 
Nijmegen aan te dringen op het maken van eene andere ordonnantie, 
„dat die posten in der nacht bij malcanderen moegen comen, ofte dat 
nnen ten minsten des suppliants knechten, terstont als zij ancomen, 
innelaeten ofte die packetten mit eenen getrouwen dienaer aff 
laeten nemen ende alsoe bij den post van Nijmegen mochten 
geraicken." 

Dit verzoek werd door den kansier aan den magistraat van 
Nijmegen ovei^ebracht, die het inwilligde *). Aan de schippers van 



') Brieyen van en aan den stadhouder N^. 4776. By geregelde rilten zou toe- 
name van het aantal brieven alleen meer paarden eischen als de maal zoo zwaar 
werd, dat er Iw^ee paarden noodig werden. 

') Brieven van hel Hof aan het kwartier van Nyraegen 1 November l.'i67, 
n«. 5672 en 4 November 1567. n^. 5580. 

*) Brieven van het Hof aan het kwartier van Nymegen 8 en 5 Maart 1.^70; 
n-. ^üi en 62ia 

*) Bericht 24 September en antwoord 28 Sept 1571. 



60 

Lent wordt gelast om den postiljon van Arnhem terstond over te 
brengen naar eene herberg buiten de Hessel poort, waar de postiljon 
naar het Zuiden overnachtte, om „malcanderen die packetten over 
te leveren". De magistraat wil de postiljons niet 's nachts in de stad 
laten, doch biedt aan om het pakket door een stadsdiener van de 
eene poort naar de andere te doen brengen. De Arnhemsche post- 
meester nam met deze regeling genoegen, mits er steeds twee 
schippers met een schip gereed zouden liggen ^). 

Uit de geregelde wisseling der pakketten blijkt, dat althans in 
1571 een geregelde postdienst bestond, die op vaste dagen de 
brieven van Arnhem, in aansluiting met die van het Noorden, op 
Nijmegen bracht, waar de postiljons wisselden en de pakketten verder 
zuidwaarts voerden. Of dit reeds geschiedde in aansluiting met het 
rit van Taxis tusschen Brussel en Weenen valt slechts te gissen, 
voor eene beslissing hierover ontbreken voorloopig nog voldoende 
gegevens. 

De postmeester te Arnhem werd tusschen 1571 en 1573 ontslagen 
en opgevolgd door Jan Boterman , die in het laatstgenoemde jaar door 
zijnen voorganger werd vermoord. Wat hiervan de aanleiding was is 
mij onbekend, doch het lijkt mij niet onwaarschijnlijk, dat haat 
wegens het hem gegeven ontslag hieraan niet vreemd was. 

Het Hof te Arnhem werd door Alva gelast den moordenaar te 
urresleeren en hem exemplair te straflFen, waarop het Hof beloofde 
om hem , als hij gevat werd , te verbannen *). 

Ook de provincies hadden, althans in later tijd, hare eigen boden 
voor het vervoer der regeeringsbrieven. In Friesland worden o. a. in 
158<S en 1589 landsboden vermeld, die alleen reisden, wanneer berich- 
ten waren over te brengen '). Volgens de resolutie van 1589 moeten 
zij zijn van den gereformeerden godsdienst en van goeden levenswandel. 

Den 12*^^" Februari 16(54 werd door de Staten een postmeester 
van de provincie aangesteld, waartoe Jetse Ewoutszoon Stiensma 
werd benoemd op een traktement van 2000 Carolusgulden. Hij was 
verplicht hiervoor de brieven te vervoeren van en aan de Hoog 



') Zit» hierover ook in brieven vnn het Hof te Arnhem aan het kwartier van 
Nyinegen 9 en 1:2 Mei en :24 September X'Vli n"» 6^16, 6655 eo 6768 (R\jksarchief 
te Arnhem). 

'*) Brieven van en aan het Hof van ^ en 30 April 1573 n»* 2991, 2992 en 2998. 

') Hes. van de Staten van Friesland 8 Juli 1588 en 12 Mei 1589. 



61 

Mogenden, den stadhouder, de generaliteitscolleges en de gecoiiiniit- 
leerden der provincie ^). 

In Groningen bestond eene regeeriiigspost, die in 1573 aanleiding 
gaf tot klachten van de Ommelanden, die zich hierdoor verklaarden 
-nndraechelicken beswaert" door deze post „so mit postpeerden te 
underholden, so mit wt^enen, karen, peerden, und schepen den 
soldaten te foeren und dergelijke dingen", te meer daar de stad 
Groningen de" hiervoor 
gi.>dane verschotten voor a_ 
twee derden ten laste der 
Ommelanden wilde bren- 
gen , „aengemerckt alles 
wesscn tot dienst van 
C". Ma', by den heereii 
sladthalder ende zyne licu- 
tenant gcdaen wordt '). 

Den i^^" Mei lt»f>3 
werden door Stad en 
Ommelanden vier provin- 
ciale boden op 's-Graven- 
liage aangesteld, die eerst 
eenmaal j>er week reisden 
en later tweemaal per 
week, en liet traject had- 
den af te leggen binnen 
twee etmalen. Zij vervoer- 
den ook particuliere brie- 
ven, hetwelk hun echter 
in 1711 door de stad werd 

verboden in het belang van den stadspi>stineesler. De poslerij werd 
door Stad en Ommelanden zelf betaald, doch mocht hoogstens 4:2(H) 
gulden kosten. De heerenbrieven moesten kosteloos vervoerd worden 
en een der boden moest steeds in Den Haag verblijven en ter 
beschikking zijn van de Gedeputeerden der provincie ^). 

Zij sloten in IGti^i een contract met het landschap Drente, waiu'bij 




Nieuwjnorsprent Tan ilc tioiten vsii ili<n prii 
1584. (GpmeentcmusiHim te Utrecht). 



>) Chorierboek van Friesland V bt. 707. 
') i October l^iTS, InvenUris n. 64. 

'} Ardiief UroniDgen, Veraameling 52 fol. 102. tnslrnutie 'i Svpici: 
tuis U n". 88. 



62 

zij het vervoer der drentsche heerenbrieven op zich namen tegen 
eene jaarlijksche vergoeding van 200 gulden. 

Reeds in 1674 hadden deze boden hun brievenvervoer tegen eene 
vaste recognitie aan den stadspostmeester uitbesteed. Na 1711 werden 
zij geheel door dezen verdrongen. 

De Ommelanden stelden later een extra-ordinaris looper aan, die 
alle boodschappen moest overbrengen, doch hieraan geen particulier 
brievenvervoer mocht verbinden. Hij genoot /'250. — salaris ^). 

De Staten van Zeeland richtten in 1673 een dienst in op 's-Gra- 
venhage, driemaal per week, waarmede Johan Steger, ordinaris post- 
meester van Haar Hoog Mogenden te 's-Gravenhage, op zijn verzoek 
werd belast. Hij onfving eene vaste subsidie van de Staten van 
Zeeland *). Het bleek mij niet of deze dienst slechts tijdelijk of voor 
vast werd ingericht. 

Boden van de Staten van Holland worden geregeld vermeld; 
met de generaliteitsboden hadden zij aandeel in de bezorging van 
de correspondentie van den stadhouder. 

ft. DE GENERALITEITSBODEN. 

Van eene speciale regeeringspost voor de noordelijke provinciën 
vond ik, behalve den dienst tusschen Arnhem en Nijmegen, geene 
aanduiding vóór den afval van Spanje. 

Na de afzetting van don Juan (7 December 1577) werd Johan 
Hinckart, heer van Ohain, door de Staten-Generaal in plaats van 
Taxis tot postmeester-generaal benoemd, doch ook van zijne werk- 
z/uimheid in de noordelijke gewesten ontbreekt het aan gegevens. 
Kerst in 1584, nadat Taxis voor het Zuiden was hersteld, wordt 
ook in het Noorden van generaliteitsboden voor de overbrenging 
i\i*T regeeringsdépêches gewag maakt. 

In art. 31 van de instructie van Prins Maurits van 18 Augustus 
1584, werd deze gemachtigd om bodeu aan te nemen tot zijnen 
diennt vi\ 1 October van dat jaar werden twee posten, die eertijds 
bij den landraad gediend hadden, aangenomen ^). Ook 20 Mei 1589 
werden 2 posten aangesteld, die om beurten zouden reizen en geen 
vaut traktement ontvingen. 

In 1585 schijnt er over gedacht te zijn om een postmeester- 



'I InvMiUiri» Aniiii'f (ironingen, n^ 18. 

f) H$in, van «1** Staten van Zeeland 18 Januari 1673 f ol. 22 en 25 Januari 1673 fol. 28. 



63 

« 

generaal aan te stellen, althans 2 Februari solliciteerden Maximiliaen 
(Ie Hornes, heer van Lokeren, en de heer van Famars naar „l'estat 
de niaitre general des postes des Pays-Bas" ^). De genoemde namen 
doen veronderstellen dat deze betrekking voor Zuid-Nederland gold. 

Beter dan in later tijd werd de zuinigheid betracht. Toen bleek, 
dat de verzending met de ordinaris loopende boden tusschen Den Haag 
en Utrecht voldoenden waarborg opleverde, werd '21 Mei 1590 
bepaald om hiervan bij uitsluiting gebruik te maken voor 's lands 
dienst en geen eigen posten hiervoor te gebruiken, ook voor speciale 
zendingen. De generaliteit riep somtijds naast haar eigen boden de 
hulp in van stadsboden. Zoo was de stadsbode van Breda in 1596 
32 dagen in vacatie voor de Staten-Generaal, waarvoor hij volgens 
stadstarief 32 gulden genoot. In hetzelfde jaar werd hem een militair 
escorte verleend voor het overbrengen van gewichtige brieven naar 
Geertruidenberg % 

De posten of koeriers hadden geen vaste diensten en werden 
slechts naar behoefte uitgezonden. Zij kregen een bord, waarop ieders 
beurt vermeld stond ^ , en ontvingen vergoeding per reis en bovendien 
6 Juli 1595 /* 2. — per dag voor het onderhoud van een paard en 
een jongen ^). Den 9^®" Augustus 1596 werd aan Aert Hendriks, post- 
meester, evenals aan de boden nog /'25. — per jaar toegekend ^). 
Speciale vergoedingen worden o. a. vermeld voor een door den vijand 
gevangengenomen paard en jongen /'50. — (30 December 1595) en 
/ 60. — aan den post Obijn voor het overbrengen van eene aange- 
name tijding (20 Augustus 1597). 

Behalve deze ongeregelde diensten schijnen er, althans tijdelijk, 
ook eenige vaste ritten geweest te zijn. Wij vinden althans vaste 
verwisselplaatsen voor postpaarden, o. a. te Rhenen van 14 Mei — 18 
Juli 1590, en 23 Juli 1592 werd aan de drie rijdende posten te 
Utrecht bevel gegeven om naar Zwolle te komen, ieder met 2 



') Res. van den Raad van Slale. Ryksarchief te *s Gravenhage. 

*) Res. Breda 9 Januari en 22 Maart 1596. In 1678 werd voor de verzen- 
ding van den Raadpensionaris naar Frankryk ook van de gewone post gebruik 
gemaakt, althans 31 Maart werd Pompeius de Bye „ordinaris bestelder van de 
hrieven die ter poste werden versonden naer Brabant ende zoovoort op Vranck- 
rijck,** door den magistraat van *s-Gravenhage voor 6 weken geschorst, omdat hij 
niet volgens bevel van den Raadpensionaris had gewacht, waardoor eene extra 
post werd vereischt. De kosten hiervan werden ten zyne laste gebracht. Omslag 1, 
n**. 6. Gemeente-Archief te *s-Gravenhage. 

') Res. van den Raad van State 17 Januari 1594. 



64 

paarden, ten einde daar in het leger gebruikt te worden *). Den 
12^®" Augustus 1597 werd zelfs een geregeld rit aanbesteed, en wel 
op 's-Gravenweert voor de correspondentie met het leger, met vaste 
stations te Bodegraven of Alfen, Utrecht, Rhenen en Arnhem, elk 
met 2 paarden en twee jongens. Er moest steeds een versch paard 
gereed gehouden worden op elk station. De brieven moesten in 36 
uur worden overgebracht, waarvoor f8. — heen en terug betaald 
werd per post en een dagelij ksch loon voor de jongens. Te 's-Gra- 
venweert werden de brieven overhandigd aan den wachtmeester in 
het leger, die de postrecepissen afteekende met dag en uur van aankomst. 

Te 's-Gravenhage werd de ontvangst en verzending der dépêches 
vóór 1598 alleen behandeld door den eersten klerk ter secretarie van 
den Raad van State, doch toen dit te bezwarend bleek, werden de 
twee klerken hiermede om beurten belast: 

„Op het scriftelijck veilooch van Herman van Duimen, eerste 
clerck van secretarie van desen raede, daer bij hij is allegerende die 
heswaernisse, diet hem solde vallen alleene alle die depesschen aen 
den posten ende boden uuyt te leveren ende daarvan register te 
houden, is daerop geleth sijnde geresolveert dat d'uuytdeling van 
dezelve depesschen bij de respective clerken alternatis vicibus van 
drie te drie maenden sullen werden uuytgelevert ende daervan 
register geholden ende den posten ende boden daeruuyt specificatie 
gegeven, welck volghens ifordre sall werden gedresseert" ^). 

In 1598 werd eene nieuwe ordonnantie vastgesteld voor de boden 
en posten. 

De boden ^) waren voor de Generaliteit (Staten-Generaal en Raad 
van State) en in 1612 ook voor den Stadhouder, die ook gebruik 
maakte van de boden van de Staten van Holland. De boden van de 
Rekenkamer werden in 1623 bij de generaliteitsboden ingedeeld. De 
boden waren voor den loopenden dienst in de stad en voor het 
overbrengen van berichten, waarvoor zij van de gewone reisgelegen- 
heden gebruik maakten en bij gebreke hiervan te voet gingen. Voor 
de brieven met haast en die naar het buitenland maakte men 



') Hes. vnn «len Rand van State 11 December 1598. Terzijde: „depesschen uuyt 
te deelen.** 

•) Deze en de hierna volgende bijzonderlieden zyn gedeeltelyk ontleend uit 
Jlir. Mr. Th. van Riemsdijk, De grifliie van Hare Hoogmogenden. 's-Gravenhage 
1885, hlz. 71—77, die weder verwijst naar Kluit, Historia Foederum Belgii foede* 
rati, pars II, hlz. 467—472 en J. H. Cremer, de cursu pubHcumi tamapud veteres» 
quam apiid recensiores, hlz. 100 enz. 



65 

?bruik van posten of postmeesters. De verdeeling van de brieven 
isschen de boden en de posten of postmeesters gaf menigmaal aan- 
iding tot geschil, daar de grens voor beide wijzen van verzending 
et altijd scherp getrokken was. De postmeesters reisden oorspron- 
ilijk zelf, doch later bleven zij tehuis en deden zij hun postiljons 
izen. Zij vonden hun voordeel dan in het verschil tusschen de 
irgoeding, die zij ontvingen, en het loon, dat zij uitbetaalden. 

In 1632 werd Abraham Belle tot postmeester benoemd ^), het 
)lgend jaar (10 September 1633) werd een tweede postmeester aan- 
^steld en later zien wij zelfs het aantal tot 3 uitgebreid '% Bij de 
instelling van Carel van Doorn in 1698, als opvolger van Albert 
m Doom, werd hem niet als aan zijnen voorganger een zilveren 
isthoorn vereerd, maar een bedrag (/'35.— ) hiervoor toegewezen*^), 
e benoeming geschiedde door de Staten-Generaal uit een drietal 
>gemaakt door den Raad van State. 

Zij genoten speciale bescherming door de bedreiging van dood- 
raf tegen het ophouden van postiljons of het wegrooven van hun 
larden *). Een verzoek der postmeesters om vrijdom van weg- en 
issagegelden „vermidts de sobere dachgelden", werd in 1665 ver- 
orpen. 

De postmeester genoot ƒ 100. — salai'is en f 64. — aan nieuw- 
arsfooien en eene vergoeding per dag van negen stuivers per 
>stiljon en tien stuivers per paard. Voor de reizen werd eene ver- 
>eding gegeven van f 1. — per uur afstands, 's winters verhoogd 
•t 1 gld. 5 st. Wanneer de reis langer was dan 20 uur, klom de 
^rgoeding tot 30 en 3772 s^« P^'* ""'* afstands. De tarieven waren 
ïregeld bij resolutie van 4 Maart 1718 en 24 JuH 1727. Zij hadden 
i hun dienst 5 paarden en 4 postiljons, waarvan er een dienst 
^ed als stalknecht in de residentie. 

De boden, wier aantal wisselde en in 1784, behalve de extra 
•dinaris-boden en assistent-boden 22 bedroeg, stonden in 1605 onder 
?n agent der Staten-Generaal, in 1623 onder een opziener of con- 
oleur en in 1636 daarenboven onder een deken en twee hoofdmannen 



1) Res. van de Staten-Gen. 21 Februari 1632, fol. 118. Belle wordt tot opvolger 

fnoemd, er was dus reeds vroeger een postmeester. In 1643 wordt Aert Albertsz 

m Doom als postmeester van de generaliteit vermeld in een testament van 

claris G. Houtman te Utrecht, 20 September 1643. 

«) Res. 22 April 1648. Het aantal werd later weder tot 2 en 29 Nov. 1710 tot 

verminderd. 

') R«s. 24 Jan. 1098. ') Res. van de Stat.-Gen. 6 December 1646. 

5 



66 

uit hun midden ^). Dit laatste werd later afgeschaft. De boden werden 
deels door de Hoog Mogenden, deels door den Raad van State 
benoemd. Hun dienst was geregeld bij instructie van 31 October 
1()!23. Zij genoten een klein salaris^) en reisgelden, die volgens ruim 
tai'ief bepaald waren. In 1651 ^) reisden zij tweemaal per week, 
Dinsdag en Vrijdag, behalve bij dépêches met haast. Zij reisden bij 
toerbeurten, waartoe de 9 het eerst aan de beurt zijnden zich steeds 
gereed moesten lu)uden. Hun declaraties, waarbij de attestaties van 
hunne reizen gehecht waren , werden per kwartaal verrekend en betaal- 
baar gesteld bij den ontvanger der Unie. Zij hadden daarenboven 
verschillende emolumenten, o. a. f 300. — per jaar tezamen voor 
hel oppassen van de banken in de Kloosterkerk en nieuwjaars- 
fooien van f 75,-- van de Staten-Generaal , den Raad van State en 
de Rekenkamer. 

\\>or den dienst der vergaderingen werden gewoonlijk 11 boden 
V(»rtMscht, de overigen waren voor de reizen beschikbaar. 

Het tarief hiervan was vastgesteld 31 Juni 1612 en 27 Decem- 
ber 1727, Zij behielden hiervan '/^ voor hunne reiskosten en 7* voor 
vertering en stortten de andere helft in de gemeene kas, die gere- 
geld tusschen de boden werd verdeeld. Zij ontvingen de brieven van 
den gritlier tier Staten-Generaal, de secretarissen van den Raad van 
State en van den Rekenkamer en van den stadhouder en moesten, 
wann«HT zij een opdracht kregen ook bij de andere colleges de 
bri«»ven t>pvnïgen. De reizen waren onderscheiden in gewone, zonder 
haast en nnzen met haast, waartoe alle buitenlandsche reizen 
genakend wenlen. 

W^ ivgfM»rings[H>st was zeer duur. In 1734 werd hier\oor /'7921.— 
gevonh^nl «mi in 17S5 42StU gulden lO st. Vandaar verschillende 
b<^/uinigingsvt>orstellen in 1717 en 1754. die echter tot geen resultaat 
leiddtMK daar men aan de Innlen tvn behoorlijk bestaan wilde ver- 
schatïtMi tMi bij pitvhtige gelegenlunlen de beschikking hebben over 
«MMi gnu»! aantal boden. De .digniteit van Staat" gold hier als motief 
to! geldNer^pilling. daar dr gn>i^tsle reilen v<x>r de bodenreizen v**r- 
tlwenen wa^* sinds de bttere inrichting van het postwezen, vooral 
'^ind'^ de inrichting xatï dt^ Slalen}H>sl in 1752. Men kwam er zelfs 
lor in ITt>t> onn«MHlii:r s|viHsln»izen aan de iHiden op te dragen. 






67 

ofschoon verzending per postiljon van den postmeester sneller en 
goedkooper was. Ook werden alle brieven van de griffie der Hoog 
Mogenden aan de Staten der provincies en het landschap Drente, 
haar gedeputeerden of gecommitteerde raden, de colleges ter admi- 
raliteit, de magistraten der steden en in het algemeen aan alle col- 
leges, zoowel met als zonder haast „welvoegelijkheidshalve" met de 
generaliteitsboden verzonden, ofschoon in de meeste gevallen ver- 
zending per post even geschikt en veel goedkooper had kunnen 
geschieden. Waarschijnlijk werden dan tevens de retouren mede- 
genomen, althans het door de kamerbewaarders betaalde port was 
volgens Mr. van Riemsdijk gering, hetgeen ook deels zijn grond 
kan gevonden hebben in verschillende bedingen van vrijdom van port. 
Behalve door deze kosten wegens onnoodige zendingen werd 
het totaal ook verhoogd door de vele misbruiken, welke hierbij 
waren ingeslopen en die men oogluikend toeliet. Een aardigen blik 
hierop geeft het rapport van 21 Mei 1786 van de door de Staten- 
Generaal den 4 Mei 1785 benoemde commissie „om de zaken die 
de Unie en het generale bondgenootschap betroffen te onderzoeken". 
V^an dit in de Nederlandsche Jaarboeken 1790 I, blz. 484—1002 
afgedrukte rapport, handelen blz. 716 — 723 aldaar over de regee- 
ringspost. 

Dit rapport noemt als misbruiken: 1®. het zenden van boden, 
ook zonder haast, n€iar tal van colleges, 2®. het gebruiken van twee 
boden waar één voldoende was, ja zelfs soms feitelijk slechts één 
bode of postiljon reisde, doch men voor twee declareerde, 3®. het 
gebruiken van boden in plëiats van postiljons en 4^ de vele retouren, 
ook voor brieven, die geen antwoord bevatten op de gezonden dépêche. 
De terugreis werd, wanneer er geen antwoord was, slechts half 
betaald en het was dus in het belang der boden om retourbrieven 
te krijgen om dan ook de terugreis tegen vol tarief te kunnen 
declareeren. 

De commissie stelde hierop voor om : 
1**. de gewone zendingen per post te versturen en alleen de brieven 
met haast en de pakken, die te groot waren voor de post, met 
eigen postiljons te verzenden. Ook het rondbrengen der aankon- 
digingen van de verpachtingen kon aan de boden ontnomen 
worden, daar zij toch niet zelf voor het aanplakken zorgden; 
2"*. bij zendingen met haast de brieven volgens de routes te combi- 
neeren en reisbiljetten te vorderen, waarop de uren van aankomst 
en vertrek aangeteekend waren en bij reizen zonder haast strikt 



68 

het samenvoegen van zendingen volgens reglement van 14 October 
1651 in acht te nemen; 

3^. den postmeester te bevelen om steeds het aantal gebezigde 
postiljons te vermelden; 

4". retourzendingen alleen voor spoedeischende brieven toe te staan 
en dit door den afzender op het adres te doen verklaren; 

5". de bedienden van den postmeester te beëedigen en alleen nuchtere 
en bekwame postiljons toe te laten; 

6®. de assistent-boden te doen versterven en het aantal boden te 
verminderen tot 16 en hen boven /'250 traktement en de emolu- 
menten een dedommagement te geven van ƒ 350 per jaar wegens 
het verlies der voordeelen van de nu verder per post t^ ver- 
zenden brieven. 
Op deze wijze hoopte men de kosten, die in 1785: 64,717 gulden 

16 st. beliepen, waarvan 42,864 gulden 10 st. aan de boden en 

21,853 gld. 6 st. aan den postmeester, tot een belangrijk lager bedrag 

te reduceeren ^). 

Een postmeester-generaal voor de staats- en particuliere brieven 
was in de republiek na 1584 onbekend. Wel werd 24 Augustus 1629 
door Gaspar Seherer naar dit ambt gesolliciteerd, doch waarschijnlijk 
zonder succes, althans hiervan blijkt niets. 

In 1633 werd een dergelijk verzoek gedaan door Daniel Nijs, 
Nederlandsch koopman te Venetië ^), die sinds eenigen tijd „onder 
sijn cou verte van dese landen tot Venetië ontfangen (had) ende nae 
Constantinopolien — gesonden alle de brieven van Haere Ho. Mo." 

Hij had dus als correspondent gediend, — ook naar Zweden en 
de duitsche vorsten — „om t* ontgaen d'onheylen, die te verwachten 
stonden als deselvo door den postmeester van den Keyzer ende 
Coiiinck van Spangnien hadden moeten versonden worden". 

Hij verzocht nu om zonder traktement als postmeester op Italië 
te worden aangt^steld door de Staten-Generaal „om alle de brieven 
op ende aïï te mogen senden', waartoe hij „op de gansche passagie 
(soo hy s(»yde) goede ordre gestelt hadde, connende tselve over 
Francfurt, Stutgaert, Tuhingen, DitHngen, Schaffhausen, Zurich, 
Sploech ^), Bergamo, Venetien, in negen of tien dagen geschieden". 



') Zio ook Juarl.k. post: ia>* hlz. 19-2-^200. 

*) Kes. Statt'ii-lHMieraal 10 September 163;J, lol. ?JU. 

•') Spingen. 



De Hoog Mogenden willigden dit verzoek in ten name van Philips, 
Jacques en Johan Nijs, die zij tot postmeesters-generaal benoemden 
^in Duytslant, Italien, Levante ende Archipelago", doch, in afwijking 
van het verzoek, uitsluitend voor de „publyeque brieven**, „sonder 
daerdoor te verstaen de coopluyden deser landen te asstringeren 
haere brieven door de voors. postmeesters te bestellen, behoudende 
de voors. coopluyden de vryicheyt om haere brieven te bestellen sulcx 
syluyden goet ende te rade sullen vinden**. 

De aanvragers kregen dus een mooien titel, doch van weinig 
beteekenis, terwijl hun niet werd verleend het aangevraagde winst- 
gevend vervoer van de particuliere correspondentie van Italië, waai'- 
over negen jaar later de strijd uitbrak tusschen Taxis en de stadspost 
te Keulen. 

V*^óór wij dit hoofdstuk besluiten valt nog te wijzen op den „Com- 
missaris der publieke brieven van hare Ho. Mo. Ministers buitens- 
lands resideerende** of korter: Commissaris van de uitheemsche 
correspondentie. Deze was gevestigd te 's-Gravenhage en ontving de 
correspondentie der gezanten en behartigde ook hunne particuliere 
belangen. Het salaris bedroeg sinds 1659 / 1000. — Ook te Amsterdam 
was een gelijke titularis, wiens werkkring waarschijnlijk zeer beperkt 
was, en die slechts fbO. — salaris ontving. 

Over beide dignitarissen wordt in het rapport van 1786 niet 
gesproken. 

C. DE VELDPOST. 

Onder dezen naam wordt verstaan de regeling van het brieven- 
vervoer in tijd van oorlog naar het hoofdkwartier van het leger, 
voor zooverre dit niet geschiedt door bemiddeling van de bestaande 
postinrichtingen. 

Het mobiel zijn van het leger, welks bewegingen dikwijls geheim 
moeten blijven, en daarenboven afhankelijk zijn van de bewegingen 
van den vijand en van tal van te voren niet te berekenen invloeden, 
maakt dat de postkantoren niet weten waarheen de brieven te diri- 
geeren, terwijl ook de kwartieren dikwijls op niet onbelangrijken 
afstand van de postkantoren verwijderd zijn. Dit maakt afzonderlijke 
toezending noodzakelijk. 

Voor belangrijke dépêches werden speciale koeriers gezonden, 
doch ook de dagelijksche administratie en de particuliere briefwisseling 



60 

Lent wordt gelast om den postiljon van Arnhem terstond over te 
brengen naar eene herberg buiten de Hessel poort, waar de postiljon 
naar het Zuiden overnachtte, om „malcanderen die packetten over 
te leveren". De magistraat wil de postiljons niet 's nachts in de stad 
laten, doch biedt €ian om het pakket door een stadsdiener van de 
eene poort naar de andere te doen brengen. De Arnhemsche post- 
meester nam met deze regeling genoegen, mits er steeds twee 
schippers met een schip gereed zouden liggen ^). 

Uit de geregelde wisseling der pakketten blijkt, dat althans in 
1571 een geregelde postdienst bestond, die op vaste dagen de 
brieven van Arnhem, in aansluiting met die van het Noorden, op 
Nijmegen bracht, waar de postiljons wisselden en de pakketten verder 
zuidwaarts voerden. Of dit reeds geschiedde in aansluiting met het 
rit van Taxis tusschen Brussel en Weenen valt slechts te gissen, 
voor eene beslissing hierover ontbreken voorloopig nog voldoende 
gegevens. 

De postmeester te Arnhem werd tusschen 1571 en 1573 ontslagen 
en opgevolgd door Jan Boterman, die in het laatstgenoemde jaar door 
zijnen voorganger werd vermoord. Wat hiervan de aanleiding was is 
mij onbekend, doch het lijkt mij niet onwaarschijnlijk, dat haat 
wegens het hem gegeven ontslag hieraan niet vreemd was. 

Het Hof te Arnhem werd door Alva gelast den moordenaar te 
arresteeren en hem exemplair te straffen, waarop het Hof beloofde 
om hem, als hij gevat werd, te verbannen % 

Ook de provincies hadden, althans in later tijd, hare eigen boden 
voor het vervoer der regeeringsbrieven. In Friesland worden o. a. in 
1588 en 1589 landsboden vermeld, die alleen reisden, wanneer berich- 
ten waren over te brengen '). Volgens de resolutie van 1589 moeten 
zij zijn van den gereformeerden godsdienst en van goeden levenswandel. 

Den 12*^®** Februari 1664 werd door de Staten een postmeester 
van de provincie aangesteld, waartoe Jetse Ewoutszoon Stiensina 
werd benoemd op een traktement van 2000 Carolusgulden. Hij was 
verplicht hiervoor de brieven te vervoeren van en aan de Hoog 



') Zie hierover ook in brieven van hel Hof te Arnhem aan het kwartier van 
Nyinegen 9 en 12 Mei en 24 September 1571 n"* 6646, öö.'iS en 6768 (Ryksarchief 
te Arnhem). 

•) Brieven van en aan het Hof van 29 en 30 April 1.573 n»' 2991, 2992 en 299a 
^) Hes. van de Staten van Friesland 8 Juli 1588 en 12 Mei 1589. 



61 



Mogenden, den stadhouder, de generaliteitseolleges en de gecommit- 
teerden der provincie ^|. 

In Groningen bestond eene regeeringspost , die in 1573 aanleiding 
gaf tot klachten van de Ommelanden, die zich hierdoor verklaarde» 
.ondraechelicken beswaert" door deze post „so mit postpeerden te 
underholden , so mit wagenen , karen , peerden , und schepen den 
soldaten te foeren und dergelijke dingen", te meer daar de stad 
Groningen de' hiervoor 
gedane verschotten voor imhm 
twee derden ten laste der 
Ommelanden wilde bren- 
gen , „aengemerckt alles 
wessen tot dienst van 
C». Ma', by den heeren 
sladthalder ende zyne lieu- 
tenant gedaen wordt *). 

Den 4^'" Mei 1H63 
werden d«M)r Stad en 
Ommelanden vier provin- 
ciale boden op 's-Graveii- 
hagc aangesteld, die eerst 
eenmaal per week reisden 
en later tweemaal per 
week, en het traject had- 
den af te legden binnen 
twee etmalen. Zij vei-voer- 
den ook particuliere brie- 
ven, hetwelk hun echter 
in 1711 door de stad werd 

verboden in het belang van den stadspost met-ster, Df posterij wei-d 
door Stad en Ommelanden zelf betaald, doch niurlit hoogstens 4:2(H) 
gulden kosten. De heerenhrieven moesten kosteloos vervoerd worden 
en een der boden moest steeds In Den Haag verblijven en ter 
beschikking zijn van du Gedeputeerden der provincie '). 

Zij sloten in 16t>3 een contract met het landschap Drente, waarbij 




ran ile liodi^n van den prins. 
■niemiisfiini te Utrerhl). 



') CharUrboek van Friesland V bl. 707. 
-) i Oclober 157:), InvenUris n. G4. 

'I Archief Groningen, Venameling 5^ fol. 1(3. [nstriictie 3 S«plfii 
taris 11 n*. 86. 



72 

en 3 stuiver voor onderofficieren en minderen ^). De instructie voor 
den commies van de veldpost, uit omstreeks het jaar 1793, geeft 
een uitvoerig beeld van de inrichting van den dienst te velde *). 

De commies zal steeds het kantoor gevestigd houden in het 
hoofdkwartier van het leger, waaT hij onder direct bevel staat 
van den erfprins, als commandeerend generaal, en van den Raad 
van State. 

Bij de ontvangst der malen, die door de postiljons van het dichtstbij 
zijnde kantoor worden afgehaald, is hij aanwezig en gaat hij den 
toestand hiervan na. Hij neemt daarna de gerecommandeerde brieven 
in bewaring en vergelijkt die met de opgaven in de adviesbrieven. 
Op de gewone brieven wordt met rood krijt het te betalen port ver- 
meld, namelijk 8 stuiver per brief en 14 stuiver per ons. De brieven 
worden nu door hem gesorteerd, waarna eerst de brieven worden 
afgegeven voor den erfprins, prins Frederik en de stafofficieren. De 
overige brieven worden verdeeld naar de regimenten en door den 
tamboer-majoor of trompetter voor elk regiment afgehaald. 

Vrijdom van port wordt alleen genoten door den erfprins en 
prins Frederik. Alle overigen moeten betalen en hierbij mag geen 
crediet verleend worden dan voor risico van den commies. De rebuut- 
brieven worden bewaard en later voor de verrekening teruggezonden. 
Gerecommandeerde brieven worden alleen afgegeven tegen requ. 

De commies houdt een postboek, waarin het aantal brieven 
wordt vermeld, met onderscheiding van de gefrankeerde en de onge- 
frankeerde brieven, en de adressen der gerecommandeerde brieven 
worden aangeteekend. Hij houdt tevens een maandelijksch recom- 
mandatieboek en zendt iedere m€iand zijn maandstaat aan den Raad 
van State. 

De uit het leger te verzenden brieven worden voor het weggaan 
door den commies gesorteerd en daarna verzegeld en allen op 
Den Haag gezonden. De brieven moeten door de afzenders franco 
gemaakt worden tot *s-Gravenhage met 8 stuiver, zoodat de ontvanger 
alleen het port van 's-Gravenhage tot de plaats van bestemming te 
zijnen laste heeft. Voor de verder afgelegen steden, waarvoor in 
Holland gedwongtm frankeering wordt gt^'^ischt, moet deze volgens 
het hollandsch tarief boven de 8 stuiv<»r door den afzender worden 
betaald. Voor de gerecommandeerde brieven wordt 4 st. extra gevor- 

') Res. Commissarissen van do posteryen in Holland 16 December 1793 hlz. 128. 
*) Verzameling ongedateerde rapporten van Ie Jeune aanwezig op het Hoofdbureau. 



73 

derd en een recief of verklaring van den afzender, waarbij deze 
afstand doet van verhaal bij verlies. 

De coiiiiiiies teekent de rijpassen der postiljons af, tracht het 
meevoeren van amokkelbrJeven tegei] te gaan en is tot geheimhouding 
verhonden. Hij wordt beledigd en geniet 4 gulden per dag benevens 
vrije woning en vergoeding voor kantoorbehoeften. 

Voor het fransche noorderleger werd 14 November 1795 de veld- 
post geregeld. Er zal een generaal postkantoor zijn in het hoofd- 
kwartier en drie directeuren in de drie divisies. 

De bataafsche post zal de brieven gratis vervoeren van West 
Wezei en Gorinchem tot het hoofdkwartier, met dagelijksche verbinding 
van daar naar Zwolle en 's-Gravenhage en 4-maal per week op 
Middelburg naar de derde divisie in Zeeland. 

Brieven naar Duitschland en het Noorden zullen von het leger 
alleen worden aangenomen tegen vooruitbetaald porto. Portvrijdon» 
wordt verleend aan den generalen chef en den commissaris ordinateur- 
generaal '). 



'I Aanteekening HoorH bureau. 




DERDE AFDEELING. 
Hat particulier brlevenvarvoar In Nederland. 

a. BODEN- EN SCHIPPERSPOST. 

e eerste ontwikkeling van het particulier brievenver\'oer 
versrliihle in Nederlanil niet van de reeds te voren in 
algeniL'ene trekken geschetste wijze. Zoodra er eenige ont- 
wikkeling kwam in het geestelijk leven en in het handels- 
verkeer, werd het noodzakelijk om zich in verbinding te kunnen 
stellen niet personen op andere plaatsen woonachtig, zonder dat men 
persoiiiilijk daarheen de reis aanvnnnide. 

Het eenig ntiddel hiertoe was het zen<len van Ixiden met nionde- 
liiigc hoodschap, of het vinden van eene gelegenheid om een brief 
aan den geadresseerde Ie doen geworden. Men was hierbij echter 
gebonden aan de toevallig zirh aanbiedende gelegenheden, tenzij men 
de middelen bezat om een eigen bode te zenden, hetgeen echter zeer 
kostbaar wa-s en beperkt bleef tot de vor.-»ten en enkele aanzienlijken 
of machtige corporaties, zooals de steden eii koopmansgilden, \'an 
Erasnins (l'HiT-l.Viril, die door zijne reizen in Itahf, Engeland, 
Frankrijk en Dnitschlnnd met vele geleenlen in relatie stond, wordt 
verliaalil. dat hij een eigen l>ode voor het overbrengen zijner brieven 
in dienst had. De overige lieden waren aangewezen op het toevallig 
vertrek van personen in de richting, waarheen het schrijven te 
zenden was. Vaste diensten waren hier in de middeleeuwen onbe- 
kend, doch toch was de gelegenheid tot i-orrespondentie grooter dan 
dikwijls wordt gedacht. De stadsbixlen maakten nieerniaU'n vrij uitge- 
strekte tochten in stadsdienst, waarbij ook aan pnrlicnlieren de 
gelegenheid gegeven werd hunne brieven mede te geven, en daar 



75 

naast waren steeds een aantal reizende en trekkenden lieden, die 
gaarne bereid waren tegen eene kleine vergoeding of een goed onthaal 
berichten mede te nemen. De handwerksman, die op ambacht reisde, 
de klerk, die zich opmaakte naar de universiteit, de karavanen van 
kooplieden, die de markten bezochten, de rondtrekkende monniken 
en krijgsknechten en de talrijke pelgrims ^) en „fahrende Leute" 
vormden de natuurlijke verbinding tusschen de verschillende steden 
en landen. 

Een geregelde dienst was nog onmogelijk, daar de correspondentie 
te beperkt was; gewone burgers schreven weinig en waren zelfs 
dikwijls onbekend met de edele schrijfkunst en hunne relaties met 
verder afwonenden waren ten zeerste beperkt. De kooplieden geleidden 
in de eerste tijden zelf hunne waren of kochten die van hen, die deze 
ten hunnent op de j€iarmarkten kwamen aanbieden. Levering op 
bestelling behoorde tot de zeldzaamheden en wie iets noodig had, 
dat niet ter plaatse te verkrijgen was, toog er zelf op uit of zond 
een gemachtigde om het elders te koopen. Eerst toen door het toe- 
nemen der correspondentie het brievenvervoer een winstgevend bedrijf 
werd, ontwikkelde zich ook het bodenwezen tusschen de verschil- 
lende steden. 

Van de vooral in Zuid-Duitschland sterk ontwikkelde Metzger- 
posten vond ik in Holland geen voorbeelden, hetgeen echter niet 
uitsluit, dat ook de veekoopers zich wel niet geheel van brieven- 
vervoer onthouden zullen hebben. Dit ontwikkelde zich echter hier 
niet tot een dienst van eenigen omvang. Wel wordt door Scheltema 
beweerd, dat te Amsterdam de veebooten speciaal veel brieven ver- 
voerden en dat het woord „post" zelfs afkomstig zoude zijn van de 
post of brug langs de plank, waarover het vee aan wal kwam, 
doch van het eerste vond ik geene bevestiging en het laatste is 
absoluut onjuist. Het woord „post" toch is afgeleid van het oud- 
fransche „poste" en dit van het latijnsche „posita" (duitsch: Stelle, 
fransch: dépöt de chevaux de rechange, station de relais)^). 

Wel werd reeds vroeg eenige verbinding onderhouden met de 
universiteitspost van Parijs, gelijk blijkt uit de aanstelUng door de 



') De voornaamste bedevaartplaatsen waren: Rome, S. Jago di Compostella in 
het Noorden van Spanje, St. Joost ten Noode by Brussel en Jeruzalem, doch 
daarnaast bestonden tal van bedevaartplaatsen van locale beteekenis en processies 
en kerkeiyke herinneringsdagen , die wegens de daardoor verbonden aflaten tal 
van vreemden trokken. 

*) Scheler, dictionnaire d' etymologie fran^aise. 



76 

duitsche natie van de parijsche hoogeachool den 8 Februari 1522 
gegeven aan Joannis Rees als „cursorem vel nuntiuin volantem pro 
oppido Dclphen, comitatu Hollandie, et locis circumvicinis". 

De eerste geregelde gelegenheid voor verzending van brieven voor 
particulieren werd geboden door de aanstelling der koopmansboden. Deze 
werden oorspronkelijk, evenals de stadsboden aangesteld voor tochten 
in verschillende richtingen en zonder bepaalde reisdagen, doch lang- 
zamerhand kwam men er toe, wegens het toenemen der correspon- 
dentie, voor bepaalde richtingen vaste boden aan te stellen, die op 
bepaalde dagen, meest eens in de 
twee weken, naar bepaalde steden 
vertrokken en dan ook alleen be- 
voegd waren om daarheen, of voor 
daar achter gel^;en plaatsen, brie- 
ven, pakketten en koopmansgoe- 
deren te vervoeren. Bij de groning- 
sche boden op 's-Gravenhage werd 
bij uitzondering bepaald, dat zij 
ook hnnne reizen verder mochten 
uitstrekken, mits zij te voren hier- 
toe toestemming verzochten. Waar 
de boden brieven op meerdere plaat- 
sen mochten vervoeren, gaf dit 
later soms aanleiding tot geschillen 
tusschen de boden onderling, gelijk 
o. a. in 1634 te 's-Hertogenbosch. 
De eerste aanstelling van stads- 
boden zonder vasten dienst kan 
niet met zekerheid worden bepaald '|. Reeds zeer vroeg toch wordt 
er van hoden gesproken, doch het is niet altijd uit te maken of 
hierbij sprake is van gerechtsboden, die ook wel met de bezorging 
van boiidschappen werden belast, of van reizende Imden, die alleen 
of in hoofdzaak gehou(ieii werden voor het overbrengen van brieven 
en boodschappen naar andere plaatsen. Zoo wordt te Amsterdam 
het hodenambt genoemd in een privilege van Hertog Albrecht van 
Deieron van 21 Januari 13!).), waarbij het recht van benoeming aan 
de stad wordt toegekend *), doch het blijkt hieruit niet, of hiermede 




van Brabant die excellente 
nik. Antwerpen, 1530. 



') Vnor<te opgave Her hronnpn zie ile behandeling der Bfznnder1\jke kantoKn enrilten. 
'■) i. ^Yagenaaf, tlandveslen van AmsUrdain. 1760. I, bli. 130. 



77 

reizende boden of gerechtsboden zijn bedoeld. Ook de vermelding 
van het bodenambt onder de kleine officMën, die volgens het Groot- 
privilege van Maria van Bourgondië (1477) ^) ter vergeving zullen 
staan van de steden, kan om dezelfde reden niet tot bewijs strekken. 
Alleen blijkt hieruit, dat op de benoeming eerst door den graaf werd 
aanspraak gemaakt, hetgeen zoude doen vermoeden dat gerechts- 
boden zijn bedoeld, daar alles wat tot de rechtspraak werd gerekend 
in vroeger tijden tot de bevoegdheid van den graaf behoorde, voor 
zooverre hij hiervan niet uitdrukkelijk had afstand gedaan. 

De functies van gerechts- en van reizende boden liepen trouwens 
dikwijls ineen, daar ook de gerechtsboden somtijds brieven vervoer- 
den en nog in de 18^® eeuw waren de 3 reizende boden te Amster- 
dam bij eene vacature bij de 14 roedragende boden van rechtswege 
bevoegd om op te volgen ^). 

Uit de rekeningen van Dordrecht, Deventer, Nijmegen en Gronin- 
gen zagen wij, dat eenige steden reeds in de 13^® en 14*^® eeuw 
vetste stadsboden aanstelden. Te Amsterdam bestond reeds omstreeks 
1400 eenë uitgebreide gelegenheid tot het verzenden van brieven, 
gelijk uit de hierna volgende bepaling blijkt : „Item zo wie dat enighe 
brieve haelde van enighen heren om der stede diensten of om bueten 
quyt te bidden, die der stede aneghingen, of boetscippe dede doen 
van yemande in enigher wijs, dat die stede praeiudiceerde, die waers 
up LX 8 hollants ende zijns poortrechts quyt. Die sal staen tots 
gherechts winninghe" '). Het zal in hoofdzaak hebben afgehangen 
van de ontwikkeling der steden en van het handelsverkeer, wanneer 
de stad hiermede begon en wanneer hiernaast ook koopmansboden 
werden benoemd. Het recht der steden, heerlijkheden en gerechten 
om boden aan te stellen werd tijdens de verdere ontwikkeling van 
het postwezen niet betwist *). 

De eerste vermelding van een bode op bepaalde steden is die 
van Johan die Coelsche hoed te Nijmegen in 1527 % Amsterdam 
stelde eerst in 1568 vaste boden aan op Antwerpen en in de overige 
steden geschiedde dit in de tweede helft der 16^® of in het begin 



») Wagenaar 1 blz. 177. -) Wagenaar IlI, bl. 500. 

') Deze bepaling uit Keurboek A fol. XVII, die gericht is tegen het benadeeien 
lier belangen van de stad, dateert volgens inlichtingen van Mr. W. Veder, archi- 
varis van Amsterdam, tusschen de jaren 1395 en 1411. 

*) Brief van Ie Jeune e. 1740. Verzameling . Hoofdbureau te *a-Gravenhage. 

*) Van Schevicbuven, Onzer Stads Boden van Weleer. 



78 

der 17^** eeuw. Het is niet steeds na te gadn, wanneer zij het eerst 
werden aangesteld, daar dikwijls de resoluties uit de 16^® eeuw zeer 
beknopt zijn of geheel ontbreken. Meermalen vindt men alleen uit 
later tijd de benoeming van boden als opvolgers vermeld, zonder 
dat blijkt, wanneer hunne voorgangers werden €iangesteld. Wij mogen 
echter, gelijk gezegd, de eerste aanstelling in het algemeen plaatsen 
in de aangegeven periode. 

De rechten en plichten der verschillende stadsboden waren niet 
steeds gelijk in alle plaatsen en tijden. Als hoofdkenmerken mag 
men echter stellen: 

Zij worden aangesteld door den magistraat der stad van waar 
zij reizen en ontvangen hiervan hunne instructie. De- reisdagen en 
porten worden door den magistraat geregeld en hierin mag zonder 
diens medewerking geen wijziging gebracht worden. Zij hebben een 
eed af te leggen bij hunne benoeming en borg te stellen voor het 
geregeld vervoer, waarop verhaal te vinden is bij teloorgaan van 
goederen enz., tenzij dit aan overmacht te wijten is. Bij overlijden 
geniet de weduwe de voordeelen van een of meer reizen na den 
dood van haar echtgenoot, welke reizen voor haar door de overige 
boden of door den opvolger worden waargenomen. Als onderschei- 
dingsteeken ontvangen zij gewoonlijk van de stad«(een zilveren bus 
of een bodenteeken. 

Zoodra er meerdere bodenambten ontstaan of deze in belang 
toenemen, worden voor het toezicht, hetwelk eerst aan de burgemeesters 
was opgedragen, speciale colleges aangewezen onder den naam con- 
suls der kooplieden (1589) of overmannen van de boden (Middelburg, 
1624), overheden van de koopmansboden (Amsterdam, 1593), super- 
intendenten van de koopmansboden (Dordrecht, 1668), bodenmeesters 
enz. Deze colleges hadden het toezicht en de beslissing in geschillen 
onder oppertoezicht van den magistraat. De boden hebben gewoonlijk 
het recht om brievenbussen in de stad te plaatsen en hun uur van 
vertrek door den beursknecht van de beurs te doen afroepen ^). 

De benoeming sluit alleen in zich het recht om brieven en 
goederen van de plaats hunner aanstelling naar bepaalde plaatsen 
te brengen, doch niet om van daar ook retouren mede te nemen. Dit 
recht toch kan alleen door den magistraat van de plaats van bestem- 
ming worden verleend, die hierdoor hare eigen boden zoude bena- 



') Ainst«'nlain, l.'i<>8 (Aiitwerpscht» boden). Zoo ook iv Middelburg door den 
«kiinnpc van de beurse", IG-Vi en lf>79. 



79 

deelen. Soms wordt echter door de plaats van bestemming aan de 
Inxlen toegestaan om althans de antwoorden op de door hen mede- 
j^ebrachte brieven mede te nemen. 

Het recht omvat dus alleen het vervoer in ééne richting. .Het 
recht om de brieven bij aankomst te bestellen, kan hieraan ver- 
bonden zijn, doch de magistraat kan hiervoor ook afzonderlijke 
bestel meesters aanstellen, aan wie dan de brieven door de boden 
bij hunne aankomst moeten overhandigd worden tegen uitbetaling van 
het bodenloon voor het vervoer. Zoo werd in 1633 te Rotterdam bij 
de regeling van de bodendiensten op Antwerpen een bestelmeester 
benoemd en werd te Middelburg reeds in 1589 aan de boden op 
Engeland, Keulen en Frankrijk en later ook die op Antwerpen 
bevolen hunne brieven ter bezorging te geven aan den door de stad 
benoemden postmeester. Daarentegen werden b. v. te Amsterdam en 
Dordrecht de brieven der boden door dezen zelf besteld. Dit laatste 
was trouwens regel en het bestellen door bestelmeesters, dat bij de 
schippers veel werd aangetroffen, behoorde bij de vaste boden tot 
de uitzondering. 

De boden waren oorspronkelijk verplicht om zelf zonder wisselen 
het geheele traject af te leggen, doch later werd hun uitdrukkelijk 
of oogluikend toegestaan om slechts den halven weg te reizen en 
daar hunne brieven en goederen over te leveren aan en te wisselen 
met den bode, die van de plaats hunner bestemming naar hun 
woonplaats reisde. Op deze wijze bespaarden dus, om een voorbeeld 
te nemen, de boden van Rotterdam op Antwerpen zich het halve 
traject en brachten zij de brieven niet meer tot Antwerpen, maar 
wisselden zij halverwegen met de boden van Antwerpen op Rotterdam 
en brachten aldaar de brieven aan, die aan de Antwerpsche boden 
ter bezorging waren toevertrouwd. Het gevolg hiervan was, dat zij 
niet meer hunne eigen brieven bestelden , maai* die van hunne collega's 
uit de stad, waarop zij te voren reisden, en die zij op de verwissel- 
plaats van dezen ontvingen. Zij inden dus ook de porten, die niet 
aan hen , maar aan hun collega's uit Antwerpen rechtens toekwamen , 
terwijl die weder omgekeerd te Antwerpen de porten inden der 
brieven uit Rotterdam, die aan de rotterdamsche boden behoorden, 
Elke bode verrekende nu, hetzij per reis, hetzij om de drie maanden 
de porten, die hij voor zijn colllega's had ontvangen. 

Waar het beloop der porten naar beide zijden tegen elkander 
opwoog, werd nu ter vereenvoudiging somtijds door de boden afge- 
sproken, dat elk de door hem ontvangen porten zoude behouden, 



80 

zoodat zij elkander met gesloten beurs betaalden. Waar echter het 
beloop der porten te veel verschilde, bleef óf de oude regeling be- 
houden en ontving dus ieder de porten der door hem verzonden 
brieven, óf werd ook hierbij de nieuwe regeling toegepast en ont- 
ving ieder de porten der door hem ontvangen brieven, doch werd 
het aantal opgeschreven en werd het verschil tusschen het aantal 
ontvangen en verzonden brieven vergoed aan die partij, die meer 
brieven verzonden dan ontvangen had. Deze berekening werd som- 
tijds nog ingewikkelijker gemaakt door van dit te vergoeden verschil 
een percentage te korten voor het bestellen. De verrekening van het 
verschil werd later algemeen egalisatie genoemd. 

Deze regelingen vonden algemeen toepassing sinds de boden niet 
meer zelf reisden, maar het vervoer aanbesteedden of door onderge- 
schikten deden geschieden. 

Men had dus toen drie wijzen van verrekening der porten, n. 1. 

a de Vérzender behoudt alle porten (oudste regeling); 

b de ontvanger behoudt alle porten; 

c de ontvanger int alle porten, doch vergoedt het aantal minder 
verzonden dan ontvangen brieven. 

Deze meer uitvoerige uiteenzetting was noodig om het verschil 
in verrekening der porten te begrijpen, dat zich later in de con- 
tracten der postmeesters openbaart en dat zijn grond vindt in de 
wording der postmeesterschappen uit de oude bodenambten. 

Het halverwege wisselen der boden en het niet -zelf rijden waren 
ontaardingen van het oude bodenwezen, die in de republiek geen 
bezwaar ondervonden , daar hier tegenover hen geen rijkspostmeester 
stond, die bij het brievenvervoer hun mededinger was. In Duitsch- 
land echter, waar de Rijkspost het monopolie had voor het brieven- 
vervoer, werd door den rijkspostmeester streng opgetreden tegen 
deze uitbreidingen van het bodenwezen. Vandaar in Duitschland eene 
strenge omschrijving van hel bodenreclit, tegenover eene vrije ont- 
wikkeling in d(» republi(»k. 

Van de bodendiensten te onzent traden spoedig eenige naar 
voren, die door hun belangrijk vervoer eene hooge vlucht namen 
en internationale verbindingen vormden, terwijl anderen beperkt 
bleven tot het locaal vcrkc^er. Het waren uit den aard der zaak de 
eerstgenoeinden , die zich het meest verwijderden van de oorspronke- 
lijke inrichting, waartoe ook medewerkte hun contact met de reeds 
meer cmtwikkelde postdiensten in het buitenland en het optreden 
van invloedrijker pei^sonen in deze ambten. Waar toch oorspnmkelyk 



81 

slechts eenvoudige burgers dongen naar de inspannende bodendiensten , 
worden later, zoodra het vervoer aan ondergeschikten wordt overge- 
laten en het bodenkantoor slechts zich belast met de regeling van het 
vervoer en van het ontvangen en bestellen der brieven en het innen 
der met het toenemen der correspondentie steeds stijgende inkomsten , 
de bodenplaatsen zeer gezochte winstgevende posten, waai'over door den 
magistraat slechts wordt beschikt ten bate van verwanten en vrien- 
den '). Waar dit plaats vond zijn de oude bodenambten echter reeds 
overgegaan in of genaderd tot postmeesterschappen. Voordat wij tot 
de behandeling van dit stadium overgaan nog een enkel woord over 
/let vervoer. 

Oorspronkelijk moesten de boden zelf reizen en mochten zij zich 

alleen bij ziekte of verhindering met toestemming der overheden 

tijdelijk doen vervangen. Reeds in 1641 werd hiervan echter te 

Amsterdam zoo geregeld afgeweken, dat er dagelijks klachten kwamen, 

ilat de boden het vervoer door een „huyrlingh" deden geschieden en 

xeer slecht op hunne reistijden pasten. De boden waren niet meer de 

onderdanige dienaars der afzenders, maar gaven aanleiding tot klachten 

xvegens het onbeschoft optreden en afvorderen van overdreven porten. 

Hun werd toen de naleving vcm het verbod, om zich zonder verlof 

der overheden te doen vervangen, op eene boete van 15 gulden 

ingescherpt. In de praktijk hielp dit echter weinig, althans in een 

adres over de correspondentie op Keulen in 1642 wordt er op gewezen , 

dat de boden „nochtcms selffs nyet en reysen, maer alleen eenige 

anne lopers sijn gebruyckende, dyen syluyden soo weynich geven, 

dat dselve nyet te paerde, maer alleen te voet komen reysen". 

Het verwondert ons trouwens niet, dat de boden, zoodra de 
inkomsten van het ambt dit toestonden, anderen voor zich deden 
reizen. Dit heen en weer trekken langs deels half begaanbare wegen, 
was vooral in het wintergetijde een werk, dat een krachtig gestel 
vorderde en een zekeren moed om aan alle gevaren het hoofd te 
bieden. Vóór den 80-jarigen oorlog was het platteland reeds zeer onveilig 
door het rondtrekkende gespuis en dit werd er natuurlijk niet beter 
op in de jaren, dat de strijd om de vrijheid troepen desperaten voor 
beide legers hierheen trok. In Nijmegen zien wij dan ook meermalen 



') In 16S3 werd het bodeambt van Amsterdam op Keulen nog zoo'n gering 
ambt geacht, dat een hiertoe benoemd lid der vroedschap als zoodanig zyn ont- 
slag nam, daar de vroedschapsplaats niet vereenigbaar was met zoo'n gering 
ambt. Res. Vroedschap Amsterdam 16 Februari 1623 fol. 161 en 28 Januari 1624 
fol. 113. J. Wagenaar Handv. IL blz. 544. 



de bodenlooneii verhoogd wegens „die grotte gefeerlicheyt der geusaen", 
waardoor de bode „onderweg geplonderd eiide uytgetrocken" was '|. 
Op de heide bij Harderwijk werd in 1579 een antwerpsche bode 
door de geuzen beroofd. In 1634 steunen de amsterdamsche boden 
op Hambui^ hun verzoek op hooger pnstvergoeding op het gevaar 
voor de benden „keysersche, spaensche, sweedsche, hessisehe. 
staetsche eride hannevvderen", die Noord^Duitschland onveiHg 
maakten '). 

Over den toestand der wegen getuigen de volgende aanhalingen 




r hel Studenten Ie vpr 
an du Pa99t-. 1CI1. 



uit dl' reeds geciteerde bijdraf;o van den lieer vnn Silievichaveii ; 
zij nioeslen -vecl waeieii diier het groete waler", <ie weg was „veer 
ende koninierlir" of „voil gefeer van het groote water ende ijseh" 
en nog in de tweede helft der 18'*'' eenw was het pontpad tussohen 
Nionw[niort en (ioriiuhein zoo sledit. dat liet 's winters haast onlie- 
rijdbaur wiis en itiis een postiljon met brieven en al Ie water 
geraakte. 



') Van Schevii-haï* 
uit het jaar IC44. 



I, (Inïcr StaJa Bodi>n van Weleer. De laatste aanhaling i: 



») Anisl. (Jr. Mem. 111 fol. IW 



83 

Een nieuwe phase in het bodenwezen treedt in door het omzetten 

(Ier bodenloopen in rijdende posten. Door het terugkeeren der kalmere 

tijden na den vrede van Munster verkreeg de correspondentie groote 

uitbreiding, die de behoefte deed ontstaan aan sneller en veelvul- 

diger verzending. Ook het voorbeeld, in 1642 door de Rijkspost 

gf^geven door het inrichten van een postiljonsrit van Roermond 

r»ver Nijmegen en Utrecht op Amsterdam, was hierbij niet zonder 

invloed. 

De stoot tot het oprichten van hollandsche rijdende posten 
^i^'erd gegeven door Hendrick Jacobsz. van der Heyde, postmeester 
te Zevenbergen, die in 1649 octrooi verkreeg voor het vervoer der 
zuid-hoUandsche brieven naar Antwerpen. Hij werkte hierbij in 
overleg met het kantoor van Taxis te Antwerpen en werd krachtig 
jjesteund door den rotterdamschen burgemeester Quack. 

Kort hierna werd door hem ook een rijdende post ingerielit voor 
liet kantoor van Amsterdam op Hamburg, in 1660 volgde de rit 
voor de engelsche brieven, in 1659 de rijdende schipperspost van 
"s-Gravenhage op Amsterdam en in 1662 van daar op Rotterdam. 
Weldra sloten zich hierbij £ian de rijdende post van 's-Gravenhage 
op Groningen, van 's-Gravenhage op Brabant, de noord-hoUandsche 
post van Schagen en de texelsche zeepost, zoodat omstreeks 1680 
op de belangrijkste verbindingslijnen de gaande boden door rijdende 
posten vervangen waren, eene zeer groote verbetering, waardoor de 
brieven som» dagen eerder hunne bestemming bereikten. Een niet 
minder belangrijk gevolg hiervan was, dat de eerst geheel op zich 
zelf aiaande boden en postmeesters door de kostbaarheid der rijdende 
posten vanzelf gedwongen werden om zich aaneen te shn'ten ten 
einde de in eene zelfde richting gaande brieven voor gezamenlijke 
rekening te doen vervoeren of overeenkomsten te sluiten, waardoor zij 
het vervoer voor eene vaste vergoeding per jaar aan den ondernemer 
van een rit konden aanbesteden. 

Ongeveer eene gelijke ontwikkeling als bij de boden treffen wij 
bij de schippers, alleen valt het ontstaan der geregelde beurtvaarten 
iets later dan dat der bodenloopen en treedt hierbij het brievenvervoer 
meer op den achtergrond tegen dal van goederen en personen. De 
eerste vennelding van beurtveren vond ik te Middelburg en wel op 
Antwerpen in 1582 en op Rotterdam in 1(501 *). Ook hier zien wij 
aanstelling door den magistraat, de reisdagen en vrachten van stads- 



*) Daarna Leiden— Haarlem iïiSSi enz. 



de bodenlooneii verhoogd wegens „die grotte gefeerlicheyt der geussen", 
waardoor de bode „onderweg geploiiderd ende uytgetrocken" was '|. 
Op de heide bïj Harderwijk werd in 1579 een antwerpsche bode 
door de geuzen beroofd. In 1634 steunen de amsterdamsche boden 
op Hamburg hun verzoek op hooger postvergoeding op het gevaar 
voor de benden „keyisersche, spaensche, sweedache, hessisL-he. 
staetsche ende hanne vederen", die Noord-Duitschland onveilig 
maakten '). 

Over den toestand der wegen getuigen de volgende aanhalingen 




f gravures over het Stuilen ten leven i 
en <:. van .Ie Passé. 16tl. 



uit de reeds geciteerde bijdrage vnii den heer van Scheviehaven : 
zij moesten „veel waeieii doen hel f^roete water", de weg was „veer 
ende koninierlic" of „vuil gefeer van het groote waler ende ijseh" 
en nog in de tweede lielfl der IH'** eeuw was het postpad tuHschen 
Nieuwpodii en (ïnrinchcm zoo sleeht. dat het 's winters haast onbe- 
rijdbaar was eii eens i-eii )>o.stilj(in mei brieven en al te water 
geraakte. 



') Van Sehevichavei 
uit het jaar ItAi. 
•) Amat. Gr. Mem. Mi Tol. 149 



Stails Bmter 



1 Weleer. De lanlste a 






83 

Een nieuwe phase in het bodenwezen treedt in door het omzetten 
er bodenloopen in rijdende posten. Door het terugkeeren der kalmere 
ijden na den vrede van Munster verkreeg de correspondentie groote 
litbreiding, die de behoefte deed ontstaan aan sneller en veelvul- 
liger verzending. Ook het voorbeeld, in 1642 door de Rijkspost 
egeven door het inrichten van een postiljonsrit van Roermond 
ver Nijmegen en Utrecht op Amsterdam, was hierbij niet zonder 
1 vloed. 

De stoot tot het oprichten van hollandsche rijdende posten 
erd gegeven door Hendrick Jacobsz. van der Hcyde, postmeester 
' Zevenbergen, die in 1649 octrooi verkreeg voor het vervoer der 
lid-hollandsche brieven naar Antwerpen. Hij werkte hierbij in 
verleg met het kantoor van Taxis te Antwerpen en werd krachtig 
ïsteund door den rotterdamschen burgemeester Quack. 

Kort hierna werd door hem ook een rijdende post ingericht voor 
et kantoor van Amsterdam op Hamburg, in 1660 volgde de rit 
oor de engelsche brieven, in 1659 de rijdende schipperspost van 
-Gravenhage op Amsterdam en in 1662 van daar op Rotterdam. 
Veldra sloten zich hierbij aan de rijdende post van 's-Gravenhage 
p Groningen, van 's-Gravenhage op Brabant, de noord-hollandsche 
ost van Schagen en de texelsche zeepost, zoodat omstreeks 1680 
p de belangrijkste verbindingslijnen de gaande boden door rijdende 
osten vervangen waren, eene zeer groote verbetering, waardoor de 
neven som» dagen eerder hunne bestemming bereikten. Een niet 
linder belangrijk gevolg hiervan was, dat de eerst geheel op zich 
e^lf staande boden en postmeesters door de kostbaarheid der rijdende 
osten vanzelf gedwongen werden om zich aaneen te sluiten ten 
inde de in eene zelfde richting gaande brieven voor gezamenlijke 
^kening te doen vervoeren of overeenkomsten te sluiten , waardoor zij 
et vervoer voor eene vaste vergoeding per jaar aan den ondernemer 
an een rit konden aanbesteden. 

Ongeveer eene gelijke ontwikkeling als bij de boden treffen wij 
ij de schippers, alleen valt het ontstaan der geregelde beurtveiarten 
'ts later dan dat der bodenloopen en treedt hierbij het brievenvervoer 
leer op den achtergrond tegen dat van goederen en personen. De 
^rste vermelding van beurtveren vond ik te Middelburg en wel op 
ntwerpen in 1582 en op Rotterdam in 1601 *). Ook hier zien wij 
mstelling door den magistraat, de reisdagen en vrachten van stads- 

*) Daarna Leiden —Haarlem t.588 enz. 



84 

wege geregeld en borgtocht geéischt '). Alleen maakte het eerst later 
ontstaan van de beurtveren, dat hierbij dikwijls reeds van den 
beginne af het briefvervoer ten behoeve der poshneesters werd 
uitgesloten. Waar dit geschiedde bleef hun echter het vervoeren van 
bij de pakjes behoorende brieven toegestaan. Toen de snelle en 
geregelde verbinding door de rijdende posten te zeer hun voordeel 
toonden tegenover het schuitvervoer, zagen de hoUandsche schippers 
zich genoodzaakt om, wilden zij het briefvervoer behouden, zelf een 
rijdende post in te stellen tusschen de door hen bediende steden. 
Zoo ontstonden in 1659 en 1662 de rijdende sehippersposten tus- 
schen Amsterdeun en 's Gravenhage (met Delft) en Rotterdam en in 
1668 het door den leidschen postmeester in samenwerking met de 
sehipperij opgerichte rit op Amsterdam. Hierbij gold, dat deschippers 
overdag zelf hunne brieven vervoerden, doch dat de na het vertrek 
der schuiten inkomende brieven aan de rijdende nachtpost ter bezor- 
ging werden gegeven. 

Ook de postwagendiensten, welke eerst in het midden der 17*** 
eeuw eenigen omvang verkregen, vervoerden brieven, tenzij hun dit 
bij hun octrooi was verboden. Hun werd echter somtijds, o. a. in 
Maastricht en te Utrecht, de verplichting opgelegd om de pakketten 
met brieven van de postkantoren tegen vergoeding voor de post- 
meesters te vervoeren. 

De bestelling der brieven was, in de meeste staden aan de 
l)oden en schippers zelf overgelaten, doch werd in andere steden 
voorbehouden aan de bestehneesters *). De buitengewone brieven , 
zooals die van overzee en die door reizigers werden medegebracht, 
of aan niet in geregelden dienst varende schuiten waren medege- 
geven, waren aan het toeval overgelaten. Verschillende leegloopers 
maakten er een bestaan van deze brieven te bezorgen, doch gaven 
hierbij dikwijls aanleiding tot klachten, door de brieven dagen onder 
zich te houden, te vernietigen of alleen tegen een afgeperst boven- 
matig port aan de geadresseerden te overhandigen. Om deze mis- 
bruiken te keeren beval de umsterdanische vroedschap in 1565 aan 
de scliippers van over zee om de medegebrachte brieven aan den 



*) Id 16^ kregen de middel burgsche schippers van de stad geschut en ammu- 
nitie mede. 

') O. a. te Rotterdam sinds ItilO en te Middelburg. Te Leiden belastte de post- 
meester zich hiermede volgens contract met de schippers. 



as 

paalknecht aan het paalhuisje ter hand te stellen en door hem te 
doen bezorgen en verbood zij om van de aankomende reizigers de 
brieven ter bestelling af te vragen. Voor de binnenschippers werden 
in 1624 en 1651 te Amsterdam dergelijke bepalingen getroffen. Zoo 
ook te Rotterdam, Middelburg en elders waar het brieven vervoer 
door schippers eenigen omvang verkreeg. 

De bestelling van stadsbrieven was niet geregeld en viel buiten 
het kader der bemoeiingen der magistraten. Het was overgelaten 
aan de kruiers en baliekluivers of aan de bedienden der verzenders. 
De hollandsche steden hadden niet zoo grooten omvang, dat de 
oprichting van eene stadspost kon overwogen worden, te meer daar 
de welgestelden voor de bezorging hunne bedienden hadden en de 
minder gegoeden weinig schreven of de brieven zelf of door hun 
kinderen deden overbrengen. Alleen in enkele groote steden in het 
buitenland ontstonden vóór 1800 stadsposten en wel in Parijs, Londen 
en Weenen ^). 

Het vervoer der brieven in den tijd der boden liet volgens Scaliger 
(1540 — 1609) nog veel te wenschen over. Deze klaagt althans over 
het verloren gaan van brieven. Anderen waren meer tevreden, gelijk 
blijkt uit het hieronder afgedrukte vers van P. Hondius: 

De packetten groot en deen 
Stellen, die van elck en een, 
Van de vrienden, t' aller stonden, 
Dach op dach op zyn gesonden. 

En hier laet ick alle dagen 
Licht een ure stille staen. 
Om met lust en welbehagen 
Al m\jn brieven gae te slaen; 

Die m\j levert al gelijck 
Het geheele Christenryck: 
En van Westen en van Oosten, 
In m\jn eenheyt comen troosten. 

Hondert Heeren aen my schryven. 
Eer het jaer ten ejrnde gaei 



Dach op dach, comt my ter bant 
Groot besouck van binnen lant; 
En van bujrten trailer wegen 
Die met brieven my bejegen.') 



^) Voor de stadsposten te Parys en te Londen, zie boven. Die te Weenen be- 
stond van 1772—1785 en werd daarna by de algemeene post ingelyfd. 

*) P. Hondius; Dapes inemptae Of de Moufe-schans , dat is. De soeticheydt 
des bujrten-levens. Leyden, 1621 kl. &^, blz. 462 en 468. 



86 



b. POSTMEESTERS. 

De boden vervoerden zoowel brieven als goederen; de postmees- 
ters beperkten zich tot brievenvervoer. 

De overgang der bodenambten in postmeesterschappen geschiedde 
gewoonlijk bij besluit van den magistraat, doch ook somtijds door 
het feit zelf, dat de boden zich postmeesters gingen noemen en dit 
meer oogluikend werd toegelaten dan erkend. In het laatste geval 
had het boden-ambt reeds de in de vorige afdeeling behandelde 
ontwikkeling doorgemaakt en was het feitelijk gelijk geworden aan 
een postmeesterschap en hing het slechts van bijkomende omstan- 
digheden af in welk jaar de boden den wijdscher titel van post- 
meesters gingen voeren. Dit was o. a. het geval met de boden 
van Amsterdam op Hamburg en die op Antwerpen en die van 
Rotterdam op Antwerpen, die in het begin der 17^® eeuw nog boden 
genoemd werden, doch in de tweede helft dier eeuw zich post- 
meesters noemden, zonder dat eenig feit deze veranderde benaming 
had gerechtvaardigd dan de gestadige ontwikkeling van hun kantoor, 
die dit op één lijn stelde met de sinds ontstane postmeesterschappen. 
Het verschil is dan ook in de republiek, waar de ontwikkeling der 
boden-ambten niet werd tegengegaan, meer een in grootte dan in aard, 
zoodat men zelfs in dezelfde stad tegelijkertijd en naast elkander op 
gelijke wijze ontstane ambten door boden en door postmeesters 
bekleed vindt. 

Toch is in verschillende plaatsen de overgang geheel na te gaan, 
waarbij drie hoofdvormen vallen te onderscheiden: 

a. Naast en gedeeltelijk ter vervanging der boden wordt een 
generaal kantoor gesticht voor de behandeling van alle brieven, 
waartoe geen andere boden of schippers speciaal gerechtigd zijn. 
Dit kan geschieden door een of meer d(T belangrijkste boden tot 
postmeesters te benoemen en hun werkkring uit te breiden, — gelijk 
in U'Mi te Leiden, toen de boden op Duitschland en op Antwerpen 
t(»t postmeesters wenlen benoemd, - of door het scheppen van een 
nieuw ambt, waaraan alle posterijen verbonden worden, die niet 
ree<ls aan derden vergevcMi zijn, gelijk in 1(>49 te Rotterdeun door 
de aanstelling van Hendrick Jacobsz. van <ler Heyde. 

b. Verschillende boden-ambten worden samengevoegd en het brieven- 
ver\'oer voor anderen beperkt, gelijk in 1715 te Dordrecht met het 
kanto(»r op de hollandsche steden en met het genermd kantoor in 
*s Hertogenbosch in 17:27. 



87 

c. Er wordt een generaal kantoor gesticht alleen voor de bestel- 
ling, met behoud der bodenposten, doch onder verplichting voor de 
boden en schippers om hunne brieven door het generaal kantoor te 
doen bestellen. In dit laatste geval, gelijk te Middelburg in 1582, 
is de postmeester dus oorspronkelijk slechts generaal bestelmeester *). 
Ook daar wordt zijn werkkring later uitgebreid door de contracten 
met vreemde posterijen. 

De aanstelling van postmeesters heeft veelal ten gevolge, dat de 
stad hunne positie tracht te versterken door maatregelen tegen hen, 
die niet uitdrukkelijk het recht van brievenvervoer verkregen, 'en 
door het doen uitsterven van dit recht bij de boden door de reeds 
benoemden hierin te handhaven, doch aan hunne opvolgers het boden- 
ambt te verleenen met uitsluiting van het brievenvervoer *). 

De postmeesters verkregen het recht om den posthoorn te voeren 
en ook onderweg brieven te bestellen en onder goedkeuring van den 
magistraat contracten te sluiten met vreemde postmeesters. 

De kleine steden hadden slechts één generaal postmeester, doch 
enkele groote steden hadden meerdere kantoren met meer of min 
nauwkeurig omschreven bevoegdheden. Zoo waren er te Amsterdam 
6 kantoren, te 's-Gravenhage 7, te Dordrecht 4 en te Brielle 2. 
Gewoonlijk had elk kantoor slechts één postmeester, doch te Amster- 
dam waren er in het geheel aan de 6 kantoren 32 postmeesters 
verbonden , die het werk onderling regelden en de baten deelden *). 

Bij alle postmeesterschappen stond het peirticulier financieel be- 
lang van den postmeester op den voorgrond. De stadsbesturen hadden 
slechts weinig invloed en het verkeer der naburige plaatsen vond 
slechts beheirtiging in zooveire dit cijnsbaar te maken was aan hun 
kantoor. Vandaar, dat de postverbinding met het platteland, die bij 
de beperkte correspondentie geen voordeel opleverde, geheel werd 
verwaarloosd en dat bij de benoeming van postmeesters voor de 
vette postmeestersplaatsen in de groote steden slechts gelet werd op 
de familieverhouding en allerminst op de bekwaamheden van den 
begunstigde. Zoo worden in Amsterdam onder de postmeesters ge- 
noemd de 2-jarige Willem Munter, de 4-jarige Gerrit Munter, de 



') Eerst alleen voor de buitenlandsche boden, later ook voor het binnenland. 

*) O. a. te Dordrecht in 1727 met de boden op Zeeland, 's-Hertogenbosch 1632 — 
1706, Nymegen 1649 en 1675. 

') N. 1. het antwerpsch kantoor met 10 postmeesters, het hamburgsch met 11, 
het keulsch met 6, het binnenlandsch met 3 en het texelsch en het bredasch 
elk roet 1 postmeester. 



88 

5-jarige G. Corver Hooft en de 7-jarige Jein Boreel en te 's-Graven- 
hage de 6-jarige Slingelandt en de 15-jarige dochter van Van As- 
sendelft ^), en kon de dordtsche postmeester R. P. Eelbo jarenlang 
de uitoefening met alle baten en lasten verpachten voor een vrij 
inkomen van /* 1800. — ^). Ook hier geldt, als bij vele begevingen 
van ambten tijdens de republiek, dat slechts weinigen met Cats 
konden getuigen: 

„lek heb nu agttien jaer een lastig pack gedragen, 
Maer geen van myn geslagt of van m\jn naeste magen 
En is op myn versoeck, oock niet door mynen raet, 
Gebragt tot eenig ampt, of eer, of hoogen staet" 

Een aardig beeld van den toestand omstreeks 174f8 levert het 
rapport van den pruisischen gezant te 's-Gravenhage : 

„Auf die Capacit&t der Person, die das Postamt verwalten soU, 
kommt es gar nicht an. Bisweilen beh&lt es der Herr Burgermeister 
vor sich selbsten, bisweilen conferirt er es seinem noch in der Wiege 
sey enden Sohn, bisweilen als ein douaire seiner Frau, bisweilen 
bekommt es eine auszuheyrathende Tochter als einen Brautschatz 
mit, bisweilen kriegt solches ein anderer Verwandter oder guter 
Freund. Es geschieht auch wohl oft, dasz wenn der Herr Burger- 
meister keine Descendenten oder andere nahe Anverwandte hat, er 
das Postamt einem Frembden mit der Bedingung giebt, dasz ihm 
selbst eine erkleckliche Leibrente daraus durch einen peirticulier 
Contract gesichert werde. Auf solche Art konnte zuweilen ein Bur- 
germeister von Amsterdam, der das Glück batte, dasz bey seinem 
praesidio ein importantes Post-Comptoir in seiner Stadt durch einen 
Sterbefall offen kam, sich selbst oder einem seiner Kinder ein jfthr- 
liches Einkommen von 10, 20 und wohl gar 40 Tausend Gulden 
auf Lebenszeit verschaffen, welches gewisz etwas sehr Angenehmes 
ist. Allein auf diese Weise wurden die Posten auch sehr schlecht 
administriret , indem der Postmeister selbst wenig Inspection darauf 



') In 's-Gravenhage werd in 1741 overdracht van een gedeelte der postery op 
eene post meesteres toegestaan. 

'-) Contract met J. v. Wetten, 1722. Archief van den postmeester Eelbo, thans 
aanwezig in het Gemeentearchief te Dordrecht. De benoeming aan een der 
groote kantoren te Amsterdam , liet antwerpsche , bet hamburgsche en het keulsche 
kantoor f verzekerde den henoemde een gemiddeld inkomen van ƒ fiOOO k ƒ 7500, 
kleine steden als S<*hiedam en Schoonhoven brachten echter gemiddeld vry 
slechts f 7ii0 en f 820 op. De posterij in West-Friesland gold niet als sUnlelgk , 
maar als particulier hezit der familie van Schagen. 



89 

nahm, mit einem particulier Fuhrmann wegen Transport irung des 
Felleysens contrahirte, seine Laquayen zu Speditions-Commis machte, 
in Summa Alles so einrichtete, dasz er nur sein Privat-Interesse 
dabey beherzigte. Es ist bei dieser Einrichtung noch diese Incon- 
venienz, dasz in einem jeden gröszeren Orte vier, fünf und mehrere 
Posthftuser sich befinden, und dieser particulier Postmeister z. B. 
die Englischen, ein anderer die Französischen und Spanischen, ein 
Dritter die Teutschen, Hamburger und inlftndischen Postbriefe an- 
nimmt und ausgiebet, so dasz ein Frembder oft erst aus langer 
Erfahrung lemen kann, auf welchem Posthause er seine Briefe 
€d)geben und holen lassen müsse, auch die Correspondenten nicht 
selten, und insonderheit von auslftndischen Briefen, nach Belieben 
des Postmeisters die Brieftaxe ertegen mussen/' — ^) 

Enkele steden hadden reeds een eind gemaakt aan dezen toe- 
stand, een bezoldigd postmeester aangesteld en de posterij met de 
daaraan verbonden inkomsten aan zich getrokken. Dit geschiedde 
gewoonlijk bij wijze van versterf, m. a. w. dusdanig, dat eerst na 
den dood van den aanzijnden postmeester de stad het ambt deed 
uitsterven en in plaats van een opvolger te benoemen, het aan 
zich trok en door bezoldigde beambten deed waarnemen onder toe- 
zicht van door de stad benoemde commissarissen. Dit werd in 1673 
te Amsterdcun overwogen ^), doch stuitte daar af op het verzet der aan 
de vroedschap nauw verwante postmeesters en van de burgemeesters, 
die gaarne de winstgevende postjes in hunne familie behielden. 

In Rotterdcun werd in 1687 hiertoe besloten en kwam het post- 
meesterschap in 1714 door versterf aan de stad, te Utrecht in 1714 
en 1721, na besluit van 1708, te 's-Hertogenbosch in 1727, na voor- 
afgaand besluit van 1702, te Heusden in 1727, te Arnhem in 1733, 
te Leiden in 1735, na besluit van 1723, te Zwolle (gedeeltelijk) in 
1783, te Middelburg in 1785 en te Nijmegen in 1793. na besluit 
van 1788. De steden 's-Hertogenbosch en Arnhem trokken wel de 
posterij aan de stad, doch in hoofdzaak ten bate der vroedschap. In 
's-Hertogenbosch werd het postmeesterschap een rouleerend ambt van 
de vroedschap en te Arnhem kwam dit ten bate van de 12 schepenen. 

Te Utrecht en te 's-Hertogenbosch werd niet het afsterven van 
alle postmeesters afgewacht en werd eenige jaren door de stad ge- 
zamenlijk met den overlevenden postmeester het beheer gevoerd. 



*) H. Stephan; Geschichte der Preuszischen Post, blz. 235. 
-) Vroedsehapsresol. 5 Januari 1673, fol. 95. 



90 



C. DE OPRICHTING DEIl STATENPOST IN HOLLAND ^). 

Waar in andere streken een sterk centraal gezag reeds spoedig 
ook het brieven vervoer onder een enkel gezag vereenigde, althans 
voor zooverre de correspondentie betrof op het buitenland, werd dit 
in Holland in de eerste tijden weerhouden door de macht en den 
naijver der steden en de moeilijkheden ten gevolge van den lang- 
durigen strijd om de vrijheid. 

Toch schijnt in het begin der republiek er over gedcu^ht te zijn, 
om een postmeester-generaal aan te stellen, doch werd dit tegen- 
gewerkt door het besluit der steden om de posterijen aan zich te 
houden ^). 

Ook in het buitenland was trouwens, althans in Duitschland en 
België, de Rijkspost beperkt tot de hoofdverbindingen en waren de 
stadsboden meester van het intercommunaal verkeer. Eerst door het 
uitkoopen der stadsposten kon de Rijkspost zich geheel ontslaan 
van de concurrentie der boden van Aken en Keulen. 

Reeds in 1639 was een voorstel gedaan, wel niet om de poste- 
rijen aan het land te brengen, maar om dit althans in de baten te 
doen deelen door het invoeren van eene postbelasting en wel van 
Vs der porten binnen de provincie en V4 van die buiten de provincie. 
De opbrengst hiervan werd berekend op 133,624 gulden. Dit voorstel, 
waarbij zeer uitgewerkte staten gevoegd waren van de opbrengst 
der verschillende posterijen, werd dankbaar ontvangen en aan de 
voorstellers werd een lijfpensioen van 36()0 gulden toegekend, doch 
van de invoering blijkt niets; evenmin van een dergelijk voorstel in 
1673 '). De invoering hiervan stuitte af op den tegenstand van 
Amsterdam. 



*) Zie mijn artikel: De centralisatie van het hollandsche postwezen in het 
midden der 18**' eeuw, in: Bijdr. v. Vad. Gesch. en Oudhk., 1** dl., 4** Reeks, 
hlz. 206-2^24. 

•) In 16:211 werd door (iaspar Srherer een postmeesterschap-generaal aangevraagd 
en in U>^\ door Daniel Wys. (Zie afd. Regeeringspost). 

') Bakhuizen van den Brink in .ïaurhoekje van de posteryen 1855,56 blz. 288. 
De ophrengst der kantoren was hierbij berekend op: 

Amsterdam 11.5,r>r>5.1i2 st. Rotterdam 33,406. — 

Dordrecht -2:^^48.12 ., Leiden ....... 16,223.12 st 

VCirnvenhage . . . . 22,060.4 „ Delft 10,380.16 „ 

Haarlem i:i;i49.12 „ 

Wy verwijzen hierover verder naar het Jaarboekje, daar dit onderwerp meer 
behoort tot het gebied der belastingen. 



91 

Hoewel schijnbaar geheel gedecentraliseerd bestond er reeds 
een 'begin van centralisatie. Wel waren de postmeesters der ver- 
schillende steden onafhankelijk van elkander, en konden zij ieder 
voor zich trachten met de omliggende staten verdragen te sluiten, 
doch feitelijk waren de postmeesters van de kleinere steden wel ge- 
dwongen zich naar hunne machtigere collega s te richten, daar eigen 
postritten over groote afstanden voor hen te bezwarend waren. Zij 
sloten daarom overeenkomsten met de grootere posterijen tot het 
vervoer van hunne brieven en ontvingen van haar de brieven op hun 
kantoor of op een nabijgelegen punt, vanwaar zij de pakketten door 
een eigen bode deden afhalen. 

Er ontstonden enkele ritten, die hetzij door één kantoor, hetzij 
door eene combinatie vap kantoren werden geëxploiteerd en voor de 
verschillende kantoren aan het rit of voor de correspondentie op 
bepaalde streken het vervoer bezorgden. 

Er waren dus reeds genoeg verschijnselen, die op eene centrali- 
seering van het postwezen in de toekomst wezen. In enkele pro- 
vincies bestond die zelfs eenigen tijd of werd die feitelijk bereikt 
door het overwicht van één stad. Zoo in Groningen en Friesland 
door de hoofdsteden, waarbij Groningen ook de posterij in Drente 
had verworven en Leeuwarden zich van een groot gedeelte van die 
op Zwolle had verzekerd. In Zeeland trachtte Middelburg het geheele 
postwezen der provincie te beheerschen en het slaagde hierin ook 
gedeeltelijk door de contracten met Frankrijk en met Amsterdam 
voor de engelsche brieven. De vier verbonden steden Vlissingen, 
Veere, Goes en Tholen verzetten zich echter zooveel mogelijk hier- 
tegen en wisten zich in 1747 door een contract te sluiten met den 
|)ostmeester van Steenbergen voor het vervoer over land aan de 
voogdij van de hoofdstad te onttrekken. 

In Holland had geen postmeester rechtens eenige suprematie 
boven de anderen, doch was de invloed van Amsterdam op de bui- 
tenlandsche correspondentie overwegend. Door de contracten met 
Hamburg en Engeland had het zich verzekerd van het briefvervoer 
op de geheele republiek. Met de Rijkspost en Brandenburg, Brabant 
en Frankrijk stonden de groote steden echter door eigen contracten 
in verbinding en waren de kleinere steden meer of min afhankelijk 
van die stad, waarvan zij zich hierbij als lusschenpersoon bedienden. 

Naast Amsterdam hadden ook Delft en Leiden zich van een deel 
der buitenlandsche correspondentie voor andere steden meester ge- 
maakt. Delft w€tö de tusschenpersoon voor de generaliteitssteden bij 



92 

hare correspondentie op Engeland, en Leiden voor die op Frankrijk 
en voor de regeeringsbrieven tusschen Engeland en Hannover. Tevens 
had de delftsche postmeester de door J. van der Poel gevestigde 
posterij van Brielle, Helvoetsluis, Maassluis en Vlaardingen aan zijn 
kantoor verbonden ^) en was Utrecht meester van een groot deel der 
correspondentie met de Noorder provinciën. 

Feitelijke centralisatie bestond een korten tijd in Gelderland en in 
Overijsel. In 1675 werd in Gelderland door den stadhouder de benoe- 
ming van de postmeesters aan zich getrokken en werd Nicolaas 
Fagel benoemd tot postmeester-generaal van de provincie, het land 
van Kuik en speciaal de stad Nijmegen. Hij werd in 1695 opgevolgd 
door den nijmeegschen burgemeester Fr. Verbolt, ook door den prins 
benoemd, doch in 1733 werd de benoeming van den postmeester 
weder door de steden aan zich geti'okken. 

In Overijsel werd in 1678 de aanstelling van een provinciaal 
postmeester overwogen en sinds 1680 treedt de zwolsche postmeester 
op ook voor Deventer en Kampen, vanwaar alle brieven op Zwolle 
gezonden werden. In 1737, na den dood van den postmeester Hendrik 
Voet, onttrokken Kampen en Deventer zich aan de voogdij van 
Zwolle en werden door deze steden een afzonderlijke verdragen verzocht 
aan de postmeesters te 's-Gravenhage, die de hoofdverbinding met 
Overijsel onderhielden, welke contracten den 30*^" April 1738 werden 
afgesloten , niettegenstaande het verzet van den postmeester te Zwolle. 

In de provincie Holland werd het eerst door Clignet op centrali- 
seering van het postwezen aangedrongen ^) en kwam het oprichten 
van een Statenpost ter sprake in 17üi, 1708 en 1716 naar aanleiding 
van den invloed van Amsterdam geoefend op het postverkeer met 
Engeland '), doch eerst in 1747 kwam het hierbij tot een begin van 
uitvoering. Den 21**^®" Juni 1747 werd door 's-Gravenhage aan den 
stadhouder het recht aangeboden om „van de posterijen, die in toe- 
komende tijden sullen komen vacant te vallen, te disponeerensoodanig 
Sijne Hoogheid soude oordeelen te behooren" *), welk aanbod door den 
prins in dank werd aanvaard. De prins meende van dit aanbod ^geen 

) Df^lfshaven behoorde als accessoir van Delfl tot zijn kantoor. 

') C. 14 Maart IT»; Clignet stierf 1727. 

^) Lo .f«Minc l>lz. 111 en 133. 25 September 1708 werd door de Staten van Holland 
b'-t brii'fvervofr (op Kngeland) tot regaal verklaard. 

*) M«*t voorstel biertoe was gedaan door den bailluw baron van Wassenaer en 
tnf\ r>#>ripnrige .Hteiniiien aangenomen. Register der Hesolutiën van baiUuw, burge- 
rri'**'4f#T *'ti Hf*bepenen van 's»(iravenbage, 20 Juni 1747. 



93 

beeter gebruik te kunnen maken, als de dispositie van de voor- 
schreeve posterije", die „de Magistraat van 's-Gravenhage de genero- 
siteit gehad hadde, van aan Sijne Hoogheid te offereeren", „op te 
draagen en over te geeven aan Haar Edele Groot Mog. ten behoeve 
van het Gemeeneland van Holland en Westvriesland, gelijk Sijne 
Hoogheid sulks kwam te doen mits deesen, om ter sijner tijd te 
kunnen dienen tot versterking van 's Lands Financien , en tot des 
te beeter verval van de swaare lasten" — „Weiar op gedelibereert 
zijnde, hebben Haar Edele Groot Mog. ten hoogsten geloueert de 
genereuse démarche van de Magistraat van 's Gravenhage, en teffens 
haar uiterste erkentenis en dankbaarheid betuigt aan Sijne Hoogheid 
voor de gedistingueerde weldaad, die Sijne Hoogheid aan het Genieene- 
land van Holland en Westvriesland, en tot ondersteuninge van 's Lands 
soo swaar gedrukte Financien, kwam te bewijzen, deselve weldeiad 
voor het Gemeeneland van Holland en Westvriesland met de uiterste 
vergenoeginge accepteerende, en deselve aanmerkende als een uitstee- 
kende preuve van Sijne Hoogheids liefde, geneegendheid , en vaderlijke 
sorge voor het welzijn van het Gemeeneland van Holland en West- 
vriesland, en voor het behoud van het Vaderland in het algemeen, 
in deese soo hachelijke en bekommerlijke gesteltenisse van tijden 
en saaken, en welke weldaad Haar Edele Groot Mog. tot in de laaste 
nakomelingschap met eene diepe en verschuldigde erkentenisse in 
eene aangenaame geheugenisse sullen houden". 

De leden der Staten besloten van dit aanbod bericht te geven aan 
hunne principalen, opdat ook de andere steden bewogen zouden worden 
liet door 's-Gravenhage gegeven voorbeeld te volgen, en aldus 
-'s Lands Financien nog des te beeter gestijfd en onderschraagt 
souden moogen en kunnen worden" en gaven opdracht aan de Ridder- 
schap, de Gecommitteerden tot de financiën en de Gecommitteerde 
raden om te adviseeren „wat gebruik van de voorschreeve gedaane 
overdragte van Sijne Hoogheid, ten beste van 's Lands Financien 
gemaakt sal kunnen en behooren te werden" ^). 

Het haagsche voorbeeld werd weldra door de stemhebbende 
steden gevolgd*), behalve door Amsterdam, dat eerst den 31*^**" 

') Resol. Staten van Holland 21 Juni 1747 hlz. 350 en a51. 

-) Dordrecht volgde 24 Juni, Haarlem en Delft 27 Juni, Schoonhoven 28 Juni. 
Gouda en Gorinchem 30 Juni, S<rhiedam 1 Juli, Rotterdam, Briolle, Alkmaar, Hoorn 
en Enkhuizen 7 Juli en Leiden 11 Juli 1747. Edam, Monnikendam, Medemblik en 
Pnrroerend verklaarden geen poslery te bezitten, iloch gaven aan den prins ,,het 
regt dat s^jlieden hebben om poster^en binnen haare steden op te richten** (Zie 



94 

Augustus 1748 zijn verzet liet varen. Delft droeg de posterij, met 
voorbijgang van den prins, direct aan de Staten op. 

De motiveering, die nagenoeg gelijkluidend ook voor de latere 
overdrachten werd gevolgd, toont duidelijk, dat men slechts beoogde 
voor de Staten eene nieuwe bron van inkomsten te scheppen, daar 
de gewone lasten, blijkens de opstootjes tegen de pachters der „ge- 
meene middelen van consumptie" te Haarlem, Leiden, 's-Gravenhage 
en later te Amsterdam, tot het hoogste punt der draagkracht waren 
opgevoerd en de groote uitgaven dringend nieuwe inkomsten vereischten. 

Slechts Amsterdam schijnt in die dagen een juisten blik gehad 
te hebben op de noodzakelijke gevolgen der genomen besluiten; het 
grondde althans zijne weigering niet slechts op de door de overdracht 
voor de stad te missen inkomsten, doch ook op het verlies van 
„eene besittinge waarvan de conservatie niet alleen de uiterste 
influentie heeft op de voornaamste en bijna de eenige ressource soo 
van de stad als van den staat, namentlijk de Commercie" *). Men 
scheen in te zien, dat met de vette postjes voor de vriendjes van de 
vroedschap ook de overwegende invloed gevaar liep, dien Amsterdam ten 
bate van zijn handel op het buitenlandsch brievenverkeer uitoefende. 

Om niet te veel aanstoot te geven door de weigering deden de 
burgemeesters voor zich zelf en „de huimen" afstand van alle voor- 
deelen, „die voortaan door 't openvallen der posterijen te wachten 
waren" en besloot de raad om deze „aan te wenden ten voordeele 
van (Ie bezwaarde geldmiddelen der stad" % Toen hierop nader door 
den prins op de overdracht werd aangedrongen in Juni 1748 '*), 
besloot de raad de posterij „ten eeuwigen dage te houden aan de 
stad" *). Doch deze eeuwige dagen duurden slechts kort. De opstootjes 
van het volk dwongen de regeering om niet langer in de weigmng 
te volharden en reeds 31 Augustus volgde ook Amsterdam het reeds 
door alle andere stemhebbende steden gegeven voorbeeld % 



resoluliPn Staten van Holl. en W. Friesl. op dv genoemde datums). De posteryen 
van de kleine, niet stemhebbende steden werden niet overgedragen. Hierop werd 
<»ok niet aangedrongen, daar deze van weinig belang werden geacht. 

') Missive tl .ïanuari 1748. Resol. Staten v. Holl. 1748, bl. 14. 

^ Res. Vroedschap 29 Juni 1747, f. 35. 

') ld. 2:^ .luni en 1 Juli 1748, fol. 20^3 en 204. 

*) Zie ook Res. Staten van Holland 21 Dec. 1747, l»l. 922. 

*) Res. Vroedschap 19 en 81 Augustus 1748, f. 292 en 2r>5; J. Wagenaar, Handv. 
van Amsterdam , II. TATh Zie over den tegenstand van Amsterdam het pamflet : 
„Samenspraak tusschen een Amsterdammer en een Rotterdammer Burger over de 
Amslerdanise posterijen", z. j. ft". 



95 

Eerst door de toetreding van Amsterdam werd het mogelijk om 
aan de gedane overgifte ook een verder strekkend gevolg te verbin- 
den dan de versterking der financiën, die bij het besluit van 1747 
zoo hij herhaling boven alles uitklinkt. Amsterdam toch had zoowel 
voor Engeland als voor Hamburg (Noord-Duitschland) de correspon- 
dentie van geheel Holland in handen en gaf overigens zoowel voor 
het binnenland als voor het buitenland den toon aan, zoodat een 
Statenpost zonder Amsterdam wellicht eenige baten zoude hebben 
opgeleverd, doch nooit eenige overwegende rol had kunnen spelen 
in de ontwikkeling van het hollandsche postwezen. 

Het eerste wat nu te doen stond was om zich op de hoogte te 
stellen van de inrichting van het postwezen, waarover de provincie 
thans haren invloed zoude oefenen. Den 22 Februari 1749 werden 
daartoe benoemd zes „Commissarissen der Staten van Holland tot 
het werk der posterijen" *), die den titel van Edele Mogende Heeren 
voerden en vergaderden in het vertrek der Gecommitteerde raden *). 
12 Mciart 1749 had de eerste vergadering plaats, waarbij W. Kers- 
seboom als secretaris optrad. 

De commissarissen wendden zich den 22®^®" Maart per brief tot de 
steden om inlichtingen over de posterijen, waarbij gevraagd werd: 

1**. eene lijst der in de stad werkende posterijen, met opgave van 
de landen en plciatsen, weiarop zij werkten, de namen en ouderdom 
der postmeesters, de plaats der kantoren, de hieraan verbonden 
entrepostes en de daar werkende commiezen en opgaven van de uren 
en dagen van vertrek der posten, den duur van het vervoer, het 
port en de gemiddelde hoeveelheid vervoerde brieven; 

2^ eene lijst der contracten enz. betreffende de posterij met over- 
zending der stukken in origincJi of in afschrift; 

3**. opgaven over de onkosten en netto inkomsten van elke posterij 
en eene gespecificeerde opgaveder onkosten, over de jaren 1738 — 1747. 
Het antwoord, althans op de twee eerste vragen, werd verzocht 
binnen 4 weken '). De meeste steden voldeden aan dit verzoek, alleen 
die van het antwerpsch kantoor te Amsterdam „senden geen stukken 
over en refereren sig tot de secretarye van Amsterdam, daar die te 



') Deze commissie bestond uit graaf Bentink van Rhoon en Pendrecht, namens 
de ridderschap, en Steyn, de Raadt, de Vry Temminck, Cornets de Groot en 
Abbekerk Krap, als burgemeesters van Haarlem, Leiden, Amsterdam, Rotterdam 
en Hoorn. 

») Notulen en Bylagen 12 en 14 Maart 1749. ^) R. A. P. n". 27a 



96 

vinden sijn". Ook werden in Dordrecht door den bode op Amsterdam 
inlichtingen geweigerd, op grond dat zijn kantoor geen post- maar 
een boden-kantoor was en niet begrepen in de overdracht '). 

De verkregen inhchtingen waren slechts geschikt om eene basis 
van studie te vormen, niet om hierop voort te bouwen voor verdere 
regeling. De commissarissen droegen daarom aan W. Kersseboom en 
Jacques Ie Jeune, postmeester te Steenbergen op, om met de com- 
missarissen de kantoren te bezoeken en daarna rapport uit te brengen. 
Zij scheidden daarop den 1 Augustus 1749 om eerst den 23 Maart 
1751 weder bijeen te komen tot vaststelling van het rapport 

Voor hun scheiden hadden zij echter nog over een belangrijk 
punt te adviseeren, n. 1. of men de in functie zijnde postmeesters 
zoude handhaven en cJleen bij versterven de openvallende plaatsen 
aan de provincie trekken, of allen tegelijkertijd uitkoopen en over 
(ie geheele provincie de posterij op één datum aan zich trekken. Op 
voorstel der commissarissen ^) werd den 14<^en Juli 1749 besloten de 
posterij terstond aan de Staten te trekken, zoodra men zich vol- 
doende op de hoogte had gesteld van de inrichting van den dienst 
„en behoorlijk dedommagement te geven aan dezelve possesseurs (dat 
zijn de in functie zijnde postmeesters), gelijk ook aan de steden, 
dewelke'' anderszins noch eenigen tijd voordeel van de posterijen 
zouden hebben genoten'' '). 

Door dit besluit werd de tegtïustand der postmeesters gebroken 
en werd de spoedige invoering van de Statenpost verzekerd. 

Het geven van dedommagement was een eisch der [billijkheid, 
danr de postmeesters voor hun leven waren aangesteld en bij hunne 
aanstelling veelal tot bijdragen aan de stad verplicht waren. Het 
was ook noodzakelijk daai* in 1747 niet de posterij zelf door de 
steden was overgedragen, maar slechts: „om van de posterijen, die 
in het toekomende sullen koomen vacant te vcJlen, te disponeeren," 
ni. a. w. alles bleef bij het oude en de Staten kregen slechts het 
recht om hij voorkomende vacaturen een postmeester te benoemen 
en een gedeelte der revenuen aan zich te trekken. De Staten zouden 
(his eerst langzamerhand eenigen invloed verkrijgen, naarmate de 
toen bezt»tte postmeestersplaatsen kwamen te vaceeren. Waar nu 

') R. A. P. n". 278 -2<) .Iiini. 31 Juli 1749. 

'-) R. A. P. n". :^3. ;"> Juli 1749. Dordrecht schijnt oorspronkelijk hiertegen geweest te 
zijn. Zie l»rief van de gedeputeerden B. DoII van Ourijk en F. T. van Halewün. 
Rijlag(* resolutien Oudraad 1749. fo]. 6G vs. 

') (',. PI. B. Vil. Mz. 1061. 



97 

b. V. te Amsterdam, meerdere kantoren, met een stel van 32 post- 
meesters, bestonden, zouden de Staten eerst onbeperkt meester zijn 
na het overlijden van den laatsten postmeester. En dat dit nog ge- 
ruimen tijd had kunnen duren, bewijst het feit, dat er in 1795 nog 
meer dan één in leven was. 

Door het besluit der dedommageering werd dus de centraliseering 
der hoUandsche posterijen voorbereid, die wel slechts ééne provincie 
omvatte, doch wegens het hiervan uitgaand overwicht op postaal 
gebied van overwegende beteekenis was voor de geheele republiek. 
Niet slechts dat Holland de belangrijkste centra omvatte van handel 
en verkeer, maar ook waren hierdoor in hoUandsche en hoofdza- 
kelijk amsterdamsche handen de groote verkeersaderen, waarlangs 
de correspondentie op het buitenland werd gevoerd. De lijnen op 
Noord-Duitschland en Engeland stonden geheel en die op Brabant, 
FVankrijk en Zuid-Duitschland grootendeels onder hoUandschen invloed 
en door de uitbreiding aan de hoUandsche posterij gegeven door het 
terugdringen van de Rijkspost tot Achelen, het overnemen van het 
transitoir verkeer van Utrecht, het in eigen beheer nemen der Post- 
sücieteit en later van het geldersch rit van Arnhem op Utrecht, 
werden de posterijen der steden in de andere provincies vrijwel 
afhankelijk gemaakt van de hoUandsche Statenpost. 

Een duidelijk beeld hiervan geeft de vergelijking der ontvangsten 
van de hoUandsche kantoren en die van 27 kantoren buiten Holland 
over de jaren 1805—1807. Toen bedroegen die voor 

1805: Holland 420.903 en voor de andere provinciën 39.971 gulden. 
1806: „ 422.882 „ „ „ „ „ 25.217 

1807: „ 440.867 „ „ „ „ „ 55.710 „ 

Een uitbreiding der centralisatie over alle provinciën ware reeds 
in 1752 gewenscht geweest. „AUein dieses ist ein pium desiderium, 
deszen ErfüUung bey der obwaltenden Jalousie und privat Interesse 
von 7 differenten Souverainen Provintzien wohl schwerlich so bald 
zu Stande kommen durfïle'* ^). 

Den 20 Januari 1751 werd nog eens nadere opgciaf verzocht 
der inkomsten over de jaren 1747 — 1750 en den 30 Maart daar- 
aan werd het dedommagement vastgesteld op de gemiddelde opbrengst 
der kantoren over de jaren 1738—1747. *) 



*) Brief van B. von der Hellen te 's-Gravenhage 26 April 1760. Geheimes Post 

Archiv te Berlyn, XLIII n<>. 307. 

*) Eerst was (^ Maart) besloten ^'^ uit te keeren van de opbrengst over 1738 — 1750. 

7 



98 

De hiervoor benoodigde jaarlijksche uitkeering werd berekend op 
305.178 gld. 10 ^), welk bedrag in 1752, bij de invoering, door ver- 
sterf reeds was gedaald tot 288.057 gld., en in 1807 nog 
129,967 gld. 10 vereischte ^). Voor het uitkoopen der schippers en 
boden werd nog een bedrag van ruim 41.000 gld. noodig geacht- 
Belangrij k is de verhouding, waarin de schadevergoeding aan de 
steden ten goede kwam, daar hieruit eenigszins de omvang van het 
verkeer valt te berekenen. Men houde hierbij echter in het oog, dat 
enkele kantoren, speciaal de amsterdamsche, eene geheele route in 
handen hadden en dus ook voordeel trokken van de uit andere 
steden over deze route verzonden brieven, welk voordeel in het 
totaal bedrag van de schadevergoeding mede begrepen is. 
De schadevergoeding werd besomd op: 

Amsterdam 179076.2 of 58.7 %. 

's-Gravenhage 49139.19 „ 16.1 „ 

Rotterdam 35526.3 „11.6 „ 

Leiden 13954.18 „ 4.6 „ 

Dordrecht 7199,9 „ 2.3 „ 

Haarlem 6021.15 „ 2 

Brielle enz 3113.8 „ 1 

West-Friesland 2689.— „0.9 ^ 

Gorinchem 2376.8 „ 0.8 „ 

Delft 2309.5 „ 0.75 „ 

Gouda 2192.5 „ 0.71 „ 

Schoonhoven 8^^5.10 „ 0.3 „ 

Schiedam 744,11 „ 0.2 ^ 

Deze bedragen werden aan de gededommageerden levenslang toe- 
gekend, eene regeling, die zeker niet is vrij te pleiten van al te 
groote goedgeefschheid tegenover de meestal aan de vroedschapsfamilies 
geparenteerde postmeesters, die nu hunne inkomsten behielden zonder 
tot eenige werkzaamheid hiervoor gehouden te zijji. 



') Kxtrart uil de resoliitir'ii van de Staten van Holl. en W. Friesland. 23 Juli 
17r>l. Hieronder was ASiXM gld. 10-8 aan uitkeeringen aan enkele steden tydens 
het leven der postmeesters. 

-) Algemeene Staat bij Ie Jeune, bijlage D. D. 1. Reeds in Juni 1748 waren te 
Dordreebt en te *s-Gravenbage balve postmeestersplaatsen vacant gevallen. De 
Staten l>esloten toen deze plaatsen door den postmeester voor de andere heifl 
te do«Mi waarnemen en bet inkomen van de waargenomen plaats tot nadere be- 
sobikking onder burgemeesteren te deponeeren ( Resol. Staten v. Holl. en 
\V. Friesland.. 28 ,Iuni 1748. biz. IVii)). 






99 

Het rapport van Ie Jeune en Kersseboom werd 31 Maart 1751 
€ian den raadpensionaris Steyn voorgelezen en door dezen goedge- 
keurd en daarna door de commissarissen geteekend en bij de Staten 
ingezonden ^). Den 6 Augustus werden beide heeren opnieuw op 
inspectie gezonden, waarvan zij 4 December terugkeerden. Dit nader 
rapport werd 2 Maart 1752 geteekend. De instructie gaf hun speciaal 
last om de inrichting der kantoren na te gaan en de daar €ianwezige 
amhtencu'en, en te zien, wie hiervan bij de Statenpost konden en 
wilden overgeian. 

Aan deze rapporten ontleenen wij tal van bijzonderheden over 
de kantoren, waarvan wij in het volgend overzicht een dankbaar 
gebruik hebben gemaakt. Toch mogen wij hier niet nalaten onze 
verwondering te uiten, dat men zich bij deze inspectiereizen tot de 
provincie beperkte en geen notie nam van de inrichtingen in het 
buitenland, waarmede men toch uit den aard der zaak dagelijks in 
contact moest komen. 

Het gemis aan kennis van de vreemde posterijen werd later 
nneermalen door de Commissarissen ondervonden en leidde in 1757 
en 1762 tot eene nadere inspectiereis langs de onder hollandsch 
beheer staande ritten tot Lingen en Hamont *). Verder waagde men 
zich toen ook niet. Vergeten wij echter niet hierbij, dat internationale 
samenwerking toen onbekend was en dat elke posterij zooveel 
mogelijk h€iar werken geheim hield om te voorkomen, dat aan 
andere administraties de weg gewezen zoude worden om buiten 
haar om andere routes te vinden of ten haren koste zich voordeden 
te verwerven. Zoo werden 4 Maart 1777 aan den postmeester van 
Maastricht cJle inlichtingen geweigerd en werd op het verzoek van 
Rusland alleen afschrift verstrekt van de instructie der bestellers en 
de wijze van aanbesteding der ritten '). 

Het begrip, dat de posterijen in de eerste plaats moeten strekken 
tot gerief van het publiek en het hieruit te trekken voordeel slechts 
in de tweede plaats in aanmerking mag komen, was vrijwel onbe- 
kend in de 18*^* eeuw, al vindt men gunstige uitzonderingen. 

Zoo willigde de magistraat van *s-Hertogenbosch den 13 Augustus 
1723 een voor het publiek wenschelijk, doch voor de inkomsten der 



') Origineel Verbaal van de Gecommitteerden Ie Jeune en Kersseboom. R. A. P. 
n'. 271 en By lagen R. A. P. n°. 272, voortaan geciteerd als Groot Rapport. 

*) C 9 November 1757 (richting Dunen) en C. 18 November 1702 (entroposle te 
Utrecht). >) C. 17 Mei 1782. 



UK) 

posterij schadelijk verzoek in, op grond, dat de post is „om 'tpubliecq 
beter te dienen ende niet te benadeelen". 

Ook de Staten van Holland hadden zich reeds bij de resolutie 
19 Juli 1749 er tegen verklaard „om door het verhoogen van de 
briefporten daarvoor meerder voor den lande te consequeeren en 
alsoo de coiTespondentie difficieler te maaken", en Dordrecht ver- 
klaarde in 1757, naar aanleiding van de ophei&ng der joumalière „dat 
de dienst van het publyeq en vooral de bevordering van de commercie 
en correspondentie altijt prevaleren moeten boven 't voordeel" ^). 

De overdracht der posterijen, eerst bepaald op 1 Januari 1752, 
had eindelijk 1 Juli van dat jaar plaats ^), met uitzondering van 
die op Texel, die wegens de loopende jaarrekeningen tot 1 Januari 
1753 werd verschoven '). 

Belangrijke veranderingen waren voorloopig uitgesloten, daar de 
Staten zelf hadden bepaald*), „dat als een basis en grondreegel, 
waai'op de administratie der posterijen ten behoeve van het gemeene 
Land sal werden overgerioomen, sal werden vastgestelt, soo als vast- 
gestelt werd bij deese, dat ten opsigte van de maniantie, soo als 
deselve thans geschied, in h^t minst of meest geen verandering sal 
werden gemaakt, dat de jegenwoordige bediendens, op de belooninge 
die thans genieten, in dienst van het Land sullen werden overge- 
noomen. dat de ritten op den jegenwoordigen voet sullen blijven 
subsisteeren , dat de jegenwoordige gereguleerde uuren en tijden van 
het afgaan der posten sullen moeten blijven geobserveert, en dat 
in de brieveporten geen verandering sal moogen worden gemaakt, 
en verder dat alles sal werden behandeld op deselve wijse als tot 



*) Resolutie Dordrecht ^A September 1757, fol. 107.. In alle landen werden de 
p«»rten verhoogd, het onzinnigst wel in Frankrgk, waar de porten voor brieven, 
die den ü Augustus» 1791 nog vastgesteld waren op 10 centimes naar Parijs 
istadspostl. fr. Ü.iT» van Parijs naar Versailles. fr. 0.65 tot Lyon en fir. 0.75 tot 
Marseille, «len 6 Nivóse IV voor dezelfde trajecten verhoogd werden tol fr. 0.75, 
fr. inO. fr. 7.50 en fr. 10. — ! Zie Am. Janssen. Henrormingsgeschiedenis der 
Posttaricven. in Tijdschrift voor Posteryen en Telegrafie I (1884), n®. 2—6. 

»i R. A. P. n*». i7:i 9 Dec. 1751. Res. Staten van Holland, 10 December 1751 en 
ir» M^-i tT5i (ir. PI. B. VIII. Mz. S77. 

^1 Ih't gpsriiieddc daar bij dit rit dv zomennaantlen de wintermaanden moesten 
g<>^]maken. Bij den overgang wenlen overgenomen: kantoorbehoeflen antwerpsch 
kantoor t*- Amsterdam /"I^IO: idem texelsch kantoor (met schuit)/* IdOO; 7haagsche 
kanior»*n te zamen f UTt: 5 andere kantoren /* 360.19; huis antwerpsch kantoor 
/ «ttl en land te Woudrichem f 1300. Res. :£> Mei 1752. 

*l Res. 23 Juli 1749. 



101 

nog toe werd gedaan, cJles ten tijde en wijle toe dat bij haar 
EdeleGr. Mog. de administratie der posterijen aan sig hebbende, 
anders niogte werden geresolveert." 

Alles bleef dus vrijwel bij het oude, behalve dat het beheer 
thans in één hand was gebracht en dat de voordeelen, zooverre zij 
de dedommagementen overtroffen, ten bate zouden komen van de 
provincie en niet meer worden weggeschonken aan de begunstigde 
vrienden van de vroedschap. 

De schippers- en bodenposten bleven voorloopig behouden, voor 
zooverre zij niet vielen onder de uitgekochte ambten, en hun recht 
op brievenvervoer konden aantoonen ^). 

De belangrijkste voordeelen, die door de centralisatie op den duur 
zouden te verkrijgen zijn, waren reeds aangegeven in het verbaal 
van 1751. 

P. Het onttrekken van het brievenvervoer in Holland aan vreem- 
den invloed en vooral de ritten onder hollandsch beheer „te brengen 
soo verre het territoir van den staat sich extendeert*'. Dit werd inge- 
leid door de resolutie van de Staten van 2 December 1756 ^), waarbij 
alle vreemde posten op hollandsch grondgebied werden verboden, 
voor zooverre zij niet berustten op verdragen. Dit beginsel werd 
met goeden uitslag toegepast tegen het rit van de Rijkspost, doch 
kon niet worden doorgevoerd tegenover de fransche posterijen, die 
tot Kuipersveer hunne ritten uitstrekten. 

2^ Eenheid in de tarieven en in de contracten met vreemde 
postmeesters, die nu voor de verschillende steden soms zeer afwijkende 
bepalingen bevatten. Tevens hoopte men hierbij betere voorwaarden 
te kunnen bedingen, wanneer de onderhandelingen namens de Staten 
en niet meer door de dikwijls niet eens eianeengesloten postmeesters 
geschiedden. 

3^ Besparing door vereenvoudiging der ritten en het opheffen 
der parallel of langs denzelfden weg loopende diensten. 

4**. Uniforme regeling en eenheid in de boekhouding. 

5®. Betere inrichting der bestelling in de groote steden door het 
stichten van centrale kantoren in Amsterdam, 's-Gravenhage, Dor- 
drecht en Brielle, en besparing door de samensmelting der bureaux 
en bestellingen. 



*) De uitkoopsom per jaar werd voor Amsterdam geschat: de boden 12.6:^ gld. 
15 st. en de schippers, b. h. die naar de Zuiderzeesteden en Noord-Holland, 
1060 gld. 3 si en 7 p. ») Gr. PI. B. VIU, blz. 696. 



102 

6**. Betere correspondentie voor het platteland, door het afgeven 
van brieven langs den weg door de 'postiljons gevolgd. 

7*^. Meer aanzien en veiligheid van de postiljons door de 
staten-uniform. 

8". Opheffing der vrijdommen en het daardoor mogelijk geknoei 
en van de bijzondere voordeelen door de commiezen uit de couranten 
enz. genoten. 

9". Opheffing van het geknoei door de postiljons te Alfen, waar 
zij onderling de ter sluiks voor eigen rekening medegenomen brieven 
verwisselden, welk misbruik werd ciangemoedigd door het aan de 
meeste postiljons gelaten voordeel van de tusschen de kantoren 
onderweg ingezamelde brieven. Dit zoude althaRs verminderd worden 
door het oprichten van entrepostes ten plattelande. 

Men had hier nog als 10". aan kunnen toevoegen: dat voortaan 
het beheer der kantoren zoude toevertrouwd worden aan personen, 
over het algemeen berekend voor hunne t€iak en niet meer als eene 
voordeelige sinecuur weggeschonken aan vriendjes van de vroedschap, 
die het bedrijf zelf door ondergeschikten deden uitoefenen. 

d, INRICHTING VAN HET HOOFDBESTUUR NA DEN OVERGANG 

DER POSTERIJ AAN HOLLAND. 

Aan het hoofd stonden de commissarissen der Staten van Hol- 
land tot het werk der posterijen. Er zullen er vijf zijn, waar\'an 
"-2 te Amsterdam, 2 te *s-Gravenhage en 1 te Rotterdam zullen zete- 
len, aan wie elk een bepaald departement zal worden aangewezen. 

De conuTiissarissen moeten minstens 25 jaar oud zijn. Zij maken 
instructies voor de bedienden en ontvangen van elk kantoor maand- 
en jaarstaten, weiaruit zij jaarlijks de opgaven trekken voor de 
bepeJing van het zuiver revenu, die zij aan de Gecommitteerde raden 
inzenden. Ordonnantiön tot betaling zullen steeds de handteekening 
vereischen van 2 commissarissen en den secretaris. Zij ontvangen 
/■30OO. — salaris en f 12, — reisgeld per dag en krijgen restitutie der 
porto's voor dienstbrieven, doch genieten geen vrijdom van port*). 
Het archief en de kas worden onder berusting gesteld van Gecommit- 
teerde raden. 

Kik commissaris beoordeelt de rekeningen van zijn departement 
en kan in spoedeischende zaken [)rovisi()neele regelingen treffen. Hel 

•) Gr. PI. B. Vlll, blz. 87J. Bylage 1, resol. .Staten ^ Mei 1752. 



103 

v^^»rhoogeii of veranderen van traktementen, het scheppen van nieuwe 
t^'etrekkingen of het verleenen van vrij port Hgt buiten de bevoegdheid 
^^»n commissarissen. Zij komen zooveel noodig bijeen, doch minstens 
^nniaal in de drie maanden. 

Den 2 Juni 1752 werd aan den raadpensionaris verlof gegeven 
m de vergaderingen van commissarissen bij te wonen. 

Het territoir werd door de nieuwbenoemde commissarissen cJdus 
erdeeld: ^) 

Jhr. Jacob vaa den Boetselaer, heer van Nieuveen, en Wigbold 
"^an der Does, heer van Noord wijk, te 's-Gravenhage , voor 's-Graven- 
ï^iage, Delft, Leiden, Alfen, Gouda, Schoonhoven en Gorinchem; 
Mr. Hendrick ter Smitten en Mr. Cornelis van Collen te Amster- 
dam: Amsterdam, Haarlem, Amstelland en het Noorderkwartier; 
Mr. Hugo Cornets de Groot te Rotterdam: Rotterdam, Dordrecht, 
Schiedam, Brielle, Vlaardingen, Delfshaven, Maassluis en Helvoetsluis. 
Elk had in zijn departement het directe toezicht en meermalen 
namen zij deel aan inspecties. De groote inspectiereizen geschiedden 
echter gewoonlijk door de hoofdambtenaren. Zoo kreeg Ie Jeune in 
1757 opdracht voor eene inspectiereis naar Drunen, Tilburg, Eind- 
hoven, in 1762 naar het entrepostekantoor te Utrecht en in 1775 
naar de route Arnhem — Utrecht. Le Jeune leverde ook 3 Augustus 
17)2 het tweede groot rapport in en kreeg 1 Augustus van dat jaar 
opdracht om na te gaan welk voordeel door de commiezen van de 
couranten werd getrokken. 

De commissarissen worden terzijde gestaan door den ontvanger 
en den secretms. 

De ontvanger zal elke maand zijn maandstaat inzenden aan 
den eersten commissaris en zijne jaarrekening binnen 6 maanden, 
deze Iciatste in triplo, waarvan de commissarissen, de rekenkamer 
en de rendant elk een exemplaar ontvangen ^). Deze rekening zal 
ingericht worden naar de aanwijzingen door de commissarissen te 
geven. Blijkt hij neJatig in het inzenden, dan kan hij door gecommit- 
teerden van de rekenkamer door gijzeling hiertoe gedwongen worden. 
Hij ontvangt de gelden der kantoren en betaalt op ordonnanties 
geteekend door twee der commissarissen en stelt f 10.000 borg. 



') a 7 April 1758. 

') De rekeningen liepen eerst van 1 Juli —30 Juni , doch werden 22 Januari 1756 
op 1 Januari— 31 December gebracht, door voor éénmaal over 18 maanden te 



rAYiArk 



104 

Hij zcJ jaarlijks alle kantoren inspecteeren en adsisteeren bij de 
besognes der commissarissen in Den Haag en ontvangt /'2500 salaris 
en f 300 voor een klerk , vergoeding van brief porten en van reiskosten 
tegen /'S.— per dag \ 

De secretaris houdt notulen der vergadering van commis- 
sarissen en houdt alle registers, ook die der betalingsordonnanties 
en van de maandstaten der diverse kantoren. Hij beheert het archief 
der posterijen, moet in Den Haag wonen en mag niet zonder verlof 
buiten die plaats overnachten. Hij geniet dezelfde vergoeding als de 
ontvanger \ 

Bij deze instructies werd verwacht, dat de commissarissen zelf 
deels het toezicht zouden voeren. Toen zij dit echter nalieten en zich 
geheel tot bestimr en inspectie beperkten , werd het wenschelijk geacht 
een speciaal ambtenaar voor het geregeld toezicht te benoemen. 

Uit een brief van den pruisischen vertegenwoordiger B. von der 
Hellen te 's-Gravenhage van 26 April 1760 blijkt, hoe men dacht 
over de commissarissen: „allein diese Herren ausser Hr. van Collen, 
zu Amsterdam, und noch einen Deputirten aus Rotterdam '), sind 
nicht sonderlich der Sachen kundig, und laszen es haupts&chlich auf 
den expedirenden Secretaire H^. Kersseboom und den Thesorier 
H^. Ie Jeune, welche beyde sehr geschickte Leuthe sind, ankommen" *). 

