(navigation image)
Home American Libraries | Canadian Libraries | Universal Library | Community Texts | Project Gutenberg | Biodiversity Heritage Library | Children's Library | Additional Collections
Search: Advanced Search
Anonymous User (login or join us)
Upload
See other formats

Full text of "Geschied- en letterkundig mengelwerk"

Google 



This is a digital copy of a book that was prcscrvod for gcncrations on library shclvcs bcforc it was carcfully scannod by Google as part of a project 

to make the world's books discoverablc onlinc. 

It has survived long enough for the copyright to cxpirc and the book to enter the public domain. A public domain book is one that was never subject 

to copyright or whose legal copyright term has expired. Whether a book is in the public domain may vary country to country. Public domain books 

are our gateways to the past, representing a wealth of history, culture and knowledge that's often difficult to discover. 

Marks, notations and other marginalia present in the original volume will appear in this file - a reminder of this book's long journey from the 

publisher to a library and fmally to you. 

Usage guidelines 

Google is proud to partner with libraries to digitize public domain materials and make them widely accessible. Public domain books belong to the 
public and we are merely their custodians. Nevertheless, this work is expensive, so in order to keep providing this resource, we have taken steps to 
prevent abuse by commercial parties, including placing lechnical restrictions on automated querying. 
We also ask that you: 

+ Make non-commercial use of the files We designed Google Book Search for use by individuals, and we request that you use these files for 
personal, non-commercial purposes. 

+ Refrainfivm automated querying Do nol send aulomated queries of any sort to Google's system: If you are conducting research on machine 
translation, optical character recognition or other areas where access to a laige amount of text is helpful, please contact us. We encourage the 
use of public domain materials for these purposes and may be able to help. 

+ Maintain attributionTht GoogXt "watermark" you see on each file is essential for informingpeopleabout this project and helping them find 
additional materials through Google Book Search. Please do not remove it. 

+ Keep it legal Whatever your use, remember that you are responsible for ensuring that what you are doing is legal. Do not assume that just 
because we believe a book is in the public domain for users in the United States, that the work is also in the public domain for users in other 
countiies. Whether a book is still in copyright varies from country to country, and we can'l offer guidance on whether any specific use of 
any specific book is allowed. Please do not assume that a book's appearance in Google Book Search means it can be used in any manner 
anywhere in the world. Copyright infringement liabili^ can be quite severe. 

About Google Book Search 

Google's mission is to organize the world's information and to make it universally accessible and useful. Google Book Search helps readers 
discover the world's books while helping authors and publishers reach new audiences. You can search through the full icxi of this book on the web 

at |http: //books. google .com/l 



Google 



Dit is ccn digitale kopie van een boek dat al generaties lang op bibliothcckpl anken heeft gestaan, maar nu zorgvuldig is gescand door Google. Dat 

doen we omdat we alle boeken ter wereld online beschikbaar willen maken. 

Dit boek is na oud dat het auteursrecht erop is verlopen, zodat het boek nu deel uitmaakt van het publieke domein. Een boek dat tot het publieke 

domein behoort, is een boek dat nooit onder het auteursrecht is gevallen, of waarvan de wettelijke auteursrecht termijn is verlopen. Het kan per land 

verschillen of een boek tot het publieke domein behoort. Boeken in het publieke domein zijn een stem uit het verleden. Ze vormen een bron van 

geschiedenis, cultuur en kennis die anders moeilijk te verkrijgen zou zijn. 

Aantekeningen, opmerkingen en andere kanttekeningen die in het origineel stonden, worden weergegeven in dit bestand, als herinnering aan de 

lange reis die het boek heeft gemaakt van uitgever naar bibliotheek, en uiteindelijk naar u. 

Richtlijnen voor gebruik 

Google werkt samen met bibliotheken om materiaal uit het publieke domein te digitaliseren, zodat het voor iedereen beschikbaar wordt. Boeken 
uit het publieke domein behoren toe aan het publiek; wij bewaren ze alleen. Dit is echter een kostbaar proces. Om deze dienst te kunnen blijven 
leveren, hebben we maatregelen genomen om misbruik door commerciële partijen te voorkomen, zoals het plaatsen van technische beperkingen op 
automaüsch zoeken. 
Verder vragen we u het volgende: 

+ Gebruik de bestanden alleen voor niet-commerciële doeleinden We hebben Zoeken naar boeken met Google ontworpen voor gebruik door 
individuen. We vragen u deze bestanden alleen te gebruiken voor persoonlijke en niet -commerciële doeleinden. 

+ Voer geen geautomatiseerde zoekopdrachten uit Stuur geen geautomatiseerde zoekopdrachten naar het systeem van Google. Als u onderzoek 
doet naar computervertalingen, optische tekenherkenning of andere wetenschapsgebieden waarbij u toegang nodig heeft tot grote hoeveelhe- 
den tekst, kunt u contact met ons opnemen. We raden u aan hiervoor materiaal uit het publieke domein te gebruiken, en kunnen u misschien 
hiermee van dienst zijn. 

+ Laat de eigendomsverklaring staan Het "watermerk" van Google dat u onder aan elk bestand ziet, dient om mensen informatie over het 
project te geven, en ze te helpen extra materiaal te vinden met Zoeken naar boeken met Google. Verwijder dit watermerk niet. 

+ Houd u aan de wet Wat u ook doet, houd er rekening mee dat u er zelf verantwoordelijk voor bent dat alles wat u doet legaal is. U kunt er 
niet van uitgaan dat wanneer een werk beschikbaar lijkt te zijn voor het publieke domein in de Verenigde Staten, het ook publiek domein is 
voor gebniikers in andere landen. Of er nog auteursrecht op een boek mst, verschilt per land. We kunnen u niet vertellen wat u in uw geval 
met een bepaald boek mag doen. Neem niet zomaar aan dat u een boek overal ter wereld op allerlei manieren kunt gebruiken, wanneer het 
eenmaal in Zoeken naar boeken met Google staat. De wettelijke aansprakelijkheid voor auteursrechten is behoorlijk streng. 

Informatie over Zoeken naar boeken met Google 

Het doel van Google is om alle informaüe wereldwijd toegankelijk en bruikbaar te maken. Zoeken naar boeken met Google helpt lezers boeken uit 
allerlei landen te ontdekken, en helpt auteurs en ui tgevers om een nieuw leespubliek te bereiken. U kunt de volledige tekst van dit boek doorzoeken 

op het web via |http: //books .google .coml 



I 




f 



f » 



\ 



GESCHIED' 



BR 



LETTERKUNDIG 



MENGELWERK. 



I 



GESCHIED- 



EN 



LETTERKUNDIG 



MENGELWERK 



VA W 



Ur. JACOBVS SCHELTEMA, 

Ridder der Orde van den Nederlandfchen Leeuw , 

Lid van het Koninklijke Instituut en andere 

Maatfchappijen van Wetenfchap. 



VIJFDE DEEL. 



TB UTRE C HT, 
BIJ J. G. VAN TERVEEN en ZOON, 

Ï834. 



I 



GESCHIED- 



EN 



LETTERKUNDIG 



MENGELWERK 



VAN 



M^. JA CO BUS 8CHELTÊMA, 

Ridder der orde yan den Nederlandschen Leeuw 4 

Lid van het Koninklijk Instltnut en andere 

Maatschappijen van Wetenachapé 






J. 



• - • 

• • • - • 






TB UTRECHT^ 

bij J. G. VAN TERVEEN. BN ZOON. 

1832. 



r 



* • • • « 

• . • • • 




DE SCHRÜVER 



AAN 



DEN LEZER^ 



'JVa het tien van het werk van Mr. C, -^i 
ScHAAB 9 over de uitvinding van de Boekdruk- 
kansc door Johann Gutênberg f e Mentz'» eH 
na het overladen van mijnen Vriend Jacobvé 
Koning , heb ik het vroeger genomen heflui$ 
ingetrokken om bij fnijn Mengelwerk flechts 
nog één fluk te geven tot aanvulling i voor* 
zien van nalezingen » verbeteringen en registers^ 
Na • herhaalde overweging is et be floten f 
om van het vermelde werk een codf^tdv 
of een herigt en beoordeeliag te geven ^ zon 
als ik van de bekroonde Verhandeling van 

♦ a den 



iv DEN SCHRIJVER 

den Heer Koning bij het tweede Jluk van het 
eerfte deel heb medegedeeld. 

Aangaande deze poging heb ik mij in de 
volgende voorrede breedvoerig uitgelaten , en 
zal derhalve thans deswege niets zeggen. 

Ik meen hierbij thans nog het volgende be- 
rigt te mogen voegen^ dat ik door deze po- 
ging in de ^ verpligting gekomen zijnde^ om 
na te zien , wat ik vroeger over de gefchiede- 
nis der Boekdrukkunst gefchreven en bewerkt 
had^ meer bevonden heb^ dan ik meende te 
bezitten , vooral in de brieven tusfchen den 
Heer Koning en mij gewisfeld en dat mij dit 
een en ander bewogen heeft om bij de Er- 
ven van den Heer Koning bengten in te win- 
nen^ aangaande het gene door hem voor 
het derde jluk van zijne bijdragen in gereed-^ 
heid was gebragt , en dat ik mij heb aan- 
'geboden^ om de uitgave van gemeld ftük te 
willen bezorgen. 

• • 

Dit verzoek met heuschheid ingewilligd zijn^ 
de , heb ik verfcheidene zeer belangrijke fiuk- 
ken gevonden welke reeds geheel waren af- 
gewerkt; onder deze zijn de berigren van 
de regtv aardigheid van de Heeren Nibmei- 
jBky DiBDiN en Ottlbij zeker de voor- 
itaamfie. 

An' 



AAN DEN LEZER. v 

Andtre ftukken welke onyolledig iïjn geble- 
ven , vorderen eene nadere bewerking , en ik 
zal thans deswege gelijk ook van nieuwe ontT 
dekkingen en nafporingen van den Heer Ko- 
ning geene melding maken. 

Het is nog onzeker , of ik van mijne eigenei 
bewerking het een of ander , zoo al^ ik blij-: 
kens de volgende voorrede reeds in den jare 
i8a3 aan den Heer Koning beloofd had ^ met 

m 

naine den brief van Adrunvs JuNiys Redivivus» 
en den uitgeftrekten brief over het gene er nog 
Yoor de aanfpraak' van Haarlem zoude kunnen 
gedaan worden , bij zijne bijdragen zal geven , 
dan of ik hetzelve in mijn mei\gelwerk zal 
plaatfen. Mijn bepaald voornemen is^ om 
aan dit derde Jiuk g^ene grootere uitgeftrektr 
fieid t^ geven ^ dan dat het^ met de beidei 
vorige ftukken der bedragen één boekdeel zal 
bevatten^ na genoeg gelijk aan des mans 
bekroonde verhandeling^ welk een en ander 
dan een op zich zelven ftaand werk zal uit* 
maken. 

Verder ben ik voornemens , om bij behoud van 
leven' en lust deze uitgaaf te doen vergezeld 
gaan van eene breedvoerig gefielde fchets van 
het leven ^ het lot en de verdienften van de- 
zen onzen geleerden en tjverigen Landgenoot , 

* 3 voor- 



VI DEN SCHRIJVER 

doorzien van eens goede afbeelding van zijn 
gelaat y en van hetgeen verder zal kunnen 
fiienen* 

Over het gene er in dit vijfde deel van 
inijn Mengelwerk zal volgen y zal ik niet 
breedvoerig zijn i ff^ uitgeftrektheid van het 
herigt over het werk van den Heer Scuajb , 
heeft mij doen befluiten om de plaatfing van 
eenige /lukken^ welke in gereedheid zijn uit te 
fiellen. 

De goedkeuring van piijne Landgenooten 
in het algemeen , aangaande de uitgave der 
beide laatfte /lukken van dit Mengelwerk , en 
het bijzonder blijk van de Hooge goedkeuring 
van Z. SJ. den Koning ^ die mij heeft doen 
betuigen: ^ met genoegen gezien te hebban ^ 
99 dat ik blijf voortgaan , ook door het uitge^ 
„ ven van Faderlandfche Oefchriften nuttig 
„ te zijn /^ hebben mij in deze twee ongeluk* 
kige jaren y onder treurige omfiandighedeny 
bijzonder verheugd en bemoedigd* 

« 

34 Aug. 1838, 



KOR- 



KORTE INHOUD. 



IBerjgt en Beoordeeling van het 

WERK VAN Mf, C. A. Schaab. . . bL I. 

Geschiedenis van het Keukenzout in 
D£ Nederlanden — 235. 



. ♦ 4 r>E- 



/ 



BERIGT Bjï BEOORDEELING 

VAN HET WERK 

VAM 

M". C, A. aCHAABy 

GSTIfftLD: 

PE GESCHIEDENIS 

DEK 

UITVINDING VAW DE BOEKDRUKKUNST, 

Dooa 

JOHANN GEN8FLEISCH, 

6KNAAMD 

GUTENBERG 

TB MBNTZ, 



*5 



VOORRED B 



MÈe gècdkeurlng^ welke ik na de voorioopige 
kekendtnaking van mijn voornemen^ (^^ om 
van het werk van Mr. C^ A. Sxihaam\ een 
berigc en eene beoórdeelibg te geven , heh mo- 
gen erlangen y heeft mp bijzonder bemoedigd^ 
om de opgevatte taak mét lust en kracht ten 
einde te brengen* 

Zpnder iets te gewagen van de zucht 
voor waarheid en regtj voor vriendfchap en 
vaderland y welke, mij hiertoe heeft aange- 
fpoordy vermeen ik in deze voorrede te moé- 
ten fpreken van de bijzondere redenen^ weh 
ke mij tot het op mij nemen van deze taf^ 
bewogen hebben , en hierbij tevens eenig berigt 
te geven van den loop m^ner verrigtingen 
en van mijne oogmerken en voornemens. 

Het is genoegzaam bekend ^ dat ik na de 

uit' 

(♦) Zie de Letterbode van 4 Mei 1830. N**. 19. 



xii VOORREDE 

uitgave der bekroonde verhandeling van 
den Heer Jacobüs Koning , over de uitvin- 
ding van de boekdrukkunst te Haarlem 4n den 
jare i8i(J, veel belang gefield heb in zijne 
werkzaamheid voor deze zaak. Ik heb 
hiervan dadelijke blijken gegeven^ i. door 
het vervaardigen van sen confpectus of het 
berigt en de beoordeeling van die verbande- 

Hogi C*) ^* ^^^^ ^^^ jchrijven van eenen 
brief aan de Redacteurs van de Gallerie des 
contemporains , over de noodzakelijkheid om het 
levensberigt van den Heer Koning te verbete* 
ren en aan te vullen (f) en 3. door de uitga- 
ve in 1823 )x/9rfi vier brieven tusfchen hem en 
mij gewisfeld: over de laatfte tegenfpraak van 
het regt van Haarlem op de uitvinding der 
Boekdrukkunst, (^'y 

Minder bekend zal het zijn^ dat deze laat' 
fie brieven eerst gefchikt zijn geweest om te 
worden geplaatst in het derde fluk der Bi> 
dragen van den Heer Koning zelven^ f^) en 

dat 

(*) Hetzelve is door mij medegedeeld io sujn Ger 
fchied' en Letterkundig Mengehverk ^ D* L S. IL 

(t) In hec Fransch uitgegeven m^\Gravenhage'vi 1819. 

(§) Uitgegeven te Haarlem bij de Wed. A. Loosjes 
Pz. 1823. 

(^^ Letterbode van 6 Junij 1823. 



VOORREDE. xm 

dat er destijds een vijfde zeer uitgejirekie 
ir ie f door mij gefchreven is^ houdende een 
överzigt yan alles ^ 'was er tóen voor de zaak 
van Haarlem vfas gedaan en een betoog van 
het gene er , naar mijn oordeel^ als nog voor 
dezelve zoude kunnen worden ondernomen. 

Deze brief en het antwoord van Konino 
zijn destijds blijven liggen^ omdat ze door 
oHs beoordeeld werden^ als boter te zullen boe- 
gen bij het gemelde derde fiuk , terwijl de vier 
andere brieven werden befshouwd als ter ge- 
legenheid van het aanftaande Eeuwfeest te 
kunnen dienon. 



De briefwisfeling vroeger begonnen^ is fe* 
dert aangehouden en voortgezet^ en wel be- 
paaldelijk over hetgene aan ons voorkwam^ 
als in betrekking te ftaan tot de Gefchiedeni^ 
der uitvinding van de boekdrakknnsr* 

Het is hier de plaats niet , om daarover in 
het breede uit te weiden^ maar het zal bij 
niemand verwondering wekken , dat wij eene 
bijzondere aandacht vestigden op het werk 
van den Heer Scbaab^ van hetwelk luide 
en brommende aankondigingen beftonden^ als 
of hij alles op nieuw uit de bronnen en 

wel 



XIV VOORREDE. 

wel pragmatisch zoude hebben bewerkt » fkèt be- 
kendmaking^ da$ kif een teer groot aantal 
nieuwe en geheel onbekende bewijs/lukken had 
gèfonden en dat hij de geheele zaak tot 
zulk eene ktaarkéid zoude brengen , dat alle 
verfchil van gevoelens zoude ophouden en 
Mentz over Haarlem geheel en al üegepra* 
lén. (♦) 

ff^tj hebben beide op het werk ingeteekend^ 
en toen wij de twee eerfie deelen hadden ont-^ 
vangen^ hebben wij aan elkahder onzi ge* 
dachten medegedeeld. 

Eenftemmig was het gevoelen ^ dat de Schrijd 
ver in het eerfie deelj door zijne ovetdrevene 
zucht voor GuTENBERG de aanfpraak van 
Mentz, op de eer der eerfie uitvinding meer 
had ver donker d dan opgehelderd^ en alzoo 
aan dezelve meer na- dan voordeel had aan^ 
gebragt* 

fFij verfchilden echter van gevoelen over 

de vraag: hoe men aan onze zijde zoude 

handelen. 

De 

(*) Men vindt een berigt Hngdnide 2iilk eene aan^ 
htidiging in de Letterbode van iSap. D. IL bl. 297. 
De aankondigingen in de Duicfcbe ctjdfthrifien hebben 
destijds eene bijzondere opfpraak verworven door den 
overzeldzamen waan en wind. 



VOORREDE. xr 

De tfter Komm befchouwde het als raad* 
taam , om dadelijk eene beoordeeling te ge- 
ven; mijn oordeel was^ dat vermits de Heer 
ScHAAB reeds in het eétfte deel zoo veel 
bitterheid jegens Haarlem, Junwsj Kos^ 
TÉR en Koning had aan den dag gelegd^ 
het beter zoude ztjn^ met het antwoord 
te wachten^ to) dat wij het derde deel 
Zouden hebben gelezen en overwogen^ ver* 
mits de aanfpraak van Haarlem daarbij bij* 
zonder zoude worden be/ireden. Hij fiémdê 
Weldra met ntijn gevoelen' ten volle in. 

Voor weinige maanden heb ik het <!erdd 
deel ontvangen. Ziende dat de Schrijver 
niets wezentlijks tegen onze /tellingen had 
aangevoerd^ maar doorgaans zich zelven 
door drift was voorbij gelaoperi^ zeer veel had 
kijgebragt , waarvan het ongegronde of nie- 
rige zoowel als het onbehoorlijke allezins 
bleek , en dat dit alles aan bedaarde vrien^ 
den van waarheid en regt^ zonder groote 
moeite en overtuigend zoude kunnen worden 
itangewezen , fchreef ik aan mijnen vriend , 
dat het thans naar mijn inzien de tijd was 
om de pen op te vatten en tegen den Schrijd- 
ver ep te treden^ maar tot mijn leedwezen 
erlangde ik het berigt > dat hij door eene 

voort^ 



ïvi VOORREDE. 

voortdurende ziekte belet werd , om Voor zij- 
ne bijdragen iets te bewerken* 

In Maart L L meldende^ dat hy zyn werk: 
hec leven vin ƒ. C. ƒ. F^n Spejjk^ had 
ten einde , gebragt ^ gaf hij aan mij tevens 
het aangenaam berigti dat de hoop op het 
geheel herftel zijner gezondheid met den 
dag toenam i en nu vermeende ik hem op 
nieuw te moeten aanraden^ om den Heer 
ScHAAB met ernst en kracht^ maar met t^ij^ 
ne , hem gewone béfcheidenheid te beantwoor^^ 
den , en ik gaf aan hem hierby in overwe* 
ging^ daty wanneer het hem nog niet mogte 
voegen 9 om deze taak zelf op te vatten^ 
het misfchien als raadzaam zoude kunnen 
worden befchouwd^ dat iky uit hoofde dat 
een derde beter op de aanvallen van den 
Schrijver zoude kunnen antwoorden dan de 
beleedigde zelf^ mij wel met dit werk zou-- 
de willen belasten; en ik bood mij derhalve 
aan , om een confpecnis of een berigc en eene 
beoordeeling van de drie deelen in mijn Men* 
gelwcrk te geven in den vorm ^ zoo als ik eene 
in den jare 1817 van zijne Yerhandeliog had 
vervaardigd. 

Zeer weinige dagen daarna^ (30 Maarte 
antwoordde hy na tpeerderen:. 

yy Het 



VOORREDE. XVII 

), HeP is mij volftrekt onmogelijk^ om voor^ 
f^ eerst en in langen tijd iets over het boek 
9^ van ScHAAB ten papiere te brengen. Da 
9f bewerking van het leven van Van Speijk 
yy heeft veel doen uitflellen 9 en dit moet nu 
iy onder handen genomen worden in het belang 
„ van miJM dierbare betrekkingen; myne 
^ laatfte ziekte heeft op nieuw doen zien^ 
fy hoe onzeker het behoud van gezondheid en 
yy leven is. Al wat alzoo door U met be^ 
yy trekking tot het werk van Schaab kan 
99 gedaan worden y zal mij niet alleen zeer 
yy welgevallig zijny maar mij zal daarmede 
fy zelfs eene groot e dienst worden bewezen ; 
yy des te gemakkelijker zal het mij vallen ^ 
yy om de laatfte hand te leggen aan het der*» 
yy de ftuk mijner bijdragen. Het door U op- 
n g^g^y^^ P^^^ i^ best\-' opperbest. Een 
91 Gonfpectus zal van veel dienst zijn. M 
^ wat Gij er over ten papiere wilt bren- 
yy geny zal mij uiterst welkom zijn. Dit 
yy zoude ik aan geen^ ander zoo onbepaald 
^y durven overlaten , maar U zijn alle pun- 
yy ten van gefchil bekend en liggen bij U 
9^ vast in het geheugen.^"" enz. 

Deze brief wasy helaas! de laatfte die 
door den br^tven man gefchreven is. Op 



ximï V O O R R E Ö É. 

a jfprit t; l. is kij onverwacht överïedeH j 
th in de treurige ftemming van mijn ge^ 
7nöed\t heb ik dit verzoek ^ als een legaat bij 
titterfteri wil van mijnen dierbaren vriend 
aangemerkt en aangenomen. 

De Heer Scüjïab hééft bij het toezenden 
van het derde detl aan óns gefchrevén^ „ dat 
^ het hem eènigzins leed dééd , zich verpligt 
^ te vinden om onze iegenjlandtr (adterfaire) 
^ té worden , maar dat hef hém zéér daé^ 
W g^r^^am zoude zijn , indien zijn "werk ten 
^ minfie iit eenigé punteH onze toeflémming 
i, verwierf.*^ Ik héb mij verpligt befchouwd 
deze heuichheid met wederkeerige beleefdheid 
te erkennen èti heb derhalve , ten einde hy 
weten zoude ^ dat wij Hollanders geenszins 
fliltwijgtnd in zijne uitfpraketi zouden be^ 
rusten aan hem van mijn voornemen kennie 
gegeven en met toezending der drie door m^ 
uirgegtvene flukken gemeld , ^ dat ik destij di 
>> C^S ^P^il^ ^^g ^iet oVif den vorm vast 
^ mijn antwoord had bejlist^ maar dat ik 
fy aan hem vertekérirtg gaf^ in alles met 
yy die befcheidenheid te zallen te ü^érk gaans 
yy. welke ik aan mijne jaren en mynen Jiand 
fy verft huldigd was en welke befcheidenheid 



VOORREDE. iw 

^ ik gaarne bij hem zoude gezien en gepre* 
p, zen hebben.''^ • 

Ik ben vervolgens dadelijk met ijypr aan. 
het werk gegaan en heb mijn voornemen z$Q 
fpoedlg ten uitvoer gebragt , al^ mijne ambts- 
betrekkingen en gezondheid maar eenigzini 
toelieten. 

Ik heb mij geheel en alleen bij het werk 
van den Heer Schau b zelven gehouden ^ en 
heb derhalve niet nagegaan of opgezocht^ 
wat er aangaande zijn werk in de tijdfchrif» 
ten is gezegd^ en heb ook geene Neder '^ 
duitfghe werken aangesnoerd ^ ah zulke , wel* 
ke door den Schrijver zijn aangehaald en hg 
heeft kunnen nazien^ 

. Onder alle de goedkeuringen , waarvan ter 
loopt is melding gemaakt ^ heb ik ook de mi* 
dedeeling der gedachten van anderen erlangd^ 
die verm^€ndenj dat zy mij de voortzetting 
dezer poging moesten afraden. Folgens deze 
zoude ik aan het werk van den Heer S^baab 
te veel eer e bewijzen; hetzelve zoude uit ho^f^ 
de van de losheid en de onbefcheidenheid vatf 
den ScJir^'ver fpêedig fot het niet te rug kee* 
ren; de naam van den H^er KoNim wm 
genoegzasm door de H H Niemeijbsl en 
Smat g^^tva^rdigd en de eer van hef 

♦ ♦ s Fa- 



XX VOORREDE. 

Vaderland zoude door de aanvallen van den 
Schrijver in geenen deele kunnen lijden , evenn 
min als wanneer men met eene hennipfpier 
of fteel^ op e enen eikenboom aanvalt^ enz. 

Ik heb deze opvattingen opgeheven door het 
betoogd dat het omflagtige werk van den 
Heer Schaab , waarmede zulk eene atlerbij- 
zonderfte ophef wordt gemaakt , befiaande in 
drie^ boekdeelen en voorzien zoo men zegt ^ 
met derdehalfhonderd nieuwe Urkunden^ 
meer belang in het oog van de, groote 
menigte der nooit nadenkenden bekomen 
heeft ^ ah men oppervlakkig zoude verwach- 
ten , blijkens het beftuit van die van Mentz 
om een nieuw gedenkteeken voor Gutenbero 
op te rigten en hetzelve reeds in te wijden 
in den j are 1836; alsmede omdat zijn werk 
met verbazende loffpraken van zeer beroemde 
Geleerden is voorzien. Naar mijne gedach- 
ten kan het niet misfen , of het prijzen van 
hetzelve is mode geworden^ en de groote 
menigte neemt zijne uit fpr aken aan met een 
blind geloof 

Ik ftel het als zeker , dat mijne poging niets 
zal uitwerken, om het reeds in den tijd van 
JuNius vastgeworteM geloof voor Mentz en 
tegen Haarlem te verzwakken , maar ik reken 

eene 



voorrede; XXI 

eene bedaarde tegenfpraak vooral nóodig , opf^ 
dat de Heer Schaab en zijne volgelingen zich 
misfchien minder zullen verheffen en zij al& 
nu niet zullen kunnen zeggen : ^^ na den dood 
9, van den Heer Koning hebben de Neder-i 
9, landers zich als verwohn^ befchouwd esi 
,, geheel gezwegen; en federt is de zaak van 
,5 Haarlem, gelt/k die van Straatsburg voor" 
„ heen » geheel en al opgegeven.^^ 

Bij het gevoel en de overtuiging van ons 
goed regty zoude men zulk eene verheffing 
tilt ijdelheid nief kmnen verdragen of dul'^ 
den^ 

Ik ben federt weinige dagen vooral in de- 
ze gedachten bevestigd geworden^ door den 
brief van den Heer Scbajb » welken hij aan 
mij op 23 Junij beleefdelijk gefchreven heeft 
en waarin hij meldt : y^ dat hïj » ten volle 
fy overtuigd van de regtvaardigheid zij- 
fy ner zaak , zich en zijnen (land ook geens^ 
yy zins heeft voorbij gezien^ en dat^ daar 
yy mijn berigt hem de gelegenheid aanbiedt 
yy den twist te hervatten , hij gereed is den 
yy toegeworpen handfchoen op te nemen % wan- 
yy neer hij het der moeite waardig oordeelt ^ 
yy maar dat hij vermeent mij te moeten, meh 

deny 



fpm VOORREDE. 

f) d£B ^ dai buiten en k^hahe by de HoUanders | 
^ die deor tten vahch of verkeerd Pafriotis- 
f^' mus zijn misleid ^ ons fyssema nergens eenen 
I) weerkicmk of een medegevoel (oi Echo — 
^ t)i fympi^de) zal vinden. Een groot aantal 
p der geleerden heeft zich reeds verklaard 
fj tegen de aanmatiging van Haarlein ;'- en 
vervolgens geeft hij mij nog berigty dat hij 
behalve de loffpraken van den H^er Van 
Pr ABT en anderen in de voorrede van zijn 
derde deel vermeld (waarover bij bl. S en 6 
padet gefproken is ,) neg twee zeer hoog ge^, 
fiemde loffpraken van vermaarde Bibliogra^ 
phen heeft ontvangen ^ zoo wel in poïzij als 
^oza^ welke hij aan mij mededeelt. 

Ik heb nift onderzocht « of dit een en on* 
der moeste dienen om mif af te fchrikken « 
maar ik heb hi^niit voldoende kunnen zien^ 
H^lk (en^- invhed zijn boek heeft gehad 
zelfs op ^de lezenden c^der ztjne landg^^ 
w^ten. 

Jk heb op dien brief alUen geantweorJ; 
y^ dat het weri ter pers Vfas; dat ik een 
^ exemplaar attn hem %oude zestden^ als- 
,y mede ^ 4^ hij alsdan zoude zien , hoe ik 
f9 ^y geheel e» alleen t9t de zaak en toti xdju 
^y iwierk èepaald had^ en Jat ii docr detk 



VOÖRRBDË. jtiitt 

\y Wiereok , i»elkén iM» 'udH him fi^atstlde i 
\i heb durven heenzten.*^ 

Ik zend thans hét fiuk in de wereid niet dé 
vaste verzekering^ dat ik in alles met k'éeU 
bedaardheid heH te ü^erk gegaan , en zal nH 

* 

het oordeel van anderen Hiérwer gerusteltjk 
afwachten. 

Het èenige ÖfidahgefkUni ^éi^l hetwelk 
ik oHdervohden heb , is gelegen in hèt befefi 
dat velen hunner^ vbor ü^ié- mtj^mê pêging 
Ytgeritlyk dienen mö€5t ^ mijn bétdog hiet zul" 
ien kunnen lézen , deer ddf Mt gebruik MN( 
tnze- taal té beperkt is^ 

Ik heb in déteH Hiett ter ifphej^ng kunnm 
doen^ maar heb het diènjHg géoerdeefdi 
om een aantal exemplaren van dit fiuk af* 
gejcheiden van iwjrw , Mengel weit mét een 
'eigen titel j ft ^oen drukken en ik hoop hi€f% 
i^an niet dl leen éHn té zenden aan dé Hee^ 
reri Ebèkt en Schaab^ maar <fok aan de an* 
der e Éiblivgraphèn^ die hunne Mangfteli 

ê 

'iing in de zaak > htt z^ róér 4 het ztf 
tegeti Haarlem hebben doen blijken ; zij zuU 
len dan ten minfie weten ^ dat ét iéne heoot^ 
deelifig van het werk van den Heer Scujua 
fnet den naam van den fchryver in HoUabd 
is uitgegevend 

De 



xxiT VOORREDE. 

, De gegrondheid kennende van de oude 
fpreuk , dat het zeggen van de waarheid haat 
te wege krengt ^ ,zie ik te gemoete ^ dat er 
wel tegenfchriften en onaangename beoordeel 
iingen in tijdfchriften zullen volgen^ maar 
ik heb het vaste voornemen opgevat^ om al- 
les ^ waaraan de befcheidenheid en befchaafd- 
heidf alsmede de naam van den Schrijver 
ontbreekt , ter zijde te leggen en geheel on- 
beantwoord te laten. 

\ Is het 9 dat men aan mij aanmerkingen 
met bedaardheid mededeelt en mij over- 
tuigt j dat ik gedwaald heb ^ als dan zal ik 
mij gaarne beijveren om van zulk, eene te- 
regtwijzing het beste gebruik te maken. 

' jÉan mijne Landgenooten zal ik niets ter 
aanbeveling van deze poging behoeven te zeg- 
gen. Zij zullen de beweegredenen : zucht voor 
waarheid en regt , voor Vaderland en vriend- 
fchap 9 niet miskennen , en zoo ik hoop zal de- 
ze onderneming door hen in gunfie ontvangen 
worden. 

Utrecht 
den 14. Julij 1832. 



BERIGT EN BEOORDEELINO 



VAN HET WERK 



TAW 



;»fft, C, 4- SCHAAB^ 



JtLec vétfchafc ^an mij , en zeker ook aatl 
velen mijner Landgenooten een treurig gevoel^ 
dac eenige Duitfche en Franfche geleerden, 
bij voonduring , zoo veel onbefchiid en bit- 
ter heid betoonen, omdat wij Hollanders ter 
goeder trouw ^ en op grond van dadelijk en 
zakelijk bewijs , ftaande houden : ,^ dat de 
yy kunst, om met enkele^ verplaatsbare letters 
9, te drukken, door Laurens Koster, vóór 
yy den jare 1 440 te Haarlem is uitgevonden 
^ en beoefend/' 
V. D. I. St. A Wij 



C 2 ) 

« 

Wij Nederlanders zijn regtvaardig jegens de 
Duitfchers en ftemmen toe: „ dat de Boek- 
9, drukkunst te MentZy na den jare 1440 is 
„ verbeterd, en ook, dat dezelve, nadat Jo- 
jy HANN GcNSFLEiscM, genaamd Gutenberg in 
„ den jare 1450 met Johann Fust, eene com- 
„ pagniefchap tot het oprigten van eene druk- 
„ kerij heeft aangegaan en Peter Schoffer 
„ zich bij beiden heeft vervoegd, tot eenen 
„ ftaat van volkomenheid is gebragt, welke 
„ weinig meer te wenfchen overliet, zoo zelfs, 
„ dat reeds in den jare 1454 de uitgaaf van 
„ den geheelen bijbel verfcheen, en men ver- 
9> volgens in den jare 1457 "^^^ ^^" beroemden 
„ Codex Psalmorum , en wel met melding van 
,^ tijd en plaats der uicgaaf als een volmaakt 
^y pi^c^twevk v(»Qr den dag kwam/' 

Hoe het ook in het oog moest vallen, dat 
deze, naar den t^d, cütosfaU pogingen bij 
geene mogelijkheid, de eerste, proeven van de 
drukkunst hebben kunnen uitmaken, en men 
geene dadelijke bewijzen, dat de boekdruk- 
kunst voor deo jare 1450 te Straatsburg of 
te Mentz met eigene letters werkelijk beoe- 
fend is , konde aanwijzen , hebben velen nooit 
willen toegeven^ dat er bewijzen heftaaO', hoe 
te Haarlem vroeger en min volmaakt, gedruk- 
te 



C 3 ) 

«e bladen en bc»eken zijn aicgegevet), en dat 
aldaar de wieg der kunst heeft gedaan^ Ëlk 
onpartijdige ^oude het, wanneer hij op de 
eéne plaats de kinderkleiren , op de andere 
den mansroki — op de eene het ^ B-boek^ 
op de andere den Bijbel vond, het als uit- 
gemaakt befchouwen ^ Wdar het kind en waar 
de man geleefd hebben: «— maar neen^ dit is 
voor hen nog niet genoeg. 

De Advocaten van Mêntt gian nog verder, 
en houden zelfs ftaande, dat alles wat wij^ 
en bedaarde lieden, belangeloos en alleen uk 
waarheidsliefde^ voor de aanfpraak Van Haar^ 
tem aanvoeren, den ftempel draagt van zinne- 
loosheid en kwade trouw. Op het zachtfte 
zeggen ^ij , dat wij allen dMmlen , ons te veel 
verlatende op de leiding van eenen ftokoudeti 
man, die in de herfenen gekrenkt was^ en di<ni 
zij den apostel der leugen noemen ; dat on^ 
redeneringen thans doe»- niemand zouden woN 
den geloofd ^ door niettiafid verdedigd , dan al- 
leen door ménfchen , bezield met baatzucht if 
Vooroordeel^ en zoo uiterst dom en ;^jr, <kt 
zij geen onderfcheid kennen , tusfchen de ge- 
zonde waarheid en de met fnoode oogmerken 
verdichte faheL 

A 2 Hoc- 



C 4 ) 

Hoezeer die Advocaten van Mentz de ontno^ 
gelykbeid gevoelen en moecen erkennen^ dat 

• 

men op eenen coren kan komen , zonder trap- 
pen, en zij hunne eigene zaak door het aanvoe- 
ren van redenen, welke beter voor onze fiel- 
Jingen dan voor de hunne kunnen dienen, ver- 
zwakken , werpen zij niet alleen alles weg , 
wat in de werken van de H. H. Meerman , 
Koning en anderen is betoogd en bewezen , 
maar bij de fchijoredenen voegen zjlj niet 
zelden den bitcersten fpot en fcbimp en den 
meest hacelijken fmaad tegen de Hollandfche 
.kaaskratners ^ (*3 over hun Costerianismus "^ 
over het geloof aan Jünius als het orakel en 
wat dies meer zij. 

Wij zouden treffende voorbeelden van dezen 
wrevel en van dit onbefcheid uit de werken 
,van KöHLER, MüRR, VoN Heinecke, De 
I.A SERNA Santander, Lambinet, Lichten- 
berger , Lehne en anderen kunnen bijbrengen , 
maar wij zullen ons thans alleen bepalen tot 
het werk van den Heer C. A. Schaab te 
Mentz ^ het werk v&n eeneh bejaarden Geleerde, 

van 

C) Schaab IIL 38. Hij haalt hier de geniigenis 
van eenen Willem Heinze aan. Het woord Ccsterianis- 
MUS , komt op zeer vele plaatfen uit hem zelven voor. 



( 5 ) 

van eenen man van ftand en aanzien, die op 
den titel, niet minder van zichzelven en vaa 
zijn werk zegt, dan fy dat hij de Gefchiéder 
^ nis der boekdrukkunst , pragmatisch uit de 
yy bronnen heeft bewerkt ^ en daarbij opgeeft i 
„ dat hij meer dan derdehalf honderd onge^ 
„ drukte oorkonden aan het licht brengt ^ 
Hij zegt zelf wel , dat deze laatfte betrekkelijk 
zijn , tot de genealogien van Gütenberg , Füsï 
en ScHÖFi^R, en alzoo niet tot de boekdruk- 
kunst zelve behooren , maar anderen zien deze 
ondèrfcheiding voorbij. Ten gevolge hiervan 
is. er reeds door- velen de uicbundigfte lof 
«an den fchrijver toegezwaaid, van welken 
èij zelf het voomaamfte aan zijne tijd- en 
landgenooten mededeelt , in het voorberigt van 
.het derde deel. Volgens ééne getuigenis zal 
ztjne poging moeten worden aangemerkt: ,9 als 
yy zoude hij de meest wetenswaardige omftan- 
yy digheden over den eersten aanvang der kunst 
^ aan het licht hebben gebragt en alles op 
9, het klaarste en volkomenfte opengelegd/X^} 

Vol- 

(*) Geniigenis* van den Heer Van Praet , die alhier 
mee wederkeerige lofIt)niak vermeld is: „ als de vete- 
„ rasn van alle levende BJbliographen, als de meesc 
„ competente Regeer in dezen/* JII. nu 

A3 



C ö ) 

Volgens eene andere zoude hij i^ de grondig* 
^ fte keooer van de Menczer gefchiedenis onder 
^ de thans levenden zyn , die aan de Duicfche 
II natie , de beftredene eere der uitvinding van 
^ de groote kunst bad wedergegeven ^ en deze 
^ eere tegen eiken aanval verzekert* Nooit zal 
ly.men»** zoo leest men in het vervolg, «^ van 
^ de weldadigfte van alle uitvindingen gewa^ 
19 gen , of men zal den naam van den eerften 
f% pfagmatifchen gercbiedfcbrijver met eene eer^ 
^ voUe onderfcbeiding noemen/' (*) 

E^en derde maakt het nog erger met het toe* 
Xwaaijen van den wierook » zeggende , f^ dat 
^ de Heer Schaab eene onvergankelijke eere-» 
fy zuil voor de ftad Mentz heeft opgerigt, ea 
^ allen twijjfe} over den uivinder der boekdruk-^ 
^ kunst zoo geheel en al heeft weggenomen, 
1^ dat voorzeker niemand het nu zal durven 
^ wagen, om de eere van deze, in waarheid 
^ Goddelijke uitvinding van Johann Gbn:^* 
^ FLEiscH, genaamd Gutenberg, van Mentz- 
,3 en die der eerfis voortbreogfelen van de 

„ pers, 

(^) Gemigcois van een* eersten flaacsaisbcenaflir ia- het 
Groochercogdom Hcsfcn , wiens noaai echcer nicc. gemeld 
wordt. lil. IV. 



C 7 ) 
y^ persi in xijne geboorcépLMcs te 

' Wy willen 'gaarne gelooven, dac de iHtbuof 
dige lof van deze ^riV. mannen «n vaw wr, 
andere , mee name van de Heeren WiJttbnbacH 
te Trier^ van eenenPruisflfcbenftta^nfaa, ven 
eenen (aan Schaab) bekendf»n geleerde en vw 
Dr. Bërcht, welke wij foorbygaan^ eensQ 
zeer nadeeligen invloed op den fchrijver toe 
zelfverheffing beeft gehad , eci d^t deae Heeren , 
wanneer zy h^t derde deel van het werk bad-' 
den gelezen» en hierbij de onbefcheideohei^ 
v^n den fchrijver tegen de H. H. Koning en 
Ebert gezien, hunne lofTpraak minder boog 
eouden geftemd hebben : maar wij durven aaq 
die. Heeren wel afvragen, of zij bet zich ali; 
mogelyk hebben gefield, dat alle andere Ge- 
leerden , en met name de Nederlandf^he , zicb 
door hunne uiefpraken, zlgtbaar alleen uit 
^nst gegeven, zoodanig zouden zien afge*i 
fchrikt , dat niemteHl meer op z(jne eigene 
beenen zoude dorvea flaan, en het werk 
van den Heet Schaab inzien, om alle» 
aan de uitfpraken van bet gezond verftand w 

toet- 

(O Geniigenis van den Heer VoN ButraAOHf/ 
IIL V. 

A4 



C 8 > 

toeefen. Zij hadden het, dunkt mij, wel tU 
teket mogen ftellen , dat er ten minde wel één 
Hollander ïoode zijn, die door den wafem 
van den wierook faeenziende , den nevel van 
vleijery en verwaandheid zoude durven , wil- 
len en kunnen wegblazen, ten einde des mans 
uitfpraken in derzelver gebeele magerheid en 
nietigheid te doen kennen* 

Was de Heer Jacobus Koning in leven ge* 
bleven , dan zoude die geleerde zeker deze taak 
hebben opgevat. Weinige dagen voor zijnen 
dood heeft hij mij ui^enoodigd, om van dit 
werk een Confpectus of een berigt en eene 
beoör deeling te geven, zooals ik van zijne 
bekroonde verhandeling in den jare 1817 heb 
vervaardigd, en nu is dit verzoek door mij 
als een legaat bij uiterften wil van mijnen 
dierbaren vriend befchouwd en aangenomen. 
Ik hoop thans deze taak met de mij nog mo- 
gelijke kracht 'en Ittst te volbrengen. 
- Vooraf vermeen ik te moeten zeggen, dat 
men geenszins van mij- een nieuw betoog van 
het' regt der aanQ^raak van Maun^km verivach-p 
een moet. Voor mij zelven befchouw ik deze 
isaak ten voUe door de Ht.H» Mkerman en 
Koning uitgemaakt , en ware het nog noodig 

ge- 



C 9 ) 

geweest , dan is dezelve » na onderzoek van za- 
ken in revisie i door de Stedelijke Regering 
te Haarlem in den jare 1823 beflist. 

Ik zal ook geenszins het geheele werk van 
den Heer Schaab beoordeelen. Al het genea- 
logifche in betrekking tot Gutenbbrg, Fust 
en ScHÖPPBit y zal ik laten liggen , als gaande 
dit een en ander ons Nederlanders niet aan; 
vooral niet omdat het ook tot de zaak in ver* 
fchil of liever tot de Gefchiedenis der boek* 
drukkunst niets toe of afdoet. 

Ik zal tni} ook onthouden , om aan te voe* 
ren, wat er door den fchrijver gezegd ia, 
aangaande de voortzetting der boekdrukkunst 
te Mentz\ nadat de compagniefcbap tusfchea 
GüTBNBERG en Fust in den jare 1450 is aan- 
gegaan, en evenmin iets zeggen over de Ge- 
fchiedenis en het nog aanwezig zijn der wer- 
ken , welke later te Mentz gedrukt zijn. 
' Na alzoo ruim twee derdegedeelcen van het 
werk, als ons niet aangaande te hebben weg-^ 
gefchoven, zullen wij ons alleen met het ove« 
rige derde bezig houden. 

Wij hebben het veld onzer befchouwing 

verdeeld pp de volgende wijze: 

» 

- I. Zallen wij een kon overzigf geven vin 

A 5 de 



C lo ) 

de leiding en firekking van het geheele werk. 

IL Dat gedeelte van *s mans werk befchou* 
wen , hetwelk hij », de opgave es beoordeeling 
^ der bronnen Cquellen') noemt/' . 

IH. Meer breedvoerig nagaan of bij iets heeft 
aangevoerd, waardoor de verdienden van Gu? 
TENBËRGy als uitvinder en beoefenaar der 
boekdrukkunst voor den jare 1 450 , meer en 
fmder worden bewezen , dan by andere fcbrij' 
vers ^ en of er alzoo iets naders toe adftructie 
van de aanfpraak van Mentz op de eer der 
eigen tlijke uitvinding ^ (inventief is bijgebragt, 
terwijl wij de eer der bij -uitvinding (^ad-in^ 
9entie) de verbetering en volmaking gaarne 
<D goedwillig aan Fust en Schöffcr toekennen. 
- IV. Insgelijks naauwkeurig en breedvoerig 
nagaan of de fchnjver iets heeft aangevoerd > 
wQbardoor de aanfpraak van Haarlem op de 
uitvinding en eerste beoefening vóór den jar^I 
1440 wordt verzwakt, en of alzoo het betoog- 
de door den Heer Koning en de beflisfing van 
wege de Regering. in 1823 eenige afbrek of 
destructie door dit werk hebben geleden. 

V. Een kort berigt geven van de hevige aan- 
yallen van den fcbrijver op den Heer ëbert , 
alleen omdat dezelve regtvaardig is jegens da 
Hollanders , door de erkentenis van de aan- 
fpraak 



C II ) 

/praak van Haarlem j wesbal?e bg een Partij^ 
ganger genoemd wordt. 

VL £d eindelgk alles nagaan en zanientrekken » 
CHn de flocfoni op te maken , en wel , hoeveel 
waarde bet werk heeft overgehouden , en of het 
als nog de uitbundige loffpraak van den Scbrür. 
ver zelven , . van den Heer Van ^Praet en an* 
deren verdient» / 



1. 



Over tig f der flrekking van 
het geheele werk. 

Het werk is in 1830 en 183 1 in drie deelen» 
in 8^ uitgegeven. Zoo veel het tijpographi* 
-fche betreft 9 verdient het allen lof» en hec 
laat, wat papier, letter en correctie aangaat t 
niets te wenfchen over. 

Men zal van mij geene recenfie, ten opzigte 
van ftyl en. taal , of van de logifche orde kun*- 
nen verwachten , en derhalve treed ik deze pun- 
ten met fiilz wijgen voorbij. 

De korte voorrede (^Forworf') is voor ons 
zeer opmerkelijk : eerst om de berigten aangaan- 
de de veronachtzaming der nagedachtenis van 
GuT£NB£&o leMensz: zoo zelfs % dat de Keur- 

vorst 



C 12 ) 

vorst LoTHAR Frans von SchSnborn in 
'7^3^ de eer der uitvinding van de boek- 
drukkunst aan Theoderich • Gressmund toe- 
fchreef , (♦) en dat de geleerde boekenkenner 
Breitkopp eerst in 1779 *s mans naam deed 
herleven, (f) 

Te Haarlem zijn de naam en verdiensten 
van Laurens Koster nooit vergeten geweest ; 
geen Haarlemmer heeft ooit aan de welgeftaaf* 
de bengten, wegens den oorfprong der uit- 
vinding, van ouders op kinderen overgebragt, 
den minsten twijfel kunnen koesteren. ($^ 

De fchrijver geeft vervolgens berigt, van de 
rampen en onheilen , welke de flad Mentz ge- 
troffen hebben , waardoor vele der overblijiTels 
van de eerste drukken zouden zijn verloren ge- 
gaan, en waaraan het moet worden toegefchre^ 
fchreven, dat men aldaar niets van de pers van 
GuTENBERG kan aanwijzen. 

Voor ons die weten , welke zware rampen 
en onheilen de ftad Haarlem in de vijftiende 
en zestiende eeuwen door oorlc^en , oproeren , 
brand enz. getroffen hebben , geldt ook de ge- 
grond 

(t) I- V. 

(§) Cedenkfchriften van het Eeuvfeest te Haarlem , 2. 



C 18 ) 

Rondheid van dit betoog; wy moeten ons 
derhalve zoo wel verwonderen , als verheugen 9 
dat er te Haarlem veel van bet gedrukte tupr 
fchen 1420 en 1440 is overgebleven. 1 

Wij hebben ons by het inzien van deze 
voorrede verheugd, over hetgeen.de fchryver 
uit de berigten van Trithemius mededeelt. (*^ 

De: 

(♦) Door alhier (chijnbaar eenigen lof toe te brengen 
aan Joh. Trithemiüs , willen wij niet aangemerkt wor- 
den , als of wij de ongunjlige berigten , aangaande dezen 
flum , bij onze verhandeling * over Johannbs Wibr , als 
4fn ifsbreker tegen de ker van de Duivelarij\ hekferij 
Auz. gegeven, zouden tegeniprelcen of intrekken. 

Wij hebben toen reeds gezegd ». met welken. ellendigen 
patroon , de Duitfchers in hem voor den dag komen , 
en- daarbij gevoegd: ^ hoe zij zouden óplbiiven en op- 
„ (bijden , wanneer er aangaande Coornbert en Ju- 
^ MUS , zoo veel nadeeligs in de Letterkundige wereld 
M bekend was.'* 

Zij die lust hebben , ieu meer van dezen man en van 
z^n b^eloof te weten , kunneü eene belangrijke aan* 
teekening deswege vinden in de aangehaalde Gedenk- 
fchriften over het Eestufiest ; bL 3j>i « . aldaar is eeqe 
lijst der titels van de meeste zijner werken. 

Hij was een toovenaar ex prqfèsfi. 

De Heer Schaab. geeft aan dezen nüan den uitbnadïg- 
ften lof, maar hiij fch^jnt hem niet te hebben ge- 
kend of niet te hebben willen kennen; anders had 
hij zeker nooit aangaande dezen man gezegd : ^ de 

Ge- 



C 14 ) 

Deze heeft jutit die ftelHngen opgegeven, 
welke wij vroeger omhelsd hebben en nog 
toegeven. 

De fchrijver tegt , (♦) dat JEijne gefchiedenis 
een cómtnentarius zal uitmaken op de berigten 
van Trithbmiüs , als hebbende deze „ de drie 
„ tijdperken der uitvinding te Mentz bevat, 
99 en de een van de ander naar eisch gefchei- 
99 den. Bij elk geeft hij aan Gutenberg, 
,9 Faust en Schoffer het deel , hetwelk ieder 
99 daar aan toekomt. In de eerste gewaagt by 
99 van de drukkunst met geheele tafels of pla- 
9, ten (^de xijhgraphie') en fchrijft hiervan aan 
„ Gutenberg alleen de uitvinding toe. In de 
99 tweede fpreekt hij van de uitvinding van het 
99 gieten der letters in de matrijzen en laat 
99 deze door Gutenberg en Faust gezament- 
99 lijk en alzoo na 1450 doen plaats vinden. 

^ Geleerde man heeft te ftllen t^de gezocht de voor* 
^ fthrifcen der waarheid te volgen. Bij hem heerschte 
^ alleen de waarheidszin.** fde waarheidsliefde). 

TRfTHEMiua noemt in het aangehaald verhaal aangaande 
de drukkunst zijnen zegsman Fbtsr ScfiöVFur ; anders 
zonden wi} zQne getuigenis, als van een bekend uit- 
kramer van leogetiet en jollen , geheel verworpen 
hebben, 

(♦) L iz, XI , & en meer. 



- C 15 ) 

^ In de derde epoche ^ vak nu de volmaking 
y^ van de gjeck^nac, zooals ze later werd uic- 
9» geoefend 9 en waarvan bij de verdiensten aan 
^ PfiXËR SchSffer toekent." 

Had de fcbrjg ver zich aan dezen leiddraad 
gehouden, tot betoog van de eere van Men$z^ 
en zich nie£ met Haarlem .^ Koster en Ko- 
ning bemoeid, dan zoude niemand onzer d^ 
pea tegen hem hebben opge>ftt. Wij Neder- 
landers beleedigen . nooit de Diiitfcbers en die 
van Mentz ; en waarom vale men ons dan aan ? 

Wij zouden den ophef, dien de fcbryver in 
-deze. vaarrede van of mee zijn eigen weck 
maakt, gaarne met ftilzwijgen voorbygaan ; 
maar Het kas Voor lezers., die hetzelve mee 
-koele bedaardheid willen beootdeelen, niet on- 
vfffchillig zijn , om te weten in welk een licht 
-de fchrijver zich zelven en zijn werk voojc- 
^magt. 

* H9 zegt . itkits mindet , dan : ^ dat hi^ in 

.„ weerwil,. dat er zoo vele Historifche Docu- 

;„ jnenoen verloren gingen , vele dwalingen , 

f^ welke zich van oudsher van den eenen Bi- 

yy bliograapb.9 pp dea anderen hebben voortge- 

:,^lplant en vele* donkere wolken, welke er 

„ over de Gefchiedenis zweefden, heeft opge- 

„ helderd." 

„ Mij-? 



C i^ ) 

^ Mijne gefchiedenis'* zegt hij verdci' ,^ zoi 
^ nieuwe bouwftoffen uic eetie kUsfieke yerr 
9^ zameling van bronnen ^ fj^^//^/?) leveren en 
yy den lezer in een zamenbangend geheel , langs 
5y de hoofdmomenten der Goddelijke uitvinding 
^y rondvoeren , boezeer bet onmogelijk blijfc » 
,5 om het leven der handelende perfonen « in 
„ ^//tf tijdperken Historisch te ontwikkelen." 

„ Het genealogifche deel zal hierbij geheel 
,, nieuw '^ het typographifcbe zal meer uitge- 
yy breid en meer naauwkeurig verfchijnen , dan 
yy voorheen , en zoo zal er aan de , over hec 
„ algemeen gevoelde behoefte, worden te ge-» 
„ moet gekomen.*' (♦) * 

„ Met een vrolijk hart onderneem ik absoo 

yy den arbeid; hij is aan mijne vaderflad ge^ 

„ wijd, en hierbij zal menige waarheid, wel- 

„ ke langen tyd ia het graf lag , aan het licht 

„ wordea gebragt. Groot en verheven is het 

„ doel i uitlokkend is het belang der uitvin- 

„ dingsgefchiedenis van de alles omvattende 

„ kunst. Ik wil Gütenberg op den goedesf 

„ berg voeren.** (f) 

- Dit zij genoeg over de voerrede. 

Het 

C*) I. IX. 

(t) I. xiu 



C ^7 ) 

tiet eerste hoofdftuk van hèt werk draagt 
ten opfchrift : Gutenberge fFiirdiguffg. (^Guiom^ 
berg3 vereering.) . . ; 

In een pragmatisch gefchreven gefthicdk^»- 
d^ werk.^ is liec naar ons inzien een ókt höbfd- 
vereischcen, dac de fcbrijver zijne berigcjen zoo- 
danig voofftelt, dac de lezer van de wa&rheid 
van het gezegde en van de juistheid der ge- 
vdgtrekkihgen geheel overtuigd worde en c^ 
h$t einde met hem inftemt» 

Wij weten hec iliet, hoe Wij het noemen 
moeten ^ watmeer wij . zien 9 dat de Schrjjver 
s^ne berigten met den uicbündigften lof aan- 
gaande het voorwerp van zijne befcbouWing 
begint 9 en den perfoon en de liaken aaii zij- 
, nen nog onkundigen lezer in zulk eene Wolk van 
wierook voordraagt» dat deze laatfte reed3 bij 
voorraad duiz&Ug wordt 9 en niet wéet ^ w^t 
hij van den geprezen perfoon . moet maken of 
verwachten» 

Bij bekwame lezera^ die alles niet op een 
eökd brommend gezegde voor waarheid aaboe- 
men, moét op het eerste inzien reeds de twij- 
fel .lijzen, dat dergelijke uitbuhdige . lofTpralcen 
',als kunstjes worden gebezigd, om den grooten 
hoop van gewone lezers te verblinden ^ en^te- 
vens ook de vrees , dat aan de hoo^efpaopen 
V. D. I. St. B ver- 



C i8 ) 

terwac luing niec zk\ voldaan worden , als heb- 
bende de^ door zich rel ven prijzenswaardige 
perfonen eo bedrijven, zulke lofmiringen niec 
«oodig4 

De Heer Sckaab heeft op het floc van hec 
'gene hij tegen den Heer Ebert had aange- 
voerd , gezegd , dac hij jegens . dezen : fine ird 
oc odio (zonder toom en haat} was te werlc 
gegaan» (***) Hij fchijnc alzoo zelf gevoeld te 
hebben , dac hij ftrijdig met den eersten pligt van 
een pragmaicircben Gefchiedfchrgver ^ jegens Gu- 
TENBERO en Mentz met zucht (^fiudio^ en te- 
gen Koster en Haarlem met hau (Jrd) is be- 
zield geweest. 

Had hem de zucht voor Gutknbeeg niet mis- 
foid, din had htj zeker de lofl^raalL over de- 
zien tnati , aangaande f^ deszelft edele en fchoo- 
^ ne eig^nfchappen, zyne genkUfche befchei- 
^ denhéfd^ met verachting van allen pronk én 
,9 praal, zijne belangeloosheid en verachting 
y^ van gewin en boe deaos deugden den grooten 
,^ kunkenasr tot «en groet man maakten /' (f) 
voor aicè zelvea gehouden , vooral nn er iric 
jB^a efgen werk onwederfpidkelijk blijkt, dat 

er 

n in. 3^4- 
O) 1.4- 



C !9 ) 

tt tegen defen Jof zoo voel fe in te brettgetti 
De ben'gten aangaande de eer , die aan derf 
üaam van Gütenbero by de eeuwfeesten te 
Mentz en elders bewegen is^ en aangaande htï 
oprigten van gedenk teekenen en opfchriften,* 
worden vervolgens met vee! pronk eü praal 
van woorden vermeld; in het óog van koeflë 
bnpartijdigen bewijst dit alles niets aangaa'ndé 
êe 2aken seiven; het laatAe iaHeefi iets aaiv' 
gaande de zucAt by de thans levende inWó^ 
Hevs van Mtnfz. Opmerkelijk kwam hét iff^ 
voor^ dat er aldaar nog in dén jare ly^o tiü 
geene feestviering gedadit werd* C*) ^ 

Over het tweede hooftfftttk van -dit eeflW 
deel ; ^ de opgaaf der bronnen (^Quelhny^^H 
f, de getbhiedénis der boekdrukkunst,**^ 2toRen 
#y ia de volgende rfdeeiiftg kortelijk hattdè^ 
len, en 9iet derde hoofiSfluk, hetwelk téü 
opfchrift heefif: ,^ 4e Ge^s^hiedenis ^r vi^fti^ 
^ dhig van de boél^dnAktmst /* Waarmede aft 
%e^s0è deel ten einde loëpt , zal vefvolgèns ^ 
¥6éfhaaM ^d dn^er befoboowhig uktnakcM^ 
ik^ treden «hans deze hoofcffitlkken vooi^b$. > 

Met fyihetiè deel van her werk zoiide vtyïgena 

' -dé 

B s 



C ao ) 

de voorrede beftemd zijn , om Gutenberqs 
perroonlijk beftaan nader te doen kennen; 

Natuurlijk moec het voor een ieder» die 
hier de voldoening van zijnen weetlusc zoekt., 
aangaande de Gefchiedenis der boekdrukkunst 
zelve , een fmartelyk gevoel geven , dat dit ge* 
heele deel niets anders bevat dan dorre genea- 
logtfche bijdragen , aangaande de families : Zum 
Gbnsfleisch en Von Gutenbero» zonder dac 
in dezelve iets het minste voorkomt aangaan- 
de het hoofd -onderwerp, zoo zelfs, dat bet 
woord drukken en drukkunst hierbij niet 
voorkomt en er alzoo hierdoor over de pun- 
ten in gefchil geen het minste licht wordt 
vei;Q>reid. 

' De ürkunden betrekkelijk tot Johamn Fust 
en Peter Schöffer en over de familien Gelt^ 

PUSS« BECMTERAfÜNTZ , ScHLÜSSEL , EsELWECH 

en over de Hoven of huizen in Mentz^ wel- 
ke door bet uitoefenen der boekdrukkunst in 
dezelve , gedurende de 1 4e. eeuw zouden zya 
vermaard geworden, gaan ons ook in geenea 
deele aan , en wij: vermeenen derhalve dit ge- 
heele tweede deel te kunnen voorbijgaan. 

£en punt is er in, hetwelk onze aandacht 
prok , t. w* de opgaaf van den Schrijver , hoe 
verfchillend de naam van Johann Gutenberg 

tus- 



r 21 ) 

... 

niifcheti de jaren 1424 en 1468 gefpeld is. Het 
lusc ons niec om alle die veranderingen op ce 
geven , maar wanneer de Advocaten van Mentz 
op nieuw voordragen, dat liet verschil in de 
fpelling van den naam van Laurens Janszoon 
Koster eene bedenking oplevert , tegen het be- 
ftaan van dien man , dan kunnen wg dezelve 
verwijzen naar bh 47 en 48 van dit IL deel, 
alwaar die vervelende reeks van varianten ge- 
vonden worde. 

m 

Het derde deel van het werk heeft meer on- 
ze aandacht verworven. 

Wij hebben reeds in de inleiding iets gezegd , 
aangaande den uitbundigen lof , welke door den 
Heer van Praet en anderen aan de beide eer- 
de deeïen van dit werk is gegeven. 

Wij hebben toen onze gedachten medege- 
deeld, dat déze lof waarfchijnlijk eenen zeer 
nadeeligen invloed op den Heer Schaab tot 
zelfverheffing heeft gehad, vermits men reeds 
in de voorrede van dit deel , eene zeer aange- 
zette fcherpheid en bitterheid aantreft tegen de 
befcheidene vooriianders van Haarlem^ welke 
bitterheid voorzeker aan niemand minder voegt, 
dan aan den man , die zich zelven voordraagt , 

B 3 ais 



al» ecp* pragtnatifchen Gerchiedfcbrgver > al» 
den griester der waarheid. 
^ W9 2uUen aangaande het ^^r/7tf en veof^ 
maamfie hoofdftuk van dit deel, waarin de 
$cbrijver de werken van de H. H. Koning en 
£3eRT beoordeelt, in f wee afdeelingen hasi- 
delen 200 als reeds gezegd is. De lasfe 
ftnkken ^ welke daarop volgen en tot opfcbrifc 
dragen: 

1. De Chronotogifche volgreeks ier kun^ 
flen , welke aan de uitvinding der Boekdruk^ 
(uénif vooraf gingen. 

2. De to^and der menfqhen kennis en 
der wotenfchappen in de aan de uitvinding 
voorafgegane tijden^ 

3. De gevolgen en uitwerkfels van dezelve^ 

4. De FtyAeid van de drukpers^ 

5. Over ds in Ment? 1^ ft aan hebbende druk* 
liereen; nn 

6. De leturiundige Gefchiedenis der uiiy 
vinding met ftilzwijgen voorbü g^n, ovih 
dat ze buitel» bet veld cvzer- befchouwing 

liggen. 

Op het einde (*} kqnit nog een berigt voor» 
van de vreugde, bij den Schrijvor gev^tóidi 

Of 

O in. 547. 



( »3 ) 

op de cijdiiig , dtt er voor bet gedenkfteelEai Mt 
eer^ van Gvim»berg^ watromtretic bij jp^eda 
vroeg iiijne w€tnfcbe» had uitgcboeeeiod^ C). 
(e Mentz een goedgek&ard xsoddi vcfvaard^ 
was , en dac er befloten is , om dat gtdeokr 
teeken op 5a Jatt^ag van het jaar 1836 plegt^ 
ilatig in te vijden. 

. Wij hopen, cbc er voor dien tyd betere « 
en meer voldoende bewijzen voor de reden de- 
zer vereering zullen ontdekt worden, dan er 
d$K>r den Heer Scha ab eot nog loe ziyn aao het 
licht gAragt: wij zoudeQ anders te ^emoec» 
fAtxiy dat het feest, in het jaar 1836, geeiui* 
z\n% goedkeuring zal verwerven bij de ' b<^^ 
daarde en wijze mannen van welke er zeker 
Vr^len onder zijne Stad- en Laodgenooten znK 
Jen zyn. 

Wg Vermeulen nog wel iets te moeten zegi- 
l^n aangiande de i^earreéle (^FarwortJ) 
;Df& fchrijver geeft op bl. va nebeel verkeer* 
de berjgten aangaande de uitfchryving der prös» 
vraag , bij de aanzienlijke Maacfchappij der We- 
tenfcbappen te Haarlem in den jare i8o8. 

De- 

. (*; Mott zie L p. Aldttr is ecne uiiwckliag hierovw 
in h0og gmodQ woorden. 

B4 



L 



I 

I 
C 24 ) 1 

I 

Dezelve heeft geenszins de aandacht der ge< i 

leerden voor dit onderwerp opgewekt , door 

de beloften van geld alleen ^ maar zij heeft de 

gouden eere medaille beloofd aan den fchrijvev 

van eene voldoende verhandeling , tot beanc^ 

woording der vraag f 5, kan het aati Haarlem mee 

^ eebigen grond betwist worden, dat de kunst ^ 

^ om met enkele verplaatsbare lettters te druk* 

^y ken, aldaar voor den jare 1440 door Lau« 

^ RËNs KosfER' is uitgedacht.'^ 

Da bijvoeging van eenige ducaten dient ge^ 
Woonlijk tot eene kleine vergoeding voor de 
kosten, welke een fchrijver maken moet^ bij 
de bewerking van ^en omflagdg onderwerp* 

Toen er in den jare 1810 dl»!e (*^ verhande* 
lingen , maar geen voldoenend antwoord was In- 
gekomen , heeft men die vergoeding op vijftig 
ducaten gebragt , en de beantwoording van deze 
vraag werd dest^ds voot ^nen onbepaalden tyd 
opengefteld. Ete Heer Konino heeft bfl voort? 
during zijne nafporingen voortgezet, en iiadat 
hij a^ijne verhandeling had afgewerkt en inge- 

fOtt- 

(*) Een dezer (lukken is in den jare 1815 , door den 
fchrijver Mr. H. W. Tijdeman uitgegeven , in de verza- 
fliellng: Mnemfyne^ ft. I. bL 121-216, en verdient 
niet alleen bewaard > maar ook beoefend te worden. • 



C 25 ) 

ïonden , is aan hem bij de algemeene verga- 
deritlg in 18 16, de gouden Médaille mee zulke 
vereéfertde toevoegfels toegekend , als de wet* 
ten maar eenigzins gedoogden. Had de Heer 
ScHAAË in dezen regcvaardig willen zijn, dan 
had hij tiiét moeten of kunnen zeggen : „ 'dac 
f^ de Maatfchappij vttï Haarlem in dezen in 
„ eene eigene zaak beflist heeft." Het kan 
hem niet onbekend zijn 'geweest , dat er véle 
geleerden die buiten Haarlem wonen. Leden 
van dezelve ^ijn, en met het bijzonder eigen- 
belang, of liever met de eer van Haarlem 
niets te doen hebben ; en had hij zich aan 
de waarheid laten gelegen liggen, en de zaak 
willen onderzoeken, dan had hij ook kunnen 
te weten komen , dat een verzoek van den Ko- 
ning LoDEWijK , öf liever een vöorftel van den- 
^zelven, als Prefident der Maatfchappij, zoo 
men meent gedaan op raad van den Bibliothe- 
caris C. Flament (*} , beide geene Nederlart- 
ders of Haarlemmers , tot het ultrchrijveh de- 
2er prijsvrage de eerste aanleiding heeft gege* 
ven en dat H. H. Directeuren bij de beoordee* 
ling de ui^erfte fghroomvalligheid en voprjsig- 
tigheid hebben betoond. Tot advifeurs zijn bij 

voor- 

(*) Gedenkfchrifcen van het eeuwfeest, bl. 9. 

B5 



C a6 ) 

voofkem zulke geleerden benoemd, die g^ 
coond hadden , z\cb niet in alle deekn met het 
betoogde door den Heer Me^eRman te wille) 
vereenigen , of zich vroeger ilellig tegen de aan- 
spraak van Haarlem verklaard hadden. (*) 

De Heer Schaab had ook kunnen weten i 
^t de directie , vóór de uitfpraak , gehandeld 
keeft met den Heer Van Hulthem , die xich 
aneer voor Metisz « dan voor Haarlem verklaard 
Jbad» en dat men hem derhalve verkocht heeft ^ 
J9m Ktjne bedenkii^en, over de verhandeling 
in te leveren , maar hij heeft niet alleen aan dit 
;verzoek niec voldaan, maar ook ten dage der 
lutfpraak in de algemeene vergadering als Lk) 
^oor de bekroonfng geftemd, (f) 
. Hetgeen de fcbrijver meldt aangaande de xAir 
g^f der Franfcbe overzetting in den jare 1 8 1 9 
. en deraselver te groote inkrimping kan niet oot* 
.kend worden 9 maar hé; ui edel was zoo wel aU 
debefnoeijing, geheel buiten de fchuld van dea 
Heeir KoKiNGt Hoezeer bet mij zoo min. a)a 

'•C*)Zóo Ik wel meen te weten, zijn de Heeren 
)• W. T£ Water, G. C. Hultman en J. Valckenasr d« 
advlfeort geweett. 

Xt) J* Koning. Vier brieven mee mij gewisfeld 1823» 
bl. 16. 



C a7 ) 

I 

?€le «nderen behaagd heeft , dat men de vreem« 
4en met in ftaat heeft gefield ^ over het geheele 
ftok van Koning naar eisch te kunnen . oordee* 
len, behoef ik roij thans hierover niet bree* 
der uit te laren. 
De Heer SetfAAB zoude, wanneer hy de 

# 

toedragt der geheele 2aak geweten had^ zich 
zeker onthouden hebben , om zijn voornemen « 
zoo hij zegt reeds vroeger opgevat, ,, om de 
I, meest in het oogvallende verkeerdheden , de- 
,, zer nieuwe verdediging ^van de oqde fabel} 
1^ wat hard in de oogen te doen vallen /' te 
volbrengen, en hij zoude dan de geheele po- 
ging der Maatfchappij geenszins hebben do^n 
voorkomen üs onzinnig in zicbzelve, en aU 
een f^ misgeboorte van hare ijdelheid of praal- 
^ zucht." C) 

De Schrijver laat zich ook zeer ongm- 
fiig en met veel drift uH over het KMersfaesf^ 
<e Haarlem in den jare 1823 gehouden. Wu 
¥ef meenen hem te mogen vragen , waarom by , 
4rQor dat bij zoo fpoedig, zonder kennis van 
jaken, hierover hcieft b«fliat, niet de ihtkken 
lieefc gdlezen en ov^rwogê^^ welk^ er vó^r 
he) oeiMn vin het hefluk » door de ftedelijke 

re- 

(*; HL WH. 



1 



C =t8 ) 

regering zijn bewerkt en wat er door andere 
collegten en perfonen in dezen is gedaan. (*) 

Had hij mee 1)edaardbeid en zucht voor 
waarheid gelezen, wat er deswege is In hec 
licht gegeven , dan zoude hij zich wel gewacht 
' hebben te zeggen, dat de redenen voor de be- 
paling van den tijd uit de lucht waren go- 
grepen , en dan zoude hij zich om zgnen (tand 
en zijne jaren ook hebben ontzien , van de laf- 
fe fpotsgewijze befchrljving van het grMê j 
/PectakeL I 

Het vieren van het Kostersfeest in den jare { 

1823 was geenszins het werk van wufte 
knapen, maar wel van wijze en bedaarde 
mannen, l)e aanziehlijkfte Redenaars en Dich- 
ters, ja alles wat In ons Vaderland uitmunt- 
te , heeft in dit volksfeest uit redelijke over" 
t^i&if^g deel genomen. 

Wij zullen ons onthouden, om ons gevoel 
te uiten, over de onbehoorlijke uitdrukkingen: 
'<^ hoe dit eigendunkelijk bedrijf, van eene ligt- 
,y geloovige menigte, geleid door een genoot^ 
^ fchap van Geleerden, eene beleediging was 
^ aan de Historifche waarheid , en aan het al- 
^ gemeen oordeel der Letterkundige wereld,"(t) 

en 

(*) 111. viu en IX, 174 en 177. (t) III. x. 



Ca?) 

en dcrhahre ook niets zeggen van den on^- 
pascen lof door hem aan den Menczifchen Prb^ 
fesfor en Bibliothecaris F. Lbhne gegeven^ 
omdat deze het ondematn, j, de opgeblazeae 
99 (trotfende^ aanmatigingen van de MaacTchap- 
,9 pg van Geleerden te Haarlem^ naar ver* 
91 ÜMsten in het licht te ftellen/' (O ^^» 
man beeft zich alleen In het oog van velen 
bebgcbelylc gemaakt. 

Wi) kunnen echter niet nalaten aan ce wij- 
zen 9 hoe ligtzinnig de Heer Schaab geban^ 
deld heeft 9 om op deze bladzijde 9 by het ver- 
melden 9 dat er in den jare 1823 een fraai ge- 
fneden portraic van Laurens Koster is ui&- 
g^ven in eene noot 9 als eene erkende waai- 
heid ter neder te pennen : ^ Thans weet men 9 
99 dat deze afbeelding die is van éenen Spaan- 
99 fchen of Uollandfchen Inquiiiteur en Doctor 
19 der Theologie , die Tappm heette.'* 

Had de Heer Schaab het werk van Koning^ 
willen inzieq 9 dan had hl) aldaar op PI. IV« 

ee- 

(*) De titel van dit werkje is : ^ Éinige Betnertim- 
^ gen über das Uncemehmen def gefehrcen GezelTchaft 
^ tü Haarlem ,' ihrer lladc die Ehre der Erfindun^dei^ Buch- 
9, dfukerfcuim 20 ertrotzen , Von F&ibdrich Lbwe.** 
Mtinz, iS^3. 



eeneti afUruk dér oude hoocfnedè kütiMn vindett f 
mee welke «fit portmit , hij LoosjEê uifgegtveti ^ 
overeenkotnc. Ik hoop bij het toezeodeli van 
dit berigt HM den Heer SchAaü ettie afbeet 
ding van hec gelaat van Ruardüs I^appbr-i 
2ÖO als het vooticomt in de gefcMeéknis . va» 
Enkhuizen door Brandt en CMt^ , te ^n* 
den; alsdan £al bij door de vergel^lring 'fnei 
hec porcrait bij het eeuwfeest ultgegevM y feidi 
2elveci van ^gnen misgreep uit ligtgelM>vfgheid 
kunnen overtnigéin. 

Wat de Sdiiijver vfitder iti dè2e ^èorf^ék 
2egt , over 4e bettnewootding vm biet ftuk mVL 
LfiüNft , door den beroemden BfMtotbèciu^s «é 
Dresden F. A. Bb£rt, ligt «}gefïtl$k UA^ 
ten ons beftek , mear wij mogen niet Aalaien » 
desiwiege te heggen , dat hij hferMj geheel m 
al zich 2elfen vergeten beeft » door tangaande 
het berigt van Aorianits Jumtis te leggen^i 
„ dac^ hetzelve de vrucht iS van dé ver- 
,, ouderde herrenen van eenen - HollMdAibM 
yy Hrts; zoo zwak en nietig dat een eerlyk mao 
,5 zich fchamen moet, om zulk eenen herfen* 
j^ fchira met eenen blik te vereeren/' 

ScHAAB zal nu de man «^ , die de Heeren 
"ËBBRt «n Kovma op den voet isi rókgba^ 
en in alle fluipwegen, waarin zij zteh vei^ 

dwaal- 



• 



I 



è 



• 



C 31 ) 

dwaalden , opzoeken. Hij tü in alle de dees* 
ien der fkbel van Junius intreden, en altoo 
alles wat voor de Hollandfche uitvinding ge- 
zegd ia, met onpartijdigheid beproeven; <a 
in denzelfden adem fpre^kt hij van den ve^ 
driecelyken arbeid tegen: 4eere declamatimen 
eombinationen ^ fcheingrunde en anemaliek 
/gdele uitroepingen, en verbindingen, rchijn- 
gronden. en afwijkingen welke hij bij het be- 
ftrijden van dit fpook (fanfofne^ ondervond. 

Hy zegt wel, dat zijn oordeel bevestigd 
wordt dóór veie van zijne meest achtbare tijé- 
gendoten , maar ik heb ce veel achting voor 4e 
onpifrtijdige beminnaars der waarheid, waarop 
Mj zith beroept, om dit te kunnen gelooreii. 
Ik «d het oordeel tusfchen ons gerustelljk aan 
-dezen overlaten iian het einde van dit berfgt. 



II. 



Jets ^ èvêr Jfe ftukken èoot den Heer ScttJiAk 
mis hrènntn^ (Quellen) yoor de Gefthit- ' 
*dems der uitvinding van de ioek^ 

drukkunst opgegeven. 

.... . 

De fchrijver is in deze afdeeling zeer breed- 
roerig. Wij zullen ons zoovel mogelijk op 

kort- 



* > 



C 3^ ) 

kortheid toeleggen, door alleen iets te zeg^ 
gen, aangaande de (lukken, waarin omtrent 
GuT£NBBRo ten opzigte van hec drukken te 
Straatsburg en Mentz voor dra jVft 1450 
eene bijzondere melding is^ 

Ik heb in dezelve geene mcuw$ argumentes 
voor de aanfpraak van Mentsi^ in tegenftel- 
ling van die van Haarlem gevonden^ Oaamp 
zoude ik gezien hebben , dac de fcbryver zich 
had onthouden , van dé verzekering op de eer- 
de zijde gedaan: ,^ De gefchiedenia der uit- 
^ vinding van de Boekdrukkunst zal niet laih 
,9 ger problematisch blijven en niet op Hypo- 
ff thefen berusten. Zij zal met bewijzeq ge- 
yf ftaafd worden , die niet artificieel f maar «1- 
ff thentisch en onbetwistbaar zijn* Sprookjos 
^ voor waarheid uic te geven , gelijk de Haai^ 
ff lemmers bij hunne Laurenfiaanfche uitvin^ 
^ ding doen , is geene gefchiedenis." (♦) 

Wij hadden verder zeer veel op zijne rede- 
neringen over deze Ur kunden en derzelvtr 
waarde itf genere aan te merken , maar laten 
het na , omdat wij dan te veel zouden afdwalen^ 
ff Wat is er uit deze bronnen QQuellen^ ge* 
,, haald?** Dit blijft alleen de vraag. Wij gaan 

(♦) I. 3d en aj. 



C 33 ) 

Alic ilukketi voorby, waarin het woord i druk^ 
ken niet voorkomt ; ook die , wdke tot zaken^ 
Iticer êkn 14^0 in betrekking ftaan. 

Op bl. 30 vifaden wij melding, dat Hènnb 
Gensfleisch (Gutenberö} zich Verbond^ om 
de boeken^ welke hij aan de biUtocheek van 
zeker klooster gegeven heeft § aldaar eenwig- 
•lijk zonden blijven^ en dat hQ verder aan 
deze Bibliotheek bezorgen wilde alles wat hg 
tot nu toe had doen drukken en verder nog 
drukken zonde« 

Dit fluk is ^0 St. Margareten dag in 1459 i 
dat GuTËNftËRG toen reeds en vroeger eede 
drukkerg had, wordt door niemand betwist. 

De Heer Schaab heeft de echtheid van die 
ftuk en van den brief van Gutenberg aan zyM 
^DStér HfiBEiiE in i4fi4 gefchreveü, beide ge^* 
vonden door Ptofr. Bodman , in twijfel getrok- 
ken % maar dit wsa geenszins noodig, In mgü 
oog is in deze belde (htkken 9 zoo wel als jfl 
: die van het proces te Straatsburg gevoerd ^ M'- 
gen welker echtheid^ dé betoemde DiBom £wa- 
rig^den beeft aangevoerd ^ een inwendig blijb 
van echtheid aanwei:lg , hetwelk ik bg nlemaoé 
heb opgemerkt gevonden^ 

Daar konde in dezeh geene reden l^n, toe 

de vervaardiging van valfche ftukken, en wan- 

V. D. I. Sc. C neer 



C 35 5 

ff die bijvoegsel, eii wil het onttemvttti y éméu, 

1^ hetzelve ftaac in eetie kroniflt, vol yim 'gfioli&t 

Hi en onwaarheden. Die verWOndeit On^, roofid 

*' i3j| eenen Regeer rê zieüj bij wietihet alsëevi 

^9 flokregel bekendis, dae meii zóó min eene gB- 

ds tuigenis als eene confe^fie mag rpUffen^'en dat 

men liet eene deel nilec kan aanni^n^ny omdM 
><>- 'het dieiit, en' het andere vein^erpén /- döftkt 

9^ ^ het niet voegt. (*). - ; ,- 

;t^ '. Ovef de getuigenis VatiTfttTHEWiüS 'uit dw 

^tflönd van Peter Schoffer op bl. -61 vernlöld^ 
vet zijn wij het zooveel de plaat dr uk vobr-dei^ jV 

iig- 're 1450 alttgaatVeën^, zonder aan *s mans- re- 

lij- deaeringen over -de geloofwaardigheid vftn Tri* 

Ive THEMlus iets toe te ftemmen. bh 96. -De getti^tf- 

rillB van D. Sï>£cfftLtN9 en vaü eene andere Straat^- 
enis -burger krbnijk i c w. dat Johawn of Ham 

„fjk CteNSFLfiisctt varn MenPz f^iOtt^'SPrdMtslA»)^ 

4^u fchuldig heeft gemaakt aan diefstal óf m?s*riflk 

lode ^fl vérttóuwëii;'^ ftiec het oogmerk dte^^etie 

mee drukker)} • ter 'Mi»$ii te kunnen begiifnen^ hèSt- 

l M. ^n wij geenszins vDof Jffaarkfnübódig ^ rmtr 

jjj ui- ÓQ Heer ■ Schaa» heeft db-bederikiég'i dat ér 

van oudsh^ een Vermoeden t&geti^ O^fiSbBBitb 
toec fwegemi eAlé oïlbeboor-lijl^e handel wifze^ ojük in 



die 






C*>^L 6a^ 



I • • ' « - 





-.ƒ 


«. i j /[i Ij 


'ïfóiim 


^ 




V.4 




c 


2 







( 3<5 ) 

:Dtttiuchi0f9d heüoïïd^ niet kunnen wegoemeti; 
Jbij loopt derhalve over de getuigenisfen der 
Straatsburgers heen als een. haan over de heete 
kolen. bL 99. Bij het aanvoeren van de ge- 
migenis van Mari angelus AccuRaxus, dat hij 
eene Donaat en een confesfionaal gedrukt by 
elkander heeft gezien, heeft de Heer Schaab 
vergeten de woorden te voegen : ,, hy (Fust) 
^ heeft zekerlijk de eerste aanleiding hiertoe 
1^ gekregen door den Donatus vocw dien tijd 
5^ in Holland gedrukt , met eeoe gefnedeiie 
■^. plaat* 

- Na het overzien van alle bronnen (^Quellen^ 
zoQdeQ wg gaarne van den Heer Schaab, of 
eenen zijoer vrienden » de aanwijzing erlangen , 
welke nieuwe bronnen hij heeft aangewezen, 
,ten eii^e 2^'ne verzekering, op bl. 22 geg<^ 
ven, e)i door <his hiervoren aangiebaald, waar 
te maken» 

Onder hetgene er verder als bronnen worde 
opgegeven, zyn er vele ftukken, welke naar 
ons inzien tot de zaak van Mtntz en Gutbh- 
BEftG in geene betrekking (taan, en derhalve 
ook geheel buiten oas beftek liggen* 

Byzonder fgberp \% de Heer Sghaa» tegen 
zulke fchrijvers welke vermeenen^ dAt aan 
Straatsburg de eer der uitvinding toekomt; 

ook 



C 37 ) 

ook hierin willen wij hem niet nagaan. 

De Heer Meerman heeft bij zijn werk ins- 

gdlijlts rvele g^ciiigenisfen of doHcanieiiten aaQ-^. 

gevoerd en is- deswege meenmten beèoRte«)d , 

meer vl^r dan óórdeel tè hébben bewezen. 

Wij willen van denSchifjver, die aan de meeste 

van deze Hukken eene plaats heeft ingeruimd, 

niets meer zeggen , dan dat h$. veel geicpén- 

heid beeft betoond, door T zulke getuigenlsfai 

niét over te nemen , welke voor de: aanl^ynsik 

^nn Haarlem zonden. kunnen \^nen9 met aar* 

me , die vsn Nataus Comes , Hem^icus Scgl* 

RUS en anderen. 

- De üotfomionzer overwegingen op.dithoirfilf 
deel is , dat de Schrijver , door het: bybfengen 
van deze zoogenoemde bronnen, de gefchie- 
denis der drokkonst meer verdopketd dan ver^ 
lielderd heeft , daar men nu idet weet , wico 
der fehrijvers mengelooven moet, vermit& zy in 
velen zoo wel in den tijd en de plaats der nit- 
vlnding , als in de opgaaf van de perfonen ver? 
fchiUen. Het kan van ons niet verlangd wocr 
den , dat wij dit wargaren tot orde brengen ; 
dit was de taak geweest van den pragmati- 
fchen Crefchiedfchrijver, die alles zonde op- 
helderen en klaarmaken. 

• .... 1 • 

C 3 UI. 



C 3» > 

ri'. .#«» «i*! f.. I'** 



M > • • 



*• 



r> ♦ f ♦ • ' • 






-^VptiM* ifij gezegd, dat jk> amgaaode * do 
yprüem^Tit): vati : . y GutenbiIrg » ten «p^igcd 
der boekdflfakkitase .eo dea mtm. bckwiMiiAet 
dn én j^crig^gen.^ vroeger ^ ongelyk imet 
guosuge , i geddclven gexroed . heb. dtn ik . bei 
thans ^ na het lezen der bersten vao den 
Heer Scha^b^ die tx. frofesfa als lofrbdMaar 
i9 opgetreden 9 «is .zeker mag iletlen* 
- Ik meende t dat GuTEKBBRcr een man va« 
heènjift 4n».^;e4ireest , die dooc. een nuttig ger 
bfüsk yaiLsijtiebckiiraamheden én OTereenkoüiftig 
aijne aanzieniyke geboorte en hoogen flatid. ia 
juister en ruimte in het Haf: Züm GsmfMfch 
had geleefd » en die bij zynó cydgenoQten in 
achfirig hdd geftaan. 

^'Ik heb meermalen in brieven aan den Heev 
^EoMBQ mijne bedenkingen ce kenneo gegeven ^ 
^ men van den tijd van • Si:»! verius tf v^ 
veel werk heefc gemaakt» om den naam vaa 
den ongetrouwen dienaar van Laur£ns Kos- 
ter 



C 39 ) 

TBR\p die de geieedfcfaappeQ en > letters Vooi 
dedrakkectj,.van JïiMrr/m^ XMX Mfén$z bntgt^ 
op te fporfiii. .... i . . » i» . 

Ik meende 4iet op grond van het proces in^ 
DiuvzraN, Als. ifenoegisaam a^eker- «^ :m<^eji 
flellen^ dat GuTttffERO reeds xe Strdatsl^ürgl 
tnet plaat- of.tafefdmk werkte ^ti'iidi iii Def^ 
cember 1439, &I<i&ar ophield. 

Ik meende te mogen gelooven, dat Gu- 
TawBEfto geftadig zyne^ begeerte ukilrektiè 
et^zidb bijzonder beijv^erde, om meer lieht 
in dezen te erlangen, en dac; kij géttimU^ 
9b bladen van de Haarlemnierpers bekdmeh 
hébbende, bedacht: werd, dm met ^^ wijzci 
'der bewerking en van alks wat.de drukkenj 
^taiiging ,. beter bekend te worden;, r 
'. Voor Koster en zifne . zonen , wfts volgens 
Vas Mctsrsn ^, de kunst in dien tyd reeds 
^ profijcel^k geworden ^ en zij begotwien.reed^ 
^ een groot buis qu üm^^/ te honden/* 
. Het liet . zich derhalve: ligt^Iijk' geloovsa, 
«dat liet bij Gutenberg opkwam , om iemand 
zijner bloedverwanten of vrienden over te ha- 
len, ten ehde zich als dienaar of werkgast 
bij Laurens Koster te doen aannemen, en 
dat ^ deze zich ^^ om met Junius te fpreken^^ 
^ te Haarlem beijverde 9. om de kunst van 

C 4 w de 



C 4P ) 

^/6t UmrA zfuneQ te voegen:, de wij2e wauv 
JU op dfiidyé. gi^era worden, en ü wtt ver-r 
19 der toe die zaak behoorde» door en door 
^ te Icere» ktfOMn/* ien «nde van deae kun* 
4e laarr voor zijne begonnen? pogingen ^ waari- 
in hi^ niet naar w^fcben flagen konde^ en 
WMrmtde bij gefta^tg bleef tobben , voqrdee) 
te trekken, 

. Toeq 4e Meester i Laursns Koster, in bei 
laatst' van den jare 1439 overleden was 9 vond 
(jAe dienaar weldra gelegenheid, om bij dra 
iQliland der pers en de ledigheid in de druk* 
kenj üp Kerstijd , zoo veel van de letters n 
gejreedr^happen door eenen knecht of minder 
fen dienaar', te doen inpakken als hg dienstig 
oordeelde, ea.mee dien helper daatn^ uit bet 
huis te i^ugoen. (^) Juniuj «egt : ,» dat de 
,9 ontrouwe werkgast of dien^r te Mentz tAe% 
yy alleen, als eene vrijplaats buiten fchoot; 
99 was , maar ook . dat hij aldaar , in eenep 
,, open pinkel , dep rijkep pogst zijner dieve-r 



(*) Bü Jui>iiu5 ftaat-^ui4elijk;i cum fisre dom fe prar 
rifit. Waarom er bij Schaab cum furto (met ^et %%- 
flblene^ gefield is , en waartoe ^^%t verandering dienen 
moet , bleef mij onbekend Bij MEERMikN en bij %o^ 
HING ftaat duidelijk : cum fure (met den diefO 



C 4? ) 

H rij. genxsteUjk. beeft kiinnoi iozanelen ;'^ ea 
bij' Guicc^Ri>uii is venneld: 99 dat deza di» 
^ naar ie Mm$z ging wonen , alwaar hij de» 
>9 knnst in hec licht brengend^» zeer blijdelijk 
o werd . ontvangen/* 

. Dat een bedreven en ervaren drakker aan 
GÜTSMBBRG nog meer zoude te ftade komte^ 
dan de gereedfchappen en de leuers, zal niet 
behoeven betoogd ;e worden , en d^t werd bo^ 
ven dien bevestigd door het berigt van Jun lus , 
yy dat reed» in den jaze 144a 9 het d$cfrinale ym 
f^ jfVLEXANSER Gai^i^us té Montz gedrukt is , 
j^ met dezelfde letteren, met welke Lauri^ns 
9, Koster te Haarlem gedrukt heeft en alzoo 
fy is te voorfchijn gekomen/' 
. Sedert de. waarheid vap dit gezegde, door 
het vinden van bladen van dit fchoolboek ^f vgp 
^welke hij i(oi9iMo eene afbeelding is, bewe-^ 
zen werd , ftelde ik nog. meer belang in deze 
verzekering, en vermeende alzpo de drukke* 
-rijen te HaaHemen te Memz \n een^ ver* 
band te zien gebragt. 

l&ar nu het. door den Heer Schaab bewe- 
zen is, dat GuTENBisRo niet vooc den jave 
:i445 °^^^ Mentz is te ruggekeerd, en hij zij- 
nen djd kommervol te Straatsburg heeft ge- 
Heten , en dat men van zijn bedrijf te Mentz 

C 5 tus- 



C 4* ) 

flufcfaea 1445: en 1450 niets weecv.oa z$b 
mgne opmttiogen . tot eeb gumtig . oordedi 
fiwér 'OuTCNBERO: üi veioi venriddeidL 

Om över lipc^tne de Ho6r SchAab atngiao^ 
de des mans loc en bedrijf aanvoert y betar- (9 
doen*. 'Oordeeleo V heb ik faet dienstig. {;etcbt , 
0iD'ni9ne opgaaf in den rostm yin eene leven3>> 
&becs^ geheel: en. alleen nffar/dt berigijen . nic 
xÜo Iiferk gebaald t In^^ cigcen* 

. JoHAM voH :GfeNapi£i5cif:, gêzegd VON Gu** 
.TSMBBRO, is te Mmtz geboren in het ja^ 

lgP7 of I39S., , : 

Hij was de zoon van Frielex zdm GenSt 
FLEiscH en £lz£ ton Gudenbero 9 beide uir 
Rjmzie^niijke .ign adelgke geflacbien te Memz , 

tge/fTOCfiD. CO 

Van zijne opvoedbg en zyn loc, ten 
djde zijner kindsheid en jeugd,, is niets .be- 

kmd. Ct) 

. 'L^den van . de familie : Zi7M> Gevspleisch, 

zouden in de burgerlijke oneenigbeden^. welke 

er in den beginne, van de vijftiende eeuw te 

Mfntz plaats Avonden , gededd en dohalve ztch 

^ in 

(*)i. 133. 






C 4^ > 

fai de {MMdsakcAjjkheid èeimttdM hebben 
4ie jfi^ fee./Vierkten', betwrdlc : gebeord : 
a^ f: m :öï iimièm jare 1420. . CO 

.W^tiemc^ hij. mét 2^06 bkMedhrertv^iuea Yerü 
buisde^ en wmt- eb boe jbö ïu^cbdi : de. Jaten 
f420 Wv J43fa geleefd toeft Jr Inigelgkt in lie( 
dofkker . ^ebteven (f), en/welk^ dr* redenen 
^HJn goireesi;» dac hy 'dpa funilte * taaim wn 
flyoe moed$ar< heeft gerciKfid, ;ep dien^nmi^aönen 
vader heeft laten varen , als nfedt «aaröiiji hg 
.lui:^ 4en 'ftind van «dehnsn.in «dien; van 
rkmta^icei) mtisteiq ,étn bürgerfland beeft 
p}aa(3cv eo i.iricb cqc^ bec beoefenen van 
kunst- en iftandirerk heeft begeven , wofdtinsi' 
gel|^a Ib^figeos 'yermeld* : » 
' Dat r>Gu;f£M&ERQ door; de beoefening .vad 
mochanü'che kunacen eeo bedrieven werkman is 
^weestf»..eD' dat eeoe bürondore zucbr voor 
«iidbo//lQiQaceA.een hoofdcrêk; van zgn.kaifaktsr 
is geworden V '^9 wel mogeli^,. .maar dat b) 
i^eed^V .eer ;hij vaa MeiA^ vedrok^aJiob vbor 
^n jftfé Jk420.oof 1421 (0 vicbóFf dieJcon» 
fteQ:(oela8^:ellduhij N«:B..«l£i bec esrsts 

idéé 






Ct) L I3<J. 

($; IL 213. 



C 44 ) 

idéeysQ. de èóekdmikonsc i^t Mènn lieeft^ 
BiedtgeBmgcC^) 18 door 5chaab wel gexegd, 
maar het bewiji,TOQr de ^g^ottdfaeid vma de^ 
n gewaagde jfMog ia bij fchuldig^ gieUeven* 
• Meer zeker is bec , dat GuTBNBERa ' na dea 
jut 143P in Straatsburg woonde en' dac h^ 
coen geen gebnvik beefk gemaakt valt dea 
zMnot de anmestie^ welke destijds aftn bem 
en foderef, vroeger iUi|^wekenen tut Mentz ia 
fnngebudea. Ct) - 

r Het eerste, wet «en hem - aangaande ^ aiei 
fleUige zekeriieid weet, is^, dat htj ia den jare 
3434 9 etn* ftads-fcbrtjver van Jlftfn^ib, Nico«- 
LAAs^ gebeeten, te Straatsburg ^eek doen 
gevangen nemen , omdat -gemelde flad nalatig 
bleef, aan hem èene vorfchuldigde djns of wnte 
cè voldoen. Hij heeft dit arrest moecen op« 
beffen en gemelden Nicolaas ontflaaa van de 
aan hem gedane beloften, volgens acte vanden 
lOrooten Raad te Straatsburg. CS) 

In deze acte komt niets voor ^ hetwelk tot 
eenig bedrijf, veel min rot óe 4rukkut$s$ in 
eenige betrekking ftaat. Het ftok. bewijst al* 
. . leen, 

O I. 137. 

(t) I. 137. 

(S) I. 26 , 30 en 136. 



c 45 y 

keil» dat hg destgds reeds veilcgen was'om 

geld 9 eii van deze verlegenheid brengc de 

,Heer Sghaab hier ep elders nog meeif herig- 

een bij» Dese zoekt en vindt in die geldge- 

brek de wsaricfagnlyke reden, dat Outgn- 

BERO beflotea keef^, oih tot v bekoming van 

het noodige onderhoud , «If isgne handen uit 

te fteken* Wij kunnen niet bevroeden, hoe 

:met deze noodzakelijke poging om te blijven 

' eten , eene . meer edele zorg voor zijnen roem 

verbonden is. geweest. (^} ) 

Omtrent dezen tijd 0437^ moet^ Orrsn* 

BXRG dch aan eene adelyke jonkvrouw, Enr- 

NELIM ZU DBR'eISERNE ThÜRE, (AnNA VAN 

DE IJZEREN deur) de laatfte telg van eene aan- 
zienlijke familie in den Eizas , vserloofd heb- 
rben. Zij ftelde ten, minste tegen hem voor 
de Bxafdioppelyke Regfiank te Sfraafièurg^ 
:eeoe sectie in, tot vervulling der trouwbelofte. 
Vermits er ei^gensvan Ennel Gutenbikosr 
melding is, is bet waarföhijnl^k , dat er eene 
eondemnatie ten zijnen laste heeft plaats ge- 
, vonden, maar er befiaat geen bewgs, dat bij 
met haar heeft geleefd, (t) 

Kor- 

• n i. 137- 

et) 1. 139. 



•1 



« 



C 4^ ) 

r Koneü tgd dzmm werd €kJTENB8io. cloclf 
'Anobxas Dfti^nHN , een welgefteld .en. aan- 
zienlijk bnrger te Ssraafsiü^g aaDgezoehtf, 
•oni aan hem eehlgfe van dtekunaceii ce keren, 
-welkd fiij ten 4fien djde beoefeode. Güteiioerg 
rwilljgde ^t'Venoek: iil, en kerdè.hem he£ 
i^flijpen van Üieenèti. ^ bet polijscen V9ü fpie* 

j .JCorc daarna 'ging; GutEMBBM . met Joban 
>RwFm '^ene conjpagnieicbap aan , tot h^c be^ 
oefenen van eene (luiisc:, van .titfélke nad op 
4e Mis te jiken iroordeel zonde erlangeo* Ou* 
'TENBEtup zoóda cWee derde , Ribffb één xderde 
der winat genietani Dritzshn die van dis concraee 
-iets bemerkte 9 begeerde Löok.- in cdeze;coinpag- 
niefcbap aangenomen té wórdèh, en vervol- 
'gens werd er een gelijk verzobk dotpf AntoM 
.en Akdreas Heilmam gedaan^/ Peze verzoo- 
Jkèn werden. ingewilligd, ^mitaieralfi fomoie vifi 

■ 

sbonderd zesdg guldens betaald. werd. (. 
• Van de teis Ui^v Men kwam uiers; maat de 
.ccinipagfaons oncdekc hebbende-, dac ^ Ckstma* 
fitiUï npg andere h^dwcbrken .of kimsten dreef y 
drongen toen bij He^ aaa, .4pc;h$ odd daae 
jftr) hen zoude leeren, en niets geheim hou^ 



C 47 ) 

éen; na werden ek* aog twee h onder d üjfdg 
guldens van allen gevergd:» by.gedietten of op 
cgd ceivoMoen* 

. AndrUas DtiuTZEHif ftierS'i kort daima Werd 
er een proces voor den Groocen Raad van 
Sfradtsburg begonnen ^ welks (lukken , doof 
de Doitfcbers als veel afidoemfe voor de saak 
van GuTSNBERG zijn voorgedragen. 

Wij hebben in dezelve, niets meer bewezen 
]pvonden , &n d&c men had kocht , (*> dat 
«r eene pers gebruikt; werd ^ dat er vier flnk>* 
kén in dezelve! JsoUden gdegen hebben ^ welke 
xat elkander konden genomen oS. gelegd woi> 
den opdac nieauüid zoude Imogen weten , waar^ 
toe dit diende, — en eindelijk, dat dit losma- 
ken gefchieden konde,' doot twee fchroeven 
los té draaijen. (f) 

* Benige Dhitfchers ' hebben in déze befehri^ 
ving reeds eene volledige drukpers gezien; de 
.Schrijver CS) 2iét in bet. uit elkander na^cu 
der platen niets minder, dan.de eerswAB- 
-menaof ifer boekdrukkunst, met los f e 'letters ^ 
'en omdat ér bet wooid vier fiaac, befluit bi|-, 

■ • '•••dat 



r 



(t) 1. 144, 145. 

(S) I. ïSi. 



• « 



C 48 ) 

dèt GiniNSs&G reeds in het quatto formAdi 
£oude gedrakc hebbaiu 

De Heeren Meerman en Komimo hebben 
dit Scaacsbtirgef proces grondig beoordeeld, en 
hec uicgemaakc, dftc, gelijk Trithbmiüs ge«* 
ieerd heeft , op hec allerhoo^fte daarbij mel- 
ding is van eene plaac^ of tafeidniklerij (xy- 
lographie) , van welke er echter geene vrttch* 
ten bekend zijn gebleven. 

Uit de berigten bij den Heer Schaab Is hee 
verder als 2eker op te maken , dat deze oom'- 
pagnietchap voor de deelhebbers, geenszinli 
vrinstgevend is geweest* Anoribs Dritzbhm 
imd zijn geheel ouderlijk erfdeel daarbij inge- 
fchoten. (♦) ' 

Tevens blijkt bet, dat Oütenberó niet heft 
hoofd of de chef van de cotnpagniefchap is 
geweesff. Hij woonde buiten de poort ; de 
pers bevond zich niet onder zijn dadelijk toe- 
zigt, maar ftond aan het huis van Dritzbhm^^ 
toen^deze (Uerf. 

( , Het heefc mij verder 9 een allen tijde verwon- 
,dttd^ dat h^t door niemand, onzer fchrijvers ef 
door de Duitfchers is opgemerkt , dat de fommen 
der toelagen van de compagniefcba^ vanidpeis 

C) .1^ 141- 



C 49 > 

350 gulden te gering waren , om , na afcrek vaii 
het gene er vereischt werd coc bet fteenflijpen 
en fpiegtl' polijsten^ daaruit d^ oprtgting iran 
eene eigenlijke Boekdrukkertj te bekostigen; 
en ook dat die gering beloop niet in evenre* 
digheid ilond met het groon .voordeel » -faèb 
welk de deelnemers zouden genoten hebben^ 
indien Gutenberg destijds reeds de geheimen 
der drukkunst zoude hebben gekqnd en aao 
•hen medegedeeld» 

Op Jienzelfden grond kan men ook de verr 
klaring van Johann Düne, goudfmid, in 1439 
afgegeven , dat hij reeds voor drie jaren , de 
fom vaa honderd gulden aan Gutenberg vef- 
diend had aan zaken , welke tot het drukr 
ken behoorden 5 niet anders aanmerken^ dan 
•aan bijwerk , en geenszins aan de aaak .van bet 
boekdrukken verdiend. (*) 
• In December van den jare. 143.9 volgde bet 
Tonnis van den grooten Raadden boeseer bg 
hetzelve was bepaald , dat de . compagnidchap 
tusfchen Gutenberg, Riefpe en Heu^man» tot 
op den afloop der vgf jaren na hec eerste. be- 
gin^ en alzoo tot 1443 ^^^^ hebben voortge-* 

duurd • 

ft 

V. D. I. St. Ö 



( 50 ) 

donrd» vindt men deswege niets naders ver- 
meld. (*) De Scrafttsbttrger geleerden , heb- 
ben veié pogtogèo een deze» einde verg^fs aan- 
gewend^ 

ScRAAB heeft bij het vermelden van den ijver 
dier geleerden, betreffende hen gezegd: ^^ dat 
f^ alles wat zij aangaande het drukwerk , waarop 
9, zy aanfpraak meenden te hebben « badden by- 
n gebragt, niets meer uitmaakt dan hypothe- 
i, fen, welke aan hun plaatfelyk Patriotismns 
^ meer tot eere verilrekken, óm aan hamie 
^ onpattijd^heid." (f) 

H9 beeft verder wel het bewys bygebragt, 
dat GirmiBSRG in de jaren 1443 ea 1444 zich 
nog ie SiroMsbMrg ophield » inaar ook dat hy 
tfeh destgds^ nt de noodzakelijkbeid bevond, 
om fchuldcn te maken. ($) Door het mis- 
lukken zijner pogingen , en het verlies van zyn 
vermogco en van gemeld proces moest hij ein- 
delijk dtMt den. nood gedreven ^ het beiluit nö- 
mm r <'n^ ^»ur zqne geboorteflad te mg oe kee- 
Mi , ahnw h9 tot bereiking vai» zijoe oog^ 
merken, op de ooderftenaii^ via zijne ryke 

bloedr 

' n 1.159. 

(t) Aid. 



C $1 ) 

bloedverwanten^ en andere perfonen vermeende 
te mogen rekenen* (♦) 

En nu zegt de Schrijver hg het vermeldeti 
van de^en flap het volgende: 
' jf Arm aan vermogen , maar rijk aad talen- 
^ ten en met hooge en groote plannen tot 
fy fcb$pping^ nam de Grootê Man^ op het 
^ einde van het jaar 1444 óf iü het begin vatt 
99 14459 begeleid door zijnen getrouweti dic*> 
yy daar Lorcntz Beildëck de te rngreid aan 
^ naar Mentz. Hij liet te Stmatsburg geene 
^ kweekelfngen , geene producten van zijne künac 
^ maar alleen ^tijne vrouw na óf achter/* (f) 
Op de volgende bladzijde vindt men reeds hcc 
4)erigt) dat het vijfjarig cijdvik^ van 1445 toe 
1450, cot den doftkersten tijd van GuTsHBEROi 
leven behoort ^ en dat mai titet weet, boe 
en waar bij ld deze jaren geleefd heeft. 

De Scbrijver verhdugc zieb ^ dat hij nog ééA 
ftuk tot dit donkere tijdvak beboorende , kaü bif» 
i^engen en leert ons 5 dat GuTÈNiSERa, toenUj 
in den jare 1448 te MeMz leefde , geen veiv 
mogen en geen crediet had , maar dat b^ doMr 
-tenen ÉHjfi&i 'rijke btöddvérWrtiten AniieLD 

GSLT- 

C*) I. 164. 

(t) Ali -^ - 

D 2 



C sa ) 

Gblthuss gentaind £chzelter> met Voor-» 
fchoc van geld werd onderfteund , en wel mee 
150 gulden I tegen eenen interest van zeven en 
een half ten honderd. (^^ 

De Heer Schaab vult verder de fchraalbeid 
der berigten in . dit tijdvak aan door redene* 
ringen, en ^ wel door de veronderftelling « ^ dac 
99 de werkzame man zeker niet ledig zal zijn 
^ gebleven ; maar tlat hij aan nieuwe werktui- 
19. gen voor zijne gr 00 f e uitvindingen heeft ge* 
), arbeid, en zijne, proeven in het klein heefc 
^ voortgezet; maar** zegt hij tevens: 99 eene 
jy historifche zekerheid hebben wij in dezen 

H,niet/*(t) 
In den jare 1450 kwam er eindelijk eene 

gunstige verandering in het lot van Gutenberg » 
door de hulp en den bijftand van Johann Fust» 
een rijk en . aanzienlijk burger te Mentz^ den 
broeder van Jakob Fust , goudfmid aldaar ; 
üu; werd er weldra eene eigenlijke drukkerij 
:9pgerigt, zoo als de Schrijver op grond der 
jserigten van Trituemius in het breede voor- 
.draagt. 

« Dit jaar 1450 was volgens de meeste fchrij- 

vers 

O L ftS en itf5. 
(t; I. !«• 



( 53 ) 

vers in dezen bec goudtn jaatj voor hec 
gouden Mentz. 

Wij zouden hier eigendijk onze befchou* 
wing kunhen eindigen, maar nu wij mee de 
Levensfchets van Gutenberg, naar de berigcen 
van ScHAAB, begonnen zijn, vermeenen wij 
dezelve ook toe zijn overlijden te moeten 
voortzetten. 

Wg zullen ons over het contract zelve, en 
hoe het blijkt, dat er bij Gutenberg destijds 
geene drukgereedfchappen voorhanden waren f 
en dat Fust geftadig al meer en meer geld 
moest fchieten, niet verder uitlaten; dat er 
niets van de gereedfchappen of letters onder of 
bij hem aanwezig was, is meermalen als eene 
opmerkelijke zaak befchouwd. T*) 
' Verbazend groot .was de ondemething, we)» 
ke deze compagniefchap van den jare 145 a tot 
1455 tot (land bragt, te weten: het drukken 
van den gebeelen Bijbel. 

Veel , zeer veel is er over deze onderneming 
en de gevolgen van dezelve gefchreven , ook 
door den Heer Schaab. (t) 

Volgens het berigt van Schoffer aan Trit- 

HB- 

(♦) I. i^ cit 175. 
(t) I. aao COC %j6. 

D3 



C 54 ) 

iVMiV^) was er rjoeds de fomme van vier dui^ 
zend gulden uitgegeven, voor dat men mee 
bet derde quaeem gereed was* 



Hec i9 voor de boekdrukkunst eene zaak van 
bet boogde belang geweest , dat Peter Schop* | 

FER, omtrent den jare 1452, met Fust in be* 
u^kking kwam, Hy was een zeer bekwaam 
en vindingrijk man , en vooral door hem wer* 
.den vervolgens de groote verbeteringen in 
^ kunst van het fnijden en gieten der letters • 

«n van het drukken aangebragt. Hij trad reeds 
ia den jare 1454 of 1455 met de dochter van | 

Fust in het huwelijk» en deze verbindtenis 
zoude veel bebben medegewerkt, om aan de 
tompagniefchs^) van Fasr met Gutenierg een 
einde te maken* 

Volgens het begrip van den Schrijwr had 

men, na alle de geheimen van hem g«- 

leêrd te hebben , zijne kunde en ervarenis niet 

.Hieer noodig; en men zocht hem derhalve uk 

de drukkerij te zetten en zich ^ian hem te €sn* 

•ftaan. 

« 

Reeds in den jare 1455 werd er een proces 
tegen Gutenberg begonnen » bepaaldelijk over 
geldzaken loopende; en by eepe Notariële 

ac- 



r 55 ) 

acte 9 werd vervolgens de compagniefcfaftp oot^ 
bonden ; de geheele drukkerg werd mee \ü cdr 
gereedfchappen 9 de voorraad mb ^papi^r ,^m 
pergamenc en de exempltren vamien Bybd» 
«an Fust in vollen eigendom oveigedra^^ , 
ScHAAB heeft zich bijzonder beijverd» OfH 
de bandelwQze van Fust en Sc^f¥9r ih on- 
dankbaar , baMzuchfig , ja als affchnftn^elyk^ 
tegen den eerlyken^ zachmoedigen en hiatt- 
geloozen Gutenberg te doen jbefchouweiu 

Wij beflisfen In dezen oiets ^ maar w^ ma^ 
nen^ vermits zijne befchoitwing eenzgdig is« 
te mogen zeggen « dat deze penning ook wel 
'eene keerzijde zal hebben gehad. 

Bij het zien der prócesfale ftekken «ft dfc 
Nooriële acte, komt hïy den koelen befehoo^ 
wer önwederftandelijk de gedachte op, dK 
dit geheel een nieuw bew^s oplevert, hóej» 
wanneer het geldzaken betrof, niet met Gu- 
tenberg te handelen was. Men wordt io 'dit 
geloof bevestigd, omdat hij na de fiduet- 
ding nog veel aan Fust en Schöffer fcfattl^ 
*d% bleef. 

GuTBSBERG ftond vervolgens zonder :ddKkr 
kerij ; gelukkig vond hij eenen helper en wel- 
dadigen vriend, in Conrad HuiMerji,. fttds- 

D 4 fyn- 



C 56 ) 

iyndlcui cè Memz , die hem zoo veel geld 
Voörfchooc , als hij noodig had , om zich '* eene 
nieuwe 'pers en nieuwe letters aan te fcbaffen. 
Hl7MERij was echter zoo voorzigtig« dat fa^ 
deO' eigendom yan het gekochte aan zich be»- 
hteld. 

' 'Volgens algeitieene verzekeringen zoude om |» 

den jare 1460 uit deze drukkerij verfchenea , 

^' hef boek* Ca f holicon genoemd, waarover 
de Schrijver zeer breedvoerig handelt (*) moe 
opgave van bet eindfchrift in zijn geheel. Wij 
«eggen alleen , dat de letters volgens zijne Ver* 1 

zekering in velen verfchillen van die van Fust 
en ScHÖFFER , en klein en mager zijn. 

Vermoedelijk h^efc Gutenbero met Fust en 
ScHÖFFBR gevoelig gedeeld in den grooten 
j^ampfpoed, welke Mentz bij de verovering 
van de ftad in den jare 1462, trof; maar by* 
Eonde're berigten zijn er deswege niet. 

-Op den laten avond zijns levens is zijn lot 
eenjgzins ten goede veranderd. In den jare 
1465 werd hij door den Keurvorst Adolph IL, 
COC Hof 'kav aller benoemd , met genot van de 
gewone voordeelen van kost en kleeding , meer 
echter om de diensten aan den Keurvorst en 

« 

hét 
(♦) I- 380 •401, 



■I 



C 57 ) 

liet Scicfat bewezen , da« om zjjw verdienscen 
als uitvinden (*) 

GuTENBERG woonde federc ce Eltvill aao 
bet Ho£, en bij zoude zyne drukkerij ook der- 
waarts hebben laten overbrepgen» welke ver- 
volgens overging aan leden van een aanzienlijk 
geflacht te Mentz gevestigd , Bechtermüntx 
genoemd , door wie dit bedrijf later zoude zyo 
voortgezet. 

Hij (lierf te Mentz ^ tusfchen den 4 Nor 
'veraber 1467 en 24 November 1468. Vol- 
gens eene oorkonde door Schaab aan het licht 
g^bragt, welke hij zelf: de gemgtigfió der 
Gensfleische Urkunden noemt ,,' was de groote 
99 uitvinder der boekdrukkerkunst » door zijne 
5> uitvinding verarmd » en hy bleef in armoede 
^ tot aan zijnen dood. Ja zelfs zijne edelmoe** 
yy dige bloedverwanten 9 die hem trachtten te 
3, belpen , werden door hem geruïneerd." ff) . 

Op de door hem nagelatene drukkerij fchijnc 
de Keurvorst de band gelegd te hebben. Deze 
gaf dezelve over aan den eigenaar Humerij, 
op voorwaarde dat deze zich van zijne zijde 
verbond, om alleen in M^nt% te doen druk- 
ken 

(O I- 5. 452 en 453. 
(t) !!• 258. 

D 5 



C 58 ) 

ken en bij verkoop der gereed&lifippen en leè- 
ters , aan eenen ftadgenoot den voorrang soiide 
geven 9 boven eenen vreemde. (♦) 

Het Kjk moec in ftilce ten grave zyn gebrtgt. 

Een 2ijner bloedverwanten Adam Gblthus 9 
sonde een opfchrifc voor den graffteen in de kerk 
der Franciscanen vervaardigd hebben , maar 
het werd nfec geplaatst, (f) 

De echtheid van dit graffchrift is door velen 
{getwijfeld, en wordt nergens bewezen. 

Eerst in den jare 1507, alzoo 39 jaren na 
«Ijn overlyden werd er door Ivo Wittig t 
In het Hof van Gutenberg te Men$z een ge- 
^denkfteen opgerigt, welke tot 1797 zoude 
sijn bewaard gebleven. 

Ook hierover zijn verfchillende gevoelens ge» 
uit. Meerman bragt eenigen twijfel bij^ omdat 
het eene grafTchrifc van : Johann Gbnsflbisch 
en het andere van : Johann Gütenèêrig gewaag- 
de. Schaab zegt deswege: ,, In znike abfurde 
jy nieeningen valt een Geleerde , die inch in het 
^ hodd zet eene hypothefe door te drijven." (S) 

Schpeef ik eene gewane levensfchecs om Gu- 

TEN- 

0) I. 472. 

i\) L 12 , 82 , 460, 461. 
(S) I. 12 , 82 , 83 , 469. 



C 59 ) 

TENBBRG in Zijn loc 60 bedrijf ce doen ken- 
nen en niet eene , met hec meer bepaalde oog*' 
merk, om alleen dat gene te vermelden, wac 
de Heer Schaab hem aangaande gezegd heeft , 
dan zoude ik alhier eene beoordeeling vaq 
*s mans karakter moeten laten volgen. 

Ik heb noch lust noch roeping » om de re- 
denen cot eene ongunftige beo<H*deeling op te 
zooken en zoude gaarne mij in den günfligen 
dunk, welken ik hem aangaande voorheen heb 
gevoed, bevestigd hebben gezien. 

Nu de Schryver ook hierbij toont, f oven 
de waarheid uit gunst (Jludio) te werk te 
gaan, nu vermeen ik ook zijne redenen, ter 
toetfe te moeten brengen. 

Eenige der hoedanigheden welke bü aan 
GuTENBBRQ toefchrijft (*) noemt hij hffelyki 
een koele befchouwer zoude dezelve op zyn 
best als ênu^erfchHHg , zoo aiec ab ^fkfu- 
rtngrwaardig beoordeelen* 

Hij' verzekert , dat hefckeidenlêeid en nederig * 
heid hoofdtrekken van ^s mans karakter zouden 
xgii geweest en meent zulks te kunnen bewy- 
jsen f door te betoogen , dat Gut^nberg npzem- 
HJk Yiin die plaatfen weg bie^f , waar zifoe m- 
genwoordigheid tot handhaving van zijn belang 

en 

(*) F. 4 en 5. III. 155, . • 



C 60 ) 

en zijne eere vereischc werd. Te Straats- 
burg zond hij na den dood van zijnen com- 
pagnon Dritzehn zijnen dienaar, ten einde 
de openbaarmaking van zijn geheim voor te 
komen. Naar mijne gedachten had hij zelf 
hier moeten tegenwoordig zijn. 

Te Meniz verfchijnt Gutenbero niet voor 
den Regeer, toen Fust den eed zoude afleg- 
gen. Hij zond zijnen buurman , Herman Gun- 
HER, den Priester van St. Christoffel^ bene- 
vens twee anderen , om te zien wat er gebeur- 
de, hoezeer hetr belang zijner zake hierbij een 
bijzonder gevaar ]iep, en zijn tegenftander Fust 
aldaar met deszelfs broeder en eenige vrienden 
verfcheen. (*) Het was hier, mijnes inzien»^ 
vooral de tijd geweest, om zich te doen gel- 
den, en zijne zaak te verdedigen, ten einde 
door eene ophaling en vermelding van zijne 
groote diensten als uitvinder aan de compag- 
niefchap gedaan, eene voor hem ongonlUge 
beflisfing van de zaak voor te komen. 

Het is mij verder duister gebleven, hoe de 
Schrijver tot iets gunstigs heefc kunnen beflui^ 
ten, uir de tegenjïelling ^ welke hij maakt 
van het gedrag van Fust en ScHÖFFsa in 1457 
en van Gutenbero in 1450. 

De 

(*) i- 170 1 171- 



' 



C <5ï ) 

De eerden hadden bij de uitgaaf van den 
beroemden Codex Psalmorum » achter hetzelve 
een flotfchrift gegeven ^ waarbij zij mee mei* 
ding van hunne namen zich beroemen op hun- 
ne bijuitvinding enz. GuTfiNBERG heeft zy- 
nen naam verzwegen, in het flotfchrift vao 
het door hem uitgegeven Caf holicon. > 

ScHAAB zegt 9 dat de verzekering van d^ 
eersten arglist verraadt, C^) en dat de ban* 
delwijze van den laatile alleen van den geest 
d^r waarheid getuigenis draagt* (f^ 

Ik kan de gegrondheid van deze opvatting 
en verzekering niet bevroeden. 
. Fust en Schoffsr verrigtten bierbij niets 
jietwelk afkeuring verdient ; zy fpraken de 
waarheid. Had Gutenberg regt gehad, om 
2ich als den eersten uitvinder voor te^ doen « 
dan had h(j het njet mogen nalaten , om. bij de 
uitgaaf van zijn Catholicon het voorbeeld van 
jcijne tegenftanders te . volgen , zonder zichzel- 
ven te benadeelen. 

. Wg vermeenen in deze , zoo genoemde lofr 
fflijke hoedanigheden eene doorgaande vrees- 
{tfihtigheid te zien, en wij vinden hierin 

een 

(*) I. 44». 
W !• 447. 



1 



( öa ) 

öp nkfuw een bijkomend Bewijs (irjdice^ 
tot vermeerderiog van het algemeen ver- 
moeden , dat er reeds vroeg in bet leven 
van GüTENBERG iets moet zijn voorgevallen, 
hetwelk geen licht verdragen konde, en waar* 
tk>or hg uit rijnen (land als edelman getreden , 
of gezet t den naam van Genspleisch heeft 
moeten laten varen ^ en zich tot de beoefening 
van eenig hand^ of kunst - werk begeven beb^ 
bende , wederbooden werd , om zelf met ry^- 
nen naam en z^ bedrijf voM den di^ ce 
komen» 

Het is te allen tijde als eene zeer opmet^ 
kelijke zaak beibhouwd dat, todieil Guten* 
«ERO de eerste en vooraaamfte uitvinder der 
drokkanst te Straatsburg of te Mef9tt Is ge- 
weest, hij noch iemand zi|ner uaastbeffakandefi 
of vrienden , ergens een verbaal heeft gege- 
ven , hoe hij aan de ondekking gekomen is en 
uit welke beginiels en langs welken trapsge* 
wijzen voortgang, de zaamgefleMe kunst die 
hoogte van volmaaktheid heeft bereikt, waar- 
mede het eerst bekende voortbrengt van de 
pers van Gutenberö en 'Pust in den jare 1454 
^de Bijbel^ verfcheen. (*^ 

Ook 

(*) Deze gedachte werd ook bijgebragt In die &éde^ 



• 



C 63 ) 

Oók fia de uicgeftrekce bempeijingen van den 
Heer Schaab is dit gewigdg punt geheel duister 
gebleven. Hij heeft aangaande g«en punt eeoig 
nieuw licht verfchaft , als alleen voor des mans 
geldeioosheid en bekrompen toefland, en hoe 
zeer ik geenszins behoor on^er zulke menfchen, 
die voortdurende tegenfpoeden of ongelukken 
als een bewijs van fchuld willen aanmerken, 
zie ik mij mijnes ondanks verpligt, om na het 
lezen en overwegen van het aangevoerde^ in 
weerwil van de uithundige hffpraak van den 
Schrijver te geloqven^ dat Gutenberg aan 
zich de eere en de rust heeft misgund , en dar 
Irij eenen geftadigen vijand in zich zelven ge- 
vonden heeft. 

Ik wil mi] in deze en dergelijke onaaqgcr 
name nafporingen niet verder verdiepen » maar 
ik mag niet nalaten , de berigten op te geven ^ 
van het gene er door den Schrijver aan het 
vemnft en de werkzaamheid , of liever aan d^ 
perfen van Gutenberg voor den jare i45Qt 
worde toe§?fchreven 9 en deze' berigten te be.- 
ooideelen. 

Teo 

voering tta den Hoogteenar Van ser Palm, bi} bit 
KoMUfeeic in ilfoail Zie de GtdtnJ^hHfim bl. 15» .. 



C 64. ) 

• Ten opiigte van het gene te Straatsburg 
toude zijn voorgevallen » nemen wij het berigt 
van den Heer Schaab jselven in zijn geheel 
over: 

^ De verrchillende wijzen , waarop Gütbn- 
^ &ERO beproefde 9 zijne nieuwe kunsten al- 
^ hier uit te oefenen ^ waren ontoereikende ^ 
^ om iets , zelfs van een klein boek ten uit- 
5^ voer te brengen." 

^ Hij moet vele jaren met voorbereidingen 
^ en vruchtelooze proeven hebben doorge- 
^ bragt, bij welke hij op het einde zijn ver-' 
^ mogen infchoot/' 

^ Straatsburg^* zegt hij, >^ mag alzoo de 
fy wieg van Gutenbergs uitvinding heeten, 
^ maar het was eene wieg zonder kind. Ia 
yy Straatsburg ftond dd uitvinding ald nog in 
yy de geboorte; alles wat aldaar gedaan is, gö- 
>, leek naar het tobben en afmatten van eenen 
9^ man , die zich met wenfchen en vergeeffche 
5^ proeven plaagt en aan het welgelukken van 
,, zijne pogingen twijfelt^ Alles wat er van zij- 
'yy ne nieuwe kunst te Straatsburg kwam , 
yy waren proeven^ nog ver van de uitvoering 
99 verwijderd. Hij konde niet verder komen, 

« 

ff, en fcboot er het vermogen van zich zei* 
yy ven en zijne compagnons bij . in. Geene 

^ der 



« gettïigenisfen in het profces gevcti eenig fpoot* , 
^ dac er te Straatsburg een klein blaadje zou-* 
,) de gedrukt zijn ; ja Straatsburg kan geen 
„ drukwerk, zelfs geen fragment door Güten* 
95 BERG gedrukt aanwijzen/' C*} 

Onder al de redeneringen van den Schrijver 
is mij geene meer los en vreemd voorgeko- 
men ^ dan dat hij bij het opmaken van deze 
flotfom van het gebeurde te Straatsburg nog 
eens fchijnt te rug te komen, op de reeds 
vermelde verzekering zonder bewyst ^ dat 
^ GuTENBBRG reeds de boekdrukkunst zoude 
jy hebben uitgevonden^ voor zijn vertrek van 
9, Mentz naar Straatsburg « dat is — NiB. voor 
,5 den jare 1420»" 

ScHAAB zegt biets minder dan het volgende 4 
op bl. 157. „ Wanneer men in de Gefchie* 
^9 denis der boekdrukkunst de drie tijdper* 
,, ken: uitvinden i verbeteren en voleinden k 
^ behoorlyk en historisch onderfcheidt ^ daO 
^ zal Mentz alleen i of flechts een deel 
^ van de tweede epoche met Straatsburg heb- 
^ ben te deelen ; maar het eerste en ge^ 
^ wigtigftey het uitvinden en ook heft 
^ laatfte,het voleinden^ zal aan haar alleen 

fy ver- 
CO 1- 155 > 15^, 157-1^0. 
V. D. I. St. E 



( ^6 ) 

„ verhlijven.*" (♦) Wij kunnen geen begrip 
vormen , boe iemand zoo iets aan 2ich zelven 
kan voordellen en aan hec oordeel van onpar* 
cijdigen heefc durven voordragen. 

Zoude GuTENBERo deze gewigtige uitvin* 
ding van den jare 1420 coc 1436 geheel in- 
wemlig en voor zich zelven hebben kunnen 
houden ? En zoude dan de drukkunst van den 
jare 1420 waarlijk toe in 1450 in de geboorte 
gebleven zyn? 

De Schrijver had kunnen en moeten ver- 
timchcen, dat andere perfonen ook epoches io 
dit lange tijdvak zullen willen zoeken. De 
Vrucht zoude dan, volgens zijn begrip, reeda 
voor den jare 1420 te Mentz ontvangen zijn^ 
niaar van de lange zwanger heid van 1420 tot 
1445 en van de kraam meldt hij niets. Hij 
zegt alleen, dat er te Straatsburg eene wieg 
ilond, maar eene wieg zonder kind. Ook te 
Mentz boorde men nog niets van het kind 
van 1445 tot 1450, maar in het jaar 1454 
^ieii wij door behulp van Fust en ScHöpraft 
een* volwasfen man voor den dag trede»^ 
Die deze opvatting lot overtuiging kan bre«r 
gen, zal voorzeker een wonderftuk verrigtea^ 

Wij 



t 

Wij vragen flechts : zoude het onzinnige « *«- 
mogelijke van zulk eene opvatting aan den Schry'^ 
ver - zelven niet voor den geest zQn gekomen ^ 
En zouden die vzn Mentz waarlijk de^^rd 
van die tot in 1436 geheel Jlilgeblevene Oii* 
vinding virel voor hunne ftad begeeren ? 

Hoe verbazend klein wordt GuTSNBEROy 
wanneer men met Schaab zoude willen geloo- 
ven , dat hij als jongeling reeds te Mentz voor 
den jare 1420 ^ met de uitvinding gereed is 
geweest, en dat hij in zynen geheelen man- 
nelijken leeftijd van 1420 tot 1450 niets Vêoif 
en met die uiMnding heeft kunnen te wtég 
brengen. Ik herhaal het , in het geheele boek 
' niets gevonden te hebben , het welk mij meer 
verwondeMe dan het berigt van déze inwef^ 
4ig gehoüdene uitvinding te Mentz voor deiii 
jare 1420. (♦) * • 



Wij znllen thans nóg nagaan , öf de Heer 
Schaab gelukkig is geweest, met Iets op tt 
fporen, hetwelk buiten legeufpraak aan hét 
vernuft én detl ijver van Gotenbbró eere doet» 
en aan hem voor den jare 1450 kan worden 
toegekend. ... • Q^er 

e; 1. 152. ■ 



< 68 ) 

Over de plaatdrukken willen Wij niet fprc- 
ken. Hec gelde hier alleen van den druk niet 
Io$fe en gegotene letters^ waarvan Haarlem 
reeds vroeger blijken had gegeven. Wg heb- 
ben echter nergens eenig bewijs gevonden , dac 
de hou ten drukplaten, welke te Parijs worden 
bewaard, van Gutsnb.tirg zouden af komftig zyn. 
. De fchrijver begint zyne opgaaf van de druk' 
werken op bl. 183 met de ji B Cdarien; 
bet doet mij leed, d^t hij niet, gelijk de Heer 
Koning heeft gedaan, fac fimiles heeft gege- 
ven van het gene hij ons wil voorftellen ; hier- 
door kunnen wg de waarde van zijn kostbaar 
fragment (*) niet beoordeelen. Uit de opgave ^ 
dat de letter A aldaar driemaal herhaald is^ 
zoude men, hoezeer het formaat in velen ver- 
fchilt, eenigzins kunnen gisfen, dat hetzelve 
overeenkomt met het A B Cblad^ in den 
letterfchat van den Heer Enschbdé te Haarlem 
bewaard, en bij Meerman afgebeeld. 

De Schrijver zal zijn blad hiermede kunnen 
vergelyken , en vindt hij daarmede eenige meetT 
4ere . overeenkomst , en wel bijzonder in het 
gebruik van de t finaal (f) 9 d&n is zijn blad 

waar- 
^ (*) I. 183. 

(t) Men zie over de t finaal het ewj^ectut der verbande- 
liog vao J. Koning I in m^n Mefigehverk D. I. St. IL bU sos. 



C 69 ) 

waarlijk een kostbaar fragment. Wij hopen 
het, omdat hij zegt, dat de letters overpea- 
komen met den oudften Donaat^ op bl. 184 
vermeld; maar als dan zijn deze letters geene 
Vr typen (eerfte letteren} van Gotenborg y «00 

ais 

Ik ben destijcb door eenen mijner vrienden ulcgenoodifd^ 
om de bitden van den Alkxamder Gshhvz en de DofiATfiN, 
welke in de Koninkiyke Bibliotheek in ^^Gravevha^ 
bewaard worden , met elkander :;oo naauwkeurig als mij 
mogelijk was te vergelijken , en hiervan verilag te ge- 
ven. Ik heb zulks op de ^ijze , door den Heer Ko- 
NiNO aangeraden , gedaan , mee doorfchijnend papier , en 
erlangde hierbij de volledigfte zekerheid, dac de beid^ 
ftukken mee dezelfde letters gedrukt waren* Te dien 
pjde viel het mij in het oog , da^ het gebruik van eene' 

• 

andere / op het einde als in het midden van een woord 
plaatt vond , gelijk wij • nog bij het fchrijven eenig on- 
' derfbheki maken tosfchen eene / en s en tusfohen eene 
4^ en Ji. - 

Ik heb vervcjgens dit gebruik verder nagegaan , en 
heb. in alk de bladen en (lukken van de pers van 
KosT£R en zijne erven gevonden , dat er op het floc 
' eene / met een haakje , het zij van boven , het «y 
-van cmderen af opgehaald gebruikt werd, en ik heb 
van dit gebruik , bij geen ander drukwerk uit de vijf- 
tiende eeuw, eenig blijk ontdekt, hoe velen ik ook in 
den Catalogus der BihHotheca Spenceriana en elders heb 
kunnen nazien. I)et gebruik van deze t finaal ver- 
meende ik alzoo als het Criterium van de Haarlemmer 
letters te mogen opgeven, zoo als ik hec ook in be* 

E3 



C 70 ) 

ab h^' itt den iniex (lellig zegt» maar wel 
Urtypen van Laurens Koster. 

Over de Horariën of kleiae gebedeoboe^ 
ken brengt de Schrijver niecs by* als eeoe 
ikorte algemeene redenering, welke coc Gutkn- 
BBRO in geene betrekking ftaac, en zonder 
^nig bewijs worde afgegeven. (^^ 
. Confesfionaliën. Daar zoude zulk een boek*- 
jc beftaan, voor den jare 1450 gedrukt, waar- 
van een exemplaar, volgens de getuigenis van 
AccuRsius, bij eenen Donatus ingebonden is 
geweest, maar Schaab brengt volftrektelijk 
geen bewijs bij, dat Gutenberg hieraan eenig 
deel heeft gehad. Hij noemt het echter het 
kostbaar monument van den eer f ten Ment* 
•zer druk. Wij beklagen ons met hem 9. dat 
hetzelve uit de Bibhotheek van St. Genoveva 
te Parijs j ten tijde van de Franfche omwente- 
ling verdwenen is; voomamentlijk ook, omdat 

men 

roemde Hollandfche handfchrifcen» in hec begin der vyf- 
ciende eeuw, vervaardigd heb gezien* Ik hoop hier« 
over meer breedvoerig te zijn, wanneer ik de (hikken 
in de voorrede vermeld uitgeef. Ik moest er hier iets 
vun zeggen , om den Heer Schaab over de waarde vnn 
%m kouhaar fragmem en de Urtypen te kunnen do9i 
oordeelen. * 



C 7' ) 

men dan zQude hebben kunnen zien > wat gek- 
nielde AccuRsius zelf op den Donatus gefchrö- 
veq heeft. (*) 

Over de Donaten is de fchrijVer zeer breeds 
voerig , (f} maar hij is voor zijne eer en die van 
GuTENBBRQ bierbij niet gelukkig geflaagd. 

Hij noemt in den index bL 4849 de Dana^ 
ten : ,» korte uictrekfels uit grootere en oude* 
y^ re werken voor de Grammatica ,'* en meldt 
niet , dat £uus Donatus een der leermees- 
ters is geweest van den kerkvader UifiR(H«y- 
Blus , dien hij in de vierde eeuw in de fpraak* 
kunst onderwees. ($) 

De Heer Koning beeft klare berigten gege- 
ven^ 

(*) i. 185, 188. 

(t) I. 188 -aoi, 

Cs) Wij vonden deswege het volgende berigt bij . on- 
zen Maa&lano in zijnen Spiegel Historiaah 

JoQC was hi (i) te Rome geleec, 
£a daer ontfinc bi kerscignbtde 
Lettren en Gramarien mede , 
Leerrede (2) van Meester Donate , 
Die makede dor (3) der kinder bate 
Een bouc , die heet : Dtmaet. 

(l) HiKRONYMUS. 

(a) Leerde hij. 
(3) Omt yagr. 

E4 



C 7% ) 

veo» «aogaande de verfchilknde drukken der 
Donaten^ welke er van de Haarlemmer peiis 
verfcbenen zijo, deze zijn alle ce onderkennen 
dan bec gebruik van de / finaal. 

9 

Ulrik Zel beeft tqc de beoordeeling van de 
Donaten geene verwarring , maar wel licht aan* 
gebragt, door de verzekering, dat men te 
Mentz het eerfle voorbeeld nam naar de Dik- 
noten ^ in Holland vroegst^ dat is voor 1450 
|B[edruk(t 

« 

ScHAAB bad moeten bewijzen ^ welkeD^ 
-nafen er door Gutbnb^ro bij ^jne proe- 
ven in het klein gegeven waren, maar hij 
blijft het bewijs in dezen geheel en al fcbul- 
dig? Hij geeft wel de volgreeks van de Do* 
naten , welke aan den Heer Van Praet bekend 
waren, zoo in plaatdruk als met letters, maar 
deze inlasfcbing dient tot niets anders , dan om 
eenige vercooning te maken , even als of de 
Mentzer pers alleen zoo vele e erft e proe-» 
ven zoude hebben opgeleverd. By gebrek aan 
afbeeldingen van ^e letter, kunnen wij niet 
nagaan, welke van Haarlemmer en welke van 
Duitsche werkdaad zijn. 
Elk onpartijdige zal het zeker afkeuren, 

dat 



C 73 ) 

^c de Schrijver in deze optelling melding maakt 
*van de Donaten^ wier letters , volgens zijn 
eigen zeggen^ overeenkomen mee die van den 
Spiegel des heils. Wij zullen over deze han« 
delwijs niets zeggen, maar wij reclameren ten 
minile de Haarlemmer Donaten , hier met N^. 
6, 7 en lo geteekend, op grond, dat de let- 
ters overeenkomen, met die van gemeld boek, 
en zulks wel op grond der eigene verzekorin* 
gen van den Heer Van Praej. 

Wij meenen hierna, even gelijk de Heer 
ScHAAB, omtrent het gebeurde te Straatsburg 
^eft gezegd , aangaande Mentz , al$ zeker 
te mogen (lellen , dat Gutbnberg aldaar , tus- 
fchen de jaren 1445 en 1450 ook niets heefc 
•bewerkt en uitgegeven. 

Wij voor ons houden nog op de getuigenis 
van JcjNiüs , den druk van den Alexander Gal- 
lus met de Haarlemmer letters voor eene vrucht 
van eene dnjkpers .te Mentz ^ maar de Heer 
ScHAAB heeft bet beter geoordeeld, om van 
dit drukwerk geheel te zwijgen. De reden is 
•niet aan ons bekend gemaakt; indien dit boek 
of liever deze bladen niet te Mentz , maar te 
Haarlem zijn gedrukt, dan leveren deze bla- 
den, zoo wel als dat van de Disticha Catonis 

E 5 in 



C 74 ) 

I 

jo de Bibliotheca Spenceriana voorhanden» 
^n nieuw bewijs op y van het belang der Haar- 
lemmer pers , en van den ijver der eigenaars 
voor het belang der fcholen. 
' Wy zouden ten flotte dezer afdeeling hier 
de vraag kunnen behandelen: of op den lof 
in den beginne over Gutbnberg uicgefproken , 
over den man : j, die het grooté ontwerp vorm- 
,) de» om boeken te drukken en door Enthu- 
^ fiasmus, door volftandigheid en door opof- 
„ feringen . van allerlei aard , de Jchepper werd 
,, >nan de Goddelijke kunst, welks gefchiedenis 
^y een blinkend punt is in de gefchiedenis van 
,, het menfcbelijk gcflacht," (*^ die deswege 
wordt voorgedragen ^ als de held, wiens naam 
yy mejc vergulde letters in het heiligdom der Ge- 
,, fchiedenis is ingefchreven en ook in den tem* 
jy pel der onfterfelijkheid ,'' (f) ^^ verder als 
het groote gefchenk Gods in hem aan de we- 
reld gedaan y (§) geene vermindering valt, 
maar wij willen liever het opmaken van de 
flotfom tot aan de laatfte afdeeling uitflellen. 



IV. 



(*) 1. III en 1» ^' 

(t) 1. 3. 



( 75 ) 



IV. 



Zijn er ioor den Heer Schaab nieuwe ar^ 
. gumemen bijgebragt^ tegen de aan- 
fpraak van Haarlem en tegen 
Laurmns Kost EK f 

Bij dea aanvang van die voornaam gedeelte 
•vaB ons berigt, geefc het een fn^artelgk ge- 
voel » dat men in dezen mee eenen man ce 
4loen beeft 9 die zich zalven door drift voorbij 
Joopt, geenen geregelden gang in zijne voor- 
dragt houdt en veelmalen toe herhalingen ver- 
.valt, waardoor het biyna onmogelijl^ wordt, 
hen) van ftap tot fiap te volgen , terwijl hy 
' daarenboven door zijne bitterheid en onbefchei- 
.denheid en zijne gezochte onaardige aardig- 
heden ^ zelf te wege brengt, dat men hem ni^t 
:0p alle plaatfen zoodanig zal kunnen fparen, 
als men wel bij het befef van gelijkheid van 
.ftand en jaren wenfchen zoude. 
- De bewustheid dat het de man zelf is , die 
de pligten vat; befchaafdheid en welvoegel^k- 
heid heeft voorbij gezien, zoo meen ik, dat 
hij het alleen aan zich zelven zal te wijten heb- 
ben, indien hij hier en daar mogt zien, dat 
de flijl bij de beoordeeling niet ten allen tij* 

de 



• 



( 7<J ) 

de koel blijfc, en fQincijds diep gaat en creft. 
Hij geefc aan het eerde en voornaamfte hoofd- 
Huk in die derde deel hec opfchrift : 

^ De Gefchiedenis van de fkbel der oicvin- 
y^ ding^ van de boekdrukkunsE door Laurbns 
jy KosTBR te Haarlem ,"* na dac hij dit hoofd-* 
iluk bij de opgaaf van den Inhoud van di( deel 
genoemd heefc: 

9y Eene volledige toelichting der fabel eener 
^ uitvinding der Boekdrukkunst door Laurbns 
fy KosTBR te Haarlem en beoordeeling der Ge- 
„ fchriften van hare nieuwfte verdedigers Ko- 
„ NiNG en Ebert." (*^ 

Om den geest van dit geheele hoofdftuk en des- 
JBelfs bewerking te doen kennen , vermeenen wij 
Biet beter te kunnen doen dan door den aanhef 
in zijn geheel mede te deelen ; wij kunnen ons 
niet voordellen , dat de Schrijver zelf het niet 
gevoeld heeft , dat de toon vaa zijn fchrijven in 
dit derde deel tegen Haarlem zeer onbehoor- 
lijk is en verwonderen ons derhalve hoogélgk 
dat hij niet op den titel de woorden: pragma- 
tisch bewerkt heeft weggelaten. 
Hij vangt de voorafl[))raak aan als volgt : 
99 In onze dagen , waarin men van het voordel 

„der 



C 77 ) 

yy der Gefchiedkundige waarheid niet adderd 
yy v^rwachc , dan het gene beproefd is naar 
^ de voorfchriften van de oordeelkunde , (cri- 
f^ riek) is het een in het oogvallend verfchijn- 
^ fel , dat eene Maatfcbappij van Geleerden 
yy h^t niet beneden hare waarde houdt, om een 
^ verouderd fprookje , wederom op het toonjeel 
^ yan den tijd te brengen en het als eene his- 
^ tQrifche waarheid aan de min onderrigten 
^ daar te.ftellen, ja d^t men zelfs tot verheer- 
f^ Ujkingvan dit fprookje, een eeuwfeest houdt 
y^ en blinkende vreugdebedrijven doet plaats 
^ vindeii , waarover de verilandige , gelijk over 
f^ andere zotheden der wereld, lacht. Dit feest 
^ is zeker het:minst historifche, hetwelk ooit 
„ gevierd werd/' 

^ Aan de flimheid der verdedigers van het 
yy Cos$eriani$mu$ zal het- niet gelukken, om 
fy door fchitter- of flikker -werk, de waart^id 
yy voor d& ' helderziende - Bibliographen te ver- 
9^ flsommen : zoo als het hun ook nooit gelukt 
yy is, om vroegw de oogen door dergelgke 
yy kunstgrepen te verblinden. Bij de HoIIan- 
yy ders ep voomamentlijk bij de geleerde Hee- 
yy ren te^HaarJefn^ fchijnt de zucht, om zich 
yy |le eer der uitvinding van de boekdrukkunst 
yy toe te eigenen, befmettelijk te zijn gewor- 

„ den. 



C 78 ) 

^ den. Dié zucht ontaarde bij hen in ijdcltuw 
^ terg , en daar komen dan nog al de gewone 
^ toevoegfela bij van zulk eene laffe pronk* 
19 zucht. Waren het nog de bemoeijingen va» 
^ enkele perfonen , welke aan hec geheel de» 
^ eersten floot geven » het egoïsme ftreelen en 

^ anderen aan hun begrip wilden onderwerpen? 

« 

f^ Eene Maatfchappfj van geleerde mannen zq« 
fy zich aan hét fpits hunner landgenooten , eo 
,1 zoekt uit liefde jegens het dierbaar Vaderland^ 
^ en uit een valsch patrlotismus eene vti^ 
yy komst of flotfom naar wenfchen te beweid 
yy ken , zonder om te zien , of het ook ten koste 
yy der gefchiedkundige waarheid gebeure. D4 
yy fcbijngronden bezien zij met een prisma^ 
19 en zoo krijgen deze mooije kleuren. Ik*^ 
zegt ScHAAB 95 acht en vereer elk volksgevoel, 
^ maar het moet niet tegen de histoiifchtf 
99 waarheid aandruischen. Het patriotismoa 
99 moet geen egoisme worden , en de cosmopo* 
9^ liet, de wereldburger, vermomnie zich niet 
,, in den mantel van het patriótisttie. De waar* 
yy heid ligt altijd ïn het midden. Zij laat zich 
„ niet maken , maar maakt zich zelve.'* C^) » - 
Hij veroorlooft zich verder nog meer oitvat? 

len 

' (•) III. I en a, - 



C 79 ) 

Icn over het Kostersfeest y welke het vroegw 
aangehaalde in bitterheid en hevigheid te bovéa 
gaan , en befluit deze zijne overweging mee dt 
volgende zinfnede : 

,9 Al dit jübelgefchrceuw zet aan de uitvin* 
^ ding van Koster geene waarheid » geene ge* 
yj loofwaardigheid bij. Geenszins verftrekt aU 
yj les aan het nationaal patriotlsmus tot eere^. 
9, De waarheid moet aan hare zijde (taan , an- 
>y ders is het eene nationale ijdelheid of char- 
yj letannerie Cl^wakzalverij) , welke de onpar- 
'yy tijdige leden der geleerde wereld belagchen. 
95 De geleerden zullen niet ophouden aan de 
yy Hollanders de woorden van den Eerwaard!^ 
yy gen MuRR te herinneren ^ welke hij reeds in 
.,, den jare 1778 aan de Regering van Haar* 
„ lem heeft toegeroepen: „ Zij moesten** zei- 
^ de hij, „ het wegnemen van de gedenkeee- 
^, \y kenen , tot eêre van Koster gelasten , op- 
95 ,, dat zij bij de vreemden niet uitgelagchen 
„ „ en bij de inlanders niet befpot worden;** 
^ maar dit alles zal zeker Jn onzen tijd weinrg 
jy op de Heeren Hollanders uitwerken, en zfj 
yy zullen thans , zoo wel als voorheen , hunne 
^ fabeltjes aan de wereld als waarheid voordra- 
'^^Igen. Ik verwacht ook van mijne ontleding 
yy van alle bewijzen , die ik voor hunne Hechte 

95 zaak 



( 8o ) 

^ isaak ten toon fpreid, niet, dit zij het voor^ 
^ beeld van Straatsburg zullen navolgen en 
^ eene herfenfcbim zullen laten varen , hetwelk 
fy zij tot hunne eere bijkans hadden opgege- 
^ ven.- (O 

Neen ^ Mijnheer Schaaq I het is verre van 
daar, vooral nu niet, nu wij door het nietige 
van uwe redeneringen , en het fcherpe van uwe 
aanvallen, nog meer overtuigd zyn geworden 
van ons goed regt , indien dit noodig en mo- 
gelyk ware. 

