(navigation image)
Home American Libraries | Canadian Libraries | Universal Library | Community Texts | Project Gutenberg | Children's Library | Biodiversity Heritage Library | Additional Collections
Search: Advanced Search
Anonymous User (login or join us)
Upload
See other formats

Full text of "Kawi-balineesch-nederlandsch woordenboek"

Go ogle 



This is a digitaJ copy of a book that was preserved for generatioDS od library shelves before it was carefully scaoned by Google as part of a project 
to inake the world's books discovernble online. 

Il has survived long enoiigh for the copyright to expire and the book to enier Ihe public domain. A public domain book is one Ihat was never subject 
to copyright or whose legal copyright term has expired. Whether a book is in the public domain may vmy country lo country. Public domain books 
are our gateways lo the pasi, representing a weaith of history, eullure and knowledge thal's ofleü dlRicull lo discover. 

Marks. nolalions and olher niaiginalia present in the original volume will appeai' in this file - a reminder of this book's long journey from Ihe 
publisher lo a library and finally lo you. 

Usage guidelines 

Google is proud to partner vvilh librai'ies to digilize public domain materials and make them widely accessible. Public domain books belong to Ihe 
public and we Lue merely Iheir cuslodians. Nevertheless, Ihis work is expensive, so in order lo keep providing this resource, we have takeo steps to 
prevent abuse by commercial jiarties, including placing technical reslrictions on automated querying. 

We aJso ask that you: 

+ Make non-cominercial iise of the files We designed Google Book Search for iise by individuals. and we reqiiest that you iise these files for 
personal. non-commercial purposes. 

+ Refrain fivm aiftomated querying Do not send automated queries of any sort to Google's systeni; If you are conducling research on machine 
translation, optical character recognition or other areas where access to a laige amounl of texl is helpfitl. please contact us. We encourage Ihe 
use of public domain materials for these purposes and may be able tohelp. 

+ Maintain ntTribiitioit The Google "watermmk" you see on each file is essential for informing people about ihis project and helping them find 
addiiional materials through Google Book Search. Please do nol remove il. 

+ Keep it legeil Whatever your use, remember thal you iire responsible for ensiiring thal whal you are doing is legal. Do nol assume Ihat just 
because we believe a book is in the public domain for users in the United States. Ihat the work is also in the public domain for users in olher 
couniries. Whelher a book is still in copyright varies from counlry lo counlry. and we ean'I offer guidance on whelher any speciflc use of 
any speeific book is allowed. Please do not assume Ihat a book's appearance in Google Book Search means il can be used in any manner 
anywhere in the world. Copyright infringement liability can be quite severe. 

About Google Book Search 

Google's mission is to organize Ihe world's Information and lo make il universally accessible and useful. Google Book Search helps readers 
discover Ihe world's books while helping authors and publishers reach new audiences. You can search tliroiigh the full text of Ihis book on the web 



at http: //books . google . com/ 



Google 



Over dit boek 

Dit is een digitale kopie van een boek dat al generalies lang op bibliotheekplanken heeft geslaan, maai" nu zorgvuldig is gescand door Google. Dat 
doen we omdat we alle boeken ter wereld online beschikbaar willen maken. 

Dit boek is zo oud dat het auteursrecht erop is verlopen, zodat het boek nu deel uitmaakt van hel publieke domein. Een boek dat tot het publieke 
domein behoort, is een boek dat nooit onder het auteursrecht is gevallen, of waarvan de wettelijke auteursreehttermijn is verlopen. Hel kan per land 
verschillen of een boek lot het publieke domein behoorl. Boeken in het publieke domein zijn een stem uil het verleden. Ze vormen een bron van 
geschiedenis, cultuur en kennis die anders moeilijk Ie verkrijgen zou zijn. 

Aantekeningen, opmerkingen en andere kanttekeningen die in het origineel stonden, worden weergegeven in dit bestand, als herinnering aan de 
lange reis die het boek heefi gemaakt van uilgever naar bibliotheek, en uileindelijk naar u. 

Richtlijnen voor gebruik 

Google werkl samen met bibliotheken om materiaal uit hel publieke domein te digitaliseren, zodat het voor iedereen beschikbaar wordt. Boeken 
uil het publieke domein behoren toe aan het publiek: wij bewaien ze alleen. Dit is echter een kostbaar proces. Om deze dienst te kunnen blijven 
leveren, hebben we maatregelen genomen om misbruik door commerciële partijen te voorkomen, zoals het plaatsen van technische beperkingen op 
automatisch zoeken. 

Verder vragen we u hel volgende: 

+ Gebruik de bestanden alleen voor niel-coinmerciele doeleinden We hebben Zoeken naar boeken met Google ontworpen voor gebruik door 
individuen. We vragen u deze bestanden alleen Ie gebruiken voor persoonlijke en niet -co mm ere iele doeleinden. 

+ Voer geen geuiiloinatiseerde zoekopdrachten uit Stuur geen geautomatiseerde zoekopdrachten naar het systeem van Google. Als u onderzoek 
doel naiLr compulerveitalingen, optische lekenherkenning of andere wetenschapsgebieden waarbij u toegang nodig heeft tot grole hoeveelhe- 
den teksl, kunt u contact met ons opnemen. We raden u aan hiervoor materiaal uil het publieke domein Ie gebruiken, en kunnen u misschien 
hiermee van dienst zijn. 

-I- Laat de eigendomsverklaring staan Het "watermerk" van Google dal u onder aan elk bestand ziet, dient om mensen informatie over het 
projecl Ie geven, en ze Ie helpen extra materiaal Ie vinden met Zoeken naar boeken met Google. Verwijder dit watermerk niet. 

+ Hond II aan de wel Wal u ook doel, houd er rekening mee dal u er zelf verantwoordelijk voor benl dat alles wat u doet legaal is. U kunt er 
niet van uitgaan dat wanneer een werk beschikbaar lijkt te zijn voor het publieke domein in de Verenigde Stalen, het ook publiek domein is 
voor gebruikers in andere landen. Of er nog auteursrecht op een boek rust, verschilt per land. We kunnen u niet vertellen wat u in uw geval 
met een bepaald boek mag doen. Neem niet zomaar aan dal u een boek overal Ier wereld op allerlei manieren kunt gebruiken, wanneer het 
eenmaal in Zoeken naar boeken met Google staal. De wettelijke aansprakelijklieid voor auteursrechten is behoorlijk streng. 

Informatie over Zoeken naar boeken met Google 

Het doel van Google is om alle informatie wereldwijd toegankelijk en bruikbaar te maken. Zoeken naar boeken met Google helpt lezers boeken uit 
allerlei landen Ie ontdekken, en helpt auteurs en uilgevers om een nieuw leespubliek te bereiken. U kunt de volledige teksl van dit boek doorzoeken 



op hel web via http : / /books . google . com 



KAWl-BALINEESCH-NEDERLANDSCH 



sA^OORDENBOEK 



DOOR 



D'. H. N. VAN DER TUUK. 



f 17 AUG. 1894, 



UITGEGEVEN 



INGEVOLGE GOUVERSEMENTS-BESLUIT VAN 14 FEBRUARI 1893, N". 3. 



DEEL I. 
9U (ui, eoz.) — nn^ 



BATA VI A 

LANDSDRUKKEKIJ 

1897. 



ri 



.T<?(, 

VI i, I 



VOORLOOPIGE LIJST 



an de verkortingen gebruikt in het Kawi-Baiineesch-Nederlandsch 
itfoordenboek van D'. H. N. van der Tuuk, met eenige voorafgaande 
Bpmerkingen de inrichting van het woordenboek betreffende, opgemaakt 
pn overgenomen uit door den schrijver nagelaten aanteekeningen. 



OPMERKI NGEN. 



$ I. De tinjciecle oe vi-rtgugen door u om 
«utl-jav. wooTilcii geuakkdijLt-r Jeu bngeii 
linker lo kuiiDt-ii uildrukkeri. Vo(*rl>!y gclwiigil 
Ebter ', 1/ eo n uiu verwarring l<- v«orkuiii«n 
Kl Ij, lij en II/, II. T, madya rn ruadja, 
}a Ml nja, vut. 

S 1. Uij duur 'I luliri(.-csc)i vvt'f^eriuuKïU jav. 
ruvrden \» Au tial. uitspraak gevolgd, vitoni 

inoeer zij üafneiijkü in geliruik zijn, li. v. iu |iba(8 

J '( zoekin niuir vruorden Icllt! iiim er op, 
Bt tle Dalineiacn de li:tlergrL-|icn tni vti iro 
M on o plegen uil k 8|)n:kcu. Vitull nwn 
eca lal. liaiMbdir. k «. ^^'^. tn slaal 
et niet owler do '^. lurn bIh onder de ^ 
K vgl. uiilu in ]d. van 'l jav. wuutu, 
niil men lifn kan. welke zouderitiige v«-iH*nk'n 
iwr de halincrsclie gelcerdi-n gi-niaakt worden. 
>>l4;(Tlitt) sjM'lling dvr lul. Itandsclirifteti beffl 
lij gi-uowluakl nu L-u dan laleti auu Kv halui, 
ik liever uiel liad ie pas gt^UniclU (z. o. 
a II D I I 11). 

% Tl. ItiJ cculellcrgrcpige woorden, die raak 
nee Iellergn9[iig gcsclin-vea wurdun (b. v. 
7""=) in |d. f. '7"'^J) liel. ik iwk de 



dagelIjkKche uilspnak gevolgd. Die voonilug 
^^ \% uiel atlijd vlyiitolo^iteli JuihI, xooals li. \. 
in liel xuo jut«l aangeliaalde woord: in ngit 
daarentegen zouSngil. wc-gens 'tjav. rfingil, 
den vnorkcur vrrdienen. Iti>ginl zulk cnn wnord 
nwt een liallklinkcr {j vu w). dan kan men 
eeij vuurslag 1 ui u er iiij grlirijveni men vindl 
uwa naaiel wa. ija uaasl ja- (In '(ja*. »'db. 
is geen regel ie vinden, n>cii uwel Ssir ontler 
sir lUHikeu en lèk onder ëlèk). 

% 4. Van tlo reodii in druk tieslaamie lesten 
lieh ik titerlils geliruik grinaaki, in loover zij 
niet Itltrken up ikxe of gene wijic Iwilomn Ie 
slja (z. I>. V. und4-r kanuikmuk). IKik van 
zekere pruovv van ifn bal holl. wdb. Iwb ik 
weinig gt'bruik kunnen niakvii, omdat de sekrijvvr 
in zijne opgaven niet zeer eei-lijk 'm. daar liij 
hetgeen bij aan boejteu onllei-nl, nu en dan aU 
eigen waaniuniiugeu t>|idtscUt ; zoo b. v. b a I n a 
(lvu sclirljiïuul in 'tTlJdsclir. t. N. I.)in|dBal!i 
V. raloa, d ja wat, dal eenduiluche uitspraak 
iü van Ijownt, en liAlJi'-r, waanucA mis- 
Hcbieu onijt^r is bedoeld (uil Fricdi^ridi'K 
verslag): bisËui een scbr^F- of ilrukluul in 
pi. van i^èn; Wiijang porwa becfl bij uil 



'tjav. wdb., ^vant in 'I bal. is hc( w. parwa 
of prawa. Dicrgclijke verbctiMiDgen leidon 
den lecrUag in dwaling. Daarbij geeft hij 
woorden op, die niamand kent; b. r. kaaa, 
waarvan de beteekcoia gemaakt is uit gi^taitg 
kana. bahoeragaa, waarvan ik niet anders 
kan maken dan een verkeenl gehnord awiirahan 
(naar Ita). uits[iraak aürahan), Iioedab, dat 
hij nimmer kan gehoord hcbbcu. luaar o|^c«rt, 
om aan mudah een staniw. Ie geven ('l zelfde 
g«Mt van hatah); hodag, dat eeoe gissing 
ia, moet k o d a g zijn ; h i d £ m in pi. v. k t d £■ m, 
hijap in pi. v. kijap: hokok. hikik, 
hakak en bandocs 2* zijn alten gegiste 
K(amwoord(.-n, 'I laatste b.v. om pandocs te 
kunnen afleiden; tno ook slaat mnrug (v. 
purug) o. urug: vgl. sljn kïtniuc in 
pi. *. mu of Ëoiu; ngwang » snialih. z. 
jav. wdh. 

§ K. Bij de oml-juT. woorden heh ik niij, 
om herhalingen tv voorkomen, bij vitit spelling 
gehouden (z. h. v. o. kalféng). 

§ 6. .^Is slamwooni van werkwoorden, 
waarhlj geen alGxeii kouicn, is beschouwd de 
Torro. die in 't pstssiei optreedt; dj u wang 
h. V. is niets anders dan de vorm van njnwang 
of Adjuwaog, die in '1 passief optreedt, e» 
alleen wordt gebruikt als passive impcialief. 
Men doet verkeerd 200 een woord tciug Ie geven 
mei hel nemen enz. Dal voorla 'I actief 
aanleiding gegeven beeft tut staniw., die niet 
in 'I jav. bestaan, kan men zien uil kutil, 
palja, lajuh, intil, tabr em. Bij uit 
'loud-jav. getrokken woorden hoeft vooral den 
nn 't actief aanleiding gegeven tut een f in 
'I passief (z. b. v. laQr en tëngguh). Dii 
ia ook in 't sund., en telfs in 't jav.. wel eens 
geschied. Vele alaiuw. njn verschillend lan die 
in 't jav. eu 't actiel alleen ia dan gelijk (z. 



umbah, atik ent.). Daarbij komt, dat de 
spelling van 'I actief aanleiding geeft lot niet 
beslaande slamwoordun : b v. maildjrokot 
in pi. V. manjrokot. riieltegenslaandc in 
'I jassicf Ijrokol gebezigd wordt. 

§ 7. Omdat de italineezen lïngusle en dentale 
medeklinkers niet kunnen ondcrselieidon, heb 
ik beiden onder elkaiir geplaatst, de lingual* 
schrijvende, waar *1 jav. mlJ hei aan de hnnd 
kon doen. Dij kawi-wuorden, die niel meer 
op Java bekend zijn, is de spelling der bal. 
handschriften niet Ie vertrouwen. Hierbij op 
te merken dal '^\ in 't Ital. sclirifl ook gebezigd 
wordt uni dli uit te drukkeu. Slechts in iiéa 
geval kan men zien, welke medehlinhcr bedoeld 
ia, zooals wanneer de ilh onmiddelijk op een 
dentale n volgt (^J|. gandha). Ook in 
'1 jav. vindt men voorbeelden van d in pi. van 
dh (b.v. Ijanilikala). Sommige kawi-woorden, 
in dit wdh. opgenomen, lieslaan niel, b. v. 
lusli in pi. van tusni. 

% 8. Sommige hdsa. bevallen zoo verschil- 
lende lezingen (a. giraa en waisilrina b.v.), 
dat ik lang geaarzeld heb, om er iets aan Ie 
onllceuen, te me«r daar ik loer veel moeite 
had, zang en strophe aan te halen. Dit is 
vooral het geval met de Ar. Pr., 'met de raad* 
picging w.ian-an ik zeer voonicblij; ben geweest. 
Üok aan hel Bhumakéwja naar de uitgave 
van Fricderich ontbreken cenigc strophwt : b. v. 
in den 6''*" Z., slr. S. enz.: men werpc dus de 
schuld niet op mIJ, als men de aangehaalde atr. 
up een andere plaats mocht vinden. 

§ 9. Het kan wel weien, dat ik menig jav. 
of sanakr. woord, in 't kawi gebruikelijk, heb 
ovei^eslagen, wani bet beeft me zeer veel 
gekost, om telkens in mijn wdb. na Ie zien, of 
een bekend woord er ook uil gelaten was. De 
opnaiue van bekende wuordeu is ven vervelende 



.k- (Ben proefje JaarTan, xie onder gadja- 

aklra). 

% 10. Van d« rerdorvenbeid van s<Hun)i|;e 

, lie een proelje under kakak: hirang- 

ara nioet irangsara zijn ; onder dharana, 

lodjaka enz. 

S II. Hel was niet niogettjk al de vomiCD, 

B nn woord k;)n hebben, in '( wdb. op Ie 
Knielt. Een min «f nieei* sdcIIc iiils)iraak Awl 
len hmrder wuih een liekcnd woord vuor een 
ireemd aanzien : c«ti irefTviii) voorbeeld m 
i5ngajan. de nilsjiraak van püngaéan (in 
L van pënggaèau), van gné, ie gewone 
iiUpraak van gawiV Dia '1 bal. boort Kpreken, 
a niel lel op de icnlwijning van een sIot-A 
i^r de» klinker van een nsniu'cliülel, zal moeite 
i-)d»en liGl ivoord in 'twdb. te vinden: b. v. 

Ijaog, al ia Mg (ran alib en aug): il wang, 
Uang (van ilüb en ang): kërawan, 

êraüan in |tlaalavan kSmüban van raiih 



den, die mei u of t' aanvangen, worden dikwijls 
ab ^'-nletlergrepige geschreven, b. v. ^ in 
plaals van ^^ (awa). Soms sinat <lil over 
op ecD afgeleid woord, b. t. (^isnol jn pf,iais 
ninuwananvan ^M (apcUing van ^"'^ ). 
De kleintuoii hlJ dit woord op wa vallende. 
zoo is de spelling wanan eigcnllijk beter, 
want anders zon nien geneigd zijn i'iwanan uil 
II' sprckt'Ji, daar hij woorden op an de klem* 
toon op de lettergreep blljfl, die In 't Rlnmwoord. 
'4 zy «chl of onecht, geklenitoond is, l>. v. 
w;t ra n ga n, ni ;i ild ja n g a n (niel. zmmIk in 
't jav. ni^ndjangan), litbanan (van deze 
drie woorden w 't stannv. onzeker). 

jij 15. Taal en spelling versehilten zwmaur' 
male men met een kakawin of mei een 
k i d u n g Ie doen he«ft ; zoo, onder antlere, 
maakt de laai der kidung'n geen onderscheid 
tussciien een klinker en een A aan 'I begin van 
een woord {t. o. **). Ook veriffaarbuwl de 



jav. rawab}. Woorden, die, lioewcl a^cleid, kidung vaak de tange kliukera. De proza- 
'th*L ak slamw. optreden, zal men op een werken zijn allen door de M-buld der arnchrljvers 



iderc plaaU vinden dan onder 't woord, waar- 
itj afgeleid zijn: kilri moet omler ari 
itaan . maar k a r i niel, evenzou k a I a h , 
ar wan. enz. 

S 13. VfKirlB lK-«fl de Halinees de gewiwnie 
IWBclettergrepige woorden, wier tweede 



zoo gpvpeld, dat aangaande de spelling niels ts 
vasl Ie «tellen. De versmaat van de kakawin 
alleen kan boius lol liriddraad dienen, wanl 
ook die oudere gedichten zijn nu en dan niet 
vrij van e^ne nieawere spelwijze. Alleen dua 
blJ uil 'laanskril overgenomen woonlen Eieslaal 
p niet een halfklinker (y of tv) aan- cenige zekerheid. Stimskan '1 Siind. of 't Dairiadi 
Mgt, UU te schrijven, dal men denken zou, 'dialect van '1 Ral. met vrui-hl geraadpleegd 

worden, waar men in 'l onzekere is. of een 
woord met een klinker dan wel mei een A 
aanvangt (a. Wl-^ ). 

S H. In de V lettergreep van achteren 
heeft 't bal. gaarne een klemloo«eii klinker (it). 



zlJ ééniel icf^ropig zyn, b. t. ^J^. 't geen 

ijap maaraijap. ^. 't geen niet mwa. 

r mowa, ^, 't geen niel djwang 

dj n wang ia. In geval bel woord drie- 

lergrepif; zou wonlen. zon men de / en w 



k Uiokers ging niupreken. denko men aan uilgezoudcnl nalnurlijk '(geval in jj 1 1 vernwld. 

len klemtoon, die 't wuord tweclettcrgrepig Ook lef te men op de versmelting van den klinker 

luiden: b. v. ^'[^'^i- bülwan en nielivan een voorh. met een volgenden, b. v. miti 

uluan [van huln). Tweeleltergrepige woor-in (daats van méini en dit weder in pbals 



■ 



mi maisi. liet inliechUcI uni, in 't bal. niet 
lereode, eo luwals liekeni) is, liij woorden, met 
een klinker aanrangende, in 'tjar. dikwijls tut 
m verkort (niuruk ia (tlaats van umurub). 
zoo riodl lui-ii deie m met bel voorli. ma or 
më verward, van danr de. heaueulc verkeerde 
spelling öuiüT i„ piaais van ^'^ . Zelfs 
praepositics Terliezen soms baren klinker: b. v. 
dori in plaats van di orL korï in plaats 
van kaori (van de Teranderiug van di in dj 
riudl n>eu een voorlieeld in djuniah in plaul» 
nn di uniah). De / en r wonlcn in de uit- 
spraak niet van <leu vourgaaiiden inodeklinker 
gesclieiden b. v. krijuk en niet. Kooals in 
't mal. zon uitgesproken wurdeu, k ê r t j u k. 
'Sommigen ccbler Laten een lettergreep luccr 
booren, b. t. glimpang en gulimpang 
(defligheidslialvG en om de verentaal voural is 
dit laatste bet geval). 

§ IS. Vau liocveel belang bel is bij de 
outl'jav. woorden de plaats te dte«i-eii,kan men 
onder anderen tien uit banwara in 'Ijav. 
wdk., dat niemand xal kunnen verklaren, tenzy 
bij wcle, dat bel onslaaii ts uit een sleebl 
geleien plaaU v. 't ür.. 'L 44, 11. 

% 16. Een kleinfnOD bcb ik alleen gesel bij 
woorden, waar iiiijtt Iransenplie aanleiding kon<l« 
geveii tot liet verlies eener letle[^i'ee|> in de 
niUpraak; b. v. tai, nj^i enz., om de eenlet- 
tergrepige iiiUpraak Ic vuurkonicn, waartoe vele 
Europeanen in 't uilspreken van dicrgelijke 
woerden vervallen (men deuke aan do uils]iraak 
lei en njei van woorden als lAi en njai 
b. V.}. 

§ 17. Liedje», die xeer onbeduideiu], veel 
ouzin belK'Jien en si^iius lecr vuil zljii, beb ik 
ook nu en dan moeten opnemen, om iemand 
Ie doen zie», lioe niet sommige woorden, omdat 
zy up dezulke rijmen, welke de bedoelde gcdaclile 



roorsldlen, door den Balinees ges]>eeld word 
(i. 0. sSsapi en vgl. balakscbe lli. IV). Oo 
woordou uit bal. ge«cbrincu. die niet in 'tdagi 
lijkscb leven gelioord en ook niet uil 't jai 
kunnen verklaard worden, lal men bier vindett 
1». v. njoin. 

§ 18, De venlubbcling van do n lu«sdie 
Iwee klinkers is in 't bal. zncrzddzaaui. In 'ij 
wdb. vindt u>cn ^©^ , maar «»«v en 



f"l- 






^ 



de volgorde is dus in mijn wdb. anders. 

% 19. Van de eorrnptie van sommige hdB 
kan men zieb een goed denkbeeld vormen doa 
de vergelijking vau 'l bt'^in v. d. W. AsU, wan 
Iwee tidtt. gebeel onvci-slaanbaar zijn. 

% 20. Dat men ook op Kalt in '1 kawi heel 
gediehl, biykl uit xulke geKebriflen nis de 
W. Ast. en- de KunliJ. die z»(^eiioemde kawi 
woorden bevatten, waarvan de vorm, door K 
denken aan 't bal., erg verhaslerd is; z. voor 
beelden onder «anipat en sanikar. Zulki 
wuurden moeien opgenomen worden, omdat i 
licbl verspreiden o|isoiMmi)<ezuDderitnj:e vormei 
(dat ook in 'I jav., vooral in ile lakon's, lu) 
iels gelHtnrd iü, kun men zien uit de verandering 
v. wabbru in prabbu). 

% 21. Aan op lombok aanzien geuictcnA 
mudern-Jav. gediebten zijn die woorden allcel 
unlWnd. die 't zij opbelden iigen geven (z 
walantaga en djoban II) of wel in vom 
teer afwijken (z. Ii. v. sêgak, imran, paris 
en ttngi^ran). t)ok eigennamen daaruit zl) 
opgenomen, om iemand in staal Ie stellen tl 
brokken (e buis te brengen, die hij van di 
gedicblen morJit in banden krijgen, waul zonwt 
op Lombok uU op Bali vindl men vaak slecht 
Klukken van de grootere gesdiriften; die weel 
wie Kadar uianik is, tiet dadelijk, dal bi 
met een Amir-verbaal te doen l>e«ft (in 'tjai 
wdb. Iiad A ui b j a h ren plaats verdiend, daa 



idrra Nak(al voor den leerling gelicel nnlic- 
ij|>clijk in). Dn^rliiJ is liel inriwM'ielIJfcze Ie 
mlUD, als lurn de vf^Hiouding det vek daarin 
plreilvndt; |iersoiii-ii tul Hkailr nirt keiit. daur- 
leii niig, dal zIJ vorwhilkiiilc naiiicr) lieblien, 
b. T. onder liadiulaaiii.-i d). Dat de taal 
xasalLBcben of Inlincttiichen invlord erg 
rn iieefl, tal inler lirgrtJiwii. die wcri. bur 
r Inlaiiilscbe afsrlirljver^ luct d>- hdsit. mii- 
ijiriiigcn; x. b. v. tjaltjal nt ntidnr amad). 
'f^l daarin is onbniikltaar, miidal iiteii er in 
«mndord licvh, wat men niel T«rslt>nd, z. b. v. 
I kasadji en oèitggot. 
$ 31. Mm zal bier nn eii dan een aanlta- 
n^ *indcn ait nul. gosriirirtcn, die, uoabi 



men ueii ka» uil d« aanhalingen imder dalu- 
w a n g, p r a m è I,- w a r i, iii a n g u I a n g i, enz., 
wflonleii bevallen, die in dn Jav. wdbueken niet 
te vimlen liJn. Vemi«edclijk zijn «leze woorden 
■>p Java vcmudenl Dat de mal. w.-ver)ialoii 
niet zoA erg Tan '1 nor»|>rtiiikeli|ke afwijken als 
de jaraansrhe, kan nif^n tien onder prt^tbl. 

% 23. 't Is. geloof ik. vrij overbmlig om op 
Ir merken, dal de iiiterliueare vertalingen soau 
geen waarde helitien. onidal 't nrigiiied vrij 
eon'upl was fz. h. v. o. 1 fi n u n g), nf wd onidal 
men tot een verkeerde sclioiding geraakte 
(s. 1>. V. o. kattaj). Ken staaltje van de ver> 
ha8|ieling van woorden, waaraan alle pmia- 
grüchriflen lijden, z. o. lajura. 



VERKORTINGEN. 



a achlrr ren rijfer duidt de eerste brifi 
iD eene inlniiilüelie bladzijde ann. daar de 
lapder cersl de tweede liclll uiiniiiieri, zoodal 
at hij iHis vour Iwre bladzijden geldt, Mj bcin 
r luaar een is. 
a (of i) lM>te'>kefit een dof uitgesproken, met 
ntgzimt {fiolen mond uilgebracble n: komi 
llcen voor ah dloi klank en op de twee 
■tslB U-Uergre|>eu in woorden eiiidigrmlo n|i 
^"1 ; in beide gevallen is die n alleen duf, 
rauncer bet woord go^it aatibangsel beeft, of 
el niel door inïdilel van n met hei volgi-nde 
vrrlHinden, d^f of Alii maar daaiié: in 
len tongval van S^mbiivn en »»mniige plaalsen 
Karangasf^in lieülaal di^Ke a tiiet , bijv. 
a = SI 
aanb. = asnbaliiig; gi-hei-ie aaiituliiigeii beb 

Ë' 't een of andere woord geplaatsten er 
rwezen b^ andere daarin vourkomondc 
: die lanbalingeo zijn vaak teer corrupt 



(z. o. awib&wja) en niet zonder Itelere hand- 
scbriflen te verbeteren, vooral waar een woord 
nog niet vtKtr de Iwoivie maal aangolrolfen is 
geworden (z. k. v. o. iSnggarangi; ik kon 
liet niet over m(t verkrijgen w weg Ie laten; 
Ie bo(ien, dal een ander ze, 'I zij door een 
gclukki^o gixsitig of wel mei behulp van betere 
lidss., lal kunnen verbeleren. 

A. d. = Angiing dJinnK. uilg. van Winter. 

'adig. = welltoek. naar Iwijfriachtige opgaven 
Adi«ana. 

Adig. = Adffaou, venamiJiog van wellxieken : 
U. 16 Kitlraoiilna«>\dl. 

Adip. "= idiimnra: zie ook Kid. Adip. 

A^. = ARfKtslyaptrwt. 

air. ^ alfoerscb, uil versrhillemie bronnen, 
waaronder de vei^elijkendn witordcnlijst in de 
flijdragen vau hel Kon. Instituut vour de T. 
L. en Vk. van Pi. 1. . en de ^drage tot de 
kennis v. 't Tompak^wasch in Verb. Btv. Gen. 



6 



XLVll : koHlieiilslialvi; xijn tie «liakcteu nJel 
allljd l>i) iianiB o|^et;cveD. 

Am. =: Amir; zie nog Am. «)>., ca Aid. Tr 

Amd. = Anuul. 

Amd. II. ^ een rragmcnl Amul in nieuwe 
veraiiiatcD. 

Aiud. d. = Ania(l in DCmiiitg-Temnaal. 

Amd. j. = pv. Iiands. van <)e Amail in arab. 
Khrifl, klein 4'°, intM>in)ilecl, vonnocdcUJk van 
Oest-Java, zio runirum en ufltljuug: lievat 
oudtrc wourtlen en Iwleekeiiissco, zie o. p i n g g ë I 
en BOUD. 

Aiwl. B. = Aiiiad. sas. titls. 

Am. cp. = Anifr-i^|)isode, lilcl mij onbekend, 
z. djurusa lasibin; in heJoo[) koml hel over- 
een met 'l slot van h. M. 

Am. fr. = Aniir-fra^mciit. waarran mij de lïtcl 
niet bekend is; hierin wal ondci* walanlSii, 
kukub eo bujung slaal. 

Anb. = AnbU*. uitgave nn Unge te llalavia 
(ouder drn titel van TajiCl Adam, I8S9). 

Aob. fr. = ecu brok vaneen Aiikta afkomstig 
van l*8sunihan: 'Ispelt tjënggji in (^aals van 
tjengi^ng. en lelkeni* angin in ptaals van 
anglug; ook hei-rt bot meenualen rarèk in 
plaats van rariï. 

Anb, titU. = Anbija, 2 bandsrhi-irte», waarvan 
een niet eoro])leel. 

Aub. J. = Aiibya. bandM^brifl van Itaden Mas 
tsmangiin. 

Ani>. ni. =E Anbia, b.tndsrlirin uil Madiira, kidii 
4'«, 173 inl bladz.; 't lievat aan 't slot allerlei 
verbalen die in andere bli. niet to vinden liJn, 
too b. V. biie de vader van r^laldjëmur 
een scbat vond, en door zijn vriend werd ver- 
moord: dr. strenge straf door (Imar nji x|]n 
zoon, die er ran slierf, loegrirasl, is er uitvoeri- 
ger in beschreven dan in Anb., want hierin 
wordl de naam van dien loon, Abusama, 



niet eens opgegeven : <rr komen woorden 
voor die te Sala verouderd srhijnen Ie zJ)i 
zooals kalantara en punëndi. 

Anb. p. ^ Anbija iu pnua (niet romideet), 
onder tura&. 

Anj. = Ai)JanK MUrih», waarbij kortere kS 
kawin's, waarvan de ttlc) onzeker is;»>ob.v 
zou wat bier iu 'twdb. als 7.. 20 wordt opge 
geven, den lilcl dragen van Uliiisa Nir^rtki 
sangu sSkar. 

A. pkt. = Adjar plkalui, soort van baudbocl 
vooi' k i il u n g-vcrsmatnn. 

A. ]tng. = AdJt panKukiran; hieruit slodit 
enkele aanhaJingeu, ouidiil iu 'I lids. vele lc(.-rnlcii 
wami. 

Ar. = Aogrok (soms Arok), in proza. 

S" =■ Ardjunawfdjaja, van het voorafgaand* 
onderscheiden, daar dv langi-ti eu stroplieii er 
bij vermeld zijn, 

Ar. I'r. = Ardjium pmlabda, twee redaclicc 
marvaii a de slccblsle is, eu hier en danr e«D 
andere versni.ial heeii: vermengd met bal., iic 
baittjib en gamol. 

A. S. = Andakasiisl (vervolg van den Oaiuai 
wulan;. 

Asmp. = Aïmarasupi (veel korter dan de b» 
werking vermeld t^lal.), klein folio 87 in), bis. 
z. onder kasiuban en paratra. 

alj. ^aljinccscb. ' 

Alm. = AimaprauiiuKHi. 

Aw. = Ad|ar wali. •* 

S*. = jtvi^Mftwilxapani-a en de iwee danro 
volgende, door Juijnboll uilgegevcne, zeer korli 
parwa's; de cijfers sKian op Juljnboll's proef' 
sclirifi, de aanhalingen naar mijne Iwndschrifteo 
waar deie beter zijn. 

b achter een verkorten lilcl boleekent eca 
ander Itandschril'l ol wel redactie, 't geen aoui) 
op hetzelfde uitkomt; S" achter een c^fer, be- 



ledtcnl «Ifxe letter (1« Iweetle hcifl van een 
iibiodcclie bladzJjiie, zie a. 

B. = mioBiklvtT*. 

tiaL = InlineeMh. 

bat. BS balabcti. 

tiataT. = iDsleiMh van Batavia. 

Ithg. = Bughug. 

bc. = bicol naar Maniial de rDDYenaciDDCS 
Hi&|iano-Uirol, Uaiiib 1661, <ui 'l wdb, 

RA. sutHl. ■"> «e smid. 

Ugd. = Bairas DiJiirM- 

Bb- = Bliisntaittnn. 

bim. = biiiianevsch. 

bj. ES bujaiiscb, toiif(val o[i Lombok. 

bjw. >w Baojuwarigi ; op woorden uil de kitiiter- 
Ua) na iatn ttmfvai is ile <^ uit 't Sasak- 
tcbe «rbrifl tucgcjiast, z. b. v. tèti'q. 

Uk =BaR|i(it. 

b)l = Bul-I. ng. 

bnilj. = uil Baiidjarmsisinsche goschrifteo. 

Ua^k. = BoBKkliUf; (de vomte lang Ginada, 
de Ivreedc S i n o m, onlecslwar). 

liDgl. = Rangli. 

Iml. inong.^ bobang-ranngnndowscb. 

Br = BbiVral^addka. 

Brhiiid- =s BrahaAHdiporitiia, iu prozu vu 
piMwe. 

Br. k, = Bhftralaju'ldha, in nieuwere rers- 
walen. 

Bn. = Bramani sHugaiNilJ. 

Brw. ~ BiirruMn, een prnxawerk, waarin de 

faAiJawi'B met Bb. in boveonnluuriijke kracht 

weimvnrn: 'l bds. ilo<ir mij geraadplergd, bijna 

nnlenbaar: het i» vau uii-uwijreii daluto zie 

tioder dtmin: lio wan* lil>.-l tuij onbekend: men 

leest aan liet begin iti waljana bbèrawa. 

Bc. = DhliijLiwarra. 

t 
Bi- b.: BliimiL»««r|i:a, gch«d lialineeoch, he- 

tatlende <lo straf der zondaren in de kawab. 



B». t. : Btaim&sw-nnra (een verkeerde Utel), 
bevattende een sauieugjtruak van Bb. met 
BbaUra Guru over verschillende henieU. 
beMhriJving van l^iwa en il ma op een sUer 
zJlteude. enz.; aanhalingen er uJlz. o. wèwAjan, 
bungas, polo. eoi. 

B|. B Bagvs TiiniHaii. 

hlv. T. ^een verhaal, wBarran zekere Sam- 
purnadjaja Ac held is: 'l handschrift is vol 
ba tav. mal, 

biT. T. p. = episode uit de geschiedenis der 
l'aAtlawas, ook een baL bdn. 

B. U. = Bartt!' fnbani: hieruit aanhalingen, 
die niet in de uitgave Ie vinden zijn, zie b. v. 
under lun en mine. 

Itug. ^ buginccsrb. 

Bwsk. = BmnffsAkd. 

Calal. = Vre«de'8 t^talogus van Jav. eo 
Mad. hb. 

chin. = chineesci). 

fhr. = rbronljk achter Kid. Adip. en in dezelfde 
versmaat, als Z. 5 van die kïduug: ik heb 
echter c«n bijzonder nummer er aan gegeven; 
ue4 de 29"* stroplic bef^inl er een nieuwe 
versmaat, maar ik heb de cijfers laten door* 
loopen, daar deze zang een vervo^ is t. d. 
chron\jk. 

Dj]. N. = rvangebe van Harciu, uitgegeven 
te IKullingham, 1664, 

Bamar W. = Basur «olan in de Verh. vso 
'I Bauv. Gen. 

Üd. = Dtdwi^adanp (de ü|»dling hierraii 
wijst op 't oud-bal.). 

Dg. = Dé GuntU. 

Dj. = Ujowarsa. 

Djaj. = DtaJ^iidrUa. 

Üjb. -^ DJabll. 

Üjm. = Djobamanlk. 

djmbr. = Dj^mbrana. 



Djt>. = njapatpittn. 

Dj. Pr. <= llttijnpniiia. 

Dj, l'rin, = l>jujii|)niinf}a. 

I)j. Tril. = Dj4j«|iuranii. 

Djt. = DJatiKwara. 

Djt. b. = l>Jlt)swtini \>, verscliill van a Koozoer, 
dal cr gehrel aitdcre lirokken in voorkomen nn 
mtk in unlbralten; ilc ciJforsttla:in ojtdeiuntar- 
bh<ieii. 

Dm. =■ Dolang Ditu (hierbij VRtgoIrken ccn jav. 
Itds. T. <l. Lokajanli, alhier l.k. gouierkl). 

Dp. = Darmopainttl. 

Dpi. = DoDfilanf^ pétali. 

Urni. = Drèman. 

Dni», = Darniasunya. 

Dt<l. = Datn Daha. 

Diir. = Dunna. 

Dvr. = Oannairltjira, m fabels rradiler.vjjl. 
Wlb. III. 

Dwd. = Ditraar wulaii. uit|j;ave van van D«>r|K 

Dvrli. = Damar wnlan, naar S handschr. in 
inljn bntil, 'I 3* goincrkl b: nil '12* bandsrhr. 
is de aanli. ond. k^tniil. 

dy. >e dajnksch, naar de i-crialing nu bel evan- 
gelie van Marrus Ig NolUngliam I88Ï, z. Daj. N- 

t;. = Ëndèr. 

f. := runnaHaansch, naar versciiillencti' brnnncn ; 
de Kpclling naar gissing gewijzigd. 

n>. = Talwlbock, geUleld lluuiajnnfal, 4 stukjes. 

fr. w fragmenl. 

fr. A. ^L. onder arèka. 

Tr. b. = Gen brok, waarin Kckere Dub nksab dn 
hoordrul schijnt Ie hebben. 

fr. B. = Br. k. 

fr. bjd. = c«ii prozawerk, waarvan d« lilel nog 
niet l>ckei)d i«: '(bevat <i. a. bepalingen aan- 
gaande hel veriies van kaste: de taal zeer 
modern en vermengd niet Ualioeesch ; i]c spelling 
ze«r slerhl, x. b. v. o. ariwang^a; als titel 



werd opgegeven Dauorailja. maar lüt is niet 
aan Ie nemen: nteltegenRlaande de kemle (t 
b. V. o. kC|tuh) heb ik er voel aan onilecod 
oiii een proef te geven van de wijie. waai-op 
geteerde Balineexen kawi plegen te sclirijven: 
door toesprlingen oji reeds vcrouJerdo gebruiken 
en ook door romiptie is dit gexebrift hier en 
daar Ecor duisler, z, b, v. aanh. o. tikél. 

fr. Kid. Adip. =z episode in nieuwere versinaal 
bcbelzendc den brand tu de guwa gala' 
(ol den dood van Ba ka. 

fr s. = baudscbrin uil IKdjtining in vemuderd 
si^rifl, bevattende prevelformulirR'n engebeioi- 
aissen; over den toestaml van de» leksl en de 
spelling. I. aanh. u. ISiCp, boittlar, Inknl 
CU voaral wÜnjut: bot. bevat eenige reeeplea 
eii ook een p i w i! I a ü : een A wordt er als 
pasangnn evenals in 't Jav. naast den voor- 
gaanden nieulcklinker geiel, 

ff. t.— e<m brok mt een grididit (handsrhrifl 
vaii Itadung, vangl aan inel bl. 41), dat Tiwas 
u>u bcelen. 

fr. War., uo War. 

gal. ^ gilelareesch. 

Gh. = r:haiolkai|ilti;nJa. 

Rj. = lijaiijar. 

tir. ^ llikajal Ubolam (llalavia, bij l.ange). 

G. W. = Gandai(rè(laJa- 

h.^lioog (kraiua), de hooge wiMii-deuïtaan 
lnsacJien twee haakjes aebler de lage, do voor- 
name aehler de beteekenis. 

II. ^ Harisruja: hiervan twen geliei-t vcnicJiil- 
leade i-cdacties. waarvan de eeiie itoor llaris. 
wordt aangeduid. 

Ibdji l>. = HadJI IHiiima 

lladji D. hg. — 't icirde iu bet bali». (band- 
scbtifl uit Itugbiig). 

Ilaris., %. o. H. 

b. (). = bandsrbrtd door liiinniog uilgegevca. 



=: nikajHl llamzali, itlucntlnikuilgave 

■. ^ niluijat nidjii BuiHiJnr dvin Koin- 
I (hils. IbiUv. Cca.. 100). 
^m boloiibiIfKtrb. 

'IE Hariwidjuja (kMiawin over Wijt Au 
Ha I raaHjj). 
. = Uaiiwaitg^s- 

^ liHirailJaja (uiiaksch). 
= Itiiiraloka. 

k javannsrh : »lnH o|) hel jaiaanttclK'' kawi : 
kgelljking ia liier en daar niet o|izel ver* 
nosd en wel uiii ile ergfi rerbuslrring van 
Ege ja*, woorden, wo h. t. IicIi ik ilnjav. 
len in de I*ar9majflga vflorkomeiiile riici dur- 
ergelljkeii, ilaar de afwijking zim> groot is, 
Mn aan schrijHbutcu zuudenkitii: o|i lil. tO 
lÜidt men lijaltja in|>balKTai) wujabja, 

|lri in plaats van nairCli, nara- 

[in pbata ran daksitia. 

■ jaTaaiLirhe falffls: begint ineldeaaj) 

tualitl, do ka i) Ij il vn de boiHl (vgl. 
V. d. jav. Kaitljil) ecral nailorbaiid 

Iwoiilende, r.n ook viiitlt m<'i) or zede- 
van Ki agi-ng Sela: aanhalingen er 
djiSaggi, tor ca lutung. 
Jxop. 
, b. asJu»u|t, ecu ander lids. 
. bds. bl. = JasHp. Iids. vati lx*! ilulav. fiea. 

1=3 Josap, bds. V. Prnboliiiggn, nji Jüt. 
en liUjkeni; ni^ngakna, nubur on 
m era vrij oude bewerking, x. aaiib. 

pk. as JoKip, baiiiiechriM van Nsduni, ra» 

tKiliaan geleend. 
^Jii&ap, bevat andere woorden en is 
iljk van Madun afVoiiiftig. 



K. = Hnndjarakanina. 

K. A. = Karangas'^in. 

Kaliu. = Kalimahosudu. 

Kau. = Tanirl Kamandaka. beheluadr Taliek 
oTei-ceHktimeiiite uiet die raiiT. ; debubW-ngwhe 
bdü. beginnen allen echter eerst met de gesdiie- 
ilenis van de tuma en ie. wandluis, wordende 
't laalKlo deel T. d. Tabel v. d. schildpad en do 
ganzen tevens vernvelit. 

Kam. b. = Kanandaka, over staatkunde. 

Khj. = Kabar kijanat (sas. en een jav. hds. 
waai'in veroinlenle w««rdeii). 

Kbj. b. =^ 't zcJrde, loo 't schijnt van Doal-Jav. ; 
z. n. ki^doksn en ^aèt. 

Kd. = Kandani^lija. 

K. Holle. ^ Brétabasa (lids. van Holle). 

Kid. Adi|>, »: Kidnng Adlparwa, lol aan den 
dond van Khidnia. 

Kid. Adip. b., begint niet Itaüupnriljara. 

Kid. Adip. c. Crf-nggi, Iltlangka en bel 
stangofTer van Djanauii^djaja. 

Kid. Br. = Bhttralajuddlia in nieuwere ver»> 
nialen; de taal van K. A., maar zeer modern 
(b. v. kriïla): gaal nrel verder dan bet gevecht 
van KarAa en (ihalolkalja. 

Kid. I*ani. = Kldung l*attëNiJangali. 

KJd. Suiol- S3 Kidiin;; Suiida, z. o, Sumla. 

kk. >■ kakawiu. 

kl. = Klungkui^. 

kmli. = kamltangürb, z. o. si^pfikén. 

Knb. ^ Kèndil bènijuni; (z. o. Qjuliil). 

Kr. = Krêfahasi (een exemplaar op rijm Iwvalle 
sas. on teirsafmbawaschewtkorden, maar meestal 
slecht gespeld, b.v. balé iaplaalsvan baléf)); 
sumuitgo hds. zijn gehoel ündcr den invloed van 
't jav. geschreven, z. aanh. v. d. onzin onder 
bbajarèrija: alte woorden in die wdbb. 
verklaard heh ik niel kunnen opnenieo, omdat 
veje zou verliaspeld zijn, dal ik niet in Blaat 




10 



wn» zo 10 ycrl)Cl(;r«ii ; xouwcl 't vcrklaante nis 
li«l vcrkUrcndi: woord was goiu8Zuóverha»|icM, 
dal ik liei niet aao ile nlplialKliscbe volgonlc 
dorsl on<lerwrr|icn (een vourlieclit is (anggwan): 
de verklaarde woorden liJn luvt uod ' gemerkt, 
tenvijl de verklarcudc, wo tij niet tol liel 
kawi behooreii. hrt niet Ji|]n, x. b. v. ondor 
tjandung; uil hasii en tan» ziot men 
■lat de vcrklarin|;en oierccDkutiioa iiicl de jav. 

Kr. B. = KroDyk vaii Bajii, besdir^vende een 
upsland van llaju legen Blaiulinngan: lieert 
eenige overeenkomst met de Baltn<l UUiiiiIiaiigiin, 
waarover xio T. btv. gcii. XXXV: van ileopper- 
bcen>diap)tlj van Mëngwi echter geen woord: 
hel hevat «usl-jav. woorden, iJv b, v. o, raüt. 

Krsn. = KrèMii^iitaka. 

Krip. ^Hrèia Bpapaii, vgt. Wlh. I. 

Kris. =: KriDLtainaJa, vol moderne jav. woor- 
den, wodal ik or maar gedeeltelijk gebruik 
van gemaakt lieli. 

Krws. - KarawiV'irama fuaar drie lidH., die 
zeer afwijkende vananlca opleveren). 

K. S. = Hldun|^ SamanasAntakH. 

K. Snd. = HiduDK Üiiiida. sic Kid, Suml. 

K. I. r= Kin Tèuibuhaii, naar 2 hbs. en do 
uilgaveii van de Uoilander eu Klinkcrl. 

K|j. = KaniJll (jav. tekst, f druk). 

Kij. T. D. =lüènl KaïiUll. Sóiiarang, 1671. 

KuntlJ. = Kualljadjnjft. 

Kut. ^ kulAniiu>\navi«, vgl. Wtb. Il, en 
Adig. 

L.= Lnlidhakt. 

Lamh. =.- Laiubang Solukat. 

lamp. = lampongsch. uit eigen »anle«keningon 
en teveos uit de wdl^l v. 't Ki-oesch. 

tb. = Uikii ilarina. 

kv. v. Muh. =: loven van Muhainmad (sas. bds.): 
alleeu de laatste ungen komeu overeen niet 
uub. ïi: b., nameallljk waar M. de maan splijt 



en een kiml zonder aniicn of voelen gelioreu 
een behoorlijken vorm geefi, zie salauiah. 

Lk., z. Dulang mas. 

I. M.^=Sërat HoliamHd, uilg. van van Dorp, 
2 deden. 

Lmb. = Liin1iiir. 

Lp. = LingG:a VilaX, naar 2 bewerkEiigeo. 

Lr. = lfah raras (slechts een fi-agnienl). 

Ls. = LiUoii Hari. 

Ls. b. =de howerking in Duroia, enz. 

m. =^ mauira. 

niad. =:: madurcesch, naar vemcb. brotinca, 
zooals ook TIjdschr. Ualav. Gen. XXWI, 't verdsg 
V. d. I'ody (Sapudi]-archipel, bl. 54.> en vlgd- 

niad. Smn. =:inBdurecs€h van SumCnëp. 

magind. = uiangindnnaoscli, volgens Forrett, 
de vocahulariu acbler (lompendiode hisloria uai- 
versai (Singapore l880)en de wdlijstinTiJdsclir. 
Balav. Gen. X\, waarin zeer vele fouten. 

niah. fr. = Mabumod. fragment, bevallende 
Iheologic, en iels over sommige aarlsvaders, ent. 

muil. fr. b.:= in nieuwere veram;i(en, in '1 begin 
treden Abudjabiil en andere vijnudenvan Hu- 
ba mm :id op; de spelling der ar. n;<meu wijkt 
van de jav. af, b. v. 'J^'^ï^^^ nietKOoMsMen. VI < 
35nnnn vgi. o. nianilukal; ook komen er' 
niaL woorden in voor, h. v. maka; de n. t\ 
aangeduid door vt mei Iweeslreepje!; er onder; , 
in Z. B de maanKpÜjting, een ander lundschrill 
hecfl dit in Z. 13; de aanb.o. baligokomtin ; 
beido hbs. letlerlijk overeen, maar overigens is ] 
er een groot verschil; dit tweede handschrirt ' 
i8 liier gemerkt lev. v. Muh. 

niah. fr u, = vrigcn van Santud aan Muh am* 
mad oTvr den hemd, de liel, den jongslen dag, euz. 

mak. = miik-isaarBcb. 

mal. =: nuilei^h. 

Mal. ;= Jlilal , hiorv3u zeer vele redadies, 
waarvan do eene meer d^m de andere met bal. < 



^ 



I Ma), a. = blHl, lieral DÏet tuerr ihin ile 1 
|BRe sBugen in bewuonlingeii eo licJou|i v. 
pt verhul uer afwijkend. 

LiddI. Arad. 8. = ABMi. Iv Singa|>orc pwtccn- 
ikt (klein 4\ 73 b1.)- 
il. I». — ■«hit-rrsgiiienl lie^innenil^ met ilen 



NC 



qunntilHl nn eei 
zijn niet o]i{tcDoiucn ; ho« erg dn ««rmiiiktng 
itoiiis i«, ka» men xieii iiii Ijaniana, vgl. ook 
o. nitisAra. 

Hil -Kifibm NntHltr. 

M4j.~aBnlrl djftwt (in T.iiiaila). 

Keg. = Sègantakii iii»ar liti., niiinr Ac cijrera 



van deiiriiireüOTpnlen «iinttTolifKili, h\. naar de uitgave). 



men. — lualeisrJi van Mcnaiigkaboiiw. 

Mcnak. — Minak, uitgave mi nn Dor]! vii van 
Winter, deu Roiiiit door h aaogediiid (vgl. o. 
amir); van Men. waar over Muliaiuniad, 
zijne moeder, enz. wordt gcs|irok(.-ii, heli ik 
een ander lids. geraadjdergd oni de varianten, 
aie o. gandiing. 

Nis. gag. = liKii (;apuir, z. o. Tj. A. b. 

ni. K. = fragnieiit v. c. I'aiiijji-nmijni, waarvHU 
IV^balasari, do bniedor van T j a n d r a- 
kirana. cii Klana Mesa Krs, de lieJd 
scbijnl Ie x.ijn: daarin kouira voat vonten van 
Karang usSm, Tulang liawang, Suka- 
dana. enz. \z. o. sclal). 

UI. Kb. ^ 't zelfilc, ander rragment (s. o. 
gujang). 

inlg. = DiabgaMseb, naar de wdboeken van 
JohnK, de Uiclionriiiirc Krun<;ai»-Malgaclie (lle 
Bourbon 185&] en do vocabulaire van ïMliunnd 
(lle Itourlmii 18tS). die de »g cd m;* o|igevGn. 
terwyl de lingebcbe wdl*. sler^hla n daarvoor 
beliben (z. Ikv. o. gaiigan); waar de Kngclsrtio 
en Pranschn woorden Itoeken verschil ojilcveren 
lOgg. = loaoggai-aisch, «uk volgenH T. Blv. ' ix liet tr uitdrukkelijk bij vernield, z. o, patj^k. 
XXV. on en votgd. : zio N»r»ng me Sikka uingw. := Mngwi. 
• Maagent. Hocrmond 1673, eit de wdlljslj Mrt. ^ Marsada. 
lil 'tioom.ial i. V^pt, dat soms gidied andere' IH. IL = Hèsa VHn. 

Mw. = Vantri waduk {teer vermengd mei lial.}. 

ngadj. — ngadjuHiajakscb. 



F8:opbl. 1 1)9 de karang Toh|ia(i omsingeld. 

Mal. c. = ItUt, lif^val 't begin van liet getUchl 
co betlaal nngevevr SS bladtyden: hel bevat 
Woorden, die iii de gewone Mal. niet aaitge- 
InSis worden; de annhaliogen in 'l wdb. zijn 
uer de libdiljden, danr nan de versmaat zeer 
twl ontbrak: voorts reu liruk met intcriinoaire 
nrlatitig. aanvangende mei i-en kli-iii Hluk 
krco de ejtisode van Nawangruni (z. ö7S 
(t i%d.): dfl vertaling vindt men, voor zoover 
^ cenige waarde bci-fl, adileraati tusschfu 
lw«fl ^kjea viTiiield. 

nul. Iam|t. Terb.:=de luiirmaleisciie brokken 
I Blgagevcn door Biv. G. 

■lal. T. Bil. — maleiscli van Blitung, Tljdschr. 

hf. (kD. xxxiv. 

nial. V. Kot. = iiialeiRcb nui Kuicj. 

mal \. l^leuib. = maletsch van l^leralMug. 

■al. w. =: nialoMcbe wajangverbalcn (hdi. v. 
hUr.); 'I verscbil met Tw, [r. is zeer gront, 
M o. DBwarutji. 

nal. w. b. = zie Vvr. (r. 

Man. Ab. ^ Isnnk ablin (dir kak a win). 

Man. Ab. kid = Ifaimk abha (de kidung). 



opgeeft, b. V. lokem. t. o. loki-ug 
erw^ '1 inklaaije nlit heeft. 




Mj. = lltalii: ea XJèliiig, 3 zenr kleine hal. 
gcilichlcn. 

m. = milpraja 

Nu. = Killi4ni (o{) Java Nilisas(ra): Iiiervan 
koD ik een zeer sk-chl hds. (z. b. v. a. (lidara 
en lalér) nradjilegen ; de iiitg<ive van H. v. 
Eyninga en die van de Landsdrukkerij, hoewel 
onbruikbaar, kunden bier en daar locb aanlei- 
ding geven lol 'l opniinien vanrnrru|ile pinalsen. 

Nvl. =z Nadilverlrllingen, Sing3|M)rcstecndruk- 
iiilgave. waarvan ik niet meer beb dan 500 bl. 

Nw. = XavtnitJI. 

Nvrt. ^ NaminilJI in I é in b a n g. 

O. = kawi-oorkonde. 

O. h. ;=0[iItaligeronden ko|i«reu platen gelrans- 
cribeerd uitgegeven in 't Tijdscbr. Italav. Gen. 
XXX. 1)1. 6U3 en vigd, 

U. Tr. ^:een ko|>eren |)bat in 'lliexil vaneen 
gasti (Radja djaw.-*), genummerd 7. 

O. K.=wn door Kern wwler uilgegi^ïen 
kop<>reii pta«l uit den boedel rnn Sclicepmakcr, 
en nilgegevon door 't Italav. Gen.. Vcrh. XXXIX; 
deze platen door mij teSocrabaja getmiiscribccn), 
loen zij nog in 't beiit van 8. waren. 

om. ^= uiuiiia, naar veniebillcndt- brokken. 

U. Af. = inscriptie op een steen op Lord Minio's 
landgoed in Scliotland (in onvolledige tiTuumittiu 
doof C. Slaarl) 

orig. = origineel, beduidt dat «Ie noonlen niet 
in 'I Itandivelir. staan, innar onlWinl £ijn aan 
een nilgegeven (eist. 

O. S. a. ^wtrkondfl van Srinbiran. 

O. S. b. ^idcin; de letters van /'liieren daar 
onlceKbur. 

0. S. r. = idem ; is nn Ojajapangus. 

I*. ^Plyink, 3 redacties tuel h ea e gekeu- 
merkl. 

pal. = paleiul)jing8cb. 

Pam. = Paménijaiifali. 



I'am. Bad. = PauèBtJaiigab B«4luf^ (4 palm- 
bladen). 

Paiu. Nj. = l*dméiitjAng:a)i XJallan (4 palm- 
bladen). 

pmp. =^ pampanga, naar Nu^v» vorabularioiV 
maiinal de mnvrnaciones on Ët^iahol-Tagala 
V l'ampauga por P. K. Fcruandsz, Manila I ÜfÜ, 
en venler 't wdb. 

Pan Itr. = Pan BrHjnt. 

panay. ^= pnnayano, Nuevo vorübiilario l!li>|ia- 
t1»l-l*anay, Manila 1879. 

Pdj. = PurwartjMl. 

Pdjin. = PAndJj Hurpi (naar 3 hds., in 'I 
eene waarvan een groote lacune is). 

I'g. = PurwadlKWUft. 

Pk. = Pakwtg; ninLs. 

P. o. =: mal. I'andji-verbaal (begin en shil 
ontbreken): beslaat 235 bidt. 

Pr. jav. = l»«BdJi niriu (gtsdrukl). 

Prtj. = Pnitjinan. 

P. S. = l*anrfji Sémiranff, in proia. 

P. S. g. := Putdji Sëmiran^. gedicht (uilg. 
van Singapore). 

Vs. jat. = PaiMiJI sAkar (gedrukt). 

V»\\. — Pasn«ra 

Pis. — Panll sslia. 

Pw. — gwscbicdeuis der Pandawa's. hds. (een 
veriiorlc vertaling in T. Utv. tien. XXI). 

Pvr. Tr. = cen Ira^uient vaneen pakten), be- 
giuitende met Ithiina's herleving door Bh at ara 
Giiru op 't eiland midden in zec: 't hdoop koiut 
overeen mei 't verbaal uit een handscjirilt v. 
't, Balav. Gen. en mal. w. {zie Eenigc uial. w. 
veriialen toegclielit in 'I Tijdsclir. vau genoemd 
genootschap eu vgl. o. uawarulji), 

Pwdj.. X. Pdj. 

P. X. ^ Pandji-verhaal, waaraan 't liegin en ver- 
der op ook eenige hladiijdcn nntkrcken; hierin 
komt een slrijd roor van PandJI van Bali 



kooiende legen ilcn vorsl van Blaiubangan: 
'I bal njuiuan e» kitul worden er ia 
gerootleti. 

R = BimAJiüa ; bel p«rsle nommer tilaal op 
it aarga; de UnncIftcJirineR door mij gemad- 
\ieKfd helilten d« 8* Karga uicl aangi-dtiid. 

R. a. = Kaïva Ktl cu Rare angan, leer kleine 
(uUcfalen naar de luis Ie nünleel<^p, uiaar Tan 
de H. a. xijn uilvoerige bh., ecliterxeer bedorven 
tl. o. dal i ka). 
Kat. = Baru ati. 

n. M- = Büinijaila. iu 'l dal. ruin inudenw 
miBiaUa (bds. van Bujtbuf;)- 
Rdü. =: Radfn Sapatru. 
ICoit. = RéninranlJi. 

R. j. = Uiniijadjiya (een onxeLere lilel). bevat 
Hbrlei BtukJM in proza mei zeer liedorvcii 
tUki's, I. o. siiralmnB. 
I. K. ^Bana Kling: fjav. handsebr.). 
L K. lL = xie R. ni. 
L Kd^ = Bér«r kadirl. 
R. Kid. Ir. = Ramt, 3u Idodx.. z«er slordig 
(EnlftvGll. 

I. t. = Baoiftt Lawe. rtaar 2 banjschr. die 
Ha fa daar van Hkaiider afwijken, Ti>nral iu 
ét «olgorde der slmpben. xie oiidor anderen o. 
illihjang en dingding. 
lm =BiliaiildJ<iJa. 

Eia.^lraf:iuenl Rindijada in zeer ntiMleni 
thandKcfar. door mij bier en daar gclivugd 
mei de leiidii^ van llanuniao naar 
jka; iu een jav- Mm., dal leBv alwljkt 
(l 36, in een anderen niMr DTeret'nkumsligeii 
JiT. leksl Z. 3Tt: dil bdüi. aaugcduiil dour li. k. 
li.L«i. rSmajaiia): de zangen zijn luiar 'I 
bipu ximdal Zang I gdljk xlaal ntel een Z. 36 
•f 33 van den {nv. leksl: daar'lltal bd.<ixiecJiU 
«a fragnmil is, soo btih ik ook woofden uil 
1 K. b. over moeien neiiKn io de vcmnder- 



alelling, dal 'l ontbrekende daarmede wel zal 
ovt-r«en8temn)eu, z. b. v. o. p£ngung. 

R. Sas. = Rdinift)ana, sasaksclic redactie, en in 
inlandsclie versmaten, naar 1 libda. 

rt. =:rotlinee«cb, Ittjdragen, SS"* ded. 

Rl. = BatnawtdjRja. 

Rumpb. = Rumpbius. Herb. Ami>on. 

R. V. E. =Ror>rda van Eysinga's jav. wdb. 

Rw. =:Rara wnti. 

B. = sansknl. 

S.^Bab4id Sakra, gedicht den opstand van 
Sakra beziiigeitde (z. o. bunuL). 

S88.^saaakarb; dal deze laai vooral op de 
letterkunde invloed heeft uilgeoeCnid. ziel men 
b. V. uit bangkol: ook de interlineaire verta- 
lingen bevallen itas. woorden b. v. bio (zie 
<M>k onder djëbag )}; die vertalingen z^n 
Taak in Karangasr-ui, waar sa^. woorden in 
omloop ïijn, vervaardigd: de sjtelliug van bet 
sas. is teer onregelmatig, vooral wal de letter 
grepen w en tvti, o en ttv belrefi : lueti vindt 
er, evenals in 't bal. siju en ook si wu; ook 
wordl 'tscbryven van de opgeslokte A vaak 
verwaarloosd, x. o. i w a en k u i] k u q : de meeat 
gebruikelijke Hiwlling lieb ik gevolgd, maar 
ik Iieb niet altijd de Iwet: voniicn willen opgeven : 
hel weglalcii vao de q is vRnuoedellJk door den 
invloed van 'I lul. onktlaan (i. b. v. papu). 

Sbr. = tlubrala. 

Sdj. = SwandlJinbB (waarvan 't bleregedeel- 
Ie zeer loodem is, z. b. v. o. rum pak). 

Sdii). ^Sndainala. 

ISdp. =Sondari pétab (slfrfalK een brok). 

Sdr. = Snndari tros üii Sandarl liun,tkah. 

svr. = scniwak-dajukMli, naar een Kiigebch 
vocabubiir. 

Sg. = 8a«onr gallDg. 

Sk. = Slliikranianing magnron, IM-Iundclt hel 
giNJrac jegens priesters. 



skk. = sikkaneusch, Tijitscbr. Balav. Gen. 
XXXII. 2«S, XXXIII. 

•I.=si]ln. 

Sm. = SinaiVfliiliaiiti. 

smbr. = sétnbiranscli «f oiid-iuilinepscli. 

stniivr. r= suiiiliuwugcli. waaruit woonlen in 
838. geschriften vourkoiiten. 

smn. =Kuiii^-iii^|i!ieli, i. ma<l. 

Siiinfc. 1= 1}iirlta Suman^ii ; achter nioli. fr c; 
hierin treed! op Ahudjnhal. Marijali. een 
der vronwen van Muhainmad; wijkl itecr af 
van dfl HindaiiecKche rnlarlie. x. b. v. i>. 
d u I p a k a r. 

Smrw. = SrosrawMiuMi. 

Sp. = Sira|rall (of SI lliil«Hf>. 

Spt. :=Si|»it immi iihiiiig;. 

S|itlt. = SapUbitwauu, z. o. asin. 

srg.=isarga, afdveliug van Utt. 

gri. = Merlaal der gciHüpireenl4:ii. toodal de 
naaien ran plaatsen aiiderx worden, hoeft veel 
I overeoiikumsl niet de raadsels onder d u k. 

n.^8iisiink, ovrr [H)kken. 

m. b. =::id<»ii. tfp bl. 2$ Kaudanipal. 

Si. :=Sjinrn tfinrli' (kakawiii «p Bali ver- 
Toardigd). 

Stn. h. =: MrltaHdjun», lialtiieeMbe rednclie. 

Sin. b. b. =:8riWndJaii|;, lids uuk uil Biijw.. 
luaar gclieel venKhillend van Üln. bnjw. : van 
deze bewerking twee bb.. di« smm udfs iii de 
fuulen ovrreensleiiinien. h.v. ranhnpakadja 
in pi. V. ra I p a pa k a d j a ; nu «n dan een 
kleine afwijking z. b. v. ondiT kü-ndjèr. 

Stn. bujw. — Sritan^oRg, bd«. uit Baiijuvrangi, 
biykeos Sidapoks». 

Sla. fr. = SrJtaüdJaiig, een brok niet interline- 
aire vertaling aaovangeiide mei ègar uiana- 
bira (de jav. tekst erg ^ehavi>nd). 

Stn. j. = 8rila»djnn|f. klein 4", in arabigrb 
Kcbrifl. 



Sm. X. ^ Sritaiidjan^ . klein 4**, in araliiscJi 
schrift. 
Slw. = 8at«a (in proia). 
Sly. — Suljawaii. 

Sum. := 8UID)(n45i\Ht]lkR. 

sund. =::!)andancfisch; 'I omler trgil aange- 
haalde slak van Tijdscbr. T.M.1. slaat op deSnn- 
dalanden blijkens inintjil (peuntjil) op bl. lül; 
ook is gebruik gemaakt ran de Bijdmge tot de 
kennis van het Banti-nseli-Suüd.inee!ich, in Bljdr. 
T.. I.. en Vk., \i' volgr. V bl. S2S en vlgd., en 
de woorden opgegeven in 'l werk over de 
Badoej's, die bier met Bd. siiud. {gemerkt zijo. 

Sul. = SatasonM. 

Sw. ^ SuMruwJiindJiinii. 

Swg. =Sèwa}^li. 

Swrg. = SwarfAroIianapuni'a. 

T. = Tanirl. 

lab. :=Tabanan. 

T. k^TnndJiinir bini, zie ook Tbd. 

Tb. =. andere redactie van ï. 

Tbd. := TftniékluiK, Dt-niiing-venunaat (b^ 
vei'gissing nu en dati ook Tb. geuierkt). 

T. bdf. ==Titntrl. bds. nil Uugltug. 

T. h. p. — Kam. 

Ier ^ driemaal «|i nene bladzijde nf wel in 
c<nc atrophe. 

tid. — tidiingKlie wdl.. Iiid. Cida IHUÏ, bl. KSe 
vlgd. 

Ij. ^ Ijainsnh. ' 

Tj. = 8oorl Tl^kJrl «luiinr fttU (latav. hda.), 
z. o. dyah. 

Tj. A. a. — flaloii Anuir (de i bewerkingen 
in prooa). 

Tj. A.ad. := TJuloii Anin;, in Adri vcrsinaul. 

Tj. A. b. =T|aIoiiAranr. i'.deV bewerking 
ia pro», en 1**. die t» pucxie iivaarachler de 
vertelling over Itangda Lélt:nguh (en verder 
een fran^uenl uil de Misa Ongang), 



1). A. c. == TJtüon Anuif t-en liamlschHn vol 

Tj. A.d.^TJiilOD Aniiixin Orüiiuag-versmaal. 
Tj. A. o. = Tlalmi knag in nieuwere Tcre- 
■ten: raagt aan in Uur ma. 
Tj. A. n. b. = T)iilon Aranc vangt onk ann 
Durma. en h vul leviulon en r<iiilei). 
TjaL^TJatrl uf TJaiilri. 
Tf. b. = T)èhèl wnning: jmii, 't Itcgin ont* 
reekt. hierin Kliljnt ino Kr^tapatï den 
am Ie dragen ti» Arya Wangsa. 
1*. andcn! bewerking van TJAiilitkapflTWA 
uil Badung); de taal stemt overeen mei 
■■■ID fr. U, en beval vele wmirden bier niet 
Maan en ilaarbtj e«nige, ilïe geheel locaal 
(aan *t handschr, door ni^ geraadjileegtl 
Mbrakeo angevccr 100 bl. aan 'I begin, de 
■ginatie alhier gevolgd naar een afschrirt); to 
il geacfarifl komen modern jav. woorden voor 
: h. T. o. awangga en kundina. 
IJ. B. = IjariU BttuiljMr büs. Itatav. Gen., SüO. 
IJ. L a. ^ TJnloii Aninir, een bandschrirt io 
betil van 210 blatlzljilen, die genomnienl 
iQa ap inl. wijze (ile niimnierH 2 europ. nnmineni). 
Tjk. ^^Tjaudnikiruii» (titel duur niij gegeven 
r«o nilj unbekemle kidung orer een 
fnt» van üaha. die ilour de um werd weg* 
|tn«ni en naderhand Wcer thuiskwam: rolgens 
m Balinees, die mij een eender onvolledig 
hiJiihrifI verkodit. he«l het Dangdang ir^ng). 
TjbL =; 1]ënllMt, L II. T. o. wan dag ai 
I Itavri. 

Iip.= 'r|apiüi, s. iit voce. 
Tjr. = Tjanjiuiinr kodn. 
tjrL = T]artk, (t. boloh lara). 
Tfi. ~ Tjaiiukaiuma. 
liw. = TjBiiak. 
tL k.=:Talliis; kaninif. 
<«Ha, oaar 'tT^ditclir. v. N. I. 



Tp. =i TauIu paafKèlanui, is een groot prul, 
S. h. V. o. twab II. 

tut. = tutur (titel Silrasamnrljaja, maar dit is 
ook de titel van een niet meer geldend wetboek). 

lul. k. =: tutur in kidong-versiiiaten (hds. 
van Bugbug), sceer duister en oomipl, mei vek 
mobamnie^laaRsche woorden. 

Tw. ^ ö wajang lekgleo (Verh. Batav. Gen. 
XLIII). 

U. BU. =:Uae Blèlfuir(bal.gedichlje.2. aanb. 
o. rondoh). 

Vi. = IMyogapurwa. 

II. Ü). — l'Niia D>|it««, m ook lis. <lj. 

IK Gj. :=irtif «jiuijar, bal.gediebl (Caka I80lj). 

LI. M. =ru!: Bunffwi. 

ü. I*angr = Undahan Pangrns. 

Us. ::=r»i<Ia (zijnde een bundel van verscliil- 
lendc recept lioeken). 

lis. b. = l'Miiia Bali. 

Uu. dj. = tBanit djam. i. n. U. Dj. 

iU. ^ Utlanihftii^ hall, waarvan de laaiteer 
onregelmatig is (Ijangkëm b.v. en dan weer 
tjungub, z. f. btïmji en kawi). 

Uil. ^= Vttanikun^rt, naar twee bdK.. een waar- 
van op Java gevonden en in bezil ran het 
Batav. Gen. is. 

Uu. bal. iz: UiunkandH in 't lNilinecs<:li. (cci- 
kort. 

Uu. n. ::= Ulianikauéi Tragmeul (4<J liL). in 
zeer bedorven kawi, vgl, o. riirpa. 

verb. = verbastering. 

verbl. = verUoeuid. 

TBT. ^ verkorting. 

fcrU. = verklaring. 

verl. = vertaling (Ier oudersdieiding van ort- 
gin., om aan Ie duiden dal de wooixten in 't 
hds. gevonden wordeii). 

tgl.= vergelak. 

Vr. = Vriesman, vroeger 



ass.'resiJenl van 



Banju^vaiigi, seiierl Jimi 1885 rt;siiteii( van 
Bali «n Lombok. 

vra. = voorDaain (kraraa inggil). uekyii. 

w. = wajang. 

W.;=WiwAkii: 2». = Wariipi. 

War. =^ WariK», de vcrscliilk-inle iteer vaii el- 
kander arwljkeiidc bewerkingen ieder in de aanha- 
lingen aan teduidea Ideek oixliwuiyk : de minder 
goed gesclirevcne zijn mei fr. War.aangcduid. 

Was. — Wasing. 

W. AsI. = Wiingbli)in<r AMoll. 

w. b. = wajaiig-vei'lialen (lialav. Iid«.], ondcr 
«nderen «ver I'régiwa. 

Wl). =:i Wèdti bud)i(zei'rcon'U|il. t. namika 
en madyüniika;. 

Wd. = UKi'^i-naamde Wèila's, vanzeer nieuwe 
dajtleeketiinjt, moalü blijkt uil nianjura. 

wdb. ;= woordenbonk. 

w. Dr. = 24 \VüJ3tiK-sclH-lHen bij van Durp 
Teraclwucn. 

Wg.=:Wala xanunr. vta o\> Bali nnbcknid 
jav. gediclil, waarin otwljav. w<N>rdeii, z. Ii- v.o. 
luin, Vf[l. o«k «. niinknntbn. 

Wgs. = WuripiMirl. zie uok Wa. 

Wir. = WlrAiapama 

Wil. := WltanmrA. een ktdung. 

W. k. = Ui«Ali)i in kidiinj^-vereuialon (aisb- 
ter de cilulen iln knkawin uangcbiabl). 

w. Knp = wajaii;;; ItuBtcbJ-auc ka[inlnntciin 
(beval vele Bnjw. wonnlen). 

Wl. z= WllollMIff. 

w. R. =^ wajang-vei'lialen door T. Iluordü uitge- 
geven. 

Wrli. = Wr<VbiL\|Mlllalwa. 

Wm. — WréilaMiiijHla. 

Wrt.= WralifiMUM». van bl. 27 tul 57 (tflav''- 



SftiM. van bl. 57 lol 44 Kè.M^sai)a. niet brokken 
Toorop uit eca gescJirill /.onder titel, tan bl. 44 tot 
54 afgeschreveu |ira^dsli's en (èwa^-ilsana (sk), 
Tan bl.64— S9 ^'ilakraun, en van bl. 69 tol liel 
einde l*utm|iü.s»dji (eimligl ar^vbrokcn). 

Wrlu. — Viraiuntra. 

Wa. = Wai^aisari, a. Wgs. 

wtb. (I) = welbuek (verücliillende titels als 
knj(au|ia|>Bli, enz.), vgl. Krip. 

wtti. (Il) = 'I zeirdc wetboek , hIü waaruit Jonker 
in iljne dtascrlatie een rragiucnt heeft medefre- 
deeld : de %fi ztjii naar J's werk geciteerd, maar de 
bewo«>rdingen naar bh. gevolgd: de volgorde dar 
artikelen is io mijn bh. verschillend van die 
der diior J. ^emudplccgde, ïoo b. v, volgl art. 17 
by l»eni oiimiddelijk op art. iai; vgl. Kal. 

wlb. (llI)=Uburmawiijura, bl. IS en 18 
Dfuridiinilu: op bl. 18 fabelR, vraarin dieren 
door dieren berecbl worden, vgl. Uw. 

wlb. o. :=wülboek, onbekend wal den tilcl 
betrcfl, andere voljforde dan wlb. 11. 

^Vw. ^ Wnn^bliuitf Widèlia. 

Wwb. z=: belz^^lble van een geheel andere, meer 
uitvoerige redactie (z. b. v. o. ptnali h en nasar) 
drie IhIs. zijn grniadpleegd, twee waarvan 
tol éé»e redactie, uaiuentlijk de ei-ntle, bi-hotti en : 
dal de tekst ondei' bal. invloed zeer gehavend is, 
kan men zien uil de aanhalingen onder lépung 
en Uni|iog: de redaeliv h liuval zeer nnMlcrne 
juv. woorden (x. u. lèAilas) en vebi onb^rij- 
gielijke leningen (i. o. gngkas). 

Z. :=x3ng: het cijfer, du Idaarnp volgt, duidt de 
slroplieaan: ingeval dezang skchla éi''»esli-uplio 
lievat. is door <r. /', enz. de reutel aangeduid. 

' lieleckent, dat liel wourd uicl iu 't Ii$ü. 
dagelijks gelM-iigd wordt: diich xie ook bij Kr. 






L. 6'. 



Den 17"" Augustus 1894 overleed in het hospitaal te Socnibaja, daarheen 
kort te voren overgebracht, na een vrij langdurig sukkelen, de maker van 
dit woordenboek, D'. Hendrik Neubronner vas der Tuuk. 

Het manuscript, dat ten gevolge van mistellen nomineel ^iOlU bladzgden 
bevat, maar in werkelijkheid zeker een 100 bladzijden kleiner is, werd 
gedeelteiyk aangetroffen in de woning van den overledene, gedeeltelyk in de 
hrandkist ten residentiekantore te Singaradja, waar de schrijvei' eenige jaren 
voor zijn dood, met een aantal andere papieren, bl. Iö02 — 2428 gedeponeerd 

* had. eene splitsing waaraan het naar waai'sch ij n tijk beid te wyten is dat 

* bl. I(}58 — iHtil, die inmiddels uit een ouder afschrift aangevuld werden, te 
f lüor gingen. 

i By den dood van den schrijver waren er 227 liladzijden van de eopie, 

■ leverende de 13 eerste vellen van dit deel, afgedrukt, 

In het latere gedeelte is een uniforniei- scheiding dei- woorden toegepast, 
|fTi zijn zooveel doenlijk de voorbeelden in de artikelen gerangschikt volgens 

leen vaste orde. 

■ 

Df ambtenaar mor df broffminy der liidl^ch/' 

c . ta/eii. hela-st mH df nügait- . 

Weltevbbdek, D'. J. BHANDES. 

■ I 4 Febr. 1897. 

i 
r 

e ■ 
i 



330-12 7 



<Sjl\ en ui\ 



Sj.\ l., lu 't oud-jav. den klinker a voor- 
stellende en meestal onderscheiden van ui^ 
(z. uin^ en ajn^ en vgl. onder lialiman), 
maar vaak, wegens onbekendheid met 't me- 
tnim. worden beiden door de afschrijvers ver- 
wisseld [z. liv. onder awur, kirim, doch 
Tergelijk de aanmerking onder suku; op te 
iDfrkcn, namenllijk, dat Sj evenals r^^ ^^^^ 
met een voorgaanden medeklinker, door de 
' adfg* of anderzins gesloten, als ui om de 
''tTsm. beschouwd moet worden, bv. kalawan 

uun léD prlJAnf», R. 5 z., 4, matlbA Unpa 

klun si^?9^|<3:itwakiifft, ald. 8, 42 en 72 a., 

z. ook aanh. onder ratih), R. S Z. 7, 7 te lezen: 

' uèiuT.sjn^n, niaDg:wan afwalalitfi, Wrs. 

94 Ie veranderen in mangan s:Arïruru<rt! 

nf manghwan te lezen, vgl. aanm. onder 

r\ en de aanh. onder sona (waar lawan 

hasu van een Bal. afschrijver moet zijn), en 

ru^A ndbakira te lezen W. Z. 21, 9; andere 

O 

voorbeelden, z. onder apuj en hfil fl., salia- 

d|ilaping:hasaratantra, Sm. Z. 2, 2 moet 

verbeterd worden in OuSJisnra enz., de k 

van de bal. afschrijver afkomstig zijnde; Z. 8, 9, 

(BBTOt \otfa (<iu)mt(ljnakiii gëlapa (gëlap 

&i}Ufjai, waaruit men zien kan, hoe de af- 



asangkhya, waar de m om het metrum te 
redden, van een afschrijver moet wezen en 
verder onder hawan I.). In de taal der Attiunj'» 
wordt 't onderscheid niet meer gevonden, bv. 
ibwadji en ramadji in plaats van ibu hadji 
en raraa hadji. 

rl sakwèh nl nfiksara, sjt nfaran lag- 
halon in den mond van HN^na, Bh. 36 (vert. 
van aksardnéin akdro'smi; R. 20 Z. 9: ri 
ngaksara akdrarApa ta kita). 

2* in 't sasaksch, gesloten door een ad jg * 
de zoogenaamd opgeslokte k voorstellende en 
alhier ook, ter onderscheiding, toegepast op de 
Banjoewangiicke kindertaal, want in 't Bjw. 
wordt de k als sluiter niet, zooals in 't ge- 
wone jav., opgeslokt (z. paqpung). 

In sasaksche geschriften wordt @:a ter we- 
dergeving van de q (bv. ieiSJL<j: i*fS) gebe- 
zigd (bv. wonSiVul^: Jcl^); voorts be- 
houdt de e en o den zachlen klank vóór 
den stuitenden q bv. ëndéq, bitóq en niet 
ëndèq en bilóq; de q kan wijders voor 't 
aanh.. an wegvallen (z. onder pinaq); vgl. 

II. uitgang van de conjunctif enz. uit 't 
jav. bekend; zoo bv. in een veronderstelling, 
schrijvers met de lext knoeien, vgl. ook onder^bv. tambis ta ngbnlnn malya jan tan datéasa 

IlwI-lttUmCi WWBIHMII. V 



GU\ en vi\ 

{rl mahilrtldja JaJAtl: tfc zou bijna gestorven 
zijn, zoo vorsl J. niet gekomen was, Adip., 
Jadin aka tan misihé san; dwidjèndra; zoo 
ilc geen medelijden had mei enz., Ar, Z. 70, 2; 
achter suhslaoliven brengt a de bet. aan van 
lof, voor, te bezigen of te beschouwen ah, de 
plaats beldeeden van 'l geen door 'l subst, voor- 
gesteld wordt; bv. tambaka: M f/ain te bezigen 
van de aangedragen bergen en rotsen, R. 14 
Z. S, kfldl ta Ja mèrMkilataslhon^nyn, BZ. 
9, 4 (rairib gulëin augkSnang tatit tja- 
lingnjané, ja Iwir gutëm Ijaliugtijanè 
uiirib tatit, Iwir anibuda ika niakalatil 
gadiugnya, t. ja g. matatit dèning tj ). 
pfinSn^ra, NtR. Z. 1 (ai)g;gèn njibnajang), 
inntos djaruniana It. Z. 40, 23 (kinon maka- 
tjè(i, k. manjctiaiig), pawèha: bestemd als 
gescketik. Z. !00, 5; par{kHa,m c, W. Z. 17, 1, 
S»ng )ièdjaba: die bestemd is ie sterven, Sm, 
Z. 25, 4, ah 't ware, sawaiij; kapaladjé'u^ 
niakon» kusumaupanindjo hadji, Br. Z. 2, 9, 
wlntai^ kémbang:a kémbaiig: ang:dJrHb atèiuab 
wintang: de sterren waren als 't ware bloemen, 
de bloemen verstrooid werden sterren, waar 
gesproken wordt van de nacht, die ulles om- 
gekeerd deed zien, Br. Z. üO, 3, ndan klIjLtah 
matahi aku raraja: maar dan moei gij de 
oudere en ik de jongere broeder zijn, R. 20 
Z. 7, 4, apoja; toer vuur gehouden, door hem, 
R. g Z. 6, 13 (rasajang dané api), 6 Z. 
8, 10; 12 Z. 1, 16; Jèka apnja aanh. onder 
agnibrala (makababni), hnlnua: tol onderdaan. 
W. Z. 19, 7, ud;a djaromaiiaitiwa madjara: 
waar is, dien ge beslenU alt liefde-bode, om te 



melden, Sm. Z. 26, S; vgl. Z. 27, 2, Ja tl 
sAnaka: ah 't ware een broeder, B. Z. 14, 2 
(ika hvir raaigama; vgl. onder an), pHnhwa 
tèki salingkwa; doet alles wat ilc mocht of zal 
zeggen, T, b Z. 4, 220, lèmah palm^fahana: 
grond om op Ie zitten, Ud, 21 (vert. van bhümi 
als een der 4 zaken, die men in 'I buis van 
een braaf man kan aantrclTen; z. onder pangkti,] 
sangradnlara, W. Z. IS, 2, rnmëi^wa: zoo hij 
liomt Ie hooren, Vi. Z. 18, 5, an^ng^ëha sai^- 
holan; 200 de vorst 'l vernam. Mal. lOS. 104. 
In hal. gedichten slechts hij aan 't jav. 
ontleende woorden, bv, kawnrnaha, dat, als 
de versm. het eischt, vaak kawarna wordt 
Hel zijn formules geworden; van daar dat men 
kotjapa verbaspeld vindt in koljapan en 
kotjapën; utjapa: *wuwusëa, 

III. verbaal praeüx (naast ma, vgl. \!i\ 
VI), soms geplaatst voor praeposities (z. onder 
saka II); zelden vóór een vorm met 't inGx 
um, iiv. atumaina, B. Z. 3, 2, (zeer verdacht; 
mad. a., waar het niet zoo vaak, zooals in 't 
jav., waar bet vóór eenlettergrepige stamw. 
alleen blijft, weggelaten wordt, namenllijk, 
waar het dezelfde hel, aanbrengt als 't mal. 
Iifjr, 't bat. mar of mvv; iloc. ag, zoodat 
men in mad. geschriften zelf aèsi = «èsi d. 
i. n + isi aantreft). 

2" voorts hij indisebe woorden, evenals ons 
on, ontkenning Iwteekencndc (z. aha la en 
asïira); vóór woorden met een klinker aan- 
vangende an; ook om de versm. in ma veranderd 
(let echter op 't geen onder 'Sj\ gezegd is). 

IV. in plaats van ma, als verkorting van 



Iludjl II. IfILem.liv. 40. 10 (vgl. hij nusa|>.ili). 

V. tcrkorling van aiiggara. nkt x«o gtMHl 

xIk öU^ ra Tan a^iami (zeUIrn ook van ag< 

nAja. War.). 

ui\ L de crrste lellcr of mMli;Iilink<'r van 

'l al|tluilM-lIi; is sloin wlfs tiiüsriien lw<-e gi-Ujke 

kliiikcrs (z. suinali in pbals van suinaliali). 

Mialvi- iii 'I oiiil-tial. van Snil>r.. waar ook 

ane 'I Ifgin van Dcn tVrnMlcr^ri'ing wooi-J de 

k mr duiilelljti is (hv. saliaug: saSng. hip: 



ë><>>iig[na. Bbg.}: wijders actilcr een in 'I |«9- 
»if optreilcndi^n viirin, waanixVr ceo voomaamw. 
(■i-rsle |iersoon, ilrnk) *l een plan, vooniemen 
enz. uit. iijtt»; bHÜii^: ik sal hel kern get'eii, 
lljan^ iljnnnn^: ik sal hei nrmeu. tttyng 
pi«Aak\n» knillruin^Aiié: ■ rakliuyêkana 
papa^Ctigkvva, tilyiiiur pDffutu i|iun: ik sai 
Arm benirijden . « akn lawananra. 

2' bij Uijwiiorden , om pen lii-ln>kking aan 
Ie <lui<len lot '1 vooi^aanile, ItlBta: en daatvp, 
e» nwrtt, •lumuluj. Ii'iHta munL^llti;: • t9< 



iip. (èliii^: liing, alii: ai): van tiaar sta- ii^r anaugis. ilriilnir bnka iljanl latjnr 

nn-nt rekkingen aU latl, has, l>an enz.: om iljairalè, nmlilin tonden karwa» paplülinn- 

4e Tersni. uordt tle h ais !<Iiiilcr welenitt ifjalnè; tm thiarbij: -uMen achter vui-j^wourden 

vrcg^elalen z. bv. onder warèng IV). Aan ivr itaiidujdiiig van 't subjeri. ii|iaM taOl 



ilie sliHiiheid onk toe Ie schrijven sanienlreb- 
kingen vis hïngln. misa, uiitja in {>!aaU) van 
liaingin. mnisa, mailja; zoo ook ü^ui^'gung 



H'anl tij imf, had veniomcn. vert R. 6 z. 
7, t; vgl. onder Rambil en apnr^. 
. Ilf.: vooril. Ier «anduiding van de lienaming 



in plaau mn gaütiggiing co akit (een span\ van een ecniieid of een )toop [Skk. h.i); atiéslk 
in plaats van aflkit. \Vil men die midden in (asiki). asljn, akulus, atlusit, akudiA. iipélë- 
Aotn hooren. dan gehruikt men een bi^ali, hv. kntUK enz.; MliT: «sawidji, tt|)iiiislonfir: «sa- 

tilEm, adnrmiiüii: soM'etttoniaralseeHuftrhrift 
r>ti> de biinnt k<iit fvrallen: abëlëkai: sooveel 



W7t,TU^ 



IL (ipu"}' K. A. en Smiir..: nja.: annh. 
3* prnïoon, arhier siilisL en de vorm. die 
in'l poftsir itiih-eedr. ouk als i"*' naamval aebler 
(cn aclif. hv. da aailra djani: rrt 'l mi niW; 
nananni {nanangipiin, {luriinipnti): sijti 
nkin-r amaha (lèdanipno): Ai; (W M, ei- 
itaillijk i/iMfT Art» gn^relen; djunnnira (ani* 
bjlipaa): dtwr hem senomen (vgl. tja), «m* 
kaUii;« (:na) moijèlnii briTin malinge. br. uil 
JLAa Smbr.: bliiya: blïna. adgpnja: adé)>a. 



ah noodig is ter versaAi^'in^ (awarfigan): ué 
aliknd en ué uDkiidau, z. onder au. 

IV, X. o»deruiui\.<({ofAfl)fMè: «Iw^tfJ^og. 

V.: hloul heieKligend zonder Iw^lcniriiing als 
nab (wordt etrnigzins door den mus uilgrspro- 
ken, zoodat <te a sis de arh. « klinkl, kan 
dus niet geselireven worden: Djmbr.: bobo). 

VI., •iSii\. ab TooHiPchlscl niet in 't lïiiL 
gebezigd en slechU zelden voor Mnleltcr- 



ailihija: siliha, ijtiifoiija: iijonjona. ibaiija:! gix-pige woorden; itro bv. adjrib en adjro, 
ihana (sdsiiit^a: adanina, gulili(igiH)a:|dal niecr nadruk aanduidt en als fijner wordl 



(U^ en uli\ 

aatigeiuerkl. fii a^iag naast niagEut', alit 
naast ma lil licefl Imt werkelijk betrekeiiis, 
fla»r gfing slecblH als siitislanUr in gebruik is. 
lenvijl lit in 't lial. nitiiaier voorkomt. 
VU.; verkorting van liiirjaiig. 

Sjny. de lange a: wordt ook raak geiwlire- 
1*60, om scheiding aan te duiJen, bv. saiig- 
ftrdjuna d. i. sai^ anijiina. innnaliny.'lr- 
(Ijuna A. i. manaliny ar<ljiina; odk il.i»r, 
waar menaandeaneitiingilciikr.liv, nirünlara, 
saplir^i sidilbar^i, enz.; ook vimll men 
vaak II \&&r een r. br. aug;iri)ak£n iu plaats 
van aiigarjjaken van ari (zonderling dat i en 
tï icer zelden aldus worden gcbf-zigil; taode tJ 
een voorbeeld iii tl. Vil., waar riiigiitlara). 

^\: aan 't lic^in, z. onder pS|i6l. 

i^\, uitspraak onbekem) (de Ba), stelle» 
hem gelijk met a, z. onder lëfidé'),: een lange 
klinker, die \aak Ier verlenging eenerleltcrgreep 
gek-itigil wordl: dat ilj denzdldcn klank zou 
bebben als de klinker, dien men in 'l sund. 
waarneemt en docir km pleegt uil te ilnikken, 
iü slecht» gi.«sing, die niel gestaard norÉll door 
de suBil. woorden te vergelijken, waarin hij 
Toorkomt; 'I sund. seureu is bv. in 'l oud-jav. 
s^rfihi daarbij wordt deze klinker nooil, zoo- 
als in 't sund., in Iwee up een volgende 
lettergre]>en geschreven; z. ook onder «bfilang; 
é en è' woiHlen zeer vaak niet geschreven, 
z. voorbeelden onder tëuggSk eo taiiggi^'. 

tui\ : voorlag van eenlettergrepige woonlen, 
niet in dagelijkscb gebruik en vaak in gedichten 
Ie pas gebracht 



I 



^ &x\ en vt\ 

t^\ I. de korte i (voor do lange vindt mei 
geen leller in de bal. hds.. maar een bdis. vai 
War. (ï. onder n) gcefl op O en voor de kor- 

Ie i in); om de versui. = hi.II. na een mede- 
klinker door eea adSg* of op een andere wijs 
gesloten, bv. tamaiar n)a(«Kiuii| nia musuh, 
waarin l met t' positie maakt, It. 3 Z. 1; 63; 
7.. ook ald. 52 f>.. 4 Z. 1, 83 makAsja suka- 
('irunèkii, linnift.r: i liunani ngffawé ^éng 

fiigbunjH, Ar. 7.. kt, I, alwaar tur lang is. 
Hja wii«us mnliiirsjapituiar hi (t^) liadjl, 

Sum. Z. 175, 6. 

II. praepositie, waarvan de richting onbe* 
paald is, B. Z. 39. SS en iQ (bat. naast 
di. mad. é. jav. ing: stil. ri en onder ing); 
vaal leidt liet ren object in. hi-tzij dit een 
stüMtanticf oï een zinsnede is. bv. tnmen 
1 rApanta en tnmon i sint alyanta ri litB< 
haJHf adip. 04, tnniOH I rouAii^nya pinnnran 
Inaiuès wlnnimli nlnsple^tJAnglanga'n rndbl 
rAnnflaliir nsus, :ild. 96 (vgl. 'L gebruik van 
't ninl. akan, salélnli di liliat olili radt-n 
itu akuii oraiigrija undiir ilii, 1*. S. 5!i3 
en telkens). 

2" aanbcchtitel achter werkw.; na woorden 
op een klinker uitgaande, donr ani ook ver* 
rangen, aiigddni naast angdé (van da IL); I 
wruba rakrjaii, i. onder ri. 

ö" iloor, hfmiturakén iii^sakhtdjnna, B. Z. 
29, 3 (olih); van uit, Iwtr «inlnnjt: tnmi. 
bèng^awanf, Rt. Z. 1, 10, sawintai^ anibft 
sakènggagnna, Uarii;- Z. 8, 13, banjo 
tomêdun I puntjak iii^ukir, ald. 13. 



cig«nn. ïoniler loMlivc Iwleetenis, 
riurlunfkilliii^tulrrwullubliapura, Sul. Z. 95. 
IS, igl. aaiili. oiitl«r ii;iutliiii, 

tji\ 1. vuurlK-rlilsel van uigcunameii «a tileb, 
I (tufl (mak. cii nialag. til., jav., lual. i-iu. 
9t: «lus moet bvt vnicger bt uUgi'S|iriikt;ii zijn, 
Axar tlfi vmvisNpJiittf mv\ s muters [tnvtirklaar- 
Uuir U, vgl. si4}^-|i met hi^^p en 't lamp. 
sulang iDcl huluug. z. aM.): «punang, «si; 
* snprabba: • SupraMi4: ter iiittlnikkiitg van 
een IrjCfiiülclliiij!, i ntrai Ae vjjaui) io Icgmst.; 
( bH^A (i guru): vader zomrH mi;» tWtr als 
mr ntJrr (i ailji), ttjaiiir inadmirè i Itapii: 
mrJN roibr; i tjêiitiir: t«r kind of kmdereu 
(i anal]. t' blo;: de tltmme: in fabets vóór 
nnm van dierun, bv. i' bodjo;, i niMtJan, 
cnu: v<ï)lr andere wiwrdcn, doc]i zelden, liv. 
kèrlsè tan iiinlpi, sudjanhiinir i' ktilit ti^itpul 



eigcniianirn ; 

I kana (man), t kani (vroun-). 

ui^.s., hini s»m» mangarinnwii! de ko«t- 
liare vogr^ls worden vepftwid, men kweekt de 
waardclooui (andere lezing van hntiiigsa 
uiaugariwtiwu. aanli. midiT pilang). 

'n\ zon de u zijn cii '^'^\ o volgens de 

Balinezen . in wier liandsolir. telkens lussclie» 

en u verwarring heersrht (x. bv. oftlra), 
maar een voortreffelijk Itds. van War, waar 
de oud'jav. spelling steeds wordt toegepast 
n: « en ni: li terwijl u en uw daarvan ver- 
schillen door een grooter kop. 

r^\ I.:vprk.van uil ara en umanis (ma nis). 
IL: water. K. S5 Z. 12, 1, alwaar door 

1 £ m a II n ni i I u te Irzen maar 4 k u r i k a 
's vernield worden, udakit ka1i»;rii>iikA: dadï 
(b.; nadi) Dganinlnerwana, sanuiffabara (b. 



1 talaiif ra-sft uüs |:it)ili Idanè, i «allwU: aamuladabara). rl dènyan dadi nlng u, 
• djiwa*; i fjorah: «ikünangdurAtmaka: matangrnjan udiidhi njcaranya, Brli. 95; z. 



b^ 'l noemen van txa persoon hetzij hij ziju 
■aam of zijn litel wordt vaak '1 voornm. voorop 
|esel: bv. Ua (ipunl i knlanf: :ij Kulang, 
)a i balnr taskara: «pun h. I., IJa i' taikara: 
• pun waugliai^ taskara, danc i'fnslIrZ.E. 
ik gasti enz. (vgl. onder UfKt^ en de aanra. 
Mder rènljai^); i pafffili: •kaaatyan: 

tL Toorbpcbl5el van kpaliogen van verleden 



onder panljaku»ika. 

III. de klinker u en li aan 't begin in de 
I«al. Iiand^ehriften niet onderscheiden ; maakt 
met een voorgaanden medeklinker, evenals 
t^ positie, bv. snmlihava mafaruaj r;>U 

padanya, It. 5 Z. 2. 1 (vg). onder Sj.\ 1.). ald. 



Z. ], 67, 70 en 73: S^nS"rï-\, R. 50 Z. 9, 8 

(de bal. afschrijvers verlengen vaak den klin- 
ker, van daar in sommige bds. ntnëiriY z. 
tijd, bv. I pwan, i pldan, i busan, i' nnnl, ^^^n j|ui. 



I jiétunl enz. (hiertoe behoort ook ibi, hoewel 
ki, dat nacht of avond moet Iwteekend hebben, 
■IkcD ntet voorlonit). 
m, ia legeost. vau o uitgang \sia vrouwelijke 



IV.: verk. van um& ak naam van een dag 
van de astawAra. 

u«\, &, gerekt uilgi?«proken,: 't getuid. 
waaruKË de vccboctlers hun rundhccslen niepcn. 



i^iAi. 



«a\ en Vf\ 



(SJ\ en ut\ 



<^\: ie è ot é alleen in fcawi'Woorden. 

• II.: verk. van èkflda^i, War. 
'n'f\ I.: de tweeklank ai', zoowel als de djha, 

wedergevende, maar door Balincezen steeds è 

of èr uitgesproken (z. djhatili, ai^anya en 

maèrpahil], terwijl é als uitroejiiiig in sas. 

geschriften door een n wordt voorgesteld. 

II.; uitroeping, z. hé II., R. Z. 78, 50, 
34 en 56, R. 1 Z. 1, 44 en 46, maar atd, 
30: hé. 

in.: verk. van ai^anya. 

<iui^ l., jav.,: aanbechtsel ter bepaling; woor- 
den op an uitgaande verliezen de a bv. asagiié, 
titirné, kapitné, sèrné (in plaats van sërané) 
enz.; voorts kan 't na ipun plaats nemen (bv. 
djinahipuné), luaar in plaats van a bezigt 
men liever, vooral in K. A., iija (pipisi^ané), 
terwijl men in 'l oud-Bal. van Sbr. en in Oost- 
Bil. pipisané zegt en, elders weer verkort 
iné of nê, pipisëne en pipisné (vgl. niad., 
waar 't aanh. an in ën veranderd wordt, zoo 
er ah, dat ook als l>epaliiig optreedt, achter 
komt, bv. mënangënah in plaats van mè- 
nangan 4- ab); z. \jj\ 11. 

II„ s.,: uitr., B. Z. 49, 10 (mal. »), 
hé wAnarl ttbAkëo tèkl, T. b. Z. 4, 121, z. 
rp'(\ II. en vgl. -^uI'Juki'^ 

n'3\: de tweeklank o en au, voor welken 
laatstcn geen bizonderc letter Itcstaal. 

II.; uitdagende uitroeping, Sm. Z. 5ïï, 8. 

'jLm^, I., z. «aho I. 

11.: uitroeping van Gomukha, door Rdwa- 
na onthoofd, voorspellende dat ccn afgezant 



(HanumAn h bedoeld) R. 's verblijf in hrand 
zou Bleken, hfthah ho (h.; ko) dAta tënibé 
gnmësëngana ka^atwannia kongjaksarfldja, 
Ar. Z. 4, 12. 

UI? I., z. unj"^ 

II. of uh: uitr. van onwil; «ah tanpawèh 
ptann, Tt. 9. 

ur??^: uitr. van droefheid, B. Z. 46, 1 
(uduh), ald. 4 (z. mëhab), Z. 87, 28, bis, 
Z, 40, 18, aanh. onder wijoga, ahah&h, in 
plaats van ahafajl^ van lachenden, Z. 92, 7, 
van blijdschap over een overwinning. Tl. 7, 
dhJk hAh adhah insta, lilco (I.: kfi) nianalita, 
mangg&prang: Amatyaua wandbananja, Hw. 
Z. 50, 2, AhtthAhflbAli, aanh. onder taiigkil 
lijaHg en z. onder un-n?^ II. 

ui9\ I. naast pah?., z. onder tjËngëh en 

ngëh III. 

II. of lië'h: uilroeping van van pijn stee- 
nenden, höli ling:ikangmang:ohan, B. Z. 87, 
28, Z. 69, 3 (niadükj^sau uninya luatjiitigu), 
hë'b', Br Z. 1, 11 (irit, madckösan, asrél 
sarag); beh sabarnikA, B. Z. 61, 3 (masaür 
madëkësan, inggib anggén njaürin, niadë- 
kësan pasaürnya}; vgl. bëhëb. 

ui?^ of iik van iemand, die gigïjan is, 
«udü, «dub; ib ' vawns tkauai^sakln- 
kapuban, B. Z. 28, 6 (gigian, dahat gigiën); 
in de usada: jèli II.; ik aiin; keita! jij daar.', 
Was. Z. 1, 4; vóór den vocalief bij 't bij zich 
roepen, Tt. 12, bis; ih jah, aaiib. onder gègèr. 

II. uitroeping van wrevel?, T. Z. t, 28, van 
bevreemding aanh. onder murèc^ang. 



«*\ en wi\ 



<^\ en ui\ 



^V\'' *bébé, z. ah II en vgl. aruh. 

sjui^ I.: klagende uilroeping, R. 7 Z. 
I*, 3 (inggih). 

U., of alift, Inahikèn, aanh. onder papat, 
wwuMn rAdjyasaUiidwIttjft pangalia (rlnt- 
laknthi slra, Siu. Z. 39, 2 (katjawrsaiig) 
swarnailkii dlkja I rohar pangahA hjing 
■■dn, B. 1 Z. I, 76 (patjadangan), vgl. 
piugai. 

uiUT^ f,, spr. dd,: «loha, «Iwa, algemeene 

bpn. Tan de Gciissoorlen; Smbr.: Aa (sas. en 
mal. ara, dat ïb de Kr. met ambulu wordl 
verklaard, sund. ki ara). De verkorting a, in 
een enkel gedicht, is niet aan te bevelen en 
daarbij leldzsam (z. bambabi); soorten, z. 
onder babi; Inbak ai: de licklbruine l. (z. 
onder indjin); ban^ar i&: nm. van een plaats 
in Bngl. bij de Bllsche grenzen. 

II., z. onder djaS en aanh. onder rèmbèk; 

nora maugahfl (m^SP): «lanpanahl 

I (Sjtui^, s.,: «ul3 (Tjt. 8tccds: nabipada 

' en nahipa, bl. S65, lerwijl de mantra dbar- 

■■apaHülife: anahipada heelt; nabipuspa: 

Dagasari). 

uiui^, Sbr.,: ahi (vgl. bij \n\\),\dag 
t [naV bari, bal. ari); weder, droog weder; 
■ataisi (surja), Shr.: niatanahi,: de zon 
(mal. matabari, bal. inata ni ari; z. tëii- 
gai, dina en wai); pat^lkfltan ai: soorl 
zemMewijser om den tijd van '1 werk te keii- 
neo: dii|;dli( ai, z. onder dingdiug; 2° z. 
onder ando. 

fiuui\, oAu laki walBj irarah sira: ga 



spoedig terug en seg haar, R. 20, Z. 13, 10 
(këna tjai matulak alurang ring danè). 
Uïvi\ 1., jav. (awu),: h, van abu (sund, 

hawu); vgt. aön en onilcr adëug. 

IL, l^aQaD: kletzen, praatjes maken, ver- 
sinseh uilsfrooien; vgl. ngaé* (onder gaé). 

SJ -^ i-nn ^ I. : helder, van water, Gh. Z. 36 6 ; 

B. Z. SS, 1, Z. 7, 1 (malilang, niabSning), 
dangsah maho: • inandAhëning, ahënlng 
aho, Z. S8, 1 (uing dabat, n. malilang); 
'I slannv. ho nooit aangetrolTen; aho ahai^, 
z. onder bang. 

11., s.. Sul. Z. 67, 5 (rahina), vgl. 
aborftlri. 

III., s.,: uilroeping, R. 2 Z. 1, 10 (inggih), 
6 Z. 8, 10 (ili). Sul. Z. 30, 4 (aduh), aho 
saphftia ningtapa, 2 Z. 1, 36 (dabating 
lëwih, dahal I.); 19 Z. 18, 8 (liwal daai), 
vgl. ald. 28. 

•n^-m\, panguhanlrinftwas van 't geen 

iemand vermoedt. Sul. Z. 104, 4 en 16 (pang- 
rasandané ring kajun), ri i^pan iBpota 
ri uliA nrSpèfwara, Z. 116, 2 (ndii^kapan 
patjang tulak sapaugandikaa i raluné), 
ualian Iktina wawns sai^ RAma UiadrAn. 
paii^itha, R. !> Z. 4,27 (manggerak),tarkka 
i^ranlug; djnJiDa manguha, nda tan salab 
dèning: manguha, Wrh.; vpl. T. Z. 5, 68, 
alwaar panguwa: vermoeden Itet. 

uiui^ : maal voor rijst, kofQe, enz., zooals 

bv. de Ijèèng, ii|;afi: meten 'I zij rijst of ook 
wel vocbl bv. water, om te zien of 't zwaarder 
is dan luwak bv., ngufl baSs: met de tjalu 
melen; pin^nD! inhoud als van een kopje, 



«A\ en vi\ 

ItCngHWAM (d. !. pengiittan) bv, van de Véié, 
waarmee men d« tuwak meci (z. pSuakëbau 
ca vgl. iipanghiirwan). 

'im-ji.ny; uitroeping tot vluchtenden, I.. Z. 

ïl. 9 (iih): vgl. Iie. 

nvn-^vn^ I„ Vony an|:akn dréni ninr 

adréwf, linjok panpikunè, nkwos rupu niuir 
itivè nlnglin fkaUnan drèi^iif, ikiinrignlin 
(b.: angbolio, e.: ai^doho) drêvré arané, 
Wlb.: van iemand, die een audfr» sl-iar Am 
zijne norint angobo, ald.. Wlb. 1-29; pën^bo, 
z. p^iigoAh. 
II., z. vt\\. 

£iVi^\, s., X. onder rahina. 

Vtui?^ I.: tiitdagcncb- iiitrmtpiiig. 

II., hnb^b hilb bahfili Üiiiniya kiipwi 

inébiib Jlr^runiih, R. 10 /. I, 2, d (niiiuiig 

padjëril iiduh udjarnya kiib^li niaduösan 

ja paillun, aïb bi\h abii ii. p:idu luadfi- 

)i(san ika ndjril); vgl. oiidvr bi'ib en Uü II. 
ffjttjTnn, uilroepiiig, B. Z. 47, 3 (iuggib, 

uduli). 

viuin , z. daüb en kaüb. 

^ui^\, uihab, B. Z. 31, 6 (inadoOsan); 
Z. 24. ï, Z. ï, U (osah, medékésan), W. Z. 
33,3 (niënggab, iuadSk£san). uniebab, U.Z. 
47, 6 (inadoös, osab, uadtküsan), Z. 48, 
6; niiblh, Z. 24, 2; akukud ingfknfa, kaïifr 
wonypiida umëbab. Spt. Z. 1», 17,kai^ni)i^ 
uni^bab saui akukudèni^kiiia 't slagveld vtr- 
lati-iKlR. ald. 49; z. bah en onder hos. 

t3«Ui« : • B^rët (<;ak rCtf) mreinheid?, 

ttgUm anapwa linar pitrvakAcfJanuian.va, pri- 
batin ftn^fèn* Janpitnon hühSb, Ag. 



ufturtj^,W.Z.31,9 (d6k8san);\-gl.bèi. 

nuin, .uwtib. lai) wiirhanliiubuh. It. 
'■4. Z. 12, 5 (lar ktidu padn padjrl.. Ua 
siirud ndjërit). 

t-Tjtjiï^ I., jav. (wnvrnh), ngiiwvtiin ku- 

niarau: ■anganibChi kingkitig, nuUi': m 
iliarliij, niuab' kjiifihné di maUié dor^n, 
meer eu meer dacht hij Ie zuUeH tlerwn, 

II.: uilr. en ak antwoord leor ^f, vgl. ah. 

UI.. . ^.^^y 

nvtw\ (uilspr. van èwub), Bhg.,: liÉlil, 

vgl. ijtih. 

nuio'jLnn?^ 1..; bal. uils|ir. van woh: 

oSbaii: h. van huwab*an, uifulpi o0li:slang- 

Kuorl iHMiamïng. 

11. iiingoiib, Gj.: pcngóo,: ben. van een 
boelc (1000) dour de paniaugku iemand o\>- 
geltïgd, die de aankiding is, dat d« cvils- 
aflegging niet dom-gunt, t(>r vergoeding van de 
gereed gezette offeranden; 2' 't geen ientand 
den saja te betaten beelï (de helfl van de 
inzet) zoo hl) hein uil wuntrouwen, de ijorot 
oplegt; 5" 't geon de Inleo van een subak 
den pënjarikan betuleii [S per persoon), die 
bun d(! bakatig' oplegt. 

SjiUi!jr?\, g., z. onder bib. 

UüUlio]^ van de bëbokong (kénjfib'). 

Sjttjiiei|\, nirhhia; pin(Hng:k«i tubanknrak- 
waklta infln^ku«K.>akèn!>i ealinifkn k:Uiinan, 
Sul. Z. 81, 4 (kalunan door Ie denken aan 
bina). 



aA\ en t.l\ 



9 



SA\ «l Vt\ 



wjvniol^: rticA van den paön, •hawu.'posliM'rilc Ier versiering van de goiidcti iHSfrld- 



UliU (x. abu); tta': swu, Kr: léllpi aöii: 
Vyipigt btamtH! thiiij [z. ook ouder uiuiRJ^ 

I). ihQrii iiün: «neltnyeH: bon^u aöii, L'm. 



jm, die vnor krislieridi dk-iMMt; djuitibu air: 
«liradiirsü (?) «kradiiia {*). 
vi']i^v^\, ï. awor. 

«r«ur.ïi\. 8.,: wWnfJ. Adi|i. II. 76, 71S, 



I. 40. 

UÏCS»|\ van iemand, die op 'l |>unt i» den ,ii,i„„ir,, R. 3 z. i.jocn 19 Mjengang iJa). 
wtt te seven, kera. Hst: ëénxn: nCnan. 



uiuii?!^, nxuflu: oMlhalcM iwAen, dit- bij 

■ vddarlwid euz. ren tiamljv iiie^ lH-l])on; 

I. nfniin^uiK: |iiMiti!rriiis|t»ku djrijïi ini!i'<t:^ii 

IjatRT ugiiAn munmljuk stg*; nguilii nian;- 

•c anmb, ü\l.'l.l,S. uiaiigafiniiug niunjl, 

Kg. Z. S; z. nasi kJniong. 
•iui"uiiQ|^. ni:ièaln: naar iets gmen, op 

dü baod negende. 

n'3Uiip]\, Bian]p>haii van pijn, It. 7 7.. 

, 6 (niangélur, niangulun), L. '/.. 19, 14 
nacjengii), ttu^ubAn, B. Z. 9. 1 [i^ulini. 
aljéi^u), Z. 87, 27 (lualjgDgn), Z. 48. 6 
I.. luagaOiig), Z. 8!>, 9, pmig'nbtiii, Z. 12, 8 
adudb. pa&lun, paljiË(iEii). pai^-nh-in inc- 
MAflsl ynna, W. Z. 25, S (pauguQb, 

atjCnga). 

*ïU'r!'iurMBj\ nr on, Sbr.: hoo,: afyemal, 

itye/ml van Ycnnoeicnïs , sieklc enz., d» idi- 
inué: aiCsu twas nii^sun, iigo6n Att: 
iTtTKhilUg, lusletws zijn. 
iA^\ z. èr, ibir tbn: ik^ii, Bli. 7 

hoIlJi): airmana, t. Iirmaw;i;aèr ^usiiznu 
n 't kaba ^ scbv de uaau xijn van de Ukenr 
itdie. 
ciul\. Uni mtür* van gitnccsmiddclen de 

tntt dt hetle (tgl. kaOrf). 
uinOt^, aèr*an: zeker klein dtnmanlgdijk 



AbilrulAsbnuii: un biimng-* Ing plnan^n, 
liui abw»t ini; pinan^n, Wrli.; z. nijania. 
öaTumjH^^. I. onder alinrAlri. 

Ki-^u-nmi^^. s". (aborAlra), R. L. Z. 9, 
19. 0., «borftira, Kam. (T. b. Z. 1, 97: ma* 
huralril), t|;L abo II. 

wjui-jr^u^. mal. {boll.),: Kurt^ta een 

zeer nieuw woord nog lilj vebrn onltekeiid, («r 

niiiiduiiltng van EuroiK'escbe waren meestal 

gebezigd; z. ropa, hianda en oluiida. 

öjii/nui|^, s.. X. ouder gnnuiig. 

sjiuirtci^, it. onder barama. 

uiuiao^. t. èrmawa. 

ui'jiut^ (?), aanh. omler kaèyapa. 

Lrim)a|\ ff): «kuinetijar, aanb. onder 

kara (iijaak Ie lezcnf) 

i-T<_T5U|\, sas.,- jéh (Smbw, id.,bal.aÈk), 

aiq niata: jèh oiata; pan^ar alq, z. onder 
galuh. 

Lnutig]^ (niëran en üïit), sas.,: Dah; 

Dieeslal awnq ge^brcvcn. 

uiii^a|\: gali. lédènsj^t-ku anaké maidit 

Tgl. rèpol. 

uiuiKi|^ I., uilroeping ats antwoord vooral 

uil de verte; Tgt. nüb II. 

11.: ongcvmr ats bo6], «dubak «udul, 
waar wnwuk gespeld wordt. 



SJi^ en KA\ 



10 



SJt^ en vt\ 



^l/n-junrail^; fiaard vanliippen(vgl. baok geile aardappelen uilzien en smaken (Bjw. 



ra- 



en wok); z. tlalali. 

<rjnui9e«\,(rJAbaka, B. Z. 77, 2 (Ug 
sèna); onder de homlgenootcn van Djara- 
sandha, Hw. Z. 28, 4. 

tjiui4fij\, Sbr.: had,: ebben van de zee, 
«surud, «murud (vgl. kaSd). 

t;iuïifï|^, z. onder aüd, 

UTiuiiojy doorsakkeii van de ingewanden 
btj een breuk (vgl. rarud); maQd: vooriloopen 
in verband uiet iels anders bv. van de eene 
l)aniboege)eding tot de andere; n^Ddaus: een 
woord IH sijn va-battd opgevmi, aOdftii; verband 
van een tekst, richting of beteckents van een 
woord naar 't verband (aQdan pan^raOsé); 
ook: aidan; inatid apisan: onder één naam 
gaan van verschillende dingen; ngaüdai^ Dina; 
effenen om ze te kunnen bewateren. 

uiui&aA I.,: kort van de tanden tengevolge 
van 't slijpen (z. pook, Ijëkok, pBrok); 
n^d; bukkende loopen zooals tegenover een 
meerdere, daar men niet boven hem uitsteken 
mag (z. Dgj^ës en njlëbsd)), mëédin, péëdiii, 
de tanden horier maken zooals door slijping; 
maèèdan: hoog en laag sich verlooneti, als bv. 
een liggend menschelijk l>celd; i^ëdang:: een 
gevraagde prijs verlagen (vgl. oOdlI); Sëdauga 
(bds.:£dauga) tnndanii}ané ban tèiëbé rii^ 
tjambana, aanh. onder ha ugSt; ngëëda iig ragra. 

II., ng:ëèd van de kladi of wel bijaüng 
enz., gekookt of gebakken, in legcnst, van 
gëbuh, niet goed ^uar en smakende naargEdë- 
bonf^, zoodat diei^elijke aardvruchlen er als 



garuh, vgl. jav. garoh); vgl. blanlakan. 

uiuTiifi|^ of irid, oudtijds: hid? (vgl. hot, 
bas enz.) «mawrëg; nglïd of i^rid: iemand 
een plaats ontzeggen (z. t u n d u ng), mfTd: 
mëkaSd, vluchten: plïd meervoud, aanh. onder 
tolos; iïdft ban auaké; iïdan: wat iemand 
aan spijs beeft ovei^elalen (vgl. Ijarikan); 
kairid ban dèsané; kaiTd van iemand, dü sijn 
land heeft moeteti rcr/n/en; mahld: «ataradan. 

UTjUïifï]^: minder zijn, van de vruchten, 
als de tijd voorbij is; a&d*ani de weinige nog 
voorhanden vruchten van een boom, die duurder 
zijn (vgl. paogudkudan), tan kahanan add: 
• tan palëwasan, tan kalanian afid: «tan 
lësSh, nOdan: benaming vaneen kadféngiSig 
in panglong vallende, z. onder kadjën^. 

nuïouiio]^, n^èdani:: een gissing dow 
mëtënuog maken naar 't voorkomen van een 
dief, van de baljan naar de ziekte, ngëédang 
g:ëlËnié van de pSrmasof een mai^ko, balja> 
pèèdan of è6dan, die de reden eener kwaal 
opgeven, bij wijze van orakel tiiVspe/cen en bij 't 
ngrorasin bezield door de ziel van den reeds 
verbrande. 

'jLOTjumiéil^ I, of od, sbr: bod,: pees 
onder den knie; Bjw.: tjiiigklok; i^ffrodla: eea 
beest de kniepees afsnijden om 't wegloopen 
te beletten; vgl. wwad. 

II, ngoödin! op iets veel afdingen een vroe- 
ger bod verlagende, vgl. onder ëëd. r 

uiuiisrj^, vgiAti inhouden zijn lachen F ' 
(ngandëtf). 



iilaiJ<- gaiin. liij B Itircrlil kamt. 
uiuimA: uilr. ou liiiiïds eti nmiliTCii weg 

jagrn: t. hu. 

xjl\Jtrft\\, üft^ütl fa«g$ iels mei de hand 

•ijkat, affiroojten ilc ttLidercn van ccti lak, 
el nni vnur evii arplukkcii (x. këjiik), {ladi 



alliii^]) |t<bMn anAli« ' (tJMJfihflkf n tn rakna rakartnr, It. 16Z.8,11 

ibol (u, traallaiiga pilm auMké aiulinl l»;' (kaliiiiduiig tilyaiig iiiutiUik uiaiiiiiugu 

tauga nll ill iljitmuba (kjfiicliiiii!;ii?):|,-iiigaiii1ï!g st^dnii i riiluiH* (Mitiika i^glU 

a«L 






8»i)g, kaliilakniig I. m. iigKtni^ki» aiiluk 

i tlèwaii4Ï malijuii séila ika né maii^kiii, 

19 vtrlansn »aur de coilus, zihmIuI men! kaöiiiigaUiBr I. mnlih iiiaiipainlïg KÏ'daii i 

ren vmiw Jroonil on een |w1lulic krijgt; iliHvan^ krana litvaiig ai)ja.^n irika). Jan 

I 
lak aCtaa: mit^rlatt als iemand, ilic liïj A tm ^-ri krcsiia )atnit»;iihiitaHa njalarA, Hr. 



Z. 40, O (nauggéki), miihiilakin, II. 1> Z. 
4, 55 (i])amtn(i:U%', uiaiigU-iiuVkaiig. iigaii- 
dig), ii<hiii)iutaki''n saiu;bjaii|r tlg-niua, aaii)i. 
nnder tSngSn «n kËlSm. 

viUttiTl^ I, (vgl. iinil), Dffimt: mef </« 

handen langs iets wrijveH. den buJk van «•en 
4en slmsrf, de vonrlmid 0111 te l^tiiijdm. zwangere Ier afdrijving van dt- vnirlil fcc.iTy.cii 
rfÜvrurlilen tan Jea lak, '1 hoofdhaar ««wjc sint Iticr «aniaals, x. aanli. niirfer aadak), 
de nrrteri iiil Ic halen. langs ecu kris, om /„„j,, j^ leuning van een Irap mei de haiulen 
«ttk te tHilwiJk<ra, Iwi gcrolgc waarvan de.L,ry/.e«; pa„flha kadJèkdjÈk oièmèna kaüüt 
verwimd worfl, ngafllin: tabaksWaden. (raadnel): djan: i^uftl baniv van icinanil. die 
vom Uaim en voorvinger «n louwlje van Len ander wil vcrworgcn, uftl kai baflnfiban* 
lU Ie binden, van een kwaal, die op 't ge-ljggi jg verloornde. 



•. liriiaam invloed uilocrcnl, xoodIk br. als 
aan mj^luwar^ lljdl en len gevolge 



II. of ut en hul (de A. ook hoorbaar): 
gduid om konden aan Ic hitsen l^en varkens 



lich twak vodi: ngaitlin lémalio:'„r anJrre honden; vgl. ijul. juh en urik. 



' talmiiplanl ran de bladeren oNldom dnor 't 



lOs-anoer. 



LTiuitni^, z. onder nwal. 

nvi-JiJ^. ohitl rl, B. '/.. M, 12 (iigan- 



OLTr-ouneïl^ I., Smbr. hot (maaralleen 
van djaguug-, z. guuipaug].: I.af (Sund. htiAl, 
bat., Dair, uhat, lamp. Iniwoq en uwjii|, 
lits. ohm, skk.wAftI, mad. bui]-U(|: vgl. kul] 



gai^. t^lt'Mnt'kin), Sul. /. 53, 3, /,. 35. 21. 6öl pfsak. z. ondor de p. (^1. bjgalul); 

\etiF, Adip. Gj, 78 (vgl. voural onder dèdolu ööl: tileinere soorller ondenckeidiny ^ta 

Mr). DinuliDl, Br. Z. I4. 8 [i^atufiadain], d£dalu tètani (z-imders^puh}: hot',Sltr.,:sti, 



laJl rt, Br. Z. 12, 30 (ai^upapali ri, 
^patiiangwaï^, mamungu ring), nobut, 
ip. 64, winnni"- n^hnlnn mnliha mohulCn 



hol' ijëlak; sün IjSlak (vgl. onder gijal). 
11., iOt* van een titiran, z. ijëkot. 
III, noOtan: zich iels op 't hwfd setlen 



&*\ en \n\ 



SJ,\ en ui\ 



"ils Itoöprrouwcn pen mand ent-, nfoiitlni 
ienMiMi, ilie iets op 'l hoofd draagl, dal te 
zwaar U, helpen by 't of of oplUlen; oGlin 
Itjing: ^\\i, biSt snn ttjaii* ntaiijiinn lul bai-c 
uiadu sprrkcnde, tneri zij iiiüt vele goede- 
ren van de maril lliiiis gelconien watt. IMj.: 
K.. pènirAKt, KI.,: pSuganipei. 

ejOlisi^, s.. ï. oridcr ralru. 

9/m;i tsit^ , &.,: iai)painStwaiii samnja 
(in proccggtukbcn ook: tan w^lwhig saiiiaja), 
Wlb. (z. onder kanlja ca It-dun); volledig; 
Ahnla)irapiiUtl, z. prapaléji. 

nuH«2\- s.,: 't omlamannicke. B. Z. 3, 
28 (kaUniiu; urip. ni»k-dla), T. Z. 1, 31 
(nu idiip). Bh. 5, bis., z. paraira en aanh. 
onder Hadynh t-n up6l. 

cUluiaj]^. aiuptbas vkn van icmanil, die 

lifden zoekt om (e liesirijden, UlU 43, umt- 
bas, B. Z. 1. 5ü (ina%'lalaiia), nittfaas, W. 
Z. B, S (inidfir). Z. 7, 4 (nianusup: . jav. 
ahaK! ntisup), • anusiip.ltr. Z. 57, 8 (inagu- 
8upan], uiabasiihas, Z. 4G, 9; kabasan van 
plaatsen iloorgneitd, T. Z. B, 74, Innhasan, H 
3 I, 23 (kasusupan). 

viui^*j\ I., Smb: has..: vallen van bladen, 

haar enz., • rurii, • lutur, aülsnjan^- >an de 
in-ian, aanh. onder ruru II. (bis. agas, men. 
laraic! afvallen door verdordbeid hv. van de 
npih; vgl. raras in kararas; z. kSljong); 
ni^aïsin: de bladeren kwijt raken van 't geen 
ver|danl is, voor dal bel weder uitbot, van snm- 
ini^e booiiien. zooals de srikaja In de droo^e 
moeKon, inaugaSsang bnnira: • anirirakSn, 
aissnofasan: tval gevallen is aan baren, l>loe> 



men, bladen, padl onder 't vervneren uil h 
rijxlscbuur naar hnia, asnn kanioniiti;: • ru 
nikangkanmnitijr (v|;|. gagas); ngaïsai^pa' 
dl: njiigsug. 

II. of aRa: de aas <ip de Ulangan (z. om 
i:obog); die S asen krijgt is nglèpèr, as. 
abèsik anzkoni: abésik beet ngI61aiig. 

viuiiWj\ I.: zekert verilerfelijke imrf. d: 
di; hein van 'I lieha:ini zou verlammen. gAi 
aDs viin meuHchini. ilie, biiK verlamd, plotselïi 
iieArvalleii ; van padi np '1 veld, als hij ovei 
leèff is; balaiiir alls: onbekende kwaal van 
padi: z. Iialang sangit, ijab, pis en bllju 

II.: "hurus; Lbg.: aras iigaAang in I 
genüU va» luwah II. 

ouo ur< fu| ^ mniuns'nj'a d^Janikiï mui? ni 
ngSt. Hpugéli kudi tiin ken<ÏHirp',hii Iwlra 
niianpunoiardjdjana dJiU^na ariha knnanf) 
Janpntiurariljdjium dbnrnima, kadi kntoiia ni 
ni£i«f;nt maMakantra Inpna lk»iif^ré(l;i 
ilènira, ahnsand palajwanik djnga sira, lal 
4 (Ind. Spr. 94]; Tgl. boa. 

UTibTOJUJ^ ï. onder djQlih. 

uiuii>!ü|\: insakken als zandgrond bv., iaj| 
saki van een tèmbok (vgl. kCmSd en fiiA 
ineen sakken van schrik. «kasSsib (z. ank 
ingsig), ngéés: nederig nl buJtkend \tmpi^n lOH 
blJ 't aantrciïcn v. e. vrnm. persoon, boi« 
vvien men niet met zijn Hcbaam mag uitsteke 
vgl. ngi^ëd. 

(5iuiiu|y snfieb. v. hrood, aïïs: du«« 
ïïs enz. (vgl, iris eo bis II.), maDjriïs: ■ m 
nBwfir, nsriÏMing: in kleine stukken snijét 



&tl^ en ^\ 



aji\ en *Jt\ 



thlat hij slecht irekl, lek v. e. pantjoran- 
p («({1. urus), uiet hrrmetisch geflolm v. e. 
■pllesc-b. ztMidnl de inluiud diwr de lucht wortll 
ngralaicen. luchtig, v. e. tiilis, Mtel dicht geK<erkl 



\>SW I: V. e. gaf voorslen aU«en sigaar, piilinn nsém. i»ih 



pater, liiiim'tii, fliiktit, 
raga,iiakal, tuiji. iij>h, djnti, lanah, Mias> 
ma, iwak , loaiiiik , lenca wam, mhijak , 
dasriitff, DiAdbu, brax, sckiil, iknn; aiigahal 
niaDKkiiiu kub^li, namiiljanlkaiiir iiliièiitjA 



b {igl. buQit}, luis kailiiitflsaa v. il, stem. 
: uur den nciia gaal, uüs kukuplng- *ngi.ï- 
n lijiiiiir. 

II. I. onder bawns. 
OL. Afls*, sas.,; iisas. 
•junnurjwj^: eigenn. t. c. rivier in GJ. 

S^\m'J\ a., z. onder nipAna. 

»nunio\, s.. iiianrAbnitna: aam-oeimi wn 
tAcid, adip. 92 aanli. o. kursaüa. küb- 
lalD. Adip. »!). 

cimCA E. aanh. onder tatukal. 
^ Ü J 
^Rouiki ui^ , t., z. onder siirub. 
ü 
S/^uitAji^, s..:(idiifn, henaniiNy (jav. waja 

Ater eigmnaam br. nagan ugaslina waja, 

t. W. 4. idkeus, X. ftnder prAiti. 

UutruA, aiigabal (jav. leksl: angalap) 

udortn T. «. Tarkt-n. Br. 'l. HO, 6 (atu;Bmcti, 

kal: mangalap, niaiiiipik; inahal 



mallvn, niet jo<^ ttuileiute v. d. slop np een IfpJbiikèna ja ilai'idanra dê Kiiog pmbliu, Silj. 

:Manu VIII 32ti — 526); Itidra verl»«od 't. 
maar xlj licfll tuubal awnknj'ii: zich An- 
metijk tvmijdmi, W. Z. 18, ü (ndèwèk): 
s;3ngkèDK&Qargn U SHRrhiihin mabal «vak- 
niaul Diaduhir anèmbabé kita fjav. Icksl; 
awas en kadiitiir), W. ï.. 3, 9 (aakèni 
kèndran iki litrang nora lilfat^ nd<^ 
nek w»nlén iijaréiigin parik rii^ i d^wa, s. 
swar^'a iki déwa manJéwük litjaug iiiupii- 
laiig Niakti riiig i dJ:wa, raiih ring swarga 
piinika niandèwèk mrtki sinaréi^an 
Uiakti riug i déwa): tan ana iiigabal: 
«lan ipalap. 

2', I. onder galgal. 

sjmrj.^, «ita déï» dèn)'anabIlaudaBl. 

kawarSga fc&llhan linlia, B. Z. t>i>, 9 (jadin 
aniaradiUa wjaktJiija makaruron iiora 
inid nialuiiggalun sapal, nunggalaug gè- 
nab jvn ada djicna nangbi (ng) Aé piinika 
ïarkcnxvlei-scb door «en bond. Siit. Z. 2ï, 6, wanëh makrubuiig kaïnpub; vgl. jav. pa* 

bilan, siind. pabiiaT). 

'juinuïnJA: bedroefd?. Was. Z. l, U 

(jav. nwSI, Tgl. sum).}. 



viwuTu|^, z. mAvr alul. 



iaalii^), mi plantsoen door varkens, aanh- 
iJfTbyaang. inahal dinhtsmalliiff. Wlb., 
■Aa/ dènin;: kAlanirftyn, T. Z. 4. 13 (^kadju- 
ran^. inaiigabal puspaiya, Z 13, 1 (ma- 
lapn}, Z. II. l (maugalap), T. Z. S 89, «jiuirMp\, g.,: gemalin van Golama, 
Mftluil*, aaob. onder karmmapalba (verl. Utl. 6^; Ud. en Ag.: halja. 
m «lalnya). ikane «wans angahal lawé. i/li:nul\ (vgl. ar«p). kzi\K muir voren, in 

ipss, talil ali^ limbU) (ula, puban «ultnjfoie rtiortraar/ii'AirnVAriity.niaép: mari^p, maSp 



Sj^\ en uii\ 



u 



sa.\ en (-ft\ 



kiDrl h\. van de drnr; soms verk. in mep, 
mëp kadjat ogaipum den klopliaan tegen 
een anderen lalen vevhien: voorwaarts gaan, 
legenov. ugjkirigaiig; nia£p mèuèk balsiiJAné: 
#i ruliur munggu sukunya (vgl. miU), dl 
aép en dafp: voor, vooraan, dl aépan: vóór 
iemand verscliijnen (riiig Iijun), iigaSpaiig ro- 
mané, aanli. onder snngsang en vgl. onder 
soDgkob en malu. 

Lr«viiiji|^ of UI ui] \: «rSp, iugezakl vaneen 
oud gebouw, ook uil schrik, zoo bv. iemand, die 
een bodjog buntut tegenkom), van den vijand 
nil 'i veld geslagen, niet dgrven (vgl.: nap en 
ngfëb); van planten tegenover lanus; genezen 
van scburfl, slinken van mazelen bv.; i^Sipin: 
geheel dood boven den grond van bolgewassen 
als de gadung, de umbi naderhand vvcêr uil- 
spruitende; l^ëipftng: minder doen worden een 
kwaal, nëgak eëp mnsa di pang:ipyan: ineen 
gedoken zitten van verbazing voelende als in 
een droom Ie zijn; ëp fa i^ko dèngkn, ni. 

in de Us.; ëp nntonlra kënn blnèdll, l'am. ^4. 

f n n , ... 

UïUluK 1., z. onder jip. 

II., miipan of nièiïji'au: op denzcifden lijd 
ongeveer plaals hebben bv. van de kwaal van 
2 personen. 

uiuiuK, z. onder ijup. 

uijuijUj^, is wel etymol = urup (vgl. dt' 
Iieteekenisverscliuiving van t ukS r) , ngaOp: 
lioope» eetwaren als zoul, lioonen en vooral rijst, 
godëm voor liliran, ngufip sotra, Wrln. 
(z. bli); ngQOpang:: mei ieU rijst enz. koopen; 
ninDpang:, paOpan*,: rM-Aw/Jir» rijst, garen enz. 



ouT-^oumui^, iig;oOpin; helpen, onde. 
nen (bal. maiigurupi, vgl. ook i^radj. dol 

ouiui uj^, s. (baihaja): eigenn., nare 
krëtawirjja rakva niakapntra ri stra 
hébajollania, Ar.Z. 20,2, rata béhajotl 
van Ardjuna sahasrab&ha, Z. 40, 1; n 
héhaja: in tcgcnsl. van walék bhilrg: 
degenen, die aan A. s. b. 's kant stri 
Rm. Z. 59, 13, Z. 40, 10. héhajaws 
Adip. 98, z. onder béhaj^ng^a en liajai 

S:AtJi|U, z. onder hjai^. 

nuimiAorr^: Ardjuna sahasrabaliu 
Z. Ö0,5, Ar. Z. 45, 1, 10, Tjl.,vgl. beha 
fecwara. 

'juiuiwi'^riwn^ , sangbjanr beha 

(è^wara: Ar dj una sahasrabAhu, na 
tlijk, toen bij, na 't sneuvelen van Suw 
een l)ovennalnur1ijke gedaante had aangen 
en den vijand schrik aanjoeg. Om hem t 
strijden herneemt Parasnriüna de gedaanl 
W i s il u en doodde hem lichamelijk, Jatna (i 
ra djaniftdag:nUanajartOH synk iil nj^astrAli 
rëp dhjAjistha bhatiraWisüo niaearirAt; 
ring^obifa, somtürApa tjatnrbhadja trim 
mwaiig: tjakra inang^wiug:tan^n, d 
soksnii samurup ri ngang^nlra sang-l 
héhajAngtèfwara, wrnUsang^janf ridi 
r^pèndra malilang: iang:krodba mani:g:wi 

{Iffhromilr mn)ihèng'{;lw&laja lawan ^.rih 
wir&tmaka (waarna de goden en andere I 
lingen hem tegemoet gaan, ler^vijl Wisiin 
Rima p. wordl en 't lijk v. A. op 't sb 
ligt), Rm. Z. 'iS, n en vgid. 



&x\ en <Jt\ 



iS 



<Sj.\ en t/i\ 



ejTJiai\, s.,: kamt. 

uiuieiA I„ mafim; cfen van een kind (Bjw. 
iém en in. lot kinderen sprekende). 
II.. paim: *alië'm (vgl. paQni). 
S^p^j\, aflm* anakka sang; rest Galawa 
i-tinkanikA wèliakën ikan^kanyA rjïdj»pntri 
rtarhnlan, Ud. 69, AA aOm, ald. 90 (aQni': 
: BèDèDga, Tjt. 47, vgl. aanh. onder musuh 
h ei de um). 

Liuiï?A (ï. hë'm). Ar. 8 en vigd., ndu* 
ihai,Wir8; haman, Ar. 9, paDni: meidkaar 
kraadslagen {^g\. onder «samülia); 8atlng:kali 
utkc paüni; kéma tédnnaiif smarpé^ll- 
■{iM ipangra n1) djani mj^gambël jadyan, 
INffèJadyin nikafambnbé paümang apantra 
■U 4Jul; Baam: «papupul; kapaüman;: 
• pinalung. 

'^■jr"jt.mo|^. vgl. aüm, tlnanfkil lag:i 
b«h«m bawarasi, Ar. Pr. 



m'S^isTA z. onder amad, zelden: ahinad. 

rjiuirPA of uinU van wonden: •ainwali, 
fpende, ook van kleedingsi ukken, van een lijk 
mthottden, van een vergaderiug of lianeklopperij 
nf elkaar gegaan (aüg pëpaümné); zeer doen 
na de borst, die op 't gevoel ais 't ware in 
iwecéa gescheurd is, suba ag (b.: wék) patja- 
In^ng: van een tapib, Pan Br., snba bèiiga 
>if kërèk bnt bojni^ manfèJoDf van een 
Irmg, Tjp. 

muiOA: mjd gapend van een wond; z. 
kograh. 

m-jiriA, BfaOf: in iets gaan, iels binnen 
'gaan, bexetttn era plaats bv, ngaQg pari, 



malt;: binnen gaan, ingaan; onder een hoofd 
slaan, ng&Zgangi in doen gaai», naar bintien 
brengen, iets rw doen gaan, in een gal bv.; 
l^ailfi»: iels voorzien van een inhoud, bv. een 
boek beschrijven mei iels; dja^ atlgrln tljanf 

nsada: ik tvH er recepten in schrijven. 

.-* ^ o 

uiuinWi sich verspreiden als bv. de pokken, 

algemeen gelrofjen door een epidemie, als de 

cholera, van een desa. 

'JTj'-'ijOi^, Sbr.: bug,: in een gestori, «gun- 

tur, door en door rervallen, bv. van een klee- 

tlingstuk, « rug, maaflfang: « rinurab, 

nmög:: # alri, i» rep en roer van een menigte, 

van geschreeuw. « humung, * gburiinila, 

«atréwu; van gelach (vgl. kuüg); ng:nOflB: 

aan 't plantsoen schade loebrengen van een los- 



% o 



geraakt rundbeest, aanh. o. man; uiniQnx: 
«syjuhëngku; mangoarang: « lumëhur, 
ng:nng:ang:: «anglSbur, fintané niitüg (b.: 
wèdané uniung) bij een oiTerande-aanbieding, 
kid. Adip. c. Z. 2, 90; van de zon, malall 
uflg (:ëngsëli) kang: matan-ai, anginip sira, 
Dfpur, 

UI UI y~j\\ : wijze van doen of spreken , 
ieniand's eigenaardigheid. 
uiuiï-*!^, z. onder «hëb. 

uiuïrï,^. ar.-nial. (i_^lc),; verdwijnen, 
dili sira Imamiaja tan katingal, Lk. (jav. 
gaih, AmJ. s.), 

uiu^oA, z. onder • liëb. 






.o 



uiuiOj^ of uioa: « tinëw«r(vgl. rïb), 
salèi^ ëëb; «silib sëséh, i^ëëb: i» slukjes 
snijden, viecsch, viscli, niangèèb: »manëwër 



en ut\ 



i$*\ en uï\ 



(nuil. méDgërak; z. kSJt). ka<M>: "sinSsCb, lil., ubl aliaiig: z. byaCtog 



lD«éb-. 



• sinifr, arit paiigëiJb: •(lafairUan, uinui^ I., jav. (sund. ab£i)g, «abj 



maibéèb: •ntjekatj£kah. 

II. ngètbin [hes: i^uëbin*): beschattunfn, 
vert. R. 6 Z. 4,7. 

rjmrïl^, mangiihabi lokii, B. 7.. 103,* 

(maugibÈkin iinggwan, in. trrëba). 
uiuitTJ^, z, onder iiwab. 

uiiJi\: /HÜ/xoer lioorlmai-.afiiigiuniOinnJané 
idirlt, aanb. onder srijiil: uAogiiii is bier 

ecbler meer in zwang. 

uiOi^ : vuttsig van iIüh stank van ver- 
droogde krengen bv. (mal. uring): vgl. bSugii. 
püiig en 7.. onder aliib. 

II. ofabtiig.: iigbulun (sund. aiu^'). 

uiOi of aWHiig, (vgl. awn). rtp tiba 
s 
(«ws koniètng'. iraniSrfh kotabala, ktimMér 

kampilaiixMiAini. satua niantik prasaDiilunng: 

anuraban (oen die rikxflsa's gniond wt-rdi'n. 

S|>t. Z. 4. 6. saniikngtntl knèbiiijfvalru prasa- 

mAnanr awnraban, aM. 47; aflng \ mrkimtwen, 

huUett van bonden (SuihI. haüng, vgl. bat. 

ngafiug), anguwtiiig van door een slier ver- 

Iraple jaklialiten, T. 7.. 2, 8, " nianj^nwuiiff. 

aanb. ondor labru: aAng' agvutg korl, Bl 

il., ig:aHng: diep iu den groMtt giwea: 

aangan: hoi tn den grvnd, wiar 't vealer sieh 

verzamelt, ouderaardsch hmaal en soms zoo 

niim, dat er een meniirh door loojwn kan, in 

tegcnsl. van uraiig*an (vgl. mal. aruiigan. 

en onder kalijuiilu). ngaQng batii ^UfcH, 

»t\U K[rJkkflrJj;VMnïan mnritu: soranhis: pri- 

Ihiwl un Ithima om uil de gnwa gala' Ie 

komen, fr. Kid. Ailip. 



f 



seer treemd, onltagwekJtend. ■ rodra; 
gebezigd Ier uitdrukking van een boogen 
aèng djiiné, aèiig paTtnO, af'i^ sakitné ti 
blalHii;. bagns aèng van een man. dJc Ie 
gcliaurd is of wel er uiajcsliens uilzicl, 
aanli. onder raras; ftlas aèu^ z. onder tal 
vgl. krura. M 

II., maèiiiraB: mairib?, t. onder ^nga' 
KJtut\ (ii^an): Ikil te tillen, tieht vai 

gang; gemakkelijk: ook: ui\(:»ahaiigün): 
(iugaii'); fleniiiigia Rlrobilircra: me 
bladen Mlaal men zachtkens de beenen vao 
kind. nm 'l liebl van gang te maken, m\ssi 
't zelfde als kaju ampaiig (mal. sCriugai 
ringan; zou Ie Builenxorg tokékan het 
vgl. Sund. baliapaSn van bapa: il 
onder anipaiig. 

UTjUiy minder opleveren dan vroeger 
bonmen, rijsl-alvkers enz.: Sbr. hung: k6 

•■■\sn'^\fh\ I. Smbr.: hong,: /mJtbi 
iciiimmcl (bi$. ohong; soorlen : t. binl 
kahiiw;, gudjib. kilap, kritip enz.); n 
ni niaong;; beschimmeld: pullb uioi 
mtf logeiiover p. sfinlak. 

II.: bal. uilsprk. van jav. wong; en^ 
van p^ , doordat de tv v^r een o als een kl 
wordl uitgesproken, en levens omdal vde 
lellergrepige woorden een bijvorm hebliei 
in de klinker verdubbeld wordt; br. 
aiis, uüg nsisi «g enz.; ng:óoii;^lD : 
iemand, bv. ecu v^nnd, vonrsijn rekeniuj 



I 



eoT 




«inODgitalJ, n. 16 Z. I. 6 (alwaar niiine»- 

S*: l>cn. van rm Iwwaniliitiionrl gdljlieiitlc 
Hf |Kilkkeo rti (iprniiigf^n iii de litiiil iiinkcnile. 

«*tJltn-3Ti^ . s. (alintigkilra). Uil. 18 (verl. 
nu ssmniinnildtiii}, ali). 36 en aaiili. onder 
Irtva (viTl. ran tndni), B. %. 58, 30 (sa[ia 
iaili aku). n. IS Z. 2, 3. Si ^. t. IB, aanb. 
Mi4frsaiigkal|>a(nMl. aiigkara; niad.:Af(>=NrA. 
%). •hJ>Ds:l.1ra isuranya, kiimaweni, wd. 
9: Brh. 7^ 13, 15, m. r.,: bangkara (mAdéjr 
kin^kara niiiKtwas anidlii tnit[tanaN iludl 
■ilu hlka mubanin^dadi;, ^li; ligfigkilra 
Ji tahilan, 11. i Z. $, 3 (liwal loba inagawé 

I lÉwib koiianè rëlin). 

«AlSr-J^, s.,: 8i lanpamatï*, lul. !.>. 

Inpuiikti*, NVrli., z. under jama (3') i>n 

«A»i\, B. Z. 40. ïl (sinja). Ar. Z. 4, 14, 
iitrp. 38 (l«r). 46, 83, de mlc» ffi/, Br. Z. 
U, 9. «ira hèiBMia (b.: nf&n) pada lAvan 
Unani, qrnnlnfli ja (b.: jan') lénilia, Cll.. 
1** %\x%*, matakwnn ta Miif: Jajali ri kAra- 
kutAii inansluuia. 2* 8ar|ta, faana kAraiia nf- 
ku^waj aii Kèksnmaraniltah. Uil. 30.a»n1t. 
papgpang; vgt ornler jan (niniJlla* 
ajSa sinukituk, 0. (vftl. 'l gpbniik van 'l 
WL llfU), vooral R. 23 Z. 19. It». ons r/^r. 
bsdIl ander a^ubba en kapwdnakan, W. 
Z. 10. 3, B. 'l. IrO, S (j«n, jan), a/i/uf was 

BMDiog. T. h. t. 4, 377. HoAalt Adii>. 9, 
!2, 13, nutnarak pwa kJiAn alab niusub: t/ai 
'« pijhaiJ MtrrHvHUfli M, II. 33 Z. 19, IB (v(;l. 
' 111 en ar), na piai^kana na de vroonlcn. 



Adip. 14. 17, 11 (bis.), 33; dn (iiniApa satlj: 
Iba: 300 sprak hij tfrvloeJ,Tnde sijne moeder, 
Adip. 36: bunus kalon san; asurAdbipiinlu- 
marug:: dol de nnfl aanvallen sal, W. Z. 18, 
2, aanb. wiiler laja. sukAnibèk 1 mins ninnln- 
dritnpanrrêiigè' H kaïuahlrdiiJka sanc: snpnlrl: 
hij 't vtrnemc» van der vm-tliu loetvijding. Sut. 
'/.. 107. 4 (antnké miragi), hana ta wnan^ 
tan alar&nkalfrkan iliihka mab^Miilra, tan 
bar^lnpaniaiigrs'uh snkiVlIvaJa, kinatajan ing- 
nlfa bbaja kroilha, apafl:«li tajèngbiiddhl, 
Japnao taana wwaiu^ manKkana, sira ta 
inahitpuniNn man^kana, Bh. 29 (vtirt. ran 
dnbk^;iwanuilwignaniandh, sukhi^su wi- 
gnlasprgbab, witardga bhaja krodbab, 
slbiladbtr niunir utjijafé). 

mm\ I. uilgang van ilen coniparalicrfmai). 
id., vgl bal.: bug. en mak. ang), ook locgeptst 
op de eenheid oin de andere uil Ie druk- 
ken (bv. IC ailknil: de tene, né aükndan: de 
andere), otik als exnïsaid' xondcr bas (bv. 
kirangan: tr. veeim'g. Itniaiuran: Ie veet, i. 
ngudaan i-n dawajan); ook achter lat adjectief 
gemaakte werkwoonim in gdiruJk, bv. ni- ni6- 
driiwèan, ngnnlélan enz. \Voonlni op a 
nemen eerst een j, bv. sufcajan. adajan enz.; 
bij een tljdslip-lienaming 't daarop rolgemte, 
maar ook vaneen lang tijdvcrioop.paljoran Ika 
(afihaui, 'I afleggm ran de eed een maand 
laler, de vtlgende maand, bitlanan: maandm 
(UN een. 

2*:iD plaaU van éa 11. en Vt-rdir ter vor- 
ming van suttftantiven uil den vonn, die ia 
't passief oplrredl. 



Sa\ en m\ 



18 



(U\ en tni\ 



3*: vaak achter urut^ en wangdë, zonJer 
dat de bcleekenïs er door gewijzigd wordt. 

«II., aanliechlsel vaak aciiler subslaiitivci), 
waarvoor 't praeDx niaka; bv. luakamantnhft- 
ningfsnn, Hadjl D. C4, intil(al&klbftuing:san, ald. 

C6, luakarabijaDt ald., zoodat 't ook wel een 
coiijunclief zou kunnen zijn, vgl. onder SJl\ 

uiHGiK: aanliechtsel mei demonstralive be- 
teek.; fkah«n, B. Z. 92, 7, Z. 99, 7 en 4 (vgl. 
bat. on en 6n; 't oost-jav. ko6n, sund, 
in èlaeun, ItacuD, Inneun, vgl. Iiat, inon). 
tklhën, R. 7 Z. 19. 7 (nènènan), ii<i;baln- 
nën: ik kier, Sum. Z. ai, 13, bis. 

II., jav., : aanh., dat slechts op sommige 
plaatsen, ah bv. in K. A. en in 't Smbr. deë 
behoudt, maar eldersan wordt, z. bv. o. pgtëug; 
bij de imperatif in recepten vaak gebezigd, 
maar dan ook Aoar de Bal. afsclirijvers vnnk 
iu in veranderd; bv. sariugin in plaats van 
sariiigën, tambusin in plaats van tambu- 
sén, piig:u(ln en pag:utèD: «papagën (vgl. 
't bat. on als aanb.; bug. Sng als bv. in 
gowangaug: aan gowaiig, d. i. aan angina 
lijden). 

'in'^\ : verbaal suffix, dat met een voor- 
gaande a soms èn geeft; bv. mëtaniain naast 
Dië'lamèn, sukèn in plaats van sukain; 
met 't passief aanduidende voorhecbtscl fca kan 
het blijven, kambahin eu kambaban van 
ugambahin; bet vertegenwoordigt, evenals ing, 
allerlei praeposities zelfs van tegenovergestelde 
richting, z. bv. onder bSli cu ad6p (jav., mal. 
en bat. i; balav. geeU aan in ook de bet. van 
kën, (urunio in plaats van turunkën). 



2% «i-uGil^, iiilix, dat als geiniporleerd uit 
't jav., in 't bal. dood is. z. bv. kapinaug- 
gëli onder pai^gil'h en vgl. onder ka. (ja 
zelfs in geschriften, die in oud-jav. heeten ge* 
scbreven te zijn, vindt men zulke monsters ali 
dèn kinabéhan, T. b. Z. 4, 256). 

oumssii^ I„ z. onder oön. 

' II. z. onder bwan. 
f-^Ki^, jav., R. 7 Z. ö, 11 (asti, ada),ald., 
inl. 4, 2, 5, Z. 1, 46, astagrmia faana, W. Z. 
19, 13 (kinahanan ing kastès^warjjao, 
asiaguöa kabanan, astès^warjja wèntSo), 
Iiluanakèn: lol getuigen geroepen? door bun 
geschenken te geven, O., apan Ikang wlUia* 
wa, hiraiiyaratn&di, (aUia' karma huma- 
nèkCn ja, tut. SO (vert. van hiraftyaratna 
santjajéh (ul)ha ^ubhènasaïï Ij il Ah); maog- 
han^kën sawung djadi, O.; banakëna résant 
moei ge mij bezorgen, T. Z, 1, 10, 11; 
liatiènglaiuan, W. Z. 18, S (ojèug udyana], 
mai^anajang; «mamëtwakën, asii^ kaha< 
nan sftnghjaiig dliarma kabanan In^rkawt 
iljajaii, Bh. 3 (vert. van jalo dbarumai 
tato djajab, 't geen ald. wéér gegeven wordt 
met sftbarinyan gawajangdharnima tapva, 
nijata kilitu^djajdkèn), kaltanaa karoii^, 
(Jd. 129 ('t origin.; krpaj&wista), kafaaui» 
Br. Z. 46, 3, B. Z. 14, 3, Z. 4Ü. 10, W. Z. 
14, 8, Z. -28, G; kabanan san^ Iba, Adip. 
52 (vert. van mAtur autika); ook: kAnan 
(vgl. ald.), kabanan lran£Rtlg:Iiawa , R. 3 
Z. 1, 41 (né katougosin dé sang R&ma 
n. kagënahin aotuk s. R.), ald. (unggwa» 
dané s. R.), kiuabuuan, z. onder aUnl 



1 



iritin I, kiiialianan li^ bnvatmd 

Ailip. 43, 41, mei dèning, 111. Wh'. 

kitialiafiun Infwwc: • mt^si lianjii, 

bnan lBsUk>nil, IM. S:(vcrt. van f rtjn 

jaiiam}, ktHubanafl lifIHUIfa: *a)ta> 

, kinahnnan iniïkilsl^'s^wirjjiin en a.^lK< 

ikabanaii: •astafcuiia liana, ktnahanan 

H i (L'rL van c r i i» i\ n . k i n a li a n a n i iig 

lil Terl. Tan suklii, (nu kalmaan ijè- 

i: «lainau ki^iiè n^irnii^, laii kalianan 

• Uil palSiTiisan, tan kalianan u^Ias, 



van iemand, tite in de lacbl zWt^ofl, Snin 

I, 1.Ï, Z. yó, 7, bis.; hanan (*("■<* -"■■'^■'itini 

lianaiipailAlii er a-aren er, die door de lucht, 

er waren er. die Ie tw/ gingen, W. 7.. 21, 9 

(winlön maiiglajaiig. w^iitKn maralha'. w, 

iigawanin liwah. w. niasyuntlanal); lérens, 

Ur. Z. 44 IS (sagvt-sa(;^t)- hnnilniincra- 

nmirpil hanA >fwa sai«kbja. R. 7 Z. 19. 

12 (sagèl iiianilii sagêl siju wilangan). 

lianaii «nxadéjt;: telkens. B. Z. 48, C (djau- 

iig^l, m.idjiiiljiik, tiaili manilfii;), tin 

TcrL van R. 3Z. I,S6, tan kahnrian rip: tiBii<'iinnp>lrnnEsir, Z. I, 19 (nora aila jngja 

tl»Êp héhhen, VA\m. 104, lar kalianan 'pnranin. tan ngandang p.); pinihaniinin;> 

» alar luaï^iii. Un kalianan padéiu: linlun pwa Ralèns;ali, /. S, S (nanggnpia 

man i ra uaür samadra, laQI >:anggiipia 
ira ika mambajab salcngab bagi), tan 
kana, vg). lanora, tan wwara en lau 



t« bluttehen. Ailip. 100. aunb. ondt-r Ijéljèh 
auaja. tan kabanan wèlu» karif, Rr. Z. 

! Jan kaëuggnnankasyaKib, nora maii^- 
kapiwKlasan iiianab. nora maglab 



wwanlën, tan hanèkl wfnarab *Hi wlhl- 



<■ ali): tan kabanan warr; pnru^a, aaidi. kuna san£ narrv^x'''* ^n» die de verbirgene 

T a&la (bjana btsa bélgk}. larniifr ki* hoslbaarhi^Ien vnrtinrgcn. Ar. Z. 40, 6, rliir 

. I 

duBB ingbldep biila bajii van ec» kind sahana, aaiib. onder s&pa, z. onder apa 



tlffl de 14 jaren, Ailip. 71; sahanft*: .ille, 
!. 5, t5 {nakalah, sabana, vg). me», sa- 
amenlrekking van sa en adü): later verkort 
■Ba of tAa*, Mtn^nirntJiia: al de risschen. 
I. Mtder prabbawa, üiihana nlkunsnitna, 
. 73. I£{itahana nikaug mirab, sabann- 
r insoljal. sahananiiig ntabiKAra, W. 
H i (sakrahlng), sabnna nii^^lm, 
■aan panmkpitk luaBaRfis niasiiinbat: ie 



(vcri. van sarwwalah). 

Saklns: lanana: sonder bekende oorzaak 
bv. van «ai brand, nthananini: panicniVK (de 
A als rA). aahananya: "kabèbnya (vgl. 
AiïUiu^), liaoan: z4Mgenaanidc kawl verl. 
ran adajanf Ar. Pr. Z. 8. 

n., t. onder na l. 

ejKi\ I.: toert miert (i. onder litani en 

vgL al<ï') rinanibalan inganl van een büom, 



i/i>rf.B. Z. 4S, 30 (irika. raria), Ailip. 
hrrlia.tUI: nu hier da» daar. Rb. SG 



aanb. onder liiiggarai^. 



Mlijd 

Buui hrrlia.tUI: nu hier dan diuir. Rb. SG Ja [n) tan bana KJ^mtpatl «alwana, nlvv^^a 
urigin. tftln*): lianan av^s banan ra- .ilJAtinikA, kasuk {i) ■) Bgani röpaning tan- 
mu eeni :iihlbaar dan iveir onmerkbaar, pabwal (b. bral) van cco leger vm 'l luinlcr 





iJiwih, ad> ISwih}, aiiuliAriinatiiii!tviatu;itiir 
hNft Anibëk, Br. 'Ui, 6 fika dniiiug ingsun 
BDglirèt maiiah, z. aiiuug)- 

ili anu: zcgl Dingvx! aU inleiiling vu 
een bevel. Mal. vgl. undtr il> e» rakwa 
7.. anublLlgya. 

li., z. aniih. 



vi9c\, jav. (Ki9^\), Tan iels. dal nra 



: 



uiKty pari, gaga: ani', jav.,: rcrl. van 
lawilra en adalra (lees: d»lra),Tjl., mang'' 
hani', 2. aanli. onder Ijapitij; (va» hani is 'l 
bal. iiDJi een andere uil>-pr.,Tgl.bv. iiiunji, mal. 
hunji. uien. buni, jav. iini, m vorder dn 

analogie van gampuiig. dal 'l werklui? bcU-e- j "'*'* ""«"«n ''i'" en dus onbciaatd laai; I Bint 
kt'nende.aanleidiiigliecngegevenlol nganiiiting: I>inges. van der Uumnies. 
lag. ea bal. ani); satéfftl ki>l«niiishiinyan ^'Ï'^A <■"• '^J"'-''" *"> "* ("'* «t^'i^O « 
«MJrall Tan in *t goud geUcedc krijsei-s, "'«' «* Gjn aU saué- 
Slim. Z 4a, 2 (een rijp slaand Icr oogsliiig "- *■ **'"*" ^'^> 
geschikte akker?): ring: sanak Iiani (Ik taiii] 
lija nilis, T. Z. 3, 3». 

}*■ baai*! oogfi, war. b., 84 en telkens, 
aniabani baju, war., zie |iaban^n. 