Den 8 December 1759 werd door commissarissen een voorstel 
gedaan en eene concept-instructie ontworpen voor den te benoemen 
commies-gener€ial. Deze zoude eenmaal per J€iar alle kantoren inspec- 
teeren, de buitenlandsche correspondentie en afrekening nagaan en 
zich op de hoogte stellen van den loop der brieven en van de 
buitenlandsche contracten, en speciaal eene studie maken van de 
uitwegen voor de correspondentie. Hij zal adsisteeren bij de verga- 
deringen van commissarissen en bij die van de twee commissarissen 
te Amsterdam en f 2000 salaris ontvangen en vergoeding van reis- 
kosten. 

Dit voorstel werd echter door de Staten verworpen, daar de 
werkzaamheden, waarvoor een nieuw ambt geschapen zoude worden, 
alle behoorden tot die van reeds bestaande dignitcuisscn. 

In 1773 werd, en nu met beter gevolg, op het voorstel terugge- 
komen. Hierbij werd voor zijne hoofdwerkzaamheden aangewezen het 



') Res. St V. HoU. 25 Mei 1752. Gr. PI. B. VIII. bl. 877 bgl. 2. 
*) Aldaar byi. a *) Mr. H. ComeiB de Groot. 

*) Geheimes Post Archiv Ie Berlijn. XLIII, n", 307. 



105 

Igemeen toezicht, de hulp voor commissarissen bij het nazien der 
ekeningen , het invallen voor de hoofdcommiezen bij tijdelijke verhin- 
ering en het voorlichten der nieuw aangestelden. Als zijne standplaats 
'Ordt *s-Gravenhage aangewezen. Het traktement werd toen bepaald 
p /"SSOO en benoemd werd C. W. Ie Jeune '). Ook toen was de aan- 
:elling niet zonder tegenstand aangenomen, daar velen dit beschouw- 
en als een onnutten post „érigé a plaisir". De stadhouder was toen 
ouwens niet zeer met de commissarissen ingenomen en had hen 
3k uit de Kamer van de Gecommitteerde raden, waar zij sinds 
747 vergaderden, „geboend***). 

Toen het archief van commissarissen zich meer en meer uit- 
reidde, en zij zelf door het verloop van tijd minder op de hoogte bleken 
an het vroeger verhandelde, werd 30 Augustus 1780 besloten om 
3n index op de resolutiën te doen drukken en hiervan ook exem- 
laren te verstrekken aan de hoofdambtenaren. De oplaag bedroeg 
IM) exemplaren. 

Ook voor de archieven der kantoren werd gezorgd, door voor te 
chrijven, dat alle stukken betreffende de posterij bijeengevoegd 
loesten worden en voorzien van een doorloopend nummer en register, 
n 1782 werd hieraan toegevoegd om de stukken bijeen te binden 
n de ontbrekende stukken zoo mogelijk aan te vullen. Het bleek 
3en, dat op de meeste kantoren de oude archieven slecht waren 
nderhouden *). 

De commissarissen bleven in functie tot 8 Maart 1795. Ten gevolge 
an de veranderde politieke omstandigheden werd ook dit college afgezet 
n werden zij vervangen door de burgers Hahn, D. Claus, J. Dekker, 
L vfiui Been en G. Kemenaer, waarvan de drie laatstgenoemden te 
oren werkzaam waren als hoofdcommiezen der kantoren Dordrecht, 
Imsterdam en Rotterdam. De beide laatsten bedankten voor de 
»enoeming *). In hunne plaats werden benoemd Eekhout en Hartog. 

Bij de verdeeling van 17 April 1795 werd aan ieder zijn depar- 
ement aangewezen. Hahn kreeg *s-Gravenhage, Leiden (met Voorburg, 
boskoop, Zwammerdam en geheel Rijnland) en Delft. 

Claus: Het Noorderkwartier met Texel en Vlieland. 



») Concept-instructie C. 16 Jun. 1773, Res, SUten v. Holland 7 Oct 1778, Gr. P|. 
3. IX bl. 789. 
') Brieven aan Ie Jeune, Hoofdbureau. 
') Brievenboek Rotterdam, 12 November 1777 n<>. 172. 
') ld. 20 Augustus 1782 n». 179. 
') Res. 8 en 12 Maart 1795. 



106 

Eekhout: Haarlem, de entreposte te Utrecht en Woerden. 

Claus en Eekhout samen daarenboven Amsterdam. 

Dekker: Dordrecht, Gorinchem, Druneii, Tilburg, Schoonhoven, 
Gouda en Alfen. 

Hartog: Rotterdam en de plaatsen tusschen Helvoetsluis eii 
Rotterdam. 

De verandering van personen bracht weinig verandering in den 
dienst. Alles bleef vrijwel bij het oude. Alleen werd de Slalenpost 
versterkt door het besluit van het provisioneel commiltee van Holland, 
waarbij het collectief vervoer van brieven naar buiten mei post- 
wagens, koeriers, estafettes enz. werd verboden onder bedreiging van 
hooge boeten tegen de overtreders'). 

Ook werd de oprichting van meer entrepostes op het platteland 
in overweging genomen ') en het aan Holland trekken van de poste- 
rijen van Woudricheni , Heusden en Geertruidenberg. Woudrichem 
werd uitgekocht voor /"SÖOO ineens, doch Heusden weigerde op grond 
dat het de inkomsten uit de posterijen niet kon missen *). 

Het eerste werk van de nieuwe commissarissen was om de 
„gothische benaming van Edele Mogende" af te schaffen en te ver- 





vangen door ,,Burger Commissarissen"*). Ook de cachetten werdei» 
veranderd. In plaats van den posthoorn kwam de HoUanditche leeuw 
tusschen de letters H en P '), 



De traktementen 
bij de ((vcrdracht 



e. DE LAUERE IIEAMHTEN. 

door de beambten vóór 1752 genoten werden 
l>elKnidcn, Bij de berekening was echter zoo 



I) C. 17 Juli 1797. O C. I* Odohcr 1795. 

") t;. 7 AnRiTsliis. 14 i-n 2t (Mol.er 171I.V 

*) C. 14 Maart 171)5. ») C. 13 October 17J5. 



107 

reinig eenheid, dat meermalen wijzigingen hierin plaats vonden, die 
teeds de goedkeuring der Staten vereischten. Zoo werden o. a. 
ehalve bij de nieuwe regelingen ten gevolge der oprichting van 
enerale kantoren, de traktementen verhoogd te Dordrecht 7 April 
768, te Dordrecht en Schiedam (bestellers) 22 September 1779, te 
Lmsterdam en Rotterdam 1 April 1783 en te 's-Gravenhage (bestel- 
ïrs) in 1789. 

Boven de vaste traktementen genoten de ambtenaren ook ver- 
chillende emolumenten. Hiertoe behoorden de voordeelen van de 
Duranten, de stalen en monsters voor de commiezen en de fooien 
oor de bestellers ^). De postkantoren werden bij resolutie van de 
taten van 22 November 1787 vrij verklaard van inkwartiering^). 

De commiezen te Rotterdam genoten l^/o van de inkomsten boven 
en bepaald bedrage), welk voordeel 7 September 1785 werd afge- 
:haft tegen eene verhooging der traktementen. 

De commies te Alfen had eene eigen posterij op 10 omliggende 
orpen, die in 1752 1300 gulden opleverde. Deze werd hem 23 April 
754 ontnomen tegen eene jaarlijksche vergoeding van f900 en fbO 
oor drank aan de postiljons. Ook genoot hij jarenlang eene toelage 
an de steden voor het verwisselen der brieven volgens de regeling 
jdens de Postsociéteit. Ook de commies te Utrecht genoot verwissel- 
elden en voordeelen van de brieven in den omtrek *). 

Te Helvoetsluis, Vlaardingen en eenige andere plaatsen werd 
4 st. per verzonden brief ontvangen, later te Helvoetsluis verhoogd 
>t \'2 st. per brief ^) en te Schiedam 1 st. voor de brieven bezorgd 
in het hoofd % Te 's-Gravenhage behield de commies het aantee- 
engeld en te Amsterdam worden in 1781 als voordeelen genoemd 
:* fransche, engelsche en duitsche couranten, de expresse bestelling, 
et aanteekengeld en de fooien^); te Rotterdam in 1795 de engelsche 
)uranten en het aanteekengeld. 

Vrije ambtswoning hadden o. a. twee commiezen te Rotterdam 
1 de hoofdcommiezen te Amsterdam en Dordrecht. 



') Het voordeel der couranten bedroeg in 1752 voor den commies te Dordrecht 

100, en voor den oudsten commies aan het antwerpsch kantoor te Amsterdam /"STS. 

•) Zie C. 11 Januari 1788. 

^) N.1. boven 54,209 gulden. De eerste commies trok hiervan Vg, de tweede '/«. 

*) */• st. der brieven in de stad met de nachtpost gebracht, die van de boden 

\ van de schippers CU November 1762. Dit leverde 960 gulden per jaar op. 

-) C. 1 Maart 1759 en 14 Mei 1789. 

•) C. 36 Maart 1756. 

^) C. 12 Februari 1756 en C. 18 October 1781. 



108 

De postiljons genoten eenige voordeelen van de tusschenbrieven M 
en het ongeoorloofd voordeel van de brieven, die door hen gesmok- 
keld werden; de gaarders genoten een bestelgeld. 

Bijzondere voordeelen waren o. a. dat aan den commies te 
Dordrecht 20 Juni 1754 werd toegestaan om levenslcmg in het 
postkantoor ook kantoor te houden voor de convooien en 
licenten en dat te Amsterdam aan de beambten vrij bier werd 
verstrekt ^). 

Vergoeding voor verhuiskosten vond ik slechts éénmaal vermeld 
en wel ten behoeve van den commies te Gorinchem '). 

In 1756 ontstond er kwestie of de traktementen der postambte- 
naren ook onderworpen waren aan de korting van V4 in de eerste 
vier jaar volgens de resolutie van 31 Mei 1680. De beslissing hierop 
was bevestigend *). 

Een vergelijkende staat der traktementen en van het aantal 
beambten in 1773 en 1796 is hierachter als bijlage gevoegd. 

De borgtochten voor de ambtenaren werden geregeld bij resolutie 
van de commissarissen van 13 Juni 1753 "*). 



') O. a. tusschen 's-Gravenhage en Lisse. 

') Dit wordt althans onder de bureaukosten vermeld. C. 36 September 1755. 

Aan den commies te Alfen werd i24 April 17.54 50 gulden per jaar toegekend 
voor drank voor de postiljons. 

^) C. 28 Augustus 1768. 

*) Res. St V. Holland 7 October 17.5«;, Gr. PI. B. VIII bl. 981. 

*) Volgens de lyst der borgtochten (C. 13 Juni 1752) werden de rendementen 
geschat op : 

Dordrecht, groote postery 7.000 

„ Steden en Amsterdam 5.000 

f, Brabant, Frankryk en Engeland . 2.600 

14.600 

Haarlem laOOO 

Delft 10.000 

Leiden 24.000 

Amsterdam — Antwerpen 100.000 

Engeland 80.000 

Hamburg 100.000 

Keulen 62.000 

Texel 14.000 

Binnenland 24.000 

Breda 3.600 

888.600 



109 

Het toezicht op de kantoren was oorspronkelijk voor een 
groot deel aan de commissarissen elk in hun departement opgedra- 
gen, doch verslapte met de gewichtigheid, waarin dezen zelf zich 
hulden ^). Het bleef toen overgelaten aan den ontvanger en na 1773 
aan den commies-generaal. Zeer voldoende was het zeker niet. Wij 
zagen reeds, dat in 1782 de oude archieven op de meeste kantoren 
zeer slecht in orde waren. In 1785 wordt geklaagd over de lakschheid 
van den commies te Hel voet en bij de fraudes gepleegd door den 
commies H. Lieferinck te Amsterdam, die in 1780 /^ 44611,34 weg- 
maakte, bleken de rekeningen niet bij en die over 1779 den 
20 Augustus 1780 nog niet in orde. 

De hoofdcommiezen waren volgens hunne instructie*) gehou- 
den om de maandstaten van hun kantoor binnen 8 dagen aan den 
commissaris van hun departement in te zenden en evenzoo de 
kwartaalstaten, behalve die bij de kantoren, welke met het buitenland 
in rekening stonden, aan wie een termijn van 4 weken was toege- 
staan. De generale jaarrekening moest binnen 6 weken worden 
ingezonden en het batig slot moest binnen 14 dagen na het afsluiten 
van de rekening aan den ontvanger worden voldeian. 

Uitvoeriger wordt de tciak van den hoofd- of eersten commies 
omschreven in de instructie van 28 Juli 1754. Zij zullen de malen 



Gouda 3.400 

Rotterdam 64.000 

Gorinchem 3.000 

Schiedam 2.000 

Schoonhoven 1.000 

Brielle 1.000 

Noorderkwartier 4.000 

VGravenhage, Duitschland en Italië . . . 18.000 

Utrecht — Overgsel .... 3.600 

Engeland 20.000 

Brabant en Frankryk . . . 20.000 

Hamburg 15.000 

Zuid-Holland 15.000 

Amsterdam 12.000 

103.600 

Alfen 1.200 

') In 1764 wordt dan ook voorgesteld om den opvolger van den secretaris meer 
met het toezicht te belasten. C 30 April 1764. 
^ Instructie 27 December 1752. 



110 

/.elf opoiion 011 sluiten, de adviesbrieven nagaan en het port noteeren. 
Vrij port wordt niet verleend. Zij zullen steeds de brieven van 
nnnist(»rs (»n steden doen voorgaan, doch overigens allen gelijk be- 
handelen en mogen geen brieven voor derden onder hun adres ont- 
viuigen. Zij zorgen, dat de bestellers de ontvangen porten wekelijks 
afdragen en mogen aan particulieren hiervoor geen krediet ver- 
sohaffen. Zij zenden maandstaten, kwartaalstaten en jaarrekening 
in, doch mogen de verrekeningen met buitenlandsche kantoren 
niet afsluiten zonder goedkeuring van de commissarissen en evenmin 
belangrijke zaken zonder hen afhandelen. Zij zorgen dat de ingeko- 
men brieven worden geliasseerd en later bijeengehouden. Zij houden 
toezicht op de postiljons en teekenen hunne rijpassen en uurceduUen af. 

I>e hoofdcommiezen betalen de loonen en de aan hun kantoor 
verbonden ritten en dedommagementen. 

IV ondercommiezen en bedienden ') stonden onder bevel 
van den hoofdconunies. wiens orders zij te volgen hadden en tot 
wien zij zich om verlof hadden te wenden. Aan hem hadden zij alle 
gt^lden af te dragen en buiten hem mochten zij geen correspondentie 
voen^n, Aan hen was sptviaal opgeilragen het nazien der malen bij 
aankomst en veHrt^k en wat hun venier van hoogerhand werd opge- 
drag^MK Zij nuH^ten kunnen schrijven en rekenen^ beleefd zijn tegen 
het publiek en beluH»rt»n tot den hervonuden godsdienst 

Aan den luH^fdinnnmies hadden de bt*slell«^ verlof te vragen om 
twU bij gi>H»le dnikte of /iekie Ie ik»en bijstaan of verhangen. De 
Ncrvan^^vr werkte tvhter sttHnls vtH>r hun risici> *l 

Alle U^uubten wartMi M g^'heimhoiiding verjJichl en hadden een 
t^sl te d^H^n en i^^n U^rgiiH-ht te stellen. Zij waren onderworpen aan 
\K^ kwaHaaUliMiin^'n vol$^MUi rt^i^hitie van 31 Mei 1680. 

IV^ iHHii^Hrv en la^er^* kantinnivcunblei) konden bij wangedrag 
iKhu* \K* \\mMiussarisseu w\Mr\len imtsla^nu Dit gei^'hiedde o. a. i5 
S^^wiiber ITCv^ ten \*jKjuhte \an iW cvHumiexen vsn Hoivm en 

' vu.^>iv>:n>: k\v<v^\»unKK w i^è* orKi\ Hn»; der statexpost. 

IV' ci!^vn>vvoe jK^htuk vKH>r vk» v\HiuuL>ciiaris>en gevolgd bracht 
uHv v^fn vv lv»vK'n- v*n ^^v' hipper si»v>>teii iii >t;ind te houden voor 
vV witvïsiii»^ tvtï pI<ittrJ<iit\k. vkvh Cuvich^r'u de stedeti deze te be- 









perken tot de geprivilegeerde diensten , wier postvervoer zij gehouden 
waren te ontzien. Ëene erkenning van de acliip})erspost op de dor- 
pen vindt men o. a, in de oprichting van een entreposte te Alblas- 
serdam, waarbij de aluiswachter werd aangewezen om de dorpsbrieven 
aan de voorbijvarende schippers te overhandigen '), De post zelf 
bediende zich soms van de schippers voor de verzending, zoo liet 
deze de twieven van Den Haag op Leiden tweemaal per week per 
üchipper vervoeren en na 1776 de duitsehe brieven voor Schiedam, 
indien die na het vertrek der post in Rotterdam aankwamen '). De 




Trekschuit, IfiSo 

vergoeding voor de leldsche schippers werd 19 Dettmber 178(ï van 
öVi tot 11 8t. per keer verhoogd. Op Middelbui^ gmgen tot 1764 
alle brieven van Rotterdam per sc)iipper Onigtkeord bedienden ook 
de schippers zich van de post. Zoo zonden de zeeuwache sibippers, 
als zij te laat waren om tijdig te Rotterdam te zijn, de brieven van 
Dordrecht uit in een pakket. Dit werd in 17ö5 verboden, doch de 
zending van losse brieven bleef hun vrij. 

De niet geprivilegeerde schipper»posten werden bemoeilijkt. 



') a 30 Sfptembw 1763. ») Gr. PI. B. IX bk. TftH. f. April 1776. 



112 

17 October 1753 werd aan de postiljons verboden om andere brieven, 
dan die zij van de Statenpost ontvingen, te vervoeren, behalve die 
van de schippers van Leiden en Gouda op Amsterdam volgens de 
oude contracten. Hierbij kwamen 27 November ook de brieven der' 
rottei-damsche schippers, zoolang het kantoor voor hunne behandeling 
nog geene voldoende ruimte bood. 

De brieven van Amsterdam op Utrecht werden 1755 na halfacht 
per nachtpost gezonden; die der schippers op Leiden, Gouda en 
Amsterdam besloot men 1756 zooveel mogelijk buiten de post te 
houden ^). In 1758 werd dqor de goudsche schippers en in 1764 
door die van Utrecht op Amsterdam over onttrekking vcm brieven 
geklaagd *) en den 24 September 1755 werd besloten de J^rieven 
voor schippers, die eian het kantoor te Amsterdam kwamen, zooveel 
mogelijk door de post zelf te doen verzenden. 

Reeds in 1752 werd de mogelijkheid vcm uitkoop der schippers 
besproken en men beval daarom eian, geen brieven voor hen te ver- 
voeren en hen te dwingen hiervoor zelf te zorgen, waardoor de 
kosten voor hen hooger zouden worden en de te betalen uitkoopsom 
geringer ^). De haagsche schippers op Amsterdam werden uitgekocht 
in 1753*). 

Ook de boden en de plattelandsposterijen bleven behouden, voor 
zooverre die niet als onderdeel van opgeheven kantoren waren 
uitgekocht. 

Met de boden te Amsterdam op Leeuwarden, Groningen, Emden, 
Middelburg en Dordrecht werd 27 November 1756 een akkoord ont- 
worpen , volgens hetwelk de post evenals te voren het vervoer van den 
bodenzak op zich nam tegen eene jaarlijksche vergoeding, waartegen- 
over de post zich verbond om op de bodendagen geen brieven op 
die plaatsen te verzenden. Voor de oprichting van nieuwe boden- 
diensten zoude men verlof vereischen % De overdracht der posterijen 
had slechts betrekking op die der stemhebbende steden, zoodat het 
phitteland hierbuiten viel. De Staten werden echter bevoegd geacht, 
als opvolgers der oude postmeesters, om ook het plattelcmd te bedienen, 
al misten zij ook de macht om de oude hoden-ambten te verbieden. 
G<'Im'<»1 buiten hun invloed stonden die boden, die niet uit hol- 
landsche str'den vertrokken, maar uit het buitenland of uit andere 



>) C. n NcviMiih^T \i:ii\. ») C. 18 Januari 1758 en C 9 Maart 1764. 

•) C. U\ Fehniari HKi ') Resol. SUten van Holl. 9 Februari 1753. 

C. i4 Mei 1757. 



113 

provinciën naar hollandsche steden. Deze toch oefenen hun ambt 
niet uit krachtens machtiging van Holland, maar van de pleiatsen, 
van waar zij reisden. Zoo b. v. de boden van Leeuwarden en van 
Groningen op Amsterdam. Deze hadden recht op de brieven naar 
Amsterdam, evenals de hollandsche boden of de hen opvolgende 
postmeesters het recht hadden op de brieven van Amsterdam op 
die plaatsen. Hun aantal was echter reeds zeer beperkt in het mid- 
den der 18^® eeuw, daar de meeste boden-ambten toen reeds in poste- 
rijen waren omgezet. Uit het buitenland was nog slechts de bode 
uit Emden op Amsterdam overgebleven. Het recht van den bode 
uit Groningen op Amsterdam werd in 1755 uitgekocht ') voor eene 
jaarlijksche vergoeding van f 1600. — . 

Vcm de boden tusschen steden in de provincie Holland bleef 
alleen die van Amsterdam op Dordrecht behouden, terwijl die vcm 
Dordrecht op Amsterdam gelijk met de postmeesters werd uitgekocht. 
Er was ook nog een bodenpost van Haarlem op Amsterdam, die 
echter deel uitmaakte van het kantoor Haarlem en als zoodanig met 
dit kantoor aan de Statenpost overging. Deze bodendienst werd kort 
na den overgang omgezet in eene rijdende post *). 

Eene bijzonderheid, nog afkomstig uit den bodentijd, vond men 
bij het geldersch kantoor te Amsterdam. Aan het hieraan behoorende 
boden-ambt op Kleef was nog verbonden het vervoer van goederen. 
Daar dit nu minder geschikt door Holland kon worden uitgeoefend, 
werd het recht op het goederenvei-voer 9 Juli 1753 voor f 1000. — 
per jaar verpacht aan den ondernemer van den postwagen van 
Amsterdam op Ai*nhem, met speciaal beding, dat hieronder niet 
begrepen zoude zijn het door de Staten voor zich gereserveerde recht 
van brievenvervoer. Dit contract werd later door den ondernemer 
opgezegd, waarna het aan een ander gegadigde werd verpacht'). 

De kleinere posterijen en boden-ambten ten plattelcmde werden 
bestreden door het oprichten van entrepostes, gelijk wij boven aan- 
toonden. Andere uitbreidingen zijn de oprichting van entrepostes 
in Brabant, de uitkoop van den postmeester te Woudrichem in 
1755, die, als van eene niet-stemhebbende plaats, niet in de overdracht 
van 1747 was begrepen, en de overname van het kantoor te Woerden *). 
Ten slotte valt te wijzen op de later uitvoerig te behandelen 



>) C. 24 September 1755. -) Cf. C. 26 April 1754. (voorstel). 

') C. 16 Mei en 29 Augustus 1780. 

*) Hiertoe werd 23 October 1753 besloten, doch het duurde tot 1761, eer dat 
Q^et Utrecht hierover tot overeenstemming was gekomen. 



114 

opz^:ging van de Postsociëteit, waardoor VHerU^enbosch , Breda en 
Maastricht uit het medebeheer werden gestooten (1755 — 1762), het 
terugdringen van de Rijkspost tot de grenzen bij Achelen (1755 — 
1760) en de overname van het transitoir brieven vervoer van Utrecht 
U753 — 1761) en van het geldersch rit in 1775. 

Algemeen trachtte men bij den dienst der posterijen zooveel 
mogelijk rekening te houden met de gevoelens der groote kooplieden. 
Dit zeer wenschelijk beginsel vond zijn grond deels in het ontstaan 
uit de diensten der koopmansboden, deels uit den grooten invloed 
door de groote koopliedenfamilies in de republiek geoefend. 

Meermalen, o. a. in 164i bij de invoering van den dienst van 
de Rijkspost op Amsterdam, in 1663 te Rotterdam in het geschil 
tusschen van Berckel en van der Heyde, in 1668 te Amsterdam bij 
het contract met Engeland, in 1735 te Leiden en 1779 te Amsterdam 
wendden de kooplieden zich met hunne wenschen tot het postbestuur 
en bij belangrijke wijzigingen werd gewoonlijk hun gevoelen inge- 
roepen. Bij de schorsing van het ver^'oer door de Rijkspost in 
October 1760 werd eene conferentie gehouden met de amsterdamsche 
koi>plieden ^\ en werd over eene zending over Utrecht gedacht , daar 
-de Koopluyden quovis modo haer brieven moeten hebben" en vijf 
dagen later werden ix^k de n^tterdamsche kooplieden gepolst ^). 
Tegen de .Notice" van de Rijkspost werd een «Contra informatie" 
verspreid om op de kooplieden te werken, waarop kort daarna nog 
t-en -Note" in het fransch voUde % 

De ktM>plieden waren niet alleen en om hun invloed èn omdat 
zij de meeste brieven leverden, te ontzien, doch het was ook ge- 
wenscht om hen niet teuen zich te maken, daar hierdoor bevorderd 
wenl. dat zij eigen uitwegen zochten door schippers enz., of het port 
ontdoken diH^r de brieven in pakketten aan correspondenten te 
verzenden. 

Bekendmakiniren van lie jn^sterijen geschiedden dikwijls aan de 
U^urs ^1 en lot £6 Novenil>er 1754 werd het vertrek der posten te 
Amstervlani aan de l>eurs afgenepen. 

» i:. 11 .11 m iVloUr iT^x. 

•« l- t*^ »»n IS iVtolH»r tTt^V /ie venlfr de kUrht «Ier amsteriamsche kooplieiien 
:n lfv»T. In iT^hJ xoiuK'ii lie amsteniam<«*he kvx^pliedeo den he«r Georg<e uit om 
dr achtei^hleven ! nevenmalen op te i^vken. Later Maalden de rommissarisst^n 
de k<^ten. 

•■ U- A. te lX^r\Jivr-ht :il^ ïvpteuit^r IT^. Zie ook MiddeJlMiiy. 



115 



g. BEHAia)ELING DER BRIEVEN OP DE KANTOREN. 

De gegevens hierover zijn uit den aard der zaak schaarsch uit 
den tijd der particuliere postmeesters. De instructies voor de com- 
miezen der aan de stad getrokken posterijen in Middelburg, Rotter- 
dam, Leiden, Utrecht, 's-Hertogenbosch enz. en vooral de door de 
commissarissen der Statenpost uitgevaardigde circulaires en instruc- 
ties stellen ons echter in staat eenige algemeen gevolgde hoofd- 
beginselen aan te geven. 

1. Beambten. In het begin der boden-ambten reisden de boden zelf 
en werden op drukke of lange lijnen meerdere boden, respectievelijk 
schippers aangesteld. Het verder personeel beperkte zich tot bestellei's en 
ondergeschikte beambten. Toen de boden-ambten echter in postmeester- 
schappen overgingen en de hiereian verbonden baten deze ambten 
tot zeer gewilde vette postjes maakten voor de protégés der burge- 
meesters, die gewoonlijk het recht hadden hierover te beschikken, 
werden dikwijls kinderen hiermede begunstigd of personen, die er 
niet aan dachten het ambt zelf waar te nemen, maar wien alleen 
het hier uit te trekken voordeel aanlokte. Toen werd het nood- 
zakelijk commiezen aan te stellen, die tegen een matig salaris het 
werk verrichtten, wctarvoor de vroedschapsprotégés de grootste winst 
opstaken. Deze benoeming van technische beambten werd regel waar 
de stad de posterij aan zich trok ^), en na 1752 in Holland bij den 
overgang der posterijen aan de Staten. De meeste steden in Holland 
hadden toen reeds generale kantoren, hetzij dan beheerd door post- 
meesters of door commiezen, die gelijk te Rotterdam en te Leiden 
namens en ten behoeve van de stad het beheer voerden. Alleen te 
Amsterdam, Dordrecht, 's-Gravenhage en Brielle bestonden meerdere 
kantoren, die echter reeds spoedig na den overgang tot één kantoor 
werden vereenigd. 

Aan het hoofd van het kantoor stond bij de Statenpost een 
commies en bij de grootere kantoren een hoofdcommies met een of 
meer commiezen en een kantoorknecht onder zich. 

Het toezicht op de kantoren berustte bij den commissaris van 
het departement met den ontvanger en, na 1773, bij den commies- 
generaal. 

De toestand was bij den overgang niet overal gunstig. Rotterdam 



*) Zie hierover de behandeling der veVschillende kantoren bg Rotterdam , Leiden 
Utrecht, 's-Hertogenbosch en Middelburg. 



116 

<*ii li<*irl<^iï wanffï 7x*f?r goed geregeld, de overige groote steden vol- 
iUifiuli', ilovh hij de kleinere kantoren liet de ontwikkeling der 
liriiinliUai v(M*l te wensclien over. De commies te Alfen kon nauwe- 
lykn le/<*n en te üorinchem was de toestand weinig beter: „De 
onkunde der conuniHen op dit, en op het schoonhovensche comtoir, 
in *l vernenden der brieven, is soo groot, dat het niet ondienstig 
Nondr wrMen, dal zij hadden een gewone postkaart, want den onder- 
g(«N<*hrrvenen heeft kunnen merken, dat zij naauwelijks een denkbeeld 
h(*hhtq), wat cours de brieven dienen te neemen" ^). Ook te Schiedcun 
wan dn hMmtand verre van bevredigend. 

|)(' W(*rkz(mmheden op de kleine kantoren waren dan ook zeer 
iM'Uvouthg. Verschillende takken van dienst, die thans eene inge- 
wikkrldo administratie noodzakelijk maken, ontbraken geheel en de 
rillrn wan»n in handen van de groote kantoren, zoodat de overigen 
wmv dl» verzending weinig meer te doen hadden dan de indeeling 
der brieven in enkele pakjes voor de hoofdroutes, het invullen der 
advioHbrieven en het overhandigen der pakjes aan den doortrekkenden 
poHÜyon of hel zenden hiervan op de naast bijgelegen grootere stad. 
Wa?* iH»n brief iu tnni verkei»nl pakje gesloten, dan kwam dit er 
neUV* nog minder op aan. daar de conourreerende posterijen die ver- 
kiH^nl g^^xonden brieven, lun^wel langs een omweg en tegen hooger 
poH» wel hunne iH'stenuniug dtnlen U^reiken. De verdere loop der 
bne\eu was aan de kleine kantortMi met^stal onbekend, daar de post- 
uuH\HleiN, \lie uuvster wan^n van eene r\>ute. er belang bij hadden 
den U^ioNeuUn^p ^'heini Ie luHiiitM) om ongewenschte concurrentie 

IV aan>U^luv^ dor UvimMtHi U^riistte t^dens de Statenpost bij de 
xNMunuvs^rtsM^u dh^ tvhltsr nit^ lian met ^vdkeuring der Staten 
^\hHi\\v |sv4\^\ kxMhK^x s^^lu^^^'^i of ile IniktefDentefi verhoogen. I>e 
t^^v^^iU^^ 0^^ \V k;\utvvNriiHvhts wvfxk^i tkn^r den hoofdcommies in 
sivssvxi ^\Nvtv<*, <^\ -.v :v\>2:Ky*.s *xv>r de ;siaAnefiier> van hel rit. 
\ s^K^ >^vN:\isN^» K\ htv< vx^r>^>». h^^ci WW vir ;j^cjU)>leUiK |g^»iiaakl en werd de 
^ss\'iv<;vt,.x ^>^'^ .v<\ S.xsXxvcv;-:!:??^ \fr«>chl. ADiNfi Ie Leiden was 
N* ,v ,\v»'v^:^, '^^ ,i»5" S ' ^v» '.r-jc xa:: >?c bivM* en den onder- 
^v. \ w .^,xv .V <,W- c -v^rx ;>:(?,v r»;«;^vir IR l?S4 «Anleiding gaf 

\v ,X» ,V- <V>i,'^..ko ". 

X .»K'»»^> -v » V« - ':^ K*»/ ,j.%i*.*»t ï»| w fx^fcdiKèift ét ■WTt^ning: Tan 

•*** •*• i*-*»'^*'Vi«*lj«V Hl >i ^)>iVV >t|^^»l V/UVtf "«k^M^^tKI 



117 

I 

Een recht tot opvolgen in hooger rang bestond niet; alleen werd 
in 1783 bij de benoeming van een zoon van Ie Jeune tot hulp van 
zijnen vader hem tevens akte van survivance in zijns vaders plaats 
verleend ^). 

Het ontslag berustte bij hem, die benoemde, behoudens de bevoegd- 
heid der hoofdcommiezen om de postiljons bij wangedrag te ontslaan. 
Ontslag van technische beambten kwam voor, hoewel zelden. Zoo 
werden de commiezen te Hoorn en te Alkmaar in 1755 ontslagen, 
de commies van de entreposte te Utrecht in 1791 en een der Amster- 
damsche commiezen in 1780 *). Ook de commissarissen zelf moesten 
in 1795 plaats maken voor een meer revolutionair gezind college. 

2. Financieel beheer. De inkomsten der kantoren werden 
eerst door de boden en postmeesters zelf genoten en daar, waar de 
stad de posterij aan zich getrokken had, eian de stad verantwoord. 
Te Rotterdam moest o. a. de eerste commies, die het geldelijk beheer 
voerde, de maandsaldo*s en wat hij meer dan / 1000. — in kas had 
bij de stadswisselbank storten *). 

Bij de Statenpost werden de baten aan den ontvanger-generaal 
der posterijen overgemaakt. Hierbij werden enkele malen kortingen 
toegestaan voor verliezen buiten schuld. Zoo werd aan den post- 
meester te Bergen op Zoom 4 Meiart 1773 eene korting toegesteian 
van omtrent f 121. — , wegens op zijn kantoor gepleegde inbraak*), 
en aan den hoofdcommies te Gorinchem /*366, wegens hem in 1787 
ontstolen gelden % 

Van ernstige fraudes door ambtenaren vond ik slechts één voor- 
beeld. In 1780 ontvluchtte de commies H. Leeferinck te Amsterdam 
onder nalating van een tekort van 44,611 gulden 3 st. 4 p., hetwelk 
eerst later kon worden vastgesteld, daar ook de rekeningen niet in 
orde waren. Yen dit tekort werd tweemaal ƒ6000.— van borgtocht 
geïnd en later ƒ 13,000 (in 1781) en f1200 (in 1782) verkregen door 
verkoop van den inboedel, zoodat de provincie ongeveer / 17,800.— 
schade leed. De inning van het tekort werd opgedragen aan den 
eersten hoofdcommies. 

Na deze fraude werd besloten om de traktementen te verbeteren 



') C. 17 November 1783. 

^) Een voorbeeld van ontslag van boden vindt men in het te Rotterdam aan De 
Mey in 1684 gegeven ontslag. 
^) Instructie 1714. 

*) Namelijk op de door hem aan de hoUandsche postery te betalen verschotten. 
*) C 19 Januari 1789. 



118 

en het personeel uit te breiden. Aan den eersten hoofdcommies werd 
het toezicht opgedragen op de financiën en de verrekeningen met 
het buitenland. Hij zal van de hoofdcommiezen de maandstaten en 
jiuirrekeiiing ontvangen en hen zoo noodig bij afwezigheid vervangen. 
Hij krijgt de sleutels van de. brandkast en de behandeling van 
klachten en stelt een borgtocht van f 10,000. 

3. Inzameling. De inzameling der brieven geschiedde €ian de kan- 
toren en door de in de stad geplaatste bussen. Voor het plaatsen hiervan 
was eertijds verlof noodig van den magistrciat. Men vindt o. a, bussen 
venneld te Rotterdam aan de stads- wisselbank , bij de Groote Kerk, 
en aan de Leuvebrug (1753), te 's-Gravenhage aan de Veerkade, bij 
lie Groote Kerk en aan de Gevangenpoort (1753), te Utrecht buiten 
de Wittevrouwenpoort (1764), te Leiden aan het Raadhuis (1735), te 
Haarlem op de Groote markt en aan het amsterdamsche veer (sinds 
1751), te Alkmaar bij de kerk (sinds 1760), te Brielle aan het 
liuisje van den commissaris van het veer (sinds 1684) en op het 
platteland o. a. onder Alfen (1756), Hazerswoude, Koudekerk enz. 

Te Alkmaar wordt vermeld, dat de bussen tweemaal per dag 
geUHligil wenien. Te Rotterdam was eene vrouw speciaal hiermede 
belast voi>r de bus aan de Leuvebrug, waarvoor zij eene kleine ver- 
gtHHling ontving. Te Amsterdam worden de eerste schippersbussen 
venneld in 1616 en in 1755 waren er zooveel, dat de stad er als 
H^oTmmdot^rt" mtnle was, Den IS***" Februari 1755 besloten de com- 
uussnrisstMi om iH>k bussen te plaatsen aan huizen van particulieren 
en aan de eigi^mars der huizen voor het verlof tot plaatsing eenige 
ve^J^^H^Ml^ te i^^ven. IV bussen waren dus niet onbekend, doch over 
het algt^mvu was het aantal gering, zoodat men er toe kwam de 
brieven aan herU^rijiers ter bezorging Ie geven, hetgeen het smok- 
kelen nu^t brieven in de hand werkte, & werd daarom in 1794 
becJott^^ om het aantal bussen in de steden uit te breiden en het 
uuamelen van brieven aan oubeviv^deo te verbieden. 

4x Krank oer in»:. IV Iwven werden over het algemeen onge- 
tVnuket'^rxl \tT«xMulen. dvvh de afietnier kon dene desgewenscht ook 
fmiK\> UK^ken. Hel vH)t\ai\^) frankeer^d werd dan in den regel 
mot vlo l^rtoxon 4:v4vHulon v^l fvr k>wartaal verrekend. 

IV jv^rton wjuxHi \s^rsj>rvMikoiyk v^h.^ den rervoerder, dus voor 
vlou Kvlo. dh* \le iMTtoxon ter verKiidin^ had ontvangen, doch later 
>^o<\i xiu 4^*\^l^i'^i o« bitvt hel pocto — ak njjel — aan den ont- 
\Ai>5^>r» dus ;uAu hol kaïttvVY. o^t iv bneven bessteUe. Vandaar dat 
M \\sM^iillv^;*>VA! jw»^^.^ .%A.* vht kaï^^x>^ nK>ast worden Terantwoord. 



119 

Een gedeelte der brieven moest steeds bij verzending gefrankeerd 
worden. Dit waren de brieven, die over meerdere posterijen liepen 
en waarvan dus niet de kantoren van verzending en ontvangst 
alleen over de porten te beschikken hadden. Deze gedwongen fran- 
keering was regel voor de plaatsen verder dan Keulen en Antwerpen. 
Het kantoor van afzending moest de brieven dan franco maken 
tot eene bij contract bepaalde plaats en had omgekeerd van de aan- 
komende brieven de porten van boven die plaats, de zoogenaamde 
bo venporten, aan het kantoor, waardoor het de brieven ontving, te 
vergoeden. De te betalen gedwongen frankeeringen of verschotten 
werden door den afzender betaald. 

Ook bij verzending naar kantoren in de republiek werd soms 
gedwongen frankeering geëischt. Zoo moesten de brieven uit de Noorder 
provincies franco Utrecht gemaakt worden, die op Noord-Holland 
franco Amsterdam '), die voor Zeeland, Flakkee en voor de Maas- 
steden franco Rotterdam en die uit Holland over de stadspost te 
Utrecht op Vianen, IJselstein, Buren en Geldermalsen franco Utrecht. 
Dit laatste verviel toen Holland buiten Utrecht eene eigen entreposte 
oprichtte *). De gedwongen frankeering met 2 st. voor de brieven 
van Den Haag naar Brielle werd 15 September 1754 afgeschaft. 

Voor de brieven voor schepen op de reede te Texel en te Hel- 
voetsluis werd frankeering geëischt, daar een groot gedeelte der 
brieven onbestelbaar was, omdat de schepen bij aankomst der brieven 
reeds waren uitgezeild of de matrozen geen geld hadden om het 
port te betalen '). 

De gedwongen frankeering werd ook eene enkele maal gebezigd 
als strijdmiddel tegen vreemde kantoren. Door dit te eischen en de 
frankeeringen niet bij te zenden, kon men pressie oefenen. Dit 
geschiedde tegen Utrecht in 1760. De gedwongen frankeeringen 
berustten echter in hoofdzaak op de contracten met vreemde poste- 
rijen en waren dus in onderscheiden plaatsen en tijden even ver- 
schillend als de contracten zelf. 

5. Aan teekenen. Het aanteekenenofrecommandeeren van brieven 
was reeds vroeg bekend. De verzender ki*eeg een recepis als bewijs 
van ontvcmgst, doch moest bij de Statenpost van zijn kant een ren- 
versaal teekenen, dat hij bij verlies der brieven geen verhaal zoude 
zoeken bij de post. Het €ianteekenen gaf dus slechts eenige meerdere 



') C. 12 Maart 1760. «) C. 11 November 1762. 

') Voor Helvoetsluis C. 81 Augustus 1756, voor Texel 8 December 1759. 



120 

zekerheid, doch de Statenpost aanvaardde geen risico voor de verzending. 

In de andere instructies vindt men meestal drieërlei tarieven voor 
aanteekenen: 1". gewoon eianteekenen zonder meer, 2®. aan teekenen 
met re^u aan den afzender en 3°. het eian den afzender verstrekken 
van eene copie coUationée van den verzonden brief. Dit laatste 
betrof minder geldzendingen, dan het verschaffen van een bewijs 
aan den afzender, dat een brief van bepaalden inhoud door hem 
aan een bepaald adres was verzonden. Van deze copie collationnée, 
die trouwens vrij duur was, vindt men in de instructies na 1752 
geen gewag meer gem€iakt '). 

6. Aansprakelijkheid voor het vervoer. De aansprake- 
lijkheid der vervoerders was in den bodentijd algemeen erkend *). 
De niet onbelangrijke borgtochten, die van de boden gevorderd 
werden, strekten in hoofdzaak om aan de kooplieden bij vermissing 
van waarden verhaal te geven op de verzenders. 

Door de boden vcm Amsterdam op Antwerpen, die, gelijk alge- 
meene regel was, waar in een bodenloop meerdere boden waren 
aangesteld, de baten van het amht gezcunenlijk deelden, werd er in 
1657 op aangedrongen om de schade vei^oeding voor verlies buiten 
de onderlinge verdeeling van baten en lasten te houden. y^Inuners 
dat zij begrijpen en connen, ende zij verstaen, als met de reden 
ende billickheji meest overeencommende, dat deselve vermissinge 
ofte verlies moet werden gerembourseert ende betaelt bij diegeene, 
in wiens beurte soinlanige vermissinge ofte verlies comt te gebeuren, 
om vele insichten, ende specialicken dat veder van hen desselfs 
beurte ende bedieninge met te meerder opmerkinge ende sorgvul- 
dighe\i heeft waer te nemen**. 

Dit wen! hiui doi>r burgemeesters en regeerders toegestaan : „ende 
Inlasten vonler. een veder van haer in zijne beurte ofte reyse op 
*t comptoir goeile toesight te dragen, opdat niet yels verloren ende 
vennist en wenle. op pene dat allen 't geene in veders beurte door 
desselfs nalatighevdt zal comen vermbt ende verloren te worden, 
diH^r denselven in zijn privé aan d'eygenaer zal worden gerestitueert 
ofte vergi>eiU*\ Zij verblinden hieraan echter de bepaling, dat niet- 
tt>*^Mlstaande deze beperking, de eigenaars hun recht zouden behou- 
den .op ende tegens alle de boden tesamen** \ 

H Wel ix «. Amh^m ITöl il:ï st» «i VH<^o>$^nb<KS<4i 17X) (12 sLÏ, 
*^ In l^^ w^ni tt» Nijraij^n IVrrb'k de fK\5t tot <ach>devwy>ediny veroordeeld 
mit» de ei*<"her Keiwxx>r. d^t de txrief liit be^im^ bevmt had. 
'^ i;? S<»|>tember l<vv. Gr Memor. IV t UT rs. 



121 

Dit begrip van aansprakelijkheid werd echter niet gedeeld, waar 
de posterij door den Staat als regaal werd gedreven. 

In het groot rapport van Ie Jeune wordt de post niet aanspra- 
kelijk geacht voor verlies, „alsoo er nooit een geval kan komen, 
dat het Gemeene land tol eenige restitutie van vermist soude kun- 
nen (gehouden) zijn". Bij de regeling van 5 Juni 1753 werd echter 
een renversaal gevorderd om alle aanspraken tegen de post te voor- 
komen. Met dit renversaal erkende men implicité, dat zonder eenen 
dergelijken afstand van verhaal door den afzender de post tot schade- 
vergoeding bij verlies gehouden was. Toen dan ook in 1775 een 
geldbrief vermist werd uit Haarlem, waarvoor geen renversaal ge- 
vraagd was, werd de commies verplicht om uit eigen middelen de schade 
te vergoeden '). De commissarissen weken in de praktijk echter meer- 
malen af van het beginsel. In 1768 werd het verlies vergoed van 
een geldbrief, die door een besteller ontvreemd was, „ten eynde de 
zaeken zooveel mogelijk verborgen te houden tot soutien en beweia- 
ring van hel credit van 'slands postweezen" *), en later werd enkele 
malen schadevergoeding toegekend % 

Volgens de instructie van 1753 moesten de gerecommandeerde 
brieven door den afzender verzegeld en een uur voor het vertrek 
der post op het kantoor eiangeboden worden. De brieven werden op 
het postboek aangeteekend en aan den afzender werd een re^u ge- 
geven, waartegenover door hem het reeds besproken renversaal werd 
geteekend. De gerecommandeerde brieven werden afzonderlijk op den 
adviesbrief vermeld en het kantoor van bestemming had bericht van 
ontvangst te zenden. Er werd dubbel porto voor geëischt. Bij aan- 
komst werd aan den geadresseerde bericht gezonden, die hierop de 
brieven tegen re^u kon ontvcmgen. De niet afgehaalde brieven wer- 
den na drie maanden eian de commissarissen gemeld. De los in de 
bussen gestoken brieven met geld werden niet verzonden en aan 
den afzender teruggegeven, nadat hij zich gelegitimeerd had door 
vertoon van het cachet of door het geven van inlichtingen, die de 
commies mocht controleeren door den brief te openen % Dit verbod 
van verzending werd 19 Juni 1754 herhaald, doch niet overal toe- 



») C 3 November 1755 (te Haarlem). ») C. 23 Augustus 1768. 

') ïn 1772 werd een geldbrief van Maastricht op Schoonhoven vermist, in 178G 
werd f 28.— vergoed voor een verloren brief van Den Haag en Oudenbosch en 
1 Gld. 16 st. voor hierover gevoerde correspondentie, in 1789 fiO,—- voor een brief. 

*) Instructie 5 Juni 1753. In: Portef. Instructies en Reglementen Hoofdbureau. 



122 

gepast. Reeds in de instructie van 1753 was trouwens eene uitzon- 
dering gemeiakt voor de kcmtoren te Amsterdam, Rotterdam en 
's-Gravenhage, waar de oude regeling behouden bleef en alleen 
bovendien het renversaal werd geëischt. In 1790 was er nog geen 
eenheid in de behandeling der niet eiangeteekende geldbrieven; te 
Amsterdam werden deze als gerecommandeerde brieven behandeld 
en met verschot verzonden ^), te Rotterdam en Dordrecht werden zij 
niet verzonden en op het bord geplaatst en in de overige steden 
werden zij behandeld volgens de voorschriften van 1753 *). 

Den 5 October 1792 werden de voorschriften verscherpt. Er wer- 
den afzonderlijke registers voorgeschreven voor de gerecommcmdeerde 
brieven en naast het re^u van het kantoor van bestemming een 
recepis geëischt van het eerstvolgend kantoor, wafiw de brieven tran- 
sitoir behandeld werden. 

Het door den afzender te teekenen renversaal luidde, althans bij 
het antwerpsch kantoor te Amsterdam: „ende dat ik tot mynen laste 
en risico neme alle schade en ongeval, 'twelk — voornoemde — 
soude mogen overcomen, nadat het van het voorschreven Post- 
Comptoir sal wesen afgesonden, sonder dat de Post-meesters alhier, 
deswege eenige verantwoordinge sullen gehouden wesen" ^). 

Het doorzenden van pakketten met geldswaarde via Augsburg 
werd 14 September 1762 door de Rijkspost geweigerd, daar de geld- 
brieven de roovers uitlokten om de postiljons aan te houden *). 
Over Antwerpen bleef de verzending echter toegestaan en aangezien 
ook de pakketten uit Italië naar Amsterdam ongemoeid werden ge- 
laten, geloofde men dat het berooven van een postiljon slechts als 
motief werd gebezigd om de waardepakketten te dwingen den voor 
de Rijkspost voordeeHger omweg over Antwerpen te nemen. 

Den 14 December 1768 werd het verbod voor de correspondentie 
over Maaseik vernieuwd, doch reeds den volgenden dag werd dit 
weder opgeheven , mits de afzender zelf de risico aanvaardde % 

Het aanteekengeld (dubbel port) werd op eenige kantoren, o. a, te 
Arnhem in 1751 en te 's-Gravenhage in 1756, als douceur aan den 
commies gelaten. 

7. Verzending. Voor het vertrek van de postiljons moesten de 

») Cf. C. 4 Maart 1776. -) C. -27 November 1790. ») R. A. P. n*. 272. 

*) Cf. art. 19 van het postreglement van Karel VI. 

^) In 17r>5 was er een geschil over een pakket met 2 braceletten met fijne 
paarlen voor den boy van Algiers, die in Spanje als contrabande aangehouden 
waren. 



123 

brieven worden gesorteerd. Hiervoor werden reeds in 1752 bij het 
antwerpsch kcufitoor te Amsterdam sorteerloketten gebezigd. De brie- 
ven werden daarna geteld en het aantal, de franco*s en de gerecomman- 
deerde brieven op de adviesbrieven vermeld , waarna de pakketten 
en malen werden gesloten. Van deze adviesbrieven zijn verschillende 
formulieren bewa€u*d; zij bevatten alleen den dag van afzending en 
het aantal brieven voor elk der steden. Voor Zeeland werden de franco 
brieven en de verschotten hierbij afzonderlijk vermeld ^). 

Voor de verrekening met de vreemde kantoren werd 11 Septem- 
ber 1767 bevolen om de adviesbrieven 5 jaar lang te bewaren. 

De malen werden gesloten met het cachet »^an het kantoor. Den 
8 Juni 1752 werd aan den stempelsnijder Van Swinderen opgedragen 
een poststempel te maken. Dit werd gevormd door het wapen van 
Holland met links P en rechts H, waaromheen de naam van het 
kantoor. De commissarissen hadden een stempel zonder randschrift, 
doch met een posthoorn onder het wapen. 

Voor de verzegeling werd rood lak gebezigd, na het overlijden 
van Hare Koninklijke Hoogheid werd echter het gebruiken van zwart 
lak als teeken vcm rouw voorgeschreven *). 

De pakjes voor de verschillende steden, die gezamenlijk in een 
m€ial gesloten werden, gingen in Hnnen zakjes, met het adres van 
bestenmiing en aan de binnenzijde het adres van het kantoor van 
afzending. Men had bij de retourzendingen dus slechts de zakken 
om te draaien. Dit werd echter wel eens vergeten, waardoor dan de 
brieven verkeerd liepen en weder op het kantoor van afzending aan- 
belandden *). 

De entrepostes zonden op Alfen onder kruistouw en voor de 
tusschenplaatsen was voorgeschreven de plaats van herkomst op 
de brieven te vermelden. 

Na het verloren ga€m van een zak met brieven van Dordrecht 
werd voorgeschreven om steeds den zak mede te geven , ook al waren 
er geen brieven» ten einde hierdoor de controle gemakkelijker te maken. 



') R. A. P. n^ 271. fol. 21, 22, 23, 25, 26, 99. De eenvoudigste adviezen waren 
wel die te Dordrecht in 1751 in gebruik. Deze luidden b. v. voor Antwerpen : 

Op Antwerpen Dordrecht den . . . 17 . . 

Mgn Heeren E. Descartes en F. de Lopez, 
Hier nevens de volgende brieven: 

UEDw. Dienaar. 
D. V. Slingelandt. 
») C 22 Februari 1759. ») C. 5 Dec. 1759. 



124 

Voor de entrepostes werden 5 April 1758 verwisselboeken voor- 
geschreven. 

Het burneeren of stempelen der brieven door het kantoor van 
afzending was reeds in enkele steden vóór 1752 in gebruik. Het 
werd toen algemeen voorgeschreven, doch hiervan werd reeds spoedig 
vrijstelling verleend voor Amsterdam ^). Ook in de andere steden kwam 
het in onbruik. Het werd opnieuw voorgeschreven in 1776 *). 

De bedoeling van dit stempelen was niet, gelijk thans, om bij 
reclames over vertraging te kunnen nagaan wanneer de brieven ver- 
zonden waren, of om de onbestelbare brieven naar het kantoor van 
afzending terug te zenden, maar om bij eiankomst het port te kunnen 
berekenen, daar dit verschilde nctar den afstand. Het werd daarom 
bedongen tegenover de buitenlandsche posterijen, ten einde te kunnen 
nagaan of de berekende bovenporten in overeenstemming waren met 
de contracten. Er werd hierbij echter genoegen genomen met de ver- 
melding van het kantoor, van waar het port als bovenport te ver- 
goeden viel. Ook dit werd door de Rijkspost wel beloofd, doch zeer 
ongeregeld toegepast, hetgeen aanleiding gaf tot veel klachten, daar 
de Rijkspost meermalen bij de berekening der bovenporten te veel 
in haar voordeel rekende. 

Het afstempelen door het kantoor van bestemming of met letter 
en cijfer van de bestelling was vóór 1800 ten onzent onbekend. 

8. Portberekening. De door de koeriers aangebrachte brieven- 
malen werden door een hoofd- of eersten commies geopend, waarna 
de brieven werden geteld en met den adviesbrief vergeleken. Het 
voornaamste werk was nu de porten te berekenen. 

De vaststelling der bedragen berustte in den bodentijd bij de 
stadsbesturen. (ïeene verhooging van porten was geoorloofd zonder 
hunne goedkeuring. Later werden de porten voor brieven uit het 
buitenland in hoofdzaak bepaald door de contracten met de vreemde 
posterijen. Als regel gold, dat de porten van het kantoor af, waar- 
mede men in eerste verbinding stond, door het kantoor van bestem- 
nn'ng genoten werden, terwijl dit omgekeerd afstand deed van de 
porten der van daar verzonden brieven % De porten voor afstanden 
verder dan het kantoor van correspondentie werden, voor zooverre 
zij door den geadresseerde werden betaald, aan het kantoor van 
correspondentie als bovenport vergoed. Waar de brieven over 



') C. 6 October 175:>. -) C. 15 November 1776. 

') Zie over de ontwikkeling der verrekeningen blz. 79 en 80. 



125 

groote afstanden liepen, werd dikwijls, gelijk wij reeds aantoonden, 
een gedeelte van het port van den afeender gevorderd als gedwongen 
frankeering. Dit geschiedde ook in het buitenland, zoodat gewoonlijk 
slechts een gedeelte van het bodenport ten laste kwam van den 
geadresseerde en een deel in het buitenland door den afzender werd 
betaald. De regeling hiervan berustte op de postcontracten en ver- 
toonde evenveel variaties als deze contracten zelf. 

Deze bovenporten werden per kwartaal aan de buitenlandsche 
posterijen vergoed. Gewoonlijk hadden de hollandsche postmeesters 
belangrijke bedragen bij te passen, daar Holland, behalve voor de 
correspondentie tusschen Engeland en Noord-Duitschland , een eind- 
punt vormde en geen boven- of transito-porten aan het buitenland 
te berekenen had. Deze stand van zaken werd door de commis- 
sarissen meermalen gebezigd om pressie te oefenen op het buitenland , 
door hangende de geschillen afrekening te weigeren van de zelf reeds 
van de geadresseerden ontvangen bovenporten. Ook de zuid-hollandsche 
steden waren hierin reeds voorgegaan, door in de laatste jaren der 
17^* eeuw afrekening met Frankrijk te weigeren en in de eerste 
jaren der 18^® eeuw aan het kantoor te Amsterdam voor de engelsche 
brieven, die aan het antwerpsch kantoor aldaar te vergoeden w6U"en. 
Omgekeerd bezigde Engeland dit middel tegen Holland om zich 
schadeloos te stellen voor de schade ondervonden door het opbrengen 
van de pakketboot „De Dolphijn" in 1782. 

De binnen- en buitenlandsche porto's werden in de steden vol- 
gens zeer verschillende portlijsten berekend. Zelfs gold somtijds over 
hetzelfde traject in beide richtingen verschillend port. Brieven uit 
Amsterdam b. v. betaalden te Brielle 5 st. , doch omgekeerd die van 
Brielle te Amsterdam slechts 3 st. ^). Ook in den bodentijd vindt 
men voorbeelden van dergelijk verschil. 

Het gunstigst was de portberekening in de groote steden, die in 
direct verkeer stonden met de vreemde postmeesters ^). De kleinere 
steden, die slechts indirect hare brieven ontvingen, moesten aan de 
postmeesters, wier medewerking werd ingeroepen, gewoonlijk het 
volle port betalen, wacuroor de brieven aldaar berekend werden en 
berekenden aan de geadresseerden daarenboven een surplus voor het 



*) C 12 Mei 1760. Den 2 Augustus 1762 werd op aanhoudende klachten van 
Brielle het port van 5 op 4 st. gebracht, dus toch nog 1 st. boven het te Amsterdam 
betaald porto. 

*) In 1735 waren het gunstigst de porten te Amsterdam en daarna te Leiden. 
Zie Rapport op het adres der kooplieden te Leiden, 1735. 



126 

vervoer neiar hunne stad en de bestelling aldaar ^). Ook op het platte- 
land werd geregeld 1 a 2 st. boven het stadsport berekend, tenzij 
de dorpen zelf de brieven in de hoofdplaats deden afhalen. 

Voor brieven boven een bepaald gewicht werd een verhoogd of 
een dubbel port geheven. De oudste bepalingen laten hierbij gewoon- 
lijk veel vrijheid; zoo wordt dubbel port voorgeschreven voor brieven 
meer dan een vinger dik of nog vager, gelijk in 1568 te Amsterdam, 
voor brieven „excessijf dicker'*. 

9. Portbegunstiging. Voor enkele brieven werd een bijzonder 
tarief toegestaan. Zoo was er in Bergen op Zoom een verlaagd port 
voor de soldaten, en op het texelsch kantoor voor de matrozen 
en kleine luiden. Ook de hofbrieven betaalden te *s-Gravenhage 
geringer port. 

De portvrijdommen, wier aantal niet gering was in den tijd der 
postmeesters ^), werden in Holland 2 Augustus 1752 afgeschaft, 
behalve voor buiten de provincie, voor zooverre deze berustten op 
bestaande verdragen. Zelfs de ontvanger en secretaris van com- 
miss6U"issen genoten geen vrijdom van port. Toen echter de pruisische 
troepen in Assen de porten weigerden te betalen, werd stilzwijgend 
hierin berust'*) en 5 Augustus 1794 werd algemeen verlaagd port 
voor militairen ingevoerd. In 1795 werd gebroken met de uitsluiting 
van vrijdommen, 7 en 16 Februari werd vrijdom toegestaan voor 
den ihef des assignats, den hoofd- en onderverificateur der assigna- 
ten en de frmische messageries, 12 Februari werden hieraan toege- 
voegd eenige vrijdommen volgens een firansch arrest en 25 Februari 
die voor de repraesentanten van de fransche natie en de generaals 
en commandanten *). 

Een speciale regehnggold voor de portvergoeding voor couranten. 
In het begin, toen de couranten nog meer tot een kleinen kring 
beperkt bleven, waren deze gemeenUjk gratis of tegen geringe ver- 

*) Schiedam b. v. betaalde voor de duiische brieven 2 st. boven het rotter. 
dams(!he port (C. 6 November 177.^). 

*) O. a. te Zwolle, Groningen, Dordrecht, Leiden (vóór 1735), Nijmegen (v<k»r 
\TSi) enz. Dordrecht betaalde hiervoor eene kleine vergoeding, die in 17!29 wenl 
afgeschafl. Te Zwolle werd in 1791 geklaagd over geknoei met vrgdommen. Te 
(xroningen waren in 1()81 vry: brieven van en aan de burgemeesters, oud-raad 
en nieuw en diens ministers en de brieven der twee provinciale klerken naar 
*s-Gravenhage, 

^) C. 8 Januari 1788. 

"•) 9 November 1797 werd de portvrydom uitgestrekt tot alle stokken voorzien 
van het zegel van Holland, van de schouten en stadsbesturen ID die firoviiieie. 



127 

goeding vervoerd en werden hiervoor een of meer gratis exempleiren 
door den uitgever verstrekt. Deze en de portverzendingen behoorden 
tot de emolumenten der commiezen. Later nam het eiantal steeds toe. 
Zoo werden in Leiden in Augustus 1772 reeds ontvangen 17 ft 10^/4 ons 
Delftsche couranten, 13 ft 14 V4 ons Haagsche, 6 ft 8 ons Rotter- 
damsche en 4 ft 4^/4 ons Utrechtsche couranten ^). 

Reeds 1 Augustus 1752 werd aan Ie Jeune opgedragen om na 
te gaan welke voordeelen de commiezen genoten van de couranten, 
stalen en monsters, en om deze voordeelen tegen vergoeding aan de 
commiezen aan de post te trekken. In dien tijd beliep het voordeel te 
Dordrecht voor het kantoor wekelijks 18 st. voor 3 pakketten daags 
uit 's-Gravenhage en 9 st. voor drie pakketten uit Delft *). De 
besteUers trokken iedere week van de couranten uit Haarlem 12 st., 
van die uit Leiden 12 st. en van die uit Rotterdam 6 st. '). 

Het oudste vermelde contract, dat tusschen de posterij en den 
uitgever werd gesloten, is dat tusschen A. de Groot, courantier te 
's Gravenhage, en de postmeesters aldaar en te Amsterdam van 23 
Maart 1744 *). De vergoeding werd hierbij gesteld op If*^ st. per 
boek en het maximum aantal «op 2 riem of 40 boek van 25 vel. 
Onder dezen prijs was begrepen het gratis terugzenden van de ledige 
zakken. Den 25 September 1756 werd een contract gesloten met een 
courantier, waar bij de portvergoeding bij jaaraboiuiement voor al 
zijne couranten werd gesteld op /*275.— . Gewoonlijk werd echter 
per pak betaald. De Fransche Amsterdamsche Courant betaalde sinds 
1778 7 st. en de Utrechtsche Fransche Courant 6 st. per pak '). 
Voor de paiïjsche couranten werd 5 Maart 1773 het port verlaagd 
tot 3 st. per ons. 

De porten werden door de uitgevers niet in eens doch over be- 
paalde termijnen betaald, waardoor de posterij in 1785 een verlies 
leed van ƒ 54. — , daar de fransche courantier te Utrecht er van door- 
ging zonder zijne postschuld voldaan te hebben % Men besloot toen 
over de verzending der Nieuwe Utrechtsche Fransche Courant alleen 
te contracteeren op voorwaarde, dat per pak terstond werd betaald. 

De zendingen van de Fransche Leidsche Courant van Luzac waren 
zoo toegenomen , dat geklaagd werd over de zware pakketten ^). Dt» 



') Register van ingekomen stukken , Leiden , 1752—1789. Hoofdbureau 1 ö* = 16 ons. 
*) In 1764 werd door den vrede voor de postsociëteit 143 gulden minder van de 
couranten ontvangen. Een jaar vroeger beliep dit 627 gulden en 10 st. 
') C. 31 JuJi 1750. *) R. A. P. n^. 272. ') C. 7 September 1778. 

') C 80 November 178S. ^) C. 3 Maart 1779. 



128 

door den uitgever van deze courant betaalde vergoedingen bedroegen 
over 1772—1786 ongeveer /* 400.— per jaar, in 1787 ƒ 1075 en in 
1788 ƒ1464.— , hetgeen berekend tegen 2 st. per 8, een aantal 
aanwijst van 14640 8 '). 

Ook tijdschriften genoten lagere port. Den 3 Juni 1767 werd ver- 
zending tegen courantentarief toegestaan aan den uitgever van „Ie 
Penseur'* te Brussel, mits hij geen brieven zoude insluiten en hij de 
omslagen voor de controle aan twee zijden openUet. 

Franco zendingen van pakketten couranten aan postmeesters en 
commiezen worden nog in 1761 vermeld. Zelfs kwamen die toen 
voor aan particulieren. Dit laatste werd verboden *) en ook de andere 
zendingen werden zooveel mogelijk bij contract geregeld *). 

Ook voor de loterijlijsten golden speciale tarieven en de brieven 
met stalen werden ter discretie van de hoofdcommiezen met lager 
port bezwaard *). 



') 14640 &'. De couranten wegen 8.09 gram, stel met verpakking 10 gram, dan 
staat dit gelyk met 7^)2000 couranten of 7390 abonnés per post. By 9 gram: 7911. 
Het aantal is feitelyk iets minder, daar het eerste ^ duurder telt en er ook naar 
verder gelegen plaatsen met hooger port bij kunnen geweest zyn. Ook is deze 
berekening volgens het tarief van 1795. Het blyft echter een voor dien t^d zeer 
groot aantal. 

') C. 9 Juni 1760. 

') Contracten werden o. n. gesloten met de uitgevers van de Amsterdamsche 
(Courant (28 exemplaren te *s-(fravenhage in 1778), de Haagsche Courant, de Rot- 
terdarasche Courant (deze betaalde in 1773 f 100. — per jaar en zond o. a. 4 exem- 
plaren naar Gorinchem), de Historische Courant te Delft, de Haarlemsche 
Courant, de Leidsche (Courant, de L'trechtsche Courant, de fransche Leidsche , Am- 
stfnlamsrhe vn l.'trechtsche Couranten. In 177*.> worden als nieuwe couranten 
genoeintl: De Noord-Hollandsche Ct.. Diemermeersche Ct. , Nederlandsche Ct. , 
Vaderlandsciie Ct., Zuitl-Hollandsche Ct. De Geldersche Historische Courant wordt 
.sinds 1780 verniebl (Brievenboek Rotterdam). In 1781 werden te Amsterdam ge- 
regeld couranten ontvangen uit Frankrijk . Duitschland en Engeland. Het cou- 
rantenporl werd 11 Mei 179r» bepaald op: het \ pond = 1 brief; 1 «.* =2 brieven 
en elk M'* meer -- 1 briefport meer. De verzender zal het gewicht aangeven. De 
post mag de pakken nazien om insluiting van brieven te voorkomen. De buiten- 
kantoren mogen elk 6 a 8 losse couranten portvrij ontvangen. 

's-Cravenhage gold als een der gewichtigste bronnen voor nieuwsty dingen; met 
Frankfort en Weenen beboonle dit tot «Ie «loei generalis, daraus die dialectica 
novellistica die meisten Sacben formiret". Zie.Stephan, (ieschichte der Preuszi- 
schen post bl. 138 noot. 

*) Loterylijsten worden tweemaal vermebl in bet contract tusschen Utrecht en 
het antwerpsch kantoor te Amsterdam in 17»W. Den 11) Juli 1796 werd een speciaal 
tarief vcM^r monsters vastgesteld, verschillend naar het artikel en wel: thee tot 4 
loo<l — :2 briefporten en verder elke 4 lood = 1 port; kofQe tot 8 lood = 2 por- 



129 

In de wintermaanden werd voor enkele trajekten hooger port 
berekend ^). 

10. Verrekening. Daar oorspronkelijk de postmeesters ieder 
afzonderlijk contracten sloten met het buitenland, weiren de voorwaar- 
den zeer verschillend, hetgeen na den overgang in Holland veel 
(»nislag en bezwaar gaf. Alleen met Engeland en Hamburg was het 
vtTvoer in één hand vereenigd en had men slechts de verschillen 
in de afrekening der steden met het kantoor te Amsterdam. 

Reeds in de rapporten van Ie Jeune werd aangedrongen op het 
vervangen der verschillende contracten door generale contracten met 
de Statenpost, doch de hiertoe strekkende pogingen hadden voor- 
loopig weinig succes, daar beide partijen bij het generaal contract 
dit» overeenkomst ten grondslag wilden leggen, welke voor haar het 
voordeeligst was. Toch werden eindelijk met de Rijkspost, met Ant- 
werpen, Pruisen en Hannover generale contracten afgesloten, doch 
niet Frankrijk werd hierop vergeefs aangedrongen. 

Naast de verrekening met gesloten beurs, al of niet onder vergoe- 
ding van brievenporten , bestond die, waarbij het meerder aantal ont- 
vangen dan verzonden brieven volgens tarief werd vergoed aan het 
kantoor, dat de meeste brieven verzond. Het waren vooral de han- 
delscentra Amsterdam en Rotterdam, die door de groote zendingen 
van stalen en prijscouranten meer zonden dan ontvingen. Deze ver- 
rekening of egalisatie, die bij eenheid in het postwezen, waarbij 
alle ontvangsten in één kas kwamen, overbodig zoude geweest zijn, 
was in den tijd der postmeesters bij verschillende steden in gebruik, 
doch leverde later moeilijkheden, daar uit den aard de kantoren, 
die meer ontvingen dan verzonden, tegen de egalisatie gekant waren. 
Op dien grond weigerde Luik egalisatie met Den Haag *) en ont- 
stonden er in 1757 geschillen met 's-Hertogenbosch '). De hollandsche 
steden hadden reeds voor den overgang de egalisatie grootendeels 
afgeschaft. Deze toch gaf veel omslag en was dus alleen bij belang- 
rijke verschiUen de moeite waard. Zoo verrekende Dordrecht nog 
alleen met 's-Gravenhage *). Deze egalisatie van Den Heiag met 



ten en verder 1 port per 4 lood; zilver tot /'25 = 2 porten en elke /"SS = 1 port 
goud 1 ons = 2 porten en elk J ons verder 1 port; juweelen 1 lood = 2 portenen 
eik I lood verder 1 port; grove waren tot J ö* = 2 porten en verder elk J ii* = 1 port. 

») o. a. Dordrecht- Amsterdam in 1662. -) C. 19 Februari 1753. 

') C. 9 November 1757. Rotterdam trachtte in 1724 de egalisatie met Dordrecht 
en Delfl te herstellen, doch slaagde hierin niet. R. n^. 104 en 108. 

^) C. 3 Juli 1758. 

9 



130 

Dordrecht, Rotterdam en Schiedam werd 19 Februari 1753 afge- 
schaft en in het algemeen de verrekeningen tusschen de holland^^he 
steden den 28 November 1770^). De betaling der quota in de Posisociê- 
teit, hoewel deze reeds geheel aan de hoUandsche pesterij was over- 
gegaan, bleef tot 1 Januari 1794 behouden. Zij werd afgeschaft 
gelijk met de verwisselgelden, die vroeger door de hollandsche steden 
aan het kantoor te Alfen werden betaald % 

De onbestelbare brieven, of die waarvan het port geweigerd 
was, werden eenigen tijd op het kantoor gehouden en daarna als 
bijlagen bij de rekening gevoegd of aan de kantoren van afzending terug- 
gezonden. Dit laatste geschiedde met de kantoren, waarmede men in 
rekening stond of waaraan men bovenporten had te vergoeden, daar 
hierbij de rebuutbrieven werden gekort. De controle was echter moeie- 
lijk, hetgeen Ie Jeune aanleiding gaf om voor te stellen afzon- 
derlijke registers aan te leggen voor de rebuutbrieven '), waarvan het 
port toen f 1500.— a / 2000.— per jaar beliep. In Dordrecht en enkele 
andere steden werden de onbestelbare brieven geopend om te zien 
of uit den brief zelf nadere aanwijzingen voortvloeiden *); in de 
meeste plaatsen werden zij echter eenvoudig aan het kantoor be- 
weiard, voor zooverre zij niet wegens de verrekening teruggezonden 
werden. Den 15 Mei 1794 werd besloten de rebuutbrieven van vc>ór 
1788 te vernietigen na gezien te hebben of zij wellicht geldswaarde 
bevatten en dit geregeld 6 jaar na de verzending te doen geschieden 
door den commies-generaal. Aan de kantoren werd aangeschreven 
om meer moeite te doen om de brieven terecht te brengen en eerst 
door alle bestellers het adres onbekend te doen verklaren. De brieven 
zullen daarna op eene lijst bekendgemaakt of 3 jaar voor het raam 
gesteld worden. De brieven voor reeds vertrokken personen zullen, 
doch alleen in het binnenland, worden nagezonden tegen dubbel port. 

11. Bestelling. De bestelling geschiedde vóór 1752 voor elk 
kantoor afzonderlijk. De binnenlandsche kantoren hadden over het 
algemeen dagelijkschen dienst; zij, die alleen op het buitenland werkten, 
2- of 3-maal per week. Door de oprichting van generale kantoren 
voor die plaatsen, waar eerst meerdere kantoren werkten, werd het 
mogelijk ook het korps bestellers saam te snielt(»n. Voor Holland 

') De verrekening van Leiden met de Mnussteden, <lie transitnir op Rotterdam 
gingen, bleef behouden. Brief Ie Jeune il November 1777. Register van inge- 
komen stukken Leiden 17t>2i--1789 (Hoofdbureau). 

=) C. 15 November 1793. Zie ook C. 13 Juni 17<C». 

') C. 4 Maart 177a *) C 31 Juli 175£. 



i>ntvingeii zij 6 Juni 1752 hunne instructie. Om begunstiging in het 
iH-stellen te voorkomen zal hun een vaste loop worden voorge* 
schreven. Is de dienst hun te zwaaj', dan mogen zij, doch voor eigen 
kosten en op eigen risico, een noodhulp nemen. 

De porten werden gewoonlijk eens per week door de bestellers 
afgedragen '). De onbestelbare brieven wenlen weder ingeleverd op het 




BrieTenbeBteller uit de 11 >' eeun. Lithograpliie Huott nsar een schitderg 
van Ur Borch in de Ermitage te Sl-Petersburg. 

kantoor. Bij de overstrooming van het land met assignaten werd 
3i Januari 1795 aangeraden om voorzichtig te zijn, doch niet difficiel. 
Den 12 Februari werden de assignaten toegelaten volgens de bepa- 
lingen van de publicaties van 2 en 10 Februari 1795, doch 17 Maart 
werd dit weder verboden, daar de reden voor de aanname van 
assignaten vervallen was door het aan de soldaten verleenen van 
vrijport. Toen 's-Hertogenbosch , dat de fransche brieven over Leiden 
ontving, aan dit kantoor in assignaten wilde betalen, werd besloten 
om de rekening aan te houden. 

Het aantal der bestellers werd later in verschillende steden' uitge- 



') In Bradft na 17M dagelüka. 



132 

breid ^). Kleinere steden hadden eerst geen vasten besteller. Schiedam 
b. V. ontving dien eerst 27 November 1764. 

Ten plattelande werd door de gaarders besteld of, waar die er 
niet W6iren, door de boden. 

Eene bijzonderheid was de aanstelling van joodsche bestellers aan 
de drie buitenlandsche kantoren te Amsterdam. Deze waren aange- 
steld ter tegemoetkoming aan de gemoedsbezwaren der portugeesche 
en hoogduitsche Israëlieten, die volgens hunne godsdienstige voor- 
schriften op Sabbat en de israëlietische feestdagen niet mochten 
betalen. De joodsche bestellers namen nu de brieven in ontvangst, 
bestelden die en inden later van hunne geloofsgenooten de poriën en 
verrekenden die per week met de kantoren. Zij genoten geen salaris, 
doch kregen van de kantoren eene nieuwjaarsgift *) en mochten een 
extra bestelloon vorderen van 4 duiten per brief bij het antwerpsche 
kantoor en bij het keulsche kantoor 1 stuiver van de „commercieereiide 
portugeesche Joden'* en '/^ stuiver van de hoogduitsche Joden. 

De beide joodsche bestellers Josua en Menasse del Gado werden 
in 1752 door de conmiissarissen op gelijke voorwaarden in dienst 
gehouden ^). Later wordt ook een derde besteller Jan del Gado 
genoemd en had ieder een van de drie departementen van het generaal 
kantoor. Toen Josua in 1777 vooH vluchtig was, werden Menasse en 
Jan te zamen voor de drie departementen aang(?steld. 

Den 8 November werd een opvolger benoemd en toen er in 1790 
opnieuw eene vacature ontstond, werd door de Parnassins van de 
portugeesche joodsche natie verzocht om zelf den opvolger onder 
borgstelling te mogen b(Mioemen. Dit werd geweigerd, doch men 
benoemde den door de Parnassins aanbevolene % 

Van de gewone bestellersplaatsen wc^d <»en aantal door vrouwen 
bekleed. 

Op h(»t verl)od van bevoorrechting van personen bij de bestelling 
werd eene uilzon(l(Ting gemaakt voorde heeren brieven. Dit wordt 



*) O. n. Donlt 'Ma Ix'sti'Iler, Hes. :21) Ottoher {17ji\, Lculoii 8<le hcsteller, 21 Novoinb«»r, 
17G4, Ainst«*nlnin :2 iiiniwo hcstt-llrrs . '2\ Juli 17('4, Itotterdniii 5? nieuwe bestellers. 
Res. 11 Maart 17C)H enz. 

') Zy kregen van het antwer])seh kantoor 'M gulden en van liet hamburgsrh 
en het keulseh kantoor elk 1:2 gulden i"! stuiver. 

') c. f. C. :i0 December ITd. 

*) Volgen» Stephan biz. i'd noot wenlen in versrhiilrnde plaatsen in Duitsehland 
de lsra(^lieten getlwongen «Ie geheele eorre.spontlenlie voor hunne geloofsgenooten 
en bloo te uanvaurden en te betalen. 



133 

tijdens de Statenpost o. a. vermeld te Amsterdfiini en te Haarlem. 

Te Haarlem werd den 24 November 1764 bepaald, wie dit voor- 
recht der vroegbestelling zouden genieten, en werden hiervoor 
genoemd: de president-burgemeester, de regeerende en oud-burge- 
meesters, de 32 raden met den hoofdofficier, de regeerende en 
oud-schepenen, de pensionarissen en de secretarissen. Ook te Gro- 
ningen bestond deze vroegbestelling. Te Leiden werd dit in 1735 
afgeschaft. 

De bezorging der brieven begon reeds vroeg en ook laat aan- 
komende brieven werden zoo mogelijk nog denzelfden avond bezorgd. 
Te Amsterdam moesten de brieven, die met de laatste schuit te halfzeven 
*s avonds uit Haarlem gingen, dien avond nog bezorgd worden (1790) 
en te Goes nog, als de post te half tien 's avonds aankwam (1790). 
Omgekeerd moesten te Utrecht de 's avonds aangekomen schippers- 
brieven 's zomers vóór 7 uren en 's winters vóór 8 uren bezorgd zijn ^). 
Wie de brieven 's winters den eigen avond nog besteld wilde hebben, 
kon dit tegen dubbel port verkrijgen ^). 

De schippers hadden te Amsterdam hunne eigen bestellers, weiar- 
van reeds in 1624 en 1651 wordt melding gemaakt. Hun aantal was 
echter soms onvoldoende, waarover o. a. in 1735 werd geklaagd, 
daar de bestellers hierdoor gedwongen werden de hulp van „schooiers 
en bijloopers" in te roepen. 

Deze vroegbestelling werd nog in 1795 behouden, doch toen 
l)eperkt tot de leden van lands- en stadsvergaderingen, de baljuwen, 
comité's en ministers in officio '). 

In verschillende plaatsen werd, vooral in de oudere bepalingen, 
voorgeschreven om voor het bestellen der brieven gelegenheid tot 
afhalen te geven, o. a. te Leiden, Groningen en 's-Hertogenbosch. 

Een overzicht van de ontwikkeling van het postwezen tijdens de 
staatspost leveren de staten van opbrengst der verschillende kan- 
toren. Een volkomen betrouwbaar beeld wordt ons hierdoor echter 
niet gegeven, daar op de totale opbrengst van invloed waren de 
veranderingen in de contracten met het buitenland, en de opbrengsten 
der afzonderlijke kantoren, onafhankelijk van de toename van het 
verkeer, wijzigingen ondergingen door administratieve bepalingen. 

') Stadsmissiven 3, fol. 88 vs. 11 Juli 1668. 

') Ook te 's-GraTenhage kon men in 1638 voor de schippersbrieven extra- 
besteUing eischen. 
') C. 14 Juni 1795. 



134 

Zoo deed het overbrengen der engelsche brieven voor de generaliteils- 
steden van Delft naar Rotterdam de ontvangsten te Delft belangrijk 
dalen, en waren de veranderingen in de onderlinge verrekening en 
in de betaling der ritten niet zonder invloed op de opbrengsten der 
kantoren. 

Laten wij deze, thans moeilijk onder cijfers te brengen invloeden, 
buiten rekening, dan blijkt, dat het totaal der ontvangsten tot 1762 
geregeld toenam, deiarna daalde tot 1777, om vervolgens weder te 
stijgen met groote sprongen in 1792 en 1793. Het totaal der toe- 
name, van 349.778 gulden in 1752 tot 562.742 gulden in 1793, is 
echter nog gering vergeleken bij die van de pruisische post, die in 
1740 227.000 thaler overschot opleverde en 613.000 in 1786. Hierbij 
waren echter ook van veel invloed de steeds stijgende baten uit 
het personen- en goederenvervoer. In Engeland steeg de opbrengst 
van 295.000 fi in 1744 tot 800.000 fi in 1799. 

Het totaal werd hoofdzakelijk beheerscht door de opbrengst van 
het kantoor te Amsterdam, waar, met perioden van op- en neergang» 
eene gestadige toename valt te constateeren. Rotterdam vertoont 
grooten vooruitgang, met terugslag in 1758 en 1762. In 1779 treedt 
weder verbetering in, die vooral met 1791 zeer belangrijk wordt. 
's-Gravenhage zag de opbrengst na 1754 geregeld dalen en bereikte 
eerst in 1793 weer het bedrag van 1752. Het geregeldst was de 
vooruitgang bij het dordtsche kantoor; Haarlem, Delft en Leiden 
toonen perioden van stilstand of achteruitgang met tijdelijke verheffing. 

h. VERVOER, POSTILJONS. 

Nadat de brieven bijoongehonden en op de adviesbrieven aange- 
teekend waren, werd de maal gesloten en werd deze aan den postiljon 
overgegeven. 

Het rit was in verschillende secties verdeeld, wmu-van elke 
postiljon er slechts één bereed, om aan het einde van zijne sectie de 
maal met brieven aan den volgenden postiljon te overhandigen. 
Onderweg waren er bij de f:;ro()tere afstaiid(Mi plaatsen voor h€*t ver- 
wisselen der paarden, en bij de veren werd, als er geen dorp in de 
buurt lag, een posthuis of wachtlokaal voor dv postiljons en paarden 
opgericht, zooals te Kuipersveor en o|) Texrl. 

De ritten waren door de particulien» postmeesters veelal uitbe- 
steed, doch werden ook door enkelen in eigen beht^er gereden. 

De hoUandsche Statenpost deed alle ritten uitbesteden. De aan- 



135 

nemers waren, volgens het reglement op de uitbesteding van 6 Juni 
1752 en het nader reglement van 16 Juni 1756 gehouden, om zelf 
de postiljons te betalen, hun peiarden en zadels te leveren en eene uit- 
rusting, bestaande uit eene capotjas, stijve laarzen en eene capoetmuts. 

Reeds tijdens de Postsociëteit hadden de postiljons een soort 
uniform, waarvoor zij ontvingen een rok van „corsaai" en hasi, eene 
nmts en een posthoorn. Op de rokken waren, althans in 1749, 
koperen posthoorntjes aangebracht. 

In 1753 werd de posthoorn in eere hersteld eu werd besloten om 
aan de postiljons uniformrokken en broeken en posthoorns te verstrek- 
ken ^). Aan de posthouders of aannemers derritten werd hiervoor jeiar- 
lijks 8 gulden 10 st. per postiljon vergoed ^). De uniform bestond 
sinds 1754 ') uit een rok van blauw laken met roode voering van baai 
met rood lakensche opslagen en kraag en platte koperen knoopen. Op 
den rug van den rok stond een wapen van Holland met een onder 
uithangenden posthoorn van rood laken. De broek was van geel leer. 

In een „reglement van besteding der postritten", gebezigd bij de 
aanbesteding in 1760, wordt aan de posthouders bevolen om aan 
hunne postiljons jaarlijks te verstrekken „ieder een rok, broek en een 
ruime capot of mantel met mouwen — (volgens model) — alsmede 
capoetmutsen en hoorens**. De aannemer had zelf alle weg-, tol-, 
veer-, boom- en poortgelden te betalen en zoo noodig bijpeiarden te 
leveren *). De grootere routes waren in gedeelten aanbesteed. 

De postiljons waren volgens hunne instructie *) verplicht snel te 
rijden, goed voor de malen te zorgen en die op tijd af te leveren. 
Bij slecht weer moeten zij die met hun capot- of rijmantel tegen 
den regen beschermen. Zij moeten aanteekening houden, of zij de 
maal goed of defect ontvangen, en mogen niet weigeren iets mede te 
nemen, wat hun door bevoegden ten vervoer wordt toevertrouwd. 
De onderweg ontvcmgen brieven zullen zij aan het eindstation afgeven 
en die voor onderweg aanteekenen en verrekenen. Zij zijn gesteld 
onder toezicht van en gehoorzaamheid verplicht aan de hoofdcom- 
miezen of eerste commiezen der kantoren, die hen bij wangedrag 
kunnen ontslaan. Later werd hun nog uitdrukkelijk verboden om 



•) C. 25 Oclober 1753. 

*) C. 10 Febr. 1757. By de invoering der uniformen in 1754 was de vergoe- 
ding f^. >) C. 5 Januari 1574. 

*) Aan de portiers der stadspoorten werden dikw\jls fooien gegeven o. a. te 
Gouda, Schoonhoven, Utrecht en Dordrecht 

•) a 6 Juni 1742. 



136 

andere brieven dan die van de Statenpost te vervoeren, behalve voor 
de schippersbrieven , waarvoor over het vervoer oude contracten be- 
stonden '), en werd hun voorgeschreven om bij aankomst en vertrek 
en bij het doortrekken van plaatsen op den hoorn te blazen *). Dit 
gold ook als signaal voor het openen der poorten na sluitingstijd. 
In eenige plaatsen werd dit uur op postdagen later gesteld o. a. voor 
Arnhem in 1642, te Dordrecht (Sluispoort) in 1684, te Leiden in 1748 
en te Zwolle in 1754 en 1774. 

Bij buitengewoon groote correspondentie en zware malen waren 
de postiljons verpHcht om een bijpaard te nemen, hetwelk gewoonlijk 
bA-paard werd genoemd. Het gebruik van postkarren werd als een 
misbruik verboden, daar het vervoer hierdoor werd vertraagd '). Niet- 
tegenstaande het verbod waren de postkarren toch reeds vroeg op 
enkele Hjnen toegelaten. Ik vond deze vermeld op het texelsche rit 
sinds 1756, tusschen Leiden en Alfen en tusschen Amsterdam en 
Alfen sinds 1 Deo. 1763 voor de brieven, die Dinsdag en Vrijdag 
van Amstenlam vertrokken. Ook de maal van Utrecht op Amersfoort 
werd in 1756 en die van Antweri>en naar Zevenbergen in 1786 per 
kar overgebracht, althans in dat jaar werd de postiljon met kar 
aangehouden op vermoeden van frauduleuzen invoer \ De postkarren 
waren tx>rspronkelijk open. doi'h toen een maal met brieven ver- 
brandde diH>r de vonken uit de pijp van een dn>nken postiljon, werd 
Unolen ovenlekte karren te gebruiken. 

Hel dag en nacht rijilen doi>r wtvr en wind en langs dikwijls 
ztvr sKvhte wcijon ven^ischtt- joni^f en krachtige pers4:»nen. Er werd 
duariMU lvsK»lt»n gtvn pi>stiljon> me?^r a;ui tt* nenu*n lK>ven de 35 jaiir. 
te eisohen. dat men dt- (N»>liljons v«M»r óv aanneming aan den 
hoofdconuuies wn^rsleldt* t-n hun ttMi [HMisimn te verleenen van 
3(> stuiver iht wtH*k na 5<^jarii:en oud<'nl*.»m vu 1-Vjarigen dienst % 



^\ i\ 17 iVtoU^r l7\'v \\A. \»H^r *lr <\'J ipj^rs wir. Ariistr^nlAm «"^p Gouda »*n van 

M i:. ^7 April 17:»» 'i r If^ Juni l7ó*v 

*\ Vv\%A \\ I S*i»ptT*!«lH*r |T.Vv M:* \\ A< r, v^ijAk' •/'< >v-,^:i> .irn t»xvoer vaji 
l^rit^Nru aU »ïr NXt*-.tuiJ:^. K^ x'vH-! V- IV*-. M- ir- : -:-.-:.v.;. '*> iw.vmU-r I7r»9 

\xvr\toii. \nt^tri\i.-iv.t Vlirv. .^;!»>ïï Ihr^i.s»; t v. ^ ~ : s^ *'• ! l^-»-vmlH^r IT^I: 
tt^uKni MiVu ixvxK t^M» nx Jo ^^>xS^vl:^v* .* \,; • ~^- »- \'* Sptt^inS^r 17%. 

»» i 11 \UaH IW» ru K,x vt.^^i, xAv, Hv.Av : ^^ M 1 t^*^ ««r. n. B. Vin. 
\\U. S^7. H^ï ku>.tkiJiU'il lu .u .Us^i ^Wn viui.>t oi.ïx-.:,:- : 'r^\crr j>rn>H>fn. Bij 
ivaivvlulio \Ai» " >Hpltmtvi 1>1:.\ i»v. Ti K 1\ l '. >X x*.-i ^-: ivr.^Wn v*»rhixogd 



137 

De rijloonen, die aan de aannemers werden uitbetaald, werden, 
vooral tusschen 1753 en 1759, steeds verhoogd wegens de duurte der 
fourage en de toename van de zwaarte der pakketten. Aan den post- 
houder te Gouda werd zelfs voor drie jaar / 150. — per jaar extra 
toegekend, op voorwaarde echter, dat hij zelf zoude zorgen voor de 
rijmantels der postiljons *). 

Om het snel rijden der postiljons aan te moedigen werd een 
douceur bepaald voor het op tijd aankomen*). Toch werd ook later 
wel over vertraging geklaagd, die echter niet steeds aan de postil- 
jons te wijten was. Zoo werd de postiljon van 's-Gravenhage op 
Alfen, die aan het huis ten Bosch de hofbrieven afhaalde, daar 
geregeld opgehouden '). 

Niettegenstaande het verbod om voor anderen dan voor de Sta- 
tenpost brieven te vervoeren, vindt men voortdurend klachten over 
het smokkelen van brieven door de postiljons. Vooral het verwissel- 
kantoor te Alfen, waar tegelijkertijd postiljons uit alle richtingen 
bijeenkwamen, bood hiertoe een voor de postiljons als aangewezen 
gelegenheid. In Noord-Holland bedroeg het aantal smokkelbrieven 
al even veel als dat der per post verzondenen en ook na de afzetting 
der commiezen te Hoorn en te Alkmaar werd hierover geklaagd *). 

Op het rit van Arnhem naar Utrecht werden zoovele brieven 
gesmokkeld, dat men de verwisselplaats met de duitsche postiljons 
moest verleggen % 

Het meest werd gesmokkeld met de tusschenbrieven , dat zijn 
brieven voor en van plaatsen, waar geen kantoren gevestigd 
waren % Om dit te beperken werd in 1791 voorgesteld om aan de 
postiljons een bestelloon uit te keeren voor de tusschenbrieven van 
3 st. per te bezorgen en 1 st. per ontvangen brief. Dit werd 15 Mei 
1794 door de Staten toegestaan, waarbij tevens de bestelhuizen van 
brieven werden verboden en het aantal bussen werd vermeerderd 
om het bestellen in herbergen te keeren ^). Men had eerst getracht 



') C. 20 Juni 1658. In de instructie van 2 April 1796 werd aan de posthouders 
bevolen om jaarlüks de door hen aan de postiljons betaalde loonen op te geven , 
werd aan de hoofdcommiezen het recht gegeven de postiljons te visiteeren on 
werd aan de postiljons gelast om voor de tusschenbrieven (ontvangen en besteld 
onderweg) 2 st. te rekenen, waarvan zij er zelf 1 st mochten behouden. 

=) C. 9 Maart 1767. ') C. 19 October 1752, klacht: C. 6 November 1775. 

^) C. 25 September 1755, 8 December 1759. 

*) C. 7 November 1775 en 1790. «) C. 20 Januari 1756. 

^ C 21 Mei 1791 , 10 November 1791 , Res. Staten van Holland 15 Mei en 4 
Angnstos 1794. 



138 

het smokkelen tegen te gaan door de postiljons, die zich hieraan 
schuldig maakten, te ontslaan; doch het misbruik was zoo ingewor- 
teld, dat men de personen wel kon vervangen, doch de zaak dezelfde 
bleef. De resolutie van de Staten van 9 Juli 1794 bepaalt nu /"So. — 
boete voor het bezorgen van brieven buiten de kantoren of bussen, 
f 50.— voor het knoeien door de postiljons, f 50.— voor het be- 
stellen van fransche brieven, /lOO.— voor het inzamelen, oploopend 
tot f 200.— en f 300.—. Tegen de herbergiers, die dikwijls op eigen 
gez£4; postbaas speelden, werd daarenboven schorsing tot 6 weken 
en bij de derde herhaling verbod van hun bedrijf bedreigd. 

Behalve de postiljons had men postschippers op Texel en later 
op Vlieland om de brieven aan de schepen te bestellen en om de 
brieveji van die eilanden naar Den Helder te brengen. Waar de pos. 
tiljons de rivieren moesten passeeren, maakte men gebruik van de 
bestaande veren. Ook de daaraan verbonden veerlui gaven soms 
aanleiding tot klachten over vertraging \ 

Aan de postiljons werden rijpassen verstrekt, die aan verschil- 
lende kantoren en aan de veren moesten afgeteekend worden met 
het uur van aankomst en vertrek. Zoo werd op het rit van Amster- 
dam tot den Posthoorn de rijpas afgeteekend te IJselmonde, Sas 
van Strijen en Moerdijk en op dat van Brielle te Maassluis. Aan het 
hoofd prijkt het wapen van Amsterdam en deiaronder de volgende 
vermaning: „Postiljons, draagt in alle diligentie nacht en dag, sonder 

nisten, dese ordinaris Maal met Brieven na , en van daar 

wederom herwaarts, latende hier onder aanteekenen de uure en dagh 
van u vertrek en aankomen'' \ De rijpassen of uurcedullen tus- 
schen Alfen en Eindhoven waren eenvoudiger en gaven alleen een 
formulier voor het invullen der uren van aankomst en vertrek. Men 
had <MMi uurcedulle voor Gorinchem- Alfen en retour, die behalve 
aan de begin- en eindstations te Grmda werd ingevuld, en een voor 
Gorinchem op Eindhoven en retour, die ook te Drunen en Tilburg 
werd afgeteekend \ 

I)(» brieven waren geborgen in leeren zakken, waarvan de klep 
afzonderlijk gesloten werd en gelegenheid bood om op tussohen- 
stations ontvangt>n of af tt» geven pakketten in te sluiten, zonder dat 
de hoofdmaal g<M)p(»nd wi'rd. ()|) lu»t rijksarchief te \s-IIertogenbosch 
wordt een postzak van Dordrecht op Antwerpen Ix^waard, die in 179fi 



') (]. 3 Maart 1771>, over de werliedoii aan het kralingsche on van het Kuipersveer. 
') R. A. F. n^ 27^ ^) R. A. P. n". 271 fol. 24 en 25. 



139 

dienst deed als overtuigingsstuk in een proces wegen» postberooving. 
Deze zak is 36 cM. breed en 49 cM. hoog en van boven gesloten 
door eene ijzeren roe, die door de hiertoe in den zak aangebrachte 
gaten gesloken wordt. Deze roe is aan de eene zijde in een |-hoek 
omgebogen en aan de andere zijde met een slot gesloten. Onder aan 
den zak is aan beide zijden een leeren reep opgenaaid van 4l cM. 
breed, waarop in leer is opgenaaid aan de eene zijde „Antwerpen" 
en aan de andere zijde „Dordrecht". De letters zijn 3i mM. hoog. 
De tasch wordt gedragen aan een riem, die onder aan de tasch is 
vastgehecht en waarvan het eene eind wordt gestoken door de 
ijzeren sluitroe. 

Het vervoer ondervond somtijds vertraging door natuurlijke hin- 
dernissen als ijsgang, overstrooming enz. of door buitengewone om- 
standigheden, zooals het in het land doordringen van vijandelijke legers 
of het verbreken der correspondentie door naburige postmeesters. In 
1795 werd de maal op Hamburg 10 dagen opgehouden voor het 
lezen der brieven door de censuur '). 

Toen in 1769 Polen door de pest werd geteisterd, werden inlich- 
tingen gevraagd aan Pruisen, hoe aldaar met de brieven gehandeld 
werd, doch werden alhier geen bijzondere maatregelen genomen, 
toen bleek dat in Pruisen reeds voldoende voor het ontsmetten der 
brieven gezorgd was *). Toen de pestgevallen zich in 1771 in Polen 
herhaalden, werd door schepenen en raden van Zwolle aan de ham- 
burger en groninger posthoudei*s aldaar en aan den wagenmeester 
van den wagen van Lingen bevolen om de uit Polen of Rusland 
komende brieven, die nog niet gezuiverd waren, te doorsteken, te 
berooken en door den azijn te halen. Door de commissarissen werden 
voor Holland gelijke voorzorgsmaatregelen voorgeschreven '). Als 
ontsmettingsmiddel werd in de 18*^® eeuw in Pruisen een der navol- 
gende mengsels gebezigd: 



') C. 2 April 1796 t 36. Den 14 Maart was besloten om, nu de verzending over 
land was gestaakt, elke 14 dagen een vaartuig met brieven op Hamburg te zen- 
den. De brieven op Engeland werden te 's-Cvravenhage gelezen door het Comité 
van Waakzaamheid; alleen de amsterdamsche brieven werden te Amsterdam 
zelf gelezen. De censuur werd op verzoek der commissarissen den 21 April 
1795 opgeheven, daar zü de postery en den handel benadeelde en toch geen 
resultaat gaü 

Orer de verschillende vertragingen en stremmingen zie het behandelde by de 
afieonderiyke routes. 

') C.98 November 1769. 

') Reaolntie Zwolle 30 October 1771 en C. 27 November 1771. 



140 



Ro Nitri: fe j 
Sulphur. fe /3 
Bacc. lauri 
Herb. absinth. 

mille fol. 
Succin. a a fe (5 
M. f. pulvis grossus. 



of 



Ro Rad. Serpanlar. Virg. ? |5 
Herb. Salviae 

Rutae a a M. iv. 

Flor. Sambuc. 

Chamomill. aap. iv. 

Camphor 3 ij. 
Acetuiïi vini M. iv. 
Diger. leni calore p. hor. xii. 
Col. S. 



l. HET BRIEFGEHEIM. 

De begrippen over het recht tot schending van briefgeheim zijn 
zoo nauw betrokken bij den dienst der posterijen, dat ik ook dit 
onderwerp eene korte bespreking hier niet onwaardig oordeel. 

In den tijd, waarover deze verhandeling loopt, was de onschend- 
baarheid van het briefgeheim tegenover derden erkend en werd uit- 
drukkelijk aan de beambten verboden om aan derden inzage of 
inlichtingen te verstrekken, ja wais het zelfs aan de bestellers niet 
geoorloofd om aan onbevoegden adressen te doen zien '). Dit hield 
verband met de inrichting van den handel, die niet als thans een 
krachtigen steun vond in algemeene publiciteit, doch juist omgekeerd 
de aangeknoopte goede relaties zooveel mogelijk geheim hield en 
aldus de concurrentie trachtte uit te sluiten of te beperken. De 
kleinhandel toch was zuiver locaal en alleen voor zeldzame en 
kostbare voorwerpen kon men er aan denken in eene andere stad 
een leverancier U) zoeken. Wie dus in zijne stad de eenige leverancier 
was van een bepaald gewild artikel, stond zeer sterk tegenover de 
afnemers. Üe geheimhouding van adressen, die bij onbeperkter koop- 
gelegenheid niet door te voeren zoude zijn, was hier mogelijk en 
onder die omstandigheden voor den koophandel gewenscht. 

Dt' particuliere correspondentie werd in het algemeen geëerbie- 
digd, doch op dit beginsel waren eenige uitzonderingen, die deels ook 
nu worden aangenomen, deels in de gesteldheid dier tijden hare ver- 
klaring vinden. 

Hij (Ir internationale politiek werd elk middel geoorloofd geacht 
om zich op de hoogte te stellen van de plannen van den tegen- 
stander en de verwezeidijking hiervan te verhinderen. Het schenden 



') Insinu'lie Li*i«h'n 1735. In hel ndvios vnn de leidsche kooplieden van 1735 
wordt verzocht om de huitcnlandsche correspondentie zelf te mogen afhalen. 



^aii hriefgelieim was hierbij zoo algemeen, dat de gezanten voor 
gewichtige dépêches cijferschrift gebruikten. BHjkens schrijven van 
<Ien gezantschapssecretaris Rumpf te Parijs uit 1669 werden de gezan- 
ten brieven aldaar geregeld geopend en daardoor dikwijls zeer laat 
bezorgd. 

Over Rusland schrijft een oostenrijksch diplomaat: de postdirec- 
teur Winnius (eerste postmeester van den Czar) is thans soms zoo 
goed, als men het \um\ zeer sterk verzoekt, tegen zijne gewoonte de 
brieven niet te openen en te lezen ^). 

Het verwondert ons dus niet, dat Holland na 1752 gebruik 
maakte van de macht over den brievenloop der haagsche diplo- 
maten, om zich op de hoogte te houden van hetgeen zij aan hunne 
lasthebbers meldden. Dat dit echter zoo stelselmatig werd gedaan, 
dat feitelijk alle brieven van den franschen gezant tot 1787 zijn 
afgeschreven, geeft een eigenaardigen blik op de diplomatieke ge- 
bruiken dier dagen. Volgens de mededeelingen van de Jonge waren 
twee geëmploieerden te *s-Gravenhage, Tinne en Rietmulder, in het 
bijzonder belast met het losmaken der lakken, zoodanig dat zij na 
lezing der dépêches weder er op bevestigd konden worden, zoodat 
schijnbaar de brief in ongeschonden staat verkeerde. Zij moesten 
daarna de dépêches zoo spoedig mogelijk overschrijven, weder ver- 
zegelen en aan hare adressen doen verzenden. Met het ontcijferen 
of dechiftreeren van het geheimschrift belastten zich Lyonet en 
Groiset, die echter voor dit moeilijk werkje somtijds zooveel tijd 
noodig hadden, dat het direct belang van het nieuws wel eenigszins 
eraf geweest zcd zijn. Sommige dépêches vereischlen 18 maanden, 
eer de sleutel gevonden was! Frankrijk schijnt eindelijk begrepen 
te hebben, dat de hoUandsche post onbetrouwbaar was, en stelde 
in 1787 voor de staatsdépêches koeriers in tusschen 's-Gravenhage 
en Vcdenciennes. Pruisen volgde den gewonen weg tot 1803. Op het 
rijksarchief te 's-Gravenhage bevindt zich nog eene belangrijke col- 
lectie afschriften van aldus onderschepte diplomatieke stukken ^). 

De particuliere correspondentie werd in gewone tijden geëerbie- 
digd; het schenden van briefgeheim was dan ook reeds door Martin 
Luther als doodzonde gebrandmerkt en in Duitschland door het 



') Veredarius blz. 137. De oudste klacht over schending van briefgeheim is 
waarschgnlgk vfèï die van de landvoogdes Margaretha van Oostenrgk in 1514 
door Brian Turke, „maistre des postes du roy d'Angleterre" te Londen. Zie 
L. Pb. C. van den Bergh in Jaarb. post 1871/2, blz. 291—297. 

') Zie hierover A. Ising, een dialoog in 1756, in: Nederl. Spectator 1860, n^ 241. 



142 

Kammergericht als Crimen falsi bestempeld ^). Eene uitzondering werd 
echter gemaakt in tijden van politieke verwikkelingen, waarbij ook. 
de particuliere brieven aan de censuur onderworpen werden. Bij het 
beleg van Bergen op Zoom in 1747 beval de vroedschap van Tholea 
om alle brieven door de burgemeesters te doen lezen en in de aan- 
stelling van D. van Heek te Leiden, als postmeester van den koning 
van Engeland, in 1717, werd hem speciaal op het hart gedrukt om 
een waakzaam oog te houden op de correspondentie van 's konings 
„Rebellische Unterthanen" ^). In 1782 *) werden ongeveer 2000 brie- 
ven op Engeland gelezen, waarbij ook hebreeuwsche brieven waren, 
waarvoor een speciaal deskundige werd te hulp geroepen. Er werd 
echter niets gevonden, behalve vier pakjes met diamanten, waarop 
door de admiraliteit van Zeeland werd beslag gelegd. 

In 1786 kwamen er klachten in de Opregte Nederlandsche Cou- 
rant over beweerde briefschending te Leiden *). De zaak werd toen 
uitvoerig onderzocht, wel een bewijs, dat dergelijke feiten niet tot de 
gewoonte behoorden, zooals in Frankrijk, waar Montesquieu schreef 
„depuis rinvention des postes, tous les secrets des particuliers sont 
dans Ie pouvoir du public*' en Voltaire geestig opmerkte „Jamais 
Ie ministère qui a eu Ie département des postes n'a ouvert les let- 
tres d*aucun particulier, excepté quand il avait besoin de voire ce 
qu'elles contenaient". Van Lodewijk XV wordt zelfs beweerd, dat 
hij zelf de brieven der Parijzenaars opende om zich in de chronique 
scandaleuse te vermeien % Het veel besproken geval van 1786 bleek 
slechts op eene vergissing te berusten en een brief te betreffen €ian 
mr. P. C. Chasteleyn, die aan een verkeerd adres was bezorgd. 
In 1787 (C. 6 Juni) werd zelfs een groot besogne gehouden over 
een verkeerd bezorgden brief van Th. van Leeuwen te Amsterdam 
aan P. Vreede, hetgeen aan politieke invloeden werd toegeschreven. 
Het bleek echter, dat ook hier slechts eene vergissing was begaan, 
waaraan de post geen schuld had. 

Voor Indië gold minder vrijheid. Het was verboden om over 
zaken van de Compagnie te schrijven, en, om ontduiking van dit 
verbod te beletten, werd in 1660 het lezen van elle uit Indié te 
verzenden brieven bevolen. Ook de uit Europa verzonden brieven werden 



^) Luther, Polemische Schriften by Irmascher, bd. V, blz. 13; Stephan blz. 53. 
') Origineel in het bezit van den heer W. J. J. C. Bgleveld te Leiden. 
3) C. 27 November 1782. -•) C. 16 Maart 1786. 

^) Over Fouquet, intendant onder L. XIV, zie blz. 13 en A. de Roihschüd, 
Histoire de la Poste aux lettres, Paris 1876, p. 198. 



i M^ Indië eerst gelezen ten overstaan van een commissaris-generaal. 

Later werd men minder kieschkeurig. In 1793 (C. 26 Februari) 

v^'crd door de Staten gelast om geen pakketten te doen afgaan met 

Ir^et zegel van het Comité revolutionaire „of diergelijk oproerig 

aiegel" en maatregelen te beramen tegen de verspreiding van oproe- 

»nge pamfletten. In 1795 werden lijsten aangelegd van verdachte 

adressen, waarvan eene lijst van het kantoor te Leiden, aangelegd 

^óór 16 December 1795 en bijgehouden tot 27 Juni 1798, de namen 

van 64 verdachten bevat. 

Bij de openstelling van de gelegenheid om brieven op Engeland 
(7 Februari 1795) en over zee op Hamburg (16 Februari 1795) te 
verzenden werd bevolen de brieven voor de verzending te doen lezen. 
Eene zending op Hamburg werd hierdoor 10 dagen opgehouden ^). 
Voor de correspondentie op Zweden was den 16 Maart 1677 door 
de Staten bepaald, dat deze niet over staats- of oorlogszaken mocht 
handelen, hetgeen een aan de censuur onderwerpen der brieven doet 
vennoeden *). De correspondentie op Frankrijk werd in 1793 door 
den erfprins te Dordrecht opgehouden om te lezen, doch dit duurde 
slechts kort wegens het daartegen ingebracht protest ^). 

Een bijzonder vroeg geval van politieke schending geschiedde op 
last van de Staten den 8 Augustus 1584. Een bode was te Rotterdam 
gevangengenomen en de Staten machtigden nu den burgemeester 
te Dordrecht om van den anderen bode (waarschijnlijk van Ant- 
werpen), die in „den blinden esel" over de Munt te Dordrecht wachtte , 
de brieven, pakketten en koffers te openen, om te zien of zij iets 
bevatten „tot nadeel van den lande" *). 

Arrest op brieven werd niet toegelaten, doch die voor gevan- 
genen werden aan de heeren van hel gerecht uitgeleverd en die voor 
gefailleerden aan den curator bezorgd % In overeenstemming hier- 
mede beval de magistraat te 's-Gravenhage den 19 Juni 1747 om 
de brieven voor 5 personen, die op order van het Hof gevangen- 
genomen waren, aan den president van het Hof te zenden*). Den 



^) Ond«r de in 1795 benoemde commissarissen werden de brieven door den presi- 
dent-commissaris Hahn zelf gelezen (brief 19 September 1795). 30 Mei 1796 
volgde eene aanschrgving om de brieven op te houden en ter lezing te zenden aan 
de Commissie van binnenlandsche correspondentie van Holland ie 's-Gravenhage. 

^ Jaarboekje van de postery, 2*** jaarg., blz. 10. 

') C. 3 Mei 1793. ') Jaarboekje 1851 , blz. 3. 

*) Brievenboek Rotterdam, 10 September 1767 n°. 133. 

*) Deze personen waren prins Justiani of du Tour, Ie comte d'Aspermoni, 
milord Fredrik Mageius, Bonaventura Ie Gras en Ferdinand Sertorius. 



144 

26 November 1790 werd de hoofdcommies te Dordrecht gemachtigd 
om de brieven van een gevangene C en een voortvluchtige H. aan 
den hoofdofficier af te geven. 

Eene speciale reden voor het openen van brieven was het ver- 
moeden, dat meerdere brieven onder een couvert verzonden waren. 

Het openen op vermoeden hiervan wordt reeds in het rapport 
van Ie Jeune voorgestaan. Deze pakketzendingen, die de porten 
drukten, worden in 1754 genoemd „een quaat dat van gevolge is 
en ten uyterste nadeelig word, als makende het publicq bekent de 
routes, die de brieven neemen, en haar ongevoelig een weg kunnen 
doen neemen buyten 's Lands Posterijen** *). 

In 1755 vond men in een couvert uit Enkhuizen voor Hamburg 
8^ andere brieven, waarbij ook de commiezen te Hoorn en Alkmaar* 
betrokken waren, die hierop ontslagen werden ^). 

De secretaris van de sociëteit Suriname, die een contract had 
voor f 8(M).— per jaar voor de verzending der sociöteitsbrieven, 
stond onder verdenking hiermede ook particuliere brieven te ver- 
voeren. Een in 17H() geopend pakket bevatte het bewijs en hield 
ook 57 brieven aan particulieren in \ 

Het recht om dergelijke smokkelpakketten te openen, werd uit- 
drukkelijk bepaald in het contract met Taxis van 1761. 

In een schrijven uit liet midden der 18^® eeuw in het amster- 
damsch iU'chief wordt de vraag gesteld, of de postmeester het recht 
heeft om, op vermoeden van ontduiking, brieven te openen en hoever 
dit recht ^aat. Het antwoord hierop luidt: „Men vind nergens eenige 
keur of ordonnantie, die hem dat recht geeft. En wat men te doen 
heeft, bijaldien men sijn brieven geopend vind, of besteld zijnde ge- 
opend terug bekomt? daarop diend men zig moet beklagen, tzij bij 
burgemeesteren, fiscaal of schout, van sodanige plaats, daar dal 
gebeurt**. 

Ook voor onbestelbare brieven werd in verschillende instructies 
hel openen bevolen om het adres van den afzender te leeren ken- 
nen. Dit geschiedde o. a. te *s-Hertogenbosch in 1770. 

Waar het openen in bijzondere gevallen werd toegestaan, werden 
hieraan gewoonlijk zekere waarborgen verbonden. In de instructie 
te Leiden uit 1735 werd dit alleen toegestaan op bevel van burge- 

') C 28 September 17r>4. •) C. :25 September 17.55. 

'') (]. \) Mei 1700. Men dreigde nu mei opzegging van hel contract. Dit hielp 
eehter W(>inig, tbiar ook 10 .luni M'A over insluiting wordt geklaagd. Men dreigde 
toen alle pakketten voor de sociëteit te zullen onderzoeken. 



146 

meesteren en in hunne tegenwoordigheid of die van een vertegenwoor- 
diger, die onder secrelesse stond, en in 'a Hertogenbosch , waar in 
1770 eene uitzondering was gemaakt, die het brievengeheim vrij 
illusoir maakte, werd althans gegischt een besluit van den magistraat, 
waarvan extract aan den commies was te overhandigen. De uitzon- 
dering gold voor correspondentie „die vermoedelyk zoude konnen 
strekken tot nadeel van het tand of dese stadt" en indien de sche* 
penen of de heeren van de Leden „anders kwamen te ordonneren". 
Voor bij toeval opengegane 'brieven werd in 1733 te Arnhem 
aan den commies voorgeschreven om deze brieven met het post- 
cachet te sluiten. In andere plaatsen vond ik hiervoor geen voor- 
schriften vermeld. 




VTERDE AFDEELING. 
Belangrijkste postverbindingen vin Hollend. 



a. DE HIJKSPOST. 

beiniH>iingeii van de tnxisclic post beperkten zich wrsl 
^elijic wij reeds in het vooi^oande hoofdstuk uiteenzetten, 
tot de verzrnchng van Brussel naar Spanje en naar Weenen, 
Kerst na de annsteUing van Taxis tot rijkspostmeeHter 
werden ouk de overige <]eelon van Duitsehland in het net van rilten 
opgenomen, voor zooverre dil niet wenl helet door de oprichting der 
land.sposten. 

Door het verdrag van 27 Juli KM"» aanvaardde TaxIs de ver- 
plii-liting om een rit in te richten lus»chen Keulen, Frankfort en 
Nürnlierg, waarop in U'AH hot rit volgde van Keuten op Hamburg. 
Hierdoor drong de liijkspost ook door tot Noord-Duitschland en 
werd de mogehjkheid geopf-nd om de ritten ook tot de noonl-neder- 
landsche gewesten uit te brei<len. De hiertoe aangewende pogingt^n 
stuitten eerst af op den tegenstand van Keulen, doch gelukten in 
IB^'i '). Vóór dien tijd lm<l Taxi» met Holland alleen directe %-er- 
binding over Antwer[>en als post meest er-generaal der Spaanschf 
Nederlanden '). 

Hij de eerste onderhandelingen en contracten had de Rijks]M»Mt 



'I Zie liifrov<>r uitvoerig o 
') De iiiogplijki- oHnspraki 
lÜkf gcwcRii'ii op gnin.1 vn 
wnnrop liÜ Irouwns tpvort'ii gei 
vnn Mniiüli-r. wnuHiü ili* rcpiili 
ilintt tnt Spanje. 



■r ile afJeeling Keulen. 

van Tdii» op dfl potttgererhtigldheid io de noordr- 

zijne aniinlelling door den kontDg van Spaitje, — 

•en iintis]>rank iimakte, — vervielen dow tien vrrdr 

k »<'lli-lijk iK-vrüd wenl van (Ül« diemtTefhou- 



147 

rekening te houden met de bestaande bodendiensten van Keulen op 
Holland, waaraan door de nieuwe ritten het transitoir verkeer moest 
ontnomen worden. Alleen door gunstige bepalingen toe te staan kon- 
den de bodendiensten verdrongen worden. Later maakte de strijd met 
Pruisen en de Keurvorsten het voor de Rijkspost ongewenscht om ook 
de hollandsche postmeesters van zich te vervreemden en bleef daar- 
door de oude toestand vrijwel gehandhaafd, totdat het verdrag van 
Wezel in 1723 aan Taxis weder meer vrijheid van handelen gaf. 
Door de oprichting van de journalière breidde de Rijkspost hare 
macht in Holland sterk uit, hetgeen echter geen tegenstand onder- 
vond bij de postmeesters. Door de centralisatie in Holland veran- 
derde echter de toestand; de commissarissen bonden zelf den strijd 
aan door het terugdringen der journalière tot Achelen, waarbij zij 
een gelukkig oogenblik uitkozen, daar de Rijkspost juist gebonden 
was door den strijd met Pruisen, die althans in de eerste jaren van 
den zevenjarigen oorlog (1756 — 1763) aan de Rijkspost gelegenheid 
gaf tot groote krachtsontwikkeling. Zoodra zij de handen weder meer 
vrij had, k(»erde zij zich met kracht tegen Holland en dwong dit tot 
het nadeelig verdrag van 1760. 

Keeren wij thans, na dit kort algemeen overzicht terug tot de 
oerste overeenkomsten tusschon de Rijkspost en Holland. 

Het eerste gedateerd verdrag is dat met Amsterdam van 31 Juli 
1643, geratificeerd 31 Juli en 14 Augustus daaraanvolgende *). De 
Rijkspost belooft hierbij zelf te zorgen voor het vervoer van Roer- 
mond tot Nijmegen en voor eigen rekening het verder vervoer tot 
Amsterdam te bekostigen. De brieven zullen van Nijmegen worden 
doorgezonden „aussitöt qu'elles seront arrivées, sans attendre après 
des autres lettres". De malen van Amsterdam op Keulen zullen 
Donderdags verzonden worden over Antwerpen en Vrijdags over 
Roermond; de porten tusschen Keulen en Amsterdam zullen door 
beide partijen worden gedeeld, terwijl de porten boven Keulen aan 
de Rijkspost alleen blijven. 

Deze voor Amsterdam zeer voordeelige overeenkomst werd nader 
uitgewerkt in een contract tusschen Pontiaen Singendonck, met wien 
door Taxis een akkoord was gesloten over het vervoer der malen 
van Nijmegen naar Utrecht, en de vier bodenmeesters van het 
keulsche kantoor te Amsterdam, waarbij Singendonck optreedt als 



') Geheimes Post Archiv ie Beiiün. 



148 

gemachtigde van Nijmegen en Gröszen Dulcken als postmeester van 
de Rijkspost te Roermond. Dit contract, waarvan een afschrift voor- 
komt in het gemeente-archief te Amsterdam (Lade P n^. 9), is onge- 
dateerd, doch moet vallen tusschen het reeds behandelde voorloopig 
contract en het definitief contract van 19 September 1644. 

Het vervoer der brieven tusschen Roermond en Amsterdam, heen 
en terug, blijft hier ten laste van de Rijkspost, waarvoor echter de 
amsterdamsche boden aan den postmeester van Singendonck te Nij- 
mogen jaarlijks 2000 gulden zullen uitkeeren en 20 "/o der door hen 
genoten porten. 

De porten tusschen Keulen of Roermond en Amsterdam, zoowel van 
de opgaande als van de afkomende brieven, zullen door Amsterdam 
en de Rijkspost ieder voor de helft genoten worden. De boden ver- 
binden zich om met het bodenkantoor te Keulen cdleen nog maar 
te correspondeeren voor de keulsche brieven en niet meer voor die 
van Zuid-Duitschland of Italië, tenzij Keulen bewijze tot deze brieven 
gerechtigd te zijn, of zich hiervan feitelijk wete in het bezit te stellen. 

Eene speciale regeling wordt nog 'gemaakt voor de brieven van 
Keulen, Aken, Luik en Maastricht, waarbij het recht der boden uit 
die steden niet wordt betwist. Deze brieven zullen door de roer- 
mondsche en nijmeegsche postmeesters kosteloos te Amsterdam ge- 
leverd worden en de porten hiervan zullen geheel door de boden 
aldaar worden genoten, terwijl de retouren uit Amsterdam evenzoo 
kosteloos worden vervoerd. Over het port dezer retourbrieven zal de 
Rijkspost met deze steden mogen contracteeren. 

Dit contract was slechts voorloopig, gelijk o. a. hieruit blijkt, 
dat slechts voor 10 weken de porten gedeeld zouden worden en dat 
beide partijen daarna zich het recht voorbehielden op eene andere 
wijze van verrekening. Het contract werd vervangen door dat van 
19 September 1644 '). 

Het vervoer der duitsche en italiaansche brieven van en naar 
Roermond blijft hierbij ten laste van den commies van de Rijkspost 
en ieder zal het port ontvangen van de brieven, welke hij verzendt, 
zoodat het port der brieven naai* Amsterdam ten bate komt van de 
Rijkspost. De boden te Amsterdam betalen niets voor het vervoer, 
doch nemen daartegen op zich om gratis de hun over Roermond 
gezonden brieven te distribueeren, de porten hiervan te innen en 
met Roermond te verrekenen. De commies verbindt zich om geen 

') Geheimes Post Archiv te Berlijn en Gemeentearchief Utrecht n^ 2032 (afschrift). 



149 

amsterdamsche brieven over Utrecht te ontvangen. Ware dit niet 
verboden, dan had de Rijkspost de brieven buiten de boden om over 
Utrecht kunnen betrekken en zich aldus van de porten van Utrecht 
tot Keulen of Roermond kunnen vermeesteren ten nadeele der boden. 

De brieven van Keulen, Luik, Maastricht en Aken worden even- 
eens door de Rijkspost vervoerd, doch hierbij blijven de porten voor 
den ontvanger, m. a. w. de porten der brieven naar Amsterdam 
worden door de boden aldeiar genoten. Zij vergoeden hiervoor de 
helft van hetgeen zij te voren voor het vervoer betaalden. De ver- 
zending uit Amsterdam geschiedt tweemaal per week. Dinsdag- en 
Vrijdagmorgen uiterlijk te 10 uren. 

De regeling van de verdeeling der porten, waarbij niet, gelijk in 
de latere contracten met andere hollandsche steden, de porten bleven 
aan den ontvanger, maar aan den verzender, vond waar- 
schijnlijk de reden hierin, dat Taxis de brieven naar Amsterdam 
grootendeels in handen had, maar niet kon beletten, dat de boden, 
zij het in strijd met de afspraken, hunne retouren langs anderen weg 
op het bodenkantoor van Keulen dirigeerden. 

Met de boden te Utrecht sloot de postmeester te Roermond den 
30 December 1643 een verdrag, dat wij nader bij Utrecht behandelen. 
Hierbij behield Dulcken zich de vrijheid voor om de utrechtsche brieven 
in het pakket voor Amsterdam te sluiten, waarover de utrechtsche 
boden met hunne amsterdamsche collega's konden contracteeren '). 

Van de overige steden in Holland sloten Dordrecht in 1652, 
Leiden in 1668 en 's-Gravenhage in 1682 een contract met de 
Rijkspost. Rotterdam ontving de brieven eerst over Dordrecht en 
sloot eerst in 1739 een zelfstandig contract; Haarlem en Delft ont- 
vingen de brieven door bemiddeling van Leiden en 's-Gravenhage. 

Het contract met Dordrecht, van 2 Mei 1652, werd gesloten 
tusschen G. Dulcken te Roermond en G. Slingeland te Dordrecht ^). 
Het is voorcd belangrijk, omdat hieruit blijkt, dat de dordtsche post- 
meester ook voor de brieven van en op Rotterdam contracteerde. 
Dordrecht haalt en brengt de brieven te Utrecht en ontvangt de 
porten der brieven uit Duitschland, terwijl de porten der retouren aan 
Roermond blijven. De distributie der brieven, zoowel te Dordrecht als 



') Geheiroes Post Archiv te Berlijn. Voor het sorteeren en de doorzending der 
brieven te Utrecht werd volgens de „Consideratien" van de Rykspost (1730) door 
de boden eene vergoeding gegeven aan den commies te Utrecht. Het contract 
bepaalt hierover echter niets. 