Ik flem met de leer van onzen Balthazar 
Bekkbr in , dat het opgeven en mededeelen van 
dergelijke redeneringen hetzelfde is, als die te 
' wederleggen en dat alle blijken van onbefehei- 
denheid en fcherpheid alleen werken tegen den 
gebruiken 

Bij het aanroeren van den eerllen uitval op 
het Kostersfeest 9 (bl. 07) heb ik ook reeds, 
aangaande het wijs en beraden gedrag van de 
regering van Haarlem gezegd, wat ik ver-' 
meende tot inlichting vaqr waarheidlievenden ter 
kannen dienen. 



. De 

O ni. 176. 



( 8i ) 

De eerfte aanval van den Heer SchaAb is 
op onzen Adrianus Juniu^» door hem al* 
hier (*) genoemd: ^ een oude NoOrdboUandr 
jy fche Arts of Doacor^ de eer/Ie uickratnei* 
^^ van. het fprookje^ hetwelk al het fpectakel 
^ bij het jubelfeest veroorzaakt64'^ 

Wij zullen over den vloed vto fcheldwootf*» 
den 9 die SdkAAB over dezen man uitgiet , over 
deszelfs zotheid i droomerijen , onverfchilligheid 
of het waar of onwaar was wftt hij ter neder 
ftelde, de geilochte uitleggingen» de zwak- 
heid van hoofd én herfenen , hoé bij 'uit 'vuile 
«n flinkende bronnen püttede^ hóe hij van 
kommer ftierf 4 en van meer hatelijkheden niec 
fpreken. Wij kunnen echter niet nalaten om 
te doen opmerken » dat het in het oog van 
waarheidzoekende lezers eene treurige gewaar- 
wording -moet geven, dat de Schrijver de vo0r^ 
affpraak van Jintivs , by het verbaal in z^n £4^ 
tavia gegeven , hier Weglaae* . 

Hij heeft dezelve gelezen in de Werkétt van 

'Meerman en Koning; en zo{> ér. ooit een 

'ftuk door deszelfs eenvoudigheid en klsirbeld 

den (tempel vsm geloofwaardigheid dratgt ^ ak- 

'dM is het deze voorreidcf waarip r^nfcb^p 

wordt 

(•) m. a. ■ . ' 

V. D. I. Sr. F 



( 82 ) 



wordt gegeven, vnarom Junius de pen opvat, 
ten elfide dit gedeelte in de gefchiedenis van 
Haar tem in het licht te brengen ; had Schaab 
regtvaardig willen sijn, dan had hg het niet \ 

mógen en voior zyne eigene eere niet moeten 
nalaten, om deze voorrede als een blyk van 
des mans geleerdheid, waarheidsliefde 9 be- 
fcheidenheid en vroomen eerbied, voor het 
régt van een ander en zijne volftrekte belange* 
loo^id by te brengen. C**) 

En had de Heer Schaab uit belangftelling 
in de fchgnbare eere van' Mentz dezen maik 
wHIen miskennen , dan had hij ten minste ee* 
nlgzlns voor.z^ea eigenen naam als Letterkun- 
digo Moeieti zorgen , door na te gaan , wat er 
Wiat was aan den algemeenen roem , die er van 
}wmt k^ ttitgegaaa , als den geleerdften man , 
dit M BfiA^MUs gtiieeld heeft , en tevens als 
MH tbr Meest vermaarde en knnd%fte mannen 
van zynen tijd , ja van de ge heele zeventiende 

Zeer vtle berigom zonde hg deswege heb- 
ben knanctt vloden, in de werken voor de Let- 
Mrhdndlgft g^lbhtédenis , eldera gefchieves ai 
ttlitgegevfti> tMides nu van onze Gefchiedfchr^ 

vers 

(*) Zie Koning , Verhandeling 328 • 335* 



( 83 ) 

vers VcLiu^ Van Oosten de Bruin en 
underen te gewagen en had hij de brieven en 
werken van Juniüs zalven willen lezen, dan 
zoude hij den man tevens om deszelfs deugd 
en wijsheid bemind en geëerd hebben. 

Wanneer hij de berigceïi van den Heer Ko* 
NiNG mee aandacht of goeden wil had willeh 
gadeflaan^ dan zoude hij ook nooit gezegd 
hebben, dat Junius het eerst tot handhaving 
van de eer van Haarlem was opgetreden. 

Hg- had dan kunnen weten, dat Jan van 
SuREN^ een aanzienlijk lid der regering tè 
Haarlem reeds voor den jare 1561 een trac- 
taatje in de Latijnfche taal gefchreven heeft; 
'wer de eerfte vinding der boekdrukkunst^ 
maar dat dit werkje verloren is gegaan. Uh 
her fragment van de voorrede bij Scriverius, 
Seiz en Koning medegedeeld , had hij ook een 
bijzonder blijk van de befcheidenheid en regp' 
vaardigheid der Hollanders, ten opzigte van 
Mentz kunnen vinden, die nooit iets meer 
1)egeerden, dan de erkentenis der waarheid. 

Hij had öok in de Verhandeling kunnen 
lezen, dat Dirk Volkertsen Coornhert,* 
leeds in den jare .1561 ^ de ftelligde verzeke* 
ring gaf van zijne overtuiging: ^ dac de nat- 
„ te tonsce van boéckprinten , her aldereer^t 

• F 2 „ bin- 



I 

■ 

i 



C 84 ) 

»y binnen Haerlem gevonden ^ en door eeo 
^ ongetrouwe knecht naar Memz gebragt en 
^ aldaer verbetert is/* (*) Coornhert kende 
ook den naam en toenaam, alsmede het ge- 
dacht van den inventeur , de cerfte werken vao I 
de pers of de grove manier van het drukken • 
en ook het woonhuis van den drukker, met . 
melding hoe het dikwijls gebeurde, dat de 
Burgers zich beklaagden , dat die van Menn de 
eere genoten , welke aan Haar hm toekwam. ^ 

Dat Coornhert ook in een of meer verzen 
den lof van Haarlem vermeld heeft, bleek ^ 

my onlangs uit de oude ballade van Van 
.Vaernewijck , welke door mij in de Letter- l 

bode van 4 Mei, L 1. is medegedeeld en aan 
den Heer Schaab gezonden. 

On- 

r 

(♦) Het is eene verftandige opmerking v«n Ottleij 
in hét werk : de Gefchiedenh der Plaat fnijikunit , uitge- 
geven in 1816» dat Coornh£!IT, indien de Burgerij te 
'Baartem niet overtuigd ware geweest van hecgene V\ 
aan de regering voordroeg » en dat hetzelve niets an- 
ders bevactede, dan wde wijventaal^ het niet zoude 
hebben ondernomen, zulk een berigt voor te dragen, 
'aan de regering, voor welke het niet aangenaam konde ^ 

'Zijn , uitgekozen te worden als de meest gefchlkte per- 
JTooen , om op zulk eene fabel « welke niemand anders go» 
.loofde, acht te flaan. Koning; Bijdragen IL 170. 



C 85 ) 

Ondet al de gewaagde gezegden door dezéti^ 
Èonèèf eehig bewijs ter neder gêfteld, heefc 
mij geene meer getroffen dan , die welke hij (*) 
litjbrengc om de waarde van hetgene door Van 
SuREN en CooRNHERT v<5ór JuNtüs, in den 
fare t5($i is vermeld , weg te redeneren. Hij 
nfgt i'dac alles 9 wat zij van het vdk^fprookje 
^ hebben gez^d , gelijktijdig is met l\et ver* 
^ iKud ivan Jumus/* Hij (Iele betden gelijk, 
met^ zdlke hedendai^fcbe ' boefcwormen, die 
bun werk bij de regeringen de Aadgénooten 
willen aanbevelen ,' door deze te ftreelen en 
liaar den mond' te praten. - ^^ Met itzt^^ 
K^t bij, n g^g de Doctor Junius na- 
9^ touidijlt gemeenzaam om, èn.'hij zal ben 
9, wel ieci van zijne fprookjea hebben* ver- 

"'.De tijd, O 56 O rpreekt het reeds Heilig te- 
gen; Junius kwam eerst in den jare 1564 uit 
peffefffarken te rug en zectede zich later te 
Haarjem neder ; . maar bo^endiea vermeen ik 
IM mggfsn zeggen, dat, watmeer de fchrijver bet 
'kairafcter van Coornhbrt maar eenigzins bad 
gekend, hij het wel roude hebben nagelaten*, 
om dezen man , die als het meest ^^elfllandige 

we- 

• • » . . . . 

F3 



( 86 ) 

weasen O in de Staatkundige, i>etterklindige 
en Kei'kelijke Gefchiedenis bekend ftaac ea 
nooit aan de lijn van een ander liep, voor t( 
dragen, üs den uickramer der fprookjes ea 
leagepen, van een ander. 

Wanneer de Schrijver had willen lezen en 
oordeelen Voor dat bij befliste.en fchreef :,- dtn 
had hij: uit de Gedetikfchrifien van hif JCof- 
tersfeest: kunaei) zien , dat behalve Vam Sdajej» 
en. CooRNHSiiTt door Komito als de vim^ 
naamfte^ getuigen bygebragt , verfcbddene anr 
ü^v^^ even geloofwaardige . manneir, die g^ 
lijkdjdig met^JuNius geleefd .hebben , over' de 
uitvinding te. Haarlem berigtea hebben g^^ 
ven, vroeger r.dan zijn werk Batavia "^ma uU- 
fegeMett.en.alzoo voor den. jare. 1588^ /. ,. 

Wij noemen I^. Abraham OrteUüs '^ -den 



f ' 



(*) Toen .de beroemde Lavater de groote prent van 
GoLTZius* de* afbeelding van Coornhert voorftellende 
voor hét 'eerst zag, iloeg faij de 'handen zatnen, zeg- 
gende t n d&t noem ik eerst eene Phyflognomle.*' - HU 
fchresf aan dtmSmcsnadMr. Jan HiNLonuf den jn^l^ef! » 
^.dac hy.^nder de mo^igte van afbeek!ii%fn vajoi ZMif* 
„ nen r door hem befhideerfi , nooit eenen had gezien , 
^ waarbij hij zulk eene gelukkige vereeniging van Ajg-. 
^ chamelijke^ verftandelijke en zedelijke kuchten had op- 
^ gemerkt.'' 



k. 



C 87 > 

Ptolomasus vin zyneo cyd in sij» T^Mfriwi 
etc. , Antwerpen 1574 ; de q^dni|^ t» gewit* 
kend, 1570. 

2^. Geo&giös BftAUNtuK 9: KmUMikUi K¥^ 
ien in zijn werk C$*isé$es eirbU Mran$n^} 
vol. IV. fo. ; de man rdit«9f Hl (575*^ 

3^. BficmL ErtziensÉRi cif Miqhaql Aqos 
ZINGERUS in zyn : Leo- Belfsicut etc» sHÜrnbC 
In 1583- 

Over de behngtijke gecuigeoto vati ÖvtcegAfk^ 
oiNi 9 eenen Icaliaan , in zyne b^chrgving d^ 
Nederlanden in den jare 1567 gegeven « loopt 
de Schrijver ijlings heen; en had.hü de vrgar-' 
heid willen zoeken ^ dan zonde hi) ook wel^ de 
gemigenisfen van ftfATtHiAs Q^iadus Picto& t 
bijgenaamd jt^uACus en van Jonócus BAotifi 
AscEVsius , welke laatfte vDotral saeer bdang<» 
rijk moet zgn^ hebben kunnen opfporeo. Zy 
kwamen mij nog niet ter hand. 

De Schrijver faeefc als het ware zijir vernuft 
uitgeput, om, vermits Jumus gea»g4 heefti 
^ dar er voor niim honderd acht en twintig 
ff jaren een man te Haarlem woooè^ êiê 
ff Laurbns** Janszoon Koster heette , enz/* 
hier te bewijzen, dac zulk^ nooix zoude zijn 

F 4 te 



C 88 ) 

te vereffenen met den tijd van het fchrijven vm 
im vf^k ep van de opdragc in 1575. (*) . 

Indien hy de gedenkfchriften voor het Eeuw^ 
fieii hiid willen inzien , dan .bad hi] aldaar bl^ 
gft5 kunnen lezen , dac het handfchrifc der Ba^- 
tavia en van de opdragt ce Haarlem gevon^- 
den is , en: bij den lenerfchac van Mr. Jqan* 
MBS E|9scHBDé . word t bewaard, 

Hienii( is aldaar apodicthch bewegen en 
buiten allen twijfel gefteld, dat het verhaal 
aangaande de nicvinding te HaarUm reeds, in 
den jare 1567, uiterlijk in 1568 is ten papiere 
gebragt ^ en dat d? opdragt in den jare. 1570 
is geteekendt 

De opgave van honderd acht en twintig 
jaren komt alzoo volkomen overeen met het 
laatst van het leven van Laorxns Kostsr, 
die blijkens een te Haarlem gevonden Re» 
gister I begraven is in den jare 1439. 

* 

Op bL 4 en 166 is door den Schrijver met 
éèW' ongi^meene drift ter nedergepend , wat Jiij 
over Carbl yAN M ander bij Hs^ickb en Db 
{.A .SBRNA Santardbr als voor hem 'dienende 
béfcboawde^ maar zeker is hij in geen gedeel- 
''.: ^ . te 

^ jC*) I» 3 ) 4 «B aeer. 



C 89 ) 

tB yati zyn werk oogelukkiger ce pas gekomem 
Hij zege op de eerst aangehaalde plaats , ^ dat 
s, Kmru van Mander in den jare 1583 te 
^ Haarlem zyne Historie der HoUandfche en 
99 Vlaamfche kunfienaars fpbreef. Hij zoude 
^ den grooten uitvinder der Boekdrukkunst , den 
^ Letterfoyder en Boekdrukker Laurens van 
^ Haarlem niet vergeten hebben » had bij of 
^ iemand anders iets van hem geweten. Ja»- 
199 COB v/^N JoiifHiE , die het fchilderboek van 
^ Van Mander later op nieuw uitgaf, zege 
^ zelf in eene noot: ^ dat men aan den kos<- 
^ ^ ter Laurens de eere der uitvinding van de 
^ ^ boekdrukkunst in Holland en zelfs te Haar^ 
99 99 lem beftreed en ftaande hield dat bij aidaw 
^ „ niet h»d geleefd/'. " • 

Op de laatscge melde, bladzijde maakt hij Va|i 
Manpbr en Jacob Van Jonohe tot gelijktijr 
4ige . fchrijvers , die weinige jaren na Juniu3 
Schreven* Hij verfcherpt aldaar nog het vroer 
gef gegeveq berigt , en prijst beide 9 dat zij 9 
9^ aan wie het fprookje» of het vertelfeltje va^ 
^ Koster niet onbekend konde zijn , het nief 
9^ randaaam hadden befchouwd, om van een 
99 Mijstisch men^eb» die alleen in de inbeelding 
99 beflond, melding te maken." 

Had de Heer Schaab de bekroonde verhande- 

F 5 ling 



C 90 ) 

Irng van den Heer Koning willen lezen, wel- 
ke hij beftreed, dan had hij aldaar van bh 355 
COC 367 een breedvoerig becoog liunnen vior 
den , van bec gene er door Karel van Man?- 
DER aangaande Haarlem is gecuigd. 

Hij had aldaar, alsmede in de Ge^nkfehrilr 
een van hec feest niet alleen kunnen zien> 
ditc VaN Mander alleen handelende over de 
Ibbilders, aan een levensberigc van Laurew 
Koster geene plaats konde inruimen , maar hy 
liad dan cevens kunnen opmerken, dac' VaiN 
Mander op eene andere plaats, geheel onge? 
vergd , eene belangrijke getuigenis over de aan^ 
i)>raak van Haarlem uic zijne volledige over- 
tuigfng heeft afgelegd. 

Schaab gaat hetzelve, als hem lïiet voegenr 
•de , geheel met fiilzwijgen voorbij , maar uit Het- 
gene er in de uitgaaf van DeJongh 1755 tot lof 
van Koster gezegd is, rukt hij eenige woor^ 
tien geheel uit hun verband , om daarmede eene 
foort van tegenwerping te maken. Het lust 
in^ om die gedeelte iets nader toe te lichceni 
nadat ik de eerfte uitgaaf van bet werk vaa 
VAn Mander en de nieuwe oitgave van Da 
}0N0H 1764, zelf heb ingezien. 

Van^ Mander beeft bij het begin der berig- 

ten, 



ten » over de Nedèrlandfchfe fchildcrs breedvoer 
rig uitgeweid over de uitvinding der oliêverw 
door Jan en Hendrik van £ijk, en na ger 
zegd te hebben^ ^y hoe de oude Tchilders zigh 
99 daarover fouden verwonderen ,*' voegt hg v 
bij fy misfchien niet minder ais de oude fcbry- 
M vers doen fouden , fiende de feer nuae poq$t 
^ van boeckdruiclcen daer Hnerhm met gh#- 
yy nocch befcheijt haar vermeet <, den roem 
f^ van de^rile vindh^he te hebben/l 
.. Jacobus de Jongh faeefts dit fchÜderbdek 
om de verouderde taal ^ omgewerlfit .en ifit 
boek ia na *s mans ovérlyden in den jare 1764 

Op.^bL 16 wordt de gemelde zinfiiede, IM- 
degedeeld op de volgende wyzé : f^ of niet 
'^ minder dan de oude ibhrijvers doen zpuden , 
^ ziende^ de zeer nutte drukkunst ^ lyaarvan 
,9 Haarkm ^If zich op genoegzamen grond 
49 den roem der eerfte vinding toefchrijft/' 

■ 

Op dezelfde bladzijde volgt eene zeer uitge- 
werkio noot over deze uitvinding, ^ we(ke,'* 
zegt >le Schrijver verder, zeer gev^isfetifk 
aan LAurens Janszoon Koster moet wor- 
den toeg^fchr^v^n ^ en nix Iaat bij in eene 
tusfchenrede of. pax^ntkef^ daarop vplgen: 

„ hoe- 



( 9^ ) 

19 (boewei men ook in Holland hem en zijne 

99 gebooreefiad den roem deser vkidfaig' be* 
•^ twisc^ zoekende men zelf té betoogén , dac 

fy er naar allen fcfaipi geen Laurens Koster 
^ póit is. geweest 9 'ofTchoon het waar kan zyn^ 

'^ dat KoBTSRs taerste ruwe vinding kort -dsaiv 
'^ op etders , en door anderen zij befchaaf^ 

^.geworden ;^*) en daarna gaat hij over,. tQt 
'tea: bml betoog ^«n ^ manis verdienOen. . 

Hoe nu deze beide Schrijvers door ScHAAa 
:*ab :gecingén /^^if de aanfpraak van Haarlem 
: kunnen woorden aangeroerd is. iets, hetwelk wij 
'ona nkï kunnen/ ^toórfleilen; Van MAiiDSk 

fchreef gelijktijdig met Junius. De Jongh 
-voor • 17*^4 9 al^oD .yodr de uitgave van hec 
werk vaft Meerman. .' ; 

-. Wij noeisen dèn ' JSchfcijver over zijhe ligt- 

'vaardigh^d in vertroowca te fiellen pp dé be- 

.'rigtearvan Heijnicke • (*^ en De la SeïRna 

SANTA^ioiR : beklagen. Wanneer men s^Ike 

dolzinnige leidslieden in hunne razernij met ge- 

". O-De ,pe/fte %%% 4é.,aactg«Jmlde woorden tan. Vaw 
M^u«D£& over.als vol^t.:-^. es (JHarUm) vermischc zich 
^'den Ruhm von der .erften Erfindung zu haben**.de an» 
der : ^ doiic fa ville d* Harlem 's arroge de avoir la 
^ premiere invention/nvec asfez de praefomptioa*' Zie 
VeJenkfihriften 343 en Koning FerhandeUhg 355 - 3^7. 



( 93 ) 

(tocefie oogen volgt, dan loopt men niet aUae» 
gevaar van dwalen en vallen, maar oök om 
al^ Schrijver alle aanfpraak op geloof w^^rdjgt 
held en op candeur en hyauteit te verlieisen* 
.Gaarne zoude ik gewanscht hebben, dat de 
Schrijver in plaats van. onzen beroemden ]v^ 
Nius, bij herhaling, dw Aposttl Jer ieuge*, 
nen te noemen, die de beruchte Hisiprifcfn 
fabel . verzon en aan het light bragt , zich 
had toegelegd, om te betoogen, wat Jcnius 
met het verdichten van, dit verhaal zoude Hebt 
ben. beoogde Deze fchreef zijn Batavia niei: 
voor de Haarlemmers , maar voor de geleerde 
wereld, in de Latijnfche taal. Wat zoude hij 
hebben kunnen winnen door voor de geleer- 
den of voor het nageflacbt met leugenen op 
xe treden; wie zoude hem beloonen, en wte 
zoude aan hem eenig genoegen of eem'ge 
eere bezorgen ter verzachting van zijn eigen 
leedgevoel , bij fchuldbefef door het ve{:minkeD 
der waarheid? 

De Haarlemmers zouden de waar- of.onr 
.waarheid van het verhaal , als der zake kundig, 
dadelijk hebben beoordeeld. JuNius , die te 
HaarUfp> aan de zuster van de beroemde 
Kenau Hasselaer getrouwd en aldaar aa? 
de vooraaamfle en meest geëerde geOacbten 

ver- 



( 94 ) 

terwmt was, z(mde door een leugenrachtig 
nrhaal te geven , by zijne Ihdgenoocen , zeer 
flecbc zijn hof gemaakt hebben ; en zulk een 
gedrag zonde zeker afgekeurd zijn geweest bg 
de nederige denk- en handelwijze der Neder-^ 
kndets^ bij wie In het algemeen, het fnoeven 
tn pronken te allen tijde, voorheen en nog 
werd veroordeeld* 

De Schrijver flooft zich vé^deir uit , om te- 
gen hét verhaal vm JuMtus nog meer fcbijn^ en 
drogredenen aan te voereil ; dari deze zfjn alle 
VMeger beantwoord en geheel opgébevèn. 

In den jafe 1813 heb ik eenen breêdvoeri- 
gèn britff ten pai^tóre gebragt* op ded naam 
mm AdIuaiAus Jütfius RfiDtvivüs , eri had mij 
l^ijzonder toegelegd, om deszelfs gelocfwaar^ 
digheid redektmftig , ex prineiph coÈiraéictio^ 
nis 9 te betoogen. 

Het is zeer wel mogelijk, dat Ik dezen brief 
fa een volgend ftuk van mijn Menget^erk 
plaats. De bepaalde ruimte van deze poging 
iMt het niet toe , dat ik er thans rtté van mede- 
deel. Alleen zij nu gezegd, dat Ik wel wenscB- 
le te weiien, hoe de Heer Schaa* rf z^ 
medeftanders mijfte vfer volgende fteffingen 
(tkefesj) zouden opheffen: 
I*^. Het is in genere voor een braaf man 

en- 



C 95 ) 

onmogelijk een ^erbaal , gelijk aan dat van Jur 
Mius in zijn Boiavia^ waarin zoo vele verfchü*» 
lende zamenhangende feiten voorkomen, tegen 
de waarheid te ftellen » en te verzinnen. 

11^. Het was in fpecU voor Junius onmoge* 
Ijjk te bewerken, dat Ulrik Zel, Accua* 
8IUS, Van Süren» Coornhert, Guiccur» 
DiNi 9 Van Vaernbwijck , Ortbls, Brauniu^^ 
AijTZiNGERUS en Natalis Com£s, die allen 
vroeger of voor de uitgave van zijn bo^k : Ba^ 
tavia gefchreven hebben, berigten aangaande 
de dmkkunst in Holland en te Haarlem ten 
papiere bragten^ welke hem zouden kunnen 
dienen tot het verzinnen en zamenweven van 
het verhaal. 

III^. Het was voor Junius onmogelijk om b() 
Van Meteren, Spiegel, Le Petit , Va^i Mak^ 
DER, P. Scriverius, F. Bertius, alle zelfftat-' 
dige geleerden , die gelijktijdig of kort na hem 
geleefd en gefchreven hebben, voor zyne gezeg- 
den en berigten het volledigfte vertrouwen of 
liever een. vast geloof te verwerven, indien 
zy. de faMigten niet overeenkomftig hadden be- 
vonden met de algeniee&e overtuiging der BuPr 
gerö te Haarlem^ welke van ouders op Jcin- 
doren^at oveigegtan. 

IV^. Hec was ook . onmogelijk voor Junius 

om 



( S>6 ) 

om nlle die dadelijke bewijzen voor de waaf- 
beid van zijn verhaal , mee name de bladen Vail 
den Alexander Gallus , bec A B Cblad ^ dd 
Donaten, de Spiegeh, de Discicha Catonis'^ 
en2., welke na zijn overlijden aan het licht 
2ijn gekomen , in de wereld te brengen ^ en te 
bewerken 9 dat de exemplaren in Holland en 
voornamen tlijk te Haarlem werden gevonden^ 

Dit zal genoeg zijn over Junius. Door 
C« A. ScHAAB wordt hij de Apostel der leu* 
genen geheeten. Door mij wordt bij vereerd 
als een der grootfte fieraden van bet Vaderland 
door geleerdheid , werkzaamheid en deugd. 

I]( durf gerustelijk de beflisUng, wie onzer 
gelijk heeft, afwachten van alle vöorihnders 
van licht en kennis , van waarheid en regtvaar- 
digheid. 



Heeft de Schryver door de beoof deelitig van 
Adhianus JuNius met losheid en bitterheid 
eene geftrenge afkeuring verdiend i eene gelijke 
zoo geene zwaardere zal hèm ten deele vallen 
over de onberadene en harde aanvallen < op 
Laurens Janszoon Koster , waarbij hij ins- 
gelijks alleen naar drifc en zonder eenig* onder- 
zoek naar de waarheid, is te werk gegaan. 

In- 



f 
i 



C ^7 ) 

f 

tndieo hij al voor zich zelven » redeoetr ge* 
noeg meende te hebben, om het beftaan van 
dezen man te ontkennen, waarom heeft hg 
dan de gronden Voor z^p/t meening niet opger 
geven én dezelve möt die befcheidenheid voorr 
gedragen > welke men thans, in ; de befcbaafde 
oi vooral in de Letterkundige wereld verlangt, 
ja vordert ? 

' Nu hij hierbij toet önbehoorlyke woorden, 
met fchimp en fpotterny is te werk gegaan , 
heeft hij niet alleen iijne zwakheid en ; het 
gemis aaü gezonde redenen verraden, maar 
zich tevens belagcbelijk gemaakt door allerlei 
fprongen , door dan eens onzen Laürens Kas** 
TBR fchgnba)ur ii) de hoogte te heften, als 
een af komellng van de oude Graven .. van 
V Hi>llénd , en dan eens denzelven geheel ter ne« 
der te drukken en hem te verlagen , tot eenen 
'koster , tot eenen armzaligen , niets beteekeHen* 
den koster , tot eenen hondeflager als het ware » 
tot eenen wijntapper en kroeghouder^ ja {bültijda 
tot een twijfelachtig wezen ^ dat alleen in de 
inbeelding beftond, een mal mengelmoes^ em 
non ensj een onding ^ een we<h/etbalg. (O ' 

. , Ik 

(*) Om het hatel^ke van die woord te keonca* 

V. D. I. St. G 



( 98 ) 

^ IM heb ernltig iVf beraad gedaan ^ om eene 
k&rte maat' VóUemge leveosTcheca van Lau* 
ABN^ Kos¥br rén papiere ce brengen » ten 
«indb de lozer döeeive zouie tnanmen verge-* 
ligken met de gègevene levensfchecs van Jo** 
HANM GüTËfiBÉttG^ mar de berigcen. van Schaab 
dm loffédenaar^^ to^ar ik heb hiervan afgezien^ 
Voor mijne landgenoocen is het nfec noodig; 
<êtzt kennen hem voldoende, trit de, berigten 
<v1lil^ onze gdloofn^aariflga Schrijvers; voor zuU 
let bnfte^attdersr^ ókf diirven zien en wi|s zijn^ 
9» ér Itélyt gdnóeg bij- Mbemian en Ebert ». en 
^bij mattten- ais Lbhn0, Schaab en. dergeiijf 
lee' zonde* kee geen* hec minfte nuc te weeg 
'brengef^, d&at ^j tkh (brk hebben gemaalct 
vtfor'hnn^ ^elbof» even gelijk de Spanjaanden 
*aan fièiAHf ttrondètiréeldett, en die van. iidr^io 
aan* dett^ èanvaer van het hniaje door de Engeieo. 

De 

diene men te weten , dat wechfelbalg de 'naam was van 

•j 

het wwTiwi i têtwelk de tooverhekfen bij het ftelen der 
dn^eèobpté tindefev, welke z9 aoodi; hadden 'voor hét 
iokeo «W «i0 toftvérzaif^ la plaau vid het kjod in 
dcv Wfe^ ^^.. SeKAAf heeft dk woor4 zoo wel als 
dit van kaaAramer ontleend of geborgd van VITilleu 
Heinzb, dien Gothb eifn Feuergeisf heeft genoemd, en 

'hy heeft het zoo mooi gevonden, dat hij het verfchei- 

«dfene ifiilèii heeft' gebmikt. 



C 99 ) 

De fpreuk van Lydiüs voor zijnen Room» 
fchen Uilenfpiegel geplaatst! 

Waartoe licht van kaars en bril 
Als de uil niet zien en wil? 

is ook ih dezen van toepasfing* 

* 

Ik vermeen reeds een ftellig bewijs vxyyt 
jzulk een paalvast geloof bij den Schrijven 
te hebben opgemerkt , daar hij ten minfte vidi^ 
malen ^ (*) 200 niet meer , voor den dag komc, 
met de zinfnede uit eenen brief van MebrmaM 
-op 12 October jy$'/ aan Wagenaar ge- 
Tchreven^ waarin de woorden ihian: ^^ dat de 
^ zaak van Laurens Kostbr hem destijds nog'^ 
^^ als onzeker* enz. voorkwam.^* 

ScHAAB heefc niet alleen kunnen weteti ^ dtt 
jop. het register of den bladwijzer vjm dit botck 
jgezegd is : dat Meermait federt ^ot andere gé" 
dachten was gekomen , maar hij wist bovendieci 
•zeker en ftellig 9 dat deze geleerde, gedOff&de 
▼erfcheidefie jaren zich met bijKondereii' ^vm 
bevlijtigd heeft , om de eer van LAxmtrNS Kos^ 
TBR en de aanfpraak van Haarlem in een hel- 
der licht te ftellen en wel in een.kostbaac bo^k , 

(*^ UI. ei , 179, t^S en ifg, volgens den bl tdw i l ) W r. 

Ga 



hetwelk 9 hoe zeer er desw^e ^ gelyk op al hec 
gewrocht van menfchen, aanmerkingen zijn te 
maken , als een klasliek en blijvend werk : over 
de Gefckiedenif der uitvinding van de boek- 
drukkunst vereerd worde en , in weerwil van de 
hevige aanvallen van De la Serna Santan- 
der en ScHAAB , eene erkende waarde zal be- 
houden. 

. Hoe nu de Schrgver eene enkele zinfnede » 
in eenen brief aan eenen vriend in 1757 ge- 
ichreven , boven eene onafgebrokene werkzaam* 
held gedurende meer dan vijf jaren, aan een* 
twijfel boven eene reeks van daadzaken je* 
gens de geheele letterkundige wereld betoond, 
,kan (tellen en het eerfte als een meer af- 
doend bewijs befchouwea dan het laacfte, 
izülks kan ik mij niet voorftellen , en zeer zeker 
had hy de woorden: ,, dat Meerman, met 
„ eeiien pronk van geleerdheid, uit de lucht 
,^ gegrepene gisfiogen en eigene droomenjen 
.„ aan het oude vertelfelcje eene nieuwe ge- 
-^ leerde uitrusting heeft gegeven ,*' om zyne 
eigene eere niet moeten gebruiken. (*) 

Wij 

' C*) Het gaf mij genoegen te zien , dat Ottle^ de ge- 
melda zinfliede in den brief van Meerman als een beinjs 
iaavoert, dat MJseftMAn niet anden» alt na een zeer 



( loi ) 

Wü hebben met geen gededte van het werk 
van den Heer Schaab meer moeite voor ons 

■ 

zei ven gehad » dan met het betoog tegen Lau* 
RENs Koster van bl, 31 tot 38, omdat wij 
vreezen moesten, dat onze hand hierbi) ten 
zijnen opzigte te zwaar zoude vallen. 

Hij brengt in dezen niets uit zicfazelven bg,, 
maar alleen de fcherpe uitdrukkingen van Fran* 
-fche en Duitfche Bibliographen , welke door 
hem met goedkeuring en lof worden opge- 
discht. . 

De onbefcheidene getuigenisfen van De la 
:Sbrna Saivtander» Lambinet, RenouArd en 
'Lichtenberger worden vooruit gezonden , en 
'deze verzekeringen worden vermeld als zullende 
zijn van ^ vreemde , geheel onpartijdige geleer* 
^ den, dien het geheel onverfchillig was, of 
„ aan Menn of aan Haarlem de eer der uit- 
^ vinding toekomt/' Vervolgens komt hij op 
met de getuigenisfen van vier Duitfche man- 
nen 

fcbroomvallig onderzoek tot z^ne latere overtniging was 
gekoQ^eiu Men zie hierover KotnNO , B^'dragen II, 1)L 
155 , alwaar een fraai berigt aanwezig is van de rede- 
nen , die Ottuv toe erkentenis der aanfpraak van Haartem 
bewogen. Dit werk is in denjare i8i6gefchreven,zoo- 
der dat hy iets van de poging van Koning wist» De 
Heer Ebzat is in dezen ook regcvaardig en wQ». 

• G3 



C 102 ). 

«en. en wel met die van Köulbr , Müra » 
HfiijBUCKEN en Heinse , mee getuigen , die met 
elkander in bitterheid wedijveren. 

Wij zullen dezelve voorbij gaon , omdat wi| 
ons papier niet mee hunne gal willen bevlek* 
ken; wij vermeenen alleen ce mogen zeggen 
hierbij mee een bijzonder gevoel van leed ge- 
gien ce hebben , dat de naam van den Heer 
Van Praet onder die der andere onbefcheidene 
fcbrijvers gemeld is en wel , dae deze zoude ge» ( 

segd of gefchreven hebben : „ dae Lbhne zege- 
,9 vierend de opgeraapee aanmatigingen van 
,, Haarlem zoude hebben weten te beftrijden." 

Ik weeë, dae deze Nestor der fiibliographen 
de achting en den eerbied van de geleerde we- 
reld bezit en verdient , en ik kan het niet mogelijk 
rekenen y dae hij hec wufc en wild gefchrijf van 
I^EHNE zoude hebben kunnen goedkeuren. (*y 

Ik zal mij nu alleen bepalen om aanwijzing 
der dwalingen te doen , eoc welke de Schrijver 
vervallen i% door gebrek aan kunde of wil ; bad 
hij zoo beilisfend willen fpreken, dan had hij 
;2ich toch eenigzins met de gebruiken van den 
vroegeren tijd moeten bekend maken. 

ifct 

0)111. 34- 



Het eer/ie is over hec k^surumkt.mxk'^ 
grooce kerk -te Haarlem. 

Hij bad katuira te weten koqiep^ ó»i ^or 
den tijd der hervormiiig de be4ieaing vtn J(os; 
ter (kerkmeester of kerkbewaarder ^ Curtfis) 
een aanzienlijk ambt was , vermits de Mvg voor 
bet kerkzilver eir vele aoder^ b^Iaogrijke za- 
ken aap denzelven was toevaftcoawd. Onlangf 
'Z$g ik, d9t een lid vaq bec-wfr aanzieolijk £€> 
flacbt : Schade , de kerkmee^e^;, kouer ^^^ 
4e Buurtkerk te Upr^hf £e<iaemd werd. 

Over de afkomst wt den Jiuize Bfi^jD!SM>PF 
«en hetr voeren van b^t wapen , de leeuw yan 
Holland met ^q lambel op de borst, en loens 
ilre^ van bastaArijUj pit den linker boejc, -br^t 
de Schrijver ook veel bij ;sonder fceonis vaii 
'jsakin. Hij had kunnen weten, dat de nako- 
melingen van eenen natuurlijken zoon uit de 
huizen Bredergde of van der Duvn, (jon- 
ger tak van den hoofdftam) zich Coster qf 
Koster genoemd beeft, en dat het in de vijf- 
tiende eeuw in gebruik was , dat de leden v«i 
-e«i* bastaankak, het wapen, mits gebroken 
voerden, en doorgaans in minderen luister 
leefden dan de leden van den huize uit wettige 
huwelijken gefproten. 

Erg heeft de Schrijver het geladen o^ fa^ 

G 4 dub- 



C <04 ) 

dabliele wapen. (*) „ Se^z/* zegt hij, 
^ geefc hem een wapenfchild met eene duif; 
91 Meerman laat den leeuw van de Graven van 
^ Hóltand er iufpringen en den ridder van de 
^ Orafel^'ke fiimiiie van Bredsrqpe aflfaun* 
^ men/^ 

De duif komt voor In de genealogie van 
Koster op pergament , welke bij de Erven Ko* 
NiNo bewaard wordt. Ct) Se^z volgde die 
eeekening » voor dat het aegel door Ko0T£r 
als Schepen gebruikt » door Mbeb:man of Van 
Oosten de Brutn gevonden wa^. 

ScHAAB had kunnen weten, dat bijna alle 
perfonen, die een ambtszegel hielden, tevens 
een ander en kleiner cachet als c<intra of hiMé^ 
ze^el gebroikteQ, 

Over 

O UI. lis, 

Cf) Van deze genealogie 2(ijn breedvoerige berigcen 
])ij M&PBMAN, alwaar eene overzetting in de Latijnfche 
taal , en verder by Konino. In mijne brieven aan den 
hatflen heb ik meermalen mijne gedachten medegedeeld 
<&c hy te weinig gewigt lieeft gehecht aan deze gedacht 
lysc De Advocaten van 3ffnfz hebben alQjd (laande ge- 
houden, dat Laur^s Janszoon Kostei^, nergens voor 
JuNius alB den eerden uitvinder vermeld ftaat. Het is 
buiten allen twijfel» dat dit fluk voor den jare 1560 
vervaardigd is« 



C 105 ) 

Over het leveren van den wijn (♦J bij ver- 
gaderingen van kerkmeesters, veroorlooft zich 
de Schrijver eene gelijke fcherpheid en onzin» 
Hij had ook kunnen weten of te weten ko- 
inen , dat er nog in de vfjfuende eeuw en lang 
daarna geen wijn te koop was in de herberg 
gen , maar dat de inkoop of de inflag op last 
en voor rekening van de regering gefchiedr 
de y ook het ui^even aan daartoe geregtigden ; 
van hier de fiadtwtjnhuizen , van welke de naara 
nog over is in eenige fteden in dit rijk , en zoo 
ik meen beilaan nog de Raadskelders in de 
fteden Hamburg en Mremen. Daar was der- 
halve niets vreemds in, dat een lid van eene 
bgeenkomst tot behandeling van (hds of ker- 
kelgke zaken , een zeker getal kannen Wiyn op 
zijnen naam liet halen en het beloop in rekening 
bragt. Koster was alzoo evenmin met de wijn* 
tappers en kroeghouders te vergeleken alè 
CooRNHBRT met eene boekworm van onzen tijd* 

Wij hebben reeds gezegd , dat de Schrijver 
het portrait van Koster als geheel verdicht 
heeft voorgedragen. Hij herhaalt dit zeggen 
nog eens; (f} waarom heeft hij niet willen 

Ie- 

(♦) III. 300 en 301. 
(t; UI. 38a. 

G5 



C io6 ) 

iezen en zien, wat de Heer KoNmG deswege 
met bec bijbrengen van eenen afdruk eener 
0eer oude boutfnede heeft gezegd? 

Bij ScRiVERius is eene prent kennelijk over^ 
«enkomende met die , welke Schaab in de Gj> 
éenkfchriften heeft gezien. 

Ka gelezen en overdacht te hebben wat er 
deze afbeeldingen van Koster gezegd is> 
ik ongelijk liever de verdediging van de 
cchdietd der afbeelding van Koster op mij 
"Willen nemen 9 dan die van Gutenberg, Fust 
«tt Schöffer, welke de fchrijver op de titels 
^ler drie doelen mededeelt. (^) 

Wilden wij verder de hoofdtegenwerpingen 
4oor den Schrijver en zijne voorgangers bijge- 

bragt^ 

(*) ScBAAB zegt deswege lileen» dat it Straatsburg^ 
de Suds-Bibliocbeek een portraic van GureNSERG be- 
waard M^dc, hetwelk £ene kopie van een geiyktijdig 
origineel zoude zijn. (bl. 135). Wij willen wel gelooven, 
dat hi| dat berigt ter goeder trouw geeft, maar w^ 
verwonderen ons, dat bet hem niet in het oog is ge- 
"Vallen » dat de geplooide halskraag zelden of nooit, bij af- 
J>eeldiogen van mannen ^ vroeger voorkomt dan om het 
einde van de zestiende eeuw. De Doctorale kappen 
of mutfen , welke men aan Fust en Schöfter heeft op- 
gezet , geven eene bijzcHidere verdenking» dat men op* de 
echtheid van dezelve gcenen (laat kan makeuj 



C J07 ) 

bragc om het befiaa» vtm LxiniBm KosT£ti. cc 
bnckenoen, beantwoorden. Wij zouden berigteïl 
kunnen geven van voorvallen gedurende *s mtw 
geheel leven iCn bedrijf, bgna van de wieg 
toe aan het graf, alsmede «en groot gecal en 
neker vele meer doelcre&nde bronnen en o$r^ 
konden CQu^^l^^ ^n Urkunden) knnnen h^r 
iirengen dan Schaab aangaande Gutenbxrg 
Iteeft gedaan , van wien ;^elfs geene handteeke^ 
Hing en eigen zegel bekend zijn, maar w^ 
'zouden vreezen, alsdan te wijdloopig te zul* 
len worden. 

Voor wij echter van betgene er door den 
Schrijver over Laurens Kostkr is aangevoerd, 
aftreden, lust het ons, om eens kortelijk met 
elkander in vergelijking te brengen , wat wij 
aangaande de pers van Laurens Koster te 
Haarlem en die van Gutekberg te Mentz 
weten. 

Vooral moeeen wij i»erbij in aanmerking ne- 
men , dat 'de eerfte voor de diukkunst wetkfis., 
tnsfchen de jaren 1420 (of 14A&} tot 1439 
en dat dé andeiie zoude gewerkt hebi»en vap 
1436 tot 1450, hetwelk bij het sliengsiBeas 
myLQ% van het licht v^n kennis na den 
nadbc der middekewwen een {iniu «an gpcoc èc- 
langjs.. 

Kos- 



( io8 ) 

Koster leefiie en werkte te Haarlem ^ eene 
fUUe flad in Holland j en wel in den tijd 
der binnenlandfcbe oorlogen; Gutembbro te 
Straauburg en te Memz , ^estyds blocajende 
fieden, in het hart van Duitschlandj um of 
bij den RAijn , den hartader van het rijk , en 
in tijd van vrede. 

De eerlte begon zijn werk geheel uit zich- 
zelven^ zonder eenig voorbeeld» en wel op 
ieene phats, alwaar )iij zich met eene gerin- 
ge hoop mogt flreelen» van belangflelling en 
koopers te vinden. De ander had de voor- 
beelden van de Haarlemmer pers voor zich » 
en had reeds de toenemende behoefte aan fchool- 
en leesboeken onder zijne (lad- en landgenoo- 
ten kiHmen opmerken. 

De eerlte b^on zijne proeven met plaat- 
druk ^ en daarna met losfe letters. Hy zettede 
zijne proeven geftadig voort, zoodat hij in- den 
tijd, van op zijn meest 15 of 16 jaren een 
A B boeky verfcheidene Donaten ^ de disti- 
cha Catonis , en vier drukken van den Spie- 
gel des heils , met losfe en beweegbare let- 
ters heeft gedrukt en met aanwinnende ver- 
beteringen geleverd. De ander begon ook 
met plaatdrukken , op zyn vroegst in 14369 
maar van al zijn getob en de geftadige proef- 

ne- 



( «09 ) 

nemingen te Straatsburg voor 1445 en te 
Mentz voor den jare 1450 » is er niets bekend 
of bewaard gebleven. 

De eerfte rees te Haarlem jaarigks in ver- 
mogen, door bet erlangen van een eerlek 
gewin, Eoodat er niet alleen geftadig nmr 
koopers kwamen , maar het houden van . dier 
naars noodig werd. ./ 

. Te Straatsburg en Mentz bleven de proer 
ven van Gutenberg geheel onbekend ; . h(i 
werkte en wroette in weerwil van het aaor 
zien 2jjn^ geboone, en van de groote be- 
kwaamheden; door ScHAAB aan hem coege* 
kend, in eenzaamheid, ook kwam er niets 
voor den dag. ^ 

Koster ftierf in welvaart , en liet de druk- 
kery aan zijne erven , die dezelve , in weetwil 
•dat zij van vele gereedfchappen en letters ber 
roofd waren, konden voortzetten. 

Gutenberg vond eerst in den jore 1450 in 
het vermogen van Fust , eenige hulp en itemi;, 
zonder welke waarfchynlyk al z$n ijver en de 
groote plannen, federt 1436 gevormd, geheel 
en al zonder eenig gevolg zouden verdwenen 
zyn. Zijn ongeluk nam als nog geen einde; 
hy ftierf in armoede. 

De Heer Schaab beflisfe nu zelf, of dé eer- 
fte 



C 110 ) 

(te 'zijnra ftnaod en fpot en de laaofte djneii 
óidHindigea lof verdient* 

Mee geèneo mhideven drift beijvert de Schry-> 
wr sicta 5 om de getuigenis weg ce redeneren 
vsn den boekbinder Corhblis:^ die knecht 
t>f lecijongen op de dmkkery: van Kostbr ge- 
weest was en tiec verbaal van de ontvreemding 
der letters 9 aan Nicoraas Gaal en Quiagii 
TXlbsius. had gegeven , en op wier gezegde 
|i7Mus zijn berfgc bad gegrond. 2ulk eene 
getuigenis worde bij den Schrijve «uigemerkt 
ds ait eene yuil^ bron gehaald ^ welke ten ty>* 
de toen Jvnins, die,, aoo hij zegt^ in 1575 
fchreef^ geheel onbruikbaar en fthksnéle. was 
geworden» 

De Sebrijver heeft willen, betoogèn dat Jpiii- 
vt^ do berjgten van dezen man niet uit de twee- 
de hand heeft kunhen erlangen. Jumius (chreef 
$n 156^" of 1568. Talbsius was geboren- in 
15^9 hij was 17 Jaren oud, toen CornklO 
in rs^n overleed. Al het fcfaijnbaar oamoge* 
:l$ke vervalt alzoo gebed. (*) 

C*) Koning heeft deswege eene nog breedere ophel- 
dering gegeven in de vier brieven in 1823 met mij gê- 
'wisTeW', bl. 19. 



Behalve al hec onzinnige, hetwelk ScHékA» 
aanvoert tot ontzenuwing van deze gi(taigch' 
1113 9 verzekert hij nog eens op bL ^439 yf dac 
fy bij tegen den Heer Koning bewezen beeft « 
ff dac TAUiffim de vertelling vao de^koscerfche 
ff ttitvindittg niet van Cornbus konJe gehoord 
if liebhen/' Naar dit bewijs is door ons vergee& 
gezocht ; wij willen hopen 9 dat hij zijne ,vm- 
fpraakof magcfpreuk:^,, Volkfagen (volkaverfaa^ 
^ len}'* zyn Folktleugenm en ff dat deze zich 
9^ van mond Got mond verder verbreiden ^ en> ala 
iff. waar worden geloofd /^ enz. , niet als een 
voldoend bewi^ zal willen doen gelden. Wg 
kunnen derhalve de uitweiding, waas hij Z9gtt 
,^ Het opnemen van zulke fprookjes in dp 
ff. GeCchiedents maakt dezelve t^t eenen rooaaat % 
iff . dezelve: voor echt op te geven ia zeo vMi 
)9 ala droomörijen voor historifche waarheden 
^: te .doen geWen," gerustelyk voorbij gaan» (*) 
. De ihd Haarlem en derzelver inwoners krjj^ 
i;en.: mede: htm^deel aan de befchimping vmi 
den Slcfaryver^ De ijver voor den inboorling ^ 
4i& nuttig en verdien(telëfc was^ is bij die van 
'JSë^mx n^-imM00di maar de ijver by 
die van Mentz voor hunnen inboorliqg Gur 

TEN- 

C)nr. t(ï-3o. . , . 



( «11 ) 

tEN&ËRG» naar wiens verdienden men nog 
zoeken moer, is in zijne oogen: voiks Jeugd. 

De Ugtgehovigheid van de Haarlemmers 
worde vooral bitter gegispt , ^ zoodat zij zei* 
^ ven zonden moeten lagchen over hnnne belag- 
yy chelgkheid/* Hij verlaagt verder zichzelven^ 
door vele der vinnige fmaad- en fcheldwöönlep 
over te nemen aangaande de Haarlemmer fa^ 
Mf welke Lichtenberger , morfig (schmutzig^ 
noemt 9 zoo zelfs dat bij er bgvoegt: ff qua 
95 puiidior nulla umquam fingl potuit /* dat 
is: ,, dat er geene, welke meer morfig , CS^^O 
91 is , heeft kunnen bedacht worden/* (^^^ > 

Welk eenen fijnen reuk moeten zulheVL^^ 
ren hebben? Wij, noch anderen hebben ook 
in de werken van Junius, Scriveriüs, Van 
Oosten de Bruqn, Meerman en Koning 
iets geroken of gevonden , hetwelk wegens ge- 
brek aan zedelijkheid, befchaving en befchei- 
4enheid, niet met hunnen (land als geleerden , 
met bonnen welverkregenen roem en de alg^- 
meene hoogachting zoude overeenkomen. 

Wij zullen over de uitvallen tegen Haat- 
lem en de Haarlemmers niets meer behoeven « 
zeggen. ^ r 

Pp 

(*) lil. 35. 



c "3 :> 

Op h\. 38 begint Schaab meet be|)aal(!èlijk 
over den Heer Koning en deszelfs werk te 
fpreken , en wij mogen en willen hem in de» 
' zen niets fchiildig blijven 4 al ware htc ook 
alleen om hem te zeggen en te doen blijken c 
j^ dat zijne hoop^ dat de Hollanders, Qm hütl- 
,, ne eigene eer ^ zullen zwijgen /* (*) nfet 
zal vervuld worden. 

De verzekering door kèhi öp bl. 41 gege-* 

• vèn , ,, dat zijne andlytifche beproeving van 
,, de gronden, door Koning bijgebragt, de 
„ fcbijngronden en derzelver bronnen, 'de zot- 
„ heid der Hollanders op nieuw wederom 

• „ voor eenigen tijd zal doen. verdwijnen," zal 
ook geenszins het door hem gewenschte gevolg 

• hebben. » • • - 

Van deti beginne af heb ik mij voorgefteid 
isijne leiding te volgen ; maar ik mag niet nak- 
. ten, hierbij vooraf te doen opmerken ^ dat dö 
- Schrijver , die door drift en bitterheid het gef« 
. brek aan rede én waarheid beeft willen vergoe- 
den, zich in dezen vooral heeft doen kennen 
' en derhaive zeer moeilijk zal te volgen zijn. 

Wij vragen alleen vooraf ^ wat heeft de man 
: met den perfoon te doen ^ \fiwineer b(j Zeken 

hfi- 

■ C) ïl!. 3«- 

V. D. I. St. H 



betwijfeir. Hij lieefc uit den ticel van het bock 
van ' Koning kunnen zien , dac deze het ambt 
vzn Cömmts • Griffier bij de regcbank te Amfter^ 
dam bekleedde ; waarom heeft hy denzelven 
Unter - gerichifchreiber genoemd? Het zeg- 
gen , dac de verzamelaars van de galerie des 
contemporains hem de eere bewezen , om hem 
in bun register op te nemen ^ is ook geheel 
onvoegzaam« De Schrijver heeft den Heer Ko- 
KTNO niec gekend; anders had hij zich zeker 
Van deze fmaadredenen onthouden* 

Zoo iemand aan zijnen tyd en de tijdgenoO' 
ten tot eer verftrekte^ dan was het Jacobus 
Koning, die alles aan zich zelven te danken 
bad, en niec alleen uitmuntte door kunde en 
oordeel , maar ook door eene loffelijke werk- 
zaamheid eo doür zucht voor alles 9 wat goed 
en edel is* 

De Sdn^vcr heefi zich^yzonder beijverd, 
om van U. jS toe 48 , waar hij eigentlijk be- 
ghit om hëc itretk vad Koninq te beftryden , 
Ci cnmèwstre avéc fuceès zogt hij ^If O cm- 
zen hndgenooc by zyne lezers in eeit leer on- 
gonftig licte voor te fleilen. 

Hij iegc derhalve: „ dat Koning geheel 
^ in den geest van het fprookje van Juni- 
^ üs heeft gefchreven, e;i het oud vertel fel 



C lis ) 

^ C»5^50 zonder eenen geregelden samenhang 
„ van gedachten, met verfche kleuren als 
,^ nieuw heeft ten toon gefteld ora herinne- 
^ ringen, welke reeds lang uit het geheu- 
>> gen waren geraakt, te doen herleven;'* eu 
-daarna begint hij zijn eigen tlijk betoog met 
de woordea: „ De Heer Koning als de nieu- 
^ "we woordvoerder over de^ oude zaak deed 
•9^ het fprookje van Jimius, in eene -nieuwe 
^^ gedaante voor den dag komen» In het ver- 
^ warren van de Gefchiedenis met de fabel ^ 
.^, heeft hij zgnen voorganger Me&rman ver over- 
^ troffen, en. bij de onzinnigheden van dezen, 
^^ zijne eigene gevoegde Op de wijze der 
y, dichters heeft bij zijne gefchiedenisfen uit 
.)9 bronnen gehaald, wdke aan d^ Historie-» 
-,, kenners onbekend waren/' (♦) 

Bijzonder heeft de Schrijver het op KomNö 
geladen, .omdat deze zich ah ervaren in de 
zaken der drukkunst voordraagt : dit is in zijne 
«.oogen niets anders als inbeelding en praal- 
zucht. 

Wij zullen veel van het bittere in <]eze voor- 
-a^Tpraak moeten .voorbij gaan , maar kunnen 
:niet nalaten^ om At zinfnede ep te geven, 

wel- 
, (♦) ilL 3B co jy. 

H 2 



C ii6 ) 

welke hij tot eenen overgang van 2ijne he^ 

fchouwitïg bezige. 

Deze kenfchetst den Schry ver bijzonderlijk : 

yy Na deze algemeene bemerkingen zoude ik 

jy mij van de analyfering, het uit een zetten der 

9, enkele abfurde ftellingen van den Heer Ko- 

,9 NiNG geheel kunnen onthouden, en dezelve 

^ aan hare nietswtiardigheid overlaten. Ik wil 

yy ook bovendien de betoovering der verblin* 

99 ding van de Hollanders niet opheffen. Hij , 

>9 die ingewortelde vooroordeelen aantast, begint 

5, een gevecht met een monfter (Ungeheuer') 

99 welks geheele vernietiging zelden gelukc 

99 Het zal mij alzoo ook geenszins gelukken 9 

,9. om dit verouderd vooroordeel bij de Hol- 

99 landers, en vooral niet bij de Directeuren 

99 van de Maatfchappij van geleerden te Haar'- 

99 lem uit te roeijen. Zij zullen hunne geleer- 

99 dó kraam nog dikwijls openzetten , en ik wil 

99 hen niet bekeeren, of hen van hun zalig* 

99 makend geloof berooven ; daar is geene vrees', 

99 dat het opgang zal maken of befmettelijk zal 

99 worden. Zij zullen op zich zelven Qgetfo', 

,9 leerd) in Europa, ftaan, en al hunne be- 

'99 moeijingcn zullen' zonder gevolg en ijdel 

9, blijven/- 

99 De onpartijdige geleerden bij alle volken, 

,9 heb- 



liw 



• C '17 ) 

^ hebben daarover reeds het vonnis gefproken. 
yy Deze zullen zich in de toelcomst « door hec 
99 gewigt van den arbeid van den Heer Ko- 
,9 NiNG niet toe een voor hem gunftig oordeel 
9> laten vervoeren.'* 

yy Het kan aan de Hollanders alleen geluk- 
9> g^n, onkundigen voor hunne zaak te ge- 
yy winnen. Zonder noodzake wil ik hen niet 
99 verder in de grondelooze. zee volgen , waar- 
99 op zij zich hebben ingefcheept: maar ik zal 
99 korc zijn en het wijdloopig bijgebragte in 
99 eene kleine ruimte bevatten. De ftrijd is 
99 ook ongelijk ; de eenvoudige waarheid worde 
9, fpoedig erkend." 

Daar is toch één Nederlander, Mijnheer 
ScHAAB ! die u onder de oogen durft zien. Ik 
llreel mij mee de hoop , dat gelijk er eenige 
Duitfchers waren, die na de verfchijning van 
de verhandeling van den Heer Koning hem 
regt deden , er ook andere zijn zullen , die tus- 
fchen mij en u zullen en willen rigten, zich 
niet door uwe magcfpreuken zullen laten af- 
fchrikken, maar jegens ons, de Oud - nederlan* 
defs, zullen willen regtvaardig zijn; meer be- 
geeren wy niet. 

De Schrijver zegt verder op bl. 48, dat hij 
de (lellingen van den Heer Koning , zoo als zij 

H 3 zijn 



C 118 ) • 

^jn opgegeven in eene refumé bij de uitgaaf 
der Franfche vertaling, tot zijne volgorde zat 
nemen. 

De eerfte flelling van den Heer Koning is 2 
^y dat men, om tot het begin der drukkunst 
^ af te dalen , en om een gezond oordeel over 
„ den ouderdom der eerftelingen van ^e boek-^ 
fy drukkunst te vellen, kennis moet hebben 
^ aan het mechanlsmus^ het technohgifché 
„ deel van de drukkunst zelve.*' 

Wij Nederlanders vermeenen , dat de Heep 
Koning zich in dit gedeelte van zijne verhan^ 
deling bijzonder verdienftelijk h^ft gemaakt « 
en dat hij hiermede een hecht fundament voor 
^jn betoog heeft gelegd. • 

De Heer Schaab heeft dit ontkend» en wg 
moeten derhalve zien, wat hij aanvoert, 

Eerst fpreekt hij op nieuw hoog en ftout, 
dat de H«er Koning met deze ftelling en met 
bet berigt aangaande zijne eigene ervarenfs al 
zijne voorgangers heeft beleedigd , en zich zef>- 
ven als den alleen kundigen man opwerpt 
FouRNiRR j Brbitkopp eu anderen ware» Boek- 
drukkers, en de flechtheid en. onvolledigheid: voa 
het werk was ook geenszins een bewijs voor 
de oudheid. 

De ftad Haarlem had de flechte drufe- 

ken 



( 119 •) 

ken en houtfneden kunnen doen opkoopcn , 
om dezelve voor Haarlemmer werk uu cp 
venten* 

Wg moeten hicrby aan den Schrijwr vitf^Q; 
zoude dit opkoopen voor of na Jumus zijn ge- 
daan f Voor ? dan was hij niet de man ger 
weest , die de fabel verzonnen heeft. Daarna.? 
dan .... deze asfenie is eigentlijk te nkdg « 
om er langer bij ftil te ftaan. 

Wij komen liever terug bij de reeds mede- 
gedeelde opvatting , dat men aldaar de geboor- 
te van het kind als zeker mag Hellen, wa^ 
men niet alleen de kinderkleeren ^ maar ook 
waar men het kinderwerk ontmoet* 

Bij de eigentlijke beantwoording van dit eer- 
de punt op bL 50 en 51, vult de Schrijver 
het gebrek aan daadzaken op nieuw met fmaad*> 
redenen aan, zooals hij een weinig vroeger 
(bL 46 en 47} gedaan heeft. 

5, De Heer Koning ftapelt vermoedens jop 
fy vermoedens en trekt gevolgen uit gevolgen, 
,9 hoe fcheef zij ook mogen zijn« Hi} vnliesc 
^ zich in onderwerpen en gisfingpn^ die niec 
^ tot zijn thema behooren. Afwezigheid èss 
yy waarheid is overal bij hem kenneli|k: wat 
yj door poGdeve bewijzen bevestigd is , kan 
yy door losfe vermoedens nlct.onczeouwd wor- 

H 4 yy den 



( ï*o ) 

II den. Van deze reeks zijner vermoedens 
II en waarfcbijnlijkheden verwacht hij welligc 
n de uitwerking der fabel van de bundel pij? 
II len ^ welke vereenigd het verlangde oogmerk 
^ bereikten , maar duizend en duizend vermoedt 
^^^ dens maken nog geen half bewijs, De ge^ 
II fchiedenis huldigt alleen de waarheid i eene 
II kraam vol geleerdheid helpt alleen om de 
n verwarring te doen toenemen, waardoor 
n men zich in het rijk der mogelijkheden ver- 
^ liest » en in eenen doolhof geraakt , waaruiq 
n men zich niet redden kan." (^) 

Zoude de Schrijver , toen hij dit ten papiere 
bragt, pietm ^en fpiegel gezien I^ebbep? 

Wij kunnen niet zien, dat de Heer Koning 
de ^e van Laurbns Koster zoude te na 
fpreken, door het betoog , dat deze met pas 
vervaardigd gereedfchap, kort na de uitvinding 
flecht werk leverde. Wij laten het aan die 
van Mantz over, om te betoogen, hoe men 
op eenen toren kan komen zonder trap, en 
wij verheugen ons , dat de Heer Koning vaii 
den grond af is begonnen en den opbouw gra-, 
4atim l^eeft g^degeflagen, 

(♦) m, 46 €n 47, 



fl 



C 1^1 ) 

De tweede (lelliDg is: dat de fpieg^l der h^, 
houdenis het eerfte boek is, hetwelk roet be- 
weegbare ea gegotene letters door Laurens; 
Koster is gedrukt, en boe het uit de ruwheid 
buiten twijfel blijkt, dat bet voor den (ij4 
der Mentzifche pers/ voor. 1450 is. gedrukt. 
. Scha AB laat zich over dit punt . wel breedec 
uit , maar mee geene mindere bitsheid of fipaad-? 
' redenen , welke niets afdoen. 

Erg vaart hij uit, dac men waarde hecht, 
aan gefcbeurde en verfletene fragmenten vat) 
flecbt drukwerk; maar waren er te Sfraa^s- 
burg of te Mentz ;julke gefcjieurde of v^r-^ 
fletene bladen of fnippers van de eerfte proe: 
ven der veronderllelde pogingen van Guton* 
B£RG, gelijk aan die van Koster te Haarlenk 
aanwezig, met name van den eerden dnik van 
den Spiegein welke nergens anders zijn dan al- 
daar, hoeveel omilags en geruchts zoude daar: 
sn^de te Mentz^ gemaakt zijn of wordent 



Het gebrekkige of flechte van de bewerking 
der fpiegeU zoude naar het oordeel van den 
Schrijver niets ten voordeele van Haarlem be^ 
wijzen i hij meent, dat men op dien grond, 
alles wat als gebrekkig uit h^t ftof der Bib]io- 
H 5 V : thee- 



1 



C I" ) 

rikeeketi worde gehaald, als vruchtco van de 
pers van Koster kan opgeven. Na verder ge- 
legd ce hebben : ^ dat Koning xipi onregel* 
^ matig gebouw op even losfe fundamenten. 
fy optrekt,** vervolge hij: y^ Op de in bet^oog^ 
^ vallende ruwheid» op liet flechte en onvol* , 

^ doende van de eerde proeven der letterfnij- | 

ff ders , grondvest Koning zijnen roman , daar i 

,9 hij alle de eerfte werken en xylographifche 
I) proeven , zonder jaartal « van welke men niet ' 

ff weet, wanneer en waar «ij gedrukt zijn en I 

,, aan wien zij toebehooren , als heereloos goed 
), en als papieren weeskinderen, aan zijnen ' 

)i koster Laurens toeeigent. Een zonderlinge 
9, titel voorwaar van eigendom of bezitregt: j 

^ zeker de gemakkelijkfte van allen." (*) 

Maar, vragen wij, heeft Schaab dan niet 
wiUen zien, dat Koning zgne ftelling, dat de 
Spiegel des heils ^ in Holland en voor den 
jare 1440 is gedrukt, ook op meer gronden 
dan op het flechte van de bewerking heeft ge- 
vestigd? 

Het bewijs uit de Wijr/ ontleend , wil de Schrij- 
Mr niet erkennen , en hij maakt er zich zeer 
knaphandig van af door te neggen : „ deze llel^ 

(♦) III. 42 en 43. 



( 123 ) 

1^ ling is naaawelijks de vermelding waardig»' 
Van hetgcne er verder c^en het betcx^ 
KoMMOy dac er verbeteriogen in ioal eafpel* 
ling tusfchen den eerften drak en hec hand^ 
fchrifc in 1464 vervaardigd, hetwelk Koning 
bezat , plaats hebben , is aangevoerd , verklaren 
wij den zin niet te kunnen vatten; maar dit 
geheel betoog ^oet niets ter zake en derhalve 
gaan wij hetzelve voorbij. 
* Het bewijs ontleend uit de papier merken^ 
ivordt ook al cegengefproken. Bij geen ander 
gedeelte van f^n werk , heeft de Schrijver het 
zoo klaar aan het licht gebragt, dat hij over 
zaken durft fpreken, waarvan hij geene ken- 
nis heeft. 

Ongelukkig is bet, dat Mr, G. van Has- 
8BLT niet genoegzaam is aangemoedigd om zijm 
nafporingen over de pa^iermerken in het licht 
te geven. 

Ik héb hierover voorheen vrij veel opgetee- 
'kcmd, en heb mijne gedachten aan den Heer 
KoNLUG over dit gedeelte vatt zijti werk, isA^ 
Tchien breeder dan over een ander pnniy lae* 
tldgedeeld. 

Voor bet tegenwooritige iA het genoeg tvfi^ 
te vermeldcfn, dat van oudsher de papie^i- 
bi^ieken , doorgaans een ei^in watermerk had- 
den , 



C 124 o 

den , en van daar dat het merk van den csfekop 
met en zonder toevoegfels, bec anker ^ de 
dubbele, fleutel ^ de eenhoorn ^ dit hand w der- 
g^lyke byna overal gevonden worden. Het is 
tevens vroeg de gewoonte geweest , dat de pa*> 
piermakers een buitengeivoon watermerk ia 
de ramen lieten maken , naar de begeerte van 
de kooplieden of van hen » voor wie de bedel- 
lingen gedaan werden. 

Vele blijken kwamen mij voor, dat hierin 
doorgaans veranderingen werden gemaakt 9 na 
gewigtige gebeurtenisfen , met name 9 bij hec 
huldigen van Vorften, wanneer het wapen of 
helmteeken» de naamletcer of eenig emblema 
van den Vorst of de Vorftin in het papier werd 
gebragt, Hier te Utrecht «ijn vetfcheidene 
wapens gevonden van de Bisfchoppen in der 
tijd « en de gewoonte , om alzoo aan vordelijke 
perfonen eenige hulde te bewijzen , of op ge- 
wigtige voorvallen te zinfpelen bij het maken 
der watermerken, duurde voort tot in onzen 
tijd, b. V. met Napoleon enz. Eene gelijke 
gewoonte werd ook wel eens in andere zaken 
gevolgd 9 zoo werden b. v. de boeken of re- 
gisters op de leenkamer van Holland nog tot 
aan ly^^ op elk jaar met eenen bijzonderen 
naam of woord gekenmerkt , betrekkelijk, tot 

een' 



C 1^5 ) 

een' perfoon of geval , in dat jaar of in hec 
vorige vermaard gewordené 

Voor ons en voor een ieder , die de Waar* 
heid wil kennen, leveren alzoo de opgaven 
van den Heer Koning, aangaande de papiermer^ 
ken , een zeer ge wigcig bewijs op , aangaande 
den tijd van den druk der fpiegels* De aan- 
merkingen van ScHAAB hebben hierin geene de 
minfte veranderingen te wege gebragt. 

Behalve dat deze papiermerken overèenko» 
men met die, welke in de Thefauriers reke- 
ningen te Haarlem tusfchen de Jaren 1420 en 
1440 gevonden worden, ziet men, dat in dé 
fpiegels de wapens , letcer» of emblemas ftaan 
van de Vorften en Vorftinnen van dien tijd. . ^ 

Op PI. II. N^. I, ziet' men, dat van Jan 
VAN Bëijeren, Bisfchop van Luik. N^. 2, 
zal misfchien het wapen van den Hertog van 
Glochestbr zijn, die een zeer' omflagcig wa- 
pen in zijn fchild voerde. Op N^. 3, zalmen 
«Maria, de moeder van vrouw Jacoba, bedacht 
zien. N^. 4, is het emblema van den Daü« 
phitl aan Jacoba gehuwd. 

De tweede met de lelie N®. 5 , is misfchien 

geen dolphijn-; ik zie het aan voor het cee- 

• ken der orde van het gulden vlies ^ welke 

•gefticht is in 1430. Verder :ziet men later de 

let- 



V 



C ii6 ) 

letters P en Y , ipeiende op Philii's en Isa- 

BELLA. 

Over deze papiêrmerken , dient vooral gele- 
.zen te worden het toevoegfel, hetwelk de 
Heer Koning met eene derde prent in het ie. 
ftok zijner bijdragen heeft gegeven, waarop 
<le Schrijver geen acht heeft geflagen* 

Ue^ne hi| op bL 63 als onzinnig voor- 
draagt , te weten » dat men in de Tbefaoriers 
■rekeningen ee Haarlem in 1478 het merk 'van 
-4len Dauphin 2iet, met wien Gravin Jacoba 
van 14 15 cot 1417 getrouwd was., willen wg 
Jiet liefst als eene fcbryf- of dcukibart aavnee- 
Jten (1478 voor 141^)9 200 ja, idan is het 
een bewijs* voor de ver^kenng üran Koning* 
AI het papier in 1417 vervaardigd werd nier 
in dat zeliQje }aar iDerbiuikt. 

- De derde ftelling van Kqnkng: ,, ^ dbndc 
,, van den fpiegel Is voora^gam door kleinere 
,, proeven,"' wil de Schrijver duer op nieuw, 
ia weerwil ii«n al hetgene Zbill^ AcwKsim en 
anderen gezegd hebben , a^ngaaiid^ het èeftaan 
der Hollandfphe Donaien na. ommnowen; 
-maar gelgk te voiren, Jionder .eenige oveitin- 
jging te wege te .hrongen. Over >de g^etuigenis 
vanJZiELL hebeen wq fQeds.g^Qvoken.; regtvaar- 

dig- 



C 127 ) 

digheidshalve moeten wij thans daar bij.voe-* 
gen , dat Schaab op bl. SS vermeldt , dat Ac- 
cuRsius gezegd beeft ^ eene IXonaat^ in Hol- 
land gedrukt, gezien te hebben, welke hij 
bij de opgave der bronnen (^Quellcn) had na- 
gelaten zie bl; 36'. 

Onder alles wat de Schrijver verder aanvpert , 
om te betoogen , dat de druk van den Spiegel 
ies heiU en der Donaten enz. elders en la- 

. ter zoude vervaardigd zijn en wel in Duitsci- 
land^ hebben wij niets gevonden^ hetwelk ni^c 
door Koning in een <]er hoo£dftukken Ziyner 
Verhandeling over deze zsak is opgehelcferd* . 

Hier bad de Schrïjyer den laatstgetnelden op 
den voet.kutmen volgen ^ maar dit fcfaynt voor 
hem te moeijelijjk te zijn geweest. Hy waagde 

. zich liever aan allerlei fprongen , waarbij wij 

. hem echter niet kunnen volgen. 

2ijne poging tot het betoog, dat Kostur 

- geetx deel bad aaQ den druk van den Spiegel "^n 
de Schoolboeken is zoo bijzonder nteuw ^n 

. fraai t dat wy <lezelve niet mogen voorbygaan. 

,9 Vermoedelijk"' zeg{ hij ,, bragten de eer^e 

^ boekdrukkers , na hunne verwydering van 

• ^ Ment^ in^ he£ ongelukkig jaar 1462 p 4e eu- 
fP de afgebruikte matrijzen en ander oud druk- 
fy gereedfchap mede naar de plaats, waar. zij 

fj zich 



( i28 ) 

^ 2icfa nederzetten. Daardoor konden geenei 
^ andere als zulke ongefordieerde Gochifche 
^ letters ontdaan , Waarmede de^ ▼erfcbillende 
^ dhikken van den fpiegel veiVaardigd djn. 

^ Zulke vermoedens zijn tiaeer overeenkomftig 
^ met den natuurlijken loop def tAen\ dan 
^ alle fabelen , welke men op de rekening van 
^ eenett Haarlemmer koster verbreidt/* (*) 

Wij vinden deze oplosflng van den beftaan- 
den twijfel zoo klaar en zoo waar , dat men 
dezelve wel als eenen tegenhanger mag befchoa- 
wen van het fraai eft geheel nieüw , oorfpron- 
keiijk betoog van den Schrijver , aangaande de 
inwendig gehoudene uitvinding der boekdruk^ 
kunst door Gutbnbero voor den jare 1420. 
Zoude de man dan waarlijk niet befeft bef>- 

' ben 9 dat het onderfcheid der letters van den 
Bijbel van Faust en van het CathoHcon van 
GutBNBBRG met die van de Haarlemmer pers , 
deze zijne uitfpraak geheel en al doet ver^ 
vallen ? 

• Die letters van Memz zijn kennelijk kleiner , 
dunner en meer mager dan de andere en zou- 
den zij , na het vervoer uit de eerstgemelde 
flad na 1462 « grooter, dikker en vetter heb- 
ben 

O !«• 80 en 81. 



beb kuntieii worden? Dac de man zelf befltste* 
De Schrijver vöégc bij déze Vitidiiig nog 
endere, i/lrelice èils waardige tOevo'egfVls töt de* 
2elve ihbgén worden aütigemefkc. Hij zegc^ 
dkt CoRNBLis, de boekbinder dlteéh^ztk JcjNiw 
berigc heeft gégi<vén van de Spiegeh en niets 
aangaande hdt i^ ^ C Blad en ÓLtB^naHHi 
ergo hebBefa déze niet beftaaffi ' - 
' 1^ Lti|)pen èri fdippen^ tan bedèukt jtergd^ 
j^ theht wordeh tfVèral gétondèn ;'* cUc bewlj^^i 
dus niets vdor HollaHdi en nd (^feékt hij hdog 
te fiotit^ dat bet A B blad Bij Eii9^AB0Ê gee- 
ne waarde heeff, tibi^Wijl hij he€ blad vaii 
een A B bdèk , hde on^ek^ ook , hetwelk hij 
bezit, al& Va» Waarde b'efthouwi! en het in deil 
bladwiji^ef 47^ Itellig Vöördfangi:^ als vervaal^ 
8igd mee de Urfypen vaif GüTeNin^n^ 

Hij btengt teTdèr nög fiif, dat Cörtiwttt 
de boekbinder iftsgillijkë ^wijg-r van de hoot-^ 
fnedeti of plaatdrdkked ; -* duè. 2(jn ér zoo mhj 
houtihèdèn als fchoolboekefi te Haaf^Uni Ver-' 
tttürfligd- (<) ^ i - 

- Hóe krank en i\«'ak, moet éé zaak 'lij^f- 
Wanïieer -men naar zdké fteUfttn-tot fthfa|t;iüg. 

■'■ V. Ü. I. Sc. t 



C 130 ) 

De vifrdi (lelllqg vm ^n Heer Koning : 
^ dft LAtni*N4 KosTta voor dttt hij met lopfe 
„ letters dmkce , hfiu$fn«4en zopde vervaardigd 
y hebb^q * eq dat bierai( een (lewij^ voor bet be^ 
„ (laan der Haarlemmep pers zoude rijzen ," be* 
haagt ook in geenen deele aan den S^^bniyer, 
Had deze het betoog v«n Kokino hebben wiU 
len inzien, en t9v«qs becgeet) in^fi ln bet ae, 
VO!x\iz&as$ k^^rag^if wit het w^rk van Otti,ey 
hyhieqgl» ^ iKtade hg zich vpQrz^ker i^iet 
aan deze loafe redeneringm g?w^4 bebljien. 

2Seer «pmerkdyk is bet » d9C 4? Heer K<a>i«ci 
later bevondep heeft , dfit t^et aUeen de. bon- 
feo platen » . welke gediend hf Ujen vopr de» 
pfinueii io 1^9 Spitgelt (loodr V>z,obh«a|i zijn 
gebruikt y vi^ar dvt ook de hoiitfneden van de 
Siblia ptM$*rnm en de ^n fporiendi door 
Pi&TSR VAV Os » Boekdrukker te «Zico/ zijn ge- 
bezigd, ea dat die Nederlandseh kunacwerk 
alzoo in de ^4erlandqn verbleven i4» 

D« ^pbi ftelüng van ^ojüm « » dat de druk 

^ van deze vroege Hollandfche drukwerken 89p 
,, LoiORKiis K&sTB» in den jare 1439 qioet wor- 
M 4en (oegefcbreveo *" w«rdE d«or d^ Scbrü.v«r 
op nieuw en wel met veel drift en onbefiikiii 
iieftreden. 

Hg fchijnt thans tot beftrijding eeno^ nien- 

. wen 



C 13». ) 

wen moed en nieuwe krachten te hebben opge- 
<]aan ; hij 2al nu , volgens. ziJDC eigene woorden » 
^ oftn de Hecren Hollanders en bijzondfrrl^ vm 
f^ die van de Geleerde Maacfcbappij te Haar'- 
^ Urn den gevoeligften flag of ftoot toevoegen ^ 
yj door het beftaan van hunnen held geheel ea 
fy al tot niet te brengen en ^i te doen mee 
9, redenen » welke allen twijfel onmogelijk nuif- 
^ ken." (*) 

Op JuNius is al wederom de eerfte aanval^ 
doch alhier met nog meer beleedigende uitdruk^ 
kingen. SoaAAa zegt: ^ dat deszeifs eerlijk^ 
^ heid^ door het geven van het bekend ver- 
^ haal 9 in een ongunftig licht ftaat ; dat men 
^ hem leugens ia plaats van daadzaken ziet op<* 
9y disfbhai, en aan redelijke mannen fthandêr 
,9 lijk^ befchuldigingen ziet aantygea.'* (t> Eil 
nu herhaalt bij : ^ zyn berigt is het gefnap vaa 
^9 eenen ouden man 9 die in zyne kindsheid zya 
9^ verteKbltje van ^enen anderen ouden man wd 
^9 gehooid hebben 9 die het ook in zijne jongt 
-99 jaren van . eenen meer dan tachtig jarigen gnjie 
99 aard heeft vernomen. En dit noemt de Heer 
^ KoMiNo geloofii^aardig*' 

Eir 

(•3 ÏII. 110. 

' (tyni. FM.' ' • » .• 

I 2 



C 13^ ) 

Eigenclijk zouden wij het hierbi) kuntten Ja« 
een; men mist htear reeds op de eèrfte bladii^^ 
de, de koele rede^ en wat ihag^ wat k&o me» 
vsH drifc en onwil verwachten ? Ook' alles, wac 
reeds gezegd is tegen Koster , komt alhier npg 
ttens Toor , en wij krijgen hier nu al het getier 
van vroegere fc^reeuwers crescendo ^ vooral over 
het Kostersambi als het lüfflukje. . Men.kao 
over en tegen zulke klanken niets peggen. Wy 
«moeten hier het hatelijke woord: Wèchzefbülg 
Ronding) nog eens lezen , en nu volgt de .cad^ 
cluCe of de flotfom op . al deze Qntwijfelbarê 
gconden* . . ' 

: . H Na dh: dlea*'. iegt de Heer Scha a», ^ zü 
^ niemand meer gelooven^ dat Mbermans kosr 
3^ ter en Konings Marguillier (kerkmeester) ^ 
'^,. officier der böfgergarde, Medelid van den 
«^.groQten ,Rftad, Schepen , .PreBderit eö Thoh 
^^ faprier , de koster van Junius ^, maar aUcin 
9^. zullen overtuigd zjyn,.dat deze. nooit geleefd^ 
^^ -^n alleen a^n de inbeelding van dejeen ouden 
^ ^t{s en ^ijne hem gehoorzame . peia ^ftk fdr 
.^ belacbtig beftaan te danken heeft." 

Dat de zesde ftelKng van den Heer Koninq: 
^:^dat er een diefllal te Haarlem is begaan 
^ van de letters en het drukgereedfchap , en 
^ wel door eenen ouderen broeder, van Gutbn- 

^ BERG) 



C 133 ) 

fy B£fto /' den Schrijver tot eene bijzoo^re 
drift heeft geb?agc, zal niet behoeven gesegd 

# 

te worden» r . 

« 

Wij zuUen hem hierbij noch kuppen po^l^ 

wiilen volgen» Wanneer hjj redenen tpt ontz^r 

na^ving van het awgevoerde ^ htd .gi^Jiad > dsp 

iZMde.hij beter g$d|ian hehben, d^ze aan te 

voeren 9 in plaats van zich door de :herbaliQg dcir 

. fchfldwoorden t^en Juniu« en Kqi^ino op nieuw 

aan de af keuring van velen blpot te (IcllerL, ; 

\ Wij hebben onze gedachten reeds medege-' 

,4ee|d9 dat wü de poging van iemmd., die zjcb 

fh^verde t om van het Jicht, hetwfik lé ffa^ft 

lm : was opgegian ; gebruik te maken ^ ten 

[tinófi te' Straatsburg of te Mer^n eene dnibf 

^keirü te verbeteren of op. te rigten, niet in eep 

.^rg QngiiQ)ftig licht befchouwden. ' Wfj zoodon 

:hft aan Gvtj^nbbrq zoo kwalyk niet genomcip 

hebben » dat hitj eenen Duitfcben dienaar ,. hét- 

zg dan iemand van zgne bloedverwanten , 9f 

eenen anderen , die op de drukkerij van Laubjbi^s 

:Kos,TBR werkte, had weten over te halen, om 

• vaa de g^fcbikte gelegenheid bij den dood van 

. den meester en bet Kersfeest , gebruik te- m^- 

ken, om met de letters en werktuigen en te- 

vMs met zfim ervarenia en kvnde ;ot bem over 

, te komen, 

; I 3 Door 



C 134 ) 

Door den Schrijver zijn wij aangaande da 
armoede en bedri)velobshdid van Gu^rBNBEaG 
van 1420 toe 1450 zoodanig ingelicht, dat er 
geen gtond overblijft , om aan den laacscgemel- 
den eenig deel toe te fchrijven in de ontvreem- 
ding re Haarlem en in de oprlgtlng van die 
pers te Mentz^ alwaar men met de Haarlem- 
mer letters heeft gedrukt. 

Deze latere berigten benemen echter niees 
van de zekerheid , dat de Heer Koning in het 
voorftellen van deze zaak, ter goeder trbuii^ 
en met befcheidenheid is te werk gegaan 9 én 
hi^ heeft door zyne onvermoeide nafporhigeh 
over de zaak zelve, afgefcheiden van den pet* 
Ibon, dié de ontvreemding* heeft gedaan > een 
hieuw licht verfpi^eid, door onbekende indicid^ 
wegens het beilaan van het misdrijf, (het ^ofptss 
dèlictO ^^^ h^t licht te brengen en zulks wef: 

!• Door hét bewijs, dat de beide laatfte druk- 
ken van dén Spiegel des hèlh blijken dragen 
vatt een «AVerWücht geval telr drukkerij. 

9. Door b§ tè brengen , dat er op den dag 
van Kerstijd 143^ eene bijzondere onderhande* 
ling tusfchen de regering of het gêr^t van 
Haarlem to ^tn ft ér dam heeft fUiAts gehadl. 

Wij zullen niet opgeven^ wat de SührIJver 
tegen de verhalen tot deze zaak betrekkelijk, 

voor- 



C i35 ) 

voordraagc; hec meeste is voorheen door ande- 
ren bijgebragt én beantwoord: het nieuwe Is 
byzooder bitter en fcherp« 

Het moet een* ieder verwonderen ^ dat een 
0i4 en ervaren Regtér de geheele zaak ttfft 
mee een Regtdcnndig oog bee& aangezien eii 
met bedaardheid heeft gadegeflagen. 

Hij had alsdan zeker het ^xm onderzoek gch 
daan, naar het èefiaan van de misdaad \^ tn 
hiervan had hij isich kunnen overtuigen i door 
het naauwkeurig en zamenhangMd bèrigt in hec . 
verhaal Van Junius, hetwelk met geene moge- 
lijkheid alzoo verzonfien óf bedaeht is kutt- 
nen Worden. Bti voor de zekeriieid iit dëieen 
had hy dan nog verflerking kuotKfti erlangen 
uit de bewijzen van het tater gebfdik der Hiar^ 
temmen letters te Mentt j en éèör de indtcia 
door den Heer Kotvuto bijgebr^t. 

Zeer oabèhoor(p zijn dé nietiWö uitvtdlen 
van defn Schrijver op Juniüs en Koning; hi§ 
geenen hunner kan of mag onzes itlziens kit^iuk 
srouw verwaehf Worden^ De eerftë fprak nas» 
aanleidhig van dê getnigenië vSn atiderên, dié 
liief redenett van wetenfchap getütgdén ; 4é 
tweede konde deze zaak diét voorbij gaan, 
toen hij over de Gefchiedenis der drukkunst 
eene verhandeling wilde geveuv 

I 4 Is 



' Is er 'door Scrivbrius , ^iwimah ep K(^ 
mvo 10 den p«rfopn ter goe^ey (reuw gedwaald , 
^ulks maakt in de za^fi g^eim vemodeviag^ Ju- 
MUV9 tfegc nergens, dac Fust , die\de geldfcld^te? 
¥10 CuTEii^Ei^G w^s , de oiHrouwe dienti^n^^ 
18 gewee^c- Hy veet alleen ^ dat d^ze JpHAmr 
heette, en yfteg? er de VWlrdei). bijr» of Mj 
^ de man gew^at sij, CgeHjk men yeimqedt) 
.^ 4ie dfli geiukbeloveqdeo namn van Vav^ 
dfQeg , ma%r voof «ijnea mee^fer oittnQUW ep 
ii:;o^geiukkig wa^^ of. wel «en andere Johaw- 
f, Ni^$9 wH ik niet angftig qnderi^oeken , omdac 
^ ik de fchim vw ^ overledenen mee be^ 
^:g^et t$ on^ruftef], .daar h\j gedurende «09 
I, leyeq, wegens dg yerwijtijigsn van het ge»- 
j^ Jifeteq gpnqcg zal geleden hefeben/* C) 

Wa?r befcbuldigt JyNiüs 9U eenen ficbtbar 
ren man als dief? Waar wordep bier de we(r 
m^ ten 'der redelijkheid fn vanhet ragt betee- 
9 d|g4 ? Wie ziet bjef eenen fanatieken üv«r $ 
^ het brandmerken met eere fo^endepde veri 
ai deqkingen ^ . Het prediken- VBn.dw. leugen?" 
Wj^rJijJK n)gn moor dopr deze geji^di^e^, bdee? 
jggingen vaij de Mgedacbteni? . van eepen brat 
yep , be^Qenulep cin d^ugdi^men pmo in (wijr 

fü 

(♦) KpNWQ ,. v^rAt, bh 334. ; . 



C «37 ) 

fd komen, ,af er in dezen wel «Uiseo tm)^ 
4w!^ii)g yau het verftand p]aacs beefc* . ; ,. 

Wij zullen hetgeen de SchriJveF aegt ourfTrh^ 
gene Meerman en Konino a^ngaand^ d^ perfo* 
oen, die vermoedelijk a}s 4e fchuldigea gw 
4efe oncvreemdiog koijden worden befcbpuwd^ 
niec yerder ophalen^ Meerman was door f h^ 
yerfchil in de nanien : Oewpl^ch en Gy.- 
T^NBiaa in dwaling gebragt. Koking vcmd fpi 
bet ft»k va» 1459, QP W- 33 ^ w^ . ^s . aa^r 
gehaald, melding, dat Johann Qzw^^i) G«N%* 
Ff^gi^CH eeneq broeder heeft gehad, die Frir* 
IJE genaamd werd , en by vermeende nu do^^p 
aJs den verdofhten pepfoop !;e ippg^n tooj> 
dragen. . . 

ScHAAfi meent bewezen te hebben « dat dez? 
Fafi^E in den jare 1439 zoude overleden zijq^ 
ea Verheft zich derhalve piet Weinig op ^q^ 
overwinmqg, ♦ , 

91 Wat zal nu de Heer Koning peggen «!* 
vraagt hij , (^^ ,, wanneer hij uit mijn weck 
^ verneemt, dat die Bodmanrohe aqte, (JJtr 
^ hunde of Quellé^ van 1459 alle kenteekenep 
^ van vervalfching draagt, en d^t deze werk^v* 
,, Igke broeder van Qutemberq zoo min aj^ 

(O lu.. »5. 

I5 



t I 



( 138 ) 

i^ de JOHANN (door Meerman vermeld) de dief 
„ beeft kunnen «jn? Wat zal de Heer Ko- 
f, Nmo' nu «eggen ?" 

' Deze is thans overleden en kan niet ane- 

INTOorden , ma^r werd aan mij de vraag gedaan , 

'èm aoude dit antwoord fpoedig gereed zijn : 

^ Ik heb reeds 5** zoude ik zeggen, ^^ op bh 

99 34 betoogd, dat owe berigten aangaande de 

-9) Valsehheid der Bodmanfcbe acten van 1424 

'^ en 1459, "^^ gereedelijk kannen worden 

\^ aangenomen, maar nu er door U bewezeli 

f^ is, dat JoHAN GuTENBERQ tot 1445 ^om- 

y^ mervol te Straatsburg beeft geleefti, en te 

y^ Mentz van 1445 tot 1450 zoodanig te zink 

yy en te zoek is geweest , dat gij geene andere 

^ berigten hem aangaande, als die van een 

^ groot geldgebrek , hebt kunnen opfporen , 

^ ilu wil ik my wel verzekerd houden , dat 

yy <jutenberg niets met het vervoer van de 

yf Httrlemmer letters naar Mentz in 1439 of 

n 1440 en het drukken met dezelve aldaai: 

Il heeft te doen gehad, en uit «we berigten 

iy gezien hebbende, dat hij beneden dett Hand 

yy WA zyne familie te Mentz was gedaald , wil ik 

11^ ook wel gelooven , dat niemand zijner bloed* 

II verwanten om zijn belang naar Haarlem is 

91 g^g^Q ^0 van daar de kunst naar Mentz heeft 

,1 overgebragt." ^Over 



( Ï39 ) 

Over hergeèn dé Heer Schaab toe ot>heffiog 
van de waarde dér door den Heer KoiuiIg by* 
gebmgce niiuw& indicia^ heeft aangevoerd ^ 
2ullen wy weinig behoeven * te zeggen. 

Dat er fotntyds in éenige der oudfle drafc* 
ken van andere boeken ^ enkele zijden sgn 
omgedmkt, met name in het Durandi RA- 
tlonale van 1 459 y en ook in den Laty tdbh'én 
B^l vah 14621 1 lost het vreemde , dat et in 
den tweeden druk van de Latijnfche eft Neder- 
dnitfche Spie^ds, zeer groote veranderingen 
zgn gekomen, door een onverwacht toeval niet 
opt en nog minder geldt hei^cne de Schrijver 
zegt, töt opheffing van' betgene Konimg bQ- 
brengt ^ over het zenden van boden van Haar- 
Urn naar Amjierdam. Koniko zegt ftelltg uit 
de rekeningen gezien te hebben , dat de eerfie 
bode vertrok op kerstijd ; en wat doet het er 
toe, dat het raster waarin zulks (bat op 
St. Marend dag, en wel vroeger is begonnett* 
indien bet den Schiijvw om het kennen en de 
ten toonltelling der waarheid was te doen ge- 
weest , dan zbiide hij niet ongelezen en onge- 
bruikt hebben mogen iMn « de bijlage 6 ach- 
ter de Gedsnkf^hriften voor het Konertfeei^^ 
welke ten oplbhüft heeft s Nkuwe^bijdragen 

enz. 



( 14® ) 

OTE. Aldaar zoude hij ofi l^h 3(Séf en volgenie , 
e$n betoog Jiebben gevonden» hetwelk met 
minder van ;het gezopd.oordieel van dien: Schry* 
ver dan van deaael£s «rvarenii Js juftiiide 'aar 
ken bewijs draagt en de indicia door Koninq 
bggêbrsigc ' in een nader licht ildt. Hfëf-by 
wordt b^zonder gehandeld over de (mderso^ 
kiügen van de Haarlemfche rqperipg naar den 
en den> dader. 

Het 'zeyeffde punt is i ,, dat het icfaoolb^ek 
jy vaïii Alexanóeu Gallus in 1442' te Mentz 
*^ sdmde zijn gedrukt, met de letters *. vroeger 
^ d<>or LitüRBm Kqstbh gebruikt. 

De Schrijver kan het beifaian van zulk.eenen 
drbk niet geheel ontkennen , nu er bladen te 
Par^s en in den Haag beflaan. Uit de katfle 
bleek mij de overeenkomst ten vdle^ na het 
fchroomvalligfte onderzoek. 
. Tdg wil ze voor fragm$nte^ van eenen Dé- 
naai gehouden hebben. Dat er bitden van dit 
fchoolboek in lateren tijd zijn gevonden , be- 
wijst ten volle» dat Junius deswege aeernsauvr- 
keurige berigten heeft gehad. 

De achtfie ftelling , yy dat ^ Erven v^n Kos- 
^ TER. de drukkerij hebben voortgezet, «n dat 
,, hiervan proeven beflaan,'' kan cbatis, nu.de 
leuers, tfn mtnfte in drie werken met de Haar- 

lem- 



C Hl ) 

ieitiffler lettefs, (jUrtypen) oveitenkomaii, hfec 
tmtkend worden. 

'De Heer Korino heefc ^ berigten vm . dnk 
Heer Mebrmait in dezea aani^icrilöi verbeterd i 
en die is,, ihöaes insien&^oe geringd vecdiedr 
fte van zijn werk. Dac de eerfte verdere ksewg* 
sen voor die pmic hééft bijgebragt^ behaagt dok 
^iéenfi2ins:.8W;den Sdirycver, eir derhalve wordt 
het isfiaan v^n bet Engelsch gefchrifc vamAr- 
KYNS, op nieuw opet hevige drift beftreden^;. wi§ 
«idlea niét. ter Tetdedigtng ofilaredeity veonkt 
wg dit befwgs; niet nood^ iieiibeQ. 

Het gezégde van Könino, tdac er nog 200 
inele lecters te Haariem zuUen. ^ overgel^ie** 
^lücn^ dat TflOMAs Pibtbm eA zfjae zooêa.de 
drukkerij hebben kuniten Ophouden ^ wordt ^zeir 
taapbaodig opgeheven , door. wxx te: voêttn : 
^ dac wanaeer de g^t\eele Gefclttodeais ceoe 
^ fabel 4s f de vermoedens en gttwrfgtfekktfigeii 
ty Welke men. daarvan afleidt^ insgelijks nuUi^ 
^ feiten zijnt*' ^ . 

. Alzoo moet daft ook het vet^fmelten. van. de 
ktters in.donen w^annen^ wteike de Schigi 
wr ibmtijds aardigbeid^halve : ii^ijnfiesfchef^ 
noemt > geh««l wegvallen. \; . ^ ,. 

: Over het argument, dat er Haarlemmers in 
de vijftiende eeuw als drukkers .buit^eos^^Rvls 

trok- 



C «4* ) 

trokl^en , - loopt hfj , als hem niet voegende « 
luchtig heen , en wij zullen hterover , tls ovor 
hecgene hij «aogiande de werken raec Haarlem* 
jner letters gedrukt, .met xi^xAtmg'éttüpuimla 
Salicai ^ ons nog la^r zegt , nkt behoeven in 
€Q laten. 

De Schrijver beijvert zich , on^ nu dese anat 
iyti(bhe befchoowing van de fteüiogen van ém 
Meer Koning in het refumé h^ de Fraftfehe 
0vea»tdng j nog een overzigi ce ger^n , vaa 
hebene,. als algemcene zaken zoodé kannen 
worden aangemerkt; jnaar wij vinden ki de op- 
gave ^ even min als in het vorige , iets hetwelk 
tegeq de aan()>reak van Haarlem geldt. Vele 
van die punten kannen wij tinms vèorbij gaan^ 
lis zijnde vroeger b^andeld. 
' Wij öbtmoeten ook alhier w^derpm de oa** 
men van: ff^echfelbalg ^ van de kê^S! 9f flechtr 
gecündiUonèerdt leugens van JtMiys^ en hq^ 
deze dan door KotfiffG gelardeerdX^vX^fyïia) 
Zijn en dergelijke meer; wij gaan de meesw 
met een gevoel van medelijden voorbij. Het 
belangrijk verhaal v«n GuiccnfitRimfi is eet 
fprookje (jsineSage) alleen -omdK de woor^ 
den: y^ foo men feijt*- daarin voórkoiQ»]; (O 

♦ .Ook 



C 143 X 

Ook het verzinnen van dü verhaal worde aan 
JuNius toegefcbreven , ep bet is hier vooral , 
dat de Schryver^ tegen oade lieden t^ vdde 
trekt, TCggende: ,^ dat grysaarda zoo wel ab 
^ kinderen 9 bij deze avonniurlijke gefcbiedeoh 
^ de hoofdrollen fpelen/- (*^ Wij hebl^en 
nergens fen kind ontmoet. Corbhslis de boek-» 
binder was reeds boog bejaard 9 to^ hg de be? 
rigten aan Gaw en.TALESius g^C ; 



Ovor het vinden der overbl^fTflep van «te 
p^.van JLrAURENi Kostsa te ffasrhm.i^:^ 
Schrifver zeer kort , en. hy draagt hec c?b6ufrio 
met de kist, of liever van hp% hout^p tewk 
met verfcheidene exemplaren, dpor de ftede* 
lijke legering te Haar Urn \x^ ^ jarp 1^54 g|^ 
kocht, zeer verminkt voor. (f). 7 

D^ze gewfgtige verzameling yan ilpkken yao 
d^ Haarlemmer pers , waren af komftig uit de 
nalatenfchap vvi Mr* Dirk MèTHAti , wi«os 
v^^^r de behqwdzoon was van Hendrik Go^ï^r 
zius en de vriend van Coormibat en Spnoki.. 

Ik heb desw^ als eed loe^oegfël by het 

con: 

I . ... 

(t) I. i«a. 



C H4 ) 

toHjpeefus der verhandeling vün den Hker 
Koitiffo de breedvoerige getuigenis van P. Vla^ 
UiiNte achter den Hartfpiégel vto LaureKs 
Spiegel gegeven ^ bijgebragt , en verwijs deft 
lezer derwaarts. (*) 

Ik kan geen begrip Völhneft , hoé éen Ad- 
vócaéit van Mentz het aan die Van Hüarleni 
akr een bezwaar kan toevoegen, dat et' tén tij- 
de van JüNiüSi te Haarlem géehe exemjUareii 
Van de pers van Koster bekend waren , daar 
men later gedurende twee en eene halve 
eeuw noth te Straatsiurg noch te 'Mèhtz 
6en blad óf fnfpper heeft kunnen Virideti vatï 
een door GütenberC voör deri jare 1450 ge-» 
értrkt tverk , it weefwil Van de jagt op' per'- 
gaittênifen ftrooken in de banden van oude boe-^ 
k^n^ in de hoop Van fragmenten van Danasefi 
enz. te zullen Vinden. 

' Hij opperde deze bfedenkiUg nióc alleetf tégen' 

db 

• (*) Zfe mijn htengeü^eri Ö. t St. ïl. bf. 048. Aldaar 
ztin óok korte berigteh aangaande de opibfariften in St 
aadere exemplaren én op de bhden van dea Spiegel,' of 
voor» of geüjkqjdig' mei Jumus gegeven , doar Hxnorik 
DiRRiKs Mes, Faedrjr Van WfimkALEN en IsRAêL 
]aoobszoon van der' MBEitscHE, welke naar mijn in^ 
zien , zeer belangr^ke getuigenisfen voor- liet vêriunt van 
JuNius bevatten. 



C 145 ) 

de waarheid maar ook tegen beter weten , daar 
hij in het verhaal van Junius , door hem gele-* 
zen en medegedeeld, had gezien, dat dezelve 
de eerfte onvolkomene proeven van de pers te 
Haarlem 9 met name de bladen van den Spie-' 
gel des Heils , welke aan de eene zgde van hét 
blad {>edrukt waren , had gezien en beoordeeld. 

Het beftaan van deze kist of doos is waar- 
fchijnlijk ook aan Junius bekend geweest ; en 
wat de Heer Schaab verder aangaande het vin^ 
den van dezelve met de daarin leggende exem- 
plaren zegt: ,^ dat zij na verloop vttn twee 
f^ eeuwen gevonden zijn/* is geheel zonder 
grond. 

Nergens blijkt het, dat MathAm deze (faik< 
ken verborgen heeft gehouden, en die be- 
kwame kunftenaar had hiertoe ook de minlle 
reden. 

Dat deze belangrijke verzameling destijds voor 
de geringe fomme van drie honderd guUeta 
werd verkocht , ftrekt alleen ten bewijze , dac 
men toen minder belang ftelde in het bezit van 
Typographifche zeldzaamheden dan in onzen 
tijd. Wie weet, welk eene verbazende fom de- 
zelve thans zoude opbrengen? (♦) 

Elk 

O Het exemplaar van den Sfieget weleer door Prmcrs 

V. D. I. Si. K 



C H6 ) 

'7 Clk exemplaar, elk blad der Haarlemmer 
pers wordt al2oo een nieuw bewijs voor de 
waarheid v^an het veiliael van onzen Jui^^ius; en 
hoe rele •exemplaren en bladen zyn er nu reeds 
in de ktterkyndige wereld bekend; de meeste 
zijti te Haarlem gevonden. 
. Ik noodig den Schrüver uic« om de bla<^ 
ém ^ welke voör 1450 te Metuz «gn igcdrukt , 
aan den di^ te brengen, want dan zal men 
4unnen xien, of er de / finaal gelyk in den 
'Alexanmr Gallus ftaat^ en of zy met de 
üaarlesuner letters zijn gedrakt. 
'. Het is mij te allen tijde als een gewigtig 
bewijs voor Haarlem in het bijzonder vporge-r 
komen ^ dat in geene andere Had van Oud- Ne- 
derlMd zoo vele gerukte Hukken gevonden 
'«gn. 



': Wij zouden deze befcbou wing van het eerde 

rbóMüftuk in htt derde deel van hec werk van 

den 

> ^Sc^iVBtuus faietecen, h éoot Czaar Pzïer den Groote» , 
[y^&K eeaien hoogon pi:||s gekodic Ik ben niet in mijne 
. wenfchen gedaagd , om deswege uit Petersburg berigten 
te erlangen ; het fluk is in de Keizerlijke Bibllocheek 
niet meer voorhanden; gaarne had ik deswege inlichting 
'bekomen, omdat er bij dit ftuk aanteekeningen van Scri- 
' >0mus zouden i;evoegd zijn. 



C 147 ) 

den Heer Schaab kunnen eindigen, maar wfj 
vonden nog een blijk van *s mans onbefcbeideq^ 
heid» hetwelk wij niet mogen voorbij gaan« 

De volgende woorden zijn gebruikt bij den 
overgang van de bijzondere, tot de meer ^sr/- 
gemeene punten bij zijne analytifche ontleding 
en beoordeeling in bet werk van den Heejr 
Kot«iNG : 

^ Dit aangevoerde moge nu over de drogréde* 
^ nen en ijdele vermoedens , welke aan geene 
y^ vereischten van het gezond verfland voldoen, 
^ en tot geen bewijs leiden , en aangaande de 

yy gronden, aan welke men alle klaarheid en 

« 

,, eenen redelijken zamenhang moet ontzeggen, 
„ genoeg gezegd zijn/* 

. „ Ik geloof de bewijzen van Koning w(h 
,^ danig ontleed en toegelicht te hebbet), ^c 

„ een onpartijdig navorfcher niet één critH'* 
jy rium in dezelve vinden zal, waaruit men 4^ 
„ waarheid kan erkennen, en dat het fprook^ 
„ je of vertelfeltje , hetwelk de oude doctor 
„ JuNius verdicht heeft, door zijne land^ 
5, genooten is nagebaauwd, en met de avon* 
„ tuurlijklle toevo^fels ' vern^eerderd , m\ \n 
„ de toekomst gelden zal, voor hetgene het 

•„ waarlijk is, t. w. : „ voorde fabelachtigfte 
„ „ van alle fabelen, welke de. boosheid of 

krank^ 

K 2 



C 148 ) 

II II krankzinnigheid van Adrianus Junïus 
j^ n heeft geteeld , en door de ligtgeloo.vigheid 
n ^ is opgevoed/' '' C) 
' ^ Wij zien hier /* zegt bij / »! eenen Koster 
'n die nooit geleefd, eéne uitvinding , die over 
n de anderhalf honderd jaren, op de plaats 
'II waatr t\] gebeurd is, onbekend is gebleven, 
n eene boekdrukkerij zonder boek , een' dief* 
n flal zonder object , een' dief zonder fubject. 
n Daar zijn zoo vele leugens en verdlchtfek 
n in de wereld , dat het voor eiken waarheids* 
n lievenden pligt is, om min onderrigten voor 
Il misleiding te helpen bewaren." 
' Zulke verzekeringen mogen aangenomen wor- 
den door hen , die zich vereerd vinden met de 
eer van de inwendig gehoudene en ftilgebleve- 
^ uitvinding der boekdrukkunst te MenfZj 
door GüT£NBERG voor den jare 1420, maar 
de wijze en bedaarde lieden van alle volken en 
in de toekomende tijden, die deze flotfom zuU 
len zien en willen overwegen , zullen daarin voor- 
zeker geen ander bewijs vinden, als zulke, 
welke alleen tegen het verftand of den wil 
vaii den Heer Schaab zelven getuigen. 

Wij 

(*} IIL 159 , inar LiarreiiBERG^R. 



C 149 ) 

. Wij zullen het opmaken van on7:e flotfom 
in dezen insgelijks verfchuiven tot aan de laat* 
^ afdeeling van ons berigc. 



V. 



Korf berigt tan hetgene de Heer Scüjêjm 
over en tegen den Heer EBERxendes-- 
zelfs werken heeft gezegd ^ in be- 
trekking tot de aanfpraak 
van H^rlem. 



»/ 



Wij waren in het eerst voorqeipens , oip al- 
les wat de Schrijver tegen den beroemden Bibli* 

oth^caris te Dresden « Fredrik Adolph ëbert 

• . . ' - < 

heeft gezegd, geheel voor deszelfs rekening 
te laten en deswege niets te zeggen, omdat 
deze ten volle in fhtat is zijne zaak zelf (e 
verdedigen; dan vermits hetgene door den 
Schrijver wordt aangevoerd, in velen eigene- 
lijk tegen ons Nederlanders en tegen de 
^ aanfpraak van Haarlem is gerigt , kunnen wij 
^ bij de beoordeëling van het geheete werk , d«* 
ze gedeelten niet met ((ilzwijgen voorbij gaas. 
Het is genoegzaam bekend , dat de Heer Ebert 
' weinig tijds na de uitgave van het gefchrift van 
Lehme , in het cjjdfchrift : Hermes is opgetre- 

K 3 den 



( 150 ) 

fiett , mét fcene nieuwe beproeving der rede* 
fïen^voor de aanfpraak van Haarlem ^ waar- 
bij hy niet minder zijne re gty aardigheid z\t 
2iJQ fchrander oordeel en grondige geleerdheid 
heefc bewezen. 

ScHAAB moet zoo wel als Lehne , zich vroeg 
b'ebben geraakt betoond ^ over deze onverwach- 
te t'egenfpraak van eenen wijzen en bedaarden 
kndgeHoot. Hij zegt in de voorrede : (♦) 

^ Wie zoude hebben kunnen gisfen , dat er 
I, zelfs een Duitsch geleerde als partijganger 
yy Zoude optreden; maar welke onzinnigheid 
*>, hééft toen niet in onzen tijd te wachten?" 
In gelijken toon draaft hij verder doof» (f) 
'terwijl het hem vooral tegen de borst was, 
'dat de Heer Koning van het fluk , zoo als het 
in de Hermés Was medegedeeld, eene Hol- 
-fendfcbe vertaling, met eenige aanteékeningen 
^Vergezeld , ' in het licht gaf» CS) 

^,_ O IIL VII. v^ 

^ "CS) i^*^ ^^ ^ ^ ^^° i^^^ ^^-5 tiitgegeven met den 
'^celc Nkmf onderzoek naar- de aanfpraak van Holland op 
. df uitvinding der^ BoekdnftkunfiC door F4 A. £>£RT en^. 
. . Koning beeft hetzelve voori^ien met eene voorrede 
en aanmerkingen , en bij hetzelve is een brief gevoegd , 
'wegens het reeds door ons vermeld gefchrift van Profr. 

' IfiilKE. 



c 151 :) 

Nadat de Schrijver, zoo h^ meenda d^ (fefr. 
KoNiNO geheel verflagen had 9 trok bij ook tel- 
gen den Heer Ebert te velde , en in ^ten o^r 
gelijken ftryd met eenen fterkeren tegenftandei:» 
komen aoo vele wonderl^ke en gewaagde fprofi* 
gen voor , dat de lachfpieren niet 2elden cegQp 
ivil en dank in beweging geraakten. Wij wij- 
len alleen zulke zaken nagaan, waarby l)|j 
meent aan Haarlem Zifd$llngfche flagc^n tq^ 
te brengen ; wij kunnen hem geenszins . by 
al deze redeneringen volgen , ma&r wij in09t^ 
wel de llelh'ng mededeelen^» welke dei Hejgr 
ScHAAB aan dit betoog vooriut zet. ^ De g^- 
iy heele zaak van /T^/^r/^;» /' zegt hij Qpini^uw., 
^ is eene fabel. Laiviens KosTEït i$ e^n'^/}- 
„ ding , en Jünius een apostel yan de le^-* 
9> g^^i*^ ^Q ^^ zulke uitrpraken gezien te heb- 
ben» zal men zich niet behoeven t9 verwoff- 
deren, dat de Schrijver als nu van 4ijne ei- 
gene opvatting eene xolhzaak wil makeQ)^ 
aan welker waarheid geet^ Duufcber .zon4«r 
het crimen Majestatis te begaan , twijfelen 
^^S* 99 Het laat zich niet verklaren/' isegt 

hii, 

Het gaf aan mij een treurig gevoel uft dien 1)rief èe 
zhen , dac de Heer Schaab verfcheidene der uicQ)raken 
en gezegden van dezen heeft overgenomen. 

K4 



C 15a ) 

hij , »9 hoe een Daicfcbe man als Ebert den 
^ roem van de Natie Ican beftrijden » toe wel- 
f^ ke hij zelf behoort* £ene aanmatiging » om 
f^ aan het vaderland den roem eener uitvinding 
^ te ontrooven^ welke door met documenten 
9^ geftaafde daadzaken , door eene menigte van 
^ gelijktijdige en geloofwaardige fchrijvers be- 
^ wezen en door de meest beroemde Gefchied- 
„ fchrijvers van Duitschland^ Frankrijk , Ita- 
^ Hë en Engeland^ gedurende verfcheidene 
9^ eeuwen erkend is , laat zich naauwelijks be- 
^ grijpen: «* maar om een onding op nieuw 
^ in ien valsch licht te plaatfen en bet met 
9i fophismen en met blinkende pbrafen te wil- 
19 len bezielen 9 dat past geenen Duitfcheo 
„man/* (♦^ 

Het gemelde fluk in de Hermes medegedeeld 
'1^ reeds aan onze landgenooten bekend. Ebert 
heeft later meer gedaan. Wij vermeenen ons 
ontilagen te kunnen houden ^ om thans hier- 
van meer te zeggen 9 omdat wij de hoop 
voeden, bij behoud van lust en gezondheid 
des mans verdienden jegens Haarlem te doe . 
kennen, door een confpectus te geven va> 
sijne verrigtingen en gevoelens, in betrekkin] 

, toi 

(♦) IIL 191. 



C 153 ) 

tot de uitvinding en eerfte beoefening der druk* 
kunst. 

ScHAAB beeft zich voorgefteld«, om den Heer 
Ebert op den voet te volgen , en hij heeft 
derhalve eenig antwoord willen geven op elk 
der XVI afdeeUngen van gemeld (luk* Hij 
ftelt zich echter hierbij niet minder bloot , dan 
biJ de analytifche beantwoording der VII dc;^ 
len van Koninos refumé. Wij zullen flechts 
weinige dier punten kunnen aanvoeren. 

De Heer Ebert vestigt zijn oordejel, aan- 
gaande de aanfpraak van Haarlem ^ op het 
verfcbil der letters van de pers van Koster 
met die van Duitfche perfen. 
'Hij noemt de eerfte: de Gotifche typen ep 
erkent ze voor zuiver nationaal HoUandsch. 
Hij betoogt verder, dat de drukletter van Van 
Leempt en Ketelaar te Utrecht gebruikt, 
hoe zeer verfraaid na de verbeteringen van 
ScHÖFFER , eenen familie-zweem heeft behoud^ 
met de Haarlemmer pers. 

Zulk . eene gezonde verklaring tot ophelde- 
ring der Gefchiedenis , daar bet kind eene moe» 
der moet hebben, kon Schaab niet verdragen, 
en nu beftrijdt hij deze laatfte (telling met A 
meest venvonderlijke redeneringen. Utrecht <^ 
de (tad en het Sticht, behoorden volgens zijn 

K 5 zeg- 



( '54 ; j 

-wcgS^n y niec in de vijftiende eeuw tot de iV^ 

derianden. Het Bisdom zoude tot in den jare 

1536 een integrerend gedeelte 2ijn geweest 

van het Heilige Roomfche rijk en was toen 

^an heuelve afgerukt. Het zoude derhalve de \ 

«zotheid xelve zijn, om te veronderflelleo , dat 

^ eigenaars van de Ketelaarsche en Van 

i^sEMFTscHE peHeu » de oudere Noord -Hof- 

kndfcbe perfen zouden hebben willei> aanzien > 

en nc^ minder was het begrijpelijk, ^t deze 

Aiec eene werkplaats in Haarlem in betrek- 

Iting zouden hebben willen ftaan. 

Eene tweede voorname flelling van den Heet 
Ebert is , dat na de inneming der ffod Mentz 
'lil den jare 1463 de werklieden der drukkerij 
zich van daar , naar andere landen hebben be- 
geven, behalve alleen naar Holland ^ alwaar 
«gedurende de geheele zeventiende eeuw niet bet 
minde fpoor van eened Duitfcher als boeh- 
^Slvkker gevonden wordt. ' ' 

Deze (telling is mijnes inziens van zoo veöl 
Mang , dat wij ons billijk moeten verwonde* 
ren, dat deze gedachten bij niemand onzer ge- 
leerden is opgekomen. > 

De Heer Schaab meent het aan de domheid 
•en het gebrek van wetenfchappelijke befchd- 
vihg, aan licht en lust hier te lande te mogen 

toe- 



( 155 ) 

roefchrijven, dac er geene Duicfchers naar Hol* 
land zijn gegaan; maar hoe zal hij bet dan^ 
verklaren, dac er in weerwil van deze domheid 
ed traagheid, verfcheidene drukkersgezellen uit 
dit Siberië of Kamfchatkd naar elders zijn ver- 
trokken. Koning zege, dat hij een twiotigtat 
Nederlanders zoude kunnen opnoemen , die ge^ 
durende dd vijftiende eeuw de boekdrukkunst 
op onderfcheidene plaatfen in Europa hebbeo 
beoefend y waaronder drie Haarlemmers. (*) 
' Dat Meerman oi^ Koning deze bedenking 
tiiec gemaakc hebben, getuigt, naar bec oor^- 
deel vian Schaab, genoegzaam van de onge^ 
grondheid of nietigheid. '> 

Dé Heer Ebsrt is verder jegens Holland 
^n Haarhm regcvaardig , aangaande bet onder^ 
fcheid m den Hand vaA zaken in Holland en te 
Haarlem van 14QÖ cot 1440 mtt 4ieti ia 
Duits chland en Mentz van 1440 tot 1460^, 
door bec allengskens rijzend licht in de Leccof* 
' kunde , ov6r de drukkerij door de Erven van 
Koster aangehouden, over den tijd van de 
Haarlemmer ftukken uit de papiermerken bl^- 
'kende, over het bewys der oudheid van den 
Spiegel des heils ontleend uit de taal, uft 

het 

Q*^ Nieuw onderzoek, cdz. in de vooOi^de ui* 



C 156 ) 

bec vinden van hec A B blad, de Donaten 
enz., ce Haarlem^ den perfoon en het bedrijf 
Tan Laurens KQsxEa.en meer. 
. Niecs van dfc alle^ kan de Heer Schaab 
goedkeuren: hec 19 ketterij ^ en in plaats van 
ceg^redenen te geven » waarmede een bedaard 
beoordeelaar genoegen zoude kunnen nemen, 
volgt er al wederom de uitfpraak: ^^het ge- 
^ heele Haarlemmer fprookje draagt den ftemr 
„ pel der leugen op het voorhoofd/* en der* 
halve wordt alles wat de Heer Ebbrt over het- 
zelve zegt 9 voor een Gallimathias verklaard» 
waarin. hij zich zelven niet weet terug ce vin- 
dem (♦) 

\ Yröesfelyk vertoornt zich de Schrijver bij het 
•zien ,: dat Ebbrt de berigcen van de oncvreem* 
'ding- of den diefftal in 14399 niet zoo geheel 
.verwerpt 9 en hierover- wordt niets minder of 
.zachter gezegd, dan: ,, zoo wordt de leugen 
^ IQ alle vormen en gedaanten opgepronkc/* 
i Hy befteedc vervolgens nog bjij de vijftig 
üyóttn, om dea Heer Ebert, aangaande hetgene 
hij. in andere en latere werken of tijdfchrifcen 
. betrekkel^'k de Boekdrukkunst gezegd beefc» 

ce befttydeo. 

■ Hij 

(»;.UI.a43. . 



C Ï57 3 

» 

Hij kan bet maar in het geheel niet toeftem^ 
men, dac de Heer Ebert verklaart, aan eene 
dubbele uitvinding, bij de Duitfche en Hol^ 
laddfche volken te gelooven, met verklaring: 
^ dat de oud Hollandfche Boekdrukkunst, al- 
9, zoo uit zich zelven , zelfldandig en zonder in- 
^ vloed op de Duitfche uitvinding, is n^oraf- 
9» g^gaa^ 9 en ook in zich zelven weder uit- 
n gegaan/* 

Naar mijn inzien heeft de Schrijver zich ner- 
gens meer in al zijne naaktheid en nietigheid 
vertoond, dan bij dezen ftrijd, vermits hij in 
denzelven, boven en behalve de hevigfte uit- 
drukkingen van De la Serna Santander, 
die JuNius f^ den Don Quichot noemde ia 
den Roman van Meerman en van Hbqnic- 
Kfi en Lbhnb niets tegen den Heer Ebert 
aanvoert, als de quafi - argumenten', welke wij 
reeds vroeger als nietig bevonden hebben. Tot 
opfiering werden hier niet alleen alle hooge 
phrafen en de fmaad- en fchimpwoorden van 
Cos f er tanen , myjiteke koster , die tevens wijn^ ' 
tapper was, de misgeboorte^ de ITechfelbalg 
enz; herhaald , als of dezelve eenig nut voor zy« 
ne ftellingen zouden kunnen te wege brengen ; 
paar hij vaart ook vreesfelijk hevig uit op de 
Advocaten van Haarlem^ op wie alleen de 

epi- 



( 158 ) ' 

-epithetcs van babbelen (plankeln) fantaferen 
«n declameren 2ouden pasfen ^ (*) maar voor- 
al ook op den Heef Ebert, van Wien hij nu 
zegt: 91 dat geen Duicfcber mee groocer gunst 
y^ voor de Hollanders te velde is getrokken 9 
yj dan hij,** en van wiens gezonde redenerin- 
gen tegen zijne opvattingen hij niets minder 
zegt dan: ^ dat voorzeker nooit de fcboonftf 
„ gaven van het menfchelijk vernuft , de hoo- 
^ gere historifche critlek, yerdoemelijhr zijn 
,9 misbruikt dan door den Heer Ebcrt in de- 
,, 2en/'(t) 

Wg vinden ons verpligt , om eer wij met d^ 
befchouwing van het flot der redeneringen aan 
den Heer Ebert deze afdeeling eindigen, 
•nog één punt op te nemen, vermits de e^r 
van eenen man, dien w^' kennen, hierbij mi9* 
kend wordt» 

Op bl. 320 verhaalt de Schrgver: dat de 
geleerde Bibliothecaris, Përtiï van Hantffer^ 
op den i8. Mei 18&8 , aan hem gefchreven had, 
„ dat de Heer Van Hulthem ongevergd had ver- 
yy zekerd, dat de leer aangaande de HoUand- 
„ fche uitvinding doorgaans ongegrond is en in 

„ Duilsch-^ 

(*) m; 308. 

' . (tt lU. a«5. 



<" 159 ) 

y^ DuUschland alleen daarom eenig geloof ge- 

^ vonden heeft ^ wijl men zelf dè hierby voorkOf 

^ mende werken, hier te lande (in Holldni) 

^ niet heeft gezien. Hij (Van Hulthem} 1:006^ 

9, hier nog bijgevoegd hebben , dat by zjgh mo9r 

ff retl overtuigd hield, dat Koning zelf geen 

15 geloof hechtte aan de 2aak , welke hij verde* 

^ digde. Hij had hem dit zelf eens opentiijk 

H g^2^g<l t en Koning was vertoornd geworden 

5, en had zoo iets niet willen aannemen." (*} 

Ik ken den Heer Van Hulthem , als geheel 

en al aan het geloof gehecht , om de aanfpraak 

van Haarlem niet te erkennen , maar ik ken hem 

geenszins als zoo onvoorzigcig en zoo OMiii» 

Dig, dat hij iets dergelijks aan een ander zoude 

kunnen zeggen^ terwijl hij wist en overtuigd 

was, dat zijne woorden^ door den ftand^ 

VMtigen en werkdadigen ijver van den Heer 

Koning , tot handhaving der zaak van Haar^ 

léfftj gedurende meer dan dertig jaren, (lellig 

zouden worden tegen gefproken. 

Ve- 

(*} Op bl. 117 was reeds een verhaal van deze zaak 

gegeven, wel minder wijdloopig maar geenszins minder 

. bitter. Hier houdt de Schrijver den Heer Koning voor 

. een geleerd man , ^ die derhalve onmogelijk aan de IJaar* 

„ lemmer zaak gelooven konde. De Heer Van Uul* 

^ TH^M bad regt , om aan Koning zulk een zeggen toe 

„ te voegen.** 



( i6o ) 

Vden 20Dden zich met deze losfe verzeke- 
ring geenszins gediend zien ^ en ware ik in de 
plaats van den Heer Van Hulthem , ik zoude, 
mij zulk eene tentoonftelling niet gemakkelijk 
laten welgevallen (♦^ 

Hoo- 

(♦) Tot ppheldering van dit püüt vermeen ik nog te 
mogen zeggen ^ dat ik in den jare 1823 geftadig vern6«> 
mende » dat de Heer Van Hulthbm mee zyne beden- 
kfflgen voor den dag kwam, -aan mqnen vriend Koning 
geraden heb om bekend te maken , wat er tnsfóhen 
Van Hulthem en de Haarlemmer MaacTchappq, en 
met hem zelven was voorgevallen. Aangaande het eer- 
fte heb ik reeds gefproken; op het laatlle pnnt ant- 
woordde hij: 

j, Op aanzoek van den waardlgen Hoogleeraar TeWa- 
^ TER heb ik bQ eenen brief den Heer Van Hulthem 
^ op het meestdringende aangezocht , tot het opgeven 
„ der bedenkingen y van welke hy onder de hand zooveel 
y, Ophef had gemaakt , ten emde dezelve voor het af- 
^ drukken m^ner Verhandeling , waarmede begonnen 
ff was , te onderzoeken , maar ik heb niets van z^ne 
^ hand ontvangen.** ^ 

^ £enige dagen later had ik het genoegen hem per' 
^ foonlijk te ontmoeten ; toen gelukte het mij , eenige 
„ aanmerkingen uit zijnen mond te vernemen, welke ik 
^ dadelijk na zijn vertrek opteekende en met mijne ver* 
^ handeling vergeleek , doch alle werden als in dezelve 
^ opgenomen en wederlegd bevonden. Ik heb die aan- 
^ merkingen bewaard , maar fints dien tqd heb ik van 
^ dezen » ook bij mij geachten geleerden » niets meer 
JO^ betrekking tot mijn werk vernomen. 



M 



C i5t ) 

Hoögelijk moet ik het afkeuren ; dat de Heet 
ScHAAB op zulk een los en op het zachtst ger 
nomen , onvoorzigtig berigt , dé ftelling grondt ^ 
welke hij na de mededeeling van hetzelve Iaat 
volgen : 

„ Zoo oordeelen alle NederlahdAihe Geleer- 
^^ den , welke de aan Koster toegedivhte druk- 
i, ken te Haarlem gezien én met den voói^- 
,9 wenden uitvinder een vaderland hebben \ over 
,^ het fprookje of vertelfeltje van Junius , ter- 

f> wiji 

Onze beroemde geleerde N. G. van Kampen , heeft 
in zijne Gefekiedehü der Letterkunde I. 312 melding ge- 
maakt van vier bedenkingen , door eenen geachten Srus^ 
felfchen geleerden aan hem mede gedeeld , als nog opmer- 
king verdienende. Mij hieraan lat^de gelegen lijggeit , 
beb ik den Heer Koning aangeraden bm ook deze c^ 
te heffeb. Overtuigend is dit door mijnen vriend ge- 
daaii , en wij hebben hiervan aan den Heer Van Hul- 
TH£M mededeeling gegeven , maar Koning noch ik heb- 
ben deswege ooit iets naders vernomen. Waafom heVfc 
tiij ons niet geantwoord , indien hij niet overtuigd w^fé 
geworden; Wij beiden hebben in dezen hi alles met dtè be- 
leefdheid en befcheidenhéid gehandeld , welke hi de jfkt-^ 
2óenlijke en vooral in de letterkmidige wereld een eer- 
. KIe vereischte is , en door alle Advocaten voor de zaak vaa 
Haarlem als een heilige pligt is befchouwd* 

Men zie de vier brieven tusfchen Konino en my ^h» 
liisféld : over de laacfte tegcnipraak van het regt van 
Haarlem op de uitvinding der drukkunst. HaarL 1893* 

V. D. I. Sr. L 



r 



■ 

\^ wijl eert Duitrcher zijne pen leent , om de 
9y wereld toe aanneming van hetzelve als waar, 
,, ce verleiden." (♦) 

Wij kennen thans in het geheele oud-Neder-^ 
land niet éénen Geleerden van eenigen naam , 
die Zich beeft doetr kennen, als mee de uic- 
komsc van de onvermoeide pogingen en de 
overtuiging van den Heer Koning niet in te 
'ftemmen , en wij nodigen den Heer Schaab uie 
om ons vm de gegrondheid zijner verzekering 
eenig bewüs of blyk te geven. 

Op het einde beproeft de Schrijver zijn ver* 
mogen , om den Heer Ebert van deszelfs op* 
vattingen te rug te brengen en dezen te be* 
keeren. ^ De weg om te rug te komen , is 
^ t*et gefloten. Ik hoop het nog te bele* 
^ veft , dat het «mr van berouw voor hem 
,, zal verfchijnen , dat hij den weg van naden- 
,, ken zal iniïaan,. en dat hij dan als een Duit*^ 
„ fche man bekennen zal, dat 'de aedituus 
^ custösrt (de kerkmeester of koster) van Ju- 
„ Nitjs èen fantóme (eene herfenftrhim) is, 
„ welke alleen hl het hoofd van eenen krank- 
^ zinnigen doctor is ontftaan.'^ 

» Ik 
. (♦) ML J2i. 



^ ik geloof, dat de Heer EBERTcen éeï t)ë» 
^ drogenen is^, en daarom zij dit slles dooi^ 
^y mij fine ird es odio {zonder haat en tovrn^ 
ü gezegd." e*) 

Of dé gemelde Heei^ deze laatile vetóekei' 
ring ten zijnen opzigte gelooven zal y miDet êft 
tijd leetei) , maar ik zelf geloof hec niet , om- 
dat de daden met de woorden in t^eeftrijd 
ihan , eh het kennelijk blijkt ^ dat Scoaab ook 
bij dit hoofdilnk jegens den Heer EêEtiT niet 
toorn is te werk gegaan, gelijk hij aangaande 
Haarlem y KosTkR^ Junius, MeeHman en 
Koning met eeneh b(jzonderen kaat is behield 
geweest. 



Befluit. 



Na aizoo vele gedeelten van het werk vaii 
den Heer Schaab , welke maar eeoig^ns tot de 
hoofdzaak: de Gefchiedenis der uif vinding 
yan de Boekdrukkunst in verband ftaan, ie 
hebben gade geflagen , vermeen ik tot het op* 
maken van de jlotfom te kunnen overgaan* 

Wij 

(O lu. 324. 

L 2 



C 164 ) 

Wij zullen hierbij niccwijdloopig bchoevett 
te zijn, nadat wij over den- vorm en gang van 
het werk, breede bcrigten hebben gegeven, 
en aangaande de onbefcheidenheid en losheid 
vati den Schrijver, vele bewijzen uit zijn ei- 
gen werk hebben bijgebragt. 
• Wij wenfchen den Schrijver zoo veel ons 
mogelijk is te Tparen, en zullen derh'alve vele 
foerpcnde zinfiiedcn , welke bijna op elke blad- 
xyde over de zoogenoemdc manie der Hollan- 
ders voorkomen , mee ftilzwijgen voorbijgaan. 

Het lust ons flcchts twee te vermelden , wel- 
ke van de ftoutheid en het wilde der magtfpreu- 
ken van den Schrijver, tegen beter weten aon^ 
getuigenis dragen. 

Op bladzijde 173 zegt hij : ^ men (laat ver* 
5, ftomd , dat zulke .geleerde mannen als Scrive- 
,) Rius, Seiz en voornamen tlijk Meerman zich 
59 met zulke erbarmelijke Gefchicdenisjes jaren 
)i lang hebben kunnen afmatteö, dat zij zaikén 
iy hebben flaande gehouden, welke zij zelven 
yy niet geloofden, en Welke de historifche 
^ Critiek veroordeelt (verdoemt^,^' 

Op bladzijde 194 zegt hi] ex f ripède: GüTEti- 
„ BEROs uitvinding heeft authentieke befchei- 
,, .den en in het oogvallende monumenten (^) 

r 

,, Kosters uitvinding heeft (yJV) niefs^ geheel 

„ NIETS 



C IÖ5 ) 

fy NIETS aao cc wijzen ; de eene is erkend ; d^- 
„ ze worde over het algemeen voor een fproojij^ 
„ (Marchen) gehouden. Alle nieuwe pronk, 
9, mee welke M&erman, Koning en Ebbrt. 
3^ haar behangen hebben, kan toe niets die- 
,9 nen, als om«daarvan eenen historifchea Ror 
yy man te maken; vertelfeltjes van oude lieden, 
^ eenige oude boeken, welke geene d$gtec* 
fy kening dragen, en die elke Boekdrukker, 
„ zelfs de flechtfte , zich voor zijnen winkel kan 
,^ coeeigenen, z\jn geene bewijzen. Hare ver- 
,^ dedigers geven voor onloochenbare waarheid 
„ uit, hetwelk zelfs geen wajjrfchijnlijk veif-^ 
„ moeden voor ziqh heeft.'* 

Het onaangenaam gevolg, hetwelk de Schrij- 
ver moet ondervinden 'van zich aan de opfpraak 
van de Letterkundige wereld te hebben bloor- 
gefteld , door bij een werk over de gefehiedem^ 
opzettelijk en alleen zulke Schrijvers te vol- 
gen, die hunne drift en ligtzinni^heid en huii 
vooroordeel , zonder achting voor zich zelven 
en anderen , met fcbïmp , fmaad en fpotternji 
hebben doen blijken , heeft hij alleen aan zich 
zelven te wijten. 

Wij vermccncn ons ontflagen te mogen hou- 

L 3 den 



deq van hec onderzoek, of de Schrijver de 
woorden: pragmatisch ben^erkt met eenigen 
grond van reden op den titel voor zijn werH 
Jieefc mogen plaatfen. 

Hec is onzes inziens binten allen twijfel « dal 
turn een werk, hetwelk op elke bladzijde ge- 
inige van de een^^ijdigheid en losheid van den 
Schrijver, bij eene geftadfge zucht tot laster 
en hoon ^ dezen eemaam van pragmatisch bet 
a^erkt niet toekomt. 

Hoe vele gefchiedkundige werken ooit on- 
der mijne oogen zijn gekomen , nimmer heb ik 
er één gezien, waarin de fieller zoo iets van 
zijn eigen werk heeft gezegd, en derhalve 
wil ik het liefst gelooven, dat de Schrijver 
de beteekenis van gemeld wpord ni^c heeft 
gekend* 

Indien hij het edeh en voortr^j^el/jke van 
liet hoog beroep van eenen pragmatifchen G^- 
fchiedfchrijy^r ^ als den Dienaar der Godde- 
lijke Voorzienigheid, (*) als den Priester der 
waarheid, die zijne groote bekwaamheden, 
gelijk RoBfrERTsoN en Von Mcpller , aanwendt , 

om 

(♦) Hij heeft zeker de heerlijke Oratk van onzen 
E. A. BuKG&R 2 de Hiitorico Pragmatico , Diyinae Provi^ 
dentiae Ministro , niec gezien. 



C 167 ) 

om het verledene ten nutte te doen dieoeft 
van tijdgenooten en nakomelingen en hierin) 
de waarheid met waardigheid en welfprekendr 
heid voordraagt , had gekend dan zoode hij ze^ 
ker op den titel van zijn werk geene aankondig 
ging hebben gedaan , welke op de eerfle blad- 
zijde door hem zelven wordt cegengefproken» 

Wij hebben insgelijks een treurig gevoel on- 
dervonden door te zien , dat een mao van zijnen 
(land en zijne jaren ^ die in de regterlijk^ bedi6- 
ningen is grijs geworden (*) niet in de^en met 
de koelheid en bedaardheid is te werk gegaan* 
welke hij bij ondervinding weet, de eerfte 
pligt van . den regter te ^jn ; è^ hij aan het 
audi et alteram partem geen gehoor heeft ge^ 
geven en door de zaken flechts van ééne zijde 
te befchouwen en niet vooraf over alles niet 
fchrooHivalllgheid na te denk^, te wfkkett 
en te wegen, voor dat hij beflist^ en ultfpraak 
deed, zich aan eeae oagiHiftige beoordeelfng 
heeft blootgelleldt 

Het heeft mij vooral getroffen, dat hij de 
verhandeling van dra Heer KoNi^a, welke hij 

(*) Op den tkel vaa de beide eerde deeleo noemt 
de Schrijver zich : erftem en op dien van^ het derde : at* 
tesfem Richter^ u, z, w« 

L4 



C i68 ) 

$p7L$tieHjk heefc beftrcden en het ecrftc (luk 
der bijdragen , hetwelk hij heefc gezien , aiex 
mee bedaardheid in baar geheel heefc gelezen 
«n Qverwogen. Hij had alsdan ten minde geea 
gevaar geloopen van zulke berispingen ce on- 
dergaan, als bij nu wegens hec berigc aangaan- 
de de gecuigenisfen van Van Mamd£R en D« 
JoNGH ondervonden heefc. 
: Naar mijn inzien had hij , voor dac hij den 
Heer Koning en de Regering van Haarlem 
zoo erg veroordeelde ) zich ook moeten laten 
gelegen liggen , om hec tweede ftuk der bij^ 
4ragen en 4e brieven van dien Schrijver te 
leeren kennen. In allen gevalle had hij ook 
4e Qedenkfchriften van het eeuwfeest , welk 
boek hij verfcheidene malen beeft aangehaald, 
niet half gelezen mogen laten. Hij zoude 
dan in de Bijlage B, een voortreffelijk (luk 
door den Eerw. en geleerden Abraham de 
Vries., tie^raar 4^r Doopsgezinden te Haar'- 
lem^ met wijsheid en voor^igtigheid gefield, 
veel gevonden hebben, hetwelk hem van vele 
4er overhaaste en fnerp,en4e beoorde^lipgen vao 
JuNius had te rug gehouden. 

En had hij verder in plaats van de drifti- 
ge uicfpraken van mannen, als Heijnicke, 
De la Serna Santander, IIeijnse,. Lehne 

en 



C 1^9 ) 

W dergelijke ftaokebranden (Feuer geister') iq 
volgen , willen gadeflaan , wac voor ons vreeo): 
de maar onpartijdige en gematigde Geleerdeo 
mee Datne; Breijti^off , Piitter, Niembijer, 
EIbert en andere onder de Duitfchers — Cqgan, 
OTTLEjgf, DiBQiN en meer onder de Engel- 
fchen, over de aanfpraak van ffaarlem ge^ 
2egd hebben, dan had hij zich zeker ginder 
verdacht gemaakt van de voorfchriften der reg- 
terlijke candeur in dezen niet genoeg te hebben 
in acht genopien. En hierna komt het ons 
als buiten allen twijfel voor, dat de uithundigp 
]of , welke eenige geleerden , blijkens de be- 
rigten in de ygorrede voor het derde deeU 
aan de twee eerfte deelen hebben gegeven , eene 
zeer aanzienlijke vermindering zal ondei^gaaa, 
zoo al niet geheel en al wegvallen. 

Wij zullen ons hierover piet verder uitlaten, 
en willen ons }iever bepalen tot de opgave der 
uitkomst of é& flotfom van het onderzoek, aai^ 
gaapde de twee hoofdpunteq. 

i^, ,, Heeft de Schrijver iets nieuws of ge- 
n wigtigs bijgebragt, tot eeqe nadere adftruo- 
„ tie van de aanfpraak van Mentz op de eer 
„ der eerfte uitvinding voor 1440? 

2^. „ Heeft hij iets aangevoerd , hetwelk tot 

L 5 de- 



C 170 ) 

30 destructie van de aanfpraak van Haarkm 
y^ kan dienen, dat voorheen niet was byge^ 
y^ bragc en opgeheven, en alzoo eenig gewigt 
y^ op de weegrchaal van het gezond verftand 
„ heeft behouden?" 



Na alles fchroomvallig overwogen ie heb-N 
ben , wat door hem aangaande het eerfle pun( 
is bijgebragt, moet ik in gemolde verklaren 
niets gevonden te hebben, door hetwelk het 
donkere in de gefchiedenis van Gutenberg en 
de aanfpraak van Mentz op de eer der eerfie 
uitvinding eenigzins \% opgehelderd. 

Aan de (lukken , welke tot het bekende pro^ 
CCS te Straatsburg behooren, heeft de Heer 
ScHAAB geen het minfte nieuw licht bijgezet. 
Hij heeft het op zijn allermeest niet verder 
kunnen brengen, dan dat te Straatsburg de 
"ivleg der kunst heeft geftaan , maar eene wieg 
zonder kindy en van het gebeurde ce Mentz , 
na de terugkomst van Gutenberg in den jare 
1445 tot aan 1450, heeft hij in betrekking 
tot de drukkunst, geen het minfte berigt en 
evenmin eenig dadelijk bewijs kunnen by- 
brengen. Alzoo is er niet één punt als 
gefchiedkundig zeker bewezen en bevestigd, 

be- 



C 171 ) 

behalve het fluiten van bec contract tusfchen 
CuTENBEiLG en FusT in den jare 1450, waar- 
omtrent ge?n twijfel beftondt 

Ware ik een burger van Straatsburg of 
iHentz 9 dan zoude ik mij met en over den ar- 
beid van den Heer Schaab geenszins vereerd 
of verheugd befchouwen. 

Voor die van Straatsburg verdwijnt nu ge- 
heel en al het genoegen ^ hetwelk men uit het 
geloof erlangde , dat de eerfie ontwikkeling der 
uitvinding van de boekdrukkunst aldaar had 
plaats gevonden. Voor die van Mentz ver- 
dwijnt zelfs de eere ^ dat het StraatsbuBger kind 
fildaar gekweekt en opgevoed is. 

Dat Mentz zich nu niet meer verheugen kan 
over de eer der eerfte uitvinding, gezwegen 
van het ongelukkig denkbeeld van den Heer 
Schaab , aangaande de inwendig gehoudene 
uitvinding der drukkunst door Gutenberg vóór 
den jare 1420, als al te onzinnige bedroeft inoij 
cenigzins, omdat ik voorheen vermeende., vas^ 
«elijk te mogen geloo>^n, dat de beoefening 
der drukkunst d(K>r Gutenbbrg aildaar werke- 
lijk na den jare 1440 begonnen was, en dat zij 
tot in 1450 allengskens was v^beterd , laaafr 
die geloof of liever deze ver^kering , op bec 

ge- 



I 



gezag van cei> groot aantal Schrijvers, is ww 
geheel by mij en zeker ook bij velen , door den 
Heer Schaab in verwarring gebragc. 

Wij zullen niet onderzoeken, of dit vroe-; 
gere begrip veroorzaakt is door de opvatting, 
dat GuTENBERG, na ce Straatsburg in den Jst 
re 1436 begonnen te zijn laet eenige bemoei- 
jing tot het plaatdrukken , in bet jaar 1441 
zoo ver gevorderd zoude zijn geweest, dat er 
toen door hem eenige proef van zijne vor- 
deringen zal zijn gegeven, of dat men zich 
van de oprfgting van eene drukkerij te Mensz 
na de aankomst van eenen ervaren drukker 
uit Haarlem 9 voorzien met gereedfchappen 
en letters, verzekerd hield. Het is thans 
door 4^n Schrijver buiten twijfel gefteld, dat 
GuTENBERG, die tot 1445 te Straatsburg 
in armoede verbleef, geen deel heeft gehad 
aan eenige pers , die vroeger te ^entz in wer^ 
king ts geweest. 

. Men kan derhalve uit h^t werk vm den 
Schrijver tot niets, hetwelk volkomen zeker is 
.beiluiten , als alleen dat Gutenberg voor den 
jare 1450 ervaren is geworden in de kunst van 
boekdrukken , zonder dat men tot nog toe iets 
weet,, van den tijd en de wijze; ook dat hij 
door deze ervarenis de gunst en het vertrouwen 

van 



C 173 ) 

Van Fust destijds heeft erlangd , welke hij éch- 
ter niec op deti duur heeft weten te behouden. 

Ten opzigte van de aanfpraak van Haarlem .^ 
vermeenen wij insgelijks in gemoede als de iloc- 
fom dezer bemoeijingen te mogen opgeven ^ 
dat de Heer Schaab niè$s het minde daarc^h 
heeft aangevoerd , hetwelk in het oog van on- 
partijdige, bedaarde en regtvaardige beoordee- 
laars eenige afbrek aan de verdienften van Lau- 
«bus Koster 9 aan de geloofwaardigheid van 
Adrïanus Junius , aan den ijver , de geleerd- 
heid en befcheidenheid van Petrus Scriverius ^ 
Gerarb Meerman en Jacobus Koning, aan 
den goeden naam en eere der Maatfchappij van 
.Wetenfchappen aldaar, wegéhs het uitfchry- 
ven en bekroonen van de prijsvraag in 1808 
en 1816 en aan de wijsheid en pligtmatigheid 
:der ftedelijke regering, wegens het vieren van 
hec Kostersfeesi in 1813, heeft aangebragt. 

Nu de Heer Schaab zich opzettelijk er tóe 
heeft aangegord, om aan de Advocaten van 
Haarlem^ zoo hij zegt: ,, de gevoeligfte lla- 
^, gjen of ilooten toe te voegen , door het htr 
yf fiaan van onzen Held , Koster , geheel ën al 
9j lot niet te brengen,, en dit te doen met re- 

,• de- 



C m ) 

91 deneh, welke dien twijfel onmogelijk fcA* 
^ ken,*^ niefSy hoegenaamd niets beeft aan« 
gevoerd^ hetwelk maar eenigzins als eene te-" 
gehwerping van belang kan worden befchoüt^d ^ 
m mögeli wij Oad - Nederlanders ons alzoovci* 
heugen , dat de waarheid ^ op nieuw fel beftrC'^ 
den en gelijk het goud in het vuur beproefd^ 
wederom geheel zuiver en onbefihet voor defi 
dag komt. 

Willetr die van Mentt blindelings gelooveh^ 
darde eerjle proeven van Gütenberg ^ Welke iii 
14^ zoüde» genoilien zijn, y, gediefid hebbed 
jy ova met biewegdijke letters boeken té drafe- 
yj ktfn CQ dat dit gelt>of authentisch bewezefl 
^ wordt ra de Straatsburger procesfhikkeQ mee 
f^ Dritzeun/' (*) 

Willen zij ter éere van GoTBvöeao een 
nieuw gedenkteeken oprigten en dien plfgt en 
het regt biertoe vestigen op de verklaring van 
Hans Dunne, „ dat hij om den jare 1436 bon- 
,, derd guldens als goodfmid aan GurtENSERcf 
jy 2oude verdiend hebben /' en wel alfecn onf-^ 
dat hierin het woord : tracken voorkomt ^ hoe-' 
zeer de Heer Sciiaab zelf verzekert: ^ ^ 

C*3 Zie ScwAAR M. 547. 



C Ï75 ) 

1^ GüTENBERG coen nog, geen naam wist voör 
» zijne groote kunst." (*) 

Willen zij op dit dunne papiertje, op dit 
2Wakke vloertje , hun gebouw ftichten. 

Willen zij dit Monument inwijden op Su 
Jansdag van den jare .1835. Dit alles is hun* 
ne zaak. Zij zullen hiermede aan ons eem^ 
zeer gewigtige dienst doen , vermits er voor- 
zeker nooit een grooter contrast zal kunnen 
bedacht worden , dan er beftaan ^al tusTchen^ 
het Eeuw -feest te Haarlem in iSas^ en het 
Memzifche id 1836, zoo veel het regt en de 
beoordeeling van verftandigfta betreft. 

Willen zij de aanfpraak van Haarlem bij 
voortduring miskennen , en ons met fchimp en 
fmaad bejegenen; dit is insgelijks geheel en al 
hunne zaak. Wij Nederlanders zullen ons wat 
er ook gebeure, boven dit onbehoorlijke en 
beleedigende als geheel verheven kunnen be* 
fehonw^n. Wij zullen regtvaardig bleven jegens 
GuTENBBRGf die zich in 1450 als een ervaren 
drukker deed kennen , jegens Fust , die hem 
hielp met het voorfchot van gi^ld en jegens 
.Pbtxr SciloFFER, die weinig tijds later hun 
werk verbeterd en tot volmaaktheid heeft ge- 

bragt« 

C*) I- 44- 



i3ragt. Wij zullen ook regtvaardig eri befchéi* 
den blijven jegens de Duicfehe Schrijvers. 