€iK.\: oDbc|>. Toornw. iemand, 'l een o{ 't 
amier. B. Z. 88, 9 (waar 't alt; rclalicr kan 
npgcvat worden niet de bet. van asing), W. 
Z. 6, 7 (vgl. aniiog): luuuab d)ah »nti luodjar 



Mrct otjapanja (tinu' sinambmigan laiiirh. sêkar asaoJtiutsun tuban, Jan sira andadl biino 



tJiOK^\ L, 1. onder arón II.. 11. 21 Z^ 
4, S. d. (djaka), «lirang; aanb. onder lulolt 
en tnunlil (sas. nao, aanh. utidcr balah 
tamp., itifadj, p.a Minipit hanaw. Mal. èauv 
Itltnisvb nnu, ?.. Ileinwardl'a 1*^ reis, bl. 4G1 
landtaal van de Amboneesche eilanden nawu 
dat ooU duk beteek., vgl. inniq onder duken 
Ing, analino: naaui v.e. pidniijaoslra andadlaU 



Sum. Z. 7, 19, makilnii: van iets gfnielmf 
tul. SS big., tan ananta UiA, aanli. onder 
apa (verl. van na lé lawa], sAna eu anu- 



tuninniih (jipl n\«s djuraitff. Imitmiii ainUd 
djanjga, aiqraJHh laniwii anièkul, Spl. Z. S, 
7 (vgl. aanb. onder djaka); i. onder wa 



nya, aanb. nndcr pilih. ftiiiidi ktaiiirdjaniua ragaog. 



tig^aranva lan klnaw nilian tèmli^nya, Input 
ka (fr.: ki) nalakaran nilai^f nitii;:djanni;)n> 
tarn, mèwivrn tapva bapaata, Ibnnta, anakta, 
rablDta, rüif mOu?<>*) parani)\rthanja, udya 
nyènaka tp£taua sAnu Uwau ikiï, ndyan^* 
tadutiaiiiiniata, lut U (Ind. Spr. 4793), 



]]., z. nnder djélo. 

j*)ê^\, vv. panséué': fa- bespioeimg , lal 

4, (Böni'door amrSla, R. 10 Z. Ü. 14 (tini 
ban). 18 Z. 7, 16 (libaiiin). ^5 Z. 11, I 
(kapabaju. kak$ti$in]; ova-aeldigd iunr i 
radjali tamab, Suiu. Z. 3, 2 (katuwuki 



i*)| 



Si\ en ui\ 



21 



®*\ en KA\ 



L Z. S4, tt (kapatitis; a.: anënër, maar 
fc.: inèser). 

Ci»^, Sut. Z. 67, 4 (bijas). B. Z. 11, 
S (fajasi, 6: lamp bëni, Ns. ene, atj. anoï, 
sik né, vgi. wBiii en aanm. onder heli), 
Sm. Z. 14, 8. W. Z. IS, 10: heni': sumanggi 
gunung, aanh. onder bapa\ 

Cix?-^!., jar. (iiuh, Wg., vgl. tulih), Lamb. 
l. 16, 2 (wralmara), kabëou: begaan, be- 
hedtn, U gecH men op weg legenkoml, T. b. 
l. i, tl, mahéua B. Z, 3, 17 (tnawanan, 
matijataran), ikèb dèfa kahënu IJan ta 
kulnggihin, Mal. (vgl. kabawan), niabinn: 

• uahawan, tlas kan; kaliënu aliniahtn 
tigtl, Ar. Pr. Z. 1,9. wlnwat klnénwan 
pMnf, Sm, Z. 21, 7 (tinanlan [ng prïug), 
lat bCnü: onder 'l gaan, op weg zijnde, 
Sum. Z. I, 9. 

II. z. nu. 

ui'^K'^ 1.: jav. mëné, hëné snn wntjané 
nntira, Sin. Z. Ü (Bjw. verk. van garènt' 
i. i. gawanSn nirèniï). 

il., z. onder O^t^ I, 

r » \ I„ vermoedelijk , echter nog niel aan- 
grlroiïen, staniw. van « réAa, • pènan en nina 
(i. 'JTic-^ en inaiig en vgl. bat. ina, sas., inaq, 

• ama en • pilman); gubar ina: de voornaamste 
jhW.', Sm. Z. 33, ï. 

II., z. onder BÜrjja en inoéna. 



't bat. bot(; gelijk dal en 't mal. bStapa: 
hoedanig? gelijk wat?); 't hoofd van boosdoe- 
ners (inanduslané); em baas onder de die- 
ven; boofdsom in tegenst van de interes- 
ten; laanlima: duim (vgl. mèmën-djriiiji), 
inan bals: «ëmpoPan, de groote leen (vgl. 
bat.), inanpipls: ben. van een groote piptt, 
die dagelijks een kind zou krijgen (I) en zoo 
groot als een képêr: pénglna: kip gehouden, 
om er kippen meê (e fokken, fokhen (sas. 
përinaq); ngtnanln: aan het hoofd van dit 
of van dat staan. 

II., ï*dja mtlna z. onder gadjamina. 
uiKi^, 8., W. Z. 1, 6 (katunan, sor), R. 

4 Z. 1, 48 (bëlog, A;.,'iigani8tajaiu;),: wat 
iemand ontbreekt bv, om gelukkig te zijn, van 
een vorst, die geen zoon heeft, Smw. Z. 12, 6, 
binabalB, R. 4 Z. 1, 20 (tanpabala, slug 
da katougosin pandjak), bina dina, ald. 
Z. 2, 21. ongelukliig van een maagd, verworpen 
door hare» vroegeren vrijer, Ud. 127; wwtng: 
hinadina in tegenst. van sanp sugrlb, mfts 
maüi rüdjfljogja, adip. 81, aanb. onder ksa- 
trija, hinadfna kaslhan, aanh. onder napa- 
riksa (nis tur kreng sakit; vgl. mal.), bina 
kAsyaslb, Nis. Z. 8, 2 (tiwas nèktèk), 
babtnan: «katunan, kainan s^Ina: «bind- 
Oraja, «nirguna (L. in 't slot), Amakftja, Br. 
Z. 35, 1 (katunan kirlti; jav. verl.; kiraug 
roaa, boten djaja: vgl. aanb. onder udyan 
ui»^ I.. (vgl. •c;-K\): moeder van dieren, en paugajAja), daridra Ainadjana, Ud. 92 



tïbu, Br. Z. m, 50 (z. mine; misschien is 
1 mal b{tina uit b£t en ina, bët moelende 
elijk, all beteekend bekben, zooals blijkt, uit 



(vert. van adliama), hinabboktl van iemand, 
die honger heeft, R. L. Z. 4, 8ij, binabbak- 
siua, T. b. Z. 4.284,lianèklwadwaplnakan- 





snrtntikakèn ! miMchlrn, Ikht acklen, aanK 



(Kiilor püiljii. 

uiK!v ndan andakjlra lalitli pat tiw^tl 



SJk\ fin vi\ 

« 

rlmltm maii^iiran liuil dnsaAina halaiinnak- 

njèlil dèra nAitf Vw taslk, ald. 188: (187: 

nirdoSa hlnalap d«s.ti.i.), Iitna sadu, liina 

el)«t kaninc iiilnil», «Iiii-n; rjaitiijhtfiiii, Spt. hinl, R.L.Z. I,7i (sU-ctilM Mii Uds. Ii.-(^l:\tfiigi: 

Z. 4, Uïi. aaiili. onder sadri en dédtri. kahlna* 

pnnvan i inwiitikn, Sut. 'l. 32,19 (kalunan 

kirlli» djiwan-iljat^i:, kalunan (lakirli |>aD- 

dumadin lityac^t^). bluavaktl Z. 38, 3 

(kaüoran kawirèsan), hiiiabuddhl, B. Z. 

I, 32 (koliig iiig mannh. dalialiiig blog. 

kalunan i».). liinadjana, nanh. onder inak, 

kniiinan laii van een gewonde, die ni«l kan 



loopcn, R. L. Z. I, 115, Midjiinma kahiHan, 
lul. 50(verl. van awaaannah knÜnali): liina- 
kAlaukksI, I. otider duLkreia; iDBi'Anyt 



zou dit woord nie(| ovcnab balitiyaif, iml 
«piet gekozen tljn om do laai ontof-ganki'liji 
Ie maken?). 

abini miillh, aanb. onder saplawAra. luUf 
bint ltp«t, ald. 

uiOKD^ : hrifonpnui, Ac oudste uil fdnttkH 

\tvavi gciwrcn zoon va:i c«n vorsl (mal. Jus, 
in de eigcim. («o k£rlapali. die om *l rtji 
ook inu uiigcsproke» wordt, vgl.ondvr halo): 
binwèi^ nialaju, Mal. shvl bïno: eii;ra (!) 
of bfiD op Ie vollen znoii, Uadji D. 31; 



(sic), aanb. onder sikSi: angina rlnr: ""abadin blno, ï. Z. 4, 18 (rahadèn maniri), 
iemand gering achten, Tjk. 74, »a«h. «ndcrilaJ»" rabadOn Inoné: .lajwanira rabadéB 
sadikira en wiwaljik,i. blniipiin.va. kiibi- """"''. m'ïf* hino t. onder micra iti 
naptmyan: tchantte geletUn door een ontvoerde """'*• ""der radjawidbi. 
maagd, Ud., 1S7, 120; sanf !«iddfaaril n^a- 



■i^nrs^iranit«urabafl, runija ngadunkèn djurlt, 
kalananwulëk Iijan; . niëiva babnban ikaof- 
barlNiawnnii JiimanlIokAüln^ pètljnhina (al 
die mei oneer gesneui-eld nmen) tan wun ma- ^* ""» ittanllangln dajané: . inn alpa rinf' 



uiKi^ (s. ünft?) of wd vcrliaiilering vaa 
liina. tra untoa Ja mal: hij Awnr kier JOf 
wiJh.iiUegl kiei'sleeih Ie komen: pari aii^'iinan 
klsiujra, War., zoo ook van lénira, pèhan ent. 



kèsi kawab kinila di^ninir Janiabala, Spt. Z. 



naJopiVJa, una* kabwntan lansla (S bds. 



B, SR. kadi war.>a lumni tikam:kambai«ura, l""»'). I*- Z. 9, 13 (pCgal kadabata 
irandbaksata anirèsii, ménf^a »wartr|:alokB, mangling}. 



ijiha* bJaiQ: Jama , ninnunlian pèkanjèkt, 
pan pr^larildja, sira dbannmAdfalpall kaïv 



U. «jav. (ipangadji), Iwlr mas lanpa 
üna, Sly. Z. 10, ir*irënlèitz niastapan flanpa 



llwar Iiina iMSdjabèi^aiiAnsraita, klm^la ""a- Z. 6, aanh. onder b-ilapan. aniauKU 
rinfdamani, tan? nron waninja, Jan pèdja- tanpaiina. aanb.onder pitiljaen WiaSiaaUg». 
bi^i«riitii\i^a, arou dubklta pinaiijiKili, sang 
(ÉmtKraiia , «ibhog:a Kuar^fa iiwib, 7.. S, 
1$ en vgid. 




uiisi^. 8., aanh. onder Jawa. 

W]>S\, I, |av. (ps^^),: iuhwid ran 
brief, It. 10 Z. 4, 13 (wtrasa), «fabds («^ 



«N 



Sa\ en ui\ 



23 



S*\ CD Kf*\ 



UBÏq); apaniR Au (ran n) ntnya, ald. 15 
(kèukèn wïrasana), nianok manmupflb 
Irtjaa oiüiiAJdq tifél, R. 23 Z. 12, 3 (mas- 
wara. saswana), saQtil ning fiorat; tanponï- 
kaa^rtdanirfa Miérl tlnabSb onder <le 
ofigunsltge voorleekens, lid 90 ('t orig. 48S2: 
bb^rihflm ndsli niswanali), ansDuj'akin, 
Br. Z. iö, 9, mai^DiiyakSn: prerelm gebeden, 
R. 4 Z. I, 67 (manguntjarang, inaiigu- 
tjarana, i^rainbaug), mantfonyabiu slnti, 
tt. 20 Z 9, 1 (ngastupuogku, inaogga- 
wènang paugaKinalëm], f onny akinira , 
R.18.Z,7,6 (inutjarana dènira, pagën^ng 
ida). rnnnl, Sut. Z. 2B, 5, Wrs. 95, araaul, 
Br.Z.4,14 (umungën, mamunji, masabda, 
anabda], moDl van vogels, It. 1 Z. 1, 6; 11 
Z. 5, 2; Br. Z. 21, 15 (maswara, mawu- 
wus), InonI van een lambang, T. Z. 4, 39 
(ka pa tja: vgl. ngënim^ijaiig), monyinyan, 



saliftiiftnyaiiDnyaii , aanli. onder s a 1 i m u t , 
sinnn^an amljaraa sakebé u n ë n ^ In; syar- 
gra, Dioli. fr. c. (mal. buitji^an). 

II, vgl. ngüni, btla lpènlii8:san uni, 
Hat., uni dala, R. L. Z. 10. 7 (ibi sandja); 
banli^wfii^l , 74, pn\ptl uni anangTklI, 
T. Z. 1, 21 (man luk i katani ali nai^kll, 
Bjw. in de desa is uni met de bcicck. 
gisteren nog in gebruik). 

2'', nnlné; i» lang vervlogen lijden. 

(^•^\, s., 1. onder ktdang. 

'^i.niKiy dèb (vgl. bat. Dair), Ar. Pr. 68, 
Was. 30, Mal. 64, 62, sie hier!, DtdJI D. 23; 
éna talop Ika akèb paksl (omrap li^ wonga; 
breng hier dat blaasroer enz., Mal., éna taiv- 
wAhana, T. Z. 5, 8S (patikang tëgakané), 
de patrëm opgenomen hebbende, zeiden zij, 
éna snn matya rimlhln, R. h. Z. 10, S 
(dépang titynng mati malwan, tilyang 






tal.34a., UDyunnyan L.Z. 37, B (tonlonan,niii)as padëm rihinan), éna dèn aaking 
L ook alhier unèn'); unèu* dl sJma van.de haris, R. L. ï. 7, 130 (bfitjlk ulanin saking 
liata sliwah; uni (latik van iemand, die jong alus), dali anab li^snn nlni mAskn dj war ma- 
er leelijk, maar ouder er '^oed uitziet, ook nik pamaliba niirah parëu^ingsiin Ing' kënya 
naar zelden, uni sljap (di tjriké bëngrl anjj^walèng (ri bhftpat), hèman rdpanta lagl 
pigëdgëd, suba klih mlab gobanë mrë- rare wasyaiiti „snmabarDJ. m. niskaranodjarta 
lèt;: DBèa*, unya^n,: vrn. = pabalih^an Jan fn^snu wos kahaüdlh annbwft adjarta, 
(Nenadosch. Tem. en mal. van de Holukken uni: hènillaiidii^Jnddha, samahor KtntJanawatI, 
aaar een schouwspel kijken), ^gramlan tan-'bldëpjn tuban, awas ktla wlbhogl" adJAkèb 
FaparnnKWin, unèn' sampan prapll, djogèd ndjarta hèn&tanekip apranff, Spt. Z. 5. 209 
|a«bab wajanr lè;onr (h.: dong), baris en vgld.: èna ta snn atir nini, mrii« mwg 
t«pét kupu' (b.: lègoogé kalawan ang- . katii^alan kaï^Kèpi Ikaaini, Jsp. j. (ènamas 
kinng), «yodjor lawan (b.: djangkëp) tjn* 
MUVUniar, niansrèréiq:lh,uu]ui^ svraradi 
^l.: unant mariug) baB^lnptb, Dj. Pr. 69, 



s. a. ugl), vgl. ook aanb. onder kumbi. 
nuiK!^?, kèni ènl; naast lulut, ragi, 

kasrëpan, kajuuyun, en asih met dëmën 



Si\ CD ut\ 

verUaard, kènihëni nwan; snsu van t\c 
nyiï ilanla, Mal., IMjtu., kèoyéni nyo danla 
luir kat}Kdwtl((r'a (I. ja) agimnli, Ar. Pr. Z. 
16t 43, Tgl. kvnyëni en viiilcr ingin. 
viK)^^, z. nih. 

£jt»4^ en anu, s., z. onder ^armi&llia, 

ftitnh. onder mtétjtjlia. 

Utoiei^^: fliiN één koHl. de eem kant. ma- 

kadwanp anih: aan heide lianten: aii^li llma: 
ali Icai/lemaal vatt een arm leiigle: n^ranèhln 
vao den blik aan één oog Itlind ; mcl één hand 
i'aflhouden bv. de péiigntok, tegenover miA' 
vraio; déisijdigvM eenoonleel; mailon an^-h. 



Sa\ en Ui\ 

van iemands gemoed, 5 7..9, 1 (gëdfig. roén* 
d«I). van eCD bodrucrde, 7 Z. 4, 35 (nsah), 
a!>ëoiu sJnnhèn cnCb tAltn ArJJilmlwèka, lir. 
Z. £2. 1. 

ui»3y nifl tpoedig op hv. van pclruleum 
in tugf^nsl, ran andere olie, lang duren nn 
dingen, waarvan men dngelijks neeml or gfri 
liniikl, zoo hv. van geld, dal door zuin^lxid 
nicl gauw opraakt, 't tegenov. van kièf. 

VltQn. tiKuniib; wat de pSdCrË|>'6 niet 
heblien gckri-gt-n oprapen. Ak^ padimmcnXUjkilt 
nog aan den slengci ii blijven zitten; Itjw. 
WffafUKi, mhOKOki (vgl. onder ngunlntig}', 



z. onder üu, mabatls anèh; «linipang.pada bakstocnen, die iiier en daar liggrn, versamrln. 
nianib: ieder aan één kant, kallh niandëmak van een pi, waar getuba'd is, aTgedrevtfl 
bafftnJJinè pada manéli: «suniiké|) karwa 
inatiinggalan sukunya. II. S. Z. 18, niallm- 
pnli anèli: «aiigudoda, niakj^ljri anèh van 
een vrouw, die een man verleiden wil, Lmb. 
^»?^.lnènabakin: geplaatst, tet- neergelegd. 



Adip. 13, IS, W. Z. 3S, 9, van een visch in 
een korf, T. b. Z. 4 (vgl. gSnah, dat een 
vroeger hinah doel vermoeden, vgl. 't jav. 
onder banjang), Inènab, W. 20, Z. 18, 1 
(kauiiggubang) B. Z. 49, 4 (gSnabang). 
Z. ue, e (kaëdjaug), lnenahak«D,Z. 6.2:(ka- 
unggnhat^, uanongoa, umuii^guli), sopt 
kébo wénang', banèiifr pasabbiVn.v a riii* na- 
Irltl, drëwja bilanf pj-tèn inr nalrili dèu 
naltakCn In; lèmali, War., dr. b.> lanau; 
loAlap, d(n nab ring watis, ald., dèn hènah 
iog dagno, ald. 

tn»?^, tarènth: QnvmaarHf \\. 23 Z. 2, 
2 (nora sab, taa wawarCng£^, 'niènèh 



visch lol sich nemen, 

SiWï^Ki^ Gil anubrida, s. ('t laaLslc 
in de Brimbayuitgave). z. aanb. onder na la 
en prabr^da. 

ca)9uiu!^^, X. onder «alii. 

u1iS))Sij^, lQ:-aoanin: tchoa» maken de pun 

dukan's met een lambah, z. t^uksukin, 

ngisilin. 

uiicvTA, z. nSn, JSnënan: benauttyi drwh 

men. z. gëlËb. 

vi»»l\,rtiijrluan: in ]d. van ritnanl, vgl. 

ringniibin (ondier riiniUi). 

ui]»]éi|^, niailaun: (fcblahmi urn Ie drogen 

van itjun's of de djalikan met vunr, van den 

ampo, yifór den verkoop, van iels, dal men 

uit gebrek aan zonneschijn, np gren andere 

wijze kan drogen, van gehak or mc«tsptj8 om 

het te kunnen bc^varcn en te beleüen, dal 'i 

kschimmcll op de pUunapi, van een kUe* 




een baienian 

lisdusf, tgl. Smid.). 

:i^>, n., tut ik (sSlul). atiiiapAinl- 

llhbopi, lul. 83, sDDaili^iiaill , a^iikli. mi<U'i- 

iHama, aana««rdJAdl, uM., aimad^iA, 

mL ouder saagka; aunikdtbhiirii, lul. 37 

(l nnder wiMiswa}; annawaha, 2. ondrr 

• euruDg. 
lUDieie^, s.,: tmnJ. It. tl Z. 4, S, a,: «en 

nrtoiiiDg is nana ab vorlaling ran muklia 

(•Jav.: rai). 

fijwipai^, ».,: imheri/pi-lijk, Br. Z. 56, 5 

(paripurAna), Sin. 'l. 6&. 13 (nora iiglë- 
wibj). Sum. Z. ld. 3 («jav.: niiidita). 
i!J»«?n, s. ("jav. niudya), W. 'L 35, 

6: Br. /.7t, 11, Z. 14, 13. II. D. '£. 1, II 
« U (Dora iiglëwibt): aiiind j agriiiïii, Sm. 
Z. SS, 10 (ulatna ning drS^ya, vgl. onder 
4rityidrfi^ya): padAnitidyadjAti, z. onder 
fida; aoiud]rani;nii: eigeun. van een der 
trouwMi van Makaradliwadja. Ww. 

&iSB^, 8., z. onder lani-'iu saiijr aiiaiila, 
W. Z. S9, 4 (sang anlaboga), aanh. ondiir 
lila, ananlabbogra, Adip. 29 ('t origin.; 
Ananta) en nanlaMioga: de draak, vorst 
Dndenvereld, Iladji D. Idketis. niüga kabtb 
ia ananlslihoga kariii|i' in de M 
m naiua ak Wisl^u, ft. 20 Z. 9, 9 (Bh. 
wnl bem niel, maar 'I origin. 1235, bwfl 
laanta^ ijtisnii nAg-AnAm (du gametislelliiig iiiel 
U 't Skr Wdli. te vindeu; bij Uioga dciike 
■a aan Uiogavrati z. ald. onder Uioga- 
ViLi; nuL nantaboga: z. anlaboga en 
wÜL onder (iSa); lijaiig anaaUklIu, Sul. 



l. 159. SO (sang hjang knla; laler. tnal 
k il I a) ; a n a II I unïdjH noemt bi'm \V is fi u , 
llr. Z. 3, 9. ahvaar bij ouk iiragarildja heel: 
iiiiaiilaMirJtudft, iinanla bjanif ki^lanin^ryn, 
0. Ik: anantanihramu, h.. ananlanikni* 
inollHii*)t-iid<ynii. i. aanb. ondir dliarmniJi- 
dyaksa, anantawiifjaja: iim. van de ipang- 
kha van Judislbira. Itli. i6 (waar Widjnja): 
anantabnddbn, Siit. Z. lü, 3 (hjang ba< 
dj radjiijana), anfliilagnpa, /.. onder naiida; 
sanghjaiifr ananta«ivK%a, aanb. onder liiig> 
gaprunula. 

sjis3^\, s,, nanb. onder Ijampa. 

nwisï\, z. onder rubür «n ujiaanni 
S:A»gjyi'\, s., R, 23 Z. 4, I (tan asuwé), 
S Z. I. 44 (asakiana, rgl. 't jav. bot«n 
anlawïB), IS Z. 1, 8 {I. a., ri sakftana), 
ferilQiiJ daaro}' juii;hlt'n zij. W. Z. 27, 2 (taii- 
|iapëgalan, tan mari), ananlarabbriklA: rfc 
daarop in ouderdom vaUjettde hrotder?. Adip. 104. 
6jwi^w\, T. Z. 8, UB (ralu !«wib). 

öuw ïgj> wwy A n a H t a «;tcl, Tan een plaals, 
waar WiSftu co zijne geniatin pla.-ils qciucd, 

« 

Sitm. Z. SI, B. 

Siieie^WKiy 8.,: de neufklankea (tiff, ly', 
s 
n, H m m). Tjl. 

&i»»p\. 8.,: K-üma. 
€J9C»E/:itR^, z. onder aniimana. 
SAtei^ncotn^, z. onder anuDioda. 
smncüin^, z. oiHler anuuiata. 
£i«ur^, s.. Bil. 57 (verL van aauga), 
Uil. 11. 



EHi 



-^■— 



«*\ en ui\ 



26 



3;*^ en ui\ 



vth\, z. onder djan. 
i£neo\: 6në'? 



».. 



unsi\: gagumuk, «gBgCr, (egeiiov. IC- 
bak; liunor, ra. c, van borslcn. Sin. Z. t, 
3 (agra), »wïtma)Ara, «wSImika (ki 
duda ninffftii laron, litronè aiiiran;* rajap 
ponten; katingal , ambubul saking djro u n u r, 
lèt^è laroki amadjnjiat, jav. t. Z. 18; dus = 
Sund. tiurjur: mierehoop), lëliak arat&bunur 
pwalëmahanya léliü kahldék, Rm. Z. 38,S I ; li u- 
n u r ikai^pajotlbara , Br. Z. 2t, S (niuntjuk, 
lukluk), hunur li^ susu, T. Z. 1, S6 
(lungtuDg njnnjo), Z. S, 10 (tuktuk uj); 
mèla saktng nnnr: « midjil sakéugwukir 
anak, pag:èh matitts hunur ing na^ika: "sa- 
dikgranSfika, hunur*: heuvelf T. Z. 2, 17, 
baifln unur: «kali lungka; tuhan — ; eigenn. 
van een krijgsoversle van Siinda, kid. Sund. 
Z. 2 (c. Z. 1, 65; rakrjan anng, ald. 8t 
en Ar. 5Ï). 

HLTDisin^, z. ondara. 

@ji)^3n^\, B.,: (an hana pupii Ikèiig- 
pSda van Aruiia, Adïp. 22; z. anurwdl- 

m a dj a. 

ajiKi3n-^n, s.,: eigenn. van een vorst van 

Ajodlija, verslagen door Uawaóa, Ar. Z. 
16, 1, die licm ook bïknaputra noemt en 
vele eigenn. bevat, nicl in Uil. te vinden. 
SJiJSiïl5Si\, z. onder rèniika. 

Si)Br:'WO\ , s. (anuradlia), knnang 
tkfttig anurSdliS pat wlnlan^nikil, kadi 
Qatnrafrft röpanya, Ag. S. 

@U3eï]ifi\, s.,: zoon van pradyumna en 



kleinzoon van Krëèfts); Iiij was de aanleiding 
van de nederlaag van den dallya Bdna, Hw. 
Z. 52, 5,' aanh. onder wiUiddjya; 

2*-. eigenn. zoon van Sèmba, Tjl. 65, waar 
bijArdjuna helpt ïn een strijd tegen de S zonen 
van Ilrugan dèwa (f), die «p een juweel 
moest passen, dal A. uil de zee haalde. Ani- 
r u d dli a wordt aldaar voot^esleld als de 
eenigslc, die na den dood van KrfisAa en de 
zijnen was overgebleven; tjèlraka walan ka- 
sanga, aslitsja (f) mrètamüsa, sanghjaig 
aniruddha hjangnya. 

(TjiKi n^c^T^n, E.: tanpatadnban, Wrii., 

lan k< (na] linndub lan kèna inn^tlftraila, 
Brb. 2S. 

suiQi^\, s,: masèpi tlkangkrj&papal tuf 



anartha, aanh. onder putjang. 

SJitem^y. eigenn. van een pi., B. Z. 6, 8 

en 14, 

(Fji(j|iin\, 8., z. onder lënjok, Adip. 87. - 

ufè^'^\, s.: arm, behoeftig, rlnghinft- 
rlba darldrs, lulja visa gostfafnyfltSmah 
manglarè, Nis. Z. I, 5, 1 (liwas krud; vgL 
Ind. Spr. 2836); vgl. nirartba. 

(|yi(_Kira riJi\ , s., aanh. onder jama. 

ajL[^ran_^u , s., aanh. onder jama. 

g-jnGinuisT^ , s. (anawarata),: onopAwi- 
delijk. aanh, onder brahmadaftAa {«jaT. 
narawantab), B. Z. 12, 17 (niangéntjarin, 
mëmbab). Sul. Z. 1, 12, W. Z. 26, 1 
(lanpapëgatan), Br. Z. 57, 1, R. 2ÏZ. S,ï 
(tan pëgal); narawata T. Z. B, 6)!, UÉ- 
mftnarawata, Adip. 16 ('i *jav. pnte n»»- 



I 



«*\ en \fi\ 



57 



9X\ «1 Ul\ 



[vita: Ijihja nténljor. is «igr-nllijk pra- 

bhlnarawjilii). 
n 
ui«r.unn\: rigcnn. van «-en pi..' {•jav. 

iirawita, sarawili: eigi'iiri. van een rol- 

I iriilig. xic 3 tcKiiKi'lst bl. 200). tttag -~ : 60 

Mem, Wa54>iig uti 't hof van Dalia 

iicrvorgd. \Vs«. Z. 2. 64. 

kaju anirawjLa. aanli. oni1«r tjjtltiig. 

i*'^*^arir»\»»r aourvvailja ^aii Anüruli. 

T. Z. S. D, Z. 3, 46, Z. K, 80; ^ri niiorwAt- 
'u^a: e«n amiere Haam van >aniiiil». Z. 
^1. tiO. Z. S. 44; z. Diirwailja eii vgl. aru- 

klliuatljn. 

i«l^£n\. 8., aaiih. onJci' wil ut. 

O^cSw», t, nirja. 

C*iBr->n\, s., B. Z. 32. 10 (asüi ito; 

l^agat). T. Z. I. 19 (asihin iljagal. hiiio- 

[bI^sii ing lij.). It. S Z. 7, S rii 7, van pmi 

{•■Ihcid ap aarde, 'T. Z. 1, i (maraga). Ar. Z. 

[4, 7. — rinrlak», l'«l. 100 ('t origin.: pau- 

ri<l]ina |)»d5nAm sammala). h^nnrilftii] 

't «fjrmmi ImniMd zijn van mn vorsl iluor 'I 

nik, Ailip. 85: z. iljanAnurA^a. 

£inu\, W. Z. !9. 7 (tao kna wint- 

liiS): 1. anargghja. 
SiKini^ %., aanl). umler upalak^ana. 

W.Z-Stn (tan kna r^ganin, tan k. toa = 

I, lan pa (p(f) ogati repa): vgl. 

■iirgha. 
Lisal^, jav. (« e;ji»»|^), naast nka,: 

rn. = panak, B. Z. 16, 6 (widja), samah 

jliak luvrèsit • ütndig ranak lijniig 

llakl; feuv aaak: <ils 1*^ pers. gebezigd iluvr 

\én kcrttng van ccn pHiwler jegens eïJu guru 



(z. nanak en sinuliun); ri\nahni;)bArin(iiij'n: 
als V" |wrs. door ran vorst jfgt'iis lioüige 
mannen, B. Z. 1. !0, ranak (om de vcrsni.) 
nialiJlrai, 23. anak nl mniijala, Sm. Z. 22, 
3 (stiku ning adri). tasik on piNir anak, 
z. onder lasik t-n (tnsir. giinnn^ iinak, 
B. Z. 87, 4. voklr anak. L Z. 2. 4 (bukit). 
ktili patiganak ni nE^rlali van een nlihnls- 
tromp, die water uitspuit, Sm. Z. 33, fl: 
Hvaiiilnak i kita: me heeft Ü lot Itiiid, Ailip. 
87. pjtnakant de vrouw nawrliij een kind tvr> 
Kekl vcordl, pi^nakanti: sij de motdn- van um 
kind, VA. 67 (waar unk p;irtinah ni wffi* 
kantn); Hnak'an: pu/tU van 'i oog (vgl. inal. 
orang'an), anak': oogappel, l\. 18 Z. 8. 2 
(.inak'an niata, n^lranilkanakan), aoak * 
ii^ soija: • JDdrAniiigmata, anuk* antqr 
tuatii: ikaiianikA, tniiuli: baren, B. Inl. 
32, iiiiViiak li: iemand fui kind fichhefi, n\tL- 
kiVnak: tot AiW hebben, ald. 32, pinakïlnak 
van i-cn aan(;enutiii-n küid, B. Z. 18, 4 (ka- 
dauia puiri, kaïigg» panak), an^anakaköii: 
geld uilzeilen op inlrejl, ^V(I).. strt sèdén; anak* 
• wiiljAli, •prasüli; Mmianakunja: leiJieiis 
tvanneer xij jongen hadden, aanb. onder èra. 
kodjuuK manakan, z. ouder kurSn; Jfh 
anakan: eea spruü van water, wel; manak 
en niunakaii: haren (mCiiil>adan); anak*, jav.,: 
kroott fiebben,»an\i. onder swabliawa; anak* 
noru karl nrip, ri'clitslcmi,: geen kind metr in 'l 
leven hebben (loocvn prrsooD mag goeo pèlabèb 
zijn; mranak, Rjw., J^ndah, maar alWn van 
planten); anakè: «iigwaiig: lan mli manak 
anakaii patrëni, (uti snh anak'anp. vaneen 



prinses, üw ifkMtlg Is van een haar opgpdronffin 
man, Tjl. 308. anak'an tl'irik, alÜ. 209. 

S': persoon, iemand, dese of i/eRt, iu tcgcnst, 
vnii cc» lid van dir faniitiir, mtu. ook: iets. h\. 
anak lijn: iels wonrdenrijks, bv. van de bal. 
taal, «omhl het soms, «venals 't jav. woi^. 
dei) xin sirhijnl te krtjgon van want: bv. dn Iba 
tjl^tpin bènnc anak biikal nlnraiu: knlmnlii 
punaraijép tëkèn batarané; pjanak <-ii pmmk: 
H»d van iemand in verhouding t«t do ouders 
(oha, putra en anak I}; afichrift van «en 
hds.; munakill: t'iiN iels em aftckrift maken; 
ook: pranak «n mranakin: pnnak*an, btig..: 
kaltlJHt, in de bel. van slondenlap. 

snak (ilsirn, z. under edstra. 

uii».a2\. t. ond*T lani. 

uik;3^^ en nut), «as.,: x\é. alü relut. 



lanjT swamt 
giiRlJ), nausinakiniik: op tijtt gemak sijn, 
geen tenlere moeite doen, W. Z. 6, 9 (iiua\ 
iinau*. mniiglali], Z. 51,6 (maiigrSnaniH), 
uminakakCu Iktn^ tan èuak, aanh. onder 
hari\ fa» liaiia lillnniliisrinak inak: omdat 
de weg gevaarlijk wmü, wartn zf) «iet op hm 
gemak. B. 'l. 44, 4 {norana alon lamban, 
n. luiiga maiigrl^rëna. nota linan'inwah 
musukaii'), wruh rl sibiiriiiakana riiisdjitli* 
van ('cn vrouw, aanh. onder upnlaksafia (verl. 
van manolaj»), n)ArjjiVns;inak:ina, B. Z. 00, 
S (da nalèmanang, maiigdé ségSr. tna- 
marijang apaiig ICga), • anginak M sildjujil 
liadjl, Adip. 4IS. mftnnk met manab: verheug, 
Adip. S4: ènak, B. 7.. SI, G (bStjikan). 
van een dnnUigc, die pan gedrcmken heeft, B. 
Z. 44, 17 (sCger),: m»&é%tr, «guka, Adip. 
73. 84, betlrevm? gemnkkdijk de wapeiiH liso* 
teeren. aauhoiuhiid boele doen, lil, van strijd, 
sëgan, op5k). Wir. 29; i hBnfik Ikau?- B- Z. 101, 7 {vzu\£}. ongehoord. R. 3 Z. 1, tl, 
bitl, Br.Z.41,2 (ban l^mp^l ikung mansib), B. Z. IC. S (1>étjik, pag«h), pm»f slapen, 
kahCni^kao, Bh. 87, kahSnëkan manuh; Hadji 1). 24, bis., dil aërbiki pHninU rimja 



i 
vniw. (vgl. sund. ana en «anung;). 

uii^KtK, jav. (sund. hSnEk; vgl. nSk), 
henCk nikaiislifltl, ft. 25 Z. 13. 30 (saiëg. 



• alëiei hali: Giidgmdi\héii6k lékiipiiya ma- 
wnniii, Ud. 126; vgl. hunSk. 

roeitaj^, B. Z. 17 7 (l£ga), in.'ikp{iU«b 

Jii^dnridra lilniutjanit KunE:ka riii^djaja rinr- 
ranti Jan pnkiiphataiii^wandtiaiiHk.si^a, Ud. 
92 ('t origin. 4897: adbatiiisjnnirPtftni rrèjo 
DA hl dJnJAtlksnJo djajiih), magrawtO tniib: 

• eat^'kara, kénakaii.va: 'l ü beter dat, .Adip. 
S4, aiittnaki, B. Z. 27, 3, a»G:inakanft, Z. 
48, S (ngl^ganin). isaminaka, K. 2 Z. 1, $8 
(sing né manglJgaDin, sané bfitjik), mi- 



ni nriniimbiliin lii^apiin anAta roénaka, B. 
Z. 67,l( (dakat kèwëb npa to sukané \h- 
langan ndi kapau ju saturut njukanin, 
inggib piugit ué i^kën to bëljik auggonSn 
niaiigdt! alul mi^Iahé, d. k. jan k^to apa 
to kamélahaitó jan hanja nggSlab mada 
nditigküpan bunja maluh silih roiljoi^), 
tnak: «raras, «rCAa, otti>eniN(/(u-iJ van stand- 
vastigheid, VV. Z. 4, 9 (pagfib}, ènak mai^ki 
d«né anajiib, T. Z. 4. 48 (l«ga baauiija 
mamukli), ttm wrl u^énaka, Br. Z. 13, 3 



Sa\ ea ui\ 



^9 



*i\ CD Ut\ 



iapisit^kabait, nora nukani. nora t^- 
lia Hjai^), ènaka »« nchiiliiD yMj»M* 
i«gMT(MgkiikaiiJ>inpi,i).Z. 40, 18 (SHkajan), 
■b. onder niktlait!», tnloxk Inakan, W. 
7. S (kaïhipJtir^nS- kafllurin sing 
iiniëiiiiia, kalüsaniii)'. ">«*'«*'''"'• •»""■ 
>a eukiln, *na:ln«ki van ccn Rcnccsiuid.lel, 
.fl.l (auiarasi); inakan ptffHln» u-huluii: 
>ika pi-Oiahaku, kêmiUnjft van 't geen 
riioorlijk is ol iemand Ic diw-n bwft om lijn dwl 
rtcreiken. Kam. I9 en 24.iiKliiiIun tan wiii^Ii 
ildik luniaku mauginak: om niy f" i'-rpoO' 
»| (^ .m«fif« , T. b.. Z. 3. U: h.ij«ftwliwk 
: irrci BiWopNir gcwwt of nalalitj.' Kam. 
H. ènak ii urtimputra nièiK|*t. B. Z. lö, S 
(latas. «ampmi bëijik, pa(t«li). pah^nak 
ll^halU: sie me ffow/ aam. W. Z. 6. G tapang 
■flih Ujalin. a. rahaju tolik), pahcoak 
tirtilt, Bb. 77 (Tcrl. V. sukham swapibi), 
lak w»nw: j"**' geneseu. Was. Z. 1, 
lil TW wn rapp'trl, waarin de gehecle loe- 
Indil Tcrmeld wordl, W. Z. 4. 10 (bftjik, 
féoCli, éahal ènak: -alisaliarsa; dalul 
kalunaiépak: .galarasa: ma«-n>tk*aii: «ma- 
timja rimjan. . asukasukün: paUèiiak 
MM^ki- ir urépali riimènirna tjarlU eni., 
T. U. Z. S. 49. Èoak «iijawp, op zijn gmak 
Bteiitand bem in den Wfg slaande. Tjp. Z. 1, 
OT; ««*■ mt'oak. aanh. onder gumëlal; 
nièosk ina*aniltaBg: s/pfrf», ouverpoosJ. a.mb. 
oi«|er aambai^; vgl. k«nak co m.-nak. 
Jï)0«2^ {yfl ina), sas,,: mémi {oiami(0. 



UüwaS^, sas..; iqak. 

r;w*ïl\. Sul. Z. 4, lO,inoii«h:"apïga. 
onik mcl budiMii: tei-nfèrgestngeH, Kk. Z. 20. 
1, san? on«k. Br. Z. BI, Ö («. kalaran). Ar. 

Z. 2, It: vgl. bunük. 

ui»s2v MI.,: uDi, Uq wkra basiikai- 
Mikiin, baramëliin sr^nJaiff wny tapaniniq. 
S. Z. 7. wah haruniq Mdiij. huridjiinui d«- 

lénjr kavalu bil«nc- Élt«a. Z. 3- 

Uïwajv DirnBnk: »Ii7 ww' siVA ini ^<wi/w« 

ïonder links of nrchls Ie kijken (Bjw.: sruiV 

Ul. njniiiiul): — 5 van iemand, dic niel wn 

de vrouwen geeft. 

■juieiaA, jav., t. ondnr • inak. 

nijy^nisfijlv saa..: i nunyan: maklo; 
éudêc,na —1 ook: ngonéii?; waq ngon^q l*q 
apl araq saniëndaii; iigonéfina (b.: I»*tin8) 
uo si nirlpnk wariri, hanponéaii, r. aanh. onder 
liuniil; ngMéq*: naasl la^^q'. vgl. ngóni. 
^unnwaA, Bjonêk, verkorling van een 
iigunèkiSn (d. i. angunyakön, vgl. onder 
tiba, sadok en U-bu), ugonèk sastra: lalen 
kliukcH. hoidop lesen. onék'an: '/ geluid van 
Iclleni: ntoni-kanj (martlialjad): mei afkeu- 
ring iets of iemand nofmen. 

e*^ «>, s., B. 2 Z. I, 4 (lap luDggal), 

_ «aniiia, llw. Z. 8. ï (-jav.: nékawainlU 

z. néka. 

sjiojrïiam^, 2. onder kaju. 

5jue,Mn«\ , s.,: meedoen* in den slnjil. Sul. 
i 



kaaak. 



oodcr ina: Inuu kanak i. onder 



4 



Z. IS, 6, S. maussmnkani prawrèlyiljAra, 0. 
aa»»-)?.^. a., JadJuJAnnkiJri, Sul. Z. 1,4. 

ui«ra7i\, •jav. t:kiHlÉn'). Vs. Dj; 



@A\ en w«\ 



30 



(U^ rn KJi\ 



sloeils: undiikara en sommige lih. ook an- 
dakara (l>v. aii Jukara sapla wulaii), 
undakara tën^ah wëiig:i, T. li.. Z. 41, 261 
(waar alle Wi. dandakai-Ü lezen, daar t^\ 

wel eens ccii sclirJjlToul is voor 'p\). ndakara, 
aanh. onder rèmpong, waar het gelijk slaal 
niel n' a l a r a , ii^unakarajan; : rij Ë d ë iig a ug , 
ugirigaiiiii, snka bnpa iigunakarajang jiniu- 
basaiig: sotja pniilka, inaiig:dé taiër maiuargi 
sapatatipun; ook; undakara, mundakara: 
naar gelang van de inzel van 't geen de m&- 
landaiig helt bv.; toen Jusup een zuigeling 
aU gcluige van zijn onschuld aanwees, zeide de 
vorst andakara sirèkn, ndi si ana rare 
vajali palaiiff imliih dina pioaiigika saksi, 
Jsp. X. (Anb. 64); hp. j. 81: andCkara sira 
Jusup, ndi ana rare wajah piilai^ palnh dina 
bisa rasaii ikii; Anii., J, IfiO: nglëngkara bo- 
tjah hèbaji, ngiiiniur pataiiji: piiliih dina Ihia- 
konan hisa aiig'liii;; Jgp, b. 170: kaniaug- 
kara liii^èki, èndl sé ana rare kawan dasa 
sri (ari), bisa varta minaiig:ka saksiaiiira. 

uiKOJBOici^ of nakoda, mal. (perz.),: dju- 
ragan (zeldcn),.jèn iringwaii^ rnksaha pnnaii|^ 
banawi nakodantu (nakoda banin) Ing pal- 
wa, R. m.. Jan ingwaiig; <yo»s: pétjab nakoda 
pédjah, all].; — ronda: eigenn., z. aanh. onder 

Ijagirgir. 

Ê:A)©Kiiru^, 8.,: anuliu, toegenegen, aanli. 
onder wiiiljuk, lut. 24, ü4, van bedwongen 
bartslochlen, Sum. Z. 5, 3 (maiigasor), 7,. 
13, 5, R. 19 Z. 18, 4 (iigasor door lc denken 
aan nungkul), bhafcljAnakata Ja hamaiidéni 
I pAdakanta, kk. Z. 18, 5. 



<Sj.^'ie.Tsi\j\, s., z. onder gadjawakira 
en liman. 

suïsiKiia^, z. onder nikumbha. 
gjtiQKïio^, z. onder «bi 

<SUieo£^^. "g. (: sonder begin of eÏHde, 
eeumg), Suui. Z. St, 8, aanh. onder anu en 
bari, rii^n&di, W. Z. tS, 15 (uli.nguni, 
riug atita); anïldidjanina: toekomstige mfm$eh- 
wording, Sun). Z. 7, 22. 

nK^io\, 8. {ilnüdi), ün&di bahwan- 
takanika:'/ vemielü/en van Ie veel ofte wmnig 
geschrevene letlers, achter '1 H. van de Leijdscke 
bibliolheek, unjltibabwantaka. 

®:a)Q\, b.,: duisternis. Sul. Z. IS, 3, (timi- 
ra): naast wuta, Adip. 15 (z. andhakarnna, 
andhakAra en andawilihAta); — kApa, z. 
onder wuta: — lotjana, s.,: wula: timl^nit 
ngii, iimaJamtOam ikaii^suka kapan|:g:lba Uëm, 
andbalümi^ra, iiga, wwaï^ laniaiig:iMkéa 
ikaii^wastu bawas bilang, Wrh. 

Ci-^^, aüdabhawaua, W. Z. 27, I» (dja- 
gató kabèh, brahmaiida), O., cedf., B. Z. 
2. 6 (salianan-djagatë, djagatrajané), Z. 
lOB. II (djagat), z.Jani&nda, bhuwanikiidacn 
Bwargi\fula; afidapnrana, aanb. onder kuri- 
Ijak. 

ui-^^, jav. (de goede spelling zil wel 
haiidA zijn),: «ni^reni, sopAna, lut. S, 
*a(lliiwliijii, «saga (de linguaal ontslaan 
door een vroeger r, zoodat 't woord op een 
rheeft moeten uitgaan, vgl, lidah door omzet- 
ting uit een vroeger dilab, waar de l den 
linguaal heeft verwekt, jav. aÜdS, Redj. a&da, 



Sx\ en ifi\ 



SI 



®A\ en ^A\ , 



L verder onder dj i n] , dèa akahah — ikf mëné 
\BfUS öwnh, Hal. Z. S, 72, Ibi ta Jogjènipë- 
lii^têD, apao ptnakAndaniiigmarèDfswar^- 
ial«ka van <le da^avilil. Wlb., amaiifrpili 
raiiradJaraD gégér lor tnhti alanja niar^ 
lipada — , Was. Z. 4. 

f. nianila anda van 't lioordliaar, roma 
■Klak afiilan' (k: mandaliaiida) Iwlrdja- 
!ada ■^■in wana,Slr. (jav. ngaAdan'): vgl. 
iièkmCk. 

3'> aAua wési: eigcnn. van een paard, R. 
L Z. 7, 60 en 68, nion^fwlDp knda liinaroiijr 
ikara', krësóftkAra akiris, Iwtr romanin; 
mtiik, anu gigik majura, agrun; Inlr pan 
iMa «éti wKyilinp kada Uiima koré ingant, 
kid. Sund. Z. 2. 139 (Dw. h., Z. II noemt 
'I paard van R . Lawé Gagak rimong-, 
;ii trgt daarbij ahoKs an^llr mtnaii^i, waar- 
net^ fgl. Winicr's prozawerking LI. 58, Dw. 
b., b., Z. 14: en Dw., van D., bl. !>7 : San- 
gupali). 

4'. B^nii, Bjw., van bonden als er een 
loopscbe leef is, van iemand, die telkens om 
m mcitije komt; van daar niet loesp<-liiig op 
ióda', de blabad: ngluruiig gubu^;, vgl. 
aaroDUronan. 
IL: wulan asada, Tjt. 
(«IK \ : boek mei geneesmiddelen legen de 

pokken, waaruit een aanhaling onder dak aug: 
Tg), kapètjélanen onder rininh en iljinab; 
ula ka^a^ar, aanh. onder budilliAlaja. 
Sii^v 8., z. onder snmur en vgl. onder 

barangbnng:. 



II, jav., panjrandé: gelijkenis, spreekwoord; 
ook: pingaiidé. 

UI '^ i?-) \ , dinjdiny ando, sas.,: de plank «f 
'I stuk vlechtwerk, dat in il. grafkuil schuins 
geplaalsl wordl, om te belellen, dat de aarde 
op 't lijk slort; bij de Biil. Moham.: ding- 
diiig ari of, maar zelden, diogdiiig ai (mnk. 
dindii^ iijéréq: jav. diüiliiig aré, uil 't 
niad?; dus ia ando een verb. vao 't Snibw. 
ano; Crawrurtt beeftaU mal. üèugJèng ari). 

%^^ of nda: duidt in 't algemeen een 

overgang lol iels anders aan, van daar ook in 
Icgcnst, maar. Bh. 84, W. Z. 21, 13 (mang- 
ké), Z. 20, I, B. Z. 4!>, 4 (uaugiiig), B. Z. 
16, 4, Z. 103, 1, Sul. Z. 102, 8. R. 7 Z. 
4. It; nda, Z. 9$, 20, want, Jatéka mégl- 
lènda tftuhana mnwah wéuan; amipag: (akti 
uiiipmusnh : die moet opgezoubl worden, Kant 
geen andere is in staal de macht van den vijand 
Ie weerstaan, Rm. Z. 14, 4, aanh. onder teuCug 
(nda, oud-Bjw., ; ëugkèn, kl£nda: kèn- 
k è n) , raA wA panl|ak I ngatjala nda tan 
kamèg'ban, Rm. Z. 1, 4, zoodal het vaak den 
zin heell van namenllijk, vcanf; vgl. ndah en 
ndan. 

g\ (jav. ïndi, vgl. ndya), W, Z. 35, 

13, R. 9 Z. X 19 (éngkèu): met een con- 
junclif hoe sou/, immem, Hw. Z. 5, 4; ndin 
Innj^bil, koe zou de smaak van suiker in den 
mond neqgaan, W. Z. 19, 2, (ndi kapan), 
kadi — , Was. Z. ï, 4; Ww. Z. 5, ndi^jka- 
pau tityan; talak: «kapan wiwala, ndi 
kapan en ook ndi kapanën: «kapana (vgl. 
-.1--;^^ I,.é<lé>.Bjw.,:h. T.hlungkiug. .^iugapan), udin tan jlAuA ngiuntus ala- 



ffdmatyniir wmg sannknya: hoe zou die 

aatiKi-^CDorJ wordt xtjn vcrwuni Ie iloudcn niet 

verlegen Eijn? Ilw. Z. S9. »: tiimakèn Jnn 

Mikiiv i'itdi niwati umriiur Snili: ■iiiatukuiiii 

r) s»ii*ktin parana; vgl. punëndi. 

CfiT-^ip^, êiidi)*, Bjw„: linibiir: z. lo- 

iokkrot. 

uiigi^, z. indak, maiiidii: nttf/ maar de 

swetm rnn tcfjt hebben (vgl. mad. daq ki^iiila: 

vansen), «piAiifl, niaindii doffèii tédiiiu^'é: 

de i, is maar fveittjfs aaa^egfrtu. taoAaX. iiicii 

hem naiMVi-liJks ziel; tanpainda: «talaii 

Iwir, • taiipatëmaliaii, niniiida': ajal^an, 

nrimia*: iels l<njes doen niiU >iel maar den 

Bcliljn hfien, 200 bv. ecu reeds stiDkend lijk 

locjes insmeren, om er maar gauw van af Ie 

z^n; n^itiduilt^: iels <t/< 't viare tlechts aan- 

$tijipeH bv. een lellcr loo schrijven, dal de 

geschrevene figuur er slui-IiU op gelakt, ivin- 

dajiiiiir manjèlanipar nsii: Ar; deed ahof hij 

tiaar een houd tiierp otn zijn broeder wijs Ie 

maken, dat 'l eten door de honden was wtg- 

gekaajil. Tjp. Z. 1,8; — ane of — Jan(r (vgl. 

indaraug): h. r. tSgaraiig; ook biieerd als 

nna *aU je blieft" (vgl. ilja). 

r)>?i\. *■.: de mam, Siit Z. 51, S («jav. 
'T 
indung, ènu en éndting, Wnl. Zani. 1. 

367); z. indumati. 

rj-^V manguft^a tlalf, W. Z. 15. 7 

(manadtad. uiangnj^ng, ngagëm; vgl. jav.}, 

een tvnani, Z. 17, lï. Br. Z. 9. S, Z. 29, 

6. Z. 11, 4, inmiik, Sut. Z. 125, 1 (tjining- 

klakakJin}. inandauuda, II. 16 Z. B. 7 

(tjingklakaii^;: lugnnila in pi. van ïnuüda, 



Rm. letkenit.: "ptnuiifr; nutdouJa, B.20 Z 
16, I (kaDJiug, ijiugklakauga), inaüdon 
ié (Hla, B. Z. 95. 9 (iijolahang). Br. Z. S9. 
16, mangufida «ifltuljala, R. Z. 9S. 8 [uga- 
jSng); nimiiioridi- «radanya: «nmutër dan- 
danya, këlio ;ir^uiiaa, s onder gfipok; 
konda dour ceu aardbeving van do sapla- 
pAlala, Ar. Z. 8, 12, koüdauglai^it k»- 
d>ajanan, Sul. Z. 154 d,: moiiJa niakAstn 

lèn, R. 21. Z. 1, 3. (k«muk kSiupul Ijaa) 
tni-^^ I.. JBV., Bg-uuda: mei eUiauder ieU 

sjomven door op verschillcttde plaalseH Ie nfiNM, 

om 'l elkander aan Ic langen (vgl. jav. ka- 

tdfida']; maiiiida van geschenken beiUaaildl 

uit versehillende dingen en elkaar op ver 

schillende IIJ(Iïilip|>en arwisselendc, iigrnndaSnr 

een ander gelaslCH zelf gelast zijnde (vgl. on 

der lunda). 

jèh — : eigenn, van een rivier in K. K 
en K). 

11., s., onder dfl bondgcnoolen der Pift 
lUwa's, Bh. SI. 

r;-^^, Tiuilll (nftdé: bal).: pijfkeht 
[naar ern zeer te helwijfdi-n lial. verklaring), 
• lihai^an, Adïp. 81 (in 't skr. origineel 
wilA, waarvan de Iwleek. meer overeenkoml 
incl 'Igeen men in 't jar. onder uinii np 
slaat; balav. ondé: een balvorniig gebak, i^ 
jav. ronde!). 

•Ji-ig^, Bsa..: kembar. 

ouv^i^^ I.: soort nchermspel, waarbij gebf 
zigd word I een tj^mëli met een hunlar 
lood (z. déd^mpok) en men zijn legenpart 
niet anders dan ap 'l hooU mag IrcITen; 



yb 



L\ ni ui^ 



55 



«4\ en Vt\ 




LoiDliok. waar hol woerd een Hoorl srUildl rji^ty, titrk rkhm, meer of miD «««> 

IM^U Üiob t.eb™reD: in «oromige ilrekai|a,^ «flde-oieren. vlencb of risch. van Moed. 

erwedding«:l.a,.peuopaansegaan(.jaY..„„,, ,a,. wftlükaróna»a, .ahamë'ng. na»t 

tJé: liméng. Meo . ei. W, 568. uilg.T.D.,|.,ji, ^„„„d ,,,^i^^ mal. en «a«. anjir. niak. 

H; n. Taa KUs.. Jav. Wdb.; j,«»«r); Tj(. „,^^^^^ ,„i ,^j,y BpmJlh'ln van een 

^erUiih mei Md^ waar hel de Mliild.^rteD b,^„_ jj^ „^^ „(„ j^.^^^^ ^ekl (op sommige 



onder prüé. 



II., kalinndili, aaab. onder b<!na. 



H.: op /.mrM zich nu e« dan ophoudende v»*P'J\ I., vgl. andnng (ï. o. aëpSkBn). 
^cosdMlelingea van Eiidé ..f Plorcs en door „yandnh van waler: lonkandengan. 

Satak's. vregeiis bunite donkere kleur en, jj,, nyandah*: iemand mei mooie praalJM 

üns knillpnd haar. onder de papua's' ^^^/^ f^ verttrikken, om hciu vertrouwen in 

orteerd: vroeger wenleai ïlj aU slaraii gein»- ,« boezemen, uidiiha bitn pipis va» een cliinee» 

een mooie vrouw {vgl. jav. o. naAilëb). 
£ffpin, uniiè'ninir paki« ëiidab ingva- 

lahar uiwléwihi waiijci Bi gantta alngfopar, 
Sum. Z. 37. 1. 
öJ-^^\, B. Z. 101, 6 (lingkah), Z. 86, g9\: ahloen. (Aiorop, verrolgmt, W. Z. 

19, IS (séuialib, wjakti), Z. K, 1 (irika 
inaugké). 'i. 17, I, vgl. nilft, dal naar de hh^ 
vaak er de variant van is. 

UI gin 1.: »ieh vermeerderen vooral van 

dioron (vgl. rëndab). indahan: lljner dan 



[farteerd: vgl. maiiggcrai. 

^t?]^' ^f- C*^''^^)' '>>l>^' Krib. (vgl. 
'ander kalan^). jan andah savrantajan an< 
lihiUiya, z. onder wanlajan. 



B: ■andfli van een berg, die uphoudl mei 
ath ie verheffN), 11. 34 Z. 1, 3 (atwaug^, 
■«ndég), van d hiiddhi door omgang md 
aitnJervn. lal. 59 («erl. van hïjal^l, mawA 
a.lnd£h ■angsi' Ulioi«bala, Bh. 41,kAndéh, 
iJU7» Z. 16, 4 (aambéh), kandi^han Irang. lekadan; bv. wfn— au driUj — gménilah: 



Sm. Z. II. 8 (kabwalan djËngab), kand6- 
ban riman; tan een verliefde. Mal. Z. 5. 77 
(dafaal ulaqgun). kabdehan lolnt, Ar. Z 
S. SoL Z, 48. 6, kafidfhan riga, Ar. 
£. ïï, fl. vgL aanb. onder ragiwa^a (jav. 



sieh vcrmeerdam van een bevolking bv.; vgl. 
ei^kad. 

11. I. onder ëniISh en vgl. omler gèwar. 



^ /- 



Lfiisn: in rep e» nwr, in »pfAi«Wi»ty, j«- 
lUaitneerd , «hnmun; (saa. Cndab, vgL aamn. 
kaiiiiuban en kranduhan kingkin), «nder siii^ga). Mgcndëhainf: «yjeii» iels /aiwwi' 
laaD^ëban. \V. Z. lï, 5 ^kalindiban, ing- maten ol « rqi « roer siJH-. pa — an: <k 
Irabahan/. kandÉhan in!r>ih iirddba. Ar lieden, die op 'I hooren riw a/«rm, ala bv. de 
Z. &8, a (lid*-: Éiidèbaiij: ■kêiég'én uiiiau- kulkalan, M vsipeu h»pim: paur^ndéhaa 



ilêb, U. SU Z. 13, 4 (runUg kadabal). 



kédli^ van d. kükëpwakan. 



Sa\ en ^A\ ^ SA\ en tJi\ 



^ n 



o. kamësa. 



UTKi^^, ng^ëndih: «iiiurub, vlammen; — liuaugkc maugujcug), tan èudiih uka tapva ; 
im: * ililati. K uriib, n^éiHliliaii^ api: nan ' iliiiyAmawii rdiuiiya, W. Z. 2. 8 (nora bina . 
't vlammen bren(ieii, iigëndibaiig npwi: »uin- iki maiigkaiia olihnya iigawa ajunya, i 
waiig apuj, wiimstwan ëDililiaiiga iiiHg:ë'iiif: intli kapan ja tan ajti inangka olibnyi 
*diiniilah wiiiüb prailipla. jniiigkabaiig kabajnnnjané), indah araras, ;. 

Oi-^q^, niciidDli, B. Z. 4, 11 (niaiiS- II- Z- 55, S: êiidali. Ar. Z, C, 16, preeia 
dSiig: jiiv. R. 17. vgl. ui'iiluli). vaii vniclilcn, d/j. 'l. 8, 6, Z. :>8, % cndali hjang; dhanapati 
T., Z. 5, 6, R. l, Z. 1, 28 {meiigpëni:), van een schatrijke, kid. Sund. Z. 2, 19 4: 
*atc'b: variant van aiiëiië'ng, Nw l.: oiuÈiï- IfliipèDdah: nie< skh storen? Br. Z. W, IS, 
duli, U.7Z.16.4 (niane.iéiii;. Iiisub), aatili.'Z. 15, 29, Uw. Z. 42, 1, B. Z. 8,5 (alëp, 

maii^ké, bëtjik): ünilah pakanlra lamnn tia 

ijt»,j^ I.: miada- van boog water (vgl. waluiig- bati, Il Pt^r. lOe.èndah sira wra- 
Bmlmb), van een brand, mea- of min bcUoeld ha: hoe zoudf ge 'I welen, ald. 81, èndah 
van liiorn, pëdilu'? — an van een verlonrnde. nhuripii: 'l zou een wonder aijn, dal gij er 
Bngk., Z. 1, 74, ukMi brajaiié piidAii^rnm- 'i Irien afhrachl. Ar. Z. 4, 16. èndah awikana 
rnni miigawé Sn dub niitg: scdlh, Djpr.. dadiprnbbii Jan uhiu sidiUiuha s&nak: '/ sou 
ènilub makadadwH pada liiailg:loe:aJailg ati necmd zijn. zoo de vorst tvixl, dal ik (de 
van man en vrnnw de vrede sluitende, Pan. |atat) eigenlijk zijn broeiler was, Nt. 56 (vgl. 
Br. 7.. 7.. lëmpër. 'jav. niéndahaiii^), èndah Jaii taii Raden Ala 

II., sas.,: sfik£b. jï^iUT Kliiijc: wie amlers ila» ? 'l laa een wonder 

ïp^?^(?}. Brb. Z. 2. 2(z. «rndiili): könda- 'zijn. zoo 't niet /{. A. was. .Mal. 270. èndah Jan 
han inzsiin tiimiii^bal, T. /. 3, 24, kcnilaban. 'tan djannia taüh (luwu?), 't zou een wonder 
flkii iii^rniiga: il,- xrhe/i vermaak en/,., Z. 8. zijn, zoo '(. geen huogtjeborcne was, Mal. 6. 
154 (dëiiiCn ira ndintfCb), tumëii;rbatc- (vgl. innndah): èuiliih ahajo, T. Z. S, 89 
ii^^bii kfindahaH, T. Z. S, 2ü (niingailali (Ifiwih ini; ajn: vgl. pciidah). aiigèndaha- 
ngatok, waarvoor li'cs: paök). èitdab : raic'kïn mauis, \V. Z, 3, 4 (maiigléwihaug, 
andere, fniaicre fiidaante lirijfjen. W. Z 17, ii inainbëljikaiig, iigalüwihaiig), sarn'wèndah 
(lëwili), irennd. iit 't ooij rallcnd, Z. 21. h rinasakiiya hbAiiniia lianan potlb faana mahi- 
(kabinawa) , jèkanpi'^ndab (h. en een juv rciig: wanèh dadn, harii;. Z. 15, 8, kudi ffapdL 
lids. j <^ k A [).) rüpa : daam/i nranderdf dr uiion i;awa èn d a h MiiltAnun mai^mi van 
galmnli: van, W. Z. 6, S (irika masaliti aanvalicnden, kid. Sund. Z. 4, 68, hai^l 



goba, i. ra ris m. warna, i. in. rupa). 

èndah mniiila kadi^aiiya tiksiia, B. Z. 8, 3 

, (alep iigiijëng, bëtjik lianja ngolahang. 



indrabhawaiia pniiaiuc nagwa sanljani^lép 
aeri, pcnnli iitiig; pakawwan, èndah l*atali- 
ritdja, alil. Z. 1, 152, warnntkwëoës araawar 



fiJi> en vf\ 



SS 



£*\ Pil m\ 



Indah slUni^-mi tlniiignriil in^ wëng:! ri widJM | liialah riii;? Indra, wli^tlan snnialali rln; 
ii^ arkka, kid. Sund. Z. 1, 3t eo 41, Z. 2, nialii^dèna, limpa s. rhif sai^kara, liamprn 
193, np alle welke plaateen hel gelijk, ei'ennh, s, riii<!: wisnn, inëbttii s, rii^sambn, uinliili- 
tiel versihil lende i-on Itctockeiil, [inisunia uinluliari s. riii^ ^^lwall parn, tatan^hal, s. 
uau^aar liwih ündali Iwir tratiDii);: snrl, ring; sai^l^an; masti^nni inarli^ saiq:lijai^ 
lid. Tam. Z. 3, 10. tongval', m. in fr. s. {gelifiime term vwtr 



II.: uilroeping liij 't iiirorpen van der goilon 
UKM'henkoinst f niiBr indali ta bbatAra niun- 
Katha rëü^ë'ii sambat nl ii)ru»g;g:öng' \angti\ 
«ni. Z. 1, t, miiidali, 0. 

t.i)e'^V''M^* kaundali* baboiié iii randi 
raala (hierniet verstaan). Dd. 6 h. (iinljab^?), 
paflidali, Bs. bt. telkens, wwaï^ sana^ari 
Tfir Pnrbakara ni»^nfiiraii piidn lucnibni^ 
innr allt lanaiiir wadon fcknn hi^; tawa 
piuinlah sokané tan sinipi suka pada maür 
«uk. DJpnr. 

r-^-A I., jav. (vgl. ëhduh). inandoh: 

afynrktid (hIs vrurhien van de Ikwiii), It. Z. 
ft, ii (inasas). aiigiinduh poapa: "anga- 
lip sëkar, aanh. onder rurA, iigunduh 
iiiri: «ami't kusama, B. Z. S8, 3, mantra- 
■JNEai^'UDduU tawon, tanfa)ak,l!g., konduh: 
•an jonge vogels uil een boom, T. Z. 3, 40, 



de borsten f), 

^g^V itfnndoh: allct bij 't verwcnscheii 
vermelden, iemantlB vader enz., nanh. onder 
tiaktak. ba — : «liiningsn of «tiini. 

l^SI^* ^' * 'i''"ht: ondirsckeid, verschil. 
êiidah apa {bina iiapi); '/ is immers ftreöes 
'Izclfde (wil scliijnvraag : vgl. pada üëha); 
iiiaèudahaii : verschUlcn van elkander van d. dëdC- 
mSiié: bikaspDhé inuèndatian: Ar(»»c jooWra 
zijn vcrschillemle, nièlaf;èndah of miagündali, 
t. pëlag, lulagèiidahaiig, plagèndahaiig: 
iels op allerlei irijs behandelen zooals bv. neii aap. 

']'-^']^^V *"' '''"'' ''"l ""-'" 3ls 't ware 
stom is. 

wi-Tfru^ (if aBdilinli, aanli. onder wadjana. 

p-^i-TTf^, umiagi,: #twasia, aanli. 
onder w u I u ' en sikksi, waar 't origiit, k a- 
riika lict'll, aanh. undrr asiadaratjaiiilala, 
ran Trachten, R. 7 Z. 16, 4 (kaüas, asae). waarin dn Ix'dm-ven cloka: wri-ksablii, 



ran de hati van iemand, wiens gcncgenlieid 
nen wint, I'tl. 5, soudah, Ja koiidah z. aiinh. 



waarvrmrie lea^ii wardhaki (sas bëndagi, 
ta^'. a II I n w a g i . \W. a 1 a w a g i , pamp. 
«der dèmpei, inundub (?) dé Naiurkaui: i alungi, vgl. biiip duhagi of duliagi, 
linalilan ii^laiigë'. ! dal ook beljoe^d liet., vgl.jav. nguiuiagt^ni, 

II.. tsahtiiidnb z. onder wundnii. en de t bcteükcnissiMi v. 't mnl. lS/>j^. zon- 

kadi Diondnlioiïdnlian van de borslen.lals bv. in patik Jaiig iljaubari. 't men. 
ir. Z. 31, 7 nikan tan? makApadnin, posnii*'i^U en verder die v. pandaj. dat in 't 
■■alah rlRg Ifwara, para* itamaluh Iiig: isora i lamp, uelen boteck., z. jav. K. 2 en ktj, 47, en i^du- 
BrcdA^ta ssipalak rtag brahmil, a^ns su-.dagèni, ald. 28, alwaar uiiJagi de 2''' bet. 



l 



iSjI^ en KJt\ 



56 



eA\ en iJi\ 



heeft), R.. llij Z. 1, 1 (bandagina. een verl., 
die Bleunt op de 2 lietoek. v, karu, vgl. 
onder waitalika). 

gïQi^: maar (vgl. ndfl). Sum, Z. 1, 7 en 
4 b., It. X. 61, 3. Z. 104. 6, Z. 17. 6. Z. 
18. 11, W. Z. 3, 3(maugké). Z. IJ. 11, 
Z. 14. 4. Z. 7, 6, Z. IB. 7, Wre,, 81 en 8i; 
2i> hier?. Br. Z. lü. 2, nilAii, W. Z. 3, 8 
(smalili), lieperkend, aanb. onder djdtaka. 

uioKjal^, ëndèn niain (malih alios- 
bos of maogkin dumun): wacht eens, laai 
me eer.ll begaan, geduld watl dini ko en- 
den an niain bij 'l arscheid nemen (vgl. onder 
kari), mal ëndènan (mriki dumunan): 
kom hier s. v.p. I, ngindèntng : iemand met 
Sndèn afschepen, beletlen. dal iels rooreersl 
gcbeure; kèDdèdnn^: niel behandeld wordea van 
een rerhtssaak {ugrënëugai^; vgl. iigrang- 



delingra l)v. of naar een ander land, ugëi 
n^llb saïn;; tuiïl p^ndonan: diehiern 
andere plaat» komen spelen of werken 
liatav. mëndonan). ng^ndoiilD: naar ii 
(oegaan, bezoeken {vgi. raaranin), ma 
donin: «aiigdon: i^kèn nè. darai^ 
pai^ tityai^ wantali njidajang^ pati'ifr 
bn; maugëndonin. kid adlp, c. Z. i 
bn nsan n^Onan? desa taksila ni ka( 
kaëndontn, 64,éndoDl! «duraon: ënil 
an, z. ëndok ^an. 

ui-^5qK, jav., inden ing padati 

y.. 52. 

ui^Kily kèndénan (?}. z. aanh. 

sakala. 

Uïg^jol^ of andan J: doka {?). 

bèbt^k, naasl dil woord, aanli. onder 1 

(Mal.: soort pelikaan, vgl. bal.; liug. uni 



kadaiig): sampun ndèn 1 dèwa uniodjar: [ bratanya sarwa moiig-lëbali, tt^Uo; 1 

«hajwa (ri narèndrApavabda, twara ko 

ëndèn pëdas: «tan ni<;tjaja. dèrëiig: ndèn 

bnka 1 kèto: «diirung katnn kndïku, ma- 

riri» ndènan. Tjp. Z. 1, 1 1>3. durong: 

ndèn kantin wastana vun een klein kind, 

dat nog geen naam gekregen lieefi, da ndi-n: 

laat af eerxH, nora ndèn mèliiig djati: «iida 

tapwan matiiliir daliat. vgl. londén en en pamagrim 

dënan. 



kbo bnlè, sarwa bnn^kah, uiuian 
kalung, War. 39. 

r;ï)ciKi\. «..of indani, «tabën. * 
• kaju, naast wrëk^a. T.,b.Z.4,107 
onder Niarad wadja, z. (uskënda 
w i n d a n a. 

uiwKiny eigenn., z. onder badjo 






^i\, jav. 



(vi<rb. van * aiij^'dun'. 



ui^\ 1., pasDt andar: bizondcre soi 



<^ 



boor (z. No. 18 op de pi. Iilj Rallies), iq 



jav. andon, vgl. Sund. iigadon), iigëndoii van een hengst een merrie in pi. van ii 



n^onioiig;, ugëndon mëtëtadjèH, ngëudon 
iig;allh 8:aé: van ))ersonen, die van eenandere 
plaals komen spelen of werk zoeken, ook: 
ugëndon paoganj ngëudon gat van vreem- 



bain, oggëbëg; man^ndar: • ai^bii 



c\. 



ui)ei\ 1., z. nandir. 

II., sas.,; undar, — *; undar'. 
ui9Q\: «IQtën, QgCndër; ngiibër 



Sa\ OI ui^ 



S7 



S*\ en ui^ 



pang vsn raven een uil, Tan eeo schaldeischer 
een debiteur: iBêndfr, aanfa. onder «iwat. 

viy^: 't geluid van d. gÉndèr; z. 
meklëudir. 

uin\ I.. z. indaraog. 

n., Inivdjljt, z. onder indra. 



der ud6r, utfir en indralUenz.aanb.onder 
krëdiia II. 

^p\ I. ja*, («infeiv), ft Z. 12, 15(milaff, 

makaëd), mangnndurl, W. Z. 2S, 10(niaiiga- 

adia), iDundur, Z. 22, 2 (lilih, murud), 

|R. S Z. 2, 2 (iigilésin. ngaSdin), B. Z. 7, 

<:^>.ygl. i'ler.R.21Z.19,20(pider),ji6(n,akirih.n.akafld), mundur nndnr, Z. 

lüinder: rollen van de oogen. R. 20 Z. 9, 2 g. 2 (mfikaëd kapungkur, kilësMna), 

=1 (narilChan: vgl. binder). 20 Z. 19, lö r _ ,8. z. g. n (,.). jq Z. 16. 4, amnndur, 

midér). 20 (minjëng). 16 Z. 8. 8 (lëDged):'B. Z. 7, 9 (igapui^kurang, masaairig); 

nDeentjakra.aM.ïl{inini«i.g),R.23Z.4.7 praoyundur^ de strijd legen die van Singa- 

fmailHan. niiiiiBiigan),Jas«p«tangansr. g^^j („p„ p^^^i^j ^,,j^^ j^„ ^^^^^ ^^^ 

n«lt iagind«ran inr botrawl, »JPnr.,.r^ara..g Nagapuspa. de prinses schaakte; 
indêrsn InrniatBen mèndra z.onderpsQv ... 

' 1^ Hbo tan lu u 11 il u r : aangt^nomen naam van 

S' . mfadir'an : van uljn zich telkent vcv' ' ,. 

'^•' ll'rasaiila, 

fbmltai 



Hul., pasuiig; muudar: « pa- 
i^ang surud; woiig tan luundar: benaming 
van een soort keurtroepen. Ar. Pr. (vgl. wnng 
tan knkib], «kondnr, B. Z. 12, 8 Z. 43, K 
(lilih, UI I a i b) : tvijken in den strijd, R. lil., 
augunduri paiig^ubaja, Jsp., Ii, Z. 1 (Jsp., 
j.; auguwahi p.) 2% ug^andur: geesten enz. 
verdrijven; paugundur distl, Us., nidtlknn- 
dnniD, z. onder pSraug 2'; paDgUBdnr, aanli. 
o. ram pa. 

ninndnr opmerkelijk, VVlb., 52. 
II., midnr', jav.,: zekere kleine zwarte 
vliegjes, die in de oogen vliegen (vgl. snnd.); 
«eb|keDde(z. de afb. bij Rumph., Rar.N". XV): 3.. ^„ jj^^^^,, werktuig, best. uit een recbt 
audlr: nm. van een balé n.ct slechts ,e^„,„^ ,,j,t boven aan óen zijde geland is. 
één ataauder in 't midden, en rilplaals van ; g,, j^aiend gebezigd, om er scheden voor 



UI T?>\, jiv.. L Nalbes, Blak. Atlas V. 7 (lamp. en : 

J"^ i 

nnd. id.): raadsel er op: kèdèn; bon mepitib 1 

balé géié, mlder* Iwir andar van iemand, diej 

teekt (jav. id., Lk., vgl. mad. mèdér maniq 

Andir, mad. leesb. I 24B; z. onder këkëpSren 

likai. aaob. onder djangkung), ngundarang 

■Igjftiiir: doen danseuf 

V; out. van een sSSt of djëët-soorl, die 

ie gevangene kip in de rondte doel draaien 

■ belet geluid Ie geven (vgl. kala ïdër'): 

r': een vierpoolig zeedier op een undar 



VDorname personen te Basakih (undar andlr 
tavum: kapelf. Wg. 7S). 

3'; benaming van een lëtèi^kèk-soort. 

'.ig^.hundèraD Ingmata, fr. s., vgl. od- 



wajiens ineé uil te hooien-, 3° beu. van een 
grassoort met stekelige vrucbtjes; 1 ondur'an, 
z. onder bungut suwah. 

nuinè^j tiiol van een bal. gedicht, de 



(Ta^ en ^ 



38 



<Sj^\ en uii\ 



belt] Ki En der heclende: er zouden exeni- 
plai'cn zijn mt;t zun^'nooLcii ; 't bevat jav. 
woorden, die img Ie Bjw. in zwang zljii, zooals 
Léïidjil (luijn bds. was liijna oiilresbaar). 

2"-: cigenn. van een \>\.? aaiih. onder liingid. 

m^ /i\, (Jtt. 58 en aanb. onder wasuii- 

dhai-A (vert. van niaholkd), B. Z. 89, 7, 
n.. 18, Z. 7, 8 (mr«tju:jav. ook daru; 
sund.; ecbo), aanb. onder rukmakilra, (lawa 
en {lotidok, tamib&n^h a n d a r u sai^rkèiigit- 
bii,:a onder de ongunstige uniina, üd. 90. 



Pam. Z. 1, 87 en vigd. (wèdana kadi andaru 
mnrnb anëlaU mar^, Jap., b., sarira kant- 
ram asor daru iig:alih, atd. 176). 

öU'^rnv, arjjiinnaiitiuru rins:^fër ja- 
bng i saiidiii^ Ika linipat ii^pisaag- gradlns, 
Sut. Z. 9, 5 (anudu, dus aiidudu). 

riKir\, 2. nndei' tikus. 

nungyi^oroiiara: lal. uilspr. v. winara. 

n Ki ^ 1.. 8.,: iini. van een liekendcn goit. 
(;akra, rëHiuksa, béisawa. wipodja (zoo 



{'t origineel 4845: diwa^rjolkah palan-! «leeds, ook in eiüi jav. bds. in pi. van widodja). 
tyèlflh), eftksftt liaiidaru man?«ii«s bij •(.«atakrfiU (in pi. van c.. kratu). lèkhar- 
zien van een pers, dien men niet verwachUc. ' s a b b a , puiandara. purubüta, lurft- 
\V. Z. 17, 8 (tèdjaniaja, wi.), Z. 25. 11 (m.). sSt, pAkarAsana, wrëddlia^ rawa. di- 



saksnt katlban andaru (jav. sprw. katiban 
daru) van iemand, die zijn verloren zoon 
terug ziel, II. I'rigr. 115, van iemand, die 
zijn zuster terug vindl. Hw. (vgl. vrmnd ondi-r 
nirciju), sjtksftdilliandaru. It Z. 5. ^'i (kadi 



w a s p a l i , g o t r :i b li i t , s u r a |> n I i , w a i a- 
I) h i t . w r ë t r a h A , s a ng k r a n d a n a , w a 8- 
tospati, marutwAri. niagbawAn, dur- 
tjyawana, A k haiiiiala, wrcsa, badjri, 
snlrAmA. runAsAra (jav. èndra), aanh. 



ra., upaiiia aiidiirn). uniandaru tibA gnbar "»der wrësaiia en arddlianarèrwari, 

hHmètii? ftsriiiii:, anini kèlu; intrhnditn'wu- (,'" indra pandita: «radjargsi, hjan;— : 

hn liiiwnh. Suiu. Z. 2t>, 4, kAHtikiiniilsa ■ wiwudhapali. tanian lijai^ indra, Sm. 

wldjiliru rabiidyim, lumrA luHfrriris ulit,|^' ^- i^ (nandannwana); kèndran, R. iid. 

Mwor sanilraiia, niiiwat paiidlni uinfi: sëkiir 1' (swargan). 11 Z. 4, 17 findrabbawana); 

I 
kunibai^iiya nièndra uiiirrii^i'iH<r, aiurndaii- '^'' '• eigenn. van i«n der 7 dcdari's, die i 

ffudanjc, rjjiinipns niadbn kiisiii»:! ,.paténiy» Ardjuna Iraehtlen Ie verleiden (jav. \V. 10 

iniindra rl duktljun lu^nirns. iniiiDjAiaii:,^ 'öS: suréiidra). W.Asl. en kunty.; van de 

aiilpls,tèdJa)iiAwurkllat, andarunya tnmlba, dames uil Indra 's beniel in '1 algemeen (watèk 

I 
anisib prabliA bjanir rawl, jruutnrparwwata, kt^ndran. Djp.) : 

iiutuibak wwc iini!,' djiiliidlii liiiil» tan antA- T ., nni. van een versm. van 24 leUcrgr. 

ri)k(h paiigllii^g:anira, sun^bjans sniaiit kot- (jèka ta sai^ mëuggSp npuuggui^ ri 

]>èll,ri»¥Jawapuliiia v.dcguiisligevourtcekciis| lakutira latan alaiia sinahAkweh), Tjl. 

bij de gebourle van llajam wuruk, kid.i 5'' : um. van een asiawAra. 



^\ en Kft\ "" <s-j.\ en u*\ 

II.: dag. Am. telkens. tiinia tnwiii talmi iiiH|)iii^g:iiiif kitii, R. 10 

UI.. Jèn haan dyali akampiih ndl wtiniuiij'u, /. 4. 7 (riiig iMilCraii uiiw:<li ujikalijtin 
Mélu Mkt «èfnimiya, lulja witins|>ftdal(iiki'ii, wmli wjtikli noraiia kultig i dèwH, riiig 
Jèn wa-spadakèiia Jèu wasHasèii, këtièi^ iii- i. kiidi suiig r iitii<iii:< wjakti ii. k. i. d.!); 
draMiaja, Tjl.. 14 (iritlSraii Iwdoeld); iiidru- . — ^-a^ilra, II. 7 /. 4. 15 (siiiidinitig ]»a- 
■inr niata: iMtgn/ipel. Adip. IS, Sm. Z. 8. 21 Iüiiiii). voor de roitiis Sm. '/.. 27, 4 (ailji i.), 
anak' iiig. solja). v^l. undëran. WHaruil üuiiIi. oikU-i* h£iili 

blijkl. dal Iicl ni. c. is in |il. vaii indëraii. ! '^^^^'^\- »■ («i' l'li''"}- Sm. Z. 24. 10 

iiidra mirali, aaiih. «iider sèugkCr. (nila). Z. 50. 8. Ar. Z. 40, i>. iiifók&ni ka- 

■r-fjc-v Bjw..: wiort werktiiif; alsec» Imhh'. diiidniiiiiii, Hm. Z. 7, 9, iiialwAfTiiuibliN-ii téU 

om ielTrondlc iiiabni. tndranén: liunlgraiiy. iii"!rsH!«ii|>i saKura r»i<i»»ilt>i ^uddha iiiljasa 

• u^inilra kaïHar, «. L. Z. 11.114: paBgiii- ;'"»l''""l"'' •«'•<'" tciidraiiik iimkilA liiliiijka 

4Mn: werkliiiiï i>iii ririfïcii Ie k-werkcn. : kumisik iiinmtiira, lliii. Z. SG, 2, Lëuïnja 

f. nniiiHira van et'ii [.aard. Smw. Z.12.Ü '' '*ï|>i"ja Wiilswara iimMhidia tiiiji iiiiilit, 

npl. mal. ^l;Jii*). iiiêndra {!..: m c n d r a ii) '""'*»ff hapuiatiik nutiiiija mariiti-udrsniila 

tan I.Élfii. T. Z. 1. 18 (mailèlian, midër). ' ''Jw"'». Z. 32, 4, aaiiti. ..mier sgrigkêr. 

tavlNirftnirlirèiiir kadi brainara ni 6 n d r a | C ^^ w^ "J ^ . u- : • w a ny k a wa . k u w ii iig ' 

kadwannrêk) sari, II. L. Z. I. ISO. «leii-! ("leii. incfiyinilii iiaasl niaiifiijaii^': m/*H/««i(/ 

MiV^dap van d. talil. ald. 122 (;/.. ook'luda eii ijiiiur de iiilspraak xrjmle van iii>lru 

mêndraj; unièudra Imiiaii^lai^^ lai^ niiw^'i' Iijai'ii;).^'""''- "'''''-'■ '''''li'"'i'i"i- Bi'l'wVt lirrt 

Ubih, Z. 1. IS: lah ta iiidrani (ip.: idërij.Hika i^iiidratj;ipa siibkagwijridiiuridan i lia- 

MaiRt iradjah kuda raltia, namnill. 'l. wil.1. Jwija dnjï siimi, Smii. Z. 1. a: ii^iiidraljapa 

Ar. I»r. Z. 18.9 (gunuiig jan ngind ra ! van gmlsend Mwïd. Ar. I»r. Z. 23, 37 (vgl. 

paniku. lëlampahau pala%' dina, R. k.joniler kiiwiii^-' llï. waslra inèi^Iia Hnk^ma 

waanoor ft. ni. heeft; g. jèn idSran ïku. tinnlis i lurindra Ijapa anatar idju, ald. 

L kawan d.) vgl. o. indvr. 



manik kau; inindra wnluiig, Smw. Z. lö. 



Z. 8, 23. 

i-i'i=:iij\, s.. L. Z. 5. 7 (nii kaïiyin). 



ja 



24. fgl. drawüla. | C ^- «'^n^ . T. Z. 4, 68 (widyailari). 



••^.\\ van ^aIldaka. T. Z. 2. 8 (fonliel ^.^.^^,^ j, . ,i„aragiri. 

iD pi. V. z. nslra). ... ^ -^r^vy cib'enn. van een meer, aaiili. 

n simS^x.s., i;d.88{'l origiii.: aiiidra). , ^ ^^ ' , 

* (^ P \ o i onder swalantra en résabha. 

X2 "? '^'E?\« *■ onde'' IianlS. i rn-^:-,'jn,y in pi. van iiiydaral, /-. 

^^ rt> I " l 

rup-^^, s., ri u^ndraüi lawan (;atji ugiftilarat. 



(S*\ en wi\ 



40 



au> en \Jt\ 



1'^1^^\> mèndrés: verliefd meestal 
van vrouwen. 

Tp « Ana\ , z, onder dandaka. 

t^ e -^WKi^: eigenn., Wir. 92. 

t-i ra iun^ en indracara: Hst, T. Z. 5, 
\^ 
16enS3, Z. 5, S4(eenvert. eigenlijk van indra- 



ai^«JW\, hèidrapadaa, Ud. 83 (rert. 
van indrasalokatd), 

ïn^iuwi^, B., W. Z. 1, 5 (indraloka. 
surabhawana). i 

rpieinKj^: eigenn. van een aap, R. 21 Z. . 
7, I (jav ëndradjanu). 



.... . ,. , , . ,. n» fusTMv s,,: « mèghanSda. 

djMa door aan djala te denken en dil mei ^ \ 



fara: water, over te brengen, z. indrawarih). 



n « iinnwi^, s.,: HAtali, Ud. 5». 



riiB mTU\, 8-, Sum. Z. 5. 2. R., 20, Z. 
12, S (pai^upaja), Br. Z. 16, 5, alwaar 

-.^,,o , ,„ ,..., indraljèpa gelezen moet worden, «kira', 

saierjMiw^, s. (anftdhrèèti),: eigenn.j j r o 



Wir. 72, 10. 



"e. 



Bil. 72 (2. onder saptopAja en vgl. indra- 
!sara en indrawarih), panfrindradjila. 



se win^, 8.,: ardjuna^ Br. Z. 13, IS. 

•-^ ^c> ;*upAja.: lisl. HadJI O. t>6, san pan^ndn- 

n Knjïsnsii\, B., Sum. Z. 40, S, Z. 25, ll.l 
MS : djftlakèna : ik zal hem bedriegen , Str. Z. 2. 



n ig^UTi^ (te lezen: indiwari?), ahlrCn; 
kadi warAna ni nirlndrawara, Brh. 68 (de 
vrouwen hebben de kleur van de lotus, Wis- 
nop., ed. Wilaon, p. 175, n. 16), vgl. onder 
drawèla. 

tn9Quri<j^, naar indradjftla door ver- 

warring van djala met djAla gevormd, T. Z. 
5, 3, 4 (daja lingit, vgl. onder iljahnug). 



riKintA)^ ca ook indardjaja, z. onder 

saimërdan, 

n« w^, 8.,: «wisaja, W. Z. 38, 7 (da- 

fèndrya, wiëaja, indrija blog), analuiiti- 

drija: zijne luxlen bol vieren, T. b. Z. 4, 61; 

wisaja nlnf — : de kracht der karlslochleit, Z. 

3. 21, kéndrUa. Br. Z. 27, 1 (sakaton), Z. 

.29, IS, ^akti nlng; indrija, z. onder brél. 



*r?^^'^''^\' ^•'* Wisnu. i kakéndrya (zeer verdacht, sakèndrija Ie Ie- 

<n Ki un^, z. onder swandèwi en upa- zen): gezien, \r. Z. 52, 4; sakéndiija, T. Z. 



djati. 



^ 



41, 57 (sakatjaksuné), sabana* nlkan; Ur 



rt KI -^rLOKiy «indrUlaja: 2" eigpnn. van kèndrlja, Sut. Z. 55, 5 (vgl. onder drija), 
een bhagawdn, die zijn leorlmg, kumaraja- mamari — en mabrata — : «abrala wi- 
djiija. eentge lessen geert aangaande staatkunde: «aja. — nigraba: «maugbrèt Indrija, z. onder 
boe de tekflt er uit ziet, kan men zien uit de dacadharma, luathidrija z. onder pati, aig 
aanb. onder trilihèda. '— (2 jav. hds.: nliodrija) van een wagen, 

ri» ïuran, plnuuaJi iiis: — , Tjt. 223. 1 W. Z. 35, 9 (sakÉiijatan. sawat, kadi ma- 
S18 (217: i. ligyuh). ' nah); bèudryaDa niara kasAdbn maml, SoL 

^^ig^t^ft^^, s., B. Z. 81, 27 (gadjah- Z. 104, 4 (apaug katjti^ak puoika sa* 

tyan-tityangé). 



ijsuiu^, s., B. Z. 81, 27 (gadjah- 
waja); vgl. khflndawaprastlia. 



<SA\ en vi\ 



41 



<U\ en ui^ 



S^ z. onder kftma. 2*. 

y: akii io eigennamen, z. wi&èódrija. 

PT'^1^' ''S^''^">°S EaDdjala saughjaog 
ndra. 



^ 1^ ^ '-> > . ronyèodrijadba psspatlipa 
flknlanya mimakbft mnkha nAfa^Ampaka 
an eea (lampa, Suni. Z. tt8, 2. 

ir )? rrS^^. W. Z. 7. S (indrakila). 

r" 15 rj"; tAjy. nm. van Iiidra in rfl 
an geilaante ten gevolge van een vloek, e» 



t^^ s2\, z. bij da. 

^Kï]\, nda en k,; dat tftzie? W.Z. IK, 4 
(apaog tityaog), dal ik V van nadcrby bezie, 
Z. 17, 7, R. 4 Z. 1, 87 (indajang), B Z. 4, 
25. 6 Z. 6, 4: vergun mij U te vragen, Adip. 
49, dal ik moge zien. kk. Z. 11. 1, Ur. Z. 
27, 7, Z. 39. 8 (z. dak), ndak ataida, B. Z. 

49, 10 (né ika matakou, mangké ngnai^ 

7 » O'S wy. nm. van Indra in rftksa-' , , , , ,, -j, u. ■, .ij 

'^ j^ [matakwan). ndak pëdjahi: tk zal al de 

kwaaddoenden dooden, doode ik, R. 23 Z. 13, 3. 



Inor Bbima daarvan verlost, Nw. 



II., tlas ndak (bijna?) putns nikiii|rdwa- 



^ 



'^iSu'"^' ^^° PMlksa, ""Ua l«p ator- da^a „arsa, Wir. 3. 
■t Mwèk, Tjt. 6S. z. (inder asiahrata. I üi k^v^u. Bjw..: jav. ëndaog. dat er ook 

r^^jc'jw^ . 8..: «kèndran (indrabn-;;,, gebruik is. aku — langi, idji — airi 
vaaa: nm. van een balfj in de kajaugan, mnllh. 
V. $.. 477). van een balej in de tuin pai^li- 
par lara. TJ., 6, b. 

t" » r» o\, B.,; nm. van een vcrsm., bv. 

R. 17 Z. 9. 18, Z. 2, 9: 20 Z. 2. 20; z. upèn- 
dnbadjra en upadjjiti. 

Y: eigenn. ooderhoorige van PornsSda, 
IjL 78. 

'-iRT.^: pedante uilspr. van indajang om 
't een jav. voivkomen te geven (vgl, djaré)en 
ngmll. in pi. van indaSt^. 

Si-^rajV AoW van statuur, kluianjJkangjdjougiiok); daar de zonen van Bali Büma 
badi wël. waarvoor lees: ëndök kadi wël ' huldigen, nietlegcnslaande hij hun vader ht-eft 
■tpaDja. Ag.; tag. pandSk: dHws). — f^jav. | gelood, zoo vermoed ik. dal R. in 't bezit is 
ids.: èöiiêk) nikan? ratha, Br. Z. 31, 16 (ri . van een tooverniiddel parigëndëk paounton 
La'ndjékan ikang syandana; jav. verl.::atl, It. m. (R. K.: puuutan asih). 
ndak). kAndtt (jav. hds.: kandëm), ahl. | Ct'^rS^.\ l : blijven m wn land l.v. van een 
ka'ndjëkaif ;jaY. vert. amblës en kan'dém). ' vreemdeling, die uïel naar zijn land terug kerit, 

uigsiA, nmanduk fiirniig:*anya, aanb. i^|;éndék: iels achterhouden, iels guleendü (z. 
iiidia' aaptawira. itjëlëd), iemand aanhouden op eene plaala laten 



ui-^ïsiiiy jav, {ëndak. au -f^ ïCiij^ . vgl. 
onder andëk en Suntl.), mëntlék, B. Z. 91, 
11 (iïdjongkok), 'l. 92, 13, T.Z. B, 90 Ar. Z. 4, 
19. 11. Z. 38. 2, van een berg, die ophoudt zich te 
verhf^lTen, R. 24 Z. 1, 5 (manjëëlt i^éndè* 
pang), W. Z. 9, 2 (njëëb. iijoiigkok; jav. 
niëndëk; mad. ngëndak <;n ngëndép). 
nm«ndU(, R. 18 Z. 9, 9 (këdkëd). ug^Jüdékl, 
Bjw.,: njulubin?, z. auiib. onder ugantjagin; 
mëndëk sadara, T. Z. 4, 34 (ugasor man- 



(SA\ en ui\ 



(SA\ en u»^ 



blijven zoo bv. een gast verzoeken niel op Ie 
stappen, Mw. (wdar vroeger ngandëg met dc- 
zeKdc beteek. voorkomt), tor iiig8ii(iëk «la- 
karoro (bciilcn tiudden namenltijk den vorst 
een dienst l^wezcn), t»n sinniis^ii nitiDluk 
rii^ dé^a, Pani., Bad.; uok : ngëndëkaug, 
ai^ — »kèR, Simv. Z. 14 31.52-, niëndék: 
ergens voor goed blijien; ty/. {'otjëp, 

U.: fraai gekleurd ijatcH voor sa put (Sriraug), 

CU lapih Ijfpiik (1 rirai^): in Mnjiw. vor- 

kocbt, fcanipnli Ipus iiigëntlëkan. Mal. 306. 

Lm Bi Kjj^ I,: »lap van een tonw of koord, 

legenov. kënjat (l)ut. londuk, rn vgl. onder 
adëngan; ?.. niijungitaiig en lëinub): fla»u< 
slaan l>v. van de oogen vart ei'ii vermoeide 
(vgl. udëp). van de slem van een zieke: van 
de [lenis, tegenov. kéiijaiig, van iien minder 
sicrke }!eur uls, bv. van e,h\t\n- arak, éiidakan: 
slapper van de krurbt van sU^'ken ih'inik (zie 
lëmiiër en nup): lika £nduk bajiuiv: zwali 
van i^eslel van een zee-nieke (v(4i. onder akiis), 
DiëndQkiii, pöiidiikin, slapper maken i-en kiKird. 

II. z. duk li. 

UTiT^ iisi\ . sas..: siiig (bng. dt'q. lag, 
bindi. niagiit.: dé), iidéq arai|: siiig ada. 
ëndéi] man: tonden (bug. dèi] pa). 

UT1 ir^) tail ^ I.. — *an: gndfer dan ën- 
don^an,: lieden van cldem, die op avontuur 
ziel) ergens bevinden, aanb. onder uuibaru, 
vgl. ugëdis en l^;umbang. 

II.,: eigenn. van de vrouw van tiudjabpara, 
bij wie llrabma kén Arok verwekle (jav. 
nok?). 

«111., iigèndokakéiiiitjw.,: mëdjaug; udok- 



ni ngkono: pëdjang dïtu; ook: ëndoh (jav. 
ndokok). 

ui»i«iij^, z. inda. njirindak*: een l»eeld 

maken . afbeelden een nienscli , znoal bij 't 
iigrorasiii. een slaak, waarvan men een men- 
scbelijke figuur snijdt (indakanga iljëlnia], 
— *aB: figuurlijke uildrukking. 

in -Al !^ \ (vgl. jav.). ang^iidik') Sm. Z. 21, 

2 (ëiidjok^). 

nn?^^, iiyans saptaJog:a g:«lHrènta sa- 

hèDdikiiuya (b.: kènla), Sut. Z. 6. 2 (sa- 

runtutanja). 

o o o , 

UT™7 KB r^ . ■/.. onder wjangga. 

ui^ïdrly. II. van unduk. paiijpistawa sa- 



iiidikanya: « piïiljAk rania, Sut. Z. 114, 2, 
wèda saiiidikttnja: «déwopaljarana, indik 
(larlkanda, NApHiitkA réké paindiké dumon, 
indik in^ adjl: « dbarnnnac;Aslra. tfng:kah 
in^ indik lu§: aksura: «Iwir iugdliiirm- 
niariistra. saka indikinya: «sak» siki. 

LT^<i2^. /. onder indung. 

L 
ui|-^ï^\, undakan, «jav..: vni. = djaran 

(in mal. gedieblen als eigennaam, zoo b. v. 

Iieet de beid van 't ^^ jjf : "^^^ ^/''^J'- 

K. de uilg. van de Hol), ld. 4 en versl. mal. 

bh. van den Itoyal As. Soc. bl. 6, 9 en 14. 

maar in de 3 mal. gcd. niet te vinden, terwijl 

M. k. steeds knda Iwzigt, zie liadjaran) T. Z. 

3. 78, Z. 4, 2, Ar. IB. 

n'^. '<^\. jav., laiiAng^dakDÜdofc, B. Z. 

'94. 1. r,. (mauguntuk). 

ui'jQKin ]., (indik),: de toedracht van een 

zaak (z. onder indik), handelwijse, «upa- 

k&ra, tatas taü tëkèii unduké U« Pu 



&A^ en ui'\ 



45 



Sj^\ en ui\ 



j MHmt manrama dya njama teken Pan krf- 

! ¥èd: tanpa u n d u k : onbehoorlijk, onbefamelijk, 
•mrJsodita. da saUh uiidu k : «liajwa 
H i p a l 11 a . icg nw. wA {;(• zijl pang: da bupn 

nlab tl lid uk. I'k. s.. twarn iiiaQiidiik. 

aanh. imder x u r u p. . parlondiik : wat nii;t 

iviiiand voorgevaUen ü. 



ondmkbaar sijn, T.. Z. 4, S2 (taa uninga 
Dgawilaugiii |)£iiëli}. 

djDOJKTi^ 1,, s,,: cigviin. van «i-n geslachl, 

waaruit krfisiia en du zijiit-ii, il. Z. SO, 1 

(umbka lihodjii, waték nniidaka], Z. 119, 

8, san; wrèsiiiwirilndaka, Z. 1, IS (saiig 

Ivüra \v. niiiMhikaj. aang: aiidliukukula, Z. 



11.. jav. (unJuk: zcevisch geilnMjjtd ter. 4'. * (wali'k iiandaka). 
IrniuinK van paanlea lijj zirli gedragen), uuduk*: i 'I.-. eigünii. van een moiislpi-, door ^iwa 
irkrr z<wisi-hjt'. <)|M>eii (laanl gelijkende mei een besln^len en gcddinl, z. onder naiidaka; syan- 
kritniiiit' Kiiel) (hippoeanipns) ; Ae traan er vandaka oiider de, woorden, die met gadjèndra 



ipp'ii tudju (mal. id.. mak. e» Img. diindu^ 



verklaard worden (Sri. Z. 26. 8: si andaka 



v|l. onder iiiiiii ^}: <K)k: unduk' djaraii (Bjw.,joi)k een nliranl). Iwir aiidhakikticaja luatta 
waar 't inirt-n paardeslal opgehangen, als talis- manon hjiinir (iwa, lir. Z. 49. 21. muivsi' 



man ruiigi-firl.or wel, omhangen met veiscliillentl 

pekteunle hipit-s. als Ui^'liiigan gek-ïigd wonil, 

ie werking, dir de Javanen aan de langknr 

iiHvchriJven, er «nltekend zijnde,; djaraii '^an). 

UI.: beid en Hiel van een oji Lonilxik m 

In-k zijnd Mahoni. gwlichl. volgens de Uni- 

h>*trrs is d»! Iield ven znon van Sniêman 

kij i*n vpiuwelijke djin en ltc<iorl«ogt hij Ali, 

irnnticdelijk de Mal. jJJka> h\Xo- . 

yjr^^i^Ktl^ I., sas..: Kulnltin. 

il. (.'): nm. van een pisang-Rmirt?' 

LI » lO )??\ . s. (dniidliikar),: «jalna, hem zaffcn (d. olifaiil) kielden hem root- Andaka 
o j 

B. ï Z. jï. 2 ^■g^. "jav.). i^nnadlka: hereke- op aarde ijekomcn. T. Z. 3. 56, undliakaripQ: 

aeKd te u-erk gaan. üguaniikaim iigrcriii^ain: Iriwu, als vniw. 1' |icr!<. gebezigd jegens 

(tai^unadikajang pangraosé; adjiiiing: ba- eiwa, Sm. 

wi, IINHI, nnta; «r^iiffé, sor ika pasan^ii ' 2':; vei-h. v;in luindaka: in eigennamen 

rtir nnadika adjinya, Wlb. : adjl sawuiig: ' naast ISmbn. Was. Z. 2. 45. o2. 41 («jav. 

vadon «lu aopuntilD, 30, Jan sor Ika pasa- id. en daka; vgl. siugandaka); siiiia: andaka: 

tgèm rtif nnadika, old., tan wroli angvna- ' tit! stiet-, 't. 'L. S (i nuratmadja): karang- an- 

Ükèi^*: ^em fttiji slellea op ee» voeldand, daka op teu)iH:l]H)ui'ten een Dg. gelijkende on 



niuwali ikaiv MAll masafidjata gradA, kadi 
Ilmuii syaiidliakii ri ldiiit&ré{;wHra gratlnya- 
naiigsé' hliatüra wl»iin, lUt. 15 ('t origineel: 
ictlnam wai Jatluindaka), sakrodbai«:diiitya 
nirottania Hali niolat ii^rikhiiasdlah wl^-iriina, 
mai^si' jtnmrit ratliiinya «aha bala- lamnm; 
koJi iaksA marampak , barpêt kuniiab dliwa- 
djiniyit pratJHlitH kitmntjup iuuiig:dHnaiiji: <n 
kufréndra, himpAr* ^djiih Kyaiidhaka ma- 
iif^nKi ri djé'ii)^ niHbAnlIuhaütha, llarlv 'L 18, 
1. si andakAniimn pniicldip ini^nnion: die 



CA^ en ui^ 



U 



SA\ en ut\ 



een slier (z. annilhakii). iratalanean ^djah 
aadaka: oen bak ia de gedaaate van een 
rundbvcsl (z. onder tulang fin vg). breng eu 
barwang]: andakawana, z. onder kandavra- 
bana. datidakü en kkAhdawa en vgl. aanb. 
onder paodan: andakadèwa en wrCsabha* 
dé va van fiwa's slier. Tu 16. 

uiK K»\, jav-, i^odlk»: vrn. = raamu- 

iiji, nsnndIkaJJInp;: vrn.= nundèn. ngènkèn, 
hapaBRandlkaJani: en kandikajan^: • kinon. 
|mnit:undika: vrn. ^ muaji (rgl. watjaiia). 
■ uwdlja, udihajanfc: ihinuluK: njcandikalo; 
vrn. K= ngorahin en soms. maar len onrechte, 
in pi. van r^fs^iigin: d^ ndikajang nianiÖ- 
nabiii pinnir 1 dèwnné: ■ nyangsurnliun 
mabajwa gëlunganla: pangandikain lia- 
1»: «warübën ugwang: z. saadika. 

2*. jav..: voomw. 2' pers. jegens meerderen 
(andikanira: Z. M., Tj. b. 47. driemaal); 
nuitin andlka van Naknia eu Satiadéwa 
door Twalèn jegens Bliioia. Nw. 

«jijOKJon^, s.^ w8ngi. Ü, W. Z Jl, 9 
{pap£iei%), R.7. Z. 19. 10 (tiiuira, pCLiug), 
(■jav. iindakara: maan, z. jav. Et. 224, bar.}, 
and]iak&rilwaf,-arint, z. onder awa^arira. 



' 



rjota Rnmplijana, Mart., afbeelding Rumpb. 
I. pi. 11), mei vruchUfl als de békul, auh. 
mitr raugkjp ook: jaugdudu (rg). bat. 
andndur): met de pldji opgericltl bij ilc | 
sanggar tawang, van ieder een en ook vani 
de biju kaju. 

tjinuiij^, iiprandi!4: inhouden zijn tranen, 

't 8(h[eteo van liJn zaad ophouden looals bIJ de 
Bal. vaak 'l geval i«. om de wellusl tv ver 
hoogen: bedwingen zijn lusl naar vroHwen (vgL 
oosl-jav.); ogandSt'anff: lelliens mei ielB b.T. 
mei 't drinken van een geneeamiddel ophoude», 
tegenov. nggl£DggSng: vgl. nyandét. 

is*'T!BÏil\.: moerasF slib? (te le?.en 8(h 
dut), aAduI nlnjfrdb makinipèl mrëké^ek 
intdëkan (raniMiIra kuni^^ol, Sm. Z. 3a, H 
(malèdog ban g£lib). 

vinuii|\. iixandut., sas.,: kijap. 

n.. andnlan, K. A.,: alulan. 
ünpUTij^, z. onder kCftdal. 

{/■êinl^, sas,: iSpèn, tSiehin, ta'ndél: 

katSiëhan. 

ui -™iTn]^. jav.,: mwWer (vgl. luluh en gfr 

dub): eüdul*: draf van inkt of verf. ncfindnt 
van visscben als de hètok, die «ich in den 



UI 1^1)^71^, andakara en ndakara, z.'niodder oph<iuden:t. njanjad en lanab It^gEL 

uio^tfïi|\, aas.,: ngojong, ndèn, mSri- 

rèD. — an?: djaugkU-kang. 

&g«ï|\, iisrindÉtio: iemand geld afluÈudem 

nugais em vroegere tchuUt, van e^n srhuldi-naar 



onder unakara. 

ui»Rir\: eigenn. van een hcrg In 't 

klungk., blJ de gowa Klawab, aanb. onder 

bratan, aolarikEa en gêntoug. 



door 
baon^i) 



i|ii^a: »Hit van de nek, d. middeI,|*'J« S"" zien ie krijgen door r«. «« andtr. 
koude, vertuoeidheid eni. («nd6.1 nuwi',"" *'«• *V '« -orJcT». A«/ï,'' g^dbriaald Ie 



[hijgm (vgl. Bant£nicb ^1j£). nptodétaBg 



uigwi, «aiiduru.: zekere palmsoort (ca- (ulftng:)i i^l. ugCnjékang. 



4»\ en vt\ 



4K 



@A\ en ui\ 



T'Cj'^V i"'' ^' ^* ^®' * (tadlad);[en kSdus), nëkëpln — , aanb. onder gedoog, 



■èkaun midjtl tan; ilanlwari (sic) rvt- 

ikkavBDdtlii, Vtk kahana» i i^amreta ai^ 

(■Alt, Adip. 30 (*t origineel: Dlianwnii- 

lirts tato diwo wapnauAn Ddatisihata, 

fvétakamandalnm liilih rad amrëtani Jatra 

tistliati), nian^lndit: mandisi, t^r., Br. 'l. 

20.9 i^nudtad); maiigiiiüilakën warajai^, 

\\, 'l. lü, 2 (uggawa, nianiawa); kèüdit, 

Z. 25. 11 (mati imkékeii. kapuiiggal, 

kipëkan), L. Z. 31. 7 (pinagutan), Sum. 

Z. «7. 6, kèndlt kapn^tan, Sm. Z. 35. 12 

;pnt^galai^a katadlad), Iniudlt, R. U, 

Z. *. 16 (kasabil), mindit, Br. %. 20,9 

(manadlad): maii^In^it indlt, B. Z. 12, Ü 

(makba'an. inagawan^ magagnwan). 

on r\ 

;.i]<?«TA . ka — an: geslacht, ras.* 

„i-^-sTA. jav., Dianfondati: iemand de 
«AhW van iels geven, Tjt. 74. vgl. a:inli. onder 
musuh. 

(.is^mU, Dgondlt: iets bv.ccn pakje leef- 
loclit op dm schouder dragen aan een kaïil, 
igundit penvar, uguudil takllan tiiiz.,Tji>. 
Z. t, 3S. Z. 2, 12 (7. légen, kSLuuggèi^ 
Hl tanggui^]; een weinig op 't spel sellen; 
ogundil abi, Bngk. 9; kaOndlt: +linaug- 
gungan. 

LnK"^l^. Dgnndat: iels meenemen (z.aba), 

taii sijn plaats Hemen ; ka&udnt (!>.: ka pu nd u t) : 

met ziek meegevoerd van een prinses, B. 

C. 853. 

£iiKih'r>tn\, s., z. onder ud&lta. 

uinui.y rook, «dbitma(vgl. dusdus 



UI -^ï wil' 
■r 

UI TSt. 



— mëkanmg:, z. onder takSu. 
•M\, z. onder t én il as. 

^K, ngrëudax: barsten als een puisl, 
opzetten van d. Irek lol amiioen-scliuiven, van 
een kwaal op de huid stch verloonen: b«dasa 
was angrëndaK, lis., van een pok, barak dn- 
rang: en was ngBndas, lis 184, aaiib. onder 
bloiyoh. 

uigaSl^, K. A. of sas.,: kSlimun gu- 
liug, grootcr dan de morèug. 

2'. z. onder ëmpës. 

U1K1 pjj^, ngèndm: iets besnuivm, langs 

iets ruikende van een bond 'l wild. op de 
reuk afgaande iels trachten Ie krijgen ala een 
jacblbond (batav.. Bjw. ogasir, jav. ngani' 
bus'}; ngcndus ^ih: sporen van bloed aan 
zich kehben, van iemand bv. die erg geslagen 
wordt, Bngk.. kagit mëndus wèk kapang:- 

gilit Sly. 

S'-: luanipub!'; z. èntos. 

i^ëndasin, z. I>en., (ani n dus in, z. onder 



dusin. 



o '^ 



uiiQAA^: zekere /(a/yanjf-soorl. ca janus 
indicus (jav. gudé. all. Bnmph. V. pi. ISti 
lig. 2], masan uudisi de koudste lijd van 't 
jaar, in de /.aconiaand (ongeveer Juli), als wan- 
neer de undis en koniak aan 'I rijpen zijn, 
vgl. onder kornak. 

2'-: ben. van een groene b a 1 a ng-soort, z. 
nnder tjitjiug en kSIëpug. 

ui-^tnü^ of bahdawaj: zekere areea- 

palmvariafie (Bjw. djambé üdawé: buwah 
gaugga); patjai^ andawé. Amd. Z. 14, 



S4\ en ui^ 



AG 



a*\ en \Jt\ 



pntjan; haiiiiaAvaj dniidiki enz. Sut.Z. 137,|(lj.ilatl.i suksma), mSndélan pidB, aanh. ;- 
la (jav. (lawé: soort wiiilo /lüani;'. waarvoor | nnder ut larjksangga (mangèkapada), la- ; 
pinang moet ^'oIcKcn worden). iMnng: tai^on ttliat^ra Wisna inanilëlatën 

uipuy kumlub linndina lén rwnniii": i 8:iilA san; Waiiiatèja, Ud. 60('t orig. : talali 



pinang; nlasnjn, Krün. Z. 10, 5; — ': zekere 
vogel «f Il0om.^ Suni. Z. 1. 15. waar van een 
eenzaam nnrti gesproken wordl. 
•^ouy z. onder handawc. 

dUKiiJpJ^V s.,; lëmliu. 
UI Kiuisiy vci'l). van nnnitanawanaF 
(vgl. andaka):: nm. van een pi, T. 7.. 

5, 15. 

uuwcuQfU^, z. onder wadawanala. 

Sj;gO^ of aiidnwnr: cigcnn. van ec-n pi. 
op Java, Tt, 22 en 23. 

riKimyiv. s.,: lotus, T. Z. 3, 6, z. onder 

indruwara. 

ui-'TiUw]^. z. onder liaiidawé. 

SJiKi u in in \ en a n d l( a w i NiiHi ; bliiul, 
T. Z. 4. 34 en 36 (b. Z, 4, 218: wuta 
winiita], z. » andliiUi Ata. 

UT -*^ ^ : zekere roode plant. Sin. Z, 27, 7 

(andniig). 

öjiwrui]^{?), inandalakïnya ring nièKlia, 

lid. 55 ('t orig.: nièghi'swainuntjalé). 

Q^j^iv]^ , nniandi^l van kninhaiigs., die 
zirli ilonker verlonnen?. R. 1 Z, 1,7: (djÉiiék), 
ininidfil, I!. Z. 51. l {.Ijt-nSk. finteg: z. ook 
nirljaja): zeker, Wir. 33. miiiidSI pniiim^ 
bnju \nn iemand, die door k'spriM^ing van 'I 
gelaat uil oen flauwte Idjkonil, Kid. Sund. Z. 
5, 21, iiiiiiidél: «pinatili, niaiii^andël i 
nièfha iDftJii, lir. Z. 18, 16 (umiiiii;i,nili ring 



sa bliagawïtn slaüya skandlie baliuiii 
sanifisadjat), tJÜndSlakën liknn^anali 
rli^liredajapaiig;ka(ya, z. aanli. onder wun- 
wunan, ti\ndëlakën ta manahta rinrbn- 
Inii, üh. 47 (vcrt. van majjèwa manasa- 
ntatswa, waarvoor 'l orig., 1309. ^dlialswa 
hccri), ailjpindëlakiu : sich borgsleltcu voor 
een debiteur in geval hij wegloopt, Wth. 88, 
knniaiidël, z. oniler kandël. 

uimrun . pëandël: «pangliadü, • — *. z. 
bij péniatèb; ngniidilai^z. onder^paugajaja. 
kaïndèliuig: : «sinarabliAra, vgl. kandèl. 

s:*g^ru]^ l„ R. 24 Z. 19, I (radjasa). 
W. Z. 15. 10. met een toespeling op 'l land- 
vleescli. Ar. Z. 22, 9, B. L. Z. Z. 2, 26 (aodnl 
Iwir giisi'* ning tirta. jav. Ar. 147); van 't 
tandvlecseh, Djaj. 1. 

II.. iniindnl, R. 20 Z. 16. 8 (katai^ljë- 
bang), IIw. Z. 21, 7; ungradég: in; knjn rn- 
linli, aniranduP kajAnniiggang u hdakan, 
Ar. 31, 

uiwruA, undnlait, z. bij langnran. 

uiKiTuj^. ng:ëndul: ngluwéiig. 

uiwTUj^ van spijs, die in de maag een 
poos lilijTt en weder uitgebraakt wordt; mis- 
selijk ziek grvoelrnl', ëndui nlau atlué van 
iemand, die misselijk is. 

uïT-^nj!^, 7, onder gamai^. 

ijTiK->tu]^, iig^cndol, sas.,: nit'lédlèd. 



Aa^ en ui\ 



m 



&A\ en U1\ 



pnïl^ I., mèndél: « möiiëli, nnasi ^■^^\. jav.,; b. van Lawak (sund. 



u (vrn. = dul£f;)-. kamiadéUn vait oii- 
Dcn d<ior den vorsl. 



handa|)), kaïidup: «kawës, « kasor; ook: 
kandapan als vcrl. van «kasor; nganda- 



. iigindfil dandan; arép adau^, Bjw.,: paiig dèwèk: h. van nitigkësaiig awak. 
guwatig paiigf'tlaiigan niSliinli mlja-j 2* : tcgeiiov. balawa, aanh. o. prasikii; 
%'ent8b (if i^t-nlip dandaiig: iiiaiig- angaiidap in tcgcnsl. v<in antljuiigiljuiig. 
laken léDgn ring: kawali, R. 2S '/.. 8 
^iragaiif I. r. paiigort^iigan, ndadnli 
pauggorèugan, vgl. jav.): iniiidcl in; 
.11 Inriu, Nip. 17a. 



ui^(ji|^(vg1. i^riulj. andop), ngiandapang;: 
niet iiftl'^ liiiiiilcn tegen de varkens, die hv. in e. 
luin zijn nphilseu (vgl. aanli. van iljaOnlu), 
ng^fludnpln ; op iemand honden nanhitten of 



1. jav., niindila (b.: menë%'a) karlhin, loslaten, sing packln pada nndlng adamakiild 



. s. Z. Ï6, vgl. i-ndcl. 



Tc^nj,^, haundil: «kaiiwari, kaandil- 



manièii;:o ada mangandupin aso, Ut. 
^•^uj^ 1., angëiidëp*, B. Z. 1, 9 (kdèp', 

paliiigkrëdap, pakadjëpdjëp), Z. 108, 3 
(pakadëpdëp), Sm. Z. 7, 3'. ei^ëndëp', Z. 
30, 8 (kërgali'; ta|^. andap' van de oogen 
flikkeren en evenzoo van een wegstervend licbl ; 
vgl. ondei'andam), kramanii^nianlk splmtlka 
niintaiis: uiujci'iilëp, JAi^dè hnUp niiig:nniu- 
lat, Harl^;. Z. 6, 4, ahulnp* ëfidëpËii niata- 
ningtuniingba), Wir. 48: tiiliir ëndcp', Sm. 
Z. 7. 5 (lèdjaniitg hëma). 

II. Z. (I. UlKlUj^ 11. 

ijïgiijj^ 1., niëndcp: zwijgen (mcnëiig: 



M sinwab. 
T K'Tv.v ^1^ kalinndul niannh. R. 18 

-. 5 (wiknara riiljaünuk mnlfulian), 
li Ja winèli kaundiila lakunju nmii<t- 
V tën^h, Z. 7, 50 (hasundull). 
■-TWTUA. z. iiidËl lil., iijfèndëlang': cuii 
I ntW oierbrentjen: een zaah »iel hfkandelen 
«n lioüld liv., /ated ruilen (vgl. kiJndSl?), 
lékSni. 
-'r"'^ru,\. ondal andil, Bjw.,; slechu vrn 

oier hebben <if wel iiiel meer dan ven krijijen : 

ri evenals, kë.iana këiÜni moei j^. vgl. jav. dSdëp en z. ..mier SinpSt), niëndë- 

.td wor.io.1 (Bnjraas: «galagil, z. L.,r. """«' •'"«'»ra: ndcpln ennëpin: i.1s lülen 

. No. 304. jav. van Soerab. «nla-igan-! '''^''""'' ='> ''*'' '"''" ("ï'-finëiu-in), ja. 

>népin of Jèn têka ëndtJpin en «lënin: 
- 'igeen lo du pastafcnrudja , M. 194, 

I »lir-iifiiigakëna, ëodëphia muënihafa Jèh ma- 
aard wurdt ini-t rare tanpakailaiu; Haiia . , ,. 

itiuinjane: hij liel zijne tranen den rnjen loop: 

ng: niad. linLranliittT: eetiin aeliorenr], , ,, . , ... 

' lu^èndepaiin: ! lels laten ru.iten, een zaak nwt be- 



•-'T'^WïUA: slaiDW. van mondèl. 
iFnJX, z. onder nala 5". 
tKrji\: verb. van anila. 



handelen (ngrënëi^aiu;); ook: iigëniaiiiëndë- 
pat^f, verkort lol dépaug (benggajang), 
dëpiiiig ida daniia djwa sanitrèn: «siraugsu- 



4é 



iljana iljugn miniira, dj^pai^in, aanli. on* 
der piisali (ge Mit de wcddjiijfsrliap verloren, 
zIJi •tuK Diijn f\aii lub dupakjii» n^anir bu- 
lan, T. II. Z. 4, 81 ; srhiJDl ^vel ceii Javn- 
ulsr-crlnir van depaii^ !«■ xijn): i kajo 
nil!Hd)!p: «naiignëli, nia'ndépin: •inilan. 

It„ fip^ép* zou aarJtvormm tiet., in d« mn- 
aeslraleii warreleitde orgluigleriMidestordeehjrü? 
(saspd lèmliut kudos CudSp' luiinn*, s&gid 
Uféiix kados jfunuDK, vr. Kap. 133, Jèn kniijc 
ubdi kttiuipuruii nimturti dora. iMiiipon manif- 
Iftli rabardjM, daitosa èndép* atuun'', ald. 64; 
'I brok uil A. I)w. in 't tecsb. jav. Sprk, 
3* druk, lil. 501, i: dép ainan' de uilg. van 
V. D.. ld. 297 : tlëg, waarmi^ vgl. jav. ÜiidSg', 
Men VI, b, 167: ëntlék atoun^. bhasmlU- 
bJtiN kolèlio (lékurT) (Indi^p'' auinn* xiimu- 
nip (üUiuuBiip) linp lan sarih (b.: Ian> 
p&ralt). Stn.((af. AndAp: ronken uilichitlen) : 
vgl. onder •nainü nn ^Adëp. 

uinui^, n^iidap: kuikkd'oUen van slaap. 

'^m'j»!jj\, iit pi. van andap, soms aU 
h. V. bawak,: laag, kort van gestalte (Bjw., 
èAiièp, jav. èndek en ëndék. Men Z. 28; 
«aiidap alit maar b.: ètiilèk ijillk, Iral. 
rodtip); oT rèdcp dènin; snba paëk 
miiB^nd^p: «makin aparë' snjab ui 
l»ku, néfC'li DKindèp: akonibak konibul, 
Bg«ndèpanf;: ■inënilÉk: z. onder tjèndép. 

(U-^^rï^.s.,: prAiii tuidjil saiigké han- 

liga. Bil. 19, jong van eea vogel. T. Z. &, S9, 
bis (lalubl), aii}!UDdadJa, aanh. onder lifaü- 
radffSdja, uiq* Oakruwaka moug iag paA- 
lion ranghaiig riiig: ailukü lu^lkruk «kètjèk 



"* " - 



KAtaki lii nmjaiar swanuiya atri 
atata rinrpandiin aama anibDu'an ani 
»a»ia nüjnan^rpa-séstlian van liana 
dadja inangki' baiia wabn ivantëla, U, 
vgl. onder hanliga. fl 

«A'i»priy:roiilierin pi. van ainladja'.' 
3. 23. buniwanir swuranlnir — saniAnènr pa^ 
alrénu (hdK.: aflrrjvrii) mirftnp bnrwanl 
liwëran pada wos wtpati mang-kin dm 
padAnièt iing-frwan ainnnfrayilaK <U»>r 
kaïig: usini umbhakti uraniiin Itiujflui 
kranila dokut, h. X. 

ri»rï\, 1.. z. onder kèlana. 

Sj.'Ri^n, tan lèii saniilya (jar.' 

ttinadj-a), Br. Z. 30, 9 (Ktnangjoga).^ 
^n(z, findi. bal. dij»), W. Z. tf. qj 

Un). andva, l\. Q Z. 2, 26 cii 51 (iié 
(idya la, Pg. (tjèn punika). ndva 
pjlja, Br. Z. 26, S (ngkèn lo dajané) 
tangvwHn^ «inanff aniapagn mik 
prang, Bli. 69(verl.TauabadbjA judb 
atjil), — ta uihan, Adip.62,48 (vgl. 
öJig|«i\? aanh. onder lalii «i wè, 

Sjti^m\, B. (andhjaka). z. ond« 

Jarapali. 

vi)?U)\ :b. V. tïgareug (vgl. indi 

^i£ onder inda. 

uigia|^, — ^ sas..: kalimajal 

aAilang. ngudj. andap, bBff.anriïq:' 

mdap; phasphcritch Uehl, vgl. onder Sni 

fii-^v^^ of bandëm. jav.. bat'itl 

pldokangko »>o ge namentlijk bang il 
sterv.n, llr. Z. 5S, 10 (kakSbia balis ka 
vgl. ooder ^Ijatnana), kid. sund. b. 







ttA> ni (-'i\ 



KA^ «II ^\ 



I, Br. Z. 45. 2 (kakehJD. kalë-l 

[kikang: jav. verL rinungktban), van eco 

|ik4kin de borst, ald. 9 (makaki'b, kinakSb), 

jiifligas (11.: angllga) umandetii ingpr^a 

nu reo wHuwe np '1 nlaijveld. Sul. Z. 105, 

113 (lugakébin swami), dnhni; ngaAilfmi 

faua alka nimRnrliim I f*nf Bwnml, B. L. 

\L 13. 6, ■mand^in, tib. Z. St, 1, S. H. ft 

[L •. 19 (i^ebah). 7 Z. 13. 14 (mauini- 

[tog. L ouder paDilem), kahuildint, D. Z. 94. 

fl c. (kasemsXm), btdotvm, llAri^, Z. 16, 

l. n. 7 Z. 12, 8 {kat«eg), — nya van «en 

;, Sal. Z. SS, 8 (abalangnya); kindém, 

ainh. ond<'r aüilék. 

vnncïjy sianiw. van kandfim. 

nunBOJ\. a. onder onëm. 

ui-^ei«>\, jav., dèwB kiuiR; d(n unda- 

[nina, Sly. Z. 1 (alwaar uilamaDab), Tjl. 
! T, 4, Btsni^tidftinaiiA: minaehlen^ aanb. ouder 
■riljukufiila. 

ui'^i'ieOLn^, I. onder kanitamubi. 

^nG«i^, 8.,: eigenn. rnn de heldin van 
'l iniaanasAntaka, tnenschwnrdïni; vnn II.i' 
riöt (z. adja en )di«dja), kjut i (ritidnmati 
1 1 idrlnp^ninkha kadi vacilncka pAr- 
iuaia: tmitai ztf em gelaat had (Ut d. vi^h 
im. Sam. Z. 10, 1. 

ui^rT|vJa»- (• «A-£inj\)l-, ra««d«f, 

ISU. (narèrèn). • marSn, • mari, •krivif 

UUutAit, wir. 10. kiiAtg, B. Z. IS, 8 

(IjanSg. djaDgêl). '/.. 88. 3 (dj.). W. Z. 14. 

1 (uman«Ug, madjadéng); H. 11 Z. 3, 4, 

|W. Z. U, S (kaid«k. kanlfip, inngab), 

D een uragevallen «ragcu MkeH, Ü. Z. 43. 



18 (kauKp. laaiidSg), •iinuiiidéf, Kr. Z. 

18, 4 (djaoggSI. nnra ladju); — ': • akdfi', 
inuld«f — , B. Z. 04, I b. (rèrèii'). . p«- 
gal', tan — , z. ondf-r • labëh, « tai gila. 
uigaAdigakën , SuU Z. 99, 4 (matig dé 
djangi-i.ryai^gQlailg), nian^i'idfg: •asajul. 
tow dadi — ang van Ac vl«c;k van i-en 
bniliiiinaii, dii- bcwaarbc»! niofi worden, annb. 
(uidiT baUk en J^nlas: nundée: oftkomten 
ran de litonden van die hezel is, annb. oiulei' 
sëkar: ran de padi: nljuxaiig (rgt. jav. 
ngaiiiligen z. onder dëgdëg), — a» abnittii: 
van zwangerscbap (Sund. nraodif: Imtnirht): 
» angandèg: sosxHger van een pnnccs, lladji D, 
BO; flfandjf : doen ophouden ei-n ban«kl()i)par1ij 
bv., •luuhulakèn, pangrandèg: >paRajat, 
umandfig^ en npind^g: NanajulJ, vg]. onder 
Cndëk. mangniiidég en niani>:and<S'i>iKr: «nia- 
Kujul, mailde^' kalaran saiic Kiiiinratnya: 
de geilooleie blijve pijn hebben, geen verhaal 
hebbende, aanb. onder djajawalt, inandCg 
nongos: niet er^ en Rtd minder van een 
ziekte (vgl. bEgbëg): niaüdtg anolih wegens 
ti^'anlt bij wljxe van ceii waugsalan in pi. 
van gijanli. Anid. s. en d. (jav., Ps., 22); 
mandég belt luwa.s kattb zegt een vronwlot 
baren man tiem afradende wcsiwaarts Ie gaan, 
i>j. Pr. 107. tan nndêg; «lËb^r. 

mojprijy: «/ van de grond, die levens 

modderig is. te mul bv. van een pluals, waar 
vroeger een kuil geweest ts en waarde In nas 
xicb gaarne ophoudt: — ui: em rijtlveld na 
dai oogft betratfrd, van vruehten, die wegens 
den vellen groiul bijzonder {{root zijn. 



'-'ïgv'l\(miiljil, mïJal): ttpliomm van de' 
«Hl at ma&n bv., •mJlwiU: — knlit van ei-n 
kleine scbranip, n-araruil zcor weinig lilcx^d 
fcnntl; z. kulil bawaiig eii ndaniiih. 

üigini\ van de iHiik vpijezrt, aanli. nniler 

fr/ttA: lietfrr: ^iidine in (cgenst. ran ItVtigkos 
(vgl. maralingtii^}- nir^nilig: of tn^Wz 

mimW^, K. A.,: mï-djiiü. 

ï' een 4ragai4e houding tettm iemand aan- 
nemen, zooals liv. wan»i>fr nieit iemand van 
(«r xijde aanziet mei (vn gelaal, aUnr men 
z«ggi-n wilde «hvi/ maal Ut om jou," icninnd 
drei^nd bnitnal enz. aankijkim, nanli. ondtT 
rCgeh: maiitéBilir»nir: ■aniiwir; mung^n- 
digang limckab, Tj[i. 7.. 1, SO. 

girï]^. z, diik II. 

ui'^-^tTJ^, Jav., Mlden en slerbis in 
^nmige slreken,: tl. v. talub, naasl banliga, 
T. k 'L 4. 106. 

uioa^nj^ '" 'liT^'loir van dei>|>inm br;iin 

kimr oin (e wurdi-ii ^elitdêk. nKëndo^ng: 
lublub: dik en Ueveriif maken, sn — « z. 
onder laliih. 

H.. mri-ndoc: hluffeu, êndoff*»li: gehhif'. 
ftfu/ferij : ïgl. bogbog. 



u^etDij^: trappen van sleen of aanie, loo- 
»ls aan den ingang der hnizen (Sund.. jav. 
uAdak, vgt. nok jav. tlnbdag): ma — *: 
■alunipa*, pa—* Ikan? hénn: abambal* 
ikunghiiwau. ^len? undag iiitpltii, Lmb., 
van eca kasur, aanb. onder krunjob. 

uigrï\ , jav.,: cigcnn, van een bediende 

(x. P. Djajèng Tiiani 154. t'uHdji raras. 



jav. cc» der figuren uil de w. {C^^dog. al: 
naam van een t tt ra h vindt men bel in een verL 
van een babad, verh. Rntav. Gen. III, bl. 86^ 
ung in pi. van wong = huliin^, andiga), 
hnliin — : eigenn. van een liediemie v. !!■• 
xapall i;n 1'. rngr., vgl. ouder krSlala m 
kalang. 

^tj'"\' i*'- (• O'i'Uliagi): een fimmei^ 
HM», «wardbaki. • w£-i^wak»ritima Q.ibf. 
Banggjn^). nruodiisriniii: al* limmerman fum 
gevrmi. 't iifdrijf Hittiefenpn: vgl. maniinpiki 

en z. onder nniUbagi. 

<£>-f^3e\ tfi\; verkeerd in plaals va» and< 

bihbiïla: bUuJ. Adip. IS (vgl. andhnwi 

bhüla). 

Ut»;)^ I., n^Hitdai^: dtvan liffgen, tegen- 
over njludjuh »r inbgndng (halav.), van eei 
persoon die zicli verzet en daardoor uIk 't war 
in den weg ts, aanb. onder pulaiig. Ik ^éla% 
njfandiiiij? eene uilnwpiiig bij 't, gigilian 
luriiiidiiiurln: dn\trt op iet» liggen (z. t^ati^ 
daiig): niKiiiriindiingln: • niaiighalaH{[it 
nirnndiiiqr* : niel tiilkamen van «en versni. w|i 
de aogsfil belrefl. van '1 geen een biulTer 4 
iemand, die linir gek is. uilslaal. xanb. ondcf 
wiku. niKsiiidJiiiiii; pilula (pitwala) Miin, 
innuflMrn kiikiiiiljiin wlll», «nhnk Niilnt pëïi| 
rêko, mapiiutr*'! kana vtod ag-nnc. patilll 
naKolJa inir«h. lUHiué wilis (rawil), 
Ningé iindniig^an (bulan liimanggal) vi 
een bruid, dj. Pr 67. 

«II., sas.,: niarëp. — baret: niari^p ka 
— hlblilt: bariindaiiKiii : maëpai^'pan: 
— : sich omkeeren om Haai- iets Ie kijkm;~^ 



ej>\ en \JX\ 



SI 



^\ en Ui\ 



: 'Igeen duii een hnijan 3nnlii«dt IiiJ 
nadpI'ïginL' : i. Rfisanliin. 

Ui-^\, »ndënjr', jav.,: «djaluln, «dja- 
lll. «wiplo: Tgl. alilalüi «n z. ailiïiigaa. 
U1R). z. niider niutiiig. 

uiic\, Tgl. anduil. HDdaniraii: kuil bijeen 

Hall. waarin *l w»tor wonll (•pgevangeo, 
■ luderbaiii) d^'ii akker Ie lievlDcien; dil f;e- 
liinll uil vri-es. dul de padi ótwr 'I zatid 
dr mnddiT, mei 'I waltr luci-gevocrd. ir 
dekl (l p a k a 11 d a n , onder d é ii){ d è ug , 
nuku, pëpijnli en sawah). kundun;: 
m kmf «vtTn- btiemment itm een rivier over 

«Irken. 

bain dl !iiidii»gan: fm noj maagit gfbUvtn 
■bnve. wier verbMifde viVtr 't huwfïltjfc i.s 
lerledeti. vüI. onder pacuü^ah. 

tJ<'l'^^.udeBa;«il,0<Kil-Java,: jav. Jjaiig- 

raogan. 

Ul'^i^\ L. jtt. (Bjw.: antUng). "baiid- 

la^, cfllodrarnin Jui|uliiie (Italav. id., Sund. 

fldj u na II);. lamp. amli-riiwaiig); de rood- 

Mlige soori: a. bn^f. de Maden voor .«nm- 

a ter l>ezwRriRg liv. <hii Ie verhoeden, dal 

kra, die i;eTallen is, tijn jgana verluütl, vgl. 

•tniler ijas en ijiiiuï. Jan amalu r^iièiir 



witès tumbakuia nvan Inr andntu; luruht 
kèita (lurwakenar) pat! wanirf. ns*., ald., 
K. tt (z. aaiiii. onder buiif;l>uiig. surud 
en vooral de aanli. onder lui^Kur en pnru* 
«aj; — bènëb lii:bler giikk'nrdc bladtrren, en 
een andere sotirt dan de — Ijfiméi^. 

II., nt -- (jav. bds. ma handwaiig), 
iBBirfitr, W. Z. 34. B. (niaflndoiig). Suiii. Z. 
16. 8. 

III. (f), maiidAnr van spijs, die liiiiger dan 
naar belmoren i-i tiewaard. belabberd vaneen 
Eiiak, van ietnands lelkms uihteUm «en ander 
Iele urK lel lende, z. niaiidoiig. 

iV., z. èndoug. 

l/t9\ [Kiaaug): opgeklaard van 'I weder 
als de rcften opgeboudeii h»>rt (iü wel 'I zelfde 
woord als r S n d a iig . uiod:tt mal. pa d a iig 
en juv. padang 'IzeKde zijn, immers bel onbe- 
groeid en onlkcxrliaduwd zijn iit ga laag; vgl, 
ijedang): irenduniranf : «an^rau^. rgl. 
onder tigfil. 

uiny bidiH. xie i^ndii;. 

^Av umnidunx', It. 7, Z. 16.4 (niaUr- 
dSiig, kalünibui^). 

uini^\. iirêndoHfin, Tim..: ntjoniongin. 

o . 



<-'l9>^ I.. nirlndailjr: sich lu de htutgle F«r> 
■■ rinif wHlës kasndnkina rin? :in- Ae//éii van i-en vofie), raanrindHiiff van een vogel: 
K. patl wanfl. iir<i-. Adi^. S9. miiwab •iaalini£'r, nalndaniiHn: ■ uiaputëraii. 
mus aniïTiiHliinff mniimciijH biiharnha kii- •aliwi^rDn. an; — I: augidêri. Anj. Z, 
', Janlnnarfs aiujab. aniiiniallnr. janaii» 31, i, Wir. S2. 54 (v{(l. onder drija). ÜB- 
nc milranipnu. antpiUugi kakajop daké lirir kakupn nrindanrf», Tj|i. Z. I, 
. kajopao) IGOO. abnrip dènya Jan lanUs. ni»n;lnilanirin: * maiuamlmiig: iiiEiu- 
la anptluwffi. trararilnirvR , pairakna ring dangnn^; hUru twul vlütjeu bv. eeii glalïk 



Ei^ en u»^ 



S2 



^\ «1 v^\ 



aSSn^pn^adjalian ntet ren koorJJc TasU ontmaagd is, W, Z. SO, II (ngunla 



gi-lMiirlen. 

2' , nitlndiiiia:: ei'ii zeef roittischudden (vgl. 
nial.) 

II. X. onder èndaoff. 

o /* 

ui»^ I., tndSnimn. TJ('iii|t»fl:A,t taó. 

II., ng'tRili-nrlnilt'ni!:. aüiili, miitr puljiiitg, 
niaindAn^itii'. inaili-haii, aanb. «luter lali; 
vgl. onder glindÊug. 

n^P"^^. ainhidinjci: aanvoertn^ een l^er, 
lid. 109. 

?Sl\* *'*^^ ^"* i^i l>B'^ Adip. 11, als 
vocalief, W.Z. 17, B en 8 Z. 18. 3, B. Z. ?1, 3 
(bijai^), •iiiatig. Suni. Z. 177, S (sas. indnq 
Ins: inan-liiiia. vgl. ntni. indiik en ïnitutig, 
big. inilnq, nifadj. inilii): Indni^ku, H. Z. 
47, d (dt-wau i bapa, i dèwa), Jgjèndung, 
T. b. Z. *. 73. Hadji D. 80 (z. onder ja- 
ja b, atbaii^ndiiiiit:: van één fcder en moeder 
van 2 brocdirrs. T b. Z. 4, 19, Tgl. onder 
bapa en ihu. 

uigV jav., nnindumr hnüas: om een zeug 
Ir lat«n bexwanBercn (rgU nguntap), «hl- 
nnndttiifr, B. Z. 64, 4 (inindjeni, aturin, 
iQBr; inad. ondjar^}, hiiBdang^, W. Z. I, 
4 ([linaugiËu, JftdjvmSn). pttDi^iindaii? bkU 
of ajam z. ontlcr paugkur, Inuiidang en ka 
— : aiiialag, ngundang tagiv, kandangiin 
of fcoBdaneriB: tiilgeaoodigd zijn op em feetl. 
waarop men tevens by de hereidiog der spij. 
zeneen handje nicè betpl (katuran): 2. djënuk. 

p-^ \ nangiandi^nB:, Wrs. 82, «angun- 

(tëqg épa, B. Z. 41. 3 (ibuk manguniuk): 
angujjdiug tofdagaB vau txu vrouw, ilk- pas 



sor, bgngniig ng.), Sm. Z. 22. 8 (bCiigo 
di l^bftnan. masérod ngatj-bènang), W 
tt9, Laoib. Z. I, n, Z. i, 1 (tutnungM 
MObitilli>'k angnJ^ilCng, Rw. Z. 16^ 
tnyat trn(i;K-ii^ angundi^ng inciratn karl 
tBniiin;kiil i hunju , Iwir rokiViitr^iurndt 
Dtaii»iifp( tv:it)t;aliii>ii mainbril uug^llh, H 

i 

r}'^V • niondnng mèndiih van ie. \ 
iluug. B. Z. 4, 11 (maèngalan nfdB 
nCdSng sacaah. mokoh mani^déiig}, soAdn 
oiidnng, R. 7 Z. 16. 4 (sèndèh njaréndè 
s. ngandaiig). fl 

tJi A'^, unduDj^*: ■ giigBr (vgl. jav). T 
Z. 22, l, undung' nurjjaninff «uaiur ati 
op eet) verbrand ingsplaaU. T. Z. S, 64 (ga 
muk iSgak sang matundjél. génab pa 
luDguuér), It. 30, Z. 17, 4 (legSbt^). uiidu 
Ü lunglnng watn tinumpnk parang rèdjj 
limab agifTir in* Kapi Atnnnuk iag Kn 
onder de omitia, wd. 38. H 

utg^Y undting kaflh: naar 't «ttle» m 
ttaaii hv. van een kast tegenov. djégdjfig (n 
oiiduiig}. z. sondob, sèng eD songgènff 

nui'f^y jav.,: Muizenares of non ( 

ubon). Hal., ook: indang (vgl. mal.).fl 
ouder tjSrak; liidang': aaji een kluiiei 
undt:rge£c)iiktc vrouwen. OJpOT, vg). 
en kili. 

nuingi \. BgéndJnii;, sas.,: i^Sdih (Sa 

èning), naast minla en andjalukf 
met mangidih; mëkèud^iiiraiig: inakSdi' 
nnak — : aanak akon. 



I 




küliiisjiiig en kskaniii iiu on tlan heel, 

ireit me» alle« wat idcd weaschr. balui 

. Aoid.; ivze bt-ln-kcois bevonliTi) iloordal 

tNik tUrhl aan rniliiagan (een ran bu- 

1^ lenaanligil» buidel, waarin olTerandcn 

ji^liaiiKi-u wnrdi'ii); vgl. kaAs III. 

•juil^^nf andon! : lini. tan tlfl zwarttt 

til — mk de bliiden xljo zwart — . die 

1 dr btfkiii van düti akker gefiluafól vrordl. 

I lirkltt van de padi Ie vordueden (Bjw. 

Uig): mik padi ^'nwak «o |iadi but. 
'jun'jirï^, sas.,: lêliijion, kégèlaii, 

«dnnir, U|)flroudonr aliq {ot lèkan) 

riq; v^l. untni^. 

ui»i3ij\. npinutla, aanli. otidcr djiuali 

rimab. 

nun'jenOTA I. nu — UI: bevuild door 

lidder i»n üe vcld:irlieid verricht, van een 
kmea, waarmede i» den grand grwueld is, 
^BiUMDotaii HjKk tuin sampi, nialib aliba 
li^ué Tan den Klasaa. 
n., SIS.,: hei wclspoor tan den reus, onot 
uiéiia raksasa, Tj[). (mal. unul en 

■at m «gl. oiios). 

Uttn^ (*], R., 7. Z H. 9 (amlcre bds. 

Iha). verklaard met üalwiroya «n uiaug- 

i»- 

«imw^ »., W. Z, 10. \ Z. 14, 9 {i 

|kalunau. i nUla). lul. 30*- 

uistfi^, 1. (unnala), van lakken, T. Z. 

36 131 4t. aanh. onder figna. 

CAaa\, B., aanb. onder tètu, anta {ftpa 

^Ipa; makjtnlaB^apasab, aanh. ouder 



.-I VKMekil 

63 h.. uakdnlangbllnni^ sHnlthlwaiika nn 
't lirhaaiD. Bb. 28 (vert. van anlaw&u). 
inanskanl In katouan ikaiiK^rulu «in k-abib, 
aiitanè wakira raluidjau s:iighulnn, in ;<• 
künlangbliasnfbliAl» dJu^H ja, nld. 38, raa> 
ki>nlau)twën)iii;ï iniii>ana |:uni v<in een toor- 
nige, lul. U (verl. van kruddho lianyftl 
gurAn api). aanb. onder aurahhj; aula- 
wirè&a Hiiasl ananlaw.: anlasuksina, aanh. 
onder asiu: anta ^uddha, »anb. uuder fttja- 
mana. 

UVK)\ |.: ■tBncah. van e«n bolrawi, 

IS) ' 

te voren: kaiita, T. Z. 3. 19. 

S*.; — (b.: anlraO KliV udaru, T. Z. S, 
15! (djroniqg w£iei%). anta nin; piid- 
luArAa, Z. l, 13 (sariDiug lundjuug 
mékar). 

• II.. sas. (ar. iji^lf),: ^emi'emaani voomw.' 
2" pers. lol tnannclijku pcrsoo^-n. tjai (x. bi 
cii kantu en vgl. de vert. van banlarola, 
albierlll), lan ruanawantarSpurip. lahj 
marék lrin|wan|r tol oTcnvonneii vijawten. R.' 
Dl. (ft. K.: laiuun kar£pira urip. tnar^ka 
tnrii^), èb nananinta nda tao wrub, ald. 
(R. K.: è inanawi sira lau w.), lin li|:- 
oBg djnrit lawan Ranaoa iiv b^ndjun; 
adjdula tolnn; In; maml, ald. (It. K.: adjana; 
uit de verwijzing io 't jav. Wdb. naar '( 
saffix ta zoo nien dit voor eeiie verkorting 
T. anta ktuinen bouden. maar dit is onwaar- 
schijnlijk door dal men liv. ge«n aryanla io 
pL rao arinta beeft kunnen aanwijzen). 

III., raw — , fr. B. (vgl. sund.). 



SJ.\ en vt\ 



U 



sj.\ en lA^ 



(SI ^ 
Anijuiia, Rh. HG. inilrahaolA, aanli. aiidor 

[lurandara. 

uië^l: eign. van de a|iiD, die door zich 

8 maal ii) 'i waUr Ie dompelen, waariu xlj 

7 tuual slcchlK zich »i«esl liadcu. om als ceo 

sehoou meiNJe er uil Ic zien, weder de a[ie- 

gedaaote kreeg. T. Z. 5, C8, T. t>. Z. 4. 125 

(Kau. Dok: si aniifca). 

IL 1. (aolM), jav- (.«*»\).: «iiaiig'hèr, 

uiTJiiiyniig^: «p iets wachlen (mal. lanli uil 
een vroeger anti', mad. i):nilé, vgt. on- 
der binil'); op 't pml van. zullende iRLsdoen 
iif zijn, maar de lijd onlie[)aald, iKiiragende 
soins uren, Hjrantyan^, sabèli : */ tjani regenen; 
iigantyaiig saiidja: legen den avond (vj,'l. nga- 
tyai%): aniinèii: «hèrSii. twara luaoiènaD 
(:lwara méndènau): tersiond daarop, aanli. 
onder sagi (vgl. panlin), 

manffanli, B. Z. 67. 1(u)ani;ii«t08, uinut^- 
giih, mangat i'), W. 7..S, I (inadjaiitos) pl- 
uakiliilya, B. 7.. 3, 16 (uiakapararjjaitan. 
nora énli, paranlijanang): hdntya (bic. 
onder liënti?) ninirkutllA: 'l slot nt einde \an hel 
verhaal. Sul. Z. H8, I (pamupnl), sint van 
Krsn.; lonloiiKiin rumnhnn pèiljah karika hèl> 
Hl ng^néniii laronèm: anlyn ja.Sum. Z. 177. 5; 
(op sommige pi. h aniya ook iMrfKiNwUjk). 

karana iiln\ntan|iaiiganli palanjrka van 
een vorsl, die i-cn iicili|:e bij zich ziel komen, 
en uil eerbied van zijn plaats opstaat, B., Z. 
1, 17 (karaning dané niari munggwiiig 
siiigbaüaiia, krana ida nilarin paiung- 
gwan, bt^lunira ninggalin p.j, bunaaU, 



B. Z. Siï. 5. npiinxuiill, \V. Z. 17, 3 (utuut^ 
guh, magSnab), pai^iilyan, Z. 2. 4 (pari 
r6uan. pararjanan), angantyakjn préiuan. 
B.Z.67, I (umuiiggwiiig lilani, angadja 
ring paturwan): z. ook kauti. 

sanjr papancantyaa : 'I pat gelrmimle (rof 
sidOke) paar, T.b. Z. 3. 4S. pan^unlèn. jav. 
■kurëit. sAdén; paiigantènan: • sèd$ 
munJiiig (vg). Dganièn). pakiVntyan Inxbala, 
van Icoiand. onder wicii een leger wordl gef- 
laatül. zoodal liier aiilyan als heer (z. oada 
pali en adiiipali en vgt. de oorspronkdijki 
heL van paugèran] meel beleekvneii. Sul. Z 
12 5, S (njéuapalinin). 

rri maufraiiti: eigenn. van een vrouwelijk 
rUkSasa, W. AsI. i&, 24. 

III.. «ranti.: zekere kleine booni: zoer bille 
de bladeren en vruebten, akakanii (f) aUJ 
rikafcama f), wajuki (!'). 

tn»^ I.. s.,: gettvne» s^ vail gcsneuve 

di-n, B. Z. 110. 6 (aiigSmasi), van de ZM 
Sm Z. 22, 17; slMnia van degenen, die 
di-H »trijd niel verslagen worden, siüanl 
(V«Uabaiilu) larut bnbari K. m. (ook in I 
K.): ka — : «kapati (z. ald.), h swijm, 
Z. 4, 2 (vgl. kaulu): ook kjintu: in sai 
•^'cschriflen : kahantun, «kAnlaka jat, 
kapfidjah Tan ieniand, die zeer vast slaaf 
aiymasl — . Z. S. M, (vgl. aniaka). iigasti: 
fedood, Tj. A. d. 

angantu (f) taling: «araadji kapS'. 

II.. sekere kwtial imn de ntaag, die 
bard üs. Jan ja nganlu aniu trlèninya, I 
killp, poiib in? mam asawaag birn, Ui 



UI.. UlaL^ t. onAer rain1i»ng II. rn aanh. 
aakèput, kutibï-n aiilu tüii die door de 
kwr-rktug van wu léjiik pluLseliiig diWzivk 
«orden, Tj. A. telken»; dmnnr tnènitfrii Ariik 
inrrar, kaja woac: kènèRir riiiio, piiiigru(J«pé 
Itr «onr k^im tisüuir ualu, vau ccii verlivf- 
fci gek. Rag. 

i;i'1g\: keltiny, a^anf^kala. kaiUtA: 

• ka^aiigkala (all', hantej; vgl. ■ ranlé); 'I 
hjpcltiof iMrhrijri »iiiiiui!:<> diero» cnii ktïlling 

: (ook bij de Jlalekrs. bv. raiitej balii); 

labwan luiiipCng. 

uins^^, djaartiu kuliib of (tjanraii »k4ih 

•nlnwl4rSidj k. aiilo iawos. war. b., 27 uu 18. 
i/i&\ I.. aanh. onder prAja, T. Z. 4. M 

Z. 6. 13S (oiga: «jav. Suliti);, gewtionlijk 

lolèk. z. aanni. nnder liUa en vgl. abratig): 

alc 'l lUdl. babis oni alles uil Ie drukketi, 

%, t. i9: Babéntl: rerilrlgd Int op d«ii laaUlen 

■h. Ar. JC. 10. IS; bénti )>r!ih»iHiily»niru, 

aigènlHen ati. Hal. 146. 34; at^iintyükën 

Hntnt, Ur.Z. 12. II: huuiénlyakëu rJtt.Uw. 

Z. Ml. i. iplf biim^iit.Ngkii»: hij tvUde vp 

m$ken ie %'vnfclwa in den vijver. T. b. Z. 4. 

f}^ ai^cuIjrakSn Id6p: ■ dbairjjdngg^lï-ia. 

• kakèDtl, B. ■£. 79. 14. (kaóiiaug. rnsak). 
na 'l gemmnl. W. Z. 30 10 (r^mpuh. liwal. 
Üém). kabëiilfnrlrkZ 4, 31 (makai^s^ban 
bnlao. makasurnp wulan); gliknii&atis'hJaDF 
kftkénlTan. It. tl Z. 4. 18 {ka»akitau dó- 
maai kaïlubntan. ibiik dêwané kaliwal). 
kahéotèu ^: behitefiig^ mgthtilc^? in een 
bedrrigiitg, Ir., Mntyarsa; T. Z. S. 62 (liwal 
lèdang. liotauc I.). béalbnrsuija, ald. U3 



(dahal snkanya; vgl. «ali). inanrkfn ant- 
dhitriilak iliVnunapnll nmlat i bro itlriïUh 
kabêntyau. kr. Z. 48, 14. siniiiiilMit raden 
iliw) man^frah oiura rfn'iiHturoi, iihéntyan- 
iSnlyaii knni^nila, tan amadaul nianls, pan 
snmfiun karu biiwus wnih ri ng'niifrffiiiipni- 
wèsft W113 turnt npidji indrnni, kadi iturnb 
waigl Uuuti iinljanir lèwak, Spt. Z. 5, 
20. abëHlyaniifinlyan kuni^niin, ^tnpnn 
sirJlns^urbhini, Z. 4. 92. T. b. Z. 2. 44. 

11., kt» — : ci^-eiiD. van d« sAralhi van 
fiailjah toada. kid. Sund. Z. 2. Il»3 en 166. 

ww^: naast Ünluq. 



"^ 



wi'J«\. z. onder «iiUb. 

UTj»-)^ (nika. piinika); dal, die (mak. 
aniu): ook: lo. bèut«: k^lo: s. tolonan. 

*^S>' l"** dadtDrtBmuflfn^l i wlwèkaaya 
rInitliiBirJJa, bin(wak£na U Jit riu( lèn, 
aaiih. «iiiiler suni^lal (vcri. van ékafa swAr* 
tbdil iia Ijiiilajèl). 

*^^2\("V7S^ "'^ inlaj). inaniriBt^. 
R. :0, Z. 18, IS (mangiiilip: ma). Iiinlcj. 
tag hinlaj, «as. inlé of iinlé. oiak. inti, 
vgl. bal.}. HUfin t« kllH fMlpanngiDlé ulah, 
ktunaurtibMna Imddbi nititrrit kalièb, ^^)J»^u 
Ja pmioDla tittun kulon, Ja dibju gnii» »nk- 
siiiii b^jiibralai, K. 23Z. S. 15 (brala angjné 
ijai di uianiariksa lampabi^ ika apang 
lawang idép djagalé saiui, jèn pawa- 
n a n é ika tj a j ni a ng i ii t i p I a k k a n a in ■• 
navrang jan ada paksan ikang djagal 
saiui). ■ rinlè, Vt. Z. 7. 8 (ri wiinlal, 
inhilé, kaëpét), aoginlaj I^Mrn, H., 19 



— *"— 



«A^ en vi\ 



fiG 



SJt\ en vi^ 



(iiginltp kasingüè). manKinté 
klès: Min:ingajali lukarn]ra;int^n ditné; 
• rinafcéaniru, ininti: in 'l oog gehouden *an 
een vyand, Rr. Z. 46. 1 (kapipiaiig). »mh. 
onder n'ëdar, ktiiiité: •kaatiiién, nora Wik- 
intè: "tan karasa, hat^ pan^rlnté: •pari> 
tjarikaDya. 

1 nrinté, pai^ité of iwintè: «inja: in 
ficlirifl ook ni uginlé (z, ondiT «pujaii^;); 
n<,int« wa: •uwènja. i i^cintÉ van eon 4ry 
Bune (vgl. nnder jfmban). pan^lnté: «mpu; 
aaiiti. onder Djanggluli. 

piHV "^^ (rèiti inunlaiij'a bala, W. 
11 Z. 2, H (mos pandita uiiïtig riiig 
rabajii). 

tn»y. güraspte Mtosiioot met ntiker hij 

9 

dja<lia kuskus te eten (batav. antiS, mal. 
inti]: nmln nasi, Md., wegens si^gaar.: DJa- 
flrin mUDJi: vgl. kinlja en roko*. 

uie^ I., jav. (Sund. hnnlu),: vm. = 
gigi. aanh. naAvs fiswüda, B. ï. 10, 4. 
U.J.Z. 1.52(iiapi, gigi), van een daiiJa, 
SI Z. 9, 6 (r&i); kitl>ilan untn: vm. = 
pawab: kalt natu z. kalyuntu. 

• pahuntn, [t. IS Z. 2, 89 (sarawad, 
vgl. jav. R., 173], aone oinx' lalilnsrkura sn- 
lurnya kalar luoiioibaj ki^nibaiijmya kapwa 
niupullb kunu-dap ta ronya, h u n t u nya tnlja 
niünsriKis niuputib kalièhnya, ftm. Z. 13, 13. 

U.: uitspr. van • w u n t u . van daar a ng u n- 
iwanj (in pi. van aiuun(wani), dal 
voor kawi moei doorgaan, vgl. onder udjnk 
en uhib II, uwungan, 't verh^ütcrende 
paiigaila, paiiggogada en paruk), angun- 



Iwani bjnina: de iueht vemtllai van mutiek, 
verL van W. Z. 58, 13 («tekèng langil). 

unlu snlltt Us., K. onder kangkang juju 
uiini|)\or waDlé?. akuatéjan van mie- 
ren, Upl. Z. S, 13. Uadji O. &». U». 15 b., 

aanb. onder bakilj (lanpapSgalan). 

■jurijB^, mal.,: •aitra, liameelf Uil. m. 
40 (alleen bij Moh.). 
ui»^^, IL. onder latali. 

iUKi4^ antlb'an: dnuut van een apinne* 



>si 



r 



web, Sum. Z. 1. 16, «djaring*; vgl. onder 
ganlib. 

UI» nu.. sas.-.: anti. antifa dtwasa enjaq 

Tjp., antih aku djnla, ald. 

^Ki^^ , i^talali: opsiiien van eeu lieJile 

alif kooriB enz. (z. £mpab) vgl. aanh. onder 
rubéda. 

^^tfll^ ' ''*" ^"t^'' "'^4= djalan 

mulih; vaak: ënté geapeUl. vgl. onder silat^ 

ni/lKin .sas..: balSk, énlah Ité baé: ha 

t£k dini dogen. 

Sj,K\ ^ M V s..: de bairkltnskcr j.. r.. /. m 

tv., Tjt. (jnv. anlaswara: de bairklinkers, 
de A. eo de nlbilanten). 

«*»?uïi\. s.. Ar. Z. 6. 18, W. Z. 17,1 
(djro pnri), aauli. onder djèng, wwanjr ri' 
iiiTuntabpnra, tul. 63 (vcrt. van purawési): 
antubpuri, Iltt. 52. 

U)^ei|\ 1.. krama-vorra van ari II.. B. % 
S4, 8 (dèwa. adi, jav., Ad. 160}, ~ knak 
vocaU, R. S Z. 3. 3 (adi. arin bli), l 
ttnida: >dèwinira, anten irar^nn: •hare' 
bu. z. rantSn: praAiitin: de mmdere vrmnea 
van een vorst, aanb. onder antjjng. 



SJi^ en Vl^ 



OT 



£j^ en u«^ 



II, kr. forni van art III. manlén, jav. 

(manlan}. Br. Z. SS, 7 en 6. B. Z. 19, 4, Z. 

57, SI. T. Z. U. 61. Sm. Z. ». IS (tan 

■aril): manteu anianiit, B. 'l. IS. 7 (ina- 

ri. iUng). maolSn Apranic, Kr. Z. 40, 0. ~ 

la Iuii|t«h kfta »apraliAriiri, ü Z. 23. 3 (da 

piha dcwa matljalan. adi ndèn ui.); man- 

i té na Kiri «ka rine-rAdjTa; van een vervloeklen 

Urin, tld. 100, aiaiitën in]^ ilnsni Arivi, T. 

Z. %. 62 (méiljaii dasêndrlja, tUü sarwa 

BDiDuiié); I. pantën. 

uiBBi|^ I., 2. nader halu IV, 

IL. aaiih. cindn* ui»^ II pn girira (mad. 
■altni. volgens <le WtiliJsL bij Rame.1.: inal. 
i^ir). 

CiBnlx. X. onder batu IV. 

uig»]^ I.. Birantai: op t«ii hisoudere mj^e 
looals blJ 't maken van een talin 
nmpi: DiruitaDin: een hais ver leniien. er aan 
liowEsi. abUb'ui vaii '1 nog uiet gi-drauide 
Mrw, 2. anlol. 

S*-. X. onder tjimara. 

U. ( « CAKtio] ^, ) krama-vonn van ari, 
«ugaDtUD. R. L. Z. 10. 29 (manganlos); 



anpintnn', MaL 101. kftntun, B. 
£. 4. SI (doti. kasah]. lar rfadi kinlan, It. 
inl. 60 (tao wSnang pas.-ihaiig; z. kanluii); 
Mn butun, Sui. Z. 38, 2 (sakrigaD), 
■mngl l^aaiu': Ulkem ophoudende f bal 
^klu. maoganlan aniun iiuunar|tl, T. 
k. Z. 1. 20. 