") Geheimes Post Archiv te Berlijn. 



150 

te Rotterdam, wordt door Slingeland bezorgd. Duicken biedt aan om 
des gewenscht het vervoer van Utrecht naar beide steden zelf te 
bezorgen voor '/s der porten of 200 gulden per jaar. 

Het met den postmeester N. Clignet te Leiden gesloten contract 
van 7 Augustus 1668 *) (geapprobeerd 19 Augustus), wijkt in ver- 
schillende opzichten af van de reeds genoemde contracten met 
Amsterdam en Dordrecht. De porten tusschen Roermond, Keulen en 
Leiden komen ook hier aan den ontvanger en de retouren aan 
Roermond, doch voor de brieven boven Keulen en Roermond wordt 
een bovenport van 6 st. geëischt, indien die niet franco Keulen of 
Roermond zijn gemaakt, en van de uit Leiden naar boven deze 
plaatsen gezonden brieven wordt eene gedwongen frankeering gevorderd. 
Deze bedraagt 4 st. franco Keulen voor de brieven naar Frankfort, 
den Moezel en de Pfaltz en 8 st. franco Reinhausen voor die naar 
Italië en Zuid-Duitschland ^). De Rijkspost bezorgt het vervoer der 
brieven van Keulen, Roermond, Wezel, Kleef, Venlo, Nijmegen, 
Arnhem, Italië en (Zuid) Duitschland kosteloos ^tot op ende van" 
Leiden en zendt die deels los op Utrecht, waar zij bijeengevoegd 
worden. Uit Leiden gaan directe pakketten naar Roermopd, Kleef, 
Arnhem, Nijmegen en Italië. CoUecteloonen en distributie blijven 
ten laste van Leiden. De opnoeming van Venlo, Arnhem en Wezel 
naast Keulen en Roermond bewijst de uitbreiding van den dienst 
der Rijkspost sinds de contracten van 1644 en 1652. 

Het met 's-Gravenhage den 28 Mei 1682 gesloten contract sluit 
aan bij dat van Leiden. Alleen wordt hierbij eene egalisatie ingevoerd, 
volgens welke voor de meer verzonden dan ontvangen brieven door 
het kantoor, dat minder toezond, 4 st. per brief zal vergoed worden. 
Rebuutbrieven worden niet verrekend '). 

Over het vervoer der brieven tusschen Nijmegen en Utrecht werd 
27 Mei 1675 een nieuw contract gesloten met den nijmeegschen 
postmeester N. Fagel, waarbij deze dit op zich nam tegen 1500 
gulden j)er jaar. Hij genoot daarenboven nog andere voordeelen en 
ontving o. a. nog 1000 gulden „pour des raisons et considérations 
fondées") *. 



*) Geheinies Post Archiv en Porlef. contracten, Hoofilbureau. 
•) Tot ' - ons; daarboven li st per ons. 
^) Geheimes Post Archiv en Portef. contracten. 

*) Kunnen deze gefundeerde redenen wellicht gelegen hebben in tegenwerking 
van de pruisische post, waanuede F'agcl in 1687 eeu contract sloot? 



151 

Eene belangrijke verandering werd in de verzending gebracht na 
de verplaatsing van het kantoor van de Rijkspost van Roermond 
naar Pempelfort, tengevolge van den inval der Franschen tijdens den 
spaanschen successie-oorlog, waarschijnlijk na den slag bij Ekeren 
(30 Juni 1703). De malen werden van daar met het geldersch rit 
over Emmerik en Arnhem op Utrecht gebracht. Na den vrede werd 
het kantoor te Maaseik gevestigd. In 1716 werd de route over 
Nijmegen verlaten en ter bespoediging verlegd over Eindhoven, door 
de Meierei, Oosterwijk, Drunen, Gorcum, Vianen, Utrecht en Loenen 
naar Amsterdam. Het vervoer van Eindhoven af werd op hun verzoek 
den 14 December 1716 aan de amsterdamsche postmeesters opge- 
dragen tegen eene vergoeding van 6000 gulden per jaar, waaronder 
echter ook begrepen was het vervoer der brieven naar de andere 
steden tot Utrecht '). Het traject moest in 16 a 17 uur afgelegd 
worden ; extra estafettes waren tegen billijk tarief te verstrekken. Het 
vertrek uit Amsterdam werd bepaald op Dinsdag en Vrijdag te 
6 uren n.m. Uit Eindhoven gaat het ordinaris-rit tweemaal per week 
en daarenboven een extra-rit voor de italiaansche brieven op iederen 
Dinsdag^. De brieven werden te Utrecht gesorteerd, waarvoor echter 
door Amsterdam noch aan de Rijkspost noch aan de steden iets 
berekend mocht worden. Het bedrag der vergoeding werd later tijdelijk 
lot 3800 gulden verminderd, onder bepaling dat de Rijkspost zoude 
bijbetalen, indien dit bedrag te weinig mocht blijken. Het was niet 
eene aanbesteding voor het geheel, maar eene afvinding voor het 
aandeel in de kosten, dat ten laste kwam van de Rijkspost. 

In 1738 werd een nieuw contract gesloten met Dordrecht, waarbij 
geen melding meer wordt gemaakt van de brieven voor Rotterdam. De 
gedwongen frankeering wordt hierbij uitgebreid en bepaald op4st. franco 
Keulen voor de brieven naar Frankfort, Cassel, Dantzig en Pruisen, 
4 st. voor Hamburg en 8 st. voor Zweden, Denemarken en Polen. 
Belangrijk hierbij is, dat te Dordrecht, in afwijking van alle andere 
hollandsche steden, die hiervoor van de routes over Lingen of Emmerik 
gebruik maakten, alleen de verzending over het kantoor der Rijkspost 
wordt gebezigd. Eene speciale bepaling is, dat aan Dordrecht een stuiver 
zal worden vergoed voor alle brieven op Keulen , die direct op Maaseik 
gezonden worden. 



') Leiden, VGravenhage , Dordrecht en Rotterdam. Men rekende dat Amsterdam 
op dit vervoer jaarlyks f 2900 verdiende. 
' Gelieimes Post Archiv en Memorie c, 1755 in pakket Leyden. Hoofdbureau n^ 6. 



152 

Met Rotterdam, dat eerst geen eigen contract had en over Dord- 
recht verzond, werd 22 Januari 1739 op den gewonen voet gecontrac- 
teerd. De aan de Rijkspost te vergoeden hovenporten der afkomende 
brieven werden hierbij bepaald op 4 st. boven Keulen (dubbele 
brieven 6 st., pakketten 8 st. per ons) en op 8 st. (respectievelijk 
10 en 16 st.) voor de italiaansche en zuid-duitsche brieven, die 
niet franco Keulen gemaakt waren; die van de zwitsersche brieven 
worden niet nader aangegeven en slechts als volgens de oude 
gewoonte gehandhaafd. De berekening van twee soorten hovenporten 
was een nieuwigheid ten bate van de Rijkspost. Gedwongen fran- 
keering werd gevorderd voor brieven boven Keulen tot Frankfort, 
met deze stad, den Onder- Rijn en den Moezel 4 st. (resp. 6 en 
8 st.) en boven Frankfort 8 st. (resp. 10 en 16 st.). 

Eene nieuwe wijziging in de route werd in 1730 gemaakt tijdens 
de geschillen tusschen de Rijkspost en Utrecht. De richting over Utrecht 
werd verlaten en er werd direct op Gouda gereden en van daar op 
Alfen, waar de brieven door Dordrecht en Rotterdam werden afge- 
haald. Utrecht verzette zich vergeefs en trachtte Gouda op te zetten 
om aan de postiljons den doortocht te weigeren ^). Deze verandering 
was echter waarschijnlijk slechts van korten duur. 

In 1745 voerde de Rijkspost een joumalière of dagelijksch rit in 
door de Meierei van Den Bosch op Gorinchem en van daar over 
Utrecht op Amsterdam en breidde dit in 1747 uit door een dagelijksch 
rit van Gorinchem over Papendrecht en Rotterdam naar Den Haag. 
De Rijkspost verbond zich tegenover Amsterdam om met dit laatste 
rit alleen brieven voor Den Haag te vervoeren en kende aan 
Amsterdam het recht toe om te verbieden om te Gorinchem de klep 
van de tasch, waarin de bijbrieven gesloten werden, te openen. 
Mocht het blijken dat ook andere brieven medegingen, dan zoude 
het rit van Gorinchem op Den Haag moeten cesseeren en «die brieven 
weder over Utrecht moeten loopen *). 

De beperking tot Den Haag schijnt spoedig te zijn opgegeven, 
zoodat ook de brieven voor Rotterdam, Leiden en Dordrecht langs 
het nieuwe rit konden vervoerd worden. I)(» postmeesters van deze 
plmitsen vereenigden zich met de nieuwe route en beloofden met 
\s-(iravenhage te zanien eerst ihM) gulden vn later 3417 gulden per 
jaar bij te dragen voor het traject van Gorinchem tot 's-Gravenhage . 

') Collectie Gemeente-archief Ie Rotterdam, R. n". 110. 
'^) 31 Augustus 1747, portef. contr. Hoofdbureau. 



153 

^waardoor zij een sneller verbinding verkregen en zich de kosten 
bespaarden van het vervoer der brieven van en naar Utrecht % 

Het vervoer van Gorinchem over Papendrecht en Rotterdam naar 
's-Gravenhage werd den 17 Maart 1749 door de Rijkspost aanbesteed 
aan IsaAc van Aken en Comelis Westman voor 3200 guldon per 
jaar, in te gaan met 1 April. De brieven voor Dordrecht werden te 
Papendrecht afgegeven en die voor Rotterdam aan het stadskantoor 
aldaar. De post moest dagelijks in 8 a 8Vi uur gereden worden en 
te 3 a 4 uren te 's-Gravenhage aankomen '). 

Leiden zond de brieven per schipper op Delft en verder met den 
van 's-Gravenhage komenden postiljon. Ook Gorinchem sloot zich 
aan bij deze nieuwe wijze van verzending '). 

De route liep nu van Gorinchem op Amsterdam over Vianen, 
Utrecht en Woerden, in welke laatste plaats het keulsch kantoor te 
Amsterdam een stuk land buiten de poort had gekocht om buiten 
de stad om te kunnen rijden. De postiljons van de Rijkspost reden, 
ook op hollandsch territoir, in eigen uniform. 

In den strijd tegen de boden van Keulen was eerst slechts het 
transitoir vervoer betwist, doch later trad, gelijk wij boven zagen, 
de Rijkspost ook voor de brieven op Keulen zelf met hen in concur- 
rentie. In 1730 werd tegen de boden een mandatum sine clausuia 
verkregen en in 1748 eischte de Rijkspost van de hollandsche post- 
meesters om voortaan alle verbinding met het bodenkantoor te Keulen 
af te breken en alle brieven aan het keizerlijk postkantoor te zenden *). 
De postmeester te Maaseik deed de amsterdamsche, utrechtsche en 
dordtsche pakketten openbreken, hetgeen tot ernstige geschillen met 
de hollandsche postmeesters leidde, waarbij de dordtsche postmeester 
R. Eelbo voorstelde om zich tot de Staten te wenden. De stad 
Keulen hield zich ditmaal buiten de geschillen, daar reeds onder- 
handelingen waren begonnen over de overdracht van het bodenambt 
aan de Rijkspost, die in 1751 tot den uitkoop leidden. 

Zoodra in Holland de post in één hand was vereenigd, was het 
eene eerste gedachte om de duitsche post, die tot in het hart van 
Holland doordrong, tot de grenzen terug te dringen. Door dit rit 



') Memorie. Losse stokken Gemeente-archief Dordrecht en in Verzameling van 
bescheiden Hoofdbureau. 
-) Geheimes Post Archiv. 
') 2 • Rapport Ie Jeune 3 Augustus 1752. 
*) Brievenboek Eelbo, 90 Februari 1748, foL 64, Gemeente-archief te Dordreclit. 



154 

genoot de Rijkspost niet alleen groote directe voordeelen, maar kwam 
het ook over Utrecht met de noorder provincies in contact en over 
Breda en Bergen-op-Zoom met Zeeland. Er liepen niet minder dan 
240.000 brieven per jaar over de lijn van de Rijkspost en dezt* 
dreigde zich meer en meer in de republiek in te dringen. Te Utrecht 
had deze sinds lang en te Gorcum sinds 1749 eene eigen entreposte. 

De commissarissen zagen het gevaar spoedig in en dachten er 
eerst zelfs over om een eigen postrit op Frankfort buiten de Rijks- 
post te organiseeren '). Dit plan bleek niet uitvoerbaar en men be- 
perkte zich toen tot het eenvoudigere, nl. om de verzending der 
duitsche brieven tot de grenzen zelf ter hand te nemen. Hiertoe 
moest echter het rit van de Rijkspost gestopt worden en de jour- 
nalière worden opgeheven; de verzending kon dan geschieden met 
het oude sociëteitsrit van Alfen over Gorcum, Drunen en Eindhoven. 

De hierdoor te ontstane beperking der correspondentie werd hier- 
mede verdedigd, dat ook op Brabant, Frankrijk, Hamburg, Grelder- 
land en de noorder provincies slechts tweemaal per week gelegenheid 
tot verzending was, zoodat aan eene dagelijksche verbinding met 
(ie Rijkspost geene behoefte bestond ^). Een terugkeer tot de beperkte 
correspondentie werd ook voorgesteld als in het belang der koop- 
lieden, „om redenen dat het soude geven meer embarras om casu quo 
sig van die post ten genoegen van haar correspondenten sonder 
nootsaakelykheid te moeten bedienen** '). De commissarissen schreven 
18 Febr. 1755 aan de Staten van Holland om de joumalière te verbieden, 
waarop deze bij resolutie van 30 October besloten het dagelijks rit 
t(» doen cesseeren en terug te keeren tot de retouren van vóór 1749. 

Den- 24 Mei 1756 werd hieraan een begin van uitvoering gege- 
ven door het besluit om met 1 Juli alleen op Dinsdag en Vrijdag 
te rijden en de brieven tot Eindhoven te brengen, en 2 December 
1756 werden de commissarissen gemachtigd om de vreemde posten 
van het territoir te weren. Men hoopte hierdoor tevens de Rijkspost 
ïv bewegen tot het sluiten van een generaal akkoord, daar de ver- 
sohilltMulc» contnu'ten tot tal van geschillen aanleiding gaven en deze 
zelf over het algemeen als voor Holland te onvoordeelig werden 

') (« 17 April 1748. Dit plan wen! tijdens den zevenjari^n oorlog door Pmisen 
weder opnieuw ann de orde gesteld. Ongeveer gelyktydig werd het pkm besproken 
om over Nanry eene verzending buiten de Rjjkspost om in het leven te roepen. 

') Rapport van Ie Jeune 28 Sept. 17.>4 en voorstel van den haagachen post- 
commies VtTvoort 21 Januari 17.V>. 

*'•) Brief van de Commissarissen 18 Febr. 1755. 



155 

beschouwd ^). Wanneer nu Holland een grooter gedeelte zelf bereed , 
had het hiervoor recht op vergoeding en was dus eene nieuwe over- 
eenkomst noodzakelijk. 

De nieuwe regeling werd met Mei 1757 ingevoerd. Hiervan werd 
kennis gegeven aan de couranten met verbod om een tegenbericht 
fe plfiiatsen *). 

De bevoegdheid om aan Taxis het berijden van ons territoir te 
ontzeggen en om de zending der retouren naar welgevallen te rege- 
len, kon moeilijk betwist worden, doch het bleef eene belangrijke 
vraag, op welke wijze de Rijkspost deze eenzijdige verandering zoude 
opvatten. Men vreesde echter niet, dat deze de correspondentie zoude 
staken, daar de Rijkspost zelf, die de bovenporten trok, hierdoor 
liet meeste nadeel zoude lijden en het nadeel voor den handel bij 
^stremming van het verkeer aan beide zijden even voelbaar zoude 
zijn, zoodat Taxis uit vrees van zich de algemeene tegenwerking 
in Duitschland zelf op den hals te halen, hiertoe geene aanleiding 
zoude geven. 

Tflüds begon zich te beklagen bij den keizer, waarop uitvoerige 
onderhandelingen plaats vonden met B. D. van Burmania, extra-ordinaris 
envoyé bij den keizer te Weenen. Uit de hierdoor gevolgde brief- 
wisseling *) met van Burmania blijkt, dat men door de opheffing der 
joumalière vooral wilde beletten, dat de Rijkspost zich geheel meester 
maakte van de brieven van Maastricht, Aken en Luik en dat het 
te behalen voordeel op den voorgrond stond *). 

Gunstig steekt hierbij af de beschouwing der dordtsche vroed- 
schap, die wel in de afschaffing van de journalière wilde toestem- 
men, doch hierbij overwoog „dat de dienst van het publycq en 
vooral de bevordering van de commercie en correspondentie altijt 
prevaleren moeten boven 't voordeel, 't geen de posterijen aan het 
Land konnen geven, en dat zelfs het laatste niet in consideratie moet 
komen, soo haast maar eenige de minste praejuditie aan het eerste 
word toegebragt" % Voor dergelijke ruime opvattingen was echter 
bij de commissarissen, bij wie vooral het geldelijk voordeel woog, 
slechts weinig plaats. 



*) Reeds 21 April 11^ was zydelings aangedrongen op een generaal contract 
*) Brievenboek Rotterdam 13 Juli 1757. fol. 47, Hoofdbureau. 
') Geheel opgenomen in bet archief van de commissarissen ; w\j kunnen ops bier 
slechts tot de hoofdzaken bepalen. Zie hierover de bylagen by Ie Jeune afgedrukt 
*) Het rit kostte met joumalière ƒ 13264.— en zonder ƒ6675. Not C.25 Aug. 1757. 
') Resolutie 24 Sept 1757, fol. 107. 



156 

Van Burinania was eerst niet erg ingenomen met deze nieuwig- 
heden, die den keizer, de keizerin en hem veel last veroorzaakten en 
hem in gevaar brachten, dat zijne brieven geopend werden en hij 
zich van cijferschrift zou moeten bedienen. Hij wijst dan ook op de 
macht van Taxis, die „wel een prince sonder land is, maar — een 
aanmerkelyk credit heeft", vooral nu de concurrentie der oude stads- 
posten is gefnuikt. Hij raadt daarom, im Taxis met onderbreking 
dreigt, tot beter tijden te wachten ^). 

Tot het onderbreken der correspondentie was de er^stmeester 
echter volgens van Burmania, „uyt sijnen hoofde en op sijn eigen 
ban en boete" niet bevoegd; zelfs de keizer kon hieiloe niet over- 
gaan zonder besluit van den Rijksdag *). Hij wijst tevens op de oppo- 
sitie, die tegen Taxis bestond, daar de prins zonder land slechts 
rijk werd door de exploitatie van anderen en hij slechts uit was op 
„verbeetering van de revenue" doch nooit „tot verbeetering van de 
posterijen ten dienste van het publicq" ^). 

Het belang der journalière voor de Rijkspost stak in de hier- 
door aan de posterijen der rijksvorsten gedane concurrentie en in 
het sneller vervoer der engelsche brieven , die nu bij te laat aankomen 
der booten hoogstens een dag verzuimden , doch anders een postdag (eene 
halve week) bleven liggen. De weg over Lingen en Dresden naar 
Weenen was korter dan over de route van de Rijkspost en deze kon 
slechts concurreeren met de andere route door een sneller vervoer *). 

De Rijkspost was onderwijl in allerlei geschillen met Hannover, 
Pruisen, Hessen, Cassel enz. en was bezig een nieuw rit op Ham- 
burg te maken over Osnabrück, Lemvorde, Barensdorf, Bassum en 
Bremen. Hieraan is het waarschijnlijk te danken, dat Taxis zich 
slechts tot enkele protesten beperkte en dat de geheele drukte met 
een sisser afliep. De journalièn* bleef afgeschaft, doch nu ontstonden 
nitHiwe moeilijkheden '')j daar Holland aanspraak maakte op vergoe- 

') Brief van -21) .luli 1757. •) C. 30 Nov. 1757. ') Brief 17 Oct. 1757. 

*) Hrirf ^*i Ort. 1757, il. 11 Nov. 1747. v. Burnjonin zegt ook, dat de k« .>er 
Taxis l)»'srlM»rmd«» wegens de „swakke siiceessie", in.a. w. het onthreken van man- 
lijke opvolging, die het vervallen van het leen aan den keizer deed verwachten. 
Dit is erhter onjuist , daar het erfreeht in vrouwelijke lijn reeds was verkregen 
\V«*I wist Taxis als geldschieter den keizer aan zich te hoeien. 

^) Kleinere gesehillen hetrofTen het terugdringen van hel pniisiseh kantoor te 
Emmerik door de Rijkspost en de weigering van Maaseik om verschotten voor 
engelsche hrieven op Bielefeld te verrekenen. C. 31 Aug. 1756. Ook werd reeds 
;^4 Nov. 1756 geklaagd over het onttrekken van italiaaneche brieven op Engeland. 



157 

ding voor den meerder gereden afstand en op grond hiervan afre- 
kening met de Rijkspost weigerde '). Holland bood eene som op 
afbetaling aan, doch hield /* 12000, — in en drong aan op eeii 
generaal akkoord. 

De briefwisseling werd gewoonlijk gehouden met van Bors, post- 
meester van Taxis te Maaseik, doch 6 December 1758 wendden de 
commissarissen zich direct tot Taxis, daar zij zich gebelgd achtten door 
den door van Bors aangeslagen toon. Taxis verklaarde zich eindelijk 
in 1759 bereid een generaal contract te sluiten, mits Holland eerst 
den achterstand aanzuiverde, die 14 Augustus 1759 reeds /* 60,000.— 
bedroeg ^). De commissarissen waren geneigd een gedeelte op afbe- 
taling te geven, doch wilden gaarne door het onafgedaan laten der 
schuld eene pressie op Taxis behouden en eischten, dat de nieuw 
te stuiten tarieven zouden ingaan met het begin der geschillen '). 

In 1760 werd eindelijk eene conferentie te Maaseik tegen einde 
Juli besproken en de Lilien ^) bood aan 4 Augustus te Amsterdam 
te komen. Hier werden de preliminairen vastgesteld. Men bleef het 
oneens over het door Holland in te houden bedrag ^) en besprak 
eene nadere conferentie te Maaseik op 15 Augustus. Toen de onder- 
handelingen niet vlotten, dreigde de Rijkspost de correspondentie te 
verbreken met 1 October en een manifest uit te vaardigen tegen de 
politiek van de Statenpost. De commissarissen schijnen echter niet 
gedacht te hebben, dat hiertoe zoude overgegaan worden, althans zij 
waren juist 3 October tot 3 November gescheiden toen 7 October 
het bericht kwam, dat Taxis de bedreiging had volvoerd. Reeds 
14 Juni 1758 was met stremming van het vervoer gedreigd, zonder 
dat het tot feitelijkheden was gekomen, en zelfs het recht om hiertoe 
over te gaan werd volgens schrijven van Burmania aan de Rijks- 
post betwist. Men had echter, om niet geheel onvoorbereid te zijn, 
Ie Jeune naar Kleef gezonden om na te gcian of de brieven, bij een 
breuk met de Rijkspost, ook over Utrecht, Nijmegen en het pruisisch 
kantoor te Kleef te verzenden waren. 

Toen het bleek, dat de bedreiging ernst werd, trachtte Holland 
de correspondentie voorloopig gaande te houden door aan den postiljon 
op Eindhoven te bevelen om op den gewonen tijd af te rijden en, 
als de Rijkspost geen postiljon zond, door te rijden op Maaseik. 
Mocht ook daar de maal geweigerd worden, dan moest hij de reis 

1) C 19 Januari 1758 en 6 April 1758. >) Brief van baron de Lilien. 

') C 18 Sept. 1759. *) Intendant-generaal van den rykspostmeester. 

>) C 12 Aug. 1760. Holland wüde 15000 gulden, de Lilien bood 8000 gulden. 



158 

voortzetten tot Maastricht, van waar de malen over Aken en Luik 
konden verzonden worden, waar van de Rijkspost onafhankelijke 
kantoren bestonden ^). Met de gedroomde zoete rust tot 3 November 
was het gedaan en van 10 October af vergaderden de commissarissen 
dagelijks om een uitweg te vinden in de moeilijkheden. 

Baron de Lilien, die de belangen van de Rijkspost te Maaseik 
behartigde, legde er den nadruk op, dat van die zijde bij deze 
geschillen niet de geldelijke belangen op den voorgrond stonden, 
maar de wa€u*digheid van de Rijkspost ^en ce qu*elles ne soufFnront 
jamais, que vos nobles Puissances pretendent s'arroger une supériorité 
d'agir contr'elles par voie de fait" *). Deze verklaring, die sloeg op 
de op eigen gezag door Holland in de verzending gemaakte verande- 
ringen, klinkt wel merkwaardig na de door de Rijkspost zelf tegen 
alle verdragen in begonnen onderbreking % De Lilien bood echter 
tevens aan om de opgehouden malen weder door te zenden, zoodra 
Holland den vollen achterstand van 72.000 gulden aanzuiverde en 
beloofde binnen vier weken een nieuw contract te sluiten *). 

Overeenkomstig de bedreiging om het standpunt der Rijkspost in 
een pamflet uiteen te zetten en op die wijze op de stemming van 
liet publiek te werkcMi, verspreidde de Lilien een: Infonnation con- 
tenant les faits et les motifs qui ont forcé Ie Généralat des Postes 
de TEmpire d'interrompre la correspondance avec les Villes respi*c- 
tivrs des Provinces de Hollande et Westfrise", waarbij later nog 
een ^Supplément" werd gevoegd % Do eonnnissarissen antwoordden 
hierop niet „(lontra infonnatien teegens seeker hier te Lande gespar- 
geert (iesehrift, tot Titul voerende Infonnatien", enz. ®) en droegen 
dt» samenstelling op van een in het duitsch gesteld „Bulletin" en een 
franseh verweer, getiteld: „Note Comme la Direction des Postes de 



') C. :£) SepUïinber 17(10. Volgens de Consideratien op de gadraiifde ii 
(Ie Jeune hlz. 48 en 49) dacht men er ook over om in geval van nood de brieven 
in pakketten met de diligences op Aken of Maastricht te zenden. — By de strem- 
niing zond de Rykspost de stoatsdép^ches ongehinderd door en de brieven 
l»eneden KeuU*n langs een omweg van 14 k 16 uur. De laatste drie malen werden 
door van Bors onder couvert ann A. Assenberg te Utrecht gezonden en hg beloofde 
dit nog tweemaal te zullen doen. (Ie Jeune hlz. 54). 

-) Ingekomen brieven v. (lomm. 12 October 1760, I, blz. 304. 

^) Ook bad de Lilien eerst l>eloofd om de beslissing van de Staten af te wachten. 

*) C. 13 October. brief afgezonden 12 October. 

^) Ingekomen brieven, I 314. 

••) (iroot 6 folio's. Kr werd 11 October toe besloten en het concept werd 13 Oetober 
goeilgekeurd. De onderbreking werd hierin genoemd „het eerste pbenomene in 
het Christenryk verschenen en sonder eenig voorbeeld**. 



15!) 



Hiillaiidc et Westfrise, selon la Resolutioii des EtaU de la dite 
IVoviiice, a été i)bligée en 1757 de faire cesser les Postes jour- 
iialieres de Leurs Villes de HoUande sur Maseyk" '). Tevens hielden 
zij cunferenties met de kooplieden te Amsterdam en te Rotterdam 
en trachtten zij door particuliere gesprekken de stemming van de 
beurs op hun hand te krijgen. Van Collen schiijft van zich zelf: 
nZodat men mij met regt een ambulatoir contra manifest heeft kunnen 
noemen". Er was veel aan 
gelegen om de kooplieden, 
die door het weigeren der 
wissels ten gevolge van de 
litremming veel last onder- 
vonden, niet te veel te ver- 
vreemden , temeer daar de 
t>eurs ontstemd was over de 
weigering der door de Lilien 
voorgestelde arbitrage van de 
amsterdamsche beurs '). Zij 
hadden zich tevergeefs tot 
\an Bors te Maaseik om door- 
zending der brieven gewend 
en zochten nu andere wegen 
voor hunne correspondentie'). 

De commissarissen stem- 
den toe in de eischen van 
tk- Litien (uitbetaling en con- 
tract binnen 4 weken), doch 
onder restrictie, dat het be- 
drag volgens nadere verreke- 
ning bepaald zoude worden. 
Deze restrictie werd echter 

verworpen, daar de Lilien zag, dat <lo hoUandsche commissarissen in 
het nauw geraakten en tot toegeven gedwongen waren '). 

Eindelijk werd de vrede hersteld en doorzending der malen toe- 
gezegd, zoodat die legen 20 Octobcr te Amsterdam verwacht konden 
worden. Zij kwamen echter eerst den 21 daar aan, daar de zakken 




VprwetTSclirift van de Statt-npost tegen 
Taxis. 1760. Originifel in fol. 



') Groot 1 folio. C 16 en 18 Oetotier 176a 
*> Ingek. brieven 30 Augustus 1760. 
») C 18 Oetober. *) C. 16 October. 



160 

buiten de schuld van de Lilien door een verzuim over Antwerpen 
verzonden waren. 

De schorsing duurde van 7 tot 20 October. Na indiening van 
ontwerp en contra-ontwerp was men reeds 13 October voorloopig in 
zooverre tot overeenstemming gekomen, dat 72.000 achterstallen door 
Holland zouden worden betaald en dat het contract in 4 weken 
zoude gesloten worden. Nauwelijks was dit betaald of de Lilien kwam 
weder met een nieuwen eisch van f 35.000 wegens sinds dien ver- 
schenen porten. Toen Holland niet snel toegaf, schreef Bors aan de 
amsterdamsche kooplieden en dreigde hun, buiten de commissarissen 
om, met eene nieuwe interruptie van het verkeer'). 

Door Holland werden W. J. Th. van der Does van Noordwijk 
en J. Ie Jeune afgevaardigd naeu* de conferentie te Antwerpen, die na 
veel gehaspel eindelijk 11 December begon \ De conventie werd 
19 Januari 1761 geteekend en 9 Juni werden de ratificaties uitge- 
wisseld. De verschilpunten, waarover in hoofdzaak getwist werd, 
betroffen de berekening der aan de Rijkspost te betalen porten en 
de aan Holland voor den termijn na 1757 voor het verder rijden te 
betalen vergoeding. Het was een geldkwestie zonder overigens ingrij- 
pende gevolgen; alleen viel hierbij de beslissing bijna geheel ten 
nadeele van Holland. Dit had eenmaal getoond bang te zijn voor 
verbreking der correspondentie en was hiermede aan de genade van 
de Rijkspost overgeleverd. Holland verloor de vei^oeding voor rijloon . 
had c. f 4800 aan ritten meer te betalen en werd in de ontvangsten 
bedreigd, daar, ini er een genermil contract gesloten was, ook 
Dordrecht, Leiden, Rotterdam en 's-Gravenhage konden gaan eischen 



') Ingekomen brieven 7 November 1760. I, blz. 337. 

') Z\j kregen reisgeld en f 35 en f ^ per dag , benevens f 5 voor een secretaris. 
De geschillen waren in hoofdzaak de volgende (zie Resolutifin Oudraad Dordrecht 
1760, Bijlage .53, missive 2 October 1760): 

Rykspost: Wisselen te Eindhoven; porto 9, 8, 5 en 4 st; vry venroer lot 
Eindhoven en Boekholt der pakketten voor Utrecht, Breda, Bergen-op-Zoom en 
Den Bosch ; regeling der verrekening. 

Holland: Wisselen te Achelen : porto 8, 6, 4 en 3 st, lager port Toor zwit- 
sersche brieven; Holland wil nlle engelsche brieven over Holland en verrekening: 
trooisch gewicht en hollandsch geld; burineeren der brieven; vervoer tegen ver- 
goeding; vermelding der door de Rijkspost te Achelen af te geven pakketten roor 
Brabant. — Merkwaardig is de langzaamheid waarmede de heeren naar Antwerpen 
reisden. De reis duurde 5 dagen. 1. Den Haag - Rotterdam ; 2. Rotterdam- -Gorinchem : 
3. Gorinchem Heusdeii ; 4. Heusden— Breda; 5. Breda — Antwerpen, waar zg eren 
na poortsluiting aankwamen en uit beleefdheid nog werden toegelaten. De terug- 
reis duurde van !£i — 2t) September. 



161 

ni geen hooger porttarieven te betalen als te Amsterdam ^). Bij 
e bepaling der te vergoeden porten werd aan Holland te gemoet 
ekomen. De onderbandelingen werden voor de Rijkspost gevoerd 
oor de Lilien, bijgestaan door van Bors uit Roermond % die zich 
og lastiger toonde dan zijn meester, vooral wat betrof het transito 
oor Holland gevorderd op Utrecht, Den Bosch, Breda, Bergen-op-Zoom 
n Zeeland ^). 

Bij het contract van 19 Januari werd bepaald, dat Holland en de 
tijkspost in Achelen zouden wisselen, doch dat de Rijkspost als de 
ollandsche postiljon niet tijdig aankwam , op kosten van Holland mocht 
oorrijden tot Eindhoven (art !2). De brieven worden door de Rijks- 
ost geburineerd, om de plaats van herkomst en in verband hier- 
lede het te betalen port te kunnen nagaan (art. 7). Verandering 
%n route en wisselplaats mogen alleen in gemeen overleg geschie- 
^n. Het gewicht zal berekend worden naar dat te Maaseik en de 
.*rrekening volgens hoUandsch geld (art. 7). De Rijkspost aanva€u*dt 
'en verplichting om alle engelsche brieven over Holland te zenden, 
)ch belooft om zooveel mogelijk het getal retourbrieven gelijk te 
aken aan dat der over Holland ontvangen brieven (art. 8). De 
ijkspost zal te Achelen brieven afgeven voor Eindhoven, Tilburg, 
irschot, Oosterwijk en Helmond en o. a. pakketten voor Eindhoven, 
runen (Langstraat, Geertruidenberg, Heusden, Bommel en Wou- 
"ichem), Gorincheni (Schoonhoven, Gouda, Vianen, Uselstein), 
ordrecht (Bergen-op-Zoom , Zevenbergen , Klundert , Willemstcwl , 
teenbergen en Zeeland), Rotterdam (Maassteden en Brielle), Delft 
net Leiden), 's-Gravenhage en Amsterdam (Haarlem, Noord-Holland 
n de noorder provinciën). De vermelding van pakketten op Breda 
n 's-Hertogenhosch werd door de Rijkspost geweigerd. 

De berekening der porten werd in hoofdzaak naar het tegenont- 
rerp van Holland geregeld, brieven tot Keulen vrij, en daarboven 
, 4, 6 en 8 st. 

In een separaat artikel was de vergoeding voor Holland sinds 
.757 bepaald op /"GOOO. — per jaar, dus evenveel als voor de onder- 
)reking, of te zamen / 24,643.— . 

De italiaansche brieven werden in Italië door de Rijkspost zon- 
ier francogeld aangenomen en kwamen dus in beide richtingen ten 



') C. aO Dec. 1760. 

'-) J. J. van Bors, die in 1751 zynen vader als postmeester was opgevolgd. 

^) C 8 Januari 1761. 

U 



162 

laste van de hollandsche kooplieden. Bij de conferentie te Antwerpen 
werd getracht een lager port (8 voor 9 st.) hiervoor te bedingen \ 
In een geschil over deze brieven werd later door de Rijkspost 
toegegeven *). 

Hadden de commissarissen gemeend nu eene periode van rust te 
zullen intreden, dan kwam de ontgoocheling snel. Het nieuwe tarief 
zoude met 1 Juli beginnen, doch reeds dit werd door Maaseik ge- 
weigerd ^) en op het hierover gezonden protest verzocht Taxis oni 
met de invoering tot 1 October te wachten. 

Met de taxeering werd vreemd omgesprongen *). Reeds 24 Sep- 
tember en 28 October kwamen klachten in over een afisonderlijk 
niet in het contract genoemd franco Coblentz ^), het doorschrappen 
van franco Keulen, het gebruiken van verkeerd gewicht en het niet 
zenden van engelsche brieven % Daarentegen klaagde Taxis over 
het zenden van enveloppen aan gefingeerd adres, speciaal uit Amster- 
dam. Dit laatste had ten doel om de brieven te zenden aan corres- - 
pondenten in plaatsen met gunstiger tarieven, waardoor de twee^ 
porten elk over een gedeelte van het traject voordeeliger uitkwamen^ 
dan de verzending in eens door. 

De kwestie over de engelsche brieven wortelde hierin, dat Hol — 
land, dat door het betalen van francogeld voor de brieven naar~ 
Duitschland hierop niets verdiende of zelfs nog iets verloor, zijnt - 
vergoeding moest vinden uit de porten der uit Duitschland ovem* 
Holland naar Engeland verzonden brieven. Door nu wel uit Enge- 
land over Holland en Maaseik te doen verzenden en de retoureiï 
over Antwerpen en Ostende te voeren, gaf men Holland wel den last 
maar geen voordeel. De commissarissen besloten nu het door de 



*) C. 8 .lanimri 1761. 

•) C, »^) Juli 1761. De correspondentie in Italië zelf was soms zeer slecht. In 
17;V> werd geklaagd, dat brieven uit Holland over Rome naar Veneti? gingen. 
(Verz. van bescheiden Hoofdbureau). 

') C. 22Sept. 1761. 

*) Reeds bij den vrede van Westpbalcn was in Duitschland geklaagd over het door- 
halen van franco's bij de Rijkspost. Hartmann p. «US. 

■) Franco Coblentz was niet genoemd, doch werd verdedigd op grond, dal voor 
Trier een port van 6 st. was bedongen en «lat ('oblentz politiek tot Trier behoorde, 
i"» Sept. 17r)l werden de commiezen te D<»rdrecht, Leiden, Rotterdam en 's-Gni- 
venhage aangfscbreven om te Maaseik legen <lit franco (Coblentz te protesteeren. 
(uitgaande nn'ssiven van commissarissen). 

*) In 176d! zond Amsterdam naar Maaseik 84:21 engelsche brieven en 1746 onsen 
en ontving het van Maaseik .*1070 brieven en 4:27 dubbelen en ilO'*/^ onsen Toor 
Engeland. 



163 

Rijkspost te veel gerekende eenvoudig af te trekken van de reke- 
ning der zwitsersche pakketten ^) en verzochten aan de Staten om zich 
bij den keizer te beklagen ^). 

In het over deze geschillen uitgebracht rapport ^) werd er op 
gewezen, dat, als de Rijkapost vrij is om te bepalen tot hoever 
brieven naar Holland franco gemaakt moeten worden, ook aan 
Holland de bevoegdheid niet ontzegd kan worden om wederkeerig 
te bepalen tot hoever de brieven uit Holland franco te maken — 
b. V. de italiaansche brieven franco Keulen in plaats van franco 
• Frankfort, — of geheel zonder gedwongen frankeering aan te nemen, 
hetgeen voor de post hetzelfde zou zijn, doch een groot voordeel 
voor de hollandsche kooplieden. 

Over de geschillen werd een groot besogne gehouden, waarbij 
besloten werd te trachten eenige vermindering te krijgen, doch het 
niet tot een breuk te laten komen. Vooral tegen het dubbelport voor 
de plicques, of enveloppen met verschillende brieven, voor den Levant, 
die door Taxis over Antwerpen naar Weenen verzonden werden, 
^verd hierbij 't meest bezwaar gemaakt *). 

Na veel onderhandelen bood Taxis aan'): „de liquider avec 
Maseyk, abstraction faite de tous les points qui sont en controverse", 
waarop afgerekend werd op de basis van franco Coblentz 4 st. en 
franco Keulen 3 st., bijbetaling van 4 st. per brief voor de minder 
ontvangen retouren voor Engeland en berekening der plicques op 
den Levant tegen 1 Va maal het gewoon tarief volgens het contract 
van Antwerpen. Het burineeren der brieven zoude alleen met een 
cijfer geschieden. 

Later kwamen er nog meermalen klachten over misbruik van de 
Rijkspost door het franco bij franco Keulen door te slaan ^), of het 
opzettelijk over een omweg (Parijs) zenden der voor Dordrecht franco 
Keulen gemaakte brieven uit Saarbrücken ^) en andere vexaties als 
het eischen van extra port van brieven van Mühlheim en het openen 
der brieven om na te gaan van welke correspondenten men zich 
bediende, „waartegen wij wel alle mogelijke representatien hebben 



*) C 18 Dec. 1761. Ingevolge hiervan schreven z\j 9 Febr. 1762 aan de kantoren 
om het te hoog berekende te korten en slechts per geheele onsen te rekenen 
(i\=\), Brierenboek Rotterdam 9 Febr. 1762, fol. 8a 

^ C 9 Febr. 1768. Nader rapport hierover aan de Staten 26 April 1762. 

*) 10 Nov. 1762. *) C. 11 Maart 1763. 

•) Brief 10 Febr.. C. 15 Sept 1763. Cf. C. 23 November 1763. 

•) 9 Maart 1767. T 6 Maart 1777. 



164 

gedaan, dog die tot nu toe ten eenemaal vruchteloos zijn geweest" '>. 
Ook het niet burineeren der brieven , waardoor de herkomst en hel 
te betalen port niet bleek, en het niet verrekenen van te weinig 
engelsche retouren bleef een punt van beklag ^). 

De Rijkspost breidde zich steeds meer uit. Na den uitkoop van 
Keulen in 1751, volgde die van Aken in 1776 en het pachten 
van Bergcn-op-Zoom in 1780. Wij verwijzen hiervoor en voor het 
tijdelijk inpalmen van het hollandsch kantoor te Luik naar de betrokken 
afdeelingen. 

Behalve het rit over Gorinchem, later teruggedrongen tot Achelen, 
werd door de Rijkspost, in 1758, van Tegelen naar Nijmegen gereden 
voor de brieven voor Roermond, Thorn en Stevensweerd. Dit was slechts 
eene secondaire lijn. Om de concurrentie hiervan te keeren stelden 
commissarissen voor, om ook van Holland driemaal per week van 
Venlo op Helmond en Eindhoven te rijden ^). 

Voor den inwendigen dienst van het rit op Eindhoven verwijs 
ik hier naar de uitvoerige behandeling bij de bespreking van het 
sociöteitsrit. 

De contracten door de postmeesters van de groote steden met 
de Rijkspost gesloten werden reeds hierboven vermeld; de kleinere 
steden zonden over Amsterdam en Rotterdam, of deden hare pak- 
ketten onderweg in het rit invloeien. Haarlem had geen eigen con- 
tract, maar zond alles op Leiden, waarmede het 2 Juni 1736 een 
contract sloot. 

Hierbij nam Leiden aan de verzending heen en weer van de 
haarlemsche brieven in gesloten pakjes op Kleef, Nijmegen, Arnhem, 
Zutfen, Doesburg, Venlo en Roermond. Die op Wezel en Emmerik 
werden los over Leiden gezonden. In het pakket voor Roermond 
gingen de brieven voor Oostenrijk, Hongarije en Italië. De overige 
brieven voor Duitschland, behalve die met het hamburger rit over 
Amsterdam verzonden werden, moesten aan Leiden los gezonden 
worden met een francogeld van 8 stuiver tot Frankfort en 5 st tot 
Keulen. Dit laatste zoude tot 4 si. vtrminderd worden als Haarlem 
de brieven met de nachtschuit op Leiden zond. V^oor de brieven uil 
Keulen had Haiu-lem 5 st. aan Leiden te betalen, waarvoor Leiden 



') Res. Hurgenioosteren van Donln^cht 'ü. Maaii 1765, fol. 99 vs. eo liri«f van 
de commissarissen van 19 Augustus, aldaar na fol. 1«^ 
-) IV) Febr. 178r>. ^) Verzameling van bescheiden HoofdboreML 



165 

de pakketten en de engelsehe brieven gratis vervoerde, behoudens 
eene vergoeding voor de kosten van de nachtpost op Haeirlem '). 

Wegens den last van den overlaat werd 14 Juli 1772 voorge- 
steld om langs den Kattendijk en langs Drunen en niet meer langs 
Heusden te rijden, en 9 Januari 1770 werd besloten de brieven van 
Gorinchem op Wezel, die tot dien tijd over Gouda liepen, direct te 
zenden. De brieven naar Aken werden, na den overgang van het 
stadskantoor aan de Rijkspost in 1776, gezonden op het kantoor 
van de Rijkspost te Maastricht *). 

De brieven van Dordrecht op Duitschland gingen tot 1788 reeds 
te halfzes 's avonds, gelijk met de binnenlandsche brieven, over naar 
Papendrecht en bleven daar liggen tot 8 uren om door den postiljon 
van Den Haag te worden medegenomen. Op verzoek van Dordrecht 
werd nu besloten de brieven afzonderlijk te 8 uren te doen over- 
brengen, waardoor S'/a uur schrijftijd gewonnen werd'). 

Toen in 1786 een postwagendienst tusschen Nijmegen, Venlo en 
Keulen werd ingericht, met drie diensten per week in beide richtingen , 
verzocht de Lilien te beletten, dat hiermede hollandsche brieven 
werden medegegeven. De commissarissen weigerden dit echter op grond 
dat zij geen gezag hadden over den loop der brieven te Nijmegen *). 
Het zenden van pakketten met waarde over Maseik werd enkele 
malen verboden, hoewel dit over Antwerpen vrij bleef. Zoo o. a. in 
1768; op verzoek van de commissarissen werd het echter, mits op 
eigen risico, weder toegestaan % 

Tijdens den oorlog in 1792 en 1793 werd het rit over Maaseik 
tijdelijk gestoord. 18 December 1792 schrijft de Lilien, dat Roer- 
mond is ingenomen en Wezel bedreigd wordt, terwijl de correspon- 
dentie over Keulen en Tegelen onzeker was. Alleen die over Kleef 
en Wezel was nog vrij % De prins van Thurn en Taxis verzocht 
om geen wissels voor de afrekening te betalen, daar die in verkeerde 
handen konden geraken. 

Voorloopig werd per geldersche post over Utrecht en Wezel en 
van daar op Keulen gezonden^, later over Emmerik, Wezel en 

^) Stukken betreffende de negotiatien met liet pruisische postofficie 1775 — 1814. 
Hoofdbureau. 
^ C op de genoemde datums en 11 Nov. 1776. 
*) Verzoek C. 6 Juni 1787. Toestemming C. 11 Januari 1783. 
*) a 19 Sept 1786. *) C. 14 en 15 Dec. 1758. 

'') Ingek. brieven 18 Dec. 1792, blz. 246. ^ C. 26 Februari 179S. 



166 

Dusseldorp *), waarvoor een extra koerier werd vereischt, die 225 
gulden kostte *). 26 Maart 1793 was de oude weg weder tijdelijk vrij. 
In 1794 begonnen de moeilijkheden opnieuw. Naarmate de Fran- 
schen voortrukten, stopten zij de correspondentie en drongen zij de 
Rijkspost terug. 5 Augustus werd Luik afgesneden en werd Maaseik 
door de Rijkspost ontruimd, waeu'na weder over Dusseldorp moest 
gezonden worden. 15 October komt bericht, dat het kantoor der 
Rijkspost naar Werll is overgebracht, wordt verzocht over Wezel 
te verzenden en wordt een geregeld rit hierheen over Arnhem en 
Utrecht aangelegd. Ook in de binnenlandsche aansluitingen waren 
hierdoor veranderingen noodzakelijk. Het rit van Den Haag op (Jorin- 
chem werd opgeheven en evenzoo het donderdagsch rit tusschen 
Dordrecht en Gorinchem en in plaats hiervan werd een nieuw rit 
ingelegd van Utrecht, Montfoort, Oudewater, de Stolwijker sluis, 
Moordrecht, Rotterdam, Delft, de Hoornbrug — vanwaar de leidsche 
brieven per schipper werden verzonden — op 's-Gravenhage. Hier- 
mede werden de duitsche brieven vervoerd, die eerst over Drunen 
liepen en langs de nieuwe route eerst na het vertrek van de bin- 
nenlandsche post te Utrecht aankwamen. De brieven op Dordrecht 
gingen van de Stolwijker sluis direct of over Gouda. De derde maal 
uit Duitschland werd van Utrecht gelijk met de friesche maal door- 
gezonden '). Het rit van Sleeuwijk op Oosterwijk werd 27 November 
opgeheven en dat van Amsterdam op Gorinchem tot Utrecht inge- 
kort. De correspondentie werd in 1795 heropend *). 

b. PRUISEN % 

Het inrichten van geregelde postdiensten tusschen Holland en 
Pruisen dateert betrekkelijk van later tijd. Eerst werden alle brieven 
over Hamburg verzonden en wel worden in 1614 boden vermeld 
tusschen Brandenburg en Emmerik, doch het is niet aangetoond, 
dat die ook met Holland in contact stonden. 

De relaties tusschen beide» landen waren dan ook gering en wer- 
den eerst van meer beteekenis toen Brandenburg Kleef in bezit kreeg 



') C. 27 Februari ITWl ') C. -ifi Mei ITStt. 

') C. 18 Odober il^i. 

"*) 27 Janunri 17Ur> op Nyniegen, Arnhem en Venio en 29 Januari op Aken, 
Keulen en Coblentz. 

*) De verschillende bescheiden ontleend aan het (leheim Poslarchief te Berlyn 
z\jn geciteerd als G. P. A. Zie ook speciaal Matfhias, Fostverbindungen und 
Postverhaltnisse zwisschen Preusen und den Niederlanden, h. s. G. F. A. XUll. 



167 

na den dood van hertog Johan Wilhelm, 25 Maart 1609. De toen 
volgende oorlogsjaren wai'en echter weinig geschikt om verdere uit- 
breiding te geven aan het verkeer. Reeds in 1646 werd een dienst 
geopend tusschen Berlijn en Kleef, die echter eerst na 1649 defini- 
tief geregeld werd. De oprichting geschiedde volgens schrijven van 
Friedrich Wilhelm den Groote van 31 Januari 1646, geciteerd bij 
Matthias bl. 5 „dasz wöchentlich auf einen gewissen Tage von Kleef 
ab einen Post an Uns abgeschickt (d. i. naar Berlijn) undt über 
Amsterdamb uf Hamburgh an den Postmeister daselbst, Diederich 
Gerbrandt, wie bisher geschehen, nicht aber über Unna undt CöUn 
an einige andere so wie nicht dazu befehlicht, bestellet werden sollen" ^). 

Verder als Kleef strekte zich de brandenburger post niet uit; de 
brieven werden daar door de Rijkspost overgenomen en over Nijmegen 
op Amsterdam en 's-Gravenhage geëxpedieerd ^). In 1650 werd dit 
echter naar Amsterdam belet door G. Dulcken, postmeester van de 
Rijkspost te Roermond, waeu'door de brandenburger postmeester te 
Kleef gedwongen werd eene eigen verbinding met Holland te zoeken '). 
Met Amsterdam was deze reeds in 1650 in werking blijkens schrijven 
van George Osten te Kleef van 15 November 1650 ; op *s-Gravenhage 
werd echter voorloopig nog met de Rijkspost verzonden, daar eene 
eigen verbinding op 's-Gravenhage te kostbacu* was en de omweg 
over Amsterdam de brieven een dag later als met de Rijkspost in 
Den Haag zoude brengen. De nieuwe dienst ontlokte een protest van 
den spaanschen gezant don Antonio de Briun, die voor de belangen 
van Taxis optrad, doch aan dit protest werd geen gevolg gegeven, 
daar na den vrede van Munster alle rechten van Spanje op de 
republiek waren vervallen, dus ook die, welke Taxis aan zijne aan- 
stelling door den koning mocht willen ontleenen. 

De keurvorst benoemde postfactors te Amsterdam en te 's-Graven- 
hage *) en schijnt oorspronkelijk getracht te hebben, om de brieven in 
pakketten aan hun adres te verzenden door middel van de boden 
van Wezel en Kleei Deze wijze van verzending mislukte, daar zoowel 



•) Het wellicht niet juist door Matthias geciteerd slot wyst op de verbinding 
van Amsterdam over Hamburg naar Berlyn. 

-) De Rykspost had toen ritten van Aken, Roermond, Venlo op Nymegen , en 
van Keulen , Kleef op Nymegen. 

*) Reeds 16 December 1649 werd over de inrichting van een post van Kleef op 
Amsterdam geschreven. Geheimes Post Archiv te Berlyn XLIII n**. 308. 

*) Te *s-Gravenhage Gillis van Heek, aangesteld 14 Augustus 1651 en te 
Amsterdam Johannes Kempe, aangesteld 25 September 1651. (Zie ook G. P. A. 
XLUl D^ 306 en 310) 



168 

de postmeester van Taxis te Roermond als de boden zich hiertegen 
verzetten. De factor Kempe werd te Amsterdam gedwongen de porten 
aan de gewone boden uit te keeren en deze verzochten aan Wezel, 
om alle brieven direct aan hun adres te zenden. In dezen strijd trad 
de keurvorst streng op tegen Wezel ter bescherming van zijn post- 
regaal , en riep hij de hulp in van J. Maurits van Nassau om Amsterdam 
voor zijne posterij te winnen, die 29 Juli 1651 hierover uit Kleef een 
schrijven aan Amsterdam zond, waarbij hij sterk voor Brandenburg 
tegen de Rijkspost partij trok ^). Te gelijker tijd poogde de keurvorst 
den tegenstand van de hamburger boden te overwinnen door eene 
vereeniging van dit kantoor met „Unsere Post" voor te stellen en 
den postfactor Kempe te machtigen, hierover eventueel met het 
hamburgsch kantoor eene overeenkomst te sluiten *). Deze pogingen 
hadden echter weinig succes en uit een schrijven van 4 Februari 
1653 blijkt, dat de pogingen van Brandenburg om den factor te 
Amsterdam door den magistraat te doen erkennen, nog tot geen 
gevolg hadden geleid *). 

Nadat de verzending door de boden in gesloten pakketten aan 
het adres der postfactors was mislukt, trachtte de keurvorst een 
eigen dienst op te richten, waarover den 8 Februari 1652 eene 
overeenkomst gesloten werd met Gijsbert Heinrich Lada te Utrecht *), 
doch ook deze dienst was, volgens schrijven van den diplomatieken 
agent te 's-Gravenhage, Johann Copess, den 21 Juni 1653 reeds 
te niet gegaan *). Eene nieuwe poging in 1666 tot het invoeren van 
een rijdende post tusschen Kleef en Amsterdam stuitte af op de 
weigering van de hollandsche postmeesters % 

De tegenstand der amsterdamsche postmeesters was voornamelijk 
hieruit te verklaren, dat een groot gedeelte der correspondentie op 
Brandenburg nog steeds over Hamburg werd vervoerd, waarvan de 
voordeelen verloren zouden gaan door eene verzending over Kleeft), 
en door de benadeeling, die gevreesd werd voor de boden op Kleef 
en Wezel. 

Eerst in 1687 kwam eene blijvende verbinding tot stand over 
Nijmegen, waarover den 2 October 1687') een contract gesloten werd 



') (;. P. A. XLIll n". :*J8. 

=) Brief van den keurvorst 4 Ortoher 1^54. (i. P. A. XLIll n". :*J8. 

>) (i. P. A. XLIll n''. 308. *) (.. P. A. XLIll n". HIL 

») MaUhias hl. liï). •) Matthias bl. i». 

^) Dit gesrhie<l<le zelfs nog in Hi8B, zie Matthias hl. 7. 

') G. P. A. XLIll n^ 311. 



169 

Pt N. Fagel, waarbij deze het vervoer der brieven van Nijmegen naar 
recht en terug, tweemaal per week, op zich nam tegen eene jaarlijksche 
rgoeding van 4000 gulden. Fagel verbond zich om met dezelfde 
arden geen brieven voor Taxis te vervoeren en het traject in 9 uren 

rijden, met eenige speling voor den wintertijd. De uren van 
rtrek zullen door Brandenburg worden vastgesteld en ter controle 
in de snelheid zullen aan de postiljons uurceduUen verstrekt 
arden. Te Utrecht worden de malen aan het kantoor van Bors 
liten de Wittenvrouwenpoort afgegeven, waar de brieven gesor- 
erd worden en verder naar de steden in Holland verzonden. Groote 
ikken mogen met het rit niet verzonden worden, met uitzondering 
in kleine zendingen voor het hof van Brandenburg of dat van 
ranje. Het contract is aan geen termijn gebonden '). 

Bij nader contract werd bepaald, dat Fagel alleen het vervoer 

bezorgen had, doch geen beheer zoude hebben over het rit. Hier- 
genover beloofde de brandenburger postmeester-generaal Johan 
rederick Matthias, dat de keurvorst Fagel zoude aanbevelen voor 
et generaal postmeesterschap van Gelderland ^). 

Reeds spoedig was er echter eene wijziging noodzakelijk, daar 
et rit niet aan de verwachting voldeed en zelfs jaarlijks 2000 gulden 
1 kort opleverde. Den 27 December 1697/29 Maart 1698 werd daarom 
ï jaarUjksche vergoeding tot 3000 gulden verlaagd, waartegenover 
m Fagel beloofd werd om den achterstand, die toen reeds 18,000 
ilden beliep, in gedeelten af te betalen. In den dienst werd hierbij 
leen deze verandering gebracht, dat de postiljons niet meer alleen 
n den nijmeegschen postmeester afhankelijk zouden zijn, doch 
steld worden onder den postmeester te Emmerik. In deze ongunstige 
jzigingen werd toegestemd, daar het vervoer ook tegen den ver- 
igden prijs nog genoeg voordeel opleverde en de vervoerder zijne 
sitie had verzwakt door buiten den keurvorst om het vervoer in 
97 aan een ander (van Schuylenburg) over te dragen. 

De nadere wijzigingen in het contract van 13 Februari 1719 
troflfen alleen de jaarlijksche vergoeding en de regeling der achter- 
inden. Over 1702—1706 w€is slechts de helft betaald, zoodat er nog 
W) gulden te betalen viel. Voor dit bedrag werden nu de zevenbergsche 
)ederen verbonden. De vergoeding werd tot 2500 gulden verminderd % 



') „Het tegenwoordige contract sal syn perpetueel". 
') G. P. A. XLIII No. 314, ongedateerd. 

') G. P. A. XLIII n^. 307, XLV n». 16, origineele contracten 1687, 1697 en 1719 
iQ aanteekeningen Hoofdbureau. 



170 

Met het rit van Nijmegen op Utrecht was het kantoor buiten 
de Wittevrouwenpoort aldaar op drie wijzen met Duitschland ver- 
bonden, n.1. het bovengenoemde rit van Kleef over Nijmegen, het 
rit van de Rijkspost van Maaseik — Roermond en een rit van Wezel 
over Emmerik en Arnhem. Dit rit was ook voor de correspondentie 
met Brandenburg, doch het bleek mij niet, of dit eene uitbreiding 
was van den bodendienst tusschen Amsterdam en Wezel, of onaf- 
hankelijk hiervan door Brandenburg was aangelegd. Het bestond in 
elk geval reeds in 1687. Voor het eerste pleit het aan het kantoor 
verbonden vervoer van goederen , dat na den overgang der posterijen 
aan Holland werd verpacht aan den postwagen van Amsterdam op 
Arnhem *). 

Volgens eene aanteekening op het stadsarchief te Keulen liep de 
route oorspronkelijk over Kleef, Emmerik, Zevenaar, Kuessen of 
Arnhem, Wageningen, Rhenen, Meerburg, Utrecht en Alfen. 

Waarschijnlijk werd de bodendienst in 1687 gereorganiseerd ten 
behoeve van de correspondentie op Emmerik, daar juist in dit jaar 
de reeds in 1652 besproken vereeniging tusschen het geldersch en 
kleefsch kantoor en het hamburger kantoor tot stand kwam, waar- 
door de voor dit laatste kantoor te vreezen nadeelen betreflFende de 
oostersche brieven werd opgeheven. Deze vereeniging kwam in 
April 1687 tot stand ^) en 25 April 1687 volgde hierop eene nadere— =3P 

conventie tusschen deze twee amsterdamsche kantoren, nader uitge - 

werkt in de conventie van 18 Mei 1714, waarbij de kantoren, wal 
de inkomsten betreft, werden saamgesmolten '). 

De brieven werden van Amsterdam door het keulsch kantoo 
naar Utrecht gebracht, waarheen ook de andere steden- expedieerden 
en buiten de Wittevrouw(»npo()rt afgegeven aan de postiljons, di 
deze naar Nijmegen brachten, voor zooverre die over Kleef liepe 
of aan den te Wageningen wachtenden arnhemschen postiljon ove 
handigden voor de richting Emmerik. Hiermede gingen ook brieve 
op Munster, Osnabrück, Gulik en het Overkwartier. Langzcunerhar 
werd de verzending over Enmierik hoofdzaak, en toen in 1775 h 
rit van rtreclit op Arnhem door de hollandsche posterij werd ovt 



-r 



genomen, werd zelfs niet gesproken over de verzending op Nijmeg^^^=*" 

') Voor 1000 gulden p«'r juar. C 9 Juli 17r>^. In 1780 werd dit contract d^M ■o*' 
ren onderiKMiHT van don wa^endionst opgezegd en werd liet pak goederen venr -^^iz."x*r 
aan een ander verparlit. (1. U\ Mei 1780. 

«) R. A. P. n". 2H(i. 

') Register van traelaten, Hoofdbureau n*^. :270, 



171 

^11 Kleef. De familie van Schuylenburg, die sinds 1697 het vervoer 
bezorgde, trachtte tevergeefs eene schadevergoeding van Holland te 
trijgen ^). Na den overgang der nijmeegsche posterijen aan de stad 
iloot Pruisen den 16 Februari 1793 met deze stad eene overeen- 
komst voor „een postdaaglijke transport, regulare expeditie en afvaer- 
liging der Clev, Duisburg en Markensen brievezakken van Nimwegen 
lae Utrecht tour en retour" tegen eene vergoeding van 300 gulden 
)er jaar '). 

Voor de correspondentie met Holland werden door Branden- 
burg/Pruisen verschillende contracten met de hollandsche steden 
gesloten, waarvan nog aanwezig zijn die met *s-Gravenhage (1691, 
1711, 1724) en Leiden (1736); verder werd uit Emmerik gezonden 
3p Amsterdam, Rotterdam, Dordrecht en Delft, waarover echter 
[loor mij geen contracten werden aangetroffen. Wellicht was hier de 
verhouding slechts bij gewoonte geregeld, gelijk voor Dordrecht in 
1763 wordt gemeld. 

Uit het contract met 's-Gravenhage van 5 Januari 1691 *) blijkt, 
dat de brieven voor Zuid-HoUand te voren over Amsterdam liepen. 
Beide partijen beloven nu om te trachten die „directelijck aan de 
:eauctoriseerde contrahenten te adresseren'*. Zij beloven elkemder 
oede correspondentie en Den Haag verbindt zich om alle brieven , 
ie over Emmerik verzonden kunnen worden, daarheen te zenden, 
raaronder speciaal genoemd worden de brieven op Hamburg, die 
ivoren over Amsterdam hun loop hadden, doch nu over Emmerik 
n Wezel en van daar met het nieuwe brandenburger rit over 
lOiister op Hamburg zullen gaan. 's-Gravenhage zal deze brieven 
•er nachtpost over Alfen, Maandag en Donderdag, op Utrecht zenden , 
lus afgescheiden van de gewone pruisische post, die Dinsdag en 
/rijdag op Utrecht gaat. 

Brieven tot Emmerik en Wezel en die voor Kleef en de mar- 
censche post worden ongefrankeerd verzonden en de porten der 
lier vandaan op Den Haag gezonden brieven blijven aan Den Haag. 
V^oor brieven boven Emmerik en Wezel wordt een francogeld bijge- 
Konden. De brieven naar den Haag worden franco gemaakt tot 
Emmerik en alleen voor die uit Hamburg zal een bovenport van 



') C. 18 Febr. 1783 en 3 April 1791. De aanspraken der familie v. S. werden 
«ioor de stad Nymegen gesteund ; zy eischte f 500. — per jaar. 
5) G. P. A. XLV jï\ 26 en Mattbias bk. 8. ») G. P. A. XLIO n«. 3ia 



172 

4 st. per gewonen brief betiiald worden. Volgens eene aanteekening 
van 1707 genoot Den Haag daarenboven vóór 1694 nog 2 st. van 
eiken van daai' verzonden brief, hetgeen echter bij de vernieuwing 
van het conti-act in 1711 verviel. Bij dit contract ') werd ook vrijdom 
van port toegekend aan den pruisischen minister aldaar en bleef het 
vertrek der post uit *s-Gravenhage bepaald op Dinsdag en Vrijdag 
te 11 uren v. ni. Van de hamburger brieven wordt hierbij niet 
meer gesproken, daar deze weder den ouden loop over Amsterdam 
hadden hervat. Ter bespoediging van de aankomst der brieven uil 
Pruisen wordt bepaald, dat deze te Utrecht direct zullen worden 
doorgezonden , en dat men niet zal wachten op de brieven uit Nijmegen. 
Het traject Berlijn — Den Haag werd op deze wijze in eene week afgelegd. 

Na het sluiten van dit contract werd door Pruisen aan burgemeester 
Johan Dedel eene gouden medaille van 80 dukaten vereerd, hetgeen 
aanleiding gaf, dat in 1723, bij de vernieuwing van het contract, ten 
behoeve van de erven op eene gelijke vereering werd aanspraak 
gemaakt. Pruisen ontkende het recht hierop, doch zond toch 10 
medailles elk van 8 dukaten, waarvoor het volgens de rekening van 
den muntmeester Neubauer 220 Rijksdaalders betaalde *). Ook later 
bij de vernieuwing in 1740 werden 20 medailles te zamen van 80 
dukaten vereerd *). 

Het contract van 1724 is gelijk aan dat van 1711, doch dat van 
20 Juli 1740*) brengt eenige verandering in het voordeel van 
Pruisen. Dit ontvangt alle porten boven Emmerik van de brieven 
naar Holland en zal die allen tot daar franco doen maken, zoodat 
Den Haag geen bovenporten te vergoeden heeft. Het port van Emmerik 
af komt ten bate der haagsche postmeesters. Het vroeger ook 
gedeeltelijk van Wezel af genoten port komt dus nu van daar 
tot Emmerik aan Pruisen. 

Voor de uit Holland vcTzonden brieven wordt geen francogeld 
gevorderd tot Emmerik en Wezel; voor verder gelegen plaatsen 
blijft het francogeld volgens de oude contracten op 6 st. per lood of 
brief gehandhaafd; voor Westphalen zal echter geen gedwongen franco 
Wezel meer gevorderd worden. Enkele speciaal genoemde plaatsen 
vereischen een hooger franco en wel Lipstad, Minden, Herfort en 
Bielefeld 10 st. en Cassel, Halle, Brunsvvijk, Hamburg, Berlijn en 



•) 18 Augustus 1711. (;. F. A. XLIII n". 313. 

=) G. ï\ A. XLIII ii«. 310. ^) ^2:^ Februari 1724. 

^) G. P. A. XLIII n*^ 313 eu Portef. van cootracten, Hoofdbureau n^. !27a. 



173 

Silezië 12 st. De porten voor elke groep moeten afzonderlijk op den 
adviesbrief worden aangeteekend. 

In 1735 wai'en er geschillen tusschen de pruisische posterij en 
den postmeester te Leiden. Deze laatste genoot bijzondere voordeelen, 
daar het deels op zijn advies was, dat men in Brandenburg de' 
port als regaal was gaan behandelen. De pruisische postmeester te 
Emmerik zond en haalde het leidsch pakket gratis tot Utrecht en 
zond evenzoo gratis het leidsch pakket voor Cassel daar heen door. 
Voor dit pakket op Cassel werd echter later eeret fiOi en daarna 
f 156 per jaar aan Leiden berekend. 

De emmeriksche postmeester Löckell kwam nu in 1735 op tegen 
de begunstiging door Leiden genoten en eischte bijzending der frankeer- 
gelden voor de brieven boven Emmerik. Leiden was hiertoe wel 
geneigd, doch niet tot het bedrag door Emmerik gevorderd en dreigde 
de brieven om te zenden over Brunswijk (29 Maart 1735). Toen 
Leiden zich niet bekommerde om de vertoogen en alleen het zelf 
voorgestelde port bijzond, dreigde Emmerik om de leidsche brieven op te 
houden^). Leiden trachtte hierop baron van Ginckel, den gezant van 
Pruisen, er in te betrekken „omme alvorens alles toe te staen, door 
die wegh te tenteren 't vercrijgen van de moderatie bij de lijst aen 
deze kant voorgeslagen." 

Na veel geschrijf kwamen eindelijk de partijen tot een akkoord, 
waarbij Pruisen een deel van zijne eischen liet vallen. Den 17 Juli 
1736 werd het akkoord geteekend, waarna Leiden van Ginckel voor 
zijn hulp bedankte en aan zijnen secretaris Otto Bosch 20 dukaten 
vereerde *). 

Volgens het akkoord zal Leiden voor de brieven verder dan Emmerik 
2\'i st. per brief eri voor pakketten 4 st. per ons franco Emmerik 
betalen en aan dit kantoor alle brieven zenden op Pruisen , Rusland, 
Dantzig, Saksen, Sileziö, Hessen tusschen Lipstadt en Cassel, en 
Waldeck') en daarenboven 15 st. per keer, zoowel heen als terug. 



*) LAckell schreef: „w\j hebben de brieven tot Leiden behoorende in onse 
handen", doch Leiden kon wederkeerig Emmerik benadeelen door de Saksische 
brieven over Bnmsw\jk te zenden, R. A. P. n^. 269 bl. 39 en 75. Secretary*s register 
Leiden. Leiden trachtte de voorspraak van Löckell b\j het generaal postofiicie te 
Berlgn te winnen door hem ^aerLijx een tonnetje Leidse boter van 40 u.** te beloven. 

') Overzicht uit verschillende stukken in Secretary*s register van het postkantoor 
te Leiden. R. A. P. n«. 267 en G. P. A. XLV n^. 2. 

^) Hooger franco werd gevorderd voor Leipzig, Berlyn en Grimsberg (8 si); 
Hannover, Brunswijk, Geile, Hildesheim, Wolffenbatt^l werden franco Minden 
gemaakt met 6 st. 



voor het vervoer van het casselsch pakket. Pruisen had eerst gevor- 
derd 3V2 Jit. per brief en /"SSO per jaar voor het casselsch pakket. Voor 
andere plaatsen verbindt Leiden zich om behalve de pakketten van ge- 
zanten en vreemde hoven , geen brieven tot pakketten saam te vo^en. 

De door Leiden bedongen voorwaarden waren dus, hoewel iets 
minder gunstig als te voren, toch veel voordeeliger dan die, waaraan 
de haagsche postmeesters zich te onderwerpen hadden. 

Met Dordrecht bestond geen contract. Als gewoonte gold volgens 
een bericht uit 1763, dat het port tusschen Emmerik en Dordt voor 
den ontvanger bleef en dat alleen het frankeergeld êi 3 st. en 6 st. 
per ons werd bijgezonden. Bovenporten werden door Dordt niet 
betaald, daar Pruisen evenals bij Den Haag alles franco Emmerik 
maakte ; omgek(?erd kreeg Dordt wel bovenporten voor de uit Zeeland 
over Dordt verzonden brieven. 

De brieven op Westphalen, Thüringen, Hessen en Saksen 
zond Dordt gedeeltelijk op Wezel zonder betaling van verplicht 
franco; alleen voor Sileziê werden de brieven firanco Leipzig 
gemaakt met 5 st. 

Oude contracten met Amsterdam vond ik niet vermeld: het i; 
echter waarschijnlijk, dat met deze stad omstreeks 1687 eene regeling 
getroffen werd. In 1751 betaalde men aldaar voor brieven naar Leipzij 
5 st. franco Enunerik en voor verder gelegen plaatsen 13 st. franc< 
Grimbergen of 11 st. franco Grossengel ^). Het contract met Leider 
was dus gunstiger en de conmiissarissen overwogen daarom in 17i 
om te trachten dit contract geldig te doen verklaren voor aUe zei 
dingen over Emmerik *). 

Na den overgang in 1752 bleven voorloopig de oude contracte 
bestaan en werden er weinig wijzigingen aangebracht. Alleen wei 
op verzoek van Pniisen in 1755 besloten om de brieven voor Silezi _^^Hé^, 
die eerst ook over Wildeshausen liepen, uitsluitend over Enunerik (e 

verzonden. Een gelijk v(;rzoek betreffende de brieven voor Saks^^^^^n 
w(Td echter niet ingewilligd Y Hiervoor toch was men gebonden 
liet contract van 13 Augustus 1704. De route over Emmerik 
beter, zoodat zelfs Leipzig ^/^ der brieven op Holland hierli 
verzond. De liannoversche post was echter zeer naijverig op ^e 

begunstiging d(T verzending over het pruisisch kantoor en had in 

1752 over bevoorrechting hiervan in strijd met het contract van l^T ^H 







') R. A. P. n'. 266 

*) C. 45 November 1754. ^) C. lü Juli 1755. 



175 

iloor zijn gezant doen klagen, waarbij ook Polen en Leipzig zich 
aansloten. De coininisüurissen konden zich echter voldoende verdedigen 
iloor er op te wijzen, dat zij op de postdagen alleen over Wildes- 
hausen vertonden, doch overigens de kooplieden niet konden dwin- 
gen van deze wijze van verzending gebruik te maken '). De route 
nver Wildeshaui^en liep waarschijnlijk verder over Manster, Pader- 
born en Cassel. 

Tijdens de troebelen in 1757 werd aan de commissarissen voor- 
geschreven om voor de brieven van gezanten de route over Wildes- 
hausen Ie kiezen. 

Het kantoor te Emmerik was hel centraalpunt voor ruim 50 




Hollandscb postststioii op hel platteland. 
Aquarel door AB, 1783, in liet Postmii.sciim tt? Berlgn. 

plaatsen in den omtrek, waaronder, gelijk uit de onder de bijlagen 
bij Ie Jeune opgenomen „Specification" uit 1753 blijkt, ook verschillende 
stadjes en dorpen in den achterhoek van Gelderland. In 175:2 ontving 
Emmerik ook tijdelijk de brieven van Boekholt, die volgens contraet 
van 1734 over Doesburg en Arnhem liepen, doch nu wegens een 
afrekeningsverschil met Doesbui^ door Boekholt op Emmerik werden 
gedirigeerd. Men trachtte ook de hollandsche posterij in dit geschil 
te betrekken, doch de commissarissen weigerden zich hierin te 



■) C. 17 llcL 1752 en inKekomen missiven 2 Augnsins 1752. Dergelübe kla.-hteii 
werden in 1771 (28 November) herhaald. De route over Rmmertk was volgens 
Ie Jeane i''. uur langer, doch de verzending hierlangs leverde het voordeel, dat 
nten ook buiten de gewone postdagen van het hamburger rit verzenden kon en 
ni«t tot den volgenden postdag behoefde te wachten. 



176 

mengen en zonden als van ouds de retouren over Doesburg ^). Van 
den anderen kant trachtte Doesburg in 1756 een gedeelte der hoUandsche 
brieven op het Munstersche aan het kantoor te Emmerik te onttrekken, 
waartoe van Holland uit den 26 November 1757 medewerking werd 
toegezegd ^). 

De verschillende berekening der porten volgens de voor iedere 
stad geldende contracten of gewoonte gaf na den overgang der 
posterijen in Holland veel aanleiding tot moeilijkheden, die een 
generaal contract voor «^eheel Holland deden wenschen. Reeds 30 Juni 
1759 werd hierop aangedrongen, waarbij werd voorgesteld om het haagsch 
contract als basis te nemen. De oorlogsjaren beletten toen een direct 
resultaat, doch na den vrede werden de besprekingen terstond 
hervat ^). Pruisen wenschte zelf een generaal contract te sluiten , doch 
was nog gehouden door het contract met de familie van Schuylenburg, 
In 1766 werden de onderhandelingen afgebroken, doch in 1770 op 
verzoek van Pruisen weder hervat % Het geschil liep in hoofdzaak 
over het hollandsche entreposte-kantoor te Lingen en de door den 
commies aldaar gedreven eigen posterij op de omgeving. Pruisen 
wilde dit kantoor aan zich trekken en bood eene belangrijke afkoop- 
som, doch Holland weigerde, waarna eindelijk door Pruisen genoegen 
genomen werd met vrij vervoer der pruisische brieven naar het 
graafschap Lingen en de helft der porten van de doorgaande en 
komende brieven % 

Bij het contract van 3 Juni 1775®) werd bepaald, dat Holland 
tweemaal per week over Utrecht zoude ontvangen en daarheen 
zenden de pakketten voor Dordrecht, Leiden, Amsterdam, Rotterdam 
en *s-Gravenhage, waarmede Pruisen in directe correspondentie stond , 
en dat van Holland uit directe pakketten gemaakt zouden worden 
voor Emmerik Kleef, Wezel en Duisburg, waarvan het laatste 
gesloten werd in den zak voor Kleef. In de vier genoemde steden 



') C. 17 Octoher 1752. 

-) C. 1 S«'pteni!>er 17.V> en 26 November 1757. 

') C. ;3() Juni 1759 en 24 November 176:1 *) C. 3 Mei 1770. 

^) Over de onderhandelingen zie G. P. A. XLUl n°. 307, 5 dl». Op den afstand 
der Jingensche post was reeds in 1717 en 1718 door Pruisen aangedrongen. In 
1747 en 1748 had de pruisische postmeester, doch evenzeer tevergeefs, getracht 
zich tot enlreposte-commies aldaar te doen benoemen. Le Jeone bl. 8. 

') Brievenboek Rotterdam bi. 165. 



177 

werden de brieven voor het verder vervoer gesorteerd ^). Holland 
verbindt zich om alle brieven voor Silezië, de keizerlijke landen en 
alle plaatsen, die vroeger over Emmerik gezonden werden, daarheen 
te dirigeeren. 

Het gebruik van „enveloppes" op Emmerik, d. i. het bijeenvoegen 
van brieven aan verschillend adres tot één pakket aan den post- 
meester, die dan verder de brieven afzonderlijk Verzond, waardoor 
veel port werd ontdoken, daar de zending als pakket minder kostte 
dan die der losse brieven, wordt verboden en voor het door den 
postmeester hierdoor te lijden verlies wordt hem door het kantoor te 
Amsterdam 1000 gulden per jaar toegezegd. Het toestaan van deze 
vergoeding was eene zwakheid van de hollandsche zijde, waarop, 
blijkens de aan teeken ingen uit het geheim postfiwchief te Berlijn, 
Pruisen niet zoude zijn blijven aandringen, daar dit, door de regeling 
van het vervoer van Arnhem tot Utrecht, toch reeds een jaarlijksch 
voordeel van 1600 gulden verkreeg. Pruisen erkent zelf in deze 
stukken, dat de enveloppe-zending een misbruik was in strijd met 
de oude tractaten, en verwonderde zich dan ook sterk over de inwilli- 
ging van dat verzoek door Holland ^). Toch schijnt het misbruik in 
1775 nog niet geheel te zijn uitgeroeid, want 12 November 1777 
werd hierover een nadere overeenkomst gesloten, waarbij uitdrukkelijk 
werd verboden om brieven bijeen te pakken of te enveloppeeren en 
aldus aan een gefingeerd adres, aan den postmeester of een commies 
of „aan wie het anders zijn moge", te verzenden ^). 

Het transit voor het hamburger rit door Lingen, waaraan Holland 
zeer veel gelegen was, werd uitdrukkelijk door Pruisen toegestaan. 
Pruisen blijft buiten de directie van dit rit en veroorlooft aan 
Holland om te Lingen, op pruisisch gebied, eene entreposte te 
houden, doch onder uitdrukkelijke voorwaarde, dat de hollandsche 
commies aldaar geen brieven zal inzamelen voor de stad en het 
graafschap Lingen *). 

Niet minder belangrijk voor Holland was de regeling van het 
vervoer der pruisische malen van Arnhem tot Utrecht, hetwelk 
Ie voren door Pruisen voor 2500 gulden per jaar aan de familie 



*) Onder het kantoor Dulsburg zelf ressorteerden 90 steden, 46 dorpen en 

aO adellijke huizen. G. F. A. XLIII n". 307 (c. 1763). 

') Over de enveloppes werd reeds in 1755 door Holland geklaagd. 

') Brievenboek Rotterdam. 

*) Zie over den stryd om het kantoor te Lingen onder de afdeeling Hamburg. 

12 



178 

vaii Schuylenburg was aanbesteed. Reeds lang werd door Holland ver- 
langd om dit rit in eigen beheer te krijgen, daar het hierdoor tevens 
de macht verkreeg over de correspondentie van de overige provincién 
met het kantoor te Emmerik, welke te voren over Utrecht andere 
uitwegen kon zoeken. Het bood daarom dit vervoer aan voor eene 
geringe vergoeding van 900 gulden — of 1600 gulden minder dan aan 
de familie van Schuylenburg was betaald. Pruisen stemde hierin toe 
en verbond zich om met de familie van Schuylenburg te breken. Hierdoor 
maakte Holland, dat reeds meester was van de correspondentie op 
Hamburg en Engeland en van een groot deel der correspondentie 
met Brabant, Frankrijk en de Rijkspost, de overige provinciën voor 
de correspondentie op het buitenland vrijwel geheel van zich afhan- 
kelijk en verkreeg het tevens ook in de provincie Gelderland belang- 
rijken invloed op de verzendingen. 

Het verwisselen met Pruisen geschiedde eerst te Arnhem, doch 
werd in 1776 verlegd naar Westervoort, even buiten de stadspoort, 
wegens het geknoei met brieven, waaraan de postiljons zich te 
Arnhem bezondigden '). 

Het geregeld vervoer over Emmerik ondervond in 1758 en 
1786/1787 eenige storing door politieke invloeden. In 1758, tijdens 
den zevenjarigen oorlog, werden de brieven voor Amsterdam tijdelijk 
over Lingen verzonden, daar de pruisische posten door Taxis verjaagd 
waren, en werd aan den postrijder van Amersfoort op Amsterdam 
een douceur gegeven wegens de hierdoor ontstane buitengewone ver- 
meerdering van het vervoer. Deze stoornis deed zich ook nog in het 
volgend jaar gevoelen^). In 1786 werd de onderbreking door de 
republiek zelf veroorzaakt. De postiljon naar Emmerik werd aan de 
nieuwe batterij aan den bildtschen straatweg buiten Utrecht tegen- 
gehouden, waarbij de officier, toen de postiljon verlangde om door- 
gelaten te worden, hem toebeet, dat hij er niet doorkwam, „al ware 
hij donder en blixem". De commissarissen beklaagden zich hierover 
en deden den postiljon tijdelijk over Blauwkapel rijden, waar de 
weg echter slecht was, en dat een omweg van een uur veroorzaakte % 
In het volgend jaar werden de postiljons door militairen opge- 
houden te Soestdijk, Amersfoort en de Bildt en ondervond hel 
vervoer vertraging te Woerden door de inundaties bij Gorinchem 
en Vianen *). 



') C. 15 Novem»)er \1H\. -) C. 30 Juni 1759. 

^) C. 13 September 1780. *) C. 19 September 1787. 



179 



C. HANNOVER EN BRÜNSWUK. 

De correspondentie met deze landen geschiedde langs het ham- 
burger rit tot Wildeshausen, waar de hannoversche postiljons de 
brieven in ontvangst namen. Het oudste contract met Amsterdam 
is van 13 Augustus 1704 ^). Hierbij beloven beide partijen een 
valies te zenden op Wildeshausen, waar de postiljon van Ham- 
burg echter niet behoeft te wachten, indien de brunswijk-lüne- 
burgsche post niet op tijd aankomt. De van ouds gebruikelijke 
porten worden gehandhaafd en aan het hamburger rit wordt vrij 
transit verzekerd. Brieven naar Leipzig zullen franco gemaakt wor- 
den tot Brunswijk met 3 st. en die voor verder dan Leipzig franco 
tot die stad met 7 st., waarvem Brunswijk 3 en Saksen 4 st. 
zal ontvangen. De brieven naar Amsterdam worden franco gemaakt 
met 5 st. 

Eene speciale begunstiging wordt toegestaan aan de brieven uit 
Brunswijk voor den gezemt te 's-Gravenheige, waarvoor deze slechts 
4 st. zal betalen van Wildeshausen tot Amsterdam. 

De brunswijksche post concurreerde met Pruisen voor de brieven 
naar Saksen over de route Wezel, Anhalt, Doesburg, Arnhem, 
Amersfoort en klaagde 17 October 1752, dat de route over Emmerik 
boven die over Wildeshausen werd bevoorrecht *). 

Brunswijk stond ook voor het vervoer der hofdépêches in directe 
correspondentie met den postmeester te Leiden. Deze ontving 
18 Februari/l Maart 1717 eene aanstelling van George I als: „Com- 
missaris der Dépêchen", waarbij hem tevens werd opgedragen om 
een wakend oog te houden op „alle Correspondentien , die Uns und 
ünserem Etat sch&dlich oder verdftgtich seijn konnen, und mithin 
insonderheit auf die Correspondenz unserer Rebellischen Unterthanen, 
die sich in Holland aufhalten*'. 

Een nieuw contract werd den 2 Augustus/26 September 1754 
gesloten tusschen Brunswijk en de commissarissen der hoUandsche 
posterij. Dit contract sluit zich geheel aan bij dat van 1704 en bepaalt, 
dat de engelsche brieven voor de engelsch-duitsche staten zullen 
gedirigeerd worden over Wildeshausen '). 



*) Portefeuille van contracten Hoofdbureau. ') Zie onder Pruisen. 

') Portefeuille van contracten Hoofdbureau. 



180 



d. CASSEL EN SAKSEN. 

Deze landen stonden in geen directe correspondentie met Holland 
vóór het jaai* 1714 '), toen, gelijk wij hierboven reeds uiteenzetten, 
door den saksischen postmeester Henner een plan werd ontworpen 
voor een dienst van Warschau over Breslau, Leipzig, Cassel, Munster, 
Utrecht en Amsterdam, ten einde zich meester te maken van de 
belangrijke transitoire correspondentie over Pruisen *). Ook hollandsche 
postmeesters werden over dit plan gepolst, doch alleen die van Leiden 
was bereid om hierover in relatie te treden, hetgeen leidde tot het 
contract van 1714. 

Leiden verbindt zich tweemaal per week een pakket te zenden 
naar Leipzig, waarbij het zal insluiten de brieven voor Saksen, 
Breslau, Sileziën, Polen en Rusland, welk pakket ten koste van 
Leiden tot Utrecht wordt gebracht en van daar over Doesburg, 
Boekholt, Munster ten koste van Saksen wordt vervoerd. Leiden 
maakt de brieven franco tot Cassel met 5 st. en ontvangt de brieven 
franco tot Boekholt, zoodat het port van daar af ten bate van Leiden 
komt. De staatsdépêches naar Engeland zijn vrij, mits franco Leiden. 

Het casselsch pakket liep in 1736 ^) over Emmerik en gaf in 
1756 [aanleiding tot geschil wegens het openen van het pakket en 
het afzonderlijk met port bezwaren van de brieven *). Cassel trachtte 
nu het pakket engelsche brieven op goedkooper wijze over Amster- 
dam te zenden , doch dit werd te Amsterdam , zoodra men het bemerkte 
belet door het pakket als van ouds op Leiden te zenden. Ware dit 
geschil eenige jaren te voren ontstaan, vóór dat door den overgang 
a^m Holland de belangen van beide kantoren in één hand waren, dan 
had waarschijnlijk Amsterdam de gelegenheid niet laten ontsnappen 
om zich ten koste van Leiden tegen eenige tegemoetkoming aan 
Saksen van dit vervoer te verzekeren. 

In 1761) word door de hollandsche commissarissen getracht om 
een generaal contract voor geheel Holland te sluiten op de basis 
van het contract met Leiden '), doch het bleek mij niet, dat deze 



') G. P. A. XLIII . n". 3740. 

-) Volg*»ns ecu ()nlwerp-<-onlrart van 1720, Gemeente-archief Utrecht n\ tM^. 
liepen de brieven van andere steden uit Holland op Cassel over Arnhem, Duis- 
hurg, MOnaler en Paderhorn. 

') Zie onder Pruisen. ") C. 3 September 1756. ») C. 30 November 17G9. 



181 

poging tot eenig resultaat heeft geleid. Het belang hierbij was 
trouwens gering, sinds Holland zich tegenover Pruisen had verbonden 
om de Saksische brieven over de pruisische route te verzenden. 

e, HAMBURG '). 

De belangrijke bodendienst tusschen Hamburg en Amsterdam is 
waarschijnlijk een uitvloeisel van den bodendienst van de Hanse van 
Hamburg op Amsterdam en Antwerpen. Eene geregelde verbinding 
valt reeds in 1580 te bewijzen en onder de boden „de nha Westen 
reisen*', in de Bodenordnung der Hanse van 1580, worden de boden 
op Bremen, Amsterdam en Antwerpen vermeld ^). Desgelijks in de 
hamburgsche ordonnantie van 28 Februari 1607 *)• 

Bij de inrichting der ritten van de Rijkspost tusschen Keulen en 
Hamburg, in 1648, stelde deze stad uitdrukkelijk de handhaving van 
hare oude bodenprivileges als voorwaarde voor de toelating der 
taxische beambten *). 

Het aantal boden te Hamburg bedroeg eerst acht 'en werd 2 Juni 
1635 tot zes teruggebracht tegen eene uitkeering aan het gasthuis. 
Zij werden aangesteld door de ondermannen van de koopmansbeurs 
en stonden bekend als „Botenmeister" van de brieven en pakketten 
van Amsterdam \ Van de zijde der schippers tusschen Hamburg en 
Amsterdam schijnen de boden geen concurrentie in het brievenvervoer 
ondervonden te hebben, althems in de ordonnantie op de schippers 
van 2 September 1648 wordt niet van brieven gesproken ®). 

De oudste route ging, met gebruikmaking van schuiten en weigens, 
over de Zuiderzee en door Friesland en vereischte 6 a 7 dagen. In 
1634 werd eene belangrijke verbetering in het verkeer verkregen door 
het invoeren van eene route over land via Lingen en door West- 
phalen, waardoor de reistijd tot 2Vj dag werd beperkt. Deze nieuwe 
route, die door de boden uit Amsterdam was ontworpen, vond eerst 
bij de hamburgsche boden weinig instemming. Deze toch hebben „haire 
reysen over Vriesland langh gecontinueert'* '), waarschijnlijk door de 
meerdere kosten van de route over land, „doordien daer loopen troupen 



') Belan^rgke gegevens trok ik uit eene collectie stukken betreffende het post- 
wezen in het staatsarchief te Hamburg en daar genummerd Coll. I. 1-28. Deze 
serie wordt door m\j in dit hoofdstuk als C. 1. geciteerd. 

«) C I. 3, Veredarius blz. 88. ») C. I. 3. *) Hartman blz. 292-293. 

») C. 1. 2, 7 Augustus 1674. «) C. i. 1. 

^ Groot Memoriaal, Gem. -archief te Amsterdam, III fol. 145 vs. en 233 vs. 



182 

van de keysersche, spaensche, sweedsche, hessische, staetsche ende 
hanevederen". Op grond van de hoogere onkosten werd het port te 
Amsterdam in 1634 van 4 op 5 st. per brief gebracht, welke verhooging 
zoo bilHjk werd gevonden, dat 31 amsterdamsche kooplieden het hiertoe 
strekkend verzoek der boden steunden ^). Te Hamburg werd deze 
verhooging echter geweigerd, zoodat de boden uit Hamburg, die met 
hunne collega's uit Amsterdam de baten genoten, wel voor de helft in 
de portverhooging te Amsterdam deelden , doch zelf slechts tegen hel 
oude tarief verrekenden. De boden uit Amsterdam genoten dus slechts 
de helft van het hun toegestaan voordeel en wendden zich daarom 
tot burgemeesters en regeerders van hunne stad, die hun den 31 October 
1668, na advies van de overheden der boden, toestonden om den 
stuiver boven het oude port niet met de boden van Hamburg 
te verrekenen, zoolang ook aldaar het port niet tot 5 st, was 
verhoogd ^). 

Eene belangrijke verbetering geschiedde in 1659, toen Hendrik 
Jacobz. van der Heyde een geregeld rit met postiljons invoerde, 
waardoor de eerst vrij gebrekkig werkende bodendienst in eene pesterij 
werd omgezet. 

De regeling tusschen de boden van Hamburg en Amsterdam 
berustte in den aanvang slechts op mondelinge afspraken en gewoonten. 
Eerst reisden de boden van beide steden onafhankeUjk van elkander, 
gelijk o. a. blijkt uit de verschillende routes, door hen in 1634 
gevolgd. Vóór het jaar 1657 schijnt echter reeds samenwerking 
bestaan te hebben en 18 Juni 1676 sloten zij een contract over de 
aanstelling van een postmeester te Nienhaus. De samenwerking gaf 
geen aanleiding tot geschil *) en werd 13 Augustus 1704 door een 
contract bezegeld *). Eene nadere overeenkomst volgde 25 September 
1760, waarbij de oude gewoonten werden bevestigd en mutueele 
correspondentie werd toegezegd *). 

De hoofdinhoud van dit contract is de volgende: Beide partijen 
beheeren en bekostigen het rit van hare stad tot Lingen en genieten 



') 1 Maart 1034. Gr. Memor. III fol. 149 vs. en A. J. M. Brouwer Aocher, Aan- 
teekeniiigen betreffende het Post wezen van weleer, in: Jaarb. v. Amst. 18119, blz. :dll. 

") Groot Memoriaal, Gem. -archief te Amsterdam, III fol. 145 vs. en Ö3 va. 

') In de jaren 17.T» ITJH jjaf het handeldrijven door de amsterdamsche bodrn 
te Hamburg aanleiding tot protesten. (Aanteekening Staatsarchief CoL I). 

*) Register van Trartaten, hoofdbureau n". "Ila. 

') Dit contract werd .'W Maart 17t>l geratificeerd en bevindt zich in de Veixa- 
meling van contracten op het Hoofdbureau. 



183 

m beurten de porten van eene week, welke niet worden overgezonden, 
naar later worden verrekend onder korting van den S®*®** penning 
oor het kantoor van ontvangst en van den 16^®** penning voor het 
antoor van verzending. Hierbij wordt drie Mark gelijk gerekend 
net een Rijksdaalder. De ontvangsten van den postmeester te Altona 
^'orden door het kantoor te Amsterdam ontvangen en dit keert aan 
lamburg uit de helft van de voordeelen der brieven van 's-Graven- 
lage, Groningen, Engeland én Altona, onder korting van 2400 gulden ^), 
len 12**®° penning en de helft der kosten van het rit tusschen Amster- 
lam en 's-Gravenhage en van het aan Hannover te betalen saldo 
oor de franco brieven voor Brunswijk en Leipzig *). De verzending 
an brieven geschiedt tweemaal per week in beide richtingen. 

De route, door de postiljons na 1634 genomen, wordt in 1656 ') 
mschreven als over Amersfoort, de Veluwe en door Westphalen. 
litvoeriger is de „Ordre und Beweis von der Reise zwischen Ham- 
urg und Amsterdam" van 25 Februari 1726 *). Hieruit blijkt, dat 
e post om 11 uren uit Hamburg vertrok, te 10 uren n. m. Kloster 
Bisseerde en tegen 6 a 7 uren 's morgens in Bremen aankwam, 
an daar reed men op Wildeshausen (5 uur 's av.) en Lingen 
ankomst 5 uur n. m.), Kater Veer en Amersfoort (5.30 n. m.) en 
TÏveerde 10.30 v. m. te Amsterdam. Het traject Hamburg — Amster- 
UTi werd toen in 3Vi deig gereden. In 1751 werd dit verminderd 
i 56 uur*) en werd de volgende weg gevolgd: van Amsterdam op 
/'eesp, het tolhek aan de Uitermeersche schans, de Ankeveensche 
eg, langs de vaart tot op den hoek van 's-Graveland, waar eene 
itreposte was en van paard werd gewisseld. Vem daar over de 
eide naar Hilversum, Soestdijk, Soest en Amersfoort, waar een 
ndere postiljon met een versch paard wachtte®). 

Te Amersfoort aan de „Witte Zwaen" werden de brieven van 
trecht opgenomen"! die per kar van daar werden gebracht, en 
;ed men door Nijkerk naar Putten, waar eene entreposte was en 
an paard werd gewisseld. Van daar naar Soerel, waar weder een 
ersch paard wachtte, langs den Zwijnenberg over de heide naar 



') Volgens contracten van 1728 en 1739. 
-) Volgens contract van 2 Augustus 1754. 
') 10 April. *) C. 1. 2. *) R. A. P. n«. 966. 

•) Deze weg werd niet steeds gevolgd. In R. A. P. n°. 272 wordt als route ver- 
teld : van Amsterdam langs het papelandsche hek en Muiden , langs de trekvacui 
p Naarden, Jan Tabak, Bus.sum, langs den Drakenberg of over de Vnursche 
ip Soestd^k. 



184 

Hattem en Katerveer. Hier werd de maal overgevaren. Aan den 
zwolschen kant wachtte een nieuwe postiljon met een versch paard, 
die Zwol door de Dieser poort uitreed op „de Vrolijkheid" langs hel 
„Roode hart*' naar de Haar, waar weder van paard werd gewisseld. 
In Zwol werd slechts doorgereden en had de postiljon geen verbin- 
ding met het postkantoor. Van de Haar ging het langs „de Hongerige 
W^olf" en over de hardenberger heide naar Hardenberg, waar 
brieven werden afgegeven voor Goevorden en andere plaatsen in 
Drente, en na wisselen van paard over Veenerbrug, Itersbeek, Uelsen 
(afgifte der brieven voor Almelo), Nienhaus(wisselstation voor paarden 
en afgifte van brieven voor Bentheim), Velthuizen, Witmaers en 
door het veen naar Lingen *). 

Wegens de moeilijk herkenbare richting over de heide, die bij 
nacht gepasseerd werd, waren er in 1753 om de IVi uur palen 
gezet tusschen Soerel en Hattem en op de hardenberger en itters- 
beker heiden. Deze palen waren 4 voet in en 12 voet boven den 
grond, met witgeverfde koppen en dwarshouten met aanwijzing van 
de richting (Soerel, Elspeet, Haveren en Putten). In 1776 werden de 
palen op een uur afstands geplaatst en kwamen er 14 tusschen 
Soerel en Hattem. Er werden er toen ook geplaatst tusschen 
's-Graveland door Hilversum naar de Vuursche *). 

In 1778 werd voorgesteld het gedeelte Uelsen — Wildeshausen te 
verleggen op Uelsen — Lage % Het rit werd van Amsterdam tot Lingen 
door het kemtoor te Amsterdam bereden en verder door dat van 
Hamburg. Met de brieven op Hamburg vervoerde dit rit ook 
brieven : 

1®. voor Kampen en Deventer, die vóór Zwol werden afge- 
haald *) ; 

2^ voor Emden, Oostfriesland en Oldenburg en enkele brieven 
voor Keulen, die alle te Lingen werden afgegeven *); 

3®. een pakket voor Hannover, Brunswijk, Nienburg en Leipzig *): 

4^ brieven voor plaatsen l)Oven Hamburg^); 



») R. A. P. n^ 270. 

*) Verzamelinjf van bescheiden buiten de provincie Holland. Hoofdbureau. 

3) C. 2 Der. 1778. *) 7Av afdeeling Overysel. 

*) Het vervoer van den bodenzak op Emden tot Lingen geschiedde voor 6rt> 
gulden per jaar. R. A. P. n^ 272. 

'^) De brieven op Leipzig volgens contrart niet den postmeester-generaal van 
Hrunswvjk-Lflnebnrg van Ui Augustus 1704 (R. A. P. n". 2G6). 

^) C 30 September 1755. 



185 

5**. brieven van Osnabrtick op Holland en Engeland. Dit was in 
IT55 op het verzoek van de keizerlijke post te Osnabrück en de 
B^ntjisische post te Lingen toegestaan op voorwaarde van eene akte 
"^^€in accessie ^). 

Over de brieven voor Kopenhagen was 30 November 1653 een 
'Akkoord gesloten *) en voor die op Zweden was door de Staten 
2i5 Maart 1677 de verzending in een gesloten zak op Hamburg 
v^ oorgeschreven *). Ook de brieven uit Frankrijk naar Zweden gingen , 
«althans in 1714, over Amsterdam en Hamburg ^). Met Dantzig en 
^^tettin werd reeds vroeg door hamburgsche boden correspondentie 
«iderhouden, waarover in 1660 geschil ontj^ond met Brandenburg, 
ijdens den oorlog met Zweden werd Hamburg in 1675 hierbij door 
randenburg verdrongen. In een contract voor het vervoer der 
^^ngelsche brieven, van 20 Juni 1754, worden echter nog hamburgsche 
fcK>den op Dantzig, Leipzig en Ltibeck genoemd % Op Rusland, 
sen en Berlijn kon van uit Holland zoowel over Lingen gezonden 
rden als over het pruisisch kantoor te Emmerik. Voor de brieven 
de ministers van staat en aan Ie Clercq, secretaris van uit- 
•neemsche correspondentie te 's-Gravenhage, werd in de richting 
Kiaar Holland in 1757 de route over Lingen bij uitsluiting aange- 
"^vezen *). 

Voor het vervoer der engelsche brieven, waardoor veel voordeel 
"\'erkregen werd, waren bijzondere bepalingen gemaakt voor het 
^eval, dat de pakketbooten te laat binnenvielen om de aansluiting te 
halen. Reeds in 1661 werd tijdelijk hiervoor in dat geval een 
«xpressedienst ingericht, waarvoor echter verhoogde porten werden 
gevraagd, en die ook spoedig weder werd afgeschaft, toen de ham- 
burgsche kooplieden ongeneigd bleken om deze te betalen. Den 7 Maart 
1769 werd door Engeland hierop teruggekomen en werd bij het missen 
der aansluiting een expresse verlangd. Na eenige uitvluchten ver- 
klaarde Amsterdam zich hiertoe bereid, mits ook Hamburg hiertoe 
verlof gaf en de engelsche Compagnie te Hamburg beloofde de extra- 
kosten te betalen, doch tevens zette Amsterdam Hamburg op om 
geen toestemming hiertoe te verleenen '^. 



') C. 30 September 1755. ^) C. I. 3. 

*) Jaarbk. poster. II. bl. 10. *) Zie afd. Frankryk. 

») C. l,a •) C. 13 Mei 1757. 

') C. 7 Maart en 27 Not. 1769 en C. I. 27. Eene uitvoerige correspondentie 
hieroyer uit de jaren 1770—1772 is te Hamburg te vinden. 



186 

Uit Holland gingen alle brieven over Amsterdam, behalve de 
utrechtsche brieven, die later per kar naar Amersfoort gebracht wer- 
den en aldaar aan den postiljon overhandigd werden ^). Het bestuur 
over deze belangrijke postverbinding berustte dan ook geheel in 
handen van het kantoor te Amsterdam, dat krachtig en met succes 
alle pogingen van andere steden om zich €ian de oppermacht van 
Amsterdam te onttrekken wist te verijdelen. 

De brieven van 's-Gravenhage en Haarlem werden door het 
kantoor te Amsterdam met een specialen postiljon afgehaald. 

Met 's-Gravenhage bestond hierover een contract van 8 November 
1737, volgens hetwelk Amsterdam de brieven haalde en bracht en 
de porten ontving onder korting van Ve ^^^ ^^^^ ^^^ ^^ haagsche 
postmeesters. Het kantoor te *s-Gravenhage was dus slechts bestel- 
kantoor voor Amsterdam. Het was gevestigd aan de Hoogstraat \ 
De rotterdamsche brieven werden door het kantoor aldaar (op eigen 
gelegenheid) naar Amsterdam gezonden en kwamen per nachtpost 
over Alfen naar Rotterdam ^). Gouda *), Leiden , Haarlem , Delft en 
Utrecht zonden op Amsterdam ^). Zelfs de brieven van Leeuwarden 



') Utrecht klaagt 24 Januari 1756, dat de hamburger brieven omgevoerd werden 
over Amsterdam. Dit geschiedde om de kooplieden te Utrecht niet vóór die te 
Amsterdam bericht te geven van de hamburger beurstijdingen. Men bood echter 
toch aan om de brieven te Amersfoort af te geven, doch Utrecht weigerde toen 
om de hierby gestelde voorwaarden en trachtte de brieven te Amersfoort ter sluiks 
in en uit de maal te smokkelen. Dit werd toen belet. 

'^) R. A. F. 266. Waarsch\jnlijk werd dit rit op 's-Gravenhage opgericht naar 
aanleiding van de door het kantoor van Dedel aangedane concurrentie. Van het 
kantoor te *s-Gravenhage is eene postlyst bewaard (R. A. P. n^ 366), waaruit 
blijkt, dat naar tal van plaatsen verzonden werd o. a. over: Amsterdam, Assens. 
IWIyn, Rockelburg, Bremen, Brunswyk, Caspenes, Cassel, Dantzig, Demoiing, 
Delmenhorst, Drflning, Elseneur, Flenshurg, Grünenberg, Haar, Hamburg. 
Hannover, Hardersleben, Hardenherg, Idsehoe, Koningsbergen, Kopenhagen, Kater- 
ve(T, Leipzig, Lingen, LOneburg, Magdeburg, Memel, Nienhans, Odensee, Osteraer, 
F^raag, Rt^nshurg, Ringstede, Rostock, Slagels, Stettin, Uelsen, Wildeshausen, Wol- 
fenbfltlel en Zwolle. 

Bremen en Hnmbiirg gingen direct over Amsterdam ; Berlgn, Dantzig, Riga, 
Rostork, Lilmii vn Sleeswijk over Mamburg; Detmold en Osnabrück over Lingen; 
Oldenburg over Wildeshausen: Eisenach, Praag en Warschau over Bninsw^jk. 
Wiborg over Hardersleben; Halberstadt over Magdeburg; Frankfort ad t*)der 
over Berlijn: (i<»ssen en (lothn over (kassei; Posen over Grirosbergen en 
Leipxig; (lothenborg en Stockliolin over Elseneur; en Noorwegen over Kopenhagen. 
De porten wisselden naar den afstand van li tot .*i2 st. 

■) Brievenboek Rotterdam n". 10, 15 Febr. 1753. 

*) C. 5 Aug. 1751 ^) R. A. P. n". 966. 



187 

werden een tijdlang langs den omweg over Amsterdam en Den Haag 
vervoerd om hierdoor het voordeel van 5 st. per brief voor het 
traject Den Haag — Zwolle te genieten ^). 

Bij den overgang der posterij aan Holland bezat Amsterdam het 
monopolie van de postverbinding op Hamburg. Amsterdam had echter 
niet onaangevochten dit monopolie verkregen. Eerst trachtte Naarden 
een uitweg te vinden door in contact te komen met de posterij 
van den bisschop van Munster en verder per schipper op Amster- 
dam te zenden. Om dit spoedig te beletten, werd een speciaal 
verbod aan de schippers uitgevaardigd om hamburger brieven of 
pakketten te vervoeren *) en werd hiertegen in 1669 op de beurs 
gewaarschuwd. 

Ook Rotterdam bleef niet werkeloos. In 1679 bestond het plan 
eene postverbinding tusschen Rotterdam, Bremen en Hamburg te 
organiseeren, hetwelk echter als nadeelig voor de ingezetenen van 
den Staat door de Staten-Generaal werd tegengewerkt % 

De postmeester Johan Danen was op zeer goeden voet met 
Frankrijk, daar hij zijn bemiddeling verleende voor het vervoer van 
Duinkerken over zee naar Maassluis. Gesteund door eene afspraak met 
Louvois, hoopte hij het vervoer der fransche brieven op Hamburg 
over dezen nieuwen weg te leiden. Het rit kwam dan ook tot stand 
over Kloster Zeven in aansluiting met de Rijkspost, doch is waar- 
schijnlijk 'verloopen na het herstel der landroute op Frankrijk, waar- 
door Rotterdam geen invloed meer kon oefenen op den loop der 
fransche brieven. 

Johan Danen had zich 10 Februari 1679 met eene aanbeveling 

van burgemeesters en regeerders van Rotterdam tot Hamburg gewend , 

doch stuitte hier op de tegenwerking van de stad Amsterdam en de 

boden, die zich reeds 20 en 24 Januari hiertegen verzet hadden. Dat 

de amsterdamsche boden ernstig bezorgd waren over het plan van 

Oanen kan hieruit blijken, dat zij in overweging namen om ten 

^inde „Danen daerbuyten te sluyten en te ruineeren", de fransche 

tarieven, die tijdelijk over Duinkerken en Maassluis over zee gingen, 

c^ver Maastricht om te voeren *). In de „Remarques" van Daniel van 

iHieck op het request der kooplieden te Leiden in 1735 verdedigt 



^) C. 24 Sepi 1755. Ook in Duitschland werden de brieven omgevoerd. Die 
oor Aliona werden eerst op Hamburg gezonden, waarover in 1762 klachten 
wamen. 

«) a I. 9. ») C. I. 11. 27 Dec 1679. *) C 1. 11. 



188 

deze de hooge porten van de hamburger brieven ^) door er op te 
wijzen, dat „de andere steden gesaenientlyk" vroeger hebben getracht 
om een eigen rit op Hamburg in het leven te roepen en dal deze ook 
werkelijk werd „aangelegd*', doch dat men het plan had moeten 
opgeven, daar Hamburg de retouren weigerde op grond van het 
contract met Amsterdam ^). Op welke poging dit gezamenlijk optreden 
slaat, blijkt niet; ik vermoed op die van Rotterdam. 

In 1701 trachtte de haagsche postmeester aan Amsterdam de ham- 
burger brieven te ontfutselen. De aanleiding hiertoe bestond in den 
onwil van Amsterdam om het kantoor van 's-Gravenhage in 
directe verbinding met Hamburg te brengen, zoodat alle brieven uit 
Den Haag den omweg over Amsterdam moesten maken % Dedel 
wilde nu tweemaal per week met zgn eigen rit en verder met de 
Rijkspost de brieven op Utrecht en Deventer, Bentheim, OsnabrQck, 
Nienburg en Hamburg verzenden. Hij kondigde het inrichten van dezen 
dienst in de bladen aan en beval alle hamburger brieven aan zijn 
kantoor af te geven *). 

Hamburg besloot dit nieuwe rit op alle wijzen tegen te gaan, doch 
men schortte het verzet op, zoolang postmeester Hudde te Amster- 
dam, die een oom was van Dedel, president was % Later verliep 
het vanzelf. 

Na den overgang aan de Staten trachtten de andere hollandsche 
steden snellere verbinding met Hamburg te verkrijgen dan over den 
omweg via Amsterdam. 

Reeds 18 April 1753 verzochten de rotterdamsche kooplieden om 
de brieven direct van Amersfoort via Utrecht te ontvangen en ook 
in 1796 werd door Rotterdam en Dordrecht hierop aangedrongen •>• 
Dit werd geweigerd, doch men zag zich toch verplicht om eenigszins 
aan het verlangen op snellere toezending tegemoet te komen en 
richtte daarom een extra rit in van Leiden naar Rotterdam ^), in 
aansluiting met den postiljon, die direct na aankomst der hamburger 



') De postmeesters kregen de hrieven voor het gewone port, dat te Amsterdam 
betaald werd (.5 st), en verlioogden dit met het port van Amsterdam èf. Leiden 
berekende nu 7 sL ; Dordrecht, Rotterdam en *s-Gravenhage 8 st. port. 

•) R. A. P. n". :^7. Secretary's register. 

•'') Brief van ^ Mei il&I van den Syndicus Huneken. 

*) Dinsdag en Vrydag 12 uren van Den tiaag en Vrydag en Maandag vroeg in 
Hamburg. 

') C. I. 10. brief 9 Sept. 17(^2. 

•) C. 22 en 27 Dec. 176^, bk. 319. ") C. 5 Maart 17S4. 



189 

•neven van Amsterdam naar Leiden en Den Haag vertrok. Op deze 
ajze kwam de maal tijdig in Rotterdam om de brieven nog met de 
erste post te beantwoorden '). Wegens de kosten besloot men echter 
1 1757 het extra rit met 1 October op te heffen en alleen in de 
omermaanden te doen berijden ^). In 1769 werd voor de brieven 
an Rotterdam naar Hamburg een extra rit van Rotterdam naar de 

laagsche Schouw gedurende de zomermaanden ingelegd '). In 1793 

* 

^erd dit in zooverre gewijzigd, dat het rit van Rotterdam slechts 
>t 's-Gravenhage zoude loopen in aansluiting met het rit van daar 
p Amsterdam en dat de maal van Amsterdam met de nachtpost 
p Rotterdam werd gebracht *). 

Dordrecht maakte eene uitzondering op de andere hollandsche steden, 
1 zooverre het althans een deel der brieven op Hamburg over Maaseik 
erzond, volgens contract met de Rijkspost van 4 Sept. 1738. Het 
etaalde voor brieven naar Hamburg 4 st., Zweden, Polen en 
)enemarken 8 st., Dantzig, Pruisen en Cassel 4 st., alles over 
faaseik % 

Het hamburger rit nam eene eigenaardige en belangrijke plaats 
1 onder de buitenlandsche postverbindingen der republiek, daar het 
iet alleen een onder eigen beheer staand rit was tot een belang- 
ijk eind in Duitschland, waarbij het grondgebied van verschillende 
^aten werd gepasseerd, maar daarenboven een overwegend aandeel 
ad in het transitoir verkeer tusschen Engeland en het Noorden en 
m uitweg vormde, waarlangs ook op Rusland, Brunswijk en Saksen 
jn verzonden worden , zonder in handen te vallen van de meer en meer 
m alle zijden de Republiek omklemmende taxische postinrichtingen. 

Vandaar een onafgebroken strijd met de Rijkspost en de, sinds het 
ïrdrag van Wezel (1723), hiermede samengaande pruisische posterij, 
>oral sinds de oprichting der eigen verbinding met Engeland door 
endrick Jacobsz. van der Heyde en het in 1759 met hem gesloten 
ördrag over het verzenden der engelsche brieven op Hamburg en 
et Noorden via Sluis, Roosendaal, Moerdijk, IJselmonde en Wad- 



') C. 21 Nov. 1753. De rotterdamsche kooplieden hadden 15 k 16 uur voor het 
eaniwoorden der brieven, terwyl anders een posidag verloren ging. Dit extra rit 
ostte /500.— è /"ÖOO. — en werd 3 Maart 1754 aanbesteed. 

«) C. 30 Aug. 1757. 

^) C. 7 Maart 1769. De brieven voor Leiden werden reeds in 1763 aldaar gehaald 
n gebracht. 
*) C 17 Dec. 1793. *) Portef. contracten , Hoofdbureau. 



190 

dinxveen en verder per hamburger rit over Amersfoort en Lingen, 
waardoor deze brieven onttrokken werden aan de taxische posten 
over Ostende, Brussel, Roermond en Munster '). Over dit vervoer, 
hetwelk later liep over Helvoetsluis, Brielle, Maassluis, Delft en 
Alfen op Amsterdam en verder per hamburger rit, werd 6 September 
1661 een contract gesloten tusschen de postmeesters van Hamburg 
en Amsterdam. 

Ook de talrijke geschillen met de vorsten, wier gebied door de 
postiljons werd betreden , zijn voor een groot deel het gevolg te achten 
van de opruiingen en inblazingen van de Rijkspost. 

Reeds in 1653 stuitte men op verzet van Taxis, vooral nadat 
Hamburg zich door contract van 30 November 1653 verzekerd had 
van het vervoer der brieven op Kopenhagen^), en hierdoor voor de 
Rijkspost het briefvervoer van Engeland en Holland op het Noorden 
dreigde verloren te gaan'). 

Dit verzet leidde tot geen resultaat en de latere pogingen van 
Taxis beperkten zich tot tegenwerking, zonder dat deze tot feiten 
overging. Dat echter de Rijkspost steeds het rit belaagde, blijkt uit 
de hierover met Pruisen gevoerde onderhandelingen. Het verdrag van 
Wezel *) w€tö in hoofdzaak tegen dit rit gekeerd en in 1751 deed 
Taxis nieuwe voorstellen aan Pruisen om het geheele transitoir ver- 
keer met Engeland over Ostende en Brussel te voeren. Pruisen deed 
toen in het geheim de hollandsche en brabantsche ritten bereizen en 
bewees daardoor niet geheel af keerig te zijn van de taxische plannen , 
doch ging hierin toch niet mede, daar het nog te zeer belang had 
bij de handelsrelaties met Amsterdam om geheel met Holland te 
breken. Bij het verdrag van 20 Maart 1777 beloafide Pmisen om 
Taxis niet te hinderen in zijn strijd t^en het hamburger rit, waar- 
voor het van Taxis de toez^ging ontving van de helft der te behalen 
voordeelen, wanneer het hem gelukte dit rit te vernietigen^). 



') Zie r»vrr het vervoer der engelsrhe brieven onder de aan de correspondentie 
met Engeland gewijde afdeeling. 

«) C. I. Il 

') C. \. 3. Taxis reed van Antwerpen op Hamburg over Herentlialt, Overpeelt, Wach- 
tendonk, Hurik, Wezel, Schermbeek, Duimen, Mflnster(aanteek. Archief Keulen). 

*) In 17ri8 had de Hykspost te Hamburg, volgens eene opgave in de „Ausfuhning 
der hamburger Postgerechtsame'* van den syndicus Klefeker, Maandag- en Vrydag- 
avond te 7 uren verzending op de Oostanryksrhc Nederlanden , Rotterdaio , Dordrecht . 
Utrecht, Nijmegen en Engeland. De brieven, b. v. die naar de O. NedL , konden 
naar het believen van den afzender al of niet (ranco worden gemaakt. (C 1, 36). 



191 

Het belang van Pruisen hierbij was de uitweg voor de holland- 
che correspondentie door het rit geboden op Brunswijk, Dantzig, 
(usland en Saksen, waarvan het vervoer aldus voor de pruisische 
ijnen verloren ging. Na de inrichting van het brandenburgsch rit 
>p Dantzig en Koningsbergen bood de brandenburgsche post in 1654 
lan om de brieven daarheen vier dagen eerder óver te brengen dan 
>ver Hamburg. Van de gelegenheid om de brieven onder couvert 
lan de brandenburger boden langs deze snellere route te verzenden 
verd door de amsterdamsche kooplieden zooveel gebruik gemaakt, 
lat de boden van Amsterdam op Hamburg zich hierover tot de 
roedschap wendden, „hoe zij supplianten seer becommert sijn, dat 
e brandenburger post hai*e oostersche brieven, Hamburgh voorbij- 
iende, hier op eenigh ander comptoir wel mochte overleveren en 
>en bestellen, sulcx dat hun supplianten hare ordinaris profijten 
»uden benomen worden". Het was toch te vreezen, dat Branden- 
irg deze brieven, die te voren over Hamburg aan hun kantoor 
^hoorden, op het kleefsche kantoor te Amsterdam zoude dirigeeren. 

Burgemeesteren stelden hen echter gerust en verklaarden het 
wnburger kantoor bij uitsluiting bevoegd voor „alle oostersche 
•ieven, tzij op wat comptoir oft plaetse int afgaen als int aenkomen" ^). 

Dit betrof echter slechts de vraag, welk kantoor te Amsterdam 
e baten zoude genieten, doch liet de wijze van verzending onbe- 
proken. Hierin kwam eerst verandering toen de Staten-Generaal zich 
ierin mengden, waarna de brandenburger verzending op hun ver- 
oek in 1657 werd afgeschaft *). 

In 1686 herhaalde de postmeester van den keurvorst de pogingen 
m de brieven tusschen Holland en Dantzig, Pruisen, Polen, Lijfland 
n het Oosten aan het hamburger rit te onttrekken en over Berlijn, 
üeef en Nijmegen te voeren. Burgemeesteren en raad van Hamburg 
vendden zich hierop tot den magistraat te Amsterdam om steun 
egen deze „nieuwigheden", evenals in 1657, toen door de hulp van 
Amsterdam de „laegen (hun) geleit" werden voorkomen *). Uit dit 
chrijven blijkt tevens, dat Bremen, Lttbeck, Wismar, Rostock, 
»traalsund, Demmin, Anklam en Stettin over Hamburg verzonden, 
sulx dat (deze steden) de provenuen van de briefporten aen beide 
e postcomptoiren (Hamburg en Amsterdam) overgegeven hebben. 



') 29 Januari 1657, Groot Memoriaal, IV fol. IdO. Geiu.-arch. Amsterdam en 
iegister van tractaten, Hoofdbureau n^ 27a. •) C. !. 3. 

') 23 Maart 1686. Afschrift (vertaling) in het Gem.-archief te Amsterdam. 



192 

alle 't welk egter met onttrecking van de dantzikse en andere oos- 
tersche brieven, door de alsdan swaere onco$ten buyten twyflfel sal 
vergaen ende vervallen" ^). 

Eene andere poging van Brandenburg in 1660 om het rit con- 
currentie aan te doen, door de oprichting van een dagelijksch rit 
van Hamburg over Harburg, Bremen, Oldenburg en Emden op 
Groningen, kwam niet tot uitvoering*). Eerst in 1682 werd Emden 
aan het brandenburger net verbonden % en de verbinding over Bremen 
door Oostfriesland kwam eerst in 1770 tot stand en bleef toen tot 
het locaal verkeer beperkt. De amsterdamsche commiezen waren ook 
toen bevreesd, dat hieruit langzamerhand eene concurreerende lijn 
zoude ontstaan, en wendden zich 5 April 1776 hierover tot de commis- 
sarissen der hollandsche posterijen. Uit de hierover gevoerde corres- 
pondentie blijkt, dat deze verbinding voor Holland zelf geen nadeel 
opleverde, doch zeer nadeelig was voor Hamburg, daar de voordeelen 
nu door Holland met Pruisen en niet met Hamburg werden gedeeld, 
hetgeen te meer merkbaar was, daar ook door de Rijkspost veel 
brieven aan Hamburg werden onttrokken. 

Een ernstiger gevaar dreigde, toen de pruisische postmeester in 
1760 mede directie ging eischen in het beheer van het kantoor te 
Lingen. Hier toch had Holland een entreposte-commies, die niet alleen 
de verwisseling van paarden en malen bezorgde, maar tevens zelf als 
postmeester optrad voor de stad Lingen, de Neder- Eenm en het bisdom 
en de stad Mtïnster. Het vrij transit door Lingen en het recht om hier 
een eigen commies te benoemen had Holland verkregen in den tijd , 
dat het graafschap Lingen aan het huis van Oranje behoorde *), doch 
deze bevoorrechting leidde tot moeilijkheden, toen Pruisen het graaf- 
schap verwierf en te Lingen een eigen postmeester aanstelde. De 
pruisische postmeester verdrong den hollandschen commies bij het 
beheer over de brieven voor het graafschap en trachtte in verbinding 
te komen met Holland, door het inrichten van een postwagendienst, 
tweemaal per week, van Lingen op Zwolle, waarvan de postmeester 
wel in relatie stond tot het kantoor te 's-Gravenhage, doch niet tot 
dat te Amsterdam. Door dezen dienst liep Holland groot gevaar een 



') In het afschrift staat „Anckam'*. ') C I. 3. 

^) Geheimes Post Archiv te Berlijn, XLIII n^ 143. Oostfriesland kwam in 1746 
onder beheer der pruisische post. 

*) Het graafschap Lingen kwam in 1548 van den graaf van Tecklenburg aan 
den graaf van Buren en vererfde later op den prins van Oranje. In 17Q2 kwam 
het aan Pruisen. 