Onze hakomelmgeh zullen zeker tiog eens^ 
en met een door alle Letterkundigen erkend 
regt het ftandbeeld, voor ruim eene eeuw tér 
eere vart Laurens Janszoon Koster opgé- 
rigt, of een beter van metaal gegoten, in hét 
midden van de groote markt te Haarlem op- 
rieten, en hiet eene dankbare erkehtenis aah 
de vier voomaamfte handhavers vari de jlafl- 
fpraak dier Had : Adrianus Juniüs , Petrus 
ScRivERius, Gerard Meerman en Jacobus 
Koning , tot eene eeuwige eer van het Vader- 
land doen pralen. 

Inmiddels kunnen wij Nederlanders öns ver- 
zekerd houden, van dé wettigheid onzer 
aanfpraak in deze eerlijke zaak eri ohè blij- 
ven verheugen bij de volledige overtuiging 
der gegrondheid van de verzekering, welke dé 
regering van Haarlem óp dèn gedenkpenning 
van 1823 , aan den Geriius der Menschheid ïieeft 
in den mond gelegd, die aangaande de druk- 
pers van Laurens Janszoon Koster verklaar- 
de , dat zij : lof aan de Stad , — licht aan de 
Wefeld , heeft toegebragt : — Laüs urbi , Lux 

ORBI. 



NAREDE. 



H 



.et hiet Vörenilaande v^s geheel tot de 
uitgave gereed ^ toen ik met een gemengd ge^ 
Vöel vaü genoegen en vefWondeHng, het Ihik 
ytSLTi eenige Mentzircbe Geleerden zag^ h6t<- 
welk getiteld isl Oproeping otH het Hddefend 
teuwfèest der boekdrUkkünit^ door 
het öprigten Van eén Cedenkteeken tér eerè 
van ha^en uitvinder^ Johan ös^sFLEisca 
ZüM OütBNBERG Waardig te vieren. C*) 

Het voornemen, waarvan in het laacfte blad lA 
het werk van den Heer Scüaab melding i^ ^ t« 
weceti : dat die van MeMz gelden zullen vef^ 
stameleü, oito op de flbkked van het Scraacsbuf»* 
ger proces als het voldoend authentisch h^ 
wijs voor de door hem gedane uitvinding ^ 
om met bti^eegbare letters te drukkifi en op 
-de boeken van Lehkb en Schaab als de hoek* 

fiee* 

(*j fletzetve ii gépkaUC id de Letteriik/e vn 37 Jul^ 
1. 1, D. IL N». 31: 

V. D. I. St. M 



C 178 ) 

fteencn» een gedenkceeken voor Gutenberc} 
op ce rigten, en dat zij in bet jaar 1836 het 
eeuwfeest der boekdrukkunst zullen vieren^ 
zal dan een uitvoer worden gebragc. 

Wij befchouwen ons geenzins geroepen om 
deze poging te beoordcelen, en zullen ons 
ook niet vooruitloopcn door de niededeeling 
van OBze giedacbcen over de vraag: of deze 
poging buUen Memx zal worden goedgekeurd ; 
maar uit de eehige oooc op bee ftuk zelve ge- 
zien hebbende, dat de Commisfie zich op hec 
werk VS» den Heer Schaab beroept, als zul- 
](eode de zaak hierbg gefchiedkundig beiê^zen 
z{fn^ veraeen ik bet vooriiaamfte van hec 
gene ik onder bet afdrukken van bet vromer 
geftddQ, sm papiere had gebragt om bet ge- 
floeLde' werk in zijn geheel naar waarde ce doen 
hennen « thans niet te mogen terug bonden; 
An te minder mi de Heer Sgiuab zelf mij heefc 
doea vleten s ^ dat de beantwoording van zy- 
^ no z|jde 9al afhangen , of hy het der moeice 
^ waardig oordeek of niet.*' 

Had ik deze opr&éping en de gemfild^ noot 
niet gezien , dan bad ik dezer nalezingen' mi$^ 
Xchien laten liggen. 

Ik zal deswege niets vooraf zeggen, en on- 
derwerp dezelve, gelijk het voorgaande aa» 

het 



C 179 ) 

liet oordeel vatl de bedaarde i onparcijdige tH 
Waarheidzoekende leflers« 

Ütrëchï 
den 5. Augoscas 18311 



NALEZINGEN. 

ïot h\. 19» Alhier U gesegd^ dat het m^ 
als eene opmerkelijke zaak voorkwam, dat er 
te MeMz 10 deti jai« 1740 niet aan de vie- 
ring van het eeuwfeest gedacht ia. Bij het na-^ 
den van het gene de Heer Schaab van bL 11 
tot 21 heeft getiveid aatigaande de veHBering 
'Van GuT£NËER(^ in het gouden Mentz , is mij 
Dog tneer opmerkelijks aangaande het vergeten 
of niet kennen van den man veorgekomeii. . 

I^et blijkt uit het berign op hl. d en 7" , dat 
die van Mentz itfegelijks ge^ deel bebbeti- ge- 
nomen in de Cenwfee&tea in r54ö en t6^i * 

De haam itM het ouderlijk httfs van Ot^tibM- 
ÈËiio was nog ten 'jate 1834 aldaar geheel 
vetgecen én eérftt tii het houden Vin het KoB« 
tersfeest te HaarUfn M dén ]are 18113 II al- 
daar de lust gereden ; om iets iroor A» naam 
van GuTBitBfiitG te doen. Eerlang éoeg die 

M a lust 



» ' 



C i8o ) 

hist tot een uitedle, ja tot manie överi waar^ 
bij men zich niet om bet ware ^ ja zelfs niet 
om het waarfchijnlijke heeft bekommerd. 

In den jarc 1824 is. er reeds een gedenkfteen 
in het huis of Hof zum Guse^erg geplaatst ^ 
waarin gezegd wordt , f^ dat dit huis den naam 
„ heeft gegeven aan den onfterfelijken man." 

In 1825, kwam er een .|;edenkfteen in het 
Hof zum Gensfleisch , als het ilamhuis van den 
ittitvinder 'der ' Boekdrukkunst ^ waarip deze in 
1398 ^oude geboren zijn. 

• En vervolgens werden er nog g^denkfteenea 
geplaatst voor de Hoven zum Humbreoht en 
icum Jtmgen « om dat er aldaar in de vyftiende 
eenw zoude gedrukt zyn. In het opfcbrifi voor 
het laatstgemelde gebouw , wordt zelfs verze- 
kerd, 19 dat het drukhuis van Johanh Gut£m- 
,9 BBRO alleeoi 9. aldaar wi den. jare 1443 tc^ 
ff 1450» geweest is. 

, lo dcto jare 18^7 werd er zelfs een ftandbeeld 

ter zijner eere opg^rigt in den tuin vaa het huis 

. of Hof GutenHrg , voorzien yai| alle mogelij- 

i keft pronk Van kleeding en met eene gouden ket- 

* ting, een Ridderzwaard en wat. dies meer zij. . 
-: Had de Heer Schaab al het coutrasteFende 
-van- dezen proakjen die pracht met de «rmpedie 
een berooidheid , waarin Gutenberg volgens zij^ 

r ' ei- 



C i8ï ) 

eigene berlgten ce Mentz leefde , tikt willen 
aancoonen , hij had tèn minde , naar . m^n in* 
2ien niet mogen nalacen om aan te wiyzen^ 
hoe keimelgk onwaar het is , . wat er in ge-, 
meld opfchrifc voor het Hof zum Jungen ver- 
meld ftaac Een waarheidlievend fn bedaard 
Gefchiedibhrijver had zolks niet mógen /nala-^ 
een 9 en nog minder al dit gefhoef en gepronk 
mogen voordragen als eene gedeeltelijke .afio^ 
i flng van eene heilige fchuld« 

Tot bl. 20. Op bl. 80 van het II. deel 
zegt de Heer Schaab , dat bet nageilachc van 
den verdienftelijken Peter Schöffer in Iva 
ScHÖFFER, na het midden der 16. eenw is nitr 
geftorven. Wij kunnen hem deswege eene aan- 
wijzing doen, welke voor zijne verzameling 
van Urkunden misfchien van belang is. 

Onze i^htingwaardige geleerde Mr. W. C. 
AcKBHSDijK heeft in den jare 18 17 een zeer 
behagelijk (luk gegeven ^ waarvan de titel is: 
1^ Iets over het nageflacht van den beroemden 
y^ Mentzifchen Boekdrukker Peter Schöffer, 
19 naar V Hertogenbosch verhuisd en aldaar 
^ uitgeftorven.*' 

Hieruit blijkt , dat des mans nakomelingen, 
in eene regte hjn, gedurende meer dan twee 

M3 en 



C ï8a ) 

en eme lólve eeuw en wel vtn 1540 tot 1796^ 
is hetzelfde hQi3 9 de boekdrukkunst te V Htr^ 
$egenhsck hébhen uitgeoefend, wanneer Jo? 
IIANKE3 ScBÖTFU aldaar ia overleden. (*) 

Töt bL ttf, de eerde. ncMit. Na bet afdruk^» 
ken van deae blad;(ijde, heb ik berigt bèko^ 
men, dat de beroemde Hoogleeraar Mr. D. J; 
VAcr Lennbb een der advifeura is geweest,, en 
dat deze naam aldaar in plaats van dien van Mr; 
C* G. Huf^TMAN moet gelezen worden. 

Tot hU 37, Ik beklaag mij eenigzfns bij de 
Itfdèeling: ever de Quellen^ te kort z^n ge« 
weesC) omdat bij nader inzien de Heer Scha Ad 
ten de^en zoo veel heeft aangevoerd, hetwelk 
f 00 al geene tegenfpraak ten minfle eenigQ 
nadere opgaaf vordert. 

Indien b^ de zaak van OuTEKBERG^en MentTx 
had willen in het licht ftellen 9 dan bad hij alleM 
de bronnen moeten doen kennen, welke tot 
zijne zaak betrekkehjk waren, en bierbi} zijn 
oordeel opgeven , hoe ved gewigt elk ftuk ten 

C*) Het gemeld ftuk is geplaaut in de Fad, Letteh 
ceftningen löiy , D. Il, bl. a^p. De Oenealpgle zoude 
b^ MAa(»Ar«> Mwasnl zijn. . 



( 183 ) 

bewijze zoude ^jbreogeo. Thans «iec üen 
hierb^ wel zeer vele (lukken b^ isen gebnigt^ 
maar zonder onderzoek , of hec diwc of nioc. . 

Wanneer wy deze Queilen iluk yof^r ftok "wil- 
den beoordeelen « dan zoude er mtefcbira asMr 
wdntg overblijven, hetwelk voor zïn0 fclira- 
cen , GuTEMwito ^en Menfz l)]eef dten^Q. , He| 
geheel is naar ons inzien eiin aftticfmitx^ 
waarbij men zich na den iMidfcben ta bron^- 
menden aatdief , zeer ved liocc be^o^ien > ma^ 
waarl^ men op hec einde geheel oribevredig^ 
èlgfc^ en Ae vroegere verwiarrifig 't* ^anzcr 
kerheid aangaande den ttjd fen - d^ fnUaft dor 
eerfte nirvindiqg en den p^rfpb» ió0$ .tiicvtode);; 
<iet vocMtdufttt, De verwachting i$ in: iüezé 
aotaurlgk te grooter , omdat 4e ScbcüvAr vcf'^ 
«ekeit : ,, dat het hem en ajioten 0OOB ig^r 
99 Id^t was , «enige duizAodtn -van Vaderland- 
^ fchie Uckunden ce redden , von welke eenigip 
( 99 Agtêdarden NiS. verdiedden coc de jfif(90/4£- 

99 'bronnesa i^an de Cefchicicms der min^mding 
^ der Stwkdrukkumt gerekend te vrorden/^ 

fy Bewijzen dodr geltjktydige Urkmidfio icijo 
^ de ' zekerde en heiligfle ^faciameiHeeUl^^ 
9, van alle foorten van bewüs, êk getrouw- 
^ fle .en veiliglle van alle bmnnc»; /door 
^ haar fpreekc de ^odi^ van gew^ juitttlj[)ke 

M 4 ^ be- 



( i84 ) 

« 

^ bewerking afhankelijke mensch; in haar 
^ 2ijn de handelingen en alle karakters ver^ 
n- eenigd , waarin men de waarheid erkent/* 

Hij toont verder wel te, weeten ^ hoe hij bad 
moeten handelen en 2egt nog ; 

»^ Elk bewgsftuk' moet op 2ich welven be* 
15 proefd en aan de Cridek onderworpen wor^ 
^ den ; deae hangt meer af van het gezon4 
I) oordeel van den ondersoeker, dan van een* 
Il voorgefobreveti regel. £lk oordeel moet 
^ door de uitlegkunde geleid worden en hij 
'^ elk fcewgs » moet op den tijd en desxelfk 
I) karakter^ de bijzondere gefteidheid van het 
II land en de Had > de chronolqgifche volgreeka 
II dep gebeurtenisfenen het eigettdotnmelijke (4i 
II Individualinüy der bewerkers gelet .worden; 
n De onderzoeker moet eene aigemeene. kenr 
II nis van den toennialigeQ fland der tskesf, 
II hebben in elk Jand , waaruit de bewijze^ 
II zijn gekomen en hierdoor in . ftaac zijn , 019 
n èen goed gebruik daarvan te maken, op d«f 
11' het ware niec met het valfche door eene ,ox^ 
II oordeelkundige algemeenheid (unkrithch Qe- 
n nepalifiren) vewnengd worde." 

II Ik zal de vroeger beftaan hebbende broor 
II nen mee myne nieuw ontdekte zoo volftahr 
n dig , als mü mogelijk is 1 verbinden^^* 

Op 



C 185 ) 

Op het diide van hec werk; bL a^o, zegt hg 
^ zelf: de Gefcbiedenis der Meotzifche Qitvinp 
^ ding 9 zoo als ik 2e in de. twee eerfte deelen 
yy van dit werk geleverd heb 9 bevat bew^'jien 
jy uit de bronnen gehaald -* NB. 200 als de 
^ onderzoeker der Gefchieé^ni^ Qdi» Gefchkih 
py forfcher) het vordert.'* 

.Wij vragen fiecbta: wat vindt men nu in 
dit wifdloopig boofdfluk over de Quellen vw 
bl. 22 tot 127 en in de GensfleUche ürkufif 
fien Th. II 9 van bl. 132 lot 349 » en in de 
Gutenbergfche van bl* 349 tot 4^? 

Ik heb wel geenen lust om de acht foorten 
van de bfoonen CQwUen) en de geneaio» 
" gifche bijdragen (Urkunden) (hik voor Huk 
Ba te. gaan 9 raaar de Heer Scbaab zal hei my 
cm goede moeten bonden, dat ik hem .9 na 
hy m^ verwacht en zegt te willen wtwoor^ 
den 9 ftellig afvraag , of hy ftaande durft hou^ 
den 9 dat er aan eene der oude of vroeger be^ 
kende bronnen (^Quellen) eenig nieuw licht 
I door zyne opgave is bijgezet 9 en of Mentz 

en. GuTENBERO door zijnen ijver iets gewon* 
nen hebben; ook of er onder de Urkunifen 
één fluk is, hetwelk tot de dgentlijke Gefcbie* 
denis der Boekdrukkunst in verbancjhkan wor« 
.den. gebragc. 

M 5 Tot 



\ 



C i8« ) 

Tot bL 49. Wij Jiebben op dexe hladxljde 
als een ifmerlyk bew^'s , hoe bet Scaacsburger 
Proces niet bearekkel^ heeft ktiimeii zyn co£ 
eeae eigend^ke ^dnikkenj » aasgevoerd « dat de 
toelage der compagnons Ce gering was tot een 
fonds ter oprigcing en voortzening van zulk 
een bedrijf, alsmede boe deze fommen te weir 
Dig 4>6teekenden , dat Gutenbero, indien bi| 
«raarlijk de kunst Tim. Boekdrukken had uitge- 
ironden, daarvoor aan W^r perfonen dit g&* 
wigdg geheim zoode hebben medegedeeld. 

Lacer geden hebbende , dat de Scbryver ea 
anderen een bijzonder belang blijven ftellen in 
«Ie» procesfafe (lukken, en dat dezelve be^ 
fcboowd worden , als de yoarnaamfk ^on4 
voor het geloof aan eene vroege beoefening 
der ^nikkuDsc te ^Straatsburg door Gutzn<- 
MUG, zoo is bü mij de lust gerezen om die 
fiukken nader opzettelijk en wel in het oor** 
fpronkelijke oud« of platduitsch, zoo als dezel»» 
M door MbëRman in haar geheel ^ mede^ 
gedeeld in te zien^ dezelve met alle onzgdig^ 
beid, en als lOf ik nooit desw^ iets gekzen 
bad, na te gaan en te onderzoeken. 

Ik ben hierdoor overtuigd geworden 5 dat 
de Advocaten van MentZy die deze ftukken 
hebben ingezien, dezelve met een gekleurd 

ver- 



C i87 ) 

vergrootg^svi hebben bezigdgd » en óaa tii by 
bei: geven van berigten deswege alles hebben 
jacen Hgg^^ wac ben niet voegde es bg. de^ 
oededeeUog van hec fcbijnbaar ^nftlge ^ doorr 
gaans eenige toonen boven de nooc beU^en 

geaongdn ;:Soo set bg voorbeeld Sot^tfu^ de 
«o#r^£ C^er) Stuckt in $ a ovtt fêtMuw 
Paginas ^vicr.bladtijden) en éi woonden te het 
vonnis ; künfie und aventuren , artes tntr^ilu 
fit fooretAc f (wonderbare en geheime kunden). 
ScfUAB . noemc bl. .147 4m zweyen wurhelift 
(jiiQ (wee- wecvela) in $ 10 , voórl^oaiende ^ 
%wei Sckrauhn. (cwee fcfaroeven O ^t^z* 

Als een «fdo^id* aiimment» dac de coim 
pagniefcbap niec is aai^gaw , om boeken 
te drukken 9 kan mynea inziens, dienen ^ dat* de 
uitkomst deaer poging teer ongelukkig es 
fcbadelük voor de ondemetners is geweesL 

Verfcbeidene getuigen C^} brengen verhalen 
by , hoe deerlyk de toeftand van den overledn; 
nen A« D&iTzaiiiv» door deelgenoot ce sijn van 
deze compagniefchap , i^ geweest. Hij had qp 
moer dan 500 gulden bij ingefchoten , en niet 
alleen zijn eigen geld 9 maar ook eene tóe^ 
komende erfenis moetep verpanden; een an- 
der 

(♦)§ I tot4. 



C i88 ) 

f 

der (♦) verklaarde: », dat Drit^éhn het grooD» 
'f, ilè berouw had 2icb iti de xdAk te hebben 
f, Ingelaten 9 en dat hg vooruit 2ag> dat ii{M 
»» broeders ntec mét Gutbnbero zsoudea over* 
n eenkomen/^ 

De Prietter die de biecht gehoord had Cf) 
verklaarde : ,, dit Dritzehm geenén ^ftoiter over 
j^ had 9 eo dat hg in ^ijne kleèren op 4iet be4 

• [ Had nu het beftr^ der compagnlefchap te 
hee vervaardigen van gedrukte bladen en fchooU 
hoeken béftaan, geen twijfel was er geweest, 
of dit bedrijf zoude zoo wel te Straatsburg 
als te Haarlem wtesi^evend zga geworden, 
als djnde deze zaken allematts gading » welke 
doof het gebruik werd : gefleten , en zeker 
ttiet eenen algemeenen toeloop zoude zijn ge* 
kocht, zoo dat men niet ever gebrek aan af^ 
trek zoude geklaagd hebben, en zich met de 
hoop geftreeld: ^ dat het binnen een jaar be* 
„ ter zoude gaan , indien God niet befloten 
^ had hen te ftraifen/* (§) 

ült 

(t) S 8. 

CS) ^fi ^^^ ^' punire decreverit , zege Schöpflin lii 
de overzetting; eigentlijk zoude men uit deze plaats 
moeten jezen : indien God ons niet plaagde. 



( i89 ) 

Uit de woorden , dat GuTBNBiaic vedaogde » 
dat men de vier vormen ' of fhikken 20ude los« 
maken eb wegnemen, opdat anderen dezelve 
niet zouden zien, beeft men opgemaakt, dat 
er een geheim beftond , en biemit beeft men 
ook verwonderlijke argumenten gehaald. Naar 
mijn oordeel kan hieruit, daar de man niet 
zelf ging, maar z^nen knecht zond, een nieuw 
bewijs gebaald worden van zijne bijzondere 
vreesachiigheidy zoo al' niet, dat bij beducht 
was, dater aan het licht zoude komen, hoe hg\ 
^p het zachtile genomen , zijnen voomaamften 
^(Mopagnon met te veel hoop had geftreeliL 
En ware er al een geheim bij dit werk ge» 
weest, dan dunkt mij heeft men eene zeer 
geringe zorg gedragen om hetzelve te bew»* 
len; i. waren er veel kompagnons, a. wordt 
er gemeld (♦) dat Anna, de vrouw van Jo» 
HAN^ ScHULTHAis, waunecfr zy zich bij haren 
Neef, A» Dritzzhn ophield^ bij nacht et^ 
bij dag hem in het werk had geholpen; 3 
dat de timmerman Saspach, die de pers ge- 
maakt had, ook bekend was met de zaak zei* 
'Ve; en ten 4, wat nog meer beftrijst, dat er 
in he't vonnis van dén Groocen Raad fchijn 
noch fchaduw is van eenig geheim. 



( 196 ) 

De Rcgtert xoudeti » vtntre er (dhlÈr vér/chil 
goweeic ovêt «m aod^r bedryf ^ ik het fpis- 
gilmahen eo y^^>«i9 fan fté^Hên^ 2ttr seker 
ook htervm acnige melding gemaakt faebben. 

Het eenigfte hetwelk aU nog eenig^ fchga 
Milde kunnen hebben « Is de terklaiing vmi 
den gottdfmid Dün ns i ^ dac b$ voor drie ]«'- 
1^ ren aan Gütemberg bij de honderd gdldent 
fy verdiend bad alleen aan het gene tot bet 
95 drukken behoort/* (*) Wutneer men ech* 
ter overweegt 9 dat niemand dearijda nog te 
Straatsburg op het iedrukhn van pergttment 
^t papier dacht , dan dunkt mij vereiacht eene 
getonde üitlegkunde , dac men dit woord als al» 
leen beMkkel^k befchonwt^ en ab in verband 
te daan met het hoofiSbedrijf in de«en^ betwetfc 
«h 2eker erkend !s« te v^ten: dat dit grd^ 
veefwerk gediend beeft aan de vormen b$ 
bet fpiégélmaken en al^öo tot het bedruk- 
ken der fpiege^ lijsten , van welke men , blij- 
kene het verhaal van Reg^TjE nt Voa over den 

O $ ^5* *^i ^^ iaitor, ete dacberigt^ tno irlthetfl- 
•diftr flaac, toM t tnoiet da cw^l t^Zt^n , dao hetzelve vcf- 
minkt ztl z^ , vermiu bet gtheel en al in den vom ^l 
wijkt van de andere getnigenisfen. Waarom geven die 
van Mefitz of van Straatsburg geen geauchehc&eerd fac 
fmUe van dit ftok — hnn plegtanker ? 



C t9i ) 
Jpiegél^ io de vijfcietide eeuw vtfd werk. mtakte^ 

Wanneer ik al2oo hec gebeel ovente en al* 
les overweeg 9 dan komc het mij ab buiten aK 
len twijfel voor, dat wanneer de naam van 
GuTEi^BERQ niet in deze procesfale ftükkea ge* 
ilaan had, er voorzeker niemind zoude gOh 
weest zijn, die dit proces zoude beicfaoawd 
liebben als in becrekkii^ te daan tot de Boek* 
drukkunst. • - 

' Het is op dezen grond, dat ik gebed tehig 
kom van mgoe vroegere opvattingen, dat in 
die proctis eenig blyk zoude ^z^,v^ dat Ou- 
TENBERG mtt pToefhemiugen tot de plaac* of 
lafeldmk te Siraatsburg zoude getobd hebben* 
Ik kan derhalve geen begrip vormen , boe ha^ 
ttiand deze ftukken thans nog ^onde aanzien als 
of daaruit authcmisch zoude bewezen warden^ 
4m GüTBfiMMJtG izyne eerfte proeven, NB. 
4»m met biwegelijko letters beeken t» drukken 
in bet jaar 1436 begonnen beeft. 

Een oud en ervaren Regteif zonde naar m^ 
inzien» wanneer hy zag, dat een aankomend 
Lid vad eeu Regtcriyk CoUegie hec waagdö^ 
ódi op zulke loti(% grondeü en met fprodgea 
eene conduiie te nemen ten dnde een fieWg 
advis daarop ce vestigen , zeer zeker emè.seregtf^ 

wij- 



c ^9^ y 

wijzing £00 d geem hirisping t6éifóegMé 

Hec vorenftaandé wu een papiere gebragt, 
^óór dac de reeds Temielde Oproeping ter m^^ 
ner kennis kwam. Ik Was eerst voornemens 
•deswege niets te zeggen , maar by nader in* 
^en, moesc de noot^ welke daarb^ gievoegd 
is 9 wel mijne aandacht trekken. 

Het kwam m^ , o?er hec algemeen als vafl 
belang voor , dat by deze oproeping met geda 
enker^oord wordt melding getnaakt vatt het 
Proces tusfcben Gutenberg en N. en. O* 
DniTZfiHN in .1439 gevoerd; maar hoe moest 
!myne verwondering rijzen , toen ik ia de noot 
van éene nieuwe daadzaak hoorde gewagen ^ 
van welke niemand ooit vroeger iets bet minde 
heeft geweten: ^ dat Gutcnéëro oamentiyic 
^ eene door hem gedane ontdekking van be*^ 
^ weegbare leners aan ' eenige vertrouwde be^ 
*^ kenden, in het jaar 1436 heeft med^^e* 
^ deeld;'* en dit berigt wordt hier oj^egeven^ 
als zoude het gehaald zyn uit en bevesttgd en 
gefchiedkundig bewezen door het werk vaè 
den Heer Schaab , hoezeer er over deze mé^ 
dedeeüng yan die ontdekking ^ geen enkel 
woord in de drie zware deelen van gemeld 
werk wordt gevonden» 

Men 



C 193 ) 

Men fchijnt het nietige van het Scraatsbür« 
ger Proces zelf gevoeld ce hebbeii ; nu komt 
men mét eene tnondelinge mededéeling van eene 
onf dekking voor den dag ; en men moet hoe men 
tiaar de reden zoeken, uit welke men meent 
ce kunnen verklaren ^ dat Gotenberg bij da 
^ verdere iet uitvoer legging van zijn voorne- 
fy men later zoo vele zwarigheden vond^ dat 
ij hij eerst eenen geruimen tijd na zijne terug* 
^ komst in zijne geboorteplaats (dat is in 1450} 
j^ den druk van een boek bewerkftèlligen konde/* 

Wij vermeénen dit nieuw berigt van deze 
mondelinge mededeeling der ontdekking^ zoo- 
det eenig gevolg m veertien jaren ^ gelijk te 
moeten (lellen met de flille uitvinding der 
boekdrukkunst door Gutenberg te Mentz voor 
den jam 1420, die gedurende ten minde zes^ 

» 

tien jaren bij hem geheel inwendig bteef en 
waaromtrent de Heer Schaab eene geheime 
openbaring fchijnt gehad te hebben^ 

Wij willen ons gevoel van verwondering 
thana niet ontwikkelen en zullen later wdl 
eené gelegenheid Vinden dm dit Menezer 
Eeuwfeest in i^^ó met het Kostersfeest te 
IJaarlem in 1823 in vergebjkiog te breif* 
gen. 

V. D. I. st N wy 



C 194 ) 

Wy geven chans alleen de gemelde noot als 
tot bec werk van Scuaab in betrekking ftaanSe. 

yy Het is gefchJedkutidig bewezen ^ dat Job. 
n Gensfleisch zum GuTEifilERO^ Menczer Pa*> 
^ triciêr» reeds in het jaar 1436 te StraatS'- 
99 ^^^§9 ^^^^ ^Ü 2i<^h wegens inlandfcbe be*- 
yy roeringen: juist onthield 9 de door h^m ge^ 
yy dane ontdekking van beweegbare letten Z2^ 
9) eenige vertrouwde bekenden mededeelde. De 
I, verdere ter uitvoer legging van zijn voome- 
yy men vond later zoo vele zwarigheden, dat 
fy hij > eerst eenen gemimen . ttjd^ na de terug- 
^ komst in zijne geboorteplaats , den druk van 
>y een boek bewerkftelligen kon. Zie de Ge- 
yy fchickte der Erfindung der Buchdrückerr 
>) kunst /^.oxiScMKK^ y Mainzy 1831. 3 b. in 8"*/^ 

Tot \Ai 87. De getuigenis van Matthias 
X^UADCS PicTOR, bijgenaamd: Jüliacüsj m 
^t^ Compendium iUniv er fi y in 1600 gedrukt, 
maar vroeger gefchreven, is insgelijks vermeld 
ün. de : Gedenkfthriften var het Kostertfeest y 

'h\% 365. • :' 

^ ;OvÈr die: van Jodocus Baoius, zijn ^erigcea 
« de Iratije en zaakrijke V dopr hec Utrechtschè 
Genooefchap : bekroonde Verfaaadeëng van G« 
H. M. Delprat: over den voortgang en d$ 
verbreiding der Boekdrukkunst in de vijftien- 

' de 



( i9$ y 

Se en zestiende Auw* Aldaar is op bl. $7 
vermeld, dat gemelde beroemde Boekdrukker 
!n zijne voorrede: ad Occami Dialogos 1494, 
ata Laurens Koster, de uitvinding vati de 
Boekdrukkunst zoude toefchrijten. 

Ik heb dit werk niet kunnen oprpored. Het 
verwondert mij i dat deswege , bij Meerman , 
Koning of iemand on^er fehrijvers geene be* 
rigten gegeven zijn. 

Tot bl. 5>9; Öat de üeêt AIeerman eerlijk 
genoeg was, Öni Wartneei* hij 2Jag, dat hij ge- 
dwaald had^ Zulks openhartig te bekennen, 
en, te herroepefi , worde door eene opmierke* 
lijke plaats in zgne Origines Typographicaè 
95 bewezeii. 

In zijn donfj^éötüs , vroeger uitgegeven , had 
hij op bl. a8 getracht te bewijzen, dat hec 
onder- of nafchrift van het CathoHcon'yzn 
Gütênberg verkeerd gefteld Was, en dat ii 
plaats van het jaartal 1460 alralr', — 1470 zoude 
moeten gelezen worden. Na 'dat bi} air eenft 
aantoekening in een- exemplaar gezien had^ 
dat het boek^ reeds iti den jare 141^5 gekdchc 
was , erkent hfj opéntlijk van gevielen te zijil 
veranderd. (*) • , 

- * • Komt 

(*) Ortgifies "T^xpc^apiicae. II. ^5. .. * ' - »' '» 

. Na 



C i9<5 ) 

Komt hij nu ten opzigce van Gutenberg 
van eene vroeger opgevatte nadeetige beden» 
king terug , waarom willen die van Mentz dan 
in hem niet toeftennnen» dat hij van een on- 
gunftig gevoelen aangaande Laurens Kostei^ 
15 cerug gekomen* 

Wij hebben op bl. roi gezegd, dat de Heer 
EfiERT zoo wel als Ottleq wijs en regtvaar* 
dig had gehandeld, met het zeggen van Meer- 
HAN in 1757 meer in een gunftig dan na- 
deelig licht voor Haarlem te befchouwen. 
ScHAAB deelt op bL 278, het gezond oordeel 
van Ebert deswege mede , en op bl, 279 zi|ne 
cegeoredenen. Vermeketijk is het te zien , hoe 
hij fpartelt , om dezen rietftaf voor zijne kranke 
fteltiogim te kuanM behoudenr 

. T9C bL 116. Die Heer Schaab vaart op 
U. 936 Qog nader uit » cegenr het aangevoerde 
door Koning- offf uit de papierroerken den tij4 
9in 4p> druk van de Spiegels der behoudenU ce 
]ieirij2ibi, en bij heeft hierbij gezegd: i, hoe 
9 hij hoopt, dftc de Heeren Hollander» zich 
1^ ia^ het vervolg fchamen zullen , om hiermede 
9, nogmaals op te treden/* 
: Tpt zijne inlichting diene , dat hij bij de 
aitgave der nagelatene (lukken van den Heer 

Ko- 



Koning waarrchijnlijk een breedvoerig betoog 
daar over zal lezen , en dat bij misfchien in;- 
gelyks een verOag zal zien van de nafporingen 
iran den Heer Ottleq door dezen in V Gra- 
yenhage voor ruim twee jaren in de Leenrq- 
giscers van Halland gedaan ^ waarbij bet door 
den Heer Koning gefielde en meer ten volle 
is bevestigd geworden. 

Die Heer moet aldaar en elders nog meer 
voortbrengfels van de Haarlemmer pers: Dona- 
ten enz. ontdekt hebben , en ik ftreel mij met 
de hoop , dat de berigten deswege .ook bekend 
zullen worden gemaakt. 

De Heer Koning overleden zijnde , is dé 
grond van het misnoegen , hetwelk er federt 
jaren tusfchen dezen en Mr. G. van Lbnnbp 
beftond, weggevallen, en alzoo iser hoop ('*'>, 
dat de laats^emelde thans zal voortgaan-, om 
ingevolge zgne beloften alles in bet Ucht te 
geven , wat hem voor de aanfpraak van Hol^ 
land en v^l uit later gevondene en onbekende 
gefchriften van Junius , is ter band gekomen^ 

De Heer Schaab heeft op bt. acs en vol- 
gende willen tegenfpreken , wat de Heer Ebert 

zegt: 

{*) Zie Leuerbódt 1829 > L i8a. 

N 3 



( 198 ) 

jsegtt 91 dat de Hollandfche (Haarlemmer^ 
^ Lateer eene getrouwe afbeelding was vat) 
1^ he( bandfchrifc, hetwelk destijds hier Ie Un* 
1^ de voor het oitvioden der boekdrukkunst m 
n gebruik bleek te zyn/' 

Hij zal vao deze tagenfpraak moeten terugko- 
men y' wanneer hy bet betoog Zi9\ gezien hebben 
fuingaande de overeenkomst van de letters van den 
Spiegel , met die van een kostbaar handfchrift , 
hetwelk buiten allen twijfel ten tijde van Lau- 
RBNs KosTSR te Haarlem vervaardigd is ^ hier 
f e Utrecht bewaard wordt» en waarover in de 
brieven tusfcben den Heer Koning en m^ ge* 
Wisfe}4> breedvoerig fs gehandeld* 

Ter gelegenheid, dat ik van deze. brieven 
i^reek , vermeen ik nog te mogen melden , dat 
ik onlangs de ontvangene naziende» in eenen 
van 17 September 1829» een zeer opmerke- 
lijk berigt vond» hetwelk in den tegenwoor- 
digen tyd» bij de zelfverheffing van die van 
Mentz wel eene mededeeling verdient , tep ein- 
de hen , die belang (lellen in de waarheid , op 
te wekken tot een nader onderzoek* * 

Sqhaab heeft op bl. v der voorrede van 
het eerde deel berigt gegeven » dat de geleerde 

Bi- 



C ^99^ > 

Bibliograaph J. I. Breitropp in dai jare 1779 
een fchema (Grundrisf) heeft uitgegeven v^i 
eene Gefchiedenis der uitvinding van de boek^ 
drukkunst^ Qoet de belofte » dat hy dezelve 
zoude omwerken tot eene volledige GefcAiedcr 
nh in drie deeleft; alsmede dat die Geleerde 
vgftien jaren daarna bad geleefd 9 maar niets 
had uitgegeven» 

Na zijn overlijden hebben de Heeren Fis- 
scHSR en ScHAAB naar het beftaan van het 
handfchrifc onderzoek gedaan en zich te vre- 
-den gehouden met het berigt: dat het van 
geringe beteekenis was. 

Bij de briefwisfeling met mijnen vriend In 
den jare 1823 ^^^ ^^ ^^^ hem gevraagd: », of 
',, hy ook wist 9 wat er gekomen was van de 
f^ beloften van Breitkopf, dien ik hoogachtte 
f, om zijne befcheidenheid en waarheidsliefde, 
f^ zoo zeldzaam bij de Advocaten van Mentz; 
9, vooral daar hij blijkens het door hem (Ko* 
59 ning) aangehaalde , op bL 176 der Verbande* 
99 ling beloofd had, bepaaldelijk te zullen on- 
99 derzoeken : of de Gefchiedenis der Haarlem- 
99 mer Boekdrukkerij het tijdvak kan aanvullen 
99 tusfchen het vertrek van Gutenberg van 
J9 Straatsburg en zijne wederverA:hijning te 

N 4 „ Mentz 



«9 Meniz , en aldaar bh 45 laat volgen ; ,, Het 
ip 9^ verhaal van den Haarlemfchen Koster is 
pp pp zoo oad en omftandig , ats dat van den 
tf 99 Straacsburger Men tel was; en waarom 
99 99 zoude niet even zoo goed eenig verband 
99 pp van de Haarlemmer uitvinding met die vaa 
99 19 Menn denkbaar zijn 9 zoo als het zich mee 
99 99 die van Straatsburg bevestigd heeft ?'* *' 

Mya vriend fohreef toen: ,9 Gij hebt mij 
99 wel eens gevraagd 9 of ik ook wist , dat het 
99 voorloopig berigt van Breitkopp gevolgen 
99 heeft gehad. }k heb onlangs met een En- 
99 gelsch Heer daarover breedvoerig gelpror 
99 ken, en deze heeft mij ftellig gezegd 9 wel 
99 te weten, dat Breitropf door zijn onder- 
99 zoek ten volle overtuigd was geworden , 
99 dat de Haarlemmer pers aan die van Mentz 
99 is vooruitgegaan enz. Hij zoude van de vol- 
99 einding of de uitgaaf van zijn werk afgezien 
99 hebben om aan zijne landgenooten geen aap- 
99 floot te geven; en bij zijn overlijden had 
9, men ook daarom van de uitgave van het werk 
99 afgezien ; federt was het Handfchrift ten min- 
99 fle geheim gehouden zoo niet vernietigd/' 

99 CoGAN (^) zoude ook vroeger gezegd of 

(*) De Schrijver van de Reis naar den RAffn , waitfia 



pj gefchreven hebben, $5 dac Breitko^p van 
y^ yj faec regc van Haarlem was overtuigd ge* 
^ „ weest." " 

Wij noodigen den bezitter van het Hand** 
fchrift tot de uitgave ; wanneer men zich hier- 
toe niet bejgvert , daa zullen wij ons verzei- 
kerd mogea houden, dat het berigt van den 
Engelfchen geleerden oveireegkomftig de waar<- 
heid is, 

Tot bL 146. Het is mg, bij bet nazien 
van hetgeen de Schrijver op bh 162 en 
16$ gezegd heeft 9 over de verzameling der 
werken van de Haarlemmer pers uit de nalaten- 
fchap van D. Mattham, in 1654, aangekocht , 
voorgekomen dat ik insgelijks melding had 
«loeten maken van de tegenwerpingen door 
hem gemaakt, om dat Koster en zijne na- 
komelingen hunne namen bij de uitgaaf van 
gefchriften en boeken niet hebben vermeld, 
alsmede dat de HoUandfche Chronijkfchrijveis 
in de zestiende eeuw en andere Nederlanders 
niets gezegd hebben van de Haarlemmer druk- 
pers. 

.Wij 

zeer veel voor de aanQ>raak vAn Haarlem voorkomt. Ta& 
de Verhandeling van Koning op vele plaacfen. 

Ns 



C 202 ) 

Wij kunnen het ons niet als mogelyk fteÜen, 
dat een S^hryver opend^k bg hen , die hy vy« 
andig is « kan afkeuren , wac hij bij zyne vriea* 
den prijst. 

Wy zeg^;en alleen , dat men van Koster 
by den verkoop zgner bladen en fchoolhoeken 
geene bekendmaking verwachten konde. Hg 
heefc ttker de gevolgen en het groot gewigt 
zijnef uitvinding zelf niet ingezien » en hy was, 
zoo als een on^er Schrijvers zegt', waarfchijn* 
lyk alleen bedacht op een wins^evend mid^ 
del, door de bladen en boekjes voor de fcho- 
len becerkoop dan de vroege? gefcbrevene te 
kunnen geven. 

Van de Erven van Koster was het evenmin 
te wachten. Deze befcbouwden de drukkerij 
geenszins als hun hoofdbeftaan , en wanneer zy 
het voorbeeld van Faust en Schöffsr in 1457 
gegeven, hadden willen volgen, waarfchynlijk 
ja zeker, had men dit afgekeurd, omdat de 
voorcbrengfels van hunne pers zoo zeer zou- 
den hebben afgeftoken by die van Mtntz^ b. 
V. bij de Pfalters , of den Codex Pfalmorum. 

Dac Gutenberg bij de uitgaaf van zijn Ca- 
thoHcon den naam verzweeg, is by Schaab 
als nederigheid en deugd befchouwd; wij wil- 
len nu niet nader onderzoeken wat de reden is 

ge- 



C ao3 ) 
geweest vao ^jos yreesachtigheid , en of Uer de 

■ 

«oepasfiog van bet oude fpreekwoord ; dac hy ^ 
die een hoofd van boter heeft niet bij den batard 
moet komen » kan gelden ; maar bij de Erven 
van KoftTin beftond zulk eene reden niet en 
wiJ vindien er andere in het nederige en zedi- 
ge van bet Nederlandfcbe volkskarakter. 

Dat de Hollandfche Chronijkenen Gefcbied- 
fcfaryversy ook geleerden als Erasmus niets 
yermeld hebben van de Haarlemmer pers, 
^an ook geene bedenking opleveren tegen 
het beflaan van dezelve ; op zijn allermeest 
z^n het negative argumenten, welke geene 
poiitive en dadelijke bewijzen kuimep om verre 
ftopten, 

«Tot bl. 149 en volgende. Een myner vrien- 
den , die de afgedrukte bladen en het werk 
van ScH^B heeft gelezen, heeft aan mij de 
bedenking gemaakt, dat ik op den titel beloofd 
hebbende een berigt en eene beoordeeling van 
dit werk te zullen geven, over het groot ge- 
deelte van hetzelve , waarbij hij tegen den Heer 
Ebert fchr^ft, t. w. van bl. 190 tot 324, 
niet 200 kort had mogen zijn, als ik van bL 
149 tot 163 van mijn ifaik ben geweest. 

Ik heb geantwoord , dat ik voor te groote 

uit- 



( ao4 ) 

oubreiding moest vreezen , en de voorname b^^ 
antwoording aan den Heer Ebert beb over* 
gelaten. 

Vervolgens heb ik mij tot eene nadere le- 
sing aangefpoord gezien en de uitkomst van 
dezelve is geweest, dat ik wel aan de eehe 
zijde meer van des mans drift en hatelijkheid 
ben overtuigd geworden , maar tevens van de 
onmogelijkheid, om hem op den ftap te vol- 
gen, zonder hem, wegens het gebruik van 
magtfpreuken , verdraayiogen en andere onbe- 
hoorlijke wapenen meer ten toon te flellen, 
dan ik zelfs zoude wenfchen* Ik kan mij geen 
begrip vormen, wagrom de Schrijver, na zoo 
veel bitters over Junius, Koster en Konwg 
te hebben aangevoerd , nogmaals den lust heeft 
kunnen voeden , om dit alles , met verzuring«en 
verfcherping bij dit gedeelte van zijn werk te 
herbalen , en terwijl hij van achting voor den 
Heer Ebert fpreekt, heeft kunnen voordra- 
gen : „ te willen gelooven , dat deze door zij- 
,, ne nieuwe beproeving van de Haarlemmer 
,, aanfpraak een nieuw idee, eene nieuwe zijde 
„ over eene belangrijke vraag aan de Letter- 
„ kundige wereld heeft willen doen kennen , 
„ en met een, fchrander betoog en met ge- 
„ flepenheid heefc willen invoeren-; of dat zij- 

„ne 



( 205 ) 

9, ne ijdelheid als Schrijver, verrokt door den 
yy drang dier nieuwheid^ aan zijn verftand deze 
fy verkeerde rigting beefc gegeven. Hij is," 
zegt hij , 5, geenszins de eerfte geteerde , die 
yy geloofde den fteen der wijzen gevonden te 
yy hebben, die bij zijne gisfingen te boog 
f, fteeg en met te groote aanmatiging zijne 
,9 Letterkundige en Historlfche luchtkafteelen 
yy optrok; hij zal ook geenszins de laatfte zijn. 
9, Verfchijnfels, gelijk de zijne, bebooren tot 
„ de zotbeden viein den- tijde De onze is bij- 
^ zonder rijk aan zucht voor hec nieuwe^ 
,^ voor onzinnigheid, voor &belen en para^ 
yy doxen/' C; 

yf AUes wat de Heer Erert in zijn nieuw att', 
yy derzoek der fabel van Junius , voor derzelver 
yy nieuwe bevestiging voonbrengt, behoon ii| 
fy betrekking tot v9ordragt ^ vorm en wending 
^ der gedacbten tot bet vele flechte^ hetwelk 
y^ daarover door anderen reeds is gezegd, en 
,9 met onbehoorlijke gevolgtrekkingen iteandfl 
yy gehouden. Ik zoude zulke armzaligbefkn 
yy mijne bebordeeling niet waardig oordeelen^* 
I, waiineer zgn naam geene letterkundige fexr 

„ maard* 

(•) III. iftSf alwaar de Schrijver nogin.twep bladzij- 
den op gelijken toon voordiolc. 



C 206 ) 

55 maardhcid bad erlangd, en de le^efs éoor- 
9, gaans meer op autoriteiten letten dan óp be- 
yy wijzen. Mijn (lilzwijgen zoude ten kwade 
yy gedaid kunnen worden ^ daar ik de Gefchie- 
,y denis van Outenberqs uitvinding der Boek- 
„ drukkunst in eenen grooceren omvang be* 
yy bandeld heb , dan bet ooit door een mijner 
iy voorgangers Is gedaan.** (♦^ 

Wij hebben reeds aangaande het aangevoerde 
gezegd , wat aan ons als van het meeste belang 
voorkwam 9 en zullen ons thans Mi geene be« 
fchouwing der andere gedeelten inlaten; wg 
zouden hem anders véffcheidene verkeerde berig- 
ten over den achterlijken (land der befcbaving 
e* letterkunde, ja zelfs def letters (f) ^ ^^- 
land in tegienftelUng met Êraband en Düitsefn 
Idndy kunnen aanwijl^ën , en ook nog mber 
aangaande Utrecht ^ dan wij reeds op M* 1/53 
gezegd hebben^ Schaab wil deze ftad toe 
Duitschland brengen , en hij fchijnt ifl het ge- 
heel niet te weten, dat dit Utrecht in ^de 
veertiende en vijftiende eeuwen het Parijs tao 
hét Noorden was , alwaar de Groote Heeren^ 
dé Bislchop van Lüiky vele Ridders van Malta 

en 

(•) IIL 197. ' 

(t} III. aoa 203. ' ' " 



( ao7 ) 

en van cfe Duicfche Orde enz. , hun geld kwa- 
men verteeren ^ en destyds de zetel was van 
kunst en weelde. 

Onder dit alles vond ik nergens een vreem^ 
der berigt dan dat van de genade van den Heer 
ScHAAB op bl. ai4, alwaar bij na de erken- 
tenis^ ten minfte eenigzins, dat de Utrecht- 
fche drukkerij van Ketelaar en Van Leempt 
in 1473 en 1474 eenigen zweem had van de 
oude HoUandfche letter, zegt > dat men den druk 
van den Spiegel en van de overige prenteboeken 
londer jaartal j naar den natuurlijken loop dor 
zaken 9 in de werkplaats van deze eeifte boek- 
drukkers te Utrecht konde ja moeste zoeken. 

Dit mag men eigenth'jk eene oorfpronkelijkc 
en tigene gedachte noemen. Hij fchijnt bierbij 
geheel vergeten te hebben, dat hij op bl. 80 
en 8 f des druk van deze HoUandfche ftukkea 
en wel met zwaardere, **^ met de aan-- of uit* 
gegroeide. oi dikker gewordene, letters heeft 
Toosgedragen , nadat dezelve en het drukge* 
reedfchap ' van it/f^/2 bij den ramp van 14^2 
iMutr elders waren vervoerd. (^} 

De Hecjr Schaab zegt op jeene andere plaati: 

o dat de nationaliteit in de/Utrechtfche letcers 

. ....... „van 

' O 2i6 hiervoor bL 167 en ia8. 



C aa8 ) 

19 van Ketelaar en Van L^EMi^t, oief iigt^ 
yy baar is. Bebalve den Heer Ebeut heeft nog 
^ niemand iets dergelijks aan dezelve bemerkt; 
^ waarom toont men ziilks niet aan , door fac 
f, ftmilês te geven : wij zouden dan dit echt 
^ nationale fpoedig doen verdwijnen/' 

De Heer Schaad kan ten eerften aan faet werk 
kcmien. Had hij willen zien^ voor dat hij 
fchreef , dan bad bij de letters van Koster eti 
van Van . Leempt reeds voor lang onderling 
kunnen vergelijken. Bij Meerman en Ko* 
VING ^jn fac fimiles van de Haarlemmeif en 
Uj Meerman óp Tab. VII en VIIF va» de 
Unrechtfcbe letters. 



Na dat ScïiAAi tot op bl. i^i ^fcb op 2ij«e 
wijze beeft bezig gehouden, met de beanc* 
woörding van de XVII afdeelii^en van hec 
ftuk van EberIt in de Hermes medegedeeld , 
xonde men hebben moeten verwachten,- dat 
429 verzadigd zoude zijn van\zr|nen. lust tot oe^ 
genfcfarijvea met cfrift en hevi^ieid } -^ maar 
neen; het bitterfte komt nog acfacetaan en wQ 
dienen er nog wel lecs^ hoe weinig hec ons 
histy van te zeggen. i . f 

- In het eerfle gedeelte fchijnt de man erg ge- 
troffen te zijn geweest^ omdat Eb«rt zich ^ naar 

zijn 



C ^9 3 

fcijn óórdeel jegens de DuitfcHe natie vefgré-» 
pen had, ^, mee door dé verdediging vs(n jbek 
,9 verouderd Hollandsche fprookje of verüelfe^ 
' ,9 tje zyti' Vaderland van de fcbóonfte perel 
i, te berdoven." 

In deze narede fcbijnc hij zich vooral te 
vercoomen^ oxti dat E bert het heefc durven 
-tvigen , om niet inet hém en zijnen • vriend 
LsHNE in te ftémmen ; en hij vailc nu vooral 
aan op een ftuk, hetwelk de Heer EbbbIt^ 
Inet den tnel : tusfchenwbord enz. heeft uitge- 
rgeven ,* tér beamwoording van bet geen Lehnië 
'tegen het iluk in de Hermes en later had aan- 
gevoerd. Ik ken geene van dezei gefchriften en 
zal mij onthouden om deswege iets te gewagen, 
'gelijk ook om van de hooggaande bitterheid 
rzoo veel te zéggen, als zulk$ anders wel zoude 
verdienen. 

i Op bl.-28ó begint hij met adthoxiteiten te 
•fchermen, en haalt op nieujv den lof op van 
c zijne driftige leidslieden: . Héiji*icice , Heinse 
«en anderen , , en vervolgens!, fpreekt hij van de 
•H. H. Reiffenbbhg en Van Prü^t; van wcl- 
rken laatftèn hij tot mijne groote yerwonderinjg 
én leedwezen, nieuwe bewijzen bijbrengt, d^t 
'deze .Geleerde hem door overmatigen lof UQg 
meer duizelig heeft gemaakt. 

V..D. I. St. O Het 



C a»» ) 

(Bibliograapl)) van Europat als een der 
i^OEOfnaamfte Geleerden ook in andere vaH- 
ken, als verflandig en voorzichtige regtvaar^^ 
dig en befcheiden^ kwa^i mij onwederflanr 
delijk de gedachte voor den geest , welke 
mij uit het werk van een .nien$chkur>drgen 
iSchrijver hoofdzakelijk 19 in het . geheugen 
gebleven : ^^ dat wanneer men iemand uit lust 
,^.en met -opfnet ' dSing^Boxidt een ander hoort 
^ kwaadrpreken , men zich wel ^ verzekerd 
^f mag houden , dat hij , naar de opwelliix- 
^ gen van zjjn geweten « de berigten van zijn 
^ bedrijf en zijne gebreken y als de fcherin^ 
^y of inflag bij bet zamenweeven dier verhi|leo 
„ gebruikt. 

Wij zouden nu kunnen vragen : y^ of de 
^^ {Schrijver zich bij deze gelegenheid niet voor 
99 dpn fpiegel l^eeft gezet?" ma^ willen aiec 
J>pflisr(^n9 in hoeverre hij alsdan geflaagd is om 
^eene getrouwe en welgelijkende afbeelding van 
zich:. ;$elven te ^ven , en laat dit aan asderp 

m 

I'ezers van zijn werk over, 

• . ... 

Tot bh 172 en. 173» De Vriond, wiens aao- 

-Vrage mij ^e . gelegenheid :heeft gegeven tot 

.het voorgaande toevoegfel, heeft bovendien aan 

mij twee gewigtige vragen gedaan • t. Wu: „ of 

„ ik 






C ai3 ) 

tf ik geetie' opheldering kónde bezorgen aaip- 
,5 gaande becgene er te Mêntz is vodTgeVali- 
^/ len mee de 'drukkeFij , alwaar na db aaiikdm^nt 
^ liran-eenen ervaren drukker uk Hd^rUmuk 
Pf 1440 het fchoolboek van Albx^no&r G^e> 
f, LUS met de letters van Kostbr is gedrukt ?"' 
fiisotiede ; ^^ of er niets zoude zijn op te fpo- 
^y ren aangaande da vtaag z waar Gutenbers 
9, »jne bedrevenheid in de kunst van boeló- 
yy drukken voor deo jare 1450 zoude hebben 
jy opgedaan.^" > 

Ik heb op deze vragen ten antwoord gtge^ 
ven , dat beide dgentlijk buiten liet beftek de- 
2er poging lagen ^ .en dat ik mij derhalve va« 
4e behaadeling zoude kunnen ontflaao. 

Daar is reeds gezegd, dat de Heer Schaab 
voorzigtiglijk geheel en al heeft nagelaten^, 
om" iets van het drukken van gemeld fchool- 
boek met de Haarlemmer letters in 1442 te 
gewagen 9 hoezeer de Heer Koning de&wege 
hierover zeer breedvoerige berlgten en een fac 
fimile van het exemplaar in de Koninklijke Bi- 
bliotheek in V Grayinhage voorhanden, heeft 
gegeven. 

Hij heeft ook niets gezegd van de drukkerij 
te MentZy welke, a^n ^e pers van Gutbnimrg 

O 3 en 



il» Pust in 1450 * i^ yQ<^oitgegaaQ ,. en .welkq; 
l^eifattn mjlpef iaüsa» }>uiten twijfel wordt 
geMdi» dpor jje algemeene ventejcefiiig « 4a( 
de bodcdnikkipst \» M'ffff^ ^ 4ea jsre 1449 
|)^onnen i9« 

Dat vao de VQOFtdarii|g van d^fe fteta^ en 
tran cferzelm voorcgapg zeer weiiiig gefprokeq 
ia ^ laat zich genakkel^ verklaren tiic de noq4r 
Inkelykhelc} > vermhs de eigeoaar door het qiit 
^rlijk begiii van dezelve yerpligt was qm zich 
fteer ftU te botidep* 

Daaf lijn echter ve|e indi^éf aanwezig ^ 
Waamic men kan ppmaken , dat het vermoedeq 
van het beftaan van eenen diefifad , by het be? 
gin van de Mentzifche pers te Ssraatfk^rg^ 

IS geweest^ 

(O SiitQit p£ LpcA K* F.y een der vpo yn wa fte Boek* 
vlniidcers te ^oms » zeide in 1477 1 

Ingenipfa novam Gennani^ repperic anem 
Quam f:apul niiper, fed me/f^r^ mofio. 



■«. I. -j 



Germani fed qaae Ihidio invenere priores , 
Reddimus certis haec meliora modis. 

Zie Meerman Orig. Typog. IL 231^ 



( 215 ) 

Mijn vriend beeft atn mij voorgedragen ^ 
dac, vermits het nic vele berigten bij Membl^ 
ü AN , KoNiMO enx. hUjkt 9 dat Fust , een oq« 
dememend man » die geentzina Ideack wis in di 
middelen, waarfchgnlijlc de eigenaar van óetê 
eerde en kleine drokloerö is geweest , en dat 
hij berigten erlangd hebbende, dat Gotenbbro 
eene voldoende ervarenis had erfatngd, inis# 
icbien dexen in den jare 1450 beeft aange» 
socht, om voor en met hem eene dmkker^ 
op eenen grooteren maatdaf op te rigten, ten 
einde gewigdger werken dan letterbladen en 
fohoolhoeken te dekken en qit te geven. 

Ik heb hem deswege geantwoord, dat hoe^ 
leer agna gisfing mg wel als mogeliyk, ja 
misfchien als waarfchijnlijk voorkwam, om 
dat er te Mentz tnsfchen 1440 en 1450 wel 
iets moet gebenrd «ijn , zal het ongeloofelijk 
verfcbijniêl , dat men met den dnik van den 
geheelen Byhel aldaar begon en het I>eut e 
Machina , kunnen worden verklaard en opge^* 
faeldecd; waarbij dan nog kan gevoegd wor* 
den, ist^ Johan Fust bg veribbeidene kro» 
ngkfchrijvers als de uitvMer wordt voorga** 
dragen. 

Over de vraag aangaande Gutbnbero konde 

niets bijbrengen. 

O 4 Daar 



( 2l6 > 

. Daar is een flaauw berigc bij ónze Gefcbkd- 
fcfaryversy dac Gutenberg.4 het zij bij L^uS 
KEVs Koster Voor d^n jare .1439 , pf b|j zijnft 
firv^n ;^ om of na den jare 1445 9 <^ Haarknk 
«Is werkgezel gédieiid en de dnikkun^c geleerd 
ed beoefend be^c» «latr ik) heb deswege toe 
geene zekerheid ktinnen Aomen én laitc de üili;t 
wikkelifag en de bekendmaking 'van deze eweQ 
dqnkere punten over aan deft Heer Schaab H» 
4eB pragmatiTchen Gefchicdfcbrijver. . 






• ' f 



OverzigL 



. , Wij hebbeo vroeger (*) met elkander m ver* 
gelgkii^ en tegenftdlipg gebragt» wat ons aan<» 
gaande /de perfen van LauresIs .Koster te 
"fluarkm en die van Johann. Gutenberg te 
Metfiz was voorgekomen. ^ . , 
'. Het lust onsmii fen flotte bg het einde . vail 
deze poging de iegenfteUingen rr de contrasten 
op vt geven ,. welke, ons b|j bet cyjsrzigi van 
bcc geheel in het oog vielen» > 

.. 'Ik 

(*} Zie bl. 107 en volg. i 

■1*1 • : 



C 21? ) 

Ik zal geenszins alle do contrasten opxoei 
kën , welke wij' in , bijkomende zakea zouden 
hebben kuiwen vinden, bij voorbeeld, in 4q 
eer (ie patronen van Mentz en Haarlem , - Tri- 
^dUMius 9 den ergftet) en Qiizinnigflen Duiveilisc 
en iogenkramer en Coornhert, d^^zelf(laiv 
digfteo gjleprïïen : 

H^ern kven , iSferr en Jtrijd voor waarheid ii geweest. * 

• • \ 

Of ook een opzigte der kronykfchrijvers , welr 
ke h^c eersc in Duir^chland 9ptradeq , en zon? 
der padenkep . nafcbreven , wat zy hoorden of 
bij dezen hadden: gezien of vermeld vonden, en 
J^N VAN Suti^ en AoRiANua Junius en andere 
rQnbefprpkepe geljserden, die lierigcen gaven van 
4^ wediagt lier zaken hier te l^de, ; , 

^ •.••..» 

r . Wij Eüljen 'opk niet h^t contract vermelden, 
hetwelk er beftaat tusfchen Laurens Kostw 
en Jqhann. Gütenberg zelvén. Op den naam 
van den eerften, die het met zijne uitvinding 
geettszi^s bij eene Woote m^dedeeling liet blij.* 
iVen, maar dezelve met ernst en inftilte ipwerr 
iflig; t>ragt., be^ft delasw.zelf «Is nog geend^ 
minfte vlek kunnen leggen. De laatfte is door 
Meer^ian genoemd en bewezen, als een zelf- 
ver hef end , twistziek man , . ter kwader, trouw 

O 5 han- 



( ai8 ) 

ftandélende; (^y en zyn voomaamite lofmder 
flair beeft den fiadeeligen dank hem aanpanc^ 
nog leer aanzienlijk 4oen toenemeOf 

Wi| ^Iten OM Üfvef b^ èi hoofdzaken ael« 
ve houden» 

De berigcen aangaande de Gercltiedenb det 
uitvinding ie ff^wffm levert reeds van den 
jaie 1423 af, een goed geheel pp, zonder gar 
ptog en zonder dat het eene gedeelte het kn^ 
dere tegenrpreekr^ Deze berigten worden ook 
door niemand der l^andgenooten , in een am 
der gewest of eene imdere plaats betwijfeld 
of tegengefproken ; zij zijn ^samenhangend van 
den beginne af, toe op het einde der pera 
van de E^rven Kost£H4 De namen en hec .lot 
4er bedrgvers, ook het huis waar zij wocMiden 
is bekend gebleven, gelijk iQ^^^ ve|e andere 
bgomftandigheden. 

Niets van dit alles was door de (lad^nootQn 
bi] het bellaan van eene geregelde overlevering 
van ouders op kinderen veigetén; en federt 
dat JuNius de in Haarlem verfpreide berigcen 
aangaande deze omftandigheden , van de uitvin^ 

dmg 

(*) Homo gioriefus , maia etiam fM , ac ooniwtiofuU 
Zie den lnd»x U. %&% 



( "9 ) 

4iag aisfche^ 1420 en 1434 af tot op den d{efr 
^ ^ HS9 ^ ffi^^f ^^ byeengebragt 9 is al^ 
|e9 aiec alleeii als geloofwaardig aangenomeo, 
maar de coedemming der ledelfte en braaflte 
ynannen, SfUGSL, van McTEKENt ScipvBRiui 
pn andere » faeefc na önderapek van 2aken dexe 
pyerlevering lirachcdadig bevestigd; vervolgens 
09 later z^n er gl^ftadig en wel vpomaipenclijk 
jQ Haarlem^ vele voortbreagfelen der per« 
van Koster, als ^aékltjh bewijzfiu voor den 
^g gekomen > welke op het ovenuigendfte d^ 
)>lyken v!|Q 4^ Vfoeg^ kindschheid der kunsc 
dragen» 

Wanpeer wy die alle^ naar waarheid onder 
^ oogpunc brengen ^ dan blijft er teq op* 
zigte van de Qefchiedenis der pe|:s te Haar* 
fan Aiet^ meer te weqfchen Qven 

De Advocaten dor Duitfehe uicWnding, heb- 
ben Qp het allervroegfle , hec begin van de 
drukkunit ie Straatsburg in 1436 en te Mentt 
itt 144a kunnen ftellen, én derhalve een^gp 
jareq l^ter dan die van Haarlem.. 

pe Advocaten houden thans niet meer aan 
op de meening ^ dac er te Straatsburg in den 
jflre 1436 zoude gedrukt syn, >derhalve be- 
hoeft hierover nieu meer geQproken ce worden. 

Dat 



Dat er een ervaren drukker in den jare 1440 
te Menfz zoude gekomen zijn, en dat er ^ kort 
daarna in deze ftad eene drukkerij zoude zijn 
opgezet , worde wel door de Nederlanders ge- 
leerd en geloofd, maar de Duitfchers willen 
zulks niet coeftemmen, hoezeer er thans door 
bet vinden der bladen van een fchooibbek) 
met Haarlemmer letters gedrukt, e& wel in 
twee oplagen, nieuwe bewijzen zijn gekomen 
voor het verhaal van JqNius en het bellaan vaa 
de misdaad. ^ 

Door hnn betoog, dat er gêene pers te 
Mentz voor den jare 1450 heeft beftaan , ,val^ 
len alle de berigten door- de kronijk - fchrijvers 
en 'in anderen gegeven; „ dat de Drukkunst 
„ in den jare. 1440 te Mentz zoude zijn' bei- 
yy oefend, geheel Weg, en er blijft geen vast 
„ punt over/* 

Verder befiaan er allerlei verwarringen aan- 
gaande de plaats zoo wel als den tijd der uio- 
vinding, gelijk. öok aangaande den naam van 
'^en eerften uitvinder, het zij dan Gut£NB£rg, 
het zij Fust. 

' Eerst na de uitgave der boeken van Kohler 
en Breitkopf, heeft men partij beginnen te 
trekken voor Gutenberg, maar er is nog nie- 
mand geweest,. die ecnig dadelijk bewijs van 

iets , 



iets ^ hecwelk door hem gedrukt is ^ heeft aan 
het licht g?bragt. , ' 

t 
£lke poging tot beftrijding van de aanfprafk 

^van Haarlem heeft ten gevolge gehad, dat 
.er 9 nieuwe bewijzen en redenen ter beves- 
tiging der overtuiging aan het licht zijn ge- 
.komen. 

, Met de zaak van Gutenberg en Mentz 
cbeeft het tegenovergeftelde plaats. £lke po- 
ging, zelfs van de hevigfte voorftanders, heb<- 
ben het dtrisfere vermeerderd, en het niecig^ 
van vorige argumenten te^ meer doen kenpeuj^ 
en nu mep zich als in zegepraal op het wei^ 
van den Heer Schaab fchijnt te willen verj- 
heffen , nu heeft men met niets anders kunnen 
of durven voor den dag konden, als met' een 
.geheel onbekjend nieuwtje pf met een (het zg 
met een geliefd woord van den Heer Schaar 
iiitgedfukO ^it de lucht gegrepen argument. 

Hoe veel yver en drift er ook in dezen mok 
ge betoond zipi, de .zaak der Duit fche uitvin^ 
^ding is waarl^k bijna in niets verder gevorderd., 
•dan toen Tj^ithemius de pen nederlegde , en J^- 
.mus zijn verhaal van, den diefllal ^ h^t vertrek 
^van den oijtrqu^n diei^ar van. Koster. p^ 
Mentz m^\g^,f :_ ,j .\ .; ; , , 

Al- 



Aiiet zlzoa tnec koele bedatrdlieid dverwd^ 
gen hebbende^ kan en moet ik in gnnoede 
verklaren, geene twee andere aken^ wdké 
door verfchillende partijen worden ftaande ge* 
Itooden in cfe Letcerknndige wereld ie kennen^ 
waarbg de tegenflelüng grooter is , en de oic^ 
fptaak net meerdere gemstiiefcf ^ een vóordeeie 
?an de eene partg kan gedaan worden, dan 
ten opzfgte der aanfpraak op de eer der eerftë 
oltvinding van de Boekdmkkonst , tusfcben déf 
tleden Haar leut en Mentz^ door de toeienning 
dier eere aan de eersq^elde ftad, terwy} der 
eer op de verbetering en volmaking tia den jare 
1450 , ten volle aan de laat$(|gem^de féA bigft 
teegewezen. 

Hét iwtedé voomathé contrdit^ Vond ik 
In de waarde der Advocaten dier beide mede* 
dingende (leden. 

Die van tiaarletti^ overtuigd van de it^ 
matigheid hunner zaak, hebben zich van Jcf* 
KIÜ8 tot op Kornnö, befeheiden en bezadigdf 
gedragetf. Die ymMemz hebbeir geitedig, ats 
of zy meenden het gebrek aan fedeiren met 
fcheld- en ftnaadwoorden te kunnen vergeer 
den, in honne gefchriften de meeste drift en 
onbefcheid getoond , en als ware het gewed- 
ijverd , 



i 



( 4^3 ) 

i/Vferi], IvM hierin hec itüatc taboe nU- 
tDttntem 

W^' hebben Iteds Terfcheideiie bewg«en «t 
dezen bggebragt ^ en ioUeii derhalve alle herha^ 
lingeti vermeden en geefle nttneii Dp nieaW 
behdeven op fe geven. 

AUeen Wil ik de Werkien van VkaMMAüi 
6n KoNiMo in tegenfteUing brengen mee die 
van Hbinzs en Schaab, ten einde hec Vot- 
badend ve^rchil in befcheidenheid te dooi 
opmerken; daar ii geen tm^'fel, of^ dit cOS* 
trast zal d0or eiken bedaarden vriend nn regt- 
taardilgheld een eerden gevoeld en eriend Wor- 
den } en behalve hec verfchil in dese gelde 
nog hec oüderfcbeld' door de innerlijke Waar- 
de en hechte geleerdheid bg waarbeisliefde aan 
de eene zijde , ett de Hgcheid , lo»heid en opper^ 
vlakkigheid aan de andere te doen opniei1ceri« " 

En nn is* er ctalangi nog eene derde tak 
bijgekomen , welke ietis b$ den aanvang éok 
in het oogvallend eoHtrast aanbiedc. 

Hec it die Van hec naderend EenWfeesc , te 
'Mentz in 'den jare 1836 in vergel^king mee 
hec Koscersfeesc in den jare 181^3 te Haatkm 
gevierd. 

Te Haarlem trad die Scedélgke Regeering 

lelf 



c ^u ) 

tM ^üt. Zij "handelde mee bézadigden km^i^ 

liet alles vooraf door kundige mannen onder- 
^fkóekéüf en toen mén mét volledige iennis 
'Van- zaken beflikf€fii ' könde, bepaalde men déa 
HS}d toc.hec hottden van bec feesi;; en grf ^ 

Hukken in hec lichc , ten einde ^Ue verllandige 

'tt ovèrtuigiMi^ '^ ♦ 

• Zg befloot tevens, om de kosten alleen' te 

6fftgei>9 en deed zolks met oabekrompeno mild- 
^hedy^ isoifder. van iemand eénéti pending te 

Pingen. ' • '' ' ' , ' ; . > 

- Zi| gaf vervolgens eén prognimma uic^ waar- 
-hij ^de pligt en \iet regc tot de zaak in hethel- 
t^derstt daglicht werden geftéld ; 'en kort daarna 
-xag* zij bare poging door de goedkeuring van 
( Telen vereerd , alsmede met eene dadelijke, 
-geheel onverdachte deelneming ^ot de kosten 

vaa wege eene zeer ver<ïiensteli]ke Maat fcbappij. 

Het Eeuwfeest is vervolgens met den raccs- 

:ml luister en met zoo veel goedkeuring van 

fflHeii 'gebonden , dat er geen voorbeeld van ieis 

dergelijks . beftdat in onze Gefchiedeiiis. 
''• X>Dgèloofl9k.was de metiigte.der déelgenoo- 
rten ; -* bet was fiee feest van liifAf én waar- 
' hèid^ verbe^^kt .door eene algemeene 2ucht 

voor orde. 

V JDe iada^k MwjfLeh voor/de üitviiiding 
i .; van 



C 225 ) 

tran LAtiftENS Koster werden ien tootigèftetd i 
.en «en ieder verwonderde iich met reden over 
'den fcfaac, welke iHén aan de vreemden^ die 
nog mogcen twijfelen, konde voorleggen. 

t)e Regeering zag zich daarna niet dlléed 
met de dankbecoigihg van allen 4 die door we- 
tenfchap , kansc en fniaak , hier te lande hé^ 
«roemd wareti, beloond; maarmögt zicb boveoi 
dien verheugen over de goedkeuring en erken- 
tenis van wege Z. M. den Koning éta in de 
■Oedèfikfchriften. óver het Kostersfeest ; zijn 
de gecuigenisfen aangaande die sdles ,' op zulk 
eene . wijze cdn , tooh gefteld eb, bewaaid ^ dat 
ook die b6ek tot een blijvend gedenkceeken 
van al die goede 4 edele en fcboone zat vér* 
ftrekken. 

. En wat zien wij nu bij vboinié ain de z^' 
dè van Mentz2 Hier treedt geenszins ée Hoor* 
ge Regèe^ing voor , n»ar alteefa èene comttia^ 
:fiey benoeriid doo^ eene fodeteit» ^UunsiVei^^ 
-ejfO welke aldaar m het Hüisöf^Hrf Ouseri^ 
berg veredelt/ • 

'. .I>eze .beeft na op. grond vin. eeri geheel 
aiièiLw argument, .hefloten , èm fae( aaderentf 
'JLeawfeest nie& « 1840^ «aafr In 1836 te' 
•vierenw* . * . . 

: £n. nn waagt de Comimsfie.Wv om Mj 
..V. D. I. ST. P eene 



C 026 ) 

eetie brommende . oproeping , allen 5 die hare 
onbewezens magcfpfeukea willen aannemen^ 
uit ce noodigen om g;eldeli|ke bydragen te don 
voor eene gedeeltelijke vermeerdering van deo 
luister van hec feest. 

Volgens het eerde berigt van den Heer 
ScHAAB zoude die befluit genomen zijp ^ oii 
^ dat het in het Straatsburger Proces aütben^ 
y^ üescb bewezen was^ dat de terfle proeven 
^ vaa GuTENBERG om met. beiitegdijke letten 
^ Boeken te drukken, in het jaar 1436 ge^ 
9, nomen waren." 

D^ CommisOe heeft zeker be(eft, dat , wafH 
neer dit berigt overeenkómftig de waarheid 
Uesek te^zgn, het Eeuwfeest niet te Mentz 
maar te Straatsburg gevierd moest worden, 
eir men heeft derhalve nu alleen gefproken van 
•de mededeêlii^ van eene ontdekking, welke 
voorheen onbekend was. 

.Wij kennen, geene gepaste woorden om onze 
gedachten over étzt ligtzinnigfaeid en ligo* 
vaardigheid naar begeerte nit te drukken* 

Wij kannen geene rekening maken , hoe ver 
bet blind geloof bij de Duitfchers zal gaan , die 
zonder bewya te vergen op mftgtrpreukeii db 
losfe verzekeringen der Commisfie zullen aan^ 
nemen. Wij zullen dé uitkomst niet vooruit 

. . loo- 



löopen; maar wg durven wd voöifyeiidii étl 
wanneer er in den tijd van hét feest ^ gei^e an-> 
dere en meer zakelijke bewijzeti voor het fcgt 
li/p dé eerflé üicvitidirig det JBoe&dftzkkütiit ^ eix 
Van dadelijke blijken vain dë pers van Guten*' 
BERG, het zi} te StrddtÈbÜrg i htiti^ te Memz; 
Voor den jafe 145Ó vervaardigd j dan er nu bekend 
i:ijnj zullen wórden Vertoond ^ de beleggers, vaii 
betzeïv'e ongelijk minder génoéj^eiï öi zelfvoldoê- 
hing daarvan zullen IxebBen ^ dan dè Regering vaM 
Haarlem^ en dat dit alles eiüéelijk zbI tiltlooif 
pen op èefie betere erkentenis eö wtfardeefing 
vtó bét regt vaö Hdarleni'^ eê dat men dkoa 
^n otfs itiet tfl dit gew(^l^ op gron^eil vt« 
fiet werk' van I^chaab^ eetië weienlöile cÊentt 
fcal bewijzen. 

• Wij zulïen deri t^roitgang iiitfïid^eis lóèc iót§ 
gsfdeflaan , eh ^j ikh de aidcoinlt iti deü fatSe 
1836 meft g^oegeik ifh tefbtigèQ! ^ce giemoeMt 

Eindelijk zrf tMg ^26gd , dat ik ing iïö^ 
^e^ dit onbedacht befltilt cé meer tërhëugiï 
iieb, <m éit dit ^tr én snder' «isfirbiein kart 
ttedéwerke* t(k hfrrlevïng e«i tef beWerkÖeK 
iï£^g vali éen vr^oej^r opgevat vöomèws; ' 

* itt ^ 'Poóf-rêée o}> M. iif iti ^qgd, doe 

Pi ik 



( 228 ) 

Ik in 'de nldaar vermelden vijfden hrief ia 
den Jare 1823 breedvoerig betoogd beb^ 
wat er descgdi naar mijn oofdeel nog voor de 
aanfpraak van HaarUm zoude kunnen gedaan 
worden. 

Het voomaattifle punt was om de vervaardi- 
ging van een uitgeftrekt werk aan te raden , bec 
welk ten titel zobde dragen t de Gefchiedenis 
der uitvinding en beoefening der Boek dr uh 
hinst door Laurmns Kostsr te Haarlem voor 
den jare 1440. 

Ik beb bec federt eeneif langen tyd met eeü 
treurig gevoel aangezien, dat de Cefcbiedenis 
dezer uitvinding befchouwd wordt , als eeM 
onderwerp van twist, en had het als het beste 
middel om hier aan een einde te maken, aan 
den Heer Koninö voorgedragen, ojn van enze 
ztjde een werk in de wereld te helpen, waarin 
men alles bij een bragt, wat er over Laurens 
üosTER en zgne uitvinding naar waarheid en met 
volledig bewys zoude kunnen gezegd worden en 
wel alléénr tot adfiructiei zonder dat er iets, 
hetwelk tot destructie van de aanfpraak van 
Straatsburg of Mentz zoiide dienen , gezegd 
werd. Wanneer men hierbg met alle mogelijke 
norg en mildheid te werk ging en eene zooge* 

naam- 



( a»9 ) 

nttimde prachtuitgave bezorgde 9 in groot qua^ 
co 9 en tnet zoo vele prenten en fac fimiles als 
dienen konden , welke prenten enz. dan later 
zouden kunnen dienen voor eene uitgave in de 
Lacijnfche taal, en voor meer vertalingen 9 alsdan 
dunkt mij , zouden wij een boek zien 9 waarbg 
de roem van het Vaderland waardiglijk werd 
gehandhaafd 9 zonder dat er eenige fchijn van 
twistzucht plaats vond. 

Die van Straatsburg en Mentz bleven on«« 
verlet 9 of zij dit voorbeeld zouden volgen 9 
en wilden zij dan insgelijks alleen . bun eigen 
regt handhaven 9 zonder op dat van anderen 
aan te vallen en zonder eenige bitterheid ea 
boosheid 9 ^ dan zoude de waarheid hierbij 
winnen, en de tijdgenooten en nakomelingfchap 
zouden dan met regtvaardigheid en met kennis 
van zaken 9 kunnen beflisfen 9 wie zijn regt hei 
best bewezen had, 

* 

Mijn voordel erlangde de goedkeuring van 
den Heer Koning 9 en er werd eerlang door 
de wederkeerige mededeeling onzer gedach- ' 
ten 9 een uitgewerkt plan voor het geheel bo* 
faamd 9 en allengskens meer uitgewerkte 

Wij. hebben ons voornemen in den jaren 

1825 en {82di Wi verfcheid^oe bckeodenme^ 

de*» 



( *3o ) 

flegefleeld , doch w^ mf^ep oa$ geep$ilii« 
pver zulk eene aanmoediging verbeiigenf al^ 
ynj vermeendoD ce mogen verwachten > na dai 
meti in dep jare 1823 ^^^ veel jer vereering 
van I^fAUR^Ns Koster had gedaan , en de mees? 
te belangftelling in 4e zaak van ffaarlem ge- 
toond had. 

Eenige oneer vrienden vermeenden , dat meif 
de zaak als befli$t en de twist als geëindigd 
mogt befchouwen, vooral na dat de H- H^ 
Ebert en Niemeijer 4n Duitsebland en Dibt 
DIN eq 0TTLE9 in Engeland hunne cegtvaar- 
digheid hadden bptoond bij hpn oordeel over da 
{lanfpraak van flaarlem. Niem^pd pn^^r ha4 
knnneti denken ^ dat c^en geleerde, die zijn 
fiaam liefhad^ zich wagen zoude om op nieuw 
fds voorvechter van de aanfpraak van Gu* 
tBNBijRQ al^ den ^rfl$n uitvinder pp te trer 
dep, en dat die van Mentz hunne ijdel lieid 
zoo ver zouden uitftrekken , d^c zij vroeger dan 
in 1 840 het Eeuwfeest van het }^egin der druk«; 
kunst aldaax ^ zouden vieren. 

Wij beiden befloten derhalve van onze po? 
^ng, ten minften voor als nog af te zien* 
en te wai^hcen » Mme er misfchien kom^a k(mda 
by dQ aankcind^ing v^n de feestviering in 
DQitschland. 

Toen 



( asi ) 

Toen ik het laacfte blad vm het werk van 
den Heer Schaab had gelezen , en daarbij 
gezien, dat men te Mentz waarlijk tot eene 
vervroeging van het Jubelfeeac befloten bad^ 
en dat de Schrijver hiervan eene aankondiging 
had gedaan , ala van een fchoon begin , en dat 
fy de Commislie als door den Geest van Gu«> 
99 TENBERG gezegend , nu eeii werk volbrengen 
^ zonde, waarop men federt eeuwen bedacht 
y^ was geweest,'* vestigde ik de aandacht van 
mijnen vriend op deze zaak, en bet gaf mij 
genoegen in den reeds vermelden brief, welke 
mij tot iiet fchrijveii van dit ftuk heeft doev 
befluiten , faec volgende te lë:sen : 

,, Offchoon ik nu vooreerst niets voor de 
,9 drukkunst kan doen, ben ik het volkomen 
,9 met U eens, dat er (indien wij lust, leven 
99 en gezondheid hebben) voor het jaar 1836 
99 iets nieuws en goeds van ons moet voor 
99 den dag komen. De door U bedoelde pracht- 
99 uitgiave was daartoe het best gefchikt; ftof 
99 is er genoeg voor handen. Mogelijk is de 
99 ftand van zaken tegen dien tijd zoodanig ver- 
99 beterd, dat men op aanmoediging kan re- 
99 kenen: wees verzekerd, dat ik mij niet ont« 
99 trekken zal; wanneer wij dit werk geza- 



,9 me- 



P4 



C ^32 ) 

^ mentl^k beari^difeo, dan kan èr iscs -goeds 
^ van worden.*! 

Niemand gevoelt meer dan ik liec gewigt vat) 
hec affterven • van Koning in dezen ^ maar verr 
miC9 ik reeds over die werk veel beb nagedacht 
en aa^geteekend 9 zoo zie ik er nog licht itl 
om tjiet behulp vui zijne aanteekeningen ^ mep 
bijftand van zijnen hem waardigen zoon^ en 
by behoud van lust en kracht, deswege iets 
volledigs te kunnen daarflellen. 

Ik meen dit berigt piet beter te kunnen ejin* 
digen, dan met mij genegen te verklaiien om 
deze groote pogiog voor den roem en het regt 
des Vaderlands met zorg vpor mijneq naam t^ 
^illep ondernemen. 



GE- 



GESCHIEDENIS 



VAN HST 



KEUKENZOUT 



IN B« 



^ED^BL4ffDf:^, 



P5 



GESCHIEDENIS 

VAN HBT 

IL^UI^EN^OÜT 

'in HM 

NEDlSRLANliEN. (♦) 



^EfiSi GEACHTE J'OEHOOAPERS ! 

« 

Jljy de voordragc der verhandelingen^ later 
uitgegeven met den titel : Gefchiedenis der da- 
gelijkfchf kost in de burger • huishoudingen\ 
en wel bepaaldelijk bij de fifdeeling oyer de foe^ 
yoegfels tot de mdd^gtafel ^ is er door mij op 
hét woord : zojtt het volgende gezegd : 

^ Dat 

(*) Qeze Verhandeling is voorgedragen in het Nacnur* 
kundig Gezelfchap te Utrecht en hiter in de Maatfchap- 
pij: Eslix Meritis te Amflerdam. Ik hèb geoordeeld het 
beste te zijn oni dezelve te laten in den vorm zoo als h<t 
gefteld isy en ik verzoek dezelve aan te merken als een 
vervolg op het ftik , voorkomende in hét lOz^ flak .van 
dit Mt»g9kferkm 



^ Dat hec mij onverklaarbaar voorkwam ^ 
19 welke (lof de bewoners dezer landen in de 
^ middeleeuwen hebben gebruikt, om bunne 
,9 fpijzen naar eispb te zoi^tePr'^ 

,y Toen de zeevaart nog in bare kindsheid 
19 was 9 konde er geen ruw zout uit de Spaan^ 
^ fche Zfc of van de Franfehe kusten ^worden 
ff aangevoerd. De zoutraynen in Polen en Hon* 
ff garijey waren ^e ver af^ en d? gradeer hui- 
,9 2^fr in fFesfphalen en elders , beftonden nog 
„ niet.'* «*' 

99 Daar beftaan wel eenige berigten aangaan-r 
99 de het felbamen^ en hoe men in de der* 
99 tiende en veertiende eeuwen op het eilan^ 
99 Schauwen in Zeeland fijn en wit zout gehaald 
99 heeft , uit 4e verbrande derrij pf hec moer 
99 met zeewater begoten « maar ik kan mij niet 
99 voordellen , hoe de zilt^y door die trafiek tp 
,9 wege gebragt , to?feikend? heeft kunnen ziji» 
,9 voor de algemeene behoefte/' 

99 Eene goede gefchiedenis van ons keuken- 
99 zouf en van de zoutziederij is iets , hetwelk 
99 ZQO veel mij bekend is 9 in on:;e Jl^etterl^undQ 
^9 ontbreekt.' 



i 



Dit gezegde is destijds met eene byzondere 

aandacht vereerd , en wel door eenen man 9 op 

wiens 



Wiens oordeel ik den tneescen prijs IteL (^) 
Deze droeg later aan mij voor , of bec niet 
raadzaam ware de aandacht van een def Vader- 
iandfche Maatfchappijen op deze zaken te ves** 
tigen, ten einde door het uitlooven van eenen 
eereprijs j de Letterkundigen aan te raoedigep , 
om dii onverklaarbare zoo mogeljijk op te 
helderen en het onf brekende aan te vullen. 

Weinig tijds daarna» werden in een der jour? 
balen (f) berigten gevonden aangaande het fel- 
barnen en ik zag mij daarbij den weg tot ver- 
dere nafporirigen gewezen^ 

Te zelfden tijde had ik het genoegen iti een 
nieuw werk van eenen onzer Geleerden zoo 
vele berigten te vinden aangaande, den vroegen 
handel der Nederlanders in zout^ en het vee- 
voet van hetzelve herwaarts ^ dat er voot my 
in dezen een geheel- nieuw licht opging, , . 

Ik zag. my 'door dit een en ander aangemoe- 
digd , oin de vooFgedragene taak zelf pp^.te 
Vatten, en. naderhand al verder. gaande bij miji^ 
onderzoek , werden er eerlang zoo vele bouw; 
IloSen gevonden, dat ik mij overtuigd mogt 
houden een ^rooc ^ gedeelte van dit vermeend 

raad- 

- (♦J Wijlen l KO01N6/ . . . ^ 

r 



faadfelachtigè te iunnén oplosfeft, èn ik 2ag 
mij bierdoor opgewekt, öiö dè gevolgen miy 
her nafporingen niét vooi' iffij zelren té hou-» 
den. 

Vermecnende , datt dit onderwerp eenigziöS 
behoorfe tot de onderwerpen, welke m dit 
Gezeircbap behandeld worden y beb ik Tf^heid 
gezien ^ om te terondefftellen dat dé mededeé^ 
Iing of voordragt te dezef plaatfe niet ah ge- 
heel onvöegzaam zal Worden befcboüwd/ 

Aan het geheel is het opifchrift gegeven : 
GefchUdeMs van het keuksrizout in de Ne-" 
derlandeiii 

!k itfeen vooraf te tofogétf zeggen i ^at GijIJ 
thans geéne éigemlijke Phij/fféhe vefHandelin^ 
over' het keükeritout i\x\i mogen verachten/ 
Dé breedvoerige ftelfelmatige befdhöuwing cif 
3e fcheikundige oncleding van het' zotft, rij 
aan de Heeren Phijficï en Chemid oVerjgelateh^ 
ïk hoop ^e zaak' alleen HistorUdh'tt befchoff' 
wen en zal alzoo oj) mijoen eigeii 'grond trachM 
ten te bleven. 

Mijn oogme?k is, otri eeiist te handelen ovfe^ 
de vroege pogingen tot het vinden van zout of 
het felbarnen ; daarna over den droegen ftan- 
voer van het zee- eijL fteenzooc herwaards en 

ten 



téti doffe beit begin en deh vóortgaitg der ïra^ 
Hek van het keukenzout te befchonwen^ 

Dit eed en ander te bewerken wa^ tè iÈOf- 
gen^mer^ omdat ik faterbij de gelegenheid ei(- 
langde met lof te- gewageü van de handelsvli^ 
en Indnstrié der Nederlanders ^ Welk mtsfchièè 
lü geen opzigt meer dienst aan de andere^ voh 
ken fa'éeft gedaan^ dan door faec afhalen vaiï 
Tiet ruwe én het aanvoeren van het gertfineeiv 
^e zout eh'vian welke industrie /thans hög stllè 
buisgezinnen hier te lande , dagelijks de geze^ 
gende gevolgen ondervinden. ... 

Voor wg het veld onzer beichoöWlng {d^ 

» - » - . » 

Iredèrij^l l«t niet ongepast zijn, Irortëlglttè 
doen opméiteh, welk een bf zonder bdaHg 
hreh Vatt ofudshèr, in het Zont heeft gefteW; 
zout 'iï hete f dan goud^ is eene algemeehe 
Iprèuk/*'-' t". • ' ' '.'*'- • '•'•-'•'• 

De Romeinen fteMen- hetzelve met de zöü 
gelijk / ïèggeödè : 



Sólè a^ fa Ie 
^hnnia cünfer^antur. 
(Tte zon èn *t'zöut, 
^t Heelal behoudt.) 



xl 



• » 



*« « • 



!•; ;{ 



/II-// 

Hec' 



. Het zoQt wer4 ^T,dt )Kotneaifii, bg ^ 
dienst (der Huisgofien ^ als onmisbaar aangie- 
ifierkt en bovendien .;^i} d^ mee&ce offerhanden 
^«bifuiku De eerbied voor de. gave. der ftoffe , 
welke het ligchaan^ en de fpyzen voo^ bederf 
ff€fW9Mn was, zoodanige dat df geleerde Vós*- 
^usy zich met redeii verwonderde » 4èi het 
^pt. niet onder het getal der Godco was ge- 
plaats, vraMeer hetzelve waaffchijnjiik als cte 
dochter van Neptunus zoude zijn aangemerkt , 
tn wel mee meer re^en dan Vi&nv^., die nk 
liet fchuim der zee zonde gebori^n zj^ ^. 

Ook bij de Godsdienst der Joden was hee 
^ut in een gell^dig gebruik , ^ v^n. htór ^lis-^ 
4chteni dat hetzelve Cfok in de mi^Ie^wed 
ien,. later pp nieüW bij de. RoonHc]]^;i(,die!id^ 
Volgens (k Legenden, dér Monnikke^^ |aiid€^ d^ 
H* LAUftÈNTiüs niee alleeü ^^e. pacroqn .der 
koks in het algemeen geweest zijn , maar pek 

van het ZMfj r . > 

Hetzelve werd verder een . ^r vor^tftmanp^ 
in^edienteh van bet wijwater , en;^. 

in het burgerlijke Jeyeiï was-^de beïangflef^ 
ling tfiet fninder.. Bif de ooscer5:he bolken is 
het zónc als nog hjSt.zinnebeetö dïef gastvrij- 
beid 9 en heé ; on4erpaiid der regten hieraan 
verknocht. De gastheer en die gast namen elk 
.^ 11 ^ene 




éeiie Kottcl id dtn mond toer de otiihehltig; 
en alzoo kreeg hec gastregt den n^aid van fatft 
Zoütverbond. 

. Bij de Rusfeh is het aanbod van brood efl 
zduc als nog het cèeken van eene blijde vef^ 
welkoniing. . 

' Bij de Romeinen werd de cafël al$ gehei- 
ligd befchoüwd^ 2oodra hec iouivat daarop 
geplaatst was, en 2do werd hetzelve, hec 
2mnebeeld van liefde, vriendfchap^ trouw, 
èendragc en vrede. Otfk in dé WeScéi'fche 
landen werd hec a!s hèc iiinneböeld vari lief- 
de en vrede befchoowd ; en hierdic is het 
ce verklaren, dac de i^öucvaten in vroegere 
eeuwen of tijdeh zoo bijzonder kostbaar en 
kunftig; vflin idlver, ja van goud, ibms met 
juweelen werden vervaardigd. By van Alkb^ 
. MADE i Van Hasselt en andeten zijn Aj zizod 
vermeid onder de voornaamfte'tafelfhikken. 

Een bejaaM inwohér vin A^flérddm lieéfc 

mij verzekerd^ dac hec bij zijnen groocvader 

an egde van zyne kindsheid nog de gewoonte 

'Wasr, dac deze het zoutvat zelf op dd tafel zee- 

. cede mee hec formulier: 

Treedt toe, maar weest indachtig: 
De zegen komt van God Almagtigf 

V. D. I. S, Q Wiar- 



( 24^ ) 

ymttU door bem het gebed (biatide werd tiit« 
gefproken. 

Iets van de vroegere belangftelling in bec 
toutvac, kwam nog toe ons in bec rprookje^ 
dat: waar hetzelve omvalt, aldaar ruzie en 
cweedfagt zoude te wachten zijn.. 

Het was niet te verwonderen^ dat bij deze 
tlgemeene belangftelling bec zout tevens als een 
geneesmiddel voor alle mogelijke ziekten en on-' 
gemakken werd aangezien. Zeer vreemde voor-* 
beelden zoude ik dezen, aangaande kcinneti bij- 
4>reii2)sa , dan , voorzeker is er geen vreemder y 
daxï dskt het zont een afdoend fouvereitf mid- 
del was tegen, den Dorvel. Van hier het ge- 
bruik bi) alld bezweringen , hij den vuurproef 
tsoi den ieffilvang , en bij het istasfchen en pij- 
mig&n mZé ^ van de befchuldigden wegcfns coo* 
verü* De regeer zelf m^oeac gewijd zout in 
den mond nemenr, om voor de werking vm> 
den Dloivel bewaard te falijvjeo^ in een verhaal 
of eene befebrijsviqg van een der nachtfeesten 
der toovenaar9 en hekfea hg den Duivel op 
den Bbksberg vcmd ik vermeld» dat een oflh 
ingewijde , die in de vergaderii^ was geflopen , 
in het midden van het feest vroeg ^ $% is het 
fy zxmt er afP'^ Oogenblikkelijk ftoven de 
gastheer en de gasten uit elkander en alles ver- 
dween. 






( 243 > 

é^eeiï. Het fcheen 6f iben tocó reeds eett 
Voorgevoel had^ dat ^oodra hec gezond ver* 
ftand zijne regceti handhaafde, de geheeld 
kraatn van dit bijgeloof zoude omvallen. 

Deze laacfte gedachte leidt mij natuurlijk toé 
de opmerking^ dat het Woord zoUi doorgaans 
in den överdragtelijken zin, voor geeif en fó- 
ven wordt genomen. 

* 

Bij Van Alkemade wordt^wrhadld , dat méé 
voorheen kleine kroesjes mét zputwater o^ 
de tafel voorbanden had, ten einde, Wanneer 
er bij de tafelvermaken öf in de gezellige ktin*^ 
gen raadfeb Werden opgegeven^ dit water t€l 
doen drinken door elk , die t6 kon fchoot biJ 
het oplosfen vin dezelve i ala : qf men zeggele 
wilde , dat het hem als nog aan geest en ver<^ 
ftand ontbrak ; en Wie onzer weet het biet 4 
tiat hec voorheen eéne llllle wet van wellevênj'* 
heid Was, óm nooit aan iemand hét soutvat 

« 

un te bieden: tis of men dan fcMjnen' zöndö 
te Willen Zeggen, dat zijne, redenen te laf vle* 
len en er hierb^ eeüige opreherpiog hoodig 
wa6« 

Her fleggén aangaande deze overdragtelyke 

beteekenis zootfe ook uit de Heilige fcbrifteri 

xe bewijzen zijn; dan ik behoef thtns alleêti 

'het voorbeeM hij tt brengen , hoe méu iecc, 

Q 2 het- 



C M4 ) 

hetwelk geestig en levendig gezegd öf gefchré^ 
ven is, voorftek als befprengd met Attisch 
Zout. 

h 

4 

Zeer treel is er gefcbreten over dé onbedetf* 
-kelgke grooce lagen zout , welke er op of on-^ 
der de korst der aarde zonden verfpreid Hgi* 
gen; ook boe hetzelve op plaatfen door de 
zee bedekt y zich aan het water zoude mede« 
deelen ^ en dat hierdoor de verbazend ' grooce 
masfa ziltig nac befbat, hetwelk net den' ai* 
gemeenen naam van zeewater bekend is: maar 
wij beflisfen in dezen niets en zulten óns hieif* 
over geenszins^ in het breede behoeven uit te 
laten. Alleen z^ gezegd, dat dit zeewater op 
onze kusten minder zoutdeelen bevat, dan op 
meer zuidelijke ^ en meer dan op die van Noor- 
delijke landen. 

Op de kusten van Frankrijk^ Spanje en 
Portugal^ werd het van oudsher als eene 
voordee^evende zaak befchonwd, om het zeep- 
water bij den vloed te laten loopen in vlak- 
ten ^ welke met dijkjes of waltenzyn omringd, 
en daartia deze vlakten voor den tijd der ebbe 
af te dammen, opdat het water door de hiice 
van de zon en de warmte van de lufcht aldaar 

wor- 



C HS ) 

worde uicgedampc. De. (lukken worden daarna 
opgenomen, eenjgzins. gezuiverd > op hoopea 
gezec en naar de pakhuizen gebragc, om ysn 
daar te worden ingefcheepc en vérzonden. In 
fommige gedeelten op de klisten van* Spanje 
en Portugal j beftaan te dezen einde gevloerde 
vlakten, welke met d^ken en fluizen tot het 
inlaten en ophouden . van het zeewater zijn 
voorzien. 

Dit zom erlangt in den handel den alge- 
meenen naam van ruw zeczouf, eo bekomt 
dan den bijvoegel^ken naam naar de plaats 
waar het is ingeTcheept , Marennes , St^ Ubes'% 
jillematt^y Kadix^ en%. 

De tweede hoofdfoort is het herg^ oï fieen- 
zwt^ hetwelk gehaald wordt uit de mijnen, 
welke in verfcbillende landen van Europa ge- 
vonden worden , reet name in Palen , Hunga- 
rijë^ Zevenbergen^ Tyrol^ Rusland enz., al* 
vm^ het doorgaans, in ze^r har<^ ftukkea 
moet worden uitg€hak(« 

In Engeland worden thans ook zoutmynen 
bewerkt , in het GraafTchap Chester bij Nor- 
wich; volgen^ de bekomeqe berigten zouden 
er op de Noorbostelijke kusten van Engeland^ 
Schotland f ^ en de .Orcadifche. eenden enz. , 

Q 3 iü 



( ft4^ ) 

te de Tlaktea en kloyeti cu^icheti de rocron , 
Moe grooce menigte fteenzom verfpreid ^ijn^ 
tan nirel^e de (tukken opgegraven of van de 
toefen afgefloooeu en mee den naam van klip- 
zom bekend, thans meer dan voorheen, uit 
Leferppol in den handel worde gebragt en el- 
der$ toe keukenzout verzoden» 

V 

Verder befiaan er in verfcheidene landen van 
Europa^ mee name in DuUschland^ Frank- 
tijk enz., vele bronnen en beken, meer of 
minder fterk met zoiudeelen t^ezwangecd. 

Vermits dit wace^ doorgaatis ee weinig zouea 
bevat, om zonder te groote kpscen, door "^et 
vuur te kunnen worden ui^edampe, zoo was 
het eene zoo nuerige als vernuftige uievinding 
iran eenen Doceor Meth , te Kotfchaw in het 
^erfehuTJgfche y om in den jare 1 59511 aldaar 
|iqe eerfte gradeerhuis te doen bouwen. 

In deze graJeeirkuizen woede hqt wate? uit 
de broanen of beken door pompen in de 
hoogte gebragt , en aldaar door goten of ge- 
leiders mee zeer vele openingen in duizenden 
vun ftraahJQs over fijn rgswerk naar beneden 
gekeen, wanneer de meesee waterdeelen vet- 
vliegen ax de gipsdeelen enz., zich aaü de 
takjes vasckechten* 

Uec overgeblevene vocbe of de pekel wordt 

dan 



C 247 ) 

dan vervolgens in kuipen geleid , en ia de ptn^ 
ncn of ketels verder gerafineerd. 

Vermits dit zont meestendeels voor de om«- 
woners dient » en niet tot verdere bewerking 
herwaarrs wordt verzonden , zuUen wy van bet - 
zelve niets meer behoeven te zeggen; even- 
min als van dat, hetwelk de bewoners vab 
Noorwegen en Zweden ^ in den winter uit het 
^ewater halen, door hetzelve op vlaktcu met 
dijkjes omzet, en met zand beftrooid te doen 
bevriezen , wanneer het onbevrozen vocht zoo 
zout wordt bevonden, dat hec in vaten kan 
worden gedaan en naar binnenslands verzonden , 
om heuelve üèm door vuut geheel . te doen 
uitdampen, 

Wanneer wg nu nagaan, dat op de kusten 
dezer landen geene rotfen zijn, en dat bier 
alzoo geen kUpzout valt ; dat alhier gseae 
zoutmynen zijn, en er alzoo geen fleen* of 
hrgzotéf is ; dat het zeewater niet door het 
onkostbaar zonneyuur kan worden uitgedampt » 
en dat er alzoo geen zeezout hier,.geljyk el- 
ders in het gebruik konde komen, dan valt 
het dadelyk in het oog, dat de inwoners de- 
zer gewesten voor den tijd, dat de grondAof- 
£en door den koophandel en de* zeevaart , her- 
waarcs werden vervoerd , verftokco waren , . om 

Q 4 eenea 



<Maico geoQ^gsitq^ vooriiaad vao ^out ce be- 
komen, voor de behoefcen des levens, gelijk 
onjse Laodgenooten he( federc drie ecu wc i^ 
liebbcin ondervonden en yirg bet als nog dag(^ 
Iijks mogen zien« 

Men mpge io de namen van eenige plaae- 
fen f bij voorbeeld ; Zak - Bommel in Gelder- 
land^ Zierikzec en ^outelande in Zeeland ^ 
Zoutkeuw of Zautloo in Zuid r Brahand eenig 
fpoor vinden, dac hec aldaar voorheen ziltig 
is geweest, inaar van eigenclyke zwthronne» 
en zoufbeken beflaan ec geene voldoende be- 
fcheiden j en derhalve mpe^cen er allerlei mid- 
delen wordep bedacht en beproefd, om cooh 
^nig zout voor de fpijzen, voor vleesch en 
irisch IQ bekomen, en hec wa$ derhalve geen 
wondep, dei^t men ook hiec te ]ande oveiging, 
pn) gelijk het door de oudere fchnjv^rs aan- 
gaande de bewoners der kusten aan de Mid- 
dellandfcbe zae vermeld wordt, 2ouc te win- 
nen door brandend bout, met zeewater te les- 
fch^n» wanneer het zout ;^ich om de takken 
Hicrqste^t of in de af;ch werd gevonden. s 
. Bij onze Qudfte Gefchiedfcbr^vers en wel 
het ee^st bij Gerarous Agricola, in zyn 
werk : de re metallicd , vinden wij melding , 
^t 4^ bewoners óezfir landen, mee name de 

Hol- 



( ^49 ) 

jHolknders, de Zeeowen. en de Friezen, het 
noodige zout voor hunne fpijzen op deze wijze 
bekomen hebben. Elders is aaogeceekead , dac 
dit gebraik tot in ^e vijfdende eeuw zoude 
hebben voortgeduurd , maar dat des menfcheA 
geest al verder gaande, bij het vermeerderen 
der behoeften, nieuwe middelen had geaocht 
en gevonden* 

De eerstg(smelde fcfarijver meldt echter niets 
van het verbranden van den derri of van het^ 
moer en van het. uitgieten pet zeewater, het- 
welk vervolgens met meer vrucht zoude be- 
proefd ^jm, en net den bgzonderen naam van: 
Selbarnen in onze Gefchiedenis is vermaard 
gebleven. ('^) Van deze bewerking wordt in 
het werk van Wagenaar niet alleen mel- 
ding gemaakt, maar er komt ook eene af- 
beelding voor , naar eene oude fchildenj. 

In de kranijk van Zeeland^ door Van Rbi]- 
PBRSBERQ van Kortgeen , ziju dcswcge de 
eerfte naauwkeunge berigten. 

Zekere Liringus of Loringius uit Hunga- 
rye gevlugt, zoude dit gebruik aan de inge- 
zétenen van Schouwen geleerd hebben, alwaar 

men 

(*) Van Alk£MAD£ , ÏHsehpkgtigheden. L <4« 



( a5o ) 

oseh de zilt9 van hec tMer\ hec e^t zöttd« 
hebben o|»gemerkc. 

By gebrek lan hout , zoude men aldaar f y« 
overgegaan, om ^^arrij of hec is^a^r, J^rf- 
rink geheecén , van de fchorren op te halen « 
dezelve rot asoh te verbranden en met zeewa- 
ter te ieafcben « wanneer men een zMtvtr ea 
fijn wit zput in de asch zoude gevonden h^b^ 
ben. 
^ Volgens het berigt van Corvelis Battus ^ 
^n geloofwaardig Schrijver, was dit bedrgf 
reeds in het begin der dertiende eeuw^ aldaar 
uitgeoefend; en dit zout had vervolgens een 
voornaam deel van den handel uitgemaakt. 

In of om den jare 1340 had Graaf Jam van 
Hekegouwbn aan die van Thohn , eenige vnjv 
heden tot die bewerking verleend , en het iraa 
niet alleen op dit eiland en dat van Schouwen , 
dat het f^lbarwn voortging, maar het ge^ 
beurde ook te Roemerswaal op Zuidheve- 
land en op andere Zeeuwfche eilanden. De 
derrij of het moer werd dan opgehaald van 
4e fchorren buitensdyks ^ tevens van het 
drooggemaakte land binnensdyks, waardoor 
volgens het zeggen van Battu$> de vrucht* 
baarde velden in moerasfen werden herfchapen. 

Die laacfte maakte weldra het toezigt der 

hoo- 



C ^51 ) 

faoogf» regering noodig» en verfcbeidene pbk- 
kacen verfchen^n er» waarbij het durrikdeh' 
f fin en het felbarmn te gelijk verboden werd. 

Het eerde plakkaat » dat mij in dezen voor- 

» 

kwapi, is van Maria van BouRCONOië, van 
den jare 1476, en het laatfte van Keizer Ka^- 
fXL V., in den jare 1515» alwaar dit b^ 
dryf als nadeelig wordt befchouwd voor den 
iandboDW en de gezondheid. 

De beroemde Adrianus Junius, verzekert 
in zyn werk: Batavia ^ dat de zucht, om 
zout op zijn eigen land te maken , door de 
aardkluiten te verbranden, en met zeewater te 
begieten , ook naar Ifolland was overgewaaid , 
en dat men om het voordeel van het ziUzout^ 
de vettigheid der akkers zoude hebben opge- 
offerd, waardoor het gekomen is, dat de lan- 
den pp eenige plaatfen zoo laag zijn geworden. 

Mr. J. J. Raapsabt van Ouderiaerde^ 
beeft onlangs gezegd, dat dit Selbarncn of 
darrinkdelven zoo algemeen zoude zijn ge- 
weest^ dat hij hieraan bet ondlaan van vele 
poelen en moerasfen , beoosten de duinen , van 
Calais af tot op Texel ^ zelfs misfchien vata 
het Haarlemmermeer j en vele andere meeren 
in Noard -Holland vcrrteent te mogen toe- 
fcbrijveü. 

Naar 



( *5» ) 

Naar dsyn oordeel 13 hij in dese verojDdejh 
(telliDg ce ver gegaan« 

Aangenamer was bet mg, door xga betoog 
bekend ce zijn gewor4en , met eene natuurkun* 
dige verhandeling van Du Rondeau, over dk 
zUtzout^ welke in. de werken der Academie 
der wetenfchappen te Brusfel^ in den jave 
1773 is medegedeeld. (♦) Dèfe geleerde 
had tevens zeer naauwkeurige proeven gena- 
men, in hoe verre de uitkomst van dit feU 
harnen 9 het zij op brandend hout » het zij op 
verbrande dsrrti^ of moer ^ aan de verwachting 
zoude hebben voldaan , en waarlijk , men moet 
zich dan over de geringe uitkomst verwon- 
^ren. 

Bi] eene proeve door het blusibhen van eene 
brandende mutsaard, met acht ponden water > 
waarin één pond zout gedaan was» werden 
van de twaalf oneen niet meer dan vyf oneen 

en 

(*) Memoire fiir la nttare du fel oommun, dont les 
•nciejM Belges et Germains fkUbienc ufiige , par M» du 

RpNDEAy. 

Voorgelezen in de ziccing der Brusfelfche Academie» 
24 Juny 1773 ; en geplaatst in de Memoires de t Acaiimit 
L et R. des fciencez et belks - lettres. T. L £d« u 1780. 
P. 35<5» 



C ft53 ) 

èn négeo en veertig greinen zout geincrusteerd^ 
ie mg gevonden. 

Al ware het nu dat ik de berigteH van onze 
oudere Gefchiedfchrijvers over dit felbarnen 
els geheel waar aannam^ dan nog zoude het 
mij onvericladrbaar blijven, hoe hieruit in de 
behoeften van de ingezetenen is kunnen wor- 
den voorzien. 

Ik meen echter hierbg niet onaangewezen te 
moeten laten, dat het getal der bewoners de^ 
zer landen in de dertiende en veertiende eeu« 
wen , . ongelijk kleiner was dan in de laatftè 
tgden i en tevens , dat de leefwijze der Neder- 
lltnders Voor en in de veertiende en vijftiende 
eeuwen zeer eenvoudig was. In het Paralel-^ 
Ion of de vergelijkingen van Huoo ms Groot , 
wordt verzekerd, dat nog in hee eerst der ze- 
ventiende eeuw, de meeste inwoners dezer 
landen van meel- en melkfpijsten leefden^ 

Wij kunnen het derhalve ak waar aanne- 
men, dat er in die tgden een ongelijk min- 
dere voorraad van 7:out herwaarts behoefde ne 
worden aangevoerd ^ dan in kt^ren tyd. 



n. 



Bij onze befchouwing van den loop des 

vroe- 



< ft54 ) 

iriroe^xï aanvooia van het ruwe terg- of zéê-^ 
zout zullen wij eene fcheiding moeten nakes 
cusfóhen den invoer langs de riyieren en aic zee. 
De berigten deswejge nullen ons eene hog meer 
Voldoende oplösfing geven, van hetgene voar« 
keen raadfelachtig of duister yoorkwam^ 
' Aangaande de ifr0eg€ ^art van de Nedert^ 
landers op den Rhijn^ zijn ond ofldai^ de 
keurigfle eri geloofwaardige berigcen meelde- 
deeld in het werk van Mr. Jj A. NgHovp , ^* 
tfceldr Cedenky^dardighêdèn uit d$ Gtfckit^ 
denis yan Gelderland. 

• In dé keuze der dnukgègeveifè óirkmdén töt 
'het kennen ^an den to$fiand dier Proviniié 
in de' eerflê helft der veertiende ee^y ^ ie éé 
geleerde Sehrgver i?e werk gegaan, geheel naaif 
iiet bekng der zaken, en atzeo vindt tneti hielf 
geene dorre oudheids - ftudie , ndaéf^en ziet 
den mensch w^rk^aam en vooral in den han^* 
del, «- iA den rnithandel van becgene men te 
véél of ce weki^ had en waardaof daó vAtt 
#edeFZ}jded )n elks behoeften werd voorzien. 

Zeer vroeg moet er eed loffèt^^ke ijter Mf 
dezen bij de Gelderfchen beftaan hebben^ Uit 
het oudfte tdboek te Lobithi betwelk be-' 
waard is gebleven, blijkt het, dat er in den 
$afe iy>6j if$o fchepm den Rhijn j^jn afge-> 

ko- 



C 455 ) 

Uótnehj in^gabêei 80 van Zutph£n eü li^ 
van Arnhem^ eo dac de lading dezer fdiepea 
meereodeels beftond uie wijn en zout. 

Het trordc hieriiic bmcen twijfel ge{teld ^ dac 
het b$rg-\oï fieenzout nit de mijnen' natr de 
koopileden. of itapelplaatfen aan den Rhijn is 
jvervoerd en dat hetzelve üldaar voor de. Gel- 
derfche icoüplieden en factocnrs, die in Ketdeu 
.en elders meermalen eene bijzondere betcfaer* 
initig erlangden , gentakkeiyk is ce bekomeii 
rgeweesi 

Wy vinden verder iti géneld hoek gezegd, 
dat vooral vaa Harderwijk en J^ufphen een 
-grooee uitvoer vin zóuf-ndxt de NoordeKjke 
l^kett plaats- vond: zoo zeKs^ dit de koop* 
liedea vaa. jdeze plaatfen door koning Wolds- 
MAA. in. dep jare j^i6 met bijzondere privile- 
giën zijn voforzienf, ipex toebdng om te Ska- 
nor i eoie fiad hi hejf Zuideli^kile gedeelte van < 
Sehoonen i eene eigene iactorie of ftapelplaats 
te houden , alvraat zij zélf den haring zoutMi 
om denzelveft , benevens vele producten van 
het Noorden hervB^afts oe voeren. 

Wanneer wij op dezen vroege eti geftadigen 
mvoer yzn isfifuè vw den hant der rivieren let- 
ten en tevens nagaan, hoe het in dit werk be- 
wezen is ^ . dat de Gdderfche koopliedeii des- 
tijds 



tgds lo vele betrekkingen ftMdea mejt dé fn» 
gezecenen der omliggende Provinciën , en vet^ 
der dac deie afvoer zich nièc befyiadcte tot Gel^ 
der land i maar zich ook zeker beeft üitge* 
.ftrekty tot meer Westelijke fledèn en plaitfen^ 
xnec hgme daar Dordrecht i slli^aar Vroeg dè 
ftapel was van deb Rbijnfcheh ^n, .dm komc 
het itti] als buiten twijfel voor, dat nit dien 
invx)er in de behoeften vah vele ingezetenen 
dezer landen zid igtx Voorzien; 

Aangaande den vroegen invoer van .het zone 
uit zee 9 heb ik inagetijks verfcheidene Vol- 
doende berlgten kiinnen opfpören. ^ 

Wij moeten de Gefchiedenis' . vati hec vair- 
gen 9 zouten en vervoeren van den haring én 
van hét bereiden vin den kabeljaoiuw tot zoa- 
tevisch in dezen niet voorbij zien,- dis flaande 
dit een en ander óaar mgn oordeel in* een on- 
middelyk verbaiid iati den handel, of liever 
met het halen van het ruwezoutvzn de kuisten 
van Bretagnè en misfidiièn nog van mker zoh 
delijke lauden. 

Volgens de berigten bij onze Oefchiedtchrij- 
vers zoude de haringvangst oni den jare 1163 
dóoi^ die van Zierikzeé zyn begonnen (^*) en 

meer" 

(O ËaANDT ftzi Ctkhtu , Énk/mitin t ai. 



( ^97 y 

meé: . zeker is: fict ,' dat Aan ,4e, flad BróUwérs^ 



; recfds iti defi; jacé 13449 het privile^ 

Van eene TTtJe.hkrIngmarkt is ' verleend* ' 'f 

\ Gendegzam Is het t^veos bewezen, dat iA 

vangst en handel in haring itted^ be(lond> 

root het oitvindef^ van het kaken en in sonden 

üaan vën 'deqzelVeiij dbor Willbm BeükbiI^ 

\z6oH van Biervliet ; on? deft. jare ï^o, (*]) 

Welk bedrijf later door het boowen v«i b\i}^ 

'zen, alleen voor deze vangst ' gefchik; 9 om 

den jare 1410 .en na de tikvi^rdiqg van het 

gröote haritfgnet te ffaortt m 1420^1 eeaen pp,* 

gang nam , waarvan wy thans- geen idei^kbeelci 

'künneli vörmem Wanne€t'w^:Qagaan bQe groot 

• het getd der vastendagen' over het gebeefe 
.jaar is geween ^ en-hoe fi;ipte}ük - de ^ bevele}! 
.hierover aohxefvolgid. werden jr dan auilen wfl 

gereedelijk geloown dat dfi. haring: een aao- 
?stenl()k gedeelte, beeft uitgemaakt' van de dage« 

I^kfche kosc :vg^r de verfchilienée fiandeni.,; 
, onder ile inejesc^.foll^n. van:j£i^ri^^^> en dat, 
.gelijk 'Db GRoorver^ejcert» de pngrder eet- 
< n^a^efn -fteeg of daalde^rnaar den prys van d^tï 
.harMig. : . . ' , 

♦ ■ •'■'.-■ . , lik 

' (<> ZwBRftft VJSN BoiAoi^ , 'T^ür^/ vim BMIdnd:^. 
f G>ïiceiARDiNi^ p. 3?a. . . ; , . . • '* 

.;, V. D. l. S. R 



Ik meéti tnij verder vertekerd ce mogen hotf« 
den. 5 dflc ceeds voor de uitbreiding der fatring* 
vangst y é&i aantieii&jke bandel in 2oot^ en wet 
in ieizom ia gedreven ^ door die vin StavoUn 
eb Énkhuikêm 

'■ Dat aft de eerde plaats vroeg ook op hec 
Noorden gevaren werd^ blijkt niet alleen uit 
liet 'Verfeenen der privilegiën door Koning 
WACiOEMAti in den jare 1310^ waarbij aan de 
burgera vati Stavoren onder meerderen werd 
^dègèftüati , ddt ti} bet eer^ voor allen in de 
SAHd iöbdeb verti^lkif^ maar o<^ uit aofdere 
VoHoende beHgten^ ' 

/ De oüdlle befcheiden deswege 2ljn bu den 
bftnd.va6 het Ifedshüii» in 1734 verloren ge- 
rakkt, nMèr het blijkt Van elders genoegza]am ^ 
dbt dè hskndël inr zout ^ zoowel ala in haring, 
aMbar' bijzDïïdèr (lerk i» geweest. 
. Vermits te dier plaètfe ook voorzeker het 
ttM'^ WaftÈfèer het gevittagd wèrd^ aan de om- 
wouét^ v^d gefleten, kat het Ath verklaren ^ 
dut de Fribtett lang voor dé 2e9t!eftde eeuw, 
iiët ▼èrese'efate tont niet alleeft voor hunne 
dl^lijkfche kost hebben kunnen bekomen, 
maar ook voor de bereiding van het zuivel, 
x^f liever de boter en kaas, het welk volgens 
de berigten, vroeger uit Frisland ^ don vom 

el- 



C af9 ) 

t\det& (t>èift tnisrcUen oUgeioocktd) Wité 
uitgevoerd. / 

Dat die üxi Ènkkktüthi ^liaeg èefi «m2idlw 
lijli deel in den handel in baring ra zout ttt 
hngden, zoude orok bteëdvoetig uic de weT' 
ken van Brandt en Veuus ce bewüiseh tijai 
In de Kronijk van Medemblik van D; Bor*» 
OER , C^) wof de flellig Verzekerd ^ dat men al-i 
daal' een' groocen overvlo^ zout uic nirfti* 
fche en zeewaceü^ vervaardigde , hetwelk ^ij zilt- 
zout noemden » en dac z$ i nadere ge|egeqheid 
gevondeil hebbende ond Frailsch en Sj^aansch 
grof zout te halen , hierfn eene. groote nering 
dreven^ De burgers erlangden vie^olgens het 
privilegie 9 om het eerst na die vao StavoréH 
)n de Sónd te TertoUen^ en men begrijpt lig»' 
telijk« dat deze en dcrgelyké privilegiën nieif 
gegeven werden om de Crelckrfchen.of om die 
van Stavoren én Enkhuizên zelven^ ihaai" 
ireehd om de voordeelea welke zi| ftan Jt>M^ 
marken en Zweden aaabnigtén. ytmici funti 
qui di^ites faciufit. ^ Vrienden zyn het, die 
ons njk oMtken » die mee geld tomen ^ i9Zft 
eeoe ottd« leer bij de Vorilen* ' 

He( Ueek mfj verder 5 4at éi» «as Heurn 

R 2 



iksgdijl(s .rèed9^yróeg:of> de hustïeti van Bfé^ 
tagne voeren om zouf. Te Hoorn erlangde 
«fine. (bon : ym. : ith^pen \ dèü b^Mnd^en . mtfim 
rt'f^i^bornfthl^.::souihüdld<rs.\.^.> . , 
'I Het wordt hierdoor naar miifn^ gedaditetï 
bojten twijfel 'gefteld » dae de inwoners vatf 
Noord ^ Holland ^ uit de Hoorófcbe ên Enk-^ 
Kttizer pakhuiien , den' npodigeti voorraad voor. 
hunne behoeftes konden erlai^eo^ ' 
-..Het bleeit. mij verder uit het. werk van Ba-» 
iÊN, dat ce Dordrecht insgel^$ :hQ:dw vroct-* 
goa blpei des handels, zeer^V^el' 90U( Oit.zee 
;f7erd.aan- ep vervolgens wedek^ naar eldefs uit« 
igsVoerd : dan met dit alles , zijn ex vaq r geene 
Aeden in aas Vaderhndi zoo velp en voldoende 
l^rigtèh^; aangaande den vroegen, handel ia 

ibHebben hd^^. hij:. :de. vorige gefógeitheid eene 
ioiFeIijk:e. .niehling gemaakc van het bedlijf 4er 
•UecStta; DeJ. HuoBKRT^ >de . aanzienlijklle kóopr 
Jiedè^ \ aldftar in < de veertiende en v^ïdend? 
xéuweft;» "die hnone' geboorte \ftad> toe. d$ei fis^ 
^ei maafcicDitab: den Franfchc^ jwyn» geenen 
minderen lof vgrdjeQden zij ^ dooft het voerep 
^^^tu^den J^at^ i» ;?;(? w en ha f ing iö h«t gröpt ; 
•vat dit laatfte heeft die familie ook zeker , ge- 
lijk^ de ilad Enkhuizen^ haar wapen (^^iejha- 

- ' rin- 



r 



• C 26» ) 

t 

ringen) ondeend, hét welk later ; toett.e» 
hunner, den Hèbrceg, Philips den.' Schoonen], 
met buime eigene fchepen naar Spanje voeritf, 
bij de verheffing tot den AdeKhmd, metidt 
fpreuk: i, "waah Hu^bertT^ werd vermeer^ 
derd. ^ . - ^ 

' . Zierikzee wetd door faen^ ^gens de berig^ 
een by GuicciAROiKi en van Böxhorn ^ ook bli|r 
kens andere befdieiden , .tot de ftapelplaats vaii 
éea zouthaddel gemaakt. . De . trafiek van zil^ 
zout y hield aldaar weldra . geheel op , en wei*^ 
^vervangen door die van het kei&ehzout '; ^ de 
eérfte: keet te dezen einde zoude aldaar in dén 
jaie 1501 sgn opgerig^ 



m. 



. Wy zulten over bet belang van het keuken- 
zout voor hec dagdijkfche leven, de gezond- 
heid 9 den landbouw y de zeevaart en vele fa- 

' brieken , niet behoeven uit te weiden , maar 
ik zal mij alleen bij een kort berigt van de 

' vervaardiging van hetzelve bepalen , en wel uit 
het ruwe zeezout ^ hetwelk van de Franfcbe 

• en' ook Spaanfche kusten herwaarts werd ge- 
voerd. 
Het bj^k .ons diet wldoeode, op welk ee«e 

. / R 3 *y- 



oazQ voDrooders het niwe zeezout heb* 
hen. gebruikt, voor dat de volledige rafimderg 
,}Aet te l^nde was ingevoerd. Het kont mij ala 
het meest waarfcfaijnli|ke voor , dat men reedfi 
vroqg, geli[ic het nog gefchiedt hi Frankrijk 
en elders» de kleinfle cbristallen of kqnels 
van het ruwe sout anti hebben uitgezocht en 
dé groote verbrijzeld, en daania alles gefpl^ucl 
in natte wollei^ zakken, wanneer de aardach- 

^*ge vui}e deel90 in de wollen (lof bleveq ban* 

Zeker is l^et^ datook in eenige kloosters, 
de^e foort van rafinaderij plaats vond, en d^^ 
men aldaar voordeel zocht en voq^t door dep 
verkoop v^n «ulk eenigszin^ gezuiverd zout, 
herw^Ik men d^n gewtjd zout poemdp. 

Veelvuldige berigcen zijn er van de toene-^ 
mende vaatt op de Spaanfcbe, Portugefcbe en 
Franfche kusten, tot het afhalen vap zout in 
4e zestiende eeuw , in welke ook de bloei der 
trafiek van liet ktskemzout en de afvoer van 
heczdve naar het Oosten en NoQrden , alsmede 
4e bloei der grooce^^m andere vislbfaer^en, als 
met den dag toenam. 

De opgave dier berigten zoude vervelend 
zijn. Over één gelukkig toeval , hetwelk vni 
het hoogfte belang voor den zaathandel, ja 

voor 



voor de volkswriYtafC wetd^ eto Uj de meeste 
Cefchiedrchryvers onvermeld it gebleven • vtlt^ 
.meen ik eenigntt» bieedvoeiig te mogen ge- 
.WBgen. 

Tot in den jare 1598 hadden de Nederkiv* 
ders de vaart op de Spaanfche en Portugefclie 
kusten en den zootbandel» mee grooie gevax^n 
aangehouden 9 en deze voordellen aja uit den 
brand gehaald» 

Te dien tyde werden er in de Spaanfche l^i* 
vens vele fcherpe maatregelen genomeq om a^p 
dien handel een ehide te maken. Schepen ^ 
koopwaren werden aangeQagen eo verbeurd ver- 
klaard; de fchippers en het fcheepsvolk g;* 
vangen genomen en op de galeijen geworpen , 
en vervolgens werd alle handel 'en vaart aan de 
Hollanders roet vele bedreigingen verboden. 

De Regering hier te lande nam wel repre- 
falien door verbodsweeten ; zVj rustte ook eene 
vloot uit tot befcherming van den handel, 
maar dit konde niet te wege brengen , dae men 
eenen genoegzamen voorraad zouts erlangde 
voor de beftaande trafieken , de visfcherijen ^ 
enz. 

De verlegenheid fcheen aanftaandei geluk- 
kig kwam er op bet minst verwachte » eene 
uitredding in dezen » boven wenfchen en bop«. 

R 4 Wö 



/^ 



C 2^. 5 

t Wij zullètt dbt cberigt iwt de eigene . woov- 
den vm Van. Meteren iMdedederi. (1)) '. 
- JNa . 4^ iveEhal^* van . hst geweld . in Spanjtt , 
tegen de Nederlandfche fchepen en fchipperoL» 

■ 

irolgens de 'berigcen. >^ de. toenemende vaact 

'^ OostindiSy Brazilië 9 en op alle .de kq- 

ikosteq xon ffhsfindiè' en de eUaHdeo » ep .h(j 

iteff. Dtt op her jaar 1598: . :, 

^ Oock zyn der onder andere drie fcliepeii 

•iy uyt: ^eyl/imi tbcjegerust , .ter ontdekking van 

% ^i^ gottdoaifQ , omtrent Guiana ; zy . hebben 

.^ Yoords alle eyhnden aldaar bezeyld. , Zq 

^ vonden eylanden onbewoont , die zy de zouüe 

,> eilanden loó/^m^^ daar .zij op de klippon 

' ê 

, : . II fter 

C*) pij Van Reydt, ae, drpk , bl. 399, op ^599 wordt 
flit geval eenigzins anders befchrcven : ... 



n 



Nieuwe foute - ylanden.' 



. ^ C^.n EnkHuyfer fchip , met fout geladen « quaiq uyt 

\ een ïylandt nae by WeitincUen op de hoogte van Ca- 

* ,, harien , liggende > hebbaide niet meer als festien wéè- 

'.^ ken ruytgeweest, welken t^d men te Cadii (bm ha- 

^ ^ lendQ pla^t tQf . t? :bj^ngen. Pu^ rustede ficH 4e/- 

„ tigh groote fchepen derwaerts, verblydende fich elck 

9 een , dat mcu Spanjen des a^ga^nde misfen n)ogte » 

^"alwaer fy het fouc moesten betalen en hier 'fcHepte 

^^ meu het v«n de ilrant om niet» en ^twss* een derden 

. ;,. deei beter als het. Spaenfche ,foac»' 






C ^Ö5 D 

'^ feer veel goet zouc vonden, <kt van faéc.offr 

yy germecen water uyt ter zee gécongeloerd cf 

:^ gebakken woidc sxl feer wit, fyii eo.il)srk. 

i^^ is, be£cr. dan eenigfa ander .en feer . ;£enft(»- 

^.lyk om /in Holland en ^elaod . daaiaf gera&- 

„ deerd. fout. te maken/' i . , \ 

^ Qi£ fooc lag aldaer ^oot .het, opfcbepptS), 

^i^ koste met als :faec lialen: en. laden en nii>vii^ 

^ den er wel 80 k 90 van de grootfte fcbapen 

yy jaerlyks hare neering; de reife is foq grooc 

. ^ niet y . want men weet , dat het «enighe .glui- 

'yy daen hebben in elf :weken uyt en tays , an- 

99 deren in jweihigh m^r, n^idit de wind^ 

„jdiendcn;''/. .... . 

95 . Dit .biengt nu iaën Spaengien en Faorta- 

99 gal een groot agterdeel aen^van waer.de 

'^ Hollanders h^t ibut .voor. 'gek plegteh te 

ïyy halen en . dat door het ^ vetbod der vaart in 

^ Spaengie gedaan.'' ^ \ -'^ 

Zoo verre Van Mektsren*:^ Wij zouden :de 
tbertgtm over .deze < zoo gelukkige als onver- 
vwgchte ontdekking uit . de werken van. Rxip^^, 
vPiSTER TwisH.en anderen kunnen ver(kerken, 
maar het zal niet noodig'izijn. De laatfte meldt 
.dat^eenige ichepen; c&de reizen deden ia het 
• jaar. : . . / . .1 

Hoe, lang .de^ voordeolige vaart, op: de jsw- 
. ; ; R 5 te 



( ü66 ) 

u of Kaap • V^rSifchc eilandón duiif4e , bleef 
ng oobeketd* 

Het welgelakken dezer, pogingen, keeft 
waarfcfagplyk pok andere ondernemende lieden 
aangefpoord , om op de vaste kust van Ameri- 
ka , of op de bijliggende eilanden , n^ar firan-r 
^den, placen^ meeren enz.» te zoeken, waar- 
op of waarin bet zeezout in groote brokken 
iferd gevonden* 

Mg kwamen ook deawege berigcen voor , wel* 
ke wij niet met ftilzwygen mogen voorbij gaan, 

In den jare 15^9 werd er een groot meer 
gevonden, liggende op eene landtong, tusfchen 
de zee en eene golf, op 10 graden noorder 
breedte, nevens het eiland Margwrite en niet 
ver van Curofao. 

De landtong heette hg de Spanjaarden ; Ponta 
é^ Arraijt en bij de Hollanders; Ftwa iel 
Reij y het meer ligt op driehonderd fthreden 
van de kust; hetzelve hevattede niet alleen veel 
zouts onder water, maar ook in uitftekende 
punten boven hetzelve ; het fcheen uit de wei^ 
len op te komen , en werd van een bijzonder 
ifierk gehalte bevonden. 

Zbodra die ontdeklung aan die van Hoorn 
en Enkhuizen bekend was geworden, beij- 
vcarde men zich ten flerkfte ; ea wanneer wij 

niet 



( aÖ7 ) 

niet vfto elétn van de algemeeoe ondemtmb^s^ 
^ttchc onzer voorouders verzekerd ymm , zour 
4en wg liijna het niec kunnen geloqveo vm 
Vfiuus deswege vermelde. 

In den jare 155)9 begon de vaart om zout 
naar ff^e$t-In4ul; in den zoioer van 1601 hr 
gen er reeds op eenen tijd vijftig fciiepen al- 
leen van Hoorn aan de pan te Igden. 

In bet werk van De Laat: d^ nieuwe we^ 
reld t komen nog meer berigten voor » welke 
wij gaarne in haar geheel zoi^n overnemen >» 
indien ons beftek zulks toeliet ( ook in de yoy4f^ 
gien van Vabi Linsghotbn. 

Wij melden alleen , dat bet ZQUt uit bet meer, 
hetwelk Qp de kaart: Salinas wordt gebee- 
ten, met kracht moest worden opgebroken , 
en dat het geene geringe moeite inhad , om al- 
les aan boord te brengen. 

De Nederlanders erlangden groote voordee^ 
len van deze vaan» en wel on verhinderd tot 
iop den jare 160%^ wanneer de koning van 
Spanje eene vloot van achttien . fchepen der- 
waarts zond. Deze kwamen de zouthaalders 
onvoorziens op het' Igf ; aan wederftaad was 
niec te denk-en } de^ fchepen werden verbrand 
M èec Tcbeepsvolk deerlgk midwide}^ en naar 
de gaJcijen giOeept. 

Na 



( a68 ) 

* Na <kn afloop van hét Befbmd) (levenden 
ü{> nieuw vörfcheidene fchepèn, naar dé groote 
«öiicpan, maar nren bevond toen, dat de Ko- 
ning aldaar een (lerk kasteel had dóen bou" 
#eti, hetwelk itaet dën naam v^n^n Jago op 
de kaarten is bekend géworddn. Door de on^ 
:zen werd eén vergeef fchen aanval op hetzelve 
gedaan , en de fchepen moesten zonder lading 
te rug keeren, 

'- De regering van Hèorh en Enkhuizen bleef 
•vooral het hoogde belang in deze vaart en 
'dien handel ftellen, en van hier dat dezelve 
zich ten flerkfte beijverde , om het zout nieif: 
'te begrijpen 'onder het octrooi der Westindi- 
•fche Maatfchappij, 

De berigten aangaande den lateren loop van 
den handel in zout, hetwelk van de Sp^ti- 
fche en Portugefche kusten gehaald werd , zou- 
de ons te ver doen afdwalen. 
* 'Toen de groóte vaart op de XUddelland- 
'fche zee en de Levant^ in 'de zeventiende 
' eeuw beftónd 'i werd er zeer veel- zout te Ka- 
'dkcetk elders gedeeltelijk als ballast ingeno- 
men i en men wist toen , dat er te allen tijde 
een 'genoegs^me voorraad van zout te beko- 
men was in de baai van ^$. Ubes , hetwelk 
^ het 



( &^9 } 

ti«t . bofih^ut gekeeceo en tot viete ,eiq4cii fg» 
|)rui|;c wisrd. , 

Deze handel bleef cot laat jn 4e achtrïendi9 
MMW yjm gropt belang. . . ^ ,: 

Hét Fianfche ^out werd voorheen los^l^ 
nijn4er ^erw^^its aaqgevoe^d^ ei| ^er kwam tQ( 
op pnzen leeftgd byna g^en. of zeer weinig 

. Tfaan^ wprcit h^t Spaanfche en -Frajafelij^ 
7Qut, gewoonlijk .met het.Ën^lfcfae. klipzoiK 
vermengd 9 gebruikt. , 

« Dit mengfel^ doorgaans nc^ vnil,^ wordt 
faec eerst in bet zeewater ^.hetwelk van vogr 
onze kusten wordt gehaald , in de fmelt-; 
hokken ontibonden« Deze pekel wordt d^an^ 
n^ van de ergfte vuiligheden gezaiyerd te zyn.^ 
én nadat de graad van fterbte^ door, eep ftuk 
barnfteen, de kraal genoemd, beproefd is, 
in eene ondiepe ketel of pan gedaan, en al- 
daar^ door een llerker of zwakker vuur , uitges- 
pookt of piq;e]in^emd , (geboden of gebraden., 
zoo men het noemt} waarvan het eerde , . het 
fijne of gewone keukenzouf ^rhtt andere^ het 
j;rqf of braad^ota in grpote clmst^Uen ople- 
yert^ 

Gij zult thans geëne omflandige befchnjyijBg 
vi^n hetgene :,|)ij de» itiji^ek ^beiirt, yap;mg 

ver- 



< 470 ) 

verwachten $ <»ok niet train dé vorderiiQgen of 
verbeteringeü » welke er allengskens hebben 
{)Iaats gevonden. 

'te Zierikzec en Ènkhüiztn mtfet het zout 
het eerst In holle ketels zijn gekookt, voor 
ivélke later de pXtiie pannen zijn ingevoerd. 

Te Zierikzée ifam de bloei der trafiek , reeds 
in 6,0 zestiende eeuw zoodanig toe« dat bij 
eenen brand in ï^i6, zevenenzeventig zout- 
keeten en \h eenen anderen , ten jare f575 ^ 
zeventig teriorerl gingen^ 

Aldaar werd ook he£ eerst ^ van wege de 
regering , eenigé order óp het rafineren gefteld 
en het gild der zouttiedtrf of dei' pannelu^ 
"den gevestigd. Die panneludeH^ moesten zich 
kiq eede verMnden: ^ om zout van zout en 
„ niet van andere zilte te jtookM.** 

Hoezeer de zontkeeten kleiner sKi^n ge^ 
weest zijn , din wy dezelve tegenwoordig ken-* 
nen, brengt het groot getal der verbrande kee* 
tens het beste bewga b(|, van ien coenmali- 
gen bloei der trafiek. ^ ' 

De zoutïkeeten moeten hi de «escieirde en 
zeventiende eenwen ^ ook te Staveren en ds 
Enkhuizenj in grooten getalle aanwezig zijd 
geweest. 

Te Enkhuizem waren fa de eerfte helft d^r 



C 2171 ) 

cevetltieode eeuw , by de tacihdg in werkimg ; 
een groot gedeelte vsn de itad bevond Ékk 
doorgaans in rook en fmooké 

Opxnerkelgk is het*, dat in beide phtakfen» 
als Jiog een. bijsonder bl^ van den yarigen 
bloei i een minfte van de sucfat voor de zoqiy 
nering over is. Vele vrouWen aldaar jaoü&iói^.^ 
blijven nog eenen xeldzamen lust voeden 4 ofti 
in de keeten te werken« Tot voor weinige ja- 
ren , was bet bij de zont^ieders eene vftsde ge- 
.wooiKe, om de kéetvrouwin of keemeiden^ 
bij voorkenf nit Noord -HoUand o£ nit Sti- 
voren en de btjgetegene dorpen Warms en 
Scbarl aan te nemen, die dan na eeorge jaièn 
dieneos , wederom naar hare geboorteplaats 
vertrokken^ om zich door dochters of nichteo 
te doen veivaogen. 

Wij kunnen ten opzigté van bet aanleggen 
efi afbreken van zoutkeèten , in vele Aeden en 
dorpen bier te lande , en van de verandering in 
eten bloei der zoiffziederijen op deze of gene 
plaacfen geene berigten geven; het verfchaft 
een eenigzins fmartetijk gevoel , dat de bloei op 
de piaatfen , waar de trafiek is begonnen , 200 
verbazend is afgenomen. Te Zieriizte it al- 
les vertnindeftl, federt er te Dcrdrsch en 
Zwijndrtcht . zoutkeèten zijti aa^geli^d» Te 

Ênk' 



£niAuizen en StOMnn zijn xe rgeheèl Verdwe<' 
mmy-b^'hèt .'dcerlgk rerval dei«r ongelukkig» 
(leden. j . • - : , 

« 

« .Vele zijn dé vborüeoingën i Welkd daqf de 
lalgéineene en plaacfelijke regeringeir, gefiadig 
-^n in het werk geftéld^ vodr bet hclao^ der 
ccctfieken, en tevens om dopr accijnfen en vat- 
f komende regten voordeelen ce toekken van de 
•sigemeene cooCdmiié ; dan al deze voorziéniti- 
-gen liggen buiten ons beftek* 

Wij zullen » ons over de eigenfebappea . van 
-het kenkènzout ook niet behoeven uit te latietf. 

• Het is bekend dat bet zich in vierkante diri»- 
rtrilen vormt , wdke 2ich aan de randen m lègto 

aan plkandêr hechten, van waar de trechtervok- 
:mige figuren., dat het in. het water ftbeltv op 

het vuur knapt , en aan de hicht biootgefleld , 

» 

ide döorfchyhendheid verliest en als vértnéélt. 

Wi^ weten het ook , idat het rzoUt c^ de 

rtong' eene prikkelende, geltraarwording geeft, 

-en.d&t heezdve «ene bederfwerende kracht bl^- 

Jziii^/jnaar iekefzijlleo velen, 'ZOi> mifi als ik 

:roc .onlangs,' wpteiiy dat déze. behoedende kracht 

^Terminden, naar tnate het zont. méér. g)era8- 

-tieerd wordt, 4o<lV de beroving vanr de tZput- 

izure.bhterattrde.^ De Hoogleeraar J>iU£ss£!N 

'. it Grohinggn^i Joiéeft deiwege . ze^t vele pf dp- 

ven 



C 273 ) 

ft 

ven genomen en in zijne gefchrifceh medege^ 
deeld : proeven , welke wel verdienden , raeèr 
te worden voorcgezec , 
. Ueï past m^ niet té onderzoeken ^ veel liilq 
te beflisfen , of er door de vorderingen in dè 
fcheikunde en door hec betere gebruik der 
brandftoffen en eene andere inrigting der poii^- 
nen of ketels, eenige verbeteringen óf befpa* 
ringen zonden te maken zijn , en evenmin ^ of 
er Engelsch zaut^ Magnefia^ GlaubeK" zout 
«n zeezout - zuur ^ yolgeni- de me^ning van ge- 
hielden Hoogieeraar, . met genoegzaam voor- 
deel , uit de iK^i^r/i?(;^ zoiide kunnen gehaaM 



Ik zal öök «nl&t na^n 'y of vati die moeder^ 

iöog zelve 9 geea ander nuttiger en voordeed 

liger gebruik zoude kimnen' worden gémaaki^ 

dan door dezelve aan de oóetTelaara te fcbec^* 

'ken , als eeh middel tegen die planten ; welke 

'Wij champignons noemen; ' 

' Alleen zij nog gezégd , dat de Iteetascb 9 eü 

het bezinkfel, hetwelk zich aan de pannen 

hecht i en in de keeten : fi;kietfpek genoiemd 

wordt, aan de glasblazerijen wordt verkocht; 

alsmede , dat ik - mij herinnere y eehe fabriek 

te Makkum in Friesland gekend te hebben ^ 

alwaar een ijverig en industileus man^ Oer- 

V. D. I. Sc. S RITS- 



C ^J^4 ) 

HiTsMA geheecet) , gemelde chemicalia , üic dert 
tfval der zoutkeecen vervaardigde, en tevens 
broodjes fijn cafelzouc, in mandjes afieverde, 
gelijk aan het Engelscb cafelzouc, en dat hij 
biervoor, tusfcken de jaren t^po tot 1795 
door den CEconorairchen tak , of de Huishou^ 
deltjke Maacfchappij eenen eereprijs heeft ef* 
langd* Welke de reden mogen jyn ^ dat dexe 
fabriek te niece Jiep, bleef mij obbekend. 

liet leed hierover wordt echter ten Volle 
•opgewogen , dooi^ date inj Nederlanden , ons 
thatts verheogen mogen ^ over ett geheel 
taieutr blijk van industrie in deten ^ het (lich-" 
ten namentlijk van een gradeerhuisi in de 
naböheid Van het /(Irtnd te Kuf^iyk , ten fein- 
4e het HMwoHt zoodanig door de lucht eaf 
<den wsnd te htien verdampen , dat het ovei^ 
geU^Vene vocht, doof de liedibg teet e«n g^- 
^000 vunr , Vatbtör wordt VO<>r de vereischtfe 
christalli facie. Deze poging . welke jaArlijka^ 
an de betere oftkoflist , door den g^ver van den 
Heer Da FnEMERtj te LHjéti^ toeaeeikit , geeft 
naar m^jn oordeel een gonftig . vooruiteigt r 
.dat men hét »e*' of klifzwt van etdera in 
het v<»-vo)g minder lal behoeven. 

c 

- Ik eindig mijn vertoog 4 niet den wtoscfi, 

dat 



C ?75 ) 

dat de gebeurtenisfen vaq onzen tijd zullen 
te wege brengen, dat de trafiek van bet zout, 
eenmaal geheel vrij zal geraken van de thans 
beflaande hooge belastingen waardoor de Iluike- 
rij in dezen , voor fommigen eene kostwinning , 
ja eene geldwinning is geworden , en dat deze 
belastingen vervangen zullen worden , door meer 
doelmatige op de confumtie, zonder de trafiek 
en den handel eenigzins te drukken , en ik be« 
lluit alles, met het verzoek, om deze poging 
te willen aanmerken, als een blijk van mijnen 
ijver, om de Gefchiedkunde te doen dienen, 
tot bevordering der Natuurkunde , en v^n mijqe 
zorg om de voorwerpen in onze nabijheid lig- 
gende en waarin wij dagelijks bdang hebben , 
niet voorbij ie zien, 



DRUK- 



f 



DRUKFOUTEN. 



\ • 



BL 13 Reg. ia eq 13 V. o. ftaat ]u!lus kei Juitfus. 

^ flo ^ 7 V. o, ft(iat 14e. Un 15e. 

ft 75 n 6 V. o. — De bewustheid kes de be- 

wuscheid hebbende, 

99 99 n 4 V. b. «-» De uil Z?^; ien uil. 

M Uo >y /• V. o. «T— hebben witlen j?^; willen^ 

„ 166 „ 2 der noo( ^^/7/ BuR6£a kes Bo&G£K. 

» 193 M 4 en 5 V. b. /laat hoe men nt^ir /f^5 nog 

■ •. 

' naar. 



GESCHIED- 



EN 



LETTERKUNDIG 



MENGELWERK 



VAN 



M'. JACOBVa SCBELTEMA^ 

Ridder der orde Tan den Nederlandsehen Leenw « 

Lid Tan het Koninklijk Institunt en andere 

Maatschappyën Tan Wetenschap* 



MkaMhHiMaaMrikii^ 



VIJFDE BCËIi. 



II. 






TB UTRECHT^ 

bij J. G. VAN TERVEEN BN ZOON. 

1833. 



V ^ .. 



VOORBERIGT, 



JtSij de uitgave van dit gedetlic van myn 
Gefchied- en Leccerkundig Meqgel^verk h^b ik 
wümg vooraf te zeggen. 

De plaatfing der bijdragen ov^r de 'Werk- 
zaamheid en het werkvermogen van Mr. Jo- 
HAN 0£ WiTT , en over het gebeurde te Aar* 
denburg in 1672, konde niet opgehouden wor- 
den en hierdoor zijn andere^ met name het 
gene ik ^ na de. uitgave van mijne yerhande- 
ling over het bewerjcen der Vaderlandf^he ge» 
fchiedenis , ter bevordering van de beoefening 
van dezelve als "wetenjchap , had ten papier e 
gebragty blijven liggen. 

Ik heb het insgelijks uitgeffeld om de Ver* 
handeling te geven j welke door mi/ in den vo^ 



* 2 ri' 



IV VOORBERIGT. 

rfgen winter in het l^loeijend Natuurkundig 
Cezelfchap alhier is voorgelezen^ over het 
werk van Bartholomeus pen Engélschman , 
over de propriëceicen der dingen « gedrukt te 
Haarlem in 14S5, en wel met het bepaald oog- 
merk ^ onf den kind f^hen jiaat der Natuurkun- 
de 9 tijdens het midden der vijftiende eeuw , te 
doen kennen. 

Jk hoop deze beide , vrij uitgestrekte flukken 
bij de volgende gelegenheid mede te deelen^ 
en zal alsdan insgelijks de voornaam/ie der 
toevoegfels plaat fen^ welke er gegeven zyn 
aan de Hoogduitfche uitgave van het berigc 
en de beoordeellng van het werk van Mr. C A. 
ScHAAB over de uitvinding der Boekdrukkunst 
en melding maken van het gene er gevolgd is , 
op de uitgave dier vertaling , die zoo ik 
hoop , binnen weinige weken zal plaats heb- 
ben. 

fVat er verder zal bijkomen , kan ik voor- 
als nog niet vermelden , maar mijn be fluit is 
genomen y om met dit i^de ftuk deze verzame- 
ling van mijn Gefchicd- en Letterkundig Men- 
gelwerk te b e fluit en y na aan het eind van 
dat^i^de fluk een volledig register gegeven te 
hebben , aangaande hetgene er in de vijf dee- 
len voorkomt^ verge;^eld van zulke aanvul* 



V R B E R I G T. ir 

tingen 9 veranderingen en verbeteringen , ah 
mij voor den lezer het meest dienfiig en aan^ 
genaam zullen voorkomen. 