UL. k> — , X. onder banlu. 



us 



1"$^ 



\. I.. liganl^n. 



uiKiKi.v I.. KIS..: Iitu;kah. ali^l. Kfm- 
puq 'nlanku djail^: gampjl ban iljaug 
■Igaba: ballnihinn ndrq bina niarai| Snian 
tndin^in, de verkorting lan leer gi^briiikrlijk 
oni aabKtanlivven Ie luuken (z. onder 8iq). 

II.: iogkub. sa — *i saiDgkub^ tan 
éntan*a avaké tafiha, Int karwan cnlaiia 
Tan iel.<« . waarvnn nien niels maken kao, 
ngnnlanai^: i^undukang. 

ui»wl\: mihker ma-dm, «auglilir. ngëi- 
tèn: wtder leem van planten, die aan '1 
ngcëpin wanni (z. ondiT iugSi): lurénténin: 
axJiken (vgl. natiijinin). salln; Snlénhi: 
elkaar vxiikeK (z. dundun); buka óotfinia 
ran ivtnand, die vreemd opkijkt bij iels (dot- 
selings. 

uieKn\, sas.,: tufin: ook tuii g<nirbreven. 

vneieij^ of binten (kratna vnrni van bira), 
• btra, — id', W. Z. 30, 4 (bangun smara 
ratib, smara dajila), B. ï. 107, 5 (bjang 
Ratib): X. wintin. 

vne«)v, sas.,: Dlun. 

nuieuéil^, tau (otén, Mngw.,: nèntèn. 
Uliaia^, X. onder aalana. 

uin\. K. A. (uit 't sa8.),:b. ran asab, R. 
sas. Z. IS, (vgl. ganlar); 1' vlot lez«n; vgl. 
gëtar en lanta r II, vgl. aanh. onder llabab. 

Mg \, X. onder at£b en atoug. 

uin'\, X. onder lulur. 

vin^, — an: eigenn. van een pi. in 't 
Uil., bi-ki-Dd oiu de van daar komende labak; 



^ - 



SA\ en ui\ 



ou^ en xj%\ 



vroeger maaklc mi^ er. «vi^naU te Péinaron. 
kalk: <te kSsèla. »til;i»r grocienile. Iirefl groolv 
vrucbU-n. maareen kleinen stengel en taii daar 
vetfüclijkl men er ieriiiiini iiieile, die, hmtwel 
klein tuoais ToH, groolc It-slikels heeU [in 
Ninirnl: liuka ksèla lt| utighii rigaiié 
naar een iSgal bliiiigl>uiigaii; of» Loinliok: 
iihi kapal): of wel ietnaiii). <lie rijk \s. ma»r 
er arm uilxini: Ttcl. nnk nmler taliiog. 



.- V 



ütK^^. saü..: u&s, S. /. S. »Httar(^n!.''dn s»- 
Upui| haiiiriinaiu!: sitmii. sumblinii iiiriinas 
kris, niarnqna On mr tanaq. /. 4. 

ViO»v ii!C(^iilèr van de dag uf ile maan 
in «en «tntiewulktrn hemel, «an t-eii siibfiiig, 
aanh. onder djaugkrik. /(f/rfcr, liv. iigëiiliM- 
ainé: sehijneM van <le ()]))iaande zon . bcijinnen ie 
$teften of warmte af ie gcvrii loo als onislri;eks 
6 uur (niad. ngëntar): turvntèrin: beilralen 
ran de WHi (vpl. jav. Iiüii tér); vgl. itj ijario. 

nm, tnlatu', it. Z. 10. 1 (luu(;a. budal: 

vgl. jar. en tamp), Sm. Z. 12. 9 (ngajtdin), 
B. Z. 15, B (malinggal): anff — aken: op 
ie vtmhl drijvtu, H. Z. SO. S (mangalabaitg]. 
taanilBiar, Z. 47, I (nora makalah. tan 
magëdi): tan \ntui «tan sak. tan intaré 
ftlénkwaï: de lienkT i'erwijf/ere sk-A niet, 
Z. 71t. Itt (tan gCdyan, nura luwas). 
t)itl&niciBlarak4iii f .«anc narindm Hrësna, 
B. /. 75, 13 (ma ka h ju n naniliiigaii); pu- 
nika tjokor ratu. jèn tuanali ri4!ga- 
raiig ika sang ndUia K., auliik kahjnnd 
bas iigainnibar ika sang praUiu Ké^a* 
Wl); kcular. jav..: • kasirir; vgl. iiila- 
rail IL 



Oik^\ I.. uft — 



lïl 



AH van een pn»cirf«ie f 
den tein|M-l. d;ia'iié niïisMliH mans-Inlaraiv 

piOi». Wj- 

11, iHtHmii. rivnill.eeiic verl. van mimka, 
daar dit wooni (z. iiiitkr wiinba) en ui» 
tar iii Itetdck. «-enigszins <iverc<eiiiiiii)cn.'. ata- 
dirachta indien; de l>aftl bil ter. met de 
lontar bladeii i^eknokl. «in de iiiot er van af 
Ie lioudai: ntel de bladen wascht men bondcii 
nnt Al', luizen te verwijderen; o»k verftrlijkl 
men er fraaie wenkbrauwrn metle (vgl. onder 
wadja): — «nê tnnc-ul mpis donnjan^ ni 
këkallh mirib alls renaru kalon, B. ü., allsé 
patra — aii, Mok. fr. 

ugintaraug pipi-s en n;. baïs, aanli. onder 
sédbana. 

ïr'»\. minier: *mAiilêb, aanb. onder 
aniëli. mènter^kja (?}. It. 16, Z. 8. S (man- 
ijüraug. ugujifuga iig). 

i^)^\' jav.. «ivliilir, aanh. onder lütian. 

pm. k»nlarinKwi»aja>an een van liefde 
Wakt-nde. Sm. Z. 8. S (vgl. j«v.). 

^uiKi ^ , rt^iilêr, aanh. onder tjagirgir, 
maknpaitffinlér; apanalinga, V koofd af ét 
leider van oen Irottp KlHJdeiideii . Bgènt^niRff: 
regetm de optochl , ieder zijn pliials aanwijieii- 
de, san; inauijénlèrang paiiiurfriné: *gaug 
apaugalitia |i.'iDgkal, aunb. mtder géoiwir 
e» saruiii;. Ipuo kinken tltj^angr pangAu- 
lérang Jndané: •l«ii£» puu an&ralya- 
kSnaprai%'. vg|. iq'ralyaog. 

T^7^^* *8'* ^*^' f"'*'' **"''■ '*'"''•■ 
inlir), manier vau vuur uit wa|K>n!) ot 




<U\ en ui^ 



iU\ en vt\ 



irliiMen. lu. Aamiriit ipi ca m. iiwhxip 

dafeua, Am. 

•bnn^. s., unpaniar» : «lanpSgal, ri 

|iiil«niBipr: iiuntkeM S lijilporkcn. ■g-iml ri 
pilauriiii f Irafln lAniin dnniniru, Ai)i|i. 5 
(Trrt. raa trailid w^'ifia rujuti saiultiaii): 
■ rvllAnuni (tgl. pur^Ui l ara. ii iisan lara. 
tlÊranlara eni.]: een ander iH-rüht, Wir. 50. 
iakkiauni, Adij». SS: niuiij) oinntaRi: ■ruli. 
df-iit:lau.'il . Konru iiiaiitura, z. umicr itui^u; 
t|;L paniara: sat.* ijjanfara van vcii Ion ):c- 
racbl Bfaniani van <l<; slem ccnn ifoOhdi): Ja 



&, 6( {liitlaiig siinaniif anilaliasa 
Diaoglodaug riii); «rot iioiift'angV 

(WMMOw\, ». (aiilni-iiliit na}.: adrfvya, 
Brh. 64, alwaar anaiilanHiana van ite wijse. 
wanro|i ili; vaarl van i^n |)ijl wordl g«atuil, 
A<li|>. 8S, alwaar 't gf.vtdgil wm-dt do«H- |iang< 
I è 8 u r i w ë ( u n y a II 8 o \v a tig '. 

Ulin'^rn-jii ^, aaiili.Dtiil«;r ikiii (iliii kro> 

dal, (irawiru). 

Sjiki'juiw\, s.z. ondtT kaCida. 

(W»r^iuy s., W. Z, 8. 10 (ICiijjali \^ 

«.igaita). UU. 103. 

(Wwnj-^^. «..: ivrrftfi>c« van «ngwdbeid 



tikl pada katiiD i pilntiirAn I liunlu nliadjan 

«■FkNiiin. Uh. 5» ('t wi^iu. slr. I37:>.: t-nx.. B. Z. lÜI. 4. Z. 49. 4. W. Z. 6. 8 {ilang, 

wt^aali diiiigslrHarithtiii). pikntaraninf- timksali, itjal): i. Ila1tlu^ 

tarira Hww Itnia: •( wr./rt-«Artrf. Ilfi. 59., '^(§"1>' "C»»"*»: '''''»?« '•'•""•'^ '« 

llsèlrakSclra djiijajor aiilara). |mrU- *'""■ "» (« «"'«". ""-■ (*• anrêwB): — ' 



li atfl^vdjl, aanh. undin- snwak. 



, vau die wilk-ii aaiividU'n, nirantr<^ir«n)r : met 



ti 



B\. 8..: m^ewüHden. Ar. Z. 49. 15. B Z. ''*"' *'''*■'''"' 



». 12 (banang). T. Z. S. 40i-ii 65 (liasmig 
wijak) ausus (Sai. Z. 33, 14 heoH in de 
«Tl. liraalra'; tie anla 1 . 2*. 

^('°>. iav„: .swadurgiia (t). luüschcn 
irétlg en balé wul. 

Ca» UI '5i\ .H,.; f«riM-iWfn. anlarhila ta- 
«in, IJH kliuwrukan MiBffkanira, Brii. 16. 
»nder sarwaga. 
UI g'^^: baoUlü (1^1 kalrini), 0. 

dUic}^n.4>\.s.. R. m., Z. 4, M (il. k. &.- 
inadyaganla ug). akuwan — z. under niarg- 
g»; Uwat pradè(,4nf aulariksa anridal 
kiafnr »•( putiniiir van ipmand, die uaar 



ui7«Jt^A. — ': ugaprigprig. manr 

anlrog^ aaiib. onder hikal. 

&A]gr>tn\. ü.. kAoiaifau tiug paniéu, 

Wri- S; kanlantatl van djawa door de «w 

getcheidi-n, reniujderti. Sm. Z. 36, il (inidé- 

ran): vgl. onder habaiang. 

UI w\: unlétigT, aaiih. oiidw Irfiiig. 

uin iail\ I.. niranték: riif/omm naar liehonren 
{i^;aii((-k bisané). nané itadii badjaof*, 
nabarfslh ididft i^'anlJik uranjunic pajas, 
VVrln., nifantekanf : dret^frifin frn glalHt. 

il., «MKraA« panas m**g — * lék^nprbnll 
van een g<;wonde. Uk, 90. trlsam- sandi 
sanik ugantt-k anjiftnib van i»n alanu, T. 



«m krrklii>(lijii (verhtiitHliugiitikiiiUj fEaal, T. Z. |Z. 5 7(t. 




Sj,\ en \ft\ 



sj.\ en \A\ 



»ie*l^. jiiv. (aètuk), tibrAbiirip Jan tl- 



nëwêk, m n liga n luk. II. /. 4S, 6 (ban da hal 
fcijaptï di |iarijiik»n kalébëk, nu kijap 
ja kalèbgk kitkënait!; \g\. m«t. en antok). 
tjii?)^\, «jav. (waar ook èiiluk): li. v. 
ba&o of ban, annh. miAer koslubha (pa- 
kolib), — 1 Innpinini mtinnitli, B. 'l. 17, 
9 (olih), saüntiikan: •»a\vvlniug, ma- 
takan: «WL^lniug, anlukan tan ri^.stuli : 
• wölniug tan suku, antuké kablnt i»^- 
ténic: ■upan ktilfim, mantuk: fa. v. inulifa: 
manlnk Ting kajliil-iiiiné: aan Z. E. itevallm, 
Z.E. ne<tmt er fimn^en mede (vgl. bat. ma.tiik 
di rnha}, mautukati: h. v. muliban; «anluk^ 
geu-hentt aan eelwaren voor i^ne geliefde bij 
Ie huUkomsl, Sm. Z. SS. 7 (aluran). 
lUttkaiilukanira, T. 'l. 4, 3K (tuakaf^apga- 
pan i dèwa; x. onder ulib), p:\ntuk in|: 
andjajit ripu: •ulib in^ anuku musuh, 
tarpantnk naasl (arpolih, T. Z. S, 42. akn 
anit miiDCsa larpantuk, T. Z. S, 43 (kai- 
^alih aniah'an sing inaftn), bix&n^utjap' 
anfidèp an^duiifr mawali anglainbanir kaju 
aniuk In; dJanDia van ie wille waliwia, 
maar een ivointK verder : bisioKtdëp auguQap 
k^ja tfUKkab iuf ^aotua, Uadji D. 47; 2. 
maotakB. 

ui'lirMei]^, npaotok, sas..: kijap, uguo- 

dap (i. Bantak], ngantok Iftloq akn 
«Bi, Tjp, 

£tKi n] ^ . man|H^n()ü( * van een stervende, L. 



van iemand, die gml slernm, Br. Z. 45. S 
(mfikëii kasakilan, sangisara: vgl. jav., 
waar ook Dganlak^ Hen. IV, 187. vgl. onder 
ambék), Itra ansrënlak entak: van e«n ma- 
gorcit aap, die verkwijnl. T, Z. 4, 48 (ba[i(;£l 
kagritignn sak il), man^vntak ' van de 
lieli-n in de hel, Drm. S6: z. onder koOk. 
uininl^. «as.,: mSkikèn. 

üi^^Ktj^, Hiiiëiiiuk (de linguaul denkelijk 
pedanterie): •anilaiiari, nr^tHAk' i^aUttp 
bulané buka Itiuafaan, — n ban matafiain<>: 
gettlakerd. 

uiwsjij^, n^viHtiq, sas.,: ngfiisi (Stnhw.). 

ugènilq pëtjut, ng. bèdil, Tjp. 

uiê)a|\. X. onder plStik II, tnéulik 

(l u m b u b): uilfprnifeti van een planl uil deo 
(irond. •aKëmif crycns ^ehorun gijn (Balav.), 

— an Bali: gelwren Halinccs (vgl. jav. ïniik); 

— *aa: ptanl: kaéntikan: ■kaluwuhan. 
amèulik: •tumuwub, nggnlikaug Ibant: 
van setf groeien: tanpanlikan: « tanpa- 
sivié'; .memik (b.: uiiillik, dal 'l juiste 
woord moet zijn) van een tftk, Sm. Z, 22, 17; 
ntik bain: « wul upubiiii. 

ui9Q<Sul^. z. onder tambai^. 

uiKisa]^: 1..: ulooten 't zij hoven of »ndcr 
aan iets door te grootc lutgtc, zoo bv. van 
een djoan (vgl. tadjak); — ' x. ondtr 
kAok: nt^ntnkin van een djambol 'l kind 
over 'I geUal baugende (z. ribrfib). van 
een steen de andere wó. dal deze geen plaats 
kan vinden , zoo bv. btj 't leggen van 
Z.9. 2 {iilëkak slëkèk; vgl. anglSl^nlak). een rand om een huis, van de steen op de 



Ml, «aar f«n iler sl;iaihler!i slaal. van cenJBang: kadwa KAntakènff Itakuug (b: aknnt): 

de vrtnttcfH die van plau tt-aieit harm maH in rfm 
(Amn/ Ie volyat. It. L. Z. 13. S. antakanlDc:- 
bDrl|i, «anli. onder rakwa. xantaka. aaiiti. 
oiiiliT Inh, kAataka, z. anAer bapali, 

f: eigen It. pers.. L. 

S''- ramp. katibaii — , aii|tina-''f — , T. Z. 
S, 18. 

4': in eigcnn. ^pali nf mali: s. blJ Aiii> 
lapali en l'radyuQi na niati. 

5'': hij .-iTseh rijvers 'l einde van «en ge- 
üclirift, l>v. ili kiJuug üundAnlaka. 

u»iei\. I. onder aoU. 

ut«KiAJei^,Jav..:nin. vaneen buiif. waar- 
mee men vliegeii kon, Sto. (mal. id., v^l. bug, 
«ntakasoma; jav. wadju kumhala met 
di-mlfde beleekenis onlstaan uil 'I buin Tan 
Ardjuna, z. onder kambala). 

uiin^\. z. lud.: knie (de d slemt bier 

ovcreea mei de n in 'l bat.. Dair., tèun; vgl. 
■ lur en lulnd, en de aanni. onder lud), 
a^ntud or antad: soo hoog als de knie bij 't 
aangeven van de lioogle bv. van een beest of 
de diepte van een water; en zoo ook kan- 
tud in pi. raa kaënlud; n^Qt Cnind 
Taii droefheid, aanh. onder djarèmpjub en 
Irajub. mannngls pramaii^kin nxnütëntud 
KambtU masasïoibalan, vgl. aatib. onder 
lëogab (ixuirat lésu tétlhnjn doduk niamS- 
luk lulut, biv. w., bl. SS. dudnk tëma- 
nSTD* tnimeiuk f utul, Tjk. v. p. 6S; an;ln- 
lur snku anantis, kr. D., 69), (rëtoUn ënlud 
IQaai:^: «preekw. ab otui -als dal waar ia, dan 
ben ik c«n lMoutj«". tlwasé ngénlud (vgl. 



ffwile «leBD op den wirg zo<idat iDen heiu 
••prairiieii moet. omdal er fin-n pi. is. 

IL. ngénlakaiig |iii p). van ugéntui;aiig) 
slnr. brief tiil Lombok {de k nilN&cbien door 
hal sas., daar in deze taal gran h.. d.. of g. 
BM Wmtrd kan sluileo). 

Ulo^^Kil^, a.inb. onder dnron en rffgéb. 

«-jKiial^. z. onder nèk. 

UI R al ^ . nrlnluk : fijn stampen in de 

Usa qg de iljarak k I iki bv. of oude 

^■fniig. in 't water geweekte b:ias lol 

meel ï/aMi;>fii. djidjih lot baaa (vgl. küni- 

ploot! en iüljuk): buka sëmat intuk, z. 

■«drr siuial; s. ISbak, lotjok.. njaL 
uinKaj^ 1., jav. (utëk).: «roastiftka. 

p«la (Bir><IJ* '<l't kfttinr en saiupll nntëk); 

rbutjrvb — iiya, eedt.-. .p^^raK, B. t 
l IS. 5. 
IL. nnlëk', z. onder témbiluk. 
UI n nj \ . — * : m«f de oogen naar beukten 

br. fan iemand, die aau 'l geld lellen it. 

kaluKknl myai^ uniuk' nffiwilang djioiib 

puiika, mantnintnk: «angunclukuöcluk, 

aputak: rsoinujag, sith buk/ien. «tuma- 

kil. •lamungkul. rai een bedroefde of 

Inurig gestemde, «angantuk, iiuui|rDUtBk: 

■ at^nnila huoilu, manguntiik pèlan bun^- 

kit, aanb. onder kalébu; vgl. dingkëJ. 
•luiri-^iocij^, z. onder tjandaiig bong- 

k«L 

CAgsi^, ■.,: de dood als pers. (vgl, onder 

jama en gëglT), Ar. 2. 47. 4. \V. Z, 83. 9 
\k4lsmrëiyii, mrelyu). B. Z. S, 13: stil 



&4^ Ml Ut^ 



iï*\ Pil Ln\ 



^ , z. wuiital. 

^ I.. Httruiilit: iels opliehlnn Haur ^r 



itlllarut\ gèlnpi- tlulAHip J^iiIikI: de tnoeJ sakte 
hem m de «cftomeu. iiiamaiiti'ic ênlud. aaiili. 
oiiilir anipi^. 

uïi;&tf«j\. u^nlil'iii: npdpbniatigtialja. 

iljanfikrik. iikI vcii lianiïvcpr sachijfs kloppen 
om m tol *('rliti>ii li- krijpit-ii (z. kili): — a iiiH 
lijn penis do cihidiin. 

UiKitnly. een wkeei fjav. 'uV. bal.iittnt of 

iintul. \a^. olul.suiid. Iiilul.m»), kcniul. 
Un)|>. Ii^t IK) t!ti I iii|j: iiirt'ntiit: een scheel laten 
(niftklusa. ngHiiiplu. pijus a\ mf liliilmn: 
rgl. onitpi- balii. klëpii. klSpus)*. — * x. oiiiler 
kasimliukan. 

}^ 

ö (^ 

een stok miiler (« z«ltfn [\^. lula eii uiigkit): 
Tan varkeus niel den siinrl plonlen (z. iigltiKilO. 
pénruHiitaii: V vmUuüj, nyiurmeé 'I oplkhfeti 
jfMii/iW/: Uft — : soMt/tT iY>Aou(/irn besii) zijn. 
mé — ui: mvundjilaii; nnikcdjanfr nia~ 
nir("4tn|t saliiii'' pëtiAÜkin mowa biii pliih 
piilit amali» ban krbiisé van liulni. die een 
djukiing voort Irpkken: untfil — : knÜikehoUen 
ujoats biddende Motinin. {t^. onder baü k). 
van een watervogel In <le sawali's. 

II.. jav.. kjLsilir kon til tlb^nff pasir, Nw. 
Tgl. a u I i t. 

uvisivtl^ I.. Bjw.. ngiintut bms njcnnliil 

tjeiigkaruk. nanfa. onder j^érit IV. (vgl. 

lialav en inuuggul). 

aaio tfi y r" ^ . twtriiniBwtlarêninr^Hitpa'ilr 

van liuwur'. Sut, Z. 66, 3 (bhiïsana; b.: 

andtarénggèng p.: met de gairm meégaamie, 

z- onder taraugga. 



Ul»u|\. verb. van piiiilfixf, van «rn kin 

sMatm leeftijd hereikl hebbende om in alnnt Ir' 

xijn iels te doen flondin antJiR iiödu. tnndèii 

anlös mékxnbên, lenden anlSs nfiui^on, 

(\fi\. bat. lang marinaiian). anti-s kabafi- 

iJfi.Kali. anies ntanjiinrklil, — njakan van ren 

aankomend nieittje): inardüj in 't verklaren ran 

oen teil; vgl. onder bok. 

Sj,k^iS\\. aninsak^n: heb ijedald mei.Lamh. 

Z. 9. o (.sa m pil ra ugli), intUMikna, Suiu 7.. 
{»7, t. waelit op 'i looit van den overwinnaar, 
W. Z. SO. i [antogaiig, anlos ngi, ampura 
agi). Sm. Z. 22, O (ampura ugi), tinrbnK 
ta ka.<>>a»>ih nfbunta nis-tah&ja lanpitwiudlia- 
wfl. nianifanhiKakXn K«knl iiinsKwtDir lèn, 
[id. 82 ('1 orig. 4492: dnlikutarant kin nu 
Jitd abnni liinabi^ndliuwii paropii'iilani udik 
.sé): bhafcli^n ««amen rjjanmria Hanc pan- 
diittniuhara lrë|iii ri (Jilla, B. Z. H3, 4 (itja), 
antiisakna wirrtpanin^' aksara, Wit en B. 
stol van den afKrUrijver (vgl. ondei* sanlosa 
en hanlu^a); piirlaiihisakëma: reronhehuldig, 
Adip 19. 

ui'ii^^^ I.: b. van anti, • panglièr, an* 

losiiin: «anltiBiVkëna: pariantos: > hér 'in. 
II., z. nianlos. 

UI » ^ ^l 1, an^nta-s : op 'l drooge firengett 

uit een pnt Meu. nang-in; nion; litwan all 
djura £ntasën dé simg mahitnti, haj 
ingënlait Ikaiijc wwanr, T. b. Z. 4, I2t» ( 
jav.), ■ nrëntac: tigaiigkid en iigak 
Us. 10 bis, méntas, R. 12 Z. S, 8 (mat^- 
lintau;, n^'smarginin). •hutnënlatt: schoan 
vegm al 't kwaad, Brb. Z, 2, 4; niëntas: 




&A\ en vt\ 



63 



iXdi\ ril ui\ 



Je rnmifiheiJ in helpen iloor ile ffi- t. onder latai, kintBt nlkniir kuliif 



Vraiii'tijie |ile<:lilii;bf>ilrii. IthaKJ» i^n lluitA 
JaldjKfsl lio pttmiiiU mTMitasi- \i«itiUka: 
«r mi ptmtn siju, tvrsofk krm de 
t^Uifnil I-oor li'. It t-H-mi. T. Z. I. S8, 
«HMU nfbulan niiiiilasakriia saiirk)^ ica- 
tfaja kubl^ Uh. 40. (verl. van aarwapil- 
frlilijo iontiijikay.1mi). Ja likl uniëiita* 
«k^na nihid>'«M sanirbiilHii lol «Ie van den 
Imd (cnslh-n JaJ;Ui, Ud. 73 ('I ori};in,: 
iMc iwliti lArajisyanli). ■Hthjiiii iii^n- 
latanai^Minani k^knckm Itsik laiipatêpl, 
üp««a ifarrrMKia talaii hana hitiun'p hari'p 
«antb marriTHiiinrw^tiaiirii (b: a) iiicnlu^» 
a rlHfhulmi kilnirkrn banawa, 
1. M (Trrt. mt iiiajl |ilaWKnii saiiffgr^ 
an lilirsanti diiralyajaiii), aiui^iilaai 
««k torid*, R. Z. 32. 14 (uganiliali, niantljala- 
iaU »n|r^ti(a-suki^R v. vrvliladni. nflt'nim)t>n en 
I. lul. IH (verl. van lilrnjarili}, nmCii- 
U*«kf-n Jajab r^na van die, op 'l s1a)tveld tXex. 
ifndr. ïn den wisAu-beiad konil, Kid. Sitiid. 
i. L I. G6: OféDlaa: ee» lijk in- vcrlo^siof; 
fa* Ae w\ (etgenll. liel«ckoni bet uil de kou- 
badr kawab huln), toju panifriitas: tvala- 
t^Utnmij run de net een* ilmxim. Iniiusaiiit: 
^■f^niai: • aangaskaranta, ngt^nlusniit 
■aia, Kid. Adi)». 6 (rgl. DfudJ. ciilas): 
otMbu: atualiwëran: maiiK^ntut Ika nna- 
Iflbkanp «wang: ■huniilaiu,'nk$ii kUi;a- 
■ iffdjannia. Ranr^utaMinir rnxlw; ren ge- 
Wak. tla bY. de ttiwlilurhl van Mn schoom- 
*fMW. Jmi riWiri/nrit. Kiil. Adi|>. Z. I, 51, 
aah. m4er baiSk, unCnlaaaken kiè^a 



aaiih. nndiT nirwn en d^vÏÉljlii. 

i'. nrritlaüln: mvr een Icrreüi jra<n; Iels 
bij Je hamt hehhen. beoefenen : — itt» Mindja- 
fcpwal : hij heaefenl hel Jitatjlijlc* bv. van 
«en boek. diit ieinaml sli-nis leest (vk). £nla|>), 
pénlas: vHorlilJ^/viii^cr, kantasa» (in pi. van 
kaSiilasa n): «kalaiijiilaiigan, akahawan, 
(z. nnJiT max), tnvtiitiisan: ■liinalin-alan. 
(wéh kanta^anya, uuiili. (hiiIlt pi^l^k (In 
intvrliiiiain; ve:lalinK<;» ti^if» kinf-nlaüan iii 
pi. van inSnlusun of këntusan): péntaaau 
van dr liedi-ii, die over een rivi«T k>*<i> Kid. 
Adip.. dalial M'nglia vnlHKin: «dnrtigaiua 
(vgl. Siind. peunlas), 

3*.: doorgaan, im i<»-i'ii//tN</ k»mn van een 
vloek. aanb. onder Ijiri en ijampah: mêlab 
knda and^;; i dt-vra ^b.; andégin diwa) 
liradjani sapané mnn|rdé — (b.: tulak). Kid. 
Adip. c. '/,. 1. 16. waar lii-t intfeirohken beU'e* 
kciil (bel 7fjti iiainenll. de wiKirdcn van Samili, 
zIJn zoon verzoekende, de vb)«--k in tetrrkken)^ 
iifT^ntiiLsnnf, aanh. under liaKk. 

II., jav., inéntas ananitiK, Mal., di ni^nlas 
danèni- masalila: .ri llasnirlldy ua. 

ui»m|^, «untas^,. tirook van nel- en 
lireivrcrk en hiilplelw. van nellen (djarliif A — }| 
va» touw vaker: liibuh (vgl. mal. ulaa). 

II., zoogenaamd kawl in pi. van buntaaF, 
Rkd. 

" " IS. 



'^Wl'j-^iu|^, Bjw.,: ug£ndu 

viieiu^, ng^hlnf (rl «artadjaja |iri»iddha 

fnriining'g-arn In^hn sint — muruk van een 



e:^^ «n ui^ 



64 



Si\ en ut\ 



Slim. Z, 184. I: v^l. ntkler anliDi üi»ru|y I : i-tisi, gedk-gtn van 



leermeeslw. 
en parintudff. 

Sj,%:\ M'st\, in nl. van adiiahkrëlaf 
k&ntttskr^lfi : orerimffen gestn-jxiftrtrd. Bh, 6 
en 7A. 

'ivi'iwnct'iïi^. z. nmli'r èntjéw^ré. 

SaonuDAA^, 8., z. onder tjafidala. 

uitQurü^: zfikt-rc d»urnij;c slingiTjilHul, 
waarvBii de bHst zeer billcr is en legen wor- 
men tX knwB tnet ile tidani in gebruik 'k, 
't xoi^trnnHmde gallautv (aniuniria CDcenllls, 
afb, Ktinipb. V. pi. 44 {«as. k a n tj a w a I i, 
1*1. briilawali nt bratawali); wordt om 
de pané, waarin e«n kind Kciwad wordt, ge- 
wonden, om h«l legen sarnb Ie Miociten. 

uioioru]^. jaT., -i. uanh. onder iuduli 
(Tgl. snnd.). 

n., manlol van een bambot;, M'aariii cvii 
duniK buluh ter vprienging, ran ven hui» 
verlengd, bijijebouwd: iintoran van de klooien, 
die Tol^ 80UU bij de vnorslelling krijgl; van 
timmerwerk uil aaneengevocgde stukken hout: 
z. ant nn. 

£igjru|^, inëntnl Ainiag diirdjdjftna, 
Wlb., mangéntal, Pg. (angSmpwaiigin), 

• angtinlal. aanh. onder tambaluug; puip— 
'ftD, B. Z. 59, 24 (pamb^galan, ggnah 
bab^galan), laksiuift npëntAl: «bwat k£lul. 

UI KI T\j] ^ (/ott/ftr] : de lontarboom (i. «tal 
eii aanni. onder tud tl., mad. taqal. insk. 
lalai)): em op tonlar-hladen gesthrevm nvrk, 

• pHslaka: z. Umpiran, IjakJpan, kro- 
pakan, Smbnl^an, péugulik en mangsi. 



^ 



dat van de kalikiikun ofdcUs er vi 
fegenov. van {mbuk (vgl. kCnt4!t);, 
aan een verharding van de cell aan 
Kool tijden len gevolge bv. van een renvm 
door blütiiiig, enz.: ook aan den vil 
doorgcsloken onlitlaat er eene vertwe 
ngëutël: mSmat^kët, i^^nll^linpnkaji 
vgl. mémandal. mISgèdii. M 

.II., of k^nlëU anr-l, Wlb. (ai^ 
Btri ring djro umafa). M 

'^«i'^V .'/"''""^■''^ '■y*' •" iMtmlioe-hla 
i7«u»AA-eW;«taafïormig; vgl. blajag «i pè 

&Kiru|^('), niang:~akRn Ing-kiinindji 

aiibitriiia nutlJIiira ri itang DarèjwaraJI 

Z. 116, 5 (kari iigCnaAng praja^tji 

ning kasenggiihang tilyang lan da 

antnkL^ nitiggalin litiggih ratuné). 
iJTiisiTul^. iwara karwan— , aanh. o 



"^ 



I 



niinding. biidl malipëtan kèn Sn tul 
suba paling: buwin bfik^lé pt^nah onja a 
Mtba karn snba lani m^pib, Tr., pati 
I. onder djaSotii en aanh. onder sSn 
ngéntolin : eene getrouwde rrtiuw opzj 
zonder dat men 't weet (i. madu lip 
pnnak — 'an: em kind bij ren anders n 
gemaakt, glëm — *aD: een kwaal wa 
een andere komt, die verwekt is dooir 
ongewoons, bv. door een lèjak. 

ui®rul\. jav. (kiAÜI, vgl. onder' 
bah), nrtntll — : iemand nadrmlelen, nalt 
als kinderen en bonden: kt — ' këma 
van dien men overal mtA neemt: i. ki 



i 




9*\ en Ui\ 

[mZ. 18. 5 (nambilèi^). B. Z. 1. M (mlë- 

Hk. kélé»), Z. 101. 19. Z. 106, 1 11) 4. koR- 

lil tiba u jèi^lfiDiali. Nw. (iiiaJ. oiitnlakl: 

in: innuljü niünf^^nt s^nriot ««nffroro 

MBipan JDiEuntalakgn saksHiia davrob Inf 

^r» knia üri ktfWDla untalèoa om biDncii 

vwtii^ Ie komen. Smpg.; zoo dat anlal 

ja*, b): iBflBtiUkén mitrliir luknr: in 

'ir hoogte gesb'Hgerd ran con hoofd. Uw.: — *, 

aufa. ooder rAdjawiilhi («IJurmljugatdjaga?): 

■pmlaliuif : iels ttegilingeren; '1 touw van 

rai niDtlbfttt. bet over den rug n'er;'#iii nm 't 

«ader kanl op te doeo gaan: méunlalan 

■éBèk: rao i«ts dal. falleud. optpriRgt. 

lU jav.,: DiCBDlal ittêUkkm een pil hv., 
•ffmatallB: ter ttikkiug in jerm oen klopbaan; 
— *■> : pil en wel die uil kruiderijen (i si n r o ng) 
tiaaii «1 den kktptianen worden ingegeven 
^.. n^olal. MS en smbw.,: nggigil-: iniui- 
ilatan wêd kati i. onder katj. 
innjA, jaT.. vré tJIII nanèk kalupa 
BBt papubnyn soMip srlènr up»s, lèn 
■taèk lof hano afi-, akëkëmDl inr ëduk, 
maDlèl k«Ja rniMBé raati van de aapjes uil 
ma voor KutnbhakarAa, R.. Di. (een 
mt. nn de snnh. uit U. onder wui^kus, 
uodal de bet. wc) siVA in ettt bundel oprotte» 
al sljn (rgl. ook jav. bunlïl); i. wuutèl. 
uf Ëfuj^ . kiBgk.,: ungkiU 

uiicfu'\,miin|n)nlal: •tuuiuugknl (vgl. 
■rnnlDk). nda iiguntul padaaré; onder 'l 
ttt» iU U WMTÊ nitt opkijken. 



ti.\ en <Jt\ 

•jum-jgtuj^, — ■ van de katik tan een 

blo 1 01^ (z. onder andjut): Ofantèl: ateik- 
ken, buigend al« 'I ware ook bv. ran ecu slalcn 
pen, die niet slevig genoeg la, llmané i^on- 
lèl van buigzame uriucn. montilan: tnlrillemU 
beweging sijn van de onggar, ran tetti dal 
lèuub ö. 

uisTU^, s. (Ula; door Ie denken aan 

fintal?}: kajn ambula. 

ui»|'^\ (baniiga), jiv.. 0., wlku han- 
t£IA buwang: apullb ri fa^ng |i)la plld blsinya 
mahungl, R. ii t. 3, IS (pandita lalufa 
lunafln putua riqg djaba djro p^iul 
dagiiignya péngil: rgl. jav. R. bl. 462, jav. 
apreekw. pandltanlng anlëln: een heilige, die 
het Blei'his in naam is, p. éndog ing iljaba 
putih inc djöro kunlng), anganiiïlu. T. Z. 
3 (mataluh), aanh. onder bhilradwddja en 
andadja. 

uiêi&v '<>"'• inpl- TOD tan bilif, tul. Z9 
(talaga faantilt tegenov. lalaga bumili). 

uinruni^: eïgenn. ran een berg, Tr. van 
een war. 

uiia(ji|^ , SBS.: katjaog (Smbw. id.; Tgl. 

.uivi)al\ 1); utUp*: zeker walerinaekl. 

uiiSu|\ (•C<^u|\), kanUp, R. 18 
Z. 9, 5 en 8 [niantfip, buka aniepang).: 
ttklAtiSg, «kasandHiig, «konlap, W. Z.t7, 
6 (labub, «bah;. B. Z.9S, 14 (maiDtfip), Z. 
5, 16c.(kepag), Br. Z. S9, 6 (liba klntfip] 
van de hak., R. tO, Z. 19, 24 (nian^mpu;} 
van gebroken nageN op den boexem.: «kang- 
gfik. ui(adé|f aolfip. aauh. onder sijungan. 



nj^milëpiii : le^fn iets sich stootm 
(e laag hangende lamp bv , Dgépugio; baka 
— Mf en mantêp: ■kJinUp,: getloolen tegen 
eeii steen bv. van een teen; ma — : «kagC-n- 
lus: pall — van ictnanil die in vcrlegcniiciil 
zit, zoekt enz. (vg[. patikSdjul), niranlèpanf 
iemand, van snel stroomend walsr. 

[I., sas.,: ilih (Smbw. id.). 

uinu] ^ , ii^ntap: ofertle/ien een vallei. 

rivier enz.| door een pi. gaan op zijne reis 
(s. Kntas], nora ngéntnp marin; a^ala: 
• laraan lamè ngadri, mainên;r?t^I manden* 
tap ^nunK:~i>éi. nm. van een berg tugschen 
Tab. en Bil. 

tnêuj ^ : fiorsl van rijst onder in de pot bij *t 

nffpSng, "hilip (bic. nli p. jav. intip): bas 

kalUunanja ngf iitip (b.: kal^nnan ja mnSn* 

tip) van ongedii^rte. Pan Br... IS: in lip Ing- 

kawah, kam. 36 <kJ^rana sètin Ikn, vrls 

tjlnadanr dira lijaar widi, dadi intip In; 

néraka, Aob., fr., li; in de uitg., bl. 7iS, niet 

te vinden; vgl. onder da«ar]. 

i/i')KjUi|\. — •. saa..: kunang'. 

ui«!u>|^, t. onder inlip. 

t5iB<Jj\ I., jav., nfftnllp: op iels op dm 

loer tüigm, begluren, bv. eon dj a ng k r i k (Bjw. 

intép). •anawtug. maoirintlp: «mait^inlé, 

iilitip: «iDint^, npiiitipanir: •jiëugakën: 

vgL iqii^séang. 

II., z. onder tntip. 

pKiuj'^ jav., kontap, B. Z. li, 17 (karaïi. 

tjap. kanlëp, dèkdiik}: «koogaiig. 

u»»ij]\, nrnntap: limand van een andere 

pi. of die ver af woont Mlnoofligen Ie konicti; 



een baljan roepen om als zoodanig te funge^ren 
(z. n u Ik r en ng a t n r i n) ; de laatste bet. da 
meest gebruikelijke, aanh. onder ailasèni. 

II, ia — *aji van een aankomende menigte, 
Dpt. 'l. 7, 50 (vgl. niad. ugontap). 

i3:jtiSAJKi\:nnam van een beindf Ag. 5, vgl 

aniyapada. 

(£iisn^, een k ra ma-vorm van antaraC, 

Wir. S6, 55, 69, 72 (vgl. samaoladjl) 

pintadjjan: pjtnlaran, ri pinladjya 

Iknngkorawnbala mwang pindanabala, Bh 

i6. ('t origineel: sènajor utihajor madhja) 

tanpAnlaiUK Brii. 5. 

Kjx?!5]I\, 8.,: onbtstendig van 't leven eni. 

tut. If, KO: si wrohta rjanitya nlngsam 
bhawa, B4, — talwa, aanb. onder tkasih 
ani tya tlkanaofliurip iiwam i Hajak kasogt 
lian alllar nda tan sthld. Nis. Z. 5, 5 (d 
wiblioginé badjaug jadin tuwa fcasD 
kanéngrorod punika lijaoa pagSb). 
OJi^n. &, kananf Ja tan rena lka«r. 

dèwatft kfnabbaktynn jo Uiui^kU^ sli 
èwa jah, kèwaiiVninktya lanpa|:ava}'^iifl 
graha rIngnwaHjr bbakti, süksit ijura ngarai 
Ingbjang Jau niangkanik, aKtüm tlkaag 
wwang roamnkti bbuga. tanpang:hanjlkên t 
dèwabbakll, aiilyanlng Nlnnnggvih malla 
IkA, Bb. 30 (volgt op de aauli. onder para 
paropasarpafta: vgl. 't origïn. 062). ain 
onder «anti. 

uiKiji^V mantyan en antyaita: vcrb. v: 
alyanla en dikwijls verklariug van •« 
(bij deze verkorting vgl. karaniug ïn pi. 
karananiiig); — Ing: dunillab; «praUi 



S:a\ en \Ji\ 



67 



•rara. — kafraraok: « nÜbhièaA*, anlyan 
iaiwm«f: •ali)>ran«ta; vgl. atyao. 

mg|i9\, I. ondcranlyan, vaak als )>rae« 
II. bT. — dènipun afun;, T. Z. S, 4S 

49. 

**§9^ (0. saiilW"! - . Wlb. 

CiÊsjitnnv «-.W. Z. 17, 7 (papakrëli- 
tig kuna, nora pag{h, sunid). 

tneifuny eigenn. van een dukuh, Djpur. 

£t]e|u£a^ (atjiitya|mé*f), Adip. 4S (rgl. 

trif^a. 2516), t. antapada. 

Bjc>|n\, s., Iflima Iwir ika nirinudjiira- 
» 4and«la rluirril, Inlrnyu, sunl^iit, nfra, 

uhu, tnawali krlmlda (ha), wvanic ama- 

itia. prinaffhiiji, aiya^l, knnil)hiikaril«, 

^yan . dliitlDilAiriniil , wwanr «nianilé 
, Jèku «vHnr ijHiiilMladJiïti. anlyadja, 
%, IulnB(riiiniiilii|:i])itnnlJainua Itti véoniig' 

■bah umubnys dê s,anf nttamuiljunma, 

'■I iJindaU liadilfalnya, fr., xi« ook oiiiler 
léljtjhi cfl asiatjaiiJüla. 

ufécï]^ L a»ak ntkiV mirnh alianieni 
IfajE {één jav. lids.: abc'p a lira ja) mêlès 
nukha, Br. Z. 23, S (m a Jf m t- ni a n, 
en pédjabl: jav. vert. labSlioc; lalul. 

n.. ariuiK-iDaDit:; hel land aan iemnnd hebben 
u aCnsit). ulinr miila ha» kil iiganié- 

at^ pbai. Bogk. s.. i47. lenvijl laler (349) 
llfa milD kil sSngil l£kèn Iba van dcu-lfde 

wat geufcd wordl. nuuni- rHi-ri» rowtuig 

itpü sijAt kakaUki» paiidjak {»}*) uliiifr 
;!• monganlèiiiuii^- KNl*tnara adit nakn- 

I, ald., Idl. 



«A^ en Ul\ 

^g^ \. nynntfniangri vowwer nut druk' 
km de tjapil, om 't wegwaaien te belellen, 
iu de oosen drukken: ugunKtusng fbuna; 
sich buMen. 

uiacjje]^. Br. Z. 14, 1 (katiman: 8und.^ 
id., sas. anti mun, vgl. mal.. en bat. alsiniiin: 
bis. alimui), ihn. asiniun: meloen, t. 
onder kalimun): «karkkalih, «urwwAru, 
vgl. onder gCnten. 

mgnij^: van een Mak. die tot den vorst 
komt, op de vcreischle pi. aanltomen (vgl, 
ënlt^g): nirantèg: ergent aangekDmea. 
lot 't einde bv. van een ^ op een bladzijde, 
om die geheel Ie viill«n, lol aan den bmk er m 
van de penis, nganté; ka ~: «ai^gjat gi- 
nyal, manlég hnii kaluni:ênMnHjané: •ang- 
djën(k i niangë': ngant«)pui]r: loi aan een 
Rlreep, bv. de regeJs van 'I scbrirt laten 
doorlonpen: mmipnnanir manganlSg kima- 

won: «lan ajat'ana. 

mKinK. BgHntHg; evenijes aanraken bv. 

van eeu kriadehutd; nganlaxang; nwfielsdeo 
{«nis, op de runnuti slippen, tra n^ntn; tëU; 
geeti vrouw Ie bekennat hebben: djtlkul — an: 
groente best. uit aUertei bladen, voor de baud 
wcgge:nomen. z. raramputan. 

Cntnnil^: vail van karakter als iemaad 

die niet schuifl of dobbelt, tegenover i^ijuug, 
(fintSg dl djumali mégrurapan van een vrouw, 
die zirh fioeA gedraagt), van con land, waar alles 
uog En den goeden ouden lijd is of dat van 
een gruotcn ramp bevrijd geraakt is, ■ wandal 
(Tg), antëg en t«gl£g): dawë|F6 intér drlkl: 
/«en hier de odat nog ongetchondeH mit: vta 



«*^ en v»\ 



68 



Sa\ en wi\ 



tdrulikiiig, wB&rmeè men te kennen geeft, dftt 
men op de zcgcniogen van 't ISeJerl. bestuur 
niet gesteld is en toe Ie Hckrljven aau de vde 
vagebonden uit eindere staten, die zich hier, 
waar de slnfTen niet zoo streng zijn, iian dierstal 
enz. Kbuldifj; maken (vgl. gaüdjah); sonmii 
— : mi vaste mun of vrtnav: pniiféntig^ ruré: 
een middel om müknutm Ie voorkomeii. 

IL: reikett lol een hotste of tol den bodem 
bij 't peilen, vdumndug ( — kulunz-it tol aan 
't uittpotttel reiken), dadi iniill lu sang: ruwiina 
niangkln, iraQ üntég urfp ikit, pin; put pfn$ 
néni pin? da.s8, kapnunhln luatili dané urip 
ika, nfillfa dané iwmida toimin, It. bl. 7.. 
11, 6 (jEoodi'H een raksasit den grond aanraakte, 
herleefde bij, vgl. de aanh. onder rflmajai'ia 
uit R. bl.); vgl. ^ntng en IjSlup. 

unon/^ , i^ènln;: hij passen geld of pro- 
viand bv.. ènlup'an: bijvopgsel van de daliiug 
bij de ISlaoipaban: |tan8:^tugr; hijpassimj 
bv. in geld, ook: wat men terug onlvai^t van 
een betaalde som, die de rekening overschrijdt; 
n8:iHtug-|n: iets aanvultai (vg). oguüdjukiu). 
aanh.(Hidcr kutaug, Snlngniamlièlèl: «dudug 
truit (z. 8nt6g}, éntug rawuli ins blijoma: 
■ dumudug tëkèng langil, padandu w^k- 
asin tiljranf ogéntugang atur, rin^ pallng;g:lb 
Ida anaké afone:, br. uit K. A., vgl. entég 
en onder ënluk 11. 

vi»n^,jav.,: h. van Uanllü, «gornn, 
«ghrani (t) «pananté ^], «laslika (f), 
kanawi (t), vatn — , W. Z. 15, 10 (fila 



eüre» leggen, T. b. Z. 4, 91, vgl. ëftd< 
under afidadja. m 

\jtiS\VTiie\\ en antaitini: eigenn. van 
dochters van Antaboga, wflarmeö Suwa 
linwt. Wil.: vgl. onder gini en nA^iui 

uii^nnoij^, X. onder nanda. ■ 

i/iBSir?]^ I., aiitaliau: schrapsel. tplintt 
gruis van metaal voomni. van goud «f 
door 't knippen enz. (?.. katampalati).; ei 
van een desa in 'I Itll. 1 

■ 11., ka — an ratrl, Mal., c, bL 1 
onder antëb. V 

aj:i?,n)|\, niftsréii;; miutér niintéb a 



nirèngprung, R. 19, Z. 5, 4 (gangsar pi 
nëblëb tingkah danèniï ring palagan 
liriug tingkahé masijal dumilab gob 

ui«:ir7i]\, jav.,: zwaar zooab ebbei 
«nk van tabak (— an asané van Ral. 
zwaarder dan chin.}, van een punglu doot 
mSléla, van een geneesmiddel, als casli 
daHtin;^ bafit — : «awrat abwal anélj 
patl tnaiitéb: niel hartelijk v»» spijs; i 
tSban dèning: wukir R. sas. telkens; 
antëban ^ndliiffé. 

II., ng:antëbAng baktl van een ai 
nganiéliung' liantèn; vgl. ngatër. M 

• pnn dalang— an: eigenn. van een paa 
Paiïdji locbeboorende. Mal. (vgl. VViuler 
Wdb., bl. 390; naam van een wil paat 
Inw kértapati, geschenk aan zijn zoou 
princes van l^éit^laiq:, Tj., b., 7S); waji 
schijnt de nm. te zijn va» een wajanfi-'n 



j 



putib]. man^ntfg^, R. 23,Z. IS,7 (anak*an), dat de stof leverde van de WW., 't si 



A 



SA\ en vt\ 



m 



€i\ «n ui\ 



gedicht alilnü tiiidi: Kninangknna hf- 
anii^ ■agraljana tjarita vf.n. 
i_T«tT|\: ftrenëb; iiE«nt*b: i^abas, 

oUr; TgL t«bl«b. 

«J^gOA I.. jaT (•rj»rïj^,:«i;)r/flmmiB(ï 
ifi TUUT (uniali i iigapuj. Ar. Z. 6. U): 
■nt*b van lU- zee, W. Z. 16. 3 (rob, ma- 
M< maogvbèk): ran loom, Sm. Z. 29, 4, 
uniab murob, z. omlpr iirub; an; — * van 
mr. Sul. Z. 123, 4 (ngorobornb): van de 
nO». Sm. Z. 34, 4 (anggHt*). 

n.. maatab: t/nol lioh vcrtooiicn van een 
iffl, die xwaar in de Tieren lit^ 

uïg'jmn^. jav. («anantaliboga), 

Bigèndra, san; antaboga: «uragapali, 

nigaridja: S*; nm. van ecii karai^, 't 

vuonflHIciidc van eea moasler. uirt dri<^ 

tdjge en (gekronkelde long. 
wiKj\, anlaogin ban bénamr (lümbalin). 

mg ^ L, jar.,: ijverig, goed ^^Musend van 
I slaaf br. die niel tui is; Bbg.: djj^mèt 
■^ IDtoqg), anieng mékarjja. ada to 
tcog nanrantih. fr., aBtèn;|:*in ajianga 
{ antëug aloofrwa^Hnp, iladji D. 22. 
oodcr tulalé. 
O: klted ter bedetcfiing der homlen bij vmu- 
die daarvoor nok de tSiigkahing benden 
ifsCnlJag), «kurag: hij 't verschijnen voor 
rm. («rsooo moeien de borsten bedekt 
II. ■iméiy: een borstkleed aa» hebhm, 
i de borsim bedekken, soba anfëag-: «dji- 
■aifaB. 

U|R\ I. urttny*: inrbel, owhanger, niel 
gedragen dan duor [iriestcrs of priate- 



i^ 



resspR. niet door de sSi^gnA. onder 't \ 
velen dei- gebeden (vgl. mal. eni.), «kuAclala, 
z. karbAIiharana. 

n., oiilaiif: — s. oftdal aAdil. 

'■JT'^^, i. onder pantiing. 

uie^: lan^r aanh. onder umhëh. 

i/iS\ 1- van de hébikulan door 't Ijehlen 

van ie4£ zwaars (vgl. këAjang), SntCng 
bastnré mtklta Mdik van iemand, die niet 
bardup durft ]ach4;ii [vgl. laik m onder djit): 
mfiintSncin, |iMnl6nfiii,: inntmtn een kleed. 
dat te w^d is. een touw. 

S*-, Turint^nfunKt eeo taak d^on^ten zich 
er steeds mêe bezig houdende, vg). ngëntjotang- 
II.: alamw. van ngëntSiig. 
1J1»\, nsréDtunranff: van steh aftlingeren, 
vaa 3kA afw/rpen, n^nlan^n: iemand iets 
toewerpen, aarib. onder bila en sadak, ngSn< 
tUDgIn daja, aanb. onder Sngkig. 

<-n;«i\: «m leem kokotnoot alt dtthber vao 
e<;n djarii^, ook bij niet zwemmen kimnenden; 
1 onder de oksels en 2 onder de posteriores 
aan elkAar verbonden (vgl. sund. puntang; 
I. plungpung. 

U., vgl. onder panling, inrontanffanti- 
nirflkën door een aap een niensch in den boom] 
gebracht, 'rjt.f 

ui»^, Shr.: kisam, tnaar van 't binnenste 
van een borenook iintjng,: '/ kart van palmen 
tegenov. de ujung (io legend, van Us); U 
merg van een horeu, van de kësèla praQ (z. 
plèndo): stronk vao een ananae: 't bimteiute 
van ccn potlood, 't geen waarmee men schreven 



«A\ en ui^ 



70 



«Ji\ en vt\ 



kan [z. ilawal): de kawl-tckst, tcgcnov. de 
arli (vgl. sJmul sadulur, bBiitarig en 
tulang giitig); 'I onedel metaal of iets anders 
dat in een zilveren of gouden j/ang üit (z. 
bluiigbuiig); ngiintén;: sékcn. 

l/Vn^ I., jav.,: boi duiten bedragende 8 
atak's, naasl tali. Wik 7, artha rong: — , 
WW.. Z. 1. 114; vgl. bunlil. 

II., iig:uiiilng*niig htindth^: zivaaten met de 
luorts: Vfil. kunlingf 

III., onlin;': berooid? 

IV., sas.,: panggèb, ook van een blakas 
(bug. uÜDg, mal. puting}. 

ujiè^ I.: nm. van een ofTerande bij del^Jk- 
bestelling, aaoli. onder pamuspa. 

U., sas. (ma).).: lot, untung onjaq linfé 
paüanitbail dasida van God, Tjp. 

111., sas.,: jav. djodo van reeds gehuwden 
in tegenst. van ondong (vgl. mad. ronlong, 
bat. donpanntn satlnlungvan een loekomstige 
rrouw), baruntuiig. 

oun»\, ï. onder antiug 11. 

'iwj'^\, Bjw.,: blatu^: ook de Corhe- 
nille-cactus (opnntia Cochenlllefera Mill.). 

nuTJ-jj^V Bjw. (vgl. jav.),! blocsm van 
de pümg (mal. djaüiung); i. ngëmbaDg 
gBilaug. 

u»«MJ^: glad, effen, van een loniar-hhi, 
legenov. luludan: van een louw of bindgaren, 
Icgcnov. sauibSn; van een mouie vrouw, nénè 
anas dadi bilnk, R. bl, Z. 1.44, uganagang 
bais., 1. onder pada; nganasang btnnug: van 
de sikal. 






sf <^ n 
8, 3 (tjal 



U1»«|y CA»». araJt, geïmporteerde arak 

in 't algemeen (skk. id., vgl. mak. anisir]}. 
\. — 'an van ecM lijk. Wtb. (snAfia?) 

\. angrènj's (jav. ugünës), B. Z. 

rii^. raris). Z. 16. 9 (uiaiijilib), 
Z. 17, 5 (manilib}. DianK^nés 11. Z. 4. iO 
(niandiwèk), Z. fi6, 1 (manjaru), van een 
handaru. W. Z. 17, 8, «amisAta, ucèiiési 
"anib stilletjes gaan, H. S Z. 1, IS en I6i, 
(nj i ng j d) geheel alleen, om iels heimelijk te kflii' 
nen uitvoeren, ongemerkt kortim, mungént^a 
lanparowanga, Sum. Z. 1, 7, Z. S, 2. 
uiKiAjj^, ir éniasènis; anisette?, aanh 

onder osol, luaiiimbal èr ëna« omI lal 
kapala, Snip (sic) brani lan ulik, Iladji D 
bg., Z. 1. 

u»Kaji]\:I.,jav. («piBwIvsund. hnnuB 

lag. honos). ani;uniisvnn een mager lichaam 
Mal. 535, katarèuK (;arïranlr)ngnb augunu 
van die aan lierdeümart lydl. Ar. Pr. Z. 20.40 
ruksa (itrirunlra la (a) ugunus, ald. 6. 

ngnnns: h. v, iig£n)bu»i: vca wapen, ea 
kris bv., uittrehhen. ■ aiijïuniiK, ilw. Z. 10, 17 
Z. 21, 11,: xiiltrekken of afleggen zijn *iv 
«telljke kleederen van een Vorst uil rouw.Kid 
Sund. Z. 3, 34, Innnns, \\. 7. Z. 3, 18. (linigl 
maëmhus), van een brief uil de limu 
suugan van gevle zijde, aanh. onder limu 
suiigan: nKunusiii: een ladji, die in 
guüngao vastgcrnaki is (iigrèkèl). la 
a- itilhalea; ■ nmunus: uiltreMen de ban 
van ouder een berg. UIL 50: ook: mupus, 
Ar. Z. 10, 15 en 17. lumibomuniiK awakn}»] 
likuifsarwAJudba onder de «lechle voo 



«i^ «n vi\ 



71 



«*\ en ui^ 



s. Wir. 43 (vert. van pasaranti tja ko^è- 

Uijab, flsirliii wi\vidh.1ni), rnnaK, H. 5 

IL S. S (maugfènibus, ngunusl, • kahunta 

MilAncmnnMna dJJwt, Singa Briim. 7; pina- 

MiDiiKakèB i)(iwuog[b.: kSris), Sin. (kaém- 

Ikasaog]: p^Bffuniisan: een plat stuk ttaat mei 

tfm/jej, om xilvcr- of gniiddraad (v maken; op 

[dtf wijze niaatl men ook kawal; S* eigoiin. 

[na «tl ilésa ntider Goblè^. 

II.: sekere Hradtrige slof aan de blailsthede 
■ dtm Hog ytene vrufklen dragende» iljaka 
!•( [Tn) Ammi, waanaii slrikkiMi, hengel-louw 
gemaakt worden (mal., lal. t-a Bjw. li.; 
r. aèkang, stind. |>akuiig); ook an^gona 
Kiütin lómbako (x. tjSUtiougkangan]. 

IlL. ^M! zoker brdnig aan geld d<xir de- 
fsneti. die een haan laten kloppen, aan de 
ia ja te betalen (vgl. jav,), 

lil- rennoedelijk een Maliofn. eigenn. (uilspr. 
na 4/>Jy. tgl. usup), daar de Kid. Sund. 
Biel vrij is tan Mahom. invloed, rakrjiui — 
L «Hier u o Q r. 
OLTnoïrïiül^. sas.,: lad en lampak 

(t|L ftDol). 

uii^Aj^, z. onder nusapati. 

nnKHU \. 8. (ina en usAa].: sotinekitte. 
Êpêa ttfftnlnlftiiwan liana «ènanfr amang- 
ftat lukunira, ioosAn uwanc hAJwitdrès 
Ma Bande slra djèmsr, bailik tauptiiraj 
iatl*a|inll Kjra rlnfnAsa pxnribèk toen 
anaUtJk Ardjana 8aliaarab)\hD in de rivier 
giag Uitgco en 't water deed hjien. Ar. Z. 41, 9 
Uwaü pocht op de vrees van de gcbeole 
ulnor voor hem. atwang ararém djn^ dJA- 



tim-a, ika nr^dltTA tawi, kadi tidja nlns- 
nnliin mNrlkA(n> t«kè (arlrmirkii, manzknna 
lëfcaiiX'prtibanlJiiim, dumadak ninnda mails 
marl .«^irirnika, kathamiiplklii^lwah narni- 
maih\, lan ulrbani, l;ll. S8: rgl. aanb. onder 
dilali. 

SJticnrtn^, 8., tan bjnktünl^tjltanfrwaitg 
pAdJaba, Ar. Z. 43, I. 

eaworaw^. s., W., Z. 3, 7, — tlkUK* 
kadalvan Kangani: labuo lawaNnja lanparain, 
l'd. 97 ('t iirtgin.: arltdjaka}, vgl. andiha. 

uu6-)ïïijW^, 8-, R. L. Z. 10, 27 (i kalQ. 

nan kanti). 

S«)r!T9Ki^, 8., van nima, zijn gemalin 
en broeder in de bosïu^lien een klni;t«nanr!> leven 
leidende, R. 5 Z. I, IB (liwail). 

«ixg-iJK^, 8. (anuStbSna), tut. K7, Wrt. 
14, 13; T. Z. 3, 63 (x. onder lusia): — Wia- 
titra, atd., NunnsiAna uinK lijanff, Z. 1, &. Z. 
4, 14 (inangrëgep bhatdra], wok KlninuslaAa 
(sic.) rinjt: lijnnf (a^runs^umün (sic.) naai^ar* 
tjana (sic.) ring hjang sawitah, fr. (vgL 
onder sürj ja s&waDa),bhaiArakuniftra sidéttff 
niraniilnakahèn&patininfrbjaii; knkèb, anus* 
tbinikninarhulun, kiklanira runièitèp llnipuiiK- 
nira, üd. 119 (verL van namaKkrStja 
kiiDiilrAja. sénanyé ^aklidbAriAl; vgl. 't 
origin. (Calculla iiitg., S720). ngrannstana: 
ttardnti. palyanlkan^yah ^wèta llkangi- 
naniuthAnanira, Bh. 49 ('t origin.: wadbé 
tasva inano dadhé). 

au» TV? «J 151^,8.,: noi. van e^ parwa, die 

ia de opgave van Adip. overgeslagen Hch\}nt 
te lijn. 



SA\ en ui\ 



74 



«i'^ en iJty, 



«jnoAoyi^, s.,: tjfljek, T. Z. 8 6Ï. (ja?, 
naogswara). 

gj^iciT^iMU. 2. onder ai^warjja. 

SitKlAJ tAi\ or anaSiïjA, s., z. aKiija en 
onder dosagrihi en ipomürti. 

{*• t. onder dukia. 

«awyn-'^^V s., T. Z. *, Ï7 (maugiilép 
8mr£ti), Z. lt> 66, manusmarana van Niwi- 
Ukawatja de gunsl van (iwa inroependG, 
W. Z. 27, 2 (uggélarang sïnglar ing pali. 
mai^r^gSpaiig, maDgregëp}, aanh. onder 
ong, manfrannsmaraiièsa ^kli, Br. Z. 31, 
2& (mangrfigËp); inannsniarananira fa san; 
bjangr Wlinia, katon ta slra wérili nlnj^wwai, 
ri pln^flr nikai«;»ianiudra, kadi g:anang ka- 
tlBKbalan, tan wa.stwaKat tan ad)èr, mwaog: 
tan kaju tan sandjata, Ud. 7 (*l orig^in.: 
WiiAiim anusmaran, aiba pfaèuam ladj 
'pa^yal samudré parwwatopamaih, oi- 
Jam fUSko na tj&rdro jam na ^astram 
idam talhfl), anusniarai^èsan; résl: de vorst 
de«d dcD heiligen man, duor slechts aan hem te 
denken, te voorscliiju konten, Spt. Z. 4, 162» 
sang paramarsl anuamarana JO(i tengevolge 
waanan de lunden van die gebonden waren los 
kten, Z. 4, 6S (vgl. onder tjipta). 
ilQun^, s., (annbinda),: eigenn. (z. 
winda), B. Z. 87, 8; onder de bondgenoten 
Djftrasandha, Hw. Z. 28, 4; Br. Z. U; 
een der Korawa's. Tjt. 47:gadJaU — ; vriend 
van Kuda snétao. Mal. 

Ci'jKnun^ (Tj in pi. van manohara. 
Smw. Z. 10, 28. 



<U«ionift^, 1. nnder anarawala. 

«aiBobWi^. Ar. Z. 31. 15, mnntab tèdja. 
nlkA snmé'ng: sumaluh IngswarKginnwan- 
lin^Jl^t, Z. CO. 7. Z. m. 12. kapwAni- 
waru (laripariina (ikangbbatabalttarppaüa, 
Ud., 10, Sut Z. ft7, 8 (tan rahajn). 

SAKoofl^, z, onder kaugkaug. 

««lê^^^AJ]\, s.. K. 3 Z. 1, 57; 16 Z. l. 
2; 20 Z. 13, 7 (mawffé^a). B. Z. 88, 10, 
aanh. onder ^ i k h i . van tedemalea , Adip. 20; 
vgl. durniwarjja. 

«ji» o wn.s., (anuwirjjaF), wlrjjaka- 
nuwirjjau (sic), ratu anaivkn, padané 
ralH, arddha kaprabhuné, hina kmnian^ 
sarèm balané kalon hlnatluasé kawigaran 
(kawl?ruban.')kraniadjajané n'adwan£,Tjt. 13. 

SAiQÓfiei^;!^, t. onder towèk.4a. 

Siêitrt^, 8.,: • tin al. 

iSAieiOiUisii^, z. aanh. onder djantfin. 

mBinSl\, Sul. Z. 1, 2 (leea: ganal). 

SAKiPJi^.s.,: api, mnntab si*og: 1 mirah- 
nya rak«a kabtdép hjanj: unala tnraaroo 
sakènglawaitt, Ar. Z. 40, 2: 2°. z. onder 
a^iabaau. 

2': (anaUf)- «igcnn. van een rikSasI, 
Uu. 9; vgl. onder anila en anila. 

ey^iQTu^. ï. onder nala. 

Sjr>nnrji\: «fat/., beman liman ngkl rl 
ngiiaAlu Ja glina dè nl ncaiMiJ, K. 14 Z. 1,2, 
c, waar gesproken wordt van de brand lo 
Liii^ka door llaiiumiln gcüticbt (de veii. 
onzinnig door aan anala te denken). 



«A\ ra ui\ 

UTiETU^, jaT.,: «Nala; vgl onder apj ï'. 

ftififu\, s-, W. Z. Ï8,S (wat»), - samB, 
Br. Z. 4, 4 (upaniaiija nngin, iipama kaïti 
tiigia, angtD |)aila), atiilabrata, Jèo slra 
tpnug ailj4 sarud, Tjl. 65 (vgl. Manu IX, 
306). UbÜiq, aanh. oiidi-r luuggS't^, — 
|NIl uf anlIAnuka: ctgcnii. va» Jen bdi) van <tc 
Dft; mililUua^Ua z. ondor pawana; ft|t- 

kiiailicani Uku nitunirsjftiidHiiu, Wir. 41: 

■il. bijuwi>ga. 

Ai«nj^. utlJiiitla(zie3'')n)aiiasHp noi^np 

lltMiti. br. Z. S. 10. aiiMaaila djaladaapa 
■aoghSmA hudan, W. Z. 28, 1 (v«rt. onzin); 
f,z. onler aèiaba&n. 

S* : eigenn. vaneen r.^ksasa, onderhoorige 
na R&waAa, Ar. Z. 43, 16. Ilarif Z. 15, 4: 
WbMAla liira «Jra )lall|iutrJttyaii(a ^Arèuit:- 
nin; en ald. Z. 11, 4: anllauaiaharitwlrit 
lallpatrèkl marèk un maduh maar blJ Muir 
IV 487 b«eten de 3 ionen van Mali: bara. 
nila » anala). 

CiB'jratjiiQ^, 8., salwlr nhifkambang 

piwttra pinakasékamira lèkingwastra gan- 
dbinnlèpana. Bh. 37 ft origin.: diwja' 
mitjiuibaradbarani di wjagaiidbdnulè- 
pinam). 

•jui»n^ioinj^, mal. (.^uÜWI ^), aanb. 

«fa- sab U. 
uisij|\ J, aanh. onder tnis (vgl. jav. 

klail). 
t>isu|\, jav., ii(inèp: den nacht ergei» 

faffc a w w » (nirSrSp: latnp. minai]), eenige 

4ifm af maciiitm wtbegraren Hggen van een lijk 

(luffcè Jut mCogiDép duKH tifa barl Ita 



p«n samnvanja dl makan oIMi rakmu^a, mal. 
w. 377), .manrbinèp, R., i. Z. I. I». umU 

n ep atilinirf">> ri>dJakArJJ», Tj. A. 47, nrJiiipla: 
fi}> een plaals o\bi} leiuiind dm nacht doorbrengen, 
pangliiiièp, B. Z. 4S, 3 (gSnah nginëp. 
pakuUman). pang' — an, It. Z. 4, IB 
(gSnab niaênSpan],: nacht-verhtijf (pako- 
ISman); ^ab niainépan; • pakulènian; 
il|iBépaup! All iiarAf ietK houden; slng: pala- 
knnja mafnèpan: isingparan katurwan: 
lelden: ènép 

n-iji«uj\. I. onder inëp. 

ui£u'\. Sbr..: nSnipi, Dd. 12, 26. 



&tie u\. s., ftmf aniipïkdhipati, onder de 
vorsten bij 'I swfljanbara van liidomaü, Sum. 
Z. 44, 4. Tjl. !!0. anupa[ni. c.)piini: resi- 
dentie van Ardjiuia sahanrabiho, kk. Z. 2, 1, 
aanb. onder anggArapania. 

(SUiQ uKi^, a., onder de bondgenooleii der 

PiAdawa's, Bb. KI. 

6;aK)US;|\. 8.,: kinderloos, Adlp, 13, 111, 

O. (Sut. Z. 19,8: Rftpalya. vgl. nopatna): 
z. krangan en aanb. onder bbdga. 

£]ii^u€i\. s.,: lanpapadan, weé-^loos, 

voorlreffelijk , Sut. Z. 148, 3, B. Z. 1. 18 
(lanpatandiog, lanpatandlngan), onrer- 
gelijkel^k schoom. Ar. Z. 3, 4, T. Z. S, 71, 

anopania, m. c, Sum. Z. 90, 5. 

ajinienuqi^, s. (anaapamja),: tupa- 

paia, Wrb. 

«A»rt\, B.. Sut. Z. 97, 11, Z. 101, £. 
é 
naast rare met putra en vvëka vertaald 

(Tjl. St»,bts.,: nudja): vg). agradja en onder 

laksmana. 



«i\ en ui\ 

Xit»n\. R. S4 Z. 61, S (BOiija), tIS 
a 
Z. 4. I. 

Sjti^ « \ (.'); tMstemmen, Adip. 95, 100. 

sa« n^ WT \ , *„: i'w/fl/" om weg Ie paan 
rerkregen hebbende, Bli, 4:>. anudlnJAluntang** 
pInHkaliulan dé sang lunhilHil plhtitaii^atiA- 
(IrwwiUa <UaJainantrxala, HU. 42 (vei-l. v<iii 
aiiutljriJHiiihi iiiAn tatra Af ièa{;tjai wu 
joiljaja). 

utiQM^f, aanh. omler kala. 

Ooie-ïw^, 8,, I. antjo cn barandjang. 

•jvn»]^ of onya. Wrs 31, 41 en 99. 
bflnyanr: •wwanlén, «anyal. T. Z. 6, 
92; liODj^ang:, Sm. Z. 104. II. hoiiyani-, 
Br. Z. 44. U: honj-a tarlmanU, B. Z. 81, 
lOfpiiniki kataDipi), oiijanrnwè knnil^lr, 
h.f Z. 3, 6 (wwanljn), onyèkang^bliaiiawa, 
aU. 13. 

«*»j«ï|\, s, een andere^ W. Z. St. », 
Z. 2S. 6 en 10. behalve ilic. W. Z. I. 7 (aJa, 
oijja, wanten). • hana, Z. 26, 11; B. Z. 11. 
14((IenAin. niasc. anyah schijnt 't jav. anéh 
gewoirlcn te itjn?), akwèk lihawan^Hn — ka- 
lu kadi mainiinuh sftkara swikna lulja, Ar. 
Z. so, :. 

«i»j^ris?l\, 8.,: apalih udjarnra la- 
wan witjaranya. Dp. 16. akwèh uiijarnya 
tan patul Uwan ri nguoi, VVlIi. (vjrl. 'l 
Petcnb. Wdb.: jav. njalawadif). 

iïjwnw\, s., Wtl». (nia]. anijaja. jav. 
kaniJBJa, aas. kanyajaq), mannA makoUha 
DKUyija: jwayd '( liwade Ie ternchtem, tut. 
60; •~- prawrêttl, zit- onder prawrëlli. 



7* 



SJ)e-Mov\, g.,: YTOow van Katvapa en 
é 
moeder van Wrëla eo Bala. Ag. 

aawnuhw^, aanh. onder l^ia^nta. 
uinK]iEjj\, t. onder bjum. 

r^K)|a9^^(?):eigenn..nnyAmaktR malapr»- 
ftUlft wëka sang: dallyAtUilpamalJawan, Harii,-., 
Z. 11. 4 Z. 15, 3 (Muir. IV: 487: unraalta 
en malta): vgl. sumalta en malta. 

sjiiei|(rjtfi\. 8, (lic koekoek), naast tatu- 

bu, T. Z. $. 44. •kuwoag, z. parahhrëlafa. 
nuY?»]^, z. onder honya. 

uiKtoj^Jav. («SiaiQOj^, mansanamana 
aanh. ondur wuc^kudu (raulatulatan), anga* 
nam wllA{a, W. Z. 14, 6 [anggawé polah, 
mangikStaiig solah, nggawJtnaug asih: mal 
en lamp. anjam. men. ajam, alf., hil.,: ajan); 
hana kadtnanamakin, W. Z. IK. 10 (Inir 
muka, kadi muka!. buka sarpa; de 2 eerste 
vrrlalii^en dour iiana): anam'fui van eeo 
piiiggfi. Mal. 

2°. anaroan (zelden): vrn. ^ katipal. 

ui-iiG-iïjil^.jav. {•nwam),: vrn. = ngiida 
(vgl. njom): sanr — van een nlnnares, Wan. 
Z. 6, 180, jegens baar. Z. 7, 72;: praaè* 
{wari ~: de l'' in rang, Z. 7, 74 (t. onder 
paramècvrari). 

2*.. z. anoman. 

viieieïl\ l.,nK:ënéniin: ie. woord staaa.gehettr 
gevat aan iemandi die een gevoelen uitspreekt. 
bisa ngëntmin wwang Istri: awibikan 
mangiriug aaakébi vgl. DènniSm. 

• II., panir — bij 't maken van muziek» 
Was. Z. 6. 107, 108. 



(S*\ eo m^ 



7» 



9A\ en vi\ 



in. z. njm, 

uiiBOK(« r'icol\), ncinJI», drmkai. icl8 

Jrimkem (ng a ilj ( ug a iig ; jav. ug i n u iii, ma). 
Binum). ■iHriiuni: iiittiiiém'aii: «on '/ 
hrnsiem sijn^ Djclnëmin: irmanil iels Ie ttrinkem 
§trt», inëmina Jèh; mêkiDèm, pékfnèm,: iels 
itirmicem yeeea, pan^inèniiin: ■[liuigiDUlliaii; 
urinnu, II. Z. 1>. 2 (wi|iali. nginerii}, H. 
7, Z. 3, 11 (v., mai^inSin, niai njrn'an), 
IMM L B. Z. SS, 4 (taha|iËn. lajiib). fcara- 
tititliikrak inirpanginaman. B. Z. & 2 
[bèlunya tnaüdjril ring amawa tapau, 
larananva niljril dt panginémaii), tninnni, 
R. 7 Z. 3. 1 7 (s t j u p. w i p a I i). Z 20, ö 
(kèijnl. VI.). 

ï^iecA ^. z. onder inëfn. 

UI «9 
J 
"l leewater. Kns». Z. 14. S (vg). tual., mad. 



\ : leMp güzoclil l>ij 'I aniM)|)pii van 



«oaanf en z. onSm). 

•^ur)«i€H\ («bunam) or aaimi «kiipa- 

kopang, nnëtii sari: («n gciirigi; soort bij ili; 
atlaoggi gpbpiigd; K. A.- ondSm: ms.: 
sisqq prija, daar de inhoud gehelen wordt 

B»dal 't hittere, vreswegen de naam prija. 

iiigewaod verwijden) is geworden; de Imid, 

ritnpëDg. aHceo roor wierook gobi?zigd: dexe 

wbcipsmirt U grsleheld («vgl. jav. iin&ni, 

Vi'mL tamrns. I. 280, bug. tjambuwéq, 

vurmeé Tgl. mal. kClémbuwej]. 
ti-*^tO^ , s.,: een eigenschap doorboele^ 

ƒ■;>, TerkrE^eo, Sum. Z. 3, 3: ikAwak san; 

)(«fC«ani ar&nal tninbajan wóka&ii» alit 

nkimii JK (a niAlaufnyaa («éoanr) .«angc 

Jiflfwara (wènang) «aparanira, fan kawahaniitaén^ang sadya rtdjalanang ikang Ijita): 



(h.: katafaënan] sira d^nlnt rnnntif «thi 
wènaiK la Mra Biiniilëm (b.- asilurup) 
Init I<^nub tan bana sumikaré airs (ft.: 
madana kè^wa rjjanira) Jèka üinanrrtih 
afiiniA Rfcaranya, Nw.: wënat^ agung saka 
ri ugagui^, wjlnatig alit saka ri ngalit 
(ft. in t^mbanc: w. a. wënang alit): Brw.: 
wënang sumurup ing Utnah; t. onder 
wuri, •taghimS, ahimAdien vooral, onder 
a^lai^wa rjja. 

SjLKCjQ^, 2. aanb. onder dbarniina. 

ui»io»|^, f.,: eigenn. wii een aap, die 
RAm» groflic diensten bewees, K.; bal.: ano< 
man als ware bei een comparatief van anom 
(van diiar mrull, uitsjir van mjkruti. naast 
marutasuta als een der beiiaDitugeii van de 
vcrsni. sinom, vgl. rlniiidA pètak, Men. lU, 
4Sfl, ald IV 31, daar bij witwas; andere ver* 
monidc versmaatbenamingeB, z. onder kikèr, 
putjuug. rgawa en adri); R. m.: numan (vgL 
tiigaugga), rirllalaa mvf—, z. onder giloL 

uio«^ci»|\, z. onder hanumén. 

a4»€Die\, «,,-. omlferming kehbm met, K. 
t 
5 Z. 1. 36, 41; 6 Z. 1, 19, 7 Z. K, 17 en 18, 

23Z. IS, 1, 14 Z. 7. 1 (i^olasiu); svlabnln; 

satwinanmuiluai m-4( wn dia- doel siet men «eer 

't hoofd. R.9Z.2.5 (niasin); sétIèiiranniU. 

naD, Sm. Z. 12, 4 (njandang sampuraj, ana- 

luanan sira van een guru die boos is, tut. 

31 (verl. van aniiniünya), manamauAnuma- 

nikeii ikan^mrinah, K. 34, Z. IS, 6 (malaën* 

ja ngalahai^ sasèstJning idSpnjané, 






ananntnAttit: :;ond(r mrdedoogen tM\. R. 14 
Z. 7. I (Iwara mangolaiiin, riora wlas), 
vf\. aanti. nnHer lihjhda. 

kad}'ai^n:a nikitnsrtiihabiira.tnnidt lkang;tpR- 
rau kna panah dèDya, lllls nl raboja paiii^a- 
wrnkaiiya ri paranya, nianKkaiia la saii^ |ira- 
lihu konidwriihatiini ta ilwa lubii nikaiiif- 
M'JaHahftra kitlili, niakanimilta paiig;.iiiiimi^n» 
nAltJalfi^rrikdi, silj. (Man. Vil 44). IkA s»iip 
kinalianan praniAiialin, n8:a, prutyaksüiinniA- 
nA^nina, pnilyaksa, n^a, knion knsmniël, aiiu- 
ni&na. nga, kadynnggnnl nj;Rnoii knkns rln^ 
kadohan, Ja ta mauttaiiuiuSna litns:an i 
tig^apnj, JtkAADiini&na, nsra, )\|raui9.n|^a,ikaii|ir 
adjlnnpapatlfan dè $»ttg gruru. JèkA^iimu. ngA, 
«liiif kinataanaii diiiingprnmilna tl» prutyak- 
sAntimAnit|:ania, Ja la !>inaiijfg:iili saniJudJnjA- 
na, B|r<h Wrk. 

öJ-^to-^un , s., I. iniftdawja. 

pSTTi^, zii: ondvr uré. 

iSUis^eiy verkorling vaa aiiüinikat aaiib. 

onder pratiiiba. 

£iir>£iKi\ , 8.,: «gokarna, \bk (hds.t 

djari^i Dianuoggul; wd.: namika}. aanli. 
ooder iëtnSs. 

SjkiaCJiiei\, t. onder anumata. 

SlA-^crtEO^, Sm. Z. 32. 1 (kAs{ai^;warj- 

jan). z. aAiniA. 

ej»']'En&£i\, s. (anuuiodana) ft. 10 Z, 9, 

8 (ngawUstn), SI (iijukanin), 23 Z. 4. 1 
(tDafldjaja^ maDJukanin], Adip. 39, Wir. 16, 
matig — , B. Z. S, 9(Diaqukanin, manga- 
sibin), Z. 37, 12, genoegen nemm t» een vloek 
Tan een god, goedkeuren, Adip. 52, R. inl. Z. 1, 



64. KS, !5 Z. 4, 1. goedkeuren iemandti plan, Wtr. 
27. ftn; — , B. Z. 65, 4 (niandagiiigin), ina- 
nninodR van Ainbü, aan wie BhUma verlof 
gaf naar haren vi>rlri(>rdu Ie gaan, Ud. 151 
('l orig. wisasardja). 

iIji)QOtn\, «„: toestemming, verguHving. B^ 
Z. KI, S (itjtjba), Ar. 'l. 34, 5. Z. S8, 8. 
Sul. Z. 149. 4. niang^aiiiiinatA, B. Z. 2. 14 
(luunjukaiiin, ugadyanin). — nSn, Z. l>9. 
7 (siikanC-n). inannmata, It. 19 Z. 18. 4 
(kailjanhi), Ja» kunuiuala (alle lids. hebben 
k»Runiak,i] dè {ri nrépatl, T. Z. 1, 43 (jan 
kaharsèn anluk tjokor i dèvra); «an — . 
II. B Z. 6, 12 (lan suka): vgl. aanh. onder 
pal ra. 

rjKiw»^, 8., I. ondftf wulangun en w6rf*; 

'i': eigenn. vanr«n rjtkiasa, UU. 9, uc unya- 
mak la. 

djLic^eiui^, s.: Utan kiniiig>Iara, Wrb., 

lan k£n6[^ lara duhka, vgl. onder niru> 

padrawa. 

SUKji^uify,*!., sJidènirir&n^nn^abékita, 

W. Z. 14, 11 (saduk idané amarai Ij Ai, 
ri sSdik ida manugrai tjai. kala ida 
manugraba rin; tj.; mal. anugrahS, vgl. 
jav. enz.}, lanpanffanu^rahèni'hnlaD, B. Z. 
47, 4 (wara'in lil yang, itjanin ki^ lil yang}, 
InannRrrahan i its^itann ratnakanyaka, Anj. Z. 
26, 2 (inubajan), pangunngraha: geschenk, 
B.. Z. 3. 9 (pisuka, pabaSi^), Snl. Z. IS. 1 
(arpita); z. lugra. 

OUK) nuf^ix-s., aanh. onder samriddbi 

en enfih. 

aAJe-jmn^.g.,; toekomstig, tegenov. atila 



«I «rarlam&na, Adtp. 10S, Bh. 16. R. 20 
Z. 9, 4 (liwasanl). Wrt 58, W. Z. 3K, 8 
[i liwas, i katuiiani, x. ai)Atha), in«i am- 
bek. zieode de kwade omina Jm miytJ rei-' 
Jws«. Wir. 48 (i. uatf;ata), Br. Z. SI, H 
(Ré tnani pwan],— prabhA, O-, asDb. oiider 
rubun: iMK —1 i-iMftiMii. M de loekomst, eren- 
imt, T. *. Z. 4, 27. 

— wliihAti, s. (i. hitopadAf.a IV),: etgenn. 
nu M» visch in T. fr., deuifde aU anaug- 
pawiddtu io de gewone T. (deie verbastering 
MitslaaD door de pogiug een ii»aiii Ie hebben 
•nyn-enkomende mei prailyumtia. 
UKïnin^, 5... Itilul, Sw. 

CiAnci^ s., apau sAhsflt dj)w&nn;ama 

Bparan Kan; davaiiiiikha, Ar. Z. 41, 6. 
&AienA (vgl jav.j, angéni^b tandnran 

ns een rivier, L. Z. 2. 4 (ugélisiu). aogSiiéb 

twamlni, B. Z. 78, 1 (naènio kébus ka- 

bjnnflaoèn^, niakéoeb riiig nianab daiié), 

■a «nvns pradJApati ntranuKrabanar) p^djah 

iBfnittbAsiini In ir tnnenéb ikaiiu iijtiniré- 

M lU muiah iDf«aièk sura jiiilaliütaja,nt. 

Z. 17. 6. méuébëii^b raras batinira,: siju 

MlrMn«9 verheelett. W. Z. 18,6 (niakënëban, 

ifêDCbai^, paka(uglagl), énëbënu pa- 

■anau I luraiila tisakën, Sum. Z. 13, S, 

■•{«itda limnénéb hé(bi>nëb, L. 'l. 30. 7 

(oCiOflika Ud kc-iia laenin. vgl. roaietiap}; 

Sijbën «èhén rumèfèpaiiffkatiiuksaioilrcca, 

laL SI, tuipaubnr apau pidjér méiiSbJ^Heb 

pua Blnrbad, Gb. Z. 32, 1, aiifféB«b* niriu 

i hati, Sum. Z. 1>7. 5. an(ënèb' kël«* plra, 

■li I, UKfinéb' ranu liallnlrt: hedmnoey, 




inhmtdeat, B. Z. 32, 2 (manaënJo nlangun 
kabjun, angEiifih ugenëhang aolab ring 
manab ida), huntënébéiiëb kufèlaaïra, 
B. Z. 48. 7 (maogtawanin lujubilanèué, 
manë^tvgai^ kaléüoii idané). 

(Ji KI n I \ , ma — i lijkende op: m i aa b 
patjanp Ratnwnk : «kadi lauggëng: rg\. mC- 
sibeti mirib. 

ui»ri|^(r;i»rru):h.van unSk, okawS- 
(a. Br. Z. 4. 15 (maanëb, tinangkCb). 
kainèb: • manangkëbi. mlnib, Sul. Z. 40. 4 
(iiiaanëb): sédibé infib U atl, Tjp.: Inèbui: 
geheime icnu toop harlF. aanb. oiider uftdu- 
huAdubaii. 

uiRrv^ (itiëb). ma— (niainëb}: • nilnëb, 

galotat van oca deur (z. li i^ëb en uhël): aoèb 

na —: • anglajani hinèb, ugunëb k«rl. 

ej,fflxn&r|W\, s. aanb. onder dharmma. 

5:^90 xouy g.,: jiuNii van een beiUge, aanb. 

undcr jawadwipa, Br. Z. £5, 10 (nugrabin), 

aunU. ondier sa ugj&gari tja), anubhiwanawtr- 

s&dJiOiuia, ald. (iijubuhaDg paugantlika, tijèn 

tilyang p.), anubhdwa dwldjèfwara MOOf 

marmmanya manffirlh aju, T. Z. S, 60 (ttja i 

ratu iiiiljujiiug maiifdè titjaay mnngguh 

bëtjik, darusang swêljan pranda itjèn 

lityang bilib nëpukia palulj, nlil. 63 

(itjèn tilyaug paugandika). 

SxiQ^Au^, h., aanb. under alasa. 

(£i«Kor»u:Aej(rne(iiij, no^Jar nartndrftnr 
— risaiifrdwidjèndni, Sul. Z. lil. I (uuialnr 
sang prabhu rabagjauaug antuk raOh 
sai^ panditané, mtüscbicn anu -f bbftgja). 

uieu vó^r lelw. ongneer (z. njat^i]; — 



t 



akIkH: •samitra, «nnng: sawidji: «üasiki, 
■oim — sAdldlk: «tiaiu^lra tapwnii, — 
^ta IibUd. 

uifii^ (JD \A. van anéiig?), «aiigusi, iinast 

Uq en lai, taèk — laiirlt. taèk — djuli, 
nlèti — baléna; sa— *. aarili. oiid^r lièjang, 
dn Rlurung:— mamiqda; vgl. liug. 

suièv •.iiiti eniig?: iw-yAc «neuvden door 
hem, R. 20 Z. 19, 3 (né): de siitke aU lot vruclil 
hebben krachtige zonen, R. Inl. 32, al wat 
betreft. 18 Z. S, 6. Bh. 77, at wal. R. 1 1 Z. 4. 
8. ald. U (3 8 ing), wetke. dief. » Z. 4, 11 
big-, Z. 7, II: 20 Z. 17. 3, 9; 21 Z. *. 2 n.. 
7 Z. 19. 18(l«wthiiig. iktiDg). ald. 19, his. 
(l&WJh. ika, né; z. anuq). snungwll: 
welk mmtler ook, It. 4 Z. S. 29. Japwan 
iwak ina^'n^kita aniinitpnibhnnjra Barniia, 
R. 20. Z. 9. 8 (punika), aiiiingilinuniniir, 
T. Z. S, 133 (ika kaodjo);), anungka- 
twaiif: al die ontsten wonien, R-, 6 Z. 5, 6, 
anu a|:indahArara.t (jav. hds.: ikang «tndali 
60E.}, W. Z. 14. 6 (ika). Jèkinimptan ga- 
V^akina: dat is ket, wat niet gedaan mag 
uwtJai, R. S Z. 6, 8 (t o ja da, adil iigwangu- 
oat^, ika sahanuna da iigaiiggèang ika); 
ndTinunfr: lanana, ndyAnung: dosnnikan^- 
nlKula, U. 7.. 19, 2 (ugkèn lo aalahané 
ikang sawara), bjAhdnuntrMiaJablsania, Br. 
Z. 12, 6. tob ndvJtnan^, Sm. Z. 22, I 
(Eqgkftn ika aé maugkin), Z. 22, 8 (ogkèn 
lo punika), Z. 24, 13. aninigtnlin'nya 
dé rahadyan sangthulan mawaraha, Bh. 29: 
anu as:an»kéRa rfeun T. Z. 1, 10 (apanga 
ada aturang t£kèu kai, lo alurang 



ija i). ntannnjTkuIa nr a n u ngpnijodjauaniké 
ri sanr khApatl. Ar. Z. 63, 4, adl tika 
dè(a kabjnnta, anuncjfrgja pabStliJtananta, 
Wir., kagindrabJilbAnunE:s<ë)iirira, Sul. Z. 99, 
8, anun^' (hanangf) manuhn dèwa ulnrka- 
lAngrinffanpannrnn I lèn^ènp iD^wanAnlara, 
Rt. Z. 3. 1. niiuiièkas* sang: mah&dèwl, .-inung 
tSkikëna nlnirplualiaugrulna i rjtnak pararoe- 
{wart, Ud. 81: rénicwakèn-llnunirtJaritaniMu, 
T. Z. 2, 28. 

i/i]è]\l., hannnfan: jukT van een ploegos 

(verl- van mèdri waarvoor nicdhi (e lez^n'; 
nud. pat^onoug). aanb. onder djaugguk. 

ILaonnjir', lie onder aha ng ahiiugen gègèr. 

lil. als variant van adji. Uw. l., hr. kan|^ 
mantra kaOtlaraa wèkas nln^ annnir snba- 
naninir taladjnjana kan? ^Iwnh nèkasiiya 
sanil (in pi. waarvan de prnia bewerking leesl: 
nianlra kaAlaman, niwaiig (J) w. n. adji, 
sahananiiig t.. ctwah w. kabèh); z. ook 
aanb. onder praüuia. 

'^7'^\' i*"- (ana + iug), — brina: «sa* 
kÈDjjkanin. 

t^rtJeyW.Z. 12. 11 (niëndëp: mad.ënéiv: 
ook wonea, vgl. de analogie van 'I mal. dijam 
in zijn lwe« bet,; i. n^ug, rën£ug en ui«- 
n£»g). kah«néniï, B. Z. 81, 29 (kaï^gfik). 
hBm«n«iMt, R. 1$ Z. 3. S (naneug). D. Z. 
12, 9 (maniegeng, niamona), Z. 84. 24 
(mangg^giïr), timénènr, R. K Z. I. 6 («ijCp). 
hêningrakéna : worde verawegm (jav. nfingni: 
nfingakëna in R. K. m. en anii. 136, ook Jsp. 
j. heeft vaker hSnfingakSna dan nëngni) 
binëiiéiiaakèn: angemoeid $etaten, annb. ouder 



kiwka. bünSdgskCna fri Mntpati, R. lu. 

(E. k.: sJgifèii sang sri n.), zoo men 't 
THur laai begaan, B. Z. 2. S3 (}isn O- 
pin, jiD tèka ndipin, réndigin), bin^- 
■fengia: Qtem antwoord krijgen, niel iMge- 
t/tnkem wortU», W. Z. 30, 8 (kamënBr^in, 
iMMBengtn). ka — an; verslotnd als 't ware 
pn woord kikkctide. Z. 20, 1 (béngong, 
kaapegao: kawèwéKi<n}. B. Z. 51.8 (kopè- 
km. kanipSgaoh panr^BJ^njC^iéiiK: wal iiten 
on Kbrvieni] kind lol i|)cetgoei) geelt, om 't 

I ilü Ie doen zij», Tjl. 237: BiiirtbéiiiBg, aanh. 

I«der waraug. 



er 



UY^I., mthnlnit (ivree laii{;c leltergrepfn). 
1 I Z. 1. I en 10 (sutji; Bjw. kgniug, ook 
faa bri uitspaiiKel. iiiad. tjeniug. ja*. vrSniug, 
■.«■der heli en rgl. niént-u;), nnor ing linlnif 
of Bghninc van een overleden dukuti, Djpur., 
(igL under liljin): z. ning. 

IL. fniiig\ z. ond^T • ambuiig. 

^^y. Ud. lOS: Jujtnanr: mulers. T. h. %. 

1. 81. •bapakiki (i^l. mal. en z. ina). 
Was. Z. 6, 180. —ka tol eene kluiuMian-s^. 
Ar. Z. \% 4: — b«p«, T. Z. 5. 2* (Iwide 
Ut. leien: bawa); mannofKan; initnir nvo 
(i;l te tezen ') nanunrsè' nmnumbêr van jonge 
nfrik. R. 7 Z. 16, S (mapa^in ïbuiiya 
amara maiijaDdër. iiianiapa|g induugnya 
■ara hl). 

■dJI taknia ilyali — : nanm van een adji 
UD Prênasib gt-srhonken. Ar. Pr. Z. 5. 15. 
tic ^ a h I n » Dg. 

miB^: fa. V. ii^aog*; Insnrtit willrn som- 
■i|n in pL van ilaugao lezen. 



panasika rin|r djro Mftra, trui tka rlifr 
djiba inang. Us. x, 4. vluana li^rulnn Hffiii 
mamb, nnrak ika riif djttbii inaug, ald., 
waar liel m^ eenmaal Toorkciiat. 

uinisr>^, kainongran, Sbr.,: kawèhan. 

r^Kiv **"'''''"■ konangunaug: >koniala 
aanti. umicr utpAta (vgl. onder djagliana en 
gfttra): z. onder uaXug, waaniife liet telkens 
door 'I wsglalen van de pëpél gelijkgesteld 
wonit (vergelijk kuiiang en kunfii^}, nO' 
nuir* R- 7. Z. 16, S (ulangun, murljila), 
kanaban — : «kasSkan sinara; panfcantiif^ 
aaaa; tui een geschenk aan zijn gelielde 
gezonden. H. L Z. 4, 67. 

ni/nKi\ of nnanp: vaak in pi. van wënang, 
ikft ta onang xinémbttk, R. bl. fr.; z. konang. 

ptoy Ktrlan^m naar iemand, van wien 

men gesiheiden is, B. Z. 32, 14 (riugrang), 
R. 10 Z. 4. 4 (démën). Br. Z. 38. IS, fo- 
kanghati kosCkan — , Wrs. 47. «iiènt (vgl. 
jav.). Anj. 'L. 4, 2 (rt-sSp), vtrl^\^tm »m iels 
tol speelgoed Ie bebben. Sniw. Z. S, 3 (alwaar 
weiifing gespeld wordt): *ang onéng (jav. 
bda.: konang): éie verliefd snuwkl naar U, 
W. Z. 18. 5, gj^ng raonjng, R. B Z. 5, 26 
(niilêDg dSniËii, sëilëug pat^anténan], URg 
konèng, Z. 18. 9 (sang abaju, saug ara* 
ras, sang kinalului), sang konCngnirat 
Ht^e, waarnaar hij verliefd tmaeht. Z. 16, 
6 (s. kinahjunan dané, s. ului^uniD 
dané. s. kalulut danu'}. konèng, Z. 19, 
12. konénronèng: «koniala (z. onder unang), 
monéiig mtinithnTa tan be<lroefde vrouwen, R. 
lul. Z. i, 1, RgTinr «aing, B. Z. 57, 2 [sakil 



Sa\ en Vl\ 

kasniaran): uanirDnën;, «jav. {:bakung, 
ausab, kapiènéng),: • paiUntin, STtrana 
nianguntng van ven giuug, B. Z. 18, 7 
(masawang nianguiiéng galuh; tnaka brnij^ 
k&maninsrt pon lanib katanjn a|ia tronanja 
aku karana lébik ranibnt Hiii snndarj, pw. 
17, vgl. ook mal. aanhaling onder galuh), 
kinonëngaDÏra: ■kalulutira; UroDëng. 
Wm., 45; manguneng falafa, t. onder ga- 
lah; panfunétig^n , aanb. ooiler radjawi- 
dhi. O» khtonéugan Ing- djairat: •unurilga; 
kèa Paogunëngau: cigcnii. van een aan 'I 
litif levfrnde vrouwelijke bediendi:, vaak gfinocmd 
naast Bajan e.a Sauggit. Was. en Mal.: pun 
Hangunëng rftfi: eigtinn. vnn e«n vrouwelijke 
bettiende, T. 1. 21. 

uiSy b. V. nawang eii bisa (vgl. uuinga 

enz. atas), «wibikan, Ulpillniiif: «inawa- 
rah; kaplaiitnK en kafintng: ■kalur, kaü- 
ning Tiag s*uk prabliu: • kalur, T. Z. S, 56; 
nfaninrlu: sotj^ i/rii<fni t'oor ieL«, als bv. voor een 
kip en ander vee (voor een rund gras snijdende, 
een klopbaan nggSljfilin enz.; vgl. ngulanin), 
R. 2 Z. 7, 2 (vert.). hlnoalngan, of onder h u* 
ninga te zetten?. Sul. 'l. 3. 1 (inupadtla), 
inrnnlnfran: «iuiwC, |iinahaju, (kr.):vgl, 
onder koning. 
H 'jvnièy eeu deunvroord zonder bepaalde 

^^^ beteekenis, om kinderen, die schreien, tegusscn, 

I onang' otll kladl bonanir klènjrtii: kémput 

I teveoü niet een lidi, waaraan nirn ijapung 

I ijilikitikan, zwaaiende. 
I -^un-jicr)^, Ns«Doil|:, sas..: ngUlangi; 

I z. nglaé. 



«i^ en t/i\ 

UT»n\ I, jar. (vgl. unïng), «wibikaa 
é 
variant van wawarèngS'. njrnninira: • sa< 

bur. R., S, Z. 1, 6: bil ngunin^a tjkl: i/c get 
u kennis: huuinraji, Br. Z. 25, U (pira- 
gijang], Z. 3S, 1 (tjaritan^n), tan Imningan 
Z. 6, 8 (tan tjarilanËn, tan utjapèn). 
hnnins-anén, Ar. Z. 55. I. Unngièh Jadln 
huningan. Br.Z. 5. 1 (dawa jèn ika winar 
na, pandjang Jan utjapang, d. i. jan u.. ba 
wak jan rinuljap). tflnirliili Jan buningan 
Sut. Z. 88, 3 (p. j. u.). Ar. Z. U, I: kaha 
nlüfca: behartigd worden van iemands i«ggen 
(Ut. 44: sapuran^ ka — :a/ hare gangen werdi 
Mgegian of bespied, Hadji. Ü. 74; dt:pnn ko- 
ning» dènlfa; draag voor dezen vogel zorg^ 
ald., 44f: brajan dlna konlDgaD: van een vogd 
versorgd worden, ald. 31 (jav. uguningani), 
loEiinlngra van een dienaar. Was. Z. 1. 3; tu 
htmlngan, B. Z. 40, 21 (nora kèiung, lan 
karéugCang, nora mangliuguang), 
koiitngèDg-r&trl, T. Z. I. 6 (lan tjaritaiiëo 
di pët£ngé); Uu kahoninffan, W. Z. 20, ) 
(nora kalinguSng, norana karungit, ao 
rana kalingu). taa kahuuinfrl, Sm. Z. H 
4, UB kabuninga(n}, B. Z. 7, 6 (nora pioa 
haju), Z. 44, 14 (nora iiiumbara, Iwara i 
kalingu, tan karSngëang), Un konlngabènr- 
marfctra, It. L, Z. 7, 116 (nirwiwaksiog 
dalan), lan mangtininga of nguninga 
dèwa: ■ tatan warah kila, • Un — : nie 
scJtootigemaakl, niel onderkouden van een fopi 
makara, L. Z. 5, I (nora karisakan). 

U., X. onder uling. 

tnieigon'^\, taodjuii|: pun luinaiili 



Sa\ en (-.1^ 



81 



«A^ en w\ 



tvjaat) Ud inan([k«bi), Wa». Z. 4 (vcrnuM:- 
lt|tk Btininitkiihow, at Meiiangknbovr 
n. m i n ■ ng k fl )m). Ken. 397). 

u«tor^>. *. {licluumlaoa).: bijn. van sinn- 

I. die Atxtr ^iwa vtirbraiiJ wvnl, Sm., aanli. 

laftdtng, door innpAvrak omschre- 

I. Suni. Z. 16. S (ïgl. alanu), B. Z. 



1/0 goedheid Ms^ ilja flgl en «pan|r — : 
■ llayasih, itja&nrut ptimalé^ rinir liljmnri 
B^ltJèntD, nrltJin i-u nslljanini vrti. == nbaAnir, 
tra iljii: vrD. = iiDmltiiilnjr, ittu^mH iljii: vrw- 
lijk */ verheugd tr m/ aiew. \Vw. 2. 1, 16, 47, 
uébing ilja: aasèniu smila, mapftitjK onk 
Iransilif, l>v. nèalta mapnitja ininbii: yetm 



S (■■agbjang pradywnina); — iMda: gmeexmiddei tfetjevtm hebben, kapaitja r«OIi 



fnaraUiawaDa; — ddli: purus. x. onilnr 
■ bji: — widAtt: cij^unn. van eea vkcU, 
'. Z. S. ttt: ^■ inlgBlawidhfttA, utjarawi- 
èla en pradvuronainali. 
IA A3^,atji': allerlei offerai>deii.\oora\ tjarii. 

. Bal.. Tan ceu hanrdcvecbl. waarbij de leden 
■Dliak ieder S fecbUiancn beeft tu 
, terwijl 'I gebevon gebl voor den tcni- 
|d i*. ngttji'nin «Idi van '1 geld; ntraiji^dt 
|m. |lé^piU>'= *'^^ ^o*"' tempcl-verjaanlags- 
hataü beo(M)dtt'd is, Mml ralmja Dèpin, Kaku- 
^■Kma nnil béijik, liir saku nldlwèdait, sanil 
iMiff aiji* kapahuju lunrg-'* l>4k«n mivrali 
laabak, karaJAn Ing bédjl soml, tnr landnb 
Ikai^f Mtfmra, pundaiiit' luarftn maUksaua 

kan gelukkige rererliv, ftjp. 

uinu^l.: vrnw. l'" pers. legen raindereti, 

'I gdtruik waanan de Dèwa AguugalUvii 

rtckt beeft 

n.. mal. (atjib of aljèh): eigcno. van '1 

ryk; atjèh, aanh. under sulakdana. 
I o 

uiM\. •itjijha,: vr. = kèdük. lijaiig, 

•lat. batog (vgl. jav. élja): ook wn neilcrijie 

KldniikiBg gelijk»taatide uiel: V hdAe de 

(a. ooder mka), itja fttiiti iiirHudlkii 



>>f «pUataBg rinir MAtra palakrèu: U heMte 



rlnr titfinr van een hr'wt: pai<|a: vrn. =s 
patiaaiig, ook vaneenguri.«l dergtMlen liv. van de 
kelling van de laltwan lumpëiig: nanaNilja. 
z. onder olas, munanHs ilja; • tnu^'nnina, ka* 
tnaas itjain: ■ pi ua kAf ra ja. luHis Itjia: 
• pukavrajan, iijaiiMitgprRbhiiné: 's Vorsten 
tvelbehagm: palut Ipun luailjèn pidnna-. ■ jog' 
ja jan suugana dAna, kaitjanio: ■inanii* 
inata, kaitjin en onk kailjèain: begiftigd van 
de persoon, wien een voornanK iels geeft; vcr- 
MotTtud in pi. van kèlja(jar(vgl. under raflb.dt^- 
wa. liivgih en jav. gandjarau van de pokken 
eu kii(candjar lara, niad. puparic^an: eigcntl. 
getchenk van een god, x. woordenlijst Idj Rallk-s, 
1)1. 86): kapitjajanp: alabub: Mkètjanini 
aanh. onder wa^ilwa; itja .Mnainpura: wees 
mijgenadigea schenk me vergiffenis; t. swètj». 
uiM^ , — ': eem tangetje om kleine dingen 

Ie kunnen behandelen, elders: bitjn' (beiilen 
uil een vroeger wilJueF, vgl, onder wönj en 
hfiolag). 

uiAs^Lof kuljif nuu^l: /<«>/jrn van vugein 

vooral van de bëtjitja of kSijinglar ^balai. 
oLjé, jav. niio^èli), aanli. onder ftontèug: 
gindintc lunaiise mangulji, Tj. tr. Z. !, fr. 
1-. vgl. ngètjé. 



utinujtnam «HkHtMU. 



II, n^l*, jav.,: wen enz., üs., todjn ntjl*. ' nanfc, T. Z. 6, 133 (manluk ring nl 



aanb. onder kadjuldjut. 

in, O^l': vrn. (uiden) sa hukitniljriilji. 

uiM^, kllj'nir ut'jii heelt bniinc kleine 
pitten, die langer liJn dan liij de kaljang; idjo, 
de vrucht of boon echter knrter (sund. utji, 
jav. katjaog rui^i). 

nvt M\, 2. onder itja en aanh. onder lajon. 

^ui*3:\ in pi. van avrètji, kawah ètji. 

aanb. ouder djuli. 

•lUloM^, Dcèljè*, Bjw.,: ngèwèrin (Jav. 

i^iwi*). 

II., z. gèljè. 

numnM^. voQé: vttit ran doUng's br., 

die overal den vloer bekakken. 

ot/nnAn^, o^o'ftn: gekheid, Jokkernij, 

tt^erlt, niet meencns (mad. tjo Dgötjó, vgl. 

siind. nititjonan): sie utjol en co(fo. 

wi/Ji^^ : ininarhtende uilnicpliig. bv. — 

)ba Xandtfwara mamowa bodjog:, Vu. m. 

uinui^^, z. onder atjé. 

Afi*^. itJth'aiv (Mftïté): ènggalai^. 

t%M4^, maïn iijuh van iemand, die '( 
zeer druk heefi, ïondcr er iels voor te krijg«n. 
(ujub dogin; ook: ma&n iteb. 

oun-lKin. «cotjèh: iiguwèl» njoljèh': 

Dgaduk^ 

UI uk] \ .sas.,: néra (mad. id., mal. bfila 



i 



ika kaodjog). dèwt atjintyagakti, R 
Z.9,S4 (sang lijai^ taja wif èia; vgl. ol 
nawarutji); Una i;rl narapati maut 
atjinlya, kld. Pam. Z. 7, 8, a^lntya n 
aanli. onder prai'iawa, atjinljrapHda, 
29,7(sadari\TalDka, (unyaloka, atjjnt 
Hiawana), atjJnlyarJlpa, Sul. Z. 1, 2 (1 
pawariia). aljintya^Asyata, Br. Z. 23, 
(8. funya), Brh. 'l. 2, 5, mukKah saiiffpr 
nmara rln; aljintya (Anya, Mal. 53. 

<n«\,s., (itjtjha).: KetUbagen, W. 
(tjandala, Inir nianglila, djuru bo 
vertalers bebbim hier aan ^iwa's vemiomil 
alsjagergedHi'hl.tleJBgers onder de tjaAdall 
lioorende en dus Uwa(n] nitjaswaUi&wa 
zen), Z. 10, 3 (kaiun, asih), mtdjll unrin 
aogiljtjlii rl vwè ulnrranu nian^fllo, Sun 
IH. I. hnna dinuluran iljtjhA dèoffka, Sn 
28, 13 (ada bwin ugwuwnbin djli'^né 
lityangé, alwaar vreiler aan nïtja ii gedai 
kapwftniinta ri slh MVf Ariijana kinob i 
RAwttiièlJtJAkèDa, Ar. Z. C3, 1 1 . nnil4t)>>A, a 
onder ladwad: itjtjbftnanlara : yuirA«n, 
Z. 27. 2(ngrogoh tan pégal, tan marj st 
lanpapégalan], Sm. Z. 8. 7 (tan mari 
kak) aie itja. anantara en aarwèijt 

-^ nag-ara: Gèlgèl. kawi-verl. van 



Ijan. mtadj. blnsan: painp. Mknt rluteh. vgl. afschrijver van IHiarmasunya. 



dezelfde betrekenisverscliuivinp onder sïra). 
<SiOM«]\, z. onder ilja. 



nAKJVs., z. onder rubur. pn&ljaknirutj 
R. 7, Z. 4, 18 ((ikara tan pfigati), rlni 



£A^i»n,B-> Br. Z. ö6, 16 (tan kina ina- ^liababnl, Sm. Z. 8, 19 (di tJ^ngab ing i 
vgiu). Hw. Z. 42. 1, «fünya, mésat hjan; 



aliua niulib ring üljinlyav'^"]''^"*"'^ dlou- 



~ pada: hemet. tut. 15, aanh. onder ditj 
Oaiuckak.R. 10. Z. 6, 11 (tan mari angki 



pAjnui^, Atnlnlkan^dadl tJ^rAU^ra utj- jpvan pupwau lairjapipat i bDraiignyAn^iOlr- 
aiji (l.: uljljanitja^), R. 20 Z. Il, S. I^ir, van lieden, die in een dri>i){rgiMniiuklc 
ni^ïi.^^, 8., W. Z.9, 5 (pai^uüljara-lrivier visch vaugen, Kk. Z. 87. 3 (aan i?im^ 

, paD^astavra), Sm. Z. 6, 9, an^iiljarana (e deiikeu^. 
M»,.Nl.. bis,. Ikanesikl JAi«ndÜaraHa wè- ^«>\. jav..: bubun njaljaii: rgl: kiljir 

en «;■> M \ 



Sa\ en ui^ 



83 



aji\ en '-i\ 



itn van een der ilric monden van Tri- 
irih. Ud. 4 ('1 origin.: wèdAu ëkèna 
odhïté), aanh. onder praiiawa, anird^^ya. 
«Idbjija: vgl. utjara en uljarajia. 

Cafj^mn^, s., X. lawSug'. 

Ci';'Uii£in, s.. sUtJIiéddhyAlihédhya «iUii- 

kan* rl kamf kabèh slliAlarApitiiifgakAn, 

. Z. 43, ï. gtJUtiédlijimanuia, W. Z. 19. 

TL 17. S (lupul lug pati, kalupiit rii%- 

L f.), Krm. Z. 3t, 3. 

n^*ai^«\, a. (ntjljuihijrawak),: eigenn. 

I een paard, Adip. 23. vlgd., S8, uit de >er 
kamd. ald. 32 ('1 orig.: luragali piküdura; 
L tjitrAfwa], K. 20. Z. 10. 1. R. nt., Z. 

. 40 (It. K.: suljiprawa. b.: gutjiswawa 
AHteriogen, waaruit 'L kawl der jav. ka» 
iMuA worden, Ijisrawa: eigenn. van een 
ard, A^i i^^i I*'- 1^^: vgl. onder karoma- 
ik: een aven erge veHiaspeÜDg tn jav. ge- 
duifiea, z. onder prigdjjroliia); van 't paard, 
narop KarAa reed, toen hlJ djn vader, de 
Be, beiocbl, krw^., vgl. onder liajah. 



uiu^ I., — ' z. onder baléngbong; péug 
— *; nm. van een loovermiddel, waardoor men 
iemand noodzaakt volgzaam Ie zijn. 

II., 4Ja4ft — : zeker mod gebak. vgl. tjutjnr. 

III., Dgu^or van «en kwaad puard: ugubSrt 
R., saa., Z. IS. 

SjAsm^ (t) MriianikfltJaniM lahu, Stn. Z, 

30, 7 (wrub ing lingkab). 

uiun^, jav., inga tja ra n Hngg:ilia, aogil 

tjarani, fr., aanli. onder arajana panga- 
tjaratjara, aanh. onder gudja. paoiratjara van 
een kluis ook: paiwatjaruljara. z. onder iljftri; 
pan^^ftra: insignia van een vorst, Kid. 
Pam. Z. 1. 21, 24; sok paiiga^ara alrl 
karaiiiUii tuniarls: na de luannen verwijderd 
te bebben. f^tN^en alteen de weduwen, die de 
prinsessen moeten vergezellen, R. L.. Z. 7, I3G 
(kiwBDlËn gagaman lub ing puri ika 
lumadju). 

fto*nn\,s,, 0. 

ï': s«trag. Itarahter, T., b., Z. 2, 46, 51. 6B, 
aanb. onder amrütasn&laka; t. ^iéliltjdra. 
sadittjdra. durAIjftra en Ijara. 
IigfU> ie vermoeden wegens ,irtiljala I ^^%y^ ,^i rron^ijhe M.ende. mf^C 



uuKirj^. s.,: barung. 



karafidiin steeds vermeld (een verbnspi-lin^ otn 



<aJ^\ , lumèkl tvak rfmnrA'nir linamntttn bel vronwHijk Ie m.ikeii v.-tn ittj&rjjA f), flw. 



kuyi^ca^aratjar, Kk. Z. 37, S. 



Z. 26. 7. Snm. Z. B7. 3. Sul. Z. 65.3 (para 



n^V EOgllJIrlUtr: skh terrpraden^ plon- kili], Kld. Suu. sleeds: pangaljara. 



6:a\ «n Vi\ 



U 



&A\ en ^\ 



UI A3 n ^ , uljnrawidata: cigenn. van eeo viicb, 
kam. 33, 167 (vgl. aiiauggawidilta). 

li. (z. un tja ren yg\. in un Ij ar), uiuit- 
tjarukeii JudJurnidM, T. Z. 4. 23 (ngnff. 
tuSug). paiifutjiira ida ustawa: «panguDi' 
ugauirtiojstutl T.. ald., 24. 

uilMn'™l\,uijljftraiia, ngHtjSratia wèda. 
T.Z. Z, 8, Ailip. 44, liis., man^utjanina; « ma- 
ngunyakfin, inatjantiia: oinunyakéo. 

ajoM^Wj\,8., dan? — : titel Tan eeu 
priesler eo goestelijk [oeraar, z. aanh. onder 
ufiadlijAja (>jav.: pafidita), daug- — gum, 
T. Z. K, 126 (sang pandita Uiagawanla): 
kiïQ&rJJiui, Suni. Z. 58, 4: vgl. onder paAdru. 

KiMiytMo^, e.,: kilat, knvs. 

UI A3 Kpj ^ , namaak : van een peri. vele 
dingen gebna^eu inonis bv. een hoer vele man- 
nen, alkriei mcnsclii'n lastig f^llm, nmati nnakê 
aljaka;papak u. a. tjëlSpina. 

i?iA32u1^,t. onder Ijiljac]. 

o n n. 
UliOlElK, Z. Iljlg. 

uinfcr)!cil\ of ètjok, sa»..: pgutèk, ook 
van loszittende iail; z. iïidjok. 

ui£a]\,jiiv. uauné utjék uimpiu van 
die paB/>nlwaakl. Wrln. (jav. kagjat f^amtit- 
(«b wongu, ngulj^k uijSk niala, kij. 143. 
t^U 't>*-^, l»lv. w. p- 127)-. vgl. kulj«k. 

0'^in«r'»l\ I., ngètJüKaug: iemand '/ te 

druk maken kv. ü«n kwipvrouw, loodal zij in 
deu war raakt, en niet vreet, wie betaald lieed 
o( niet: tjwdig gehaliteu willen «wdenj bQ 
iemand op ifved aandrm^tn. 



aagdinf 

ivarj 



n. z. itjok. 

nvnMKiil^: «kHmutjak, «po 

>am:rjjak, ■mawurahsn, • mom ba 
"niombak en*koiul>ak (i. lantjul ci 
tjak), oljak*: «atulaV; maoUakanif 
kusul: balé uijak Iwlr adréslnr (sic.) 
van 't leven op een bed door de untmaagdinj 

S*: paling van 't gemoed. 

<cjM«a^. z. kumbba. 

«Siaouoi^ji^, iu pi. van aUiodjf 
baar van onreine dlngi^. DU. 104 (z. al 
sya), — nifliifftia van voor den priester 
boden vleeitcb, Wt. G, Apan ko raksa^^ 
[jav. tekst: raksaljatjohsa) verwijl lol ^ 
door Durjjodbana gericht, Br. Z. 46, 5 
raksasan kaworan: jav. vert.: buta 
kadadjrn}, fudilbi tan kaworan atjo 
Krésfta van 't geen Widnra bem 
Kelten, Ud. K3, vgl. Ijoksa. 

UjinuiinKi^, s.,: tanpatutur, lupa? 
tana, ikang; tftnpadjnlllna, kadyui, 
waia, jattinaiisricnh aljètana, n^,Wr1 
onder tadwat en dharmma. 

\, Bjw.,: jav. iais (vg). utj' 

^. Bjw.,: jav. usus. Sta., b 

Z. 5 Qialav. id.; vgl. itjis). I 

uiMvul\. mratjal: nguwèl. ^H 

viASTUj^. jav.,: n. v. liang. ka — i 
kétjalan: h. t. kailai^an, kèljala 
(èng niwaai. 

pMTu]^ {?), Sul Z. 49. 4 (untji 

■ pang— (3 jav. bds.: paqgutjapj, W. Z. 

(kantjiug, ooljèr, untjalj, [paugütjut! 



'I 

)kA 

1 



UlMiU 

n 



—x 

i 




en ui^ 



9A\ en tJi\ 



«sn B. Z. 19, H. hitd«. p«iigutjiip legen 't mo 

Irum. Ie lexeu pai^uiïljal?): Apan nikwa 

f^wtif pahuijAlio i k«od(llkA kuriBA nlnp- 

[•iiaknniakéa v»n die de (gevondene koslhaar- 

, \tt4ta tcrtN^rgen, Ar. Z. 40, 6. 

uiAsrJj^, jav., utjulsna Utaliné, Sla Z. 

Is, iirafjHlI. ald., tdd«pikK« utjul UiWaé 

■u^l. ahl : vgl. ijuijtil (z. onder tiinii',) en 

Iwifer ave». 

'^unn iavMy. los sittetMte, stcA bewegen 

[Mr»l ran landen (itfl.halav. otèl): ep'lvaliefi 

van een gebouw, «tumajung: rgl. ngèl. 
I ■)vr''i*r;nj[\.«(Jol'an;i»ijn'an:ï.(toijül. 

a«wnj^. s., B. Z. 18, 8 ^«nung. «jaT. 
k: aatjaU, dal ook in dn kuuty. vaorkoml 
Ijala, B. m.). s. Ijalagra. 
CAAaru^\, s.. 1. ondor lëmah. 

uiuu]\: Meeliitg. ngatjèp: op Kts sehie- 
\tm bv. nwt een lulup, geweer: bedoeiev: 

iljip dèva: «m god aanroe/ien om liem Ie 
ifaen komen (vgl. njipln): pin^tjép; '( gmille 
kr aaunepiHs ran een geest of gud. de Tunnule 



onder a^ia (^^orlajaug). fonijap, Ang. Z. 4,1 
(winada), uljapi: ■wiiwuhën. iiaban odja- 
rlnrtPHlAn^lJaputJap, B. Z. 5. 7 [sjpunika 
wiiwiifi ing wudwa makariiiiii, niangkaua 
8»! wan i psiiiljak mararaos. a m[iul lo 
utjapan p^tfidjaLé inakakrunajan); pi- 
nf^nljap: «wjawahAra. «awiwAda (rgl. 
lag. osap, bv. kaoitap: parlij in c<!n geding), 
jan paiiguljapa, B. Z. 76. 2 (ja uiakrinia, 
jan riindjar}: Jan angutjapa, t. onder ling; 
iiffutjap van de l)alii l ii in pi ng: betlisten: 
nOapant prmtjet, wal op niels anders sleunt 
dan op Terlialen; utttpraaJi van geschrevene 
leilerst, titjapang antnk nén^lonang: *suin- 
bung ingmulal; lanpanaiif-kan Innijapi sou- 
der imlbodfn Ie zijn. W. Z. 18,6 (nora Rakii^ 
ii)indj<>ni, twara mavranan aniiik raA- 
sang, lanpakraiia pi ninta), nijapèn en 
utJiptDf: akodjar, tan laotjap: wordt door 
dn rechlers niel behandeld van een re4!)ilsKaak . 
aanh. onder salAlarnng lanpa ladji: ka> 
utjapan iurwafès. Silj. (*ert. van sïniawi» 



iwriitj gepreveld; lodju lluh larafidjana iMcIju wildaxHiarma. Mami VID): panirntjapnijap 



fitd, t. papaüaiUïiiD, t atjep'an, t. pagawèn 

■aaoM, Us. 441, — ani de wijte, veaorop iels 

fudateUf, Btjép^an: deze of gene. beloorering, 

ktu~*an: gefritffen daar tchadewerfcende for- 

■M&rm. 

r^jmul^.aaiiKlIJipf, K Z.8, ^ (manjfisër, 

aaogai^LalHn, maiijaru;. anjc- i tjidranya, 
K. SO Z. 18, 9 (ngaogkabin). 



van een ^j^nipii^prank, Bh. 41, tan ntjnpên: 
• as ld 11), om iiH!( It spreken vau, wordt niet 
gesproken ran. «la ludjara la, a wjallla 
(vgl. mal. jA*Ju.V<: ttti kiiènjrufjiip, vcrhlociud.: 
aakil gédé (z. kosla); sapotJai>an, Lamb. '/.. 
II, S (silih maën podjar),van man en vronw 
met etkéar sprehen. WÜ>., x. verder kiiljap. 
MXy . mutjyar (muntjarf) niSIlnk 



S' 



uiMuj^, jav. («puul^). mantnitjap, nwaj InjüSJtffarB nadi katékèn-hhjonta Innirft 
Aflj. Z. 34, t (angaiuraken), W. 'l. 14, 7 praktrnoa, hhftlinciira mvaiis: hndan rib ka. 
{mapilaj, aninwikalpa, aiigntjap, aanb. slrl* llkaii!:bAJubadJr^rddlia ^MnR^, pnosfèl 



ÉÉi^^k 



dfc 



IU\ en ul^ 

(«ngtailjft koniB) ifDiniirtih awallkan tèka- 
nan^pèka inatri, Hdi. Z. ïr3, 7. 

ajiA;)'jT\, s., z. oniler wi^ftu, H. Z.St»,8 
(«jav. asyula, Puramajofra hl. 10!} en )07); 
atJyntA^radJa, t. onder baladèwa. 

uiM^j\,jav. (■ lUAacjlvSum. Z. I6(dtu 
van ftv Ijuin),: vrn, =k*tjud, •mawSnCa. 

uifkSEj]^: verbleeJten van de maan by 't 

dagen, • lislis, vao dezon, • mrim; verachotfn 

van de kleur van ven kle«dii)g^ltik l>v. (vgl. 

kutje in). 

«r)we)ie\.s.,j. onder (Olja («jav. arlja- 

mana en maljamaHa), alJAmana, m. c, W. 
Z. 14, IS (pabrësiban), niatj<>i"»iiv. 'l. %i 
(mapangpadya, mapabrtïsiban. niatirtba: 
jav. W. 13: rarahup). Suin. Z. 16. 8: ook: 
yftnians. Sm. Z. 2, 1 (pabrësiban). Hm. Z. 
53,6.»apgglia, •paugdyue. {. jav.: susuyi). 
taang: Ijninniia: «angar^gba, paljamanajan: 
■t palirlhiiu: maljSmana (ni. c.) rarab i lébA 
ni dj«'ur. Sum. Z. 7, 4, Z. 21, lU (kid. 
Z. 3. 97: ko aiiüinbah abhaSma ri \bü 
lalainpaLaii iugwaug, vg). onder aAtlSni en 
rarab), RiakatJilmaDè lituah i djënic Br. Z. 
S3, 19 (makapabrësiban), ni padukangkn 
pakatj A ni a n a sénibahéiiniwa, Sul. Z. 153, 
57. rifaDjéka (van de 2l door RAma parasu 
gcdeodc Torslen) astwakéna dé nianil (duor 
R. p. 'evooroudcra) itriha dibja, dibJA nénang: 
piHtkatj^maiia san; nialiirsl, niokla hilanigr 
nbana iifnjrkahisa pwa dènya, kwèfanyft 
diidinirtalaipi panijaiiialtiti^'nddha Mddbjav 
tn Jika «ara panijaka llriba dibja, sakwèh 
■1 sanc mara marikdjosa sandbja foija, 



«A\ en ui^ 

o^kAné mah&taligt païi^a anindyadjili, uA 
héln sanic wruh i i^raijlnlja ktlJaóJya (oiji. 
ntnx:ptïitjatlrlha dinunniviiira tan hanolin, 
riRgpanlJttdbita ta «irAnpaitalila uttya nltydi- 
midénirdjapa Namidhl ri ngianta (uddha, tlm., 
Z. 61, 8 6—10. vgl. aaah. onder panijaka 
Itrtba. 

Qioueiiéui^, K.. X. onder pftdya. 

«JiMnK. BgitJIff: draven van een paard 
(jav. ug^tjëg, Bjw. adèjau), pftiw — : Atdraf 
van een paard, pangiljigé bëljik gati: Aij 
t/raa/ï zefr goed; z. iljik. 

uiMi\ atjaiv' (nf kaljang'F): rarkenslevtr 

m dormm in pla/ijet gesneden, gekookt en voor1$ 
gerootlei-d mtt loehebunrcn, als ki'suna.ljékuh 
cns.; 7.. kjikémplèDgan. 

uiM^.jav., mawtlinff (ïclden); tiaaii van 'l 
Bièmbrnm vlrlle (vgl. ugi^ljËtjJi^: Bjw. ma- 
IjSng): vaker in gebruik: künjang. 
(£AA3^. lUjiing:' «tjnliir lipunir luhnk, R. 34, 

Z.33,1 (pusub ii^ kaljitjaug Iwir konta 
niwah lêvrek, aé ngatih^ nglidjr k. t.). 

T; i. onder liung. 

ui-^»^^, sas.,: ijitjing, vgl, kasong. 

viM^l.:geme«niaam vrnw. van de I" |ier«. 
(Bedj. riljang?, j. Midden-Sumalra. maar mi»- 
8€bicn is 'L een aamenirekkiiig van i tyaiig]: 
z. kéi en kola. 

II., Itjan^*, Bjw..: panak (Kngiri. 

uiü^, Djiubf., nog gi-ofler dan iljang: 



Tab.: iijoog. 

nM\, z. aanh. onder tJHiigtjat^. 

miM^, Bjw.,: de bhem vti» de tangjot of 
Ijroring (vg!. jav.). 



&i) en i/i\ 

II-. j«v-. Oifgo tiljêug kilauran dèiét, 
B;w. cprcekw., iels van lielang aiet vneleodc 
«crioreB Ie hcliben, 't geriogc Iraclilen te 
fcrii rijgen. 

'i'jn')$r>\, z. oader ngojong. 

&\ I.: vrn. =an: ar tUha untr <tit(«- 
makht: dat orerwonnm zmi wordtM Ü., It. 16, 
Z. 8, 7: ir ma^rkana: an roangkiina. Adip. 
S5 (door de ari^clirijvers wordt an e» ar ver- 
wÏM^, 2ie onder r). 



1K5, 8: Jtka mlrJJK. R. 7 Z. 19, K (piinika 
l>nngëdfiii^i))'a, iku inalfik ja). 

II., ituifmetlf van blocmeR, It. 23, Z. 13, 
6 (apukan], 18 Z. 8, II. lijs. 

Uimn en kablran, aanb. oiidfrr «lèdèL 

n\: Btamw. van mur?. vgl. Iiér. 

lp. 

0%\ I., hnniir: liever. Sul. Z. 99, It (ada- 
jan, siikajan), Itr. Z. 20, 2, incl lan of 
sopadi, i. ouder sopadj, horèi, T. Z. 4, 
S3 (adajaii), Z. ü, 43, aarili. oodvr sopadya, 
Q.: verk. lan arlha of arihanya (:rf«/'Br. Z. 53. S. buren si niuiini nikira: geef 
mit itggem), Adig. 47. me toch hoor} de toorhevr Imvcn den jager en 

UI \, amSr I Bfawamrawaiijr, Spl. Z. S werp lipni naar benrdcii. T. Z. 4,80 (bèh ira 
S9. hinSr dènlnebanc^;)!: ik de ducht méé- piiniki), hinurla niAtra Jtnitadl nphnlun 
gÊKomem door de jfaniew, T. Z. 2. M. aanh. kina: 91; vtrkoost tievei- Ie ilerira. dan dal tk 
onder lidSm: vgl. "wër en mur. gewimd wctW, B. Z. 46, 4; abur'aB: ü-dfr naar 

Sl^oTirl., B. 18, Z. 8, 11 (kakosobang); „-p, ,„«,,2.4, ïo (aièruün'an. raalÉwih'- 
kaél bumtr Mkaift. Bti. 24. binir van een an).Ar. Z.2Ö,8. van eengekleede volkgmenigte. 
trouw naar d«« brandslapei . Sut Z. lOB. Lnmb. Z. IS, S (roariiftn^an), Adip. 81, wur- 
7 (kak«dëng): van vrouwen met geweld. Harlj. wnran: «arnh'an sau^ ahurfauran afftwé 
Z.li, 12. binirnyataiitiiainké, l»g. (paida}.'dj,armiiia, üd. Ï6 (ven. van dharniiu*su 
unfa. önder bun en uling: bHmimihaiiya. «.jgpardjha). hinur. Anj. Z. 6. 2 (inantoa, 
B.ÏJ. Z. 3. 8 (pangarad ratlianya): panrir inir). binur bur (?) «tptdi vgl. nnder 
{hz mangir). W. Z. 21, 4 ^pangirid), « hi- 'sopadya, ndja buuinr kaWwihniki, Bh. 
■lnk<a, B. Z. 76. 6 (kaoros. kaorosaug). '52 ('l origin.-. jatj tjbrèja étajor èkam). 



iBlraltta: R. 20 Z. 16 (kaodoraug). ng — 
I niha, Br. Z. 46, S en 8; hlalr — Z. 8. 



anirnr, jav.. x. onder sopadya. 

II., vermoedelijk alaniw. van pangbur. 



11 (kaodor), anirhlrakén , ald. i (mar^ap-i 7^\ nf pV- nira, dalCujèr, puSkara. 
dar), itmlnücèn i kènja, Rr. Z. 2, 10 'Apalt, baty'n: iai» 't oud-jav.nogniel andersdun 
(paida ait'idjaagnya, mangoros t,, arèrè* in verbinding ntel een ander woord voorgeko. 
oakéB *.), taangirakèn wiban^r van honden 1 men (mal. iir, ajCr en ajar; vgl.onder kajjlb]: 
opera kcfkhor, Sut.Z. 9, K (Mjau)aid Ijadik), air tibn: iksu, nfraraninp taslk air tébDi 
lalr van een kteed, Sin. Z. 18. 10 (kafiros); Bh. 17. ér ttül of vr tuakaaf, z. ouder lali, 
itttrak&a van een kreug door mieren, Sum. Z. ,q|anibu — : sekere kleÏHe IkhUoode en talte 



djambusoori (d« djanibu a6r van Balavu 
faexK hicT njamliu xËinaranK: z. wir): Blé- 
lèbn — : sich verdriihen: *i» atma miisMwanii; 
Kéiiilii. niHti Jtt mulébii èr ïtmaiii^iiiié lut- 
lèk liiJasapiLsili kaïiiriii. péHn buDKkul tiijHni; 
bttüakitan biju lailn luiiktoiinjiini- iHtdnrvcii fr. 
van de sundari pi-lah, dalem hèr: maAJa- 
kani (mandftkiniff) z. renler nnder de 
da: ir canll z. ^ inlt. R. 1. Z. t, 30 (lïrlha 
pinudja): èr UriOf ,2.and«r liring, èri(|aiu- 
djun: de samsam brü». Jttp. Z. 12, Anb. p.; 
^rmftwa en ^r|;uIo, z. ben. pd vgl. èrSinas 
(onder tnaa). 

S*< Bngl.,: win(t!n of een ander voar ringen 
bcsleind edelgesleenle , bunjïkDnr mas masnlja 
ër akatik niadaa banjak nirrém, vgl. èrgëni, 
èr Jlniban en £rëpuk. 

Il,, amrhèr, \V. Z. 7, 8 (i^anti: vpl. jav.), 
hèrtii. W. Z. 19, 1 fanlinKn, anloR). B. Z. 46, 
II (aotosang, antos). tftnelifra, II. Z. 3, 
(mandSg, nongos), hèrtkèrën manlra 
martkèn^rnnit: ik brand t^an ongeduld om naar 
ivder Ie gtian,T.Z. S,72. bèrhèrfin rl: naar 
iftnands konisl mei ongeduld wachten, Sn). Z. 
13. 11 (parianlos). Iiinir, W. Z. 14, IS 
(ioantos), Z. 16, 8 bjnèrhir, B. Z. 37. 
3 (kari Jnanlos); pani^hèr, Br. Z 48, 9 
(antoit}, pangbèi- nfkè, B. Z. 49, 4 (anti 
dini. dininougos), hnni^rakèn: d;> iels hikA- 



9A\ en ui^ 

z. onder nggon, pawaraliè van ^^og utmt 
larasmara, ungèr tnü' bunii néMir, Jsp.. k. 101 
ikétjfl]il[)uu iiiifntrjrib taf una nala. iiipüun 
injc l>. M.: H35. Jsp.: k. a. t. n., anènir ai^' 
Th\g M.; aptt marèrèkëna , sanf^kanané Ja- 
sap anggèra ring ^^jó5. Jap. j. ('l bal. hds., 
Z. 4, albier onverKlaankaar), alaiui panggèrfra, 
bagèüda Jakob lUrèkl, rinjr nayarèntr Hésjr 
sira, Jsp., Z. 16 (J$p. j.: alami panggèrira 
aning BI. nabi J.: pan^èririnirdimjfa: sijn 
verblijf op aarde zlJ cm.: Ii. v. G.. 49, regd 
S van onder), aanb. ondvr iuibang'an [over 
de verandering van A in g. z. onder hnigang). 
'n'i\ or borf vgl. onder sSmbiran, ntra- 

ranlnn-prinr. niwanr aiupja) gissing, pitung, 
tamblang. ikii kabèb or (hds.: air) nrara 
ti;a; x. awur en vgl. hori en horwi. 

dndwjtngohan binoran (vgl. wInalniDiifrr) 
slnakltan inirlt püidanya glniilll, Sm. Z. 33. 
9 (kasoranl). 

SJ.r\\, vg). vi7)\ IV.enz. onder kajwAra. 

xjiT\ \., ah&ri.: foedsel, «mangan.T, 
tl. 2. 4 101, aanb. onder picïta, raangara, 
T. Z. S, S, naast ambakSa, Djpnn., ngara: 
• aoailah. «amiikti, ■ amangan, aanb. 
under bilus, angara van «en vorst. T. Z. S, 
tos (ngadjengang). Z. 4, 6! (niangaa) 
ilgara : aierden vertlonden, T., b., Z. 4, 75, tal 
wénang patrabaru: z^ (de jakhalzen) kwtdi 



(«., B. Z. 47, 1 (ngantos. nianganlï). bj»iltan ^«^^ p/a«/ei. eJm. T. Z. 2. 27: tan kna ring- 
wine mangé- hèrakëna sira ngiiköug rakJhjra slnggUi iifjataiuarl kllang m\m 
mint tèki waninanèn, Hvv. Z. 6, 1: pangW- kaharaniangsa dè sang garuda daar gij lie- 
nw, X. pangèran (Malag, andrianiS}. den me overwooneo b«ll. T,, b., Z. 4, 216. 

angèr: dicnMaar sijn, naasi angavrnla, «11., R. 20, Z. 4, 7, II, loih ia eeu ver- 



9*\ Ml Ui^ 



89 



&»^ en Vl\ 



loek, en vA6r «en vocalief, W, Z. 1*, 18 co 12, 
Umb. Z. 9. IS;R.2. Z. 1,27 (vocalicr barèbu, 
B. Z. 39. 13).Siii.Z. SS.g (adi: snscr.: ari^>}, 
hirihD, Umli. Z. I, 3 (anl^ningsnn}. 

IlL, hftra', Br. Z. SS, 9 (djanggala, ilja- 
^Dhao). hillwHt nnr^Rilni nilliat Inirhara* 
nkRnliiic runnnir'. Kk. Z, 58, 4, aanb. onder 
\tiiti (Tgl. j3v.). en I. onder maiipBa. 

•rv., t. onder 3^, taru linra Ja ta dibJA 
Itabaninijili kanaka maiii, saphala pinaka 
(Mvwaï wvabnja pasilka mahaKp, sipi ma- 
rllia saki un^ ^rl daüjAdhiim pawacëB, 



bbftratawarsat 34)o mm geen aehl $laal 
land UidratawarSa. mn n»en 'I tiilzondert, 
anfrirjjakën ri, B. Z. 16, 10 (maninggalin, 
inatiogRal ring), manirdrjjakén, Siit. Z. 8, 
I (mUeiasin), nmarjjakèn : uilscheideit mei, 
liofn ophouden. Adïp. 40, 47. aanb. onder kS- 
ïèm. marinifbulnn ninbjnn In^kapraUiAn, 
Ud. 85 (verl. van rAdjydd btidwo iiiwrStto 
iné), drjjakènn dè sa»; dhAmiinlka, aanb. 
itiidcr siistik, niJlrl, W. Z. 34, 1 (mandISg, 
maren), T. Z. S. KI) (marënan), • injlnipsh, 
uuiari fcalaknlra, Br.Z. 1 3,6 (Hpiir, siirud). 



Bitit,-. 7.. 9, 4, waar sprake is van i-«n booni * ii» arl %an Irancn, L. Z. 9. 6 (lanpatn 



in iDdra'K b«inel. 

• \\, 8.,: ^:iwa. Stn. Z. 6, 15. UMg~, z. 
onder nangarasmr£ti. 

S*: ei^nn. ran een rlkiasa, Dll. 10 
(TgL nnder anlla). 

VL, Bjw.,; jaT. o ra (Tgl. Pany IV). 

Vil., Sbr..: ada (vgl. ara^j, nialag. ari en 
• wwtrt); Bftra ara: niet er tijn-.z. ogara. 
UTMi^ I.. s.. I. onder mulyara. 

D-, t. onder a nila. 

&ir\ 1,8.,: vijand, Br. nltyABrdè hnla- 
plnr ari van een groal vorsl. T. Z. I. 1. 



Iiètan), unftri, B. Z. S. 30 (lan mari), 
angnr^HJ kinickinr, Was. Z. I. 46. barép 
nng arena na branla, Mal. 104, slra slwla 
abArjjan santosftmalér dStuak, Siim. Z, 48, 
% hlla bangarèni bruta, 1). L. Z. 10, 16 
(djSlé mbanènin sungsulé); marl, jav., 
nora niarijun: • lanpapSgalan, kamarianir: 
• inarjjaken. naring:rabja mantarèul: om 
se gervxl Ie sleUen, naar 't &Ia)(vrld zullende 
gaan.A.L. Z.8,1: maniari iodrlja: «abrata 
niiaja, kJirl van iels dat men er^f-iu heeft ach- 
lergelaten, W. Z. 4, 8 (tininggalj, Z. 8, 9 
IL, de krama.vomischijiilookaluntezljn (qu, j. ,.crJer kari); i. rarjjan of rèrin 
[*gl. jav. manlua: h.r. mari en •manti^n), g^ vgl. aréq. 

ru. t6 (ygl. 't mal. ari). inarjjakénlra ui?^ I., jar. (»3aS\).: vro. =adi. aring- 
JaM« rUsua: Ai; hkfd op meJ hel brand- ko kbArata lulih tart (m. e.) ri, B. ï. Z. 1, 
•Iftr derr, Adip. 100, nirajjakén (b.: ri) van « (anifin mami aang Bh. niullb adi ana 
eea beo;, die niet mcAgcnoine» wordt, omdat ri), wnanlèn Iwir rari (lees n.>Sjtn)«liif- 
nen geen gevaar ducbl, R. S, Z. 1, 43 (rèrè- walan kadi hadang nl Bgatann ri ngawèh 
naqg kamariJBiigMnirJjalién: verlaleu door rarashati, W. Z. 3, 14; arln béll: «antèn- 
sijoe ouders, Adip. 21. 26, Jan arjjaklSnaur-lku; rari in de voral. (iav. hd».; bibi), W. 



«»^ en vi\ 



90 



9A\ en vt\ 



Z. 18. 5 (doch tk midcr rarl). T.. Z. 5. 

J07; ari'i vrn. = InO', •«rjarl: .Jjiirajii, 

«ulwa, «kahla. R. 1. Z. 1, ISl,»anh. nnder 

«ahakSri (vpl. bal. anggi: jongere broeder 

ef suiler ea i": nageboorle: 'l jav.: réïiljanfl, 

sas. adii] kakai), mal. van Ambon: kaka, 

mad. tr^lan: hroedtr en nngeboorle; z. undcr 

ftëngfin. Siind. art'; <Ie nageboorte, mal. arl": 

Aa Hesen), tnndandaMii arl' van Iwmliiigen, 

maar ook van vluvsclii'lijki: broedere, mënja- 

ma liigi-lan. 

*1I., bari'n, R. 16 Z. 8, II (in m tam in 

upi, sallmurang). Hw. Z. 13,9: Jiiariharl, 
t. onder ^■f\%\ ¥■ 

UI., K..: •Wififtu. .Kèrawa, R. 22. Z. 5, 
2. R. Z.S. 11: harirAdJü: Indra. Sm. Z. 2. l 
(fatakrëlu). •^akra; hurikhnwana (vgl. 
wiraloka). van de pi., wenvaarls de ziel van 
een oDSL'butdig veroordeelden aap verlrok, T. 
Z. 4. 48 (wjsiinloka), aanb. o. hioa: harU 
p«da: tndra'ü Aemfr/, Siim. Z. 1, S; S'.zico. sa- 
ri VUbartinAt11):Kr«sria. B. Z. 15. vanRAma, 
aanb. onderdosa (pawakan wisnn : vgl. ander 
nidrli); bariloka van den hemel der in den 
strijd gesneuvelden, Kid. Sund. Z. 37, 211 (vgl. 
wisnupada); bariprijA, z. o. ^ri. 

hariwanirca: fre^ni^nte lilel van nud-jav. 
Tors1en(vg]. dharmniawaiigfa}. O.. Kr£&Aa. 
Hw. Z. 46; V lilel van een kakawln (de 
schaking van Rukmihi ii«or Krësna en de 
daaruit ontslane oorlog legi^n DjarAsandha, 
die haar voor ^:i(.npflla beslemde', wykl nu 
en ilan zeer af van 'I origineel, zoo bv. wordt 
een slrijd beschreven van de P&n^awa's, ais 



bondgenoten van njarJisanilha, legen Kr., waarin 
5 hunner sneuvelen, loldat Ardjana de krijgs- 
kans doel keercn en kréAiia iljn goddelijke 
gerlnanle aanneemt (vgl. aarih onder k u n 1 a): eo 
veroorlooft zicb di. c. vele vrijtieden (z. onder 
s&ksM en mirawjigni): toestand van dei 
lext, z. bv. onder Kr«si)a. tfipak. jawa 
dwipa. pras en patih. 

barifraja: lilei vaneen kakawin, waarin 
de goden, door MAIjawfin en zijn broeders 
bedreigd, heil xoeken bij Wits Au (ontleend aan 
llll. zonnls blijkl uil salradi, dat ïn Uil. reeds 
voorkomt in pi. van saiigbrddi en voorts uil de 
aanb. onder khala en arisia): ni.c. worden 
er vele woorden in verhaspeld, lerwljl er nu en 
ilan moderne woorden in voorkomen, z. aanb. 
onder dus, marakata en vooral onder anïla, 
wiifiu en nawagraha; 

hariwidji^a: titel van een kakawin, t. 
onder ratmadja en aküpira. 

2*: teeuvB, z. aanh. onder lor, (rjari, T. %. 
2, 8, (ri baripati lol den leeuw gezegd. Z. 
2, ld, bari mong amogha ilnmadak mndlla, 
R. 4 Z. 6, 22 (sioga mwah wjagra. 
vgl. jav. artmong): hari wara singha kapt- 
UiV«u, R.6, Z. 4,4 (wènlén i siuga kaëm- 
pèngin. harjna tjëlèng singa p)8ng 
pfingSn). 

IV., mal., wall salllaa sapIJtng (sic.) ari 
sancpiilra Jusa(sic.), lis. Dj. (iHkens saplèn 
gari, «Jwatara roo»' pnlub ari. ald-: diiqillng; 
ari, z. ouder ando. 

uiri^. s.. kiinaiuf auak bbasawAn pulabl 

1 sang' bari: nyanglutong, bosjal, wow», 




SA\ en ui^ 

krurntia, ■{«awatena nfthan tüiukniri i 

Dari Ag. GK. 
ui^\ I , i^aruiira run winand, die sleclit 

alles hem verward vonrlinniendp (v«rk. 
sa ra f). 
U.: kaif gaar van rijat (rgl. jav. kam, 
ha ra; over e«n k. \r;Twi»x*M roei eno 
er aan 'I begin, zie onder u ni li a ti) , aruan : 
Imif gare rijst van 'I vuurgAn(>itH>ii,<Hii erwu/r 
nieroplegick'n cit verder gaar Ie koken (Italav. 
ran, vgi Kund. aron en jav. karon: zie 
nier pulang): aron*: van Imir gnar pebiik, 
r djadja uti lieelendr (vgl. i^ilili); pa- 
arnn, jav., BgiBiif^ab panè p£ng;iiron, Pan 
Ir k h,, Ü«.. uncaatiifclinlnn Kasukiil sa- 
auifarwaM saravjanlkl. van ieinand. itieom 
iielk rniapi, T. Z. 4. 223. 

III.. MS.,: èngfial aU vemlerking van dfin 
npr-ralief hv. «ntnn laiq dunra am) «a 
iSnëDg. 

IV.. Ihvakna rlnirtanbra , rlnr hanali, 
inpabèn rlnrradA wsl, harwakna rlnz- 
iOi <^ ^V kinskaraliala, O . T. Biilnv. 
I. XXVlll. U3. 

V.: eigean. van een hiiilen Jik« gelden 

!, Ar., StD. (mal. haru vroeger een aliial 

ét Ooslkiut van Suniaird. lic iIr sadjarali 

i, bl. 88); — ^: etgenn. van ten pi., z. 

nb. onder djsmur. 

W.. 2ie ander aruh. 

iJ"'J'i\. jav., tegvnov. wukir. Was.: Mis. 

f. oDtlerwbnden van liirah, ald. 11, r»- 
labaOK IkaBanffiri f«hanln$c (b)Hr«^nlkaiitr 
«Ut, Sol. Z. 29, II (Kundingiug adrj). 



9Ji\ en Mt\ 

ui'jr5\, nraro: jnrbt maken ran de eene 

rifi<;h (ip do anden?, — an; nofctKh: van lirhte 

kooien: halapan. 

Ciry.. angèra-, Üd. IB o. 

uii^y in pi. van hri of hrih Iilijkena de 
verl. door èraiig, aanli. onder pilifir. 
II., s. nmltr hori. 
1^^, 1. onder hori. 

^i2^^. I. ro. 

•nnV z. onder nira. 

\ftry. vrnw. I'" per», door voratcn gcbe- 
xigd. ■it^Kiin, «aku, aanli. onder na l.;ook: 
nira: «inaini, -qgwang (iKeft niets l« tna- 
ken mei «manira): adaiilra; • iigaranku. 
ibunira: «ibungku, in dv knntj »iuwcl l"** 
als 2^ en 5*** pers.: z. kii, ijai^, itjang, 

anraktï ene. 

i;;in\, i. «ndtT daks3. 

üiï)\. a., W. t, k. 4 (manik makas)/ 
Z. 21,10 (int£n). raiha hira kadjra akwib 
djj'nïkèl pinjët synh flrahlka lékap ingbtra 
pi\tikunn&rihu. Ar. Z. ïiO, IQ. 

üiVi^ (0> ih*<V wwaog Ir^a rf mAsnInr 
wvan; wanèb, roaliirjja manon virjja ripa 
kanvangan knnanir, aibawA kiniburu manoa 
snka ka»nl>hag;aB, mtraiic kadadèn pinddJA 
karlkA, Ikangmanirkana jèka lanpawJAdhl 
aniSngraiiiki. ld. iO ;viTt. van ja irsuti para- 
willésa rupé wïrjjé kaUnwajè, snkha 
sauNiigjnSRikJiré lasya wjAdhir anan- 
lakab): raahlrjja*»: eikander oftmcktai.onAKT 
'I Inupcii nm niel de vooralc Ie zijn, W. 
Z. IS, 4 (aaiing arènin, silih djantos. 



■"■- - 



vgt^DnaT hihirian, mlg. iri); aanh, onder 
sambaila. 

V. "irsya, #D]èlik,: affftmttig sijn. maar 
eigeiiti. met He suckt besietd iets te Hoen wat 
een nader doet. ditn llntniiir kiwéh manirrn- 
Bmiis SDtiik hanx takvnKft iri, atiglU tédiin 
man^ambajitiijt: daili mlèd na^li i^ëburln 
fèiii van luilra dit- mwile had, T. li> heleltcii 



i'erifireidea: ma — antki neadëp di pékën: 
nUM verkooftt 't in mmitjle op He marlil. • Inorl, 
aanh onder siniliurat, inurinira noré van 
«en gSluiig. Hw. Z. 6> B: auguril tuanab, B. 
Z. 39. 18 (kepüiïatan iilSp. iJepnjané pra* 
liaillja). uri nl sèkartra watAk résin^langltt 
Ur.Z. 13,4(liuufca sanibi-li lila, sêkaruran* 
liiiugan idané], k<mb»i«^ — . T. Z. 4. 33. Z. 



in 'I vuur nt^r Ie springen (vgl. aanli. i>ndi.-r 5. 98, Z. 4, (>8 (liuiiga sambéh), Br. Z. 1,1, 



gidih). |:a;akkaiigiri (b.: ngari] n^hak 
ngalcak (b.: ngak^) paksitnirnkH \vniijf: He 
miijvcriye raaf krijsrkt, tinrJtlenHe sicA voor een 
t. uit te geven, T. Z. & 89 (i gowak ^lik 
masalida manjatjad i siynng, vgl. mal., jav. 
waar ook: meri, snnd. Ain), iri of iri ati: 
■ kiinburu; irèn: ioó aftjun^lig, Hat men 't setfde 
wU hebben of Hragcn wal sijns gelijke reedt 
heeft 0/ Hraagt; ondanks zteh zehe toch meis gaan, 
1^1. aanh. onder kukunaiig, puMiojrè njélép 
mulèiijïis, sasujiin tjiitn|iaka plng^, ^anittir 
niéuuli ^rtrnlo, lenskérin C'aduiiK: kasinri, pra- 
ginasntri munpèkin, baiUHiis: tuwupiida irèn, 
girang; «ami mancrodjoiiff, ni;lk^iiiin;r patjang 
nmniaf;l,T].A.Z.3, wwanicsipat akrèp k^iljlpé, 
irin jèn a (na) rowangé »apaiij:iin ninènèhan 
iiaé fostlnè, dèn kairèkakén kuraii);: ka- 
wanlnè: idJHna miirkka, Tjt. 30: x. kèrt 



U'ir. 64; • xëkar nri, H. Z. 26. 7 (kémbaD; 
lira), Z. 40. 7 (puspa, k. ura): getli-ooide 
btoemeM, geelt rij*t en eemge duilen zouals bt. 
blJ 't nuknmen ran een sèsangi (vgi. sjtmbur 
tiilik'): oük de bloemen in 'l los aOiaugenil 
haar bij de barU heelen skarura (i. skura): 
sakft ma — naasl s. gèdi!; prajcak — an i. 
onder gagak; • anjtkar , Hadji D. 79. 44, 
van gevolg. Hal. 280, 390, vgl. wra «i onder 
krï-pii. 

II.. — ': lali ning praA. 

uir\ I.. iiilhpraak van awnri II (vgl. lamp. 

h»ri en njnidj. barian in pi. van barian). 
itXëAdjoJi — : met dm rug naar iets toe staan: 
dori en duri (dl iiri), Sbr.: sig uri.: achter 
ilanip. duri., vgl. aund. pandeurï. Biidjui.ei 
Serawak: dudi, z. verder onder «wuri U> 
kori en kuri (kaüri): iKKir achteren, dorjai 
(pui^kuran): naderhand, «dUba, nsrorinin: 



en vgl. djëla. 
^K '^l^' ''*"""' '" P'- "" k*wra« (^ai. achter iel» fooptn, achier een rundbeest. bv. 

I kèi 

I T%i 

I (^ 

^^ lof 



kèrnn?},: « kèdran, Smw. 7.. 6, Sl.tnhuslra 
raden Bblma rinéhat tanana kèrwau, Bs. bl. 
(Tgl. mal. biru). 



huri paiielaknnya, aanli. ouder *»{iX\ 
II., jav. (ori).: naam van een liaml><<i 
(vgl. «bori). 



uin^I.. jav. («pm^), wëd ori; 1109 mef' 'D'^YS- ">"" '■ onder pnpn, orwa. ta 
lof JKerktuigen tertmeed ijzer t, 0., na — : sich \ tübira. 



Moli. apdrr gunilja ea onder uü. 

^•^ïlV L. mitrt vjin 't haar, W. Z. S, U 

lliajsr, maganibaSn, kJbah), van de ga- 
Jung. Sul. Z. &6, 1 (m^mbaug), nmuré: /oi 
na de apus gloDg, R. 2, Z. t, 24; antnuré 

f~ (DL e.) Tan de gélnng, B. Z. Uü, 2 (kiisal; 
*gL £i\ IV), more, R. 10 Z. 2, 3 (pasranti); 

ii^aré, W. /. (.7 (magamba), Sut. Z. 

7»,S, anguré sAlang;, Latnb., Z. 8, 1 (ngam- 

bihai^), uwart wèiit.Sul.Z. lOS, 8(aDgirab 

ruma), murjjak^ti ronm, T. Z. S, 65. mansn- 

ré, Br. Z. 9, 8 {iii.iiigi'ab rèmn, mangi 

(ra)bai9 rèma): ratn manguré, aanli. omler 

linem en rgl. ontter gaiiibab. 

uinri^ 1^ sas.,: seker geiok, de roode souri, 

S. télivranan. 

IL, vijan of kor«*, Bjw.,: jav. urakan, 
waif djaba; vlkn liurèhan uikii; fodra 
IJvUkadJunia, Tr. S. (waar bedoeld Kbijiil 
te i^B ilegene. die zich door het mawiDlën 
it gee»teiyke waardigheid verwerven): vgl. 
Md«r tja (ja Ijl) tja. 

■iur)ï)\l., jav.. zeer zelden en denkelijk aan 

Ink. geschriften ontWad, 2. onder talèwang. 

IL. sas.,: louio, 

ouTïïi^.jav, (verbastering i«n horwi),: 

ffsiif;. péluag. geitekeldé bamboeseori, B. Z. 
9,36i;dwi, pëtau^). aanh. onder sulakSana: 
1*. (mad. përëng noré); kadjantfanintr- 
lorJJftHikét birjjldlnj-a ran ieiuand, die vek- 
trienden beeft en voor vien men dus bang is. 
Iam.b. {'t origio. IV: sanggbitawAn jalbS 
w*hur nfwidnhkaiiiiit.aiii wrttib: Uïy(\ 



io pi. van rwi, is ntMlem: een ander bdt.: 
kadyanrjDininiir hori inkèr wvaoff ambaba- 
dirya), aanh. onder anggub, waar de ver- 
smaat bri vordert en de beleckentK stekelige 
lok tDocl zijn. 

S*. aanb. onder luwaqg. 

■jursoji^ f.t ailspr. ran «wr^ in de bel 

lUmAJaAa liehaiidelcndi; wajaiig. R. sas., Z. 8; 
z. prA. 

U., — *: zeker groen, opgeveor als reu hom- 
mei er nitzientl insekl. 

III., anak — *, laa.^ bÜbindjal. 

Sar^^L, aiii^nifa «rah, Sm. Z. 7, 19 (ma- 

titis), inararah: bemikt met een pijl, l\. 2) 
Z. 9. 6 (bënëhiAa). Inaraharab, Br. Z. 16, 
6. tnarab arahnlra, fi. Z. 90, tl (paiiiis 
dané), maraharah, Z. 87, S (matitis), van 
Innen, die op de te]ieli) neerkomen, W. Z. ï, 
10 (uatilis, amnëri, mamëncbin). nari* 
rab, R. 7 Z. 19, 8. raraharah, 11. 4 Z. 1, 44 
(pinatitis, palltis danéj; arah* (üund. td., 
X. ara*}: de Itgsing ougeveerf, arab^rï (jav. 
hds.: ni) mMitia. W. Z. IK, 7 (lurab* riug 
Gadjahüja. lurah'é ri enz], Hadji D. 29, 
Wil. 9. Adip. 86 (?)- araharab Ing bhoail: 
• bhamiDiaAdula, arab ^nikamiiiKkaiUtwau, 
Kk. Z. 18, 19, arab* anmn rin^ ttètra: Ihy 
wbere aboul, üs. (maka Ua ménjêsal tlja- 
da bértunjakrtn arah puuun; Indniklla séria 
ropanja, TJ. b. 73), z. onder parab. 

II., 1. onder U*T7\ IL 

papansarahao, aanh. onder rHjakirjja. 

lU., aanh. onder ikasib en Aswjda, Tgl. 

uirj^ II. 



■*- ■■""■• 



&1^ en ui\ 



94 



«*\ en Ul\ 



UI 71 9 \ L: uitroeping hij 't plntgeling otider- 

vindfiH van eeii onaangename gewaanronling, 

br. by 't proeven van iets heelt; (z. aruh). bij 

'I Kien van iets vrecmdsfvgl, mal.); vgl. badah. 

11.. aSjnn, R^arahi .augalag, (mat. 

kBrali: in mal. Idi. Ie Batavia afge^ichrcvoii 

gCrab en mëuggerabkËu; vgl. krab], ka- 

rabu: •inalag. kAtabin vuo onderdanen: 

mipénfarahi ceu oproeping dom zoo bv. om de 

pit^ajah'üop tediit-n komen, Ier aanleggiog van 

een vesting of ander werk voorden vorst (hal. 

mar ba ra, en nifirkarali), miiiifarftbahén, B, 

Z. 8), 2(niangatagakën), nrahakéBa, B.. Z. 

9, 10 (swarain. arahin, udjarin), ka 

trahaiigring nadwané: «wiuarHb likang- 

bala, luansarahln (zijne onderdanen): maug&> 

lagakèD(vgI.jav.arabau].'arabanasakèbiii; 

imdati, T. 6., Z. 3, 14. hijraruhan, ald.; ana- 

boha pangarali fong^ enx-. Was., Z 3, 5; 

anabob pangarah om ten strijde op ie roepen, 

Hw. ligJftkoD BirJIngaDèkéna pamcarah, Dpi. 

Z. 3, 3, gong pai^arab. Sul. Z. 88, 3 (ga* 

niStan pangatag: mal. gong pingarah en 

tjai, P. S. 145 en telkeiiH, mak. pongara]; tan- 

p6k pëngarab. i.onder atag; djarn — : «aja, 

pamidjyan: ngarabin baii^Jar, subnk, aiii^u- 

in« ring mantrl djurwarab, kinèu anirnnara 
fUl om lic krijgert op Ie roepen. R. m. (R. 

k.: manlri djaga k^rsanira k. anguwnr- anxbarlbarib, ald. 4 (niangaslli asili; vgl. 

variant onder aris). Z. BI. 1 (manglaIëmS- 

sin), angaribarib nlah ing^ffrahjiistn. Suni. 