193 

der bijbrieven te verliezen. In 1757 werd zelfs de hollandsche 
Ijon door militairen aangehouden en gedwongen zijne maal af 
ïven. 

lolland trachtte nu, om Pruisen tevreden te stellen door kleine 
essies en het toestaan van correspondentie, die het hoofdvervoer 
schaadde, doch verzette zich sterk tegen het verzoek om mede- 
er. Zelfs werd er aan gedacht om Lingen te vermijden en het 
e verleggen over het veer van Dalem of het verwisselkantoor 
te brengen naar Schleptrup in Munster *). Tevens werd 
)ten om te trachten, ter voorkoming van verdere moeilijkheden, 

Pruisen eene bevestiging te verkrijgen van het vrij transit 

Lingen ^) ; dit toch was het eenige land , waar het vrij transit 
door uitkoop was verkregen, daar hierover te voren nooit moei- 
eid was gemaakt ^). 

iij het generaal verdrag van 1775 stond Pruisen het transit alleen 
op voorwaarde, dat de hollandsche commies geen brieven zoude 
melen voor stad en graafschap Lingen, en dat de porten hiervan 

hem gedeeld werden. Reeds 13 November 1776 kwamen er 
er weder klachten over het aanmatigen van lingensche brieven, 
rop Pruisen eischte, dat alle brieven voor Lingen en pruisische 
tsen aan den pruisischen postmeester aldaar zouden overgeleverd 
len*). Pruisen steunde zich hierbij op de bewering, dat het vrij 
sit alleen was toegestaan voor de ^malles transitoires", dat is de 
ven die slechts doorgevoerd werden om langs het rit te bestellen, 
1 dat Holland geen recht had op een eigen zak naar Lingen en 

brieven daarheen en voor de verder gelegen pruisische plaatsen 
tot Lingen moesten vervoeren en aldaar aan den post- 
ster afleveren. Het beweerde dus nog royaal te zijn met de 
t van de porten van deze brieven aan Holland aan te bieden *). 
e eisch betrof in hoofdzaak de brieven, die over Lingen verzonden 
den naar Cloppenburg, Quakenbruck, Vörden, Essen, Vechta, 
[ime, Wildeshausen , Delmenhorst, Munster en Osnabrück % 



In h. s. staat Schepstrup. ") C. 19 Juli 1760. 

C. 15 JuJi 1760. 

Zie ook 31 December 1776, zie R. A. F. n». 125 blz. 323. 

Brief van den postraad Seegebarth te Berl\jn, 25 November 1776. R. A. P. 

25 blz. 131. Er was ook geschil over het door Pruisen ingevoerd franco Emden 

ranco Osnabrück, dat door Holland niet werd erkend. — 9 Juli 1776 G. P. A. 

II, n«. 307. 

R. A. P. no. 125 blz. 135. 

13 



194 

Pruisen verzocht ook vrij vervoer van den bodenzak op Emden, 
daar deze thans onder de pruisische post ressorteerde, zoodat geen 
reden meer bestond voor de voor dit vervoer jaarlijks aan Holland 
betaalde recognitie ^), en bood eene belangrijke afkoopsom, indien 
Holland zich geheel uit Lingen wilde terugtrekken. Zelfs baron von 
Derschau, de opperpostmeester en chef van het pruisische postdirec- 
torium, werd in dit geschil gemengd *). 

Ten slotte werd op eene conferentie aangedrongen, waarbij de 
geschillen tot eene oplossing kwamen. Volgens het plan van «ujcomode- 
ment, van 25 Augustus 1777 ^), dat werd gesanctioneerd door de 
ratificaties van het verdrag op 27 November en 13 December , behield 
Holland den commies te Lingen, doch verkreeg Pniisen de 
helft der porten van de brieven van of naar het graafschap 
Lingen,. behalve die voor het münstersche en Osnabrück, waarvan 
de porten der daarheen gezonden brieven geheel €ian Holland bleven, 
evenals die der transitoire brieven. Holland bleef vrij in het beheer 
van het hamburger rit, doch de expeditie der pruisische brieven 
zoude voortaan te Lingen aan den pruisischen postmeester worden 
overgelaten *). 

Na het overlijden van den hollandschen commies verzocht Pruisen 
in 1785 om diens werkzaamheden op den pruisischen postmeester 
over te dragen, doch dit werd door Holland geweigerd^). 

Het belang van Lingen, als punt, waar de hollandsche, pruisische 
en taxische posten te zamen kwamen, kan blijken uit de opgave der 
aankomende en vertrekkende posten uit het jaar 1774 % 



') Alsb. blz. 144. «) Alsb. blz. 144. 

^) In: Stukken betreffende de negotiatien met de noordsche postofficiën 17.^—1814. 
Hoofdbureau en C. Ii2 en 14 November 1777. 

^) Aan de liollandscbe onderhandelaars Beem en Bouman werden in 1777 een 
paar westphaalscbe hammen vereerd. 

') C. 17 Februari 1785. 

") G. R A. XLIil n'\ 144. 

Aankomst van Amsterdam, haml)urger rit, Zondag en Woensdag 9 uren n. m., 
vertrek Zon<Iag en Donderdag 7 uren v. m. 

holhindsrhe .,rahreiide Post" (waarschijnhjk de wagen van Zwolle) Dinsdag 
en Vrijdag 1:2 uren v. m., vertrek Woensdag en Zaterdag 2 uren n. m. 

- van Hamburg Dinsdag en Donderdag 7 uren v. m., vertrek Zondag en Woensdag 
9 uren n. m. 

van Oostfriesland (bode van Emden) Woensdag 5 uren v. m. en Zaterdag 
5 uren n. m., vertrek Zondag en Woensdag 9 « uur n. m. 

— van Monster Zondag <*> uren v. m. en Woensdag 7 uren v. m., vertrek Zondag 
10\/. uur n. m. en Donderdag 8 uren v. m. 



195 

Met Munster ontstonden in 1660 moeilijkheden over den vrijen 
doortocht der postiljons ^). Taxis had reeds een uitgebreiden postdienst 
in het Stift ingericht en trachtte den doortocht van de amsterdamsche 
koeriers te beletten *). Hij beklaagde zich bij den keizer, die hem 
handhaafde en den graaf von Gronsfeld als keizerlijk commissaris 
naar Munster zond, met bevel om aan de amsterdamsche boden de 
brievenmalen te ontnemen. De bisschop en graaf Ernst Willem van 
Bentheim schaarden zich aan de zijde van Taxis en den keizer. 
Taxis stelde zelfs te Hamburg een eigen postmeester aan, waarop 
echter aldaar opstootjes ontstonden en de keizerlijke posten uit weer- 
wraak werden tegengehouden. In het hertogdom Bremen, dat toen 
tot Zweden behoorde, werden zelfs twee boden van Taxis doodge- 
schoten. De stadsbesturen van Amsterdam en Hamburg mengden 
zich in dit geschil, waarbij zij ook gesteund werden door de Hoog- 
mogenden , en wisten van den bisschop en van den graaf van Bentheim 
in 1662 weder vrij transit te verkrijgen *). 

Eenige jaren daarna, in 1669, werden de postiljons weder bemoei- 
lijkt en werden zij voornamelijk te Cloppenburg in het münstersche 
tegengewerkt, door op de postdagen de poorten later te openen of 
vroeger te sluiten, waardoor de postiljon buiten moest overnachten. 
Zelfs werd Zondags de poort voor de post eerst tegen den middag 
geopend, doch werden andere personen reeds te voren in- en uitgelaten. 

De stad beklaagde zich hierover den 14 Juli 1669 bij Carel Otterman 
von Groethausen, drost van het ambt Cloppenburg *), en den 8 Augustus 
daarna bij bisschop Bernard ^). Kort hierna kwam bericht, dat twee 



Aankomst Tan Berlgn (pruisische post) Woensdag en Zaterdag 6 uren n. m., vertrek 
Woensdag en Zaterdag 6 uren n. m. 

— van Berlijn (pruisische wagenpost) Woensdag 4 uren v. m. en Zaterdag 5 uren 
n. m. , vertrek Dinsdag en Vrydag 2 uren n. m. 

— ambtsbode van Meppen Zondag 9 uren v. in. en Woensdag 8Vs uur v. m. , 
vertrek Maandag 6 uren v. m. en Donderdag 8 uren v. m. 

— ambtsbode van Osnabrück Zondag 6 uren v. m. en Woensdag 10 uren v. m., 
vertrek Zondag 10^/. uur v. m. en Woensdag 11 uren n. m. 

*) Zie F. der Kinderen Fzn. De nederlandsche republiek en Munster gedurende 
de jaren 1650—1661. Utrecht, 1871 bl. 188-196 en 467-469. 

') Amsterdam hield slechts 2 paarden in 't Stift, doch Taxis reeds 58. Zie: 
Corte deductie op het Boden ofl Fostwerck tusschen Amsterdam ende Hamburg 
soo veel *t point van recht aengaet. 5 Mei 1662. 

•) Volgens der Kinderen bl. 196 werd echter eerst in 1666, na den vrede van 
Kleef weder door het Stift Mflnster gereden en werd te voren eenigen tyd de route 
door Friesland en Oldenburg gevolgd. 

«) Stadsmissivenboek lU fol. 161. ') Als voren fol. 199 vs. 



196 

postiljons in het Stift waren €iangehouden, en dat de bisschop eene 
eigen posterij op Holland wilde inrichten en hierover in onderhandeling 
was met Naarden ^). Als voorzorgsmfiiatregel beval Amsterdam den 
postiljons, voorloopig het Stift te mijden en door Oostfnesland en 
Oldenburg te rijden ^), en verbood het aan de veerschippers op 
Naarden, om hamburgsche brieven mede te nemen of verdachte 
pakketten onder gefingeerd adres anders dan met stad*s voorkennis te 
bestellen % Tevens verzocht Amsterdam om ook van hamburgsche 
zijde het Stift te mijden en geen amsterdamsche brieven langs anderen 
weg te verzenden, en werd Pieter Pellegrom, een der postoflScieren, 
naar Hamburg gezonden. 

Tegelijkertijd arriveerden de twee aangehouden malen langs onbe- 
kenden weg. Onderwijl verzocht de stad aan den oud-burgemeester 
Hooft om bij den Raad van State, of zoo noodig bij de Staten- 
Generaal, verlof te vragen, om het grensfort de Nieuwe Schans bij 
Lier *s nachts te mogen passeeren en de schalmei, of den slagboom, open 
te laten ^). Op gelijken datum werd beleefd €ian den bisschop geschreven, 
dat de valiezen waren aangekomen, en werd hij hiervoor, als „een 
beginsel van herstellinge van de gewenschte goede intellegentie*', bedankt. 
• Na den dood van den bisschop in 1784 ontstonden ernstige 
moeilijkheden met Munster, daar de opvolger, aan wien opnieuw 
vrije doortocht moest verzocht worden, gelijk o. a. in 1665, 1675, 
1723 en 1765, dit weigerde, onder voorgeven, dat hij eene eigen posterij 
op zijn territoir wilde inrichten *). Een aanbod van 200 Rijksdaalders 
per jaai*, als vergoeding voor den vrijen doortocht, werd door den 
bisschop geweigerd, waai'op op voorstel van Hamburg hem aange- 
boden werd , het halve port der münstersche brieven % Later werd 
de aangeboden vergoeding verhoogd tot 100 hoUandsche dukaten per 
jaar^) en werd eindelijk, nadat THonoré en de hamburgsche post- 
meesters naar Munster waren geweest, het vrij transit door den 
bisschop vergund. 

Ook de andere landen, waar het rit doortrok, gaven nu en dan 
aanleiding tot geschillen, o. a. met Oldenburg in 1696, metHannover 
en Bremen in 1738. Met deze laatste stad was oorspronkelijk alles 



') Amsterdam sclireef hierover 24 Augustus aan Hamburg. (StadsmissiTenboek 
lil fol. 205. ■-) C. i. 11. 

■') Op de beurs werd tegen de nieuwe posterij van Naarden gewaarschuwd. 
Stadsmissivenboek III fol. 218. 

') C. 24 Aug. 1GG9. *) C. 18 Febr. 1785. 

') C. 29 Sept. en 14 Oct. 1785. ^) C. 1 Dec. 1785. 



197 

in pays en vree en 23 Augustus 1669 verklaarden burgemeesteren 
en raad van Bremen zich het rit „nach als vor bestens recommen- 
diert zu sein lassen*' en „dieselbe gernhe Ihnen die mutuelle Corres- 
pondenz und Passage durch diese Statt" toe te staan ^). De geschillen 
in 1738 werden ook spoedig bijgelegd en in 1746 stond Bremen 
uitdrukkelijk vrij transit tóe ^). 

Tusschen Brunswijk en Hamburg werd in 1732 een contract 
gesloten, waarbij vrij transit werd verkregen. De koning van Engeland, 
als keurvorst van Brunswijk, bedong zich hierbij alle porten voor de 
brieven naar zijne hertogdommen Bremen en V,örden en portvrijdom 
binnenslands voor de keurvorstelij ke regeering te Stade en in de 
hertogdommen Bremen en Stade. De postiljons zullen daar koninklijk 
uniform dragen en den eed aan den koning doen en Hamburg zal 
de brunswijksche post niet bemoeilijken '). 

Bentheim verzette zich reeds bij de inrichting van de rijdende 
post. De gr£iaf eischte aandeel in de posterij en deed de brieven 
te Nienhaus afvorderen. Deze tegenstand werd echter spoedig over- 
wonnen, toen de Staten-Generaal zich hierover tot den gr€iaf wend- 
den *). Den 18 Juni 1676 werd een contract met Bentheim gesloten, 
hetwelk in 1782 £ianleiding gaf tot eenige geschillen over de €ian- 
stelling van den postmeester te Wildeshausen % In 1777 had Bent- 
heim eene poging gedaan om zich van het kantoor Nienhaus meester 
te maken, door op eigen gezag een postmeester aan te stellen. Deze 
benoeming werd echter, na protest van Holland, door Hannover 
gecasseerd. 

In 1790 werd een postiljon te Nienhaus op bevel van den rechter 
te Bentheim aangehouden. Toen hierover echter in Hannover gepro- 
testeerd werd, werd de rechter gedesavoueerd % 

Buiten de direct belanghebbenden dreigde na 1718 nog een gevaar 
voor het rit door het plan van den Oberpostcommissarius Renner 
uit Saksen, die een dienst op Rusland wilde inrichten over Munster, 
Cassel en Leipzig. Dit plan was wel in hoofdzaak gericht tegen de 
groote voordeelen van het transitoir vervoer door Pruisen getrokken, 
doch had ook, ware het plan tot uitvoering gekomen, ongetwijfeld 
een deel ontnomen aan het vervoer over Hamburg, waarvoor Holland 



») C. I. 1. ») C. I. 19. 

*) Contract van 6 September 1732, in : Stukken betreffende de negotiatie met de 
noordsche postofiiciën 1754 — 1814. Hoofdbureau. 
*) Cl. a *) G. 18 Mei 1782. •) C. 24 Nov. 1790. 



198 

ware schadeloos te stellen, doch dat het belang van het rit had 
moeten verminderen. Dat dit plan niet tegen de hollandsche post- 
meesters was gericht, kan o. a. hieruit blijken, dat die te voren door 
Saksen over de verzending langs de nieuwe route waren gepolst. 

In de oorlogsjaren in het eind der 18^® eeuw bleef ook deze 
route niet voor stoornis gespaard ^). Door het voortrukken der fransche 
troepen werd de weg over Lingen en Bremen in 1794 bedreigd *), en 
werd er aan gedacht het rit om te leggen over Emden. Hamburg stelde 
voor de engelsche brieven te doen loopen op Harlingen of Ritze- 
büttel (Cuxhaven), Dokkum of Emden, en bij voorkeur over deze 
laatste plaats, doch Holland verzette zich hiertegen, daar deze route even 
gevaarlijk was als over Harwich en Helle voetsluis en hel daaren- 
boven op deze wijze alle controle miste *). Omstreeks Februari daarop 
werd het verkeer gestremd *) en werd bij decreet van de represen- 
tanten toegestaan de brieven met een scheepje over zee naar Ham- 
burg te zenden, mits de brieven eerst door een commissie ter lezing 
gegeven waren % Eenige dagen later werd besloten om iedere week 
een pink met de maal op Hamburg te zenden % Deze scheepjes 
voeren met een franschen pas en de daaynede te vervoeren brieven 
moesten eerst ter lezing gezonden worden^. 

/. KEULEN ®). 

Talrijk waren reeds vroeg de relaties tusschen Holland en de 
machtige hanzestad Keulen, die de tusschenpersoon vormde voor de 
verbindingen van Holland met Zuid-Duitschland en Italië. Op Frank 
fort en Würzburg was reeds in 1542 een geregelde bodendienst vair- 
Keulen, en waarschijnlijk ontstond ook omstreeks dien tijd de gere- 
gelde verbinding met Holland. Deze bleef geheel in handen de 
boden en werd niet gemengd in den strijd tusschen Henott en Minau ^ 
De boden op Holland stonden eerst geheel op zichzelf, doch werde 
in 1591 (10 Augustus) gecombineerd met die op Antwerpen ^% 



*) Ook in 1761 werd eenmaal een postiljon drie dagen door de Franschen op; 
houden C. 28 Oct. 1761. 

-) C. 18 Oct. 171H. ^) C. 8 Januari 1795. 

*) Kort voor 16 Febr. Zie C op dien datum. '-') C. 17 Febr. 1795. 

") C. iS F.'hr. 17U"). 

') liOs stuk van het kantoor Lei(h>n, thans op het Hoofdbureau. 28 Febr. 17J 

") Zie raadsprotocolleii Kenk'n (afschrift en extract 1578- 1694 in het Geheim P 
archief te Beriijn XLIII, n'*. 180). Gemeente-archief Amsterdam, Lade P., Ennen, 

•) 1578 en volgende jaren. Zie blz. 38 en 39. 

'^) Beide bodendiensten werden tot „eine Reise" verbonden. 




199 

Kalland en Zeeland bestonden in het eind der 16''* eeuw reeda ge- 
regelde diensten op Amsterdam, Dordrecht en Middelburg. 

Henott, die in zijn strijd tegen de boden te Keulen die op Hol- 
land eerst ongemoeid had gelaten, begon zich in 1601) ook met dit 
brie ven vervoer te bemoeien. Hij verzocht een monopolie voor dit 
vervoer aan prins Maurits en zond zijnen zoon Hariger naar Holland , 
om den postmeesters ie verzoeken de brieven op Keulen vooriaaii 
aan zijn kantoor en niet meer aan de boden te zenden. Alleen 
Middelburg toonde zich hiertoe bereid, doch de overige postmeester» 
weigerden in den brievenloop verandering te brengen. De route was 
toen over Wezel, Emmerik, Arnhem en Utrecht. Door het ontslag 
van Henott in 1603 werd de poging niet 
terstond herhaald, doch omstreeks 1617 
werd door zijnen opvolger Johann von 
Coesfeld hierop teruggekomen. De stad 
Keulen steunde hierbij de boden en zond 
in 1617 den stadssecretaris Franot naar 
Amsterdam en zond 15 November daarop 
ook Konstantin naar Amsterdam en tevens 
naar de Staten-Generaal , om de boden 
Ie steunen tegen de plannen van von 
(Coesfeld. De poging mislukte hierdoor 
en werd niet terstond herhaald wegens 
de moeilijkheden, die von Coesfeld te 

Keulen zelf had te overwinnen, en de „...,„ ,., , ^ ^ „ 

Bnef uit Hahe naar Amsterdani, 

tijdelijke stremming van het verkeer door l584ofi5ffi. 

«ien oorlog. De brieven op Holland werden Uit een 175-Ul opg^liouden brieven, 
toen tijdelijk over Antwerpen verzonden '|- »«'"'"<'*" •■Ü de verbouwing van het 

1 ie«>T ■ 1 rr ■ j I • postLontoor te Frankfort o/M. 

In 1637 wist Ifixis van den keizer, '^ aaq 

die gewoonlijk op zijn hand was, een 

patent te verkrijgen tegen het bodenwerk, dat strekte tot vermindering 
van het keizerlijk postregaal. De ernstige klachten hiertegen van 
burgemeesters en raad der stad Keulen deden den keizer echter eene 
nadere verklaring geven, dal het patent niet gekeerd was tegen de 
boden, maar alleen tegen de uitbreiding van de bodendiensten. Zelfs 
werd door keizer Ferdinand III aan Taxis bevolen om de keulsche 
boden niet lastig te vallen % 

Toen Taxis ook dezen aanval op de boden zag mislukken, pro- 




') Lade P. [ 



*) 91 Augustnii 1638. Translaat bü Lade P. 5, n". 9. 



200 

t)f*(*ni(; hij het in 1642 langs een anderen weg. Hij deed de brieven 
(l(Hir zijnen commies G. Dulcken te Roermond van de boden op 
Amsterdam afnemen en trachtte de zending van brieven uit Italië 
naar Holland te beletten, door die boven Keulen te ondervemgen of 
zooveel t(; vertragen, dat de aansluiting te Keulen moest gemist* 
worden '). In het gebied van Keulen zelf kon hij op den brievenloop 
g(HM) invloed oefenen en hij trachtte nu de brieven boven en beneden 
Keulen te ondervangen. De strijd liep hierbij niet over de van 
Keuh^n zelf verzonden of daarheen bestemde brieven, die Taxis 
voorloopig in het bezit der boden liet, maar om de over Keulen 
natu* Holland gevoerde brieven uit Zuid-Duitschland en Italië. Het 
port hiervan, voor zooverre de brieven door bemiddeling wan den 
taxischen postmeester von Coesfeld werden verzonden, beliep in 
1(>42 ongeveer 2740 gulden blijkens eene nog in het postmuseuro 
te Horlijn aanwezige „Verzeichnisz dessen, wasz alhir in Colln an 
S. Postnui («oszfeldt in dreijen quartalen des yars 1642 bahr bezahit 
wonien und von den amsterdammer bedienten, welche es erheben, 
XII erstatten stehet**, namelijk: 

Sde kwmrUal. Sde kwartaal. 4de kwartaal. 

AiUHtoniam naar Italié .... 524.10.— 558. — 570. — 

Van llali<^ en Zuid-Duitschland 101.5.- 72.3.— 55.17.- 

NnnÜH^rgi^r brieven 53.19.— 65.10.— 63.2.— 

of itMV4.l2 in drie kwartalen. 

lV«o brieven kwamen over Reinhausen. Speier. Frankenthal naar 
KrtniitnaolK waar de brieven gt^splitst werden voor de richting Keulen 
on viH>r Anlworjviu IV laalsten gingen over Namen en Brussel. 

l'nxis dt^nJ nu ^k^ brieven, die ti4 Krvumach geheel in zijne 
haiuion \\ar>^n, tMuvtHMr\^i ovi^ Namen en van daar over Roermond- 
naar Nij^Uf>ï^M> bren^^i en vtMrxksr ikHM* ilen nymeegsrhen postmeester 
on stvrt^an> IVntiaan Siiu>Mi^kMvrk . dien hy voor zyne partij gewonner 
k^d. \^p Ainstoniam xer^^Viif^K tHi lieed onigeke^ de uit Hollan 
kxMiHHhlt^ l^rt<^v,>^> to Nijn^e^:^) t^phouden en over Roermond na* 

Ac^n VrAs5t*<\v%n\ >*t^^i xt^rsw^ht \>m tie hcieven hmg^ de nieu^ 

ï\M;tv t<' < vj^\VaV'T\r, ïC h>:'":v ^«Yin: t>rtï sneUer ver%"oer en t 



201 

De boden van Keulen, hierbij door de stadsregeering gesteund, 
wendden zich tot de Staten en tot Amsterdam om het nieuwe rit te 
keeren, waardoor eene uitvoerige briefwisseling ontstond, die ons in 
staat stelt het verloop van naderbij te vervolgen. 

De eerste aanloop van Taxis mislukte. 14 Mei 1642 wendden 
burgemeesters en raad der stad Keulen zich tot de Staten-Generaal , 
waarop deze 5 Juni 1642 besloten, „dat het oude Boodenwesen sonder 
toestaen van eenige nieuwicheyt in suo esse, als tot noch toe sal 
worden onderhouden ende gemaintineert" ^). Amsterdam schreef in 
geleken geest. Deze brieven werden 9 en 18 Juni te Keulen ontvangen 
en aan de boden medegedeeld. 25 Juni schreef Amsterdam nader, 
dat het de oude wijze van verzending wilde handhaven, waarop door 
Keulen tot eene hoffelijke dankbetuiging werd besloten *). 26 Juli 
1642 volgde een nieuw schrijven van Keulen aan de regeering van 
Amsterdam *), toen daar bericht was, dat Singerdonck te Nijmegen 
had gedreigd, om alle uit Holland komende brieven voor Italië aan 
Taxis te zenden. 

Inmiddels hadden 48 kooplieden te Amsterdam zich tot de stads- 
regeering gewend met eene deductie, waarbij zij wezen op de voor- 
deelen aan het nieuwe plan van Taxis verbonden , en verzochten geen 
besluiten hiertegen te nemen, alvorens hen gehoord te hebben. Het 
voordeel werd hierbij gezocht in de snellere bezorging der brieven, 
waardoor Amsterdam even snel als Antwerpen de brieven en adviezen 
uit Italië zoude ontvangen en dus niet meer bij deze stad ten achter 
zijn. De antwoorden van Venetië, die nu 32 dagen (heen en terug) 
vorderden, zouden volgens het nieuwe plan over Nijmegen eene week 
minder vereischen. 

Uit deze deductie blijkt, dat slechts éénmaal per week op Keulen 
gezonden werd, en dat de brieven uit Amsterdam daar 2 dagen bleven 
liggen vóór ze aansluiting vonden op Italië. 

Tevens blijkt, dat de boden zelf en de overheden der boden te 
Amsterdam voor de stadspost van Keulen partij trokken. Zij meenden 
echter, dat hier het algemeen belang der kooplieden moest gaan boven 
dat der boden, die „nochtans selffs nyet en reysen, maer alleen 
eenige arme lopers sijn gebruyckende dyen syluyden soo weynich 
geven, dat dselve nyet te paerde, maer alleen te voet komen 



>) Lade P. S, n^ 9. 

*) Zie RaadbprotocoUen van Keulen 9 en 18 Juni, 25 en 30 Juli 1642. 

>) Lade P. 5^ n*. 9. 



202 

reysen.'* Dit laatste is zeker onjuist, daar de bodenpost tusschen 
Amsterdam en Keulen reeds jeuken in een rijdende post was 
omgezet. 

Hierop werd door 55 andere kooplieden geantwoord met eene contra- 
deductie voor de boden, waarbij zij er op wezen, dat de route over 
Keulen korter was en, dat de tijd verkort kon worden door de brieven 
later uit Amsterdam te zenden; dat reeds nu de nieuwe post niet 
binnen den beloofden tijd kon komen en dat het gevaarlijk was de 
brieven te voeren over Roermond , dat in 's vijands handen was. Wel 
geschiedde dit ook met de fransche en engelsche brieven over 
Antwerpen, doch daar belette de macht dezer staten om de corres- 
pondentie lastig te vallen, terwijl bij vervoer over Roermond alles in 
handen bleef van de familie Taxis. 

Keulen achtte het nu geraden om de belangen der boden in 
Holland door vertrouwde personen te doen behartigen, en zond 
20 Augustus Dr. Nutten naar Den Haag en 24 October Dietrich 
Mulart en Johan von Colln naar Amsterdam. Tevens schreef de 
stad aan Amsterdam en aan den hertog van Venetië, om ter voor- 
koming van ophouden der brieven, die uit Italië onder het z^el 
van S. Marco direct aan den magistraat van Keulen te zenden M. 
Dietrich Mulart verzocht te Amsterdam eene conferentie met ver- 
tegenwoordigers uit de inzenders der beide adressen en de overlieden 
der boden. Waarschijnlijk werd door hem het ongedateerde ^Project 
van accort'* ingediend, waarbij het vertrek der brieven uit Amsterdam 
van Dinsdagavond tot Donderdagavond werd verschoven, om de 
ligdagen in Keulen te voorkomen, en de retouren een dag vroeger 
werden toegezegd. Tevens wordt hierbij voorgeslagen, dat de boden 
hun weg niet mogen veranderen zonder toestemming der beide stads- 
besturen en dat zij dien alleen zullen nemen over niet vijandig territoir, 
„om alle disordren, ophouden van brieven, affwerpen ende scheuren 
derselver voor te coinen". 

Tevens werden door hem eenige plannen ingediend om het ver- 
voer nog te bespoedigen. Hieruit blijkt, dat van Kreuznach tot 
Namen gerekend werd 36 a 40 uur en van daar op Roermond 20, 
Nijin(»geii 7, Utrecht 10 en Amsterdam 7 uur, zoodat de route, door 
Taxis aangegeven, 80 uur zoude vereischen van Kreuznach naar 
Amsterdam. De oude route over Keulen echter vereischte slechts: 



') Raadsproiocollen. Keulen. 



203 

^reuznach— Keulen 18 uur, tol Maaseik 16, van daar tot Heusden 20, 
ot Utrecht 10 en tot Amsterdam 7 uur, of te zamen 71 uren. 

De bekortingen, die besproken werden, waren: 
V. van Keulen op Neuss (5), Schenckerschans (10), Arnhem (3), 

Utrecht (7) en Amsterdam (7), te zamen 50 uur; 
i. van Arnhem over Naarden (6), naar Amsterdam (3), te zamen 

45 uren en 
Z. van Keulen op Wezel (10), Arnhem (10), Naarden (6) naar 

Amsterdam , te zamen 47 uren , alles van Kreuznach af gerekend. 

Deze drie ontwerpen hadden echter tegen, dat de brieven van 
^laastricht, Aken en Luik, die te voren over Maaseik en verder met 
ie keulsche en italiaansche brieven medekwamen, dan een afzon- 
lerlijk rit zouden vereischen. 

De voordeelen van de verzending over Keulen werden nog nader 
jiteengezet in de uitvoerige „Consideratien op het stuck van het Booden- 
vesen — tegens de nieuwicheden van *t po^tambt** van Dr. Lambertus 
dutten, die 5 Februari 1643 bij den amsterdamschen magistraat 
verden ingediend , en de stad zond den schrijver in Augustus 1643 naar 
\.msterdam en Den Haag om ook mondeling de voordeelen toe te 
ichten. Zij wezen er hierbij op, dat de boden gezeten burgers waren, 
>nder eed en borgtocTit, gebonden aan de voor hen gemaakte ordon- 
lanties en waarop steeds verhaal te vinden was, terwijl Taxis de 
)rieven deed vervoeren door „slechte onbekende boersluyden ende 
^ngequalificeerde jongens", op wie niets te verhalen viel, terwijl de 
beambten van Taxis, als onmiddellijk dependeerende van den keizer, 
niet aan de plaatselijke rechtspraak onderworpen waren. Ook werd er 
^oor gewaarschuwd, dat Taxis, eenmaal meester van de brieven, wel 
niet zoude nalaten om de porten te verhoogen en de brieven langs 
nmwegen, als Antwerpen, te voeren of onderweg vertraging te geven. 

In dit schrijven wordt als de oude weg genoemd: Augsburg, 
nfeinhausen, Coblentz, Andernach, Keulen, Rheinberg, Wezel, Schen- 
:enschans en Arnhem. 

Aan de Staten-Generaal werden door Keulen nagenoeg gelijklui- 
eride „consideratien" gezonden. 

Een vijftal kooplieden, waarschijnlijk sujetten van Taxis, wendden 
•^A hierop^) tot de stadsregeering om te verkrijgen, dat, zoolang 
^* geschil tusschen de keulsche stadspost en Taxis hangende was, de 
'*^6elden zouden verzekerd worden aan hen, die de brieven aan- 



> tl Juni 16ia 



204 

brachten, welk adres om advies gesteld werd in handen van de over- 
heden der boden. 

Taxis had onderwijl den dienst op Amsterdam begonnen, doch 
miste de gelegenheid om de porten van de hiermede verzonden brieven 
te innen, daar noch hij, noch zijn postmeester Dulcken te Roermond, 
eenige overeenkomst had gesloten met de boden te Amsterdam, en 
deze weigerden voor de door hem over Nijmegen aangevoerde brieven 
porten te vergoeden. Hij wendde zich hierover den 14 Augustus 1642 
tot de regeering van Amsterdam en herhaalde zijn schrijven den 
10 September daaraanvolgende. Amsterdam antwoordde ontwijkend 
„sijnde ons in der daet indifferent hoe de brieven incamineert worden , 
tsij over Goln, ofte over Roermonde, als het maer ten spoedichsten, 
ende met de minste veragteringe der correspondentie geschiede". Het 
weigerde echter om te voldoen aan het verzoek om de briefporten 
hangende het geschil onder sequestratie te stellen en te beletten, dat 
deze door het keulsch kantoor aldaar zonder eenige verrekening 
genoten werden. Hierop dreigde de Rijkspost 25 October 1642, om 
alle italiaansche brieven over Antwerpen om te voeren en de schade - 
hieraan te verhalen, totdat zekerheid gegeven werd voor de porten m 
der over Nijmegen toegezonden brieven. In Duitschland zelf deed hij ^ 
de italiaansche brieven over Roermond omvoeren, waardoor de aan- — 
sluiting met de bodenpost te Keulen werd gemist, of de malen op^c:: 
het traject Kreuznach — Keulen zoodanig vertragen, dat hetzelfde 
resultaat bereikt werd. De hiervoor door Keulen aan den postmeestei 
van de Rijkspost aldaar opgelegde of bedreigde zware geldboetei 
misten haar doel ^). . 

De amsterdamsche boden ondervonden veel last van de ongeregeldt 
zendingen en begonnen reeds met de Rijkspost in onderhandeling te* 
treden en hunne brieven voor It€diö, gedeeltelijk op Roermond t** 
zenden ^). Toen het bericht hiervan te Keulen doordrong, werd 
Dr. Nutten wederom naar Holland gezonden , doch noch hij , noch Johan 
von Colln, die te Amsterdam in het belang der boden was werkzaam 
gebleven, kon beletten, dat Amsterdam met de Rijkspost in onder- 
handeling trad en eindelijk een voorloopig contract sloot, waar>aii 
den 19 September 1644 het bericht te Keulen werd ontvangen. 



^) Het traject Kreuznach — Keulen , dat in 18 oren kon gereden worden , werd tot 
43 uren vertraagd. Door Keulen werden boeten van 2000 goudgulden opgelegd 
(^ Mei). Zie Raadsprotocollen van Keulen, 10 December 1642, 5. 12. 16 Januari, 
16 Februari, 11 Maart, 8 April, 29 Mei, 17 Juni,20 Juli, 12 Augustus, 11 November 
1643 en 19 September 1644. 



205 

De strijd om het vervoer der keulsche brieven duurde tot 1652, in 
welk jaar „durwerther Klandt" uit Keulen in Holland vertoefde om tegen 
verandering in de verzending der brieven te waken. In dit jaar werd de 
goede heu'monie tusschen Keulen en Holland hersteld en werd besloten , 
om het vervoer der brieven alleen per rijdende boden te doen geschieden ^). 
Onder E. Langenberg, den opvolger van von Goesfeld als keizerlijk 
postmeester te Keulen, waren er voortdurend geschillen met de boden 
over de hoUandsche brieven en in 1694, werden zelfs de pakketten 
uit Keulen, die toen ook door de keulsche boden over Roermond 
gezonden werden, door de beambten van de Rijkspost opengebroken. 
Het stadskantoor zond toen nog afzonderUjke pakketten voor Amster- 
dam, Dordrecht, Rotterdam, Leiden, Nijmegen en Utrecht^). 

Het port der brieven bedroeg te Amsterdam tot 1633 3 stuiver 

en werd in dat jaar op verzoek der boden tot 4 st. verhoogd wegens 

den oorlogstoestand in Duitschland, die vooral na het eindigen der 

Trèves het vervoer kostbaarder maakte wegens de onveiligheid der 

Wegen, terwijl hierdoor tevens een deel der italiaansche brieven voor 

de boden verloren ging. In het request der boden wordt er op 

gewezen, dat het port in 50 jaar te Amsterdam niet was verhoogd, 

doch te Keulen reeds van 3 op 4 stuivers was gebracht, en dat de 

brieven veel sneller werden overgebracht dan te voren % 

Naar aanleiding van geschillen over het te betalen port werd 
ciit 16 November 1668 door burgemeesters en regeerders vastgesteld 
volgens de oude tarieven en wel 4 st. voor brieven van Keulen, Luik, 
^ken, Maastricht en Roermond en voor pakketten 4 st. per lood*) 
^n op het dubbel tarief voor brieven naar Italié en Duitschland. 

Uit de hierbij gewisselde stukken blijkt, dat te Amsterdam voor 
brieven naai* de vier genoemde steden geen gedwongen frankeering 
^werd gevraagd, doch wel voor die boven Roermond, daar de porten 
voor de daarheen gezonden brieven aan den postmeester van Roer- 
mond (Goswinus Dulcken) toekwamen. De brieven voor boven Roer- 
mond zonden de kooplui gewoonlijk in één pakket aan Dulcken, die 
deze sorteerde en verder afzonderlijk doorzond. 



^) Raadsprotocollen 10 Mei en 10 Juni 1652. 

') Raadsprotocollen 16, 21, 25 Augustus en 6 September 1694. 

*) 6 Juli 1633, Groot Memoriaal III fol. 143 en A. J. M. Brouwer Ancher, Aan teek. 
betr. bet Postwezen van weleer. 

*) Gr. Memor. V f. 234 vs. Over de pakketten ontstond later gescbil, daar enkele 
kooplieden op grond hiervan ook voor meerdere te gelijk ontvangen brieven slechts 
per lood wilden betalen. 1668/1669. Gr. Memor. V. fol. 239 vs. 240 en 244. 



206 

Over de verhooging der porten van italiaansche brieven wordt in 
1697 geklaagd door graaf von Kaunitz, den keizerlijken gezant te 
's-Gravenhage ^). 

De geschillen leidden in 1746 tot een Reichsrathurtheil, waarbij 
aan de Rijkspost bij uitsluiting het recht werd toegekend op het 
voeren van den posthoorn en het onderweg wisselen van paarden. 
Kort hierna, in 1751, deed de stad Keulen van hare.posterij afstand 
ten bate van de Rijkspost tegen eene jaarlijksche vergoeding van 
1000 Th€der, gelijkstaande met het voordeel door haar te voren van 
de bodenambten genoten ^. De route naar Holland, die nu geheel in 
handen kwam van de Rijkspost, werd hierop verlegd over Neuss, 
Venlo en Nijmegen. De verdere geschiedenis van het vervoer op 
Keulen valt samen met die van de Rijkspost en is onder die 
afdeeling behandeld *). 

g. WEZEL. 

De boden van Amsterdam op Wezel ontvingen oorspronkelijk hunne 
brieven buiten de Rijkspost om. Wij zagen reeds bij de boden op 



*) Raadsprotocollen van Keulen 21 Augustus, 6 eo 11 September en 14 October 1697. 

^) De totale opbrengst van de bodenambten bedroeg in bet begin der 18^* eeuw 
ttf Keulen 30.000 Thaler per jaar. 

') Een overzicht van de boden van Keulen op Holland vindt men in de gedrukte 
„(leneral Cöllnische Post-Ordinantz", dateerend van tusschen de jaren 1639— ltö5 
en aanwezig in het Reichs Postmuseum te Berlyn. Hierin worden de volgende 
boden vermeid: 

a. Dinsdags naar België en Middelburg. 

h. de „Reitende Bothen auffm Hewmarckt", die Maandag en Donderdag te 
1 uur vertrokken met de brieven voor Nijmegen, Arnhem, Vianen, Culemburg. 
Utrecht, Amersfoort, Naarden, Amsterdam, Zutphen, Deventer, Kampen, Zwolle, 
Haarlem, Harderwijk en verder geheel Holland. De brieven uit Duitschland en 
Italië kwamen Dinsdag te acht uren aan en bleven tot Maandag te Keulen liggen. 
De boden uit Holland kwamen Woensdag- en Zaterdagavond te Keulen. 

c. de bofien op Sittard, Susteren, Maastricht, Weerd» Stevenswaard, Heusden. 
*»-Hertf>genhosch, Geertruidenherg, Breda, Bergen op Zoom, Dordrecht, Rotterdam. 
Delfl, (lorinrhem. Leiden, Haarlem, *s-Gravenhage, Middelburg, Vlissingen en 
Kngeland vertrokken Dinsdag en Zaterdag te 1 uur en kwamen op gelyke dagen 
*H morgens te Keulen. 

d. de boden op Deventer op de S. Gereon Strass. 

In een „Verzeichnitz** van 1772, aanwezig in het Reichs Postmuseum te Berlyn, 
vinden wij de aankomst vermeld van de navolgende posten: Maastricht dagelyks 
t<' 10 uren , vertrek te 5 uren ; Holland Zondag en Donderdag te 10 uren en vertrek 
Maandag en Vrydag te 5 uren; Nijmegen, Venlo, Roermond, Arnhem en Tegeien 
Zondag en Donderdag te 1 uur, vertrek Dinsdag en Vrydag te 5 uren. 



207 

Keulen, dat Taxis eerst in 1642 begon met een rit van Namen over 
Roermond naar Nijmegen in aansluiting met de expeditie van daar 
op Amsterdam. Dit betrof toen echter in hoofdzaak slechts de 
italiaansche en zuid-duitsche brieven. De in de steden zelf gecollec- 
teerde en daarheen verzonden brieven werden aan de plaatselijke 
boden gelaten. Toch trad reeds in 1643 de Rijkspost ook voor het 
briefvervoer naar Keulen met de bodenpost in concurrentie. 

In 1651 breidde Taxis dit uit tot de brieven van Wezel en 6 April 
werd hierover een contract gesloten met de boden van Amsterdam 
op Wezel ^). Hierbij werd tweemaal per week toezending over en 
weder beloofd door het rit van de Rijkspost, met de brieven van 
Emmerik, Rees en Arnhem. De boden te Amsterdam kregen de helft 
van het port der wezelsche brieven na aftrek van Va st. bestelloon. 

De brieven te Emmerik worden door den posthouder aldaar besteld, 
die hiervoor het halve port genoot. Ter voorkoming van geschil 
met de keulsche boden wordt het postgebied beperkt tot Meurs, — 
wat daarboven ligt werd toegewezen aan het keulsche kantoor *). 
De boden blijven hun ouden vrachtdienst behouden, doch deze wordt 
streng gescheiden van het brievenvervoer. De boden verplichten zich 
om alle brieven met de post te vervoeren en Taxis om alle pakketten 
aan hen te laten. Ook het enveloppeeren wordt verboden. 

Dit bodenambt was te Amsterdam vereenigd met dat op Arnhem 
en Kleef, waaraan 2 November 1662 ook dat op Nijmegen werd 
toegevoegd '). 

h. AKEN. 

Met de stad Aken bestond reeds lang eene geregelde postver- 
binding, vóór dat de Rijkspost zich ook in dit gebied vestigde. 
Holland stond met het bodenkantoor te Aken in relatie door middel 
^ van het rit op Hamont en de stadspost van Maastricht. De verzending 
geschiedde tweemaal per week. 

Langzemnerhand trachtte de Rijkspost zich van het brievenvervoer 
op Aken te vermeesteren, hetgeen de commisseu^issen poogden te 
keeren door het invoeren van eene directe zending via Maastricht *). 



*) Gr. Mem. III fol. 328, geapprobeerd door burgemeesteren en regeerders van 
Amsterdam 6 Sept. 1651. 

>) Op dien grond werden de brieven op Munster in 1660 aan de keulsche boden 
toegewezen. 17 September 1660 en 21 Maart 1663, Groot Memoriaal V. fol. 99. vs. 

») Gr. Mem. V. fol. 88. vs. *) Uitgegane brieven C. 21 Febr. 1758. I, 244. 



208 

Ook werd, om beter met de Rijkspost te concurreeren, een derde 
postdag op Aken ingesteld ^). Men overwoog met Aken een con* 
tract te sluiten om de brieven voor de Noorder provincies, Utrecht 
en Gelderland transitoir te verkrijgen over het hoUandsch kantoor 
te Utrecht en die voor Zeeland over Dordrecht *). Aken toonde ach 
bereid hiertoe in conferentie te treden *). 

Toen de Rijkspost begon met ernstig de stadspost van Aken te 
bedreigen, werd de bode op Maastricht aangehouden» pp grond, dat 
de boden alleen brieven van stad tot stad mochten vervoeren, doch 
geen transitoire brieven, zooals hier de over Maastricht gezonden 
brieven voor Holland*). Deze moeilijkheden, waarbij Holland slechts 
van ter zijde betrokken was, eindigden met het uitkoopen van de 
stadspost door de Rijkspost in 1776, waarna de brieven op verzoek 
van den postmeester te Maaseik sinds dien aan het kantoor van de 
Rijkspost te Maastricht werden toegezonden *). 

i. ZWITSERLAND, 

Met Zwitserland stond Holland niet in direct contact, hoewel 
door den rotterdamschen postmeester in (1677) ernstig er over gedacht 
was een dergelijk contact te scheppen. De verzending geschiedde 
eerst door het bodenkantoor te Keulen en later door de Rijkspost. 

In 1762 ^) klaagde Zwitserland over de postberekening en wilde dit 
het frankeergeld van Turijn— Genève — Frankfort ten laste van Holland 
brengen. De commissarissen antwoordden hierop onder verwijzing 
naar de Rijkspost, dat Holland volgens een vast tarief betaalde en 
niet voornemens was meer te geven, en dat zij zich hierover verder 
uiet de Rijkspost hadden te vei*staan. 

j. BELGIË. 

Voor de zuidelijke gewesten vormde Antwerpen de voornaamste. 
verbinding met het noorden. De handelsrelaties vorderden reeds 
vroeg een geregeld brievenverkeer en leidden tot de aanstelling 
van l)oden daarheen uit verschillende hollandsche steden* In Amster- 
dam worden zij in 1568 genoemd, te Dordrecht in 1629 en te 



>) C. 30 Maart 1758. «) C. 15 April 1758. ') C. 14 Juni 1758. 

*) C. 30 April en 27 Aiig. 1731 ook roeds en 15 Mei 1759. 
*) Dit werd verzocht C. 25 Juni 1776 en toegestaan C 11 Not. 1776. 
«) C. 9 Nov. 1762. 



209 

Rotterdam in 1633. Ook buiten Holland vindt men in 1596 boden 
te Middelburg en in 1573, doortrekkend, te Heu^derwijk. 

Deze boden reisden te voet of maakten gebruik van wagen of 
schip. De diensten weu^en beperkt tot eens in de veertien dagen en 
waren nog weinig ontwikkeld. Quack getuigt in 1667, dat zij vóór 
de oprichting der paardenpost in 1649 „selfs en traech reisden" ^). 

Te Amsterdam werd reeds 29 October 1568 eene ordonnantie 
gemaakt voor de boden op Antwerpen. Er worden 6 boden benoemd, 
die 's zomers driemaal en 's winters tweemaal per week zullen reizen. 
Zij moeten in Antwerpen in eene herberg hun intrek nemen en mogen 
daar geen vaste woonplaats vestigen. 

Zij vertrekken 's morgens met den eersten wagen of schuit en 
zullen bij hunne terugkomst van Antwerpen „in alle diligentie ende 
naersticheyt haere reysen vorderende, sonder daerinne te versuymen 
oft in enige gebreken te blijffven". 

Zij mogen 7 stuivers vorderen voor 100 8 vlaamsch aan goud 
of 100 prinsendaalders aan zilver en voor eiken brief 1 st., tenzij 
deze „excessijflF dicker waeren dan gemeene brieven", in welk geval 
het port z€d staan tot discretie van den geadresseerde. Over pakketten 
zullen zij met den afzender accordeeren, doch zij mogen het vervoer 
in geen geval weigeren. 

Zij zijn aansprakelijk voor de hun toevertrouwde brieven en 
pakketten en moeten bij verlies de schade vergoeden, tenzij zij 
kunnen bewijzen, dat zij met geweld zijn beroofd. Zij stellen hiertoe 
elk 600 Car. gulden borg. Tegenover de kooplieden moeten zij zich 
fatsoenlijk gedragen en hen niet „injurieuselick" toespreken of las- 
teren *). Bij wangedrag kan hun door de burgemeesters de bus 
ontnomen worden. Dit geschiedde o. a. 3 Maart 1571 met een bode 
wegens „verscheyden acten van ongetrouwicheyt". Bij vacature wordt 
hun opvolger door de burgemeesters aangewezen, die ook als scheids- 
rechter optreden in geschillen. 

Het tarief voor de brieven werd in 1593 gewijzigd en bepaald op 
4 st. per brief, 8 st. voor brieven meer dan een vinger dik en voor 
bijzonder zware brieven tot discretie van de overheden. Brieven uit 
Hamburg, Dantzig of eldei;s ter bestelling medegegeven, kostten 1 st. ; 
geldzendingen 25 st. per 100 * zilver en 12 st. per 100 ii' goud, 
koopwaren 1 st. per 8 % 



1) Brief aao Amsterdam 5 October 1607. Lade P. 5 n'\ i:^. 
) Gr. Mem. H fol. 124. ') Keurb. C. 2^2. 

14 



210 

Te Rotterdam worden de boden in 1633 vermeld. Zij waren hier 
alleen met het vervoer belast en brachten de brieven tweemaal per 
week, doch bestelden die niet zelf, maar waren gehouden hiervoor 
de medewerking in te roepen van den bestelmeesler. Deze genoot de 
helft der porten als bestelloon en was, volgens de aanstelling van 
20 Maart 1675, gerechtigd tot het ontvangen en bestellen der brieven 
uit Italië, Spanje, Frankrijk, Engeland, Brabant en Vlaanderen, 
zoowel voor de door de boden aangebrachte als de ter verzending 
aangeboden brieven ^). 

Den 8 Janu6u-i 1679 werd de laatste bestelmeester als zoodanig 
opgevolgd door den postmeester J. Danen, waardoor het bestel- 
meesterschap met het postkantoor vereenigd werd *). 

In Dordrecht worden in 1629 boden op Antwerpen genoemd, 
wier bevoegdheid in 1642 tot Brussel werd uitgebreid. 

Eene belangiïjke verbetering ontstond door de oprichting van eene 
rijdende post in 1649. Het initiatief hiertoe werd genomen door 
Hendrik Jacobsz van der Heyde, schepen te Zevenbergen, die den 
2 Maart 1649 door Dordrecht en 4 Maart daarop door Rotterdam 
werd aangesteld tot postmeester op Antwerpen en Brussel, op voor- 
waai-de, dat hij een „ordinaris rijpad" zoude aanleggen door Zeven- 
bergen tot aan het Keizersgors en daar een veerhuis bouwen en een 
veerman aanstellen met een licht vaartuig en eene stormschuit, om 
d(» malen bij vloed op den Kil en bij eb op Strijen Sas te brengen. 

Hij kreeg bij uitsluiting het recht om den posthoorn te voeren 
(»n e(»n monopolie van 25 jaar voor beide steden „ende alle andere 
st(Mlen van Holland, Zeeland ende Westvriesland" *). Van der Heyde 
werd 3 Juli 1650 door Lamoral graaf van Taxis in deze kwaliteit 
erkend *). 

Van eene aanstelling door Amsterdam bleek mij niet, doch wel 
vindt men, dat in 1651 de route van Antwerpen, die eerst over 
Waalwijk of Gorinchem liep, over Zevenbergen werd verlegd^) en in 

') Als hostolmoosters worden genoemd: 14 October 1636 de kinderen van 
Annelje (lornelis (R. n". 4^^). in 1(152 M. van Loon, weduwe van J. Peurs, 6 April 
\i\H\ K. Vlam en 20 Maart l(w5 N. Theulemans. De aanstelling in 1636 maakt 
liel waarsrliijnlijk , tlat reeds te voren Annetje Conielis als zoodanig in functie wa^. 

•) H. n". :n. 

') l><' aAnstelling<>n van Hottenlam en van Dordrecht stemmen byna woordelij 
nvi'reen (/ie H. n". 7) en resolutiPn van den Oudraad te Dordrecht 1643—16; 
fnl. 112. ') H. n". r»0. 

*) \.iu\o 1*. r» n". 10. Volgens het adres van 1657 was de verandering in 1651 
ver/oek van Anislenlam gesrhie*!. 



211 

het contract met de stadsboden van Antwerpen van 19 Februari 
lt>54 wordt uitdrukkelijk melding gemaakt van de verzending met 
het door van der Heyde opgericht rit. 

Deze verandering in de route op Amsterdam gaf in 1657 aan- 
leiding tot eene klacht van een vijftigtal kooplieden en een verzoek 
aan Taxis om het rit weder te doen loopen over Gorinchem, Vianen 
en het kantoor buiten de Wittevrouwenpoort te Utrecht. Amsterdam 
grondde dit verzoek op het oponthoud bij ijsgang aan den Moerdijk, 
het Kuipersveer en de Maas ondervonden, doch de hoofdreden was, 
dat Amsterdam noode zag, dat door het vervoer over Zevenbergen 
aan Rotterdam de gelegenheid werd gegeven om de brieven met het- 
zelfde paard te ontvangen, waardoor de kooplieden aldaar de over 
Antwerpen toegezonden brieven steeds eenige uren, en soms een 
heursilag eerder ontvingen dan te Amsterdam. Taxis antwoordde, dat 
hij zoude onderzoeken of de verlegging mogelijk was ^), en heeft hieraan 
ook later voldaan blijkens een schrijven van 28 Februari 1660 ^). 

Hiertegen kwamen de zuid-hollandsche steden in 1660 in verzet, 
waarna de oude route werd hersteld; althans in 1669 blijkt, dat de 
anisterdamsche brieven weder eenigen tijd over den Moerdijk gingen. 

Ofschoon de aanstelling van van der Heyde reeds van 1649 
dateert, geloof ik, dat de invoering van zijn rit op 1 Juli 1650 of begin 
1651 is te stellen. In dat laatste jaar toch werd de verzending op 
Amsterdam over Zevenbergen gebracht, en 2 October daarop werd 
door de burgemeesters van Rotterdam toegestaan om de antwerpsche 
malen 's nachts op het bolwerk van de Oostpoort af te geven en in 
tegenwoordigheid van twee man van de wacht met een touw van de 
poort af te laten. De poort zelf bleef gesloten % 

Ten einde de medewerking van Taxis te verkrijgen weerden drie 
n>tterdamsche kooplieden: Jacob Quack, Rokus Perve en Hendrick 
de Haes naar Antwerpen gezonden, „die bij de Grave van Taxses 
hadde wese condschap doen van dese nyeuwe posterije, om met 
goede correspondentie het begin Ie maecken"*). Van der Heyde 
sloot hierop een contract met de boden van Rotterdam (Pieter, 
engelsche bode), 's-Gravenhage (Abel van Wes en Jan van Loon) 
en Leiden (Abraham de Moulijn), waarbij hij hel vervoer der 
aiitwerpsche, fransche en engelsche brieven op zich nam voor 



') Request Gr. Memoriaal IV fol. 142, antwoord van Taxis 17 Juli IG^B (lees 
1657) Lade P. 5, n'. 10. ») Lade P. 5, n\ 10. 

-) Notulen van Bargemeesteren. Afsclirifl in R. n". 38. 
*) R. n\ 190. 



212 

3800 gulden per jaar, te rekenen van 14 Juli 1650 af '). Later 
treedt ook nog een niet nader genoemde (delftsclie?) bode (H. Wester- 
woudt) toe tegen betaling van 2(X) gulden. Het rit wordt hierbij 
omschreven als „'t gemeen postpeert van Suythollandt op Antwerj^en 
ende wederom her>vaerts" ^). Het aandeel van Rotterdam was in dit 
rit ovenvegend en werd 20 April 1655 door de burgemeesters bepaald 
op 2350 gulden of omstreeks ^/j van het geheel der kosten ^mits de 
bode van Dordrecht daer buyten blijvende" *). Van der Heyde wordt 
hierbij aangewezen als „postmeester die de brieven droeg" *). Tevens 
werd 2 Maart 1654 eene overeenkomst gesloten met de boden van 
Antwerpen om niet meer het geheele traject ieder afzonderlijk te berijden, 
maar elkander tegemoet te komen en op halven afstand te wisselen % 

In 1663, 7 April, wordt hij te Rotterdam opgevolgd door Jacob 
Quack, oud-o verman der posterijen ^), in wiens aanstelling de ver- 
plichtingen nader omschreven worden. Hij wordt benoemd tot post- 
meester voor alle plaatsen in het buitenland, — b. h. Luik en Antweqïen, 
waarop de boden in stand blijven ®), — en op Zeeland „op allesteilen 
ende plaetsen, daer hij mitsgaders de heeren van de weth sullen 
oordeelen sulx van nooden ende dienstigh te wesen, ende door 
deselve te doen bestellen alle brieven ende packetten van coopluyden 
ende andere ptTsonen, gaende buyten de Geünieerde Provinciën ende 
binnen deselve op Zeeland, die deselve spoedigh ende te post willen 
bestelt hebben. Ende dat voor soodanigh loon, «ds daertoe bij de 
Heeren van de weth, met advys van de overluyden van de posterie. 
sal worden gestelt, •mits dat alh* tselve geschiede buiten prejudicie 
van den bode op Antwerpen ende Luyck, nu ofte namaels sijnde, 
alsmede op de posterie op Amsterdam" ^). 

De postmeester krijgt bevoegdh(»id om ook de spaansche en 
fransche brit^ven te vervoeren, mits niet over Antwerpen en op 
voorwaardt», dat hij dan den boden op Antwerpen het thans genoten 
voordeel zal vergoeden. De (»ngelsche l)rieven zal hij afhalen te 
llelvoetshiis of elders en deze mag hij niet vereenigen mt*t die op 
Amstenlam of op andere plaatsen. 



•) R. n". I2r). -) R. n". 121. Zonder datum. 

^) R. n". 4<). Hij heinstte zich slc'clits met hel vervoer en de oude boden bleven 
nnast hem getmndliaafd. 

*\ R. n". :VX ') R. n". 8. 

*) Aanstelh'ng van hoth'n op Antwerpen. 7 Maart 1663: Johan van llerkel 
(R. n'. 42) en lU) Maart KW): M. van de Velde (R. n". 46). 

') R. n". 10 vn authentiek afsrhria van Ifw.*) in liet instructieboek. 



213 

Hij is verplicht expressen te zenden tegen een bepaald tarief en 
zul borg stellen voor de bezorging der brieven op Antwerpen, waar- 
van hij voor het vervoer niet meer mag rekenen als zijn voorganger. 
Geschillen over te heffen porto's zullen ter beslissing staan van de 
overheden van de posterij. 

De geschillen tusschen de stad Antwerpen en Taxis over de 
^ollandsche brieven hadden weinig invloed op de ontwikkeling in 
Holland. Volgens een schrijven van den magistraat was het boden- 
cnntoor te Antwerpen geheel vervallen door de oorlogen en trachtte 
ie stad in 1652 het weder op dreef te brengen. De verbindingen 
liet Holland waren zeer verminderd, ook door de aansluiting door 
/aii der Heyde met het kantoor van Taxis gezocht. Te Amsterdam 
;tond men echter tegelijkertijd èn met de boden èn met Taxis te 
\ntwerpen in verbinding. Zoo werd in 1651 het rit met goedvinden 
^an Taxis verlegd en was er in 1655 een klein geschil met hém 
3ver een op zijn kantoor verloren pakje „besaeltgen" ^), terwijl in 
dien tijd, den 19 Februari 1654, een contract gesloten werd met de 
boden, waarbij men dacht gebruik te maken van het rit van van 
der Heyde ^). In dit jaar zond Antwerpen drie gemachtigden naar 
Holland om over het weder oprichten der bodenposten te beraad- 
slagen , die o. a. Amsterdam en Leiden bezochten '). 

Het plan tot wederoprichting der bodenpost werd te Leiden tegen- 
gewerkt door den bode op Antwerpen, Abraham de Moulijn, die er 
op wees dat Taxis in elk geval meester bleef der fransche en 
engelsche brieven, zoodat de boden hoogstens alleen het vervoer der 
brieven van Brabant en Vlaanderen konden verkrijgen, die alleen 
de kosten van een rit niet konden dekken. Wel had Antwerpen 
verzocht om gebruik te mogen maken van de „posten ende paerden 
geleyt tusschen heyde de voorss. steden", doch dit was uitgesloten, 
daar de koerier (v. d. Heyde) zich verbonden had om alleen brieven 
te vervoeren van Taxis en van de „boden van Suytholland". De 
magistraat verklaeu^de zich echter toch bereid, om met de stadsboden 
van Antwerpen in relatie te treden, mits zij van der Heyde tot het 



') Lade 1 5, n^. 10. 

^ Groot Memoriaal IV , fol. ia 

^) 4 Februari 1654. De afgevaardigden waren Jhr. Hendrik van de Werffve en 
Jhr. Jan Anthonio Tucher, schepenen, en mr. Gabriel van Bueren, griffier. Te 
Amsterdam werkte hiervoor Floris Av\jn van Antwerpen, terw\jl Taxis zich deed 
gelden door Dirck van Meerbecq, koerier. 



214 

vrrvoer liuiiiior brieven bereid vonden en door de nieuwe wijze van 
verzending geen vertraging werd veroorzaakt ^). 

l)(} goede stemming van de hollandsche steden was echter slechts 
van korten duur en in 1657 besloot Amsterdam om de brieven niet 
naar „het pretens bodecomptoir binnen Antwerpen", maar aan hel 
kantoor van Taxis toe te zenden *). 

Na d(» zeg(»praal van Taxis over de boden te Antwerpen zond 
hij den 28 Februari 1H6() den roermondschen postmeester G. Dulckeii 
naar Amsterdam om over het sluiten van een contract te onder- 
handelen voor de brieven op de Oostenrijksche Nederlanden, Spanje, 
Portugal en Engeland. Hierbij werd voorgesteld om evenals vanouds 
het rit gezamenlijk te betalen en de porten te deelen door beurtelings 
om het jaar elk der partijen de porten óf van het antwerpsche of va» 
h(»t amsterdamsche kantoor te doen genieten. Taxis zoude bodenporten 
ontvangen voor de brieven boven Antwerpen, doch geen gedwongen 
fninkeering voor de brieven naar Spanje enz. vorderen. Verandering 
in de postdagen zal tijdig aan Amsterdam gemeld worden en er zal 
geen viTandering gemaakt worden in de route, — die over Steen- 
bergen, Waalwijk en LUrecht zal loopen — zonder toestemming van 
beide partijen ^). 

Dit ontwerj) schijnt echter niet tot een contract te hebben geleid, 
althans in 1(>(>9 verklareli de amsterdamsche postmeesters uitdrukkelijk, 
evenals die te Dordrecht en Haarlem, dat hun geen contract mrt 
hot kantoor van Taxis te Antwerpen bekend was. 

Den ftMtelijken toestand kan men echter voldoende leeren keimen 
uit de „Memorit» op tic Pi>sterve" tm de verklaringen van den stads- 
secretaris \Vigl>olt Shcher uit l(>t>9 *). Hieruit blijkt, dat er slechts 
vviu' vtM'zending per week bestond in beide richtingen. Wel was in 
H>.\*{ of lt>r>4 gedurende 2 a 3 maanden tweemaal per week gtnor- 
n*s|»on«l«vrd. doch men had dit weldra moeten opgeven, daar het 
\ erwachte voordeel zich liet wachten. Het port werd half en half 



j ^ Maart U'C>\. Portrf. Posterijen. Goraet-nte-arrhief ie Leiden. 

) Kriif in»t tïanklM'tnitring hierovtT van Taxis t'i November IG.%7, Lado P. 5 
II'. In. -y^ Nnvt-mhrr «laaroji waarschuwt Taxis om geen contrart mei de t»o<lei 
t« ^Iuit«ii ril r> ^^■t»^^rt^i 1(C»S hrricht liij ht-t «gt*dempt Of^resen geschiJ", hoewi 
A[\ '2~ Juli lïaania nog hanjjrniir was. 

*' I.'iilr r. .V n . 10. Vtilp'n> t't-n ongedateerd schrgven, dat echter in verban 
niet aji-li-r. >tnkkin .«}• omstn-rks :i> Februari IHfil» mag gesteld worden. blijL 
lint tii.ltliik i'X«r NNaalwijk naar Itn-cbt wrrd gereden. 



^ l.a.i. I'. II. 



n . -1 



215 

t'eld eii daiir er meer brieven uil dan niiar Amsterdam gezonden 
<len, genoot Amsterdam afwisselend een jaar de daar of de te 
werpen ontvangen porten. Voor brieven van boven Antwerpen 
, een bovenport van V^t 3, 4 of 5 stuiver, naarmate van den 
an(i, verse bu ld igd , ook voor de fransche en spaansche brieven, 




over Antwerpen kwamen. De zwaardere brieven betaalden dubbel 
L, doch alleen zoo zij een vol ons wogen. Voor de pakketten 
d het port per ons berekend en wel voor meer don een ons de 
\ van hetgeen voor het eerste ons werd berekend. 
De amsterdamsche boden vervoerden ook het pakkdt voor Dordrecht, 
te Gouda werd afgegeven. Den 24 Februari 1654 stond Amster- 
1 echter toe, om dit te Puttershoek door Dordrecht te doen halen 



216 

en brengen, waardoor de brieven aldaar een dag eenier konden 
besteld worden '). 

In 1669 werd door het krachtig optreden van Louvois, het ver- 
voer der fransche malen door de Oostenrijksche Nederlamlen, flat 
te voren in handen was van Taxis, onder het beheer gebracht van 
Frankrijk en werd voor de hollandsche steden (b. h. 's-Gravenhagel 
Kuipersv(»er als wisselplaats aangewezen, waar de hollandsche postil- 
jons de malen zouden ontvangen en afgeven *). 

Door Rotterdam werd 12 November 1685 een contract gesloten 
met de directeuren van het postofïicie van Antwerpen, als vertegen- 
woordigers van Taxis. Hierbij werd verzending tweemaal per week 
van Antwei'pen en driemaal per week van Rotterdam bedongen ïnet 
wisselen der pakketten te Strijen Seis *). Rotterdam verkrijgt hierbij de 
bevoegdheid om ook brieven van andere plaatsen in zijn pakket 
te sluiten en tevens de toezegging van de retouren hiei'op. 

Over het vervoer zelf was een dag te voren door den postmeester 
Danen een overeenkomst gesloten met Tcuus % 

Het verkeer met een groot deel van de zuidelijke Neder- 
landen werd in 1701 verbroken door den inval van den hertog 
van Anjou, na den dood van Karel II. Deze verjoeg de beambten 
van Taxis en stelde in de veroverde plaatsen eigen postbeanibten 
aan % Na den vrede van Ramillies (23 Mei 1706) werd door de 



*) Gr. Memoriaal IV, fol. 13 vs. 

-) Zie uitvoerig liierover in de volgende afdeeling (Frankryk). Hierdoor werd 
ook eoiie nieuwe regeling der rijloonen vereischl voor het vervoer der fransche 
brieven op Rotterdam. Quack's opvolger Danen vorderde "/j van het oude bedrag 
of voor Rotterdam MO gulden , doch de bode op Antwerpen (J. van Berkel) wilde 
slechts iyU) gulden betalen. Hangende dit geschil dienden de rotterdamsche koop- 
lie<len een verzoek in om Danen met het vervoer te big ven belasten en verklaarden 
zij zirh zeer tevreden nifl diens vervoer (R. n". 27). Van Berkel sloot echter 
Vi St-pteniJMT ir»70 hierover een contract met den postmeester van VGravenhage 
(R. n". 1:2.')), doch vernieuwde 7 April \iMl en 8 Januari 1679 het contract met 
Dnnen, na een vonnis van hel Hof van Holland van 24 December 1676. By dexe 
nieuwe overeenkomsten werd het rijloon gesteld op 801) gulden en bepaald, «lat 
Danen en van Berkel beiden een sleutel zouden krygen van den brievenzak. 
Tevens werd aan Danen als hestelmeester toegelegd 10 duiten (20 penningeD^ 
per 8 brieven voor de antwerpsche en 3 duiten per stuk voor de fransche brieven 
(R. n". :« en til). 

') R. n'. i:n, 11 November l^WTi. ') R. n". 131, 10 November 1685. 

^) Vergelijk nok het liandcisverhod tussclien Frankrijk, Brabant en Holland 
1 Juni 170:) 1 Juni 1704. 



217 

* zeemogendheden namens de katliolieke majesteit Karel III (later 
LT Karel VI) een admodiateur der posterijen aangesteld en werd 

Taxis hiertoe gekozen maar Fran^ois Jaupain, die den titel 
g van directeur-generaal van de posten in de Oostenrijksche Neder- 
en. Met hem sloten de postmeesters van het antwerpsch kantoor 
Lmsterdam den 27 April/13 Mei 1708 een contract ^). 
^ie^bij werd verzending driemaal per week bedongen en wisselen 
Rucfen. Amsterdam behoudt de porten der daar aankomende 
/en, doch vergoedt bovenporten voor brieven van boven Mechelen 
m\ de spaansche brieven mogen weigeren, indien hiervoor door 
ikrijk te hooge porten worden geëischt. Jaupain zal de fransche 
/en tot de fransche grenzen in eene gesloten maal vervoeren 
11 eene vergoeding van 3000 gulden per jaar en de helft ontvangen 

de porten der brieven naar Spanje. Beide partijen verbinden 

om geen afzonderlijk contract met Frankrijk te sluiten over het 

oer der spaansche brieven. Het contract wordt geacht te zijn 

5aan met 10 Juni 1706, den dag van het vertrek der Franschen 

Antwerpen. 

et de haagsche postmeesters sloot Jaupain 27 September 1718 

verdrag, dat 3 October daarna werd geratificeerd *). Hierbij 
1 zending tweemaal per week bedongen en driemaandelijksche 
ïkening der door 's-Gravenhage te betalen bovenporten. Voor de 

Spanje gaande brieven zal Den Haag 4 st. betalen voor enkelde 
lubbelde brieven en 6 st. per pakket. De rebuten worden gekort. 
s-Gravenhage heeft de keuze om de brieven als vroeger tot 
en Sas te brengen of tot Rucfen, doch zal in het laatste geval 

het berijden van het traject Strijen Sas tot Rucfen van Brabant 

vergoeding krijgen „a proportion d'un tiers des dits fraix qu'on a 
a deux cents florins courant de Brabant pour chaque année'* *). 
ieide partijen verbinden zich om geen contract met Frankrijk te 
en dan met wederzijdsche medewerking. 

it eene aanteekening bij dit contract blijkt, dat het kantoor te 
ravenhage sinds 1707 ten achter was in de afrekening met Jaupain. 
De vrede tusschen Amsterdam en Jaupain was van korten duur, 

• reeds den 11 October 1719 gedreigd werd de fransche brieven 



^akket Leiden n". 4. Hoofdbureau. •) ld. Pakket Leiden. 

Vrt. 7. Voor Belgi(^ worden de te vergoeden bovenposten bepaald op: van 
^I en Mecbelen 1 st, Leuven en Gent 2 st., Oudenaerde en Hulst 3 st, 
^e en hierboven 4 st, Luxemburg en Duinkerken 6 st 



218 

op te houden, indien geen vergoeding werd betiiald voor hel ver\-o«»r 
door België volgens het contract van 1708 ^). Dit contract was opgt*- 
volgd tot October 1713, toen de Franschen de brieven gingen onivoeren 
over Penipelfort en met Frankrijk het nieuw contract van 1714 gesloten 
werd. Amsterdam vorderde toen van Jaupain vei^oeding voor de 
meerdere porten, veroorzaakt door den eenigen tijd gebezigden omweg 
over Penipelfort, en weigerde de verschotten aan hem te betalen. I>e 
stad steunde dit op de bewering, dat het contract van 17(KS door de 
wanpraestatie van Jaupain in 1713 was vervallen, en dat Jaupain zijn 
bevoegdheid had verloren, daar hij, als aangesteld door de l)eide 
zeemogendheden, slechts tot 4 Februari 1716, waarop de ovenlracht 
aan den keizer geschiedde, commissie had. Jaupain had namelijk 
toen niet direct eene aanstelling van den keizer gekregen, dot-h 
verwierf die eerst in 1719 % 

Amsterdam had reeds in 1713—1715 op vernieuwing van het 
contract aangedrongen '), doch Jaupain was daartoe toen niet geneigd , 
daar hij nog in het onzekere verkeerde, of hij na de overdracht aan 
den keizer zijne commissie zoude behouden *). Na veel geschrijf ver- 
klaarde Amsterdam zich bereid /'40312.— te betalen, zijnde de ver- 
schotten tusschen 3 Januari 1715 en 1 Februari 1716^). Het rekende 
er blijkbaar op, dat wel te transigeeren zoude zijn. De postmeester 
te Dordiecht Sebastiaan de Graaf toch had den 30 Januari iliO de 
kwestie van den achterstand geschikt voor 50 7o » hetgeen wel bekend 
zal zijn geweest, al was ook bedongen deze reductie „tegens aiiilre 
(te) secretc^en'' % Jaupain ging echter niet in op het voorstel van 
Amsterdam en ook de conferentie Ie Hoogstraten op 2 Maart 1720 
leidde tot. niets, daai* Jaupain bij zijne eischen bleef ^). De verdeeld- 
heid der h<dlandsche steden brak hare kracht tegenover het buiten- 
land, en de Amsterdannners erkenden zelf, dat zy „verdeelt zijnde 
veel Ie swak (waren) tegenover de buytenlantse postmeesters, sooals 
ons de ervarentheyd dagelykx leerd'\ 

Jaupain ging nu over tot het reeds meer met succes gel>ezigile 
uiterste middel en staakte in Maart 1720 de directe toezending van 

') Jaupain liad hierop reeds :A\ September 1718 aangedrongen. Copieboek H 
(ol. 1.") VS. Deze geschillen betroffen shM'lits Amsterdam en niet de overige steden 
in Hnlland. 

') (;ehe«.l rehuis: Brief 18 Dee. 1711». Copieboek E. fol. 49 vs. 

') Art. 14> van ln't Rarrière-traetaal kende aan <h*n postmeester van de (losten- 
rijliM-he Nederhinden liet nitshiitend reeht toe op de partiruliere brieven. 15 Nov. 1715. 

') K. fol. 'M. '} E. fol. 44). «) E. fol. 4;J. "j E. fol. 48 vs. 



219 

rieveii voor Amsterdam, zoodat dit zich genoodzaakt zag de malen 
oor bemiddeling van het kantoor te Rotterdam te ontvangen , waaraan 
et echter verzocht om de rekening niet te verzwaren, door geen 
erschotten voor de amsterdamsche brieven te honoreeren ^). 

Jaupain wilde volgens het contract van 1708 de helft der porten 
isschen Amsterdam en Antwerpen vice versa voor de spaansche 
neven ^), hetwelk eerst door Amsterdam geheel werd afgeslagen, 
och op de conferentie te Hoogstraten reeds voor 1 st. was toe- 
estaan. Later wilde Amsterdam de 2 st. betalen, als Antwerpen op 
\ rekende, daar Amsterdam V* van het traject bekostigde. 

In September 1720 volgde eene nieuwe conferentie te Luik, die 
^erd voortgezet te Namen, waarbij eindelijk overeenstemming ver- 
regen werd, ten gevolge waarvan het contract van 16 September 
720 werd gesloten, waarbij Amsterdam vrijwel in alles zich moest 
oegen naar de eischen van Jaupain % Als wisselplaats werd hierbij 
angenomen Strijen Sas. De vrede was echter van korten duur, 
Ithans reeds 19 December 1720 waren er weder moeilijkheden over 
e verrekening der porten van de rijsselsche brieven tijdens hét 
eleg van die stad ^). 

Den 16 Juni 1725 kwam het bericht dat Jaupain 's bestuur gevolgd 
ras door dat van Thurn en Taxis, waardoor Holland met eene niet 
linder krachtige tegenpartij te maken kreeg. 

In 1738 werd door Taxis het voorstel gedaan om een dagelijksch 



') Amsterdam riep de Staten-Generaal te hulp, doch het zenden van een brief 
oor de Staten werd door Utrecht tegengehouden. 

*) Reeds 5 Januari 1720 als eisch geformuleerd. Copieboek E f. 37, dus 2 st per brief. 

') Portef. contracten Hoofdbureau en Copieboek E fol. 74 vs. Amsterdam zal 
ovenporten betalen voor Brussel en Mechelen 1 st., Leuven en Gent 2 st., 
(udenaarde en Hulst 3 st., Brugge en daarboven 4 st, Luxemburg en Duin- 
erken 6 st. 

Voor de brieven van Spanje betaalt Amsterdam half bovenport, doch daarentegen 
ok hetzelfde als franco geld voor de brieven daarheen (art. 5). Over de achter- 
tallen wordt bepaald, dat Amsterdam die sinds 1715 zal voldoen (art. 7). Het 
rt 8, over gemeenschappelijk handelen met Frankrijk, in het contract met 
;-Gravenhage , dat behalve de spaansche porten , grootendeels met dit contract 
vereenstemt, ontbreekt in het contract met Amsterdam. Als een eigenaardig 
taaltje van hetgeen in het begin der 18»'' eeuw alzoo per post werd vervoerd, 
estig ik de aandacht op een brief van het antwerpsch kantoor te Amsterdam aan 
taudisme, postmeester te Brussel, waarbij verzocht wordt om geen pakketten met 
esschen olie te verzenden, daar hierdoor de brieven worden bezoedeld. (Copie- 
oek E fol. 16 vs. 1719). 

*) Jaupain eischte verschotten voor de brieven op Ryssel uit den tijd , dat deze 
tad door de Staten-Generaal was bezet (12 Nov. 1708-31 Dec 1714). 



220 

rit iii te stellen op Antwerpen in verbinding met de journalière op 
Duitschland. Amsterdam weigerde echter, daar dit te duur was voor 
het betrekkelijk gering aantal brieven ^). Wel drong het er op aan, 
om zoo mogelijk de postiljons te 3 uren en niet te 5 uren uit Antwerpen 
te doen vertrekken. Door Taxis werd hierna niet langer op eene 
journalière aangedrongen. 

Weldra kwamen er echter weder moeilijkheden over de spaansche 
brieven, waarvoor Taxis 4 stuiver vorderde en betaling in hoUandsch 
geld, dat ongeveer 12V^^/o nieer deed dan het brabantsche. Toen dit 
geweigerd werd, deed Taxis de pakketten naar Frankrijk openen en 
de spaansche brieven er uit nemen en terugzenden *). De schor- 
sing werd bepaald op 9 April en ging 14 April in, en weldra bleek 
dat Frankrijk, op wiens steun men gerekend had, de Hollanders 
geheel in den steek liet'). Amsterdam bood nu 3 st. aan, mits in 
brabantsch geld en onder voorwaarde, dat de zak gesloten door 
Taxis zoude vervoerd worden, en schreef 13 April 1739 aan D. de 
Dieu „ons ondertussen met gedult (te sullen) troosten, als wij onder- 
vinden, dat nogh justitie, nogh reeden, nogh een formeel contract 
nagekoomen werd" '). De postmeesters waren bang voor protesten 
van de kooplieden en gaven voorloopig toe onder restrictie van 
nadere regeling per contract % 

Leiden, Haarlem, Delft en Den Haag, die geen contract hadden 
met Frankrijk % machtigden van Heek, postmeester te Leiden, om 
namens hen te onderhandelen met Brabant en gaven volmacht aan 
D. de Dieu, commissaris der Hoog Mogenden op het congres te 
Antwerpen. Kort na het begin der conferentie werd deze echter 
weder opgeschort door het overlijden van den prins van Thurn en 
Taxis in November 1739. 

De kansen voor Amsterdam op een beter contract verbeterden 
door het bijdraaien van Frankrijk en het besluit van 's-Gravenhage 
om in concert met Amsterdam te handelen % 

\)i' onder van Heek ageerende steden stelden voor de brieven op 
Frankrijk tijdelijk van Maassluis over zee te verzenden, waarbij 
Amsterdam zich 19 Juni 1740 aansloot. Onderwijl was tusschen 
Frankrijk en Taxis een contract tot stand gekomen, waarvan 2 



') Namelijk 450 a 500 per week van en 600 naar Amsterdam. 
•') (^)pieboek E. ^) Copieboek F. 

•) /ij traden eerst 10 Januari 1740 toe tol het contract van 1714 tussche 
Frankryk en Amsterdam. 

') 31 December 17JiU. Copieboek F. 



221 

Juli bericht werd ontvangen, en waarbij Taxis zich verbond niet tot 
daden van geweld over te gaan, zoolang de onderhandelingen tus- 
schen Frankrijk en Holland duurden. De conferentie te Antwerpen 
werd nu in September 1740 hervat. Hierbij eischte Taxis /300.— 
voor het vervoer van Sas van Strijen tot Kuipersveer en bood 
Holland 2 st. voor alle van en neiar Spanje gaande brieven, mits 
deze vrij te Kuipersveer werden geleverd en het vrijdagsch rit werd 
opgeheven. Dit laatste werd door Taxis toegestaan tegen het voorjaar 
van 1741 en voor het hierdoor te lijden verlies werd door hem 
/'200.— aangeboden. Het slot was, dat 1 October 1740 een contract 
gesloten werd, waarbij voor de spaansche brieven 2 st. heen en 
weer door Taxis bedongen werd en vrije levering te Kuipersveer. 
Hierbij werd tevens het beruchte art. 14 séparé over het transito 
door België opgeheven ^). Bij dit contract werd dus door Holland 
wel niets gewonnen, doch althans niet zooveel verloren als eerst 
was gevreesd, waartoe ook zal hebben bijgedragen de steun van 
Frankrijk, waarmede over een nieuw contract tot overeenstemming 
was gekomen *). Het contract van 1 October 1740 ^) tusschen Taxis 
en Amsterdam stemt in hoofdzaak overeen met dat van 1720, doch 
stelt in art. 8 het aan Taxis te betalen transitoporto voor spaansche 
en portugeesche brieven op 2, 2V2 en 3 st. voor de opgaande en 
(Ie afkomende brieven en in art. 9 den duur van het contract op 
10 jaar met V2 j^^r ^^ voren opzeggen. 

In de 3 articles séparés wordt bepaald: 1". dat baron de Lilien, 
vertegenwoordiger van Taxis, in Juni 1741 te Amsterdam zal komen 
om over de afschaffing van het vrijdagsche of 3^® rit te spreken; 
2". dat tot zoolang hiervoor door Taxis /'200.— subsidie zal worden 
betaald en 3^ dat door Taxis generaal acquit wordt verleend. 

Na den overgang eian de Staten was een der eerste gedachten 
om de vreemde posten terug te dringen tot aan de grenzen van de 
republiek *). De commissarissen schreven daarom aan Taxis en ook 
aan Parijs om de fransche brieven niet meer te Kuipersveer te 
wisselen, maar evenals de haagsche te Rucfen. Het parijsche post- 
officie weigerde dd. 7 Maart 1754, op grond dat dit eene verbreking 



') Zie volgende afdeeiing (Frankryk). 

^) Uitvoerige correspondentie in Copieboek F. 

^) Portef. contracten, Hoofdbureau. 

'*) Voorstel Ie Jeune, C. 16 Febr. en 17 April 17511 



222 

was van het contract, en dat Taxis dreigde in dat geval de brieven 
op te liouden en zich weer in het bezit te stellen van de spaansche en 
portugeesche brieven. Holland bleef echter bij zijn verlangen en 
wees er op, dat Frankrijk hierbij geen belang had. De invoering werd 
echter drie maanden uitgesteld en later op verzoek van Frankrijk 
tot 1 Juli verschoven *). Frankrijk scheen toen meer geneigd aan 
Holland het oor te leenen *), waarop dit besloot te persisteeren. 
Men meende toch, dat Taxis niet ernstig weerstcmd zoude bieden*). 
De onderhandelingen mislukten later, daar Frankrijk, dat reeds 
16.000 livres voor dit vervoer aan Taxis betaalde, geene vergoeding 
aan Holland wilde geven, als dit een gedeelte van het rit overnam, 
en dit voor vergoeding naar Taxis verwees *). Frankrijk stelde echter 
eene samenkomst hierover voor te Breda, wafiuxloor de zaak voor- 
loopig tot 1 October werd uitgesteld. 

Den 26 Augustus 1754 had deze conferentie te Breda plaats met 
van Wevelichoven , als gemachtigde van de brabantsche posterij, die 
voor de argumenten der Hollanders moest zwichten, doch zich ver- 
bonden verklaarde door zijne instructie en hoogstens in eene ver- 
wisseling aan den Moerdijk wilde berusten, hetgeen overeenkwam 
met den bestaanden toestand , daar tot Sas van Strijen door hollandsche 
koeriers werd gereden, al werd het traject van Kuipersveer tot daar 
niet door Holland betaald. 

Brabant hield vast aan het verder rit, daar het niet slechts vreesde, 
(lat Holland voor het berijden van een thans door Brabant bereden 
g(Ml(»elte vergoeding zoude zoeken in de porten, maar ook ongeneigd 
was om de door het tot den Moerdijk rijden geboden gelegenheid 
op te geven om met andere posterijen in contact te komen ^). 

De conferentie l(M(ld(^ tot niets, doch de onderhandelingen werdei 
voortgezet, waarbij Brabant 17 October waarborgen van Hollanc 
eischte, dat het den weg niet van Moerdijk op Willemstad zoud( 
verleggtMi ^) en verder de tractaten van kracht zouden laten'), ^e^ü- 
(|u'il ne pourra a Tavenir t^tre fait aucun changement dan^ — -» 
la route des courriers hoUandais, qui iront aux Pais Bas, que d^^^^^^h 
consentement de Toffice <le Bruxelles et de celui de Paris." I^^ ^^ 

betrekkelijke» tegemoetkoming van Brabant was waarschijnlijk h et 

g(»volg van het aandringen van Frankrijk om toe te geven t= >p 

') C. ^i April 17:>4. -') C. 2r» April 1754. 

') C. at) .Iiiiii 17r>4. -•) C. 21 Juni 17r>4. 

*) C 3() Sopt. \17A. Hrahnnl had i'wn stations tiisschen Rucfen en LaraagatT^*** 
(lo .IiMino). '') C. 2S Nnv. 17."i4.. ') C. 2 April 1755. 




J 



223 

7 September. In 1755 was men echter nog niets verder. Brabant 
rachtte het beweren van Holland, dat het óp eigen terrein vrij moest 
ijn, te ontzenuwen met de bewering, dat van Lamgatsveer tot de 
renzen het rit liep door het Markiezaat , en half aan de Staten en 
alf aan den paltzgraaf behoorde. Dit werd van hollandsche zijde 
chter ontkend, daar Bergen op Zoom slechts als achterleen van 
lolland door den paltzgraaf werd bezeten ^). 

Bij het contract van 1740 was een duur van 10 jaar bepaald, met 
tilzwijgende verlenging doch met recht van partijen om een halfjaar 
ï voren op te zeggen. 

Op grond hiervan schreven de commissarissen 7 December 1758 
an Brabant, dat zij over een nieuw contract wilden onderhandelen. 
Brabant antwoordde 26 Maart 1759, dat het hiertoe alleen in concert 
iet Frankrijk kon overgaan. Den eersten Meiart 1760 werd opnieuw 
oor Holland op eene conferentie aangedrongen, waartoe de Lilien ^) 
ich nu bereid verklaarde, mits op deze conferentie tevens de geschillen 
jsschen Holland en Bergen op Zoom behandeld zouden worden. 
>it laatste werd echter door Holland geweigerd ^). 

Den 21 Juli had te 's-Gravenhage eene bespreking pleiats met de 
ilien en van Wevelinchoven, waarbij werd toegegeven, dat de 
^schillen met Bergen op Zoom zuiver eene kwestie waren over vergoe- 
ing van transport, die derden niet raakte. Verder kwam men echter 
iet, daar de Belgen verdere samenkomsten ontliepen en een „Précis" 
izonden, waarbij de met de Rijkspost hangende geschillen uitvoerig 
erden uiteengezet en ten opzichte van het brabantsch rit werd 
oorgegeven, dat Holland den doortocht door het Markiezaat wilde 
eletten ^). 

Op 4 Augustus had eene nieuwe conferentie plaats te Amsterdam , 
aar een voorloopig tractaat werd besproken. Hierbij werd de over- 
ifte der malen bepaald op de Kruisstraat, dus niet zoover als 
[ucfen, dat door Holland was gewenscht, en tevens overeengekomen , 
at voor het nieuw te berijden traject Kuipersveer — Kruisstraat door 

*) C. 10 Juli 1755. In 1753 betaalde Holland door het splitsen der ritten: Den 
laag /"SIÖO. — ; Rotterdam f968 en Amsterdam /" 1200 (tot Kralingsche veer) of 
ï zamen /"ISSö. — , waarvan echter wegens subsidies enz. gekort moest worden 
8.50, dus zuiver /*3536. Men berekende nu dat, als men met één postiljon verzond , 
et rit tot Stryen Sas zoude aan te nemen zyn voor /"SlöO en tot Rucfen voor 
.i090. (Aant Hoofdbureau.) Alleen deze bezuiniging was reeds voldoende om op 
amensmelting aan te dringen. 

') Intendant-generaal der Rijkspost ^) C. 14 Juli 1760. 

') C. 24 Juli 1760. Zie ook Ingekomen missiven C. 28 Juli 1760. I. 24o. 



224 

Brabant eene tegemoetkoming in de kosten zou worden verleend. 
Het geschil zoude hiermede spoedig zijn opgelost, doch dit werd 
belet door de gelijktijdige geschillen met de Rijkspost, die eindelijk 
in 1760 door het tractaat van Antwerpen werden beslecht. 

Uit de resolutiën van de commissarissen van 6 Augustus 179i 
blijkt, dat de malen toen zelfs nog afzonderlijk werden vervoerd en 
niet gecombineerd waren ^). 

Volgens het bij de overname opgemaakte Algemeen Verbaal liep 
in 1751 het rit van Amsterdam *) op Kuipers veer over Leimuiden 
(3 uur, waar een versch paard genomen werd), Rijnzaterwoude, langs 
de kerk te Oudshoorn, door Alphen, over de Groudsche sluis op 
Boskoop (2 uur van Leimuiden, verwisseling van paard), Waddinxveen, 
langs de Dorrekade, den Donderdam, den Nieuwkerkschen weg, den 
straatweg van Gouda naar Rotterdam en de Nieuwe capelsche kade 
tot Kralingsche veer (3 uur). Hier werd de maal overgezet naar 
IJselmonde en verder weder te paard over Heerjansdam naar 
Kuipersveer en Strijen Sas gereden. Hier werd de maal overgebracht 
naar den Moerdijk, waar de antwerpsche koerier de brieven afhaalde. 
Het brabantsche postofficie te Antwerpen betaalde het rit van Sas 
tot IJselmonde, doch deed dit niet zelf berijden. 

Haarlem verzond over Amsterdam. 

Leiden deed de brieven uit Antwerpen per haagschen postiljon 
tot Delft brengen, van waar zij, zoowel fransche als brabantsche^ 
brieven, per schipper werden toegezonden. Bij besloten water gingen 
de fransche en brabantsche brieven over Den Haag % Dit geschie<lde 
volgens contract van 24 December 174(), waarbij de haagsche post- 
meester op Frankrijk aannam, het pakket met brieven op Frankrijk, 
Antwerpen, Brabant, Spanje, Portugal, Bergen op Zoom en Zeven* 
bergen voor Leiden tot de wisselplaats met Antwerpen *) heen en 
terug te vervoeren tot Delft, de Hoombrug of Den Haag y,soo als sulks 
het leydsche postofficie na haere convenientie te raaden sal vinden". 
Leiden betaalde hiervoor /'250. — per jaar^). 

') Deel 15 hl. 759 en 7fiO. «) R. A. P. 270. 

^) Aanteekening Hoofdbureau. De duitsolie brieven en die van Bergen op Zoom 
on Oudenboscb gingen bij vorst per postiljon van Delft naar Leiden. 

^) f, Tot de wisselplaets toe, 't zij daer die nu geschiet aan de Posthoorn, of waar 
die in *t vervolg sal geschieden". 

•') Contract van 24 December 174^) tusschen Jacoh van Assendelfl te 's^rmven- 
bago (>n Daniël van llock te Leiden, geratificeerd door Burgemeesters en reg^e<»nlers 
van Loideii 28 Dec. 1740. Secretary's Register over het Postcomptoir binnen 
Leyden. R. A. V. n". HM bl. 452 en register van tractaten Hoofdbestuur, portet 27a. 



225 

ontving en verzond de pakketten met den haagschen postiljon , 

Delft passeerde. De route liep naar 's-Gravenhage over Delft, 
e, Kralingsche veer, IJselmonde, Kuipers veer, Strijen Sas, 
, *t Lamsgat, Zevenbergen en Rucfen, en was aanbesteed 
199.60 '). 

rdam reed zelf langs het tolhuis op den hoek van den Baren- 
len dijk (Blanke heiningen) en Heerjansdam naar Kuipersveer ^). 
rit van Dordrecht liep tot Strijen Sas en was eianbesteed 
00. — ^). Hiermede werden ook de utrechtsche brieven van 

medegenomen, die over Papendrecht, All)las, Streefkerk, 
, Schoonhoven, Lopik, Capel en de Waai'd naar Utrecht 
gebracht, waarvoor Utrecht /"lOO. — per jaar betaalde*). 

Moerdijk naar Antwerpen werd in 1753 gereden: Dinsdag- 
lag de fransche brieven van Amsterdam en Rotterdam, 
igmorgen die van den haagschen postiljon met alle brieven 
ibant, Vrijdagmorgen alle brieven voor Frankrijk, Spanje en 

en Zaterdagvoormiddag alle brabantsche brieven. De retouren 
twerpen kwamen in twee ritten elk met 2 paarden. Het 

over den Moerdijk kwam ten laste van Brabant, b. h. voor 
jsche brieven, die tot Rucfen moesten gebracht worden. 

het verder ten laste van Den Haag zijnde rit kreeg dit 

per jaar subsidie. De haagsche postiljon reed echter slechts 
m Sas % 
Ive de gewone route over den Moerdijk op Antwerpen 

er nog eene weinig gebruikte route over Tilburg. Deze 
werden door den commies van de Postsocieteit te Tilburg 

societeitsrit verzonden % 

P. n". 270 en C. 22 Oct. 1753. 
jen Alg. Verbaal R. A. P. n". 271, p. 88. ') R. A. P. n^ 270. 

P. n". 266 en R. A. P. n*^. 271. 2«*« Serie I. De fransche brieven gingen voor en 
ht over Amsterdam. Zie afd. Frankrijk en Gemeente-archief Utrecht 2031. 

Oct 1753. 



lantal bedroeg: 












1739 (6 


Febr.- 


-31 


Dec.) 


1664 


1747 


1126 


1740 








1137 


1748 


921 


1741 








1275 


1740 


1087 


1742 








945 


1750 


1002 


1743 








946 


1751 


1008 



1752 tot 30 Juni 530 

ieboek der posteryen 1722—1741. Gem.-arch. Dordrecht, en R. A. P. n°. 265. 

ui voornamelijk beteekenis voor de correspondentie tusschen Antwerpen 

togcnbosch. 

16 



226 

De gewone verbinding met Brabant en Frankrijk werd 27 Maart 
1793 gestaakt, nadat den dag te voren een postiljon met zeeiiwscho 
brieven door de Franschen tusschen Steenbergen en den Moerdijk 
was beroofd. Den 27®*®" was het veer te Moerdijk zelf in handen 
der Franschen. Met Zeeland werd langs alleriei omwegen nog zooveel 
mogelijk verbinding gehouden en op Breda staakte de verzending 
den 2 Maart. Na dien tijd kwam er eenige verbetering in de 
correspondentie en 27 Maart reed de post weder tot de grens van 
het onbezet territoir. Sinds den 1 Mei werd nog slechts de post naar 
Geertruidenberg en de door de Franschen bezette plaatsen opgehouden. 

Tot nog toe was alleen belemmering ondervonden door den vijand, 
doch nu dreigde er gevaar van hollandsche zijde. Den 3 Mei deed 
de erfprins, die te Dordrecht vertoefde, de malen naar Frankrijk 
ophouden en visiteeren en besloot hij de geheele correspondentie daar- 
heen te stoppen. Deze belemmering was echter slechts van korten duur. 

Met Mei was dus over het algemeen weder de dienst her\at. 
Alleen de route naar Rijssel bleef nog gesloten en was 17 Decemlier 
nog niet heropend. Men zond toen tijdelijk de brieven onder couvert 
op Luik en ontving de retouren over Basel en Maaseik. 

In October 1794 begonnen de moeilijkheden opnieuw. Men besloot 
5 October bij nieuwe stremming van het vervoer over den Moerdijk 
de brieven op de Steenbergsche vliet (de Hoofdjes) te verzenden. 
Holland wilde van daar overvaren naar Strijen Sas, doch Stet*n- 
bergen gaf aan de Buitensluis de voorkeur ^). Weldra was zuidelijk 
Brabant geheel in handen der Franschen. Den 16 Octobt?r 1794 
werd het rit op Drunen opgezegd en werden de commiezen te Tilburg 
en Drunen op wachtgeld geplaatst. De dienst op Frankrijk was nog 
open, doch remieerde weinig. Men besloot toen eenige bezuiniging 
aan te brengen door de rotterdamsche en de amsterdanische ritten 
op Strijen Sas op te zeggen en de verschillende ritten te Kralingsche 
veer te c<mibineeren. 

Weldra was nu echter, althans op dit gebied, het grootste leeii 
geleden. Den 27 Januari 1795 werd door de provisioneele represen- 
tanten van Holland bevolen om den dienst op Frankrijk te heropenen, 
hetgeen d(»n 3(K*^*'" daarop kon geschieden. De verbinding met Steen- 
bergen en den Moenlijk werd 5 Febniari 1795 hersteld. 



') {)<' l»iut(*n^cwone route op SteenhfTgen ging over Blauwe sluis, Prinrenland, 
StaniixTsgnt , Sliindaantlniiti'ii <*n /«'vonlMTgon. Missive van comm. iler p«s*t«»qj 
11 Aiig. I7<4 fol. ilK 



227 



k. LUIK. 

Deze verbinding was waarschijnlijk een oude bodendienst en werd 
ter via Maastricht geruimen tijd bediend door het societeitsrit ^). 

Het was geen internationale route en de directe verbinding had 
?chts plaatselijk belang, doch kon als noodweg dienst doen, als het 
msit door België gestaakt moest worden, daar Luik over Givet in 
Tbinding was met Parijs \ 

Luik was een zelfstandig bisdom en dus noch onderworpen aan 
( Rijkspost, noch aan die van de Oostenrijksche Nederlanden. Er 
as een postmeester op Holland, die een zelfstandig kantoor hield 
ij van het ook te Luik gevestigd kantoor van de Rijkspost. In 1758 
erleed de postmeester van het hoUandsch kantoor en deed de 
ijkspost pogingen om zich van dit kantoor meester te maken, ten 
[ide de hoUandsche post te dwingen niet meer met haar eigen rit 
er Maastricht te verzenden, maar met de Rijkspost over Maaseik*), 
en bood den prins-bisschop eene uitkoopsom. De bisschop bleek wel 
jneigd hierop in te gaan, doch het plan stuitte op tegenstand bij 
it domkapittel, dat de hollandsche post wilde behouden en hierin 
•ach tig werd gesteund door Braconier, resident van de Staten- 
eneraal. 

Braconier deed het voorstel om een gedeelte der correspondentie, 
e over Parijs liep, over Luik en Sedan te voeren^) en het kapittel 
)od eene gelijke pachtsom als J. de Borst, die voor de Rijkspost 
achtte het kantoor te pachten *), doch de Borst behield het veld ®). 
ij droeg aan Lautremange, directeur van het keizerlijk postkantoor 

Luik, op om voor hem het gepachte kantoor te beheeren ^). De 



') Zie aldaar. Deze posterij genoot belangrijke porten van de wolstalen, waarvan 
ekelyks 30 è 40 uit Amsterdam naar Luik werden verzonden. C. 5 April 1758. 
Maart 1666 gaven burgemeesters en regeerders van Amsterdam verlof tot 
!n dagelijkschen postwagendienst tusschen Luik en Amsterdam georganiseerd door 
?n prins-bisschop van Luik. Hierdoor was ook gelegenheid tot brievenvervoer. 
I de aanvrage (Gr. Mem. v. fol. 183) worden de brieven uitdrukkelijk genoemd 
last „pacquetten, klederen ende coopmanschappen". Het bleek mij niet, of deze 
enst lang in wezen bleef. 

^) C. 4 April 1758. Een plan vooreene verbinding op Frankryk over Luik, Rocroy, 
lezieres en Sedan werd 31 Juli 1760 aan den comte d'Affry voorgelegd. (Ie Jeune). 
') Reeds in 1642 kwam een deel der luiksche brieven over Roermond -Nymegen 
et de Rijkspost. (Zie keulsche boden). 
*) Brief 5 Febr. 1758. *) C. 4 April 175a «) C. 8 Mei 1758. 

") In te gaan 26 Juni zie C. 20 Juni 1758. 



ie 



228 

commissarissen waren nu wel verplicht om te trachten met de Borst 
te accordeeren. De commissarissen hadden toch althans dit succes 
gehad, dat de bisschop, al had hij het kantoor aan de Rijkspost 
overgeleverd, zich althans bereid had verklaard op den ouden voel 
met Holland te correspondeeren en het verkeer hiermede vrij te 
houden '). Hierop baseerde Holland een ontwerp-contract, waarvan 
de hoofdstrekking was, dat beide partijen de ontvangen porten zouden 
behouden en het verschil in ontvangst zouden deelen. Tevens drong 
het er op aan, dat alle brieven op Utrecht, Groningen, Friesland, 
Overijsel en Zeeland over de hoUandsche posterij zouden verzonden 
worden*). Hiertoe was de Borst, als vertegenwoordiger van de be- 
langen van de Rijkspost, niet geneigd, daar hij met zijne eigen ritten 
de geldersche brieven over Tegelen en Antwerpen en de zeeuwsche 
over Bergen op Zoom kon vervoeren, zonder hiervoor porten aan 
Holland te vergoeden. Hij wilde daarom de verzending op de andere 
provinciën buiten het contract laten en zich de vrijheid voorbe- 
houden, om over Maaseik (met de Rijkspost) of over Maastricht te 
vei-zenden, en in dit laatste geval om de vervoerkosten met den 
postmeester van Maastricht te regelen '). 

De commissarissen der posterij zonden hierop „contreremarques", 
waarbij zij er op wezen, dat hier slechts de correspondentie te regelen 
viel mei het hoHandsch kantoor Ie Luik en niet met de Rijkspost. 
Daar Holland de brieven der andere provinciën toezond, had het ook 
nH'hl op de relouren, zonder rekening te houden mef de belangen 
van de Rijkspost, die hier slechts als indringer optrad om zich van 
dt» correspondentie op Luik bij uitsluiting te verzekeren *). Het ge- 
vriM'sde onivoeren der brieven over Maaseik gaf een oponthoud van 
U\ a 18 uur'') en sloot een der weinige uitgangen in de steinis 
nauwer aangt^haalde omsluiting door de Rijkspost % 

liet beheer van «Ie Borst was sliH*hts van korten duur. Na zijn 
dood in 17t>4 werd de ctMicessie aan de Rijkspost door den prins- 
bisschop ingetrokken en verzocht deze aan de commissarissen in 



M (« !S Anjj. ITTiS. 

•) Cl. IS Aug. l7r>S. Hotnts voor doii *l«x>*l van den postmeester was overwogen 
t»m mol huik «»t»nv *»onventi«M«» sluiten ViH>r de l»rieveD naar de andere provinciën 
on w«»l nnar het N\H»nten over Auisteniani, l'tivcht en ivelderland over Gorinchem 
en /**»eland oxer l>ontrt»ehl. cf. t^ ."> April ITT^S. 

>) c, r> iw. i7:»s. M c s iw. t7:KS, 

') Missix'U r, 7 April l7r»S, 

•) He uih^ei^Mi op Koulen-stad>|»ost en Aken \^-»*nleii <loor de Rykspost gesloten. 



229 

Holhuid om weder direct met de luiksche posterij en niet met het 
kantoor van de Rijkspost te correspondeeren ^). 

Ten slotte valt nog te wijzen op een geschil van voorbijgaanden 
aard, over de egalisatie in 1753 ^), en de bespreking over het 
instellen van een derden postdag op Luik in 1758 '). Ook werd toen 
overwogen om de brieven op Namen in plaats van over Brussel 
langs Luik te zenden. 

Op Hasselt gingen de brieven via Maastricht en verder per bode. 
Het verzoek van amsterdamsche kooplieden om voortaan deze brieven 
over Maastricht en Tongeren te verzenden werd in 1779 afgewezen, 
behoudens het toestaan van deze nieuwe wijze van verzending voor 
die brieven, waarvoor dit speciaal werd verzocht*). 

l. FRANKRIJK. 

De correspondentie met Frankrijk geschiedde oorspronkelijk door 
de boden op Antwerpen en voor de enkele steden, die tot in Frankrijk 
boden hadden, door bemiddeling van dezen. Dit was echter uitzonde- 
ring. Nog in 1661 had Amsterdam geen bode op Rijssel, dat toch 
als handelscentrum van het Walenland belangrijk was. De amster- 
damsche brieven gingen met den bode op Antwerpen en werden 
van daar verder doorgezonden. Op grond van de ongeschikte schrijf- 
dagen voor de rijsselsche kooplui, waar de brieven Zaterdag na 
beurstijd aankwamen en de antwoorden reeds Zondag voor halfvijf 
aan de post moesten inkomen ^), verzocht Rijssel 21 Maart 1661 
octrooi voor den bode van Rijssel, om te Amsterdam de retour- 
brieven mede te nemen, en om hem toe te staan, een kastje uit te 
hangen om brieven te verzamelen. Ook van de zijde van Amsterdam kon 
men dan een bode eianstellen, aan wien te Rijssel gelijke bevoegd- 
heid zoude gegeven worden % De rijsselsche bode drong ook zelf hierop 
aan en wees er hierbij op, dat hij reeds 6 jaar van Rijssel brieven 
overbracht ^. Amsterdam vroeg het advies van het antwerpsche kan- 
toor aldaar, dat geen bezweiar maakte®), doch weigerde pertinent 
het verzoek uit Rijssel in te willigen ®). 



») C 27 Nov. 1764. 

') C. 19 Febr. 1753. Men weigerde gesloten afrekening, daar 's-Gravenhage meer 
verzond dan ontving. De pakketten op Luik werden gefrankeerd tot Hamont 

") C. 30 Maart 1751. *) C. 4 en 9 Maart 1779. 

*) 1 April 1661, memorie van de amsterdamsche kooplieden. Lade P. 5 n^ 11, 
onderteekend door 49 kooplieden. ') Lade P. 5 n°. 11. 

^) Ongedateerd Lade P. 5 n^ 11, de aanvrager was Charles Tamaine. 

<^ April 1661. Lade P. 5 n». 11. >) 7 September 1661. Ude P. 5 n'. 11. 



230 

Te Rotterdam worden in 1660 nog geen boden op Frankrijk ver- 
nield. In 1679 werd aldaar een bode op Rouaan benoemd, die in 
1686 wegens geschillen met de kooplieden werd ontsleigen. De overige 
con'espondentie ging ook daar over Antwerpen. 

De inrichting van een snelleren postdienst op Frankrijk dateert 
van 1649, toen van der Heyde een postrit tusschen Antwerpen en 
Rotterdam inrichtte, dat spoedig door een rit tusschen Amsterdam 
en Antwerpen werd gevolgd, waartoe Quack de aanwijzingen gaf*). 

Contracten uit dien tijd zijn mij onbekend. Amsterdam, Dordrecht 
en Haarlem verklaarden in 1669 geen contract te bezitten *). 

De dienst was eenmaal per week '). De fransche brieven kwamen 
met de gewone maal van Antwerpen mede. Er werd een bovenport 
boven Antwerpen vergoed, n. 1. 6 st. voor Parijs en Rouen en 11 st. 
voor Lion, Bayonne, La Roebelle, Nantes, St. Malo enz. 

Brieven betaalden alleen dubbel, als zij vol een ons wogen, e 
voor pakketten boven 1 ons werd voor de verdere onsen Vi ^ 
het tarief per ons berekend*). De door den ontvanger te betalen porlei^ 
waren 4 st. hooger dan de bovenporten , als vergoeding voor het vervoe— ^ 
van Antwerpen naar Holland, dat ten bate kwam van dehoUandscl 
postmeesters. 

. In 1663 werd tijdelijk een directe dienst op Frankrijk, buit 
Taxis om, door van der Heyde opgericht. 12 April 1663 werd 
door Amsterdam aangesteld tot postmeester voor „alle steden v 
den gehelen Coninckrijcke van Vranckrijke — omme daer van on 
stadtswegen onse brieven — te voeren oft doen voeren" % \ 
bestelling zoude met 12 Juli 1663 ingaan ^), doch reeds 22 Juli v 
dat jaar was hij in de Oostenrijksche Nederlanden gearresteerd, wa 
schijnlijk door Taxis wegens inbreuk op diens postrecht, en schr^ 
hij aan de Staten van Holland om bemiddeling om uit zijn arr^ 
ontslagen te worden ^). 




In 1667 werd de correspondentie met Frankrijk door den ooir^m ^) 



*) Brief van (juack aan Amsterdam 5 Oct. 1667. Lade P. 5, n*^. 13. Quack scft-m. ^Hjf 
1648; dit is echter onjuist, daar van der Heyde eerst 2 en 4 Maart 1(>49 ^ »jnt 
aanstelling ontving. *) Lade P. 6, n". 2. 

^) Memorie op de Posterije 1669. Lade P. 6, n^ 2. 

*) Verklaring van den stadssecretaris Slicher 1 Augustus 1669. Lade P. 6, wm, -i. 
Zie ook Copie de la Liste (etc.) in dezelfde verzameling. 

•) Gr. Mem. V. fol. 10*. «) Gr. Mem. V. fol. 108 vs. 26 Juni 1663. 

") Missiveboek van Leiden fol. iti3, aanwezig op het Hoofdbureau. Van der FÏ^J^"<* 
had reeds in 1661 verlof gevraagd om eene post in te richten van Amsterdam o^w 



231 

ijdelijk verbroken. Louvois deed echter „alle de vyandelijcke steden 
rerseeckeren, dat sij sonder eenigh hasard mogen continueren in 't 
>enden van de brieven, soo van Vranckrijck als Spangie, en dat 
nen de post selfs geley sal gheven". Niettemin moest tegelijkertijd 
►ericht worden, dat de „buytlooper van 't guarnisoen van St. Omer 
e post ghenomen (had), die van Calais hier ter stede quam" ^). 

De verzending over Antwerpen leverde geen bezwaar, totdat 
.ouvois plotseling ingreep om voor Frankrijk meerdere voordeden 
? bedingen. Hiervoor wenschte hij meester te zijn over het vervoer 
)l in Holland. De aanleiding hiertoe bestond in den vrede van Aken 
! Mei 1668), waarbij Charleroi, Binch, Ath, Douai, Doornik, Ouden- 
erden, Rijssel, Armentiers, Kortrijk, St. Wijnoksbergen en Veume, 
ie te voren tot de Oostenrijksche Nederlanden behoorden, aan 
odewijk XIV werden toegewezen. Hierdoor werd het inrichten van 
3ne fransche post op deze plaatsen vereischt, waarvan Louvois de 
oslen wilde uitsparen door het rit van Parijs op Holland hierlangs 
m te leggen. Door het fransch worden dezer plaatsen was ook een 
ieuwe overeenkomst met den graaf van Taxis vereischt. 

Nuquet *) werd naar Antwerpen gezonden om een tweeden post- 
ag op Antwerpen in te richten en het vervoer tot in Holland met 
'axis te regelen. Deze verzette zich eerst, doch sloot eindelijk te 
dh een contract met Louvois •*^), waarbij aan dezen de brieven op 
lolland geheel werden overgegeven , doch Taxis belast bleef met het 
ervoer door België van de fransche grens te Deinsen tot de eerste 
laats in de republiek, en wel Rucfen voor de correspondentie op Holland, 
n Sas van Gent voor die op Zeeland. In beide plaatsen zoude de maal 
esloten overgegeven worden aan een fransch beambte, die hier ook aan 
e postiljons van Taxis de brieven uit Holland zoude overleveren *). 

Deze overeenkomst, die een optreden der fransche beambten op 
et territoir der republiek insloot, werd zonder medeweten van Holland 

laastricht naar Parijs en Italië, doch hiervoor had hij geen consent gekregen. In 
662 richtte hy een wagendienst in van Amsterdam op *s-Gravenhage. Jrbk. Post 
355, blz. 175 v.v. 

*) Bericht uit Parijs, 20 September 1667 in: Oprechte Haarlemse Saterdaegse 
iourant van 1 October 1667. 

^) Controleur genera! van de posten in Frankryk. 

') Nadat deze had gedreigd de spaansche brieven op te houden en pressie had 
eoefend op Spanje. 

*) Brief van Taxis aan Amsterdam 21 Juli 1669. L. P. 5 n°. 10. Taxis kreeg voor 
et vervoer 16000 livres per jaar. 



232 

gesloten en 13 Juni 1669 verscheen Nuquet te Amsterdam om de 
nieuwe regeling voor te schrijven. Hierbij werd de postweg omgelegd, 
waardoor de brieven 12 uur later zouden aankomen, werd een 2^*^ 
postdag per week geöischt en werden de hollandsche kantoren aan- 
geschreven om voortaan met de fransche beambten te verrekenen. 
Tevens werd overlegging geëischt van het contract metTaxis, volgens 
hetwelk te voren de verrekening plaats vond. De oude route liep over 
IJselmonde, Puttershoek, Rucfen, Antwerpen, Brussel, Bergen in 
Henegouwen, Valenciennes, Kamerijk, Peronne, Roy, Senlis op Parijs 
en werd in 78 uur gereden, zoodat de brieven, die Zaterdagmorgen 
te 3 a 4 uren uit Parijs vertrokken. Dinsdagmorgen te 10 uren te 
Amsterdam aankwamen. Volgens het nieuwe plan zoude van Ant- 
werpen gereden worden op Gent, Deinsen of Peteghem, Kortrijk, 
Rijssel, Douay, Arras, hetgeen 89 uur zoude eischen ^). 

Toen de Amsterdammers niet geneigd waren deze wijzigingen, 
die ook nog met postverhooging gepaard gingen, voetstoots te aan- 
vaarden, vertrok Nuquet nijdig ^) en dreigde hij 6 Juli met het ophouden 
der malen *). De portverhooging kwam hierdoor, dat te voren Amster 
dam en Antwerpen half en half rekenden, zoodat elk de ontvangen 
porten behield en alleen het bovenport van Frankrijk op Antwerpen 
werd bijbetaald. Louvois eischte echter al het port naar Frankrijk 
voor zich, zoodat voor de naar Amsterdam gezonden brieven boveiM 
het reeds betaalde bovenport ook nog 4 st. voor Antwerpen naar 
Holland te betalen viel. Ook was Nuquet ontstemd over het niet over- 
leggen van het contract^), hetwelk echter niet aan onwil was te wijten , 
daar alles op oude afspraken berustte en althans te Amsterdam 
hierover geen contract bekend was % 

Wij willen thans het verloop van dit geschil en het aanmatigend 
optreden van Nuquet niet in bijzonderheden vervolgen, daar dit 
uitvoerig door A. J. M. Brouwer Ancher is beschreven % 

Reeds Vrijdag voor 18 Juli trad de fransche posterij daadwerkelijk 



>) L. P. 6. n'». 2. 

■♦) :24 Juni. ■') Brief van Runipf. *) Hy vertrok 24 Juni. 

^) ^Soovecl wy lot nog toe uyl de relroacta ofte uyi de kennisse van degeenen 
die lange jaeren de poslerije hinnen dese stad bedient hebben, connen vernemen, 
geen contract lusschen de stad ofte yeinani van desselfs wegen & de meergenielte 
(inive (van Taxis) desen aangaende is opgerecht*' Brief aan Rumpf 18 Juli 1669. 
Siadsmissivenboek , 3e bk. fol. 177. 

•') Ken Episode uit dr geschiedenis van hel Postwezen in de XVII^ eeuw. 
In: Tydscbrift voor gesciiiedenis, land- en volkenkunde. 1899. blx. 69 — 83. 



233 

op, (Joor te Rucfen de valiezen op Amsterdam te openen en de 
brieven voor Parijs en Bordeaux er uit te nemen. De rest werd op 
\ntwerpen doorgezonden ^). Amsterdam schreef terstond aan Taxis ^), 
vaarop het reeds geciteerde schrijven van 21 Juli als antwoord 
tiende, en riep gelijk de hulp in van Rumpf, secretaris van de 
^ollandsche ambassade te Parijs % 

Amsterdam verzocht hem goede vriendschap met Louvois te 
onderhouden, doch den tweeden postdag te weigeren, als een „voor 
Ie wisselen en coophandel schadelijcke saecke'*, die een „ondrachelijcke 
»st voor de koopluyden" zoude zijn *). 

Aan de mede geïnteresseerde steden: Dordrecht, Haarlem, Leiden, 
-Rotterdam en 's-Gravenhage werd voorgesteld wederkeerig de fransche 
Drieven op te houden en in concert te handelen ^). Alle steden bleken 
Legen den tweeden postdeig , en over het algemeen geneigd de brieven 
3p te houden. Alleen Leiden was hier eerst niet voor te vinden ^*). 

Onderwijl werden onderhandelingen begonnen met de Pompone, 
fransch gezant te 's-Gravenheige "O, en werd de raadpensionaris er in 
betrokken ®). 

Op het verzoek van Dordrecht om eene conferentie der steden te 
houden werd niet ingegaan, waarschijnlijk omdat Amsterdam de, 
leiding van het verzet alleen wilde behouden % 

Tegen het confereeren met de steden bestond bij Amsterdam ook 
het bezwaar, dat het voor zich van Taxis speciale voordeelen had 
bedongen, die het ook van Frankrijk wilde verkrijgen, waarin het 
door de andere steden kon gehinderd worden. Bij de polsing der 
steden door Wigbold Slicher, secretaris van Amsterdam , wilde Leiden 
de zaak door de hooge regeering zelf doen behandelen, waarmede 
Amsterdam echter niet instemde, wellicht wegens de ondervinding 
in 1668 te Londen opgedaan ^°). 



') Brief van Runipf. Amsterdam gaf bij den volgenden postdag een tweeden koerier 
mee om bij herhaling, gelyk geschiedde, attestatie te doen maken. id. fol. 196. 

=) Stadsmissiven 3de boek fol. 180 vs. 18 Juli 16G9. 

') Alsvoren fol. 177. Christiaan Constantijn Rumpf, ook wel Rompf. Reeds 17 Juli 
wendde Amsterdam zich tot zyn gedeputeerden (Stadsmissiven boek 3. fol. 180). 

*) ZeKs beweert Amsterdam, dat er bij 2 postdagen te zamen minder brieven 
zouden komen als nu met een. 

') 31 Juli. Stadsmiss. bk. 3. fol. 185. <") Stadsmiss. boek 3. fol. 195. 

^) Simon Amauld Marquis de Pompone, ambassadeur van Frankryk te 'sGra- 
venhage 1669—1671, daarna te Stockholm. 

") Stadsmiss. 8 fol. 191 en 196 vs. 6 en 8 Aug. 1669. 

*) Stadsmiss. bk. a fol. 901 13 Aug. >'') Zie de afdeeling Engeland. 



234 

Het gewenschte concert tusschen de hollandsche steden werd een 
oogenblik bedreigd door het verzet van Amsterdam, om de geïnteres- 
seerde steden bij de onderhandelingen te doen partij zijn, doch weldra 
gaf Amsterdam hierbij in zooverre toe, dat Rumpf ook opdracht 
kreeg namens de steden ^). Amsterdam behield zich echter voor de 
„conditiën, die dese stad alleen concerneren", n. 1. vergoeding voor hel 
bestelloon en de te kort ontvangen gelden. Ook ging het gerucht, dal 
Dordrecht in 't geheim op eigen naam aan het onderhandelen was h, 
doch dit werd door Dordrecht zelf pertinent tegengesproken '). 

Merkwaardig blijft het protest van Amsterdam tegen mogelijke 
vertreiging bij de onderhandelingen door deze veronderstelde ,,parti- 
culiere voorslagen" in verband met de houding door Amsterdam in 
onderhandelingen met Engeland gevolgd. De onderhandelingen werden 
te Parijs gevoerd door den secretaris van de ambassade Rumpf *), 
aan wien ter adsistentie twee ambtenaren van het antwerpsch kantoor 
waren toegezonden, met name Willem van Tets en Wigbold Muyl- 
man % Frankrijk machtigde 21 September Carpatry, Pajot en Rouillé % 
Reeds 30 September schreef Rumpf, dat het tractaat gereed was en 
dat de te Deinsen door Louvois opgehouden brieven in aantocht 
waren '). Den 6 October volgde de ratificatie van het tractaat door 
Louvois *) en 14 October door Amsterdam ®). 

De geschillen hadden ook eene tijdelijke breuk tusschen Louvois 
en Taxis ten gevolge, daar de hollandsche kooplieden, nu de directe 
postverbinding gestremd was, hunne brieven onder couvert aan een 
correspondent te Antwerpen verzonden. Louvois deed hierop ook de 
fransche en spaansche brieven voor Antwerpen ophouden en berichtte, 
dat hij dit ook zou doen met die van Brussel, indien men hierover 
de hollandsche brieven zoude trachten te verzenden *®). Dit geschil 



') Sladsmiss. bk. 3 fol. 230 vs. en 223 (.5 Sept). 

=) Lade P. 6 n". 2 (25 Aug.). ') Lade P. 6 n«. 2 (30 Aug.). 

') Volgens opdracht van Amsterdam 31 Aug. Gr. Mera. VI foL 2. en van Dordrerhl, 
Haarlem, Leiden, Rotterdam en 's-Gravenhage. Lade F. 6 n**. 2. Rumpf kreeg een 
extra bestelden brief, die aan een bode van Antwerpen 15 Louis 5 sol. kostte. 
Lade P. 6 n». 2. ») Lade P. G, n°. 2. 

•) Gr. Mem. VI fol. 7. Thomas Carpatry conseiller, commies van Louvois, Leon 
Pajot en Louis Rouillé, directeuren van het generaal kantoor te Parys. 

'j Si. miss. bk. 3 fol. 219 vs. ") Gr. Mem. VI fol. 18. 

^) (ir. .Mem. VI fol. 7 vs. Rumpf kreeg 300 Car. gld. „tot onze gedachtenisse* 
om iets te laton maken. Stadsmiss. bk. 3. fol. 237, 22 Ocl. 1669. 

"^1 Memorie z. j. r. UM'ii). Lade P. 5 n**. 13. Louvois aan Taxis 14 Aug. Lade P. 6 
n". '2, 7AV ook Stadsmiss. bk. 3 fol. 213 vs. 26 Aug. 1669. Ër werd Dog een oogenblik 



235 

as nog niet opgelost bij het sluiten van het contract, zoodat Louvoi» 
? te üeinsen achtergehouden brieven niet over Antwerpen zond, 
aar per extra pakketboot van Duinkerken naar Hellevoetsluis en 
m daar op zijne kosten naar IJselmonde of Kuipersveer. Dit werd 
>g 2 a 3 weken volgehouden tot alles met Taxis geregeld was ^). 

Het contract werd gesloten met Amsterdam, doch hierbij werd 
)or Frankrijk uitdrukkelijk aan de zuid-hoUandsche steden de, 
.»voegdheid gegeven om op dezelfde voorwaarden tot het contract 
»e te treden, behalve ten opzichte van de speci£Lal aan Amsterdam 
►egekende voordeelen. 

Bij het nieuwe contract *) blijft de correspondentie beperkt tot 
me zending per week en wordt alleen van Rijssel nog een pakket 
p Antwerpen verzonden, dat met de brabantsche brieven meekomt, 
>odat hiervoor geen extra-rit voor Holland wordt vereischt. De 
rieveii komen van Parijs over Rijssel, Deinsen of Peteghem en 
iitwerpen en worden door Frankrijk tot Kuipersveer geleverd, waar 
)k de hollandsche retourmaal wordt overgenomen. 