Of ik daarna de uitgaaf van mijne kleine 
gefchriften met eenen anderen titel b. v. 
met dien van: Oud en Nisuw, zal voorts 
zetten , is nog niet beflist ; veel van dit al* 
les zal afhangen^ of ik mijne hoop om in 
mijnen ouderdom alleen voor 4e geliefde Fa^ 
derlandfche Gefchiedenis en Letterkunde te 
kunnen leven j zal vervuld zien. 

Fele beloften heb ik nog te vervullen^ en 
naar niets verlang ik meer ^ dan om de drie , 
in verfchillende Maatfchappijën voorgedra- 
gene ^ verhandelingen over de Gefchiedenis 
der Zuiderzee en van de ftroomen en ftran- 
den tusfchen de Schelde en Eems met de 
latere opfporingen^ berigten enz. tot een 
geheel te brengen. De ondervinding dat er 
thans voortreffelijk 'bewerkte ftukken zijn 
verfchenen\i over de ftranden en den bodem 
tusfchen Calais en Antwerpen , in de Franfche 
taal^ en over de kusten van en de eilanden in 
de Noordzee , bcoosten en benoorden de Eems , 
in het Hoogduitsch , met welke werken ik gaar^ 
ne mijne pogingen in verband zoude willen 

* 3 bren^ 



n VOORBERIGT. 

« 

brengen » heeft den bat vwf , tn ie MangfleU 
ling in deze pogingen aanzienlijk doen toenemen^ 
Hoe ook de uitkomst zijn moge , de voortdu'^ 
ring van mijne werkzaamheid in dezen zon- 
der roeping ettvan mifnèn goeden wU^ zal 
aan mijne Landgenooten nooit anden dan 
welgevallig kunnen zijn. 

Utrecht , 
den %^ Junij ^ 



IN 



INHOUD. 



Aanfpraak aU yoorzitter gehoudtn bij 
het openen der algemeene Vergadering 
van het Provinciaal Utrechisch Ge^ 
noot/chapy op 6Julij 1852 bl. i. 

Berigt aangaande het oud Alttor (Dol- 
min) of een naar een Uanebed zieree* 
mend overhlijffel van de eerfte. bewo^, 
ners dezer landen y in het dprp de, 
Vuuriche. Met eene plaat. . . . . , 33. 

Het gefloten boek of de oicawe Holland- 
fche munt. i686 , . . . . éfi. 

Iets over de namen onzer laagfle Geld- 
fpeciën . 51. 

Merkwaardig ftaatsftuk ten bewijze der 
ongemeene werkzaamheid van Mr. Jo- 

HAN DE WlTT 6^. 

Nog iets uit mijne Analecta Wittiana. . 105. 
Historisch verhaal van de Attacque , weU 

ke 



VIII INHOUD. 

ke de Franfchen op de Jlad Aarden- 
burg op den aö* en^yjunij iSj^heb- 
ten gedaan j befchreven door Antho- 
J91J Peükssens ^ destijds Burgemees^ 
ter aldaar , naar het Handfckrift 

van Mei 16^4 • 112. 

Vitnoodiging ter aanvulling van mijn 
werk : over de volksgebruiken der Ne- 
derlanders bij hec vrijen en trouwen. • 193. 

« 

Iets over het huis de krakeling te V^ 
trechc en de /lichter van hetzelve ^ 
Jr. BrERARD Mejjstmk ao5* 

Iets over het miskennen van de Histori* 
fche waarheid^ hetwelk al meer en 
meer mode wordt. • • • 229. 

Nadere Bijdrage uit de Analeccs Wicti* 
ana. •* • • • « 242. 

Verbeteringen in het ftukje over de na- 
men onzer laagfte Geldfpeciën. • • • 251* 



AAN- 



AANSPRAAK 



^Ld rOOR2lTTER GBHOtTDEN BIJ PfEEf <A^)fa 

JNJBir PSR AliGBMBBNB YERGADBRIN^ 

YAff HEf! PROyiMCIAAIj, 



PTRE€HTSjBa GENOOTSjBHAFi 






y. D. II. St. 



A4NSPRAAKf C) 



^ELBDELB H£EREN 9 DIKECTEpfifff EH 
t^DEN FAN DEZE MAATSCHdPPJQ ! 

XJe eere om den pp^t van Voorzitter in de^se 
vergadering waar te netneo is mij pnyervyachc 
ten deele gevallen. 

De 

(*) Eene bijzondere aanmoediging van verfcfaeidene 
vrienden, op wier oordeel en genegenheid ik prijs (lel, 
heeft mij doen befluiten , om aan ^ec vroeger geda^ 
verzoek van anderen, ten einde deze aapfpr^ in hec 
lichc te geven , te voldoen. Mijne bedenkingen , dat hec 
ihik, als ylugtig ten papiere gebragt, te Vele blijken 
jdroe; van baast > werd cipgeheven , doof het zeggen ^ 

A a 



C 4 ) 

De Heer Swellengrebel » volgens den rang 
t>nder de Directeuren hiertoe benoemd ^ is voor 
weinige dagen ongefteld geworden , en ik heb 
mij door den Heer Secretaris en anderen uit* 
genoodigd gezien, om in deze betrekking op 
te treden. 

De herinnering aan Uwe welwillendheid en 
toegevendheid voor tien jaren , bij eene geljtjke 
gelegenheid ondervonden , heefip mij bemoe* 
digd» om aan het gemeld aanzoek te vol* 
doen , en ik meen thans vooral op zulk eene 
gunllige beoordeeling en op de medewerking 
tot orde te mogen rekenen , waartoe ik mij 
beleefdelijk aanbeveel. 

dftt juist deze haast aan het geheel eenen warmen 
toon had bijgezet, welke, wanneer aan m^ meer tyd 
vnd gegund toe de zamenfteiling, misfchien niet alzoo 
zoude gebleven zijn. 

Hoe het zij, ik heb befloten aan de vriendelijke aai)» 
vi^en toe te geven , en van mijne begrippen af te zien. 

Gaarne bad ik deze toefpradk bij het laatst uitgegeven 
fiuk v*n mijn Mengelwerk geplaatst» maar het befigf «m* 
faande he£ werk van Mr. C. A. Schaab , meer züfld^ 
Uitgedegen» dan ik had kunnen te gemoete zien, en 
vroeger bijzonder ultgenoodigd om ie Cefc/uedenis van 
Jfee keukmpiut niet lang te laten liggen, bleef er geene 
genoegzame ruimte over; ik plaats derhalve» dit vei» 
fpcy aan liet hoofd van ékif afileeljng. 



( 5 ) 

In éett hoop Verklaar ik de negen en vJjfV 
tigfte algemeene vergadering van het Provinciaal 
KJcrecht^ib Genootrcbap ce z^n geopend. 



Moest de voorzitter in het vorige jaar «yne 
verrigdngen beginnen ^ xMt het ophangen van. 
een treurig tafereel van den ftand der alge<> 
meene zaken des Vaderlands , — wij zien , boe* 
Teel er ook inmiddels moge zijn voorgevallen 
tot bevestiging en verheffing van den volks-' 
geest, door de wijsheid en flandvastigheid der. 
hooge regering, de dapperheid en den moed 
van onze helden, en de trouw en eendrag^ 
van alle burgers , echter nog geenszins eene 
gewenschte uitkomst aan de rampen, voor 
bgna twee jaren begonnen, en wij bevinden 
onze aangelegenheden misfchien nog meer in- 
gewikkeld in het wargaren der hooge Staat* 
kunde, vermits de Diplomaten zich al meer en 
meer in vele opzigten fchynea te verheffen bo- 
ven alle voorfchrifcen van pligt en eere. 

Hoe donker de vooruitzigten ook mo*. 
gen zijn, de geregtigheid onzer zaak, itooec 
ons by een eerbiedig vertrouwen op den zegen 

A 3 des 



C 6 ) 

éëft Almagtigéti genoegzaam bemóe^igeti, 6txl 
than$ zoo min als in het verloopene jaar , aan het 
behoud des Vaderlands tè wanhopen ; en faeefc 
de wadMige Voorziccef descijdé betoogd, dat 
l)ijeehk(:)th(leti gelijk aan deze^ hiögen wordett 
befehoüwd^ als ru^tplaacfeti op den ^eg des 
levens; waar men de ondervonden^ hindemis- 
ieii Vergeet; zoo meetl ik mij bü Van cen^ 
herhaling van dit een en ander oiitflagen té 
ino^en houden; vooral daar Uwe tegenwoor* 
dtgheid mij ten bewijze verftrekt^ dat de op* 
beurende woorden destijds niet vergeefs zgü 
tiitgefproken , i^n gij dit troostrijke eenigszins 
brkent; 

• Zónder mij derhalve verder övè? Ae digè* 
'ikeene zaken des Vaderlands liit te laten, zal 
ik ifaij tot de. meer bijzondere lotgevallen vaü 

* 

het Genóótfchap in dit jaar bepalen, welke 
in vele opzigten (lof tot verheüging' aanbiedeh. 
Het is vooi'al dimkt mij eehe opmerkelijke 
zaak; dat al de Leden van het Genóótfchap të 
Utrecht wonende; ib het leveh zijn gefpaard^ 
to het verdient teVebs eené dankbare vermei- 
ding; dat jgedüfehde het geheele jaar, nie- 
mand der Leden elders woonachtig, in ded 
jeugdigen óf kiimmenden (land des levens is 
Weggerukt. 

Wij 



r 
I 



C 7 ) 

W^ behoeven derhalve geene dei^elyke re- 
denen van beklag b^ te brengen, welke doo9« 
gaans wegens den vroegen dood van noctigd 
geleerden ^ en nog in het vorige jaar na hel 
overlijden van den Hoogleeraar Vam dbr Boom 
Mesch wtrden gehoord* 

Het jKoude geheel buiten den gewonen loop 
der menfchelijke «aken gegaan zyn, indien on» 
der hec grooc getal leden , niemand der bejaar« 
den was uitgevallen. 

Vele redenen mogen er zijn tot dankbaar* 
held voor het lang genot der vruchten van de 
deugden en bekwaamheden van eenigen^ ^hec 
geeft echter een gevoel van fmarc, dat ik 
het overlijden moet herinneren van vijf Ker 
yerdienftelgke Leden, met name Marcus Jan 
BuscH, EvERT Jan Thomassen ^ Thues* 
aiNCK 9 Jan Hendrik Voet , Cornelis WUi« 
UM Westerbaen en Jacobus Konino» 

Loffelijk is de gewoonte, om in bjjeenkom* 
fien als deze iets aangaande het lot en de ver* 
dienften der overledenen te vermelden , maar het 
ia eene moeijelgke taak voor den fpreker ge« 
worden ^ om hierbij zich zelven en anderen te 
voldoen y vooral, nu deze zaak federt weinige 
jaren en wel voornamentlyk door mijnen Iaiit*« 

A 4 Üea 



( 8 ) 

Iten voófgangei^ zoo hoog is iogefteld; eii tfafl 
wel bepaaldelijk ^ wanneer bet perfonen gelde ^ 
die uicgemonc hebben in zulke vakken van we« 
Cetifcbap ^ waarin de ff^reker een vreemdeling is; 

Ik itinie mij thans wel gehefel kunnen ver- 
ichoonetl^ döot de kotcheid des tyds, waarin 
Ik mij voor de2é taak hèb künneti beijveren^ 
miit alsd&n 20üdé ik ondankbaaf handelen, jé-^ 
gëtis oi)S verdiehftelijk medelid , den Hooglebraar 
NüMAN , die aangaande de cwee eerstgenoemde 
Groninger Geneesheeren , zeer naau wkeurige 
ith volledige berigcen aan den benoemden Vóor^ 
kicter heefc bezorgd » welke aan mij zijn oveN 
l^edhigeii; 

Aangaande den zoo geliefden als bèroemdeti 
Directeur van *s Rijks Genie en Ardllerij fcbool i 
VoEt^ zijn mi] insgelijks berigten toegekomen^ 
^ike ik niet ifaag te rug houden , en vermits 
de Verdienden van de H. H. WjqstërbaAn en 
koNiNG aan mij zelven misfchien meer dan aan 
aflderen bekend zijn^ door dat beide mij liin- 
gW^ dah een vierde van eene eeuw niet hunne 
Vriendfchap èh genegenheid vereerd hebben ^ 
H m§ zelV^en dé 'gelegenheid welkom ^ om kor^ 
telijk iets ter hunner nagedachtenis bij te bren« 
gen 1^ zoo M. M; H. H. durf ik het wagen i 

bM hët fpoor door den Hoogleeraar MohLj bij 

de 



t 9 ) 

ie laatfte Vergadering betredeti , eenigzias i ti 
is het ook van verre , te volgen. 

Marcus Ja^ Busch Werd te Groningef^ gê* 
boren in den jare 174^. Zijn Vader , geadhc 
Geneesheer aldaar, (*) leide hem vroeg op 
tot het kennen der oude talen 9 én de lust tot 
bet lezen en beoefenen der Latijn fché fchrij*» 
vers eh dichters, bleef hem als de lievelinge 
iludie bi} , tot in de laatfte jaren van zijn lang- 
durig leveUé 

Bij de Hoogefchool in zijne |;ebüOrte - ftad 
op zijn vyftiendë jaar ingefchreven , genoot h\i 
bet onderwijs van Lambergen , Van DoevereM 
en Camper ; hij erlangde toen door eene y\}^ 
tige beoefening der ontleedkunde, de vriedd- 
fchap van den laatfte, welke geenszins ge*^ 
makkelijk te verwerven was. In het praktifché' 
deel der geneeskunde vond hij eenen leidsman 
in zijnen bloedverwant ed vriend, Matthij* 
VAN Geuns. In den jare 1770 verwierf bi| 

den 

(*) Deze Was Marcus Busch ; de Moedert JooannA 
1MN Delden. De Vader was afkomUig uit een oud ge- 
flachc te Nancj .* Du Bois genoemd , maar federc ander*» 
halve eeuw te Groningen in aanzien. De Moeder en haté 
bloedverwanten behoorden b\j de gemeente der Doopi« 
gezinden. 

A5 



C 10 J 

dcrt gtahd van Doctor, na het fchrijven eif 
opèntlijk verdedigen van eeiie disfertatie: de 
mechanisfno organismi vocis ejusque forma-' 
iione. Eene verhandeling , welke niet alleen 
de goedkeuring en belangftelling van tijd- en 
kindgenooten verwierf, maar nog voor wei- 
nige jaren, door den beroemden BlumeNBach 
en latere Phyfiologen met verdienden lof werd 
aangehaald. 

Vermits er destijds bij de Groninger Hooge- 
fchool geene inrigtingen beftonden, waar men 
zich praktisch in de Genees- en Vroedkunde 
konde oefenen, begaf hij zich naar Parijs ^ 
bad huisvesting en tafel bij den naderhand zoo 
beroemden Portal en erlangde hier het on^ 
derwijs van Baudelocque , Levret en Louis. 
In het Vaderland te rug gekeerd ^ zettede hij 
sfch als Geneesheer en Vroedmeester neder te 
Winfchaten en leefde en werkte aldaar met eet 
en nut^ tot in den jare 1776, wanneer de be- 
noeming van Matthias van Geuns tot Hoog- 
leeraar te Harderwijk^ hem gelegenheid gaf ^ 
bm in deszelfs uitgeftrekte praktijk op te vol- 
gen. Het was in dezen werkkring, dat hij het 
overige van zijn leven doorbragt. C*^ 

Wij 

(•) Bijzonder vele en g€wigtige diensten moet hg 



Wij kunnen onmogelijk chanj; Vatt alle t>é* 
Wijzen van eetè en belangftélliiQg , wdke by 
bndervond) melding makeil. Hij werd tdc 
Hoogleeraar te tiarderwijk en te ï'ram^er 
beroepen, maar verg(eefs. De regering van 
2ijne geboorteftad erkende zijne Waarde , eii 
bragc alles bij, om hem voor hunne medebor* 
gers te behouden. Zij benoemde hem tot Stade 
Phyficus en de Staten der Provincie in 18031 
tot Archiater. 

Onberekenbaar was h^ ftUt, hetwelk hij 
iaanbragt , vooral door het weren der oreanA 
Van Lambercén en het invoeren van èMe min 
omflagtige wijze ifi het voorfchrijved der ge* 
neesmiddelen. 

Zijne gróotile veréienften beilonden ecbtef 
in het verbeteren der verloskundige hulp; hijl 
ontdekte de meest voorkomende oorzaak der 
moeijelijke verlosfingen, de ftrictura of de 
krampachtige zamenfnoering van den uterus^ 
toen nog in geene plaats van Europa btekt^tld, 

waar* 

« 

beNl^éien hebben in de volksziekte tè* CraiUngm van ijj%* 
1780, die in aard veel overeenkomst had met de ziekte- 
in iSs6, doch met het verfchil, dat dezelve in drie jaren 
de geheele Had doorliep » hetwelk met de laaide io dri* 
mgandes gebeurde. 



( 1^ } 

xmtöp de Dnlcfchers en Franfchetl deti af 
twaalf jaren later begonnen te letten. 

Met eenen ftandvastigen ijver Wérkte hij toC 
Verbetering van hét onderwijs der Vfoedvrott- 
Weü; hij wist eetie bijzondere inrigtittg hier- 
voor te Groningen te doen daarftellen » welke 
gedurende eene lange reeks van jaren , de eenig* 
üe van dien aard was in het vaderland; de 
bekwame kweekelingen door hem gevormd ,' 
verfpreidden zich later wijd en 2yd ten nutte 
^r hüisge:sinnen. Een bijzonder belang ilelde 
bij in den titel van Onderwijzer (InftUuteur^ 
bij de^e inftelliiig. 

* In alle deelen der heilaatibrengende kunst 5 
volgde hij het fpoor en de fpreuk van Boer* 
dAVE: hoezeer hij de nieuwe theorien bezag 
eo overwoog » ging hij zijnen eigenen gang en 
Verwierf de hoogachting en het vertrouwen van 
allen > die hem kenden» (*^ 

Veel 

(*) Ik tbeen dé Volgende zinfnedó Dit het berig t vul 
d^D Heer Numan » hoe zeer niet mede gedeeld, te mo- 
gen bewaren. 

Ëindel^lt Zij nog gezegd » dat hij , behalve de verbete* 
ringen in de verloskundige hnlp » welke h|j met meer 
kennis toegerust na Camper invoerde, nog meer 
g6eds tlaarftelde , door zijne waariyk rationale genees* 
^ze, welke hv, hoezeer de meeste nieuwe geneeskundige ' 



C 13 ) 

' Vee! bfagt hij bij vóór hec nüt en geiiotf* 
gen zijner medeburgers door de voorleziitgen ^ 
gedurende 44 jaren in hec Groninger Genoot?' 
fchap, pro excohndo jure pafrioy over dd 
geregcelijke geneeskunst « en door z^w bydra-- 
gen aan hec Groninger weekblad: fof Nut 
van het algemeen 9 over zaken coc de gezond^ 
heidsleer en hec belang der huisgezinnen be^ 
crekkelijk* 

Den warmden lof verwierf hij in den avoncl 
van zijn leven, coeo te Groningen Jn deif 

jare 

Tbeorien lezende en overwegende, echter ouar zeld^ 
zaam daariun opofferde, en hec minst aan ieder dër vele»* 
zich fa de laacfle 30 jaren verdrongen hebbende ftelfels der 
geneeskunde. Hec is wel waar , dat de wecenfchappen | 
vooral de Vroedkunde , Chirurgie , Chemie ei) f eregce* 
lijke Geneeskunde , » de laatlle tijden verbazende fchr^ 
den hebben gemaakt « maar daarom blijft toch ejen vo^ 
komen Boerhaviaan, die weinig gelezen, maar zoo veel 
it meer g^achf en praktisch met Gepiekracht ge- 
werkt heeft, e^Q zegenrijker man voor zijne tijdgenoot- 
ten dan ieder Litterator naast hem , die fuecesfievelijk 
èet (lelfel van Stoll of Baown of Schelling of Hah- 
WMAN of Baoussii^p met vollen ijver heeft a^gebo- 
fifixu Zijne ^^lt van praktiferep was ])ekf q4 en z^ne 
kunde en regtTcbapenheid tevens. De algemeene hoog- 
achting en de vereering zQner tijdgenooten drukten hec 
«egel op de bewijzen van goedkeuring hem zoo vroegt^* 
|]% door andvren geCbhooken. 



C 14 ) 

|ire tSiitf do geweldige ziekte ukbrak^ weU 
jke in drie maanden het vijfciende gedeflc^ 
der inwoners beeft weggerukt* Onvermoeid 
was zijn ijver ^ om niet alleen met wgzen raad, 
maar ook werkelijk en met de daad zijne on- 
gelukkige medebui^ers^ bedreigd of aangegrei 
pi9(i door den verwoestenden geesfel, bij te 
ftaant Zijne zorg, zijne hulp heeft velen ge- 
red » en onder di( oUes blonken 200 wel de 
édelfte hoedanigheden van zijn hart, als de 
voortreffelyke gaven van zijn verftand uit. Door 
fdjne milddadigheid bragt hij hulp en troost bij 
aan fcijne verarmde natuurgenooten , ep hij be? 
zocht bij voorkeur de donkerftp verblijven vaq 
kommer en ellende. 

De zon des levens ging bij hem geenszins 
onbeneveld onder» Veel leed zijn ligchaam 
onder de gewone rampen van den ouderdom* 
Zijn geest bleef lang helder en opgeruimd, 
dan ook d^ze bezweek eindelijk» en na een 
langdurig lijden onitfliep hij in den ouderdom 
van 84 jaren » op den ditg » waarop hi| 61 jar 
ftn vroeger tot Doctor was bevorderd* 

W!j kunnen niet v(srder over zijn lot en lèr 
ven 9 en over de gaven van geest en hart uit- 
weiden en evenmin iets zeggen over zijn ui'« 
eerlijk aanzien en eerbiedwekkend voorkomen 1 

al. 



( 15 ) 

filieetf zij vermeld , dac de Godsdfensc bij hem 
In het hart en niet in den mond woonde en 
dat de opregtheid en rondheid van zijn karakter 
hem de liefde en eerbied bezorgde van een 
ieder 9 die prijs ftelt op deugd zonder UlIKrr 
goud. 

Hoezeer dit Genootfchap en de thans levende 
Leden weinig met den overledenen in betrek>- 
king hebben gedaan , zal de naam van Marcus 
Jan Busch , die meer nuttig dan blinkend leef- 
de, een fieraad blijven van de Ifjsi: der ledm 
van dit Genootfchap. 

Hooger nog zoude de lof rijzen over de ver- 
dienften van Evert Jan Thomassen k Tai^us- 
^iNCK, vermits zijn naam eene grootere ver- 
maardheid door geheel Europa verworven 
heeft; overwegende, dat een óf meer van 
^ijne meest waardige kweekelingen , of een zij- 
ner ambtgenooten zich zeker beijveren zullen 
om zijne verrigtingen , door opzettelijke Lóf- 
of Lijkredenen in hare waarde te doen ken* 
nen , vermeen ik de vrijheid te hebben , om dd 
bekomene berigten van den Heer Nüman , nog 
meer dan de vorige te mogen inkrimpen. 

Ijk meld derhalve kortelijk: 

Dat hij in den jare 1762 te Zwal geboren tt 

van 



( t6 ) 

van ceer aanzienlijk» ouders, (*) die kostei 
liech moeiten fpaarden aan zijne (^voeding, (f) 

Van den jare 1777 ^^^ ^?^^ ^'^^^ ^^J ^'^ 
der Academie te Harderwijk en werd aldaar 
opentlfjk tot Poctor in de Philpfophie bevor* 
derd na het uitgeven en verdedigen van eeuQ 
4i8fertatie : 4^ analogia cognoscenéi praefidie « 
met zoo veel lof^ dat hij Icort daarna tot Hoogr 
ieeraar te Franeker beroepen werd. 

In 1783 vertrok hij naar Leijden en vervol^ 
gena in 1784, na Candidaat te zijn gewordien« 
W9X Parijs^ (§) Londen en Edenburg^ ter 

voort- 

(O I^ezc waren : Mr, David Thomassen è Theussinck, 
$n Maria Jacoba Keizeh. De Vader was y^oor 178;^ Borge-r 
meester te Zwtd^ eo bekleedde bovendien vele Provinciale 
«n Generallteka ambten. Na 1795 was hij Lid van het. 
Commtte tot de zaken van het Bondgenootfckf^ te lande ^ 
wanneer hy mijn ambtgenoot zQnde , mj|j in ^eerwil vaq 
het verfchll (n jar^n , met z^ne vriendfchap vereerde, 

(f) Na de fcholen doorgeloopen te zijn , kwam hif 
nog een jaar onder de bijzondere leiding van den Rector 
8cBULTZ£ te (Msnnaal^ ti^ bebyaam Litterator beroemd 
gebleven. 

.CS) 'I'^ P^^ be^EOch; hy de Hpfpitalen ^n by ifici) 
^Qpral toe op de Cbljrui^e en Vroedkunde, 

Te Londen insgelijks ; hij bleef langer te Edenburg en 
verwiert aldaar de b^zondere vrieojirchap van Cumuiy 
Black en Mom6. 



( ^7 ) 

Voorcz^ci:lng';Zi}9et ganeeskttodige .fludieil^ '-:. 
j In 178^ w«r4 :hü te Leifden\ tot J>octor fefr*. 
vordeifl 09 h^cwtgevenenvetide^igourvan eeiie 
4isfc!rc»ti§:,:irf^..^/>/i\:ï(/« in fypki^ifié^ ^ okfer-^ 
vafis 'proiati ; hij beoefende vervojlgens 4^ 

dep 'Haag^ Cf) terwijl hem no^ iiisc fcbnjvejif 
of de: uugav€[ yatjt yerfcheiden^ ftukjken vac( 
})elat}g 9 van vele kanten eere wed^^rvoer t voQ^n 
al^ na^dat hg in den jare 1788. de; gouden miert 
daille had b^i^ld ; bij het .Gfopocftbapf; i^'^ 
vandis ciyibuir, j^OQT het ixüin|ysQ.vaa e^evffr*, 
bedeling, welke , i^ene zeer (^n^E^ienl^k^ plt4(^ 
in hetdercieode d^I der werJ&ea van.betselv^ 
beflaat* . .— ^ - • - • • 

De vCoratoren-. der Uppge. fcbgp^te tfyrdeti^ 
wijk 9 beriepea. )}eip. v€|rgee& tof: d|en r4e6r/3af^, 
door hec vertrek van den U<^slee|aa|; Va^ 
GfiüNs berwM^riA* 9pepgeyalleo^;Di5, vip, Grö^-» 
/ft>5tf« ftaagdw .bet^r in hunp^^jveiifjbeii:, d^ojfft^ 
heni-4erwaart^^efKieEen ts^ den dood vji? 41(9; 
fioogleei:»r. F«*sTBji Ver?^üij|l. . ;; •^, {.-t^ 
, Iix dep jve :i7fi4 aasvatun^de ift ^é, b«4lp? 






(t) In i^'Stfi iri(^ii''werd hi| tot ^etbtéett b^ i» 
Raad ivm State' benöomd. . ■ .'i f :-■; •; ■ i 

. V. D. II. St. B 



( 18 ) 

ning en Men heeft b^ aldetr als het ware 
«Me HgiHê fthoól geiromdf wufdoót niet 
illleeti tto» gttBftfge oniwlklcdiiig ett leiding 
der bek«Mwilthedeo fan vele leeriingen is te 
iregö gebragc 9 ttMtr colt de roem des Vader* 
hfldii faafctnslaiids iaiisieniyk iê tremieerderd. 
Ik kan de itieiitgvtfldfge bewezen vin eere en 
békdgttelliiig vati de isijde vati het Goaveme* 
mene, het (ledelijk belhmr^ van binnen- en 
bttitenhindrehe Academiën en mt dies meer zy% 
thans hier gedenken en evenmfai de lange lijst zg- 
ner werken ^ veriianddingen en bemoeijiogen ver- 
mddèn, zot^itf te veel van nw gednld te vei|;en« 

Afieen tij gelegd « dat zijn ntam btrfeenslanda 
zoodanig beroemd werd 9 dat , toen zijn werk 
over lAr mazelen verrcbeen^ er te gelijk twee 
véftÉHtigen van hetzelve in hak Hoogdnitscb 
#èrderf aangdrondigd^ 

Op lAlne feizen was hij perfiioolijk In kennis 
I^Makt met de voomumlle geleerden In Fr ank- 
¥^k tA Dukechlané; en had hi^ ztjne wete»- 
fchappelljke loopbaan niet roem begonnen, 

• • • 

dfrzie vermeerderde jaailljks en bleef voortduren 
tM aan het einde van zijn kvem Hij overleed 
onlangs, nadat hij weinig tijds te vpren de eer* 
«Olie msc al9 Hoogleeraar had erlangd. 

Over zijn perfoonlijk geftal en ktrakter, over 

• • 

ZIJ. 



C 19 > 

Üi}aé cieügcieD ib mensch en bttrgeiri efi wét 
feijtie hgióoèeié bMrekkingen , O ^^ ^k niec 
oinAreiden 4 iaMii ik mag niet tiotehntld bteli 1 
dat hei rdoüal aab zijne tcrifg tö da&ken iSt 
dat hec Nofóc0mium JcddeMéum te Gronin-^ 
gen ürehl tpgef igt ^ hetwelk voor zpe leeirliil^ 
gen door het praktisch ofadefwys tig hét ziek^ 
bed te geoieieh^ van êeü byzdnder belang, is 
geweest , alsmede dat zijne fchobt binnen- eii 
bnitehslaodd éeiieii bijzonderen roem bekcimM 
heeft ^ door dat de Meester beeft uitgemunt ^ 
tim de aandacht zgner leerl^geti bi| het kiezeü 
der onderwerpen . voor dé Acadelniiche ditfer^ 
tatien . te vestigen dp zulke irt>ohi9ierpen ïn d€ 
Genees* en Heelkunde , welke van een alge^ 
teeen belang vdbr* dé Maatfcbappg « ja voor 
bet inentehdöni warett én tevens dat hij vferdet^ 
al zijne völgelkigen op het l<rfWaardigfte voor* 
ging^ Otn nuttige inrigtingeil te bcvordereA^ 
Of dfeigendé rampen af te weereit. 

Zijne Jksgihgen töt beirordèriii^ éer Koepóh 
inehiing reeds ih den jïre iSói , die over éê 
Geeie Koorts i over de Groninger ziekte iü 

(*) t)|j wns in 178^ geiiuWd ftan AdiüanA CatharinA 
m Blanchb, dochter van W. & dé Blanchb, Fransch 
PrediktQt te Kampen eb liet geene kiadereti m, 

B 2 



i Sü6 en andere ^ zullen bem op de gedénkrol^ 
lea der Mènfschlievendhëideeóen meer duurza-^ 
men taam Terfdbafeh , dan alle de cicels , wel-* 
ke hem van vele^ ^en werden aangeboden. 

Wij. benijden geenszins aaa Groningen ' het 
mi£ .en de . eere , van \ dezen weMadigen en 
verdienstelijken Landgenoot vele jaren te heb^ 
ben mogen bezitten en bewonderen , niaaf 
aan de. beladgftelling in den roem der Hooge- 
fchool alhier en van dit: Genootfchap , kan het 
piec ten kwade Worden geduid^ dat men zich. 
als nóg bèkldagt^ hoe de wyze.keas van H. H. 
Curatoren om den waardigen Thbussine her^ 
D^flartsr te roepen , . na : den^ dood van den be-» 
roemden Dqlius » geene gunftige gevolgen hecfft 
gebade wanneer ook 'zeker het belang dezer 
vereenigiDg^ door zijnen ijver en z^ne welwil- 
lendheid 9 hoogel^yk zoude zga bevorderd* 



f ' 



Jan Hendrik Voet , Luitenant Generaal en 
Riddei? der mtHtaire^ülemsordr; maakte 2ich 
vtecïenftèlifk bij liet Vatderland langs eenea.geV 
heel anderen ^èg« ' ^ c "^ 

Te Duisberg geboren in den jare 1758, van 
ouders in den burgerftand levende, mïi;|r.yan 
onbefprokene bnafheid , had hi} veel aan zich 
zei ven te dankenu , . i 

Reeds 



Cm) 

Reeds io 3yno jeuj^d lag hij zich met ccne 
seldzame infpanning toe , op de matbetnarirche 
wecenfchappen en alles wac tot de artillerie ea 
den vestingbouw behoorde. Hij kwam in 1777 
als kadet io de dienst en. (leeg langzaam cot 
den rang van Luitenant; maar hee was reed$. 
in dezen rang, dat men hem in 178.9 benoetöi^ 
de tot Directeur vaq ^^e artillerie fcbool te 

, Qnafgebjokcn is hij tot weinige jaren voor zijr 
nen dood in eene gelijke betrekking gebleven 
en wel met verfcbillende namen en op verfchil- 
]ende plaateen, als te Zutphen^ yimersfaort ^ 
^^ Qravenh^e » J)ouai en Delft , maar altijd met 
betzelfde doel , om het onderwijs te regele^ van 
de jongelieden, die zich wilden voorbereiden om 
als Ingenieur^ , Artillenscen of ambtenaren voor 
den Waterftaat. een eerlijk heftaan te zoeJcQn én 
aan het Vaderland nuttig te zijn ; en mag men 
uit de vruchten toe de waarde van den boom 
befluit^n, boe voortreffelijk moet de Mee&ter 
geweest zijn , nu wij weten hpevele » zeer be- 
kwame Ingenieurs ^n Officieren van andere wa-* 
penen 9 thans de veiligheid eq den rgeiQ 4e9 
Vaderland^ flaqn^e houden^ 

De Generaal Vqgt heeft weinig of niets voor 
de Lietterkundig9 wereld gefcbreven ^ maar bij 

B 3 beefc 



Iieeft veel gedaan , qm zijne diepe wecenfbhapt 
)>9lylte kenpis voor ande|?en bruikbaar ce maken 
en de verftandelijke vermogens ym sgne leerling 
gen te ontwikkelen en toe gewenschte efnden te 
leiden. Ongemeen en algemeen ia de lofspraaH 
In dezen I en de overtuiging Mervan^ gevoegd 
t>g d^ ondervinding van zyn beminnelijk ka^k^ 
ter a]s menscb en bprger» verklaren genoegt 
;»am bet beftaan van die byyonde^ di^nkbaT 
fe erkentenis fijner kweekelingen ^ ^ zicl^ 
thans beijveren , om door vereemigde Mj<inig^ 
te zijner eere^ een* gedenkteeken op te vigteq 
in eene der kerken ce Delff^ waar de asch 
rust va4 eenige d^r m^^t beroen^ t^ederlan^ 

De * medeleden VM ons Oenootfehap » NicOt 
|«i^As SwAHT en Abraham des Amorie vah 
)>fi1t Hqbven> hebben reeds de taak volbra^^i 
om CQRNELI9 Wii^LEM Westbrbaen iu zijne 
Vmrde als Christenleeraar en ^vens als menscb 
en Christen te doen kennen. Een ander {^id t 
^e Hoogleeraar Hbringa l^eeft zich beijverd » 
t>m van deszelfa yerdienfteni ten opzigte van 
bet verbeterd onderwijs bier ter fiede^ aaq 
den eer^tgemelde«i berigten te geven en 
hqe bijl ^1? i^ ^Q zoïgelijkftm tijd tot 

hec 



C ^3 > 

bet ftadsfaeftiHir geroepen wor^lende ^ dch dpor 
bewijjmi v«n beleid» bnafbeid» liefde voor 
orde eo vrede de «chciog wa onpertijdigea ver- 
wierf* (^*^ Die alles en meer is vervat in efi 
bij de uitttonieode L^ireéfe van den eerften 
welke onlangs is in het licfac gel^oinen. 

Dezelve ter lesing aanbevelende aan ^^n 
ieder die prijs flelc op het goede ^ fcboone «o 
edele, lun en natg ik mij omllagen houden, 
om een nieuw berigt te geven van des mans 
lot, verrigtingen en beminnelijke boedaoi|gh4^ 
den , en ik meen alleen iets te mogen aegg^n 

van aijnen fthrij£ftijl in die werken, welke nifc 

« 

tot aijn boofiiberoep behoorden* 

Ik ken in ooze laal weinige ftiikken , welke 
zyne rede¥oerii^en over Titus ^PolfPQMI^s 
Atticus , JacoB Simqnszoon pe Rijk en Pif* 
TBR OE Groot , over JoHamfais LuauwK nn 
JoNCHB, Cganeus Rooob «en Martiwus flrf* 
A&T 9 in behagel^e leiding en pfimi verhef* 

(^) Ik zig door dit. hitfte ^oaml den M htyetêgi , 
weke ik uk den mond vw den iFtwjienflrUik^tn Staitfnifn 
Mr* Jam üuaun» ae]f gehoord l»«b » <* w. : « dax Wim- 
^ TZRBAZN» wumeer hij in dien t^d geen goed Jionde 
^ doen, zich te allen tUde bevmcigd heeft, om kwaad 
^ voor te komen en zidi byz<nder verdieaflel^ bad 
9 gemaakt jegens de HoQgefcfaooI alUer.** 

B4 



I 

0ilg evenaren, én Jk nieen hferbij ook ke nibt 

* gen voegen vei'fcheidene voof leiingeh doör hen» 

gehouden ^ bij «Igërtieene en bijzondere' verga* 

'Öeringen der ^Maatfthappij ! Tof '*Nui van-h^t 

-jilgemeen of bij andere gelegèhliedèn^ zènddt 

^u van de kerkelijke redevoeringen te fpfeken , 

'Welke bij plegdgé gelegenheden gehouden, -van 

Éijne Vaderlandsliefde en zijne belangftellirtg ib 

^egt en waarheid getuigden* 

Ik bedoel thans de volgende ^-i*- die tenbe? 
"tooge diende , -dat men elke^ verbetering 'i^an 
'Maatfchappelijke inrigtingen met de verbete- 
ring van zich zalven beginnen moet^ C'^oa) 
(i. dat de Mensch zijn geluk voernamentHjk 
toiken móet in ziek zelven^ te Am fier dam 
ültgefproken In het jaar !8ii> toen de Pro- 
Cooful De Cjblles aldaar het leed der vreem- 
de overheerfching en het verlies des Vadei*- 
')ands in alle bitterheid gevoelen deed; %. 
PV^r den weldadigen invloed des Christendoms 
'i>p de verlichting van het menfchelijk ver- 
,p§ndi 4. (ff^r de verlichting- ^n befcka^ing^ 
'ftts de voornaamfte waarborgen- van den vre- 
de en dé mivaart onzes Vaderlands. (1818) 

■ 

5* P'^^^ ^,^nige VQordeelen van onzen tijd en o fis 
fad^rland; C^.Sas) en ^iï\d€;l}jk, 6^, die over deh 
}nvhed^ Velken de rampen^ inzonderheid dfe 

' der 



C ö5 ) 

4tr ' natuur*, kunnw kebhén op' de groothêU 
'van den mensch^ in 1&15 uicgefpirokeB wathn 
^aterfnood ^ zonder nu van kldinere, maarieYte 
-^iieMtjke ftnkken .ce i^wagem 

Ik kan: mijn gevoel van goiedkeqrmg niec ntsyr 
ivenfcben uicdrukkeri , en . ftem' ten vi>Ile coe , 
Vizt éón:oo2er keurigfte Schrijvers ^ Mr« jEBJOh 
'MIMO DB Vribs, die in zgne opdragtder werken 
Van PiETER NiBULAND aao Wbsterbabn deswege 
gezégd heeft: ^^ Gij hebt dezen zoo wel gekend. 
^ Uwe ziel is van even zachte en met edele 
I, beginfels doartrokkefi , en de fiudie der ou- 
^ (lea heefc ook aan U dat harmonisch gevoel 
^ voor anderen, die echte humaniteit gege« 
^y ven y die in Ni£uland in den hoogilen gtagd 
>, uitblonk/* 

' Ware ik immer geroepen geworden ^ om de 
Nederdqitfche taal of liever den ftijl te doce- 
ren 9 dan zoude ik deze en meer ftukkeu van 
Westerbaen , als modellen hebben aangepre* 
len. Ik ken geene andere jukken % waarin de 
reine eenvoudigheid van Gerard Brandt > en 
de gave van Justus van Effen om den Ibjl ' 
naar eisch van elk onderwerp te voeren » zoo 
zeer uitblinkt. Het hart wordt verwarmd en 
het veriland verlicht , zonder dat men vermoeid 
>vordc of ce hoog wordt opgevoerd > 2ond?r dat 

B 5 men 



( >tf ) 

mea ooit den xaofacdnoigen Chri8tenleeraar« 
«tea wannen menfdieQyrieQdt 4«n bmven man 
«Ie het oqg verlie(ie« 

Gy ralt mij zeker voor een nienw genocH 
gen danken , indien gg u op mijne aanwüxing 
met zyqe werken nader bekend maakt, e» gij 
xnlt het mij «eker ten goede bonden , dat ik 
nwe medewerking verzoek » -om den Heer S wart 
over (e halen en aan (@ moedigen, tra einde 
al de klenie ftnkken en geicbrifceo vtn Wia- 
T£RBAEii, welke «fzonderlgk zijn uitg^;eveni 
of in tijdfcfarifcen of elders verfpreid isljQ t met 
•erae verfbndige kemee nit te geven , voorafge* 
gaan dow de reeds aangeprezeae Lgkrede en 
hef coevoegfel. Alsdan zal de welfprekendheid 
van Westerbaen een blinkend punt blyven in 
onw- Letterkundige Gefcbi«deots en dan zal 
er een dunn»am gedmkceeken rijzen van 'amafla 
kunde en Ihnak , deugd en Go4svrucht% 

Waaffchijnlijk zuk Gij M. M. H. H* , wlen 
hec niet onbekend is, in welke betrekkingen 
ik federt vele jareo met den Heer Jacobvs Ko- 
NiNO heb geftaan, dians een wijdloopig verflag 
vim 's mans lot en mrrigtingen verwachten , 
^n ik meen voldoende redenen te hebhen, 
cxa mij daarvan te mogen onthouden. 

Aan- 



( »7 ) 

Aangunde de waante van fija fattcAe vferki 
)iec leven vaa Jan C^ui^ Jox£p vam Spbqi( 
(m over )iet treorige t dat d^ Sc^tgiw na xgn 
werk bpveo kracl)téo tea einde te )iebben ge* 
|)ragc, de uitgaaf niet beeft mogen beleven ^ 
\kéb ik tfifds ihijn gevoel mee weemoed oltge« 
jboeiMi^ 

Het is tvvena bekeqd gemaakt • dat ik het ver^ 
foek) in idjiieft laacflen brief a«i m^gedéan^ 
om het werk van Mr. C, A* Schaab » over de 
Uitvinding der Boekdrnkknnst door GumiitRa 
te MeMz^ te beoordeelent als een legaat, b^ 
Qiterilen wil vat| qpynep dierbaren Vjriend beb 
pangenom^Q, 

Dit ftnk «al biooeo w^nige weken verfi:b0^ 
tien, en vermits de meeste en bitceifie aaavak 
}en in 41t wei:k tegen Kovma gevigt «ipi , xa( 
er veel in voorkomen % hetwelk cjjne verdien? 
^f\ , 200 wel als die vaQ l^AURitus ICostbr et 
Ai>iaANUi Jumys in e^p waardig Uqht Itett. 

Verder heb ik het ifienftig geoordeeld ooi 
4e weduwe en aonen aan te raden , otn de nll^ 
gaaf van hff éffde ftuk :iyner bedragen reedk 
Sn den jare iSag bdoofd, zoo veel zijn ktn tt 
berpoedigen, en ik heb my niet alleen aange^ 
boden t om de ^seer belangrijke itekkeo , welkt 
daarvoor gereed liggen of begonnen Z}in% fit 



C 38 ) 

te zien eii naar vennogen uit zyne aanteekenin^ 
gen .af m werken , maar ook om deze. uitgaaf 
ce doen rooralgaan van eene breedvoierigQ le^ 
vtnsfchets van Koning zalven, waarin ik dan 
vetsQdden moet» vac hij als; S^chrijver en in 
2i|ne .'andere bi^crekkingen heeft verrige. Aan 
de weetgierigheid van hen, die in .denieraan 
bielang (lellen, »1 aUopi; genoegzaam voldaan 
wofden en Gi) mk vah mij oi^t verlapgen, 
dit % ik ,than«. mt) :;elven vooruit laop.. 
. ,Ik;2ioujdo nu Wel bebageüjke of fa4angriike 
frugmenteo kunnen bijbrengen over f^nc féirjh 
ontwikkeling, daar hij als;boekverkooper$ leer^ 
ling begon, en met eene onbegrensde lef^Sr 
^n leerlösc behield , ?i(?h zelveii vormde, -r. aan- 
gaande ^ijn voortreffelijk werkvermogea en 
oveirzeldzame werkzaaqibeid, onder afmattQnd 
ambtswerk , zware rampen en morgen , en. ger 
heel zonder roeping ^ — welk laatf^e wel bieter 
is dan roeping, zonder kunde en, vlijt , maar 
echqer eene zeer onaangename zijde heeft, 
door ^e miskenning en afkeuring, daar men het 
bij den eenen betnoeizucht noemt , wat bü eenen 
anderen pUgtfnatigen ijver heet^ — over de 
ongemeene dienstvaardigheid jegens anderen^ 
waaryan ik nimmer de wedergade heb gezien,— 
over bet verfchil der vakken , waarvoor hy go- 

wetkt 



C a9 ) 

werkt heeft v^H^^ name de'penniiighBnd&^ iié 
gefdiiedÊnJIs der crimitieélp : regtsplegjng , hec 
tooneel enz;, ^*^' over^de dinfteh.door^hem 
aan ^her IhfUcUinrv' de^Makfehappijén /Jf]?/rJ^/iKif^ 
ritis en m Nuf van het algkm'eM ka voord 
aan het Bataviafóhe Gempifchaf » c van Eet- 
welk bij ..de vraagbiak was ^ .' brewóani y maaf 
die .alles sal Ik ndriateh liggta-, en vërmeM 
alleen iecrte mogen ; zeggen >vaeD> de grobteivei^ 
zamding van boeken^ fgefcbrif ceia ; én ifatkioNi 
welke hij nalaat , en tot welker bijeenbreQgiii|( 
hij ^gedoféndè .meer ; dan .veertig- ^Aren zich 'I op 
alle mogelijke. wSjzeti Iieeffi hégMrd:» i .;vj;{ 
Men heefr verbaald, dat .hfj. tom eeni^e jkr 
ren zijne BiUliocheek verkocht }ieeft^ maar die 
bietrof aileen de. dubbele bf > j^ulke: (hikkm); 
welke bij meende te konn^ntniisfiatiu .Ik Jml 
de waarde yaA faei^ne hij 'iieefc^ ib^aeen mufe- 
fchcen beter dian éèïl anjie^ eor^üiQld derizaim'i 
dat die . vetsimeling, wat de Ocfchiedeoij dirtr 
BoekdrnkküDst aangaat ^ midcixieAv idèer voUftf I 
is ala er jergcns e^n?;bi^at,iren.;dat zij;^9r 
tangfchikt- ia! in ^Ik- rtne7.öfd6 'bij -cfpvn^ 
gnig^ ais..de dctgénaar mis£phiettfW/4«/^ b^st»; 
gen' kodde 4: ^ :er* verdte.oveK d^ tfadcr* 
landfche Gefchiedenis eaicliMienhiitdft^ Imjl 

vf et V0ip«tr«fel!fk9 . vDorh^da rrftfto chaMtlk 

mia-. 



( 80 ) 

misflAidk éieii Vergeefs éA iroiptfel» isiotUtt 
Een iwog liehng iM til in lÉt bgeeDlutfiieil 
indi deie rijke venuiieitt^> öok ia Iiec bew»< 
Ml VIS dieaehe , iM «ÜfBJift* ma het leieiid eb 
jtakonieiid gjtAubu 

Ik litec 4)ae Ëogelicfiè tiöek* tü kttf^tkocH 
]Mf» Mttds ptógiqgen hébheii tangeweod^ om 
foor het genoegen # der BiUidsiaadf tn foot 
Imme heora iunkodpeo ysh oode dnikkeü ed 
wiétn mhMf étc kini vdegeii, tttt doaelv» tf 

Mee een g^vtiel vU ftmtfc üq fat lfl É tf cB<te^ 
lioeveel belai^ks oic de Bi^cktkeft imn dé 
H H* MsMii^i^tt ^ l^AMi Stjtnrrtst^ en Rbi^* 
Ifmiii mar dte, allet vsrzméigmA Engitani tt 
gfgMO ^ 2«It Gi| hec steker tm 109 «ai gdedtf 
kenden , dic ik ingne weftfclieit tücböetem ^ «{^ 
éftc et" gtxocgd Irleiide , dat dew gehcele Teianii^ 
Ifaig voor de Koshiklske Aibliodieek 4 of eetf« 
éer HoogaftftotM of toor kec loftitoac of iflK 
ideM toor Teylevs Oeooocfchap of Haarlem in 
m»(| limde tsngekoeiit ^ en toe eert en n« 
1MII liet Vade^üd bewaaA}^ Ik meenr étxa 
gifigmbM tritt 00 MK^gea latctt vooebijciatl 
om U «tt ie ndodlgw vmt iÉI| coc henelfia 
éort mede te werken. 

:* Mk is ifaens de qjd ntec, 01* *m t^ VU* 

jee- 



«> • « 



c s« ) 

j«9ttit hteromttiehe toorfldleii te doefi ^ üMf 
datfr men onafgefarokea grooce geUfommeii 
ziet befteeden toe atnkoajl tn Terrijkitig Via éet 
Kabhietnii voor de Nttotitlijke HiscoHe en m* 
dere vakken van wetenfchati ^ tal men de hoofi 
niet geheel mogen oj^ven^ dat tt eenige zorg 
en belangftellisg getoond wofcje io. de. G»^ 
fchiedenls , Lfetmknnde en roem Viui het diefw 
baar VoderhunL 



Van de bnicenlaod&fae Leden hebben vtjii 
200 veel ons bekend .is geen ander vedjea.ge^ 
leden, als dat van den l)eroemden Cütibiu 
£ijn naam it zoodan^ door geheel Euro]^ be-» 
roemd , dat deswege alhier geene melding noo^ 
dig II* 2yne regttaardigheid jegens HoUamlht^ 
toond in het betoemd tapport: ever den ftamt 
tan het lager onderwijs hUr te lande^ eentf 
regtvaardigbeid, welke men zelden bij vreemden 
tiet , is bij velen nog in een ganfUg aandenken. 

Om een bewijs te geven van omto hoogacht 
ting en erkentelijkheid jegens zyne D. H. Beo*' 
RARD Hertog van Saxen Jf^eijmar Eijfenach^ 
oic hoofde van tleszeïfs verdiende jegens de 
Wetenrchappen en het Vaderland , hebben wij 

aan 



C 3^ ) 

Mfl'deiizelven jiec Höoontir Lidmvctfcbftp. i aütii 
geboden V en bebhen tevens odlaagS;!Cpc Ho^ 
nbrtir irld benoemd^ dën . Heer SfiaitsÉitd i 
Mf . • LoDftwijk rkvi Toulon^ Gouvomeiir vatf 
4e2el Provit^d r r - , ' 

; W$ mogcen* <ms ^verfaeDgen dat- déze benoe* 
mnjjgea op eaie v«or bec Genootfcbap alkzioa 
Yle^ndG wi|£e djn aangenomen. 

Thans hec genoegen hebbende oai^txk intün 
gemelden Heer m ons midden te - zien , ben ik 
zeker de tolk van aller gevoel , wanneer ik be- 
tuig, dac Wij dns^L verheugd. eH .Vosl^erd- i>e- 
fbbptt^ivea door- deze; befrek&injg loet. eeoen 
olgenren landgenoot-, eenen man im^t^j^en Hol^ 
knd^fabarten dac. wij hem allie dieizegemngeit 
toewenfchen^ welke /dêtt zwaral Iftst ^oer 
ambtspli^ten voor hem 'künnett dragelijk mahen 
en veraangenamen, terwijl, wi} dns.^n de be*- 
hngen van het Genootrcbap zijner g^e|^heid 
dtobeveien, * ■ .... 

' .. . f • • . ! 

En hierna vermeen ik tot de gewotie werk* 

zaamhedem cekunneir overgaan^ . / . 

% • » 

* . . ./<• I'l.l •• 

- . . . V > % '. \ • * • * • ' • . 

BE- 






4 • 



Afb«el din^ ran 
HET OUD ALTAAR. Or HUMNEBBI). 

aan de 1%.iirsch«. 



Zuid Ki)d<>. 



lÏMird Z]jd«. 



fiERIGT 



AAirOAANDB SBH 

OUD ALTAAR, 

{DOLMIK) 

Of 

£fiN ITAAR BBJf 

HUNEBED 

CV^BMBSTD OVBKBtilTFSBIi TAN DB BBMTB 
BBWONBRS DEZBE IiABBBlT^ 

XN BBT DORP 

DE V DUB 8 CHS, 



V. D. Il St. 



' , t 



tttJNÈfiED Aa* De VÜVÜSCHB. 



vJndef. de werken, iiiet welke óiizé Letter- 
kunde in de laatfte jaren verrifkt en verlierd 
is geworden , bekleedt voorzeker eeiie zeei* oi>- 
inerkelijke plaats, de doorwrochte i^èrhande^ 
ling van den* geleerden oüdbeidsminnaar , Ni" 
COLAAS Westendorp: bver de Hunebeddefr. 

In de Firhandeling » uitgegeven zoo als de-" 
zelve lil den jare 1815 door de Maacfchappi) 
te Haarlem , met gond Was bekroond ^ waren 
reeds de vragen: ^ welke volken hebbed de 
9, zdogenoemde Hunebedden gefticbt? en in 
ff welke tijden kan men verondcrftelleö , dat zi| 
ff deze oorden hebben bewoond?*^ naar defi 
wenscfa vaii deskundigen beantwoord. 

C 2 Do 



. C 3^ ) 

De Schrijver heeft zich later beijverd om 
dit onderwerp nog itieer te bewerken en aan 
alles een nieuw licht bij te zetten. 

AIzoo is er in den jare 1822 een werk ver- 
fchenen van zulk eenen omvang en van zoo veel 
waarde y dat bij de beoefenaars van dit ^eelte 
der vaderlandfche oudheden niets meer te wen- 
fchen overblyft. 

Nd betoogd te hebben van welk een belang 
deze gedenkteekenen zijn, als behoorende toe 
de gefchiedenis der volken , die het eerst in de- 
ze landen gewoond hebben, heeft de fchrijver 
hierbij een zeer volledig berigt gegeven van 
het gene er van deze overblijfsels van een oud 
en verfpreid volk in ons Vaderland is behou* 
den gebleven* 

De Heer Westendorp , wonende in het 
Noord -Oostelijk gedeelte van dit Rijk, heeft 
matuurlijk zijn onderzoek het meest bepaald, 
üaar de overblijfselen zoo als dezelve in de 
Oostelijke Provinciën aanwezig zyn. Het zal 
.hem en andere beoefenaars der Oudheden der- 
halve niet anders dan welgevallig kunnen zijn, 
dat, wanneer er ergens in de méér Westelijke 
gecteelten een dergelijk, maar minder bekend 
overblijfsel aanwezig is, ook daar van een 
naauwkeurig berigt worde gegeven, hetwelk 

tot 



C 37 ) 

tot aanvulling van zijn allezins klasfick en blij- 
vend werk zal kunnen dienen. 

Ik vermeen derhalve bier eene befchrijving te 
mogen plaatfen , van zulk een , naar een hunebed 
zweemend overblijfsel , of oud Altaar , zoo als 
het in het dorp de F'uurfche of de Füurst ,* ia 
de' Provincie Utrecht gevonden wordt. 



Dit overblijfsel beeft op het eèrfle aanzien 
de gedaante van eencn fieenhoop , beftaande uit 
eenen zeer groócen keifteen, liggende beven 
den grond op vier in den grond ftaande kleinere 
keijen. 

Deze fteenhoop ligt tusfchen de herberg en 
deh gewonen rijweg, op eencn aflland van 12 
a 13 fchreden van het gemeld huis en fchuins 
voor de oprijlaan naar bet buis of kaAeel 

m 

Drakefiein. 

Het valt dadelijk in het oog, dat het ge- 
heel een werk moet zijn van vroegcren 
tijd, vermits het aan niemand in onze dagen 
zoude kunnen voor den genest komen, om, 
al had men ook de keijen en de gereed- 
fchappen tot bewerking bijeen, de groote moei- 
te en kosten te hefteden. aan zulk een fmaak- 

C 3 en 



( 38 ) 

^ nutteloos werk 9 als het opwerpen v^n de? 
|cen lleenhoop en ^he( brengen van ded groQteA 
liggeqdcn d^kfteen op de vier (taande (leunfel^ 
sonde zijp , en dan npg op eene geheel oqge* 
|egene plaats, 

. De ^om fteen is eenigzins amandelvormig^ 
^ lengte van denzelyen, oost en west^ tus* 
fcben VH^ (taande (tokken gemeten y is 3 $1 
en a3 duim ; de breedte is i el en 60 duimen ; 
4e om vaQg in de groptite lengte ^ met een koord 
gemeten « is van 5 el en &6 duimen 9 en in de 
grootfte breedte 3 el en 97 duimen ; dezelve \% 
hoog van boven j el en 1 5 duimen ^ en van ondes 
is er een alTtand van den bodene van ^o duimen, 
pe vier (taande fteenen zijn van ongelijke dikte en 
hoogte ; die op den zuid-westelyken hoek, is te^ 
mijnen verzoeke , door de heuscbe medewerking 
van den Heer Bosch van Drakestein , Heer vau 
de Vuurfch^y ontbloot, en het bleek mij alzoo, 
dat dezelve van de bovenfte punt af tot het 
pnderfte me( een koord langs den (leen ge- 
nieten, hoog ig si eleq i duimj wanneef de 
drie andere (teun(èls tot eene gelijke diepte ia 
den grpnd reiken, moet het geheel voorheen 
ongelijk hooger boven den grond gelegen hebben. 
De gemelde Heer zoude gaarne den geheelen 

(tecn-^ 



( 39 ) 

ileenhoop hebben willen ontdoen van liet bc< 
dekkend zand , tnaar zulks zoude niet daH met 
groote moeite alzoo te behouden zijn en zeker 
belemmering aanbrengen aan den nabij gelegen 
rijwegi 

De vijf fteenen zijn alle gewone grove kei* 
jen ; flechts op wemige plaatfen zijn ze afgehakt 
of bekapt , eti meerendeels in hunne natuurlijke 
oppervlakte, gelijk aan de gerolde keijen, wel* 
ke in de otQtneitrckQn van het dorp de Vuum 
en vooral in de Amersfoortfche heuvelen bij me- 
nigte in lagen en verfpreid gevonden worden. 

Dit zal genoeg zijn ter befchrijving , tot be- 
ter verfland heb ik hier eene fchets gevoegd, 
zoo als dezelve zich aan de beide zijden ver- 
toondt , welke door den Heer C. J. de BaaH 
VAN Slangenburq ten mijnen verzoeke is ver^ 
vaardigd* 

Uit de^ befchrijving blijkt het alzoo, ^x 
deze fteenhoop niet te brengen is tot de ei* 
gentJijke HuneUdden (*) of gedenkteekenen 
bij graven , als beftaande dezelve gewoonlijk u(t 
eene vereeniging van meer, naast elkander lig^ 

gen- 

C*} Dat !s: Reuzegrayeu van Hum^ C^^vO A) bei 
(graf). Zie hec venneld werk se. vkgtn^e , M. 5 «11 6. 

C 4 



( 40 ) 

gende jgrpote dekfteenen ^ rustende pp kleinera 
flaande fteeoea of onderleggers. 

Zj^ komt meer overeen met andere overblijfr 
fels. welke in het werk van den Heer Wes* 
TENDORP befchreven zgn en aldaar Altaren 
genoemd worden , befta;ande uit éénen enke- 
len grqoten fleen^ liggende op tw^e of vier 
kleinere (leun fels. 

In ^ratikrijk worden zulke fleenboopen; 
Pdmtn of Dolminsj' in Engeland^ met name 
!n ComwalHs : Talmen en in Denemarken ftel- 
Jig* Alfaren genoemd. (*) 

Qe befchqjving van eenen fteen te Wildba^ 
den iq het fFurfemhergfohe , Cf^ eenen anderen 
te Buxtehiide , twee In Frankrijk bij Blois f de 
^p^n: la pierre deminul f en de ander: la pier.-. 
ff IfV^é^ geheeten^ van eenen derden bij Po^' 
tierSf ook: la pierre levéé genoemd, (§) en 
nog van drie andere in Buitschland^ de Hor^. 
k^nftein in het Qraafsehap Mark hij Westmar^ 
de propftein en eene tweede am Busfchei by 
$achum («) als Altare^ vermeld , komen met 
^e aan de Fu^rfgh^ vyel eenigziqs overeen ^^ ma^r 

eene 

r)Aia. bi. !?, 

Cf) Aid. bl. 3u 
(S)A»cLbl3S. 

(,p) Alc!« b|. 13» ^er umtoekeniogen achter hft werk. 



( 41 ) 

ffine meer overeenftemmende Befchrijving vindt 
paen in die van den hune of reuzenfteen , welke 
Dog op. eenen heuvel in hec Vorftendom Minden 
over is 9 ^Iwnar een grpoce fteen van vyfcien 
JUiüolandfche voecen lengte en zeven voeten 
bipeedte » ook door vier llaande fieenen gedra- 
gen wordt, C*) 

• Eene y na genpeg gelijke overeenkomst zal men 
vinden in de befchrijving van dep zoogenoemr 
{den; Duivehfiecn te Namen ^ welke door den 
preddept Vaugeois is befchreven; aldaar worde 
gcfmeld, dat de vier onderleggers blijkön ge^ 
broken te zijn en waarfchijnlijk voorheen uit 
nvfie fteenen zouden hebben beft^an. (f) 

Hoe dit pok zijii mpge , daar is eene genoeg- 
zame overeenkomst 9 pm ook d^zen fteen tioop 
voor zulk een M$aar oï Dolmin j en alzoo yoor 
(sep pverblyfsel van den vroegften tijd te houden* 

In geene der menigvuldige befchrijvingen van, 
of berigcen aangaande de (leden en dorpen in 
de Provincie Utrecht of in de woordenboeken, 
heb ik op het Art. : Vuurfche of Fuurst eenige 
meI4ing y^n dej^en. i^een |^^vQpd«n «n i|( km 

n Aid. bh ai, 

(t; Aid, bl 49. 

C5 



C 41^ ) 

tnijoe verwondering hierover» en dat niemand 
onzer Oudlieidkondigen ooit hierop gelet heeft , 
ttiet verbergen. 

Op het dorp jjelf heb IIl deswege ^enë de 
minde b(j;;ondere berigten Imnnen opfporen. 
Alleen is mij eenmaal eene flaauw9 overlevering 
voorgekomen, dat deze (teen in vroegere ti}T 
den onverwacht uit den grond was yoor den 
dag gekofpsn. 

Na dat ik de geschiedenis van het dorp de 
Vuurfche zoo* veel zijn konde heb nagegaan, 
is mij dit berigc zeer waarrc)iynli|k gewor^ 
4en. 

Het gemelde dorp ' is genoegzaam zeker in 
fa^c midden van de zeventiende eeuw aange- 
legd. (*} De toenmalige eigenaar van den 
büizei Drakeftein^ heeft omtrent den jare 1650 
de kerk doen bouwen, op een fiuk gronda 
bij gemeld kasteel behoorende, en aan de ge- 
vels van eenige der huizen en van de herberg 
siet men ook in de ankers het jaartal van 1650 
of daaromtrent. 

Waarfc^iijnlijk zal alzoo de thans beftaande 
ryweg»^ te dien, tijde zijo aangelegd; zeker 

ia 

(*) Te^emoordigf Sutat va» Utrecbcw (177O DL IVi 
bL 373.' 



^^ 43 ) 

is het, dat aan den Heer van het dorp is t^ê^ 
geftaan, om een^ matigen tol t^ lieSen Tav 
de voorbijgaande rypiigen, hetwelk niet zondd 
noodig of billijk zgn geweest , wanneer er doos 
hem geene kosten tot bet aanleggep V9P 4ezet| 
beteren weg waren aangerend, 

Wannper vfrij dit een en ander aannemen, e^ 
dan tevens letten op de tegenwoordige gefield^ 
beid van den grond achter de ftreek huizen , dan 
yirordt het genoegzaam zéker, dat deze weg 
heeft moeten gebaand worden door zandhêor 
vels 9 en alzoo wordt bet zeer mogelijk , dat 
deze ileenhoop, welke federt pnheugel^ken 
tijd door ftuifzand overdekt was, destijds onc-t 
bloot is geworden , en alzoo op het minst vep? 

wachte uit dfn grpn4 is voor den 48g geko<t 
men. 

Voor den opvatting heb ik nog een 1>y« 
komend bewijs gevonden, hierin, dat er on- 
der de omwoners fchgn noch fchaduw van 
«enige overlevering beftaat, dat het des ntchtt 
bij dezen fteep zoude fpooken. Ware dezelve 
van den tijd der middeleeuwen af, bij de om« 
woners bekend geweest, dan zot^d^ er waarfchijn* 
lijk ook aan dezen fteenhoop den naam van 
Duiveh^ of Hunefteen gefchonken en ook al* 
bier f en goelijk bijgel<H)f geie^n zijn , volgens 

bet 



• C 44 ) 

hetwelk het werk aan zulke lleenen aan den 
Duivel werd toegefcbreven , zoo als bet over 
hec algemeen bij de omwoners van de Dohnins 
in Frankrijk en bij de I(tm^bed4cn in JDirentie 
plaats heefc. (^) 

i Aan mij zijn verder nog berigten gegeven, 
• dat er meer dergelijke grooce fteenen in de na** 
bfjheid van hec dorp zouden liggem Ik heb 
wel eenen groqcen kei by den koommolen op 
het (tecnkamp of den jleenakker gezien , maar 
bi) onderzoek is hec gebleken , dat dezselve niet 
op fteunfels ligt ; later heb ik berigt bekomen ^ 
dat deze (leen mee dommekrachcen en hef boo^ 
men uit zijne vorige legplaacs eer zijde is ge-^ 
werkt 9 om dat dezelve den doorgang naar den 
molen belemmerde. 

Aangaande andere nog flaauwere berigten, 
dat er tusfchen de dorpen d^ Fuurst en Hil'^ 
yerfum en in de omgckgene heidevelden of 
zaddftreken meer grooce fleenen op fteunfels 
zouden bijeenliggen en alzoo naar eigenclijke 
Hunebedden zouden zweemen , heb. ik geen vol- 
doend berigc erlangd, en evenmin aangaande 
het viaden aaa de Fuurst van fteenen: wiggen 

(♦) Zie .WfiSTEDHOORP , bl. aoOii . .... 



C 45 ) 

of zoogenoemde donderbeitels enz. Derhalve 
is het verder onderzoek nagelaten. Ik hoop 
dat het aanwezige van genoegzaam belang zal 
worden befchouwd» om deze mededeeling te 
wettigen. 

Mogt er verder bier of elders In de heide- 
velden of in andere woeste gronden bewesten 
den IJsfel 9 eenige dergelijke of andere overblijf- 
felen vin de eerde bewoners dezer landen be- 
kend zijn of worden 9 itls dan beveel ik mg 
hqogelijk tot de mededeeling. 

Zij , die begeeren mogten meer van deze en 
dergelijke overblijfselen en aangaande den Kei* 
tisfcben oorfprong van dezelve te weten , ver- 
meen ik te mogen verwyzen naar het gemelde 
geprezen werk van onzen zoo verdiendelijken ^ 
ala ijverigen LaDd^eqpot^ WBrrsMDrap. 



i? 



f 



tlËT GESLÓTEiN ÜÖÉÜ 



>. ■ 

Of 



1)Ë NmirWE HOLLANDSCHE filUNT^ 



é 6 804 



M, 



^foM gniöegeii heb ik van tijd toe tijd 
dé bijdragen tot de kennis der Müntzaken in 
de yereenigde Nederlanden^ gelezed^ welke 
de Heef D. Groebe in dezen jare in het tijd-» 
fchrifcr de Letterbode beeft medegedeeld, en 
wel met name het gene aicbar over den GuldeH 
onlangs is gezegde 

Ik zag aldaar op bh 422 j dzt de Beeldenaar ^ 
zoo als wij denzelven op de oude guldens en drie- 
guldens gezien hebben en nog kennen , is ge- 
ar* 



C 4? ) 

af festecrd bij kefolucie van de Staten Vatt tiollani 
en fTesffriesland wdn i^Febfuarij 1680 » en wel 
bepaaldelijk ^ dat de PallAs zal blyven voe- 
^ ren, de fpeer niet den hoed daarboven op^ 
ff docb dat de fpeer zal rusten op de aarde en 
ff niet op hét boek en dat aan de zijde van de 
^f fpeer zal liaan : hanc tuemur^^-^ (deze , de vrij- 
heid befcherttaen wij) - 99 en dat aan de andere 
,9 zijde zal ftaan eene kolom , en boven op deze 
99 kolom een boek , en dat Pallas zal worden 
h gefigureerd de hand houdende of (leunende 
^ op voorfchreven boek met de infcriptie aan 
,9 deze zyder hoc nitimurf^ (o]^ deze, de 
Godsdienst , (leunen wij> , enz. 

Mij herimierende dat ik over dezen Beeldenaat 
iecs bezat lo mijne vroegere aanteekeningen tot 
het muntwezen enz. , is bij mij de lust gerezen , 
die collectanea eens na te zien en het gevolg 
hiervan is geweest, dat ik beflocen heb dezelve 
te fchiften , en hetgeen mij als bruikbaar voor- 
komt te gelegenen tijde mede te deelen. 

Het lust snij thans alleen over den heelde* 
naar van den gulden een vers te geven , hetwelk 
met het opfchrift aan het hoofd dezes geplaatst, 
in of o» den jare 1680 of 1681 is vervaardigd , 
en mg nooit gedrukt is voorgekomen. 



On- 



( 48 ) 

Onlangs was er twist gerezen 9 

Tusfcben lieden van veriland. 
Wat het voor een boek mogt wezen 

Waar de Staat op fteuntvan ^tland: 
Zoo als^ op de zilv^fen (lukken 

Van het nieuw gemunte geld. 
Dat men ziet in Holland drukken , 

*e Beeld en Byfchrifc beid* vermeldt. 

Hoort nleh Schriftgeïeerden fpfèkeii. 

Die verklaren voor gewn: 
^ Dat dit boek een kenbaar teeken 

iy Van den Dortfchen Bybel is/* 
Maar de Heeren Advocaten 9 

Nemen 't daarvoor geenszins aan: 
^ yy. \ Is het Boek , waar 's Lands pfekaten 

9^ y^ € Zamen in vergaderd ftaaó.' 



»>•• 



y^ Was het niet zoo v^ast gefloten» 

yy Ze hadden beiden wel gelijk^ 
y^ Maar wie zou zich nu niet (looten?^ 

Zegt een fcfarander Politiek, 
9) Dat men vast gefloten Boeken 

99 Straks neemt voor den Bijbel an, 
95 Hier te land*, waar 't onderzoeken 

„ Vrij flaat aan Jan AlUman^^ 

yy Neen 9 



C 49 ) 

^ Neèii, deez' Bijbel en Plakkaten 

j^ Moec men aan een iegel^k, 
^ Hier in Holland openlaten « 

yy Op dat ieder daar in kijk*; 
yy Maar indien raed iets moet fluiten, 

y, 'tZyn: Be fluit en van den Staat j 
i, Wier geheifn , ÜAti dat naar buiten 9 

^ Zelded beil baart ; ^ meestal kwaad. 

^ Daarom fcbijnt hij best te raden 9 

99 Die om deze reden raadt 9 
9^ Dat in deez^ gefloten bladen, 

' 99 Het geheim {laat van den StaatJ*^ 
Toen liet zich een Huisman hooren: 

99 Zoekt men d' inhoud van dit boek , 
)9 Laat zich niemand dan vcrflooren , 

9, Dat ik ook eens daarnaar zoek. 

,9 Is 't geen fchatboek van Kohieren 

9, Van belasting, opgefteld 
99 Om de vrije Batavieren 

„ Voort te ontlasten van hun geld? 
9, Of is 't één dier Heeren - boeken 

9, Die geen' flechte liên verdaan? 
„ Maar om beter te onderzoeken, 

99 Moest nien 't eerst eens openflaan^ 

y. D. 11 St. D iy Spoö^ 



«M 



. C 50 ) 

^ Spoedig zal men^ien, mijn Vrinden! 

n Als *c eens open werd gefield , 
^ Dac men niet een blad zal vinden, 

„ Of hei klinkt naar: geld! geld! geld! 
^ Laat de Bijbel, laat Plakkaten, 

,9 Laat *t geheim van wijzen Raad 
y^ Zoo veel als zij willen baten; 

^ Geld is 't daar de Staat op ftaat. 

^ Zonder geld de Staat in lij, ligt 

19 Radeloos en zonder magt. 
^ Zonder geld der Staten vrijheid 

^ Ras zou te onder zijn gebragt. 
y, Wac men anders praat, maar praat is; 

^ Waartoe nader onderzoek: 
^ *t Geld de ftut van Hollands Staat is; 

^ 't Geld de ftof is van dit boek/' 

Daarmee werd de twist gefcheiden , 

Die hierover was ontdaan ; 
Want het géén de huismsn zeide, 

Natii Men voor de waarheid aan. 
Daarom mag men zonder vreezen. 

Nu wel vast (laan op dit pont : 
Dat het moet een geld -hek wezen ^ 

Want het is op 't geld gemunt. 

' IETS 



IETS 



OTËR DB NAMBN OUZBR tiAAÖSTK 



GELDSPECIËX 



JuLec Iiist mij üic de hiervoitti Vermelde èati- 
teekeningen over dq müntzaken^' tio^ éeA 
proefje liiede te deelen. 

Ik heb gezien ) d^c het nafporeii en opgeven 
Van de redenen der namen van fommige zftken ^ 
bali mijne Landgenoocen welgéVallig is; indien 
deze poging behaagt , dafi 2;al ik misfcbien lil 
èea Volgeild Ituk va6 den fckettin^ tai den 
tMikaton^ in het zihèr opklimiheh én verVdl^ 
gens over hét goudgeld én deszélfs bènalnifh 
gen handelen. 

Ik meen «r/Z^^f; vooraf te moeten zeggeti, dac 
dé meeste dezer aafiteekeningen veö^ vélb jaretï 

D £ ter 



( 5^ ) 

eer goeder trouw zijn ten papiere gebragc. 
Bij eenige vond ik het niet vermeld van waar 
dezelve ontleend zijn en op welk gezag elke 
bijzonderheid berust : derhalve wil ik niet voor 
de volkomene gegrondheid van allen indaan, 
en draag dezelve alleen voor als gisfingen. 

Deze opgave heeft onder de bewerking 
eene aanzienlijke uitbreiding bekomen, uit 
de Gefchiedkundige tafel van de oude mun- 
ten ^ welke in twee vellen in plano voor- 
komt in het tweede (luk van het belangrijk 
werk: Jaarboek van en voor de Provincie 
Groningen j door den reeds genoemden Oud- 
heidskenner: Nicolaas West&ndorp , onlangs 
uitgegeven. 

Kcper^ 

Ik zal geen onderzoek doen , naar de nam^n 
van zulke munten , welke wij alleen uit oude 
gefchriften of uit fpreekwoorden kennen ^ maar 
m^ alleen bepalen tot zulke gddfpecien , wel- 
ke als nog in gebruik zijn , of wier namen bij 
ons in geheugen zijn gebleven. 
. Derhalve zal ik niets zeggen over de einfe , 
het greugjey de grunfe of het gronsje^ dei^ 

hel' 



C 53 ) 

helhr , den kromfiaart j (*) den h^êr , de 
leliarf , de mij f (f) , de munt of de pen- 
^f^g^ G ^^^0 d^ pl^k ^nz», aangaande wei- 
ie fpeciën nader liobc bij Westendorp te be- 
Icomeo is, 

Hec woord : penning , is het meest van deze 
Iborten in gebruik gebleven , maar wij kennen 
geen muntftuk van dezen naam. 

De duit is de kleinfte koperen munt, welke 
wij gekend hebben. 

Deze naam zal waarfchijnlijk , vermits de 

duif voor t'iyee penningen gold , af komftig zijn 

van het Franfche woord : deux ft wee). De 

tweeklank: eu geldt nog in het Hoogduitsch 

voor ui 9 b. V. m bet woord x neues , in den 

naams Eulbr, enz. Somtijds ook bij onsv 

b. vw 

(^} Deze was nog om 1493 eene algemeene nunr» 

In I39P fiood hij op 3 penningen en hij liep later vw^ 

• * 

4 toe 6 duiten , en werd aldus genoemd, naa^ den krom-* 
men iharc van den leeuw» 

(t) Deze munt was de aUerkleinfie vm welke mileenljf 
herigt is voorgekomen. Volgens Westendorp gingen er 
48 in eenen Brabgndf^rb^ ftuiver pf^in^Qoe duit. Zoun 
de de naam niet kunnen zijn ontdaan» naar het mfekt: 
mijtX De kaamijt was voor de ontdekking van he( 
m^kroskoop , .het kleinQe levend fchepfel^i l\ec w^lkmctl 
ie^de. 



C 54 ) 

* 

b^ y. ia den naam der &inilie van pEUT2t 

Ia een der werken van Mr. Q. van Has« 
siLT, is mij van den omloop der klank s eu 
in die van tfi en oi^ epn byzpn^er bewijs voor^ 
gekomen* 

In Geld$rland bloeide voorheen een adelgk 
geflacbc: Dbus van Bijland g^heeten. Hec 
^rfte woord werd doorgaans als Doijs uicge-i 
fproken. Eene uk van hetzelve noemde zich 
vervolgens alleen; poijs of van DoijSt Het- 
l^elve beftond nog in Friesland en in Holland 
pc na het midden (fer 1 8e eeuw. 

In verfchillende Provinciën worde deze munt ^ 
l4s Qogi meer; doit dw; duU genoemd. 

Vermits de duit veeltijds dienen tgoesc om 
de menfchen van eikanderen te helpen > wa% 
^t natuurlijk) dat men dezelve befchouwdQ 
als de fcheide - munt en van bier dan de naam 
VanJ fgheijtfsn^ wplke de duit op eenige 
plaatfen in Friesland ^ vooral naar den woud* 
)(ant » te Bergum enz. ^ nog lang behield. 

Djt woord komt voor in een oud en Werryk 
F^esch fpreekwoord of Tpreukje \ 

Twoa 

(♦) OeÜerfcke BifM(mderhe4en , N*. i. 



C 55 ) 

Twoa fchepfen meytze yen ortfen ; 
Twoa ortfen meytze yen botfen; 
Twoa botfen meytze yen Jijoer; 
Dij dit Qeat wit, dij wint neat oer. 

dat is : 

Twee iuiten maken één oord ; 
Twee $orden één groot; 
Twee grooten één ftuiver ; 
Die znlks niet weet of befeft , die sal. -, 

niet ov^fwHmeUe 

Over de foorten van duiten m het verfchil 
van den muntflag , hét wapen , enz* zoude veel 
te zeggen zyn, maar wij willen met 19 ver 
afüwalen. 

Het meeste gemcht heeft de Zeeuwfcfae dui( 
van 1754 met de woorden: luctor et emen- 

m 

toren de Overgsfelfcbe van 1766^ welke met 
den naam van liet Prinfe-duifjoi bekend werd , 
gemaakt* 

Aangaande de eerfie is het volgende verbaal 
mg ajs bet meest waarfchgnlj^ke voorgekomen. 
: In den jare 1754 moeten er tusfcbei^ de Stor 
ten van Hbllarid en Zeelün4 financieele fchik^ 
kingen gemaakt zün ^ wejlke in de Imtsrgemelde 

Pro. 



C 5Ö ) 

I^rovlftcie geenszins algemeen . werden göedget 
keurd. Een der af keurders beflooc van zijn 
pngenoegen te doen blijken en verzon om eeneq 
ftempel voor eene duic in gereedheid te brengen , 
waarop de gewone fpreuk om bet wapen aai^ 
de voorzijde: luctor et smergo^ (ik worfte^ 
en blyf boven) veranderd werd in die vanj 
lucfor et ip$sntor^ (ik worftel en verlies mijn 
yerftand » of: ik worftel en word gek.) 

Hij vond gelegenheid , dezen ftempel in ban- 
4en van de muncgezellen te fpelen» en zoo, 
waren er vele duiten , welke behalve de2:e 
Woorden in alles met de gewone gelijk fton^ 
den^ geflagen en uitgegeven» voor dat meii 
de 2aak ontdekte. 

Nooit heeft men den dader kunnen uitvin*? 
4en , maar men heeft deze duiten zoo veel zija 
konde- ingewlsfeld of opgekocht* 

Aangaande de andere duit zij gezegd , daa 
de muntmeester te Kampen in den jare 1766, 
na dat de Stadhouder Prins Willem V. raeerT. 
dorjarig was geworden^ goedvond ^ om onder 
het jaartal 1766 een kopftukje te plaatfen^ het'r 
Welk op het gelaat van den jongen Prins zoude 
gelijken. In de eerfte jaren werd zulks voorbijn 

ê 

gezien,, maar* bij bet toenem^ dec burgei^twi^^ 

ten 



( 57 ) 

ten werd het opgetnerkc. Deze duiten erlangd 
den weldra den naam vzni Pr infeduit\ zij wert 
den vervolgens, (bms yerguid of verzilverd , 
als een blijk van genegenheid voor hec Uoi9 
van Oranje gedragen. 

Het dubbel van eene duit of hec vierde vaa 
eenen Jiuiyer^ werd doorgaans voorheen een 
oord genoemd , in Friesland bepaaldelijk een 
oortje ^ maar lyij kennen chans geene rounc-* 
foorc van die waarde. Mij hangt nog iets in 
het geheugen ^ dat er in den tijd van mijne vroe-r 
ge kindschheid, een koperftuk voor /i»^^^ duiten 
ging, bellempeld met een' man ter halver lijf 
met een 2waai;d> hetwelk een y.et o^rdjê heette. 
Na dat in Friesland^ al het koper geld, be« 
balve de Provinciale en Stedelyke duiten was. 
algezet of billioen verklaard, zijn ook de^ 
vette êordjes buiten bmloop geraakt. 

De helft van eenen Auiver wevd een : grao$. 
genoemd , maar het is mij niet bekend , dat er< 
2ulk eeqe muntfoort van vier duiten waarde, pp 
2ich zelven hier te lande beflaan heeft. Hee. 
is alleen een naam en men noemde een gul- 
jjo», veorjiqpn ^ pqg }ang, j> tQt in pnzs'n 



1 * » • •• * 



ti}d 



^ 



C 59 J 

witjes (^); voor deze kleine munxen t^n U« 
ter de fiuivfrs «o de dubhltj^f in plsacs g9*. 
komen» 

De naam mafiuher komtf £00 veel m^ be^ 
kend is » njec veel vroeger voor dim in hec begia 
der zestiende eeuw» en bet is waarfchijnlljk t 
ten minde mogelijk , dat men aan de ilein^^ 
geldftnkjes dezen algemeenen naam beeft ge- 

• 

geven , toen er zwaardere en dikkere geldftuk*' 
ken 9 na de ontdekking van Atnerika^ in om* 
loop kwamen 9 waarvoor de kleine dunne 
plaatjes als wegftoven. 

Meer zeker is bet, dat na het vermeerde- 
ren van bet geld eene menigte van deze klein» 
afgefletene ea bekpipte plakjes aUengskea^ zijn 
* pit de wereld gebolpen» 

De plaatjes, welke geheel glad of hf0nk 
varen , werde^ eerst op | of 75 pet. afgezet 
eo van bier zpQde de naam van ilank ^ vpQf 
bet beloop v^n ze^ duiten « ontfta^ zijn. 

Dit woord is, üQg iMg in g^brwk gfblevefi» 

C*) Het b zeer mógeiyk t dac onder deze opgenoem- 
de munten^ eenige wi koper waren» en misicbien be- 
fiooden er ook zilveren onder de vroeger opgegeveno ; 
bet valt ^enigzins ooeijeiyk üm- zulks naar begeerte ca 

cmderfcheiden. 



C 60 ) 

CR wij zefden nog dikwijls drie Manken , wan-^ 
neer men een dubbeltje en twee duiten moest 
betalen. 

De plaay'es , welke niet alleen glad of blanii 
waren gefleten , maap ook bcknlpt of befnoeid 
en alzoo hec figuur hadden van eene hot, 
zonden op de helft, op 50 pet, rijn afge-^ 
zet, en deze kregen dan den naam van een 
»./!,•<. C*) 

Dit woord is in Friesland Tmg lang in het 
^bruik gplileven voor vier duiten of eenen 
halven Huiver , en vooral in de woorden dria 
botjes of anderhalve duiver. 

In Holland is dit woord nog hl het fpreek- 
woopd ) botje bij \hotje fpelen , Ingeval ■ vao 
gelijke bijlagen, bewaard gebleven. 

Wanneer onze gewone ftuher met de teven 
pijlen als een waaijer gefield > of het bezempje 
voor het eerst geflagen is, heb ik niet kun-' 
nen opfporen. Daar moeten er voorheen ook 
geweest zija mee de wapens van de provin- 
cWn. 

De 

C') Het botje komtbq Westendokp voocaictdei) naam 
v|0 hutken of kloMwtm, »U« bukenu zij bebqpnjCA w^ 
At zeer algemeene muDtToorteii. 



i 6i ) 

De duiver maakte lang het. beloop van eeü 
gewoon daghuur uit. Toen het geld in waar- 
de verminderde , rezen weldra de werk- 
loonen. Zij, die goed werkten, kregen een 
yierde OTpü^j en zoo zoude bet beloop van 
tUn duiten^ den naam van: braspenning heb-^ 
ben bekomen. Van eenen braspennings^ 
'tnaaltijd ' Vizs qog in onzen leeftijd eene 
fchildery op het ftad^fauis te Amfterdam 
overig. 

* 

Oe naam van dubbeltje geeft duidelijk den 
baam van eenen dubbelen ftuiver re kennen, 
en dit behoeft geen nader betoog. De dubbel* 
tjeSj welke met eene lelie bellempeld waren , 
zijn alle nog niet verdwenen. Deze zouden 
dien flempel bekomen hebben hij hét verblijf 
jer Franfchen te Utrecht in 167a, wan- 
neer deze de wigtig bevondene alzoo zouden 
hebben gekenmerkt. 

Daar is geene eigentlijke munt t)ekend, wel-r 
ke de waarde van twee .en eenen halven ftui- 
ver had, en een fiootef wordt geheeten. Deze 
naam zoude daaf uit af komftig kunnen zijn , dac 
de werklieden, die het dubbel daghuur^ eenen 
dubbelen braspenning verdienden^ wel eens 

COC 



tot overmoed kwamen, en defhalve een floo- 
ter (*) (een opftuiter') genoemd werden. 

Het woord opfiuitef In den zin dienende om 
Iemand te befeekenèn , die den meester of baas 
wUde f^elen» bleef* ten minde iii Fttesland^ 
itog tot in onzeü tijd iH gebruik b^ de kolf- 
hiaa. 

De benaming vaa de waarde van drie ên een* 
halven ftuivetf met het woord: reaal y M tan 
Spaanfche afkomst^ als koninklijk of van ktf- 
fiingswege. De reaal was aldaar de kleinfle 
tttvermunt en descyds het zestiende deel van 
«oe Spaatifchi' mat oi puk van echteH;htzt 
Xyn hierin veranderingen gekomen. Het heiige 
tnij nog, dat dit woord in jimjlerdam in ge>- 
braik 
O tiet vereent initftlAen qnnetkilig , hoe ellc« op' 
[ bij twe« duiten in Frieilmul eene •igene b«a 
|bidi té weten; 

A duiten eên oordje. 
4 *. *> botje- 
6 „ n btank. 
8 M n ftulver. 
\o ff tl DtupeiHdif* 
ia M ^^^ boüjei. 
14, t, zeven oordjet, 
itf „ een dnbbettj?. 
18 „ drie btaoken. 
so „ eett (lower. 



C <53 ) 

braik was 9 eti dat een mastehin -htOoA^n 
reaal kostte. 

De fchellingen hebben waarfchijnlijk hunnen 
naam ontleend ^ om dat zij de fcheidelingen 
van de ponden Flaamsch waren , en flaan bier- 
in gelijk met de Duicfche fchillingen en £n« 
gelfche fchilUngs. 

Onze zêsthalv€n waren niet anders dan ge* 
reduceerde fchelUngen. Daar was in den jare 
1693 en 1693 bevonden 9 dat bij de oude Rijka- 
en andere mnnten , te veel koper en lood on^ 
der het zilver van de fchellingen was gedaan 9 
en van hier was het , dat alleen zij , die van 
een goed gehalte bleken te zyn, op zee 
Huivers bleven, en dat deze, die gelijk de 
meeste der gereduceerde foorten, een rui- 
ter op de voorzijde droegen, met den be- 
kenden klop of ftempel roet het bezempje wer- 
.den voorzie; al de anderen werden óp vijf 
en eenea halven ftuiver afgezet. 

De af beddingen der blijvende fchellingen ^ 
zijn alle in een plakkaat der Staten Generaal 
opgegeven , en die der gereduceerde , zijn op 
eene prent in het werk van O. van Looi^, 
Nederlandfckt Histerie • penningen D.ÏV.^i. 
afgebeeld. 

De 



C <^4 ) 

' Dè ftedelijkc regering vaii Deventer k^tttri 

alleen in cegenftand. Zy hield (taande» dac eent- 
ge der gcreduceerden , welke aldaar ge dagen 
waren 4 de volle waarde badden en men hecfc 
derhalve deze niet een' klop mee het Stads wa- 
pen van eenen arend mee een hoofd , beflem- 
}$eld, welke fchelliiTgen cdc onlangs nog wel 
eens voorkwamen, 

Eem'ge der Zecüwfche fchellingen, met den 
liggenden leeaw en den hoed op de fpeer , be- 
hoorden ook wel onder de gereduceerde ^ maar 
2ij bleven in Zeeland op de waarde van goede 
fchellingen gangbaar en golden zes flurvei's; 

De groote 'platte fchellingen^ rcLti het wa- 
pen van Friesland^ werden riog lang in Am^ 
fterdam en elders; bakerfchellingèn^ geheè- 
ten ^ bmdat ze op het gevoel deniendebalven 
fcheffeti te zijn en derhalve voor het passagie* 
geld in de kraamkamers konden dietien* In 
Friesland heetten zij : Jelle Sijbes fckellingen^ 
omdat een burger van dien liaam 9 dezelve zou* 
de hébben laten m6hteri< Hoe zeer zg vol- 
' wig tig en goed van gehalte waren, zoude de 
tnan, volgens de overlevering, onthoofd zijn*-, 
omdai! bij met die munten zich tegen- den Staac 
•t>f de Höoge Heerlijkheid vergrepen had. - 

Dit verhaal komt mij als zeer onwaarArb^n- 

lijk 



( 6$ ) 

lijk vooft Liever geloof ik dac dfeze niaam aa6 
4ie fchellingen gegeven Is , ter gedachtenis van 
JsbLE SijBEs VAN WijTHAMA » die cen tijde van. 
den afval van Spanje ^ Burgemeestef té Leeu^ 
warden was , in een algemeen vertrouwen ilond 
als Regent en afgevaardigd werd Cot het fluiten 
en teekenen der Unie van Uh'echt; 's mans 
waarde is breeder door m^) vermeld^ in mija 
Staatkundig Nederland. D. II. bl. 527. - • 

De fijne of dunne fcheepj es- fchellingen zou- 
den den aanvang hebben genomen tla het ne^ 
inen der Spaanfché zilvervloot door Piet Heijn 
in den jare I($s8* 

Zij dienden voorheen veeltijds tot gëfchèh* 
ken voor de fpaarpotten; ook voor knoopen» 
en zijn than$, om het fijile van het zilver ^ 
tneerendeels verdwenen^ 

Wij ioüden nog v^cheiderie berigteti èri 
bijzonderheden kunnen bijbrengen, over dé 
veranderingen in de waarde of liever in den 
gang van deze geldfpecien, maar Vermeeneij 
ons hiervan te ifiogen onthouden^ 

Wij hebben bij deze' mèdedeeling geenszifls 
eenig oogmerk om op de verdienftelijke po- 
gingen van de Heeren: DRONSSERCy GRóEBÈf 

V. D. IL Sc. Ë Ver- 



C ^ ) 

VnuuM en Van dei^ Chiji , voor de zaken van 
liet Mnntwesen en de Gefchiedepis van het geld , 
aenige aanmerkingen te maken ; maar aan hun- 
nen loflPelijken yver voor Vaderlandlbhe zaken , 
gaarne den warmften dank toebrengende, ver- 
langen wy niets andera of meer dan dat men 
deze aanteekenlngen aanneme , zoo als zij zijn ; 
aia kleinigheden weleer vlugtig ten papiere ge« 
bragt. 

Watmeer ik over het grootere of zwaardere 
zilvei^ld en over het goudgeld zal handet 
lm, dan hoop ik dat de waarde dezer aantee- 
kenlngen ^ met die der geldfpeciën zal ryzen. 



MERK- 



MERKWAAimiG STAATS^STÜtt 

TBH BBWIJZB DER OITGBMBBlfa 
WBBJaSAAHfiBID 



▼A« 



M^, SOHAN DJÊi tri€t 



JL ot de fflededeelitig vaö liet völgeod (tatö- 
ftuk Is befloten, na het zien van eene sinfne-^ 
de in het verdienftelijk werk van Mr. P. Si* 
MoNSi getiteld: Johan dr Witt en zijn Pfjdi 
op bh i 6g van het eerde deel : 

»9 tn het Staatkundig Nederland vaQ dèd 
fy Heer StHELTEMA, deel rit, p^ 503, worék 
i9 gezegd, dat de reductie van rente jaarlijks 
^y elf tonnen uitwon tot i658; misit ik beb 
yy niets kunnen ontdekken waaruit bleek , dat 
„die uitfparing ' in 1668 ophield. Fn dat 
9j werk ia ook de opgaaf van het Jaair f653 

E 2 ^ als 



C Ö8 ) 

II ab begin der befparing» welke in 1655 
II eersc een aanvang nam onjuist, zoo als ook 
y^ het bedrag dier economie 1 welke niet 11 
II maar 14 tonnen bedroeg/' 

Dat deze ^infaede by de eerUe lezing mi^ne 
aandacht trok^ zal ik niet behoeven te betoo* 
gen; en hoe. zeer het mij eenigzins verheugde , 
dat I indien ik al gedwaald bad , het beter 
was te weinig y dan te veel te hebben opge- 
geven , had ik echcea <mets fpoediger te doen 
dan in het aangehaalde werk na te zien, wat 
ik in ; de levensfckets van den grooteh Staats- 
man, aangaande de diensten in het Financi- 
eele gezegd had, en. nu vond ik aldaar niets 
meer dan het volgende: 

n Die intusfchen de geldmiddelen van Hól- 
fflan^ herllelde, en door een eerlijk en fpaar- 
^ zaam gebruik van dezelve , behalve het ver- 
II fchaSen van andere groote voordeelen , den 
n last der rentebetaling van 1653 ^^^ ^^5^ ™^^ 
,^ ontheffing van meer dan elf tonnen gouds 
n *8 jaars verminderde/* 
; Willende nagaan, op welken grond ik dit 
faat/le had gefchrcven, bleek het mij weldra 
voldoende, dat zulks gebeurd is, naar aanlei- 
ding van zekere (laatsfiukken van ip en 27 Julij 
26tf8| op de vorige bladzijde in de noot aan- 

; ge- 



C 69 ) 

gehaald, waardoor ik in defen niec verder was 
gegaan, dan tot 1568, zonder ce zeggen, dat 
de vermindering der jaarlijkfche reneebecaÜng 
ülg (oen heeft opgehouden. 

Ik zag bij deze gelegenheid, dat tk in die 
noot uitgeweid hebbende over het belang vaa 
dat Staata-ftuk, aldaar gezegd heb: 
' 99 Wij kunnen deze (lukken alhier niet plaats 
9^ fen , maar raden een ieder die daartoe gele** 
^ genheid heeft de lezing van dezelve ton , en 
^ zullen dit hoogst belangrijk ftuk , indien 
^ wij iromer èenig Gefchiedkundig MengeV 
^ werk uitgeven , zeer zeker meer bekend mar 
^ ken.*' 

Ik ben alzoo aan mijne belofte herinnerd en 
heb die (lukken by deze gelegenheid herlezen. 

Vroeger gezien hebbende, dat de mededee- 
llng van gewigtige vergetene (laatsfiukken bij 
dit Mengelwerk aaq v^Ien welgevallig is, heb 
ik nu te eerder beiloten otoi hetzelve uit mgne 
Analet^ta Wittiana mede te deelen* 

De eerfte lezing van hetzelve heb ik in den 
jare 1 805 erlangd , door de heuschheid van den 
Heer Jan GoLoaERG, en ik heb destijds alles 
iself afgefchreven. 

Benige jaren later vond ik deze (lokken in 
bun geheel by een gedrukt in «n vergeten 

E 5 boek- 



( 70 ) 

|K>ekje getiteld : Aanmerkingen op Je hefchuU 
^igingenj rakende de Heer en Gebroederen 
De WiTT, van Lambert van den Bos, in 
2ijneü reizenden Mercurius aan dezelve Hes* 
ren te laste gelegd. Ik heb dezen druk naar 
^e ftukken doen vervaardigen* 

De Hoogleeraar Kluit heeft van deze Mer 
morie ffield(n|| gemaakt ^ in zijne Historie der 
fjotlandfche Staatsregering. (D. IIL bh 338O 
Hy had de aldaar gegevene berigten ontleend « 
Uit het boek : Nafporingen van Hollands heil 
tn rampen^ van H. J. Z. C. (Huich ^ai^s 
^0019 Cooriiuout) bh 390 • 393. 



EX 



EXTRACT 

uu 4ê Rtfplutm ¥4h 4$ Hètren SiapeH yan 
Holland^ ^nJe iFtttftmiand ^ in kaar 
Ed. Gr&^ Mói Fctgaderinge genomen f 
op Jhmhriag tUn 19. July 166%. 

19 Is, fiatf voorgatttde ikliberadè, «nde in 
fy achcb^ geix>men zijnde, dac den jegen- 
fy woordigen Hcere IUadt>enfionaris , geduu-^ 
99 rende den tijd van des xelfs bedieninge, 
99 ende zulks van den jaare 1653. af fuccesfi* 
,9 velijk 9 boven *c gene voor henen tot de zei- 
99 ve bedieninge fpefteert, ofte waar coé hy 
99 volgens inflruAie e y gen clffl t is gehouden ge*" 
99 weesc, veel excraordinaris moeycen, dien* 
99 ften 9 ende lasten , op zich heeft genomen ; 
99 goedgevonden en verdaan 9 dat de Heeren 
99 Gecommitteerde Raden fuUen werden ver* 
99 zocht 9 ende gelast, gelijk dezelve verzoche 
99 ende gelast worden by dezen , naar te fpeu- 
99 ren « en haar Ed« Groot Mo. te berichten t 
99 welke en bocdwige extraordinaris moeyten, 

E 3 M dien- 



C 74 ) 

p, Üonvis de Wiet in dezelve bedieninge ii 
fp getreden} wezende den tijd van 6^» jaaren , 
^ alle de fuccesfive Registers te zam^n maar 
^ behelfen 23475. bladeren; en de dat geduy- 
^ rende de voorfz. bedieninge van den gemel* 
fy den Heer de Witt alleen , zijnde tusfchen 
9^ de 14. cnde 15. jaaren, de.^elv^ Registera 
yy bevacten de nombre van aai^i. bjaderenvaa 
yy gelijke groote , zulks dat bij den voornoem-i 
yy den Heere Raad-?enGonaris De Witt aUeen» 
yy in den voorfz. kleynen tijd , genoegzaam eveo 
yy ZOO veel extenfie gedaan is, ais bij aile zijne 
yy Voorzaten in bedieninge te zamen, in den 
yy tijd van geheele 6/. jaaren : als bljykt bij d^ 
yy verklaripge onder No, i* hier bij gjcvoegtr 



II, 



^ Iht dev jêgen#oopdigen Heere Raadpeo^ 
19 fionsris meest alle particuliere CommisGen» 
,^ cnde beibinges van importantie bygewoont^ 
yy ende het refukaat van dien get^pporteert , 
yy ende in gefchrifte ver^t beeft: van faoeda- 
,, nige befdnges ée Voorzatieb in officio door^ 
I, gaaM vedchcKmc ïifa gevi^erdeft;. blQltfende 
,9 wedetom bij esa<5te nafpeluiiige 4n de Re* 
y, gfsoers als boven; dat ^ded jegeawoofctfgi^ 

3» Hee- 



C 75 ) 

^ Heere Raadpenflonaris van zoodanige Cpnir 
p mfsfien, ofce befoinges van Staat , in 14 
^ j^ren eqde eenige maaiiden » gedaan heef( 
f> 534 rapporten; ende dat alle zgne Voofzar 
py ten te zamen, inde voorfz. t(jd van 67. ]ht 
^ ren maar in alles afge}eyt hebben 85. gelfjke 
^ rapporten , zulks dat den voornoemden Heere 
^ RaadpenGonaris de Witt, in den voorfz^ kor? 
1^ ten tijd alleen verre over de zesmaal meer im^ 
^ portante befoingea van Staat waargenomen ^ 
^ ende rapporten afgeleyt beeft, als alle de 
fy voQrfz* zijne Vowzaten te zanden, in zoo 
p veele jaaren gedaan hebben : als blijkt nyt 
^p het getoygenisfe hier OQder bygevoegt pn4qr 



in. 



^ Dat den jegenwoordigen Heere Raadpen? 
I, fionaris niet alleenlijk in de Vergaderlnge van 
fy haar Ed. Groot Mo. by gevolge van *t voorfz, 
fy gepofeerde, ingeftelt heeft alle importante 
fy AAen » InflruAien ^ Brieven ; ende andere de* 
yy pefches ; maar dat de zelve ook ter Geneta* 
yy liteyt alle particuliere Coromisfien , ende ba- 
9y foniges van Importantie , dtkmaals tot nvoe 
II of dry maal op cfcneti 4ag waargenomei t m4s 

I, al- 



( 76 ) 

19 aldaar mede alle impofcance rapporten in ge« 
19 fchrifce vervat; ook doorgaans de brievea 
^ aan Koningen, Princen, en Republijquen i 
iy de antwoorden aan haare Ministers alhier rer 
yy filerende; inicfgaders de inftrui^tien, eh4f 
yy fiicceflSve ordres, voor de Minifters van d^r 
99 zen Staat buiten *s Lands ) ende meer andec^ 
99 depefcbes van gewichte , op den naam vaii 
99 haar Hoog Mo. ingeftelc heeft 9 daar door 
99 dan onfeylbaarlijk dMntentié van kaare E^ 
99 Groot Mo. beter geasfequeert is gewördei^^ 
99 dan of zoodanige importante depefches by 
99 een Miniiler van de Generaliteyt (als voor 
,9 henen placht, te gefchieden) ingeftelt warQ9 
,9 geworden, , - . ,, 



PA 



99 Dat 9 fedért de bedieninge van den Heere 
19 van Oldenbameveld voornoemt 9 de Raadenr 
99 penfionariflen inder tijd by inllruftie generji^ 
.99 lijk geinterdiceert is geweest , met de Mini^ 
99 ters . van Koningen , Princen , Vorften , Rft- 
99 publijquen 9 Steden 9 Gemeenten 9 of and^* 
99 ren » buy ten of binnen *s Lands 9 eenige Cox- 
99.respondentie te houden; daar ter contrarie di^ 
99 correspoj24entie binnen en buy ten '^Lünd^e» 

dea 



C 77 > 

i^ den jegenwoordigen Heere Raadpeqfionari^ 
^ van den aanvang zijner bedieninge aanbevolen 
^ is geworden ; ende dat uy t de voorfz. last al- 
^ leen » zoo veel , of meer ^ befoinges , ende 
^ depefches refulceren ^ als uyc de deliberaden 
9^ van baar Ed. Groot Mog. Scaacsgewijze Ver- 
f^ gaderinge , gel^k de grooce jaarlijxe voluroina 
fy van de minuten daar vam zynde ^ zulks uytwijr 
fy zen : tot zoo verre dat de declaratien van den 
91 Commys van den Bqfch, die federt den jaare 
99 1 656. meest alle de brieven van den Heere Raad-^ 
99^ penflonaris de Wiet aan de Ambafladeurs , en- 
99 de andere Ministers 9 zoo binnen als buiten *s 
99 Lands, gegroHTeert, ende gecopieert beeft 9 be- 
29 vonden werd voor ^t groHeren , ende copieren 
19 van dien, alleen, al op den laatften Septem- 
99 ber 1666. aan fchrijfloon betaalt geweest te 
99 zijn de fomme van 3572: 9: o. waar by als 
99 na dezelve proportie gevoegt zoude werden 
99 gelijke fchrijfloon over den jaare 1653. ^^54* 
99 1555. ^^^^ v^^ ^^^ laatflen September 1666. 
99 tot den laatflen September 1668. fulks een 
99 fomme van 1330. guldens zoude üytmaken, 
99 ende by gevolge zoude het fchrijfloon van de 
99 bedieninge van de jegenwoordige Raadpen- 
99 (ionaris (boven die gene, die noch dik- 
f^ maals door andere Clerquen gecopieert , ofte 

79 ïn 



I, >n *i «iett0 gefchreven *ijn) iftontereti *cn 
^ fotnme van 4<k>^* gulden : als blijkt by d^ 
,1 Exnraélen ehde Verklaringe onder No. 3. hier 
^ cmder bygevoegc , daar uyc dan Tigtelijk af te 
^ neraeti is , dac dief Éieu we lafcen , hefm boveil 
^ eenige van de voorfz. zijne Voorzaten op<» 
h g^l^yc 9 ^^^ h^^ Twaaf fte gedeelte van tijne 
^ Chargie is »akeod«Sf 

^ Dac éoot de ttienigvuldige Correrpondcft<i 
I, (ien, die den }egenwoordigeii Heerc Raad^ 
^ penfionarisalonime onderhoud, by belafcwerd 
19 mee vele porten van brieven , ende andeM 
^ onkofcen^ daar uyc reful terende , zonder dac 
f^ hf *daar over oyt ^ ofte oyc , iets in tleke- ' 
91 nioge heeft gebragt , noch daar voren andcr^ 
99 fots iets geprofiteert^ ofte genoten heeft ^ 
ff iriec cegenflaande den Heere van OldeÉhbame-» 
ff veld , gedurende i:ijne dienden voor extraor* 
99 dinar» koften, ende moeyten vati de eorref- 
99 pondentie , binnen en buiten *s Lands , geno» 
99 ten heeft 500. gulden jaarlijks: als l!)Hjkf 
99 uyc deszelfe gepofecrde, by zijne Remon- 
99 ftramie op den 20* April 16 19. aan haan 
f^ re £d« Groot Mog. gedaan, daar van 

9, ex- 



9^ extraé hier onder gofo^ i^» ibb No. $, 



Vt 



,1 Dat by Refolorfe van. haar Ed. Groot 
^ Mo. van dato den 19. Janqafy i6a7« op hec 
^ vertoog aan dezelven op den a5« July daar 
yy bevorens, door de Heef Raadpenfionaris Duyti 
9^ gedaan: van dat hij genood2aakt zoude wen 
^ zen te houden een fcbrijvende Clerq in zijt^ 
^ huys , met verklaringe , dat hy zonder dezelva 
^ den dienft niet behoorlijk en zoude konnen 
j^ verplegen ; toe verval van den laft daar uyc 
^ refulterende aan den zelven Heere Duyk ia 
ff toegevoegt een fomma van 350. gulden 's jaara 
,^ blijkende uyt de ExtraAen hiernevens ge- 
I, voegt onder No. 6» Ende dat den jegen* 
Il woordigen Heere Raadpenfionaris^ mits de 
99 vermenfgvuldiginge van ^t werk als boven, 
ff volgens Refolutie, ende op Aflens van de 
f^ Gecommitteerde Raden t* zijnen huyze houn 
ff dende is.een Commys , ende vijf domeftijcque 
^ Clerqnen , daar by noch veeltijds een groot 
i^ getal van extraprdinaris Clerquen tot asfiften- 
ff tie moet gehaalt werden t welke alle, zoo 
99 Commijs, als Clerquen, ordinaris ende ex<« 
n traordinaris 9 hy Raadpenfionaris voornoemt 

SI is 



( 9o } 

P§ f$ Voordiende toe genoegzame njmtef mei 
^ die compcoiren in zijn huys: mitsgaders met 
f^ vier 9 ende licht, ende dat bebalven noch 
i9 twee domeftijque Clerquen, die particulier-^ 
^ Ujk mede aan den dienft van zijn perfoon^ 
f, ende Familie, geattacheert zijnde^ hy jegen; 
fp woordig noch in de kofl beeft, zonder over 
19 de voorfz* befwaimisreü van huishuur, viélr 
^ en licht , met *t gene daar verder aan depeti- 
I, deert , oyt mede ieté in Rekenlnge gebracht , 
^ lioch daar voren heller of penning genoten 
^ te hebben« 



VIL 



j, Dat de voorgaande Heercn Raden-Pèn^d* 
ff nariffen volgens haare Inftruftien hebben ver- 
^ mogen te ontfangen die eerlijke Prefenceri» 
9, en belooningen , naar de befchrevene Rechten 
iy niet verboden: ende hebben zulks met ter 
I, daad verfcheide ordinaris jaarlijkfche vereê- 
^ ringen van Provinciën, Quartieren^ Land- 
^ fchappen^ Steden, GoUegien ter Admiraïi- 
^ teyt j Ooft- ende Weft-Indifehe Compag- 
9, nyen, Pillegaven, Proven , of Penfioenen, 
„ op haare Kinderen, of diergelijke; mitfgia- 
n dcrs ook wel eenige extraördinaris inaiig:u- 



( 8i ) 

91 rale vereeringen op 'c aanvangen van faaare 
f^ Funftien; ende extraordinaris belooningen > 
^ voor geprefteerde dienften van Koningeü , 
^ Vorften, Compagnyen^ ende Heeren; als 
fy mede na 'c fluycen van eenige Traélaten ^ van 
99 de Koningen 9 Princen, Republijken ^ ofxe 
^ Regeringen, waar mede dezelve TraAaten 
^ waren gefloten, publijke prefencen oncfan- 
^ gen , ende genoten : zoo als bekent is , ende 
^ ook blijkt uyt de Extraden onder No: y» 
jy hier annex, daar ter contrarie den jegen- 
jy woordigen Heere Raadpenóoiiaris fclfs alle 
„ ordinaris erkentenisfen van beleefthcyd afge- 
yj fneden, ende tot zijne betere verdediginge , 
„ , t' zijnen eygen verzoeke , het verbod dienaan- 
9, gaande in des zelfs inflruélie inde alderkracb* 
fy tigfte termen is ter neder geftelc, 

VIIL 

jy Dat den jegënwqordigen ïleer Raadpenfio* 
9^, naris onaangezien al *t gene voorfz. (laat^ 
yy ende meer andere bezwaarniflen , te lang al" 
yy hier par Ie tnenu te verhalen , gedurende den 
„ ganfchen tijd van zijne bedieningen noyt ee-* 
yy nige verhooginge van Traft^menc verzocht ^ 
,9 ofte v^kregen heeft : ja als by de Heereti 

V. D. II. St. F ^ Gter 



( 8a ) 

• 

,1 Gecommhteerde Raden voorflagen zijn ge- 

',^ daan, om daar over aan haar Ed* Groot Mo. 

fy of wel aan de Heeren derzelver Gecomïnic- 

f^ teerdens, befoingerende over de InftruAie op 

fy ^cRaad-Penfionaris-ambcflaande^ propoficiete 

99 doeil^ dat den jegenwoordigen Heere Raad- 

99 Penfionaris telkens , óm eenige redenen ^t pu* 

99 blyt) concemerende 9 verzocht beeft, dat zulks 

99 achtergelaten mochte werden ; gelijk ook uyc 

99 dezelve oorzake buyten befluyt, ende ver- 

ff ^o^S 9 gebleven is de voorftellinge hier be- 

99 vorens by eenige Leden gedaan , om voor 

99 den Raad-Peafionaris 9 ende andere Minifters 9 

'99 tot fecuïJteyt van 'sLands penningen 9 en pa- 

' 99 pieren , eenige huyzinge binnen *t befluyt van 

* 99 *t Hof te doen bouwen : als te befluiten is 

99 uyt het Extraé( , onder No. 8. hier bygaaii- 

99 de: Zonder dat hem ook by gebreke van 

99 dien eenige huishuur is toegevoegt , zoo als 

9^ wel ten aanzien van den Heer Ontfanger ge« 

' 99 neraal by haar Ed. Groot Mo. is gedaan ; te 

' 99 zien uyt deszelfs Inftruétie » daar van Ex- 

99 traft onder No. 9. hier by gevoegt is. 



IX. 



99 Dat den jegenwoordigen Heer Raad-Pen- 



C 83 ) 

^ fionaris hoyc over eenigerhande zaken, iets 
^9 direéteUjk, ofce indireélelijk , tot lafte vM 
yy den Lande in declaratie heeft gebracht, fioch* 
„ te dok 'by weten van de Heeren Geeommit- 
„ teerde 'Raden iets , op de een of d' andere 
^ wijze ^ öp 't fchrijflooh, &( ander fins; di** 
,, reélelijk i of indireftelijk , boven zyn trafte* 
,, ment geproiiteert heeft: ja dat zelfs geduu* 
y^ rende zijne bedieninge; te weten in Mayo 
„ 1658. aangaande het Schrijfloon, een merke* 
,, jijk voordeel aan 't Gemeene Land toege-^ 
,, bracht is; namentlijk, dat hetzelve fchrijf-i 
„ loon , waar over al veel jaaren , voor aan- 
„ varig van zijnen dienft, 4. ftiiyvers voor 't 
yy blad Ivas betaalt , met een gerecht vierdepart 
,, is vermindert, en zulks op 3 fhiyvers per 
^jf blad gereduceert gewerden; daar door dea 
„ Staat, over alle de voorloopene jaaren wel 
„ tot de icoooo. guldens heeft geprofiteerd 
„ behalven noch *t geen voor Hollands quote, 
„ ter Finantie van de Generaliteyt g^profiteerc 
„ werd i door dien op 't exempel van de voor&# 
„ geïntroduceerde redudie , eyndel^k met Veete 
„ moeyten het fchrijfloon aldaar mede van 4^ 
„ ftuiv. tot 3* ftuyv. per blad gereduceert is ge-* 
„ werden , ende dit alles boven , ende behalvea 
^ nocfa veele duyzenden guldens, die infgelijies 

Fa ,t ge- 



C 84 ) 

^ geprofijteen zijn , doordien boven de zelve 
,y redudtie van ^cfchrijfloon, alle Clerquen, op 
^ declaratie fcbrgvende , zoo wel ter Generali* 
99 teyc als in Holland , opgeley c is het papier » 
,, de pennen^ ende inkt» zelf te bekomen: 
99 Mitfgaders ook dat op *t fchrijfloon in uyt- 
^ heemfche talen, niet alleenlijk een vierde* 
fy pare , maar een derdepart , en op 't fchry ven 
,5 van de Regiüers » en andere Adlen , op grooc 
,1 formaat » de ganfche helft is geretrancheert : 
fy als blijkt uyt de Extradten hiernevens onder 
fy No. io« 



X. 



,^ Dat 't gene voorfz. ftaat maar een infenfi- 
^ bel gedeelte is van 't profijt 't welk de Fi- 
^ nantie van Holland toegebracht is , door de 
yy exz&e opzicht, ende den onverdrietigen ar- 
yy beid, die den jegenwoordigen Heere Raad- 
yy penfionaris daar aan is beftedende) welken 
yy aangaande alles op particuliere poften op te 
,, zoeken, omnogelyk is; ende 't geen zonder 
^ opereufe opzoekinge wel is bekent, alhier 
y^ te verhalen een zeer groot recit zoude ma- 
^ ken; niettemin om eenige weynige, doch 
II notabels exempelen, alhier aan te roeren: 

Zoo 



C 8s ) 

,, Zoo is het zulks, dat den jegenwoordiges 
„ Heere Raadpenfionaris ziende dac de Provin- 
yy cie van Holland jaarlijks over de Dcfroye- 
jy nienten, ende extraordinaris Legatien buy- 
yy ten *s Lands, veele duizenden averbetaalde , 
„ met vele moeytcn , ende groote affiduiteyc te 
9> wege gebracht heeft , dat de poft die tot 
„ verval van de voorfz. Defroyementen nu ja. 
yy jaaren aan den anderen, in den ftaat vanOor- 
99 log, op Holland maar geêxtendeert geftaan 
yy hadde op 79154- 13: 9- verhoogt is gewer- 
99 den van een tot drie, ende zulks gebracht, 
9, ook tien jaaren aan den anderen, als van dem 
„ jaare 1653. tot den jaare 1663. oiet tegen- 
yy ftaandd veele oppofitien van de Provinciën, 
9, ende verfcheyde Heeren in den Raad van 
99 State gemaintineert , op 237463: 11: 3. ende 
99 noch de volgende jaaren tot nu toe, op 
99 258309: 7: 6. waar door de Provincie van 
99 Holland , volgens extraél uy t de boeken , en- 
99 ende de verklaringe van den Boekhouder, 
99 al met de expiratie van den jaare 1666^ 
yy in effedle proffijt is gedaan geweeft ter 
99 fomme van 18997099 o:* d» behalven dat 
99 ook noch geduurende de bedieninge van 
99 den jegenwpordigen Heere Raad-Penliona- 
n ris, ende voornamen tlijk door 2ijne vig}« 

F 3 .« lm- 



( 86 ) 

I, Utitie te wege is gebracht , dat op de voorflL 
„ poft by de Zes andere Provinciën te zamea 
ff is betaalt gewerden een fomme van 837505: 
ff 19: I. zijnde zelfs 3688: 13: 3. meerder dan 
f, op haare rerpe^ive reparcitien in alles uyt* 
„ getogen ftaani daar de zelve in twee-en-dertig 
„ jaaren te vooren te zamen op de boeken van 
f, den Heere Ontfanger Generaal Doublett niet 
ff meer bevppden werden betaalt te hebben, 
„ dan te zamen in alles 6072: 19: ii» zijnde 
„ zulks over dezelve 32. jaaren fchuldig ger 
ff bleven; ofte te weynig betaalt hebbende een 
„ capitale fomme van 659382: 6: 9, alles breer 
„ breeder blijkende by de verklaringe» ende 
^ extra^n hier nevens gevoegt onder No. 11. 

XI, 

„ Dat in den jaare 1665, door de diredie 
ff van de» Raad'PenGooaris, met groote afllr 
p duiteft, ende applicatie te wege gebracht is, 
,} dat de Zes Provinciën een millioen guldens 
„ aan Militie tot haren lafte hebben genomen , 
„ boven de Rüyceren ende KnechtM by den 
„ Staat van oorloge op haare quote gerepartj- 
„ eert : ende dat haar Ed. Groot Mo. daar te- 
„ gens voor omtrent de 14, tonnen gouds ex- 



C 87 ) 

^ traórdinaris ^ ende boven de contingenten vaii 
^ de refpeétive Collegien ter Admir^liteyc heb* 
^ ben doen equiperen twintig fcbepen vaq oor* 
99 loge tot verflerking van *s Lands vlote ; ende 
M noch in de Middellandfche Zee doen inhua- 
,9 ren 9 ende ten oorloge bequamen, veertien 
99 of vyfcien Capitale Straatsvaarders : dat te- 
99 gens den jaare 1666. door den Raad vao 
99 State de ganfcbe Militie, by uytfchryving 
99 van de ordinaris ende extraordinarl^ ftaat van 
99 oorloge 9 wederom proportioneelijk ende tot 
99 lafte van Holland gebracht» ende de voorH;. 
99 poft van omtrent de 14. tonnen gouds in *t 
99 geheel gemortificeèrt geweeft zijnde 9 door *.t 
99 beleyd, en de onvermoeyelijken arbeyd viip 
99 de voorfz. Heere Raad*Pen(ionaris te weg^ 
99 gebracht is, dat den vootfz, uytgefchrev^p 
99 ex traórdinaris Staat van Oorloge in *t geheel is 
99 gefepoheert : eenen nieuwen door de gemel- 
99 ten Heere Raad-PenGonaris zelfa gecalco- 
99 leert , ende geformeert is ; daar inne alle *s 
99 Lands Coropagnyen , die geheel inhaal w»* 
99 ren , behoorlijk geëgaleert, ende den voorfó. 
99 poft van omtrent de 14, tonnen gouds in *t 
99 geheel op Holland gebracht ; de andere Ptq^ 
99 vincien ter concurrentie van dien met mili^e 
19 bezwaart; ende Holland daar vao ondaft is 

F 4 ^9 ge- 



( 88 ) 

^ geworden: waar door dan de Gecommitteep-» 
I, de Raden gelegentheyd bekomen hebben om 
^ 's Lands vlote nocabelijk te renforceren ; ne- 
,, vens dezelve , geheele Regimenten van lands-»* 
f^ militie (in tranfport fluyten daar toe expref* 
fy felijk ingehuurt , tot merkelijken afbreuk , 
jy ende noch meerder fchrik van den vyand) in 
99 Zee te zenden; ende voorts de voorfz. Vlote» 
fy ende Landmilitie, met alle noodige ammur 
„ nitie , ende legerbehoeften , als veldftukken , 
^ fchoppen » f^aden , fiormladders , en orital- 
^ lijke andere diergelijke zaken , fecrecelyk en- 
^ de behendiglijk te voorzien. Alles buyten 
^ particuliere laft van deze Provincie, d^ar an- 
^, derfiös f als tot verval van zoodanige noodza> 
^ kelijkheden, extraordinaris petitien gedaan, 
py ende Confenten by de Provinciën gegeven 
„ hadden moeten werden) het werk in *t geheel 
19 achterwege gebleven, of wel de Provincie 
^ van Holland daar mede genoegfaam alleen 
I, gechargeèrt zoude zijn gewerden: wezende 
^ notoir, dat als alfchoon de Provinciën tot 
19 zoodanige laflen eenige extraordinaris petitien 
99 zouden hebben geconfenteert gehad , het.niet 
p te verwachten zoude zijn geweeft dat zy bo- 
99 ven de voldoeninge van haar quotes in de kof- 
P tpn v^ de 'Vloten zelf (daar aan noch zoo 

9, ex-» 



t 89 ) 

9, exceffive defeAen bevonden zijn gewerden)^ 
yy op die excraordinaris iecs van confideraüe zou- 
9, den hebben voldaan ! Zulks dac de Provicio 
^y van Holland 9 door 'c gene voorfz. is, ge* 
yy duu rende de voorfz. 3. jaaren aangezien moec 
yy werden als in effeéle jaarlijks de quoces van 
yy de Zes andere Provinciën in de voorfz. fom* 
,^ me van veertien tonnen gouds, ende micfdien 
^^ in de voorfz. dry jaaren by de achtien ton^ 
yy nen gouds te hebben geprofijteert : ftaande 
I, hierop zonderlinge te remarqueren , dat door 
• 9, middel Van *t voorfz. expediënt, ende door 
,9 *i behulp van penningen daar door prompte- 
„ lijk uytgevonden; ingekocht, vervaardigt, 
„ ende afgefcheept zijn; die behoeften, ende 
„ inftrumenten , dewelke den Staat bequaam 
,, gemaakt hebben , fecretelijk te formeren , 
„ mitfgaders op de riviere van Londen, van 
„ Rochefter , ende elders te doen tenteren , die 
yy deffeynen, welkers gezegent fucces, onder 
„ Gods genade, eene reputatieufe vrede aytge- 
,, wrocht hebben. 

XIL 

Vele andere diergelijke exempelen souden 
15 konnen werden aan den dag gebracht, waac- 

F 5 „ door 



( 90 ) 

II door de' Finantie van Holland veelmaal eete« 
f, lijke tonnen gouds heefc behouden , ofte ge* 
1^ profij teert; maar ommie in dezen niet te pro- 
f^ lix te zijn , zal bier alleenlijk tot beflnit by- 
f, gevoegt werden » dat bet Land van Holland 
II ende Weftvriefland , onaangezien de zwaare , 
n f flde laftige equipagien , endè andere krijgs-' 
n preparatien; zoo ter zake van de twee dif- 
II tinfte oorlogen cegens Engeland; ende eene 
n cegens Portugaal ; als ter zake van de ad(tften- 
II den aan den Koning van Denemarken » ende 
II de 9tad van Dantiich, fuccefüvelijk gedaan, 
1^ geduttrende de bedieninge van den jegenwoor-^ 
^ digen Heere Raadpenlionaris , door reduélie 
n van renten , ende IntreHen ; afloffinge van ca- 
II pitaleni ende aflterven van Ujfrenthen, mer« 
II keiijk meerder is ontlaft , aU b?t zelve door 
n nieuwe negotiatien bezwaart is gewerden: zoo 
II verre dat de Comptoiren jegenwoordig mip* 
II der aan jaarlijkfche los- en lijf-rentheui mitf- 
n gaders intereflen betalen, dan waarmede d& 
n zelve 9 met den aanvang van zijne bedienin- 
„ ge , bezwaart waren , ter fomme van 1 167893 : 
,1 1 1 : 5. hebbende *t Gemeene Land voorfz. 
II met den aanvang van den jaare 1653. aan los* 
II en lijf-rentben , mifgaders aan intereflen be- 
II taalt gehad een fomme van «•.•••. jaarlijks; 

,. en- 



( 91 ) 

^ ende jegeowoordig niec meerder betalende 
19 dan •••••. alle9 over de Compcoiren van *( 
f^ Zuyderquarder ejcaétebjlc nagezien, ende uit- 
^ gerekent , doch ten aanzien van die van *t 
9^ Noorder quarcier, naar 4e proportie van 
n de negotiatie daar by gevoegt zijnde: daar in 
^ voorgaande tyden bet Land van jaar tot jaar , 
9i meer ende meer» zoo met los- en l^f-renthen, 
f^ als met intereflen geaccableert is gewerden : 
^ zijnde dezelve laft, t'federt den jaare 1632. 
99 tot den jaare 1647. als wanneer mits d* aan- 
^ ftaande Vrede met den Koning vap Hifpan- 
f^ jen\ de zwaare oorlogs-koften wat begondeii 
j^ te cefleren, ende fulks in gelijken tijd van 15, 
n j^r^ geaccrefleert tep fomme van 69594045; 
^ 14: o. ni^t ;egenftaande geduyrende de zelvp^ 
19 15* jaren de lallen van den Oorlog op verre 
15 naar zoo zwaar niet en zijn geweeft » als g^- 
,9 duyrende de 15. jaaren van den beginne van 
19 den yoorfz. jaare 1653. af tot den jaare i66S. 
99 waar ontrent ontwijffelijk de ftandvaftige op- 
99 politie van den voorfz. Heer.Raad-penfiona* 
99 ris, tegens nieuwe accablementen 9 door ne- 
99 gotiatien 9 of wel door *t aanfprekeu van *c 
99 profijt van de reductie ^waarmede b; de fe- 
19 rieufe inclinatie van de Gecomuiitteerde ft«- 

99 den 



C 9* ) 

* 

py den ten zelven eynde krachtiglijk gefecun* 
1^ deert heeft) niet weynig heefc gecontribii- 
^ eert: Zulks dat by zoo verre het Land, naar 
99 proportie van de voorfz. voorgaande tijden, 
^ bezwaart gewerden was , jègenwoordig meer- 
^ der aan renthen , ende incereflen tot lafte van 
f. Lande loopen zoude een fomme van 4767893: 
yp 11: 5. jaarlijks y die- niet zonder ondragelijke 
„ continuatie van alle de extraordinaris fchat- 
^ tingen , geduyrende den jongden Oorlog ge- 
py heven geweeft zynde, ende zulks niet zonder 
^ totale ruine van de Provincie , gevonden zou- 
yy de kunnen werden. 

yy Eüde alhoewel in den jare 1460. ook een 
^ notabele Reduflte van Renthen; ende inte- 
^ reflen, van 6f tot 5. ten 100. geintfoduceert 
yy is ; zoo is echter al binnen den tijd van drie 
yy jaaren, het Gemeente Land van Holland en* 
^ de Weftvriefland wederom , tegens 5. tot 1 00. 
fy als boven . mét dezelve fomme , ende op 't 
5, fluyten van de Vrede met Hifpanje, korts 
fy daaraan gevolgt, met omtrent een half milli- 
^ oen meerder aan renthen, ende intereflen bc- 
yy zwaart bevonden, als het ten tijden van 't 
yy doen der voorfz. reduélie tegens 6i ten loo. 
fy beiaft geweeft 'was. Aldus gedaan , ende ge- 

99 af- 



C 93 5 

^ arrefteert , in *t CoUegie van de Heeren Ge« 
,> committeerde Raden , op den 27. July i669. 

Ter Ordonnantie van dezelve; 

(was onderteekent ,) 
Herbt. van Beaumont* 



ME- 



MEMORIE 



Vit het voorgefchrersn getrokkeH. 



I. 



W, 



)i ▼ f anneer im kaad-Pendonaris 2oude é^^ 
M daieren als een van de difcreetfle Advocaten 
over hec extraordinaris werk, ende den ar- 
^ beydy in, of omtrent ^e extenfien van de 
99 Vergaderinge van Holland gedaan, boven *c 
19 gene by tijden van zijne Voorzaten is gepre^ 
99 (leert; zoude *t zelve ten miiiften bedragen 
99 2000. Car. guldens *s jaars, ende over zulk» 
99 in 15, jaaren: 30000: o: o. 



IL 



99 Dewijle de ftappolted van den fi.aa(d*Pen- 
99 iionaris alleen omtrent zevenmaal zoo veel in 
99 getale zyn, als die van alle zijne Voorzaten 
99 te zamen, als hy over de notabelfte, ende 
99 opereufte van de gerapporteerde befoinges at- 

,9 leen, 



C 95 ) 

^ leen 9 in maniere voorfz. zóudë declareren « 
99 zoude zulks ten minden over de looo. Car, 
99 guldens 's jaars beloopen 9 ende fulks in 15. 
fp jaaren: 15000: o: o. 



lïL 



9^ De opereufte befoinges , die fay 
99 als Gedeputeerde in de particuliere commif- 
99 fien van de Generaliteyt waargenomen heefc, 
99 en de excenfien van alle importante depe- 
^ ches aldaar, in maniere als boven gedaan, 
99 mede een minden 1000. gulden 's jaars 9 en- 
91 de in 15. jaaren. 15000: o: o. 



IV. 



^ De brieven , die by met d* Uytheemfcbe 
I) Minifters van den Staat, ende anderen ge- 

' 9) dnriglyk 9 tot haare grondige informatie ende 
9) inftrudie9 heeft gewisfelt ; Mitfgaders andere 
9^ Correfpondentien binnen ende buyten 's Lands 9 
99 daar van de Regifters efgaleren 9 of funnon- 

' 99 teren 9 de Regifters van baare £d. Groot Mo. 
95 fefolutien, met de praeparatoire refumptien 
91 van refolutien, ende ftukken d^rtoe noodig, 
ff zoude een difcreet Advocaat in Declaratie 

«. niet 



C V ) 

,1 die 5 over dé voorfz. negodaden en TraCte'* 
95 ten alleen 9 beloopen tot over de 150000:0304 
99 Bebalven veele » ende ontallijke andere ver-^ 
99 eeringen, die eenige van zijne Voorzaten, 
99 volgens bare inflruAie ^ bebben mogen ge- 
99 nieten 9 ende ook roemen ter eeren van den 
99 Staat 9 ende tot haar eygen Aftimarie % one* 
19 fangen te bebben^ 



VtL 



^ Als bet Traftemént van den iïaad-i^enfio: 
99 naris geefgaleert hadde 9 dat van den Ont-^ 
99 fanger Generaal 9 die nocb daar en bovéil 
3^ vrye buisbuur geniet 9 gelijk de Heeren Gë« 
99 committeerde Raden altyds geoordeelt beb-». 
fy ben^ dat de laft van 't.Raad-Penfionaris*». 
99 ambt notoirlijk vereyfcbt, dat zijn tra^meot 
9^ zy bet boogde van alle de Minifters, zoudjg 
99 by in de voorfz. 15. jaaren nocb genoten bebf 
99 ben 3€fooo: oa o. 

Vilt 

• * 
* 

99 Ais hem eenige portie tpegevoegt wfefdéi 
99 van *t gene bij de Finantie van Holland beeft 
19 doen proffijteren CS^lijk voor profijten ded 

V. D. Ik St. C . Staat 



( 98 ) 

^ StMt met onedekkinge van goederen , of an- 
ff deriins aangebracht werdende by publijque 
if Placcacen , ende Refolucien , notabele por- 
ff tien , zelf tot | toe belooft zijn) al ware. hec 
ff fai dezen maar t. ten köo. zoude hem echter 
if daar over ten minden noch competereni 
ty looooo: o: o. 



XL 



f. Indien in de voorfz. 15. jaaren den Staat 
fi met negotlatien waren geaccableert ge weeft, 
I, als voor heneti, ende naar advenant van gelij« 
f^ ken tijd in den Spaanfchen Oorlog, zouden 
^ de IVnnifters die haren arbeyd toegebracht ' 
^ hadden , om de voorfchreve lichtingen effeA 
^ te doen forteren ^ onaangezien de reduftte^ en 
^ nyterllé mefnage^ omtrent het ftuk van ma- 
f^ kelaardye gelden geintroduceert 9 ende dat de 
fy zelve nu maar eens by de eerfle lichtinge be* 
jy taalt wier tot 5. ftuyvers ten 100. guldens , 
fy echter daar over genoten hebben ; ende zulks 
yy den Staat alleen nyt dien hoofde bezwaart 
99 ge weeft zijn met een fomrae van 175000. 
ff guldens: en Je als hu voor de zorge, enmoy* 
99 te » om *t Land van een laft van 70. millioe* 
;9 tien te doen bevrijden , de zelve belooninge 

f^ ge- 



C 99 ) 

h ge'gevte wierdë^ *c geen niet alléén redelgker 
f^ fchijnt , masr x>o]^ vry advamagieufer ift , zoo 
99 zoude den Raad^PenlIonaris prBstenfie konc^n 
f^ maken tot een groot gedeelte van de voori' 
ff fchreven 175000: o: ©• 



De voorfz. Poften bedragen te 2amen4 



/ 



d*Eerfte . . 
De tweede • 
De derde. » 
De vierde . 
De vijfde 
De zede « • 
De zevende • 
De achtile • 
Ënde de negende 



• 30000: o: Oé' 

• 15000: 01 o. 

• 15000: o: o« 
. 45000: o: o. 

7500: o: o# 

• 150000: o: o» 

• 30000: o: o» 

• looooo: o: o. 

• 175000: o: o. 
567500: o: o. 



De belagen welke in de^e memorie zga 
aangehaald, heb ik niet gezien. Dezelvo 
Eijn om de nitgeftrektheid ongedrukt gelacén } 
alleen wordt er gezegd :.,, dat dezelve geheel 
^ anders fpreeken als van geroofde middelen 

Ga ff- (ff 



C löO ) 

h t^f verduisterde penningen /* maar dac daariil 
^ele bewyzen voorkomen, f^ dat zoodam'ge 
.^ man om deze zgnen onvèrmoiidden arbeid^ 
^ nachtimiej tre$tw en zorgvuldigheid^ zoo 
f^ in dezen als in alle andere gelegenhédei^^, 
^ eene andere belooning had verdiend als zijn 
^ bepaietld traccamenc en den oneindigen on- 
^ dasks zonder nu van de eHecrable möbrd te 
^ fpreken." 

Ik had gehoopt in dit. boekje een naauwken- 
rig berigt te vinden , aangaande de gevolgen van 
het vermelde voöfftel en van. deze metnorien, 
maar .de fchrijver fcbijnt dit een en ander als 
genoegzaam bekend aan xe merken en zegt des*' 
wegeaiet$« ... 

Na. 'her ontzenqwen en. opheffen van vele 

andere lasteringen vaa Lambërt van den Bos i 

deelt bij ten ilote zijner poging nog een zeef 

gewigttg. iluk mede , welks zamenftelling no-' 

dig was geoordeeld, door dat gemelde schrijd* 

ver en anderen hadden uitgeftrooid, dat de 

iUadpenfionaris in de aflosfing tart zekere 

1190,000 gulden t eene confiderabele fomme 

gelds voor dch en de zijnen zoude hebbea 

jgepanidpeerd^ eit zg alzoo nog ia den jare 

a é^s niet .. ophielden , den goeden . naam van 

'\^€n Staatsman te bditwalken. Dit ftuk ^ 

ge- 



getiteld s 99 SoramieF vercoogfa eOde berichc^ 
y^ gedaan maken en de Ed* Mog, Heeren Ge-^ 
f, deputeerden van de Hoog Mog. Heeren 
„ Staaten Generaal der Vert$nigde Nederr 
f, landen , overgegeven , by ofte \ vgn wege de 
fy kinderen van wijlen de Heer Mr. Johan dk 
„ WiTT, Zalig. GedachietiUfe in zyn leven 
iy Raedcpenfionaiis, van Holland^ endelVest-^ 
^ Friesland y noopend? d|? afloiQpg van eenig^ 
yy penningen*" 

In deze Memorie wprdc ^lee de flukken vol* 
ledig bewezen 9 > dat Ds Witt * noch vooc 
zichzelven of de z^nm , noch voor zijne aan.- 
verwanten, lut deze aflosfing eenpn «pkelet^ 
penning had genoten. 

. Dit vertoog; moge van belang zyn voo^ 
den levensbefchrijver, ten bewüze der eerlijk- 
beid van den fel beQpsokenea Scaaiisdienaar , 
maar voor ons tegenwoordig beftek kan di( 
{hik » aU zynde te oicgebxeid» nl^t di«nen«^ 

Vermeenende, dat het voor den Leaer qiet 
OQverfcbillig zal zijn te veraemeii, welke gevoK 
gen het gediine voorftel. en de memorien hebbet) 
g?had , zoo heb ik zulk» zoa veel mi>mogeli}k 
was opgespoord » en vermits ik deswjege nergens 
btcedeice eo betere herigten vond dan hg AiX;- 

G 3 tfr^ 



SiMA , noo deel ik het verbaal van dezen fchrü* 
ver mede, die in genen deele eeo vleyer wa» 
im den Raadpenfionaris , en wel , zoo als hetzel- 
ve gevonden wordt in zijne Zaken tan Staat 
^ 'Oorlog. D. VI, bl. 581 en 58a, op den 
|iu*e 1668. 

' ^ Vto goeder handt heb ik, dat, daer te 
^ vooren vele en verfcheydene Regenten en 
i> treden van de Vergadering van Hollandt haev 
9^ dikwijls hadden gefield tegens den Heer 
^ RaëdtpenOönafia , thans alle ende een yder 
^ ende niemant uitgezondert , badden gecoSpe^ 
^ reeft of geconfenteerd in de belooningh ende 
Il erkentenis , aan hem van fijne incomparabeU 
19 4ionften aen Hollandt gedaen ; «- Ja , in fiUc^ 
19 ken maniere, datze Tonden gepen hebben, 
^ tot hondert duifent Guldenf en moer, ten 
ji'ware dem fyn eygen^^eleyt deur de Heeren 
^ van Dordt^ hij het badde belet, niet wil- 
19 lende incurreeren de al te grooten opfpraeki 
19 die nama^ls foude mogen ryfen/' 
■ 99 Syn jaerlijks Tractament was 300Q. GuU 
99 dens, zulks hij voor fijnen vijftien jarigen 
Ï9 dienst bad genoten 45000 Guldens , — en 
n toteene zoo wel verdiende recognitie werd 
II hem nu noch toegelegd de fomme en daar* 
n enbovep ijpgp Gijlde|iS9 «Js Penöonaris van 

de 



C '03 > 

f^ de Ridderfchap , ntakende tt famen , zcssi^ 
^ duizend Guldens en zyn jaarl^ksch Tracoi* 
9, ment in futurum geaugmenceerd loc 7000 
^y Guldens. Ende wat ml men de getrouwe 
II dienden van dezen Man voor hec lieve Va? 
II derland raec de penne veel beroeren? Sy 
II fyn grooc geweest 1 ende foo ik ze inc^m* 
n parabel noem 1 ik zoude exempelen genoeg 
^ vinden die mijn fouden verdedigen. Inder- 
Il daad heeft hij in deze fyne vijftien jarige 
n bedieninge niet Tonder meenigen ccmtai te- 
II gens een en ander ; want in het politiek oiec 
II minder werdt geftreden , als in het militaire ; 
n gedaen zoo vele ende gelukkige dienften gao 
II Holland ibo in Kerkelyke als Politieke ge- 
II vallen» ^ foo aangaande de financiën van 
II HMandt^ dat by konde worden gefeyc te 
II de kroone op haar hooft te hebben en iih 
n fonderheydt de kroone van Eendracht. En- 
n de geen van de minde was , te hebben nit- 
II gewrocht het accoord ende Verdragt over 
II de quoten van Zuydt- en Noordt-Hollandt^ 
n welke disputen hadden getrofleerd van de 
II eerde troubelen af — dien&volgeaa vap hon- 
I, derd jaren/' 

In het reeds vermelde werk: Nafporingen 
van Hollands heil en rampen^ wordt over 

G 4 de- 



C X04 ) 

^ satk en de gevolgen van^ dien , breedvoerig 
lil^eweid, maar ik oordeel het niet noodigi 
9in hieniic meerdere bijdragen te geven. 

Ten vollen flem ik met den Schrijver i*^ 
^t voorzeker nooit een eerfte Minister van 
•enen Scaat , voor alle njnè moeite en asfiduiteic 
een geringev loon , dat als geen loon te reket 
toen 18^ heeft genpten dan deze pngelukkige 
fitaatsmaa. 

,^ Maar 30^0 Guldens^* zegt hij «^ en daar 
p o]^ nog te houden twee domeftieke klerken 
p in den kost, briefporten , deze comptooren 
^ én daer aen vuur en licht« Van Heeren 
|i ambten rch(jnt mg toe, is dat ambt hec 
4| flechtfte geweest dat er was, het minfle in 
p profijt en zeer verre het zwaarfte in arbeid 
n en moeite 9 immers zoo als de Heez Ds 
te >^rfT het bedioQde." 



TWEE 



NOG IETS 



VIT mf NI 



ANALE CTA. WITTIANA. 



er gelegenheid dat ik deze aanteekeningen 
doorzag, Iieb ik vergeefs gezocht, naar deft 
brief van den beroemden Onnq Zwier vah 
Haren, over het karakter van Mr. Jan db 
WiTT , waarover ik in D. II. bl. 500 en ^01 
vaq mijn Staatkundig Nederland heb gefpro- 
ken. Dezelve moei uitgeleend, afgedwaald of 
verlegd zijn. 

Gaarne zoode ik de berigten aldaar voorhan* 
den, hebben uitgebreid, ten einde de medege* 
4eelde berigten, aangaande het i^onderhaar 
werkvermogen van den grooten man nader |n 
het licht te ftellen. Hetgeen ik aldaar uit de* 
zen brief heb medegedeeld : ^ V(|3theid om bij 

G 5 I, een 



( io6 ) 

.1, een opgevat voornemen ce blijven,, was een 
^ hoofdtrek van zyn karakter en hiertoe dien-* 
^ den hem vele ftelregels. Eens gevraagd' zijn- 
^ de hoe het mogelijk was, dat hij zoo veel 
19 konde verrigten, gaf hij tot antwoord: dat 
^ hij aan alles dadelijk eene plaats gaf, dat hij 
ff nimmer iets zonder reden tot den dag van 
ff morgen ui((|elde en eindelijk dat hij maat 
,9 hield in fpijs en drank , en in beweging en 
M rust ,** — was geenszins het eenigfte het welk 
dien brief belangrijk maakte, en hierom doet 
het my leed f dat ik den^elven thans niet kan 
mededeelen. 

Ik heb ten tijde der bewerking van het Sta/U-^ 
kundig Nederland gelegenheid gehad om ver* 
fcheide brieven te lezen, welke tusfchen den 
Raadpenfionaris en zijnen zwager Mr. Andries ot 
Gi^AF, over huisfelijke omftandigheden waren 
gewisfeld of aan zijne dochters, ?ich in 1669 te 
^mfierdam ophoudende , gefchreven* Die brie^ 
ven geven wel kleine biijdragen voor mijne ver^ 
zekering in de levensfchets , ,, dat hij in zijne 
^ bijzondere betrekkingen , doorgaans boog en 
,) koel was, en hierdoor, zelfs in den vrien-* 
9, denkring, meer ontzien (kn bemind werd,** 
maar de aanteekèningen hieruit ontleend, kunnen 
voor mijn tegenwoordig oogmerk niet diene». 

Wan- 



( 107 ) 

Wanneer ik eenmaal overga om het J^ufi^ 
naai door Nicolajia fVjTSBw gehouden^ nvêr 
het gebeurde in het ongelukkige jaar 167S4 
en wel van i Januang tot 24 September » waar- 
van ik een naauwkeurig afschrift bezit ^ door 
WiTZEN eigenhandig bevestigd en aangevoidt 
dan zal ik w^orfchijnlijk verfcheidene nieuwe 
bydragen bezorgen , om De Witt in zijn waar 
licht te doen kennen 9 vooral ten opzigee van 
den tegenftand , welken hg van ceiiige det voor* 
naamfte Regenten te Amflerdam moest onder«^ 
vinden; deze konden het geenszins goedsmoeds 
verdragen ^ dat de Regenten van Dordrecht des*» 
tijds ter Staatsvergadering van Holland y de groo» 
te klok luidden. 

Thans geef ik flechts eenige kleitte ftokjes 
uit deze ponefuille. 



L 



Dat de Raadpenfionaris ^ ter gelegenheid dat 
de Leden der Staten van Holland den eed in )djne 
handen op het Eeuwig Edict afleiden ^ in eene 
hooge gemoedsftemming was , zal men gereede*» 
lijk gelooven. Mr, NicolaAs Vivien , Penfiona* 
ris van Dordrecht ^ zat op zijne gewone plaat< 
aan de linkerhaad van den Raadpenfionaris , en 

hield 



( io8 ) 

faieM zich eenigzins onledige door het p^^- 
ment van eenen almanak of Ileeren hoekje., mee 
een pennen^es aan reepjes ce fnyden. t^. Wac 
^ doet. Gij? Neef!" vropg De Witt. Hec 
antwoord was: ^ ik beproef wat bet piergament 
^ tegei; het ilaya^ vehnag.** 



IL 



lo den jare \9p^ hi&eft de Staattraad, Mr% 
Jan Hinlopen, mij verhaald, dat hij uit de 
nalatenfckap van zijden Neef, Mr. Jacob 
Groes , voorheen Lid der regering te Hoorn f 
eene zeer aanzienlijke verzaipeling van Staacs<> 
ftukken enz. verwachtte en dat . daarby in het 
oqrfpronkelijke bewaard werd , een. brief door 
Mr« Nanning Keijser gefcbreven aan, Mr. Joe 
HAN DE Witt, toen deze in den jare 1653^ 
benoemd zijnde tot Raadpeniionaris , uit hoof- 
de van zijne jonge jaren en gebrek aan onder- 
viódfaig, zwarigheid maakte, om dit gewigtig 
^mbt aan te nemen. 

Keise^ was een van de zes Hollandfche Regen» 
ten of Ministers, die. in den jare 1650 op last 
van Pnns Willem IL waren gevangen genomen 
en naar Lioevepem vervoerd ; bü fluïde alzoo 
een bijzondeir belang, dat de zoon van zijnen 

lot- 



t 109 J 

I 

lotgenoot Mr. Jacob de Witt^ in gèmelda 
bediening optrad , als kunnende van dezen be^ 
ter dan van eenen anderen de handhaving van 
èun ftelzel van regering donder Stadhouder ver- 
wachten en kennende des mans bekwaamheid 
en (landvastigheid. 