Z. 76, 3: ngartbarlb, aanh. onder kalilit 

kadinarfb van zwaar geletaterdc krijgslie- 



ei) 16 (iki): jar. ajo?, lal. 6S; arah larfe- 
0}-diiiibèkka: O! hoe groot it era., ütu 61 

IV., san..: djanira, vgl. pisCr. 

<Uf^r\ 1: toch in een vraag, T. Z. 4. IB 
(n^ djanl. lie ï*). Wit. 50 *., soorl vocaliT 
mecjil na gemslstdlende woorden, T. Z. 3, 87, 
tochl na eeu impernlief, Z. 4, Itt, Z. S, 4, 
achter eeu uitgesproken verzoek, iels te mogen 
doen. nKoiig wtstarikln arib: dat ik mo^ 
OHivomtvtt de geschiedenis van enz., Z. ), 49, 
uwakén arib giiln mantra: taat mijn haU 
tath tos. Z. 3. 19, lubu JAn KltlbandhtfwarlJa 
swapatramwfkrih, T. Z. 1. 42 (luwi Iwah 
lianirukli iba maSdan i Bandei^warja). 

£*■ or bari en barih, blnarlharl, Sul. Z. 
Si. 3 (rinumrum: vermoedelijk 't zeirde als 
ari, zutuliit het eigeiill. liel.: met ,Jortgere zus- 
ter I" aaoüprckeii , wani ari h ïuu wel een 
vocalier kunnen xljn overeenkomende vaH een 
aring elders, vgl. (amp. ading en t. onder 
sépekfin), angarlh*. T. Z. 4. 3S (maDgr«- 
mib^, «anjiilunjulub. Br.Z.38,9 (angapèl 
kasib, nianglaléraCa, auguju uju), hfna- 
rib arib, Br. Z. 2S, 6 (inarisaris, karum- 
rum: vgl. jav.); anr — irabèlt, Sm. Z. M, 
S (manggagap): sanianabolrènarlh: wat >tp 
rerlan^, werd leegeslaau, Sum. Z. 10, II, 
hnmarlb arib, Br. Z. 37, t (amèt kasili). 



kCna). plnangurataan, aanh. onder wadlia. 
in., or arab, rgl. I..: uitroeping uni de 
oandacbl te trekken, Aoor/, kom (tnijd gauw 
mtl). Adip. SI, Bh. 91, W. Z. 19,6 (uiangktt). 




Adip. 28, 70, Br, Z. S9, S, 8, IS (mangkéj'den. Bb. Si (inaril Iv kuinJ). 



4*^ en <Jt\ 



9S 



£a\ en u>\ 



wifij\. trlh'wi:xckcn!l«U*nilJ(f),Ar.Pr.]Kelrouw lyn. bcm ïolgpn. vgl. «Mh. onder 



ftarn, irnh'mn: am ttrijd (vgl. jav.). Sm. 
. £9. B, B. Z. 7. 16 (maglls^aa). Z. 30. 

(malcwili'an). W. Z. 23, 7. L. Z. U. 5 
iigaaal^aii), W. Z. SO, U (ttiagiraiig *«ti, 

>léwih*au, wiirwuran, tle o. bur), 
Jip. 19. Ar. Z. 17. 3. kaagiiiitifoyioicaru- 
laralil pmitanUii, Sni.Z.!2,3 ((nggungnya 

ir otiUkul ring kadlitn^una n, tna> 
*}fAm maogdé ibuk: ile veriinring toe Ie 
kkrljna aan 't lial. nfcaruhin). 



grantus en rjuriga. 

Ksy^v^. ~*U Hjw..: aOiVr ngurili'na 
ai nfurjIt'Rken: Dgsndupaiig bIJ 'loptiJlBca 
van bonduii legen TiirkL-iis. 

'pAV\ of kurukf, • tin^mo Ukji)iii|iatvu> 
rab ), z. luiiih. undvr kStCb. 

uirq^, t. »nder oruh. 

•j!jn)lt\I. (padjar), nytinibia (maiJjarin}: 
iemand ief« mrdedrelm. leggen (uga 1 ii ri ii). 
I gastl léka I bapa urabla: de q.ü gekotnen, 



pucarnhtB, aanh. onder ritljawidbi, 0. „j, •, aan vader, ujürabanc (ma dj» rang): 

uinj> I. uilrocping van wrcvd blJ wei- ' i^t^ ^.^^^^ m«tf«/eii enz. (ngalurai^): mé— 

criaf, by *I eleo van iets hceU, Wj 'l b.M>. gn: itis tf ttggm hfbbm: pi- (paxup&ksa): 



nn vrat ongepast is. aanti. onder lim- 



/imnisgenitg bv. van eeti wtgeva], mépl — , 



UM «I ItiDub, Swg. Z. 1. 97. 99: soms nèntèn miSpi — . 

PI mener diwaby (1. oiiderlabja): arnb| H., i^wruli, «as..: nglinipnnai^. t»-, 
t aruh IaI, aruh njik: arak (of aru) rgl. pa6l. 
mtk ■«ndoRff: nrarnhln: kindtm bang maiieii ' 
aru orarab koOk. vgl. onder garong. 
— *ui, I. onder ruba. 



II. ji*.. ftnganik arubl, aanh. onder arti- 
TgL onder pulrsUiaja. 
i?V irlkotui — wèku iiviadub, T. Z. 

(trikonané wil ing litabé). 
Ut\t t» I. onder davadbarms. 

inp biemii kèrab. 
ini\ aArah: liju gaÜ. paiiaka afirah 
gra); m— au, ■mawurafaan,: ver- 



'juinfl?\orurnh.i«t. (wrub), Mnl. 38ï. 
Djp. lelkens, kaarubu: kawruhan. 
OD'^r^m^. s.. «h., ÏO, bis. 

uinr^l/iry niel op sijn gemak, van ictnand 
die aangevallen lal worden, W. Z. 1.3, alwaar 
m. c, blrohara (kusükan, pakèwêb. kibu. 
kan], Z. 17. 10 (ampag*, kiwufaan, kè- 
woh), a — , Sul. Z. MtS {tan wriug daja), 
Sm. Z. 18, 4 (ibuk: jav. rubara). R. 11 Z. 
4, 3, c. (kèw£hBii). baryhara, m. c, Sal. 
Z. 17, I (ndijadiju). Z, 9&, 15 (lan wring 



H^gm ab duiten ait hun snorr gt-raakt dija), bArnbara, Sut. Z. lt4.S(lan bjapara) 



tgl. èmbud). 
a— ariki wtneturli sak iemand zieli be- 
wal h«ni ofk moge ovi-rkomen. hein 




ta bannsana — , Dd. 61t (verl. van lyadja 
iiambhramadi), at^fharubara de kadèwatan 
v;in Blioma c.s., Hw. Z, 3, 5: bhlina«wargga 



. £a\ en \n\ 

liaruharai lilel vaa eea gewijzigde bhinta- 
gwarg|r«; iiDaiiiis angarohara, siuanilialira 
mlR-Mtsih, Amd., s., Z. Ij (Aiml. d,: anga- 
rubara). 

uiriaj^ 1.. jav. en sas.,: ndan. > ubaran, 

B. Z. 3, 34. Br. Z. tl, 6 (mapaieDg^ran. 
mapaogkusan. aléngSraii], hinaran, aanli. 
onder luljtjlia (mawasLsntD), MOg !»»• 
nuiui, of vrel ugtnaranao (z. ogarao), 
W. Z. 14, 18 (sang apanëlah, sang ma- 
kasir', sang anania): ingaranan waBdn: 
I-oor impotent gehoudeti worden. Mal. 121. 

k«— , B. 7, Z. 31 (niiriU), Sm. Z. 9, 1 
(mairib), T. Z. i. 133 (mésawat^), R. 
1, Z. 1, 6 eu 7 in ccn vergelijking af« 'l 
ware, 3, Z. 8, 14, ilèD;Aslbd miuil boniaiia; 
kabaran nrédaiisga vaii in 't water ]ilasseii> 
de vrouwen, Sui. Z. 4, II (kadi swaraniog 

gong)- 

li|r<U^'>ln: verdenken, belichten, ng a r a n i ii 
ijiun ii)£maling \9»i. ptrsa: adanin, aanb. 
ODiIer ayara): orta sakiur arau: met grond, 
gegnmd. 

■ II., hamantD liartui: sijn leveu op 't tpel 
settenf, tul., 62, Jan liitinran harau wrali 
ftlëfoh djogi rl sang aharmn, U. Z. 87, 3ij 
(jèn sang kaüljap Uwili liisa Iwab nia- 
géhang fvjakli kalëwibané kaQtjap banja 
igwib, janè kasSuggub 1. b. dira wjakli 
aniuk saug I.). 

^ynj^, naren: «nianda (vgl. sund. 

nureun). Br, Z. 14. 13 (luari), Z. 25, 15 




mar^n apaii>&, 11.7. Z. 2. 6 («uba niandn 
kCbnsé, s. da ju II k.); lan niacén: •awasib 
tanarJn, B. Z.32, 1 (lan mari, tan pjgat), 
Z. 40. t vtan kakurangan, t. p.), Z. 43, iQ 
(l.m.], Z. S7. 4I.Z.97, l:ian naren rakiu 
wlnsi adjak iltjniiit: di djuniab tityamï mhimi 
wèn^l ntaiizgariui, uarénan 'lu^']» (oöné 
btdak l^}ab: «mari Kuska ngrèl lap 
wUkai^. 

<UiJiB|^.,kaniènariiii, B. Z. 73, 13 (barU 
ngang makakaltb. bangkèné tibanin isa 
z. brd). 

uinïiwl^, Bjw. (misscbien cM)nipronkel(|l 
pitan{i-h\ai. s. onder*barjjan): jav. adjand 
bal. tal$d(sas.Tni.=dulang parangkatao, 
ated, en in 't algemeen alles, waarop spijzdi 
worden voorgciel, m»d. arljan of arijan); 
liana brata bo-tta, amangan Kpa' nln]t:taiig«i[] 
kiwa makaharjjan, fr.. aanb. onder bhü 
paira, waar aren naast arjjan voorkom 

IL, jav.,: «llrang, «bano, aitugu 
aanb. onder rangkip. 

ut-^T-)»]^ I. of aroo:'(t> *cfer, dal. 't 

beier zijn, dal beleefd mei een imperalicf. aro 
ruma atnrtna: bied mij liever den vorst aai 
Tjatri. Z. S, opdat (.'), Was. Z. 2, 11; 
75 b., 70 (ijav. ajo?: volgens Btjdr. 4' vol 
VUi 257 zou ro, in p). van araamara: 
aan!, kom! ilJn; de pi. uildew. Abijaüu.aldi 
aangehaald, k-esl opbl. 64: ro rèbuIGn ak 
'I i* beier daif Was. Z. 4, 7: aron tégaral 
Hadji D. 6 b, 41. aron piütanlra, malnna. 



\ 



(maudëg. ngawangdéjang). 8.,9l, 3 (ilang), rl sira iba pakanira, aron la aira kuk) asè- 
Z. 98, 16 (mari), Z. 17 8 suQd\ üimpuii Dêiuoa mmabHD, Ar.. IC rn 18. nroii wa5— 



M^kéiiajfn raati kalawtn nor», Silm., aron 
llnariksa, »\A.. nron (Aiib., Uk: p£nÈd)ÜBa- 
kèuJl, J8|). Z. tO, 75, m>k isp. j., suwawi 
nwmn daagu, Anb. p.. aanb. o. bina. 

f, Bjw.,: idoqg, — an: idni^an. laranc 
tm» aronan: sakjté mara idoiigaii. 

Q., — ' i. onder aru U. 

ui:n9o|^, SMaiapa^i y»6n. vgl. rirun. 

IL. diajc. en <Jj., :«i>ort (iSbnug? mei klei- 
Bert! Iibden, z. Runifdi. I. 

UI Tl KM ^: klophanêit n{t |a«l van tien vonit 

intit tie hoofden a/'^e^ont/ai »ls de haikeklopiiery, 
! iimaiidea Lang durejidc, ju du wanlilan 
|daaU liccft (twk. niaar ulóca. vau krijgslieden, 
TgL aanb. onder g€uii U): 'l Haubreiijj«D van 
1 klopbaneu U eeu Terplicbtinf; dour de subak 



makwèh katSmn pasrawé Ijan oialllit 
sanibën karusakan di aU»<^. hawati 
katginu aakéiig uni karfioibdan Üsik 
ja tias kalasaii. ambüngaii katJSinu ]ta- 
KTttwé pasaliiigkfl sSnipul tan kai>abün 
ikang alas). 

uiTi"^^, »., npakAra (lan^-haraAa lii^- 
bnrwaii: werktuigen Ier vanging van om., L. Z. 
2, 3 (paugëdjukan): pangaraAa niiwitilua, 
T. Z. 3, 13 (b. Z. 4, S9: pangalap mina): 
KtrthtmittL: n-autwnof, z.0. pi^Ulja, nandaka 
en nanb.o. wuu^an. paradréwjalninniii, aaiili. 
o. i lig in. 

Qj,T.-^\, g., ï, onder uswao. 

uiS-^^, s.,; kidang, z. onder kEna». 
(J1ï1<^^, B..: kidatig wadon, Adip. 75; 



«nriegd op een hanekl..pperij l«r ecre va., de _ ^^^^^. ^^ „„ ^„ ^.^^ ^^ ^ ^ ^ ^ 

bédugut co lK:b(wrt lolde alji'; bU ventuitti ^_^ ,— >^_, «v^— , « «), Tjl. 

cm Iwela van '250. kèna — van hannckloppcrs r-. eigenn. van etu apsari door Tr«A«- 



wp aea groole, door den vond uf de aubak, 
■«Igelegde banoekluppanij. naOr — : aau die 
nrplicbting voldoen. 

Mdu— (f) tjiti: •ahawan djaruman. 

ui'jyoi^^ , tnuronoroBan mui boiidt-u, aU 
« eeo loopache teef is: vgl. c^^nda. 

•juiTMol^, ar.-mal. {J^j^La»), aanh. onder 

ilab (ook io b. (!., jat. èram). 

'>Lnr:rBJ\ , jav. (woran),: Ijarub. wat 

Wa in tijden van rljslgebrek bij de rijst duet. 

'lUJ djagDog. nai^Ka, ii l>abi, kalimSs- 

cnëa of Kis anders; ma—: ■awor; t. tjab- 

Ijab en lanibon. 

Sjr-'n^, Rraü&Bkapanffffih aaawé mavrl- 

lèl «lè»i flrüna rii««unu, It. Z. 6. 4 (hun 



wtndu vervtoekt, Sum. (vgl. jav. W. 96 en xic 

induniati); — widrüma: nm. van een woiw 

derboom mei koslbaarhedirn lot blndm enz., 

Sut. Z. 67, 4 (kalpataru). 

ui5i"l>~»\: kidaqg wadnn, Tjt. 16 en 

telkens, baruna, ald. 220, vgl. barJAt. 

Sji7l-'^\, 8.,: de vogel, waarop deson rijdl, 

Krus.: vgl. «aDdruh en aanb. onder obél. 
2'. Br.Z. 6, I (sawilab. wilaba, »urja}, 
niattja olng — , aanb. onder luadbja («jav. 
wa;ir ouk truiia!, in uitdrukliuii$eu ab kadi 
truna nti« tidaja, jav. W.. ed. van de Br., 
78, Ad. 2, 126, iu pi. van udaja vindt men 
ook adadi, ald. lOS), aioraroDa, aanb. under 
fèsa. 



»>1 -««LMlMai >U»>I«H». 



&*.\ en ul\ 

e:o3]'^V s.,: cigcnii. van een leerling Tan 
Dliomj». Adip. 10. 

uiïiiSi^, 2. »ui]«r waraiii. 

Mia^, vcrh. van aruüar,: cigcnn. van «en 
groolen vngel. brrwder van Raruda, bnna 
suinkntkf, kanir fliianin Ika pnhül arna. Iirl 
alian {t) mapan araiir pmièngr poli ASém:gi 
mnnz^nh.lnu; taniIJHt^ |iuij<r (pusJlri') tuvik, 
B. m.. Z. 51. 9 (it. /.:: hrt jan punïka 
arani'). 

V'^\' *■ ('^rft"^)»- luturftring fuisehen de 
KeakbramveM^. ratna ntnn^ern'èn^makRta. Sm.. 
Z. *, 2, B. Z. 19. 4. .\DJ. Z. 50, 7, (ijundang), 
Sul. Z. 45. S, Z. 79. 5. Br. Z. 1. 1, T. Z. 
1,6 (Ijiiilamaiii), Slim. Z. 41.2: ürAnanilMia, 
*. z. irarapali. 

p "^ ^ . s. (iï r fi II ij . rép (ijTbrornnl slranf - 
bhApAti: tn 'f iDOE ge.tileeii[^?) van ic-nianit. ilie 
zirh als brsliinaan klmlt. Sul. Z. 109. 1 (glis 
atljnhnn ik;i üan(! naramangsal). 

a*-^^^; plaats n.iar de ligjjinf^, verblijf. 

Ar. Z. 3, II. Z. 29, 7. B. Z. 1, II. Sul. 
Z. 16. 5: kiUAnali lor, L Z. 3, 9 (parAnah 
utara), karftnnh wèUn, Adip. 49, Brh. iG, 
bi8.,R.7. Z. 4, 28 (sada kangin),i kftrAniib< 
Ira nutf narend raditJilAnkatinrtriil léii^n;, 
Ar. Z.63, 7. purnali, vgl. prënali en x. onder 
galt. Sul. Z.51, IS; Adip. 46. 7 S. rato parAnah 
DlnrhDlan Jan Ingmilnasu, Bli., 36 (vgl. onder 
pan!;guh), parnnali ui rUaiiya, Ar. Z. 2, 6; 
Wir. 50, parAaab Dl vikanu, z. onder 
■ anak, mapiVrAnah ri: bestemd i<offi-, kreJ:- 
nawalat ang:alap Mrl iiiap.trAnab rl tjalilya, 
Hw. 7. 29, 7. 



&X\ en t/i\ 



o 



uiJn 59 Y *""* — . Mal. 124. 



ra 



&l>^^<fi^,s.,; eigenn. van de gemalin van 
ff 
Wasislha, Brhni., Ag.. Bh. 4, z. ook aanb. 

onder gawa. 

etiïi-'-rsjssft^: Nandaka. T.. ï. anur- 
wAlmadja. 

^<^u^. 8.,: zee, dulikiriinnwa, z. onder 
praü en itügara ('l juv. irnawa. Ar. Pr. 
Z. 2, 4), _ ra»a (jaraf), B. Z. 103. t {ru 
pasib. as tra djaladhi.) 

maonkarAawa (*). z. onder w^lukitrA- 
na wa. 

öi n -^ «n^, «.,; eigean. van een liv.. üd. 1 IS. 

^^'^1. )<•>: «alaa, aanb. o. parïüAba. 
arati yakaparnwa: de wanaparwa, waarop 
de wiriïiaparwa volgt, Wir. (maar op Balt 
niet aanwexig). 

uin-^]^. s., birflAyakaclpub: eigeon. 
van een door W i è ü u gedoodni rftbsaui, aanb. 
o. na la (waar\*an TjL 2 personen door ver- 
warring met htraAyiksa maakt), aanb. o. 
fukra en lëpak (vgl. onder vratakawalja 
en narasingha), W. Z. 11, 2 (jav. W., ed. 
vau de Br., 69). Sm. Z. 30, S. R. 13, Z. 1. 
9 en 13 (vgl.|av. kasipu. R. 275); hiraAya* 
dhannh, ».,: de vader van Bkalajwa, Adip. 
62: — punt, Ud. 29; fairaA) aromft, a. 
onder Ijaturlokapüla: bir:iftya{rfiiif^: 
eigenn. van den berg, waarop Bha^ratha koele 
deed, om de funiirfa Ie doen neerdalen. Brh. 
85, ,-ianh. o. salaiig* en djaaibilnadi; — ftr- 
bha, 8.: Ui. Brahtua: hiraafarèta, a. (hiri- 
Aynrèlib): g»i (vgl. onder krj^Jina]: 



^\ en \Ji\ 



Sa\ fn ui\ 



fcipanyawanirt, *.,:Kfhooii<-ad<;r van ijikhaftili aan Durgga of Buddlia pewijil. Sul. Z. 9. 7 

(TJL 53: bi ranya): bij diopI in 't hIoI van *l (painiiiljajan), » |iahoman. 

imis. wrmeld ifewpeBt lijn, want loowel Tjl. (uijaty|^, jt. brélsalja. 

lis Pw. fr vermelden dat hij vrouwen celasttc, 

(ig^W^, ».. (hrëljljbaja).: sniara. 

^Miu^ (lees: a^tjaU ut atjijala. in (i). 
ran ganljala, Tgl. askilra: in i)e bb. wuixll 



o 



iflthai^ 's mannelijkheid te ondenooken. vgl. 
Êodtr slhdnaen nilawali. 
<£irfK{|Ri^, t. nnder araAya. 

-^nw*»^, ?., I. ond«r dili ea ka- 

fyaps: S": elgenn. Tan een rat in ile bbd 

iet dkair hdpi-nde dieren (Hil«|jad. I: bira- 

Ayaka), T. b. Z. 4. ÏS8. 

uiTT^uix. s.. aanh. onder tama«, Wtr. 
C 
b5 U. 

L?iBri|^, ar. («-j^^),: haas. verward mcl 

ICrwèlu. 

^»a^, s.. (artjijd), B. Z. 6. £3 (prali- 

a; jar. r£lja), Z. I&. 9, een in een tempeltje 

gCdong) iKwaiird hnli^dom van de gade» 

terkregen en lieRchouw4 tets te zijn, waarvan 

\ fduL vao de gcbeele gemeente afbangt, 

^■iIbIi bbaÏAni pniniè{\rara tnkëa pasèk 

nmikl iu» kita — manik dèn kiOutnijikéna 

lèarMiinr-»»! batuputih bitktènana nun^ktn 

f«^h kaljalar anènir purémtmauya baHfng 

■■Bjt «aknuUB, DJpor.; wel eens op de 

rabat südana toegepast 

4^5^. 8..: $tnial,le verntneden (bat. arti). 

U»-^^. R., nrArtJi^l*: • mamildjii, aanh. 
t lArjJast-wana; |iiiii|riirtjiMiii, U. Z. 47. 
5(kaMiaklin, ma nga.'jtawa): anir — , It. 
t. 100. 6 (b. ooder rolja), aanb. a. pora en 
liJina, jngarljaiia snrja: •aiiürjjaKéWii. 
na, karljABiUi: «kaslutyan, kt — : •pinudji; 
poputjaitan van een gelwuw <>p een kerkhof 



lm. 



de sarang voor 2 gel^ke niedcklink«-i-8 vaak 
ahusivelijk geschreven, t. saniurljljaja en o. 
sadjdjana), pinah^rtjalaitni la bliirnirv. 
Atlip. 33 (schufUen). pinartj tjalanirèiiEloJa 
van de zee, die de nieren van de tini) weg- 
voert, T. Z. 5, BI. 

'^^"jSr'"^'*^ (r); wat de pandellntc aan 
de krëla moet g«veo, zoo hij een hij zijn 
heer te pand gegevene slavin beslaapt, Wlb. 

V'^V ^s- (■'>'>• *- ■'■O- ^^^^^ *^*^' "' 

nranlla, B. Z. 3. 3K (kalinus kampëhang 
dèning angin, Ijnnb inj; pawana). K. 23, 
Z. 12, II: hawu kêrir. sint van een ecdr.. 
O.: augirirakSn utrakiijrR van pnsen. Sm. 
Z. 27. 8 (anjolahang augganyn): mirir 
van do wind. II. Z. 7, 3 (alon). ft. ü, Z. 
6, 10. 6 Z. 9, 15 (ngasirsir), 'anipis, 
umirir, ran bladen door Jen wind. It. 7, Z. S, 
41 (iijahibir). van de wind. Hm. Z. 5, % 
madodwaï mirir: •mawèdihan aijt, Anj. 
Z. SO. 6. T. Z. K. 16 (gUs). van wa t>3]ml. 
B- Z. IB, 10 {arang. altw). [jav. bd-t.: ma- 
nnf) van een siïidjang, W. /.. ». II: linuli.s 
Ingmas mirir van een fapih. Z. 31. S (ri- 
nèkantiig kanaka alus): nnilrlr. aanh. onder 
idem. R. 23, Z. Il 6 (alus): tjila Jomirir 
door den wind. 7, Z. S. 71 (niolal; ja iiga> 



ttA\ «n vt\ 



100 



iSU^ en iJt\ 



«Bgin mlrtr: ninanilani^niU, 
(vjil. sirir), lunuririri, &. Z. 6. 10: kadiiii- 
riraii IkaMgrtwus: alt bekoeld vsn Anibd hare 
wraak willriiitc konlen, (lil. 153 (v^l. uaiiti. o. 
ilir); (rinriksii kiiKtnri sii^iiiiilbii niirir Ja 
RiniHbë' Ittwuii knpur s^ raru ijnoiliitia kufiua 
sniiiniik, ftiii. '/.. 13. 17. 

uioyi-jniatnl^ van Jorens, — ' abaii;* 

bën<lul (raadüül: ngalap kSsumlia) of alié- 

Itfingkil aljfitjflkot. 

viytyi^ nf wsrirmg (wgliraiifr, «wali- 

ran^),: svoaret (tnal. Iialirang, sbk. warirang, 
lag. malilanu): hij 'l üiljënik kadiitaii ffclie- 
zigtl: •valiraii;, Sm, Z. 23, 17 (wai-irang). 
uiyia2\, sas.,: ada; vgl. ara VU. 

eun«i|\, inarak — , II. 20. Z. 18,» (ma- 

gagi rasaiil); niigarak aniAk z. ondi-r urak. 
uiTioj^l. (»ailj£%' ralèug), jav. o[ ual..: 

arak: de bal- vvordl uit Innlar gesto»kl. de 
ctiin. uit rijsl: i dfewa Vyiirali ni-ak api : iitii. 
van een goilheid (:Hrahma'0, vdiliih arak: 
glas; sUul al« lilbd. op hlas, takéli arak 
KaQinuri brag: nién^nt) we^eiis luiniir «n 

lilbd. »p umur. 

U., mal.. Biarak van bniiil eai bruigom in 

slalie rmdgevoerd (bij de Mabiim«daiKn). 
SAynl^, z. adék (imssat en i-w/vm vaak 

door 't aeUde woord aangeduid, vgl. mal. tji< 

jum, »niiiba paduk. vgl. onder iduk, alf.. 

Benten., arik, mak. araq, lamp. arnij, bis. 

balok. Ik. hadok, lag. Iialü. iloc. agdk en 

ana;go, tial. aiiggob en sauggoh. Potiasak. alf. 

ajok,.vgl. onder udaiig e» padi; tid. aiig^alèqi 

ruiken.' aiW«Uk of ansMdak: zoenen, wad. 



I 



alèk: geurig): muupirkl, m. c. 
maiigar^ki. R. 11. Z. 3. 2, aiurnrèkl ran 
de bloemen, aanh. ondvr mèiidra, llr. Z. 2 
(inandiman, aiigaras), angarËki djin$ 
bbApati, II. L. Z. 13, I, waar een w 
vroeger aiigaras pada: marêk — an 
Z. öl, 2 (madadinianan, paaaliiig dir 
maAras']. 

uiTiiS^^, sas.,: adi (vgl. «ari). 

(S.«r);^^, — purjh. aanh. onder rilldj 
lUii (utpéti padjëg), 0.. zekere grondlielat 
Inputènjr^aharikpurik tmtampak nin^trul 
nË wadnuir paijolé van de Uedeii. die 
arok, loen hij nog een arme droniiod 
geholpen hadden. Ar. H 

virri^i^, hlnarlk (I.: hinaritf) Ift 
pahun, Ar. 1'r. f 

n.. Jau arèp aturu riiij; ■aiim. luwans r 
laKaiiirki^r,ni., un;^ ii,:<iié liuia niaiisfoniki 
rérè^ik blriiiiKkos téndus ring buOiig' 
iiiirkèk*, Hs., E., K. pélén^ lêuiiih t 
ëlad, dl pêdéruan tilyanr niaogurak a 
munjiimbat ngainé I ratu kadi kéul 
^awii, maiigamikuUh uuq|iué patidjélt 
minnelied. 1 

uiïjs2v Smhw.,: kèlkèl; vgL aro. 

UIT] wil y lara.maruk, II. 23, 2. 3, 5 («< 
auiigsul]. 4, Z. 1. 89 (ihitk, gKsit), m 
grut amok padikngarnkarnkt Hw. Z. 5S. 

ui-^T^sQy luarËq, t. o. adéq I. u 

ri. ~ 



ai 



uiir^i^^, X. onder kctkèl en ari 
yi'>r5«|^l. of Aiigrok. kèn 



- :e( 



A 



Mnn VBD R ra II tn » bij E ft<l nk: hij ilnmlite 
Tanggul amMung en volgde hem a|>: T»n s^n 
Inni l«stasl ircii kleiii |)mzaverbiuil. eindigende 
■ trn kroiiijk nwl Janrlnlkn, wüartn korlelijk 
ajp opvulgi'Dt wonjcii vormeld; wi-slialve hel 



fanlcn, It. Z. 87. 29{ngf!règèb), van rnogka's. 
Ar. Z. 59, G: patiirlirlk ■ hrilk, van paarden ca 
vlifaiilca, \V. Z IS. 2 (gowèhaii, p<idjritan. 
pagwèli), van pardon. II. Z. 3, 5S (gmvrhan, 
pagrikaii, grègèliau), vhh d« walaugkrik. 



«4 pararalon beft: 't is jni-uinplLi-t. zoouU , Laiiib. 7.. IS, 3 (pakriog), anirlk van biiscb' 



Uijkl uil dr Lurilieid, waanin-^ Kangga Lawé's 
•ipHt^nd wordt bi-handelU (i anuAajiati, o. 
lawé en fri rilttjasa): wiMirdeii als si'run^ en 



hanen. K. L. Z. I, 123. p«nf[Tik: «pakrak. 
Mal. 173: hinrika- kèn: taigetchreeuwd van 
eeii kreet door RAwafta, Utl. 51 (lamp. kü- 



tcnlrr de fiaMs omliir tjangkrii^ in:iken 4e Diëriq: tch-eeuwm, k^niëriq. en ivaiig-ka- 

Irkjtt «fnlaclil: een itniwcrkiiig in nieuwe vcr^ kCrik: krijtche» van de apen, die uiider Jeu 

s^Mli-n hln.>k een prul Ie t\\n en u op Bali naam van kéra. bal. herèk ca kérèk, bekend 

lenaanlijsd, I uanli. o. gurèndai^. Maan); mnvtali hhh «wana; avjawara, aljan- 



pnli «iljara ^"'"'"■'.vii lan p«itat, idnsnmiriit 
mamidlngl riva: krèifl, A*üA* dèniui; krèta, 
400(t, augrik iugaluugguli. nga, Wlli. 



T : e%enn. van een bal. vursl, aanb. o. 
k^^anii^'. 

11 , nrurnk van gaitzen. di4! zich iikI op mn 
rrf Iwvindeiiile vei-ni>.'ngrn (v^-l. gaiidjali], 
«nrnklu: zich mtier iets mengen ah \n. Mibis (paiighrik ikaiig prawira, pa»ingbana- 
if ile sawali'N nndcr ib; eenden (vgl. juv., 'djining purusai, iinjrltrAh, Dr. /. 39, 8 



uin^\, brAk iiln^ani, B. Z. 49, 13 



mar nok waruk): van duiten vcniie%'d; ka- 
Tok: z. rok. 

III., san..: agug, maar allern van <le t'Uiinus; 
L liïijuk. 

IV., z. «mier uijjana. 
'3iKi^.,ang _, B. Z. 11. 9 (inangrak, 
■«r^Dg. maniljril). niani^hiitk: • mangbrik 
*fl aaniii <■ liaiyaug U). 
^i^|\: klaaggeluid, Suui. Z. I, 12; — 



(ugrak), amt-hiiik.ald., Z.Bl. 17 (ma iigérak) 
panghruk, Z. 46, 14 (pangréwSk, paudëfil); 
panrlirdknii, Z. 60, 7 (paiigrCw^k), luuig- 
brük van blijde apen. I(. 23, 7.. 3, 3 (pagral, 
pagrab: vgl. jav. niatigkruk en paling pa- 
laiigkrukj: van («nwen, Z. 21, d. (ngokok). 

i/ijn£iU of dtnq, sas^ basa irii|: inunji 
gSlah. 

&$^«|^ irik*, sas.,: pëpindükan, vgl. 

n. bd».: br<H) nl wuwiisiilra. Br. Z. 19. 15 kSkBrikan. 
irit, srét). vgl. rék. 



\uiia,\. Jav. (rik),: gebinnik van paar- 



vi)^ia|\l., ngiruk tlln, nzinikln, irldm: 

ngirusin. paivirukan: al wat ter uilpeuterinQ 

deu. Mal. 170 (vgl. ook juv. ijrü): brik, Was. ditmi. paugirukan tllo: wriepettj», p. luWub 

is aan den top gebogen (mak. Imii Imkan*: 
hilkhjKUje); x. plogo. 



t S, 8 (s. pau^uwiihV.anirLrik, Itr. Z. 9, 10 
^wlkprakaia, uiatiiljril), vau paarden en oli- 



sjt\ en v^\^ 

U., X. undcr itluk. 

vinr^S?^, sag.,: sëdili (jav. èrok). 

<nf^^\. «iiiiitigit IiaMaiiimpiiurpat an^igil 
katékan iirak agranti tau béstir, Sum. Z. 129. 
5, auf^urak (gelillingr. texl: augarak] aniAk, 
Br. Z. 16, 1 (angur^k, matlaiian; jav. verl. 
iijurak), linnd inurak Inamhati du satiK 
Kliiiuu ka-oulajah, alJ. Z. 13. 9 (kalrëmu- 
nuh kasurakin koliat abil oltb saug Ba- 
jwalmailja padjulimiiang, piniipiihan ka- 
muk kadrunipak antuk s. wrëkndara p.), 
laarak, Sul. Z. ISS, 8 (praltnajaug), llnad 
inurak Inaiuok, Tjl. 22.). 

ui7i«]\, jav.,: brief mei namen (sliik lon- 
tar), die rondgaat bfj lieden, die lieiirlelings 
de wacbl houden of iets anders van wege 't 
bestuur nioeten verrichten (vgl. mal. orak' 
bij Cr.). 

uiyni|^, jav., Dg^nrai: tdtholm zooals de 
t£ ni bu) i 1 i iigan bet hout bv.; sich ee» kris 
op de borel of op 't voorhoofd zelteu onder 
het dansen zouals de pSrmas, sSkS^ barong 
en de pSroiadé's (vjil. onder daratan) docu. 
om te tonnen, dat uen, door een godheid 
bezield, zifh nift verwonden kan (Raffl. Wd).: 
CSj^; ngrvrik ulëk van vlieden, die in den 
neus gekropen tijn, Anb., bds., uilg.: mangan 
utëk, vgl. ook de rci« over Bali van een 
Oost. jav.. 'slaihls drnkk.. hl. S7), anirnrik — 
van ItnikpijD, IIü. (vgl. onder akS»]: bulu 
djilntani — ulëd, tanah — i^ tëndasé buka 
— blJ licvige hoofdpijn. 

Ut)^»)^, z. onder buwlk. 



102 



Si\ en ui\ 



nriiQÏ]\ en oruk. ft. R Z. 4, 7 (sfindn, 
gösit), ornk, Ai^., Z. 10, 8 (nggÉrrauk), 
morok: «ruk^a, Lamb. Z. 3, I (sdih). Br. 
Z. 1, 9 (kusut, Iwir ibiik, saniun), moruk 
van de zon, Z. 4, 19 (ur^m, Iwir sungsut), 
nrnk, It. Ü. Z. 8. 8 (gSsil. këtjud). 7. Z. IS. 
T.mornk mintn^, ald. (ndjëngisang), «duh- 
ka morak, B. Z.99, 8 (itungsul nalahara), 
sawauf niakfaa nl ngad.vah oruk awêdin ka. 
harêkana, fr. 

uiriQU^ I., jav. (wuruk), marnk: b. v. 
mladjab. niaürnk: ■winuruk, inamk: 
«winarawarah, ng:uruk en iig-urnkiinir: b. 
V. ngadjah en ngadjahin, «mangadjar, 
sang: nianpnrukang^: «sang pangupjidiij&jan 
(ngadj. urok). 

•II. — * i. onder (iedalti. 

nuiTiiïïï^.sas.: mani pwan (Smbw. id.), 

— léq djélo ai tnadt: hierna op den jongtten dag. 
nui'^T^7a\\, 1. onder êjok. 

nursyiJBi]^ I. 2. «wërak. 
II., aas., uiispr. van warak. een beesl dat 
zeer woest eii verblindend heet te liJn, Otd. 

'7uin'^r-5!cii|\.orok'; 'tUyer gtdeetle van 
(«n erl, waar ook de gombah is (sas.-, 't 
geen ingesloten wordt door himgerc diiigen). 

orok lukali: eigenn. van een pi. op Lombok-i 
lu) OoBlen van Balu Djai. 

9UK|i\, s.,: matanéi; — pDtra: karba; 

fel 

— patra, z. o. waduri. 

UDriKi^ ten gevolge van 'L eten uaarvaa 

't varken, waarin WlsAu ver«cbe«n, stierf. R. 
$, Z 15. 45 (wuh'an, tuba). Adip. 11, biiL 



(Tgl. sand.), T. Z. $, 103. harahu. Z. 16. 2 
"L 29, S, (bsliuntcktlan) niëtn tanrstrwa 
■lltphftlA iiuméhiiira. Jgt)i& (ja U)|iin»kaliA- 
nkj uiDgcMiuwKiiu «pkasan, Brii. 65: z. raka. 
ctor<ia^. barèka ^nrnh wnnff: vigcnn. 

vu een prins van l'asurwan, <lie llaina üè- 
WBli ran Hadjapahil NchHak(« en kicli mcl 
haar by crn ilui/enaar mrl name ridiltiiijogi, 
H||riüM. lol by o|> UfA vait tijn vader. A'w. 
Mreigd wenl door TuitiapSI afgehaald werd; 
tan 'I gt^dirbl in dt-muiig-vcriiiu., waarin bij 
it(i(rc«dl, is mij de litel »nb«kend ; uil dil gedicht 
ujn bier aanbalingrii opgenomen die met fr. 
.\. zijn geinrrkl; uil 'l vnnrknnien daarin van 
talke wnonkn aU bijaang en garukgak 
mod men opniaLt^n, dal 't op [tuli fti^niaakl 
B door iem.iDd. die vele kawiwcrkm bwft 
pï)iMt«n (2. bv. aanh. a. signa): 'I zondpiliiign 
dirjia is wd een bewijs, dal de man eX de 
ab«lirijvvr kiiiil»elde. 

rirs^.i + r t ika (vgl. irija), z. drika 
n vgl. rik o. 

(^na^.i + r+ iki, z. dnki en vgl. 

riki, iriki ratnl paHir nièlab: raartt.vtl lol 
nti minnares, dio hem verwerpt, minnelied, 
<KL onder kniabin ot kari. 
Yj^ona^f jan iiiiii^:«a kahJitnU kaïi^ny 

Mftu: uit ge op vlr«ttit belusl sijt, laai dan 
■/.' immers aiH'n mugeu Diet gegelen wonlea, 
iTTWiJt van Bitii lol lUma, R. 5. Z. 9, 11. 
^r^ion^. z. under prungpuDg. 

?ui]nKiV s.. bhaiftn — (b.: rènuka, c: 
bélska), Sal. Z. 125. 10 (saug bjanr para- 
mat^ ï&a). 



uiyjoiBÏj^, z. rikal II. 

ui7i»^\: rSkaia. T., ft.. Z. i. 76, 78, 
aanb. onder sina ha. 

4rtrisijJKi^, s, aanh. onder lor. 

£*an\, 8., z. onder jania. 

uira^, «wurnkung (r. ald.),: 3' dag 
van d. sadwAra-, wal op kadjèiig' — geplani 
wordl zou kromme vnicblen dragen. 

uijniOj^ I. — ida: •inAriiÜtananira, 
kütniKktil inarnd batam: apldjër iiniaqgjn 
sang hjang, niaiigarad udan: • lojjirfi- 
dbana. nirarad MiaiAra: • siu-.1rd(Bt3Da. 
pai^arudan dèwn rallb: de liumit, n^aimeé 
nten em godheid frij skh doet turnen, aanb. 
'imler bantSs. bnka arad kajané: ai* ge- 
inMtm. aanb. onder gidih. anall tinndtih kaïi; 
won^ abnburwn xiïdjalii ra wan; Aiïdjiirin; 
wabii van |ilna.'^ii|ir ^nhèb ikunr parèntah 
tan opin kaap buroii pr^pti widjnn;' niafi- 
dJatiTMi (ncA iuwau tinBTiliiV „maiitkana 
riiijf si\K^ni ukèb kant'ini»; mina mii»iik In^ 
djarins piin suksat ingarad prüptuué dé sang 
dwidja, Kid. I*am., 7.. 4, 34; 'l proui : saksana 
tlnuduh, vrnhD plna-^ane ilj»rin;r lawui djala, 
maliwib kant niina kalawnn bnron, puiU ka- 
lap, pan ii^awè praptitné di- saii;r bnibmnna 
die don vvrBl, die geklaagd bad uvcr zijn ouge- 
lukkig jagen en vigicbvaDguii, er toe bracht, 
aan 'I jagen enz. te gaan, aanh. onder as tri; 
ilu panrarad: *ja la amalëk, pangarad 
rathanja; •huuiiralha (in pi. van butuir 
ratba] nya (<^l. paugirid); augarad in; 
radjnt, a^b. onder haluAn, vgl. radana. 



SJ.\ en t^\ 




Jl., nifimd: mei zijii louw achter bt^vtm van 
een ruiiillKcsl (vgl. rarad). op ran reis mei 
twn ander, die vooniU iit, n^mpëilfn pl^djalané 
(x. tiiiliDg en kCnjifc]. 

U1oroio|^^, ngu-od*: de pijn niet kunnende 
uitstaan steeds stenen (vgl. «arul), ng^arod 
(é^süDga) ran iemand, die pijn becfl. 

tjinïol^ , juv. (vgl. 8unil.> jav, gcrèd en 

èrid), maivbirid van een Ifinibu een gilin. 
gan, Wrii. £8 (vf;l. onder purusa), pang:lrldi 
«pangbrël. Wib. 245. aanb. o. Nwillmi, 



dan t3 Icltcrgrcpeii, sikarini ngurëd: bena- 
ming van do mdti^ri versmaat, R. 6, Z. 4 
(maar de opgaaf ia blnol gissing); Bsurfidan;: 
de gewone prtie van eten vermindn-en i.(^i^a\t. 
hv. h^ zekere kwalen. 

'P^j.^\\- mnnid van 'l leewaler. Sul. 2. 
SS. 8 (aSd). in pi. van sumurud, Br. Z. 39, 
19 (mundur). W., Z. J7, 4 (tn.. niaka«d). 
Br. 7.. 1% 12, Z. 44, 1 (makiUit). amnrad. 
K. 11. l. 10, 1, Sul. Z. lïï. 18 (makilés). 
tnn u ni u r u d . t. ondi'r surud. kamuru* 



■ naugir, van paarde een wai^en. maiifflrld:i . ,.„„ .,, . -l ■ < 

t "^ • *~ " ^ idanikanr sakli: «Iwaug ikanglara. tuipa* 



«umatSk (Juj^ om iets te vcrvoüren naast 
pSdali), inirid van een gekelenden vijanfl, 
aanh. o. kèb, van een misdadiger, T. Z. S, 72 
(een weinig vroeger sèrèd), aiigirid sesam* 
pir ran iemand, die zicb haast naar een optocbt 
Ie gaan kijken. Mal.: humirïd tapihnya, aanb. 
n. aiigguli, op 't bonren van een ramp. T. 
Z. 4, 1; panfftilrid, H. Z. 33, 1, Z. 4S, 4 
bet irekken ran een rijtuig; (vgl. pa nga- 
rad en wrëg); fngirld Irid van iemand, dien 
men doodcn wil. Jsp.. Z. 1. 59 (Jsp.. b: din 
kfikèfiér: Anb. 71: sinirèd sirèd): kèrid 
van iemand naar een prinses geleid, Aud. d. 
(raak door dn afsrhrijvei-s in kering verandenl), 
kèrid laraninir mbl, K. L. Z. lü. 29 (kawj- 
(èsa sdih swaminya). 

^K II.. xie iid, kalrld, aanb. o. baja. 

^H uii7icoj\: benaming van et>n bubah, best. 

^^ uil sagu. kladi. tiijadng. kfisüla en suiker; 

I z. urab en vgl. onder rébad. 

^K uiy&oj^, ngnrèd: benaming van kortere 

L 



uit 
versmaten, bv. nirat n^nrëd Iwüt. uil minder 



mnmd, aanb. onder aalu, tan unuirud, B. 
Z. 65. 8 (nora gingsiran), tn.^ta lampus 
tan murud tèlianimr p6iijab, Swg. Z. 3. 17 
en 13 (ald. 16: surud en Z. 2, 14: tan ging- 
sir Ukan ing pati). 

bjana kamnrudnya glgfis van hartzeer, 
droL'flieid cm., aanh. nnder rubèda, lan mn- 
rndan: niet minder van eeu kwaal, T. bg., 2. 
l, 14. z. muruda. 

•^ui-^Tizd^, vgl. irid. niyrèrèd: Ier sydê 
van sich iels slepen? (mal. èrèt) z. paid co 
i>nd<;r kon en sérèd. 

wiKiy mal. of jav, (Bjw. urdah),: utlspr. 
van «wcrdar' (dalecrl eerst van 1878). 
l^ïci\. s., z onder rSrëh. 

lupto^ , s., z. onder prahlAda rada en 
möka. 

ni^w^^I. of odit, Bdan snnfr ranuo 
kaWb niné lob» rawanr nèiié »rdl inakadl 
niné kndn, lljpnr., aanb. onder ijrèwiiig, da 
odi rlntr rlab aaak, fr. 



IL: uftopr. van wrëilillii, n<iast (rlmdii, 
hrirjja, dhanï c» ^ribjuh verkl. met siigib. 
u^i^^^, z. onder urda. 

nirf^icïv gewoDe uitspr. van wrSdah, 

L mridab. 

■jir.:o».\. ja», (rëdana). — Iwi rtjal, 

Sin.; z- radaiiji. 

Snr^toKi^, s. (ftridbana). Adip. 38. 

50, 59. 71 (Idkens). 115, sicJt vm iV/i bedienen 
ta bestrijding (^1. rsdann); inunidiina «mi 
tinéuM: " inawalakfii). Adip. 70, een wa* 
fa, depuSpaka.alln-n dour er aan l« denken, 
■Wm *o«nm. U(I. 101 (vgl. tjipla). panffirA- 
Ikana, i. onder karsaAa, uniitnïdliaun »iiiig- 
fejaar. R- 16. '^- 6. 6 (ngradana). fnlrA- 



^\ en vi\ 

SiT!^\, s. (aniddba), syariida: eigenn. 
van een gagak (manuk iilni^. aldaar ge- 
noemd). T. Z. 6. 46. 

kitfC\\, s. (arddha), arddliatjanilra: nm. 
van een pijl, B. Z. 67, 1 (butan innianggal), 
van ern slagordi:. Sul. Z. 126, 5, Smw. '/. 11. 
K, arddkalJundrAniH. B. Z. t02, S, arddlia 
rftdjya, Vd. 19: arddlianitha, aanb. o. uit- 
rallia: arddlinbnddlii, zie 0. witjara; t. 
arddhaDiiriv'wara. 

ï': a(9i: W. Z. il. » (dahal). Adip. 26 
(vgl. jav. rada?). arddliiiivar^. Sul. Z. 144. 
S (dabat kan^gifk}. tnlinn arddha tas 
tétés: maai- '1 schol tvat mis ol ying Ie ver, 
eu trvf niet, Br. Z. 15, 3 (luwï kaliwat 



dhUMilre van de slang, die den prins had nora tidas). urddhilrnlinr duhal van een te 
gebeten, dnor '1 slangoOer, T. Z. 4. 14 'boog aangelpgde pijl, Br. Z. 31. IK (dabal 
(■rad ida): bbaKawait inaradana: «durg- tfigeh tfiwib), rimcrApitdhikfl rlnjririinèki dju- 



gitnAjasmrCti; vgl. i{w»rAri<lliana en ra* 
dr&ridhana. 

l^tCiic^, a.. z. onder lob. 

UI71 '^, 1. onder baridrawa. 

^^ViS> ^ onder djèr. 

th\t^\. a- hina ta wintanf kad) liman 

rtfanya. bana ta wintanr I l«tiïab, Jèka 

ÉNrt (hd».: adrfl) ngaranya, Ag., adra (sic.) 

Mksalra, O. 
uiVi^iiiJi^, s, (haridrawah de pluralis 

Tu baridru: vgl. girajab eu Iibawah),: 

k a a i r. 

(i27k*£r'"\' "••■ fcflr/seer, Utt. 6. 

^■aioniaw^, s. (Ardbakc^a),: eigcnn-, dtf*, aanb. onder vikhi; »«flirddba: rf«ü van 
I^ 2. 15. 3- .'' terrein, T. Z. 4, Ï8. «suuiSugka: arddha- 



(aiaii8«r arddba dé' Kuni;: prabbn, Ar. Z. 47, 
4 (vgl. onder dabat); arddba kapupnh, SuL 
Z. 1S7, 10 (ruKak pinalu); z. ardalèpa. 

z. onder ida. 

^^\ 0)' ~ P*dat vr£<tak 8uku, — 
maslaka: karamas, — ^anna: wBdak, — 
dantl: sisig. Atp. 

(^:o^, z. rfiddba en aanb. onder ud&raU. 

(^cio\, s. (de localtef van bril), T. Z. 
6, 109 (angên), Z. 5, 62. Ar. I'r, Z. 14, 5; 
ook; rSddbi. 

è'iafi\en urddha, s. (örddbwa. O. b.), 
Anj. Z. 19, 5 (ruhur). Ar. Z. 5, i. urddha- 




(fj\ en ui\ 

khjöniA in legenst. t. padatala en MiasuH'' $^&c>Kiia^, xie o. ardtlhani. 

tiara. aanh. onder takurang, andapnr miinr> 

iririnir — nf njnwnliani van een stier. T. Z. 

S, 44. SU wat nxnrddhnjitnic: itl^jëii ariiliiir. 

luangurdu df pnlajiuu: •uiiawaug padja- 

radjaran. J>{kkniturddlia iinifiing'irol, T. Z. 

I, 4 (bal^ iiiïidjuk t^géh: \g\. onder 



è!j£09er>ritti71^.8 .van riwa en zijiw gema- 
lin, W.Z. ft, 4{iiadatn|talL ardanarA^wx*!; 
vg). onder nawa). «saliratidana. 

2*, ardanaréswari uilgespr.,: de eersts 
vrouw i-AN een vorst of brahnuMH, Meg.. T^ 
aanh. onder gnsi. sam|tnn sira sanm «mAiya 
murddhi). Immris angurddl.a wnju P"»'); pêiniinc ar.ldhanarèrwari rln^ r'«>nrtnian 
laliur in!Cirni.Hns:, fr. A. «.. aanh.onda mmn-' „^^, ^^^.^ ^^j „^^.j ,^,p,,,j^ <,,, ,,e ecnie 
tnmr, aittnrdanl: • angüogkiili. kadrdannn: (,^^1,,,^,^ „,^^,^ t.. b., Z. I. 9 2. 



• kalungbnMan. z. urdl)akèi,-a. 

oUifiKv: in nt. van irddhana, anearda-' 



I 



naken bantên, k. aanh. o, banast U en Tgl. 
fiwArdana en surdirdillianu, aii^'iirddtiunn 
rl ^nlèiura sang: narifvarn, Snt. Z. US. 6 
(niaugai)ja|) niaiigdé raiih): miiui: : cigenn. 
zoon van Sulasoma, Sul. Z. 92. i (Tjt. 85 
vigd. noemi hem ook SaUrddhana); i. onder 
a Dan la. 

II.. z. onder radana. 

vitó»^, 9, (wardrfhani),: een gouden 

kSndi, in de gedaanle van «en gans (vgl. 
men. iliq':s«orl aarden lielelijrs. de gedaante 
eciier eend ntoetcnde voorstellen ; z. nmler 
banjak): behoort onder de tnslgmfa van de 
Dèwa Agung; ond<u- de zaken een vorst 
nagedragen, T. Z. 1. 7 (ladah toja) • rada- 
nika; ndan $lra v'H blidpati padü annns:- 
gatu^ sakata kalanan arinir» knnénf sira 
snvf apëklk aHiinjE^ns: »akata niAs ratna 
apadjèntr ^-wfcta kënibar katlkalihan mis 
arddhnAi pnsaiua banèns: ahjun, k. A., 
rar)'alit mawa laduh toJAnèn;; ürddlianika 
nuii, T. Z. &, 87. 



S*.: eai bijnaam van Bhima, sani^kan 'uk- 
aran ardilbanari^^wari. dnk ansrnlati sins 



ha<ia sanir anién riliïKiiiraru vëAi, bioanljana 
dè faux Indra, niarüpa babi^' lumab sadt 
(sa 1^4 ing?) niiijc hnwiin, luulat saiic itèm 
rhiu: pAka manaiiaris, libra maiijra (fj hiJèpira 
uéhèr pïnundut, jèn angandika sant: b}*»^ 
(akru, tuhnjin «la.'uin si pAiiditvn tki. niang- 
ktt naivris anialanipab susu.Jèii iiiiiriitjiipii ssaius 
sèna, jèn la iiiijr>nn wadnn Min-suNOui rar<^ ikl, 
mnny:kA kopek suso san? .sJlna kaïiic kiwa, tlng: 
mus Indnt tnhnjèn ItmurdA (nirmoda?) pU- 
davia, matHrkA harèp siunson pAkii Ika. (iKbra 
Hiésat »*ax bjitnt surapaii .>iarwJAbdJawil snsn 
saus sèna, Jata niari kO|ièk, Jata niadjudjnlnk 
ardillianarè<;wari, Tjl. 3$, Indra Inguran 
pa^upali(?). lèkbursaUia, Arjjasa (f), mar- 
baujin. dok arüpa rare djahanff aniaóljana 
rl saiijg bhiiua, ald. 3. 

a>ici»nr!ra^\: •arddhanérifwara. 

iniooïnn^.s.: een erectie krijgen, Adip. 
46. 80. 

nig^, ï. onder ürddha. 




Sj.\ en ui^ 



<ai\ en u»\ 



ui: 



|vn\.B.. 2. 



P 



arita. 

aiu>onj«i\, jav^ of naar ilc uitspr. ar- 

daAllka,: • ai)r.-iwaljkn-. <le knp op krishcr* 

leo eo ook afgebeeld op de pala* van een 

iiluraksa inct kippt^poote» en wieken ; 

Is een solja als nifinur aan de punt Tan 

dr sUarl. 

uiCc^ruu^, in pi. van ardolèpa, ate 
ailipr. vsn ardcIliAwalèpa, olèpH de Ital. 
nifspr. isn een walèpa n>'>elende 2ijn,: mbe- 
Utfi Tan iemand die een ri-sag met ihm vraag 
beantwounit, KnnlU.; Ib ftiniR arddliali^pa 
■Uw xeggeii Jaina's ondi;r)i(iorigeii (ui den 
■Termoitli^en Bliima. Ds. (*jaT. ardswalèpa 
nel juisl dezelfde heteekenn., z. 5 Innneelsluk' 
kea bl. SOS): i. «M-aUpa. ^val men in de pt. 
«n lou kunnon icllen. en vgl. aanli. ondt-r 
warèif IV. 

Si'^z:\, maltin akandrlunsiitnim kkri- 
Irènff, Br. Z. 16. 14 (ni^ djani kumxn- 
411 pUngé kadatialan il^dfil); miRSOhien 
karda ma Ie kien {aU modder soo snw/}. 
uiii»Ki\, s., ï. onder aörjja. 

Qji :n tAji ^ , g.,: ban (z. wrSdaja, darjja 
9 daji). 

!*, Adltjra — van KunÜ's man( ra. Adip. 
7S, 77, z. BAksmac-raji- 

Li7i(stl\. z. urMlur itiX. 

uiyinj^en arst, sas.,: augoii. kadjt anak 
UWD dn^nii ngaral bémbèq lèq piwah ;v^). 
iiwin): péMp"^!: p6ng:it^0D. 
«ASnijvkadl hinsrit (fa.; inarii) 1^ 

n. 4, Z. 1, iS (arut;, luwès, inalias), 
Arlt: smotmdr 20. Z. 18, 15 (buku arit). 



o 



UI r tfïj \ I , Ja»^; jiXïAv/runmi; ^rofmcx (ilne. 

arip). Igtrit: iets mei tm arit snijden, snijdm 
gras of lalaug. mrnrilang : lm behaere van ecu 
paard enz. gra* snijden: kuinarlt : pat een baehl 
Hl de ilaart gekregen hebbende hip; kèkara — : 
't zelfde, volgens sommigen, als djulèh. maar 
volgens anderen is de boon krommer, evenals 
een arit, terwijl de djuUli een rechte spits 
aan weéntijde uilloopendL- Iioon beell (de be- 
naming komt overeen niet liet als mal. op- 
gegeven kSkara paraug). 

IL, aa«.,: idjas, duwa — : du wang idjas. 

m., z. onder ga rit. 

SJi)j«ïl\. nwnjCarHt', II. Z. 9, 52 (dii- 
b h ' , m a ng ^ a r a r a (. m a tigg a ra ra p) . aanb. 
onder égap en uléuf; vgl. arod en rut. 

(Viinj\ (rgl. rSl en mal. bérat of rat, 

sund. henrcut, bug. arS). brët nln^lnksaiia, 
B. /. 49. 8 (kabreian niug tndrija ma- 
na ngkSk sapolalé. banidant^ t^rët in- 
(Irija), niantrhrèt: inhouden een bollend |)aBrd. 
Z.48, 16 (manjand^l). binrét: •niriidittiah. 
btimrétl fakti nl nffindrljit T. Z. 2. SS, 
|iaiwbr«t, W. Z. 53. 2 (pai^iket. kanijiug). 
Adip. 44 (Ier), ka — an ikanx Iwaht de ver- 
ilopping Mn den tiroom, Adip. 6Ji: belet n-orden. 
t^m gfhouden wonkn van een band. 86: middel 
om geen kinderen te krijgen blJ overspelige vrou- 
wen, Us. c. bl. 31:pang;br£t (b.: pangrél) 
van een jtaard voor een wag«i. R. L. Z. 10, 
26 (paugirid, pJ^ngSdSngan): paiiffbrM: jav. 
en siind. pangèrSt (dat in 'I jav. VVdb. onder 
kérèt geplaatst U), lahaDrasa bI déoya sAm- 




«t nl«ïw$' lintillHihJn I {inughrSt (ncja^-H, 
Ar. Z. 35, 1 ('l suiiii. iiaugCrSt is foutief in 
pi. van )iaiigifSi'6l.z(!gl CouUiiia iii zijii Wilb., 
maar kSnak in pi. van 't jav.-mal. këi'ulak. 
waamin is dnl dan niet roiilierf. ImL üiind. 
verwarl, evenals 't Iial.. ngg, adj, nda en mb 
steeds met ng., nj.. n en m); ka z, réi. 
\vi«Tij\ . a - van pringga, Sut. Z. Ot, 8 

(sripit), van borsten, B. Z. 18, 6, Z. 19, 2 

(rupil): nukaK kapvAlirtt — van horolen. R. 

tl, Z. 1, 8 (k£keb pada sSrei): prèh tiiiin- 

drfthrit. T. Z. IS, 69 (ï. o. Iiiril);— djHraiig:, 

Sm. Z. S2 S (pringga srlpit). 

tn^'5v|\. Iniril, aanti. onder hor {kapaid. 

waarbij aan ir {;«dacfat is). 

uiïmï]^, ahirft; «mandra. ■tlii^li*. van 

gMaiig. Knn. Z. 14. 14, tili. Z. SS, 3 of 4, 10. 
Hw. Z. 13. 7. aanb. onder Ijiirjn'r. W. Z. 14. 
? (agigis, tan pêgal), hirït*, aanb. onder 
reijaka. Kèréh a — * sakiduiu: i ntrakönK: 
léjèp nnAk»ma ri Iwus itlanifé', Anj. Z. 9, 2 
(mandra alnn vgl. o. brit). 

UI >^ t5ii| ^ . n^irat : ryiiij;«n vlsttchen, T. Z. S, 

SS en 77, Z. 5, 13, aanb. mider bandëng (z. 
inip): kènit, jav.,: ofcawé' (kawS'r. mak. 
kérii<|. bug. éruq): kvrul d^nln; walJaiiAnft- 
rémih, Mal. 312, kèrut sumuk inf^liuU van 
iemand, die als 't ware eene ingeving krijfti, 
SiBW. Z. 20, ÏO, vgl. aanb. onder rasa V. 

1~ manls (lubwa) nfrirntang mnnak, Dj. 
Pr., B. U., aanh. onder gndlg. iijtiriitaiijc: op 
iemand mtsoi sijtt. fr. (later ablaar en beter: 
mbuduhang), 
•nrin.^, mAniiftni^Sp karanlnirkèitèiiiyrtè. 
L^ 



6a\ en \ft\ 

lék nral kotolnjn KAmpun pëffat, h. 18. 
Z. 8, 17 (nora dadi ngP-p talun^ ban 
iiwaté suka p^gat. mara luangkjïp kala- 
Innè kCna ring arit uwalnra s. pasab), 
korutan, aunb. onder bëla. Bh.. B5. ![6.(vert. 
van wadbjaiuAna). L. Z. 19, 9 (katalon); 
koralan Müdaniililna, Hr. '/,. 5, 6 (kiihwa- 
tan smara, k^na sniaratantra. kakënan 
run blmi^ra smara), nda tundwAnk^tp^n^ 
mam^'ng panffupaniriin pnL (aii pêiljah niAr ka- 
sop. dhirAuibi^k prabhu karltawtrjja lumlbat 
sanir K&waüitnknralan. jrborauirlia&la saha- 
Kra Jatna snniikép ^atmnsalah pAlaira. iiekii 
pinrih rhtaknt tiingiinyii krnéniin pA^iiiuriMuhl* 
rikKHsa, Ar. /. 62, 8. matanuruynu ni^-tjèiana 
wiihiniruH ikiing'dii^'iUya, nnmndHr iiitffitnirpi- 
tHR^trut AkAra ti^ang dt-pa, katon pvikane 
RAwaiÏA knralan hliiöp sang: An^uiia, mata- 
liKjar»lkèp atëhër binandha pin&f;», Uü. 40, 
iniiralan iiuïsniar^iurlaré, Anj. Z. I, 8 (ai* 
nakitan ing. binwalan dèning). 

uimrïl^ 1„ sas.,: katih; sa — (bulu): 
akalib. 

11., maL,: dwarse tirepen op de toiigkokan: 
ng:nrat: op de 200 een streep zetten. 

UI., nsnrat arit: schreien van kindere» om 

iels Ie hebben. 

uij^iSTi|^, jav. («rjïiisï]^, lerortt: in dê 

modder en 'I water leggcK om te doen uilhoUat 

padi, binih pUiulen om in de uma na 60 

dagen te verjtlanten; niisi ~ au padi, i^- 

ritin padi, ni^lslnin tjarik Ika ~ an; paninirltaB: 

V bed waaiin de buUh ÜO a 66 dagett 6/y/f; 

~ an palpal (4 Uuah): thigkab nlivrwwanr 



6a\ cd w\ 



i09 



SA\ CD XJl\ 



*fH ktknarnyaa niijnirit sawah i (lees: ^awa 
rir) tipl ni iipiliillii t;Oiiltii. Sul. Z. 105, tl 



-^vnynnj^, .ffrat: — domai br. «neen 
Ijatu, salah — patl i>{ matl: ixlo^a pati: 



fpolabtkang wonjj amèl snÉnpoya mai^- poralun: viti. ^pfijjunan: mëkoniun: vrn. 
Sowèkang baugké). nianrnrir, Ar. Z. 2i, B; = niCiIJHü (mad. kaliêradan, vgl. onder 



tfl. Ij>ri n. 

^^««l), «jsv. (:roèga. ni. pandjat^), 

■uil. under satatig, lènirlénu: dènl iitniml 

pépil* arèh auiwan^: i kajika. Sm. Z. 14, 

Ift (nlaoguD olih 8orol ikang llangit Iwir 

laatas ttugkalitijané mirib talin lapih); 

nrilaii, Br. Z. i, 11 (priiig: ajav..: mega- 

Ujat^). IwahnyldadjHii nrui maliAiurarat 

■d«d\ati Iwah: de rivitren werden tvolkurcepeti 

ea de uvlJctlreepm rivürrn, vruar van dvn iiaclit 

papTvktH wordt. di« de dingen veisriiitknd 

ilael aebijneo, Br. Z. fiO, 3, Dt)indrilni;urnt 

uüpfs aftira* .sapupar niHk aiiséiuiikl ka- 

pê', Uw. Z. 19. 6, pHiisUiidëii^ ni hitruluya 

patubak 1 biDjnnj'H nrA wér^hnyApiiiib in de 

verfisUjkiiig van een elfen waterspiegel mei 

'I ^isffatuicl Kin. Z. 33, 16; inowohan dèo 

ti^ uruUn: atnaiigkin awuwuh awuwur. 

uii^tnj^ I.. oriltan: xvot-st. aanb. onder 

att^. waar bcl op de penis staal; V: bms 
<» de [)eiu.«, maiif nnitlD : naiuiltjél*. 

lU (Tgl. jav), anrurItl^ «adadab. "an^- 
nUi afsfroofKH de bladeii. Adip. 91 (inal. 
■KRfurul k urn is van een .strijdvaardige), 
ra'aqgurut ëtitod: tiguül &.. aunb. onder 
Irajub ca vgl. uül. 

^ , z. onder I a h i. 

\. MS..: djiiiigdjingan. 
IL en allirat, ar. mal. (ij»l. en vgl. o. 
Uit), imt» ~. Idj. 



wrat en bot). 

'^un-iïTjïï^. niinè punawf birla iigribnl 
baluiijf, lèn mai^aUp orèl, ada nETpél pën- 
(jok kolit, Tj. A. ad. 

SiTr>Sf<^. 8., z. onder ^atru. 

uirtfi\, s., naast baridwarüa en bidjo, 



Brhm. 



o n 






Sjir'n^: jjifrs»ortbvtiainiiigf iufliig:kiit ikA 
»S;a>ursi wè^yarlll sD^iiiucnya wiro^uniUika- 
sipuputra makawuruknya, Urbin. Z. S, 2S. 

&t*jn^,8.,z. onder lara, farana en grïog. 

isj.v\\ I., s., naasl djinab aU b. t. pïpis 
(jav.i piais); — hèiah: door middel van ge(d?, 
O.: dosa — : mimlrijfy waarop een boete simt, 
Wib. (z. oader pati), tawan; sabarla (sic) 
naasl I. sadSmi, R. m., Z. 30, SO (R. K. o. 
en tt.i sapitjis. zoodat men sajalra zou kunnen 
leien); ook: dwara syarla. saking dwara 
syarla pat prusanii, rëbat iitèda) ruhun 
rlBDlinnan (II. K.: sangkit^ dyara manlja- 
pat pan samQ. 

Vele bal. nainen eindigen op aria, om den 
drager, zoo 't schijnt, rijkdom Ie bezorgen, bv. 
mukjarta, niudyarla (vgl. toga in bal. 
eigenn.). z. onder adan en asih. 

■ IL, a.,: '/ nuttige in tcgeiist. van kAma 
zyndc de t" der 5 lUbha's. B. 9. Z. 2, 8 
(z. onder tjaturwarga en laUia): 'l va-staam 
det beieeiieHis bv. ran de laai der dieren > 



&«\ en ui^ 



HO 



Si^ en ui^ 



laAji D. S. en volgende (^1. arti). Adtg. 31. 
32; — bliH-^ftnlnff sarwwit pruim, Haitj 
D. 14; anf — : begt-^pcn de UmI der dieren, 
31, onpirta: ferklaren eeii drooni. V. Piigr. 
30; srUia djana ran als mcnsvlieii spntkeiidr 
diernt. aanb. onder dwiinan. — liara en — 
wwang van Uuit geniaaklo meiiRclien. Tjt. 80. 

Ou iff« \ I., «. (a pUi ij: verklarinij van een woord 
en van daar de ialerlinmire leiiatinii ran een 
kowi-texl tegenov. untétig (mal. beteekents: 
Tgl. arilia II.): niitrll: tmt viTklaring of inler' 
lüiemv certalinij van wn kakawiii bv.; tui 
karti: onbegrijpelijlc van een taal. 

n., in [il. van arlha om 't rijm in lawme 
sa — , Am. 

uïy.iffi\. •wrati.; ijrmg roei toewijding: 

Bjw,: omSs (jav. ilaièn); urattn: glitik: 
Bjw.: om^san. 

3'. ninntrliorati bhaktl ninxtèn: van zekenr 
spijxcn lioudtn ?, Adip. II. 

ovltfli .san^lijanp hértüia litrttho, aaiili. 

onder wilajut. 

ounin^ (gatra: z. orli).: • wrülla. 

«uutvs, niaiwije, wat men geboord Iwefl (z. 
riko. koné), — ka — in: eengrmter geworden 
gtrucht, ntcortfljftiifr: «anguljap. 

■luruft^, wrétli.: een effersienml be- 
staande ineen fintal-blad mriuggit. baks- 
gewijs gevouwen; ortin: voorhopige sihelu wel 
houtskool, zou bv. bIJ de tigureu in 'l boul 
gesneden: urertiu: een lontar<blad van figuren 
twrsim. «p iets ee» tehelt matten in inkt om 
naderhand te besnijden of wel in houtskool, 
Viwrdat men aan de eigenlijke tevkening begint; 



ntBrtèn van een sul ing Terüierd met prada; 
panrnrtèu: houtskool-stift, ook, maar zelden, 
van eeu polbiod. 

II. (uitspraak vanc-ca wrëli), K. A..: orts, 
nii^lii orli: «angr^ngS writla. R. L. Z. 
7. 161. 

^\A9e?i\, %., z. jaUiSrthanA. 

Ot<sia\, jav.. pangarttikan sanirmotut- 
mèiiit' rat: «waljana sang maharddbika. 
RiiUTffih pnkulnn, piinapa rènièb pn ugarti ka 
pndnka Mitiikra, djalènnnamarins: patik bha> 
iira) Üs. bal., slnsr^lli pnkalun p, r. pniti^sr- 
tlha. piiitnk» liliaÏAra Jan posik Int: wr^aja 
djat^nann patik hh., lis. dj.. kaQtJapa sinra 
wêruh injc Janir widf, Inmnn kunasa andnlo, 
masa kènjrHiriiriika, Jin èlinpi maran; ka- 
dang' warfanipim, unlDgali marln; kawnla, 
sëniouo dinira liranKli, Jup., b., Z. 6 (Jsp. j.i 
kaïur koljnpa kawi: wmb Jiiiis; pira laei Jèu 
kawasaha andnin, dalaa kana.sa mudjar. J, 
è. ini; k, lan wargranlpun, a. fng nianosa, 8. 
dènipnn IaH), pan malik waha ngurlika. 
marln^: rCrènl)aii;;nèkl , sulamanlnxKan Ininin- 
tanü:, dèriiiff manKfTili kadi në^rènKrlki, 
piudo satahun katètiifsn», kampir ing: kènA 
nora, plsan wanuh tanana ^ndi karjèngsttn 
Jsp.. b, (Jsp.. j.: p, m. linjfira narotjap. ing 
T. ira Eln^glb, salawas infsuii I., nora kaji 
man^kè Injr disa ikl, p. s. k. i. k, non- 
na njapa, uiiirarub arnbl miiriiiirsun). 

viys?^^,z. onder batak enaanb.ond«r 

guiidja, (mad. aria: zekere katjangsonrt). 
SjTWirin^, 8-,: Ohanèïwara. Ar. ï. 4, 

10, Z. e, 4. Z. 8. 7. 




SJi\ «n ui^ 



&>\ en ui^ 



Qjiin-irMU, hrEd+f»tja,: bekommerd- 
tid. Kk. 7.. 19. tan — : «ie/ MiïmmiWvan ile 
ubËk. Sul. 7,. 99, 5 (gaka: vgl. hrëtjtjhAla 
brCd en ^dla; bet bad dus brëtjljbaljn 
Mdeii sljn): V|i1. ^alja II., ondi-r kasuauK 
< rCisalja. 

uwjumy alharwawèdaf. iirltin prAp- 

hhxrawAn paUoftirs diimuiiunsr suncki- 
rifUlaBd. IIUnG:iilJiJbamit:lnlinMèil!inam:i:sr' 
(■nrrwxn nar^ndrittëliér, Hm. /. 53, Z: 
L adiVra II. 

uintfrïiu^, 8., t. onder hitla). 

uiyiul^ en 8;^ntui|y j«v.,:"inU{p,aii]ra- 
I Tin de kumbaag. Anj. Z. 5, 2 (angi- 
|t). mafaarnü hlrlrurnya. Br. />.5). 11 {ma- 
ema sampiugnya), Adip. 57. van e«i pijl, 
Pfr. 49. koufTtine taiwdjaladhl kidnl léjèp 
Joh kvdf liHtêp ahara»laW)tiilAt^t, Km. Z. 
0. rat^barasrünng, W.Z. 16. 4(katratig- 
•aa ing patali. itiarSk ring pusiing. 
niKmn rii^ patah). kuliaras 1 nili sang 
«Aa, Br. Z, at, 5 (karakCtan rab san^ 
pnlra). loaras in^anix haü, B. Z. 27. 1 
'^asanding dêniug dëmén manab. kado- 
nl ban d. m.). aqrbanu: in aaitraking komen 
M. W. Z. 30. 13. aanh. ontler pantjalAra, 
ngbaras Iwu Tsne^n kleeding of sieraad, T. 
. S, 104 (mandemenatig ati): |nn(hanu:(/e 
munkims van een eiland (ipze«, Ad ip. 29. kaliaras: 
mgtnaktdoor.31.ptaiêp\ kaliaras imnifJak 
aasA, Anj. Z. I. 9 {karakd iiig), nda tan 
ahara» i1n(léinab bhafiwtlu bbi^iiia, Apan 



kftIXpaii dè iii kwéh nl hrA •tanr ardjana, Hh. 86 
(vert. van dliaranini na na paspar^a 
faraaaogfïhaid santSwrütah), Utan kaha- 
ras imkonira ringlt^mah, Ud. 73 ('t orJKin.: 
na prëtbwini asprt:at padA), biimaras 
rélanr, Ar. /. 13, 8 en 9 (Uit. 32: nmaa- 
par^a en ma«par^a}. aanh. onder faëla. 
hinaras niiwtJnniarAriiurif tingen, Sm. Z. 1, 19 
(maiVsid ri gèndjab ing tj.}. darunt: k.-ih.ira8 
Ingr wadhd: ongelrouard. Kiil. sund. Z. 2, 3, 
tan kabarns ènrtttrl van een kaisrhe. ald.. 
Z. I, 8 (jav. ora mambu wong wadon: 
vgl. onder parag). kaharas ingtljanipnr, 
\Vr1. 8. panabn^'iimaharas niawantalt atémn, 
R. 22. Z. 8, 9 (warajaugnja makosnh pa- 
panggibé mapapas), barasèngkwa rA|ra 
Jad;in gaimn^ : ih hefioef hem nuiar aan te raken 
of hij it er bij, ai was hij een berg. 22, Z. 5, 
13 (nora üEugka i^rtisak jèn ja giri): 
sabaras: nnire, T. Z. K. 109 (matjiuu). 
Ar. Pr. 3. 69. B4. S8, Ba. 10. Br. Z. 22, 4 
(katepuk): ook: sjlras, Dadji I). 22 (vgl. 
k A n a n in pi. van kabanan): vgl. onder 
sasmura. 

2'-, ngaras: vm. = ndininn, niaim:ara.«i : 
■ angarSki, van bonimeU tie bloemen , o/iiitui- 
cfn geur vlak bij den neus (z. as ir), paigft- 
nuon: vrn. m pipi. «pipi, ngaras baD van 
haar, dal niet verder reikt dan den nek (tnal. 
rambul djSdjak babu; zie ook onder ilik'}. 

uiSiul^ en SJinwi]^, Jav.,: «mardawa, 

•alon,— Htata, Latnb. Z. t6, 2: (landëping 
liugbal); Un a — , Br. Z. 46, 12 (nora djang- 



* 



liora ika gigisait), Z. 157, K (nora 
gigis). ung — * [tl.: augai-ih arih). R. L. 
Z. 10, 15 (inaiigi-umruDi), Anj. Z. 4, 3: 
imirliHrlK, Ur. 'L. 38. 1 en 9, Z. 2Z, 4 co B; 
Inarls, Anj. Z. ■&, % (kaïemésiri), Br. Z. 3S, 1 
(ilatig ikaf], Inarisaris: "liinarihariii, 
hiijnèiiarjs, B. Z. 7S, 13 (saiiipun iiggigi- 
sang, Bümpnn ima, da iijatninirau a), 
ansarJNaris Anj. Z. ft. % (ararijaiuliatla, 
maiigrumnini), liinnris harls, Mal. 333, 
dé sanc; nAtlia — * én atah: V. M. doe 't op 
haar gemak. \V. Z. 19. 2 (aloii ' maugkana. 
alou' ika tnaugkt^ ad^-t^'aiig). tan iua- 
rltiLuris, B. Z. 8S, IS [ma i^gSlisaug); nia- 
ImriK, tt. 21, Z. 1. 6 [ncira agigi»), nda 
(anpaiiictiurlK, Sul. Z. 153, 25. 

imkèii^ariN : ütf^mjitfi^ nanli, onder ilh arm- 
ma (kfltnlt pradja uani^knl arÏH tanpapiiiu- 
kul injï Juda, T. W. 2). wulau awSiiès kutan 
i sèdörv injimasii pAriinama lèk, trlda^a 
«l^ioitdlia rikliu manmiwan ^afl tor maharis, 
klmntakawundiia nnmi^iirasi wfnihn nl n^»rk- 
ka kuninit:, laraka han« siinitpanira taiipa- 
karOpüt danjfA bij de upKomming van slechte 
omina, Riu. Z. 38, 20. d. en 21. 

makaris zoo 'I scbynl in tegenst. van 
swastiu fr. War. 

uiTiiuil^ l. en arus, jav.,: rfe branding^. 

R. SI, Z. 2. ld,B.Z. 3. 38 (aUs, omhak; vgl. 
•iund..uial.i;ii£.. tag. ago» panip.ttgus: stroom). 
Br. Z. 46. 13 (rljak); «Agitra madlia Itio- 
panrbarus i siritntin, sorud apasanj: Ut wëdl 
rl kalHn|'«an, II. '/,. 19, d. [pasir sarkara 
lanpaütiilial. pakriliit nora mari pasaug 



alus ngasorang kawi, |h s, oora ogirib 
ring dant; tan kdnansurud ngühSk liwal 
djrih riug liara^niindanéné). Mrés anipt 
ruK, B. Z. 84. 12 (di aUsé liulus. bangH 
ing arus). 

• U. z. onder kraras. 

111., jav. of mal., arns kakanir atnlora:* 
wong: kalaran. Amit. Z. 17 [Amd. d.: aros 
eu ala ra, Amd. I).: n^da k. anului^ 
ing w. k.]. 

IV.. kahttra.s (?). aanh. onder lialiud. 

uionw|\, jav. [.harjjas).: de nog jott^ 

gidébtmg, voor gfoenle nog geschikt, manf^kt 
tjinidra rine l)b»^, dinaliaran gaiij^an arés 
nanirkën dina, inan^kA ta kakèriiib tiuvaa 
i nxaholah ping:anf katnt rahnya Hng nrèl 
nijln kaolah winiramuu (winiraüanf) dt 
sang- purosada, aiqrrasa bbtxa, Tjt. 78, waai 
verhaald wordt, hm l>. smaak kreeg in nieoscbi 
vlee»rh, m.iar Sul. Z. 22, 6 wordt hem vleesd 
van een lijk door den kok voorgezet, daar be 
voor hem bestemde varkeusvleesch door eei 
hund was weggekaapl; z. onder krul uk ei 
tusam. 

e^-jr-jwl^, — ': tjirika. -Hirènggir 

(b.: tjilika in pi. waarvan lees: tjillakt). 
i5ir!w]^ I.. aiifflras, W. Z, 14. 18 (naog 

këdjulaiig, mfigalin), kaïejat mAwré; (Ika 
wwamr finarabap iniraii bnp kanin niÉr 
diJltAnitlah, Rl. Z. 7, 8. hnmlra^ — . \V. Z 
5. 1 (maugOËobaug, manésëp, n<ïmu*ai|} 
mirag — , L. Z. 36, 2 (mauular bikas) 
biniras l<. Z. 22, 1, Z. 25, 9 ^apuoggal) 
inj^intK,; onthoofd towde», Am.; 




*A^ en \J%\ 



Sj.\ en \Jt\ 



■rinu, Was. Z. !. 28 (Tgl. j.iv., Pui^jtninM. 

bL Ili). uninrinit pw^kHiuiJ&iiDini iuiru!>- 
irii Mui ntranilii, hr, Z. I«, i. 

U. , kèras, jav.,: Arvm van iemaoils Bali- 
oeesch (vgl. kèlal). kènu akidlk: en wnnig 
mand klinken, bv. bibïr in pi. ran liiUih: 
■ttimpliiAti kènu: een medekfinim 603^ aU 
tttdter nu een ttwgaand en btginntr rda mn 
H t^ m A woerd (bv. sigénali in pi. van sig 
ifiiih). makadl n^lnsan^ rins sonu pfuo- 
b^ pimlkA. 

tnnajK, «afol pakis dadn mlrlx (b: 



vinékas (b) i —, O. (ttuc. idos. Almuhéra iru: 
ichep-lepel), tnftivlddil — tan Ithinia aU kok. 
Wir. 10. 

yJiy)M\\. wgtrusiB, e. i>nd«r iruk en vg\. 




irir. si« ald), B. Z. 1$. 10 (molab). 
ij>y'U|\,jav., hlDlris: >llniti]. kadi hJni- 
rla *Bn 't tteoiocd van ieaiand, die medelijden 
hedl. Br. Z. SI. 1 {linad. rSb). JiOènirU^ 
rauainr >«<, T. Z. 1. i9 (kadi 6r«li rasa 
itné\i-é). kanr ut! Jaja iniri». \Va«. (vgl. 



\. sas..: batigun.aaoh. onder sraQp. 
uilT^AJ \.hariisan: ■lus (Tgl.uftB):alwaiï 
kanr raras Inornianumbér nhnwtin djarumiin 
ahurusan niairèh lÉki. D. Z. 3. 15 (Iwaug- 
atig kasmarané tiogkabé ngj^tjorang 
makaQr(ns)an. waarvoor b. madjalnran 
heeft, tjèti inafcanibahan asiing wilapa. 
longaog ban polah ing s^smara apanga 
makëtjor maSwauan (j. inakaQrusan di 
ugasuugaug wilapanc, abai^buug sniara 
rimangt! ja manu»ib£rëa ogaaiargijang 
Ij. Iwir iliran asuog tulis). aburusan 
(ika ri lawé' nln; kètaki inarftiii van eva 



•ndf^r wlad). kadi hiniris nAla ni bHtinira verliefd meiitje. fr. A.. urusanya luait^-puk: 



na een vrriiefde. Adip. 49. Iwlr iris ka- 
k|iiidia^ «Ac^réa Ijittanira (mal., laft. 
hilia). iris dané: •winirnira, ktthlrl.'<aii, 
L Z. 11> 5 (inSrCban). pahirisan, Sm. Z. 



«BDgèrtali mëiSk, t^uniKaiigt': «anisi, aaiih. 
onder agé, •paqgharuRana lum knnf:, 
Br.Z.2t,17(nali)nnrai]g sëdih kasmaran, 
manglnwahaDg ika lara kasmarannjané): 



li.ll(aril paQge«ban):Un)r)iDé kèris mètu wuinyiiiR^iinbénir hiirusaiilka padëi, fr. 



nkaika, Hddji 0.. 20. aanh. onder gowaiig. 
Uag paogiris, aanh. onder gobëd (een an- 
Itr kériB, 2. ben.). 

S*- ^rlfis: paimwijn lappm (Urn. id.. vgl. 
: Bjw. iris: jav.dArèsen z. iis): pantrirls: 
'Imet waaruiéesulk)(gc!<rcbiedl, in een »prerkw. 
t onder gSUp. 

iris' p«h, z. onder pub. 

^rïjl\ , ja».. Pg. (BÏjul.z. onder sinduk). 



«««t^Mimm «■■■(*■«>. 



nrus : drie bamboe stokken op den graOicu- 
vel. i aao 't hoofd (di dnlu) en éin aan 'l 
voeteinde: in soinniige Htreben zijn ze liol lol 
aan 'I tijk. om de Incbt er ran er uit te doen 
walmen; 't geen den naam verklaart (Ie kingk.: 
sèmproDg, ï Toor de ourcii eu I vour 't 
aarsgal): vgl. onder klungab en verder onder 
pasab U: pènfumsau, jav.,: purgatie (ngidj. 
rusor en lusur). 



<S:a\ tü *Ji\ 



iU\ en ui\ 



ouic^yiwly nttrttln: sich Imehten ie doen 
opmerkm. bij een tiaaii of kip. van nihinarL-t 
of minnaar 9ams in tcgetisL Tan iijèlèrin {rgl. 
jav. Arèk en x. njël^rin ofngilabïn}: mèrès 
— van minnaar of minnsres. 

•junnriAJij^ I., Hajonir,: sinajnf 

II.. mores: heilekl. hemorxl; swtri gevlekt 
liv. /iMirar>t)l3(len (vgl. IntliiL en tjontrèog). 
ncorèsln: 'l gelaat mei kalk en tioulskool van 
Sümar (vgl. olés en polès). boburèli tjanda 
bwiB inorrs dl Qokor knbnkan kèlor, Tjp. 

•1 ulO T ï^ w] \ . luroros: ioRgs iclK frakken 

of tlepen langs «ten grond {sVk. ngoru); 't 
touve bij 't Dgriintl laugs 'l g:e]>£8p(isde touw: 
ks — van vronwen in een vt-roverdc stad. 
• dinudnt. • inir, * hinirakSn, i^oroic 
lündjanp; «umirakSn i kènya, laten slepen: 
't anker of^utttn? 

borosoros, aanh. onder èsot. 

t>iu\, K., it^enor. Hik (x. aM.]. ^- Z- 3- 
8 (rSsSp), hëntjnna, z. onder béntt, ivarsa 
— : op iemand zijn hoop vextigen (vgl. jav.). 
aanh. onder angiug. stno — van «nkuiscbe da- 
den, Dp. 31, bÏK: kmhHrsén, z. onder karda; 
wiiJfkM (s) 1 lUna — : aaliuoesf, 0.. K.: 
KttbarsA, R. 7, Z. 2. 1 (luÜa. suka). 10. Z. 
t.9 (dahat lusta. liwal swéra: «jav.sarsa: 
bii^ah). atisaharsa. B. ?.. &0, S (dahat ing 
Ifiga, i. ènak). •anirlanir bant&ni:(il tarn ra- 
fis, il. L. '£. 10. 13 (kadi bun wlaitasth 
manglilil taSn logor): mulnt saharsa, It. 1. 
Z. 1. 61 (Amita augrësëpi): 2'. sanzüahar- 
ia: eigenn. van ee»e he<liende. B. 'i. S9, t (m «.): 
3" X. onder prabarsini; tadabarsa, r. onder 



ladab: barxalara, W. Z. 4. 10 (restab]:Jèn 
banu iütrl iijtD^ndha aspKèkar, hujnilniralèn 
«flWHtiK:!, Jèn anaral^niu, kènèni; barènUiaJa, 
Tjt., «tharaa. z. onder karablla: Hlnn arSa: 
alun ati. Ds. 5$7.nètaAr wiiintjènir ar^a vaa 
een brief. Spt. Z. 4, 174. ler^viJI a)d. 17S 
Ijiüa en I7K hati gebezigd wordl; divl Aa- 
ran; — : prinses van Pamotan. Vele ba). 
nanipn eindigen op ar^a o( asjb. bv. mudyar> 
^a, mukjarsa om den drager brmind ie 
maken (vgl. onder «arllia): z. karsa. 

i' Tior den eigenn. Widjaja. zoowel in 
Ar. als R. L, maar allewi in den mond van 
den vorst van Daba. die bem Raki — \V. 
noemt, anders raden W., fryarsa widjaja, 
Kid. Pam. L i. 8. 

uï-jMW^: eigenn. van e«n pisais. Sp4. 

pinraMi. s.. z. onder kawalja. 

-^LhMKiu: .lor wètan. j, ai^flnya: fr. 
S. : a r » a n y a. 

t^w^Kiira^. 8.. ï. onder WisAii ea 
Wresikèfa. 

t/iTiww^, z. na ra sik a. 

(trefiiV 8" f'erblijd. T. Z. 5. 36. antyaKa 
hre^ii niu«: nanrara, T. Z. I. 8 (dabat n't 
legan i djagal, kadahalan mangkin bfitjjk 
djagalé), tan jintrdani bre^ti, ald. 32 (siag 
ja maiigdé légané); ook: rësti, T. Z. 5, 00^ 
waar het dunkbaar n)oet bcteckenen. tans* jroil 
ntrna jan tan binrésti kAlibJaüun in^dbam- 
ntttjadjnya. aanh. onder heiëm (kabiaaa 
tanpagawé jan tan gawènang ilarmanë 
jan jan gawènaug majadjnja): vgl. r£èlab. 



den wordt. SpL Z. 4. 17. ald. I2B. 

a4)^Wi\.s.,: voorlttJien. Dduunslig ninen, 

OtL 17; kwih ari^in atlktsin kHlatiikat lil) 
"t ofiminnieci van kvrnde vourlrcteiien. R. 3. 



f WirCsti Tun <li« tol Tont «n prahhwuJnAiii nparl kbi bhnunaté kjilAljftltniwal, tin 
MM lijn verheu-ii. of wc] in dpn erht verbon- atjiutya (bij Gnrr.: an.1(lreiyai mnholpft- 



tta rkksiisft baUdnrpilAh, JAntjèwa ini., 6'" 
sanra (vgl. I(r. Z. 60. 9 mi onUtr aviiHia); 
knniï^mit jiangai-Ula nlnffstru van gren!t> 
Ix^wakenile hooMen. T. Z. 2. 29, Z. 5, £8. Un 



Z. S. St (mnkrah ilurni3iigf;aia liwal.biinit «èri pêtUttI' dininr !>alapkn« Jan tan 
4€ié kiifiiri'. kalab gringé diiliat ilubka pmni: pansarlïtènrcAtrn, T. Z. S. 28 (t«a- 



kigaKaök): nmarlrtak«ii: ktcelleH? lltt. 44: 
B. 6. Z. Ö.S (mahaju!). Wir. 30. 54. arièia- 
UkiaAs, 43 (vgl. durlak&ana), kalon la 
■fBtyAliristalakKaiia t^kapnja, mèKli&iiffbo- 
duiKk<u'rfth, sahilMhlkapdUroniKprak&rH. ntól- 
tak traj IkaarsAffara, ënmnit olali lamlionr 
vaia, uiijTift^t usraitir inangihlljak 
tkaaitbbdta pipllja. asaliwérau tlkaiirwAJiita- 
taa, nd& tan wawartlngé' gali nïkaqg 
^. bils.: hiinin)ta ring snni^iighana tJkang) 
ttkian tift aAnak. nianfrkiii bhannrAwamA- 
■a narlkflrAna swaripi ««kiliiibuli iliïii,ia. (Jtt. 
11. tatkllan ringilijaHati niiibivnra katoii 

SIpftta dlfrmandala. san;^ bjans sfirjjii mabOK 
(luaboSAa^JbÜDirniakalaniran bbiïUkawan- 
IfM, nèfhlbanir radhirAhndau !wba jca* 
fik Inmii tarodritara ng (ru ug) aswlxaiir ma- 
nniror fanniuiv saka irtlapfhordpnpaknjèiip- 



witakÉii parunrinuka, T.. l., Z. 1, 13); z. 
riata. 

2' eigenn. van een daitya door Kre&l^a 
gcd'XMl. rd. 80, ftyapa nmalabakèn dailyftris- 
tanpatémahan l^rabn znndal er le\em aan 
dhèouka gi>dacUl is genxirdcn, vgl. onder kè^i 
en pdla ni. 

sUTi£i^. 5. (arisU, 1. muIkt utlari). 

z. onder daksa. 

^un^.s.. B. Z. 18, S (lu^ia mSlu). 
Z. 100. 5 (magawé suk»), mangtun harsa- 
dja, Br. Z. S. 4 (iuaiigaw<^ onéngnya, nga- 
wj^luaiig ulangunnjané, ngawëlwaug pa- 
nglalipur. agawé dodolan). 

^WJV s., (irsyJ: naijver, nijd). R. inl. 

18(Ij8i«il). .èdi, 6. Z.7,l(iri, Knda). T. 
Z. 4, 8, Br. Z. 6, 5 (iri), tan Ersya riay 



burit tankèwé' tékap tiiginab&snraliali) luanir-isarnnabhAta, aanh. onder luhagaba (vcrl. 
Ub Mdarpplwldjab, Harte Z. 13.8. ('I origin.: { van nirwaïrab sarwwubbülè^u), pina^- 
astJiIa) mrgbik «arsanti niinant ^Dnifain èna nJSpakën inxlio hirKjflnon panèdOnr Ikik, Anj. 
tja, wélim stnindrApJnlkrdnta^tJalanlr (JalJa-IZ. 5, S (wabiri, iri), nihan ta prakira al 
UttaMih, aiiabisui wlDianiJaiito rbannnJida- ngarjjaki^na Iwlrnya si tanpaniltnha rl ba- 
nnuuwanjlb, IthfitiUi paripaiantl snia nrètya- nanliHTparvilokft. Uwun phalu ning^nbbifu- 



■abura^ab, itri^ddkralr ijakrani maba-i bba, irsjakaniuna, kaniudAn NaiiirbJaiu: wida 
tjljApI djwalanods^ritibir mukliaJb, raüisaxü- kanind:ïn insdèwatft, ir^ya (vert. vau dvisa) 



&A\ en ui\ 



m 



iU\ en ui\ 



'^ pildJ;faiitniiwHlL, kI fihiingkara. krodli». 
IMirnxliliAni, rrivrréiifè*!! Mtmiiiiirlitiriii n^niirj- 
Jiiifpnii (lohiiki-na sakènfiiiunuli. tut. IS (Manu 
IV. 165); a. riüya. 

Ö^'i^jtS^^. z. onder ^rèiiggi. 

ÖlU£iru\:iiaa8l i-asamala. Sln.Z.I.enS. 

iïiwifiïiy z. ivarSadhara. 

£nr-;Oy g.. bulAknl^rAwaiu^a^-Dd^-i R. 
20, Z. 18. 5 (umuuc uiai)£)ian, vgl. »ftdi-r 
dara). 

ui5"0\, R. 55, Z. 15, U (i kadawa: tj:! 

U.i«lawa en dv mal. duifsoortiiaaui rawaf). 
fljUJT)^, s.. z. oiidtT (Ijarail 

0^ 7iy doorboord^ gehalveerd? (dan sou d(: 

ba bier verkeerd aijn). Br. Z. 27, 7 (karo). 
n^\> %-, X- onder lémab en dro)ia-. 

urmidlura, z. onder gunui^ en vgl. iiiu- 
bidhara. 

ivhu\. s. (üru).: «pupü, «T. Z. 4. 19 

(pnpu). iniHschici) door 't volgende woord. 
n"^o\. s. (anrwwa).: eÏBCnii.. Adip. 

35, bis.. 99, sang: makdjug:itiu;witdawiiii)i: unli. 
Ag. 65: vgl. orwdgni. 

nvï-ïS^, or + rwi, H. ÏI.Z. 4.3,c. (duwi; 

beter jav. R. bl. 44: prtug ori); Tgl. bori. 
Oliuq\. ar. j-l*,!.: nm. van een maand 

IdJ de Mohani. (jav. ruwah). 

UlnOU^^: jav. riw^, rah hidu bariwvh 

samaUh rl ns^pali, Ir. S. 

nroOT)»]^: eigenu. van een ïoon van Ar- 

djuna bij I'lüpi (vgl. onder nflgini). Br. 
Z. 12, 17: z. airiwala en onder rrönggt. 
vir>UKi|\: een der namen van Géglauj; 



7.. Pandjlraras lil. 1 en vg). onder bfthwA- 
bharana). Mis. Gag., tuhu vridjilin; iirawan 
van den vorst van Gégéiniig, Kid. Sund. Z. 
1, 12, asëkar Hnmnnariia, pipill&è «nnrO) IsÜ 
gétiSng aqgalirah (b.: latinya niauggis 
karëDgal], Jin antvtjap, kadi Ininèlèsa f<d> 
dis, kadi pntri urawan (b.: gögèlang ea 
evenzoo de mal. vertaling: vgl. solabê andJnnjT' 
kar ingin, lir knsomèii^ ItaQwarna. A. d. 
bl. 53; 3 mal. ged. M. 40: Inksana rade» 
iralHb gag^laug Ie Icsen: ook w. ed. K. heeFt 
urawan in pl. van G^gSlang], Amd. s. Z.3S; 
vgl. ondpr w<"-tigk(r va madjapabit. 
pTr^m-^^. 8.,: eigenn. van een apsari. 

W. Z. 13, 3 (vgl. onder mandanu); van den 
oliranl van Indra, Z. S3. 1. Bh. 56 ('l originj 
airAwata}, 6. Z. 37, 23 (gadjèndra; Ira- 
waua: um. van een olifant, Ind. tolk van '1 
NieuwK van den ihig, 1891, 18 Aug., •jav. 
èlawana: gadjab), Kid. siind. Z. !. 192, T. 
Z. i. II: Ja ta matanj^njarpn^wé Kradjab 
lu&Jü airèwaüa. Ja U tinnng^iuraDlra, 
bbèdAsaiiickèDitnmaii iilnakapariwri^tta, pa- 
langr Mkl kwihnya, makanfaran andjana, 
b&mana, maliApadnia. snprabba, kapwa tiks 
maxAratbl rAksasa ninbAkrAra, Bh. 78 (l 
origin.: airSwatani samaruhja swajaai 
mlji majaiii krStaiii. lasya Ijftnyè' pi 
diDgoAgi babhitwur anujAjinah, atidjauo 
wAmana^ tjaiwa iiiabApadmav Ija 8U> 
prabhafa, tnj« ètè roabSndgi rakiasaib 
sntnaillii&iliildb): vgl. onder a&tadiggadja. 
fijiytÓ9\, s., aii^rAninda van de ooga 



Kid. Sund. Z. l, Ö; Hal. (jav. iigurawaii, ceui-r i^eliooue vrouw (vgl. rAdjiwaloljana}. 



tx\ en i.i\ 



117 



ö:*\ en ui\ 



Sul i. 43, 2 (Iwir lundjur^ bJrii: aa^t 

4iii Hlindrl Kèmnné anuii(]Jiit%' biru, C W 

11, llr Iraté mèkar IkA Ifriiisiimii, Men. VI, 

SU, 393; mtika ka(n hanfit lundjung biru 

kiBW «ka kêmhanf: pon upa fniiiiiija lèblh 

4iri iRUBis miita Mti .Sondnrl darl pada 

■slalm, 1'w. 17: djan^n lab liiuan saii^^t 

M'niugii' in^DilJadi balm niitta tuwan lang 

uprU sftroilja biru. P. S. 127: v|{l. onder 

Inniljuqg eii iiilolpala i>n d« jav. aanh. 

nader lawS'}. 

5 ij^ rA . 8.. z onder • h a nl i m u u. 

o o 

\^ijr lOi^ . ï. ( n warak. 

uihuu^, &, aanb. oiider iiAbbi. 

Ijosn^.s. (arbhada: honderd ntiltioen). 

Ir. Z. 40. 3 (jalajan: z. wurda en praju* 

U). linnida, \V. Z. ÏI. ll, Z. S4. 3 {sajula. 

tivca. sijnJln, sawaruii). koijanriiilAJata, 

B. SO, Z. 19,3 (kttUii pawilangan juuan). 
Uinutfi^ , z. rèwali. 

s.mo«i^, aanb. »nd«r mlêtja. 

p|no«\; alrêwafla, aanb. onder dak- 
tj* (vrI- '1 oriicin. Adip. 26S7): 2*: gr<M)tvadcr 
na irivl^a. Bb. 71 vlf!d. 

p| nu «1^.1.,: kilal frgt. «jaT.). 

r)ut3^ , K.,: eigenn. vau eeti apsa r^. 

Vu. Si, 1. ook onder ^ju. 

uiS^uu^, hariwunan, II. 23. Z. 12. 14 

(maDimjn snka, lobtoban]: 6ans' manija-! (riu;; ajun], r) barèpira. aanb. o maliS- 
rlwawa ri Jadjnja !>aur prabha, Ar. Z- 14. djana (di pajunan ida), kahar^p: ■luuaii- 



paBïltarfwuwa;-papgiw6'. van michlen. Ier 
rofdcrvtg van de jougen, T. Z. 5, 58: W. Z. 
29. 1 {né inanjtikanin. paugupaka ra), '£. 
28, 2: tersorgen iemand. Wrt. 6, anghari- 
wuwu rl miinah van een zwangere vrouw, 
die d« lusten heeft. Sul. 'l. I, II (nggagap). 

vgl, aanb. onder pilaug. 
o/" > 
L,ir\jnny onder du zec-]iroduflc«. Man. 

AUi. Z. ». 2. 

p-i^rj^, 8., i. onder waJawSmukba. 

plrur-^, z. onder airlang(!j». 

pTrJtpu (^niisleziug van airlanggba, waar- 
in de gh niisKcbifiii als kapitaal wi:rd gesrbre- 
ven], : eig«nn. van een vont van Daha, onder 
wicn '1 wiwAha werd gedidit; bij is ook 
een persoon van de Tjalnn arang; ZMti vao 
kjnièfwara eai vadvr van Djajakliaja oi 
Djajasabba, (In een O. en in 'l oud Indi- 
sc\w lofdiubl o]> bem. door Kern nio^edceld, 
beel bij èrlaugga en ook: niralau^ga en dja- 
lalat^ga: zijn vader beel er (Majana). 

uiTiu]^: vni. = uwap: niiinip — : "go- 

pita. 

uiyu|\, jar., W. Z. 23. 4 (adjSng: Hund. 

hareup: vgl. mal. barap), Sut. Z. 130. 10. Z. 
122, 6 (inahjnn], muburèp uiel een roiij., ma — 
stimjAha i«intlrii1aja. W.Z. I, 5 (vgl. bal i II 
eo pak^a), riifcharèp: b. van di aip (mad. di 
adak),l— .Sui.Z. l09.6(dia(liëng).Z.ll5.5 



% inariwuwu van een bedroerde, Br. Z. 
12, 4 (lao mari karémpBg, irika kasa- 



ringin, pin ituturij, aanb. onder bin^sa, Sul. Z. 111, 14 (badiat^ kiï), kabariËp 



dang, T. Z. 4, 26 (Jsta), «uniaaè',- luinii- 
khja, kabarèpko; die door mij verlaag wordl. 



JIÊÊ 



rfk 



Insrsnn, T. Z. 1. 10 (iilE[i k»i, kfaih ira}, 
— ^ Z. 3. 23, Siu. Z. 14. 13, hinarëp liar^p 
iii iifTU^-nraiia, Siu. Z. 7. 8 (fcakiimandëlang). 
hnmnr^p 1, W. Z. IS, II (dSmëlu. mangarü- 
pin): san»' kuilrépiiiia;: • ngstoomati. karëp: 

• mangsé': li harép nl, B. Z. 6, It (r. aan- 
mukaning, maiigaëpin, di arSpaii), rl bl- 
rëpim, It. i, Z. 1, 10 (riugailjSügan duDènè). 
dl firèpAii: «rl saniauklia pbag — i>r mtrip 
Tan een vrouw vati i;clijk« kaste (vgl. jaT. 
putra saka tiigarëp, z. piiigajun en vgl. 
onder siimpiiig, tawiu; ei) inustifca), pan^> 
ai^lien piitjrurépé: *waktra: niarSp nffanla: 
njuljukaii; (tjiitjnn tliya»^) niarëp: h. vau 
8odgl: •mnrép. NV. Z. 13. 8 (inam^nSr. 
mainbëujSh, kaliarüp). mftrép kattli of ka- 
Ufiii; n<w«- '/ W. of 0. mei 't gelaal gericht (z. 
mfidolu); mavfip pnlak «ugralara; marép: 
voortreffelijk. Dlhf D« paling: iiiarëpa van belet; 
raarèpan van vtn krekel, paiiug ninrëpa ujo- 
bé: Ai; eet 'i liefst klappert van eeit eeklinren; 
luftvrjanara marép nianit^séb riiur i aiiii: ané 
marép: de ioofdperxcnen in een gediiig, in 
legenst. van de geluig«n, pSlabëli's enz.; ma- 
rep muHirirawa rln^ lln^lh dané 1 era.,: 
onmiddelijk ah hoofd slaaa onder den vorst 
of den Kesideiit. bv.; — an: asamnukba. 

• naUr (lag. Iiarap^n), mnr^p'an: «apa- 
bjunan: usaröpln: een vijand 't hoofd bieden.; 
pniil^bartp, W. Z. il. 9 (paputjuk, prauiu- 
ka., pangandjur). Z. 24. 5 (makagru. paiSp). 
wadwa paiigbarép. B. Z. 49. 12. ffèüdiiur 
paoghar^pnii^lamampab, B. Z. S7, t (mai^:* 
irala nii^ luiuaku, dia^pii^ mamargi, pang- 



ant^ur ing taku). nfaH^paa?: «uinangsS', 
salali karëp: •sinalabasa: adnwè karép. 
katumbakana : bitdi hij wederstand enz., VVlb. 
[variant onder tjila), ri barSpanirufsri- 
^awa, K. S. Z. I, 10 (ri pahjuuan sang 
Rlina, di padjSi^an dané sang li.)» uga- 
rëpau^ ronia, z. onder suugsang. bwat ha- 
r£p8t prlJAnja, R. 7. Z. 4, 9 (dabal dëmën, 
d. rSmfin); raalins: ~. z. onder maling. 
uiJiuij^ 1., jav. (t. «rip).: vm. » kijap: 

• a — . It. Z- 45. 6; pan^jrip ujawa z. onder 
harimbawa. 

balé pans:arip' (jav.: b. paii^arib' van 
t'cu pi. in de schiuimen wereld, Dw.,van D.. 477), 
m^rn pnnpirip: ■ baU pai^angénangéo. 

II, sas.,: idjas, sarip, dna arip. 

cpyjj^ of birup, (vgl. jav.), H. Z. 46, 

2, Inlrnp, Br. Z. Ï8. 1 (kakit«r), \V. Z. S7. 
4 (inidjjfugaii. kinfimbulan, kalipal), tail- 
rap imrrlpn, Tjt., slllli— , Anj.Z. SS, 5 (saling 
buru). ninnjclrup, Kam. 33 (vgl. irut), Br. Z. 
19, SS (kanibiiug, rini'biit). d(ra ^: thtr 
hem meé geinend van slecbt volk. Mal. Z 4, 3 
(vgl. kirul); tnirnp door meer dan een vijand, 
Tjl. 68, düor den vijand, Sniw. Z. 6. 20. 23 (jav. 
Ar. 123: wus akèh pradja kairup); hlttl- 
rnp, B. Z.87, 41. Z. 88, 3(liniput, inidfiran), 
mabju» aiigirupa van visschers, T.. b., Z. 4, 
69, pinnka-varana ni Dgnngirup iwak vao 
viscbluigfii. Kam. c, mina nlnir taia^ kin^bnr 
din akln; iiiirupuya klnabèhan, T.,b., Z. 4, 
286: sillh ~. B. Z. 87. 23 (paaalit^' singsé): 
llnaksii pinrih inirup, Br. Z. U, B (kasadya- 
jar^ kasasabin kablikul, kawarajaog 



^ 



kasidvajiu^ karêbut), uiaak Uoivl ongerust. 
wuit *l is niet voor do eerste maal, dat ik 
iniraf Jtning (htnèir?) paluffon: op 't slag- 
veld R<ord (H«n'ii//fn, Ar. Pr. Z. 13. 7. 
utilu \, z. onder idup. 

uiru \: «gopita, nrap': «n-Sitak (urap*- 
«a, I'. 9.. 61, i'gl. uwap). knUnibl Binf 
Jnmp riko , i ug ii r a p a n rali ïng mènda , 
tu. isp. Z. I (Jsp. b.: klunblnc kai«r apn- 
(luf) iDdiraaé, Anh. a.: dèii pèUli in; 
ifllb. AdIi.: iugiisapan mk in; ni.; Anb.. 
J.: lioélJtdan ^llh iii.]; an^urap*: iemand ra«t 
nrap* Wtsmerm. Siuw. Z. 12. 37. allrnp*: 
• awtlak*. 

urapsantnn i. onder rataari, 

LTiyuU, nas.,: jauglalttb, volgens anderen; 

ambulu (z {(alijalah), (jahjan» tHiidnr t£- 
mng, marmq bntau si lèngarl, si punama 
aidi tirCp pada réiiircsnff, Tjp.; tain urép: 
ben. faa «en snorl van djanggulat^rési. 
trfirtu|\, iav.(en udip).: h. t. idup (sund. 

hurip. mad. oJii)). na—, B. Z. 49. IS (dju- 
nénCt^), amalakwInnrJp, It. L. Z. 7, ItO 
(aminta anipunj: nnnasans urip is een 
MMfde aildrukkiiig, waarmee iiwn iemands 
bulp iorvepl. hetzij om een geneesmiddel, betzij 
om iels andera rragende, igiuip: ia hel leren 
hrmgem. murip. T. Z. 4, 8, 31. koinurip, 
Z. 4, 13 (ngidupang), tojl pauguripurip: 
htt Irptnd makend tvaler wBariiie^ bhatJira Cara 
kmanil wéér in liet leven hrengi. Mw., waar 
bel naast inja amrSta gebeiigd wordl: amë- 
klll — I L onder wjkas un »juh; kajn 
nrip, s. rader tfibèl: saha tninanlrao olib 



pamagréban urip: «saha prajogè nir^ta 
djiwarakdaAa: korlpan ol kattripau (ka- 
gfitsangan): eigenn. van een stanl (naam van 
desa 's op Java bv. onder Singéa lor , Residentie 
Samantity: npulj. karipan: eigcun. van een 
dorp : £. ook onder klin'j eo lijMggala): • i n u- 
rip: pinilar (f). 

Ln)nui]^, jav.,: h. V. sioglur (vgl. uüp). 

• a — , Itr. Z. &0, 5 (pasingUr), a — iMMf- 
gaii^D Sul. Z. 13», 8 (pasilur tëgakaa), 
a — hrana van strijdenden. Kid. Snnd. (z. b ra- 
na e» kanin). sampan si ornp sèpab, R. 
L. Z. 10, 50 (di sampiin dané paiïiiiglur 
ganlèn); konip: mei elka&r te eertcarrm vrd 
stecbt geschrevene letters, terwüwW van letters, 
korup krisira, Alal. 164 (pasilur krfs da- 
nëné), a— waijana, Was.Z. 7, 42 (vgi. onder 
halang U): bumurup I nftrn*Ba, Br. Z. 
13, 6 (anganggiJnlDsin olib ru, njing- 
lurin aiiluk r). paréne ta sirAdyiis panlètt 
orup Inngiajan van t gdieven. Ar. Pr. Z. t». 
'^;^'^ntil^, uèrip: i^ 'l zelfde atérlamea 

van woorden door gelijke beti-ekenis (vgl. érèk); 
— 'an^: irili'anga, nirèrèpanir: een woord 
op \e\s loepassen , de heleekeiiiN begrijpen. 
i-iïnj\: zelden in pi. van kirapa. 

nunu^, z. ropa. niélanah — spoedig 
verkleurende en met stijfsel, niet zoo goed als 
mSlanah b£tawi, obat — : Europ. buskruit? 

\hui<^\, sas. (fijc),: de 9° dag van «so»;ijj 
lijnde die, waarop de iadf^tHen berg ran dien 
naam bezoeken: 't vasten daarop is verdienstelijk. 

«Vra-jnuBi^, s. (iropafta en ropanaf), 

scbijnl een vert. te zijn van sAhAjja, kapwA- 



9A\ en vt\ 



rapniianiiiirlinlDn, Ifd. 3 (bet origin. sir. Utt: 

s&hd]jaiii ntitiajor éwd karifiydini), daar 

ik h«l oersl tien gekomen, riafr kapana ta 

raliadyan san^hnlan lunpan!n\ni|iAna ri m- 

piiitaninitlinlun: hoe sou U.M. mijM Me niet 

veThoartnf, ald.. anifiropanf ^iitida, Wir, 26. 

inaropaiw: ingmviUigd van iemands venoek, 

aW. 26. 

èioj-n^, 8., B. Z. ao. S {alur. pasé- 

^Sh): tnKarppanik^n. Sum. Z. 140, ?. int- 
bieden, uiiiarppanabèn : aaHbüden hmig. Gti. 
Z. 3S. 2, Wir. 48, utoarpanakén pnrl, T. 
Z. \, 29 (iignluranjt nagarané). manirar- 
panAkën: aanhiaien een xelel voor e«n etirliied- 
waardig persoon, Adip. 106. iimarppniia, 7.. 
Olider t a r p a n a t inarppantkki'n : aangeboden 
Ton »pi)K. Adip. IK, liinarppanakén, Sut. Z. 
110, ]4(inarpila), salwlrtiikanfrsadiiiamëltH, 
Mini: Kii)iiiuu]r*ot' • Hsiiif Kapinüdjilkëntti , 



W[:fJt^V ^' • wurudjii. 



nnn^, s., (ürudja). i. onder wècya ra 

■mder tani UI. 

notr^n^, 8.. Ar. Z. 41. 2, ran oen vrouw. 

Sul. Z, 80. 7 (sari); v;;). niirodja. 'fl 

Sjk<n\ (vgl. jav. rSdja en rahanlja, k. fj 

baju ea liadjeiig), van een prinses, T. Z. 
S, B, van een sirk toegewenschl kind. Snl. '£. 
19. 9 (paripArDiia). arSdJa. B. Z. 31, 4 aU 
hijw. (heijik). Br. Z. 21. 19, wwaii^ arèi\}iL, 
Br. Z, 21. 15 (■ aju. waug ahaju). B. Z. 18. 
7;itCT-AcM3J, Z. 6. 23 (anak masiikan *; vgl. ^u- 
bha). Z. 37, 3 (raanii), — liimiliB van zviecX, 
Z. 31. 4 (rawil pakrïtis. hétjik pakarilis), 
- tnaffèmuh van liorKlni. T. Z. 5.6 9, arddJA- 
lialèp van een jaca. Gli. Z. !. 6: mahardja 
Wftstra, T. Z. 5. 109 (mbétjikong w.), Ww. 
Z. 7. 3: t«risf«rcji een lekM, aanh. onder 
diirlibikia. ook: niardjdja. ninrdjdja winl- 



asIrarsawtnèwikakéntH. salwinukanfftinoiiloii. „,„^,^^1, T. Z. 4. 57 (nibetjikang. tgl. 
ia, ja UU «rpHiWkënama riajhnlnn, Bh. 36 ^^^-^ j„ ^•^ ^„ „ahajn). plnardjdja, B. 



(vertaling van jat karoSi jad a^nasi jadj 
djuhoSi dad&si Jat. jaljlja pa^yasi 
kamitija tal kuru^wa madarpanaiii, vgl. 
't origin. 1197). 

Qjiu vt\, s.. inan>Ita:*hinarppaiiakEn. 

Inari'ilo'i (sie.): •kahator, InarpfUkèn, 
aaiib. onder .-iifliigama (kaglarang). 

uUum^ (*): «tulis, • panganugraba 

(in de w. komt 'I wel eens voor in den zin 
van hulp). 

SAr<ir>'i\. s.,: eigennaam dochter van Qa- 

kra. Dit. 107; x. daAda. 
SiT^vty,, z. onder dudA. 



Z. 53. 1: ml — z. onder üardjdja; z. r&rdjdja 
en vgl. onder rédja. 

utn\: tckere gewijzigde f^ambnh zonder 

gamelan, de spelers zelve zingende, de voor* 
stelling ook uit de Mèganlaka (gambuh 
banljih); z. onder pakang. 
ulR\, X. rëdju. 

<hnici\ .s.. R. 23, Z. 8. 22 (dienSiuang, 
bStjik); nianf:ard|ana: iets nojagm. tut. 4, 7 en 
30, aanb. uiider dadah, wétrya en prajAsa. 
vwanir angardjdjana nas, Bh., 4 (vert. van 
arlb4rlhi]. panardj^laiian Ja UbA inardjdjaa» 






R. 13. Z I. 4 (kapaliajo. i. •arilja]: kftdl 
M^)*'» iDiiDirurdJitJiui^nsiniiN roaiilk vaiia]>en. 
dl« lick tal eten stiii vruchten. 15, 't. 6, 7 
(niandanaliig. maogawèbaDig), ajaiijtprtt- 
«Xdhii tanihAnlninirlhali kramanju. iktiiT' 
«uta hllanr. InoffhA. niati kunadir. inn slildh» 
UrdjanaD}a kuoanfr, Ja likA (aii aiiifiii'èii, 
èpsa ap«r<^h rakélDfii ri buti Jan iRanr^n*. 
ninab-'t pwa Ja. tnaiiitkm nuawiib kriiiuMii,va. 
Ja cüBHWnbakpn iiribiill, mataivnyaii bnjwa 
ika InaniréiiV Iqt (Ind. spr. 4672). a<inb. 
nn4<^^ j ii k l i. 

C«n»\. s..: Hgfiin. vsiil-cd Iwkeridi'ii beM 
(At 3* drr Pitndawa's cd veroiiiIentlHil (k 
looo van Indra te zijn): ardjiinawlwAha: 
Ulel vau ecu reeds uitgegeven k .i k a w i o; 
■HJaoa pralalida, z. undvr pralahda: ar- 
1^ II n a vidjaja: lilel van ettn Hiiddhistiscbe 
kakawin,nven?enkonKnde met dejav. ardjuna 
^aitrabafaii. namenllljk onet de iiitfiave daar- 
tan dtMK- Winter (.Snmaron^ iSSö): hel lang- 
drailüc cedirhl van dien naam. duor P. v. d. Kraek 
üil^egevai. nel meer afwijkende; 't is gedeeU 
Irifjk een omwerking van de UlIarakAAiia. 
S* de beid van de a r dj u n a w i dj a j a . 
nanKDtL de lOOO-armige. Ar. Z. 41. 7, tnel 
ijliira gelijkgesteld, aanh. ond«r nandaka 
ea daèa. 

3*. R. 15. Z. 5. 9 {k»p<!l). - ttm, s. 
(Hrminalli ardjuna). W. Z. S. 4 (képei. 
k«iKk£l. >av. W. 14: rédjasa) R. 1$. Z. 2, 
9; k. bai^n?. klfipu, Kr.). 

V : benaming van een oud-jav. knperen munt. 
5* e%eDn van een jav. berg. Tl. 



^n«\,fl.,: limbu wadon. 
vmio|\: eigcnn. van een broeder van 
tlmarmadi. aanh. nnder kfimal. 

<£^<RUi\. 8.. aanb. ouder jatna en inretyu. 

myinr".Kil\. B. Z. 8i, 50 (juju Ira- 

djungan; jar. en liatav. radjungan). 

t;;^ntAj\, i + r+ ija{v(!LI>fli. di — s— ija): 

op hem verloornd, Adip. 18. 24. hem RciWiten 
Br. Z. 16, 10 (ring slra). Z. 14. 18 (teke- 
ning ja. ring ija), (o/ htm van een zeggen. 
W. Z. 1. 5 (ring ipun: in de gedrukte uit* 
gave Vi de vertaling vaneen Javaan afkoimlig), 
variant zie o. ir.wara, Sm. Z. 12, 7; direcl, 
ubjccl aanduidende. Adip. 47 (anapulirïja): 
78 (tinon lrUa)i aüaar. R. B, Z. I, S (irika. 
dilu). Bb. 6: ook verkorl rija, K. 5. 'l. 6, 1 
(irika, ditu: lamp. dija). Sm. Z. 12. 6 
(luad. ria: aanw. vrow.). 
S^t^n. X. onder wè^ ya■ 
ls!bw|\.s.,: eteenn. vaneengml. Adip. 116: 
fihaiotkatja noctnl Ardjuna steeds Arjja on 
van daar is Gh. mei ftrjjasula Ahhimanjn 
bedoeld, %. bv. Z. 22, 2; ftrjja pospijndka, 
Sm. Z. 6. 6 (ida bhai^ra Snara). sanr 
ArJJft, R. 10. Z. 9. 22. 12, Z. II «T 1. 15 
(sai^ kiatrija), I: al ftrjja zetel R. tol 
Haoaniin, R. S, Z. 7. II: saiw IrJJa van 
een patib, Am. telkenx-. flrjjaruaa: bcgcafi, 
dengdsaam. R. 4, Z 1, 80 (Isii paginal). 
paédltArjJa, Sul. Z. IS. 10 (saug p. léwih), 
raden Arjja. Was. Z. 1. 17, Z. 4. 46 (mal. 
radtn arja; eerste slaaudienaar, wiens pi. 
aan den kop van den olilanl is, telkens); 



ai\ ea vt\ 



m 



«A\ en ut\ 



taliirtJsn: de woning van Je arjja, 

Z. 10, 2S (djrn arja): kaki arja, i. 

kaki: ül r j j jidifa, aanli. onder mlètja. 

^1 



R. L. 
onder 



Sr^wiKt^. s.. prasiddha p 
ftrjjaka. pnta sanffkè lurattuk si 
BJlmana kiinaujr haran kaiv hap» s>r 



'Hp\. »■■: alhier oiibekendf-- k-iiatuiiifi sanjr Tjikura faaojar Iniwns kalibakna 
van C4H1 naar de quanlileil te scaudéren ka wi>' nanc crunida, van Su in uk ha. VA. S?{'torig 



rarsm., tinaroittja door Ac balinoezf^ri ge- 
naamd, en v«rineld in de Tjl. I»l. $6: dr, in- 
leiding van K. i8 in dil uivlrum. maar dt- tekst 

te cnrrupl. «m't op iederen regel loe Ie kunnen 
pas:4en. 

viw\, sHmJinpitnrakèD sémliah piiiv:»- 
bhnkti til ^r» sarwjanffnsap lalampfikan i 
liarji sans: jntl, Tj. A. !■., plnèku) ta harji 
nlra dé iiiahJtn\djH , ingrnsap a(ta)tampaka- 
njtig: dJ4ns sang: ninhAinnnl, ingkannliakén 
(ginénahakSn?) rins «mbim'aaira, ald. 

UlWj\ z. UlJl^ I. 

Clwn, «wurjja.^een wedergeving van 
• wikas. wanmter het een hoogen graad Ie ken- 
nen geeft, urjja ninjr Jatna: seer op sijne hoaie 
van gewapend volk; manah miinirnrës wrin*, 
anon walunr kapala akèh alunah „raanawo- 
rJJanJiixrilikiiaKa, amanioin liarnanérlkl, Spt. 
Z. 3. 39; vgl. urjanta. 

6iujii^\ . B. Z. 11. 5 (ron, bija, ron. 
don; I. arin). Sul. Z. 9, S (liiju). aanh. 
onder kalèlatj). 

uirtw»^, lnaraJana:(mrAiui/(f/iniratJaran 

allncfih, wai«kwa inarajana. inirnpaxubha 
rlnéng^ réns-ga dènira, TjL 77, 84 (liis.). 
2. onder upa(u!>ba. 

Sortun^, — ïnj^ mannk van een boom, 

R. SS. Z. 12, 7 (unial) i i>g sakuna, ana 
liébun paksi, kroja ja i kedis). 



1 



1 



airawalakulé djjktah Suuiukha 
iiAgaril. Arjjakasya malab paultro 
hilro wAniaiiasya ^a, ètasya bi pili 
ga<; Tjikuronama. — na tjirid 
tèjèna paiitjaiwam upapddltahj. 

L?i wiAjl^, B- Z. 80, 57 (arèfl, mal. ari 
en rijas. lag. taaljas: pitang-slam vgl. 
harijas, Nfft^. hariaa). nljiilu JApii'iélf 
rjjas rineriijéni, Br. Z S7. tt (punika ja 
nadèkën arès rinémuk; jav. verl. sè 
vgl. mal. sapërti manjêntjantr rijas djiiga 
iemand, die vele vyanden ne^r houwl, b. 
47: vgl. onder waliugi en géntën). f 

u1iwiiw\. wurjjabaata,: vrö. = tam 
langan (in siraa's ca dtergeiyke aluk 
verliaslerd: wi rasta. 

^baici\I.. s. (arjjama). Adip. 116 

liij nielMitra. Bbaga. Baruna. Ang^a, D 
t&, TwasiA en PüèA ent. Indra helpt ti 
Ardjuna en Krè^fta: de voornaamtite 
Bcbimmen. It. 30. Z. 9, 11 (ksalrija). 

S', z. narjjama. 

3", X. onder sArjja. 

u^WU: de 2* dag van de sadwa' 

tJlT^oj^ I., haram djah, Br. Z. 15, Sen 
U.. aramdfadah, perE.-mal. (sJ)v«1ja.) 

kmd van eeu vrouw, die een mtter lal 

vrouw heeft (bij de Mahutn.). 



ï 




«A^ eo ui^ 



9x\ en ui\ 



nu arui*: zekere lioom. ^<<ini np £«mM (tjron-dèwa, ilenkelljk pedanterie in pi. tbr 



gcnumd. 

tv» anuD*, Bhg..: tra karwan.bfttnii^ bips 
wba onjt, anuh èbé Ua itjso), taltnjitué lA- 
kék MUlJa, kinkin baanuj» inniiK«lu.s bain 
fMè MinoD bH|ui. bakt (b) ijai. ntanalitiln 
«nni'. B^vslt., Z. 1. waar sprake is van 'I 



paüDian. urn h«l te javani^^ervn (k. paruk). 
L;irtii|\, i. ond«r idara. 

(^i^^A, patigiriiu irim Ikitnfrwitrs», 

Suin. Z. 19, t. 

ui^e!|\ I., Irim', jav..: xoort lotus. Ar. Pr.. 

verkl. van drëpanirani (t): 2' nm. van een 



nrJrinkeo vaneen kind door ootn en groolrader vridadari. Sin. Z. S (vgl. hindjuiig biru). 
n de {trootvader xijn xot^a onder den neus wrijft. 
iu hij iiief stevig weel te biiideD. z. anjll. 
V„ — *: u/at Ier bedijlnitg of brttammiHii 



yiesigd teerdl. R. Dl. (vgl. Jav, êniu. niad. 

■ ram': rijslaag). 

«yoj^: vtrsinketi in de zee, Brlinid. Z. 
1. 16: vgL kar^ni en r£ai 2'- 

i.iyci]\ 1., luarém: niet doorgtUH bv. een 
mi, uttMtheiden (ïerb. van mar^tif). 

IL, i^mrêiD, sas.-, mkkéiïü, ar£mlii: kj- 
êain. 

LT ^ eij \ , om 't rijm in pi. van a r u m. mré- 

bik ariin, Amd. Z. U. 

ui)ict|^ )., «rdu). nétra f».tg arunié: 

■ lirlog sao^ ahaju; padang: aruiu, z. onder 
saonr: «mm'an: b. v. mïik'an: pADdKO 
aruin: de bladeren geurin en zonder dorens: 
dJAboK »ram : Hotemuskaat, 'I binnenste van 
de vnichl voor bëborch (2. onder djébug): 
ank amm. T. Z- 5, 103 (a. anig): na 't eten 
kwamen de arum\ Was. Z. 7, 6 (eren als in 
't mal. baQ^an). 

S* djalnug arum: djuluüf; waugi in de 
Jaglaekening van ec» fcscbrin. 

IL, purttmaH: pjasan di dj ronde wa 
Ipéiigjtisan bhaUra): 3'; saqgkèpan di 



H., Dialrim, x. mider kirini. 

u^ri&ii\. arunan^ aanb. »n<ler aniïodja. 

r;ytitk. 2. nnder -^unyE* \ 

uiye>l\: /tüuva schijnend van de maan. 
• oruk, oüduideHjIi van achrifl, dof brandend 
ummIk van klapfiemlie: ook van 'I geluid (z. 
karëni en vgl. kiitjêm);— kanr watêk dèwatA 
in een lijd n-aar onrecht de uverimnd lieeft 
Wlb. (vgL maL inurapi, n3en. huram en 
morani, niad. orém, liatav. gurgin, vg). 811- 
rèm en kurüni). 

i'. X. orSm,: «lan Robba, urSm aiféli, 
Stn. Z. I, S3, urfimlm awihêu van een vorsl, 
die daania overl^dl, Ar., vgl. nnder girih. 

p"iy€j|j\ «Jav. (:sedih), mAnffT^p orém. 

11, Z- I. 7 (mapinda lémub). vnii harlseer 

hwijnm Kid. Snnd. Z. 3. 63. orSni t;rt na- 

ronitha wardoanlra Knra, Mal.5S3: vgl. uriiui. 

uinci^: soort moRsel of krabf lèn Iwlr 

iS^Kranir ttc<> bnraar ba ra ma tau wawart- 
BgiU 1 ngratiin pasanir siinid, Gb. Z 8,4. lèif' 
lénir tangparlijdrlkikélakèlaii liaraina aa- 
rlsipaii sahlnf', uid. Z. 12, 7, iiilnapwa(aya) 
sipiuit' atap karaninija lituan Ahrep aharania 
tjitrik in de vergelijking van een iilii);vekl mei 
de zee. Hw. Z-52, 15; vgl. aanb. onder sarasab. 



9*\ en vt\ 



134 



S;»^ en ut^ 



uiirïO^. z. ond«r «ania. 
eur>r^o\, s I. onder wilSsa. 

^&^. «. (örinmi). B. Z. 3, 40 (rjjak); 
uftk: urinih. s. urnir. 

uir a»]y oosl.-jav..: niti. vaneen engrljnta 



iMlii Jaknb lèkl, unln^ali maliièkiit, arunian 

wa&tanê niaiipko, n«h«i' shmpu dèninn. sagm 

stn inrlng: anibn, (>nniitbnr niulnèknt JnirMin, 

fundjnng-l ninrin; tunmi „ninwah kinën 

dèn Jaug: wldl. angraniliiln [Onna inwiin, Jsp. 

Z. 16 (Js|i. j. likt asnwL'zig: pn. dsiiiuïn: 

de doodsengel) : i' £tin engel die den duode 

beveelt, zijne vcrrichliiit^en o)t Ie sclirijvcii, 

Aaiémg nialèkat vran arunian. liflfrnK ijali- 

|ana kmiinir, tnr liHj^nK pan^nfjapnii dah 

sanak anak Adiun, ita katUus siq widi, 

katnvamm; lliig'kHk , laéq ampoq kI niip 

,,81111 laiu|iali kiinui Inéq dali^ni duiiyii, iing^g:n- 

htag Ja léq tullti, onjaq kalSnréAn, djrah 

kaniii ilipuutr. inajlt (b.: niadjil) nlnilial ndéq 

naraq maiifr^i, ndrq naraq kvrta». kalain no 

édaq m.isi (h.: lasiqg),, ili anak Adam era- 

rigtq djarl kaiam, èlorniu djari maiiifsj, bokos 

ii*Ti kirtas, sakin? takdlr hip allah, niajfl 

baiidjur tawe nnlls, nadut do doodc alles heeft 

npfCesi^hreven. lulis baiidjur taèdèiiffaiiff, lèq 

nialëkat ariimin (om 't rijui] „tnlls no ban- 

djnran tag^iilonsr Urq bëlonir majit (!>.: ina- 

djil). Een jav. hds.: rl /^mpunira tuanckana, 

vos mnllh kang: nièiidéni saml, prapta male- 

kat salunnral, arao arumaii abèljlk, amijak 

bnmi a^lis, nuhnr (néhér) tu|: l^on, hé la- 

J»n Hlani^Ja, atuliiui amal [J.*;} nèkl, dak Ing- 



dnnjakabfrh padanoUsnfsna}.. sljra sumahnr >] 
kan^ lajwan, norana dalnnanirèki. ninnah ,^ 
iiurana nianirsinj», lan aduwé kalaiu niamt, ^ 
nruman sira (I.: sipra) anffling; ki mail ,j 
slra aluiif^Dh. kapanira kinarja (sic), idu- 
né g^wénéD wangrüt, gikwt'-nèii kalnni djari* 
djhiira jata katu:: injon nnniirat, dèn Muralakèn 
liminll, pane^awciiê diik fnr dunyu. kang 
ala lawaii kanr bètjik, nadyan buduba iki, 
dnk nnèiiir djr» dniiya Iko, sakèn; kodral 
jiiic i^uktna, bani^kit ak:tara nnnulis, sampan 
liiluk (tutug) g:innlunir ini; nialai-kat, gi- 
Hiilunirakèn tuninlja, in; rnln ninir maft Ikli 

enz.; zie vüora) uDdcr kiraoian. 

u)cti?i]^. z. oiiilcr dulangmas, kadar- 

inanik en baklyar; wordt in Rng. bda- 

chelljk voor(.'esleld. z. aaiih. onder gudèl en 

bligud. 



nosQn^. s. (örniikfl).: bungkui^. 

utySAjly remis. Kk. Z. 1&. 3 (Sund. id.) 

niapudh katon kiiili inéntir kranfr ar^fmis 

a^èlar hanènglién), Rui. Z. 1>, i. aanh. opder 

guwug. 

nuny^AJj^, z. èrmas, airmAs. Krhra 

Z. 7. 95. 

'\öt'uo.\. »irinawa, rSmawa ea li^ 

uiawa: de purperen of Ettiopeesche mum, T. 

b.. Z. i, 43 (mat. 6ir of ajir niawar), i. 

lirgiln en tjinarakta. 

i* : benaming van een iijambu-varteletl(l{jw. 
djambu dèrsana). 

nulovJ\: eigeim. tanden looo van Amai 

bi) dèwi SoHja, donr somiiiigen venpranl me 
umarmaja. 



«i\ en Wl\ 



m 



9x\ en IA\ 



visip^, fi., z. onder gaiiuh. 

CnyCJ^ en iranihha. s.. luaiirArèm- 

lhklubt>kn;lmédjalian>i siniiucr&ina widjtijü, 

[b. 18, Z. 6, 3 (luissdya maualinya). nltl 

oltb tii n^anraraiiiNia tuaiiirkr, aanh. onder 

ladbiKama (aiHuk maktrija djani), Imbo- 

f in^raiiibha, tut. 26, Adip. SS. tan 

' nkêC IkanickitrronM ^ubliitf;nblta ritwlmlitii. 

BrtucBj*!! nu lurk ïi na. nn mé kurinma 

fk»\é spréhA. apiiJApitn iHiiihUurablihiiiilii 

rhalii wbnluu anpapruirretti, niai«kanapwa 

pbalii ■Inxian paiigardobha pbalii, Bh. 31. 

iMdldi nanxuku rluc smrwa hbuwilr^tubbii 

lu een «Iku, Bh. S5, rè'ncnjr.'i r«nibbii 

IMtik badjl hulnna: *( wtu een heel «xtatfiiluk 

twr mi> enz.. W. Z. 19,2 (dabat ugi bhaktin 

lilTang naugaflla, bwal rémCn kaala 

rala tnangaata, antuk bwal iilëp ipun^ 

^aüla ring j rat», bwal punika kawi- 

■owaD lityaug kumai'ila): o»k: rSmbba: 

Jnarèmbha (sic.) déiifiv waték dèvrata m- 

Rftkiui pradJAmajidiiIa , ? (verL van suraga- 

Aaib isiah pradjili^raksanaih): mauga- 

rCmbha ^ri mahjlrAdJa rl mpunirkn rlnff- 

kaMalii{waraii, aanb. ouder ruliun en béia. 

•juiïiti^, s..: bhatüra Gana. Krw», 
(L^t: xooD van baiart gran, door een Tloek 
oHfaol geworden en duiwndt- jaren afweiJg: 
ait acbaanilc Irok b\) in 'I boscb ijj ^^ ^/^T*^' 
en heetscbte daar over de nUranleo. btv. w. KS). 

uirfjO\ of harimbhaw^f, aanb. ondei' 
jama en Uniëh: A|MUi ikaii^wwaii; ahal 
rl huripnya, apii nlmltuiiikanp;4itsrbilaiirakiii 



prlna niiiglin, ikl talau arimbaira kta 
ju, iklntr^Anokana rJJawakDya, Ja tAu^aa- 
nginya rliigrièn, lut. 19 van ieutand, die si|ii 
leven rekt. maar niet len koele van een ander, 
tut. 9, binariiubbawdki^nfra i ^arlranini 
tapwa suInriinikAiiirbhAu'ft, Nami panithi- 
dSpnirinoukha lilwau ilnbku, samanK'kana 
pratJikniiiirH, fXn tn wl^^.'sa nlnijoirl ng^rg. 
nira, tlh. 33(vert.van itmaiipanijèna sar- 
wwatra samain pa^yali jo'rdjdjuua. 
sukbam wi'i jadi wAdubkaiii, sa jogi 
parauio inalah], pada binarimbhawü 
siii(|^ban alrèn^HiilJana .nonija dè uarapati, 
manlmaja sarwa hbA^iia dukdla raulja du- 
lur lufKéréli kinadjanjcan. hinatnrakên ri 
san; nrëptt samAhii kapwa la llnlwéUwé- 
kènira, Uw. Z. ftl, 4. 

t' : de hoogtte dmjd bij MabomedaDW. Bngk. 
(vgl. pangawibawa en jav. paugaribawa: 
vgL tag. balimbawa): Amd., s., Z. 16: 
paogarip tijuwa van iets, dat de bewaken 
van Ren paleis doet slapen (de mal. vertaling 
heeft bier: sfeir^), z. ari|i, 

Uiï^n]^: tiigrig. vermagerd, braf — , 

Apt.; vgl. bangkig en ngrïdjg. 

ui77ni]Y «SJtilo]^, t. onder lumbak, 

vm. = Ijaluk (KL); R. 7. Z. 12, 15 (arit), 
— agéranya: «hanaritaknral nanpuntf, 
R. 7, Z. li. It (mangaril), Br. Z. i7. 11, 
It. 10, Z. 15, 4, Z. 18. 13. Z. 20, I (abas). 
baU-: "kadi Uaril, slllh arog. B. Z. 
4S.4(pa8alii« arit. .taling afil), W. Z. 
i!>,6 (sSièug pCSg. pasaling aril, saling 
wnnliia), inarojf, Br. Z. 28, 1 (kalQnan 



«A\ en i-i\ 



126 



«*^ en wt\ 



rtisakl: jar. Tcrt.: linaradjaug). dllh — . 
Tan met den kimilü strijdenden, Br. Z. 46, 15 
(Klèng: gérélin), Z. 40. 3 (silèng auggèt. 
silib (umlink), Z. S4, 5 (sSIèng üëmpal}. 

l^ïMTl]^. nfclras:: door Hkaér kluften ilojer 
en wit, in een pan hee» m rtter b^wegea om 
de santtn *onr de sëüalé Ijimbal Ie dcieri 
kleven, mairagr: door elkadr gekhttt van al- 
lerlei ingrediënten, tnel ile lianden ook, man. 
flrarnnr lêngis: •maogindëlakén lëugs, 
iragan biUs. iragan kètan; '/ vocht er van 
is witt iraf^an ludjin zwarl iljndv. 

uinnij^, npurag-: rtiie», van vogels (lialar. 
Dgurak. v(;l. Kund. murag. en jav. iira);): 
vogels als titiran geven in bun ruitijd seen 
geluid: tiwait iigrurair: ilood arm, il^uruicnns:: 
ile helfl zijner eenden niet volop te eten gevira. 
omdat men tegen de kosten opsict; dit doet 
Iemand, die vele eenden houdt en de luieren 
rerkoopt; aïs de eene helfl zijner ecndrn het 
volop gehad hebben en reeds eieren hebben 
gelegd, dan iü 't bimnebeiirlnm 'I ngiiragang 
te ondergaan; — ui: de genade vaSren: ter 
aanduiding van de leeftijd van kippen; een 

^^ haan van 8 aragan goed voor 'l gcvccbl. 

^^P » t' KÊf — : aijn lichaam afleggen, lladji 

^^ D. 82. 

^B ll.f kraraanjra n^unl hanakanak nrag(f] 

I vin een vorst, die zijn aangenooien toon iels 

^^ influistert, Suiw. Z. t, 34. 

^V pnnj^I.. niangurugiti4Ja,R.7,Z.12. 17 

k 



(mangimbnhin prabhA, manglSvlhangp.}, 



koriff, aanb. onder nisratta (kandap); t. 

ui)in|\. jav.. n^rnfln: lelx mei aar4t 
ens. bedeHen (urugina lainé van een kal 
bv., vgl. netehin): nruxin z. onder Kugém, 
ntrurHttraiiir: irts ter aanhooging bezigen, kornfru 
dèni ranr-ininir Ka (of sang) sirf, VVw. Z. 1, 
S, kaQrugan adjoiigr 7.. onder adjang, angu- 
rugi Inwawt z, onder iwat; vgl. pTinj^ 

V: — ", 6j.,: WW kleine prigi aan den 
uitgang van een erf. 

nvn7\ri\y: schudden door een harden slag. 
B. Z. 78, 3S (niëgèüdjougan. uniuiig: ^w., 
id.. jav. korag en orèg]; van de aarde, Aw. 
(K. onder ogar); uif — ffënta. Rs. 9. rënta 
— of génloraii:: een bot beiletjet mei een steel, 
Ie Kli^k. bij de gong bespeeld: een schei 
onder eat plank, waarop een tijger figuur, 
waarmee een bediende van de singgiio onder 
't prevelen van zijn beer. door .schudding ge- 
luid maakt. z. këtiplnk en sungu. 

lUDyn^^ I: «wrig. «uag angorÉgi. 
pangorêg en djnra orj^g: «sArathi. 

tl., z. onder orag. R. L. Z. 7, 107 (ahjn- 
ran). agSnltiran (b.: ab^nturan) mln- 
117a Dr$g mSaat (ft.: nmïBal) somirat kadi 
wrésii, B. L. Z. 11, 137. 

p-snoj^ 1., van urigf, kapafnt urig: 
mjken. op de vtmht tlaanf, B. '/.. 7. 17 (né 
ngaba Ijuriga, boogkolé, katKwSk, alle 
3 gisKÏiigen en orÊg te Icxen). 

II., z. onder kuüdi. 

•jtflo-^r-ioil;, orog*. jav.,: sekere Itk- 



«4^ ea ui^ 



<1>I,^ en ui\ 



Ij MM rijttemtel e» genupte ewotktrn,} Êinw^. s. {hinderpaa^. Sum. Z. 50. Ö. 

min er oil liende; i. sumplug. waar '1 van ecu petaarlijkfn olifant gew-gd 

&4r^n\, s..: tar nthjnn kin»hjitniin. 

aanh. nfi<)f>r dhariiima. 

pTin^. s..: 1^119: urarapall, T. Z. K, 

V> (8*ag antabfiRa), uragarAdJa, z. ond«r 



Wflrdl. 

• djaiakanla (?). «lirakanla (?): twiMuuiffr, 



ananta, — b«ndhsna: «ndgaiti^a. 

>bca\ L.Terwaril melargbja. aifurffflia, 

B. Z. 1. 18. waar ecbler ayi pwAiigargKba 

Ie wbridcn is, Modal twee hier opgegriTcii bal. 

iCTl. niet ileugen (ngaturang wndjik tjokor. 

iiuog tjatnaaa, ugastavrn) vgl. a»nh. nnder 

«iku. 

n.. K. oDiler argga. 

sjri^, na. r. in pi. van aga. want agra 

k kten gaai niet (z. aanh. onder ma ra); 

t|L argL 

uiri> I-mal («argha).; adji ('i gebniik 

on dit woord is van lateren lijd). 

n„ in pL van agra oi naast puljak, 
Tl bv. 13, 16 en 17. 

arKBpnra, z. onder r^ugganis. 

öth\ l. in pi. van margi. T. Z. 4. M 
(wrattnara; vgl. arljapada in p). van mar- 
Ijap.); Ua wrinf arggi,: kij wisi geen uilweg. 
van den draak door 't vunr in den bnom. waar 
by 2teh, ophield. Z. K,47 (lias kgnéhnjané: 
11^ lao wring paran c« tan wrub ing kon). 

U..ja*. [arga. dat denkelijk aga is, rg), 
ian^), anranra van lijken «p een slagveld, 

B. m.. wafi^lnya tninunrfaiig arffl. R. L. Z. 
IS. ir. vgl. onder manik. 

^nio\ (f), Friederick. versl. BaL bl. 89 

^rgSni. I. «nder gBni). vgl. érèpnk. 



slnlrain inr hérgulo mrlk, Mal. 241. Smw. 
Z. IS. SI. djin«b)idan Inic i-rgnl». NaL 119, 
Inèrrnton: • kinnnikuman. 

S*: de wiile raax (Banl. ^^j}ui^: ó.y jar. 
rSguIn, argiilo, jav. R. HS. 175. jav. 
Ar. 146): t. èrmawa, on lirgilo. 

sonr^r^n, r.. aanb. onder swarawjniï- 

djana. 

èiwu. 8., R. 1. Z- 1. 29 (-jav. argja; 

s. onder pidya): nan; — . Br. Z. t. 5 (ma- 
mudja. ngaturang wadjik langan tjokor); 
Hw. Z. 2: vi (waj) agra {arglija) pidya. 
Wir. 8: z. ook onder argba. 

uiyio|\ I.. «iSJïio|^, arak': toorts flam- 
bouw, apasanir arab' bjakta rahlna, Ww., b.. 
Z. 3, U; '( titur, waarmee 't lijk nioest verbrand 
worden, aanh. onder larut^an, anrarali: 
vlammen . V». Bal., mnrab angnrabarab van 
de artBiatjandraplJl, B. Z.87. I (maiigobor; 
vgl. kaï^arabarab] en 7 van een daiiiar 
(b: angsbarabar), ald. 2 (fiodih dumï- 
lab), Br. Z. 41, 5 (inangSndib. murub): 
saklng' klod »\kip Badonfré niangarab wka* 
dl gnnons apl ijMjél pakalèlkm, U. Gj. ft8 
(z. onder orob). 

tl., pada padjrif narib tnlnnir ada manc- 
Un; paflrab, Kid. Adip.. c. Z. 5, 9; ada 
ngarab i^énit djérit, ald. 10, ndjrit nnnfa- 
nb vin een damr wie een SubCog h vnixiolen, 



Bt. 92, Rg«rabiB: vrtes aanjagen duren op Je 
jacht dour gfsclirwaw: visscheo door «tker 
soori T8n Detlcn, njcarab: vUck vangai, wanneer 
men niet lien kan, 't zij na zons^oderKuut; 
«r vAór lons-opkoinsl. 

III.. ar., sollan arab, nanh. onder ksskul. 
pn^U'^t arhi: de onder Amsjah'ü bevel 
strijdenden, üjl>. 

ui3ini]\ z. omler garib. 

mnnol^, van robï.ran ie vederen vau 
een pauw, T. Z. X. 24: z- «rob. 

vi^rTiJY t;^3^t^\ (vgl. mirip), matrlli 
en mi rib: «kadi. «liat^un. «kaharau. 
«mènipSr {ngt^: hirip; vgL mSsip), 00- 
rinfhirib, B.Z. IS. 14 (lanana satundiug. 
norana sawangang. tanfliia iijiringi}. Z. 
13, 6 (tanpalandiugan, lanana ngini- 
bui^i. tannna naiidiugin): Itlnirabilnirbl- 
rlbl knkoK I sikrining |>odak, Suin. Z. 3, 1: 
sairib rtag: «landing, Uo salrib: «nora 
darcanan; bamirib (?}: Uefdepijn door gezang 
rerbergeti, W. Z. 4. S (njalimu rang. wi- 
nimba), • ttuipangtrtbl, aanfa. onder doia 
(tan Iténèng tandiugin): ook: érèb; pada 
mirèb: zoo ^val in beleckenis bv. op 't setfde 
ttiikimttn: «OBg aUanfrkrama ubirib lan 

tvaag kalëba rin|t«>J*< Ifal. 301. 327. 
ui]nnïl\. jav.,: geratpte <Mt«skvn blJ wei- 
nig vlees<;hs[rijs; ook jonge b^en ab eoodanii; 
genuttigd (vgl. Sund. en Mal.); — barak met 
bloed bij kn-r: — pmih uirl pcpiiil blJ isiu* 



péngapil: Bgorab: httfrooim inel klapt^rl 
een weinig zout bv. sënggaük, die eerst tv weM 
k«a gelegd wordt, gekookte blattk; vgl. urai.| 

n ïj rQ V J"*'- — nikani^ai^nl , Sul. Z. 106, 
8 (éndiban; z. orob), niornb, ald„ S [ngtn*]^ 
dih).l). Z. 87. 1 (Bulèdia), Z. 101. 17 (ina> 
ugorob), «angarabariil).: kovg opvlam. 
B. 23, Z. 17, 2 (iigobar. z. onder nièr 
raantab mnrnb, B.Z. 19. 3 (mumbul augo- 
rob). Z- 37.8 (Sndih mangobor. ugSndih 
d u m i l ■ fa), aiv — * 1 van toom, llw. Z. 14, 

Karopnn (b.: hajwa) korabiina tjanah: 
de spijg. voor omen heiligen gast bestemd, met 
reronlreitiigd worde, T. Z. 3. 66 {aangrhrand F). 

ouinnil^. nilrab, aanh. onder Ijali. 

-lui-^rirTi]^, 1. onder hirib. 

'jur>iy-:'r51\.iDaiig — dl angorob: .mu- 
rub.W. Z. iS, 8 (iigarabj.ald. 12 (dumiUb. 
vgl. nrnb), van 'l venijn eener slang. T. Z. S. 78; 
orob*: een fakkel f, pnA* sin annisaoft orob \ 
I). Pngr. 84 (z. arab* en vgl. obor), nirurab- 
orob : • a iig u n 1 a b u n I a b. 

nnt^^, s.,: widua padu. 

(v^n«1^, it. Z. 3, 35 (aarioing «$kar: 
tag. alabóken abok. rabok: stof van remi 
bout enz.; mak. alitububui): z. r£buk, 
srëhok en buk), brfibnk*. aanh. onder ha< 
wu', brèbuk nlng sari: «puiparènD. 
• parfkga. mArbnk, Sul. Z. 105.9 (mar mrik); 
tuërbnk, jiiv.. mriknlpff gaadha nrébnk uur 
(vgl. mal. niërbak en gérbak). Smw. Z. 16. 
37 (Bjw. mërubok, dit in Jsp. x. xoodal bat 
mii^liicnniadun.-es'ibis. tag. ba la buk van geur). 



"li/i^nuru^ (J): nm. van ilen glandaard van 
ndrn. Hariw. Z. U, S. 

m7i\ I.. — *: een klein liehlbniiD gebakje 
Ift wadjtk van kfiian uf iniljin eii suiker; 
Mik ondu- ie olTeranileD. 

IL. jar. («ftanvli. V. langaii en kapali, 

■ mlrir, van «o wolk, Lainli. Z. Iti, 4 (la- 
raoflaog: jav. ngarang en ngraograng: 
TgL mul. ru dg rang), van een kiccxl, W. Z. ö. 
It (f., tjarantjang. langah). • antpis, mn- 
rang variani van mirir. aranr anlpis, R. 7.. 
II, 1 (langah marantsjan, I. lipis); ;o- 
éèc— X. onder rètjéh. 

IÏÏL. sas,,: bas, 't volf;eni1e vrooril heefl dan 
bu Torui kè — ,bv. arung kèbléq: bus gfidè. 
iraog kikodè^; bas Ijënik. 

viy\. sas. en jav.,: adëng (roal. araog: 
hL en tnen. si- a rang: naam van een Iwart(^ 
rfri-MOrl; k^Jn ar^ng, sas.,: kaju irëng; 
Ai, arïn(i: kruit; mal. nèsIjB; talpeter. 
BM&. biuknüt; vgl. <H)der birëng); — ing: 
pIQI: •gDsah gétéqg;—* onder de visBchen. 
•»iWoma{r), «djioèwa (?: jav. pangarëug- 

■ réng): ifariBg: fioulskool halen of makai: 
ktdl Iwlr ntkanpwuanr nmnuiêni Kkar, tapvra 
Iwinuünrbadi kita, lot maniipuk (niinglpak 
M omipakT) rl wirlt nin^ékar, an nianf- 
kaai, nitjAsiranpa skarnja, bajwa ta kitdi- 
kUfwaiif aoffliareng infvnkir, ainadnngr 
avanwa^èn kajn*, tan bana damélnya 
■nvaii. Bk. 95 (i'erbrced<Ic verl. van (Anti 
^■mi.ï734, DiMAkaropamara^Jui. bhawa 
niBUgirikopaDia), wwang: adamêl barCug 

I ■MkMUMaC 



nlMki 



Inimiklr, VA. 20 [verl. van anggarak^raka), 
DgarSng kaja bnlnh, i)d. 16: njah — : swari 
gemaakt swt bij de iolob. Us.. 2out aan de 
gidat van de djulikau gewreven en als ge- 
necstnlildfl ingonoiuen, vgl. onder sAgara. 
&in\. vgl. jav.,: (aui van visscben. B. 7.. 

1, 14 (mlali: dèningl ikal). (jav. bds.: 
liriDg), W. Z. 33. 1 (alon, aris, gAGdjol), 
R. S3. Z. 13, 13 (saka; vgl. adêiig en ondttr 
gampar). aanh. onder kCndung, nrit^ tè- 
kang (T) qrt nlkaag wwtutf:, Bh. 22 (vert. vod 
(rinilni bfaawali), uaringv,ineen kid.-iiig, 
R. 4, Z. 1. 40 (muDgil. mlali). aM. 45 
(mangUnaug, mamanjir^). van liijeii, 7. 
Z. 17 d. (ngriugriug, nSkani dit door aim de 
moderne prat-posilie ring Ie denkenl. an^arJug' 
wadu: >ftDgamë'r stri, muo^uringttriDf, 
B. Z. 6, 20 (uglilalïla, mauglilajang, 
ntamëng'), tan slpl ringmarlng:, It. 24. Z. 
IS. 7 (riDién malali*. tan pëgat ring 
palaljan) mAlas piüpa muparn-natJtkénns 
ar ing sirlng laklstryAng-iiring, Gli. Z. 2. 7. 
ui]l\ L, aharing, aanb. otidiT darawaj, 

mabftnirt maharlnir van bloed, R. 18, Z. 13. 1 

(pëtigit apek): «araag — .jav. (orang ariug),: 
ksKinibukan (vgl. mal., z. onder muluk). 

— g«ntik: bij 'l tjikal-spel van de op i-ru 
rei staande tjikafs kunnm geraakt vevrden, 
nadat men namentUjk de vicrp^jikal by de 
rei licefl geworpen. 

marüipirlnimn : nicl een vrouw skh wrliu- 
ligeu kussende enz.; balé pang — ' in de pang* 
lipur, B. U. 164: nm. van ecu wunderbaU Ie 
Oaba, BL 71 eo 7fi, waar geiegd wordt, dat 

1 



9»\ U Ut\ 



iSO 



«i).\ M ui\ 



fcraanoran la^c gehoorie er niet m»g komen, 
of fa«m overkomt «en i-anip (vgl. jav. ktkarjug); 
z. under ijabar. 

IL, z. onilür Uab. 

Iir, uinir'. Bjw..: ngitlu, paniraiinpiri- 
n^ail: xvaarlrij man zich Irackt te warmen van 
aangelegd vuur, aanh. onder batihjang; vgl. 
tjfiU'aring. 

IV.,: rampingf aanb. onder rëntjang en 
rSnipi; iDtrltv ~: ampangipan, zuodat zij 
lichl worden*, litndjnr lan^liii* snda »riug, 
van ecii inoui mciiije. Pan. Br. 44. 

V., aiinir: klip (lamp. mnrinit: Wii gebak- 
ken van visr-h). BHiÜriii;, nanh. onder ëngés; 
Tgl. gni-ing; panas man^arin;, Us. x.. 3. 

uim I., wnaga-n: hei ruime «op (fr.: sjiga- 

ra). Meg. (vgl. mal. téngab — an), 

IL. aruug abatjin van krenijen. Dpi. Z. 5, 
ambé' Ding; &ètra uugaruug. ald. (jav.. gaiida- 
aé a ba Ij in aruug. Kbj., jav. ook: blarungan, 
Bjw. ambuné batjin arungan, x. onder 1£- 
wfib, en aanh. onder liranda), ^randha am^nc 
arung, aM., n^rnng vau geur of stank, van 
dr stank van d^ lading. Dd. II, bonnè bèofn 
marunghin. 

uiir^^ , miülroHg'*an: een wtdUiop howlm 
van paarden. uiL>nschen, sakadi karita (!) apl 
ma — * u, U. Gj.; npironfang: legen een ander 
een paard lalm loopen; vgl. niulabulabaii. 

fiSi\' Sfgo"^ nn bijen. B. Z. 9. 6 (paiig- 
rëngréng. sabda: vgl. «jav., waar ook rSngéug. 
en lual. 8rang). Iiuiiirtnic' van 't geprevel van 
mantra's, Sul. Z. 80. 4 (iiniuug), trommen van 
loomrR.7, Z. Illl (galak. magrbng), any- 



br£tl(f, ald. 23 (magroh, magrëng), nmr^iif, 
9. Z. i. I (masëngii, galak\ van de Alen. 
6, Z. 8, % (pagrob). Wlb., van muziek ioslrfl' 
menlen. Sul Z. 130. 3, (b.: bumwang). Ar. 
Pr. Z. 18. 16: roaiiïbrèn? en angbrëng; van 
op bloemen azende kuuibaug's, Wrs.. 14 
en 81t K. Z. IS, S (magirSng; jav. grfog 
lir kumbang van een toornige: vgl. laf. 
higing), van geween, aanh. (Mider mèodra, 
man^itiiij: mangrêng van jakhalzen, T. Z. S, 
130 (lyëbak magërjug), panghrèngia, R. 
21, Z. 4. 4 (pagrëng l\iiné): réug: gedem 
van die iet» opdreunt, aanb. onder bonjv: 
ansTéns (riUKiha nin*sarwa sari .sumar. Djpur. 
(dat de A. laler g. of k. geworden is, daarvan 

zijn vele voorlieelden, Z- bv. onder haiijaif; 
en baringiSl). 

v^y\\. tk ~ lya, R. 3. Z. \, 36 (lan k». 
Ia man djëugab). tui kënènx- — , ald. 59 
(nora DgèdaUm), tamitn kénèiir iranr. aki. 
&3 (lan kahanan djëngab, norana bisa 
i^èdalëra); grlng èrang.Sm.Z. 26, 3(sakJI 
kasmaran): èrant:, Sum. Z, 25, 4. Anj. Z. 
9, 1 (laSdjila), angirang Jrangl: angguguju, 
Kr.. Huwèranif, Lamb. 'L 11. 6 (Iwir isin; 
vgl. asi^niu wirang): mirai;, B. Z. 25, 10 
(djëugab; a)f. irang eo idat^). Br. Z. 23 
15. ktrang tranr (b: i ra), lï. 5, Z. 1, %\ 
(masawaug Ijongafa, padiengah\ mapi' 
djëngah). W. Z. 12. 13 (kasum bungail 
linandjilandji, kapiasëm), kirai^ran, R 
5, Z. 1. 29 (djéngah), rapanlra aug&ran;! 
lansê niii<t: dlwangkara, Mal. 54. aiqrina|lt 
Aiy. Z. 50. 2 {anglandjini}. aoj^ranj^ranfl, 



Sa\ en ui\ 



131 



«A\ en ui^ 



'. Z. SO, 1 (at^n-iwirangi). aiigtrangi 
êaj«r tnr rawl niUin mldjll, Blal. 3S6,: frs- 
akaMai donr srboimiKid der borsten de nyü 

■ Bta, T. Z. t>, 69 (kisflr njub gadingé. 
asoraog n. g.; vgl. piij uh gading mfirang 

UiK pambiUaii, si tjénirkir pttlarHsan, 
vit ktnkét lD|r nirlt, dènya tniuon lawé 
lUirkane' iinjadara, jav. Ar. 123). nok; uig^ 
aafl, Ww. Z. 3. tOS: uaka«wabbftw&»K- 
éi; iranc, Wir. J (vcrL van liriiujn). — * 
■«n, Z. S6. 4 (dabal ban iba nggawé 
«^ah): ènnr, W. Z. tS, 3 (la><dji. s$- 
ih), kèranrui, (t. 3, Z. I, 29 (I au dj il 9. 
£^ih): kaminurén, W. Z. IS, 15 (ka- 
èngab^D, kapiaKëm, kadjëngaban), ■si- 
atlén, kèrmn? nl flcJLdJtyft, W. Z. 13, 8, kè- 
larfraifr (6..- kèraogira), Z. 12, 13 (linandji 
ndji, kaptasém). Inlrani^frani^, aanb. onder 
itru (oiadjëngabiri), fttm&ma kèranglmn)^ 
«aluU dfivku, Br. Z. 5tS, 11 (kasakitan): 
itrup •winnir, R. 5. Z. 8, 8 (tjoi^ah), B, 
. 50, 3 (vrlrang, dj.), «ladidifl. 
■akèranfin. pak^ranf^n, voor eene vrmw, 
tmet men 't houdt, de pakèrang belalen, 
■kirur (asija Ilmaiv atnn): geldbedrag Ie 
dalen door die een vrouw geschaakt beeh. 
haar lemg moet geven (vgl. jav. pStukii 
irang. sund. pawivrirai^); 6trt kèrangan. 
vak. onder ISmba, x. ook onder wirang. 
wy\,jav. (tonder ljfin*ng), abirSof!' 