De porten worden uitvoerig geregeld in art. 9 — 12 en komen 
v^ereen met wat te voren aan Taxis werd betaald. Voor de bij den 
rede van Aken door Frankrijk verworven plaatsen wordt het port 
fpaald op 4 st. per brief en voor pakketten 6 st. per ons. Voor 
?ze plaatsen wordt ook aftrek toegestaan voor de onbestelbare 
rieven, hetgeen voor de overige plaatsen slechts als een gunst aan 
nisterdam werd vergund. Amsterdam bedong zich daarenboven in 
itsluiting met de andere hollandsche steden een bestelloon van 

2 livres per week, hetwelk gekort werd op de aan Frankrijk te 
ergoeden porten. 

De brieven worden door Frankrijk gebracht tot Kuipersveer in 
vee malen, waarvan een voor Amsterdam en Haarlem en een voor 
? overige zuid-hoUandsche steden '). De partijen verbinden zich om 

3 brieven en pakketten snel te bezorgen en eene boete van 30 livres 
ordt bepaald voor het geval de koeriers te laat te Kuipersveer 



er gedacht de spaansche brieven over zee „met galjoots" te betrekken. Studsiniss. 

:. 3 fol. 219 VS. Dit was ook reeds geschied tydens het beleg van Duinkerken 

1 de storing in Vlaanderen (1646 of 1658) toen wekelyks eene pink van Scheve- 

ngen op Calais voer met staaisdépèches en partic. brieven. Dit duurde toen 

im een jaar. 

') Brief van Rumpf 30 Sept. 1669. Lade P. 6 n^ 2. 

*) Gesloten 28 September. 

•) De l»rieven waren hierin in afzonderlyke omslagen voor elke stad bijeengevoegd. 



236 

Hankomeii, lietgeeii speciaal met het oog op de fransche koeriers in 
hel contract was opgenomen. 

De brieven -voor de gezanten worden als gewone brieven berekend, 
doch moeten binnen 3 a 4 uur na aankomst besteld zijn. Deze 
laatste toevoeging was in het contract opgenomen om misbruiken 
als vroeger te Paiïjs te keeren, waar de gezantenbrieven „niet alleen 
voor desen geopent ende verscheurt overgelevert, maer oock seer 
gesurchargeert ende somtijds een heelen dagh nae 't arrivement der 
couriers alhier overgelevert werden". Een niet streng eerbiedigen van 
het briefgeheim was hier de verklaarbare reden der vertraging. Ten 
slotte verbond Amsterdam zich om geen brieven onder couvert op 
Antwerpen te zenden ter ontduiking van de rechten der fransche 
posterij. 

Van de bevoegdheid aan de zuid-hoUandsche steden verleend, o 
op gelijke voorwaarden tot het contract toe te treden, werd voor- 
loopig geen gebruik gemaakt, daar zij aan de oude wijze van ve 
zending boven die volgens het contract de voorkeur gaven. W 
werd door Rotterdam aan den bode op Antwerpen, Johan va' 
Berkel, tot wiens kantoor ook de fransche brieven behoorden, d 
raad gegeven om zich geheel naar Amsterdam te richten, toen de 
zich tot de vroedschap wendde om advies, wat hem te doen sto 
na de met geweld door Nucjuet ingevoerde verandering (R. n**. 4i 
doch toen het contract gesloten was, bleven de steden nog een h 
jaar lang als van ouds op Antwerpen zenden en weigerden zij 





die aan den franschen commies te Kuipersveer af te geven. l-^ZT el 
gevolg hiervan was , dat de Franschen ook de brieven voor de zib. jb^ J. 
hoUandsche steden op Amsterdam doorzonden, hetgeen tot gro-^m^fe 
vertraging aanleiding gaf. In 1679 beklaagden zich hierover de tv^— ^» 
commissarissen van de posterij te Rotterdam namens de kooplied ^^^^ n, 
waarop de burgemeester gemachtigd werd om met Louvois (^"^^''er 
directe toezending der brieven in onderhandeling te treden. De 

fransche post ging toen over Lillo, Kuipersveer en Uselmondc^ op 
Amsterdam, van waar de brieven per binnenschipper op Rotter^-i ««-^ni 
gezonden werden ^). 

liet l)leek mij niet of terstond aan dit verzoek werd voldx^-^^'J» 
doch dit is wel waarschijnlijk te achten, ook in verband met de 
tijd<'lijke zending over Maassluis. In 1689 werd buiten Amstertl^ï/ïï 



') R. II". 1. Vrrzoek van coiniiussarissen 2 Augustus 1679 en besluit 31 XngVS' 
tus 1G?J. 



237 

mi direct op de steden gezonden, daar met dat jaar de achter- 
standen beginnen, waarover later steeds met de fransche administratie 
n nooit met het kantoor te Amsterdam werd onderhandeld. Ware 
u de zending ook toen nog over Amsterdam geschied, dan ware 
it kantoor voor de porten aansprakelijk geweest tegenover Frankrijk 
n had het ongetwijfeld niet nagelaten om zich in deze geschillen 
artij te stellen. 

Vóór wij tot de behandeling hiervan overgaan, valt nog te wijzen 
p eene tijdelijke verzending der fransche brieven in 1679 van 
'uinkerken over zee op Maassluis, van waar de brieven door bemid- 
?ling van den rotterdamschen postmeester Danen aan de steden 
erden doorgezonden. De aanleiding hiertoe was het geschil tusschen 
rankrijk en Taxis over de brieven van de steden, die bij den vrede 
a.n Nijmegen (1678) aan Frankrijk waren toegewezen. Dit geschil 
ad voor Holland geen verdere gevolgen, daar de postmeesters zich 
ierin geen partij stelden '). 

Belangrijker waren de geschillen in 1689. Wegens de weigering 
er zuid-hollandsche steden om af te rekenen volgens de bepa- 
ngen van het contract van 1669 dreigde Frankrijk met afbreking 
er correspondentie, waarop de weigerachtige steden zich verbonden 
m aaneengesloten te blijven en niet afzonderlijk met Frankrijk of 
'axis te contracteeren ^), 

De postmeesters van Dordrecht, Haarlem, Delft, Leiden, Rotter- 
am en 's-Gravenheige beklaagden zich nu bij de Staten van Holland, 
p grond dat zij aan Frankrijk moesten vergoeden de porten tot 
[oerdijk of Kuipersveer en de zeeuwsche steden die tot Meulenstede 
ij Gent, doch zelf geen vergoeding kregen voor het vervoer der 
aar Frankrijk gaande brieven van hunne steden tot Kuipersveer of 
leulenstede. Tevens verzetten zij zich tegen het rijden der fransche 
ostiljons over hollandsch territoir *). 

') Memorie voor de postmeesteren der steeden van Holland tegens de pagters 
sr posten van Vranckryck, 1713. Gedrukt stuk, Gemeente-archief Dordrecht en 
ikket Leiden, Hoofdhureau. 
=) 20 Maart 1690. R. n^. 172. 

^) Res. Dordrecht 23 Oct. 1696 foL 73. De gedeputeerden van Dordrecht werden 
>last het request van de postmeesters van Dordrecht, Haarlem, Delft, Leiden, 
otterdam en 's-Gravenhage te steunen, om by de vredesonderhandelingen te 
ïdingen, „dat gelyk de brieven *u3rt Hollandt vry ende onbelast aen de franse 
Dstmecsters werden gesonden ende door deselve de geheele porten werden 
inoten, insgelgx door de Hollantsche postmeesters het suyver provenue van de 
anse inkomende brieven alhier soude mogen werde geprofüieert.'* 



238 

De steden herhaalden haar protest in 1696, waarop de Staten 
besloten eene commissie van onderzoek te benoemen ^). Den 28 Juli 
1698 werd hierin eindelijk door de Staten eene beslissing genomen, 
waarbij verklaard werd, dat de steden niet tot afrekening verplicht 
waren, daar zij geen gebruik gemaakt hadden van de haar bij het 
contract van 1669 gelaten gelegenheid, om, op gelijke voorwaarden, 
als Amsterdam, met de fransche pachters te contracteeren. 

De hollandsche steden, die inmiddels ook met Zeeland in overle 
getreden waren ^), stelden hierop voor om geen bovenporten t 
erkennen tusschen Parijs en Holland en aan de fransche poster^ 
alleen te laten de porten der daarheen gezonden brieven en die der 
retouren geheel ten bate der hollandsche postmeesters te doe 
komen '). 

Amsterdam bleef buiten deze geschillen, daar het gebonden w 
door het contract van 1669, hetgeen de positie der weigerachti 
steden niet versterkte. Dit niet meedoen werd door haar aan Amst 
dam ten kwade geduid en verklaard uit het steeds slechts op eig 
voordeel uitzijn ten koste van anderen, „want Amsterdam d'accoo^ 
zijnde met alsulke buytenlandsche postmeesters, soo en geldt di 
geen regt, noch reede meer"*). Dit verwijt, hoewel in het algeme^^t^?»! 
niet ongegrond — men denke slechts aan de geschiedenis van i~^ ^ 
contract met Engeland van 1668^) — was hier onbillijk, dc^^ssr 
Amsterdam, na eenmaal toegetreden te zijn tot het verdrag van 16€^'S, 
hierdoor ook door de daarbij gemaakte bepalingen was gehouden • 

Inmiddels was Frankrijk te veel gebonden door de moeilijkhecl ^»n 
na den dood van Karel II, waarbij de hertog van Anjou in 1701 in 
de Zuidelijkt^ Nederlanden viel en zich ook van de posterijen in de 
veroverde plaateen meester maakte. Van 1 Juni 1703 tot l Juni tlT^H 




') 27 Ocloher 1G9G. R, n^ 176. 

') De middelhnrgsche poslmet^ster Schorer teekende 19 December 1Ö96 een re<jii^«<. 
*) I{. n". 17*J. Do achtorslallen betroffen alleen de bovenporten der uit Frank lÜk 
verzoiidoii brieven on boliepon in iWl volgons R. n". 184: 

voor Dordrecht, sinds 1 October 1690 1945 gld. 4 st. 



*) n. \H\. 



Haarlem , 


n 


1 Juli 1689 5633 „ 


10 „ 3 p. 


Dom . 


y* 


1 Juli 1689 1542 „ 


- 3 „ 


Leidon , 


r» 


1 Januari 1689 5709 ^ 


— — 


's-Gnivonhago 


y* 


1 October 1689 11482 „ 


1 « 5 „ 


Middelburg 


»« 


1 Juli 1691 4721 „ 


17 . - 






of te zaroen 31083 gld. 


13 st 13 p. *) 


•) /io ondor 


Rngeland, volgende afdeeling. 





239 

werd alle verkeer gestremd door het handelsverbod. Amsterdam zond 
onderwijl nog brieven op Parijs en trok hiervoor een wissel op den 
directeur-generaal, daar de retouren uitbleven, doch deze werd niet 
gehonoreerd *). De orde werd eerst eenigszins hersteld door de aan- 
stelling van Jaupain in 1706 ^). 

Na den vrede van Utrecht wilde Holland volgens het contract 
nel Jaupain van 8 Februari 1708 de brieven door hem doen ver- 
''oeren tot de fransche grenzen en aldus op gelijken voet met 
'^rankrijk verrekenen zonder betaling van bovenporten. De Franschen 
veigerden echter om hierop in te gaan en zonden de malen, om die 
lit handen van Jaupain te houden, langs een omweg over Pempel- 
V)rt, waardoor een bovenport gevorderd werd van 13 st. per brieft). 
)it werd te bezwarend voor de kooplieden, hetgeen Amsterdam, dat 
*ersl met de overige steden was medegegaan, er toe bracht om zich 
if te scheiden en onderhandelingen aan te knoopen voor een nieuw 
contract, hetwelk 10 December 1714 tot stand kwam *). 

Dit contract werd, evenals dat van 1669, door Amsterdam alleen 
^eteekend, doch ook hierbij werd aan de overige steden in Holland, 
lie in directe correspondentie met Frankrijk stonden ^), de bevoegd- 
heid gelaten om op gelijke voorwaarden^ toe te treden , zoodra zij tot 
pene overeenkomst over de achterstanden bereid waren. Ook voor 
de afsluiting met Amsterdam was eene regeling van den achterstand 
sinds den laatsten oorlog als voorwaarde gesteld. 

Het nieuwe contract met Frankrijk stelde zich op de basis van 
dal van 1669, doch voerde een derden postdag per week in, 
ten einde de correspondentie van Frankrijk met Zweden en Hamburg 
over Amsterdam te bespoedigen. De brieven vertrokken Maandag, 
Dinsdag en Vrijdag te 10 uren v. m. uit Parijs en zouden Vrijdag, 
Zaterdag en Dinsdag te Amsterdam aankomen. Des Dinsdags was er 
aansluiting met de post van het hamburger rit, die Dinsdagavond 
uit Amsterdam vertrok. De brieven uit Spanje en Portugal kwamen 
Maandag uit Parijs en die van Valenciennes, Duinkerken, Cambray 



^) Pakket Leiden Hoofdbureau. *) Zie vorige afdeeling. 

^) Tot Pempelfort Het tarief was in 1703 door de Franschen met ^'^ verhoogd, 
het bedroeg 16 sol voor 42V2 uur afstand tegen 6 sol volgens binnenlandsch tarief 
voor 60 a 80 mylen (ie Jeune). Het werd 8 Juli 1759 op 20 sol gebracht. 

*) Memorie der postmeesters van 1714. Zie over de geschiedenis vóór 1714 Copie- 
'>oek E van het antwerpsch kantoor te Amsterdam (1717— 1749). Hoofdbureau. Hel 
«"ontract is opgenomen in het brievenboek van Rotterdam n'*. 1. 

^) Dordrecht, Haarlem, Delft, Leiden, Rotterdam en *s-Gravenhage. 



240 

en de plaatsen noordelijk van Parijs werden te Rijssel in de maal 
gevoegd. Het vertrek uit Amsterdam was bepaald op Maandag, 
Donderdag en Vrijdagavond, de brieven uit Hamburg hadden Vrijdag 
aansluiting en de brieven op Spanje en Portugal werden Donderdag 
niedegegeven. Amsterdam brengt en haalt te Kuipersveer en betaalt 
het vervoer tot daar. 

De door Holland te betalen bovenporten worden in de artikelen 
11 — 13 voor de verschillende afstanden bepaald '), waarbij die voor 
de spaansche brieven belangrijk hooger waren, dan hetgeen te voren 
door Taxis was gevraagd. Deze toch berekende voor brieven uit 
Madrid slechts 7 st., tegen Frankrijk 11, en voor die uit Sicilië 9 st., 
tegen 13 st. volgens het nieuwe contract. Men geloofde daarom, dal 
Amsterdam zich alleen tot de^e bezwarende bepalingen had laten 
vinden, daar het zich voorstelde buitengewone voordeden te ver- 
krijgen door het transitoir-verkeer der brieven voor de overige 
provinciën en over Hamburg naar het Noorden ^). 

Amsterdam behield de tevoren bedongen speciale voordeden van 
verrekening der rebuten en van het bestelloon van 12 gulden per 
week, dat op de te betalen porten werd gekort. 

Een separaat artikel bepaalde, dat Amsterdam gehouden zoude 
zijn de vergoeding voor het transito verkeer der spaansche brieven 
door de Oostenrijksche Nederlanden te zijnen laste te nemen, voor 
hot goval dat door Taxis op eene vergoeding hiervoor aanspraak 



') 11. (Jue les inaitres de Postes d'Amsterdnm rerevront poreillement Je Produit 
des Ports des Lettres et Paquets veiiant de Paris, Rouen, Calais, Abheville. 
Amieiis et autre villes de pareille distance, dout ils payeront au dit Svigrneur 
Marquis de Torry ou a ses préposés, savoir pour chaque lettre simple six sols, 
poiir <"haqne lettre doublé a de la demi once sept sols et pour rhaquo on«*e 
iieuf sols Ie toul inonnoye d'HolIande. 

12. Kt pour chaque lettre simple éerite de Lille, Valcnciennes, Cambrai et autres 
villes de [lareille distance quatre sols et pour chaque once six sols rooimoye 
d'Holhinde. 

Vi. Les maitres des Postes d'Amstenlam recevront pareillement tout Ie proihiii 
d es Lettres et P a (j u e l s des Lettres venant des royaumes d'Espagne et 
de Portugal, <lont ils payeront au dit Seigneur Marquis de Torcy ou u ses pn^ 
poses , savoir [) o ii r chaque lettre simple de Madrid o n s e s o 1 s . p o u r 
rha<iue lettre do u hl e quatorse sols et pour chaque once vingt quatre sols: 
«•t j»our chaque lettre simple de Se vil Ie, Cadix et Portugal t rei ze sols 
pour cha<pie lettre doublé seise sols et pour chaque once t ren te 
d«'ux sols Ie tniit moiinove de Hollande. 

-') Aantcrkeiiiiigni in margine van «'en afdruk van het contract van 1714, in 
ln't (ifineentcarchief te rirechl, n'*. "^Hïi^i, 



241 



MEMORIE, 

POSTMEESTEREN 



II o L t. A N J). 



PAGTERS DÜR POSTEN 
VRANK k-V K. 



goiiiHukt mocht worden. Dit tu-tikel, waaratin eerst weinig; beteekonis 
was geheclit, gaf later aanleiding tot ernstige nioeilijkheditn eii lot 
voor Holland zeer bezwarende bepalingen. 

Rotterdam trad 2 Juli 1730 tot dit contract toe en bedong liierbij 
voor zich een bestelloon van 3 gulden per week. Het nam hierbij 
tevens op zich het vervoer der brieven tusschen Kuipersveer en 
Strijen Sas, dat ten laste van Frankrijk was, tegen eene vergoeding 
van 250 gulden per jaar '). 

De postmeestei-s van de 
overige steden bleven wei- 
geren en volhardden bij hun 
gedragsHjn van 1697. Na 
de toetreding van Rotterdam 
lot het contract van 1714, 
begon Frankrijk tegenover de 
nog weigerachtige steden met 
meer kracht op te treden. 
Eerst werd Joseph Goupy, 
heer van Vertreick en Quabec 
door den kardinaal de Fleury 
naar Holland gezonden om 
over de achterstallen te onder- 
handelen'), en toen diens zen- 
ding mislukte, zond de fran- 
sche gezant den 1 Februari 
1732 aan de Staten van Hol- 
land eene memorie over de 
acliterstolten , waarop de ste- 
den met eene „Information" 
antwoordden. Zij verklaarden 

hierbij niet tot betaling van de achterslanden aan bovenporten ver- 
plicht te zijn op de volgende gronden: 

1*. Elke postmeester wordt slechts voor zijn leven aangesteld en 
vererft het ambt niet op zijn rechthebbenden. Zij zijn niet aan- 
sprakelijk voor de schulden hunner vooi^angers, zoodat P'nmkrijk 



Strudsclirifl Jcr wpigi 
Originp 



V'htigP Ntpüi'n . 1714. 
op 1.,'t Hr>r.r.il><ir.'uu. 



') Toetreding 9 Maaii 1731), goeil keu ring i Juli. Brivvrnbock RoltiTilaiii n". ± 
De 3 gulden collectuloon werd 17 Augualus ïcrkn-gen. Ii> liet vervoer wns c)cik 
Iregrepen dat Am brieven voor <le nn<lere hiillnnd^i-lie alrileii. Portef. contracten 
Hoofd bentaur. 

'■) Hij was 3 Juli 1731 te 's-GravenliogP. Oinslnif I n". IK, rieiiicenli-nn-liiernlilnnr. 



242 

hen alleen kan aanspreken voor achterstallen tijdens den tijd van 
hunne bediening, en, voor wat hunne voorgangers mochten verschul- 
digd zijn, niet op hen verhaal moet zoeken, maar op de erfgenamen 
der overleden postmeesters. 

2'\ In 1669 had Rumpf alleen machtiging van Amsterdam, zoodal 
dit verdrag alleen die stad kan binden. Het is eene overeenkomst 
tusschen derden, die hen niet bindt. Wel is hun daarbij de bevoegd- 
heid gegeven om later op gelijke voorwaarden toe te treden, doch 
hiervan is door de steden geen gebruik gemaakt. 

3®. Het contract van 1669 is ongeldig, daar dit de toestemming 
had vereischt van de Staten, op wier rechten inbreuk is gemaakt 
door het toestaan van het berijden van hollandsch territoir (tot 
Kuipersveer) door de fransche postiljons. 

Zij wezen er ten slotte op, dat het contract hun slechts 4 st. 
toekende van het port naar Holland en niets van de retouren , hetgeen 
te bezwarend was, en dat ook Amsterdam zich sinds 1692 niet 
gehouden had aan de bepalingen van het contract ^). 

De steden begrepen echter, dat er eindelijk een modus vivendi 
moest gevonden worden en zonden Daniël van Heek, postmeester, van 
Leiden naar Parijs om nader te onderhandelen. Het resultaat hiervan 
was, dat Haarlem, Delft, Leiden en 's-Gravenhage den 10 Januari 
1740 toetraden tot het contract tusschen Frankrijk en Amsterdam van 
10 December 1714, waartoe hun bij artikel 21 van dit contract de 
bevoegdheid was gegeven. Dordrecht volgde 30 Augustus 1741. 

Over de verzending was evenals in 1669 bep£Lald, dat Amster 
dam met Haarlem een afzonderlijk valies zouden hebben, en dat de 
brieven voor Leiden en 's-Gravenhage in eene afzonderlijke verpakking 
in het valies voor Rotterdam zouden gesloten worden. 

Ten opzichte van het strijdpunt, de te geringe vergoeding, deed 
Frankrijk eene concessie door een coUecteloon toe te staan van 15% 
der ontvangen porten. 

Aan de overeenkomsten met de steden waren de volgende artides 
séparés toegevoegd : 

lo. Alle aanspraken wegens de oude achterstallen worden geacht 
gedelgd te zijn; 

:2o. in het pakket voor Delft zullen ook uitgesloten worden de 



•) ^Infonnntion" gedrukt stuk in pakket Leiden , Hoofdt)iireau. Hieruit blijkt, tl«* 
de fransrln' j)a(hlers der posterijen in I7J^H eene paohtsom betaalden van 
3.ï>fJ0.0OO livres [)er jaar. 



243 

en voor Brielle, Vlaardingen, Maassluis en Delfshaven en in 
/oor Leiden die voor 's-Hertogenbosch, Breda, Bergen op Zoom, 
e, Nijmegen en Arnhem; 

o. het beruchte article séparé van het verdrag met Amsterdam: 
[)llandsche steden zullen aan Frankrijk vergoeden het eventueel door 
s te vorderen transit voor de spaansche en portugeesche brieven, 
n het contract met Dordrecht was het 2^® article séparé niet 
leld '). De bijvoeging der brieven bij Delft berustte op het 
nkelijk zijn dezer kantoren van den delftschen postmeester, doch 
van de brabantsche en geldersche steden bij Leiden was een 
iaal voordeel door van Heek bedongen, waaraan het feit, dat 
hem de onderhandelingen waren gevoerd, wel niet vreemd zal 
geweest. Deze bijvoeging was eene begunstiging van Leiden ten 
e van Amsterdam en Dordrecht, doch kon onverschillig zijn voor 
riem, Delft en 's-Gravenhage, daar deze steden toch geen transitoir 
:eer op Brabant en Gelderland hadden. 

De bepaling over de vergoeding van het transit der spaansche 
ven gaf reeds in 1720 aanleiding tot moeilijkheden tusschen 
sterdam en Jaupain. Deze bleven echter tot Amsterdam beperkt, 
, gelijk wij boven zeigen, de overige steden eerst na 1720 tot 
contract met Frankrijk toetraden. 

n het contract van 1714 had Amsterdam zich bereid verklaard 
eventueel voor het transit door Taxis te vorderen vergoeding te 
len, en in het daarop gevolgd contract tusschen Frankrijk en 
)ain had deze wel op zich genomen het vervoer der fransche 
ven naar Holland doch was van de spaansche en portugeeesche 
ven geen melding gemaakt. 

oen nu Jaupain eene vergoeding eischte voor het transit dezer 
ven, werd dit door Amsterdam geweigerd en werd door Jaupain 
lirecte toezending der brieven op Amsterdam verbroken (omstreeks 
Maart 1720), waarna de brieven over Rotterdam verzonden 
Aen, De vrede werd hersteld door het contract van November 1720 ^). 
Ernstiger waren de moeilijkheden over dit transit in 1739, waarbij 
is dreigde de toezending der fransche malen met 9 April opnieuw 



Afschrift van hel contract in de collectie contracten op het Hoofdbureau. 
Zie hierboven onder BelgiS en Archives Nationales te Parys, G. 2.217. Ook 
707 was er geschil over de spaansche en de portugeesche brieven, die door 
s werden oragevoerd over Keulen. Het hierover den 21 Juni 1717 te Parys 
diend beklag maakte hieraan echter spoedig een einde. (Copieboek E. ant* 
>9ch kantoor te Amsterdam fol. 5 vs.). 



244 

te stakt^i. Hij ging hiertoe ook werkelijk den 14 April over M en 
men vreesde, dat Frankrijk nu den omweg over Sedan, Luik, 
Maaseik en St. Hubert voor de verzending zoude kiezen , hetgeen 
èn vertraging èn verhooging der te vergoeden porten zoude veroor- 
zaken. De leidsche postmeester van Heek stelde hierop in April 1740 
voor, om de brieven weder tijdelijk op Maassluis en van daar over 
zee naar Duinkerken te verzenden, om Taxis tot toegeven te dwingen, 
daar hij op deze wijze alle voordeelen van het transit zoude missen. 
Mocht Taxis dan uit weerwraak de brieven van Frankrijk op Ham- 
burg, die toen over Tegelen met de Rijkspost verzonden werden, 
willen ophouden, dan waren tijdelijk deze brieven over Maassluis en 
Leiden of Amsterdam te verzenden. Men geloofde echter niet, dal 
Taxis tot het ophouden dezer brieven zoude overgaan, daar hij op 
deze wijze Frankrijk zoude bewegen hiervoor de route over het ham- 
burger rit te kiezen *). 

De oneenigheid duurde tot in Juli 1740. Den ZO***** dier maand 
kwam bericht, dat de partijen het eens waren en 18 November 1744) 
werd hierover een contract gesloten tusschen Frankrijk en Taxis \ 
Hierbij werd bepaald, dat Frankrijk zelf zoude vervoeren tot Valen- 
cieimes en Quievrain en Taxis van daar tot Kuipersveer tegen eene 
door Frankrijk te betalen jaarlijksche vergoeding van 16.000 livres 
crargent. De maal voor Holland zal ongeopend vervoerd worden en 
beide contractanten zullen elkander de brieven voor hunne eigen kan- 
toren zonder bijberekening van bovenporten toezenden. 

De brieven voor Holland zullen in pakjes van 25 stuks worden 
bijeengel)onden en het door Holland aan Taxis voor het transit der 
spaansche brieven te betalen transito-port wordt in art. 10 bepaald: 
voor Amsterdam 2 st. voor alle brieven, zoowel die van als naar 
Spanje *) en voor Rotterdam, Haarlem, Delft en *s-Gravenhage op 
4 st. voor de uit Holland verzonden brieven en vrij vervoer voor 
<le daarheen gezondenen % 

Door Rotterdam werd 5 December 1740 genoegen genomen met 
deze berekening. 

Na den overgang aan de Staten trachtten de commissarissen het 

'I (lopiohook F. antwerpsch kantoor te Amsterdam. 

-) Pakket Leiden Hoofdbureau. 

'I Pakket Leiden en collectie contracten Hoofdbureau. Het contract wordt 
sloten door den kardinaal de F'Ieury en den prins de Ia Tour en Taxis. Andiives^ 
Nationales te Parijs, (i. '2. "IM. 

*) ^' .j voor dnbl>(>b> l»riov«;n en 3 st. voor pakketten. *) R. A. P. n*. 27i. 



245 

rit van Kuipersveer tot Rucfeii terug te dringen. De uitvoerige onder- 
lumdelingen met Parijs in 1754 gevoerd, stuitten echter af op den 
onwil van Taxis en diens bedreiging om de brievenmalen op te 
houden en zich weder meester te maken van de spaansclie en 
portugeesche brieven ^). Ook eene poging om eenheid te brengen in 
het vervoer, door de verschillende regelingen met de steden door 
een generaal contract te vervangen, voerde niet tot eenig resultaat^). 

In 1762 dreigden een oogenblik nieuwe verwikkelingen wegens 
de rijsselsche achterstanden. Tot 1708 waren de brieven van Rijssel 
naar Rotterdam betaald en daarna, na de herovering van Rijssel 
op Frankrijk, met de posterij der Oostenrijksche Nederlanden ver- 
rekend. Sinds 174() of 1741 werd echter Rijssel weder door Frankrijk 
bediend en direct buiten Parijs om gezonden, maar waren de bo ven- 
porten door omissie door het hoofdkantoor te Parijs niet aan Rotter- 
dam berekend. 

Den 12 Februari 1762 vroeg het nu aanzuivering. Toen bleek dat 
Frankrijk in zijn recht was, verzochten de commissarissen aan de 
Staten machtiging om de achterstanden na 1752, dus na den over- 
gang der posterij , aan Frankrijk te voldoen ^). De achterstallen beliepen 
9473 gulden 18 st. en 3 p., waarvan 3851 gulden 3 st. 6 p. van 
vóór 1752. De Staten stemden den 10 Maart 1763 toe om het 
gevraagd bedrag te betalen overeenkomstig het nader voorstel van 
7 Maart 1763*), en wel zonder vermindering van het aan Rotterdam 
toegekend dedommagement, daar deze stad het hiermede ongelukkig 
had getroffen door het zeer spoedig versterven van twee derde deelen '*). 

De verzending op Frankrijk was in 1792 als volgt geregeld: 

Maandag alle kantoren bh. Dordrecht, *s-Gravenhage, Delft en Leiden ; 

Dinsdagavond de vier genoemde steden; 

Donderdag alle kantoren, ook voor de spaansche brieven; 

Vrijdag alle kantoi*en bh. Rotterdam 



*) Zie onder België. Ook voor de volgende route. '^) C. 30 Nov. 1776. 

») C. 9 Hov. 1702. *) C. 36 April 1763. 

^) By den overgang werd aan alle postmeesters levenslang de gemiddelde op- 
rengst van hun kantoor als dedommagement toegezegd en by de reeds aan de 
iad getrokken posieryen werd eene gelyke uitkeering gegeven gedurende het leven 
an de stadscommissarissen. Waar nu blijkens de vordering van Frankryk over de 
^«ren, waarover de berekening liep, ongeveer 971*-; gulden te weinig uitgaven per 
^aar berekend waren, was dus het dedommagement feitelyk voor dit bedrag te 
^aoog berekend, eo had dit, zonder dit besluit, hiermede verminderd moeten worden. 



246 

en Zaterdag 4 uren 's morgens van Rotterdam los op Aiilwerpt'n. 
Deze laatste zending was echter niet belangrijk. 

Uit Parijs vertrok de post Maandag en Vrijdag 's morgens tt* 
8 uren over Senlis, Peronne, Gambrai, Rijssel, Menin, Kortrijk, Gent. 
Waasmunster, Lokeren, Sint Nicolaas TEtoile, het Vlaamsche hoofd 
naar Antwerpen, waar deze Maandag en Donderdag 's ochtends tegen 
11 uren aankwam en wachtte op de brusselsche journalière, die 
tegen 5 uren arriveerde ^). Valenciennes en Henegouwen werden over 
Rijssel toegezonden. 

Van Menin tot Moerdijk geschiedde het vervoer door de brabantsche 
posterij, tot daar werd met 2 postiljons gereden. Van den Moerdijk 
werden de brieven voor Dordrecht afgehetald en werden de andere 
malen tot Kuipersveer gebracht. Hier wachtten de drie hollandsche 
postiljons, la grande Hollande voor Amsterdam en la petite HoUande 
voor de overige steden, en wel één voor Rotterdam en één voor 
Den Haag met Delft en Leiden. In 1792 werd het vervoer der haar- 
lemsche brieven per extra koerier van Amsterdam opgeheven en 
werden de van Haarlem gaande brieven met de gewone post op 
Alfen gedirigeerd en de retourbrieven uit Frankrijk over Den Haag 
ontvangen *). 

De fransche brieven op Kleef, de noorder provinciën, Gelderland, 
de Langstraat en de Generaliteit liepen over Leiden volgens de 
bepaling van het contract van 1740. In 1785 ') stelde FHonoré voor 
deze brieven over Rotterdam of Dordrecht te verzenden, waardoor 
voorkomen zoude worden, dat zij, gelijk toen, in Leiden een postdag 
over bleven liggen. De commissarissen erkenden, dat hierdoor last 
ondervonden werd, doch verzetten zich tegen eene verandering. 

Naar aanleiding van de vertraging in 1780 ondervonden, werd 
het rit van Rucfen op Moerdijk met 6 a 7 uur bekort *). 

Het geregeld verkeer met Frankrijk ondervond meermalen vertra- 
ging, zoowel door de hierboven beschreven postgeschillen als door 
de oorlogen, o. a. in de 17***^ en in het begin der 18*** eeuw. Ook in 
Mei 1743 was er eene nieuwe interruptie door het beleg van Menin. 
waarbij de postiljons werden opgehouden *). 



») C. (i Aug. 1792 doel 15 bl. 759 en 7G0. 

-) C. i\ Aiig. 1792. 10 Mei 178() werd uit Den Haag geklaagd over vertraging 
der frannilie posten. ') C. 1 Der. 17a5. *) C. 16 Mei en 7 Sept 1780. 

'^) Uil tlit jaar «lateert een voorstel van Taxis aan Frankryk om hel contract 
van 1714 niet Amsterdam en de directe zending op te zeggen en alle brieven orer 



247 

belangrijke stremming ondervond het verkeer door liet steeds ver- 
er voortdringen der zegevierende fransche troepen in 1792 — 1795 ^). 

Den 22 Juni 1792 verhinderden de Franschen te Kortrijk den door- 
>clit der postiljons, die reeds den omweg maakten over Valenciennes. 
len verzocht vrijen doortocht en zond den commies-generaal naar 
ontwerpen om een expresse-dienst op Holland in te richten, als de 
•ansche malen niet op tijd in Antwerpen aankwamen ^). De commies 
reeg de bevoegdheid om desnoods tot Frankrijk door te reizen om 
rije paspoorten te verkrijgen voor de postiljons. Deze zending had 
ucces, zoodat de geregelde toezending werd hersteld, totdat 31 October 
-eder 5 malen van 12—31 October werden opgehouden. Er werd 
u ^) een expresse gezonden naar gener€ial Dumouriez, die /'525. — 
ostte. Van Brabant werd toezegging verkregen van eene bijdrage 
1 de extra-kosten voor de posterij door den oorlog veroorzaakt. 

Ook de amsterdamsche kooplieden, die veel nadeel ondervonden 
an de ongeregelde correspondentie, zaten niet stil en zonden van 
un kant een gedelegeerde om de achtergebleven malen op te zoeken, 
liertoe werd gekozen Louis George, die in October 1792 vertrok 
iet aanbeveling van de commissarissen der posterij. Hij slaagde er 
1 de achtergebleven malen te Mons te vinden en te doen door- 
enden, waarop de door hem gemaakte kosten, die /* 826.10 be- 
epen , door de commissarissen werden betaald *). 

Later werd het verkeer geheel gestremd toen de fransche troepen 
>t in Brabant waren doorgedrongen en het veer te Moerdijk he- 
etten. De nadere bijzonderheden hiervan zijn aan het eind der vorige 
fdeeling behandeld, zoodat wij hier daarheen vei'wijzen kunnen. 

m. SPANJE EN PORTUGAL. 

Directe contracten met deze landen bezat Holland niet. Oorspron- 
elijk werden de brieven op Antwerpen gezonden en de retouren 
oor <le boden aldaar betrokken^), die de verdere verzending 
eden geschieden door Taxis als postmeester-gener€wJ van Spanje. 



?l iaxisch kantoor te Antwerpen te doen verzenden. Conditions préliminaires 
in 5 Augustus 1743. Archiv. Nat. Parys. G. 2. 217. 
^) Zie notulen van coniroissarissen. ^) C. 29 Juni. ^) 2 Nov. 

*) Ontvangen missives 31 Oei 1792, blz. 241. De brieven werden niet doorge- 
>nden, daar alle postiljons vereischt werden voor de slaatsdépéches. Ook George 
Dn boven Mons geen paarden krijgen. 

^) Lade P. 5, n". 13, „gingen en quamen de brieven na en van Spanje te lande 
jor Franckrgk onder couverten op en over Antwerpen." 



248 

Deze bezorgde het vervoer tot iian de fransche grenzen, van waar 
zij door de fransche posterij in eene gesloten maal naar Spanje wer- 
den gehraclit en aan de grenzen door de spaansche postiljons in 
ontvangst genomen. 

Eene directe verzending over zee werd in 1656 beproefd door 
Hendrick Reael, Joannes Rombouts en Gerbrant Warnaerts te 
Amsterdam, die vergunning verkregen tot het inrichten van een 
geregelden dienst tusschen Amsterdam en Portugal met 4 of 5 gal- 
joten, die om de drie weken van beide landen zouden afvaren. Zij 
zouden goederen en brieven vervoeren en 15 st. port per brief mogen 
berekenen ^). 

De vergunning werd voor 12 meianden verleend en de dienst 
schijnt slechts eene proef geweest te zijn, die spoedig werd gestaakt, 
daar deze te weinig voordeel opleverde. 

Fn 1669 werd de proef gewijzigd herhetald door eene verzending 
ter zee tusschen Ostende en St. Sebastien, ter vermijding van hel 
fransch territoir. Ook deze poging werd spoedig opgegeven, daar d 
zending over zee „door stilte, stormen en contrariewinden soo difficie] 
en onzeker" bevonden werd ^). 

Het vervoer der brieven werd in 1669 door Louvois aan Taxi 





ontnomen, door eene directe postverbinding tusschen Frankrijk ei" 
Holland te scheppen, met gebruikmaking van de taxische koerieras 
voor het vervoer der malen in gesloten valiezen door de Oostenrijkschi»' 
Nederlanden '% In deze malen toch werden nu ook de spaansche ew 
portugeesche brieven ingesloten, die over Frankrijk liepen. 

In 1708 trachtte Jaupain deze brieven weer aan zich te trekker? 
en sloot hij hierover een voor Amsterdam zeer voordeelig contrac ^ 
doch reeds in 1713 was Frankrijk weder in het bezit der malen, d' 
nu tijdelijk over Pempelfort warden omgevoerd*). Ook later tracht 
Taxis meermalen het beheer over de spaansche brieven te herwinnei 
doch steeds wist Frankrijk zich in het bezit hiervan te handhav 
Voor het fransche verkeer door de Oostenrijksche Nederlanden 
Taxis zich in 1740 eene vergoeding te verzekeren, doch de mal 
zelf bleven buiten zijn direct beheer^). 

In 1755 werd getracht om met Spanje en Portugal over Engela^ :^^id 



') Vergunning .'10 Xoveinher 1G50; (Jroot Memoriaal IV fol. 118. 

-) Lndp P. :>. n". Vi. 

'•) Volgt'ns lu't tontrart van Atli mot Taxis en dat met Amstefdam in 1G69. 

•) In 1717 zi'lfs over Keulen. •') Zie vorige afdeeling. 




249 

correspondeeren. Aan Lissabon werd aangezegd om de retouren 
er Engeland te zenden en aan Spanje werd een verzoek hiertoe 
richt. Men beschouwde deze route echter slechts als een tijdelijken 
odweg in den strijd over de hooge porten, daar de zending over 
ld aan minder gevaren onderhevig was. Ook werd, volgens Ie Jeune, 
<laagd over achterstelling van Holland bij Antwerpen in de toe- 
iding der spaansche brieven, daar de onder couvert op Antwerpen 
:onden brieven vier dagen eerder aankwamen, dan die welke direct 

Spanje op Holland gezonden werden. 

De berekening der porten voor de brieven naar Gibraltar gaf in 
75 aanleiding tot eenige wrijving met Frankrijk, daar dit de 
even, die als van ouds tot de grens (Bayonne) gefrankeerd waren, 
lield ^). Frankrijk eischte extra frankeering, daar het geen retour- 
even ontving, en meende, dat die langs anderen weg verzonden 
rden. Toen echter bleek, dat dit op eene vergissing berustte, ten 
.^olge van de wijze van behandeling der brieven, daar men de 
even over Cadix of Malaga verzond en afzonderlijk als gibraltarsche 
even aanteekende, doch de retouren als brieven uit Andalusië 
nkeerde, verklaarde Frankrijk zich spoedig op het verzoek van de 
Timissarissen bereid, om de brieven naar Gibraltar, evenals vóór 
f)4 , als spaansche brieven te behandelen ^). 

Tijdens den oorlog in 1793 werden de brieven na 27 Februari 
lelijk over Engeland verzonden. 

De correspondentie met Lissabon was zeer slecht door het primitief 
rkeer tusschen Madrid en Lissabon, zoodat meermalen ter zee over 
geland via Falmouth verzonden werd '). 

Er was in 1731 slechts één dienst per week tusschen Madrid en 
töabon, die juist één dag voor aankomst der brieven uit Holland 
rtrok , zoodat deze 6 dagen te Madrid bleven. Het vervoer van daar 
Lissabon geschiedde te paard in vier dagen, doch uit Lissabon 
igen de brieven met voetgangers en muilezels, waarvoor eene week 
reischt werd. Het vervoer van Lissabon naar Holland vorderde op 
ie wijze over land 22 a 31 dagen *). Een voorstel tot verbetering 



) C. 7 November 1775. 

) Brief van den intendant général des postes de France è Paris 2 Februari 

'6. R. A. P. n^ 125, bl. 286. Ingekomen brieven van de comifiissarissen 16 Februari 

^6 bl. 106. Notulen 5 Maart 1776. Gibraltar was in 1704- van de spaansche in 

^elsche handen overgegaan. 

) Copieboek E, 9 Augustus 1737. 

) Copieboek E, 20 December 1731 fol. 123 vs. 



250 

der correspondentie werd in 1733 gedaan door den hollandschen 
resident te Lissabon J. R. van Til. Hij stelde voor om de portugeesche 
brieven aan zijn adres op Madrid te zenden en door een express*- 
te doen afhalen, waardoor het oponthoud aldaar kon vermeden 
worden. Het antwerpsch kantoor te Amsterdam weigerde echter hierop 
in te gaan, daar de resident aldus als posthouder zoude optreden en 
waarschijnlijk, zoodra dit bleek, het aan hem verzonden pakket Ie 
Madrid opgehouden zoude worden. Waarschijnlijk vreesde men ook, 
dat dit voorbeeld door andere gezanten in Holland ten nadeele der 
hollandsche postmeesters zoude nagevolgd worden, en dat van Til. 
eenmaal meester van de brieven, een te groot gedeelte der porten 
voor zijn aandeel zoude opvorderen. 

Eene groote verbetering in de con*espondentie werd in 1764) ver- 
kregen door het instellen van een tweeden postdag van Spanje en 
Portugal op Parijs ^). 

W. ENGELAND *). 

Reeds vroeg bood de drukke vaart op Engeland gelegenheid tol 
het overbrengen van brieven, vóórdat nog van eene geregelde ver- 
binding op dit gebied sprake was. Te Rotterdam vindt men 3() Se{H 
tember 1613 Samucl WiHemsz als bode op Engeland vermeld, die 
met eene boot voer op Margate '). In Engeland zelf konden echter 
de brieven, sinds het invoeren van het postmonopolie, slechts clan- 
destine verder geöxpedieerd worden. 

Over een geregelden dienst op Holland was reeds in 1H:J<I 
g(»dacht door den postmeester te Dover, doch de invoering hier\'an 
was afgestuit op de politieke toestanden en den tegenstand van 
Spanje, dat Noord-Nederland nog als afhankelijk beschouwde en 
dus onderworpen aan het monopolie van Taxis van 28 Augustus 1518. 

Sinds 1633 werden de brieven van en naar Engelend verzonden 
over Antwerpen en Ostende, van waar per schip geregelde verbin- 
ding met Engeland werd onderhouden *). Op dien grond eischte de 
rotterdamsche bode op Antwerpen nog na het invoeren van den 
«lirecten dienst eene uitkeering van 3 st. per brief van den post- 
meester Uuack, daar de engelsche brieven, als eerst over Antwerpen 



') C. ^20 Mei 1760. 

-) F>n hi'langrijk anntal jjogi^vms ovor het ontstaan dor postery op 
en <le pogingen tot tierstel na «len oorlog zijn te vinden in hel 
te Rottenlam, portefeuille 974 en 974a, hier geriteenl als H. 

=) H. n'. 3l»7. ') R. n". 228 en H. n''. 51 (aanleekening uit IföO). 



251 

^^?rvoerd, tot zijn kantoor behoorden. ^). De weg liep over Waalwijk 
^ tf Gorinchem en het verzoek van Amsterdam om langs korter route 
> ^er Zevenbergen te verzenden, was 7 September 1651 door Taxis 
^^fgeslagen, op grond van onzekerheid van den nieuwen weg door 
Til et rondtrekkend krijgsvolk "^). 

De eer van het inrichten van een directen dienst komt toe aan 
Hendrik Jacobsz van der Heyde, schepen te Zevenbergen, die sinds 
\. 649 was aangesteld tot postmeester van Rotterdam en Dordrecht 
r:^p Brussel en Antwerpen, en als vervoerder van de malen van 
Holland op Antwerpen bekend was met de uitgebreidheid der corres- 
|f3ondentie op Engeland en de daaruit te trekken voordeelen. 

Den 9 Augustus 1659 sloot hij een contract met Amsterdam 
"^-oor eene posterij op Engeland % Volgens Aitzema, Saeken van 
iStaet en Oorlogh, zoude van der Heyde ^j^q der porten van de 
fcrieven uit Engeland op Amsterdam ontvangen en Vio ^an de stad 
^itkeeren. Tevens ontving hij Vio bestelgeld van de transitoire brie- 
fen en van die uit Amsterdam naar Engeland verzonden werden. 
Hij verplichtte zich hiertegenover om de brieven te Amsterdam niet 
later dan elders af te leveren en direct tot Alfen met de brieven door 
\e rijden. 

De onderhandelingen met Engeland waren reeds in 1659 begon- 
nen, gelijk blijkt uit een schrijven van den hollandschen gezant te 
Londen, W. Nieuwpoort, van 14 November 1659, en leidden den 
) April 1660 tot een voorloopig contract met George Robinson, 
vaarbij van der Heyde hem eene uitkeering van 500 £ in eens en 
(KK) £ in obligatiën beloofde, die echter bij het mislukken van de 
iderneming terug betaald zouden worden. Het zeetransport zoude 
>or en ten koste van van der Heyde geschieden van Sluis op 
)ver (R. n®. 220). Deze afspraken leidden echter niet tot een 
ultaat, daar Robinson werd afgezet, voordat nog het contract 
initief was afgesloten. Zijn opvolger Scot was wel voor het plan 
orteerd en erkende, dat dit „voor beyde de staten ende voor de 
\mercien seer dienstigh" was, doch bleef „scrupuleus" om een 
ract te sluiten „mits de fluctuerende constitutie van de Rege- 



nt. 127 (z. j.). Te Amsterdam werd op verzoek der boden op Antwerpen 
1659 f 27.jO. — van v. d. Heyde geconsigneerd , doch dit betrof niet de 
he postorij, daar deze eerst in 1660 werd opgericht. 
Ie P. 5, n". 10. (Gemeente-archief Amsterdam). 

ook Jaarboek poster. 1849, blz. 159 v.v 



252 

ringe'' van Engeland. Het plan werd ook tegengewerkt door eeiiigt* 
hooge postainbtenaren in Engeland, die Taxis voor zich gew^onnen 
had en die voornamelijk wezen op het gevaar voor ophouding der 
engelsche brieven door Taxis en het gebrek aan qualiteit bij van 
der Heyde, die wel door Amsterdam en Rotterdam was benoemd, 
doch geen aanstelling bezat van de Staten-Generaal. 

Het was te voorzien, dat Taxis de nieuwe onderneming, die hem 
een groot aantal transito brieven ontnam, niet gunstig gezind was 
en dat hij, als Engeland hiermede in contract trad, uit weerwraak de 
engelsche brieven op Duitschland en Italié, die over Antwerpen en 
Brussel door zijne handen kwamen, zoude ophouden. Men meende dit 
gevaar echter te kunnen afwenden, door ook deze brieven aan Taxis 
te ontnemen, de duitsche brieven over Amsterdam en de italiaansche 
over Calais en Parijs te zenden. Het idee werd reeds toen geopperd, 
<lat aan Engeland het uitsluitend recht toekwam om pakketbooten 
te doen varen, doch Nieuwpoort meende, dat dit geen beletsel zoude 
zijn en raadde in elk geval te beginnen met de brieven zelf naar 
Engeland te brengen, dan zouden de retouren naar Holland vanzelve 
wel volgen ^). 

De goede kansen vermeerderden, doordat er meer vastheid kwam 
in de regeering in Engeland^), waarop van der Heyde den 22 Juni 
1660 definitief van Amsterdam commissie verkreeg, als postmeester 
op Engeland, in te gaan met 2 Juli ') en den 16 Juli daarna ook 
van Rotterdam *). 

De dienst werd nu, overeenkomstig het advies van Nieuwpoort 
reeds begonnen, nog vóórdat met Engeland het contract was afge- 
sloten. Den 29 Juli kwam de eerste postboot in Engeland en werd 
beloofd de retourbrieven uit Engeland tweemaal per week te zullen 
zenden. Het oorspronkelijk plan van van der Heyde was om 
zijne pakketboolen „de Windhond" en „de Waterhond" te Breskens te 
doen binnenvallen en de brieven van daar over land over Sluis, 
Sas van. Gent, Hulst, Lillo, Rosendaal, Moerdijk, Puttershoek, IJsel* 
monde. Waddingxveen en Aarlanderveen naar Amsterdam te voeren. 



M Brief van W. Nieuwpoort i5 Februari lOtiO. Lade P. 5 n". 13. Taxis kon ook 
de liuinluirger brieven in het niOnstersche tegenhouden, gelyk Andries de Csrajü* 
reeds in ITMiO voorspelde, en ook in KMü gesehietlde. Het hamburger ril liep 6 4 7 
mijlen over keizerlijken botlem. 

) Brief van Nieuwpoort iA Maart KJtjO l^de ."i n**. 13. 

') (inK>t Memoriaal IV fol. 210 en V fol. 33. 

'). H. n •. 44) en 210. In H. n'. 201 staat dO Juli. 



253 

liervoor werd noodig geacht 31 uur, en wel 16 uur van de landings- 
4aats tot den Moerdijk en 15 uur van daar tot Amsterdam. De oude 
oute over Antwerpen vereischte 51 uur over Ostende, Brussel, 
intwerpen, Hoogstraten, Waalwijk, Heusden, Gorinchem, Vianen 
n Utrecht , zoodat de malen 20 uur eerder Amsterdam zouden bereiken. 

Door den directen dienst werden tevens de ligdagen der brieven te 
.ntwerpen vermeden, zoodat van der Heyde kon aanbieden het 
eheel vervoer van Amsterdam tot Engeland van 7 tot 4 dagen te 
ekorten ^). 

Ook de verbinding tusschen Engeland en Hamburg werd op deze 
ijze zeer versneld. De route over Ostende, Brussel, Antwerpen, 
[erenthals. Roermond, Gulik, Keulen, Munster, Osnabrück en Brenien 
erd omstreeks het jaar 1660 in 102 V^ uur, gereden *), doch van der 
[eyde beloofde dit tot 89 uur te bekorten, door de brieven met die 
oor Amsterdam op Waddingxveen te brengen en van daar over Amers- 
)ort, Deventer, Lingen en Bremen op Hamburg. Door deze route te 
olgen meende men tevens het voordeel te hebben van te blijven 
p het gebied der bevriende staten en de correspondentie te houden 
uiten den invloed van Taxis, daar men de„Paepsche landen" mijdt '). 

Het vervoer van Sluis tot Waddingxveen, waarvoor een koerier- 
ienst met 30 paarden was ingericht, (R. n^. 252), was slechts 
an korten duur, wegens de aan die route verbonden nadeelen. Voor- 
erst was de lijn niet geheel vrij, daar de post voorbij Hulst een 
aar mijlen over oostenrijksch grondgebied moest passeeren en daar 
an vexatiën van Taxis was blootgesteld. Deze liet dan ook meer- 
lalen de koeriers aanhouden en in de malen nazoeken of er geen 
neven voor Antwerpen medegenomen waren *). Ook waren de 
?euwsche stroomen des winters gevaarlijk en de wegen te land in 
taats- Vlaanderen „soo gebroocken, dat het bynae onmogelijck is 
?selve met eenige costen tot de posterie t'approprieren". De ligging 
an Breskens zelf leverde gevaar op voor tijd van oorlog, daar het 



') Particulari teilen , raeckende de posterye van Engeland z. j. Lade P. 5 n^ 18. 
^) F. der Kinderen F.zn., de Nederlandsche republiek en Munster gedurende 
i jaren 1650 — 1666, bl. 189 geeft als route aan: Ostende, Antwerpen, Hoog- 
ralen, Waalnijk, Heusden, Gorinchem, Vianen en Utrecht, zonder hierby eene 
-on te noemen. Waarschynlyk berust dit op eene verwarring met de route van 
nt werpen op Amsterdam. 

^) Redenen overgeleverd om te demonstreren de generale gevoeghelickheit, ende 
voordeel van de propositie van de Republicq van Engeland, z.j. Lade P..^, n". IH. 
*) Brief van Quack aan Amsterdam 29 Oclober 1667. Lade P. 5 n". 13. 



254 

te dicht aan zee gelegen was om waarborg te kunnen geven v<M»r 
een ononderbroken vervoer. 

Er werd wegens deze bezwan?n aan liet verleggen van de route 
gedacht en hierbij werd ook aanbevolen om de post met pinken van 
Scheveningen op Engeland te brengen, gelijk van daar uit tijdelijk 
op Vlaanderen geschiedde, toen de landweg gestoord was door het 
beleg van Duinkerken ^). 

Bij het definitief contract met den engelschen postmeester-generaal 
Henry Bisshop van 15/25 Augustus 1660 werd Brielle als aanleg- 
haven gekozen en nam van der Heyde op zich de brieven van daar 
uit met eigen schepen te Harwich, Dover of Yarmouth te leveren. 
Aan hem werden de retourbrieven op Holland beloofd en verder die 
op Hamburg, Dantzig en de „Oostlanden", Vlaanderen, Brabant, 
Italië en Noord-Duitschland , op dezelfde voorwaarden, als waarop deze 
brieven sinds 1633 door Taxis over Antwerpen ontvangen waren *). 

Den 11/20 April 1661 volgde een nader contract tusschen den 
ambassadeur van Hoorn namens burgemeesteren en raden van Am- 
sterdam en Hendrik Jacobs van der Heyde met Henry Bisshop, 
postmeester generaal in Engeland. Hierbij verbond Engeland zich om 
de italiaansche en hamburgsche brieven tegen geen onvoordeeliger 
port te berekenen dan te voren €ian Taxis. Voor deze transitoire 
brieven genoot Amsterdam 12 pence per ons. De stad belooft eene 
vereering van 1800 gulden aan Bisshop en eene jaarlijksche ver- 
goeding van 500 £, bij eene zending per week, die met 24S £ 
v(*rhoogd zal worden, als er tweemaal per week en met 2 bootten 
verzonden wordt *). 

De inrichting van dezen dienst en de voorbereidende maatregelen 
vorderden zeer belangrijke bedragen ^), waarvoor door van der Hey«le 
en de betrokken kantoren geld werd opgenomen. 

Het kantoor te Rotterdam nam de postschuld over, toen 
van der Heyde den 30 December 1661 verzocht om de/*26.8(M>. 



') Lade P. 5 n^ 18. Duinkerken werd belegerd in 1646 en IftTift en werd U>ȣ 
franscli. Over het plan om van Scheveningen op Engeland te zenden, zie onder 
hel kantoor 's-(iravenhage. 

-) H. n". :228. Als datum wordt daar 9 Augustus vermeid. 

^) Kxtrart Lade P. ó. n". 13. Tegenover Engeland was Amsterdam bij dit con- 
tract geen partij , maar slechts borg voor van der Heyde. 

^) Amsterdam achtte omstreeks 1(50.3 benoodigd /*1000. — voor hel vervoer te land. 
/"iSttïO. voor traktementen. ft]iX). beslelloon, /*800. — aan van der Heide. 
fM). voor een crmimics te HellevoeLsluis en ƒ250.— voor suppoosten. 



255 

die opgenomen waren „eer de suppliant van deselve ietwes heeft 
konnen trekken", te mogen abandonneeren, in dien zin, dat wie de 
schuld overnam, ook de revenuen zoude genieten, of, dat deze door 
de bestelster Maria van Loon op de te ontvangen porten ten behoeve 
der crediteuren verhaald zouden worden % De stad besliste toen in 
den laatsten zin en bepaalde dit ook bij de benoeming van Swinnaes 
in 1668^). Nog in 1707 was het kantoor met een gedeelte van deze 
schuld belast ^). Te 's-Gravenhage werd het kantoor den 3 September 
J671 verbonden verklaard voor f 13.000, wegens door van der Heyde 
opgenomen gelden en voor de andere kantoren beliep dit nog /* 12.000 % 

Hiertegenover stonden echter belangrijke voordeden, die van 
deze onderneming werden ver>vacht, en die ook in later jaren dubbel 
en dwars verkregen werden. 

Te Rotterdam waren in 9 maanden 6358 brieven ontvangen 
(R. n**. 127), en voor Amsterdam werd de navolgende berekening ge- 
maakt van het te Antwerpen in eene week ontvangen bedrag aan porten : 

brieven voor Hamburg, Keulen en Frankfort, 

port tot Antwerpen 8 £. 3 s. 8 p. 

voor Italië, gefrankeerd tot Mantua 5 „ 8 „ 5 „ 

voor Duitschland en Hamburg 4„1„ — 

of alleen voor de transitoire brieven 17 fi. 13 s. 1 p. 

per week of 917 £. 19 s. 4 p., d. i. bijna f 10.000 per jaar. 

Het port der uit Londen verzonden brieven bedroeg feitelijk, 
a 10 st. per brief: 

op 5 Juh 1661 op 10 Juli 1661 

voor Amsterdam 401 gld. 10 st. 381 gld. 5 st. 

„ 's-Gravenhage 118 „ 2 „ 101 „ - 

„ Rotterdam 78 „ 13 „ 70 „ 12 „ 

y, Dordrecht 56 „ 5 „ 42 „ 6 „ 

„ Haarlem . 58 „ 15 „ 52 „ — 

„ Leiden 16 „ 2 „ 16 „ 16 „ 

n Delfl 2 „ - 7 „ - 

I Middelburg 1 ,, 45 . 12 



„I « ■ 



n '■*' » 



" len Vlissinge 

joostersche en ita-) aq ir 

" (liaansche brieven j __"_^ _ " . . " 

794 gld. 15 st. 740 gld. Ü) st. 

') R. n». 236*. ») R. n». 41. ') R. n". 287 en 363. 



256 

Hieruit blijkt het overwegend aandeel van de amsterdanische 
brieven bij dit vervoer. 

De kosten van het vervoer over zee werden berekend op: 

Salarissen: schipper f 3^, — ; stuurman ^25. — ; 3 matrozen elk 
/' 16.— en een jongen /8.— ; mondkost f60,— alles per maand. 
Interest en afschrijving per boot (a fSlbO.—), assurantie Vlt^/o- 
slijtage /*30.— per meiand, te zamen met de gages /"SSOO. — per jaar; 

of twee booten en eene reserveboot berekend tegen f600. — per 
jaar, te zamen f 7200. — . 

De hooge kosten voor de oprichting en zijn slecht flnanciëel 
beheer brachten van der Heyde weldra in moeilijkheden, zoodat hij 
zich genoodzaakt zag zijn ontslag te nemen. Volgens de ^Memorie 
raeckende de posterye op Engelandt" miste hij zoowel voldoende 
ervaring als middelen, en had hij zich „door sijne quade conduite 
van leven binnen korten tijdt buyten postuyr gestelt". 

Te Rotterdam werd hij 7 April 1663 (R, n®. 9) opgevolgd door 
den oud-burgemeester Quack, die zich reeds als commissaris van de 
posterijen met den dienst had vertrouwd gemaakt, en een contract 
van compagnieschap had gesloten met van der Heyde en den oud- 
gezant Nieuwpoort. Deze Quack volgde hem op zoowel als ver- 
voerder als in de hoedanigheid van postmeester van Rotterdam, 
doch niet in zijne verhouding tot Amsterdam, daar van der Heyd«^ 
zijne rechten op de amsterdanische brieven aan de stad had over- 
ge(lrag(»n tegen eene uitkeering van 800 gulden per jaar en een 
kwart van de porten. Dit bedrag werd echter ven'ekend met de 
schuld, die hij aan de stad had wegens het voorschieten van de huur 
(Ier postbo()t(»n ^). Hi(»rmede schijnt Amsterdam ook eenig beheer 
gekregen te hebben ov(T het rit van daar op Helvoetsluis , althans 
(l(Mi 5 Februari 1()H3 besloten burgemeesters en regeerders, ^gehoort 
de overgifte van den postmeester Hendrik Jacobs van der Heyde**, 
om aan de posthoudster te Helvoetsluis te bevelen, om de malen 
ongeopend tot Waddingxveen te zenden, en te rapporteeren, als Ai 
door anderen werd belet. Tevens werd haar toegezegd, dat zij h 



r 



salaris van f <)0(). te Amsterdam zoude ontvangen en dat tll^jj 



rr 



') Lad»* P. r», n". 13. In UMM hrnchteii de engelsche brieven te Amsterdam zul ■ 
op ƒ 0.*iVi II st. ft p., wnnrvan volgens uitspraak van scheidslieden aan van ^^.|. 
Htyde flM>U 10 st. 10 p. toekwam. Hiertegenover stond echter, dat hij op *.> ï*^p. 
tt'inijer UM /" 447.'> 11 st. 1:2 p. aan de stad schuldig was. De stad had dus wiog 
fM\ 1 st. 1:2 p. van hem te vorderen en heslot)t daarom de in 1659 geconsigne^T»/^ 
penningen (/" :J7ri0) niet aan hem nit te hetalen. Lade P. 5, n". 13. 



i 



257 

gekort zoude worden op „de gerechtigheid ofte portie" van van der 
Hevde »)• 

De later door hem aangevraagde verhooging van uitkeering, daar 
hij niet kon ^toecornen & bestaen", werd 12 Januari 1664 door 
Amsterdam geweigerd ^). 

Amsterdam richtte na de overgifte den 31 Januari 1663 een 
engelsch kantoor op, waaraan verbonden werden twee boden, elk op 
een salaris van /lOOO. — en een besteller a /"ÖOO. — . Van de boden 
werd hierbij /*8000. — borgtocht gevorderd '). 

De stad begon er nu over te denken, om te trachten een zelf- 
standig contract met Engeland te verkrijgen en zond hiertoe den 
12 Maart 1664 Mr. P. Blaauw naai* Engeland, waarvan zij 7 Maart 
tien postmeester-generaal ONeal bericht zond *). Amsterdam achtte 
het oogenblik hiertoe gunstig, daar ONeal op gespannen voet stond 
met de posterij van van der Heyde en zijnen opvolger, en men in 
Holland zelfs gedreigd had om de postbooten wegens schulden van 
van der Heyde te doen arresteeren % De zending had echter geen 
resultaat, daar ONeal alleen wilde contracteeren tegen eene hoogere 
uitkeering en regeling der postschulden van van der Heyde. Blaauw 
werd hierop den 15 Mei teruggeroepen ®). 

Eene betere verstandhouding werd ook belet, doordat ONeal, die 
in 1663 Bisshop was opgevolgd, niet gunstig gestemd was voor eene 
directe verbinding met Holland en reeds 16/21 Januari 1663 een 
contract had gesloten met Taxis, waarbij hij zich verbond om alle 
brieven voor Holland weder over Antwerpen en die voor Zeeland 
over Gent te zenden^). Waarschijnlijk waren, gelijk Nieuwpoort 
later, in 1665, schrijft „d'ondeucht*' en de slechte betaling door 
van der Heyde de reden, dat ONeal zich weder tot Taxis wendde. 



^) Groot Memoriaal V. fol. 97 vs. Johanna van Voome, weduwe van Rochiis 

Payne , eerst posthouderes te Waddingxveen , later te Helvoetshiis. Zij had zirh oin 

raad tot Amsterdam gewend. 

») Res. Vroedschap, n^ ^, fol. 80 vs. en fol. 91. Den 9 October 1065 gaf 

Amsterdam hem ^1960 in eens en eene jaorlyksche uitkeering van fSOO. Hij werd 

11 Novemher 1665 feUIiet verklaard. R. n". 243. ^) Lade P. 5. n". ia 

*) Bericht Stadsmissivenhoek II, fol. 21 vs., geloofsbrief aldn ar fol. 22, instnirtie 

11 Maart Lade P. 5, n^ 13. In 1665 zond Amsterdam J. Payne. 

^) Amsterdam schreef 21 Februari 1664 aan de admiraliteit te Rotterdam om te 

beletien , dat door Nicolaes Claes de Jonge , commies te Helvoetsluis , beslag werd 

gelegd. Stadsmiss. bk. II. fol. 20. 

*) Aldaar fol. 45 vs. en 51 vs. Ook Johan Payne had in 166;% nog f 450 achter. 

stallig salaris van van der Heyde te vorderen. ") I^de P. 5, n". I3. 

J7 



258 

Toen de onderhandelingen met Amsterdam mislukt waren, trachtte 
hij met geweld het direct overzenden van brieven uit Holland te 
voorkomen, en werd de op 20 September uit Holland over zee ver- 
zonden maal door hem geweigerd en naar 's-Gravenhcige terugge- 
zonden ^). Amsterdam wilde nu den dienst staken, totdat de geschillen 
vereffend waren , doch , op aandringen van den haagschen postmeester 
bailluw de Veer, stemde het er in toe om nog eens eene zending te 
probeeren, ofschoon het meende de waardigheid van den Staat niet 
te mogen blootstellen aan de kans op eene tweede weigering. Ook 
vreesde Amsterdam, dat de kooplieden toch een anderen weg (over 
Antwerpen) voor hunne correspondentie zouden zoeken, als de weg 
a droiture over zee onzeker werd door de weigering van den engel- 
schen postmeester. Mocht de maal niet meer geweigerd worden, dan 
was Amsterdam bereid met de directe zending voort te gaan. Men 
besloot dus voorloopig a droiture te blijven zenden, niettegenstaande 
de engelsche administratie reeds was begonnen met de retouren, 
overeenkomstig het contract met Taxis, niet meer met de postbooten 
uit Holland mede te geven, maar over Antwerpen te zenden *). Amster- 
dam nam hieiin geen besluit, voordat het door de commissarissen ad 
hoc het gevoelen had laten inwinnen van de postboden en van de 
voornaamste kooplieden % Ook de raadpensionaris Johan de Witt 
mengde zich in deze kwestie en drong om redenen van staatsbelang 
aan op doorgaan met de directe zending over zee *). De Staten vaii 
Holland en de Staten-Generaal trokken ook voor de directe zending 
partij en schreven aan den gezant te Londen om hiermede zijne brieven 
naar Holland te vt^rzenden % Zelfs tot na de oorlogsverklaring van 
F]ngeland in Maart 1665 bleven de booten in de vaart, totdat het 
brengen der brieven op Harwich door Engeland werd verboden % 

Amsterdam had reeds te voren ingezien, dat de dienst op Engeland 
moest te niet gaan, en slechts nadeel kon opleveren, als de retouren 
uitbleven, en trachtte daarom 19 November 1664 het bezorgen en 

') Stadsiiiissivenboek II fol. 58 vs. en 59. 

-') I^'soliitirn Vroo«ls.'!mp Amstenlum n". 25 fol. 1(51 vs. (21 Ocloher 1fiB4). 

•) Aldaar fol. KW {l]i) O.-toher UM). 

•) Lado 1». 5, n". 13, 7 IWemhor WM. '') Le Jeune bl. 107. 

•') Hi'soliitirMi van Holland 2 Ortober 16(>5. 17 Maart werd door Sir Georgt» 
Downing, tMigelsrb gezant le 's-Gravenhage, een geleidebrief voor de pakketboot 
afgegeven, die 27 Maart 1(>I>5 te Harwicb aankwam, doch daar eenige moeilgk- 
betlen c)n<lervond. Lade P. 5, n". 18. Amsterdam sehryft 13 Mei aan de gedepu- 
teerden, «lat het reeds niel Taxis onderhandelt, doch toch, tot het contract liestaai 
gaarne tie hoeden in tle vaart laat. Stadsmissiven II fol. 103 vs. 



259 

lM»st«*nen der brieven uit te besteden op conditie, dat de aannemer de 
brieven op zijne kosten op en van Helvoetsluis zoude brengen, „zulx dat 
de brieven den ingesetenen van dese stadt concernerende even vaardig 
overgebraght ende besteld werden als van eenige andere stadt deser 
provincie". De aannemer zal alle kosten moeten dragen en de stad 
vrijwaren voor de €uinspraken van v. d. Heyde en Bisshop en 
daarenboven aan de stad moeten uitkeeren het gemiddelde, van 
hetgeen die in de drie laatste jaren van de post genoten had. Hij 
mocht de porten niet verhoogen en zoude cautie stellen ^). Op deze 
voorwaarden schijnt zich echter geen ernstig sollicitant te hebben 
aangemeld. 

De retouren kwamen, gelijk wij reeds vermeldden, niet meer direct 
maar over het kantoor van Taxis te Antwerpen, doch toen deze 
afrekening vroeg voor de hiervoor aan hem verschuldigde porten, 
werd dit door Amsterdam geweigerd en werd hij hiervoor naar 
Engeland verwezen, daar dit land eigenmachtig „op eenighe geraepte 
praetexten'' eene wijziging had gebracht in de verzending, en geen 
porten vergoedde voor de door de hoUandsche steden op eigen 
gelegenheid naar Engeland verzonden brieven *). Waar nu volgens 
de oude regeling elke partij recht had op de door hem ontvangen 
porten, wilde het ook geen vergoeding geven voor de door Engeland 
langs anderen weg toegezonden brieven, daar het zelf de brieven 
kosteloos aan Engeland leverde'). 

Hiermede werd echter door Teixis geen genoegen genomen, en 
hij wees hierbij op Middelburg, dat reeds de gevraagde porten had 
betaald ^). Dit verkeerde echter in een anderen toestand» daar het zelf 
geen aandeel had aan het vervoer, en alleen aan Taxis de porten 
betaalde, die het anders aan Holland te vergoeden had. 

Taxis dreigde nu de brieven op te houden, indien de porten niet 
werden voldaan, waarop Amsterdam zich bereid verklaarde om voor 
het vervolg deze porten te voldoen, doch voor de reeds ontvangen 
brieven afrekening weigerde. Het dwong tevens den postiljon, die in last 
had om de brieven alleen tegen betaling af te geven , deze toch in te leve- 
ren, waaraan deze onder protest voldeed % Later besloot Amsterdam, 



») ResolutiPn Vroedschap n'^. 95 fol. 174. 

-) 7 Noyember 1664. Brief van Taxis , Stadsmissivenhoek II fol. 67. 
») 30 December 1664, aldaar fol. 75 vs. *) Lade P. 5, n^ 10. 21 December Um. 

^) ResohiÜen Vsoedschap n^ 25 fol. 188 vs., 16 Januari 16<>5, (jroot Memoriaal 
V^. fol. 162 VS. en stadsraissiveboek II fol. 77 vs. 



260 

den 6 Mei 1665, om geheel aan de eischen van Taxis Ie voldoen , doch 
van hem temg te vorderen , hetgeen door de stad zelf voor het vervoer 
was hetaald. Deze eisch werd echter afgewezen ^). Tevens besloot de 
stad om te trachten met Taxis eene overeenkomst te sluiten over het 
vervoer der brieven naar Engeland over Antwerpen en Duinkerken, 
hetgeen leidde tot een provisioneel akkoord wan 29 Mei lü65 *). 
Amsterdam beloofde hierbij 10 st. te betalen per brief uit Engeland 
en de brieven daarheen met 4 st. franco te maken tot Antwerpen, 
waartegenover Taxis zich verbond om de brieven naar Amsterdam vóór 
(He der andere steden uit Antwerpen te verzenden en te trachten om 
de spaansche brieven 2 a 3 dagen sneller over te brengen. Den 4 Augustus 
1665 volgde het definitief contract '), waardoor de directe verbinding op 
Engeland werd opgegeven en men was teruggekeerd tot den toestand 
van vóór 1660. Het engelsch kantoor te Amsterdam werd nu opge- 
heven, daar de brieven, als over Antwerpen verzonden, aan het 
antwerpsch kantoor behoorden. De ontslagen beambten kregen een 
wachtgeld, hetwelk ten laste werd gebracht van het antwerpsch 
kantoor, dat nu ook de baten der engelsche brieven ontving*). 

Ook Kotterdam en de andere steden waren nu gedwongen om 
weder over Antwerpen te zenden en om te trachten om over dit 
vervoer met Taxis te accordeeren. 

Vóór dat echter tot dit uiterste was overgegaan en alle hoop op eene 
directe verbinding, althans tijdelijk, was verdwenen, had Amsterdam 
nog eene laatste poging gedaan, om met Engeland in het reine te 
komen. Hierbij werd de hulp ingeroepen van Nieuwpoort, die in 
overleg trad met .lohan Payne, verbonden aan het engelsch kant<H>r 
te Amsterdam. Deze poging mislukte door het uitbreken van den 
twee<len engelschen oorlog ^). 

Het vervoer over Antwerpen bleef onaangevochten zoolang de 
oorlog <lnunle, doch kort na den vrede van Breda (31 Juli 1(>67). 
werd weder begonnen met het uitzenden van hollandsche pakketbooten. 

Ht*t eigenaardige van de nu volgende onderhcmdelingen met 
Kngeland is. dat van twee zijden tegelijkertijd voor een verdrag met 
Knuelaiid werd geijverd, namelijk door Amsterdam, dat dong naar 
een n!oi!o|M»lie voor het vervoer voor de geheele republiek, en door 

') H»'^. VnKMLsrh. n'. :*-> fol. :241 vs. en 345 vs. (19 Mei 1065). Dordrecht. Hnarleni. 
I.«'i«it'ii i'\ï HotttTilain hetaaUltMi retMls vóór 19 Januari 1G65. 
•I l.a.1.' V. \ n'. 10. ') <;n>ot Memoriaal V fol. 1*76. 

*) <Jroof Memoriaal V fol. 177. '2k\ Augustus HWvV. 
') Niruu poort was "Jl» Kehruari ICi*».") hierin U^tmkken. Lade P. 5 n". l'l 



tkt) ruttfnlaiiisdicii postiiieeïiter Quack, gesteund door de StHteii, die 
streefde naar eene overeenkomst met de verschillende steden, waarbij 
hij ook aan Amsterdam een aandeel wilde geven. Dit laatste wilde 
Amsterdam echter niet, daar het vreesde dan geen overwegenden 
invloed op de correspondentie te verkrijgen en zich geen speciale 
voordeelen te kunnen bedingen. Over deze onderhandelingen is in 
het amsterdamach gemeente-archief, eene interessante correspondentie 
bewaard van 3 Januari 1667 (engelsche stijl) tot het sluiten van het 
contract in 1668, die, aangevuld met de gegevens uit Rotterdam, het 
gemakkelijk maken het verloop der onderhandelingen te volgen. 
Quack hoopte de oude vaart met zijne^otstjachten uit Den Briel 




4 ■ f ' ' ^ 



De Postiljon ontfangt de Memorie uyt He Jol. 
Kopergravure by de postkaart van J. Quack (l^^)- 



te heropenen en hiervoor ook van Engeland de retouren te ontvangen. 
Op 8 September maakte hij bekend, dat Zaterdag daarna zijne boot 
zoude vertrekken en voortaan eiken Zaterdag. Hij verzocht tevens 
aan Amsterdam om de brieven te zenden aan den Schenckan te 
Maassluis '). Amsterdam ging, althans schijnbaar, op dit verzoek in 
en verzocht aan den engelschen postmeester-generaal om de retouren 
te zenden aan „notre pacquetboot". Hij hield in September eene con- 
ferentie met de zuid-hoUandsche steden*), waarop deze aan EngeIan<I 

■) Ude P. 5 n". ia 

'( Den 19 September 1667 werd Mr. Adriaan van der Mast hiertoe door Dord- 
r^cbt gecommilteerd. SchepenresolutiCn Dordrecht, 19 SepL fol. 39 vb. 



262 

verzochten om de retonreii met Quack's boot of met eene engelsihe 
boot direct aan hun adres te zenden ^). 

Aan Amsterdam bood Quack het vervoer aan te water en te 
land tot Londen voor 6000 gulden per jaar*), en hij drong hierbij 
op eendrachtig handelen aan. „Als er tusschen de hollandtsche steden 
eenigheit is, soo kan de saecke wegens de engelsche posterien en 
maintien van 't pacquetboot met beter vigeur — voortgeset worden". 
Er werd 24 October over eene conferentie met Quack gesproken *) 
en 7 November werd een contract tusschen Quack en Amsterdam 
ontworpen, <^aarvan mij echter niet bleek, dat het tot een definitief 
contract heeft geleid. Wel blijkt, dat Amsterdam in November voor 
het vervoer der brieven van Quack's booten gebruik maakte*). 
Amsterdam had tijdelijk zelf eene boot doen varen uit Helvoelsluis, 
in concurrentie met Quack, doch deze boot liep slechter en kwam 
een of meer dagen later aan*^). 

Quack bediende zich van de brielsche loodsbooten, die ook 
's nachts, als de vuren uit wcu-en, den weg wisten te vinden. Er 
waren vier loodsbooten, die om beurte als pakketboot voeren. De 
boot moest Zaterdagsmorgens dwarshoofds klaar liggen „daer de 

letter .^ staet" en met de passagiers tot de hoogte v€ui „Delft in 

de Lyor" zeilen, waar het postjacht lag. Eene veerschuit uit Maas- 
sluis bracht <le brieven aan boord, waardoor de tijd voor het over- 
varen der banken hij Den Briel voor de brieven werd uitgespaard. 
Was het tij tegen, dan werden de malen niet door de veenn'huit 
aan boord gebracht, maar door een man, die te paard naar het 
strand reed en de malen bij den Oranjepolder aan boord bracht. 

Op de terugreis voerde de loodsboot den wimpel als de malen 
aan boord waren. Dit was het sein voor het postjacht om de brieven 
van boord t(? hal(»n en naar Maassluis te brengen. Eerst daarna 
wt?rd(Mi de passagiiTs te Brielle geland, waardoor weder eenige tijd 
voor de malen w(»rd hespaard. Door het vervoer op Brielle wen! 
tevens het landtraject van H(^lvoetsluis tot daar uitgewonnen, dat 
zeer tijdroovend was wegens den slechten toestand van den weg. 



') Lade P. 5 n'. 1.^ -) Lade P. 5 n". 13. 5 en 29 October IGGT. 

") Oiiark sfhrijfl :i5 October, ciat bij bij Andr. de Graaf, burgemeester van 
Amsterdam, zal komen in ciiens logement Ie *s»Gravenhage. 

*) Hri«»f van .1. l*ayne uit Londeu. 18/8 November -1(507. Lade P. 5, n". 18 en 
t>rief van Quark van 19 November. 

'"j Brief van (Juark 5 Oetober l(iG7. 



Quack had dezen dienst geoi^aniseenl in opdracht van Doi-drecht, 
Delft, Leiden, Rotterdam, Brielle, Schiedam en 's-Gruveiihi^e ') en 
liij vervoerde hiermede ook de retoiiren van den gezant Meerman te 
Londen *). Hij had 23 November 1667 een contract gesloten met den 
Dud-gezant Nieuwpourt, om voor gezamenlijke rekening de pesterij 
te hervatten en de schulden van de oude posterij over te nemen ''). 
Van der Heyde bleef wegens zijn slecht gedrag buiten dit contract, 
doch hem werd een pensioen beloofd, indien hij rekening deed van 
den dienst vóór 1665^). 

De dienst voor het vervoer naar Engeland was dus reeds in 




De postiljon reid met de Memorie naar de Steden i 
Kopergravure bü de postkaart va 



n toont zijn zynen i 
J. Quack (IttS). 



n 't Postjagt. 



werking, doch deze kon op den duur alleen bestaan, als ook de 
retouren uit Engeland hiermede verzonden werden. Dit was echter 
alleen met medewerking van den postmeester-generaal te Londen te 
verkrijgen. 

Reeds in Januari 1667 was Quack hiervoor te Lon<Ien werkzaam 
en hij zoude hierin zeker zijn geslaagd, indien hij niet was gestuit 



■) Brief van Quack van 5 October 1667. 

>) Brief VBJ) Quack vaD 19 November 1667. 

'I Quack'a opvolger Daoen werd b\} vonnis van bet bof van H September 1681 
en aiïest van den Hoogeu Raad van 17 Februari 1683, tot betaling der postscbuld 
veroordeeld. R. n". 9SS. 

■) R n". 368. Hieruit blükt, dat van der Hejde ook in deie afrekening was te 
kort gaschoten. 



264 

op de tegenwerking van Amsterdam, dat door geheime ligeiiteii in 
stilte trachtte zich van het vervoer te verzekeren. Den 3 Januari 
(e. s.) schrijft J. Payne, de vertegenwoordiger van Amsterdam, dal 
Quack op snelle afwikkeling aandringt, en zich te Londen haast niet 
durft vertoonen, daar hij door de Franschen wegens oude schulden 
met arrest wordt bedreigd. Hij noemt Quack „seer actyfT' en dringt 
17 Januari (e. s.) op spoed aan, ten einde Quack voor ie zijn. Quack*s 
kans van slagen vermeerderde, toen hij door de Staten van Holland 
officieel werd toe^gevoegd aan Meerman en Boreel, extraonlinaris 
ambassadeurs te Londen, voor het en train brengen der corres- 
pondentie '). 

Hij had aangeboden de vergoeding voor het vervoer op /WKKI. - 
per jaar te bepalen *), doch hield vast aan het vervoer met hollaiidsche 
booten, niettegenstaande de hiertegen van engelsche zijde ingebrachte 
bezwaren. Hij werd hierin versterkt door Richard Fford te I^mden. 
die het amsterdanische plan in stilte steunde, en aan Quack, tot*n 
die zijn raad vroeg, met opzei tot vasthouden aan dezen eisch 
raadde, ten einde aldus de kansen voor Amsterdam te verl)eteren 'l. 
Deze begonnen dan ook gevaar te loopen, gelijk blijkt uil een brief 
van dezen dubbelzinnigen raadsman, van 13 December, waarbij hij 
Amsterdam tot spoed aanzet: „dat ick nu beginne te vreesen, dal 
Uwe Heeren alle hare costen ende moeyten, die se gehadt ende 
besteedt hebben, wel mochten verliesen, door het lang dilayeren van 

hare resolutie. Want Sr. Quack is nu hier dat bijaldien l'we 

Heeren niet spoedichlijck ordonneren, dat een volcomen acconl ge- 
sloten werde, dat haar delay alsdan sal opgenomen worden als een 
geinaeckt werck, ende dat eenige andere resolutie genomen sal 
werden contrarie ban» begeerten ende intrest". 

Quack was intusschen op de hoogte gekomen van hel werken 
van Amsterdam en van de toezegging van sir Bennet, den broeder 
van lord Arlington, om geen contract te sluiten zonder goeiikeuring 
van Amsterdam *). Hij besloot daarom om naar Holland terug te 
gaan om te trachten met Amsterdam tot overeenstemming te komen *l. 



') /ij wuHMi *iO Juli U'iHM ie Londen. Resolutie Staten £) November. 

-) Engelund eisrhle ƒ 9000. 

^) De eisrli van het vervoer mei hollandsrlie booten beperkte zich tot hel vervoer 
der brieven naar Hngeland. terwyl omgekeenl vrybeid werd gegeven om de 
retoiin*n niet engelsche booten te vervoeren. 

*) Shryven van A. KIlis Ui) December 1067. Ude P. 5. n". 13. 

'•) Brief van Quack 7 Januari 1668. 



265 

Ie terugreis verongelukte hij echter op zee, waarvan wij de 
nde aanteekening vinden in de aanstelHng van zijnen opvolger 
otterdam, den 6 Maart 1668 ^): „vermits Jacob Quak, postni"". 
EU-is der voors. stad in de maend Jan"", jonstleeden van Harwits 
ngeland na dese landen t' zeyl gegaen ende door een swaer 
^est beloopen ende tot nog toe niet te voorschijn gekomen 
i, naer alle apparentie is verongelukt, ende mitsdien de voors. 
ninge vacant gevallen". 

e Amsterdammers, die hierdoor hun kundigsten tegenstander 
•en, zagen nu weldra de baan geëffend om tot een contract 
Engeland te komen, waarover nog slechts een geschil bestond 
de aan Engeland te betalen vergoeding. Zij waren later zoo vrien- 

om den dood van Quack aan zelfmoord te wijten uit dépit over 
nislukken der onderhandelingen en de reeds door hem voor dit 
opgenomen belangrijke bedragen *). Deze aantijging, waarvoor 

aanduiding uit dien tijd zelf wordt aangetroffen, meen ik op 
ing te mogen stellen van de neiging om de verdiensten van 
i te verkleinen en de min loyale wijze van het optreden van 
erdam te rechtvaardigen. 

eeren wij thans terug tot de door deze stad gevoerde onder- 
gingen. Amsterdam zond Johan Payne naar Londen, dien wij 

3 Augustus 1665 aldaar in het belang van Amsterdam werk- 

vonden. Hij was oud-commies van het engelsch kantoor en 
liet den dienst vertrouwd en werd gesteund door de talrijke 
?s der groote kooplieden. Wij zien hem o. a. samenwerken met 
hn Bennet, broeder van den postmeester-generaal lord Arlington, 
lis, hoofdbeambte te Londen, Richard Fford, een rijk koopman 
nden en lid van het Parlement, Jan Rebouw en John Fayspill, 
ich koopman te Amsterdam, en, dat hierbij niet alleen argu- 
ïn of voorkeur voor de groote koopstad den doorslag gaven, 
jt een schrijven van Payne van 27 October/5 November 1667, 
)ij hij verzoekt om aan A. EUis eene „honorable vereeringe*' te 
1 toezeggen, welke later werd bepaald op 200£*). Hij vond 
teun in de meerdere geneigdheid van Engeland om met Amster- 
af te sluiten, dat meer waarborg bood voor de betaling der 
eding, en in de groote inschikkelijkheid door die stad tegenover 
gelsche eischen betoond. 

n^ 36. ^) Missive van Amsterdam aan Engeland 18 April 1700. 

•ief van burgemeesteren van Amsterdam aan Payne 6 April 1668. Stadsmis- 
oek III fol. 6:2. 



266 

Keeds 17 Juiiiiari verklaren Ellis en Bennet met Amsterdam te 
willen afsluiten, mits het vervoer met engelsche booten geschiede, 
doch dat zij weerhouden worden door vrees voor represaille-maat- 
regelen van Taxis. De hoofdpersoon zelf, lord Arlington, had zich 
echter nog niet uitgelaten. Het officieel karakter van de zending van 
Quack gaf hem meerder kans op succes bij zijn pogen en deed de 
vrienden van Amsterdam zelfs vreezen, dat ten slotte niet in hun 
geest gecontracteerd zoude worden. Payne zelf schreef, dat Quack 
„seer actijff' was, doch „so lijken wel niet veel (had) uytgewrocht" 
en dat Ellis de beslissing zoude ophouden ^siende dat Sr. Quack 
soo haestigh ende yverigh is om gedepecheert te werden, sal sich 
daervan dienen." 

Payne was als onderhandelaar wellicht wat optimistisch gestemd 
en geheel anders klinkt dan ook het schrijven van Fford van 13 
December 1667, waarbij hij Amsterdam bezweert om haast temaken, 
wil men niet zien, dat alle moeite om niets is gedaan en Quack 
toch de overwinning behale. Amsterdam had zich echter vooi^enomen 
om zich onder geen voorwendsel het monopolie der engelsche brieven 
te laten ontglippen, en had daartoe reeds 13 October eene officiéele 
instructie aan Payne gezonden, waarbij deze gemachtigd werd om 
toe te geven aan het verlangen van Engeland, om het vervoer met 
engelsche booten te doen geschieden. Hij mocht hiervoor 5(M> £ per 
jaar bieden '). Tevens zal hij voorstellen om het vervoer voor gezamen- 
lijke rekening te nemen, of door Amsterdam alleen te doen geschietlen 
tegen eene vergoeding van 250 £ per jaar. Engeland wilde alleen 
ingaan op het eerste voorstel: vervoer over zee door Engeland alleen, 
doch eischte hiervoor 1500 £ in plaats van de geboden 500 £. Payne 
wen! echter inet wehvillendheid ontvangen en zelfs bij Bennet te 
diiie(»ren gevraagd, en wist de door Engeland gevraagde vergoeding 
terug te brengen tot 900 £ per jaar. Lager wilde de postmeester- 
generaal lord Arlington niet gaan, daar de door hem zelf aan den 
koning te hetahMi pachtsom kort geleden tot 28000 £ was verhoogd. 
De goede stemming voor Payne blijkt uit de brieven van Arlington 

') Vnor rt'iw zcmliiig per week over Helvoelsluis. Engeland zal 12 st. p, ons 
lietaleii v«»or het vervoer «Ier brieven over Amsterdam naar Hamburg of Italit> en 
ook \'2 p. per oiis voor die uil Italië, en de brieven uit Hamburg franco doen 
maken lol Amsterdam vo<»r gelijk port als vroeger tol Antwerpen. Lade P. .'i 
n". !.*{. Tv voren waren wel Iwee zendingen per week bedongen, doi»h dit scliynt 
(»ok sleehts eenmaal per week te zijn geschied. Engeland drong nu op twee 
zentlingeii aan. Brief van l*ayne 28 18 October 1667. 



267 

en Ellis, die hij medebracht, toen Amsterdam hem den 3den November 
tenig ontbood om mondeling nader verslag te doen % Lord ArHngton 
schreef: „je désire de Ie voir bientot de retour icy pour la faire 
comme la raison et Téquité réciproque Ie requisera", d. i.: „bien 
terminer cette affaire a notre contentement" *), en Ellis, die zich niet 
zoo politiek behoefde uit te drukken, uitte zijn voorkeur voor Amsterdam 
niet minder duidelijk in een schrijven van 28 November met de 
woorden „ende al dat ie seggen can, is, dat als ick de stadt Amster- 
dam estimeere boven alle de Quacken in Christenrijcke" '). Toch 
bleef steeds het gevaar, dat Quack met den steun der ambassadeurs 
de overwinning zoude behalen „alsoo aen d*een of d'ander cant 
spoedighlijck sal moeten geresolveert werden, want den Postmeester 
Generaal als ghy dencken cunt van d'ander cant om het te conti- 
nueren zeer importuyn gevallen werdt", gelijk reeds 17 Januari 1667 
(e. s.) uit Londen geschreven werd. Eerst toen Quack op de terugreis 
naar Holland, om aldaar tot nadere overeenstemming met Amsterdam 
te komen, was verongelukt, w€is het veld vrij, daar van de ambassa- 
deurs, zonder den steun van Quack als deskundige, weinig te vreezen 
was. Den 22 Maart 1668 werd Payne met eene nieuwe instructie naar 
Londen gezonden en reeds 6 April volgde het definitief contract *), 
waarvan het sluiten voorloopig zelfs voor de ambassadeurs werd 
geheim gehouden. Het eenige voordeel, dat Payne nog van lord 
Arlington wist te bedingen, was, dat de vergoeding van 9(M) £ op 
820 £ per jaar werd teruggebracht % 

Amsterdam had de overwinning behaald en zich voor de vriendjes 
van het antwerpsch kantoor een belangrijk monopolie verzekerd, 
doch het valt niet te ontkennen, dat de geheime onderhandelingen, 
nadat Quack en de ambassadeurs door de Staten belast waren om 
te onderhandelen, eene unfaire onderkruiperij waren, en dat het 
toegeven aan den engelschen eisch, om het vervoer alleen door 
engelsche booten te doen geschieden, ten koste waarvan het mono- 
polie werd gekocht, een opofferen was van het staatsbelang aan 
het particulier voordeel der postmeesters en het uitsluitend beheer 
der stad van de correspondentie tusschen de republiek en Engeland. De 
overwinning van Amsterdam in 1668 was slechts verkregen door het 
algemeen belang achter te stellen bij het particulier voordeel. 



O Stadsmissivenboek III fol. 45 vs. ') Lade P. 5, n°. 18. 

^ Lade F. 5, n^ 13. *) Munimentregister F fol. 30 vs. 

*) Of 70 £ meer dan van Quack was gevraagd. 



268 

V(')ór dat het contract gesloten werd, was te Amsterdam het 
oordeel ingewonnen van eenige groote kooplieden, die van hunne 
zijde ook op het heropenen der directe verbinding hadden aange- 
drongen, daar het vervoer over Antwerpen niet alleen tijdroovender 
en kostbaarder was, maar ook gevaarlijk wegens den oorlog en daar 
„de brieven int passeeren door de Spaensche Nederlanden veeltijds 
subject sullen sijn opengebroken te werden op vermoeden vcm uyl 
deselve eenige correspondentie van staet of cmdere desseynen te 
ontdecken". 

Bij de conferentie met de kooplieden werden de kosten op 
/ 15305 geschat en het voordeel op / 1855. — per jaar, behalve de 
ImUm der zeeuwsche brieven, het & hierbij op /11.— berekend en de 
vergoeding aan Engeland op 900 &. De tweede postdag per week 
werd door de kooplieden ontraden, omdat „het voor de ingesetenen 
van dese stadt gemakkelijcker ende oock dienstiger soude wezen 
maer eens ter weeck de post op Engelcmd te laeten gaen, hoewel 
sv nochtans toestonden , dat twe maelen ter weeck voor de commercie 
int generael van sonderlinge nuttigheyd soude connen wesen". Wij 
treffen hier dus het eigenaardig verschijnsel, dat evenals in 1669 
t(»genover Frankrijk en in 1757 tegenover de Rijkspost, door de 
koopheden zelf het nut niet werd ingezien van eene vermeerdering 
van postdagen. Een verschijnsel, dat wij verklaren kunnen bij de 
kahne bezadigdheid dier dagen, doch dat ons toch vreemd blijft 
khnken in onzon tijd van electriciteit en concurrentie. 

Ov(»rtvnkomstig een reeds tijdens de onderhandelingen iiigelevt*nl 
rapport van commissarissen uit de vroedschap werd de posterij op 
Kngehnul niet in eigen beheer genomen, maar toevertrouwd aan het 
antwtM'psch kantoor, dat ook de voordeelen genoten had, zoolang de 
brit^ven over Antwerpen verzonden waren ^). De door de stad voor 
hel verkrijgen van het contract gemaakte kosten, die /'9000. — be- 
lieptMK wt^nitMi ten histe gebracht van dit kantoor^) en aan Payne 
wtTd. als vtM^goeding van de door hem als onderhandelaar bewezen 
ditiwItMi. eent» aansleUing gegeven als commies te IJselmonde tegen 
fMMi Nidaris van / 4-*>0. por jaar. boven zJjn [H?nsioen van /'4r>0.- 
als oud-ainblenaar van ht^t engelsch kantoor: zijn broeder Thomas 

I Mrii uMvuiio iK>or W\ «Mutract ov<>r de direrte toezending niet te handelen 
\\\ «»lni«l mo! \\o\ lontnict met Taxis over het vervoer over Antwerpen van 4 
AuiiUNtu'* t«Kw». daar hitThij het irehniik maken van andere wegen ter verzending 
niet ua> uit^rvloten. I .ade P. .V n . t.V 

-I (.root Memoriaal V. (ol t{-2 V5. (li Mei 1068) en ibl. 213 ts. ^ Mei 1666). 



269 

Payne werd commies te Helvoetsluis op een salaris van /5(K).— ^). 
Als waarborg voor de naleving van het contract werd door Richard 
Fford ten behoeve der engelsche administratie 16(K> £ borg gesteld ^). 

Het contract, tusschen lord Arlington en burgemeesteren en regeer- 
ders van Amsterdam gesloten, bepaalt, dat wekelijks de malen Woens- 
dag en Zaterdag 's morgens te Helvoetsluis aan boord geleverd 
zullen worden en Dinsdag- en Vrijdagavond uit Londen verzonden , om 
den morgen daarop te Harwich aan boord te komen. Amsterdam 
betaalt het vervoer te land tot Helvoetsluis en stelt daar een commies. 
Het vervoer ter zee geschiedt door Engeland tegen eene vergoeding 
van 820 £ per jaar. De brieven worden door Amsterdam in verzegelde 
zakken verzonden, waarbij een adviesbrief wordt gevoegd. 

De porten der brieven tusschen de republiek en Engeland blijven 
voor het kantoor, waaraan deze geadresseerd zijn , zonder dat hierover 
verrekening plaats vindt. De porten der oostersche brieven (Hamburg, 
Dantzig, Zweden en Denemarken) worden door beide partijen gedeeld. 
Mocht Amsterdam later ook de brieven voor de Spaansche Neder- 
landen, Italië, Spanje en Portugal ontvangen, dan zal het die op 
Antwerpen moeten brengen, zonder hiervoor iets van Arlington te 
vorderen, doch het zal hiertoe niet verplicht zijn, zoolang over de 
door den postmeester van de Spaansche Nederlanden te betalen ver- 
goeding geen overeenkomst is gesloten. Engeland zal dan dien post- 
meester tot naleving dier overeenkomst helpen verplichten. 

Geschillen zullen aan arbiters ter beslissing gegeven worden en 
het contract geldt voor 9 jaren. Het belangrijkste is artikel 17, 
waarbij aan Amsterdam het monopolie voor de coirespondentie voor 
de geheele republiek wordt toegekend, en Arlington zich verbindt om 
•met geen persoon ofte persoonen, publyk ofte particulier nogte met 
geen stad ofte steden" te contracteeren over het transport van brieven 
of pakketten van of naar de Vereenigde Nederlanden. Hiertegenover 
verplicht Amsterdam zich echter in artikel 18 te zorgen, „dat alle de 
brieven en pacquetten van Engeland gesonden, versonden sullen 
worden met de meeste expeditie, als beyorens over Usselmonde, 
sonder omwegen naer de respective steden en plaetsen, daer se aen 
geaddresseert sijn, sonder eenig delay ofte verkortinge" % 



1) Groot Memoriaal V, fol. 214 vs. (31 Mei 1668). 
*) Aldaar fol. 215 vs. (7 Juni 1668.) 

') De engelsche consul te Rotterdam trad op als commissaris van <1p pakket- 
booten. Na diens dood kwam te Helvoetsluis een engelsch commies. 



270 

Zoodra het contract gesloten was en van Arlington de belofte 
was verkregen om alle brieven voor de republiek aan den anister- 
dainschen commies te Hellevoetsluis te zenden, verviel de reden voor 
verdere geheimhouding en ontstond de wenschelijkheid om nu ook 
de hoUandsche steden er toe te brengen om met Amsterdam over de 
verzending op Engeland te contracteeren. Het was echter noodig, 
om niet te groote ontstemming te veroorzaken, eerst de bevoegde 
machten op het sluiten van het contract voor te bereiden en voor- 
loopige maatregelen voor de uitvoering te treflfen. Vandaar, dat eerst 
4 Juni 1668 aan de steden Dordrecht, Ha€U*lem, Delft, Leiden, 
Rotterdam, 's-Gravenhage, Middelburg en Vlissingen, van het gesloten 
verdrag werd kennis gegeven, met verzoek om met het antwerpsch 
kantoor te Amsterdam over het vervoer hunner brieven nader 
overeen te komen ^). 

Hacu'lem toonde zich terstond hiertoe bereid en sloot reeds 20 Juni 
een contract, waarbij werd bepaald, dat het de brieven o ver Amsterdam 
zoude ontvangen en de porten der naar Haarlem gezonden brieven 
zoude behouden tegen vergoeding van 4 st. per brief (dubbele brieven 
7 st.) en bekostiging van het halen en brengen der brieven te 
Amsterdam ^). Ook Middelburg en Vlissingen volgden 1 November. 
De zeeuwsche steden zullen de brieven te Helvoetsluis halen en 
brengen en 4 st. (dubbele brieven 6 st.) vergoeden per brief uit 
Engeland, terwijl het antwerpsch kantoor zich provisioneel bereid 
verklaart, om ook het vervoer van Helvoetsluis tot Middelburg en . 
VlissingcMi te bezorgen tegen het geheele port of tegen eene vergoe- 
ding der kosten ^). 

Door de overige zuid-hoUandsche steden werd het verzoek mindei 
gunstig ontvangen, en vooral Rotterdam was terecht verontwaanligc 
over de handelwijze van Amsterdam. Hel besloot met Delft e 
Schiedam, om de brieven naar Engeland niet door bemiddeling vi 
Amsterdam tt» verzend(*n, maar „door de vaertuygen aengenomeF^ 
tot Iransport van de brieven van den staet*'. Leiden sloot zich hierh 
aan en 14 Juni werd ook Dordrecht uitgenoodigd, om hierin met d 
^(•nornule steden in concert te handelen ^). Tevens riep het dt- 
1:2 Juni de steden tot rene conferentie te 's-Gravenhage bijeen, d 
20 Juni aldaar gehouden werd % Den dag hierop had eene conl 



') Sta^lsiiilssivoiihoek lil fol. 7:2 vs. on H. n». 3(50. 

-I (Jroi.t MriiKiriaal V. fol. -2-20. ) Aldaar fol. 251. *) R. n». «'li 

I 1{. II". 'J^'d «Ml VroiMlschapsresoIiilic Dordrecht 12 Juni 1668. fol. XU). 



271 

reiilie plaats met de Gecommitteerde Raden van Holland, waarbij 
dt»ze voorstelden, dat elke stad de brieven te Helvoetsluis zoude 
halen en brengen en voor de uit Engeland overgebrachte brieven 
4 st. port zoude betalen (dubbele brieven 7 st.) ^). De steden wenschten 
medebeheer en medeaandeel in de baten, die van het contract met 
Engeland verwacht werden, doch vereenigden zich met den voorslag 
van de Gecom. Raden, te eerder daar lord Arlington zich verzette 
tegen het zenden van particuliere correspondentie met de booten van 
staat ^), die volgens contract met Johan Swinnaes, die Quack als 
rotterdamëch postmeester was opgevolgd, per hollandsch schip een- 
maal per w^eek overgevoerd werden % De steden bleven echter aan- 
dringen op overlegging van het gesloten contract. 

Amsterdam leverde hiertegen eene uitvoerige memorie in*), op 
grond, dat de overlegging van het contract tot „sinistre uytleggingen 
ende naeduydingen" kon voeren, en dat elke stad vrij was om zonder 
goedkeuring der Gecom. Raden te contracteeren. De steden toch 
mochten profiteeren van de gelegenheid haar door Amsterdam geboden , 
maar behielden alle vrijheid andere wegen te zoeken. Het vergat 
echter hierbij te voegen, dat dit door de clausule in het contract 
onmogelijk was gemaakt. Het openen te Helvoetsluis werd bestreden, 
daar de maal geadresseerd w€is naar Amsterdam en de brieven naar 
andere steden, slechts als bijgevoegd goed waren te beschouwen, dat 
door den ontvanger verder werd geëxpedieerd. Bij de gevolgde bespre- 
king verbond Amsterdam zich, om zich geen superioriteit over de 
endere steden aan te matigen en verweet de raadpensionaris aan 
^lie stad het opgeven van den eisch om een hollandsch vaartuig 
v^oor de gaande brieven te gebruiken. 

Aan den eisch tot overlegging van het contract moest Amsterdam 
%:en slotte toegeven en hieraan werd 12 December voldaan, doch 
^>verigens behield het geheel het veld % Wel werd door de klagende 



') Resolutie van den Oudraad van Dordrecht, 23 Juni 1668 fol. 144 vs. — Wy vs. 
X^de P. 5 n«. 13. en R. n". 273. ^) 9 Juli 1668. R. n«. 277. 

*) Swinnaes nam dit vervoer aan voor ƒ 63. — per keer en /'120.- voor buiten* 

Igewone vaarten R. n". 273. Deze onderneming verviel weldra , daar door de weigering 

^an Arlington de verwachte voordeelen van de particuliere brieven wegvielen. 

De boot voer echter nog in 1669, doch alleen voor staatsdépt^ches , blykens het 

liiertegen door Bennet by Amsterdam ingediend beklag. Stadsmissivenboek III 

fol. 1.5a 22 Febman 1669. 

*) Lade P 5, n^ 13, zie ook Stadsmissivenboek 111 fol. 80 (13 Juni), fol. 82 en 
^ (16 Juni) en fol. 89 vs. (23 Juni). 

') Stadsmissivenboek III fol. 141. 



272 

steden de actie hernieuwd , doch Amsterdam weigenie venJ«*n* 
tegemoetkoming ^). 

Uit het relaas der onderhandelaars, door Amsterdam uitgezonden 
om met de steden over de verzending tot overeenstemming te komen, 
hlijkt, dat het voorstelde, dat Dordrecht en Rotterdam de brieven te 
IJselmonde zouden ontvangen en dat die van Delft door de amster- 
damsche koeriers op hun doorrit aan het kantoor aldaar werden 
afgegeven *). Het verwisselkantoor te IJselmonde werd omstreeks 
^^0 Augustus 1668 opgeheven, doch spoedig weder hersteld wegens 
de hiertegen door Rotterdam en Engeland ingediende bezwan»n ^1. 
Ter voorkoming van oponthoud bij de verzending der op ongeregelde 
tijden binnenkomende malen uit Engeland verzocht Amsterdam aan 
de Gecommitteerde Raden om den postiljons ook na poortsluiting 
verlof te geven om uit Helvoetsluis te vertrekken *). 

Den 31 Augustus 1677 werd het contract hiernieuwd en wen! 
de aan Engeland te betalen vergoeding tot 1000 £ verhoogd en naast 
Helvoetsluis ook Brielle als afvaartplaats genoemd % 

Ook ditmaal w(»rd door Rotterdam geprotesteerd, doch Amsteniam 
wist, (»venals later in 1687 en 1697, de beslissing van de Staten te 
vierdagen door de uitgebrachte bezwaren commissoriaal te maken *). 

Uit het antwoord van Amsterdam op de Rotterdamsche klachten ') 
blijkt, dat in 1677 de brieven van Helvoetsluis naar Brielle gevoenl 
en daar gesorteerd werden '). Rotterdam haalde de brieven zelf 
daar af") en de overige gingen op IJselmonde, waar het pakket voor 
Dordrecht werd afgegeven, en verder op Alfen, waar die van Leiden 
en 's-(iravenhage werden afgehaald. De brieven voor Haarlem gingen 
met de anisterdamsche, duitsche en noordsche brieven door op 
Amstrrdain. Aan Rotterdam werd verweten, dat het steeds te laat te 
Brielle kwam en hi(Tdoor veel vertraging veroorzaakte. Amsteniam 
bood daarom aan de brieven te IJselmonde te leveren. 



') Stn.lsmissivt.nhork Ui fol. <K). h2 Juli IfiTiS. 

-) iiclaas van H. M«miI(muut f»ii ^>\. Miiiliiian, 0-11 Juni 1668. Lad<* P. .*». n'\ 1*1 

-') Sla<l.siiii.ssiv(Miho<-k 111 fol. 101 (:i0 AiiguHtiis) en fol. 118 {li (MoUr HïÉ^ii. 
16 (JrlolMT zoudt» J. Payno wetler te IJselmonde komen, aldaar fol. 118 r%. 
(12 Oclober). 

') Aldaar fol. 84 (26 Juni 1668). 
) Ladt' F. .'>. n". 1'^, nag^Mioeg j(«-Iijk aan dal van 1668. •) R. n°. 27^ 

•) '2;\ F.'hr. h;77. h. ii". :m, 

") Vnl^riis Rrs. SI. V. IldlI. van 2^1 Fohr. 167H wen! dit voorgeurlimven. 
') Volj<»*n»> miilrarl van U\l'*. H. n". «I^ll. 



273 

Rotterdam ging hierop echter niet in en wist kort na de hernieuwing 
van het contract te bedingen, dat het zijn pakket ongeopend zoude 
ontvangen, en in plaats van per brief te verrekenen in eens /"2000 
per jaar zoude betalen ^). 

Het is niet onwaarschijnlijk, dat Amsterdam deze concessie deed 
om het verzet van den belangrijksten tegenstander te breken. In 1687 
deed Rotterdam bij de vernieuwing van het contract door zijn gedepu- 
teerden hiertegen wel protesteeren ^), doch overigens werd toen 
weinig verzet ondervonden, doch in 1697 werd nog eens alles in 
het werk gesteld om het monopolie van Amsterdam te breken en 
het verloren terrein te hei^winnen, waartoe men hoopte op de mede- 
werking van den stadhouder-koning. Rotterdam begreep, dat een 
monopolie, als Amsterdam bezat, niet te verkrijgen was, en beperkte 
zich daarom tot eene poging om een eigen pakketbootendienst naast 
die onder engelsch en amsterdamsch beheer te verkrijgen. Het rekende 
er hierbij op de zuid-hoUandsche steden voor den nieuwen dienst te 
winnen en via Utrecht een gedeelte der duitsche brieven te trekken. 
Een rotterdamsch koopman werd naar Engeland gezonden om te 
onderhandelen, en zelfs met den stadhouder-koning werd het plan in 
audiëntie besproken. De kansen stonden niet slecht, de vernieuwing 
van het contract met Amsterdam werd door Willem III opgehouden 
om eerst de steden tot overeenstemming te doen komen, en William 
Aglionby werd naar Holland afgevaardigd om hierover te onder- 
handelen. Hij kwam 5 Januari 1698 in Holland en trad o. a. in 
uitvoerige correspondentie met den bekwamen leidschen postmeester 
Clignet, doch gaf het plan op, toen na verloop van zes maanden 
nog tot geen resultaat gekomen was door de langzame wijze van 
iiehandeling der zaken *). Ook Zeeland en 's-Hertogenbosch mengden 
^ich in het geschil. Uit de hierbij gewisselde stukken blijkt, dat de 
^eeuwsche brieven toen (in 1699) verzonden werden op Bommene 
tteii oosten van Brouwershaven), Zierikzee, Veere en Middelburg, en 
^iat de hollandsche malen reeds toen niet meer op IJselmonde gin- 
en, maar van Den Briel op Maassluis en Delft; Rotterdam haalde 
e brieven te Maassluis af. De bossche brieven gingen over Amster- 
dam en ondervonden hierdoor eene vertraging van 2 X 24 uur *). 
Toen ook het verzet van 1698 mislukte, trachtten de steden 
ordrecht, Haarlem en Leiden langs anderen weg Amsterdam tot 



') R. n». 31)9, contract 28 Nov. 1678. «) 17 Februari 1687. 

') R. n-. 342, 343 en 346. *) R. n". 346, cf. Ie Jeune, biz. 111. 



ia 



274 

toegeven te dwingen. Zij gelasten namelijk aan hunne postmeesters om 
geen betaling meer te doen, „ten waere sij mede in de directie en, 
pro rato van de brieven, ook in de winsten en proffijten van 't 
transport van de generaale maale en brieven over zee na Engeland 
en vice versa wierden ingelaten , oflF dat een nader accoord met con- 
currentie en ten genoegen van de welgemelte burgemeesteren en 
regeerders der voorszegde steden soude wesen beraamt en gesloo- 
ten" ^). Amsterdam was bevreesd om dit verzet tegen te gaan door 
het ophouden der brieven voor de weigerachtige steden, daar de 
amsterdamsche postiljons hier passeerden en dan gevaar zouden 
loopen voor represailles *). De achterstanden werden nu in rechte 
gevorderd, waarbij de steden in reconventie eischten, dat Amsterdam 
rekening zoude doen der baten en haar pro rato hierin doen deelen 
tegen een evenredig aandeel in de kosten ^). 

De postmeesters werden 25 Mei 1708 tot betaling veroordeeld. 
Dordrecht had met 1 April 1698 de betaling gestaakt en was op 
1 October 1706 aan het antwerpsch kantoor 3127 gulden 8 st. ver- 
schuldigd, Haarlem 4681 gulden 7 st. sinds 1 Januari 1700 en 
Leiden 6384 gulden 15 st. sinds 1 October 1701 % 

Nauwelijks was dit geschil opgelost, of er kwamen weder nieuwe 
moeilijkheden, toen Amsterdam bleef weigeren om aan de steden 
mededirectie en aandeel in de winsten toe te kennen *). De actie 
van Rotterdam en de verbonden steden bleef niet zonder gevolg: 
door van Duivenvoorde werd namens de ridderschap in de Staten 
van Holland voor het als regaal aanvaarden der posterij gepleit en 
21 September 1708 besloten de Staten met eenparige stemmen, 
behalve die van Amsterdam, dat het overbrengen der brieven ^van 
hi(T na Engeland behoorde te werden verklaert te sijn een regael 
van de provincie van Holland en West Vriesland, en dat vervol- 
gens voor het toekomende hij haer Ed. Groot Mog. daerover te 
werden gemaekt een reglement ten dienste en voordeele van den 
Lande" % 



') (!oncIiisie van oisch in reconventie en eisch in conventie , z. j. (e. 1708) R. n". 65. 

-) R. n'. m± 

^) H. n". 65, IxTekend tegen 4 st per enkelen brief, 

') R. n^". 878 en '\8S. Geheim besogne 17 September 1708. 

^) R. n". 411. /ie gedrukte „Memorien en consultatie van mr. J. A. Zoutman", 41 
folio's, liet belangrijk aandeel van Rotterdam, na dat van Amsterdam in dr 
«•orrespoiKleniie op Engeland kan blijken uit de op ^ October 1709 verzonden 
brieven. Vnn de KW enkele brieven waren er 928 voor Amsterdam, 403 voor 
Rotterdam, 14^ voor Hamburg, 74 voor Den Haag en 140 voor de overige steden 



275 

Rotterdam zond hierop den pensionaris Hoornbeeck naar Londen 
en machtigde hem den 17 December 1709 om 1000 a 1200 guineas 
te beloven „eflfectivelijck te vereeren, nadat de saek gehelijk sal sijn 
voltrokken en tot eflfecte gebracht", namelijk het verkrijgen van een 
uitsluitend recht op het vervoer of een in verbinding met Amsterdam ^). 
Het hoopte het vervoer der zwitsersche brieven aan Amsterdam te 
ontnikken, daar het vervoer hiervan te land in het nieuw contract 
tusschen Zwitserland en Engeland, van 1 Juh 1709, niet was geregeld, 
en hierbij alleen was bepaald, dat dit over Brielle of Helvoetsluis 
zoude geschieden. 

Engeland trachtte eerst de concurreerende steden tegen elkander 
uil te spelen, ten einde een hooger vergoeding te kunnen bedingen*), 
en schreef aan Amsterdam, dat het geneigd was om de wenschen 
van Rotterdam in te willigen *). De pogingen mislukten echter ook 
ditmaal en het duurde tot 1747 eer weder de invoering van een 
Statenpost ter sprake kwam. Engeland toch toonde ten slotte meer 
neiging om met Amsterdam te contracteeren dan met Rotterdam 
of de verbonden steden, waarbij ook de moeilijkheden over de 
betaling met Dordrecht, Haarlem en Leiden niet vreemd waren*). 
Den 14 April 1710 gaf Rotterdam zijne poging op en keerde Gualterus 
Sendorf, die voor deze stad te Londen werkzaam was, naar het 
vastel£md terug *). 

« 

Over de eerste jaren sinds 1668 valt behalve de pogingen van 
Rotterdam om het monopolie te breken, weinig belangrijks te ver- 
melden. Tijdens den derden engelschen oorlog (1671 — 1673) werd de 
correspondentie voor korten tijd gestaakt, doch reeds 2 dagen na den 
zeeslag bij Kijkduin weder hervat % 

In 1717 en 1724 werd er door de Staten op aangedrongen om de 
pakketbooten te Brielle te doen binnenloopen in plaats van te Hel- 



tezainen; van de 131 dubbele brieven: 56 voor Amsterdam en 60 voor RottiTdam 
en van de 138 ons pakketten, 74 ons voor Amsterdam, 40 voor *s-Grnvenhage en 
17 voor Rotterdam. R. n^ 393. 

») R. n». 432. «) R. n^. 437. 11 Februari 1710. 

') R. n»*. 440, 442. Zelfs de hertog van Marlborough werd hierin betrokken. 

*) R. n^ 440. 18 April 1710. 

^) R. n^ 442b De kracht der verbonden zuid-hollandsche steden was ook gebroken 
door haar onderlingen nagver. De leidsche postmeester Clignet trachtte zelfs, loopendo 
de onderhandelingen, zich voor zyn kantoor van het vervoer der engelsche n^geerings- 
brieven te verzekeren R. n^ 461. 15 September 1710. 

*) Resolutie Siaien-Generaal 23 Augustus 1673. 



276 

voelsluis, daar de reizigers, die met de pakketbooten overvoeren, 
aldaar meer comfort vonden, en het traject Helvoetsluis — Brielle door 
den slechten toestand van den weg een oponthoud van drie uren 
veroorzaakte. Engeland weigerde echter op Brielle te varen wegens 
de ondiepten voor die stad, en, volgens Ie Jeune, tevens wegens de 
voordeelen met het smokkelen voor de kapteins der booten, waarvoor 
te Helvoetsluis meerder gelegenheid bestond ^). De verzending over 
Amsterdam en Helvoetsluis werd tijdens de verschillende ooriogen in 
1693, 1694, 1702 en 1703 op verzoek van Engeland ook gebezigd 
voor de correspondentie met de engelsche gezanten in Duitschland 
en Italië ^) en omgekeerd wordt 9 Augustus 1737 het ontvangen van_ 
portugeesche brieven over Engeland vermeld. 

Den 12 Maart 1720 werd door Zeeland aangedrongen op eem 



vergoeding van f80. — voor extra kosten voor het vervoer der brieven. 
Amsterdam verklaarde bereid te zijn dit voor zijne rekening te nemei 
overeenkomstig het contract van 1668, mits Zeeland dan ook A 
volle bedongen porten van 4 st. per brief, 6 st. per dubbelen brief ei 
8 st. per ons betaalde, en niet gelijk nu 1, 2 en 3 stuiver*). Dezi 
speciale begunstiging in het tarief vond ik niet in eenig contracr 
vermeld. Waarschijnlijk heeft Zeeland later het vervoer naar en vi 
Helvoetsluis weder zelf ter hand genomen en is toen deze begunst' 
ging toegestaan, om te beletten dat Zeeland over Gent met Taxi 
zoude verzenden. 

De verzending naar Schiedam, die vóór de aanstelling van 
eigen postmeester aldaar (Copieboek E, 22 Juni 1725), als bijkanto 
van Delft over Delft geschiedde, bleef ook na de aanstelling vj 
een eigen postmeester voorloopig op den ouden voet gehandhaafd. 
1728 verzocht echter Schiedam de engelsche brieven direct, dus ik 
over Delft, te ontvangen. 

Tijdens den oorlog waren van 1745—1749 engelsche troepen l^^ij 
ons in het leger. In Juli 1745 werden de brieven hiervoor dir^«^^!-^'f 
over Brielle en Rotterdam toegezonden. 21 Juli verzette Amsterd^^-^ï 
zich hiertegen en eischte opzending daarheen, doch reeds 26 Jmmli 
wcnl weder directe zending over Brielle, Strijen Sas en den Moerdi/X 
to<'gestaan. Het port werd toen voor deze brieven bepaald op ^. 
16 en 24 st. 




') Hriev<»n!)oek E van hol nnlwerpsch kantoor te Amsterdam (1717—1738) (12 M«aH 
1717 «Ml 4 Januari 17:24), aanwezig op het Hoofdhureaii en Ie Jeune bl. 109. 
") Le J<'un«* hl. 110. ') Copiehoek E, fol. 53. 



277 

Engeland zoimI daarop, waarschijnlijk om het hooge port, de 
»ven aan van Riel te 's-Gravenhage, als postmeester voor het 
erlandsche leger, om verder per veldpost geëxpedieerd te worden, 
irtegen het antwerpsch kantoor echter maatregelen trachtte te nemen. 
Door het beleg van Ostende in 1745 was de vlaamsche pakket- 
ist gestaakt en zond ook Bors de brieven van de Rijkspost tijdelijk 

Amsterdam (Copieboek F, 30 Juli 1745). Van deze gunstige 
.»genheid maakte Amsterdam gebruik, om de vergoeding voor de 
Engeland komende brieven naar Hamburg en Italië, die 12 pence 

ons bedroeg, te brengen op 14 V2 pence. 

Het trachtte met alle krachten het verkeer met Engeland te 
erhouden en besloot 29 October 1745, om, als de pakketbooten 
?ten ophouden te varen, den dienst met gehuurde booten te blijven 
erhouden. 

Tijdens den overgang van de posterijen, gingen de brieven van 
sterdam op Helvoetsluis langs de volgende route ^): van Amster- 
1 naar Ley muiden (3 uur), waar een versch paard werd genomen. 
1 daar langs de kerk te Oudshoorn, waar de brieven uit Utrecht 
racht werden in eene daar geplaatste bus *), en vervolgens den 
1 af tot het hek te Leiderdorp (2 Va uur van Leymuiden). Na ver- 
seling van paard reed de postiljon naar en door Leiden, waar hij 
leidsche brieven uit de bus aan de Hoogewoerdspoort in ontvangst 
1 *) en langs Voorschoten naar Voorburg (2V2 uur van Leiderdorp), 
r nam hij de haagsche brieven in ontvangst *) en reed met een 
5ch paard door naar Delft, haalde de delflsche brieven *) aan het 
toor af*) en reed door Schipluiden naar Meiassluis (2 a 3 uur 
Voorburg). In Maassluis werd de maal overgevaren naar Rozen- 
g en, na het eiland gepasseerd te zijn, naar Brielle. Aldaar nam 
commies de brieven in ontvangst en deed die naar Helvoetsluis 
orgen aan de pakketboot van het postoflBcie van Groot Brittanje. 
e bracht de malen op Harwich, vanwaar zij naar Londen werden 
onden *). 
De terugreis geschiedde op gelijke wijze, doch was afhankelijk 



R. A. P. n^ 270, n". 3. Groot rapport van J. Ie Jeune en W. Kersseboom, 

)ec 1751. ') R. A. P. n^ 272. 

Hierbg waren ook de accessoire brieven van Vlaardingen, Maassluis, Delfs- 

m, Brielle en Helvoetsluis. (R. A. P. n«. 270). 

De commies te Brielle werd oorspronkel\jk door burgemeesteren van Amsterdam 

l^esteld. Later (1717) door de postmeesters van het antwerpsch kantoor. (E. f. 1). 



van het uur, waarop (Ie boot binnenviel. Alleen de utrechlsche brieven 
werden niet te Oudshoorn afgegeven, maar over Leiden bezorgd*). 
Haarlem en Noord-Holland vervoerden over Amsterdam. Rotterdam 
bracht zelf op Den Briel via Maassluis *) en Dordrecht had een eigen 
rit op Den Briel over *s-Gravendeel , Heinenoord of Oud-Beierland en 
Heenvliet of Abbenbroek ^). 

Door J. Rosier, commies van het antwerpsch kantoor, werd in 1751 
het voorstel gedaan om het rit van Antwerpen met 2 uren te verkorten, 
door van Amsterdam te rijden op Haarlem, Hillegom,(paardwisselen), 
Lis, Sassenheim, Oegstgeest,Haagsche schouw, den Pishoek,Schnaken- 
bosch (paard wisselen), Voorburg, Delft en Maassluis. Hierdoor zoude 
men ook de fransche post kunnen medenemen tot Delft *). 

Zoodra de maal met brieven te Helvoetsluis was aangebracht, 
werd deze ongeopend doorgezonden naar Brielle. De commies aldaar 
telde alle brieven, b. h. die voor Amsterdam en Rotterdam; het 
laatste daar Rotterdam niet per brief betaalde maar een vast bedrag 
van /*2000.— per jaar, volgens contract v€m 1678*). De overige 
steden betaalden 4 st. per brief, behalve Dordrecht, dat wegens het 
kostbaar eigen rit op Brielle slechts 2 st. per brief had te vergoeden.. 
Van de op 's-Gravenhage gezonden brieven betaalden die, welke vooi 
het hof te Hannover bestemd waren, niet per stuk maar per ons. 