Keiser drong zijn verzoek aan faiet alle mo- 
gelijke gronden , tot overtuiging , en voegde er 
ten flotte de merkwaardige woorden bij : ^ maar 
^ wanneer Gij bet ambt aanneemt dan daoec 
^ Gij het Ü als onverfchillig voorflelleh, of 
^ Gy geheel of aan (hikken in de doodkist 
II komt/* ' . ^ \ 

De Heer Hinlopen is kort daarna oVerie^ 
den en hierdoor ben ik buiten de mogelijkheid 
geweest > later aanvrage te doen i om dien brief 
ce zien» ett denzelven letterlek af te fchrijvenv* 



li. 



< Tusfcben de jaren 1680 èn 165)0 leefde te 
N^land^ een dorp in Friesland ^ tusfcben jffii/r* 
werd en Sneek^ eenen Schoolmeester» die'w»» 
gens bekwaamheid en zucht voor de Frielche 
taal en Gefchiedenis beroemd was , ed met den 
naam van : Meister Harke bekend ilond« . i 
Hij heeft een boek nagelaten met'allerio 

aan- 



C 107 ) 

olAceekenitfgep i waarbij aucb tevens een gco€t 
getal korte fpreuken en fpreekwoorden bevond 
in htt Oud Friesch. 

Onder dezen is er één » welke mg als biyzon* 
der qimerkelijk is voorgekomen : 

ff Dy moord der lyitten 
^ Wier 'c wark der Briccett. 

CDe moord der H. H« C. en J« de Witt ^ 
Utas het 'merk der Engelfchen). 
. Zakelijke bewijzen voor de waarheid van die 
gezegde kwamen mij niec ter band , üiaar wan^ 
nciBr wij overwegen, welk een fnood mensch 
Koning CarelUm meermalen vergeleken bij Ti- 
Inaius , was , hoe hij in zgoen haat tegen Hol^ 
land werd bijgedaan door r^tti Broeder dea 
Hertog Van Jork, die het: delenda est Car^ 
thago , tot zijne fpreuk voerde , en hoe boos en 
goddeloos van oudsher en lacer de Engelfche 
Regering handelde, en dan tevens beseft, 
wdk eenen tegenftand de Koning in de wijiiheld 
en. kracht van beide Staatsmannen had onder^ 
vonden, en dat het gebeurde in 1667^ Hoi^ 
lands Glorie in Chattam^ voorzeker eenen 
fcherpen doom in het vleesch had gelaten, eo 
eenên bljjvenden haat gewekt , dan erlangt de Ael- 

ling, 



( UI 3 

ling , dat de Engelfchen tot deti moord der H. H. 
Di& WiTT hebben mede gewerkc, ten minden 
eene hooge graad van waarfcbyAlykheid»j 



IV. 



In p. IL bl. 504 van myn Staatkundig Nd^ 
der land is gezegd : 9> dat er vele afbeeldingen 
^ beihan van zijn gelaat ; de beste is vo6r de 
f^ uitgaaf der Brieven door Houbraken, ge* 
H maakt naar de origineele fchilderg van C. 
99 Netscher.'* 

Ik heb later eene prent op een grootet 
blad gezien » waarop de Raadpenfionaris is af- 
gebeeld 10 eenen Japanfbhen rok. Aad dCtt 
onderften raad was^ door iemand , waarfchijn- 
lyk door Mr. Herman van den Honaert, 
die aan de jongde dochter van De Witt 
trouwde, gefchreven: ,9 Deze prent is de 
,9 meest gelijkende van alle afbeeldingen , wel* 
^ ke er van het gelaat van Papa bellaam'' 

Deze afbeelding verfcheen in den jare 1667, 
kort na het fluiten van den vrede te Breda ^ 
en is voorzien met het volgende opfchrift van 
Gerard Brandt: 



Dees 



C 111 ) 

Dees prent verbeelc den man daa^ Göd detf 

Staat door fierkt^ 
Het Hollandsch wonder, 'c welk ontelbre 

wond*ren werkt. 
Üat groot verfiand werd in geen kleine plaats 

befloten ; 
Hier leeft het in den Raad — daar zweeft het 

op de Vlooten, 
Of ilrydt door 's Broeders tirm , voor *c rêgt 

der vrye Zee* 
Z|jn zorg Verwint vertaad; zijn* dapperheid 

maakt nee« 
De gnlde Vrgheid dankt dien voorfpraak en 

befchermen 
De loawer kroon' dit hoofd. Men bon dk 

beeld tn marmer 



HISTORISCH VERHAAL 



VAN DE ATTACQUE» WELRË DB 

ê 

FRANSCHEN OP DE STAD 

AARDENBURG, 

OP DEN Sl6, en 5^7. JüNIJ l6j2f 
HEBBEN GEDAAN^ 

BESCHREVEN DOOR 

ANTHONIJ PEURSENS, 

DES Tips BURGEMEESTER ALDAAR. 

XNaar het handfchrift van Mei 1674-) 



V. D. IL St- H 



p » 



Mü«Mi 



vJnlaags heb ik mij boogelyk vertflst efl ver* 
heugd gezien , door hec vereerend aanbod van 
den Hoogleeraar P« Hofman Pberlkasip, om 
aan mij , voor die Mengelwerk , hec hier vol- 
gend Historisch Verhaal ce willen verftrek* 
ken y waarvan een afschrift biy den Heer • • • 
Tak , ftudenc ce Leyden , als een dierbaar &» 
milieftcik, mee zorg worde bewaard. 

Ik heb op zijn verzoek naauwkeurig nage» 
gaan ^ of die Verhaal , hec zij afzonderlijk 9 bet zi| 
ingeweven, ooit gedrukt is uicgegeven^ maar 
nergens eenige melding van lieezelve gevonden 
hebbende, zoo is hec hensch af^nbod mee ge^ 
noegen aangenomen , en ik plaats die /%r« 
haal zoo fpoedlg zulks doenlijk was« 

Hec komc mi} voor , dat hetzelve em wtiar^ 
dige cegenhai^er is van het Jottmaal van 

H 9 Meim- 



Meindert van Thienen, wegens de verras-^ 
fing van Coevorden in 1672, vroeger mede- 
gedeeld » daar deze de twee voornaamste ge- 
vallen zijn 9 waarbij men eenige verademing 
geniet van de verhalen der nederlagen en ver- 
liezen, welke er in den oorlog te lande , in 
het jaar 1672 j werden geleden. 

Over het gebeurde te jiardenburg is in de 
boeken , over de Gefchiedenis van dat ongeluk- 
lug JAV9 ook in de woordenboeken, zeet 
veel vermeld, maar ik heb de toedragt van aU 
les nergens zoo goed ontwikkeld bevonden. 

Het verhaal van den Burgemeester zelven 
komt mij verder voor als bijzonder geloof- 
waardig en authentiek , en het zal waarfcbijnlijk 
algemeen behagen om de befcheidenheid van 
den fteller , die alles zonder pronk of wind en 
zonder eigen lof heeft ten papiere gebragt. Ik 
meen vm^ tevens met de hoop te mogen (tree* 
len , dat deze poging om aan een blinkend punc 
in onze Gefchiedenis licht bij te zetten, niec 
anders als welgevallig zal kunnen zijn. 

Het verhaal is zakelijk gegeven, 200 ala 
het ontvangen is, maar ik heb mg ver-* 
pligt befchouwd om hetzelve, wat de taal 
en fpelling betreft, eenigzins te verbete* 

ren. 



. C 117 ) 

ren, en kennelijke herhalingen weg te Ia« 
ten. 

ê 

Ontvangt dan, landgenooten ! ook dit ftuk 
van mij in gunste. Het komt mij voor dat 
de mededeeling van memoriën als deze, in on- 
zen tijd van een dubbel belang z^ht nu wij 
ons zelven door de /voorbeelden van onze brave 
eti moedige voorouders mogen , ja moeten ver- 
fterken. 



W 3 VOOR- 



VOORBERIGT 



VAN 



DEN SCHRIJVER, 



Aan dw goedgunstigen Lezer. 

JLlefflinde Lezer ! Het is Gods wil en de 
pligt der menfchen , de verwonderlijke gefchie- 
denisfen en de befturinge van den albeheer- 
rphenden God te befchrgven en aan de men- 
fchen bekend te maken , opdat het hunne na- 
komelingen in be( toekomende moge dienen tot 
opwekking* 



Het zal dan bovenal noodig zijn, dat Gij 
deze mijne Historie van de attacque^ die de 
Franfchen in den jare 1672 op de fiad Aar- 
den- 



C up ) 

denburg hebben gedaan , met vl^jt en naacftigr 
heid leest en overweegt , op4at de dingen » ivelr 
ke daarin zijn ven^t en door ons zijn gezfeQ 
en beschreven, aan andere menfchen mog^ 
worden medegedeeld en bekend gemaakt* 

De een of ander zal misfcbien vragen : waar- 
om ik deze mijne historie niet vroeger ^ 
na een verloop van twee jaren in het licht 
heb gebragt ? Wel wetende dat zij , die hun 
werk maken van Historiën te befchrijven , aan 
vele beoordeelingen en beknibbelingen zijn 
blootgefteld , en hoe veel te meer dan ik , die 
nog nooit iets heb uitgegeven, zoo moest ik 
daarin fghroomvallig zijn ; en ik had ook ver- 
wacht en uitgezien, dac een bekwamer fchrij- 
ver deze Historie zoude bewerken. 

Het is wel waar, dat verfcheidene perfonen 
over deze attacque gefchreven hebben, maar 
fommige hunner hebben de zaken niet wel 
gevat, of geweten , en andere zijn niet wel ge- 
ïnformeerd of berigt geworden. 

Op mijne jaren gekomen en beducht, dat 
zulk een beerlijk werk als deze Victorie is 
geweest , na mijnen dood in het duister zoude 
komen , zoo heb ik alle vrees over het hoofd 
gezien en met vrijmoedigheid de pen in de 
band genomen, om naar mijne beste weténfchap 

ü 4 "tl 



C tao ) 

en vermogen , deze Historie kort en ^kelijk 
te befcbrijven , een einde . alle de liefhebbers 
der waarheid en van het Vaderland te kunnen 
dienen. 

De Lezer neme dezen arbeid goedgunftig- 
lijk aan , en leze zonder vooroordeel of pas- 
fie. 



HIS- 



HISTORISCH VERHAAL. 



JLlec fcheen dat de koude winter van het 
jaar 1679 , het heete bloed en de haastige fu- 
rie der Fraofchen niet genoegzaam getemperd, 
iqgetoomd en bekoeld had, maar ter contrarie 
dat Mars , de dolle Heidensche afgod , hen door 
hunne glorie aangezet heeft om niet alleen het 
verlaten Aardenburg i maar ' ook het fchoone 
Vaderland op te flokken en in te zwelgen. 

Zoo haast de Koning van Frankrijk pp den 6. 
April 1671 den oorlog tegen de Staten der Ver- 
eenigde Nederlanden had gepubliceerd, werd 
men gewaar , dat men in plaats van eenen zoe- 
ten zomertijd de vruchten van eenen landver- 
dervenden oorlog zoude genieten. 

H 5 Reeds 



Reeds in den lentetijd begonnen een groot 
getal Franfche troepen naar de Nederlanden te 
trekken 9 van welke benden nu en dan eenige 
kleine zich omtrent ons ^ardenburg kwamen 
vertoonen , en zich als de voorboden van de 
navolgende fmarten lieten zien. 

Daar was voor eenigen tijd reeds «ene mom- 
peling geweest » dat de wallen der ftad geflecht 
of gedemoliëerd zouden worden, maar deze 
geruchten waren gelijk een nevel of eene wolk 
voorbij gegaan; doch zoo dra op den 1 6. April 
in de ftad patenten waren gekomen , om zes 
Cömpagnien van de zeven , waar mede de ftad 
bezet was , te doen vertrekken » als n^mentlyk 
ilie van de kapiteinea Lugteijbero , Salz, 
Groelaart , Bentinc^ » Tbngnagel en Rijs* 
WIJK , zoo herrees de zórg op nieuw* 

Deze Cömpagnien werden aangedrongen , om 
haastiglijk op den i8, ee vertrekken, wan- 
neer 4LUeen de Compagnie van den Commandeur 
JoHAN Cau zoude overblijven , welke naar de 
Elderfchans was vertrokken ^ latende bet vaan^ 
del op het ftadhuis. 

De Magistraat der ftad vond dezelve alzoo 
geheel ontbloot van krijgsvolk, zonder één 
man over te houden ; zij verzochten ^halve 
'^''n den Heer Coinmandant Cav^ ilat Zijn Ëd. 

bij 



C "3 ) 

bi) proviiie door eenig volk van zijne )Compag* 
nie de poorten zouden willen doen bewaren. 
Die verzoek werd ingewilligd ^ en hij heeft te 
dien einde onder het commando van zijnen ven* 
drig EhiAs Beerman • omtrent de helft van de 
Compagnie in de ftad gezonden. 

Dit onverwacht voorval van het vertrek , gaf 
in deze conjuncture van tijden vreemde ge- 
dachten 9 vreezende dat de oude geruchten aan- 
gaande hec demoliêeren van de ftad waar mog- 
ten worden* 

Vermits de Heer Cau naar Siuis was ver- 
trokken , zoo heeft de Magistraat aanftonds eenen 
Burgemeester gecommitteerd , om by zijn Wel 
Ed. te Sluis en elders daar het noodig mogt 
zyn , te vernemen of er reeds iets wegens het 
demoliêeren van de ftad voorhanden was of niet. 
Terug gekeerd relateerde hij uit den mond van 
den Heer Cau verstaan te hebben , hoe het vast 
gefteld was bij den Staats dat de ftad zoude 
worden gedemoliëerd en dat de Heer Cau aan 
hem twee brieven had venoond , die dat berigt 
confirmeerden ; een van den Heer St a vekissb , 
Gecommitteerde in de Staten Generaal en de 
andere van zijnen broeder den Heer Baljuw 
Cau uit FU$fingen. 

De tijding verwekte eene groote verflagen^ 

hdd 



( "4 ) 

heid 10 de flad , en ook eene marmuratie onder 
bet volk , te meer om dat eenige van de meest 
geqaalificeerde lieden hunne beste goederen be- 
gonnen weg te zenden ^ waar onder eenige wa- 
ren dien zulks het minst betaamde. 

Eenigen vervoerden zelfs alles , ziende hun- 
ne totale ruïne naderen , om dat zij tot eene 
prooi voor den vijand werden gefield en gela- 
ten. 

Niettegenftaande deze troeBelen en den defo- 
laten Hand van zaken gaf de Regering den 
moed niet op ; zy handelde communicatief met 
de voomaamfte ingezetenen en zg committeer* 
de de beide Burgemeesters, om aan de Sta- 
ten van Zeeland te remonflreeren en bekend 
te maken , dat het demoliëeren van de (lad door 
den Raad van State was vastgefteld , en dat 
hierdoor niet alleen de ftad en hare ingezete- 
nen zouden worden geruïneerd, maar dat bo- 
ven dien , daaruit zeer zware en zorgelijke ge^ 
volgen zouden redundeeren , als de ftad de zit* 
plaatfe van den vijand en door hem ingenomen 
en geïncorporeerd werd , vermits dezelve voor 
hun belang , volgens het fchrijven van van Me- 
teren , zeer dienftig zoude worden , om Sluis te 
benaauwen , daar de ftad anders een der bi)« 
zondere Frontier - plaatfen was, om Slui$ en 

i het 



C ïaS ) 

het land van Cadzand en alzoo de veiligheid 
van de Provincie Zeeland te bewaren. 

Die alles alzoo bij requesce aan Hun £d* 
Mog. op den i8. geremonscreerd zijnde , ver* 
zochten zij , dat H. E. M* tot welzijn van de 
ihd en het land , fóvorabele voorfchrijving zou** 
den doen ^ opdat, dit ruïneusé werk mogte ach* 
terblijvien. 

Dit verzoek werd ingewilligd en dé voor- 

» 

fchrijving aan Hunne Hoog Mogende werd aan 
den Burgemeester verleend. 

De Gecommitteerden kwamen op den &o* 
'terug en vonden de ftad in nog grooter troubel 
en confufie als zij bij hun vertrek gezien had* 
den, vermits het vlugten toenam. 

Men had onderwiglen meer van eenige aanna» 
dering van vijanden gehoord, en er konden 
geene orders gefteld worden tot bewaring van 
de ftad. 

De Magistraat hernam den moed , courageer* 
de de burgerij en refolveerde , dat nog boven de 
twee wachten, welke reeds aan de poorten 
waren gefteld, twee andere wachten van Bur* 
gers des nachts op den wal zouden zijn , en dat 
zij op elk punt, waar het noodig was eenen fchild- 
wacht zouden plaacfen. 

Op den ax. deden Burgemeesters rapport 

van 



C ia6 ) 

tan hutine Coromisfie ^ waar op dadelijk is ge« 
refolvecrd om een van de Burgemeesters met 
eienen der Schepenen naar den /fdr^g te commic- 
teeren^ ten einde aldaar bij Hun Hoog Mog» 
en bij den Raad van Stace te bewerken, dat 
het gevreesde demoiiëeren mogte achterblijven 
en dat de ftad gelyk van ouds met krygsvolk en 
ammunitie mogte worden voorzien. Men oor* 
deelde het dienllig , dat één der Burgemeesters 
in de ftad zoude blijven om in alle voorvallen 
te kunnen voorzien. 

Naanwelgks waren deze gedeputeerden vertrok- 
ken» of men vernam het vonnis des doods 
voor de ftad, toen de Ingenieur Mattheus 
VAN Dalen, op den 25* uit Holland aan* 
kwam* Hij bragt alle orders tot het demoii- 
ëeren van de ftad mede , door den Raad van 
Stace op den 23. dezer gedateerde Hij was 
geauthorifeerd om de Hechting te bezorgen , het 
kanon en dé ammunitie van oorlog daar uit te 
halen en naar Sluis te brengen , waartoe aan 
hem eene onionnantie was verleend van twee 
duizend Gulden. 

Ter goeder ure arriveerden destijds te Sluis 
de Heeren Willem Lievbn van Vrijbergen , 
Gecommitteerde Raad van Zeeland en de Col* 
kmel Simon Scotte , z^nde de laatfte. tot 

Com- 



( 1^7 ) 

CommanddQt van Sluis benoemd , bij afwezig* 
heid van den Heer Gouverneur La Leck en 
den Commandant Theodorus van Vrijberg 

OEN. 

De Magistraat de komst van deze Heerenr 
vernomen hebbende^ zond dadelijk een Bur* 
gemeester met den Griffier naar Sluis ^ om hea 
met den defolaten (land van zaken in hunne ilad 
bekend te maken , als mede , dat er eene com^ 
mislie naar den Haag was gegaan , ten einde 
het demoliëeren van de ftad voor te komen. 

Zg verzochten nu hun voorfchrijven , op dac 
de ftad niet wierde ontbloot van het kanon ea 
de ammunitie van oorlog » om dat de Burger^' al- 
le nachten bloot lag , van door den vijand over- 
vallen en afgefneden te worden , als mede oot 
de ftad met meer krijgsvolk te voorzien. 

Deze verzoeken werden alle geaccordeerd^; 
voor de betere bezetting van de ftad werden 
i^eedd op den 27. een honderd en vyftig fol- 
daten uit Sluis afgezonden onder bevel van den 
kapitein Abbendeel. 

De Ingenieur van Dalen betoonde insgelijks 
den besten wil en zoo zagen wij in voorraad 
overal genegenheid voor eene ftad^ die thans 
^trent zevenrig jaren getrouwheid aan den 
Sttöt had betoond en waar anders meer dan 

hon- 



C 128 ) 

Kohderd fathilien zouden zijn te gronde gegaan. 

Op den 2. Mei arriveerde een bode ulc 
den Huag met brieven aan de Magistraat en 
aan gemelden Ingenieur ; voorloopig werd er fur- 
cheante verleend van hec demoliëeren. 

Deze goede tijding verminderde de droef* 
heid en de vetflagenheid van de Burgerij^ 

De Commandant Abbendeel, die eenige re- 
denen van offcnfie had gegeven , vertrok op den 
I. Mei naar iS/f^iV , en in plaats van denzelven 
werddoor den Heer van Vrijbeifigen tot Com- 
milndanc benoemd . de kapitein Heinsius , die 
den lOé Mei in de (lad kwam, maar er gee-« 
ne tabernakelen bouwde en fpoèdig naar Sluis 
terug trok. Van dien tijd af is de ftad tot aan 
den dag der attacque , gelijk het volk van Israël 
meer door Regters dan door Hoofden gere* 
geerd« 

De Magistraat heeft verder bij den Staat 
fiandvastiglijk aangehouden met foilicitatiën om. 
meer krijgsvolk en van vaste compagniën » maar 
in plaats van hieraan voldaan te zien , werden 
er eerst uit de (lad 75 mannen getrokken , en 
daarna nog 35 ^ zoo dat er maar 40 gecomman- 
deerde militairen overbleven. 

Inmiddels werd tot verdediging van de fiad 
en tot wering van den vijand eenige bruggen 

af- 



C 1^9 ) 

afgebroken en dammen doorgescoken » ^m é^ 
pasfage zoo veel ce flremmen als mogelyk waa^ 
en zoo werd deze djd vin oorlog door :di( 
klein hoopje volks doofgetobd* 

Op zaturdag den 125. Juny vemafii men des 
morgens van eenige boeren , die ter markc gin^^ 
gen , dac de Franfchen omerent Kortrijk eenig 
krijgsvolk verzamelden en dea namiddags kwa-^ 
men twee boeren zeef verbaasd in de ftad , mel*- 
dende^ dat eenige duizenden Franfchen ce voet 
en ce paard op dien morgen te Dehw geko«» 
men : waren , om over de Bellitigbrug te pasfe^ 
ren ; iïy veimoedden ^ dac het de ftad jiardon* 
kurg zoude gelden ; dit alles werd eeJrst maai^ 
ten halve geloofd , om dat meti reeds foo veel 
van hec marcheren van de Franfchen gehoord 
had. 

De tijdingen verergerden él meer ea meer^ 
én nu werd méii ongerust , bij de ovjerweging 
hoe groot de magt en de glorieusheid der Fraii« 
fehen was , en welk eene kleine magt men zelf 
had^ 

In den avond vergaderde de Magistraat, ttA 
einde te befluiten , wat men in zulk eenetr 2wa« 
oen nood zoude kufanen doen. 

De Magistraat befiond . toen . bic de Burgen 

V. D. IL St. I mees^ 



C Ï30 ) 

meesters Antuonij Peursems en Arnout Ver- 
MfiRE , en de Schepenen Pieter Roman , Cor- 

NEUS ZUTTERMAN 9 GuiLLAUME GalÉT , ABRA- 
HAM DE Rijke 9 Jan Cosseijn en den Griffier 
Zeger Crap* 

Twee plaatsen in de Schepens * bank waren 
vacant , door het overlijden van Cornelis Boot 
eh Jacob Wijksteen ; de Schepen Dirk Bar- 
TBLOOT lag ziek te bedde. 

Ik heb in het voorverhaalde van geene der 
Renten met name melding gemaakt , en ben 
in het vervolg het ook niet voornemens ; ook 
niet wat faun doen in dezen op zich zelv^n is 
gewwesc, en zuiks om redenen , dat ik dan den 
eeneii of anderen , naar eens anders zin , te veel 
Wttde prijzen of laken , en hierom heb ik het 
goed gedacht , om eens vooral de namen der 
leden van de Regering bekend te maken. 

Terw^l deze Vergadering duarde , werd er 
door eenen ftads - bode aan de Magistraat bekend 
gemaakt 5 dat er voor de Landpoort een expres- 
& ftond > die vaa Gent gekomen was en eenen 
brief aan den Burgemeester, had; hij verzocht 
dadelijk te worden binnen gelaten , om dat de 
brief va» groot belang was. 

Onderwijl ontstond er in de flad eene groote 
berpette en ssamenvloey ing van vele menfchen 

op 



l^ 



C '431 ) 

op de markt > voor het ftadhuis en bij de poof^ 
Elk was verlangende te weten , wat deze ex* 
prcsfe aanbragt, en nu heeft de Vendrig 
Elias Beekman , die de eenigfte officier van de 
militie Was , en Jan Bekrelaar y Major Mili^ 
tair van dè ftad 9 de poort doen openen. 

De expresfe inkomende ^ werd van alle kam 
teti gevraagd ^ wat zijn aanbrengen was ; hij ant-« 
woordde , dat hij zulks niet zeggen mogt ^ maat 
dat zij het wel uit den brief zouden hooren i 
welken bij aan de Magistraat zoude behandigen. 

Deze brief was door eenen Jan de Kuijper 
gefcbreven 9 die uit genegenheid jegens de ftad^ 
waar hij gewoond had en nog vriendeil kende , 
de Magistraat waarschuwde, dat zij op hare 
hoed^ moest zijn , alzoo de Franfchen voome* 
meüs waren , op dien dag des morgens te tien 
ure , met eene Magt van zes of i^ven duizend 
man op te breken ^ en dat hij verdaan had » dat 
zij eenen aanval op de eene of andere ilad zou«* 
den doen. Hij vreesde, dat bet op Aarden^ 
burg gemunt was , zoo als het fpoedig bij de 
uitkomst bleek. 

' Vermits Delnze maaf zeven mijlen vafi jlaft 
denburg af gelegen was, kon de men wel de^ 
rekening maken ^ dat de vijand niet verre daar 
van daan konde wezen» 

I 2 De 



t)e Magistraat maakte dit fchrijven aan den 
Commandant Bbbkman en aan de gemeente be* 
kend , oordeelende dat dit Ijieter was dan iets 
te verzwygen. 

Eerst veroorzaakte dit eene groote verflagen-' 
beid in de ftad 9 maar de Magistraat werd als 
door den AUerfterkfte geflerkt. 

Zij pleegde raad met den Commandant Beek- 
. MAN j en (lelde orde op het noodige j zoo veel 
als dat In dien tijd kondé gefchieden» 

Zij gaf order dat eene compagnie Burgers 
op de wallen zoude worden gebragt en ver- 
deeld ^ en dat de andere compagnie als een 
troep van referve op de markt in de wapenen 
zoude blijven ^ tot nader orden 

Deze bevelen werden zonder tegenfpraak 
met couragie opgevolgd en nagekomen. Het 
klein getal foldaten werd door den Comman- 
dant Beekman op de wallen gefield en aan de 
poorten verdeeld. 

Inmiddels werd een van de Regenten naar 
Sluis gezonden , om van den Heer Scotte volk 
te verzoeken tot hunne adfistentie, en kort daar- 
na kwam er een brief van dien Heer 9 waarin 
hij die van de ilad waarfchuwde, dat zij in 
dien nacht door eenige duizenden Franfchen 
zouden overvallen worjen. Wij moesten ons 

dien 



C «33 ) 

dien dag met de cyding van dexen Jobs - bode 
te vreden houden , vermits er geene apparentie 
van adfiatentie ce verwachten viras. 

Op deze kwade tijding werd de andere com* 
pagnie Bui^ers van de markt mede naar den 
wal gecomtnandeerd en verdeeld. 

De klokken werden opgehouden en (toegea 
niet meer , op dat de vijand bij zijne mesures 
van aanval daar op niet zoude kunnen rekenen. 

Ieder was in de (lad vol yigilancie en vuur ; 
led^ deed aijn best om kruid, kogels, lood 
en fchroot op de wallen re brengen en daap ob« 
der ware^ eenige manhaftige vrouwen, dochT 
ters , jongens en kinderen , die onverfchrikt hunne 
courage toonden; Velen beijverdsn zich mee 
het gieten van kogels , het kappen van de mus- 
quetkogels aan (hikken omme op roers ge- 
bruikt te worden , andere namen de katfey- 
(kei-) fteeaen uit de ftraten en ftapelden ze óp 
hoopen , omme b^ overval van den vijand , de^ 
zelve daar mede over den wal op den kop te 
werpen, andeien om ouii ijzer, potten, pan* 
nen 9 ketels en wat al niet meer uit de hoeken 
te balen en naar den wal te^ brengen, alles 
verbrekende om het voor fchroot te gebruiken , 
hetwelk noodig werd geoordeeld , om dat de 
llad zeer flecht van ammunitie voorzien was. 

I a Die 



C 134 ) 

Die van binnen hielden zich zeer Uil ; zij 
droegen zeer goede zoi^e, keken nii, deden 
ronde op ronde, hingen de lonten met hec 
brandend eind onder de borstwering naar om- 
Jaag y en leefden alzoo tusfchen vrees en hoop , 
verwachtende met moed en courage den vij- 
aod. 

Omtrene te twee ure hoorde men het geloei 
van koeijen en boven dien zagen wij eenig ftof 
opvliegen , op de pasfagie van Smedekens-brug- 
ge ; wy fuscineerden derhalve , dat de vijand 
reeds aldaar W{is ^n aaokwam, zoo als ook 
WB^r wai. 

Men begon weldra op hem van de Had te 
fchieten en te kanonneeren , en toen begon 
Mars, de onverzadelijke krijgsgod, zijne furi- 
ën los te laten ; de Franfche trommels eo 
trompetten werden gehoord en men zag hun- 
ne benden op de ftad langs de pasfagie van 
de fmedekens - hrtigge aanrukken, om door 
de drooge grachten, die binnen de oude flads 
wallen lagen , tot voor de buitenfte vesten en 
brug, welke over (lit) vesten liggen , voor de 
Landpoort, tot op de barrière door te drin- 
'gen t zij meenden de laatfte open te loopen en 
enet groot geweld te overweldigen. 

Toen brak de dag aan, Die van binnen zien, 
de. 



( '35 -) 

de , dat de Franfchen op de ilad met zulk eene 
vehemcnce force aanvielen^ verloren geenziny 
den moed en chargeerden dapper op den vy* 
and aan« 

De Franfchen , na de gedane force op d^ 
barrière, ziende dac hunne haring aldaar niec 
langer en braadde, vermits hen zulk een ge- 
weldige hagelbui van kogels en fchrooc over 
het hoofd kwam , begonnen om ce kijken naar 
eene fchuil- of verbcrgplaats , omme die bui 
alzoo te kunnen ontgaan. 

Zij trokken met overhaasting xe rug^ mtar 
eenigen hunner moesten het wederkeeren ver- 
geten« Zij trokken naar een oud verlaten for* 
cj^ 9 genaamd de koekuif^^ waarop één huis flond 
en twee fchuren ; zij verborgen zich aldaar , 
als mede achter de oude wallen en verkeerde 
contre - fcarpe van de (lad , waar zij zich zeker 
meenden te zien voor de musquetten en het 
kanon. 

En wijl deze retraite binnen fchoo(s was, 
zoo retireerden zich ook de overige troepen 
of het gros , tot omtrent een half uur van de 
ftad, op eenen kruisweg in de biezen b^j het 
hofSedeken van Luci^s Deunink , maar zij lie- 
ten eene brandwacht van kavallery omtrent den 
paalfteen van de ftad. 

I4 On- 



( iz6 y 

Onclerwijl zonden zij eenen trompetter af 
baar de ftad , welke binnen een musquecfchoot 
genaderd 9 aldaar driemaal appel kwam blazen, 
maar die yan binnen wilden niet naar hem hoor 
ren » en verdreven hem met eene bui van mus- 
quetkogels , waar van hij met groot geluk our 
verfeerd af kwam; zijn paard zwenkende 
fwaaide bij n)9t d^^ hoed en ging te rug naar 
^f brandwacht. 

Kort daarna begonnen de Fanfchen zich met 
geheele troepen en benden uit het voors. huis , 
fchuren en van achter de voorverhaalde hoog- 
(eo te begeven en begonnen in de oude flad 
Jcoeijen en paarden , die daar weidden, te vangen 
en te vooven ; zij waren daar zoo ijverig in , 
dat zij bijna het fchieten van de ftad niet en 
pntzagen ; zij dreven een gedeelte van de bees- 
|en weg naar hunne legerplaats, hetwelk die 
yan binnen 'met pi^tientie moesten aanzien , ver- 
mits zij geene magt en hadden om zulks te be? 
letten. ' 

Zij konden wel bemerken , dat het gros van 
{)e( Franfche leger op den aflland van maar een 
|ialf uur kampeerde, alwaar zij de tenten opiloe- 
^en^ 2ij waren alzoo niet van zins omme te 
vertrekken en de ftad te verlaten , en wij pre- 
p^|reer4^ii ons al^oo (q( yerderen (egendand. 

Ver- 



C Ï37 ) 

Vermiis de Franfcben zich ^IzoQ in de voor- 
verhaalde fcburen bleven nestelen , beproefden 
die van de ftad om dezelvp in den brand ce 
fchieten en den vijand daaruit ce verdryyenf In 
het eerst wilde dit niet gelukken , maar toen ^t 
nige kogels lager Hwamen, loo z^ men eerr 
lang de Franfcben vlugten 9 tot bgiten in d^ 
oude ftad , alwaar eenige boeren met zeventien 
Franfcben in actie geraakten, in hoop van ze 
gevangen te nemen; de bperen zouden bet 
naar alle apparentie te kwaad gekregen hebben , 
ma^ die van de ftad dit ziende 9 lieten apbt 
burgers en omtrent evep veel foidaren naar bqir 
ten gaan om hem te adffsteeren* 2y hebben te 
zamen de Franfcben vervolgd ep overwonnen 
zoo dat zij zestien foldaien en twee ruiters met 
hunne paarden gevankelijk in de ftad bebbeii 
gebragt, 

. Vervolgens heeft men eenige vrijwilligers 
uit de ftad laten gaan , omme , was bet doenlyk ^ 
die beide fchuren en bet buis in brand te fte- 
ken en de ftnedekens-krugge af te breken ; deze 
hebben dit exploit als helden aangevangen en 
het eerfte lid fpoedig uitgevoerd , vermits men 
den brand dadelijk uit de fchuren en bet buts 
zag opgaan. Men hoorde bij het branden van 
dezelve eenige fchoten afgaan 9 zoo van grana- 

1 $ ten 



C 138 ) 

ren als van musquecten , welke de Franfchen 
naar apparentie daar in gebragt hadden , om de 
Itad te bevechten. 

De Franfchen ziende dat de voorn, burgers 
bezig waren omme At fmedekens - brug te rafee- 
ren , het welk de eenige pasfagie was om met 
hun gros naar te ftad te komen, kwamen nu 
uit hunne brandwacht ;• zij dreven de voorfch. 
Burgers verfcheidenmalen daar van daan en ver- 
volgden ze zoo ver, dat men de^jelve kwalijk 
voor het fchieten van dé kanonnen en de mus* 
quetten konde bevrijden ende defendeeren, op 
dat niet eenigen hunner gevangen wierden. 

Het breken aan de brug had even wel zoo 
veel nut gedaan , dat , zoo als fommige van hun- 
ne gevangene Officieren daarna zeiden , zij met 
hunne drie (hikken gefchut, welke zij meen- 
den daar over te brengen en op de koekuyt te 
planten , omme de ftad te befchieten , daarover 
niet en konden pasf^reo. 

Aan de Waterpoort gingen ook eenige bur*- 
gers uit om het rabatje , hetwelk bij het verval^ 
len fortje grooten dorst lag , of de berm daar- 
nevens door te fteken , om alzoo het zoutwater 
in de buiten - gracht van de ftad en in den wa-r 
tergang van de polder , . beoosten Eede te bren- 
gen , hetwelk ook door dezelve is uitgevoerd 
en verrigc. De 



C i3<r ) 

I 

De Magistraat committeerde een van de 
Burgemeesters naar Sluis ^ om aldaar den Meer 
Collonel ScoTTE met den toeftand van de ftad 
bekend te maken. Zij verzochten , dat zyn £d. 
bem eenigen bijdand geliefde te doen, met 
betuiging, dat zij vporpemens waren lijf en goed 
ren dienfte van den laqde 6Q voor de ftadt)p te 
aeetten , en betoogden dat de ftad Sluis geen 
DOod en bad om van den vijand overrompeld of 
aangetast te worden , zoo lang als zij zich defen* 
deerden, en dat Sluis zonder twijfel ander 
iecours uit Zeeland zom^lq kunhen krijgen , alzoo 
de dagen zeer lang waren en hun Griffier des 
morgens zeer vroeg daarom naar Zeeland was 
gegaan. 

De Heer Scotte had dit verzoek toegeftaan 
en ingewilligd, maar vermi($ een^ge van de 
IVDtgistraat aldaar bier tegen procesteerden en 
zich oppofeerden , zoo refolveerde by van zyn^ 
belofte en befluic af te gaan. De Burgemees^ 
ter moest alzoo ongetroost henen gaan , zon** 
der een eenigen man mede tiit Sluïs te kannen 
krijgen ; men beloofde echter veertig man utt 
bet Retranchement tot hunne adfistentie te zul- 
len toefchikken* 

De Burgemeester reverteerde en rapporteerde 
van het voorgaande en intusfchen nam hot la- 

jneah- 



C HO ) 

menteren van de vrouwen en het murmureren 
van velen toe, vermits er weinig adfiscencte ce 
wachten was. 
Omtrent te tien uren voor den middag zag 

« 

men langs den dijk van St. Kruis een gros 
ruiters aankomen , fter^ we} duizend paarden , 
welke onder bet bereik van bet kanon kwa- 
men , en voegden zich bij de benden achter de 
verkeerde contrefcarp en reden alzoo achter 
den hoogften weg , om over fmedekens-brug bij 
hun g^os te geraken; maar in bet overrijden 
van dezelve werden er uit de ftad verfcheidene 
fchoten gedaan , en ^enig^ van de paarden ^ 

De Magistraat vergaderd zijnde, liet dea Cora«p 
mandant Berkman en den Major Militair van 
de flad, gelijk ook de voomaamfte en meest 
gequaliOceerde Burgers op het fladhiüs ontbie- 
den en verzoeken , om met elkander te beramen, 
wat men in zulk eenen defolaten ilaat en nood 
20ude aanvangen en doen^ 

Na dat de Burgemeesters hun de gefchapeu/* 
heid van de ftad hadden voorgedragen en be- 
kend gemaakt , venK>cfat men daarop aller con- 
lideratiën en advis , en na de confideratiën pro 
et contra y werd er goedgevonden en gerefol- 
veerd , dat men de ftad met elkander getrou** 

we- 



C 141 ) 

lelijk zottde defendeeren » waarvan eene acte 
werd gemaakt en geteekend. 

De Magistraat diende de getrouwheid van htiii-' 
ne kloekmoedige burgers en foldaten \ zoo dac 
zij niet van de wallen wilden gaan , gaven or^ 
der om eenige half vaten bier op de wallen te 
brengen tot verkwikking 9 om dat het zeer heec 
en warm was. 

Zij deden ook de wallen wel voorzien van 
buskruid, kogels, lood en fchroot, als mede 
van eenige turven , om daar mede vuur te ma«- 
ken en de lonten brandende te houden« 

Alles wat W verder noodig was , werd er bg 
gebragt ; ook werden eenige afgekapte boomen 
op de borstwering der wallen gebragt , om bij 
aldien de vgand ben overviel deze aftewerped. 

Eenige Mennonieten bezorgden inmiddels de 
bui^ers op de wallen van kost en drank ^ 
van brandewijn en tabak en van alles wat er 
dienen konde; de anderen baden benevens 
vele vrouwen tot God den Heere omme hulp 
en bijftand. 

D^ avonds omtrent te zes it zeven ure arri- 
veerden uit het Retranchement , eene plaats in 
het land van Cadfant , de beloofde veertig man 
tot adfistentie , onder het commando van een* 
vendrig Vanbvelo , welke verfterkt zijnde met 

ee- 



( UI ) 

eenfge ruiters van Sluis , nog van daar mede 
bragcen twee Wagens mee ammunitie van Oor- 
loge , zoo van kruid en kogels als van lood en 
lonten; dit alles kWam ter goeder tijd, aange- 
zien de groote behoefcit;. 

De Ruiters keefden • nadat zij het convooy 
voor de poort gebragt hadden , naar Sluis te 
rug , maar aan de foldaten werd dadelijk hun 
post aangewezen op het polder - bolwerk. 

Dit klefn {ecóürs wad gelijk eene adem^ 
fehepping aan eene aamechtige ziel en veroor- 
zaakte in de ftad eene groote courage en men 
troostte elkander ,dat er wel meer fecours'zou* 
de komefi. 

Terwijl de poorten open waren liet men ee* 
nige vrouwen en kinderen, die begeerden te 
vertrekken , daar uit gaan , waaronder ook eenige 
mannen uitflopen , die in hunne wambuizen een 
vrouwen hart droegen. Bij dit uiegaan zag 
men vele lamentatiên en veel droefheid te voor- 
fchijn komen , vermits het fc heiden van mantlen^ 
vrouwen , kinderen en minnende zeer zwaar viel, 
en velen dachten dat ze na dit adieu vreezen 
moesten , dat zij elkander in dit fterfelijke niet 
zouden weder zien. 

Deze uittogt werd meest getolereerd oni te 
minder ombrage te hebben ; en men verwacht 

ten 



( 143 ) 

ten moest, dat wanneer de vijand aanviel de 
vrouwen en kinderen met haar gefcbréi en la« 
mentacie de mannen kleinmoedig zouden mak- 
ken. 

Ondertttsfcben groeide het gros der Fran« 
fchen al van tijd tot tyd nog meer ^n. Z^ 
werden geftadig door aankomende troepen fter- 
ker , zoo zelfs dat zy te voet en te paard wel 
8 k 9000 man fterk waren. 

Het opperfte commando over deze troepea 
werd gevoerd door den Graaf van Nancre , Gou- 
verneur der ftad ^hf. 

t a 

Het was eene zeer uitftekend groote magt, te 
rekenen naar avenant van de kleine, welk^ 
binnen de ftad Aardenburg was , alzoo deze 
flecbts bestond in twee compagnien burgets; 
elk mee de Officieren drie en negentig man en 
alzoo. te zamen honderd en zes en tachtig. De 
militie beftond uit dertig k zes en dertig man 
van de Compagnie van den Heer Cau, item 
IQ 3^k 38 man uit de ftad Sluis en verder de 40 
man uit het Retranchement , te zamen uitmaken- 
de een honderd en twaalf man , zoo dat het ge** 
cal van Burgers en foldaten naauwelijks drie bon* 
derd man uitmaakte , waaronder wel 50 oude , 
zwakke en onweerbare mannen. 
De lezer befeffe wat men met zulk een 

hoop- 



( 144 ) 

hoopje Volks doen konde otn eenè ftad te be- 
zetten. Welke een* omtrek had van een halfuur 
bifinen de borstwering ^ 2onder de buitenwerken 
ce rekenen. 

Op de iladswallen lagen in het geheel maar 
degen ftukken , zes metalen en drie ijzeren ; maar 
met vier konde men aan den vijand eenige af" 
htivk doen en van welke vier het affuit van 
het beste , op den eerften dag , door het conti'* 
HOeel fchleten in duigen viel , doch op dezen 
dftg wefd het wederom zoo goed roogelyk was 
gerepareerd. 

tn 2u]k eenén ftaat en eene gelegenheid 
moesten wij de Ifatd tegen eenen magtigen v^-» 
and defenderen« 

Men zag de Fr^nfchen des ilamiddags con« 
tinueelijk tot aan den avond met gebeele troe- 
pen en benden uit het gros van hun leger we- 
der ovet fmedèkèns'brug naar en op de koekuijt 
en achter de hooge Werken en de verkeerde con- 
trefcarp opmarcheeren, waar uit men befluitèn 
moest dat het hun voornemen was omme in 
den aanftaanden nacht andermaal te attaqueren. 

Sedert het fluiten van de poorten hield mèn 
zich van binnen zeer ftil; de Franrchen deden 
het insgelijks als of er geen ^yand voor de ilad 
en was ^ maar des nachts omtrent te elf ure , 

«ag 



( 145 ) 

zag men een vuur van de kokuijt opgaan , het 
welk met een wedervuur uit het gros van het 
leger werd beantwoord; kort daarna hoorde 
men een hondje hevig blaffen; uit welk alleis 
men presumeeren konde 9 dat er onraad voor 
de poort moest zijn, en vermits de donker- 
heid van den nacht, konde men den vijand 
niet ontdekken. 

Men zag fcherp uit , en bemerkte toen , dat 
er eenig volk op de contra -fcarp aan het 
Oostbolwerk en aan de • binnen - vest was ; 
na werd er dadelijk met kanon en musquetten 
gechargeerd , maar er kwam ook fpoedig bal- 
te, om dat de Franfchen zonder fchieten al lUIr 
letjes retireerden. 

Onderwijl kwam er tijding op den flad&wal , 
dat er drie of vier honderd man ter adfistentle 
van de (lad voor de waterpoort was gekomen. 
Dit gaf groote courage aan ons volk. Het fe« 
cours kwam al ftü in de flad , na dat men hun- 
ne order en commisfie tusfchen de twee op- 
haalbruggen voor de waterpoort , bij het licht 
van eene lantaarn had onderzocht. 

Dit fecours bestond in plaats van uit drie of 
vierhonderd man , zoo als de eerste roep was , 
in honderd vijf en twintig a honderd dertig 
man , onder commando van den manhaften Col- 

V. D. II. St. K lo- 



lood t 200 dat de wal - vestnr ea conire - Tcarp 
van de ftad als ia mur en vlammen Hond door 
. face vreesfelyk fcbieten en kanonneeren. 

Wij 



c 147 ; 

Wij konden dén vijand helder en klaar 2ien ; 
onder het fterk fchieten riepen fommigenvan 
binnen uit de flad de Franfchen toe , en 2ij zei^ 
den tegen elkander: ^ Sa sa mannen! past er 
5, maar wel o^ om die Franfche honden goed 
y^ te raken.*' enz. 

De Franfchen badden de buitengracht, door* 
dien er maar weinig water in was, op twee 
plaatfen met fascines of rijshout ten deele ge« 
Vuld, en daar over op de contre «- fcarp ge- 
komen, braken zij weldra de barrière, die 
op de brug van de buitengracht ftond, 
open , en zij kwamen daar door , wanneer aj 
den ftorm hervatteden roet groote fiirie en een 
vervaarlijk geroep ; zij verbraken de floten vail 
de binnen r barrière op de brug van de halve 
maan , kregen de valbrug open, lieten dezdve 
vallen, braken mede door de twee mijn-poor«* 
ten , die in de wallen om de halve maan waren , 
en nu begonnen zij te roepen : Fille gagné / 
ville gagné ! En avant Ia cavalier ie! La por- 
te est ouverte! Tuel tuel tout a la mort t 
Point de, quartier t ^ 

Het was op dit geroep , dat de twee ^ndeitr 
fiormende troepen afhielden en zich conjun^ 
geerden met de partij , welke In het midden van 
de halve maan vocht, die voor de binnen* 

K a poorc 



^ 



( 148 ) 

poort van de ftad lag. Zij meenden nu dat 
üj reeds in de ftad waren. 

Aan het Oost • bolwerk waren er fommigen 
door de vest gekomen ; zij klommen tegen het 
geschut der wallen op. Eenige hunner fneu- 
velden bij dit moeijclijk werk en twee kwamen 
op den wal. Denzelven bezet vindende vielen 
zy op hunne knieën en baden om quartier , het- 
welk hun werd gefchonken. 

Die van binnen ziende, dat de Franfchen 
op de contre-fcarp digc waren in een ge- 
diongen gelyk op de vesten, en dat zij met 
fcoe hevige furie pogingen aanwendden om 
door ce breken , dompten ziLj beide hunne (luk- 
ken kanon , gaven daar mede eene brave char- 
ge in de Franfche benden , zoodanig , dat men 
een algemeen gekerm en gejammer van Mon 
Dieu ! Mon Dieu ! hoorde opgaan , hetwelk voor- 
waar eene geheel andere taal was , als die Mes- 
lieurs weinige oogenblikken te voren hadden 

nitgebruld, toen zy ons toeriepen en uitmaakten 

ft. 

voor anabaptisten en foutre , bougre de canail- 
le ! en fnoefden van ons allen te zullen doo4 
ichieten , en geen quartier gevem 

Ondercusfchen verminderde men ook de 
andere wachten en haalde van de wallen 
zoo veel volks als mogelijk was, en bragt 

hen 



C 149 ) 

hen ter plaatlb waar de fterkfte aanval was. 

De Heeren Collonel Spindler, Oldenburg, 
Beekman en de Burgemeescers als Heeren van 
de Magistraat couragcerden en vermaanden het 
volk braaf en manhaftig aan tot hunnen pligt, 
en zoo deden de trouwe Burgers en foldaten , 
insgelijks elkander vermanende tot kloekmoe- 
digheid voor de ftad , Gods kerk en het Vader- 
land 

De Franfchen , die in de halve maan waren ^ 
en niet in de ftad, gelijk zij gemeend hadden, 

9 

zagen nu , dat daar nog eene binnen - brug was , 
tusfchen de halve maan en de ftad, die zij 
moesten pasfcren, wilden zij daar door in de 
ftad komen, en zij vielen nu wederom met 
groote furie aan hét kappen en kerven op de 
barrière aan de binnenbrug van de ftad. 

Die van binnen bevindende , dat de Franfche 
furie op beide de voornoemde bolwerken het 
meest gedaan was, en dat' zij nu vereenigd 
met hunne meeste kracht in de halve maan op 
'de binnen - poort aandrongen, om alzoo door 
te breken , trokken nu een groot deel volks 

r 

uit de bolwerken en plaatsten hen in de gordij- 
nen van wederzijden naar de poort. 

Deze manfchappen chargeerden met hunne 
musquetten zoo digt en vehcment op den vij- 

K 3 and 



and , in de halve maan en op de brug , waar 
de kappers en kervers ftondeq, dac zij het 
kappeq en kerven weldra (laakten en bun werk 
verlieten. 

Zij zagen om naar het gae , waardoor zij ge- 
komen waren ^ ten einde daar weder uit te gera« 
ken , maar zij bevonden de poortbrug en pas- 
fage niet alleen belemmerd met vele dooden en 
gekwetsten t waar onder velen waran die bit* 
terlijk jammerden » maar daar werden ook zulke 
gedurige hagelbuijen van kogels en fcbroot 
over ben heen gedreven, dat zij de pasfage 
niet anders als met groote moeite en gevaar 
van bun leven konden door of overkomen ^ 
en derhalve zocht een ieder voor zich zel- 
ven » xiqh voor bet continueel fchieten te ver- 
bergen ; zij kapten een gat in den achter - muur 
van de corps de garde welke in de halve maan 
ftond en fauveerden zich daar in en daar ach- 
ter zoo veel het mogelijk was. 

De dag begon fchielijk te lumieren en aan te 
breken en toen begon men de confusie in de 
vlugtende Mesfleurs Franfchen wat beter te 
zien , zoo dat men hen ook heter raken konde 
en hen op het wambuis komen* Het was ver- 
makelijk te zien , hoe de eene hier de andere 
daar zijne moeder de aarde kuste en hoe de 



C '51 ) 

jiardenburgfche blaauwe hacde poccage hen 
zoo overvloediglijk werd opgescbafc eo coege- 
diend , zoo zelfs , dac zij er fpoedig de wal- 
ge van kregen , en zich zochten ce bergen en 
te redden. 

Men boorde toen niet meer roepen : tue ! tut ! 
fans quartier^ maar de Franfcbe trompetten 
den aftogt blazen. 

Zij die in de halve maan waren, zouden 
gaarne , het gros van het vlugtend leger gevolgd 
hebben « maar de dag was nu aangebroken en 
zij zagen , dat die van de ilad gereed Honden om 
wanneer zij over de brug wilden gaan op hen 
los te branden ; zij durfden nu de brug met hun- 
ne troepen niet pasferen en |;oede raad was 
duur; zij kozen den veiligften weg. 

Twee of drie der voomaamften of meest ge- 
qualificeerden liepen op den wal van de halve 
maan , hebbende den hoed in de eene , den. de- 
gen in de andere hand en vielen op hunne knie- 
en , biddende om quartier. 

Nu was het Monfieur d*Hollande ! Monfieur 
ffHollande! quartier! quartier! zij hieven, 
na dat zij den degen hadden neergelegd, de 
beide handen ten hemel en verdubbelden hunne 
beden en fmekingen om quartier, vermits er 
nog al fomcifds gefchoten werd ; en nooit was 

K 4 hec 



/ 



C 15a ) 

hec mis, altijd raak. Nu kwamen er eerlang 
nog meer Franfchen bij , die ook al op hunne 
knieën vielen en om quarcier baden , waar onder 
één was , die een wie vaantje of vlagje aan ee- 
nen (tok bad gebonden en dit om hoog ftak. 

Toen zag men de ftad , die gelijk het fcheep- 
je van Petrus in de onftuimige zee van be- 
naauwdheid en nood was om te vergaan, nog 
door Gods goedheid en genade behouden , als- 
mede dat de briefchende hoogmoed der Fran- 
fchen vernederd was. 

In den nacht was het geween en gejammer ; 
in den morgen gejuich. Men gaf order om 
inet het fchieten op te houden, en toen kwa- 
tnen de Franfchen uit hunne fchuilhoeken te 
voorfchijn , en in zulken groot aantal , dat men 
daar over verfteld en verwonderd ftond waar 
zij allen zich geborgen hadden. 

Allen baden , gelijk de vermelde , om Igfsbe- 
lioud en genade , en velen vielen op de knieën 
en fmeekten om quartier, en dit werd hun nu 
gefchonken, na dat er alvorens nog eenige pro- 
testatiën waren gedaan. 

Het quartier werd vergund onder de conditie , 
dat zij alle eenpariglijk van ftonden aan , al het 
geweer zouden overgeven , en bovendien dat 
zij de barrière , welke op de brug van de halve 

maan 



C ï53 ) 

maan (lond zouden hebben toe te fluiten , en 
de valbrug ophalen* 

Die alles werd door hen dadelijk gedaan en 
nagekomen. De MesGeurs ftonden daar alle te 
kijken en waren als muizen in den val. 

Na dac deze orders volbragc waren , ftond 
mén als cwijfelmoedig aan onze zijde, en men 
beraadflaagde , of het wel raadzaam zoude zijn , 
dac men zulk een grooc aantal gevangénen in dé 
kleine ftad zoude nemen ; men beflooc er toe , 
maar men oordeelde het voorzigtigheidshalve 
noodig te zijn , om ze bij kleine troepen van 
15 of 1 6 man binnen te brengen. 

Het werd derhalve geordonncrd, dat 15 a 16 
van de voomaamfte of Hoofd - officieren digt bij 
de barrière van de binnenbrug moesten komen, 
en dat het geheele gros eerst achterwaarts zou- 
de blijven ftaan. 

Deze order werd nagekomen ; de poort werd 
opengedaan op de volgende wijze: de beide 
klinketten , welke in den ftads wal liggen werden 
geopend ; de eene valbrug op , de andere neder 
gelaten; het klinket van de buiten barrière 
werd ook open gedaan , en nu werden eerst 1 1 
a 16 man van de voornaamste officieren naar 
binnen gebragt. 

Deze vonden de burgers en foldaten binnen 

K 5 de 



C »54 } 

♦ 

de poon in de wapenen en behoorlijk aan we- 
derzijden gerangeerd , en zij werden door eene 
wacht van burgers naar eene herberg gebragc , 
en aldaar bewaard. 

De resceerende gevangenen werden insgelijks 
bg troepjes van X5a i6 man door gewapende 
burgers en foldaten naar de kerk gebragc; de 
deuren van dezelve werden met eene wacht 
van do a 25 man bezet. 

Nu zag men op het einde volgens de telling 
en de briefjes van den Major Politiek , dat het 
nommer of getal der gevangene Franfcfaen , wel- 
ke binnen gebragt waren, zes honderd en 
TWINTIG beliep ; waaronder negen en dertig Of- 
ficieren Ceen Luitenant CoUonel, zes Capicei^ 
nen » dertig Luitenants , een Cornet en een Ven- 

drigO 

Verder waren er 80 a 90 gekwetsten , waar- 
onder een Luitenant Collonel; men rekende 
dat er omtrent 100 Franfchen gefneuveld wa- 
ren 9 waaronder een voornaam Collonel , die van 
den Koning een inkomen had van meer dan 
25000 Guldens jaars , zoo als de gevangen Lui- 
tenant Collonel Crion heeft betuigd. 

Onder het inbrengen van de Franfchen ftond 
het meerendeel van de Burgers en foldaten 
langs de wallen en aan wederzijden van de 

poort 



C 155 ) 

poort met de trompen van de musquetten over 
de borstwering en met brandende lonten op de 
pan en in orde naar den vijand gerangeerd , en 
ook waren de kanonnen » met fchroot geladen , 
op hen aangelegd ten einde bij de minste om- 
bragie, welke de Franfchen mogten komen aan 
te vangen » daaruit vuur te geven. 

Als de Mesfieurs nu bij bet inkomen hoor- 
den en bemerkten dat zij gevangenen tweemaal 
zoo (lerk waren in getal als zij » die hen gevan- 
gen hadden genomen t beten zij vanfpjLJtop hun- 
ne vingers; dan dit konde hen weinig helpen. 

Die van de ftad nu ziende, dat deze hunne* 
vijanden overwonnen en geflagen waren « en dat 
de resteerende naar hunne legerplaats waren af- 
getrokken , dankten van ganfcber harten den Hee- 
re God met gejuich voor de genadige en on- 
verwachte yerlossing, welke hij hen door zjj- 
ne oneindige goedheid genadiglijk had gelieven 
te verleenen ^ maar zij vergaten niet , . dat zq 
nog in gevaar verkeerden door de magt van ee- 
nen in de nabijheid zijnde vijand. 

Het gros van het leger was maar een half 
uur van de (lad af en in beweging. Alle de 
wachten en posten werden derhalve op de wal- 
len hersteld en men was op zijne hoede tegen 
ceiicn nieuwen overval. 

De 



( 156 ) 

De Franfchen moeskopten in de Biefen en 
op de Eede , plunderende en roovende , wat zij 
maar krijgen konden, en des morgens van den 
27. Junij vertrokken zij; om hunnen toorn te 
breken en eenige revenge te halen , (laken zij 
de kerk op de Eede in den brand met nog 
vier of vijf huizen ^ zeker met een leed gevoel 
dat zij geen grooter kwaad konden doen ; vol- 
gens de berigten van fommigen namen zij om- 
prent 20 a 30 wagens met gekwetsten mede en 
dan nog eenige perfonen van qualiteit op paar- 
den. 

Zoo dra het Franfche leger was afgetrok- 
ken 9 werden de poorten geopend , en nu vond 
men de dooden en gekwetsten zeer dik liggen , 
zoo dat hien naauwelijk een* voet zetten konde , 
zonder iemand te raken. De gekwetsten jam- 
merden en klaagden zeer bitterlijk; fommige 
hunner werden op ftoelen en berriën naar de 
flad , en in het gasthuis of in de kerk ge- 
bragt. 

Verder werd er de order gefteld om de lijken 
te begraven; men vond eene menigte van ge- 
weeren en deze werden in de Corps de garde 
bij de landpoort gebragt omtrent voor vijf- 
tien honderd man, en verder waren er ver- 

fchei- 



( 157 ) 

■ 

fcheidene zaken van waarde, roet name degens 
mee zilveren gevescen , pistolen mee goud en 
zilver ingelegd , en meer. 

Wij vonden verder veel ander goed , zoo vaa. 
ftorm- als moordgereedfcbap en ammunitie» ook. 
koperen en lederen ftroppen , zoo men geloof- 
de , om y wanneer zij tot hun oogmerk en desfeijn 
gekomen waren y die van binnen de flad daar me- 
de op te hangen, te meer alzoo de order was, 
om alles wat men in de Had vond dood te 
flaan , zoo als men van verfcheidene der gevan* 
gene officieren heeft vernomen. Buiten d^ 
poort flond een wagen ten deele met fascines 
geladen ; het eene paard was dood , het ander 
levend maar verfteld en confuus en ook vond 
men er vele fascines bovendien ; een groot deel 
was reeds in de grachten geworpen. 

Van deze gelukkige victorie werd door ee- 
nen expresfe aan den Heer CoUonel Scotte 
in Sluis berigt gegeven , ook aan de vrouwen 
en kinderen , die derwaarts gevlugt waren. Dit 
nieuws gaf aldaar eene groote blijdfchap en ver- 
kwikking , vooral om dat door eenige lafhartige 
vlugtelingen, die hunnen post verlaten hadden 
en tot behoud van hun leven door de vest wa- 
ren gegaan , de tijding was overgebragt , dat dQ 
fiad door de Franfchen was ingenomen en dat 

■ • 

ZXJ 



\ 



( 158 ) 

;dj daar alles hadden vermoord, wac daar in 
gevonden was. 

Dit alles werd nu onwaar bevonden, maar 
een ieder bleef in vreeze voor de zijnen en wie 
van hen dood of gekwetst mogce zijn. 

De grooce God had die van binnen als onder 
de schaduw van zijne vleugelen bewaard, zoo 
dat er niet één man in het gevecht was dood ge- 
bleven , en dat niet meer dan twee of drie bur* 
gers en een jongeling van den vijand en eenige 
weinige onzer, waaronder ook vrouwen , door het 
ongeluk van hun eigen buskruid, aan aangezigc 
én handen gekwetst waren, welk alles als bo- 
ven hoop was. 

Daar was tusfchen den Commandant en de 
Magistraat een contract gemaakt, zoo dat men 
het verwonnen geweer tusfchen de burgers en 
foldaten half en half zoude deelen. 

Zoo haast hadden die van Sluis de zekerheid 
van de victorie niet verdaan , of zij kwamen 
dadelijk met menigte en met grooten toevloed 
van volk naar Aardenburg én niet alleen bur* 
gers , maar ook vele vrijvyilligers en gecomman* 
deerde foldaten van Flis fingen , onder bevel vail 
den Commandant Johan Matthijzen. Deze 
troepen waren alle *s daags te voren uit Zee^ 
land té Sluis gekottien en zoö fommigen zei^ 

den. 



( 159 ) 

den , COC adfiscencie van de (liad Aardenburg. 

Te dien cijde kwamen er menfcfaen van alle 
zijden coevloeijen ^ zoo op wagens als ce paard 
en ce voec. Toen was er geen gebrek aan 
volk , maar eer ce veel dan ce weinig , wanc er 
waren vele y die den buic welken wij mee goed 
en bloed gewonnen hadden ^ ons dachcen ce 
oncfucfelen en hier en daar weg ce iteken en 
roede ce nemen : hec fcheen dac ieder er ca* 
rieusheid in (lelde om iets mede ce dragen. 

Twee dagen vroeger fcheen hec , of de pesc 
in de ftad was , maar op dezen dag was er zoo 
veel volk en menfchen of hec eene grooce ker- 
mis ware ; eenige (laken den hoed in de hoog- 
ce en de onder fcheen zoo wreed , als of hij 
een Franschman zoude opgegecen hebben, 
maar om courage ce coonen zouden zij becer ge- 
daan hebben • van vroeger ce komen , maar de 
vrienden kwamen nu ce laac* 

De Heeren van der Beecke en Munnirs , 
Gecommicceerde Raden van Zeeland ^ kwamen 
des avonds ce Sluis in commissie, om op al- 
les order ce (lellen , en alles ce doen , wac er in 
zölk eenen zorgvoUen cijd ce doen was. Zij 
kiVamen nog ce zelfden dage ce Aar denburg , 
vergezeld van den CoUoner Scotte en ge- 
convojyeerd door eenige Ruicers. 

Na 



( i6o ) 

Na dac Hun Ed. Mog. de (lad bezigcigd en 
zich op alles geïnformeerd en den coeftand op- 
genomen hadden, keerden zij naar Sluis te 
mg» medenemende coc ondascing van de ftad 
een groot gedeelte van de gevangene Officie- 
ren. «— Een groot aantal van de gevangene 
Franfche foldacen werd ook ongewapend als 
patiënten^ cusfchen de gelederen der foldaten 
naar Sluis geleid en gerenvoijeerd. 

Toen de groote troep van deze menfchen 
vertrokken was , en die van binnen in de gele- 
genheid waren 9 om alles 2^00 veel mogelijk 
was in orde te brengen , zoo bevonden wij , dat 
van al dat fchoone geweer niet veel was over- 
gefchoten of gebleven *, het meeste was geplun- 
derd en weggeraakt. 

De Graaf de l* Ancrb zond eenen brief aan 
de Magistraat, waar bij hij beleefdelgk ver- 
zocht eene pertinente lijst te erlangen , van de 
gevangene en gekwetste officieren en folda- 
ten 9 die in de ftad gekomen waren , als mede 
dat men de gevangenen toch wel geliefde te 
tracteeren, en wie er commandeerde? 

Aan dit verzoek werd zoo veel doenlijk was 
met wederkeerige beleefdheid voldaan. 

Inmiddels waren de vrouwen en kinderen met 
blijdfchap en vreugde te rug gekomen en ver- 
der 



C i6i . ) 

der kwamen er ook vele andere menfchen uit 
blijdfchap over de behaalde victorie. 

Hec was waarlijk te verwonderen, dat ons 
onnoozel Aardenburg van alle menfchelijke 
hulp ontbloot zijnde , en flechts eeniger ma- 
te gefterkt door de wakkere Zeeuwen, al- 
leen meer heeft gedaan dan de drie Provinciën 
Gelderland , utrecht en Over ijs fel te zamen , 
hoe zeer onze legermagt derwaarts ter defenfie 
was getrokken. 

De alleen goede God , had dit alles naar zijn 
wijs befluit anders voor als het menfchelijk 
oog zich voorilelde ; de Almagtige kwam en 
floeg zijn mededoogende . en ontfermende oogen 
op het verlatene en vernederde Aardenburg. 
Hij verloste hetzelve uit de mond des leeuws en 
uit den klaauw harer vijanden om het ce verheffen 
tot een wonder en eenen roem van de wereld , 
alzoo deze verlosfing veel heeft bijgebragt toe 
behoud van het geheele vaderland , want bet 
was als of God de Heere zich tusfchen ons en 
onze vijanden (lelde en zij kwamen niet verder. 

O God! hoe ondoorgrondelijk zijn Uwe 
oordeelen en hoe onnafpeurlijk zijn Uwe 
wegen ! 



V. D. II. St. L NA- 



NASCHRIFT. 



Ni 



tec alleen heb ik mij , voor dat hec mede- 
gedeeld Historisek verhaal ter perse is ge- 
geven 9 beyverd , om na te gaan , of hetzelve 
misTchien ergens gedrokt was uitgegeven , maar 
ook onder het afHnikken heb ik mijn onderzoek 
desw^e Tooptgeaet. Niets is er gevonden 
waardoor mijn vermoeden en mijne hoop in de- 
lf» verminderden ; twee fiellige berigten zijn er 
aan nij voorgekomen, waardoor dit vermoe- 
de» tot overtoiging rees. 

In hec werk: de Tegenwoordige Staaf van 
alle Volken , afdeeling Nederlanden , (^Staats - 
Vlaanderen) D. IL bk 459 , gedrukt in 1 740 , 
worden verfcheidene omftandigheden van den 

aan- 



C 163 ) 

aanval der Franfchen op Aardenbürg ön het 
afflaati vermeld. 

In eene noot worde daarbij gezegd: ,^ dat 
^ deze berigcen getrokken zijn ^ uit een een« 
„ voddig doch tnerkwaardig verhaal , opgefteld 
), door Anthönij Peürssens in dien tijd Bürge-^ 
fy meester te Aardenhurg en in Mei des jaars 
^ 1674 voor de drukpers vervaardigd, maaif 
5, nooit uitgegeven ^^ eh door Waoënaar^ 
Vad. Historie D. XlV. bl. 117, wordt diÉ 
verhaal van A. Peürssens insgelijks aangehaald f 
als door hem in Handfchrift gezieOé 

ik heb bij deze nafporingen beVondeli^- ózl 
aangaande het gebeurde te AardeHbürg id 
167a wel zeer veel ten papiere is gebragt^ 
maar tevens ^ dat de fchrijvers (*) in velen el^ 
kander hebben nagefchreven. 

Zij hebben doorgaans de eeflte berigteil ge* 
volgd 9 welke kort na het gebeurde in losfef 

bla* 

(♦) De meest Weédvocrigé melding im lie< gebeordd 
komt voor !n de werken van Sijlvitjs ^Lammert van den 
Bos) Fen'olg op Aitzema , de Hallandfdte Leèuw Kj/a j 
en het Tooneel des Oorlogi — Verder in de Hóüandfché 
Mercurius , het Verward Europa van P. Valckënier i 
het Ontroerd Europa en meer; ook in de woordeiH 
boeken van Halma , ] Koe , enz. 

L 3 



( i<54 ) 

bladen met den naam van brieven, rapporten 
relazen enz. zijn in het licht gegeven, waar 
van een der vooraaamfte en uitvoerigfte door eenen 
officier uit Aardenburg reeds op a8 Junij zou* 
de gefchreven zijn , en ook zijn er nog andere 
uit Sluis ^ Middelburg enz. gedagt^ekend , van 
welke de fchnjvers zich voordoen , als of zij al- 
les zelf hadden nagefpoord, of van oog en 
oorgetuigen op de plaats zelve vernoipen. 

Aan mij zijn 14 a 16 zulke brieven en rela- 
zen ter hand gekomen, kennelyk ter (jl ge- 
fchreven en gedrukt , van meerdere en minde- 
re uitgeftrekcheid en van ongelijke waarde en 
bezadigdheid. 

Het zien van dezelve heeft mij voldoende 
overtuigd, dat de klagte van Peurssens, hoe 
deze en dergelijke berigten geenszins voldoen- 
de waren om de waarheid te doen kennen, 
met reden was gedaan. 

Wij hebben ten minste in geene dezer brie- 
ven een voldoend betoog gevonden , hoe het 
mogelijk is geweest, dat de kleine bezetting 
van eene zwakke vesting een groot leger heeft 
kunnen ophouden en afllaan , en hoe deze gerin- 
ge bezetting zoo vele krijgsgevangenen heeft 
kunnen maken, dat hun getal het dubbel be- 
droeg van dat der verdedigers zelf. 

De 



C 165 ) 

De belangrijke oplosfing van die raadfelach- 
^tige , ja fchijnbaar onmogelijke , worde nu in 
het verhaal van Peurssens gevonden en hier- 
door erlangt hetzelve bepaaldelijk eene booge 
waarde. 

« 

Wij zullen aangaande de berigten' bij de aan- 
gehaalde fchrijvers gevonden , geenszins in het 
breede gewagen ; maar wij hebben het dienftig 
geoordeeld , om het geen wij boven het ver- 
melde in het verhaal vonden , ter aanvulling op 
te geven* Wij zullen zoo veel mogelijk hier- 
bij den loop van den tijd volgen. 

De berigten welke Peurssens gaf, aangaan- 
de de pogingen van de Magistraat , ten einde 
het demoliëeren der vesting - werken . voor te 
komen , worden alle ten volle bevestigd in de 
brieven en advifen van Mr. W. L. van Vrij- 
bergen , Heer van Nieuwland. 

Deze was in de maand April 1672 door de 
Staten Generaal benoemd tot buitengewoon 
Gedeputeerde en Gevolmagiigde te velde, te 
Sluis en in de kwartieren van Vlaanderen , en 
is bij Rofolutie van 23 Mei van deze bedie- 
ning te rug geroepen. 

Hij heeft het vervolgens dienftig geoordeeld 

L 3 om 



( i(J6 ) 

om alle de officiële brieven en advireo door 
hem verzonden in het licbc te geven. 

Dezelve zijn zeer belangrijk door de berig-f 
ten van het gene pr van den dag der Oorlogsi- 
verklaring op 6 April tot pp den ^3. Mei 
162% VI Staats 'Flaanderen was voorgevallen. 
Hieruit blijkt het voldoende, dat de ftand der 
zaken , indien ook aan deze zijde een aanval door 
de Franfcben en Engelfchen was gedaan , al- 
(laar even gevaarlijk en hachelijk zoude geweest 
zijn , als her gebleken is bij den aanval aan dQ 
^uid oostzijde van den Staat. 

Het is hier de plaats niet , om dit een- en 
jinder breedvoerig te ontwikkelen. Alleen zij 
gezegd , dat vermits de regering en de burgers 
van Aard$nburg zoo veel tcgenftands en 
moeite ontmoetten van wege de Staten Gene« 
raal en den Raad van State op hunne regt- 
inatige en befcheidene aanvrage, hunne trouw 
pn volharding te meer lof en bewondering 
yerdient. 

De Heer van Vrijbergen, gaf zeer treu- 
flgo berigten aangaande de verwaarloozing der 
vestingwerken over het algemeen , en van die 
yan Aardenhurg in het bijzonder. 

Ook elders wordt gemeld , dat er geene pa- 
Ilsfaden waren , en dat de grachten bijna droog 

lie- 



C 167 ) 

liepen ; op hec meesc was er in dezelve twee 
voet water. 

Het Magazijn was ledig en de voorraad tot 
eene geregelde defeafie was er niet; de kogels 
waren te groot en pasten niet ia de geweren. 

Dat er flechts negen (lukken gefcbut op de 
wallen waren y en daaronder vier bruikbare » is 
reeds in het verhaal vermeld y maar niet , dac 
er flechts één ko&ftapel in de ftad was y die de 
vereischte bekwaamheid bezat om het gefcbuc 
te bedienen. 

Deze was dooE een toeval aldaar aanwezig dk 
heeft onberekenbare dienften gedaan, welke 
met dankbaarheid erkend zijn ; tot mijn leedwe-. 
zen heb ik den naam van dien mao niet kunnea 
opfporen. 

Jan d£ Kuqper y die den brid* uit Gent aaa 
de Magistraat ter waarfchuwing fcbreef, was 
Lid van d^ Gemeente der Doopsgezinden te jiar- 
denburg. Hij had aldaar gewoond, voor h^ 
naar de'eerstgemelde ilad verhuisde, 

I 

* 

By den eerden fl:orm was er geene iteratie 
onder de Qurgerij, 

Op den trompetter, die de (lad opeischte, werd 
gefchotea,om dat men wist, dat bet geheel ce- 

L 4 gen 



C i68 ) 

gen het Militair gebruik ftreed , dac eene Had 
hij nacbc werd opgeeischc. 

Toen de Mngistraar op den tweeden dag 
Czie bl. 140) de voomaamfte en meest gequa- 
lificeerde Burgers op het fladbuis ontbood , 
heeft er een zeer belangrijk tooneel plaats ge- 
vonden. 

De Burgemeesters mogten en konden het 
niet verbergen, dat de Had zeer zwak en on- 
fterk was, en dat. het algemeen belang fcheen 
te vorderen , om in tijds te zorgen voor een 
goed verdrag , maar zij bragten tevens als hun 
advys uit , dat het beter zoude zijn alle krach- 
ten in te fpannen , en bloed en leven rot be- 
houd van eigene vrijheid en vaderland op te 
offeren, dan de poorten voor den vijand te 
openen. 

Het was toen dat de Vendrik Beerman zich 
tegen het fluiten van eene overeenkomst liiet bij- - 
zondere kracht verzette. 

Hij verklaarde daar van niets te willen hoo- 
ren , maar liever tot den laatften man te willen 
vechten , en alzoo naar eed en eer voor het. 
Vaderland te fterven , dan eene ftad van belang 
over te geven. 

De Prefident Schepen Pieter Roman van 

Haar- 



( i69 ) 

Haarlem bragt zijn advys uit op de volgende 
wijze : „ Ja ! liever vechten en derven , dan den 
„ vijand te laten meester worden." Dit willen 
Wij allen ^ was de algemeene uitroep, en men 
hoorde daarna geen woord meer van eene ca- 
pitulatie. De Burgers beloofden elkander de 
ftad tot den laatften man toe te zullen verdedi- 
gen , hopende van God op eene gunftige uit- 
komfte; hier van werd eene acte opgemaakt 
en door allen geteekend. 

Daarna ging men naar de kerk , en hier deed 
de Leeraar een kort maar krachtig gebed , na 
eene bemoedigende aanfpraak. Allen fchaar- 
den zich om den bevelhebber Beekman, die aan 
elk zijnen post wees. 

Deze wordt in alle de relazen befchreven als 
een Jongeling van zoodanige kloekmoedigheid en 
courage , dat de Burgerij van Aardenburg en 
de foldaten eenpariglijk getuigden, dat de be- 
houdenis der plaatfc aan zijn beleid en de 
goede orde bij hem gehouden , is toe te fchrij- 
ven. Hij reed continueelijk te paard door de 
ftad en courageerde allen , zoo dat zij de be« 
naauwdheid aan eene zijde hebben gezet en de 
uiterlle hulp en dienst hebben bewezen. 

Bijzonder lofFeljjk was de algemeene medc- 

L 5 wcr- 



C 170 ) 

werking, zelfs van vrouwen en kinderen^ 
v,Voor het huis van den Prefident Schepen 
Roman, lag een groot vuur van turven, 
waaraan de lonten ontdoken werden; dezelve 
werden dan door de knapen naar de burgers 
op den wal gebragt. Het is opgeteekend , dat 
de Ecbtgenoote van Roman, Margaretha 
Sanüra geheeten , met tien jongens onder de 
luifel op de (loep zat , om de kogels te be- 
kappen en allerlei ijzerwerk tot kleine brok-* 
ken te brengen om voor fcbroot te kannen 
dienen. 

Pe vrouwen droegen manshoeden wanneer 
zij op den wal kwamen, ten einde de vijand, 
de hoofden boven de borstwering ziende , ver- 
meenen zpude, dat dp bezetting meer talrijk 
was. 

„ De vrouwen kweten zich als leeuwen,'' wordt 
ergens gezegd; ééne zoude een' Franschman, 
die den wal wilde beklimmen., de bejde handen 
hebben afgekapt. 

De toevoer van ammunitie en de hulp in 
manfchap, welke de Aardenburgers ontvingen, 
was voor hen van dubbel belang , om dat het 
vóór den tweeden ftorm kwam en wel des 
avonds om elf uren ; onder de manfchap was 

er 



( 171 ) 

» 

er eene compagnie Bootsgezellen, welke geligt 
was aic het fchip van den Commandeur Jan Mat- 
THijszopN en onder zijn beiluur dad^riijk groo- 
te dienden gedaan heeft, 

De2^e' bootsgezellen zijn op de Franfchen van 
achteren aangevallen ; eene tweede compagnie 
onder den Commandeur LoKCi( kwam des maan* 
dags aan ; gelijk ook nog eene compagnie vrij- 
willigers uit VlUfingen onder den Kapitein dc 
Vassv, 



Hoe met de krijgsgevangetien ce handelen 
was eéne vraag , welke op den dag der vreugde 
Oa de verlosfing, mpeijel^jk te beflisfen viel. 
Men was met de menigte verlegen, en te ver- 
moeid om hen bij voortduring te bewaken» 

Men befloot derhalve fpoedig om de gev^? 
genen naar Sluis te brengen» 

Dit gebeurde mee veel zorg , bij afdeelingen 
van ruim honderd, en wel cusfchen de gelede- 
ren van gewapenden , die uit Sluis waren 'geko- 
men. ^ De lust om deze bezendingen te con- 
voyeeren nam geftadig toe ; de laaide belending 
bedond uit 227 man. De Officieren waren 
onder veilig geleide mee ry^nigea naar Sluis 
gevoerd. 

Alle de krijgsgevangenen werden aldaar op hcc 

kas- 



( ^7-- ) 

kasteel gelegd en van het noodige voorzien. 
Eerlang werden zij te fcheep naar Zeeland ge- 
bragc. 

Te Middelburg was des zondags bij het ver- 
nemen van den eerften aanval op Aardenhurg 
de. trom geroerd en een groot gedeelte der 
Burgerij was marschvaardig , toen het berigt van 
hetafUaan kwam. 

Onbedenkelijk groot moet aldaar de geest- 
drift geweest zijn , vooral nu men , geftadig 
treurende over de berigten uit het oosten , waar 
de mannen betoonden vrouwen - harten te heb- 
ben , thans uit het zuiden de tijding bekwam , 
dat de vrouwen mannen - harten hadden bekomen. 

Algemeen werd er verzekerd , dat de vijand 
geenen tegenftand heeft verwacht , als zullende 
alles vooraf wel befleld zijn geweest. 

Hier uit laat het zich eenigzins verklaren, 
waarom de Franfchen niet beter van den waren 
fhnd der zaken waren onderrigt , en dat zij ver* 
meenden reeds in de ftad te zijn , hoe zeer zij al- 
leen in de halve maan (de Lunet) waren door- 
gedrongen. 

Zij ontmoetten aldaar niet een' enkelen mensch, 
maar velen vondeti er hun kcrkhoi. 

Hec vermoeden , dat er eene vroegere ver- 

iland- 



( 173 ) 

llandhouding heefc beftaan , werd later nog ee- 
nigzins vermeerderd, door dat de Franfche 
Hoofdbevelhebber in eenen zijner brieven de 
bijzondere vraag deed: ^y wie de Comman- 
„ dant in de ftad was geweest?" De Collo- 
nel SpiNDLER , die zoo als in het verhaal ver- 
meld is, nog maar weinig tijds in de ftad 
was geweest , beantwoordde deze brieven waar- 
diglijk. 

Hij zond ook eene naamlijst der gevangene 
officieren over, welke als nog bewaard, maar 
thans voor ons van geen belang is. 

Een Luitenant CoUonel was de voomaamfte. 

De Franfchen trokken met ftille trommen op 
Maldegem en joegen zich zelven. 

Daar moet een berigt beftaan , door eenen der 
Franfche Hoofd - officieren gegeven, en in het- 
zelve wordt hun verlies op y ij f tienhonderd man 
begroot. 

Aldaar moet ook bijzonderlijk zijn vermeld 
hoe groot hun wrevel en weerzin is geweest ^ 
om dat zij deze fchade leden voor zulk een 
nest als Aardenburg. 

Over de gevolgen van deze gebeurtenis vond 

ik 



( 174 ) 

ik ongelijk veel minder aangeceekcnd < dan ik wel 
gewcnscht zoude hebben* 

Waöenaar alleen heeft dezen aatlval iii Vef* 
band befchouwd mee gewlgciger voornemen» 
en bedoelingen^ 

Hij gewaagt vatt héC gebeurde kofteJijk en 
als in het voorbij gaan , en voege er bij : 

j^ Men meene^ dae hec bemageigen van 
^ ^afdenburg en Sluis ^ hetwelk er op ge- 
„ volgd zoude zijn , gefchikt was om den weg 
„ ee banen , eoe het overmeeseeten van Zee^ 
j^ land ten behoeve van Groot Brlttannië^ 
„ waar op de Engclfche Gezanten nu verder 
^ zouden hebben aangedrongen* Al hee wel- 
f^ ke, zoo hec gronds genoeg, had, oö» de wa- 
jy re reden aan de hand zoude geven « waarom 
jy de Franfchen destijds niet dieper in Holland 
yy trokken en niet op de zwakke posten der 
^ Staten aanvielen.'* 

Indien er voor deze opvatting een genoeg-» 
zame grond was, dan rijst het belang der 
Heldhaftige verdediging en hee afllaan van het 
Franfche leger , aan het zuiden of aan de zijde 
van Vlaanderen tot eenen nog Ijoogeren graad. 

Ware de Staat ook aan deze zijde, gelijk 
aan den Rhijn en IJsfel aangevallen en be- 
naauwd , dan zoude hec met de algemeens zaken 

er 



( '75 ) 

et nog veel erger hebben uitgezien, dan wij 
het thans uit de gefchiedenis weten. 

Waarfchijnlijk heeft de omvang en de treurige 
loop van zaken veroorzaakt, dat er van wege 
het geheele vaderland minder belang is ge- 
fteld, in de verdienden der Aardenburgfche 
helden, dan men anders verwachten zoude. 

Ik vond deswege bijna niets vermeld. 

Prins Willem IIL kwam op den 19. April 
1673 te ^ardenburg. Hij werd met groot 
gejuich en veel vreugde ontvangen. Hij bezag 
alles , maar er is van eenige erkentenis of eer- 
bewijs ter belooning van Staatswege, geen het 
minste blijk aanwezig. 

In het werk : het ontroerd Nederland D. II. 
^^* 599 ^s vermeld , dat men aan Aardenburg 
den naam van Kroonenburg heeft willen ge» 
ven , maar ook dit , alleen fchijnbaar voordeel , 
had geen gevolg. 

. De Aardenburgers vonden echter eene bij- 
zondere voldoening in zich zelveri en deze moet 
van tijd tot tijd zijn toegenomen, vermits het 
hoe langer hoe meer aan het licht kwam , dat 
hunne dapperheid en volharding zeer zegenrijke 
gevolgen voor het geheele vaderland hadden te 
weeg gebragt, en niet door het tegenhouden 

van 



C 176 ) 

van eenén aanval op Zeeland alleen , maar ook 
door de opwekking van den moed en de vader- 
landsliefde » ce Amfterdam , ja in geheel Hol- 
land en elders. 

Zij hadden echter inmiddels ook met allerlei 
leed en miskenning ce worstelen. 

Onder de (lukken door mij gezien , is er een 
brief över den last van den ongemeenen toe- 
loop van nieuwsgierigen en vreemdelingen , die 
uit Zeeland en van elders toevloeiden en niec 
zelden meer moeite , dan genoegen gaven, zoo 
als Peurssens reeds eenigzins heeft vermeld. 

Ook van cenen anderen kant kwam er leed 
door de befchuldiging , als of de Regering zich 
niet naar behooren jegens de Doopsgezinden zou- 
de gedragen hebben en aangaande dezen zelven. 

Een adres hier over door de gemeente van 
.de Mennonieten aan de Magistraat ingediend , 
en de Apostllle , komen mij van genoegzaam be- 
lang voor om beide hier medetedeelen. 

Aen de Achtbare Heer en ^ Baljuw^ 
Burgemeesters en de Schepenen der 
^ ftede en de Schependomme van Aer- 
denburg in Vlaenderen. 

Vertoonen reverentepjk de gemeene Mennis- 

ten y 



C ^71 ) 

cèn^ woonende te defer ftedè etidé onder U. 
E. E. Acbtbaere gebied ^ hoe dac het U. E. 
Ej Achcbaere wel bekend is^ dat de Troepen 
van den Koniilg van Vrankrijk op den 26; en 
.fonderling op den 27 ^ Juny defes voorleden 
jaers 1672$ op de^ ftad mei een fariéure Ai-> 
tacke 2ijn aengevallen ^ waer in wij ge^amen»- 
lijk doof Oodes wonderlyke befcberminge mi^ 
raculeufelijk zijn verlosc. 

't \% zulks i 4at U. £• É.i Achtbaère ^ én ook 
de füpplianten naei' dato , onder verre afgeféce-* 
He ehde bij gevolg onkundige perfoonen , veel-* 
tijds 0LJn befchuldigo geworden bij veele men-* 
fchen* 

Eerftelijk, Ü. E; £; Achtbaeré^ als Magltf' 
'traet^ daer over, als of U^ Ev E. Achibaei^ 
legetl 't getuigenis onfes gemoeds ons zoudiel 
geperkt, ende m^t ge welt ons.fonde gèdwoft-" 
gen hebben , om wapenen enrde . Krygs - mftrd^ 
inenten ce gebrnyken tot vemielinge der vyaiH 
den. - 

Ten tweeden, worden de fuppHaOted bfr» 
ichuldigt en ten laste geleid , als of wy fuiken 
gebniyk vah wapenen tegens onze confesfie^ 
hadden geoeffent en gepleegt tot krenking^ oih 
iitx vyanden^ 

Beide deze voomoenidé beicboldigingen ^ zoo 

V. D. II. St. M wel 



( t78 ) 



.tiel over h$mt ^htbaere, als over d» fuppli- 
.«btro gedaen, wocep de Heerea van de Magis- 
iiraet ende de Sa^ptitacen dac. fe oowaerachüg 

r3Bijn« 

:. Waot wac tsnfaot hec eerfte, dat haer E^ 
J^ Achcbaere qd9. 2x>aie cegena oqa geloof en 
^ottfesfie gfidrwgftn he|)ben toe hec hanceeren 
ende gehraik dfiff wapeoea : Soo verklaeren wy 
foppliancen mies dezen openfaercig voor al de 
wereld « dae wij een l^ God* onzen Heitiel- 
islien Vsuler ^ a^ Onse Hooge overheid in *e 
genecael ^ s^ U» £« £. Achebaere als Regcn- 
fisi. dezer (l»L^ '4^ Yder MiÜcpir officier, 
5*. Yder Borger, ja Krygsman in 'e byzonder, 
«iet een vqUeii en konnan gdooyen noch be* 
i^iankea» dat w9 ia zoodaaigen benaeudeo tijd, 
.ea in mlkea aytserftea nood, alhoewel ver* 
felheiden in ók fiuk der Religie wegeas *t ge- 
brteyk dot wapeaea, -«<- aochcans, zoo een- 
dn^tig ende irreedAam, als leden eeas U- 
chaenis, onder den anderen geweest zijn, mC^^ 
danig dat w^ mics.deaen vejJcUerea , dat wy van 
.U^. £• Ë. Achf haters, ala (tede r Regeneen , j^ 
Aak. ttto niemanden in gem^ deele tot geener- 
bi jverk en zon geiaee^ veel minder gedron- 
gen, contrary onfe confesfie ofte gemoed, 
er jojp Tfindeiyk bejegent^ cbrtscel^k coe- 

ge- 



C ^79 ) 

vcrmacnc, te doen Virac onfe confcienue oqs\ 
Yi^rmaende en toeUet* ^ 

; AJwaerom wy, oas nu met óoz^p te meep 
verpligt en fchuldig houden, g;elyk wy on^ a}« 
rijd verpligt en fchuldig gehouden hebben , dac 
wij doen ende volbreogen fuUen al 't gene wij 
ten diende van ons lieve Vaderland , in *t ge- 
meen, ende deze ftad in 'j: panicutter weten te 
doen, ende toe te brengen Cbehoudens de vrij- 
heid onfer conscieptie, begreper^ in.,ai>fe. con* 
fe$öe,) gelyk Jiare £• E. wetQp , dfW |n foo; 
danigen voorval veele dingen :.^Ünjp^0Q4ig jge* 
daen, 4aer wij confclentfe , wegfp jgepa,.2;wrae- 
rfgheid \n {loevep tq maeken f . eod^. fcj^^on 
g^en wapenen gobriiiH?n,nitet..l«digj;l}p^h^ te 
zictqn, of opk gezeten JiebbeUr . . , . . . ^^ 
; Gelyk nu de $i^ppIianoen.hQJbben l::|f|tuig;dde 
goede Christdy^e d^den, die- ü...^. X.. als 
A^hïbaere Magistr^et ov^r. ha^rj, ^ .y. p^, E. 
puderdancn hebt, tot ontl»Mings,/Vj3.49 bla- 

mp, over U. E». E-. P^^P9^ gl?4^.^* .. * - : 

Zoo verzoeken zy fupplianten , dat U. E. £• 
gelieve gedienftig te ?yn;, endy ,by^^qsfijle 
op de tweede befchuldinge over haer Perfoon 
gedaen , te verklaeren , wat Ü* E'. E. zoud mo- 
.gen gehoon ende; gesi&n hebbeo in de Attacke 

Ma .der 



( i8o ) 

der Franfen op JterJenhurg omtrent het gt- 
^bruik dèr wapenen ^ op dat voor al de wereld 
onfe onfchuld blyke , ende de qüaede blaemo' 
over ons beide weggenomen worde , zoo veel 
doenlyk mag zyn, *t Welk doende etc. 

t 



APOSTILLE 

- • > 

Of *T Request oeckvi&m^ 

^ Baljuw, Burgemeestereti , ende Schepenen 
^ confenteeren de fupplianten haef verfoeki 
^ attesteren ende certificeren mits defen , dat by 
ff ha^r ten tyde vdn de gemelde Attacque ont 
jf wetens geen wapenen 'zyn gebruikt , gelyk 
ff wy tot bet gebruik derfelver baer ook niet en 
9^ hebben gevergd : Maer hebben zy fupplian* 
fp ten met andere bare dienfien, die tegens 
„ baer Profesfie van' Religie niet en ftryden , 
ff ons gtoot folaes ende fauipe toegebracht; 
9, zoo dat wy ons met haer gedane dienden t 
^^ dien aangaende ten vollen houden vemoegt. ' 

Actum in 't Collegie ded XXVII Maert 1673; 

» 
(Wa* onderceekent) 

Zegbr Krab. Griffier. 

Op 



( ï8» ) 



Op den %y. Junij van het jaar 1772 is de hoo*' 
4prdfte verjaring van hec gebeurde te barden- 
burg plegcig gevierd , en er beftaan nog zeer 
jiaai|wl^9iirige berigcen van de ftaatne en de al- 
gerpe^ne deelneming van jn- ^p pmwoners biJ 
daF Eeuwfeest. (^^ 

De Eerw* Petrus Moens > destijds de oudfi^ 
Predikant , heeft op verzoelc van de IVlagiscraac de 
Feestrede gehouden % waar bij de bekwame niao 
;(iQh bijzonder beijverd heefc om onbekende bij- 
wonderheden t$ verzamelen , ten einde door de 
mededeeling van dezelve het gevoel van dankbaari- 
faejd bij zijne toehoorders eq (ladgenooteQ op 
ce wekken* 

Hij moet deswege eene uitgeftrekte briefwis« 
feling hebben gehouden, met andere beoefe* 
naars der Vaderlandfghe gefcbiedenis , en zijnq 
befghouwing van de gevolgen dier gebeurtenis 
voor de algemeene zaken des Vaderlands;» 
moet het vooma^mfte gedeelte van deze Redq^ 
voering hebben uitgemaakt, welke dest^ds al- 
leen uit nederigheid niet is uitgegeven, nfiK 
g^dadig met vele aanteekcningen verrijkt, 

: (^) Zie de.Nederlttdfche vui 177a D. . ^ - 

M 3 



C »8» ) 

Des mans dochter , onze beroemde Dichte- 
res Petronëli^a Moens , beklaagt zich als nog, 
dar deze verhandeling en bijlagen ten tijde *an 
iijn overlijden vermist zyn getaakt» en wij trei^-^ 
ren thans met haar. 

Zij heeft mij verfcheidene berigcen aangaande 
idii een en ander gegeven en ik ben ook hlet 
door in mijn gevoelen bevestigd , dat hèt Histo^ 
'risch verhaal yqn Peurssens nergens gedrukt 
!»; zij meende te' weten, dat haar Vader bij het 
ftellen der leerrede van een afTchrift had ge» 
'broik gemaakt. Zeker wist zij dat de lof van 
Péürssens , Vermeere , Roman eti Beerman 
barbij waardiglijk was vermeld. 

Een aangenaam gevolg van den billijken lof 
aan den laatfte toegebragt was voorzeker, dat 
de familie van Rademaker , van hem afkoraftig , 
aan de ftad ^ ar denburg den degen , welke door 
hem tèh tijde van den aanval was gedragen , ten 
jgefchenke zond. Deze degen werd op eené 
waardige wijze op het ftadhuis ten toon ge* 
fteld , en wordt aldaar met zorg bewaard. 

Zij beeft mij ook verhaald , dat het nageflacbt 
Van* den Burgemeester Vermeere te AArSen^ 
hurg^ onafgebroken in aanzien én eère is gfe- 
WeVen , en als nog bloeit. 

U/c deze betogltelling inde eer fen het lot 

der 



C «83 ) 

der plaicst aii^aar ilj is opgevoed, alsmede in 
het werk van horen Vader ^ iMt zich de yver 
verklaren , welke Aj itlvt jegcfns Aarienburg 
op verrchillende tijden heeft doen blijken , zoo 
door in f788 een dichcftuk ce gèv^n^ gedeeld; 
Eerekram voor jiardenbtfrg ^ (♦) ak door in 
den jare 1 830 eentï bijdrage te bezorgen voor 
hec tijdfchrifc : de vriend des vaderlunds , een 
opfchrift dragende. Iets over Aardenburg en 
deszelfs lotgevallen^ welke ^eide (lukken, 
door velen mee goedkeuring nüfn oncvangen. 

De verdienftelijke ftichteir 4ler Matctcbappij : 
Tot Nut van V Algemeen , |aw Nieuwtohüixbn » 
die Leera^r der Doopsgezinden ce Aardenbur^ 
is geweest , heeft voor ruim l^rng jaren ins- 
gelijks eene verhandeling uicgeven ever den 
aanval op en de verdediging ran Aard^»^ 
twg^ maar ik heb dezelve tot nog toe niet . bin- 
nen opfporen. 

.FRAN901S ÜAClaii eindigde bet «artikel ofsr 
Aardenèurg in «Éjn woordenboek > met 'de vol- 
gende Tegéh : 

Toen 

(*) Dit DIchtftuk IS met eene ftaaije prent verliefd , 
te /imftèrdam in 4®. gedrtAt. Het is ópgedrafgeh ^an de 
MagfstTP^t «Idaar , en idelce lieêft die beieefdhetd wasr- 
djglijk erkend. ' 

M 4 



C |84 ) 

Tocfi Frankrijks trorfche wijgr 

Half Neetland had verkracht , 
Qaf nog dis tuinleeufir blijkep , 

Van dapperheid en moed 

Iq 'c Vlaamfche en Zeeuwfbhe bloed , 
't peen eeuwig -s Lands Cbropijkén 

Verfiert met Glorie ftof 

. * < 

Tot d' As^rdenburgers lof. 



Weinig cijds voor hec afdrukken van die blad 
{3 aan mij nog ter hand gekomen de afdruk 
van eenen boief , welke reeds in de eepfte dagen 
i)a het gebeurde is uitgegeven met den titel i 
"iyaaragtigè yerklaringe van d» flag en. het 
gevecht van Aer denburg. jegens . de Fran^ 
fchen V die de fiad wilden innemen , gefcffief 
ffen a6 en ^7 Junij deses jaars 1672, 
- A^n mij is verzekerd , dac deze brief doos. 
den Commandant , den Vendrik Beerman zelven 
^n Eijhen Broeder te Dardreeht (^) zoude zijn 
gefohceven, en buiten zijn medeAyeten uitge^ 
g^ven , welk ee^'Ile mij bij de lezing als 2:eer waar? 

fchijn- 

'T 

, C*^ Hö zoud^ ^e Eoon of kleinzpon geweest zyn v^t^ 

♦- • - 

dpn Rector B&eK^Atv , in ^oi)z^ Le^erlpm(ii|[e Gefphier 
denis beroemd 



( «85 ) 

fchijnlijk i$ voorgekomen; ik befchouw dien 
brief als van genoegzaam belangd om denzelr 
ven letterlijk al9 e$n toevMgri^l eer bevestiging 
te gpveni 

4 

MON FRBRETt 

Ick kan niet naer laten 17^ E. pertinenteUick 
te fchryven de heerlycke victory , door Godes 
zegen , met geen macht maar met couragie bet 
vochten. 

Saturdaegfas *s avonts kregen wy van Oen$ 
advertentie van feeckren feqrecen vriendt, door 
de Mennisten , dat 6. k 8. duyfent man aen hec 
marcheren waren van Bêlhn om ons te attaque** 
ren , ende dat er noch meerder wierden verwacht ; 
doe waren wij fterck 75 foldaten , en naar gia^ 
fing 150 Borgers, waerop wij doe aeaftonts 
commandeerde een compagnie Boilers op de 
wal 9 ^n lieten het verlien van kogels , kniyt , 
lonten , en met eenen onser bequaamfte bor^ 
geren aen de ftucken : wy kregen geen fecours i 
*s avonts ten lo. uyren gincg ick op de wacht 2 
en maeckte het de Borgers bekend met reoom? 
mandatie, in alle drie onfe Borger - wachten » 
haer aenmanende tot den flrgdt , die ons fcker^ 
Ujck foude overkomen \ ick vraegde (i^er of fy 

M 5 bacr 



faser laren beneffens het mijne fouden opfec- 
een : fy ancwoordeh alle ja , mee my ee willen 
leven en fterven; foo feyde ick haer, ick fal 
benefFens u mee een goec musquet komen , en 
en ü. E. couragie geven , en mijn vyanc on- 
der de voce fchieten; 's nacht» ten een uyre 
hoorden wij haer aenkomen ; fy wilden vier ge- 
ven, ick feyde: neen mannen! wy moeten 
haer nader laten komen, ende haer iien; maar 
als fy omtrent de koeck - koeck quamen , (la- 
ken het trompet en roerden den trom , doe 
gaven wy voyr met kanon ; daerop quamen 
(olfoo den dagh begon te lumi^ren) fy op ons- 
aendringen tot op on^e conrrefcherpen , en d* 
oude ftadts- floten gebruyckende voor haer 
loopgraven, foo hebben wy op raalkanderen 
mei Musquecten gefcrgeere, en geduerig met 
drie Baceryen op haer gefchoien doe retireer 
den fy naer twee uyren ftormens en by haer 
met verlies • van 8 wagens dooden en gequet-* 
ften : doch van ons wierd (God lof) niemanc 
gewont; fy retireerden na de Icoèck-koeck , 
achter de hoogten, en liepen dien dagh hec 
gehedt Landt af en hielden ons den geheelen 
dagh 'in alann, evenwel verftou ten wij ons nyc 
te vallen met lo Borgers en lo foldaten, kre- 
gen iS {jfevugenen , die fy binnen brachten; 

; van 



( i87 ) 

▼au ons vrierd Maifonneuves Hoflftedo in brant 
gefteken, omdac fy zich daerin ende tchtet 
verborgen: meenden oock fmeecfjes brugh af 
te breken^ om de Ruycery bec overkomen C9 
beleccen , doch wierden van haer Ruycery c'elc- 
kens wegh gejaeghc* Wij lieten wacer in de 
buycen- en binnenvesten , als oock met alle fluy^ 
fen in de polder ; maer het vloeyde niet op ^ 
en eer het hoogh water wiert^ quamen 3 Re» 
gimencen voetvoick aan marcbeeren over fmeetr 
Qes brugge 9 achcer de verkeerde concrefcher* 
pen. Wy konden haer met gefchat niet dee- 
ren ; wy verfochcen van Sluis asGstencie van 
een compagny Ruycers en eenfgfi voetvoick t 
bene&ns kruyc, fchroot en hecgene van noo« 
den was: dan* kregen alleen 2000. ponc kroyt 
en wat fchTooc. Onze Musquet - kogels waren 
meest tot fchroot gebruyckt^ kregen oock 
Musquetkogels , en eyndelyck 90. MusquéC*; 
tiers van *t Regiment: doe hadden wij 115. 
foldaten ^ en fagen den vyand fich rot den (lorm 
bereyden , met het maken van Rysbosfeh « als 
anders : echter wij réfolveerden met een 'gene-> 
reus gemoec den vyanc af te wachten j fielden 
derhalven ordre met on fe Militie , haelden allo 
de Piecken uyt het Magafyn en van het fthik-» 
huysy en leyden by elck musquettier een 

pieck. 



( 188 ) 

pieck. Bovendien lagen on(b borscweriogen 
mee boomen , om in 'c (lormen af ce rollen* 
IcIl reet den geheelen dagh mét een paert door 
de ftadc en rontsom de wal , om op alles goe^ 
de ordre ie (lellen. Tonnen buskruyc by de 
ftucken , en achter de . foldaten en Borgers ; 
' bandeliers gevult , tonnekens met kogels open 
geflagen en alles wat tot foo een (lorro veri* 
cyst-; fy quamen omtrent elf uyren. Het was 
heel doncker. lek ginck met Klyver. de ronr 
de , er gingen ronde op ronde ; komende ach* 
ter de commandeurs, feyden fy my, dat fy 
volck fagen aen het Barier j doch niet lange 
vertoonden fy haer met wagens mee lange 
mutfaerts, daar wy datelick vyer op gaven* 
Zy antwoorden insgelycks; mits foo wiert aen 
de waterpoorte geroepen, dat een kollonel 
quam met I2q. musquetciers , die ick inliet* 
Als fy de Prince Mars hoorden vielen fy aen 
als 'dulle menfchen, en wierden van de Ruy'* 
tery aengedreven ; volden de buyten veste van 
de halve mane aen de Landcpoorte , waren met 
een fnap op de contre - fcherp , alfoo de buy- 
tenveste niet diep is ; doch wy fchoten louter 
met kanon van beyde de batteryen met fchroot , 
en lustigh met musquetten. 
Ick haalde aen de waterpoorte den kollonel 

Spind- 



( i89 ) 

Spindlér in ^ roet fyn 1 20. Musquecciers $ 
bragc hem achter de commandeurs : Soo dra 
wy op dfi battery quamen, qoam een Franfe 
Vaandrager met den blooten degen in de 
vüyst, recht op de punt tot op de boriscwerin- 
ghe, maer iiende ons dry dick op het bol» 
werck gecampeert ftaen en chargeeren, bade 
om quartier , feggecde i hy diende fyn koilingh 
getrouw: Doe wiert dapper van weddrfyden 
gefchoten, Eyndehjck raekteö fy door dp ves*- 
ten van de halve - mane, alfoo wy . daer geea 
volck in hadden ; lieten de valbrugge neer met 
fulcken geroep ^ als of fy ons wilden dpflocken* 
lek maende foo borgers en foldaten aen^ en 
gaf baer goeden moet, en ik hadde mijn mua^ 
qoet foo hart gebruyckt , dat ick eene carbyd 
opnam daer meer als een musquetkogel op koi^- 
jie ; Geduerigh lade en loste ick mee . drie 
kogels, alfoo ick maer over de veatemosce 
schieten ; fagh geduerigh maer waer de meessM 
lonte van de vijanden brande, daer gaf ick 
vyer op , ende recommandeerde de burgers tOr 
de foldaten oock foo te doen. Eyndelyck 
wiert ick en den Jongen Michiel Does ger 
qnest, die my teghen bet lijf aenviel: ick 
kreegh een fchampfchote onder mijn oxdt 
foo<bc ick mijn geweer niet en konde gebïuyo- 

ken; 



C 190 ) 

ken ; de Burgert waren bedroeflc dat ick ge«« 
quersc waa 9 doch ick feyde : Couragie Man- 
nen ! kan ick niet meer fchiecen , ick fal by u 
blijven; hec doet geen noot, wy fuUen *t 
f hoop ick) wel uycftaen , ende luscigh beuyt 
krygen. Qysel quam op de wa] by my , en 
vraegde of ick geqoetsc was ; ick feyde ja , en-» 
de dat ick een weynigh was gealcereert, dat 
ick wel eens wilde drincken; Hij liep na 
huys 9 bn haelde een pinte wijn , ende ick 
ItnxQck eens ; daer mede gaf ik het voick we* 
depom mo^c. Ëyndelyck begdnden fy te reti-» 
irerén , doe dede ick het vólck al fchieten op 
4t brugge, alfoo hec dag wierd. De brugge 
hg fw(irt van de dooden en wiêrd onbruyck* 
baer voor baer om pver ce loopen ; Alle die 
iiaer in de halve raane bloodc gaven, wierden 
'4oodt gefchoten ; foo riepen fy om qiiartier 9 
'dder waren doe noch omtrent 6oo. mvfi in de 
licdve mane, fy hadden met 1500. map daer in 
l^^wee^t , baer wierd quarcier gegeven , onder 
conditie dat fy de Barier van de halve mane 
löude flpycen, ende de valbrugge op halen, 
-fae^weick fy gewilligh deden, fmeten haerdoo* 
den aen de kgnt ende baer geweer op een 
hoop ; foo haelden wij baer met lo. eq. 12* 
t^Aftni inala lammevtn: wy hebben haisr 10 dr 

kerck 



kcTck gebracht , ende mee Mu$quecder3 doMi 
bewareo 9 tot ick te paerde m Sluis re§d 9 oW 
dRiïyters eö foldateö. Wy warea al t' fewfitt 
•mter onitrent 400. .fterck, epde hebban m 
Sluis gefonden in dry reyfen over de ^op^ g^r 
vangenen; er fitten biet nodi onicrmt ga 
waeronder den Gouvemeur. van Aht: is » ibm 
.50 officieren , braven Adel ; fy . wilden foo noo 
haer fydgeweer quiterflo. .Wy fecteden:aeti 
elcke fyde langhs de borscwcoringhe omtrent 
'^o miuquettisrs 9 mee de lonos Qp^dp;hane:« en 
feyden by de minft&moleftacyr diefy mtekten), 
fouden haer alle om verre fchieten , foo moes- 
ten fy alle fonder fytgeweer komen inmarche- 
,ren» Hecirelk ick oordeelde d' heeritckfli^ titco- 
ry te zyn , ; die ons Landt oy c m&L eea. kley- 
-ne , ' doek geasfUreerde tnagt heeft bevoghten. 
-Men gfsc dat , fy hebben verloren, omcrfnr 1300. 
-man. De voprfphepen van CehP •wa9 h/er gis- 
ceret} met Soetaerts : Als mede de GecoiA- 
mitceerde Raden van ZeelandA^ om bet werok 
ende de dooden te fien ; daer fyn omtrent de 
aoo. dooden, ende.fuUen van dage begraven 
werden, ende fyn in de kercke, ende in ..'t 
vlees - huys noch ectelijcke gequetften , ende 
fterven noch alle uyre. 

SoETAERT feyde my dat haer dry Rcgjmen- 
* een 



( '94 ; 

Sedert heb ik het genoegen gehad , van yer- 
fchillende kaneen nieuwe bijdragen, aangaan- 
de nog in gebruik zijnde costumen , vooral uic 
nft Noord' Holland en Noord - Sraband te 
ontvangen en heb mij tevens vereerd gevonden^ 
door de toei^ending van verfcheidene oude lie- 
deren, fprookjes enz. van elders, welke voor- 
heen en somtijds nog, bij bruiloften enz, uic 
deoudedoozen worden voor den dag gehaald; 
voor alle deze berigten is er eene portefeuille 
aangelegd, welke thans reeds genoegzame ftof 
zoude opleveren , tot een zeer belangrijk aan-' 
hangfel of tweede (luk. 

Alles nagezien en overwogen hebbende heb ik 
hec dicnftig geoordeeld om mij hiermede in gee- 
nen deele te haasten , en liever vooraf de gelegen- 
heid waar te nemen , om in mijn Mengelwerk 
eene nadere uitnoodiging te doen, en daar bij 
cenigzins open te leggen, wat ik, naar mijn in- 
dien, vooral nog mis« 

• Thans hiertoe overgaande zal ik de verfchil- 
lende gewesten als doqrloopcn en begin mee 
de Oostelijke gedeelten van het Rijk. 

Het is niet alleen !n het dialect der taal , 
dat me» bij de inwoners van Groningen en 
de Ommelanden y bij die van Drenthe en 

Twen- 



( 195 ) 

f went hé , en van het GraafTchap Zutphen fpóféti 
Van betrekkingen tot de oude Germanen en hee 
tlatdiiitsch ontdekt i maat tevens in vele Mk'sge* 
bruiken , bij de huwelijksfeesten i kraammaten tnti 
Ik heb reeds verfcheidene belangrijke bijdra- 
gen dezen aangaande uit die Oostelijke? flrekeil 
bekomen , met name doof de héuschheid vaö 
den Heer Piccart, Notaris in Ae Psk^l Ai 
thans wonende te Asfen. Het naive of liever 
het heldere en gulhartige, het Welk iH Aezé 
ftukken doordraait, is naar mijn inzien vatf 
zulk eenen aanminnigeri aard^ dat er bij m^ 
een bijzondere lust gerezen is^ 6m desWegë 
nog meer op te fporen; Ik zoek derhalve 
met belangftelling naar dergelijke bijdragen < 
en wel bijzonderlijk naar zeker vers in * het 
Twentsch , waar bij , gelijk in het berdemdef 
Huwelijksvers van onzen Gijsberï jApiït^^ 
Friefche Tjerné ten opfchrift hebbende^ eeri 
boer ter gelegenheid van eene bruiloft Van ecJ- 
nen Graaf of ecne Gravin van REcrfTERfeN ötf * 
liet huis te Almelo zijne zegenWenfchen uit-^ 
boezemt en waarin ongemeen geestige tegenh' 
ftellingen zouden vootkomen. 

Naar weinige ftukken verlang itt Wei?f cfd 

derhalve beveel fk mij heürchelijk ^ fndfen ie-' 

mand liiijnei' iandgenöoten , hetzelre Of d*f* 

Na go-- 



/ 



C i9« ) 
{flyke ftukken aan mij bezorgen konde. 

Over de coscumen in de westelijke gedeelten 
Yan Gelderland ^ Ó!^ Véluwe ^ de Betuwe en het 
rijk van Nijmegen j of bet land tusfchen IFaal 
en Maas , ben ik tot nog toe niet gelukkig ge* 
weest; wantieer ik het gulle en vrol(jke van 
het volkskarakter der Gelderfcheti overweeg» 
dan komt het my als 2eer waarfchynlijk voor, 
dat ook aldaar nog vele fporen van oude zeden 
en gebruiken zullen zijn overgebleven en ik 
wil my derhalve even heufchelijk hebben aan- 
bevolen, indien deze of gene beminnaar van 
Vaderlandfche zaken , my uit dit gewest bij- 
dragen konde en wilde toezenden. 

Aangaande Noord- Br ahand en Staats^ 
Vlaanderen , alwaar de vroegere inwoners en 
hunne nakomelingen meer dan elders op zich 
zelven zijn blijven ftaan , heb ik wel zeer be« 
Jangryke bijdragen erlangd, maar ik blijf ech- 
cok deswege op meerdere hopen. 

Ten opzigte van de gebruiken in Zeeland 
ben ik byzonder arm gebleven» De Zeeuw- 
fche Nachtegaal zal na Cats en Hoffer niec 
geheel gezwegen hebben • en ik blijf derhalve 
nog vertrouwen, dat ik wel eenige bijdragen be- 
kotneo zal , tot de Arcadia van Gargon en hec 

dicht- 



C ^97 ) 

dichtfiak : Walcheren van Elizabith BRUcm , 
alsmede over de costumen op de eilanden Zuié^ 
Beveland j Schouwen enz. 

Ten opzïgce van Zuid -Holland ben ik ook 
geenszins naar wenfchen geflaagd. 

De Rederijkers , van welke er kamers op 
eenige dorpen zijn geweesc , hebben wel eeni* 
ge fporen hier en daar nagelaten , maar in de 
ileden, mee name te Dordrecht j Gorinchemf 
Schoonhoven en elders, alwaar anders eene 
bijzondere gehechtheid of zamenkleving onder 
de ftadgenooten beftaat, is mij aangaande 
volksgebruiken en oude volksliederen onge« 
lijk minder bekend geworden , dan ik gehoopt 
had. 

Met inlichtingen betrekkelijk dergelijke za* 
ken in Noord - Holland ben ik bijzonder geluk« 
kig geweest, maar mijne hoop om de aan- 
leekeningen of het bewerkte van Mr, Lucas 
DijL op te fporen , is tot nog toe onvervuld ge«» 
bleven. 

Mijne berigten aangaande de volksgebruiken 
op Marken^ fFierihgen^ de Helder^ Texel 
en de andere eilanden tot aan Schiermontiik- 
oog zyn wel aangevuld, maar nog geenszins 
volledig y en zoo (laat het insgelijks met de 

N 3 bc- 



< 19» ) 

jberigten* uk Friesland^ en wel bepaaldelyk 
Atogaaode den Zuid hoek ^ hec )yescelij|c deel 
van Groningen en Overijsfel^ als mede om^ 
trenc Utrecht en het StiQht, Hoe zeer ik 
imj bepaaldelijk hec laacde zei f beijver» door nar 
fporingen bij verfcbillende Handen ce doen , kan 
|k ook in dezen niec coc eene geweoschce vol- 
jdigheid geraken. 

Na die een en ander alzoo te hebben uit een 
gezet, zal hec zeker niemand mijner landge- 

< 

nqotcn verwonderen^ dat ik in den begonnen 
figngenamen arbeid volhard , en de algemeene 
goedkeuring dezer poging gezien hebbende, 
isai men het ook niet kunnen afkeuren^ dat ik 
paar de meest mogelijke volkomenheid tracht. 

Ik neem derhalve de vrijheid, om niet al^ 
Jeep alle liefhebbers en hoogfchatters van onze 
Letterkunde en van Vaderlandfche zaken be« 
leefdelijk uit te noodigen , wanneer Tien iet^ 
mogte bekend zijn of worden, mij tot de- 
ge onderneming te willen bijftaan , maar ook 
beveel ik mij aan de heusche medewerking van 
de. Leeraars en Onderwijzers te platten lan- 
dp y een einde , wanneer zij iets mogten yindeii 
hetvvelk tot de beide hoofddeelen dezer poging , 
^et vrijen en trouwen^ betrekkelijk is, tx\ 

pgar hqn oordeel herleving en bewaring verr 

dient, 



( 199 ) 

dient , aan mij hier van^ berigcen te willen een- 
den. Elke bijdrage zal aangenaam zijn en va^ 
dezelve zal een dankbaar en befcheiden gebruik^ 
gemaakt worden ^ zoo veel de pligt tot kieagH- 
held en mijne jaren zuUeq toelaten. 

Ik vermeen hier nog bij te mogen voegqtt g 
hoe ik niet alken de hoop voed » dat door 4e-> 
ze poging de lust voor Vaderlatifirche nJ^ox^ ;|qA 
aanwinnen en dat alzoo de vrolijkheid ondef 
onze jonge lieden, welke naar mijn' inden 
tegenwoordig minder is, dan ten tijde van onze 
jeugd, zal toenemen, maar ook dat ik reeds 
dezen aangaande thans eenige vervulling van 
mijne wenfchen zie. 

Van verfchillende kanten heb ik berigten, 
dat men bij bruiloften van myn werk heeft, ge*' 
bruik gemaakt tot bevordering van het eer^* 
baar vermaak , met belangftelling in Vaderland* 
fche zaken ; en zoo gaf het mij insgelijks een 
fireelend ^genoegen onlangs berigc ?e erlan^ 
gen, dat men zich bij het vieren van eene ziU 
veren Bruiloft in eene achting waardige aani^ieiH 
lijke familie te ^mflerdam geheel naar de omt 
de costumen had gedragen, Mogt zulk eeno 
^ucht voor het Oud - Vaderlandfche meer alge^ 
Qieea WQrden door deze pogingen , hoe groot 

N 4 CU 



en ftreelend was dan de belooning van mijnen 
Övcr. 

Mijne dankbaarheid aan den Heer . . Pic« 
CART zal ik voorzeker niec beter voorloopig 
kunnen laten blijken , dan door de mededee* 
ling van een gezonden (luk , het welk nog wel 
eens op bruiloften in Drenthe en T'wenthe 
voorkomt ; ik doe het te eerder , om dat het 
doen van deza uitnoodiging , hier door eenig* 
zins zal worden veraangenaamd. 

Het (luk is getiteld : 

OLDE GARRITS KLAGTE 

ÜBER 

DIESEN JECENWARTIGEN WELT. 

en luidt als volgt : 

God bettere 't ; diefe welt wort je langer je dim- 
mer » 
Je older ze wort, je beufer wort ze immer: 
Dat goede kumt hyl of; daar helpt nicht lyf- 

de of dwank ; 
Dat (limme kumc wieder op ; het geit zien ol- 

den gank. 
Zoo 



C ao» ) 

Soo paukec alle lude ; de wek wol niks meer 

deagen. 
Se is vol fchelmery ^ vol flinkende beuze leugen ; 
Se is vol haac en nied ; fe is von beusfaaid vol ; 
Se is gansch op de loop; fomnia fy is gansch doL 
Soo klagen al de lude ; maar nemanc meync 

fik zulve t 
Wen *c ook de beste weer; fe bint al jonge 

wulve, 
Waar von de kerel fprak on leifdeindennood: 
Deugec mi d^n einen wac» ze lint niche alle good. 

Daar zint honderd doezend trekken » 

Die hyl bedurven fint; 

Maar ik wol von eine fprekken » 

Dat zik nog op *t beste vindt, 

Von dat lyve vryen ; -^ 

Wen zik twy toe famen vlyen , 

Wen zik twy toe famen vlegten. 

On zik twy toe famen hechten, 

Wen zik twy toe famen pakken , 

On de kool toe famen hakken , 

On den bry toe famen koaken. 

On 'k wyt nig wat, toe famen moaken. 

Daar na lopt Pastoor on koster , 
Lutgen Hans on erentfester.* 

N 5 öeist- 



Geistlich, weklich; bofe on frommen 
Haupc in diefen ftan4 ce kommen, 

*c Was ook d* eerfte ftand op eerden , 
Weer ze er nich, waczol 'cdan weerden? 
S' is ook nich genog te prizen , 
I>ac kan *k eec doezend beuke bewizen ; 
Dat ie vryen is foo feuce 
As gebraden lammer veuce i 
Ja , i mengt mi wol geleuven 
Seutasfchapen vlysch mit reuven » (rapen} 
Ja, as rauwe fchink mit droeven , 
As rozijnen in foeker flocven , 
Ja , as rysten bry mit viegen ; 
Nikkes is foo feut te krigen , 
Ja , as alle lekkcrnyen 
Seuter is dat feute vryen. — 

Alle Jonkers , alle boeren 
. Alle Doktj^rs, alle loeren, 

Alle Domheers en lludenten , 
-^Alle derens, alle venten,^ 

Seggen, roepen, fingen, fchryen 

,, Nikkes is foo feut as vryen.'^ 

Dar *s nich foo 'n geringe lapper 
Nich foo *n fchrepper noch foo 'a fcbrap-^ 
per 

Nich 



C 303 ) 

jNich fo'o *n rekel , dy nich zweert. 
P^c Jiec yrye;» fei^te \yeeft, — 

AJar ^s ick und mien gelieken , 

Na eyn deereti wollen kicken 

Om raic je naar wol te vryen , 

Dan is *c ; Nein ; *k wol my nicb vlyca, 

Krygt men je dan by der hanc , 

•c Is of je 't fenynig vandt , 

Korac men je dan an dy mund , 

't Wordt eyii jboel as von eyn hund. 

't Was foo nyt in Adams tiede — 
Onfe grootvaers wolden 't lieden; 
Hoor wat Adam Eva fey 
Doe fy jungfer was en bly — (ven ^ 

„ Ke f' fey hy , „ dyn leifis von meinen lei- 
„ Dyn knokken fyn van meyne knokken/* 
Und — in hy gaf fe do de munde ; 
^laar )yas *t do yn eynen ftunde. 

Abram lyt zin knecht bin dwglen , 
Om veur fein feun ein weibgen zn halen: 
On doe hi kwam in dat land Mefopotam 
Par vond hi na feinen wensch , 
Soo 'n harde lyve raensch , -^. 
Rebekke hitte fe zuk mit name. 

Dot 



C «04 ) 

Doe ging hi veur dy vaer on de mernne 
On rprak (i an funder fchreume : 
„ Wil i mi joe dochter wohl geben 
„ Om mit Mien Heerin den echtftand to kben ?** 
„ Ja" ledde fe „ vraag het den deren 
„ Of fe mit wil na deinen heeren/* 
As bi nou de deren vraagde: 

„ Of 'beur dat ook zoo behaagde?'* 
So fedde fe» - „ 't weer wohl on good» 
1^ Se wol mit hum gaan in den dood.'* 

Do kon het eyn knegt wohl verrigte. 
Nou komt de Heer zulf en kan 't nog 

nig flichten. 

Do was 't een golden tied r 
Jacob had wohl twy weiver» 
Maar David , die vrome man , dy bad fe nog 

veul leiver , 
Dy bad een hyle tjucht , on 't was gemyn as ftof. 
Maar fien feun , dy wiefe man, dy maakt' it veul 

te grof, 

Dy had wohl doefend ftuks , on had wohl meer 

nog nomen. 

Doe 't was eyn fcheune tied ; men kon er weer 

ofkomen. 

Wen r ym nig langer anftont , dan fcbreef men 

eyn breef 
Waar 



C *05 ) 

Waar mit fe de knecht dan een hoeze oec dreef; 
Wen *t non ook foo weer, dan was 'c wobi 

wat better. 
Dan weren de wyven wol kloek , ond holden 

den fnetten 
Twee wieven kregen do pas einen man , 
Tien kerels lopen nou om eine vrouwe an. 

Jonk wilt fe den Heer nicht , 
Old kan fe den knecht nich kriegen. 
Ik raad ou deerns ! find nicht boers 
Maar war feu eer en nyt floers. 
Siet har, die by memme bleiven, 
Nichts kan je naar wil beleiven. — 
Je ün^ romplig, fchromplig, kek. 
Je find garftig als old fpek. 
Better 't ramlen met dy wiege, 
Becter kind by kinder kriege, ' 
Denk: — gein kaerel zoo verveerd 
Of y is eyn deeren weert. 



IETS 



itüs 



ÖYSR IIET Huls: 



DE KRAKÉLINÓ^ 

*E UTRECHT, 



£ft DÏN STICHTEft VAN HETZELVE 



/'. EVERARD MEYSTER. 



W aarfchijnlrjfe is er geen hui5 te UtrecTit i 
het welk door de overmaat van fieraden, en 
de bijzondere bouworde zoodanig de aandacht 
trekt tan vreemden , dan het aatïw'ezige op het 
eind van de ftraat achter St. Pietef of liever 
op den oostelijken hoek van de zoogenaamde 
Keyflr4at. 

In den voorgevel ziet men op' de deur in de' 

fchuinfche poort een fraai gebeeldhouwde da- 

delboom , omringd van ranken met druiven , en 

boven het glaslicht van het voorhuis eene 

. kroon ; aan de zijden ftaan Wapenfchilden met 

af. 



C io7 ) 

afhangende festonnen , terWijl het veld in het 
frontespies gevuld is , met eene zon en ande- 
re attributen van Apollo of Phaebus. 

De leuning van de ftoep en de fteun van de lan* 
taarn zijn uit fraai bewerkte ijzeren flangen za* 
mengefteld , ett aan den trekker van de fchel 
hing nog voor weinige jaren een ijzeren kra- 
keling^ met welken naam dit huis vroeger 
vrij algemeen bekend was. Aan de zijde van 
het gebouw ziet men in het metfel werk eene 
gedenkzuil of piramide met eene fier op de 
punt, en hooger een* grooten zandlooper met 
een doodshoofd op fchenkels of memento mêru 
Boven de kleine deur aan de westzijde is eeii 
ftuk van eene kei ingemetfeld , en behalve twee 
ankers in den muur , welke de flangenftaf van 
Mercurius voorflellen , ziet men verfcheidene 
kleine lieraden van fterren , harten enz. , en bo-* 
vendien nog de Latijnfche fpreuken met -witte 
letters : furfum corda ; omnia vanitas en aan 
den voorgevel : Mufa 'coelo heat* 

Vroeger moeten er ook in de vijf breede 
plinten of fpiegels onder de bovenramen, en 
in de vier kleide aan de westzijde, verzen en 
opfchriften geflaan hebben, en deze zoudco» 
reeds in het begin der achttiende eeuw zyd^ 
weggenomen. ' 

Meer- 



e fto8 ) 

Meermalen it aao my gevraagd of ik van die 
vreemde en bijzondere geene opheldering kon- 
de geven ; onkngs vond ik iets aangaande den 
fiichcer of bouwbeer van dit huis , en federc 
heb ik mij opgewekt gezien , om het volgende 
hierover ten papiere te brengen. 

Om en na de helft der zeventiende eeuw 
leefde er te Utrecht een Roomscbgezind Edel-^ 
man, Everaro Meijster (^) geheeten, die 
zeer rijk was , «n op zijne buitenlandfche rei- 
een veel kennis had opgedaan. 

JHij moet van eenen bijzonder levendigen en 
milden aard geweest zijn ; en lust hebbende aan 
allerlei liefhebberijen en ondernemingen , moet 
bg vroeg niet alleen door letterwerk , ' maar ook . 
do9r andere zaken , en met name door het aan- 
leggen van eene buitenplaats bij Amersfoort^ 

Nim- 

C*) Hee wapenbord van zijnen Vader, hing voor- 
heen met acht kwartieren in de Domkerk» aciiter de 
gfiftoiobe van de& Admiraal VAn GE^T ; hier uit bleek 
het mij dat hy aan zeer voorname Hoilandfche fiimiliéo ver- 
want ^'as. . . 

Om welke reden het blazoen van den Huize : Brbdb- 
ftOüE (De zwijnskop boven de twee la^rierstokken^ alt 
een middelfchiki op bet wapen van Mzijster werd ge- 
ptaatity hieef mij onbekend* 



C aop ) 

Nimmer dor geheeten , met eenen doolhof « 
fonceirieii , beeldwerk en wat dies meer Zjy 
voorzien , veel naam verworven hebben. 

Het konde niet itaisfen ^ of op de beurs Vaii 
dezen ryken en welwillenden begunstigef 
vloeiden aÜerlei sóorc yari gasceti toe : kunscer- 
naars , verzenmakers enz , welke hem het hoofd 
nog warmer maakten en tot allerlei stappen 
asinzetteded^ 

Een der mecfst geruchtmakende van deze 
stappeti was voorzeker die van. het inhalen van 
den grooten kei te Amersfoort , van welken wij ^ 
om de betrekking tot het voorwerp onzer be- 
schouwing, eene eenigfzins meer breedvoerige 
melding moeten maken. 

Het IS genoegzaam bekend , dat er een ou^ 
volksfprookje bestond, volgens hetwelk de iri- 
woners van Amersfoort wel eens befpot wer- 
den , als of zy met den kei bezet waren i of dat 
het met ben leuterde. Het geval , dat de ï^ro« 
cestanten den scheldnaam : Ceus , als een eeré- 
naam befchouwden en aanhielden, werd eens 
in de tegenwoordigheid van Jr. Meijster op- 
gehaald, en nu rees de gedachte, dat meti ee-^ 
nen zeer grooten kei , welke bij Amersfoort lag,- 
moest binnenhalen en op een der marktpleinen, 

V. D. II. St. O en 



C 2Ï0 ) 

en wel op de vafkenmarkt, ten toon moest 
stellen; als dun meende men het nadeelig 
fprookje te kunnen doen ophouden , ten mins* 
te trotseren. 

Dit voorstel werd dadelijk aangenomen, 
vooral nadat het voornaamste bezwaar ^ dat der 
kosten, was opgeheven, dewijl Jr. Mëijs- 
TER bad gezegd : Ik neem alles voor mijne ré- 
kening. 

Wij vcrmeenen het verhaal van het gebeurde 
niet korter en klaarder te kunnen voorstellen , 
dan met de woorden van van Loon , in zijn 
werk: Nederlandsche Historiepenningen j D. 
IL bl. 492: 

,, Een zeldzame groote key lag op de 
19 pisberg buiten Amersfoort. De Magistraat 
,, dier stad vond daarin eene bekwame gelegen- 
^ beid, om hiermede eene gedenkwaardige 
^ praalzuil op te rigten. 

^ In dit jaar (166 O werd er op den raad en 
9, onder het opzigt van Jr. E. Meijster een 
,9 besluit genomen , om dien kisyfteen naar de 
^ Had te flepen en denzelven op een fleenen 
^ voetftuk tot een eeuwig gedenkteeken op de 
„ varkenmarkt ten toon te (lellen. 

,, De bestemde dag gekomen zynde, zag 
^ Amersfoort zich met een nog grootere me- 



C 111 ) 

H ^^5^^ ^^" vreömdelingeüi dan Wel öp feiBhlgjI- 
^ zijner voorgaande kermlsfed opgepropt , wel-' 
^ ke de nieuwsgierigheid had üilgelokc, oni' 
,, dit Mèêsterflük tei* itadte zien inhalen, 

„Op het fteken der « trompetten floeg dëf 
^ Amersfoonfche burgerij^ zoo vrouwen als 
^ mannen ^ zoo jong als oud , ja ledéf , Wieil' 
^ flechtS de eer der ftad of de geestrykheid de^ 
„ uitvinding ter harce ging , de handen aan het^ 
„ werk en zij fleepten over de daartoe gelegde 
„ planken met touwen, zeelen en gareelen,* 
„ dit wonderfluk met nog grootér overlög en' 
„ ijver tef veste in , dan eertijds de 1* rcfjaan- 
„ fche burgerij het Gtiekictie jteiard gedaan' 
„ had* 

„ Staande de intogt werd ei* 'eett keurig rtiaat-* 
^ ge2ang gehoord , en de toegevloeide menigte 
„ niet weinig in beweging gebragt, door het 
^ te grabbel gooij^n van koekjes , kfakelingeti' 
iy en drie foorten van koperen én 2ilvereh' 
„• ftrooipénningem" 
Van Loon geeft de afbeelding van de^elfe.' 
De twee eerste tïya aan de voorzijde gelijke 
]>e kei wordt aldaar met de naamltfctef^ vail 
Jn Mbijstër veffiefd, onder het wapen van dé 
Itad voOrgéHeld ^ als flaande op een voetftulr 
met het jaartal i65i « tusfchen twéé murbakes 

O a «Il 



en de fpituk : Labore et in Jus f nJ (door ar« 
beid en overig.) Op de keerzijde van den eenen 
i(fttn eenige lectercrekken onder een^ fiarons- 
kroon ; iraamic een geduldig lezer den gehee- 
len naam van Evbrard Meijstbr kan lezen, 
mee de fpreuk t Aere perennius ; de woor- 
den: Eregi monumentutn^ welke bij die 
gezegde behooren^ zijn zeker korcheldshalve 
veggelacen* 

De geheele fpreuk zoude dan beceekenen. 
Ik heb eene gedenkzuil opgerigt , duurzamer 
dan eene van metaaL 

Op den anderen ibac bec wapen van Meijs** 
TBR» en de fpreuk i Ssudeto pesierisati Ctrachc 
naar eenen naam by de nakomelingfchap ,^ mee 
bijvoeging der woordene Soli Deo (aan God 
alleen). 

. De derde penning is acfatboekig; dé voorzij- 
de, ia gelyk» behalve dac de kei aldaar ftaac 
oisfchen vier vuurbaken ; de keerzijde is met 
bec wapen en mee de fpreuk zonder hee bij- 
voegfel» voorzien. 

Verder vermelde van Loon nog: i^ dae deze 
^ opeoge fpoedig hee voorwerp werd van eene 
^ oneindige ;nenigte van fpoc- » fchimp- en he- 
^ keldicbeen y scbandfcbrifcen en blaauwe boek- 
je jes , 



C 213 ) 

^ jcs , waarin de Magiscraac en de Burgerg 
„ van jlmersfoort zoowel als Jonker Meijs- 
9, TER , aanrader en voorzercer des werks , pp 
9, eene fcherpe wgze werden doorgehaald.*^ 

Ik heb een* ftapel van deze fchimp* en hekel- 
fchrifren doorgezien , maar heb er weinig of 
niets in gevonden % hetwelk mededeeling ver- 
dient. (♦) 

Als het merkwaardigfte (luk in dezen komt 
'mij de vierde penning voor» welke ook bij 
VAN Loon is afgebeeld. 

De voorzijde is gelijk aan N^. i », maar op 
de keerzijde is de kei afgebeeld als omhangen 
met een* krans van krakelingen * kannen 9 gla- 
zen enz. ; op de punt van denzelven (laat het 
beeld van Pallas ; het omfchrift is : Palladium 
Amtrsfurtenfe (het dierbaarfte van Amersfoorf). 

Hoe lang dit Palladium van de (hd op de 
varkenmarkt heeft geilaan , bleef mij onbe- 
kend ; ik weet alleen , dat men den kei op het 
midden van die markt heeft laten zakken en In 
den grond gewerkt , en dat de piint van denzel- 
ven nog zigtbaar is. 

Jon- 

(*} Cene afbeelding i^an deq g^heelen optogt bel^c oc 
vee het onderfchrifc : Ha ! marsch I voort I 

o 3 



( 214 ) 

Jonker .Mexjster liet zich tiipt afschrikken 
door de (^otcernjy , maar hij bleef dep fcbimp 
rrocfereo* Toen bü het buis t^ Utrecht in 
1663 Itec bouwen « hing hy een* krakeling aan 
den fchelcrekker » en bij zecte een (luk van eeQen 
^el boven de achterdeur. De Burgerij vaif 
Utrecht beantwoordde zulks door zün huis: de 
krakeling te noemen, alsmede door aan dq 
|lraat a^n de westzijde » die anders de Buurt^ 
Rraqt heette , den naam van : de Keiftraat te 
geven , met welken dezelve als nog bekend is. 

Tr. Mbij^T^R bewaarde nog bovendien de ge- 
heugenis aan de fcbimpmedaille met het Pallasr 
beeld I Qp den titel van een zijner bpekjes, 

■ 

Dit z(j genoeg aangaande het huis} wij zullen 
ons verder alleen bij zijne gefchriftea bepalen. 

Ik heb mij verwonderd over het aantal der 
werken , welke dopr hem in verzen zgn uitge- 
geven ; en na het lezen van eenige van dezelve , 
yijn bij mij veel gunftiger gedachten aangaand^ 
^s inans verllandelijke waarde gerezen > dan ik 
voorheen » hem alleen beoordee]ende naar het 
gebeurde met den kei en het buis , had opr 
^evat. 

Vcrfcheidene van deze werken of werkjes heb 
ik COC nog coe niec kunnen opfpoccn; vergeefs 

heb 



C 415 P 

heb ik gezocht naar de volgende, welke mij 
door den naam bekend waren geworden^ JS/im- 
merdor , Gerijmde Rein , Zendbrieven^ M- 
oudheid 9 Landifpel^ en Key'klugt,\. waar- 
fchijnlijk zijn er nog andere ^ van welke de ti- 
tels niet ter myner kennis zijn gekomen. 

Ik heb alleen vier boekjes erlangd » waarvan 
het eerde getiteld is: 

De kruisleer ter zaligheydt ^.mti defprcuk: 
Nil virtute prius^^ 1658. kl. 8^. 

Het tweede : De gekrjoonde Berijmde PoH^ 
cie , ztjnde kef eerfte, deel der Meijsterlijke 
werken y beftaande in Hemelfche en Aard^ 
fche gedachten. 1669. 8^. 

Het derde: Kortjiondige Gebeden ^ begaan- 
de in onver doolde Hertstogten voor den ver* 
doolden zondaar uitgeftort ; om uit den wegh der 
omdoolingen te geraeqken » dat God aan haar , 
aan mij ^ en wie het zij 9 vergun. 1669. 8^. 

Het vierde : Des werelds doolom - berg ont^ 
doolde of Doolin ^ berg» 

Geene dezer (lukken draagt op den titel 
den naam vanden dichter» maar alleen de letter- 
trekken , die op de penningen (laan , met het 
omfchrift : Firtute proba Magistrum ; deze ti- 
tels zijn verder voorzien n]iet verfcheidene Ia* 
tynfche fpreuken. 

O 4 In 



C ai6 ) 

In hec tweede en derde (luk komt de af- 
beelding voor van zijn gelaat, voorzien mee 
zijne gewone (preuken : Mufa Coelo beat en 
Mufa vetat mori. 

P^ de uitgave van deze (lukken beeft de 
fchrijver ipsgelyks aan zijne zucht voor flan- 
gen , ffescoenen en kroonen in velen toegegeven j» 
zelfs (laaf e^ boven elke bladzijde vap het twee- 
de (luk eene groote kroon. 

In het derde (luk is de platte grond van de 
pofttede Nimmer dor , medegedeeld , dan hpe 
veel omflag, en ijdele pronk er ook in deze 
boekjes en in de daarbij medegedeelde voorrp» 
^epen en berigten , opdragcen , te regtwijzin- 
gen of verdedigingen van hem zelven en in de 
Ipfdichten van anderen mogen doorilralen , na 
het lezen van deze werkjes heb ik den man lief 
gekregen om zijne hartelijke goedwilligheid en 
de gemoedelijke Godsvrucht. 

Ik meen derhalve ftellig te mogen verzekeren^ 
dat hü , lyanneer men het goede wil zoeken en 

r 

erkennen, geenszins die verfmading verdient 
met welke hij bij fommige onzer Letterkundi- 
gen in een belagchelijk lich? is yporgefteld. 

■ 

ê 

Veelvuldige blijken zijn er van eene bijzon- 
dere ervarenis in de Latijnfche letterkunde, en 

het 



( 3>? ) 

hec komt mij tevens als buicen tw^fel voor» 
dat hij niet alleen onze beste dichters en fcbrij- 
vers , die in de eerfte helft der zeventiende eeaw 
gebloeid hebben., heeft befludeerd» maar ook 
dat hij zich de werken van den beroemden Con- 
sTANTijN HuijGE^s , bijzonder ten voorbeelde 
heeft gefteld, 

Ik meen hierin tevens de reden te zien , dat 
hij door deze voorkeur verleid is geworden om 
de duisterheid 9 welke men fomtijds bij HuijCBNr 
vindt , insgelijks na te volgen , en aan de znchc 
voor het ^eden en zameokoppelea van woor* 
den toe te gev^n^ 

Ik vond tevens hierin de bron van dat zin* 
en zaakrijke, hetwelk 'm vele gedeelten van 
het tweede (luk bijzonder kan worden opge^ 
merkt. 

Gaarne zoude ik van dit een en ander ea 
van de fraaiheid zijner keml\}reuken in èen of 
twee regels, proeyen willen geven, maar de 
bepaaldheid van mijn bedek belet mij in dezen. 

Aangaande het derde ftuk zijn misfchien de 
minde aanmerkingen te maken, en ik vond 
daarin zoo vele hoog • emdlge uitboeaemingen , 
dat , werden deze gebeden in werken van ande-^ 
re dichters van name gevonden , dezelve geens* 
fins zoo vergeten zouden zijn als nu. 

O 5 Het 



( 2i8 ) 

Het vierde ftak is keonelijk eene navolging 
tan het Dichcfhik van Huijgens : Ooghentroost 
ipdccld. MEijSTna heefc zich voorgelleld , om 
perfonen» die in *s werelds doolhof omdwa* 
len, te regt ce wijzen, door ben bedacht ce 
doen zijn , dat er maar één punt is , op hetwelk 
21} mogeQ en moeten aanbonden. 

Hy beoordeelt derhalve alle zulke perfonen , 
die verkeerde wegen inflaan. 
. Tegen fommigen is by verbazend ftout en 
fcberp, vooral aangaande de Rijken en Magti- 
gen^ de jfdj^c^ien en Procureurs j de fiuikers 
en dieven. 

Byzonder emllig en fterk laat de Dichter 
zich uit 9 omtrent hen , die twist zoeken wegens 
kerkelijke zaken , als mede tegen de Geestelij- . 
ken van zijne kerk en zijnen tyd. 

Gaarne zoude ik dit gedeelte al3 een bewijs 
der kracht van eenige zijner verzen willen bij- 
brengen 9 dan de waarde van den ftand der Leer- 
aars van de Godsdienst over het algemeen er- 
kennende, vermeen ik mij niet aan de opfpraak 
van onbePcbeiden te zijn te moeten bloocftellen , en 
zeg derhalve nog alleen aangaande dit dichtftuk , 
dat Meijster hierbij het voorbeeld van Huij* 
GENs gevolgd heeft in de Ooghentroost gege- 
ven y door zeer vele aanhalingen uit Latijnsche 

fchnj- 



( 219 ) 

ichryvers en Dichters aan den voet der blad^ij^ 
den te plaacfen. 

Het meest heb ik mij bij het doorzien dezer 
werkjes verwonderd, dat de Dichter een zeer 

gering belang heeft gefteld in de zoogenaamde 

> • 

kerkpligten der Roomsch - Kachojijken , met na- 
me jegens de Heiligen en aangaande het va&ten , 
de bedevaanen , zielmisfen en wat dies meer zij. 

Deze bevinding llrekte mij op nieuw ten be- 
wijze 9 dat in de zeventiende eeuw hier te lande 
Erasmiaanfche Roomschges^inden leefden, die 
j^elijk Hendrik Laurqns Spieqbi,, RoEAfER 
VisscHER en yijne dochters , vroeger de men- 
fchelijke vonden en toevoegfels in bet kerkely- 
ke op hunne juiste waarde duf fden fcharten «^ 
boe zeer zij in de Roomfcb^ kerk bleven. 

Het eerstgemelde werkje : De krjuyfleer ur 

• • • 

zaligheid^ verftrekt hier van voornamentlijk 
ten bewijze, 

H^t woord leer moet hier opgevat wordeq 
in den zin van ladder of trap , en de fcbrijver 
geeft hier cw^e en. v^ftig zedekundige en Gods* 
dienftige vertoogjes , op dat de lezer , in elke 
week ééne fchrede of tred zoude ki^nnen.vprj 
4f refi op, den weg des heils. 

Dit boekje is voorzien van zeer ff^aij^ pren^ 
ten en, onder deze is de voornaam(le> 4ic , waar 

de 



C *20 ) 

de hoofden van alle gezindheden hunne ladders of 
leren aanbrengen om in den Hemel te komen. 

Die van de Roomsche kerk is wel de langfte ; 
dan hoe zeer dezelve van onderen wordt vast 
gehouden door een* Jefuit, en de geestelijken 
van andere orden zich met hunne kerkkruizen , 
rozekranfen enz. beijveren , om die ladder of leer 
op te rigten en (laande te houden, blijft dezelve 
echter fcheef (laan. 

In den geopenden Hemel zijn de zinnebeel- 
den van Geloofd Hoop en Liefde voorgefteld. 

Een Engel vertoont een uitgefpreide rol» 
lyaar op men leest : 

Voor 't yast geloofd opregte liefde èn goede hoop , 
Daar is bij God alleen de Hemel voor te koop. 

Onder de prent fiaan de volgende regels : 
Men vecht bier om 4e wol en \ fchaap dat gaat 

verloren. 
£l|t houdt zijn leer vooral ter zaligheid verkooren. 
Om daar dpor regt te gaan naar *t Hemel fche 'pa« 

leis ; 
M^ar Vroomaart daar om lacht : Hij wenscht ze 

goede reis. 
Hy kiest het weldoens - pad , den regten weg der 

vroomen. 

Die langs drie deugden heen , bij God ter glorie 

komen. 
Die 



( aai ) 

Die *c werkeloos geloof als zijnde dood, niet 

loont, 
Zoo *t ons de fchrifc betuigt , die waarlijk God 

vertoont. 

De fpreuk bij dit alles is : IFeldoen verwint. 

Elk dezer vercoogjes wordt voorafgegaan 

door eene tweeregelige fpfeak, en gevolgd 

door eene korte toepasfing uit de Psalmen* 

Verder zyn er nog door Jr. E, Meijster 
twee werkjes half in rijm , half in onrijm , ge- 
fchreven » welke ik gaarne met flilzwijgen zou« 
de hebben willen voorbij gegaan , maar vermits 
beide in. eene dadelyke betrekking (laan tot de 
ftad Utrecht ; en de naam van den fchrijver hier* 
door misfchien niet minder bekend is gebleven 
dan door de kei en het huis : de krakeling , 
moet ik van beide werkjes wel eenige melding 
maken. 

H'ec eerde is met den volgenden titel uitge- 
geven : Deductie ofte Bewijs felijke Bedenking , 
belangende d* Eemfche Zeevaard^ op Stichts 
eigen bodem nut - dienjlelijk te graven. 
' Den UitregtlïtwQXiAtn uit regte liefde toege- 
diend door E. M, met de fpreuken: Justi 
fructus non peritj en Salus Populi fuprema 
lex esto. 

On- 



Önderrtöhd: Gedrukt tot Uitrecht in hei 
epen liert van fiads - liefde vooraan de Minne- 
broérsftraat cèn hiïize van Barenó BrajiDsen 
IJver óp den eerften dag van het jaar 1670 , 4^. 
Het cweéde is getiteld : Gerijmde ÈedêHkingh 
of ontwerp om Üytrecht op fyn fchoonst en 
fierrikst té vér groeten , den Üitrechtenaars uit 
regté liefde toegerijmd , door E. M. met de 
fpreuk : Civitatis amore victus. 

Ondèrftoöd : gedrukt te Utrecht bij WiL- 
leU Clerck, Boekdrukker^ Wortetidé in de 
ft róó • ilefrg 1 670. 4^ . 

Bijna nfmrter zijn aSn ray ftakketf vöofgeko- 
mcn , welke fnet zoó vele bijhangfeh zi|n ver- 
fierd en ér zoo bcmt én vreemd uitzien. 