. 4, Z. I, 1 (badeng, sflëtn), van krjïsna 

ibIl onder wadha en Aoèa. tapa» — , 2. under 

pas, utaodiiqr dudut -~ nakakftlambi: 

■ rasak kr£«Dlmbaritkanljugn, abang na- 



hiring waoèh van wolken. B. Z. 3, 36(rakla 
■jan badèng matnrat rakla mwaog krèftAa; 
Sund. hidenug. mal hérang: lag. bilang: 
donkerkleurig \an ki|tpen; vgl. birCng). 

V. Br. Z. 13. 18 (panglong). 

3*. z. onder Ijung. 

4*: ktmlikool: aanh. oiider bubal II (lamp. 
barong or ar£ng: stxart i« in '1 jav. A«ito* 
kool. air. wuring: swart, terwijl ng«dj. bu- 
rtng, lag. bnling en uling, bis. uling 
weder houtskool beteckeucn). 

V, k«Ja — : rhbenkout van Java, tot kriii> 
beften bewerkt (lamp. kaju birong; vlg. nnder 
arfing): timn — , jav.,: zekere kruiderij ak 
careuma: — an: zekere zwarte en langharige 
aupsnort; hnndt de bladen legen 't liehl, en, 
liel hij er een gat in, dan werpt bij m weg, 
\i.. onder lutung en vgl. B. Z. 10, 10 d. en 
aanh. ond<T lat^kapa (niad. këlang èré- 
igan). Sin. 

Kut — z. onder kat. 

ViTi\ I., van een beni;, Sul. Z. 9, 1 (s»ni< 

ping}, T. Z. 5,64 (s. buktt). van '1 uilspanst!), 
B. Z. 3, II (l£pi, unggwan), van een berg,? 
Z. 3, 11 (sanipib. vgl. iding). nirinir, Sut. 
Z. 91. 3 (mlipih) ka — : vert. van Urjak. 
Wtb. (Ilanu Vin 291). van een omgcvallm 
wa^i^i, B. Z- 4B, 18 fnianjan)]iiiig, uggiriug), 
Z. 104, IS (kampSbang). van een tngeNlnrten 
henf. Ar. Z. 46, 2, van een berg dnor een aard- 
iKvii^, Z. 62, 3. Sul. Z. 112, 16 (kaging- 
gang). Z. 122, K (manggiring, vgl. jav. trèaf' 
en z. onder hili). ahlrliig van de gang van 
een wagen op itleil terrein, 0. Z. 6. 20 (mangë- 



«i\ en ui^ 



132 



9Ji.\ «n ut^ 



g:aqg. Dggiriiig^niHdèrtk*t],hiri[^nn lae- sapmn,B.6. 24,11 (nguianin, ugtnganinj: 
gt^r, ald. {Katn|)ili. igpi, mal. iriugan of pai^iring danêié: •vrattiknira, maki- 
hiriugan). t birit^anku Sm. Z. 3K 9 (d i ring: tol gevolg hebben, gevolgd door, Adip. 31. 



sauipiu; blitiL-}: kaïialiirini^ z. kapirii^, van 
plaatseo ter zijde gttlalen ot niet belretlen, T. 
Z. 3. 65, Z.5, 74: miriiv: ?.. onder iiggiring, 
van een Iireede sleen, B. '£. 14, 4 (lumhaDg, 
Umpéh. njandii^), pHn^iringnkëna van een 
dier, dat nten over den schuldi^jc laat loopen, 
aanb. onder kuluwuoff en anitiah. 

II., ja». (•"I^'i^). ivïiriiiif: nederig in pi. 

van pa t u I als antwoord (z. iij u A n a ug^: ook h, 
v.milu; een voorname tergesellen, >uniilu (z. 
nululin), iiffiriuic, T. Z. 4, ii (mangdiilnr), 
• adniur. aneliinjr, Z. 5, 86 (ma ndnlnr); 
irinsian: vrn.s luliilan, niulrin^n: «madiN 
lor, ofadulur salrlnir: lick-efdc bevestiging >ik 
xal uw zeegen ter liarie nemen", gebed uw wU 
«ol({<-n, «lutul. aaniihu (vgt. said^pcn salii* 
rul), nl» nisf^dën^iriiig Ijai: •jè,ku jogja lu> 
tintfinnku, Rura ugjriug Ikaii^ bapa en tan 
ngiringai^ pltan Isun: * lanpamisinggih 
iiigbapa), tityaiigt sairing riiu: pun^ndlkan 
mémé: «singgib sjtdjnjanira kasubun. 
njandaii? Irfni^: «jogja piluhun, mautri- 
rlnpang'; • augatürakên; Muf'lLa, aanb. 
ond^ rddjakflrjja: ralriip, Sm. Z. iX 11 
(niimulin). auriritijt, Z. 2S, S (id.), mangi- 
ring auakèbi, K. 5, Z. 1, 4S (ngëa^iuin 
wwang istri. mangiumruui ikaug pa- 
wéstri, ogasihin anak lub), oiJriug ana- 
këbl, 3, Z. 1. 8 (ngulanin, c^idÊpang, 
i^ulaugunin; '1 jav. lumiri ng is niistcbien 
v«rk. van luilu uiirii^), augiriiig mauak 



10, sering: «lawan, sèriug 1 kfu, Anj. 
Z. 6, 1 (barëng tËké, sarfing ring), sérii^ 
mwang: te samen met zijn gevolg, dal arhter- 
aan loopt. B. Z. 10, 5 (sarfing ring, 1. 
miwah): sering lawan, Br. Z. 8. 10 (ma- 
saréugan ring, kairing antuk, sarfiug); I 
wwan? tanpèrlng, aanb. onder ISuiëh: umi- 
rii^ sikapmja T. Z. S, 109 i^maogulurin). 
at^irln^riikén een lijk. L. Z. lO(madjÉRukun): 
saméri%' tnwan^, Adip. t12: pntjaiv* antnir- 
puijan): g:u(i)n;^a(èwa ni ir ing {bevreemd te wed- 
ijveren met?) I g^ntoh pitjodbara. fr: èrinf, 
W. Z. 30, 3 (ngè(taU-m, djèugah). Ar. 2. 
26, 6, twara Ja nglnti êriog: «tamatan 
matakut, tu èriiig sangrkan liifKun g-a- 
migll wèt inpkav'Aran, Spl. Z. 1, 30, zoo blufte 
bij rl nianahnya ctaiiat èrtng, ald. 31, aagt- 
rlnigl['f), dèo ktrjtigi: voor iemand ontzag h^^^ 
ben, Wtb. (vgt. jav. kinèringan, mad. kè- 
rèngan: geacht): tanpapakériig: «pragalbba: 
twara nglah papakèrlng: niemand ie <ml:im 
hehben. 

augiriugi tjtdra, aanh. onder grémi 
sariilngirlng ^Idra van een gtrijdeud^ SpL 
6, lOS, aanb. onder warApsari. 

uiT)^, jav. (Bjw. h. V. baljot, •«J'j 

Helden aU h. of vrn. van tj u ng u h (zi« o. a ng 
sund. irang, mal. hidung co idung, 
idung en irung, mad. èloog. siunbi urn 
Dgadj. urong. kSrab. uruh, z. onder sa 
kén, bal. igung, nias, icbu, all. ngija 



«*> en vj\ 



133 



«*\ en ui^ 



rgl. onder udang), E. V., R. 3. Z. 1, KK. 4,Iinas urung, mat. of jaT.,: een zeer gocilkoope 
Il 1, 14 {ungasa»), B. Z. 19. 16 (nafika), eddgpslwiile-sotrt vuor ringen van kinderen 

1 



ondnr Ij fl ni) s a a. 
üinrs^, ï. onder idnng. 



■4ak «mèt, B. Z. &, 1 (b. iuag6iig inalu- 
nouwaii kalamliusin itdang |M>lih ika 



uvn^ I- jaT., t. (mdcr pakung, balèraan 
wfüg pRnunnanililnanibiO»^~aI>hn1kilnr. z- on4er tjanang. 



wel eens ^elteugd (Bjw. uias wnrui^): zelden 
in pi. van üèlong 11: téluira urnnt:: eigenn. 
van een pi. in 'l Gil: 2": i. ornler iiljin; 3*- 



2'. nriing-iui z. onder sangawdra. 

II.. B. Z. 79. 9 (umali, sinia). Z. 40. 14' 



i|cigo, api gédé g«naha malunuwan (rusak, suflng). Br. Z. 33, IS; pnlv ngu- 
pabainqa iigalili pradjani. bSS do-j rui^an (f) kaïlolu fmbanr padonhir taïï- 



ilab pambakaranika nrang inasin 
dadakan ngntibl: kakani — : *kara- 
Irila, («é|ilt — , 1. onder üSpil. 
D., Dgnranr, Bjw.,: retdi oud, maar nog 
I ibmtg \an baiulioe. 

, mal. naar <Il- mi-n. uilspraak,: wwang 
run RoDc en ëkiilajwa); onng atiu: 
tt^MMTf. T., h., £7 h., Ag. 29, R. !5, 
lï, 29 (wurang ulan). 
IV^ — arlnf z. ondvr aring; fanmni: ha- 
Ing woag èwëb, 
V.(uraF): ska ring amndja: buninrflnr,Sm. 
$, 1 (aqgaraDgi); — ' z. onder isinmng. 
tny^, bantin; « — z. onder baftiéng. 

uin^, jav., nguring' iiaglh pulfis van 
fhperige kinderen, aanh. onder gëTt-os: polah- 
hné — 'èi: «rarusan aringringCn: 
— 'èi: «ii^ut'JD, aaub. onder pirak; 
RvUr* z. onder prèrél. 
I V^\' ^- ^"l^A "' ■ '"-inyidrü's Kampnn 
ianmiig — uF 

uim L, jav. (wnrnng), naasl wai^dé: 

^v. buQng: lannmnriui: «tan wjaUiiljAra: 
Iia urungén, aauh. onder ijanipul; 




dJnngftD, B., m., Z. S (K. K. h. id., niaar 
uruDgan en adjungan). 

III., vruag*, jav. (vgl. pm).: de opftHHj' 
van ccn IrckpoMuit, van een IJieren pijp 
of buis onder den grond: nrnnr'fln: o»der' 
aardtfAe walertading uin^Mlal lüMncUicld ea lang 
nieliooniimalsde aOngan; aanfa. onder sirik. 

2'. kang mêniaiidi, !<«nil tngurunguruug 
mas, pinailk Ing ratna kahoi, Jsp. Z. 12 
(«as. Jsp.: ratna idjo). 

IV., arung daja, z. onder daja. 

V., nrnngan, z. onder km-nngan; urungan 
gaieng, bbg.,: banlaug g. 

'iuiïi\, z. onder irang. 

n., — ' : aangtlasrhie d<ifirand (ygt jav.): 
nm. van een ster (Bjw. Hnlang èrang*, jav. 
paiïdjér soré? of 1. lagil of tagèb), voor de 
binlang sijai^ verNcbiJnende, die onUlaan 
zon zijn uit iemand. Alv 'l met zijne moeder 
hield: de moeder hem Iui7.cnde, herkende lH.-m 
aan een lidleeken aan 't hoofd, ivaamp zij hem. 
toen hIJ Di^ een kind was, ni«t een potlepel 
een slag bad gegeven: de Moi^dsdiande ont- 
dekkende vcrvioeklcn zij elkaar, ten gevolge 



«A^ en vt\ 



t» 



Si\ en tn\ 



lë moederde kardika werd en d« 
zoon de êraiig' (ilcielfde gesi-liicdeiiis als d» 
jav. aangaande walu gunung <:ii sinla). 

n. — an: um. van een sai^awara. 

^?\ E. onder iring. 

OUinnro^ 1.: een afdeeiing, em groeji (vgl, 
paugkCd). tétang: orong, ens., oron^norpè* 
i^roroas: Iroep van krljgsknexliten : 'l getal van 
af 100 lot 200 vai'ieoronde (-.ligjtian): apSn^- 
r*ig: een hoopje van o[i ziju meest xcveii personen, 
bij de oogst ccn kCkawtn andere grwjien 
van evenveel personen toezingende; rol v«n 
een l^er onversctiillig uit hoeveel personen 
bestaande, — imé f ann dadi aii^ngorong: 
pangorongan angin: waar zich de wind als 
'l ware vcrsamelt. ifiWAocA-, 

n., oroug Idung. kis.,: aUaugan Ljnngiih 
(men. nrèng, mal. uring: hieveltje mder den 
neut), tëngaq — : arungan, tëngAq — tni] 
bfldalt van zeilenden. 

^Tini^^ or karauginf. angnrangin van 
muziek. T. Z. S, t08. manganuigin, Sut. Z. 
147, 12 (anguiauguni), Ar. Z. 30, 9, Lamb. 
Z. 6, 1 (k a d i ug i n a n). van muziekjnstru* 
menlen. Ar. fr: munyftngmngln, Smw. Z. 16, 
24 (jav. angrai^in of ugrérangin, jav. 
Br. bl. 23). 

i.nyiriB|\: soort schelpt, aanb. onder sa- 

rasab. 

uiTir'.Ki]^: uitspr. van wariugin; tJalen 

— X. onder tj. 

wnn^, jaT. (wrangka, «warangk»)^ 

• panrljara, aKarungan, de sampiran 
endepëi^amiiung (gambar; 8und. en batav. 



sarangka. ngadj., en lamp. rangka); ladi 
van een g&xetn- (t. mala id£ng]; ragané 
mortuigka mères, II. fl.. lèngkjaiig manguraig- 
ka, ald. 6G. bangkjang léngkjang niniga 
raagka, Tjp., aanb. onder rCmpi (vgl. de 
door Knorda ullgegeTen w., — verbalen, hl. BS, 
9 van onder en z. onder palrËui en ijuriga), 
• amaraiigkani kris, MhI. 207: aanh. onder 
kunljup, waraM<rkanJ!niiig(Nft-mmiJ9ei<aii(r«ii 
in enz.) büidjang lukar jegens eene minnarrs 
Was. Z. 6. 182 (vgl. onder kungktitig). 

viSf;Ttt|^, W.Z.30, Il {plub, gwéda), 
Z. 35, 3. B. Z. 51. 4. Z. 32. 5: 2. kariogèt 

ui^r^^Ki|y ingsun, vgl. ingulnn en 
ingong. 

uinn\, z. onder rangga en hirrAngga 

U17*?r^^, s. (mei een UcJiaam mm diamani 
zoo bard als d.),: eigenn. van een hoofd der 
dètya's, U. Z. 9, 16 (sang rangga, i r). 

|uin\, muig ~ van olifanten. R. 18. l 

9, 5 (paguflng; vgl. rëgung). 

«*yri\, niHrèngïiBg; — . B. Z. 6. 2 (^S 

JDg kaljSSng, mnrèngang 1 ijatnjaDé). 
««Ki\ of maka I.: vuorb. voor door 't 

ar dridetlergrepig gemaakte woordcu, en hen 
beleekcniü gevende van klank^naboolsingen (aten 
kan bier 't vuorh. 'na o( o aannemen plaats nfr 
mende vóór 3 leltergreplge met Jta aanvangende 
woorden: vgl. bat akka co raangka). 

«II. (Sund. en katingansch aka, bal. ang' 
ka), Hk»: oudere ftroerfer R., 7,Z. 9, 1 {gradja; 
I. raka en akang; vgl. «aki. aji en kaka. 
dal uil een vroeger aka' is ontslaan, vgl 
onder himP). 



1 

tone 



&i\ eo \Jt\ 



135 



is:i\ en vt\ 



uiB\(r). MTMUilig {*) - n«il, T.. b.. 

4. 70. 

£A»\. T. Z. 4. 42 (ljéi}.Z.4.S9(alwaar 

I aader bds. kaki titieR), Z. B. 14; in den 
1.. W«. Z. J, 25 (?gl. 'l gebruik van 'l jav. 
tkiy. 1. rftki tn vgl. «aji en «aka. 
i.ia\, jar, (■ litei^), in sommingn slre- 

1. taitals in 'I S^mhiranschc, ; ttjang en 
de rr. Shiiiia in den mond gelegd, K. 9, 

^ i (i r a , k & i}> <'>'oi' <^ ''C>''^ "■BI '"' 
Rprinoes, 4, Z. I, 73 (liapa, k o in p j a ng), 
iMi mungakwa ramé liatyi, Br. Z. S. 8 

aanplant: gëb, ang;angk0ii.iii»ngunKk£- 

iti), h^JwftgJ&Bgaku (Ara paüdita iiiida|;da, 

mlLonilerinaliAdjana (da ndên agé ngang- 

{natiif wanèo iiiwab wjku ririh)> 
aifsipuaya kiuiistan iii(tinaugaku tanga- 

^akèiia lèkap maliAiyiuia, Br. Z. 4, 4(ogn- 

n aku), lau kënènaka: men kan er geeu 
ap RM^.aaub. otidcr wt^wAsBi iigaku 
Irfb: «pakia liisa: sapa kadi aku: «gu- 

ifada, •alij'ngkara. «kubaka (vgl. aanb. 
Khlrr wiwatjika en jav. kumingsua), 
kadi aku: •mawalépa, «awamliua; 

paagakD, E. Z. &li. 1 (pasaar, saoggup): 
l^onakanfn: « isinoniasomah, «amu- 
^tkmudjuki (vgL ngiemjfsf n): aagaku, T. 

. t, 34 (masanggap): agakuftiig (iijang. 

Qpaitg en auniaiiggiip): ieU belmat te 
, tin plnlnta kasih nma-tih i^aku an- 
i4a rawnh, T. Z. &. 29 {Aaaé kalunas 
Ijaio ogolasin ly a iiggupang oékajang 

Jabqaaé): akan*: aaiigeMmen kttut, R. h. 

3,5 (anak atoa. sas.:. pUenkind); 't Mo»fde, 



ald.Z. 7, III (né angkliiang), in^kon akon ' 
imtrt: bun ttvrdtn prineessm totgezfgd, ald. Z. 
K, 35; ngakniii (iigangkéiiin en marijang- 
k { n i n) ; op iels aa»gjmak makm op «oii anders 
goed, bv.; katt^êtin kakuin rlaka: kakuin 
kadréw^ anlnk I ann; n^akii (tifjangkën 
en niarïjangkSo}: bekmnea. rerA^nm, anga- 
ku ^onvokü, T. Z- 5, 12 (mangaku kering 
lur wi(èia), apan ntah^vi'kii «ir&di maoi^ha 
adjarnj'fliifiikii, nld. 13 (dèningl£wïb hig 
wifè&a léwib ing pradjurit kèto pattga- 
kunya), ngaku kriu : zich \mr tterk vitgevtn ; 
ngaku nanda i-iix.: uok: EiT/f/areN bv. dal men 
gcslagfii iti . ng a k u syung: sieh mor em s. 
uitgeven, aanb. onder iri. 
ui'jia^ z. onder oké. 

r^w\, jav. (VI w\),; vrow. op een meer 
verwijderd voorwerp doelende en vaak gebeiigd 
voor bepaalde sultstant.. bv. tkangwokir: de 
heuttli. eigentl. die daar. de beuvels (jav. i ng- 
kang: relat, vmw., ma), jang, in 't mal. van 
KaleJ nng ja, is op ilezelfile vr^w ie verklaren; 
vgl. 't gebruik van ja in 'l bal. vMr den naam 
van een itersoun, x. o. ui^ I.; in de baL verL 

is i k a vaak zonder eenige beleekcnis en ver- 
keerde verl. van «akSn or akSna, ^1. 
papag). 

•c^7a\. rgl. jav., ikiiigJndbistbire: ik J.: 
Br. Z. 23, IK en 16 (de smw der Zon, ik 
Karna}.Z. S7. 4; W. Z. 16, 9 (1*» pers. F): 
Iklng (aau 't «iude van e«n regel), Sm. Z. 29, 
2 (d<^wa), Ja tikl xegl Judbi&iblra op zicb 
lelf doelende, Bh. 80 {verl. van so'bam èwa); 
aanb. under si; vgl. iké. 



ii^iq\, jav.,: aanw. Tm., zeer vaak in in- 
lerÜRcaire vertalingen met een volgend bepaal') 
snbsl. gebezigd, ran daar iknng. 

lp n \ : aanh. onder • a I a (rerl. van p n tf* 
tjha; z. ikuh), H. K. Z. IS, 3 (ugal, Isng- 
gola): manffikn: volgm, t<ergezellen. Siit. Z. 25, 
S (numutio), 7.. 141, 7 (nututio; «jav.: 
mbuntut). mabjn» uniikwè(nfl:) sai^ bliik- 
snka, tnn ^Innnic df t^nnK sanlatmn, Tj. A., b. 
(a.: nnialiJtiD uniiriug» niarèiu: ft^muia, t. s. 
4i niabfljiitl): njrika: mei deelneming aanhooivn 
iemands ongeluk, zijn verbaal aandarhtig volgen, 
welligt fnostmt T.. ft., Z. 4, 18. 

i;!'}»^, B. 5. Z. 1, S4 (nènënan).: dese 

hier, Adip. 2t, 23. nu, 46. SI. bis., 87. Ikans* 
R. 23, Z. 8, 3 (niai^ké. né djani], lk£ 
wnwuskn, R. G, Z. IS, 28 (nénénaD, né). 
B. Z. 9, 24 (to, Ika), n&slkjlnlké, R. 3, Z. 
1, KIS (tjuiigubnjané), IkènK en iktncsamaja 
Bapfttba. 0. 

t^-jKcv '?^»^^.: «ngko (Tgl. ngad). 
ikan en mal. dikaa na akan en dëngan in 
pi. van ëngkaii), abo ityap^kOHznara dibJarApa, 
Shl Z. 30, 4 (njèn iba), Mipèko kantja bhnja 
mnsnb enx., R. L. Z. 1, 80. 

<JiiGi\z. ukuh, — BftofokaDa (umanan): 
van plan sijm eigenttijk maar 't ging niet door 
(l bat. Dij&n}, okana lyang' lowas ka OJoira- 
nca, ban bnOn^; to ukana njrrusak iniitJ 
sfliiïsa» umarannjané: die vijanden wilden Item 
verderven maar sneefden ailen, zoodra sij nader- 
den, vrije vert. van H. 4. Z. I, 82. ja kl^an, 
béo^h nkana njènèng rata, dadi mk\ kaSlaKé: 
hij it de ondsie, naar aÜe billijkheid moeM hij 



vorst sijn, hoe k«mt het, dal hij herfoaarts naar 
de wildemit gaat. ald. 86; okananifa: agmlUjk 
bedeelde hij. 

^fsii\ (?], toh mkrjan ta diwafa hAka 
mJtskn IlIlrIlyi^ Anj. Z. 17, 3 (dub déwa dèna 
masiram tnahjas dèwan tilyaog udjar- 
iiya); vgl ukaina. 

uiKi\ : uitspr. van wuka: ujali nku (in p). 
van u. vv u k u) : soul met grootr. korrelt alt middel 
(sëniliar) gebezigd; Hall. soul (Engelsck sout): 
zout door- kooking t^erkregen; uku^: ocimum 
graStDitimum of o. basilicum, afb. Rumpb. V pi. 
9> fig. 2, • lampas, dat snnd. en jav. is, ter- 
wijl Ie Bjw. en Balav. klainp{!s in gebruik it 
(sag. rSruku, mal. ruku^ lag. )oko^ all. van 
de MinahaRa kuru', z. kënljarnm): kSt)< 
mOB uku: ben. van een kNne sooK, kleiner 
dan de k. d a p d a p, en slecbts 40 dagen levende; 
zonder (aban gchvv-eekl en een beeld vaa 
onbestendigheid: z. omlor (rantoDg. 

^«1^, «., èkan: de eenheden blJ 't («llco (c 

péOD); cka^ltta, Snt. Z. 139, 9 (noi^ga)ang 
idSp), èkadhftnnrdbart, z. aanh. onder wi> 
fèfta. ékadjnjana: «ékatfina, eküb&Aa, u 
onder ^kab^ma, ekaslhftna: emsaamhadf. 
T.. &., Z. 1, ft en 19. Z. 2, 34; dnmnnnig 
rlni: ekastblBfl, T. Z. 1, 11 (mai^odjog 
iDUE^guh mabdèwêk), nipèkaitana: «éka. 
lana (t. èkapAda}. kadi èka Bffarünawi 
tlkanrdjairat alara ri Itna nioftapa, Rt. Z. 17, 
3: ekapliida, Ü.;ekadjftti, brAbiuana Ml nlaff 
warAna, tomnt ksatrrft, lumut valcja, tk* 
sang wanina ti|ta, kapwa dwidjdtl Kira, dwi- 
iljitj iifaran inKplugrwa man^djanma, Apaart 



<U\ «1 v»^ 



1S7 



SJi^ en \Ji\ 



•i4fB(nlnuihrAhnia(Jart fnrn kalawftsl, kl- 
■Ibu drs dlltJiHbnita sanfrsklni, kapinirrwa- 
■ls)H)«a«u«lra tlk& ri huwusnlra krëU-Mitir- 
Airm, nlhiD niiUnflrtirBii ktpwa dwl^jitl 

Èkulfi, kannnir lkHii;v^<'rti kii|titDlnr 
ÜM. Ik* djltl, MBr kadi raslbA tao dtdl 



Itnitfimèka fighranen; patkta: tisl. 
een or ander middel, om licb uil «en moeiis 
lljkheid Ie re<lden, aanli. onder kèwuh. (vgl. 
jav. pahéka). 

II., I. onder Cn m ^ 



nuinKn^.— ^ gerecht bi-slaande uil tol 

aan bralt sanirskirii, litau brtlimalj»!-!, ,ira.Ien ft.-iiliikt genxwlt-rd «ii g«tialit ïleesiih. 

■lUkan» kab^nlkan^'vnranu anpA(, Ja Ikll 'junia^. awka,: vrn. = |ianak:z. anak. 

nun'^a^, in jil. van awaké, aanh. onder 

iba: ook: nké. 

Sjiia^\. (f) paksyikah van de baka. T. 






ijalarvantfitt ornranya (an hana kalinianing> 
«ink»a ■paraiija, lul. 8 (de bier vertaalde tekst 
ih ia tUan 1 i); èka pArwaka, a.inh. onder 
lr«aaa. msi^ékadlijdjl, Sut. 1, 21. 3 
'Baaunggalaog dyana), èkawAkJa bida 
khlnaa) (rnti nn 2 dingen, die ééti ziju. 
Mv een anden-'u naam dragen, T. Z. 4, 40 
(aoak abësik lin kaotjap): ékawluifv"'!' 
•MlUiar; ook: elawiugfal, Rin. Z. 61, 5. 
■aar aid. 8: i*Mf c^ kawiog(:ali nar^ndra 

pèdjak dènU (namll. door Una parua; vgl. 
eadcr pafiljaknllrthn en angirlraparèa) ; èka- 
rtklla: laèkapraja (z. sèkapraja onder 
tik» ca igl- karaliita); ékasaksi (0. Adig. 
SI (■sakai istril); a iig c k awrëdi^a, t. on- 
der ékaljilla: sang bjang èka, ékasuksnia 
irfèka*. aanh. onder ladjar. èkatjiptacn 
liAka. a. onder karahita; z. verder èka- 
d«(i. èkaUna. èkatjalra, èkadè^a, en 
• èka. 

nuv n \ L (rèk a), ui^ka: iets tn im gedoMt* 



Z. 5. lï. 

uiKiqy cwwad, tcorfe/ van een plant enz. 

(Hal. akar). 

OjTMOiq^, ft., t. onder wCgang. 

utOKi4\, z. onder kèb. 

£i n ^ \ , amikèfa, R. 18. Z. 13, 1 (ngasèn), 
mékèh: zwhien. Sm. Z. 16. 4; It, 19. t. 4, 
S (paps), niütniuig nifik£li ananas Sm. Z. S, 
16 (madekCsan mangéliug mandutamöj. 

vgl. èngkSh. 

uia?^: alangguli, bijna gebeel in soni< 

migc streken verdmt^en door ikut («ikA, 
ngailj. ikob, uien. ikur. mal. ékor. bal. ibur, 
skk. iur, lamp. ikuj. mak. en manger. log- 
koi^, bog. iko. kmb. tqgkuli, z. onder sep6- 
k£n): uvergeMeven in do ficbrijflaal en io 
— latung (: •kaftdujuban}: tlém — : sMere 
ftbiM sMvwdb (balav. lèiubaqg. jav. van Soc- 



ieli rm itktre figuw- vomicn. bv. ^^^^^j^ jjy^-j 
fkana ^nima; èkan': allerM sfrehm ^ n w^> of ulÊl^^ (vgl. jav.), anf — : imeA- 

J :_ •• .._J„_f ■„ l.ll... Ul.l 1.11.. 1 " ' '.'... 



<« itmond in 't lerdt-rr ie lokken. Kid. Adip. 
1^ Z. 4, 36, ngiUanang npal». verl. R. 5, 
Z. 6, S: da Kaïas gutiang Hajaog: •tan 



ten Ie welen Ie komm iets, dal gebeim moet 
gehouden worden. Uadji U. 10, 14, miinintkik: 
sich vtH iels mewter makm; Dguklb txnggnii* 



Upih »m de vroiiw Ie bekennen, T., 6.. koktk 
van de (spih. Was.. Nnl. 64; ha<ïtanira ang- 
ukih padon in; sindJangT) B. U., aiignkth pa- 
dnninglapib vau iemand, die ecii vrouw gaal 
beslapen, pangukib ninrwldbiwiifa, Br.Z.Sl. 
3 (palilab niug tijat^ wi^èÈa]; vas kokih. 
I, ondiT alati, wong: tan kokih: bun. van een 
■oorl lijrwadit nf keurtroepen. Ar. Pr. (vaX 
amnnali sari en tan niunilur), mawiinnhau 
tupoUkan diir^xma, W. Z. 3Ü, 1 (infinalian 
tan kokib jèn dinurgan, mapadudwan 
tan kna kokih sjiigka, inuuggwaoin 
Qora obab piluwi gSbitg], siljoklh, TV. L. 
Z. 7, 1U6 (silih ungsi). 

u^iein, zelden in p). van ukana; ukuh 
tityang ibl mrik), ukuh bangim tanl logas, 
aanli. onder gurëksyak, dè kabajanlanaiig 
wadbA, liju pada manirliiiiésfii, nkuh tonjak 
kabaktinin „dèsak DJuncul inamnnjinin, gn- 
rnnju maniciidyan:; kènè, njal ntèn i lang 
arsa, nab mai lè Digak dlni,, raris nigakma- 
kakftlib (de ouders der bruid), di andag saka- 
hatusé, rarls téka niarèrod, nsantènè aiëbaiv 
ntri, TJ., b., Z. 3: tani ukuh ukwa: niet 
uitgeiockt, niet ooit l« bevelen bv, van een 
pompeimoi-s-Roorl. ook: tanl ukwang ukwa- 
ugin, aanfa. ouder lantud, (anl ukuh ukuiug, 
aanb. onder ludih, okwan: ukuna, dat dus 
uil een ukwana moei rerklaanl worden. 

'^uinn (aamc), b^ de Mahonutd.,: jav. 

kèkah (sund. èkah, lamp. ikah). 

ui)asi|\of akan: spijif (vgl. ngadj. enx.), 
— alompok I taar^ira. Ar. Z. 41, I. 

(UiaKl^l.; als 't ware tijn, kunnen gehou- 



«*\ en m\ 

dm voor, de plaals bekUtdcK van, U. 20. Z.: 1, 
4, Z. 19, S; 21 Z. 2, 17. akSn hndaa apm 
van de argevallen htnem van de palêca, 7, 
Z. ll.b. (maaawang, kadi), akSn knkusnya, 
R. I, Z. 1, 4 (sawang; \g\. mal. akan); i. 
verder angkèn. 

•O. aanbccblsel (Bjw. un BanlSnüch in uguko, 
in 't gewoon jav. in kraina; bat. bon of kén; 
Lamp. kon, kÊ en ki; 'I jav. aanb. aké kan 
vroeger niel beslaan hebhen , xooals biykl 
uil den uilgang van de conjnncl.. akSua d. i. 
akiSn + a, aebler woorden op een klinker 
uitgaande nog in gebruik, Icrwijl hel achter 
die op een medeklinker eindigen, verkort is 
in na, 't jav. nSnguji was •hénSngakfina: 
vgl. onder na; mad. nog agëna), De BaL 
vertalers verlaten dit aanhecblsel vaak mei ikal 
[z. een viiurbt'eld in de vert. van een p). aii 
K. onder • anuug). 

uiiaiGij^l.: luQng, ak<n gohané: hij siet 
er majexttteus uit. 

II.,ngakëniB wldi^n in pi. van ngaugk^nia. 

uingcn»]^, E. kon, nmakou, Spl. Z. 4. 

!>4, ïnakon ngarangkèngin: «kinèn pafi- 
djaraha. 

11., z. onder aku. 

rnaKi|\ (spelling onzeker), aanb. ondn 

djiijini (verl. van niatsya: mal.), (itan haoA 
pahInIkA sang mamis lawaa daging rènp- 
rèng, Mkwanya kèpwan o. (ndfi) Jan nng^ 
gwan i ngftha^a. manok maia katakntnya, o. 
Jan anggwa ringlèmah srégala katakutByi. 
0. Jan nnirgwa ringw«£, ikan katakutnyi 
sangkjêpanya, sakwan tan snkftpa tan apllik 



SA\ en \n\ 



159 



(U\ et) vt^ 



imrtijtiiya , maurkaiia ta sanf sutfh 
lira, iDl. 61 (vert. van Ind. Spr. &160, 
iL Op. II. 181: Mo/rraM in pi. van matsja- 
i); kwtl htkao: nschvgv». Sm. Z. 32, 1 
kaag jafal: vgl. bwalrawi}: palkanao: 
pèwa kan. 

Lia»]^, X. onder iVin. 

l^ianj\, dArintarèkiniiiha liantarota, B. 

. 78, 31 (iba, kii), s. rii^^ 

•^mKiio|\, ï. onder e^a^ 

•^Uini^^ of ik«n, su.,: Ukéh en suQ- 

D. Ier oadencheitling ikën olak en ikSn 

méq, Tgl. rikën (enmal. ran Tira. ekckf). 
tn«iB\: aaiiw. vrnw., die daar of dit Aier 

[caU., ikana nialanjcku: dü mi> liiikerMi;, 
. Ifi. Z. 7, 1 ikana n^dyriunuka , aanh. onder 
flrs (I tjorah). 
•»ici-^ru\, s. i. ouder indra. 

c«ien»\, pangèkAnta (geheeU toewij- 
i) i pAdnki enz., 0., ^kdnta wlfraha 
nat rln^iré Ja dènta, R. 13, Z. 1, 16 (aaiki 
aegwifèsa tka kagaiuSl jan antuk tjAi). 
talk ntra pangëkanla nl manab niahA- 
AUt ■att^apatl, Wir. 72. 

c KIM 13^, ».,: eij^eun. van nmpl.Adip. 
Ml— nandala, a\i. 90 (fr. Kid. Adip.: tja- 
trimatidala). 

£tiEiu^\, •èkaijljballra (aika^tjba- 

I, 0.), R. 16. Z. S, 11 (ntakapaOban, 
ikapadjeDg), Ar. Z. 26, S. Br. Z. 19, IS; 
iatjtjballra. Sul. Z. 1, 1 (tunggal maka- 
■jam). Som. Z. 42. 6: èkadtj^ütrèiirraras 



van een ütlioone vrouw, Ar. Z. SI. i. Ar. I 
Z. I, 6, aanh. onder lanaja. — slrénanis 
idniwl ninfiljarob I WDlalirAfrranftsika SuL 
Z. 48, I (Iwir padjéng sasibi). 

CsKiMitfi\, s,. Sul. Z. 139. 9 (nungga- 

iang idip), ani^balJlKai «praftajama, aanb.' 
onder giri^a, afgewisseld tnel angökawri- 
daja (.lanh. onder üwabblwa) en annnirtra- 
lakèn «rèdajo, Krws. 

■Ui^^.lambftkar bisa, B. Z. 49, 17 (ubad 

dabal mawi^ésa, u. nora tani mandi, 
Iwir panawar upama; vgl. viid^;'tina). 

woord voor worfe^ daar de woorden voor g*- 
neesmiddel onUlaan %\\a uil die voor blad, 
neertelt z. onder don en •Qwat, alhier nmitchien 
toe Ie passen: «abikarikahên , B. Z. 49, 7 
(duluran ikang tirüia. andere vert.: ta- 
hSn, mwab ika sfikar siinpSn). endhl 
n«:arau]'a akar, Wib.; x. onder guliga (is 
Dgakar in de aanh. onder adhastha bier 
aan te vocrenf). 

ui9ci\ , jav. (•(£«n\],: sekere kteine lor* 

soort die lich in den grond opboudl en tegen 
TfTgifl ingenomen wordt, in een bamkoekoker 
of pot niecRlal gehouden en krygl da» me«l 
Ie elen; naar de kleur beetendegoorlen griug- 
8 ing (ijetpikkeid) , mas f^etiachtig) en l£m- 
baga (rMdachtig). 

uiiéi\; angkid, IJ».: ook; aqgktr, ald. 

t.iia^. baddufifcër: b. kniol, Kid. Adip. 
b. Z. 4, 14. 

pfi">, okör. B. Z. 17, 11 (kobÉt, k*.^ 
bukan], van verliefdheid Milroerd, Snm. Z. 
11>. 9, oker, Sm. Z. Sli, 4 (kèhukan), .ojut. 




ujï&> I., jav. (•p^^). prnklr: iel»,'"'*' "«/^cwtanAf Ie kort nf te lang naar even* 
Tooral liflMlol paras, vo» ingematene intraden' '^^'^S^^»^> Ag., aanh. onder lompiing djnti 
twawii (i«l. netüs); — «B mowa: IrfMften «" wifHIiA. sa — iuii[itf)wnraimyii: lot 



I 



vm 't gelaat; • pokJrnii, Uul. 116, pokJmD 
In; WBdana Mr taufllngir giAlnf, Kid. 
Sund. Z. 1. 34, Aiig-uklr t. onder djalagrnha 
en wulu*, iBDhlr, B. Z. i, 7 (tnaükir, 
piiiahit), Z. 41, 11, Tan leder voor wajang* 
poppen. W. Z. IB, 10 (p.). Z. S, 9 (infiies, 
waarroor Ie leun: tinétfis, ;i.), «idag-du 
m y t^ u k i r langtit van eea bekwaam meisje, 
T., bg., Z. 1. 4. kadi ukiran Mtor van een 
schoon Itjk, R. L. Z. 13. i: adji panffukintii: 
titel van een ((edlclil, waarin den goden een 
plaats «au 'sniensclien lichaam wordt toege- 
wezen, Tgl. aanh. onder m i t a. 

U., I. «wakir en onder adri. 

pio^: de maat van een uitgcslrcklbeid, 
R. Ifi, Z. 1, 4 (sastkutan): balemming der 
goden^ R. S. Z. 9, 23 (paruduti). het iemand 
loegemeten lotf nangcokur eti mokiir: opmeten 
ccntvrrein, Adip. 43, ioukuran dohnlngdèf-a, 
Pg. (sikulin), oluff ndftn inukarnya (jav. 
hds.: odinioukunya): met acrg pasten sij si'cA 
dal kleedingsluk lum, W.Z. 3, tS (gawènang 
iki adu tat^gu, tuna smalih palilit, 
lyadyajapg nunain sikul); Tgl. ui»^U. 

uin^L, ^|ès<r ogukarav^i dreigen met op' 
geheven tivipen, n^'ukuraog tlétjindèkan: kaQ- 
kur uitDk kris rin( dnstapuDlkainakakalIb 
4lri: bednigd, maükQr tatuk krU ating 
doKta ptralka (augukur mUaar. kr. B. Z. I). 

n., vgl. rKf\, Mlah nkur: Mng^matig, 



zoalang, dat hij genezen m. Wtb.. aanb. «nder 
nik, z. ook onder hingan (vgl. oial. ent.): 
mnpntra salali ukar Tan die tweelingen krijgt 
ran verscbill. kunne, x. onder buiïtjiug. 

ni., uilcenwukur?,: gmiden plaatje, vaarop 
een gelaat g^rifl is en voonien nin handen 
ter voor»;lelling van een roenscbelljkc gedaante; 
gi'le^d op de plèngkuugan van den dooite. 
Bij armen is 'I een nienscbelijke lig. gemaakt 
van draad, waarbij t&O bal. duilen (kotji) op 
een wil kked boven 't te verbranden lyk. Oe 
duilen neemi men we£r mede, aaar de draad 
wonit verbrand. Er zyn zoo vele ukur's als 
te verbranden lyken (z. sokat). 

IV., sAmpun nicfaiiyft bukuroya rnxdhTa 
ui lubankii kalulnt ika ratnakanyaka, Aiij. 
Z. 1, 10 (kawiUlaog ri l6ngab i dèwuné 
kaülaugunin olib stri né aja, lilil ja 
mgab diïwan lilyaug kapiluluting fri 
kaoyaka). 

ounn^ I.,: «ojul, vrn. = oogkëb, 
tuarm en l>ewoiktf 

II., mnokiran: de atitus bedrijven. Tjt. 
236. sata maokëran Ing wnwongiin als een 
omen, dat de «angara reeds veracbenea is, 
ald. 66 (vgl. onder sêsaki). 

Sitertn^. s.,: de Ulier o., aanh. onder dty, 

VjnKnn\ , 9.,: gedaante, rorm (aanb. oniler 
kumhha), It. 1, Z. 1. UK, van e«n Itoog. 7. 
Z. 19, 24, 'I mtsidit van Iemand, waaniil men 



djiK gcinoedi^eslelillicitl kan opmaken, B. Z, 
6 (tolah, katjétla). aaiili. onder tjé&j- 
èklra: vgl. krSfinJIkitra en fwiïlAkAra. 

S*-. B. Z. 81. 23 en 26 (walara), migeveer, 

Adip. 44, W. Z. SI, 11 (vritai^nya. sa- 

vitara), siwn labnn &k.tra ni lawas nl- 

nnpamnkti swar^loka, VA. 70. plra ta lawas- 

ijrAkMJéli tanpang^lillr, ükAra «èwa lahan 

iRpri^iija Jan akèdlka, pIsanlnpA Ja «rnhé 

fnwrfiU nlngdfif^nana. apajdpan. mang^kln 

fnQan^ haraliAra trallokjaioaiiilata dènl- 

kaafl).. ttt, lï" ur|r. ('I origin.: lialiAnyiü». 

sridl prasupta of ^ajlno na wibud- 

Ajal^ or prahudillijalé). van Kiimbliakania. 

IffwIJI D. overal venvocsUngen .lanrichtte , 

rjjik&ra soBf nrépatlpntn wtjo^ itahka, 

L Z. 36. 6 (katjilta sang sainUia sakit 

papasafa, antuk solab s. S. né Ivrir sJdib 

f.), ilkAni ni n^udjar arOni karintfna dohiiya 

(Mnjav. hda. donya. een ander dénjra, beide 

biüef. daar hier dénira lou moeten slaan): 

ie 4f»umd (van du plaala) vatu 900, dot V liefelijk 

Ifnkm AoMic gehoord tvcrden, W. Z. 17, 3 

{witara ning üwanahé maoianis kni 

kapjarsa mangka duranya, sapar&na- 

sirira tgui^ar ka^ruti sanihhawa- 

i): kkirèn|:fritaoin;liftlis marahukén (énjnli 

■I batinir^palBo; Inlut van een verliefde, Sul. 

X71, S (solab tingkab), vgl. aanb. onder 

«olik; akaruiè, watftrané: batangé. 

piuiiUumi (in pi. van gagan&n taraf). 
LL. Z. 10. £7 (bjoma). 
Cia7t\, a en kari {intet achter blijven?),: 

Ui. 



.«*"5 



CsKO-^uV s., Sm. Z. 39, K. «tjatus- 
sA)i;ara, «ëkikbilhi, ui^èkarAawa: èka tung- 
gal, vgl. onder èka en de aanh. onder tugur. 

Saijgn^, g.,: eigenn. oom van Krïftna, 

Wir. 78. 

^(Slï>]^. «■ onder ungkréd. 

lUni^opta^, s.,: tan kataman arSngSn 
(t. nijama). tan knfcn^ krodha (z. onder 
dafadharma), un bwat Krénfinan, Wrh. 
(L da^a^ila). 

t!n^:n\ (f): eigsnu. van een aap, xoon 
van Vorst Di^angka by Rukmawati, maar 
ontstaan uit 't aemen rau Qiwa, dat gevallen 
vea» up een kapuAdu ng-bbd en zoo door R. 
genuttigd: bij begeeft zich naderhand naarSada< 
li sada en ontmoet aldaar Hanumdn; meer 
wordt er niet van bem vermeld, TjL J39. 

fijil3tfi\. i. onder kr^lya. 

<SV?CS!'"^• ^- pArAnlkrCtl: ongetehondêii 
in gedtMHia, Ar. Z. B7, 10, Z. 80, 2 (Tgl. onder 
f&rdula, slugbSkr^li, inAnaSftkrSIt); 
z. krSti en onder «alab. 

«aygssi^'^'^, s. (akrStawraAa),: nm. 
van een leerling van ParafurAma, Ud. 130. 

««öw«»^, 8., ï, onder karftaAa. 

UTiKiTH^u^: etgcnn., z, ouder KaAwa. 

«o^^g^]7g\• »•• (5** per«- pl"*"- ?»«■)■ 
X. onder watfik. 

\; gisekeurdf «duhak. 

V I- angkiq, 
^ L 2. onder kaikïL 
II., Qj.,: een middelmatig gruote gijat, 



UI KI ia 

'o n 
UltSlQU 

uiKiia 



£A\ en vi\ 



m 



tA\ en vt\ 



lijnde aldaar djajat de grooUte en liódungan 
de kleinste. 

uinio]^, tiKUhukaiiip: naar henalm druk- 
ken? iemand, dfen men bij de keel paki, aanh. 
onder punjah. 

LTi n » kÜI ^ . akak Dkèk: koHalsen bij he- 
vige lioosi, van die lénlénan is; nok; kukak 
kukèk [Kund. ong'kèk: kokhaisen, vgl. jav. 
blukak blukék). 

nuiotan]^ I., sas.,: tjabul. koliïh en 
kom ei. 

II., ikèkan, 2. onder pSdjat^. 

nuinieriial^, n^kok: iemand verleiden 

tol iets kwaads. 

TLnn'jrasj}^, skèq', sas.,: Htijmerigheid 

op 't lijf van een pasgeboren kind; z. adal. 
•^vnOJenKtj^ , okokan, K. A.,: kroïï- 

IjoDgan, aanh. onder gandu (Smbr. en Pénok- 
tDkan:kokan); Klngk.:grumbnng;z. klatuk. 
•Lriiwp\, s., 2. sSgu. 

«iiiorna^, 8., R. 7, Z. 4, 55 (pararagan). 

9, Z. S, 4 (ndii. lunggal), 28 (batis door 

aan 't mal. kaki ie dcnkeol). 

&,ior)ia2\, 5., ék&kii pin^iralB: byn.van 

kuwèra.Ull. M (eïenioa de leksl in Telnogoo- 
schriri; tcksl bij Gorresio: èkapinggèkSa&a). 
uitau^ly hulplelw. van dieren vooral, 

Runpi dwaiu( — , — ui (déwèk): lichaam: 
psDkiidan: geilalle van ])aanli?n en runderen 
bv. (^1. patiUunggalan); saka — (kang 
sadirl): b^ «enen, een voor fi^.njama iikndan: 
eekle broer »/ siu omdal njama ook van neven 
gezegd wordt (wordt laindtT vaak gebruikt 
dan sodet). 



<^ isitfitv \. ékada^arndra, Ud.80(verL 

van rudra in 't meerv.; vgl. onder dwAdav^ 

ditya, en fangkara), Adip. 36, «da^aloka» 

pdlaka. aanb. onder dakèa en nata. 

<^Ki'^{ora\. angrikade^a van de sterren, 

Lamb. Z. II, 4 {mèdran). Km. /. 2. 21. 
van de zon, Sm. Z. 21, IS (angjbéki digda- 
^adè^a); wranior roma inangèkadè^a riiif- 
pilin^'anika, Sum. Z. 21, 4. 

mKitfïj^ {ra kit): span van plocgosscn, 

jav. rakit, z. pasaog); sanipi akil in pL 

van aakit; akitan (in pi. van aftkilsn. z. 

onder * n): één van 't tpain i de 0$ of de koe, 

die met een ander voor ilen ploeg gespannen 

wordt; maiklt: «akèt; dodol inakit: • was> 

tra btnëbJïd bSbSd, n^kit: «anawniig; 

ns:iikjlanjr: iols. &\s bv. slaken, naait eikair 

te samett hinden (zoodat zij als 't ware een 

vinl wordend), kaükitanir: «inadwakèn, a^ 

Utin: van '1 eene dier 't andere vür den 

ploeg. 

iSUOKitsii]^, ftgawang »kfrl mrlk, 6. Z. 1. 

12 (kadi patëmunya miik, Iwïr ukup'ni 
m.), aanh. onder kal wang. ^H 

<;^Sw?]^ en bikêi. aii«:lk«t, T. Z. 8, iP 

(nalinin), ald. IK (mat£gul). augifcEl 
kaprabhnn, Sm. Z. 39,4; hnwos kèkël i ka- 
lln^ka sapawiimbma kahèh, Bh. 9. sanitr maif • 
bikSl rat: urëpa.Wlb., Kanir iimikël djairit 
bliDwana kabèk : verkl. van ijakrawartti, 
ald.; angikèt h m dichlmaal opitelltn 'I verhaal 
van, enz., Gh. Z. 1. 6, nlküt: besingen. W. 
Z. 1, S (manjarita). hlnikët, Sut. Z. 48, 1 
(iiiapi) «rinantaj, kitikët: «linO, nikCl 



eA\ en *J%\ 



143 



(U\ en ut\ 



Z. S, 15 (matali baugkjang, m. ban* amhl woarnemm. 



iDg. makjitdil): pangikei sangièni-é, 

Dflkétiog: ugigumaiig. Itiigk. fr. lil. S; x. 
>kSt en Tgl. t-i)a«l\ 

L.1 KI tn| ^, i^ikjtaug d^Jn: 'l wii «r 't ander 
\Uiit\ bedenken ; barlktt, sas.,: matégul (vgl. 
itL ikal. jav.}; ikSl plng:riiiiï, i. onder ping- 
aoK, |mn|11i«l: •paogbr^t, z. niti«i«i|> 

I aaoh. onder tja lub. 
f.: '/■ palangan, S deling »an zijde. 
Cl««l]^ : $taart (vgl. ikuh); Bjikot van 

liond, di« tijn heer volgt (vgl. niaL); ^ 
lli|r, z. onder hudng, ptOunfr — : p. siikup; 
li — duwiué, bib.,: ièn prahé (wegens 
taprali}. 

f. maLF, Jadin matl ngikut torn;' mallnjr- 
tli iSkan i pali ni«ntll nda tau bilaqg. 
is. Z. 5. 3. 

nJatnJ^, BRlwat mvkét, R. 19, Z. 3, 3 

llgob snlit), kok«tlu(^)k«t, R. 20. ?.. ld, 

t (inlil knwat). 
ui« inj^ : gtitogtn na een volle pul^lengel 

1^ 't Teld na den lijd, waarop gtoogst moosl 
Mfiten;Bjw.: Ijiklnk (z. dtiigkil), afUur— ': 
tanai^ treen«n over een lijk bv., nffokot — i 
*ulimd of leeJer tpreftm, ook ran een vrouw 
M hiren aian, ran een man Int lyn bemindp, 
i? (lauw gevallen is, lafit rnnibé van itjii ver- 
l« rronw Inkarlo. tntbijak peso Jèh mala, 
■nrl i^linf ngukutukul. Birètan pésD 



feest br. vande siAi 



han, 't le^enovergral. van itdjangklSk; nfè- 
kath over ivtitand wat ie zeggen ketben, It. 
sas. 171. 

•junicunl^, — «D! kUpukan. 



p> 



<S:on 151^, ft. , eigenn., z. onder rutji en 

prijabrata. 

p^^, 8.. kokta, Wrs. 7 (btg.). kukta 

nioir(Jistra, IM. S3, I: z. kokta en fJis- 
troktah. 

sokta. aanh. onder nirwa. 

nwn, 8., X. koklab. 

<^ KaunKi\; s.,: mei atleniie, Bb. 1». W. Z. 

35, 11 (malunggalan idSp, èkalanu, ngfe- 

kastana). Br. Z. 31, 7 en 14 (èkadjnjana, 

linanggalak^n; in 'l jav. verkl. met katana 

en wel door vciieerde scheiding; men leest 

namentl. ald., idDüdhJanirèkatlna, 't geen de 

jar. heeft opgeval als iiinadfanira i kalana 

co vert.mct dipan angkah ing djimparJng 

en kaèftti ii^ dj.; het ïkatitna ran Slr. 7 

wordt door de jav. ntct andjëniparing weder 

gegeven): Japwan sang fajans fldj), djnj&ni 

png:ih — Kldhana ri baraksanlra, tut It 

(rert. Tan Tvidy4jogèna rak&yaié). 
6^Kltfln^: .ëkatAna. 

c^Kitn^, 2. onder djq&na. 

UIKIfiJ 



■r r\ 
UIKIiU 



\ , z. onder «kas. 

L 

^ , Dpütis: op iets kmawm, tets mui'^ 

L 

nmiBja. lafll manjadsadln jitlh, dong sapa %« (men m«1 'I meestal van zicb Kif: van een 

• Ih^auff ratu. adoli di«a 1 gnMi ma-t ander i«'( wal grof): glginja raBfap luangakês 

Ufajapam Ls., aanh. onder pasili. bnka djép» wgt ii-mand. door een baka) ge- 

•iuiKi'«|\. m^kat: IS functie sijn. zijn bclcn. Tj.. b, aanli. ouder inatig, mong en aso. 



Jk 



&ii\ en ui\ 

Sa«iaj|^, i. onder angkns. 
omisi«jj\, sas..: kwandji. 
•jwnasjj^, z. wekas. 

ffiDicnm^, 8.,: uiltfxtnsel (mu). augkasa, 

• jav. kasa): als een lichaam van Ciwa. 2. 
nniler aÜalaDU, bbatira dallrlnic — van de 
brahmanen op de padmilKafla (bug. aktsai 
wtreld. vgl. de analoge van 't bat. banuwa); — 
wfthJUi Adip. 77, bis.: dnOrlnK — : nm. van 
MO kapel, sauggab, dlc onder de. negen op 
een rei staanilen zonder dak is; kémbanj; inj;; 
ftkA^a, aanli. onder mlfing. 

^«a;i\ I., g.,: eigeoD. ran een zoo» van 
HAwafta; ^aksa, H. 7, Z. IS, 7, K (j»T. R. bl. 
100; sakga. vgl. onder syaniogha en syapa). 

a, 8., — dhArtta en — kri4aka, z. bij 
bobotoh. 

UI., z. ouder djaha 111 en manik. 

s;«ia^\,8.,: «mata, ngakM naast njiugak, 
ktkslt «katon, • winaswas, rAmninffga- 
kUtsl, T. Z. 4, 34 (sakaton, vgl. sakamatan, 
Ijakèa en bij wisèndrya); nksin pada: vm. 
= matan bais; patuH rinj: k&ksi (?) matra: 

• paftditèngc&lihotra: waspanlng; — , aanb. 

onder sapah; foiftnlj&ksl ningrwa muljar 

uiBnib danrstranra tlksi\omènjris, Sut. Z. 

14, 7 (kadi gong kémbar .soljanya]. 
t^iGiij^, R.,: tëba, Tgl, onder air en 

tjainani. 

pKi«;)\, 8.,: Umba lanang. 

s:A']Ki«n&'^\, a. (aknanfaift!),: lumJerd 
mi/AMN.billioen; sftkMhInI, Ud. 3,: •sAjata; 
vgl. warilthint. 



SA\ en ut\ 

riKiwi'^), s. (tkiaAa): mata. 

CA«ix/>7i). letterlijk: vtrlaal u op mij Oi 
laat het aan mij over, aiigtrukn^ni, Sm. Z. 32, 
S. (njaoggupang, bjun kalëm wlfèfta), 
DitkkuNAra, Z. 6, 2 (manginganaug), aanb. 
onder udyoga, makasara, Br. Z. 14, II 
(ngiuganin], Z. 13, 25. angakusara, R. SS Z. 
20, Ö (m, ngrasa wisJisa), makusitra, Br. Z. 
15, 25 (sumandai^, njandang, suinar^- 
gup), Z. 14. 12 (uginganang), nniaknsAra, 
tut. IR. hénti harHantkaiQctlnil dèning pnnga- 
kasïlra sau)^ paksiDiltlia, T. Z. 6, 29 (dabaL 
girang tiling ba&n dnnèné njanggupar^ 
sang Garuda), pnnang lalér n^^aku-sAra ina- 
Dlra anglètana, Z. 6, 34 (itjanggupang). 

eawjin^. s.,: Ulier: tehrift, »f4stra. 

■^un KiJiu^. «iav^ ka — {a(arudUiuièir 
baq|Q: weri door haar bespeurd die ring, I\,tn.. 
Z. 1. 24 (R. K. b.: kawaksawaug elders ka 
waksawa), aanb. onder grgmëng en dja m irah. 

rptciaOKi^, g.. eigenn. vader van Darida* 
Utt. 106, (i(waku), T. Z. 1, 50, alvaar som' 
mige bds.: iswaku hebben. 

SDOmwiu^, s.,: sampé. 

iSjieidtuimTT^ (l. akèopatjara en 
ak&amdlS: roseknuiif), als de priester del' 
vereiscbten oaderdom bereikt been, doet kjj 
den tot priester te w^den naderen, maagbl- 
BftkAna ak&apatjAra, magawaja dèwafriba, 
hnnda, sthaódila maniar^knkèna (iwopakara- 
Aa, Wrt. 50. 

{Uia^Atoi^ kan bestaan hebben, vgl. askdn 
in pi. van sangskilra en 2. onder satig^aja D. 



&Aia*iia\, «jar. (rerb. v«n saogi^iima ot 
ksaiii.1^}.: het sick veronltehuliiigm, R. 6. Z. S. 5 
psDialakil), verlof rra^tn oni afscheiitlenemen. 
Bul Z. is. 4 (i«i8lawa). anrak»araa, W. Z. S, 
II {«gala|i kasor. ngupaksama. aialaku 
ntiipura). Inakumikéii, lil. li: aiicHksamt, 
SoL Z. U4, 8 (niinaa Banipurn). nitiik.'ttnia: 
irii met hidden sim Ie krijgt, aanh. oQilci' 
idih. panpiksaina: «upasama. 

af^a^nKin. s.. Sut. Z. 53, 15 (hjai^ 
krab ma), ak^bhjatatwa klta ii];if;wani ilêwu 
ttjt, Z. 159. ti (rumaga Ujaug a. kuta- 
lariB bhalara it-wara dèwa nlatna): 
ilSobbyu pdrwwa sint tèkl hbatint rudra, 
ir. Z. 17. 1 (tkI. Kern.. Gcscfa. van 't Biiildh. 
onder amtigltasiddbh. kadndvn aksn. 
ja: •brahmadja, aksobbjüunadja: adba- 
ir£palrt: z. lotjani en paiïljasugata. 
u«ia^(rgl. onder ukub). — q|ii: tikana. 
uin^, z. ondiT ukub. 
:^a'j<nm|\ z. oad«r éka. 
wiionrujy log van den gang. pangntja- 
plpBii akol. Ar. Pr. Z. 18, 31: akol niarin- 
iaku, B. II. 173, aanh. onder gondung en 

El*. 

uiaful^. Tgt. jav.. i^ikalang kt^, 
Ib. Kid. Adfp.. bis.: p^mrlkul'an: iverkluig om 
Ie ttswen besU uil op elkaAr gclionden 
[Woljo: s. ngilut. I«lês en lO^pSs IV. 

nötUi^jaT., . mèkèlèkêl van baar, B. 
\l 7i. tl (maOkClan). R.2I.Z. 6 (luggêl); 
êkelikêl: .aiawlun*: ckM rauibutsya, 
iinder «jpljwira. 



ttMl-mM.B 



*9owci>*a*. 



n*eiruj^, augukal I mniiah bliranla, 
B. Z.54, S(nimbaiigaiig, aiigihuki, niana- 
loiii»], kokalaa door pijlen, Br. '/.. 15, 27 
(kambahaii, kaSnibabin), B. Z. 9i, I e. 
(kataton), «katanëhan (jav. k»iigkalan); 
iuukal — UI van 't gat Viin ran Kprinkhaan met 
lalai%'. Adip. 71; kofcaliui (manali): rcr- 
ftomrd*. Sm. Z. 24. IS (karan«han): > ban- 
tjraiif kokahin tahuk l. «wier liniii^ng: io- 
kalan kanin, R. L Z. II. 1S7, Mal. 3S9, Iwir 
baAtèng' kobalan lata. aanh. undvr bisir eii 
kala. inukalukalan «è.M katiz. onder kali. 

r^iaTu\ , okël, 3L <Hidrr wilul, van 

de varen gKÜjk ren «lifanlslronip. Wrs. 2$, 
ukfi) injrpHkis kiisamhai lè(nirénK;i arara-s 
amitiiia riiii^kiiku, Rm. Z. 54. 4, uhnkil van Ae. 
pakis adji, T.. A.. Z. 3. S druninjr nia naniar, 
dnmtlab léit^rnvu ahsfniki^éhik abAnjr wo- 
knya t.kèl dumlinr, Spt. Z. 5, I4fi (vgl. ik«l 
en onder lik ing). 

uiknuj^, Badkéfati: •mi-këli-kël, btitff- 

k|«ng' K'BghJani: luaQkSlan: bëuafl? nk{lan. 
aanh. onder dangsil. 

II. sas.,: tjéngtjvDg (paninibangan)f. een 
jav. hd8. (en mk dal. 't welk door (iunni»|j ts 
uitgegeven, bl. 67 d.. waar in pi. van (jatjat^ko- 
nliig taradju: ijaljaugknk i ng t. Ie le:zeni£i),: 
Ijaljatigkok, Gmi ^prak lol Gahriel: p^r bilt 
panlmbiinfan ..pHnimbant: no ta.snrulanp pils 
isii) lualHat, gëdaban üI Ié<i sor^, aléq 
kawan ania (i/-j^^ lawoii, ruwana punimbanr 
^ÜM^llu. ndr^RA arai) drnrana tandinr. pa- 
nliubang si Ië4| dnnya, ruwan ukèina nu, me- 
nahna safiéni Ijabja. si salowéq. ukëliia no 




i*\ Ml Wl\ 



p^tënff lat;!, Jèn kajrtlah Ulungmnaii, kai!ii-'oo<lerlulud.R.6.Z.l,25(ujElSp): van'tgelajil. 



luliiia bumt lawaii laiifit, pada iialio) isiq 
amal (ó-*-^) niHniua, anitl (li onjaq tttw«<iDa 
no, léq uk ei ^abja «ësëim, miin pa|:awr(|0« 
taO si ^aMÜ ukë) id ititéng wa<lahIll^ adll 



7.Z. IS,IS(niaék). «alilaug. awak akilflklrts, 
4, Z. 1, 15(awak ipiiiié iijëlép nja&k, makS- 
d^p wilis, lwj)i ing ramping). an^irab roma 
— Iwlr niègha anpêma rlris, Mil. Z. i. 



(JjU) itah 8l afnnr, panitubanc no niola haua ta idIiihiu tkangiaaMJiwA rtiigr^ilah 
ndéij obah, Jadyana sabras, r£bih [lafi-awèjano 'akila. Hari.;. Z. 9. 10: ardj4)4kbtla van eeo 



al lUaliil, séké romboq kalJ^fr^iia tjadyan sa- 
bra.s djari kalëbih, pa^anèjaii, lla ni: si onjaq, 
Jadyan maraq ruaêp kabèiéq adil panlmbani: 
8£ü<nu, Klapuqna iiiatiiiBa lan lUini, onial pada 
talinibanff, oiijaq léng:^rna iiu, nabl iio njra- 
miaaii^ pariimbau^. krawosan luwéq, nnuit 
daNida si djabll, lammi brat kalinr^aii pii- 
nlmbanfr si onJaq taroiuboq >dq nabi, islq 
gorbao, djart brat al oujaq, kalab paiifmbans 
M lëngi, DiAlèkat hü murii bandjar, apaii IJa 
si djari saksl enz. ('L jav. hA»., vcKir zoover lot»- 
baar, laawnsé nianskaua Jant Mikina onf&n- 
dika, «kon ing DJabamll, lab g1riii|rëR ija, 
nutra Ing: tltlmban^n, saklti; tën^êii kan; 
■ras, uwama ika, tan kaja In; dnnyèkl 
„atJaljanfkok (pa)du [J] taradjo Ika, tjatjang- 
kok kanf saslüth, kallwat apadaiif, i^ënibnr 
kajabnmj'a, dawanè bahnné tèkl, lalakonya, 
llnianK aloa warsèkl „kan? aaslsih tjaljut^- 
kok pt^t^nf: kallwat, Jata sira Jan; «idi, akon 
anlmban^a, inf amalé kawiilo, tinltoban; 
dènin; DJabrail „p&ntgavri ardja \ag tjatjang- 
kok kanf hét]tk(lees: padang), kaïjaalalns 
tjatjangkok pHéag kallwat); vcnnDi-ddijk bv- 
xigde i»eii vroeger een kbpperdop daarvoor. 

fiJiMTU^, a. (akhila), van zand, Ar. Z. S, 
6, van de lianrwron^. vari»nl van akiris, aanli. 



fraai gelaal.Siit. Z. Sl,2 (ISwih};akiiaaiaJa,a. 
(akhilamaja). k. S,I9,Ha<lji D. 63 (een kleine 
i^edannte aannein«nf), akila Ing^lJmah, aanh. 
underd;iwatA, aklrls aküamaja, Tr. S..ahnlnr 

akilamaja, atd. 

V o n . 
£a KI ru Ko <^ KI ^ : eigenn. van een asura, 

Sm. Z. 30, H. 

ftsisinjt^nl. (veri). van ï-kaUpjaf),: nm. 
van eon soort van Wdb. (parwan babaaan), 
behandelende de woorden van gelijke lettei^repen 
alsbv. ba ra, bar i, baru, zonder zich li; kreunen 
aan lange of korie klinkers; z. krStabasa. 

U., s., eigenn. van een nisAdaputra (a. 
hirahjradhanuh). die bij Droita les wille^ide 
nemen, afgewczcD \verd, maar eon beeld, D. 
voorstidlünde, maakte en er hulde aan bewees. 
tan gevolge waarvan hij leer Itedrcven venl 
in 't schieten mei den boeg en im naijrer 
van AnIJnna opwekte: Drona hem bf^zoekende 
vorderde van Iteju zijn rechter duim, die bij 
uit gdiuorzaamlield zirb afsneed, Adip. 80 (mat. 
ckalaja. Pw. fr. 108 en vlgd.; waar hij oen 
utrija van Awantipnra genoemd wordt ea 
door DniiJedana weggejaagd in een liosch «ea 
beeld van DroAa maakte, ^vaaraan hij bultte 
bewi-es, ten gevtdge waarvaD Batara Gum 
uil medelij«len in 'I beeld voer en Iwni iim-1 ceo 



9x\ fln ui\ 



14? 



«A\ en Kn\ 



boilcBgewone hekwaaiiilutid in 't scbktcn mei 
dut bo(^ begirtigile; jav. mM ékalaju, maar 
nkrr |ialguna<li), vgl. oiider ampal cii 
pbilguua 

fl:oKinji-i\ of ükalpah. s., r.. onder «pa- 

h'jis en wésa. 

SA>aui]^(vgl. jav.), miniinikèp van den mond. 
B. Z. tl. 7 (njapink, mangutgul, antëp, vgl. 
■kap); nngakip* van draken, Sm. Z. 30, 2 
(pigifsëh vvaarvtKir lees pagiseb). 

uinijl\(vgl. aakép), ugaktip turaofful 

no aunvaUcndc jakhalzen, T. Z. S. I3S (niaki- 
rSt Mlak). 

UI au ^ , siE.,: tijSb, limul (Smbw. id.]: 

1^1. oogkSb. 

uitaul^l.. jaT.,B|:ukup:bcnzofi(ioMlurttN}• 
l«l, om er de Ifiogis kodja uit te maken; 



tftra Wlsnn katJarEUDya nirftnli ëira ta kinoi 
dhamAraött n^wiik iuiiis hiung HaBdurAdii, 

Adi|>. 29, akup&dbirSdja krijgt die scliitdpad, 

ond4:r di>A voel van dvMandara, van de karnende 

goden tot tiaain, hr. Z. 3, 12 (AUuc ^a kOrna- 

rftdJAiiam aküpjr<y surl-sitrU, «dblstbftiiani 

^rèr asja, bhawtn bhawitum arbati). 

e^m^-^^. mangékaprana Uwut,: 

cangesmd mei, ali 'l teaar één met iemand iiju, 

Adip. t06, vgl. sèfcapraja. 

c^tnuotc^, s., maug-ékapada: «maDd<^ 

la» pSda, «majoga, van iemand, die een boog 
spant R. l.Z. 1, 34 (masuku tunggal), Br. 
Z. 10, U. van een boeteling. Adip. Sd. 108. 
&,Knj»^,8.,: marggagëng. 

(^ieiun\, z. ikSiksiptnggala. 

ftonny, g. (dikbji): naam achter c«n 

eigeuu. R. I. Z. 1. 85, 57; B. Z. 77, I en t, 

Sm. Z. 2», 4. 

«.ni^nsi^, s. (ikbjftna), Ud. 14, vgl. 

ap^kbj^ua. 

CiOiqpKiisi^, z. onder upa dj Mi. 

i!riiaujuï1^, z. onder kajat. 

9jn)qni5«\, s. (^kbj&ta), z- wider kj&i. 

ania-«r>Kn, b., x. onder daridra. 

ui^^\, ri sampané maoira uküin wa- 
^ana, |:ardjit* {«*)*«»< >inf>'Hr, Jsp., I».. 99 
(s. ktwnla u sapitjapan, ka^ kawnla ta- 
ng*, Jsp.. .). 

Lniiq&'\. taokuoi, sas.,: karuruban. 

pad),: eigenn. van eco schildpad IiiJ 't knrm^nl luiuun lail mama kaükuiu talo laiq taQ nina. 
van Ak lee, hana U stMf akupa (»k.) Dga- 
nu}a, kArniman\dJa, rntii niniriiri^, ancv" '*''"' 




klei-dcrei) door xc boven een korf te 
Iflggea. waaronder benzoë op smeulende kolen. 
de kuogkuiigan om de bijen er in Ie lokken 
(1^1. onder Ijrorin}!: en dudus), maOknp van 
de RangjaoL' mei de banden boven een wier- 

IL, nfokop: bij 't tpd winnm. tegeuov. 
kSoa (i. oiudib). nknpan: getvmtten 't tij tob 
ti piaangan: ri(yèk (:lawan) kadi ukupan 
■H kafib, Uodè dnrus (sawanilné vowoliau, 
fcmnf menan; angukup, Jav. f. Z. 3, Z.. vgl. 
Jav. kakup en z. umbah). 

£Aau\, L onder ak&para. 

(Uiaun^.s. (ueen naam van e«n acbild- 



uinci^, akakHtna: akadjamas, mar^ujr 
tn-ab iiltusadi. aliukama a.sarJjRNè«>ina van 



IÜ\ èa L^\ 



itë 



&i\ «Il vi\ 



een heilige, die zijn toilcl maakt, uailal btj voor 
iJe verieiding b bexweitcn en zijn düinineeijpakje 



o> 



uiia\, jav. (z. kiog III), mèslpat akinf: 
geknipt Itaai- hebben van dcii padandti boda in 



beefner zijd« K.ae«d, aaiili. mider cakunlaU, i^^„g, ^j„ mèkëkliugan. vap er» pnibhu. 



van een beiligo, die wefir xijn geüslelijk paJij» 
gaal aantrekken, oni we£r een beiiig leven te 



anom terwijl de oudere vorst een p^liing ké* 
k<llii«;Hnili-aagt,Spt. Z. 4,115en 116; katihiui 



leiden, ald.. p«aa malinsadi, «m -, u|.rawiwti. „^^„„ ^„^ (palakaiig te leKii^ akii«: 
maken* p«iak, maljoia |»ètak v.in vrouwe», 
die zich op 't tilagreld aan den duod guan 



wijden, ïjl. 76, 258: vgl. biika. 

11.: wulan djyt.-sta. Tjl. 

&v Kt » ^ , t> k a ni u sar^li : • p r a lli a in a- 
aargah. 

vi»CJ^^, z. onder këmal. 

SoieictjsQ^, &.,: eigenn. nut een jjlksa, 
onderboorige van Maljawin, llarir, Z. 11, &, 
van RAwaAa. Ar. Z. S. 7, Z. 6, 15 (m. c; 
kampana, Ar. Z. 49, 16), II. Z. 39. 7, 
Z. 40. 2. R. 22. 2. 3, 32. 20, 2. 17, 7 
(kampana). 

öji»tjjj>, a, R. 19.2. 10. 3. Z. 9, 7 (pa- 
géb), 21 Z. 9. 1 (kukuli): vg). nisprakampja, 

CvionmTigQ^ , s., z. onder maling. 

uiKinK: etgenn.. z. onder bruhain. 

<^tcr>n^, a., (ék&bdhl) SuL 2. U, 4 
(èkarüna wa). 

&NBini-it(\. Kran. Z. 14, 2 (Ar. Z. 59, 9: 
èkabfiAa aia om. van een wapen), ang — ~. 
Z. 14, 3; sftut maiii[ékab&iiia: eigenn. van 
een wajxtu, Br. 2. IK, 43 (sang malima 
anèhl). 

Ojiièi^. slrikangira: zijn (van een vorst) 
mtdtn bnedtr. tegenov. sir&jinira, Kid. Sund, 
:L. \, i, Tgl. kakaog. 



hftHA dnrdjana maoftalap pa^u, manralap da* 
(ada^^i kuuan^, iniug-^atakinya. tinöi dè- 
nt»^ niadréwja laniblü kadnruiïana d^ninjt:- 
mudrénjii, sangka ri takut utkantrdnrdjaiiu 
katAtana, piiiêdjahan tan^a^adiiifi, .sinlu- 
bat rinjruhAna sang krfitta, féhér Ibbx^A 
tang:durdjana, lau bawruban paranya, Wlb.; 
paksl tumrap Uii; kaja aking van iemand , 
die in een zaak wnrdt met^ge-ileept ; knkingan 
kantan danéné: «asal guh'intra. kakingan 
rln; kaïiia: okaMatan ri guld; pinéh arig 
kuru aking lanpauöda, Djp.; illk buJwukitig. 
a. onder iJlking. 

sjt)èi\. nA llng: triwikranut um^kui^ 1 
S 
sang- bjan; iudra, br. 2. 49, 16, llnfiing 

d&nawav'rsa (R&liu} rvdra bumakung gi< 

lèugmya ri alra lot lun en maan. die hem 

verklapt hadden, ald. 2. SS. 15. 

£<9Èi\, angëkang^kang atunlnn tniiffbi 
niflg-paran; alijé. Km. 'L 3, If 

tj^ ici ^ . z. aanli. onder b u k u ng. 

l;i^\, z. aad,: asurud, JtCk (l: ogS* 
bék) — : ■ pasang uurud. 
CnroJ^. z. onder SSd. 
uiso|\, t. onder üd. 



unM^\, 2. ouder oOd. 



9j.\ en m\ 



U9 



5a\ en i/i\ 



9jna\ (f). UHnfrak rjJAda (b.: ardtUm) 
nlnrnilhi \an een geKneuvolde, Bh. 75 ('t 
nrifin. 4217: rathn|ia8llia), ald. ddci'S slecds: 
Disdhya liBirnitliA, bv. 57. 

uiu>^, mukxpaiwada: •pangftjaja. ma- 

lupsughaHa ka^kllnya (vert. van twahn- 
lam i^rila), hajwii uakiipa nfjh^idan^- 
ilfsktl» mwniif kulcwirjjui, Hd. SS ('t 
ori^n.: lialiTr^ii ahaiii ityi'waiii iia 
nanlawjatii: vgl. onder fti,^raji, pai^Ji- 
jaja en angadf-kfin onder A d i), tul. tO. 
iidji panfhiida; waf ü umi toevertatU* , waarop 
fcriMl ge u iiog.' R. 10, Z. 3, 1 (nfkèn %i 
■a kumindilang, iigkèn piaDdSI), aanb. 
nodrr (jilramèglia. • angadahadA : :ieh op de 
datstemts verlaten, zMHJal zlJ veilig desvljaiids 
nslr knndrn nad<-ren, W. Z. 16, 5 (ja ma- 
gawé, inagawè*. tumajab), van een boog 
r^trmmen inboe:ernend, Z. 23, 8 (aka^a^ 
tan ma t^asorang. maiijuhibiii), panf- 
kaïla'ala, R. 20. Z. 7, 2 (né kumandC- 
lantc tjai); sapan^haJl: mei al de Iriomfleeice- 
a*. met 'I geeii waarop zij n>eni dragen ^ W. Z. 
£8. 6. padlifkada (3 jav. hd».: baiijang), 
ald. 7 (kabè)i manungsiing, sami iija- 
dangang, s. nuagaui^: an^badaiig te 
letenr). 

(.nefi\ (wènlén): er Mij», aantvezig sij», 
• ba na. wordt nooit ak koppeJw. golcijgd 
(r^L onder awwara en araq): reeds aanwezig 
doiir loebemding, bv. sadSk adi in lügpnat. 
«m lakar sad^k; ngada udajanr tani ada: 
fajjpat, tiltiffèn. adaXn en artajaii: •lêbénga, 
•burSn. adanan, adaii m adèan (wöoienan): 



fieiw- (cvenino bat. adongan vai aiïo'ng en 
lotënSn van lol): ^tn adajan itfal raa44p 
lèkin matl: wal verhiesl ge? verkothl Ie wor- 
d«i of gedood*, adajan itjanir tnadffp, nga* 
dajaiig dabaran: •maliotaawa. ncadakanff 
(ngwéntënang): m 't levem roepen, • nia* 
uiSiwakCn. «dumadi, angadakakën Kin; 
hénëhanf : *mCtwakF-n sakabjun: adak'ao: 
iels (toor loovermacin Ie voortehijn gerorpm,. 
fsa&dan tba': «sakw^hmu. itakadanikanff 
mlrab: «xahnnaniiig raina (vg). sakalwir); 
aing ada, vgl. tan wc^ntén, sing aila daiil 
tiaiigang sapftnadnh widlné: ■lan kCna 
binuwang salitab ingtuduh; masadinCn, 
z. onder niasa. 

Sjtn^: afkpiirende nitrtvping, .-xiil kong* 

rldja nlj-tia, Siit. Z. I.";!, S (uduh ïba rat» 
ni»;|a}. adil IwAmbékma ndin Inpntamn tekap 
iBgpnbharatan, Ar. Z. &i. tt, ad^ tjinér, 
Sul. Z. 119. S (dahatiiig pangkah; vgl. nnder 
tjëmer). Sum. Z. 7, l, Z. II, S en 7, Br. Z. 
29. 3, 8 en 13. H. Z. 4B, 1; a^ft»ura in loom 
lot Rjwaiia, Ar. Z. 13. 9. adilnarH (jav. text: 
adabnyara), Br. Z. 43. ü (adwa wwang, né 
i tljilma snn jav. vert. lab tj^ljrng), adü ka- 
fmala, B. Z. 76, S6 (nista dahal Utub) 
E. adbab. 

uito^. uatiadahatU gnpnranja sniè- 
dja, Kk. Z. 29, 1 («naagada': tiguiiguwung: 
vgl. gada II): ttapaughadapan nlih i ngang- 
dbwHdJikhrftta, W. Z. 28. 6 (lan ana i%a- 
sorang diSning pakolihan angasorakïD 
ripu, nora «lama polibing mandjaja sa- 
tru), p«Iab ikaDgdhwadjftgn kadi wang- 



«4.^ eo \Jty 



ImnAijrhada*, Rm. Z. S6. 1, aanli.onderdjala: aanh. on<)cr wilihakti, rahaÜ, t. undcr ra- 

hintèn rAmDfft munéliarAiiicli a d a h a d illin. hadyen; z. adyani en oniler adya. 

dan I rawt Miné'tiya rin^ninkba, W. '£. 3, lU., adi da^a: «ïigenn. van den d6niai%. 



13 (ngasora ug udané karawljan, ug. dja- 
wuh galang), rjJAJodhJftnafnH katon li^ida 
hadS b1 dllafa i ginparanja m&s nianlk, 
Sum. Z. IS7, ï (Kid. Z. 3, 17), Brh. 80 van 
de Gangen: aomapAdapraauta rakwa nin, mi- 
djtl Kaké winiba bliatira mrüpilanljaaa, ma- 
kaJarant: wmap&da, p2da njrarantra, liadA * nl 
tèdja 8an; lijanir fa^ttn^ka, sam^ng t langil 
aiigadaliada Tan de ion, SuL Z. 24. 8; hjang 
tuwnb — , O. ahadaliada, aanh. onder kalas. 
QUio\, awakta Jèki bja^i wthfto adyana, 

R. 5, Z. 1. 4 (pailjajaiig rinègip, i dèwa 
fcéwaolSn alurin tityanfi oadyang, kar- 
janang kaUwihannjané). 

\JtiC\\ I.; joMjere broeder ot 3iM(«r(ari: jav. 

adi, mal. adik, bag. anri. mak. andiq, 
lamp. adi Dg, bal. anggi, ngadj. andi, z, 
onder udang). 

n., hadyan: waarop gextautd word/, heer, 
patnou, hadyan hnInD,: 't sij heer of .slaaf, 
O.b. (980). abadyan, Sum. Z. 42,6; abadyan 
arffldita: heul soekea tn '( droevig gijn f W. 
Z. S, 9, (niapUSdJh, kadi sëbét), isaig 
hadyan, Sum. Z. 150 f, 2, ahadyao ahë- 
Déng lihér masidJhlséma taraban t kAla 
niugrrawé, Z. 46, sang: hadyan, O., aaiifa. onder 
samutpada. bapa sang: liadyan maké- 
mit radja (lees: r è dj y a}fopiira waarmee de 
poortwachter» worden aangesproken, Wir. 66, 
tBwi bhaktya l&ka rl kltiri addyana (sic), 
n. 7,Z. a, 19 (èiii, pinakadi). pangadyna 



die Hailji Dharma, als witle waliwis. tot 
UKin aannam en door hem rijk eni. werd. 

IV.. flihira niradja api ingadèkËna ilrwl- 
kArèni^opadi: op de vrienduhop van W. sij 
gebourvd^.K. L.Z. 7, 13K (kakiimKnd8l[ang']). 

aiigadvkën (dèné) akèh warircatir, at^a* 
di'^kSn dèné snirlh: sleuiteade op van een 
overmoedige, Wlb. (Tgl. w^gig, aanh. onder 
panggah). 

V. verb. van dadi (x. aden*}: bv. tonf udl 
(bann ng-êmbns); longadl (n<'4|alaa): loiig- 
dadi. 

VI. jav. (adhl of &di?) adi saksnia, T. Z. 
4,:o(widt nó lëwih): sanf adi irnni, Z. S, 
60. van een kluizenaar, ald. 66, 68 (paramadi 
guru); aanh. onder nanak (Pw. fr. sluctls van 
DroAa; vgl. oador suQn), van Bnddha, K. 16, 
20 en 19 (i8 't jav. adi gun, waa^me«^ Nirada 
batara Guru. terwijl deze tot ti. kakaug 
zegt. aanspreekt donr de ook in 't jav. geldende 
verwarring van A en i^, zie onder dkiana, 
adhab en dhik, hieruit ontstaan T; vgl. jav. 
gurunadi en uuder nab<^), i»ag adi pandlta: 
«niiib^jati, van een dasg g:arwaMapaka, Kid. 
E>am. Z. 4, I5S. aang adi van tren priester, Sk., 
van Drona als leermctpster, Kid. Adip., 6., tel- 
kens, t dèwakang adi ipnn pranakan: «kita 
gurwa iki fisva, sang adi van den priester, 
bij wien een andere in de leer ia, Kid. AdijL 
G. Z. 2, pangpang ring sang adi: « talpaka- 
giiru, kablsan sang adiguru sami bakat: 



eA\ en wi\ 



IM 



MA\ en \n\ 



■ gyAaRii^giiru nora kari, bjujc adi' 

inmua, T. Z. 4, 60 (saughjang baju: vgi. 

fr»matt*). 
^üow^. 8. (%»). B. iO. Z. 9. B: (lëwih), 

iM itonaamst» der apen.!, Z. 7, 1, Adi tttar- 

vmrüta van ii'n bnbniaiui, aaiib. onder èka- 

^Li, idi ntktiiaos'lanianiiiahB, B. Z. 39, 2, 

UiFliUft, z. aaiih. onder wi^èsa. ildiwr£sii 

(f.-ésiif) Tan den lijd, Idcr Wisia eon viscli 

iwd. R. 50. Z. 9, 5 (asitkaia): idijoffa 

■rnl, L. Z. 27. 3 (ri aédéking alila); èdi- 

ï**ni. L Z. 15, ï (adji »é l»wib), ftdï 

nlR|kanlia(aii: de eerste of voomaamtle van 

4e il «:u nachlelljken orerval gelnffenen. Br. 

Z. H II fpiiiakadi matatu); iidl mii|: 

Mwftarih ilnsdufaka, ald.17; Adi niu^sopaj 

M^,'.. 33. 3; fitrJAdi, Sul. Z. 8, 5 (auak 

lub ^fsèg, islri aju): adinya: e» Hiergelijke 

eai-, Vib.: «oar «tttfp wtwéiian; kèbo 

Mpi ainé, ald.: nak&dl, Tg), uiider asyn,: 

hMtm tot begm 't vot^'ende, \n. makAdi 

Btlma-.ff. M de mmgen, kanipiAdl: K. ms., 

B. Z. 1 uianawidi: Manu eni., bhnb 

swarnit, W. Z. 19. 7. ratna waatrïdl, 

1. «anb. ndn- wibbawa: Vanf ttnAdidiwl, 

Ar. Z. 109, Indridi dèwa, ald. 10, Adikala, 

Wi. 64. dikdiwJA. B. Z. I. 26 (sang putus 

ing kawi sai^ I6wjh ing k.). &di llkBUff 

lJallr(i>^|Mft >an de koe, Adip. 66, klrnsaBp- 

niltha pül.h Pnitlpa pinakidinlka, Br. Z. 

13, & (nujanja, nakalèwitinjani-); crjUi- 

iHnipnbhaa, L. Z. i, 5 (vri kduiè^wara). 

idiparwa: de eerste parwa van 't 

Mablbtiirai: vau brukken hkrTan bestaat 



een lial. omwerking in Di«uwe vcrsinalcn; de 
kldu|: adiparwa, c. waaruit albicr aan- 
halingen, moet op Lomink of wel in K. A.. 
vervaardigd zijn, blijkens ka rob, saoak, 
utar en d« aanh. onder riibida {een op 
Bttli vervaardigde bewerking biervan beeft na 
en dan de sasaksche woorden door BaK- 
neeacbe vervangen, x. ouder pipit); van de 
8 overftebteveite parwa's ia 't Idip. verreweg 
de uteest bruikbare, maar er sljn brokken in, 
die niet in 't origineel gevonden worden (i. 
onder parwft, nala, aug^AwatAra. aSta* 
basn, tjanipa, üwalantra, ratmadja en 
purikiit) en vete Ind. woorden en eigeiiu. 
zijn er in verhaspeld (a. bv. onder fiakta, 
sAla^aBina, apsu en djambükbaAda: 
nirtlcgenslaandc de leemten — de reden waarom 
(Iwa nilakania tol naam kreeg is er in 
overgeslagen — wordt het druk gelezen en me* 
nige verklaring van woorden is er aan ontleend, 
z. bv. ondvr tjapa, mandara en samiti 
(in de jav. almanak van 1886 is een intiouda- 
opf^ve te vinden, die naar ecu vertaling i» 't 
Engelscb uit 't sanscril, gemaakt Is). 

2*. nakadl in pi. van makldl, nakAdliym 
dra rakrjaa apatih ei»., T., b. aanh. onder 
rubuu. makadii]ra: > karuhuu, mnkadi- 
njra bjanf indra: "wafawAdimukhja, ma* 
kadinja sang ijandrawatt: •mukhja fri 
paraméfwari, pinakadi: ■pinudji. sai^ 
pinakldinitpalapan van een hoordkluizenaar, Al. 
5*., t. onder kadL 

uim\, • IUU]V ■x'a: » eHuiar gKet 



Tandebeslanddeelearaneouhiiis(kar{ lakar, 




m 



d u r u 1^ lu a tl u] ; legm etkmr in tHttlen van 
dingen die ran tegenovergestelde tijde knroen 
(baUiv. bëradu); luadu cu maïdn: «niati- 
mu (^1. padu], Ad)|». 83 bis. ai^idn, 
fli^a B. Z. 12, 10 (ngadoliaDg}, iugadwan 

uia: door laxter itgcn elkaór opgezet, T. 

1, 61, angadwani radjaiilsaim, ald. 62, 
mailu pala, z. ointer paU; anRrtidwakiïn, 
B. Z. 91. 15 (nianjutnbungaiig, ngalo- 
kaug). Sul Z. 130, 11 Z. 135. 6 (ngal.), 
ald. 14 (njurakang). maniradvakén, W. Z- 
27, 6 (Diaugaiigsokang, luanjurakaog, 
mangadokang), inadwakin, B. Z. 41, 11 
(kaikilang), Inaduk: «makapalaga, n^a- 
dning;: een wapen applkeeren: itdu'iui: liedat 
uilgeztnui^ om koppm ie utetlen op 't vijandelijk 
grondgebied, kadu: te»ieii den vijand uitgezonden 
wor^ien om een hoofd Ie stielleii ; zoo hv. iemand 
vaii booge kaste tot slraf. zoodal IilJ , geen 
booM Ibuis brengende, zijn kasti; verliest; bij 
een kleiner misdrijf volstaat een oor of ander 
lichaani£i)eel ; ook vrouwen mogen gebaald 
worden: mangadu tuinda, z. onder mioda- 

angadoni miui|pii uui een patroon (c lee- 
kenen. \Vw. Z. 3, 64, adonana In untp', 
Hal. U6 (z. adon); madu dnrbala, W. Z. 
S6. 1 (sumiiigkin matèniu kasakitan. 
kasakilau patéuiunya. kapaluSog tan- 
pawiséaa). 

manfrodokanr: •angada, • mangrik- 
wakén; pangailuan: kooien (vau hidé mees- 
tal), waarin lucn de vecbtlianen vervoert, om 
ze van bitle of ri^cn geen IbkI te doen hebben 
(vgl. kisa batu); de tsoker, waarin de djang- 



krik zit (jav. pèn^adon; z. püiiarangan); 
2'. de kleinere zweercn of pubiten, die zich iu 
de nabyheid, als 't ware rondom een grool 
vcrlounen. zoo ook van kleinere pokken (< 
ander pëngaduan. z. oodcr gadub); 
dnhttda: ophitsen. Kam. li en. 76, ugB' 
ada: t&i^enachtig van praatjes zonder gi 

• adwa, lapunika pakmnaaja, karanó tity 
iigimasinfDom tltyan; ngailuada, djatl t 
sapnnika, tltyang- niisara btaatira, maoj 
hiii, aawi tityaa; ogadu ada. Lp. 

piinfuda: zeker sieraadf, bliiifk<riniidn' 
manls, Mal. Iti6, bis.; si dja^ni djapi ni 
pan^ailwitpadéi^ ( b.: padé). R. 't'. Z. 
H. '■it (kaèlingané mamudja ika paigafi- 
tjitig nSk£kang, luAngëlan ring mntra 
mangkana matfiniuang tfiÜp), ^M 

2'.. npailH adu, Bbg..: «jaduang (vg mal.]^ 
II., Dffaduplra (aHeiding onI«kend~ onge- 
voelig voor weldaden of andere g«ed< daden, 
ngadopira dahal tan mèllnir Ida lèwata; 

• hab abo lalu lalisnira sang hjng, vgl. 
B. U. 1>4S. 

iSitnu^^ of hadé: liever, 't is aadzaam, 

endcr, adé hidépfo: draag dut uw H. om 
bet onvermLJdelilk is, B. Z. 17. &,41ndn J 
ulorin, InR- ra^ra sukstnajani:}, ny-M lliffcna 
adè hlla prabliu, B. Z. fiü, 4 (knlënana 
alur mami linggihin dé sag D&lha. 
mangka alur tilyang doninjïiwangang 
i d^wa), 't is beter dat, haii b»at wortu- 
UrakinancpraJodJana, Ar. Z. 42, , tad£ (jav. 
hds.: Jadyan); '/ is beter dat i'alerve, 
Z. 6, S (dyapin, dini, jadi kalfikaa] 



m 




SJi\ en ui\ 



OU^ en ui^ 



aUnya lulug ulaiian; Tgl. üiind. tiadé.). 
uintn^L. B. Z. 5, S7(*ludA. iwang), Z. 

, S (long ifak. iTrang), Br. Z. 47, 4 (plili, 
in patal). ramderlijk, Z. 48, 8 (sisip, 
llb). Z. 3. 4. Z.fiO, 1 (tan rahaju), hadé 

Kl(f&taa* dahal: unfair. v»n Mn slrljd van 



*dca lagen iéo. Br. Z. 46. 7, /Wm. t<A-fe!«rrf die wtn ved geiag liehlien, Wlb. 
nn een Riming. Suiu. Z. 6, 1. R, 4, Z. I. 48 m., — u z. onder ada: S* t. onder ngitjig 
iwang. boja). Hw. Z. ftO. 5.Z. SS. tt. Z 4. 1; (vgl. jav.). 

nrwfrflvittire tapwaja badé sllBnan m-jto^. Hwing — ' t. onder upata. 
fU pui«r1(ka nlnrwnlitl) Hw. Z. S, 16, ahadé: 



i<1«Bf aJWtaiUfan tdajan B. 8S, 4 (bliug'AM dan de gêor i<w iw kittd ent., W. Z. 5S, 



3. Iiadé IhA plnalakamani kits: <f<if i> A«f 
niet. waf ift tvia u hebben wü. Adip. 114. 

U., anpid^fcèn, kintdèjakén naast kinal4!- 
wiliakfin en in ultamikin, Krws. 19. 

dndn onuiina angadèni: mag miet geacht 
word'v elkaar leorertrtffm ïan 2 welbepalingfin. 



mmagthjk. Siini. Z. 16, 5 (vgl. halê), anla- 
tmmg ttkumi-»fhiii. sini^nKkè nnidjung is; 
rvnon^, Slf. Z. S, loniiika nngadv larl, 
L 1. 

IL. apr<fl luipaliini angad^ adé van 

't uirtta andJIwiiBl iii«»ilcr grworden 

l^■4c.^w.. aor ~',Suin. Z. 4. 1 (andig'). 

«nHiwfn. dif reinxcn niet vprliefd te zijn, W. 

Z. 14, 4 (alon't uia)»nlonan. ^la1ali^ dja- 

<a*): Sn. Z. 1, 9, api — : xlj ws8 verliefd 

BMr doet ah of sij ni'ef geraakt tvcj, Suni. Z. 

46. 1, alwaar 't tegenover kSna gebezigd 

wnrdl, tu hadö, aanb. onder dliik, zonder 

H».', Mwto- gevolg?, SdI. Z. 126. 5 (tan 

Tvaog); kUMnir pwatui hadi^: maarheltau 

ma 't bjk van haren gemaal, dat zIJ zocht, Br. 

Z.44,1S (apanga bakal, malili ika uora 

dané: jav. vert. lanpakarja), Hls, Z. 3, S 

(«ar de variant uit een jav. hds. warnng 

bfcA. 1. atnb. onder garblia). hjang^rifcarika 

hanallaat — (ft.: tadé) waa^ kènu karlka 

fcaabir: ü 't (^, die foorfri) gaat, soo niet, it 



rnK>) , hier «nder pèda? 

uitn^ , i 4- da (in 't malag. wnrdl t nog vaak 
vMr Toornaamvroonlen gctieïigd. vgl. sirtuil si 
en ra)., vmw. 3' pcrmon van brahmanen en 
den regeerenden vorst, ida anaké agung(iloc. 
idt: tijliedem: Ie Bntav., volgens van Hoevell. 
aant. op Bidasari. »iu ida een knikkerspeellerni 
zijn, die ..de eerste" aanduidt, z. iraen sira), 
— Istri i. onder iatri. 

intT)^, 8., z. oiider gnrui^'an. 

<n&V ^■»Sld'^l| n.6.Z. 1, SI. 4, Z. I. 44 
(iigaaèsil. niai]ggalgll. mafirtjarigdjig. 
maugèwérin, jav. ugéd^ van iA(-), R, 5, Z. 
6, 4 (nggoda. tinda). mèdl, Sm. Z. ^^, 3 
(manggnlgiil). R. 7, Z. 5. 79 (nggoda), 
médl rf: bespotten van de himi* die. ateeds 
vereend. RA ma. vao zijn gemalin gescliHden. 
als 't ware bespotte. R. 10. Z.9. 7 (nggu)gul). 
médl, van visürhen. 1 Z. 1. $ (b«gtg). S, Z. 
1. 39 (i^gulgul. bèfiig. linda), 6,Z. I. 
15. 16, 10. S3,Z. 12. 7.èd), R. inl. 17 (irsya). 
B. Z. 3, 39 (Iwir èlik. gudip. irSya), T. 



Z. 4. 48. iiifirtin«wr« nti^dtdl mèrif, H. 18. 
Z. 8. 10 (makn^d ikan^ wjtnara mtingu- 
dtding tan I6gal). 

i^iMi^ H.SS, Z. 8. 7 (gafidl): vgl. riiidi. 

uiuj^ I., jav. (hoogRl waarschijnlijk rroeger 
hiilA.z. iduh «n *idti): — banip:: ■)hhasiDa(v^. 
güdtibang):— kftNinit, 0.enWtt).(vgl. duhila- 
t^n),ina — : ji/wifai.Brli. 6(Skk. iiiru), a — .Sm. 
Z. 37. 11 (pees*), abldi, B. Z. 18, 7 (mawi. 
du), akéljap a— . B.Z. 60. S (inalaiigkaak. 
maiiéï-s. □ladt^kï^saii), aiixtdnHnl, aanh. onder 
rAdjalila: paidnaii: kms^tetdoor (lamp. pi- 
duwan c» paridiiwan), •riiira pinakapahi- 
dwHti: er kwj getn plaats wn o^ l^t rpatvea, 
om groole volheid op den weg aan te duiden, 
Sum. Z. 39, S. 

II. tra nawan; ida — : van niets welen, bv. 
van een aap, ongemeeii dom sijn oen uitdruk- 
king uit nederigheid ook gel>ezigd als men op 
iels gcea voldoend antwoord weet te geven. 

III., Kcldii: iich bij een vuur tvitrmen. Ic- 
genoT. nginjah (sas. mindn, daj., H., kindii, 
sund. isiduru.bat. marsidndaen matsidudu, 
mak. binru, lamp. ba-djiru, ktiidjuru: een 
vuur om sich bij Ie wami€n);Hnak bllns kréig 
ngldn (raadsel): pèsan; vgl. iigimpun. 

^nnto^, z. ouder bidjo. 

pio^, s.,: baiiju («jav. id.): sieudapAna. 

ptn\ (f) iBftn|D^iidfln;nda (b: mangüdft 
udi) sapi, aanh. ondei* wadjana (maiigusap 
tundun sampi); antntdahnda, Sm. Z. 37, il 
(mamasibin); z. onder budaug. 

uiu>^: no en dau alg iiguda. uda hèto 

bHB t)*i' waarom segl ifedat?; z. kuda. 



p£^\ .HpHfl bid«p Hikanêirit'atir pSp 
n^djar mrédn manoliiu-a, san^fca ri kah 
kijftn bètnnlkA, tnn èagit Ja, anpantoti 
rl kottam anlnpiiils, kitlahnyanparkftsa U 
udyan, tul. 4li (vert. van upald. in pi. waai 
Ind. ${tr., 4960. abudho k4-efl), ipan av^] 
ijinafl paunidyan luing' paddlta rl kapaAi 
nlra, Brh. 52 (vgl. Inig. en mal. udji. i 
ugi, mad. odi, lag. ori). Inndl, aanh. oi 
mlEng; valAdyan, aanh. onder pafi^^ 

uiS\:urëk (vg). bal. f). M 

pt^^, ani dèBjinpan^èsè'sl rinfftj 
mndwakt'na djadjanikènsrpajodhara, B. Z. 
4 (nianüt^bin taiigkah, manèsékaa, 
maieniuang ikang widjang). ■ 

UI t^^: fout in pi. van gudu, Sut. Z. 148 

ui:c]\ I., jav. (wuJu; Bjw.,: ndakpi 
't tcgenoverp. van Idis.: geen aftrek vi 
niet in trek syn, ab luwak, wanneer het n 
en lueu gcvolgelljk geen dorst beeft; nog 
verkocht het>t>en'. niels va-dienen, onidal hy 
in Irek ik van een dalaiig, van een dansi 
die afgezaagd is: •Unilll «idll, U. I 
Ü; — an tuwak: onverkodt restant va 
luwak; t. verder onder wuda. 

11. zekere palm als de pi na Dg oogeve 
voor sunduk; soorten: udu lundak en 
iJSmpaka; ndwaB; um. van eeo klein 
vier-viscb. 

nwi V B. Z. 4, i6 (ib, iih): vgl. i 
en dub. 

•junui^, u^da— ,llal. 1S6 (jav. i 
<4a: n UvffOter platsm), lAOf bjan; pra 



liwat makalthan hkaUrl luua, miilir Incoivr 

otla oé» (ziUcn o(i tijn i;emak,il<! beeiif^n 

ngeudeF. 't geen x«er onWIeefd is) lan 

Bfoa (daarom werd Indraltahu in een 

veranderd), Nw.; rgl. uaoda. 
•junitfi^, z. wëdi. 

IL, t. onder ordi. 

Uu>?^, s. (itQiali).: «sar, «maiior, «kx- 

r, «alah {•]«▼. aöilah), aiigadalmkSn: 
anoriLeii. k»Jah: kulali.Spl. Z. I1.6« co 80. 
lARbuc •KJoorakèD. adaliaug oiaiiii: 
■ lihiBgka. idakin: ■ kitiaj uh. punra- 
: •paniiugkul. kaniuir aJah, T. Z. 6, 
S (bSlèn). «anli. onder v>)ihi {aii|ra<Hliiid«li: 
nidtk\ Kr.); adbahkrtja: salwir ning;.u- 
ri Ijaiiiiala mlèlja; adliahiijaniiia, aaiili. 
r sAksi, S' bij *l 8ch«ldeii i>fi iemand. L. 
t 16, 8 (aduh), rdkiasiidhali. Ar. Z. 8, 3, 

ib. onder hhh en ojuh; rgl. ailA en 



idbania. 
uaó?\, silita aan, B. Z. tO. 10 (silih 

ialuk. saling parani, pasaling buni), 
l>fflMh, It. S2, Z. 4, 13 (mangasorang); 
adèb . aanh. uader j^alwa. itgadShang 
Ipn: • djaja^alru. iuadëlinya minj^gat 
wé^rawana door Rawana. R. 10, Z. S. 
(kalabaDga rarud, k. iiiilai;): «inadëb 
tidja ninfrtwi, Lamh. Z. 15, ((karawuhan). 
nradèh van eeo boeteling Indra's beer- 
bappij, Sum. Z. 1, 3, kidèhan: fmim-tml ti-ordm 
den hemd door de bMitedoeitiiig van een 
terreliiig, Adip. 49. ludra lieuicrktmdc, dut 
^nrAraparn« zou bygeslaan wnrdeo door 
ukunbiha mftwaa kadë'hanini 



riiqrraiia ilènya tar lèn, Hm. Z. (8. 3, toen J. 
KAg. dal ParasarAmn was gclmmn mftwiks ka- 
dé'baii ) iDiiitnlinlra rlni^ranflnjrKa, ald. 19, 
aniwlèbi: (n<mnfln«R. ovfrlre/fai?, Uiirin Z. 4, 
6; dèn kad^h dètilmr dJMjCnJ^iie(an'( Tan ren 
Kbuldif'tïn recbler. Wlli. 

sur>ui^^ . s., — slma, aanh. onder tuwawa. 

mta5^ . jar. (• ejw^^.z. dub), B. Z. 26. 

14 (niaSdnhan. mndutiban), «adnh, anpi- 
riuh, Ï.Z. &. 124 (madudhan). niani;;«ntak* 
maneaduh (de uilg. maiigamuk wat onver- 
Kia<iiil>aar is) van iemand in de kawah, Drni. 
42 (39. ^vaa^ de uitgave mangawuk WkI), 
aanlt. onder r2mpjuh: paiijtadub, Br. Z. 4, 
11 (djritan): — *: van iemand, die pijn gevoelt, 
Dd. 4. paneaduhan: pijn doende ktvaal; ma — 
an, patikaradub z. ondt-r kadub. 
uiKl^\,Kas. (bajan),: «igi. 
uiu>^\(vgl. idiir en tlëb). ma— ai: «ka- 
balasah, na —: Bveral; pada ~- a: 't hmt 
soo wat «p 't setfde «eér. 

Gï^r\, dih of 8dih en zelden gSdih. 
ngldih: "inaminta. iets ttnoekm te mogm 
kebbm, aannemen als geschenh, ngMIb: «ma- 
minta, djb wCUsin: ■ piola kisibana 
(vgl. lunas en uglungsur; over de > in 
pi. van è., X. kidik), luanKèdih dunnnyrun 
ring; huittvslmg itrsoeicen aan of hij, mékidU 
hang, pèkldlhang.: iets nrgyevai, tm gfschenke 
l^civn, ook: mabalug i^idifa. mélëgatng 
I (maitjajaug). ka|>ékidih: len geselunke gegeven 

I (kapailja), ban u^idib; len geschenke va-krofea, 

I 

, van iet-s daar men niet voor beUald heen en 



<U^ en ut^ 



slechtü voor 't vragen verkreei;. (egenov. han 
nOi bv.;ii^difa salah of Dgèdlb plih (mlaku 
sisip. ngSdib salil cu Utuaku, iclilen in pi. 
van roaUku, ivraug): vergiffenis rragm. (BM- 
ilg:aksuna muullakn rlnir): ^i; jemanil sijtie 
apologie makm. niapaiiggfiilih bwalsalitipuné, 
né kMIhin ot k»idJhini tn'en ïrIr versochl 
wordt; kftwèhln ngèdih bniü antuk liupa ko- 
aCn: iWer A'. gafiie gasten rijst len geschimfce; 
mt^kidlhan;: salab: verififfenis uhenkm, ma- 
kidlbanir salsbnjiné: hem zijne sekald vergeven 
(dftii k asa 1 a h a II raden It6c akn ]> i n l a q 
kapadamn sabab dijanjti l^rlaln liëbal bSluni 
sampfj bndi bOaranJn, bik. (Jndiiii. p.. b). Sï) 
vg). oodiT aksama en piata), ma — * aa: 
frachlen ieU Ie geef Ie krijgen, ntitanr dilibapa 
kèwanltn nasi né dih bapa liiiE: t dèwa: «al- 
pAoghiiig tèkuDgtahubaD dorikwi kilu. 

uiuj^\, «hidu. tuinder vaak dan widiih; 
K. A. nog: iducn puldwtn: vm. =pauië(8an 
(bal. idjur, lidjur, en tjèdur, saifar. tidii, 
mal lijiir, skk. ilur, mak. tliirtlq en é)o> 
Toq: t. èlor. lamp. Inj oriluj, sas. tidjiih: 
pCSs; vgl. ook bug. mltja.' spuwen en mak. 
pira: tpeekul.m»^. papiruwaï^: ktvitpeldoor). 

uiuq^: uilrofping van drovrbcid. «bab, 

«omora, vgl. «udA. 

uii^n : in pi. van tuduh (akk. odo; vgl. 't 

jav, woord onder lurun), ka — : «kotu». ka 
— antok wldiaé: verordmeerd van kis in de 
natuur; npadab: ntindcn, nsrudohant: be- 
schikken van brahmanen, Kid. Adjp.; mwab 
Jan ana bandjar Ika sinallh tnn^^l, ka — ollk 
panjarikan, Jan Ja manilwalin, Awig:.' 19. 



nui'^ift^^, z. ondar lampïk. 
■iLno»^^, «wrijdiiah,: h. van tuw 

djadu), anak - : uuders; — Ipnn: sijt <»i 
rji-ïTJUiR^ (vcrb. vau wotUiani?): ud 

als impvralicf. R.23, Z. 8. 4 (adjahin, pil 
rin): lot hesinniHg gekomen^, ii,Z. 4, I (in 
HRiudnhanI kIk: kan ivTmaiiai, 23, Z. 1 
(inababada ring dané), prakrCtl nirai 
raninndabanya (de conjunclief), 18, Z. ! 
(ja^andané sang nira paingStin). ■ 
p scn UI 71 "^ , s.,: episode, verbaal tet 

riiig langevoerd, nihan iiiIitbarantéTlk& ■ 
rlnjT purdüai^iAstra (b.: ^Aslra itibAsi 
Krèsna sprekende zegl Knntl bet, I?d. ( 
origin. 44 en 4: atrdpjudahArantii 
itih^satii purdlanaiii], nya ngrndjlha 
rSngéntft ring:(Astra ItihAsa, ald. S4 ('lm 
als boven), nlhan todAbuniiia wan^h, ald. 
0. waar bet de naam van een wetboek • 
Ie ïljn of wel van een ovcrlevpriiig, waa 
iels beslist wordt, z. udaraAa. 

uicoKij^ (wasta): naam (paséngan 

üèka: z. haran]:ook, maar zelden,: aden 
aréiig); nadan: genaamd (bv. mada 
kaba'}; nan>en van vrouwen meeslal di 
bl«:inen, vooral loo 'I paidjtrowans 
nf uitgaande op t en dan argelcid van een 
nennaam eindigende op «.; z. onder «a 
bar^a, asih, kadyarsa, sakib, djai 
ISr^ar. tjotjoug enz.; aoms zijn de i 
van feilen afgeleid en zeer xonderlii^. i. 
tumplik en kusigsigan. 

V: om. van een boompje; de blader«i 
uwap bij kinderen. 



«i\ ea u*\ 



m 



<ü\ eo iA\ 



1. Mider «dl. 



ui!^n|\|.. R. L,. '£. 10, 9 (jadin). m 



bènteo (wontCn) iki (waliu) ktrtg ilèn 
laiii. luilané brai^ta wulaiiguo (pu- 



iL z. oiwler atidjali. 
ui'iEinaj\I.. z, ouder adan. 

IL, — ' z. ooder dadi (dil wwird doel een 
mqger aili* = dadi vemiiwdcD, Tgl. onder 
ilanu): vgl. adl V. 

(jiou*-))Ci^ (vgl. adu). madonan: 4uih '/ 

Imt Mamder mmifOt van lawar liv.; üfido- 

mMf anijpr: lijm vtrritariiijtH uil antjur 

Lb Jmü m kalk; iiir«dDOin lawar. 

r «riïci»]^. an^dnn — : «p de pi-otf tteUen* 

d* Hw brentfCH? Br. Z. S2. lO, idaii' 

) iBf kraatèa; djtg^l , DJimr. (hiervan 

an.'). 

^flC)lol\(f1,kaléwt«B pwèd8n(pwèd6k?) 

MSnUit, Bil ȟ. 

iniin»l\. jav. (d« A «nslanl eo verKhijnt 

[ in *l dlbL en suiid. hudjan, zocHlatdeTuco 

■unluclte afl«idini; van u d a oiiiiiogtrlijk iü),: 

djan (lal. udati, lag. olan, nialag. urniid: 

i — UI, O.. HüfTbudiuil. mot |>i|lt!n, Br. Z. 15, 

I (nanibauin, anihari j), hlniidan — an 

Blftim, B. Z. 13, 18 (kaënljurin ru wi- 

èaa, kalldjaaan sjfidjata lëwih). 

•Jl;tM^Kl^. Ja?.,: •èk4gara(r), kudjana, 

, bekewlijk, aaiili. uiider tri mals 

igi owter èlini), tmoorlijf verliefd n^tda- 

tl jtk va* liefde maken. atJa lartuianè èdao 

tgevwige Tan een guna. Tj. A. (lie budtih), 

w£ (b.: aw^k) édan: perUefd maüen. Rog.. 

dèB kèdaui Tan 'l iui-i^«, waarop 

verliefd b, ald., lelkeax: br. inalur 

dfau ^ninalur kij Imar uiaja, luggik 



tra luwaii radjaxuiu], lali la sakalir 
kara (iiiila bratigia ugarang), kaug kinè- 
dan warnanira luwih aju (ti^kang dèn 
kèdani {itinika luwih aju), putrané pra* 
bu (radja) patiiiita, awaaU rara (dèwi) 
RéoglTUBis, Rflg. (de varianten uil 'I jav. ge- 
dicht. Z. 17. daar bel bal. Iiaiidschrifl le eor- 
mpt was). 

öjMi»^. s.. onivrtvard* II. 12. Z. 4, S 
(saiigiara). 

r^sr-MCi^, s., z. onder pautjabftju. 

r}uo»\. • udabaiii,: (•Arri//)fN. bettffe», 
iHSini 'l ülachtolTcr le tijn van list, W. Z. 30, 
2 (atulur, nièugël: «jav. udani). Br. Z, 
29. 6, T. Z. 4, S5 (mèlii^); bijkomen, It. B, 
Z. ö. 1, M bmutlheid komtm, Bh. S». B. Z. 
48. 7; maii8:ud^»l: vermaHtn, R. 10, Z. I), 1 
(luauiuugu), dèpon - kramaniiigiiitlia dhanu- 
nidi.T. Z. 4, 29 (apaug mèliug ring ling- 
kahé dadi prabu Ijwih tiig Kadu), dAdya- 
Dikik udbinranlra, II. 20, Z. 9, 1 (luai^dé 
w£naug ika mèliiig ida). 

ui:o»y soort vfvrmkruid, qtasqualis indica, 
afb. Hüuipli. V. pi. 35 (balav. en mak. id., jav. 
wëdani); x. kfiljlklik. 

T^'3£niei\, 8., z. ouder sikul. 

r;|i^u~>iBilv 8.: de ue, Uwl Ja dkln&rïna 

dèitiv — , R. 10, Z. 9, II (warsabhigja). 

\ftii\\ «r lèko. Tab.,: Iwee zeer joi^e dan- 

ttereasen, waarmee men dansen, maar die men 

niel kussen mag ^b«>laaude uit jongens en 



J 



&i\ en vt\ 



m 



ti\ en ui\ 



meisjre. «lie n bij ringen): Gj.: saiigjang 
djangér: z. olèg. 

i/iÈij^, nailur^an: iniidnk'aii. 

öiaï"^, •n«ï'^(vgl. indér). —UB van »!e 
Op een feest romlgaanilc draiikeii, Apkl., annh. 
onder pa Dg kring. Mul. 26, voor ile gasten 
rouilgaanile tiranken op «en fcvsl (z. onder 
lakftu): — Infft: «linarilian; riiutr augidèri: 
« ri t^alarih; ItR — an van iemand, dien 
men drank geoft, Tjp. Z. 1, 86 (vgl. mal. idar 
en z, idëb), niider, B. 25. Z. 4, 8 (inU 
njeng), W. Z. 1, 8 (inalilingan. mèdran, 
mailflh: z. ook onder isis)> niidSr ang^iun- 
barlnplajanr aanli. onder lalér (jut ijul 
mër ngambara): naja mid6r: tjaturupflja, 
— ftD z. onder indra. ma — an z. undcr 
adHr. pldèran: -indrani, mèriêran: «Mira- 
mi la: • utogyan. akumalung-, kèdër van 
een olifant. B. 'l. 92, II (maQjSngan): 
van een pijl. B. Z. 102, 3 (keiCs). kèdir 
RwalnJ* rinirbb&waijakra liamiii^anya, lul. 
64, kombul kédtf.r k-Jliikiitniif: tékap ing'ftii^ln 
kaffëpuk* ring kajwan* tumiba riiijr parangc 
pupiuiKun, Ar. Pr. Z. 10, 15, kèdran, Br. Z. 
37, 12 (kèrvran); — tèngin: "apradaksina; 
— *: vtrtierde raxui boven aan gordijnen (IS- 
llogsir doch dit in K. A. meer bekend]; ka- 
lt — ', aanh. onder wiüaja. 

uiiïo^, maQdenui or nuüdèran: li. v. ma- 

ilfiban, «osyan, •nias^lur; Ma — * an, 

Heg- 391; — 'aning mata,Nw., vgl. undSran. 

*iur>ntc-)\ (vgl. gndor). ka — : hinirbir. 

ha — ailt: •inirakSn.ngodnr iM>k in pi. van 



:i 



ngagnr^ modor: mekn80l:Iaat mara 
Ith daj». mëdaSr basé agËlls (g6d 
agiis), péésé usapang: — (rSko), 
wané makiiilkiid dadi Jn niasalln rn 
ba], daki liëqgit (dékil) om zirb onken 
te maken, Bi., pjah syapé — a ban Ifma 
'l ngelëgin; vgl. gêbég. M 

öuw?i^ l.,r, nllh* irtdara, 0. Z. 1 
(üapolib danèné mandjarab, anluk 
manis). M 

Il.,s. (adliara: deoHderlip), z. onder lai 

GjnK\r.\, B.,; eerbied. B. Z. 3, 1, Z. 3 
(matwaï^), Z. 10. 5. Z. 47, 10 (marar 
nanh. onder wiparlta. anënibali — , Bi 
33, 19. tnatar strAdnra, B. Z. 47. 10 (mat 
dané mararSm]: z. s^dara en nirAd 

«■r)«ow^, g. {ildli4ra), aanb. onder l 

®*^i£;'^. »■ onder Srdri. 

&t^\, s..; gunui^ (jav. ardi of 
maar wanadri); tang lijaiw olngr— .Mal. 

T: nm. van eeax ook tê Bjvi'., gebruikt 
t Sm bang (bv. van de sri tandjung, n 
Niai^ Astuli en de 3* zang vnn de I 
tyadjnja], ook: ukir, pub islri (sri) 
djuug, angkatan. Stub (z. onder taódji 
kapauggël en këtafidjung af puiri 
tandjung: voorbeeld: Unibiui maalk » 
ning gêluiiit:, aiig'Hlira mangké, kadi 
kènèng pilis, polahipan awnni^a, iMog 
riuf IbtinlpHn, angn^ap sang nata maj 
Jan babu n^uljapa ingaan, èrang Jau In 
uripa, Jan para maatri wuk tilaa. 

mi^y I. onder héniu. 



■ t 

\ 




9J.\ en ui\ 



189 



«ji\ en ta\ 



nï<i7i\, s., z. oniler w8tëng. R. 7. Z. lï, 
9 (asus, basaqg). T. Z. S, O, Kid. SuuU. Z. 
. 166: kaëyu&nak ssddara van vrieDtl.sclia)>. 
ladji D. 5: i. soda ra. 

IL, rav^are, z. oodi^r luulaiiipëh (vg). 
isl. udaraf). 

nu->3l\ I. 8.. mitlh liigcwlka udikra ga- 

iUJnJa, n. 16,Z. 4. e (atiwam ICwib |(una. 
iliug Itadjaug lewili it^ durma): paBfudit- 
rui «m gteHeiijke, pmtter. T. Z. 3, 70 
faugudaran bhuaia, Pg. (makapaaada* 
bsD pabrëiiban). 

n^ TBrfcorting van udAhara&a (dicrgelljke 
-korlingen x. ilyamadi, nJmna, «tha- 
H>}. panrudurin^hréda: dfgeschi«d(^'nisT<iii 
B Togel, T. Z. 3, 6. 
Jirt-^ïnirt^^, 8., 2. onder baftJa. 

«otr>n-^\, s., ï. onder dhoraiia cd 

iiratbi. 

nuiTiB\; roulicT in |d. vau udibaraiia, 
!ft ngudarans rén^nta liuf^-JLatni Itlfalta. 
I. 54 ('1 origin.. 3S11: alrapjudüharan- 
mani iLibdHam puritanam), drésU paiigu- 
iraia, MW-lt, pangudaraaauifun: •drfis- 

iBtfipama. 
4Uuri»^, 8. (a dhi ra tb a],:eigenD. vanden 

^TMler vas Karba. lid. 95. Adip. 8i. 73 
hradtratua: in de Kid. Adip. b. i» hij 
diaru pëii^ar: z. siliailiaiiuia en vgl. 
i rldbi. 
m£^K\VM\. s., naast tjrémi en pabja8an: 

êka. 

warija). — adh»!*. W. 14. 19 (v(tl. jav 



adrJSswa sadana, j«T. W., cd. Gerkke, bl. 
SS, 106, op welke laatste plaats adrtuui ds- 
t^B), — Kukama iHtwa, Z. 17, 6 (wiüi-aa 
lan kalon kaluluran. giina 1. k. kalu> 
liiranya, gunanya kaluliiranya tan 
ka ton), Uw. Z. 40, 8. Inadré^ja ran de pijlen 
van Sniara. Sum. Z. 5. B; vgl. drëf yftdrïcya. 

e£*tt£j«i|«^, 8..: eigenii. . weduwe van 
l^akri en moeder van ParAcaru. Adip. 97 
en Ag. 

«iHïOUTu«\; etgenn. Tan oen draak, die 

volgens K. de a^^wasi^na is van 't Ind. ori- 
gineel. Br. Z. 31, 21, syadrawalika, B. Z. 
89. I. 2, 5 enz. (lang drawalika): vg). ardft- 
walika. 

öaiK^R^, 8,. 1. onder uoiS. 

r}(nnuiiB\soins in |d. van udajanaf. 

•S^^^\. s. (adbarma). Adip. KK, UU. Gi, 
.lanb. onder swalanlra en snritR, nn^kMir 
en jükli, lul. 61, adbaroinia. nga., Iktng 
Imddhi hloatajan deuin^jp^lharnimt, lin^fBya, 
syapa kari wrub riB|!>war|f|^ lurnranja, 
san^kanyi, syapit .laoKka nlns-nxraka. piipa 
ma^wé hala, kasvrargran rakwa maiTHWé 
kaja, d<'h udab IIU «nwus nint;nulinir, 
wwanir mnharép punjnnana sang wikn na- 
i^arakin iiwküna, ri wdln;a rlngtak^r hopen 
(t), hètunya luniakn vriku, Ikft tan bjakta 
wawna ni ngadji, apan lan katon, winaraba- 
k$n,HaBtkana ling nikangbuddhi adb.irm- 
ma, Wrb.; adbartuniaüAdhaDa, z. onder 
üftdhana en dbarmmddUarnia. 

r3Kl3~5n\. jav. (ben. van ci-n soorl ba- 



*il\ en ui\ 



160 



éA\ en ui\ 



tik),: nm. van «en dodot. Was. Z. S, S9 (vgl. 
udxjana), «aiib. oi)Jt;r djSI>ad, in pi. van 
ti(lajarilga(r): vgl. uilaragf^m an uda- 
jana. 

ui^ciyirióil^: udarftga; wutra — . Hal. 

99. 2Ï5. Stavf. 'L I. 12. 

\(?) K. lohadak: ItnAslrang-na- 
l. 2S. 'L 3. 54 (tan niari dané 



(JU&OKl 



diütaiUk, 

karabah'). 

vi:ciia]\. ugiadikln: aan iels nn/n-R (ngii- 
ngaiiiii en »({auil>uniN: z. onder «arefc). 
t.nu>9a]\I., jav. (baUv. en sund.), tij^dnlt 
(■fijs*): riMr«n in y&». 't troebel maken, ieniainl 
mo/«/p(T«i, in zijn werk ïfami (vul, udëk en 
qgrarètigo): ■|:adak — van de kip|)en bv. plan- 
tjes door ze om Ie krablwtün; ngudokln (njam- 
purin): iets verrM^i^en mei, iidnkln Jelii ver- 
meng hf.1 mei waler, luudnkaa (ina'tjampnr): 
vermeugd, •awiUliaga. madukan hja»; tiljuiiu: 
pnnin mltHljAiig li (UJu IiIJiiih; Tjon^krona; 
i^aduk Irlka dl prijaué ida ktut kalèr ndèali 
Djunfliauhi ukan rakané enz.: vgl. ugaruk. 

U.. Dfaduk, s»a.,: ndjukutin. 

i/iou^^^I., adéqna «f al<^<ina, sae..: 
apaiiga, — kotooff, — tèfnh. 

U., waAitt of niaré<(: acJtler blijven, indéq 
maréfl loèKaq*: nZ/tvn gebleven : èndét) naadéq: 
niet verwaarloosd, niet nagehlef. vgl. ng£nl£ng. 

2*; ngin£p. 

uiouiio^^: overmoeilig* van een rijkaard 

z. adl. 

vioe£ntei|\. z. onder adu en vg). ailuk 

pai^adok tu karn: > paugfarükaniuf^ 

sadaka. 



*JYiaia|^. z. duk. Ar. Z. 5, 4, aanh. onJer 
ga in bar (mad. êduk, ngradj. baduk. mal. van 
Budj. aduk): lilMidok (latere vorm: diniit 
vaneen kabjaugan, Wg«.), vaneen ja ra. Wis, 
van een kalyagan, Sut. /. 90, 3 (maraifa 
duk), van een nyAsa B. Z. 13. 6, van wa 
vonder. Sum. Z. 177, 6, kunas; Ikanirwin- 
tang kadi bëduk tinimbun ling: nint^teka 
Jèka pAnra pliil;unt nfpinuija, nènianit: «l- 
djf wiutaii); niki, Ag. S. 

ui^ciKiK. jav., alwaar gewotmlijk idak 

(. nïCiK(|^), kaidék: .k^Ad^K' kNik, It. Z. 
■OS, 8 (kadjekdjék). •kahld«k, uaiili. onder 
ilaluwaiig (v^l. jav. pid£k, mal. pidjak ei 
indjak), Inldék, W. Z. i5, 12: Inidékas, 
R. 22. Z. H. 4 (linapak): idêk'sagra lu 
letters op elkaar en onduidelijk: ngidJfk' ang 
anluk lanipit. 

ui&cjg^^or iruk naast sidiik: diman 

(Smbw. ij uk; eigent), bijvorm van iduug, vgl. 
't men., hidu, liini. ilii: «evs, iigilu: nn'> 
km. zoeuen, ftkk. piru, sumba puduk. 
malag. amkft en mlburuk: somm, kom ea 
huruncA; neun, vgl. onder «arèk, bug. en nul. 
baQ en baüq verwig-ieliug van ng en k ik 
stuiters van een woord. z. onder ladik: v^. 
voorts manger. horo vliegen en lioron;^: xtgil, 
Sanba sawuroug: vliegen maMwurong: vog^ 
uicÓia|^,i«udék: lasligvallm (vgl. aduk), 

da papak udak (sic.) adèka. 

1/1 bij KI ^, sembur — ', Bjw.,: s2kar ura 

bij feestelijke gelegenbeden, als de optoebl van 

een bruid, of de geboorte van een kind, dat op 

de uiarkl vrordl roudgedra<:eu, beüL QÏI ^eH 



Sji\ ea U1^ 



161 



K*\ Ml U»\ 



(MtuMkU bras imi ecniVc iliiiteii ie ^ralilM-r vnntt 'm ren hmt, R. L. Z. 2. 17. aioMi-jkén 
Srworpen (tgl. jnv. U'lik'). I aiiaUfiilfali lihatAni. itr. /. IK, I (paniai-g.-! 

ugatiakti riiig ilèwn, paiig;)>ailyn), anrn* 
dakAnilJali, T. Z. &. M. 

<^ (A KI \ . s.,: wïtiiis |>ailii. 

Sj uiier> 71 \ , s. (aJlirk^ra). ran ecu pijl, 
W. Z. 8, 4 (wi^Ha), Z. 28. 2 (praMiA 
wihtiilli, Htlain», sang jitihis it^ punitia). 
tMlk lAdhlkflra niiic'lwiih. Illi. 9l (verl. 
vaii lariUri) s^narali i;ri^sio. vgl. omkr 
wifisii}, wiliijak^na iaiif;^kiiilwlpii rjariu- 



Ika, Z, $3, 5, L Z. 23. 4 («(lama). W. 
.34,3 Z. 29. 10 (ulama, l«wih). nuAdliika, 
.10, 13 (ram èiiak. ranané mnAlama, 
■ lama),— rapt, B. Z. BO, 4 (ISwih war- 
tBfa, I. ffarna), dikwijls ariiter ven subsi., 
; frakuctldlilka, dn r-oortreffeUjke V., Ar. 
. ^ 3. /.. 1.6. 2. Jakitidhika, Siit Z. 150, 5 
■ha oing; dftyapali; vi;l. onder adbipa), 
rlaiaidblka, Z. 132. 2 (1«wih). tjandrahi- 
Uhlka, Z. I3.n, I». wandhftwJKIhlkèivril, 
-. Z. 8. 2, bflIUhIka, B. Z. 3, 32 (wadwa 
rawira), Ar. Z. 16, 1. ERUIiéB Itrldhlkii. 
. Z. 16, 1 (maiiaiidaog bwal ing lar»), 
(niJodhUbik*. Ar. Z. 49, 5, aanb. onder 
rddba, zeldei)er ntnl mri adji-ct., sarApadbl» 
dbika («kti rinrsarit, Z. 68, 1. 
pwa \, a..: «ö/a-, T.Z. tt, 34 (vgl. ODdflr, 

ding): inciidakafariipana. aanh. (i»der iljala: 
MakodiikètiRdJurat, aaiih. nndi-r ijAlaka, 
; bbAinl iiusa djawi van een 



v.-iiiAa|\ van tti^ |<i-iib. L'ü. C. 24 lis. Bal. 

t7: fwlnk (I.: wuduk). 

ntA&ficu|\ , ^dai] laiidlnp:, sas.,: «lanpa. 

laAdttf. 

•1 UI iWD ajy ^ , *doq\ sas..: een gereebt 

bestaande uit gescheurdR klaili-bladen renjah- 
igahd (■» vermeugd mt-t Irasi. Ijabé avt. 
*i\mt£\SJ>i\,z. ointcr ugiida. 

'ju'ntAnI\, •wëdak.: h. van beborèb 

(VfL lag. bardk): barodak, uanb. onder odjaq. 

a_ . „., , , .1 . .. ./ '►^•'' matiiiijman iii7n\kiid«lpfl iiziiruiiya, 

Kt\i. (adbiknj. aU pracdikaal. II. Z. ■*.-", 

Irl dèiiyao hana rikkawrèksiVdhikAra rlkuiic 

J, IS (pioiliïwih, kaUwihang). sanr ^ 

di^a, ..ku^adwipa kiira lambabi' ..niaiatui:- 
nj'un kn^dnlpa nsaran.va ri dènyan haiia 
kii^:H pinaki\dhikirèiiirkADR manirkaiia ta ^- 
nèdadwipa, etinuiijr jfoitièda plnakidblkii- 
rènjrkilna. Brh. 95, — piiiulib nïkinfnn^ sa- 
bbitnaiiddla, Sm. Z. I. 12, Z. 2. 6, B. Z. riS. 
4. Z. IS, IS (purusa). Z. 37. 25 (léwib): 
adikftra ringiiadjëng. Ar. Z. 12. S (vgl. 
niiiler badj ra). adbikilroltanG:^ ^'iiddbii^nia, 
B. Z. 13,7,— aiabapa: •Iriwikramapllil. 
mabAdikara rl ngatt^'ofr. B. Z. lOS. 11 (lïSc^- 
nya laii kntn^rètaig'), saiix kadi Maiiohhitwa 
dèwidbfkArikDirulpéÜ antui»b kniie, il. L. 
Z. 8. S. 

2^: dr opperste vaa c«i klalx, sjapa Kan; 
— Dikaii*d;-raioa, Tr. 

3' arJUldbikAra, z. onder «iraradja. 

V aanh. nader iCrëh. 

uiiJn^a^, 2. sulakrama. 

Sintma^in^^. s., i. onder wisim. 




I 



«A\ en u»\ 

T^iS\iari\, s., z. »ni1er ratljaswala en 

djahal. 

ptoici]^, vgl. jav.. luiiiiirailad: op iels 

nm^M.', iels i'n den mtnid hebben, »^ksAl g:»- 
fali miikënillaii müii^udud kapui'iiluiijr loe- 
«(leliiig op ie cuniiiiK onder de cottus, Sm. Z. 
4, S (niamakpak). z. nndpr inlut. 

uiu]£ol^(|)d. 18 b. bis: ududan), «wa- 
lim^n. een lanibali met één land. lamhali 
udud, z. onder srampang: lurudud: den 
grond van gras cnit. swverm mei een tam* 
bah of panjiigsugan, zoogenaamd pat- 
tjollen. udud dt am», Itld,, wegens kiskis. 
in pi. van kèükèB (igudig): z. onder kiskis. 

II.,: onder de viKchtuigen, z. onder patjikar. 

"iLmoïi^wi]^ I., jav. («odwad), R. 4. Z. 

IB, 3 (lata), fr. S., R. m. tHken» (R. K.: ojod 
en ojnl): dak «dode fiilnita kitlih: ik zal 
imi beider halsm bij elkaér kunden (donr een 
odod kinden?), zegt de kreeü lot den raar en 
de 8Ui% om hun halzen ïo eens Ie kiinnon 
afknijpen, Kam. 11 (vgl. onder godog. Icrwijl 
op deic plaats in T. kindajitl geb<^zigd wordt: 
vgl. onder odwad). 

IL, «modAd, i. bij uwad. 

pcOb»>,s. (udadbi).:sAgara; ookindaja 

*l geen onder jav. invloed is gemaakt: udHdhi- 
mantbHna: '/ /tarnen van de zee, ten gevolge 
waarvan 't amrCla ca andere zakvii ontston- 
den, W. '/.. S9, 7 (vgl. onder manihaDa}, 
Iwir kngnnlnrmn manlk (ma Ai) luDdadi van 
vreugde, de tee geaclit wordende schallen Ie 
bevallen, T. Z. 4, i6 (kadi kabalaburan 
ratna ladjaUdi). 



Sji\ en yJt\ 

nnt9r>ta<\. lannrnJoéa: afhangen in 1 
water, Snt. Z. C6. 4 (palondoh), niiKrDiioJN 
van de pudak, l^mb. Z. IK, S (nggalèntèi^), 
Snm. /. !9. 4, W. '£. St, K (i^g.. maüiia): 
Ar. Z. 3. 1, van pandan 's, Z. öl, 2, Z. 50. 
7. Anj. Z. ïl. 5 (akilusub), W. Z. 2. S 
(makëmkëm. masÜa slsih. malimpitli 
anlih: jav. Ar. 181, 187), Hw. Z. G, 14. mddmia, 
Sul. 2. 86, t (kakum), aneudoda, Z. 138. 7 
(niakum: «jav. pangiidoita en mudoda: 
njanjawitk); aiigndodèiiffdjurang: van cHidj'a- 
kn>boo)n. Dd. 2S, aanh, ond<;r baiidoga (paii- 
ïlan miiirkanjrf injt pnraiii): awinK:kis. pudak- 
n.vanim wénèii atigududa (oic.). bjakta wén- 
tis knmSIftli ic^nè, Tjiit. Z. 1, pukis angu 
dadèngiiéla, ald.); z. oda\ 

nM->r^, s.,: aandeel in een erfenis, Wlb^ 
^otnr — «n paiQa — . ald.; panirnddharènf 
hréddha z. onder hrSddha. 

nw]iirt^,s., (nddhata),: irolseh, lal. 41 
45: overmoedig. Vu. 9, fih. Z. 41. 8. R. 7. Z, 
13. 4 (m a b II I e ng), SO. Z. 16, 2 (kroila, 
mana). Z. 17, 4 (ar^kara). Wir. 4S, aanh. 
onder upil, Bh. S9. — )rarwa, aanli. onder pri- 
siddba (vert. van samunnaddba): dhtrnddka- 
ta, Sul. Z. 139. 4 (kroda); vgl. sahoddhali. 

py^vjy s., Ud. 8, J7, Uil. 27 eD telkens (vjL 

.-lanb. onder niAlra), pan^nddè^a, Wtr. 63. 64, 

Bh. S^.sanjif ininldhc^a van iemand, die bevulen 

wordt iels ie doen, 68. panguddèta: bevel, iM. 

pifiu^. s. (uddhawa).: eigenn. van krèi- 

na's palih, R. Z. 2, 21. Z. 38, 13 en B, T. X. 
I, 43, alwaar liij als vnorlretTeliJk wnrdl he< 
Hpruken in li-geiist. van l'rahaü'la enSuwauda. 



(!UM^in8i«i\.8.,Mnh.oni]<?r5ilhjAtniika. 
^ M|^TUis»\ . H,.: iHgfïna. *nn eon hMli^;^, 

inb. tmdcr swalantri. 
UiM> wij y. MN i/rwle ngareiu (ncuilnt, MS.,: 

wtm: jav. nguilinl): incndnt: ing«sag«ii vau 
)gtb (lotir ile advuihatitifc van ilcii slajietiilcn 
[anbhaktnia. It., sas.. Z. 7 vgl, p»>£0|^ 

OJicCi in \ . &.: eigciiii. gemalin van Ka^ yapa. 

KHMler der goden (z. dili}. lUt. 22.z. adUUlja. 
rj tjr~> n ^ , 8., vermelil in deic Ie verbelcren 

van de Sw.: nnwuli (wwaiitSn) akxant 

hm iBan uduntjra (oilAtla). atiudanlya 

Kudltta) inwftiif: sanupniwrêttl, npa.. ikHiv 

Mr(a«lJ)in>k«ii tuuni iiiiii<rriiliur udaiitya. 

, Ikii nrakanni niuni minirsor klab ntiv 

iihanudanlya (anuddtla). nir«.,iau mintr- 

ir Un nilndulinr kitli nin^ll^li sanixpni- 

rrttil, WK».. 

bmtn'n\ , s., t. onder d^wa. 

Cȣv|U, s., tv. Z. IS, S (siirjja, sraug- 
tBBSii: X. raditya «n vgl. aaiih. ondt-r san- 
Ijqa «I sArjja]: — fcètu: etgeDn. van ecti 
lonwa. Bh. 70: — hrédaja: nin. van een adjï 
mnloor KDBtl blJ de zon zwanger werd. Adip. 
7, 71, Aw. 62, adi(y&iig:c>^ w a ng ^- a : ftdUya- 
rama: eigcnn. \m een Vonl. O. (Pagar ru- 
kng). 1^1. Nntulen Kalar. Gen. Wlll SS. 

uitouj^l.. jav.: ■fatapiiRpJk. «ijhalrr 
«ad. badSs, mal. adaa, tag. haraü). 

IL, ns. (ar. \±j.^. uaneruii^ aiIas: mmn 
i/a len gevolge van de stonileo of de colltu. 
ir de reiniging nng nïel beefi plaalK (lülmd 
ind. hadas). 

uiKjAil^, t. wBiler dyns- 



m.\ en 'Ji\ 

ui'^mMn , jav.. ipènirn iuinr uata unrlpl 

ika tndalu rob pipllu léiuu tka „Muni 

kapilii lilDuktl dèninir ruh sapladniE jka, kaïifJ 

alésiu ikn kab^b plnumran rékli tuncriilan 

dèniRff rttb n<)os IkK, Jsp. /. 12, vgl. Anb. 83. 
iJiuiAjil^. kaplbpjés z. aanh. imd^r pétièl. 

(•ntouj^or irus, sas.,: ngt-u^tW (mak. 
urusaq): i. ingux. 



U1UIAJ 



\, z. onder kamlitug. 

\: soort .loeii van ^ekonkl varkens- 



vleesch mei kruiden en MJ de rijtl f^eiiultiKil. 
U1K1 ju^(f), bamuduxi aanh. onder kticara. 



i3y>'i:oTQ^. 8., Uil. 6. pRnr&dév^Naiubat 
kftw«kts law^' nin)rpu<i«k arAro, B. Z. \. 8 
(paiigiijiakara sasambatan, niatjina ban 
pangnnnrninnjatu^ tuakaljihna ndjar). 

rj «^ iU » \ , 8.,: onpartijdig vla wbeid«- 
rechter. T. Z. 4. V\ (pangraos), aanb. onder 
kulina. medelijden hebheiif hiUijkhekt betrachlfn 
jegena iemand r T-,fr.,Z.*.59 (aliuggal, sadu. 
saiig mapgalém i gmiafila. Kr.}; Wir. 35, 
Adip. 70; kahndiudnu: frtrcrAf van een gettcbil. 
T. Z. 4, 43 (katodya): kodibinul biUijkheid, 
van eeii boeleling. Snm. Z. I, II; m. e. ook: 
udasina, udasioaiitra, R. Z. ). i7 [paiiunas 
ida, kiiikinang ida). rlnriabhik djnpi udiUi- 
nAkEii Ikangwjawtmmtèkt kAllh: brmg uw 
beider taaie Ier beilechting hij 't gertcht$hof. 
T., h.. Z. 4, IB (z. paksapilti). liaja lan 
dluiriiiinoddisliiii«nltJAra, haJirdiigiviAkin té- 
nx^n. hlla* inanzkun-j. uaraka pApd prAptl 
pïkiMka kapaiiKglb dèninr tan dbamimodA^- 
n^»|^witJ)lra, Wll>. 



&ii.^ en ui^ 




r;toi««\(?); nnng^iig.' (uSftaraf mi?). 

«Au;j>,, s. (aAhahulha), It. 19, Z. 18. 4 
(sai^sara). Br. Z. ;ï6. R. 14. Z. 46.3 (diittla).. 
Haiili. imder nisniita, wiirAmrëtD mawor la- 
man wixit mahA (fr.: n-ar:^) inrèla laiigar 
{ogaliar) alapën tikiipiiira, ikfliiirkiinAka lèn 



ItAjl \, s.. (atHiwarju), «.oiiiter flUu 
waAu, een der 4 priesters, die 'l siangolfcr 
regelden, de j a ilj u r wü il a ojhI rennende, in 
U^geiiüt. ran udgaIJt, Adip. 43 (alwaar ' 
verha8{)trld is). 

p-iicjtoly «lali, R. K,!. lï, 5 (akali)) 



piirisja niapuUiis lahi kaïiaka kapèta kmn- ,«'«'"'*'"' '"RT"''!"!»'*- B- Z- 82- ^ ("i"» 
liAliën, urniiollania wnropiidè'i^'a Jiidl lu^^lia 



kalianaolka Jnirja Ja prihén. udhaKiha wëtu- 
nliiffwadhditABia suidpa haUpéiiirasan^ ma- 
hA<yaiia, Nl8. Z. 3, S (vgl. onder nnir^ta. 
duskrëli en Iml. Spr. 6227): r^k^asAdbnsta, 
Sm. Z.' $6, 1 (ralu ning kala(na)nc). 

lUtciwoiQ^. s. (adhistbdna), Uil. 4, 20, 
0., hjanf Budre iimdistana: ■rintrili-Adliana, 
KakniliiiiHtriUualiViiiiiiigadhiKlh^iiii rilaiijfira 
pral.vanxra (rl hariniflrill, lili. 38. tang^èli 
ikancpraiiit' hiiièp blinUra Wiiiiin, iiintan^Jnii 
inaiurênaiiirêiilra ijnkranlra. pi(iiiiiUE:hftranii'èii!;- 
ilaltya, talo' aniliurAtj tJlntilamiVtraiii Agatniii 
sakarën^ inadhi^iliAna. mldjll la Ja sake 
■W^kilya, djwulltahnlA^-aiiaprabliam, kadi tè- 
4a lil tifapi^ dunillali tèiyauja, adip. 51. 

UI »u^: bijvorm van kadawa? (vgl. ha* 

riugèt mfït karingèt), It. 24. Z. 6,4 (i tugtiig 
djalan), 7. 7.. 17, 1 (sidJawa ju pL van si 
dawa?); vgl. aanb. onder daliSm. 
öaw?\. s,,: margagCug. 

t^EO\. X. onder dwa. 

«a']EC|\or adwaj. It. 22, Z. 4. IS, bis 

(Ulas). 

pto^/1\.s.. z. onder warang. 



fUwutn^, s., t. onder maru. 



daiidan kakiiriitiiijané); z. omkr pdod. 
QU&n^W^, s., Br. Z. 9, 12 (lan()ali 

ditigan): nok: dwitija, «aparimita. 
sjiiou toisi^?, malar lanibjannwubakhia 

-santana babnwanr^a tjatranlka n|: — . T. Z. 

1. 37 (bilih liiïsuk ugénlikaug aCulana 
niawaiigsa makèh makapajiing djagal). 

SJiu^ut^.8., sanir lijanr , Sul. Z. 41. 1 en 
2 (s. h. udomuka), 4 [hyiuic vwaUiinèda), 
■ rwitnupama. s»ng lijans ha(lces: (U}dvrajs 
Jènidèng'iiya paknnianitTalaniiniiilnp Ikanrnia- 
lèndrija van de liocli; dix-nde asara's, I |ias- 
iinda en Kuilda, Itl. Z. 1, G (vgl. jar. t^nf 
Jang: imiggal); vgl. onder adwajjidjnjana «v 
rétjaka. 

fiitfiw:) n )a^,a., dufa san» sukxiiiiltmaki 

sAri Dintr^Anja wikas In^iilur inilrttl nin<' 
tajang nlrAtmaka barip ni DKabnrlp kitütf- 
mab parania^lwa Jii» rlnr i,-rldaata ^A'^in 
gahja ong:kara sinrëli (een lids.: ^ruli) 
adwajadjiijBna (sic.) rfniT salwa dalti on 
hds.: «adhu) lot een bralimaan, om hem ie 
verbidden, T. Z. 4, 23 (d. s. lËwih paruga» 
jan ullama nii^ atjintya putas iug adjl 
paragnjan saug bjaug luja urip sarwa 
inaQripé i dèwa paragajan Uialflra lïuru 



SA\ en vi\ 



i6S 



«4\ en i-i\ 



|èa ring nridiinlAfc.tara KiniufEil sAli^Jkl 

[niMlkara inidSp kaid^p i-wa lihinèda jan 

iinink ssng paiidiu |tulU8) , njrutlHuJii 

In aitwiJAilJi^Ans, T. Z. S. «S (adoin ukutit; 

[irlièn ■ i^ bjfnébé. ëoto pa ISuiwanir 

SjtCinTUM. Hdal*: «wiraiiaka (?), lunt- 
^ab dnku ntrak Hlariinr ririh adal' inetfi' 
■■ |4r*, kk. /. sa, 4 (jav. mMon tighum). 

Li:oru!\, ofptilaliidah ngèliol vii ugaii- 
|4iig«ndiiig. 

Uf^enTuj^. jav., ii|E«d«): li. v. iigadSp, 
«ni padnl: lerkoojibrief van mn ahk«r bv.-. 
ItüL n^i^dnl. 

Liionjij^ 1., Migriiiltd: itls /«-ijjiwuierrti, 

[ifif r»ni hnans winèlmn piriutrliirjiiir iKiiliiic 

Hik» Rkèh non; «rub. Jèn liwttl sHkiiif 

i ■■üin laufts^ piiii)tl)tn(nir Ika, ni>ra vnaiig: 

|lfi ndaléii oiiuiili kuiic painelaniiig' dènin; 

l^idjBkii, wntaddjur rara haiitnif loka, nnan; 

Ion ik« wèliaknü rlnic Itii ddiiotr raraiuiinê, 

hVlb.. btna «wan; anftndal paMènèh, d., 

[flOOÜ. uitliep pavènèh, «I. 10,000, Wlh., «anh 

'guló: Tgl. Itiidal. xwidat de wai-d Kjiclliiig 

|welwudal xal Eijn, anffudalak<^u: leruggncn 

< mn ptiiil, naiint 't Insgeknclil is, ald., kodala- 

(Bikiiigi buwuii nitK-liakén: verii)o«leliJkrert. 

raa dallas^iuapakaruima, atd„ (waar 

iklasYi geen siu oplevert). 

3*. HHidal : ietü, dat terpand is, teaieii 

[(*( wtHinl ia Hiel algemeen in gebruik en bij 

|iekm onbckendy: vgl. pandap. 

IL: wédaU, l(aruba), paof ~ panas in; 



III., s»^: lamas: z. okéi)\ 
UTjSiu)^, X. oAi\. 

vftA'Tjiy^. jav. (lanpaadil, jav. Ar. U. 
515, ai^i^lli, w. ed. K.. 563), Kr. Z. 16, 8 
(iigiidisin, mbeiurln); unfiidli), Z. 19, S3 
(i^gudili), Z. 50. 1 (t^gariti, uggudlli; 
vgl. üok: jav. i^ufidili). 

n'^fVi'j^ (vgl. odol) Tan de dalSman, 
R. l8, Z. 1, 8 (muwak; jav. wthaagm van de 
ijarnien;: KuirJan udnlaiig'lpmah , 35, Z. 4, 10 
(manawj uQg, iiianawa bubul). 

'^Lnnïnnj|\. nreda)(vgl. kodal en sndal). 
odalan: rrn. ^ olonaii on van daar «nk alN 
men ran tempels ■j>rcckt; dl odal: vrn. = 
di wang, snnx pruMiA kart di ndal: de viir$t 
is votj huilat : Bëdëk d i odal: de vortt btvimd 
sich jaitl buitm. Tr.: •• niodal in pi. van oiS- 
dalF ran een <;ula uil de kruin. Adip. 71; 
lig n il a I i ri dèn a : Ii. v. iig r n i ti i n d é w a : 
ivndalanfc! zijn kind loskoopat, Tr. (nSbiis 
een weinig verder). 

-lunèniuj^ of udël. jav. (wudei),: b. v. 

pungsSd (sund. udël en budjal, uiad. Ito- 

tjSl of budjil): t. pusCr en niUii. 

-jun-^w^ivl^, vgl. uiltil. iigoilol u»ns 

of waduk, Djvr. w.^ nibuflal usus, wt\. 
kap. 22 en 27 (Jav. boJnl). 

U1U^nc^^ or ëdalèm, nrMalcm: li. v. 

djCngah: >ora ngèdalSni: ■ lan kénè iigi- 
rang: nffèdalèmaiw en iigidalêni: ■bisin; 
tJtyaui: nintin édalgmlpun: hij heefl geea 
wtsag voor mij. 

uuhrun^, jav.,: slagvfld, Sm., lelfcent; 

Sdm. S5. 



*l\ en irt^ 



166 



SJi\ en ui^ 



w5ulv»w«g anrhttipii, Sul. Z. 6B. l ""-ip '"g '>J0- fc«l>'«i«paD, W. Z. 23, 4 



(wvng sktniit), z. nndcr watik 



H tJt^ij]\ (xlol), nirailè|i (Dgailol): iels vaak verl. van iwn, aanb. onder tëmliiqg. k«Ji 

^^ > . . . . *M._n~....... LAIll. l.t-(,l.. ■...•■».. ..■~~..M..II. 



ni 



anja, Iwir Itudi. suwangiiya), Adip. I< 



ttr/mpen: -'aii, in Icgenal. van aiiak mna-'«*knn!r-i«sn kAllh bjakt» ku^mi uinpiiiredji 
ban,: shaf nt sUmiH: nKudëpln (iig:adülin]' katiiilSp.tn;H, Wtr. 16 (verl. ran k udmalüi 



I 



iemand iel» vtrltw^>en. 

\. Hip*, z. endép'. K. 10. ecdf. 

\, jav.,: «huddhi, hidëp nlkanf- 
'WHDf knlièh: zoo dacht men algemt^, B. 



.' -^ O 
UI sou 

UI uu 



I 



burulilkèrau pajodharau), aanh. <Midi 
ai^kfiii, kadi djlwn nhigprlJA hidSp Ja, vari 
ilen brief di<- Kima van Sila onlviiijt R. I< 
Z. 3, 6 (karSüipan^, karasa ja), prtjal 
1,2.1,9 (rasanfta han diaiiinané sami, bidèp: •rokaljüta, analahftl6|t, t. <im)c 
karasa dèning wang ».), kalildJSp, Sul. gaiah: atiféntyakén biiUp z. ondf>r-b«nl| 



!. 109, 6 (kasBnggali). diwa Kiikaia ka- 
lidSp, Z. 115. 5 (rinasan). bidêp rl: 
'gehoa-zoam «w. T. Z. 4, iï; homlJèp: ver- 
^durfn leed. B. Z. 1, 49, huniiilép ikaiwlara, 
\. i. Z. I, 49 (nandang ï. sakil. naën 
lungsut), mei ifrlangen op imnaiii) wachten, 
l. 43. Ï8 {mai^ali aU), manghUftp 
[iMr^tl, Br. Z. 20, Il (makenSh inang- 
rSgép). anghidSp dnbk&tlblitlrH, T. Z. S, 
^75, ai^idC)' dabkltH, ald. Z. 4. )0 (niaoa- 
^■h in s ■ k i 1 ; tnal. □) O ng i d » p) : h i li 6 p e n 

r I 



i": kenéb; idép kul: «kahirèp ingHiii 
pang^idip liwsiui. T. Z. I. 10 (rasajai 
daléni. kJ^néhung kai), glls kftdl idt 
■ RianogJtini (vgl, nnder hjun), karwan iiléi 
Qui, baümrlhip» tuHs, z. oiidcT karwan: 
dép: h. V. bis», hv. niicUp oèda van JDn| 
honden: idep tnnx^il : n/j '/ ware t/efijft (a/< ; 
lijle /« btsthotnvm'j, idtrp dnwèn iinukr »^i 
mH8a Iwani dl id5p tjai wrènèban; <>f mt 
twara ill idép 4al: ge tveet 'I minuri (maf 
lambfil ida tigraoaang:; vgl. jav. milngsll 



n^ar ingmii: behartig, T. Z. 5, 69. Z. 5, bodoa): lot een prieslvr: masa tan ring pa- 



[14 (pisiDggih). idëpang: «pitnliunla; wa- 

wnskB hidflpënla. B. Z. 109. 7 (alur 
Ltityang piüinggih 1 dftwa, udjar ingsun 
lp. diw»), tan midep: hij tloorde sieh erniet 

OM, T. Z.3. 30: hiniddpnlra. R.B.Z.7, 19 
Kupatnajangdané), hinidipini: hield sij 

reor. Br. Z, 44, 9 (sina wawajang dané. 

kenChanii i.), hinidfipiiTa. B. Z. 1, 33 



kajunan padanda); a8lng:iiiapakèdëp panfr- 
panc:, sanipun (Ihh kakaOnang: al tnm 'f m i^ 
(fedachlrn kwam, jegettn den nors! meérbnrtliif U 
sijn.wtrden ovenvonnen, Kii. Adip., c, Z. i, 6R, 
këdfpanfc tuhn bjang Ratlh: Ai) hietd hatr 
Kerkelijk voor de ttefdr-gmtin : pëkèdSp atl: 
em middel em vlug Ie leatn. ook: pËngidèp* 
ati; aaiJép ring pakon -lulul ri w(. 



(sawangauga, rasaianga. upamajuDgaikax. itahlSp rins: mmijin .soniah: ■ anuhn 



kahiéep Ika djlwa ningdjtgat van die den 
(beldcnd'Mid «lerfl, Sut. Z. IIK, 6 rumawak 



sAdjnnJH niogkiikung (vgl. sairiog). pakè» 
depan djanmtuié Mimi: ■ inanah ikangrjlt 



^ 



^\ en ui^ 



167 



«*\ w ^\ 



tépin: ■sabudlija(u)'. k^d^pira piilnja nlni: 



(mngei's roepen kukui|, '1 geeii narjhfving W\tt^ 
kcnl en stvllcii haar als eeii |M!Iso«ii voor die 



I 



uitoul^fiirip): Imim (fiAjénéo%; mal. id., 

mad. nAi 80)1. irup, sund. Iiirup, vgl. onder 

ynp): **> kneht sijn bv. van etm geschrift. 

dal niel liaf; wonleii weggevr»r)ien: levendig 

mlkmmtm Tm di; vlekken van 'l pèUl: herliaald 

is 't d« uttJon|>iu{[ om «-«ne ,iai-db«viiig Ie doen 

bnlimi, dau- de ((nillti'id Iwni^di'ii anders kou 

4eDkm. dal )i> nieiiKehcii allen dood zijn (welk 

ligelwir fiverM>nknmt mrl dat der Haleljers van 

4i) radangxchi hovrnlanden die ka mi hidwri): 

Kg tevm. rmen om den slier, liïnibu, op 

vincboreiig di aarde nisl, vgl. onder sadjara- 

iBlmanUha ^n g mij Ing, en die i«lf op een 

fiyh itiaal.z.«iiler wad^winala. mel'taehud- 

dn Ir diien opmuden: de bnibu namentltjk 

Kkodt Kir-b akhrm een pikal steekl; 'l {:cen 

•Mneokoml a» 't geWf der Balaks. die bevrt- 

na. dal napa mdoha zich srhudl. als bem 

dt atluog* in e oksels sleekl. zie aant. bal. 

knb., 54: vgl. oè. de gewoonte der Sundanepzen, 

dwaja of atjan nog m'I leren roepen: dit Retoof 

iBer verapreid io.iIü Mijkl uit de berichten der 

Cln^htitche atniiigH-vereeniging 1682 b). 189. 

waar we lezen, lat op Kisaer alH reden voor de 

■B^heviiig wori upgemeven een nude ntan, die 

des HO de wort«l der aanie met sehudden 

1, tot k ütcniin*-» van boven hoort en be* 

■1 ernog niensrben leven; de Laoi- 



■1: hij hield V eoor een tauglochl uit vrets, een dikkoppïge mier afxendt, om li^ zien. of er 

Ar. Pf. Z. 13. 2: sidèp, z. I«neden. nog veel menschcn /.ijn. De mier zegt. dal er 

ui^uj^.jav., t. onder rabuaèl. l a dj i j maar weinigen over liJn. maar door „knknq" Ie 

ra téniha. hooren wordt hlJ van 't l^endecl overtuigd en 

Bcbudt de aarde): in sommige alrekcn, zoo als 
bv. in Tbn., maakt tuen. evenals bij de eclip- 
sen, lawaai door op rijslldokkcn enz. Ie slaan 
(vgl. onder paël); op de mag van i^ana- 
mèdjaj*, wal er van al die belden iieworden 
is, kr^gl hIJ aangaande Raladévra ten antwoord: 
knaan; san^ B. Kitmakdtêmnhaii Naivan;«i]ta> 
bhsga nnnarfwInfdnsMr liwlëuah, pBn^tas 
bbaiira brahma (vgl Adip. Il$85) dhiimJirana 
Knmr bjan;r prêtbivilmnndiiU. t^fnha nihauf;- 
lëmab ri hèiunika. swrg. 38 (dit in strijd met 
ddip., waar A^walhama de inearnatie ia van 
Ananta. maar B., «vimi als in B. Z. 1. van 
WAsuki: vgl. onder r.èia en Aw. 76; Sera- 
wajüche retljongs, N"- 44. lijds. balav. gen. 
XXXVN: gèntq Ub nagaw dilam tanab, lm 
lab Kabab bnnii hérlntiroatr); K^til> 'dnp; 
vloeiend bloed (z. onder mali). idnpan: niet 
spoedig dood gaan ïooaU de dilCm. dte, uit- 
getrokken, om verplani ti; worden, even frisch 
blijfl.abi de plant maar water krijgt; aldopan: 
een geheel /eren tang; naldnp (mënrip): mee- 
lellen bv. ran den tijd, dien iemand in de 
gevangene bij zijn straftijd doorbrengt: ■■ 
idup'an nunlHK van een kind. dat op liJn 
vader of moeder sprekend gelijkt, aU 't ware 
een incamalie sijnde van een nog in lethen stonde. 
^JiU\iM\: uilgedoafd van vuur, "nirwApita 




(bal. pidnp), (&.: mati), It. II. 405, ^urv ran 
d« flogcn van Ecmand, die Haaf hmti lir., 
iidÈ|i pëlljmiié (vi;).ëiHtiik cri uglijSp): van 't 
we^, als de zdh niet schijnt or wt-) miiidvr 
doorkoml ( vgl. r S ni r ë tii ) , ug u d è |i a i^ rl 
apin^, vurl. van H. 14. Z. 4. 1. 