De brieven voor Dordrecht werden te Brielle aan den postiljoir 
afgegeven en die voor Rotterdam te Maassluis •) ; de overigen gingei 
op Delft. Die voor Brielle, Maassluis en Helvoetsluis werden doo' 
den commies te Brielle bezorgd en geïnd. De porten hiervoor bedro^ei 
tusschen 1744 en 1750 gemiddeld f Ui.— per jaar. 

De voor Hamburg en verder bestemde brieven werden allen ov( 

^) Te Leiden werden, als de post overdag passeerde, de brieven aanhetkanf 
afgegeven, doch *snarhts, als de postiljon om de stad heen moest rgden, daar — 
poorten gesloten waren, in de bus bij de Hoogewoerdspoort gestoken. (R. A. P. f7 "" 
In 177:2 ontvingen tle portiers van de Wittepoort en de Marepoort f 14.— 
(louceur, omdat de post wegens de vele sneeuw op de singels door de stad 
gereden. C. 3 Maart 177:2. 

-) R. A. P. n*'. 270, Groot rapport van J. Je Jeune en W. Kersseboom , 13 Dec. 1 

') Bylag. Alg. rapport R. A. P. n\ i271. (II. 16). 

*) R. A. P. n". 27-2. *) R. A. P. n«. 270. 

^) Herbert Joyce vertelt, dat de engelsche brieven te Rotterdam eerst 12 « 
na aankomst uitgedeeld werden, om geen voorsprong te hebben op Amsten^H- 
en teekent hier!)ij aan: Equality of treatment was thus secured» and neither ^l' 
liad priority of intelligenre. (The history of the postoffice 1893» p. 174). Hiei 
vond ik nergens eenige bevestiging; alleen moest het pakket op Amsterdam 
alles worden doorgezonden. 





279 

Aiiisteniain gevoerd, niettegenstaande de zending van Rotterdam of 
's-Gravenhage op Utrecht eene belangrijke bekorting hadden mede- 
gebracht. Deze omweg, die zijne verklaring vindt in de tevoren door 
de amsterdamsche postmeesters in hun belang gesloten contracten, 
werd ook na den overgang, ongewijzigd behouden, waardoor deze 
brieven somtijds 3 a 4 dagen te Amsterdam bleven liggen, indien 
de boot door tegenwind te laat binnenviel en de malen hierdoor 
eerst na het vertrek der post te Hamburg te Amsterdam aan- 
kwamen '). 

In de binnenlandsche verzending der engelsche brieven kwam 
veel vereenvoudiging na den overgang der posterij in 1752. Na dien 
tiijd toch verdween alle reden voor den omweg over Amsterdam voor 
c3e niet begunstigde steden. Nog in 1699 gingen b. v. alle brieven 
"voor Den Bosch over Amsterdam, waardoor groote vertraging 
ontstond *). 

Reeds 23 October 1752 werd voorgesteld het geheele vervoer over 
Botterdam te leiden en het rit van Delft op Maassluis op te heffen ^), 
^n 26 November 1756 werd besloten het rit van Dordt op Brielle 
voorloopig te staken en de brieven over Rotterdam te doen loopen, 
waardoor f 150. — per jaar bespaard werd en de brieven nog 2 uur 
vroeger te Dordt zouden aankomen *). Tegen deze verandering kwa- 
men echter 13 Mei 1760 klachten in van Brielle, daar hierdoor 
Voome en Putten, die door het dordtsch rit bediend werden, hun 
bestelling verloren. 

Het traject Hel voetsluis— Brielle werd 22 September 1786 bekort, 
door dit zonder wisselen te doen berijden *). 
Op Grouda werd 5 Augustus 1752 eene directe verzending inge- 



') R. A. P. n^ 272. By verzending van Den Haag op Utrecht, ware de aanslui- 
ting dan in de meeste gevallen nog gehaald. 

») R. n^ 446. 

3) Opgeheven met J Juli 1753. Zie C. 17 April 1753. 7 Juni 1753 werden de 
bossche brieven, die eerst over Delfl en later over Brielle gangen, op Rotterdam 
gedirigeerd. Hierby werd bepaald, dat het verschot ten behoeve van Breda of 
Den Bosch niet zoude gehandhaafd worden, en dat geen franco zou worden 
erkend, tenzy het geld werd medegezonden. Brievenboek Rotterdam n^ 11. 

^) 't Voorsiel : 1 Sepi. 1756. Deze verandering gaf echter meermalen aanleiding 
tot klachten. 9 Juli 1759 (C. p. 213) klagen de dordische kooplui (9 firma's), dat 
de brieven te Rotterdam blgven liggen, ofschoon zg voor directe doorzending een 
extra-port betalen van 2Vs st. 's zomers en 3Vs si. 's winters boven het te Rotter- 
dam betaald port, en 13 Januari 1789 komen opnieuw klachten uit Dordt over 
vertraging. 

*) C blz. 117. Het moest nu in 2 uur gereden worden. 



280 

steld *) en 6 Maart 1765 werd Middelburg ontheven van de extra- 
betalingen van /50. — , voor de toezending der Engelsche brieven, 
en van / 120.— voor het pakket op Rotterdam *). 

Voor de haagsche brieven, waaronder de staatsdépêches, wen! 
27 November 1771 bepaald, dat voorloopig een extra-estafette zoude 
rijden, als de engelsche post vertraging ondervond, en daardoor 
te laat zoude aankomen voor de aansluiting met de gewone post 
uit Rotterdam ^). Uit eene instructie z. j., doch vóór 1768 en waar- 
schijnlijk tusschen 1752 en 1756 *), blijkt, dat toen over Rotterdam 
verzonden werden de brieven voor Steenbergen en Zeeland en over 
Delft, die voor Utrecht, 's-Hertogenbosch, Breda, Bergen op Zoom, 
Willemstad, Klundert, Oudenbosch, Geertruidenberg, Arnhem, Nijme- 
gen, Tiel, Venlo, Wezel, Grave, Kleef, Doesburg, Dusseldorp, 
Emmerik, Meurs, Roermond, Stevenswaard, Maastricht, Haastrecht, 
Gorinchem, Woudrichem, Gouda, 's-Gravenzande, Hulst, IJzendijke, 
Sluis in Vlaanderen en Sas van Gent *). Aan Utrecht werd in 1762 
directe zending toegestaan % In eene instructie van 1768 wordt 
bepaald , dat de brieven voor Dordrecht en Schiedam door den rotter- 
damschen postiljon zullen worden medegenomen, en dat op Delft 
zullen gezonden worden de brieven voor de generaliteitssteden, 
Utrecht en het Noorden en verder alle steden, die geen eigen zak 
hebben '). 

Waarschijnlijk in verband met de door het bureau te Delft te 
nemen moeite, had dit 6 a 8 brieven buiten verrekening van porto 
op de generale lijst ®). 

De buitenlandsche brieven gingen allen over Amsterdam, waarop 
alle(»n eene uitzondering gold voor het kantoor te Leiden, dat voor 
de engelsche brieven in contract stond met Cassel en de tussclien- 
persoon was voor de correspondentie van Hessen met de hessische 
troepen in Engeland. In 1756 werd hierover een contract gesloten, 
waarbij bepaald was, dal deze brieven naar Engeland in een afzon- 
derlijk pakket gezonden zouden worden aan den veld-krijgscommis* 
saris in Engeland en die uit Engeland aan het kantoor te Leiden, 



») C. 5 Aiig. 1752. ^) C. 6 Maart 1765. ') C. 27 Nov. 1771. 

*) Hoofdhureaii. Hierin slaat, dat Dordrecht direct gezonden wordt, dus 
vóór 1756. 

*) Delft betaalde voor de brieven uit het Noorden 8 si. en berekende de eiigr}> 
srlie brieven aan Friesland en Groningen tegen 10 si., aan Deventer en Karop<»n 
tegen 12 st. en aan /wolle tegen 13 st. C. I6 September 1762. 

') <:. 11 Nov. 1762. ') Aanteek. Hoofdbureau. **) Aanteek. Hoofdbureau. 



281 

t hiervoor 6 st. per brief ontving ^). Den 24 Augustus schreef men 
Tover aan Emmerik om het pakket voor een klein vast bedrag 
r jaar onbelast door te laten % 

Van de overige transitoire brieven, die allen over Amsterdam 
pen, ontving Holland van de brieven naar Engeland de porten 

Amsterdam en van de retouren eene vergoeding per ons, die 
st 12 en later 14 Vi pence bedroeg. 

Dit transitoir verkeer werd ernstig bedreigd door de concurrentie, 

Taxis hieraan deed, door het verkeer der brieven naar Engeland 
?r Ostende te trekken. Op deze wijze ontving Holland slechts de 
inge vergoeding per gewicht, waarop somtijds nog moest worden 
jelegd, en trok Taxis de voordeelen der speciaal uit Italië naar 
geland verzonden brieven, waarvan het port per stuk werd 
ekend. Reeds 29 December 1752 werd hierover geklaagd en 
loten commissarissen om zich hierover tot den hertog van York te 
nden. Den 13 Februari heet hierop het engelsch transito heropend, 
;h 24 November 1756, en herhaaldelijk na dien tijd, vindt men in 

notulen van de commissarissen weder klachten over het gering 
ital italiaansche brieven op Engeland % Tijdens den oorlog gingen 
fs de brieven van Engeland op Hannover tijdelijk op Ostende, terwijl 
st vier jaar later, den 8 November 1784, de oude route werd hersteld. 

De italiaansche brieven kwamen bijna allen door bemiddeling 
1 de Rijkspost, zoodat deze het geheel in handen had om die 
ïr Ostende te voeren. Op de herhaalde klachten hierover beloofde de 
stmeester G. Canoy te Maaseik om eene vergoeding te geven voor 

minder uit Italië over Holland naar Engeland verzonden dan van 
ir ontvangen brieven, doch ook deze belofte werd slecht nagevolgd 

Het contract van 1687, dat in 1697 was geëindigd, was na dien 
1 door den tegenstand der zuid-hoUandsche steden niet vernieuwd 

slechts stilzwijgend verlengd. In 1754 werd over een nieuw trac- 
it gesproken, doch de onderhandelingen leidden tot geen resul- 
it, zoodat alles bij het oude bleef. Alleen was door Engeland 
?rbij de wensch te kennen gegeven, dat de „kingsletters" voorEnge- 
id in een aparten zak zouden verzonden worden, en dat de brieven 
n den koning voor Hannover zoo noodig, als de boot te laat 
menviel, per extra post op Den Haag zouden gezonden worden*). 



) C. 6 April 17.56. I. blz. 178. ^) C. L 189. 

) Zie ook schryven van v. Burmania te Weenen van 23 October 1757. (C. 

November 1757). *) C. 21 Juni 1754. 



e 



282 

Tijdens oorlogstoestanden bedienden vreemde administraties zich 
meermalen van de hollandsche route en 18 Juni 1756 verzocht 
Frankrijk over Amsterdam te zenden, daar de directe dienst op 
Engeland verbroken was. Holland besloot eerst Engeland hierover 
te polsen en vroeg welke voorwaarden Frankrijk kon bieden ^). Toen 
Ostende in fransche handen viel, vreesde Frankrijk, dat Engeland 
het zenden der pakketbooten daarheen zoude staken en verzocht ook 
Engeland om de retouren, die tot dien tijd over Ostende gingen, via 
Holland te mogen zenden ^) ; Holland zoude dan v£m Engeland een m^:mi 
surtax mogen vorderen. Den 25 Augustus wordt nader door Frankrijk ^^^ ^ 
gevraagd over Middelburg te zenden. Men antwoordde^, dat de?^»^ 
route over Middelburg buiten bereik der hollandsche posterij vieL Ml 
doch dat men geneigd was de brieven over Amsterdam, of desnood&sr^^ 
direct over Rotterdam, te verzenden. Deze extra toevoer bracht g^oo^^gzut 
voordeel aan de hollandsche posterij *). 

Ook Holland zelf ondervond het gevaar van het zeetransport ir- n 
oorlogstijd. Den 13 Maart 1781 werd over Parijs een pakket m czzzz »/ 
brieven ontvangen, dat door de Franschen op de Engelschen hemome-^ o 
w€tö, en in 1781 werd wegens den oorlog met Engeland aan 
engelsche pakketbooten verboden om te Hellevoetsluis binnen 
vallen. Zij mochten niet verder komen dan tot Goedereede aan 
Kwak, waar zij onder het geschut van den uitlegger £mkerden. E 
hollandsch commies haalde en bracht de brieven daar per schuit 
boord en zorgde voor de verdere verzending*). Over het al of nm. ^^^^ 
toestaan van het uitvaren der pakketbooten werd in 1782 een grc^ ^t3i 
besogne gehouden % Kort hierop ontstonden de geschillen over I 
nemen van de engelsche pakketboot de „Dolphijn" met 2 malen v 
22 en 29 October 1782 '). 

In November 1782 werd deze genomen door den zeeuwscl^ -^*n 
kaper de ..Goedt* Verwachting". De Staten van Zeeland deden 
pakketboot onder se(jnestratie stellen onder de secretarissen te Zierik^ 
De malen werden door de admiraliteit van Zeeland in bijzijn van 
secretaris der posterijen geopend en men besloot deze met een neuti - 



A 



t 



de 




'I 1 Sopt. 17r»(> werd hierover nog onderhandeld (C). 

•I Hrirf 'M .luli on C. « Aiig. 1757. ^) C. 31 Aug. 1757. 

*i l.atir word «'eni^on tyd tloor Fnmkryk over Gent, Ysendyke, Middelbiir"^^ **° 
VIis-sin^i.n v*T7.on<h*n. (Ingekomen missive van de Holl. Comm. der post. 9 Sepl<* m»-^ ***''' 
17:»7. 1. i:tS.) ') C. 19 Ootober 1781. 

*) Ahhiar 1-J November 17Sf> bl. .V.H. ^) Aldaar 14 NoTember 1782 bL 



283 

schip naar Engeland te doen overbrengen. '), waartoe de secretaris 
van de posterijen bij resolutie van 19 November door Gecommitteerde 
Raden van Holland en «West-Friesland gemachtigd werd om de twee 
malen van Zeeland over te nemen en voor de verzending te zorgen ^). 
Men huurde hiertoe te Helvoetsluis eene pruisische vischschuit '). Deze 
was juist vertrokken toen de engelsche pakketboot binnenviel *). De 
pruisische schipper werd toen weder afgedankt, daar Engeland weigerde 
om de brieven anders dan met engelsche schepen te ontvangen % De 
pakketboot bracht een groot aantal brieven mede door de tijdelijke 
stremming •). 

De correspondentie was nu weder hersteld, doch over de schade- 
vergoeding duurden de geschillen tot na 1784. Engeland toch eischte 
vergoeding voor de schade aan de boot en de scheepskosten tijdens 
de sequestratie van de pakketboot, en dreigde die te verhalen op de 
lan de posterij verschuldigde gelden '). Het eischte 2567 £ 2 sh. 11 p. , 
^vaa^onder ook voor schade aan de goederen en de boot^). 

De Staten stelden zich reclamant voorde „Dolphijn" ^), en besloten 
^ Nov. 1784 de schadevergoeding toe te staan, doch deze terug te 
iischen van de admiraliteit van Zeeland. Deze bood 21 Sept. 1786 
lan om twee derden hiervan te betalen. Het proces met Zeeland 
lierover duurde tot 1791, in welk jaar de advocatenrekening hierover 
-eeds was opgeloopen tot 53 £ 3 sh. 8 p. 

Uit de gespecifieerde nota der schadevergoeding, blijkt, dat de 
„Dolphijn" bemand was met een kaptein a 10 £ per maand, 2 schippers 
'i 3 £ en 4 £, een bootsman a 1 £ 15 sh. en 17 matrozen a 1 £ 
10 sh. per maand ^% 

Tijdens den oorlog van 1794 werd de dienst van de Rijkspost 
over Ostende gestaakt en trachtte deze de brieven over hollandsch 
territoir, doch buiten de hollandsche posterij om , te vervoeren. Uit het 
onderzoek door J. Dekker, commies te Dordrecht ^^), en uit een brief 
van de regeering van Dordrecht ^^) blijkt, dat de rijkspost eerst de 



•) C. 12 Nov. 1782 bl. 568. •) C. 19 Nov, bl. 616. 

^) Dit gaf nog moeilijkheden over de inklaring. 

*) C. 36 Nov. bl. 627. *) C. 26 Nov. bl. 627 en 27 Nov. bl. 646. 

*) C 27 Nov. bl. 646. Er waren ruim 2000 brieven, die gelezon werden, doch 
geen ongeoorloofde correspondentie i>evattcn. Alleen 4 pakjes met diamanten 
werden door de admiraliteit van Zeeland aangehouden. 

') C. 18 Febr. 1783. «) C. 25 Febr. 1784. «) C. ^ en 25 Febr. 1783. 

") C 25 Febr. 1784. ») C. 1 Nov. 1794 p. 270. ") C. 18 Nov. p. 274. 



284 

brieven over Bergen op Zoom en Breda vervoerde, en later per schip 
op VHssingen, met welke stad een akkoord gesloten was, en vandaar 
per schip op Papendrecht, van waar de brieyen door Frank van der 
Schoor, schepen te Dordrecht, eerst over Nijmegen, Kleef, Xanthen, 
Hoogstraten, Neuss en Dusseldorp en later over Nijmegen, Wezel 
en ten slotte over Tiel, Arnhem, Elten, Rees en Wezel aan de 
Rijkspost werden toegezonden. Het duitsch kantoor zelf was, ook 
wegens het opdringen der Franschen, van Wezel naar Werle, 2H uur 
boven Wezel, verplaatst. Het vervoer was zeer belangrijk; soms 
kwamen 3 malen te gelijk en werd een wagen met vier paarden voor 
het transport vereischt. 

Den 1 December 1794 ^) werd hierover aan den postmeester- 
generaal geschreven en werd het transit via Dordt in een gesloten 
zak voor de veldpostbrieven toegestaan, doch werd bezwaar gemaakt 
tegen dit vervoer voor particuliere brieven. Op verzoek van de liol- 
landsche administratie werd deze dienst gestaakt en werden met 
7 Januari 1795 de brieven open verzonden over de hoUandsche post. 

Na 21 Januari 1795 vertrokken geen pakketbooten meer van 
Helvoetsluis *) en bleef de correspondentie beperkt tot bijzondere 
zendingen, zooals die van eene pink, die 7 Februari door de admirali- 
teit van de Maas van Sch'e veilingen werd gezonden, nadat de brieven 
door de censuur gelezen waren, en 17 Februari toen een cartelscheepje 
met brieven voor den amsterdamschen handel naar Engeland vertrok % 

o. AMERIKA. 

In de goede dagen van Spanje werd Lorenzo Galindez de Carhajol 
den 14 Maart 1514 benoemd tot postmeester voor Indiê en de ont- 
dekte en nog te ontdekken landen van den Oceaan. Zijne nakomelingen 
bleven slechts voor een deel van dit uitgestrekt gebied gehandhaafd: 
hun recht verviel met Spanje's macht. Het postrecht voor Mexico 
en Cuba werd in de iü^^ eeuw hieraan onttrokken en voor 58JNNI 
p(*s<)'s aan anderen verkocht, en dat van Havanna voor IS.^KH) p«*so's. 
In Nieuw Grenada en de la Plata-staten bleef de familie Carbajol 
gehandhaafd. 

()n<hM* Karel III werd een geregelde maildienst ingesteld tusschen 

') Miss. n". 59(> en C. 18 November. Er werden hiermede geen brieven voor Holland 
verzonden, zoodat door deze verzending over hollandsrh territoir de hollaodsrhe 
post niet werd gesehnnd. *) C 8 Maart. 

^) /.ie over 171)4 en 179.'} notulen eu correspondentie der commissarissen. 



285 

la Comna aan de N. W. punt van Spanje met Havanna en Montevideo. 
De schepen zouden tevens voor handeldrijven dienen. Het eerste 
ïschip vertrok in Maart 1767 van la Coruna ^). 

Het postwezen in Noord-Amerika dateert van de 18^® eeuw. 
AVel wordt reeds in 1639 Richard Fairbanks vermeld als postmeester 
te Boston, doch de inrichting van het postwezen was toen nog zeer 
primitief. In 1672 werd eene maandelijksche verzending tusschen 
New- York en Boston in het leven geroepen, die 30 jaar later tot eene 
veertiendaagsche werd uitgebreid. In 1692 wordt een „postmaster-gene- 
ral for Amerika" vermeld, welk ambt sinds 1753 door Franklinwerd 
bekleed, die eene reorganisatie van het postwezen wist door te voeren *). 
De correspondentie met Europa was overgelaten aan de toevallig 
afvarende koopvaardijschepen, zoodat van eene geregelde postver- 
binding nog geen sprake was ^). Deze werd het eerst door Engeland 
georganiseerd en Holland zond de brieven op Londen, zonder direct 
contract voor het vervoer op Amerika. 

In 1784 werd de oprichting van eene geregelde directe zending 
tusschen Boston en Amsterdam overwogen. 

Zoodra Frankrijk een contract met Amerika had gesloten voor 

eene eigen maandelijksche postverbinding over Lorient naar New- 

York, bood het aan om de hollandsche brieven te vervoeren voor 

11 sol boven het pakketboottarief van 20 sol, hetgeen later tot 6 sol 

boven de 20 sol werd verlaagd *). De commissarissen besloten om 

dit aanbod tijdelijk te aanvaarden en tegelijkertijd prijsopgave te 

vragen aan de engelsche administratie voor de verzending over 

Londen % waarop een aanbod ontvangen werd voor 1 shilling per 

brief. Hoewel dit laatste hooger was dan het fransche tarief, besloten 

de commissarissen om met beide administraties te contracteeren, ten 

einde twee uitwegen te hebben en bij tijdelijke stremming van de 

eene route toch nog van andere gebruik te kunnen maken "). 



») O. Veredarius, bl. 239. 

') Encyclopaedia Brittannica en Miles* His^ory of the.Post-office, in : The American 
Banker's Magazine, n. s. Vil bl. 358. 

^) Tusschen Engeland en Jamaica werd in Februari 1692 een geregelde dienst 
ingericht door Thomas Neale, die echter in de eerste vyf jaren (tot 1097) een 
verlies opleverde van 2360 £. (H. Joyce, bl. 110). 

*) Uitgegane missiven van commissarissen 27 April 1784, bl. 116. 

') C 27 April 1784, deel 14, bl. 292. 

•) C. 8 November 1784. bl. 321. Hierdoor werd ook het voordeel verkregen 
van tweemaal per maand ie kunnen correspondeeren. De engelsche booten voeren 
den eersten en de fransche medio der maand van Amerika. 



286 

In 1784 kwam „Ie Courier de rAniérique", de eerste pakkeÜHH>t 
van New-York, in Frankrijk. Hiermede kwamen voor Holland *): 

Amsterdam 131 enkele, 12 dubbele brieven en 32 onsen. 

Rotterdam 25 „ ^ n » t»2„ 

Den Haag, Leiden, Delft, 

Haarlem, Middelburg . 12 „ 1 w r» 

Van 1 Juni tot 19 November kwamen voor: 

Amsterdam 68 enkele, 4 dubbele brieven en 5 Vi nnsen. 

Rotterdam 8„1„ „„4 

Haarlem en Den Haag . . 6 „ 1 



71 

rt n 



Frankrijk berekende het amerikaansch port van 20 sol en 6 sol Mï 
van Lorient, enveloppes voor 21 sol, dubbele brieven 38 en onsen mti 
40 sol ^). 

Het in Holland te betalen port werd door commisscuïssen gesteld M il 
op 20 st. hollandsch bij ontvangst en 14 st. frankeergeld voor te -f^:»e 
verzenden brieven. Het werd opzettelijk belangrijk hooger gesteld M^ 
dan het aan Frankrijk te betalen port, daar men vreesde, dat.^^ 
Brabant ook van deze brieven een transito-port zoude vorderen '). 

In 1792 werd door Hamburg en Holland voorgesteld, om de— ^ 
brieven op Amerika met de particuliere schepen direct te verzenden *| 



De correspondentie met West-Indië geschiedde door bemiddelinj 
van de Compagnie van Suriname, die voor het vervoer van 
eigen brieven tusschen Texel en Amsterdam een contract geslote 
had met de post. Zij betaalde hiervoor f 300. — per jaar, waarvoor" 
de brieven aan haar kantoor te Amsterdam werden gehaald en bezorgd • 
Dit contract was voor de maatschappij voordeelig. Blijkens aanteeke* 
ningen op het Hoofdbureau der posterijen, ontving de maatschappij: 

in 1776 42 zakken a fiO. — , 50 brieven a 6 st. en 46 recieven a 69L 

„ 1777 57„„„ 71 „„„„62 ««1» 

zoodat zij buiten contract voor dit vervoer in 1776: 448 gld. 16 st. 
i'i\ in 1777: 609 gld. 18 st. verschuldigd geweest ware. 

Toen later ook v(*el schepen te Helvoetsluis binnenvielen, werd 



•) Brif' f van den intendant gener. v. Frankr. 5 April 1784. 
»| C. Ü Juli 17ft4. ') C. l(i Feliniari 1785, bl. 412. 

*) Voorstel vnn von Besseler te Hnmhnrg en van den ronstil J. H. Heinekfo. 
ReH. 11 .lannari 17912. 



287 

3or het vervoer der brieven van daar op Amsterdam een contract 
Insloten tegen / 10. — per zak ^). 

Deze contracten golden echter alleen voor de eigen correspondentie 
3r maatschappij en niet voor de particuliere brieven, die los over- 
ige ven moesten worden. Reeds 31 Augustus 1756 kwamen er 
lachten , dat door de maatschappij ook particuliere brieven met haren 
ik per post werden verzonden, hetgeen aanleiding gaf tot veel 
eschrijf en het openen der zakken. In 1760 ontving de secretaris 
an Meel aldus 37 particuliere brieven in ééne zending, waarvoor 
ij weigerde port te betalen ^). 

Den 3 Maart 1779 werd een nieuw contract gesloten, weiai'bij het 
ervoer per zak op ƒ 11. — werd bepaald en het insluiten van par- 
iculiere brieven uitdrukkelijk werd verboden. 

Het vervoer der pakketten voor de kamer Middelburg van de 
Vest-Indische Compagnie, van Amsterdam op Middelburg, werd 
eregeld in artikel 14 van het postcontract tusschen Steenbergen en 
fiddelburg van 21 Maart 1787. Hierbij werd dit door den post- 
iieester te Steenbergen aangenomen voor hoogstens Va boven het 
erschot van Amsterdam *). 

Na de oprichting van een franschen maildienst tnsschen HAvre 
n St. Martin, verzochten de bewoners van St. Eustatius om hier- 
lede hunne brieven op Holland te verzenden*). De beslissing op dit 
erzoek vond ik niet vermeld. 

p. AFRIKA EN DE LEVANT. 

De verzending op de zuid-afrikaansche nederzettingen was af hanke- 
jk van de toevallige scheepsgelegenheid , totdat de V. O. C. den 1 
ugustus 1788 eene geregelde pakketvaart op Kaapstad in het leven 
ep. Op Oran, Fez en Marokko bestond reeds in het midden der 
7^* eeuw verbinding over Sevilla *). 



^) C. 3 September 1756. Met de directeuren van de kolonie Berbice ie Amster- 
sim, sloten de commissarissen 10 Janu€u*i 1753 een contract voor het vervoer 
an Texel op Amsterdam tegen fiO,— per zak. (Porlef. Hoofdbureau n°. 27a) en 
iet de admiraliteit in 1752 tegen een vast bedrag van /'500.— per jaar, overeen- 
omstig een vroeger contract met de postmeesters van het iexelsch kantoor van 
. Juli 1718. 

») C. 16 Juni 1761. 

^) Akkoorden en contracten, Gemeente-archief te Middelburg. 

*) C. 13 September 1787, deel 16, bJ. 274. 

^) Dr. J. Rübsam, in Histor. Jahrbuch 1892, blz. 68. 



288 

Naar den Levant bestond geen directe vei-zending. In het midden 
der 17**** eeuw was er maandelijks over zee verbinding tusschen 
Venetië en Konstantinopel ^). Later zonden de kooplieden hunne brieven 
in pakketten of pliques aan een coirespondent te "VVeenen, die voor 
veniere doorzending naar Aleppo, Angora en Smyma enz. zorgde. 
Gewoonlijk geschiedde dit over Konstantinopel of Li vomo, eene enkele 
maal ook in vredestijd over Marseille % In 1762 gingen over Aleppo 
brieven naar BajTuth, Creta, Cyprus, Bagdad, de Perzische golf 
en de Indische Zee. Over Damascus bestond correspondentie tot in 
Egypte \ 

Deze verzending werd later bemoeilijkt door de Rijkspost, die de 
brieven afeonderiijk wilde cargeeren en verzending der pliques trachtte 
te beletten *l De klachten der amsterdamsche kooplieden leidden tot 
oiKlerhandelingen met de Rijkspost, die zich hierop weder bereid 
verklaanle lol verzending der pakketten, .mits hiervoor dubbel port 
wenl betaald \ Eindelijk werd het verschil gedeeld en werd over- 
tvugekiHiien om het port te stellen op IVi maal het porto voor 
jjewiHie brieven 'i 

Bij den vreile van Belgrado van 18 September 1739 verkreeg keizer — 
Kar^'t V bij art. 21 van sultan Mahmoed I vergunning om door ^^ 
tijix di|4iHnatieken agent koeriers over land naar Oostenrijk te zenden. ^ .. 
HU*rtnt*\le went Oi>k particuliere correspondentie van kooplieden ver- — — . 
\iH'r\{. l^it was et^rst slechts eene toevallige onzekere correspondentie,,». -, 
div' ovhtor iu 174^ of 1746 wenl omgezet in een geregelden maan — mn- 
iU'Ujkschcn v{ien>t en later in een tweemaal per maand. Over Semliii^.» ^n 
wvnk'ii \^u Wtvnon uit £1 a ±2 dagen vereischt'^. 

lUj iUn vrwlo van Kainanlji tusschen Turkije en Rusland, 2 Jul^.«:jli 
l'.'L licivf. \oUens de i:eheime overeenkomst tusschen Oostenrijk e» — E:«en 
vlv^ l\»tio. \U' uitemunciatuur (ambassade) van den keizer het recIw^iF-hl 
\\rkt\^^\'«u tvu i^*r\^i:elden dienst van postboden te organiseere -^^en 
IuxmIuu Kvuis.tantin\>|vl en de grens. Daar hiermede ook particulienK'-^fre 
Ivuvw'tt \\r^vvr\i ^\ervlen. ontstond hierdoor een geregeld oosten- -^_^»n- 
i^tkxvh iHvxtksiutwr in Turkije^). 

IV iKv^lw-rbuutin^ van Weenen naar Turkije dependeerde ni^ Jet 

) Oi » KU'^'^iM^ it Hi<lv^. Jahrbuch iJStó, blz. fi9. 

. V >» v^ ^'>v< i >^^ '♦ •'^*^'*- *^^ Januari 1762. *) C. 18 December il ■ «^iii. 

j V \» \l%,^a l>v\ '^ C ta September 17611 

» K**» i NO» Jv*» ^v'.sittt vK' Buroiaiiw te Weenen 27 Sept 1758. 

, .,. M.,x XV. .,\tNU\>v tvvlUrvUmM-he Courant" 16 Mei 19001. B. Ontwikkek i»ig 



289 

van de Rijkspost, maar van de oostenrijksche post, die in leen 
gegeven was aan von Paar en in 1743 tegen een hoog jaargeld 
van den toen gerechtigde werd afgekocht. 

q. VERBINDING VAN HOLLAND MET OOSTELIJK NOORD-BRABANT 

EN MET LIMBURG. 

De Postsocieteit. 

Een samenwerken van alle hoUandsche steden voor het onder- 
houden van een geregeld verkeer met Brabant en Limburg dateert 
eersl van het jaar 1722, doch reeds 70 jaren te voren werd door samen- 
gaan van enkele postmeesters eene geregelde verbinding geschapen. 

Het eerst vindt men van eene route over Dordrecht gewag 
gemaakt, waar reeds in 1638 een bode op Breda wordt vermeld, 
wiens opvolger in 1643 den weidschen titel verkreeg van postmeester 
op Keulen, Aken, Luik, *s-Hertogenbosch en Breda ^). Deze was ook 
de tusschenpersoon voor andere postmeesters voor hunne verbinding 
met Aken en Maastricht, gelijk o. a. blijkt uit de aanstelling van 
den haagschen bestelmeester op Metastricht van 17 Maart 1654*). 
Hierbij toch wordt aan den bode voor de haagsche brieven, die 
door den dordtschen postmeester over het traject Maastricht — 
Dordrecht vervoerd worden, voor het verder vervoer tot 's-Graven- 
hage 200 gulden toegekend. Deze verzending op en door den 
postmeester te Dordrecht had ook reeds vóór 1654 plaats, doch 
toen ontving de bode voor het traject 's-Gravenhage — Dordrecht 
slechts 100 gulden per jaai*. Na den dood van den bode werden 
beide ambten in zooverre gecombineerd, dat de overlevende bestel- 
meester deze beiden zoude beheeren tegen eene uitkeering van 
200 gulden per jaar aan den nieuw benoemden bode, en dat bij over- 
lijden of bedanken van een van hen, de aanblijvende in het bezit 
Van beiden zoude blijven '). Het ambt wordt hierbij omschreven als 
nhet postbode ende besteller ampt van alle de brieven comende van 
Afaestricht, Luyck ende andere quartieren over Dordrecht op den Haghe 
^tide van de Haghe wederom opwaerts over Dordrecht gaende". 

Ook Rotterdam contracteerde over het vervoer langs deze route 



') Res. Oudraad Dordrecht 30 Juli 1643 fol. 6 vs. 
*) Res. Burgeroeesteren van 's-Gravenhage 1648 vv. fol. 78. 
) Juli 1660. Resolniie ofle dachbouck van Schout , burgemeesteren en schepenen 
VGravenhage. 1659 vv. fol. 14 vs. 



IQ 



290 

met Dordrecht in November 1680 ^). De twee pi)stmeester8 zullen v(M>r 
gezamenlijke rekening een dagelijksch rit onderhouden van Rotterdam 
op Dordrecht, den Moerdijk, Breda, 's-Hertogenbosch „ende wijders 
soo verre als den post alle daegen sal comen te loopen*'. Rotterdam 
zendt de brieven op Dordrecht, van waar die ^^sonder de allerminste 
vertouvinge" per rijdenden postiljon over Sas vcm Strijen naar den 
Moerdijk en verder verzonden worden. De retouren komen op gelijke 
wijze naar Dordrecht en worden van daar verder per gewone nacht- 
post op Rotterdam gezonden. 

Dinsdag en Vrijdagavond vertrekt tevens eene post van Rotterdam 
op Dordrecht voor de brieven op Maastricht, Luik en Aken, die in 
Dordt de brieven dier stad ontvangt. 

Mochten ook andere steden als Delft, 's-Gravenhage, Leiden, 
Haarlem, Amsterdam, Utrecht en Noord-Holland zich van dit rit 
willen bedienen, dan zullen de hiervein te trekken voordeelen , evenab 
de kosten, door de postmeesters van Dordrecht en Rotterdam worden 
gedeeld % Hieruit valt af te leiden, dat 's-Gravenhage reeds in 1680 
niet meer over Dordrecht verzond ; hetgeen wordt bevestigd door de 
aanvrage van Adolph Borrebagh aan den magistraat van Breda, «M 
verlenging van den door hem opgerichten dagelijkschen dieiiÉl ep 
Loon op Zand, van 28 April 1679. De bepaling over de andere fltefai 
is echter belangrijk, als bewijs, dat de contractanten althans de 
hoop koesterden om langs hun rit ook het vervoer der overige bot 
landsche steden en Utrecht aan zich te trekken. 

Bij dit contract worden nog de volgende bepalingen gemaakt 
over andere routes : 

a. Rotterdam zal dagelijks alle brieven naar Gorinchem, Bommel 
en Tiel en tweemaal per week die naar Nijmegen over Dordrecbl 
zen<l(»n, en de contractanten zullen trachten hierover eene overeenkomst 
\o sluiten met postmeester Fagel te Nijmegen, en, zoo dit mVt 
gelukt, zelf h(*t rit doen berijden voor gezamenlijke rekening. 

b. Dordrecht zal dagelijks alle brieven voor de hollandsche stecleri 
en Utn»cht op Rotterdam expediëeren over Zwijndrecht en het tolhuis, 
rn niet meer, zooals vroeger, over Papendrecht en Gouda op Alfen. 

') I{»»solutir'n van den Oudrnnd van Dordrecht 18 November 1680 fol.ö6vs.—fii' ^*- 
Hrt ronlrarl wcnl door de regoeringen van Rotterdam en Dordrecht bekrachtig»* 
die dit ook l)ind('iid verklaarden voor de opvolgers der coniracteerende postmeestrt^ 

-) De bepaling, <iat liet voordeel gemeen zal zijn, als Den Haag e. a. órn 
liiervan „wilden bedienen", sluit uit, dat deze steilen aandeel of meiWirpclJ<* '" 
bet rit /ouden verkrijg<'n. 



291 



Riitterdani iloet de/e brieven te Donirecht ufhuleii, zorgt voor i\e 
verdere vel zending en levert de retuureii in verzegei<ie pakketten te 
Dordrecht 

c. Rotterdam bezorgt het vervoer der engelsche brieven tnsschen 
Brielle en Rotterdam doch de dordtsche postmeester zal die voor 
eigen rekening van en naar Rotterdam doen halen en brengen. 

Het onder * en c genoemd vtrvoer wordt door Rotterdam aaii- 




Postiljon. 1668. 



genomen voor 450 gulden per jaai', dus tegen een vast iH'drng on 
zonder dat Dordrecht op dit vervoer verder invloed oefent. 

Mocht een der postmeesters nieuwe routes openen, dan zal de 
andere contractant hierin steeds op hiUijke voorwaarden mogen doelen. 

De medewerking van andere steden schijnt uitgebleven te zijn en 
het dordtsche rit ondervond weldra ernstige concuiTcntie van den 
haagschen postmeester Adolph Borrel)agh, die een eigen rit inrichtte 
over Gouda. Wanneer hiermede begonnen werd is niet bekend , doch ik 
geloof dit op kort vóór 1679 te mogen stellen en de aansluiting van 
andere steden op omstreeks 1684, naar aanleiding van eeiie resolutie 



292 

van den Oudraad te Dordrecht van 3 October 1684(foL93 vs.), waarbij 
het bedrag bij de aanvaarding dezer posterijen aan de stad te betalen 
van ƒ 1800.— tot ƒ 1000.— wordt verminderd, daar de pesterij „door 
verscheyde ontstaene differente geschillen ende oppositie van andere 
postmeesters in andere steden merckelijck in sijn proffijten ende 
emolumenten (was) vermindert." 

In 1686 onttrok Rotterdam zich aan de samenwerking met Dordrecht 
en sloot het een contract met Borrebagh (R. n©»- 25 en 116), 
waarbij deze op zich nam om de rotterdamsche brieven voor Breda, 
Maastricht, Luik en Aken en de hollandsche steden op de route 
over Schoonhoven, Gorinchem, Woudrichem en Heusden te ver- 
voeren voor /'ISO. — per jaar, mits de brieven door den rotter- 
damschen postmeester op eigen kosten te Alfen of te Gouda werden 
gebracht. 

Het door Borrebagh beheerde rit schijnt ook het vervoer der 
brieven van de overige hollandsche steden vermeesterd te hebben, en 
in 1715 werd hierover een contract gesloten met Utrecht, waarbij 
Borrebagh het vervoer der utrechtsche brieven naar de steden aan 
het rit van Alfen op Maastricht, Luik en Aken op zich nam voor 
/'125.— per jaar, mits Utrecht de brieven voor eigen rekening te^ 
Alfen deed halen en brengen. 

Van Amsterdam bleek mij niet, of de postmeesters zich ook vai"^^ 
het rit van Borrebagh bedienden. Wel blijkt, dat een eigen rit vaK:"n 
Amsterdnm werd overwogen, doch niet, of dit ook is tot stand gekomei^^a. 
In eene aanteekening zonder jaar, doch uit de 2**® helft der 17**® eeu^ 
word(»n de hiervoor te volgen routes vergeleken van Grouda af, en we" 

a. over Papendrecht, door Dordrecht met oponthoud aan h A 
kantoor aldaar, naar Sas van Strijen, met passage over de K^^ il. 
overvaart over den Moerdijk en van daar op Breda, Tilburg - en 
Eindhoven, te zamen 24 uur; 

b. van Gouda over Schoonhoven, Gorinchem, Loon op Zaï )d, 
Fjndhoven in 18 uur; 

c. over Dordrecht, Breda op \s-Hertogenbosch in 22 uur en o — ^>^r 
Gorinchem in 15 uur. 

De trajecten over Gorinchem konden 's zomers, als de kleiwe^^»'/' 
berijdbaar waren, nog worden bekort met 4 uur, door van Slee\^*ijt 
rechl door het hind van Altena op Breda te rijden en van Heusr-cJen 
ovrr KIshout op 's-Hertogenbosch zonder Loon op Zand aan te di"»"***^- 

De Icgonstclling tussclien de routes over Dordrecht en over Go*^^^* 
cheni doel vermoeden, dat deze aanteekening to stellen is in «^«^^^ 



293 

tijd, Hat Dordrecht een eigen rit bezat op Oost-Brabant (1643—1684). 

Het vervoer door Adolph Borrebeigh vond eerst geen tegenstand, 
doch toen zijn zoon Henricus in 1713 begon met bezwarender voor- 
waarden aan de hoUandsche steden te stellen , sloten eenige steden zich 
aaneen, om zich te onttrekken aan de overheersching van den haag- 
schen postmeester en gezamenlijk een eigen rit op te richten voor het 
vervoer der brieven van Alfen naar Hamont ^). 

Den 26 Juni 1716 verbonden de aangesloten postmeesters zich, 
„om met eikanderen gesamentlijck onse postroutens te laten berijden" 
van Alfen op Hamont, en beloofden zij elkander ^^mutuelle corres- 
pondentie sonder in eenigerhande manieren te pretendeeren eenige 
superioritijt". Het contract werd aangegaan door de postmeesters der 
navolgende steden, die elk in de kosten het achter den plaatsnaam 
vermeld bedrag zouden bijdreigen: Maastricht 400, Heusden 200, 
Schoonhoven 100, Amsterdam 515, *s-Hertogenbosch 315, Wou- 
drichem 60, Gouda 240, Rotterdam 300, Breda 300, Gorinchem 
(tevens postmeester van Woudrichem) 400, Haarlem 150 en Leiden 
150 gulden *). Het tekort zal in gelijke verhouding worden omge- 
slagen, terwijl hetgeen 's-Gravenhage en Delft bij toetreding zullen 
bijdragen , naar rato voor de emderen in mindering zal komen % 

Twee der verbonden postmeesters zullen als commissarissen 
optreden en met 's-Gravenhage en Delft over toetreding onderhandelen. 
Tot thesaurier der Postsocieteit werd benoemd M. S. van den 
Kerkhoven, postmeester van Gouda. Deze zal zorgen voor goede 
postmalen en valiezen en de postiljons „met goede postrokken, 
horens en carpoetsen — voorsien." Aan den postmeester te Grorinchem 
wordt 100 gulden per jaar toegelegd voor het sorteeren der brieven. 
De verwisseling der maastrichtsche, luiksche en akensche brieven 
zal te Tilburg geschieden. 

Eens per jaar zullen de postmeesters in Juni te Grouda bijeen- 
komen, om de rekening te hooren en over klachten te beslissen. 

Mocht een der postmeesters nalatig zijn in het betalen van zijn 
quote, dan is de thesaurier gemachtigd diens brieven op te houden 
totdat de betaling volgt. 

Het contract wordt aangegaan voor 3 jaar en werd in 1719 voor 



^) R. n^ 74. Dit argument voor de oprichting der Postsocieteit wordt ook genoemd 
u de memorie der brabantsche steden aan de gouvernante van 7 Juli 1756. 

*) Te zamen /'d090. — . De kosten werden voor het eerste jaar geschat op 8059 gl. 6 st. 

') 's-Gravenhage werd getaxeerd op /"ISOO.— en Delft op /"iOO. — . l ver Dordrecht 
'^"^ordt niet gesproken. 



294 

(Irio jaren verlengd, doch slechts door Amsterdam, Leiden, Gouda 
en Gorinchem, waarbij zich thans ook aansloten de postmeesiers van 
Dordrecht en Utrecht. Rotterdam sloot een separaat verdrag met 
Maastricht, einde 1719, en contracteerde over het vervoer met Delft, 
's-Gravenhage, Schoonhoven en 's-Hertogenbosch *). 

Er waren dus na 1719 twee concurreerende ritten, de trouw- 
geblevtMi en nieuw toegetreden steden onder Amsterdam en de - 
oppositiesteden onder leiding van Rotterdam. De verhouding tusschen j 
heide grcx^pen was in het hegin niet gunstig en de amsterdanisehe -* 
groep trachtte zelfs aan Rotterdam den doortocht te verhinderen door — i 
het postmeesterschap van Tilhurg en Goirle bij seclusie te verkrijgen ^ 
(6 Juli 1719) en het recht om een postmeester-generaal te Eindhoven tm: 
te benoemen. Rotterdam trachtte hierop in 1721 het postmeesterschap^ac 
van Tilburg te pachten van den prins van Hessen-Cassel , als 
van Tilburg, doch deze raadde eene schikking tusschen de partij< 
aan. Alleen wanneer deze mocht mislukken, was hij bereid het post— 
meesterschap aan den meestbiedende te verkoopen. 

Ook door Aïnsterdam werd op toenadering aangedrongen, ï\m 
afloop van het contract in 1722, daar de splitsing slechts tot dubbele 
ritten en dubbele kosten leidde. Den 16 October 1721 toonde Rotter- 
dam zich hiertoe bereid ^) en 21 Februari volgde een nieuw generaal 
contract, waartoe alle postmeesters van de Sociëteit vcin 1716 benevens 
die van Dordrecht, 's-Gravenhage en Delft toetraden. Dit contract werd 
12 Augustus 1731 ') vernieuwd en bleef ongewijzigd voortbestaan tol 
de opheffing der Postsocieteit in 1762. 

Het totaal der bijdragen van de leden wordt hierbij teruggebracht 
tot 27(M) gulden. Dordrecht wordt gesteld op ƒ 60, Delft op /"lINI 
(volgens het plan van 1716) en *s-Gravenhage op /"BSO (of f 55(1 
minder dan het plan van 1716). De overige bijdragen worden in 
evenredigheid verminderd en ook in verhouding eenigszins gewijzigd *). 

Het bestuur zal berusten bij twee commissarissen, waarvoor, 
ev(»nals voor de thesauriersplaats, de aangesloten postmeesters bij 
toerbeurt zullen optreden. Aan den thesaurier wordt 100 gulden per 



') R. II". 77. •) R. n«-. 91 en 92. ') Portef. contracten Hoofdbui^au. 

*) IV' meeste steden betalen (t2} « u 70 "„ van den omslag van 1716. De belang* 
rijkste afwykingen zijn hy Haarlem, dat T)^'s ^/q betaalt, dua in verhouding meer. 
en Amsterdam, Heusden en (lorincbem, die respectievelyk 58V4t «^lO en 35®,, van 
«len omslai; van 1710 iN'talen, dus in verhouding minder dan ie voren. f>r 
nulatigen zullen 10",, rente betalen, doch hunne brieven zullen niet raeer, als in 
171<>, worden opgehouden. 



295 

jaar toegekend. Iii de opgave der toerbeurten wordt echter Breda 
tweemaal genoemd en Heusden niet vermeld. In hoeveire dit met 
opzet geschiedde, of alleen op eene vergissing berust, blijkt niet, 
doch op grond van dit artikel werd later aan Heusden alle aanspraak 
op eene toerbeurt ontzegd. Het stond hierdoor gelijk met de later 
toegetreden postmeesters van Utrecht, Schiedam en Bommel, die 
tegen eene vaste bijdrage van het societeitsrit mochten gebruik 
maken, doch geen deel hadden in het bestuur en de overschotten 
van den dienst. Deze waren gewoonlijk zoo groot, dat van de leden 
slechts drie kwartalen werden gevorderd ^). Heusden deelde tot 1735 in 
dit voordeel, doch werd na dien tijd, evenals Utrecht, Schiedam en 
Bommel voor vier kwartalen zonder eenige korting aangeslagen. 
Ook bij de slotafrekening in 1752 deelden Heusden en de drie 
genoemde steden niet mede in het overschot *). 

De jaarlijksche bijeenkomst zal het eerste jaar gehouden worden 
te Gorinchem, doch voor volgende jaren zal de plaats door de ver- 
gadering worden bepaald. De postmeesters zullen zich hierbij desge- 
wenscht kunnen doen vertegenwoordigen. 

De route zal gaan van Alfen op Grouda, Schoonhoven, Gorin- 
chem, Woudrichem, Heusden, Drunen, Tilburg, Moergestel, Oor- 
schot, Eindhoven en Hamont. De postritten worden uitbesteed, doch 
niet aan posthouders van vreemde ritten. De postiljons krijgen 
pascedulen, waarop te Alfen, Gouda, Gorinchem, Drunen, Tilburg 
en Eindhoven de uren van aankomst en vertrek worden aange- 
teekend. 

Door de postmeesters van Leiden, Gouda, Amsterdam en Gorin- 
chem wordt in de Postsocieteit gratis ingebracht de door hen ver- 
kregen postcommissie voor Tilburg. 

Het contract wordt aangegaan voor het leven der verbonden 
postmeesters en hunne opvolgers kunnen, zoo zij willen, op dezelfde 
wijze tot het contract toetreden. Nieuwe contractanten kunnen echter 
alleen met algemeen goedvinden worden aangenomen. 

Als zoodanig traden later toe Utrecht, dat op 50 gulden per jaar 
werd gesteld, Schiedam, 11 Augustus 1728, tegen eene bijdrage van 
60 gulden, en Bommel, Juli 1730, tegen 24 gulden, welke bijdrage 
in 1734 tot 60 gulden werd verhoogd. 



') Alleen in 1740 werden er, wegens de extra kosten ten gevolge der overstroom ing, 
^ kwartalen geïnd. 

*) Dit bedroeg toen 487 galden 9 si 10 p. Rekening 1752. 



296 

De inkomsten van de Postsocieteit bestonden, behalve uil de 
quoten en de bijdragen der later toegetredenen , uit de porto's, die -^ 

te Drunen, Tilburg en Eindhoven door de entreposten werden geTnd. 
Deze bedroegen: 

1722—1735: Drunen 504 gulden, TUbui^ 411, Eindhoven 83(1 
1737-1752: „ 694 „ „ 472, „ 1016 

1755-1761: „ 1082 „ „ 574 1), „ 962, 

of voor de drie entrepostes gemiddeld 1745, 2182 en 2618 gulden. _^ 
Hiertegenover stonden echter de aan de commiezen te betalen bestel- — gi 
gelden, die berekend werden naar het aantal brieven en gemiddeld #*j( 
te zamen 6(K) gulden per jaar bedroegen *). 

Als buitengewone ontvangst wordt vermeld 23 gulden 8 si. in m~^ Jn 
1747/8, voor verdienste op de brieven voor het leger aan de entre- 
poste te Eindhoven. 

De uitgaven bestonden in hoofdzaak in de kosten vein de ritten 
die telkens voor drie jaren werden aanbesteed. Deze bedro^i^ -^.y, 
in 1722: 

Alfen— Gorinchem 1200 gulden *) 

Gorinchem— Drunen 420 „ *) 

Dnmen— Tilburg 172 „ *) 

Tilburg— Eindhoven 270 „ «) 

Eindhoven — Hamont 170 „ 

het Pinkeveer 36 „ 

het veer bij Gorkum 200 „ 

het veer bij Schoonhoven 135 „ 

het sorteeren te Gorinchem 100 „ 

27()3"gïiïdên. 

Tot de kleinere uitgaven behooren: 

vergoeding aan den thesaurier / 100 per jaar, fooien aan 
portiers van de poorten te Gouda (6 gld. 18 st.) en te Schoonhov< 
(2 gld. 10 st.) en d(ï pascedulle te Gouda (6 gld. 3 st.). 

uitgaven voor de valiezen en voor de kleeding der postiljoi 
Deze ontvingen een rok van „corsaai" en baai, eene muts en 





^) Behalve nog ƒ133 van de aniwerpsche brieven. 

-) Deze opgaven z\jn getrokken uit de notulen van de PostBOcieteit. 

=) In 1734 /•1320, in 17:^7 flATiO, 

*) Laler /TiOO en in 17:U /TiSO. '•) In 1734 fiaO, 

^ Later f 44)0. in 17:14 /•475, in 1737 /530 en in 1740 /55a 



i 



297 

posthoorn. In de rekening over 1749/1750 worden ook koperen 
hoorntjes vermeld voor achter op de rokken der zes postiljons. 

ten slotte de reiskosten der commissarissen, de verteringen op 
de vergaderingen en de contracten met de postmeesters, waarvoor 
tezamen in de eerste rekening 562 gulden 7 st. wordt uitgetrokken. 
Voor de vergadering zelf werd in 1740 aan vertering betaald 
239 gld. 2 st en in 1737 274 gulden 17 st. ^). 

De Postsocieteit bezorgde alleen het vervoer langs de route van 
Alfen tot Hamont. De steden, die niet aan de route lagen, moesten 
op eigen kosten de brieven te Alfen brengen en halen, met welke 
extra kosten bij de vaststelling van ieders quote was rekening gehouden. 

Voor enkele postmeesters was toegestaan hunne brieven onderweg 
op de route te brengen of van daar te halen. In beide gevallen 



*) De onkosten bedroegen voor de vergadering van de Postsocieteit op 16, 17 
en 18 Aug. 1740: 

16. 6 personen middagmaal 9 

12 „ avondmaal 12 

6 bedienden en voerlui 3 

17. 17 personen middagmaal 34 

10 „ avondmaal 8 

12 bedienden en voerlui middagmaal 6 

3 „ avondmaal 1.18 

18. in de schuit aan eten medegegeven 2. — 

3 dagen gedronken of in de schuit medegegeven 

56 „boteljes alderbeste franse wijn" è 16 st . 44.16.— 

17 flesschen beste rynwyn è 18 st. 15. 6. — 

2 „ moesel 2. — 

de bedienden 36 boteljes wyn è 12 st .... 21.12 

42 flesschen mol 8. 8.- 

de bedienden 32 kan bier of likeur 6. 8. — 

aan tabak in het geheel 6.— .— 

„slapen en logement", kofHe , thee en ontby t tezamen 30. — 

9 paarden 1 nacht stal 2.14 

8 „ over dag 1. 4 

82 maatjes haver en boonen 12. 6 

22 brooden 4. 8 

9 kan bier 1.16 

6 maatjes semelen .... * — .6 

fooi aan de bedienden (bellecire) 6.— 

239. 2.- 

Los blad in Achief der posteryen, Ryksarchief n^ 258 (contracten van ritten 
▼óór 1749). 



298 

liepen de brieven echter toch over het algemeen verwisselkantoor te 
Alfen. Zoo bracht Dordrecht te Grouda en haalde het een gedeelte 
te Gorinchem. Bommel bracht en haalde te Veen, 's-Hertogenbosch 
te Drunen en gedeeltelijk te Eindhoven, Breda te Drunen en Maastricht 
te Eindhoven. 

In 1738 werd de Postsocieteit bedreigd door de vestiging van 
eenen vreemden postmeester te Tilburg, die verzond op Frankrijk, 
Brabant, Vlaanderen en Zwitserland. De postmeesters verzetten zich 
hiertegen op grond ven de door de 4 postmeesters ingebrachte post- ^j^i 
commissie en wisten den vreemden postmeester te verdrijven en het ^^^| 
postrecht bij seclusie te Tilburg te behouden ^). 

Ernstiger was de concurrentie door de Rijkspost, die in 1745^S-^ 
een concurreerend rit wilde aanleggen over Drunen, Gorinchem m^^i 
Dordrecht, Rotterdam en 'sGravenhage en van Gorinchem over^:^^^|. 
Utrecht op Amsterdam *), en in begin April 1749 een dagelijksch riï — ^^ 
langs dezen weg inrichtte, na een contract gesloten te hebben met dflF^^e 
postmeesters van 's-Gravenhage, Delft en Rotterdam*). Er werd n^r-z^u 
overwogen om een goedkooper route voor de Postsocieteit te kiezev -^-n^ 
doch men liet dit bij de bespreking, daar reeds de overdracht d»^^|er 
posterijen van de hollandsche steden aan de provincie verzekerd vf- ^as 
en men voor den korten duur, die nog restte, geen belangrij' ^ke 
wijzigingen wilde invoeren. 

Een ander gevaar leverde het water. Niet alleen ging 's winti^iapn^ 

het vervoer over de rivieren meermalen met groote moeite gepaa rd, 

doch het verkeer werd soms geheel onderbroken door de o\-i^-er- 
stroomingen. 

Den 21 Januari 1726 brak de Krimpenerwaard in en moest ^^a/i 
Gouda langs den dijk door Ouderkerk op Krimpen gereden wor~«Jen 
en daar overgevtyen over de Lek. 

Zeer veel bezwaar gaf de doorbraak bij Kedichem in Dec^iiil>er 
1740 en Januari 1741, die een extra uitgave van 626 gulden ver- 
oorzaakte. De weg werd toen van Gorinchem genomen op Pa §>**"• 
(Irecht, Zwijndrecht, IJselmoiKie, Capelle a/d IJsel en Gouda ^" 
tijdelijk zelfc over Papendrecht, Dordrecht, Zwijndrecht, Slikkerveer, 
Krimpen en Gouda. 

Toen in d(»n dijk tusschen Papendrecht en Gorinchem hulpga*^*"" 
gt»nuiakt werden voor het uitstroomen van het water, werd tijdel»!' 



') Notulen Postsocieteit 29 Juli 17^. ') Brievenboek Eelbo fol. 82 t». 

5) 1(1. foi. Ü7. 



299 

e post vaii Dordrecht tot het 2**® hulpgat hoven Papendrecht gehracht, 
aar overgevareii, en verder per postiljon op Gorinchem gezonden, 
r was toen een stal met 2 paarden en 2 jongens bij het tweede 
lit ingericht ^). Eerst 21 Fehruari was de oude weg van Nieuwpoort 
p Gorinchem weder berijdbaar*). 

Ook in 1751 waren buitengewone maatregelen noodig wegens 
?ne overstrooming van de Krimpener waard *) en in 1747 wegens 
et moeilijk verkeer over den Lekdijk *). 

In Brabant gaf het water niet minder dikwijls last, zoodat er in 
740 zelfs over beraadslaagd werd, om van Grorinchem niet op 
runen te rijden, maar over Aalst en Hedel langs den dijk 
iii de Bommelerwaard en van daar op 's-Hertogenbosch % Het 
echtste gedeelte was echter wel het postpad van Nieuwpoort op 
orinchem. 

Dit pad was omstreeks 1678 aangelegd met verplichting voor de 
iiiliggende eigenaren om het pad te harden en te onderhouden. In 
>89 werd het op aanschrijving van den prins door de Alblasserwaard 
ïrbeterd, doch toen het in 1739 weder in zeer slechten toestand verkeerde, 
eigerde de waard hierin verbetering te brengen % Het pad liep van 
ieuwpoort over de waterkeeringen en kaden van Langerak, over 
ecq, Gelkenes, Liesveld en Graveland tot de Goudriaansche brug, 
/er den Overtoom op 't Pinkeveer, voorbij de Appelmcinsheul of 
•ug, langs de Brederodekade en Schelluinen tot den zeedijk bij 
orinchem ''). 

In 1766 was de postdijk tusschen Oirschot en Endhoven slecht 
erijdbaar*) en in 1773 eischte het postpad door de Alblasserwaard 
ringend verbetering. Het was 's winters onbruikbaar en dit nood- 
lakte dan om te rijden over Ameide en Meerkerk. De verbetering 
an de Goudriaansche kade tusschen Nieuwpoort en Gorinchem werd 
eschat op 13000 gulden. Schoonhoven trachtte hiermede gelijk zijne 
Drrespondentie op Utrecht te verbeteren en zond een ontwerp in 
oor een zandrijweg van 12 voet breed, waarvan het de kosten 



>) Bnevenboek Eelbo 1741 fol. 34. ') ld. fol. 41. 

') Brievenboek Eelbo 29 MaaH 1751 foL 70. *) ld. 1747 fol. 62 vs. 

*) ld. 1640 f. 37 VS. Het voorstel ging uit van den bosschen postmeester Torsinr.k 
e by aanneming van zyn plan zyn particulier rit op Eindhoven had kunnen uit- 
varen. 11 Maart was de gewone weg weder berydbaar. 19 September 1787 was 
overstrooming tusschen Gorinchem en Vianen. 

*) ld. 31 December 1739. ') Losse stukken posterij. Geni.-arch. Dordrecht 

«) C 13 Maart 1766. 



300 

schatte op 9300 gulden ^). Dit voorstel vond echter geen bijval, daar 
de kosten volgens berekening van J. F. Blanken minstens f 2o,IMM> 
zouden beloopen en men vreesde door het aanleggen van een rijweg 
een gedeelte van het vervoer uit Brabant ten koste van Holland op 
Utrecht te brengen \ In 1780 werd de verbetering eindelijk aanbesteed. 
Het verder onderhoud werd hierbij gebracht ten laste van de aan- - 
liggende eigenaars, die hiervoor het vrije gebruik van het pad zouden m 
verkrijgen. Alleen de schade door overstrooming veroorzaakt zoude -^ 
ten laste der provincie komen, zoolang deze althans van de kade-^:^ 
voor het postverkeer gebruik maakte '). Later werd de aanbesteding^[5a 
echter weder uitgesteld, wegens hiertegen ingekomen protesten,^ 
en bleef alles rusten, zoodat zelfs in 1795 de weg nog niet ii 
orde was. 

In 1795 werd wegens overstrooming tijdelijk gereden over Dordrechlip. 
Nieuwe Veer, de Zwaluwe, Breda en Tilburg*). 

Langs het rit waren voor de expeditie der pakketten het belang- 
rijkst Gorinchem en Alfen. In Gorinchem werden de pakketten var» 
Holland en van Utrecht gesorteerd en werden de brieven uit Noord- 
Brabant en uit Hamont, door den postiljon van Dordrecht afgehaald. 

De brieven van Alfen op Dordrecht liepen over Gouda en die» 
van Gorinchem zelf op Dordrecht gingen niet met den postiljon 
direct op Dordt, maar met de nachtpost tot Alfen en van daar over 
Gouda. Dit laatste vindt zijne verklaring waarschijnlijk hierin, dat de 
postmeester te Gorinchem, als lid van de postsocieteit, zonder extra 
betaling de brieven over Alfen kon verzenden, doch eene bijdrage 
had moeten geven in het particulier rit van den dordtnchen post- 
meester op en van Gorinchem, wanneer hij hiermede zijne brieven 
had verzonden. 

Verreweg het belangrijkste was het kantoor te Alfen, daar hier 
van 5 plaatsen de postiljons te zamen kwamen, wier brieven in 
korten tijd gesorteerd moesten worden en aan de betrokken postiljons 
ter hand gesteld. Dit werk was echter zeer eenvoudig, daar de 



') *s Winters was hel verkeer tusschen Gorinchem en Schoonhoven voor remgeri 
alleen mogelyk over Fapendrecht en Krimpen. 

") Vooral Donlrerhl vreesde nadeel van den nieuwen handelsweg en verietif 
zich hiertegen. (Res. Dordrecht 11 Mei 1776). 

=*) C. 11 Nov. 177:5. !.■> Nov. 1776. 4 Maart 1777, 27 Nov. 1778. 19 April 1780 en 
6 ï>^i^, 1780. 

*) C. 25 Februari 1795. 



301 

ven door de postmeesters zelf reeds in pakjes volgens hunne bestem- 

g bijeengebonden waren. De commies kon het werk dan ook op 

gemak af en bezorgde tevens nog de brieven op 10 dorpen in 

omtrek van Alfen, hetgeen hem per jaar een voordeel gaf van 

O gulden. Hij ontving van de bij de Postsocieteit aangesloten 

tmeesters eene jaarlijksche toelage voor zijne werkzaamheden voor 

societeitsbrieven % De dienst op het kcmtoor was zeer eenvoudig ; 

sters werden niet gehouden en de commies Verstraeten kon haast 

schrijven. Het verwondert dus niet, dat Ie Jeune en Karsseboom 

hun rapport bij den overgang der posterij aan Holland er op 

en, dat een degelijker commies op deze post vereischt werd, 

ral ook bij de beteekenis van dit rit in den te wachten strijd met 

Rijkspost over het berijden van hollandsch territoir. 



Hei belang van het kantoor te Alfen kan blijken uit onderstaanden staat van 
aantal brieven van en op Alfen in Juli 1755 en September 1756. 









Juli 1755. 




Septe 


mber 1756. 




Van 
Alfen. 


Op 
Alfen. 


Te 
zamen. 


Aanmerklni^n. 


VAn 
Alfen. 


Op 
Alfen. 


Te 
■amen. 


+ of - 


n. 


142 


245 


387 


Met hamburger- 


165 


340 


505 


118 - 


age. 


48 


158 


206 


post. 


59 


122 


181 


25 




34 


71 


105 




47 


109 


156 


51 - 




45 


46 


91 


„ noorder prov. 


55 


45 


100 


9. 


• 


14 


72 


86 


„ Zeeland. 


23 


65 


88 


2 




31 


50 


81 


„ Dordrecht 


22 


65 


87 


6 




21 


28 


49 




30 


54 


84 


35 - 




16 


30 


46 




23 


32 


55 


9 - 




20 


26 


46 


„ Engeland. 


24 


39 


63 


17 




13 


12 


25 




5 


14 


19 


— 6 


land. 


13 


7 


20 




11 


12 


23 


3 — 


;n. 


6 


4 


10 


„ Zeeland. 


3 


— 


3 


- 7 




4 


5 


9 




1 


4 


5 


4 


^en. 


5 


1 


6 




5 


6 


11 


5 — 


i. 


3 


3 


6 




5 


9 


14 


8 - 


nbosch. 


4 


1 


5 




3 


3 


6 


1 




2 


1 


3 




6 


4 


10 


7 - 


ïm. 


1 


■ 


1 






— 


— 


1 












3 


1 


4 


4 - 




. .. 




— 




1 


1 


2 


2 — 




— 


— 


— 




1 


1 


2 


2 - 


L 










1 


— 


1 


1 - 


mberg. 






— 




— 


1 


1 


1 


1. 


— 










1 


1 


1 — 


amen 


422' 


760 


1182 




493 


928 


1421 


+ 282-4:^ 




302 

In 1754 werd aaii den commies /"900. — traktement toegekend 
en fbO.— voor drank voor de postiljons, doch werd hem zijne eigen 
posterij op de dorpen ontnomen ^). 

Behalve de commies van de Postsocieteit, was er bij den over- 
gang in 1752 te Alfen nog een commies van het binnenlandsch 
kantoor te Amsterdam, een man van 70 jaar, kuiper van rijn 
ambacht en als „zijnde van de roomsche religie*' bij de commissa- 
rissen niet vertrouwd*). Deze ontving ook brieven voor Bod^raven, 
Roensveen, Boskoop, Aarlanderveen, Woubrugge, Koudekerk, Liekker- 
kerk , Krimpen en Haastrecht *). 

De postiljons, die te Alfen *s nachts tusschen 1 en 2 uren bijeen- 
kwamen, waren die van: 

a. Gouda met de langs de route van Hamont af med^^even 
brieven, waarbij ook die van Dordrecht, die door den postmeester 
tot Gouda werden gebracht; 

b. Rotterdam met de brieven van Schiedam en de schippers- 
brieven op Amsterdam; 

c. 's-Gravenhage met de brieven van Leiden, Haarlem, Delft 
en Noord-Holland. Deze brieven werden van Leiden af per k 
vervoerd ; 

d. Amsterdam met de schippersbrieven op Rotterdam en Delft" 

e. Utrecht, waarmede ook tweemaal per week (Woensdag ei 
Zondag) (ie brieven van Den Haag op de noorder provincies em 
Kv(H»rnaal j)er week (Dinsdag en Vrijdag) de engelsche brieven v 
Utrecht gebracht werden, die de postiljon bracht tot de kas aan der 
paal bij de oudshoornsche kerk, waar deze door de postiljons va 
Anist(M(lan] op Delft werden opgenomen. 

Dit samenkomen van postiljons uit alle richtingen maakte, d 
zij gemakkelijk brieven konden achterhouden en onderling of met 
postiljons van de Wit verwisselen en voor eigen rekening bestelle 
Dit gold vooral voor de onderweg ontvangen brieven, die niet op 
adviesbritwen vermeld waren, en dus moeilijk te controleeren vielen 
Ook gaf dit samenkomen aanleiding, dat zij zich Ie lang te Alf 
ophielden en hun tijd verpraatten en hierbij te veel dreink gebruikt 

De rechteen van de hoUandsche postmeesters gingen in 1752 o^^»-^ tT 
op de provinciale post, die 9 December 1752 met hen het batig =-*T<>/ 
der sociëteit verrekende. 

') C. i>4 April M:A. ■} J. •!«' Wil. ') H. A. W n». 271. biz. 4Ö. 




803 

Met de niet-hollandsche postmeesters bleef alles echter op den 
ouden voet, totdat het contract in 1755 door Holland werd opgezegd ^). 
Door het verzet van 's-Hertogenbosch , Breda, Maastricht en Utrecht 
duurde het echter tot 1762, voordat de band met de vreemde post- 
meesters geheel was verbroken ^). 

M. Tiers, commies te Haarlem, werd in 1752 tot thesaurier 
benoemd *) en 20 Februari 1753 gelastten de commissarissen aan den 
vorigen thesaurier A. C. Verboom, om aan Tiers de sleutels en het 
archief der Postsocieteit te overhandigen, dat toen bij den commies 
Verstraeten te Alfen berustte *). Tiers werd hierna tot overname ge- 
machtigd en kreeg last om het archief te zenden naar de secretarie 
van 's Lands posterijen te 's-Gravenhage % 

De regeling met de steden bleef na den overgang onveranderd. 
Niettegenstaande thans alles in één kas vloeide, bleven de quoten 
voor de Postsocieteit gehandhaafd, evenals alle bijdragen van het 
eene kantoor aan het andere voor het vervoer van brieven % Deze 
quoten werden in 1764 verhoogd ^, toen de uitkomsten van het ver- 
wisselkantoor te Alfen waren achteruitgegaan, doordat het entreposte- 
kantoor buiten Wittevrouwen te Utrecht niet meer met Alfen, maar 
direct met het hoofdbureau afrekende, en de eerst aan Alfen betaalde 
ven^'isselgelden van Utrecht, Breda, 's-Hertogenbosch, Maastricht 
en Geertruidenberg, die 88 gulden 4 st. beliepen, door de nieuwe 
contracten vervallen waren. Ook werd wegens den vrede 143 gulden 
minder ontvangen van de couranten '). De quoten werden nu ver- 
hoogd voor: 



Dordrecht. . 


. van 


f 60 op /• 100. 


Haarlem . . 


w 


„ 110 „ „ 180. 


Delft .... 


7) 


» 100 „ „ 160. 


Leiden . . . 


n 


„ 115 „ „ 190. 


Amsterdam. 


j) 


„300 „ „800. 


Gouda . . . 


r) 


„ 165 „ „ 265. 


Rotterdam . 


w 


„ 200 „ „ 330. 



') ao Februari 1755. 

^ Over de Postsocieteit zie: Resolutieboek 1722—1741. Gem.-archief Dordrecht 
en R. A. P. n^ 365; rekeningen Gem.-arch. Dordrecht; Losse stukken Gem.-arch. 
I>ordrecht en Brievenboek van den postmeester R. Eeibo 1739—1752, Gem.-arch. 
Dordrecht ') C. 1 Augustus 1752. 

*) Vroedschapsresol. van Dordrecht. •) ld. 5 Juni 1753. 

*) Het rit Den Haag— Utrecht, waaraan eerst ook Amsterdam en Rotterdam be- 
taalden, werd 19 Januari 1791 alleen ten laste van Den Haag gebracht 

T C 3 Mei 1764. *) De couranten gaven eerst 627 gulden 10 st voordeel. 



304 

Gorinchem . . van f 14() op f 225. 
Schoonhoven . „ ^ 70 „ „ 110. 
*s-Gravenhage „ „ 650 „ „ 765. 

Schiedam wordt hierbij niet vermeld: De bijdragen der niet aai 
Holland vervallen posterijen bleven gehandhaafd, behalve die vai 
Utrecht (/'öO) en Breda (/^200), die door de nieuwe contracten warer:ai — n 
vervallen. 

Enkele kleine wijzigingen in de verzending kwamen in behan 
deling. Zoo wordt in het tweede rapport van Ie Jeune ') voorgesteld 
1*^. het rit van Dordrecht op Gorinchem op te heffen en alles over-f^^^er 
Alfen te verzenden , hetgeen slechts 4 uur vertraging zoude geveia -^r^n 
en eene besparing van 500 gulden per jaar, en 2**. van Dordrech«^-M^ -hl 
op Utrecht te zenden over Schoonhoven, Lopik, Jaarsveld, CapeVr^^el, 
Gijn en het rit in Gouda of Oudewater te vereenigen met dat v ar ^=^ an 
Rotterdam over Gouda, Oudewater, Montfoort en de Meeren ^mr:^ op 
Utrecht. De rotterdamsche postiljon zoude dan door een kleine-^s^jien 
omweg over Bodegraven of Woerden tevens aldaar het haagsch^ M -r:he 
rit op Utrecht kunnen opvangen. Deze plannen kwamen echter ni* m. ^w{ 
tot uitvoering. 

Op het ongemotiveerde voordeel, dat Utrecht trok door hB':fl1iel 
bestuur over de posterij te Woerden, dat het verpachtte, we-^^j^^rd 
24 Januari 1756 gewezen. Deze kwestie werd in 1761 met Utrec=i3^-clit 
geregeld. 

Met Heusden werd 5 Mei 1756 tot eene overeenkomst gekom^i aien 
en met Woudrichem werd, gelijk wij onder Brabant zullen uitcoii -"on« 
zetten, over uitkoop gehandeld. 

In 1767 werd aan Bommel en de plaatsen achter Drunen verzo^-^t3chl 
om de brieven voor Noord-Holland alleen op Gorinchem te zenden .^r^ si 'l> 
en in 1766 werd de route tusschen Gouda en Gorinchem verl^^-^^ 
over Noordeloos en Hoornaar'). 

1)(» regeling van het beheer ging in 1752, voor zoover <'<* 

liollandsche steden betrof, op de commissarissen over. Eerst in 17 /tó 
werden deze echter geheel meester van het rit. 

Er werd toen eene nieuwe instructie voor den commies te AMDA'/i 
ontworpen en een commies te Gorinchem aangesteld, waarop r ea — ^^ 
12 Maart 1756 was aangedrongen. 

Den vijfd(Mi April 1758 werd eene algemeene instructie voor de 

») a AiiKiiHliis \i:vi, ^) C. 11 St.pl. t7«7. ') C 2 Dec 1767. 



305 

entreposlcommiezen vastgesteld, waarbij hun was voorgeschreven een 
postboek en een verwisselboek te houden en binnen 14 dagen na 
het einde van het kwartaal de rekening in duplo in te zenden aan 
het kantoor, waai'onder zij ressorteerden. De jaarrekening moest 
binnen eene maand worden toegezonden. Zij hadden de postiljons na 
te gaan en de onder hen geplaatste entrepostes. 

De instructie voor den hoofdcommies van het generaal verwissel- 
kantoor te Alfen werd 16 September 1762 vastgesteld ^). 

Hij zal de saldo's ontvangen van de entrepostes te Drunen, 
Tilburg en Eindhoven en van het kantoor te Woerden, en de quoten 
en verwisselgelden van de steden *), en zal de bo venporten aan de 
steden berekenen en het transito-port over Utrecht en Dordrecht. 
Hiertegenover wordt hij belast met de bekostiging \an het rit op 
Hamont en van de uitkeeringen aan Utrecht en Breda. Hij doet per 
kwartaal rekening. Ten slotte wordt hem opgedragen de verwisseling 
te Alfen en om toe te zien, dat de pakketten voor Bodegraven en 
Zwammerdam medegaan met den postiljon op Utrecht. 

De commies te Gorinchem ontving op gelijken datum zijne instructie. 
Hij zal nagaan of de brieven, die over Drunen op Gorinchem komen, 
goed zijn bijeengebonden en of alle brieven, die over Utrecht loopen, 
tot daar zijn gefrankeerd. De brieven van Maastricht, 's-Hertogen- 
bosch, Breda, Drunen (waarbij die van Geertruidenberg, Tilburg, 
Eindhoven, Heusden, Woudrichem, Aken en Luik) voor Zwolle, 
Deventer, Kampen, Leeuwarden en Groningen voegt hij bijeen en 
zendt die in één zak op het entrepostekantoor te Utrecht. Evenzoo 
gaan de brieven voor het Noorden uit Zutfen, Arnhem, Nijmegen 
en Venlo in één zak op Utrecht. De retouren, die van Utrecht komen, 
worden naar de steden gesorteerd. 

Ten slotte wordt ook hem het toezicht op de postiljons opge- 
dragen. Den 18 November 1762 werd zijne instructie eenigszins 
gewijzigd en hem eene expeditie over Alfen voorgeschreven. 

De instructie voor den commies te Utrecht, van 11 November 
1762, wordt door mij bij Utrecht behemdeld *). 



*) Eeoe vroegere instructie voor den eersten commies Jacob Hoppach te Alfen 
wordt vermeld in het Brievenboek van Rotterdam. (Hoofdbureau) n". 26, 23 April 1754. 

*) De verwisselgelden werden door 23 steden betaald en beliepen 462 gulden 
7 st Dordrecht betaalde voor de 3 kantoren 47 gld. 16; Rotterdam 37 gld. 6; 
Amsterdam 28 gld. 7 enz. (R. A. P. n°. 271). 

') De instmcties zyn te vinden in de notulen der commissarissen en in de 
Portefeuille instnirti^n en reglementen op het Hoofdbureau. 

20 




Den weg, dien de postiljons volgden, vinden wij uitvoerig omschre- 
ven. V^an Alfen eerst op Gouda over Goudsluis, Boskoop, Wad- 
dingxveen en Middelburg, van Gouda langs de westzijde van den 
Vliet naar Schoonhoven, daar over op Nieuwpoort en langs hel 
postpad, gelijk wij boven aangaven op Gorinchem. Hier weder over 
die rivier naar Sleewijk en op Woudrichem, waar de brieven voor 
die plaats werden afgegeven. Vervolgens langs Rijswijk, Giesen, 
Andel, Veen, waar de bode van Bommel de brieven bracht en 
haalde. Wijk, Aalburg, Heusden (brieven voor die stad afgegeven), 
Üud-Heusden, Ëlshout en Drunen. Hier werden de brieven afgegeven 
voor Breda, 's-Hertogenbosch , Geertruidenbei'g en de Langstraat. Tot 
Drunen ging de post dagelijks, doch verder zuidwaarts slechts twee- 
maal en later driemaal per week, over de heide op Oisterwijk, Oor- 
schot, Eindhoven en Hamont. De commies te Drunen zorgde vooi 
het vervoer tot Oisterwijk, van waar Eindhoven de malen afhaalde^) 

NOORD-HOLLAND. 

Voor de correspondentie met Noord-Holland boven het IJ 
stonden twee posterijen, de zoogenaamde schagensche post en d 
zeepost tusschen Amsterdam en Texel, die oorspronkelijk was aai — 
gelegd voor de zeetijdingen, doch ook voor het brievenvervoer d 
aangelegen plaatsen zorgde. 

r. De poster ij van Schagen. 

Voor de schagensche post werd 23 December 1678 door Hillebn^^ ^^f 
en Lanibertus Schagen octrooi verkregen van de burgemeesters v ;at_ira/ï 
Alkmaar^). Het centrale punt was Alkmaar, van waar dagelijks (^ m m^ n 
postiljon reed op Haarlem over Heiloo, Limmen, Castricum, No«*_^i-*i. 
d()r|). Beverwijk, Velsen en Zandpoort en dagelijks een postiljon ^iip 
Hoorn, door den Schermer, langs den Beemsterdijk, Schemierh^. ^ mii 
en Averhorn. Er waren entrepostes te Bevei-wijk, Medemblik , Ho-^^^ wtï 
en Enkhuizen. De brieven van Medemblik gingen per wagen ^ 
Hoorn, en niet die van Hoorn en Enkhuizen dagelijks per postiJLjon 

«) I{. A. R, n". 271 (Bijlagen Algemeen verbaal) fol. 20, 20 vs., 22 en 4^ 
-) Di'zt' Hiiiehrant Schagen \v(»rdt in 1G76 genoemd postmeester van den ^>«"^os 
van Oranje t<' l'trrclit. Hij vfTzorht in dat jaar aan 's-Hertogenbosch onm ^flo 
plannen iv inog«'n toelichten voor eene posterij op Holland en Utrecht. Zie bi*?*?^^'' 
hij \-Hert()genhos(h. Over do aanstelling door Alkmaar zie Resol. der vroed»^<*"**P 
nhlaar :hi Oetoher, *{ en :2.*^ Deeeniher 1678. Voor het octrooi zelf zie Geni.-aX^*«"**' 
Alkmaar. 



307 

naar Alkmaar. De verbinding met binnen- en buitenland geschiedde 
over het kantoor van den postmeester te Haarlem. Alleen de brieven 
voor Amsterdam kwamen niet aan het haarlemsch kantoor, maar 
werden buiten de stad afgegeven. 

Voor het vervoer der regeeringsbrieven van Alkmaar werd eene 
bijdrage per jaar ontvangen, eerst /*200, later /50. 

De posterij had geen contracten met vreemde postmeesters en 
was slechts van locale beteekenis. Zij bleef tot den overgang der 
posterijen in het bezit der familie van Schagen. Deze verzette zich 
eerst tegen de overdracht, op grond dat het geen posterij was van 
de stad, maar eene particuliere onderneming van de familie. Later 
nam zij echter genoegen met de schadeloosstelling. In 1760 ver- 
zocht Dr. David van Schagen om het hem levenslang toegekend 
dedommagement over te brengen op zijne kleindochter, hetgeen hem 
als gunst werd toestaan ^). 

Na den overgang der posterij aan Holland werd voorgesteld om 
het schagensche rit te doen samensmelten met dat op Texel en dit 
te verleggen van Amsterdam langs het tolhuis, Buiksloot, Monniken- 
dam (hier brieven voor Purmerend af te geven), Edam, Averhorn 
of Schermerhom, Hoorn (brieven voor Alkmaar, Enkhuizen en 
MedembHk), Obdam, Nierop, Schagen, De Zijp en Den Helder. Dit rit 
zoude 3 uren korter zijn dan volgens de oude texelsche route, 
gelegenheid geven om de brieven voor Zaandam en de Zaanstreek, 
die nu door de schippers werden bezorgd ^), per post te vervoeren en 
eene aanmerkelijke besparing geven door het opheffen van het rit 
Van Alkmaar op Haarlem % 

Dit voorstel, dat het bestaan van het schagensche rit bedreigde, 
v^ond echter geen instemming, zoodat ook na den ovei-gang het oude 
ï^it behouden bleef. Alkmaar bleef ook het centraalbureau, waarheen 
^it Rotterdam alle brieven te zenden waren voor Hoorn, Enkhuizen 
2^11 Beverwijk, die in afzonderlijke pakjes in het noord-hollandsch 
[Pakket verzonden werden *). 

Voor de brieven uit de andere provincies op het Noorderkwartier, 
^^erd in 1767 voorgeschreven die transitoir te zenden uit Bommel en 



*) Res. Dordrecht De overige bijzonderheden zijn in hoofdzaak ontleend aan het 
C^root Rapport en de bybehoorende bijlagen. 

*) Er waren 24 schippers. -) Groot Rapport 1751. 

*) Brievenboek Rotterdam (Hoofdbureau) , 22 Augustus 1758 n". 57 en 30 November 
tTTO n\ 140. 



308 

achter Driinen op Gorinchem; uit Kampen, Deventer en Hatteni 
Amsterdam en uil Bergen op Zoom op Rotterdam *). 

Tusschen het Noorderkwartier en Leiden werd 21 Februari {'m 
directe zending van pakketten ingesteld. Te voren werd alles 
Haarlem gezonden. 

8. TEXELSCHE POST. 

Naar aanleiding van het verzoek van „vele notabele koopluyci 
tenderende tot het oprechten van een posterye met paerden ( 
sloepen", om spoedig bericht te krijgen der binnenvallende schep**! 
werd 20 November 1668 door burgemeesters en regeerders va 
Amsterdemi aan Roelof de Hulter voor den tijd van één jaar veWo 
verleend om op eigen kosten eene zeepost in te richten op Texel en 
het Vlie »). 

Hij zal de binnenvallende schepen doen aanteekenen mei ie 
namen der schippers en de plaats van herkomst, en deze op Den Helder 
en van daai', met de brieven, dagelijks in 10 a 12 uren per jjostiljon 
op Amsterdam doen brengen, waar de zeetijdingen op een „caert' 
gesteld en voor het posthuis opgehangen worden. Hij zal ook berichier 
brengen der bij Texel gestrande schepen en hiervoor een poslgel 
mogen vorderen , doch voor elk verkeerd bericht eene boete beloop 
van / 25.—. Van de brieven uit Den Helder mag hij 6 st p 
hefTen en van die daarheen gezonden worden 3 st. 

Het postgeld wordt bepaald op 1 st. per last, doch voi>r No< 
vaarders met hout slechts '/i st. en voor ongeladen schepen V 
per last, halfgeladen schepen in evenredigheid. Het is alIeiHi 
schuldigd voor de binnenvallende schepen, die te Amsterdam lo 
en waarvan het binnenvallen door de Hulter in de zeetijding i? 
meld. De inladers betalen hiervan V* ^^ d^ reeders V4 » welke Im 
geschiedt ten kantore van de convooien en licenten. 

De boekhouder van dit kantoor werd tot het innen gemacl 
vu den ro(Mlragenden bode werd opgedragen om dagelijks ke 
nemen van de opgaven op de bij het kantoor opgehangen I 
zal hiervoor 4 st. per dag ontvangen *). 

Toen de dienst ingericht was, trachtte Paulus de Hultt 
van Ro(4of, zich in het beheer te dringen, doch dit wen! 



•) C. 11 Septemhor 1767. *) Gr. Mem. V. fol. 235. 

') 2ï) N(»v«'iiiIkt IfiOH on 4 Februari 1(5^50. (ir. Mom. V. fol. &R vs. 

*} r» Drri.inher lOtJH. (W, Mem. fnl. 236. 



309 

i Roelof werd 26 Februari 1670 opnieuw voor een jaai* met de 
►ïsterij begiftigd. Zijn verzoek om aanstelling voor het leven of voor 
n aantal jaren werd echter afgeslagen ^). 

Uit het rapport van de commissarissen N. van Capelle, Johan 
ulft en Cornelis Graefland blijkt, dat de directie der posterij in 
169 aanleiding had gegeven tot „veel klachten, dispuyten, questien 

oneenigheden", en dat de ondernemer de posterijen „tot sijn 
oote coste ende schade voor dit jaar heeft in train gebragt op 
ope van in volgende jaren beter succes te genieten." 

Hij verzocht voortaan het postgeld aan zijn kantoor of aan dat 
n het paal- en vuurgeld te doen betalen en aan de schippers aan 
bevelen om hunne brieven bij het binnenvallen aan de post af te 
ven. De genoemde commissarissen hadden geen bezwaar om de 
taling aan het kantoor van het paal- en vuurgeld te doen geschieden, 
ch achtten een advies aan de schippers overbodig, daar de reeders, 
; hunne scheepspapieren per post wenschten te ontvangen, dit zelf 
n hun kapteins konden bevelen en voor particulieren weinig 
even over zee te verwachten waren, „gemerkt dat op meest alle 
artieren van Europa seer spoedige postertje sijn aengestelt." Zij 
idden ten slotte aan, om te bevelen, dat de lijsten der zeetijdingen 
morgens op het kantoor kosteloos ter inzage moeten verstrekt 
►rden, en dat geen afschriften hiervan mogen rondgezonden of in 

couranten opgenomen worden. 

Den 21 December 1677 werd door Pieter Nanessen Backer c. s. 
ngeboden om deze posterij uit te breiden tot het Vlie % 

Deze posterij werd later eenigszins gewijzigd ') en opnieuw 
regeld bij ordonnantie van burgemeesters van Amsterdam van 

Januari 1706 en 16 Mei 1716*). Als postmeesters worden na 

Hulter nog genoemd Pieter Roos, aangesteld in 1706, en Gerrit 
)oft, aangesteld in 1716^). 



) Overeenkomstig het advies der commissarissen van 25 Februari 1668. Gr. Mem. 
. fol. 11 VS. «) Rotterdam. R. n^ 53. 

) O. a. werd 1677 hooger postgeld (1 gld. 5 st per schip) gevraagd. Toen waren 
vier ondernemers. R. n°. 52. 

) Dagelgksche Notulen van burgemeesteren. Voor het rit worden 6 paarden 
>niikt Het lastgeld bedraagt IV4 st voor schepen op Engeland, Schotland, 
sland, Frankryk, Rusland en Groenland, l^j st voor straatvaarders en wester- 
iepen, en voor de overige schepen Vj st. De schippers zullen hel lastgeld ver- 
en door yan de inlanders 1 penning per gulden van de vracht te vorderen en 
penning als de vracht meer dan fSOOO beloopt. 
) Officifinboek Lett. A, fol. 114. 





310 

Het Utótgeld van de schepen bedroeg in 1752 IVi st. van de 
schepen naar de Middellandsche Zee, IV4 st. voor die naar Engeland 
en Frankrijk en een V2 st. voor die naar de Oostzee. Het werd 
grootendeels ontvangen aan het convooikantoor van de admiraliteit, 
dat 2 Vi 7o voor in casso kortte ; het overige werd te Texel ontvangen. 
De schepen van het Noorderkwartier waren vrijgesteld van dit 
lastgeld ^). Het blijkt, dat de administratie op Texel niet al te nauw 
keurig was, en dat het klaarmakersboek, waarin de uitgezeildeschepe 
moesten aangeteekend worden , slecht werd bijgehouden. Ook betaalde 
vele schepen het lastgeld slechts bij de terugkomst en ontliepen sommi- 
gen dit dan door in het Vlie binnen te vallen. Er werd daarom door 
Ie Jeune in 1754 voorgesteld, om slechts één persoon, in plaats van dri 
met de inning van het postgeld te belasten, waardoor betere contrOl 
verkregen werd, de zeepost uit te breiden tot het Vlie en gee 
schepen uit te klaren, voordat het postgeld was betaald. In 17 
wen! nogmaals op betere inning der postgelden aangedrongen 
werd door de Staten verboden om schepen uit te loodsen, voord 
het postgeld was betaald *). 

Het brievenvervoer betrof brieven voor de vertrekkende en v ^=^ i \ 
de binnenvallende schepen. Dit was voornamelijk van belang vc***.*«::3r 
de reeders, die met de zeepost hunne brieven en papieren in min(S.^^er 
tijd verzonden, dan de schepon zelf noodig hadden tusschen Amst^k^T- 
dam en Texel. 

Er waren twee postschippers op Texel, die de schepen praaid^e^n 
en hot brievenvervoer tusschen de schepen en den wal onderhielA ^=f-" *i. 
Zij kregen ';, si. per brief, doi-h brachten nu alle brieven ^^^ljui 
Den Helder en van Texel als zeebrieven aan, om de premie van ^,^ =st. 
ptT brief te ontvangen, en zonden zelfs verschillende brieven a^-^sui 
gelingi^^nie adrt^ssen, die natuurlijk onbestelbaar waren, zcKKlat ^e 
post wel \j st. betaiilde doch niets terugontving. 

IV imiw de schepen op de reede verzonden brieven bleken dikv^' iJLs 
onl>eslelluuir, daar de schepen reeds vi>or de brieven waren vertrokken 
of de matrozen geen fjeld hadden om het port te betalen. Er ^r^=rni 
ilaan»m S l^eteniber ITM^ vooi^eschreven om alle brieven naar* ^^ 
>c\w\H\\ UA lexel te fnuiket^en. Met de groote maatschappijen wi*r<e'ï 
viH>r het vtTviHT contracten ijeslolen. o. a. met de Sociëteit ^'fl/i 



'•• Kaj»j»ort i4 t>i*toU^r 17r>i. l.o Jeune steKie daarom voor om deze schepen ^^^ 
ni»^t .'p «iv r?-» tijdingen t»- vernielden. 

■' <". \» N-xtiiilnr lTr>T en re^^^luties van de Staten 16 I>eeeiikber 1757. 



311 

tiriiiame voor f3(H), — per jaar, met de Oost-Indische Compagnie 
I 171G voor ƒ 500.— per jaar ') en met de admiraliteit in 1738 
oor gelijk bedrag. De West-Indische Compagnie betaalde 10 gulden 
er zak en verrekende de losse brieven der kooplui per halfjaar. 
e particulieren betaalden 6 st. port en de mindervermogenden 3 st. 
an vreemde postkantoren werd 5 st. per brief berekend, doch de 
trechtsche schippers en de buitenlandsche kantoren weigerden dit 

voldoen. Men gaf daarom de zeebrieven „meest althans aan die 
)mptoiren om niet". 

De weg door de postiljons genomen liep c. 1677 van Amsterdam 
3 Buiksloot, Purmerend, Oosthuizen (afgeven voor Monnikendam, 
dam e. a.), Averhorn (afgeven voor Hoorn, Enkhuizen, Medem- 
lik e. a.) Jersen, Rustenburg (afgeven voor Alkmaar), het Niedorper 
?rlaat, door Zijdewind, Schagen, de Zijp, langs den Kemneierweg naar 
en Helder. Hier werd overgevaren op *t Schildt en van dafu* gereden 
►t 't eind van het eiland en overgevaren nosr 't Westeinde (VHeland) 
1 naar 't Oosteinde gereden % — In 1752 was de route van Amster- 
aiTi over Halfweg, door de holle laan, langs Zantpoort, Beverwijk 
vaar van paat*d werd gewisseld), Nooddorp, Castricum, Egmond 
p den Hoef (waar van paard werd gewisseld). Bergen, Schorier, 
t.-Maartensbrug ^) (wafu* wederom werd gewisseld), Schagerbrug, 
leisemerbrug, 't Sand, 't Wapen van Alkmaar naar Den Helder, 
►e postiljons reden het rit in tweeën en wisselden te Egmond *). 

Het rit werd bekostigd door het texelsch kantoor te Amsterdam, 
at ook de revenuen trok. Het kantoor was gevestigd in een huis 
chter de Beurs, dat voor ƒ140. — per jaar was gehuurd. 

Na de oprichting der Statenpost bleef het rit nog enkele maanden 
1 handen van het texelsch kantoor; het werd met 1 Januari 1753 
oor de provincie overgenomen *). 

Een voorstel om het rit te verleggen over Buiksloot, de Purmer, 
e Beemster, Averhorn, Niedorper verlaat en Schagen, met eene 
ijlijn op Beverwijk ®) leidde tot geen resultaat, evenmin als het 
eeds hier boven vermelde voorstel van 1751. In 1768 werd eene 
irecte correspondentie van Amsterdam op Beverwijk ingevoerd. 



*) De V. O. C. gaf daarenboven jaarlijks eene portie speceryen. 
') R. n^ 55 (c. 1677). ^) In de Zype. *) C. 25 September 1755. 

^) De andere posieryen gingen 1 Juli 1752 over. 

*) C. 20 Januari 1756. Be verwek had eene vrg drukke correspondentie wegens de 
aar op de buitens vertoevende Amsterdammers. 




312 

doch deze werd, wegens de klachten der schippers, weder geschorsr 
tot de oprichting van den dienst op Vlieland ^). 

Wij zagen reeds hoe door Ie Jeune werd gewezen op de wenschelij 
heid om het rit uit te strekken tot Vlieland ^). In 1767 werd hie 
nog aangedrongen door een adres van 51 amsterdamsche koopliede 
De commissarissen waren hiertoe niet ongeneigd, mits de kooplied 
8 st. per hrief van en naar Vlieland wilden betalen, en postge 
voor de in- en uitgaande schepen '). Het duurde echter tot 1777 vÓ€^r 
de Staten hiertoe machtigden en tot 1778 vóór de dienst kon geoperf^/ 
worden *). Te Vlieland werd een commies aangesteld op ƒ 250. — 
salaris en /*50.— voor kantoorbehoeften. Het vervoer tusschen 
Texel en Vlieland werd aanbesteed voor / 700. — , het rit op Texel 
voor f 100.— en op Vlieland voor ƒ 300.— en aan den postschipper 
op Vlieland werd ƒ 350. — per jaar toegekend. De kosten bedroegen 
dus ƒ2325.— of /'325.— meer dan de schatting in 1767 % 

Voor den postschipper tusschen Texel en Den Helder werd Ü) 
April 1753 eene instructie gegeven. Hij moet alle schepen praaien, 
zeetijding zenden en de brieven aan en van boord brengen. Het is 
hem veroorloofd om passagiers mede te nemen, mits hij hierdoor 
geen vertraging brenge in de post. Hij heeft 3 man tot zijne hulp 
en moet zelf medevaren en staat onder opzicht van den commies te 
Den Helder. Deze instructie werd 10 Juli 1760 aangevuld. 

De post op Vlieland werd 13 November 1777 geregeld*). De instructie 
van den postschipper op Vlieland komt in hoofdzaak overeen met 
die van den schipper van Texel. Hij moet de zeetijdingen en brieven 
's avonds vóór 9 uren aan het kantoor brengen om te 10 uren met 
de post verzonden te worden. Hij krijgt 1 st. per aangebrachten brief 
en heeft zelf voor het onderhoud van de postschuit te zorgen. 

De brieven worden per postiljon van het dorp Vlieland naar het 
Mallegomsche pad gebracht, waar de veerman op Texel die over- 
neemt en de maal brengt naar het gemeenelandshuis op Eierland. Van 
daar wordt de maal in 2V2 uur naar Oude Schild op Texel gereden. 



') C. 2;i Augustus 1768. ») Zie ook C. 30 April 1754. 

') C. 2 en 3 Juni 1767. Er was voor 1767 hiertoe tydelyk een schip gehuurd. 
In 17(jl) was tydeiyk een schuitje geplaatj^t i>ij het nieuwe diep achter den Hor»l. 
C. Vi Maart 176(). Dit diep was in 1763 weder verloopen. 

*) Resolutie Staten 25 Januari 1777. C. 4 Maart 1778. 

') Dr v(MTiuan w»»nl .'i Mei 1779 met /"'ftK). verhoogd. De boot werd aan besitertl 
voor /"(KiO. 

•) Res. Staten v. Holland 3 Dec. 1777. Gr. PI. B. IX, bU. 794. 



313 

De veerman van Vlieland op Texel mag wel passagiers over- 
Iteii, doch alleen als hij voor de post vaart, niet buitentijds. Hij 
?eft het onderhoud van de schuit te zijnen laste en vrije woning, 
>ch moet daarbij aan den postiljon een onderkomen verstrekken. 

Het port der brieven werd bepaald op 2 st. tot Texel, 3 st. tot 
en Helder en 6 st. tot Amsterdam. 

De commies op Vlieland zorgt voor de expeditie der brieven en 
aakt in duplo eene lijst der in- en uitgegane schepen met opgave 
in den naam van het schip, den schipper en de plaats van her- 
>mst of bestemming. Hij vermeldt hierbij ook ijsgang, storm, 
randing enz. De brieven voor uitgezeilde schepen worden terug- 
zonden naar Den Helder of naar Amsterdam. 

De commies maakt maandstaten op en liquideert met drie maan- 
lijksche staten. 

Alle brieven, ook die voor de tusschengelegen plaatsen, werden 
^rspronkelijk tot Amsterdam vervoerd en van daar teruggezonden 
ngs denzelfden weg. Dit geschiedde om te voorkomen, dat reeders 
kooplieden uit de noord-hoUandsche plaatsen eerder bericht zouden 
ïbben dan te Amsterdam, of buiten de post om gelegenheid zouden 
nden belanghebbenden aldaar op de hoogte te stellen vóór het bezorgen 
;r brieven door de post. Den 5 April 1768 werd toegestaan de 
•ie ven van Den Helder op Alkmaar, Hoorn, Enkhuizen en Medemblik 
! Beverwijk af te geven en van daar met den van Haarlem komenden 
)stiljon te verzenden, waai'door de brieven 24 uur eerder ter be- 
emming geraakten. Dit werd bevestigd door de Statenresolutie van 
5 Januari 1777. 

Aan de cilkmaarsche kooplieden werd echter in 1787 geweigerd 
m de zeetijdingen en zeebrieven direct van Den Helder te ontvangen, 
^it het hiertoe behoorend rapport blijkt, dat de zeetijdingen te 
imsterdam terstond na aankomst geplaatst werden in de kassen 
ij het groot kantoor aan de beurs. Er werden slechts twee afschriften 
emaakt, waarvan één aan den burgemeester wevd toegezonden en 
én aan de admiraliteit ^). 

Het afhalen en bezorgen der brieven te Texel werd 1 Maart 
759 geregeld. 

») C. 11 Sepl. 1787. 



VIJFDE AFDEELING. 
OntwIkkBling der kantoren In Holland. 



[1 deze afdeeling wensch ik kort aamen te vatten hetge-*^*' 
nooüig blijkt om een overzicht te geven van het bela.*^"** 
I der verschillende postkantoren in de hoUandsche at«lt- *"■' 
! waarbij ik voeg wat, als van meer locaal belang, gi^ """ __ 
plaats kon vinden in de voorafgaande hoofdstukken. Ik volg hier^— ^'^ 
de volgorde van het algemeen rapport, dat is de rangorde der dted-*«=^^"" 
in de Staten; alleen wordt eene uitzondering gemaakt voor Amsterdar"^ '' 
waaraan wegens het overwegend belang dezer stad voor de inlfc^" ■*' 
nationale verbindingen, de eerste plaats is toegekend. 

AMSTERnAH '). 

Door de belangrijke plaats, die deze stad in het handelsverkc • "^ 
bekleedde, was ook haar aandeel in het brievenvervoer overweger» ^*" 
Voor correspondentie op Engeland en op Hamburg, Döiemark^-*^ ^' 
Zweden en Noorwegen was nagenoeg de geheele republiek afh^^^*^' 
keiijk van de kantoren te Amsterdam , en ook daar, waar »* ^^ 
andiTt' steden hare eigen contracten met het buitenland bezale' • '" 
gelijk voor de correspondentie met de Rijksposi, Pruisen, Frankri,^ 
en Oral>ani, was de invloed van Amsterdam overwegend en wUt <^ 
zich gewonidijk dcwr het belangrijk verkeer buitengewone voordeel*^^ " 
te bedingen. Hel nmsterdamsch monopohe voor Hambui^ en Engela*^ "'' 






'. S'hi'lti'ina , lil' Itriovfuposlcry !»• Amstcnlani , in JaarbL. poslrnK -'^ 

1111. A. J. M. Drouwcr Atirlipr. Aanleekeaingen l>ctrFff«*nilp b^' 

1 wi-ltM;r. AmHtenlamBch Jatu-Wekje 1899. 



J 



315 

erd meermalen bedreigd door andere steden, speciaal Rotterdam en 
•Gravenhage, doch Amsterdam wist het trots alle aanvallen te 
mdhaven. 

Stadsboden, die naar gelegenheid van de opdrachten, nu hier, dan 
larheen reisden, worden reeds in de 14**® eeuw en o. a. 1506 en 
>11 genoemd. Hiertoe behoort ook Jan de Vries in 1544 vermeld^), 
e dikwijls ten onrechte de eerste amsterdamsche bode is genoemd, 
i 1547 werden vier vaste boden aangesteld, ook voor de parti- 
diere brieven, „omme der stede ofte der goede gemeente boetscappen 
doen ende briefven buyten dezer stede te dragen." Ook deze reisden 
hter nog niet naar bepaalde steden en op vaste dagen. Dit ge- 
hiedde eerst door de aanstelling van boden op bepaald aangewezen 
eden. Op Antwerpen werden zij benoemd in 1568 en langzamer- 
md op bijna alle plaatsen, waarmede de amsterdamsche handel zijne 
Tbindingen had, en waar de boden niet overbodig waren door vol- 
)ende verbinding door de schuitenveren ^). De boden hadden ieder 
mne eigen bestemming en reisdagen en hadden cautie te stellen voor 
ni richtig beheer. De bedragen der borgtochten ondergingen in 
ter jaren meermalen verhooging*). De boden werden door den 
agistraat benoemd en stonden onder opzicht van de overheden. De 
)rten der brieven, geldzendingen en pakketten werden door de 
^erheid vastgesteld en konden alleen door haar gewijzigd worden *). 

Van de plaatsen, waarop geen boden liepen, werden de brieven 
kwijls door de reizigers medegebracht en dit natuurlijk in de eerste 
aats de brieven, die over zee kwamen. De bezorging hiervan was 
)ór 1565 geheel aan het toeval overgelaten. Verschillende personen 
aakten er een bestaan van om de brieven van de aankomende 



») Keurbk. E. fol. 241 vs. 3 October 1544. 

') Zoo werden er o. a. in de byverraelde jaren boden genoemd op: Antwerpen 
i68), Zeeland (1579), Deventer (1605), Keulen (1606), Hamburg (1606), Emden (1606), 
Inster (1609), Rouaan en andere fransche steden (1609), Rijssel (1609), Groningen 
i09), Nijmegen (1610), Doornik en Valenciennes (1610), Wezel (1611), Arnhem en 
imerik (1614, later gescheiden), Breda (1617), Gorinchem (1618), Leeuwarden 
.19, waarbü Dokkum en Collum), Dordrecht (1620), Delft (1621), Gent (1622)» 
irlingen (1628) enz. Het laatst ingesteld werd waarschynlijk de bodendienst op 
aersfoort in 1656. 

') Brouwer Ancher blz. 6 noemt de oorspronkelijke bedragen met de verhoogingen. 
') O. a. voor Keulen 1633, Hamburg 1634, Antwerpen, voor Dordrecht in 1662 
een voor de winterbrie ven. Een tarief der boden uit 1612 volgt hierachter als 
lage. 



316 

vreemdelingen over te nemen en in de stad te bezoi^en eii warhtt«'ii 
dagelijks aan de Nieuwe brug, waar de reizigers aan wal stapten. 
Dit gaf echter aanleiding tot misbruik, daar deze vrijwillige bestellers • 
op wie niemand toezicht hield, de brieven „t'haeren appetite" liestel- 
den, soms 2 of 3 dagen na aankomst, en naar goedvinden port eii 
bestelloon van de geadresseerden afvorderden onder bedreiging van 
anders „met de selvige brieven wech te gaen ende die also Ue# 
verduysteren , datse nimmermeer ter handt commen". Om hieraan 
zooveel mogelijk paal en perk te stellen verbood het gerecht het 
afvragen van brieven om die te bestellen, en beval het aan de schippers 
om de brieven af te geven aan den paalknecht in het paalhuisje 'l— 
Deze had de brieven te nummeren en in te schrijven in een 
met den naam van den schipper en de plaats van herkomst. Eene lij 
hiervan werd door hem opgehangen op de beurs. De koopli 
kunnen dan na beurstijd de brieven af heden, of daarna laten bestellen . 
De paalknecht krijgt voor eiken afgehaalden of bestelden brief 1 % st^ . 
waarvan hij Vj st. aan den schipper moet uitkeeren*). 

Dit laatste betrof de brieven van over zee. Ook voor de binnen- 
schippersbrieven werden bestellers aangesteld: 17 April 1624 ¥«►■ 
de schippersbrieven van Den Haag en Delft, en 28 October 165 Jt 
van die plaatsen, Rotterdam en elders, over Haarlem komende. 

De besteller van 1624 kreeg geen bestelgeld per brief, maar 
18 st. per schuit (*s winters 12 st.) en had de porten aan de 
schippers af te dragen % De tweede bepaling geldt zoowel brieven 
van schippers als van voerlieden. Zij zullen die ter bestelling geven 
aan den commissaris aan de Haerlemerpoort en hiervoor 1 st. per 
brief ontvangen, terwijl de (*onmiissaris 2 st. van de geadresseenlen 
mag vorderen *), 

Het vertrek der boden was door den beursknecht nBLen twet» ofte 
dry verscheyde hoecken luytskeels uyt te roepen". Hij genoot hiervoor 
2\g st. „voor elck een uytroep" *). 

De boden hadd(Mi daarenbov(»n , evenals de schippers, op verschil- 
lende plaats(»n in de sta<i bussen hangen om de brieven in te zamelen. 
Het eerst vond ik hi(»rtoe het verlof gegeven aan de schippers op 
Hoorn en Knkhni/.en. die 2 bussen met het wapen der stad mochten 
hangen aan het |)aalhuisje op de Nieuwe brugge. De paalknecht zal 



') ir» Manrt !.*><>.'>. Krbk. F. foi. ir>7 vs. vn 81 Januari 1596, Krbk. H. fnl. 12» vs. 
-') 'M Januari l.'illH, Krhk. il. foI. 1^ vs. ^) Jrbk. Posteryen IBTil. 

*) iW. M«iu. III. foI. :«1. ') Doinpselaer IV. 174. 



317 

mr lie( vertrek <ier srhiiitt^n de bussen openen en liiei'vooi" iederen 
eer 1 st. untvangcn '). 

In 1755 hing de geheele !«tad vul met busiiwn der boden en 
■hippers, „welke ook overal casse houden, en met sulcke geoppo- 
>erde inacriptien, dat de stad van Amsterdam als geinnundeert is 
iet brievencassen , want geen schipper, geen beurtman, die er aen- 




De Beurs van Anislvnlum. 
ïBn Claes Junsz. Vissi-lier (ll'.l^). Ikt ftntw.-rpsc-li kniiloo 
gevestigd in het tweede huis vooranu tiiiks. 



omt, ofF reekent sig ook al bevoeght een brievenbus uyt te hangen, 
ie een postcomptoir te maeken" *). 

De boden hadden zelf te reizen en mochten geen plaatsvervangers 
tellen, maar mochten bij ziekte of verhindering aan de overheden 
an de koopmanshoden verzoeken iemand aan te wijzen *). Deze 
epaling kwam echter meer en meer in onbruik, naarmate de bode- 
osten in gewicht toenamen en ala goed rendeerende posten in handen 
wainen der regeeringsfamilies. In 1641 klagen de overheden der 



') 1 April 1616, Krbk. Anisterdam I 
') Rapport c ITïïfi. HooWljurenii. 



dIz. 79. Jaarbk. Posterüen 1%1 bli. 4. 
1) 7 Juni iCaa. Gr. Mt-m. II h\. ?M vn 



318 



koo)>inansbo<leii , dat zij dagelijks kluchten ontvangen van ktMipliedie- « "» 
en winkeliers, dat de budeii „een tinyrlingh gebruycken, daer A «e- 
luyden niet wel van gedïent en sijn", en niet „op haer behoorlijcti ■*^ 
tijden passen" en onbeschoft meer vorderen dan het toegestane por*^. _ 
Op verzoek der overlieden wordt daarop aan de boden ingescherp^^ , 
dat zij zich alleen bij noodzaak en met consent der overlieden int^e- -»■ ^ 
laten vervangen, op tijd zullen reizen, terstond na beurstijd de brieve— ^ci 
bestellen en geen hooger port vorderen, dan hun in de tarieven ^i^ ^ 
toegekend. Bij overtreding kan 15 gulden boete woi-den opgelegd ^^*- ~y 
Bij overlijden werden in 1621 de revenuen van de eerste re— -5.5 
van den nieuwbenoemden bode aan de weduwe van zijn voorgang -^«^^.r 
toegekend*). Dit werd in 1639 voor de weduwen der boden m^r^-p 
Antwerpen, Keulen, Hamburg en Zeeland uitgebreid tot de drie eers«- *e 
reizen ^) en later voor Hambui^ tot drie geheele weekbeurten *). A ^^^ui 

de weduwe van een (^ ^r 

^"^ ' postmeesters van ft"-» *t 
keulsch kantoor w^e^ «tJ 
later bij den overgang «rS wr 
posterijen in 1 752 M~m «t 
recht gegeven op 9 maa=» w- 
den revenuen na het o^rmE^r- 
lijden van den postmees, t; *'r. 
Enkele belangrijke tr»*»- 
denambten gingen Itmf- 
7.amerhand in postmeesterschappen over, vooral die.welkeophet buitten- 
land werkten en, in vereeniging met de vreemde postadministrati**^- 
geregelde postdiensten in hel leven riepen, die zij niet zelf bereisder» 01 
slechts voor ren gedi'elte onder hun beheer hadden, doch waardnv^r zij 
dl' brieven van geheole streken aan hun kantoor verbonden. AiKlfc"f 
b(i(ien|»laalson werden geciimbineerd, — gelijk o. a. in 1662 met het boei*""" 
kantoor op Nijmegen, dal gevoegd werd bij het gecombineerd kanl*»*"' 
van Kleef, Arnhem en WezeP), — of nauw met andere kant<»»**"»i 
verliiimli'n, gelijk hij hel keiilsdi en Immhurgsch kantoor gestrliifl*'**' 
üni-slreeks 1751 waren naast de 8 postkantoren nog de vnlfje»"*"'' 
hodeiiplaatflen in wezen: 




Postilj< 



dt>n Nieuwendük. 



'( 20 OpInlLT UAi. r.T 


Mem. III Tol. 21.'.. 


'] lil Jan.mri Um. lir 


Mem. II. r<.l. 2ili ï 


'-] 10 .\K'i UyV^. r.r. SU 


■i>. III. f»]. ^2I>£ v^. 


') .-. M.i lti.71. Cr. Me 


1, IV. r.,1. UU. 


'■) ■i NnïiMiili.T ir.lH. ( 


r. Mem. V. fol. H8 v 



319 

• Einden, met twee zendingen per week over de hamburger post. 
ï. Groningen, met twee zendingen per week over Utrecht en verder 

per haagsch rit op Zwol. 
t, Leeuwarden als n®. 2, ook voor Franeker, Harlingen en Zwol. 
t*. Deventer, met tw.ee zendingen per week, met den beurtman op 

Deventer en verder per schuit en de bode zelf nog Vrijdags ^). 
^. Tiel, Culemburg en Wijk bij Duurstede, een onbeteekenende dienst, 
ï. Dordrecht, dagelijks met de binnenlandsche post. 
^. Gelderland en Kleef, alleen voor goederen. De brieven gingen met 

het keulsch kantoor. 
^. Zeeland, met de binnenlandsche post op Rotterdam, en van daar 

tweemaal per week met de schippers op Middelburg. De boden 

op Zeeland hielden een afzonderlijk kantoor naast de beurs *). 
Van deze 8 bodenambten maakten dus allen voor de verzending 
lunner brieven van de post gebruik en reisde alleen de bode op 
Deventer zelf éénmaal per week met de bus '). 

De opbrengst van hun brievenvervoer werd geschat per jaar : voor 
:1e boden op Emden 1263 gld., 9 st., Groningen 2600 gld., Leeuwarden 
1752 gld., 10 st., Deventer 800 gld., 16 st., Tiel enz. 26 gld., Dordrecht 
16:30 gld., Zeeland (4 boden)*) 4548 gld., of te zamen 12620 gld., 
15 st. ^) 

Ook valt hierbij nog te vermelden de bode van Haarlem op 
>\msterdam, die omstreeks 1759 wegens geknoei werd ontzet en 
-wiens ambt toen bij de post werd gevoegd % 

Deze bodenposten werden niet begrepen in de overdracht der 
:>osterij, naai' men voorgaf, omdat deze berusten op overeenkomsten 
net plaatsen buiten Holland, waarover men niet eenzijdig kon 
•eschikken. Hoe willekeurig men hierbij echter te werk ging, kan 
- e. hieruit blijken, dat het bodenambt van Amsterdam op Dordrecht 
loef gehandhaafd, doch dat van Dordrecht op Amsterdam €ds posterij 
erd uitgekocht. 

Gedeeltelijk werd het behoud der bodenposten ook hierdoor ver- 
'Clig<l, dat zij ;ook goederen vervoerden en dat dit vervoer alleen, 



) I~^et bodeloon op Deventer en Zutfen was in 1648 verhoogd. J. Wagenaar, 
n^^. II. 544. «) J. Wagenaar, Handv. III. 511. 

' *^«r schuit op Harderw^k en van daar per wagen. 
* •'f^rlgks 16.000 k 20.000 brieven. 

^i'^ameling van ongedateerde rapporten van Ie Jeune (C. 1751). Hoofdbureau. 
C. 26 April 1754 en C. 7 December 1759. 



320 

zonder de brieven, geen voldoend bestaan zoude opleveren. De 
hoofdreden zal echter wel zijn geweest de onwil van den magistraat 
om de begeving dezer posten uit handen te geven. 

Het bodenambt op Groningen werd c. 1755, bij den dood van 
den bode, vereenigd met dat op Leeuwarden % Het bodenambt van 
Groningen op Amsterdam, dat de porten der te Amsterdam aan-^ 
komende posten trok, werd in 1755 uitgekocht voor /"ISOO. — 
per jaar. 

Schippers. Wij zagen reeds, hoe door de stad verschillende 
bepalingen werden gemaakt voor de bezorging der schippers- 
brieven. Beschouwen wij thans in het kort de voornaamste schip- 
persdiensten. 

De schippersposten op 's-Gravenhage en Delft worden reeds in 
1624 vermeld en in 1651 die op Rotterdam. De schippers genoten 
de voordeelen van het vervoer, doch moesten de brieven ter bestelling 
aan den commissaris overleveren. 

In 1659 richtten zij eene paardenpost op, waarvoor wij naar de 
behandeling van het binnenlandsch kantoor verwijzen. De bestelmeester 
van de 12 schippers van Amsterdam op de drie steden wendde zich 
in 1756 *) tot de commissarissen der Statenpost om een dedommage — -^^ 
ment van 18 st. per dag, voor hetgeen hij vroeger genoot voor hef-'^^^ 
vervoer van den postzak, dat later aan den postiljon war-^j^:^, 
toevertrouwd. 

Deze vergoeding vond haar oorsprong in het in 1624 geregeld mie 
bestelgeld voor de brieven, dat ten laste kwam van de schippen=: 
doch 17 December 1743 in hun belang ten laste was gebracht v 
de bimienlandsche posterijen. De bestelmeester besteedde het bestell*^ ^e» 
z(*lf uit voor 50 gulden per jaar en V4 ^^t. van de brieven van Del^" ^fl. 
en genoot zoo een jaarlijksch voordeel van 158 gulden 15 st. LjHPHij 
verzuimde zich in 1752 als beambte van de post op te geven en l»^nad 
daardoor alle aanspraken verloren, doch ontving in 1768, toen op 



') \)v hodo op Friesland verzond in 3 jaar lyds: 
voor den postmeester-generaal in F'riesland (Dinsdag en Zaterdag) 36743 bri <' -^vtn. 

^ .. ^ ,. .. „ (Maandag en Donderdag) 3(i690 — 

Zwolle 5940 

liode Leeuwarden 9259 

Franeker 2323 -f- 194 

W. A. V. u'\ 21± 

•-) C. 11 Felir. \1:a\. 




321 

4 verzoek opnieuw was aangedrongen, eene gratificatie van 
12(M). - ineens *). 

De utrechtsche schippers mochten tot halfacht de brieven mede- 
»men ; die daarna in de bus kwamen , gingen met de nachtpost over 
Ifen ^). In 1764 beklaagden zij zich, dat de Statenpost hun de 
-ieven onttrok door het plaatsen van eene bus aan de Wittevrouwen- 
)(>rt te Utrecht. 

De commissarissen erkenden de billijkheid der klacht en stelden 
ierop voor, dat ieder de brieven zoude behouden, die hij ontving, 
)ch dat de schippers voor het hierdoor geleden verlies 700 gulden 
►elage van de Statenpost zouden ontvangen ®). 

De schipperspost op Gouda berustte op het contract van 20 Juli 
Ii75. In het reeds geciteerd rapport van c. 1751 worden de vol- 
[?nde schippersposten vermeld: 

gld. 8t p. 

1. 's-Gravenhage, Delft en Rotterdam, 4 schippers 

nog gerechtigd, per jaar 3778. 8.— 

2. Leiden, 9 schippers 3217.— .19 

3. Gouda, 6 schippers 464.11.— 

4. Utrecht, 8 schippers *) 2586.19. 4 

5. Schiedam (de meeste brieven gingen per post) . 13. 4.— 

De onder 1 — 3 genoemde schippers verzonden hunne brieven door 
e binnenlandsche post over Alfen. Er waren daarenboven nog ver- 
chillende Zuiderzee-schippers, die brieven vervoerden, en 36 schippers 
p Buiksloot, Hoorn, Edam, Monnikendam, Purmerend, Zaandam 
(iz. Hiervan werd het netto revenu der brieven geschat voor Pur- 
lerend op 900.19; Edam 502.8: Medemblik (grootendeels per wagen 
ver Hoorn) 374.19 en Hoorn (deels over Alkmaar) 892 gld. 4 st. 

Van de wagenposten wordt brievenvervoer o. a. vermeld van die 
p Den Haag, Muiden, Woerden, Arnhem en op Hamburg^). 

Postkantoren. Bij den overgang der posterijen waren er 6 



') C 14 en 1.5 December 1768. Er blykt uit de bijgevoegde stukken, dal 
ftarlijks de schippers van de drie steden te Amsterdam 366 maal binnenvielen. 

•) a 24 September 1755. '») C. 9 Maart 1764. 

*) De schietscb uiten vervoerden geen brieven, Res. 25 .Januari 1(583. De scbiet- 
rhuitsrbippers volgden echter by vacature in de plaats der volksschuiten. 

') Op VGravenhage richtte H. Jz. van der Heyde in 1G64 een wagendienst in. 
ir. Memor. V, fol. 76. 

21 



322 

kantoren: het untwerpsche, liamburgsche, keulsche, texelsche, binnen- 
landsche en bredasche kantoor. 

Het antwerpsch^) kantoor werkte op Antwerpen en de 
Oostenrijksche Nederlanden, Frankrijk, Spanje en Portugal en Enge- 
land. Het had ritten op Kuipersveer voor de belgisch-fransche en 
op Helvoetsluis voor de engelsche correspondentie, en haalde en 
bracht de brieven te Haarlem. Aan het kantoor waren verbonden 
10 postmeesters, 2 commiezen en een kantoormeid. Voor het bestellen 
waren 4 bestellers, die 520 en 468 gulden per jaar genoten, en een 
kantoorknecht. 

Het hamburgsch kantoor op de Beurssluis werkte op 
Hamburg en de tusschen gelegen plaatsen voorbij Zwolle. Het had 
te zijnen laste het rit van Amsterdam tot Lingen en een rit op 
's-Gravenhage ter afhaling en bezorging der hamburgsehe brieven. 
Het had in zich opgenomen het kantoor voor Gelderland en Kleef, 
dat 13 April 1687 hieraan was toegevoegd. Deze brieven werden 
gratis door het keulsch kantoor op Utrecht gebracht, van waar bet 
verder vervoer geschiedde door de postiljons van Nijmegen en 
Emmerik (van Wageningen af). Hiertegenover vervoerde het kantoor 
gratis de brieven op Munster, Osnabröck enz. voor het keulsch 
kantoor. Er waren 11 postmeesters, 2 opper- en 3 onder-commiezen, 
oen kantoorknecht en 4 bestellers. 

Het keulsch kantoor op de Beurssluis verzond door de ^ 
postiljons van de Rijkspost. Er waren 6 postmeesters, 1 commies^ 
2 onder-commiezen, 2 bestellers en een bestelster, die 150 a U^ 
gulden traktement kregen en fooien van de kooplieden „voor he— 
prompt en spoedig bestellen hunner brieven". 