De fchrijver gaat bij het eerfte ftuk van het 
beginfel uit : 

„ ^k ^ét alles aatl een kant < 
„ Uit Hefde voor bet Vaderland;*' 
en hij begint dan met zich én zijfl Öelfel 
<e verdedigen , tégen alleflel aanvallen en dè 
tegenwerpingen , welké hém otatntöet zgn , yatf 
onderfcheidene foort vair ménfcfièta. 

Na eene opdragt aan de Ultfégt - Ue9tnde 
komt hij rot de zaak ztht. Hoö^ vijzelt hg 
zijn project , om vaö Utrecht èéne köo^fhd t6 
m^ken met «ene eigen haven aan de Zuiderzee ; 

dan 



< "3 ) 

dan vermits het buiten allen twijfel Is , dat hj 
het nut niet alleen in een te gunftig licht heeft 
geplaatst ^ maar ook , dat hij de kosten k ƒ 5oa,ooo 
cc gering heeft aangeflagen , alsmede dat de man 
vele zwarigheden , welke hij bij de uitvoe* 
ring zeker^ zoude ondervonden hebben , voor- 
bijziet, vermeenen wij ons van eene brée>' 
de ontwikkeling van zijn project » te mogeil 
onthouden » en zeggen alleen , dat dit plan vail 
Jr. Meijstir , wederom is opgewarmd ten dj^ 
de van den jictiehandel In den jare 17^0 > 
wanneer er bij de algemeene opbruifching dek* 
begeerten het ontwerp werd bgkend gemaakt, 
om eene vaart van Utrecht naar de Eem te 
doen graven , en wel op zulk een' breeden voet, 
dat de driemast - fchepen uit Texel dadelijk naar 
Utrecht zouden kunnen ftevenen. 

Bij het tweede (luk komen insgelijks vele op- 
ftellen voor , en Tlvg vinden hier al wederom 
vooraf vele rijmen ter verdediging tegen hen dié 
zijn plan afkeurden. 

Het is genoegzaam bekend dat Mr. H. Mo^ 
REELZE in den jare 1664 ^^^ ^eer belangrijkö 
deductie heeft ten papiefe gebragt, rakende 
de verbetering en het noodig uitleggen der 
fiad Utrecht en hoe die voordel het grave* 

der 



( fta4 ) 

é^ drie grachten en de kniisvaart , aan de west- 
x^óe der ftad een gevolge heeft geteld. 

Bekend is het tevens , dat de uitvoering van dit 
grootfche project om den Rhynhandel door het 
nitloklcen van vermogende kooplieden herwaarts 
ce brengen ^ eerst haptfrde door de vefvrdeg- 
de grooteo uitlegging van Amfterdam en later 
door het overlijden van Mn H. Moreblze , 
die eene fraa^ kaart van zyn ontwerp heeft uit- 
g^even. 

Jr. Mbijstee vond dit project nog niet mooi 
geno^« en hy gaf derhalve eeneplane grond* 
kaart van Utrecht op zijn fchoonst en fterkst^ 
waarbg de flad zoude worden uitgelegd naar 
alle zyden en met een^ wal zoude voorzien zijn 
met dertig bolwerken of Bastions ; alles in een 
ovaal Bguart in welks midden de oude ftad lag 
met zyne wallen en bol werken # 

By deti plompentoren i;onde dan de grooce 
vaart naar zee beginnen , en in het lage hnd 
tüsfchen Koningslust en Blaauwkapel zoudtf 
dan het groote basfin voor de zeefchepen zijn 
gekomen» 

. Dat dit plan met allerlei tegenfpraak en 
zeer vele, meerendeels gegronde, bedenkingen 
werd l>ejegend^ laat zich gereedelijk befeffen. 

O- 



( ^1^5 ) 

Over Au kitit Jielf kWain tfr bovendien veel f^t^ 
iceunog^ omU wn do hijproefjfkisi Qpjiitnvoptf 
grond !jdèt toen eëoe tuil ^ én o}) den tt>p van de* 
télvè feenè flaiig4 die eeneb bril in deji bek 
houdt t mec.bec omfcHiifci 

Wac baac hec bril^ a&nbién ^ • 

Wanneer men nicc ivU ziètu 
]9oi^eiiaa4 zijn insgèiijks cwfee flétfgeti i eft deM 
jsgn mee . kop en ooren ala van eene baas %{^ 

Wg inÜei óver 4ezé pogingen niitts Vercki 
t^en^ en viilden in , dit alles een nieuw W 
vtys , dat goede . wil geenazins alleon VoldMnde 
18 oni iets nuttigs daai^ te:ileUen» tnaar.dtt 
kunde en overleg hief bij teviéila Hoc^yefi* 
tiachten blijven^ 

' Ik heb aahgumde faèt Idt eti bedoïff^ vtó |r^ 
MéijsnsR biji)a i|iècs riieer kunnen op^fifibren, , 

Allefed weet ik « dat hg gehuwd ia geWeest 
aan • ^ « Schaap vdri den Dam i ëéne zeer rij-* 
ké en aanziènlgke vrouw, ên dat Irijna bet Inh 
rokten def FVafafcben in Utrecht in ]6^(^ mti 
andere Roomaohgezinden io( de r^iSng dier 
ibid werd^ geroepen^ 

Voor eenige ^en vond iK- éarigaanïe zijne 
têrrigoingen in dien m]gelukkfgeii tijd eene zeet' 

V. D. II. Si. ^ gun- 



C «tf ) 

fonftige getoigeois in de ber^de xdf-biogra- 
phie van C. vam Droste , dte m den jare 1679» 
2gnen ouden vriend Msijstbr bezociic hebbende 
♦erzekerde 9 dac de laacsrgemelde nog in aüet 
de gulhartige welwillende man was gebleven^ 
100 als hy dezen in zijne jeugd gekend bad ; 1 

alsmede hoe hg aan hem verzekerd had,' dat hij 
als lid der ftedelijke regering geen goed kon* 
aende te wege brengen , ten minftè zoo veel 
kwaads had voorgekomen als hem doenlijk was ^ 
ook dat hy zoo erg verleen was geraakt met zij- 
ne onervafene mederegenten, die zich zeJven 
niet konden befturen veel min anderen , dat 
Inj , waren de Fnmfehen nog zes weken te 
Ufrechi gebleven , zich aan alles xoude hebben 
moeten onttrekken. 

Ik heb deze zelf-biographie niet te rug kun- 
nen bekomen, en ben bier door buiteh de mo- 
gelijkheid om deze merkwaardige getuigenis let- 
terlijk mede te deelem 

Door latere nafporingen ten tijde van bet 
afdrukken van het voorgaande blad , heb ik nog 
nadele berigten bekomen aangaande het inlnb- 
len van den kef ee Amersfomrt en vrel dat het , 
foen men met den grooten steen tot Yoor de 
poort van de stad gekomen was, ten volle 

^ bleek 



hitéki dat ét boog te hag Wis , m,Qt^ éóófm 
koineti ) th dftc hieti derhahö bedluftèn moeSf 
dm hef bovetisce vatl clel péoH da(lehjk Hf ff 
breken j «oo als^ gebeurdcfi i 

Ik Heb fta^gaalidé <ie vt9^t\\èii iih ék vejU* 
baal i hetwelk mij op het eérflte inziett ^ lil 
twijfelachtig, ja als Verderd Töorkwam^ te! 
AmersfwPt 'ottderroek gedaan^ eb bet befigÉ 
bekomeo ^ dat het volgens dé algeiMen^ ^ofM/^ 

l6¥ering als Aog wordt geloofiii - ^ 

' . . . ' . , ... 

ËehaWe' de inrerkfen^van jr.. Ë. AfeijsTfeft 6i? 
bl. ii5r vefme]4, heb ik nog berlgéeA ^fladgé 
aangaande de volgende i' 

1^. Poetifche Policij onf i^t ei^fid höéfi 
ifün de fiaa^undige Aloudhêid dêr Ratkei- 

2^ Mdgtstef fHoralis etci Stichtêitjké kë^i^ 
té f ^ daic- i* , korte PoHtijcke fchilderij met uit^ 
geleezen leerelijke lesfen. enz. . ^ .* 

Volgens de bekomehe berigteii öioet dif 
boekje zeef veel goeds bevatten^ 

3^. Het Hofdicht: JSHmfnet-doi^. Utrecht 
1667 10 4^^ met eenen platten grond der H<tf* 
stede , Waar boven bet groote wapen van Jr^ 
Meijster. 

Dit boek of boekje^ is geheel met groene 

Pa mfct 



( »*« ) 

iBkc cedniki tn zoude er bovendien tter 
men^d uitzien. Ik hoop deze drie ftukken 
fpoedig te erlangen en vind ik daarin ietSt 
hetwelk ray als meldingswaardig voorkomt, alt. 
dan zal hetzelve by het volgend (hik van die 
Mengelwerk worden medegedeelde 

Het bleek my v^rdeif üit «ene genealogie 
door den grootvader gefchitven , dat het geflachc 
van Mbijster fedèft vele juen iü de ïestleade 
eeuw te Alkmaar en later in den Haag en te 
Utrecht gevestigd was. Hetzelve was verwant 
met de familiën van van Tbijlingui, Oem> 

VAN SCHADIJK, SuiJS, VAN DOMPSBLAAR , VAN 

O A «HORST en andere. 

De rijkdom van Jn Evjolard was hem aan- 
gekomen van zyne moeder , A. M. ot Broijn 
VAN Buitenweg « zuster van den ryfcen (lichter 
van het HoQe van Nieuwk0$p in V Graren* 
Aagê. 



IETS 



IETS 

OVER HET 

MISKENNEN 

VAN DK 

HISTORISCHE TT AARHEID , 

mrWBLK AL MEER BM MKBIt 
MOPE WOROT» 



Jtlien onzer 'oudfte en meest geachte Letter- 
kondigen heeft mij voor eenige maanden , toen 
bet tooneelftuk : Guillaume du NasfaUf ou quin- 
ze ans iTHistoire ; Drame Historique et fy- 
rique; par o let de Mr. Ch. Durand, in V 
Cravenhage met eenen ongemeenen toeloop en 
bij herhaling werd vertoond , door eenen zeer 
belangrijken brief hoogelijk vereerd. 

Na een emftig beklag, dat bg vélen der 
vreemde fchrijvers , en vooral bg de Dichters 
van tFeur())ellen en tooneelftukken , de zucht om 
kich niet aan de waarheid te laten gelegen lig- 

P 3 gen 



^en toeneemt , en ^^t zij hqe Jaeger hoe meer aaa 
(}en lust poegeven op de eerbiedwaardigfte per- 
foqen nit (7;7Z(? ger9hi^deQis geheel misvormd mee 
wUdjiaQg ren toqneele fe' voeren, deed hij aan 
natj e^n voordel , bet\)relk natuurhjk myne eigen- 
liefde llreelde ea bovendien qm d? ;!aak 9e|v9 
fliy tijzpnïder ter harte ging^ 

Hij vermeende van my te mogen verlangen , 
ibtpik in .d^isen de eer van den Holkndfchen 
naam ;oude verdedigen en verzocht derhalve , 
tny te wUlen beijveren om het verkeerde , ja 
^9 SKott^edep en onmogelijkheden in het gemel- 
(Iq poneeliluk met kennis van zaken en met 
waardigheid eq {^efcbeidenheid naar eisch te 
pnfleden ^ (en tpon te (lel|en. Hij vermeende^ 
d%i ^e bezoekers ^h dan wel tot andere gedacb- 
^n 2ouden komen ep zi^h fi^amen om er oos( 
ffcder n^ fe a;ieo, 

• • • 

^oo i^edig mij zulks doenlyk was , heb ik 
(k^q brief in het breede beantwoord , en ver- 
mitis ik de vertooning niet heb kunöen zien., 
JfiCib ik mij over de cpstumen^ fchepmen en 
.Wa{ ^t^ nieer zij 9 niet. uitgelaten^ my ai- 
fSQQ alleen tpt het geftelde (les paroles') van 
fl^n H^^<^ Du^ANQ bepalende, bevond ik den 

m- 



( ^3» ) 

tohottd of liever bec geheel , «oo ukêtu 
nig^ dat mi) de woorden otubraken om myii 
gevoel naar begeerce uU te drukken^ 

De fchrijver heêfc overal de Hiscorifcbe waar- 
heid miskend en verminkt ^ en op verfcheidenfi 
plaatfen tegen eijne eigene overtuiging gehan* 
deld, H(j verfchoont sicb in zijne Foorred$ 
niet alleen over het verzuim van de eenheid 
van tgd en pl^aUf niaar ook over de door bem 
genomene vrijheden ^mes libertis et eette U^ 
cence d" au f sur'). Hij brengt daarover zelf 
met name bij» dat bij i^. Louisb db Co* 
LiGHY, reeds in het eerfte bedrijf Ci5^8) ^ 
vlugteling uit Frankrijk doet overkomen 9 en 
haar pver de Paryfche bloedbruiloft in 157» 
laat fpreken. b^ Dat by haar In 1574 me( 
Prins Willem I. doet trouwen, hetwelk eerst 
In 1583 gebeurde» om dat hij hsi onnoodig 
aardeelt aan zijnen held ^ die viermaal ge-* 
huwd is geweest, drie vrouwen te geven. 3^. 
Dac hij den Admiraal Boisot , die eenige jaiea 
vroeger geftieuveld was , bij het fterven van 
Prins Willem laat tegenwoordig zyn » en eis* 
'deiijk, dat h(j .4^» bet volkslied van Toubns 
zo^de hpbben ingeweven. 

Bij de^e onzinnigheden > door hem petttet in* 
fidelites genaamd , zouden nog vele 4w4ere ge* 

P 4 voegd 




( »3^ ) 

iroegd kunnen worden , «aAr tiet lustfle inij nlti 
0m deeelye op^etcelp op ie zMken^ 

Ik mogte en konde hec echcev ni«t verbev» 
gën^ hoe bef mij geiroflRen heeft , dat hg in di| 
eerde bedrijf van onzen edelen Marmik van 
jS'f» /fI4cgonde een^ Hansworst heeft genóaakt » 
die 'met yloelcen optreedt^ ep vefvpigens ala 
voorzanger handelt. 
' |k vroeg mij tevens af, hoe het mogelijk it 

geweesr^ ^ dat Marnix toen en aldaar een Catps 

* 

ranger^ tot herhaling der refereinen van agne 
)f$d]e^ I heeft kunnen bekomen^ Pe knaap in 
^et Kangfpel t de ketellapper van Sf. Eloun reisr 
^e met het crkest (^de friangóQ êpzydiy moit 
Marnix moet een choor zangers en zangeres* 
fen^ tromnetters enz, it^ zijne 9ak](en geha^ 
Rebben, 

« Even zot en onmogelijk ^ijn ook de intercesr 
fieti ^^ f e^lsfiiie^ v^n den Prins by den Hertog van 
^tvA , €)m de Graven van Egmond en Hoornb 
{ils kfijgsgivangtnen uit te leveren, en nog 
kQttéf f dat Al VA een' brief aan den Priqs jsond ^ 
}net i^ene belofte deswege, 
M^p de cgding^ dat des Prinfen zoon » de Graaf 
VAif 3uRBV gevangen wa$ genomen» zingen 
Prins Willem en Marnix een lang lied en de 
veitroost zichi dat d^ xonen van alU 

Hol- 





C »33 ) , 

• ■ 

Hollandard tli hq 3yi9# Mndtren «iilleii l^ö^ 

den, ) 

De boodfchtp van Alva au den Prins ovetr 
gebragc te zeker de grtppigfte ^rce en wet om 
hec bgvoegsel in de casfecte. 

Iemand der aanfchonwers dacht , éatdejiooft 
den van fieicoNO en HooRKfit gel^k de kop 
van de haas, van Lamp^% uit den sak of de 
male van den ram in de P^yntje dê Fos ^ aovdett 
voor den dag komen » maar hij aag fleohcs een' 
doek of floger met het bloed der Gravei^ ffir 
kleuady en nu werd het vit$^bon4 dfit wrakg al 
siBgende ter ijl opgerigt. 

In het tweede bedrijf voor Leijden (1574) 
9ien wij geene mindere afwgkingen van de waart 
heid^ en rolsfchien nog grootere onainnigheden» 

In het derde tooneel treedt eep fpaanfche Don 
op , gelijkende in velen op den Pietbr Bittsap 
MAN van KoTSEBUE. Na eene epifode over 
edoe dnif als bode , begint Louisb om den Prins 
ie vryen en nu hooren wij tevens 9 dat Boisot 
de dgken van de rivieren dê Maas en den IJu 
fel doovfteekt, en dat hes geheele Spaanfch^ 
leger , voor Legden li^ende , juist dertig dnir 
«end nan » zonder tarm » soo in een* oogenhlik 
vesdrinkt ; vervolgens gaat men zingende ce 
fchcep , terwijl bet qiooi blikfeqK en dondert. 

P 5 In 

% 



C 234 ) 

In Itec derde bednif (1584) te Delft ykomtn 
ook allerlei berigten tegen de waarheid, mee 
vlaggen eti winpets voor den dag. MAijRXTS 
liogc hier mee ^jn* vader en krijgt een* d^en ; 
verder volgen nu velenucrélooze gefprekken tot 
dar men onvoorbereid wröeemt, dat de Prins 
gelbboten is door Balthasar Quurds, 
* De Vorst wordt gekwetst in een* leuningftoei 
HQaf het tooneel gebragt , en na dat allen naar 
'rang en ia ilaatfie hebben plaats genomen , hefc 
men wederom een lied aan en eindelijk derft de 
Hdd ook al zingende, zonder dat er bij 'uitge- 
drukt is , of dit in B Mol of in B Dunir is ge^ 
weest; hier op volgt nog eén couplet van IVIau» 
1UTS , kit mede. zijne huldiging , in alle opzijg- 
mn zeer Hxydig met de waarheid en geheel an^ 
ders als het bij den moord van den vader des 
vnderlitnds beefc kunnen plaati Vinden* . 



é 



Door die een en ander aan te ffippen verr 
weende ik . genoeg te hebben bijgebragt , om 
hierop mrjn idvis te bouwen» dat dit ftuk 
]geetaszins de eer van eene ernftige wederlegging 
óf' beoordeeling verdient , en dat men in dezen 
niets beter zonde kunnen doen, dan om de 
znak als bel/igckelijhxt befchpuwen , en den vos* 
feftaan der fatfjie. te. bezigen. 

Ik 




C »35 ) 

Ik mel4df t%ym$ t d«t >k «enig nuc htd ge^ 
iMffl p 4oor in dèn jaré 1 8^4 op zulk eene wijxe 
te faandeleo, door oa 4e uitgave der vercalii^ 
van het cooneeirpel; 4^ vlugt van Huoo 09 
GftooT door I^OTs^BUQ, daarvan eene recenfit 
ce geven in het weekblad { 4p Spiegeld en dat 
ik misfchien « wanneer ludc en luim daartoe dien* 
'4en > a^pg^ande die ftuk iets dergelijks a;ou dpcii« 

Weinig tijds voor hec afzenden van dezea 
l>rief 5 zag ik de vporcrefrelijk0 recenfie van hetp 
zelve in N^. XIV. der J^tt$rocfenlng^n van 
1832 D. IL bK 646. 

. Deacyds is nog gezegd^ 4a( zulke ftokken 
naar mgnè gedacl^teti weinig kwaads veroorz^^^ 
ken , zoo lang ze niet in beic Nederduitscb worden 
overgebragt , vermits zij in bet Fransch alleen 
vpor een -publiek werden vertoond, hetwelk 
n|eerend€e|$ flechts ^en oo|{enblikkelük genoegen 
voor oog en oor en niets voor hart en hoofd 
verlangende 9 veel minder belang ftelt in de za- 
ken dan in de krullen en bühangiêls , en bij wiefi 
alzoo de waarheid toch nooit e?n' blyvepden iii^ 
druk zoude maken. 

. Het was mij vooral aangenaam tevens 
nog te kunnen melden , dat , al was men in 
den Haag zoo loszinnig, om voor dezen 

wild- 



C ti26 ) 

wildzang eti dit bonce^ geld en tijd te befte- 
deni het publiek In den Franfchen fchouw^ 
lairg té j4mflcrdam zich ongelijk beter en 
waardiger bad gedragen, als zijnde hetzelve, 
lK)ezeer niet mftidér'inec geestdrift voor het on- 
derwerp behield , ^ koel en ongeroerd gebleven 
bij de vertooning van die tooneelftnk ; alsmede 
dat hetzelve wéinige dagen daarna eeoe gelijke 
afkeuring heeft betoond, bij de vertooning 
van een aitder Fransch prulwerk , waarvan de 
naam eti eenige klanken insgelijks genomen waren 
•uit onze Gefchiedenis , u w. bee tooneelihikr 
Jean de Schaffelaer. , die NB, door de Oos- 
tenrijkers in de kerk te Barneveld wordt bele- 
gerd en met een Oranje (Jerp voorzien van 4f 
j^teti van Holland f|>reekt. (^) 

*' Eenogen tijd daarna heb ik een* tweeden 
triéf ontvangen , welke geene mindere belang- 
'flelKng dan de éerfte verdiende en verwierf. 
• De geleerde fehrijvèr gaf mij zijne goedketi- 
tlng over het gegeven antwoord te kennen en dar 
'btj de reunfie van het- tooneelftuk van M. Du- 
iLAfip in 4e l^ettcroefenin^en en ook die van 

(•) Men zie de nummers van het Algemeen Handels* 
blad van 94 Nov, en B Pee 1832. 



( m ) 

de *lug$ van Huqö ds Groot. vathKoYsqous 

gele»n t mattr h^ meldde tevros , :dw hem .nog 
Bieer leeds , tn> betrekking t^t jiet jni^ep^en^^er 
wafcrlieid 6p het han lag. . 

Hij had ikb federt V£r(€bei4ene jar^n • he< 
droefd over de toeneMende ligtziimigheid onder 
obie landgemocen ^ vogral na dat . men ook 
kier begdnoefl had om mannen en yrouw^n/ 
van natne , als vryende en als in sat^enTp^aken^ 
met andeseb.voor te di^sgfnf en .hi^rby . tafe-, 
reeltjes van hnnne bedrijven iia.hc^: d^etijkfche 
]jeven te vertraatdigeai , waarbij, de: .waarhieifd ok-; 
dan met allerlei franjes werd opgepronkt; en. 
verder niet minder daarover ^..dat mn ^ ge^!^ig:in 
de laatftè jaren veriierde verhalen 9, (chiep en^ uit*: 
gaf i waarin bektnde-^ ja-foms b&fpefnde Ne^r-r 
landen ab werkend optreden 5 en^ bet verfierde 
^ixoo met ware berigten werd opgaftqukr; ., 

Hg trachtte mij te bewegen » om over. dit 
coMlerwerp eene verhaildeliog bg mijn Men^. 
gêiwerk te g^ven ^ en vermeide , dat ik b^'* 
het nut, hetwelk hieruit tot leiding van den 
vcrfksgeest en tot eene be^er^ k^enze van Ie* 
xing zoude kunnen voortvloeyen i biermede ge* 
noegen :soude doen aan ^ en goedkeuring verwer- 
ven van de verftendigen . cmde;^ (m;Ee landgenoo- 

ten 



( *38 > 

tin f vooral nu In ten' djd i Wtaf te men hijtm 
crtreral meer belang begtot te ftelleft In Ood « Ne-. 
derlandflchë faken en t>eribnen ^ dan voorheen* 

Zeer aangenaftfli Was voof ihij dök deie twee<- 
de brief maar bet viel toij finarcelyk den ouden 
Heer niet naaf zijne wenfehen en begeerten ce 
kunnen antwoordeni 

Ik beb echter op niedW aan hem een breed*: 
Vóerig aiicwoord gezonden ^ en na mijd genoe-*- 
gen over zijne goedkeuring mynèr recenfie vat» 
het cooneelltnk vad KarsÊBOS te hebbeo be* 
tnigd, heb ik aan hem gefcbreven, dac ik ten 
volle met hem inftemde aangaande bec gene hg 
bad gezegde 

Het vefklefnen VM'cmM grooiè tUMntn had 
my ook meermalen getroffen efl ik heb xxffji* 
nooit kunnen vereenigen « met dat oprigten van 
zulke fbhdbeélden van (hiker^ ala waurmède 
men fomtgds heeft gemeend hen door becinwe- 
ven van ware berigten in onware verbalen! te 
vereeren. Ik heb insgelijks hec andere ala van 
nog ongelijk grooter nadeel befchoawd^ om 
dat de legers en vooral ongeoefende door de 
vermenging van waarheid eir verfiering tot zulk 
eene verwarring van denkbeelden komen , / dat 
zij op het laatst geen onderfcheid tusfeben het 
ware of onware kunnen makeo« « . . 

Voor 



C ^39 ) 

' Voor. rtttQ) .miQtig, j^ren heb ik reeds eew 
verhaoddiAg gefteld t oftr het nadeel ysn ba 
verromanifeeren der ffU^erie en hei. ver Ais* 
torifeeren der Romans, Hier bij had ik na- 
gegaan, boe die bedfij£ Waarfcbijnl^k dopt 
M&iisKER in zgne Bianca Capëllo eh2« was 
begonneav^n-l^ccr door Madame de ; Genlis .; 
die in liet . verminken der . wafltrbeid in haiie 
atoogenoemde Hïscorifche Titftreelen nog rer* 
der ging, was voortgezot , cd- Tervo^jeos i npïj 
meer bepaald bij bet befcbouwen , . van het 
gene vóör den jare i 1 8 1 & onder oaxe landge- 
noocen verfdieQ/nt was.^ mee name (fe 2Qog^ 
noemde. Historifcbe Rottmns van d^n Heer 
A. LoosjEs, Maurits Ltjnfiager ^ en laetF.^ \ 

BepaaUel^k bad ik de anacbronismen en de'on- 
nogel^hedenr; welke inhechkatst^emeldew^k 
voorkomen 9 opgezocht jeti iaaogeweeen , dan 
befefiende < hae deM fchrtjver., in. alle. z^jne 
werken eene bijzondere zucht voor Vaderlaodr 
fcbe zaken en zeden, ona^broken ten goe- 
de herfc doen blijken ^ heb ik deze Verbanr* 
deling ongedrukt laten liggen. 

Sedert is Wjlliam Schott opgetreden» en 
deze heeft het zamenftellen van zoogenoemde 
Historifehe. Romans tot een nooit gezien nf- 
cerflé gebragt. Namnrlijkis deze zucht of! Ipst 

naar 



C 040 ) 

Mar elders en ook berwatnsoveii^ waaiden na 
hebben wij irde cop^en of liever, flaaüwe na^ 
volgingefi daar van geaiedi 
' Toen ik zag , dac men in hec miskettiied der 
Historifche Waarheid » zoo ver ging ^ dac meq 
een Friesch Edelman^ in den jare .134a Ui 
Schildknaap bij den Graaf van HvUani ^^ t^^ 
nen Meester! beeft laten optreden , :héb ik dat 
delijk dit boek to^flagen en federt heb ik mg 
over dergelgke twee* of balfQaahrige werken niet 
bekommerde 

Ook op dien brief" heb ik etó üangemmm 
antwoord ontvangen in zoo ver, dat de Schrijver 
VRk opeiste van de behandelde zaken aOezibs met 
mij- inftemdeé^ 

Deze brief was verdef itet Jbélan^^ om- 
^t er daarby eed breedvoerig becóog gegeven 
werd van bet nadeel, hetwelk de fchrijver ten 
opzlgre van het mfskemten der Historïfcbé 
waarheid vermeende te zien en te vreeten, 
door de verfchijning van het werk van Mr. W. 
BitDÊRDi jit , de Gefchiedenis des Vaderlands 
getiteld , waarvan btj de twee eierlle deelen 
had gelezen^ > 

Ais nog zal Vu nièta «ededeefetr van het- 
gene bij fchreef einaar zeg alleeti , dait ik op 

zijne aamaoedigióg eii z$n dringend, verzoek 

om 



( i4* ) 

bfti als tegenfchrijver op te treden, Waöè* 
Naar tegen de bitfe aanvallen vati den fchfij'* 
ver met befchëidenheid te verdedigen en dé 
misvattingeii van dezen aan te wyzen ^ heb gcf^ 
antwoord. 

Ik heb kortelijk gezégd , dat het onderné-< 
men van iets tot wederlegging ^ naar mgn oor^^ 
deel tlians nog ce vroeg zoude zijn^ én ónt 
Ik ten minde jsal wachten^ tot dat het tijdvaM 
der Cfafelijke regering zal zijn uitgegeven.^ 
Éh zullende deze eerde afdeeling missehied 
een zekef geheel uitmaken^ 

Hierbij is gevoegd 5 dat dit Uitstel tiiij te meeif 
raadzaam voorkwitm , om dat ik de hoop voed^ 
dat het geheel ^ voor dat men komt ede óa 
Gefdhièdenh vati den opftand tègeA Spanje 4 
én de vestiging van de Republiek enSerzelvet' 
gefcRiedenii en alzoo fchadelijk kan wotdeït doof' 
heto^hitfen (oprakelen) van de oude ftaats^ etl 
kerktwistet) , het g^heele Werk dooi' de hevig- 
heid van den fchrijvef , !fl én döof tlch Zelvêri 
zal uitgaan en wel naar de leer van Hooft i 

Al 's' tnènfcbén dóen is vtügtff vlot , verltaiit öi 

stnelr^ 
Ten zij befeheidebheld hém éiltd of ttigA fleli/ 



i I i 



V. D. II, St. O NA- 



NADERE BEDRAGE 



UIT DB 



ANALECTA fVITTlANA. 



JDy het nader nazien der reeda vermelde por- 
cefeuille, is hec mij voorgekomen « dat hec ajs 
van belang zal worden geoordeeld ^ den 
brief mede te deelen ^ welke door den Raad- 
^niionaris, zeer weinige dagen, nadat hec bem 
q> 14 Angnstus 1665 gelukt wa$ 's Lands 
vloot door het Spanjaards ^ gat uit Tex^l 
in zee ce brengen, aa<n een* zijner meest ver- 
trouwde vrienden is gefchreven , waarbg hi) een 
breed verbaat geeft van het g^ebemide en van 
den tegenfiand in dezen ondervondien» 

Deze treffelijke . proef van zgn fdaitvoereod 
verstand om den Vaderlande dienst te doen , is 
wel door ^^g^ooten en nakomejUfigen naar 
waarde erkend , maar zoo veel mg bewust is , 
IS deze brief HQoit in zgn geheel gedrukt uit- 
gegeven ; dezelve is aan my in den jare 1 806 , 

door 



door eenen vriend te Dordrecht ten gcbniikö 
verftrekc en destijds door mg zelven touerl^jk 
uitgefchreven* 

In het werk V^ö O. BkANöt t het téVeH ifdH 
den jidmirüal 8b Ruijter^ bL 399 en 40O4 
vond ik dezeü ^drïgaandi de naatlwkeurtgfte .be« 
rigten, en het is bij mij Waarfchijnlijk 5 dat 
h^* den brief aan Mr. H.' Vivien (♦) gefchfg* 
ven, heeft gezien en gebruikte 
^ . Het Spatijaards'gat is^ ter gedachtenis vëH ; 
DÉ WiTT^s ondervinding, later door vele i^te^, 
vdxmAen : Heer Jan de Wttfsrdiep genoemde 
met welke benaming hetzelve opi fommige kaaN. 
ten i federc in Holland uitgegeveci ^ voorkomt* 

(*) Dat er ttisschen Vivien €n fittANDt bèffekkiögeii 

bestoaden^ bleek mij onlangs voldoende^ nü ik ëooi^ 

aankoop «H de ndacenschap vatr J, Konjno eig«ntobexl 

geworden vaü de Bitgeserekie verzameling van Igs* 

ffhrey^ne aofiteekenitigeti vaü G* fiiUnpT ^ 4e Nederland* 

fche taketi betreffende van 161^ - 1675 ^ waslrbijj fongamidtf 

het gebeurde in het jaar 1672, de naaaWkeui^gftcf be^ 

rigten ti6i& overgenomen üit hetgeen At VL R Xn 

VnriEN en C. Hop ui ^^ cfó veügaderiogen htddeit 

een P9pi!(re gebragt. De^^e setwa^flmi la Wdeet Jes 

eigendom van }« Wagbnaar geweest en. doof dtfi^n bi| 

het zamenstellen der Vaderlandfeik Historie g^rüikiC 

Zeer veel heb ik nog hi dezelve gevonden, hétWeltt 

misfchien nader zal komen dienen/ i 



'< 



C «44 ) 

^an den Heer Raadpenfionaris Vivien^ 

te 

Dordrecht. 

Myii Heer en Neef I 

In wat manieren *s Land$ Viote op den 14. 
15. en 16. defes id Zee geraeckc is, fal U£d. 
uyt fchrijvens van de Heeren haer H. M* Ge- 
deputeerden en de Gerolmachcighden foo in 
Texel als alhier in ^s Lands vloce remomen 
hebben; wat ons belanght^ Wij weten niet» 
dat eenigfao fchepen in *t uytzeylen door \ 
Spagnaerts - gat ramp ofc ongemack ontfangen 
hebben , en nademael daer door bij de experi- 
entieende practycque felfs bevestight is, \ ge- 
ne wij naer voorgaende onderfoeck ende afpey- 
tinge in de theorie geoordeeld badden feer ligt 
om doen te wefeii, foo hebbe ick vait mijn 
plicht geacht UEd. bij defen te laten toeko- 
men 4 eene defcriptie vati de conftitutie ende 
gelegen theyt van 't voorsz. Spagnaerts - gat 
voor foo vee) wij geoordeeld hebben coniide- 
rabel te werefl , om daer op in *r oyt- ende 
inzeylen van *t voorsz. gat regaard te werden 
genomen , fynde fulct dat in den eerden *c 

voor- 



( 945 ) 

voorO^. gat langb wefende een groote mjijl in- 
newaerds zcn^ dewgaens genoeghdime diepte 
heeft) op laegh water ten minden cweeemwin* 
tjgb ende meer voeten , tor fpQckere plaetfe 
ofte droogbte genaemt Caep in foern^ van 
welcke plaetfe oft omtrent een groot <}aartier 
myl3 *t vöorfz* gat mede wel doorgaans ia van 
defelfde diepte { doch werden In die felve fpa- 
de gevonden verfcheyden uytftekende ribbetjes 
ofc riQes hl de gront» maer ly^do van de 
breedte van 4. 5. oft 6. roeden , welcke voorfó, 
ribbetjes bg laegh water niet meer dan ao. ip, 
18, jae fommige noch een weynigh minder dan 
i8. voeten onder defbperficie van ^t water ge-' 
legen fyn ^ fynde 't laetfte eynde van \ voorfz« 
gat \ zeewaerds aen toe in de ra y mee toe ^ me- 
de van eene doorg^ende bequame diepte ten 
minften van 1^1, m. <»3, 3,4. ende meerder 
voeten pp *t laeghfte water, ende dewyle een 
gemeene vloed in 'c voorfz» Spagnaert^ - gat ^ 
het water doee hoogen mim- vijf d'halve voet , 
foo blgkt daeruyt dat op *t ondiepfte van *c 
Voorfz. gat , met eene gemeene vloed gevonden 
wert ten minften twee ende cwintigb voet waters , 
foo dat 't voorfz. Spagnaerts - gat wel van erger 
conditie is als *t Lands - Diep , daer inne « dat 
pp 't drooghfte van *t Lands - Diep omtrent een 

Q 3 voet 



/ 



C »4<J ) 

Voet warers meer a]s op de voorfz, ribbetjes oft 
riQes gevonden werc 9 eodenocb daer en boven» 
dat de dfooghfte in *t Lands^DUp lich* maer 
ftreckt ter lengbce van. tweehonderd voeten t>ft 
daer omtrent » Tonder meer > daer de drooghte in 
bet Sp^gnaerU'^t in voegen als boven fich 
l^ycltfeckt^ ter lenghte van een quartier myls ; 
uyt wekke confideracie, als oock omdat bet 
voorföt Spagna^rts - ^at In \ geheel wel om- 
trent driemael foo langh is » «Is *t voorfz* 
J^andi ' Diep , . net derhalven oock ligcer kan 
gebeuren 9 dat de. fcbepen haer in *c Spag'^ 
M^rtf Tgat bevindende b^ veranderingbe van 
wint • aft opkomende ftilte meer In. eenigh oo- 
gemack ibuden vervallen > als wel in 't Lands ^ 
Dhp% m^er daer tegens dient wederom tot 
voordeel van 't voorft. Spagnaerts * gat j dat 
})etfelve op fyn naeufte.is van veel meerder 
breedt? • als de engbte van *c Lands - Diep en 
dat dienvQjgende de wind omkeerende, of *t 
weder beflillende, de fcbepen in *t Spag^ 
na^rtt^gaf baer ancker fouden konnen laten 
yaUen « fopder nierckelijgk pericul van fcbade» 
ten ware fy juyst op een van de voQrf2. rifjei 
of ribbecjes mochten geraecken, *t welck, 
piics d'enghte van 't voorf«. Lands -Diep al- 

^ef fpQ beqnamelijck niet en kan gefchieden , 

ge- 



( *47 ) 

gelyck oock in *c uytfeylen van tie laecfte rcbe-» 
pen van deze vloot , die mee eene Noord Ooste* 
wind haer cours \ Lands-diep uycgenomen 
hebben , is gebieecken , fynde doenmaals aldaer 
verfcheyden fcbepen eickanderen aenboord ge* 
raeckc , foo dat vry naer ontfangen rapporten 
vertrouwen , dat twee van defelve *t eene ge* 
naemd de Luypaert ende *t andere kleyn Hol- 
landia Tullen moeten binnen blijven , om ce 
repareren de rampen , die fy in *t voorlz. uy t* 
feylea hebben ontfangen. 

Bovendien is ten oplichte van *t voorlz. 
Spagnaerts " gat feer confiderabel, dat het wa- 
ter in *t begin van de vloed binnen anderhalf 
bft uytterlyck twee uyren tyd foo hoogh « op* 
vloeyt als op *t hoogblt^ water aldaer bevon* 
vonden werd, fulcks dat in *t voorfz. Spag" 
naerts-gat het hooghfle water omtrent vier 
uyren tijd bigft contineeren , fonder eenigfins 
te ontfacken, invoeghen .» dat het moment van 
*t hooghfte water aldaer niet precifelyck be- 
hoeft te werden waergenomen; gelyck door- 
gaens in alle andere zeegaten moet gefcbitden » 
maer dat geheele vier uyren tyds het water 
even beqiiaem blyft om *t felve gat uyt te fey- 
len, 't weick alhoewel wonderlyclc fchynt, 
echter nochtans uyt goode natuyrlyclte reden 

Q 4 voor- 



( »48 ) 

voorkomt , eade oock in de experientie ftlfoQ 
fkgelycks werc bevonden. 

Wat belangt da firoomen , die vallen ia 't 
VOorH;. Spagnaprts - gat van de voorfs. drooghn 
(e genaemt Caep in toorn af coc in zee toe en 
V1C9 verfa recht i^ i^Qd? uyc, Tonder datcet 
VPorfx. gat eenighe dwers * firoomen fubject is , 
^ a]}eenlyck in den beginne geheel innewaerts 
oen f daer groote diepte en breedte is , en fulcx 
WQynigb pericul , om al^aer aen de grond te 
g^faecken, 

]E)nde kosnen de Ibhepen uyt 't voorf. Spag- 
1t0frtf'gat gebracht werden 9. niet alleen met 
l^nyd^ ende zuyde - weste winden 9 gelyck op 
(^ voorfz. 14. defes is gefchiet, maer oock 
IQQt we3terwind, gelyck des anderen daeghs 
Kt( ^eqfien van de fcbepen ^t voorfz. gac doen- 
ma^ls uytgeloopen wefende, is gebeurd^ Jat 
)(oude ick derven verfeeckeren, dat ter naau? 
Wemoot de wind We^c ten Noorden wefende ^ 
poch eene vloot door *t felve gat uytgebracht 
fonde kunnen werden, Tnits dat ^t felve gefchie? 
|ie by handtfaem weder ende een effen zee» 
^nde dewyle a^n d' apdere ayde door 't Lands ? 
ff fep de fchepen in zee gebracht kunnen wer- 
Ö?n met Noqrde, Noord ten Westen, jae felfa 
10? PÏQor^ |S[9or4'WPStei.\vïn4en toe, mits dat 

4^ 



( »49 ) 

iefelye in voegen voorfz. mede alvooren met 
de Ebbe boven Gaeu gebraehcfyn, foo res*- 
ceeren maer vier llreecken van *c ganfche com*- 
pas, met dewelclie men vaQ de reede vin 
Texel mee grpoce . fchepen nlec en kan in zee 
geraeckeo , te wecen Wesc-Noord-Wesc, Noord- 
West ten Westeij , Noord* West ende Noord - 
West ten Noorden , doer voor defen ten tijde 
als by ons emftelyck gedelibereerd wierde op 
de conjunctie van de vlote onder den Luit. 
Admir. Jam Evertsz, uit de fFielingsn ver- 
wacht werdende , met die in Texel liggende ; 
de opperhoofden van 's Landcs- vlote ende de 
Lootsluyden ons hadden verklaerd, ènde aan 
den voornoemden L,mu Admir. Jan Evcrtsz. 
iterativelyck doen fchrijven , dat men net gee* 
ne andere winden diende zee te nemen, dan 
van Noord , Noord • Oost tot Zuyd < Oost bey-* 
de incluys, ende fulcks in alles maer thien 
ibeecken van *t compas voor goet, en tweeen* 
twintigh voor quaed gekeurd hebben. Op al- 
le *t welcke ick voorfeecker ende gewis bou- 
de , dat volkomen ftaet kan werden gemaeckt , 
jae dat fclfs die Lootsluyden , die met ons de 
peylinge van de gaten gedaen hebben van \ 
gene voorfz. ftaet, jegenwoordigh foodantgh 
Y;pn overtuyght, dat fy my verklaert hebben , 

Q 5 het- 



( 3SO ) 

betfelve voor haer . advis wel te willen uytge- 
ven ., ende . te teyckenen , alhoewel fy oock 
d^fit nevens gevoeghc hebben ^ dac wel hondert 
andere haer daerinne ontwyfelyxrk fonden ce- 
genfpreken » 'c welck onfeilbaarlyck alleenlyck 
berust op eene oude verkeerde opinie e;ide 
impiesfie van -onmogelyckheyde , om door *c 
Spagnaerts - gat met grooto vlooten zee te ne- 
men, weshalven ick . oordeele , dat de voorOs. 
Looden om 't vporfz. prefuppoost des te min* 
der haer geevertueerd hebben , om van de diep- 
te ende ^andere gdegendheden van *t voorfz. 
Spagnaerts - gat rechte kenntsfe te nemen, 
gelyck dan oock uyt die felve oorfaecke van 
onkunde foo lek vertrouwe , gebeurd is, dat op 
den voor fz. 14. defes de gantfche vloot niet 
teffens ende te gelyck uyt geraeckt is , 't welck 
anderiints , in cas daer omtrent yder Lootsman 
in 't reguard van 't fchip, hem>aen betroud, 
lydelyck ende behoorlyck ware gevigileerd , feer 
wel hadde konnen gefchieden , foo als klaer- 
lyck is gebleecken, ten aenfien van de twee 
grootfte fchepen , 't eene genaemt het huys te 
Swieten ende 't andere Delflandt , daervoren 
de Heer van Haren, ende ick aengendmen 
hebbende te forgen ende 't ongemack 't welck 
fy fübject fouden mogen werden op ons te ne- ' 

der 



( aSi ) 

men, defelve oock dienvolgende alhoewel feer 
innewaerts gelegen, ecbcer de allereerile van 
alle de fchepen mee goec geroack in zee ge- 
raeckc fyn , ende in cas ten aenfien van alle de 
andere gelycke vigilantie ware gebruyckc, fou- 
de na menfchelycke apparentie de gancfche 
vloot mee becfelvige getye , gemackelyck in zee 
geraeckc fyn, Waer mede Godc Alm^cbcigh 
biddende , dac. 'c gemeepe. Land in cyden ende 
wylen van defe onfe ondervindinge goede 
vruchten mpge trecken, fal ick UEd» fyne 
Goddelycke Majesteyts befcberminge beve- 
len, etc, 

Accum in 'c fcbip 4^ Liefde ^ feylende (m^ 
crent Noord «^ West van Texel ^ circum circa 
19. mylenvan de wal, den i7.Augusü 1665. . 

(Was geteekend) 

■ 

JOHAM-DB WiTT. 



NA- 



VERBETERINGEN 

IN HBT stukje: 

Orm DE NAMEN ONZER LAAGSTE 
^EWSPECIËN, 

Véfn bla^z. 50 t$$ 6j^ 



Na het afdrukken van het vorenftaande , door 
aankoop eigenaar geworden zijnde van eene zeer 
uicgeftrekte ^^y^Ar^y^//^ verhandeling , getiteld: 
Oude muntêy die in Hollandi gangbaer plagt 
te wefen , met te veranderingé , fley geringe en 
rijfinge van dien ^ van den jare 1330 tor 1630» 
in den jare 1645 met veel kunde en oordeel 
bewerkt , heb Ik daarin verfcheidene punten 
gevonden, waardoor ik het vroeger geftelde 
kan verbeteii^en. 

Ik bepaal my than$ alleen bij de aangevoerde 
punten , Qn zal van deze verhandeling misfchien 
wel eens later gebruik maken. 



De 



C «53 ) 

De lijst der namen yan de onbekend gtwor^ 
den muntfpeciën zoo van koper als van zHyer^ 
op bL 52 en 58 gegeven , 9öüde ik wer aan- 
zienlijk kunnen doen uicdijgen , maar die befpaar 
ik liever tot eene volgende gelegenheid ^ wanr 
neer ik my deswege niet alleen bij den naaftt 
bepalen zal , maar ook van de. waarde en dtü 
gang dier fpeciën berigc hoop ce geven. 

Op bl. 57 heb ik gelegd , dat het mij niet 
bekend was, dat er eene muntfoort van vier 
duiten waarde : groof genaamd , hier te lande 
beftond; ik heb later van vele muntfpeciën 9 
groot en genaamd het eerst om den jare 141 1» 
en in zilver van 6 tot 12 deniers , melding 
gevonden. 

De ftuhers kwamen mij , zoo wel enkele 
als dubbele , reeds kort na den jare 1467 
voor, alsmede de braspenning van 17 de- 
niers, verder de blanken en ook de botdra- 
gers (het bufgen') van welk woord ons bof je 
zal ontftaan zijn en niet van de beflioeide fi- 
guur. 

Op den jare 1482 vond ik reeds melding van 
den jiootefé 

Mijne opvatting , dat deze namen zouden ont- 
ftaan zijn, door de verandering in de waarde 
van het geld , na de ontdekking van Amerika , 

ver- 



( i54 ) 

venralt , hierdoor en mifne gis fingen over het 
ontftaan dezer namen insgelijks. 

Ik zie ook, dat op bl. 66 ét naam van 
Ve&dam in plaats van Vbrkaoë getiteld is. 
Het voorcretfelijk werk van den laatilen is voor 
de geTchiedenis van hec muntwezen van veel be-' 
lang. 



] 



GESCHIED- 



EM 



LETTERKUNDIG 



MENGELWERK. 



I 



GESCHIED- 



sir 



LETTERKUNDIG 



MENGELWERK 



VA» 

mr. JACOBUS SCHELTËMA, 

Ridder der Orde van den Nederlandschen Leeuw » 

Lid van het Koninklijke Institaat en andere 

MaauchappQén van Wetenichap». 



« VUFDE DEEL. 



III. 



mm ^m^i ^ 0^^^/^ 



TB UTRECHT* Bt| 

J. G. VAN TERVEEN en ZOON, 

1834. 



VOORBERIGT. 



Hij d^ uitgaaf van dit vijftiende ftuk of van 
het derde fluk van het vijfde Deel van mijn 
Mengelwerk , heb ik alleen vooraf te zeggen , 
dat ik in het hefef van te hoog bejaard te 
zijn^ om eene verzameling met eenen nieawen 
iitel te beginnen , befloten heb « om een zesde 
deei te geven » en dat ik de Registers en Toe- 
voegfels over de vorige deelen , welke reeds in 
gereedheid waren gebragt , derhalve heb la- 
$en liggen. 

Ik heb 9 uit hoofde van de uitgeftrektheid 
der /lukken , welke in betrekking ft aan tot de 
Gefchiedenis der Boekdrukkunst ^ moeten be-* 
fluiten f om de plaat fing van andere uitge- 
breide Verhandelingen j welke reeds ingereed- 
heid Zijn , thans uit te fielten ; wanneer de- 
zelve zullen volgen , durf ik niet verzekeren. 

Ik 



xii FOORBEkIGT. 

Ik koop het zestiende Jiuk nog in dit jaar 
uit te geven. De verhandeling^ getiteld: de 
geloofwaardigheid van Adrianus Junius ge- 
handhaafd, op bl. 240 vermeld j zal aan het 
hoofd 'Worden geplaatst^ maar het is zeer 
mogelijk^ dat ik de derde verhandeling^ ge- 
titeld: Nafporingen enz , langer laat liggen^ 
om eerst de belangrijke werken van de H. H. 
Ebert , Ottley en Wetter te zien , welke te 
Leipzig , Londen en Mencz gedrukt worden* 



Na het afdrukken der Levens • fchécs vati 
Koster, heb ik eene nadere bezending bro* 
chures , couranten enz. , ook de beide . werk^ 
jes van 4en Heer F. Lehne , uit Duicscbland 
onvangen , maar ik hei gemeend , bij deze gé^ 
legenheid niets meer of nader over de Boek- 
drukkunst te mogen plaatfen^ 

Wat later hiermede gebeuren zal ^ moet de 
tijd leeren; yoorloopig verwas ik den lezer 
naar mijn berigt in het weekblad: de Letter*, 
bode van 3 Junij^ iV®. 15* 

J^rlang hoop ik dat berigt te doen volgen , 
door eene nadere kennisgeving van het gene 
buitenslands ten dezen opzigte voorvalt^ het-, 
welk mij zoowel tot volharding bemoedigt ^ alt 

de 



VOORBERIGT. xiii 

de verpligtende medewerking van Z. M. den 
Koning y door het zenden van eenige exem^ 
plaren aan de Duitfche Bibliotheken en Aca'- 
demïen en de heufche helangjleUing der Maat- 
fchappij van Wetenfchappen te Haarlem in de 
zaak der Boekdrukkunst zelve. 

Utrecht , 
den 4 Julij 1834, 



IN- 



KORTE INHOUD. 



Verhandeling over het werk van Bartho- 
LOMEus DEN Engelschman » de Propriê- 
teken der dingen, gedrukt te Haarlem 
1485, voornamentlijk in betrekking tot 
de Natuurkunde als wetenfchap ^ in de 
vijftiende eeuw . * . • , • . ^/. i. 

Recenfie van het Tooneelfpel : de vlugt van 
HüGo DE Groot 9 door A. von Kotse- 
BUE, geplaatst in het weekblad: At Spie- 
gel N^. ao. in den jare 1804. . . , 54. 

Ecnige der Toevoegfels gegeven aan het 
berigc en de beoordeeling van het werk 
van Mr. C A. Schaab, bij de verta^ 
ling van hetzelve in het Hoogduitsch. 73. 

Iets over het vroeger verfchil tusfchen C. 
Dahl en C. A. Schaab aangaande de • 
verdiensten van Peter Schöffer jegens 
de Boekdrukkunst , en over de latere ge- 
fchriften deswege tusfchen C. A. Schaab 

èn 



KORTE INHOUD. xv 

en P. H. KÜLB gewisfeld . . . bl. lar 
• Berig^ ^Mgaande eene merkwaardige re- 
cenfie van het werk van Mr. C- A. 
ScHAAB i vêorkomende in de Jenaifche 
Algemeine Litteratur Zeitung^ Julij 
1833 van JfP. 133-13^ efhU 98-133. 154. 
hts wer de werkjes van den Hoogleeraar 
Fribdrich 4LfiHNB , en 4erxtkver naaste 

gevolgen. . . , 1Ö8* 

Levens - fchets van Laurens Janszoon 
Koster* •••••••••• ^79* 

Aanhangfel over het gebeurde tusfchen 
1439 en 1478 y in betrekking tot de 
oxxóSlq drukkerij te l^z^xltxQ. \ . 211. 

Narede 234. 

Nog iets over den Amersfoortjchen kei. 241. 
Kleine Stukken^ vroeger gedrukt. . • 246. 

1. Iets aangaande Dirk Rafaelszoon 

Kamphuijzen 246. 

2. Iets over het Commerce - fpelen bij 

dag op de zoogenoemde Befogneka^^ 
mer te VGravenhage in 1799. . 250. 
3* Bcrigt j aangaande het moedig gedrag 
van vier Hoogleeraren (waaronder 
twee Nederlanders^ j aan dcHooge- 
fchool te La Fleche , tegen Napo- 

WON in 1815 '260. 

Iets 



f 



XVI KORTE INHOUD. 

Iets over de parfijdigheid in de bul- * 
tenlandfche herigten^ wegens de 
krijgsbedrijven in de Nederknden 
in 1815 •.,«••• bl. ft^p. 

Berigt der ontdekking van' een nieuw 
en voldoend middel v(Uir zenuwtoe* « 
vallen bij meisjes y in i%i6 . * 271. 
Bijfchriften^ enz • 083. 



VERHANDELING 

OVER HET WERK 

VAN 

SARTBOLOMEÜS dmh BJStQELSCEMAJV t 



DE FROPRIETEITEN DER DINOEN» 

* • • • * ' 

OEDHUXT TB HAARLEH 1485 ; 

voornamentlijk in betrekking tot de Na^ 

tuur kunde als wetenfchap^ in de 

vijftiende éeuWé 



V. O. III. Sc. 



^ . 



Hef algemeen weienfcAappefijk werk ^ hetwelk onder 
den rreemden tHel van Bartholomeus dsn En- 
aBt^CHMArf , ran de propriëtefcen der dingen//? 1485 
is uitgegeven 9 is gewis %ur belangyol in die dagen » 
maaf aak neg nfet onbdangrijk in de onxe^ om den 
tocftand der wetenfchappen in dien tijd te kennen^ 

' WirrrRRBVBN , van Tielandt. 



Ona EËT! WËR£t 

VAN . 

ÈAÉTHÓLÓMEUa j>«r EAÓELSdHJVAX i 

« 



Zeer deacftte l'oeboorders I 

jLlet tai sstti efenigén ÜWer ti(iec ö1i(>ckerict 
zijn , dac ik mij 9 na de verplaacfing naar 
Utrecht j heb aangemoedigd gezien, om al5 
fpreker in bet aldaar bloeijend I^Iacutirkundig 
Gezelfebap op te treden. Geen Nacum'kimdige 

ziJBk 

(*) Öeaté vttiméeiing xfotit tti imi gegéVei , 20(^ 
als de vöoraffpraak of inleiding bewerkt is om voorgê<ba«r 
gen te worden in eene openbsre zitting van dé Uaat^ 
fcliofpy voor de ftederduitfche Letterkunde te Ledden. 

Ik beb van mijn eerde voornemen afgezien om cfe-^ 
zelve meer uit te breiden of met asnieekeningen te d^efi 
vergezeld gaan. 



( 4 ) 

zyode f heb ik my geftadfg begverd , om de 
Letterkunde en 200 mogelijk de Gefchiedkun- 
de 9 dienstig te doen zijn 9 aan dit hoogst ge- 
wigtig yf2k van Wetenfchap , en ik meen Iiier- 
van door de uitgaaf van eenige der aldaar voor* 
gedragene en nader bewerkte (lukken , met na- 
me : de Gefchiedenis der Hekfenprocesfen , ge- 
noegzaam bewijs te hebben gegeven. 

Bij de zamenftelling van dat werk , moest ik 
natuurlijk eenige oude en vreemde werken ge- 
bruiken , welke buiten den kring der gewone 
letteroefeningen liggende, zeer vele, meeren«- 
deels onbekend gewordene byzonderheden be* 
vatteden* 

In den jare 1828 op nieuw moetende uitzien 
naar een onderwerp , hetwelk als eenigzins in 
verband (laande met de Natuurkunde kohdewor- 
den aangemerkt , zoo heb ik mij toen opgewekt 
bevonden , om eene opgave te doen van de voor^ 
naamfle afdwalingen van het menfchelijk ver^ 
(iandy welke dvor de vorderingen in de Na* 
tuurkunde hebben opgehouden. 

Over de goedkeuring, welke deze poging bij 
de eerfto voorlezing en bij de latere te Amfier^ 
dam en te V Gravenhage alsmede bij de uit- 
ga- 



C 5 ) 

gave van dit Huk in mijn JÜMgelwerk cthng* 
de, zal men van mij geehe berigcen kunnen 
verwachten; maar gezien hebb^^nde» hoe het 
welgevallig is geweest , dat iemand , terwijl de 
meest bekwame fprekcrs vooruit gaan en zich 
beijveren, om de hoorders met de vorderingen 
van 's menfchen geest bekend te maken ^ zich 
opgewekt vond , om achteruit te gaan » en al* 
200 door tegenfteltingen uit het voorlcdcne « 
het licht in het tegenwoordige te beter te doen 
uitkomen 9 bleef ik fteeds uitzien naar de gele* 
genheid om nieuwe berigten aangaande zulke 
afdwalingen of miskenningen op te fporen. 

Onlangs had ik het genoegen onver- 
wachts , een groot werk te leeren kennen , 
waarin ik de voldoening van mijne wenfcheti 
in eens erlangde , door mij als het ware gena^ 
derd te zien tot het tijdvak der kindschheid van 
deze wetenfchap bij onze Voorouders , waarop 
het allercerfte boek over of voor de Natuurkun- 
de en ^ Natuurlijke Historie hier te lande en 
in de Nederdoitfche taal in het licht verfcheen.' 



Ter gelegenheid, dat ik mij beijverd heb om 
de aanvallen van Mr. C. A. Scuaab, tegen 

A 3 de 



C <J ) 

de nmCpT^^ik \'2in Haarlem ^ op de eer van de uie« 
vinding der boekdrukkunst , af te keeren , w^^rd 
nattturlyH de lusc gewekt, om na te gaap, of 
de licdenking van den beroemden en befqheiden 
Boekenkenner , F. A. E bert: )« dat de Boek* 
99 drukkunst wel te Haarlem is uitgevonden , 
p maar dat dezeivf ook aldaar zonder gewigtige 
n gevolgen na te laten , wederom is te niete of 
ff uit gegaan /* w^l konde worden aangenomen ;. 
|k 2ag yny derhalve verpligt , gade te (laan , wac 
^r in de vyftiende eeuw^ na den dood van Lau^ 
|u;ns Koster te Haarl^rn en in d'^ Neder landen, 
16 gedrukt y en ik bevond weldra, dat onder 
deze werken voorzeker een der meest opmerken- 
)i|ke is, de ^Jedordqitfche vertaling van het groote 
werl( van Barthoi«omkus oen ëngelschman^ 
Jictwelk te Haarlem bij Jacqb Beilaert van 
^i^rikzse in 1485 is gedrukt, en onlangs door 
eenen onzer Letterkundigen is voorgedragen als 
d^ eeiil^ en oudfte Ënc^clofedh M^rMicfue.(^) 

Bg liet nazien van den inhoud Tees dadeliji^. 
de gedachte , dat ik nu nog veel verder zoude 
kunne» r^rug ggaq, ep ii^ ftreejdg mj alzoo 

met 

O Westp EENEN van Tielandt, Koru fchen van den 
tmrti^^ der Bi^M'fffikMnst in Nedertand tx^ 4wu. rts^. 



• ■ 

C 7 ) 

met de hoop , dat de befchpuwing van ^k alle^ 
zins merkwaardig , maar chans geheel onbekend 
werk , gelegenheid zoude geven , coc een eveit 
aangenaam onderhoud. 

Ik heb mij niet laten affcbrikken door de dik^ 
ce van het boek, maar heb hetzelve dooi-ge- 
gezien; en na de gemaakte aanteelceningen te 
hebben gefchift en bijeengebragt is er eene ver^- 
handeling voorgedragen, welke ten opfchrifb 
heeft : Overzigt van het werk van Bartholo- 
MEus DEN Engelschman , ovcT de proprtëieiun 
der dingen^ voor namen t lijk in betrekking tot 
de kiridschheid der Natuurkunde als weten- 
fchap , om het midden der vijftiende eeuw. 

Verzekerd dat deze poging even zeer betrek- 
king heeft, tot de Letterkunde a|s tot de Na- 
tuurkunde, zie ik mij vervrijmoedigd , om deze 
Verhandeling ook hier voor te lezen, en zeg. 
alleennog duidelijkheidshalve vooraf , dat ik mi} 
heb voorgefleld, om na eenige algemeene aan-, 
merkingen over den fchrijver en dezen druk ^ 
den loop van het boek te volgen en op te ge- 
ven, wac mij in het oog viel. 

Gij M« M. H.H. begrijpt ligtelijk , dat het 

mijn tegenwoordig doel niet kan zijn , om het 

bruikbare in het werk op te zoeken , welk al* 

" ' ■ A 4 les 



( 8 ) 

les wij (hans even goed en beter weten »' maar 
om aati Ulieden de meest vreemde uitfpraken » 
welke van de kindschheid der wetenfchap ge» 
tuigen 9 te doen kennen ^ en 2ulks zal ons na« 
tuurlijk leiden tot de waardering van ons ge- 
luk van deze kinderkleêren oncwasfen te zijn , en 
ons te mogen verheugen over het licht « het- 
welk door de ijverige pogingen Van vele geleer-^ 
den is opgegaan* 



L 



i\angaande den fchrijver zelven heb ik min- 
dere berigten gevonden , dan ik wel gewenschc 
had. In het beroemde werk van den Hoogleer- 
aar Saxe : Onomasticon Litterarium , komt 
hij voor met den naam van Bartholomeus db 
Glanvilla» yj en als afkomftig uit den grafe- 
^ U}ken huize vau Suffblk , bijgenaamd den 
^ Engelscliman y die als wijsgeer en nacuurkun-* 
^ dige om den jare 1380 heeft gebloeid of in 
„ dit jaar geboren is/* 

In de Latijnfche uitgave van het werk zelf, 
wordt de fchrijver voorgedragen als een kerke-' 
lijk perfoon 9 behoorende tot de orde der Min- 
rcbroeders. 

Vroeg verklaart de fcbijver , dat het zijn doel 

i is. 



C 9 ) 

1$ • om de geheele wereld t de Natuur , ömne 
id quod est , (al wat is t) hetgeen de Egyp* 
cenaren : Is - Is of Isis noemden » over te zien y 
en de propriëteiten (de eigenfchappen) van alle 
dingen te doen kennem 



De uitgebreidheid van deze onderneming^ 
moet een ieder dadelijk in het oog vallen ; de 
verwondering hierover neemt nog toe , wanneer 

men den (laat der-Letterkunde in dien tijd befeft. 

♦ 

Pe fchry ver leefde ongetwijfeld verfcheidene jV 
ren voor de herleving der wetenfchappen na 
den nacht der middeleeuwen. Hij had aizoo 
niet alleen gecne gedrukte boeken te zijnen dien*^ 
fte, maar hij moest alles putten of uit de 
Codices der ouden, doorgaans verminkt en par* 
tiêel , of uit de aanteekeningen van klerken of 
monnikken , die niet minder ligtgeloovig dan va- 
der PLiNius,'de berigten van dezen en anderen 
gretig hadden overgenomen en met vele groU 
len' aangevuld , bij eene nog grootere belang- 
ftelling in het wonderbare boven het ware. 

Hoe meer ik hierover heb nagedacht, hoe 
meer ik mij over het befluit tot deze poging 
heb verwonderd. Vooral, dair de fchrtjver 

A 5 aan 



( 10 ') 

• • • * 

tan zich zelven niet beloven konde , d&t zijn 

« « 

werk ooit door het uitvinden en beoefenen der 
boekdrukkunst , ten nutte of genoegen van velen 
«oude kunnen dienen. 



Waar dit werk gefcholen beeft tusfchen de 
nmenftelh'ng en den eerden druk in den jare 
1470 te Keulen^ bleef mij geheel onbekend. 
Uit het onfchatbaar werk van den geleerden 

Panzbr , de Annales Typographlcae , bleek het 

• 

mij voldoende, dat er tusfchen de jaren 1470 
eo 1500, ten minfte drieëntwintig drukken of 
oplagen van hetzelve verfchenen zyn, en niet 
alleen in de Latijn fcbe taal , waarin het gcfchre^ 
ven waa ^ maar ook overgezet in het Fransch , 
Engelsch , Spaansch en Nederduitsch, C^) 

In 

(*) Dezelve komen aldaar voor met de volgende fpe- 
cificade : 

3 te Kmlen^ 1470, I48ieni483« 

6 M ZrjfMM 1480, 1483, 1485, 1487*1491 en 1500. 

a te Hdarkm , 1479 en 1485. 

A zonder plaats , 148a en 1488. 

I te Parijs^ z. j. (^4^3) . . 

ft te N&mberg^ 1483 en 1491. 

4 it StroéUibyrg , 1485 , 1488 » 1491 en 1395. 

f ce Bm^ft %. \. C1488O 

I te 



( n ) 

In de laitscgenoemde aal verfchenén er twee 
vicgavea» De eerfte is wel zonder aanwijzing 
van den naam eo de woonplaats van den druk- 
ker ) maar het is genoegzaam zeker , dat dezel- 
ve in bet jaar 1 479 gedrukt is bij Jan An ories- 
foov te ffaarlem ^^reedê vermeld* De tweede 
druk verfcbeen met het volgende eind- of floc^ 
fchrifc ; ^ Hier eyndec dat boeck , welk gehie«' 
^ ten is 9 bartholomeus van den proprieteiten 
,9 der dinghen in den jaare ons heren MCCCC- 
„ LXXXV, op ter beylighen kersavent, Ende 
^ is geprent eode ook mede voleyndc te Haer^ 
„ Jeni in bollanc ter eeren Godes ende Om lee* 
^ ringhe der menfchen van mi meester jACOg 
19 Beilaert geboren van Zerikzee/* 

I]c heb geen es^emplaftf van den eerften druk 
kunnen opfporen , maar het door my gebruikt ex-t 
^mplaar van den tweeden druk is aan m\j uit de 
(bds Bibliotb^k te Haarhm verftrekt. Ik heb 
het;selve vergeleken met een in de JL^atynrche 
laal t gedrukt te K0ulen y bij Johav KofiLHOP 
van JMek in den jate 1483, hetwelk op de 
Bibliotheek der Utrechtfche Academie aanwezig 
is. lp 

I te Londen^ z. j. C'4^9*) 
I te Toubmff 9 IA9A- 
ce zamcn 23 druidcen. 



( I» ) 

In dk laacfte vroeger gedrukce Exemplaar , 
worden gecne der prencen gevonden, met wel- 
ke de cweede Haarlemmer - druk verfierd is^ 
en welke prenten, hoezeer er op de ordi* 
nantie vele aanmerkingen kunnen gemaakt wor«' 
den, geenszins geheel zonder kunst, maaf 
vrij goed van reekenihg en gravure of om- 
trek zijn. 

Het belang dezer prenten nam by mij toe ^ 
wanneer ik naziende , wat de geleerde Boeken- 
kenner Dibdin , aangaande dit werk in den be- 
roemden Catalogus der Bibliotheek van Lord 
Spencer gezegd heeft , aldaar vermeld vond , 
dat er in den oudften druk in het Engclsch^ 
welke , hoezeer zonder jaartal , naam of woon- 
plaats van den drukker , later en waarfchynlijlc 
in den jare 1489 verfcheen van de pers van 
Wijkeen de Worde (^^ y de eerfte dezer hout^ 
fneden , of de titelprent Cf) , was overgeno- 
men met toevoeging der zinnebeelden van de 
vier Evangelisten in de hoeken , en alzoo hierin 



(*) Vermoedelijk : Wijnand va« Woeniiftif. 

(t) Deze (lelt den Schepper, den Allerboogften 
voor , met eene kroon en in plegtgewaad als Keizer , 
zittende op eenen troon omringd met ecne krans vn 
finlea. 



C 13 ) 

eenfc nieuwe indice zag van het verband cusfchen 
de Haarlemmer en Londenfche drukkerijen. 

Ik zal van hetgene die boek verder van be- 
lang oplevert voor de Gefchiedenis van de boek* 
drukkunst in het algemeen en voor mijn opge- 
geven voornemen in het bijzonder , thans geene 
melding maken , en mij evenmin verdiepen in 
een onderzoek aangaande het dialect van onze 
taal 9 waarin dit boek verfcheen. Het is naar 
mijne gedachten kennelijk vertaald door eenen 
Noord- Hollander, blijkens de menigte van 
woorden , zwemende naar het Friesch , b, v. 
eern voor arend ^ nofe voor neus^ grobbelen 
voor wasfchen enz. 

Het onderzoek of Jacob Bbii/AERt van Zie^ 
rikzee niet meer als de bewerker der vertaling 
dan als de drukker alleen is aan te merken, zal 
ik insgelijks laten rusten. Deze veroorloofde 
zich fomtijds wel iets, hetwelk men van den 
drukker niet verwachten zoude , b. v. dat hij , 
wanneer hem iets vreemds voorkomt ,' er als- 
dan heeft bijgevoegd: ^ dit werdt door mi 
,, Meester Jacop niet gèloeft;^'' ot: ,, mer 
„ ick Jacop meyn dat het verkeert iiJ** Hoe 
zouden wij fchrijvers ons vertoornen, wan- 
neer 



■eer de dnikken ons werk afzoa rccenfeerdeif* 

Ik mag het echter niet onopgemerkt laten , 
dat, wanneer wij befeffen, cot welk eenen klei- 
nen kring het gebruik der Nederduitfche taal 
beperkt is geweest ^ de lust tot lezen en het 
koopen van boeken bij onze voorouders in het 
laatfte vierde gedeelte der vijftiende eeuw , groo^ 
ter en meer algemeen moet geweest zijn ^ dan 
wij ons gewoonlijk voorfteliei! 9 vermits het zich 
anders niet laat verklafétf » hoe men beeft kun- 
nen of durven befluiten , tot het ondernemen 
van twee drukken van zulk een gtodt of üit-^ 
geftrekt werk ^ waartoe de kosten van de let<> 
ters^ het papier, de druklooden^ de bartdeil 
enz. , fai dien djd verbalend groot moeten ge- 
weest zijn} als mede^ dat de Boekdrukkunst 
destijds reeds zölke groote vorderingen ttHaaf' 
Urn had gemaakt , dat da troortbrengfels van de 
perfen van Jan Andrieszoon en j acob BsiLAEaTf 
welke blijkens de overeenkomst der lecters ett 
van het drukkersmerk van het vermaarde boek 
ÓQT Sielentroest wjï 1484, enAtBartholomeus 
van 1485 » in een kennelijk verband flaan , in 
fraaiheid en volledigheid konden wedijveten 
met de beste drokperfen in andere ftéden van 

Europa^ en dat alzóo deze vorderingen een 

vol» 



( 15 ) 

vol(loen4 bewijs verfcbaffen voor eene vroegen 
en meerdere beoefening der boekdrukkunst te 
Haarlem^ vermits de twee uitgaven van dit 
werk 5 voorzeker zoo min de eerfié als de ee*^ 
nigfie zullen kunnen geweest zyn« 



II. 



Het werk is vdü gfooten omvang. ,Het i^ 
digt in een gedrukt . en wel in twee ko- 
lommen op elke bladzijde 9 met tallooze ver-^ 
kortingen. Het is verdeeld in negentien boe^ 
ken en deze in omtrent tn^aalfhonderd hoüfd* 

ftukkeo. 

« 

Niemand Uwer zal kannen verwachten , dat 
men in hetzelve die orde of rangfchikking der 
voorwerpen zal ontmoeten » welke eerst in de 
achttiende eeuw. door de kunde en den ijver van 
BuFFON , LiNNABUs , CuviER en anderen in het 
groote veld der Natuurkunde en der Natuurlij- 
ké Historie js te weeg gebragt. 

Het Is mij echter voorgekomen ^ dat er over 
bet geheel een meer geregelde gang in hetzelve 
beftaat , dan men naar het donkere van de vijf-- 
tiende eeuw , zoude hebben kunnen mogelijk 
fieUen» en van welkeD gang of volgorde xle 

fchrij- 



C i6 ) 

fchrijver zelf eene opgaaf doet , in zytie korte 
voorafTpraak. 

H^' fcheidc sijn werk in twee hoofddeelen, 
in onftofelijks en ftoffelijke voorwerpen , of 
200 bij het noemt , in Qnligchamelijkê en /i^- 
chamelijke [ubjiantiën^ 

Bij den overgang tot de fiofelijke behandelt 
hij eerst in het breede , wat htj als algemeene 
propriëteiten (eigenfchappen) van alle dingen 
aanmerkt , en geeft dan aan den mensch den 
voorrang, om dezen het eerst in alle deelen van 
het ligchaara , in alle tijdperken van het leven , 
en in zijne bedrijven , ziekten enz. te befchouwen. 

Daarna volgt de behandeling van hetgene hij 
de wereld en de Hemelfche ligchanoen noemt, 
en vervolgens wordt het overige gefchapene 
gerangfchikt naar de zoogenoemde vier ele-- 

menten. 

Vermits de fchrijver de thans aangenoroene 
onderfcheiding in de drie rijken der Natuur 
niet kende , befchouwt hij elk van die elemen- 
ten op zich zelve en brengt daartoe alsdan de 
voorwerpen , welke tot elk de mee3te betrekking 
Ccbenen te hebben» 

Zoo worden d9 vogelen , óf liever alles wat 

vliegt 



C ^7 ) 

ylic^ tot hec element de/»(?A/gebnigt; totheC 
n^ater alles wat zweemt , en tot de aarde allet 
wat groeit , ook wat er levenloos in en op de<« 
zelve gevonden wordt , alsmede alles wac gaat 
óf loopt i verder worde er eene geographifcbe 
befchrijving gegeven^ met opgave van alles> 
wat hij van de volken , landen enz. heeft kanoen, 
te weten komen» 

Dit alles wordt befloten met het negentiende 
boek 9. waarin hij die zaken heeft byeengebr^» 
waarvoor hij geene eigemlijke* bijzondere plaats 
kende , en verder zulke j welke ^ gelijk de halmea 
^ en aren aan de korenmaaijers na den- oogst ,!* 
hem te laat waren ter band gekomen. 

Ten flotte der voorrede voegt hij nóg daarbij r 
j, lek heb van bet mine lotcel coegezet , mer 
fy ick heb alle redenen, die gefeyc fuUen wor« 
ff den ghenome uyt boecken , die autent fyn ^ 
ff die der heylighen ende derPbilofopben. Ende 
9,. ick heb fe vergadert te famen onder een korte 
91 compendi , dat is eene kortheid , die nut i$ 
,, en oorbaerlyck , gelycker wyfe de wyshéyc 
^ der lefers bi alle den tytelen magh onder* 
ff foecken.** 



Het eerjle boek handelt over Godtn de Go4* 
V. St. IIL D. B é€. 



-.> 



. s,...'..,- : ;'> ,: :^^^i^\iü^. 



C 18 ) 

tttijkê eigcnfbiiap^fi 9 welk betoog irij rhom 
geheef met ftil^ijgen roorbij gaan , als bier 
lliet Toegende. * 

Ik Tenneen alleen te moecen zeggen , dat hoe 
Wonderbaar de Theologie van den fchrifvcr ook 
iBoge ïiya ^ en boe afwijkende van de gezonde 
begrippen onser t^dgenooren , bij die alles eene 
eenvoudigheid befiaar» waarover fk mij verwon^ 
«ierd heb. 

* Bijiia niets ontmoet metr van die groote me- 
nigte van menfchelijké vonden en toevoegrelst 
tn van die furrogaten van zedelijke dengd , on« 
der weike de gezonde leer , aangaande God en 
Godsdienst y vooral in de vyfciende eeuw als ge« 
lieel begraven kg. 



ïn her hi^eeée boek wordt over de EngeUm 

'^cn Duhelen gehandeld. Hier ziet men alles^ 

'wat men te dezen aanzien in de gemelde eeaw 

'verwachten mogt. Wy zuilen dezen aangaande 

Ktr kort zijn. 

De Engelen worden hier verdeeld in drie or- 
den ^ en elke orde wederom in drie rangen , mee 
^k eene Daauwkeorigheid , als men her in ee- 
nen Staats- of Hofalmanak , ten opzigc der Rid* 
derordeii verlangen zoude* 

c ' Over 



: Over de qiraliteicen en de verrigtingen der £f)h 
gelen is de fcbrijver zeer breedvoerig-, maar hfj 
Ichutfc veel af van de zinnelijke opvattingen ^ 
-welke in zijnen tiid deswege befloilden, 

fy Dat zij van vleugeletl zouden vOor2(ien ;2ijn ^^ 
zegt hij, 99 moet men niet gelooven; bet is een 
y, pictoraele oerlof, verthoenende en bewijfende 
'^ den fimpelén bij figuren , die ffrellê werckio- 
ff ghe der Engelen f gelijckerwys als die oad*- 
:^ heyt niet en .verboKide, aan de wyndeil vl(K 
/,, gelen toe te fchrijven/* 

Hoe de Engelen zwaarden ^ paradijs ^ veéfen f 

:bazuinen , fchfijfgereedrcbap en andere zaken , 

hebben .gedragen-^ kunnen wij in.weeirwil van 

het breed betoog van den fchrijver deswege , niet 

"^begrijpen. Zij hadden goudgeel en krullefid haar# 
Over de Duivelen of gevallene Engelen i$ 

' hg wel zeer naauwkeurig^ maar ongelijk minder 
breedvoerig in de clasfificatie^ als mijn oude 
kennis , Trithemius , over wiens mofïftering vart 

' het heirleger der Duivelen , naar. gelange.vati 

; kleur, gedaante, kracht enz. , met naauwkeorige 
opgave van het getal , wij bij onze vcrhandelia* 
gen over Johannes Wier en over de hekfenpr0- 
eesfen breedvoerig zijn. geweeste 

^ «Het verdient . verder eene lo^elykö vefihel- 

Ba a^. 



( io ) 

JHng, 4at de fchryver weinig fprcefic over de 
'werkingen of den invloed van de Engelen en 
Dnivelen op den menscb ; het fchijnc of hij de* 
se werking alleen cot den hemel of de hel heeft 
willen beperken. 

- De vervaardiger der ceekeningen heefc dit alles 

' toog willen verbeteren ; hij heeft in de tweede 

prent den Allerhooglle op nieuw voorgefteld als 

op den troon zittende tusfchen Engelen mee 

vleugelen , terwijl de Duivelen als fchrikkelijk 

* misvormde wezens , met hoornen, vlerken» 
'klaauwen en ftaarccn uit den hemel op de 
' sarde valleo en in de zee nederploffen. 

4 
É 

In het volgende boek befchouwt de fchrijver 
den mensch als redelijk en zedelijk wezen , en 
hier krijgen wij allerlei overwegingen en berigtein 
over de hoedanigheden en krachten van de ziel » 

* over de hartstogten , de driften , het verftand , 
'den wil enz. De bcoordeeling hiervan is voor 
'mii in velen te hoog en dé befchouwing van 

hetgene de fchrijver deswege voordraagt, zou- 
de . ons niet alleen te ver afleiden . maar tevens 
weinig genoegen geven. 



Dt fchryver begint in dezen met het tyd/Up 

dit 



V 



C M ) 

(kr fchcpping Tan den ni6f)sch in hec Paradyüv 
Deze niensch was naar den aanleg : ^y een fuct 
9, (zoet) dier in de Natuur ,'* manr hij viel en 
werd zondig en hierdoor misvormd. 

De teekenaar heeft ook deze verhalen willea 

opfieren. Hij geeft derhalve eene afbceldmjf 

van de fchepping van Eva. In de hoofdzaal; 

komc deze vercooning overeen mee de bekende 

prent in het eerde boek door Kosteh gedrukt: 

Je fpiegel der behoudenis ^ welke door Mr. O. 

Meerman in zijne Origines Typhograpfiicae is 

medegedeeld , maar dezelve is hier nog met vele 

bijvoegfels opgepronkt. Wij ontmoeten hier 

den Schepper voor de derdemaal in het Keizerj- 

lijk purper , met de kroon , hetwelk waarfchijnr 

lijk het hoogde ideaal van magt en luister hy 

den kunstenaar zal geweest zijn. Hec geval 

wordt hier verder voorgedeld als gebeurd op 

de binnenplaats van een groot kasteel ofcitaddl 

met vier boomen, omringd van cenen hooget 

muur 9 met torens en fchietgaten. 

De fchrijver is verder zeer breedvoerig in een 
betoog over ó,c zinnen oï zintuigen ^ waaronder 
de opgaven der propriëteiten van het oog en oor 
Opmerkelijk zijn. 

B 3 ©• 



De h^fchouwing der algemeene eigeofchap^ 
pen van alle ligchamen , in hec vhrde boek 
gegeven^ bekleedc wel eeqe aanzienlijke ruim* 
(e , maar bij dit alles Is xalk eene btjzondcra 
pronk van geleerdheid , en hec ïs zoo onduide* 
lijk voorgedragen « dat ikookdichoofdftukmoec 
voorbij gaan, en niets zal zeggen van hecgene 
hij aangaande hitce , koude » droogte « vochtige- 
beid, de humeuren of temperamenten en andere 
^ergelijk^ onderwerpen voordraagt. 



In hec Vijfde boek begint de fchf ijver zijwa 
befchouwing van den mensch , in alle deeleo 
van hec ligchaam , en wel met bet hoofd , als 
4en zecel van het verftand en de zinnen. 



Geloovende dat dé meerminnen een koofdhth^ 
ben , gelijk aan dat der menfchen, - der maagde», 
begeeft hg zich ook in een onderzoek deswege. 
Hij ontzegt aan dezelve alle zedelijke gewaar- 
wordingen; alles is bij haar zinnelijk en van 
daar de verleiding , welke zü jegens de mannen 
op zee varende, beproeven. ^^ Is het," zegt 
hij^ ^ dat eene meeremin een man begrijpt » 
II (vat J dan fmeeken iy met eenen natuurlycKdn 



C •s ) 

^ lanficht, en dwinghen den man; Ende^als 
^ de man haar gheen ghenoeg meer doen e^ 
^ raagh , dan ioo fchoren üj den man » met hy? 
p, cinghe en doodenen en eeteneni hem ten lesr 
^ ten op/* 

Hetgeen de fabel weleer zinnebeeldig over de 
drifcen en de gevolgen der inwilliging van der 
2el ve heeft geleerd ^ worde hier alzoo als zakelijk 
en waar befchouwd eo voorgedragen. 

De beoordeel ing van de hand en vingeren \t 
seer breedvoerig « maar ivij moecen^ de befchry^ 
ving van deze en andere deelen van het menfcho^ 
]^ ligchaam, als bekende zaken bevattendt^ 

voorbijgaan. 

De befchoawing van den memch Xizv djB. 
tijdperken van het leven ^ gaf ons meer ge- 
noegen. 

De fchnjver begint met de vorming en de 
geboorte van het kind^ en kraamt by dezen 
teel uit , wat ik thans niet vermelden kan of roag* 
De volledige vorming van hetzelve* gefchiedt 
ia ze$ en veertig dagen , en hierom duurde de 
bouw van den tempel ce Jeruzalem ook juist 
2es en veertig jaren. 

B 4 Wel- 



( H :> 

'Weldra komt hij op de Froedkundt^ welkff 
tr in dren rijd £eer vreemd moet hebben uitge- 
a:ien« Als een voldoend middel ter bevordering 
der verlosfing van eene kraamvrouw , zoude een« 
fchacbc uic de vleugelen van eenen gier dienen* 
Hy ttgt deswege : ,5 item fyn penne ghebon* 
II den fynde aan den lufceren vocte eenre vrou* 
l^-we, dan werdc die vrouwe vluchs ontboit- 
II den, mer men moec die penne rasch afdoen ^ 
II anders foudec alles volghen, dac er in den 
n bukels.** 

Zout en honig was heteerfte, waarmede meto 
het pas geboren wichtje kwelde. Veel is er ook 
vermeld over de eerfte opvoeding en leiding van 
het kind , tot op den leeftijd van zeven jaren , 
alsmede over de verdere opvoeding , met onder- 
fcbeid of het een zoon of eene dochter is* 

De fchryver (lelt veel belang in de proprtK^ 
ieiten der jonge dochters , als zijnde het beha- 
gelijkfte van alle dingen. Het woord puellu 
komt van ! pupilla , omdat het maagdeke bij de 
knapen vereerd moet worden als de appel van 
het oog.,. Hij fchat ze ver boven de knapen , 
mits er fchamelheid (fchaamte) en reinheid zg. 
Hij befchrijft ze ^ als teeder en gracelijk, -*- 
n van lyvc buigzaam en fchoon, — geleerd in 

ge* 



i^ zedigheid ; — in den fprake fchalk en lekker 
„ in de kleeding. — In alles ligcer te Jecrcn , 
^ behendiger en murver dan de knapen/* 

Hoógelijk weidt hij tevens uit over de deugd 
der vrouwen als moeders, maar in hetgeen hif 
als pligcen voorfchrijft , kan men zien dat de 
fnan fpreekt. Zij moeten in alles onderdanig 
cijn aan de wetten , en mogen niet fpreken of 
preeken In de vergaderingen. 

Men kan het zien , dat de Pater dit gedeelte 
met eenen bijzonderen lust , con amore , heeft 
bewerkt. 

De fchrijver loopt verder alle (landen der 
menfchen in de burgerlijke zamenleving door en * 
befchouwt ook hunne leefwijze , den kost , de 
vermaken en wat dies meer zij. Eene der be- 
'hagelijkfle vakken in het werk is y de bcfchou- 
wing der middag- en avondmalen , der warfchap- 
pen en de bruiloften. 

Breedfprakfg handelt h^ over alle foorten van 
fpijs en drank, met name aangaande den wijn-, 
waarover wij later zullen fpreken. Hij geeft 
verfcheidene leefregelen op. Het beste middcf 
voor de gezondheid is , om de vrolijkheid aan 

Mfel bij de matigheid te voegen. 

- • ., • 

B 5 Vcf- 



< aö ) 

Verder handelt hij over de beweging en* rust ^ 
over het waken en flapen en wac dies meer zij. 
Bijzonder weide hij oic over het droomen^ en 
hierbij kwamen de goede en kwade geesten ce 
pas; de eerde veroorzaakten de aangename , de 
endere de moeijelijJce . droomen , de nachtmer- 
rie enz.. 



Het zevende boek loopt over de ziekten van 
den mensch en wel van den hoofdfchedel tot 
op de voetzolen. Wij gaan dit treiirig gedeeV 
te voorbij ; de opgaaf der wonderbare midden 
len ter genezing ^ zoude misfcbien eenig ver- 
maak geven , maar om niet al te wijdloopig ce 
worden , zeg ik deswege alleen : », Het bloed u^ 
^ den regtervleugel eener tortelduif is een vqo&- 
^ treflfelijk middel cegea de ontfteking der ocf* 

Op de lange lijst van ziekeen en kwalen » 
wordt de Spaanfche of Napolitaanfche ziek^ 
niet gevonden; dezelve was toen nog onbd« 
kend.^ 

De teekenaar heeft voor dit hoofdftuk eeQe 
prem gegeven , eenen Doctor en eeneo Chirur- 

gun 



IJ 



U9 



C a8 ) 

De anrde worde hier vertoond als vergezeld 
van ec n klein maantje , van eene komeet en vaik 
een zonnetje , terwijl het firmament met de 
vaste fterren dit alles omringt; waarfchijnlijk 
werd dit aangezien als een hooge zolder mee 
blinkende fpijkcrs. 

Even erg dwaalde de fchrijver in het opgeven 
der Poorten van de hemelen , welke boven de> 
ze zoldering in verfcheidene verdiepingen zou* 
den beftaan hebben, y, Daar lijn'* zegthijt 
99 zeven Hemelen, als aëreum^ ethereum^ 
19 olympicum ^ igneum ^ firmamenfum^ aqua- 
%, ticum en empyricum.** 

De vertaler heeft geene Nederduitfche woop- 
den kunnen vinden » om dit naar zijne begeerte 
duidelijk te maken , en ik kan het evenmin doen. 
Gijl. zoude ook niets van deze lucht- vuur* en 
lyaterhemelen kunnen begrijpen; de fchrijver 
verklaart het laatfte woord, de coelum empy 
rivumj de hoogde , 'de vliering , als of deze by 
iiitfluithig de hemel der Engelen zoude zijn. ^ 

Hij loopt verder niec alleen den Sodiac , maar 
ook den gefaeelen iierrenhemel door; wij kun* 
oen Kern niet volgen en evenmin ftilftaan bg de 
befchouvdng vaïi bec gene hij over de zon en de 
maan zegt. 

Aan- 



C ap > 

• Aang&andc de laacfte brengt hij alle moger 
lijke grollen van het verdwenen bijgeloof bg , 
over de goede en kwade manen en wat dies meer 
zij. Hij welde tevens breedvoerig uit over de ' 
planeten en over den invloed van dezelve op 
bet bedrijf en het lot der menfchen « als mede 
' over het dreigen van het ftcrrebeeld : de draak ^ 
met het hoofd en den ilaarc, hetwelk hier 
als eenigzins tot de planeten behoorende worde 
' voorgedragen , vermits men in hetzelve eenmaal 
eene beweging zoude hebben waargenomen. 

Zeer breedvoerig en even onzinnig handelt hg 
verder over de kometen , als mede over de vast- 
te fierren , met name over de poolfter , den wa- 
gen, de hondfter, enz. 

De hondfter bad eenen byzonderen invloed op 
de gezondheid van den mensch. 

Het duistere , dat er in de pleyades , gewoon- 
lijk de zevenfter genoemd , maar zes ilerren 
met bet bloote opg gezien worden , heldert hij 
op door te zeggen : ,, Daer isfer één van de 
^ feven , die fchijnt of fij fchoele (zich fchuil 
^ houdt O want fy en openbaert baer niet. 
yy Deze fier heeft haer ftede genoemen tusfchen 
^ de knyen van den ftier.** 

Hetgene de fchnjver verder zegt, over het 

« 

licht , den wederfcbijn » de fchemering en over 

de 



( 3» ) 

Af daisternis ^ Meef voor my zoo donker f óu 
ik er niets van kan zeggen. 



Het negen Ji boek handelt orer de verdeelittg 
Van den frjJ. De teekenaar geeft bier twaalf 
tafereeltjes 9 van hetgene er tot elke maand bij- 
zonder in betrekking zoude ftaao* 

' 'Belalve de gewone verdeelingen van bet jaar 
In faizjotntn y maanden ^ weken en dagen , dnt-> 
moeten wy hier de verdeeling van den dag^ en 
vervolgens de opgave der oude Joodfche en Chris* 
telijke kerkfeesten, als mede van eenige der hei- 
lige dagen in de Roomfche kerk, welk alles 
'wij thans voorbijgaan. Het vreemdfte in dezett 
is, het berigt aangaande het feest der kerk'v^ij^ 
'dingen, waaroit dé kermisfen alTcomftlg zijn. 
'Dat men zich daarbij door dehauche voorhe* 
reidde tot devotie en ten minde zich door bec 
'genot van vermaken bij voorraad fcbadeloos 
dacht te flellen voor het gemis in den tijd der 
vasten, was toen reeds bekend, zoo wei ^s 
-bet gebruik van eijoren op Pafchen toe re* 
ftauratie en recreatie. 

Wy komen nu aan de elementen ^ enweibee 

eerst 



C 3» ) 

eerst «an de algemeene zaken , door hem dt 
proprieteyten van der materiën en fortnen ge- 
noemd , welke wij voorbij gaan. 

^ Over bet element het vuur^ is de fchrijver 
het minst breedvoerig; hij fpreekt flechts in hec 
voorbijgaan over den falamandef y als in hec 
vuur levende. 

Het fchijnt dat er destyds voor de Alchymie 
nog geen lust beftond; de vuurproeven of pro* 
cesfen van Theophrastus Paracelsus Bomba$«- 

TUS VAN HOHENHEIM CU VaU OUZeU VAW HeL* 

lifONT, den Phihfophus per ignem , kwamen 
kten 

Bij het boek over de lucks vinden wij meer 
'ftof tot opmerking en mededeeling. Eerst 
handelt hij over den wind en de windftrekea, 
'èn hij geeft maar twaalf winden op. 

Over geen punt geefrhij vreemder uitfpraken , 
dan over de wolken , alwaar hij fpreekt van de 
faoUigheid des buiks*» als of er in elke wolk, 
gelijk in een* zak, verfchillende zaken verza- 
meld werden. De regenboog is een (luk vaQ 
eene wolk , die met hoornen ter aarde gaat. 

Verder komen er nog de dauw^ de hagel 
> tfi de fneeuw uit; ook de donder » wanneer de 

wolk 



C 3» ) 

wolk barst, — ^ de jjhcest der win Jen in ht- 
^ ren fchooc ontvangen hebbende , kan de wolk 
^' de vrucht niet bij zich houden/' De blik- 
fem is geheel afgefcheidcn van den donder en 
dient als bet ware om dit barften van de wolk 
•an te kondigen. 



Het twaalfde boek loopt over de vogeten. 
De teekenaar heeft lust gehad om het geheeU 
vliegende heir af te beelden en vertoont de vo* 
gels welke bij meende te kennen van het 
muschje tot op den ftniisvogel , op één blad 
en op zulk eene wijze en door en op eK* 
kander * als of hij eenen voorfmaak heeft gehad 
tan bet milioneeren der jonge dochters^ van 
onzen cyd. Alles echter met de beenen naar 
beneden. 

In den tekst vinden wij nog meer vreemds 
en ongeloofelijks 9 vooral daar de fchryver al- 
te ifafecten met vleugelen , ook de vleermoi- 
zen tot deze afdeeling brengt ; de b^n en de aren- 
den {jp^^ ac aquilae) ftaan naast elkander. Wij 
kunnen onmogelyk opgeven , welke vreemde pro- 
priëteiten hij aan de verfchillende vogelfoorten 
toefchrijft. Breede en vrij naauwkeurige be- 
rigcen zijn er aangaande de huisvogels» de bimcp» 



.C .33 ) 

.én de hpnnen, de duiven ^.eendvogels en wat 
dies meer zij ,. maar wij zullen hierover weinfg 
.«eggen. De kapoenen, waren, toen reeds be- 
kend en de Pater zegt deswege : ,, dat capoe- 
>, nenvleys is dat beste vleys vaq alle voge- 
^ len , want het en maakt dit beste voedfel 
.^, ende dat beste bloed en hare hersfen is beter 
99 dan dat van andere vogelen/* 

* 

Wy willen liever. iets bijbrengen over de aan 
ons onbekende voorwerpen. 

Naauwkeurige verhalen . geeft hij vati den vo« 
.gel PheniXy nooit door hem gezien: deze 
.leeft zonder gade en om de vijftig jaar. verbrandt 
:hij zich zelven ; als dan vindt men in de asfche 
een' kleinen worm» waaruit eene nieuwe PAa^ 
nix voor den dag komt. 

■ 

Wij leer^n hier ook den vogel- grijp of den 
^griffioen kennen « een beest met twee vleugels 
•en twee kla^uwen en met een lijf en twee 
.achtfrpooten gelijjc ^een leeuw } het ia zoo 
.9terk van vleugelen en bek » dat hij een* ruiter 
met deszelfs paard ofmeemt en naar zijn nesc 
voert, welk nest er dan bijzonder fraai moec 
hebben uitgezien als fchitterende van karbon- 
. V. St. III. D. C keil 



C 34 > 

iel» en /miniucen. f^ De klaauwen , zege htj f 
^ hebben fy groot «n foo breed , dat men daar 
M nippen van maeckt, daar die koningen oyr 
'fp drinckeUé' 

Vele vreemde verhalen geeft hij verder van 
de nilen , de kranen ^ de zwanen , de kraaijen 
en de paaowen ; met lost befchrijft hij de fchoon- 
heid en den ^lana der veeren van dezen , ,, mer 
^ hg heeft •* zegt hij , „des duy vels ftcmrae , 
f, eens ferpeno hoeft en cena diefs ganck/^ 

Over geene der vogelfoorcen is h$ zoo breed- 
voerig en gonftig ah ovef den ooijevaar, bij 
wienhg onder- en kinderliefde ^ fauwelijka* 
tronw en met name ook de zorg van bet man« 
«erje tegen de ontronw van het wijfje aantreft 
en met bijzondere loflpraak vermeldt. ' Wij Ie* 
;tefi hier : f, dat de oudevaer hem zelven weet 
^ temeysteren met (toen bek, want wanneer dat 
^^ hi yec qoaets in den live voelet » foo vliegt 
^ bi met fihen ghefëlte op die zee , en daer ne« 
'^ met die een t die daer gefont ia , van den fouten 
'^ watere en de f^eeyst den anderen in fyn eynde 
'^ en fet hem een clysteer en hij wordt genefen. 
^ Ende dneraf fyn é» elysteeven gecomen/' 



• 2eQr 



Heet breedvoerig handde de fcbrijvef tsVtt 
het water ^ en hij is geensnins fpaarzaam iü hel 
b(jbrengeii van allerlei wondenrerhalen^ 

Hij loopt a)le üiögelijkë toótteti dl tiitgé» 
ftrékthedeti vaii bet Water door 4 Van den Oce- 
aatl af tot op den droppel i ja tdc hét fchuim # 
en geeft eeiie optelling van de voomaamfte rt« 
vieren ^ tneren enz< 

Aangslatide dé yisfchen li bij Wel ieéf diti^ 
(iagtig^ maar hij geeft in dezen minder focrteil 
op dan bij de vogelen en diirèfii De teekenaaf 
heeft die verzuim wilfóh vefgoedei) « en ver fchaft 
derhalve ook eene afbeelding der; viafeben , wel^ 
ke hij gekend Zdude hebben^ 

Boven aah fiaan de walviscb éf) de gtdoM 
CeeaaL Üe feekéiiaar had zeker geen van bei' 
deti geden ^ en dezelve geheel naar zijne opVae-» 
ting hebbende afgebeeld , zoo zijn et twee nitersC 
vreemde phantafy - visfchen van gekomefti^ Men 
vindt er bok den zeehond en andere Zwemmen*» 
de dieren ^ als of dezelve cot bet r^^k der visfebeil 
«ouden béhboreD^ 

De aarde tt We deelen jfufïeti éditAttt^at 
tor mededeeling geven^ De fehr^^er hoeft e/ 
sijf boeken asb hefteed^ 

C * ^^ 



C 3« ) 

Hij begint met bet betoog , dat deze bol in 
het midden der wereld is gepWtsc , en dat allé 
hcroclfcbe ligchamen alleen coc hare dienst 
aanwezig zijn. 

• Breedvoerig handelt hij over de bergen , waar- 
van de voornaamften worden opgerold en bij- 
zonder! ijk . over zulke , wier namen in de Hei-» 
lige Schrift voorkomen. 

De berg uEtfja noemt hij de Sulpherberg^ 
p, daer vterc en fulpher iiytbrcekét;'* omditge* 
zegde nog klaarder te maken voor den lezer « 
voegt hij er hij : ^ foo als het in der helle doet/* 



In het volgende boek fpreekt hij overdeIait« 
^en en rijken der aarde, en wel van dé oude 
en nieuwe volken tot op zijnen tijd. Wij moeten 
onzen lust beperken , maar zouden anders kun- 
nen aanwijzen, hoezeer hij fomtijds heeft ge- 
dwaald , of hoeveel er federt van gedaante is 
veranderd* 

Van België zegt hij : „ dat land pleget ge^ 

„ mcenlyck rustelyck en vredclyck te wefen ,'* 

'en aangaande Parijs ^ dat het is eènc rijke en 

„ machtige ihd van goeden volke en heeft 

„ gaarne rust en vrede' /'' als mede „ dar aU 

.- daar 



w 



C if ). 

,', daar cene goedó^ luchc is vóór de ftiuldn-, 
„ ten." enz, . , 

Het zal niet ónaattgenaüm zijn te vernemen , 
wat de fchrijver aangaande deze gewesten en 
derzelver inwoners bijbrengt. 

Over Friesland en de Friezen is bij zeer 
breedvoerig. Hij befchrijft ze als een volk 
99 ftarck van leden en van kraften, fchoon van 

■ 

yy ligchaam , wreed van moede cnde zeer doen- 
^ de in den velde mee de lancen en ijzeren 
„ gefchur. 

„ Het land is effen , vol van weiden en van 
^ graze, en fy en hebben geen boute cnde 
^ daervoer, bamen fy torf ende koefchil en cSt 
^ fcndreck , die ghedroegc is." 

,9 Het is een vrij volk ende fy en fyn van geen 
59 Heer bedwongen, Ende fy aventtiren ha*jr 
,9 lijf dikwijls, opdat fy vrij blijven fullen. Eu- 
>, de fy hebben liever te fterven, als dat.fi be- 
l9 dwongen fouden fyn, ende daerom wöipep 
,, fy de Ridderlycke weerdigheyt weg, ende 
^ de vreemde luden ende laten fy onder haer 
„ niet verreyfen." 

^ Sy mianen fu verhey t van feden en fi hou- 
^ den haer fuver ten ent si volwasfen zijn, eti 
99 daerom winnen si volflagene ende ftarckp 

C 3 9, kin- 



C 38 ) 

f, ktader. Ende fi drinken boven macen (ber 
^ van ccnrehandQ dwnck t dat roen bier biet/' 

Van Zeeland segthij, dat de eilanden toen 
reeds mee fterke dijken bevestigd waren tegen 
bet oploopen van de zee. ^ ^ Het is vol van 
II volcke f ende rycke van menigerbande rijk- 
II heden ende is een groot volck > ftarck van 
n ligchaam en f^hot3 , koen , en gaat gaarne t^ 
II kerckOi' ende is vreedfaem tegen malkandere 
n en gevet gaeme ende fi en misdoen niemand 
n dan al» fi vianden krijgen/' 

Van ffolland zegt hij: ^ het is een bol 
^ land , en broekig en waterig ter maniere van 
^1 een eyland, want daer comen in het land 
II vele armen van der zee inloopen ende heefi^ 
n vele meiren en llaande wateren en goede wey« 
p den; bot is vol van beesten en paerden; daer 
II en fyn vele plekken waer men eene aerde 
p^ graefti die goed te baroen is , mer O ftinckc 
II meer dan *t hout. 

Il Het is een ryqk voick , dat ter (ée ende 
n 10 water vaert om fyn comenfchap. 

II De hootdftad biet ütreck$\ het hoort tot 
^ G^rmétniHn * n» der gelegenheyt ^ nii der H»» 

II don «n na der tongbe (de tMl) 

u Het 



C 59 ) 

« 

^ Het Tolck is trifich van lirt ende {lér«k 
^ van krafcen t coen van moede ende eeriaem 
^ van aenfigc, belast van feden ende Godeon*^ 
^ derdaoigh — ende is (rouwe ende vreedfaem 
^ ende daer fyn min roovers dan ergens in Duyt* 
^ fcben lande/* 



In het volgende boek wordt over het gene 
op en onder den grond wordt gevonden » breed* 
voerig gehandeld. 

De fchnjver begint met het sand ^ en roert 
al 'de metalen en delfftoffen «- edele en andere 

■ 

gefteenten ^ ftan , toegevende aan allerlei ligtge^ 
loovigheid. In het qog van eene , Hjena b; 
V. zoude een fteen gevonden worden , welke de 
eigenfchap bezat , dat iemand die denzelven on* 
der de tong hield , toekomende dingen zoude 
kunnen voorzeggen. 

Over de edelgefteenten moet er een yrerk be- 
ftaan hebben , lapidarius geheeten ^ waaruit Jij^ 
de verwonderlijkfte berigten heeft ontleend. 

Men fchreef toen aan die fteenen verborgene 
krachten toe , welke van te meer belang wer« 
den , naar dit de fteen zeldzaam was of waarde 
kadi C4 Van 



c' 40 •)• 

I 

Van èen CKryfoliet zegt hij : „ defe is eeiie ' 
19 (leen ter greunigheid fweemende, in goude* 
^ gefet en aan de linker fcheen van den arm ge- 
fy dragen, verjaagt hi den duyvel. Hi helpen 
^ tegen angxté en vervarenlsFen , die des nachcSf 
^ komen en minret de melancholie ende ver<^ 
,, drijft fe en verftercket het verftand/' 

De Diamant , om van andere fteenen te zwij* 
gen , heeft volgens zijn begrip de wonderkracht ^ 
dat hij het venijn verdrgft en menigerlel benaauwd^ 
lieden. „ Het is een (leen der verfoeninge etf 
^ der minne. Is een wijf van haren man ge- 
I, gaen, ü wordêt llgtelyck wedei geroepen in 
I, de gracié van hares mans, overmits die vir- 
^ tuyten defes flcens. Sy is goed tegens dQ 
„ vianden en tegen verwoedheyrf en tegen kl*- 
^ vinge en tegen de witte wijven (de bieten 
I, baauwen^ [poken) en tegen- vele drooraen.*' 

Én of dit alles nog niet genoeg ware , zóo 
voegt de fchrijver nog het volgende daarbij : 

yy Item : waer dat fake y dat die man dcfen 
yy ftcen heymelick finen wyve des nachts bn- 
yy der deii hoofde leid^, als fi fliep, foo foudc 
yy hi van haer weten, of fi reyn waer vanan* 
yy dere mannen y want waer fi rcyn , fi foude 
„ al flapende haren man in dé armen gripen', 
„ overmits dé kraft dè$ fteens , ^ waer fi oiv. 

, ^ yy trOU' 



I 



( 4t ) 

^ troiTwe , 15 foude rokkeloos (naakO ven den 
„ bedde fchieten." 



Wij hebben onze aandacht bij de befchouwing, 
van die bock , bijzonder gevestigd op hec gene 
hij zeggen zoude van de gewigcigfte zaken in, 
dezen : hec zout en den magneet. 

Het fteen- of bergzout was bij hem het meest 
bekend. Hij handelt ook over het zeezout^ 
maar de kunst om het te rafineeren fchijnc hem 
geheel onbekend te zijn geweest. Zeer breed- 
voei'ig is hij vooral omtrent het s^?/// ais gences* 
middel 9 en geeft deswege zeer verwonderlijke 
berigten, voor uit- en inwendig gebruik^ 

Aan den fchrijver fchijnt* bet ook geheel onbe«r 
kend te zijn gebleven , welk een' nuttigen invloed 
de magneet heeft gehad op de zeevaatt en den 
koophandel na de uitvinding van het compas. 
Hy maakt echter wd melding van het aantrek* 
ken van hec ijzer door den magneet, en zoo 
wordt de fabel van het opvliegen en inde-lucht 
.zweven van de ijzeren doodkist van Maho* 
METH hier als waar bijgebragt. 
' Hij verklaart het afftooten van het ijzer door 
de tegenpool » als zoude deze de kracht zijn'. van 

C 5 ec- 



C 4» ) 

eene bijzondere fooit vtn fteeMo. Verder 
geefc de fchrijver aan den magneec » de gelijke 
eigenfcbappen van den diamant, en bovendien 
nog vele andere, roet name, ,, dac hij ook man 
ff en wijf tezamen boude; goed is den gewonden 
ff luden; ook nuttig tegen de^ waterzucht^ 
ff tegen de kwade milt, en tegen het aitval- 
ff len der haren. 

,9 Zg die met de ars magica omgaan ^ de 
ff too venaars, oorbaren ook dezen (teen/* 



Het zeventiende boek bevat de berigten over 
het groeijend rijk^ van het moschplantje toe 
op den eik. Het is het meest uitgeftrekte , en 
verdeeld in niet minder dan in honderd en ze- 
ven en negentig kapittels ; het draagt ten 'op* 
fchrift : van den gehoemten ende de cruden. 

GijL M. M. H. H. begrijpt Iigtelijk, dac 
ik geen Botanicus zijnde , de gegrondheid of 
ongegrondheid van deze berigten niet kan be* 
oordeelen. De fchrijver deelt van elke plant , 
bloem of kruid de genezende kracht mede, en 
geen Medicus xzijnde^ ga ik ook dit laacfte met 
fiilzwijgen voorbij* 

Wanneer mea van zoo vele middelen ter ge- 
ne* 



I. 



C 4J ) 

Vtting van kwalen leest, dan zoude wel de rer- 
wacbciflg rijzen » dat er nergens ziekten of on- 
gemakken moesten zijn overgebleven,. Dat 
hy over vele zaken te gunftig gedacht, ten 
minfte gefcbreven beeft, is buiten allen 
twijfel* 

Uit zeer vele' voorbeelden kiea Ik alleen hei 
onderwerp de masferd , hetwelk wij allen eenig* 
%m% kennen, 

^ Sinapif^ mostert la eene kniut, biet e« 
n droegbe ; het dunnet die grove taaye hameu* 
^ ren en fuvert ü oock mede; het geneest 
^ fteecken van fcorpioenen enferpentenaUmen 
n daer edic toe en doet ; het verwinnet de ve^ 
9, nynigheden van den paddenftoelen en faftight 
II den tantsweer en fcbiet tot den herfenem 
II Suvert wonderlicken Iber en breket den (leen , 
n doet menftrua komen ende maket appecyt ei| 
n ftarket de mage. Het helpt die vallen van 
n den groten evel ^ en ghenefet die het water 
n laden ende verwecket Lythargicoi , dat Tyji 
n die gheene die eenen aposcheme after In dert 
II hoofde hebben , die ymmer (lapen wilien.^* 

n Ende het heipet der luden feer , en fiiverc 
II het hair ende beneemt hem bet uytirailen c»- 
II de oock taytinghe yan de ooren en wisfchej: 



< 4.4 ) 

9, tf die dotikerfaeyc van den oOghe , eti fafcigc 
^ die fcarpighcyc van den oogh^braauwen. tkc 
ff is oock goec toeter gichten, want hec openec 
ff die fweetgacen , ende ontbyqdc en verteert die 
ff humoren , die de feene'n geflapt hebben van 
,, vele luden." 

Dit ééne voorbeeld diene uit honderd, en 
vry laten de overige dienden van bet mostei-d- 
aaad en van de plant pnder de bedden en op 
de daken , voor beescenvoeder en brandftof eq 
wat dies meer zy » rusten. 

Alleen zij nog uit deze afdceling bijgebragt.^ 
dat de fchrijver zich bijzonder wydloopig hoeft 
uitgelaten over den wfjfjgaard en over den 
lyt/njvm welken laatfte hij ee^ bijzonder lief7 
hebber of beminnaar moet geweest ziJn. 
. Bij het betoogde over de fpijs en den drank 
had hy reeds breedvoerig tot lof van den wijn 
voor de gezondheid, het genoegen enz. uitge^ 
Veid , ed denzelven voorgedragen als fpijs en 
drank te gelijk bevattende. 

Hy zegt aldaar en vervolgens aangaande den 
1/^ijnxA^XA minder dan het volgende: ,, hoe;hy 
19 den ziele voedt en het ligcbaam over.^lle 
ff die leden , en boe hy den mensch blijde en coeq^ 
Il maket, en den ligcbame doecht (deugd^ge;* 

fJ vctj 



'C 45 > 

éy vet ; 'en hoe hij de roode cokra metten fweete 
^9 ende ende mieter urine ende oock de fwarte 
^ colera tempert.^' 

„ Dye leden, welcke van de humeuren fyn 
'^ verdroogd, brehget hi weder te pasenvoch* 
^ tigt Cu Hi gevet den ligchame craft en maekc 
„ fe vette ende fcheydt en verdrijfet de winden 
^ en raaket goede lust te eecen en helpt totrer 
yy verduwing. Hi fcharpt het verftahd, en hi 
•„ opent die vérvuilinghe' der. leveren en der 
„ milte, en hi verdcrfet en verteert die over- 
^ vloedighcyt in den ligchame ende hi nemet 
^ weg die plecken op het boghe en dieleepig- 
^ heyt ende makct de menfche welfprekent , en- 
\y de hi breecket en fchoert den fteeh en leydt 
„ hem uyt, en hi hel pet oock die gewont fyn , 
^ dat fi genefen worden , ende hy is den vrou* 
99 we goed en hi is goed den zieken en den 
^ ghefondcn.' 

^ Hi conforteert het ligchaam , verblijdt het 
^ herte, ydelt de ziekten; hij geeft ^2<2^r bloed 
'fy dat reyn is, en maket droef bloed fuver* 
yy Hi gaet tot den binnenfte van den lyve ^ en 
,^ verblijdt fe die droeve fyn en ftarket alle Ie- 
^ den van den ligchame en ik kan fyn dengden 
^ neyt befciiryvcn." 
•I Etndeljyk voegt hij hier nog bij: 

99 ttem: 



' ^t.^r.^j-^ M 



C 4£ ) 

^ ttemt ét% wiQtefs tri kodd» küAttt (sM 
f, fltrke Wöo « en in hlece landen de Ueyiie die* 
^ nen. Hl verwafmec die konde ligcbamen eo 
^ koelee die heece (gn tn fl bekennet die nieti* 
^ fchM wel tn allen lande ^ fyn fi jonck , fyn d 
^ ondé De ooden phgten den wijn re faeyten 
99 de groote dryakel « om des wille ^ dat bi al<» 
99 foo fubdel ia mde l%t«|yck cot alk dttleti 
99 loopL** 

Bg al de loflpMak roegc echter de rcliri>er 
de wiJM nitfpraak ^ miu tst mate (met matige 
beid} gehniikc/* 

Hg heeft denieti hoofdfttikken tatt deit Wijd* 
gaard eil den wijn beÜeed ; men Ic^rc btertfic f 
dat hg den Spaanfcben en Franrcheri wijn hef 
meest gekend heeft « en dat bg weinig va* den 
khijnfchen wgn beeft geweten* 

Men ziet nit dit alles 9 dat dit gedeelttf 
tnet eene bij^ondefe belangflelliifg is bewerkte 
De rcbrijver fchijbt niet te kdnnen eindi- 
gen met zijne loffpraak 4 mies de wijn merUPt 
(ptiuf) zonder Water zij 4 en hg zegt nog r 99 d«r 
19 wijn hondt de primaatfcbap van alle natt^^ 
99 beden $ men en magh en kan die loren (loO 
99 PWr den wijif niet ten volle befchrgven^ jt 
99 al leefde Bachüs nog zelf/' 

Wie Weet hoeveel malen zich de goede Ft^ 



( 47 ) 

m onder die alles om den mond heeft geflikt « 
of <ich over zijnen dikken bujk beeft geftreken. 



Over de heesten in het algemeen ^ of liever 
over alles wat op den aardbodem gaat of 
kruipt^ is de fchrijver even breedvoerig, en 
het komt ons voor 5 dat deze afdeeling het best 
bewerkt is ; het zij dat hij zelf het meest van 
van dit gedeelte van het gefchapene wist , hetzij 
dat hij betere voorgangers heeft gehad. 

Eerst geeft hij berigt over de dieren in het 
algemeen en behandelt vervolgens elke foort in 
bet bijzonder, van het nftiisje tot den oliphant^ 
€n dit alles is afgewisfeld door de berigten over 
de loopende infecten en de'reptilia* 

Hoeveel wonderbaars er ook onder al het me<* 
degedeeidc aangaande de bekende dieren enz« 
moge voorkomen , wij zullen ons bi^over niec 
in het breede kunnen uitlaten^ Wy zouden an-^ 
ders gaarne iets hebben willen bijbrengen uit 
de menigte bijzonderheden , welke de fchrijver 
over de paarden, de honden, den oliphatit 
enz. bijbrengt. Wij vonden hier fommige 
aaken , welke men doorgaans als later ontdekï 
#f als geheel nieuw voordraagt , b. v. de zorg 

vaft 



C 48 ) 

,vdii de jonge ratten voor hunne zwakke ou- 
ders enz, 

V/ij vermeenen alleen iets te moeten zeggen 
van hetgene de fchrijver meldt aangaande zulke 
•beesten , aan weiker befcaan thans ddor de vor- 
deringen van kennis niet meer geloofd wordt. 

Over de meerminnen ^ Atn falamanflet ^ en 
den vogel -grijp hebben wy reeds met een en- 
kel woord gefproken* 

\ % 

% 

Wij lezen hier verder kt^ ovet den hafiliscus ^ 
den koning der ferpenten; het beest ^ hetwelk 
!uit een hanenel geboren , de omftanders doodde 
:met de oogen en door den dank ; over de Faunen 
.en Satyrs; over de pygneen en de kabouterman- 
•nekes, maar wij vermeenen ook aangaande de 
grollen over deze' wezens bijgebragt, niet te 
.moeten uitweiden. 

De opmerkeljikfte verhalen kwamen ons voor 
-over den eenhoorn^ aan wiens beftaan. fomrai- 
i;en nog tot in onzen leeftijd geloofden. 

Wonder boven wonder vindt men deswege in 
•dit boek. Het beest zoude één hoorn gehad 
rhebben. van vier voeten lengte en net de:;en 
'beftreed hij de oliphanten en de leeuwen, 
: hen by voorkeur kwetfende in bet we^ke vtn 
den buik. 

De 



( 49 ) 

De wijze waarop men ze ving i^ niet minder 
zonderling. De fclirijver zegt deswege : ^ Men 
^ zet hem een meysken voer, die eene reynor 
^ maecht is , ep dan komt die eenhoorn , ende 
^ dan begeeft hem alle fyne wreedheid ende by . 
^ leyd fyn hoeft in des maegdekens fchoot ende* 
j^ onrflaepet , ende dan werd hy gevanghen ende 
^ doodt geflagen mitte fcotten der jongeren/*' 

De uitgever heeft zich bij dit gedeelte over 
de aarde nog meer beijverd, dan bij de vorige 
befchoowingen. Hij heeft daarbij drie prenten 
in plaats van eene gegeten. De eer ft e waarbg^ 
het meest zigtbare der aarde , de (leden , dorpen , 
kflsteelen , alsmede de ftroomen , bergen , eilan-^ 
den enz« zyn afgebeeld en de tweede over 
het groeijend rgk, zijn van gering belang , wac 
de teekening betreft , maar die welke de vier-^ 
Yoetige en kruipende, diertn voorftelt , verdient 
als eene wedergade van die met de vogelen be-^ 
fehouwd te worden. 



Zoo komen wij M. M. H. H. dafi eind0lijk 

< 

aan het negentiende boek t. w. aan het majga« 

zyn of de fchuar, waarin alles is bgeengebragt» 

wat vergaten of later gevonden was« Het iaeetf 

V. D. lïl. St. D ver- 



( 50 ) 

verwonderiijke witikel van allerlei. Eerst vin« 
den wy iets over de kleuren of verwen en de 
rerSkoSm^ daarna over alle geuren en danken 
en vervolgens over alle ftnaken, van zoet' en 
zonr, 20UC en laf, vet en mager en met name 
eoi ^beel hoofüftuk over den fmaiak zonder 
finaak (Tchoon water enz.^ Verder is er veel 
over den honig, de was, de melk van de 
vrouwen en van de zoogdieren , alhier gekookt 
Uoed geheeten , het zuivel ^ de boter en kaas ; 
als mede over de eijeren , van de fpin af tot 
op den (IruisvogeL Tot eene toegift konden er 
dan nog de berigten over de getallen en de be- 
ginselen xfer rekenkunde , de maten en gewig- 
ten, de meetkunftige figuren en eene opgave 
van allerlei mutykinftrumenten van den ouden 
en Aieuwen tijd , en ten flótte eene zamentrek- 
king vaü alles, wAarbij de fchrgver de betuiging 
doet vtn zijnen goeden wil en zyne trouw , ter 
Ittrlng voor z^ne medemenfchen , vooral op dat 
zijn werk nut en oorbaarly k zgn zoude voor dea 
(impelen. Alles wordt geëindigd met gebeden 
en dankzeggingen en met een gloria in exccl^ 
fis in fecuts fsiühtUm. 

Wij zullen uit dit laatfte boek niets aanvoe» 
len^, ten einde van uw geduld niet te veel ce 

ver- 



' i 



C 5» > 

vergen. Wij hebben zeker genoeg bijgebragt 
om U eenig begrip te doen vormen , m welken 
fiaac van kindschheid de nacuurkunde , een tijde 
van den fchrijver verkeerde. Ten overvloede 
brengen Mtij nog één bewijs bij , in hec na- 
fprokkelen gevonden: ^^ De cometen"* zege 
de fchryver, ,, oncftaan uit eene verèeniging 
^ of aanraking van de planeten mee de vastö 
99 fterren.'* Voorzeker heefc niemand onzet 
boie iets gehoord van een huwelijk op zulk 
eenen verren afltand, en van zulke grooee 
aan zich zelven overgelacene en ver afdwalende 
kinderen. 



Zoo ben ik dan M^ M. H. H. denvoorge« 
Be^en loopbaan een einde gefneld. Alleen la^ 
hot gezegd : dac wij geenszins het geheele Werk 
5n iulk èén ongunftig licht befchouwen, als of 
heezelve niets goeds zoude be vateen; diczij verrei 
Hee kome mij voor , dae hee als nog in velen de 
aandache of kennisgeving der wijzen waardig 
is, en dae een ervaren beoefenaar der Natuur- 
kunde en der Natuurlijke Historie in hetzel- 
Ve vele zaken zal vermeld vinden , welke hi| 
toe nog eoe als van eene laeere dageeekening 
befchouwde. • ^ • ^ 

Da Wij 



( 5« ) 

» 

W^ 2ullen ook hierover niet uitweiden^ 
wanneer wij befeffen, dat vele fchepfelen en 
2aken tot de btfchouwende natuurkunde beboo- 
rende » destijds geheel verkeerd werden beoor« 
deeld» of onbekend waren voor de ontdekking 
der nieuwe werelden voor de groote uitbreiding 
der zeevaart ; dat men van het meest verhevene 
deel der men fchelijke kennis, de fterrekunde ^ 
de onzinniglle begrippen vormde ; dat men toen 
xtog. niets wist van de fcheikunde en de vergC' 
lijkende ontleedkunde , ja dat de proefonder-^ 
vindeltjke natuurkunde in het algemeen toen 
nog volftrekt in het duistere lag, dan moethec 
bij ons een dankbaar gevoel verwekken, dat 
wg gunftiger tijden beleven, en ons mogen 
verheugen over de groote vorderingen . en ont- 
dekkingen in dezen gedaan, of liever over 
het heldere licht, hetwelk bijna in alle vakken 
dezer wetenfchap is opgegaan. 

Wanneer Gijl. deze* mijne poging, om toe 
donkerder tijden terug te gaan ^ wilt aanmer- 
ken, als met het oogmerk ondernomen, om 
door tegenpelling het nut en genoegen der po- 
gingen 4ran andere en meer bekwame fprekers , 

die vooruitgaan en de profriSteiten der din- 

giiK 



< 53 ) 

geny aan ons, overeenkomffjg de waarheid 
voordragen en naar^eisch doen kennen en waar- 
deren 9 dan heb ik mijn voornaamfte opgmerk 
cen volle bereikc. 



i 

1 • " 

D a RE- 



RECENSIE 

VAN HET 

T O O N E E L S P B L: 
DE VLÜQT VAN 

ff U G O D E G R O O T, 

DOOR 
A. VON KOTSEBCJE9 

geplaatst in het weekblad de Spiegel 
N^. ao. in den j are 1804. (*) 

jLlec gemelde tydfchrifc Is in de jaren 1804 
eo 1805 te Haarlem bij A. Loosjss uitge- 
geven. 

Van jongs af heb ik veel belang gefield in mee 

luim 

(40) In bet voorgumd (hik van dit Mengelwerk , bL ^35 
!f van deze recenfie gefproken; het verlangen van ee*- 
ttige müner vrienden beeft n^j doen beflaiten om de- 
zelve alhier met een gering toevoegföl mede te dee« 
len : te eerder heb ik hiertoe befloten , omdat ik by de 
uitgaaf van het eerfie ftuk fai den jare 18 17 beloofd heb , 
deze verzameling te doen dienen, tot eene bewaafplaaci 
van mijnt verQ>reide kMne gefchriften. 



I 



I 



C 55 ) 

luim en htzotnlijk gefchrevtn week - ftladbMO 
en ik zag my derhalve fpoedig opgewf loc , om 
liet doel van den fchrijver of oitgevbr te; belar 
pen bevorderen ; reeds in de maand September 
1 804 , 2ond ik aan de Redactie eenen brief op den 
naam van.JusTus Sincerus van Effen, den 
kleinzoon, welke in N^» 15 geplaatst, des- 
tyds mee eene bijzondere goedkeuring vereerd 
werd. Ct} 

. Weldra werd ik uirgenoodigd tot verdere bij- 
dragen ; en weinige tiagen daarOa kwam m^ de 
vertaling van bet gemelde tooneelfpel ma 
KoTSEBUE ter hand; fpoedig lees byr n)jj; di 
lust, om dit ftukje am qMi<i^li%^g^ii<HMniiaaf 
waarde te doen kennen, en ik befloot d^balve 
om aan de redactie de kc^ij voor een geheel 

nommer te «enden. 

Deze 

(^) Het is zeer wel mogettik » dat ik by eene vol- 
gende gelegenheid mededeel , wit ik vroeger cyer hef 
lelang en de ktterkundige gefchUdenis der tijdfchrifien , 
van jaof' maand- week" en dagbladen teo ptpiere heb ge- 
bragc en alsdan zal ik tevens eene plaau inruimen , aao 
zulke kleine ftukjes, welke doormjij vroeger aan Terfchei- 
dene tijdfchriften gezonden zijn eninaar mijn oordeel vet* 
dienen bewaard te worden. 

. (t) Ik heb met dezen naam en met dien van Jusrus 
Sincerus en Justus Tenax meer kleine fhikjes ia de 
wereld gezonden* 

D4: 



( 5<S ) 

Deze bijdrage werd zonder eenige verander 
fiog in N^é 90 van gemeld tydfcliFifc geplaatst , 
e& hiidt als volgt. 



DESPIEGEL, 



N^ ao. 



* Gister avond ontvingen wij den volgenden 
bdef. Het zegel ^ vertoonende eene lazarus- 
klep, wekte reeds onze aandacht. Dan hoe 
zéér werden wij verwonderd , toen wij uit de 
handteekening zagen , dat de brief was van den 
ÖodeQ: goeden Jorisvaar, ^*) dien wij al- 

lea 

(*) Misftbjen zijq er lezers , pn wie iez^ nam tb^s 
pQbekeqd is. Hij is de voornaamfte perfonagie in het BIQ» 
fpel ; 4e jMtn in het Lazarushms , destijds het gekkenhtis Kt 

Dit (luk werd voorheen fomt^ds op den Schouwburg t^ 
^mfterdam met de vereiscbte uitlatingen en venmderingea 
^n wel bij herhaling vercopnd, en als dan werden er door- 
gaans allerlei tusfchenfpekn door Mart£(« en Fransje t 
de voornaamste der gekken, gegeven. 

Deze mf^henfpelen werden doorgaans betrekkelijk g^* 
maakt tot voorvallen van den dag, en waimeer dezelve 
geestig waren bedacht , dan was de toeloop van de lief- 
heb. 



( 57 ) 

len io onze jeugd gekend hadd^i, in bet 
Blijfpel van Mr. W. van Focquenbroch « de 
min in het Lazarushuis^ toen hetzelve nog 
jaarlijks te Amper dam in de kennis werd ge- 
fpeeld. Oude liefde roest niet, en alzoo zoude 
de brief reeds om den naam aangenaam zijn ge- 
weest 9 indien dezelve ons al niet gelegenheid 
gegeven had om den ouden man misfchien uic 
de verlegenheid te helpen. 

Wiy zonden derhalve dadelijk eenig antwoord ; 
en meenen aan onze lezers gcene ondienst te 
doen mee beide ftukken ten eerde te plaatfen. 

Am^ 

hebbers en de voorfcanders van Q>reeQwerij en vrolpheid 
doorgaans zeer aanzienlijk. Ik herinner mij met groot 
genoegen twee of driemaal by znlke vertocmhigen tegen- 
woordig ce zijn geweest , met name b\j eene parodie op 
de lesfen van Dr. Gall , ever de fehedeüeer (^^ en vaa 
de ftemverwisfeling van Frrs-jAMBs enz. 
. Vroeger moeten de zamenipraken v^n Urbanus en 
IsABELLA 9 en P^fRAMUS en Thisbk als door Marrioneccen ^ 
jgegeven zijn , en eenige der vroegere tnsfchenfpelen , zqq 
als nog b|j fommlge vrienden van vroiykbeid en fcherts 
in bec geheugen gebleven* 

CO Bot vrolifk ftüKJe, getiteld: de Zooiher van Dr. Lao; 
wu destffds ttn H. H. Commisfiunsfen van den Seliouwburg ok 
Koolhoven bü U^aarmond^ toegezonden, naar de zender heeft er 
nooit Iets van vernomen ; waaribhQolSk had deze parodie meer go^ 
mcht gemaakt en genoegen gegeven, dan die welke destijds ver* 
toond is* 

Ds 



C 58 ) 

Amfitrdam uic het Lazarushui$^ 
den 17. October 1804. 

Aan ie Schrtpen van het "weekblad i 

0£ SpiEGfiL. 

» 
Menfchen ! 

Gij moet het niet kwalijk nemen « dat ik a 
dezen naam geef. Met jf^i(i(ra kan ik veilig om* 
gaan , maar met mjze lieden moet men voor* 
zigtig zijn. Ik heb al zoo veel leergeld betaald 
met de woorden Heeren en Burgers verkeerd 
te gebruiken , dat ik my nu » hoezeer het eerfte 
woord weer veel meer in de mode komt , niet 
by de gewoonte zoude houden » om aan onbe* 
kenden , liefst dien naam te geven waar tegen 
zij zeker niets kunnen hebben. Ja wel , zeide 
ik 9 dat men met wijze lieden voorzigtig moet 
zijn. Ik heb er nu weer eene fprekende proef 
van , en daar ik niemand anders weet in ons 
land die mij zoude kunnen en willen te regt 
helpen als gij , neem ik de vrijheid mi| bij U 
te vervoegen , met vriendelijk verzoek , om mij 
raad te geven. Ik wilde het zoo gaarne ieder 
van pas maken. 

Gg weet toch wel , dat ik met de kermis aan 

mij- 



C 59 ) 

nijoeMeve gekkeoeene vrolijkheid gegpyei^ t)cb^ 
toen^ de Min bij ons in het Lazainishuis is ge- 
weest. Ik meende, dat ik bet zoo wel giepiaakt 
had ; ik heb ben Marionetten laten fpelen \ op 
de koord dopn danfen ; ik heb den buikfprelfer 
gehaald , en op het laatst ben ik zelf uit korts-- 
yqjl geftorven en begraven. De nienrchen , die 
het aangezien hebben , hebbe^ zoo gelagchen en 
nu is het nog niet goed. Nu is men mij op het 
lijf gevallen « dat ik al die kosten had moeten 
nalaten en dat ik het (luk : de vlugt van Hu« 
GO DE Groot r^aw KorsEBUByalseentusfchen- 
fpel had moeten geven, en nu hoor ikdatmeq 
overal verfpreidt , dat men tegen een volgen^ 
jaar door een* ander* hieromtrent zal doei^ 
voorzien, enz. < 

Nu ben ik , oude man dan fitter ongerust* 
Ik heb het (luk dadelyk gekocht; men 2eide 
mij : dat het even zoo mooi was als de vlugt vai:^ 
Aneas in flraatliedjesj waarmede ik voor eenige 
jaren zoo veel genoegen heb gegeven , maar 
dit konde ik dan maar geheel «iet vinden. Ik 
heb de eet niet gehad om den Heer oe Groot 
te kennen , maar naar ik hoor , moet het een 
zeer wgs geleerd en braaf man. geweest zgn, en 
dap kan het dunkt mü er niei door , om |ulk 
een (luk door gekken te laten vertoonen ; wa^ 

het 



( 6o ) 

het ook alken vcor gekken , dan was het nog 
iets anders, maar er zal immers wel één wijs 
man bijkomen , die het kwalijk zonde nemen / 
dac men zoo mee grooce namen omfpeelt. 

Anders komt mij het iluk nog , tot een tus- 
fchenbedrijf van het fpel : de min in het Laza* 
rushuis » als zeer dienftig voor : het loopt zoo' 
aardig heen en weer , dat de gekken het best 
zouden kunnen fpelen. Het is bjyna zoo mooi 
dunkt mij , als de Historie van Graaf Latrom » 
je hoofd valt om. 

Voor dit jaar is nu de kogel door de kerk. 
Ik heb het (tuk te laat gezien ; doch om nu al 
de opfpraak voor te komen 9 ga ik met u te 
rade en verzoek vriendelijk , van U te weten , 
of gij mijne eerfte redenen van twijfel, goed 
keurt , waarom ik het zoude nalaten dit ftuk^ 
te doen vertoonen ? zoo ja , dan moet gij mij 
wat helpen ter verfchooning , doch raadt gij het 
mij aan , om het te gebruiken , dan zal ik er 
het geheele jaar op (tuderen om het mooi te 
maken ; dan zal ik het vroeg bekend maken , 
in 'de hoop, dat de fchru'ver zoo wel als de 
vertaler zullen overkomen. Beiden zoude men 
dan als eene buitengewone bijzonderheid kunnen 
doen kroonen ; door de gekken namentlijk. Er 
inaalt mij al zoo wat in het hoofd ; wij kunnctt 

de 



( 6i ) 

de rollen dan wel kluchtig verdeelen , zoo als 
men het zangfpel: de Hoeffmd eens te Am^ 
fier dam vertoond heeft ; den langden gek , bg 
voprbeeld , nemen voor Corneli a , den jongden 
voor den Grijsaard de Groot » den oudftea 
enftramften voor Prins Maurits , enz. 

Hoe ook uwe gedachten zijn , zorgt dat men 
mij niet afzet of removeert , en geeft mij uwen 
raad. Ik beloof u in het aanftaande jaar by, de 
kcrmisvreugd beste plaatfen te zullen bezorgen ; 
het konde wel wezen 9 dat wij dan nqg meer 
buitengewone vertooningen hadden. 

Onder het fchrijven voel ik dat ik al ruimer 
word om mijn hart. Ik zal uw antwoord af^ 
wachten en wensch u inmiddels heil I blijvende 
met onderdanige dienstvaardigheid 

Uw Medemensch. 

JORISVAAR. 

Aan Joris VA AR in het Lazarushuis 
te ^mfterdam. 

yiTij zyn grootsch op den titel van ivm/cAm | 
en dus goede oude Man i hebt g^* ons hooge- 
liik vereerd met ons alzoo te noemen* 

Wij voldoen gaacne aan uw verzoek om ^ 

raad 



( <J3 ) 

raad te geven, die zeer gemakkelijk is» ea 
geheel overeenkomt met de eerde infpraak van 
\xw eigen gezond verftand; te weten > dat 
het niet door den beugel zoude kunnen, oni 
de gekken mee den naam van den wijzen man : 
HuGO DE Groot te doen fpelen , en hierom 
zullen wij nwe verdediging gereedelijk op ons 
nemen. 

Gij kunt een ieder die a er over (preekt, 
naar ons zenden, wanneer wg hem wel van 
alle nadeelige opvatting tegen u zullen te tegt 
brengen. 

Wij komen anders met hen, dieu gerproken 
hebben wel overeen , dat het tooneelftuk zelf 
zeer wel tot eene klucht voor de gekken zoude 
hebben kunnen dienen. Wij kennen de Gefchie* 
denis van Huoo db Groot , en dus weten wij 
dat er zoo vele afwijkingen in zijn van de waar* 
heid derzelve , en zoo vele lompe en domme 
byhangfels , dat wij ons naauwelijks bedwingen 
kunnen öm niet te gelooven , dat de fchrgver en 
de vertaler het tot zulk een einde of liever voor 
de gekken alleen hebben gemaakt. Misfchien is 
het ' dus de vertaler zelf > die u er over heefc 
Sangefproken. Wij hopen nu om den liian, 
dat hij hiervan eene nadere verklaring zal geven» 
itojSétt blijft hij onder den blaam van heihgfe^en- 

nis 



( «3 ) 

nis liggen, want wij noemen het heiligfchen* 
nis 9 om aaneenftuk, datineeneDuicfcheRon* 
zebons past j den naam van onzen Huoo os 
Groot ce geven. Als dan kwam de man er nog 
eenigzins zonder fchande af; maar dan heefc hij 
zijne fpotcemij alleen te ver gedreven. Doch 

« 

geeft hij hiervan geene verklaring , en heeft hij 
het ernstig . gemeend 9 om voor zijne landge* 
ttoocen op ^ulk eene wijze » eene treffende ge- 
ichiedenis te verminken , dan verdient hij waarr 
lijk medelijden ; dan zal de regering hem wel 
oppakken en bij u zenden , en dan moet Joris<^ 
VAAR de onaangenaamheden , die hem dit ftuk 
veroorzaakt heeft , niet meer gedenken. 

Hoe het loopen moge, ftel u maar gerasr 
oude man ! niemand zal er u over blijven be^ 
ichiildigen. 

Wij bedanken u vriendelijk voor uwe uitnoo* 
diging tegen het volgend jaar ^ daar zijn in de 
wereld zoo vele kluchten te zien , dat wij er niet 
om naar het Gekkenhuis behoeven te reizen* 
Kwam KoTSEBUE bij u voor dien tijd huisvea* 
een, dan zouden wij wel oenen ftuiver wUlea 
vorkgken. 

. Wi) blyvüQ ki alle gevallen tot uwe dienst > 
60 Zijn enz* 



Wij 



< 6^ ) 



Wij verttieenen onze Lezers te verpligten , 
4oor hen mee dèn loop en de zocheden van die 
fluk eenigzins nader bekend ce maked» Vooraf 
raden wij hen hartelijk af » om er geid voor uic. 
ce gieven ^ opdat broodrotten van vertalers eo: 
uitdragers van boekverkoopers, door den aftrek, 
tan prullen niet zouden worden aangemoedigd ,. 
om meer zulke Duicfche vruchten met Holland- 
£bhe namen in de wereld te ftooten. 

Eerfie bedrijf. De Folksverfegenwoordiger 
(de Reprefentant) de Groot zit dan op Loe^ 
vefiein* Hij is een grijsaard en fpreekt Ro« 
manstaal ; fnijdt complimenten jegens Maria ^, 
die ook niets anders dan in hoöge woorden 
fpreekt 9 en veel heeft van een knlsch appelwijf^; . 
Hij beeft een* voedsterzoon Eouard bij zich. 
Deze is de vrijer van Cornrlia en een Kotfe*. 
bttaanfche^windbuideL Ds Groot weet op X^^- 
wftein nog. niets van het, lot van Baknève^j>.: 
Een zoon van hem , die Felix heet en.metzy-r 
]}en. Vader, gevangen is gewast;*» zendc hem ee- 
nen bijbel ^ (het huisgezin van de Groot ^^qu^t 
de in langen tijd zonder bijbel geweest zijn ! ! !) 

• en 



C «5 ) 

en In óéh band van dit boek fteekr een briefje 
tnec bec plan van de vlugc ; een plan zoo gek 
als hec hoog», ontleend uit de vercelliftg: Ric** 
co mef de kuif van Moeder de Gans* 
' Een takel en een korf zijn tóch- aan élk. ge- 
vangenfsvenfter te allen tijde gereed. Wel ze- 
ker! DE Groot is bijna ten eerfte klaar; dé 
jongen fchiet eenen pijl door het venfter 
Aiet een tweede briefje ; hierin wordt het loc 
van Barnbveld als een nieuwtje gemeld , en 
om dit niet te óndergaan, zegt db Groot: ja; 
na eerst nog wat met z^ne vrouw gekeven te 
hebben^ 

^ Een kwastig berigt • dat èr een afgezwt zal 
komen öni de Groot te- verlosfen » op vöor-^ 
waaMen, welke nimmer beihan hebben, ofbé- 
ftaan konden , geeft wat gehaspel. Cornelia i 
dié een aankomend' meisje was op Loevèfiein», 
doch hier huwbaar is , vrydt om Edüards hulp 
met woorden op fielten. Deze belooft mede* 
werking en zoo komt het tweede bedrij f * 
^ Hier ziet men LoevefleinvixihvXvtTi ^ net zoo 
als het kasteel van Blaauwbaard. De maan^^ 
de lieve maan komt op. Felix fchijnt dronken.- 
Hier is Kotsebub in zijne kracht y en* praat van 
den Admiraal Tromp , als ofdie voor jaren reedr 
gêflorv^en was, fchoon.hij nog meer dftn^d^tig» 
-V.D. III. St E ja- 



( 66 ) 

jaren dMrna lcefi!e. Na die fMemc men loa 
JNI9UW niet ; de wachcs flapm door bet flaapknii4 
in den wyn gedaan; beerlyke wachts! Na 
worde F«ux de fmous , die de vogeltjes naflutt» 
Zusje kijkt nit het venfter. Onvoorzigtige. gjrap- 
pen by menigte ! De ronde komt ; dese vangc 
Fsux , eti leest bet afgeworpene briefje ! Al we* 
derom bonte wildzang! en hierop komtEouARD^ 
die bet been weer in het ly! zet. Knapjea ! Feux 
ferhaaU wionderen en zoo komt bet tgdftip , dae 
9B Groot in den korfmoêS. Dan . « • • bolla ! De 
iotvoogd t die een braaf man is , en Gaswulba 
keet in plaats van den norfcben Prounink., maakc 
EoüARü coimnandani* No komt deze in de ver* 
kngping wat pligt is, en na eene lange aHeen^ 
Ipraak « beeft hij de f^kh^id om d£ Groot te fop- 
pen, die zoo maar effentje» met den korf neergela* 
ten van de tinne des torent toe aan den wal van 
de Maas « aldaar geknipt wordt door E^uare^ 
Nd beb je bet leven gaande. Bvco praat zoo koel 
of er niets gebeurd is, en kuijert weer naar bo* 
ven. Maria en Kb&tjr kijven op den vrijer, 
e|i deze doet een gillend fcbietgeb^d^ Wel ja ! 
«Mider gebed is zulk een Suk kond. 

Derde beiryf^ Da Groot is pas in zgne k»* 
mer , of no lU>mt Maria op het denkbeeld vait 
dei^ koffer. . Z^ is zoo blyde wat ben je ! i^ Mtf» 

M ne 



( 67 ) 

H iie kindskiddéreri zoHen op Grootmoeder roe< 
^ men. Hugo zal verjongen/' en nu komt 
REÊTjfE öok, al mede tegen de waarheid inhec 
geheini. Terwgl Hugo en Maria nog eene féie a 
iéfc bodden^ irordt Eouard door Keetje ver- 
hoord; Hudd neemt ^t^/i^ een flaapje, en nd 
ieest Maria vóór Eduard nog eens de metten $ 
Intusfcheri kfdipt Hugo iti de kist^ eti nu ko<> 
men de foldaten 6m hém af cé dragèd. Maria i^ 
hierfiët tégedgefteldel van hetgené 2ij iti Waarheid 
Wds; iij i^ ifoó ónVóofzigtig^ dat dé domfte 
hierin ei^g i^oude krifgen ; heé gaat echtei' alle^t 
M eenen oogenblik; Al weer eéd ichletgébed 
Vati Maria bij het Onverwachts hodfen van heé 
kanon ^ eh nu komt Mauriis uit deldchtvall^ 
en op Loévefteln. De ViliA ivil se Gkooif 
fpreken en komt bij MariA; De Oroót is té 
Garkum^ Maria kijft. AÏ weer wildzang ed 
korcfptaak. Kerktorens zónder huizen f Ën nd 
iHTordt Eduard de edelmoedige man omMARiA 
ceredden én néémt alle fchuld op zich. MaüKits 
is ook grootdioedig. 

Hij begint het vierde iedrijf Mi èeüë io^^ 
^de óp DÉ ÖRö&ti Deze blijft té Gorkütfi 
venoeven. Aldaar ïé de burgerij m opftand^ 
Die arme mani Eerst in defl korf^ tóen inde; 
Jtisc^ tttt gefold door he< woest gejttiéh vafféetf 

È ft doU 



C 6Z ) 

doUrtfcig gemeen , beefc hy hec aUaar gaosch niec 
bete. Hoe Gasweilbr , . die laacfte zoo weten 
km 9 is donker. 

Het doodvonnis tegen Eou ard is klaar ; of 
dit ook fpoedig gaat? Maurits bekrach- 
tigt het» en nu komt Felix terug als vis- 
fcher, een geleerde visrcher» die zeer wijs* 
geerig, ten minste dichterlijk fpreekt , en wel 
met eene boodfchap van de Groot aan Mau« 
RITS • MFaarbij hij verzoekt om Maria en Kbet- 
jB te laten volgen. Maurits ftaat dit ten eer- 
fie toe 9 maar nu komt de aap uit de mouw* 
Eduaro moet zoo maar een weinigje hangen. 
Felix wordt een pronkredenaar ; Maurits ins* 
gelüks , en praat van de ijzeren raderen der 
wet^ die wy hier te lande niet kennen* Felix 
trekt eenen dolk , om den zelven weder in de 
fchede te ft«ken« Hoe zoude een Treurfpel 
ook zonder dolk beftaan? En daarna krijgt 
men zielroerende zamenfpraken over en met 
EouARDt <Me niet tegen het derven, maar wel 
tegen het hangen heeft ; misfchien had hij ee- 
fle zeere keel. Zonder Predikant of ziekentroos- 
ter is hg toi den dood bereid. Dit is Kotss>- 
BUE vast ontfnapt. Prins Maurits begint eene 
zamenrpraak, als^of hy dit gemis zoude vervul- 
Jen. ^RiA en Keetje, bemoeyen er zich ook 

me* 



C 69 ) 

mede, en nu hy waarfchynlijV ha«sc' op deleer 
ftaac, nu heefc de Groot de gekheid om weer 
op Loevefiein ce komen. Dè oude Hugo komc 
bij Maurits; deze heet hem welkom. De' 
Groot is om geene andere reden van Loevefiein 
geweest ^ dan om de rust te Gorkum ce herfteU 
len. Dit mislukce ; Maurits is de zachtmoedig-: 
beid zelf en weldra komt alles in orde. De Prins 
wil DE Groot weer in de regering brengen ; de 
grijsaard verlangt naar rust en bedankt. Edu- 
ARD komt , kflielc , erlangt genade ^ en Keet- 
je noemt hem : ». mtjn Echtgenoet / 

Gaat dU alles zoo zonder de geboden ce laten 
gaan f zoude een boer vragen. Het fpal ^ is 
mtf Jaap. 



. Het bleef destijds geheel onbekend , wie de 
fieller en inzender van dit (luk mogte zijn « :en 
hier door vernam ik voldoende , dat deze poging 
aan de vrienden van vrolijke fcherts genoegen 
bad gegeven. 

Bijzonder verheugde ik mg te vernemen r 
dat het waarfchijnlijk aan de verfchijning van 
deze recenfie was toe te fchrijven , dat de Di- 
recteur van eeae der aimbulante Tooneel - ge- 
Mlfchappen » van zgn voornemen om dit ellendig 

E 3 ftuk 



^uk ce dom rercoonen» wi» te mg mAoi^ 
inen. 

Ik meen pog te wecep, dat er exemplareti 
van die Nomtner» aan den Dichter en av) den 
Vertaler «yn gezonden 9 yerge^id vin brieveq 
op fm^if yai^ JogisvAAR^ maar door JiKiti^ipf 
^^eld en gecontraiigneerd. 

Die aan Kotsbbue moest diehen om hem te 
4oen lien , lyelk eene belangftelling zijn ftuk , 
boven en behalve de eer der vertaling , hier te 
lande Vfredervoer ; die aan den vertaler waa ver* . 
^zeld van eene aanfporing <)m zijne groote 
f>ekw9ambeden liever aan oorfpronkelijke ftukr 
llfff (9' l>efte4en 9 ivaartoe aien hem onderfcheif 
fen? voorwerpen aan de hand gaf, met n^f^ 
pei Je dood van Oldbnbar^evbld voor eei| 
Plijfpel of Melodrame en de moord van de ge* 
^(ff fiers Dft WiTT voor eede Harleqüihade ' of 
pen Anacreontisch ballet , en verder werd hem 
fwi de h|nd gedaan , om gedeelten 9iu het le^ 
V9en qi bedrijf van de vooinaamfte munen nis 
pqze gefcbiedenis 9 gelijk KQTSEBUB9te bewe«^ 
ypor de iVonf^fbona pf Jan Ki, A^si^irt 



|k bevond nog 9 dat bij deze weggelegde nüm^ 
m^ YV» den Spie^el\vi inijqe If^tter^s^ hek 



( 7» ) 
concept lag van eeneb tweeden briitf van Joris» 



VAAR aan de Redactie , waarin bij melding maakt » 
dat bg met zyne vrienden. Meester Jochbii 
en KRisFigN , nog nader was ie rade gegaan. 