Oji(>au\,fi. (adbipa). JaksAdtiipa, Siit. Z. 

122. 4 (kahajan ingdèlya), asnrftdhtpA SuL 
Z. 129, 2 (liiha ning rAb^asa, vgl. nnder 
adhika), m narikdhip», Jani&ilhipn, en na- 
rt^itdrddhipa. 

r)t4tj^, s., z. oniler wulan. 

r)i«it/:»»\. s., z. «mdcr «uinur en sük. 

ili{(>C>7i^ (f), aiigrftdlptrn , aanli. ouder 

lanipil. 

vi«]i_»yi^. X. onder ada. 

Öjt(0ut5f^, s. (adhipali),: opperheer; kja- 
dlpatl: Lawé, dieunder den voret van Madja- 
paliït adipali ran Tiibnii was: van den 
vorst rail Bali ten opzichte ran dien ran 
MadjHpahlt, Kid. I'ani. 7.. 1, ook: d ipati, Kid. 
Adip.. &., Z. I: <;rjadhlpall (\vii;4ga prabhii): 
eigcnn. van enn rursl. T. Z. S. 28; vgl. T., h., 
'/.. K. i>, alwaar rripadhipa: adliipiiliiiini; 
maliilMirMhiiia, Siit. /.. 120. I (njènapalinin 
wadwa raksasa; v;;!. ond«r pati en sénd- 
dliipa), blidsana kddipalyati duor Cadjall 
madit aan de» vorst van Bali geschonken, Kid. 
l*am. Z. 1. 69. 

'^Kin> 8. (ftdyaf),:hal6p; willen adyaiia, 
H. 5, Z. I. 4 (karjjanang kali^wihaniijuné); 
adjt tui suniitBj'a. Jojtjn sin niakikdyn dè 
liili<rpraliliu, Kam. k.. wlkan kadiwjftii i ntfudjl 
pinakAdy» san? pnibhti, atd. z, onder adi IV. 



^\ en vi\ 

U., s., adyakila: kJlla maii^ké, Kr. 
Ln^l'^, angadyani nsrutJinKil, T. Z 4. 

42 (nudya paibuké), woog «nutfènatM ro- 
wmijcé pljatnbak, tan hana iintadyani.aiJiOa 
paiijfttitdika dalèiu, wéiians: palTaB^im, «nir- 
ftiiGriTH!' wAns: amnya, Jan arèp aburl)») dan- 
la, pani^tiaxdjiwii, 40,000: Dffjidyttiiii: ver^vm- 
ttm dat iemand eene r.aak voorl)piigt (jav. 
ngadjani, p«n$radjfti vergvrniing), \maad toe- 
tfam met dv teruggave van iets en poos Ie 
wachten. 1 ha^s pasar kar! mataiirféb snwè- 
nipuu fdaé raïna, patjane iijrunlikanjr huns:- 
knivpnnlku rlnff tiljuti^, tityaiu; %-adyanin: 
voor een arme verwante sorgen, JT., «mauga- 
Dumala; tan saking pangadya.é klii;^ udré- 
trja: sottder vtrgunmng van dm fgenaar. Wtb.: 
kaïiyanin: oinnbhaja. «pinariiosita, ainiis- 
gvn !slr«JI nliu^rons:. sluarwl aimma&ihi. MtkA- 
rsnnyaiiadyani lot xljn zustej de ontvoerde 
prinses ie bewaken, Ie siissenen in alles loe 
te geven, Spl. Z. 3. 14, sakanp nAtbJIn^kara 
inadyanénirniimpatl: in wa Anpkara vpf 
langde (namenliijk wn (wegi;vechl) werd 
door den vorst toegestemd, i IS, $5. akwèb 
i»oa; ratu kapinanir. niaiurd^-Kiimi maiurraD- 
biii rinif karja piisènambani sanipnn san] 
niaiigadyanin pa^Jang iigrAhin njri, Kid. 
Adip., b., '£. 4. 2: kadyanau: tnliifikan. 
Uimiy vóór lijdbenaniioga, om op 'I ver- 

kden Ie wijien (i. echler i), dya timwanjr, 

I 
idya tiban» idya bnlan, otk idya tlban; 

vgl. onder dyangkgn. 

rjjntAJijL s.,: ;«i-op/(oms/wèlan, aanh. 

onder sürjja en astamana,— pamwata, 



B. Z. BI. 4, 34 (tongtur^ itiinuDg:*^ kangin; 
vgl. «jiT., vraar ocik udadi tn deie bel., i. 
niMler arun.-i). Adip. It. R. 7. Z. S, 2ü; kt- 
AyAdlIja b>nè iif:iid»jn tèdjimlnt , Bt>. 6 (ven. 
taa AdilyalaruAAbbAsa: vgl. wflldrkka); 
iMik: uilajapar^wa, Soi. Z. 30. I. — girl, 
Br. Z. 9.1 (agra ntng guDUi^ wèlaii, gu- 
RDBCf kaïfin, tukltik gunuug^ k.), Z. 40, 
1. ndujitdri, W. Z. 33, I: at^udajariri z. 
onder wawah; angudajaparvnata, Brii. Z. 
6. I (t^. asia eii bij giri): — fJUtra, Siit. 
Z. 4. 9 (udjar ing adji]. 

n., a. (Htder udadhi. 

UfW^|iBi|^. t. ondor hadi III. 

SiU)|ie^(r), Wir. S4. Iium6iiéiit: manga- 
djani (I).: mangadjyaiii) lut een geliefde, 
iHr geen antwoord gccD, i6; vgt. badi. 

n»W»\: eigenn. vait ceti vorsi, Sm. Z. 
38,7 (wordt nok door Crawrurd. iim). dicl., o|i< 
(i^en: v^ onder èrlaiiggja. iljalatuiida •u 
ürjogsing); srlRfsinfr udajuiia, T. /.. 1, 38; 
lUHJlqciin rrinK-MiBT tidajaiiH, Mal. I68(n)al. 
bérlanljingan gèringstiig wajanp mlajaiia, 
l^ódji S^^mimnsr 181). vgl. udajaraga. 

nw)nis>\, «-,; taman («jav, udyana 

en Ddjana], udylnawaiM, z. onder wana. 

p6cip«\: «udyana, «dyani niaUwa! 

cigenn. raa een bosnh. T. Z. I, 53 en 61, Z. 

1. 18 en 19, /. S, 131. 

^iriAirn^, x. iidaraga en udajana. 

[UH1X3V\, s.. (adhjakaa). Ar. 16. (x. 
dbyakia en djaksa. 

£ib4i m^, >.. 2. onder maru. 



r> 



«jiMiuin^, s. (adhjadliina). z. nodcr 
ungguh\ 

&)U)I tft\ en adyttla, s. (adyola), loa- 
dynla, Br. Z. 16, 16 (üinClèhan): rfttoéna- 
dynta dé bj«« rawi, Suni. Z. 147, 14, ina- 
dyuta iii(nï) lamp Imr'ArwwiiKtrH: hestkitlerd. 
Bh. 82, &"}. kudyAta, Ui. Z. 30, 6 {»iné\6- 
han), kadi mftflia inadyiita nlnpkllat, Ud. 
33 ('l ni'igin.: inègba wiilyulyula jathl), 
niè)rh«(h] inadrulic^ i.^"^*) lLil>" ■ kandaKS- 
iiya kaniital, Itni. Z. 4S, 3. 

tfjOf^pviia^. 8. (Adbjdltniika), Ufenov. 

wihja, Ag., telkens. B. !0. Z. 10. I. W. Z. 
10. 1, snkidhjiklmikt, Z. I, 5 (suka ri da- 
ISiu, kasukan rir^ kanicrèjasan, s. nis* 
kala; «jav. walijadwalnifka: lahir balog), 
nlhan fa nsrAdyfttmika Kiddhi, iijra, ikA sant 
wénanir hunilUiurukèn ikatisduhka lélu, iidya 
ta saiij;: diihka l«lu, ttg», ildhyllniika- 
dulika, adhidalwlkadiibka, atihuddhika (I.: 
Adhibholikaldnhka, adbviil iiiikadabka, 
i^ra, ik II lolara süUKkin^nantb , Iwlrnja, rii- 
i:a (b.: roga). dwèsa, molia iirëm ha- 
rab (orèiQ anggirihf) gigll puru knris 
w&ta, pitla. v%ttia (b.: kU^ma), {nla, 
laru tlK. niban lant adby Alinikadnlika, 
nga, adbidaiwikadubka, nira. ika ivinilap 
liVglap budan [h.: èdan), ajiin. kikwé^a- 
irraba, wipnikAnt niiig<lalika saii^kèiisdèwa, 
jèki adhidaiwikadubka , ng», aliMiotika- 
dalika, npt. plnran;, rinatjun, djlMrim 
{b.: djinares], kaC ng-upas kèsyaw (h.: A.), 
Mhhitjiri, linëluh, linndjii, kala, oM, M- 



SA\ tO U»\ 



ito 



ej,\ w Kn\ 



: 



pavkftni ilnrtttriiriiihkn MiisrkftiThhAlii. Wrii.-, 
TfL djatmika en •Ijatmika. 

Ci^nnu^. s.,: stfft /of nn loe. ady^pi; 
ksi«ka niunrkf, Adi|i. 4, .ï7. adyApi Ika (f) 
niaKké, lul. 39 b. (dil tks müiigké de vur- 
Uhng)-. adjapiu (}iidyji)iin^): :«lfs. Adip. ii: 
«aaèh Miiir tiniHr.iliiiki*ii sniiit lijiinir toklkii- 
vt4)A niWHiur writlkRWldjil liiuiiii adviipi- 
«Idj'A: paniriidJyaD Irlka wib, sim riiiiiiiliuii 
■J^mbHhpii, lul. 31 b. 

j^c^p'j Ki^, s.. saiir muniiirntal ri(ii|r)i 
flit}'iiiilrtiiipantra<yi ituruwu (Astni, Wn. H. 

i^t^nu]^, .1. (aifliji^ja),: les, tmuc ma- 
aff«djt NiirttA vüMm, Wri. li. ntaiiurudliJJIjn: 
lesen de wèda'8, Adip, 27. apèt p»ii(;iidya- 
jan, 'f. Z 5, 7, met neiioc^cn iivli ik uiinge- 
lioord d^ti lAiurildyi^H : V yem yij aan \4Tbalcn 
htht mrtteg«lMldf . T. Z. tt, 154 (ban lyai 
lyalwajang). adiili tiiinak kavruti suhitilhja- 
Ja iiliiirt))irltH, Z. t. 62. pai«»<lyiïj)in, B. Z. 
ttS. S (niakapai^adjyan. ks(ilar»n). 

^uptAjio^ ify. bijnm. ran Aruni. omdat 

bij lijii lirbaam tol dam betigAe., Adip. 11 
(inisschifln upActhjaja Ie lezen, want na die 
baiideling gaat hij op zijn eigi'ii boutje aan 
'l Wrnren). 

p'js«jnri\. »..: nm. van wtn der ovtTgobb^ 

vil»! parwa's vaa 'I Mah^lihArala (de lid«. 
vnl lucuni's: ook orilhri'ken daarin 't begin en 
'l Hint, t. onder sllitlfiu: tot-itlnml van d« lexl, 
X. ondüT Iriwikraiiiaj, hann «antnnt-rHlia 
rahadyMii saivhuliin IrikmirpatridunMi ri kitu 
nl ng:u<lyogap»niiiiuijHrila, mliudytu san^- 
liBlnn marikuMtm nniiipi^Jit hlUnipt hI ^aktl 



Hl kartiiin dtAha riittTAiia, sala painnrda 
narlkiVniicnilia parüinr^-wiu-H bb^diUans'kfrl- 
kft, nt^rpankkkpnH liiirip niliiidyMii sanirlitilim 
riiiiriiiUiitaHa mam llii£ rahadyiin Minichulni 
rlngkitiia M\mpuo kaicèir<V atèka <lèninK|>l 
kuhiilun. Bil. 44 (verl. van sa èv/a mé f:aljl 
iidyngé ja.s IwajS krëtah, sAlaputra«;i 
sanggTJlniiS kdrjjas tidjowailhas iwnjlji 
vgl. aaiili. onder prali^èdba. 

ui^jn ^. z. üdjnjA. adnjandaaé: • Itt^' 

nira: adtOavati: bal. ullapr. van jadjiia- 
wali. Swg. Z. 32, 8. 

ulCftOj^l. (sëpah): tiilgekauwil betetprtump' 

je. nog niet uitgespogen (t. ^IgKigan. gaik 
lén). tuwiiUra ud» stal apanlinpmnin — (vgl. 
onder loijok): — nag lliyaiiR:: ■gantèna' 
n^ugstin. 

2": ben. van e«n fraaie donkermode tjapnng' 
eoort.de kleur op die van de ad^m gvlljkende. 

U.. jav., angadfiroi iwas. H. L. Z. I, K. 
adem*: BriiiSk. watw&i^'iiic magiilaiig' kad 
kébo uiangudi^mi galanrabnya rarabi^an 
Rm. Z. 30, 4. 

\, z. dum. 

\, Rcliatli: lis huttm hebhm ran 
een vrouw (ngrfnibini; Kas. iigiram, mal 
méugidain, jav. ngidam en njidani. aiinil. 
iijirani. lamp. iram en lirem: naar ionund 
t<iT/iiMj;«n , bug. iding, mak. irai^. ngadj. 
kidam, mal. van Bndj.: kidam^au: tekkv 
nijm ven t^vBnge^e vrouw aangeboden); van ile 
padi (vgl. onder gfiniabés), idiuii''aa, aanb. 
Ofider üékar: ook: .ilerk begeertH? manriitam: 
■ kanvran, autfliadi, Sm. /. S7, 9. Sut. 'l. 1, 









^ , 2. uuder iddii. 

\. Idem', W. Z. 4. 6 (Dé aiyj-da- 

lin. aléml). aild«iii, B. Z. 19. 10 (ugédalÏDi, 

■a Bgregëpai^). Z. 24, 13 (ulai^uti, naëii). 

■iJéui akataks», x. oiiUer kaJflksa (waaniil 

Ui]kl. dat IkI kalf geloJtm van de oo|;en nioel 

iKltefcpiiet]. vgl. kidfim], midéni idem, Siit 

L 48. 6 (kawuUi^DDan}. B. Z. 17, 11 

|ii;iiigSljng«t. inapi']: Sm. Z. VI. I (k^dat- 

Rsn]-. idJIni nin |>HtJéli, Kam. :I4. mangldinil 

fjtMexCmangëdéiiiëk), \V.Z.1S,II (uuiuug- 

giK dtmen, t^idaraangl): Sul. Z. 99, 

1 (vfL jav. édiro); ttpihiijan nniiiir katon 

nrat I fAtnui angidjiuj rl bntigrknii JnirpupA 

1» hemelsclic dames, die kluia-riaai-K tnichli-ii 

(E Tericiden. ttL Z. 3, 6. mapa Jan inidéiu 

ti> sthnrt B. Z. B9. S (ugada ogailèiiStii 

ntnèng. punapi dontiig mën£iig nora ngan- 

dika), saka manoi anmdjimlitëm iiR^dilë' 

mt knapen, die naar badende meissjcs »cn, 

IL 24. Z. 12. & (kasmaran, denifin); mèdöni, 

sanfa. onder mSgSgfih. 

Sica^^.s. (adhania), z. onder kanisla, 

B. Z. 9, 17 (djülé. nisla), Z. 78. 5; Br. Z. 
4S. K, aanb. onder suprasasir (wnt^ lanj; 
Tfl. «jav. da ma ook in iiildrukkingen alx 
raiida dama. ktimadama eii ook ui&^}, 
alpAdhsBM, B. Z. IS, 2 (nisIClub tur nista, 
dalial dosta). rgl. udhah «n onder mi- 
anaalwa. 




Si'^tnuei^.s. (adiinniuklia),; •itimung- 
kul, •Niiiigsai^. «adwiija, djnlnnir adliomn- 
kha, It. ii. Z. 18, 1 (dj. (iungHai^). 

Sjui &:)*^iQtoy ei^enn., z. Kern. Ins<;rip- 

tü] over Srlaufiga. 

UI Ui %^\ . s.,; broeder van II id i ni b i, 

Adip. 87. 

Lnu tJi^.ü. (hidtnil>ft,vgl.iiltari),:eifi;e»n. 

van e«n vmiiwelijke rakfiana. uioedcr van 
Ghaiotkalja, Br. Z, 46, S (rimbt; jav. ariin- 
bi), Br. Z. 10. 17 en 19 (saoff dinibi); hi- 
dimbjaiiuadja, Z. 19. 4 (dimbjatniadja). 
ptagtr.^, «., ï. oiider lo. 

uitonr^, ngradifsdafla: sJgug. 

utsf^rtK. «iliiÈonu.: iemands houding, 
getlalte, It. m. Z. 50, 5 (H. K. h.: d«dS|i). 
adeg Uüdjai'i AIpu;., iMcadèit: b. en vrn. van 
m f-dj udj u k , aiirudéi!:: m a ugdj j! l a g. aanh. 
onder mèsl: ii>A (mpartijdui Aotiden. zich I^ 
geen der strijdende [«rlijen voegen. Hd. 3. 
ook: madSg in)rtëii):ah, ald. lli (verl., eoo 
bel KchlJnt. Tan niadlijastha). rwa sAdifi 
beidm tan één ttaluw, Snm. Z. 39, 2; haaan 
augadëic. B. Z. 46, 6 (dadi niandëg. dJangCl 
madjudjuk): * ad^g-Hn: slaande w«9 als bij- 
woord, L. Z. 38, 1 (di padjndjnkan), pinrangc 
inadfigan (ri ngadCgan Ie lezen), W, Z. 
26. 2(kapunggal dj padjuiljukan. «inépSg 
dl palongosan). lamn? 1 nradfigan. eed- 
formnlier. O., h., (vgl. onder vrajang); panpu 
dè|r: keoickappij, Sm». Z. ), 3; S' i. bIJ 



pafidjfnriig, Taa (ten berg. aanli. onder I,iii8m. 
muiter vfWir ««n n«am, W. Z. I, 2 ((Ijura^- 
nëng prahhu; lamp. *Mf: naam, litel, ster- 
nmm): vnn loom, aanlt. onder kroilliAnala; 
madfig Niilthii<>t(nèiig:lti|l <topaiJiira vait «en 
vorsl. die audiénlïe (jet-n, T. Z. 1, 40 (nialCr 
sapaiigangKuné kadiug dangu Ikaniog 
npaljara); rtlif niaugadSg: nt hel hmni^heN 
at* vorsl zijl gij in inildh^-id de regentijd go- 
pcrxonilif^enl, aaiih. onder warsa, iimiiilfg' van 
de oogon. 7.. onder «kas. vermaning lol 
Marulta, om niet Ie Hlrljdcn. &|>aii fnu dadi 
kadi raliadjiin sniirbniiin dikMiii liniiékas 
apniHpi, ikRnrkndiksiiiiH nirarHiija, liin ditdl 
sa()9ng3d£;iaii lilwan krudlia, Uil. 54, (vert. 
van diksilasyu kutn jndilliain krAriii- 
waii dihsit^ kulalij; sanssiptiui liajua mi- 
rapttli «awaiw krodh^kiiuu'KiUiinii |in|iap:ii- 
kénH, tiii^rkiih niii^dikitllii tntiirêii, tan da- 
dyaiixuHtiï kndi kita nnilatra. Ar. Z. 18. 3: 
paiqradéitvn: sland. rantf. x. onder sfliiidin^a. 

adéyan; h. v, liiniptil (z. onder uiaji); 
a*: *l1>ccldje Iiij '1 ngrorasin; nu di adfigiin; 
HOg aan den hoorn vnn koQi bv.; tjïdju ngii- 
dfift rertikale lédja (z, kuiiug en guliiig); 
adëg*:dcjW. patin, ook; pugöb (z. radjëg 
en onder IJÜugCn), RKtdêfaiir: ivn doodc ver- 
legimwom-JiijeH door een beeld van tjandan.'i 
(z. iigroraain): péiijpidèf: b. v. pandjèlBg, 

'^'^ i^ . «eadiis:: ngawag. iigadugadiig 
liiésui»!!' kruiia: /ilel.i«M, leuU-rcn. bluffen. Uu- 
laiiX sakli Jan rhi^ daiijfii Ika kurau in^: iirodng: 
niradiig adug. ninrakoNa ba^ kaUÜt liinckab- 
Bjané tuanglantar van i<en ovemioodigc, fr. 



uiwrijy slamw. van kodag? 
uiïo¥Ti|\. Hdëgan: ««ic heffmg «p de iljjo- 

gi^d's. s^nd^; een gcdecllc van 'I geen zij ja. 
nemen: luaiidéfran: iigigél. iigriidés: iii>iK;kii. 
<pu^isii^, nilgalawisHNia, i. onder wi> 



sa ma. 



rjwruffn^, s., z. onder jilharwiina, pmi 
der 4 hoofd pric-tlers. die I»ij *l slaiigoOer 
de hïiditig bad, de sAiuawèda opdrcuiiende, 
Adip. 4S. 

Sjttano^, s. (lAigania),: nm. van een 
fliul-jav. Wlh.. waarvan geen enkel goed exenw 
plaar te kragen is. maar dal toch in'lBlbetw 
kraclil van wel heeft, aanh. onder daugan 
(liieniit 't -jav. dirsama of drigania?), nihan 
laiurradjanlll. sabana nlnicklnèkèr In);: sauc 
prabhd lilnilun tanian wt^nniur piiiiirn|[ d^ ni 
nadwiinira, Iwir iiinïkL'kèran iiinnirirnKkdii 
rin:Ci)i><NawArii, .-idhigama, ptlrnnadrësit, 
dè^^adréNiu, v'i^.slradr&iia, nillsawAra, \tgii., 
nlti ulili ni ntr^na^aranibba luaiurké das inaf' 
pitakéii rlnirsabbA „adliigama. iij.'a.. nttl- 
DiUDgg:wliig: pra^ilsU „purnnadi-^tn, iijra-^ 
iidbigaiua. sita' niiijfd((u nlih ni iig:aki)rjji 
pArwwa miMiKiké inniiir^nakèn rlngpaiian, 
di(adr£Nta", iipi., niii slia* nlnjrdèc» katuma, 
knlèniii, antuk niiig saiijr niapörumika mcAnl 
dan^n, ^Aslradrësta. ns^., nill siia* uingdèta 
niannlakèn ntdja^itsana, Jkn (a katifth rAdJ«- 
ntll, nga., I>g. 6; {&.s.trddi|rama: van cca 
^va|»cii. Br. Z. 17, 12. 

g£g=«\; 8.. i. irabjiir. 

ggg!0^. i. onder widja; eigeon.. x-aaoh. 
onder kut^a. 



j$MB«l\, s.. ran Kpijs. Sm. Z. 36. 13 
kibbinawa). Br. Z. 15. 24 (u^iaMré rèsr&s). 
UdbhnU, B. Z. 93. 11 (kalnlakul), It. 3. Z. 
1, 38. ^^ (gaök. tigtïaokat^, kriida; 'jav. 
Iialbu(a), ïdhtautènir {tjipratvtn, R. 10. Z. 4, 
^(kagagawok riiig üainara. kalihinawa 
riig laga). iaailbbnla, Sul. /. 110. li (da- 
lai ing karfisres): saiic IiJhiis: aillilinla. 
Sol Z. 13, 4 (l/iaUrt marAim Jurgga). 
CAU'^KD»ia\,s. (ikdbihliuiitlkii), 3;inh. 

Mder AdhjAlmika. 

pgu\,s., X. üodcr itjaiima en vgl. onder 

li^godbbawa. 
Liü^L.jav. (sund. hadatig, u;. haraiig). 

taMU^mr: lilaar raii 'I geen vnor 't ijek-d 
iMdig üi. Adi)i. 26. van een xilpla;)!», W. Z. 
II, 3 (tnaljadaiifc), B. Z. I, 18 (umawit, 
Ijyaiawis). R- ml., Z. 1. 34 (maljawisan 
i|L Ijadaiig). II. 7, Z. 9, 7 (niatjadang. 
qigrDaug), anrbaJanjf, Br. Z. 1. 10 (nam- 
li<Dgf. tuania|>agiii. ngnnti, mamapng 
riig): «p c(e /wr j/ikhi om ie zien wal er 
plnurt, op iemaud letten. Hadji D. 75. telkens 
(lul. iiiiui|:Adiuifr: opidsop de loer ligg/m; vgl. 
fwid. hadt'ogj. iuaditiit: opijeavehl. Kam. 14: 
lu4anit)ikfiD nn wapens. R. 33. Z. 4, 26, 
(na Ij a w i e), n^duitKJ^iijrliHba damu: om 
maxluKater klaar te setim d. i. om u te die- 
HO, T. Z. 6, 70: kAhldmuc: loevalliger uiji, 
.kahatar. Gh. Z. 10. 13. Adip. 31, 13,50, 
W. Z. 14. 8 (katjiindnk. sëAik). Z. 17. 3 
(L. s., K«déi«. kadapetO, 7.. 32. I (k.. s.. 
lla). Wir. 34: kkiüttf: bij loeaii, T. Z. 2. 
W, Z. 3. 54, 76, Z. 4, 49 (sêdék), Z. S. U, 



ter zelfde»- lijd. Sinw. Z. 10. 3 traal. ka- 
liatig' on U-rkadaiig: vgl. kèvril). 

ni-adxii;: op dtm iveg sitlett wachleH, zoo 
liv. van vrouwen, die ran verder »f kaïnendmi 
'l eei) <>r ander koopen. om het zelve weder 
Ie verknopen (vgl. dagaiig tündakan): Hoé 
i^a<lai^ ui p<iiJëiiiEkHlan adang atmii: lie 
nunuttrt. die. tuuals itu asu gapliuig, de xiel 
in de andere wereld upwacliicn. en die xlj Ie 
v«rz»enei) tieen door de iiadji ïo de plu tuk 
opgesomd (vgl. onder bila, pilik en dauia- 
Inug): udiinira»: eeti iljaring-saorl op zee, die 
uien laat slaan, ook: pëngadangan: oen grootc 
saQ 't loestrooniend water oj^ewacht wor- 
dende (ï. onder grédag), djêro njoman pa- 
ngadangan: de afidabart aiiëng van de 
apen. die te jih katipat, van de voorbij- 
gangers allerlei apijxen aTvergl. 

II., hridaiiïn»: buffel? (vgl. ngadj., mal. van 
Bndj. andangan). kunang Jsn lénihu mJlnak 
anak tnpwan tèka sapolnb rahinu haiïangan 
(hds.: kaïidaugao: 't origiu.: wrë&a), linibu 
saiij; bjaii;; kuiian!;, Anmiifïiin pari rlnir sawali, 
pioafir ton pinajrér knnnnar, lau daiill&ii 
Ikanglérabu maiixkana llnf bbat^a flaiiu 
lurAHt, SdJ. (»ODi VIII 343). 

III.. ring: woiii: onarakn bhftml llnjok 
piti^akuné, dèii^ sokètl nin Itksa dé soni^ 
amawa bhihui. anKOkH* hadmig boraoé, Wlb, 

ui^C)^: houtskool bij ijzersmeden: bij goud- 
smeden eehter cocosnootdop. van daar bij den 
eersten twee ombak^, bij de tweede slechts 
één (bal. agoug, ü». acbo. mal. arang: z. 
oinbak', arfiogen pradëng «n vgl. bad^uf); 



«*^ en Vi\ 



174 



SA\ «n vi^ 



I 



adSnicaii, Sbr.: adSngSn.: lijkvlekken hbheti. 
bc. aroiig, doodsvlek (\mg. uraiig,: jav. aii- 
i Dft *. hal. I a II <1 oiig , v(tl. oiidur ë n il u k : 

)p. liitlui^; Tift. sund. bidËiii^: xwm-l: 
sas. tj I a i) i- ti(i a n . vgl. l S I a il C iig ) ; a il ë ng 
pajnk: iiiitroül (a(j. adang: roei), ftU |ié- 
(urn aU , a d r iig p^tiiry a d ^ ng , spreekw. , 
waarbij men elka^ir ah bloed verwan ten opgeeft. 
z. onder sasnl. 

uiS^. z. Uilder adèqg. 

6jtnu\, vgl. jar., aanh. onder mfirula. 
B. Z. 80, 29 (banban. dabdab) eti U (na- 
dab, usan), l(. S5, Z. 13, 16 (mangagSin. 
matatwa), ald. 7 (niakir^ alon. al iis), 
inUAvwfl tiiapiilHi tikaitRilJaladha niï>dmn tiiff- 
Kflfanadéug, Kui. '/.. 39, 17, aanli. onder 
kiinigëm. 

VI ')tciy. langzaam (sas. ading, z. «ariiig): 

V Tro.. eigenll. een hUbad wegenü aluh,= 

taluh (fcl.) or ulam addi^, z. Srido'g, aliih, 

alon en ICmadhi^. 

riui^, tnldaiur, z. onder midang- 

&Éo^ I., niiipabid6ni:»n, B. /. 86, 8 
(djangél). lèn taiurtnnnKCwinirratha syaii> 
daia tnapabidengan mnani: parAwirasun^;- 
;ha van vlitcbtendcu, dii', luucd bcrkrijgeiidv, 
weder ütand hnudiui. Ar. Z. SÜ. S enz.: wwal 
lildënf, aanh. onder wilama, lid. SO (vert. 
Tan udaka), iiiidënf, aanfa. onder adwaja 
en manjal. banjn bumtdér^ ani^iintl rlng^ 
nia, SiiDi. Z. 10, 5; UuWffdJiiJA&a taiipaiuc- 
rwania, taun wikira, èiiak bnéibf hniiijr- 
kln, uniid^ug sKdi tan kAnaraiiuii, jèkl 
dtOiliiaJ«i:a, n;o^,Wrli.,aaub. onder Atjaiua na, 



II., mata idiug: aan de tirat^ka eea 
kleine lidlle aan de andere zijde van de alU 
paiiilji aan (b>n buiienkanl van de paJn- 
balaug. 

uito^l.: aliing (vgl. "hiritig), Ie Sfar. 

vooral tngeliruik: mflrira rnpék tOiindlnrldlnr, 
l.aj. Sr. 10. 

II., Idtngwn: eên lialu njawan. die iiid 
door 'I vuur Itaral. opgcriclil met een gil, 
om de simprniig door Ie lalen. ter%s'ijl 'I 
vuur aan de andert! kant ia: dit gesc^biedl nm 
te verhoeden, ilal de sè ni p m ug verhrandi; 
z. nniler tjapiiig. 

III.. lanpaDgiding: van die niet lai»tert 
naar gvnlcn raad. T.. &.. Z. 4. iS; iiiel geeli 
on) zijn slucht gedrag, ald. 185. sonJer het«f. 
bewmfelont, van die, dronken geniaakl. zeer 
vaxt slapen. Ww. Z. 3. 7S. 123 en t34:awèh 
wUik tan kèJiug, Dd. 18. llas drèwéné 
subtt kalalianic satln^ncnlaa aaiic niali wuk 
rampnng &ul>a tanpa-vixu kwèli ambadak tan 
kèding, DJpur. (stind. hiding], 

WKJ\z. onder <^^\. idung lantanjr: ei. 
genn. van den held van een satwa. bij anden-o 
i dnlantaug. 

uf^uH^. Sbr.; irong.: lidong, IdoigU 
(bojafla): gigisa'n (vg). ilangan); Idoig*: 
vragendenvijs rek&nt ge se loor mett* aekl ft 
se hagatelletjes* idoi^' bIJ naramunc^: «tik 
arinnarabhaiidaka, idoiig ada kèto: 'lan 
inangki. 

UI tb ^ I.: garnaal: ook in 't algemeen ghoUfisk 
(mal. en bat. id.. mad. uilaug;, ugadj, uadaog, 
vgl. nnder adi, Smiiw. en Ponos. air. ujaog. 




&l\ en ui\ 



Tttd., 



;1. raider «art! k en pailitjav. «nin.il«|i. iiraiig. 
:nd. burang: lag. en sl.olai^ or iiUii(;. mak. 
biui. ildvraug. kiiili. dowali: vgl. graf;» 
omler paiïtjing): paku udaug: «pakis 
«du. «paiiis liai^: këkara udaiir: ei^n mode 
idal uilatigvaak bijgevoegd Ier nandiiidiiig 
nu rswlitchliglteid wii 'I nial. ^S I u ra m;. 
wn. van rooda<;lilige klo|)liaii«n. vuii 't jav. 
rang. doen allcidcn): udaii^ arlfis, bibd..: gra- 
B, en slaal op ngrago; néBiaUn udaug, z. 
nader i^Bffung: sanffknr adatig mei fyn stukje 
Uatri, aoff bestaande ongeveer uit ^n !i<;)iHchl 
{?(). mder lalenan); nakaSd iidaiig o( 
din lulaug van vlucfaleiiden, l>asw. 29 
.. I'ani, 'l. \ [men. undur udaog. vgl. 
«bfef wedus eo kadkad): k»|>lt ndaiif van 
tjiifgah'a (x) bij djinSiig's. 
Kl<^>v of pnlonr udunr<tn, sas.,: bivak»». 
U.': manuk uluug. i. udaugxu. 
in., jiigud.iiigudat^ gèinHliins: snsn, VVvv. 
f Z. 3. 204, vgl. kuda[«. 

uita^rjav.: een hoofddaek (datUir): eigenll. 

[■erllah. dan Bal. dracht; inden tein)*el, xooab 

hj'l tnadéwa snkiti mag men iidgiig, tja pil 

n padjing niel ophouden; z. UkSs. 

uibo^ . basattE uding, bIJ de Malioin..: dar- 

i 

mim na rumderen. die genuttigd wonlen: ÜJw. 

babad ginibal. 
UI u^ > I. : zekere slsiigsoort, groen en aan de 

[punt vao de slaan rood (vgl. onder tabji): doo* 

[deiyk verginiff, de jav. luwuk, MA. 26, a. 

er suQ n. 

II., mndunir: met een ditike laag vuil bedekif 
de tanden, MA. IS z. nickédudnng. 



ouitn^. banjn èdaiw nr kanju èdanr^an: 
ée inwendige vochtige hitte van 'l menschelijk 
lichaam, ploli èdaiifr: naehtzweel: i.. wédnng. 

'^uv'^bn^i., mrèdènxunc: ïeU /o/ai zien. 
vertotmm . ondersclittidHti van m '^ I mij u li a ng 
(vgl. jav. êtl(>ng; z. sinah), nrèdèiiKlB: iemand 
/d/m si'en. foonen. 

II., nirid(ng, sas.,: ngiiniin, ndadang. 
laédèiig Ittiii api. 

tnioritrii^, ngldlniridaii: ingiil*an (een 

verkorting er vanF). sèwn kwèbnyu padünirru- 
sak dorlgH maIJnlA ngidlngldan, Rin. 'l. 4&, 
6, put danian)» (van den olifanl) mahoiUwaU 
□Kidingidan darppA «irodn\nHniu|: , 'L. S4. 
G, sAksjtt dangstrii nl nfni»takillngidin|i;i- 
dan tlkMroffnt rodran katon, Z. St, S. bha- 
dJarnpraJAlii liaininitiK ngidingidan 1 iJ- 
hiugiija jèiiagAm, Z. 34. 3. 

ip!£^r|j\ {?). z. onder ulung. (mndangll. 

atab kinabilian kininibulan dèninir iidangsu 
van een vorst, di« vele vyiiHlen beeft. Kam. 
b. (maar in 't tieslf handnehr. onthreekl deie 
plaats), vgl. aanb. onder laja en de over- 
eenkomende plaats in B. Z. 2. 2 en vigd. 

is;a^\. al rèogi' tit wnwnjiraaml, Bb. 70, 
64, 66, 90, 91. at ringjêkên, O., at tnrèl 
têndas i kangdakya Ud. S ('t origin. ksiraüi 
tjhindhi de 3 ho4>fden nml. van Irifirah), 
sakarCnr awèh kItAtpararJJan, R. 7, Z. 2. 4 
ald. 5: ta rirjjui); vgl. (. I. 

uivïl^oT hit, bat ui nindjlwa, B. Z. 87, 
ft4 (bané ijaojangang urip, vgl. sund. 
bail); ahal, aanb. under harimbbawa, 
aliata kltr njranah: Araag torg voor u zelctn. 




S*\ en Ut\ 
ynni aU vorst lijt ge der wereld lol schenit, Z. Ikadjfthë'l pHKiKlnjra df ui (Hipopnl «akir(h 



: 



i 



32, 10 (tajaujftn^' tjuljul ragané, pnlinjii 
awak tjaiiié): uhalnya riag^iwa van vluch- 
tende api-i>, R. 31. 7,. 4, i c. (engkébaitgii 
ikuiif; tiri]>): kaliatftkAn, Sul. Z. !j. i 
{iiièaiaii), Z. 83. ^, hnliAüikén, Br. Z. 3t>. 12 
{inèman. piniBiii^fgib). kiiialiatakén, Du. 
I, jogja kahfttnkëiia van een iv<;linune vratiw. 
R. 4, '/.. I, 71 (njniidaDg saJangaiiR ika, 
s d C ng p i ng i t of p i ng i I a ng, nj a n d a iig 
u t a m a j a lig . 8 i ni p S ii a ng u g i , s ë lÜ 6 ng 
rCtang?, vgl. aanh. ond«r prdha): paMfra- 

bathaii, i. nniler lialhal. 

citnj^: aËI (de uu ^ In dit woord gend- 

«pireerd). 

VTJtfi]^), mwaiig (ojfnrrhaia mwikAn- 

Un «t {f) aiig4tii>v. B. L 28, 18 (pangësf»- 

n f a, iij u ü u p a ngè ( nj a n é) ; natiylièt : zich 

itrschuilen. Br. 'A. 51, tS <>ii 16, AOxbU, a\d. 

Z. 46. t, Sin. Z. 6, 12 (mfiitgkfih). Iiniu«lak«n, 

Sul. Z. 56. 2 ([^eugk«bai^). B. Z. 3. 4t 

(mëugkëb). nnièl, (t. 19. Z. 18, 3: abét*an: 

siek verschuilen van een boosdoener, dien men 

nazei, T. Z. 6, Iï8. van de zon ac)it<T de bergen, 

RU. 6S, van een diet Adip. 71: puhéthetaii: 

waar mm iels verbtrgl voor dieven liv.. Brb. 

S2: aiic<t, aanb. onder ambui^. 

II. of hAt: kedik: legenov. alwA,R. 6, 

Z. 4. 5S. ahét, W. Z. 3, 5 (gupCk. t«p»k); 

't t^eoov. van wistdra, aanb. onder tuku, 

abfil IJanc nl ng(li]lnu|n>ya, aanb. onder «ap- 

lawira, mafaS'l rabinyè kiwi, alJ.. durfi^ 

hétla(Iees: £#)nipit pntingkah 1 héiiAnya, 

Laiub. Z. 16. 2 (sSi^ka liamuu lur tjup£k). 



Wittèk tiliApBlt, Rm. Z. 33, I. hanitn aUmas 

abé'l murupit rnpitati, Kk. Z. IS. 11; nhül 

van v,-n weg. Ws. SO. 18 (dataii abiil tan 

nwijar, Anb. Z. 38, de uilg. 40: Ijijul). 

t/jsï|> z. uQt II. 

II.. aanb. onder bSngah. 

1-1 
viw^U. z. onder hÉ'l geheel onderaan. 

r}'3^M apit In iruriAniniit bëiiéiir: wal 
baat het geen antvvuurd Ie geven, atx men u 
aan.<preekt. II. 7, Z. 5, 27 (pinaran). 

■^ut^ctI^ I.. z. onder oAl. 

II., z. onder rot. ünah ingntan, waarbij 
fraaie vingers wonicn vergeleken, aanb. oiider 
dj a h i n a Dg. 

Si^y. atatr, tinall srndjah akëmbaiur 
ramhat niiig.i(I, nliis 'ij.)h katlrati, Sm. Z. 
&, 4, waar van Kinia's \vai;(:n gesjtruken wordt. 
loodal hier aan een vogel te denken ia, mii- 
schien wel aan een roode pnpagaaisoort. 

£AW^, $.,: bij 'I overgaan lot een aailer 
incident (z. kiin^ng), B. Z. 94, 1 (maiigké) 
W. Z. 12, 8, Z. 16, 8. Sm. Z. 26. t; 
atha^a. O. | 

tUTfit^, vgl. alab Cfl vooral mala, kitAU: 

gij alleen zijl er de oorzaak van, W. Z. 10, 1, 
tuhun malanirdta cynga; uiaar toch bunoo^tn 
voornamelijk deelden hun begeerte tneé, Z. IK, 
2, Z. 18, IS, B. Z. 57, I. Sul Z. US, X 
Jlpan lijaiig glri patrIkJkM kahidëpnira: mmt 
zij fUidHen dal het geeit mtder wat dtui dr 
gemalin rdN ^iwa, deswegen begonnen zij ^.Ic,, 
loven, Sut. Z.S2, 2, atiku atlkl: üamentrekkiD^ 
vau ala en Ika of iki,W. Z. 8, 4 (puniki 



é nangkin) aanh. onder rara. tn» ntnir- 
Ukka bbiiktlD atlkt: wk. innh. onder usu. 
uisi^ |„: um. vaa ceii buD roor vlechtwerk 

b slmrcokokcrs, kamp^k enz. (sand. hata). 
n. {Tf ogMtAn: hang maken. ^ vaa een 

appBSKr, die zegt, dat een «mhtenaar komt, 

xoodal de spden wf^looppn. 
ni„ t. onder fata. 

«*«^ I. ».. vWr een ander woord, om 

4e lielcekenis te versterken <.<o vertaald met 

dihal, lintaug or kalinlacig, kas kadurus 

tn anlyan, z. tiv. onder (iraAata, ^tghra, 

kirsa. UiièaAa, blidra. R. S2, Z. 4, S5 

(llwib. dahal); kan ook voor inheemscbe 

^■wden pluts neinen, hv. alflan, z. onder 

nila. allsiMi, alig^ëloi, z. onder giloD, 

ittkalrj^san, T. Z. 5. 18: llpan dènviittpin$t:- 

fiarlnfnraBiTi L. Z. 1. 3 (santukan daliat 

Moftnirané), tanpibnbliairnakênèn^liu'ëp* 1 

ifatyanalakn faran&li dolik ita: tiei mei teleur 

ML, U. Z. 5, 33 (Iwara oialalak ri^; saqg 

nijnn rio{c sang mabudiamét tului^aii 

baoriané d:ihal kasakitaa, nora ngl6> 

IfkJD iknng manah kSaSb sang malijun 

nanas kaoliDën dahal kèbukan, tan 

panaSljaDa ring ikang nè mabudt nja- 

'<ijaog mangidjli kanti dahal sangsara): 

.1. gtila Bn lii-nti. 

IIL »e VI 5» \ m. 
III^ atimtba, << . rjjunirkat (ri llls:«dhin- 
ririrddhiratlia Ja kinènjép ting'knh Ingvirt 
rinfprang'. nwaiir uig (rJAwantiniltliAllra- 
Iba ta nirlnlwé' tlnsfcali iug-dharnimajuddlui, 

t, Z. S«, 3; Tgl. mahAralka. 
U*l-«UUinKI •MUMMU. 
I 11^ !■ 



ui^'t^.z. onder ilën* ea godig. 

ui*«\L, jar.,: Aart (angSn), «iwaB, Br. 
Z. 44. 3 (ÏKta, angfin. manah); lever van 
een bee.it. In'loud-jav.meteen A(8«s. alé. ook: 
unteng: vg). mal. spelling en «und. hatii): 
bIob — : hart kuil (jaT. puluog ali); èmpèt — 
s. by ladingan; Dgattaln: tn» bmtem leeren: 
raras batinini met de jar. bh. Ie lezen in pi. van 
rarasyatènira, W. Z. 16, 6, «tanpahaÜ 
Tan de wuluh, B. Z. 47, 7 (nora rena, 
ngrSsang manah). winatja rtng ati van een 
brief, niet hardop geleien, Nw.; sabinali, 
aanh. onder migha (rerl. van marmmftDiF), 
vgl. aanh. onder utthApana. 

2*: nm. van een simbungioort. 

II., tanpitlson qdI: ik haA geen hoop u (e 
zullen vinden, It. L. Z. 1, 8S. inraon Ud 
— ahurlpa: ik dacht niet, dal ens., Wai. Z. 
56, 9; ati*: verwachtenHe zijn van iemand, 
die denkt, dat een ander komen zal. R. L Z. 
8, 13 en 19, manfall ttl en anrali; •angiSti, 

■ angajam ajam, snwja n|^otl;ati^ Spl. Z. 1, 
11 en 13. kaali* feailn 1 mallDg: •hinaja- 
majam ingdurftlmaka, sampan dèrftnira- 
tyiü nantnk marèng: veittvcht niet. Mal. 
121, ngatijang Ida mamarri: •katëkani- 
ra lomakwa: ncaliatJ: «amalar'; aigttl': 
verlangende bv. naar iemands komst (aroii*). 
nsatjatl, T. Z. S, 88 (angadjap*): taltyatl. 
Z. S, 36 (alam*), mang— *: -ai^aRgenV 
■mai^anti. dabatingt sèdlb maiifrati* san^r 
sambha: •fokdfl bumidëp nrépalanaja, 

■ luati'; an^inggt*, makAtl — van personen, 



«A^ en v%\ 



178 



«A> en w»\ 



marnp een vorst rertrouwen stelt. Ki^. mnA. 
Z. ï. 27. R. L. 2. 1, 4. 

lU.. Sivt, tn pi. van apti. ikimfmati 

matliiirsral Inj^rnns, Sui.Z. 116, 4 [iksitgr ma- 
sailya djrib mapning; alj slrn niarnhnnn , 
Anb. 48. reg. C, maar ald. reg. 8 van onder: 
apti 9. m.). Ar. 10, bb., niet een conj. 
evenals «maharSp (iityA mntya anicnmnka, 
atjannliiirn Irnliin;^), T.. b.. 7.. 4, 143 en 
14S; ati Inmawiidèri niri\(rnniH niatiüir&dja 
darjjodbana, Krws. 100, aanh. ». alun II.. 
mn ana kanir ka — lans:è nln; nnüi lanilju- 
wi, Stuw, Z. 12, 43. bis., wrnh Jan sira snn^ 
ndiba alya aiaiidlng: kawanin, \Vw., b., Z. 
S, 1>9 (a.: arS|i ataftdiiiga k.): kati, annb. 
onder mlik (kadSmënin). tan Ifaliniï sang^a- 
bnlan door df» vorti niet teeder behandelde T. 
Z. i. 150 (twara kaOliiran antuk saiij; 
prabbu): n^tUangr. Bng:k.; itgantijang in 
den xfn van mfikikèn. 

fh bisa dahal kipo angal6nat(ïni tot zijn 
geliefde, die een exleni[Kire gemaakt ba<l. Ar. 
Pr. Z. i; liieronOer Ie brengen lol aten? 

ut«\, atu*: benaroin;; van een utV weefiel 

melhreede btaunt sliepen, voor ovRrti-ekken van 
baltzakken m kossens, en een diergelijk gekleur- 
de garen armband voor kioderco van drie maan> 
den, als babali op de otonan, «tantu. mabëd- 
b6d — 'van Limbur, aanh. onder djaiigkrik. 
patjawataii alu* en sabuk atu^ Vs. i. 7. 
n.,r onder de visschen. a^rSi^gi (soort 

silurus). 

irtom^. z. onder mSi^ I.: «té*, sas..: 

benaming van de léniSn-boom. 



ui*imo^ ot atob (missehicn fout in pi. 

van atong): «twaug. 

vitfi^ I„ 8., aanh. onder sambèga, — 

pltnlinn.R. 13, Z. 2. i& (aja pasinggih). z. 

onder awasJtna. 

II., sas.,: kai; z. méq. 

nSii^.s.. na 't slot van een gMchrifl tw 
aanduiding van den titel (Iticrvan 't jav. lili 
aan *t einde van brieven?; sommige willen bel 
van tilbi afleiden), ili nihan ta pawarah 
lihairaniln WJdlsa, Bh. B. iti nfthnn pancnijap- 
ntjiip nmbiri\djn Krésiia, 41, adjar Ingiti- 
wasana (Ie lezen: bitiwa.-iflna!}: '/ goede bedoe- 
lende, waarschaiviag * 1 ., I>.. Z. 4. 3S, ill OtaBf- 
knna slaat op 't voorbaande. B. Z. 39. 1. iti. 
njk, R. 7, Z. li, 36 en 4S (dènii^ mangkana, 
kènto djani, niaiigkana dj.), Br. Z. 21, S. 

t/ivii\(?). nltl: matig i» 'f elen. 

dt^^\. sas.,: dini, — ang: miiaug; — 
kakaql ffSnku mandiq afscheid nemende. Tjp. 
(xie onder djari): vgl. lité. 

uinvD^.sas.,: ditu. ItoSng:: kSmajai^: 

vgl. lito en kSto. 

p vii\ . sambat tèkaiurfaril amalnj u(a ma- 

nab sans: banAmin rl ns:a)tira, R. 7, Z. 10,8 

(malih dané mamanah, m. ika njapa) i. 

iltagabana. 

UI VI ^ I., s., K. onder püdjA, alabub nta, W. 

Ast. 3, &, 197:ulabüh agni (z. butA?ana):U> 
latanla: nm. van een pijl van Kréèüa. ll>épata- 
kèn sant kdla uta (kMakAta*) atJmah r^ai 
Kmnrab, ^sSn; tanpa^èsa Iiéiiti, Hnntj, 
Str. ÏOO. 

II,, bal. uitspr. van «wiita, aanb. ondersagi. 



uivi^t.. R.,: ^Arn niontrpwittp pahoman, 
Ir. Z. 1. 1. B. inl.. Z. 1. St (bantSn); 
hotipatl, 16, Z. 9. S (ralun ijaru, agniiiA- 
Iha: jav. hotipali, i. jar. R. 463. pramllané 
a^idjulaksonshjaiv nwu vi^,kèijt(nrpl- 
JumMklpntt <n^kitn$t: Jo^Ja niampl mnratij; 
l«( ntlD iili^ s«sadjèii: tnnin miljaliodjaiia 
TM ^wa, w. kap. 95). 

II., tnl cene minnares in pi. ran g u s t i, Jèn 

flinli Bfl i^H. ninnroUKln I kékètlk twailjftp 

«arth nit i\«* npninl infndinif. Runs ntt, 

Mnli. onder tjang n. 

uin^I-.: zi-ki'n: naiigka-^oorl. klein en 

Mrignins zuur vk-««ch h«lib«n(Ie. Tolfrtiis som- 
als (Ir tiiiibul, utniian: lijden aan em 
van tehurft »p 'l hoofd. Mn kletskop 
WibniT 't boord h ilan tdI korsten en als 't 
«ue gekDoIibeli] cvi-iiaU de ulu (t. kluüt^ 
tnlampab): lafio nlii: •kulu\ 
T, eigenn. van een desa in Tab. 
H.orwutu.fanliittwHn, T. Z.B,88 (uied). 
III.. Dfala — or nralab — ; tra karwan^ 

•juiwi^. HU. (uit 't Sbw).: ba«é (men 
tao hierbij niet aan *l bug. ota denkt-n, daar dit 
fa *1 mak. kola en in 'l Sumbascb. kuta is. 
InmiFni bvl bug. vertegenwoordigt vaak de Ar. 
ewntls 't Inl. van Mnnilailing door een 
Uaker). 

nuasi^.B., i. ond«r prahèli. 

•^vi«\. «..Ar. Z. «1, H,Z. 52,1,11. 18. Z. 

5,S0 (mDnna}.Sfll. Z. tSZ. l9(donitu:}. tutan 

Iki b«iw«n1a mffKCnrhit, R. 9, Z. 3. IS (no. 

'ra sd£if karanan iba braugti). hètsifK, 



R. Z. I, 7 eli O (karaning, karanaityk): 

makahèta: rot gwolge ron, lut. S8, in pi. vao 

den ablatiTUs oflnstrum.. makabétu hjnnlr« 

sapatinghalana mwaag rahad;an .>iaivbnlun, 

lid. lSO('lorigtn.: tawa dan.'^anakiliigkSajl), 

tnskabètu lobhanja, aanb. onder witalba 

(n-aar 't ortgiii. lobbild heeft}, ndan plnabA- 

nak ta kita dè mnkftrAdJa paiidu makuhètu 

dharmmn^Mropndè^-a, I'd. BC (verL van paA- 

(lub putro'si dharmmalab], vgl. aanb. 

onder guf;riUA en nimitla. dnbkah^lu, aanb. 

onder laja; vgl. ook onder lak&aAa. 

•luviwn^, 8., X. onder ftlharwaha, een 

der 4 offei-ende priesters bij 't slangoffer. de 
réifuèda opdrcuncodc, Adip. 43, z. adbwarju 
en udgAtA. 

Wini^l.,: ook, H. ï, Z. t, I (maslb), Od. 

f 14, /«tA, aanb. onder kèiëni, Adip. 39.(i(Mr»m, 
dHtt W. Z. 19, 3. Sn. Z. tS. «, UrtMMf, 
Adip. 1S9, 100, 107. It. », Z. 1. 1 «R «: Z. 1, 
76: Hw. Z. 44, 2,: ata, R. %0.Z. 16. 14. Z. 
17, 2 en 13: 21. Z. S, 2: IS Z. %. t: m tocA, 
11, Z. 4. 7:3ibab. Adig. 66; kadt BabnrMin;- 
tlgntif Riki alab sahnnilr», Bh. 44, kadi 
tèkapnirftplntu kavlh I daiv bJaiDt iroAAtah 
dènir&ntmpnhnkèn cabda, ald.. Jèkilab pa- 
nrlwfi', dat jacht maken op witde dieren tnu 
'( middel, waarin** bij vrouw en kinderen liii 
't letm hield, L. Z. 1, 2, anaknira — Ja rtttva 
kaharépnlra, Et. 2, Z. 1,6 en 8 (pjanak dané 
dJQwa apai^a ngïntug ralu. panak ittané 
ika kSna ratu). sanif pikrthiiak ninlat, W. 
E. 7. 8 (ika), tAtah, R. 17. Z. 5, t, Z. 1. 9, 
tataiipaii;lwang lar tllém pftrnuanAtah: bet 



tl\ en v^> 



^80 



tx\ en ul\ 



luin Ittin steeds volle maan. 7. Z. 4. 
[SO (satata). 

tAlah — u), 16, Z. 8. 4 (tanpapalaran, 
[tanpakrana). 

U.: zonder uitwerking van wap<'ns, Tjt 238, 

tlS. — *an van slaglandcii. R. 14, Z. 7, 2 

(pSlipSh, lan krasa baiija, jan tan- 

'dingaiig). van ilc oogen van iemand, itie nog mnniristijan^ nisknia , sadyané kaUiiirhiinr 

mvA de schoonste ttouw gi^ien lieert. W. 4, tuba, lityang iisan tnaiiaiijriiAja. doninr li- 

[Z. 1, 14 (dahat ing nirdon). tyantr imtiklid, ui niala pitsti manianfiiu. 

\V\-„ Tgl.atfir. tviiIJhiii: iemand iets sxn^ paëk lim|ial lityaniré, rn»ti twara da 

\aanhrengen. tv. iemand eten hrengen. i^até- ngulnhang, ansr^n yastl adjènga». doiiln; 



dofinaa tan iemand, die alies verpandt 
die Irapas is (rgl. lilSh): tvara tlia baknl 
iituh: je zult er niet heelhmHi lan afkomen 
als je met mij Ie doen krijgt, Tj. 'l. 1. luen 
de baka zich als een heilige gedroeg, zeiden 
de vissclien: Inp^h dèwa (Kiksl baka. nianir- 
kln rahajn idëpé, maniRg:<^hang bratn tapa. 



iemand geleiden, met hem meegaande 



naiigkën rosll railb. tilyanjt iifraltb pasatijri- 



tol waar hij wezen moei. maar /.eU arhleraan [ dan, mangkln (ityan? uimpon uninir, i itnsli 



I 



I 

I 



loopende, tegonoT. mbar£tin (sa.s.. nganlS- 

raog, mal. hantar). 

uitf*!^: vast in een gedraaid bv. van «en 

hengelkoord zonder djëugkiri (vgl. pitëh); 
ook lig. hv. it«h matadjfth (vgl. il6p]: itSh 
^lakè, nKttJ^hang;: vail in om draaien touw: 
tnaln itih, z. onder itjub. 

l/iui^^ I., ulah^: zekere rups, die zich 

meestal op p a n d a n -bladeren oplioudt ; hel 
pophulsel als een peperhiiisjc gebezigd, om er 
'l kallebaar van een panuli in te doen. 

II., BgnUb: braken (mangsal; mal. mun- 
tah, jav. en men. mulah, sas. ngulaq, raak. 
ngotaq), nrntafaang:: iels uilbraktn bv. wut 
reeds in de maag is (ngj^mangsulaug); vgl. 
nalabang en tagfitifa. 

in., z. wutafa. 

uisï?V ulUpr. van wutuh. er goed aflto- 
vten kv. van iemand, die zijn srbiildcn niet 
Iwtaalt, sing- da utuh g^aba ng^ojong. tUh 



ngang-st ni&knia, T.. bg., Z. 3. 13 en vigil.: 
kalah utuh: kalah Itidjug: ntnah utuh. 
I. onder godég. 

'jUï'^iST?^, k].^\\*: gereedschappen, hmtraai, \ 
werktuigen, al waf b^ iels benoodtgd ü, van 
behangsels en gordynen in een huis, wat by 
een banlën henoodigd is, van zadel en locbe- 
hnoreD, van 'l geen deo geneesheer, Mj wien 
uien om geneesmiddelen koml . aangeboden 
wordt. 

'jLfiotfiiï (?), zie notah. 

uutfj'sii^: harép. kr.; ndak — ragfr 
lingbiilun (ééit jav. hda.: raket i k u k u) 
rl suBU, W. Z. 5S. 12 (mangktï usadén 
taluntityang anèng ^arEra, aé mangkin 
ubadin t. tityangé né ring iijoiqo, m. rflt 
t. tityang ring saniSn); man; — , aaoli. 
onder rawang: hAlhatSn, Umb. Z. IS S 
(karagfl): vgl. Z. 32. 4; niUpa pan^halhali 
ri klta: om u Ie rerleederen, B. Z 6t, t 



RH 




SJi\ en ut\ 



181 



«*^ «1 trt^ 



(makspaniiènak liahjnnr[ii({ i il^wa. jtilih 
iHfrttlÏD ika i lièwa). 

uitfnuiw^. aaiih. onJcr niinjak. 
^AuT?M^, s.,; em heldmitiehl. T. Z. 1, 

13 (fAfira), T.. b.. Z. I, 66; z. klwja. 
Sjivnttj^. z. kal«'n. 

diABJ^, z. onder arj en anlun. 

i/i«iie]^ 1. <U*nKi^\?(vgl. alun>):N)W6«i»(r 
■«r na vi$»cbcii voor dra Iiaka.linn waiitrou- 
«n gBwekeii zljmlc. T. 'l, 3, II, van een vrouw, 
ik lm gevolge van looveniiiddelen, gewillig 
tirh uvrTgecfl aan etn mnn, van wien zij een 
«fk«er been, Ww.. 6., Z. 1, U, rkii* Uwl 
itn w«f alun (li: anai) ran cea prinsea, 
fiBWiiaa (te^vonlnn uan de liczockcn van «lic kaar 
Mapoi bevfl. Mal. Z. 3, 136, naast manuli 
tin raehtjes. die een aap verzorgen, Siow. 7.. 
I. 11, Z. 2. 6: kala ktli alun, Djpur. 

II. (vgl. «aten en katën), — ad abipèa: 
sêtr t^ongenit (f) bem lol scAeoHhioeda- ie 



, Ar. Pr. Z. 2ï. M. 

WJOT»!^. alen*, jar. (aii', vgL mail), 
•kantjir alil, geknipte Ijéljapingan aan ile 
fUfeu nn 't liatigth bij niaimen (vgl. si^iui}, 
uitèn* nii>rlnaU, Ü V.: z. IjJbiuDg. 

uitno.^.vgl mal., IJèlènir hnlan, Sinbr.: 
Ij. ala«an. vgl. onder wurang. 



Bkg.: Ion. otonan: jaardag (odalan, dil ook 
van tempels); als (elw. qhi den euderdooi van 
kinderen aan Ie geren, verkorl In o ton; br. 
dvanic olon: IS bal. ntaawten m de gubiwrle, 
niffltonin, Sbr.: ugMonin.: twr oen kind dal 
feetl vwrm. dnvantc ton Btig.,: dnwang olon, 
dnwanf^ ëlou ko Ja anbii, t«B kawrétl snlm 
Ja ffantjang madJalxR, Bwsk. 

Sitn»^, $.,: B. '6. 6. 18 (madanu), ook: 
anianu: iwtis' Iwlr anUno of smara en ka- 
darppa van den Iteld van het verbaal. Ar. Pr. 
en Mal. telkens, vgl. onder kusumè&u. 

i.^«»iei\, ~ pAiti z. bij jugapada. 

'm Q 
(UtfiKitU^, s., aaiib. onder parin&bi, 

B. 7, Z. 5, 41, waar atindraja (tar kaloo). 

Slii^Mi^, s.,: ook. H. U, Z. S, 7, 7.Z.30. 
3 (roaiigko nialib): 18. Z. O, 12 (dyaatUD), 
Br. Z. 37, 8, Sm. Z. 36, 4. 

uiui\. jBv. (•«ji'tfi\), ■muvatir: ber- 
gen en rol.<ien aandragtn ter Tormiog van eco 
dam, R. 14, Z. S (mangadjang, maugali- 
bang), — èo lorsttn won^ ika, MaL Z. 3, 
74, lab — akéna Iku namentl. den minne* 
brief, ald., aagalérakéa, R. 2. Z. 1, 14 (ma- 
ngiringang): nipitér van den padanda de 
banlèn, van den baljan bij de Bralan'a 
(Tgl. atfib)-. pca^t^: ben. van baljana, 
die levens pS ma ogku zQn en tlecbts door 
oOeranden der goden gunsl voor di-o zieke 



uis»»c]^: yoedyerftch 'jtgeus ieder, jegens 
Üadtren vooral, ie a\> li-kkernijcn ontbalende. afsmeken, pang: — ', loovemiiddd of fnrnia- 



Mi jegens jonge kallen enz., tengevolge vnar* 
nn ty niaujing worden. 
HLrn'JtfnipjvaWAlon. znoaU nogieSmb.. 



lier om loescbouwen ie lokken, Us. (aldaar 
ook pinggègèr genaamd); pCai^Uran maiitn; 
•Jaraii^kat man^tërakioa; aU hij gaal, tolgt 



sx\ en ^J*\ 



189 



9i\ en \n\ 



hem de leerling, acliter hem toojtemle, tul. 32 
(v«rl. nn gatjtjbaiilam prCStato'uwajat). 
viwi\ U jav. (sund. halur), Anj. Z. IS. 
15 (sagjb); wortlt in bvieren tot meerdere» 
ol in de sësonléug iJitf\\ gesjield (vgl. 

r\7i9\), matur: spreke» tol een meerdere) 
vaak door de balineezeti ^umif»^ gespeld, »tii- 
dat ilj in de ma hun voorhei^hlsel meenen 
te lien), eerbiedig lot een vorst tpreltett, Sul. 
Z. 98, I (auitf» ), T. Z. 4. 28 (anarfiïï- 
djitahf; sas. baliitur, z. onder ma 111)., 
Dfatarln: een voorn, persoon, in pi. van iiga* 
djtk, ngundaiig (zie niiQr en ngunlap), 
mikidihin. maéngln. n^taraiy aan een 
vrn. persoon ■-= roakiiUhang en ngorahang, 
ambteden, meé deeltn, •matighaturalifn, B.Z. 
M, 7 (nai^awèbin, niangaturang). «hu- 
natnr, Z. i, 19 (umarek, mamarëk;) 
« hlnalwakëa, Aiy. Z. tl, 8 (riuafidjita- 
kfta), sanr kiHtarao, B. I. 66. 3 (sai% 
rinaudjiiah. a. kahaluran); binaturakèu, 
B. Z, 39,5 (rinantjitakéu), aturaiig:: asvin- 
bahakfin. aturang dani: ■paauogoya, nia- 
tvaa: offermdeH hiedm bij de «en of andere 
gelegeaheid: S': bIJ een voorn, iiersoon => ma- 
djflnukaii: atnrani rinr tAog hjaag: «put^ja 
ri bhalira. kahatur, B. Z. 6, IS, Z. 7. 
1 (Inarptta): kalur i <ytar bbnpatl, T. Z. 
S, KT (kapifining ring, katlaing r.); bojft 
kalur antok tltyaic: 'ft ^ •»«' ■>> <'<u( het 
Ie s<y<ieii: ka— an c» iBatBran: «pinél, 
atarii stnikaag z. onder sim pang; « kalur, 
T. Z. 4, 18 (kar«B«^ilab}, lulU In^vIlApa 



rasa bh&k radlta kahaiur ainahsnakSa, 

Anj. Z. S. 2 (sral rii^ paugawi rafia 
padarlauya kabraoglén inarpilab si- 
niiigidakEn, rÈkaninj; saudyaaa radt 
padartanya k. dadati sinilibang}. 

•11., Br. Z. 31, 4 (kadij. W. Z. B. ft 
(lingkab, mangka, kèto saiuanja], R. 22. 
Z. 4. 2&: met een conjunctief, Br. Z. 1, 10 
(mairib, Iwir, uiirib), kadjatur wadawAng 
T. Z. 2, 48, (vgl. onder ja ja), halurlra: 
NUpamanira: kabatar: aft V ttrofv, T. Z. 3, 
14; rlhatiir: omilal, Br. Z. 41,4 en 6 (aniuk). 

III., • kahatnr, scbijnl 't telfdc tv bet. ab 
kdwil, A«( wat lom jtnsl. Br. Z. 20, 24 
(wjaktjl). ka — siiént suka, B. Z. 23, 
7 (kahadang södCk tar ènak, wjaklina 
ka Ia £.). 

nwii^. aanh. onder gabag (vgl. mal. 
ular*), «Btar* van kr^gers. Br. Z. 19, 10 
(raaruhun*an). kadi inolarutnran van een 
edelgesteente, Sum. Z. 43, 2, Ud. 110 110. 
van iels schitlen-itds. Tj. A. 47. pada olar'an 
ka^^aktin, Tjt. 43. 

ptfi\, Iwah raotlr adaltfm, Br. Z. 46, 
1 (m a a s < fa a n ; jav . verl. lèpèn tnulèk 
aiebSI). 

uiiut\ I.: parikaada, aanh. onder saii' 
tarnuit taupatadjl, 

11., raé — : gescalfieerd als giral op sominigt 
plaatsen nog in gebruik (vgl. jav. t); ~~ aii 
aUraka (vgL undSran); paigntSrast Hm- 
mermaas-passer : — *, z. onder ïsin rong. 

III., tébu rwang — , aanb. onder trabakla. 

•jun-^tfi^. Bas.,: mlëiig. 



rib 



Onviii^, k.,: leende aan, i. smarAlura 
Ml on^ wèilanu. 

<ri«m\, f.,: (U andere, de overüfc behalve 
kij, L. 2. Ik, A {ik Int. Teii»l«r geeft bel wcilt^r 
bkI 8*og Is ra, iluor Aal hIJ 'I bal. i voor 
Md-iav. verslwl): tMrètarft: elkaar, Bb. 3. 

n«r>. «.. iMg — i'loka, T. Z. ï, 49, 
L 3. M: a^piMra katbA, Z. I, 62. — nèn: 
rtriet het, Z. 5. 2S; an|r — Mn: «mangu- 
^•p; »gl. ufiljar. 

uiwtyi\, 'allara,: hlod, maar altecu op 
irc (du8 uil bet nial.) : aof In — at , Ufa- 
tin, Baagattara,: NMMvJittiKir/j gaan. Ar. 
Pr. 16, 8. 

"t«(S^. ».. — |lrl: (/wdJcAü bersr B. Z. 
6. 11. 

fijf^^ L. 8.,: ci)rciiu. van een heilige. R. 

, Z. i. t. kunanr lihii;imilin Alrï, ksatrija 

wékanint, u«au^ ^'jaiua^-wu , gntwit&tftta, ^&- 

4J«W8, iiAmniktlIbi, lliutniff wiiUI kwèliiiira 

■URrakréta, Krh. iT, z. dèwurSl, ouder &po- 

mArti eo sangkalpa. 

IL. uil «ati ontslaan (rgl. abhrS uil 
mi), Br. Z. 36. 3 eu Z. KO, 6 (ingëb). R. I. 
Z. I, 77 (inuUft), L. Z. S. 9 (uiuui^): atrf 
iwnnibao, B. Z. 10, S. 3: (utiiung swarauya}, 
ilrifhoni (luunnih, Z. 81.11 (dalt tng um- 
jai^ gomtnlar), H. Z. 33, 4 10, niiiijlng;n- 
«ab airi, T. Z. 5. &0 {ramè surjaké ij£g; 
z. patri 11); trlpUBda, z. under irigaïïtja: 
pafl^hrlk 1 (lalrinitiKlurafft, Siu. Z. 32, 4. 
ri«i'^Ti tfiTi^f ï. onder «ilara. 

&i til u^ , s., a tha r w awida, Adip. 43, niui- 




trAthani-awè<ia, (ld. 14 (ardflVfl wèda: tim. 
voMccn luoïci-s|trcuIt, Djpnii.), vgl. arlhawèda. 

•juni^^. 8., aanh. onder kirtli; — wi- 
haua: eigenn. ran «eii radjarSi, üd. 128 
(allo hdü*. Iiulrawitsa). 

(Sowo-vi^, 8., saiis' briVhniarta ruaiisadjl 

JwljBA(r)wèdii, itdbwiirjjnh n^ninira, sanr 
raaneadji Alhurwaha, brahmi ng^ranira, 
Miir maincHiijl rëg'wHa, sana: hotit nraranf- 
ra, saus niani^iiUI s&inawèda HMg uifUk 
nfrarunira, sdj., z. omler trawana. 
S;a'TiJ£}uji\. 8., aanh. »nder jawa. 

o 
ffjO'jyn'^'A' *■■ »■ onder radjaswala. 

uivi)a|\L, l. Z. 17, 4 (katjang), R. 2S. 
Z. 8, O. (1020}. aanlialing onder nilSa, mu- 
dga, djabli enwAhja, Kr, haiidscbr. HoUfi, 
telkens (hal. lindscbr. lak mimh: maêa. tak 
i^«: mudga: ^r. rfitak, ugadj. en katin^n 
harelak, biup. rëtaq en itaii, vgl. aan- 
merking onder (Ijan, atj. r6tïk, tj. ratap: 
baricot, lag. en hiü., ttaraja, liantak, uilgü.. 
volgens Placourl, aniak; vgl. ook harülak 
va antap): aiafc will»; «kaljaog iring; zie 
ook onder «ari. 

II. (a«iinia|\): (iwv honderdlal maar 
komt nooit alleen voor: tSIang — : 600, satak: 
£00, •abangsil (sas. baluq atak: iiSpqq; 
niad. satak: «ra gulden koper, Itjw. 100 duiten, 
z. ook sawé U); panëlang — , O. (ran een 
ambtenaar, die 3 alak aan djung's lieeftf), 
tan kakénan sakapaoff sitaki au&tak ana- 
k npang, O-; tja^akan satak: seer veet ttervm 
bv. bkj een epidemie. 



«*^ en <Ji\ 

IV., klnalik Blsir, B. Z. 80. 50 (maliK- 
béd ati, atap kakës[tang). 

V^ aUk*: de plaats onder de itik' aan 
de zool van een kip. 

VI., (?): • paras. 

UI UT laj ^ : lot aan een tekent plaats als 
grens (ïgl. batSk], — p»s:Jliiui, — piirané, 
rliw ïWinali — djagut wnDéiiftÉ ba&n libaklliié 
inairuru lakl: vurt. van de 5'° regel in de aunb. 
onder adji. 

UI wn ïaj ^ , n^tik : iels tleeds bij zich hebben 
ak een opscbiklievende een spiegel (lusl. kalik; 
vgl. ook onder kalik); man^takatlk, aaiih. 
onder pirak. 

t/nniSTSj]^. z. onder adéq. 

eïjV ». uiiwnQil\ I. 

•\, sas.,: pnlé. 

^:buküt van de rudjak lodëb, 
drabbig van water met modder vermengd, 
erger dan puwSk (bat. lito'k, lotok en m8- 
lèluk), i^tëkflnf:: de ingrediënten van een 
lolob. aambei roeren: vgl. Iggfit. 

^ vii^\,aanb. onder kulaiig en puspus, 
bèbck (ntal. id., mak. en lamp. killq l>eide 
uit een vroeger iliq'; tag. Ittk: gans; sund. 
ilil: 't kuiken van een gan.<i of eend. hnt. 
ètèl. eend). Wtb., antiga nln^ itik, (Js. 171. 

2* naast unljungüav.) verklaard dooranak- 
ing mCrak, Tjl., Itlk méfak van jonge pau 
wen of de jongen ran de ma nuk aliba. Mnn. 
A. Z. 19, 7 eo 9. 

uiwiiaj\, — ': de achlertvaarls tlaandc 
genagelde teen van een boen (z. alak^). van 



UIISTlKll 
O O 

uiisntsji 

UltfRKI 



uii\nisi 

uiimsji 



9i\ en ui^ 

een rundbccst boren de IjlSkulikan: de kiel, 
pafidjaiig ngaras jlik van lang boordhoar. 
G. Waj.;vgl. sapudjagal en onder wai^koiig; 
2* (iber*): ben. van de 2 kiekens, aan 't 
voeteinde van ieder te verbranden lijk. boven 
in de wadab liggende, vaütgebonden. Bij 't 
neerlaten van 't lijk wordeR zij op 't kerkbof 
losgelaten; 2IJ mogen niet gekocbl worden, mair 
worden door kinderen als 't ware van den weg 
opgepakt, apilik; an; — ^ jav.,: opvoeda 
am jongen slaaf, aanli. onder bilnluk, kawili 
ttikftn: «kalula'. apaiis; kadi kaüla ilikan: 
• dèn kadya da^ib tubo. 

V — *: lj8l«kontnug. 

V t- utab. 
ui^K?^ . uiêk*. Bjw.,:ftteiBc M/cH suiker 

zooals die welke men den kinderen bij tbuis* 
komst pleegt te geven. 

uitfin5j|^en «051156111^, 2. onder unlék. 

uiiiïiïsii[\I.,; lont wel eens van de staart- 
gelijke wolachtige bloesem van de (imbal 
gemaakt en van daar sas. kimbang kuluk 
(zie de arbeeldiug bij IVumph. 1. pi. 5Z) ; vgl. upèL 

II. (f), ngntik z. bij mutik: 2* van spelers, 
die iader een weinig geld bij elkaar brengen om 
gesamenllijk legen iemand, die veel geld mee- 
brengt, te spelen ui Ie kunnen wedden: unOB 
toSn ban dnné ugulikulik van een spaaqml, 
Tjb. Z. 1. 17, njcutJk* ang: met een kleinig- 
heid beginnen handel Ie drijven. 

pmj^^,potBk,Sm. Z. 20, 3 (panfisll). 

uie]«ï|^, dl — • sakat ^lllk, Bjw.,: pé- 
tiug'auliijg Ijenik van een kutuk. 



9A\ en \Jt\ 



185 



9*\ tu ut\ 



IBi \ . neiilnk : geheel ovcrfaHkomrn. 
nuTin<u^,z. onder latali, bêras masi 



arét 



iq. 



•jLfisiBiK. — *: aan de kampjah. dwars 
Bfl de iga* vasigeltoiidcn; de ra van een 
turtuig. 
11.. nuititk, z. onder ntog. 
•iuin^ia|^. oi8k^ Bjw.,: een ki[i, eend 
b, waarvan 'I vlcesch or de viseb Bjn 
iakl en vermengd word) mei kruiderijen, om 
:l, als alles weder li>e^*.-naai(l wurdl, te roos- 
of Ie kooken (ï. kuitus): ijanirfk — atik 
't guvulg ran daug bjaog K.i|iuluiigan 
bynt dt-xelfdc te zijn als de jav. tj. Iiotjak 
■ Ijik. 
oun«iiaj^I.,sas.,: tëndas (Smuiiw. id.]; 

i. anUk. 

n.. iMleli oUknÉ7 

nunn^ial^ , jav .: nmmi-len rnnral gezegd 
ran de gaódja doordat tiij zonder gandj2l los 

: I. koUk. 

■^Ulinci^: bütu. It. Inl.. 50; {Apa — , Sut. 

83. 8 (sangLt^ng kat(-niab). 

IL. s. onder bénika. 

ontmMa^.s., banasira blDifun^tii dbi). 

aja ■sAmnlni, ari hharunikn diruula m'-iIi^iik 
■u^wé tapt rl t^ulkoljakatirtha iifi^flr 
Kinfflïaivpk Adip. 101. 



S> 



p^tn^. s., ben. van een vvrsm.. die in 

MM rierct 26 leltcrgrepcn bevat (Wrs. ; wjut- 

8t[, waarroor (e leien is syulkr4!ti. wanl 

TindI men aldaar meermalen vónr diergelijke 

:en: Tjt: aaullirèli, jan ném üknr, 

I an Qtkréli Ie lezen is). 





p'^mw^, s.,: ktirari. 

p^tpy.s. (utkaift?)*ï'-''Z. 5, 65. 24. 
Z. 12, 10 (z. onder pulut^ul): üng —. Vf. 

Z. 31. 1 (ioakup, iugukup], T. Z. t, 50. 

o 
&ittfiisnu)^, g.,: eigcnn. van een zotm van 

RAwal^n, R. 22,Z. 5, 8. 10; i. mabülïkaja. 

uiCTCTJ\l.. jav. (•aitfT\3Ï|\ R.Ï4.Z. 11, 
11),: groene /tapegaai o[ par^l-sourt: Snibr. 
en sund.. alwaar ookèkèk.: èlèl, m»d. iaial, 
jav. biict (HorsGeUl: oriolua xanihontlui, t. «ok 
onder löl en Uik). T. Z. 2. 28 en 38. Wlb. 
Was. 'l. 3, 85, sftbuk ^èpiik djarumau — . 
aanb. onder luugid. Mal. S5S, basahan b%«f; 
l4Jo hlar Inff — . R. L. Z. i, 88. 

— hèmbang;, jav,, in de Nw. verklaring van 
sukèari (fuka sarif), — wnlan: verkl. van 
suklisilantara (f). 

II., nKHlat: van een zwaar f^ewichl de armen 
iiv.. vgl. ugédjol en onder kt'dSog. 

2*. kutiimbak man^-uljllk kêdjat' Ja ma- 
ngatal. bang'atnjané oianjêbnk: sich reftlicn 
als die gaat sterven, Ir., maiitatan, z. onder 
uwad, halllièn antu itiikit ba.«aiieujiiué njctlut, 
maSlalan laQt pédjah, Tj. A.-, iiigalatatal 
kaïHpid in; ajam Jka dadya djadjuk ripib', 
Kid. 1'am. Z. ü, 70; vgt. onder pÉkal. 

UI wmi^: «wawaoSn (vgl. nten. banlat). 

uitfijwïl^, jav. (•aA'^iftj^).: ftijcenman 
willen blijven aU vrouw (vgl. al£p), van vruch- 
ten, die op bloemen volgen, uit de bloeüem 
worden (z. kSmbang pajas); in mtre^nslem- 
tmn^, aanb. onder angln. van wajang-poppen 
en de slem van den dalang, beide fraai zijnde; 




SA\ en ui\ 



• lamitra, gepait van een tuni1«tiDg cX van 
woorden. vcrL il. 9. Z. 3, 18. •panlËs, jwst 
van iemamis zcg|[<^>i, Hvr. Z. 1, SI, T. Z. 4, 
13, all]. 42 (bSiiüh), iii et?» vraag: is het waar 
dctf Btul rika tnwaii tèkl, ktnèn ilèiiira Jiii^ 
t(Hk.Hiua, anffalikii iljural mansku. sninalinr 
tra^^niia NnKa, atut t^un patilka, kliiè» i^- 
llh aabi Jasnp, Jap., Z. 16 (Jsji. j: alul 
rlka angrnlaif iljaratê Jusop Ikn kiiioii ilèiiira 
Jaag niaiioH anf^lih \iif <)Jaral suninlinr nulii 
M. atul Ufljarnirèku); alul politi iiiarra !!• 
bad I veel is waar een weg ganonden maar moein' 
Hjk. Bi., met de werkeiijkkeid overeensletnmea tiv. 
van eeii I)ewcriiig, Ar. (vgl. aanh. oiider patul), 
tatan alul: •tanpatüt. atnt rins I blof: 

• 3niU rikangdurniija, ngntalaiuf: t»m vrouw 
bcpralen sirh bij een mati als vrotti» Ie voegen, 
nf wel weder hij haren man ic komen inwonen, 
a]« zij van hem Trcggcloopcii ü (ngailjëro), 
raatnlan mainnarai «prija samaraj^ama; 
tra — léken ttmpal ran iemand bv., die zes 
vingers hecri; npilat, z. kiiliit. 

<£ttfïei|^: |{|^ aiq^tét: in bezit Aou- 
ée», eene msidenlie nicl wilton geven aan den 
rechlnialigeii eigenaar. Ar. 7.. 4, 9, vgl. tSt. 

p&«i]^. .Inntltakén, U. 19. Z. 4, B (lèng- 
tèogai^), door den snoet van een olifant. Ar. 
Z. 17. 8, Adip. 86. 91, nangutitakËu, l\. fi. 
Z. S, S (niailShan!), van den nrus van l-vii 
olifant. Sul. Z. 125, S (mang)ilit). Z. n\. 
4 (aiiglaranin}, »apu adjwalènatltakên, aanli. 
onder supu; vgl. uniil. 

nui-ltfitti]^, z, onder alal. 



'ivri'j«v^isïi|\ I.,: kSdïng, bnka o(ot 
djil itja»£é van bevige pijn. 

n.. jav.,: vm. = avral. R. 18. Z. 8. 7 
(uwal). ibék oiol ftwabulra dinliuckura, 
awènéx anglib alj^'k tln^lialnlra dènin^lapl 
van Jomand, die lioete doet. Drhni. 81 (Z. IS, 
R: hnlwal kèwala tnn bniian dartiuirk- 
kiirwAwf^nés i^.niff-llh, urdbüliSk pwa bnlat- 
nirArdlianmlnpAsuwJa pwa niopAwosa], aanh, 
onder flurat cd kSséla; vgl, otwat. 

«SA tn 1SI ^ , 8. . : 'I verletleM, 't reedt getehiftUt 

(vgl. "jav. lila], tegenover warlanidna m 
andgala, llr. Z. SI, It (né uguni), bmleitse- 
woon, ongehoord (vgl. knlinlang), vooral h|) 
hehocft niet liekliagd Ie worden, 2S, Z. 8, veor- 
bijgedaan door een prinR&s op een swajamwa* 
ra. Sum. Z. 7S, 2; forslreken van den nacbl, ft. 
5, Z. I, 26 (lan uljapan). iuatlla van iemand, 
die voor z^n lijd sneefl. Sm. Z. 22, 17 (dahal 
kakulaug), voorbijgc'jaan zonder dal er op gelet 
wordl, aU 't ware vanmaad, B. Z. IB. 10 (ka- 
t i iiggalan), 0ii«'^ej/a(fen.' Br. Z. 16. 9, alill 
Bi iisulila. Sul. Z.f 45, 3 (nlJng nniningu- 
ni], ndittlan, Br. Z. 19, 20. DdJUiUiM^B, T. 
Z. B, 40,lidalatlU(ra.c.).[t.5.Z. 1 (lao ulja- 
pfin; vgl. fljav. dapilana mJni, dataülan, 
datapilana, Tw. 2, enz., vgL jav. Wdk 
onder data); atttan iqclinfl, B. Z. 41, 
8 (lan utjapën): I karlnya nirHDiu ini- 
lilan lnslaiis«', B. Z.39. 32 (kalSwibaniqa- 
né né suha wus inundub dé sang ka- 
wi, dt kaniuDiijané ni suba tan inu- 
nfuga dening sang kawi, ja karananyi 
nora lèn kaèdjap nguni Iwara da ijang- 



«*^ en wl^ 



187 



6:a\ m vt^ 



rain»). «arsAÜta, O.-.ptm^tlUvan «>n bevel, 
Z.5,7(n^ liba, sané U, paiurajastjila), 
VMiUeo ngWiln: •ugAoi, alilanirglirêiui, 
IS, Z. 1,7,7, Z.li, 6S (kaliwït). alilaliüta, 
inb. oaAiiT ënSk, alilanirinida, 2, Z. 1, öl 
■dahalBD tanpaguna, lintai^ laiuhSl); 
ilamm ran d« 6 eerste luaiui's. 
CA&&V **-• 't- ''^> ''- ^> ^' ^'^ ^' ^' ^ 

tmju): later: liti; «tamuj, karaühnn 
tl: « malainujan, katltt: « linamuj. aJ- 
Kkltan Inr sanir nlthl: «duhka taniujaii; 
««■( Alilia,: die de gaslerijheid kroepl of 
I jfoii te betcKouwcH is, H. Z. Ü3, 2 (sang 
anguogfi: vgl. onder dina). yatltiui: 
filamnan. 

CAgunM\, s., tn^nithftM, \V. Z. 7, 6 
^npul braiigti}. Z. SI 11» (kaliwat. 
■ lUsanl), Br.Z. 17, 13, Z. SI, 17. Z. 4&.S. 
w. Z. 40. S, T. Z. S, 16, aanb. onder anggul, 
de ambtenaren, die don vloek ltcl>beii uit 
s|wcken, O.: niangdlilk niaiigruhasa (jav. 
Ir. 110, 298: ugeiiialiasa). 
n vn £1 ^ , a. , z. nnder u t s d b a. 

nvr^B^-z^U^V *■' '* i*"*'^!' prijalirata. 

p«in\, K.,: NtonMyk (t. ulara): >g-kA 
uttara Ktki: a/iiaar fen A'tNirrim vuri Itmfl- 
whll&*a verblijf vfas 'I p.ilei.-' van \V ibhï^sAa. 
>. Z. S, 11, (jav. kolara, in tcg<!iiKl. van 
okiJDa. jav. n., U. S). 

5': eigenn. vaneen i'rins ran Wirlta, nadere 
lervan l^wëu enCat^ka, Wir.(jaT. ook: 

lara, vgl. onder ullari), arjottani, B. Z. 
, 7 (sug BhAmindjaja), d}ah ottara van 

if kgltara. Sul. Z. 101. 2. 



■ttaraphll;uni, j.k de- aanhaling onder 
lsiigguiii;aii. 

Il lUraküD^a, s.,; liicl van een pi-oxa-veHuatü 
(vgl. onder wêkas) mei (.lüka'a, dieeenigsins 
vrij wordtin vertaald, eu uieeKlal lAÓ beilurvon 
zijn, dat inen ze UHider'l origiiiee] niet vi^nslaai 
kan (z. onder sirara); wat er aan sanskrit in 
ift komt meeslal meer overeen in«l de editia 
in Teltigu-sehrin. iiieltogenMaaiiite hier en daar 
ander» leiingea (x. onder wiruddha, wah 
en nikèlana) en wijkl hi<-r kd daar lecr af 
van Gorresio's nilgave. In du aanwijzing vaa 
den inhoud der aarga's wijkt 't bal. Iids. nu 
en dan van beide origineeleu af, bv. Iti ritmA- 
Jaft« ()>.: iie) uttarakJlnda (b.: ÜiiAé) rik* 
sasahhanggnk uptaiitas sarsnk, lenvijt de 
uitgave van G: Ityaltarnkindé iMllbadho uk- 
ma saptamah s. huefl, maar dit: in Tlg.-schrifl 
niets van den iiilioud zegl- Een ander voorbixld: 
Itl rftmAjaiia (b. ne) anarakAióil» (b.: de) 
Walfjrnwanolpaltl trétljas sarfcab, maar m 
G.: ityultamkitiidé Waitrawaiïa warapradl- 
nam oftma trntljab largah. Het verscbil xiet 
men bv. uit aflwam lApam Apréja (b.: i&- 
Ih&ja) 4]ahi daiwalakaniAkAH: h^wfttabba- 
(irn makarOpa;ni^) (ina, kilanla tnalya- 
nai^i'^ksusu liga sAnak (niet in b.), «r 
suka sa%' watf-k lijang (b.: augsukanta 
pinakasasuk ningdèwaia). Uti. 18 ('t 
origineel: wapu in pi. van riïpa): pii|h 
tarlidjya^ya rAmasjra, rflksailnim kktt^i ('t 
orig. badbé) krété. Adjarmnr nioiuOith mirw^ 
riffhawam pralinandituin: atharjjaniuk bha- 
Ura BAma mari a(i^a)JodbJapura, ri tiSlas* 




SjI^ tilt \f*\ 



nirdiïiljajacalrii (b.: samptin pPdjali l(fttig«, nmtiljil ta Ja sakënppAtfllA , SAbu 13- 



vjtii witdwanyit knbèb, Dukildi Narilja, Fn- 
basta, WirApflksa, MahodAra, nitliAiiAr^'ira 
mArJJutukul au^iljtjlin pAtüija dntun; ta Ja 
kumolakén ikatig (b.: tuuiouakt-n kaü> 
da nikang) Dii^srriwA, atébï^r niAdJnrikii 
lnakii}Dnpanii)iis:?ih ^-iiraiil^-raja, !1^ fsap, 



ikatig rAksasakula ring Lengkapuri). 
pliiaran ta slro ginoruwa (b.: ginoljara] 
ik sam vAtêk niah^rsi, Ja lanyan (b.: ta 
matan^nyan) imripilriina ritjatA (b,; inafc) 
ambèk kapaiiffft-nb dënfrn en kn^alAii no 
luafaiVbiVbu, sarwutra Rii8:linnfln(lana, twdn 



la iii»ó'<i kn^-antiam, pi^-yi^mo bala^itiraviam: »iliué ilai'vai'iain il|-iilj|jhél, .si parbban dhara* 
sidjtija badji nora kawik^ra sang (kawS- jisyatt ('t ürig. ilbArajèd Itl); asli^ ki> 
kas iii Ij.) bolDii kabèli aii b>tni^ii!n>iitapan, ' nyAbarép tumliurbalanAka, astn Ja nio^blmè- 



kunaiig: pwa bélii saiiu;hiiluii kabdi niansrké 
tèka tumiuirbulaiiH paninii^waiiltn sasnaia 
tdas Diantpilabakin ^'ntrn iljiip, atyaola 
(santa in b.) bhili^Jnn (b.: nug iiu;) saii)!:hQliiii 
kabèh rl pödjith nlkansrUAwaüa dè biidji, 
ubliuja bbrasiia t<tki kiilaxotraiija kal)^h, 
»s;iini«'èb wadwauja tan (h: r)pii^iia, I "* 
sar^; de vertalingen zijn iitel iilleen uiiisrbrij- 
vend, luaar mms ouk zoo, dat een ando- 
hds. moei geraailpleegd worden, ora ïc te ver- 
klaren, liv. prastftwa nl rAkitasa n^kiua. Ja 
tika adJarakéDa pArvwnkanya: pradj&patih 
purA (rèsiwa, apah salllasanibhanah, tisim^ 
gopiiiuti: saitw&ii. a^rèdjat pndniasaitilibanab: 



tënpi djuiru ja tanpakümita, 2" srg.. purAt 
rëtajuffé RAnia, prAdJipatisutah ('t nrigin^ 
prabbuli) Pula.stjatiiVina brabmarslh (hl| 
Cl.: wlprar^iti) sftksAd iwa pilAniahah (li^ 
II.: hiila(;anab): iu:AnI rin; krèlfOnft, 
kan» sira bnibmarsl iuang:araH hbairavta 
i^ilastya, imak bbulAra KrabiiiA, sikJM 
padu lAwan sirn Jivjab, ald. UU de auh, 
onder ulyanla ziel uien dat ook 'I lia). 
hndü. leemten heult: de 11''* srg.. die verhaalt, 
hoc IMvraiia van LantrkJl («zit nam, in 't 
jav.. xDOwel als in 't bal. \h\s.: Itl rdml- 
Jana(dè) ultaraküniiafde) rAwaiiAbhi^ka eka- 
da^-as sargab maar bij C: lanirkadbjaso 



nsAnl rl tipiKitkitIa, bbaJAra Itrahniil miin- nAma. Kr beslaat «en bal. omwerking, die 



résii apiij (l). apja], maganaj (a slra bbit- 
wapn\iii niapakèua runiAksa ibaiig (b.: ika- 
nang) apja (?) (rè-stinirii, 4''" xrg.; sainpuD 
labdliawara Vla galinikang (b.: ikang) 
Da^-affrlwa Uwun wwana: siVnnknya, Hnniiv- 
Kub la Jèiiirnukir ('lè^-niatakannna ii^araiiya 
saNtbira Jawa.<( ta fatinyau baoa ngkAna, 
samnntailji (niel io b.), maujrréti^'è' tikan^ 
suniililj an (niet in b.) labdbawara pulimya 



ccbler zeer kort is en zeer afwijkt van 'I in 
'l üud-jav. ge.scbrevcn geschrifl. In dil Wdk 
is ook gL'tiruik gemaakt van nea op Java ge- 
vonden bds. , dat op vebi plaatsen gebed onter 
.slaanbniir is, maar Idijkl gelieel overeen Ie 
stemmen niet 'I lul. bds. Tonspeling op eta 
vpiïodc van dit geschrift vindt men i\. lï 
Z. 2, 17 (vgL onder uf&ua): de kakawl» 
ariljiina widjaja rn hari^n^a zijn er aU 



MlKod (z. onder andliafca. p»ng(rib, lam- 
Vik. wèt en irista. Aach i. iindor aiiaranjra 

H nia^; utiarakoni, z. uiitlcr kam (ui- 
lira niiiiawt verkeerde lezing vao gi^mmige 
hb. vin ite T. in |)1. Tan kuUra). 



m 



n«i7i\,K.(allari, t^l. a|>sari. au«ljani. 

jkamali. wimlawi en hidhiilii).: eig«nn. 

la^lrr van Dllara cii {{cnuilin van Alibi- 

■ anfo, Br. (jav. ook: unlari: vgl. onder 

lllara> 

n «'"^'Riowi^, s.. 7.. onder waiijra- 

ra*a. 

^str->sjri\. s.,: dodot paoganggo en 

^Ht prAwAra en salampura. opperkleed, 
lOas nioiiarisanrirn mantukbitwandliana, nu- 
amlil sans^kr liar<p ran de wadihati, 
1. (1S4K), mangdiri Utiznadihuti rinttsibbft- 
la tlaa mo(lar^<iarig;;a. mahalambl 
p, mindèUn pida, Pg. U (ma- 
gfl sêlfim). 
f} «ir. tAj^.g.. z. onder sa sa m pur, dba- 
ala en lukis. 

r3«y-;wi-^\. g.,: lambaj sang hjang 
dilyftqg alnr. aanh. onder aadasili. Br. Z. 
S, 10. Bh. 86, attarïUaiiildl onder de lijd- 
tipfiCD, waarop men ccd weldaad moet lie- 
ryien, luL 34- 
O/^stuT) M^ , g.. raalinsT atalajh van ecu 
Liticbler. Wlb., Inir i«s atatajl, aninnir- 
. aaejr***- aursr*'»- ancrèsêk, nnftunikut, 
ini, auRlnfCfriK'akin, »ld., i. lalaji 
iadilalaji, waar 6 andere geïalleo opge- 
<iDd worden. 




«*\ en ui\ 

ps»Uj^, s„:eigcnn. broeder van Wr?ha8- 
pati, adip. 69. z. nianialA en aanh. onder 
auggira en i^wars. 

punuK}^. s.. Ja U iki n)iiltap:in«kiia 
(iktnutlbapandkSnH Ie lexen) kïrltliiinir kn- 
ruknln dlillia, Bb. :> ('t nrigin. 46: ahan tu 
kirllini ètèsüm kurünam pi)nda%vitri.1n 
tja, sarwèsAni pralbnjisyitnii}. rantbtb 
Miliinatjan iniilapanakfin rlngsaniara van 
de voornaamste krijgers aanrukkende legen Ar- 
iana, ald. 73. 

«,imi£^|\ , s. (Alilhja). z. onder atitbi. 

r;inu\, D., B. 20. Z.9, 11 (|iarama), «pa- 
riniArtha, «anulas: mxf — : •». sudja- 
na. •mahSdjana: nfotaniaJaBf: tl]n eigen 
dingen bv. toor 'l bêste havden, op jmji 
sletim een edelg<«leenle bv.. Kabda maSta- 
ma (mabollaDia) van t-c» alem uil den 
bemel, Us.: utra uiottama co MindJaU — : 

• warijudba, utlama rinrribuju, it. 4, Z. 
I, 13 (pamuput iog djégèg), utama ti* 
raiu en u. dahat achter recepten ongeveer ons 
probaluni, (Js., baqtwiiiuttama.B. Z. 6. 6(wé 
pavilra. l»ja suiji, jèh p.): — Ding asini: 

• ^arddla niugaalidjala: sanir uttamènirpni* 
dJA, aanh. onder dhia (idaanaké aguug); boja 
wéBlin uttaniaja[n) ring anaké SHgili: «tan 
hana tênib asakèD^maliAdbana: kolama. 
zelden of nooit: kottania.: •saphala. dabat 
kolama rhif: dannrdhara: «atiraja ringd.: 
Htng kolama (koltamari sleeds ran SArada, 
Tjl., uUauia ningdhüDa. Nia. Z. 3, S (kulla- 
tnan kasugihan], knitaman adjiné: «^di- 



«*^ en u»\ 



m 



Sa^ en %A\ 



CrawicèsA, attanii ninit r^nnttama (s. on- 

ier ip^),Mnh. onder dhana (n^ni n-^kasitig 
mottania). ultaiimkula van een brnliniftaiit 
annti. nnikr wadaiia, ■tltinusftliasa, aaiili, 
onder rA<ljadafid8i — diiAdtt: de hoogule 
b«ete in legensl. van maiIliyamnilaticlB en 
pralhaiiiadanda. annh. oi)d4>r kSsfil. 

bhatirottaiM, z. onder ma nu. 

piftncon^, 8.,;ei^enn. van wn Imndgennot 

der Piiitiawa'ii. Ud. 135. 

p«TÊO'n\. s.. t*niiaii, krws. («jaT. 

utatuJuggS en kalu mSiiggS), Sul. Z. 97. 
S (girsa). 

p«r-i\. s., adlUkj1r«ttan?a ïnddhftpama, 

B. Z. 15, 7 (Kwih makaluugliiug piitus 
it^ t^ila). Ar. /. 4, S. — nituriuiurgiiii^an: 
*( fntUije turn rijdiere», de bette rijdieren. R.. 11 
Z. 4. IK. plDukottanirira, .Sul. Z. 114, 4 
(makapiniturul). mns pinakotlunrtn niiiff- 
Jidba rinir'^ffli l^'i- 2 (vcrt. van kakudaiii 
sarwwajoinianiiu); — dèwA: in eigennamen 
van vors(«n (slenil dusovereen md iliwagung: 
z. oniler ifAna), allunggnllungganiiiffwll. 
B. SO.Z.IS. 9; (mëdal iiggegwanin lEwili 
1^ kalana):parnmèng:— .25. Z. 11, 5 (put ds 
ing ISwih). nttniiKgigrt, t. onder afira: vgl. 

prottiingga. 

ui«l»ji]^I„ JBv..: h. V.B a wang (»Iden):hv. 

tuiwèntèn tllyabgptti alas (verb. vanlatas). 

n.. gas..: Ugèh (lag. taa's, panip. nialas, 

Vgl mal.), lèq liawaq bnonl a t as (b.: t inggaog), 

btrutas: naar hoivn. Uèk baralas l^q lamrlt; 

tnnbir baralas (rgl. babawaq): atas apl: 

punapi; vgl. sCmpura. 



SS (Ind. fff.[ 
iiklus tatul 



irt st wK. jtv, («aainwiM.: AoHrf^nZ/a/ (bli 
gains, tluc. gasut, mal. en bat. ratus; 
X*i9fi:millioen, vgl. onder jula). satus (• 
«^ata. honderd. i^laHK — (lifrang aius): 
limaiiK — :S00, pltang — : 700 (z. nndtr all 
lama* en domas)-. — u, R. L. Z. 7, 1 
(saujan). inatas— ,B. Z. 87, Ifi (saU 
an): kndn kéna miti Jènitnsntns, B. 
8K. 4 (jan a^udat^ salut. j.a. satusan]L J 
inalus iwu kwibnj'a pédjah , Adip. 31 (\-al ^ 
van ^alasahasra^ah). ■ imVtnsatDS: bij hm- 
derden, maliisatus, mivrvimo marikaivlaii ' . 
bliflja. prihati, tèka nArl*, iidAn hati aiiicna 
dlift, innwèvanjkdl, kooan; rl bati snaf pas- 
Jltii plsanlngii lk& lUma, tut. b. BS 
6fiSt»). tul. 46 b.: apasak s&k pas 
flniiia rampunir p«gatvande nugapira door 
de arm van llAUtiniAu. It. 10. Z. t.l.a. (pïgal 
dSkdëk cladi (ata tastas tlas tidiiig pa- 
■ah. klès rémuk dadi satuti lastas llat 
]>ag)antë8 pëgal). liman; atus. B. Z. 81.36 
(tSi^ah pèjoD, pintja rata): vgl. ratnti 

uv-^tfnajl^: in sommige alrekeo een eind 
teeil blJ gvheele ItcrKlelling Ier eorc van det 
diwa di Tadjun. bemaande uil rauwe dingnn, 
als een levend varken in den tempel rondge- 
dragen; Tgl. ngakuogagém. 

^Jui|^(BtBsr): «prajoga. W. Z. 12, 5. 

(/l^a!ïl\: foal in pi. van l£Us, \mta», 
t. onder ukir. 

uiuiiu|\ 1.. beter nnlaa. 

ïl..: vereffend van een speelschnW ; ntota- " 
sang;: een speelsehuld aftaaken; i. ji^gas. 



«*\ en *Jt\ 



m 



9jl\ m uii\ 



s 



& 



flj|\. 1, nniler «nggé' 



ui«w|^ I., jar. {.nsjwi>. lag. oio»}. 

Iffmtiu, W. Z. U, 11 (niakon, mannndèn): 

|«tDS: «akwan. nuKKtus: ■uiakaJüla. 

iBotos, B. Z. i. 17 (Dilikdjang. kapitu- 

oh). «kinnn, kotm, Br. Z. 9, 4 (kaQiiuli. 

ipansandikajatHï). «njrolas (sic). T. Z. 

, 50 (ngaodikajang). inutuslrti hij beval 

Ijti drie gesneuTelde innen tv. spreken, Br. 

IS.S (inndin dané): •mutos: «ngkon, 

m/n. B. Z. 98. S (niakonkonan), Z. 73. 

: (matnndènBn). Sut. Z. 20, 5 (uiakon): 

niBtas, W. Z. 6. 7 (matundiiiaii. ninkun. 

lanondirrn). paufRlBs: bevet, «pakon, B. Z. 

01 1 (panuduh); utusan: •knnkonan: 

■tBsaa of iMlnsan: josmt/ (vgl. ngadj. faatt- 

ssan); ook: oluaan, aanh. onder atïljing. 

lilialnmi; apA(iL«an! etn gesani sendm.Wa^ 

E. I.; sorat ntnmn: utuibrief. 

n.. bnsai — nicl vele galen. 

n«V3üt\. a..: motfiig* Adip. 110 (vgl. 

feaL en suod. asaba, ngadj. basalia: dal 

N uil ba Cl) aMabn U). — Inird&na (of 

buir)- vrijgerigF 80; atdilié klla ran den 

Rijand die wraak nemtn wil , B. Z. 49, 18 

binya rornha i dówa). nlisAba U Iftimput, 

P. S, Z. S, I (npaja ta silibang, turèk- 

9ni ika djalanniiL!), tan banftniaii^ ^ak- 

■ixD Uwan uls^lianlra, adip. 78 (rerl. van 

prami-ja (lalaUUha): kotsihan, tul. S4 

rert nn ollbAna), mnnirknna kolsdlianju 

hjan raapmn^ Iftlnna inwnnif !UiBir kè- 



kind naar de maan grijpende: vgl. aanli. onder 
pagwan en sotsAha, 

ujtfmrajo^.s. n. 16. Z. 9.5 {sang lijang 
fiwitgni). unii^dji]i ring- sang: bjanir hiilAca- 
na KAksyaiiingsalyarlnglaku, aanb. onder su- 
sur en datawya. 

2*: Brahml. kr^vs., 39, waar bulama- 
na: vgl. onder dahana. 

«ntffjiia^, $. (vtitjaruU), tnitn^kana sa- 
kwèh nfneratn jndya (1. jotÜLijmnkhJa, ka* 
pwftiiAr wuri suhananja, nilla koUuk^n 
Ijitia ('t lids.: kdkauiijlnnitta, waarvoor 
ook te U^'n is kaljiirAnan Ijltta), want 
Jmlliifeihira ging migewapi'nd en zonder ge- 
volg naar 't kamp des vijands, Bh. KO (deze 
aanh. volgl op die onder anggSb). 

ninJio^, A.. feesimaal, AdEp. 86, 100: 
panirkotKtwa , B. Z. 1(0.1 (pangadang daha* 
ran, dad.i(ha)ran): tinia wilani; fnfnrftiHa 
fawalSn lamanpiininbarèka pApa wanrunèn, 
rlBèdSngrnii^ntsaitJKliawa wlwlkhakAla rl ka- 
riksa niugiHiana (dit is d<- lezing naar een 
jav. hdH.. de 2 1>a). bh. lezen djiwita en diwU 
ta, in pi. van welke laatste lesing nlngwita 
m. c. in p). van ningwiita. Ie leien (s), 
djofa athawa miiwah karlk.üint(iif) knrl^nya 
dharma (iiarmnia') masiwe'nirSaa ktta, 
IJaii asaka rlntlimèka kawawènrkawah klla 
Ukapniii^-walallta van de 5 gevallen, waar- 
in men voor teugen niet gestraft wordt. Uta. 
Z. 6, 4 (ri kala karjangharaF): z. ma- 
bntRawa «n onder trljak. pantjftnrSta 



iwa, Ud. 80, Damenll. even dwaas als eenjca usaba. 



Ca^ en iA\ 



(U\ en ^\ 



SjtSi'rtia\, R., II. 2. Z. 1, 48 (paratna.l t^<n6\, jav., aanh. onder bhlmai 



kadniiatan), Jnl. 6, als praeiiicaat W'. Z. 29, 
10, aanh. onder upakAra (kalinlang). Ay^a- 
rJJAtl^aJant» mapa kiinên?: wal sm de reden 
van «tt-c buitengewone macht sijnf \V. Z. 19, S, 
kiktivaJttD, Adip. 64, kadi tan alis i^dtirnja 
Ja liksüa, R. 7, Z. 12. ti ^Iwir norana {lis 
dèniiig kadabalan panSx). 
«jiif» ï;» w «t ^ , H. Z. 4S, 4. 

eawic^^, s., R. 4, Z. I, 48 (paUwina, 

wjaktinja, pituwi, wjakli), ald. BI (ma- 
oawj), alhawn, R. 4 Z. 1,75 (jadin), of wel. 
Jn ta mataiiirnyan tiiwnli niavnh Jan jrlnltJK 

alliawii Jaii tonwann, Itrli. 47 waar liet ook 
zei ft tvanneer kou beleekenen; z. onder alawi- 
fiA^u^. n.. 1. onder alas. 

muiu^ (krama-vorm van alliawjk?): «ja* 
dyastnn, «mon, •jadyaii. «jadi (Jav. uta- 
wa: sSnadyan, Kil. Tubpah). Iwa Iwlr alas 
a^nif hlBalafJan wriksa sawit Jan sng:aRdha 
üêkariiyiLDéJéiis mrik sahaiia ni nifalas pada 
kinahanaB In^apindh» nianitkimènjrsuputra 
lamon .sn^tla Itbèda lawnn kapntra Iwir wana 
a^«Dg: kinalarjan lujcwrèksitklii; ata w i sawlt 
djugra Ja,, sinwak ni n;a;ui ^i^sènf Ika ng:a1a8 
hénti, iura man^kana kanr kiipntra ttyah (Iru- 
Da sawarjTpinja, T., b.. Z. 1, 41, tlfid. (Kam. 
10: kadi alas iré'us', kinabanan ing; kajva- 
king:, kabèli tinnnwan pwa Ja dè ni npapoj 
niU», dairdhi Ika OKalaa kabfii, iwa manir- 
kana ikani: putra Jan bina, de (loka's van Iiid. 
spr. 1418 en 1412 zijn in 't M$. door eika5r 
gcbaapcJd); Djprm.: matawi (door de gelijk- 
slclling tan de pranfixcn ma en n). 



en loeh. aanh. onder atnrtta. 

GUiï»tr>vi«»\. s.. dnmnnonir 
niraja, Atmanya mniahnn, wlnaw» rl ni 
w d b i t a , nsaranya , ikangr^arira pinak 
rira Rl ngrJttnia, aupara rjncswarirfr>)fl 
narakaloka kanaojr. ri hannsnikA niniu 
kin ^-arlrauya rl madlijaloka, hanna I 
pva ja ka (JikaT) neJItnia rlnifswargipA, i 
narukaloka knnatig-, bilanirtlka nfraliwAb 
(arire, sarftpanlkanx' plnaranya, Ja tz.M 
ka^arira ni Dg:iktina, Jaiparènrswargn, 
wja^rtra snlaksana, kadi dëwala (arirai 
Jan parèusrnaraka ja enz., Ag. 

n-i«i«tj^ (uit ceo wwat'): «s 

• snasft, Sm. Z. 8, IS (wwat): z. oio 
de aanb. aldaar. 

uitsviy, atwanpi»: •sémbahen, z. 

uiwTrjl\. jav. (mal. harlal uit 'l Pr 
in pi. van harilAla),: «dadapa {?), • Ifipil 
sekere okersoorl %vaarmefi krisaclieden licb 
geverfd worden {i. sampai^], «Br. Z. 13 
kaninr Ini: — : «pralata (?]. warAna 
n 1 a l p i t (a t a I I ë p i t) van den paa fdt 
Bhitna, TJI. 3S. vgl. ald. 61. 

uiwiiru|\, jav,.: vm. = tiktik (n 

bekend), aanh. onder puki. Wik; — *( 

onder Ijanlik: &udnk — z. onder tjl 

pisvruj^ (vgl. uQlal), ulalakEn 

nslisyas, O. 

uii^Tul\, ntal'aa, Bjw..: twi i;eni 

of vrees weten: ook: ijab*an, waa 

beteekenis in *l jav. nog al veracbitt. 

uitfrnJj^. z. kiilil- 



I 



I 



I 



nunSiTul^, ï. onder onallg^ soit in pi. 

iu knlal kutil xijn. 
dJi*ntu\, s,. aanh. onder sapt&gni. 

Sl*nu|vB>*<'>|i i'li'Pf li- U>Z. H6(iua- 
arsmpa. makands*). 
u>wiu|\I., jav.,: 'arala (e. tap, II.), atap 

DÜsé; din alap siuoniipan, Sm. b. 19: 

tnintltifr i>ia|>: «ginunlii:^ aratft. aanh. 
ter drawéla. 

dem wêKl p«nïlialap (hatep?), ?.. onder 
,irantigB. 
IL, i««tftp)iiv: een klophaan at opiichlmth': 
I de krop met ttakke hanti helikkm nni hem 
cchUusliger Ie maken: daarop volgt 't tnl)2nti>(. 
uitfitJi\l..: xluilen aln gordijnen, «suina- 

'Bl (ngadj. ranlSp^ en id.., l>Li. altp); blij' 

bij deo nuin, die haar ge<i€haakt heen 

L «tul), ■THt^linc: ''m» tluiten. in eikoAr 

; wioenen Iwee iwrwmen: de kosten tau 

ftut bij tUcaAr brengen, ogatfipang gaè 

Bfralépaug karja): niiiti<p: «matému, 

Mtèptn; «apisit: vgl. rapfll. 

• II.. Kas. en jav..: raib (sund. hatcup. 
is. alop, lamp. baloq. ma), atap). «wu- 
llan. halfip printr* z. onder priiig: «hatëp- 
Ibldjo, Sm. Z. Sl^ O (i^^r wüisl door 
denken aan I.). hlnatip door pijlen. B. ï. 
', IS en 47 (raibio). van pijlen, die dicbt 
elkander volgen, ft. 7. Z. U, f), bedekt Aonr 
ileo. Adip. 115. 
umUobc — z. onder andjuug. 
&«tuj\: freiig. ijverig. JtÜp nèiijoiijo 

I eei kind, it^p mèfwrflrtipan . sintr da 
t (t. djëmël): vgL Uëb. 

Mat-«4Uin*>C> «OMSOVKl 



<sa\ en w»\ 

^^Lfl^, B. Z. 27, 7 (ïntip). knnan^ 
Almnnya s\ sambada, mnlib nuriivuillukJtrA- 
nawa, tambraifMninkhii, pioiikuhitlp iiliv- 
linwflb, ri Jaiunniloka, dfnyttnnikli pantjit* 
IpitJsanssdril, aniilang wnhniyawaknjA, maiiyë- 
niiuil piVp». KHpnlnh tabnn I wnlnnja tnniTBral, 
samaiiitkana dènyAniukti pAlaka, sama kftla- 
wan 8l pApaha. raanjfkA kapamnrub iiijflan 
JnktiringdJairaipinHkakahiii (bahèlik) nlng^ 
bbAmi, apau dalnni dènvituèh larAmbék, nU 
tylklr^ dnbkii siitala, Kam. 79, hitip In; 
kawafa, tig:a., sarwa snka pal. snkn ro, sarwa 
manuk, ki^o, watn, tétèk, linlab, Irlh* pob, 
ika ta hilip Inr kawah, nira.. apaii tan ha- 
ndnfnilahakèii tupa, brala, dikna wèwèh, kanir 
Kdngrkaning lépas, fr., atêbêra kapAlafca hitl- 
pa nl(n;)ttkii]raguhDiakha, U. b. 

ptfiJ»^, 9., Br. Z. 25. 4,utp«ita(m.c.?), 

n^ofpéaa, R. 23. Z. 7,6 (upaja pikënajang), 
iWtya ri ngntpaima, WrI. 29. 

«AtfiJito^ B. Z. 3, 33 (*»os maaèvraka, 

nmarSk, nè ngalap kaaor; «jav. natpada, 

dat R.K. in pi. van ngatpada voorkomt,: uga* 

békti), B. Z. 3. 23. H. Z. 9, 2. Br. Z. S2. 

7, 12, darppikAHflratpiid&niitpHdu, B. Z. 1, 12 

(satata i katunan nunas ngaQla, tan- 

mari djanmané rawuh ng.), Z. S. 23, at< 

pada majiih, Z. It3. 4 (sac^ datjfog njj^wula), 

manirg-iKtR mingrinr aivatpadénf lait, daar zij 

de vergelijking daarnite uiet konden duorKtaan, 

Kiel. Slim. Z. 5. 108. alpada ringkalaof-wan: 

te kort schieten in het dichten. Wrs. 112; 

kang ari amit ngatpada, hp.. x. (a. Z. 

u 



IB: Aliujainiu ». uaiitclio), kang; ari matar 
ngatpada, ald. (in dean<len> lih. itift levinitcn), 
irlka indntdjlt éntt, djrlh Ing Jajah angal- 
patla (R. K.: kaïljëug muka), It. ni. 

p vn^'ï^Cttfi^, g., inln^a U Jènntp&dltn 

taiiffsaJAtiiba, lilt. S4, kolpadllan, aanh. onAer 
guiiollaoia (katutiain). 

p ui^<n^, s., sMg sampatjDipAu lam- 
patoIrMrés, R. 19, Z. 3, 6 (lalil upania). 

2'.: een voorleekm. Adip, 3B, bis., War. li, 
KSen vigd., annli. ond«r tipa^ubba, B. Z. 99, 
I €11 Z. 72, 8 (durmaiiggala), morbode van 
iemands dood, W. Z. 21, 14 ((jjhna, tjiri), 
R. 21, Z. S. 35, aanb. onder ari^ta, iipasari;- 
ga en upadrawa (vgl.de 2 Meokcnisscn van 
wibaga); Jftiyapin kiirnnn niniiohuranianis 
wètBoika njfudjarjan dnrdJanaRtuitjAmkénJa, 
tritüftrés djo^H kami dènya, kadyang-ra iij ko- 
naiifonans in;s«kar tuetu rl tan mftsaitfa, 
piwAk nl luriitpflfAmnhara litaaja, tut. 44 (Ini). 
Spr. 2860). 

BUf kalft — : eigenn. van een kawah- 
bewaker. Ba. 8 enz. (jav. baU upata); 
ü — , m. b<J een iemand werkdooK inakt-iid 
middH. Pakr. 70 vlgd.; z. bdjOlpila. 

uiifij^, z. onder utpalti, iipëti en 

lij a n m a. 

S^Viu^vi^. z. onder pajuog, 

iptf«jitfi\s..z. onder djanina, tTtt.BS,nft- 
ns^iitpattl, ald. (bis.):Tflrbaüterd: utpëli, iitpS'- 
li en upëti; Iwir hjantr smardiigrupéti, Kid. 
Sund. 'l. 1. 1 (vgl. aanb. onder adhikAra e» 
upëti): iiipe'tt8thltl{irnna([i: lina}niiirbha- 
wanu, R. Z. 107, 7 (uganajaiig niagthaiig ma- 



ugilangai^ ikaqg djagul. ng. m. ugila 
ikui^ luka), utpatti slhtll Itna oing 
Z.10, 2, Adip. 47: iilpalli slhiti pralaj 
onder wa^ilwa (vgl. i^rfisii sthiti 
bilop.. ed. Muller, Il p. 60): atp6li: na 
tehapf Us. Bal.: ■ftirotpaltl: mdla niugl: 
nfiga. Adip. 27; sotptyanini: tun sijn nyai 
komst?: vgl. rAdjfltpalli. aanh. onder lil 
ptnjru^, s., Anj. Z. 2, 2 (anë 

R. I, Z. I; 4 (kuljup), •anëdSog. • 
dj ra h. 

t/iu;in|^: verk. van atyanta. i. bv. 

onder guwug en vgl. anlyan. 

i£Ats];]S\) S-. R- 7. Z. S, B (kaliw 
dahatan). 5. Z. I, 16 (tan «apira, I 
alH praedicaat. Br. Z. 3. 3. Z. 30. 7 (kat 
en vaak mei ing »r ring, atyanla ril 
bbllfl. Ar. Z. 47, 1, atyanla rlniirgë'ng, It 
Z. 2. 4 (pupul it^ niaging. dail ika ] 
né), atyanta ringirahflna. aaiib. undei 
gwan (z. anlyan en antyanta). kariflün 
bèk bliaÏAra Bntlimft mnlat iniTNatyabnil 
ta bèta nir&nornn ngk&nê pttap.in siin| 
i{;rawaiia saba lAwan vai^k dèwalA mi 
sang lijftnir Indra l£ka nantambodi ^ 
lingnira: paritnsta'^mi tè watsa tapiLs& 
mvralft, wanun wrèsiilfwa hhadran té 
rArhas twani hi mé raatah: bajntkalakl 
satyahrata (dit alles nit 't jav. bdit.) aty 
tnstanvkn Ah ni sii'ns; ui lapanta, til 
kil)liiug:rabi: ri kantf .sakakjunta, maraj 
paripArnna snkanta, Uil. 3''' s. (uit 't o 
bUjkl. dat een pbials uit 't bal. bandüch 
weggevallen, immers bel is een vertaling 



&<i\ en ui\ 

itht prtlA mahèUdjas sJïndrats suraga- 
taU saha, galwft tasyft^rainapadani Brali- 
nèdaiii wAkjaiii abrawit). 
ï;imnKi^, s.,: •ityamadj. 

fp-jutjutOïfi^. 8..: wekasan, Adig. 4, 

fan. IS, O. 

T^«|OWi\: verb. van ilyèwamlldi. T. 

Z. 5, 15 (Uyadi), vgl. onder udüra IL 

m antrawolit van licl) onder- 



el]\.alu 



werpvndeo, Us. dj. 13. vgl. atiin. 

óitfici|v **t> hilSm. Suiu. Z. 20. ! (vg). 
|tT. ea sSndi nuluog). wtitwitëm, T. Z. 3. 
tS. «oofkal kftéra, B. Z. IS. 10 (batu slSm. 
k balilin), (lU kilém midden in lee. Kam. 
S: if\. ondtT baprorddha. 

r, mal..: iiUta maar alteen in tïmafa 
litim: /oorf. le^nov. timah mëniih. 

Lninei\, t. iittama. 

S»->«i^. 8.,: ste/. tchim in Jania 's rijk. Bs., 
(igLjav.. waar onk: jatina on jitnia). T. Z. 4. 
48 (pitrS). Alm^ rakwa pawthnira, B. Z. 49. 4 
(^iwa panika paitjan ida. kapagëhan 
■rip Ika pailjajang ida, nrïp pindana 
litjajiDg i.), Atinarl^ft, i. onder Lj^tana: 
iima: getteien, amnU* dI hjaiig Üiima 
a, sanff tamoUb ri bathita, sira ta ta- 
■liflial inK-wJaparikhHliihHjii (Miiir kjang hl- 
maiTeft. van brffduja. aanh.nnder Irijoda^a). 
djiwaraksaba. AdJp. 51. .1lmaiSlk»a: lan een 
aterkoi bondgenool. Wir. 59; zelfrerdaiüiing, 
■mh. oad«r kalpika. pinokAtmaraksa, Sul. 
Z. Itl. 7 (makadiugding dada), flNHbiik 
imarUss, Kid. Sund. Z. 5, 71 (itmanüul 



om 't rijm, Kid. Sund., b., Z. 7, 7), aplnggèl 
kanitinarak»», ald. Z. I, 11 (rgl. këiuit lu- 
vtah); titma pru^anfsR: leifverhe/fittg. Br. Z. 17, 
4 (amuilji awaké); lilel ran een prou-werk. 
waarin bhagawdn Panjarikan altprtei ges< 
prekken voert met in de hel verloevende zielen 
(z. onder nandi). de taal is modern; mapak* 
Rfttmaraksa nikflnKrAma rt dtiléni tUnl !*«• 
Ramban^n ika ri dUba nlngdlAha, van ven 
(e bewaren edict, waarin privile^ries TermeM 
worden. 0., frlJAlmi cudribabaddhi pratnhn 
tiba kavIndHIili, B. Z. 1, 26 (lekaning pra- 
linanya wus karSgëp tuwi twah kawi^- 
wara, fajang pa ra ma buddha inidëp 
wjakli tutuwijan ratu niiig mange', ka- 
guDgan mawakang J!ning manah pri> 
aakkat k.); ~- rftdja: Jama. 

anpmtraawèdana, z. onder pradana. 

V: puikjcf aanb. onAvs trikdladjiq'a. 

UI «1^4^, gas. (ar. i->k»i in een arab. 
jav. Wdh. vertaald mei tl/l/),: tU 3' h&lver- 
dieping (jav. kutataah, volgens Med. Zviid., 
XUI. 5B5.: de ï'). 

av?nKi\, 8.. •aoiHkAtniaka, B. Z. 81, 7 
(rumaga mr4!ta], lubdbakAlmaka, L. Z. 29, 
1 (prèta ning sawara); z. dtrwdlroaka. 
wisnwftlmaka, KÜtniaka. sukhJItmaka, 
tustAtmaka, aanb. onder héhajAiig^èfwa- 
ra en maka IV. 

(Tjd igu , sfltmja nl huripla, Sm. Z. 22, 
3: kaflimjan Ing brata: «kadibja ningb.. 
(k a m a b <'i I m y a n i i^ F). 

£r>gin^,s.,: swt» of doi-bler; u-lden en 



in inlerliniaire vprlalitigen: Iraailja, bv. Una 
dfan tang matsyililipii: «wSkn sang wirfl> 
i è f w a r a. 

e^gixn ^^eti ^tmablid, 8.,: bh. Bralima: 

saughjai^ Siiiara. 

6Jl^s!l^ll^, jav., angalH^, B. Z. 1, 2 (uangi- 

niii. maugdundun). W. Z. 50, 13 (nduo- 
duD. pgadjaktH. ugarali), Z. 30, 4 (ugun- 
daiig), Z. 29, S. R. 17, Z. S, 10, InaWg:, W. 
Z. 29, 3 (inindjëiu. kadndaiig, inadjnjaii). 
B. Z. 29, K (karahan, inadjiijnii). opgeroepen 
len slrljde. Sra. Z. 32, 3 (wiiiarahan). van 
legerkiiccbteu. Sm. Z. 29 $. (iiiundang) door 
de boschhueii van npHtaaiidun. B. Z. 6. 1 (wi- 
nuDgu, dinundiiii): «(aren, Sul. Z. 111. 4 
(piwrohi), giangatag iairnirèlyii, aanh. nndcr 
nirStyu en inrjlyiüpllja, mmiB'atafrflkèii, 
L. Z. 41, S (inaugarahin), «ai^iirahakèa. 
n,i*z, n. 18, /.. 2, 4 (kaarab), alsffën, 
it. 16, Z. 1, 10 «n 11 (orahin): atajcVn, 
aanh. onder r^djakirjja, nnll slra i^atag 
pDtranJpnn Innpiha dèn af;)i.<. Jsp-, j. (a.. Z. 
15: aken \ws pntranè réko, wan^sula inrlnp 
■C&lr Dialili). 

UI in n] \ , agrataKlll: de vrucblboouien offe- 
randm aanbieden om xc vrucbicii te doen dragen. 
Dit gesebiüdt op lumpSk wariga. op welken 
dag het verboden is ze Ie beklimmen; tnmpék 
pfingatag of 1. pCngarab \» op sant^^ljara 
klijoD wariga z. onder lumpSk en aanb. 
ondfir lanêm. 

TUinwomK . 1. onder §pliing. 

r; vmi/i)?^,!. (filagabana). van enn 
rivier, B. Z. 40, 8 (ulama agnugl). 



&«\ èn ut\ 

ui*5Tninu^\[nplaais van asu gaploug*: 
alleen gübeïigd in 't volgende raadsfil, en loii 
volgens den een vet volgens den ander wit be^e^ 
kenen. paniikH ~, mémêna badënr (or kiiig;: 
tab wan. 

UI ist rTij ^ . nipilabanir toa in Gj.: ngala- 

pang zijn. 

i/iinnil^, z. onder lub 3*. 

UTIOs»ni]^ t. onder Iwab. 

®ASin»»V\. Br. Z. 18. 14 (laidSpwadwal. 

uinwn^ L. Pabntlan 6. •sJdara: kioa- 
tongan In^djaicat, 8: z. tong II.. katoiig «o 
alwang. 

tl.. 8as.,: al£bai^. talons;: kalSbaug; 
ook: antëraog. 

ijiisi^. itatiga»: N^g^ran, nba ké iia- 
ngan (b.; sfigfiran. c: kënakan). Mcg. 147. 
rarls madawé ilangan (ti,: kalih inaduw^ 
minlanan), ald. 133, z. bintan en inaiig. 

VfVij^l., jav, iqritnnirin: voor ei>n xaak 
sorgen (ugraOftin], pitniliran: bedragende mui 
waarde, piluugan ümang kéti, mëpaitniijran 
(mëpfiwilangan}: aan 't ovirdenken sijn, nog 
geen beübiit genomen bübbendc, tra kna ilung 
IJJnnné, tan këninitnn^: «apramèja. lar- 
paitimgrani •tanpapramAAa, tan kMnn;: 
"tan buningan, mangltangaiig: •guinuulla. 

O., 7.. onder butnh. 

Lnm\,jav. (sund. bnlaiig).: tekvld, dM- 

(um ,' over schulden aan koren enz., z. bv. aanb. 
onder sangga: mulang: van deo debiteur (sas. 
en mal.: bj^rutaug), mutanganf ran den cre- 
diteur fsns. bSrulangang), pihulangin, Kr. Z. 



(U\ ea Vl\ 



197 



iS:*\ en Kft\ 



B (sakalanSn), •ao^lariga, «silihSn.Ira ri nga^ïng, niriuuii halih tan kvfang 



tum)r<iii|r dèva hjun i dèwfiné miütiugin 1 
kapft: «dèpan tulus sanij nrum sibtA- 
swngja^èngrawil, piQlaiigin tia|ift sumi: 
• pakaja^a sat^buluu kabèh, ahiilduir^, 
B. Z. 59, B (niasaslangaii, l tiwa^ ma- 
aianft, iituBasilihan), mapibutaug lam, 
Umb. Z. 9, 1 (mali-wasin sakïl). kapU 
bolangan panraii, B. Z. 7S, 17 (uiaütaug 
imah, ka|ii(llaiigan ItiiklJ: mal. pijuUiig, 
jn. polaugtlaiup. paautaiig: aehuldvordering). 
fibutangaiia pusitivt- impcralier, aatili. onder 
landjiyita. mtjutxngiln; ii-man<) aan si'cA cer- 
fUcUm iloor bem bv. een weldaad Ie bewlj7.en, 
Ud. Adip. c, Z. 4, 3, knpIjDtaDfUii: dank 
ftnchuldiijit siJH aan iemand; ïctdeo: kËpri- 
jnlangan Ut*, kapota iigan). pflhutawrao: 
tnüleur, aanb. oitder pulakCt, gewiioniyk: 
sing amaütat^at^: tan «rnli kapihu- 
U^an ifli: i»et weten, dat hij vo»r «rai 
tntwnt weldaad verplieJiliag hetft. T., b., Z. 
i, n. «tan wnili jni^ biitang nanüt «krS- 
U|hna (Tgl. onder r(Aa, ingêt en gu- 
4l}, Z. 4, U», 113: maQlang kafibaliin: 
iuUoorAmf vertehuldigd sija voor hel verzorgd 
fRMcfl 3t^. Tj. II. Z. 1. 10. Over schulden, 
£e niet overgaan, z. onder sawung. 

I Itll rin^ ulai^ dasU: «[^miirkka 
duskreii. 

ntnin^, jav„ in^laiv; ItereJcmd op de 

Ijirijs van. ingt-la ng dji tinne: këtl, aanb. onder 
Sogftl, tuui kétang van vele dingen, aanh. 
ader kodoug. tu kèlaug rln; hëno, Krxs. 
G: giupujü uu tuièugülang: -mab&dlki- 



vau den belooverden prins, i^n ouders links 
lalendi; liggen, [imb., djani .>^nmangkin salah 
panduin, palinir palijatr, kèdèpanff luQ Janic 
Ratili, nli dl snrawado, manj^lunifliinr nrit- 
lih kaloBfiin, sajiin kadDra.<i karépé, tanpa- 
iigètang ring- pakèwult, ilèniiiif ija twah 
kawftwa, kaïig-tonja i l*u.sp«djag«t, ,ild., de 
jager verzucbl de apin hem huilen 't bosch Ie 
gdeidi-H, sang naiiari sênta unlta, baün ka- 
darmané uênis, lanpangèlang pantjabaja, 
T„ hg., Z. 6, 48, raris iganak tan paugè- 
tang baja kèjnh, Z. 3, 3, vg). aanli. onder 
wiwatjika; ook: kélangabor dil het stamw. 
vrare, akarang turauirrii rëngga nlngfakaiai 
apurung parang singi, walios kadga llksna, 
ijaiifftJiiiKan dukdnk pauah, atjanta dorgga- 
manyiki, nora kinètaug (binèiang iclezenf) 
dé sangfdr&nèngdjurit, in de vergelijking van 
een alagvdd mei de lee, Spt. Z. 5, il. 

'jui'jtfiV ngètèngètèng, Bbg..: tinggar 
van leltei'8 duidelijk Ie zlcu (vernuwdclijk van 
kèlèng, rgl. Smbar in pL van kfiiubar en 
zie aanm. undcr umbah). 

nng>. I., eigeiui., Adip. 16. 

uifuj^, z. als,: «arurA. 

LTüul^. kafaisan hëbon, Sm. Z. 21. 11 
(kaltlitan damub). J^a luugrahan amrèta 
— nlngsarkkara: atuiituB ningmadhu: bis 
nlnggulëni: irarab oingrtiréb, his nlqf- 
luh, W. Z. 3B, 10 [patamwas, mies], hïs 
ni luhnlra, B. Z. 51, 1 (Irètèsau waspao 
d»Bé, pCfflbah, 't hds.: toëmbah, waspan 



idfl), his^ Sm. Z. 1, S2 (kritisan): homU 
v«n tranen, It. 3,Z. 1, 50 (mUo, pasièèt). 
•■i«, Adip. IIK, tmtttm* it. 7, Z. 5, 28: /.. 
S,4S («jav. mahis: milï, tumèlés, lumun- 
tnr, jav. umès en vgl. lumis): hiimis 
awaknja: uit vrees suA rehuU lioiiden, 1, Z. t, 
26 en mis (m. c.) awaknya ((e lexens»wi|s;;i). 
7, Z. 18, I (matilSsaug awaknya); vgl. 
de analogie ran hili. 

ll.inpl.van iis, kunir waraii^an 5 — , Uü. 

Uliu]^, jav. (wan, «huwus), SA — é: 

nadat (z. usan), vgl. laKiiad. 
U.: UQs. 
ouisjil^.z. ondtT .lijas. 

nunAj]^ (vgl. sund.), ma — au van de 
ademhaling, Ud. 31, ma — an uméliali tan- 

pftntart, ald. (vert. van dirghatu uSAanlja ,„„,^j^.i^,„„, z. 4, g^ fnjeis«l awakj. 
nilKwas.n). ma-an anf^sal dèninfrlan., ^,^^,^^ ^^^_ ^,,, ^^ ^_ ^ (mu.«a.sula, njalil 

kajun. salali karSp, ma njaiali i d£p). 



«*\ eo ui\ 

(sCdili). R. 2, Z. 1, 8 (s.. ibuk), Br. Z. 1, 
11 (1., masëdih). Z. 12, 1 (lara), Wm 
29 (vgl. omler gUnÜra), Ur — . R. 2Ï 
Z. 6 d. (nora t^oka), (0kA(A, Lainb. Z. I, S 
(sedib kadalialan): alarA^A, B. Z. 98, I 
(sëdih kèliukaii); asa «Infflt, T.Z. 1. IE 
(vg). onder i^oMia), tlbril^-a, aanli, under ki- 
dat. hèranfran ü^fi, Sm.Z. 13, 2 (ibuk ka- 
piasSni). salatiar.A: teleurtlrUing, Adip. t3, 
wanhopigt! droefheid, 54 (ovw i^k t. onder 
s&dlija), K.inl.,U4.W. Z. U.17 (t^alah idSp, 
aCkei, kroda). Br. Z. 6, 6, Z. 19. 6. salaka^» 
(sic), R. 1, Z 1, 9 (masëlsglan, rijalaU kt- 
nili). 7.Z. It, S6 (Ijogati.iijalali id4!p): 00)1: 
nalasa in p4. van analah ft^-ft, T. Z. 2. 3S 
(jav. nalSngsSj; asmu naliVsa. Z.4, 31 (ma* 
ngembCog laiijjis). aiialah A^-A Z. 1. !S: 



ald. 40: hlnosakën, lltt. 29 (bal. bdK. hiiiwa- 
sak«a}, t}7, Adip. 30, R. 21, Z. 1, 93; ma 
— . 16, Z. 3, 3 (maSugségan), van de adem- 
haling. 13, Z. 2. 30 (diis*. ndofls): van 'l 
gemoed bedrukt, bezorg, 6, Z. 9, 15 (ujai^], 
21, Z. 1. 12, 23. Z. 4, 10, van de kSte'g, 
ald. b. (lujub, madoösan, ndoüs], sang 
bJatvsAilla mahos mabitiiir, aaiih.ondrr arïsta, 
hoaakénla dènlAnifbudanakën «^arawri^U, 
Bil. 49, plnanali liinosakén dét ald. 78. 
h in osa k e II Innwag-billa rlngni{ltatjandni- 
hAsa, ald. 72, ikaiiKkn^lft liosakSnta ka- 
bèh, K. 2, Z. 7, 2 (raösaiig. usabajaug, 
b£tjikang). 

SiTtno^. verb. van icaja^ Sm. Z. 14 4 



A^übbAta: lelamjesield, Adip. 60, Br. Z. W. 
15, H. Z. 16, 4 (dabat prapantja, sfidik 
dahat), j(;dbhöta ta niaiiahnJni, Ud. 129 
('t origin.: udwignaniAnasah), hi^wAfi 
dahal ii IreJi u (den doud van en.) niet ts 
seer aan, Br. Z. 51, 4 (sampun lara kudu- 
ruB ri], karwa wèraKjflsa wajuii^, KapaiirtBll 
anyèng ala-s bArJUan asémn kipwan dènlnt- 
WRDfT ^ama haiiffHtgii hjan* in; nrarftmani», 
T. Z. 3, 29 (T.. b.. Z. 4. 76: Jata wiragji 
lanpAoak r) hamanakanja pinèt dèiilngt-vnan); 
dju^kl), sanr onêk salahasa. ald. 6 (manga- 
snla; «jav. mohltasa: susah); mangA^i- 
kfin bbuwana van draken, die door Ie bijleiL 



sj.\ eo ui\ 



199 



9Ji\ m ui^ 



Jt wcniA Itpiuwilijken, adip 59, Tgl ook oniler umasë', B. Z. 8S, IK (katrip). innnr^. Rr. 



iilab en rignniA^a. 

uiJU-^L (rasa), bhogra man^enjuif — , fr. 

kl||twOiHé niaivoiijaiif usu van iemand, die 
kinderen heen. Pan. Br. (vgl. sund.): 
: gevoeld wordeM: blijkeit. tchijtim, luasa 
■fUli runilik: h^j schijnt er een bijsU op na te 
kmidm: naita panès asèn*: taa \k&\ nng. dal 
MP diMir lelkpiiK de vingci-s er in ie stetLcn. de 



Z. ld. e (inajun) en 9 (kir£p: jav. Rng. 
telkci» maugsuk): asé'B) H. 4, Z. 1. 46, bis. 
(RliKaug). Msè', II. 5. Z. 1,14 (mriki. glis). 
of tuiff««', R S, Z. 4, 24 (malj; tué'u, 4 
Z. 1, 46 (ènggalang. gliaaiig). B. Z. 48. I. 
Inasj'iui (k-es: inasy^n, vgl. onder katytng), 
l*g. IS (kaluran), loen de vorsl den apsara 
zag aankomen ralimiialatvka inasC'nlrt Jar- 



UtM mm'l i>eilf>n, aanfa. under angkuli, anfkf- yaiinn^un^, Rni. Z. 16, 5, uin iiginasyan 

■ruè> : «UfwitBaiiya sakèngkanin.| piuiék', U.; nanfasyakén (m a ng a s y e k é n), 

ald.. aswakèo: laat aanrukken uwe onderdanen. 

Ur. Z. 46. 6 (Ion tl in]; anfftswaki^n : iiim> 

bremgen, met kbi aan komen setten. R. 16, Z. 

10, S (maiigaluraug): ngaswakën bala 

panxliarèp, R. L. Z. II. IS4 (Ktd. Siind. Z. 

S. 92: ngangswakén). 

Sj>^\ )., s..: zHNurri. Br. Z. 23, 6. R. SS. 

4, 16: — kow z. onder iiariwira: aitipatra 

z. onder ^iwapalra. Snni. Z. 60. S: aniféb 

Irika ngasipalrawana kaju marou saruA 

kad^, I!u. 467 [z. onder Ijuriga, ladji en 

m a I a k a ng), 

II. of a si h Ie gelijkertijd, R. 1,Z. 1,70: let^ait, 

t (niaogrimpei;). aanrulciten «m te strijden. S, Z. I, S, 14, 6 Z. S. 7. waar asj we) tvanf 

t Z. 4S, 10 (umara, lutnandang), Z. I04,lzou kunnen Itek-ckeneB; ook 11, Z. 4. 1 d. 

I ^u Rtiinaranin), nma^i' ri, R. 2. Z. l.'(vgl. tnatih). dacaiuukhAHi, 4, Z. t, 29, ra- 

19 (ngamaranio, mamarëk ri), Inasè'- krjaii huniinén^ asi (een jav. bds.: ala) 



■ttsèn: den adtm miblaten , doodsangst uilslaan, 
• «nt-kèli. ii|:6tor di ugast^né: «am^kasi 
pri6a kuni£tèr (vgl. ngtsèksik). uiüisin 
ba, verliloetiiil . in pi. van tjampur; nènlèa 
uèaa nélaln: sij voelen iich niet gewond ran 
^belenden bv.; ntasanln: Djitjipin. 

3*. ifaM, sas.,; ngeniliisin, van die uil 
me Oauwlc bijkomt (dani), aanh. onder 

Jl^ de aas san kaarten (mak. asaq); x. 
Ulitjaug efl a9s II. 
IIL,: z. onder &iM^\ 

U^\, Tgl. at^sé'. Ma»*', Sm. Z. 28. 



migtinUlen? van K uDililiakarAna door de 
apen, B. 21. Z. 41. (kasSsër, karëbul), 
hlBUi' van KoiubhakAróa door de a]»en. 



kftitri: hotid u maar stil, W. Z. 32, 3 (ugi); 
z. asib. 

u%M\ I. : voel gedijen bv. van amfioen , waar 



SaL Z. 152, 14 (inambulan), inasë' hinain-: iemand dik van wordl, (balar,). — mèmadat. 
kolAD, Rni.Z. 6. 19, kapna krAra ina.siajrbauA-| 11., sok asi; een stuitmand om nasi enz. 
4» maaoTBOS f,Tl ftcuukcJcHasé', Z. &4. 6,1 in ta doen. 



sj.\ en vi\ 



200 



^\ en v%\ 



uiu^ I., jav. («Sjku^, t. onder snno),: 
II. V. tjitjing (angBon*; vgl. haL cnï., mangcr. 
ihu; vgl. onder sija en inésaf{: z. hasong), 
«awftns, « R. 17, Z. IS. kt; saxtra usn van 
zeer sl«c)it Khrlfl (vgl. onder djaQnlu], asu 
asan^n, 2. a<in)i. onder wirfog; nni^^èk 
asu, z. ondiT sasib: djont^kok asn, Gj.,: 
djougkok'; asu atjal lDir tJaiiTtjansHn, z. o. 
tjangfjaugan: aswalas, z. onder alas; aisoii*, 
z. onder augson^ dalur asu, z. onder (j& 
dar: puïtjar aau: pantjar sona, Ifs. 

¥, won; an; —: jafcer, T. Z. 3, t)6; 
anfrasn: kwaad doen, Z. 4, 26 (augadu adu; 
vgl. mal. asut. men. usung): ^tl nlsio- 
ridhamikngrasn, Z. 5, 91 ^lak^ana Ijurati 
nista Iwir ubQan). 

WAn^. manyësë', IHt. 86 (z. maUiana); 

Sswan, ald., kad}'auf;:ga ui ngaimj bana ri 

BfèsyaH (b.: ësèjén waarvoor ic lezen Ssyfin) 

prliur baiupJaJ kajn knnang, fr. x. usvraii. 

luaurèKwakén (f) vrnwas, Sul. Z. 25, 3 

(mangwgtuang palanggah). 

rira\. «., (i,:a),: v'wa, Sm. Z. S8, 3. 

aanb. onder a^iasaódjnja. 

Aw^ (daging), «rjiw^,: vleeseJi, in le- 

geost. van 't vel, «indiigsa: inhoud ran iels; 
(wira6s) van een brief enz. (sas. isiq eo 
l)isiq in p). van barisiq, bv. pudak bi- 
BJq sastra, ecnige regels vroeger: kéiubang 
pndak barisi lulis,Tjp.,Sawn ibi: licltaam): 
apanr da katSnir^r baSn snak Jèn (JaT uiai- 
81 takut: «hajwa kaljirjjan ingpara ja- 
din bana kinalakulan, mhi (mSdaging): 
gevuld niet, beraitetule, *mèsi; juitl van een 



bewering, dfn» mïsi Jèk (dj. mSdag 
t o j a): een dj. met water gevuld: misi 
iemand ven'vld sijn van vcrliefdu dame*. 
56. mèsi banjn, \V. Z. U. 1 (kinahaiian 
wé. madaging w., mèai w.], mèüi vnl 
üld. (kaUnggwanan btilan. misi sag 
mailaging tjandra): nfaèsl, T. Z. 3. S8, m 
ald. 60: tnènj; tulMan: meer vltxsth op'l 
hebben van die dikker geworden fs; isin pi 
or isin lokft<t: vück (wegens de S bel. 
bé): Uring: èsi, Sm. Z. 25. 11 (lit«l 
kasmaranl. ans:iitjïnh stvanger van een prin 
Iladji D. SS vlgd.; nniisvanl : eene gdoflc 
t'utlen, Sut. Z. 94, 4: • mlnjAnèiurdliant 
Jnddhft, W. Z. 22, 6 (vi-rl. z. onder bli 
kèsyan: ftas zwanger, Sum. Z. 28. 1, B 
sédéngr k^syan aurat, Sul. Z. I, 11 (i 
garbhi(ni} kabwatan), sèsl nhi^tapih 
84. 5 (raliasya). met ang«n': overtuigd, 
43 {vgl. onder wral); panglsi ^êlnnf: I 
men in een baanvrong, Dpan bjakta pM 
manèbtn Jaji Jan kita tninsa inatlnp^ 
bnlnn, niaiiirgèh Iwlr pangisi g:èlnng 
ngapa tan hlliinga ri bjlang ing-patth lul 
Ar. Z. 67, 1: iig-istnin of ngisjnlo (nda 
ngin): ielt vullen; vervullen iemands bege 
(nglinggibin); vgl. anganggani en z. «p 

i*, ben.iming van een barab-soort, di 
vleesch uil 'I gezvrd doel puiten. f 

3*> z. ouder iail, siï en aanb. 01 
kuugkuq. 



i^u\, s.,: «m pijt: i. brd. 



U1('JA,'5\. jav.,: de darmen, die aan del 



H 



A 



i xijn. maar alleen van bitllpis en 

benten; daarin wordt geen drek geronilpii 

Ifu^ legenov. bé II ad uk. lamp. iRaw. dal 

ia pamp. hteiM <hrmen belcekent: Jntcgeu- 

delliDfr vui bilnka d« groiile]. t. ISlunakan. 
rjw^. s., aanli. oiMler wju^ia. 

uiw\ (•p^\) «f Dt^si, mmuriisl. h. 

t 19, 3 (maugungseb). Z. S9, 1, Sut. Z. 

151. 9 (inainburu), aoKusi. VV. Z. 34. t 

(igSputig. t^rnrub), Z. SS, 9 (ngtis^h, ma- 

■ok. Dgulafa}. aniuu, It. 4,Z. I,42(nihuru,| 

■iq^epuDg). iBuai, B. Z. 94. 2, a (kakj-' 

ping), L. Z. 18. H (inuugs^iiig). Inu) aaif 

riwaianiU, R. 7. Z. IS, 20 (iiiigs^h danè 

taif enz., kakSpung dé ». ent ), iBO.«yan, it. 

13,Z. 12, 9 (inidSran).K.Z.2.8 (niailëhan, 

inljangan), miisi: bewegelijl:, rutleloos; 

HllValaD, 7, Z. 4, 6: B. Z. lOt 10 (niafl- 

a«raii): R. 10. Z. 18, 9 {minjfngan): 

«ffailiVkéduiq:, Wir. 21. nsl, n. 20, Z. 

19. SS (nulug). posynnnlrftnpiipnténin, ald. 

SO (paiUb dané lï-ugéd), • «udkI, ald. 

U (uangalih), inust, ald. 24, •buniusl: 

jan naar een plaaLs. Wir. 27. innst, R. 

n, Z. 4, 4, (kadjagiljagiii, kaüngsi; 

J-U- Tj. b. 44 en 48, waar b. ». y-j»* 

Wn. vgl. «UDgsir «1 usir): ngusi bagns: 

frijs tleilem op itkoMheid: ugusl «.hvg (vgl. 

Bgalab). 

IT) >j\ I..: rij^mdy bhaklin lèk^iiiiijriiuka, 
lékanln^nlika bbakllnutikA, kitllii|ra»)X kla- 
kêna upwsng:Bukada)ika, liiijm Ui hun 
klnlijja, hèrakèna tékaoya sowhiu;*, y^m- 
¥InU U npu'iydJaiiH dbiirniiiiapawrèttl, ka- 



dyansjtu ninsTnasiiwiMawnh, klAr sinnmblnfA- 
nnhên piinas tis animtjakén usu ulkniispnri, 
lul. b 57 (Ind. Spr. 7079): anKUKubasa vau 
een ni!Sl makenden vogel. T. Z. S. 41 (mafia 
kart polabuiickna, ri H^din^kn munirkèki 
niahjun ninugu^iwanguswa. biina ta (irah 
ninirsiiiRtidra, nngïnimHnfkffa man^aiigu- 
5wangiixw.-i, Kam., 6&, T. b. Z. 4, 107 leest: 
ndab bapanyanakko utuuèkl lik nl arlnla 
nangkè tèkjafarbkini ndnn rl ng:üiidl tèkl 
panft<intiicn ninfcbulan smimhur djalniiyu 
Iiajwa sanr^ajasira nini ta rinirkrné nfcantiica 
rt tépi niiifr .samiidra]<; musu: op 't punt can 
te bare» reods neerliggende als in een nestf, 
van ecD vrouTT, Adip. 7S (vgl. hal. di api); 
niosisa (tnosAsuf): ieiu:md al« kind onder 't 
hart dragen van een zwangen- vrouw, nicilni 
rt sédéniTiiiritniosusB klla, kdlanininiHniika- 
kén kita cit pnijodjananiritn mo.suxu mfilji- 
laken hlta van Kunli lenopiiglc van .\rdjuna 
ca Itbitua. LM. 64:augHBwani apvl: ■akusu; 
uswan apuj, Wir. 1 (verl. van ara Ai); do 
slof waaruil 't vuur door wrijving ontstaat, 
JAdip. 99 (Tgl. «»twan): W. Z. 6 9 (anaké 
mukusu: • jav. W. bl. 46: n)rang:n!>7an; wong 
agar), vgl. ook onder kusu. 
UI AJ\, X. uson. 

ovDiU^, luabosyaa van de kSU'g, R. 
ï. 16, 8, S (madoös, maditHj; vgl. mosj-au 
onder ■ usi. 

<£Aiu^\ , inasahnya van slaglamlen op 

walu ridang, R. 14, Z. 7, 2 (ipubauga, 
saqgiha), angasali (op bei<lu plaalaen: aiigaaa 
en evemoo io alle liandschr.) sniijpii, T. Z. 



S, I7,Z. K, 1SI (Dgjpub landuk, vgl. ooAer 
bibal), ngasali fliièit^ ksiti uit loom. dus 
gelijk evii wocdemlc slier? astiili. onder piiüus 
{rèngfauyAlau^id inasahan, Z. S,42; nsah^aii, 
W. Z. 32, 2 (sasaiigihan), ani^pak bliA- 
(bhuh)ta, ki dëmnng angusali, luArddhl, 
kraka-sAngutJap , ah atyantii niftdbèkl, Spl. 
Z. S, 139, (vgl. inal., jav. pasali en k. asaq). 

viMn(aDlar lelileii): vlak van een weg 
br. (smbw. asar), ■aral&> gelijk in rang. 
Iioeilanjgheid, :«niaak enz., • pada, asah Iwara 
ada: «padanya tan baiia. nfrasalilti: rnna- 
oiada, iemand van tioni^er kasle ats zijn ge- 
lijke loespre/cm ol behandelen: ugasahin basA, 
(z.nibab&.): »<»^ii»»%'iiKaliin daii^: «laii 
hana paaanira, «atii niuüsab: «^ild^a- 
jana, batu ii^ asali: •(ilSnajana. wat» 
asab: ■ (JUtala. 

SAtG^V Vgl. wasSh. toasthan. B. Z. 10, 
4 (k a pa n d 11 8 a lig) . gcztiirerd^ , Ailip. ii 
b., kAiytinff» nln^djon wawadah i ni^iii^g-u, 
IkaoKdj'uii inasahan (sic.) piiiahalilaiig', 
kawikaa laj^nibè'aja, ffaudliunja ruinakét 
IrlkaufrdvMn; Wrii. (een bedorven Tr. beert: 
kadyan^ra ninfrdjnn nttiiitn hing'Kn, halapn- 
na hliigg:an)'a sanj^kèrlkanfdyuii, wasi-baiia 
tkanifdj'uu palialilanitëH, Jasa ta mambè' 
diaga kane hlugnrUt irikaugdj-ui) vgl. asub. 

SjtM^^: nogf R. 1, Z. 1. 76 (Jav. maslb). 
zie aii U., vil uiA^n 

ui)u^\, jav. {.«jiSï\, vgl. aib). B. i, 
Z. 1, l9(paiig(ïmao), aaob. oaAer si(vci-t. van 
ijA), aiiibarsft;lraiis, alJ. 3 (suka giraug 



njajangang, sajaog lusla gèl), mail 
liigwiku, It 16, Z. 4, 6 (iif^olasiD, ola« 
riiig), lar niasih (b.: tnasi). H. 2. Z. I, S8 
(uora wlas, lar kabaoan w.), an|ratdli- 
asibi 8ini,Ur. Z. 40. 10 (oglemesin dané], 
Bsib^ëii pètiii Ikan^sAnnkana ri sira nn 
een guru, lul. SI (verl. van jtraisadya), 
apinta kAsib. Br. Z. 3S. 14 (ugidib olas), 
kdsyasib: «daridra, ka.Masib, n. 2, Z. 1, 
49 (kaduhkitan, kawlasarsa), lut 30 
(verl. van dina; «jav. kaswasih. mal. 
kasiban in icgcnsl. van kaja, k. kroon der 
Koningin bv. bl.lS.SK, 70): i kasyasib: *aga- 
li. kAKib: de geliefde vrouw van. Sm. Z. 13. II, 
gemalin. Sul. Z. 1, S (swami). kAsibin, 
Br. Z. 44, S (sajaiigatig dani^: kinastban 
dané; z- kaslh), angvslbasih, W. Z. IB, 2 
(aianunas ilja, amlas asib, niaagrfiniih *), 
iiiaii$l«»7asib, B. Z. S4, 17 (maiigrJSrSiHib). 
tAsyailh, Lamb. Z. l,S(duru8 itjan i dèna) 
\V. Z. 30,8 (ilja ugi. apaug i., xwètjania), 
l&gyflsib ta als inleiding lol een vencoek. Adip. 
47, 49, enz..: kamaslbin, W.Z. 18, ll,(kapU 
wlasèn), masihaii en maSsib*aii: •sanittn, 
piiiiEaKlb: geschenJi? Ar. Z. 47, 4. manxdé aidkl 
• tjuinbu. rahajn asib: aranija paUl, 
nicaslhlii: f»;t«eReenSL'hreiend kind, «auakpak; 
sllib ailh: tienamiug xaohalfnu kindercii (< 
jav.gonilaug kasib en s. ijusbrana): vaa 
betelbladen, zo» op eJkaJir geleed, dal zij ibbI 
den acblerkant legen elkaar liggen (basaugni 
malungkas), gebezigd vooral ats srana; 
van een kind, balf aap balf mcnscb; vaneen 
w., waariu Ardjuna en UanumAn, lol verscbe 



k^ 



9J.\ en uv^ 



203 



«i^ en ui\ 



rwa's behoorpndp. Iegelijk OjKrcden; half 
Au// siVtrer van eeo kèkaiidëUn. mapi^iu 
aggo* (b.: UAugangff»*) kakandèlan 
lik tsib (b.: masé wilis), Paa. Br.; 
naffaslUlii •manf^antimodB. 

2*: Basih: atui een gevoegd door lituniering 
*.: — 'ta: vMgnftrk, m6Iab~*anè: hei sluü 
mtd am eikaar ht. van planken. 

S*: in namen naasl arsa, z. onder liarSa. 

4*: imnyda kaslbant cJiieui). van een arinc 

ndnwe in c«d blDeiiituiii in aan 't jav. ont- 

nde verbalen (vgt. ilc bnk rSAdS kaüihan 

M Pnrwa lèl. II 95, vn de ^Uf CU» (l«;r 

ML veritalen en verder 'I hal. ^Vdb. onder 

«adan en rondo en z. ook onder rèpol). 

$*: beo. vao ven sous. waarin uien; z. 

•laragL 

aiib iiraia, z. onder pranasih; kitda 

Ufailh; ei^enn. van e«n «rgeianl van deo vorsl 

u lladja|>alii(, Aijadanur t-n CatUalimada 

niB Bali af lialende. toen B. reeds veroverd was. 

I uijun.jav. (wasuh, vgl. onder lsub}> 

ktssb: kWidercn ichoonmaitm (vgl. «as{h 

en kjav. mangasub, maugasya en ma- 

qaswa solja], «Uura— i KUKAmaN. ook: dju- hèsnb, 54. kUftdjaiw ngkanèsnüisuhana 11. 

I panling (ininalu en p«nalu slecbu ^^a sanpahnluB. Sum. Z. 85, I. makanini: 

bsL. die met vreemdelingen in aanraking luuan adyus inisuhisuban têkap Inyrjak 

«nen ifjii. bekend; 'l bedrijf eigenllijk on- agén^:, Kk. Z. !&. 2. 



ea-jw^yjan IhirthiV-ièh 'jav. bds.: kvrihj 

ikhiitMindjHU tnwin awidbA rèhnjinfftalrl 

r»tb», Br.Z. 46,6 (bi^ddha; jav. 8«b: w«las). 
f?iAi«^, sas. en K. A..: bob of dJSuiCt 

(bajan: aring}- 

UI iG n , ni^lsib ; met de ham! rondJtnedtm 

nasi; iels op een bi:i>H(lert tvijic vtethlen, 

nauicuiltjk in de rondte, zooals de bol van cca 

libogan of van een hoed. ma — , z. küpfil, 

mtsèhlsèhaD: wieltH van 't water, fcrmgen 

verloonm als men er iets in werpt (z. onder 

iisSli), nê tl^iiik laOt lëjrnlnja, néné tjènik 

anffutjap bap» nian^ndi „manallnln iwak 

i^anri Wlradjhintni lyaQrlii, kënia luUn oga- 

lib ulam, ëiUuk bè né lunug', (Jakalan 

snrindit ranat, né né ijénik té djaal laüt 

pnlanri)j<*it J^bé maisëbisëhan, Bwük. Z. t. 
uiAj^^. jav. (z. onder idjui^, asëb en 

asub], èndjah Jan panguünk pajodhara 16> 

kèng-wétis inisuban InskukAogamè'r, Ar. 

Z. 40, 6, lanh', \Vtl>., a«(ha banjn das latran 

isuh*, Wtk., eeit smeersel on] de banden 

Ie wrijven, mangisuhi ij^nula, tut. 16 «. 

(vert. van inardjana), K4, an^llkJknpisn- 



sd zijnde, zoo is er nog geen woord voor 
gesteld), mupall anftftsubz. pasub; asuan 
i di«a zegt men van de ba^juu-ljokor 
men de godbeid er om vraagt, asuan tan- 



pfuqy z. osah. Ar. Z. 46 S: onb, Sut. 
Z. S4.3 (bjapara). Bh. 77, «mosab, R. ü. 
Z. 2, 5 ea 8 (ujaog), bala makalialajiab 
ikanicrJiksasosiib mècat ngkA rl ngAkA^a Jft- 



irini eedwmer. Mijnde 'l water woarmate de pan katunwan pakuwwinya l&tanpaf,-èsaii fe- 
il w den tempel gcteasschen ü geworden. , $ci;g: v>'üua door den brand door UanuDian 



\ta UI 



\ 



304 



&i\ en vt\ 



10, Z. 1, 2, c. {* 



iisftb:t(f>.: iljang) d) tiinl, 



(b. 



aangerict 

mal. (Ijangan inissclik'n hierMj to vergolilken). ' anak a^oiiB': sij behoori «eiuirUjk niet _m 

osah ftinbgk, Sul. Z. IS. Ü (auugsut). 

n^>éli : • u lig u s i . wielen van 



wator (lial. tiusor, mal. kisur; z. usëi- en 
onder iüSli), sig: Nuluknjaiii^ nfciu-ïib, vcrl. It.ü 
Z. 7, 9: Jèh ma — . vgl. omlei- tis^r, na— *nn: 



de gemeene hn, van een moni meisjcJI 
IS (vgl, onder iljailjar), alnir raras aiiin 
aain. »ii;eg:ènya aain. Swg, Z, t, 62 (al<l. 
en 83: aiig^jènya pautés: vgl.oiider aftfl 
aanii. onder buugkil); — twahnja likul, aa 



idolèr: ~ aii o{ iiswan: haarhing op de\om\er bèda. man;cdé — :»ranijA riim. R. 



h-uinvan'/ hoofd (iijëiig^an): ook van paardon 
(in di( giival vcrt, van jwarla); van 'I oor de let. 