D(» grens voor het arbeidsveld van dit kantoor en van den hm] 
op Wezel was 6 September 1651 geregeld ^). 

De drie boveng(»noemde kantoren waren, evenals dat op BrvAi 
uit bodendiensten ontstaan. 

Het texelsch kantoor berustte op de ordonnantie van 16 \ 
1716. Het behandelde de brieven van Texel, Den Helder en lan ^t- 
hel ril en de zeebrieven en zeetijdingen der schepen. Het had e ^: 
rit op Den Helder en twee postschuiten op Texel. Er was sleck "» i 
één postmeester met 2 connniezen en 2 bestellers. 

Hel bredasche kantoor, ook wel bredasch en bosch kant^ m >i 

') Hijzomli'rlHMli'n over <1«* zes kantoriMi in R. A. P. n**. 366 en i^TO. 
-') (;r. M«Mii. IH, Col. :)^2>^. 



323 

u>emd, verzond op Breda, 's-Hertogenbosch, Gorinchem, Schoon- 
veii, Woudrichem , Bommel, Drunen, Heusden, Tilburg en Eind- 
ven, Bergen-op-Zoom en Maastricht. Het had geen eigen rit, maar 
rzond door bemiddeling van het binnenlandsch kantoor. Er was 
1 postmeester 6ian verbonden. Aan de boden op 's-Hertogenbosch 
rd na de oprichting van dit kantoor het medenemen van brieven 
•boden ^). 

Het binnenlandsch kantoor was gevestigd op het Rokin bij 

Groote kapel. Het was ontstaan uit de schipperspost en had 3 
ïtmeesters, die met de nog niet verstorven schippers de baten 
loten. Er waren een directeur, een kantoorknecht en 3 bestellers, 
2 duiten per brief voor het bestellen kregen en 1 st. van de 
>egbrieven. Het verzond op de hoUandsche steden, Zeeland en de 
tt de Postsocieteit aangesloten plaatsen. Het had een rit op Alfen 
aansluiting met de Postsocieteit en de daar samentrefTende postil- 
is van Rotterdam en een rit op 's-Gravenhage over Lisse. 

Waar de geschiedenis van dit kantoor niet aansluit bij die der 
>ote verbindingen hierboven geschetst, willen wij nog een oogenblik 

het ontstaan er van stilstaan. 

Vóór 1659 werden de brieven tusschen Amsterdam en 's-Graven- 
ge aan de schippers medegegeven. Den 31 Juli 1659 sloten Amster- 
m en 's-Gravenhage eene overeenkomst om de na het vertrek der 
flippers bezorgde brieven 's nachts door een postiljon te paard te 
en overbrengen *). De amsterdamsche postiljon zal te halftien 
rtrekken en tot Haarlem rijden, daar afstappen en te voet langs 

singels gaan, waar een schuitje gereed wordt gehouden om hem 
er het Spaarne te zetten. Aan de overzijde vindt hij een versch 
lard, waarmede hij tot Lisse rijdt. Hier ontmoet hij den postiljon, 
e om 10 uren van 's-Gravenhage afrijdt. Zij wisselen de pakketten 
1 rijden langs denzelfden weg terug, zoodat zij 's morgens om vijf 
en op hunne bestemming zijn. De brieven worden dan terstond na 
►rteering besteld. Mocht het te voet gaan langs de singels te Haarlem 
I het gebruik van twee paarden te bezwarend blijken, zoo mag men 
m weg ook nemen van Amsterdam door de venen op Leidschen- 
im en langs het huis te Swieten, in welk geval de boden te 
ijnoord zullen wisselen. 

Het porto zal 3 st. zijn , indien de brieven 's zomers vóór 7 uren 
I 's winters voor 8 uren 's morgens bezorgd worden : daarna slechts 



') 23 April 1709, G. R. P «) Gr. Mem. IV. fol. 207. 



324 

2 st. De postiljons iiciiieii uit Den Haag ook de brieven voor Alkmaar..^ -, 
Hoorn en Enkhuizen mede, die *s morgens te Amsterdam aan dt^^ir*»^ ie 
schippers worden afgegeven ^), en ook die voor Hamburg, Kampen^ ^^i, 
Zwolle en Harlingen, welke om 2 uren 's middags uit Den Haag gaan «^ m\, 
om vóór het vertrek der boden en schippers 's avonds in Amsterdaiiv ■^iii 
te zijn. De retouren moeten vóór 7 uren 's avonds in 's-Gravenhage:»»^^ 
besteld zijn. 

Deze transitoire brieven betalen 2 st. port tot Amsterdam. 

De voordeelen en onkosten worden door het amsterdamsche eiw im ii 
het haagsche kantoor gedeeld. 

Kort na de oprichting dezer posterij werd op verzoek der gezamen- ,^n. 
lijke schippers bepaald, dat de schippers slechts tot halfdiïe brieveiiH --n 
zouden aannemen om zelf te vervoeren, en dat die daarna kwamei^ — ii 
met de rijdende post zouden verzonden worden '). De route schijn «r jil 
in 1663 eenigszins gewijzigd te zijn ') ; wellicht werd toen reeds d» ^Be 
route over Alfen gekozen, waarvan bekend is, dat deze in 166~Wri7 
werd gevolgd. 

De voordeelen van de nachtpost op 'sGravenhage, waarmede oo -^r ï)k 
de delftsche brieven vervoerd werden, deden in 1662 besluiten t*e*=j^<*n 
dergelijken dienst in te richten op Rotterdam. Als route werd hierir JMinj 
voorgeslagen: van Amsterdam door Amstelveen, Kalslage, Kudsa^Jel- 
staart. Leimuiden, Renswoude en door de heerlijkheid Oudshoor -^r- jni 
tot 's-Molenaarsbrug , waar de postiljon van Rotterdam zoude kome^^^en. 
De brievenmalen werden hier gewisseld, waarna de postiljons déf^ien 
terugweg aanvaardden. Met dezen dienst W6u*en begunstigd de gezaint^i» en- 
lijke beurtschippers van de haagsche, delftsche en rotterdamsr:!i-»-/ie 
veren *). Ook de boden op Dordrecht verzonden sinds 1662 met dt' 
nachtpost en verkregen hiervoor eene verhooging van port voor de 
wintermaanden '). 

Op Leiden gingen tot 1670 de brieven per schuit. 19 April Ifcr^W 
werd bij provisie toegestaan eene brievenkast te hangen aan de lie- «irs 
voor de brieven voor de laatste schuit ®). 

De vere(»nigde schi|)pers sloten in 1663 een contract met de bo^ i<*n 
van Anisl(Tdain op Zeeland voor het vervoer hunner brieven '»' 



') Dl' rij(l«*ii(!(* srliugensclie posl kwum €»ersl in 1668. 

') 11 l)«MMMiiher l(Ki9 Gr. Mem. V f VI 

^) StadsniissiviMihoHk . II. fol. 8, ^ Novi»nÜM»r KÜiH. 

^) 4 OrtoluT md, (W. M.'in. V. fol. H:{ VS. 

■•) -2*^ I)«M».inlKT Urd, (ir. MtMii. V. fol. a*{. 

*) (Ir. M«'iii. V. fol. li{8 VS. 



325 

Rotterdam. Zij zullen hiervoor tot Rotterdam 8 stuiver per zak 
)nlvangen en van Rotterdam naar Amsterdam het gewoon tarief. 

In 1706 werd een dergelijk contract gesloten met de boden van 
Vmsterdam op 's-Hertogenbosch en pp Gorcum, voor het vervoer der 
>rieven en couranten per postpaard over Alfen tegen 180 gulden 
>er jaar. 

Ook op Schiedam, Delfshaven, Maassluis, Vlaardingen en Brielle 
verd verzonden volgens beschikking van 7 September 1684, alsmede 
)p Woerden, Maastricht, Breda, Gouda, Noord-Holland en Utrecht. 

Oorspronkelijk werd het kantoor gedreven ten behoeve der 
!2 schippers in de reeds bovengenoemde veren, en waarvan ieder 
/jj als aandeel trok. In 1723 werden er 3 postmeesters aangesteld 
n werd bepaald, dat, bij versterf van schippersplaatsen , de nieuw 
langestelden geen aandeel meer zouden krijgen in de posterij. Eerst 
beheerden de schippei» volgens toerbeurt. In 1742 ging het beheer 
►ver op de postmeesters. 

Op deze wijze was het aantal deelhebbende schippers in 1752 
ot 4 gedaald en waren '^/jj porties op de drie postmeesters verstorven ^). 

Aan de 6 kantoren waren in het geheel 32 postmeesters ver- 
bonden, W6iarvan de stad jaarlijks, volgens het Algemeen rapport, 
7025. — of volgens andere opgave /"7238.10 genoot *). 

De verhouding van de ontvangsten was, blijkens de later toe- 
ekende dedommagementen : antwerpsch kantoor 29,2 ^'o, hamburgsch 
1,4 7o» keulsch 24,7 7o, texelsch 5,7 7o» binnenlandsch 4,7 7o» 
redasch 1,3 7o« 

Bij den overgang der posterijen aan de Staten, werd reeds in 
?t Algemeen rapport gewezen op de overbodige ingewikkeldheid en 
3sten , door de verdeeling over 6 kantoren veroorzaakt. Het bredasch 
1 bosch kantoor, dat toch over het binnenlandsch kantoor verzond, 
on zonder bezwaar daarmede vereenigd worden ') en verschillende 
tten konden worden gecombineerd, zoodra de posten in één hand 
ereenigd waren. Ook werd reeds toen gewezen op de wenschelijk- 
eid om hier, gelijk in andere plaatsen, waar meerdere kantoren 
estonden *), die tot een generaal kantoor te vereenigen, dat men 



') Groot Rapport 

') Vad. Hist. ao-»* dl. bl. 126, 144 en 288. 

') Het aantal bier ontvangen brieven bedroeg in April 1751: 1151, dat der 
erzonden brieven: 1371. 
*) N.1. te 's-Gravenbage, Dordrecht en Brielle. 



\vil<|p plaatsen op fl*»ii Dam, vlak voor hot water, volgens het onl- 
werp van den stadscontroleur van de gehouwen Meyhamn. 

Tevens werd voorgesteld om de hoden en schippers uit Ie koo[H'n. 
volgens de gemiddelde netto-ontvangst der 5 laatste jaren '), en de 
/eenwsrhe hrieven niet de antwerpsche brieven tot de Kruisstraat 
te brengen. 

De onderhandelingen over het koopen van een gebouw wenleii 
in llïyli geop(?nd. Hieiioe was gekozen de oude stadspaardenstal, 
waarin later de stadsapotheek gevestigd was, gelegen aan den Voor- 
burgwal tegenover het stadhuis tusschen de Molsteeg en de Huis- 
zitlenstec^g, en achter uitkomende op den Achterburgwal. Deze gebouwen 
heslo(»g(»n eentï oppervlakte van 52 voet 10 duim breedte bij 98 voel 
(> duim l(»ngt(; ^). De stad vroeg hiervoor 55.000. — gulden, doch na 
vetd lovcMi en bieden werd het eindelijk voor ƒ 45.000. — gekocht. 
M(^n berekende, dat na de verbouwing het kantoor, volgens eene rente- 
berekening van 2V2 %» niet verponding en /'410. — reparatiekosten. _ 
per jaar zoude komen op 2325.— gulden, of weinig meer dan de »^ 
/2175.— die te voren naar de verschillende kantoren werd betaald'). _^ 

Volgens Wagenaar was de entree door eene poort met het wapen ^-^ 
van 1 lolland en kwamen de kantoren uit op de binnenplaats *). 

Hel nieuwe kantoor werd 1() April 1755 betrokken en had toen m- m ^ 
aan v(»rl)ouvving gokost 21.9(>4. — gulden 4 st. 6 d. en 6146.12.6<y_^ _ 
aan biimenwerk '*). 

Kene nieuwe regeling van het personeel kwam eerst na veel onder- —^ -- 
handelingcMi t(»t stand. Vóór de samenvoeging der kantoren warei m -^-^ 
r\\ in IT.Vt, 20 commiezen, 1 kantoorknecht, 14 bestellers en 2 ^^ — 



') 'Vv /ninon ruim f-^AtX^. por jaar. *) Amsterdamsche maat. 

^1 7.\v ovtT dtMi aankoop C'.. 11) (Vtoher 1753, il> Nov. MvA, Resolutie vaii « ^ 
Statrii \an Holland 7 NovtMiiher 17.'^^ en Wagenaar, Beschr. Amsterdam III, 1. — 

') .1. Wa^jrnaar. Ilamlv. II. hl. 77. „Mm tn»edt, tloor een deftige poort, op een ruirr ^^ 
plaaU. k\u\ Wr wediTzijde en van agteren. met onderscheiden Post-Coniptoirt-. 
iM^linnnord i>. \\A l>raltantsolio. fninsolie en engelsehe staat aan de zuidzijde, tr 
lianilMir^rr v\\ kculsrhe aan ilt' noonizijde. en het binnenlandsche aan de we 



/ijilt'. lift o\«Tii:«' van 't j:elH>u\v is. tot woningen voor de Opzienders en vo- - -^*t 
\\i\i\\\\^\v iMMJitiulrii por rost-i^^niptoiren. geschikt. De achtergevel pronkt met t — **rt 

l urwij.'rr t'M Sla^klok.*' 

In \\v\\ \ooii:,\ol werd na df inrichting ti>t jn^st kantoor, het wapen van Holl;^^^ ^»'''/ 
i;t'pla,il^l. hf l\»ardt'n^tal wa< i;el»ouwt| in l»ï»»|. id. 11. hl. 47. 

M! .*» Vpril r-n -J.'i S»«pteiid»»'r IT.V». Hit kanti>or tdeef in dienst lot de opri <•"-''• 
ÜW'^ \.\\\ \\k\ y\n\ \.rd\\i'ntiu kanti>or ai*ht»"r h»'t i^leis, dat io Ï^A wml »'*-"* 
ht"»to«'d 



327 



it-chts, dio behalve m»64.13 traktement, jaarlijks 30(K>h4<HK> gulden 
lil fooien van de kooplieden besomden '). 

Volgens de nieuwe indeeling, vastgesteld bij resolutie van de 
laten van Holland van 25 Januari 1757'), zullen de 6 departe- 




Generaal kantoor te Amsterdam 
e (eekening (h. 36V:> br. 35 rm.), in bezit vi 
kunilig GeDootscliap. 



I het Kon. Oiidheiil* 



enten, (de oude 6 kantoren) versterven op 3, en zal een nieuw 
■partement ingericht worden voor het algemeen beheer, 

Aan het hoofd zal een hoofdcommies voor den generalen dienst 
aan a /"IGOO. — met een korps beambten bestaande uit: 1 hoofd* 
<mmie3 a /"IGOO. — , 3 commiezen (/lOOO. — ), 3 ondercommiezen 
8(H).— ), 2 ondercommiezen (/ 700.—), 1 ondercommies tevens kastelein 
/■45O.— , 22 bestellers te zamen f834f>.— en 2 kantoorknechten 



') Res. Dordrecht 175G, en C 5 Januari 1751. 



a / (>i24. , tr zaïnen 44 personen met /^ 17814. - tniktemenl ') en 
zoo noodig nog een ondereonimies i\ f 100. — en 2 bestellers voor de 
vrotigbrieven aan de burgemeesters. Hiervan komen voor de 3 departe- 
menten: 1"'® departement, hamburgsche en keulsche post, een hoofd- 
connnies, 2 commiezen en 8 bestellers; 

2*^** departement, Brabant, Frankrijk, Spanje en Portugal, 1 hoofd- 
commies, 2 commiezen en 6 bestellers; 

li^^ departement. Binnenland en Texel, 1 hoofdcommies, 2 commiezen '^ 
en i) bestellers, 2 bestellers voor de texelsche brieven en 2 kantoor- 
knechts (valiespakkers). De bestellers bij dit departement kregen f9,— 
per week wegens den dagelijkschen dienst; de overigen fl. — . 

De „Ordre op het postkantoor" dateert van 1 Maart 1759. De dagen 
en uren van aankomst en vertrek der posten zijn daarin vermeld. 

De traktementsregeling, die ook tusschentijds kleine wijzigingen 
onderghig, werd in 1782 herzien'). Er kwamen toen: 

Een algemeen hoofdcommies a/" 1800. — en vrije woning; l'** departe- 
ment en algemeene dienst: 1 hoofdcommies (ƒ1500 — ), 2 onder- - 
conuniezen (/8(K).— a f900.—) en 4 assistenten k /lO. — per week; .^ 

2**** departement: een hoofdcommies (ƒ1500. — ), 1 ondercominies 
lAtHK).— ) en 2 assistenten aflO per week; 

3**^ departement: een lioofdcommies (ƒ1200 en vrije woning). 
1 ondeivommies (/900) en 2 assistenten a f 12. — per week. Verder ir 
plaats van de twee valiespakkers : 4 assistent-besteUers, die ook de bestel 
Iers Vervangen en recht hebben om die op te volgen (a /'S. — perweek£^ ^^i-^lj 

In de stad had men op verschillende plaatsen bussen hangeir- 




IKmi :?(> November 1754 verzochten commissarissen om meer bussen t:^P" fe 
plaalst'n. o. a. aan een pilaar van den nog onvoltooiden Nieuw u* -^w»'. 
kt'rksloren. Toen het stadsbestuur zich hiertoe minder gent^t— ^ — -^ fu 
iM'loontie, besloot men bussen te plaatsen aan huizen van particulierei^^^^ t/i 
t»n luer\om- tMMU^o vervjotnling toe te kennen'). 

Ö. DORDRECHT. 

Hij de i»pkon)sl van het genageld [wstverkeer had Dordrecht 
lanu de boltvkenis verloren, die het als voornaamste handelspl 
\an lh»llanil in de middeleeuwen bekleeiide. Het was verre ov 
M*haduN\d diHM* Anister\lam. diH-h ontleende nog meer dan gewcr^ 
bolet^kenis aan de oude r^^laties met het buitenland. 

> N l lu \\vi j.iAr lT'»7. 

' K.- Stater N Hv ü.iïï.i i"» Ovtolvr iTï^ Gr. PI. Bk. IX. bl. 801. 




329 

Volgen» het contract met de Rijkspost van 1652 bezorgt Dordt 
ook de correspondentie van Rotterdam en door het rit op Oost- 
I3i-^ibant van 1643 trok het ook tijdelijk de brieven van 's-Gravenhage 
(ro^ds vóór 1654) en andere plaatsen. Met Rotterdam werd in 1680 
hi e! rover eene overeenkomst gesloten. Deze posterij verloor hare meer 
dein plaatselijke beteekenis door het nieuwe rit van den haagschen 
poi^tnieester Borrebagh over Alfen en Gouda. Sinds dien tijd is de dordt- 
scl:i^ posterij slechts van locaal belang, en na 1720 ook voor het vervoer 
dor brieven op Utrecht, waarover het echter niet het minste beheer 
ha.cl. Na de oprichting der Statenpost werd een gedeelte der corres- 
poxidentie van Brabant en Zeeland over Dordrecht gevoerd en kreeg 
"^t Itantoor hierdoor meerdere beteekenis voor het transitoir verkeer. 

Onder de boden te Dordrecht vinden wij na 1627 o. a. vernield die 
«P Flotterdam (reeds 1584), Antwerpen (1629), Breda (1638), Amster- 
^*^iïi en Brussel (1642), Leiden en Haarlem (1646), 's-Gravenhage 
^*^ Delft, terwijl er een aantal vaste beurtveren waren, die de 
*^^>^'x-^spondentie onderhielden met Bergen op Zoom (1627), Geertrui- 
dei^ V>erg (1628), Campvere (1629), Delft (1634), 's-Gravenhage (1634), 
^Oï-inchem (1636), Gouda (1640), 's-Hertogenbosch (1644), Breda (1644), 
'^^^Isit (1646), Zevenbergen (1649), Antwerpen (1649) en later op 
^^i^en, Schoonhoven, Keulen en Nijmegen. Wagen veren worden 
S^^r^^:^gfQd Qp Rotterdam, Delft en 's-Gravenhage (1657) en op Gouda 
' ^Ö7). Bij het beurtveer op 's-Hertogenbosch wordt het brieven- 
^•^'v^oer speciaal vermeld. De boden stonden onder superintendenten 
^*t liet gerecht ^). 

XJit deze verschillende diensten ontwikkelden zich drie kantoren, 
^^-^^jTiaast het bodenkantoor op Amsterdam afzonderlijk bleef besteian. 
^^^ waren: 

P. het kantoor op Frankrijk, Spanje, Portugal, Italië en Engeland ; 
2^. dat op Delft, Haarlem, 's-Gravenhage en Rotterdam; 
3®. het groot kantoor. 

Uit het bodenambt op Antwerpen, in 1642 tot Brussel uitgebreid , 
*^ft.^kkelde zich later het postmeesterschap op Frankrijk, 
V^ anje, Portugal, Italië en Engeland. 

Het eerst vinden wij hierbij van een postmeester gesproken in 
9 bij de aanstelling van van der Heyde en in 1710, toen bij de 



^) Notulen geerecht 5 Januari 1668 fol. 45. In 1669 werd hun bevolen borg te 
^^llen. Notulen gerecht fol. 63. 



330 

verdeeling der kosten van het proces door de postmeesters van 
Dordrecht, Haai'leni en 's-Gravenhage tegen Amsterdam gevoenl 
over het bestellen der engelsche brieven, de dordtsche postmeester 
Sebastiaen de Graeff voor zijn derde /"SOO.— te betalen kreeg. Hij 
stelde toen voor ƒ250. — voor te schieten en /"SoO. — door de stad 
te doen betalen, om later door zijnen opvolger bij diens benoeming 
te doen restitueeren *). 

Het kantoor had ritten op Sas van Strijen voor de aiitwerpsclie 
brieven enz. (aangenomen voor /'520. — ) en op Brielle voor de 
engelsche brieven (voor f200. — ). Voor de correspondentie op Antwt»r- 
pen werd 3 October 1684 bepaald, dat de Sluispoort op depostdagen. 
Dinsdag en Vrijdag, ten behoeve van de postiljons tot halfelf zoude 
openblijven *). 

Het rit op Brielle werd in 1753 opgeheven, trots het protest van 
Dordrecht. In 1756 werd op het herstel der oude verzendingswijze 
aangedrongen ^). 

Het kantoor betaalde de engelsche brieven aan Amsterdam niet 
2 st. en genoot voor de fransche brieven 15\ collectegeld. 

Het had ook een gedeelte van de correspondentie met Zeeland 
en verzond op Bergen op Zoom en Zevenbergen. Voor de zeeuwsclie 
brieven was een contract gesloten met den postmeester van Steen- - 
bergen, volgens hetwelk deze de brieven aan den Moerdijk afhaaMe-_, 
en 2 st. per brief genoot , tegen 3 st. voor Dordrecht *). 

De duur van het vervoer der brieven bedroeg voor AntwerptM.»^ 
1 (lag, Hijssel 2 dagen, Parijs, Duinkerken en Amiens 4 dapMi.«- 
Bordeaux, Nantes en Bayonne 10 a 11 dagen, en Spanje 24 dager ■ 
liet met Amsterdam verrekende aantal der brieven uit Engeland 
beliep 1738: 688 brieven: 1739: 646; 1740: 567: 1741: WJ7^ 
1742: 608; 1743: 789; 1744: 1029; 1745: 1320; 1746: VM~^ 
1747: 1173 brieven. 

liet kantoor was gevestigd op de Varkenmarkt en bezigde vo 
de bestelling den beambte van het generaal kantoor. 

2. Hel kantoor van van den Brand el er ontstond 

') \{r>. Oiidraul Ut S»»pt. 1710. Sj'hastiaon d»' (^raeiT wi»nl *^ Maart iT-ii). i^^^ 
^'«■r»'(|it lol. 17!S v>.) opgevolgd door (i. H. Ht'p«daer, en deze 22 DereinlMT L -• 
<Not. grnM-lit lol. 14 VS.) door Dainjis van Slingelandt. 

-) Nol. gnvrht lol. H\). 

") Hi'S. Oudraad 17."»:^ lol. (m en Res. l)urgeme<»steren 1756 fol. 61) vs. 

*) (iroot Rapport. 



331 

1715. Het ontstond uit verschillende bodenambten. Den 15 Noveftiber 
[646 werd Heinrich van Blonimendael aangesteld tot bode op Leiden 
m Haarlem, waarbij in 1655 ook Amsterdam werd gevoegd. Dit 
a^tste werd er later aan ontnomen, terwijl er aan toegevoegd 
verden Delft, 's-Gravenhage en Rotterdam ^). Na het overlijden van 
ifVillem Faassen werd het brieven vervoer van het bodenambt 
gescheiden ^) en werd Franqois van den Brandeler tot postmeester 
>enoemd, aan wien 28 Maart 1722 werd toegestaan om over de 
miolumenten ten bate van zijne familie en kinderen te beschikken ^). 
n 1716 werd de bij benoeming te betalen som gesteld op /"SOO. — , 
erwijl de boden f 100. — zouden betalen *), 

Toen in 1726 de beide bodenplaatsen op Zeeland vacant waren, 
verd ook hieraan het brieven vervoer ontnomen, en werd dit aan 
an den Brandeler gegeven tegen betaling van f 150.— bij de aan- 
aarding. Tevens werd bepaald, dat de schippers op Zeeland alleen 
rieven zouden mogen aannemen op de plaatsen, waarop zij in 
eurtveer voeren % Deze opdracht werd echter door van den Brandeler 
iet aanvaard % Later zien wij de posterij op Zeeland in handen 
an het brabantsch kantoor. 

Het kantoor was gevestigd in de Groote Kerksbuurt en werd 
I 1752 beheerd door Blussé, die hiervoor ƒ400. — per jaar ontving. 
r was één besteller. 

Eigen ritten waren aan deze posterij niet verbonden, daar het 
ervoer der brieven op Alfen door van den Brandeler aan R. P. 
elbo, den postmeester van het Groot kantoor, was uitbesteed voor 
400. — per jaar '). 

3. Het Groot kantoor omvatte alles, wat niet speciaal onder 
en der reeds genoemde kantoren of het bodenambt op Amsterdam 
ehoorde ®). 



^) Hei bodenambt op *s-Gravenhage wordt nog in 1684 als afzonderlijk ambt ver- 
leld; dal op Rotterdam werd eerst na 1722 er aan toegevoegd. 

*) Not Gerecht 30 Januari 1715, fol. 82 vs. ^) ld. fol. 127. 

*) Res. Oudraad 20 Febr. 1716. Hierbij wordt gesproken van bet postmeesterscbap 
p Den Haag, Delft, Haarlem en Leiden. 

^) Res. Oudraad 16 Dec. 1726, fol. 1.54 vs. en Notulen Gerecht 17 December 
736, fol. 157 vs. en 158 vs. 

«) Notulen Gerecht 17 Maart 1727, fol. 158 vs. 

') Contracten van 6 April 1715 en ii Mei 1740. 

•*) Zie Brievenboek van R. P. Eelbo 1739-1752, rekeningboek 1720-1752, en 
[>sse stokken betreffende de posterij op het gemeente-archief te Dordrecht. 



> 



332 



Den 5 Jaiiimri 1638 werd aan Gornelis Adrianus Treuniiet, <■ av 
den titel voerde van postmeester, het bodenanibt op Breda toegeken— A, 
waarop hij tweemaal per week brieven zoude zenden en hier>'o --«isor 
een port mogen heffen van 2 st., en van 3 st. gedurende de winti ^ er» 
maanden *). In 1643 wordt hij genoemd bode op Keulen. Aken, Lui -i: ik ^ 
's-Hertogenbosch en Breda en werd wegens het overlijden van zijn» ^eij 
zoon akte van survivance verleend aan zijnen schoonzoon Come -^-^i/^ 
van Slingelant, mits dat hij evenals zijn schoonvader „de pacquett ^en 
brieven geadresseert aan de regering, Sijnne Hoocheyt ofte ande^p*^? 
particuliere ministers van den staet sal overleveren aan heei — t'o 
burgemeester in der tijt, omme op het bestellen derselver verdere 
ordre te geven als behoort'* ^). Wij z,agen reeds hoe dit kantoor ik/I' 
het brievenvervoer van andere steden aan zich wist te verbinden. 
In 1684 was het postmeesterschap „door verscheyde ontstaene diffe- 
rente geschillen ende oppositie van andere postmeesters in andere 
steden merckelijck in sijn proffijten en de emolumenten verminderl', 
en werd hierom besloten de bij aanvaarding te betalen som van 
/1800.— terug te brengen op /*1000.— , waartegenover het boden- 
ambt op Antwerpen verhoogd werd met /'400. — , de twee boden- 
and)ten op Amsterdam elk met f 150. — en het bodenambt op 
\s-Gravenhage met fUH),— ^), 

In 1722 werd R. W Eelbo tot postmeester benoemd ter vervan- 
ging van Ernest van Bevere *). Aan zijnen vader Johan Eelbo wen! 
voor diens leven de beschikking over de emolumenten toegekend *). 
I)(»ze verpachtte het aan van Wettem voor A 1700. — en later /"18^K).-- 
per jaar, doch deze werd omstreeks 1739, toen R. P. Eelbo zelf het i 
b(»heer over deze posterij aanvaardde, weder uitgekocht voor eene -s 
levenslange vergoeding van /*S(M). — . Het kantoor ontving ook de ^ts 
brieven voor 37 omliggende plaatsen, waaronder Willemstad , Klunderi, •. J 
de Hoeksche Waard, Ridderkerk, Krimpen a/d. Lek, Lekkerkerk,de -^^^J 
Alblasserwaard, Sliedrecht en Giessendam "). Het verzond op Duitsch — mri 
land, Italië en de geheele republiek, bh. Delft, Leiden , *s-Gravenhagf ^.^ 
en Hottenlain, die bij het kantoor van den Brandeler behmirden m m. 
Amsterdam, waarop een afzonderlijk bodenambt bestond, en Zeelaii» ^r //> 
dat onder het brabantsch kantoor ressorteerde. Het zond in Ih^mhp/ 



>) \hs. Outiraad, Tol. 190. ') Res. Oudraad :J0 Juli 1643, fol. 6 ¥s. 

^) Ri's. Oudraad 3 Octoher ir>84, fol. «^ vs. 

•) Notulen C.omht 12 Augustus 17^, fol. 127 vs. -) ld., fol. 12a 

*) Brii> ven boek der postery van Eelbo 1740, fol. 16 vs. 



sas 

midden der 18**® eeuw op Geertruidenberg, 's-Hertogenbosch, Breda, 
(Ie Hoorder provincies (gefrankeerd tot Utrecht), Tiel, Nijmegen, 
Arnhem, Doesburg, Zutfen, Kleef, Emmerik, Wezel, Duisburg, 
Roermond, Venlo, de Oostzee (via Emmerik), Duitschland, Zwitser- 
land en Tyrol (via Mafiseik, gefrankeerd tot Keulen) *). 

Met het kantoor van van den Brandeler, dat op een deel der 
hollandsche steden werkte, doch beperkt was tot de speciaal hieraan 
toegekende plaatsen, ontstonden in 1740 eenige geschillen over de 
grenzen van ieders bevoegdheid. Eelbo werd weder in het bezit 
gesteld der brieven van Alfen, Oudshoorn en rond Woerden, die 
een tijdlang bij vergissing door den commies te Alfen aan van den 
Brandeler gezonden waren, en van die van Brielle, Vlaardingen en 
Maassluis, die over Delft liepen en daarom met de delftsche brieven 
aan van den Brandeler waren toegezonden. De brieven van Delfs- 
haven werden echter als accessoir van Delft beschouwd en hierbij 
gerekend *). 

Door het kantoor werden eigen ritten beheerd op Gouda, vanwaar 

üe correspondentie voor de Postsocieteit door de societeits-postiljons 

op Alfen gebracht werd, — op Gorinchem, vanwaar de over Drunen 

bomende brieven werden afgehaald, — en op Utrecht. Door deze ritten 

Il ad het kantoor zich meester gemaakt van de correspondentie van 

♦>en aantal plaatsen aan de ritten gelegen. Het vervoerde hiermede 

tevens de bodenbrieven van Amsterdam en die van Rotterdam 

c_^ver Alfen voor /"SIS. — en ƒ360. — , de brieven voor van den 

l^randeler op Alfen voor /'400. — en de fransche brieven op Utrecht 

"^oor / 100.—. 



') Alg. rapport 1753. Te Dordrecht trokken de kantoren de volgende porton: 

olland 2 st, bh. Delft, 's-Gravenhage , Schoonhoven en Schiedam, die 3 st. 

olden, en Vlaardingen, Maassluis en Brielle 4 si; — Utrecht, Woudricheni . 

^leusden, Drunen, 's-Hertogenhosch , Breda, Tilburg, Tiel en Nymegen 3 st.; — 

indhoven, Arnhem, Doesburg, Kleef, Emmerik, Wezel, Duisburg, Roermond 

n Venlo 4 st.; — Aken, Luik en Maastricht 5 si; — Leeuwarden en Zutphen 

si De verdere brieven waren gedeeltelijk gefrankeerd, zoodat de kantoren 

^^lleen de verdere porten ontvangen, nl. Zwolle, Groningen, Deventer, Kampen 

ft^nco Utrecht 3 si; de Oostzee franco Emmerik 4 st.; Duitschland, Zwitserland 

^n Italië franco Keulen 4 si; — Antwerpen, Bergen op Zoom en Zevenbergen 4, 

*» winters 5 si; — Zwaluwe 3 en 4 si; — Steenbergen en Zeeland .5 en 6 st.; — 

Ü^jssel 8 en 9 si; Parvjs, Duinkerken en Amiens 10 en 11 si; Spanje, Bordeaux, 

tantes en Bayonne 15 en 16 si; - de 8 laatsten boven het antwerpsch porto 

^an 4 si 

^ Missivenboek iK>steryen Eelbo 1740, fol. 7, 9 vs. en 10. 



De postineestor wiis lid va» de Postsorieteit en beschikte hienloor 
over het rit van Alfeii op Hamont, en verbond zich in 1749 met 
de Rijkspost voor de verzending met het rit van 's-Gravenhage ovt^r 
Papendrecht naar Maaseik. 

Het kantoor was gevestigd in de Breestraat over de engeLsche 
kerk. Er was een commies, die /"SOO. — per jaar ontving, en één 
besteller, die ook de brieven voor het fransch kantoor rondbracht. 
Er was dagelijksch dienst, doch geen nachtdienst ^). 

Uit de rekeningen van dit kantoor *) blijkt, dat de inkomsten 
bestonden uit: 

1°. briefporten der te bestellen brieven; 

2^ francogelden (gemiddeld /400.— , 't hoogst /*1335.— in 1748): 
3^. rijloonen van andere postmeesters, n. !.: 

V. d. Brandeler /240.— ; na 1740 /'400.-. 

Utrecht „ 100.-. 

de boden op Amsterdam „360.—. 

de boden van Amsterdam op Dordrecht „322'}. 

de stad Dordrecht voor stadsbrieven „ 12.— r 

4^. van bode Cool voor de zeeuwsche brieven jaarlijks c. /4d.— 

tot 1743, en daarna van het kantoor te Steenbergen in 175^^ 

/•113.15, in 1751 /'130.18; 
5*\ toevallige baten. 

De uitgaven werden gevormd door: 
1". bijdrage aan de postsocieteit füi).— (gewoonlijk slechts 3 kwi 

talen) ; 
2". postiljons /1)50.— : en fHM.— , later AQSO.— '); 
3^\ heanihttMi : coniinies / »}(M). -, later /* 500. — ; besteller /" 150.- "— - vn 

fi'}. - nieuwjaar: sorleeren te Alfen /*24.4; te Gouda/* 25.-- '/. 

en te Utrecht /'25. — : fooien portier aan den Riedijk f 'l^^M.-t 

on te Utrecht /'3.— ; poortgeld aan de Riedijkspoort W 

Dordrecht /'3.15; 
4^\ couranten geld /'8 i\ 9. — , sinds 1749 ook te Keulen /'S.— eim in 

1752 voor de fransche courant te Utrecht /9. — : 



') Brievenboek Eolbo 17.*^) fol. 69. -) Gemeente-archief Dordrecht 

*) L«' .leiiiK" en Kersseboom wijzen in hun rapport op het brutaal smokk«*-I«ï 

«Ier «lonltsrln* postiljons, die geen salaris ontvingen. Van dit laatste wonll %"*>«V' 

«leze rekeniny: «Ie onjnistlieiil l)ewezen. 

') Met «len postmeester van (ionda bestonden de contracten van 12 Juni ' '^^ 

en \'m. 



\ 



335 



f>^. sinds 1741 100' en 20fr penning van de posterij /* 112.10, sinds 

1751 verhoogd tot ƒ150.—; 
ö*^— wisselende uitgaven: aan Maaseik c. /*300. — ; aan kwade brieven 

c. fbO. — en kleine uitgaven voor touw, lak, pennen en 

brievenzakken ; 
T*^« levenslang aan van Wettem /*800.— 

4. Het bodenambt op Amsterdam was nog in 1752 in 
>vc3,zen; er waren oorspronkelijk twee boden, doch in 1748 werd 
de opengevallen helft aan den overlevenden bode A. de Jongh 
toegekend. 

De boden genoten alleen de voordeelen van de brieven op 
Amsterdam; die der retouren kwamen aan de amsterdamsche boden, 
^i^ deze brieven ook niet aan hunne dordtsche collega's zonden, 
rn«.ö.r aan den boekverkooper Adriaan Blussé. De verzending der 
hfieven geschiedde door het generaal kantoor, volgens contract van 
18 Maart 1740. 

Over de bezorging der brieven te Amsterdam, noodigden burge- 

nioei^ teren dier stad 23 October 1694 tot eene conferentie, waarop 

UI ei van Dordrecht besloten in overleg met de boden te handelen ^). 

Bij de oprichting der Statenpost trachtte Dordrecht eerst dit 

"^^ci^iiambt buiten de overdracht te houden. In 1748, dus na de 

^^^ï^dracht, benoemde het nog bij een vacature den bode A. de Jongh, 

^*^ feeds naar de andere helft het bodenambt bezat, „considereerende 

"^^^ dezelve bediening onder de posterijen niet gevougelijk zoude 

|^^*^iien worden gecomprehendeert*' % en later weigerde het hierover 

'^^^^litingen aan de commissarissen, daar het niet tot de posterij 

^*ic>orde. Ten slotte gaf Dordt echter toe en werd ook de bode op 

^^^terdam gededommageerd. De porten der brieven van Dordt op 

'^^^terdam werden sinds de overdracht, evenals vroeger, door het 

^'^toor te Dordrecht genoten. Dit werd 9 September 1778 afgeschaft, 

^^Xrvoor het kantoor te Amsterdam sinds dien een fixum van ƒ 2000.— 

* *^*" jaar te vergoeden had. 

Behalve de genoemde 4 kantoren wordt in het Algemeen rapport 
*S melding gemaakt van het brie ven ver voer P. door den bode 
t^ Zeeland, die dagelijks met een schuitje brieven bracht aan 
^^ voorbij varenden beurtschipper van Rotterdam op Middelburg, 
^*^ fbO. — a /"GO. — opleverde, 2*^. brieven met de beurtschepen op 



') Res. 26 October 1694, fol. 87 vs. ^) Res. Oiidraad 18 Juni 1748, fol 57. 



336 

Goes, Tholeii en Zierikzee on 3^. een vrij belangrijk brievenvenMHT 
niet (Ie marktschepen op Rotterdam ^). 

Voor het vervoer der stadsbrie ven werd in 1729 betaald aai» 
R. P. Eelbo en aan Fran^ois van den Brandeler elk f 12.— en aan 
den bode op Amsterdam f6. — per jaar. Er werd toen echler 
besloten deze vergoeding niet meer toe te kennen aan nieuw Ie 
benoemen postmeesters, maar dezen de verplichting op te leggen, om 
de gaande en komende brieven naar de stad gratis te bezorgen, 
„ofschoon sij selvs aan andere postmeesters oft boodens buytea 
dese stadt daarvoor moesten betaalen" *). 

In 1694 wordt een dienst voor de zeetijdingen vermeld •). 

Bij den overgang der posterij aan de provincie werd terstond 
de wenschelijkheid erkend om de verschillende kantoren saam Ie 
smelten tot één generaalkantoor. 

Het aandeel der 4 kantoren bedroeg toen procentsgewijze van de 
opbrengst : 

het kantoor van R. P. Eelbo 46.H<>; 

het kantoor op Leiden, 's-Gravenhage, Delft en Rotterdam. 25.5" „ 

het brabanscht-engelsch kantoor , 15.1^ o 

het bodenkantoor op Amsterdam 12.4** , 

Reeds 19 October 1752 werd aangedrongen op een generaal 
kantoor. 

In 1753 werd voorgesteld het 3^® huis van de beurs aan de Groen- 
markt te koopen, doch men vond de gevraagde som, flMHH).— , te 
hoog^) en kocht 20 Juni 1754 een huis aan de Varkenmarkt voor 
f\2(M).— , waaraan later voor /* 53 1.2. 14 werd verbouwd *). Hier bleek 
echter goedkoop duurkoop te zijn. Reeds 14 Augustus 1765 moest 
het kantoor wegens bouwvalligheid worden overgebracht naar het 
huis van den hoofdcommies Dekker. Het was een cavalje, dat bij 
hoogwater zelfs niet was te bereiken. Het werd in 1768 verkt^chl 
voor flbi). — . 



') Behalve^ de hij de pakjes hehooretide brieven 15 è ^ per dag. R. A P. n". f7l 

-) Hes(»liitir»n nikende d«' rekeningen van de thezaiiriërs 1 Februari, 1729, fol. .V ^ 
Inv. II. 1. bl. 81 n". 7. 

^) Hes. Oudraad 18 Deo., fol. 118 vs. Er werd over de benoeming van t^ -m 
opvolger gesprrtken wegens (b^ ziekte van den titularis Johan Walen. 

Naden* bij/.onderlieden vond ik niet vernield; waarsrbynlyk wenlen de ir*— 
tijdingen vim den ndterdainseben postmeester ontvangen. 

*) C. r, .luin* 17.^.8. •') C. 20 .Iniii 17:4 en 2» Sepl. 1Xj5. 



337 

De dienst werd geregeld bij resolutie vaii de Staten van Holland 
van 9 Februari 1753^). Er komen 3 commiezen, waarvan de eerste 
fÜH). — per jaar ontvangt en vrije woning, de tweede ƒ500. — en 
de derde ƒ300.—. De 3 commiezen zouden bij vacature tot 2 ver- 
sterven. Het aantal bestellers werd van 3 tot 2 teruggebracht. De 
traktementen werden later verhoogd. In 1766 waren er een hoofd- 
commies en een ondercommies*), die /"SOO. — en vrije woning en 
/'400. — , en later ƒ 600 en ƒ 600, traktement ontvingen. De dienst was 
in 1754 van 9 — 12 uren en van 2 uren tot het vertrek der post, en 
in 1775 afwisselend van 5, 6 of 7 uren v.m. tot 9 a 10 urenn.m.^). 
In 1756 werd aangedrongen op het weder aanstellen van een derden 
besteller, daar de brieven, die 's morgens te 9 uren aankwamen, 
^erst te 11 a 12 uren en s winters te 1 uur bezorgd werden , terwijl 
c3e antwoorden reeds te 4 uren bij de post bezorgd moesten zijn^). 

Volgens de instructie voor het kantoor van 25 September 1754 

^sullen de 3 kantoren wel in één gebouw gevestigd worden % doch 

^mJ elke commies zijn eigen departement beheeren. Zij zullen echter 

^Dok kennis nemen van den dienst der andere commiezen, om die zoo 

vioodig te kunnen vervangen, en zij zullen elkander bijstaan bij aan- 

Icomst en vertrek der posten. ledere commies houdt zijn eigen kas. 

De eerste commies heeft vrije woning in het gebouw. 

Bekendmakingen betreffende de post werden aangeplakt aan de 
pilaren van de beurs*). 

C. HAARLEM. 

Over dit kantoor willen wij ons tot het hoogst noodige beperken, 
daar Haarlem nooit eenigen invloed op de ontwikkeling van het 
postwezen oefende en zich beperkte tot de verzending op Amsterdam 
en Leiden. 

Het sloot met Leiden in Juni 1738 een contract over de verzen- 
ding „lot eclaircissement van 't gene altoos 't sedert de oprichting in 
gebruik is geweest." Haarlem verbindt zich om alle duitsche brieven op 



») Gr. PI. B. VIII. 893. 

*) C 2j Febr. 1766. Res. Stalen 5 April 1776 en C. 3 Mei 177.5. 
=) C 23 Sept 1754 en C 3 Nov. 1775. 

*) Res. burgemeesleren van Dordrecht 28 Oct. 17.t6, fol. 68 vs. 
^) Door de vereeniging van het bodenainbt op Amsterdam mei hel generaal 
kanloor was hel aantal poslergen van 4 op 3 leniggobnirht. 
*) C 29 September 1754. 

22 



Leiden te zenden, wnarbij slechts eene uitzondering wordt gemaakt 
voor de hamt)Ui^er posl, die over Amsterdam wordt verzonden '). 

Er was een generaal kantoor, dat omstreeks 1751 werd verplaatst 
naar de Groote Houtstraat. Er werden toen, om aan de hiertegen 
geopperde hezwuren tegemoet te komen, bussen geplaatst aan de 
Groote Markt en aan het Amsterdamache veer*). 

Het kantoor had een bode op Amsterdam, die daar een eigen 
kantoortje hield, afgescheiden van de amsterdamache posterij, en een 
rit op Leiden, van waar de brieven volgens contract op Alfen werden 




Haarlemsche jaagschuit. 
Naar eene ets van P. Zeeman. 



gebracht voor /200,— per jaar. Op Leiden werden verzonden: dage- 
lijks de hriovcn voor Holland en Zeeland over Alfen, tweemaal per 
week op Engelaitii, tweemaal per week op 's-Hertogenbosch , Maastricht. 
Aken, Luik. Luxenibui^. LOneburg, Verviers, Dinant, Sedan en m 
( ilianipn^ne en tweemaal per week op de noorder provinciën via L'trechl_ 
terwijl niig Iweemaal per week de brieven voor Noonl-DuitschlaniF * 
i'M Oiisti'nrijk per iinchtHchuit op Leiden gingen. De brieven op 'a-Graven- ar 
hngc werden dagelijks door den amstenlamschen postiljon nifdt-«^=* 
genoniei). Op Amstenlain ging dagelijks, behalve Zondags, een b<Hlca«B 
!)(■ brieven (ip Braliaiil en Frankrijk werden tweemaal per weeb^f, 



■'lts. Zie hicrvrnr lilailt. tü4. 



339 

lie op Spanje eens per maand en die op Zwolle, Lingen en 
Hamburg tweemaal per week door postiljons uit Amsterdam afgehaald. 
De brieven van en voor Noord-Holland werden door de schagensche 
^osl dagelijks gehaald en gebracht. 

Er waren ook schippers op Amsterdam en Leiden, die brieven 
vervoerden. De schippers op Amsterdam besomden hiermede fbOO h /"öOO 
per jaar ^) en hadden te Amsterdam bussen op den Dam en de 
Papen brug. 

Het kantoor had een commies, die ƒ 1600 ontving, en eene post- 
houdster a f 700] de bode op Amsterdam kreeg fobO. — en het rit 
op Leiden kostte / 1170 per jaar. Het totaal der uitgaven beliep 
^ 4936.2. Uitbreiding van het aantal commiezen werd toegestaan in 
1760 en het aanstellen van een derden besteller in 1764*). 

d. DELFT. 

Hier was een generaal kantoor, volgens Ie Jeune (bl. 232) 
ontstaan door het uitkoopen der boden door Mr. Lambert Twent 
omstreeks 1650. 

De correspondentie met de hollandsche steden geschiedde door 
het societeitsrit van Alfen. De brieven werden per postiljon gebracht 
tot Leiden en van daar op Alfen medegenomen door de haagsche 
postiljons. Op Amsterdam behoorden de brieven niet aan den post- 
meester maar aan de schippers, die op het binnenlandsch kantoor 
aldaar verzonden. De postmeester kreeg van de schippers alleen 
een halven gulden daags als bestelloon voor de pakketten. De 
delftsche schippers verzonden ook de brabantsche brieven op Leiden, 
die echter bij te late aankomst per postiljon werden nagezonden. 

Door het beheer door Delft geoefend over het traject Delft — 
Maassluis van het amsterdamsch-engelsch rit wist de delftsche post- 
meester zich te verzekeren van de engelsche correspondentie op de 
Generaliteit en op die steden, welke niet door Amsterdam direct de 
brieven ontvingen *). Hij verzekerde zich ook van de postrechten van 
Brielle, Helvoetsluis, Maassluis en Vlaardingen. Dit was geen onder- 
deel van het kantoor, maar een persoonlijk recht van den postmeester 
door hem uitgeoefend op grond van de aanstelling van 30 November 



') Groot Rapport en Bijlagen. 

O Res. Oudraad Dordrecht 28 Januari 1760, C. 25 November 1763 en C. 
^ November 1764. 
') De brieven werden aan het kantoor te Delft afgegeven. 



340 

1617. Delfshaven behoorde als accessoir van Delft tot het kantoor. 

Wij zagen reeds bij Dordrecht, hoe deze samenvoeging van' post- 
rechten op één persoon aldaar in 1740 aanleiding tot geschillen gaf, 
doch hoe ook daar geheel in overeenstemming met het boven- 
omschrevene, de verhouding van Delft tot de posterij van de Maas- 
steden werd onderscheiden van die van Delft tot Delfshaven. 

Helvoetsluis en Brielle zonden zelfstandig op Delft, doch de andere 
genoemde plaatsen werden van uit Delft door collecteurs van den 
delftschen postmeester beheerd. Deze plaatsen mochten alleen op 
Rotterdam direct verzenden en moesten de brieven voor alle andere 
plaatsen op het delftsch kantoor expediêeren. 

Het rit op Brielle kostte per jaar: van Delft op Vlaardingen/*7tN).— 
en /'130.— extra; van Vlaardingen op Maassluis /*190. — en van 
Maassluis op Brielle /250. — . De brieven uit Helvoetsluis werden 
op Brielle en die van Delfshaven op Vlaardingen gebracht *). 

Na den overgang der posterijen werd de verzending der engelsche 
brieven van Maassluis over Delft gestaakt en werd alles over Rotterdam 
geöxpediëerd. De verzending van daar over het kantoor te Delft bleef 
echter nog lang voor de generaUteitssteden behouden. 

In 1769 werd over den slechten toestand van het postkant(K>r 
geklaagd en werd op een nieuw kantoor aangedrongen '). 

e. LETOEN. *). 

Vóór het jaar 1663 , waarin het eerst van eene posterij in Leidei) 
kan gesproken worden, waren er reeds boden op Friesland, Gronin- 
gen en Emden; Brielle en Maasdam (bode en scliipper); Antwerpen -;» 
Walcheren en Vlaanderen; Gelderland; 's-Hertogenbosch en Gulik. *, 
Gent, Brussel en Rijssel; Wezel; Noord-Holland; Engeland; Berge-- nv 
i/H, Valenciennes en Doornik. De boden hielden waarschijnlijk d^r=-n 
dag vóór hun vertrek zitting in een der huisjes bij het bordes \e^if 
hel raadhuis, gelijk in 1662 aan Thomas Grofïy, bode op Duitse Ui 
hind, w(?rd voorgeschreven. Het eerst wordt melding gemaakt v«-3/i 
hriefvervoer in 1574^), toen aan Jan Willemsz, hoefsmid te Leide*-*'» 



') Zio r.root Rapport en Bylagen. ^ C. 7 Maart 1709. 

•') /ir (^1. M. Dozy, Nicolas Clignet, maftre de poste A Leyde, en Sern^Urr* 
He^isU'r ov«*r het post-coiiiptoir hinnen I^eyden. H. S. Ryks-archief afd. P«>^tr^ 
ryen n . »»/. 

*) Hrsol. Staten van Holland \i DecfMnluT ir»74 fol. 28^1 Waarnrhynlyk slaat <lit 
op d«' n'>{«*«'ringspost. 



341 

12 pond van 15 schellingen werd toegekend „over de kosten ende 
jnderhoudt van twee postpaerden voor Jan du Bois". In 1599 wer- 
Jen door het gerecht vier loopende boden voor de kooplieden aan- 
gesteld, die ieder een zilveren bus ontvingen. In de thesauriersreke- 
ning over 1608 (fol. 157 vs.) wordt 15 gulden uitgetrokken voor twee 
bussen ten behoeve van „Cornelis Leenaertsz bode reyzende op 
Brugge in Vlaanderen" en „Gabriel Jansz Prinse, bode reizende op 
Antwerpen en Brabant, bij die van den gerechte tot de voorsz 
ampten geadmitteerd en toegelaten op den XX®** February 1608." 
Hieruit blijkt, dat in 1608 geregelde bodendiensten op Brugge en op 
Antwerpen werden georganiseerd, en dat de benoeming der boden bij 
het gerecht berustte. 

Naast de boden had men verschillende schippers, waarvan zich 
o. a. die op Amsterdam, Haarlem, VGravenhage en Delft ook met 
het vervoer van brieven belastten. 

Den 29 October 1663 werd Nicolaas Clignet ^) door het gerecht 
„aangenomen om te besorgen de bestellinge van de overijsselsche, 
oldenburchsche, bremer, hamburger, dansicher, alsmede van de gel- 
dersche, cleefsche, ceulsche, mastrichtsche, luyksche en andere 
omleggende plaetsen, gedragende naer de ordre bij haer Achtb. 
daerop nader te beramen". Hij beloofde bij zijne aanstelling om 
„uyt te wercken, dat de brieven binnen drie maenden niet meer over 
Amsterdam maer directelijk van dese stadt over Amersfoort op 
Hamburch sullen bestelt worden". Hij trachtte in 1664 directe corres- 
pondentie te verkrijgen met Duitschland over Utrecht, zonder dat de 
brieven den tot dien tijd gevolgden omweg over Amsterdam hadden 
te nemen. 

Clignet kwam weldra in geschil met den bode op Antwerpen 
Abraham du Moulin, aan wien 24 September 1666 de brieven op 
Luik, Aken en Maastricht, die ook wel over Antwerpen liepen, 
werden verboden, daar die behoorden tot het aan Clignet toegekend 
gebied. Om verdere geschillen tusschen de beide boden, die de 
geheele correspondentie op het buitenland in handen hadden, te voor- 
komen, werd 25 October 1666 door den magistraat besloten, om beider 
posterijen te vereenigen en beiden gezamenlijk tot postmeesters aan 
te stellen, onder restrictie, dat zij de baten zouden deelen, doch dat 
aan du Moulin in elk geval de reeds jaarlijks genoten voordeelen 



*) Clignet was 24 April 1643 geboren en overleed 7 October 17^. Z^n vader 
was uit Aken naar Leiden gekomen. 



342 

zouden verzekerd blijven. Bij de aanstelling van 4 November 16W)*I» 
werd deze clausule echter niet vernield, en werd Clignet de hoofd- 
persoon, die aangewezen was om met vreemde postmeesters of boden 
te contracteeren *). In de een jaar later (4 November 1667) aan Clignet 
verleende commissie wordt zelfs niet meer van du Moulin gesproken 
en wordt Clignet alleen aangesteld tot postmeester ordinaris op het 
geheele binnen- en buitenland. Aan hem en zijne beambten wordt 
het reeds om den posthoorn te voeren bij uitsluiting toegestaan. 
In den titel in margine wordt echter gesproken van: Commissie van 
Clignet en Moulin ^). Deze laatste overleed in 1668, en het is dus 
niet onwaarschijnlijk, dat deze reeds in 1667 buiten staat was om 
een actief deel aan de posterij te nemen ^). Clignet bleef nu alleen 
met het postmeesterschap belast en bekleedde dit ambt tot zijn 
bedanken in 1714, waarna 2 October zijn neef Mr. Robert Nieustadt 
de Nuufville werd benoemd*), die postmeester bleef tot zijn over- 
lijden in 1735. 

Clignet trachtte naar alle zijden zich onafhankelijk te maken 
van de voogdij van Amsterdam. Wij zagen reeds, dat hij in 1664 
trachtte directe correspondentie te verkrijgen op Duitschland ; in 1667 
trachtte hij dit te doen met Antwerpen en in 1670 verbond hij zich 
om zoo mogelijk de brieven , die over Antwerpen en Roermond , van 
Parijs op Hamburg liepen, over Leiden te brengen. In 1667 had hij 
eerst gepoogd om van de amsterdamsche postmeesters op Antwerpen 
verlof te krijgen om zijne brieven direct op Waddingxveen te zenden 
en van daar met hun rit te doen vervoeren. Toen dit geweigerd werd, , 
richtte hij een eigen dienst in op Dordrecht, waarvoor hij eene toe- ^ 
lage van de stad ontving. Hoewel hierbij alleen van een rit opcj 
Dordrecht wordt gesproken, is het toch vrij zeker, dat het geweigenE::» 
verzoek betrekking had op de correspondentie met Antwerpen, t«^j 
meer daar kort hierop, 9 Juli 1668, een contract tusschen hem e» — 
Taxis door den leidschen magistraat werd bekrachtigd. 

Deze toonde zich zeer ingenomen met de verbeteringen, d< 



') De aanstelling is lol: ^postmeesters bodens van de brieven gaende of komen.^ -««^ 
van Brabant, Vlaenderen, Vranckryck, Hispagnien, Engelandt, Gelderland » Ot ^pyw 
yssel, 't land van ('leeff, van oosten Duytsland en lialien, item van Zeelar-^*/. 
Dordrecht, Rotterdam en daarover". 

-') (ïerechtsdagboek van Leiden M. M., fol. 76. 

^) Gerechtsdagboek M. M., fol. 74 vs. 76. 

*) Hy was reeds in 1654 als bode op Antwerpen werkxaam. 

'•) (ii'boren t«» Frankfort ad. Main in 1670. 



343 

Cligiiet iii het postwezen gebracht. Aan zijne postiljons werd vrij- 
stelling gegeven van het poortgeld bij het inkomen en het verlaten 
der stad, en aan de portiers der poorten werd bevolen met het 
sluiten der poorten te wachten tot het binnenkomen der postiljons ^). 
Te zijner eere werd ook een penning geslagen, toen hij het eerst 
bericht bracht van het terugtrekken der Franschen ten gevolge van 
het invallen van het dooiweder in 1672, en bij het aan de stad 
vervallen der posterij in 1735 erkenden burgemeesters en regeer- 
ders, „dat over sulkx het algemeen postmeesterschap binnen dese 
stadt sijn beginsel en voortgangh aan de vlijt en kennis van den 
voornoemden Clignet verschuldigt (is)" % 

In de instructie van Clignet, vastgesteld 23 Januari 1670, wordt 
hij genoemd post- en bodenmeester, en wordt hem bijzonder aanbe- 
volen te zorgen, dat de brieven op Engeland tweemaal per week, 
en die op Frankrijk, Brabant en Vlaanderen ééns per week op tijd 
vertrekken en tijdig teiiigkomen, en om te trachten de brieven van 
Parijs op Hamburg over Leiden hunne richting te doen nemen. Hij 
zal zich bij het berekenen der porten strikt houden aan de reeds 
gegeven of nog te geven voorschriften en de afspraken met vreemde 
postmeesters en zich niet bemoeien „met de commercie oft yets dat 
aen de commercie dependeert, als is het poinct van wisselen, oft 
yets desgelijcx, directelijck oft indirectelijck". 

Een uitsluitend recht tot de brieven wordt hem niet verleend; 
uitdrukkelijk wordt naast zijne posterij het brievenvervoer gehand- 
haafd „deser stadts marckt ofte jachtschippers, voerluyden oft dier- 
gelijcke, die tot noch toe de brieven ende pacquetten sijn gewoon 
geweest over te voeren" *). 

In 1723 werd, gelijk wij reeds aangaven, besloten, om na den 
dood van de Neufville de posterij aan de stad te brengen. 

Bij resolutie van de Groote Vroedschap van 2 November 1723 ^) 
werd, om verdeeldheid bij het openvallen van het postmeesterschap 
te voorkomen, nog bij het leven van den begunstigde eene regeling 
voor de toekomst vastgesteld. Het postkantoor zal waargenomen 



*) 14 Februari 1667 en Notulen Burgem. en regeerders 2 Maart 1748 (fol. 48) 
(Hoogewoerdspoort en Wittepoort), 
*) 14 Februari 173S. 

^ Burgemeesters en gerechtsdagboek E. fol. &t vs. 
') Vroedschapsboek H H fol. 121. 




344 

worden door een coinniies op /"lOOO. — salaris ') en vhje woiiis 
Hij moet de duiUche en de fransche taal verstaan en zal door bui^ 
mecstepeii benoemd worden. Onder liem komt een klerk op /'6(tO.— 
om contra-boek te houden. 

Zij zullen per kwartaal rekening doen aan bui^emeesteren, die v 
het afnemen hiervan met den secretaris elk /"SS. — zullen ontvanger"^' 
Het toezicht berust bij vier postmeesteren, die elk /"lOOO. — pe- J^ 
jaar ontvangen, of ^6 ^^^ baten als het kantoor minder opbreng^^ 
dan fbmM).— zuiver. Het restant komt ten bate van de stad. ^ 

De postmeestors zullen bepaald genoemde ambten niet mogen 
bekleeden en nooit twee postmeestersambten op één persoon kunnen 
vereenigen. Bij hunne aanstelling betal^i «j, 
boven het aan het gemeene land v«-3cliul- 
digde ambtgeld, /600.— aan de stad, in 4 
termijnen, of in eens met eene korting vaii 
/50.— . Bij geschillen en moeilijkheden zal de 
beslissing bij bui^emeesteren berusten *), 

In het begin van 1735 kwam deze regeling 

Z.Brlv«nh.ipostkanioor '" werking door het overlijden van de Neuf- 
tu Leiden. ville en sinds 20 Februari 1735 trad de stad 

in het genot der baten. Deze werden voor 
liet kantoor geschut op /"lO.WM), zoodat de stad, na aftrek der -i 
/4(HH),— voor de postmeesters, /^ 6000, — zoude ontvangen. Twh M-i 
bleef het revenu voor het nmhtgeld eerst (in 1716) op /■6(MKK— en ^» 
na 17:27 ()p slechts fbdOO.— getaxeerd'). 

Tot directeur of commies werd in 1735 benoemd Daniel van Hei-k, jj 
die bij zijne benoeming beloofde om de door hem verwor\'en posteri^i^— » 
van het eiigelschi' hof bij het kantoor in te lijven, en bij zijn over-» -__, 
lijilcn in 1749 werd opgevolgd door D. Aernout van Heek. E^-J i 
werden instructies gemaakt voor den directeur, den contrtdeur of kier-» — :■! 
i'ii de twfe bestellers, waaruit wij hel volgende ontleenen: 



'I llt't siiliiris wnl in 17:r> liipanlcl op fiiOO.— voor ilell Commies I>. van II.-- 
•'1. f UU ■■ voor Ay»-n zomi, nis klerk. Se.T>-lnry's register 14 Febr. I7:t'>. fol. r^ 

■1 'WA |.<.stiiic,'sl,T.'n «■erilrii (.rlil..re.'ii volgend lienoemH : Mr. W. PbuIs (t I7I« 
Mr, N, T.'.!iiiKli vm. Berklionl (+ UW). J. Droleiivaui, Mr. J. van Un*rfc= 
lli.iiM,i.i,i 17*1. + W. MiUirl 175111 tn S, Drolenvaux (bpnoerad 174.3. t 31 ^ 
I7'<-2|, Mr. ,1. A. vnn Li»isrli.,| (f -iH Mnnrl 17M7) en H. Tan der Marck (f ffl HLm.^ 
1/Sy|. Hi.gi.i(,-r viiii iirilvniii; l-ii uitgiinf wegens ile posterijen. Gem.'arrh., l.eiiB«'J 

'I II.- Nei.rvill,- l,..1,i,ij,l,. I.ij zijne nniisWting ƒ3000.— luti de slad ïoIjj-'o,. 
rrsolirlir \a» 1 .Vpril 17<i:i. ,-a [£>.— aan de iirmen. 



/ 



345 

Directeur en klerk zullen een uur vóór het vertrek der posten 
Dp het kantoor komen en daar blijven tot de post weg is. Ook zullen 
lij na aankomst van een post het kantoor niet verlaten vóór alle 
brieven zijn uitgegeven. 

Zij zullen gezamenlijk de brieven sorteeren en op het bestelboek 
aanteekenen en daarna de rekening opmaken. De commies houdt 
het cassaboek en de klerk het register van de verschotgelden aan 
vreemde kantoren, en deze zorgt, dat alle missiven rakende de posterij 
worden ingeschreven en de ingekomen stukken voor elke route 
afzonderlijk worden geliasseerd. Alle brieven moeten gelijktijdig 
worden uitgereikt, en de in brieven aan den postmeester ingesloten 
stukken moeten tegen vol porto berekend worden. Alle vrijporten of 
begunstigingen zijn afgeschaft en het is aan commies en klerk ver- 
boden iemand te begunstigen of geschenken aan te nemen zonder 
speciaal verlof van de burgemeesters. Komt de post te laat, dan 
wordt dit aan het kantoor aangeslagen. 

De ingekomen gelden worden per kwartaal verrekend, waarbij 
de kwade brieven worden overgelegd, die daarna teruggezonden 
worden aan het kantoor van afzending. De rekening wordt door den 
klerk met de boeken vergeleken en daarna door commies en klerk 
bij den secretaris gebracht, die deze aan de burgemeesters overhandigt. 

Brieven mogen niet geopend worden dan op bevel van de burge- 
meesters, en in hunne tegenwoordigheid of van die van hunnen 
vertegenwoordiger. 

Bij afwezigheid vervangen de twee ambtenaren elkander en bij 
den dienst zien zij op elkander toe. Voor verlof is toestemming van 
3n bij ziekte kennisgeving aan burgemeesters vereischt. Zij zijn beiden 
ot geheimhouding verbonden, worden beëedigd en stellen een borg- 
ocht van 3000.—, respectievelijk 1000.— gulden. 

De bestellers hebben zich te gedragen naar de voorschriften van 
len commies en moeten alle brieven in de geregelde volgorde, zonder 
?mand te bevoordeelen , zoo spoedig mogelijk bestellen. Zij mogen 
Ie brieven aan derden niet laten zien noch de adressen bekendmaken. 
let is hun verboden giften te vragen of aan te nemen, behalve de 
lieuwjaarsfooien van hen, „die zulks uyt een vrije wil goedvinden te 
oen." Deze mogen echter niet hooger zijn dan drie gulden. Er om 
ragen blijft verboden *). 



>) Opgaven omtrent de postkantoren 1749, R. A. P.n". 966. Leiden fol. 160 en 161, 
jecretarjr's register fol. 181 en 189. 



346 

Aan de bestellers werd 22 Mei 1735 een uniform toegekend, €:eti 
loste van de stad. De kosten hiervan bedroegen per uniform /"SS. ü *^> 
Er waren twee bestellers, die elk buiten de nieuwjaarsfooien f ^- — ^ 
per week ontvingen. 

Het kantoor was gevestigd aan de Breestraat over de Moo*'^ 
Japiksteeg en tijdelijk in „het huysken n*^. 2 ter wederzijde var^^ 
deser stede raedhuys" \ 

Ook na de naasting der posterij door de stad bleef het geldelijk 
belang soms dat der correspondentie overheerschen. In Februari 
1737 werd althans „deese gelegenheidt eenigsins voor stads inte- 
resse waarnemende" het port der brieven uit Bergen op 2k)om vaii 
4 tot 5 st. verhoogd *). 

Bij den overgang aan de provincie bleven de postmeesters levens- 
lang in het bezit van hun Vio ^^^ ontvangsten en werd ook aan 
burgemeesters en secretarissen het bedrag voor het afnemen der 
rekeningen uitgekeerd; hierbij werd dit echter bij het versterven der 
postmeesters telkens met ^^ verminderd. Te vermelden valt fiierbij 
nog, dat de vergoeding aan de burgemeesters niet op ƒ 400, maar op 
f 500 wordt uitgetrokken en dat ook €wm den thesaurier hiervoor -^ 
f 50 wordt toegekend % 

Het leidsche kantoor had verschillende verbindingen met binnen^:^ 

M Seoretary's register. Voor elke uniform werd vereischt: .5 el laken van /"ïJ. — — 
r»';. el saai van 14 st.; 7'/j el bombazijn van 6 st; !*/• el „regtdraet" van 4 sf^^^a^ 
l';. lood naaizijde van 8 st.; 4 dozyn groote knoopen è 8 st p. doz.; 1 dozj^^^^ 
kloiiie knoopen 4 st.; 1' . lood naaikoord van 6 si en 4V: gulden maakloon. 
') Thes-rek. 1736, foh 60 vs. 
•^) Secretary*s register blz, 391. 

*) Kegister van ontvang en uitgaat wegens de posieryen. Gem.-archief Leidi 
IV uitkomsten van het kantoor beliepen in 1747: 126.302 gulden 2 st , de uitgav» — 

mol inbegrip der uitkoeringen aan postmeesters, burgemeesters, enz. l7Hrj9. 

7.oodat de stad vry ontving 8342 gulden 11 st 

IV ontvangsten waren (R. A. P. n". 271, Bijlagen Algemeen verbaal). 

Hriovrn van de Postsooieteit 6947. 8 

l.eidon -Amsteniam. voor bet aan stad komend V4 .... 1891.- 

Kranrogt»ld Postsooieteit 606. 9 

l>uitsohIand (waarsobynlyk pniis. post) 2006.11 

(loldorland on Ouitsohiand. Zwitserland en Italië 3251.12 

Hamburg 1922.3 

Kngolnnd 342S. 2 

tK>r»tonr\jksobo Notlorlandon 2509. 7 

Spai\jo on Portugal 198. 5 

hiNonto vorgvHNlingon (mot Frankrgk) 3534.11 



347 

en buitenland, doch had, behalve tijdelijk op Dordrecht, geen eigen 
ritten, maar maakte gebruik van die van andere postmeesters. 

Voor het binnenland was Leiden aangesloten bij de Postsocieteit 
en had het contracten met de amsterdaipsche en delftsche schippers 
en het kantoor te 's-Gravenhage. 

In 1652 verzocht Pieter Nola, herbergier, om 2 a 3 postpaarden 
te mogen houden, om daarmede „die haestige brieven van dese stadt 
op Amsterdam (te) bestellen ende den selve dach weder antwoort 
terugge brengen". Dit verzoek werd door 47 kooplieden gesteund, 
op grond, dat de handel er belang bij had, dat de brieven op „een 
seker uyr" besteld werden en men vast staat kon maken op den 
tijd van aankomst. Door de schippers werden de kooporders, prijs- 
opgaven en wisselbrieven dikwijls door tegenwind te laat bezorgd, 
waardoor menige transactie moest achterwege blijven. Er werd 
hierbij voorgesteld, dat Nola te 6 a 7 uren 's morgens zoude ver- 
trekken, om vóór beurstijd te Amsterdam te zijn (te 11 uren) en 
daar wachten tot 3 uren. Hij was dan omstreeks 7 uren n. m. te 
Leiden terug, zoodat de brieven nog denzelfden avond besteld konden 
worden. 

Op dit verzoek werd echter, zoowel door de hoofdmannen van 
het Kaagveer, die vreesden dat door den nieuwen dienst hun alle 
brieven zouden onttrokken worden, als door Amsterdam ongunstig 
geadviseerd ^). De schippers wezen er hierbij op, dat er thans drie- 
maal per dag verbinding was, waarover geen klachten inkwamen, 
terwijl de post slechts één dienst per dag zoude onderhouden. De 
schipperspost was snel, „jae gelijckelijk van deser stede affreysende 
ende windt ons dienende, zal geen paert de schuyt voorbijloopen". 
In den wintertijd werd reeds nu het verkeer onderhouden door een 
looper langs de binnenwegen. 

Haastige brieven alleen geven „geen paert zijn voer", zoodat 
Nola zoude trachten alle brieven aan zich te trekken, en asm de 
schippers hierdoor groot nadeel berokkenen. Zij wijzen hierbij op zijn 
k^erzoek om alle brieven te mogen bestellen tegen 1 oorl st., terwijl 
ie schippers slechts een braspenning zouden behouden *). 

Den 5 Juli 1670 sloot Clignet eene overeenkomst met de leidsche 
ichippers op Amsterdam, waarbij deze zich verbonden om hunne 
brieven alleen 's middags om 12 uren zelf te vervoeren en 's avonds 
illeen per post te zenden. De kosten van het vervoer blijven geheel 



^) Brief van 25 Februari 1652. ') Er waren 34 schippers op Amsterdam. 



348 

teil la.ste van den postmeester niet de vergoeding voor den besteller 
te Amsterdam en de porten worden tusschen hem en de schippers 
gedeeld. 

De amsterdamsche schippers, die vroeger in één beurs de brieven 
tusschen beide plaatsen vervoerden , waren vóór 1670 begonnen hunne 
brieven uit Amsterdam op eigen gelegenheid per schipperspost op 
Leiden te zenden. Hun wordt nu bij het contract de gelegenheid 
gelaten om weder met de leidsche schippers samen te werken. Zij j 

kunnen dan of zelf per post op Leiden blijven vervoeren, en ont- 
vangen dan de helft der porten van de brieven van en naar Leiden, 
terwijl de andere helft tusschen Clignet en de leidsche schippers ^ 

wordt gedeeld, — óf dit vervoer van Amsterdam op Leiden ook aan ^-, 

Clignet toevertrouwen, in welk geval Clignet, de leidsche schippers ^^ 

en die van Amsterdam elk Vs der porten zullen ontvangen *). 

Van dit contract blijven uitgesloten de brieven bij de pakjes, ^ ^ 
die alleen ten bate der schippers blijven, en de brieven voor verder ^^^r 
ids Amsterdam , die aan den postmeester behooren *). 

In 1685 betoonden de amsterdamsche schippers zich bereid voor nr^^r 
gezamenlijke rekening te werken, en werd eene nieuwe overeenkomst Ji-g^^ 
gesloten, waarbij alle brieven gemeen werden verklaard, en volgens^- ^-j,jj 
welke van alle porten de amsterdamsche schippers de helft enr^^j^n 
('lignet en de leidsche schippers de andere helft zouden ont-^^^^-^f. 
vangen. Het porto wordt hierbij gesteld op 2 st behalve voor d^^.^de 
door de kaagschippers vervoerde brieven, die slechts IV» st geldei»^^ -«n. 
's WinttTs, als de haarlemsche schuit stil lag, werd het port yem-^^^m^r- 
hoogd tot 8 st. '% Van deze porten werd echter een bestelloon gekov ^_jurt 
van ^^^ stuiver bij open water en ^/^ st. bij toe water. 

Voor kwade of onbestelbare brieven werd niets gekort *). 

Hel brit»fv(»rvo<T met de schippers op Den Haag was in ltJ£^-i38 
ger<»geld. 

Mij (ItMi ovtTgang der posterij werd voorgesteld de aansprak^ -^en 
deztT schippers nit»t uit te koopen, maar dit recht bij nieuwe benr .jmh*- 
mingen niet meer toe te kennen. Ook andere schippers vervoerd -i^Be/j 
clandi'sline brieven. In 1737 werd o. a. de schipper op Dordrw^i"-.'/»/ 



'I \\c\ pt>rl «Irr lirioven van do marktsohuit van Amsterdam werd 16 Jan«-»</7 
U'ih\ Min 1' .; lol - st. ptT l»nof verhoogd, doch dat der door de kaagschipp*"/!* 
iii<M|<'^<>lini<*litr l»rio\«Mi hK'of o|» !*• st. hepaald. 

') 'hi MmjiH IfVS."» StM*n»tary's register hl. 47 -.53. 

') Onk \«n»r «te hrieven van Donlreeht. Itouda en Rotterdam werd extra wi^/*»^ 
|hmI gelieven. *) Secretar>''s register hl. 55 — 59. 



349 

beboet wegens het bijeenvoegen van verschillende brieven onder 
één couvert ^). 

Er worden o. a. schippers vermeld op Haarlem (1583), Dordrecht 
(1585), Walcheren (1585), Amsterdam (1583), Delft (vóór 1596), 
Rotterdam (1658), Den Haag (1659), Sluis (1668), Utrecht (1664), 
Kampen, Deventer en Zwolle (1683), Alkmaar en Hoorn (1683). In 
de oudste ordonnanties op de veren wordt niet van brieven-vervoer 
gesproken, behalve in die van het veer op Haarlem en Amsterdam 
van 13 Maart 1597, waarbij hieraan in artikel 7 eene uitvoerige 
bespreking wordt gewijd, die wij hier in extenso laten volgen: 

„Naer dat de beurtman aengecomen zal zijn, is hij ghehouden 
terstont ende van den zelven avont, (alwaert dat zijn aencomste eerst 
mit tsluyten van de poort gheviel), alle de bij hem hebbende brieven 
te bestellen, of doen-bestellen, zonder eenighe bij hem te houden of 
te laten vernachten ; uytgezondert in dezen de brieven , die aen eenighe 
packens, daer geldt in mocht zijn, mochten zijn vastgemaect; in 
welcken gevallen de voornoemde beurtman zo hem den avont beviel, 
om tgeld niet te pericliteren, deselve brieven mitten saxkens in 
goeder verseeckertheyt ende bewaringe bij hem behouden, ende de 
eyghenaers van dien van den zelven avont daervan verwittigen 
zal, öp dat zij daemaer mogen comen uyt zien. Zo wie anders dede, 
zal telcken ten behouve van de voorschreven busse verbeuren drie 
stuyvers, boven de ghenouchdoeninghe als boven ^). 

Van de wagendiensten vervoerde die op Haarlem in den eersten 
tijd ook brieven *). 

Het rit op Dordrecht voor de correspondentie op Antwerpen 
verviel, toen ook de correspondentie verminderde*). De brieven 
kwamen in 1736 in het rotterdamsch pakket van Antwerpen en in 
1740 werd eene overeenkomst gesloten met den haagschen post- 
meester, die het vervoer van het leidsch pakket uit Antwerpen 
op zich nam tot Delft, de Hoornbrug of Den Haag voor /'250.— 
per jaar. 

Het leidsche kantoor verzond op het buitenland in eigen pakketten 



*) Secretary's register bl. 279, 452 enz. 

') Eersten aenhang ende vermeerderinghe van de Caechschuitvoerders opte veeren 
vaD Haerlem ende Amsterdam, 13 Maart 1597, 4^ in de bibJiotheek van het 
gemeente*archief te Leiden. 

') Ordonnantie Op het Waeghen-Veer, Tusschen de Steden Haerlem ende Leydcn. 
Haerlem, 163a 4». art XII. 

') Eerst 50 è 100, in 1735 3 brieven per postdag. 



350 

op Maaseik, Cassel, Antwerpen en Emmerik. Op Engeland zond het 
de brieven los met het amsterdamsch rit, waarvan de postiljons de 
brieven afhaalden uit de bus buiten de Hoogewoerdspoort en op hunne 
terugkomst op het kantoor afgaven. Op Hamburg liep alles los over 
hot kantoor te Amsterdam. Leiden verzond tevens een groot deel der 
haarlemsche brieven, waarvoor het een akkoord had gesloten met 
Haarlem, dat in Juni 1736 door Leiden en 1 Augustus 1736 door 
Haarlem werd geratificeerd ^). 

Een belangrijk gegeven over den toestand van het leidsch kantoor 
in 1735 wordt geboden door het request van 66 kooplieden met de 
daarop gevolgde „Remarques" van den commies Daniel van Heek, 
de „Generale Speculatie" van den secretaris van Royen en de 
resolutie van Maart 1735 *). 

Hierbij wordt aangedrongen op lager port voor stalen, gelijk* 
stelling met het te Amsterdam geheven buitenlandsch porto en 
afschaffing der verhoogde winterporten. Verder op het inrichten van 
een postiljonsdienst op Rotterdam voor de fransche en brabantsche 
ritten en op enkele verbeteringen bij het afhalen der brieven. De 
kooplieden wenschten, dat de buitenlandsche brieven, desveriangd, 
niet zouden worden bezorgd, maar op het kantoor bewaard, totdat 
zij werden afgehaald, en dat hiertoe gelegenheid g^even zoude 
worden tot 10 uren n. m., ook in verband met de na de laatste <^e^^ 
bestelling aankomende brieven. Ten slotte wordt aangedrongen op ^^ ,p 
strikte geheimhouding der adressen, „opdat der coopluiden correspon — «-:). 
dentie niet nagespeurt, veel min ontdekt moge werden". 

In het antwoord van vcm Heek wordt er op gewezen, dat dem^MAe 
porten te Leiden na die te Amsterdam de laagste zijn in Holland AL»d. 
en dat de winterposten berusten op eene overeenkomst met d^Mn^ie 
amsterdamsche schippers, die niet eenzijdig te veranderen is. ZelflB'iflfs 
ware hier eerder port verhooging gewenscht, daar men voor df:^ de 
bestelling te Amsterdam slechts de beschikking heeft over twe--d^ -ree 
bestellers, die het werk niet af kunnen en „daerom schoeiers e-*^^ en 
bijloopers gebruiken moeten". liet rit op Rotterdam wordt afgerade-r :^ en 
wegens dv kosten (/'6(M). — extra) en het speciaal tarief voor brieve— :j«^ e/i 
mei stalen wegens het hierdoor uitlokken van het samenvoegen v 
verschillende brieven onder één couvert. 

De stadssecretaris wijst vooral op het gevaar om nu reeds, voo^ ^ 
dat men zich nog een oordeel kan vellen, de porten te verlagen m// 

') .Srntnry'.s rcgislor 1)1. WJ en WJ vv. ") Secrolary's regisier l»l. 77— l«A 



351 

'xtra onkosten te maken, daar anders het verwachte voordeel voor 
Ie stad wel eens kon uitblijven. 

Op grond van deze rapporten werd door den magistraat den 
li Maart 1735 afwijzend beschikt op het verzoek der kooplieden en 
lun alleen volkomen geheimhouding toegezegd. 

Bij de geschillen tusschen de hoUandsche steden en het fr€msche 
)ostofBcie was de leidsche postcommies Dcmiel van Heek de leider 
Ier hollandsche oppositie, en werden de belangen der steden, gelijk 
vij reeds zagen, door hem te Parijs vertegenwoordigd. 

Na den overgang der posterij viel weinig verandering voor ; alleen 
verd in 1764 een derde besteller aangesteld wegens de toename 
Ier correspondentie en het extra brengen en halen der hamburger 
)rieven aan de Haagsche schouw, waar zij volgens de nieuwe 
egeling door den postiljon van *s-Gravenhage werden overgenomen ^). 

In één opzicht onderscheidde Leiden zich van de €mdere steden. 
Terwijl alle andere plaatsen na den overgang aan de Staten zich 
liet meer met den inwendigen dienst van het kantoor bemoeiden, 
verd door Leiden aanspraak gemeiakt op het recht om den hoofd- 
ommies van het kantoor te benoemen. De commissarissen belastten 
laarop den commies-generaal tijdelijk met de waarneming van het 
:antoor en verzochten dien bij provisie als zoodanig te erkennen. 

Na uitvoerige briefwisseling wei-den de Staten in het geschil 
[ehaald en werd hierover een groot besogne gehouden. 

De kwestie werd niet opgelost, daar Leiden zich vereenigde met 
iet bemiddelingsvoorstel om voor ditmaal de benoeming te doen 
[eschieden door de Staten. Deze benoemden daarop den door de 
ommissarissen aangewezen persoon ^). 

f. GOUDA. 

De posterij te Gouda was alleen van plaatselijk belang en voor 
e omliggende plaatsen, die door boden met het kantoor verbonden 
aren *). Met Oudewater had de goudsche postmeester een contract 
oor het halen en brengen der brieven op Gouda tegen 1 st. bestel- 
►on. Deze bestelling kostte aan Gouda zelf f 130. — per jaar, welk 



1) Reg. Oudraad Dordrecht, ItS Mei 1763. Dordrecht verklaarde zich tegen de 
lorgestelde uitbreiding van personeel. C. 27 November 1764. 
<) C. 22 April 1784, 13 Februari en 5 September 1785. 
^ Onderwater, Haastrecht, Goejanverwellensluis. 



352 

bedrag echter uit het bestelloon en ƒ 66. — toelage van Oudewaler 
werd gevonden *). 

Gouda sloot reeds 26 Juni 1716 met 's-Gravenhage een contrail 
over de toezending der brieven van Oudewater en de dorpen rond Gouda. 

De brieven op Amsterdam gingen per beurtscliipper volgens het 
contract van 20 Juli 1675. De postmeester trok hiervan 1 st. per 
brief als bestelloon. In 1752 werd voorgesteld deze brieven over 
Alfen te zenden. 

In 1758 beklaagden zich de schippers over onttrekking der brieven 
door liet binnenlandsch kantoor te Amsterdam *). Er werd toen eene 
overeenkomst getroffen, volgens welke de postkantoren te Amsterdam 
en Gouda elkander de eigen brieven zouden mogen toezenden en 
op zich namen om de schippersbrieven in een gesloten zak te vervoeren ^ 
tegen Vj st. per brief*). Gouda was lid v€m de Postsocieteit. Het rit j 
liep door de stad. De te verzenden brieven, ook die op Gorinchera,^ 
gingen allen eerst naar Alfen, doch de brieven uit de richtin^i 
Gorinchem naar Gouda werden met het dordtsch pakket *) op der:» 
doorrit afgegeven. 

De verzending geschiedde te Gouda in 1752 aldus: Noord-Hollan» ^ 
over Amsterdam: Frankrijk over Amsterdam, Leiden of Rotterdai 
tegen 2 st. per brief bestelloon; evenzoo de engelsche brieven; Spanj 
(Ml Portugal over Leiden of Amsterdam; Noord-Duitschland ovwi 
Amsterdam; Zuid-Duitschland en Italië over Maaseik en de noord»- 
provincies over Utrecht. 

Er was een generaal kantoor, dat gevestigd was aan de Oost-Have^_ 
VA^vn ritten werden door het kantoor niet gehouden. Gouda verzor 
in gesloten pakketten op Tiel, Aniliem, Nijmegexi, Zutfen, Doesbui 
Boekliolt, Emniorik, Kleef, Dusseldorp, Roennond en Tegelf — fj 
Venlo en Maastricht. 

In 1751 stelde de postmeester te Gouda eian de coniniissaris=^=iej 
voor, om een dagelijksch rit te openen van Gouda over Haastnn^^— /ïf. 
Oudewater, Montfoort, IJselstein, Vianen, Culemborg, Buren il -3ia/ 
Tiel. l>it voorstel kwam echter niet tot uitvoering*). 

De coiiiniit^s Jacobs beklaagde zich in 1751 bij coniniissari:?^:^>v/ 
(»ver den moeilijken dienst, waarvoor hij behalve kost en livn^', de 
eerste ."> jaar slechts /' 50. — vn daarna / 75. — ontving '^K De 1hk>/J/. 

') Contnict 17:^0. I C. 18 .lammri 1T>8. ^) C ±1 September 1758. 

*l /ir Doninrlit. (^>ntnirt 1:2 Jnni 17:-R*. 

) nijIa^Mii Alx;«Mn. rappi^rt H. A. P. n". -71. Hij moest dagelijks lirieTen bestellen, 
twt'vinaal jut wttk i\o l»raltan!srlie brieven en 's narhts tuasclien II ''H 



353 

commies te Gouda ontving na 1752 f 500. — . Hem werd bij resolutie 
van de Staten van 1 December 1764 / 700. — toegekend ^). 

g. ROTTERDAM. 

Evenals in andere steden werden ook hier in de eerste tijden de 
brieven aangebracht door boden, schippers en rondreizende lieden, 
die de brieven bij aankomst aan tusschenpersonen afgaven om te 
bestellen. Omstreeks 1600 waren er o. a. veren op Amsterdam, 
Bergen op Zoom, Breda, Brielle, Dordrecht, Gorinchem, Gouda, 
Haarlem, 's-Hertogenbosch, Leiden, Middelburg, Reimerswaal, Sluis, 
Utrecht, Vlissingen, Ziezikzee, Antwerpen en Mechelen ^). 

Bij enkele veren, o. a. dat op Dordrecht, werd onderscheiden 
tusschen marktschippers en schippers van grove waren. De markt- 
schippers hadden het monopolie voor het vervoer van brieven en 
pakjes tot hoogstens \ last, terwijl de schippers van grove waren 
op de stukgoederen waren aangewezen *). 

Deze boden en schippers brachten de brieven te Rotterdam, doch 
belastten zich niet met het bestellen. Zij ontvingen het bodenloon en 
de besteller het bestelloon, welke streng gescheiden bleven. Deze 
bestelmeesters bestonden reeds vóór, en ook eenigen tijd naast, de 
postmeesters, die eerst slechts als vervoerders der brieven optraden. 
Later wordt de postmeester tevens bestelmeester voor de belang- 
rijkste verbindingen. 

Er worden o. a. bestelmeesters vermeld op Amsterdam (aange- 
steld 7 Januari 1610), Delft, Leiden en Den Haag (1670), Haarlem 
en Amsterdam (1680), Helvoetsluis (1711), Goes, Tholen, Zierikzee 
en Bergen op Zoom (1702), 's-Hertogenbosch (1663), Utrecht, Gorin- 
chem en Schoonhoven en de meest aangelegen steden en plaatsen 
1679), Antwerpen (1633), Gent (1657), Gent en Biervliet (1676), 
Mechelen (1659)*), Rouaan (vóór 1679 en in dit jaar vereenigd met 
„de Somme", Duinkerken en Ostende), Londen (1680) en Duitsch- 
land (1654). 



12 uren de post van Gorinchem en 's nachts te 4 uren die van Alfen depécheeren 
en de laatsten nog sph'tsen, daar de dordUche brieven er hier werden uitgenomen. 
Notulen commissarissen R. A. P. n^ 273, 17 April 1751. 

») Gr. PI. B. IX. bl. 781. 

*) In later jaren worden nog verschillende andere veren genoemd. 

') Request van de marktschippers op Dordrecht 24 Februari 1657 (thans ver- 
loren) en 19 April 1707, requestboek fol. 10. *) 1706 tevens op Brussel. 

23 



354 

Ook herbergiers fungeerden als bestelmeesters, gelijk blijkt uil 
eene belooning voor den herbergier buiten de Delftsche pooi-t in 
1652 en het verzoek van Johan van Wijngaerden, herbergier in 't 
Moriaenshoofd in 1711 ^). De bestelmeesters werden door de stads- 
regeering aangesteld, doch konden ook zonder aanstelling hiemiiMie 
beginnen, gelijk blijkt uit de aanstelling van Willem Cantier tol 
bestelmeester op Keulen enz. in 1654, waarbij vermeld wordt, dat 
zijne ujoeder reeds 33 jaar zonder aanstelling, en nog vóór dien tijd 
zijne grootmoeder, als zoodanig hadden gewerkt'). 

Het bestelloon varieerde: het bedroeg o. a. bij den bestelmeester 
op Mechelen ^'4^ van de vracht, bij den „roeper" voor de schippers 
op Helvoetsluis, in 1711, 8 penningen en „pakken na proportie", 
bij Antwerpen (1633) 1 st. en bij VHertogenbosch 1 Vs st. per gulden 
schippersloon (1663). 

De oudste bestelmeester was die op Amsterdam, die op venoek 
van de beurtschippers den 17 Januari 1610 werd aangesteld *)• Dok 
aanstelling was in het belang der schippers, daar zij zich nu, hgn 
eene kleine vergoeding aan den bestelmeester, konden bepaleo W 
het vervoer met en in- en uitladen, en vrijgesteld werden vao M 
tijdroovend bezorgen der brieven en pakjes. De grootere stukgoedereo 
werden door de bevrachters zelf gebrcu^ht en afgehaald. 

Volgens de instructie zullen de schippers hem terstond bij aan« 
komst de brieven en pakketten ter hand stellen, die hij bezorgt en 
waarvan hij register houdt met vermelding van den schip|)er, <fr 
het hem aanbraclit. Hij krijgt hiervoor 1 oortstuiver per pakjV of 
hriof, doch moet hiervan voor de „loose'* brieven, — d. i. brievvn 
zonder l)ijbeh(M)n»nd pakje — een duit afstaan voor den knecht van 
de schuit. 

De vcTliouding tusschen schippers en bestelmeesters gaf weinig 
aanleiding tot geschillen: in 1686 werd echter Quispel, sinds 167-^ 
iM'stelmeester op Rouaan enz., ontslagen en tot makelaar l)en(>emc^ . 
^onidat sijn persoon aen de beurtschippers aenstootelyk was". 

De hrhui^rijkste hestelmeesterschappen waren die op Antwi'n>*-**^ 
Cl) op Duitschland. 



1^^—^ i • *' 

(»r \w\' pakj»* ln'in ter hostdiing of aantet*kening gegev«*n. (Port«»f. Schipp^nj 
vorm (irin.-nrrliiof Hottonlaiii. n". 97.")). 

-) H. n". 10. 

") Ht'|xi>*t«'r Srliippnij «'ii vcpmi . Inl. TC) vs. 77 vs. 



355 

Die (Ier brieven van Antwerpen dateert van Iftï2 en werd 
uchlereenvotgen» bekleed door de weduwe van Sinion Chevin (1632), 
Annetie Conielis, de kinderen van Annetie Comelis (14 October 
1636), Maria van Loon, weduwe van J. Peurs (4 October 1651), 
N. Teunemana (6 April 1673) en Elisabeth Vlam (20 Maart 1675) 
en werd daarna 8 Januari 1679 vergeven aan den postmeester Johan 
Danen en met het postmeesterschap verbonden ^). In 1666 *) werd 
aan Maria van Loon bevolen kantoor te houden in de Loevestraal 
bij de beurs en bussen uit te hangen in de stad. Het ambt wordt 




De Beure van RolterHani (1665). 
KopergraTure, behoorende 'Ly de „Postkaart" van Jarob Quacq. 

daarbij genoemd: „het generael posicomptoir, daer meest alle coopluy- 
denbrieven werden ontfangen en veraonden na alle quartieren daer 
n^otie valt". Hel behandelde dan ook alle brieven van de antwerp.sche 
boden, dus die op Frankrijk, Spanje, Portugal, Brabant, Vlaanderen, 
Italië en Engeland. 

Het duitsche kantoor was jaren achtereen uitgeoefend door 
lie moeder en de grootmoeder van Willem Cantier, zonder dat deze 
van de stad hiertoe eene aanstelling hadden ntitvangen, totdat Cantier 
den 23 April 1654 werd aangesteld, nadat de bode op Antwerpen 
op zijn verzoek was gehoord. Hij verkrijgt hierbij de besteUing der 
brieven van en op Keulen, Maastricht en de plaatsen lang.s Maas 
en Rijn en ontving de brieven onder couvert van de l)oden % 



') R- n-. J 



) 20 Juli \em. B. I 



') R. n". W. 



356 

Hij werd 30 Mei 1680 opgevolgd door Jean de Mey, een min. 
derjarigen neef van een der oud-burgemeesters, wiens functie d(K»r 
zijnen oom werd waargenomen, — een bewijs van de belangrijkheid 
van deze betrekking. In zijne aanstelling wordt hij genoemd bode, 
ontvang- en bestelmeester van de brieven van Italié, Duitschland en 
de steden aan Maas, Waal en Rijn, dus eene veel ruimer omschrij- 
ving, dan die van zijnen voorganger in 1654 *). Hij kwam hierdoor 
in geschil over de grenzen van zijn recht met den postmeester, die 
sinds 1679 ook bestelmeester was, waarop 22 December 1681 zijne 
bevoegdheid beperkt werd tot de oude grenzen '). 

De nieuwbenoemde stoorde zich echter niet om deze begrenzing 
van zijne macht, waarop hem in 1683 bevolen werd, om de bussen 
in de stad (bij de Groote Kerk en eian de stadswisselbank) in te 
trekken '). Hij werd door de schippers aangesproken om uitkeering 
van door hem vervoerde brieven, waartoe de schippers gerechligil 
waren volgen.i dading met den postmeester Quack van 14 April Iftil. 
Het betrof hier de brieven op Dordrecht, Grouda en Utrecht, die aan 
deri postmeester behoorden, doch door de Mey aan zich wanii 
getrokken. De Mey werd in het ongelijk gesteld en tot betaling ver- 
oordeeld met bepaling, dat, zoo hij hieraan niet voldeed, de post- 
meester zoolang de Mey 's ambt zoude mogen waarnemen, totdal hij 
uit de revenuen voldaan was *). De commissies van den postmeesier 
en den bode-hestehneester werden nu beide ingetrokken en hun heider 
bevoegdheid werd opnieuw geregeld bij „keure, reglement en onlon- 
luuitie" van !2^ Augustus 1684^). Hierbij werden aan de Mey loege- 
vvezen de brieven van Maas, Waal en Rijn boven Bommel, Wijken 
Ravestein, met Duitschland, Italiö, \s-Hertogenbosch en Breda, len»'!)' 
de postmeester bc^voegd verklaard werd voor alle andere plaat^n. 
behoudens de rechttMi der schippers en der boden op Antwerpen 
en Luik. 

Aan den postmeester werd ook bij uitsluiting het recht t(H»geken4i 
om (Mgen ritten te doen berijden, en eventueele geschillen werden 
zonder appèl ter berechting toevertrouwd aan het gerecht. De Mey 
weigenie echter zich naar deze beslissing te gedragen, waarop «^ 
brieven door de postiljons met den gerechtsbode aan zijn kant'^»'* 
werden opgevorderd en aan den postrijder werd verboden om brieven 
voor hem Ie vervoeren. Toen de Mey bleef weigeren, werd 11 Sei>* 

') H. n". :«. 

-') /i«' (K»k ih' iKul.n' aun.sl«.|ling van O ï)«'<M»mbcr 1G80. R. no. 44». 
') H. 11". i:n. «j -io Juni Hjbi. •') H. II". 113. 



357 

einber zijn kantoor naast de wisselbank gesloten. Hij werd geschorst 
?n er werd bevolen, om de brieven voor plaatsen aan Maas en 
tijn te bezorgen aan het kantoor onder de beurs, waarvoor J. de Haes 
ijdelijk als gaarder werd aangesteld, met opdracht om zijne brieven 
loor den postmeester te doen rijden. Den 13 November werd de Mey 
ontslagen, waarop deze zich tot den Hoogen Raad wendde om 
nandement van complainte. Toen nu de commissarisden van den 
ioogen Raad te Rotterdam kwamen om getuigen te dagvaarden, 
verd aan hen van stadswege verboden om te verschijnen, daar de 
)eslissing alleen aan de stad toekwam, als over eene zaak betreffende 
laar „domestiquen" (26 Maart 1685). Dit geschil tusschen de stad 
m den Hoogen Raad bracht veel beroering en leidde tot eene 
beslissing van de Staten van Holland, waarbij de stad in het gelijk 
wrerd gesteld (6 April 1685). De Mey onderwierp zich nu en verzocht 
^m boven hetgeen hem in 1684 was toegekend ook de brieven te 
krijgen op Overijsel, Wageningen, Utrecht en Groningen, hetgeen 
hem echter 30 April 1685 werd geweigerd. De Mey deed afstand 
van zijne aanspraken tegen den postmeester, waarna het kantoor op 
rijn verzoek aan zijnen zoon werd overgedragen. 

Bij nadere verklaring werden 1 November 1685 aan den post- 
meester met uitsluiting van de Mey speciaal toegekend de brieven 
van Aken, Kleef, Tilburg, Zutfen, Doesburg, Wageningen, de Meierei 
van Den Bosch en de baronie van Breda. 

De bode-bestelmeester maakte omstreeks 1675 een concept-akkoord 
met de Rijkspost, waarbij hij zich verbond om de brieven, die eerst 
over Dordrecht door den postmeester ontvangen werden, volgens het 
contract van 1652, zelf op Utrecht te brengen en deiai* met de postil- 
jons van de Rijkspost uit te wisselen. Hij zou de afkomende porten 
van Pempelfort af ontv€mgen en het verschil in ontvangen en ver- 
zonden brieven tegen 4 st. per brief verrekenen. De bovenporten 
(boven Pempelfort) werden aan de 'Rijkspost vergoed, die ook alle 
porten der brieven uit Rotterdam behield, doch op zich nam gratis 
het pakket der keulsche boden te Vervoeren, waarmede Rotterdam 
in 1652 had gecontracteerd ^). Het blijkt niet, dat dit concept tot 
een contract leidde, en weinig jaren later, in 1680 werd met 
Dordrecht het reeds besproken contract gesloten. 

Het monopolie voor het vervoer was in 1684 aan den postmeester 



') R. n^ 157. 



358 

toegekend. Hierover sloot de Mey met hem een akkoord, volgens het- 
welk hij in 1687 aan den rotterdamschen postmeester f 130<) per jaar 
betaalde, namelijk ƒ 750 voor de Rijnroute en ƒ 550 voorde Maasroule. 

Van de bodenambten was het belangrijkst dat op Antwerpen. 
Het was in 1633 ontstaan en betrof, gelijk wij reeds zagen, 
alleen het bodenambt zonder de bestelling, waarvoor Vs van het 
port werd toegekend. De boden moesten tweemaal per week reizen 
en mochten 's winters 1 st. extra winterport berekenen. V^oor het 
vervoer was reeds in 1655 een contract gesloten met den postmeesier 
van der Heyde, voor 2350 gulden \ Dit werd 7 April 1677 terug- 
gebracht tot 800 gulden, wegens de inkorting van het rit \ 

De postmeester J. Danen sloot 8 Januari 1679, nadat hij hel 
bestelmeesterschap der antwerpsche brieven had verkregen, eene 
overeenkomst met den bode, waarbij hij 10 duiten per 3 brieven 
bedong en voor de fransche brieven 3 st. Dit betix>f alleen hel 
bestelloon, waarboven nog het rijloon te vergoeden was. Aan den 
bode en aan den postmeester werd beiden een sleutel van den bodenzak 
gegeven \ De boden noemden zich sinds 1664 postmeesters. 

De kleine bodendiensten hadden in 1752, bij den overgang, reeds 
het brievenvervoer gestaakt. 

De schippers vervoerden eerst zelf de brieven en lieten de 
bestelling over aan de bestelmeesters of aan den postmeester *). D«* 
belangrijkste schippersposten waren die op Amsterdam, Dordrecht, 
Leiden, Haarlem, Gouda, *s-Gravenhage en Utrecht. 

Den 12 Januari 1662 ^) werd door den postmeester, gesteund dotw 
verschillende kooplieden, verzocht, om eene rijdende post op Amsterdam 
te mogen oprichten , voor het vervoer der brieven inkomende na hel 
vertrek der schippers. De postiljon zoude te 8 uren n. m. vertrekken 
en \s morgens te 6 uren te Amsterdam aankomen. De schippers ver- 
zochten hierop zelf deze post te mogen inrichten tegen 1 st. extra 
port, en sloten 12 April 1667 eene overeenkomst met den poj*** 
meester, waarbij deze het vervoer der brieven met de nachtpost op 
zich nam. 



') R. n". 40. ^) R. n". 44. 

') R. n". 87. Opvolgende hoden waren Pieler Engelse (1650), Hendrik van Ran**** 
(H;V»). Johan van Birkel (7 Mei 1063. R. n'. 42), M. van der Velde (:*J Ma«^ 
iri8(), R. n". 44i). 

') rf. akkoord van 14 April 1007. 

••) R. n". 41 , Notulen van de wel. 






359 

De porten en het aandeel der schippers worden hierbij bepaald op : 

Dordrecht port 2 st. waarvan den schipper 1 st. O pen. 

Leiden „2Vj„ „ „ „ 1„4„ 

Haarlem „ 3 „ „ „ „ 1 „ 12 „ 

Gouda „ 2V2 „ „ „ „ 1 „ 4 

's-Gravenhage „ 2'/, „ „ „ „ 1^4 

Utrecht „ 3 „ „ „ „ 1 „ 12 

De schippers mogen ook zelf brieven vervoeren en behouden dan 

het geheele port; daarentegen zal de postmeester tweemaal per week 

mogen verzenden op Friesland, Groningen, Drente, Overijsel en 

Gelderland, zonder van de hiermede ontvangen porten iets aan de 

schippers uit te keeren. 

De amsterdamsche schippers bleven buiten deze overeenkomst, 

zij behielden als van ouds het geheele porto en besteedden het 

vervoer der brieven tot Alfen, of zoo noodig tot Amsterdam, uit 

tegen een vast bedrag. Zij waren oorspronkelijk slechts gerechtigd voor 

de amsterdamsche brieven, doch hadden zich ook meestergemaakt van 

die voor de steden boven het IJ, Harlingen en Stavoren en van de over 

het hamburger kantoor te Amsterdam naar het Noorden gaande brieven. 

Bij den overgang aan de provincie bleven de schippersposten 

op den ouden voet gehandhaafd. Wel was bij resolutie van 17 Octo- 

ber 1753 aan de postiljons verboden om voor anderen brieven te 

vervoeren (b. h. de schippersbrieven van Amsterdam, Leiden en 

Gouda volgens de bestaande contracten), doch deze resolutie werd 

reeds 3 Januari 1754 voor Rotterdam opgeschort, daar het kantoor 

te klein was om er ook deze brieven geheel aan te betrekken ^). 

Het aandeel der hollandsche schippers, voor hunne brieven van 
het kantoor ontvangen, behep over de jaren 1738—1747 gemiddeld 
per jaar voor de schippers op: 

's-Gravenhage, 2 schippers tez. 1064.3 volgens andere opgaaf 1160. 

683.14 n n n 687. 

473.4 „ „ „ 484. 

345.6 „ „ „ 370. 

143.14 „ „ „ 189. 

689.4 ») „ „ „ 691. 

^) BrieTenboek Rotterdam n*^. 20. Er waren overigens by resolutie van 19 October 
175S voor Rotterdam verschillende faciliteiten toegestaan. 

*) Op Dordrecht was slechts één schippersambt, dat echter door 2 schippers, 
elk voor de helft werd bezeten. ^) R. A. P. n'*. 271, 125. 



Leiden, 


3 


Haarlem, 


1 


Dordrecht *), 


1 


Gouda, 


2 


Utrecht, 


2 



n n 



S60 

üe schippers kregen alleen vergoeding voor de door hen verzonden j 

brieven, terwijl die uit genoemde steden geheel ten voordeele kwanien ^ 
van het postkantoor. 

De bestelmeester of directeur der schippers ontving gemiddeld £ 
1560 gulden. 

De schippers op Amsterdam, 14 in aantal, waarvan 6 varende ^^ 

en 8 niet- varende schippers, stonden niet in verbinding met het j^ 

postkantoor. Zij verzonden zelfstandig over Alfen, waarschijnlijk door -^^ 

den dordtschen postmeester, en verrekenden* met het binnenlandsch ^^, 

kantoor te Amsterdam. Zij vervoerden alle brieven van en op Amster- ^^ 

dam en die, waarvan zij zich verder ook hadden meester gemaakt :M^i 



en hesomden voor de brieven dooreen 11876 gulden per jaar. Zij fji Zij 
hadden een eigen kantoor achter de Groote Kerk. 

De overige schippersposten waren weinig belangrijk. Hun brieven — 
recht was niet erkend en zij hadden geen bussen in de stad. Het0 
waren die op Middelburg, waarvan de brieven bij toe water oveiK 
Antwerpen gingen, op Zierikzee en op Dordrecht, voor zooverre hier- 
mede ook brieven vervoerd werden. De schippers werden 14 Apri^K — ï7 
1797 uitgekocht^). 

Postwagens worden te Rotterdam o. a. vermeld op 's-Hertogei«^ > 
bosch (1689), Breda (1693), Schiedam (1698), Antwerpen (17L^::=>) 
enz. ^), doch hierbij wordt geen brie ven vervoer vermeld. 

Tot de benoeming van een postmeester wei*d eerst in 164^29 
besloten. 4 Maart van dat jaar verkreeg Jacob Hendriksz. van d^^«r 
Heyde eene generale .aanstelling, waarbij alleen uitgezonderd wart==*n 
de bodenposten op Antwerpen en Luik en de schipperspost op Amst<^?^r- 
dam. Hij werd bij uitsluiting gemachtigd tot het voeren van d^^^n 
posthoorn ^). Van der Heyde werd 16 Juli 1660 tevens aangesteld ti^^ot 

') Algemeen rapport en bylagen. Hierbij ontving de stad voor de 7 aan ^^ 

stad toekomende parten /"ÓOOO. — per jaar en de schippers levenslang: es— J^^" 
seliipper in liet amsteniamsehe veer met recht op eene gebeele schuit fTTO.- 
\^2 schippers met eene halve schuit elk /"ICO. — , 4 haagsche schippers elk /'^OO.. 
'2 leidsche elk f2Ml—, -2 goudsche /"IIO.— 2 dordtsche /«X— , 1 haariemsc^-*'»' 
/44M). — en :2 utrechtsrhe schippers f'^O. — . Steenlak en Molenwater ontTing^^^" 
als commissarissen van liet amsterdamsche veer elk /SOO. — en ala eonunissarisi^^^^ 
voor de expeditie der brieven naar Den Haag elk f ASO. — ; de postknecht /"ÓO — "• 
Te zamen beliep de jaarlijksche uitkoopsom dus /* 11960. — . ■) R. n". 60. 

^) R. n". 7. Opvolgende postmeesters waren: J. Hz. van der Heyde (10^^ 
.1. Uuack (7 April ICrfV^), Swinnaes ((> Maart 1068, R. n". 86), J. Danen (SOMei 1(5^' 
R. n". IM) en tijdelyk Jacob Andries Casteleyn (12 Februari 1714). 



«.-• 
*.-. 



361 

l^ostmeester op Engeland, welke dienst kort tevoren door hem was 
o |:>gericht ^). Deze posterij bleef voortaan verbonden aan het generaal 
W tintoor. 

In 1663 richtte zijn opvolger Quack eenen dienst in voor de zee- 
^ ij dingen en verkreeg deze de posterij op Delfshaven, Schiedam, 
A^ loardingen en Maassluis *). Dit postjacht ging niet over op den 
v^olgenden postmeester, maar werd gegeven aan Andries de Visscher^) 
€>ii werd eerst na diens dood weder met het postmeesterschap 
v^t^reenigd *). 

De dienst der zeetijdingen was 22 September 1663 ingericht **), op 
v-erzoek van Quack, daar de schepen te Brielle soms 24 uur op tij 
^v-achtten. De inrichting was in 1715 als volgt: De postmeester richtte 
^en posthuis in, stelde daar een wacht en één of meer postiljons 
niet paarden tusschen 's-Gravezande en Maassluis en hield een vaar- 
tuig op de Maas, om de schepen te praaien, bij het eerste baken 
^op de hoogte van Delft in De Lier" of meer zeewaarts. Het post- 
jocht deed de brieven voor de schepen in een leeren zak, die met 
c>en touw aan het schip werd toegeworpen. De schipper deed daarop 
zijn brieven en de reederij-memories in den zak erj^bezorgde dien weder 
op het postjacht^). Een sloep bracht de van de gepraaide schepen 
gekregen berichten en brieven naar den wal, waar zij overgenomen 
vverden door een man, die met een paard door de ondiepten naar 
f Ie sloep reed. De postiljon reed tusschen 4 en 5 uren n. m. naar 
Itotterdam en bracht de zeetijdingen bij den postmeester, dïe deze 
^op een bordeken" op de beurs ophing. *s Zomers werd 's middags 
l>ericht op de beurs gegeven, om tijdig advies te kunnen zenden 
naar Frankrijk, Brabant, Engeland en Amsterdam. De postiljon moest 
^raanmonsters en vrachtbrieven gratis vervoeren. 

Wanneer het jacht door wind of tij verhinderd werd om bij het 
posthuis te komen, dan zeilde het neiar het brielsche strand en zond 
^en man per jol aan wal, die de brieven bij het eerste steenen huis 
bracht, om verder door Brielle naar Zwartewaal en over Rozenburg 
naar Rotterdam gezonden te worden. In het posthuis was een man 
met verrekijker. Deze seinde met een vlaggestok aan het postjacht, 
wanneer er brieven waren af te halen, en ontving van het postjacht 



') R. n". 40. 

*) 2ïi September 1663, R. n". 48. ») 16 April 1668, R. n". 37. 

*) 13 October 1679, R. n". 33. ^) Notulen van de wet fol. 29 vs. 

*) Zie: Eigen Haard 1901 en Aarde en haar volken, Byblad 30 Maart 1901. 




362 

een teeken door liet hijschen van een wimpel. Bij mistig weer wen! 
op het postjacht getrommeld. De vergoeding voor den postmeester 
bestond, b. h. in de baten der brieven tusschen Maassluis en Rotter- 
dam, uit het postgeld, dat van de schepen geheven werd. Dit bedroeg 
3 gulden voor schepen tot 100 ton en daarboven 6 gulden. Schepen 
met zout, kalk of noordsche lasï betaalden halfgeld. Het postgeld werd 
door de schippers of makelaars betaald, die dit in averij verrekenden *|. 

Vóór 1714 schijnt de dienst der zeetijdingen eenigen tijd gestaakt 
te zijn, althans in dat jaar wordt er door eenige kooplieden op aan — 
gedrongen om den dienst te heropenen, en 17 Februari wordt mei— 
ding gemaakt van het weder geintroduceerd zijn der zeetijdingen. 

De dienst werd uitgebreid tot Helvoetsluis, waar door het vei 
loopen van het noordelijk zeegat veel schepen binnenvielen. Hie-^e 
werd het opmaken der zeetijdingen opgedragen aan de binnenloodE^j^^H^j. 
sen, die dagelijks via den Briel— Maassluis de tijdingen naar Rotten _. f . 
dam opzonden, die vóór 7 uren aan het engelsch postkantoor hpjorg^c ,j 
moesten zijn, en daar terstond werden aangeplakt. Van de schepcs^^^^,, 
werd hiervoor een postgeld geheven. 

Den 28 Maart 1719 werd besloten een eigen schipper aan te stelle 
voor het in ontvangst nemen der zeetijdingen in het Goereesche 
Deze kreeg f 1000.— salaris en vlaggen van de stad, doch nu 
zelf voor een schip zorgen. De nog euinwezige lijsten der postgeK 
leveren een aardigen bron voor de kennis van den omvang van 
havenverkeer ^). 

De onkosten der zeetijdingen waren: 




f 250.- 

„ 1250.— (eerst f 10001. 

„ 1050.— 

„ 60.- 

„ 54. 12. 12. 

. 121. 2. 6. 



Commissarissen 

Scliipper postjacht Miiassluis . 
„ „ Helvoetsluis 

Transport zeetijdingen naar R™. 
Correspondentie kantoor gemiddeld 
Vlaggen en wimpels .... 

Gemiddeld . 72785. 15. 2.' 

Na den overgang aan de Staten werd het overbrengen derzt*^^*!/- 

') Volgens Ie Jeune, hlz. I.'jG, werd later overwogen om ook Maas-^l»^'^. 
Vlaanlinj^en en Delfshaven, evenals Dordrecht en Schiedam, aan het postgt^W «*• 
«jnderwerpen, behalve voor de liaringhuizen. 

-) Het postgeld bedroeg o. n. in 1787: Um gl. l.j st; 1789: 2291. -; 1**^' 
Um. ; I.SIU: 219J3. Hel aantal bchopcn was het grootst in 1792: 19S> i«- ''f 
1849 uitgeklaard, en 171«: (i9(>3 en iW.)) en het kleinst in 1808; R. n«»«. 63 en 61 



363 

tingen door de post aangenomen voor f 60. — per jaar, de dienst 
Ier zeetijdingen zelf bleef door de stad bekostigd ^). 

Wegens de moeilijkheden in 1684 en 1685 met de Mey onder- 
bonden, werd 6 Januari 1687 voorgesteld en 29 April daarna 
jesloten , om de post- en bodenambten op de stad te doen versterven. 
28 November van dat jeuir werd eene instructie vastgesteld voor de 
^ commissarissen en de beambten. De commissarissen zouden elk 
" 15(X).— en de commiezen (1 of 2) ƒ 600.— per jaar ontvangen. 

In 1711 waren reeds twee bodenambten verstorven en 6 Januari 
1714 overleed de postmeester Danen, waardoor de stad in het bezit 
kwam der posterij. Het belang hiervan blijkt wel uit de opbrengst 
van de drie eerste jaren, 1714 — 1717, die te samen bedroeg voor 
engelsche en buitenlandsche brieven .... / 43160. — 

fransche en brabantsche brieven „ 26762.13 

duitsche brieven „ 14876.2 

/• 84798.15. 
De onkosten waren: commissarissen / 13500. — 

rijloone n ^ 12000.— ^ 25500.— 
zoodat over de 3 jaren zuiver werd ontvangen /* 59298.15 

of gemiddeld per jaar „ 19766.05 *). 

Het was echter niet zonder eenige moeilijkheid, dat de stad in 
het bezit kwam. Burgemeester Casteleyn, die bij het overlijden van 
Danen de toerbeurs had voor het vergeven van stadsambten, maakte 
voor zijnen zoon aanspraak op de zeetijdingen en het bestelmeester- 
schap van de antwerpsche bodenbrie ven , op grond dat deze alleen 
door persoonlijken band met den postmeester verbonden waren en 
niet geacht konden worden begrepen te zijn in de mortificatie van 
de post- en bodenambten. Hij stelde zich met geweld hiervan in het 
bezit, doch moest na een langdurig proces zijne aanspraken opgeven \ 
V'olgens de in 1714 vastgestelde instructies zal het dagelijksch 
toezicht berusten bij de 3 commissarissen, die hunne functie zullen 
waarnemen onder „opzigt en directie van burgemeesters en reken- 
meesters." Zij zullen niemand bevoordeelen in het sneller ontvcmgen 
der brieven en zich stipt houden aan de vastgestelde porten. Contracten 
met vreemde postmeesters mogen alleen gewijzigd worden met goed- 
keuring van burgemeesters en rekenmeesters. Zij leveren maand- 



*) Brievenboek Roiierdam, 20 November 1753 n". 17. 

») R. n". 152. 

>) IL no-. 134-138. 



364 

staten in en doen elk halQaar rekening. Zij ontvangen elk /"l-^tNI.- 
tractement ^). 

Het beheer van het kantoor berust bij de twee comniiezen % 
onder controle van den secretaris-boekhouder van de rekenkamer '). 

Zij zullen bij aankomst der malen aanwezig zijn en dan terstond 
de porten op de brieven stellen, de zwaardere brieven verhoogen en 
de losse brieven aanteekenen *). Bij geschil over de berekening der 
porten wenden zij zich tot de rekenmeesters. De male wordt in 
beider tegenwoordigheid geopend, doch indien er slechts één aanwezig 
is, behoeft die hoogstens een kwartier op zijn collega te wachten. 

Zij zorgen, dat de brieven zoo spoedig mogelijk besteld worden, ^ ^^ 
de niaassluissche post steeds nog 's avonds en ook de engelsche ^=^Me 
brieven, zelfs al komen die eerst na 6 uren aan. Zij mogen niemand M-mni 
bevoordeelen in het sneller ontvangen der brieven en zullen de aan mm^n 
hun eigen adres verzonden brieven, die andere stukken kunnen bevatten, ^ mt}, 
in tegenwoordigheid van hun collega openen en de ingesloten brieven^c^a «n 
met het gewone port belasten. 

Zij moeten een uur voor het vertrek der posten op het kantoorv m. >r 
aanwezig zijn en daar blijven tot het vertrek der malen, of, bij de» JElc 
fransche en brabantsche malen, althans totdat de maal gesloten is.^=z: s. 
Om spoedig bij de hand te zijn krijgen zij een ambstwoning bij dm M: Ie 
beurs aan den Visschersdijk ; zij mogen ook elders wonen, docH' rTirh 
moeten althans Maandag, Dinsdag, Donderdag en Vrijdag in hui .^ljii 
ambtswoning overnachten. 

Aan beide commiezen wordt elk een bepaalde werkkring aangi^^^r 
wezen. Zij moeten echter op elkander toezien en zoo noodig huKi^^un 
collega vervangen. De uitgaande brieven van het kantoor wordei^^A'n 
door beiden geteekend en evenzoo de maandstaten en half jaariijkscl:ff r--ht* 
rekeningen. 

De oudste commies geniet /"IIOO.— tractement, de jongste /"OCM). -» 

beiden met vrije woning. Zij mogen echter geen douceurs voor zv^m, -iVh 
behouden, maar moeten alles in rekening brengen. Geschenken mog* ^ufcvi 
zij alleen aaimemen met voorkennis van de rekenmeesters. Aan )i^ 'Hï 
hebben zij ook verlof te vragen en kennis te geven by ziekte, en in 



') lnstni<ti<' voor de coinmissarissc^n , 18 Augustus 1714, R. A. P. n^ !iG6 , fol. 
-') liistnictio voor de cominiezen , 18 Juni 17H6 en 2 Augustus 1745, fol. !M« 
*) Instnnlie voor den serr.-l>oekhouder, 18 Juni 1736, foL 218. 
') Brieven met stalen zuilen lager worden berekend. Voor de engelsche lirieveo 
wordt tiet j>ort gesteld (»|) 10 st. , dubbelden 15 st. en het ons op 26 st 



365 

iet algemeen zijn zij gehouden hun bevelen op te volgen en hun 
belangrijke zaken mede te deelen. Ook mogen zij bij het ontvangen 
an zware brieven, waarvan verwacht wordt, dat er, ter ontduiking 
an porten, andere brieven ingesloten zijn, die niet zelf openen, maar 
lebben zij hierop de beslissing van de rekenmeesters af te wachten, 
ieide commiezen worden beëedigd en stellen elk /"lOOO. — borgtocht. 

De oudste commies houdt de kas en het cassaboek. Hij stort bij 
Ie stads-wisselbank het maandsaldo, en binnen tijds, zoodra zijn saldo 
neer beloopt dan / 1000.—. Hij zorgt, dat de kwade, d. z. niet bestelbare 
'f geweigerde brieven , naar het kantoor van afzending worden terugge- 
onden, wanneer deze hiermede verrekend worden, of voegt die na 6 
naanden bij de halfjaarlijksche rekening. Hij maakt de maandstaten op 
!n de halfjaarlijksche rekeningen, die daarna door den jongsten commies 
net de boeken worden vergeleken en door beiden worden geteekend. 

De jongste commies teekent eiken postdag de ontvangen en ver- 
onden brieven aan, met vermelding van de brieven, die hooger port 
metalen, en de ontvangen franco gelden. Hij houdt hiertoe een afzon- 
lerlijk boek voor elke soort van verzending. Hij houdt rekening- 
ourantboek, waarin hij maandelijks de verschotten uit het onkosten- 
)oekje overbrengt. Hij copiëert alle brieven, behalve de gewone advies- 
)rieven, in het missivenboek, liasseert voor elke wijze van zending 
ifzonderlijk de ontvangen brieven en houdt lijst der kwade brieven. 

De beide commiezen staan onder toezicht van den secretaris- 
)oekhouder v£m de stads-rekenkamer, wiens bevelen zij hebben op 
e volgen. Hij heeft steeds toegang tot het kantoor en de boeken en 
leefl een sleutel van het kantoor. Aan hem wordt kennis gegeven 
"^an de aankomst der engelsche brieven, omdat hierbij het gemak- 
kelijkst met de porten kan geknoeid worden, daar er door het kantoor 
liet per brief betaald werd en er geen adviesbrie ven gezonden werden, 
ioodat alle controle ontbrak. Men behoeft echter met het behandelen 
Ier male niet te wachten, als de boekhouder niet op tijd is. Aan 
lem worden alle ingekomen brieven medegedeeld, en zonder hem 
nag geen verrekening met vreemde kantoren verzonden worden. Hij 
ericht de belangrijke zaken aan de rekenkamer en kan in spoed- 
ischende gevallen zelf eene beslissing nemen, doch geeft hiervan 
an zoo spoedig mogelijk aan dat college kennis. Hij ontvangt voor 
ijne bemoeiingen /'400. — per jaar, ten laste van het kantoor. 

Behalve de commiezen waren aan het kantoor verbonden een 

antoorknecht en 5 bestellers, waarvan er vier 4 gld. 10 st. en een 

gld. 10 st. per week ontving. De kantoorknecht genoot /300.— 



366 

per jmir ^). Het aantal bestellers werd in 1768 gebracht op acht, 
met tezamen /*190().— traktement^). 