Na de lezing van het tooneelftok van Kotse* 
RüB en van de recenfie in N^e ao» was er by 
hen beflocen , om niet alleen de vooi'naamfte ga*" 
deelten van bet (luk by de eerfte vertoooiog van 
het (hik van Mr. Pocit als een tttsfcbenfpel door 
de gekken te laten vertoonen» maar ook om^ 
als dan eene êpfinban zitting van de Gekken 
te doen houden ^ waarbij Maarten Prefideak 
zoude zyn en Fransje de befluiten door Joris* 
VAAR in Rade genomen , zoude voorlezen t waar* 
na dan de dichter en de vertaler door Moeder 
DB Gans waardiglijk en roet groote (batfie in 
cffigie zoude worden gekroond* Krispqn bad 
betoogd: dat dit kreonen in effigie even goed 
konde gedaan worden, als bet ophangen voor** 
been» met toezending van bet programma der 
plegtigheden ter approbatie^ 

Volgens beuelfde programma zoude een kleln- 
{oon van Swanenburq alsdan eene verhandeling 
lezen : ^ over den boogeq rang van den Treur- 
ig fpeldichter als geheel verbeven boven de 
II waarheid.** 

Moeder dr Gans zoude voor de krooniog ee- 

£ 4 ne 



( 7? ) 

ne ulf- lUêge houden , jnec éene biJ£ondere dtDk^ 
betuiging aan Kotsbbur, dac dese aan haar de 
eere had bewezen om haar onfcha$baar iverk 
te gebniiken als de bron voor zyne Historifche 
berigcen. 

Waarom die, met lust en lui Ai geftelde (lok 
destyds niet is ingezonden , weet ik thans niet ; 
niaar ik weet het wel , dat er als nii geene rede- 
nen aanwezig zgn om hetzelve, in zijn geheel 
yoor don dag te brengen. 

De Dichter en de Vertaler zyn thans beide 
ter zielen*. 



EE. 



EENIGE DER TOEVOEOSELS 

6EOBTEN AAN 

HET BEBIGT EN 0E BE0ÖBWBEUN6 

VAN HET WERK 

VAW 

Mr. a A. SCHAAR, 

bij de vertaling yan hefzejpe in hef 

Hoogduitsch. 



X5ij de aankondiging , dat er eene overzetting 
van mijn berigt en m^ne beaordeeling van het 
werk van den heer Schaab , in het Hoogduitsch 
20ude verfchijnen, gedaan in het tijdfcbrift 
de Letterbode^ heb ik beloofd ^ dat de toe^ 
yoegfels^ welke daarin zouden voorkomen , ook 
voor den bezitter van de uitgave in het Ne- 
derduitsch » zouden verkrijgbaar worden geftejdt 
en ik beo door toevallige omftandigheden belet 
om dezelve bij de uitgaaf van het vorige iluk 
van mijn Mengelwerk mede te deelen , zoo als 
aldaar in bet korte voorberigt i3 gezegd» 

E 5 Thans 



( 74 ) 

Thans ain mijne belofte voldoende ^ al 11: m^ 
tot de vooraaamlle dier coevoegfels bepalen ^ en 
derhalve geen gewag maken van de menigvul* 
dige UeitÉê^ inlasfchingen » wdke in den i?ks( 
xijn gebragc en tevens geene aanwyzing doen , 
hoe gedeelten van mijne narc49 W n^h^ngcn 
jn het werk 2yn ingeweven» 

Ik heb bet als nu dienftig geoordeeld » om 
van eenige weinige zaken en bedenkihgea, welke 
mg nader ;(ijn voorgekomen » bg wgze van ^nn-^ 
teekeningw op deae tofVfi^efelt m^ldipg (e 
maken. 



%. (Van bl. 4 tot 80 

De berigten aangaande de pronk- en praal-- 
tucht van Mr. C. A. Schaab , zoo door den 
hoogsten lof ov^r zijn eigen werk zelf bg te 
brengen , als door de mededeeling van de win- 
derige lofirpraak van anderen , hebben wg bree*r 
der uitgewerkt, en wel door bet overne- 
men van nog meer plaatfen , uit de door hem 
ontvangene brieven, door hem atelven uitge<» 
geven. 

Wg hebben tevens hierbij iets meer en vooraf 
gezegd aangaande Willem Heinzb ^den fchrgver 
van wien Dn Schaap lipt fcheld woord: iaas'^ 

kra- 



( 75 ) 

Ikrdfner had geborgd» Wij hebben op h\. 15 
^ngecoondy waardoor deze miui» dien Goths 
leenen Feuergeu$ (ftokebnnd) noemde » de bij- 
fondere gunsc of goedkeuring van Schaab ^er^ 
wierf t c. Wf door zich ce ?eroorloyet^ 1, om de han* 
1^ delingen voor de aanfpraak van Ifaarlem ce 
1^ verklaren , als alleen bedaand^ uit laffe ell^n»' 
p dige nicfpraken ^n 900 vol van grooce , boos<^ 
^ aardige en op znlk eene wijze zaamgelapce 
1^ leugenen , dac de eerlijke I^bibnits 2;i0h tegen 
p die kaafkoöpers verhfp gevoelde/^ 

Wij hebben v^n dezen man te dezer plaatfe 
plets meer wiUen zegge 1 om dat wg y hem aaot- 
^ande wel nader zonden moeten fpreken» en 
derhalve nog alleen aangewezen « hoe erg die 
fchrijver zich zei ven bij al dft gefnoef boven 
Preitkopp 9 WuRDTWEiN en FiscHBR, insgelijks 
Advocated yan Gutenv^rg ep Mcmz » verheven 
l^eft. 

Wy zullen de bijgêbragte plaatfen uit de brie- 
ven van de Heeren van Praet , vom BiRiraAUM en 
tmderen 9 ten bewijze van het gefnoef en de pnuil- 
zucht van Schaab dienende, thans niet inksfcheot 
maar wij kunnen het niet verbergen , dat het ons 
genoegen gaf later te zien , fioe een geleei^ Duit- 
fcber ip eene zeer uitgewerkte recenfie van Scha abs 

werk 



C 7^ ) 

werk (^) zich hgzonder breedyoerig heefc uic-. 
gelaten » over dit onbegrijpelijk zelfbehagen van 
Dr. Schaar^ door in de voorrede van h?t der- 
de deel uittrekfels te geven uit de brieven , wel- 
ke hem voor bet zenden van de prefept • exein« 
plaren der beide eerfte deelen waren toege*. 
zonden. 

99 De uitgevers van oude werken'^ zegt die ge^ 
leerde ^^ hebben zich voorheen wel beyverd om 
^ de testitnonia aangaande den fchrgver , dien 
19 zij behandelden » vooraan te doen drukken ^ 
99 maar dat een uitgever mededeelt « wat men 
9^ over zgn werk gefchreven heeft » hem mee 
99 complimenten overladende » is iets 9 hetwelk 
99 mij nooit is voorgekomen. De Heer Schaab 9 
99 de kenner van de waarde der Oirkonden, 
99 had moeten weten , dat brieven , uit beleefd- 
99 heid gefchreven 9 niet als Oirkonden om ie^ 
99 mands oordeel te kennen 9 zijn aan te nemen; 
99 Zij zijn doorgaans voor één exemplaar te er* 
99 langen. 

99 Wij Hollanders 9" zegt die fchry ver verder ^ 
99 zouden aan alle die fraaije verzekeringen aan» 
99 gaande de onfterfelijkheid van Dr. Schaa» en 

w dat 

(*) I0 de JenaïTche Algmeine Lineraiur Zeitüng Jült 
Ï833 JN^. 133 en volgende. 



C 77 ) 

^. êkt hij al den twist had geëindigd , geen ge- 
^ loóf geven enz. 9" welk laacfte dan ook waar- 
lyk by mij en anderen in geen het minde op- 
zigt plaats vindt. 

tt. (Tot M. 19.) 
' Wg hebben over het gene er in de Narede 
van bl. 179- 16 X ♦ gwegd is f over het eerb^ 
wijs der Mentzers van 1824 tot 18^7 jegens den 
naam van GutenBerg^ later in velen uitge- 
breid ^ maar zullen dit thans voorbij gaan. • 

Alleen zij gezegd ^ dat wij aangewezen hebben 
hoe de Heef Scha ab zich lieeft veroorloofd om 
te veel voor de Duitfchers^ toe te eige- 
nen. Onder anderen heeft hij gefproken van* 
eenen gedenkpenning , welke bij een der Eeuw- 
feesten üi Duitschland ter eere van GuTENBERa 
2oude geflagen zijn en met het opfchrift pronkte : 
Disfimülare i^irum hunc , disfimulare Deum esté 
(Wie dezen Man miskent, miskent de gunsc 

van God.) 
Wij hebben deze vreemde veer, waarmede hy zijn 
Icaauwtje heeft öpgépronkt als Hollands elgen- 
-dmn te rug genomen. D^ïjq regel Is de laatfte 
>an het fraage bijfchrift van Petrus Scriverius 
op de afbeelding van Laurens Koster , 200 als 
'te zien^ U op de prent voor de beroemde 'Lau^ 
rekrans. 

Op 



06 ) 

op bec emik vtn dt^ Berigfén iiebbep wy 
00$ bgsonder ükgekcefi over het gdele van al 
di( eeil>ewjji.é en aiogéWeztri, dat deae wind ea 
die ptoüketü te SïéMi a^ waarlitf idlieveqdea ed 
Mparqjdigen moet mishagen « en dat de fchnjve^ 
een en ander niet had rïiögen voordragen ^ als 
^ eene gèdeèlcelyhe aflosGng van eene beiligai 
II fcholdi*' 

§. <:tot M. 450 

t>k.geiiéele tgdvak On het leVen Van Gv* 
tBHBWG) vait 1400 tot X436 zoude verder vóór 
ons geheel donker zgn gebleven ^ ware het niet 4 
dat de Heer Schaaü hetzelve eenigefniate ^ 
Ivonderbaa^ Bad aangevuld en opgehelilefd» 
. Met deti ring van Gvoifs konde men we^oa* 
fezien in eetfe Icamer komen en alles bezietieg 
beloeren^ maar dit bepaalde zich totóüntég^mr 
t9ordigH$ d^ De fchnjver moet itf het*bezii! 
feweest zyn van e^nen nog itéstelyker fteen of 
fing, welke hem in den verleden tydi ja tot 
rr$egere eeuweê te rüg voerdei^ Hoe foode bS 
anders geweten hebbeff « wat OutCMbbeo te 
Straatiburg in 2tyne binnen <*kacDer en ineens 
Aiamheid verTigt heeftt Wi| Weten mi dooi' 
^cHkisi ,^ dat aiyn held te StraaisHfg mee 
^ gefloteAe deoren in ftilte werkte f led ejndtf 
ly bij tünt geheime kunden van niemand be^iafie^ 



( 1^ ) 

H te worden t en dat hy overvallen, eindelijk 
ft op fterken aandrang befloot, om zijne kunsc 
^ tegen te doene betaling, «m deze ftoute In* 
1^ dringers te leeren.** 

Misfchien heeft de Heer Sööaab hieronitrenc 
geheime openbaringen gehad , en zoo ja , dan 
hopen wg , dat hg deswege zoo wel , als aan- 
gaande de vroegere uitvindingen van Gotenberq 
voor den jare 1440, en van de latere mededee- 
ling zijner ontdekkingen., aangaande de kunst, 
om met losfe letters boeken ce drukken , in den 
Jare 1436 , ook aangaande het waar ? wanneer ? 
ea aan ^ie? deze ontdekkingen zyn gedaan. 
Wö verwachten alsdan voldoenie aanwyzingen 
«n ook, of die ontdekkingen, tegen betaling 
KliffratU^yi medegedeeld* 



4. (Tot bL 45-49. en i8(j- 194.) 
In geen gedeelte van het in het Nederduitsch 
oitfegeven berigt is bij de omwerking -een© 
grootere verandering gekomen, dan in het ver-. 
Iwal, aangaande het proces te Straatsburg, i» 
1439 met de Erven Dritzsun gevoerd. 
. Niet alleen heb ik de;ze gefcheidene berigteit 
tot een geheel gebragt, maar er zijn ook vele 
andere bedenkingen en argumenten bijgekomen , 



waaf' 



( 8o ) 

waardoor dit gedeelte als hec ware « toe eend*, 
op 2ich 2elvcn (laande verhandeling is nitgede^ 
gen. Ik ben na alles mee bedaarden zin te hebben 
overlegd en overwogen ^ zoodanig vandeonge** 
grondheid » om uit deze procesftuklcen eenig be- 
wijs voor de aanfpraak van M^ntz af te leiden « 
overtuigd « dat ik opentlijk aan de geleerde we- 
reld de volgende Thefis heb voorgefteld en mij 
genegen heb betuigd , om dezelve tegen eiken 
befcheiden Advocaat ?an Mentz ftaande te bouw- 
den en te verdedigen : 

^ Indien de naam van Johanh Oütbnbero 
^ niet door Schöpflin en zijne navolgeis , in dé 
fy (lukken van het proces met de Erven Dritzehn 
^ te ^traatsburgm 1439 gevoerd ♦ was gevon*' 
^ den , als dan zoude niemand ooit op de ge- 
^ dachte zyn gekomen, om dit proces aan te 
n merken , als in eenig verband te fhan met de 
^ boekdrukkunst zelve/* 

Gaarne zoude ik van de uitbreiding en den 
beteren zamenhang Tan deze afdeeling, verflag' 
willen geven , maar ik moet vreezen ahdan al* 
te wydloopig te zullen worden en zal het der-* 
halve voor den Nederlandfchen Lezer , bij her 
geen er in het berigt en in de nalezingeirftaax » 
laten blijven. 

Ik vermeen echter nog te mogen mddeffi* 

<Iat 



( 8i ) 

daC tnf mbiiiteDkndsche geleerdet^mij aangaande 
die gedeelte müner poging , met eene bijzondere 
goedkeuring: hftbben vereerd» 

Naar hun oordeel heb ik door de geheel/e ont'» 
£enawing der argumenten » op .welke de Duit* 
fcfaers bunne leer aangaande het beftaan vao ee« 
ne drukkerij te Straatsburg voanien l^M 1440^ 
bet tüdftip van de aankomst der Haarlemmer 
* letters te Mentz > vestigen ^ eene leer met wel** 
ke onze; Advocaten Mebrman en KoNiNoTche* 
nen in te Hemmen , aan de Advocaten der zaak 
van Mentz hun voomaamile fteunfel ontnomen; 

Ik heV van den kant d^r Duitrchers nog niets 
tegen hec refulcaat van mijne nafporingen in de* 
zen gezien 9 en voed de hoop , dat men mg 
tot nadere defenfie van deze voorgedragen Hel- 
ling zal oproepen y vooral om dat ik mij hiertoe 
jnet verfcbeidene nUuwi bewgsgropden en ge* 
zonde redeqeringen , gewapend zx^f^ 

Het was verder voor iqij eene zeer opni^rke* 
lijke zaa[k, da£ de Coramisfle tot de< oprigting 
en inwijding van bet gedenkteeken voor Go- 
tEN^ERG te MMtz in 1^8369 van het StraatSi- 
bui^er proces » in hare oproeping geen enkel 
woord fpreekt, hoezeer Schaab vroeger ftellig 
hdd voorgedragen en ftaaode gehouden 9 ^f dat 
^ aic deze procesftakken voldoende (autheH' 

V. D. III. St. F „ tiscA) 



( 8a ) 

^ tfscS) belezen werd, dat OvTEmBmo zyoe 
,y eerfie proeven om NB* met beweegbare lettert 
fp toeken te drukken , in het jaar 1436 begon« 
^ nen heeft.** 

5. (Tot bl. 73.) 
O^ bet ffot dezer opgave aangaande de voort* 
braigréls der pers van Gutenbbro, geeft de 
fehrijver eene narede over de verrcbillende 
foofcen van letters , waarmede de eerfte boeken 
tt Mentz Mttden gedrukt zijn, welke bij de/y* 
fenkarüktttistUk der Mimuoifche pers noemt« 
Dttë uitweiding bevat zoo ^veel opmerkelijks 
flat w| detélve niet mogen voorbff gaart. 
' Cèf st (preekt de Arbrijver van de Mentztfche 
Urtypen y mee Welke de Donaten en de* 4a re- 
geKge Bgbel zonden gedrukt zijn , en hij ver« 
klaart tevens , dat de eerfte proeven van Gv^ 
nMMstio ki A* B. Cé. bladen , Gebedenboeken ^ 
Biechtfpiegefo, Donaten en die 41 regefige Bg^ 
bel van liet eerAe geJSacht zouden zijn. 
« Vroeger zeide de fchrijver ^ dat bij het begin 
.fler Compagnierthap tusicfaen Fust en Guten** 
Hero in den Jare 1450 nog geene ^rulcgereed» 
Vbhappen 'Voorhanden ;ijn geweest , maar dat deze 
Met iiet^d van Fust werden vervaardigd en 
ingerigc. Hoe kan hij nu dan verzekeren » dat 
de letters dier A. S. C. bhden , Gettedt^aboe*^ 

kea>- 



( 83 ) 

ken» Confesfionalen en Donaten , waarmede 
GutSNB£RG zijne eerftê proeven zoude genomen 
hebben 9 en die van den gemelden Bijbel , eend 
en dezelfde zijn? 

Op bec allervroegfte zyn deze laacfte letters iil 
of na den jare 1450 gegoten en bewerkt. De 
üeer Schaab zal niet willen beweren, dat er 
jeti mee die letters is gedrukt voör dat ze ge^ 
gegoten waren en dat de vermelde bladen éfi 
Schoolboeken met die letters zullen vervaardigd 

De fchrijver houde ons verder de vraag tett 
goede , of hij wel ooit eenig exemplaar van 
deze A. B. C. bladen , Gebedenboeken , Biecht- 
ipiegels en Donaten gezien heeft, welke het 
Toldoisnd bewgs met zich droegen , dat ï% vaa 
GuTSNBBRGS pers voor 1450 zijn gekomen» 
£n wanneer zouden dan deze ftukken gedrukt 
zijn? Schaab zegt zelf, dat er geen fpoor van 
bewijs beilaat, dat er een blaadje te Straats^ 
burg gedrukt is ; zouden zij dan te Mentz vtt^ 
«aardigd zijn na 1445, ^^^ hij dood -arm was. 
Dat hij met dadelijke bewijzen en niet met l09« 
ie woorden opkome. Wy dagen hem hiertoe 
vrlendelt|k uit. 



F i In 



C «4 > 

Ui deze zoogeüöemde Typenkarakterisdek 
kornak verder nog eenige zaken voor, welke 
«aogaande de verdienden van Gdtënbbro als 
werkman of kunftenaar geenszins voordeelig g$* 

tuigen « 

Volgens ScHAAB zgn de letters van den eer- 
Hen Bybel dik 9 ruw^ ongelijk^ en die vanhec 
Catholkon 1460, zijn dun ^ mager ^ ongüfjk en 
fieckt gêfatfoeneerd ^ in elk opzigt eene ecrftt 
proef verradend; deze laatfte letteren in 1460 
vervaardigd 9 verfchenen zeker na de groote ver^ 
beteringen van de eerfte pers , aa Fust en Schof-> 
MtKs.Pfalter van 1457. 
. Waarlyk Gutbnberos. nagedachtenis, is door 
.den Heer ScHAABfomtyds op eene geheel vreemd- 
de wyze verheerlijkt. Doorgaans en bgna in 
0lk betrekkingen is des mans waarde meer dow 
.hem neergedrukt, dan verhoogd. 

6. (Tot bl. 82 na r. loj 
. Wij hebben hier met een enkel woord ge<- 
waagd , van het onbehoorlijk bedrijf van den Heer 
5cBAAB, door de voorrede en het fiot van het 
verhaal van Junius weg te laten. Wij hebben 
J>jy . de vertaling deswege, meer breedvoerig ge- 
weest en het belang van beiden beoogd. . Wg 
zullen deze gezegde hier niet inlasfchen , maar 
vermeenen alleen te mogen zeggen , dat wy het 

dien^ 



C 85 ) 

dicnftig hebben berchouwd om het geheel ver- 
haal vertaald, als Bijlage te geven. De onpar- 
cydige Dnitfcher kan als nuiienyOfdeFranfché 
klanken : fameufe fable^ recitfabuhux » amte 
au fabic de Junius , etmte de veille , narratiow 
romanesquê en meer dergelijke , door Schaab . 
nagebaauwd, verzuurd, verfcherpc en vermeer- 
derd , op* deie befcheidene en krachtige redene- 
ringen cpepasfelyk zijn. 

Het doet my van achteren leed , dat ik de^ 
getuigenisftn van van Suren , Coornhert en 
GuiccARDiNi insgelijks niet als bijlagen gegeven* 
heb , vermits de Duitfchers zich als nog blijven* 
Verheffen op de eenmaal opgevatte en telken» 
volgehoudene verzekering , dat Junius de eerjlet 
en eenigjie getuige voor Haarlem zoude A]vu 

Ik heb verder bij dit berigt aangaande de 
kwade trouw van den Heer Schaab , door do* 
getuigenis van Junius te verminken , mij breed- 
voerig uitgelaten ; over des mans onzinnigheid » 
om Gerard Meerman, den fchrijver de^ 
Orlgines Typographicae in 176a- 1765^ ui* 
hoofde der bekende zinfnede in den brief aatt 
Wagen AAR in 1757 als getuige tegen Junius 
san te voeren. Maar ik vermeen dit betoog 
ak alleen voor den Heer Schaab dienende, thanS 
ie mogen laten liggen» 

F 3 7- 



C 86 ) 

7. (Tot bl. 23 na r. 4. J 

Zeer onvoorzigrig laat de fcbrijver ztch ift 
zyne hevigheid aic « als erf* de uitvinding der 
4nikl(ansc door Laürens Koster hec werk zou* 
4e zijn geweest van eenige uren « en dac er hi>. 
Jjüvivs geeoe melding is van hec jaar ^ de maand 
ea den dag. 

9^ Een Koster ce Haarlem , zegt Schaab » wai 
^ de buitengewone maq , die in eens de gan- 
^ fche techniek van de Lettergieterij en de Boek^ 
^ drukkunst ontdekte en ten uitvoer heeft ge» 
^ bragt. Deze Koster was tevens vormfnijder 
^ en wat Gutenbbko en andere kunstenaars ^ mee 
^ groote talenten begaafd, jaren lang bezig 
1, hield, was voor dezen Haarlemmer AW/er het 
ig werk van weinige oogenblikken.** 

Maar , Mgn Heer Schaab ! vraar hebt gij dit 
alles gezien of gelezen? Jumus zelf deelt het 
berigt van den voortgang der zaak, hoe hij met 
enkele letters (Jigillatim , dat is een vooreen) 
fien dienfte van Kosters kindskinderen begon , 
tot op het drukken der bladen van den Spiegel 
4er behoudenis in eenen voldoenden voortgang 
en zamenhang mede. 

Dat KosT^ voor Gctenbebg en andere groo^ 
ter kunstenaars moest onderdoen, is ook al 
wederom ecne van Uwe gewaagde losfe flellia-i 

gen. 



C 8r ) 

gen f tn ¥ruu'am hebr gg voorby gts^ , dat (fe 
fchoon^ooo van Koster, Thomas Pu|T£R4i ^ 
Mii man ia de kracht vu zyo leven de mede-, 
belpor ett kuoicgenooc van Kcutbr wai , dooi; 
wien hij s^ne uitvindingen in werking en teq 
uitvoer zag brengen , ja verbeteren, gelijk uit de 
vinding van eeneq dikken meer houdbaren itdu 
bewexen wordt» 

8. (Tot 96t.y 

Ik heb bg de vier alhier opgegeven^ Thefet-, 
behalve in de opgave van meer namen inde s4f 
en 3de vóórkomende t nog eene vyfife ge- 
voegd. 

^ Het was voof Jimius Mji^gêlffJi te,bewei^ 
^ ken» dat twee eeuwen na hft g^en van vt^ 
^ verhaal eenige bladen w\ bet fchoolbod^ van 
^ Aluaw)!» Galws Cie Par^y ^sQr^wnha- 
^gi ^ Kopfiênhagen} mwtl vaatweeoj^lagpq 
f^ gevonden werden , waar door ^Izoo zijne veraie^ 
^ kerii^ f dat dit fchoQlboek te Mcftsz m% de 
^ Haailemmer Leuftrs gedrukt is , volkomen Ih)* 
^ wem wordt/* 

Ik heb hei: ver^r dimllig geoordeeU^ «m , v^iqr 
ik van het gene ScuAAa tegen de gecuigcipi^ van 
JuMius zegt afllame, hier bg nog het volgende 
te voQgen. 

Verder fpreekt de l^eer Scuaab nog gefta- 

F 4 dig 



( SS ) 

dig, als of de veiihndelijke vermogens vanju^ 
Hius reeds door zijne hooge jaren zonden rer- 
zwakt zijn » toen hij het bekend verhaal ten ptL^ 
piere bragt. Hg noemt denzelven geftadig , ded 
ouden , reeds kindsch geworden Doctor ^ krank-- 
zinnige babbelend enz. enz. ( maar waarom heefc 
hg niet bedacht , dat Junius in den jare 1 5 1 r 
geboren, 57 , zegge zeven en vijftig , jaren oud 
was, toen hg in 1568 het verhaal gaf enalzoo 
nog veel jonger was , dan wg beiden, waren tóen 
wg fchreven. 

Ik geloof, dat de Heer Schaab , (die vol* 
gens berigten thans 71 jaren oud is) zich hoo^ 
gelijk vertoornen zoude , wanneer men zijn werk 
geheel en al wilde verwerpen om dat het in vér« 
gevorderden leeftijd is vervaardigd. 

Even min zoude ik , die in mijn tf^lle jaat 
ben gekomen , zulks van mijne , na den jare 1814 
uitgegevene werken willen dulden* 

Wanneer men de zorg voor zijnen naam niet 
uit het oog verliest , en met ernst en overtui» 
gbig werkt , in den leeftijd , waar in de opbniir 
fchhig van het warme bloed der jonge jaren 
geheel ophoudt , dan neemt naar mijn begrip dë 
geloofwaardigheid eerder toe dan af* 

De Heer Schaab zoude ook uit de briévèb 
van JtJNius hebben kunnen zien, en ^b over- 

cui« 



C 89 > 

tbigen, dat de wijze en geleerde tnan^ alle de 

' voortreffelijke vermogens van zijnen geest tot 

aan het einde van zijn leven heeft behouden, (^y 

9. (Tot bl. 103.) 

Atagaande het aanzien van het kostersambt 
(kerkmeester) v66r de Reformatie, heb ik 
behalve het voorbeeld aangaande een' Heer , uit 
de aanzienlijke familie Sohabb » die koster te 
Utrecht was, nog kunnen bijbrengen , dat Ger« 
BRAND Heeren Anthoniszoon , koster te 
Hoorn 1496, en Gbb&t van dbnDorschb, 
koster te Utrecht 1476 geweest zijn; de eerde 
was de zoon van een lid der regering , de laat* 
fie van adelijken huize ; de acte van aanftelling 
des laatften is bewaard bij Burmlan , Utrecht fche 
Jaarboeken en deze acte ftr^kt ten bewijze van 
het aanzien dezer bediening. 

10. (Tot bl. laoO 

Men moet zich niet verwonderen, dat dê 
Heer Schaar bij de lezing van het eerfte hoofd* 
Huk van het werk van J. Koning niet bemerkt 
heeft, dat de laatstgemelde zich over het tech<- 
nologische gedeelte van de Boekdrukkunst uit- 

lier 9 

, (O Junius ftierf ce AmemuUen aan de Zeeuwfche koorts 
bij een bezoek aan z^ne fchoonznscer , de beroemde Kenau 
'HasIslaar , gehuwd aan NA^NINO Borst. 

F5 



( po ) 

liet f mee het bepaald oogmerk, om eene opynttiog 
van den Heer MbbAman te wederl^gen, di^ 
aic eene overmaat van goedwilügheidseenefoort 
van transactie tusfchen Haarlem en Meniz 
wilde daarftellen , volgens welke aan KodTBB. al^ 
l^n de uitvinding der beweegbare bouten letters ^ 
aan GtTTBifBB&G (Gemficuch) die der koperen « 
en aan Schöffbr die der gegotene letters %wr 
de worden toegekend. 

Koning heeft op het gexag van den beroem- 
den Lettergieter Enschbbe , en met zaken ap^ 
dictisch bewezen , dat de letters op de pers van 
KosTBK gebruikt , gegoten en alzoo hs en bc^ 
weegbaar waren. 

Voor de vrienden der waarheid is alzoo het 
onderzoek naar- en de beoordeeling van de gen 
bruikte werktuigen door Koning gegeven , van 
eenehooge waarde, en nergens, zoo veel ik weet , 
is, overhetf^r^tf begin dereigentlükeBoekdruk- 
kunst , afgefcheiden van de perfonen , met zo^ 
veel doorzigt en kennis gefproken , als in dit ge- 
deelte van KoNiNGS werk. 

Om den Heer Schaar geheel te doen kennen 
vermeen ik zijn oordeel over dit hoofdiluk te 
moeten mededeelen. . 

„ Het bewijs der Jlechtkeid van deze gereedr 
„ fchappen is de kunstgreep , waar om de Heer 

„ Ko. 



( 91 y 

^ KoMiHa zich weoteit en draait ; zulk on be^ 
^ wi|s maakt voorzeker aan den (laat der bo- 
^ fchaving te Haarlem en aan het verftand van, 
f, hunnen Koster geene eere » want heris alleeu 
1^ ^ onwetendheid en domheid gegrond. Een, 
^ man uit edel vorftelijk bloed gerproten , en4ie; 
^ de voomaamfte regeringsposten in zijne Va»^ 
ff derftad bekleedde, zoude zulk een ruw en* 
f, dom mensch z^n geweest , dat men van hemi 
^ de geringde kennis van de eerfte bandgre^» 
^ pen voor de Xylographie en de Boekdruk- 
^ kunst niet verwachten mogt. En echter zooh 
9P de hij volgens Jükito een man geweest zij4 
fp van gcoote en beproefde kunde, (ptr^magni 
^ et fubacti ingenü.^ Alles wat de Heer Ko"« 
II iriNa alzoo van zijne eigene kennis van dft 
9, eerfte gereedfchappen voor de Boekdrukkunst, 
„ welke hij van den beginne 4if heeft nagegaa^k 
„ zegt , zjln drogredenen , waardoor hy of zich 
„ zelven bedriegt , of anderen zand tn de oogen 
y^ wil werpen. (*) 

II. (Tot lai na r. p. 
Sghaab zegt, dat dit boek, (de Spiegel 
der behoudenis) tot de oude BijbeUche preme^ 
^ken behoort, dat het flechta op ééné züde 

van 

O III. 50 - SI. 



C 9% ) 

vu het blad gedrukt is^en vtn ottds een zéet^ 
geliefd boek zoude gfeweest zijn. ^ Hij zonde* 
9^ er geen gewag van gemaakt hebben , indien 
^ Jüjwnrs in zyn fprookje (Mlrchen^ over de 
^ Laurenfiaanfcke uitvinding, aan dit boek 
^ niet deeere bewezen had, om de Holland* 
^ fche uitgave als de eerfteling der pers van 
^ Laurbns te vermelden en daardoor aan het» 
,^ zélve eene niet verdiende celebriteit te 
9> geven. 
: ^ Ook zoude ik /* zegt h^ verder ^y er geea 
^ woord van gefproken hebben, had de Heer 
^ KoNiKO niet aangevoerd, dat hij nieuwe be- 
,9 fcbeiden gevonden had, welke onwederfpre^r 
9^ keiijk bewijzen, dat niét alleen de Holland*^ 
^ fche uitgave , maar ook de beide Latijnfdho* 
yf en de tweede HoUandfche uitgave van deza 
^ pers verfchenen zijn.'* 

12. (Tot bl. lift. na r. i6. 
Wy wenfchen den fchrijver te fparen om zij«- 
ner jaren wille . hoe zwaar het ook vallen mo-* 
ge , om dat hij zich jegens onzen verdienftelijken 
Landgenoot Koning zoo veel onbetamelgks ver* 
oorlooft. Om de maat in dezen vol te meteu' 
zegt hij: „ Het is bij mij onvergeeflijk^ dathif 
iy (Koking) zijne geprezene kennis van dege- 
„ heele Boekdrukkunst en Lettergieterij en van 

„de 



( 93 ) 

^ de gereedfchappen daarcoè gebruikt om ons 
^ te doen gelooven , dac hij mee verlichte pogen 
^ deze oude druklLen , letter voor letter , heéfc 
^ onderzocht , zoo . dat hij het dadelijk konde 
f^ . Men 9 dat de ponfe of ftempd , welke in^ de 
5, nsairice geflagen werd, niet van itaal njaar 
9^. van hout of tin was, en dat de maerice niet 
^ van koper , maar van lood is geweest en dat 
^ de drukpers eene gewoonlgke handpers was. 
^ Rifum ieneatis amku 

Waarl^k de HeertSoHAAB had dit; dot moe* 
.een weglaten of op zich zelven toepasfen. Msn 
klacht meer dm dan door hem. 

Het gaf mg bö' eene latere befchoQwing ec;ii 
treorig gevoel te bemerken .(ht de Heer Schaab 
niet heeft willen in:den , wat de Heer Koning 
verder heeft gezegd. * 

.. De veceeniging van al het gebrekkige door 
^ flechtheid der verfchillende inftramenten, 
welke bi} geene der eerftelingen van eene<irak^ 
-pers na 146a alzoo voorkomt, draagt naar mijft 
•inzien , bet kennelgk bewijs met zich , dat ^dit 
boek het 4iUereepfie is 9 het w^k van eene pa^ 
ootitane of geheel jonge drukpers is gekomen. (*) 

C) Sknide de Heer Schaab ergens eldef^ een boek 

met 



( 94 ) 

13* ^Toc bL isj. m r. 5».) 
. Het gene hier door ons gezoet is , aangaii^ 
de het betoog van Koviira ten opsigte vaik de 
*aal<i is later meer uitgebreid» 

Het is onzes inziens door KoNiva buiten 
twyfel gefteld , dat becNederduitscli niet zweemt 
mar het Vlaamsch of Belgisch dialect, maar 
Jieniielijk zuiver HoUandsch is. 
. De fcbrijver zoude wel gedaan hebben om 
de nadere bewezen , door den Heer KoviNa io 
liet aan hem bekende eerfte Qnk der bijdragen 
medegedeeld f te lezen en te overwegen* De on» 
partijdige lezer vindt aldaar het volledigfte bew 
wijs 9 dac de Nederduicfche overzetting van den 
Spiegel der behoudenis f bepaildelyk in hetdi* 
tlect gegeven is , het welk voorheen , pi thansnog 
ce Amjlerdamy Haarlem^ Uerechi of liever, 
in het middelde gedeelte van de Provincie Hot- 
iandi in het dagelijkfche leven gehoord wordt» 

De Heer Schaab heeft waarfchljnlijk dit ge«» 
4feelte van de verhandeling van den Heer K» 
mUM: t en dit ftuk in de Bijdragen f waarbij te- 
vens bewezen wordt 9 dat hier blyken^aanwe- 
jig f ü« van eene bijzondere vofdering in de 

met bladen tsn de éine zfjde bednikt ea twee sta eesi 
.(ephdGC gesiM hebben? 



C 95 ) 

9 cusfchen de üicgave vocmt den jare 1440 
en een handfchrifi: van 14649 niet willen inzien 

, of gebruiken • Hij zoude anders des fchrijvers 
(pordeel, kunde,, vigc en naauwkeurigheid wel 
ttiigewezen en gepr^en hebben. 

* 14. CToc bl. 141 nar* 12.} 
Het is genoegzaam bekend, hoe inditberige 
van Atkyks gezegd wordt , dat tot de uitvoering 
der Boekdrukkunst in Engeland , voor den jare 

t, 1560 een ervaren werkman met name Fredrir 
C0RCEUIS te HaarUm werd aangenomen, 
om te Oxft^t eene drukkerij op te rigten« 
• Zeer veel is door Meerman en Koning tot 
verdediging der echtheid van deze Oirkonde ten 
papiere gebragt , door anderen ter beftrijdidg» 
De Heer ScflAAB voert alleen aan, wat de laat- 
fte zeggen. Zijn oordeel is alzoo eenaigdig eit 
tevens onbekookt. 

Wij willen ons over de verfchillende . wijzen 
van zied in dezen niet uitlaten , om dat wij bet 
geheele bewijs niet noodig hebben en (lellen al- 
leen de vraag voor : „ welke redenen zoude 
ly Atkyns bewogen hebben , om deze berigten 
5, te verzinnen?'* voordeel, eere, genoegen 
tioch nut was er mede te verwerven. (^} 

Het 

C*) Ni .Ecleitn te hebban» wat over die Serigi van 

Ar- 



( 96 ) 

15. CTotbK 148.) 

Het geeft om verder een fmartelgk gevoel i 

dat de Heer Schaab na soo vele poGtieve be* 

wijzen van zijnen haat en zyoe ongunst Ord) 

tegen Koning en zijn werk gegeven te hebben^ bo» 

vendien nog negatief jegens dien wakkeren en 

werkzamen Geleerde onregtvaardig heeft wfflen 

2||n , vermits hij alles wat hem als lofielijk in 

liet werk van onzen landgenoot is voorgekomen » 

met ftilzwijgen voorbg gaat* 

. Een gemoedelijk- waarheid'^ en geregtighdd* 

llevend fchrijver zoude niet hébben nagelaten ^ 

te doen opmerken » dat de Heer Koning een 

werk gefch reven heeft 9 hetwelk voor de Ge* 

fchiedenis der Boekdrukkunst onverfchillig of 

men voor Mentz oiyoor Haarlem ijvert » van 

het grootfte belang is. 

Nie- 

Anmu by SbvsU. <$3-/3«by MsaaMAii. L 6a en II. 

tot 40» en voord bQ van Oosten ds Bruin 24S ,^^ 
338 gcfcbreven is, en dit alles onderling vergeleken 
te hebben , en met hec berigc van Wood , voorkomen* 
de , bij WoLFF Món. Typograpkka IL p. iiii ,bend:vmi 
de waarheid en echtheid dezer berigten in weerwil vaa 
alle tegenspraak , zoo overtuigd geworden , dac ik b^ de 
opgaaf der verdedigbare Thefes aan het flot van m^ 
boek , ook van deze zaak als van een fteffig bewijs voor 
het voortdurend beflaan van eene drukkerij ce Hèarim,9 
heb meldiiTg gcmaskc. 



C 97 ) 

Niêiüand heeft vroeger de nVr drukken of 
oplagen van den Spiegel der behoudenis en de 
andere vOorcbrengfels van de Haarlemmer pers j 
Cpltoc en letcerdruk} en mee meer geoefende 
oogen kunnen nazien ^ vergelijken en befcbry-^ 
ven* ('*'} Niemand misfcbien heeft aan de op« 

» 

l^oring en beoordeeling van de proeven der 
Boekdrukkunst in Duitsthland zoo veel tijds 
en arbeids hefteed » als hij. En zeker heefc 
geen fchrijver zich ijveriger betoond » om alles 
Wat voor en tegen de aanfpraken van Haarlem » 
Straatsburg en Mentz gefchreven is , met be-* 
daarden zin en waarheidsliefde op te zoeken^ 
aan het licht te brengen, en met befcheidea* 
beid te beoordeelen. 
En ware het j dat de Heer Schaab het niec 

4^s noodig had befchouwd zich hier over uit te 
laten , dan had hij toch , naar mijn oordeel ^ 
over de regtvaardigbeid van den Heer Konino 

Jegens Mentz eenige melding moeten maken. 

.Onze Landgenoot heeft het als op den voor« 

'gcond yan zjjn werk gezet x 

ifDaf 

' O Het Sè eene zéér béhégriike ofMüerklnjt vin den 
•Heer EbeRt , dat niemand der feUe beflrijders Van de 
aanfpraak van Haarlem ooit een ezen^laar van dttt 
Spiegel heejpt gadegeflagen. 

V. D. III. ^^t. G 



(98 ) 

11 

^ Dftc Menfz , na in het bezie ?an de kunst 
^ gekomen ce zijn^ zich den hoogften lof lieeft 
f^ Waardig gemaakt» naardien dezelve aldaar 
'yy niet alleen in velen verbeterd is » maar ook tot 
fy den hoogften trap van volmaaktheid is 'ge- 
^ br^gt. W)} danken derhalve de Voorzienig- 
^ heid, dat de kunst in de handen van 
^ minnen gekomen is , die dezelve naar waar* 
fy de hebben weten te fchatten en bekwaamheid 
^ genoeg bezaten » om deze te volmaken en 
^fy geheel Europa deel te doen erlangen aan de 
\y weldadige nitvindil^« 

x6. (Tot bl. 149* 1^3 en 203 tot 213. 

Wy hebben op bL 203 reeds iets gezegd » 

waarom wij de vroeger gegevene berigten aaiH 

'giEiande hetgeen de Heer Schaab over den Heer 

Èfeent had gezegd , later eenigzins hebben ver- 

'Zwaard* 

Bg de omwerking van dit betoc^e vow de 
Hoogddtfehe vertaling hebben wij, om dat dit 
'^déelte voOlral dienen moest ten einde de onbe- 
fcheidenheid van den Heer Scha ab legen eenen 
'eigenen verdienitelijken Landgenoot , alleen om 
•dat * deze r^gtMordig is jegens Haarlem » 
te beter aan de Duitfchers te doen kennen» 
trog zeer aatizienltjk uitgebreid. 

Wij vermeenen bet niec nbodig te zgn om 

voor 



c 99^y 

voor onze Landgenoocen dit geheele berige te 
herhalen, en zullen ons d^halve alleen bepalen tot 
die punten 9 waarbij de Heer Schaab bijzonder 
hatelijk is geweest jegens Haarlem en de Ne- 
derlanders. 

Op de zinfnede beginnende op bL 209 ^ waar- 
bij melding is hoe de fchrijver de met authoriteitea 
van Reiffenbbrg (*} en van Praet fchermt » 
volgt : 

„ De fchrijver heeft verder bij de beoordee- 
'Ihig van het bedrijf vaii den Heer Ebert eene 
bitterheid getoond , van welke ik in de Letter- 
kundige Gefchiedenis bijna geene wedergade 
ken, ten minde niet by lieden, die op debe- 
fchaafdheid en wederzijdfche welwillendheid, 
welke de gevolgen behooren te zijn van de be- 
oefening der wetenfchapppn , aanfpraak maken.'* 

De Heer Ebbrt heeft ergens medegedeeld, 

hoe 

* ■ 

(^) Bij het noemen van dezen naam hebben wg niet 
onaahgewezen gelaten , dac de Heer Schaab aan de^en 
Hr, Reiffenberg eene meerdere ge1oofwaard%héM we* 
. kent , om dat hy ProTesfor was, aan de eerfte Univediteit 
van het bmd, waartoe Haarlem behoorde , t. w. Leuven , 
Wy hebben daarbij de woorden gevoegd: ^ Ofwi] Oud- 
^ Nederlanders ook protesteren zouden , wanneer zulk 
„ eene verzekering door eenen waardigen fchrijver in 
j, ernst was gedaan.'* 

G a 



C ^00 ) 

hoe Koning bevonden had, dat de houtfned^ 

plV^f welke voor het oude boek: de arsmo- 

rVéndi gediend hebben » lacer door Peter van 

Oj ^boekdrukker te Zwol^ in zyn fterfboek en 

in der Bijen-boek gebruikt werden ; hij had dit 

. berigt ^ uit het Haarlemmer weekblad : de Let^ 

i /^r^^^ van 6 Junij 1823 ontleend* Ditftuk was 

, aan den Heer Scha ab onbekend gebleven en nu 

trekt h ij uit de2e mededeeling het befluit ^ dac 

. tusfchen den Heer Ebert en de HoUandfche 

' Geleerden 9 eene geib^ige briefwisfeling en ee- 

nig verband beftond, en dit voor onbetamel^ 

. houdende vaart hij voort : 

^ Waarlijk met eene grootere verkleefdheid is 
19 er nog nooit een Duitfcher voor de Hollanders 
^ te velde getrokken , dan de Heer Ebert.** 
'■ Geen wonder is het , dat de H. H. Hollandera 
, aan hem deswege de getuigenis geven. ^ Hij 
j^ heeft door groote onpartijdige waarheidslief* 
,9 de gedreven , nieuwe gronden voor de Haar- 
„ lemmer aanfpraak aan het licht gebragt. Zy- 
^ ne manier van beoordeeling zal de oogen 
^ van vele kundige en regtvaardige lieden onder 
„ zijne Landgenooten openen.*' 

„Neen, Mijne Heeren Hollanders !** zegt de 
Heer Schaab in zijne volkomene waardigheid 
en met den toon van gezag , „ Neen , de Heer 

,> E. 



I 

C ïor ) 

^ Ebert behoeft de oogen van de kundige tti 
y^ regcvaardige Daltfchers niet te openen. De-' 
yy ze hebben alle gezonde oogen en de mist of 
fy nevel van Ebert zal biec in fiaat zijn, om 
py bet licht der waarheid voor een oogenblik • 
fy bt) hen te verdonkeren. 

fy Ebert had beter gedaan , wanneer hy ^- 
9) ne kunst om de oogen te openen , aan de 
yy H. H* Hollanders had beproefd, van welke/ 
yy onlangs in de Manheimer Courant verzekerd > 
yy werd , dat de beftendige beoefening der kunst- 
y, om de uijen te veredelen en het veelvuldig. 
fy hanteren (manipuleren) van de zelve,! het: 
yy welk het zintuig het gezigt verzwakt , ver-»r 
n mits het tranen wekt , hunne oogen onher^ 
f, ftelbaar bedorven hebben.*' 

Lezer ! dit zegt Dr. C. A. Schaab op bh 
^^6 van het 3de deel van zijn werk. Wij zal* 
len daarover niet uitweiden , maar vragen alleen : 
of het overnemen van een zoo dom en 
ellendig geraaskal van een Courantier aan den 
man voegt, die volgens een zijner brieven., tot. 
de Hooge Magistratuur gefiegen^ zich het 
voorbeeld door Cicero in zijne PAilippica im 
^ntonium gegeven , ter navolging voorftelt en 
aan my heeft durven aanprijzen. 

Dat de verzekering m de Maaheimer CoUr 

G 3 rant 



( 103 ) 

raoc gegeven , niet ten opzigte van alle Hol-, 
landers met de waarheid overeenkomflig is , ziet 
de Heer Scha^b door mijne poging. Ik beb 
nooit oyeo gehanteerd; myne oogen hebben 
hierdoor niets geleden » en hierdoor ben ik in, 
(laat geweest om jde nietigheid van zyn werk ,. 
door te zien en aan te wyzen. 
• ^ Was de Heer Ebcrt /* zegt de fchrijver. 
vervdgens, ^ honderd jaren vroeger met zyne. 
ff droomerijen opgetreden , dan zoude hij dogr-. 
ff züne fnerpende redeneringen en de . oogen-. 
ff fchynlijke zekerheid , waarmede hij alles door?^ 
ff drijft f ook buiten Holland profelieten gemaakc 
99 en ligtgeloovigen gevonden hebben >, die een,. 
99 zoo onhistorisch fprookje voor iets werkelyka 
^ zouden houden , maar in onze tijden 9 waaria 
99 de Historifche Critiek zoo veel veld gevon- 
99 den heeft , dat men overal (lellige bewijzeni 
99 voMert, zal hij van alle zijne moeite nieti 
ff als fchande inoogften. 

99' Het lied hetwelk de Heer ëbert voor de 
99 aanfpraak van Haarlem op de uitvinding def 
99 boekdrukkunst aanheft y klinkt flecht en valsch, 
99 maar zijne onverklaarbare ijver in het vech^ 
ff ten voor deze flechte zaak klinkt nog flechtet*. 

99 Niemand is in fiaat om dit bedrijf yan een 
99 Duitfchen geleerde te verklaren." 

De 



C ft03 ) 

De He€r Schaab veroorlooft zich aog tn^ct 
dergelyke uitvallen , maar wij willen ze niet io^ 
het breede opgaven. W^ zouden anders Icunqen 
aan¥ruzen ^ boe de fchry ver zich op nieuw in liet 
fpoor van Heinzk verheugt • door van Laursn* 
' KoswR den tTeehfelbalg te fpreken en van de^ 
kroeghouder (*), den waard* bij wien de leden der 
Haarlemmer regering bun gelag hielden en dapr 
per pooiden ; maar wy willen den i^ndjien reg^ 
eer te Memz door het aanhalen van meerpro^^ 
ven van aynen redeneertrant niet belagchelyli: 
inaken* 



Ten bewijze dat de woede van d^n Heer 
Schaab tegen Juwus eo £a£&T nog niet verzfr 

diga 

C*) itl. 8ptf. Watrom beefl de Heer Schaab niet oyer^ 
wogen , welke gasten er tn deae kroeg verTchenen. HQ 
hid in het ftak van KeifiNO« bijdragen bh 77 en 79 
komen xien , dat , bebalvt de hvA - Commaiideiir van U|- 
TzawuK , al^itr nog de aanzieniyke Edellieden v^rüAepea: 

JOBAII VAN BaEENCMZ » JaU» VAN KAAUNGEN « JpOST 

VAN Steeland» Johan van dea Laan, Hendrik van 
Wasienaar, Willem van Eomond en meen fiy hnè 
aldaar ook kunnen lesen» dtt de wQn In deze kroeg niei 
«p den tap hg en dat icy met jUukkmmem moea e gekiald 
werdeik 

G4 



C >04 ) 
digd Is geven wij hier nog !ets uit het (loc of de 
zamentreUting vaa zijne redeneringen. 

Na dat hjj lang bij den loszlnpigen tof van 
de Franfche dichters In becrekking tot Gutbn- 
BGRG, welke wy, noch aan dezen, noch aao Mtntz 
mivanen, heeft ftügeftaan , zegt bij: „ fchan- 
it de is het, dac terwyl in Frankrijk en in 
„ SeigiS geene enkele ftem voor de Haarlemmer 
ft uitvinding opgaat, Diutschland aan haar een 
M Advocaat heeft opgeleverd ; maar wat ^aa 
tf de onbevooroordeelde vriend der waarheid 
fy daarin (ia Eberts bednjf) anders befpeuren, 
„ dan de uitfpattingeD van eene wctenfchappe- 
t, lijke koorts. 

„ Allsen door afdwalingen brengt de natuur 
„ den menscb toe de waarheid, en het ligchaam 
„ behoeft dikwijls fierke fchokken, wanneer de 
„ geestvermogens wederom met de gewone 
„ krachten zullen werken. 

„ Hoe wenfchelijk was het , dat de Heer Ebert 
„ zyn onhittorisch gewawel over de Haarlem- 
„ mer uicvindtng der Boekdrukkunst, voor zich 
„ gehouden en niet 'beproefd had om deze kos- 
n. telyke parel in de Gefchiedenis van ons Va- 
H deriand te vernietigen." 

^ De bew^smiddeleq. voor. de Ha^rUmmw 

|y aanfpraak aangevoerd, bad bij ook niet tot 

: ' ' „ op- 



C 105 ) 

^ opfraukking moeten aanwenden; zij vergoe- 
^ den de moeite niet en beleedigen de waarheid. 
^ Het betoog der gronden van den Heer Ebert 
^ Is alleen opmerkelijk , door den pronk der 
^ krullen of trekken; het is eene zaakledige 
^ declamatie , waar achter men een verouderd 
,9 fprookje verbergt om het later met eenigoB 
,, glans te doen verfchijnen. 

y^ Voorzeker is hij reeds tot het punt geko- 
y^ men , om over zich zei ven te lagchen. Voor- 
^ zeker heeft hg zich zelven reeds over den 
^ fmartelijkenroem (celebriteit) verwenscht wet- 

m 

^ ke hij door de nieuwe beproeving van de Haar- 
f^ lemmer aanfpraak verworven heeft. Een donker 
Pf gevoel van de algemeene verontwaardiging, 
99 welke zijn bedrijf ten gevolge heeft , fchijnt 
99 hem voor den geest te zweven, want hij 
99 zwijgt nu reeds federt vijfjaren, op bet ane» 
99 woord van den Heer Lehne/* 

En hierin volgt dan het flot zoo als het door 
ons op bl. i6% is medegedeeld. 

99 De weg om te rug te komen , (de deur der 
99 genade) j» voor hem nog niét gefloten. Ik 
99 hoop het nog te beleven , dat het uur van 
99 berouw voor hem zal' verfchijnen , dachijden 
99 weg van nadenken zal inflaan en dat bij als 
99 dan als een Duitfche man bekennen zal» dar 

G 5 de 



( io6 ) 

ff de aedituus custosve , de kerkmeester of kos- 
^ eer van Jumius ^ eene herreDfchim Cfanfome) 
y^ is, welke alleen in hec oude en zwakke 
^ brein van eenen dweependen {J^anatifchcn} 
^ Arts heeft kunnen opkomen. 

9^ Ik , geloof dac de Heer Ebert een dex be«> 
^ drogenen is en daarom ^j alles door my zon- 
99 der toorn of haat J(Jine ird aut oJio') ge- 
^ zegd.** enz. 

IJ. (Tot W. 177.) 

De Narede van bh 177 tot 23a, is korter ge- 
worden , door dat eenige der Nalezingen in 
den tekst zijn ingelascht. Ik heb bij de Duit- 
fche uitgave nog eenige andere gevoegd , van 
welke wij als de voomaamfte de volgende ver- 
meenen te moeten vermelden. 

Ten einde niet befchuldigd te worden van 
eenige gedeelten van het werk van Schaab, 
te hebben voorbijgezien of overgeüagen , heb 
ik het als dienftig befchouwd 9 iets aangaande de 
hijvoegfels en aanhangfeU van het derde deel 
van het werk van Schaab^ vrelke omtrent twee 
honderd zyden druks beilaan ^ en ^gaarover reeds 
op bl» od iets gezegd was y eenigzins nader te ge- 
wagen* 

Over Aq vier eerfte ftukken^ welke buitep 
het veld onzer befchouwing liggen , behoeven wy 

ei- 



( io7 ) 

eJlgcDtlijk niets te zeggen ; wij aouden daarover 
misfcbien eeoigrins gunftig denken , indien de 
ftouce en beflisfende toon van den fchrijver by 
zyne oicfprakeo ons niet bad gebinderd. 



In bet vyfde ftuk wer de Boekdrukker ij en , 
welke in Mentz hebben beftaan , is de fchry ver 
wel zeer wydloopfg , maar by zwijgt gebeel en 
ld van de allereer fie drukkerij aldaar , uit wel- 
ke bet fcboolboek van Alkxand£r Gallus 
in 1441 9 met de Haarlemmer letters gedrukt , 
verfcbeen. 

Over ÏLtiZêsde : de Litteratuur van de Gefchie- 
denis der uitvinding f moeten wy eenigzins 
breedvoerig zijn , vooral , om dat de fcbrijver 
bierbij in zijne drift en bitterheid jegens Haar- 
lem en de Nederlanders voortgaat. 

Tegen de H. H. Koning en Ebert brengt 
bi} geene nieuwe fmaadredenen bij , maar wat 
bebben bem toch Petrus Scriverius en Geraro 
AI^ERMAN voor leed gedaan , dat bij tegen dezen 
op nieuw lostrekt ? 

Indien de fcbrijver de waarde van den eer* 
ften, als Geleerde en als Vaderlandlievenden 
Burger gekend bad , dan zoude bij wel nage- 
laten hebben , om denzelven als den klopvech- 

ter 



C io8 ) 

ter ^kampioen) voor de zaak van ItaarUm' 
voor te dragen, en dan had hij niet gezegd/ 
f^ dat ScRiVERius zich in zijne Laure - krans 
^ voor Laurens Koster had af^efloofd, om 
^ een lauwerkrans om een nien te winden. 
^ Ook had zijn beklag : dat Meera^an , die al- 
jy hier de Kapitein (der Hauptman) der tlaar- 
„ lemmer Advocaten genoemd wordt, zijne ge-^ 
,1 leerdheid aan geen beter voor- of onderwerp 
^ had hefteed , dan aan het ftaandehouden vaó 
n de eere van Koster en van Haarlem. 



Een gepast gebruik van het werk van J. Ko- 
MiNO had hem kunnen overtuigen , dat behalve 
de op bl. 440-441, opgegevene werken, nog 
andere groote en kleine , over en voor de Ge- 
fchiedenis der uitvinding te Haarlem , zijn 'ge« 
fchreven, en uitgegeven,* onder anderen door 
Mr. G. W. VAN Oosten de Brüyn , H. Goc- 
KiNGA, Mr. J. Visser, Mr. H. W.Tydeman, 
Mr. W. J. Baron van Westreenen van 
Tieland en anderen. -• 

Vooral moest het ons treffen , dat de fchrijver 
met eene luide fanfaronade verkondigt , ^^ dutte 
^ allen tijde de Blbliothecarisfen en de allervoor- 
^ naamfte Bibliographen , zich voor M^ntz en 

Gü- 



^ GaxENBERG verklaard hebben , en dat alle in- 
I) gewyden in de kunst en jalle kweekelingcn 
jg van de achtbare Franfcbe Bibliograpbifche 
^ fchool , de uic(]^ken van And&é Cheviuer 
^ ten grondflag leggende , zonder tegenfpraak , 
^ GuTENBERG van Mentz als den uitvinder 
^ yereeren» 



Gcene mindere verwondering verdient het, dat 
.ee« bejaarden bezadigd man aangaande de werken 
van VON Heynickb heeft kunnen verzekeren: «^ dat 
. n in dezelve de zuchf voor waarheid, een fcherp- 
D f innig oordeel , geleerdheid en eenen rijkdom 
^ van kennis, iutblinkeut en dat zijn werk: Idéé 
n ^fM^^^f 11^ 6^06 algemeene achting (laat ^*' 
en hoe hij van de jsk serna Santander , een 
Jefuit in 1813 te Brut f el overleden , heeft kun- 
nen verzekeren: y^ dat hij een zeer bruikbaar 
y^ werk heeft nagelaten ,** zonder een woord te 
zeggen over beider bitterheid en onbefcheidenheid 
tegen Koster , Junius en Meerman, en eenige 
afkeuring, daarover te kennen te geven , en eln- 
delyk, hoe hij bij het vermelden van het inden 
jare 1821 uitgegeven werk van Lichteneer- 
oër voor Straatsburg waagde , de verzekering 
te igeven y dat deze y over de tachtig jaren oude 

Pro* 



( fio ) 

Profcsfor eene volledige wederlegging gaf vm 
het Haarlemmer fprookje ^ om dat hij het Haar* 
lemmer fpectakel van lo eo ii Jaly niet ver- 
dragen konde. 



Als eene nog gewigtiger aanmerking chn de 
aangevoerde» mag mynes inziens gelden « dac 
ScuAABs opgave der werken van Franfcben en 
Duitfchers , insgelijks zeer onvolledig is. 

Ik ben in dit gedeelte der Letterkundige Ge- 
denis minder bedreven » dan mijn vriend KoièiNG 
was, maar bij het nazien van de door hemaan<« 
gehaalde fchrijvers, ben ik ten volle overtuigd 
geworden , dat de Heer Schaab een groot getal 
met (lilzwijgen is voorbijgegaan en vooral zul* 
Ie 9 die zich eenigzins gunfKg voor de aanf^raak 
van Haarlem hadden uitgelaten. 



^ 



Weinig tijds voor het ifdrukken der Hoog- 
dnitfche uitgave , ben ik door den vertaler ge- 
vraagd » of ik als nog eenige nadere tnewegfels 
zoude willen geven. 

Ik heb mijnen lust bepaald en destgds flechts 
iets gezegd, aangaande een brief van den He^r 

E- 



EBERt , waar uit ik met genoegen zag , dat er ^ 
eenige bladen van het Schdolheek van AiiEXAn- 
DBR GaIiIiUs van 1442 aan hem waren ter hand 
gekomen. 

De hoop, die ik gevoed had, dat ik door 
de vertraging van de drukpers in de gelegenheid 
20ude geraken om belangrijke tegenfchrifcen van 
bekende perfonen te beantwoorden , is niet ver* 
vuld geworden. 

Alleen had ik het berigt erlangd , dat Jossph 
M&RXBii, Bibliothecaris en Profesfor t^Affchaf- 
fenburg% een luid triumphlied over de zege voor 
Mentz op Haarlem door Schaab behaald, 
had aangeheven. 

Ik verwachtte een uitgeflrekt werk, maar 
bekwam ilechts eene brochure van weinige bla- 
den, waarin hg alleen de gal van WilIiEK 
Hbinzb heeft opgewarmd, en welk ftukje verge- 
zeld ging van eenèn luidfclinkendefh uitroep^ 
'zoo het heet, ter eere van Sohaab; „ wiens 
„"werk eene even gegronde als hevige Philippi- 
fp ca tegen Ebbrts menigvuldige pogingen om 
99 de Hollanders ter been te helpen, genoemd 
ff wordt ,** waardoor nu volgens zijnB verzeke- 
ripJS ff de Haarlemmer uitvinding, het geheel 
ff Cösterianismus en de HoUandfche Ur-offi- 
ff cinen ^en einde zoude hebben genomen/' 

Ik 



( na ) 

Ik heb alleen aangewezen, boe de maA 
geheel buiten den waard heefc gerekend. 

^ Lacer vernam ik dac er nog een nieuwe 
campioen tegen Haarlem in Duitschland' i> 
opgetreden met name Luoolp Wxenbarg 9 die 
in zijn werk: Holland in de jaren 1831 en 
1 83a meer dan veertig zijden fchrifrs heefc hefteed 
om tegen Laurbns Koster en Haarlem te 
fchermen. 

Vermits die fchryver het werk van Mr. C« A. 

ScHAAB niet gezi^i heefc en alles uit Schopplin 

en voN Heinickb ontleend heeft, willen wg 

,Uer uit , als zignde dit alles vroeger weder* 

legd, niets ovememen«i 

Wat hij uit zich zelyen en wel als geheel 
. mkuw voordraagt , met nafne , het bedry f van 
den Haarlemmer fenaat in 1823, hetbeftaan van 
eene zilveren kisc, waarin de voortbrengzek 
.der pers van Koster worden bewaard enz^ is 
zoo uiterst d<om en onzinnig en tevens zoo ken- 
nelgk onwaar > dat daarover niets te rzeggien 

valt. 

Betrekkelijk lVtf« G. Meermai?» doorhem 
Meermamnus genoemd , zegt hij r 

f^ Deze geleerde en ryke Patriciër van Rat'- 
^ ter dam doorreisde geheel jE«rfi;)tf ,üond roet 
^ half Europa in briefwisfeling, befteedde zijn 

«half 



C "3 > 

^ half vermogen en zijn geheel leven ^ om zynen 
ï, verdichten koscer; toe de. waardigheid, van 
1^ een* perfoon in de Gefchiedenis. voorkomen- 
9, de te helpen verheffen en aan de Haarlemmer 
f^ leugen in de oogén van geheel Europa eem<» 
yy gen grond te verfchaffen." 

Elke vreemdeling, die over het werk. van 
Meerman wil fchrijvén, kan uit het boek zelf 
zien, dat die Geleerde daar aan flechcs gednrendü 
vijfjaren, van 1761 tot 1765, heeft ge wedcc , 
en hij had dan ook móeten weten, wat elkó 
Nederlander . weet, dat Mëbrman eenen zoon 
(lyir. Johan) heeft nagelaten, die een der rijkfltt 
ingezetenen van dit rijke land geweest is. 

Als eene kleine proef van des mans onbe-« 
fcheidenheid kan dienen, dat hij de afdeeling 
van zijn werk op bL 188 doet voorafgaan 
door. de verzekering: ,, de Haarlemmers zijn 
„ groote opfnijders." 

Dit zal genoeg zijn over dezen Heer Ludolf 

WiENEARGy Doctor der Philofophie^ (*^ 

Ein- 

(^y Tot een bewijs hoe . de Dnitfcbe Recenfenten zich 
verlustigen , met Be wilde en partijdige berlgten van ónkun* 
^en te prqzen » wanneer bet de eer van Holiand geldt , kan 
dienen , wat er onlangs is geplaatst • in het tqdfchrift Blai' 
ter fur Ltuerarifcie UnterAaUuag fh^ip^i^ iSüp N^a49 
bL 1027. Hetzelve luidt als volgt r 

V. D. IIL St. H !• w» 



< H4 ; 



..Eindelijk ti^nog gezegd^ dat ik becdienftig 
lid» gebqrdedd om ten flotce «ene opcelling of 
itewrveraleldiiig te doen , van de Thefes of fiel-^ 
timg^^ welke rog thans als verdedigbaar voor*» 
komen* 

) ik heb eerst de tien herhaald ^ welke door 
^j bg het Confpectus der bekroonde ver* 
iemdeling van J. Koning in het Nederdoitsch 
en b^i den brief aan de Redacteurs der Gal* 
kÊ^ dei Cfmtemporaini in de Franfehe taai 
mgit ffigntn^ ten dnde deselve ook aan Dttit<« 
lAéts bekend te maken* 

t 

. ^ W9 élIicHl^eii èt beooffi^eéling vi» die beUmgiifk boek* 
)# (At via WmoARo) mee eene lofrede op de wik- 
kelt ea nmmeiyke verdediging der eere van Duitsehlamt, 
om dftt hy den p door de Hasrlemmen voor Laurbns 
KoiTia gehsndhssfdea roem , op de eer der uitvinding^ 
ïtal de ftoekdrokknnsc , voor GurtioEao heeft bewaard. 
Ik zèif (aégt de Recenfenc) beb myin iSas té 
0MAm over deze , door de Geibfaiedenis wederiprokene 
ib op nieit gegftmde fteilin^, dat it kcfeter KoatsR de 
Boe fcd fsMtoatt aldhtr sonde nitgevoBden hebben, zeer 
IMÉ ^rtmnkt. Ski derhalve verheugde ikmq te meer^ 
ftét éë fitttOfêd ea gdurdkeidp waarmede de rcbiyver 
feit 9mdiefi Utftftp ettm dese HoUaridTcbe droomtrijma 
aanvoert,** 



C 115 ) 

Ik zal dezelve hier Diec behoeven te hei^ 

Baten. ^ 

• • • 

Verder heb ik den lezer verwezen, tot dS 
The f es aangaande de geloofwaardigheid van Jü^ 
Nius op bl. 94 en 95 , en die aangaande het 
Proces te Straatsburg gevoerd, en bij deze 
zijn nog de volgende gevoegd. 

I • De commisGe tot inzameling van geld voof 
een in den jare 183(5 te Mentz op te rigcenge^ 
'denkteeken voor Gutenberg heeft wijs gehan*^ 
deld, door inbare oproeping van dit Straatsbur-» 
ger proces met geen woord te gewagen , hoé 
ftellig ook de Heer Schaab , III - 347 verzekerd 
lieefb : ,, dat de eerfte proeven van GuTENBERd 
,, om in het jaar 1436 met beweegbare lettert 
y^ Boeken te drukken, door de Driczehnfthe 
„ procesacten voldoende (^authentiscK) bewe- 
„ zen zijn." 

2. Die commisiie heeft niet w(}ë gehaudetd^ 
met eene geheel nieuwe en onbekende reden of 
grond voor hare oproeping te leggen, vermitd 
er in het geheele werk van den Heer Sghaab 
geen enkel woord gevonden wordt, voor de 
kmgevoerde verzekering: „ dat er door hee 
I, werk van Schaab historisch zoüdé bewe« 
^ zen zijn ; dat Johan GensfLèisch zmü Gu- 

H % TEM- 



^ » 



C lid ) 

n TENBERG » Patriciër, te Mentz , reeds in den 
9^ jare 1436 ce Straatsburg^ alwaar hij zich 
»9 wegens inlandfche onlusten ophield , de door 
^ hem gedane ontdekkingen van beweegbare 
^ leccers aan eenige vertrouwde perfonen heeft 
iy medegedeeld/* 

3. Eens toegegeven zynde » dat deze verze- 
kering met de waarheid overeenftemde en dac 
^tzt ontdekking en mededeeling in den jare 
1436 te Straatsburg is gedaan, dan geeft zulks 
aan die van Mentz geen het minde regt op de 
eer der uitvinding van de boekdrukkunst , even 
inin als de onzinnige verzekering van den Heer 

ScHAAB ^ dat dezelve reeds door Gutenbbrg 

• • • ' 

9^ voor den jare 1420 , te ilfi?;?/^ zoude zijn ge«. 
1^ daan/* 

* 

4* De Advocaten van Mentz vestigen nu hun, 
regt tot het houden van het eeuwfeest in 1835 
alleen op de gedachten en woorden , terwijl die 
van Haarlem in den jare 1823 hun regt mee 
zaken en daden bewezen. Het contrast tos» 
fchen het geprojecteerde feest te Mentz in den 
jare 1836 en dat hetwelk in den jare 1823 ^^ 
Haarlem gehouden werd, is door den Heer 
ScHAAB en door de Gutenbergs - commisfion op 
de meest kennelijke wijze in het licht gefield. 

5« pe Heei^ Schaab heeft ook het contrast, dac 

ten 



( "7 ') 
ten opi^tevan de befcheidenheid en candeur/ 

* • • • 

tusfchen de voornaamfte Advocaten van Haar- 
Itm en'Menfz beftaac, op hec meest ovenuU' 
gende, door daadzaken bewezen. ^ ' 

6, De Heer Schaab', de zich noemende 
pragmatifche Gefchiedfchrijyer ^ die ' voor' 
Meniz en Gütenberg met voorliefde (^fiuduy 
tegen Haarlem en Koster met haat (^odio') en 
tegen den Heer Ebert met toorn (ird) te 
werk ging, heeft 'tevens een ieder, die met 
zyne e}g<ïne oogen durft ^^ien en dien de waar- 
heid lief is^de zwakheid der bewijzen tot adftructie' 
van het régt van Mehtz en tot destructie van 
het rege van Haarlem duidelijk doen kennen. 

j. De Heer Schaab heeft alzooaan de Haar^ ' 
lemmers 9 tot eene meer algemeene erkentenis^' 
van het regt bg vreemden (voor het vervolg) zeer ^ 
groote en gewigtige dienften gedaan^ 



Ik zoude als nog van vele aanmerkingen en 
bedenkingen tegen het werk van Schaab , welke 
mg na de uitgave der Hoogduitfche vertaling zijn 
voorgekomen bij vorm van toevoegfels of aan- 
teekeningen kunnen gewagen , maar ik oordeel 
het beter om dezelve voor als nog te laten liggen* 

De man heeft mij in eenen in drift gefcbre- 

H 3 ven 



C 117 ) 

ven brief bedreigd , dac bij denzelven zoude Jot 
bet lichc geven ; ik moet derhalve vao alle my- 
ne redenen ter verdediging voor als nog geene 
openbare melding makqn. Ik heb dien brief om, 
zyn belang beantwoord en hem aangeraden ym 
zyn befluit af te zien, met melding, dat ik 
gewapend was en hem in velen bad geQ>aanEl 
om zyner jaren en flapda wiL Hij fchgnt zoa 
wys te yyn om dezen raad te volgen , want ik heb 
federt September 1833 nieu van hem gehoprd* 
Ik meen genoeg te hebben bijgebragt tot het 
opmaken der conclulie , dat de Heer Schaab 
in zijn omflagtig werk niets meer heeft ver-» 
fchaft dan wind voor Menfi, » ^oon voor ffaar^ 
Urn f en Ifuur tegen Ebert. Wat den fchrij- 
vpr toekomt zal ik be( liefst dpor an4ereii !«? . 
ten beflisf^n. 



I 



IETS 



IETS 

OYBR HBT VROBOBa OBSCHIL TUSSCOBN 

C. DAHL MN C. A. SCHAAB 

AANGAANDE DE VERDIENSTEN 

VAR 

PETER SCffÖFFER 

JEGENS DE BOEKDRUKKUNST , 

BN 

OVER DE LA.TERE GESCHRIFTEN D^SX^'EGE 

TU88GHBH 

C. A. SCHAAB EN P. H. KÜLB 

GEATISSBIiD. 



II 4 



A 



rooRBERi G r. 



w, 



einig tijds na dat mij de laatstgemelde (tuk* 
ken eer hand waren gekomen , heb ik bij mijn 
herigt deswege in de Letterbode van 28 Febru- 
ari} L 1. 9 de belofte gedaan om dezelve of in 
haar geheel of bij uittrekfels in dit Mengelwerk 
mede te deelen. 

Ik heb het laatfte verkozen en voldoe thans 
lan deze belofte; ik ftreel mij tevens met de 
hoop , dat deze mededeeling aan mijne Landge- 
nooten, die belang ftellenin den twist tusfchen 
Haarlem en Mentz ai^ügenaam zal zijn , vermits 
elk onzer er aan gelegen ligt om te weten , 
wat er in de laatstgemelde plaats voorvalt en 
hoe onze tegenftanders elkander beftrijden . 

Het is altgd als een gewigtlg argument voor 
de aanfpraak van Haarlem befchouwd , dat ha- 
re Advocaten eenftemmig zyn over de hoofd- 
zaak en dat onder die van Mentz geen twee 
zijn , die aangaande de voomaamfte zaken gelyk 

denken, 

H 5 Reeds 



C 121 > 

Reeds in 1832 heeft een mijner correspon- 
denten aldaar, aan ni(j gefchreven: ^^ dat wan- 
^ neer ik vermeende, dat alle Mentzers zooda* 
^ nig met Schaab en zijn werk wegliepen , dat 
^ zij alles , wat hij leerde , blindelings geloof- 
^ den en dac niemand zijne eigene oogendarfde 
fy gebruiken en op eigene beenen fhan , ik mij 
^ als dan hoogelijk vergisfen zoude/* Noplt 
echter had ik kunnen denken, dat iemand on- 
der zijne ftadgenoocen hem en zijn bedr^f en. 
gefchrijf, fcherper zoude hekelen, üap. ik!ipii|. 
by hec befef van den pligt tot bezadigdheid en : 
befcheidenheid zoude hebben durven venior^. 
loven, en om dit laatfle gaf het mij genoegéti , 
dat ik deze gefchriften , eerst na de uitgave dec: 
Hoogduitfche overzetting van mün werk heb Icct: 

rpn kennen« 

Gebeurt bet, dat aan mij nog meerdere belang- 
rijke (lukken eer hand komen, welke toe de> 
hoofdzaak in betrekkf og . flaan , dan sal ik my 
even ;Eeer beiyveren om myne landgenooceni 
daarmede fpoedig bdtend ue maken* 



Vüor 



V oor weinige jaren leefde in Duif schland een 
geleerde , Conrad Dahl geheecen , die Pharrer' 
te Gemsheim was en bij zijnen pogingen voor 
de Gefcbiedenis der Boekdrukkunst in het alge- 
neen Eich in het bijzonder begverde^ om de 
verdienden van Peter Schopfer, in gemelde ftad 
geboren , als 4e mede • uitvinder der Boekdruk- 
kunst in het licht te fiellen. 

In den jare 1807 gaf hy een werkje uit, ge- 
titeld; Historifche topographifche uf(d jlatisti- 
fehe Befchrelbung der ftad und des amhttes 
Cernsheim tm Grosherzogüch Hesfifchen Für* 
pendom Starkenburg , in welk boek eene wel* 
gefchrevene ke^rte leyemfchets gevonden wordt 
lum gemelden Sch&ffer. 

Hy moet aangaande de verdienden van dézen' 
fiadgenoot , nog meerdere berigten gegeven heb- 
ben in het tydfchrift : Reinifche Archief^ B. 
XIIL t^ d6o , en in de Encyclopedie van Ersch 
en GrAber, Bovendien verfcheen er nog eene 
op zich zelve fiaande brochure getiteld : Peter 
ScHOFFER vm Cermheim^ Miter finder der^uck- 

drüc- 



C 1*4 ) 

drückerkunst ; Eine Historifche fkisfe mit ei- 
ner kürfen Gefchichte der Erfindung jener 
fchonen kunst überhaupt. Wiesbaden 1814. 

Toen bij de bewoners van Gernsheim in den 
jare 1832 de lust rees om vooral niet minder te 
zijn 9 dan die van Mentz , en ook voor hunnen ver- 
dienftelijken ftadgenooc een.' gedenkteeken . op. ce* 
rigtcn j was hec een der eerde gevolgen van idic . 
beüuic, dat de phacfelijke regering gemelden'. 
Heer DAHLuicnoodigde, oni eene lofrede over 
P, ScHÖFFER te fchrijven., 

Deze voldeed gaarne en kosteloos aan ditver* • 
eerend verzoek, en er verfcheen weldra een 
ftuk, hetwelk buiten den boekhandel bleef, 
maar aan den Heer Schaab ter hand kwam. . : 

Tot nog toe heb ik deze lofrede niet kun-, 
nen erlangen en kan derhalve alleen vermelden ,:• 
dat.de Heer Schaab daartegen eene kleine bro^«^ 
chure. heeft uitgegeven , getiteld :. KritifcheMe- 
tnerkungen über Dahls neues/efchrift ^ \i. 7^ 
w^ Mfintz 183^3. 



Wij zullen over het gene door den Hr.. Daiii^ 
is uitgegeven,, geenszins breedvoerig zijn.. 

Het afzonderljyke ftuk van 1814 getuigt voor- 
al, hoe onvoorzigdg bij geweest Is in.het blin- 
de- 



( laS ) 

delings aannemen van de onzinnigfte berigcen f 
welke hij aangaande Gutenberg bij Köhlbr, 
ScHOPFUN en anderen vermeld vond. Guten- 
BBRG was volgens zijn zeggen niec alleen een 
Edelman maar ook edel van hare en geest, enbi| 
zou/le de voortre^elijKfte kunftenaar van de vijf- 
tiende eeuw geweest zijn ; ook was hij beroemd 
Goudfmid en Alchymist en tevens een der 
grootmoedigfte menfchen , die . voor zijne uit- 
vindingen al zijn vermt)gen » zijnen tijd en zijne 
rust en gezondheid belangeloos opofferde , zoo 
zelfs dat hij jegens zijpe beminde , de freule En- 
NELiN zu DER IsERN Thurb, om ofdoorziJBe 
uitvindingen trouwelqos werd enz. 

Op. alle deze loftuitingen liet hij de uitfpraak 
volgen, dat Gutenberg te Spraafsbïtrg yoot 
1445^ de uitvinder was van het drukken met 
platen en met gefneden looden letters en dat 
hij alzoo , de eerfie periode in de Gefirhiedenis 
der Boekdrukkunst heeft daargefteld. 



. Wg zullen van de fprongen , die de fchrijver 
zich hierbij veroorlooft , waaronder zeer onzin- 
nige ^ niet breedvoerig gewagen , maar»M^ bepa- 
len ons tot het gene wat hij aangaande. Scaör- 
«ER. vermeldt. 

T De- 



C tut ) 

, De2e ims volgens aijne berigten een zeel- 
j>edreveii kanftenaar lo verfcbeidene vakken ^ dié* 
vóór den jaie 1450 ce Par^i de kost won » 
net bec afTchryveQ ran hattdfchrifbn* Hij kwam 
om den jare 145a te Msnn en werd doorGiN 
TENBXRO en Fust alt werkman in hunne drak^ 
kerg aangenomen* 

Hg konde op bel punt van den weg ^ waartoe 
(eg het destijds gebragt hadden , dat is ter hal* 
verw^e, niet big ven ftilftaan; zgn vernuft 2ag 
lyoedig, wat er aan hun werk ontbrak, én na 
vond hij het vervaardigen der ftalen ftempels, dè 
poofen oi p'atrken uit, als mede der gietvorm , 
de tnatricen^ AI200 begon met Peter Schöffbh 
de iweede piriade der uitvinding ; het drukken 
fltmemlgk met gegotene losie beweegbare letters^ 
waarvoor hij door Fust beloond vrerd, mee 
iab hem djne dochter Chusthia ten hulveigk 
ie geven. 



In de Lofrede moet dit alles meer 2ijn uirge* 
breid , en men kto llgtdl^k befeffen , dat deie 
loSTpraak het gevoel van den Heer ScaaaV^ 
dte alleen van Memz en GüTekberg droomde , 
en wtens plaatfeip egoisftms tet niet vef dMtged 
konde , dat men jegens eea ander regtviat^dïg^wibr; 
crtSen moest. De 



( ifl7 ) 

' De Heer Dahl ftierf in den jare 1^32. Die 
van Mentz verwachtten dat Scuaab het zoude 
nalaten 9 om zich tegen het bedry f der Gemsbei* 
nersen tegen wijlen Dahl » ixtnhx} zijn yriend 
noemde, te fchryven; maar neen; het gemeld 
boekje kwam in het licht en hetzelve werd aaü 
de inteekenaars op zijn groot werk, (ook aan 
mg) gratis gezonden; en bovendien gaf hg 
hetzelve uit als eene bijlage der Neue Main^ 
Kêr Zeitung, van 22 en 23 Junij 18334 



. Ik zoude hetzelve voorzeker hebben weggelegd 
tn in ftilte hebben laten rusten » maar als nu gezien 
hebbende, hoe deze zijne poging te Mentz 
door een zyner ftadgenoocen wordt opgenomen en 
ttet kracht beantwoord , heb ik deze brochure 
nader gadegeflagen en vermeen deswege voor 
dat ik tot het berigt van den oorlog tusfchea 
de H. H. KiiLB en Schaab overga , het volgen«. 
de berigt deswege te mogen geven. 



Dat het ftuk met eene gelijke bitterheid en 
enbefcheidenheid als zijn voomaamfte werk ge-^ 
fcbseven is, zullen mgne lezers ^die den man ea 
jE^tte drift kennen ^ wel zonder een nader bei^ 

toog 



C ïa8 ) 

toog willen gelooven. Het kwam mij als eene 
meer opmerkelijke zaak voor » dac hij doorgaans 
zulke uitdrukkingen bezigt , welke kennelijk op 
liem zelven toepasfelyk zyn ^ ja tegen zijne lee-. 
re zouden kunnen worden aangevoerd ; uitdruk- 
kingen welke mij zouden zijn te (lade gekomen 
en zeker zouden gebruikt zijn , indien ik zijn 
gefchryf voor de uitgaaf van mijn berigt ge* 
zien had. 

Tot een voorbeeld diene , dat hy , die de 
getuigenis van Trithemius voor zijn betoog ten 
behoeve van Gutenberg zeer hoog ftelt , thans ^ 
nu Dahl hetzelve voor Schöfper aanvoert » 
deswege niets minder zegt dan het volgende : 
^ Deze getuigenis (leunt niet op tlgent weten- 
^ fchap , maar is alleen van hooren zeggen y 
yy aangaande dat gene , wat Peter Schöffer aaa 
yy hem had verhaald dertig jaren voor hy zyne 
^ jaarboeken van hec klooster Hirfau zamen* 
^ ftelde/' Hij verzwakt de getuigenis van zy* 
nen grootèn patroon , Trithebuus nog verder » 
door aan te voeren : 9, dat de goede prelaat ^ 
^ alleen van zaken fpreekt » die voor bijna ze« 
yy véntig jaren, waren voorgevallen** en y^ dac 
yy Trithemius in zijn verhaal zaken heeft inge-^ 
yy weven en als waar voorgedragen , hoezeer alle 
9, de eerfU omftandigheden y by . eene gehee}ft 

op 



,, opvolging van geflachtea vergeten waren/* 
Ten opzigce van Gutenberg moet alzoo de 
getuigenis van Trithemius ten volle gelden 9 maat 
aangaande;. ScHÖFFBR niet* Dit zege de oud$ 
Regter^ hoezeer het eene berigt zoowel alshec 
andere , door denzelfden perfoón en in heuelfv 
de gefchrift gegeven wordt, 

Vreesfelijk erg heeft Schaab het geladen op 
d'^ praalzucht van ScHÖFFER^om.dat deze zij« 
nen naam aan het flot van de door hem uitge* 
gevene werken vermeld bad ; wiy zullen hieruic 
niets overnemen en evenmin van het gene hij 
aangaande de uitvinding van Gutenberg voor 
en in 1436 verhaalt. Bij Gutenberg waren dQ 
ideën tot de vinding : Goddelijk ; hec verbeteren 
door ScHOFFER was alleen eene handgreep i^ 
C^Manipulation ,) iets gemeens , waarop d^ aan« 
dacht van een ander ook fpoedig had kmmca 
vallen, 

ScuAAB baalt verder nog aan^ dat. Fust ea 
iSchöffer in hjan flotfchrift van den Pfalter vao 
1457 en in andere werken alleen melding makeq 
3Kin eene hij uitvinding^ (adinventio^ ten eind^ 
liierdoor Gutenberg als den uitvinder b^ uic«' 
lluiting, te vereeren; maar heeft dan demaQ 
niet geweten, dat de Heer Koning uit het ge- 
bruik van dit woord: adinventiohetüzï^eX^A^ 
, V. D. IIL St. I dat 



( »3ö ) 

dac de oude Mentzers zich oooic de eigenclijke 
uitvinding hebben toegeëigend , en dat de latere 
Advocaten aan hunne Cliënten meer hebben toe* 
gefchreven » dan zij zelven begeerden. 



Wij billen de zinfneden, welke Schaab 
tegen Dahl gebruikt niet ophalen , maar wij 
vragen alleen of zulke gezegden als de vol- 
gende: 99 Sch5ffer wordt doorhem volgens 
19 de gewoonte van lofrodenaars zoo gepre* 
99 zen, dat hij niet meer die gene is , zoo als de 
99 Gefchiedenis hem doet kennen/* en meer 
dergelijke, niet op hem zelven ten opzigte 
van GuTBNBERO toepasfelyk zijn? en zeggen 
nog dat hij verder erg uitvaart tegen Lam- 
BiNET en FouRNiSR 9 die SchÖpfer boven Ga- 
TEKBER6 fielden , en daarna votgt als dan hec 
voomaamfte gedeelte , om het betoog van 
Darl te beftryden, te weten: dat Guten* 
VERG geen deel heeft gehad aan den druk van 
den Bgbel van 42 regels 9 maar dat deze druk 
door ScHdFFER is bezorgd 9 bly kens de overeen- 
loomst der letters met die van eenen Donaat 
tan 1466 9 welke Schöfper voor zijn eigen werk 
heeft erkend. 

Wij zullen hierover thans niet; uitweiden; 

ScttAAl 



C 13» ) 

JStHAAB eindigt deze brochure met 'de vetldih 
Ting: dat Schöffbr op het gedenkteeken te 
Gernsheimj ten onregte, de Me Je •uitvinder 
'-der Boekdrukkunst^ genoemd wordt. 

Eenige der uitvallen , waarbij wij fömtijds bQ 
herhaling vroegen; ^^ zoude de man hierby^ niet 
^ in den fpiegel gezien hebben?*' willen wij^ede 
niet gedenken , en gaan over tot de korte Ver- 
melding van het gene er in het vorig jaar over 
'deze ilokken te Mentz is voorgevallen* ('^^ 



• De Heer Külb, Onder - Bibliothecaris M 
Mentz 9 bij de voortdurende ziekte van Profesfof 
Lkrnk, zag zich geroepen om tegen Schaab 

op 

(*) Opmerkelök Is het ddt de fchnüver zich op den ticsl 
'VUk deze brochnre : K» A. ScBAi» en niet C A. ^ScHiMB 
iN>enic; bjj fchijnt ook zoo wel verjongd , «te vmgeÓKKfgt 
Xt zgo , vermits het woord altesten , zoo als by zicb op 
den titel van het 3de deel noemt , thans is weggelaten* 
Op dezen titel (laat de afdruk van den bekenden (lempel 
'van DiDQT met de afbeelding van Gutenberg, Fm 
*eo ScHóFPfiR , niet gelijk de vier Heemskinderen ach* 
4er , maar naast elkander vertoond. Hunne baarden zijn 
Jbk de manwkenrigile (ymetrie, en voorzigtiglijk aajjQ 
hunne namen, gelijk die van den end en de s»e {de hond 
en de haas^ door den bekenden Schilder van Gent f daarbii 
'gezet. 

I « 



C rS* ) 

op ce treden « als het onbehoorlijk vindende^^ 
•dat deze met een ftuk tegen Dahl optrad na 
•dèaxelfs overlijden en zynen vriend in het graf 
aanvalt. KQlb vond de aanleiding om Schaab 
in de Stads Courant aan te fpreken , in het door 
dezen gegeven voorbeeld » en bij vraagf met<re- 
'den , waarom hij zijn ftuk niet bij het leven van 
Dahl had uitgegeven , vermits het buiten twy- 
•fel was, dat hij hetzelve vroeger had ten pa- 
piere gebragt en aan anderen voorgekzen. 
Deze handelwijze had hem getroffen en der- 
halve heeft hij zijne pen gefcherpt; ^^ Moge 
if deze te fcherp wórden , dan mag de Hr. Reg- 
'f^ ter ScHAAB zich hierbij troosten , . met de 
(1^ menig<e loflpraken , die hem bij monde en bij 
^, gefchrifte werden toegebragt en waaromtrent 
fy hjji ijdel genoeg was om dezelve tn het derde 
tfp deel van zijn werk, zwart op wit aan zijne 
1^ lezers voor oogen te ftellenr. Die mèt vreem- 
'fy de veeren pronkt ^ en zich den lof, die aan 
' yy anderen toekomt , zonder om te zien , toe- 
•H eigent en inoogst, die mag de emftige afkeu- 
•n ""^og c^ berispingen wel leeren vei-wachten/* 
< Geenszins keur ik het verfchrikkelijk fcherpft 
' in des mans fchrijfllijl , bij iemand van jeugdigen 
'leeftijd, die als nog geenen ftand in de Maat* 
' fchappij heeft bekomen , jegens een man vati 

^ hoo- 



C 133 ) 

booge jaren en in eene achtbare betrekking ^ in 
alle deelen goed , maar ik kan het niet verber* 
gen 9 dat het mij een zeker genoegen gaf te 
zien 9 dat men te Mentz den man niet ontziet ^ 
die jegens Oud ^ Nederland ^ Haarlem^ Kos^ 
T£R , JuNius en Koning , ja ook jegens zijnen 
landgenoot Ebert, zoo hoogst onbefcheiden en 
onregtvaardig was , en tegen alles ^ waar van ons 
de nagedachtenis lief en waard is heviger uitviel , 
dan men bijna ooit van een geleerde van naam « 
ftand en jaren in de letterkundige wereld heefc 
gezien. 



De Heer Külb begint zyne toefpraak dooir 
de aanwijzing , hoe alle fchrijvers voor Mentz 
en met name Schaab zich beijverd hebben om alles 
wat zij vonden tot walgens toe na te fcbrijven 
en blindeling over te nemen ; hij voert op dezen' 
grond aan , dat men alzoo niets nieuws in het 
werk van Schaab verwachten moet. 

Vervolgens gaat hij over tot de behandeling 
der twee vragen. 

I. Heeft Peter Schöffer de matrijzen uit- 
gevonden ? 

a. Heeft hij de 42 regelige Bijbel gedrukt ? 

Wij zullen ons in de behandeling van deze 

I 3 hoofd-* 



C «34 ) 

jhoofdpimcen niec verdiepen en zonder als na elk 
panc in dezen aan ce roeren , zeggen wij alleen # 
dtc de fchrijver het onzes inziens, door een 

m 

itrikc betoog heeft uitgemaakt j dat Schöffer ee« 
oe gemakkelijker wijze van lettergieten heeft uiti» 
f^evonden en dat hij het gebruik van den ftaleo 
ftempel (Ponfe) heeft ingevoerd , waardoor dd 
letters bij menigte en zuiver konden worden ge-* 
goten , en dat alzoo de4eer van Schaab , die aaa 
Schöffer alleen het beter adjusteeren der letters 
coefchreef 9 geheel is ontzenuwd 

Aangaande de tweede vraag brengt de Heep 
KQlb insgelijks zeer veel bij voor zijne ftelling , 
om dat de Donaat^ welke in 1803 te 7V/Vr ge- 
vonden is en zonder eenigen twijfel aan Schöffer 
moet worden toegekend , met dezelfde letters ia 
gedrukt* 

Wij zijn het aangaande dit punt minder eena 
met den fchrijver , vermits het naar ons oor- 
deel ook buiten twijfel is , dat Gutenberg al het 
gereedfchap en de letters van de eerfte dn^kerij^ 
aan Fust en Schöffer moest overlaten , maar wij 
vermeenen ons thans met de behandeling van deza^ ' 
yerfchilpunten niet te mogen inlaten. 

Genoeg is erdoor de Heeren DahLt enKÜLB 
aangevoerd om het als zeker te ftellen , dat men 
aftn ScHQFFER de eere van de medeultvinder 

of 



( «35 ) 

of liever de volmaker der Boekdrukkonst ce 
xijn 9 moge toekennen ^ zoo zelfs dat men mag 
llaande houden ^ dat zonder zijne bijuicvindingen 
deze kunst te Mentz niet tot eene voldoen- 
de volmaaktheid zoude zijn gekomen. 



Na dit^ naar ons inzien, overtuigend betoog 
tot verdediging van Schöfpcr en Dahl , laat de 
Heer Külb zich verder uit ter beoordeeling van 
het groote werk van den Heer Schaab , waar* 
uit wij het volgende overnemen. 

^ Over het algemeen moet het als een veron- 
^ gelukt broddelwerk , als eene geest- én fma« 
f^ kelooze compilatie worden aangemerkt. Het 

4 

^ is noch volftandig noch naauwkeurig » maar 
„ tot in het oneindige uitgerekt. Men vindt 
ly hier alU opmerkingen van alle vroegere be- 
^ arbeiders tot eenen chaos in een gefmolten » . 
^ en men ziet het , hoe de fchrijver met de over- 
^ groots menigte van ongegronde veronder- 
19 (lellingen beladen en verlegen » zich zelven 
^ niet meer uit den doolhof heeft weten te 
II redden , en van daar die gedadige tegenfpraak 
II, met zichzelven , welke men op elke bladzijde 
n ontmoet.** 
n Indien by meester was geweest van zijn 

I 4 n ^^ 



( 136 ) 

Il onderwerp , dan had hij alles in één deel kun- 
II nen bevatten en het alroo voor eiken lezer 
II aanlokkend kunnen maken; in den tegenwoor* 
i9 digen (laat dient het noch voor geleerden , 
^ noch vóór ongelecrden. 

II Waartoe dienen toch de Oirkonden in het 
n tweede deel ? Het is een genealogisch men- 
n gelmoes , waarin niets gevonden wordt , het- 
II welk aan de gefchiedenis der uitvinding eenig 
II licht bijbrengt. 

n De Cataloog der Mentzifche drukkerg 
n in het eerile deel is in vele opzigtcn onvol- 
ff ledig en ik konde alIcQn bij de 50 nam- 
II merS) die ik toevallig leerde kennen 1 daarbij 
II voegen. 

15 In het derde deel behandelt hij den twisc 
Il met Haarlem en hier bij verfchijnt de fchrij-^ 
n ver in zijn waar licht, want men vindt er 
II geen woordje , hetwelk hij met regt zijn ei-i 
II gendom kan noemen. Alles wat de Heer 
II Profèsfor Lehne in zijne twee kleine gefchriften 
II Over dit onderwerp gezegd heeft , is hier op 
II nieuw afgedrukt; neen, niet eens afgedrukt; 
^ dit zoude misfchien nog verdienftelijk zijn ge^ 
II weest 9 maar alles wat Profèsfor Lehne mei 
II geest en leven en in een' goeden ftijl gezegd 
n heefc, is hier in ilecht Duitsch omgezet 

^ en 



C 137 ) 

,^ en te het brcede uitgeflagen. Ik keur hec 
^ bedrijf van den Heer Schaab niet af om 
^ dat hij niets nieuws zegt, hetwelk waar*. 
19 fchijnlijk zijn oogmerk niet geweest is> 
^ maar wel om dat het hem kennelijk aan oor- 
f^ deel en orde ontbreekt bij het fchiften ea^ 
19 gebruiken van de voorhanden zijnde bouw- 
f^ fto£Fen. 

^ Het moge vermetel fchijnen , dat ik aan 
99 den fchrijver , die van ftaatswege is aange-c 
^ fteld om te oordeelcn » het oordeel ontzeg , maar. 
9, ik wil en kan bet vroeger gezegde niet her-: 
19 roepen.** «nz. 

Na de belofte gedaan te hebben , dat hij zelf 
eerlang iets over de uitvinding en de volmaking: 
van de Boekdrukkunst zal in het licht geven t 
voegt hij er nog twee kleine uictrekfels bij ^ een 
einde een bewijs te geven van de Historifche* 
Critiek ^ bi) den zich noemenden pragmatifchen: 
gefchiedfchijver 9 waarop deze zich zoo veel 
laat voorftaan. Wij vermeenen beide te mogeik 
overnemen. 

^ Men wist wel dat Gutbnbêrc in den jar^ 
99 1445 te Mentz kwam , maar men wist nfec 
n of hij alleen of onder geleide reisde. 

^ De fchrijver helpt ons uit de verlegenheid 
n en vertelt » dat bij door zijnen getroowea 

I 5 «die- 



( »38 > 

„ dienaar, Laurbns Bieldeck , vergezeld was , 
^ cn dac deze Bieldeck een en dezelfde man 
^ moest zijn mee Bechthold van Hanau , eenen 
^ lateren dienaar van Gut£nberg« 

^ Van waar mag de Heer Schaab die gewig- ^ 

yp tig berigt ontleend hebben? Vond hij mis- 
p, fchien onder de duizenden van Vaderlandfche 
pf Oirkonden- welke hij bezit, de pas van Gu- 
^ TBNBBRG? Waarom liet hij dezelve dan niet af- 
fp drukken? Gaarne wenschte ik de reden te 
n weten, waarom deze getrouwe dienaar 
pp later 'verpligt is geweest, om zijnen naam 
„ te veranderen. De Heer fchrijver zal wel 
,1 200 goed zijn om eene oplosfing van dit 
^ raadfel te ge.ven.** ► ' • 

Het tweede uittrekfel luidt : De zaak is ei<% 

n g^n^Ü^ d^ vermelding niet waardig ; maar e^ 

I 

pp ungue leonem. Het ontbreekt ons tot nog 

,1 toe aan eene goede pragmatifche Gefchiedenia 

pp van de Boekdrukkunst , en bet doet my }eed « < 

„ dat de Heer Schaab zijn voornemen om Gu-^ 

,1 TENBBRC op den góéden berg te voeren zoo 

1^ als hij zich zeer poëtisch uitdrukt , niet beter 

„ ten uitvoer heeft gebragt. Ik zoude liever ftaan- { 

pp de houden, dat bü Gutbnberg aa» den voet van 

pp den berg heeft laten ftaaiu , en men denkt hierbg 



n on- 



( «39 ) 

^ onwillekeurig aan een oud fprookje « (^) hec 
^ welk veel minder poëtisch klinkt/* (O 



Dat de Heer Schaab op dezeó aanval zoude 
antwoorden » ivas wel vooruit te zien, maar 
dat hij hetzelve zoo fpoedig zoude doen als het 
gebeurd is en dat hij zich zelven , zijn belang 
en zijne rust daarbij zoo geheel zoude vergeten 
als wij het nu zien, was bij een* man van 
zulke hooge jaren niette verwachten; en waar-* 
lijk het fmart mij eenigzins , dat hij door her 
laatfte , de roede of den roskam heefc uitgco 
lokt , welke hem vervolgens zoo deerlijk heefc 
gehavend. 



Hij heefc reeds zijn antwoord in de Nieuwe 

Ment- 

(*) Het is m^ oobekead w^ fprookje de Heer KSt^ 
bedoelt. Hq heeft ons fpreekwoord : Schai^ afkmm , niet 
gekend, anders htd hy het waarfchi|jniyk op den fchrQ ver 
toegepast. Men zie de Letterbode 1833. 

Ct^ Dit (hik of betoog fiiüit In z^n geheel in de 
Nieuwe Mainxer Zeitung van 11 , 12 en 13 Jullj 1833 , 
mee het opfcbrift : Dahl ivgm Schaab eo met de fpreuk* 



( HO ) 

Mentzer Couranten van a5 , a^ en a8 Julij ge« 
plaatst met het opfchrift : .,, Einige worte übec 
^ daz von P. H. Kulb nicht bcachte.; fuum 
^ cui^ueJ** met het motto: 

On doit des egards aux vivans , 
Aux morts rien que la vérité. 

VOLTAIRE. 

Ik had de hoop gevoed , ja verwacht y dat de, 
fchryver zijne gezegden tot ontkenning der ver-, 
dienden van Peter Schoffer , of zoude verde- 
digd of zoude ingetrokken hebben , maar ik zag 
geen van beiden^ 

Hij geeft alleen een kort berigt van het gene 
cusfchen zijnen vriend Dahl en hem vroeger was 
voorgevallen; de een had voor Schoffer te, 
veel 9 de andere ce weinig gedaan» eq b^tde 
ymxen goede vrienden gebleven. Over de zaak 
zelve is er eigentlijk niets, en alles is ge- 
heel en al tegen Külb en voor en over zich 
zelven. 

Hij zet wel als de Gefchiedfckrijver van 
GuTENBERG, zoo als hy zich zelven noemt, op 
den voorgrond , dat bij het gefchrijf van Kijlb 
afkeurt, „ om dat hetzelve buitenslands het 
^ geloof konde wekken , dat Gutenbero niet de 

« uit- 



\ 



C 141 ) 

yy üicvindet der drukkunst was » ten minfte niet 
jy de eenige en alleen ^ maar vooral om <iat ve« 
^ len daardoor zouden worden afgehouden , om 
:,9 iets bij te dragen , tot de kosten der oprigcing 
^ van het gedenkceeken ter verheerlijking vaa 
jf zijnen roem.^ Maar het meest vaart hij tegen 
den Heer Külb uit» om deszelfs jonkheid en 
wel met perfonaliteiten » welke hij wel had mo* 
gen achter laten. 

KuIjB is volgens deze berigten een jong mensch , 
die toegevoegd is aan den zieken Bibliothecaris 
te Mentz > Profr. Lehne en zich reeds als des- 
zelfs opvolger fcbijnt aan te merken , maar nog op 
tde onderde fport van de Bibliotheeks - ladder (oi 
Jeer) ftaat. Van deszelfs fchrijflUjl » zegt hy 
•niets minder dan het volgende. 

^ Het is beneden mijne waarde om den Heer 
^ P. H. KüiiB 9 aangaande zijne afkeuring van 
*fy m^n werk over Gdtenberos uitvinding en 
^ mijne kritifche aanmerkingen over het laatfïe 
ff werk van Dahl, al ware het ook met éétt 
-if iiVQord te antwoorden. Zijn betoog draagt 
ff blyken van eene aanmatiging en fchimpzucht, 
^ welk een en ander in de letterkundige wereld 
t»^ niet voegt. Zijn fchrijfll^l is zoodanig , dat 
r,^ zg door de fcherpte der omtrekken en enkele 
'^ woordra, eenen ieder die op befchaving aan^ 

i,fpraak 



C 14^ )' 

4i fpraak nmkt , moeten treffen ^ en face Publiek 
^ moet daarover reeds uirfpraak hebben gedaan. 
'^ By zulk eene ruwe taal moet de befchaafde man 
9, dadelijk te rug treden ^ en ik moest beflniten 
ff om iets over zulke openbare verdraaifingen en 
^9 onwaarheden te zeggen. Zulk een fmaad of 
sff fchimpfchrift kan aan m£j geene fchade don.** 
Deze zelfverheffing is echter nog in geen op* 
zigt te vergelijken met de praal- m pronkzucht ^ 
welke in het geheele (tuk indevoomaamftedee- 
ieo doordraait; zyne hoofdredenering is deze: 
y, de getuigenis van Kui:«b tegen m(} is van een ' 

f^ onbekend jong man , maar ik ! •* ik heb vele ge- 
ty tttigenisTen van vele bejaarde en ah geleerden 
^ bekende mannen voor mij, en derhalve worde | 

9^ dat eerfte als een ve6r tegen een zwaar ge- 
>f wJgt opgewogen," 

Hg fchudt alzoo alles wat Külb zegt van zidi 
af enz. Om dit gezegde te bewijzen , vervait d« 
üeer Schaab op nieuw tot die onbèTcbcüfelü^ 
ke , ja bgna ongdoofelgke ^delheid , waarover 
ixg vroeger éene algemeène afkeuring van 'we^ 
Aandigen heeft ondervonden. 

In de eerfte bladen der voorrede vnn het derd* 
deel zijns weeks beeft hy de löflpmken, welke 
hSg Idoor het zenden van de preftnt-eteniplarw 
initngd had^ met name dte van de Heeien t^ 

Prabt 



C 143 ) 

PraET » VON BiRNBAVM , WyTËNBACH 9 BlUtCHT 

en van drie onbekenden medegedeeld , maar na 
geêfc hij nog dé loffpraken van de H. H. Fis- 
her» SCHLEYERMACHER 9 JUSTI , JaCOB,FrIED- 

LA^OER , Merkel , von Metsler eti Dahl en 
meer ongenoemden ; de eene hooger gefterod dan 
de 'ander, en hierdoor foms geheel coc onsin* 
nigheid komende. 

Ik vermeen de namen van deze Heeren te 
moeten fparen , maar Eonde anders wel lust 
hebben om dezelve en ten minfte het getuige* 
Düs van den Heer Friedlander te ontleden. 

Ik kan alleen dat van den Heer Joseph Mer* 
ittL , Profesfor en Bibliothecaris te Asfchaffen^ 
^i^r^ niet met fiilzwijgen voorbij gaan, die be- 
halve , dat hij in een winderig berigt aan den Heer 
ficHAAB heeft kunnen zeggen , dat hij het derde 
deel , de * kroon van zijn werk noemt en dat hij 
hetzelve met groot genoegen las, ja verilond, 
aan denzelven een Latijnsch vers gezonden heeft, 
waaromtrent ik na de herhaalde lezing in twijfel 
fla , iHkio^tt ik mij het meest verwonderen 
moet : of over de erge onzinnigheid van den maker 
óf over 4e Verwaandheid van den Heet Scraab » 
<He dch zulk eenen odgepasten lof laat aanleu- 
nen en als waar en gegrimde anderen , ja aan 
tiet publiek bekend maükt. 

Het 



( 144 ) 
Het (tak luidt als volgt : 

I 

Ad C. A. ScHAABiuM , virum Claris fimum^ 

I. 
Salve 9 qui vitam jactancia monftra perennem 
, Victor fttlmineo cominus eofe necas ; 
. Vulneribus faevis Bacavoram concidic hydra 
Cenoque, unde orca esc, obruicur madido* 
Harletnum fupra ftac nostra Maguncia viccriXt 
Difipac et rapidis nabila fol jaculis* 

II* 
Esc nihil aedicous , quem jaccanc ore fuperbo » 

Tu merico cempli diceris aedicuus , 
Tu cuscos famae « noscrae quae conveoic urbi 
Nuncquam faxonicis imminaeoda jocis* ^ 

jtsfchaffenburgi , Kal. Jan. 183a, 
JosEPR Merkbi^ 

dac is : 



Aan den beroemden C. A. Schaab^ 



Zigc gegroec, g9 die als overwinnaar aan 
gende monfters door uw blikfemend 2waard hec \ 

^gevaarlyke lev6n beneemc. 

De Hydra der Nederlanden^ 4ie uk her nap^ 

te 



r 



C 145 ) 

te {lijk opftond , is mee zware wonden in het 
natte flijk te rug geftoorené 

^ Ons Mentz ftaac als.de overwinnaaf boven 
Haarlem 9 en hare zon ver^rijfc de wolken 
door de heldere ftralené 
, yy Daar is geen Koster meer, op wien i^^^ar^r* 
lem zich zoo trocschelijk verhefc. Gij ver* 
dient de koster «. de kerkmeester ^^ genoemd 
te worden. Gij zijt de bewaarder (custos') van 
den roem, welke onze flad toekomt, eti welke 
nooit verminderen zal^ door het gefnap (van 
Ebert) uit SaxenJ*^ 

Wie en waar deze Hydra « dit monfter der Ne- 
derlanders was, .weet ik niet;. maar ik weet 
het wel, dat aan niemand der Advocaten van 
de zaak van Haarlem het hoofd is afgeflagen ^ 
ook nog , dat wanneer Hercules Schaab , om- 
hangen met zijne lofbrieven « en gewapend met 
zijn blikfemend zwaard,, tegen ons op nieuw 
wil optreden, zulks meerilof totlagchen, dan 
tot vreeze zal geven. 

Waarlijk het valt 'moeijelyk het gevoel van 
verontwaardiging te bedwingen. (*^ 

Schaab 

C*) De Heef Schaab heefc dfc dichcftuk, blijkens de 
voorrede van mijn werk," vroeg aan mij gezt^den. tk. % 
V. D. III. St. K heb ' 



C h6 ) 

ScHAAB haalt verder nog de loffpraketi van 
de H. H. VAN Prakt « Wijtenbach en de an* 
dere BibliochfScarisren op nieuw aan, en hij 
verheft zich hoogelijk op httnne getuigeniafen « 
als zullende geheel onpartijdig zijn; en daarop 
volgc dan nog de zametitrekking : ^ dat tegen 
Il de ilemmen van zulke itiannen van eere, de 
^ ftem van eenen jongen noodhulp van den 
^ Bibliothecaris te Mentz , iiiet gelden mag^ 
^ en dat deze wordt afgeraden om zijn^ naam 
^ op nieuw aan de kaak te pronk te ftel« 



>f 



kn." 



-: Verder tieemt de Heer Scha Aa een ge* 
zegde van den Heer Külb op , dat hy uit ze- 
ker 

heb destyds in benttd gefbuui oim hetzelve als het m«//a 
voor mÜQ berigt ce gebruiken ^ maar befeffende , dat ik 
het van ' hem zelven had , too moest ik vreezen , hier 
mede eeoigzinf onkiesdi te zollifn handelen en heb hem 
rdeshalve. gefpaard. 

Toen ik aan den Heef Merkel in bet aanhangt cs^ 
de Hoogdnitfche cfverzetcing , een enkel woordje over 
het opwarmen van de gdl van Willem Heinzb toevoeg- 
de , heb Ik het vers herleven en ook toen hetzehre 
beicheidenheidshalve weggelegd* ^ 

, Nu de Heer Scbaab zelf met dit (hik pronki blijft 
.er geene reden» om van hetzelve te zwegen. 






Icet hahdfchrlft van Prof. Bodmann lecs had 
afgefchreven , en als eigen werk doen drukken. 
Hij zoekt zich tegen deze befchüldiging te ver- 
dedigen i dan hoe hoogst ongelukkig dit Vooi^ 
iijn' na^m is geweest, tal nader blijkehi 

Eindelijk fluit hij zijn betoog met de hei'ha- 
ling van de winderige loflpraken over zijn ei^ 
gen boek. De verzekering van Lambinet en 
KüLB 9 y^ dat zonder de hulp van Schöffer def 
uitvinding van de Boekdrukkunst (in Duitsch- 
land) geene gewigtige gevolgen zöüde hebbed 
gehad ^*^ wdrdt met ftilzw^'gen voorbijgegaan* 



t)at de Heer tCüLB öp deze üitvallefa niei 
itwijgen konde» zal een ieder ligtelijk bevat* 
ten; hij vond de Meinzer Courant voor 
zijn repliek gefloten , wiens redacteur zich ver- 
pligt befchouwdé, om voor zijn dagblad gee- 
he iiieüwe ftukken over dezen Cwi^t aan te ne<> 
men. 

Mij moest dethaive bedüiteü dm het 2!élf ié 
doen drukken > en gaf reeds op 2^ Jülij f833 
^en los blad uit, getiteld: Regtvaardigingj 
met het motto: 

NulHus in verba jurare magistri* ' 

HORATIVS. 

K a Hij 



C 148 ) 

Hij begint dit (luk met de annwijzing , dar 
de Heer Schaab , niets van de door hem aan- 
gevoerde bedenkingen opheft, of wederlegt, 
maar dat bij zich zoekt te verfchanfen , met een* 
ondoordringbaren muur van auctoriteiten , met de 
getuigenisfen van de genoemde geleerden, en 
hoe hij achter deze baricades ftaande , verzekert : 
,, dat hij dezelve alleen aangevoerd heeft om 
,, aan Kulb (lof te leveren ten einde zijne cri- 
9, tiek te oefenen; enz. 

De Heer KQlb zegt deswege bijna niets ; al- 
leen voert hg aan , dat de Heer Fishrr de ee- 
nigfte is , die over of voor de Gefchicdenis der 
Boekdrukkunst gerchrcvcn heeft , en volgens 
Schaab zelven , had deze zich gedurende het lang 
verblijf in Rusland^ omtrent dertig jaren, ni^t 
met Bibliographifche ftudiên bemoeid. 

Na over het een en ander in de medegedeel- 
de lofbrieven, vooral over het Latijnfche ge- 
dicht van Mkrkbl iets gezegd te hebben en de 
lompe perfonaliteiten van Schaab geestig te 
hebben afgeweerd, ftapt hy over de baricades 
heen en grijpt den Heer Schaab zoo onzacht 
bij het hoofd , dat wij het gevoel van medelyden 
niet konden onderdrukken* 

Hij geeft hem verder eenige tikken of plak- 
ken over de fouten in zijn boek door ge- 
brek 



C H9 ) 

brck aan kunde aU fchrijver en vertaler ('♦) be- 
gaan. 

Wij kunnen geenszins alle zijne redenerit^en 
overnemen. Külb verdedigtzich ernftig tegen de 
verzekering van Scuaab, dat hij tegen de ecre 
van Mentz en Gutenberg en vooral tegen hec 
belang^ der kas voor hec Monument zoude 
willen werken. Hij protesteert daarom plegtig 
tegen zulk een Patriotismus y als dat van Scuaab ^ 
ÓAQy aan anderen , buiten Mentz , hunne verdilen* 
ftcn misgunt en wiens Vaderlandsliefde daardbor 
in eene apenliefde ontaart. ' 

Bepaaldelijk verzet hij zich tegen de aitfpraak, 
dat ScHAAB de eer van Gutenbbrg zoude ge- 
red en den roem der uitvinding aan zijne Vader- 
ftad zoude verzekerd hebben, hetwelk die 
fchrijver coc walgens toe, bij herhaling voor- 
wendt i volgens de verzekering van Külb was er , 
buiten • Holland niemand , die hier aao twijfel 

de. 

(*) Onder de fcheeve overzctcingen , is de votgcade 
eene der meest opmerkelijke : j^ £lke fchooljon^ea weet 
„ uit z\i\\ woordenboek, dat amusfitn {^enau) mauwkeu- 
„ rig beteekent. De Heer Schaab zet dit over op B. I. 
s» z* 397 rpafi (mxi de grap); waarlbhijalqlc hield hijhe; 
,9 woord voor gelijkluidend met awufetimê!^ 

K3 



■ 

de. Daar was derhalve hiecs ce redden , of te 
verzekeren'^ en alzoo blijft er voor hein geene 
andere verdienden over, fj als dac hij de Ge- 
i, fchiedenis van Gütbnberg dooreenige fom- 
99 njds belagchelijke onzinqiglied^n in verwan 
1^ ring heeft gebragt.*^ 

99 In mijn eerde ftuk , zegt hij 9 heb ik reeds 
19 deswege een proefje gegeven ; hier volgt eeq 
99 tweede. B. L z. 134. wordt gezegd: «dat 
99 GuTENBBRa zijne eerfte wetenfchappelij- 
^9 ke vorming erlangd zoude hebben van een^ 
99 huisgeestelijke 9 zoo ^als het destijds ge? 
99 woonte was en Friele Gensfleiscp had 
99 zulk een* huisgeestelijke (jeinen kinderphaf^ 
99 fen^ in zijn Hof gehad." 99 Dit bcüuit d^ 
„ fchrijver uiteene Oirkonde vap 133? 9 welke 
^9 ik in handen heb. 

99 De Menczifche Patriciërs zochten zich 10 
99 dat jaar van de Hedelijke regering meestei 
99 te maken. Friele Gensfleisch ftond bij 
99 deze gelegenheid met zijne manfchappen en 
99 bekenden gewapend in zijnen Hof. Een ge- 
p tuige hier over gehoord, zegt: 99 ünd da 
19 9, ich in ^n hof qu^ni da fant ich drinne 
«i* yf gcwapnet hn frieten und fin kint paffen 
^ 9, uqd leyeii (zijne kinderen , papen en lee- 



C 151 ) 

^ if ken.)'* £n hieruit maakc de Heer Schaab 
ff einen kinderfhaffen ^ en hy noetnc dat een e 
ff Gefchiedenis pragmatisch W de broanen 
ff C^qellen) bewerken/* 

£q nu komt nog bet zwaarfte aan , te weten * 
over de befchgldiging , dac SCHAAM bet ver* 
trouwen gefbhonden had door het affchrijven 
der H* S. van Prof. Bodman over de Cefchiede- 
nis etl befcbrijving v^n M^ntz , en dat bij hec 
werk van deien als eigen werk had uitgegeven \ 
de Heer Kolb gebmikc hier weinige woorden.» 
maar bij laat de zaken fpreken. 

Hij heeft het verhaal aangaande de bmg over 
den Rhijn te Mentz uitgekozen « en geeft nu 
een blad in twee kolommen gedrukt, Aan de 
regter anjde (laat dit vevhaal uit Bodmans na- 
gelatene papieren ^ en aan de linker zijde , zoo 
als bet door Schaab in druk is uitgegeven , 1« 
de qnartaal bladen van het kunstgenootfchap te 
McfUz 1830. L(etterlijk gelijk in de zaken, maar 
verminkt en met vele fouten , die diMuiti zyn ge-^ 
bragt , om dat , waren de ftyl en de ual zuiver 
geweest )^ men dadelijk had knnnen zien 9 dat het 
niet het eigen werk van hem zelven zoude zijtv 

Het gebeele betoog van den Heer Külb* 
^ordt geëindigd met bet volgende flot. 

K 4 » Ete- 



C 15» ) 

' ^ De2c panUcllea koDDCD voortge2et wordca^ 

^ «aooeer men niks verlai^ 

' ^ Wat de Heer Schaam nog veider mog^ 

^ 2^£en 9 ik zal hem niec eenier aocwoorden^ 

^ voor (hc hij orer de ziak wlve (jdt verdien- 

ly flen van ScHbrvKK) wU fpreken* 

' jy Klopvechcerijen kunnen wel tot vermaak, 

ly maar niet coc leering van hec pobliek die* 

f, nen. 

. ^ Of ik nn het onderwerp , waarover wij 

I, handelen^ flechcs oppervlakkig verfta» mag 

^ oobeflist blijven tot dat ik mijne inzigcen over 

^ de uitvinding der Boékdrokknnst en de be- 

19 irijzen daarvoor t aan mijne lezers heb open- 

f, Ik vermeen tevens , zonder mij te veel aan 
„ te matigen, met de verzekering te mogen 
19 eindigen, dat ik, hoe jcmg ik ook ^jn 
II moge, dk letterkundig onuiig (Jünfuge^ 
tl hetwelk onzeftad aangaat, zal opvattenen in 
^ bet openbaar tegenfpreken , als ik daartoe de 
n krachten lieb , en daarbij denken zal aan de 
n fpteuk, welke ik zeer wel verft»: fimm 

Dit is de korte inbond van deze omflagtige 
ftnkken. Het is mi| niet gebleken dac de Heer 

SCHAAB 



( 153 ) 

ScHAAB eenig antwoord beefc gegeven op de 
Regtvaardlging van den Heer Külb » en dat de 
befchuldiging van denzelven aangaande het pla* 
giaat uic de werken van Lehnb en hec misbruik 
van vertrouwen met de H. S. van Prof. Boo- 
MAN 9 tot nog toe eenig gevolg heeft gehad. 

lic gis en hoop ^ dat hij de verftandige par« 
tij zal kiezen , van te zwijgen , wanr de zaken 
ftaan niet gelijk. 



K 5 BE. 



B E R I G T 

AANGAANDE EENE 

MERKWAARDIGE RECENSIE 

VAN HBT WBRH VAW 

Mr, ca. S C H A 4 B^ 

voorkomende in de Jenaifche Algemcine 

Litteratur Zeitung^ Julij 1833 ^^^ 

^^ 133 '^Z^ of bL 98 • laa. 



XJejee Recenfie gaat over het geheele werk 
van Mr. C* A. Schaab. Zelden is er mij ee- 
ne voorgekomen, aan welke meer tijd en ar* 
beid is hefteed , en vermits in dezelve zeer veel 
goeds, billijks en regtvaardigs is hy de beoor- 
deeling van het gemelde werk , hoezeer de fchrij- 
ver zich fcherp en onregtvaardig vertoont jegens 
Haarlem 9 vermeen ik wel te doen, door van 
dit merkwaardige (luk eenig berigt te geven. 

De ijver van den fchrijver tegen Haarlem f 
kan tot een nieuw bewijs dienen , ho^ vast het 

erf 



■ C 155 ) 

0^/ ' geloof tegen de aanPpraak dier ftad zelfs bij 
verihindige, regcvaardige en wyze Dqicfchersi 
U ingeworteld. 



De Keiler van d^ae Recenfie begint zijn be^ 
rfgt, met eene fraaije befchouwing over hec 
)>elang der Boekdrukkunst in het algemeen» en 
bij beklaagt gich met reden, over de onacht- 
l»iamheid of ve^w^arloozing (^JndoUnz) van hec 
Duitfche volk, ^ dat hetzelve zich niet beijr 
19 verd heeft , om den tijd der uitvinding en den 
I, perfoon des uitvinders voor eeneq aanmati- 
91 genden twijfel van vreeipdeq te bewaren. 

Hij geeft derhalve lof aan de poging van den 
Heer Schaab, vooral om dat de Hollanders 
in 1823 hec eeuwfeest der uitvinding gevierd 
hebben en de Duitfphcrs er zich nu op toeleggen 
om een ander jubilé , zoo eenjge m^enen inec 
meergrond, revieren. 

Hij draagc den Heer Sohaab voor, als voor de 
groote onderneming gefchikt en hoe zeer hij in 
bet werk ten opzigte van den vorm zeer be- 
langrijke vereischten mist en het geheel een 
deüde korter wenscht , prijst hij den arbeid als 
hecht , waarhci4s]ievend en in het belang van 
dep tij4, 

Hij 



C 156 ) 

Hij neemc het voornemen op, om daaroVer 
te fchrijven , vooral om dac de gewone lezers 
(die blosfe Dilettanten) in de breedfprakigheid 
van het werk wel grond zullen vinden om het- 
zelve niet te lezen. (*) 

Hij draagt verder voor, dat de fchrijver van 
het derde deel bet eerjie had moeten maken , 
en de beftrijding van Haarlem had moeten la* 
ten voorafgaan , om dat de Duitfcbers er min« 
der aan gelegen ligt, of Gutenberg, Fust of 
ScHÖFFER de eigentlijke uitvinder is geweest , 
dan of die van Haarlem met of zonder reden 
het Kostersfeest in 1823 gevierd hebben. De 
Recenfent keert derhalve het plan om en fpreekc 
eerst over het derde déel. 

Hoogelijk keurt hij de hevigheid van den Hn 
ScHAAB af tegen Koning en Ebert, en hij 
«egt daarbij , ,, dat de fchrijver fchijnt vergeten 
^ te hebben, dat men eene goede zaak door 
fy drift en door verfmading van de tegenftanders 
,, meer na- dan voordeel kan aanbrengen, en 
^ met reden verwacht hij alzoo replieken en een 
„ hooger beroep , door het tergen der Hollan* 
„ ders ;'• (f) welk vermoeden hij thans door mij 

bevestigd ziet. 

Ver- 

(*) BI. 97 en 9^' (t) Z. 99. 



( 157 >> 

Vervolgens laac hij zich breedvoerig uit, 
over de zocce pronk- en praalzucht van den 
fchrijver» door ^ de niededeeling der loflpraken 
aan hem toegezwaaid. 

Na een herige van den loop van den cwisc ^ 
tusfchen Haarlem en Mentz , en van de voor- 
naamfte Advocaten , die in deze zaak zijn op* 
getreden , gaat de Reoenfent over , om de zaak 
van Haarlem te beoordeelen , alles echter mee 
d^ gewone en meermalen beantwoorde en op- 
gehevene argumenten en met zeer fcherpe uit- 
vallen b. V. 9, alle. redenen der Hollanders zijn 
y^ uic de lucht gegrepen en elke andere ftad 
^ zoude een gelijk regt van aanfpraak kun- 
fy nen maken ; Junius is de eenige fchrijver/' 
enz. enz. 

De fchrijver geeft wel het verhaal van Ju- 
nius , maar ilechts gedeeltelijk. Hjg houdt zich 
verzekerd > dat Junius geen geloofwaardig fchrij- 
ver is en dat hij he^t verhaal gafweinigtijds voor 
zÜn dood ; verder herhaalt hij alles wat deswe- 
ge meer is gezegd , met veel loffpraak jegens 
ScHAAB., hoezeer zijne wijdloopigheid wordt 
afgekeurd. ... 

yermiw.ihet tbAPs apodictisch is bewezen, 
d%c JuNiys.in 1563 bet verhaal fcbreef, zoo vetr 

valt 



Valt de Vermeende ahachronlsmus övet éc liB 
jaren. Scherp ett onregcvaardig is de fchrijver 
vooral bij de zamentrekkingi ^ Wat blijft er als 
^ waarheid over^ Wanneer Jüfiiüs Valfche jaar- 
^ tallen opgeeft ^ valfehe nanlen en aiübtetl 
^ noemt en Valfché daad^aked rehneldt, en er 
^ zelf aaü twijfelt , of meii Mxi zijn verhaal gel- 
fP loof 2al geven/* 

Wij ontkentien de Aketi i tti def halve ook de 
gevolgtrekking^ 

Het eenigfte tiiëüws ^ wat bij dit aÜes geVoM- 
den is eene hevige tirade óver dewijndesfehen^ 
de Wijnkannen » gegoten üit de tinnen letters ^ 
welke voor de oüdfte en eerfte pers gediend 
hebben. 

Hoe hietin Iets Onbehoorlijks of onüedelijks 
zoude zijn, kunnen wij niet bevatten. Toea 
de eeftte drukkerij , door de Erven Koster aan- 
gehouden. Was opgeheven , konde men tiaarmija 
inzien van dit tin geen beier gebruik mikkeiié 

De Recenfent had tnoeten weten en befeffen 
hoe men voorbeeil in Nederland niet gefchuurd 
koper en tih pfoiikte , vooral met drinkgereed- 
fchap , Van kannen en bikers $ toefi inen nog 
het porcelein en glas niet of weinig kende. 

De verzekering ^ dat er met die letters niets 
ïonde gedrukt zijn r til de fchrijver voorzeker 

thans 



( i$9 ) 

thans niet meer willen (taande houden , nu ér tóó 
Vele bewijzen daarvan beftaan en die gedrukte 
gekend kan worden ^an eene t met een haakje^ 
welke als de flotletter van een woord werd ge^- 
bniikt. 



Dae de Haarlemmers zich alleen van /iechti 
dnikwerken (Herenloos « goed) hebben meester 
gemaakt , zal de Ree. voorzeker thans niet meer 
kannen (taande houden. Alles wat er verder ("^^ 
door hem en anderen gezegd is , aangaande de 
-getuigenisfen ^ waarop Jüniüs zijn verhaal 
bouwde, is insgelijks opgeheven. 

Het corpus delicti , het vervoer der Haar- 
lemmer letters naar Mentz , is thans , na Jiet 
vinden der bladen van den Alexander Gallus 
144a in twee drukken , aanwezig. Zoo wel in 
deze bladen als in de drie werken aan de pers 
der Erven van Laurbns Koster is ook de t 
finaal te zien« 



Wij hopen , dat het geen er aangaande de Kt. M. 
LsHME en ScHAAB door mij gezegd is,' als niet 

wU- 



C 160 ) 

willende of durvende zien, niet op den fchrijver 
zal coepasfelijk zijn* Ik voeg thans alleen aan 
hem het kom te Haarlem en zie , toe , indien 
hij nog niet tot andere gedachten mogte zijn 
gekomen door mijn hetoog, aangaande de ge- 
loofwaardigheid van JuNius , en dat deze gcens* 
zins de eenigfte getuige is voor Haarlem , maar 
door Zell 9 AccuRsios , van Zuren , Coorn- 
HCRT, VAN Vaarnewijk eu GuicciARDiNi is Voor- 
gegaan en door vele, met hem levende Geleer- 
den « waaronder van Meteren en Spiegel , zoo 
zij niet als op zich zei ven ftaande getuigen zijn 
aan te merken , zeker de voomaamfte zijn , is bij- 
geftemd. 

Zijne verzekeringen , dat Jüniüs , alleen plaB^ 
dert (babbelt J dat hij een Marktfchreyer 
(kwakzalver) is en wat er meer is gezegd , zullen 
wij thans voorbij gaan ; deze redeneringen zullen 
zeker door den Ree, bij nadere overweging niec 
worden ftaande gehouden , Indien hij mijne berig- 
ten overJuNius, van Mander, Scriverius en 
anderen zal willen lezen, ten welked einde ik aan 
hem, dien ik destijds nog niet bij name ken- 
de, een exemplaar der Hoogduitfche overzet- 
ting van mijn werk , vergezeld van eenen beleef- 
den brief., heb gezonden. 

Dit 



1 

Die zij genoeg over de tegenwerpingen op de 
aanfpraak van Haarlem. 

By den overgang coc de befcböuwing def 
Duitfche uitvinding^ zee de fcbryver op den 
voorgrond hoe hec hem treffen moesc,'.^ dac 
,) wangunsc en hebzucht bij de ontwikkeling 
99 van dit gedeelte der gefchiedenis eene bate-* 
,9 lijke rol fpelen, en hoe eigenliefde en zelf*» 
^ zoekendheid er naar ftreven , om den roeni. 
^ van GuTENBERG meer voor Mentt > dan voor 
19 Duitschland te doen dienen. Zoo erg do 
99 Heer Schaab de zucht voor Fust en ScHor» 
99 FBR afkeurt 9 zoo zeer y verc hij zelf te veel 

99 voor GUTENBERO." 

Ree. geeft hierop een breedvoerig verhaal vaQ, 
hetgene Schaab aangaande G« vermeldt. Wij 

* 

zullen hem hier biij niet behoeven te volgen 9' 
dan vermeenen te moeten zeggen 9 dat het ge- 
drag van Schaab tegen Bodman door bea, 
gelijk door ons wordt afgekeurd. 



De Receafent geeft de getuigenis vatt Tr^ 
THEMiu^ in haar geheel en laat Zich verder 
breedvoerig uit, over het Straatsburgfche proces* 

Wij kunnen het juiste van de flotfom , wel^ 
ke de Ree. uit dit Proces trekt 9 geenszins bij« 

V. D. III. St. L ftem- 



( i6% ) 

Hemmen, ^^ Hec gewigtiglle , zegt h^ « wat ons 
^ uit de Scraatsbufger bundelingen blijkt is de 
^ zekerheid , dat Gutenberg geen uitvinder bij 
^ toeval en door gunst vaa anderen is geweest, 
9) maar dat hij het werd door een emftig on* 
f^ derzoek en door proefnemingen. . Men Helle 
iy zfch eeti Edelman van de 15de eeuw die 
n fpiegels maakt , en (leencn flijpt voor. Oók 
^ daarom moet hij een zeldzaam man geweest 
,1 zijn." Wij hebben vroeger gevraagd of de 
honger geene genoegzame prikkels heeft om 
iemand tot werken te dwingen. 

yy Armoede heeft G. tot nadenken gebragt ^ 
^ hetwelk anders geenszins het erfdeel der 
iy Patriciëra is.** 

Wij gaan het geen de Ree. veider zegt over 
het gemeld Proces voorbij t en willen ook niet 
ftilftaan bij- hetgeen hij volgens de opgave van 
ScHAAB verder aangaande het lot van G. en 
deszelfs bedrgf vermeldt. 

Verfcheidene tegenbedenkingen worden ge- 
opperd 9 vooral omtrent het gene S. aangaande 
G. verzint, van het verblijf en het verrigte' 
te Straatsburg; niets is volledig bewezen ,be- 
halve de verlegenheid om geld. 

De Ree. kan het geenszins toellemmen dat 

G. 



( i83 ) 

G. zoo lang te Straatsburg zoude ziya gèblc*' 
ven , alleen uit belangftelling voor zijne uitvin*, 
ding, en maakt verder vele aanmerkingen over 
deszelfd uiterst vreemd gedrag van niet te ver* 
fchijnen waar hij geroepen werd, en zich niet 
te laten gelden , waar het noodig ¥^s ; over het 
door SoHAAB geprezen verzwijgen van zijn* 
naam en de fchijnbare geheimhouding^ vfvAx:- 
mede hg alleen aan zijne tegenftanders voordeei* 
konde aanbrengen ; over den onzin der voorge*» 
Mrende uitvinding voor den jare 1420 en eind^-: 
lijk over de zucht van Hypothefen te maken 
bij den Heer Scuaab. Wij hebben over dit 

• • • " • 

een en ander reeds zoo veel gezegd, dat wij- 
dit alles thans mogen voorbijgaan , en wij be- 
palen ons derhalve om nog iets bij te brengen: : 
over het gene de Ree. zeer wijdlooplg aan- • 
voert tegen het befluit der Méntzers öm hec 
£euwfeest der uitvinding in den jare 1836 'te 
vieren. 

Met reden werpt de Ree. de vraag óp, ^ of- 
^ men met een goed gc'wetcn , de optoepling of 
,^ üitnoodiging volgen mag , Wclkè ^e commisfie* 
„ te Mentz , van welke de Heer Schaab Lideen? 
„ Lofredenaar is , kan gehoor geven ?** 

^ Hebben de Haarlemmers** zegt hij , „ het 
,, eeuwfeest in iStiS te vroeg gevierd, dan 

La ^ moe- 



C 164 ) 

^ moecen de Duicfcbeh nu met te meer zorg 
^ wakpn , dat bun jubileum een Nationaal 
f^ feest worde/* en nu vraagt hij: ,, Hoe zal 
f^ een feest de algemeene deelneming erlangen ,. 
^ waaromtrent de ftad^ aan welice de zaak 
^ het naast 9 maar niet alleen aangaat daarin 
91 flechta de gelegenheid ziet tot eene eenzijdl- 
^ ff en locale verheerlijking? In Mentz zal 
^ een , gedenkteeken . op algemeene kosten wor- 
^ den^ opgerigt. In Mentz conftitueert zich 
^ eene commisfie tot het vieren van een feesc 
9, zonder iemand van elders tot zich te roepen. 
n In Mentz bepaalt men het om het jaar van 
^ hec Eeuwfeest hetwelk voorheen op het veer- 

n ^^^ J^^ ^" ^^ ^^^^ gehouden werd. ploc- 
^ felyk op het zes en dertigfte te doen houden 
^ en dit alles wordt gedaan door mannen zon- 
^ der naam 9 alleen omdat zg te Mentz leven; 
II sp GuTBNBERGS jubiUum zoo als de Com- 
^ misfie verhoopt in geheel europa en vooral 
^ in Duitschland deelneming en goedkeuring 
^ erlangen , dan behoort het zoo al niet als eea 
^ Europisth een minden als een Duitsch feesc 
^ ce worden ingefteld en niet als een Ment* 
^ zisch." 

De Recenfent weidt verder breedvoerig uit 

over 



( i65 ) 

over de drift Tan den Heer Süfli. ab tegen 
Straatsburg j alwaar G. alleen proeven met 
zijne nieuwe kunst zoude genomen hebben^ 
welke verwijderd waren van de uitvoering , en 
hij haakt hem natuurlijk, over den wil, dat 
de tijd van de proefneming en niet van de uit^ 
voering zal gevierd worden en bovendien niet 
op de plaats van de proeven , maar op de ge- 
boorte-plaats van den proefnemer, en na meer 
betoog zegt hij , dac de ontdekking als of Gu* 
TBNBERG in het jaar 1436 iets in een pers joude 
hebben gehad , voorzeker geenen genoegzamen 
grond oplevert voor deze vreemde en ftoute be« 
(luiten en befcbikkingen. 

Na alzoo bet zwakke en ongegronde van 
die Mentzer befluiten te hebben aangewezen , 
betoogt de fcbri>ver, dat men veel beter had 
gedaan , om zich bij de oude gewoonte van het 
4oile jaar te houden, en dac. Indien men wc 
zucht om iets nieuws daar te (lellen , hier van 
wilde afgaan , het feest als dan ongeluk beter 
zoude kunnen gevierd worden in den jare x 854 
of 1855 ^^f nagedachtenis dat in deze jaren het 
gewigtigst drukwerk te Mentz in het licht ver- 
fcheen. Nu komt er nooit iets goeds van , als 
de verfraaijing van een plein van Mentz op hei 
allerbeste. 

L 3 Hij 



C 1.66 ) 

• Hij lldc dcrjialve.in efTccce voor, om ineeir 
ètffiT jaren het feest der volmaking van. de 
Paekdrukkunst te Mentz te vieren, vooral om 
dot toen voor het eerst de Bijbel in het licht 10 
gekomen. 



Over het karakter van . Gutenberg is de Re-i 
cenfeat geenszins gunftig , en hij vindt in de op« 
gave van Schaab veel duisters, vooral in 
de geheimzinnigheid. Hij keurt het af dat G. 
geen belang gefield heeft in deszelfs roem en 
ia het winnen van geld. Onverklaarbaar is het , 
zegt hij, dat G. liever in een* donkeren winkel 
wilde werken dan zich aan Vorst en volk te doen 

m 

jennen als den uitvinder van de nuttigde kunsc^ 
en hij vraagt met reden , hoe de door Schaab opr 
gegevene ingetogenheid of onnoozelheid (ftumpf^ 
fin) overeen te brengen zoude zyn met zyo 
overig bedrijf? met zijne vrijwillige verhuizing 
uit Mentz , met het arrest van den Mentzifchen 
ftadsfchrijver , met zijn gedrag tegen Ennelin zu 
der yfernen Thüre , met de dienden , welke hjj 
aan den Keurvorst Adolp in 1662 bewees , en 
met zoo vele andere punten. 

Hoc dit alles ook zijn moge , het is bij ons 

bui- 



'C 1Ö7 ) 

buiten twijfel , dat deze uitgewerkte Recenfie 
eene zeer belangrijke bijdrage is , tot de overtui- 
ging, dat geenszins alle Duitfchers blindelings 
inftemnien en wegloopen met het gefchryf van 
Dt. C. A. Schaab, tnaar dat fommige op 
hunne eigene beenen durven (laan. Ik neen de 
hoop te mogen voeden, dat zulk een rchrijver niet 
bij zijn erfgcloof jegens Haarlem zal iblyven , 
maar ook in dezen zal durven lezen , overwegen 
en befluiten. 

Het is mij onlangs voldoende gebleken , dat 
de fteller van dit merkwaardige ftuk is de Ober- 
Finantsraad Sotsman te Berlijn^ van wiens 
doorzigt en candeur mij de allergunstigfte bc-» 
rigten en (telligfte verzekeringen zgn medege* 
gedeeld. 



L 4 ÏETS 



• I 



IETS 

o?sR oe 

fr E R KJ E S 

ê 

VAN PEN 

HOOGLEERAAR, 



FRIEDRICH LEHNE, 



tN DBHZElfVER NAAKTE GEVOI^GfiH^ 



Juen m(jner raeestgeachce correspondenten in 
J)uitschland heeft op mijn berigt van het werk 
van Mr. C. A. Schaaq de aanmerking ge- 
maakt, dat ik aangaande Profesfor Lbhmb, 
Oa de vermelding van z^n werkje getiteld: 
I, Einige bemerkungen uber das Untemeh* 
I, men der Gelehrter Gefelfchaft su Har^ 
I, lem (1823) ihrer ftadt die Ehre der Er« 
I, findung der Buchdruckerkunst zu ertrotfen,** 
eene té harde uicfpraak zoude hebben gedaan, 
door op bl. 37 te verklaren, „ dat deze man 

I, zich 



( i69 ) 

19 zich bierdoor in de oogen der verftandigea 
^ alleen belagchelijk had ' gemaakc/* 

Hij vermeende het insgelijks te mogen af- 
keuren dat ik door op andere plaatfen Lehne 
en ScHAAB in eenen adem te noemen en de 
fpreuk van Lydius voor zijnen Roomfchcn C7i- 
lenfpiegel i 

Waartoe het licht van kaars of bril ^ 
Wanneer, den UU niet zien en wil , 

op bl. 107. op Lehnb zoo wel als op 
ScHAAB had toepast ; dat ik zulks niet aangaande 
den laatften had moeten zeggen, zonder uit 
deszelfs werken of werkjes iets ten bewiJK 
un te voeren. 

Ik heb dadelijk op deze befcheidene tegen- 
werpingen in het breede geantwoord en na 
aangaande het laatfte punt gezegd te hebben , 
dat wanneer Ik de kaart van Utrecht^ door Jr. 
E. Meyster vervaardigd , vroeger gezien had , ik 
misfchien in plaats van het fcherpe motto van 
Lydius de zachtere woorden van den eerden 

^ W^rtoe het bril aanbicn, 
^ Wanneer men niet wil zien /* 

zoude gebruikt hebben. 

L 5 Ik 



C «70 ) 

Ik heb verder aangaande de andere te gen wer* 
ping gezegd, dat ik, reeds vroeg vernomen 
hebbende , hoe de Heer Lehne door het verval 
van verftandelijke en ligchamelijke krachten zeer 
vee] leed, genieend had over zijn werk niec 
breedvoerig te moeten zijn, maar liever* dit al- 
les , vooral ook om dat ik eigenlijk alleen over 
het werk van den Heer Schaab wilde fpreken, 
met ftilzwijgen te mogen voorbij gaan. 

Ik had alzoo jegens dezen correspondent niets 
meer te verdedigen , dan mijne uitfpraak op bh 
37 , en heb « het daarom dienfiig geoordeeld 
hem te verwijzen , tot de Recenfie in de Hal^ 
üfche alg. Litteratur zeitung , May i8a4 9 clooc 
den Heer Ebert gefchreven , en aan hem toe- 
te zenden de recenfie in de Letterbode 1825 
N^.^ I en 2 alsmede den brief, waarbij de 
Heer Koning van dit werkje aan zijne landge* 
nooten berigt heeft gegeven. 

Naar myne gedachten zouden dezen beoor* 
deelingen van eeneo Duitfphen en van eenen 
HoUandfchen Geleerde genoegzaam zijn zoq 
ter mijner, verdediging als tot zijne pvertuiging , 
en vermits ik geene nadere aanvraag deswe- 
ge bekomen heb , zoo vermeen ik mij hiervan 
verzekerd te mogen houden. 

Gezien hebbende, dat dit beekje vooral door 

de 






( I/I ) 

de tegenfchrifteii , zeer gewigtige gevolgch 
heefc gehad voor de Letterkundige gefchiedenis 
van de boekdrukkunst vermeen ik hiervan het 
een en ander te mogen mededeelen. 

De Heer Ebert had zich dadelijk door den 
fcberpcn en fnerpenden ftijl van dit boekje » 
opgewekt gevonden, om in het tijdfchrift: de Her- 
mes bet merkwaardig (luk teplaatfen, gettteld: 
Nieuw onderzoek naar de aanfpraak van 
Haarlem op de uitvinding der boekdrukkunst ^ 
hetwelk reeds in 1825 in de Letterbode en 
door den Heer J. Koning in het Nederduitsch 
is vertaald en later door het gefchrijf van Mr. 
C. A. ScHAAB en myne beantwoording ge* 
noegzaam aan mijne landgenooten bekend is 
geworden. 

Gemelde Heer Ebert gaf vervolgens, zon- 
der zijnen naam te noemen , de later zoo ver* 
maard gewordene reccnfie in N^. 118 van de 
Hallifche Alg. Litteratur zeitung ^ May 1824, 
waarin gemeld werkje van Lernb zeer breedvoe- 
rig , maar zeer befcheiden wordt beoordeeld, en 
faet onbehoorlijke in den vorm en het nieti- 
ge voor zoo veel de zaak betreft y overtuigend 
wordt aangetoond. 

De fchrijver liet zich veel aan de reccn- 
fie 



( I7a ) 

üe gelegen liggen. Hij gaf zijn gefchrifc op 
nieuw uic, met een aanhangfel^ waarbij hy 
aan den toen nog onbekenden fchrijver fcbeen 
te willen bewijzen , hoe ver deze in zijne blind- 
heid van den weg der waarheid was afgedwaald t 
en hij voegde er de uitdaging bij » dac de on* 
bekende met open helm tegen hem in het ftryd- 
perk zoude treden. 

' Het duurde niet lang, of de Hofraad Ersch 
maakte het namens de redactie van gemeld tijd* 
fchrift bekend , dat de Heer Ebert de .fteller 
was dier recenfie en- nu verfcb^en er weldra een 
krachtig antwoord aan den Heer Lehne, het* 
welk door verfcheidene ftukjes in het Intelli' 
gensblat der Hallifche Lifter atur • zeitung 
Febr. 1 825 gevolgd is , en . in de allgemei^ 
ne Encyclopedie van Ersch en GRQBER^in 
de voorrede van C. G. Kaizer Bucherkunde , 
en in het algemein Bibliagrapkiseh Lexicon 
van Ebert zelven , is aangeroerd en beant^ 
woord» 

- De meeste waarde werd toegekend aan een ftuk* 
je gephatst in de verzameling : Ueberlieferungen 
zur gefchichte u z. w. Dresden i8a6 B. u 
il. 2, hetwelk getiteld is: 

„ Zwisfchenwort uber die fireitige Erfifê' 
^, dungs gefchichte der Buchdrukkerkunsi.^^ 

Het- 



C Ï73 ) 

Heczelve heeft door de helderheid van oor- 
deel en de kracht van ftgl veel onderfcheiding 
in Duitschland verworven en zoude bij ons ee- 
ne vertaling verdienen. 

De Heer Sghaab heeft zich over deze ftuk^ 
ken met zijne gewone bitterheid en drift ia 
het breede uitgelaten. C*) 

De Heer Lbhnb getroffen door den hooged toon 
en mannelijken ernst , waarmede hij in het flot was 
uitgedaagd om het gevoelen van den fchrijver 
te beoordeelen en te ontzenuwen ^ eer hij het 
regt verwierf om te kunnen medefpreken, 
heeft gemeend, deswege niet te kunnen 
zwijgen, en hij heeft vervolgens een nieuw - 
fittk uitgegev^, getiteld: Historifche Prufung 
der jdfifprachc , welde die ft ad f Haarlem auf 
den Ruim de Erfindung van Buchdrucker^ 
kunst macht \ Ct) uitgegeven. 

Hoezeer de Heer Schaab zegt, dat hierin 
alle gronden van het nieuw onderzoek en van 
den Heer Ebert zijn beantwoord , heeft deze- 
laatfte aan hetzelve, geen antwoord waardig ge^; 
keurd en hierop geheel gezwegen. 

De Redactie van de Letterbode en de Heer. 

Ko- 

(♦) B. III. Voorwort z, XL XIIL 
(t) Malnz 1997 ^ t ^uf ptf Zeiceo. 



( 174 ) 

Koning hebben hetzelve insgelijks als ce nietig 
befchouwd om daarvan eenig berigt ce geven ^ 
en de (lellingen van den fchrijver eenigzins ce 
wederleggen. Van hier dac die ftak aan onzev 
Landgenoocen geheel onbekend is gebleven* 



. Onlangs gezien hebbende dac de Heer Külb 
ten gevolge van zijn erfgeloof tegen Haarlem^ 
eenige waarde fchijnt ce hechten aan deze bel- 
de werkje^ van Lbhn£, heb ik mij begverd 
4>m ook het laacscgemelde boekje ce* erlangen, 
maar coc nog coe, ben ik een dezen niec in mij- 
ne wenfchen geflaagd. 