Z. I. 19. né bax katièb an^u^ap nuriki k( 
ma-tiinit:g:i ton? paul«.s jrusti mailjalan ai 



waar 'tgal ingpimoril woi-dl:|)iisi)t paiitrn<'<>lian sln^al pantï^K abin, èniar njinzal mai^RM 



om in kékuniugan gaatjes Ie boren. 

nur)W5\: «hHJang,: vrn. = ibnk (vel. 

rjAJM, sas. en mat. susah). «angCsaii 



^adaiufiii ^alénu: knsar pt^nicê Ênjiiaiur dal 
salliiïUn^ dané! paffalaiiarln («n IJan ii 
liinaku diwa niug puinri-nian woorden 
ïiosih.K.S, Z. *, 28 (inaangsengan, ujang). ««« W^eTden jongeling. Swg. Z. 2, lti;f 
kiOuné osab ran een pri.r^ler, die een tUV ""*"*** "ladjalan asin sinpit panpku' i 
kind heen; osah tdèpnjané: .n.i.nsg«,ig ""^«^^" b«>-H'Wirai. pabalih sai* péténgé ë 
bnddhinika. .pangfisab. van wuluh door ""^ '''""" P"?"''"'^" "™f"»« «" "«"'- 



den ivind. Mal. 506. Ar. Z. 58. 3, Z. UÖ. 6. 
n^sahnnRT •> niangëli-raken, vgl. nanb.onder 
g u m a t n p g u ni i I i p , • opin. 



tl., jav., xilliK. 'Oul aU bijvoi-gl. nw. (| 
atüt'm; lag., ])amp., ibn. eu bc. asi'», lubl 
slmosin. Tob. sjtrk. bl. 77, tnlgs. fanaüi 



^^^y hi.hJK »1 klraAa mm bjm "i='''- "'«*»«»='«• ^S'- tasik), aanb. onder 
i.Bb 90. r. .bis. wng. fctn|n~,Smn.Z.»1.4(i.8adrasa).« 

Mwj^ , 2. onder aSs, 

■lis niU MIUUIINHHIIJH, 1)|[UU]>1IIJ IIU I 



wulan 

UI 

saa^fiil^, z. asi'. 

V kinasi^n asin, Wtb. SS. 

\, inaiiKasin, z.aanb. onder ëndjnb. 



IfÜlCl 



uiAÏie]^ I.,: waardig ïels Ie xijn, bckoorcn 



iiikftnrtMffgAnndt, Dganinva prasiddha èi 
■tilt kta Kii'abbAwaiiya, tathütplnyan tekani 
(AMk, luiln lajjipabitahasin van een hvif 
in zee valt, Bb. 68 (verl. van gang) 
suranadyi wai svrüdtititiAtaiii jalhc 
kam, niahodadbim aatuAdadyal (d 



tt. «apaugas, «aradin. 'panlSs, asin lawuhatwam nigatj tjbalï, vgl. *L orj 
pnlran rata: moet de soon tion een vont sijti 
daar zijn voorkomen het Ie kennen geef); 
iigrulan^uni asin: 'manodnja aa^ri: asin 



3643), lasik — : lawafiasagara, saB 
kan^lasik^, ttrh. Z. 7, 1, kadin;^dJnsTa 
nun^u Iwir anaiubi^li asinin^abdhl, apred 



paiisan|:E:i}ni- niurub, Ls. i9, tanl asin twali iVniand de les lesen, die er ^em 




Sj,\ en <Jt\ 



Sji\ All ui^ 



T. Z. I. 35 (kadi iidiindiin »n»ké' 
ia agëndiisJR mirih iigiintuiliiii palcüh 
sihé). iki U fin sant |>rablin llnAl Ah- 
■rrat kubèb, kndi wwnj aliniiigf inilna.«tii 
lékètiflnglk, Sdj. (vltI. van Maini VIII 
tt;: X. niasiii. 
uinAHBj^. z. oniler asn. 

uiuKt \. s. ondn* lénggiiig. 

&iu« \ L, Jav. («r^tw»!^,: * baribin, 
, 33, Z. IS. 8 (ugèdalëiii. djëngall. Jol* 
b. ngèdnlSniatig): Iwir — : •sinwfrraug. 
I isin. Lamli. Z. 18, 2 (norii iljSii|^»li): 
Bldlifl, lljw..: beseJumnul afdnnjien t-nz. 
IL. Ktin iMaue isin. jan i kélni Ivxrn 
ida lutniè q}alll kiijiiii, Itjanir nfcuUii!:'' 
ak, dvasiD iirnti, Jnn I kétnt iwnra tmkMi 
ieiiund, dk op ri'ii iiHMSJt; VÉTÜcfd is ge- 
urden loc zlJnc moi-der, H'rtn. 
üinAJtiQJ^: dfi laHghiM» worlel (Hlpliiiar->' 
\rb. Ruiiiph. V. pi. 65); — ' de buug- 
llati om de lAinliok gniiw hon^ ie t^rijaen 
rnpan en paiie;rér£8£k); T: rimpel* np 
! biiidf: buka dflkin —é vaa iemand, die 
ch Wiilaal lutm-ben ineiTdcn-ji in plaatfil, of 
■kil — qlélékak di téniral) (de luodder xit 
lurnllijk lussrben de vingergetljki; dwlen va» 
rȏn). 
uiAjisI^. «wusan,: L v. suOd (e. was 

igl. us): panriuui: h. v. panguQd; nli 
larawll raDli kapao^usan. usanaii^: dèwa 
nifmrté: •gaiupun niirah analiSn prih. 

aaaiig tomfilanp rlugr tadjvp laiidnk ipunè: 
sampan anangcaja lui^id ing njujal- 

a, nor o^nMiiitiijT van de halstv letter. 



pw«]^: spoidis. Sm. 'l. 119. Il (ai 
mangkin) Z. 134. 7 (glia}: Adip. 88, 16, 
17, 70 fii 0., U. 19. Z. 16, I, Br. Z. 1. 36, 
4: nsfitftta jAwaralin jaiipHwarnhn: dal zij heti 
spwdig mededfcie. als hij bet haar mochl teg- 
gm. W. Z. 14. 18, — '. Bh. 76 (vert. van 
Inri'inam), • ktiir>nia!>én z. nndi>r knlëiti; nsé'na- 
k»nRi heitf>«ediy 'I lii?ti-;ii-btt-n van de, deugd, 
luL S bis., SO. 

uinDj^i^\. K. basaqg uguda on onder 

iSugirJ. 

pTAjiio|^(f). — katon (b. plaaan), Ar. 

Z. 24. 2. 

(Um»!)^, X. onder mtHit^ana. 

CUVR^ s., (terminal ia lumenloèa), 
Br. Z. 4, 18 (aogsana. alïpriju. kasa, atj. 
asftn. vgl. onder paoasa), Z. 1, IS, Z.6,3. 
aanh. ondrr ban«, onder de lommer van eon 
asana. B. Z. S7, 5; tug <;t\ nl nimsana van 
de heldin van 't gedicrht. Sul. Z. 82. I. sékar 
ni nptsanAniajnnir knninir apiüda niiuiixju- 
Birnna kill» niiigrpanRs Suni. Z. 2. 3 fuakn i}* 
po» bërhentl lak di bawoh pobon angsana 
linutcanja s^daojr këmbaii; Itërkuni ugan. 
e. 8. 38 2): bwat — sakapdtt: pieel^, Sun). 
Z. 23, 1, z. angsana. 

«jOaj»\. 8., W. Z. 9. 4 (palinggihan. 
»jar. niteit. c. Ralllos). B. Z. 50, 4, Adip. S; 
z. ^adgaAa en ftsanadab. 

eaWR^, z. onder badjra. 

oiRrïKi^, s. (jfftoa): ^iwa, Sm. Z. S8, 
15. Sum. Z. 45,3: bjiuiri^ana (m. c). aanh. 
onder rarèsa (libaÏAra pita], Jofftdhipè^-aiiOi 




aoG 



&ji^ «n v\\ 



: 



) 



B. Z. 37, 31 (sang lijang mabAil^wa. jftKi- 
(w»ra maiigi;inah), ni|ia sinJuk ^rl l^Ana 
ir(ilj«ja itliarmoiriinG'irRil^wft. O. ((«ka 8GI}. 
tupn :i. (H i^'itnR wlkraMiDlliinirfBil., 0. ((•- 
kt SSll. frlsAnudhaniima, Sm. Z. 38, 13 
(tri ilarmmnwnng^a). (ri iciïni (unB:irtt: 
eigenn. Tan een vont en (rl — toni:^ «Idj^JA 
dggnn. van een Konli^in, sanscr. inücriplie 
ter eere van Erlaogga. 

r)ra»"\. s.. I. onder ^ukr* en wr*- 

haspali. 

nno»^. R. 17, Z. 7, 4. B Z. I5. 10 (i^üni; 
• jav. nMM: wëkaüan) Ar. Z. 39. 3, rlnc — , 
L. Z. 3. 1 {rinpaiii). — riny, Ar. Z. 40. K. 
R. Z. 50, 4: kRiia sUi ngiiKtinft. Kam. 6 
11: kttüdH -t .iillarakAAila, i\. 16, Z. 
6. 10: rlTlffut^ilna pArwwa, Sul. Z. 144, S 
(katjarita uguni): iQguv-ana.dJanma.Sut. 
Z. SS, 4 (n é t^ u II i n é ni a nd a d i) : u f.a- 
na Bati: tilel van een proza-gescbrifl in bali- 
neescli K :i w i, Uanddi^nde over den vnlks-god- 
sdienst, den dood van Majadanawa enz. 
(z. maj^ntaka, kulputili. Nirarlha de 
kb. wyken zeer af, z. onder iüi): u^nna 
DJawa: lite) van een pima-geschrift, nver- 
leveringeD bevallende aangaande den vrocgeren 
loestaod van Bali (naar de ar&ckrirten te 
oordeelen van zeer jonge dagle«k(.-niog, z. br. 

onder ari en rébo). 

^H uiniup^, Krws.. z. masno. 

F : 

I tJAi 

I BH 



zlekle. L.Z. 9. I(ontnjiinin:iiwuH|r!);~ 
sai^ bjaQgAditya:rgl. osAaen mahoina.; 
p"}^^ .s.,(au^Aa), liiesda, Ar. Z. 

<SJiMi?<i, , !t. (jlsnllna, vgl. sn&na). 
nana: «ma^olja, «madfus. ■tuarahn 
asnanajaiig manira hnkê rinf tjokor I 
■ uKniSaugkwi lëbfi ni jiidiikaaira, 
ka pnilNnHnun: *maka(irlha. 

inoiQ/i^, 8.,: eigenn. van een vont 
Bliodja en 3^* gemaal van Mitdhawi. Ud. 87,*] 
Adip. 64. 

2": eigenn. van een berg. Utt. 33 (de 
tekst: u<;iraltidja), isiBani, alwaar RAm 
Milruta aanlror. Ar. Z. 14, t: van een Hlad 
staat. T. Z. 2. S8 (vgl. katbA-iarilsAipmu 
3: kusinAra, x. Kem's Buddli. bl. 219). 

p v^ Kta» T\ \ , saob. onder ni a nj a I. 

SnMiei&on.s.,: niiiv^k uuggwan ii 
inalii^, Wlb. en astanadah (dns Isl 
nadahj: 2. aiiadosJa. 

iS-jOMmei9a\ , I. nriVKanlanaka. 

lil ' ■' 

pSui^.s., asiilsalu^kwi l€bA nl pldi- 
kanira, W. Z. 1, S (asnannjang mantra 
buké ring Ijokoridané, pabr^sihan 
nianira b.d. tj., asnana Rangliulun b.r. 
padanira:«jav. osiiipaT: lulup li^gduog): 
uSnUangkwi (bds.: wusnfugitak wtngl) 
lëba ni |i&dakaiini saii|r sampan mdr vma- 
den eener vorslin op 't slagveld lot bana 
gesiienvelden gemaal. Mal. Z. 2: vgl. onder 



nj^\. s-.: *«/. n-orm. djalanidbimftts^ra baddha en fikbara. 



tJArnia ka^a^ah wartijra kadi pawakMtiA- 
BfaliiB, Ar. Z. CO. 3. lunlsrép van wn bevige 



nTnoK]]\. B. (ai?anl),: 't NoordootUn, O-: 
verbasterd ook: itraanya (aanh. onder vrimh 



éi\ en ui\ 



207 



n, O. b. in. 5,».: air(.Anys} en rSsany», 
umieile te vergelijken railitya uil Adilya 
Mr een vroejifir ardilya (bal. irinannü. rt* 
\aamen iriüanyn; «jar. énaij'a! lèr wètan); 
èr^auya Hoar 'l N. 0. g^n. Ar. I'r. 15, 
p&iqtfi^. B..: vertoond, intyana Jiin 
, ■rniil'Jan ~- Iftn luabjnii aiwupa- 
rl kadiuitakréianyii van ileii Kbiif van ern 
rila, die ile ülariii van den ki'CIa wegroerl, 
!. (brangti).. 

Kn^t^hl., R.,: verbaasd, lul. B8, Sm. 
%. 8. 5. («aak). R. l, Z. 1. B4. UïÖ«rjJ«n 
T. K. 6, 47 (kaïigfin; «jav, kaljarjan en 
■tngastjarjaii ■: katjrSjanx. ontlcr grënii), 

tl., in |>l. van ft ij Ar ja Smw.. Ielken.«. 

Ugnj^. z. onder arijala. 

uib\ I., mal. (ar. y«e). — kaU: aiïiig 
ka Uil (zelden bij de ln'idviis). 
I(., 1. (Hider asali. 
uiu^ , ncusir: optnmr&t geur titl de verie 

ooMnile bv. van visclt, die gebakken wonll 

\k. hI.}; vgl. onder finduii. 
uinji^\. «sor, dl madjndjuk kajoné aKor 

t ■ bhiUlwang ringkajii maugadj^g. 
•rlD! asèwakan. 
&u\, abièatr (ander bds. inSnSr), L. 

. 15. a (kapalitis): z. onder §nêr. 
i5i'M'\(f). •aHttoèr, Wtb. (augalap stri 



9ü\ e» ui\ 

'Op^\' R- "ï- Z- S. 69 (unlSi^: 't suml.' 
nf men. usarf 'l jav. voor tmeerttf) t. onder 
siilnr en UI Aji y II. 

ijj'a^^I., Jèli niUM^rai: j«h mulJikan 
(vgl. onder iiséb); ma ~ aai "kakuiitjai:^. 

ti.. sas.,: bluQ. 

•p JU^.muir, L. Z.37. 3 (mariiig), aifn- 
«ir, 7.. il. 4 (amauirguh}. mancnKir, W. Z. 
23, II (inaugodjog), mangiisir snnpada, 
aanli. onder lihirii (nrodjog kaswargga), 
tan anu sudhnrnima mMn^lenlhané kasaljan 
usirJin lèkap waradjana, Nlx., aanli. onder 
mre^a (kadjudjiih baSn). pancnslrntra, B. 
Z. 37, 29 (pangaiigiéli idané; usir in de 
jav. mal. vttrlialeii, : uwfsi). 

OU AD T\, s., aanli. onder a l>a la, vgl. 
nissüra. 

pi^n^,— bidja of— viiUa, x. bij u(U 

na ra. 

SJiW7l'\.8.. 8. Z. S9. 17 (Ijnré, dèlya). 

Sm. Z. 29, 1 (danuilja). — djaiima: de w< 
famalie van een aKtira,W. Z. 21, 10, — patli 
Sm. Z. 29. 3. 

ui^^ van een ^niumtf-blad (pantésF), aaoh. 
onder alup. asrèo* van een mantra; Mg«- 
KT^Bin: sieh wapenen met Itmentiiddelm om 
licli mooi Ie maken, len einde iemand op ztcb 
te doen verlieven, aanh. onder gègèr. pén^ 



r dintl en aogamèl Islri purisya: b.: «rtnaxrèn, z. onder astra. Ring abëtanr twah 

auxffènqja — , Swg. Z. 3. vgl. onder asiii en 
z. astri. 



Ifësér: amèl i. p.). 
nA)\. «arndUrt kosar iapïDjrin, Sui. 

3, 15 (\ytir swanlta karakCl ing 

iëp: mad. asar): vgl. usé'r. 




Sa ^^I.i >• onder f ru. 
II., t. 3(,-rApüla. 



(i*\ rn u%\ 



908 



iA\ en Ui\ 



iSl|^\: Blordige stielliiig en uilK|>r. van ' »"'"'lr*P'''»np», ii|in»tiy pwa slni, tiitan !•• 



ÏBlri, vgl. sasra en islri tafiiljniig in pi. 
van i .iri I. 



pttiUpatiu: wtrjjunlra <lè niknivtnoMih, sitmani- 
kann krnnianlrit, «lm slnaiiggali muhipurnsri 



iln'IA/^i^y. Tcrb. vau i^wjira in ie. m. niS»riot\n. Vd. IIÖ (vert. van swawirjjaiu 
nSSlX, KrI b.I6 A.. 17 iB. jali sanifitrétya. aaniihwajati wai parillil 



«ji«in-^\. s.. Suni. Z. 1, B, ugavaraha. 
Sm. 7.. 7. 8 (sang aaiH kan(i). 
wiV*J al \. I. onder kurèsi. 



t3< 



aUiilü jiiifliyalé fatril n, sa wai puraii 
uljyaU). tatan lianddjl rlnirbbAwana, tu^ 
pakji^raja ikimrhJAsavalJaiiR, kndyanitrg^iilBf'] 
^tra taii hana, Ja ttnpak&^nija ur^hür 
Itit. 1 (verL rau a»fli;rilyaitad Akhyéoai 
ffio't^^^ir.-y.s.,:.-,tyr«.aanh. onJeran«.;,;a,h4bhiixvi na widyali^. UAi-amai) 
djijUa. paiwiïirwftda! =.-.rfl iemand gegeven ^j^rilya farirasyiwa dhJIranam. Adif 
«p uen loclil. Adip. 33, 19. Wir. 3: R. SO.Z. g^ij. balanpisa panffa^nijan. Pg.. hU. (agoif^ 
18. I. paiigsïirwftda, i«. c. tot i«nwnd op' ^ angg.-na paguslyan. agnng paffni 
weg. Sul. Z. 111. 8 (pangaslawa). Iiyané) vgl. onder hada en pangJjaja. 

Sirnrauoiror^, s., i, onder agni. 



CKO 



G"jnr>ow\. 8..: Ulipi. nniiifErnlngiiè- 
litj-apvnepiBj; tupa rt gitrér ikaii^pitnitttft- 
firwiüofrra (wisAgriif) van Majad.1nawa, 
Mj. Z. 3. 3. 

uv(^u]^.z. «nder srép. 



«iOl3ö\, s («jav., waar ook. eveiwls in 
IG. Z.^ 9 (-jav. supalra): ook: i;rM«ta: '^ ""•- ="■■""»)" -palapa»; - wisa, ^ 



«4 raLni5?^,8., R. 10, Z. 4. 10 (waspa), 



iSJi^^YJi. onder ^arauia, • a<;raiBèBrlfe-] 
buh, It. Z. 80.26 (masolab di ntarggaiié: v^, 
jav. srnnia); pa.^ranian, x. ouder pratjarani 



• lah: luanlnipAta: «nialuü. 

C£o|^iM\. s., B. Z. 2, 13 (earana, kanli. 

lalat^an, mal. s£raja, z. onder sllrtha}, 
W. Z. I, 7. pinakAfniJa, Br. Z. 1,8 (pininla 
ftaja, katunas iljain, makakanli.kanti), 
uirAgraJa, W. Z.' 13. 2 (nunas tulangao, 



(jkcramawasika).: nni. van dr 1!»° parwvra 
van 'I N dIi:\Ui<1 ra la, rt liH«usinipii;w;4ni<' 
dtiujadjnjapiirnwa tumAt ta Dg.1^rani,! ' . 
parwwa, Aw. 53 (sie onder i^la^T^iitfa}; 
pa^-ranian: «tapowana: pa^-ruiiu : ttHKmftbott 
van een dukub, Djpur. 



n. itja; jav. rCsaja en i. sraja). B. Z. »4,| 2': een der * leefwiJKn vaneen bratimaan. 
16 (amél kanti). van volgelingen. Sm. zJ p-*harflf» — ■ R- 20, Z. 9. 11. waar dae als 
15.21 (manèwllo). ptkltnijan, aanh. onder ' ** *^^ voorgesteld wordl. x. onder tjatB^ 
kol (tUDBs itjin). panrivrajan, B. Z. 5,30 *^'"''™»- 

ILfi-^l^nj^: welmllatd, vri&idelijk, saant 
helpend (bisa ngalih braja). 



(makakanti), liana sira aniitiTBjé ka^-aktln 
ri swa^aHranira djugu. siiijuniriiird pwa diu- 



t^ 



1U\ «I in^ 



209 



&A\ en \A\ 



SAMnnx . 8., z. onder kulit. 

puinu^, 8. (usarbudha), apuj. 

uiAJi&i.^ , sas., sai^ihan, bv. «saq 
kitiif; itasaq, njangih («igi; volgons 
■aderen zegl men van de landen ogikir, 
1^ «asah). 

i/iMia|^, Bgasnkuii: dl piii;kèng, zel- 
den, in pi. Tan ngafigang; nruakant:, een 
reketl imdienm: papik n^asokuif Ina, p. 
iStjalina; lusnkai^ van onderdanen onder 
een hoofd; vgl. paauk. 
iniMSij^, us., («asih), olas; njrèn- 

lèRf aaëq, ogidih olas; vgl. lunaq. 

i; M tojv minffls«klsek, R. 1 1 Z. 1, 6, B. Z. 

n S (sSngi*): uirUgklsék, W. Z. 13. 10 

(liysigïn). Anj.Z. 20, 5 (aiBi^fn), tni/ckende. 

T.Z. !S,70(jav. rnïE^sëf* en seBfigSn, Kund. 

fngftreuk. vgl. mal. ÏMnk); ing:lsékisik, aanh. 

■ndcr liuggn: nffsèklsëk, «iigisDgis: pa- 

•ttlik, «rëDgih. 

uiMin|\.isék (tiüëkF) ktBgëndl paturon. 

uiMs2^, üas., ban of ba9n in alle be- 
Mkmisxn, adji (als inslrumentalis): vaak ver- 
kort ÏD siq, dal dan levena naast si (vgl. 
bat. lamp. saj en '1 jav. eing) als relatief 
miw. optreeiU (vgl. 't mad. "^m^, dal beido 
beteekenisKn heen); kaliwat BfqnaMiktt, groof 
'm de fnjm er van; da atorang slq-ku (b.: 



IJl ^ t^^ . jav., nglsiklslk saS^latané, R. m. 

(R. k.; ngisisisis.). 

r;)pjiaj^, vgl. onder ësuk; misnli, Wir. 

IS, Bh. 46; sakatambé mèsnk, aanb. onder 
bonglot; hlëm mtsnk, z. onder hlSro; maagl- 
sak, vroeg ik den morgen naar 't slagveld gaan, 
Bh. 65 : InlBDkan tlkang ranaklrjja Bh. 24. 
r)AJiiai|^, ai^nsakaslk , W. Z. 7, 1 (ma- 

ngrusak, sahasa niai^rusak; jav. ngosak- 
asik, diusakasik sagala hutan jang 
bësar' dibinasakfin itu, btv. v. p. 142), van 
rdkèasa's, B. Z. 7, 18 [sahasa ugrëgah, 
8. mamuk, i^amuk); aanh. onder aawa 
II; ugusakasik , iemand plagen, 't een af 
't ander in den weg leggen, «sahasika; 
nffogakasik, B. L. Z. 9. 16; kasakastkaa, 
B. Z. 56, 26 (ruaak sahasain, tan kBnè- 
nupir); aknsakaslkan, z. onder lamtam en 
vgl, onder s6k en osak. 

uiwol^, (rusak), beschadigd, bedorren, 
kapot; nsak kal, *sydhëngku. 

uiajsaK, or oséi], sas., sadsad; basri- 
min nganfkus, sampluna oséq djaropan; 
(sic. in pi. van padjarupan), Tjp. 

rjSral^, osik (vgl. jav.), Br. Z. 18, Ï7, Z. 

27, II, Z. 50, 1 (rjisak), B. Z. 19, 2 (osah), 
van de ademhaling, R. 6 Z. 9, 10 (magrSs), 
W. Z. 1, 12. van de golven. Hw. Z. 24, 2. 
van de tjainara. Z. 6, 6, Z. 19, 5, Z. 6, 6, 



lanku) nflmpl, deel den vorst mijn ^e- van wapens nf krijgskncchlen , Sm. Z. 29, 7, 

irwmd ielt of hetgeen ik gedroomd heb inafe; (ibék); Iwlr fonnn; kaaapitlódlh, ^awa- 

■tiaq Bias al of slq tasaagrllng, jav. k aj a Bin^ kada Iwlr sijara rlh osik, Spl. Z. S. 1 1 : 

■as kang kasangling. mosik, R. 19 Z. 5, 2 (rèpot, kisël); tao 
n, I. ODiIer isi. j luotük uaasl tan osik , beuipgiugloe» van een niet 

■tm-iuunaKi «tMtUMBi. W 

I 
l 



&i\ en v%\ 



210 



£i\ en \Ji\ 



wekbarcn, R. lu.: tan osik naasi lan obah, 
Am. (vgl. onder klisik): poNikiiifr wuinb, 
Z. 2S. 4 (iiakosnb, pakrèsèk); poidk- 
iDfT siSkar, Stini. Z. 7. M: ptislkiiig- djalHdhl. 
Z. 4,l(otjak): posikni batinini, tut. 63 (jav. 
osikÏDg ati, vgl. aaiih. onder parimana). 

ui|i^s2^ of osóq, MS., puo'dukau, ook 
plépé. 

u»wK»|\, jav. («n wm]^), z. oiiderka- 
lor (mal. en bal. rusuk, lamp. jusuk. bis. 
fusuk], osnk éiital, lidin £nta1: ptaiui; 
DKiik, •tjaugkawa (f): nsnk', de vier aan 
de hoehcD van e«n vierkanivii balé onder 'l 
dak liegende Uoulea ritibeo: z. iga ', padju- 
i^ut, il£Ud£g en bëdjagul: ntosok, x. 
aanh. onder wilab. 

nuiwiai^, (in pi. van désak), djfigèg, 

loodat 'l in OTereengleminiiig t« met bagus. 
■^ui^ual^, jav. (•'^Ajra|^). «praUift- 

té. Ma). Z. $. 75 (semeng, vgl. bèsuk: 
men. isuq en barisuq: overmorgen , bal. 
sogot en sogót, mad. \agg ah: des ochlemh 
en [agguk: later, eo verder 't mad. pagik en 
't mal. pagi). 

omnwal^ (p*"^^). Ingosaktsik, R. 

L. Z. 9. 3. 

'7lA^^)Ki|'^, vrn. = i'bak, «hujang, 

• sëk. aanh. onder djinab (vgl. £i^s{k):OB£k 
kajnnné van een vorst: kott^k, in moeklijkheid 
vcrkeeren, vr. = kèvrgh: koxékan oiAuab, 
«bhranianlaljitla; tltyan; madnwé irUKti 
koKëkan nios; kaosêkan, nanst kapn£lan, 
van een vont bedroefd, kaosékan Ida san; 
tiArba sawang Ijsa, fr.; vgl. opék. 



\9i\y 



')\m'\M9ii\, t. onder ustq. 

nunoA/jul^ I., z. onder usui|. 

n., odorT 

'ivnoAOWil^ ,in tooni geMgJ- '<^S 

Si-)TyMa\ , s.. Bugsoka (vgl. d 
Z. 1!, 105 vigil.). Sm. Z. IS. 6 (rudi 
Z. 1». 10 (kaaiah), R. 10 Z. S, 2 (k 
lab); d« sinwam of sèmi er van 
leest vergeleken, Ar. Z. IS. K (larak 
soka pon laju mSmandang pinggang; 
satyawali sSdaiig tërsingsing kainiij 
1 40], i^nrahiiyan alnrls kadi sèminlng: 
kfluirljhao, Rt. Z. 3, C : sang slnwamilag 
van een Bchoone vrouw, W. Z. 18, 1 
sapraUiA, itai^ kadi padapaning a., 
sminiug augsoka: vgl. mal. l£mab 1 
mSndaju', laksana taruk angsoka I 
aanu bau leesb. hl. 5S); acoknpftdapi 
Z. S. 8 (sinwamii^ rudiia). 

V: etgeDo. van de luin van Rdwa 
na zijn dood van WibhifiaAa, R. 7 Z. 
16 Z. 10, 8 (kuml)ala in pi. van nt 
UiiUO' SO Z. 3, 1\ U Z. 16, 1 [t 
>jav. arga soka; vgl. onder sanijaja) 
kawana, nm. van een lusüiof te Ajg 
Uit. 08. 

r^nKi^t 1., l^akiuitkal, Adlg.51 (a 

kjdü), Ie lexeo hingfaka. loodat i/t 
onxin is. 

II. z. onder 9» ka 11. 

uiwia^, I. onder waisakha.. 

ï;im»->\, 1. onder alalang. 

uig\, I. onder dyu- 



^\ en ui^ 



m 



éA\ en Ut\ 



r\. in pi. «n itangnskara (mi«- '>ir""'*«nf. ^ert. «ti W.Z. 3, IS (naftul iifiusa. 



kktra), Wrt. tO: nKaskan^ang, heil loeweiitehea 
TSB ern bvdvlaar d«n Iwlxtddile (apang raja 
r»io). 

t*. ntn. van nn t>Qln, die als l>edicii<li.' 
«■B dèlyi'K ilk-DHl doel. 

dU jusi\, sniiirtKlirplnlih&5t (in p). van 

«•aitfkrlO* gewoonlijk krSlabas». lilel 
np eea Wdk., wiiarin 'I kawi door lial. of 
Jit. wonli vcrklanrd: vele daarju voorkomende 
«Mnles i^ti in de op Bali vervaardigde ki> 
daag't ni^t-iiomen (i. bv. Iirabni-mo ri); i^l. 
«iBgatkara. 

II. puckiski^ta of paiigaskrEli. N<Mni: 
fUrt bianc antabofa. pnniru'^kr^lHnyarnm, 
»ad« étw\ raiaa, K. K. (R. m.: pai^as- 
kréliayalot): nara paiiiniKkrèta pnn dèwl 
trt4><>t R-tu. (il. k.: apait£ugrao Iridjaia 
«Ifla kawula): nswaug: piitrit niiiiilnipnil 
ItiifmiaiMiailJii |»anfiiii.kfrtii ntua dèwa, R. 
k. L: 1. aangaskrJïla vn pangastran. 

UI u&^ t. oaiter aükréla, II. 

uru\ , innnfkana >lni sam: prabu.lsknia 



Ha 



■artir mangkantt. (nf)akèn nirtnidAiig' 
■att mndlm, bij i;«kttenheid van 't huwelijk 
nn ztjn kinderen, Lbd. Z. 10, 18. 

ui<juv\f, anakajaniènda aim, imriKldan 

kalfti lari orip, klij. (vgl. késAi en jav. 

u«jutfï|^, (vgl. .tiidüud), nfiuud. «anj>u- 
•api (IwlaT.): patënli ntatig-a.'<ud*, •ginam^ 
lira ginanli; kaa^u<^, • ingusapusap; tra 
fctlsai HJan;. ik M 'l nirt teMtaangeromt br. van 
ctnkofije ibce; kaB«nd en kuU^ndln. «gagip; 



pang); asndan. van verklaringen, die nit^ljniM 
ol op den (ast sleclit lyn; vpl. awag. 

•jui'^wsoj^I, mèsèdèï^d, «hinaroK, ster 
weinig vertehtllen, bijna gelijk aan telM sijn; 
Ogèftèd, met ieU erenljfsot nkelingt in (Mitra- 
kin$ komen br. een (i£Sng: nirès^dln adan. Jela 
9p dese of gene tv^te ee» naam geven naar 
een vernieende gvUjkenifi: ^Kèd^an knina. de 
va-tchHlende nüjieut nvuirop men een nword uil- 
spneit: vgi. gisèh. 

9jr>w->ii\. H. (Asfliihs). ifc Ittwilftle maand. 
Suni.Z.9,l6:dJ;è^tA anada, .hapit: z. Kada. 

uiMu>\, eigenn. van een tiima. Kam. 1. 
T. Z. 3, S, mnnr atd. 6 puD sibnHada, 
zoodat liel in aihasadn zul moeien verbelcnl 
wonlen (volgeitR een Kr. sit^gasada: luma): 
vgl. swidaüja. 

i;;tuco^.s.. z. langkulak. 

uiiww\. •n-5uwr>\. s. (audadba), <;«- 

nmmiddet: angNsndha. medicijn halen, t. kr£- 
loaada en aanh. onder snmur; ■nKH^ada, 
mtdieijn zoeken. Sin.; ngasadèo of ignudaala. 
ngubadio (i. onder balbal): tanaBg anj^nlah 
— , «suralman, •tabil. «baugbang Innibé: 
iBgasadan, ■ dj i d a m pj a n: •posadhan In- 
lut, Sum. Z. 60. I; paagoiiadhd pllêfcoltig 
imng, ald.; 

S* ook wisada. ne^botk (vo) zonder* 
liuge woorden met o|>iel gemaakt om ie o«- 
veralsanliaar te maken voor Jan en alleman : de 
taal M jav. nu en dan met bal. en sas., z. onder 
rangio. sdgarti. daab. kapar, baiijJ^b, 
«u»ur, aUig. tai^i. e» samparwan luj; 



<U\ en ut> 



t»\ en uK\ 



baljitii asaisi, Ak een hwk rasdpleegt en niet 

door inspiriilie geoeesniiildolen lordtrnt (s. b. 

éugèngaii}; vgl. anda II. 

povw?\, z. usada. 

uiMKi^, abasadi, asisig, z. aanb. onder 
uk a Dia. 

rj'ïWWi^. s. (osadhi), R. Inl. 29, 10 Z. 
6, S (uliail, lam ba). B. Z. 1. 9 (osaljarini. 
wisaljawarini). Ar. Z- 64. I. Gb. Z. 56, 
4: Qsadhi, njtra.. «kar panawar adififa.fV'tb,; 
OKadhilatik, Sm. '/,. 4, 17 (kocAljawarini), 
aanh. onder wisalja; ntrwlrjjan^' prèibiuitaa^ 
(b.: "wikang) o.«adbilali kilangi gaiiuiilk^- 
mrètènfr <Uacat in '1 kali lydperk, Nts. Z. 4, 
9: vgl. saiidilala. 

saftnw»\, s., Ud. 83 ('t wigii».: ako?a). 
z. sSdhaAa. 

•p-i u u TQ ^ , X. i»nd«r w u I a D. 

ilU«/>u^,s., z. onder landji. 

VI M tn]^ . Jar. {z. «sal), evetiaU 't sas. 
tlllgsat. van brandhout en zelden, iijat (vgl. 
bangsat, V); kali asai. z. oodvr k£k^lik: dn- 
nini: a<at dènira babalau^an witjara, Ifs. Dj. 
(vgl. Dndfr ba la Dg): dnmmr asatnaljana, men 
bad nog oiet opgebouden mei olka&r (espreken, 
Kid. Sund. b., Z. 1. 28; dnninE amit binnSs, 
Spt. /. 4, 59, Z. SI, 79; durui^ asat puuiing 
stnti, ald. 7 (vgt. onder putu»); kama a.\at, 
i. ond^r kdma: kasatan, gebrek hebben om i-n 
rni.»kuwaqgBn. bv. kaaalan bëkèloffnlal; 
pasatan, jav. (K. A. Tm. ^ pal(lësan), 
om n? '1 bad aan Ie trekken. Mal. 43 hii).; 
Biasaiin, pasallo, drooger maken een sawab. 



II., btijtvn ontkatHeH, Wtb.: in Gj. pSgill 
(vgl. nialUgih): ttinwah strt upilja, sirt ma- 
hjDD alflklja, bana wonir kakuiic; kiuabjuna- 
nya, alanau diny&ngtpjkja knabaning nwa^ 
kakong, alanii apnwar^nganckén Jan dèn mi- 
sëhi, Jan dèn gêgémi, vong kakung asat Jaa 
bonten anggégêint, ami^^b), gtiiarap lig IJWi 
tBniampi (b.: lumampCh) Jan maagkail, 
daAda sifb.: ni) «adon sadaddaniag kuknif 
dniguiiikkna. dat'iduntng vmdon mH kèrai^a 
nga., Wib. 

s;ASuii|^,2. asilkAla; riiif a-tilkrCta- 

JDga, aanh. ondvr r£nakA (tawaa dak 
gaté ki-eia). 

&£l«i|\,/imtfr/iwfeA(ridja8a;i«!den g 
en gisi': mal. van Hen. en balav.. waar 
wisit, id., 83B. isi, dat in eeu der all. i 
en 'l sangiivch laud lieleekenl, (erwljl ip 
in een ander air. tongval Utndvletjeh is, 
in '1 bal. is fpon weder land: in een 
alf. tongval ngipon; vgl. onder gutgut 

S*: nmii van den nagel, 't deel namniüi 

dat men pleegt af te knippen (sas. isi: 

asBUiVn): ngiidtlu, tchoon tchrapen de kaï 

ten van de pundukan door de udud; 

ngananin: pundnk tsltafl. ben. van een bge 

pundukan. 

-jui-^WOTiI^ , zie èsDl. 

-jui-js/^üTij^en èsèl, bfsolJ-Mt (b.: bii 
hsH) lanipai) bnwit volgt na borosor 
lampaq dada, kbj. Z. 3, 21 (mal. èsut, I4 
èngsul co kèsut, jav. kèsot. khj. b.: 
Bi^èsod dènya lumampab, vgL kuUsèt). 



•É»^ en m> 



«i\ en m\ 



a*W\.s., akulus; brafl btjv.io a.<(tac:iii\i rgl. aaiih. onder n^ulu^; üiadnsia, Adig. 



niitiKn belwkents; Hsia^ftnclala, •|(A|in 

karinD))),, aaiili. nrider asladaratjar'icljkla; 

utBkftvikoa, z. sjiwitra en aanh. ooder 

HRgars: HstHk&jR, aSialanu.- anjraittukk^a 

nnlirahmaiini.tlaur zij al« Ciwa Ie Neschniiwen 

QR, Was. S3; HKtadi^a, tanèniiin» wnniEkn) 

■siadicantft, 0. (rgt faal. desa aa uwalu); 

latadagiKjaiiditla , • d d s a ilj ft I i r ik |> a : asix- 

lav» iJ«nii>tU: Diiduliairi, rimalaiitë», angu- 

p (T), «i^tattaw f (b. : anggabogj, aljiri- 

Mtnaiii, ai«nlès. anibènvkls. aroahal, apanJi- 

lisl, apaAié ml». kalanilirHii, apaniir si. 

itBcèn, apainiia jtoikt, uiiidtiiii. anirlimar, 

mbédrl (k: aniCdSI), aiubalèfidjliift: (b.: 

inbéfltjing), aiidJalHffraba (vgl. onder tja ii- 

■iU), Wib. : wmUi vlas kwrhniivr tjaii- 



Atlakrama, odya Ir lwirp>a, uiid.ig:l, ana< i overige 4, nanifnlliik airflwaba, imüdarika, 
luièa, ajtgnnrrc'. afidjairal. alirrfcl. a.iia- ' puspadanla en aarwabbmna (van danr 



■tk. akéiiK.lupahdé wési onllii-eeklj.apan- 
ïi ma», an^llnilmnir. nnfccaba;. ara b]Mèl, 
aMilcr, andjun, adjalapraha, angandi, ada^a, 



unrtl. Ika ia k»kèh. H.stadaviitJ»"<i"'>*kraiiia mahJk|>an(lila en ijandra (rfil. adiakftja); 
koikaiu, lij.: dya laug liniildiniug tjai'i- a-siasari, nv'ne /<trortf«.- itëJènitinakA.'itasarl van 
bla wwang adol sailjéi^, wwaug ama- ceo prinses, die de vor.-^! lot gomalin begeert, Spl. 



69, alwaar de corrupte (loka: uiigsakah 
(hing^akab) ijoddèkhah Utnktab (bhokli), 
bbodjèkah sak Alja rakah (sahakArila) 
prilikab sUiiadah Iralab, Wtb.: amalini 
WDiig UiipadoSa. akoii anialènana w. 
I. d., aojjanini w. I. d., akSmbiilan 
paiigan lawan duSia, sapadtiluran sa- 
parané lawan du^ta, amilra I. d., awèb 
génab ring d., alului:^ d. (x. de correcUea 
in voce en onder tjorab): astadavRnJawara, 
z. ondtT wjawara, T. Z. 4, 44 (saslra 
g a I u r) : aaia d^w r, Sm. Z. 39, 7, Anj. Z. 30, 6, 
Latiili. Z.16, 14 (a^ia dèwali): asifldala, annh. 
onder lil; axtadiftradja, Ag.,n'aarersl€cblK4 
genoemd wonleti,nam(;ri1liJkatidjana,wdiuana, 
atiprutika e» kiimuda; een Kr. iioenil de 



olifaKt als cijfer 8, vgl, aanh. ooder ^vfètè); 
aitiataan, de 8 Uchame» *an ^ivr«, nmll. 
ftdilya. wti, ISmali, bAju, agni, ükjira. 



iBlèn. wwang aitjagal, wwang a(ng'idyun. 
irwaog apaAdé vatm, ika ta kaliiua !niDg> 

aha na slhinany anpadodnian, tuakadi 
inaboya. lanparArjjananira sang wiku 

flg Diaugkaoa, ipan lëwih sangkèng 



Z. I. 16 en 19, vgl dalA^ta en z. ««der 
dala; astaMiAdJt^a. Cfwa's 8 namen. nmll. 
rudra, hbawa, sarwa, i^a, (pa^apali 
ontbreek!), bbima, ugra en niabAdèwa, 
Bril. 8, R. 16 Z. 9. 6, Z. 4. 7, vgl. aanh. onder 



fcialjafiildla ikü, tnuwab tan lAwarianaj (1 wipi&ia en manmatha; astawanwa, 
bdaoya janpagangsul, dohana djiigalaanh. onder sémpal fz. aSiadè^a «n skr. 



iHikanya a£d£tignyan prakopa, Wrl. 



a&iadik): Rsiawilra, ^rl, indra. guru. 



(tie skr. woorden als onder anlyadja), jama, rudra. brahma, kftla en umi; 




astaloma (t), ntn. van etn bbaeswAR.jinAe men allerlei «ten doet komen, lerwijt 



die in een naar hem genwmd proia-geschriflje 
CCD soorl gctJachtsliJst zou gegeTcn Iiebben : 
asialinïra, Sul. Z. tlK. 4 (liogga akn- 
las), van een leermeester ea priester, Hw. 
Z. S, S; a.sïapada, s. (tpin). naast juju, 
T. /,. 3. 6. /.. 4, 53, Kam. 11; astaniArtrl, 
4e 8 rêrmea, murin ^iwa sich openbaarl, 
namonllijk rawl, ga^i, k&tii, djala, pawa- 
na. butSsana, jadjam^na en AkA^-a. O.; 
bjtintr baxtiudara dJaUe-nJ saièdja. hjnn; 
aofln jfai^ana dakkina KArJJa, hjan^ iii^-A- 
kara kitikmrètadiha, a.^aniAnti klta dèwa 
wlfèsa, lof van Mma in <len mond van SilA, 
R. 16, Z. 4, 7 (hjang prËlhiwi lirlba 
api prabhJl. hjang pawaiia akai;a iiiiléhaD 
rawi. bjang ^a^angka i <lAwa urip ing 
farira, akul»K parigan i dèwa bhaiA- 
ra (akti; hjang siti mwah apab bjang 
pawaka saba kirana, bjang baju mwab 
apginr mwah paida? hjang radityaiiif, 
hjang (jatidra i d6wa runiaga mrëta, 
i dèwa niakakulus utamaning bjang^: 
dèwa bbaiari priliwi baiara gnï ba> 
lartganggA ijingak, batara baja hatara 
gana baiara brabmA baiara aürjja, ba- 
iari utan i dèwa ngeiisin djagat4ï. dè- 
wa né akutus maiijusup ring i déwa); 
gJSnip wwalu bjang apupnl rjjaiigganira 
■aqg kalotig van een grwt vorsl, vgl. deaanh. 
onder (^iwïpista en manniaiba en venter 
onder llnggi; asiagliia, in pi. van asiaguna. 
alkrlci deugden daaraan tocgnicbreven wor- 
dende, ia de salwa een gesteente, waar- 



Manlri wadak een manik van bhaiüri 
Guru. der prinses van Daha gMcbnnkeo, 
om haar In slaat Ie slellen er allerlei din- 
gen mef: in 't leren Ie roepen, daar xlj Ja 
een woestenij leefde, kastaguna noemt (vgL 
jav. enmal., K. onder keijap en • jav. gaiasla); 
manik istaglua. • tjinlJlmahi, Vs. 34 
(pbalaiiya katCkao sakahjunta, kadi 
guAaning manik aSlagina, vgl. maL R. 
?6en vgid., tjupu aiJagina en tjupu manik: 
een looverdnns, waarin zelfs een leger plaats 
kan vinden, w. R. bl. 3S8, tjêtjiipu manik 
asiagina. w. b. S4, vgl. onder sahang): 
kaja katnrnnan m»nik a^iaR-liia, van iemand, 
die een schat vindi, Uadji D. 3i; «sta- 
ga&t, W. Z. 19, ó (kAstèvwarjjan), 
/. 29, 5. Br. Z. 1, 25, Sum. Z. 1. 16 (vgL 
aatagina); kisiug-nnan, Z. I, 6; Jan riif 
sanggama san; mahApnrRita kiJStagODa 
(arhtvoudig overtroffen) tékapikftn; wtdhAdJaai. 
ring slrl tan bnhsinan warfig purusa llDf 
drupHdHparamapalrlkiliigniJip, een man in 
den roiliia het spoediger afleggende dan eeae 
vrouw. Nu. Z. 4. 17 (vgl. onder widhAjaka}; 
ftsiarniiotlama, boete van 160,000, t. bv. 
aanb. onder wada en vgl. Ijalurgui^oltama; 
aslabrala , de 8 wijzen, waarop ent lorit 
kandelen moet in navolging der 8 goden (indra, 
jama, sürjja, Ijandra, anila, kuwèra. 
baruna eo agni. vgl. Manu IX, 503). R. 13 
Z. 8. 10, bv. bhaidra rawi niaughis^p vi 
lanA, nda tan kara ^anaib* dènira, sa- 
mangkana kitAtalap panggoh$n, lalar 



ti\ en ui\ 



3iS 



£A^ en U«^ 



[iliss jèka siirjjalirata. «ld. 13 (vgl. Ititl. 
'. 743}: nihsn brala ri sang bjsag 
iidrAlaplln. sirfin^hadanak^ti liinirep- 
lln^ iljagal, sirdla luladëiila iodrahrata. 
iidlna ja liiidanla mangljèbi rAt, in 't 
nfcuken van weldaden, moei ge. ub vorsl, 
Miials Indr» doen met den regen, ald. II 
flanu IX 304 en Ind Sjir. filO^: vgl. onder 

aria en verder ondT singlia, giri, wulan, 
■ in, mriga, wAjasa. kaiong, «gni, 

njüra, en aangèngé; aii(abbiUir«, ^iwaf; 

nf s«argï4Maliliat)tnt v^mbu paradèwasrani 

ilD mansimstawé :ürn, nanill. Sutasoma.Sul. 

3.6 (bjang guru); a.'itaba.''U, Adip. S6. aanb. 
nder nala, Ud. 80(Tert.van wasii in 'I meer- 
vod: vgl.onderèkada^arud ra): iïdi{i. 64 noemt 
len ah volgt: dbara (dit alleen in 't origineel}. 
Ibrowa. soina, apah (Ipa), anila, ana- 

a, pratjangsa {pratyüsa} en prab^la 
Ifrabftsa}: de WIShupur.. ed. W.. N. 120, 
maniil de varianten zl)n, bocft dbawa in pi. 
tan dbara. 

V, Bistft, met plaUe ftoeJcm geslepen van 
en dnmanl dour de kanlen af te slijpen (vgl. 
narawatli). ook van een ge^-ist of kolom; 
iwr acht hoehm vin gfilang's, bangkung 
fDpnl: uffutanfn, (vgl. jav. nSsiawolu). 
SiM^, B. (s. aslamana, astodaja en 

ndaji); iislaplr^wa, van de b<rrgen, witaracblor 
tt luun ondet^aat, aanh. onder kulwan; 
KUparvwata, Suui. Z. 19, i : nfastaparnwHia, 

tomunggang ^nila en I. aljala (vgl. 
la^ljimAljala onder fèia): Htaglri, Sm. 

. 26. 2 ytunglang gunungé kafih). 



ui^^ 1., s.. hamt, B. Z. 4S, IS (|>*n^ 
tantian): séknr snhasta, Br. Z. llt, 6 (bunga 
atjarang; vgl. kaki in '( mal. blJ 't tdlen 
van bloemen}: kllat uta, x. onder kilat 
n ; huKtatjapala z. onder (j a p a I a ; haa- 
tikovutltti z. onder ko^ala; haxi* pra- 
nAta, aanh. onder daUAkSi; haxlupada, 
bediende. T., b., Z. I. BO, aanh. nndPr srgah 
en füdra (Kro'i. 81: lat^an auku; vgl. jav. 
pagaw^an baQ suku, en mal. baik lab 
kila lébus saurai^ përampuan akao 
iahaja kila sopaja boleh kita suruh' 
akan djadi kaki taogan kita, Katilah w. D., 
bds., lOO: vgl. voorts nog malung^an (ijarana 
in te vn(^en'} maljaraka madadasth. aanb. 
onder lawu en kaodaga). 

:*, als maal van af de punl van den niiddeo- 
vingcr lot de punt vanden elleboog, '/« d£pa 
of '/] '>)^'> (*Sl- onder igfil}: rttAdèof asta, z. 
onder k i n a A 1 i. 

5', een der 27 nak&atra's; Jan huna wliu 
tan; kitdl basta rApanja, llniang «IdJI, JèkA 
husia (l)ds.: sala} Dffaranya, Ag. 

II., verb. van wasta. ook masta, mfiwasla 
in xwang. 

QU^^ • K-* *^ "• "^^ Z> 3> lt(. «hana, aanh. 

Dodcr hala>g(Tgl. bbawati): au-i lofspeting 

op den naam AsÜka, Adip. 27, om aan te 

duiden uw smii sat er z^, 

eii>\,8.. (vaak a^ti gespeld), laholaR, 
Gi , 

• buwu, Sum. 7,. 9, 3; kuta dadyastl. Mal. 

IW, 17S(a. faawn): tanah aatl.z. onder 1ak«u; 

(Irdoa wnsdadJ astl.T.Z.S, 57, HadjiD.43: 

alémahau tati, van bloemen uit een mand, 



I 



B.L.Z. 10. 8 (luaDgd^ rusal)-. invft kmi 
«Ktlné, dawég snak riiJ^karja hukur-. 
sèkah tutJ, jan atfimwanff; üitwidaiia (x. 
wliltidna], vni. ^ pak irifii, Kid. Sund. 61, 
paiijupttan?; aii^a.«>11ttèdana, z.ointer trjpra- 
dans; ftstrHlra lariit 4(^Bir amalih alls, 
SiDW. Z. 15. 41 (vgl. Iiawui): ftOffasll. 
ngfSaéng: bapaputanr kalHll, «ma^Dija 
la mawèh pihda: paniullan, lijkverbran- 
ding van ven vorst, >lilfini (vgl. pétiliwan 
en paUlioo). 

uiM^, z. onder ags. 

ui^\. s., gadjah (•jav. èèii). karmig 
Utl, sDiJdwerk bvsl. uil den kop van een 
olifaal en kenbaar uil dv (i-nmp; a^oka b»M\ 
ofu^oka sftmadja, Ar. Z. 35, 4; lampuk astl, 
(.liman. Us.; i. uok liast isiksfi en aiig- 
(Oklsti: Uwttwaktm, i. onder gaüa; lias- 
tlmnrddbii, eigenn. van eeii asura. Ilarit. Z. 
18. 2; liullmnda. z. onder mada; hasllgudja, 
eigenn. vjti c«n aajtf (of basli, 17 Z. 3, 1), 
R. 18 Z. 7, & 

S', aanh. onder Ijampa. 

S'^^.s., htt sij 300/, Adip. 44. 33, B. 

Z. t, 9, Z. 110, 13 (waslu). Bh. 43 (\>h.). 
W. Z. 1& 1 (prasiddli», kaauhl kafltjapi). 
L. Z. 36, S, in een vervloeking oï zcgeiiiiig, 
aanh-onder nirupadrawa en urngba: aatn 
lln^inr kawonr Jngatunl, Ii^ 't aanuciRen 
van een weddingscbap. T. 6. '/.. 4, 90: wètnyA- 
sta sanf résf. zijn Termi>pidheid , liouger cu 
dontl Uirld <i|i door de segvDspn-kiug van den 
heilige, T. Z. S. 69 (bwatit^ wiMiiih 
prandnaé, linlaug (akiin pandiu): 




■ft Itn^ tnabftrJil mawarab ta alrftatunksnu^ 
Uwan wati^k rësi kabèb pada liai^iitjitii, 
kapwA nanzutwaul parénir saha pü.s)u- 1 
wttTM, sfltis rAm» bb&rggawa sabarsa manib- 
nlra n^kft, sang hjang snrèndra (b)aiiliisia 
manafanirflüib, prikpidl manrastnani vunnb 
nfi^ sanp miiharN), i>angkè griran^Birn sahara 
DianAdhaki^rn, IAwhd waték wlwndha kapwi 
sBharHBdiUtt) Rm. Z. 61, Hen 12; anra^oal, 
sc^CTten (mal. ^yuM) dal door Cr. vronit ojige- 
geven en vrel di aatuwi zal zijn), Hadji 0. 
94 (vgl. tnastwani onder wastii): na»- 
twftkèn Jan djajèng prane, Z. 9, 3 (ugaw»a>, 
tnninapang niolih ring pajudan, niang- 
wantonin a. m. majuda): uang-aatwakél, 
W. Z. iO. K (mallaat mi. mang^ista wa, 
niangwasloDin), Adip. 73,84: Inastv^akte. 

• siniddhikAra; inaslwakén ndjar, W. Z. 
20, S (lioaduhakio pangandika, kadiO- 
ban p.. kapaugandikain], Br. Z. 1, Sent; 
z. astu|iuii^'kii. 

^w^I., 8., «manab, ■hsli. •kahirfip, 
T. Z. 4, 4S (idip: z. onder sSpai^]: Isit- 
nlsun, ik hrb 't plan. Z. K, 93 (id£pira]: 
ganrwCsia, Sm. Z. 34. 9: LsiasAdhya, z. onder 
sAdbJa-, biiwns nnn-fuh Ikang iHia.vAdbjH, 
ald. 46 (vcrt. van krttArlba). aanh. onder 

• alu: Istapnijodjana,. l!d. 3. 29: i^itaprt- 
JodJana, nanb. onder wilunia: Istnntltra. ml. 
39 (prija alithi). aanb. onder krrta 
krëiya. 

n.. K. (van j a dj) . pAdJA rl sanr bjanr tptU 
yAdJl rl sanir bjang irjairni- dana rin; knnAa 
knnang Ja tiki Lsia Bifaranya, njan; pilnti 




&l\ en ai\ 



fiAV en IJ1\ 



i^iym, lut. 18, aanh. onder .om; kCmltanr '^ § ** > • l^'' 



inr. aanh. onder diaral, MM 



■ê««h Isia panadja. Siu. Z. 13. 9. 
^U\. «.. Sm. Z. 2. 1, B. 10 Z. 4. ï; 

M. Ar. Z. I. 13. Z. 2. 1; Bw. Z. 83, 3; 
ktlBint imMk, R.Q Z. 3. 12 (Ring kënjetang 
wf manah, s. djiiifliiin ili ni.}: fiè>tipnija. 
tf tmrftmvmeii wordt, ttai iemand v<ih sint ït 

Am, Wff.. K Z. I. 26 (vgl. prajèsli): 
VLnl, Rr. Z. 11,14 (niat^apli, mnngati- 
h: jan èsli): tau ansiiiil pan^tus ma- 
Z. 101, 1 (nora iigantos panndub 
iiB^ Bhnioa, n. i^anti kïnon ritig s. Bh.); 
pnvJa, •HpniDgan: iilstii R. 2 Z. I, 

(kèiti. kali)ja|i. kaluRHs lljajang). 



mahti ka|i6klknnlrfl invtaii, sahnr Mm dJ6n( 
nalil, wéruhanta karoma, nlér inrdjro Kslaiia 
l«mlièiilra kanr amuktl mullh san; ratnft, 
Jsp.. h. fa. Z. 10: s. in. ka pëkikaniriki, 
aü^hing aUr i. (Ij. kubar. aniukli rupa- 
ningwaug); vgl. dosanti. onder miiida, waar 
hel de mal. bet. schijnt te hebben. 

mv»^,$. (hisllna). naam van een sl.id 
nlt Br. bekend, ■korawa. •kuni. aanh. onder 
Ijampa; «aSülinanc. ■eabhtrata: wfttCk 
haKttna, van de kr(]ger« van Sntasonia, Sul. Z. 
130. ï (w. hharali): wadwa «sllna. «kiiru- 
l>a1a:ba.<tfnArJldjB, B.Z.S4.11{0iirjjodhaDa]; 



,L 1 30 (kjn«iij«p, .ginè'i^): manrrt»- 'btuiiiimpnni, Adip. 9: Tgl." èSÜna. 



nUkala, z. imder niakala; kèKtfanf: 
Itutla. 
nv^.i. onder oitha. 

L'lU\, kaïütan, t. imder kusla. 

^uiv^.jav. (vgl. "asiu). Ju èsln Uvan 

^èMM.' Uadji D. 

•^Ulfi^, aalbili. trésiia (>jaT. id. en 

tit: tjipla): hsti p<saa, IrCsba p£)ian, 
l|L oader nUli: iaai[èstijanf, t. onder 

r^'ïU^, s. (o&tba). •laiiibé; UMta. «lati. 

Sjuk^. ». (AslfaAna). AxttaAnadab, z. 

fiadah: MtanaBlnic tjotnb, ;i.inli. ond<-r 
irlagi; KUfmUanèng' ni(f:biipn.sjia vim vis- 
téa. aonh. onder praMiawa: kabjanra» 
fUCtaaa«nlra Kante kftuibnn kldul, Mal. 118 
[(|LciJ^K'\ ): piuiraMandn Janfr wldl, Sm.: 
, de roonutamtte of meest gthmi' 
iijkt naam, aanh. under wulan en kiraiia. 



ui;jii?\.z. Dofler slana. 



tfl 



nui£^»\. «korawa (Jn pi. van hastina 
door '1 ja*, èéti, de verl». van hasli). 

U1& e\, haslindrawaktru, eiffcmi. ran 
een onderhoorige van PnniSèda. Tjt. 78. 

uiOM»w\, aanh. onder da^èndrija. 

aa'JMl5]^,s. (astainya). tan malingen 
tan tjidra rï dr«wjanii^ lèn, tan ama- 
|iiig> tan auijalap drëwjaning lin. jan 
tan ubhaja, Wrh.; vgl. astèja en x. ooder 
dar.adharm», davaïila, slêna en jama. 

lïiV^wtyv.s, astagiri; aic asta. 

Si ^\.s-. •sikfp. rMpeti 'I ïij pijl of 
iels anders: astniradjasa, i. radja sa, Mal. 
e. 31, 33. 41, 4«: «stmdhBnnmakirJja, («r- 
uooi. Adip. 8t : aMlra sinow, Z. 4, lOl; astr» 
sari, kusumdjudha; san^ kadj bjanic a»tni 
sari van \idtva minnaar, Spt. Z. 3. 6 en 9, 'waar 




tx\ en ui\ 



<:a\ en vi\ 



oet ttkog Iwir smari (rgl. onrler alanu):|llia!ttr(B, It. T^. Z. 7, 1SS (i n a « lu II);] 



MtruKniara , z. ondier niënur wiUs; astni- 
wliljaja, z. ouder wEdjaja: astradjnwtts. 
JB pi. van ratna iltibiti. Hal. c. 20: 
nj|^-«trn rag^a f en ragi om 'I rijm), sich 
mei een wapen vei-deri'en, zaa bv. van SElji, die 
een kadga MJ zicli had nni, ingeval HitwaAn 
haar naderde, xirh (e dooi-slekcfl. R. m. ?.. S 
(K. K.i>.: Jan |tarèkn prfjna, in |i) van prijaf, 
ns^mlra ngn mnpaii sanipini ifliiiKniian orèiiak 
B:èiinti. waar Itel wapen, in de k^hu'' {!t>k-gd, 
niet vernield wordl): pangvstran. vrn. = 
pawt«lrén (ook pangaKrèiianri^nf}, R. K. 
b. (waar R. m., Z. 30, 28 aran liecfl; vgl 
p a lig a s k r 6 1 a). * 

V, eigenn. van een dèfya door Calja in 
den sirijd voortgehracbl en gedood door Judbis- 
ihira; hij komt in de vr. cii op prenleit voor 
ontsliiwd door allerlei monülers. 

<SU M\ 1., paura>lr}iui, T. Z. 1,7 (baft- 



i 



<3 

tjingah, pascban): B.Z. l,ll(p., walaugan, 
b.). Ar. Z. 4, 4, «f panirnstn^n, Ar. Pr.,naaHl 
niangnntur, Hadji Ü. S5, 64, 41!, bis; 
pinffastrjranan, B. Z. I, 11 (pasewan, w.]. 
II., anKUtrtnl, aanb. ouder »edSp en 
tarandjana; rusti Mmpnn walang: kajon, tl- 
tyan; manirlëka.sanjt manlra Jan Kanipun tl- 
tyai; nrastrinin téka iajii musabHonirdadl 
nrlawan, T. bg. Z. S, 40: «ènt^u pandlla 
patirtan, niapapa^th dangjang widi, pamnpnt 
pntuK inf Hastra, Jad^aii M rotll nanipl, Jnn 
idamaiitratitr^nin. nirarad kéiii iptni ranb, Ja- 
dyan sélat sagara, raDhung sabelen laiirlti laOt 
téka nanipt né arad Ida, aldaar 8, vgl atri; 



InastrH ing (Irt)ia kamaiidiiln van weder 
't leven leruggebracbten. Krvrs., aanb. om 
djajaauiiu; (Bfl«!trènan, aanh. onder g»ag\ 
tnaslr.van rn inira.->trèn dènira mpu van 
pas kaning {:ew«rden prins. M. (jav. i ng j>' 
sirénan. Men. II, 74). van pas aangeotéUB 
kamblen als de patili eni.. nld.; naigU, 
Inirastrèn nia;'bil]rjidjtt l^ariksJt d^ning bki> 
djan^ga HMt Ina-sinakén prabhn badjl, TjL 
66; ingastrèn dé sang dwidja. evetizoo 
een vorst, die audidilie gaat geven, T. b. «^ 
1. S: init^strènan, van lijken, aanb. ombrt.: 
rangkang (jav. angaslrèni, inhuldign ; t,^ 
van Eijs. angésirèni: ngidèni en aAdj 
rungi): 

t9i S\. •slrï, vm, =)uh (jat. Astri); 

Ida IstrI legt luen in den 3'" pers. van c»| 
priesleres; wanara istri. <• winari, 

<p w\. s., SuL Z. 90, 7 (onla). op Na»- 
daka door een jakliaiü toegepast, T. Z. 1. 
(kamhiiigl), Z. 6. 2 (maiidjaiiganl), aail 
onder andodja, naast kramëla, Kr. 

rj'=i^\. «• (ausiraï). hongntng gat^i 
ratlia kndnti? ostra ^^angka ilnulop bliuaana 
bnllliii£éB, Ar. Z. 46, 6 (uslra te lezen). 

^7 v~>^Ci^ , s., «warSjndha 

i^UKi^.s., eigenn., Adip. 60 (z. pralar- 
dana], xocin van MJidhawi bij Wiswdmitr 
üd. 69; aiiiakawidhi, aanb. onder wiiü; 
en taluwah. 

s^Aj»^. g, (igjaki, <^fc(i&ft«N «rf«nr}. tn-j 

dab snrwnik^iakill baprn Inniarap akouiivi 
lékt; tianlaranya, kk. Z. 5. 4. 



8:«\ «n Ul^ 



3t9 



9A\ en v*\ 



UIMO^. FMrmiiM fvgl, onder wrüsada): 



i Suljitra den «IcmhI sUns vadert aan So- 
«oma had Didtgeileeld.tlfhni iDSAèb nia(lii}> 
8., iMrliinglnir balii (uii ahjnn, pada 
I» rumaksR Ing: luiri, aivlilnr rAdi^n So- 
pltiiikiihiistiikA, lanan para pantjaka 
itifr bliiitrswt nitlfal dulrtida, pnïprènjr 
, Tjt. 88 (Sul. Z. 138. ï:nJIiaii hètu- 
Aliciglira niahawan ralha mamapatta 
Dg bjaug Ifwara, mwaiig aiing hrfth- 
na fewa 80|iala banèng dwirada tu- 
ut 1 saug narèfwara, sakwéhnii^ liala 
r% tan baria lumiil ri sJra kira rii- 
ikfta riof; pari, anghing rakwa sira 
mjilra makasjlrallijnira luilu lan Bah 
ralha); plnaiiah dé üaiur iiar^ndra, molih 
ahi rèapflk, anaka pédjab kudiinyu riiii- 
Bnir kapat, ald. Sl7. 
COMia^, 8., eigenn. van den zwhi Tan 

jiralkaru MJ een draün, Adip. 27: om 
n brahmaan roogi'n de iiauw^pzelte brah- 
:om geen slaniten doodrn, üanckanjra raUh 
Un (b.: kaiïtjang djani)JèH kalanlm^ 
nasBSDpan dl alas t^pit ébété srlplt 
ladb niJapaBf san; astlkadjurn knpndjl, lu- 
irannjB mBDurifè twara habaiiljaiin kaïruill 
aanipf avraaan sanfr a5tiku niula suntnuan 
, halih polfh mjntansin aninan (h.: 
Rranan) otaa sarpitjadjajané iixunl, Kid. 
Ep. e. Z. 4, 1 en S: asltka^aja, aaab. 
der laménl 
en W)6n\,8.. aanh. onder biikal en vpl. 8S> 

; a; wènaRir >ian« kréfa niomaha «dnnp tim- 



hnlurè-stakil raka nnntan (b.: raiilun), ma- 
palawaniranittinknr, mntaniliaka laUJuna bata 
b&nv, (anpasu.«.uni, wi^nanx maiirieéUlaiu- 
pakana kalasa bnritn rfnc kalanran, wënang 
adréwja (riliiisan ririmrfalnna kadjanr tros, 
l'g. 14 (mabahalaran balu kuning: vgl. 
Mi.ll. astakaf). 

VI u tacj ^ . eigenn. van dttn jager in de fabel 

der elkaar verlos.«ei)dc diere», T., I»., Z. 4, tS9. 
(EA£ijgoiu^.a8Ït(w jfittw/, /irtV) i-n kAla, 

rroeger lijd, • kAiv/rfiil. Dd. 4; tgikai rliq: 

nisIlkAla. Rti. 60 (verl. van pur9): rtn; axiikala, 

VA. 51 (id.).aanh. onder kuhaka; vgl. o. aait. 

(ïji'iAnïO ui^, 8.. akHidaJagiri, Sniw. Z. 

SI, 6, 2. onder ■ a&ta. 

ui^ih^, («angsthiti, vgl. sihiti), 

• bhakli. «salya, «tan luhja, getrouw aan 
haren man, Wik: astlli rins kakantc. *susa- 
lya (jav. hükti naiiliti ring prija, Indra* 
djaja, sa», ook nsslili, miüsehien de actieve 
vorm van aaslilj); ai^it) mabrala, «fniui* 
ratlig in 't vasten. W. k., Z. 13. 4 4.; aitl- 
ijahJanic'striuabD, T. Z. 5. 66 (dllu déwa 
né djani asiawa Ijai. tfi^ratig hakli ing] 
dèwa Ij.); tan nfrtvéhaiiir karl mtmnbrara 
asiltt, Ai; tii!t zich niet ran sijn lUik brmgm, 
nietlegen^Ktaande de vvrsl hem een slang om] 
den hals bad gehangen, Kid. AdJp. c. Z. 1, 7; 
axtltl nialiik brata. S3: astlil ill patapan 
macf hanf Jo^ wamadi, Z. S, 1 : wonir tan 
asdtl rinr laka, Was. Z. 2. 3S, vgl. aanb. 
onder lllun; phalaninfr asdtyènr aja. T. Z. 
4, 68 (pakalib anak^ niindribang kapa- 
ak kaljapnii, makajwun pulih, kuning, ma-l tataoé); sor^sak piRfaDj'skstltl MnJh pau^n- 



9I\ en ui\ 



230 



eA> en ui^ 



(kang' ma4iini dènya, tan (son nlnlaktjailjfl 
niitngkanH pwn llniflap Vi^oiIJ' rum, 
itiBiig'kuiii, padjóng: pwikin; Jitdnjii, np 
n&M santjii nin ka(nf}kiitiiDra, s\Bj%n\ 
(üinutiiraii?) u Ja dlna sanfrèpa, ndA 
ruwat Ikans suogr lini^bas Inic Judjnja d 
plt^iibau, i«ii tiliuiÊn rAmJiuiJkitnc jid. 
ndui tilmiAa pwa sanr adji mima 
iniT puranira sowaii;*, nkfthan ruwat 
luini: kAwilan, dèiiini: ^aktinini: tapa 

aran dJoiKS"» 'ng: k«Jn roanls, paran 
niwafi dèiiInK s^ra satjnnfhop lAniui pi 
sanunjER-ul, kniiantr ijihimiijn niwul, tlnako 
pwf'rkanjr nandlra Numabiir, satrara KBina 
ngAiil tiitii: afrni suniahnr, anjtja riag 
rjjnntan suniahnr, padjarnya saina, Ja{Ji 
siog pitara &in «ns riiwnt, l'atii. b. SO 
'l. 5. 7 vlgd.: gumantl katjarituba, sin 
kjAji dhipaliuj iiiadurikmauggih. siki 
wjbhawa supénuh, sira maoguna jaJjifiJ 
raaugku unSbas ti^ pitara sang anti|, 
ing kuna lumaku uisgali sasar rak 
pinaoggih ,.aiigunil»iig sira sang dwld|i 
(iwaboddba fcasub su^ila siddhi, ma 
Stapakanira, kinèn arfipana jatljtija.a 
nai^ parAdji iidsilulara sAmpun, m* 
BÏra «iryailji bali, iiiaugga Jalét^a ma 
brangbangan lan ing pasurwan. p 
tjina palèmbuDg nda lan kiri, mak 
Diukja rAilja röm, sira nda tan kaOntap 
wètniog wiUiawa lao sama aamèog ralu. 
knnanjr mahAradJa rum, sira la Nlnurwatii bjakla ibfik ptinaDg nagari rii^ madit' 
tau kattatap liofira, Ja ta «udwaninpüoa, | rapradèi,-! kvrèliiiig bala at^iringa, kud: 
jadyaplku wabaiinninssuii, lan nra(Rf) Ibéki basti wflbauaniug KaE^ tuaatri, pir 



pakaninyinf radtn kAIIh, R. L. Z. I. IS!, 
z. otidur salauggap en liihja: nirastill diva; 
na de voeten van baren pns leruggi-komeu man 
gewasücben ie bel>l»en, omlii'lsde xlj ze, ii^sllll 
laklnè prapla, Sir. 86; ina»titl (inaMotlf;, 

■ pinudja: kènto no tuwliiaa<tlllianir i d(wa, 

■ ndya kari gunantkang palibraldlab. 

Sji^tn^, s. (sangsluli; vgl. aslavra): 

wan^bliang: astutl. ijlel van een kiduug, 
naar ecu aangenomen naam van Ardjuna. 
scbijnl samen te bangen met de Kiinliiadjnja; 
an|v.stnti, R. 2 Z. I, i (ugaslawajnng. nga< 
ISm). begroeten?, T. '£. 3, 77: manfaslntl, 
• manitdhukJra, • maugaslwakin; Ines- 
Intj. «wtnursita: tnastuti , tt. 2 Z. 1. 1 
(kasuugisuug, kafilC-m}: kaMuiyan, Z. I. 
13 (kartjtjanan). 

Sawu»v . ife «(Usent. 

«iu-^iui)^^ . Mti^hjang: asiaKèni, K. !0 

Z. 18, 1 (pandita i^jwa sogata). Adip. 42, 
Bb. BO;saDï astasènl. «daughjang wè'dika, 
ook: a^Usani. Rr. Z. 36. S (akuluü): luljapa 
ta alrukrjan adiputi maiia(ra)( Kira ta ma* 
fawè Jadiija, anèbaKÏ luin^ kawitanlra, «Ira 
ta lumakwiuiaiuir, ndan Inundanf pwa sang 
wipnlstaK^ni lan karuvtui pvèkanff inala 
san^ kftwitaulra, ikaiiir ratii Kamanla Ndk^ne 
duradècajallkasfnurwan, makamakja ^^ryadJI 
ball, barangbanfaii, pasnrwan, par^mbang:, 
nrnnlwèh saklD^ polo tJIna, makasar, nahan 
ta sant ratn ctir& vtHdwa sakéll cèfiljèuic, 



Si\ en ui\ 



8Ji\ en \Jt\ 



tniking nagantan, rii^ maJura' 
!ltf«, lijakia l&mah rupU lan sakèi^ 
• Bgsul. dAnapttAyaoira saiig anirih 



mahimfl, praptiml, Q.: prflpti). prl 
kdmja. ifalwa(of ivilwa), wa^ilwa (wa- 
^itS) en jalrakama (1.: jalhjikditna) (wa. 



airi nda lan prapli „rj nAiiipiiuing siijilvra. voI^mik Lassen's Anth., 5' ilruk. bl. 



'njaaira, paripArAna ókan pAbva 
nili, kdliir i tang para ralu, nia- 
li sang ilwjdja ikèog laftda maiilri 
awënaiig siouagan dftna praKamu irus 

katSkérig bala tani „dadyana si nora 
irsl, pApaklè^aoira sang tinfibasi(tig}. 
log pispisan óèa ilung, jAngdè hha- 
ning kiVrjja, awnaan tiimali sang 
lilji mantuk, i,E^ swadèvanira wue 
pti nda lan kawarAnalièki,, ri wS- 
> maUb nda tandwa ruwal pipa- 
a satig piorib, dènira saug mabd- 
lÈu, panëufgahunira djanggAnit^ kaju 
lis sira wu!> kasumbung. saog alapa 
tka pinrih niauggi-h siddbaning gati 
nn ta marnnnaning ruwat, d^iiiug 
u aCga satjangkok malib pitik sanung- 

dén wnnah, kunang tjihnanya rn- 
I, liaaiijatt waodira sigarasuraa- 
, paotjnran arljlja lawan agui pra- 



S, 12 en 13; vgl. skr. kdmiwasAjila en 
Wilson.W«rk«I. 207): kAstèïWMjjtn en ftstèf- 
warlfa, «a^taguna, «aniniAdi, Bkasukan: 
d« Kalimaliosaila beeft kasiëswaran eii 
noemt dAradar^ana, düra^rawaAa, düra- 
Karwadjiija. aitasaTitjara. ambaraiuarga 
(de siddhih kbétjari). adrÖ^ya (dréaya). 
awakaroniaja en dAradarfj); 

rpratft^. s. (i^alwa of i({|wa), n«n 
sJni nnirèns* Nwars-u kalijangan (plnAdJA iisr- 
QanaKindèninr vraték dèwau kabib, atawi 
wëniinir slra nmadék (b.: umada) Ikuiic ««• 
téfc dévalA rt kahjnnjtunlra. lan hana walêk 
dèwatA samikari (lees: ré) slra, apan bhatin 
mabnlun hnna ri awak san; luft^wara, Jèba 
sinaninrirnb ivatwa ng«ran7a(Nw. iniènibang: 
wènaiig sira kaloua wlfnang sira tan 
kadulu, kawasa arüpa laoang kanrasa 
ardpa islri). 

iUMO\,», (aangstawa. vgl. astuli). 



(• amisiaggib,, suka iwasir^abi- nniBstawa. Br. Z. I. 7 (umuljaken. nma- 



fa, dèné sang pilara andungkap 

ih). 

iMntKi«n), s.. R. 18 Z. S. S (né ani. 

riqg astifikAa Ika tSgakina gadjab 

talak). 

jinuratAn^,»., de 6 huitemgavone Perm»- 

der loormaari, welke meer ttekend 2|)n 



sluti, ugastawa. ngastuli); naiunutlawa. 
• nianddhuk&ra: ngwitawa. •maf&nti: 
■ga«tewa walujiiiir bbAnii, R. L. Z. 8. tS 
(kaflrijana majiwak di djagaté); kasta- 
wa. .karëiige': klistawlnira, Z. I, S(kaaub): 
nfa.«l«irajanir. 'angastali: paqrastawa. 



•djaja', 'pOdjl 
rdenoaaniTan siddbi (i. »kr. wiMiilli);! ajAnun^. s.. de niet onbewegelijke uhep- 

yu folgens een fr.: anjiuji, lagbiiuA, «ets, Brb. Z. X, 6. 




«j\ i'ii <-nt^ 



Si\ en.iJli\ 



iSitAJru^, a., axthdti^rtra van een von*(. 

die mei drn liefi)eg:oi) wordl vcreeiiu.'Ivintl, kk. 

Z. 1, 1, vgl. RJKkalltlmaka. 

i-n;uTU\ , (a8llllMa^ulOll3t paii^aslalan 

eea lempel tnu kunnen IwtccktMien . waarin 
Kama werd vereerd): panrastuUnhts bliAmi 
van eea vorsl. Ww.. 6., Z. 1. 108: Un IJnii 
putirtlituiiiMr sans: oipnidi panraslalènr 
wonf, T., b., Z. I. I: piantrusinliiii, • pa- 
rjjangau. 

V- pan|rai>tuUn. nm. van e^n desa iiMV. 

BU. (Srt.: pangaHlawa). 

uiJJu^. KHrènit iiraslapt (Itemstm) ma- 

n£mn ala bët]ik, Meg.; DetstaitaKnf , hel hier- 

iiamaaUclii; beoogen?, steh koes h<ntden uit 

srhaamle of vree*; n^istapajanr: «nidhu- 

kftra. 

uiikiutei\ (sanf^slhipakaf. z. ülhflpa- 

ka). iiirutiipaka. T. Z. S, 61 (i waniihang, 
i batur laakara]: sanff Ardjuiia wikwa^a. 
pakn pAdjdn lag; raiiaJadDja, Hd. 88 ('l origin. 
478tt: buU Ijaiwdira bibbalKuh üannail- 
diiah sa kapidhwailjah). van ccn priester, 
die een offerfeest leidt, aanh. ond«r aiiasèni, 
vgl. onder badjra en niahijAnika. 

uiiuun\, Bslu en pungkuf; iiiaiiira- 
KtnpQitrkn. •madjaja>: nrastupmifrku , 
• maD{(unyak6n sluli, •mangunrakéB 
djaja^, «adjaja*: ni wéBaiig* iimuitnpBnirkD 
sanir amundCr lihnmi djftüti (f) tUDiuénèntr lor 
nllalan^. aNiddha ogaHlutyakëna ing 
amangku djawa sumjiigkèng tnadjapabit, 
R. \,. 1. 7. 1S2: mupallnirgjan itin^sana 
kiutupiini^ko van iemand, die tol vorst ver- 



heven wordt, Kid. Adip. b. Z. B. 62. aanh. e 
dawfig. M 

p-ï Vh. s„ fosthja), de fipleHer* (p. 
h, hh, en m): z. onder swarawjandjan 

Kii'J^vJ\, s.. Jan katunnn fèni sin 
priexter) ri paran*. tan dosa sira Jan panf 
p-ikDtfntnn. 20. ballgo, 1. ]>ari samu-silfi 
mra.. sn$:^èni, 4tfi>laii|ti">.'tA (?) jpm^an 
Ivriranya, si^athi&aiubbaua, nanffko, I, 
Ivlh, S. manirkana sêiitnl, H»[ng' wo' 
hmlapuini, hajwa djngrikw^li, Jau kuh 
itdoli amalt NtbAniiiiln; gnfa sawah, mo 
sadnnèjrinz amangan, tan aranan» : 
n^ranlra, Jan mftn^kana, Jofrl» r€bH 
dé sans niadrèwjn ikfnir laii^m'aD, h 
sanjt: «Ikamulap Jnn tan nbliiija IAuaii II 
(a)drewja taoêni*Aii, Jnn tan nbbaja I 
tan; pjtpa ning^uff tinimunira ISliéng: 
karéliulana, hllanicpipanira, anrhtn|:Jan I 
tikanfr nnamr lualniiarfD knhwan, niap 
iidoha luwi. kajoitJanirJimintakA rl san>c 
driwja, Kapa«èhnya, Mintosa (a slra hi 
miirkka, bjakta lanpanénuiuic püpa ni 
karaksanif astèjabrata, Wrt. 9, vgl. «j 
nya. jamabr»ta, e» onder trabakta]| 



uil 



wnonui^, 9., z. onder s&rathi. 

iXa^^\, "-* ^^^ utjapfin. B. Z.J 
(niwah. sCmalih. mtwab); atctAm JaM 



slaan (vgl. mal. ^x«j»)), Wir. i. aanb. « 
kapw5nakan, met volgenden conjunclir. 
laten; anakèbl astini Jan sapo^apano, ' 

tiUU'&ix, s,, de 8" <'iin iwn maanii 
aanh. onder lanènt en swatanlra. 



1 

lantfi 




ii\ en vi\ 



^ 



«i^ en ui\ 



6JiJU€l9e.^, s., ondergan/) der sou: adaja 

n>a, ik»as tiitubajanliijr knioii sanr 

ijuv Adllya rlnir dè^jltilani , itki wètan 

inranja. Ikaog d^ tambènliu: tumon 

«Ulllnlra, astamiiii» lumrunirs, wékiisninji; 

btM 8. b. A. rïtKS dè^iikDtJiirii. kulwaii tutu- 

tajt fhi, ikanir kuklwa dé sa»K hJflRjc A> 

tdui nKuntu.iM, kunaiijt; Ikanr dï-^-M kalëtii;«n 

PK. h. i. lor iwuron;», !Uikuhiirë|i dèniru 

knlwan n^ruriinva, sakiipnnitkiir dènfni wèlui 

P«mn>a,dpan sadAkiUAtixnlwDii iRkii s. li.A., 

iHim. 100: iistiinuuakalH rl snriiii !iutiir lijanit 

kDt>a, Ui; astanmnaxèwiuta. avondgebed, A(li[>. 



B {rf\. onder siirjjo). 



Lfiwe;\, bijvroawf. bauK munffkal sahn 



ratba Imsll, mnniDg siipuni pntrt 
ünpan tnunjc^jh ing- ratlu niwniw lia<ill, 
tn pan aManibanr para llkn, puiïa iiinnir- 
«Inc laranppi sowantc*, Tjl. 74. 

«iWC'^Hi «•• W- Z. 9, * (augwaslont), 
lUg. S7. bis.. !>9: manraMuuKkara. • atljaja *: 
puLiBc-j>luii)rkira manpiitirwitda. Wir.3:hèo- 
Ifarsa KKii^ ninisikaii [door den Iidlige) ncas- 
tnfkirkmnrsitiViialinn, T. Z. S. 62 (l)nl><% 
UdiBg sang iuuwu«an nunas paiigagtawa 
%irtiig sapakajun. z. otidor sdiDiukAra), 
lab. ooder pratiëta: vgl. onder asiu. 
fouDin\. s. sflmpiin (laanegapan salii- 
bkagra, praniananva (pranainanyaf), salia 
bah li {rl maliithkdja, die h«n geKi-biiikeii 
Kam. 7. 
SAHon^ . X. ouder astao^gi. 

v»yn\, «aSiSi^gi. ioehemde wien>ok 



Ix-st. uil mirgan, srhnipsd van tjëndanat 
honig enz, oiu op kokn in een pai^ëpan (e 
sinmicn (vgl Dial., sund. iataoggi, lag. 
aslaiigi), aitiiggula; opgijgeveti alü bcsland- 
decicii:» laken. namenllijk niéajaii sampaiig, 
Diëtijan madu, tjandana, niadja gail. urn* 
bil) l«ki, ii:Ua m^kikib, gula djaka, nnëni 
sari, sanii inal^pung (dus adiAnggJ), vgl. 
Kumpli. V. bl. IS6 en x. onder Ijëroring. 

viwwK. .kofiduh: nwas. rijp en groen 
fdukkem of affrhudden : inasas. • i n ii A il u ii ; 
ka»i!(. •koÏKlub, 2. onder d$mpél. 

^^Aj|^, ■(wAüaiiya bumjns mésis, It. 

18 Z. 8, 2 (aogkiliané nglinus ugutja: de 
vert. k<?pfl aaneen pSsfis aln hijvori» van pusus 
gedacht^: niKiq:ë.véKèsis, 7 Z. 20, I (mangi;* 
nj':kiy$k); niaivèüé»>ftn, verU van KÏlkflra 
(jav. ugC-sès, •ngésfisan: kSnipusan), B. /. 
es. IS (maugeior), Z. 22. 3 (dii^jn, ma- 
ngStor), van worslelenden, It. &Z. 8. 4 (maftng- 
sëgan): aM-'^»"* W. Z. 5, 15 (kadi ka- 
dii^inan. kasrepaii). Z. 54, 1 (kasrCpaii), 
Laiub. Z. 16, 5 (madoösan): om dènjau- 
pan^èsi'sl ring (ajaiia niudMakéna lUudJiuii. 
kèiiir pajodhara. U. Z. m. 4 (kéto olthnya 
luangrésipi, mangka o. Iwjr ogaruronin, 
raaogkaua olib ja paogCttsané). 

rpüu|^,(Tgl. jav.}, Hianrlsls, L. Z. S, 

1 (tii^gar, z. kirib); angisls, Br. Z. 39, 2 
(augliga): uabinvisU hilar, B. Z. 39, S5 
(mamrili njiks'ik kampid, igadfa ja og$* 
bèraog k., mai^ê'bèrangk.); aogrlsis wétis, 
Krsu. Z. 10. O.aanb. o. nlnr: ndandan ani^isfii 
lingab liuapulan lapiU iingièlib kUanlBg ba- 



9ji\ eii ui^ 



m 



€i\ en vi\ 




Jftnir, kk. Z. 6, 3, parftutlnliu; kaknkiikidj'ns 
uiiElftis aoiAditntiiilar tapihi Z. 4. S: Idd;- 
ninr dJangiTH nmrè mtriiurs:èki«ii anjEol liig: 
sAra^HntdiiitiKiN, hinpér madlijünèujr onéiUE 
HnylIgH* tiK-kiiié djincni tin hiMir, Rm. Z. 

I, 8; aairlKls hanullwftt, vnn Mje», Sum. Z. 
25, B; kèsrs van een sindjang, Sm Z. 18, lO 
(kèD^kab). van de landen, Z. 34. 12 (kèi^ka- 
ban), van iemand, die alk-s in den slrijd 
verloren heeft, R. 22 Z. 4. 1 ( 1 u n a A n ) ; 
kisluii, Br. Z. 11,11 (mand iwèk), L. 
Z. 26. 5 (ndèwék), van iemand alleen strij- 
dende, dnordal ^tjne medegezellen op den Iwip 
gaan. zoodal hy bloot ot alleen staat, Br. Z. 
40. 7 (mandèwèk, angliga): mtd^r kislMD 
apoj, van goud ineen musa. Sm. Z. 27.4 (iijag 
kaftdang uli di apinév. k(.<iisan nndjA, z. 
onder wadja; kèsisau balés, Anj. Z. 1, 10 
(kalukaran dodot): KUdJinJKi.sakén. Br. Z. 

II. 1 (Husiilamaii nianinggnr, s. ii^ui^- 
kaban. Naüiilaman tiiii[^garak£n). 

U1PJMA, aan verdamping bleolgestetd van 

niet afgesloten luwak (t. rarad), opijedrongd 
van zwGCt, drooggettegd door den vrind; iBltt 
wa&s van een bezeerden neus len gevolge van 
't bad, Tjp. (jav. vin een plaats, blootgesteld 
aan den wind, mad. ngésèi', drogen in Hen wind: 
z. tii)gad]:kalglsan, rmfam;}' zoodat er slech'Ui 
weinig Tan oTergebleven ia (z. timbla en 
lij is): ngislGiiig, een |rit. aWorcnx te planten. 
in de lueUt xelten om droog te doen wurden, 
i. ngiJBsang. 

nM«j|vJaT.. B.Z.9.5i (basang. inlra), 

T. Z. 5, 66, > udara; rgl. utjot. 



uTj o w] ^ ï.. betlag van metaal . 't ztj zE 
of iets anders, om 't bovenste gedeelte van eci' 
lans; n)ee«lal een band oT twee breed; 
pontaug; tohun ukuk. z. onder unnr. 

II.. z. onder rjwiu|^ , aanb. onder pra 
en m a n i k. 

Sanmw^ ,s., i-o//eerdr, lanb. onder ;nk 

uiOA/:>w»|\, %. onder ufwisa. 
aonarsKiai A^, «.. z. onder agni en 

lanb. onder wCsi. 

ut'^üjOiUKu^, I. onder u^wlsa. 

SjDiUU^, s., 2. onder sadjSug. 



SJDj^ 1., s., Br. Z. 29. 19 (ajah. dj^ 
ran); H^r«arftdji , nm. vin een door KrÜói 
gedooden ritksasa (udyogap. sir. 4411:1. 
nader kii;i): aywUlrtba, eigenn. van ea 
plaats io Baruna's verblijf, van waar Ri> 
tjika zeldzame paanlen baalde. Ud. 68: !<;*■- 
sèni eigenn. van een n&ga, Adip.; av*>V^*^- 
aanb. onder nal.i: a^mavffsa, eigenn. vaneen 
dailya, hr. Z. 48, 1: «(«a^wèta (en "sèta;, 
een bijn. van Ardjuna, aanh, onder Kirilt, 
Tjl. GS (c wit awiha na bedoeld); aftrawarnml, 
eigenn. van een vorst. Inscripties van Kalej: >{• 
nawadana, hr.Z. 46, S, zie afwaffrda: a^it- 
wadana, s. (zeker volk met paardeboofdeo). 
met de apen genoemd als verwekt door Pulaba 
bij Kari, terwijl er van gezegd wordl. dat 't 
piiarden waren met 't lijf van een menscli. Ag.; 
BvwaUllta, nni. van c«n versm., R. 18 Z. 12, 
6 (bal. salolita, •]>¥. kuswalalita en, 
volgens T. w., I. 118 en 252. ook mfilaag 
miriqg): avw^n^), z. onder ai;adji; «(Wt* 



Sji^ en ui\ 



223 



«»^ en vi\ 



rak», 9. (sooH oloaiiilt^r. iHrriui» odoniii:), Inli kwèhnini aMf i^wart iijrdriiiiini, kiinA 
iniéri, kanigara(r): afwaiuuklm, aonli. lUnaknira smg wiitèk l^wiira. Kim pit^ara 
liler ISmbans, Masl w-na', Tjl. 1; afwa-irt pniljikuui n^iimilni, kawja, vrëliaspati, 
■Uka (vaak rerli. in D9waw^(]«}. B. .Z. 117, kftvy»P>i<4ï>i^'!<i«t uttttltynt b^niadèwn. a|arsfl, 
I, aanh. oDilcr kr^tn, ea jatljnja; a^wa oxiilja. kadanna. lialikllja, wi^-raw», ^akrl, 
»èdha|iarwa, nni. van e«n tier rcriorci) n^-wlhhl, taparsi rasikn la kaltèk. Iiuna t^nak 
arvrn*)! (xiennd«r Jü^raDia). gcmetiilijk, iiiaar taparsi, Karlibalpaiina ta sira npiraiiya. na<;at- 
finiTtlile, ook in iliii monil van iten daliiiuj: sara, naitnakra, hbiVradlinailJa, atiniaiuan, 
fwaihSmüparwa. C:Atai»a, direhiilanm. wrébndiita, sarailwiiu, 

II.'. Ilwarkrodba crililiiliiali, kiinD'-iliil dju- fotaina. wadja^rawa, üatjliitf, ^aniatna, parAJ 
Ifwa DiloSs, nètrabinr kanipilatis- kumls, (ara, dadin), saniapa, liliè<;ra«a)u, sat>'ah(i 



I. Z. k, 40 (u^wa'aa). 



I ftinrs^ 9., MOTie, Aw. 

I iun*?v -''■■ '^1* <l^^ 2^ naksaira*!), Ag., 'S6 (sommige itezir verlins)<cldo nauKin iw>k te 

O' I 

M ban» wiiiraiir kadi Ijaluravra(ma) rüpanya, vinden in de aanh. onder a nggi ra). 



rasikft kabèli, ikA ta sant raatiari), tattiin 
sau; Mtyarél, kapwa füra niantrnkrètu, Itrh. 



jtta aywinl ngaranj^a, ald. 4. 

ttjra'j»r>\, s., de goddelijke latelinijm. 

ü ' 



2', godheid ratt 't Oosim: vgl. aiïwarjj». 

3^. in tcgünov. van daridra sleets mvt 
men van de zon; verder wordl er van hen sugilt wcÉrgegeven, (ui. (vgl. Iiid. Spr. 8714 
Jtugd. dal zy waren pinakanaljan riii; en SSÖS). 
[inrnat painngjalani ««aranira. san; nAsa- 1 'IT'S'^S'^A* ^- ^ ^- **• 5® (i?warara 
I}!, nnr dasra, ndab san»; a<;n)nf>dè«a, sira ilaiia, iihalAra if;wara kaèradana). 
Umakinak ssmg nabnia sabadèwa, Ag. {vgl. vnFïïr!ï*:tw»,\. s. (icwaririVdhana),: 
mitr këmbar en sandjujji), R. 1 Z. 1. 55; - tcwardrtjana, vg). onder JlriUhana. 

LacoD. sno en ondpr pujuh. | gJ^^Sl^' "" ^' ^' '' * ('"'*"''»''• 

7«yi\..s. {i(fwara), W. Z. U, IO(lijans; k.Tguugan), rijkdom, tni. Ö3; kho^ n^ft^ 

aru: vgl. onder nawa): bliaUrè^wara, W. .«akalnirinr kapanfnin kinum, upabliosa, 

. I. & (1 jav. hnds-: Mm idr^ri ja), t. n^a-, xakalnirlns: KJnaiïiluiii:, paribbogra, nga., 

lier pinAki: knnan^ Kan? watek Ivwara, Ihan^niarakl uahalnn, sanff klnabanan dinf- 

rèki wamhakinanluir hulnii ri rahadyan kA kabèb , JikA al^ffarjja, n^a., VVrb. : 

balnn, sn«t li,-«ara itx^ranira, saiurniil- aiiai^warjja, iifra-, Ikaujt Imddhi klnatujan 

Ika patranfra hbaÏAra bmbniii, jpaitiiisira- di-nint: libo^a, upabbosra, parlbhog-a, Jr-kii 

irf Mftranlra. bhrë^, maritji, atri, pnlabu. slHan^nb anftl*;varjja, ngu., ald. ('t hds. 

ifflra, krélH (kralu), luann (oiilbr. bij telkens afii^-warjja; vgL i^wara enba^a), 

iiir I p. GS), dakim, «a^jMa, pnla-slja sapti- kr^warjjan, Eth 37, his., 0. (t. onder wi- 



uat-uuMuta «v««M«Mit- 



V^ 



L 



i£*\ «J wi\ 



asut 



Si\ en ut\ 



motia}; kai^irflrjjan, heerschappij, aaah. on- 
der awar»; sdImIii kè^n arjjun, T. '/.. 1, 17 
(agupg kakwèliuii wadwa, Uwiti inawa* 
dira ralu}: siin$; aiiéiiiu snliala ki'^wtu-JJaB 
van ecu iiiacblif; vorst, T. Z. 1. 52 (sang ma* 
inaugiiili iit;utig ng^elHti patiiljak liju): 
è{wni;Ua» dala, T. en èfwarjjan pala, z, 
onder daU. 

liliu uiaktiratuniiiü' MiilniJ nAtlia |ini(a<4 a van 
Ardjuna sahasrabAliu, Km 7.. K5, 4. 
tnra»a\, z. onder ikswikn. 

&n>j~)ie\\, «.. tffnot: niatiiiigrnyaii pi'iie- 
pë'niréii ikhii: hurip. Unan nünati? la rl ka- 
rnwajniiii^ illiannmasikiDiDna, ftpiin ibaiir 
^onAtaba npiranja, aiyantn siing:Ki\niii<F« , 
anoim lunra kita ttwanir nidialm niaiürkê km- 
niaiija, tan wèiuiüf taAtiii!j:t>:al nisaja, iVpan 
afé'u; (rèNi'iiiiiya DdiV tan wénaiuc ja li ka- 
li li uk lyaiiya, Apan djinina sarwuènilrijanja, 
liWaii hann (taliiiiya iiln-an srëcalAtiilia lanpa- 
hnntii trisnA ri»t talinlan, kèwal» dinilatnya 
Ikanc laliiilan. dèni ir^siiaiija Hni A^nitda- 
mAtra, maturkaiia piiiiadaiilknnjï wréddhakA- 
mnka, lAnan ikaiii; sriïfaliVlnha laiipalitinin. 
arah tan wj^naiijt aiiiüpil gè'agai trismnya. 
tut. 49 (liid. Spr. 383:;). 

cuisjtfiir^, »., i, onder karltkoiaka. 

Sjirn tfi KI \ , s , oiid«r de bonilf^nooie» der 
Korawa's. Bli. S2. 

£iritft\, 9.. Wir. S8, X. onder bodfaï en 

aütjak. 

R^raanïO^. h., eigcuii. van den imn van 



DruAa, Br. (jar. aswalama en aüntama),] 
Adip. 80. aanlt. ondi-r iiala (vgl. onder a^vrtl 
en par.aljidra). 

2', eijjenn. van een cliüint Karfta Iwlieboo 
rende, Aw. 6fi; de dood van de^-en oUfanl. np 't. 
dagvetd uilgproppen, bracht Droba in 't denk* 
l»eetd, dat icyn soon gesneuveld was, Br. 

s:oniou\, g., tiU («jav. asiwisa eij 

mahasiwèsa). vgl. nnder aarpa. 

UI ^ o jsj ^ 1. , niD. van een geschriri, vnam ' 

bet verbaal voorkomt van Ci u t o. den slaaf via 

een priester, die hem van attjn jükèa ge<)ip.iiile 

verloste, en den oontproiig der sSuggaft'*! 

verhalende. 

11., lual. (Kuwa[sa), lailljuiig sari, sjmt 

best. uil goud un koper (slechts hij weinitta 
hakend). 

Hl., uitspr. van «uvwAsa. 

&o(r5W^, s., ifwjtsdkn, /« /row/en', Ittl. ^ 
33, aanli. onder wodhana. 

n^tr-^Vs, (uljljbwisa), vrn. = ai^lii- 

han. aanb. onder kéilal, van een slang, Sm. Z. 
29, 4;n;wA8asnkèiif ka»ln,Ur. Z. 44,9[an$ki- 
han né ugasèn sakit^ brana. angstiranyi 
anèiig bratia): mldjll tèrija sanjrkiu!: tutnk. 
kunan? fkaivr bAJn, JèkA nildjil rjJn^uitsanN 
rnn^nlra, [tb.63(verl. van miikhalah so'gnin l| 
asrSiijat, prdlAAd bAjum alhftpi tja); sUf 
makatèdjanirbahnt, sang mako^wAsanr aagla 
van Wi&Au, ald. 61 (vert. van tèdjo'gnib 
pawanah 4;wAsa: vgl. «jar. uswaswi, 
asyasa en osyasa, onk wtswasaf): fr. i.; 
hu^osancn fau^o^wan. aanb. omler Urèf; 
vgl. i;\vd<ta. 



6ji\ «n ui\ 



227 



<S;a^ en ui^ 



m|v 



ui«fUM|\. Am.. 2, ontlernlns. 

SiMyV"-' Jèwa; asif npnapnda, i. onder 
Kinplti. 
uiwnm|\. verh. Yan wtfwaJjil. 

aarawni^, z. atuiijf. 

«a*^eiGaw\,g,, adül duiia drübja- 
i, Wlb. (ilwMr fidmiwikrija), vgl. miiler 

prikrija. 

1-1 
viijirji:\ l..jav. (auggal). ««al puratni, 

il. SOS. 

IL, (kèwantön), tmls. aU maar (sund. iit.): 
, iMireden getleld, bv. als 't maar een 
TMw. x«irs WUJk. Is. baar mooi viiiilpn(le(z. 
«Umaiiaii); kasalaii lufibain. jter fas ei 
tfat Uu krijtjtm. 



UI 



«-O. 



wru^ . mal. (ar.), ophrengtl van 'I lontt. 

iJiiJT\j:\, lattig van |>cr»oncn iiicl rustig te- 

«Ie vrouwen hv., BWAgig: lltuaiinjauè 

hil rlnic uur nanjiiranir, '(a nganiroiigsil 

llaa^ inatiuiiduiig: dsII', latUg zijn van de 

idta's: raoull amra, van inninnil, die onder 

filnpen woelig ii. T. Z. 4, 6 (onjnb agu- 

'ing}: anr(isllaMl,>angipikipik; vgl. ongsil. 

nuDOAnTuI\, sfts. (ï), •lamp»; laiiijo 

Mini nbukli alam akfli liailiiInniH, 
\ing bérfiii arük n«ol, I.s. b , piiiantjinir 



bitutn sijap, lalnb hnkaxént cièn Ulnb (rog:o- 
rèngun „sa^saiuctinanr iiianitnbal, iljadjn kuskus 
djadja nlt, bnns^iii lëtna taiauanan. ijiiiririna 
lan djadja lulnil. djadju pulniif; lan k^iknpa, 
batan bèdil, iro;iidolt kipiiijr fnilaii „kl^pnn 
IniIJjn kli^pon kétan, bniixan dur<-nè niai^aii- 
ding, Dwsk.: tJpniawoH saidjéiir.'l tapi* arak 
«rarafruHff. Unao arak brandnivtn. u.sol lan 
kalapa, lliig. (in 'I jav. geilielu niet Ie vinden), 
aanfa. nnder ënU. 

l/iAJiU\, slamw. van mai^asiila? («. 
onder suIü). 

(Lo-^rava^. s, een der 27 nakéa- 
iraX Ag. 

C<nö w^ .«..niaiiïradjftpji^nsia, «aiigisli 
rangkipan. 

'^uiMCM|^'^\, tosadlii: z. wisalja* 
harini. 

v»wuj^,»«iWul^,BPi'«wft, •aaniil. W. 
Z. 16, 2 (dnpa), Z. 31, 1 (samida); (itoc. 
asSp. cund. haseap. de bel. rmk van 't ma). 
asap is Ie vergelijkca mi'l die van kakua 
in 't sund.]: nunbè' «-andhanj-a luiiirikn? 
«sëp, D.Z. 1,12 (nirik v«-aiigiiinjan6 siiniar 
kadi ukup^an], Z. 27, 6: anirttv^pl C^^iuiir, 
Br. Z. 4, Il (tnnngdé rarik iiii; palah); pas4^ 
pan, «padipan. W. Z. S, 16 (padupan); 



rara padu „amké Nalnirinir arak, ants aniNSêpan tlniah, z. nnAer liiiiah. 

lawui nllk (?), brani ér nia.s tnh (of II., kapal asèp, jav.-uia).. k. api (een 

lipr) réko, kapalH djalanibar Ikn, tiiwak nieuw wouni). 
■U tNwak Hajah, («;lèu inatib, ulamè sa- t9tuu|\ ,»ip^u|\. OKl^ëp lün^ls nn 

Mng alam v^^^ïotr kldanjr iiüiiidjuivcan, 'l vlecsrh of Ac viscli, «riniKëp, K. ü Z. 3. 3 (ka- 



!■! baüa bé ^olln^, ibnt patuni; Inwar 



këljol); niaiisiKèp sékar van bijen, B. Z. 16, 



luob, )ULsaté Ijaknlan bnudtil, ninnlnibal !i (tuaugriugrii^, oian^rSugr^ng); p^Uêp 



<SJ\ en Uï\ 



^SS 



is:*\ en u»\ 



bnn^a van de tambiililingaD; inisëpdoor de 
Mjen van een bloem, R. i Z. 1,74 (sËpsëpa, 
aras, karëugrëog), «Ijinutjup; nialsëp, z. 
onder njotnjol; isépan, *lÈbu, *kèsëp, R. 
21 Z. 7, 8 (kallcd). 

uïiuuj'^, «rjiwulv "s^P taiiS*", z. aanh. 
onder tjraugljang ; osap waktra, handdoek 
(z. onderdaniu en pasatan); aOsap, een maa/; 
mnsap tjarana rena, aanh. onder tjara6a; 
* kosap. Anj. Z. 27, A. (makosol), Sm. Z. 18, 
B (masugi); in^osaposap pasnrjjanii^ atma- 
dja, T. Z. 1,28 (kausud^ pabaftn pulrané); 
mnsapl Inhii^: aujar kinolakin, Anj. Z. S, 
5 (amé ring, angusapi); angasapi, W. Z. 
50, 7 (iigusud, maildjëmak, matigusapin); 
an^Dsapl h lali, B. Z. 59, 12 (améri waspa, 
Djadsadin w.); lolita tnsapi, Lamb. Z. 4, 5 
(p è r pè r i n d ë w a) ; vgl. ook onder u r a p ; 
Inosapani Inn^hldiiijr knka van zweet, Anj. 
Z. 1, 10 (kinërukan, kinëruk); aflsapan, 
van één kleur, overal in dezelfde kleur geverfd; 
apang^apan, soo hoog, dat men er mei 
de hand overheen strijken kan bv. van een 
tèmbok; 

piuu|\, nsnp', R. 24 Z. 33, 5 (kabang^ 
kakënan isu). 



UliUuK , z. jusup. 

<Sj.3Ji-J\V3.\ ,s. (sangspar9a),Wir. 73; nmas- 
partja, aanraken, ofer iels Ace» strijken, Uu. 
32 (vgl. onder harus); japwan liantiganiiin 
wihanj^ma (Ii)iiiasparsanya tan ni$tara,Nls. 
Z. 1, 13 (jan anluk taluh i kataké nora 
pisan pnngamoiigé ma^ih lëhail); It^u- 
dangndai^ fémiiliin^ saso siuni^këinsniis:- 



kfimon titir in^asparsa, Ww. b. Z. 3, 204; 
iiig:asparsa insarih', Mal. 110; inftparsèiif 
pawanftlon, verspreid door enz., Ws. 20, 7, 
aanh. onder drëslanta; vgt. aparsa. 
£:tt:\]|n^ ,s. (a^wajudj), de maand, waarin 

droogle heerschl in tegenst. van mdgfaa, T. Z, 
6, 73, Z. 4, 33 (katiga'; vgl. onder lahrn 
en saral), B. Z. 26, 10 (k.), W. Z. 32, 4, Ar. 
Z. 20, 10; Hadji D. 66; aanb. onder tjdlaki 
en kalangkjang en z. onder b a b a d; 
ma^ba tamatanghndan hadan agri'ng; rio; 
afDdJyao^tjëh, onder de slechle voorleekeos; 
kasndjya naast kalêlu, T., b., Z. 4, 66; sèki i 
salawansr ri kasndjya smasana, R. L. Z. 10,5 
(makaron bangbang adjak tatëlu sasËnia); 
vgl, onder tjèlra en aanh. onder këla. 

Sj^^ms^, s., z. anasüja en aanb. onder 
warnna. 

uiiuuj\ , i^èsfljft, ugrësaja; DgësaDajan; 
niili , iemands hulp inroepen bij 't koopen, 
z. saja. 

SJiiun, s., niak&sya, hebbende voorop vn\ 

naderhand gemeld wordt, bv. makftsya SB- 
ka$ftraiia, Ar. Z. 42, 1, Z. S7, 1, makAs^ 
sira sang- mnnlndra, Z. 71, 2; vgl. makSdi 
en da^èsya. 

un ^n , s. , tamao waran; anèmwakéi 
paramahAsyanin)f para (bds.: warah en dil 
als wara opgeval, zooals uil de vert. nugrahi 
blijkl), '( faalt niel, of ik zal algemeen yeloA 
verwekken dil gedicht Ie durven ondernemes, 
L. Z. 1,3; hAsyabttrana sapolfthika, Sm. Z. 3t, 
10 (vg). «jav. manghasyakën); sJlbl^adjittt' 
.sara bi^syakaraka pinaki\dlnl bawrnh tkltm 



<ti\ en ui\ 



229 



<Si\ en Ul\ 



I wungkuk, die voor een dichter en wiku 
\ dooi^an, Sut». Z. 1S9, 6. 
uiwn, in pi. van i^a. Ar. Pr. Z. 1, 10 

i vlgd. 

'^um^^i^^, llndo tang: darani, kotjak sa- 
.«tbHlnir djaladhl, niatsyanya osyah dèiiing: 
mbhawanln; la^, Tjt. 74(in pi. van osah. 



rgl. Iiitiyab). 



Sjv1»|\, ëswaii (vgl. ouder kalyEng). 

ïJiv£J]\, asè'm*, B. Z. 7, 1 (liwawahan, 
wuwnhan). 

■k.T ^" ï' ^ , jav. , lamarinde, reeis oud, maar 
iliievallen. ouder dan daém, z. Iiinak gao- 
lung (stind. haüeuiii. mal. asam, zuur; lamp. 
Uiitui, tjuka; iséiu, de vruclil Umus; mi- 
ïcni, zuur. z. tjlagi en tjémpaluk). 

tl tH.'n. van een sasaté-soort (kasanë ujali 
tiEm] aan een slokje, evenals do s. pusut, 
mioken (z. onder lëmbal); baran; asem, 
I. onJer «amla, eigenn. van een slaat en de 
hoofdplaats er van (op Java ccn plaats van dien 
laam in 't district Singèn lor); fodon; 
laiiii z. onder kamal; z. o. kaljasëm en ka- 
• ijasSm; asem*, in ecu spreckw., z. onder 
apatjèlu; masëm maBjioé; ngasèmbènangf 
mdaDn; van de vruchten van de badung, om 
e kleur te doen houden ; u^Jah-asëmln , van 
tmarinde en zout voorzien de pëdja; kapiha- 



rudjak enz.; 1' de nijdnagel aan den bui- 
tenrand, bestaande in een dun velletje; '( 
velletje lusscheii de teenen van kippen, swemvlies 
van een eend ofgans(vgl. jav.; z. isit en onder 
isën). 

UI A> ^ ^ , wat van de coeosnootkent na de 

uifpersing overblijft (batav. id.); baka atamé 

van een groole menigte; z. kampad. 

nunCi'Eq^I., n^sémin nampak (all, stH 

schamen gebonden te worden; ang^siml polah- 

mn )i^ para ii&tha, beschamend?. Mal. 179; 

JèD klta want tamarnii ma[ta), (liiffT) patra- 

Jadané, norana tiig:snn Ufrësëmln zegt een 

knaap Gaiuda uitdagende, Pdj. Z. 2; Djalapai^ 

sasadjan, éda njal ngèsëmin, sprekende tot 

hare schoondochters, die meé moesten strijden, 

Bwsk. Z. 3; rnpaoé ngèsëmi, aanh. onder 

w51aka; vgl. këclésfim en onder asem. 

Il, jav., mèsëm zelden en meer in achrift, 
H. Z. 7, 119 en 1S6 (mingia), T. Z. 4, 47 
(sniu guju; iloc. isém), ald. SO (këdèk). 

SJiAjsi^, s.. T. Z. 4, ÖO, R. 16 Z. ï, 2 
(tanpatanding), hr. Z. 4S, 1, Wir. 44; 
asamèng widi,R. 16Z.2, 2 (puput gStap- 
njané, tanpatandiug ri ng kag ëtapan); 
lamiig:ka mapasak asama', R. 7 Z. 6, 4 
(tanpalandingan, nora nandiugin), Z. 
14, 6 (nora njaminin, tanpat.]. 

2% z. onder calru. 



im, waterlanden uit trek naar zuurF, aanh. 

nder wuni; kapijasém, «kamëraugSn (vgl. ' S, 51; ai;mas&ra, z. onder wësi; a^ma^rbha 



GU'TC'^.s. (a^mft), «cilè en ^aila, T. Z. 



ind.), R. L. Z. 7, 2S (vg). asem); kaplasëm 
Is, «kérangirai^; ibuk hapijasëm, «kè- 
a ng a n ftfft; asém'an, allerlei zuur als 



z. onder ma bik. 

2' eigenn. van de residentie van KAlakèja, 
Utt. 48 (alwaar in 't jav. hds. acmakal. 



wiy\, s^ma om ') rijm. aanb. onArr 
Ijangljingaii. 

pX>\. B-, dfl sibilanlen en de h. Tjl. 

«iwcc»!^, 8. (ang^umjn). saiigt'ugii. 
Ram. Wdl. 168: vgl. sumaii (jav. R. lO, 
bliaUra sumaii, waar WiSiiu bedoeld is). 

viVT^^, v«rb. van smara: uKmiirniidiina, 

jav., ben. van een nieuwe veram.. ook lulul 

a$ih in gcdichtf-n als de Jiisii{>(ecii verliaittcrii^ 

van smaraiiahaiia. z. alJ., bij üraaradana 

en Ygl. onder Ui ra); ^ri danft: i^iiru asmar»- 

Bikthn, z. onder smara en jogi|iati. 

ajpïxr(\. s., clKüiin. van een zoon van 
C 
KalniAsapJidu, maar dnor Wa^lslha ver* 

weht, Adip. 77, 08; z. madajanli. 

S*, I. at^ma. 

&i^iat\, 8., aanb. onder Ij ara pa. 

Sjmr)^, s. (red ehalk), manik. 

MMVJ^ ,eu asuiajawali, i.oiid«r sodja, 

Heg. SBt. 

£AJU^t.30^, s. (asBDibJIdbi^), verfiui., 

Wra. 75 (Tjl. sauibadu en verschill er van 

door dal de voorlaaUle lullcrgr. kort U). 

&tfJViA\. s,, norana kaï^ mougkono, 

aanb. onder silnman; z. onder sambliawa. 



SjwiTij^, iiii^asirasag', aanb. onder sliig* 



l 



e*"*- 



vuunj^, angM, ^roo/e lange bamhoelMuh; 

z. sS.salon. 

uiMiol^.z. onder angs^g. 

uiiunj^, een middel legen 't ng^biia of 
boord(»yn, beHl.uil geblakerde kèlorliasl enjtjrtnina: waia binasaliaii Iwlr llni'njris KiiL 
Ijatjing basé en unl£ug gamongan vooraijsnni.: bau kafiManii liinuKatiaki^it, Ar.Z..Vt 



tA\ en Ul\ 

waarmc* 't lichaam wordl bewreven en bokne- 
pen ; mn^nJ^ ban don ?ni|iag', om 't Ewoet k- don 
uitbreken: een anderniidde], z. omlcr dusdut: 
Djfnsng, betvrijnin . teitm* kuijpmite. zieken, 
waarvoor iH^tjak basé vooral, om 't tvrtti 
Ie doen uitbrpken; iisufrakèna van i.-en inidM 
legen djampi, Vtt. 056. 

3*. een mengsel ran fijn gewreven akal 
bakung en a. warti. waamp aantSn, on 
'I boordbaar dïrbt Ie maken: bij de Malioui., 
nis in 't jav., tjaljab (z. ald.), terwijl maf 
blanda bij hen de niiani is voor pomadc falhitf 
verkocht voor fi. — 'I llescbje). 

11., zekere kwaal?, Us. C. 13. 

«lunnxnn:^ I., mgOMg, Ier ver^aardigiap 

van sngu de reeds gekibkihde bcstanddivtea 
van <lc arrowroot uf wel van den bol van <le 
fimbok'an op een stuk lapiü of doirk rond 
wrijvende doorseven, oin de sari naar betiedta 
te doen vatten ; pan:;OM)pen , af ttMi alt tof 
gehesigd xvordl of kan itmn/n»; vgl. aidi. 

11. lals naosos: nl m a 6 1 a k , bij eaba 
aflr^ vinden, de koufiers elkaAr ab '( viare 
verdringende (vgl. onder sQluk en ki^bèk). 

S/:iorii\, s., angin, z. onder b&ju. 

ui(unr|\. jav. (aiigsab). mftsabasal 

• a B u s II r: neasab , i&s fijn wrijven toadir 
een steen (e gebruiken, die 'l Ie wrijven t(«> 
^Vl'q) verbrijzelt, of zonder mortel baknleenen on 
u op elknAr Ie doen liecblen (z. ii I i g n 
gibfig] 2. ook oiider xaogih; wiriak nika 
IngaMib of w. Diax kaiLsab, adjfinu bèm 



9i\ en vi\ 



231 



Si\ en ui^ 



isabiui (JHniIiina. fijn gewrefoi xan^elhoul (of 
Mvudara, Üs.}: Hsabnn mus, «kaDaka 
jArnna. 

V Ivlr «nxaMib lénxh van lang lirioldhaar, 
Iw.: nrliiitanir it|(it.sab, /mii} 61} den grond 
van vngcls (vgl. njai-asali); npümb 
bnini, •iiiftiiiëjek lëiuali; tipaxab 
UMiar lol een patlanda, Riigk. Z. I, 17, 
l CH 72, nederig* (ngëès). 

uifir^^, i. omler mésih. 

Unso^, s.. infttustm: irikft Initali^iw li- 

I1V «<;iililit, bhlsuria r»<1f)i kut«ii, p«euiiii 
Mbènir Hinanr kHdl rltiantnirii kAïllihtita ja 
nba rélnp HtlitliArriiiila niasiim:;''"»' '"* kn- 
Mpak, dudf iiiniiliAiiif liinUii niillilra gliAr- 
éilia taiit; tiliunaDti, Milia |tAviiiiii\(UitiHti\iilkë- 
U» dhuBiIJn (Irnna karAb, aiixidiiii^ridiiiiR: 
lipl^a gana bliAta (nman ntalnknt]. asu b»- 
y^ atri lé'k niallmuiiHii jw« taiui' atAuugag, 
MhaU danrA pwa yiknaiilnr apès rlka- 
iiK palafAO, Riii. 'l 18. ü eti 7 (vi;l. onder 
■l)]rar, artiJa. baris, Jsii^, uni, lub, 
vnngkuk. piitana, kiwa, handa ru, pika- 
inikaiig ^awa, a(udji, lëiiibwaii. upa- 
ulika, paQljadê^a, balis, kidal, dik, 
i^u (4) ti:ikha}: a^nbhanlmlttn, onheiUftel- 
mde mtrleekmu, fib. &. aaiib. uiider lab: 
raatwarnbhanlniiftar gei allen, die een ramp 
wrifKllem, Wir. 45; a^nbhuijlliBa, z. ouder 
ihna: ndnn Ikanr HimiifrirutHf ■ manèsèl 
iiikrëta lUnpi Ja, Janpanêma Inm dnbka, 
I (aii èofét Ja, ao a^nbliakanmua grtna- 
èoya ivAmIi IuL 38 (vert. van wiSatnarïi 



dk 



fai da(3lD prftpja. diilwaiig garhajaK 
imlilbAb, Slraaiiab kariitmndosaiii bi, na- 
widjdnJIlya paAditah (vgl. Wanaj). 15847), 
aanb. nnd^ kfilfini en liipul. 

ciwm^, ulsawaf. een fcesl om *t ongfö*^* 

dierie en de xi«kLe van depadi Ie weeren; bIJ 
die van Itralaii, difffeen veldarhcid vcmcbleni 
wurdl dil Teest Ier e«rc der goden van 'l meer, 
waaraan zij bun naam unilvcih-ii, jaarlijks ge- 
vierd door o|i de tsiraat \6ia de huizen, in 
opene, van lijnwaad vervaardigde, lenlen den 
nachl tol cirea 10 uur door Ie brengen; de 
lenlen ïtjn verlii'bt on lillcii vol ofieramlen, 
terwijl er vMr de huizen op den we^r pCpèD- 
iljor'g wonicn 0|>neriebl. dlc er ongeveer IB 
dagen blijven; QpiMbft. een offerfeest Ier eeiv 
vait fnnrmials ue padi nog tnlnsput!in ol 
kuniasèé i», wurdcnde denlTcranden. waarbU©. 
a.nnkde biju kajn. in de bëdiigul ge|>Iaiitsl, 
waar alalnn aan i dèwa bCdugul, veronder- 
steld over de «awali's te becrscbcii (iig£nipu 
uma), oderanden wordm aangeboden (z. blju 
kukuiig]; iHrnsalinjiini:. <ilio!(ak£n. 

uiiu,I.,or SJ.iJi\. uu asanir. swaua wa- 
na (vgl. adjag en awar II); «hasD Irasai^, 
n. 18 Z. 6. 4 (ijiljii^alas}, Z. 7. 6;as«i- 
sAiiK, 30 Z. 18, 6, Z. 17. 4, tL Z. 34, 1. 
aanb. onder arisia en a^ubha (jav. ai^aai^, 
R. V. By*. 147 en jav. It. bl. 346; sund. 
asuug*, canis rulilans, \olgen8 Ttigg. asung- 
èsaug; T.. &.. Z. 4, 43: angsaiig (vgl. onder 
sainbuka); tl tstxg, etgcnn. van een jakbaK 
T. Z. 2, »2). 

U., dor van den grond in de drooge nioeson 



£i\ en wi\ 



332 



<Si\ en ^\ 



hv.. heet van '1 lichaam (Bjw. Bëmërang}; 
z. këbus, gCsaiig en blangsab. 

'Ji;y\,h.v. sing («suAjy 0.)j salwirnl- 
kang: sadiDamëlla, asiitg 6apinaiu:anta, asing 
sapiDüdJftkfintft, asing sawinèwèliakénta, sa- 
Iwlrnikang tinonlonta , Ja tikirppaAfkkënanta 
Tli^lintan, Bh. 56 (vert. van jat karosi jad 
a^ndsi jadj djuhoèi dad^si jat, jatjtja 
pa^yasi (kaunlèjal) tat kuruswa, mad 
arpafiani; in pi. van jatjtja pa^yasi leest 
de Calculta uilg.: jat tapasyasi). 

mw^, jav., goedgunstig van de widlii {z. 
itja); tnangasnngln gaolèn, ■mawèh se- 
pah; inasDiigan, «winèh; kasai^an, begif- 
tigd door de vv i dh i ; iDasnngakëning slrAJl- 
Dira van 't pnrli-et, Spt. Z. 4, 174. 

uiOA/ü^, stanivr. van angasongi (z, onder 



SSmisIng (mëloloan, dit zelden en eïgenlL ' 
Mahomedaansch, vgl. onder kajëh), dun afgam '. 
(mafitjuli, 't geen ook door souimigen als b. 
gebezigd wordt); n^sing, dal in de aanb. 
onder r&mdjafia en in de Ub. voorkom! (lamji. 
mis ing, bal. mitjii^ of mi t ing, kakken; 
këpisiog*, dun kakken, W. Kap. 154, jat. 
këpèaii)g, vgl. kapëntut): ngisinsang. itlt 
uilkakken maar dun; ngèmisfi^^ang , den afga»j 
bevorderen van een geneesmiddel. 

n ^1 ^ , karananti^ anglkët palamban; 
angnEê'o; tamnt aiig:apilai^', Ar. Z. 73, !; 
mangusëng amtnla mapranga, van iemand, 
die uit wraak naar 't gevecht verlangt, Sut. Z. 
12B, 3 (matëlasan). 

KJfiM\, sas., ongkël), vgl. lëkus. 

i^:A.n, tusing-, m\ag ada mémé inbl- 
ik 
.Sng, «tak awèh nghuhin,' aanh. onder tja> 



soi^ en nngkul). 

uii^i\, igisën?, vei-langen naar afwezige tjah; IJan nslnp ana, • laja wanèb. 
verwanten of vrienrtcn (vgl. balav. en sund.); ^^j^^■■ ™«fl^'"'S suraké nlmbaltintmbil, 
ai^gon pangisëngan (paisëngan), 'l geen dient .'•S^- aa"h. onder ngëkngëk; maasungan, ma- 
om er weemoedige gedachten naar iemand bij (e dukan, ëndëli, aanh. onder rëgah en dèlo; 
hebben van een geschenk (een uiUlnikking vaak maOsungan malaTb, rerward vluchten; aOsaag», 
gebezigd, om vioiendcrwljs iels van . iemand "■ *'■ ^- 9, 11 (mabërëd; vgl. jav,), ïi 

len gesclienke Ie krijgen, door den spi-eker in 
't denkbeeld Ic brengen, dat men zoo veel van 
hem boiidl). 



zie 



n r-^ 



^^ 



ook 1, 33. 
II, of 



p <^n , nian^snnghDBang; masé' via 
de apen van USma's leger, R. 10 Z. 8,7 
CtiX.'^, jav. (•'vV\), drek vaneen vogel, (marniin^an karëp, niasulung' mara); 
T., b., Z. 4, 88; mitknèb dènyüiigisin^ akëdik innsang- ta slrii^ winiAna, R. 20 Z. 1, 1 
dènyttmaiigan van de Irekdieren (onder de on- (kasangkol, kasiinggi); innsnngosang:, 7 l. 
gunstige omina), Uil. 90 ('l origin. 4846: alpé 20, 3; 14 Z. 7, 11 (karodjoug, surungi); 
Uiukté purisaïïLja pialdiütam ILa drë- inasaiigan, B. Z. 86,6 (magosougaiig; vgl. biL, 
^yalé); wwating pangisiugan, aanh. onder. mal. en sund. usung); alyantamata papahljail- 
wwat. j knH<j: pArnwakarmniapIiala, tonèDta, >Av 



ïi\ «1 u»\ 



235 



««\ ea ^\ 



.mlhal RttuDjnn iidn? Inmakn nittliauan os». 
Int. 47 (vgl. Iiid. spr. 47J5, alwaar ^twj- 

; ■BVBfiiii hfluènfr iiftdu op e«i> hrrkhoT, Stit. 
9. 6 (papagai: tëkjl iisniifaii Atawoil* 
■ia van door ileii vijand verslagen lipdeit, 
L. Z. I, 3S; fOfak ainofirn uMinjniB (t'ooc/* 

/). aanb. oitder lïrali. 
•^uow^ .sa»., naasl odjiiiig: osaiir tërèra* 

OMii; iMdé. 

iï»^ijn\. 8. (icaiigkA). Siim. Z. 5, 3. 

Sawrjp, st., (asanglillja)'. mlelhaar. BIi. 

. L. Z. 30, B. R. 18 Z. 6. 4. 'L 7. 8 (lan- 
lyal). Sin. Z. 50, 3 (tan k£na wilaitji): 
iipilMiiif kja , II. 'l. fn. 14 (lanpflwil.inL'iui). 
. 84, 3 (tan papC-|{at.-i n). 7,. 13, 6 ffan 

■ri). Z. 88, 9; sJS'k niHsaiiriOtl (I.: Sj; 
Inghbja), Br. Z. 15. 24 (tanpaw., I»np.i- 

q^garaa), vgl. onder sangkja. 

Sfur^tfi^, s., ongepast van icniandü spre- 
: asangisslapralitpa, UU. 2 (jav. Iids.: 
irasangtfa), Bii. 70. 

«AU^, of G^un^ (x. «wi). van den daj^. B. 

ff, 1 (gaUiig, latuK): niawft \a» d« niaiin, 

15, 1 {g.}: iwA suménè' van de maan, Wrs. 

;Tan'( gemord ran iemand, di«ii nien Irncal, 

'. Z. 51. & (lila); Mimi, tertkht van een 

■hpl«l' B- 7- 10!^. 7 (ga tang). Uuib. Z. IS. 

fminduQr): banfnn wntan niav» van 

ikle in 't bad zillende mciKJes. Sut. /. 66, 

Iwir téiIjB niug w.):nièli* uii\uAiirwën$l 

kbtfl niMè', B.SOZ. 8. 31 (di suba tiaiig 

éi^é di panan^gap iCmahë, das ilang 

«Dg rairi lÈmab lampÈkan); awi, Sm. 



Z. 57, S (te Icïeii an.>»|\f z. ald.. zowlal 
't laat op ifen dag zou bt-tcfkcncn). 

tno^ of uïur»\:kabattft, U. 21 Z. 7, 9 

(kal Jimpiib), t-erweetl, Adip. 87, Ar. Z. 8, 
4 en 9. in V teritn-f gtitrachl. Sul. Z. 180. ï. 
van 'stands uebniik, Z. 4. 1! (Iiimnl riiüak): 
kribauit lèkupins: prant MilbliulH van Ipinpds 
en anilfrre lieili^'e üoltftiiwen, Z. 116. 1 (kadu> 
d II t), van IwoHifiii Dnivci^<;rukl door ven wiml, 
B. 7 Z. 1!. 7 (kal^mpiib. kawirëöa), 
mettjes(eef4 door vbichtendenf 11. Z. 4Ï?, in 
RMi strijd me<^t)f»leepl , Bh. 3; fiftniet. Apan Ikftj 
vwan? JnnpasMntTsarj^ffvi Uwhii wwaiuc p:ikpt> 
karrama. kabani djiifn Ja dèni liosanl- 
kaïnT pikpakarmma , kndyunz^nlnr tabën iihn- 
rjp, milu ir(»fmr Janpam^-ra l&wan lahên 
afciar. malHiis-nyan tanpasahitJA, taniiaiullrl 
Uwaii nwans pitpakarmniii djairanic wiitir, 
tul. 45 (Ind. üpr. 758) ; Bda tandwa linniawnti 
tnrun ja hnitan Amri^ta wawaiii^ nbaiicnii tl* 
litLng pradji\, tfik^ii^ DiiêiCA pIpilikA kabawa 
lOCOiil kadi icilfls:i)ttburlp niunali. Uw. Z. 4S, 
4. aanb. onder vrérC' cii wiwi; anffbanjtkéi. 
fo-tlindm, rerwtu'tlm van eci) vunr. Sut. Z. 
159, I (mai^rusakang); kradbftivliawakèiia 
wwaiw akwih, 'abl. 6C; nlJatAntbaviakèna 
knlawHiidliawa, van iemand, die vrn brubinuan 
slaat, ald. 67, rgl. onder kawa en lajii; 
ar6s hawa*k£na, Snm. Z. 7, 17: blnxtiïikén. 
U*lig gerolleH tnordaiF, Wir. 20. 

U.. mgHJit l«tB, aanb. onder UiuSma fl 
zij in pi. Tin Dgaba of in pL van nggawa; 
de uitdrukking alles behalve fi-etiuent). 



«*\ Ml \J*\ 



234 



tj.\ «n ut\ 



uiO^l. geniaalst uil «kavri, ilonr ilii 

voor cep passif t» lii>ud«ii met 'I voorii. k.i 
(vgl. onder umbah); tnawl, getltchl. tn ver^ 
aen beweriil: kflUwliing-, • gi ntiritAkCn; 
iiwi'an, gedicht, dichlsluk, vvelal bat. gctUchl 
iii lp{crnst. van kak.-iwin cii k\t] aof: op- 
sefffti \an een dalang, Bkakawiti: |iRii|piwt, 
fl Itpihan. 

II., Itjw., niJinawi. bv. awi ménv miln, 
awl iaèk itlnlnesnn, nvi tangi èjttii|inr- 
80, Sin.. Dpt., Z. 1; toen Itdwnfta nli«, om 
HanuniAn itaarii>c^ te begieten, van SïtA 
wiMe vragen . liei II. iitel 'l lipgieien ophouAen, 
s«1 diwl 8lta KUMili, H. k.. It.. Z. t, 58 
(R. m.: tabt^). 

uiu^, jav-, Sm. Z. 25. 2(l(a8li). «Wias. 
mi (vgl. abu: sunil. havrit. jtaok/tlaah). «la- 
hulan. Hw. Z. 10. 16. W. Z. 27, 2. (aön. 
afl); knianfi) dèn dadi awii, Mal. 165. I6t 
(l asli); ait^niali h»«a, lernietigd riroM^n, 
T. Z. 4. 4S (dadi aO»; O.: Ifinabaii awS. 
vgl. Iihafiiiii): wtkftsakèn hawu kirlr, O.. 
> kattban liami antt^r. t. ontlrr laiimpuk. 
iHit^nhawii, aaiih. onder bïkang. 

r. hawa', B. Z- 47, 6 (sipat), S«m. Z. 
60. 3 (vgl. IjeUk en asli*): lir«hiik*i këm. 
tintislnr KarasidJiÏNêma haun* mamruni rins: 
QaiiB, Suw. Z. 2, 3; niRliuua*, Ur. Z. 4. 9 
(aramin*. mapalijas): ahawa'. poeder van 
. de yfhrande schelpat td coHt/niim bestffCH*, 
Br. Z. 52. 8 (alijas): tan wuwu-sèn ^tinya 
kaUlnn;: dlu».>>a'ri litiwu.'iins: iluwiili |iita, 



xAtnja tibA (1): likang) lalunr masaiiIrUi 
WHbnwii niarlkA saninnrkana, It»'. Z. 10.19; 
pahtin'oti, z. oiidftr paön: pahawnabawwa^j 
0. (p a ng n w H n is mÏHM-hJen hiervan ar 
Icideii, t. de aanh. onder wïba ngfïamaj 
imhawouavoii O.. XVn. 

II., an^waauti, hincheleiif. vevl bel 
en zijn fraaie Molden iiiel iiaknnien. T., b. 
4. 77 (vgl. jav. ngawuawu). 

«ii-ju^, oT SjiOwlv i"- (awé),ann'"* 

«rflAoi, Sin. Z. IS, ï, W, Z. 1. IS (inanp 

lapin. pgawèh*, angulapi); niaiir*vTè. •ni 

Manibé(lag. hawaj}: apin^rfr^l bnn» lliiaii 

NirpH njran*)' sari, \V (vgl. onder üaAljaj 

anitanaj', It. Z. 9. 25, (djril^ ugulati 

ugawag), Sm. Z. 14. 2; ai^iiajaw^l 

6. Z. 9, 33 (lid u lanié, i^gavrag, pa 

gurapi'.): niantrawnj*, R. 2^ Z. 12, 1 
S (ngutapin, Iwir inandulamé, z. ui*) 

aiigiinajawè van oen bloenn aciiler 't nor 
hangen?. Suni. Z. 71, 2: hlnawé, Hr. Z. 4 
(i n a m ^. k a O I a p i ■■) : Inawé m kaïwf, 
■ Niitainbaj: akili* Innf;- mina kAlap la«u 
buron. pan infawé prapla dènê sniijc brab- 
niaaa, Pam. SO (de Ktd.: mina iiiasiK! 
djariiig, pan iiak^at iugarad praptl' 
Ahaé 8 a lig d w i dj a : infawè (dé). Ar. ft- 
de variant ingawè^a, uilgemtodiifd op 
TeeKi te komen: lanièjan gudlnir tni 
bliAlM panirawè sari (vgl. oiidvr bawia] 
Mal. 199. 

uinu^. pailawé, palldjiamtilh 

avé mancnrèpat Inara da fusll kapannlb. 
van een verliefdf!, die mcenl zijn ininnaret 



9Ji.\ en vi\ 



23Ï 



«*) en yi\ 



.aaMi licb te bchbeii. fr; pstifAWf, aanh. 
Ier larka en Isngfcalang. 
v%\. hvi kill, 2. auAtr .kili. 

ui^, ralling (lamp. buwi i>» wi in wi 

raatuliii, siinhw.. .iK. e« mak. iiw^. surid. 
iwè, lig. tijvaj); hRdl Innunir mirn''' !^* 
i^nihiiiiirl bul, Suiii. /. 66. e.; Iiwl pn wi 
»latunr< WrLS2 en 33 (vgl. ook «iinil. awi 

|. ovié. biiip. hawi, bamboe). 

t|[>u^. s.. kaïlj (jav. éwa): lv« lirir 

ttin%, T., 1».. Z. I. 41 (htg.). 5S, Z. 2. 

9: i«a niitnKkana (in |)1. van èwani m.f). 
mn JM it, T., k. Z. I, 41, Krs». Z. 14, 
/iMfl 3a9Ja»ig iIul- ik, Sul. Z. 144. S (wjakli 

idi •apunika). na t-rn vi'i'gelijkin^ somlaiu^ 
. Kül. Sund. Z. I. 3. >V. Z. 11, I. Z. 13, 
(halnr sajiunika, wjakli c), lach. du- 
thftfmiiiiai.de dal. ?iw. (jav. i^wa oiangk^ 

1. Bnv). 
uti^\ ]., I kbo IWB, niii. van vet\ retu, 

vmcftr-r 'I land ilouiiwirrf en ongelronwd 
: bij zou lifii)|tclit en jiaHu-fi griwiiwtl \ie\h 
B {»(!l. onder Ijowél m 'I vt-rhaal ovt-r 
iH in 'I tijdAcbrifl van N. 1.. T jaargang. Il); 
ook onikr i<ljiti II. en (i^iljéng:. 
II., K. iwaq. 
llt.r aanh. onder rSdja, 
^i«\ I., Tgl. Iiiwu en onder iwi. R. 12 

S, 13 (rèwéd, abot}: tuniwè', Ailij). 91, 



bhawaHi van ei*n vnmL Br. Z. Sï. I (niitinkii) 
umlnè' wAtig-kuJoira van 'l Ijjk vaneen beilige.' 
Ni.: Biirlvi^' ia|>abrntn. Sm. Z. 3. 3: nng-lwé* 
dlijAn» lannD MiiriAdlil. W. Z. 7, I (maugS- 
naJing, niaagr£gf|i, tnaiigi puk); inIwS', 
Br. Z. 10. 4 (ini»([u. pinalipali, linani- 
wi, kagambrnina), aanb. omler pïlaug (ma- 
fibuhin): tan Inluè', Dr. Z. 18. 8. Sm. Z. 
t, 10 (nora kalinjjii): Iniwè' van dotxiL-n, 
Adip. 86, van lijken, van enn gast, Z. 4, 4 
(kalamjii, kaingii. iiigii pasoMia): m V 
onif gebeudea van een vijand, dien men dooden 
wil. Ar. Z. ÖO. 5; brharliyd van 'I welzijn der 
wereld. Ar. Z. 29, 3. ïngnnin^an, pinahaju, 
Kr: aBaknyi nvr^niwé', Nis. Z. I, 12 (n6n< 
l£n kaKBDgu); ndllan kiii'<^' Inksrninir ;£• 
Innf , zulk een baasl badden de vrouwen, om den 
vorsl te zien. kk. Z. 33. I, tan ktv«' lukarinir 
ir^lnnir, saka ti^karnjAurJi tilil lAl bavaii, 
Ihv. /. 13, 9. aanb. ondrr ari^Ja; tan kèwè* 
en taUn Intwè' , ir dtn mud g«f lagen van 
oiignnslige voorleckcns. Hm. Z. 43, 7. Z. 38,6; 
Ittütwè'n, wifrde tiiet ijnproke» van, Br. Z. 21. 
1, Krsn. Z. 14, IK: p«nKiwt'. fat onderhoud van 
xijn buit>};fxln enz., L. Z. 2, 2 (makapan^u- 
padjiwa): OHtkaal van een vorst aan zijn 
onderdanen. Sul. Z. 109, 4 (pangartwuwu); 
njulih nmniKNa panirinnaninr pnlm van vogek 
die voor hun jongen vleescb or viseh nieAlircn- 



'. Z. 58, 6; tu j«ën;a. si; gaven er niel gen, T. '/.. 3. 58 (vgl. onder iwi en hiwo); 
, Krsn. Z. 18. 2: mine* Jadjujany», Uil. i U.. miwi', z. onder mèwgb. 
(TwI. van Jadjnjaprawrêlla); kèwala ui u\, ontstaan uil rpi^\. pMIk iwèB 



wé' fariraiijra djnira. Bh. 30 (vert. van 
loak&ranll); «niWé'niirÜ'v. Iids. uiiwéh) 



in li:genst. van burnn en aia verl. van pa^u. 
Ni. 7 6., Wlb., aanb. onder gêpèng (jav. pitik 



€A\ en '-1) 



236 



ai> ca ui> 



iwin; ffl. patik wZnang); Mt« patfk 
hria, ipte*, tafik Ivia luwdaasu, saim 

>«<■■;«, Cd. (miiwrbien h i w è o «eo jaT. 
Tcrvonning *an iwwan, *an iwC', zoodaler 
ook cm iwjan. dat OTereenkoml [met u b- 
wan Tan abab, geweest ia. mad. ébin, 
Irekbeetf). 

t^*J>.ja¥. êwa(»a8.ijn, skk. riwu, mal. 
J 
en timr. riba), pina? !«■ B. Z. 81, 34 (jan 

akodaog pèjon, j.a. lali); siwB en saiwn, 

iD. e., R. 20 Z. 7, 3 (sijn); mèwwf keryir- 

vBda prijata aljsta tfkaag: vira Jadhlpra- 

■èja, Z. 43, 6: ■fwlwwn, vpl. onder mStu- 

lafaa: mèwvlwa, 20, Z. 18. 15 (Iwir 

k I S w u Dg) : alak BèvlwwaBp slaphalabala, 

Sul. Z. 99, 11 (sijuan); mèwwiwi pwa 

mamanfgitti; ina ratfaa (h]ftiiika(fa]ft astrtai- 

kabén, Rdi. Z. 45. 2. 

""^'^A' f*'g'- iwé'), man^biwa rare, 0., 
ff 
aanh. onder wadjana. 

S'^^V, fanfe van hordames, z. onder ■iiija, 

Br. Z. 54, 5; Z. 3S, 7 (z. uïo\ en onder pu- 

é 
ja"*)- 

U.? ywAni part|tlaja, Sm. Z. 26, 10 (tatas 
k umandël). 

i-TU\ of ovl., opzettelijk als kindertaal 
uit luwa{«luba), vrn. = luuiiii of rëraraa. 
oom of /dB/e, ouder dan vader of moeder (de 
jongere is bapa of mémé, vgl. luwèk 2", 
mainan en bibi en verder 't sund. towa, 
ÉDal. en jav.; mad. o ba k of o b a q) ; uwa 
patih in den mond van een prins, Mal. 61, 
117, 84 (vgl. onder paman); wa als vmw. P» 



pen. door een iBmin, 15- b- Idkcna; 1 wl, 
onn of tamle sprekende in dn 3" pers. l 
onder nwaq. 

n., l9$lalem tan iela, dat in den m<Hid li^ 
T., b.. Z. 4, 45,; een vogel oud genoeg, ald. Sj 
ri simfmaiwg bnwiBikuK watjana, toen hij 
gedaan kad met hem uit te teheldem, Br. Z. 
49. 5 (di soba léb; jav. vert. kënJat n 
kèndël): raia knwakawft, W. Z. 34, 1 (sa- 
smara sampnn^aug, s. kamalih'in, rasi 
malib*); kawaknwa van de ms^nah, Sm. 
Z. 27, It (dlD^ deze verkl. door awauwé), 
aanh. onder lila II; hlaawtiK ïkata vu 
een kreeft, T. Z. 4, 55 (kagënahang riig 
dyun); kahawaa, Suf. Z. 55, 5 (kampëgaajk 
W. Z. 19, 9 (kaluput, kapunjahii.-; 
wwang katiwasan, kaluputan, anak 
lilog; jav. kaduwung, kaoHtjatan, en 
kaöljulan, terwijl 'ijav.Wdb. ubha=utjal 
geeft): kahawaa hnrtp, Br. Z. 15. 11 (kalongii 
djiwa, kailangan dj.); kakewan (hds.: ki- 
wuban) djlwa, T. Z. 3, 47; ai^bnwtk^ 
Sut. Z. 35, 1 (manglèbaog), uit de gev» 
genis, Z. 141, 13, loslaten den hals, beknepeB 
door een kreeft, T. Z. 5. 19, L. Z. 19, 'i, 
loslaten, bevrijden, T. Z. 3, 74; tanpanckl- 
wAkéD I irêlnnir sang arës djtnambak, Br. 
Z. 48. 5 (nora msnglèbang, lan kalëbang; 
jav. vert. tanpai^uwalakën). Wik; 
pan mallk linxè ang:n4ap aken ing rèrinduf 
nèki „aken mat^kè ngQwakéna, balëngfailif 
Jnsup tiki, Jsp. Z. 4 (Jsp. j.: p. m. maigklB 
an8:n^ap, aken Ing lidjanguikl, akin agi- 
wakèna, log b. nabi J. tamull (Anb., fr. Dgn^a* 



en ui\ 



ast 



Sj,\ en ^ 



II, Anb. 75: ngutj itlana): tflijanr tiu'IuDt fenu n(m tunllb, Bi. 21: èvn nrntlpat, 



lllu inrnwrih^ti ünitt (It., 122: iuguwèh- 
Fn). »aiili. «Miüvr ISbar; icuiaiid Ofcrgeven ann 
ia vijatiil. T.Z.S, Ei6: akon nwi^kéiia, alJ. 123; 

kapti hunAki'nètiir kanana vaii («n kameel, 
b.. Z. I: liaj<*ènii|ms n^këna (ni. c) 
indliatmiilka. Spt. 'l. i, 113. 

UI. X. UV& 
^,1V., punsnwa t. onder ubü. 

V.. awa', jav., I. wwawwa eii aanb. 

Ier tjain«h. 



hIiI.; èwa luldèr |iaila ivuHbi niiitl. dv wifij;!!- 
voertle, Djpiir., aaiih. otitler giidjëiig. 
Siön . z. wÉb. 

iJT^n I.. 8.. I onder indra. 

II., awihén. aan xctene (wclkef) kwaal 
lijden, aanh. onder orfim. 

VI'J«^\. jaï., anèli sDknninjT Itii, B. 2. 

BS, 4 (pnrartha); tMtif awfk iljiwa. «satu; 
asüDg Jijub: uivaHèh |i»kutlb, •aniawa 



phala: au^baBc^, ■|).i8uiignya; 
5^ L jar. (»pöv ». onder hiiu»,| '?^;>- "8'- '*«'' «" *w"''- «■ ^ Z.2,S 
huwi). apinrfél Innxtiw nwi. \Vw. ft.'(«8iigka). W. Z. 34, 4 (kèwBli. dal alt 

ütainw. in 'I lial. oplreedl); èwik. B. Z. 3, S 
(dwrgnnia, kèwéh); van een weg. Br. Z. 
44.6 (rëiigka, durgama. svt^ka), Z. SI, 5 
(s., kivtib), èwèb kantasanya, aanli. onder 
p{tëL: nièwëb (de geliüin^-. lekst mèwS'), 



4, 16: aplof^EVl iaiurliv "«l kaliimin apiis 
ivltfl, Hal. 299: uid nnl ■/.. oiidt-r lilitaa: 
>«l. aanb. oadcr sada. 

U.. bwI'hd, kindertrcmpelje vervaardigd tiit 
I gencheiird blad van de hialutig léngi^. 



tan ilaar lieet doe hlaturi); soort ook 
rl*an. 
tJiT«\ I. uwé*. «arÉhak: méowé'. blJ 'i 

ikpii z«>u'd Ijduid gvveo : nua-nwé, kokhalzen 
■ 't niel kuiiRCD braken: z. diadlu. 
JL. z. onder kèté. 
UL, z. onder 'hwl 

•ywu^I.. jav, Sm.Z. 22. 9 (sC'iigl, It. S 

4, 33 (rigët. gëdëg). O Z.9. 11 (sCi^il, 

ida). Br. Z. 27. 6. ?.. 31. 18 (hraneli): 

trèwnnl. •rëiigu: Iwir an^èvanl. >ljalo. 



Qr. Z. 14, 9 (sëi^ka, pakèwéli): mlwCh 
luÜiianff*, II. Z. 10. 1 ; paki»£h, B. Z. 8. B 

(gnnibura, karusilan], «biSaaia. •rusit; 
pakèwjfh pisaii. «durggama temfin; vgl. 
• wëb. 

ui«^^, z. ijnh en rgl. » iw2h. 

pu^^ I , Kovrah, t. onder djanma: so- 
wah kadadii, bij een andere menschwording, 
Kid. Sund., II. L. Z. 10. 5 (bin alëmb6 
harëng lumitis); hiina witJ&ra owah siitkitl, 



kansr salaja tan owah sAksl, amèflanf ja, 
.2.16. 9 (ibuk gËdëg, djjngis %.): kadi Wlb.. i. wjkb: nvab riiv tfinsónnau, herhaaHA 

nl Iwir lau iixèw4Diu, «raaa Ianpa>i'f aan de reehlersijde, O.; umuwah, \i. 3 Z. 
Iiiggil», z. by kiwa: inriwiin. • kaljalan. I, 3G-(nialib}; nmirah, Adip. S7. 59. bfs., 
IT., flaht. dadelijk gretig cijnd*; ids uit Ie It. inl. 4S (ogamalihin) : niiwnba, Ar. Z. 



ril, dilu è«a iilra i^cnuk (b.: ndËmak), 



03. 4; uiiiuHb 



iiiitwab, Siiio. Z. IS, 3; 




«A\ e« 'Jty, 



236 



eu\ ea ui^ 



wAn; vgl. palïk wi^itang:): snto pnltk 
\vin, ip^n*. HHirili luj^ii kniiiliiiisiin. Minirt 
kuiiilnniriin, LI<I. (iiiis$>'liii'ii is iwi'-n em jav. 
vervorming van iwwnii. va» iwS'. xondnl f>r 
ook een iwjan. Aal overcenknnil [mei ti ti- 
wan ran uliiili, geweest is, inad. i^tijii. 

i^o^.jav. i^wti (Mas.)jti. skk. riwu, mal. 

4 

en ttnc. ribii). plra»; luii It Z. 81, 24 (jan 
akiularig pèjon, j,a. t.nli): sèun en siiina, 
in. c, R. Sn 7.. 7. S (siJH); niJ-Mui ktityAr- 
WHdii |in\Jiilii niJuiM tIKnng- ulr» JodhiV|ira- 
luèja, 7.. 45.6: niAwlwwii, vfil. onder ni.'llii- 
saliis. nièwwlwii, Sü , Z. 18. IS (Iwjr 
klfiwiir^): iilab niiwiwwaiir sIiiKliatiibiilii, 
Sul. Z. 90, II (sijuaii); miuuini pwn 
nunoi^rpiiie iiif ratba (li)anèkii(h)ii astranl- 
kahin, llai. Z. 4S. S. 

^PV (*'K'* '^^iï')' '"""ïklwH rarè, 0„ 
aanli. ondi'i- wadjana. 

r)u^, lanle van hordami's, i. onder «inja, 

Br. Z. 34, 3: Z. 3S, 7 (z.uiu^ en onder pii- 

II. ? tiwAnI itanjlj^fa, Sui. Z. 26. 10 (Inlas 
k unia ml 61). 

UIU^ irf' u^I., opiettetijk als kitiderl.iiil 
uil tuwa(aluba), vrn.wdiinin ol rtraina. 
Min of lanle, owler dan vader of moeder (ile 
jongere is liapa of mémè, rgl. luwèk 1; 
niuinan en bibi en verder '1 suiid. towa, 
nu). DR jav.; mad. obak «f obai)): uwa 
y«tlb in den mond van eei\ prins. Mal. 61, anciiljup, ukèn Ine lilljiiiunièkl, akio iQt' 
U7,84(vgl. onder panian); wa als vmw. l"*, wakèna, Ingr b. nabl J. luinull (Anb^ Tr. ugaya* 



(irrs. dnor Msn Inuin. i;). Il Idkena: I 
WRt of lanle «prekenile in ilen $'* gicrs. 
onder uwaï). 

II., loilalCH van iels. dat iii den nioiid lit. 
T.. b.. Z. 4.45,: een vogel oud gnn^ieg. atd. Si 
rl !^m|iiinlnr bun^lnlkans' «aijana, ion 
jarfaoN limi mH fiein uil te tcheldeit. Ilr. Z; 
49. B (di suha lék: jov. «erl. keiitlal es 
k«nil«l): nvt ImnaknwA. W. Z. 34. I fia> 
sinar» sampun^au^, f:, kamatih^fn, rau 
malik*); hnnahnwA van de mi^nah, 
/. 27. 11 (ilhi», dwc verkl. door nwaiiw*), 
aimk. onder lila II: hlnnuètis rbnii na 
een kreelt, T. Z. 4, 63 (kiigünahni^ riif 
dfiin): kiibnnan, Sul. Z. 3S.lt (kam|ii'gaa)t 
W. Z. 19. 9 (kalupnl, kaïMinjahsn. 
wwiing kaliwasan. kalnpulan, auak 
biflg: jiiT. k B d M w u ng, kaoAljalan, n 
kanijiilan, lerwljl 'ijav.Wdb. uhha = iiljul 
gecn):liMhHwiin hnrtp, Br. Z. IS. II (kalnqgia 
djiwa. kailaiigan ilj.); hibnnan (hds.: ki 
wuban) «yiwa, T. Z. 3, 47: aoirbaiTilk^-^ 
Sul. Z. SB, 1 (mat^lèbam), ail d« gevMt 
geniü, Z. 141, 13, loslaten den hals, bi>knr|)cn 
dnnr «en kfceri, T. Z. S, 19. L. Z. 19. .V 
loslalvn. hen-ijden, T. Z. 3, 74: tanpaorhU' 
w'Jtkèn ) (Tt^Iniiir ^anJ^ arèK dJlBanibuk, br. 
Z. 48. S (nora tn-tiiglMiong, tan knl^basg; 
jav. Tcrl. I an pa ng n walakèn), Wtk; 
pun mallh llmi anjmtJap nkèn Itif rèrtiltfKflg» 
nèki ..flkèn niHitjckè ni^nwnkênn, baléninrunlif 
Jttsup lèki, Jfip Z. 4 (Jnp. j.: p. ni. maafkj' 



ai\ «1 ui\ 



23d 



Sa\ en Ut\ 



taBuhsutiang kal inipu^in); z. hrili; 

iwah, ijtschrwuw vvu den meinier vati 

rljlutg, om de linlcn l« waarscliuwen. uil 

weg 10 gaao. vcri. van Akramlu. Wili. 

^nu VIU 292), van oliranlt-ii, W»k. Z. i. 8: 

I roepens afstand, Alp. 

U., uilspr. van vruwuli (vgl. guwiih}. UC' 
tnhi. • R ra n w u h i : |»aiiirun nli , z. onder 

'O. 

Inunu9^1.,sas., klamjiwak, z. onder bul. 
.. «awib; vgl. nwali. 

fiiuurtrt^. 8., wajawak ('t IkIs.: awa- 
riba). I. godha. 

«4oöi)i\, «r^^i^ naa»! wairi, Adip. 06 

i^y. vgl. wèri eii z. ooder wahiri. 

Ciuicii^, Je grond bcleekeni» is wel hoog 
mn daar taal op den dag (mal. liuggi va» 
1100 HUI laat uil ie drukken, z. uiuKtu, [I}; 

lu va» lakken, T. Z. 4, 6 (paAdjang), 

de maan. B. Z. 66. 3 (nëgïMiaug). van dt- 

mr. !S2; müiwiin til saii): bjang Adit;», 

link wig nitn Kalmna, t'd. 40 : uniawan, 
iruhnr: kAnanan, B.Z.4.3 (makalJiiigiM, 
fMab lèngai): vgl. nog onder «joo. 

mUKl\l., «wg. B. Z. 5, 13 (wralmara, 
irang. margi}, Z. 6, 2 (KÜwalan), aanh. 
sui^snng, wijae van reizen, rijdiar; 
ihorl haii«n, B. Z. 10. II (ogilidïn 
lavTBtan. nSgShin nè ifigüli); ukalia- 
I. Sul. Z. 120, \. W. Z. 21.14 (kanlasan, 
Inlasan. tinakwan): liamtn itolraka ranipn 
harlp, apdal uw kleiNittou tveder levr, 



T. Z. 4. 30 (niawanan): ahnvan. lol voer- 
luig hebbatde. W. Z. 33, 4 en 6 (ui a 1 u ng> 
gil liga n . m a I Ü g a k a n): ahawau lan unr, B. 
Z. 3. 20 (angarnbahin anibara); aliaui\iia> 
saradlanniD, (lees: wan lU) W. Z. SI, 10(vgl. 
ntarga): ninhaTan. Z. 13,5 (inahenu). Z. 9. 
4 (maiiganibah): manan in pl.van nialiawa». 
T.Z.5,88{niangdé): iUii«iiii k^nilian^ lèwag,T. 
Z. 1,16 (ma«adana): kaliawaa, Sul. Z. 13,6 
(ka'nlasaiO. B.Z.40,6 (kanibaban), Z. 44, 
4 en fi (kèiilaaa», linakwan: vgl. kahnu); 
kaliawau, B. Z. 4. 1G (kalakwaoan, ka'nla- 
san), d«ir hoog water. Ar. Z. 41. 7: -ag*- 
u nttin tiuli, «gaganaiiiirgga; awanin 
|iad«ni. b. van ambahin mali; kavranlii 
tidèwala, vrn. ^ kaïuhahin inali. Kid. 
Adip., b., Z. 3, 3; .siingkané Bé kaüwuniii 
üèdft. «lara sai^ narèndra pCdjah (vgl. 
aanh. onder iugg^lan): kiiviinan. «kalaog- 
laugait; uttanan. aanleidiitg, redeu.vooneeadtet 
{z. t;«iigki))). SuU Z. 144, 13 (anibalaii): 
awaunn, •wiinina, «sopina; avaaan mati, 

• kaliuainarggan; tnrara nn:ébib ananau, 

• la n pa ki ra Aa ; kauaniinin^ tiinasjr ni* 
Httniakii, Sut. /.. 7. 2 (mak ai m bala n); 
figuurlijk (vgL 'I gebruik vao djalau), bv. 
angKon tltyaiit awanan ngalik snarfané, 

• wAbanJk(iig)diingkap swargga; nKhiDf 
niatyatifiniiké batiivkn iuiha«aii*untiig' adii- 
Inr Inwilll klla. :ilechls de dood kan ma Ie- 
trafeitkeid geten, onverKhiUig hoe da wiji 
u, waarop ik ir vwe nabijkeid kan sijn. L. 
Z. Q, 9 (kéwaulin maliné iiglüganin 
maiiaklilyaugó sing makakraua 



I 



9a\ en ui^ 



25d 



9J,\ en \J\\ 



niawah) tlkanir lirA, It. Z.9.11 (kninalilnn, 
malili): ai^rovfll) hari>», T. Z. S. 84 en 
104 (mari m as u in p t ng); alllAnirnwaho» 
wab (jnv. hiis.: alilangliuwu'), W. Z. 1. 
K ((ka n ir ma la inanglitjiiiin, nirmala 
lun létfih. n. huwus suQd); Hnxnnnhl, 
Br. 2. 44. S (aqglSwihi, léwihan), Z. 20, uwah )t. 



19 (maiijalininj: niniurnwahl taplh, W. Z, 
14, 4 en 6 (anilietji k a iig, iigëmbux, mfi- 
iialiiri, inaiiièli, ug^iiibuxi i>], A<It|>. lü3.Sut. 
Z. 47, a (ambëtjiki); amruwithl paii;t:til>Aj«, 
X. onder iintlur; «iiiiKUUihi djAnnia, Ar. 
Z. 20, 16, Sm. Z. 38. 10 (malih liimiliii}: 
taiipaHcDwahi paiion, stmder sijn blik af Ie 
wenden wegens hare schoonheid. Was. Z. 4; 
tunpaivowahi iIiiIb, T. Z. 1, 46: anjcnwalil 
rlunjf, W. Z. SO, 5 (nitnahaog pusut^, 
mahaju palali, uglusin palah): iimwa- 
haa, R. SO,Z. 17. 7 (kapindoin); ioQuahan 
likanir laira, tv^rd de strijd heri'al, Bh. 46; 
rtnnit: hmuAliaii, K. IS Z. 10,8 (knogègar^ 
Dialili): inanabun kalpwn, z. aanh. omicr 
kal£wu. waaniit hlijkl. tUt hier aan uwa 11 
moet gedacht wi)rd«n, de spelling vandeT.de 
moderne zijnde, door overal |A Ie schrijven, 
waar naar de oudere laai een klinker moes) 
staan; inaKahiin nmntrit. •inahhimnntra. 
door Wiipcns. II. Z. 44, 6. 

tni«7^l. jav. (•poq\), h. van obali. 

slnit ada u wak , somier OHderttheid fvepas- 
telijk, bv. vnn iCliron, dal van ond en 
jODg kan gezegd worden; twara nnnb-anih, 
mvtTaxderd : rjatur waniTK» |)H^li twara 
uwahuwlh, Kid. Adiii. 'l. "i, 21 : lan kèiia 



nwahnwih tan|i^nilah J^h ndjan 
trant Mirniir, fr.; z. liSgbtg; mHawak. 
derd, rerandei-ing oidergoim, ook ta a o I 
11-, teey van een zickleor kwaal, van 
Iran en gégnnan, xovals lengevtiliie 
onder de kêwatiwab dii[>rliM>peii: vgl. i 



r;yn, {vgl. ubnh en iwoq. de > « 

l?\ SI 

aUin liiluq pnbilu<|): nwah', Simi. Z. 

an'uli*i6nièn, R.B, Z.ü 10 (nbtih pind 

na): Affawé rare htiuuhnnnh, R. /. 