Bij den overgang der posterijen aan de provincie werd de 1*^ 
commies tot hoofdcommies bevorderd, en toen de kantoren van 
Delfshaven, Vlaai'dingen , Maassluis en Helvoetsluis onder com- 
miezen van het kantoor te Rotterdemi gesteld werden ') en de hoofd- 
commies zelf op leeftijd kwam, werd er in 1755 een tweeden 
commies te Rotterdam benoemd *). 

De traktementen werden opnieuw geregeld bij resolutie van de 
Staten van Holland van 24 Maart 1785. Hierbij werd de uitkeering 
van 1 \ boven de ontvangst van /'54209. — , waarvan de hoofd- 
commies ^j^ en de ondercommies '/g als emolument genoot, afge- 
schaft, en werden de traktementen bepaald op /"löOO. — voor den 
hoofdcommies, / 1200. — voor den ondercommies, f800. — voor den 
tweeden commies, /416.— voor den kantoorknecht (/ 8, — per weekl^ 
en /364.— {fl.— p. w.) voor de 4 eerste en /312.— (/6.— p. w.)f' 
voor de 4 jongste bestellers. Aan de vrouw, die de bus aan d 
Leuvebnig ledigde en de brieven aan het kantoor bracht, wercP. 
A25. — per J8iar betaald % 

Sinds 1714 was er een generaal kantoor, dat gesplitst was i 
5 afdeelingen : a. Frankrijk en Spanje ; 6. Oostenrijksche Nederlanden 
c, Engeland; d. Duitschland, Zwitserland en Italiö; e. Binnenlan 
waarbij ook de Noorderprovincies. Het had contracten met Frankrijka 
28 September 1731, voor het vervoer der brieven tusschen Moerdij 
en Kuipersveer en 2 Juli 1731 voor de correspondentie, met de keize 
lijke post te Maaseik, waarvan de brieven te Utrecht werden ontvangen 
22 Januari 1739, met Amsterdam voor de engelsche brieven , waarvt 
in (HMis /2000. — werd betaald, met den postmeester te Steenbergen 
ook voor de brabantsche en zeeuwsche correspondentie b. h. Midd 
burg, 22 Januari 1749, met Middelburg, 4 Juni 1740 en 27 St»pteml 
1743, met Zwolle, 21 Januari 1742, en met Schiedam, 16 April 17 
I)(» liamburger brieven gingen over het kantoor te Amsterdam. \ 
7,ag(Mi hmmIs vroeger de pogingen van Rotterdam om zich ook v«. ^^or 



M (irooi Hnp})<>rt. 

•) (ir. n. Hk. IX. hl. 7S(k Ros. Stnton van Holland. 11 Maart 17^58. 

) Hrs. \) Ft'liriiari \17h\. Zij zullen alle brieven op Rotterdam zenden, b. Ii- *h't' 
naar Rricllo vu SrliitMlain. 

•) Rrirf van fonunissarissen in Resolntir»n van een Oudraad van Donlr» ***/»/ 
10 April 17.V» na fol. 1{\. '') (.r. PI. Bk. IX. bl. 8(K>. 

•'I Hrit'vonluwk Rnttenlani (Hoofdbnroau). 17 (MolK»r 17.VJ n". 14. 





367 

B hamburgsche en engelsche brieven vrij te maken van de amster- 
inische kantoren. Het kantoor had in 1714 de volgende ritten: 
'iemaal per week naar Kuipersveer, tweemaal naai' Utrecht, vier- 
laal naar Maassluis, dagelijks naar Alfen en de dienst der zee- 
jdingen '). Deze werden 1 Maart van dat jeiar uitbesteed voor ƒ 3600. — , 
elk bedrag later werd verhoogd tot /3800. — per jaar. 

Het rit op Utrecht liep over Gouda, Hetastrecht, Montfoort, over 
in Hogenboomschen dijk, langs den Marendijk naar Utrecht; dat 
> Alfen ging over Bergschenhoek, Bleiswijk, Kruisweg, Moer- 
ippel, Donderdam (waar gewisseld werd), Wensveen, Boskoop en 
oiidsluis. HienTiede gingen de brieven naar de hollandsche steden, 
ken, Luik, Maastricht, die door het societeitsrit vervoerd werden, 

I die voor de Noorder provincies, die van Alfen op Utrecht liepen, 
[et het rit op Moerdijk, waarvan het traject Moerdijk — Kuipersveer 
3or rekening van Frankrijk werd bereden, dat hiervoor /^250. — 
er jaar betaalde, gingen ook de brieven op Steenbergen en Zeeland 
». h. Middelburg), Bergen op Zoom, de Kruisstraat, Zevenbergen 

II Roosendaal '^), 

De dedommagementen werden op de gewone wijze berekend, 
Heen maakte de secretaris-boekhouder van de rekenkamer hierop 
^vergeefs aanspraak. 

In 1776 werd op verzoek der predikanten, die voor den overgang 
100.— per jaar uit de stadsposterij genoten, voor zooverre zij vóór 
752 waren aangesteld, levenslang / 100.— als nieuwjaarsgift ten 
iste der posterij toegekend '). 

Het oude kantoor, dat stadseigendom was, werd voor ƒ 700. — 
oor de commissarissen gehuurd, die hierbij nog een aangrenzend 
luis van de stad huurden voor fSOO. — . Deze huizen lagen op den 
loek van het Westnieuwland, tusschen de beurs en den Visschers- 
lijk *). Er werd hieraan toen voor 1770 gulden, 15 st. en 6 p. 
ertimmerd *). 

h. GORINCHEM. 

Hier was een generaalkantoor met een postmeester, bijgestaan 
loor een commies en een besteller, die ƒ140. — en ƒ100. — salaris 
ntvingen. 

De postmeester sorteerde voor de Postsocieteit de brieven voor 



») R. n«. 196. «) R. A. P. n». 271. 

^) Brievenboek Rotterdam 5 Maart 1776, n". 164. 

*) C. 19 Juni 1754. *) C. 24 Januari 1756. 



368 



\ 



Holland en Utrecht en ontving hiervoor /"lOO. — per jaar. Hij hail 
ook de brieven der omliggende plaatsen : Leerdam , Heukelom, 
Asperen en Aeqiioy aan zich getrokken, die tot Gorinchem het gewone 

port betaalden en een kleine verhooging voor de verdere toezending 

De inkomsten van het kantoor waren gering en verbeterden alleeir — n 
in 1744, door de vermeerdering van het garnizoen. Het kantoor har::^^ 
geen eigen ritten , doch had correspondentie door het dagelijksch ri' .fit 
van de Postsocieteit en de postiljons van Dordrecht 

In 1749 werd het rit van de Rijkspost langs Gorinchem gelegd ^ 
en vestigde zich een entreposte^^w- 
commies van de Rijkspost aaK_^ 
het veer te Grorinehem. 

De brieven werden gezor — aai- 
den: Engeland op Delft; Steer-^vn- 
bergen, Zeeland en Venlo (x« >p 
Rotterdam; Nijmegen, Amhfii~^m. 
Ttel, Emmerik en de Mrrnlrw rr 
provincies op Utrecht; Klc^ -^■f 
en Wezel op Amsterdam t- _=«-ir 
Brabant op Dordrecht, l _ _*•■ 
brieven uil de plaatsen acht- -«■ 
Dmnen werden tweemaal p ^ v f 

week door een postiljon i .^it 

hordi-echt gehaald, doch de brieven van Gorinchem zelf naar Doi ■)! 
liepen iivpr Alfen. 

Bij ilfn ovfi^ang der posterij aan Holland werd door de po= -*t- 
nieesterH te Gouda en Gorichem eene extra vergoeding gevopdenl v»^ h"" 
hunne postcommissie op Tilburg en Eindhoven, die zij In 1722 hadd^C'i^» 
ingebracht hij de Postsocieteit. Deze vordering werd hun echter ontz^^d^V^ 'I- 
In 176S voldeed het postkantoor niet meer aan de behoeflc^^cn . 
waarop 7 Maart 1769 voor ^2200. — een huis gekocht werd in "t"' 

Arkelstraat en tot postkantoor werd ingericht. 




Po9ti)joii voor Gorincliem. 
Tc pk en ing Postmuseum te Berlgn. 



Er was te Scliiodam sinds 172.^ een generaal kantoor '), *il/ 
'fhti'r slceliLs in correspondentie was met Rotterdam en sinds l"72v 

'I Alg. Rnpport fii BglAgt-n. Merkwaardig ia te zien, hoe én Ie OorinrheiD 'o 
V SrliDOtiliovfii de otiilergcHcliikteii bij ilcn overgang door oDderliieden tirh In 
[ohIi' iliT postmeesters vnn eene lUkriMelling nis eniuinies traetitpn U> veraek^rnh 

>) <:.,i>iel k K. fol. Kin VS. 



369 

de Postsocieteit Ie Alfeii. De brieven werden door Rotterdam 
lald en gebracht, waarvoor in 1752 /'370. — werd vergoed. Voor 
vervoer der brieven op Alfen werd aari Rotterdam toen ƒ 350. — 
ald. 

Het afzonderlijk rit op Rotterdam werd in 1753 afgeschaft, waarna 
correspondentie medegcmomen werd door den postiljon van Rotter- 

op Maassluis, die door Schiedam passeerde. Het afzonderlijk rit 
i echter hersteld ^ij resolutie van de Staten van Holland van 
Ipril 1776. Tevens werd hierbij bepciald, dat als de duitsche 
ven eerst na het vertrek van den postiljon te Rotterdam kwamen, 
' niet meer zouden blijven liggen, maar per schuit zouden worden 
rgezonden ^). 

[n 1752 was er een commies en een besteller, die /" 163.10 ont- 
5, in 1776 een bestelster a /*4. — per week ^). Voor het bestellen 
brieven aan het Hoofd werd 1 st. extra port gevorderd ^). 

j. SCHOONHOVEN. 

Deze plaats had alleen een binnenlandsche verbinding in de 
ling van Alfen en Gorinchem door het rit van de Postsocieteit, 
rbij de postmeester was aangesloten. De brieven op Termei, 
ik, Jaarsveld en Lexmond liepen over Schoonhoven en werden 

bode gehaald en gebracht, die hiervoor ^/^ st. per brief ontving ; 
brieven van Schoonhoven op Nieuwpoort werden door den postiljon 

liet societeitsrit vervoerd *). 

k, BRIELLE. 

De posterij van Brielle werd 30 November 1697 verkregen door 

oud-burgemeester J. van der Poel, die de uitoefening overdroeg 

den postmeester te Delft, die het kantoor door een commies 

i beheeren. Delft trok ^j^ st. bestelloon der aankomende brieven 

2 st. der van Brielle verzonden brieven, die alle op Delft liepen, 

die voor Rotterdam. 
Belangrijker was het te Brielle gevestigde kantoor van de posterij 
Engeland. De commies sorteerde en telde de brieven, die over 
voetsluis gebracht werden, b.h. die voor Amsterdam en Rotter- 



Gr. PI. B. IX. blz. 793. 

Zi« ook C. 14 Maart 1764. ^) Bestt'ndigd C. 2B Maart 1755. 

In 1752 wordt melding gemaakt van zendingen van oud zilver. 

24 



370 

dam, die ongeteld werden doorgezonden^). De engelsche brieven voor 
de stad zelf, Maassluis en Helvoetsluis bleven ten bate vaii den 
commies, die hiervan omstreeks 1752 /'411. — per jaar genoot. 

Bij de resolutie van de Staten van Holland tot regeling der kan. 
toren van 9 Februari 1753 *) werd die van het brielsche kantoor 
aangehouden. 

In 1782 werd eene instructie gemaakt voor den commies. De 
zakken voor Amsterdam met Hamburg en ^oor Rotterdam blijven 
gesloten, die voor Haarlem, Leiden, 's-Gravenhage en Brielle (mei 
Dordrecht) worden geopend. De brieven worden geteld en op den 
adviesbrief vermeld. Hierbij worden brieven van 1 Vi lood voor dubbel 
gerekend. Alle brieven naar Duitschland gaan op Amsterdam, die op 
Vlaardingen, Delfshaven en Brabant op Rotterdam. Breda, 's-Her- 
togenbosch enz. gaan over Delft, in welks zak ook de pakketten voor 
Utrecht en de hollandsche entreposte aldaar gesloten worden. De 
brieven voor Helvoetsluis en Maassluis, worden door Brielle ver 
zonden. In het pakket van Maassluis, dat met die voor Haarlem, 
Leiden, Delft in de klep van het valies voor Amsterdam gesloten 
wordt, gaan tot Maassluis ook de brieven voor Schiedam en 
Dordrecht. 

Bij de verzending naar Engeland worden evenzoo alle zakken, 
b.h. die van Amsterdam en Rotterdam, geopend en de brieven op 
den adviesbrief vermeld. De „Kingsletters'* worden hierbij afzonderlijk 
gehouden. 

l. 's-GRAVENHAGE. 

Door de correspondentie der gezanten en die van den stadhouder 
en de hooge colleges, waarvan slechts een gedeelte met deregeering^ 
post verzonden werd, was het brievenvervoer van 's-Gravenhag* 
belangrijker dan van eene plaats van deze grootte en zonder belang- 
rijk handelsverkeer. Geruimen tijd waren ook na ilen overgang ^ 
inkomsten van de haagsche posterijen na die van Amsterdam M 
belangrijkst, totdat zij door die van Rotterdam werden overtroffen 
(*n \s-(iravenhage tot de derde plaats werd leniggedrongen. Door ^^ 
belangrijke eigen ritten op Rucfen en Zwolle deed de invlocMJ van 
(Ie haagsche postmeester zich gevoelen in West-Brabant en Overijj***'- 

') Dit laatste volgens contmct waarhy joarlyks door Rottenlam voor het w^ 
transport /"iiOOO. — werd betaald. 

-) (Ir. PI. n. Vin, hiz. mi. 

^) l*<»rt<'f. van instructies en reglementen Hoofdbureau. 



371 

Een bode op Zeeland wordt reeds 11 Mei 1591 vermeld, als: 
eysende bode op Seelandt, ten behoeve van dengenen, die hem 
t haren dienste sullen gelieven te employeeren van brieven ofte 
ïlt over te brengen alsmede boetschappen daer onder te doen". Hij 
elde 600 gulden borgtocht ^). 

Boden op Frankrijk vindt men in 1647, op Dordrecht in 1654. 
e dorpen uit het Westland waren door bodendiensten met Den 
aag verbonden. Een gedeelte van het verkeer geschiedde ook door 
hippers, waarvan er o. a. worden aangetroffen op Amsterdam (1594), 
elft (1638), Leiden (1638), Utrecht (1647), Rotterdam (1650), 's-Herto- 
inbosch (1705), Haarlem (1707), De Klundert, Brielle (1710), Ant- 
erpen (1714), Dordrecht (1759) en Cuilenburg (1771). De delftsche 
hipper onderhield bij vorst het verkeer per wagen. Eenige van 
'ze schippers hadden ook hun aandeel in het brievenvervoer. Aan 
in schipper op Utrecht werd echter 26 November 1649 het op 
! terugreis medenemen van vracht of brieven door Utrecht ver- 
►den *) en den 1 Februari 1650 werden den sluiswachter aan de 
euwe sluis en den boden 's lands van Utrecht gelast om de schuiten 
n de „Haechschippers" te visiteeren, om te zien of dezen zich niet 
n ontduiking van dit verbod schuldig maakten. Dit betrof meer 
n begunstiging der utrechtsche schippers tegenover hun haagsche 
Ilega's dan een algemeen brieven verbod. Zelfs waar dit bestond, 
Ls echter het vervoer van bij pakjes behoorende brieven toegelaten ^). 

Op Leiden voeren nrmrkt- en jachtschuiten. De marktschuiten 
rtrokken ten 2 uren n. m. van Leiden; om beurten voeren of de 
Agsche óf de leidsche schippers een week^ doch Zaterdag en 
SLandag mochten beiden varen ^). Zij vervoerden ook brieven , waar- 
or in 1638 werd voorgesteld het port op IVa st. te bepalen. Zij 
[>esten daarvoor de brieven dadelijk na aankomst bestellen, en, als 

terstond weder vertrokken, door een ander „om een redelicke 
looninge — doen bestellen'*. De brieven van de laatste schuil 
erden den volgenden morgen besteld, „ten ware dat se specialick 
la.st werden een ofte meerder brieven den selven avont te bestellen" % 



*) Portefeuille post en verkeer, omslag 1 , n^ 1 , Geraeente-arclüef te *s-Gravenhnge. 
*) Omslag 12, n«. 5. 

*) Omslag 14, n**. 1. In de tarieven vindt men o. a.: 100 ü? slokvisch mei een 
-ief 8 si; 50 fi^ stokvisch met een brief 6 st.; minder mei een brief 4 sL; zoo 
^k bij kaas, linnen, een koffer, een valies een met brief enz. 
«) Omslag 9, n*"- 2, 9 Maart 1638. 
^) Omslag 9, n«. 1, 28 Juni 1638. 



372 

De jachtschuilen, waai"van er in beide steden zes in het ve— = 
waren, vertrokken 8 maal per dag, doch mochten geen brieven vc;» 
voeren en alleen pakjes, die door de reizigers werden medegenunieii 

Postwagendiensten vertrokken van 's-Gravenhage o. a. np Leid» 
(1651), Amsterdam (1660), Breda en Bergen op Zoom (1721(. 

Van postmeesters wordt het eerst melding gemaakt in 1660. ■ 
de onderhandelingen over eene directe postverbinding met Engelai — 
was ook het plan geopperd om de brieven van Scheveningen i^ 
eene pink naar Engeland te brengen. Toen de kans op aanneir^ 
van deze route gering bleek, besloot de haagsche ma^straat, ^cz 
dit plan „echter niet en dient geabandonneert maer met ijver lev « 
dich gehouden ende gehandthaeft", en werd aan Quintïjn de V~ « 



Gev<^lsleen uit: v. Lennep en ter Gouw, De uilhan^eekens, 11. blz. ifS. 

en Jacob van der Hoeven verzocht om liiervoor te ijveren *!• Kf^ 
hierop ontvingen de Veer en van der Hoeven eene aanstelling al- 
„directeurs von de posterien van 's-Gravenhaghe — soo wel te «fltw 
als II' landt, airede gestelt ende ingcvoerl als noch te stellen en in 
te voeren". Zij krijgen „expresse authorisatie" om hun postrecht «a" 
een ander over te drayen, mits met toestemming van den magislrant- 
t^n (im onder huiuie directie „als postmeester soo op Groot Britianu" 
nis Vrniickrijfik", personen aan te stellen voor „bet houden '»" 
'I liiin'el viui adresso ende bestellen van de brieven" ^). 

Knuliti'ns deze ann.stelling, verleenden zij den 3 Februari 1'*' 
('(iiiinnssir naii Christiai-ii viui OfFenbergh en Johan vaii cit-r H'"^' 

'I Omging il. II". :i. m Peiembtr HK4 en 16fi.3. De jailiUehuilen vertr.ktf '' 
.-.. ■;. '.< .'■■ II ur.11 ï.ni. .'II te 1. SM. :i. -■> en 7 uren n.m. van Lei.lcii. 
') U.>,-..liiti,- ..filnnliOfk. rot. l:t. 
') Al.lnnr f..l. ;i(i. roii.liiissi.' il S..,)l,.mliiT ItÜlU. 



373 

het voeren van den posthoorn en het hrievenvervoer op Oost- 
land, Bremen, Hamburg, of welke andere plaats voor het ver- 
elen der oostersche brieven Hamburg mocht vervangen, en op 
<en datum voor het vervoer naar Utrecht, Gelderland, Overijsel, 
tfriesland, Groningen, Leeuwarden en Emden ^). 
)e benoeming der postmeesters berustte bij den magistraat, doch 
tdurend trachtte de stadhouder hierop invloed uit te oefenen 

speciale eianbevelingen voor zijn protegés. 

n 1691 (4 October) gaf Willem III hiertoe eene aanbeveling aan 
s Mellin, ofschoon er geen vacature bestond. Na den dood van 
tijn de Veer in 1696 werd echter niet Mellin benoemd, maar 
H. van Schuylenburgh, waarover de stad zich bij den prins 
seerde wegens het speciaal karakter der posterij. Mellin nam 
nede geen genoegen en was evenmin tevreden, toen men hem 
osterij gaf van Pieter de Brouwer, opengevallen in de toerbeurt 
burgemeester Dedel. Hij nam die namelijk aan, „sonder dat hij 
e willen erkennen het effect van Syne Maj^ recommandatie te 
>en genoten". 

)en Haag bood hem nu eene schadevergoeding van 12.500 
?n of 5000 écus, waartegen Mellin van alle aanspraken op een 
neesterschap afstand deed. Dit bedrag werd aldus gevonden: 
lylenburg betaalde /7500.— , waarvoor hij het recht kreeg zijne 
iiissie over te dragen op zijne twee zoons, Dedel gaf/ 2500. — en 
5 het recht over de posterij van Brouwer te disponeeren, en 
K).— werd voorgeschoten uit de ijzeren kist om door den begun- 
le later te worden terugbetaald ^). 

>o werd ook in 1706 eene uitkoopsom van/ 11000.— betaald 
mr. Willem Cornelis Hulst, wien in October 1701 eene acte 
survivance was verleend op aanbeveling van Willem III, die na 
dood van den stadhouder was ingetrokken. Dit bedrag werd toen 

de helft betaald door Dedel , die over de halve posterij op Brabant 

beschikt, en voor de andere helft voorgeschoten uit de kas*). 



3mslag 1, n". 4. 

Res. 23 Januari 1697, fol. 170, omslag 14, n'*. 1, dankbetuiging van Mellin, 

ebniari 1697. Zie hierover: W. van der Endt, een stadhouderlyk-koninklyke 

iraandalie, in: Haagsch Jaarboekje 1894, bl. 182—189. 

les. of dagboek 12 October 1706, fol. 188 vs. De nieuw benoemden betaalden 

oor een som aan hen, die de toerbeurt had om het ambt te vergeven. Zoo 

1de Hendrik Borrebagh na zijns vaders dood /'2000.— aan Mr. Jean Bapiiste 

Ier Wiele. 



374 

Deze moeilijkheden met den stadhouder en zijne protégés ver- 
khiren, hoe juist door *s-Gravenhage in 1747 het voorstel werd 
gedaan om het recht op de posterijen aan den stadhouder over Ie 
dragen, en waar in de resolutiën van 1747 hierover niets naders 
wordt gemeld, acht ik het zelfs niet onwaarschijnlijk, dat dit voorstel 
geschiedde op mondeling aandringen namens den prins. 

Bij den overgang wcu^en er te 's-Gravenhage 7 postkantoren, die 
elk voor het daarachter gevoegd percentage deel hadden in hel 
tot£ial der inkomsten van het brieven vervoer gedurende de jaren 
1737—1747, nl.: hoogduitsch-geldersch-italiaansch kantoor 18,4 %, 
engelsch kantoor 20.9 °/o, brabantsch-fransch kantoor 16 ®/o, ham- 
burger kantoor 4.4 ^Jq , utrecht-noorder kantoor 3.5 ®/o , zuid-hoUandsch 
kantoor 21.7 \, noord-hollandsch kantoor 15.1 ^/q. 

P. Het Hoogduitsch-Geldersch en Italiaansch kantoor. 
Dit was gevestigd in 1752 op de Prinsegracht ') en stond onder Hudde 
Dedel, bijgestaan door een commies en 3 bestellers. Het werkte op 
Duitschland (Rijkspost), Zwitserland, Italië, Gelderland, Kleef. 
Munster, Hessen, Lüneburg, Brandenburg, Hamburg, Denemarken, 
Zweden, Polen en Rusland, — de 5 laatste landen via Emmerik. 

Het verzond de brieven voor de Rijkspost volgens contract van 
30 Mei 1682 over Alfen op Utrecht en die voor Pruisen volgens 
contract van 20 Juli 1740 evenzoo op Utrecht, van waar zij gehaald 
en gebracht werden door de onder vreemd beheer staande diensten. 
Sinds 1 April 1749 correspondeerde het met de Rijkspost over de 
journalière van 's-Gravenhage over Delft, Rotterdam, Papendrechl- 
Gorinchem en Sleeuwijk door de Meierei naar Maaseik. 

Deze route werd sinds 1 Augustus 1745 tweemaal per vvm 
gevolgd naast de oude verzending tweemaal per week over Utrecht. 
Met 1 April 1749 werd de laatste route opgeheven en werd dagelijks 
over Papendrecht verzonden. Het rit stond geheel onder beheer van 
de Rijkspost, die het rit van Den Haag op Gorinchem uitbesteedde viK^r 
/ 32(M).- per jaar en hiervoor bijdragen ontving van de steden/s-Tira- 
venhage betaalde hierin /^475. — per jaar. Volgens het provinsiont**' 
(•ontrukt van 1749 was eerst bepaald, dat Den Haag '/j en Maaseik j 
zonde ontvangen van de porten der uit 's-Gravenhage verzond»'' 
brieven en de Rijkspost, behalve deze '/s, alle porten der brieven 
op \s-(iravenliage. De brieven op Gelderland werden niet "*' 

') lil 1701 aan don Oostkant van de Niouwstraat en in 1781 aan hel Voorh"" 
leg««nover den Knouterdijk (Berigtboekjes van 's-Gravenhage 1701 en 1731). 



375 

riiisische door Den Huag op Utrecht gebracht en van daar per 
>stiljon gezonden op Arnhem en Nijmegen. 

Van de brieven over Emmerik ontving Den Haag de porten van 
ninierik af (6 a 8 st.) Met het rit op Utrecht werden ook de delftsche 
1 leidsche brieven vervoerd. Het kantoor was gehuurd voor/ 400. — . 

2^\ Het Engelsch kantoor. Dit zond de brieven op Voorburg, 
aar zij door den amsterdamschen postiljon op zijn doorrit werden 
Fgehaald. Het betaalde ƒ50.— per jaar als bijdrage in het vervoer 
tiii Voorburg op Brielle, doch had daarentegenover eene begunstiging 
i de brieven van staat en voor het hof van Engeland en Hannover, 
ie niet per stuk, maar per ons betaalden. 

Het kantoor was in 1701 aan de Nieuwstraat en in 1752 aan 
L* Raamstraat gevestigd en had één besteller. 

3^ het kantoor voor Frankrijk, Spanje en Portugal, 
'it verzond volgens de contracten met Brabant van 27 September 
718 en met Frankrijk van 10 Januari 1740 driemaal per week op 
lucfen, waar de antwerpsche postiljon wachtte, die ook het ver- 
^gehl fransch pakket vervoerde. 

Door het rit op Rucfen had het kantoor zich verzekerd van de 
rieven op een aantal plaatsen bezuiden het Hollandsch diep als: 
loerdijk, Klundert, Zevenbergen, Oudenbosch, Rozendaal, Steenbergen, 
tergiMi op Zoom en Tholen. Het postrit tot Rucfen kostte / 2199.16. Dit 
it liep over Kralingsche veer, Kuipersveer, den Moerdijk en het Lamsgat. 

De brieven vorderden tot Antwerpen 20 uur, tot Parijs 4 dagen, 
panje 13 dagen en Lissabon 1 maand. 

Het kantoor was in 1701 aan het Buitenhof gevestigd en in 1731 
n 1752 aan den Hofsingel. Het had 3 bestellers en 1 bestelster. 

Het kantoor wordt reeds in 1647 als bodenkantoor vermeld, en 
1 1673 wordt gesproken van den „ordinaris bestelder van de brieven 
ie per poste werden versonden naer Brabant ende zoo voort op 
'ranckrijck*' ^), doch in 1682 wordt van „postmeester" gesproken in een 
rief van Taxis van 7 Juni van dat jaar, waarbij hij zijne instemming 
etuigt met de benoeming van Guillaume Dedel *). 

») Omslag 1, n». 6. 

*) Na den dood van W. G. Dedel kwam de postery 25 Februari 1715 voor de 
;lfl aan Johan Dedel en voor de andere helft aan Hendrik en aan Salomon 
edel. Hendrik droeg zyn aandeel den 30 Augustus 1715 over aan Daniel 
ompeus van Assendelft en Willem van Assendelfl. In 1741 was ook eene 
omelia Jacoba van Assendelft onder de gerechtigden, een der weinige voor- 
eelden van vrouwelyke gerechtigden. Den 22 November 1714 droeg Dierkens 
jne postery over aan zynen zoon en zyne dochter. 



376 

4". het Hamburgsch kantoor. Dit verzond via Amsterdam, 
vanwaar de brieven werden gehaald en gebracht volgens contract 
van 13 December 1737. Het ontving V« der porten en was feitelijk 
alleen een distributiekantoor van Amsterdam. Er waren 2 dames- 
commiezen ') en 1 besteller. Het kantoor wordt niet vermeld in hel 
„Berigtboekje" van 1701. Het was in 1731 gevestigd aan den Singel en 
in 1752 aan de Hoogstraat. 

Dit kantoor werd waarschijnlijk door de amsterdamsche post- 
meesters gevestigd om de concurrentie van het onder n®. l genoemde 
kantoor, dat ook over Emmerik en het rit van de Rijks|)ost op 
Hamburg en het Noorden verzond, te keeren. 

5^ Het kantoor voor Utrecht, O verijsel, Friesland, en 
Groningen verzond over Alfen, van waar de utrechtsche postiljon 
de brieven tot Utrecht bracht, en had een eigen rit van daar op 
Zwolle. De postiljon haalde onderweg de brieven van het Huis ten 
Bosch, waardoor dikwijls vertraging ontstond. 

Volgens verschillende contracten betaalden de steden in de Noorder- 
provincies hun bijdragen in dit rit en wel: 
Leeuwarden 550 volgens contract van 24 Juni 1700 
Groningen 700 „ „ „6 April 1684 en 24 Juni I/IHI 

Zwolle 90 „ „ ^ 30 April 1738 

Deventer 200 „ „ „ 17 Juni 1738 

Kampen 66.12 „ „ «17 Juni 1738 

Het rit werd opgericht volgens machtiging van burgenieestoren 
van \s-Gravenhage, waarbij Harmen Huysinga en Johan van der 
Horst werden aangesteld tot „ordinaris boden te paert met waeren 
en<le brieven van deser stede op Utrecht, Gelderland, Overijssel. 
Westvrieslandt, Groningen ende specialijck mede der stadt Leeuwaerden. 
Emden ende andere bijgelegene plaetsen. 

Behoudelijck nochtans dat sijlieden niet vermogen sullen eemg^ 
brieven, hetsij enkelde ofte bij forme van paccet, over te brengen. 
Isij int gints reysen ofte herwaerts comen, als alleen met kenniï»^^' 
ende speciale authorisatie van de heeren Quintijn de Veer, Balju>^' 
tMidc mr. Jacol) van der Hoeve, burgemeester deser stede ofte htt^'"" 
Ed. actie in tyde ende wijle vercrijgende als directeurs generaels van 
de poslerije deser stede, tot wekkers commissie wij verstaen. da' 
alh' brieven ter voorsz. plaetsen gedestineerd, hetzij hoe ofle dtx^*'" 
wieii dselve sonde mogen geslelt worden, specterende, verelarende 

'I l'Mcrs wonll «'011 cumiuies vermeld. 



377 

dese commissie van bode-ambt niet verders te worden verleent, als 
zoo veel de voorz. heeren directeurs in voegen als voren daer door 
int minste niet gekreuckt ofte geledeert connen werden (enz.) ^). 

Huysinga werd later opgevolgd door Christiaan van OfTenbergh, 
aan wien de directeuren generaal den 3 Februari 1667 naast Johan van 
der Horst commissie verleenden voor het vervoer op Utrecht, Gelder- 
land, Overijsel, Westfriesland , Groningen, Leeuwarden en Emden ^). 
Uit de op gelijken datum verleende commissie voor de brieven op 
Oostfriesland, Bremen en Hamburg blijkt, dat het 4**® of hamburger 
kantoor, hoewel reeds als afzonderlijke posterij beschouwd, in 1667 
3nder dezelfde postmeesters ressorteerde als het hier behandelde. 

Het kantoor sloot, behalve de reeds vermelde, contracten met 
Leeuwarden, 17 October 1684 en 14 September 1693, met Voet als 
postmeester van Overijsel, 24 September 1699 en 10 Februari 1702, 
en mei Zwolle over het friesch kantoor, 22 Februari 1737. De oudste 
contracten met Leeuwarden werden te Enkhuizen gesloten , de overigen 
te 's-Gravenhage. Over het rijden der malen werd 1 Januari 1684 
eene overeenkomst aangegaan met den posthouder te Putten. Voor 
de verdere ontwikkeling van dit rit verwijs ik naar het onder Overijsel 
en Groningen verhandelde. 

Het kantoor w£is in 1701 gevestigd in hetzelfde huis als het 
onder P. genoemde en in 1752 aan de Prinsegracht. In 1731 werd 
het kantoor om de drie maanden beurtelings bij den postmeester 
Nic. van Assendelft of bij de erven Dedel aan huis gehouden. Er 
waren een commies (a /300. — per jaar) en een besteller (a f 3, — 
per week). Het verzond dagelijks op Utrecht over Alfen en twee- 
maal per week op het Noorden. 

6^ Het binnenlandsch kantoor ontstond uit de samen- 
voeging van het bodenambt op Dordrecht en het bestellerschap der 
brieven van Maastricht, die, gelijk wij reeds bij de behandeling van 
de Postsocieteit uiteenzetten, vóór 1654 en waarschijnlijk sinds 1643 
over en door den postmeester te Dordrecht ontvangen werden. Den 
17 Maai't 1654 werd bij de aanstelling van een nieuwen collecteur- 
besteller het door hem aan den bode op Dordrecht te betalen bedrag 
Voor het vervoer der maastrichtsche brieven tusschen Den Haag en 
Dordrecht van ƒ 100. — tot /'200. — verhoogd, en werd aan den bode 
survivance gegeven van het bestellerschap, om dit met zijn boden- 
3imbt te vereenigen, voor het geval, dat de nieuw benoemde besteller 



') Omslag 1 , n". 3, ^) Omslag 1 , n". 4. 



378 

der brieven van Maastricht vóór hem mocht overlijden of van zijn j 
ambt afstand doen. Toen echter de bode het eerst kwam te over- - 
lijden, werd in Juli 1660 Adolf Borrebagh tot zijnen opvolger aan — 
gesteld en werden de ambten in zooverre vereenigd, dat de in 16544 
aangestelde besteller beide ambten zijn leven lang zoude bedienen t^eir^ 
eene uitkeering van ƒ200. — aan Borrebagh, en dat de langstlevend^ 
van hen beide ambten zouden verkrijgen. 

Adolf Borrebagh werd 22 Augustus 1672 ontzet wegens een nie^^ 
nader omschreven enorm feit tegen een raadspersoon, (waarschijnlijlt 
wegens zijn aandeel in de tragedie der gebroeders de Witl), doch 
over zijn ambt werd niet terstond beschikt. Den 1 October 1672 ver. 
zocht Gornelia, de vrouw van Borrebagh, om niet buiten haar, over 
het postmeesterschap te disponeeren, en toonde hierbij eene voor- 
schrijving van den stadhouder ^). Waarschijnlijk werd hierop de post- 
meester in eere hersteld, althans in 1684 treedt hij weder als zoodanig 
op en 5 Augustus 1698 drong de stadhouder er zelfs op aan, ora naast 
hem zijnen zoon te benoemen wegens de verdiensten van den vader. 

Omstreeks 1681, althans na 1679, brak Borrebagh met de ver 
zending over Dordrecht en richtte hij een eigen rit op van Alfen 
over Gouda naar Hamont, in aansluiting met het rit van den maas- 
trichtschen postmeester op deze plaats. Hij sloot in 1686 een contract 
over het vervoer der rotterdamsche brieven langs deze route en wbt 
hieraan ook dat der brieven uit andere hollandsche steden te ver- 
hinden, totdat in 1716 onder zijnen zoon en opvolger de meerderheid 
der hollandsche steden gezamenlijk een eigen rit inrichtte % Na eenigt' 
jaren van strijd, hierboven bij de postmeesters nader behandeld, 
volgde het societeitscontract van 1722, waarbij ook 's-Gravenhage 
zich aansloot, dat daardoor afzag van een eigen rit en zich bepaalA** 
tol aandeel in het door de zuid-hollandsche steden gesloten contrai*^- 
Het kantoor verzond toen op de bij de sociëteit aangesloten zui^^* 
hollandsche steden, Maastricht, het oostelijk deel van Noord-Brabai»- 
Aken, Luik en Zeeland. 

Het vervoerde ook brieven voor het delftsche kantoor op Al^^^ 
volgens contract van 1 Juli 1729, en had met Rotterdam een coni 
van 17 April 1744 voor de zeeuwsche brieven. Deze gingen tv 
van (laar per schipper, doch sinds de oprichting der landpost ov 

') Omslag' 1. n". ."». 

-') In ir)71) lm<l (Ie liangsclu» postin«*ester een dagclyksch ril op Loon op Z 
in vfrbin<iing niet hrt huitenlan<l en 10 Aug. 1681 sloot hy mei rirei'hi 
overeenkomst over het vervoer via Alfen. 



379 

leenbergen, werden de zeeuwsche brieven, behalve die van Middel- 
urg, daar over verzonden. 

Het kantoor was in 1701 gevestigd aan het Spui W.Z., in 1731 
an de Spuistraat O.Z. en in 1752 aan de Lange Houtstraat. Het 
ad 3 bestellers en betaalde /650.— als bijdrage in de Postsocieteit 
n /500.— voor het rit op Alfen. 

7^ Het kantoor voor Amsterdam en het Noorder- 
wart i er. Dit was ontstaan uit de schipperspost, die in 1659 in 
en rijdende post was omgezet. De schippers hadden het recht om 
)t 3 uren een bus uit te hangen aan de Gevangenpoort en tot 
uren aan hun huis brieven in te zamelen. Wat daarna inkwam 
rerd per post vervoerd. 

Het kantoor werkte in gemeenschap met de marktschippers en 
ad een dagelijksch rit op Lisse, vanwaar de brieven werden over- 
enomen door den postiljon van Amsterdam ^). Het verzond ook 
nkele brieven met den postwagen op Amsterdam, maar tegen een 
xtra port van 12 st., half voor den wagen en half voor het kantoor. 

De tusschen 's-Gravenhage en Lis opgezamelde brieven waren 
3n voordeele der postiljons. 

Het kantoor was in 1701 gevestigd aan het Jan Hendrikstraatje 
LZ., in 1731 bij het Leidsche veer en in 1752 aan den Hofsingel. 
Iet had 3 bestelsters en 1 besteller. 

De verschillende haagsche kantoren hadden derhalve in 1752 de 
olgende ritten: dagelijksch op Lis, op Alfen, op Utrecht via Alfen 
iet tweemaal per week van Utrecht op Zwolle, tweemaal per week 
p Utrecht in verbinding met de duitsche ritten, tweemaal op Voor- 
urg (engolsche brieven) en driemaal per week op Moerdijk (Rucfen). 
evens kwam 2 maal per week de amsterdamsche postiljon voor 
e hamburgsche brieven en, sinds 1749, dagelijks de postiljon van 
e Rijkspost over Papendrecht. 

Bij den overgang der posterijen aan Holland werd reeds in het 
dgemeen rapport aangedrongen op het stichten van een generaal- 
antoor, om de twee ritten op Amsterdam op te heffen, deze bri(»ven 
liet het dagelijksch rit over Alfen te verzenden en het rit op Rucfen 
1 te korten tot Rotterdam en vandaar gezamenlijk met den rotter- 
amschen postiljon te verzenden. 

Het aantal bestellers kon dan van 16 op een kleiner aantal 

') Zie hierover uitvoeriger onder Amsterdam. 



worden teruggebracht door hun elk He bestelling van de brievfn 
van alle kantoren, doch ieder voor een bepaald stadsgedeelte, toe te 
vertrouwen. De 6 schippers op Amsterdam zouden uitgekocht kuiuiun 
worden voor f 100. — ieder per jaar •), 

Tot de oprichting van een generaal kantoor werd besloten bij 




OBnpraal Postkantoor te 's-Gra 



>nhage. 



de reed» meermalen aangehaalde resolutie van de Staten van Ploiiunit 
van 9 Februari 175:^ '|. Hierbij wcnl het aantal eonimiezt>n op '■* 
gebracht, die zouden versterven tol 3. Zij behielden voorloopij; hun 
oude traktement, doch zouden, zoodra hun aantal tót drie was Icnif;- 
fjebracht, ontvangen: de eerste conmnes /"lOO*» — en vrije woniiii;. 
de tweede / lIMH».— en de denle /8(Kt.— . De bestellers zulb-ii v-r- 
sterven tol iiehl, dorli gezamenlijk betzelfde salaris belioudeii. fV.,^^ 
beslelliiif; beg<iri in I7r>(; "s kouhts om ü uren en 's winters om 7 unii 



'I !).■?.<■ iiilkimj) (-,'s.'liiMlilc v.Hir ;W Stplemlwi 

=1 <;r. l'l. B. VIII. 1.1. SWJ. 

') liialniilif (i Mei 175G, Pnrtt-f. regltrmf nleii v 



inBlniclies, Hoofdbureau. 



381 

Den 26 Maart 1755 werd een huis achter de Groote kerk voor 
generaal kantoor aangekocht voor /^ 16.600, hieraan werd 4553 gulden 
10 st. en 4 p. vertimmerd ^). 

Er werd nu eene nieuwe regeling voor den dienst ontworpen 
met 3 departementen. Zoolang de 5 commiezen niet tot 3 verstorven 
waren, werden deze drie departementen aldus samengesteld: 

P. departement: Noord- en Zuid-Holland en Hamburg. 

2^ „ Duitschland, Italië, Utrecht, Gelderland en de 

Noorder provincies. 
3^ „ Brabant, Frankrijk, Spanje en Engeland. 

Na het versterven tot 3 commiezen zoude de indeeling gewijzigd 
worden en wel: 

P. departement: het binnenland. 

2^. „ de verschillende verbindingen op Duitschland 

en achterland. 
3^ „ Brabant, Frankrijk, Spanje en Engeland *). 

De vroedschap had zich vrijdom van port bedongen, die 30 
October 1716 werd toegekend aan den schout, de burgemeesteren, 
schepenen en secretarissen met hunne vrouwen en de bij hen in 
huis wonende kinderen. Toen deze vrijdom in 1752, bij den over- 
gang, verviel, werd aan ieder regeeringslid hiervoor eene vergoeding 
van /"50. — per jaar toegekend. 

In de stad worden in 1752 bussen vermeld aan de Veerkade, de 
Groote Kerk en de Gevangenpoort. 

W. KLEINERE STEDEN EN PLATTELAND. 

Hierbij vallen in de eerste plaats te behandelen Alfen en Hel voet- 
sluis, die ook in de algemeene verzending eene rol speelden. 

Alfen was het groote verwisselkantoor voor de hollandsche 
steden en werd als zoodanig reeds bij de Postsocieteit besproken. 
De commiezen te Alfen behandelden ook de brieven van eenige 
dorpen in den omtrek. 



1) C. 26 Maart en 3 April 1755, 13 Februari en 4 Mei 1756. Het gobbelin en de 

Schi]der\jen boven den schoorsteen en de deuren werden er uitgehaald en met de 

ïneubelen verkocht voor 348 gld. 13 st Waarschynlyk was het huis reeds vóór 

^«n koop gedeelielyk voor kantoor gehuurd. Zie F. Galand, Het eerste „generale 

J>ostcomptoir'* te 's-Gravenhage. In: Die Haghe 1902, bl. 260 v.v., waaraan wy ook 

^^^ opgaven over de plaats der kantoren in 1701 en 1731 ontleenen. 

*) G. 11 Juli 1755. 



382 

Er kwamen 's nachts de postiljons bijeen van Rotterdam, Gouda. 
's-Gravenhage, Amsterdam en Utrecht, die met de diverse malen hij 
de 2(X) zakken aanbrachten, die hier 's nachts tusschen 1 en 2 uren 
werden gesorteerd. De brieven bleven in de pakjes bijeen en werden 
niet opgeschreven, waardoor bij het verlies van een postzak van 
Dordrecht op Rotterdam in 1754 niet vias na te gaan, waar deze 
was zoek geraakt. Er werd nu hier en te Gorinchem een verwisselboek 
aangelegd en er werd aan de kantoren bevolen .om steeds hun zak in 
te zenden, ook al waren er geen brieven ^). Na den overgang der 
posterij bleek het verwisselkantoor weldra te klein, waardoor de 
postiljons gedwongen waren om in de herberg te wachten, hetgeen 
aanleiding gaf tot geknoei met brieven onderling en tot dronken- 
schap. Er werd 13 Augustus 1760 geld toegestaan voor aankoop 
van een huis ^), waaraan /"SOOO. — werd vertimmerd. In 1771 werd 
weder geld gevraagd voor vernieuwing van het posthuis, waartegen 
Dordrecht bezwaar maakte wegens de vrij kort geleden gedane uit- 
gaven '). Toch werd in 1772 tot den bouw van het nieuwe kantoor 
besloten en 5 Maart 1776 werd voor de bouwkosten eene subsidie 
bevolen uit de huishoudelijke kassen der kantoren te Amsterdam, 
Dordrecht, Rotterdam, Gorinchem en 's-Gravenhage *). 

Helvoetsluis. Dit kantoor werd eerst beheerd door den post- 
meester van Delft en werd in 1758 met de kantoren van Maas- 
sluis, Vlaardingen en Delfshaven gebracht onder ondtT- 
commiezen van Rotterdam. Hierbij werd voorgeschreven om alle 
brieven, b. h. die op Schiedam en Brielle, op Rotterdam te zenden, 
en voor de twee genoemde plaatsen de brieven van achteren te 
merken '). De commies te Heivoet ^') en de gaardster te Vlaardingen ont- 
vingen ^ j st. per verzonden brief, hetwelk 5 November 1773 <M»k 
aan de gaardster te Maassluis werd toegekend ^. 

Uit <ie bepalingen voor het kantoor te Brielle en de instnictie 
voor <len on<l(»r-commies te Helvoetsluis van 1782 ®) blijkt, dat te 
Helvoetsluis alleen werd nagezien of alles goed verzegeld was en 
(laaniïi doorgezonden naar Brielle. De onder-commies waarseluiwil»- 
den postiljon zoodra het postselii|) in het zicht was. 

M Rapport "it-I Juni 17;")4. ^) R«^solutie Staten van Hollaml o. i\. 

') I{«'s<)liiti«' Oiulraacl Donlrorlil (» S«'ptonil>t»r 1771. 

•) C. :» Maart 177t;. ') Hos. \) FVhniari ilTi^i, 

•) C. 1 Maart 17.V.). <Ht wml U Moi 17SS verhoogd tot '/- st 

') Hri<'v«"nlM)rk |{ott»'nlain n". 1."»7. 

■) l*orlt"ftMiill<' in>triirtir'n v\i rejjh'inenten Hoordhureaii. 



383 

In 1756 werd overwogen om in Helvoetsliiis eene zeepost in te richten 
op den voet van die van Texel. De scheepsbrieven zouden aan boord 
gebracht worden tegen eene vergoeding van V4 st. voor den brenger; 
de onbestelbare brievan zouden als rebuutbrieven worden terug- 
gezonden. Dit plan werd echter opgegeven, toen het bleek dat zelfs 
voor V2 st. per brief geen personen bereid waren om het aan boord 
brengen op zich te nemen ^). 

Voordat wij thans overgaan tot de behandeling van het platte- 
land, nog enkele opmerkingen over het hollandsche entreposte- 
kantoor te Utrecht waarover reeds bij de Postsocieteit werd 
gehandeld. Wegens het toenemen der transitoire correspondentie 
werd naast den commies Bor diens zoon als 2^® commies aangesteld. 
Zij genoten in 1762 te samen fbOO, — en Va st. der brieven voor 
Utrecht en de schippers- en bodenbrieven % 

In 1791*) werd den 1^*^ commies, als hoofdcommies, / 500.— 
toegekend en de emolumenten der V2 stuivers *) en de verwissel- 
gelden, hetgeen te samen met zijn salaris ƒ 1460.— uitmaakte. De 
2^® commies ontving toen /'700.— . Er waren 58400 brieven per jaar. 

Vóór den overgang der posterijen aan Holland, hadden de post- 
meesters zich over het algemeen weinig gelegen laten liggen aan de 
correspondentie van het platteland. Deze was beperkt en te 
weinig loonend om hiervoor speciale diensten in te richten. 

De dorpen, die aan een rit gelegen waren, gaven gewoonlijk de 

brieven mede aan de doortrekkende postiljons, die op eenige routes 

gehouden waren de onderweg ontvangen brieven te verrekenen, doch 

aan wie in het algemeen was toegestaan, om die ten eigen bate te 

behandelen en de porten van de brieven tusschen plaatsen aan hun 

rit te behouden. Veel dorpen hadden ook boden op de naastbijgelegen 

plaats, die aldaar de brieven aan de kantoren haalden en brachten 

en in hun dorp een matig extra port boven het door het kantoor 

gevorderde deden betalen. In het algemeen werd de bevoegdheid der 

dorpen en heerlijkheden om zelf boden aan te stellen op naburige 

plaatsen niet betwist. Ook de schippers en w£igens namen brieven 

rnede voor de plaatsen aan hunne route. 



') C. 3 September en 26 November 1756. 
') C 11 November 1762. ») C. 8 November 1791. 

*) C. 24 September 1755. By het invoeren der nachtpost op Utrecht, wenl voor 
^« hiermede uit Amsterdam verzonden brieven '/« st. aan den commies toegekend. 



384 

Na den overgang was men wel genoodzaakt om zicli ook tt^iii^ 
zhi» te bemoeien met de eischen van het verkeer ten plattelHn<H 
Men richtte toen entrepoyte:^ op, waar een gaarder de briev^ 
inzamelde en bezorgde tegen eene afzonderUjke toelage, gevonden ^ 
liet verhoogde port, en de brieven gaf en ontving van den doe::: 
trekkenden postiljon. Ook werden op eenige punten bussen geptaat^ 
In 1754 werd eene regeling ontworpen voor de entrepostes *« 
plattelande '). Volgens dit ontwerp zullen geen Iranco's worden 



n 



llrKHNTWAKIKC 



Aankondiging van Hen gaarder te NïeawLoop. 

aangenomen en zal ile entrepostcommie» '/j st. ontvangen voor * 
in het dorp te bestellen brieven en 1 st. voor die buiten het d*>'^ 
De gaarders moeten het verdere port vergoeden en ontvangen b«i*' 
het beslelloon geen salaris *(. 

Zij verzonden de brieven eerst los, doch 15 November 177t» i*-'* 
aan die te Boskoop, Wjiddinxveen, Voorbni^, Zwammerdani en(^* 



Wetering gelast om de brieven met een kruistouwtje saam Ie bin 



^j 



en op Al feil te /.enden. Teven» werd hun bevolen de brievei» 
bnrineeren. 

In 1754 was voorgesteld om entreposte^ op te riebten in de %idgt-«* 
plaatsen: Mo Deyl, Sa-ssenheim, Lis, Hillegom, Beiinebroek, Voorbi»'" 



') C. 24 April 17r>4, [)*■ instnutif »(t,[ ïaHlg.-Htild ."> April ITfiS. 
') ))it wn^ t^k iim het gikiim-i door •!•■ i>nstiljnnf< 'ii de Hinokkcltiri 
reren. i-t. Hph. 14 M.i IT.'rf, 



385 

)aarndam, Zantpoort, Velsen, Egmond op den Hoef, Bergen, St. Maar- 
(isbrug. Schagen, Leiderdorp, Koudekerk, Zwanimerdam , Bodegra- 
n, Overschie, Abcoude, Loenen, Breukelen, Vianen, Yselmonde, 
irendrecht, Puttershoek, Strijen, Boskoop, Haastrecht, de Nieuwe 
►ort (tusschen Gorinchem en Alfen), Ouwerkerk, Krimpen, Alblas- 
rdam, Papendrecht, Muiden, Weesp, Gravelcmd, Hilversum, Over- 
om, Amstelveen, Leimuiden, Hillegersberg, Bergschen hoek, Bleis- 
ijk, Kruisweg, Moerkapel (voor Zevenhuizen), Waddinxveen en de 
/'addinxveensche brug. 

Over de verschillende dorpen vond ik nog het volgende. 

Onder Alfen waren bussen aan de Molenaarsbrug en Goud- 
uis ^). De ophaalder mocht in de buurt bestellen voor 1 a 2 st. 
fctra port. 

Te Alblasserdam werd 20 September 1763 een entrepost 
evestigd, waartoe de sluiswachter werd gekozen, die de brieven 
an de passeerende schippers afgaf. Het port is 1 st. hooger dan het 
:adsport voor de brieven over Dordrecht en 2 st. hooger voor die 
ver Rotterdam, Gouda of Grorinchem. 

Boskoop had reeds 1 December 1756 een brie vengaarder, die 
ver Alfen verzond. Het kreeg 2 December 1778 2 bussen en afschaf- 
ng van het extra port van 1 st. Voor dien tijd waren de brieven 
oor Boskoop en Haastrecht ten bate van de postiljons. 

Hazerswoude kreeg 26 November 1783 een gaarder, Kou- 
ekerk evenzoo in hetzelfde jaar. 

Aan Leiderdorp werd 12 Februari 1754 een eigen kantoor 
eweigerd en werd toegestaan om de brieven te Leiden te halen. 

Leksmond, Meerkerk en Vianen correspondeerden dagelijks 
loor het rit van de Rijkspost van Gorinchem op Amsterdam (28 
september 1754). 

Te Kuipersveer werd 31 Maart 1757 een bewaarder aange- 
ileld voor het posthuisje, waar de postiljons wachtten. Aan hen 
verd tevens het bestellen in den omtrek opgedragen. 

Nieuwpoort zond per bode op Schoonhoven (5 Augustus 1752). 

Te Oudesluis werd de schoolmeester 13 Maart 1781 aangesteld 
ot gaarder voor de oorlogsschepen. 

Aan Oudewetering werd 22 Februari 1759 een gaarder toe- 



*) C. 18 Juni 1758. De volgende byzonderheden zijn allen ontleend aan de notu- 
len van corominsarissen der postery. 

25 



386 

gestaan, op voorwaarde dat de postiljon, die het pakket tot Leiniuideii 
bracht, een douceur zoude ontvangen. 

Te Vianen werden de brieven per bode bezorgd. In 1755 
werd de oprichting van een kantoor van de Statenpost overwogen 
en in 1776 werd hierop teruggekomen. De vestiging hiervan stuitte 
af op de verhouding van Vianen tot het domein. 

Voor Voorburg met de buitenplaatsen tusschen Leidschendam 
en den Nieuwen tol aan de Geestbrug werd 11 November 1757 mi 
gaarder toegestaan. Hij zal boven het gewone port voor zich mogen 
innen: Va st. in Voorburg, 1 st. tusschen den Ouden tol en Voorburg 
en tusschen Wijkerbrug en Voorburg en het huis te Werven, verder 
dan Rijswijk of de Wijkerbrug 2 st. De gaarder zal maandelijks 
met Alfen afrekenen en alle brieven daarheen zenden met de nacht- 
post van Delft. Hem werd 24 Augustus 1768 daarenboven toegekend 
1 st. van eiken door hem verzonden brief. 

Den 25 Augustus werd zijn werkkring op zijn verzoek uitgebreid 
tot Rijswijk, Leidschendam, Stompwijk, Wilsveen, Nootdorp, Veur 
en Bleiswijk en werd hem /'12. — per jaar voor bureaubehoeflen 
toegekend. 

Aan Waddinxveen werd 14 Juni 1774 een gaarder toegestaan, 
die op Alfen verzond. 

Aan Zwammerdam en Bodegraven werd 19 Augustus 175S«^ 
een gaarder toegestaan. De brieven worden 's nachts medegenomeif^^ 
door (ien postiljon Woerden — Alfen. De gaarder mag ook \s nachts ^ 
op eigen kosten een voetbode op Alfen zenden en dan 2 st. [x*.*^ 
brief extraport berekenen. 

Ook buiten de provincie waren eenige entrepostes gevesti^«fc> ^ 
waarvan wij die te Utrecht reeds behandelden. 

Voor SI eeuw ijk werd aan den posthouder 1 st. toegekend vo^cr-x 
de brieven van die plaats en omgeving, 

Te Drunen werd 10 Juni 1761 eene entreposte opgericht v< — Mir 
<le brieven van de Langstraat. 

Voor de dorp(Mi rond Tilburg werd den 7 December 1758 v< ^^tr. 
j^esteld, oni <iie, welke binnen een uur afstands lagen, gelijk p^ort 
tt' dorn betalen als te Tilburg en aan Oosterwijk, Hil varenbeek, Goir/f». 
I{i('l, Kiiidscliot, Udenhout en Moergestel de keuze te laten om ilv 
hrirvcii ti'gen tilburgsch port in Tilburg te doen afhalen of die Ic 
diM Ml l(M'Z(Miden tegen 2 st. extra per brief. De brieven naar Oirsclml 
znllrn (l(Mn* den postilj(»n bij het doorrijden worden afgegeven. 

\)n\ 4 Juni I7()7 werden de bollandsche steden aangeschn^vni. 



387 

1 alle brieven voor Oirschot, Moergestel, Hil varenbeek, Beest, 
sterwijk en Biel c. a. op Tilburg te zenden, doch die voor 
lal en Chaam, die tot de baronie van Breda behoorden, vrij te laten. 

Voor de plaatsen verder dan een kwartier buiten Tilburg werd 
Mei 1776 weder een extraport van Vj st. ingesteld. 

Te Eindhoven werd 10 Juni 1761 eene entreposte opgericht, 
►k voor Helmond, Oirschot en Oisterwijk. Den 12 Februari 1794 
erd aan den posthouder het bestellen in de stad zelf verboden en 
erd besloten het eindhovensch pakket gesloten te zenden aan den 
)stmeester aldaar. 

Voor Turnhout en Hoogstraten werden de brieven grooten- 
»els over Antwerpen gezonden, van waar zij werden medegegeven 
UI den postiljon van Antwerpen op Maaseik (4 Juni 1767). 

Te Zwolle werd de entreposte buiten de Dieserpoort behouden 
Ifi Maart 1755), en 

te Lingen werd aan den entrepostcommies 9 Maart 1778 
150.— per jaar toegekend. 

n. NOORD-HOLLAND. 

Alkmaar was het centrale punt van de schagensche post en 
^as door dagelij ksche ritten in verbinding met Haarlem en met 
loorn en Enkhuizen. 

Door schippers en boden stond het in verbinding met de omlig- 
;ende dorpen. In 1770 werden de brieven voor 58 plaatsen in den 
►mlrek op Alkmaar gezonden '). In Alkmaar werd 9 Juli 1760 een 
brievenbus bij de kerk geplaatst. Zoowel hier als te Hoorn werd 
!4 September 1755 geklaagd over de vertraging in het rit, doordat 
Ie posthouder door de postiljons smokkelbrieven deed bestellen. 

Hoorn was evenzeer een belangrijk punt, waarheen de brieven 
jezonden werden voor 51 omliggende plaatsen, waaronder Enkhuizen 
?n Medemblik '). Van de schippersbrieven van Amsterdam kregen de 
ichippers IVi st., de besteller 3 duiten en de postmeester 1 duit. 

Purmerend zond deels op Amsterdam, deels op Hoorn per 
schipper. Dit laatste werd door den commies aangemoedigd, die zelf 
belang had bij de schipperspost Over hem werd in 1755 ook geklaagd, 
ial hij brieven insloot (schuilbrieven). Een te Amsterdam geopend 
pakket bevatte er zelfs 82. De posthouders te Hoorn en te Alkmaar 
werden 25 September 1755 ontslagen. 



') Ingekomen stukken Leiden (Hoofflbiirean). 



388 

E dam, Monnikendam zonden in hoofdzaak per schipper op 
Amsterdam. De ontvangsten door de gemeene veren met die van Purnie- 
rend uit de brieven getrokken beliepen bruto /"SSO. — per jaar aan 
porten en f90 aan bestelgeld ; hiervcm kwam echter per schipper slechts 
een klein bedrag ^). Om te beletten, dat de brieven uit Holland 
voor deze plaatsen per schipper werden gezonden, werd 12 Maart 176() 
bevolen de brieven te zenden op het kantoor te Amsterdam. 

Medemblik zond gewoonlijk per wagen op Hoorn. 

Beverwijk ontving de brieven voor 5 omliggende plaatsen. Er 
was een entreposte van het schagensche rit en er werden ook brieven 
aangenomen door de doortrekkende postiljons van de texelsche post 
In 1755 verzocht Beverwijk om driemaal per dag over Buiksloot op 
Amsterdam te zenden. 

Te Enkhuizen werd de entreposte van Schagen door eene 
weduwe waargenomen, die Va st. bestelgeld per brief ontving, hetgeen 
ongeveer 200 gulden per jaar beliep. Ook hier werd in 1755 geklaagd 
over het insluiten van brieven uit Hamburg. 

Zaandam en Zaandijk zonden per schipper op Amsterdam. 

De brieven van De Z ij p wai*en geheel in handen van de postiljons. 

V^an de plaatsen aan de Zuiderzee ontvingen vele de brieven 
per schipper van Amstenlam. De schippers hadden bussen hangen 
in de stad. 

Muiden en N a ar d e n ontvingen hun brieven van de schipp<T> 
(Ml van den postwagen van Amsterdam over Muiden , Woenlen op 
Arnhem en over Naarden op Hamburg. 

We esp werd door de hamburger post bediend. Bij den ovt-r- 
gang der posterijen werd voorgesteld om te Weesp een kantoor l»' 
slichten, waar Muiden de brieven kon afhalen en ook te Naanu*n 
(MMi kantoor te vestigen, wtiarvan de brieven gebracht zouden worden 
op den hoek van \s-Gnivenland , tenzij men de hamburger route 
zelf wilde (unleggen over Muiden en Naarden. 

l>e p(ïging van Naarden om met den wagen op Munster ♦*<" 
(iin'rtt' vcrzendiiii? op Hamburg te vestigen werd bij het hanilHir*r<''" 
rit hcsproken. 

'I M*'ii iMTi'kriuIr in 17.'»^, ilat ile srhipp«'rs Ak gemidclold sleolils l.'i^^?^""' 
aan ^ofiliTtMi *'n hrifven xcnlirnden. Er war»»n 3t> srliippors op AmstrnlanJ. 




ZESDE AFDEELING. 
ikkaling van het Postwezen In de overige provlnclfin. 



a. ZEELAND. 



^ oor de geogrufi^iche gesteldheid dezer provincie werd door 
iB de scliippers voor een belangrijk gedeelte in het brieven- 
U8 vervoer voorzien , waardoor minder behoefte was aan groole 
po.sterijen, die het vervoer over langen afstand bezoi^deii. 
to verkeer was uitgesloten, behoudens een tijdelijke uitzonde- 
II IWiO, zoodat de posterijen slechts van locaal belang bleven, 
perkten zich tot het zoeken van eeiie verbinding met de meest 
jndc kantoren der hollandsche en vreemde ritten. Omgekeerd 
door geen der posterijen buiten Zeeland beproefd om invloed 
krijgen op het vervoer binnen de provincie, totdat in 1745 de 
.■ester van Steenbergen door het, in overleg met de zeeuwsche 
, inrichten van een overlandpost , zich van een groot gedeelte 
euwHche correspondentie wist te verzekeren, 
t belangrijkste was de posterij van Middelburg, welks post- 
T in directe correspondentie stond met de vreemde adminis- 
en door de hiermede gesloten overeenkomsten zich ook van 
deelte der brieven voor de andere zeeuwsche steden had meester 
kt. In l(i58 had Middelburg van Taxis de toezending van alle 
*che brieven, die over Antwerpen liepen, bedongen, in 1668 
Lmsterdam de brieven uit Engeland en in 1742 van kardinaal 
eury alle fransche brieven voor Zierikzee, Goes, Tholen, 
igen en Veere. Het maakte nu aanspraak op het postmeester- 
van geheel Zeeland, waarbij het echter stuitte op den tegen- 
der andere steden. De postmeester te Middelburg had reeds 



390 

lang den titel gevoerd van postmeester-generaal van Zeeland ^), doch 
meer dan een titel was dit niet. De 4 steden verklaarden althans in 
1745, dat zij geen postmeester-generaal van Zeeland erkenden, en dal 
iedere stad voor zich de directie had over haar brieven *). Goes. 
Vlissingen, Veere en Tholen wendden zich tot Amsterdam om de 
engelsche brieven niet meer over Middelburg, maar direct in een 
afzonderlijk pakket over Rotterdam te ontvangen, waarbij zij de 
betaling van het volle porto aanboden '). De vier steden onttrokken 
zich kort daarna aan den invloed v€m de zeeuwsche hoofdstad door 
de oprichting van de overlandpost op Steenbergen, waarbij ook 
Middelburg tot deelneming werd uitgenoodigd, doch slechts als gelijke 
van de contracteerende steden. 

Het initiatief werd genomen door Jacques Ie Jeune, die 25 Auguslur^ 
1734 van den prins van Oranje, als graaf vcm Strijen , eene aanstellinj;^^ 
had ontvangen als postmeester te Steenbergen, waarbij reeds aan he'"^^^ 
oprichten van een landpost op Zeeland was gedacht. De eerste-*» ^ 
pogingen waren echter mislukt door de tegenwerking der zeeuwsch^^ ^^ 
schippers en boden. Eerst was Middelburg de oprichting van eei:^ ^^ 
landpost niet slecht gezind geweest, doch het had zich onttrokken 
toen het inzag, dat daardoor Tholen en Goes alle brieven eerd« 
zouden ontvangen, waardoor het benadeeling van den handt 
vreesde. 

In 1745 toonden Goes, Veere en Vlissingen zich bereid nn^» -^t 
Ie Jeune eene overetuikomst aan te gaan, op wier verzoek <mw _»fc 
Tholen tot de combinatie toetrad. Den 30 September 1745 we^ nl 
tusscheii Ie Jeune en de 4 steden een contract gesloten over w^m^if 
oprichting der landpost op Steenbergen^), waardoor eene groote vi r- 
betering in de correspondentie werd verkregen, deiar ^de manier, t^B»»^ 
hier \oe geusiteert om de brieven met de beurtschippers te d<>— — ♦*" 
komen, aan vele couvenienten onderhevig (was)". Ter tegemoetkonii ng 
in de oprichtingskosten werd door Veere en Vlissingen / IMH), — vc»«i— <'r- 
geschoten % 

VolgiMis <lit contract zal de postmeester van Steenbergen v«^»*M'r 
zijiu' rrkcniiig de brievtMi tweemaal per week halen en brengen ^^^ ^' 




') o. a. tloor Jolmn Ie Seiiltn» in et»n brief van «iO Janucoi 1717. Copiebot'k E, f— ^''•- 
-') r.npir hri«»vonh<u*k F, fol. 1'U vs. Le Jeune h\. :24<>. 

) Van \, s »n U\ st. Miildelliurg l)etaal(le slechts 1.2 en 3 si. Zie C!opieh< '^ '^ 

Vcin lirt anlxvrrpsrlu' kantoor te Anistenlam 2 :i(» Noveml>er 1745. 
*) (Jnatifireenl -2(> Nov«'inlMT 174-0. '*) Le Jeune, bl. 252. 



391 

ishoek of Strijenhani, van waar een veer is op lersendam. De 
'ven worden van daar op Goes gebracht en op het Sloe. Het veer 
lar en het verder vervoer door Walcheren is voor rekening van 
Te en Vlissingen. De brieven uit Zeeland zullen Zondcig en 
►ensdagavond op Steenbergen gezonden worden. De postmeester 
1 Steenbergen zal het profijt der couranten genieten en per 
irtaal verrekenen. 

Uit een request van Vlissingen, z. j. dochtusschen 1745 en 1752, 
kt, dat alle brieven over Steenbergen werden ontvangen, doch 
Amsterdam en Antwerpen weigerden van deze route gebruik te 
^en: „dat ten opsigte van Amsterdam, de coopluyden op een 
• onreedelijcke wijse werden gehandelt, dewijl sij haere brieven 
tct per post aldaer zenden, en door haer con'espondenten geen 
kvoort kunnen bekomen als met de soogenaemde boodens op 
kleiburg, welcke die brieven aldaer per beurtschippers brengen, 
dan in deese plaatse weedrom door een andere booden met veel 
ichalance en vertraging werden bestelt." 

De stad verzocht daarom aan den prins om te bewerken, „dat 
stad Amsterdam gedisponeert moghte worden, om de brieven op 
^e en andere steeden in de posterije getreede zijnde de corres- 
dentie vice versa te fixeeren, soo als alle andere hollandsche 
?den reets hebben gedaen." ^) 

Het verzet van Amsterdam schijnt vooral zijn grond gevonden 
lebben in de vrees, dat door de nieuwe verzending over Steen- 
den de amsterdamsche boden in hunne inkomsten verkort zouden 
den. 

In 1753 werd Middelburg door de commissarissen der hollandsche 
:erijen aangezocht om ook over Steenbergen te verzenden, doch 
weigerde om aan dit verzoek gevolg te geven ^). In 1756 werd 
op in zooverre teruggekomen, dat bij vorst over Steenbergen 
ie verzonden worden en niet meer over Antwerpen, en in 1763 
:ocht Middelburg zelf om gebruik te mogen maken van de land- 
: ^). Den 10 November 1764 sloot het een contract met Steen- 
den, wfiiarbij het zich de vrijheid voorbehield om ook met de 
ppers te verzenden. 

Dit contract ondervond later verzet bij de kleine steden, waartoe 
(singen in 1768 den stoot gaf door eene geheime missive aan 



Gemeente-archief Vlissingen, n". 504. ^) C. 17 Februari 1753. 

Aldaar 10 Augustus en 13 September 1763. 



392 

Tholen, Goes en Veere. De vier steden beklaagden zich daarop iii 
1769 bij de Staten van Zeeland, dat Ie Jeune een contract met 
Middelburg had gesloten zonder hunne medewerking, en verzochten 
vernietiging van dit contract. Deze aanleg mislukte, doch dit werkte 
weder nadeelig op de goede verstandhouding. 

In 1787 sloot Middelburg een afzonderlijk contract met Steen- 
bergen ^), waarbij het beloofde alle brieven, behalve die op Brabant. 
Frankrijk, Spanje en Portugal, op de dagen dat de landpost ging, 
d. i. Zondag en Donderdag uit Steenbergen, over land te verzenden 
en de brieven niet op te houden ten bate der schippers. Middelburg 
behield zich echter voor ook op de postdagen per schipper te ver- 
zenden, doch alleen de brieven op Amsterdam, Rotterdam, Delft, 
Leiden, Haarlem, Gouda en 's-Gravenhage; — Dordrecht en Schiedam 
worden hierbij niet genoemd. Middelburg zal de brieven van achteren 
met den stadsnaam burineeren en zal geen hooger geforceerde fran- 
keering betalen dan volgens het tarief van Veere en Vliüsingen: 
wordt er vrijwillig gefrankeerd, dan moeten de frankeergelden worden 
medegezonden. Steenbergen zendt de brieven in een gesloten zak en 
bezorgt ook de engelsche brieven over Brielle en de zakken van de 
W. I. Compagnie, voor welke laatsten het hoogstens Va niag rekenen 
boven het verschot van Amsterdam. Middelburg behoudt alle porten 
der daarheen gezonden brieven en Steenbergen omgekeerd, doch aan 
Steenbergen worden ieder kwartaal de bovenporten vergoed en 2 st. 
per brief, onverschillig 't gewicht. Als het aantal verzonden en ont- 
vangen brieven verschilt, ontvangt de partij, die meer verzond, 1 st 
per brief vergoeding. 

Steenbergen betaalt het rit tot het veer aan het Sloe, waarvoor 
het /9(H).-- per jaar tegemoetkoming ontvangt. Het veer wordt door 
de drie walciiersche steden betaald en het vervoer van daar lol 
Middelburg is ten laste van deze stad. Middelburg verzendt Woensdag- 
en Zaterdagavond de brieven, die dan den volgenden middag Ie i 
uHMi te Steenbergen aankomen. Veere en Vlissingen brengen evenal 
Middelburg de brieven aan het Sloe. Komen de brieven te laat in j 
Tiiolen en wordt hierdoor een expresse op Rotterdam vereischl, dan^ 
komt deze ten laste van Middelburg. De porten der brieven vai« 
Middelburg naar Tholen en Goes met dezen dienst verzonden zijnr 
voor deze kantoren en de van daar komenden voor Middelburg, daB 
hiervan echter 1 st. per brief aan Steenbergen te vergoeden heeft. 

') :21 Mauri 17H7, Akkodrileii vu Contracten 1, fol. 76, Geiii.-arclii6f te Middelburg- 



s * 



393 

Er zullen steeds rijpassen aan de postiljons worden medegegeven, 
larop de uren van aankomst en vertrek worden aangegeven. Het 
ntract moet 6 maanden te voren worden opgezegd. 

In 1788 werd een nader contract gesloten over de hollandsche 

utrechtsche couranten ^). Hierbij wordt het postabonnement voor 
ui'anten, die driemaal per week verschijnen, met de na-couranten 
ctra nummers), gesteld op 1 gulden 14 st. per jaar en voor prijs- 
uranten, op 16 stuivers per jaar. De maandagsche couranten van 
ïn Haag en Leiden en de donderdcigsche van Amsterdam , Haarlem , 
jlft en Rotterdam kunnen desgewenscht per schipper ontboden 
)rden. Vreemde couranten betalen het volle port. 

Dit contract is met drie maanden opzegbaar. 

Zierikzee, dat te voren de brieven grootendeels over Middelburg 

Veere ontving, trad in 1766 toe tot de verzending over Steen- 
Tgen. Het ontving de brieven van daar met den gewonen dienst 
» Tholen en verder over Scherpenisse, St.-Maartensdijk, Stavenisse, 
e Keeten en het veer van Vianen ^). 

Volgens Ie Jeune *) werd in 1760 eene andere route overwogen 
i wel van Buitensluis (Numansdorp) over Ooltgensplaat, Oude 
onge, Oost-Duiveland, Zierikzee, Colijnsplaat, Kamperveer, Veere, 
) Middelburg. Het is echter niet waarschijnlijk, dat deze route, die 
eenbergen geheel uitschakelde, in overleg met den postmeester 
daar werd opgemaakt. Eerder zoude ik hierin een niet tot uit- 
kering gekomen plan willen zien van Middelburg, om eene snellere 
irbinding op Holland te verkrijgen zonder fiian Goes en Tholen 
)i voordeel te geven, dat zij vóór de hoofdstad de correspondentie 
t Holland en het buitenland ontvingen. Bij gebreke van nadere 
igevens kan hier slechts van eene gissing sprake zijn. 

De willekeurige berekeningen der porten bij de landpost en het 
^onthoud bij de schipperspost gaf in 1792 aanleiding tot beklag ^) 
I deed het plan overwegen om over Zierikzee en Brielle te 
rzenden. 

De brieven voor Staats- Vlaanderen werden niet over Steenbergen 



') Ingaande 1 Januari 1789, Akkoorden en contracten, Gem.-archief ie Middei- 

rg, I. fol. 80 VS. 

') Toetreding: C. 5 Augustus 176G. Het ontving ook ie voren eenigen Igd 

er Poorivliei, Ie Jeune, bl. 252, noot 4. 

>) Bl. 248, noot 1. 

*) 11 Februari 1792, fol. 71 vs. 



394 

verzonden, maar over Antwerpen. Eerst in 1785 en 1793 wmi 
ernstig overwogen om deze correspondentie via Steenbergen geht'el 
over hoUandsch territoir te leiden. 

In den oorlog met Frankrijk in 1793 werd voorzien, dal (K- 
correspondentie met Steenbergen gevaar liep door het voorlrukken 
der fransche troepen. Den 22 Februari schreef de Raad van Domeinen 
aan den postmeester te Steenbergen, om zich in de verzending Ie 
richten naar de aanschrijvingen van den Raad ^) en vier dagen latenden 
26 Februari, wordt reeds melding gemaakt van het berooven van een 
postiljon met zeeuwsche brieven door de franschen tusscheii Steen- 
bergen en den Moerdijk. 

De commissarissen besloten nu de zeeuwsche post per schuit van 
Rotterdam op Middelburg te brengen. Kort daarop werd tijdelijk et»n 
nieuwe dienst ingericht van Rotterdam over Icmd op Strijen Sas en 
van daar per schip en 2 Maart gingen de brieven over Katendrecht, 
Rhoon, Mijnsheerenland, Nieuw-Beierland, Kolijnsplaat en Veere op 
Middelburg, dus ongeveer volgens de route in 1760 voorgesteld. Den 
volgenden dag werd over Herkingen verzonden. De ongeregelde ver- 
zending duurde tot 3 Mei, toen de oude route over den Moerdijk en 
Steenbergen weder kon gevolgd worden. 

In 1794 en 1795 was men weder genoodzaakt tijdelijk andere wegen 
te zoeken. Den 26 November 1794 werden de zeeuwsche brieven 
nog tot Strijen Sas gereden. Den 8 Januari 1795 werd over llrr- 
kingen verzonden, waarheen Utrecht en Gelderland over Dordn*clil 
en de hollandsche steden over Rotterdam expediëerden, en waan<M)r 
vier pakketten gemaakt werden voor Middelburg, Zierikzee, Stw*n- - 
bergen en Bergen op Zoom. De retouren gingen allen over DordrechL - 
D(»n 9 Januari kwam bericht, dat het verkeer met Steenbergen was-»r 
gestremd en dat aldaar drie malen met brieven op eene gelegenheidFj 
tot doorzending wachtten. De connnissarissen verzochten toen a^u'^Ji 
Zierikzee, om de brieven te Steeni)ergen af te halen en luiar Hollant.*^ 
door t(» zenden. Den 5 Februari 1795 werd de verbinding niet StetMw^ 
bergen hersteld en sinds 7 P\»bruari werd weder geregeld over dr 
kantoor verzonden *). 



') Notiih'n Hna<l on R<*kcMimoostt'rs van den prins van Oranje. L»» Jeune. bl. 2Wi 
-) Zit' {.. :i<) Februari, :2 Maart en -i Mei \1*X\, '2i\ November 1794, 8.9, 10 Januari. 
7 Februari il\)'>. 



395 



Middelburg. 

Eeiiigszins uitvoerig wensch ik thans stil te staan bij de regeling 
van het postmeesterschap in Middelburg. Dit toch is zoowel belangrijk 
OU) den ouderdom, — de eerste instructie is van 1589, — als om 
het onder één hand brengen van de regeling der bodenbrieven , 
waaraan in dien tijd althans elders nog weinig werd gedacht. 
Waar zich b.v. in Amsterdam, Dordrecht en 's-Gravenhage uit de 
verschillende bodenkantoren geheel van elkander onafhankelijke 
postadministraties konden ontwikkelen, die eerst in de tweede helft 
der 18^® eeuw, na den overgang der posterij aan het centraal gezag 
der provincie, onder een generaal kantoor werden vereenigd, zien 
wij hier reeds in de 16^® eeuw het bestellen der bodenbrieven in 
één hand gebracht, waarlijk een belangrijk punt, dat wel onze aandacht 
verdient. Voegen wij er echter terstond bij, dat deze centralisatie 
ten opzichte van de schippersbrieven werd beperkt door de aan de 
bestelmeesters verleende bevoegdheden, en dat de postmeester geen 
eigen ritten in beheer had en weinig invloed oefende op den loop 
der brieven. 

De instructie van 1589 spreekt van de boden op Engeland, 
Keulen en Frankrijk en eerst later zijn in den aanhef en in de 
instructie zelf hierbij gevoegd de boden op Antwerpen, zonder dat 
mij bleek uit welk jaar deze bijvoeging dateert. Zij moet echter zijn 
van vóór 1624, daar in de instnictie van dat jaar de bepalingen 
over Antwerpen niet buiten maar in den tekst zijn opgenomen. 

In December 1588 verzocht Pieter de Moucheron aan de Staten 
van Zeeland om eene aanstelling tot „opper postmeester ofte bode 
binnen Middelburgh" ^). Het volgend jaar zien wij echter niet hem, 
maar Anthony Hartman door wet en raad van Middelburg benoemd. 
Uit zijne instructie, die 15 Juli 1589 werd vastgesteld, kunnen wij 
ons een beeld vormen van zijn werkkring *). 

Hij mag alle gaande en komende brieven aanvaarden en aan 
alle boden wordt bevolen hunne brieven aan hem af te geven op eene 
boete van twee pond vlaamsch. Aan ieder ander wordt het verza- 
melen of bestellen van brieven verboden. Hij betaalt aan de boden 



') Res. Staten van Zeeland 3 Dec. 1.588. p. 222. Over den sollicitant zie men 
Mr. J. P. de Stoppelaar, Balthasar de Moucheron, eene bladzyde uit de Neder- 
landsche handelsgeschiedenis tijdens den tachtigjarigen oorlog. 's-Gravenhage 1901. 

') Register Civil I, gem. -archief Middelburg, fol. 43. 



396 

hunne bodenloonen voor de bij hem ingeleverde brieven, doch trekt 
hiervan af de onbestelbare brieven en kort, als vergoeding voor 
zich, den zesden penning der komende en gaande porten. 

Het is hem op boete van 50 Carolusgulden , en bij herhaJin^ 
100 gulden, verboden de brieven op te houden, die hij (tweemaal 
per week op Antwerpen) ^) Zaterdags op Engeland, Donderdags op 
Keulen en den 10****°, 20®^®° en laatsten der maand op Frankrijk 
moet verzenden. Alleen zal hij tijdens den oorlog met twee zen- 
dingen per maand op Frankrijk kunnen volstaan. 

Hij moet goede correspondentie houden met de vreemde post- 
meesters, moet een kantoor hebben bij de beurs en register houden 
van de adressen der brieven, doch kan zich door klerken hierin 
laten bijstaan. 

De door hem te heffen porten worden bepaald op : een brief van 
of naar Engeland per ons 10 groot, Rouaan en Parijs 1 schelling 
8 groot. Bordeaux en Lyon 3 schelling, (Antwerpen 6 groot) ^l 
Keulen, Aken en Wezel 8 groot, en de andere brieven naar advenant 
„ende sulcx als tot nog toe geuseert is". 

Hij moet een eed afleggen en voor de richtige naleving zijner 
instructie een borgtocht stellen van 100 pond. 

De omschrijving van den dienst van zijnen opvolger Jacoh van 
Brouwershaven in 1624 is reeds ruimer^). Daar toch wordt gesproken 
van de boden van Engeland, Keulen, Frankrijk, Antwerpen, Vlaan- 
deren, Walenland „ende generalick van vyanden landen". 

De instructie zelf komt in hoofdzaak overeen met die van 1>^'*- 
Alleen wordt uur en dag van vertrek nu geregeld door de over- 
mannen van de boden, de opvolgers der consuls der kooplieden, »'" 
wordt hem voorgeschreven de lijst met de adressen der aangekomen 
brieven mui het kantoor of op de beurs uit te hangen, opdal »t' 
kooplieden hunne brieven kunnen afhalen. 

In de porten wordt eenige wijziging gebracht en deze wonlen n" 
betaald voor brieven van : 

Antwerpen 8 groot per ons, 
Londen . i) „ n r 

(lalais . 10 „ „ „ 

Houaan . 4 „ v v 
ru van Kijssel, ValtMicieimes en an<lere steden van Brabant en Mrt*^*** 

') Het tiissrlicii lmnkj(\s jjjeplaatste is lattT bijgevoegd. 
-) ia Juli U'd\, Hi'gisttT Civil I, fol. ^299. 



Parijs . 


• • 


1 


s. 


8 


grot»!. 


Bordeau . 


1 • 


1 


rt 


8 


m 


Keulenen Aken 




lu 


n 



397 

leren, die nu ook aan het kantoor komen, wat de overmannen der 
boden, na de boden gehoord te hebben, hem zullen toeleggen. 

De instructie werd in 1630, na den dood van Jacob van Brouwers- 
haven, in zooverre gewijzigd, dat de postmeester niet meer den 
B**®" , maar slechts den 8"**" penning der bodenloonen zouden ontvan- 
gen, in persoon op zijn kantoor «tanwezig moeten zijn en niet uit de 
stad mocht gaan, dan met verlof van de overmannen der boden ^). 

In de instructie voor de amsterdamsche boden *) van 1612 werd 
ook hun bevolen om de brieven voor Middelburg op het postkantoor te 
brengen en die van Middelburg aldaar te halen. Dit werd herhaald in het 
contract van de overmannen der koopmansboden van 9 October 1655 *). 
De brieven op andere plaatsen behoefden zij echter niet af te geven *). 

De overige boden waren ooi-spronkelijk hiertoe niet gehouden, 
doch op aandringen van de aunsterdamsche boden en den postmeester 
werd de verplichting 24 October 1671 tot alle boden uitgestrekt, 
met uitzondering van den bode van Rotterdam. Ook deze bode werd 
19 September 1693 naar het postkantoor verwezen en 10 Maart 1708 
werd ten opzichte van den franschen bode eene nadere bepaling 
hierover gemaakt ^). 

Niet alle boden schikten zich naar deze verplichting, doch steeds 
werd de naleving hiervan afgedwongen. 

In 1713 wordt de bode op Brugge gedeporteerd wegens het open- 
breken van een pakket en het afzonderlijk cargeeren der brieven "), 
en toen de haagsche schipper in 1729 weigerde om de brieven aan 
het kantoor af te geven, werd hij hiertoe, op verzoek van die van 
Middelburg , gedwongen door pressie van de haagsche vroedschap ^). 

Ook bij het geschil met de fransche, brabantsche en vlaamsche 
boden in 1723 bleef de postmeester gehandhaafd ®). 



>) Notulen van wet en raad 29 Juli 1630 , fol. 78 en 3 Augustus 1630. 

*) De boden van Amsterdam op Middelburg mocbten volgens Keurbk., C. 228 vs. 
n 1593 vorderen 2 st. per brief, 4 st. voor die dikker waren dan een vinger 
n zeer dikke, „de mate excederende" brieven ter discretie der overlieden. Van 
:eld per 100 d* zilver 8 st. en goud 9 st, koopmanschappen 1 st per «.*. 's Winters 
Qorhten zij hooger port vorderen. 

') Notulen wet en raad, 9 Oct 1655, fol. 88. 

*) Zoo mochten ook de rotterdamsche schippers de brieven op Veere en Vlis- 
(ingen zelf bestellen. Noi 17 Febr. 1708. 

^) Algemeen verbod aan de boden om zelf te bestellen of brieven in te zamelen. 
lie 4 April 1706, fol. 154 vs. 

•) Not 16 Sepi 1713, fol. 15. ') Nol. 28 Mei 1729. 

«) Noi 20 Febr. en 11 Sept. 1723. 



398 

Het bodenwezen was te Middelburg zeer ontwikkeld. Op onWer- 
staande plaatsen vond ik te Middelburg boden vermeld: Anisterrfao; 
(1597 bode ontzet), Antwerpen (1624), Brugge, Cadzand, Sluis, Ostendt'. 
Nieuwpoort, Yperen en het land van Duinkerken (1689), Doornil, 
Oudenaai-de, Valenciennes (1624), Dordrecht (1619), Gent (1680), Gouda, 
Utrecht (1700), Keulen (1589), Londen (1589), Rotterdam, Den Haag 
(1652) en met Delft, Leiden, Haarlem (1619) Rouaan (1628), Rijssel 
(1619), Veere (1682), \lissingen (1680), Zierikzee (1713) en Frankrijk 
(1589). De achter de plaatsnamen gevoegde jaartallen geven het 
jaar aan , waarop ik hen het eerst vond vermeld ; verschillende boden- 
diensten bestonden echter reeds langer. 

De boden hadden borg te stellen ^) en deden de uren van hun 
vertrek door «den knape van de beurse uitroepen *). 

De boden hadden ieder hun beperkt arbeidsveld. Zoo werd aan 
de boden op Parijs, Rouaan en Rijssel in 1728 verboden om onder 
weg brieven af te geven. 

Aan den Inxle op Vlissingen werd in 1696 een bestelgeld van 
l st. per brief toegekend voor de brieven naar Vlissingen. De van- 
daar over Middelburg verzonden brieven moest hij op het postkantoor 
alleveren % 

In lalen^ jariMi vinden wij slechts kleine w^zigingen of aanvul- 
linuon in do inslniolio van den posiniee^^ter*). In de 18^^ eeuw wtni 
hel postnuvstersohap vtwr het leven ver|>acht. Thomas van Rliéo. a. 
betaalde voor zijiu^ InMUHMiiing 16.3<M) gulden ^1. 

IVn 21 DtH'emlHT 1771 werd toegestaan het postkant<H>r te v»r- 
plaats<ni naar de Rouaansiho kaai en 18 December 1773 wenl 
Uv^loten tvn huis naast de koopmansbeurs tot pi>stkantoor in t«' 
richten 'K In 17v<*> wonit ivn huis op •Kortenburgh" gekocht. 

'\ Not. IS Mei ItUt^: IV K^tlen op Aiustertlaiii dﻣ. op Antwerpen en Rij>^l 
i:^U\ op IVntnsht. ILiAriom. IVlft en Uiden UV£. 

■\ Nol. 1»^ Kel>r. Itvo. in lt»T^ herhAaJii voor de U'nien buiten Zeeland. 

\ Notnlon >xet en r:%a»i S IVi^t :r.K r It^tv 

*\ \\\\ ni»vht ctvn r.>A»:i>tr;:^."^t>j>tr>.'or. rijn >Not. ,%- 1:J iVt. UiVh en ha«l "■*'i- 
\<>lot to xn^ctn xi^' r \\x'\ tijxx r.tn vAr. t-t nr e\»nfeivntie met de hoUantlxl»»'- 
\ K-^.\r.>x, |\o n^ hr.^iv\nt>rhe iv«>tn",t«ï->:- r^^ Not. 16 Maart iTiM- De inslrurlif wenl 
venu» n\x«ï el »:* >xr,; .cö :^ lV-.\ '."'•f.^. 1> JanuAri \1\kX. 17 Juni, i4 en iT» Juli l'l**' 
en tl VptU l^wl N\*. :V. Jr.li iTiS. 

•\ l Ateï >x,;v^ >x<si«r it v. *... v- "kArt • r U-tTv>kken, :^ Fehr. ITSTi wenien «i»- 
»ounntvv,\nvx, V. o "• ."^' ■' '" v-: •»• -' ! .v- :• k.-jvn ofte huren en 7 Mei wrnl het 
loM'» «'^p „K«"M« ^1^>^.r>:* okx-'r:. x vc HM p^no xlaam>eh. 



399 

In dit jaar werd besloten het kantoor in eigen beheer te nemen 
3n een commies aan te stellen op ƒ600. — per jaar, waartoe Pieter 
van Grondelle werd benoemd. 

De stad trad nu geheel in de rechten van den postmeester en 
[leed de door hem gesloten contracten op haren naam overschrijven, 
D. a. dat met Thuru en Taxis ^), met de postmeesters van Steen- 
bergen ^) en met den heer van 's-Heer-Arendskerke en Joostland ^). 
Dit laatste contract betrof de vergoeding aan dezen heer voor den 
extra veerdienst en het gebruik der bermen aan het Sloe, die aan- 
gelegd waren ten behoeve van de landpost van Middelburg op 
Steenbergen ^). 

Over de inrichting van het kantoor geven de rekeningen eenig 
nader licht. Volgens die van Andries de Backer ^) over 1670 en 
1671, werden er in een jaar 37158 brieven behandeld, die door de 
navolgende boden werden aangebracht, van: 

1. Amsterdam, 8 boden, tweemaal per week, 15492 brie- 

ven gemiddeld 144 brieven per keer (92 a 200) gaf 

vrij 64.—. 6 

2. Antwerpen, 2 boden, om beurten 6-maal achtereen in 

14 dagen, 5704 brieven gemiddeld 211 per 14 dagen 
(115 a 264) gaf 21. 4. 3 

3. Frankrijk en Gent, 3 boden, eenmaal per week, 5637 

brieven, gemiddeld 108 a 109, gaf 28. 1. 8 

4. Gent, particuliere brieven, 2045 brieven door dezelfde 

boden als onder 3, gaf 9. 7. 6 

5. Brugge, 2 boden, 2033 brieven, gaf. 8.15.11 

6. Rijssel, 1 bode, 881 brieven, gaf 7. 9. 8 

7. Duinkerken, 1 bode, 1101 brieven, gaf 9.18 — 

8. Ostende, 1 bode, 572 brieven (11 maanden), gaf . . 4. 4. 4 

9. Spanje, 4 boden, 1000 brieven, gaf 4.11.— 

10. Engeland, door Amsterdam, 2693 brieven waarvoor 

aan Amsterdeun werd betaald 203.16.1, gaf . . . 10.18. 7 

168.10. 5 

') Nol. 22 April 1786, fol. 59 vs. 

*) Met J. en J. O. Ie Jeune, Not. 7 April 1787, fol. 136. 

=) Not 12 Juni 1788, fol. 25. 

*) Not 10 November 1764. Er werd toen door den heer van *s Heer-Arendskerke 
'300.- per jaar gevraagd. 

^) Aangesteld 12 Juli 1670. De rekeningen zijn over verschillende jaren aanwezig 
»p liet gemeente-archief. Wij kozen liier de oudste als voorbeeld. 



400 

Uitgegeven werd: 

aan jaarlijksch pensioen aan de overmannen Ift.iS. i 

aan het opmaken der rekening 5. 5 

aan papier en pennen 5. 5 

aan 2 bestellers 66.13. 4 

aan huishuur 25. 

aan interest van schulden 16.13. 4 

108. 6. 8 

Te zamen 135. 9.« 

Voor den winter gold een speciaal bodentarief, bij de amsler- 
damsche boden was dit van 1 December tot 1 Maart. Voor „buiten- 
brieven" werd aan de amsterdamsche boden gewoonlijk 2 st. en aan 
de gentsche 4 st. per keer vergoed. 

Schippersposten. Geregelde beurtveren worden in Middelbun? 
reeds in de 16**® eeuw vermeld, o. a. een wekelijksch veer op Ant>»'erpen 
in 1582 ^). Het beurtveer op Rotterdam werd geregeld in 1601 *). Volgens 
de ordonnantie van 1639 waren' er 10 schippers, die dagelijks een 
schip moesten doen vertrekken. Elk kreeg van stadswege te zijner 
verdediging vier steenstukken, zes musketten, zes pieken, twaalf 
pond kruit, en scherp en lood naar advenant *). In 1681 werd toe- 
gestaan om éénmaal in plaats van tweemaal per dag te varen *ï 

In de oudere ordonnanties op de schippers wordt niet van brieven 
gesproken. Wij zagen echter reeds hoe de haagsche schippers m 
1723 gedwongen werden himne brieven aan het kantoor af te geven 
n in 1739 vindt men zelfs klachten over het pakketten maken van 
brieven op Vlissingen, door de rotterdamsche schippers, waanioor 
(l(^ b()<ie op die plaats in zijn loon werd verkort % 

Ook de boden bedienden zich van de verzending door bemiddeling 
(l(M' scln[)pers, doch dit werd in 1693 beperkt tot de dagen, waarop 
zij zelf Huisden % De bode van Dordrecht zond dagelijks per schi|H>er 
brieven op Zeeland en op den bodendag alleen zijn koffer. Deze ver- 
zending beliep in ilih} echter sleclits /280.— per jaar. De schip|>*'rs 
waren niet ongeneigd om zich door de hollandsche postcommissarisseii 
t<* <loen uitkoo[)en^). 

V<»el behuigrijker was het vervoer per rotterdamschen schip|»*'r. 



( 



') 4 Juni irvS± Rogister Civil 1, fol. Ifi vs. *) 14 April 1601, iiL fol. llTv^ 

') U\ April U\:V,). I{ry. Civ. II, lol. ^21. *) a) Der. ir»81, id. fol. 14ó vs, 

'•) Not. tJS Maar! 1 7:ftK ' ) Not. 7 Maart \:m , fol. 14(1 ') Rapport van \v huw- 




401 

die volgens het cuiitract met de lieurtschippers tudsclien Rotttu'dain 
fii AiiisterdHiii van 18 Octubei- 1663 '), een geregelden dienst under- 
liielden van Middelburg up Rotterdam en Amsterdam. Zij brachten 
de brieven zelf te Rotterdam en hadden het vervoer van daar op 
Amsterdam of omgekeerd door de amsterdamsche schippers doen 
aannemen voor 8 stuivers per keer. Dit vervoer tusschen Amsterdam 
en Zeeland leverde omstreeks 1765 4548 gulden op. Van Rotterdam 
gingen de brieven toen tweemaal per 
week op Zeeland. 

Ook na de toetreding van Middelburg 
tot het contract met Steenbergen in 1764 
behield het zich de zending per schipper 
voor en deze wordt in hel contract over 
de verzending der couranten in 1788 nog 
uitdrukkelijk vrijgelaten. 

Omgekeerd trachtte Holland na 1752 Beurtschip. door G. Groene- 
de verzending van brieven per schipper vfegen, 1791. 
te bemoeilijken, daar hierdoor gelegenheid 

werd geboden om langs wegen buiten den invloed van het hollandsch 
pnsthestnur verbindingen te zoeken. Aan het kantoor te Dordrecht 
werd in 1775 verboden om pakketten aan te nemen van de vlaam.sche 
en zeeuwsche schippers en die tegen pakkettarief te verzenden. 
Wanneer de brieven los werden aangeboden, mochten zij echter niet 
geweigerd worden *). 

Wegens de klachten over de behandeling der schippcrsbrievcn 
en goederen, die „verscheyden reyaen niet alleen quaüjck bestelt 
worden, maer oock gansch achter blijven en noyt te rechte komen", 
werd in 1677 een bestelmeester aangesteld . voor aangeteekende 
brieven en goederen bij de veren op Utrecht, Leiden, Den Haag, 
Delft en Gouda % Voortaan zouden de schippers alleen door hem 
aangeteekende brieven , goederen en pakketten mogen ontvangen , 
waarvoor hem 1 st. per stuk werd toegelegd. Hij moest hiervoor 
den geheelen dag present zijn en register houden der ontvangen 
stukken. 

In 1687 werd op gelijke wijze een bestelmeester benoemd voor 
de veren op Haarlem, Sluis, Hulst en Sas'). In 1695, 1708 en 



') B. A. P. n". 272. ') a 24 SepL HST.. 

>) Hes. 27 Maort 1677, fol. 8Bva. Reg. Civ. II, 
*) H iirai tffin. 



402 

1737 ^) werden verschillende bestelmeesterschappen vereenigd en op 
23 Febr. 1726 werd in het algemeen aan de schippers ook verboden 
om de pcdcketten zelf te bestellen. 

De instructie voor de bestelmeesters werd 27 Maart 1677 vast- 
gesteld. 

Verbinding met Antwerpen. Middelburg was reeds vroegin 
relatie met Antwerpen. 21 Juni 1596 verzocht Anthony Hartman, 
postmeester in Middelburg, «tan de Staten van Zeeland, dat de 
ordinaris boden van Antwerpen op Middelburg en omgekeerd „mogen 
gedispenseert werden tot hunne reysen , zonder recht van pasport te 
betalen" ^). Het transito-vervoer der fransche brieven werd door het 
kantoor te Antwerpen in 1629 aan de zeeuwsche boden ontnomen. 

Met Taxis werd 11 Maart 1658 een contract gesloten, hetwelk 
18 Maart dsiarop werd gearresteerd *). 

Taxis verbindt zich om alle brieven van Vlaanderen en Frankrijk 
voor Middelburg en geheel Zeeland toe te zenden. De retouren 
uit Middelburg zullen aldaar aan den gentschen bode worden over 
handigd , die ook de brieven voor Engeland op Gent brengt De boden 
zullen Maandag en Donderdag van Middelburg vertrekken en de stad 
zal den bode op Rijssel op een anderen dag doen reizen en de boden 
van Doornik, Valenciennes en Kortrijk, die de post van Taxis zouden 
kunnen benadeelen, weren. De porto's zullen gedeeld wo/den tusschen 
Taxis en den postmeester te Middelburg. Dit contract werd in tt)t>t 
hernieuwd *). ^ 

Tot 1741 bleef alles bij het oude. Toen trachtte echter Taxis. 
om (»venals van Holland ook van Zeeland meerdere voonieeien te 
bedingen. Aan den heer van Visvliet, die bij baron de Lillen, den 
v(Ttegenwoor(iiger van Taxis in Antwerpen, de belangen van Middel- 
burg behartigde, werd opdracht gegeven om bovenal te trachten oni 
voor h(^t vervoer der hollandsche brieven bij besloten water ^'♦n 
^(M'd akkoord te bedingen ^). 

Ii] 17S(> w(Td een nieuw contract gesloten tusschen Middelbun; 
ni (Ie f^cneraiiteit der zuid-nederlandsche posterijen ''). Hierbij 

') .1. /iiytluH'k vraagt II Mei \TM aanstelling Icit „hestelnieester op iliv»*rs<' 
viTrn". ■) Mvyi. Staten van Zeeland, p. IT'i. 

') liet eonlraet is opgenomen onder II Maart I(>58. Reg. Civ. fol. % vs, 

•) 5hJ April vn 7 Mei \m\. 

•) Notulen Mi.Mellmrg, 11 Fel.r. 1741. fol. 5.'», 

*) Akkonrt}«>n «n ('ontraeten 1, 7 Mei 178(5, fol. TL Gem.-arrh. Middelburg. 



403 

wvonll bepaald, dat de brieven Zondag- en Woensdagnacht per 
k()t*rier van Gent op IJzendijke zullen gebracht worden met alle 
bril.» ven van Brussel, Antwerpen, Brugge, Gent, Parijs en Rijssel en 
Jat hierbij gevoegd zullen worden de brieven voor geheel Zeeland. 
Middelburg behoudt de porten, doch vergoedt de bovenporten volgens 
het tarief van 1729. De bovenporten voor eenige vlaamsche plaatsen 
worden bepaald op 2, 3 en 4 st. en 3, 4 en 6 st. naarmate van 
ilen afstand boven Gent. Aan Middelburg worden geen bovenporten 
vergoed voor brieven van verder dan Middelburg, doch hiervoor 
krijgt het eenige tarief begunstiging voor de brieven van Ostende en 
Brugge. Verplichte frankeering geldt te Middelburg voor brieven naai* 
Spanje en Portugal 3, 4 en 8 st. ; Keulen 4, 5 en 8 st. ; Franckfort 
7, IOV2 en 14 st. ; Augsburg 11, 14 en 21 st. Brieven naar Ham- 
burg daarentegen behoeven niet gefrankeerd te worden, waarschijnlijk 
wegens de concurrentie met den dienst door het hollandsch rit over 
Lingen. 

De porten tusschen Gent en Middelburg blijven voor den ont- 
vanger en worden niet verrekend, doch Middelburg betaalt 2 gulden 
per week toe wegens den kleineren afstand, die hiervan ten laste 
van deze stad komt (IJzendijke — Middelburg). 

Taxis belooft ten slotte om bij ijsgang de hollandsche brieven 
over Antwerpen, Gent en IJzendijke te vervoeren. Is de bode echter 
reeds vertrokken en wordt hierdoor een extra-bode van Gent op 
IJzendijke vereischt, dan betaalt Middelburg hiervoor vier gulden 
per keer. De verschotten worden per kwartaal verrekend en alles in 
hollandsch geld. 

De route over Gent bleef ook na de toetreding van Middelburg 
tot de verzending met de landpost, in 1764, behouden, en in het 
contract met Steenbergen werd uitdrukkelijk eene uitzondering ge- 
maakt voor de verzending der fransche en brabantsche correspondentie. 

Frankrijk. Het verkeer met Frankrijk werd tot 1629 onder- 
houden door de zeeuwsche boden op Rouaan, Calais, Valenciennes 
en Rijssel. Boden op Frankrijk worden reeds in 1589 vermeld. Deze 
directe correspondentie werd in 1629 verbroken, doordat de infante 
aan de boden den doortocht belette en hen dwong de brieven aan 
het kantoor van Taxis af te geven. De boden van Walcheren, die 
hierdoor in hun bestaan bedreigd werden, wendden zich hierover tot 
de Staten van Zeeland, waarbij zij wezen op de vertraging in de 
correspondentie, die van de nieuwe wijze van verzending te wachten 



404 

stond, en hulp verzochten om weder als te voren zonder belet van 
de infante door Vlaanderen te mogen reizen. De Staten mengden 
zich niet in dit geschil en besloten het verzoek aan te houden „niiU 
de difficulteyt van remedie" ^). 

De postmeester te Antwerpen belette hun verder reizen op grond 
van de hem door de infante verleende vei^nning, „dat geen boden 
mogen reysen dan diegene, die onder den gemelten postmeester zijn 
staende". De boden op Vlaanderen, Rouaan, Galais en Valenciennes 
wendden zich 15 November 1629 nogmaals tot de Staten, met ver- 
zoek om hen te steunen door wederkeerig de paspoorten der boden 
uit Antwerpen in te trekken, totdat ook aan hen weder paspoorten 
voor hun reizen door Vlaanderen zouden zijn uitgereikt. De Staten 
namen ook ditmaal geen besluit en vergunden alleen aan „de sup- 
plianten voorschrijven aen de Heeren van den secreten raet" *). 

Eene nieuwe poging om in directe verbinding met Frankrijk te 
komen werd in 1636 gedaan. In dat jaar toch wendden de koop- 
lieden in Walcheren zich tot de Staten, om, daar de correspondentie 
op Galais en Dover bij gebrek aan convooi zeer traag was, wekelijks 
daarheen een fregat te doen varen, om de brieven over te brengen 
en als convooi te dienen voor de reizigers. De Staten besloten eerst 
advies te verzoeken aan het college van de admiraliteit •). Dit college 
schijnt geen bezwaar gemaakt te hebben, althans 19 Februari Ifti' 
wordt een fregat van Middelburg „varende op Gales" vermeld onder 
kapitein Adriaen Swart ^), en in 1638 werd het verzoek uitdrukkelijk 
bij provisie toegestaan en werden voor de fregatten aangewezen de 
kapiteins Pieter Adriaenssen Ita en Abraham Grijnssen % 

In 1669 trachtte Louvois in direct contact te komen met Zeeland 
en sloot hij hiertoe een contract met Vlissingen. Middelburg wa? 
liitTtegen zeer gekant en besloot dit contract tegen te gaaii, ^<^'n 
tselve in 't allerstilste te doen" en „soodanige expediënten te be- 
denken en in 't werk te stellen als de zaak zou vorderen '. Uit df 
notulen blijkt niet wat hiertoe aanleiding gaf % Waarschijnlijk Ih- 
stond (l(» vrees, dat Vlissingen zich het opperbewind over de com's- 
|M)inl<»ntie op Frankrijk zoude aanmatigen, daar Middelburg niet m 

') l{«'s. Staten v. Zeeland 10 Aug. 1629, bl. 299. 

') Uvs. Stalen v. Zeeland 15 Nov. 1629, bl. 405. 

') Hes. Staten v. Zeeland 21 Juli 1636. bl. 131. 

*) Hes. Staten v. Zeeland 19 Febr. 1637, bl. 27. 

•) Hes. Staten v. Zeeland 24 Juli 1638, bl. i:«. 

•*) Notulen 16 Nov. 166U 



405 

et contract werd genoemd. Dit bezwaar werd ondervangen door een 
>ntract met Vlissingen van 20 December 1669. 

Volgens dit contract ^) gaf Middelburg zijn verzet op tegen het 
mtract met Louvois en liet Vlissingen Middelburg deelen in de 
larbij bedongen voordeden. Middelburg zal zijn brieven Vrijdag- 
orgen naar Vlissingen zenden, die daarna in het vlissingsch pakket 
^dcian worden, dat door Vlissingen naar Sas van Gent wordt 
ïbracht en aldaar overgeleverd aan den koerier van Louvois. 

De brieven uit Frankrijk zullen te Vlissingen niet uitgegeven 
orden, vóór dat de bode naar Middelburg een uur onder weg is 
iet de middelburgsche brieven. 

Alle brieven, die in de jurisdictie van Vlissingen behooren, zullen 
daar aan het kantoor komen. Middelburg betaalt 100 pond vlaamsch 
1 de door Vlissingen voor het contract gemaakte kosten en zal 
ekelijks aan Vlissingen de porten voor de middelburgsche brieven 
ïtalen volgens de bepalingen van het contract met Louvois. Ten 
otte beloven beide steden om in postzaken steeds gezamenlijk één 
jn te zullen trekken. 

Toen in 1679 de verhouding tusschen Middelburg en Vlissingen 
at gespannen werd, begon men toch gevaar te zien in deze 
'hankelijkheid, en werd aan den heer Boudaen Courten opgedragen 
B zoo spoedig mogelijk een contract met Louvois te gaan sluiten, 
;en eynde alle brieven comende van Franckrijck naar Zeelant 
irectelyck van het generael-postcomptoir tot Middelburg gelijck 
>orhenen weder mogen werden gebracht" *). 

Deze zending schijnt succes gehad te hebben, althans de recti- 
:atie van het contract wordt kort hierop vermeld, doch het contract 
flf is hierbij niet opgenomen, zoodat wij over den inhoud niet 
innen oordeelen *). 

Eenige aanduiding over den inhoud van dit contract levert het 

1682 verhandelde. In dat jaar kwam Denijs Rouillé te Middel- 
irg met procuratie van Louis Rouillé, generaal-controleur van de 
ansche posterijen, naar aanleiding van het door de stad inhouden 
m 900 pond vlaamsch, volgens het beding in het contract van 
l Augustus 1679. Eene korte aanteekening hierover in de secrete 
)tulen toont €ian, dat dit bedrag aan Middelburg verschuldigd was 



■) Akkoorden en Contracten N*^. 1, fol. 8 vs. Gemeente-archief van Middelburg, 

er gedateerd op 4 Febr. 1670. 

^) Secrete Notulen 12 Januari 1679. ^ Secrete Notulen 5 September 1679. 



406 

voor het vervoer der brieven tot „Meuloste" (Meulstede). Hieniil 
zoude volgen, dat de brieven door Middelburg tot die plaats gebracht 
en van daai* gehaald werden. Door de Rouillé werd eene verandering 
voorgesteld, waarmede Middelburg zich vereenigde na eene conferentie 
met de overmannen der koopmansboden. Het verzoek der boden om 
slechts met brievenvervoer tot Sas van Gent belast te blijvend, 
werd niet toegewezen, hoewel dit aansloot bij het verdrag tusschen 
Louvois en Taxis van 1649, waarbij deze laatste op zich had 
genomen, om de zeeuwsche brieven van de fransche grens tot 
Sas van Gent te vervoeren *). In 1709 (4 Mei) vinden wij allhan:» 
vermeld, dat de middelburgsche bode tot Meulstede reisde en daar 
de malen wisselde met de fransche beambten. 

De brieven kwamen (1698) tweemaal per week te Middelburg. 
n.1. Maandag en Donderdag. De boden moesten de brieven aan het 
postkantoor afgeven en het was hun verboden om buiten het kantoor 
om brieven te ontvcmgen of te bestellen '). 

De gentsche bode, over wiens hooge portberekening in 1703 wenl 
geklaagd, kwam over de bestelling der brieven in geschil met den 
postmeester, doch deze laatste werd hierbij gehandhaafd, en de 
boden bleven verplicht de brieven aan zijn kantoor af te geven*). 

Er waren in 1670 drie boden voor de brieven op Gent en 
Frankrijk, die eens per week reisden en 5637 brieven vervoerden 
of gemiddeld 108 Vg per keer, hetgeen aan den postmeester een vi^or 
deel gaf van 28 gld. 1-8^). 

In de rekening, waaraan deze opgave is ontleend, worden o«>k 
boden vermeld op Rijssel en Duinkerken, die respectievelijk 8S1 en 
llOl brieven aanbrachten. De bode op Rijssel schijnt later uitgevalltii 
t(^ zijn, bij de verovering van die stad, althans in 170*J wonil 
w^MJer de oprichting van een bodenschap op Rijssel gevraagd. W 
wordt verleend onder verplichting om andere dan rijsselsche briewn 
te vervoeren. Hel vervoer van fransche brieven wordt hierbij uit- 
drukkelijk uitgesloten. De bode mocht 10 stuiver porto rekenen. 

') S«MT«'ot-rogistfr van WA on raad 8 Sept. I(i92 en Notulen van Wet en rHa-l 
17 Oct. KWiJ. 

') La(l«' I*. ."). n" 10, (Gemeontc-archief te Amsterdam). 

') 10 Maart 1708. 

') 17 l'ehr. vu ^24 Maart I70:^. 

') Mr uan'ii daanMihoven :201-.') particuliere brieven van (ient, die door «lezelW»' 
liniNii wt'rd«Mi aaiij^evoonl vu 9 gulden 7.6 voordeel gaven. Zie: Rekening van 
Aiidrifs de Harkcr, postmeester lü70. 



407 

raarvan er 6 oaii hem en 4 iian den postmeester te Middelburg 
ouden komen. Voor de retouren van Middelburg naar Rijssel mocht hij 
een frankeergeld vorderen, en hij moest zich verbinden, om alle brieven 
oor andere plaatsen in Zeeland in eens daai* op Middelburg te brengen *). 

Na de opheffing van het commercie- verbod in 1704 werd mm 
leeren Gedeputeerden door de stad verzocht, om, nu de correspondentie 
iet Frankrijk en Spanje weer was toegestctan, bij de HoogMogenden 
ï verkrijgen, dat de boden op Antwerpen en Gent weder ongehinderd 
lochten reizen met de brieven ^). 

Het vervoer der fransche correspondentie geschiedde later ook per 
•hip op Bergen op Zoom en van daar met het rit van Taxis. In 1732 
erd geklaagd over het ophouden van fransche brieven te Bergen op 
oom en in 1739 over het openen van het pcdcket *). 

Den 10 September 1742 werd een nieuw contract met Frankrijk 
?sloten *). Volgens dit contract zullen de brieven van Parijs, Rouaan, 
ordeaux, la Roebelle, Nantes en „villes en de^" 's Maandags en 
rijdagsmorgens van Parijs door de fransche posterij gebracht worden 
►t Gent en verder door Taxis tot IJzendijke, volgens het contract 
isschen Fleury en Taxis van 1 Mei 1742. Te IJzendijke worden 
^ brieven door Middelburg op eigen kosten gehaald. Die van Rijssel, 
alenciennes, Duinkerken en verdere steden tusschen Parijs en 
rabant, gaan over Rijssel op gelijke wijze. De brieven van Spanje 
1 Portugal komen mede in het maandagsch pakket. Middelburg 
iidt Dinsdag en Vrijdag op IJzendijke en voegt hierbij Vrijdags de 
)aansche en portugeesche brieven. De malen worden door Taxis 
UI IJzendijke op Gent gebracht en van daar, vereenigd met die 
m de hollandsche steden, tot Rijssel vervoerd. 

Frankrijk behoudt alle porten der uit Middelburg gezonden brieven 
1 Middelburg die der retouren, doch betaalt als bovenport voor de 
•ieven boven Parijs — Rouaan 11 st. tot Va ons, daarboven 13 st. 
1 voor pakketten 18 st., alles hollandsch geld % 

De rebuutbrieven worden niet vergoed, doch Middelburg mago. a. 



') 4 Mei 1709. «) Reg. Civ. 14 Juni 1704. 

') 7 en ^ Maart, 2, 16 en 30 Mei, 11 Juli, 4, 15 en 22 Augustus, 24 October 

39 en 2 Januari 1740. 

•) Akkoorden en Contracten N^ 1 , fol. 31 vs. Gem.-archief Middelburg. Het werd 

sloten met P. G. du Fort namens André Hercules, cardinal de Fleury. 

^) Verder voor brieven van Parys, Rouaan, Calais, Abbeville, Araiens enz. 

7 en 9 st.; van Ryssel, Valenciennes , Cambray enz. 4 st en het ons 6 st.; van 

Adrid 11, 14 en 24 st; Se villa, Cadix en Portugal 13, 16 en 23 st 



408 

Haarlem, Leiden, Delft eii den Haag, elk kwartaal 15 % collecteloon 
korten. Voor brieven naar Spanje en Portugal moet frankeergeU 
betaald worden, en wel 4 st. voor gewone brieven, 5 st voor brieven 
„un gros au dela de demie once" en voor pakketten 6 st. per oiis, 
alles brabantsch geld. Dit wordt betaald aan de generaliteit der post 
van de Oostenrijksche Nederlanden of aan het kantoor te Antwerpen, 
en deze brieven worden in een apart pakje met lijsten aan Antwerpen 
gezonden. Middelburg verbindt zich om geen brieven langs anderen 
weg (over Steenbergen) te verzenden en zal ook de brieven voor 
Zierikzee, Goes, Tholen, Vlissingen en Veere in het middelburgsch 
pakket ontvangen. Het tractaat zal trots oorlog van kracht big ven 
en 6 maanden te voren moeten opgezegd worden. 

Na langdurige onderhandelingen, waarbij de heer van Visvlielde 
belangen van Middelburg behartigde, werd 12 Juni 1745 met baron 
de Lilien te Antwerpen een contract gesloten over het vervoer der 
brieven door de Zuidelijke Nederlanden. Dit akkoord vras zoo nadeelig 
voor Zeeland, dat op gelijken datum door de overmannen van het 
postkantoor te Middelburg eene overeenkomst werd gesloten met den 
middelburgschen postmeester Thomas van Rhé, over het nadeel in 
de fransche brieven door hem volgens dit contract ondervonden. 

Engeland. Een bode op Londen wordt in de ordinantie voor 
(i(»n postmeesier uit 1589 vermeld, doch de verbinding was zwr 
gebrekkig, gelijk kan Idijken uit een verzoek van kooplieden in Londen 
aan de Staten van Zeeland, „dat op de diligentie van de posten van 
alhier naer Enghelandt beter ordre ghestelt mach worden" *). Vii 
verzoek werd door de Staten verwezen naar de regeering van Middel- 
l)urg, doch meer wordt hierover niet vermeld. Veel verbetering schijn* 
er niet ge^komen te zijn, althans in 1630 wordt wederom geklaagd 
over de vertraging der engelsche brieven, die direct over zee kwamen, 
en soms 14 dagen a 1 maand te laat bezorgd werden. Men besku»! 
toen om, als de brieven niet op tijd aankwamen, geen hooger |K)rt 
toe te staan dan voor de gewone zeebrieven ^). 

In IVyM werd een h(Hirtveer van Middelburg op Londen geopend. 
doch dit was slechts voor stukgoederen en had geen belang vcM»r 
liet hrievenvervoer ^). 

•) lies. Stalen van Zeeland 22 Februari 1597, fol. 118. 
-') Aldaar, :2:^ November 1680. 

') Aldaar, :5H Juni UM'A, fol. 3J3vs. Er wenlen drie schippers aangesteld . die om 
de drie weken zouden varen. 



409 

Bij de oprichting der directe verbinding tusschen Holland en 
Engeland door Hendrik Jacobsz. van der Heyde, bestond eerst het 
plan van eene zeeuwsche haven uit te varen. Van der Heyde wendde 
zich daarom tot den raadpensionaris van Zeeland met eene aanbe- 
veling van den ambassadeur Nieuwpoort, en verzocht een postkantoor 
te mogen oprichten te Sluis, en acte van concessie en authorisatie 
als postmeester, gelijk hij reeds van verschillende steden in Holland 
had ontvangen ^). 

Hij verklaart hierbij „van zoo snedige vaertuygh voorsien" te 
zijn, dat hij veel sneller dan anderen de post kan vervoeren, en biedt 
ook aan om de brieven op Frankrijk te vervoeren zonder het spaansch 
territoir te beroeren. 

De gevraagde vergunning werd verleend op gelijke wijze als die 
van Amsterdam, mits hij geen verandering make in het bodenloon, 
het briefport, noch de plaats van bestelling. Alleen de ook gevraagde 
acte van survivance werd hem geweigerd *). 

Vóór hem waren de brieven, behalve met de ongeregelde zending 
over zee door den bode op Londen, bezorgd door de post van Taxis, 
waarover in 1656 door Middelburg een contract was gesloten. 

Middelburg sloot zich nu aan bij de verzending door van der Heyde, 
doch toen deze in 1661 de postboot, die reeds van Sluis naar 
Vlissingen was verlegd, in Helvoetsluis of Groeree wilde doen bin- 
nenloopen, trachtte Middelburg het contract met Taxis van 1656 te 
hernieuwen, daar de zeeuwsche brieven over Zierikzee zouden ge- 
zonden worden en deze stad hierdoor een voorsprong op Middelburg 
zoude verkrijgen. 

Deze verlegging van Vlissingen naar Helvoetsluis schijnt ook 
geweest te zijn tegen den wensch van den postmeester-generaal 
Henry Bisshop te Londen, gelijk uit een schrijven van den magistraat 
van Vlissingen blijkt. Toen echter toch Vlissingen als afvaarthaven 
werd opgegeven, zond Middelburg gedelegeerden naar Brussel om 
met Taxis te accordeeren. De afloop dezer zending wordt slechts 
in enkele woorden vermeld; de gemaakte afspraken werden door 
den magistraat goedgekeurd en er werd besloten aan Tcucis eene 
beleefde missive te zenden '). 

In 1668 zond Amsterdam gedelegeerden naar Zeeland om de 



') Res. Staten v. Zeeland 17 September 1659, fol. 149. 

') Res. Staten v. Zeeland 20 Sept. 1659, fol. 160 en 162. 

3) Resol. Middelburg 22 April 1661, fol. 67 vs. en 7 Mei, fol. 21 vs. 



410 

steden voor de directe route over Helvpetsluis te winnen. In overle|( 
met Veere hield men de heeren beleefd aan den praat en schreef 
ondertusschen aan Taxis, of hij voor sneller verzending kon inslaan 
en bereid was de briefporten met 2 st. per brief te verlagen. Middel- 
burg speelde hierbij eene dubbelzinnige rol en stelde Taxis op de 
hoogte van het door Amsterdam met lord Arlington gesloten conlrad 

Het besloot tevens zich bij de Staten te beklagen „over soodanige 
manieren van doen als Amsterdam hierin heeft gelieven te houden"*!. 
Toen van Taxis echter niet zoo voordeelige voorwaarden te bedingen 
vielen , besloot het met Amsterdam te contracteeren *). Toch werd de 
oude verzending over Gent niet geheel verlaten, gelijk blijkt uit eene 
klacht over de hooge porten, door den bode van (Jent voor de 
engelsche brieven gevorderd *). In 1745 werden deze bij uitsluiting 
over Holland ontvangen. Het akkoord is getiteld „Akkoord tusschen 
burgemeesteren van Amsterdam en die van Middelburg en de over- 
mannen der koopliedenboden voor haar en vervangende de stad 
Vlissingen en de andere steden van Zeeland" *). Amsterdam zal alle 
engelsche brieven en pakketten van en naar Engeland transporteeren 
van Helvoetsluis over Harwich naar Londen en omgekeerd en wel 
tweemaal per week op Woensdag en Zaterdag. Voor dit transport 
zal Middelburg betalen 4 st. per enkelen, 6 st. per dubbelen brief 
en 8 st. per ons. Middelburg zal de brieven op eigen kosten l» 
llelvoetshiis brengen en van daar halen. Het contract wordt aan- 
gegaan voor 9 jaar, doch is na 4 jaar opzegbaar. Ten slotte wonll 
bij |)rovisie eene bepaling gemaakt voor het vervoer van Helvoetslui:^ 
naar Midtlelhurg, luidende: „De brieven comende van Londen na«T 
Zeehuidt sullen wij (hij) provisie naer haere respective «steden seiiden. 
mits daervoor genietende de volle portie, ofle dat die van Zeelandl 
d'oncosten sullen hebben te draegen". 

In 17(4 sloot Middelburg zich aan bij de oppositiesteden on riep 
het de beslissing der Staten in. om medebeheer en medeaandeelm 
{\v posterij op Engeland te verkrijgen. Toen Amsterdam op de 
betaling der atliterstanden aandrong en dreigde anders de brieven 't 
te luMiden. vor/ocht het aan de Stat