Ik heb echter van eene zee» vertrouwde 
hand het berigt erlangd » dac alles yWac de Heer 
Külb gezegd heeft , aangaande het plagiaat 
door ScHAAB jegens Lehne gepleegd, mec^ 
de waarheid overeenkomftig is, en dac 
Scha AB niec alleen dezen heeft nagepraat in alles 
wat er tegen Haarlem , Koster en Junius is 
aangevoerd, maar ook, dac veel van hecgene hg 
op de (lellingen van Ebert heefc gezegd uit- 
hec gefchrgf van Lehne is ondeend en ifge- 
ichreven* 

Ten einde aan mijne lezers ce bewezen , i^t 

ik 



( 175 ) 

ik. aangaande het eerfte werkje van den Heer 
Lehne geene te fcherpe uitfpraak gedaan heb , 
wil ik hier nog de korte opgaaf van den inhoud 
mededeelen y zoo als dezelve in de Letterbode van 
1825 N**. I gevonden wordt. Ik vond dit herige 
zoo meesterlijk , kort , klaar en waar gefield , dat 
het ook daarom de bewaring en herleving ver* 
dient. 

Of de Heer Koning de fteller is , bleek 
mij niet voldoende ; het luidt ah volgt : 

^ Het boekje is , in de eerfte plaats opge- 
vuld met fchampere en fmadelijke uitdrukkin* 
gen, die men het minst van een' fchrijver van 
dezen (land en rang zoude verwachten, doch 
welke het bewijs opleveren , dat de man zich en* 
kei . door zijne blinde drift heeft laten vervoe- 
ren, en niet berekende, hoezeer hij daardoor 
de zaak , die hij voorftond , in het oog van detl 
bedaarden en onpartijdigen befchouwer moest 
bénadeelen. 

Bijna elke bladzijde zoude ik tot bewijs vatf 
dit gezegde kunnen aanvoeren.. 

Zoo fteunt volgens hem , de aanfpraakwzxL 
lidarlem op niets dan op eencn fabelachtigen 
grond y of loutere dwaling (p; 4) bet berigt? 
vah JüNtüs fs niets meer of anders dan eene fa- 
bel (p. 4, ra), t^nt patriottifche verdichting 

(P. 



( i7€ ) 

(p. s8)^ dacberigt is flechcs een avonruurhji 
verhaal Qf. 29)* eeat Romantifche ver telling 
Cp* 3^)9 v^^ eencn ouden droomenden boek- 
binder (p. 189 a8, 32)9 wiens voormalige 
meeseer de fabelachtige koster genoemd woidt 

(P- 13» a5> 

De fchrijvers voor Haarlem verdienen , vol- 
gens hem in hec algemeen geen hec minfte ge* 
loof. Zy hebben zich niet ontzien de waarheid 
de billijkheid j ja de menfchelijkheid te ver^ 
waarloozenoiie ver f maden Cp« ^ » 18^ ; zy heb* 
ben niet gefchroomd hunne (tellingen door ral^ 
Jche fluitredenen en onbewezene verzekeringen 
aan te dringen (p. ao) ; het is hun niet te doen. 
om de gefchiedenis der boekdrükkttnst op te 
helderen , maar om die te verwarren Cp. 25^ i 
bet aanvoeren van de Keulfche kronijk van 1499 » 
met betrekking tot de eerfte beginfelen der druk* 
kanst in Holland^ is eene onbillijke kumt* 
greep (p. 24); roet andere woorden: zijheb^^ 
ben zich tegen alle waarheid in het harnas 
gefield^ en zich gedragen als eigenzinnige, 
kinderen , wien men een fpeelgoed ontnemen 
wilj hetgeen hun niet toebehoort (p. 27); 
de herhaalde verzekering van Junius, dat 
het hem om de waarheid te doen wa;s , maak f 
Zijn verhaal verdacht (p. 29) ; Meerman it 



/ 



( ^77 ) 

étr van den uitfi^dachcen 'Romatf Cp^ \%) \ 
Hy en Koning (lapélen fabel op fabel en hBüf 
wen luchtkasteelen op losfe grondflageh (p* 
\6) enz. 

c De kei^olking ' vm Haarlem is voohs eene 
ligfgeloovige menigte (p* 5)^ hunne medning 
berust op dé dwaling ^\ dat xy Xyl^rm- 
l^ij/tf voor Typographie^ gehouden hebben (p. 
^9}; bezield door eene nationale ijdelheid 9 
die alle uitfpraak eener Histèrifche kritiek 
verfmaadt (p. 4 , 19).» hebben t!^'i\z\i fchattftir 
teloos met vreemde vederen apgefierd (p. 4)1; 
^J zijn verder gegaan. Zïy hebben eéne blinde 
eeredienst aan hunne verlichtingszucht t^egi^ 
èragt Cp- 4)9 ^^ hunne knieën yoor htmn^ 
valfchen God gebogen .(p- ^8). .. ,u:'i 

Bij en onder dit alles heefc eindelijk eene 
(Dichtkundige^ Maatfchappij zich aan hec 
hoofd gefield, en getracht de bekende /isri^/ 
door eene poetifche behandeling in een aan-- 
nemelijk licht voor te dragen (p. 4) ; eene 
patriottifche Regering heeft ^ door hare toe^ 
gevendheidj de geestdrift der ligtgeloovige 
menigte begunjligd Cp. 5) ; en de Haarlemfche 
Maatfchappij heeft voor geheel Europa, eene 
comedie gefpeeld (p. 24}. 

.* V. D. III. St. M Ziet 



( «7« ) 

Die medegedeelde nl voorzeker geooegziara 
xyn om den geest van den fchrgver en den ieom 
van dit (hikje aan myne hodgenooren te doen 
kennen. 

Het boekje verdient eenige belangftelling om 
dat hetzelve door het opwekken van de veront* 
waardiging en den yver bij zulke eerlijke en 
«egtvaardige Duitfcbe geleerden ^ als Nibmeoer 
en Ebert , tegen den wil en het doel van de 
vervaardiger» heeft medegewerkt, tot eene waar* 
dige erkenning van het regt vun Haarlem en 
tot eere van Laurems Koster. 

Wij Nederlanders zien met medeltjcfen neder 
op zulke beftrijders , en moeten hierbij onwille- 
keurig denken aan den dolleman , die met een 
htnnepfteel aanviel op een eik. 



LE- 



LEVENS-SCHETS 



VAN 



* LAURENS JANSZOON KOSTER 



M i 



Die Deutfchen fuhren ihren Bewds mit ausferen , 
die Hollander mk innerm Zeugnüfen. Die Partie 
ist nicht gUkh. 

AUc GcrichtUchen Zeugnisfen fur Gütenbero 
verdanken wir. doch Jkhttich dm einfigen Vjnftande , 
dasf e f zu arm yfar , um ftine Èrfindung auf eigne 
kosten in V ff^erk zufetfen , und das erfich in Folge die^ 
fes Vnvermogens zu Gefellfchafts^verbindungen und 
zu Anleihen genot higt fahe^ wekhe fdne Private 
unternehmung zum Gegenftande gerichtlicher Eror* 
Jerung nutchtené Costbr dagegen war, wie ur* 
kundlich bewiefen ist^ ein reicher Mann und felbst 
ein ange/ehenes MisgUed des Magistrats feines 
Wohn^^orts; fdne Erfindung var daher nicht mit 
VmfUMen verknüpft^ wekhe ihn zu gerichtlicher 
fhs^e Zufiueht zu nehmen genothigt hotten. 

* Ebbrt» Uberliefeningen tfier Band 
Site Stuk z. 1^3 und 130. 



r o o RB E R I G 2\ 



I 



JüLec volgende fluk is meerendeels in den herfst 
van hec vorige jaar ten papiere gebragr. 

De Heer Schaab heeft zich in den uicge-; 

I 

ftrekten brief, aan mij op 15 September 1833 

• • • 

gefchreven , voorgedaan , als of hij bijzonder 
vertoornd was, over de zinfneden in de Hoog- 
duitfche uitgave van mijn werk op bh 106 en 
107, (^) alwaar ik de redenen heb opgegeven, 
waarom er is nagelaten eene Levensfchets 
van Laurbns Koster te geven , gelijk aan de 
voorafgaande van Johann Gutenberg. 

Hij heeft de zaak hierby voorgefteld , als of 
ik zulks eerder had verkozen uit gebrek van ver- 
mogen, dan door eigen wil, en hij. heeft er 
bijgevoegd, dat zulk eene plaatfing misfchien 
nuttig en noodig zoude zijn geweest voor my- 
ne landgenooten , waaronder nog menigeen 

zijn 

(*) In de Nederduitfche op bh ^ en ^^^ 

M3. 



C i8a ) 

lyn loude, die tan bec bcflaéfn van onzen 
beid twijfelde, enz, 

W heb dien brieft alleen om z^n belang « 
kort eh koel beantwoord % en vermits bij zich 
daarby üellig had uitgelaten , dat by denze}ven 
in een der tijdfchrifcen (goedig zoude mededee^r 
len t heb ik hem ernftig aangeraden , voor zich 
te zien, vermics ik hem in velen badgefpaard 
om zijnen (land en zijne jaren^ Ik had hem hier* 
bij de verzekering gegeven ^ anders voome^ 
mens te zijn, mijn antwoord fpoedig te doen vo^ 
gen I vergei?el4 van de noodige fo^oe^elf. 

Het als zeker (lellende , dat hij aan zijne be- 
dreiging zoude geftand doen, heb ik verder ' 
)net bedaarden zin overwogen , over welke on« 
derwerpen , die foevoegf^fs zouden moeten loo*^ 
pen, en het was weldra buiten allen twijfel, 
dat d? ontkenning van hetier^^^/^vanLAURENS 
Koster , en de miskenning van de geloofwa^rf 
4ighfi^ van Junius de twee voornaamde pun^ 
ten waren, welke hierbij in aanmerking kon^ 
den komen. Pe Heer Schaab had zich verklaard 
hieromtrent niets van mijne ophelderingen van 
b^t door hem betoogde te willen ^^nemen , 
maar zich by zijne opvattingen , vooral over het 

HwI?roiH?r ffrookj^ en het ^efÏ0n4er j gen 

bab-r 



( i8S ) . 

babbel van den kiodfchen Juniui te houden» 

In October en later door eene ligte maar 
langdurige ongefteldheid aan myne kamer gebon- 
den ) werden er wel eene Uvensfchets van Kos- 
ter en eene verhandeling over de geloofwaar^ 
digheid van JuNiua ontworpen » maar van de 
uitgave van den brief van den Heer Schaab 
niets vernemende , zoo werd alles weggelegd. 

Onlangs deze (lukken herlezen hebbende » i% 
hec dienftig geoordeeld , het eerstgemelde ftuk 
alhier mede te deelen. 

Ik doe het thans geenszins om den Heer 
Schaab te overtuigen van zijne dwaling en hem 
tot andere gedachten te brengen ; ook niet om« 
dat ik bet als waar zoude willen aannemen» 
dai er landgenooten zijn , die aan het beftaan 
van Laurens Koster en de Haarlemmer pers 
zouden twyfelen » maar alleen , omdat de berig- 
ten deswege in de werken van Meerman , van 
Oosten de Bru\jn , Koning en anderen te veel 
verfpreid zijn, en dat alles, wat na 1817, 
en vooral in 1823 isopgefpoord, nog niet onder 
één oogpunt is gebragt. Ook komt het my 
als mogelijk voor, dat wanneer redelijke en 
zelf/iandige Duicfchers deze poging zullen 
willen zien , zij zich verzekerd zullen houden , 

M 4 dat 



] 



dat een perfooriy aangaande wiens beftaan en^* 
eigene bedrijven , zoo vele Hiscorifche docu- 
menten , en macerieele bewijzen aanwezig zijn , 
geenszins een denkbeeldig of verzonnen wezen , 
eene fpeelpopofherfenfchim, of volgens He^jn- 
ZE, Merkbl en Schaab, een nonem tn tw. 
tFechfelbalg ^ heeft kunnen zijn. 
•' Ik heb het weggelegde herzien en op 
fommige plaatfcn, vooral in het aanhangfel ^ 

aangevuld , maar ik heb alles alleen fchetsge- 
irtj'ze- aangeftipt, en mij vooral beijverd, om 
alle punten , door aanhalingen te flaven ; op- 
zettelijk , heb ik alles vermijd , wat naar twis- 
ten zweemt en zoo in iets , dan heb ik my 
hierbij de leer van Boerhave: ,9 het eenvoudi- 
i, ge is het kenmerk der waarheid" voor oogen 
gehouden. 

• De andere verhandeling, getiteld: de geloofd 
waardigheid van Jünius gehandhaafd , hoop 
ik bij het volgende Stuk, en ook afzonderlijk 
tnede te deelen. 



I 



i 






LE- 



LEVENS-SCHETS 



VAN 



LAURENS JANSZOON KOSTER. 



L 



AUREN5 Janszoon Kostkr , is ce Haarlem 
geboren voor of omcrenc den jare 1 370. (♦) ; 
Zijn vader Jan Laurenszoon was afkomftig 
ttic eenen zijtak van den ftam van Brsperodx 9 
eene der meest aanzienlijke gedachten in Holr 
land^ blijkens het wapen, hetwelk zijn zoon 
op het ambt s ze gel als Schepen voerde, (f) 

Dat 

CO ]• Koning Ferhandeling^ bl. 148 , alwur de rede- 
nen voor deze verzekering zijn ontwikkeld , verder van 
OorrEN na Bru^n , de fiad Hasriem bL 227 en Aüber* 
MAN, Origfnes Tjpographkae , L 49. 

Ct) Die wapen is afgebeeld bij van Oosten de Brü^n 
gehecht aan eene opene acte van Schepenen , en daar- 
uit door MiuLRMAN bij hec groote portret overgeno- 
men. 

M 5 



( i8(J ) 

Dac hij behoorde ^ coc den tak , welke mee den 
naam van ; van oer Duyn bekend was en nog 
bloeit , heeft de Heer Meerman tot eene hoo- 
ge mate van waarfchijnlijkheid gebragt; Q*^ 
bet blijft echter nog mogelijk » dat hij afkom* 
lltg was , uit den tak der familie: Breoerooe wier 

É 

telgen den naam van: Koster voerden* Q3 Zeker 
is het , dat hij h\} de ftaatstwisten met den naam 
van Hoekfch en Kabeljaauwfch bekend , 
tot de eerstgemelde factie behoorde , het- 
welk blijkt, uit den zoenbrief van Hertog 
Albrecht van Beyeren van i7Febr. 1380; 
waarfchijnl^jk gaf de betrekking met die van den 
huize Brederode hiertoe de aanleiding . C§) 
De naam zyner moeder bleef oobekeod. 
Vermits in de Thefauriers - rekening van 14209 
gefproken wordt van Jan Louweneoen ff^edu 9 
mag men het aannemen , dat de vader voor ge« 
meld jaar overleden is. («) 



Pe zoon heeft evenmin als de vader den fa- 
nulie-na^m gevoerd , en volgde de gewoonte 

van 

(t) Te Water , Fetbond der Edekn, D. IV. 

(§) M££RMAN 9 1. 4d. DE BrU^N 233« 

C^} Koning, Verh. 140. 



C i»7 ) 

TAB dien cyd door alleen den doopnaam van den 
vader bij den zynen te voegen ; becwelk fom* 
cyds by ^rkendif Edehn plaats vond en niets 
afdoet om de afkomst uit aanzienlyken buize 
iwyfelacbtig te maken. (*3 

Oe naam van onzen Laureits Jaitszoov woidt 
l^et eerst vermeld gevonden, in den zoenbrief 
van Hertog Wu^lbh van aó September 1408 1 
waarbij hy insgelijks als Hoekschgezind voor* 
komtt en wegens de deelneming in de volks* 
bewegingen in 1405 wordt veroordeeld ^ tot 
cene boete van zestig Engelfche Nobelen, (f) 

Vervolgens ontmoet men bem in verfcbeidfr» 
fle betrekkingen^ 

I ^, ^h O^gUr der SghumriJ te Haarlem 
in 1417* 

a^. Als Lid der Vroedftrhaptn 1417» 14 18, 
I4J^3» Uapf en 143a. 

3^t Als Schepen in 149^9 1423, 1428^ 
1429, en als Voorzittend Schepen 'm 1431 , en 
4^ als Thefaurhr in den jare i4ai, 1496, 
1430 en 1434. 

In welke betrekkingen bij tot verfcheidene 

^*) Zie Meerman, II. $. i. ps Bru^n, I«22<$,oQik 
VAN Mieris, Gro^t Charterboek UI. 109. 
(t) Koning , Bijdragen , i. 30. 



( ^88 ) 

gewigtige beraadflagiogen y verrigtingen eo beh 
tt&dingen werd benoemd en naar elders afge* 
vaardigdy 200 als uic de Thefauriers- rekenin- 
gen der fiad Haarlem voldoende blykc. 

Indien de Rekeningen over de jaren 141 9 , 
1421, 1423» 1424 en 1425 niec waren verlo- 
ten gegaan , als dan zouden er ivaarfchijnlijk nog 
meer belangrijke zaken hebben kunnen worden 
aangevoerd. (*) 



, Hec verdient vooral opmerking , dat da 
Heer Koning bec uic deze Thefauriers - rekenin- 
gen aan hec lichc heefc gebragc , dac KosTsa 
•mee leden der familiên van Aorichem, As- 

SENDELFT , BaKENBSSE , BeXBSTEIN , (ïilOSMA* 

xbrk)» Cralingen, Egmono, Forbest, 
Galen , Heusden , van der Laan , Stes- 

J.AND, WaSSBNAER^ UtBNRAMP , UlTBRWgK , 

Zaanoen en meer, niec als een Dienaar ms» 
als huns gelijken , in commisfiën en beraadlla* 
gingen omging , cerwijl er misfchien onder de 

man- 

C*} Men zie over die een en ander Meerman 1.38, 
50 en 52, VAN Oosten de Bruun bh aao en 221 » Ko- 
ning, FerhandiHng 147 en 141 en breeder in de bij- 
dragen I. 34 lot 79. ' 



( 189 ) 

tafannen, -bij wier 'namen alleen de naam van 
den vader gefteld is, even aanzienlijke perfo* 
*nen zijn geweest. 

Ik weet niet> boe men het noemen moet^ 
dat ScHAAB en zijne voorgangers , onzen Lau- 
RBNS Koster hebben kunnen en durven voor- 
dragen , als eén fchenkwirth of kroeghouder ; 
nlleen omdat de wijn bij vergaderingen of by- 
'leenkomften gebruikt, op zijnen naam uit de 
ifauls of Raadskelder met ftadskannen was afge« 
geven é 



' Volgens de algemeene verzekering, zoude h$ 
het kosters - ambs van de groote kerk te lÉvar^ 
4em bekleed hebbén , dan hieromtrent beftaati 
geene documenteele bewijzen, gelijk aangaan- 
de het vorige. 

Het is buiten twyfel , dat het gemelde ambt 
tan koster voor de kerkhervorming eenc ge- 
heel andere en ongelijk meer aanzienlijke ftrek- 
icing had , dan na de reformatie , en dat men het«> 
xdve Inoet aanmerken , als hét ambt van kerk" 
meester^ aan wien de bewaring van het kerk*» 
zilver en vele beheeringen tot de kerk zelve , di 
eéredienst, enz. waren toevertrouwd. 

Het is tevens door de beeigten bij. MBfiKMLiN 

en 



t 



• . •- V. <*"•' 




C 190 ) 

fft by C. BtmiCAir bewezen, dat ook op ati-* 
dere plaacfen met name te Hoorn eti Uireckf t 
Hceren uit de voofnaamfte familiën tot konen 
pf kerkm eesten benoemd zyti. 



Het aanzien van den (tand in welken hj| 
Jeefde, kan nog bovendien als genoegzaam be- 
wezen worden aangemerkt « uit bet huis , waariB 
bij aan de groote markt te Haarlem woonde « 
betwelk thans in drie huizen verdeeld 9 als 
nog bekend is, én waaromtrent berigten en 
afbeeldingen beftaan by Sbis , bb Baüuit en 
Inderen^ alsmede door zijne gegoedheid i in 
de ftedelyke registers van den jare I4a8 ftaac 
h(j in gelyken rang met de rifkftt ingezete^ 
mn. (♦) 



Het voomaamfie bedrijf» waardoor hy in de 

Gefchiedenis van het menschdom beroemd werd 

en bleef, is voorzeker 5 dat hy het allereerst de 

heginfelen van de boekdrukkunst mee gegotte- 

ne , losfe of beweegbare letters , heeft uitge^ 

vpnden. 

Aan- 

(*) Koning , Ferh* 14C» 



Aangaande het beto<^ van zijne verrigcingen 
in dezM , kan men hec volgende als voldoende 
beweaen aanmerken» 



Hec was voorzeker reeds vroeg bekend , dac 
men mee flempels » waarin .lec^rs verkeerd zijn 
gefneden, vele afdnikkenr konde vervaardigen, 
waarin de leners zich alsdan regcilandig voor« 
doen. 

De coepasfing en uitbreiding van dit eeüvoa*» 
dïg beginfel , op zaken van het grootfte belang 
was voor zyn vernuft en verftand bewaard. 

KosTXR wandelde eens omtrent in den jare 
i4aa of 14239 C*") ^Q ^^^ Haarlemmer bosch 
en na viel zgn lust om enkele letters in hout« 
flaafjes te fnijden, ten einde zijne kindskinde« 
ren , al fpelende het A. B. C. en meer te Iee« 
ren; deze eerfte proeven waren voor hem niec 
genoeg ; hg zag fpoedig m ^ dat wanneer hi| 
meer letters fneed , en deze flaafjes , één voor 
één 9 letter voor letter, (Jigillatim) naast el- 
kan* 

O Men zie «mgashdé den t^d der oicvinding de Bq« 
'lige A . tot de Geéenkfckriften voor het Koster^eest ia 
iSft3« alwMr veel lichc is bijgezet i«n de vroegere be- 
rigten vtn MfiKKMAN* de Bauijn en Koning. 



c 194 :) 

bezeten , van welks bovenftè gedeelte Koning 
een fac fimile heeft medegedeeld. (*) 

De 4de het Hooglied Salomons , in 16 bla- 
den met twee prenten of figuren onder elkander, 
en eindelijk de 5dfi de Spiegel der behoudenis 
'mplaatdruk , in het Latijn , waarvan wel geen 
geheel exemplaar tot nog toe bekend is ge- 
worden , maar waar van de afdruk van twinrig 
bladen boutfnede voorhanden is. 



Hoezeer de Heer von HEyNïcKE en anderen 
zich mogen beijverd hebben , om de Hollandfche 
afkomst der vier eerstgemelde werken te be- 
twisten , het is thans door de overeenkomst van 
teekening en fnede «n door de figouren en ken- 
teekegs der letters , alsmede door de overeen- 
komst van de papiermerken , enz. enz. buiten 
twijfel gefteld , dat dezelve van de eer/ie Haar- 
lemmer pers afkomftig zijn en tot de werkjes en 
werken van Laüréns Kostisn met losfe letters , 
in de naauwfte betrekking ftaan. 

Alle deze plaatdrukken zijn waarfchijnlijk 
voor den jare 1430 vervaardigd, voor welke 
verzekering een bijzonder argument voorkomt , in 

den 

(*} Zie zijne verhandeling PI. 2. 






C 195 ) 

den Catalogus der Bibliothcca Spenceriana ^ 
Tom. I. p. IV. alwaar van drie van deze Xylo- 
graphifche werken melding is , welke voorheen 
gebonden waren , in eenen band met het op- 
fchrift: dit boek is gebonden in 14a. (*). 



Het konde niet misfen of de bekwame en 
wijze uitvinder moest fpoedig befefFen , dar de 
houten vormen dezer prentwerken met de on- 
derfchriften in plaatdruk , tot geen ander 
einde konden dienen , en dat voor elk ander 
boek wederom nieuwe platen en onderfchriften 

moes- 

(*} Zie Koning Bijdragen IL 158. De HeerRoNino 
hecfc aan onze Letterkundigen , die de Ëngelfche taal niet 
verdaan , e ene groot e dienst bewezen door zeer be- 
langrijke berigten en uittrekfels te geven van het pracht- 
wcrk van den beroemden Engelfchen Geleerden W. YouNO 
Ottlet <^er den oorfprmg der Cravêerkwisf in hout en 

, keper. C) Die werk verfcheen in i8i5» en het is op- 
merkelijk f dat gemelde Geleerde , zonder van het werk 
van onzen landgenoot iets te weten, eenen gelijken weg 
met den Heer Koning infloeg bij zijn onderzoek, door 

' lüet bet technologifche te beginnen. Wij kunnen over 
die belangr^k. ftuk niet wijdloopig zijn ^ maar verwijzen 

^ puze lezers , die belang in de zaak (lellen , derwaarts. 

(*) Zie Bijdragen 11. z. 154 tot 212. 

N 2 



C 196 ) 

moesten gcfneden worden, en zoo gevoelde hy 
weldra bet nut , ja de noodzakelijkheid , om losfe 
beweegbare letteren te vervaardigen , welke 
naar willekeur tot woorden , regels en bladzij- 
den zouden kunnen worden gezet. (^^ Maar 
hoe veel moest er bedacht , bewerkt , beproefd 
en veranderd worden, voor dat men met dit 
nieuw en omflagtig werk gereed konde zijn. 

Ik heb het elders reeds gezegd , hoe ik hec 
als eene der voomaamde verdienden van den 
Heer Koning heb aangemerkt , dat bij het begin 
van de drukkunst. Technologisch^ met een ge-, 
oefend oog befchouwd en met ervarenis in de 
drukkunst zelf befchreven heeft. 

Welligt beproefde Kost£r. in den beginne om 
afzonderlijke letters in hout te fnijden , maar de 
ongefchiktheid , ja de onmogelijkheid van zulke 
flaafjes tot het drukken van geheele bladzijden 
ontwarende , moest hij de vermogens van den 
geest infpannen , om ftaaijes met letters uit 
eene vastere fpecie te gieten , en zoo kwam 
hij tot de eigentlijk gezegde Boekdrukkunst. 

De Heer Koning heeft alle de gereedfchap- 
pen , welke men gebruikt heeft » met kunde en 
oordeel befchreven, en hierdoor volledig bewe- 
zen, 

(♦) Koning , vtrk. 93. 



C '97 ) 

zen , hoe de verceniging van zeer vele gebreken , 
dit het onvoldoende der verfchillende gereed- 
fchappen ontftaande, en uit het gemis van zul* 
ke, die thans als volftrekt noodi^; waren be- 
schouwd , het duidelijkfte bewijs oplevert , 
dat deze (lukken van de pers van Koster uit 
den tijd der allereerlle kindschheid van de kunst 
afkomilig zijn. 

Wij zullen thans deze beoordeeling van de 
gebruikte gereedfchappen niet overnemen of 
herhalen ; het geeft ons een bijzonder geftoe- 
gen in de volgorde en in de trapswijze vorde- 
ringen tot volmaking in de yoortbrengfels een 
nieuw fprekend bewijs te zien , dat in alle die 
producten een zigtbaar verband is, waardoor 
alle vitterijen en tegenwerkingen der tegenftan- 
ders van de aanfpraak van Haarlem worden 
afgefneden en opgeheven. 

De geheele Gefchiedenis der pers van Kos- 
ter loopt zoo geregeld en zonder fprongen 
voort. als de warmde voorftanders van die aan- 
fpraak zouden mogen of kunnen wenfchen. 

Wij zullen hierover thans niet verder uit- 
leiden en willen ons alleen bij het bedrijf van 
Laurens Koster houden. Het progresfief ver- 

N 3 band 



C 198. ) > 

band in de door hem met losfc letters gcdruk* 
te (lukken, zal evenmin kunnen worden onc-« 
kend. 

Hec e^r/le van dezelve is hec A. B.C. boek- 
je 9 hetwelk de Heer Enschede bezie en in 
alle deelen « in de letters , bet zetten , het druk* 
ken enz. zich als de eerfteling van de kunst 
onderfcheidt, (*) 

De tweede proef is voorzeker genomen met 
het drukken van het fchoolboek van Oonatus » 
van welke er verfcheidene bladen en fragmen- 
ten hier te lande en vooral te Haarlem zgti 
gevonden en door de Heeren Meerman en Ko* 
iriNG zijn afgebeeld en befchreven. (f) 

Het geoefend oog van den laatstgemeldeti 
'heeft in deze beftaande fragmenten Vy ƒ verfchiL» 
lende drukken gevonden ; h|j geeft tevens de 
verzekering, dat alle de lerters', hoezeer de 
eene meer volmaakt is dan de andere , in fat- 
foen en gedaante volkomen overeenftemmen « en 

fpre- 

(*) Hetzelve is afgebeeld bij M£srman » Tab. I,; 
het is bij dezen befchreven T. I. p. 76 , 77 en bij Ko* 
tiWG ^ verhandeling ^ z. 118, 120. 

(t) Bij MjtERiMAN zyn vier fragmenten afgebedd op. 
PI. lï. ; eene geheele bladzijde , op Pi, IV. en eene andere > 
'op PI. Vl. Bij Koning is nog een gedeelte van een Iti- 
ter gevondene in de bijdragen , U. 140, 



( «99 ) 

■ 

fprokciuie bewijzen opleveren van door een en 
dcnzelfden ftempelfnijder en leccergiecer ce zijn 
vervaardigd. 

De zucbc van Koster ^ om voornaroentlijk 
voor hec belang der fcholen ce. werken en door 
deo verkoop van leerboekjes , voordeel ce trek-. 
ken , is onlangs coevallig nog nader bewezen , 
door dac er een overblijtTel van hec (<:hoolboQk : 
de Disticha Catonis, mee lecccrs van Kos* 
TER gedrukc^ in de Bibliotheek van Lord 
SpEircER is gekomen ; van hec welk in den be- 
roemden Catalogus een bcrigc en. ecne afbeel- 
ding zijn gegeven. (*) 



De derde en groote proef is door Kosteix, 

genomen door de uitgave van het boek : fpecu- 

lum humanae falvationis , of de Spkgel der 

behoudenis^ waarvan vier verfchillende drukken 

of oplagen bekend zijn ^ en alle en alleen ce 

Haarhtn bewaard worden, (f) 

De 

(*) De Heer Konino heeft in het ade Stuk der Ifij- 
^r^tf» hiervan herige gegeven; de afbeelding is aldaar , op 
de prent over hl. 140; zie verder bl. 141, en 142. 

(f) De fraaifle eu mee3t lücgewerkie befchrijving en 
bcooTdeeling van het boek : de Spiegel enz. is mijns in- 
ziens bij VAN Oosten de Bru^n van bl. 20A tot 273; 

N 4 ver- 



C 200 ) 

De Duitfchers wetende van welk een gewigt het 
beftaan van dit boek is voor de aanfpraak der 
Hollanders , hebben alle mogelijke fchljnredenen 
aangevoerd , om die boek tot een later tijdperk 
te brengen en zij hebben het zelfs ftaande gehou* 
den f dac de Haarlemmers deze exemplaren van 
elders hebben opgekocht, om met de (lecht- 
heid van zulke ellendige opraapfels , zoo zij 
zeggen , eenige vertooning tot verblinding te 
maken. 

Met reden heeft een regtvaardfg Duitfcher, 
de Heer Ebert , opgemerkt , dat zij , die hec 
meest tegen Koster en Haarlem hebben ge- 
raasd » gefcbimpt of gefpot, nimmer een ex* 
emplaar van den Spiegel hebben gezien, veel 
min dezelve hebben vergeleken en onderzocht. 

Thans is het door de opvolgende nafporingen 
van onze Geleerden buiten allen twijfel gefield , 
dac dit werk het allereer/Ie *(>^Ar is , hetwelk 
met gegorene en beweegbare letters is gedrukt 
en dat hetzelve derhalve als het groote kleinood 
in de Gefchiedenis der boekdrukkunst is aan tê 
merken. 

Ik 

verder zijn er befchrijvingeii van en berigten aangaande 
die boek bij Meerman op vele plaatfen en bij Koning 
yer/f. 128-139* 



C 201 ) 

Ik zal mij niec inlaten coc een berigc van die 

werk zelf en over bec onderfcheid dezer vier 

uitgaven, waar van twee in de Lacijnrche en 

twee in de Nederduitfche taal zyn vervaardigd; 

evenmin zal Ik mij begeven in een onderzoek 

naar den tijd of den rang dier uitgaven, ook niec 

of de zoogenoemde eerfie druk in het Neder-' 

duitsch , waarvan nergens een exemplaar beftaac 

als te Haarlem y misfchien meer voor eene 

proefneming , dan voor eene uitgave is gefcbikc 

geweest , en evenmin tot eene opgave van 

de zigtbare vorderingen in de kunst in de vier 

drukken , maar ik bepaal mij thans alleen bij hec 

befluit 9 dat de innerlijke blijken , van de oner- 

varenis van den drukker bij pas uitgevondene 

gereedfchappen , vooral door het drukken op de 

ééne zijde van het blad papier , enz. van dien 

aard zyn^ dat er bij iemand, die de waarheid 

lief heeft, geen punt van twijfel aangaande de 

echtheid en oudheid overblyft^ terwijl vooral 

door de onvermoeide nafporingen van den Heer 

Koning, aangaande het technologifche , over de 

papierm erken , de trant der teekening van 

de houtfnede, de taal of het dialect en zeer 

vele andere gedeelten een kennelijk verband van 

den Spiegel met alle andere Xylographifche en 

Typographifche producten van de perfen van 

N 5 Kos- 



C 202 ) 

KosTca is dLar{;c(lcld , alsmede dat hij hierdoor 
aan de gecuigenisfen voor Haarlem eea geheel 
nieuw licht heeft bijgezet , en alle de tegenwer- 
pingen van verhitte of verblinde tegenftanders 
heeft ontzenuwd en opgeheven. (^3 

Ik zoude die alles als voldoende tot overtut- 
ging kunnen befchonwen , maar ik vermeen bij 
deze gelegenheid , niet onvermeld te mogen la- 
ten , dat ik in den jare 1817 ^ een afdoend ken- 
merk heb gevonden , hetwelk de producten van 
de pers van Haarlem , van die van alle andere , 
aan mij bekende drukperfen onderfcbeidt , en 
hetwelk tevens een nieuw, ftellig en zeker be^ 
wijs oplevert , van het doorgaand verband , tus- 
fchen alle de producten der pers van Laurevs 
Koster en van zijne Erven en revens een be- 
langrijk factisch bewijs geeft, aangaande het 
overbrengen van de Haarlemmer lettters naar 
Mentz. 

Op bK 25 van mgn confpectus der bekroonde 

ver^ 

(*) Bij Meerman is op ph IIL het fac fimile van hec 
eerfte blad van den eerden druk, met de afbeelding der 
boutOieden, en op pi. V en VI de afbeelding der letters 
van de drie andere dnikken. De Heer Koming heeft ins- 
geiyks keurige afbeeldingen gegeven van de letters der 
vier dnikken , qp pU V. 



C 203 ) 

yerhandcling van Koning in den jare 1817 ge- 
fteld eo in hec 2de fiuk van bec ifte deel 
van mijn Gefcified' en Letterkundig Men- 
getwerk medegedeeld , heb ik berigt gegeven , 
van het gene door mij gedaan is, een einde 
een blad van de Grammatica van Alexander 
Gauus, volgens Junius in 1442, te Mentz 
gedrukt en welk blad in de Koninklijke Bi- 
bliotheek bewaard werd, naauwkeurig ce ver- 
gelijken met een blad van den Donatus , ins- 
gelijks aldaar voorhanden. Ik heb toen als de 
uiikonisc van mijn fchroomvallig onderzoek op- 
gegeven , dac beide bladen, war de letters be« 
treft, ten vollen overeenkwamen, en tevens, 
dat' men in beide, twee onderfcheidene letters 
t heeft gebruikt *, de eene geheel gelijk aan die 
van andere perfen in het midden van een woord , 
maar eene andere op het eind der woorden, 
daarvan verfchillende , en dat men alzoo met de- 
ze letter destijds eene gelijke onderfchèiding in 
tcht nam, als wij het nog in het fcbrijven 
doen , met de 4 of^, of met de / en s. 

Ik heb destijds dit berigt meer uiteengezet en 
aldaar medegedeeld , maar hetzelve is toen geens- 
zins naar mijnen wensch en naar waarde beoor- 
deeld. 

Onlangs had ik op het minst verwachte het 



( ao4 ) 

genoegen , dat een der ijverigde voorftanders 
van het rcgt van Haarlem , Dr. A. db Vries 
mij hierover zijne gedachten in hec breede mede- 
deelde 9 en aan het belang van mijne aanmerking 
regt deed wedervaren. 

Ik meen nu te mogen zeggen , dat mijne be- 
langftelling in dit punt federt is toegenomen. 

Ik had reeds vroeger de voornaamfte Hand- 
fchriften uit de 15de Eeuw, van welke ik vifie 
konde erlangen , gadegeflagen , maar ik heb mijn 
onderzoek federt , zoo veel zijn konde , voortge- 
zet, en kan als nu verzekeren, dat ik niet al- 
leen in het handfchrift van den Rijmbijbel van 
Maarland , en in de drie Exemplaren van NIelis 
Stooke in de Koninklijke Bibliotheek, waar 
van ik vroeger melding heb gemaakt , maar ook 
het gebruik van zulk eene t finaal, met een 
haaltje naar boven of naar beneden , of met een 
ftokje of ftreepje tegen de doorhaal in het ho- 
vende der letter , gevonden heb , in een keurig 
en pragtig handfchrift , hetwelk bijna zeker in 
den tijd van Koster te Haarlem is vervaardigd , 
ten behoeve van Beatrix van Assendelft , die 
aldaar in den jare 1430, Abtdis van Zijl was. 



Dit bock wordt alhier in de Biblothcck der 

Oud 



C ao5 ) 

Oud Roomsch Katholijke Gemeente in den hoek » 
mee zorg bewaard en is mee heuschbeid aan mij 
verftrekc. 

Het kwam roy verder nog als zeer opmerke- 
Jijk. voor, dac bet te Haarlem ook in ge- 
bruik was om bij het gewoon loopend fchrifc 
eene bijzondere t aan hec einde van een woord 
te plaatfen. (*) 



Het bleek mij tevens bij verder onderzoek» 
dat dit gebruik van de / finaal plaats heeft ge- 
had in alle de bladen , fchoolboekjes en boeken 
van de pers van Koster , en zijne Erven , en 
ik heb hetzelve volilrekt nergens elders in ee- 

-nig drukwerk van de vijftiende eeuw of later 

< 

gevonden. 

Het geeft mij nu een (Ireelend genoegen de 

reeks van bewijzen voor het vroeg , eigen en 

'Zelfjiandigh^^iaxk van de Haarlemmer pers 

.door eeRe -toevallige ontdekking en verdere na- 

fpormgen 9 vermeerderd te hebbeu. 

. Ik 

(*} Men zie het fac fimile van de Schepens - acte met 
het zegel door vam Ooste?) de Bruyn gegeven , in zijn 
werk over bh 221. 



( ao6 ) 

Ik verzoek de beoefenaars van dit vak on- 
zer letterkunde heuscbelijk , om op en 6ver die 
criterium verder te willen letten en nadenken. 

Dat de drukkers , die bij de oitbreiding van 
de Boekdrukkunst nieuwe perTcn oprigteden als 
dan op verbetering dachten en hergebruik van de 
i met het haaltje , of ftreepfe als de flotleccer ^ 
weg lieten , laat zich geredelijk verklaren , om* 
dat hier dooreen hokje in de letterbak of kast, 
en eene nuttelooze moeite voor den zetter werd 
tritgewonnen. 

Dit zal genoeg zyn over de verrigtingen voor 
de Boekdrukkunst. 



Aangaande de overige omftandigheden van het 
leven van Laurens Koster kunnen wg zeer 
kort zijn. 

Waarfchijnlijk heeft hij zich \h den jare 1434 
geheel aan de Boekdrukkunst als h^ hoofdbedr^ 
gewyd ; na gemeld jaar wordt a^n naéi# nergMs 
gevonden in Stedelijke registers of rekeMtagenr (^) 

Hij was gehuwd aan Ymme AUDftiei doch- 
ter , die ook Catharina genoemd wordt en hem 
overleefde, (f) De 

(*) Koning verA, z. 149, 150 Bijdragen i , 2& 
Ctj Aid. 150, 151. 



C ^07 ) 

De naam van hare familie is nergens ver* 
meld. 

Bij deze had hij eene dochter, Lucie» de vrouw 
van Thomas Pieterszoon , die vroeger gehuwd 
was aan eene dochter uit het aanzienlijk ge- 
dacht: VAN Alphen. 

Het was deze man^ die onzen Laurens Jans- 
zoon in de zaken van de drukkerij bijftond en 
ten zijnen diende , volgens Junius , eenen beteren 
en minder doorvloeijenden drukinkt uitvond. 

Deszelfs nageilacht is in de latere Gefchiede- 
nis van Haarlem bekend gebleven , zoo bij het 
oproer, met den naam van: het kaas- en brood- 
fpel vermeld , als ten tijde der Kerkhervorming 
enz. Eenige leden zijn vermaard geworden , door 
rykdom en bekwaamheid. 



Laurens Koster is in het najaar van i439> 
waarfchijnlijk aan de pest overleden. (♦) 

Van zgn karakter en bijzondere lotgevallen 
.weet men niets. Het blijkt alleen, d^t zijn 
verftand en zijne werkzaamheid gunftige gevol- 
gen hadden voor zijnen rijkdom. 

De afbeelding van zijn gelaat is op vele pren- 
ten 

(*) Zie de Qedenkfcttriften 1823, bl. 332 -431. 



( ao8 ) 

ten gegeven. In de werken van Meerman en 
VAN Oosten de Bruj^n komen zeer fraaije pla- 
ten voor, door Houbraren vervaardigd, naar 
cene oude fchildery , welke in of na den jare 
1724 bij den laacften van *s mans nakomelingen 
Willem Kroon , door den Heer Enschede is 
gekocht. 

De Heer H. Gockinga en anderen hebben na 
de uitgave de aanmerking gemaakt, dat het uit 
de coscum der kleeding, bij vergelijking met 
andere fchilderijen tusfcben de jare 1536 toe 
1530 of 1540 vervaardigd, zoude blijken\, dat 
dit portret niet tot de 15de maar tot de 16de 
eeuw behoorde, en het is bij nader onderzoek 
' als zeer waarfchynlijk aangenomen , dat dezelve 
bet gelaat voordek van Gerrit Thomas^ een 
zeer verdienftehjk lid der familie in den tijd 
der Kerkhervorming. (*) 

Se- 

(•) De Duicfchers hebben 2ich over deze vergisGng ter 
goeder crouw^op verfchillende wijzen vrolijk gemaakt. 

De Heer Schaab moet iecs van dezelve gehoord hebben-» 
en nu zegt hij B* L z. x. bïij de vermeldlDg van. het 
fraai gefneden portret voor it Gedenk/chrifteo ^ niets min- 
der , dan het volgende : „ thans weet meo , dat deze de 
„ afbeelding is van een^ Spaan fchen of Holhhdfchen 
„ Inquifiteur, die Tapper heette/' Ik heb de prent 
prent met de afbceidiug van dezen man, zoo als dezelve 

voor- 



C aop ) 

Sedert heeft men . meer waarde gehecht aan 

de 02;^^^ afbeelding , welke bij de uitgaaf van den 

Laure - kram van Petrus Scriveriüs en elders 

is verfchenen, waarom men ook naar dezelve 

de fraaije prent heeft laten graveren, welke 

voor de Gedenkfchriften van 1823 is gcplaajtsc 

en welke niet alleen ten volle met het costum 

van de vijftiende eeuw overeenkomt, maar bo- 

rendien een bijzonder bijkomend blijk van echt«? 

heid heeft 9 door in velen overeen te komea 

met de oude» houtfnede , van welke een uiterst 

zeldzaam geworden exemplaar destijds in eigeu^ 

dom was van den Heer Koning. (♦) 

Men kan deze houcfnede nog tot een hewijs voor 

het beftaan van Laurens Koster bijbrengen en 

wel, dat hij bij zijne tijd- en iladgenooten als 

een man van kunst en hedryf is aangezien, 

vermits bet prentje te gelijk met de aibeelding 

van vier Haarlemmer fchilders , welke in de vijf* 

tiende' eeuw geleefd hebben , in betzelfde fwmaac 

\% vervaardigd en uitgegeven. 

Ver- 

voorkomt in de befchrijving van Ënkkuizen , met bet fraai- 
je byfchrifc van G, Brajndt aan hem toegezonden » ten ein- 
de hem^ van zijne misvnccing uit ligtgeloovlgheid te over* 
tuigen ; ik heb er niets naders van vernomen, 

(*) Een fac fimile van deze houtfnede is aldaar op 
plaailV. N<>. 3. 

V. D. III. St. O 



( »io ) 

Verder xyn er eenige tfidmkken en afreekeitin* 
gen van zgn ambc- en hatidzegels, gelijk ooknc^ 
Moige handceekenii^en van cijnen naam bewaard 
gebleven en eindelijk dient nog vermeld te wor- 
den, dat hoe veel ijver en haat de Duicfche 
en Franfche tegenftanders van de aanfpraak 
van Haarlem ook mogen hebben aangewend , 
om de bedrgven van Laurens Koster in eea 
verkeerd licht ten toon te ftellen ^ ja zelfs om 
ign geheel befiaan te omkennen , niemand hun- 
ner tot nog toe er eenigzins in geflaagd is , om 
ten* vlek op zijn zedelijk karakter te werpen of 
hem van ijdele en winderige aanmatigingen enz* 
tt irvemiigen, terwyl aangaande Fust en Gu- 
«miBSRO zeer veel nadeeligs door de patronen 
«f Advocaten van Mentz en Straatsburg it 
aan het Ikht gebragt. 

Xffg hebben hierdoor mogen zien , dat de lof 
van Laoreus Koster en de erkentenis van zijne 
wwntet oelkens na den tegenifamd, gelijk m on- 
zen tijd na de aanvallen van den Heer Schaar 
in waarheid Is toegenomen. 



AAN- 



AANHANGSEL 

* 

wer het geheurde tusfchen 1439 en 1478 
in betrekking tot de oudfie drukkerij 

te Haarlenié 



xlec 2al voorzeker door niemand kunnen W0f« 
den afgekeurd , dat ik nog aangaande de Ge- 
fchiedenis der drukkerij van Laurëns Kostsa 
na den jare 1439, ^Ü ^Ü^^ ^^^ toegift ofaan^ 
hangfel ^ het volgende mededeel. 



Het berigt > dat ëéü der beledigde ëffOMïi # 
of leerlingen op de drukkerij^ die JöüAft 
heette f zich op Kersnacht vaü 1439 ^^^ ^^^* 
wezigheid der andere huisgenooteü en dienaarit 1 
tér gelegenheid van de kerkdietut voor den 
feestdag, bediend heeft , om dch «oester té fifd- 
keu van de bem noddige gereedfchappeil i de 

O % htu 



( «•« ) 

beste letters ene. <» ten einde noet dezelve en de 
door hem zelven verworvene ervarenis elders 
eene drukkerij te kunnen opzetten , kan thans 
niet meer als eene onzekere of in twüfel ftaan* 
de zaak worden aangemerkt. 

Veel ^ zeer veel is hierover gefchreven , en 
het is thans ook genoegzaam bevestigd ^ dat deze 
ontrouwe dienaar over Amflerdam en Keulen 
naar Mtntz is gegaan , en dat hij in laatstge- 
melde üad met opene armen is ontvangen en 
in^ftaat gefield, om aldaar eene drukkerij te 
beginnen en eenen winkel op te zetten. 

Nu het tevcn$ buiten twijfel is gedeld , dac 
Adrianus JuNius geenszins de eerfle en eenig^ 
fte fchnjver is , die deze gebeurtenis heeft voor- 
gedragen , maar dat verfcheidene even geloof'* 
bare perfonen hem zijn voorgegaan y en dat an« 
dere waardige mannen, die met of kort na hem 
hebben geleefd, zijne getuigenisfen hebben aan- 
genomen en bevestigd , nu zullen wij hierom- 
trent geene nadere berigten behoeven te geven. 



Hoe de naam (♦) was van dezen ontrouwen 

die- 



>• I 



(*) De Heen.$aiAAs mokc'op bU 335 vtti het IIL 
D, iselduv yapHuieB.. Causa» Drukhr tt Upm* 1440, 

m 



C at3 ) 

dienaar gaat ons thans , mi de zaak van de ont- 
vreemding uit Haarlem en het vervoer naar 
Mentz genoegzaam regtens is geconftateerd ^ 
niet aan; maar het verdient voorzcicer de be^' 
langftelling van allen, om te weten, hoe do 
eerfïc drukkerij te Mentz is aan den gang ge- 
komen. 

De overbrenger moest natuurlijk zichzelven 
en zynen naam verborgen houden ; niet alleen 
werd hem dit aangeraden door de mogelijkheid 
van geregcciyke nafporing en vervolging , maar 
ook om dat hij zich aan de afkeuring van zü* 
ne ftad* en tijdgenooten zoude blootftellen , in- 
dien hij opendijk op het misdadig bedryf roem' 
wilde dragen. 

Hoe meer ik de zaak overwogen heb, zoo 

veel 

Wij willen het geenszins beOisfen , chic deze de fchuldig^ 
mao zoude geweesc zijn , maar deze op^ve komt ons 
opmerkelgk voor, i**. om den nasm H&^ne CJohan*) s^. 
om Mentz , den naam der flad en 3^. oro liec jaartal 
1440. 

Het woord: dmkker kan naar raijn oordeel in dezen 
wel meerder maar niet minder beceekenen , dan het woord: 
drukken^ hetwelk voorkomt In de vermaard geworden^ 
qnicantie van Hans Dunne , in het Scraatsburger proces , 
en welk papiertje de een/ge grondvest is , waarop het regt 
der feestviering te Mentz in 1836 en het flandbeeld van 
Gi;tenbero zal worden gefbndeerd. 

03 



C ai4 ) 

vmI ce meef komt hee my als i eer waarfchtjn- 
lijk voor, dac Johann Fust , desdjds een ver« 
mogend en gezeten Inwoner te Mentz^ den 
man « die van Haarlem gekomen was , in zijne 
bercberming beeft genomen , en denzelven heeft 
in (laat gefield om te Mentz eene drukkerg van 
A. B* C. bladen en (bhoolboekjes opcerigcen, 
fn dae hg zgnen naam heeft geleend, als 
zoude hij de eigenaar zijn van deze eerfi^ 
drukkerij. 

Het komt ro!j voor, dat deze opvatting waard- 
in niets vreemds of onmogelijks gelegen is , bij* 
londerlijk kan dienen om het donker gebleven 
punt , op te helderen , dat Johan Fust de uit^ 
vinder van de Boekdrukkunst en wel bepaat» 
delijk in den j are 1440, C*-) ^foude zijn, het- 
welk 

(*) In zeker mctaac van Jacobus BoRNiciusvan 1625,. 
bewssrd bij Wolff , Mmumenta Typographica II. p. 1047 
worde verzekerd , dac deze uitvinding ep den 2den Janu* 
0ri/ 1440 heeft plaats gevonden. Zoude dezQ aanceeke* 
Hing niet betrekkel^k kunnen zgn ^ toe den dag der aan* 
komst van de Haarlemmer letters te Ment^f De ty4 
IttsTcheo a4 December 1439, en % Januartj 1440 1 kan 
misfghien bj) het befef van het moeijelijke der reize 10 
die t\jden en iq den winter , als te kort gerekend wor-f 
den I maar het is buiten twijfel « dat de man reden ge- 
bad b^eft i^ om zich op elke mpgelijke wijse te ha»;. 

ten. 



C ^15 ) 

welk bij zeer vele der oude Duicrche fchrlfvers 
en in de Cronyken als zeker en waar is voor- 
gedragen , sronder dat, er van eenig voorafgaand 
bedrijf of eenige bemoeijing van denzelven toe 
bet nemen van proeven ^ of van eerile misluk?- 
te beginfelen^ eenige de minfte blijken , be- 
ftaan. 

In de praefatio (^voonede) van het Lacijnfche 
vers van Bergell anus, welke bewaardis in de 
groote verzameling van G. C. Johannes , Re*^ 
rum Moguntinarum Scriptores , Tom. IIL p. 
423 - 428 « en bij Wolfp , Monument a Typogra* 
phica^ Tom. l. p. 4-13 komt een zeer opmer- 
kelijk berigc voor, aangaande deze eerfie druk^ 

kerij te Mentz. (*) 

Na 

ten y ten einde niet achterhaald te worden en het ont- 
vreemde zoo wel als zich zelven in veiligheid te brta- 
gen. 

(^) Welke mag de reden zijn , dat de Heer Schaab » 
die met bijzondere lofTpraak vw het vers van Bbrgel- 
LANus In betrekking tot Gut&nbero geiproken heeft, 
oiet van deze yowrede gewaagt. Is het uit haat tegen 
Fust in tegenftelling van de zucht voor den anderen! 

Indien het hem om de waarheid te doen was geweest, 
dan had hij er zich ook aan moeten laten gelegen liggen» 
om na te gaan of de Handfchriflen van Johann Fust nog 
ergens bewaard waren gebleven. Een pragmfitisch ge< 
Ibhicdrcfarijver had zulks niet mogen verzuimen. 

04 



( ai6 ) 

Na het berigt, dat de nagelatcne handfchrif- 
ten van Fust, nog in den jare 1711 mee zorg 
bij des mans nakomelingfchap te Frankfort , 
bewaard werden , worde daaruit vermeld : ^ dac 
f^ Fust in het jaar f440, A. B. C. bladen en 
fy daarna het fchoólboek met den naam vail 
95 DoNATüs bekend , gedrukt heeft." 

Voor mij was dit berigt van te meer belang , 
omdat hierdoor de gaping wordt aangevulde» wel- 
ke er beftaat cusfchen den tijH der ontvreemding 
van de letters te Haarlem op kerstijd van 
1439, en den druk der fchool boeken van Alkk* 
AKDER Gallus en Petrus Hispanus te Mentz 
ia 1442 , waarvan Junius de eerjie berigten 
heeft gegeven. 

Thans nu er bladen van het fchoólboek van 
Al*F<XANpER Gallus te Parijs ^ Dresden en V 
Gravenhage en wel van /v^^ drukken aanwezig 
zijn, nu kan het beftaan van d:ze eer/f e pers, 
ftict meer ontkend worden, en vermits ook 
alhier de ; met het haaltje, of ftreepje als 
Plotletter , gevonden wordt , zooi is er tevens het 
bewijs , dat dit laatstgemelde fchoólboek kenne-» 
Kjk met de Haarlemmer letters is gedrukt; de 
Wak der ontvreemding uit Haarlem^ en van 
het vervoer naar J^hntz is alzoo bij het beftaan 

van 



C ai7 ) 

vin het corpus delicti (♦) buiten bedenking 
gebragt. 



Het zal niet noodig zijn over de Gefchiedenis 
van deze eerfïe Menczifcbe drukltenj meer uit 

te weiden. Ct) 

Het verdient nog opmerking dat deszelfs be- 
gin in 1440 » telkens ten grondflage is gelegd 

van 

(♦) Een fac jmik van het blad , hetwelk in de Ko- 
ninklijke Bibliotheek te 's Gravenhage bewaard wordt , \%^ 
in de verhandeling van Koning op pL VI. nledegedeeld. 

(t) Aangaande deze eerfie pers te Mentz zijn nog be- 
langrijke berigien in het werk van B. vow Mallinkrot , 
ie ortu ac progresfu artis tjpograpkicoi ♦ 1 640 ♦ waarbij de 
eer en de verdienften van Fust in tegenftelling van die 
van GuTENBüRG zyn gehandhaafd. Ik hoop de waarde 
van dit werk nader te doen kennen.. Het is mijnes inziens 
het eenigfle van een' Duitfche Geleerde , die de waar- 
heid van de grond af heeft willen ophalen en durven ten 
toon te Hellen. De fchrijver heeft ongelukkig het werk 
van ScRiVBRius niet gezien en was alzoo niet bekend ge- 
worden met de getuigenisfen van van Surbn en Coorh- 
HERT. Hij erkende wel de aanfpraak van Haarlem niet» 
maar het blijkt , dat hy in dit een en ander meer onkundig 
dan v^2nóig(pUisignarusquamhosns)vrü$9 en dat hij met 
hefcheidenheid en goeden wil voor waarheid en regc is 
te werk gegaan. 

05 



C ^ï8 ) 

van het vieren der eeuwfeesten in 1540 , 1640 en 
1 740 , terwijl het tevens uit de gemelde Hand* 
fchriftcn van Fust zoude blijken , dat Guten- 
BERG , de Buurman van Fust , door dezen in den 
jare 1449 of 1450 als Compagnon in deafiaire 
18 aangenomen. 



Wij keeren na dezen uitftap naar de druk- 
kerij te Haarlem te rug. 

Welk een groot nadeel de berooving en het 
vervoer van het voomaamfte gedeelte der druk- 
kers gereedfchappen , met name den gietvorm > 
de letters enz. ook moge hebben aangebragt , 
bet is thans buiten allen twijfel gefield, dat 
Thomas Pieters, de fchoonzoon en medehelper 
van Laurens Koster den moed niet geheel 
heeft laten varen ; en het bedrijf als drukker 
niet heeft opgegeven. 

Hij en de zijnen hebben het ontbrekende aan de 
beide - La tijnfche iSpiV^f/j,. welke misfchien te 
dien tijde of ter perfe waren , of van eenige 
bladen beroofd, zoo goed als hun mogelijk 
was herftcld , door de inlasfching van de ont- 
hrekende bladen in plaacdruk of door herdruk 
met oudere en afgekeurde letters. 

Ilct 



( ai9 ) 

Het is verder algemeen bekend, dat deze 
Thomas Pietbrs en zijne zonen , toe de rijk* 
fte en voomaamfte inwoners van Haarlem be* 
boorden , en derhalve is het niet te verwonde* 
ren, dac zg ^'^ drukkery niet als hun hoofd« 
bedryf hebben aangezien of doen gelden. 

De zedigheid , waardoor zij aangaande hunne 
pogingen bg de uitgave van hunne kleinere 
en grootere boeken geen wind of gefnoef 
maakten , gelijk later door de Mentzers en an« 
deren gebeurde , • komt geheel en al overeen , 
met het nederig en ingetogen volkskarakter 
der Hollanders in het algemeen , en van die van 
Haarlem in het bijzonden 



Dat de drukkerij te Haarlem door de Erven 
van Laurbns Koster is aangehouden en voort- 
gezet , wordt verder nog voldoende bewezen. 

1^. Door de poging van eenige Engelfchen 
voor of in den jare 1459 aangewend, teneinde 
iemand, die in de kunst ervaren was, over 
te halen om zich van Haarlem naar Engeland 
te begeven , tot het oprigcen van eene drukke- 
rij aldaar , waaromtrent door Richard Atktjns , 
in 1664 en door Anthonv Wood in 1674 be- 
rigcen zyn gegeven. 

Het 



C 2ao ) 

Het is genoegzaam bekend , hoe ijverig de 
cegendanders van de aanfpraak van Haarlem 
geweesr zijn » om deze bcrigten tegen te fpre- 
ken ; maar het is thans door het bijgcbragté en 
de gezonde redeneringen van Seis, van Oos** 
TEN DE Bruijn , Meerman en Koning bui'» 
een allen twyfel gefield, dat de Haarlemmer 
drukkerij voor en om den jare 1459 of 146a 
buitenslands eene bijzondere vermaardheid had 
verworven , en dat een bekwaam werkman , 
Fredrir Courcrls genoemd, destijds door 
groote opofferingen van Haarlem naar Enge- 
land is gelokt* 

Ik zal mij over dit punt niet breeder bij de- 
ze gelegenheid uitlaten, maar vermeen alleen 
te mogen zeggen, dat ik mij na eene bedaarde 
herlezing van alles, wat over, tegen en voor 
deze zaak gcfchreven is , in gemoede verzekerd 
houd, dat alle de bedenkingen tegen hetberigc 
van Atkijns en Wood aangevoerd, 'thans zijn 
opgeheven en dat de gemelde poging der En- 
gelfche regering voldoende Historisch bewe- 
zen is. 

Hoe meer ik de Gefchicdenis van de Boek- 
drukkunst in dezen tijd heb onderzocht zoo 

komt 



komt mij het fiaauw berigt bij fommigen gege- 
ven, dat GuTENBERG cens naar Haarlem zou- 
de zijn gegaan om in de drukkerij aldaar de 
praktijk der kunst te leeren , hoe langer hoe 
meer als waarfchijnlijk voor. 

Het is zeker, dat hij in den jare 1444 of 
1445 , na de mislukte proeven te Straatsburg 
buiten bedrijf en in armoede bij zijne vrienden 
te Mentz terug kwam en dat er van zijn lot 
en bedrijf aldaar , van 1445 tot 1449 of 1450^ 
niets bekend is, behalve, dat hij ten minde 
eens door zijne vrienden mee een voorfchot van. 
geld werd geholpen. 

Het konde hem niet onbekend blijven, hoe 
Fust destijds in zijne wenfchen flaagde om door 
het drukken der A. B. C. bladen en fchool- 
boeken met de Haarlemmer lecccrs, geld te 
winnen ; er was derhalve niet$ onwaarfchijn- 
lijks in, dat bij, die in Straatsburg met Men- 
BEL zoude getobd hebben , om proeven tot plaat- 
druk enz. te nemen, het Ibor zijn belang 
dienftig oordeelde, om zeK mzr Haarlem it 
gaan 9 tèn einde aldaar de vereischte kunde toe 
het gieten der letters, het zetten en drukken op 
te doen , alsmede , dat hij voor 1 449 te Mentz 
^^^g gekomen, na aan zijnen buurman Fust 
van zijne ervarenis ce hebbeu doen blijken, 

door 



/ 



door dezen heeft kunnen worden aangenomen « 
ten einde voor gezamendijke rekening de druk** 
kerij van bladen en boekjes uit te breiden ^ toe 
eene drakkcry van boeken en Bgbels. 

De anders onverklaarbaar geblevene poncen : 
boe? en wanneer? Gutenberg de verelschce 
kunde heefc opgedaan**, tot het ondernemen van 
nik een groot werk als de druk van den Bij- 
bel » zouden ten minfte hier door worden opge* 
belderd » en er waren dan al wederom minder 
fprongen , gapingen of botfingen , in de gefchie* 
denls der Boekdrukkunst in Duitsihlandj voor 
den jare 1450. 

Het voortdurend beftaan der drukkerg van 
de Erven Koster te Haarlem wordt verder 
vooral en voomamendijk bewezen door de uit- 
gave van verfcheidene werken* 

De Heer Meerman had aan de zocht om 
eenige werken aan de pers van de Ervea Kos* 
TER toe te fchrijven , te veel toegegeven. 

Zijne tegenftanders vonden hierdoor gelegen^ 
beid, om hem met grond t^en te fpreken^ 
eH zulks heeft ongelukkig veel toegebi^gt, om 
de waarde van zijne pogingen , ook in andere 
opzigten te doen miskennen. 

De Heer Koning heeft ook dit gedeelte met 

veel 



r 



( aas ) 

veel oordeel in zijn werk behandeld ^^ en nu 
weten wij» dac er ten minde de volgende wer* 
ken ce Haarlem zijn gedrukt en uitgegeven. 

a. Laurentius Valla y Facttiae morales. 4^. 

. b« Francisci Petrarcuae ^ de falibus viro^ 
rum iUustrium. 4^. 

c. LüDOvicüS DE R0MA9 Singularia in 
caufis criminalihus y en: 

d. Eneas Sjjlvius, Epitaphien en andere 
verzen, f^. 

De Heer Koning heeft een fac fimile gege- 
ven van het ifte, 3de en 4de (luk, en het gpaf 
mij genoegen , daaruit te zien , dat de t (inaal bij 
allen voorkomt: alsmede dat in het laatstge- 
melde (luk , eene zigcbare overeenkomst is mee 
de letters, door Koster voor de Donaten en 
ie Spiegels gebruikt. (*) 

De Heer Renouard , vermaard boekenkeiiner 

te 

C*) Zie verhandeling pi. VI. In een' der brieven door 
den Heer Koning aan mij gefchreven , wordt gemeld, 
dac.hy een afdruk van de letter M, , welke voorkomt in 
N^. 3 reg* 5 en in de matrijs niet volgegoten fs^ beeft 
gevonden in een der bladen, voor 1439, gedrukt. 



C ftH ) 

ce Parijs , h^efc in den jare 1 8 1 8 een berigc (f) 
gegeven over een werk ^ gedeeld : Guill. db Sa- 
LiccTO Cardinalis D£ Turrbcremata $$ Pit 
II» opuscula. 

Hij cegc aldaar « dat er eene volkomene ge- 
lijkheid en overeenftemming van die fluk * mee de 
overige werken , welke men aan de Haarlemmer 
pers coefchrijfc» aanwezig is, en hij (lek hecals 
zeker , dat deze Icccers door eene en dezelfde 
hand zijn vervaardigd. 

De gemelde Paus is in den jare x 464 en de 
Kardinaal in 1467 overleden; en deze werken 
of werkjes zijn hec eersc om den jare 1470 te 
Rome gedrukt; derhalve kan men hec wel als 
jseker (lellen , dat zij niec vroeger gedrukc zijn 
dan cusfchen den jare 1471 en 1474. 

Wanneer men nu befefc welk eenen opgang 
de zaak van de drukkunst in verfcheidene rijken 
en mee name in de Nederlanden reeds voor .in 
en kore na den jare 1474 gemaakt had, dan kan* 

men 

(f) In hec dde (hik der Bijdragen van Koning is een 
frati gefield betoog, van boe veel belang het 3^/^/ van 
dezen Pranfchen geleerde een opzigte van Haarlem kan 
worden aangemerkt ; die betoog is van ce meer gewigt , 
omdat de fchrijver beoogd had , aan de aanfpraak van Aaar- 
km eenen gevoeligen dag coe te brengen. 



C ^5 ) 

men bet wel aU buiten nvijfel aannemen ^ da( 
de eigenaars der oudde drokkerij ce Haarlem 
in de noodzakelijkheid geraakten , om , zoude 
de zaak worden aangehouden, groote ve^n* 
deringen in de geheele inrigting te maken/ 

Stellige berigcen beftaan er deswege niet by 
onze Gerchiedfchrijvers, maar het komt mij als 
zeer waarfchynlijk voor« dac in den jare 1478 
deswege eene voorname befchikking onder de 
eigenaars, der drukkerij ^ of liever onder de 
Erven van Laurens Koster is gemaakt , en 
dat èr toen eene nieuwe drukkerij is opgerigt ^ 
ten behoeve van Jan Andribszoon » die waar- 
fcbijnlijk de zoon was van Andries Thomas*- 
zpoN , en alzoo de achter • kleinzoon van Lau^ 
liENS Koster f*)- 

. Volgens de berigten bij Panzer en anderen 
zijn er in en na 1479 verfchiliende werken oic 
deze drukkery verfchenen , en het komt mij 
als zeer aannemelijk . voor .9 dat dezelve la^ 
ter in eigendom is overgegaan aan Jacor 
Beilaart van Zierikzee en blykens het ge- 

bruik 

(♦) Men zie over dczön man het belangrijk werkje van 

Mr» W. J. 5j/ö/I VA:i We^TRÜBNEN tan THIBLAHDJ^Of// 

fchets van den voortgang det Boekdrukkunst in de Nedcf» 
ünultn. AmScrdam iSap, bl. ia , sS ^^ ^ 

V. D. III. St, P 



lirulk van deselfde hourffaede rondom hec druk* 
kersmerk, een minften in Verband heeft ge« 
ftttn « met eenè der oudfte drukkeryen te 

Hec is hier de plaats niet, om over de ge^ 
fchiedenis der uitbreiding van de Drukkunst 
in de Nederlanden breedvoerig te zijn ; ik zeg 
alleen nog, dat het een genoegzaam. zeker ge* 
volg van deze oprigting der nieawe drukkei^ 
met betere gereedfchappen , letters enz. , ge* 
weest is , dat alle de oude gereedrchappen , let- 
ters, boiitfneden enz. hadden uitgediend* Daar 
k derhalve niets onnatuurlijks of onwaarfchijn- 
)gksm,dat alles, wat nog eenigzins bruikbaar 
was^ verkocht is ; en dat alzoo de houten pla* 
ten zijn gekomen in handen van de boekdrukkers 
Vbldbiiaah en Pbter van Os , en dat de letters 
ib onbruik baaf 9 z^n verfmoiten tot wijnkan* 
nen , ten emde de geheugenis aan bet belang 
der uitvinding en bet gebruik vin dezelve ce 
bewaren. 



Voor ik mijn eenvoudig en zamenbangend 
verhaal alhier eindig , zie ik mij nog uit 
dankbaarheid verpligt, melding te maken van 
twee bewijsgronden voor bet beftaan van de 

druk- 



di'ufepers te Haarlem in de vijfcfendé eeliWi 
Welke door deii ijver, het doorzigt en de eef* 
lijkheid van den beroemden boekenk^nnet £<^ 
fiERT, 2ijn aan het licht gebragt^ en aangaande 
welke wij ons üiet den Heer Koning verwonde- 
ren , dat daarop nooit vroeger de aandacht vatl 
lematid def" Advocatdh van Haarlem is geval- 
len. 

De eerfle isi het önderrcheid tusfchetl de eefftd 
Haarlemmer letters en die der perfen tt Mentz^ 
Bamberg , ^ugsiurg enr. De eerfte zijn ötl-» 
gelijk zwaarder en vetter bewerkt eh hebben 
veel eigendommelijks , waarom de Heer EBËkf 
aan dezelve den naam van Nationaal- typeii 
heeft gegeven. 

De tweede is ^ höeergeenfchaduWvanbeWiji 
bedaat ^ dat er boekdrukkers uit Duitsckland'nz^t 
de Nederlanden zijn gekomen om alhier Ut 
bedrijf uit te oefenen ^ maar dat het daarentegen 
Wel zeker is^ dat in de laatfte helft van it 
vijftiende eeuw niet alleen Verfcheidene bekW2l*< 
tnè mannen hief te lande als drukkers zijn op« 
getreden < maar ook^ dat verfcheidene gebd* 
fene Nederlanders^ naar Duitschlandf lid* 
Hé en andere landen zijn vertrokken i en Aê 
kunst van lèttergieten 4 zetten en drukken^ A^^ 
daar hebben ' uitgeoefend > die iiCö^iVêfUUM 



( «8 ) 

fchijnlyk allen hunne ervarenis te Haarlem 
hadden opgedaan. 

Ik heb deze laatfte bedenking van zoó veel 
belang gevonden , dac ik in het voortreffelijke 
werk van Panzer en in andere , met zorg fae(> 
nagegaan , of ik geene meerdere namen van Ne* 
derlanders, als drukkers konde vanden , dan 
er bij Meerman en Koning en in de Gedenk^ 
fchriften zijn vermeld. Het geeft mij een bij* 
zonder genoegen te kunnen zeggen, in de* 
;sen insgelijks boven wenfchen te zijn geflaagd, 
maar ik meen mij van deze opgave thans te 
4noeten onthouden* 



Ik zonde deze poging , om de gefchiedems 
der drukpers van Laurens Koster en zijne 
Erven ^ kortelijk bij een te brengen, alhier 
kannen eindigen , met de betuiging van mijne 
hoop, dat dezelve aan mijne landgenootea 
aangenaam zal zijn , maar ik vermeen er nog 
iets te mogen bijvoegen. 



• Dit averzigt van het gebeurde te Haar^ 
lem van 1422 tot 1478, zal naar mijne 
gedachten ^jzonderlijl^ kunnen dienen om al- 
len , 



C aap ) 

len, die belang (lellen in de aanfpraak van 
Haarlem voor den roem des Vaderlands, re over- 
tuigen van hec belang der zake door mij , in mijn 
werk tegen Schaab, betoogd , (*) t. w. dat er hier 
te lande en wel fpoedig» een uitgcdrekt en vol- 
ledig werk mogt worden vervaardigd, getiteld : de 
Gefchiedenis der uitvinding en beoefening der 
Boekdrukkunst door Laurbns Koster te Haar- 
lem voor den jare 1440 , en dat hetzelve 
niec eene milde hand uitgevoerd , en met vele 
prenten en fac fimïles voorzien , als een pracht- 
werk werd uitgegeven; waarbij dan de Ge- 
fchiedenis der pers van de Erven Koster 
te Haarlem van 1440 tot 1478 , insgelijks mee 
afbeeldingen enz. , als een aanhangfel zoude 
kunnen worden gevoegd. 



Hoe meer ik over deze zaak heb nagedacht , 
zoo veel te meer word ik overtuigd, van het 
hoog belang van dezelve ; vooral in dezen tijd^ 
nu ik zie en ondervind, dat de Duitfche Ge- 
lieerden . die de zaak van Mentz aankleven en 
van Haarlem veroordeelen , hierbij doorgaans al- 
leen 

C*) Nederduitfche uitgaaf bl. aaS - 333 , Hoogduitfche 
z» 305 - 208« 

P3 



C aso ) 

)#en op grond van een erfgeloof zonder* onder* 
lR>ek ce werl( gaan, maar dat verfcheidene eer^ 
llike en achcingwaardige mannen , nu zij door 
mijn werk in de gelegenheid zyn geraakt , om 
(e weten » dat wij de ijdele klanken en woorden 
vaQ yon Heinicke en oe la Sehna Santan* 
PE|^ ^ van Lehne en Schaab , met zakelijke 
bewgzen en gezonde redeneringen kannen be- 
l^ntwoorden , verlangen naar een breedvoerig , 
%aakriji en naauwkeurig gefteld betoog» 
aangaande bet regt van onze aanfpraak, 
met vermyding van all^s, wat na^r twisten 
«we^mCf 



Ik heb over dit punt eenen zeer belangrij* 
ken brief van een' zeer achcingswaardigen ge* 
leerde ontvangen, waarin mij gemeld wordt, 
dat myn befcheiden betoog tegen de onbe^ 
fipbeidene aanvallen van Schaab , den vriend 
van waarheid en geregtigbeid aangenamer is^ 
dan ik zelf misfchien weet, en dat myne po^ 
ging hierdoor gewigtiger gevolgen kan eo 
zal hebben » dan ily had kunnen vooruitzieQ , 
epz. 

Ik maak alleen melding van dezen brief om 
(^ 4Qen zien , dat men buicenslands reeds durf^ 



i a3i ) 

twijfelen en dit was ce alUn tijde de eerfie tre^ 
de om COC bec kennen en bec belyden der waas- 
heid ce komen. {*) 

Ik 

(*) Van eene geheefe wending van mceningen door 
redelijke overtuiging , na onderzoek van zaken , mogt ik 
reeds dén opmerkelijk blijk ziem 

Op bl. 313 van het VIL deel , (afd. 41) van bec werk 
van Con&Tiif, Encyci^ped/e moderne , uitgegeven te BrusfH 
by Til ls JuuNBin 1828» leest men op het woord :Cof-' 
TBR y Laurbkt , het volgende: 

„ HQ werd geboren omftreeka 1370» en is niet anders 
^ bekend , als door de pogingen, van eenige Hoüandfdm 
M. fcbryvers , om hem de eer der uitvinding van de 
Boek' en Houtfneikttna te doen erkennen. De Originet 
n Tjpographicae van Mbbkh an hebben ten doel » deze be« 
M wering te (bven ; maar de Findidae Tjpographicae van 
M' ScHoBPFLiir bewijzen: dac GtrraiiB<iiG reeds te Straah-' 
Pf. htfg was gevesügd W$ Boehdtnkker namentlijk) oo»- 
^ ilreeks den tigjd , dac CosTzm geboren werd**' 

Op bL 77 van bet XlIIL deel , (afd. 133) van het« 
zelfde werk , 1839 » leest men op het woord : Tjpqgra' 
fMe 9 het volgende t 

„ Men heeft tangen cljd de uitvinding van de Botk^' 
^ drttkbtna (met losfe beweegbare letters) toegefchreven 
„ aan Jan Gutbnbbrg , en die gefchilfhik is het voor- 
ts werp geweest van belangrijke en tot geene beflisfing 
I, leidende onderzoekingen , maar het fchijnt thans buiten 
„ allen cw^fel te z^n, dat de eer dier uitvinding, geheet 
^ en al toekomt aan L au rbks Koster van ^^larJbnr, wiens 
n eerfte proefnemingen plaats hadden in hec tijdsbeftek 

P 4 » tui- 



C asa ) 

'Ik herhaat derhalve mijne meermalen gedanie 
uhnoodiging aan allen; die kunnen medewer- 
ken 9 dac de uitgave van gemeld prachtwerk 
niet langer worde uitgefteld. 

Alles wac de Heer Koning voor het belang 
dezer zaken bewerkt en verzameld heeft , is 
thans ten gevolge van mijne ijverige pogitigen, 
door de edelmoedige medewerking van Z. M. 
den Koning en van H. H. Directeuren van Tey- 
lers (lichting , door en voor de ftad Haarlem 
aangekocht y aldaar bewaard en bij één geble- 
ven , maar zeer zeker is dit alles niet gedaan t 
op dat deze fchat ongebruikt zoude blijven lig- 
gen. 

Ik ben in gemoede verzekerd » dat zoo ooit « 
thans de t(jd en de ftand der zaken — nu de Heer 
E BERT in Duitschland en de Heer Ottleq in 
Engeland , zich tot het aan het licht brengen 
der waarheid tot eere van Haarlem en Hol- 
land beijveren , gebiedend vorderen , dat uit 

Oud- 

„ cusfchen 1420 tot 1495. Hij bediende zich by den 
^ eerden aanvang van houten , uit beukenfchors ge(he- 
^ den , vervulgen« van looden en eindelijk van tinnen 
p^ letters.** 

Kunu en Letterbode 1834 > 
N**. 21 bl. 335. 



I 



k 



( ^33 ) 

Oud- Nederland zelve zulk een met ons volkska- 
rakter overeenkomend werk zonder wind en drift , 
maar eenvoudig , rijk en waar , verfchyne. Mijn 
aanbod om hieraan met lust en kracht naar ver« 
mogen te willen werken , zal niet behoeven her- 
haald te wprden. 



P5 



NA- 



NAREDE. 



xn de Kunsf* en Letterbode van 17 Janaarij 
IK N^. 3 y heb ik een' brief doen plaatsen , waar- 
bij oAder anderen bcrigt is gegeven , dat een inij* 
ner vrienden nader aan mij gevraagd had : ^ of 
py ik geen licht konde verfpreiden, over de Ge» 
ly fchiedenis der eer/Ie drukkery te Mentz , tus» 
^ fchen de jaren 1440 en 1450 /'en mij hadver^ 
zocht ^ om zoo mogelijk meerdere naPpbringeQ 
^ te doen , aangaande het bedrijf en de verdien* 
„ ften van Johann Fust." 

Ik heb destijds eenig verflag gegeven van de 
gevolgen dezer aanvrage en gezegd , dat ik na 
het zien der uitgpftrekte verzamelingen van G. 
C. JoHANNES, Rerum Moguntinarum Scrip* 
toresy IIL Tom. en J. C. Wolff, Monu- 
menta Typographica ^ II. Tom. mij in Haat 

zoude bevinden, om eene afzonderhjke verhan- 
• ' de- 



( 135 ) 

deling ce ftellen. f, Over het verzuim en den 
^ onwil der laacftc Advocaten van de aanfpraak 
^ wnMenfz^door het niec of verkeerd gebruik 
^ ken van de oudfte en beste berigten , aangaan- 
fp de de Gefchiedenis der uitvinding en de eerde 
^ beoefening der Boekdrukkunst voor den jare 



Ik meen deze gelegenheid niet te mogen laten 
voorbijgaan 9 zonder nog alhier eenig berigt te 
geven van den voortgang dezer poging. 



♦# 



Ten volle ben ik overtuigd geworden van 
de gegrondheid mijner vroegere opvatting , dat de 
laatfte Advocaten van Mentz doorgaans bun 
onderzoek begonnen hebben , met de werken 
van ScHCPFLiN en Köhler, kort voor of om 
de h-^lft der achttiende eeuw gefcbreven, zon* 
der zich ooit over de berigten ^ van oudere ge« 
fchiedfchrijvers te bekommeren en aan den raad 
van Wilhelmus Ernestus Trentzelius ge* 
hoor te geven , (*) t. w. ^ dat zij , die een 
II onpartijdig oordeel over deze zaken willen 

„vel- 

(♦) WoLFP , Motium. Typogiaphica , II. 629. 



( «3^ ) 

^ irellen, met de vroegUe en oudfte fchrijvers 
J9 moeten beginnen en te rade gaan/* 

Ik heb derhalve dezen raad gevolgd en hoe 
neet ik de veelvuldige (tukken in gemelde 
▼erjsamellngen voorhanden, heb onderzochc» 
«oo veel te meer ben ik in mijne opvatting be- 
vestigd 9 aangaande de waarheid van de uitfpraak 
van den geleerden Sotsman, die na zijne af- 
keuring , ^ dat de Duitfchers het verwaarloosd 
^ hebben om den tijd der uitvinding van de 
^ boekdrukkunst en den perPoon des uitvinders 
1^ buiten tegenfpraak te (lellen ,*' daarbij voegt : 
^ dat zij het gehakkel en het gemakel moede , 
^ als bij transactie, zich op Gutenberg heb- 
„ T)en verèenigd ;*' misfchien wel om dat Iiij 
een edelman zoude zijn geweest. 

Ik heb deze (lukken naar den tijd gefchift 
en beoordeeld; gezien hebbende hoe veel er 
door fommige blindelings uit de berigten van 
anderen is nagefchreven , is mij uit dit ee& en 
ander, vooral uit het werk van van Mallin- 
KROTH, zooveel voorgekomen, dat ik mij bij- 
zonder heb aangemoedigd bevonden, tot de 
voortzetting van deze pogingen. 

Ik ben met te meer lust in dezen arbeid voort- 
gegaan, om dat ik kJaar bemerkt heb, dat hoe 

ve- 



( ^37. ) 

vele aanhalingen de Heer Mebrman uic vroe- 
gere fchrijvers heeft bijgebragc, bec geenszins, 
mee zijne oogmerken overeenkwam ^ om die ge- 
cuigenisfen te beoordeelen, vooral niet, omdat 
hij aan zich zei ven had voorgefteld, om de 
zaak tusfchen Haarlem en de Duitfchers tot 
een accoordtie te brengen ; terwijl de Heer Ko- 
ning, die de zaak der uitvinding meer techno-, 
logisch en practisch als letterkundig heeft be-, 
handeld, hiervan zeker zoude hebben afgezien, 
al waren ook deze verzamelingen van Latijn- 
fche werken en (lukken , voor hem bruikbaar 
geweest. 

Ik heb zoo veel ten voordeele van Johan 
Fust 9 in tegenflelling van Gutenberg, met 
name in het werk van Mallinkroth, hetwelk 
vpomamentlijk ten betoge verftrekt, dat de 
ftad Mentz geenen dank aan Gutenberg, maar. 
welaan Fust verfchuldigd is, gevonden, dat 
ik mij verzekerd houd over de Gefchiedenis der 
beoefening der Boekdrukkunst in Duiischland ^, 
tusfchen de jaren 1440 tot 1462, eenig licht 
te kunnen yerfpreiden , en de tegenftrijdigheden 
in den tijd van het begin (^44^» ^44? 
of 1450) de plaats QMentz of Straatsburg^ 
en den perfoon (Fust , Gutenberg of Schqf- 
FER^ meerendeels te kunnen ophelderen. 

Hoe 



>» • 



C ^38 3 

Moe moeyelljk ook deze omflagtige tvhèid in 
hec nazien 9 vergelijken en beoordeelen van def 
veelvuldige verhandelihgetf en bijdfaged bij G^ 
C. JohannBs en Wolfp bewaard, ook moge 
fcbijnen, dezelve werd geftadig te meer aan- 
genaam en ligt 4 om dat het hierbij op nieuw 
ten volle bleek ^ dat de zaak van Haarlem en 
KosteK bij elk onderzeek wint, terwijl die van 
Mcntz en Gutbnberö , zonder nü van die vati 
Straatsburg te fpreken ^ acbteruhgaad en vef^ 
liezen « 

Geftadig vond ik, bij de Overtuiging da( 
GuTEKBERO niets beeft verrigt, waardoor hi|' 
aan zich zelven eenig voordeel beeft bezorgd « 
maar wel dat hij vroeg beneden den iland tïy 
ner familie gedaald, in zijnen mannelijken leef** 
tijd en later in kommer leefde en eindel\)k id 
armoede ftierf, ^ na ,*^ volgens Schaab, ff zy- 
ff ne welwillende vrienden gemineerd te hth* 
ff ben f^ — - al meer en meer contrasten tusfcbed 
KosTEH en Güte^bero, welk een en ander 
mij vooral zal te ftade komen ^ wanneer ik 
de tegenftellingen tusfchen de feesten te Maar'^ 
hm gehouden in 1823 en te Mentz uitgefchre- 
ven tegen het jaar i8j6, in het breede zal 
willen behandelen. 



II; 



C ^59 ) 

Ik hoop dit uitgewerkte ftak in de volgen- 
de afdeeling van mijn Mengelwerk mede ce 
deelen » maar niet met den titel zoo als vroe- 
ger in de Letterbode is gezegd : ^ Over het 
verzuim of den onwil enz." maar met het op- 
fchrift: ^y Nafporingen van den gang der 
Boekdrukkunst te Mentz en te Straatsburg, 
yan 1440 tot 1467'* ^ t. w. van de aankomsc 
der Haarlemmer letters te Mentz toe op den 
dood van Gutenberg. 



Gaarne zoude ik thans eene opgave doen 
van de refultaten van mijn onderzoek , of van 
de ftellingen (Thefes)^ welke ik nu reeds als 
verdedigbaar zoude durven voordellen, maar 
ik vermeen mij zelven niet te mogen voorbij<< 
loopen , en laat het tevens na , om niet te wijd« 
loopig te zi)n« 

Ik geef alleen de verzekering van niets te 
zullen aanvoeren , zonder hetzelve door de aan- 
wijzing van de bronnen , voldoende te bewijzen ^ 
en dat ik daarbij de meerdere of mindere zelf- 
ftandigheid en geloofwaardigheid vau dezen 
en genen fchnjver zal ter toetfe brengen , zon- 
der mij te veel in Hypothefen , en wat die^ meer 
zij, te verdiepen. 

IlK 



C 040 ) 

Inziende » dac ik hierbij niet alleen eer vèf' 
dediging van aangevallene perfonen en zaken zal 
te werk gaan , maar In dezen eenigzins aanvallen'^ 
der wijze zal moeten handelen, zie ik vooral 
den pligt in, om met de meeste omzigtigbeid » 
gematigdheid en befcheidenbeid te werk ce gaan. 
Van den beginne ben ik bedacht geweest , om 
deze drie verhandelingen , a. de Levens fchets 
van Laürbns Koster, b. de Geloofwaar^ 
digheid van Adrianus Junius gehandhaafd 
en c. Nafporingen van den gang der Boek- 
drukkunst te Mentz en te Straatsburg van 
1440 tot 1467, zoodanig interigten , dat zever* 
eenigd in de Hoogduitfche taal zullen kunnen 
worden uitgegeven , wanneer ik van deze pogin* 
gen gunftige gevolgen durf verwachten bijdeeer-*' 
Igke Doitfchers, die durven lezen, twijfelen en 
wij3 2ijn , en alzoo de waarheid zullen willen 
erkennen en huldigen* 



NOG 



NOG IETS 



OTBR BBN 



AMERSFOÓRTSCHEN KËI* 



V öortiemetut om in het vervolg een aanhang* 
fel te geven, tot het gene er in het voof^fttt- 
de ftuk van dit Mengelwerk is medegedeeld , 
over de Letterkundige vérHgtingen ^ het ht 

m 

en karakter van Tr. Edüarü Meijstëa ,. vér- 
meen ik aan eenige lezers genoegen te geven ^ 
door het volgende aangaande den Amersfoort' 
fchen kei te plaatfen« 



Reeds ftf he€ voorjaar nn 16^4 ive^erdoor 
de (iedeiyke legering befloten , on ttti de op? 
fpnmk wegens de centoonfielling vaii dkli Aeett 
een einde te maken# 

Als hec minst kostbare middel te detan êid* 
de ging men over om den^ grond zachtjes uic ce 

V- D. III. St, Q gra- 



C »42 ; 

graven , en zoo liet men den kei zinken in hec 
midden van de varkenmark c. 



De laacfte hand werd hieraan geflagen op den 
3o(len April 1674 eo des anderen daags werd 
er , naar de gewoonte van dien tgd , een Mei- 
boom geplant , welke mee dk opfchrifc pronkte : 



Hier ligt nu Meijsters kei. Men heeft hem hier 

doen zinken; 

Nu zal dit zotte werk niet meer bij vreemden 

ftinketf , 

Waardoor zoo lang die kei van Meijster was 

vermaard 

Tot fpot en fchand ; maar nu men meer bedaard 

In plaats der groote kei een meiboom heeft 

gepiant. 

Nu triuropheeren weer de wijsheid en 't ver* 

iland. 



Onder de ftukken en befcheiden, de herig* 
ten , paskwillen 9 prenten . eoz» to( dete vreem- 
de gebetuteab betrekkelijk ^ welke aati my zijn 
yoorgckomeniy is ^ naar myne gedachten 9 de voor r 
naamfte en merkwaardigfte ^ de. geêcfte prent, in 
folk) of plano 9 alwaar het inhalen vao deft kei 
net zeer vele bijvoegfels is.afgebeeld« 

De- 



C 24J ) 

• Oekê prent is tne^térlijk georahieef<i ë« ^^ 
ffeekend dóór Giö Wyökbrslöot én voortrefföA 
lijk geccst en mee fterk Water bewerkt doot^ 

Sr. VAN LAitBWEERbBi ' 1* 

* 

Men ziet 'hief eene -gfdote VerÖerde rfecléf' 
aan de vooritijde met twee ptonkÈUiltjes etii 
achter met eene poort of boog^ waafóndef* 
Mlnerva ftaat met het (child^ waarop niet cto 
kop van Medufa'^ maar wel het groóte Wapefl^ 
van Jonker Meqster gezien wordt^ 
* Op den kei ftaat een kleine ^ maaf dikke 9 gèê j' 
tig geteekende trompetter^ die^ : ilfét gez Woltetf- 
kaken den ' lof van den óndefhcfmer uitbazuint'^ 
wiens wapen op' dé qnispefö 'Vafl'dé troxüpéip 
ftaat. 'De kei is omhangen met een Èwaaf fe**' 
ton, Zamengewröcht üit lUérlei gedruisch ma^*- 
kende gereed^happen ^ ^afgewisfeld met koökAl' 
ert groote krakelhigen* " 

De flede wordt getrokken door eene TcfiHf^ 
van menfchferf^ Waarvan een gedeelte door het 
breken van een der toUWen , over elkandef heetl 
ftorten; alles echt comisch geordineerd Aatl 
de regterhand ziet men de ftad Antètifóöftiti 
Set Verfchiet, en den weg derwaarts beilat^ 
mét eene overgroóte menigte ivati menr^hMi 






•«•.»•» 



Naast de flede aan de linker 2(}4^ 2!ét'Üiétt 



( t44 ) 

dm Commandant van den opcogt , luidkeels 
lijne bevelen gevende ; en daar achcer den Heer 
en de Vrouw van Berg- en Steen (Jr. Meijs- 
TER en zijne Echcgenooce) beide ce paard \ 
verder is er om en achcer de flede eene seer 
groote fcbare van nieuwsgierigen in allerlei 
coscumen, waarvan eenige met bazuinen enz* 
«optrekken , cerwiji andere kruiken ^ krakelingen 
wat dies meer zy, ten toon (lellen. 



.Op den voorgrond ziet men Hercules , die 
kennelijk aanwysc , door welke middelen hy die 
zware werk van kracht en (lerkte ter uitvoer 
brengt ^ te weten door Bachus » die reeds zwaar 
befchonken fchijnt » met den beker brandewijn *"-* 
door CsRBS , die twee krakelingen tot fieraad in 
de oren draagt , en door een' jongen , die veel 
geld uit een hoorn van overvloed^ in h^t dijk 
ftort. 
Het onderfcbrift is met kapitale letters: 

jtjéMtLSFOORTSCHE FeBSTELIJKE GrOOTE 

Steentaekking. 

9 

In bet midden van het onderftuk ziet men het 
W^mi van Am^rifoort ^ en ter zijde de opdragc 
van.dfze groote prent (hunc ingentis Taxi tri* 
umphum^ aan de ftedelyke regering met weidfche 
ficils en lofrpraken. 

Aas 



C ^45 ) 

Aan de eene zijde leesc men nog de Tolgcn* 
de Lacynfche regels: 

Dum regie Herculeqs fiicrata Minerva labores » 

(Invidia obluccance) movec non mobile faxum 

Mbijsterus» Divam Cererem Dominumque 

Metalli 

Per Satqros ad fesca vocans , cum Pacre Lij- 

AEÖ. 

Aan de andere zijde ilaan de volgende re* 
gels. 

De macht van Hercules mee Pallas zaamge* 

fpannen , 

In fpyc van Haat en Nijo « verraeesoren en ver* 

manoeti 

Den onbeweegbren (leen , waar Mbijstbrs Sa- 

TijRS - geest 

• 

De Munt en Wijn Goo kroont metCsRESop 

dit feesc. 

Alleen zij nog gezegd ^ dat ik zelden eene prent 
zag , waarbij de geestigheid der uitvinding en 
de kunst der uitvoering beter in een onderling 
verband (laan. 



Q 3 KLEI* 



i :. t 



• _ _ 



"KtEINE STUJCKEN, 

VROEGER GEORXJKT. 



I. 



IETS AANOAAMDB 



J)JBK RAFAJSL^^OOJV KAMPBUY&EJV, 

• (Geplaatst in het Mengelwerk der Vader- 
landfche Letteroefeningen i8a?i 
P, IL bl. >6- (♦) 



Jn een der kleine ftukjes gefchreven ter gele- 
tgenljeid van eenen twist, tusfchen de Remon- 
^Irepten en de Colegianten te Rotterdam In den 
: jare 

(♦) Onlangs «ag ik mij aangemoedigcf/om eenige dep 
kleinere opftellen, welkQ door mij van tijd tot cijd en mei 
üf zonder mijnen naam \f in tijdfckriften ^ 4agbiadeny al^ 

w^makken enz. ziju medegedeeld > te doen berdrukkw 

3 i . <^^ 



C i47 ) 

|are 1670, (*) woiröc het volgende aangaande 
de^ea beminnelykeo Godgeleerde en ..vioQmext 
Dichter gevonden. 



• I 



^ Immers ', hoeKAMPHuijsEN zich te Vleuten 
heeft gedragen 9 daarvan hebben wij eene ize^if 
aanmerkelgke getuigenis uit dein Q^ond van eei| 
Roomsch Catholi^Q2 gehpord, .het j;een tot lof 
des maas en om de byzonderhetd Wel verdient 
hierbij gefchreven te worden en dusdanig is: 
.' ^ Dat KAiiPHUfjs£N geweest is een zeer vrien- 
delijk en goedaardig man^ die door zijne vrien- 
delijke aanfpraak de Roomschgezinden, die aldaar 
den groótften hoop nmakten ^ overtuigde , om bij 
hem in het gehoor te komen ,. diet omdat hij et 
ben tóé noodigdey maar b^ deed het in dezer 
vbegem Hijging bij de huisliedenop het veld» 
wanneer ze in het koornland . bezig waren » om 
een praatje; ook bij de ambachtslieden aan.hun*- 
ne huizen. Hij vermaande beo dan cot een deugd- 

: . zaam 

ièa einde ze alzoo te bewaren. Ik beb gemeend dezea 
nndte mogen volgen, en geef er tbaps vijf, hetwelk bij 
de volgepde (lukken zal worden voortgezet, zonder mij 
vooraf in getal of uicgedrektheld te willen bepalen* 

CtJ 06 titel is: jlanmerkingen over het verJiaal van 
het eerfle begin en het opkomen der Rhipiburger^ , 2de dmk 
otterdam bij Isaak Naeramus 167^^ 

Q 4 



( ^48 ) 

Mtm , vroom leven , toonde hun de goedheid 
Gods Jegens het mepfcheiyk gefltcbt , en hoe 
dtt de menscb bier door behoorde opgewekt 
It worden om God met een daokbear ban in 
ware gehoorzaamheid te dienen. Dit wrochtte 
by die lieden eene groote verandering, zoo dat 
fijt overtuigd zijnde , wanneer KABfPHUQSBif van 
hen waSt tegen elkander zeiden i ^ Deze man 
n is niet als andere predikanten; hy fclieldt on« 
n ze papen niet voor verieiders en afgoden* 
I, dienaarst Wij moeten hem hooren preeken 
ly ctaJ^ Hem gehoord hebbende , waren zy nog 
meer overtuigd , om dat hij in zijne predikatiSn 
geene gezindheden over den hekel haalde, maar 
alleen zijne toehoorders vermaande , hoe zy hier 
moesten leven , om na dit leven van den een* 
wigen dood bevnjd te wezen i zoo dat de 
Roomsch - katbolyken verklaarden , dat ze door 
KAMFfiyvsEii beter geleerd werden, dan door 
hunoe priesters en dat de kerk te Vleuten te 
}f\t\% werd om d? toehoorders plaats te geven , 
welke na dat hij verftoten was , wederom mees 
dm d^ b^lft ledig bleef, omdat de Predikant, 
die pg Kamphuysen aldaar kwam , de Katholy- 
ken dppr ^yn fchelden uit de k«rk preekte, 
^y verkl^ardep, dat indien KAMPHyijsEN aldaar 
had fnogen blyv^n, er (e Fkuten geen^ 

Roomsch* 



C »49 ) 

Roomscbgezindeti zouden zijn gebleven , niatr 
dat by ze in de kerk zoude gepreekt hebben ; 
zoo veel vermogt aldaar zijn vrpome vriendelij- 
ke omgang; ja wat meer is, de jongelieden 
werden befcbaamd , wanneer zij aan her kaac- 
fen zijnde , hem zagen aankomen ; zoo dat zy 
het terftond nalieten , omdat hij bij gelegenheid 
met zoete woorden had getoond, wat krakee- 
len en onheilen aan dat werk vast waren.** 
Dus verre de gefchiedenist 



Hoe wenfchelijk is het , dat onze tegenwoordi- 
ge Kamphuysbns in hunne zachtzinnige handel- 
del wijze voor vrede en liefde, vrijelijk mogten 
voortgaan , en dat zij niet geftoord zullen wor- 
den door zulke mannen, als hem verftieten. 
Mogten toch alle kerkelijken de leer belyden 
en beleven r dat het beter is voor alle Chm* 
tenen om elkander te beminnen om het vele 
waarin men overeenkomt, dan haten onv het 
weinige waarin men verfchilt* 



IETS 






C *50 ) 

• - • 

IETS 

OVER UBT COMMERCB-&PBLEN BIJ DAG 

i 
PP BB ZOOGBHOEMJDB BBSOGNBXAHBR 

•re 
V GRAVEJVBAGE. 



(^Medegedeeld in N^. 23 van het weekblad 

de Arke NoachsO 



b 



'ic weekblad werd id de j wen 1798 eo 1799 
bij H. GartMa» ce . Amfierdam «icgegev?n « 
ai gefchreven eo geredigeerd, door vyf He&r 
ten» die eile keer eea* grooten.n^am 4)ebben 
verworven in de Scaac- en Leuerkuodige we« 
rehL 

Zij verlangden eeo corre^pondrac in é^nHaag 
ce hebben , die mee bun plan inftemde , en ik zag 
my daartoe door den uitgever genoodigd. 

De geestige en vrolijke fteoiniing , gelijk ook 
de fatzoenlyke en befcheidene toon , welke in 
die weekblad doordraaide, bad mij reeds vroe- 
ger 



C *5i ) 

ger belang doenilellén in d^e ofidcrnoming ^.eti 
ik voldeed derhalve gaarh 'aan bet vcreetend 
verzoek. - ' - .• 



* *f 



Weinig djds na dé Haagfclie Kermis in lyici 
^799 9 v^ by mijl de last om van het opge- 
gemeiicre eeirig berigt te geven, en djt herige 
werd ingekleed in den vorm van een fchuih 
praatje tu^fchen een Hagenaar en een Ge(^ 
4ersch Heer^ De laatfte had den Haag in. de 
laatfte dertig jaren niet genen , en hrj zag alsnu 
vele veranderingen. ^ Het oade geenszins ver* 
geren hebbende, zoo konde hi) niet gemakke^ 
lijk de leer bevatten: dat alles nieuw en .her 
ter was geworden en hij keurde derhalve veel 
vanr het geziene af» 

Bij eenige van deze beoordeelingen zoude, naar 
de gedachte van fommigen , de hand van den 
fieller te zwaar gevallen zijn en derhalve werden 
er op die ftuk eenige oianmerkingen gemaakt. . 

Met eene byzondere afkeuring liet men zich 
op de zoogenoemde Befognekamer of de Socië- 
teit oiphet Buitenhof \a\t ^ over een gedeelte der 
zamenfpraak, tot die Sociëteit betrekkelijk* De 
Hagenaar had op de aanmerking van den ouden 
Heer, over bet toegenomen getat en den veran- 
der- 



derden toon ia de koffigbnizen. geantwoord. 

9, Gij M. H« hebt er toch zelden dronken 
^ menfchen gezien ; die was in uwen ryd meer 
^ algemeen 9 en ook zijn de hazardfpelen ver* 
f, dwenen, waaarbg voorheen fomajds~ koets» 
f, paarden en meer verkwist werden. 

£n hier op was er door den Geldecsman ge* 
^9^ ^ n n ^^ wiJQ moge thans in mindere .ma- 
9, 9, te ,. in eens gedronken worden ^ maar het 
p, fj gebruik van wgn is nu meer geftadig » meer 
^ ^ algemeen. En fpreekt gy van fptlen ? Ik 
f, ^ heb mij hoogelqk geërgerd, toen ik op de 
f, ^ befognekamer door mannen een fpel over 
1^ 9^ dag zag fpelen, om drie guldens, hetwelk 
,p f, ik om het voortfchuiven der kaarten, het 
M 9, eerst aanzag voor het fchêepjt zeilen van 
^ ^ onze kindsheid. Te voren fpeelde men 
^ f^ in het geheim, en dan nog werd het al* 
,, ,, leen gedaan door menfchen van verdach- 
^ ^ te reputatie, maar ik zag het nu, door 
^ „ zulken , die tot de gewigtigfte ambten zyn 
»> n geroepen." •' 



* Vermits het geheel onbekend bleef, wie de (lel- 
Ier was van dit Schuitpraatje » vernam ik geree- 
delyk alles wat men daarover zeide , en deze 

ver* 



w 



C »53 ) 

Tcrrchillende oordeelvelHogen fpoorden my aan^ 
om tew apologie van het commerce fpelen pp 
de hefpgnekamer , ce fchiijven , welke in N^« 
t3, vtn die weekbM» van bL aoo to( ao4 is 
loedegedeeld* 

Dac die (luk destijds nog meer gerucht maak* 
te ^ dan het fchuitpraatje zal men gereedeUjk 
gelooven; het bleef ook onbekend , wie Neom>- 
ous was* Ik hoorde wel veel goedkeuring vatt 
de po^ngy maar de zaak ging zijnen gang es 
de commerce tafels waren zoo lang bezet als 
dit fpel in de mode bleef en door een ander 
vervmgen werd. 

Vermits alle perTonen » op wie ik by h^e 
fchrijven gedacht heb, thans overleden zijn , ver* 
meen ik dat niets mij belet, om ook dit ifaikje, 
voor byoa 35 jaren met lust en luim gefield^ 
by mijne andere gefcbriften ce bewaren. 

Aan de fchrijvers van de ulrke NoacVs. 

Burgers! 

Ik ben €en hoogachter van uw weekblad , 
en lees het telkens met genoegen, voor- 
al , om dat GijL niet behoort onder die ftrenge 
sedemeesters , die op alles grommen , maar 
veel liever bet goede en voortreffelijke van onze 

fteeda 



( *$4 ) 

ftceds toenemende hefchaving en wrlichüng 
iaxï uwe landgeooocen doet opmerkem Glj1# 
2uk zonder twyfel ^ zelve begrijpen ^ dat deze 
dwe manier van de zaken te befchouwen de 
voorname reden is^ die uw blad, tegen aller 
verwachdng^ opgang heeft d<yefn maketi; enhcc 
h hieron) vooral « dat ik mij ten hoogde heb 
moéten verwonderen-, dat Gij van dte manier 
igc afgegaan i en in uw N^. ai. een betoog 
fiebe geplaatst, hetwelk de ;^eden van den tijd 
inec/de zwartfte én akeligfte verWen afmaak*^ 
Gelooft mg , Burgers ! nog twee dergelijke ftuk* 
ken en uwe vijanden (want gij hebt er vele) 
zien hunne wenfchen vervuld ^ en de Arke. 
ivördt niet meer gelezen. • • 

• Ik heb noch lust noch tijd om dten knof^* 
ingen ouden in alle zijne hatelijke aanmerkin* 
gen te wederleggen ; maar vergunt mij ^ om bet 
gewigt der zaak ^ U kortelijk aan te toonen ^ 
hoe dwaaslijk hij gedaan heeft , mét zich (ge- 
lijk hij zelf zegt) te ergeren over het C^w- 
tnerce fpelen op de Befognekamer* Waarlijk « 
indien men i6'6 geneigd i^ « om tegen dé anno* 
zélfte gebruiken het harnas aan te takken , dan^ 
éóat mch beter van té huis eri in een goed hu^ 
meur te blijven. 



Be- 



.< 



C »55 ) 

Behftlye-/,dft.'4dgeine«».. voör^eelqn vm.hH 
Tp^l co!t qi^fp^twing en bec pubillijl^e , dat ^er 
io gelegen • is ^ 4ac • mea aan . ina^nen ^ 4>e taf 
jniofie drie uren of éénea , dag. hebben k^ooep 
werken , eene uicfpanning van achc uren aan de 
fpeel tafel zoude weigeren , kan ik van de«e ger 
wponce seggen, dat .dezelve bij uicftek voorde 
behoefreti van onzen ctjd en Qn^e.oinftandigb^ 
den beekend is. . 

Gijl. kent zeker het beloop van het fpel , ^ 
boe velen hetzelve tot nog toe als een fpel voor 
kinderen J>6(cfaouwd Ijfebben,. meen^ ik hetf te 
ntOgen aanpryzeo als een Jeenfchwl voor. nllf 
ftanden j^n we), van Saken^ waaf jn meq elders Qt9n 
onderwijs kan erlangen. ^ De Regent kan uic 
de kunst om de kaarten van. verfcbillende kleut 
ren tot overeenftemming te brengen, de oqttigf 
kunst leeren , om de verfghjliende f^ctieQi i0 
öbs land te verenigen ; de Wetmaker leert op 
alle mogelijke gevallen fpecaleren ; de aandoAOr 
de Ambasfadeur leert het ware Van de 'Dipl^ 
ntatie; by houdt zijn fpel cac^ en zendt fomt^^ 
een haxtng om een fcbelvisch ; de Generaal oq^ 
detboiidi de konst, om, de krachten zijner vÜ7 
anden te betekenen en de Admiraal ppogt-ds 
Unie gefloten te krijgen en te houden* .. Rq^ 
vendlen ,. houdt dit fpql, daor.dc emftige h^ 

re- 



C i$<5 ) 



rekeltingen van de innerlykè wurde der fpe- 
Iers, op het einde van den pot^ en de con* 
trtccen hier over, de calcalacieve handelgeest 
onder fpelers en omibndêrs le^ndlg; nio- 
gelgk komt die nog wel eens op niebw aan 
onze natie te pas ; en bnicen allen twgfel ia hec » 
dat men hierbij die fHlce, aandacht en oplet- 
tendheid vindt, welke wel eens bij de behan* 
deling van gewigrige zaken vergeefs gezocht 
wordt 

De man Tehijnt zich ook boos té ma* 
ken* om dat dit fpel doof voorname perfo* 
nen, die cot gewigtige einden door de Nade 
geroepen ssyn eti nrim betaald worden j over 
dag wordt gefpeeld ; doch alle deze aanmer- 
kingen zult gij ongepast vinden i indien gijlit- 
den over de zaak doordenkt. 

Of Zulk een fpel bij avond of bij dag gefpeeld 
wordt ^ i$ immers bij verlichte menfchen het* 
zelfde f 2ij « die een avondfpellecje als een ge- 
fchikt middel hebben leeren kennen, om de» 
door werken verftompte geestvermogens we*» 
derom op fe fcherpen , zollen éei/e voordeeleo 
bok niet aan het dagfpel kunnen ontzegen. 
En daar tegen het eerde niec anders dan fijnen 
en kwezels ijveren» kan en mag men de af ken- 

ring 



( 457 ) 

Ttng van bet laacfte iosgelijks niec anders daa 
als een vooroordeel befchouwen, tegen welke 
een ieder thans , bij de algenieene herfchepping» 
moet ce velde trekken« Nu weet men cocbf 
dat de uicroeijing en vernietiging van vooroor* 
deelen nimmer beter gelukken, dan wanneer de 
voomaamfte perfonen de andere ftanden in het 
beftrijden van dezelven voorgaan. Uit dit oog* 
punt moet men de weldadige oogmerken der 
meeste fpelers befchouwen. 

De hemel weet of de , grommige man tich 
niet is gaan inbeelden , dat deze gewoonte ftrijdt 
tegen het Decorum en dat de Nationale opinie 
door dezelve getergd wordt* Doch ik durf el« 
ken weidenkenden gerust vragen: wat is het 
Decorum? Meent men hiermede die Aristo* 
cratifche defcigheid, die firoeve naauwgezet* 
beid , waarmede de Regenten zich te voren van 
de Burgers onderfcheidden ? Dit kan men niet 
meenen , want het is in onze dagen van gelijk** 
beid en verlichting , politieke ketterij ; — die 
fcheidpalen zijn weggenomen , en niets kan ze* 
ker, ter bevordering van het noodig amalgame 
in de converfatie , dienstiger en beter zijn , dan 
dat de Regenten zelven het vorig Decorum^ 
verbannen ^ zich fchikken naar de zeden van de 
lagere ftanden, en van hunne hoogte nederko* 

V. D. III. St. R men« 



C ^58 ) 

men. Wat raakt ons thans ook de Nationale 
opinie? zoude men die in onze dagen befaooren 
te ontzien ? neen , zulke bekrompene idees durf 
ik atn geenen cordaten vaderlander toefchrijvem 
Hoe vele nuttige hervormingen en verbeterin- 
gen, in flaat en kerk 9 zouden dan zijn terug 
gebleven 9 en waar zouden wij dan in den te- 
genwoordigen tijd heen ? — Wij zullen de Na^ 
tionale opinie scheppen, zeide in het vorig 
jaar een man met pluimen. Hij lag, wel it 
waar , binnen weinige weken in het voetzand ; 
doch roet dit al , blijft het een fchoon gezegde* 
Zelfs leidt deze gewoonte de opinie van velen 
ten goede. Hoe vele brave en kundige mannen 
zijn er in ons Vaderland , die tegen het beklee- 
den van gewigtige ambten, als tegen lastpos- 
ten , te zwaar voor hunne krachten , in gemoei- 
de, opzien, en alzoo zich aan den dienst van 
het Vaderland onttrekken. Laten dezen achter 
de fpeeltafel komen; fpoedig zullen zij van 
hunne dwaling, omtrent bet moeijelyke der 
ambten, terugkomen. 

Ik had fchier vergeteti een woord te zeggen 
over het fpelen om drieguldens , hetgeen onzen 
eeuwigen berisper ook al fchynt te (luiten. 
Ach, Burgers! de regel: het oude is voorbij 
gegaan » alles is nieuw geworden j wordt niet 

ge- 



( Ï59 ) 

gcriocg dangeprcdikc eti beleefd. — De VöWgö 
fpaarzaatnheid had alleen haren oorfprong uit 
de vorige onwetendheid \ en Waarlijk , het licht 
achten van drieguldens bij voorname perfortetj 
kan geene andere dan gezegende uitwerkfelen 
hebben , op de begrippen van vele burgers i 
wiön de drieguldens bij de betalihgr der heffin- 
gen nog zwaar loefchijneti. Het komt mij tetl 
minde voor , dat de waarde vari het geld ^ wan- 
neer ik eenige potten met de bijkomende wed* 
dingfchappen en contracten heb 3ieQ uitfpelra^ 
voor mij minder wordt# 

Ik ben te zeer vatl " üwe Waarheidsliefde 

overtuigd om te twijfelen of gijl. bei'eidWilJig 

zijn zult, om deze mijne reflexien in uw week* 

blad te plaatfen. Zoo dezelve den berisper vaij 

zijne erroneufe begrippen niet terug doen ko«« 

men , kunnen zij echter dienftig zijn , om de ge* 

rustheid in de harten van hea te doen herboren 

worden , die , door zijnen uitval in de war en 

tot nadenken gebragt, reeds beflocén hadden de 

fpeelrafel vaarwel te zeggen , en deze hoop ik 5 

zal dus in den toekomftig^n herfst , we4^r als 

voorheen 9 bezet zijn. 

Heil en Broederrchap. 

's Hage 8- 6.5. NEOLOGÜiS^. 

(8Junyi7990 IIL 

R a 



( ftóO ) 



III. 



B E R I G T , 

AAXGAA.NDB HET MOEDIG GEDRAG VAN VTSa 

HOOGI/EBRARBN y AAN DB MTIiITAIRB 

SCHOOIj tb Lji FLECBE f TBGEN 

NAPOLEON IN l8i5. 

jPiV hrigi is door mij met mijnen naam me* 
degedeeld in het Mengelwerk van de Va- 
derlandfche Letteroefeningen , van den 
jare 1817, D. IL bl. 480. 



Het berigc van hec overlijden van den in 
vele opzigten verdienllel ijken Hoogleeraar • C. F. 
Haug , heefc my aan het volgende ftukje voor 
eenigÊ jaren over een loffelijk bedrijf van den- 
ïelven gefteld, doen denken, en hetzelve her- 
lezen hebbende, vermeen ik wel te doen, met 
hetzelve fpoedig ter dezer gelegenheid mede te 
deelen. 

Heeft het genoegen gegeven , dat wij , in de 
Gefchiedenis van den Feldtogt van Napoi^ov^ 

op 



C %6i ) 

op bl. 31 en 31, met warmte melding maaktet) 
van den edelen tegenftand, aan den overweldi- 
ger geboden door de Zwiffers en derzelver moe- 
digen bevelhebber, den Graaf d* Affry, — 
niemand zal het kunnen afkeuren , dat wij ins- 
gelijks zorg dragen , om de gedachtenis ce be- 
waren van den moed en de deugd van vier amb- 
tenaren » die , alleen en op zich zelven ftaande , 
onder een groot getal gewapenden door muit- 
en baatzucht aan het hollen gebragt, met de 
zeldzaamfte volharding elk aanzoek tot erkente- 
nis van en ouderwerping aan den geweldenaar 
bleven weigeren ; te minder nog , daar onder 
deze edele in een geboren Nederlander , en ee/i 
ander 9 die, hoezeer in Duitschland g^hoxew^ 
tot het vaderland de naauwfte betrekking heeft , 
vermits hij gedurende vele Jaren aanzienlijke ee- 
reposten onder ons bekleedt , thans den kring 
onzer letterkundigen met glans verfiert, en, 
misfchien meer dan iemand anders , door het 
handhaven van den roere der Nederlandfche let- 
terkunde buitenlands, zich bij dezelve zeer ver-^ 
dienflelijk maakt. Het zijn de Heeren Stepha- 
Jius Greevb en Christiaan Frederik Haug» 
waarvan de eerfte , van Amersfoort geboortig , 
voorheen onderwijzer der teekenkunst bij de 
Milttairefchool in den Haag was, en later 

R 3 Hoog- 



Jlooglceraar werd te La Meche ; en de tweede ^ 
te Stuttgard geboren, voorheen Hoogleeraap 
der Gefchicdenis eh fchoone VVetenfchappen alt 
hier f toe betzelfde ambt aldaar geroepen was< 

Ingevolge bcfluit van den Koning van Frank- 
rijk ^ in den jare 1814 genomen, was er, bc* 
halve de Militaire - fchool te 5/. Cyr, eene 
tweede fchool gevestigd in gemelde A^LdlaFIe- 
fhe ^ welke gelegen is in het Departement Sar^ 
the f ?estig uren van Parijs, 

Aldaar waren bij de tweehonderd Elèves ge- 
)>hatst , wier getal op zeshonderd zoude gebcagc 
worden. Aan vijftien Hoogleeraren was het on- 
derwijs in de verfchillende wetenfchappen toe- 
Vertrouwd. Men verwachtte eene nieuwe orga- 
Oifatic in Maart van denjarc 1815^ dan^Bü* 
ONAPARTE verfcheen , en nu werd alles ontbon- 
dent Nergens misfchien vertoonde de ?ucht 
voor denzelven zich met meer drifcs, dan onder 
de leerlingen op deze fcholen , die meerendeels 
)tonen waren van officieren en ambtenaren » door 
dv'fl porlog gefteijeri en gevallen. De Generaal 
PR Chauvignv , Kommandant dezer inrigting , 
voegde zich bij den Hertog van Bourbon , en 
vertrok naar Nantes ; de Graaf de Meui^ai^ > 
JColonel , rpaakte zwarigheid (set commando Op 

te 



C 263 ) 

ce nemen , en zoo was alles zonder opperhoofd 
en eenig bedwang. Napoleon zond ^erlang 
den Generaal Mkunier. derwaarts , die geheel 
aan hem was toegedaan. Nu kwamen er wel- 
dra andere Chefs, Officieren en Profesforen; 
en zij , die nu het meest in drifc en hevigheid 
uitmunceden, hadden het beste uiczigt op bc^ 
vordering. 

Een der eerfte maatregelen was ^ om van de 
ambtenaren eene verklaring van gehechtheid en 
trouw aan den overweldiger te vergen ; en dit 
werd fpoedig gevolgd van het vorderen der on- 
derteekening van de beruchte acte, waarbij de 
Bourbons voor eeuwig vervallen verklaard wer- 
den van den Franfchen troon. Alle ambtenaren 
te St. Cyr en de meeste te La Fleche waren zoo 
ijverig voor het een als ander , en teekenden al- 
les; dan, op de laatfte plaats (lootte men hec 
hoofd bij vier Hoogleeraren. Hoezeer van de- 
zen, bij de bevestiging in hunne bedieningen 
van 's Konings wege , geen eed gevergd was » 
befchouwden zij zich aan denzelven verbonden , 
en weigerden de teekening van alle verklaringen 
voor Napoleon. Behalve de Heeren Haug en 
Greeve, waren het de Heeren . . . le.Roux , 
Profesfor der Mathefis , voorheen aan de Uni- 
verfiteit te Parijs , een man van hooge jaren , 

R 4 be- 



( ^^4 ) 

beproefde braafheid en erkende kunde ; en . . • 
Stadler , Profesfor der Hoogduicfche Taal en 
Lecrerkunde , voorheen ce Tournon » insgelyks 
xeer ervaren in zijn vak. Over dezen cegeniland 
m deze weigering ftond een ieder verbaasd. In 
het eerst werden er allerlei beloften aangewend , 
later allerlei bedreigingen ; dan alles vergeefs. 
De laacfte (legen met den dag bij toenemenden 
wrevel , zoo zelfs * dat men het gemeen aan den 
gang hielp , hetwelk niet zelden met hun ge- 
fchreeuw: vive FEmpereur! en: vive la Li* 
bert e! de woorden i i bas les eirangers i (weg 
net de vreemden .0 vereenigde. Eindelijk dacht 
men zeker te zijn van eenen meer gunftigen uit- 
dag 9 toen men de gemelde pogingen voor de 
derde reis herhaalde , en aan hea het bekende 
aanhangfel op de Conjütuttén voorlegde, ter 
bevestiging van Napoleon op den troon. Men 
eischte ftellig en fterk , dat zij , gelijk de ove- 
rigen , hierop hunne vrije ftem zouden uicbreoo 
gen , en ja zeggen ; ds^n ook dit werd met waar- 
digheid geweigerd. De Maire , een man , af* 
komftig uit het edel geflacht van d^ Aubignv , 
die zeer veel befcheidenheid had laten blijken, 
eo hun zelf met voorztgtigheid berigt had gege- 
ven van hetgeen er voorviel , kwam nu bij hen , 
f a betuigde f dat zij , zonder toetreding in de^ 

wzen, 



C a65 ) 

zen 9 ntec zouden ce redden zijn ; dac deze pro« 
cesfen - verbaal naar Parijs moesten worden op* 
gezonden ; dac dezelve moesten dienen voor hec 
zoogenaamde Meiveld ; dat . hij bijzonder rap- 
port zou moeten doen , enz. Ook nu bleven 
zij zich zelven gelijk , en zij weigerden den 
fchyn zelfs van hulde. Dit wekte degrootlle 
verwondering , men fprak niet dan van revolu* 
tionaire maatregelen , van arresten , gevangenis , 
opzending naar Parys^ militaire regtbanken» 
vonnisfen en wat dies tneer zij , en men zag mee 
angst uit naar de orders uit de hoofdilad. Ein- 
delijk kwamen deze ; en , daar men zich aldaar 
te zwak gevoelde om wreed te zijn , bepaalden 
zich dezelve daarbij , dat zij geileld werden on- 
der het toezigt van dehooge Policie^ en tevens, 
dat de Maire om zijne gematigdheid werd afge- 
zet. Nu zagen zij zich verfloken van allen om« 
gang en alle briefwisfeling met vrienden en 
vreemden ; zij ftonden gehcelenal alleen op zich 
zelven, zonder befcherming van iemand, ed 
moesten het ergfte vreezen, vooral toen het ge • 
vaar van de zijde der Royalisten voor de Na* 
pol$ons gezinden nader kwam , en die van de Fen^ 
dee de ftad La Fleche met een' aanval bedreig- 
den. De Generaal Meunier trachtte nu alle 
Hoogleeraren en ambtenaren , zoo wel als de j6n- 

R 5 5^- 



i 



' ( 266 ) 

gelingen , te doen wapenen , een einde zoo veel 
cegenftand te bieden als mogelijk was. Ook die 
aanzoek werd aan hen gedaan » dan tevens ge- 
weigerd ^ en deze weigering deed hunnen hag- 
cbelijken toefland dagelijks toenemen. 
. Gelukkig kwam er eerlang afwending van het 
groot gevaar door den flag van JVaterloo ; en 
nu vernam men eerst , wat men hun aangaande 
bad voorgenomen , en in welke verfchrikkelijke 
gevaren van fufiUeren of guillotineren zij geweest 
waren, indien zjj zich maar eenigzins onvoor^ 
zigtig hadden uitgelaten. Het treurige in hun- 
nen toeftand werd geenszins geheel opgeheven 
of veranderd; het fcbeen, dat zij vergeten wer- 
den ; het bevel tot mijding bleef beftaan > en , 
daar de wrevel en euvel moed onder de Buona- 
parusten wel 'gefnuikt, doch niet beteugeld 
werden, badden ti} dikwijls te worftelen met 
onaangenaambeden van allerlei aard. 

Op den 3den van Oogstmaand veranderde dit 
alles, toen de Pruififcfae kavallerij onder den 
Generaal von Hobe , de ftad La Fleche bezette, 
Oe Heer Haug werd nu door den Maire d^ 
AuBiGNY , die fpoedig herfteld werd , uitgenoo- 
digd, om voor tolk tusfchen den Pruififchen 
Generaal en de Regering te dienen. Hij ontrok 
zich niet > om de Regenten en het volk , waar^ 

van 



C i67 ) 

van velen hem zoo zeer bedreigd hadden , van 
dienst ce 2ijn, en belascce zich tevens met de 
werkzaamheden der adminiftratie» Gedurende 
twee maanden bleef hy in dezen' moeijelijkcn 
werkkring 9 zeer toe genoegen aan wederzijden. 
Hij ontving niets ter belooning» Toen bij in 
den jare i8i<$ herwaarts werd beroepen, om 
den vroeger bekleeden post, als Hooglecraar 
der Gefchiedenis en fraaije Wetenfchappen aan 
de Koninklijke fchoal voor Artillerij en Genie 
te Delfts op nieuw te aanvaarden, ontving 
hij de meest vereerende blijken van achting en 
goedkeuring van ,de voornaamfte Regenten en 
ambtenaren , zoo van de Had als van de fchool , 

■ 

met , name van de Graaf de Meulan , die van 
*8 Konings 'wege wel het opperbevel opnam , 
doch niet flagen konde om de orde en gehoor- 
zaamheid onder de Elèves te herftellen. Wij 
hebben deze verklaringen en dankbetuigingen 
gezien. De Heer Greeve C*) is alsnog in. de 
gemelde betrekking aan de fchool te Lfa Fleche. 
Het komt ons voor, dat de Buonapartisten 
ïelve verftomd geftaan hebben over den moed 

en 

C*) Deze is thans (hds Architect te Amftetdam en zoo 
geacht om zijne braafheid , als beroemd door zijne nit- 
(tckende bekwaamheden als Bouwkundige. 



( «68 ) 

n de volharding van deze edelen , en dac hier- 
door de beflaicelooaheid cot bet nemen van em- 
fiige maatregelen is veroorzaakt. -* Zoo werd dan 
ook hier bewezen , dat aldaar de geweldenaar 
niets vermag ^ waar her gevoel van eer met Gods* 
vracht gepaard gaat. Wellust is het » om deze 
namen bekend te maken; pligt, om ze bekend 
m in zegening te honden. Hiertoe ftrekke deze 
poging! 



IV. 



( ft<S9 ) 



IV. 



IETS 

OVER. 

BE PARTIJDIGHEID 

IM BB BUITENIiANDSBHE BERIGTBN^ WBGBKS 
DÈ IiAATSE KLRIJGSBBDRIJVEir IN DB 

NEDERLANDEN. 

1815. 

Gefbhreven in Februarij 1816 en medegedeeld 

In het weekblad: Euphonia, D. III» 

N". 10. bladz«. 148. 



Aao den Heer Redacteur van het 
tijdfchrift: Euphonia. 

Gij zult u zeker met mij dikwijls bedroefd 
hebben, dat bijna in alle buicenlandrche ra(% 
porten, berigten en befchrij vingen over de laat* 
fie krygsbedrijven in de Nederlanden^ de za« 
ken worden voorgedragen, als of de Engel- 
fchen en Pruisfen alles en alleen hebben ver- 



tJgt, en of er m het geheel geene Nederkndert 
bij de veldflagen eijn geweest. 

Niet ondienftig reken ik het , dat men aan de 
natie tracht bekend te iliaken , hoe ver de zucht 
gaat bij de buitenlanders i om zich de eer der 
overwinning in alles toe te eigenen , zelfs bo- 
ven de Waarheid. Hiervan kwam mij onlangs 
ten fterk fprekend beivijs ter hand. 

Het is buiten twijfel ^ dat onzen Kroonprins 
den grootften roent heeft opgelegd aan Quatrs 
Bras^ alwaar hij op den i6. Junij heeft ge-^ 
commandeerd , voor dat de Hertog van Wel- 
lington Was aangekomen ^ en later aan het fpits 
gevochten ; verder , dat de Hertog van Brüns- 
wrjK ^ aan het hoofd van zijn korps , op den 
zestienden des morgens uit Brusfel getrokken , 
in den namiddag aan Quatrc Bras is gekomen , 
en weinig tijds daarna , dapperlyk vechtende , 
is gefneuveld. Dit is verhaald en geloofd op 
het gezag van duizend en meer ooggetuigen; 
dan neen ! naar de opgaaf van een*i Duitfcher is 
he^ geheel anders , en het is aan den Hertog 
ittct^ Brunswijr alleen toe te fchrijvcn , dat de 
magt der Fratlfchen aldaar opgehouden is. Meü 
hoore den man zelven. Het volgende is getrou- 
welijk uit het Hoogduicsch overgezet « zoo als 
het (laat in N^. 323 van het tijdfchrift : Kkeinu 
fcher Merkur. ^ Op 



f^ Op den vijftienden , des avonds voor zijnen 

^ dood, bevond zich de Hertog van Bruns* 

j, WIJK met Wellington op een bal te Brus* 

f^ fel. De Hertog, wiens ziel geheel ingeno- 

fy men was met de groote gebeurtenis fen , wel- 

^ ke op handen waren, was doorgaans inge« 

fy trokken en als afwezig met zijnen geest. Hij 

fy luistert; en hoort fchieten in de. verte (i). 

99 Hiji geeft er kennis van aan den Hertog , en 

fy zegt dat hij voor een* verrasfenden inval vrees* 

„ de. Wellington gelooft het niet (a) en 

fy meent, dat de Koning van Pruisfen bij het 

yy leger is gekomen , en dat het eercfchoten zijn. 

yy Brunswijk herhaalt, na meermalen te zija 

jy afgewezen , de betuigingen van zijne vreezc. 

^ Hij bidt en fmeekt, dat men hem toeftaan 

fy zoude, om dadelijk met eene krijgsbende uic 

^ te trekken en de vereischte zorge te dragen* 

\y Dit werd hem toegedaan , en men gaf hem 

^ zijne Branswijkers en tweeduizend Saxen (3)* 

^ Hij trekt dadelijk uit, nog voor middernacht ; 

^ Iaat zijne troepen bij afwisfeling rusten en 

fy marcheerén, en legt alzoo vier mijlen af (4). 

fy Onvoorziens ftoot hij op eene zeer groote ar« 

yy mee Franfchen (5) , die Wellington zou- 

9) den overvallen. Hij had nu het geluk, om 

„ den Hertog hiervan kennis te geven, die hier- 

,y door 



C *7a ) 

f, door eenige kostbare aren tucwinc Het giog 
9 mi in den eigenlijken zin alhier ab bij Ther- 
9, mopylae. De dapperheid van den Henog en 
^ zgne helden, waarmede bij alhier acht uren 
^ vocht 9 en deszelfs edele en doelmarige zelf- 
I, opoffering (6)^ dienden voornamelijk « om 
^ den Hertog van Wellington tijd te ver* 
9 fchaffen, de armee bijeen te doen trekken, 
^ en de Franfchen op te houden. Het groote 
^ beletfel , hetwelk hy « met zijne kleine zoo 
^ afgematte fchaar C?) * de vijandelijke armee 
1, heeft in den weg geworpen ; het verlies 
^ van drie dnizend man; de twee groote won« 
II den (8), van welke de Hertog zich heeft 
^ doen verbinden; de drie andere , op welke 
II hy geen acht floeg; de volharding om by 
n het gevecht te blij ven , hoezeer hij ook door 
n bloedverlies verzwakt was , en hoe bij gefla- 
n dig de zijnen toeriep : Het is de flrijd voor 
9f het Vaderland! tot dat een nienwe wond 
II hem de borst doorboorde , en hij eindelijk 
„ alzoo den glorierijkften dood ftierf , na zoo 
n velen gered te hebben ; — dit alles zal eene 
^ der meest blinkende bladen in de gefchiede- 
yi nis vullen. Eere zij de heilige asch des 
^ zoons van Hendrik den Lbeitmt en van zij* 
„ nen vader V 

Het 



C ^73 ) 

Het komc mij voor, dat hec (luk eigenlijk^ 
geene beaDCwoording verdient , daar hec dcs« 
zelfs eigene ongeloofwaardigheid medebrengt, 
Hec vereischc echter opmerking , omdat daaria 
behalve de hoofdzaak , als zijnde hec buiten alle 
bedenking , dat de Hertog van Brunswijk niec 
voor *s namiddags ) tusfchen drie en vier uur, 
aan Quatre Bras is aangekomen, zoo vele 
onwaarheden worden gevonden. 

I. Hoe zoude de Hertog het fchietenbij mo« 
gelijkheid te BrusCel hebben kunnen hooren? 
Het is buitendien zeker en algemeen bekend , 
dat er des Woensdags avonds niet gevochten 
en dus ook niet gefchoten is. 
• a. Wellington was op den avond Van den 
vijftienden reeds geïnformeerd van den aantogt der 
Franfchen, en geloofde hetberigt, daar hij op 
dien avond last heeft gegeven , dat alles in dea 
vroegen morgen moest opbreken. 

3. Er zijn geene Saxers bij de armeen geweest, 

4. Op eene distantie vau vier mijlen gaf men 
in die dagen geene rust. 

5. Welke was die groot$ armee j die zoo 
'geheel incognito aanrukte om Weluwïton te 
JBrusfel^ Cmisfchien op bec bal,) te bezoe^ 
ken? -* Hec is buiten kijf, dat Napoleon 
op den vijfciendea' des nachts^ met de boofd^ 

V. D. HL St. 5 ar* 



( a74 ) 

armee , ce en om Charleroy is gebleven ; dac 
de r^crvleugel onder GROucmr te Ghily en 
de ommeftreken was , en de linkervleugel , on- 
der Ney , om en bij Gosfelies bleef met zgne 
voorposten ^ en dat hij op dien avond is geftoo« 
ten op het regiment Oranje Nasfau en op de 

• _ 

artillerie vao kapitein Bijlevelo , te Frasnef 
geposteerd, alwaar in den avond eenigzins is 
gefchermutfeld. 

6. Het ongeluk van den Hertog door foo 
fpoedig te fneuvelen, was zeker treffend. Dan 
waar is de zelfopoffering boven alle die krijgs* 
lieden , die de kogels der vijanden hebben dur- 
ven te gemoet treden? 

7. Het korps van Brithswijk was niet meer 
afgemat dan andere. Toen de Hertog aankwam 
was Oramje reeds van den morgen af in bet 
vuur geweest. 

8. Waar hebben die twee groote en de drie 
kleine C^oorloopige} wonden gezeten ; hoe 
beeft het verbinden van de groote kunnen plaats 
hebben onder het i^evechtf ^ Dit begrijpen 
wij niet. Wij kunnen ook niet zien , dat de afcee- 
kening dezer wonden zoo Iraai zal Ihan op het 
Hinkendst blad der gefckiedenit ; .» dan Iaat 
ons niet uitweiden. Het doet ons leed om den 
Henog; deze heeft ontegenfprekelyk , en in 

r8o5> 



( a75 ) 

•Y809 met zijne onderneming tégen NAPoteofTf 
en in de latere veldtogten ^ zoo veel roem ver* 
wotven 9 dat zijti lof niet behoeft gezocht te 
worden , ten koste der waarheid of van iemand 
zgner fpitsbroeders* 

Wij voor ons zien in het bovendaande (luk 
een nieuw bewijs voör de moeijelijkheid van 
het werk des gefchiedfchrijvers. Vond men er« 
gens een berigt omtrent eenen Romeinrcheh 
veldheer^ in dezen en genen vermaarden veld- 
fldg gefneuveld) hetwelk zoo kort bij den tijd 
der gebeurtenis was gedagteekend , hoe hoog 
zoude men er mede loopen ? Zeker zoude men 
het heiligde geloof aan de M^arheid der herige' 
ten hechten , op grond , dat niemand zich zoo 
erg met liegen zoude wagen ^ vermits alle me« 
deburgers het weten konden , of het waar was 
of niet. De uiterfte omzigtigheid is er ^ dunkc 
ons 9 noodig om het ware van het onware tè 
fchifcen , en wie weet hoe veel van het laatfte 
ons op de mouw wordt gefpeld. 

Het zal mij genoegen geven indien UCd*^ 
die de buitenlandfche papieren nahoudt ^ u bij** 
ponder beijvert, om, wanneer er dergelijks 
.rfiisvat tingen en misHellingen voorkomen, dé* 
^Ive aan den dag te brengen. Dit kan aooic 

S % an« 



C v^ ) 

anders dan goed doen en prikkefc het vader^ 
landsch gevoel* 

' Met dienstvaardigheid en hoogachting ben ik 

Uw befiendige lezer. 



In mijn werk : ie laaifte Veldtogt van Na^ 
poLEON BoiTAPARTB^ heb ik op bl. 113 ter 
loops gewaagd van dit merkwaardige ftuk. 
. Ik had by het zamenftellen van dat werk 
zoo vele bewijzen gevonden » dat bijna in alle 
berigten en gefchriften over het gebeurde in en 
na den veldtogt, de verdienllen der Hollan- 
ders en vooral van den Prins van Oranjb mis- 
4cend waren, dat ik over dit ééne (luk niet 
breedvoerig konde zijn. 

Ik zal thans over 'dit een en ander, u w# 
hoe men het gebeurde bg en voor den kruis- 
weg (^Quatre Bras) en het ophouden van den 
vgand op den zestienden Junij doorgaans aan 
den Hertog van Brunswijk — den duitfchen 
XikONiDAs — toefchreef 9 en hoe bij de Pruis- 
fen Bluchsr , en by de Engelfchen Welling- 
ton alles en alleen gedaan hebben «. hoe men 
de dienften van de Nederlanders en den Prins » 
met name in Arndts , Tasfchenbuch der Ge- 

fehlch' 



C ^77 ) 

fchichtê 9 bijna geheel verzwegen heefr , ^ boe 
de rapporten van den Prins van Oranje aan 
den Koning , bij de verzameling van de OfficU- 
U Stukken in de Relation Anglaife niet zyn 
opgenomen , enz. enz* ^ niets behoeven te zeg- 
gen , maar het zien van deze geftadige onregt- 
vaardigheid bij de buitenlandfche fchrijvers, 
heeft m^ te meer overtuigd van het belang 
der zake, d^t ik het befluit heb genomeo ea 
de taak heb volbragt , om het geheele beloop 
van dezen veldtogt te befchrijven en de eer 
van onze helden, tegen de gemelde onregt« 
vaardigheid, met kracht te handhaven» 



S£- 



C *r^ > 



V. 



B E R I G T 

PBB ONTDEKKIKO TAN BBK NIEUW EN 
VOIiDOBNII MIDDBIi VOOR 

ZENÜWTOEVALUEN bw MEISJES, . 

4 

{Geplaatst in het weekblad: Eupbonia iSiiS» 
D. IIL N^^ II. bladz. 163,) 



Mijne Heeren» de Redacteurs! 

Verzekerd van uwe belangftelling in het loc 
der jufTerfcbap , zal hec u , naar miijn inzien , 
nicc onaangenaam kunnen zijn, dat ik de vol* 
gende ontdekking niededeeie , mee verzoek van 
plaatQng in uw geacht tydfchrifc. 

Dezelve is , dunkt mij , eene nieuwe bijdra* 
ge t boe wonderbaar hec geval kan medewerken , 
om iets aan de hand te geven , hetwelk men in 
de nabijheid heeft , terwijl men in de verte 
er vergeefs naar zoekt ; en wie weet hoe veel 
geneesmiddelen insgelijks b\j toeval zyn ontdekt 
geworden* 
: I ■ \ In 



C ^79 ) 

Jn óéne der kringeo van myne converfade^ 
is eene zeer beminnelijke jonge jufier , die on- 
gelukkig zeer. fcbrikachcig is van geftel, zoo 
zelfs y dac zij bij hec geridgfte toeval van haar 
zelve vale. Eerst volgen dan convulfieve bewe- 
gingen » en daarna komt zij tot eene ftille wezen* 
loosheid, waaruit zij allengskens bykomt. De- 
ze toevallen veroorzaken , dat men haar niet 
zonder eenige fchroomvalligheid verzoekt , en 
is zij ergens tegenwoordig» alsdan uiterst voor- 
zigtig is, om haar gevoelig en teeder ge- 
ftel bijzonder te ontzien. Hare moeder vooral 
toont hieromtrent zoo veel zorg » dat zij b^na 
met hare lieveling niet op ftraat durft komen. 

Onlangs was ik met baar en verfcheidene jon- 
ge lieden in gezelfchap ; alles was vrolijk en 
vergenoegd. Ongelukkig fprong bet glas van 
de lamp; dé vrouw des^huizes onverwacht op- 
ftaande om de vallende (lukken op te nemen , 
zoo fchrikte Koosje , en het duurde niet lang , 
of men zag haar achter over zijden ; men bragt 
haar op de kanapé; deerlijk floeg zij nu mee 
arnfen en beenen, zonder echter iemand te ra* 
ken ; zulks bedaarde weldra , en nu Hak zij de 
fraaije voetjes uit. Toen zij zoo in de flaauw- 
te lag, riep men om azijn ^ en een der jonge 
hecren^ die zeer veel belang (lelde in de lieve 

S 4 zie- 



I 



tieke, liep naar het baflec, en kreeg bij ver- 
gisfing bet olieflescbje van hec fervies (*} ; in 
de confufie werd deze vergisfing niet bemerkt; 
men goot olie op haar aangezigt ; en ziet , wat 
gebean er? Nn kwam de bezwekene dade- 
Igk bij. Zij zeide : gtj maakt mij vet , gff 
maakt mij vetj en alle ongemak fcheen 
eensklaps geweken. Wij verheugden ons dien 
avond hartelijk over deze fpoedige herftelling, 
en zij deed haar best, om het geleden onge* 
tnak en het gebeurde te doen vergeten. 

Des anderen daags vertelde ik het geval aan 
onzen Doctor; deze hoorde in den beginne wei 
eenigzins vreemd op , doch de zaak kwam hem , 
bij nadere overweging, niet geheel vreemd 
voor* Hy herinnerde zich dadelijk » dat de olie 
eene bijzondere kracht heeft , om de beweging 
der zeebarcn te iUIlen en het gevaar voor 
fchepen by de branding op de kusten te vermin- 
deren; het fcheen hem daarom niet onmogelgk 
toe, dat de olie ook de kracht heeft om de 
aandoeningen des gemoeds , waardoor de zenu- 
wen 

(*y I)ic verhaal is zijn oorfprong verfchuldigd aan ee^i 
geval te 2. gebeurd; of hec olicfleschje wel bij vergif" 
fttg werd genomen , durf ik niet fteUIg verzekeren. 



( a8i ) 

wen ^'öoral in beweging geraken , ce fusfen en 
COC ftilltand ce brengen, 

Hy heefc hierover naderhand vele proeven 
genomen ^ en gisceren heefc hi) my verzekerd , 
dac^ hij geiladig naar wenfchen is geflaagd. Iri 
hec coedienen van hec middel is hij naar den 
loop van hec gevoel ce werk gegaan , en heefc 
hierom hec dienftig geoordeeld , de olie hec eersc 
over hec aangezigc uic ce llorcen. Slechcs eens 
heefc hij ^ coen zulks niec hielp , eene dubbelde 
mace van de gefielde dofis (circa vier lepels} 
gebruikc, en coen had hy hec uicgegocen in de 
holce van de borsc* In hardnekkige gevallen , 
beloofc hij zich nuc van nog eene verdubbeling» 
mies dan in de holce van de maag ce applicee- 
ren ; zoo ver heefc hij echcer nog nooic behoe- 
ven ce komen. Zindelijkheidshalve heefc bij 
zich COC nog coe alleen bediend van wicce 
boom - olie , maar hij geloofc , dac verdikce lijn - 
olie mee drukzwarc , door de meerdere cohae- 
rencie en kleverigheid , van veel diensc zal zijn , 
wanneer de kwaal meer verouderd is. Bij allé 
lijderesfen heefc hij hec nuc gezien , om by hec 
toedienen van hec middel de pacience overeind 
ce houden , op dac^ de verzachting aliengskens 
nederdale. 

Alle deze inlicbangcn kwamen mij van grooc 

be« 



C ?8a > 

belang; voor, en ik raadde hem derhalve, om 
zyne bevindingen , door een berigt in de Va- 
derlandfche Letteroefeningen of een ander djd- 
fchrifCy waarin men dikwijks meer merkwaar*- 
d^ genees- en heelkundige gevallen (zeker eer 
veraangenaming) mededeelt » van algemeen nuc 
te doen zijn ; dan hienoe was mijn vriend » die 
zich weinig voordoet > niet te bewegen. Na 
is by mg het befef van pligt gerezen , om he^ 
licht niet onder de koommate te houden , en 
daar ik ten allen tijde het grootfte belang ge« 
field heb in het lot der jufferfchap ^ zoo dacht 
ik niet te mogen ftilzitten en deel het aan UI. 
mede ^ ten einde gij er zulk een gebruik van 
kont maken , als gij verkiest. 

Ik voeg er alleen nog bij , dat de jonge juffer ^ 
met wie de eerfte proef heeft plaats gehad , ra*' 
dicaal van hare kwaal is genezen. De moeder 
heeft begrepen, dat een oliefleschje geroakke- 
iijk bij de hand is te houden , en overal , waar 
de dochter op gezelfchap komt, volgt men dit 
voorbeeld. De toevallige vergisGng van den 
jongman heeft aanleiding gegeven tot meerde* 
re kennis tusfchen beide ; de converfatie is met 
genoegen van wederzijdfche familien voortge* 
zet , en zal wel gevolgd worden van een hu« 
wel^k. 



( t83 3 



BIJSCHRIFTEN enz. 



1. 

OP DE AFBEELDING 

VAN 

Z. K. H. Puil» FBEDBIKbek NEDERLANDEN^ 

als Naf ionaal Grootmeester der 
Frijmctzelaars - Orde^ 

\ Geweld of *t Bygeloof moge elders de Orde 

doemen , 

Oud-Neérland fchac baar hoog, als bron 

van lichc en vréugd. 

Zij mag op *s Konings zoon als haar* Befch^r- 

mer roemen 

En vindc een* hecbcen fleun in *s Vorften trouw 

en deugd. 

2. 

OP DE AFBEELDING van drn LUIT. GENERAAL 

Baron CHASSÉ. 

Verhef ü , Landgenoot , bij \ beeld van dezen 

Held, 

Pie 't eerst den keerkring (lelde aan *c toome- 

loos geweld. 

Hij 



C a84 ) 

Hy (prak mee grof gefchuc en Antwerps vlam 

en gloed 

Gaf aan de Belgen fchrik en aan Bataven moed. 
October 1830. 

3. 

OP HET GRAF VAN 

J. J, C. VAN SPEYCK, 

Februarij 1831. 

Voor de eer van Held van Speijck behoeft geen 

zuil ce rijzen « 

Gelijk men voor de Lange en Claessens 

gecne ziet. 

Oud'NeSrland heeft den naam flechts van 

Euroop te wijzen. 

Die leeft van pool tot pool. — De Helden 

derven niet, 

BIJ DE AFBEELDING VAN 

W- P- DE CHAVONNE? VRUCHT (*). 

't Is Vrucht door Morits kunst. Men 

ziet hem voor zich (laan , 

Maar niemand is voldaan ; 

Elk 

(*) Toevallig was ik tegenwoordig bij het lanleggea 
van deze voorirefielijke fchilderij. 



C »85 ) 

Elk wenschc *s mans ftetn ce hooren , 

Als voorfmaak van den zang in 's hemels hoog- 

fte chooren. 

VOOR DE GROOTE SCHILDERIJ 

'. ' • . • ^ 

VAN 

BRAKELEER, 

Foorftellende de platgefchotene Citadel van 
Antwerpen , door mij injulij 1833 gezien. 

Zoo praalt dan de tropbée van boosheid en 

geweld , 

Door ftaatsHst voor zich zelf in vredestijd 

gefteld. 

Het lot der Citadel brengt thans de groote na- 
men 

Van Alba« fi) Bonaparte (2) en Taille- 
rand C3) te zamen. 

De laatfte juich' met Grey bij al dit poin en 

bloed : 

Euroop^ verheft den roem van Hollands trouw 

en moed! 

(♦) I. De (lichter, a. de voorname herfteUer, 3* 4e 
vernieler van bet kasteel. 



BIJ. 



( a8(5 O 
BUSCHRIFT, 

ONTWORPEN VOOR EENE 

DECORATIE, 

ter gelegenheid van de terugkomst van het 

korps Studenten te Utrecht ^ na den 

veldtogt van 1831. 

(Defe decoratie heeft niet kunnen worden ten 
toon gefteld , nadat mijn aanbod om de tien- 
cbagrche vcldtogc, gelijk die van 18 15, te 
befchryven, niet was aangenomen.) 



>> 



Schrijf, fprak de Waarheid , fchrijf : „ 't Was 

hier, dat de eelfte jeugd 9 

Het iwaard voor 't boek verkoos , yer- 

moeijenis voor vreugd 

,, Toen 't Vaderland elk riep. 't Is deze pligts- 

betrachtkig , 

„ Die hen ten voorwerp maakt van aller braven 

achting. 

„ De vaan keert wel te rug met onbezoe- 

delde eer', 

„ Maar aller zeed'lijkheid verhoogt den roem 

te meer." 



De 



C ^78 ) 



De fchrijver zal di^ trouw met lust 9 mee kracht 

vermelden ; 

Éefcheiden lof zij *t loon van Utrechts jonge 

helden. 



Ik heb destijds gelijk vele burgers een vlag 
uitgehangen , welké echter verfierd was met een 
lauwerkrans^ tusfchen de woorden: Signis re- 

DUCTIS. MeRENTIBUS.