(makrana ajiiak ijrik ul>tibi; kiinanr 

katiliranlnfr rare huwnhnnnh, kèniii 

késana (dèj <i»nr pmhbn, Ihanir drèv 

vat so&yiU sainawlto (Manu VlII S7 

linnii» lUKiiirndJi. jan ta]iwnn wnanfr ri 

driwjanja, kunnna: Jan Imnus mnll 

trnrunyii, wnaiiir runiuksa rtréwjanya, 

kna \ki»*g dréwjn Irija Silj.; dèjanll 

praUhti, Jiin hana dr^wjanlii^rarè nu 

kouakên» J» k^niitén dènl kadiutjt 

hann pwa kadanriijft, rilnia kunië 

kawruhaiia la hwfli kétiiknja lwim| 

IJanj-fl, nrolnya. tullHakuH, alnha 

dIAba, wèbiikèna dréwjanya. Kut. 

uio^'^ornw^^cJi uhuh.jav. 
ast <n si 
T. Z. S (ogwalèk), B. Z. 42, 6 (injiil 

paun-en, Rr.[Z. 6, 1 (iijawuwoiig vj 

hanihuh): bliinnah Ikanir knwoniT: 

16. 4 (i lua' hvir ngaOkin. in 

tkuiig anya(ldiriïlya), Minyang i 

la):hiniihaliBira, R.4Z. 1,46 (knOti 

Iniiniiliuuuh InnmbaD van vogels i 

liocden;, K. 24 Z. I&, 3 (kadani|)at 



IU\ en ui\ 



239 



9a\ en u»\ 



fl, ka*uh«uliBt% kattiu|Hi{iiii); t. brili: 
■rnwnh. g^chreeuw van «li-it lUiMiticr van 
n rljtuij, om Av imlvu \v. waanehuwea, uil 
weg Ie gaan, vcrt. va» itkraiidii. Wilt. 
aau Vill S9i). vnri olifanlcn, \V:is. Z. t. 8: 
roff)m» afilimd, Alp. 

II.. uiupr. van wuvvuli (fgl. gun-uh), nniT' 
rvhl. ■amiiwulii: patiKiiwrili, x. onilrr 
wu. 
ui-ju?^. 1. wèh I. 

■^vr?u9^|.,sa}i., klompwvk, i. oiiderlMil. 

O., «awtb: vgl. itwali. 
4:«ui/r>r\. 8.. wajawak ('I li<U.: awa- 
■ha). X. gotlha. 

SJUUiF^, wrok?, naast wairi. Ailip. 96 
k); vgl. wAri en z. ondvr waliiri. 
Sau»]^, de groiiiltieleekcnis \» ivo) koog 
vandaar laai op dvn ilng (mnl. (iiigi;! viin 
isB urn laat uil Ie drukken, s. uiu«a. II): 
iw*M van lakken. T. Z, 4, 6 (palldjang). 
u de maan. B. Z. 66. S (nKg«)i«(^}, van de 
H. tul. S2: BiAwaii ta san; bjanf AdKya, 
Milnk Hinr min sahmia, Ud. 4U; iniiiniin, 
imhar: kAwanan, tl. Z. 4,5 (luakalti^ui, 
iaib l^Bgai): vgl. nog ondrr cuuo. 

Viuis|^l.. weg. 1). Z. i, 13 (wratmara, 
rung. mirgi), Z. 6, 2 («Awntan), aanti. 
inngsung. wijse. van reizen, rijdier; 
frmhari bitwitn, B. Z. 10. II (tigilidin 
walan, njfg£bin ni tfigvli): sakAhii- 
. Sul. Z. liO. 4. W. Z.2I,!4 (kanlasan, 
alaiian. tioakwan). ba»Aii poirukji mmya 
Jltja hnrip. a/iUa( utv kltmzoon Kader leve. 



T. Z. 4. 20 (mawanan): ahanan. w i-orr- 
luifi hebheitde, \V. Z. 23, 4 en 8 (m a I n ng- 
ga nga n. m a I Qg a k a n): ubawan tan ari j-, B. 
Z. S, 20 (aiigambiiliin anibara): ubawAiia- 
KHnidJuniuH, (Icex: wan Sj.) W.Z. 21. 10 (vgl. 
inai-ga): mabawan, Z, 13.3 (niahénu), Z. 9, 
4 (maiigambah]: tnuHHiiin pi. van maliawan. 
T.Z. I},88(inaugdé): niawiin kènibatifr)«wa«,T.j 
Z. 1, 16 (masadana): kabïittan, Sul. Z. 1.1,6 
(ka'ntasan^, B. Z. 40. 6 (kambahan), Z. 44. 
4 en IS (kCniBsan, linakwan: vgl. kabnu): 
k)ihs«an. (I. Z. 4, 16 (kalakwanao, ka'nli- 
san), door bong water. Ar. Z. 41. 7: nga* 
nuiiln hnta, •gagananiArgga; nwanln 
padém. II. van ambahin msli; kiiHiuihi 
ndèwatn. vrn. = kanibabin inali. Kid. 
Adlp., b., Z. 5, 3: Mingfcané nè kailwanin 
sèda. alara saug narftndru ptdjah (vgl. 
aunh. onder iuggëlan): kinrunas. •kalaog* 
langaii; awanitn. aanleidinQ, reden, vaonvtndtet 
(X. taiigkiti), Siit. Z. 144, 13 fanilialan): 
anana», «wiinAna. «sopAna; avAnan mati, 

• kalinaniarggan: twani nrgèliih auanxu, 

• faapakj) raAa: huManuninic umasir al> 
rAfniaka, Sut. Z. 7,2 (mak afl m ba I a n); 
figuurtijk (vgl. 't gebruik van djalan). bv. 
anggon tltj^iini: awuna» nirallb Kwarfaaö^ 

• wAlianA(i^)duugkap Kwargga; ngblng 
mal7aiisfnak<^ bullnickn sabawan'anioK adii- 
lur luMaii kil», slechts de dood kan me fr* 
vrfltnkeid jfevm, ouvrn-iekiUig hoe do w^u 
it, waarop ik in «wt mibijheid kau si/n, L. 
Z. 9, 9 (kiwaniSn maling ngUganin 
manalitiiyaugé »ii^ luakakrana 



JU 



&A\ en xn\ 



240 



ejk\ co ui\ 



lilj'aiig ik» innkniilian riii|| hli): malirn- 
nan, ■makastluiijjluiigi: mHtiDnitpnn kiiclA. 
■ manunggang: lunwannn. •malinü. Adip 
54 88; niawaaan ralba, ft. U. 40; nintén 
mawanau, zmider aauleidiiig nt reden vim ecu 
kwftiil bv., (iinimnaiian tjnr. zonder dal de eed 
hehmfl nfgele^ M ttwrY/^n.ili: Icgeiijiitrlij kalah 
loiljug zijnde. 

II.. jat.. T. Z. S. 8S. Z. ), IC en S8 
(t8i^;ai: SAUtan). 

III., ben. van een gmfllloozezotitWülcrviKli, 
Banli. onder I a n(; w a n ; de füroolsle soort 
anau sèbo, en de kteiiie awnn (iinduk, zijnde 
gilik abi een liindiik. in Bjw. hwuii nnsu 
beelendv: nint|ii nl lèli|il anti», »'lden n^njpl 
aOn , em vallende tier (mal. a wan . vttlh, 
nialag. awanü, reijenbowj): zie lurSlju. 

tJlOiQj\I., jav. (en mad. vi^A\i\a, dragen de 

inngnia van een vorsl: jav. (taugawinan. 
mal. van Kulcj lumltak pfigii%vjn»n, stmimy- 
pielt, Bijdr. T. L. V. 5' vülgreekK. III lOS): ai«- 
hawin, B. Z. 8S. IS (mnagaba pangavrin), 
Ob. Z. SS, 4; tnanrlmvrin sêröli, Itr. Z. 32. 



Z.11.163: |iaiit:awln,rnt. = lutiitiak. Dli. 
(z. mainuit, tjSndékan). tn de» Iein|te1. 

Il.,_ftwhian. awnnan (K.A.), aoins als^ 
{{clieJ'.igd. Kid Adip.. b., •Ai\mit\i. 

ui\jk]\, nwun'. j.iv.. ahudan riwi 

• walAhiika, ■ dliüinnjuni (bis. gabon, 
awnn. ttevel, md. arimn: rg). bal. oriIm 
on 'I Rund. awan*); niorjmmüf.' 

2" . attn*. de golrtude figuren, blauw cni 
iwtd , op teeki-niiigcn . \raar de liirbl iaocl| 
anu^ediiid wonicn, xouaU liv. np die, waar 
lUwaüa nicl SilA Jn de liiebl zweert: 
üniri) awuu*. «anjawtii kakus, z. lauj 
«n vgl. aiiMin'. 

uiouieJy, beenderen, ujiiiig of lioiil 

sUigen in den slam van een booin, ^vanriaj 
wilde bjjen, om dien Ie kunnen beklininii'D:] 
g.tar mei bIJgcUmvijjc plcgÜgltitlcii gepaard : : 
w(n njawuit: vgl. panggCr. 

uii^\. san; alinaii, It. Z. 7». IS 
iigaiigon: sas. ugowan.mad. ngona. nvüf^ 
pniigciwan: paqgnn; z. aiigon en vgl. oiiihrj 
In); nianarbnuii I^mlin, z. onder gnpi 
manribiwiin H^natallia, VVre.: niré maiichi 



4 (ainawa, mauggavra): niiirbnwlti ^knr, 

Ar. Z. 50, 11 (vgl. onder awé); aniHiavIn B. Z.4, 3 (lj£nik ngangon, pangangon); 
dyali lan kaMiIi inc kisapuan (vgl. abin).'nipwaiij;bwaii goh, ald. (dakiili wrSdd 
Mal. 376; anjrauln, vtrgeaeUen als lipdienden, iigaugon lëinbu nf sampi); hlnnan, 
van bedaagde vrntiwen de danieH. die zieb (ip'l' Z. 6. SI (kailngnu, ring Iiawanl); inxlioa, 
slagveld willi'n dciorslekcn, (t. L, Z. 13, 8 vgl.i Wlb.: rlnshnanlra Toulief in pi. van lilnvrt- 
kawin: hlnawin van de ntnogba, B. Z.84,7 nira, Tp. 29; pinatiïnjuakcn. degent, mt 
(pinaodi): lianinénitkwa tjiirlknja, Sum. Z.'in'nt of wiens tm geteeid tecrdt: «InAdtilBg 



47. 6: panrbawin, B. Z. 85, 16 (parSkan), 
Z, 5, 7 (kljjaiig, nd ngalia djudjuluk); 



pliiani:niinak,èii niniin^ ninti^wan, Sd]. (vnl 
van wiwldnli awAmi pillajob, Hanii Md 



2*. wêignM van een voralf, aninan, R. L. 5. vgl. oiHler wiwAila} 




^ 



«*\ eii ui\ 



Ui 



9A\ en Vt\ 



%5i 



ij^OiCij\ I..jav., opaliu, ■^wètakèfa, 
•^ abaii: y«anën {K. A.). aniiiiian (ook 

IDici|^ gespeW). 

11., lekltern^ van jonge k&an nii^iijahiijah, 

'1 suiker, kokosnool enz. {sas. ulam): t. 

■ piog. 
'ivnunoj^, t. onder •hwan; sampi no 

,■ ifoiran (b.: ngaral), Tjp. 

•JkUK>^. s., z. undur iJïniah. 

CJUBU^, s.(abani)liivra). vaneen in een 
h >ich bevindend paur, B. Z. 48, 1 (laii- 
akadang). 
C«uS^, suif ftwantiBltha, Sun. Z. 44, 



r;o-5»^. B. (5' pers. sing. pcrf.). T. Z. 1, 
41 {nionji), Z.S, lis (panganilika): rakakl 
sang nvatjfl nara, sö- ^*e de laai da- mm. 
schtn spreekt, vau een syung, T. Z. S. 33; 
1 ivaija nari, «san^ syung; zie watja en 
bravriL 

fla'^u&\, B. (twitji). R. 16 Z, 3. 16 
(awètji <léfa), 14. Z. 6, 8; rin? anèüidèfa: 
ilha rinc awètji, K. 16 Z. 3, 19 (I. r. kawah, 
labab kawètjiné): tibènir awèljl. T. Z. S, 1 
(Mntbok iug kawuli); salwirinff AMètJinr, 
■ sarwwa liala: kaHè^laé, ■ nirajapaiU; 
ï. gowélji. 

ojtou»^,*. (awMjtjbinna). aaarawaU- 

wi^tuna tIbAniHc liadan, Wir. 1. 10. 



, (fjawanilpnra, Ar. Z. «. 8. Z. M. 3 ü^v-j siQ,^f.yn\, »., awlUArlian, Sm. Z. Ï5. 
rawanli m »a rwantipnra. vgl. «nder 13, Br. Z. 4, 3, Sul. Z. 108, I (lan utiapCn), 



WS«gga; praiiu ogavranli, tilel van een 

tgeachrin. Engelman'* verslag van de jav. 
van 'I Nederl. Ilijlielgcn.;: i. awjanti. 
'ja al i para en o. èkalawja. 
CiOWicj^ . kramavorm van awara: onta- 



Uari^. Z. 4, I. 

uiO^.awar'. ■doiigéng('1, zekere pinnl 

met dikke bladen Ier inwikkfling van baaan bi^ 

rèb gctteiigd; deworlelmet k£si)na, djangu. 



als borèh legen mhiwaug; rofilng awnr* pa- 
«méa, üll. 16: ahjan «praiva llwan Ikaiijr nabapanya, Tl., waar van Ribu. die van 't 
awofltén linsr^rljtjana, ald. 39; Mmawan- «mr* la meedrinken wildp, gesproken wonll 
■ pralipani warajanif hharawAn bhrsma, Bh ' i„ legen»!. van roning niandira (vgl. «wa- 
1ï uuwantèn pralApanlkatiK dbanafidjajit. w;,r): V de lange van de billen lef weersljde 
ia4a, die ïIJdp broeders bad gedood, ald. 7l. afhangende vederen, waar de slaan begint, 

't vnornaamale kealcekea van een haan; ook 



uio»iO\, 2. onder «uji. 

SJUKitnur. plfuriiD Kakinj; awanatya 

a de dèwigama, Adig. 18. 
CAUSTU, t., eigenn. Imndgenool der Kl< 

iwa». Bb. 



Ctuêvvi^.R. 17 Z. 6. 4.6 (darraat^- 
ila). 



tfi 



M>i-«uia« 



■ W t W IHM. 



de lange vederen van de hals afhangende, t. 
kun Ij ir. 

II., a-<a awar. Djvr., zekere licbl gekleunte 
fijn geltonwde wilde hnnd (lou elilers in Oa<il<Java 
mawar beelen, zoodal tiier aan wawar imx.-! 
gcdacbl worden); vgL adjag en kingkik. 



«A\ en '-n\ 



S« 



9*^ cn *JV\ 



.^rs 



m« \. bumawÏT den woedenden aanval. a«ur' paJi lao wri rifnya, Sum. Z. 149. iln 



B. Z. 42, 11 (iiKWiingtn. njangkaUn); 
Btisadjap ri nfkllia hariniftrili linnianèra ri 



nianskin tan^ Inaii» halanpiik ;).: iSjI) 
djah JnrauiirHuar Iina°, b. iugawiirawnl] 



Inknya niiyftNa, Br.Z. Sl.lft (uiai^usapaog, bhra.itR iinnvt «Arislra, L. Z. S7.8 (ma(i| 



niatijailsadin): tan liana wëriaii!; Iiuninn6> 
rana. Sul. Z. 7,3 (iijnngkaU): latipniijchawir 
van vlugtfiideii. 11. Z. 59, $, Z. 58, 3<i. van 
güsiteiivi-Uk-ii ; lRn]<«nirlia«i'r, llr. Z. 60, 14 
(nnra ujuJilJ. n. kalawanan; v^l. oiiiler 
agap): lampab litlr hinawè'ri Br. Z. 58, 1? 
(kaftiidSg, jaja hiawr). It'jenijth'iikien worden 
van plunden-iiilcn. Hari?. Z. 1. S; falnav«rtra, 
haar vreiigdv lli'l zij iiiL-l blijken, Gb. Z. 21. 
I, aanh. onder (rama: nét driwja hajwft- 
nawér, Kl. Z. 15, 8 (jav. uinawfr: ngatti- 
bËUi^il: kawër, Rr. Z. 55, 4 (kodèt); tan 
kahawtrana (sic), Sui. Z. 18, 1 (a pang da 
kaüangkala): linpahavèran van ecii vt^rslt* 
(!en Ipgrr. Ar. Z. 6, 13 (v^l. jav. rn sund. avtfr 
en abCr en wik jav. gawür); ai^aiidak t:a 
tra iaDpiu«(an, Gli. Z. 39. 6. 

UI u ^ I., • SjL u \ . mai^rawir* van tie wang. 

R. 20 Z. 18, IS(n)at^lèbèr: vgl. ug:!ilj. Iiawlr): 
rvtDanyininiuir* kauilaban daaiar, It. L. Z 
I, 97 (vgl. jav. awèr en dawirf), aanb. ondei' 
ai^lituh; vgl. kulawtr. 

11., ngaviravir. ugawag*(r), z. awar. 

III., Bjw., ecu laag rlrcklaierli nm óe dawu- 
han Ie sluppcn; awlr*. eet) «tuk dit» dienende 
sVcbis lol ledden. 

«jio'^, [vgl. jav). lan kabtaër pradè^a- 

ntka dènynwaramir ika piiida dnsta &afi:aii'i, 
B. Z. 7, 7 (|(iiieiii. [lU-iig, kalali usil): 
• anir', II. Z. ï*. i; anyrokrinok ^bds.: 4") 



kapan:ibinl: angavur van een dondenl 

Sul. Z. ISI, 10 ^anambvr), van pijb!D, 

150, 6 (liba), aanli. under frania; 

war, >inaiighawag. van inuzipktnftirunten 

Ar. Z. 6, 9, van vt&<rhen np 'I drong geraaki 

Ar. Z. 59, B, aaiih. onder awiik: maoviair 

ai^akn, ft. 23 Z. 4, M («pagijir), rgl. onder 

dyns en pi sub. 

UlO^, sas., Irèiig dèngdèngf (vgl. 
é 
aor, fund. baOr, skk. aor: bamhoe; z. « 

ui'^0\, sas. (Bajan). lanlèr. 

«n u \, vgl. iwCli, iTér, hei drttJc hfbbt* 
van werklieden rMr ev» feeal, Sum. Z. 19, ' 
kiw«ran. jav., B. Z 45,11 (likad. kèhukan) 
\V. Z. il, 4 (kèbukan, ktwehan; yf\. strod 
èwJd'.Z. Zü. S (kj.-w£daii, képwan), «dur* 
bbala, X. ondrr kaliulub: kèwran diiiliic^M 
ladbara van de bleekschijnende maan, Wni. 
sakimi; êndl rapanira kan; kaliwat kadi pi 
nama ^..x^, kanp tan kèwéran neg* m 
innt;, Jsp. j.; a. Z. 10: ». è. r. ika kadi 
lan purnatna tèki, tan k. iBff mèra tèka, (ta<| 
Jsp.: p. sidij: kèwrau tékapnlng rëiuin^ van 
liclilcmle nia-in. Sat. Z. 66, ü: (au ktnéi 
W.Z. 8. 8(tan képwau, tan of tar kë 
guh), B. Z. 86. 11: raninf kèvrëran (ft.; 
kèinSiigan) mans-kè, Sdm. (b.: kèwËh m 
Dahé); vgl. kurwan onder ira. 



5a^ cii ui\ 



2i3 



AJi\ en ui\ 



i 



uiu^. gas., naast £ndali I (vg), bal. 

4r); vgl. Iiijur. 

uio\ I.. ja»., tvat uitgeroepen ««rrf* itr 

\e bekendmaking (ug-iilj. nai'V. f"^- 



\ . sawan^ lënciéiixin^r «>idhi nikva kt- i^osin «n '(nhiiiljuhin), 'inai«itli«li (kilav. 
wnUr iulwuti rftmjiininf küpAt, Ar. jar. niiwi en ugiwiiwi. ({j^gersrh i^èwiri). 

n., aanh. nnHer ICgaraag. 

IlI. ■ iDrèwèrrwèrahën bij 'l piililirk is 
omloop brengen. Wil'. 1 78 (Tgl. J.iv. èwArS'Ul «n 
hiJTorm van wèwèr s» Kèlièr, luniirn lijn^. 

Siun^I.or hawura {;)want{n\ s. (Awj. 
ra); soravara anurai^knin; Indnt mandit- 
pavakli, R. 6 'l. 4, 5S (s:ingkalén mami, 
kni tigrusahai^); tiianiall la sfra dailja 
manjriinin maiiliu. flpaii umanura lëdjanlra, 
Rh. 65; Mins Dmanarjag saril, al vuit 't 
alijemetH btmotilijiil.W. S3 Z.8, IS fin :i tij a ug* 
kal», rnnngriiKakfliig): mawara rl. ttooren 



I, •gliinosiian: ncavaramr it^aiit van 
p<niarikan. 
Q., z. omU-r uwer. 
l/l o \, I. ouJct wfiwÉr 

po^.ownr*. "f bnnnr*, Sul. Z. 66. 3 
nun). Suui. Z. 80, 4, aanh. »»i]«r guwiig 
il, nbiir*. iiiat), burhiiren bËlnlmr; z. 
link'. Iiuhiug en wnwnr). B- Z. 80. 36 ''':" s'^ï"!»- AiÜii. 26. 40. 67; lan hana {atrn 



ripii). Z.5.40 (elders karilip), R. 14, 
1, 16); S* ttmfmtüf van Ae 1o1u-t, Sum. 
IS.1 



niani^anara kai^waijjan ^rl niahdriilja, 0.; 
AJip. 67, kindartn iemands devolip, lil, II. 
Z. 9. 3: Ith. IfS: anpinani, Itr. Z. 51S. 6 



ui'^u^ nf awar, sas., ntki-re rofan-snnri. (ujaugkalt-); an^Hara «imbanln; wulan, 

urtan wpriwehiihlcn; Tgl. onder paaar. W. Z. S. 15 {atiawSusi. nawcngiit); lnfft. 

'7(,1'JU\ , mtieuffnHf, liv. ran de bahai. wan. 'kinas. K.; lan kabawara. Sul. Z. 

dutTeL<ikunslen dm-l, van een »|)(Mter, aanli. 29, \1. vgl. onder f iwa; hèmait rakwa raras- 

Brr tjnlong en gondong. «praniitda: da nja tan tuln<i am»g:ba kabanarn fèkap narè- 

kada tvër. djénén^é mi^soiini; ninnjl, la- {wara, Ar. Z. 36. 1: tatan kinara lakunlra. 

ivah Mika nnlns, biinkuniBir k^nia niafi- mVf /<■ i/iiiVein, Z. S3, 7 ,ka<^aiigk3l;i):tan ka«a- 

iwaar> Jin tonr knfjivia Ifnidhé, péléiifé rèn;; kabjon, T. Z. $. SS: kftwaran d<>or wot- 

ikon manrusad, dva.«lnnja fl»nrosdi pnra, krn. It. Z. 69. 1 (kalawCngan), Z. 9u, 9 

•B mlallkang: nJadJajaDgr.'eiil liimliiir.'l (kasatigkala): rerduitierH. Ilw. Z. 6, IO:|ii- 

Ije van P. willende dwHlen, Lnjb. Z. I, 14, caiiikh«ainr \^a kauaran santnl), Kid. Sund. 

L onder galib i&as. Itanièl. 5jvr baOd. Z. I. ló; KArJja lan kavaran ring ambara. 

. lalju;: nrèwèrln.yf^M* iemand eru tj'oile^d * (iwa (uddha ring gagaba: vgl. 

It «w/ot, hem tartende: nc^wèrlo ]ri|rl'*wara III. 

Tt^blende kinderen: n|èwirtn. ^sii-A/m i 11., angiiwara kunrkanit injr djnruiir, B. 
Um (eyen leuiaml van een a»\\ (vfjl. mbè-|Z. 6, I (t^atorang, nandiqgin, niaswara); 



liai\ en trt\ 



244 



Sa\ en ui\ 



dèii 



upilulitiic: iingrttwara, Wih. 



lUs: B^not awak. TerbWint) b: 
art. 83. IJBmpur (Itjw.: wrub ing awaké 

III., 8.. awaniwarnna, z. uii<li-r «ji^ilrH. onder iba]: SHtaU ko tltjan^ raraf 
OAUT)-^^, K., \V. Z. 11.2 (kjneiirnn san ko Ikèn awak; tal rln? aw^ 



latipalalitSh); aaafirit aniiraiisii naaxl 
anaput samir Ww. , h., Z. 5 , 1 43 ; 
Jèn liana uitnir ^ihusa ati^nisak awaraiiH 
balialianiiiir iinmliiiif vvtig an^rnsak lawnng:. 
daiida SOOO, Wll>. art. 37; tati])ilinaraiia, uanli. 
onder parinaba: ■B|:Hwaraiia, B. Z. 34, 4 
(njangkala). Br. 'l. 40, 1; gordijn Tan eenlieil; 
ang^waniiia, B, Z. 27, 4 (njai^kHla; na- 
w^ngin): tan kahawnnina Siit. Z. 29, 11 
(nora kaxaiigkalD), Z. 1*1, 3 (l. kasai^* 
kala): z. «iider wArana en niriwarafia. 
m«r5i\. nawarutji. fr. S.,Nw. 8*. Iiïr 

ffAÖso^, vcrb. van arwuda, z. wurdn 
ff 
en Tgl. onder urn ir. 

Ciöny^tfi^ , t. wirota. 
suorSS^,:. warAthiiii: wadwAttfani: 



eig«n loefland ücnnen. loo bv. van ieiU 
sijii vcrpUditiiigcn kenl, T., b.. Z. 
siUinif tau kahjanjawahia, Ja tikft t 
Lak^nanta rinir lin, luL6(verl. van At 
pratikül3ni parèsftm na samitj 
• anakuja. Ai; seif, 0.; awakta, jr 
awaké, 1' [lers. door den vorst j^ 
oiidtTilaan. door brahmanen jegen» bun 
den. • a k u : ook aké| dat onder k 
Tonral in zwanir iü (vgl. ira en kai): bi 
mokuh njélêp. •dènkwaUmwa bak 
1', J9 aelf, IrgenoT. anak (ragané); 
wak, B. Z. 102, 1. 7,. 95, 13 (mandi 
sAwakanins: wastn, lul, 28, aanb. ouder 
sftwakanja, cn de sutk*. tn dieryelijket 
en vigd. ; sans luaiigiUla drëbja had. 

kanya, O.: mahavak, utrivrik 
awarftlhlntnr (b. iwii sdi; jav. text: i. 1 , 

•atwiiidurat: mAwak, W.Z.S7,1 (ka 
roti) piawira, Br.Z. iS. 2$ (leiung keii.l 

ligang k.). 

«Aèiin^.s.. wft«k (wëiekF) ningwC-. 



1S1 



z. ook onder uséli en vg). wêrlta. 
uiOSCierA, s., t. otick-r agni. 

tnu'»n\,s. (hawirI'biiJjf)> «kèalrij». 

wi« w], .«ituKïl^. sas., lichaam (ba- 



taoe)> «kawandba. K 30 Z. 9, 1$ (pawa- 

kan): lanpivak, i. ondiT «anaogKa; «ma- 

wlwak, aanh. onder nrëf augsa; saaf^a 

pinak&waknya, lul. II (verl. van sangrajftt- j niawak, •puSpaniürlli; Bwwak Jèh, 

iuakaj, aU rell. vmu., z. ouder ahal en { vergelijking bv. m alt 'l ttvr* watt 



aiig. aiaraga), «af ar! ra. «K 
pira kuuanic antadjinya, miwak sitoa 
ikanx' kala, Ud. 62 ('t origin.: aiba 
safale pArfté): iwak. in tetemt 
van een godheid, die xirb lichaamli 
loonl, B. Z. 49, 3 (masarira); 
kikmaratlh awak baning; djinèm, Z. 
(masarira. kaOljap): ratiki na* 
onder t<akaU: niftwak awils. Br. Z. 
(upapati pëdas. waü ngénduain) 



«*> en W\ 



245 



«*> en vt\ 



idyauggaiii ent.}'- »* namk blialAni, ihavruk, tfriji. gratm) : unettUhiiiii h«wAk, 



vnk Un^kaB; saklt tiuwttk. sakil gédé: 
iwak BiWinl, a/> «rn nuii? tr uitzien ziH>alK 
liga vmuwen : nmawak. ■ a f a r i r i; 
ivah djani^kfnr arodM. iliiris. Z. 19. 6; 
an^wak I, B. Z. I, 1 {saug makoii): 
lavakl ^antsr van krijLitkrteclilen, Br. Z. 
6(inaogfE4^h iku g^ntuh}. kAwakaa. 't 
vait etn \t\aaU: ^Anya kiwakannja, 
pla.ils birek nf sag er mnsdim, alt 't vfare 
\ln. uit. W. 7.. 17, 3 (s«)ii ai^fgaDva, 
^•KflwaiMi^ a»epi, xëpi (tves: ptjnadjara- 
irakfnf):-iiirawakanir Ida radrt. 'ruArA- 
kra: >>>i|r piftakènr (caJnnr in een min- 
rf tol deii iiiiiii, wdiiroft zij vprliefd iü, 
Z. 3. 76, Spt. /.. S. 76; p&wakan 
* anirëlamnj^t: pawakao. 'l licJuwm. 
-\. van iiiowa van een vrouw bv., haar 
hjk, «awak: pawakan, «avruk: panga- 
D. Z. 18, 7 (ra ga), van ven slagorde 
paagawal, in pi. waarvan ook paogawak, 
r. V Z. 2. 39, waar van Kn p. kanan en een 
kèri ([Oproken wordt, terwijl andere deelen 



W,7,.16.S (pctj^ng, rEraKng): hanuk* aruni- 
worMikèniradob Minrcnlicrft. B. 7..6. 17 (ka la- 
mukan ika RH mar dèning dnlinva). Br. Z. 
2S. 9 (mairili ihuk. kaguiënian: rgl, 
onder wAk): abawnk. Br. Z. 1. 9 (kagu* 
Ijman), W. Z. 1. 13 (kapClJugan, sar». 
Iiilêng); maliairuk, Sm. Z. 18. 1 (ugawë- 
tunt^ tiilan), Z. 21, B (kagiilUmaH}: kadi 
wlkn maliavnk d^tiiiv brafa bawnk, H. 23 
Z. 1 d. (Iwir paikJila mamlioda otib 
mabrala iitnpah); 

n., 7.. ka w lik. 

ui'jor)i!5]\, z. sAq. 

uiusS^en iwa, s»».. abin (bug. riwa. 
mal. rilia, tnad. rèbfi); primtfftn, abiaan. 

i!nuial\. jav.. .inuaj^, R.SOZ, 18. B 
(luina), «silino (lamp. iwa); mm bjaa; 
bararia nxbulun Jan ing twftk até'nr Bb. 36 
(ven. van wArufm jAdasitn aham); na* 
kara rln? r^wak Jaa aJêtnit, Japwan Iwak 
magê'ne: kita anan; prabbany» bamiia, B. 



van tjmjuk en umnb beelcn; pan^awak ' W Z. 9, 8 en 9. vgl. Uliismnp. 1235; iwak 
i, ictn-geiuMH? Wlb. art. 66; panrawak.! Hman i. onder liman: gadjaU Iwak, voertuig 



I, ilm poltu sijn in fcgcnsl. vau panganggo; 
tngawak vaneen kleedinKstuk.legrnov. lainlié. 
wioiAj^, i, onder ampnk'. 

CAao^{f). Tgl. wiwik. ■ mantrawlk 

I draak. Sm Z. 30. 2 (mai^.tp}: pAyi 
(aacmnniftüigtwik arèp miinjlinta ri Jalèag- 

■Bssb van BaruAa. Itarlf. Z. 14.7, 
iwak U. 
C«un|\ L i>r hawuk (vgl, jar, c» sund. 



van BaruAa, Harif Z. IB, 7; miifkBna 
Jan haaa rare hiilun tnurfttennr'fr I tbèni- 
117a 1 pakwan, tan walatküuan, tan Iwak- 
lijanirén, tan lèpibakna huUivafa, luhnn 
aranbnkana ma 4 (f) n boianir utahll 
djBg* Ja anffkëo lahan, lanpapafihakna, 
kasanr Jan kanHnnalat an^wakhjans nmalap 
batnnya, lao panghirakên pamnhak, t^nipn* 
bana Ja doiia Kakramanlns an^unkhjan^, 



9*\ eo vt\ 



346 



SA\ en ui\ 



lavan tan pnjiarurliulirakiia, 0. h. IV. s b.;' 
ii^iwaliJwak,«8)ih.oniler aj«tiilar; piwakfrn, 
R. 24 7.. 56, t (paikaiiaii, ))a(;n.iban amèt 
mina), asiili. nmler karanligu: 2'' z. onder 
Itèja: 



geleverd wordt aan den vorsl, nnder wif 
lielee^ligde p.irllj behoort ; monakiiiig, | 
kanf, vtecïcti en HétaÜverkoopcn: n^awil 
iemanil, die zich iiog vei-schoIcD (meng 
Itoudl, opgetfn ; nm iemand de hande 



U.,t tJAIanja dalimu kumiitjiip sisiknya trekken van de godlieid (widi), zoodi 



Rèkaring rjjak ansritiak (I. iuigiwik*] agralah, 
Sm. Z. 7, S (sihiingnya d. h. makasisik 
kamliarig ing prijaka fcalak niaiijEIiak). 

rfG)a|\ . tan dadyadadyiwikf'nl^kaiiaiir 
rada, \\. I2Z. 2, 16 (la'n liii^an wëluniug 



Etlrrri: pfffal uwakan nf bufitjal ba 
een maand na g a I u uga n (h u il a k 
duii$nlan lol buda klion paAog) ge^ 
|dc welk 1 1 jdsiMonp men geen schuldcr 
belalen: Jan Ja n^liiwan kaunak patinq 
nijada; ounkan ban^kungr, z. nndei 



4 



upaja punika Ingang): 

iSiSioj^. anyiï*! sarwl kèkêsèr nglwlk- owak'»n. ojmiHQ in eene omlieioïng. 
Iwik tiutJuUa rail Hmarmaja om den vijand. ü.. kèna Ja panEtiwak satëns-abniny 
die hein niel gei-aaki had, Ie hespollcn. Dm.;,""*. *"" iemand, die iels gekocht vril| 
Offlarmma i^lgèl ngiulkiwlk aoudliig:!, ald. ge»*'", "a*'-'' de vasigeslelde IcruiIJn is vcrli 



(Jav. ngiwi-iwi). 

uinc^8jil\,8as. aiiakiwoq, anak ubub, 

vgl. • uwnh. 

VfotUj^, ook uisjïl^ gespeld, mal. o\ 

bug.F, bij Muhom. lu( oudere mannen; ook de 
heidens )<preken iiudcn> Mahomfdanen er mi-d aan, 
maar spreken bet n \v n nil ; lal oudere vrouwen 
lijbi; inaëan i wai] bétjéq, br. nit Loiiibuk. 
puiaj^of kuwak?, rini;a|iJimunakèDC 

raü^ng^, Sul. Z. 97, U (snrud). 

UTOinj^I .manuak mkinc karahajwan. 

skh vrijmUi'j overgeven: it^awak, doorbrvlien 
ecu pagSban (vgl. onder dnwak], een suik 
vleescb ttwpea van iemand's sbchibccNl op 
gnluugan (niel ^6&v buda blion p^'gal lie* 
talende, M'orJl incn aangeklaagd}: kallwak.onv-- 
ijeyereu mtrdeti, bv. van iemand, die de boele 
uict betaalt in xijn eigen land, xoudal bij over- 



J 



Wib. (vgl. jav.). 
uiiuia|^. z. v/i'k. 

uioS^^ I.. (Ijw., tiaan in de tai 
kinderen. 

II., nwlq bijan ut djnlua awlq, sa> 
saflillja; lel iiwli|, ibt lËnu-ng; vgl. r 

LTi'^uiteiuen wëk, getehewd. aanb. 
aftg (batav. robèk. dat ïn bel aas. pC 
liug uf grèiuèüg is, jav. rohüt e» r< 
rawik, wal. robak-rabik en tjobak-tj 
nn-n. tjabii), batav. rom bang- ram 
vgnvik,- scheuten: vgt. bièk. M 

ui'j'j^Ktj^. z. wok, bavrok en o 

nvinuotCTi), èwok*, sa»., ktkupi 
Èlëp en klèwok. f 

-j uio -j w»! ^ I., iwrowiKanf. vuiln 
harken bv. mei een tjËljakai 




tA\ en u»\ 



247 



«4.^ cn ui^ 



a^wèk, jav., van e^n batteï (v^l. mal. 
sunil.}. aaiiti. omlor gngnk. 
«jiv3'^iOTO\ , s. kuju laiipawwali. 

uiuiojvia*- nwwad'. maijakll (vgL 
,)ï vin^wadl. op ietu.ind's pjlabSh's 
te merken hebb^H, om se ie verwerjmi, 
sw. 60: pavadftu, )>ï1ar^ki8r. 



\. hiniwud. vnriant Tan hiniwung. 



ui-jtO>\ of uwal, elaslietc, refthaar aU 

•pia (Bjtv. mndod, jav. miilor): mawadan, 

tkk tülrekkem nni Ie slnpen bv. naaüt maill.1- 

lm, kaki kadiiluitu mnfllalan tiain|)un 

irEi^l, Bgd. 8)>rcki?i)tle l<il zijn gasl, die lieu 

Itaifcl bij l>eiii diHirbraülit. 

viuitcï|\ ftf vtidf «wwad (z. oiidur wèn- 
Ib) ; iiiiëd dial. van die oortpronlielijk op een 
ihUi Ie AtiM bekoort»; au èdan Bnlilèi^, oor- 
pnmkelijk in B. Ie Aui'i behooremie, 

uiu£0\, muMali baua wuunr niawjawa- 

•n, tkl rinif paijampuliao, (■uoï:tlvaaing: 
llnodTa?) krila, lan vènlfn anadini- 
mi, kadya bêndjanirauipun akaiah anudl- 
dpnn, danda d^iiinir kréu 88Ü0, aso iifjal 
f ^anpijan^ii nira., Wib. (awidi?). 
&Ub04\ (^). wrëksa. 

8;fuUun\, t. »ndcr saniatpada. 

Cjfiuicu, a., ven ungolrnuwde kinderen, 

. Z. 10. 16. 
uiui^tn^, i. cHider aavragbAla. 

caui«i]\ 1-, kftwat, i. onder ka wat. 
U., aoi'ftwt, retlangcH naar i-cgcn, aanli. 



Z. S. 4, Lamb. Z. 56. ï (umaoi). declamerrenJ 
SUD). Z. 4t, l:Ui|piwftt atantl rowaufiira ua- 
bbm bèfoni kapAhanin; rilkaa.«a, it. 7.. 73, 6 
(magëgwana ja génlj balan sang W. 
niakakaraAa gawok ikaug r., matandak 
mag£nli kawnlandand s. m-. inan^^d^S 
kngawnkan j kalané. niaganli anglala- 
wtihin wadwan s. wabhrun^ karaniug 
k. walSk dèlyané); inawatakrn . kavra* 
gata. vao «en fnmiulier, H. SO ?.. 16, I 
(karadana), ran de godheid, SS Z. 4. S4 
(k., Inaradana). 

uiutni|^ , tan awat. iti« vavtofd tvcnten; 

awat', sateem r<in gvrudil (rgl. rawaL); 
dumnff vtniin awat* wei^ pDlIh mrlkl, 
vrfdr dal men wUt of t'Cinviedde , dal er Euro- 
peanen smideti kameit (vgl. balav.) ; nawat, 
inëraiv.-il, z. oiider niAlra; ngiftwat, Miir 
iemand rrogen bv, naar eeil vorsl, dien m^n 

5pri>ki?ii wil. 

sjiu<5t|^ of ^l«<t^ hfntarinanét van 

balafré'». Slim. Z. 2», 6. 

ajiOi-ji>]\, umawlt. aliumadang: mawltt 

It. 2 Z. 1,4 (matjailaiig, ljuuiadafl{[]: mavj- 

Ukèo, 15/2.4 (manie%'aliig, iigalurang): 

[nawlUkJn. Il 7.. 4, IS m IS (katjawUang): 

manfawit.towy/Möyopnieij/.Ull.eo.ll.iZ. 1. 

8, 1 Z. 1. 67 (bis): nerctd slaan van gowa|wn- 

iten, Harir. Z. 9, 21;utawlt,ald.,54 (maiya* 

d a lig . tj u Ri a d a lig : in a tj a d a ug); kapvA- 

DflwU, B. Z.12, 16 (paüaling tjadflii|); 

iiawil, klaar gekoutten. Z. II, S; kAwU, Sm. 

Z. I, 11 (kagèi). Z S8. 7 («CdSk), teetat-^ 



bder kalai^kja, van [uuwcn, Gli. Z. 2, 6. \ tiserwyz», Adip. 7S, it. 3 Z. 1. S8 (sCdek), 



9*\ fit Ul\ 

K E. 1, 1$: {s., kaffjal): kftwtt «aratsunaja 
kUantrirparanirkfl . '/ kosJhUi kerfti, toen tij 
diTwaarls ^üi^cn, I Z. 1, 1 (vgl. kahadaog): 
kavitküwlt, R. 21 Z. 1 , 8: pui^avit ran 
nm plualü waar lijKurs loprcn, T. Z. 5, 64; 
t(itro)r |>anirft«it ((langapitfi borl. «dw^- 
r&dhy^kfia. 

UiOU<n|\, jav. («awjal). Juursaam, het 

htig mthouJen (z. inih, ^andjib). «T. Z. 
1. 19 (nu ma kin); aanh. onder mogba. 

UI ^^I-. mèsamablsAdi. bualntBir djanma* 
njadjëmali, lul.6.'f gfitf/^, V remllaatf: hum- 
wat, ioeneme» jn lievigheid; kpai Ikanfftrëïnft 
agaraiiya, arè'nir djus;a ja, mannwuh pwa 
Ikanir wibbawa. sftwakaninic kliiatrè>naii, liu- 
tiiwal ta Ja. man^kin asé'iiir. kadi kramanl 
iinimninp liniliti, an maiickin hutiinat, lin- 
mvial Ikanr lënibn niakasnngrn Ja, hiinmat 
kramanja manekin aft'iif;. mnnftkaii» tlkanf 
triHÓi manKkin a|[è'Bg rl liualnikanr kl- 
natrêsnan, tut. 60 (Ind. Spr. 5168): aalDir 
dènyan hu ala djanmanya, pamatèkni (tlanya 
ngoni, Ag. IS9, rer. 

M., ruwat, mansrhwntakén kadjantnan. 
ttritTtken of opheffen k-iiiaixl's lijdelijke, door 
(■ea vloek «iitütaiii; gedaante. Sum. Z. 32, 13, 
paD|nti1 lianfrhirata djanma Mngnja sédènfca- 
nya karahatana ring pamuHlJanan, ald. Z. I. 8. 

111., te vermoeden uil hotol, dat wH 
bwal* is. 

wunsïi|^ , jar. (vel gund.), • anrlwat, 

amèt Htri ladju dinul, Wlb. (b.: anglii. 
l^a(ka)lLCn siri purik: rgl. ook sund. bon- 



9*\ en ui\ 

malajD, kirlng «nri drSwèaé, dèn tiflpak«>, 
diniiff anakraliinlutc anffiwat dnakon an 
tanpanfang^kèn, kan; tinttlpan Inindèr rti- 
san ansanrkëfl, patong^fn kaïig fltlpaa, «aiiv 
Jaada, SO.OOO, lanan anakrabinlnf aitKint 
gavènio I(d' tnaring 5an; kèwatan lai|i 
kang tllipan ika vjnan^ gawènën un$\ 
ai^ornrl luwane. ng;a.. Krtp. ; vvanr aagi> 
wat. > tja ra sukdma (?). tjaraDara(f}. aai^ 
dyarsa(?); narlvat, eene vrouw in Jm m 
verhoopm. een vojjel uit een tempel wegvoeroi' 

* 

aanh. onder 1 o latten; klwat. rerhorhl. 
noinj^ .andere uilspr. van ww»t, loo 

se-hijnt : awatanra narasana. Sum. Z. 1 1S.S.vgl 

aanh. onder sarik: pan^nwal. D. Z. 41, 6 

(tatnba, pangwarasan; vgl. owal en 

ubat en '1 bat. uvrarCn; tn de landlail 

van de ambonsclie eilanden is ai waar en 

ai waka zoowel wortel als geneesmiddel; 'm 

'I SumhaiiclK is lada ai zoowel 6oom6ajf 

als medhijn, geneesmiddel, vgl. dezelfde I» 

te<.'kcn[sver8chuiving onder atnu). Sum. Z. M, 

1 (bis.). Z. 73, 1 

UTjisT!]^. «wwal?, vesel, tpier. aêk 

(otnl; Sbr. en ngadj. ulial, mal. ural, I19- 

ogit). 

S*,sas.. kalih van haar: bnlo &BOvat,bok 
akatib; b. d««a owat, b. duwang katih. 

UI UI in) ^. nfrnnèt. 't gras van con &luk 

grond onderhouden of bewaren dour er MD 
sËsuwèn op Ie plaatien, nm te verhoeden, dil 
er op geweid wordt; aw6t*an, 't geen mm 
voor sirA wit houden een ander verliindercitdc 



djèwat); bana vvrang ai^lwat kavnibaii|Of verbiedetide er van te lu-mcD. 



SX\ en ui\ 



249 



Si.\ en m^ 



r S 'jtj ^ ( lees alitf). InawitaMn. oil 

D pbaU ten/rernf, Utl. 36 

^ur?u«|^ . SIS., iibad («^1. ntiJer 

iwal). 

SJttjtfOP^ , s.. NfderdaltHg «ener gmiheid. 
Z. se. 1. R. lU Z. 1, 11 Sm. Z. 58. 

Z. 1, 13; /. 4, 3; «««litrvinin; pudiik 
in Travie kuilen, Z, U, S; üuiitiïranlng: ahétn. 
tttuttaat run f^e rergaHering of ixreinidaiiinif, 
II Z 1 , 1 ï : Hnfa tl 'At it ra . • n ii^ i fi d <i r.i 1 : 
kvit bbai^n iiiawMAsu miirèiiic Mimtrii, 
«u ilriiidnidutiilinfAwatira UU, 8m. 'L 
B, 1 (tan marü): vgl. «wafarira. 

9iotfi«\ I.. ».. Kern-, Wra. hl. IJ. ver- 
I, dat dit tiejav. kawilaoa is: z. radjan!. 

n. . I. (H)diT lullU. 

UU vi<r.j^. s.. lailjug (z, nmler ladjiik). 

Uiuwjv {«awSs we wés), awis, W. 

:«, 1 (kalon). T. Z. 1, 12 (wjakli. 

itat), jncv* zon hij dv pftc» vcriiit'li;id 

èlRD. R. 7 Z. 19, 27 (latas, pf-das). 9 

Li, tl en 12. aanh. onder kSIëm, van 

■mand, die e«n bericht overbi-pngt, Ww. Z. 1, 

■: inAwAa van de zon, B. Z. 10, 1 (iigfra- 

kuglo, indag); nawAs van een geluid. R. 

Z. 1. 4S (p6i]a5. lalus); nairas, mainika 

mlauluh, Kr.: un mawaa, Ur. 7.. 13, 4 

lalra'. aora kanlén); BHwa.<( kaï, tcAyn/m« 

^ B. U.: 'Bjra mb; irawan anak saag' 

InkAwas lawan BlapnJ. B Z. IS, 17 (irlka 

i. wékan san;; ardjunané atSmu ring 

Hf dyab nolapuj): njrawas, aanh. onder 

nggnk; nsmwaa laifit. «angdélË' tawang; 



kawu, «kalon. «Ion: kawaxanf. gfstm; 
Tgl. wèswös. 

UïSaÏ]\ |..jaT.. h. van arak. Mal-, T. 6. 
Z. 1, 90. Z. 4. 70. 

|[., op door 'I sH. Gil. Z. !. I. R. 5Ï Z. 4. 15 
(lias): awi.<^;N)aptsan, R. 22 Z. 4, 4 (tfilaa 
a|nsan), tahanins-snn niHKa nj^onjr anls, dét^ 
bhré sniarukandl, Spt. Z. I. 21 (orervronnen 
worden ^. de broeder Ipij wii>n hij om hulpkwnm. 
tefil: ah pitjnndang: kalinar ijèn^granya masa 
tnn awls, dèiii kakaola. «Ampnii xiringr^nnr 
winflt. ald. Z. S, 87: pira ta konèaff (jav. 
hils. : kanang) raiianya nrabawls (jaT. hda. 
hans.i\vjs) pëdjah, Kr. Z. 16. 18 (akuda sa- 
malili wilaugnya kawës niaÜ, jan aknda 
malib wElaiiganyané lias padXm, vgl. mal. 
babis): k&nlKaii (sic), R. !5 Z. 14, S (kena 
raljun. k. iipai; i. wisa)^ panfhawig, W. 
Z. 4.3 (panji-n-akn. panjtwï, kasyasih). 

in., tak van de wo(b) gading, R. 15 
Z. 8, 4 (papa II, wob). B. Z. 67, 6 (wowoban). 

«IV., sas., aril (z. ook onder batéq); 
npivls, i^arll. 

irt«]\, t. hos. 

II., Ktatnw. van uuiwasf.x. »nder mwas. 

uiuAj|\, nflwasln, hvsvm (ningalin, njl- 
Dgakin), •RianiogbalJ; vfl. mhalibin 
en awas. 

uium]^. Kas., ibuR. 

i/IOUmJ^, z. onder ibus. 

uium|\I., rerb- van wals ontslaan uit 
de samentrekking tot yiai. 
IL, z. luwaa. 



Jk 



«ai\ en ui\ 



SfO 



a*\ en ut\ 



m. of Awas. een snilere spelling van vf&s lil. 
uiuwl^l.. als pracdikaat. Ür. Z. lï, 18,: 

volmaakl van iemands Bli-<:ven. a<'Arfif,W. Z. 1. 
1 (niad. obus, mV. ijedaati, juv. wus), als uit- 
roepiif, K. 4 Z. 1. 7: 7 Z. 6, I: SI Z. 7. 9 
(vgl. WHS): angbnwDs', Br. Z. 11. 16. W. Z. 
IS, 12. aaiih. onder triwali; hawaninir inff- 
ïawas', U. Z. 6. 9 (iiiarganikaiig mapill»* 
aan, niargan sang mal Usa n, kaBnt asin 
antuk sang .injut djiwa): mnn^ka tan; 
raliiavadlin tan karasa plng-katili ronanga- 
nlng anfgullpniuifidnguvasuwns, T. Z. 1,16 
(kèto anakëlult iwara pindoin uf^rasa- 
nln atljak luan^gutiji amiKanmisan, 
k. slri nü ilSS Iwara iniiigknliliin nialS- 
rouiié adjak nggulip. nggfibrnng kaniiik* 
iaiié); daar hlJ de prinses niel vimd, \A\% 
nfavDsanns [woHhoin^) niangkin poUhIra 
agjanfémasana pall, Was. Z. 4; hlDonu&nya 
van lonken, W. Z. 14, 1 (pupulanga, 
pin abajun ya); kuwnsèu, K. 10 7.. 4, 11 
(glisang); mahnwasan, ofikauden wet 't liuu- 
deo van ren wapen U:v bntrijding van den 
vijand, UU. 34, maar een paar regels vroeger 
luaiilasan, niainngjau niallasana (Ii.: 
KBmpnnana) ta para mècwa rlngrS^ëb 
saSdjata (tjipa hrü kadlibula sinalu- 
hakfin, A. Z. IK, tf); nialiuwusan slrüojflë- 
pasakèii samwistra Dl<;ita, ll(i. 85,tfttau liaua 
urantitnikanp rAga maiiUHUsana Jadjaphi 
wèbén Ja rj KawaMunlnir kinarftfft" enz., Itil. 
SC; hUHOaaD, Ailip. 82, 90, llli. 3, 89. 91; 
la bannsun tapna kltdlaga, tlDg:f:alakèn 



4 



« 



ramadhwarii sanggrèmftl ^n 

ulsrCdjya): ta hainisan, aanli. undvt 

rohara ca ganla: vgl. wusan onder w 

ll.,ol u(t9, l>al. uilspr. van «wuwus; 

wusM, «wiiiisikan. 

•>ur:owi|^, ï. rawas Ui. 

<s:»u(iu^ (f), wontfin panrawacèn^lor 
peO, Mal 119 (120 pangawafèn). 

U.. fnauavaninp kali m. c. in pi. 
inawèüa!, Krsu. Z. 18, 2. 

(!y5'i'jrï\,s.. niaogtwivft, hezUltn 

van een lioozeH geest, aanli. onder kingk 
(waar 'l origin. wiwèfa beeft); lUu 
mrètya mnnKvwè^a (arlra. Bh. 6S; kaï 
Iumnn8:luns anyawi'sa (sic.) tapwan airn 
Anj. Z. 6. 3 (entit-ati i dlugdii^ ai l 
djiuijtib nora olih amilÜt, diugdini 
mèniliong ëbun angajiili ika umèb 
lilit): lnawèc*t><»IF smara, B. Z. 16, It 
susup, kawifèsa); Inawèfa rinp s., Su 
45. 12 (kawifèsa olib kasmaran); 
w^Naning: manah kdnf, Hm. Z. 10.6. i 
onder iiiAlusaliiK, l)d. 7 (bis.); kftwèfl 
vanden door slerkcn drank, Adip. 109: kA 
dèning:ri)g;a, Uil. SS (vc^rl. van règ&bliibhi 
tau kAwiv» dènlkang: stri, 57; Mnè^i 
naspntl, K. I6, Z. S, 11 (kasusnpan): 
niV^Hrabn, »anli. onder IdbyAlmika; 
v^n ri hnddhining wadwa kapat. bevi 
door de (MHslagen der 4 endo^anai, die 
vorst bepraatten, iels onrecbtvaardigs Ie 
T., b., Z. 4, 19. aanb. onder taki*; pi 
wè(,-t. de kracbl vaneen barlstochl.aanb. i 



wèranlnr lirëdaja, 69 ('t origin., S744, upft- ruku; pauf(«iiè^iuiiug harip 



2 



«liprii. lul. 48: M>f*"^t*»iii( rlpt> aaiib. 
Mdcr lign. 

II. f. lapivètt van (cmiinil. ilii-ii i»pn ver> 
bo^l Ie sieii. ijertgreUeerd*, «iiiIhkI^-i) wonle». 
Ar. Pr. 'l. 20. 6, 7; tnani^sa (b.: innsuja 
u pL van itiA^raj;*) (a d«it>u dAnawa ritk- 
uu kiibèli. nm de GihIcii Ie liuliw». I'l. vg). 
ooder Bvri^. 

aiUjL^«)I.,)(..Br. Z. 46, 1 (waslu); ri>t 

■lasin, lilt. S9 (vcri. v»» {inrinim^i: hHita 

p«a «wanx niaBi^ké kranian.va, inaii«rn nia- 

kdhanangadliariHDia, a|>aiicardJanAHlia aii 

IkiDA rinr dharuma prajoiljauanlkaii^ar 

Um dioya. ikaiv wwaiw lUttiiirkttn;!. kraiua- 

I, léhénr djura Ja tanpangranUtna, Aptn 

ktl lèmén ikan; maniiisfahl laték santka 

MUi|uiu)iah, Jadyapin wasihaaiwua- 

«aaya, (ui. JK {latl. S|ir. 3117): t. ilura- 

wailni en kAHvraiAiia: iku; lam 

kltiwAv^n, W. Z. S3. 6 (ikang 8.ikit 

rabaj u wüslunja, i k ii ^t i i^ ml ah 

waaluifa, ikaqg sakil I6inaliaiiy.n 

rakaju), aanli. oiidcr samlièga, lul. 6!, T. 

Z. t. 46, aanli. onder IJnlah iiikudiit; 

■ftwaana, n. •• Z. 4, ï (z. waïAnal; dJA- 

ÜBl>C djunma niaki«asftDa(iig:) piti, Adip. 

H: nokAMBsiljia busun;, a.-tiib. nnder ha* 

sang. 

11., I. othlcr üwislbala, 

Cioun^. s., anddlDpArunakarnimapha* 

ta tlattnlif nrélyanpabtneAB v^^nirkukA- 
la(r) wlaiwartafr^hnja, Apan Jadjraphi syn- 
kt ^rdjbiriu (^arintnikiiiiic «nanir dèninf 
hrA.> tu priptivuani, tu tèkini ^anr- 



kuiiya. tai) mill iki. kakarasa rl innKtanr- 
nliiir duknt uAtra tnwl, dadi Iki ntti. Jan 
prlipta kiU, lul. &6 (Ini. Sjtr $S9S). 

4Jl^?ranr^\, hrHchanm^, inearmilie: kilg* 

k^n uiidhakAritwa^arira viin dm vyund, in Ie- ' 
geiitil. van divraklrflwatAra van di-n toral, die 
liein wegvaatit. nU du zon de duislcniis, 0. (een 
geliefde viT|tdiJkin^ liv. R. 6 Z. 7, S5: sdrjjo. 
pamanya rikatiant; inusiib lindhakjira, 
z. onk W. 7 Z. 19, 10. tjandrfldilya mangift- 
ilaral kiirika ling (Uri siran adiilur |ta> 

dèbal^p, pak$ftnirADak£iiang iniiaiih ka- 
di püliug iniiSIc BsalSsSk iug raftAi^- 

gana van KrJÜfta fa Batadèwa, Uw. '£. 

2, 2), vgl. onder awaijtra. 

• f . ■ 

Cnnuniiei\, 8., i. nnder lainuj. 

fijtUAnu^lS)^. n.. aanli. onder lus (nis- 
8c)iien awisfldaka »1<1iiar lt> Irji^nV 

£aua/*)^ ,8., sawastllAnyaniMnianzuo dnb- 

ka, aanb. ond<T dadah; taiipftwa.<>thft, Br. Z. 
40, 10 (lanpapubara. long hakal aila- , 
nin): aanb onder parlAflba; z. wastL 
CAu£t&\, X. ondiT wasliiya. 

CitTMiiux. 8., weteHloot v.mi den blik. 

Wir. 29. 

Si^uufu^. ». cigcnn. van ren der v^f 

pbatsni (paflijaftrftDia) door de PAA<iawa'a 
geëisebl; de 4 overige: wrCkaslhala, mi' 
kandi (bda.: waaanli}, wIranAwala en 
iinra<iflna. Vi. 34 en 38. 

SiUu tnu.en uaraiiika. eigeiiu. van de 
twee ZMicn van r.ikaAili li^ Mlawall, nadal 
sy de iDiinneliJklieid tan Ulinluna liadgdmrgd. 
Tjl. 4lf (Pw. fr.: Usantja en Ulawny«}. 



tA\ en vt\ 



ssa 



«Ji\ Ol U1\ 



«AO-^rjü^. s., z. nirawaïèS». 

T y \ ■ <»"iun<''- VRH i w 8' ( ? ) . Adip. 
73 (bis.). 

towjOK»^, s., I. onder niriipèksa. 

Sjöu^Kii? tfii\. K., B. Z. 6. i3 (lao u (ja- 
pen), awiwftküitAn, Z. 112, 1. 

ut\3rji\, awalon. waar tcmoHrf sü-A ff*- 
M'omi/ijJt «pAouif/, K. 5 Z. 4, IS (psgnaban. 
pasabltan, palaljan): «W)il*an, Unil>. Z. 
36. 3 (pas»liiif siihuriit). 

II.. aiig;iiw8liwal . niet hnaren nnnr goeden 
raad. e<>n vt'nnck fiiz.: nija|ièn KAng pandita 
dénppi nvranxawal*, Dil. Z. 1, 3. 

r^Gruj^ ol liiwël(?). anjriwèl van de band. 
B. Z. Ö9, K (matras. Dggël{!l. jèri Iniipii- 
nangr, t£ka impSkV 

uiurui|\, zeker ((oliak alR de abug. zwarl. 
ran lïidjun of bruinachtig ran këtaii ni^ 
njabnjah, gula en iijuli, ziel er uil »U dodo I. 
maar is hard (Bjw. ld.}: Iwllu (iwMan?;, 
aanh. onder okdI. 

uiGrjjv xie iw{l. 

uiuiu'a , jav., van de bil van Rlcchl houl 
als bv. van dapdap-lioul (sur.d. hu wal), 
lenig van d« pezen door '1 lonpcn (vg). uwnd). 
flap door vcnmwidbeid (vgl. Icinél). tegenover 
kalu. kiCtjeug of këkëb; nxiiwal. z. onder 
buü; sajan fauwal sfbira sanï iirabhn, tie 
geHetjetheid raa tleti tont jegens Raflm Hatu 
vm-d steeds slapper. Hal. Z. 4, 10: vgl. aaiih. 
onder wil ut. 

uiotuj^ I.. g«dCg, vgl. owÉl? 

IL. Bwéll kadi oüngmaiij; (anderen: du- 



wSli mii^niaog) va» alang'. Wd. 2 (ald. 18: 
bfindCI miugmang). 

puru \, itianipiwfl Inin^, R. 5 Z. 8, Sj 
(maiigobis tjunguli), de oogen, Wir. %] 
vgl. kawil. 

uiörul^, uiispr. van «wil. 

uTnuruj^. i>r wèl, tnapiwé wèl, «aiiga- 
ntanuman: djedja nfcnvèl verbloemd in fL 
van npak; lurowèl. z. tjutjnd: apavitla, 
iemand heknonm . inel Krlieldvroorden enL. 
overladen; twara Itjanc kaw^llH. ésringiai 
(inutuh: njranèlans:, iemand uitmaken. 

nunorul\. z. hohSI. 

(SjLono^.g. (abalft), Iwirlnf awaU tiVf- 
yalakina dinta, krépana daridrika Httk 
awaknya, i^wanuilra mlghodranakB paii 
Ktri (b.: nika m&rg^Adrawaka niadairi), 
nagalak Afabdftfhréiia Ja mapong^Hg (V: 
muDggung), liviring awaU Jogja plaaki* 
patnt, waragniia rApftdhIka knlanAdl (li.: 
ddini, te lezen knlanjrif), niapès Ikani 
irab^k ^br^óa Ja sui;na. Nla. Z. 5. 5: T., b., Z. 
I. C6 en vlgd.: Jan amèt i<ilri, haniwaUdl 
knlananir^adja tan MirApa mwaiijr sor Ing ka- 
larükpatdi attama Jan giinaj-apakHli\di ,.Jadla 
Jan ijala Ikan^ str) ndau kliiabanan salab 
sikl kang slnanggah gniia pat i^aglb anvuB 
wi^ès» ng-unl khiahananln; wiwikimanad- 
dbl (*) ta Ja Jan kahèiiijan kapat piiiakt- 
swabbikniining strt bliagja wtrJJawAn saig 
mangalap makidj kang ilnan^gali patibrata, 
(kam. IK: apan ikang atri, jan bana aalah 
lui^gal ikaug {juiia pdl. wËnang iki- 



iA\ en ui\ 



255 



«4\ en ui\ 



pCa. ndya ta Iwirnya, wwang kina* 
wanfiao. wwaog sugili, wwung anwani, 

wang pratlji^a. ullaoia ika Dg si rï jan 
JBahanantng gaaa p&t ik&, rtug slri 
iDOgKal. jadyapiii salah siki slri mang- 
kinnha, jogjülapfln: vgl. Init. Spr. &68.i 
mb. onder vriding. 



dal vcinig vcrtroiiwcii vrrdit-nt, (laar de spel- 
ling verkeerd is. beeft woitii andlkuninir 
rasol, tatkaU ing-.sun ntiritdj (_)^}, san 
ÜBfali nanüia paniclut pipita, kanc Jibln 
trlk i<LSj\) wa.<ttiui|a, pinirkiillh sani^iti 
(L_-tft»], pln^tlpt infaraD mljDia' (^a».1}, 
kapiiifrpat un^lr {j*^} wattaniki, pin|< 



tiO-^ru^iOBiV «•*■ «^«f '"*"""■ jlima djalmiiam {^). pinfném djalm 

«iu-^iuu\. s.. Sul Z. B7. 3 (tjanipah).!(f5j. «■ djaim) wastanj-a, kapingrprtn 

(pai^opama. /ro(». mwMM-A/wjr.B"-- Z- Ï7- *"" ^■"J'»'' (*i5^) rtkèko, vgl. UerlieK.! 
[t, Z. 51. 9 (itanpé). tJu. 5, waBr4)p in dtüi 



(plgenden liii als 'l ware de verlaling votgL 
kinasaiiipnjan; sdwalèpa, W. Z. 27. 
(lugkara, sapa kadi aku. liwal pra- 
a). Sui. Z. 6. ! (lai^kali); mawalèpa. 
;. (qapa kadi aku), aaiih. onder iiiDdilu 
■gpaug); later walèpa, looals in 'l «jav. 
n Terl. van •awamJtna, vgl. ardalêpa. 

«aunjriio\. a., Sul. Z. 96,5 (langkab). 
utuuj^ I. (>urap), n^awapin, maüwap. 
linépa badjra; vgl. olës. 
U.. mguwiLplu, Kss., ngiilapin. 
«*"S?\. S-. B- Ï6 2. 3, lï, Z. 6. 15 
nanf^waoiana, mandura); tut. 28, sampé. 
CiiutJI^. z. «awé. 

uiut>j\ in pi. van wê of waj. aanb. 

Witer ftnUia. 
UI uu , s.. gh rS I a I i 1 S d t . aanb. onder 

driila. gomèdba. dhllaki en ApoiuArti: 

«wyawftliaia. aaiili. onder swAbA. 

Cltaifl^, sas. (ar. jüjU), de 7* heiverdieimg 



11 79. 



uiu]^\, I. awanli, nni. van w.n rijk. 
Mat. IS; «Jantipnra, 118. 

viuiwi^, int*l- van wijati. T.,fr..Z. 2, 4tt, 

Spt. telkeiut, Kid. Sund. Z. 1, 74. Z. S. 93: 
tan; nmor lM|r avijait van era hrabniaan, 
Kid. I'ani. Z. 4. 160 ('t proza: sang stddha. 
Tgl. (Hidcr Mtjin), aanb. onder rug. 

ejiuwiu\, s., lat. 17, aanh. onder wi^èsa 

(vert. van g&tra): Brb. Z. 1. 14, Adip. S7 
30, tul. 62 (bis.): w«Jawa («ie) T. Z. S. 
4 (awak), Z. 4. 24. waar de a kan bebou- 
den worden: awajawuit {«rlra, aanli. onder 
Uwaa: aw^auauliK' awak, aanb. oiider 
(utji: gAwaJawanikaiv (arira, Wir. 19: anfr- 
fAwaJawa, Ud. 80; i;aririwajawa van een 
slagonle. Bb. SS: knmetér Kftiwi^AwaJawaalra, 
al sijn ledemale» van een stukoud man, üd., 
vgl. onder ruksa en pral vAwajawa. 

S*.. omtrek van een vbkle, Ilh. SZ, Wlr. 
19. 21, 17: bbisana sapatnikanr tiniini<iaiin:a- 
ta, tllan haten sAwnJawanikan? raninncai^a, 
Bb. 75 (ven. van rdtrib sambbawAd gborft 



■. id.): een jav. hamUehr. in ar. scbrifl, napa?yala lalo rafiani): «Awajawanlkanj 



J 



sj.\ en ui\ 



3B4 



€x\ e.n ui^ 



«(ral knrokKètrt, alil.22 en 2: |r4trAw«Jawa, war), op den qii oficküleu. Dr. Z. I». | 
z. oiMter gilra. llffAvar'. gütoutenvijt: anKawa^fcawiif (I 

Sa*) W. Z. 14, 16 {niand(ira\ i^atnai^V: 
ll|!:AMfl^li, naar tols op dm pof af gütat, 
uiunU awjit , o/teitbaar gemankle rsyfftij) 



SiUtUU^, a.. mu 6t (bis.). 

a:aonour)Si»Gi\, 8., lanpnwjavraliipa 
(z. vooral nnder jania 3*); tan awinida, 
tait atlolAwSIja. lfln|iagufiadoÈ3. Wrii. 
(x. da^a^lla). 

Cjt^jUl^. K.. talanpatwanfc. Wih. 

nunvaEAlx. n^onam, z. ODiItr iiwab. 

«aacon^ . 8.,W. Z. 8. 4 co 6 (pra'<nDgglia, 
qagia kadi nku, langkab, iié lan palul, 
langganaK hrulaal. R. 9 Z. 1, 4 (para- 
•aogsa), 5 Z. 4. S9 (Ijükap). aanli. nmler 
wiparita. W. Z. SS. 6 (kaprawiran, liapu- 
rtisan), B. Z.S4. B(1.), B. 3 Z. I. 6 (walè- 
pa). Adip. 40. hrs., Br. Z. 48. 13; bajwiwa- 
mftnèng: vlhikan rikaiiK Di^a, 12 Z. S, 28 
(» o r a D u Dg k a R i n s a iig w r ii h r ■ ug 
raOs): laicr «ainana, T. Z. 4, 16 i>n 17 
(lai^kab). •bliui^g», (\.4.Z.1.60. «awa- 
iljqi: wanianaratl, T. Z. 4. 16 (malakiaiia 
langkab); laanpvaniaBl , » ni a i^ ii ni an> 
■ man; HaitiMtraiirMauiaiia. ■ m a Ii 3 og li- 
man a man. vgLoiHler itampaj; kinawaniSnan, 
brutaal bejegetiH, it. 9 Z. l, & altl. S (i. alhiiT 
wanianaj; klnawamlnaiiya fdra, UU. 90. 

uiutnj^. jav., kamawa; lawfura, Br. Z 
16, 14; Bffawaf, onzeker vun i-en bericbl. 
onduidelijk vmi icif^ iii de verle: «^'um (vol 
g a w a g en mal. r a w a k | ; ■ aiiffawak 
B. Z. S9, 17 (nublah): inanirhtws|: Mnr- 
ka rinr dohdoh, B. Z. 8, 1 (ogamang, ma> 
t^awur); Dian^hawaf, l\. 'L 1. 8 (maiig»- 



n ^ n 



voor 'I bancgL'ïpcbl, de mtwA'» ena. 
\ z. bij abng. 

\ I., -hila*. Br. Z. 27, 7 (dnb): 
Uvra;ika,Ii.Z.6.2 (binanujiin^ wagëd p 
nika. wjaktinipiin): btwa; amants, Br. Z. 
13, 33 (iwang abagua]; ansbina^akéa rai 
den vijantl. It.Z. 7!, 2 fnuiï<lj^lénin. anSka. 
ni, mamüngjEokin); mabiwaj^'akén sagnk*. 
Z. 6. 9 (ugfiinlialiaiig ika kriiiliang Irêqg- 
Itana, p£nibahi)jané èuggatan kaide|^ Iwir 
kala npSkanl: amablnairakën (jar. bds.: 
Dghvajiakéii} rarashati, W. Z.8.1 in]3i^>< 
suugin, mangDmhahl. manibaAi^ïn; <Ie 
scheiiliiig onzeker). 

II.. K. A., i iwaug, •titvas: iwag», 
■ wogan. 

UI u n| \ . ((rdA van deii hcngt^lhaiik. dnonU 
een vittcli er aan Irckr, van m\\ lK-iig<-lliaak 
rerA/ licwnidfi). v.in de lijipen wegens pijn nrf 
ge^lulen l.unnen worde», opra xtaan, slijf; np- 
wag;ung:. liet Ic kromme ijzer van een gerenU 
Rchap recht filoppen; nwai^an. wegens vemioeiil* 
beiil icl8, een wcrkhng (iv., lalm mUen, hei 
niet kunnende vast h>iuden {x. onder «ruvrag); 
tra lOQwairaD. uiH lostatm van den bek raa 
de snmaugah. njanggéiD. 

ifl-joo]^. z. wèg. 

«*uw^, s, awifbitam asia, «,, jmder 



9i\ en ui\ 



SKS 



9A\ en KJ\\ 



s^ 'i geen volgl (de grwnne aanhef i tl «il idjagrn laqg l:uüiinia mjtri jA< 
rijvers; nora Lasaiigk;idii %vas(u k u tj u p van den wind. Il 7 Z. 1>, 3 (uun- 



dnnin nnnginin upaniana ugoljok 
i huDiga, dadog matangt ikaug sè- 
kar usnn ika pusuh, iiundiin mataqgiJ 
vjatti ja ngotjok «ari, wjaktj matangi 
ikang puSpa sutid ja p.); i. ninüti en 
uwab. 

II., %. nnder • i^ob. Binob, annb. onder' 
giri^a. ■ 

(jiuxnij^. tnanwab («angliwab] en roii> 
wab, Smb. niubap n( inuliaban, ^i/im uil 



n. ftaogkala w.). 

iaonnm\. lees: awahlrn. 

U 
bun-'fi^, L iinder djala. 

Ciuibari «1^. 8 . kiwafhdta, Uic 36 (Kaïn.^ 
vradgata dèiijug sandjala in pi. van Apatf- 

ur, • jav. Vïalgll»), Bb. 82, 72; intwa- 
hitm dnor pijirn, Br. Z. 15.26 (inj!mbah<iu. 
■Imbnhin). Z.13,Se [linaïttjaran. kaSin- 
Ibin; te'- •J<it- wigala); aunli. (Hiilerboit. 
iiB lara liawa^hüta, lui. S9: Inawairhita 
tlTft van do vijanden, UlL 29: Inawafba. '»''•' (w- ngowani, ibc oih. bis. bojaK 
h; wlstl dènlkanr «èrl, T. Z. 6, 19 (kaga- mal. iiwap, lul. prhEbaani, hohojaninn pn 

taaug kèwéh bain i muauh). hnwajam, z. Tob. Spr. W. tl2 aanm.}. • ma- 

vjT^^ ï. anghwab. U. 23 Z. 3. 25 {laafi. ,,,^8,,,; ,. ondtr .ugob. 
^ab): mtnffbwab. aanh. onder dèwadalla tJiSioiaj^, z. onder «tBnitnapAL 

• ngob, vgl. bal. muvrap, lamp- muwap, 
abawap en malalnwap, z>c vi-rder onder 



o 



«SAUiXooM ,s., ikanjT patnwava ifnarlmi 
rwarwa, sonianifrnh , ahnnlnr (f), ftWèÜ 



|w,b}: iriki ia tambfnlnj Hi kabèh Jal. ^^„^„^^„^^ awibhilwja la» kma»r«b»o 



Inigip prlAa ri kilanini; nighwab, Ud. 6 
erl. va» lalah praUirvli lukasya, djr£in- 
t k 1 pr Ab a sa ngc r i t &) ; sabanaai rea- 
MWf tabèn atanghl panghwaiiin;; Kékarul- 
b awangit B. Z. 27, 9 (sakw^rbing 
■ rAnanikang kaju ngënilasin Iwir 
■lahtni piiipanya ntasfpuk mÜk. sajida 
OD ikac^ wrH^a mitnliaiig mambu pu^ 
apunika ni<kar.iDirik. lakwèh rondon- 
■g kaja Iwir bangan mahawwabDya 
Ük aoibënikang pu^pa); t^I. *i volgenilo, 
lar CTeazoo 7irb ojicnendr bloemen mei uit 
M riaap opelaanden vergclek<rn worden: a[iga< 
g tnanuc^wa djaga jlnggugab .sëkar, 



Iwirnja, apan winuntkas, Ikang patnwawa, 
Diausrkaiia npanidh) n^^a, S<lj. 

«aux^ni^,»., wwait; dur^lla (sic.) muI- 

la durnaja wlwika kudjuna sndJanAwibhAga, 
nainenil. in de Kali-ct-uw, Hls. Z. 4, Il 
(madnkari); awibhJi;^ rakwa sira, tanpa- 
fratyika van de wèda'a in vrocï^ercn lijd. 
Orli. 25. 

sjiOi\. WrL 39 6., 40 b., «awaBg', Sm. 

Z. 13, tl (tatipawak), luehlruim, «langit, 
• nabbliilal.'i (jav. en nien. id.); mangawang*, 
Sm. Z. 30, Il (ring bbjonia); Ar. Z. 3, 
5, Z. 4, 17; angavanf*, aanb. onder kaga en 
smljannia (^niiijoinanlara); nian^mpésgang 



ft*\ en ui^ 



256 



«;A^ en ui\ 



I 



■TanfCDwiiiig van krljguimziek, Br. k. (t. 13. 

SA. e.): vgl. lawang. 

uiu^ I., binjn awtn;. 't waler oil eei) 

teer jonge nj u I) (een weinig ooder da» di- 

b u n^ g i I) by 'I ng I u ng a h , (er bespmei- 

Jing gebcsigd en verder van degenen . die 

R { b ël zyn 3 maai . maar bij 'l s&bi\ 

ten geTolge van' kalul jinngsêd 7 maal: 

ngawtnpiirang , onzeiar wat de berkonisi 

betmfl bv. van de k a t a k o j a n : awnnr' nn ■ 'u<''«n 

Tan 't oor door injieloopcn («dwaler; alt 't ware 

mtttiek hoorn, nadat de muziek ngigtsbouJen 

beert: dl pufawfiigaD, van de» vuder van 

een kind ecner vrouw door velen bestapi'ii: 

djantèn di païwaniraB, nniOi dl pënpi- 

wuic«B van de kaïakojan, X. gawang. 

•IL, Bpu hawiR^. I. onder ittriban. 
dèwa(Aèana en piibawaug. 

CaCI\ , nrajttl alni^liét sang karnna plnt- 
kikvinftwlnfrnirft, ka).ënwan rairitèdja, Cd. 
95: «wlDr'u larDwarm, W. Z. 3$, 4 (mai- 
lingan paridjala, matawéng' wrëk&a. 
tinawSngan w. gung). 

uio\, inanrérak ban krodiné awlng* 

konisi rarls mangélor plnhé psn ngarltis, 

.OugkL >s. :o. 

t/lP\, t. abung. 

Oi\,tldoig k$Ha tjal peso aanang: tjal 
gnka dl hwaog (b.: hjang. soodat hier aati 
een bijvorm van «béng te deuken 't»), Bgd. 
160: rinr kwurftn in te{[enitt. van ring u- 
mah, Wtb. (denkelijk béng telexen, dal duor 
de afschr^vers in 't bal. wangan U terandenl 
^worden), 



uiu\,h. vanplih (ugadj. hiwnng),*biliH 
■ora iwang, «inn aaambbawa, «tan liwar;J 
tan ngglah iwang, •nirdoSa: lamaka iimf j 
z. onder idih: alilwang van de itlgapuspi, 
uit vrees in stboonbeid te tullen oiidcrdM|| 
voor bare ooren (sangsih). Z. Ü. 14 (pE^gok.) 
aigug, da bat ing kolug); «niahlwa 
sramanya, B. Z. 39, 7 (pilih solabqaiJ 
kolug K.), R.6Z.3. 4; aglwangln, 'pramldi 

i^uov iwè'nt: djnga panahntnlkft. nni 

slang al koestert men baar, lul. 43 (verl. van i 
9falyèw3 bhadjanggamah), 5S: Bdah tll|- 
kali U kaparakraraan hbafavln bbism, 
Jadyapln dèwata, mwang dlnawa, lawaaa- 
nlritngiOn kafaktln ring ranamaA^la, Iwèof 
tan kason^JannnlrArpatfftna Jt, odi halifn7i|j 
sang pAiidawApan minnsa, Bh. $7 (vgl. * 
3S76j: Iwü'ngdjaja sang pAnJawi, Ud. It3(\^ 
nrigin.: dbruwo djajali pinda wdnin], 
aanb. iiiidei' uiiniba, omtrandcrd, aanh. owler 
bhtkrmnüilala. Utt. 38, 46; IkaM Ud<p- 
uva tan kaléiigérÜkwapiktwüaeiiié'Hr laau 
watn niagt^'ng, zij dachten uia ontdekt mrd 
ik tveijews de gelijkenis met groole rotten, R. M 
Z. 7, 3 (nora kakalonat^ g£nabnyi mh 
iqangidaiig ring fila agnng. I a n nahC 
kaljtrjjan uiapun ja maujaru ringblltl 
né g£dé). 

viö^l., sring. gati. sandja kïwii. 

II., iwSng:*, K. IS. 16: Jan dumnr «rak 
Mningkana djal^ma IwAn?'. tnpt., l'-ibrataa 
16: Iwtng' aa, H. L. Z. ll. IS8. paht 
ia hlJêpia, hajwa ta iwJSnr* 
sang bjang adjl, Wrh. 




I3S. patatwu 
' dèailiifrfisd 



Sj.\ en vt\ 



2»7 



«i\ en ui\ 



Ininiinr (b.: hinlwuil). Sul. Z. 13i, S 
oatnuk;; Iwiing^n, A. L. Z. 11,157: ptvgU 
', aanb. omlcr rèdja. 
uii^\I. jsr. (wang: JtraoJb. z. •vrjhatig); 
onder bslap: S*, de tneuw van een visch 



^\. ''?'^\.ni«nclwn"tp Br. Z. 43. 3;Z.|{saiig dèwa n l a k a ), Z. 86, 3 («. d.): 
, 9; Z. 31. 6 (vgl. jav. ugiwiing); iiii;^iwiiii)|r.awatixirftdliipti onder ile boti<l{;«nulcn van Ar- 
B. Z.86. 8 (maiigaiuuk mai^iii^8«'b):|(lJQna ün liasratiSliu, Rm. K. 19, 8. vgl. 

onder angg^raparAa: aHitnircapittl.Karrina. 
B. Z. 54, 8: awaurjraviiwja, Adip. 64. 

W1^»l^, «jaT. (:8aklt),«hal (Ibridjaniya, 
B. Z. 4, 30 (pèstad dabat iniiiijina); x. 
• aliair 

t-mTU|\. z. k6l: manxhèlakèn tn^is, B. 
Z. 13, 7 (mangiibda Itng). 
mru^\, 3t. onder Sjmiruly 

-juiTuI^, z. nghè). 

our>n2^, z. «kol; bolnlni: djaivrra niari 
katampwani r£r^b* xaliaritis, itm. Z. S. 23. 
i)ns:h«I, m. c, in pi. van aqgol (vgl. aanb. ondür 
kjAl), omhrisen, Bp. Z, 4, l.Z. 13.6; Ineliol, 
iiloi'St binu) liju, znodul dit woord ^efaltriccenl 
moei zijn, want hinol zou beier {tewecsl zijn; 
itijtoliiiir djanrr» tnrik ran een «sana, T. 
Z. 4. 36 (kaliltt). 

SjfU^, alakaxmlrAdJafanaJa, Sul. Z. US.' 

2 (sang alaka mwab siuira ika radja- 
putra). 

aun/D^. z, ondor IA. 

uinj^l., 8., plêtg, inzftudcrheid als wuppn 
van Baladèwa, Sut. Z. 113, 4. Z. ISS, I 
(langgala): en tmOerroimig wapen, lipasa- 



hind. uwang*. benedcnhaak, mal. van Pal. 
nd tan de ooderkaak, z. onder augsangan). 

1).. mal.. V«i fail{*l,i djantpél, '/» l^jar) 
m Kn diiil twaarle. 

Dl , lieden somier katte (z. wang en vgl. 

iba); t. lani. langkulak ai^ad. 

i/iu\ 1. van den simt als men door c«n 

ff 
n»\. ak de fitiwam, nic( slikken kan; t» 

). baAn; sakit tont dadi inarèlèkan 

■Karaflja, Ut., tanlra «liiu' bon^kol 

IbM empnk, ald.: ztc pafitjiug. 

n. p), MBWliir, mü. smeris. 

nu^.Bwnng'', aanh. onder goronggong; 
«anruB, T.Z.t}, 109 (iga'), naasi wuwuugan, 
gL untn n. 

n., z. onder awaqg. 

OWIO^. z. luèwèng. 

Ciun\. in pi. van ang^a waar mf^n w-, 
pliwawfa. Ar. Z. 46. 7, Z. »4. 1 (jav. sra- 



it^ga. 'l geen ook voorkomtindeTJl.bï.op,kèn llknnir aAtra dibja, brlhniaslni konia 
.4 oi 30. maar rrawai^ga gespeld en levens hala lèn gadi tjakra lindjni zcgl Sawundha 



■ast awat^ga, z. I'almer r. d. Brook's Ar. 
L 83 en S46 m Bladw. arhier de Bratajuda. 
Ag. vaa C. Sloarl; vgL onder awanti); 
rjAwuffa en ;rJA«aiiKY>idhlpa, Sut. Z. 20, 8 



UVt-MtUL 



tol BAwaAa. Ar. Z. 48, B. x. haladhara, 
halAjuddha, halaniukhi en balt. 

n., jav., ikaiijc wwaiv mamantrfruh bala 
nakanlmltta lulanlkanr karmraa |-)nawènl 



ftJt\ en iA\ 



388 



<A\ en ui^ 



(.arlmnTa n^lni . fld. ) t 4 (verl. van j n 

dtmano ctuftjarilAt, a^uUiam prapniijan- 

narah): katëpin ala van [«mand, wien een 

ramp Ireft: . sarwiriiha]*, W. Z. 11, 7 (sa- 

Iwiriug awèljtnL^ «arwa djëlé, kabèb 

ala): liitla biijn, iisuka dubka: altUuné 

(a 1 a a j u aé), wal er ook gehetire^ goed of 

kwaad Icn gevolge van 't geen iemaiiil Hoel: 

liala*, ramp. onga-al, wal kan gebeuren len 

nadecle bv. m«l betaling, 'I verbraniten van 

een huis; •hala* Iio, B. '/.. 83, S (ènggalang 

ai di raalu); ongunstig van een voorleekcn (z. 

aanb. under kfldjar): maliala van drooinen. 

(ld. 90 (Tcrt. van glinra): mawuwiiii mabala. 

4, Z. I, 65 (nganitikHJang dnsta, pangan- 

dikt aé kotor): Ja likhiar maliaU, R. 7 I. 

11, 1 (punika i dusla; z. pabala). aanb. 

ondi-r 11 ng k I) I ; piilhiiahi^liinArDabl ««ili, It. 

Z. 29. 17 (pati dajan>in, hds,: ngin, lan 

mari olih bjlanya): aiqchflU*, aoaiii/frK ni«t 

de sneb. Adip. 36: B. Z. 4S. 13: Z. 108. 13: Z. 

106. 5 (manjakitin), R. 7Z.10. 4: B.Z.S?, 

51 en 38 (ni a ng a ni A k) , verderven , Siit. Z. 1 40. 

4. Adip. ^6: irinaUhinaU^Una, K. 18 Z. 10. 

7 (katuinbak kadologin kasakitan); 

kahalft, W. 7,. S6, l (kalilib, kasakitan): 

Z. 24, 1 (kalab, kakosa. kasakitan. ka- 

lilih), Z.18,2.Hw. Z. 40,8 en9(vgl. kala IlI); 

D. Z.9. 5, Z. 87, 10 (kasakitan), Z. 43.10 

(ka talon): R.7.. K,Z. i:Vi\r.^i:bij ongeluk? 

Uw. Z. 39 , 4 , aanb. onder k a p w a : van 

vogels in bun nesten verNloon), T. Z. 5. 

40: wwanir hlnalan sapolalinja, aanb. nnder 

sAk$i (waar 'I origin. dAsila bceR); KI* 



nahalan donr den vijand, W. Z. 3 
lahang). 

Ui (f), ngalaala. nooil Ihvit sijii, 
elders overnaeblen: datënir paairalaaltt 
kdladalad. 

IV., kala', anaking niatnëdi. Kr 
aanb. onder kapl^i. 

i3Uiu\I., 8..Anj.Z.3. 1 (Uiraniara 

Z. 1. tl (kumbai^). T. Z. 1, 8. Z. t(, 8 
pada). naaal kutubaog. Smvi. Z. 1, 
onder hano: wadJanirAnraiifc Urin 
Smw. Z. 10, 32; rgl. onder k ii m 
alipnja, «asan». 

U.{f)z. balin: kdlèn, £. kakUn. 

Ult^^l., •kali*, sich twiorgd tnoAd 

iemand, die zwaar gewond ia. B. Z. 
(kaibukan, sumandèja. ngraogSna 
matinalln, 8ut. Z. 116, 1, z. haljo; 
Iiallhalin, B. Z. SS. 2 (sampsnang w 
kaiijun), Hw. Z. 47. 1: kfthnli*nlii|r 
Z. 3. 9 (lahén*. vgl. paugénaqg), 
26. 10; hali'natiirkimiBfr vka, z. 
halin (k. bijang r. i. dèwa). 

U., all*, jav. en saa., Trn. = bDi^ 
alèkalikna nipniifDf taBpin tiairèii. Ut 
maar een paar re%6\s rroeger walunaknt 
all', aanli. onder waliraog. 

ITI., maali*. mawali'?; itnnih 
Bogk. s. 340; alahall?. •balibalin. 

IV., bR^nd&H, mal., in. in ss. 4S. 

uifu\, s., Baladèwa. haladhar 

£iru^(?). ala lalèr, adl (I. ani of 
Jadyapin luing^ bjanf ganijafdjiijiaa kai 
nikan; wwanr davflla, wJanbMarakw 



t*\ «P wi^ 



^0 



tA\ eo ui^ 



i^ lu «ininr filni mnitthAkiii fstnsidlija, I miki tja pon bransk lah saorang lnkj> 
lutu rinakMrtnrv'<^i^'J'^>'ii,kAdyaninrit<)i)iA- i^rlnlu baik sikapnja dan tulniliiija lifi> 
if frtirAlii lanpanapali lao kapinit, uopA sar paixljao^ bambaDg awak dan ram- 



\wni4 (b.: lanpaniurug) ilanfCa raufaka, 
It lalér, uili BiaDrkjnn ta »*xtg bjati; sa- 
Da aBonicxii irikaiiK vwanirdiicfllB, 
48 (Ind. Spr. 3S49. alnaar pAAdUyam 
AarmiuawariljilaiB tn pi. van iljiijAnani 
e;ijawa(r)tinah). 



uiru\ I„ legtuiam (lamp. i<l.. M». liaU]: 



BaitH ala. Uu. lOS: ngnla tinalin, i. onder 
mh; vgl. djawak. 

IL BfalD, iMitkl drijven mol laslpaarden 
ikalèaan: pfiBgllo. Uattdeicar. 

in. •ajogra, «TnuKalB: aiah aln (vgl. 
t., tnal. en sund.: fas., la; en lag. halo), 

Z. 08. 16. bis (logora), Br. Z. &. 9: bain 

■ra. L oodrr gbora. 

IV.. kwal hala vao 'l nachlperhlijf tbh een 

'm de Troning van kluiaenoarit, Sum. Z. 

>, 10 en Ï7, Z. 57, 4, SnI. Z, 16. 4 (balé 

itamwaD], Tjl.: bjal alu: een krnraa-vonn 

banlén. bwat banUn piirAnasA(Ti ri 
irCp tka minèrwartibar sflmpun Arppal, 
LZ.5.S,balé inanlun, O.. (vgl. bij wwalu 
I nahlnUn): raki balD, O. mantrl bain, 
ld ras eta prins uil ecne mindere vrouw; 

van daar dgenn. van den ouderen broeder van 
aBdJi ail rctt byvrnuw. Mal. 6, B (raden 
la: oil een MabAdèvri geboren. H. t)., maar 
j. U. lï. waarbij K^rlsbuwana berl.dari 

a likuqa aaqg ralu ja'ni dari st- 
ai»; P. o. M. 120. luuka paduka llku 
n hamil lali. aaiëlah gt-nnp bulani^a 



buinjn ikal niénurot bondanga ni.ilta di> 
palibarakan oltb baginda dêugan sparli 
'Adal aiiak para rata dt-mikijan lab 
inaka dinainai olih sïri balara radL'ii 
kérlabawana dan linaang^an raden 
bradjanala ija lah djpanggil oraug 
manlri alu li^ koripan, en verder, 
dal hIJ opvliegend van aard vraa en bij de 
hovelingen alles Iwbalvc bemind : V. 8., bl. 
S. noemt bem Bradjadanta co xljn verldljr 
Bandjar kalapang, weslialve bij onder den 
naam ging van Raden B. K.; Bradjanala 
uit Liku radja. Bijdr. II. 16S, vgl. w. R. M. 
lOti); eigenü. naam Prabaogs»; x. nok on- 
der luras. 

IV. bieroiidiT alon of balwan II.7 

V.. (bis.], glnulunir huln. i. onder gulang. 

Vl„ kahalu tikël rènipwa, Adig. 10, cedr.: 
akon anptrad ing radjut paiggrakilan. koda 
abètah*. lan aona .sabana nirl. gëséoi; bala- 
vaa IfttnnV hentl. il. L. Z. 4. 101: onghalwa- 
kta, B. Z. 37, 27 (ma ma la, mama(pa)tang, 
ngulabang). 

ui')ru\I. ftf halnj en alaj, a. onder wl* 
Int (vgl. hadé en kamalé). Br. Z. S3. 14 
(ab): balajing pakis badjl pèdjah krimi ka- 
ttkarai^iidjrah in; gag-n. Umb. Z. 28, t (laja 
ikang paku adji m>li i kaog alér aiwab 
halimaniik llaa nori kari tikaning 
£nggung): alaJ vrtl* aira itOBmlJakéD ika>|r 
stkol pav^hnlra. Jajifab tan angga Ming 



9a\ en ui\ 



360 



«*S «n u»^ 



KtBftJtitnii, Üd. 62: ahalé, Z. 41, 6 (AiHé-.'tm^elijdnt met hare srboonbeid. Ar. Z. 33. i 
iwang), Sdi. Z. 12. 14; lin kukn.<;nÉkHnaii]rA- |»liélè kawjlosnslli, It. Z. 65. 3 (bari ü 



bDti nmliale, II. 13 Z. 2, 23 (Ijaii ati<lu8 
punika pull oma tl apSkI): niKlaJiilaJa Iking' 
rit rAtri taljanjit ^tinya. It. S Z 4. 32 (plihaiig 
Abs», iiiBwali niuli, apanga ISwili nisak). 

n., a!é', sas.. dCdalu (vgl. mal. anéj' 
en z. onder lokol). 

vi-ir-T'^ .«a».. sonrl uilroeping hij *t geven 

van ecD last; oIohiII([ baït aiq, Tjp. ; rIo aula 
niéi) niéüaq, altl. 

Ctr\J\, (vgl. jav.). «liU'. Br. Z. 37, 1 

{«lani'«n). Z. 49. 6. Z. 4, 9; mkhahen.' T. 
h. Z. 1. 77. Sul. Z. 48. B. Z. S7. 2; Jikama- 
i^iii hëlfth£laiii:kii rl sanp nnrflrjjii. mijn 
tvelbe/utge» m u M,, Ar. Z. S6, S: tamlltog 
IiJhiv arkk» biiniardli ^ri^fkliarniitna: asia- 
parnwal», kaïli kftmatï'ns:féiigiui itiioliliéla* 
li nkmJaDinp dali^m. iipii tan navrans: liikih 
iiirAn sniiiiiriipl w^kasin; pujonidhi, Rm. Z.35, 
11; banan tiimakulAkvaii olili asawnn^béla* 
tnijat (mih;)l) iiv wwanr jmri, Kk. Z. 8. 10; 
flpft tl Iwirnl pHtèmuiiiiv piA» prathaiiift- 
rèmbha rliu; rana ('t origin.: ké ptirwwam 
pr&Iiarans latra), «Dibèkiifni: tapwan kiinfn 
nianalinine- tapnaii kontan, Ja Uuuhara 
lanpanahi, lanpnn|:irHlénir manjcsé' sibasa, 
talaDpa(h.: 83)hla* pawantiihninr sarnwusan- 
djata, papafTuliitiif sarwwnwi^hnna, patiim- 
pnhiinjf (JaniranjTfrabala. I))i. 4S. smakktmt 
Br. Z. 21, 14; pada bèlahilab 'sic.i mulat 
Tan dÏR ie 3 sclioone jongelingen zngen. Ojpiir., 
I. onder hClé; psJAitëlè linjnnya ring apan 



k^iiu pihéranaiiiiur mabas itutniHt. zij hadden wildv doodon, lai)rni{i gt^wordi-n: Z- 41, 



kaeakilan): an^liSlakeia, B. 7.. 4. 51:Z. 
t. (i^aiuinalamin). Z. 3. 1, Ma). 144. Vii 
lie/ioord: tèkjak riBjr kuwnnf angruJat ang-M 
It. Z. 67, 6 (rit^ goOknya munt ngal 
dal ad). 

^*3^ . «n^KN R- 7 Z. 1, B (mau^ulil 
Sul. Z. 143. I (man«l£d): omilë', n. 7 Z. 
S (niaujiuluh): hnmèlë' lihAmimuAdala, 
90 ('I urigin.: gratsauijlno wasundhara 
niighélé', Dr. Z. 40, 8 (angululi; mak. uqla 
i-iég, X. onder lënISnan): iiélé'njra, Z. i 
(küfilul), ulaha): Inélè', Ar. Z. 47, d; 
b6l*' wwaj onder *l geen gasten aaiigel 
wordl, Ar. Z. 10. 12: vgl. bSUd en kawalCtld 

uiiu^, reraudering 'm gemoedsgesleld 

inu. (bat. oli, maugoli, eene vrouw k^y 
vgl. de beleekenis-verschuiving, vermeld 
tuk(r en nOp, «oodat ook liier'l grond 
van koopot cigcnllijk verandering, i'erwitttSi 
is. vgl. mal. bSli; dal A, iv, en fr el 
plaats innemen, lict men onder boni, wr 
tiikèi^a. wSrit, w8ni, hening en 'l 
liidji = jav. widji, wrÈdaja = '1 
lirSdaja. Salaj. haO = mak. baü. \fl. 
onder kalijaaSm en garowong), K. 25 
13. I'S: ak hèlunya tikanr katunckadjaaa, 
dabiit iibAli kasi^dhun ntlAma, Sul. Z. 3. 
(glnanlyan); «irwarodnVhIi (m. c.) i;\ 
veranderde in, Z. S6. 2; maltitt. trronc 
andergaan* Dr. Z. 16, 4: vnn iemand, d(e 
den lieginne uil medelljdt-n den vijand 



•im. mssilur): Sul. Z. 53, 10, 12; Z. 
: ahéli ninitilnEliih, Siu.Z. lö, 5: «na- 
nuiini Br. Z. IS, 4; Wir. S6 (-jav. 
fili: amallli. ÜDtii: 't jav. lijSi is dus 
MijaDCl. van een li); aliéll nnu, Sm. Z. 
10 (giDanlyaning énuk); 't is u geraden 
il uwe vTuuweii, uil Ie leveren, pangliélja 
u klla tan kabénlya, B. Z. 7», 24 
lOran maugdésira iwara rusak. lus- 
IDukun iljiwa apaug i dèwa twara 
iaog): puHrbclJii tljlw&. Ier /even afkoo- 
fan vrouwci) en schallen deo overwinnanr 
Ie geitMi üin uiet door item gedood Ic worden, 
U 47. 6; pahèljan, ran wat een verioren 
vleescli vervangt, SuL Z. 23, 6 (pang- 
ios); hiljau, vfTgiKding van een verloren 
.a pand: aanli. nnder Inwawa; hiljaoa, 
r raranyen. VA. 18; pai^li («wa bij ie 
van 80000 (Wtli. II. M. 3:40000} op 
lag ia drift nog 800O (vgl. ^awakraja). 
lfu\, angliéln, m. c. in pi. van ang{<ln, 

Z. 11. 4. 

inru^, O. (sand. tieulaj. mal. Iiëléj. 

. bSlaj. liJHVMui); altèli (alwaarabéla 
I opgevat niinlen}. B. Z. 64, i (atilé, 
i óai): agJAjrJan bana tan Inlas sipati- 
•hélaj apan alah fftrahjasan, door de 
slechts aan 4^ kanl, Sum. Z. 1S7, 4. 
ITU^, Mal. 87; hlla', jav., smde: (niad. 

lab}, 148, Adip. 53 (vgL ilak> en iluq), 
. 12. 41.46, Br. Z. 49. :> (laai mSnaiig. 

nfinaog, iwag},Z. 10, 13 (t. ru.. iwaog}, 
Z. 69, 5, Z. 72, 5 (lulah, z. onder gu- 

a}, ieU dat e«n ramp Icn gevolge beell. 



zoo hv. van teniand, dtn de Inndcn nogongovijld 
been. als b<| er mtè ten alrljde trekt, • Smw. 
Z. 1, 17; hila' rain raü^n, dal on mru cre- 
duatttaar it tlaat le«lijk, iladji O. 16: hlla* 
po Si, T. Z. 4, 15. 10 (djU ika}: bllmi 
lèkAue anibJk mada. It. 2 Z. 8, 6 (kaiilang. 
liuggalai^, pii^itang); biUg, tut. 5S (verl. 
van lydiijya), Sti: •• iollaiilra tan wawaiiiir 
labnb, werd hem door ludra onMoiittoi,W. Z. 
15, t,Z. 16, 2 (kakuhda nora gUs kapilja- 
jaug. kari doliaqg ida tar wèga 
ntbakang, kinubdan ida nora 3(té 
ka I i w a k a n^' ); &ahaniinl kinékérin; sane 
prabkA htnilan, aanb. onder adhigania 
rkatibau pamingjl); lai wruh Jan biailau 
wnUl rl ffulatlp; lumna nipmia ring: sma- 
rlr&ni*! W. Z.3, 16(dinobaii}: diwadrivja 
wlnJt;-M dbarmiua rinurab kabajotau Inilan 
padlsèpl. Nis. '£. 4, 10 (niandëptn). 

2', iMi^itHjiftf} van een druoni, titjanf maii|r)* 
pi, kadulané («i^l ijoponir, punapi kc llani- 
pnn, anaké afung: nirundika, lla pkwl, 
maugipi kadulan pé^t, Lp.; Hkit ila in pi. 
van sakit gèdii uil bijgeloof gezegd, z onib^r 
wudug, lungsir, padjul cu brabma(lag. 
bila, X. onder ogjn): ila MWr van iemand, 
die er alles uitKluat; bila ianra, aanb. ondrr 
warang, krama en djarub; llaïlèn, aaob. 
onder liAdu bis, z. walalung. 

II., Ihila {*), z. onder paliil. 

111., mnllR*, KM hiet- lian daar van Idikaem 
of donder: sanr lijanr aipi) damilab di knii- 
dané maila* manjrlikuli, löopK araké m». 
panta* an^pen mannnthiD. Kid. Adip. c. Z. 



^\ en ui\ 



262 



i|»\ en ui^ 



8, 01 ; Tre«z«Rde in 'I boscb Ie rnmachten, 
zeide ccn der 2 l>olicnilnn, die op den zieken 
stier moesten passen, nah djAtil nd» daja, sa- 
ing aiiKK'Oii inaniInB:4iij|-in, laQt sèdui apang: 
tja èi^^l iwdjahi piott rarls tinn^agtm?, 
ng:ada k(ro bailn 4>ii llQ^i"? sajttrané i^ali- 
haDg:, né ko^lap mnt^gnh in^ adj), oq|a 
nrakané paii^li, Jèii nuiidjil atiak na idup, 
apaiiff niaslKlnipiran, niëtah kitër liaSn apf, 
Qara timbuitKan raris maii^nniljRl saXng,, 
an^gion njnlèr aang andaka, laut i«édiit ka- 
Dan kèri, aptné malla* mangrèndlh iidilap 
ng^farldlK, sanf andaka tur ilid, kasapntau 
bain oDdus, T. bg. Z. I, 16 en vigd. 

tr|tr-0^,8., ei^enn. van de vrouw van Budha 

en dochter van Manuwaiwaswata; Adig. SS, 
Uu. 116;z. purorawa, ^a^awindu, kim- 
puruSa; 2*. dochter van TriSnawindu, Ag. 
(Vixnuptirana 83 n. S: iUwidA). 

<nni\ en hlir jav., hlUnya, U. 5 Z. B. 34 
(pj!mbalinya); kadllinin? Iwah pApanya, 
Wtb.; hillnya, R. il. 1 , 36 (pémbalinja. 
pSmhahannjant')): bilinyaanjnruliiiitiiiia:, B.Z. 
1, 14 (pëmliahnjani^): dafan hiU, gmi water 
uillatett van een verstopte nnkara, L. Z. 5, 5 
(niad. Bgilt. vgl. ondvr hanjang II eo hiring. 
waar andere voorbcejdoji van een h tol g ge- 
worden); nnili vanlranen, II. 16Z. 6.9(in4!ljat, 
maiuibab), 19 Z. 18,$ (mSinbah. paüalèèt). 
Ar. Z. 56, 1, B. Z. 5. 1 (niembab): hnniiH 
van olirantvii Z. 41, 13 (inéinliah. malélod); 
mlti van bloed. Sul. Z. 135, 10 (igrèktjik) : 
manpiij. vlucJiteM, Ar. Z. 8, 8; B. Z. 73, t 
(larud, rarud; vgl. de S beteekenissen 



Ier • k 

Adi|4 



van bis). Sul. Z. 96, 4 (I.). aanh. ouder R 
lajah; kahlH van goeden raad. R. Zl ; 
13, 12; kèli dèniiv lèhintr akiti, R. L. Z. 
17 (kapilug); kaU kètl, z. onder *k 
nian^njahèn. mei sieh voeren. Adii 
107 (bis). 

Oi^\, l, .tfls; x. r^nt\ 

II-, salH'. meer of min vrttsend, heang^ 
z. aanh. onder gUugsol: vgl. kabilbii 

lil., jav., xanjf kak» dnka, ajati aS^ 
tukfehnlnK, «ahii kan; was kabakülj 
iBfrilin lanpajnn, minla kaïu: wus kapai 
tan arëp ikan;: IJan mallh, R. m. Z. 19 
z. lilèn. M 

uinJ^I., lang gettdm, • Adip. 64, 87 

een vroegere mcnscbwording, z. onder k 

en aanh. ondei Ijaluh. ^ 

n.,jav. («t^rü^), lln* tan Inang: vaa 

peninon, die op een ander gclljkl, Sinv 
6, 30; lan Un, niet meégatkeni, uilgetloi 
volgende. Wrl. 7: tan lla, AdIp. 22; n 
li. 2 Z. 1, 16 cfl 17 (ugirii«, railSl), 
Z. 1. 11 (tiimiil, tnmatar. in de nil 
pi. van tamalur Ie leien. sarSug), 
10 (tuniutur, aarÏDg, t u m a t 
(milSl zelden), mt^édotH. meegaan (z. ngjt 
Sm. Z. 14, 4 (m II é ng in pi. van ni i I 
• iijlS^milulB (ngSniilfit in), met k 
meedoen; da mamiti ni^niila'unr atfl 
slng da nggdlah ttatali tëkèn luaniiq ■ 
sln^da nirgélah &alab tékèn aka, br. uit Ia 
mededcelende lioeAiiak Agocug gëdé I 
tik een Kamenkomsl had met Matuiq D 
lan, gezant ran den hoordnpslandeling 



;i 




Sl\ en m\ 

ifbol (Ang. 1893): kiln, It. 16 Z. 8, 10 
ir<Dg. mila), Br. Z. 11. 7; koiuing: 
unakèln ('t origin.; bftli^ya) hitiuijra 
in, sAlas pflna dHAdérlJa, Sdj. (Manu VIII 
1). »gl. aanh. onder ladhi.eni. wawakèlu; 
, iioor U worde rergeseU?, aanh. 
lamts; oniitwakén w jVhauanya, Wir. 
nftiiKran{iinlra da-siti . dadi ka|iila 
,JB|).,rgl. kapingluh: llon*, partijdig: 
BvBB. meégaam, B. Z. H, 3 ((umut, sarCog, 
m belas, sunJ. sai Ion)-, salaka sèlwan, 
talakwatlulur, sakoo parao, T. 
. S, 43; wmni^ sahll»» tawao dnsia, iianli. ou- 
' wapgké: mailon anèh, «[linakiiapatan; 
pmlIvBan of mapèlonan, '( mei elka&r hon- 
I, eUtaar /tdpm. ofel In den steek tateo; 
gllottin, trmand bacltermm een di«f van 
Qm familie br.; by wetldenschnppen een 
aao aU ovcrvrinnaar een intel waardig keu- 
en. bIJ Outbtvrde tol de k umangmaug, 
bij verborgen bicid tjèn ^anl balaka 
me.) oè bakal patjingc mèoaii;, tJèn njandant: 
llonin, (O nè nè wangkas, njandanif 
anin nanl, Tj. b. 

• UL. jaT., speeksel, lul. It (lamp. luj, co 
laj, mal. lijnr, mak. iloröq); vgl. bldu en 
ankhlsana. 

IV^ IIh*. onder de spoken ormonsicrs, n*. 
■f. 13 (jar.. Men. II, 12, Klij. 16: èlu^ 
L 110, Ad.. 180: In ilu). 
^«jfu^, a. üa], siltbllé, Siim. Z. 48, 4. 

&1fu\l., *ni.=lèlèt («jav. kumaki), 
b. onder suluk U.; lle tan abagns, T. Z. 
S7; *é drfimaa tuii dong llé van ccn 



iU\ en vi\ 

vrouw, die xich alleen inel haren opscbik 
bezig boiidl, DrSm. 18: lagnlé dri^man dong 
\li, ald. 12; lli* kang dtn lira, van lekere 
muziek, Ww. Z. ï, 51; Ar. Pr. Ö9 b. (vgl. 
ilèn>}: lahn maiilking para, salltnira naJB- 
téd, Jsp., b, 174. 

II., makio, adèog, Bsaranla. 

vinirw:>^l., agllo of i^èlo, /nm/wa vaii 
|tanwen met hun staart, ■manglgCl, aanh, 
onder r^djang. 

U.. jav. (•r^'^ruT)^ of ilaw); nangllo. ii 

't water stch spiegelm, Sum.Z. 16, 1, van alas 
(de Btniiken), K. 1 Z. 1,K (maaaluh); nëHIp 
mangtlwAkrak aslndaghosa, Sul. Z. 10, 3 
(i:^at(>naug): maHglIo. imim, teum; Ueafa 
pwa kaï^ ipuiih, eenige rebels verder jata 
winatja kang apuUh, aanb. ooder lingga 
(vgl. sund.): pangllwan. pabèsan; laagfal 
sang mangilo lawaii pnngtUwan (zel^liame 
vorm) manëmu ri pamatèbnikaugtnlur, Drms. 
L 165. 

pru^^, «küikodara, ahj, uraga, wjiU, 

iiflga, Ijaksu^rawa, pannaga, wisadbara, 
a^ïwisa, dwidjibwa, djubmaga, gAdbapAt, 
kuAilali. tak&aka. darwikara, aanh. onder 
pi^ila, R.3Z.S,1:20Z. IS, 10(jav. uU. mal. 
ular, dat in de Wl., t. onder lintiog, ge- 
bezigd Wordt. bug. ulaq, sas. ulab, dat ook 
in de Djoamaben in de Kr. aangetroffen wordl; 
t. alab IV., alf. ala. nlaq en ulé; vgl. onder 
uied); cijfer 6. missefaicn door de bel. van 
n&ga, dal ook olifanl kan bel. (z. onder a&ia- 
diggadja); mata uU x. onder djagung; 
ula badjra, z. onder suprasèna; sang Iwfr 



SA^ «I •J*\ 



ejL\ en \Ji\ 



imréta^tnauin? IiIiiiwhiih solibing hjtnr 

•maler, njbi^né <t|ronikftii7 ai:»i udjvtia 
rlimkNanitisr DlH|iiitl, Km. Z. 2, 47. 

r;nj^, nioli rUi, 4 Z. 1,87 (Uwiba ring 

ija. ngnfinnng ija, Dgasultaog i., Ifiwiha 
ring); tajii moli rlrija, IJ Z. 1. 9 (n»ra 
i^asoraog ija); knill niolja, 4Z. 1, 83 (Iwir 
lin uniqga]: la mol I It. in), t (nora lèn: t^K 
ontler Inli): sira tJt luulja ri kalijunanla wib, 
R. 5 Z. 1. 42 (dani! ma koliliiii ika kadi 
idép iijainé, ida nanrlingin sabinlinnjané 
punika): ta molin, :oR</ej- fivir/e^; B. 7 Z !,0: 
tan haiioll (lees: ^*}, ald. 6 (nora Ijan); 
Un kollni; Indradjala, T. Z. B (nora Uil 
ring ilaja): (ao hitua kotfnlni ;ti.: koMrija, 
c: kolirira), H. 4 Z. 1, 83 (norana wkn- 
ISn liolugaDg ida, norana knliig danR). 

U. IddU van kou boop lolus door woctlt-ndf! 
wililc oliranlcn, Bb. 79 ('lorigin.: mamarda); 
inldèk iitull van een do«r <lt;n vijand Tcnvoesl 
oord, Hw. Z. 32, 14. Z. 33. 8 (vgl. jav.). 

uiru\ I., >iker gebak van kStan ea rijsl- 
mecJ, tonder suiker er in (Bjw. kSJol. sutnl. 
id. en ulön; puvras makan djuwadah dan 
tjiiljur bikang »lèn>, Tj. b. 97, vgl. van dn 
W.'s mal. Wilb.): bel il verboden aulk een ge- 
bak op *W pëlangkiran Ie dooi, want dan 
woritL'lkind ulinan (i. U. 2');dievaii kladi 
zijn even grool als onze lulband; z. ulin* en 
gSgapèlan. 

II., Iienaining van een glinsleivnd xwartc 
akar babar-soort. die voor arniliandcn wonlt 
gciniporleerd ; S*., zck&v klndcrzwkU;, waarbij 
'I kind lifb wculelt van pijn (klijadklijiul), 



waarlegen de uli gebezigd wordl; nlbM 

van 't kind: vffl. bukalan. 

lU., z. ulih: ulf pidan. anh tvanuetr? 

nru^, nakalawduirkara nldiifr meaajt 
van een dooden olirunl. Bb, 77: nialA van 
darmen, R. 4Z. I,4S (émbnd, mSlu, p8su};| 
nniaia van de nogen, 7 Z. 3, 5 (nialoHloj 
plud). Z. 13. i. Bb. 46 ('t origin. wikirft 
Ira): malA mnlfi wl^llul laatanja, Wir. 
aanh. onder Ijital: muIA Iwasnja, B. Z. 
1, b. (nialodlud): iimuiaxiunya, B. Z. 9. i 
(£mbud, pélnd, pSsn), (vgl. ususé inulaH 
Dw. h.b.,Z.26, t«rular> lidabuja sp<rti 
pëdang birnjala' en lidahtya lèrulur' 
spj^rlt balai^ kdapa van een monster, 
I*. s. IS7 en 158; maka lalkala bagindi 
asuku tonggal ilu maka sagala haiilD 
dan Rélan panat^galan tlu pon dala^ 
kabadapan baginda ilu ada jang sap^rli 
kapala gadjab rupaiya dalac^ bSrgi* 
lung> kabadapan baginda ilu dan adi 
jang dalai^ kaki sahadja (vgl. oiidtr 
■IJ^i^) maka dalang niéndjilat' kaki bi< 
ginda itu maka baginda pon dijaa 
djuga KakMtika lagi dalaug poela hanlu 
sètao dinawa (in pi. van daiiawaF) itu 
ada jaag iCrhulur^ lidabiija dan ada 
Jat^ lérhulur*. pjrulnja dan tSrbëlijak 
matanja i tn sirab spfirij bunga raja 
KJabadAn bërnjala* pCrutnja dalang ka* 
hadapan baginda ilu, Tj. b. 14; P. s. 
been vaker térdjulur' van de tong; (igL 
ulur en onder mastaka); noln ri (of mw 
)ur i?) tipining ndadyimgiLsiit parang^n na 



«4^ es ui^ 



26» 



Ci\ an \n\ 



vnrteU van hoonen, Anj. Z. ÏS, 4 (muré); 
Irn alokèB van een bloem door txa olirapl 
f. \Vw. Z. 3. 137; vgl. ulur II. 
ViTU\ I, of olu jav. (wolu), fn |il. van 

hiitns in gebruik in slnns A»^. 80: nltt 
.V. SS; nnliiinr «liisa, 80 ieder; huiolnilg 
ai|irinc. aanli. ondirr bos; kaUDinff 
[livob olu. ■inasanjug (ibJng Inlung: 
II, aphalguna, (fc 8*^ rmmin/. wanrin de 
niG regens en 't hoogste vraler: van daar 
iki frvdnpin bnUn kaDlant van gruol ge- 
; I. onder pilu bd (■¥■''&■ 
U. zelden vrn- = ISfidas (mal. en l>al. id.; 
hulu); * hop van een paard, Adip. 99, 
n meD»ch. Ar. Z. 10, 3, van een liootd 
irgdionwen, B. Z. 104. 1 (|M>uggalaD}. 
S*. tU bery of froirwAont van ren riv., 
. ilir. aaoh. ondf-r ranipak (vgl. mul.); 
■iHlni, Sat. Z. ISS, 10 (dnfir idnné): 
•Il hatn, iijn hoofd o' lei'em op 't tptl zetten 
ern weddingschap. T. Z. 4. 45: karnng: hiiln. 
ondtr karaog F en vgl. onder niatitakn; 
•aio, t. onder ftadküjangan; alnn uma 
alantjarik), eigcnn, pi. Ungw.; x. dul»; 
■tti atl, hart- of maagkuil (ulun at^jën, 
'. pulangatl) • Iwa"; nian paniciirafiK; 
Mli*. «i BafBnilas: nahulu wiaj arApu «alu*. lianu drCwialBg won^ tjlnolong: dè- 
Ar Z. tO, ll:nakabDla,/o/aiiiii-w?Y/«r niUjE maling, ki^Utihir wën^i, nora wrnli kHnf 

adréwi DMnli Jln tinibanllban, |èn tanpa- 
wnrahii riiii^ rinia dè^a, ring tataiqriri, Iab- 
■MMdnlia, laDpamiwroha rini; wang akib 
Karüpa «arünani- kang ijlnolonglug ualt>ir 
gaa. Ud. S: nanh. onder lljiiSa; hiloa lk«, dosa sadoiianiii; kaïiban «nlo* kang 
iT. iSbènan o( dagao, fun>fitmii<ie van tlnlbaBtlban, babétjikané apnLsadubit awibt 



een slaappbals. Mal. 37, 104 (lag. olobln, 
mal. haluwan^ vgl. luwan); oIODi Ar. 
Pr. 46, Was. 3. Uadji D. 3 *.; rin; ulon. 
'l tcsenov. van di piiugkur: maOlun, vrn. 
= niadulii: n;^ut<iDin. 'I etrtl bfyime» mei 't 
bwKtlerm der rljslveldi^n. 't geen op sommige 
plaatsen aan den leeknnl plaats liee^ (z. nilia- 
öDgin): •panffhulo, Adip. 105,93, 101; Kh. 48, 
Mal. (x. onder pik); dèfia piin;;boln. de godheid 
van 'I meer, die verzoend moet worden door 
een fceiil. »ru vraler voor 'I plaiitso)-n Ic kun- 
nen beldien; makupaiirbalu bhaptwi\n vré- 
baspttl , hehbenJe ItH hoofd o( roorafgegaau door 
W.. l!d. 39 ('I origin. w. purogamn), maar 
ald. 28, makapurassara; makapangliuln 
mahiraiUa Jadhisthira. Wir 69 ('l origin. 
2160: judliièlhiram puraskr£lya, vgL 
inakagrai;èkhara). 

3*., lënggëk in de dagteekening van een 
gesclirifl. 

4'., sang hnlnkémban;, z. onder kèmb«qg. 

III., •htuunio, I. ondrr liulun. 

IV., baL en fijw. uilapr. van wulu (hr. 
ulu djalak): kaHbto iiU, rert. van Broroa- 
pita, van iemand, op wiens erf gestolen goed 
uf een verwonde aangelrolTen wordt; kalIltAn 



^nijm. Sul. Z. 96, 4 (magnsli). Br. Z. 16,2, 

ai^go pangarjp): mnla kaïufln, Ooittvaarlt 

tkkt; unaln wèlan van een tak, .\dip. 34-^ 

ifvao hoofdeinde van een sta|)ende (egenov. 




«A\ en \Jt\ 



266 



ftA> eo ui^ 



wrah riif Bkib, Jèti tan aw^b plwrnb, itèiida 
SO.000, kataatnr iBff saiif anava bhtni, 
Un wJaiDg: JèD iialèiiaua, apan tan raalinit 
arané, Wlb. 85: 2*.. (jav. wulu, 'tgeeti 
blijkens mad. rjëlakan van tjètak, hoofd, 
wel foulief lal 7)ji)}, benaming van 't klinker- 
leekeo (^) bovM de kller «i i luiiiendc; i. 
onder pSpCt. tjindra. iiiilja en sari. 

V., a. oodvr uluh. 

VI., altB, jav., item o( geluid, wnaraan ni«n 
ii>niRnd des nachts herkennaii kan, VVw. b. Z. 
S, 111. 2. nlon. 

Vil.. ntnÜn. ovtrriip ('t slaniw. kan ouk 
uluh xijn; liet ts hlijkbaar «en cotnparaliet). 
vgl. gil enz. 

p-^tu^. hieronder een der aanhalingen 

onder kul^? 

-juifuv mèlaèla, l»hg.. uiailab*. 

pTlu^ E., allaparwwala), aanh. ond«r 

pii^ga. 

•1VI'^l\Ji\(?). mélé, iifkelijk. ztmii, liv. van 

levenniaan^lsrhe kinderen. 

*jui'jrjD\, B, onder ilo. 

0*310^, tan oUd, z. oniler loli. 

ntjr!rj\, z. onder nlu I. 

nur)Otu\ I., olé'onderdc Iwomcn, «drCè- 
iila (t). imalarl{r). 

tl., (SB dwisran; nmnii; olènikaiix' bal» 
dèwa, kadi g\»p s^ota, an^biiki akaf», Us. 
b,; tatahnhan uninn; ^nrnlta swaranln; , 
mrèdan^fa, nmang frubar bhèrt tan saBfcka 
tlnulnp g:ora ninnnc mwanfr olinikaiir bala 
iitjM daaawa, ald. 



^ 



-^um-^ixn). ole', sas., hïijliig. 

tsjru^^l.. z. lab. 

II., tleedsf H. 2 Z. 1. St; atab mail 
7 Z. 5. !5 (dahat): alah pédjab, B. Z. 8 
(makwèh né inati); alah tnAdba R.9Z. ! 
(liwal blog. dahal b.): tlnanilsaning i 
Ijètika halah jwa parëng mananirl», ki 
wimAriJtJilinaiwls asambnl alah kalarai, 
Z. 6, 3; nuiirrwiiV daksiüapacijlmotiara | 
Iwim.iibalép tan nialah Z. I, 4; wwawm 
U malah malè'b, 11. 6 't. 5, 33 (kalab 
mah, Iffjhii^ aiub); tiimalah, 6 
(kalab). 

uinj^\ I.. nalaban van een ücklc 
dem'e inün^ n<or<^ (piimaSn, vgl. 
Anan en nap). 

11., t«n)tah van een rivier km bedSii 
anda-m: ngalaban, een rivier nut 
venmieren. 

ilL, ntalah', iemand aanduneM (i 
alah'a). 

iV.^) vert. van ridjilah, dati 
alagardab, Kr. (ulah il Ie leien]. 

V., K. A., bukaf, utjapan rëk 
krSsna alah pafndnh raOb ka «Irai 

Adjp. 3, e. 

£jin^^, mapatènalih lara, B. Z. 
(punapi né kalaén sut^kauné, ai in 
ratt e.); vgl. onder «Ifih. 



3:irj^\ , ('I grondbegrip is 



'T 



beddim 
M (nal 

3 

in 



b. V. rwa. 0.; allb slkl, Z. 11, 
(bis.): ^wambilan atns allb, 802 in deni 
van een 0.; laidk mnlib (b.: mutal 




n vt\ 



267 



«A\ en Kn\ 



vupiwtaf, Sm. Z. 50. II (abiti nui^ShSk 
riag lihjoDinl): mllfh. siM ndnr «;/<f(ri nH- 

<. Sum. Z. 74. 6. Z. 81. S; Z. 88. S; mAllh, 
Mrp/so/nm.Suui. 2.1,34.2.9,8: nmalili, 
i»^la«r«0H een berg, TL 4; amnlili. orcr/oo/iüN 
lot 4efi vijand : Blhnn pwu kAUbiiinfr radt kint- 
llkt wadwanja, |ilsitniiwnii muhft (?] IHJat JK 
tikt kadangpiya mwiinf niidwaiiya onullb h 
natohnja. niapa la nlniltttn)» nniallh rl 
aavntanja, rt dènya tanpDiijninno sAniu libè- 
4«dilna duiidii inwiin^ lipèkKU inAnHt^nii Ikati»- 
nullb. Ja Ift malirijrt wj'kiuinii, K.iin. b. 
!09: maiKitih run een meiüjc bjj 't gwa- 
i ■ u b a r a lut een ander zich wi-nden om 
U tien of htj biiar aaiislanl. Ktd. Sum. Z. % 
61 M 87 (68 en 69: guraitigsir): •angalih. 
T.Z.4, 37 (maniargi), komenfyan Su|ir»bhil 
hj Niwala K.. W. Z. 18, 7 (a nu run, mai, 
■utarani), •manurun: I«lrg:iinlur ttitcalib. 
SaUZ. 117. 3 (kadi pamlmbariiig gënluh): 
uig^KlIh van de zee, Br. Z. 9, 1 (matttjuh, 
Ubtk. inaq;ëbek}; van ccn ster. B. Z. 91 
I, Br. Z. 56, 8 (sawawa. ugaronin), 
*alako*; prabbu minK^lib. een taldcH hemel 
r^üU t«rtl?, R. SZ.3. 3 (i^alib kabbu- 
pilio. raio lewib): aagftUll, aanb. onder 
Uwl: Ullh, h. V. karwa, Sm. /. SS, 13 
(■akaroroD): wakir alibén ratAkèna, Suin. 
Z. 19, 1: Ulita lirir tss»n^ umaré djlnëm 
urallki racBlnlns primdu , Rm. Z. 34, 8; 
Ufülhl uinb, met hm beiden eteH?T.h.7..t,k1S: 
iOfalibi ilampa, vno iemand, die te voet den 
yaod wil be5lrij<li-n, R. L. Z.. 105 (nialiuggal 

kiug lijoU) T. b. Z. I, 83 eo 85;bbiOMl 



alranzalibj pan tan ka|S^ma burip poa lawé, 
wellirbt verlangt ge een S*" man te neiuen, 
daar ik vermucdclijk niet in 't le^en lal biy- 
ven, R. L. Z. 8. 4; om nnr nrépaMita 
dtning: oi^ar araawèng; UDfit aiirallhuk^n, 
W. Z. 31. 14 (üdjar shi^ ardjunané ka- 
maniüBD, mania pat^andikan danénö, 
anluk dantïné ngandika angasurakCn 
wijal olib dané nnndii^aug. oiaugkana 
s. a. manis anluk i déwa ugandika 
nianjawangang lewjh (inan durgl (7). 
m. s. p&rtha muuarna olih ngandika 
winawa rii^ ilka^a winimha ika); pilih. 
Br. Z. 44, 18 (paro; x. palib): plnallh, 
gehalreerd. Sum. Z. 143. il: pallbèii. terdett 
in 2. ald.. Z. 141, 9 (z. palib): kapitlibHD, 
ald. Z. 1. 6: paiirallhBlnir sèkar sAUk anffdjmk, 
Z.81, S: san? npiiivnllha panifkal, R, 11 Z. 
4, 11 (sang mang^nlërat^ pamarginé): 
biervan vi-rtiu>eilclijk maiib af te Iddcn (vgl. 
uiuwab): vgl. nog uiiu^ U. 

urrj^^ I. (rCrSh), «pinèt; nffallb (iigrS- 
réb], halen, *m iels oi iemand komm. gaan 
(tigraAsaiig), aamèl: iets hedoelen: den kost 
soettm (tamp. id.}: ngalih nasi (nuaaa or 
néda], den eva uitdrukking, belccrder dan 
ngamab eii minder beleefd dan mCdaflr; 
kreng nfallb nasi, tjotd kumnm etem: Bgallh 
dnjah. de kvtllc loeken, znoab sommige liekea; 
tjal apR kaltb rail, wal komi ^e hier dan, 
tot een vnini. pers. of xeer beleefd puoapi 
raAsang: kaftllh dèning- wargl, «inui^siring 
kadaog: alasi allka. Ai; gaat maar 'l botek; 
sMèug Klib% «jogja pinaran-, atib'ajü, 



«A\ eo Lfi^ 



968 



«A\ en ui^ 



koitmnning (z. kaskaja); panfftlihan. waarop'(ran pinaog-bout of bamiwe), of »an een lliw 



nUD de diwasa xoekt, om tnel succes iets 
Ie doen, zooals de wariga. 

• 11., sa». (Tgl. SJiu« 2*). kisid (vgl.jav,); 
arflTHlih, 7. a»nh, onder (awon. 

SjOTU^^, z. anglnb. 

U»nJ?^. gemakkelijk, Ucht {op Ie tillen); 
'l gemakkelijk fuéhen, een /ui' leventje leiden. T. 
Z. I, tS6: masan nlob van c«n feestdag als 
galungan; olam alnb, vni.:= lalub (z. adèog 
IIJ: raalnhaltihaB, niets te doen hebben (vgl. 
iigangguri; tis:alabaliib, op zijn gemak, zonder 
ijver ieli doen. 

t^'t\, 2. onder heia. 

uinn. z. onder gimbfil. 

uinn. bulplelw, om draden Ie tellen bij 
'l omwinden of binden, aanb. onder agra, 
bQ diik-touw Vt <"^P> (>■ tubuh); malléh. 
«ittm/ sijtt, als bijw. ment; idipii mailëb, 
een vaHemin't fierkaal {tg\. ji^kléug): prafcat 
lléhan , in alte t^ztchlea of t'on seuen klaar, 
zHoals leuiand wi«n de tanden gevijld zijn: 
Bjtlab llébao , oiid genoeg om berekening Ie 
maken of zijn i'oordeet te kennen; ttttéhun.een 
Mi'sutfM van spelen bv. 

&m4^ I., ttwner ran bamboe om kolen 
meé glot-iend te houden, airir (jav. iljr; «gl. 
onder képél); mafinibon maillb pëlub, Pan 
Br.; Bunrllihl, nglllhl» apl. betcaaieren met 
een kSpSt; ilibin pilubé apanir >Ju; sé^ 
tan lorllir» (de jnv. vorm), fr. (vgl. onder 
saraswall). 

11^ pauciléb, laadstok van een bSbëdilaii 



kolo; K. A. pëlantak. 

lil-, èlèh en èlèr, sas., aqud (z. ili <a 

vgl. mal. lëlib}. 

Lfiru^^. iflliib. amseUen een geslepen ion 

bv. np de palud. 

r3iu^\, Ud. 24 (vert. van karmma), 

akrett, Br. Z. BI, 3 (laksana, lampah). 
Sm. Z. 28. 11 (po lab). Z. 4, 4. alwaar biilali 
(liiigkahé), "swabb&wa; nlalinliig wwauf, 
Adip. B2 (vert. van oaraayawrélla]; salak- 
DlnK snlwa, al tval kei dier doet. R. 9 Z. S,ó: 
HU wrak in; nlaba, W.. Z. 19, 9 (lu 
wring Bopaja, lan wring pangrasa. laa 
wikan ring lakSana); UanumAn veifel^ 
kende met een berg zeggen de a[>en van tt 
pijlen laogg-wan Jèkanolab R. 10 Z. 2, 9 
(magtnab. pag6b, welke vcrlalingen gen 
de minste waarde bcbbco; de plaats is «er 
verdaclit; om de vergelijking do»r te leUa. 
want ir» wonden worden vergeleken met Bp^ 
lonken , rijn haar met een wond, zijn bloed met 
AkXa, zal Uier jèkanoU gelezen moeten wnr- 
den, MKidal de pijlen aU 'I ware de slangen 
zijn, die zicb op den hei^ Iwvindea); molab 
van een plant door den wind, R. IK Z. 4, 3 
(nguljat, kègu}, van een vLscb in 'I water, 
R. 1 Z. 1, IB (maklimunan). van vaanddl 
door den wind. B. Z. 81,43 (kégo), tekuddm 
van de aarde door den val van txa zwaar Ucbaaiu, 
Adip. 5t, R. 19 Z. 5, S (magèloban); tu 
v^^nan^r molah van een beeld. Adip. lOt»(verL 
van atjala, 't origin. heelt In plaals van 
kadi lulia: sthjinur iwa), ■ kampita n 



I 



9A\ en ui> 



Sa^ en ul^ 



praljalita, van zeewater (jar. R. M. 3221 'taiipolBh. I..Z.9.5 (ugidfm lan mabisSlaa: 



vgl «i>i)er IjAiiljalits); tfttaniHiUb. R. 11 
/.. I, 8 (Dora niolah): maiioUhanirkwa ta- 
iiaba. B. Z. 40, 18 (kinken baon mémit 
ikèn tjai. k. Ii. m. tijBi). 

uvnji^^ 1., nlih mallnf, aaniii: ainlali* 

nUban. «p de rijslvidilen legm elkaar om '/ 
hardtl iMpem van niiidlieeslflti met een groote 
kroiltjonganannden hah(vf;l. arnng); nfralak, 
• angusi. nazetie«, terv»lgai frgl. agépung): 
nvgjagen oea beesl (vgl. AdSdéli): naar 't 
besil van iels ttnven; ngnlah pipU, geld track- 
f«i te hijgen: Biculah alnhé, gemakihah'e bv. 
van een woord Tcrkorten; urnlah pMJaliBé 
van iemand, die een reis in Iwee dagen doet. 
xvaar een ander 2'/, dag voor noodig lieeri: 
sallnf tilaliln van lanssteekspelers; ngulabanir 
aluh. trachten naar gemak, br. guU pasir 
bij de dj i pa Dg lietigen in pi. van g. lèko; 
panifnlalian, ira/ ter verjaging va» éierm g^ 
btsigd tvoriU, hv. panrnlahan sijap, een stok. 
(lic heen en wcér bewogen wordt boven een 
mal, waarop padi ie droge» ligt, om de kippen 
1l> verjagen: vgl. pandCdéhan. 

• II., X. onder «nlft. 

uir^?^ , manléhan, aniangaliniun. «ma* 

potéran, rg(. iléh. 

nnJt^> t.. alihi k«kuitm Aq. Z. 30, 1 

• koMhftUn. W. Z. S1,U (niolah kasakilan;' (krijani ug rakan i dèwa): nlllinTa, B. Z. 

• ulabala): wéniinsi koUbulahana, Prma;' 48. 5 (pabuai^a); nllhinr amit, aanli. onder 

ham (kattetoo») gewerkt awdm^ O.; Iking dhana (paba&né ugslib): Bllklnr annkd 

•iBliitlahiU) I wèkft nèlnlnt, alles, waar mnsab, ald. (pAntuk ïiig afidjajaripu); 

oeer tr beschikken hebben : ald. XI, a.. vgl.'l- Jaor dal. Br. Z. 11 4; Mlihiig bjang: 

er inggal en i. tamolah en solab: nirèm amiUèr, U gem de gaden uil de lee heMen 



y»n wajangpoppen, W. Z. K, 9 (igèlauga, 
kaigëtang, masnlah), van de oogappifis, 
I. 16 Z. 8. ï (miUgan); in beweging van 
ie buik eener zn'angera, Sm. Z. 38. 11 
(naqinggul), als de vlammen van 'I vuur, 
I Z. 1, 4, van vissirlien, atd. K: nioUh 
olah te lezenF) ntng lanjcirntu. T. Z. S, 13S 
logan); nonina molnb en tan niolab. 
ni^tJBla: 'of niolab salah. annh. onder 
isaningiin: nicolab saUb. tiie kwaad doen, 
. 33 Z. 8. IS: anlab kajèki. U. L. Z 10.27 
'tnalakSana makadi i dèwa): oltb, van 
B maagd die rijp is. Sm. Z. 28, 8( (mliika- 
ang): wwang knmon iknnir svktai niAkola- 
' nlitli tan Jukti van een slechte vronw. 
Hl. 60: tamangfub Ju luakolAhtiDg nfpatka, 
U. t, aanb. onder anyilja; pïnaknliihnj'ft 
)i nttia kaionala. II. 3 Z. 1, &3 (mapan 
|Hd laksananya, lan patul aolabnra): 
niBlabalah, 2. onder kalumpang; molHlu- 
kb palibrtU. betrachten. Ar. 7.. 6S. 1: OOB- 
Makén tipabnita. T. Z. t. S5: uha.«Ar&U!U 
ognbib', B. Z, 38, 33 (lanpatahënan 
bksamantqané tëka ngCbusin lanpanaha 
ingkara ring paiigrasa); angiiliib' van de 
Incblder liefde. Sm. Z. 24.9 (ni a iiga d^ i n), 
I betpeging brengen? : Imrulnh', pinarigraha; 



van een tjangak, Anj. Z. 9, I (bawati); 
olib i fnia van eiin wapen. B. Z. 1Ü3, 3 
(oiangénani, ng$nain): mollh, «augdjaja, 
B. Z. S6 , 1 (mal. bSrolih; vgl. polih); taiipo> 
Uh. niet tvrh-egm. B. Z. llO. 7 (tan katid- 
illian): «kJoB olllii ri mti; nrèpaKata, Z. 
19. lS(mabui)i roainal iaug riog eiii.: ra. 
makatang); ftinbèknyDlIha, Aij was vanplmt 
den priiN te verstaan. It. Z. 43. 12 (malijun 
amëdjahi, manalinyflméiljaln): ollh, zeldet) 
in pi. van pelih. inawak IJfri tjihoin olili 
rlnp prnni:, •makapaUipijanèng rai^a; 
mtkolth. verkregen- hehbaule 't volgende (i. 
pakoHli): net ri. Ailip. 31. 130, 93. R. 
3 Z. 1. 68 (aniidjabi). 4 Z. 1. 41 (iig«djuk). 
Tan een pijl, die iemand tref), Br. Z. SI. 30 
(molih): niakoliha, «m te verslaan. Ar. Z. &7, 
1; Z. 60. 4: makollhanr niasiib, R. 12 Z. 
3, 10 en II (ngamaliang. mangalabaog): 
miikolih. willen venlmn. ald. G8: maboHli 
tkanppAiidawa saba pinlnangnya rtlu sAmiinta, 
Bb. 76 ('lori^in.: abaiïi pArthAn liani^yimi 
taliilAn sarwwasomakaih, vgl. luünaug 
ran wSnang): pakollh, pulih en uli: mawah 
a^araki^namamf, ikang' djaja paridjftja, Inir- 
nyan wanèb. hunnta prang' mulib (b.: pulih), 
paia mttl, ndnnmèwèh tlkanir wvang' mnn^- 
kana knmaBj^a, bnn» Bira ralii mapnint: mn- 
fih pada matt, pnda tanjln^nlra, pada (tktl- 
Blra mafa (« laksanaDyü, kadjranfrrflnikaiiir 
djDH tapwan tlnnnn, rwaiir aiki kwèbnya, 
Ja tika lampHbakèna mwanf rowantiiya. Ja 
(ika rnnlfb paila rèmèk, niKngkana krnma- 



tilkanr praufT J>» pada taddlnifnya. mnaf 
kacaktlnya, Kaui. Ii. ('I origin. 1\. GO), aaak. 
onder niüka: nlib'anta, B. Z. 41, I (ao^gé 
maknlihin): ulibaiiya, gij heiden suU iter 
hem ferslagen wonloi.^. 3 Z. 1,57: Dllhanla, 
moet gij verslaan; ald. 65 (pédjahin bXli): 
nllhaiig'kwft, R. 7 Z. S. 10 (aduSi^ mamj, 
pëdjahiii tilyang); BidilHUI, wal men 69 
ihuitkomtt aan gcschenkm mede brengt, Wir. 
60, 72(jaT. olèh>): rwaï^ dlna KarAlri BfbB- 
IDH lan polib luriifia. lun hann Dlih'HD|iLi 
ri anakrahloirku, iki manfkè Dlib*auirkai. 
ugt de jager van plan de apin voor ulili'M 
te bcslen)n>ei). Kam. 59, vgl. aanh. onder I étoofi. 

II.. mangnllb*. «malapkna; mangntib- 
Bllh, W. Z. 22, 3; R. Z. 50, 3; (i«rafisaa|), 
R. 17 Z. 7. 6; niatai«n;anpnnirniibBlih iic 
knKra. lAwan santr anakbl, daarom hemi- 
slaagde hij mH sijn gemalin de* naehit om K 
Koeken naar een man voor sijn dochter, m 
Ud. 54 ('t ortgin., 3519, Ram mani rya: ^ 
lamp. lulih); aan; mnntri an^llh*, It. L 
Z. 10, 31 (punggawani^ pBdnmpilifa}; 
nivniihnlih, aanb. onder salrëplj (mangguni' 
lajaiig. iigraosauij); pa^rtjat anrnlib*. Ac- 
raadthgcn. T. Z. S, 35 (pnpul pangraöi*): 
innllffnlib, R. 13 Z. 2, 2 (karaAsang), »hV 
naiigt^nnng^n: iBfnillbnlih, H. L. Z. 6. 
pnngrallhanln^ snrwa prani, T. Z. S. 9 (ro 
wisèsaburon^ makgdjang). 

III.. t. onder uifU4^. mancullhl, aanb. «oiltf ' 
dèwa^&Hana. 

fj^An («piSj^^), I.. nlahalib. uil 

alib (Tg), onder sapSkSn]. aanb. onder \ti 



tA\ en ui\ 



m 



CA\ en vi^ 



tl: maidok nlahniib, m een kubu sieh 
ifn voor itcn vetilarLwiil, leUctHS ntMtfiuit 
\de en lliuiü slechtH kookende: nmllb 
i*iiluk). naar huü gaan en wel naar'tliun 
dcB spreker, maar lavg/iomem van een 
ot boodsrliap is tCka (kis. uléq-. v^il. 
puljli). «B. Z. 47, 13 (butlül. maii- 
k): né lyatan kè tnollli, Karëni: tkèn i 
tegt Ojaitaka lol Rftnia. die hetn 
hl. R. II). Z. 1. U. Dunat! niaiKuk 
krfindawiwara. zegl de argexanl van 
grifva tot ilAma, hem uilnoodigende met^ 
ie ruid^nlie v.in S. te gaan, ald. Z. 4,2"; 
■Uh tékèn kcni^h, beraUm. naar de smaak 
Km (niaaluk riug Kajiio): ataUb U ka- 
kjangr indra ri kalijanirtiiia. mowuh 
katD Ikanf swnrgiiloka, Ud. U (vert. van 
ipidiapam prapadyaswa, pjhi lokjkn 
Ij ( pa I é): mnliliiin (in a n l u k a n) , naar 
gaan. 't buis in, •maüdjing: nkat 
rillhiin. WN geneesmiddel om ingenomen Ie 
; Dttotülbanf (ugJJmantukaug:}, op 
has; Aï «icCniullltang-. bij 't naar 
ü yam; ui;ollhi, •iiiasuk: Dr>'i'>'"- 1'- v- 
ellpin. ■wasuk: inakapanroMh*. lipêl*: 
rnlUiakén, z. onder ttasé: n^ilbanic (ngan. 
ikaDg), tenigbrengtn of getta: nlijaa, de 
(laj^na galungan. als wuniieer de pirala'a 
elcD lerugf!eke«nl Ie zijn oo men gevolgelijk 
eds tnsg vegen en ander werk doen: valt »p 
ilé wag^ d« galuDgan op buda klion 
lende, z. pamaljeban agung; aülian mitak, 
4c vaneen lawah bv. (vgl. alapan}; 
■D aknOb na eea klcedïngsluk: nlljan 




nwakal van kralhaarheden. aanh. onder bijok, 
vgl. olib en pakolih: paniralili*. lonver- 
niiddel noi 'I kwaad, ons iloor een heks 
aangedaan, op haar W. doen lerngkeeren. soojat 
zij baar familie en eindelijk ijch z«lf opecl; 
panKnIih dtiitf. Us. 52, (vgl. bal. pauli, 
liaiiiiilian en pamullhaQ): pang-nlih (f) d^wa 
Bfwl^èJia, •pangukibniog widbiwa^a. 

II., van uit {from, vgl. sas. oléq), ook ulj, 
bv. uli djaè: alih tjènik. van Inndtbeen; ook 
uling Ijënik (z. nling): 3*. om ttm kant 
van een der slhjdenile partijen, vgl. olih. 

wiTU^^ I. •bilt' (jav. ulu); ngvlnb, iitsUk- 
ken droge dingen bv. pillen {vgl. nggfiiekang); 
manfrnluh, «nnifilfi'; nlna, •binïlé: 4il 
nin(lt) din mansr^ Ar. Pr, Z. », 4S (b.: Z. 
23. 34. den mai^sa dèn nlor'; vgL ma). 
Inlur. nil een vroeger ular\ vgl. blJ lalang 
nf himi*): vgl. lap, 

II. (vgl. walub); mnlahan, meégevm van 
den buid (vgl. gfipj^l'). elastieh .il»eenhand* 
scboe»> van een dans. van den gang. B. U. 45: 
nrnlahang, een louw door laten loopt» (vgl, 
uliir); rara lémpouK niaOIuhaa; Lr. (jav. 
rauliir: vgl. Umub). nionljèdan. 

lU-, nrKalnngsanir anKnlnb danta. Mal. 
(waar aan ulub, bal. oilspr. van wuluh, 
moet gedacht worden. vgL onder uniu 11.). 

rV., saa., Ijaraking laon. 

V., t. ulu VII. 

nuinj?^. gemakketijk van vrerk (tg), mo- 

lab onder ulab IV}. «mailnngan. •wïjar; 
dl ètabé, in do ruimte,^ de rlakle van ieniaod. 
die daar een aap kan vangen: qJalUlh manpi* 



Aa\ mi tn^ 



S7S 



4U.^ en u^^ 



Bginaiy, ijxlui ibjanè 1 tniii, niui|rniM 
èlah, msiilaniali sal* van de geplukte ijitrik, 
ilie door de dauw ztjn rWlren we^r wilde doon 
uitlmiu-n, Tj. b. Z. 2. 

nuioiu^^ 1., nHten, em weinig irfrteiiHleH- 
de van tong^'allen bv.: ncittb*. tMndfttm in 
de Dabljheïd bv. b^ de Imren van die licb na 
een schaafcparllj no$ verschuilen. 

n, t. onder ilih III. 

n t/nnj ^^ I., uilspr. van • w 61 a li {sas. 

kleine roeiritmen voor sampan's, mal. van 
kul. ld.): Kid. I'sm. Z. 4, bis; motah, •»vri>- 
lah: z. bosé en gandok. 

IL, jav.. djaru olah. /.ok, Hadji U SO: 
aholah granraa, z. onder liangun: olah Ida, 
Ijina^arira: an^lali, elen klaar mafren van 
den kok. Hadji D. 20; IJüiwoliib uiaii^ké IJa 
•llh, Uftdus ijfl tëlès dawak, S|irk.. de gevitlgtm 
HHt tiJH doen sel{ dragm. Ar. Pr. Z. 3, 2; 
s£4tinrnf an Inolab. ttrwijt de spijs berdd wordt, 
aanh. onder limpil: olahao. wijze van toe- 
bereiding van i?en spfjH (ratfiDgan); sata 
Qénènf: olahan dfn afènèp, Us. 

Ili.. vgt. onder "alah; n^lahani:, bewegtm 
de armen, ook moUfaongrT (vgl. Aolah): Ml- 
dJII nrolah tai^kia, Meg. 140. 

IV., molab, sas., alah: vgl. élab. 

•)un(&9^1.. «banluk: ook olèh naast 
polih akh.v. maln; ollh int:, ■ xangka ri; 
Ipnnollh katakènin antoki «nu ; vgl. nlih II: 
2*. ook, erensls in 't mal., om de betrekking 
lot een vervranle aan te duiden (i. Ikap): hv. 
Ika arlndaDë ollh saiir da^aitya, R. 5 Z. 1, 
37 (vgl. ban en uMh lij: «llbnya nsiidjanln. 



•dènyanghudaai: olib (antuk*). walimmd 
op een sleelloclit heoTt buit gemaakt, Ha^ 
D. 73. 74: SBoltb naast sa9nt(ikan; aë- 
hlnr, •sawütning: «dèniog; kagrilsang tltb 
i tjanara. «ginyitkenii^ tjdmara: oUb 
nias tnapl, ■ kaüljananiaja (waar 'l als ve^ 
taling van 'I suIBk niaja,^adji is). 

II., ngnrartja (b.: ardja) Inroliholih, It. 
L Z. 10, 18 (da lali rii« lUyai^): vgL 
3agulth\ 

'jur>'^ïu«I.,(i8T. wêlèb),iixoIèhunt. %. 
nggulgul; iemand bespofien, meer of min gt» 
peod. bv. dat hij zich door een domkop bfcA 
laten bcel nemen, ook iemand roor Ma laijê- 
naar tiilmafien . iemand bv. onder den nrai 
wryven. dat bij 7ljnc kindpren slecht 1>elianddl: 
niadané gal olèhaur. door de verwL-mle sleclile 
vn)nw, Drm. 12, aanb. onder juju.'a. l|uwW 

11-, olèh', b. V. gapgapan. 

ni-, z. onder olib. 

•^or^-^n/Sj^. ololl', sas., em djliogdjii* 
gan: vgl. èjai. 

r)rjuTrfu\, I. koUbata. 

uiiuuiiu^, z. walawnla. 

uiQiQ^, lanpahalénan . «niralëmbani. 

uirjK^^ I.. halibalin. B.Z. 64. 8 (kapiu 
watën, angadjapadjap, jav. hds.: bolahf- 
lang), Br. Z. 37, 2 (aUhali): kaniajanna 
nik«Jn, pan adabat wnsAllnalin, manawa !■ 
«mëi^dak kaki Inr pakèwnh zegt Silê lol 
HanumAn. ontsnapt aan d« hem toege<lacbli 
verbranding, R. m. Z. 4, 44 (K. K. Rako 
jèii sjra hïsuki, Jah ija anak mam 



tS:j\ en Ui\ 



273 



&i\ en ui^ 



lajan^an anak ingsun, lan njana 
|r» gësang): Jèklniaagun lulMialInkwIki, 
Z. 41Ï, 1: h^Jwa liallhtilhi I hndilhf 
nilmsDta, Z. 2B. 3 (sauipunaDg wa- 
ng kabjun siimblia): allnallo I. beiorgtt 
fi iMMT icntanil, wiens nederlaag of ilond nten 
Mnncht.SHl.Z. 116. 1 (liapi)iilul'«n ring)-, 
bhalibaMnltirliMlan, B. Z. 5. S (né laSn* 
■tn é, kantènana raanaingeaja aiiimé 
lèwa, ika n^ sangsujaiijn nittmi.^): biilU 
lalInflDckfinlnjc nüka. btrsorgdheiil , B. Z. 3, 
I [kapilolibin bijang ring i déwn, 
lu angin' ring panak, apa dja bin 
r^snajang mémé mapulra), 

S*. van de ziel '( lijk vA&r 't vertrek van 

tt wadib (t. pSgat sok); rnrls danê sah 

■MJaliB, paniarfïiiii- . allu', bullk* mailë- 

■tein, trvxnané t»iiir dudi ladin, kntnn iném- 

■h Jèli uksi, fr. 11. z. II. en vgl. dangdn'. 

a.. aUn', Bjiv., ad^ng*. 

UL. alln', KoanchuweMf, Tjl. 8S. 



nlnn'an, aanh. nnder banUng (djanina ba> 
handan) en vgl. blJ kambang. 

II nlon*. iei«ngèn kori. W. Z. SO, S' 

I 

[tjanill rëngal}. Sm. Z. I. SO (Ij. b^nlar). 
Br. ^ (ISbuh aguiig. bailtjiiigah); «atnnjrait 
«lan'. B.Z. 1.11 en 16 (Irma, l£niab dubur, 
riug jawi ring baiïljiiigab. rii^ b. riuh 
katjandi bfinlar, bantjiugab soringa.'; 
Tgl jav.): itjatianiiiif aluu*, •ninngiintiir. 

III., samah; nmiunan, weelderig, vecIMadig 
of vel van e«n plant, t. aanb. onder «sfiugka; 
suka ulan*. •luiualajtalaj. 

LfT^rLOiol^ I., jav. (■«ji'^nn»!^), R. 7 

Z. 18. 8 (lam bal), B. Z. I6,3(mandra, ariii}. 
Dada Alon. B. L. Z. 10. 11 (banban udjar* 
oya): niaudrn aloD. -abirit); nlani alnn, 
ulam adèng; alott'i «augbadé*: malon* 
tanfca tnnton* ngndol, f/aait naar (xn land Aait- 
deltirijfdt (van alu?): angaloni, menageeren ie> 
uiaiuls oiiaangcnamcin jnborKl^ .Val. SS3(l>i8), 40&. 
II. en balwan. djlni, npapatt, nganinlng: 



UTUC>j^|., of haluii: baliu (rjja k:. mabitluHn, dJAradJa, kniid», nfranini anak- 

nod. ulun; golf, vgl. mal.; laittjul, ninc raalwan malinrlp lawan punlka lakl- 

jjik, pialr): kadi hatun rjjak agèng:, njra, knnun; Jan niati Inklnj^a r»luka nra- 

Il 7 Z. 3, 30 (Uvir gulungan urmib ranya (Manu lil. 174): nahalnan. met iemnnd 

iaang. kadi laütjul onibak g£d^ kadi ovenpet bedrijr^ vsu een vrouvi. hel met iemand 

ilid ombaké gjdé); •warnnAhin kAntrl- houden; Mènanra uiakAnihrkan^kalii niaiAka 

, B. Z. 108,3 (kadi rjiak linubing mabatwana wj^h, B. 4 Z. I. 58 (manJinpalin, 

tja badjra); uahalnn tvlr uah In^f par- inadlihan, kaden (jai ada mab»k nglab 



WaUfféng: rau krijgsknccblen op G«n plein. 



daja djl(! di balun ëniboké apang 



Bal. Z. 109. 5 imasasundulan): malnnan ngaUb): mabalwan pwa sang [a;hiiljill ma- 

laa 't gfluid van gong's; aiig^hin* van de kal aki sang bjanK Uidra, Ag.; aiiitalunl. i-en 

se, Sm. Z. 30. 9 (maijakan): ninni angalun', vrouw freAnwen, Krt. 8. M^waiii aman|r< 

I MO goDg> Hal- 199; Was. Z. 3, 99; pait^ kHunng, i. ouder ddr&likruiua; ail| 




itonf. iigSka ril hang; Hng: wonir mnrèng' 
pAtaroDliijr nibininjr nrabi, karëpé uifaloni. 
ièitéa 20,000, Jèn Input Ikniip: rabiirliig: arabl, 
din ftloni, dëiida mariiig: kan; fldr^wé rabl 
painkuné urip kang: aré|> anxAlonAna. Jèn 
kènn dèué nngniloiii, danda pati dèiié kauir 
adrëwè rabi, Wlb.; kiiiosa ing^Iointii, satih. 
iidvr lialiutl : ninii|ralwaiiukèii. haren nian 
iege» diior ovrrafiel Ie l>c<lr|iveit, aanh. onder 
pamanggahan. 

vionjic|\, pépëk laïliBlni; patili) «NrË. 

g^p ^atJ3r£ng nianlri; ilfii*, «sopatjara, 
kostbaarheden, pronkneradm; S' alterlei vermake- 
lijkheden als iIjogtMl, t; .-) n d ril ng . gamltuh- 
Rpelen en». : IW'bi: atut, T. Z. 3, 26 {vgl. i 1 i). 
ciruKil^ I.. uits|ir. van •u-ulaii; pnpnt 

Dlunan. atiatigg^pan lék, «wrCdtlhnng 
lèk; lotuff nIaHan, •lalu diwasa; nlanan 
këboor hulanaii bCbo van dci) Ung gedragen 
kind: nlanan kèdiit van een l« vroeg gelioren 
kind; k&laiiya tatui; ulanan. sëdeugnya- 
na d aj a n, U. Z. 82, 4 : 2°. ben. van een 
anggr<>k-«oorl, diü van ile anggrék aaaih 
zoo verschillen. 

IL. nifulaiiin, stcA iemand «rerj;>m'«n van een 
vronw bv. aan een nasn: een (dani gved r«r- 
jOTj^ (kaalonan; vi;l. uguniugln}. «miriug; 
ngnlanln kahjnn ■^uvi abtUnn^. 'nngiriiig 
niunah siipniri; aranjr iinuké Inb mèlnb 
bisia nian);aldnin ki>kmi£. Tjw.: Kalènc alu- 
nin, "saracmi; sane nitin^nlanin, saniang- 
rabatané sanianahira: blsa n^olanln 
wonir duka, Tjl.; bê^ik ulanin ukin; aln», 
■ bèiia den sakiug haris; apii»^ nièlub dosa- 



rlp tëkèn baraja, wadèsané nlanln. Tj. 
Z. 1, 7li; ngnlanin manab i lakt. >i]ganiii 
praiianing kakntig. 

r)runj\^ kadi lanpasAranliiK padnaM' 

ranha Innllii tnp alas nianffinièda, (tb. 7 
(vcrt. van mad&ndbu wanya nAgt-mlra 
Kapadinatii padininini iwa). 

II.. tanioÜB, II. 7 Z. 2,9 (nora l£n). iim^ 
IIb, ahl. S, tanolln en tarolli, <>taii lén. 

ui&eJ^, Siubw., rnWiing, paftiljali 

vgi, • h u I u n. 

uiru»]^ I., ilaa{. itienaar, onderdatm. Br, 
Z. 44. IS. Adip. 38('jav. nmnlnn: ngavruU} 
nialag. ulunS, lamp id , mea*ch; dewmrde> 
menscJi en tiaaf wisselen af, mak. ala. daift 
in '1 sangr. mmsch : i^l. de bel. van 'I int 
djolma van zijne gekochte vrouw gezegd}.! 
10 Z. 4, 10, \\. Z. 18. S: Z. 19,7 (i^awuli, 
mandjakaiig): mëll halmi. wrèddl, Ano/iJ 
[aUdaii) tlaren, dnH sija se hvosltot. War. 
Iialon tétébasnn, Mal. 334; bnlimé paiiani 
kadji. W. Z. 18. & (ai^aAla^ Z. 19, If 
warah halun. aanh. onder najènggk 
(adjahin mahraja); liolnnanta, om Ü 
xlavin (e si;w, Sm. Z. S3. S (kni talSr ogl- 
rtug i diwa): Jan lialAnanlra rakwé Mif 
inahApniidifa, B. Z. 13, 9 (aniak danè 
makawitan punika ring sapg liwlh iri 
puliis): rabnlnn, i. onder ra; nhBlii 
ëmpa. als vrnvf. i- pers. door een rorsl lol 
priesters, Brb.. vgl. pwaughulun: ^hnlni. 
vniw. I' pers., W. Z. S, B (l>apa, i pamai)i 
Sni.Z. 25,S:sanE:hntnn, W. /,. 18, 5 (tilyai^ 
B. Z. 15, I, II. iO Z. 17, S, lalcr 





SA\ «n ui\ 



mond vsti een rader tot xijn dochter, T. 2. 
T.b.Z. 1,53: rftnianta): sitniBriilati kA 
heidat, T. Z. S, U I : asawhulunaii, W, 
(kuniaOla); ■«rèiidra miihulDn sImI 
a uTcrtedeii vorst, R. 10 Z. 4. 6 (sang 
siiiuliun): diwt mabnlnn. de twilin, 
Z. 3. K: bjanjr ntabuluii. T.Z.S,2S, Z. 
Z. 5, 101, 62cn I35(saiig hjiDg ^iw» 
ih. onder i^atwa en fjwa); bhaiftrA 
L, b. goru (^1. onder siwi). b. Z. 16, 

^kjang niabapila. s. b. ari), hf) w-as 
mm «hoinn. T. Z. 1. 39 (ijokorda), 
B, & (UiaiAra): suw ï^t Biahnlnn 
van de vorsten vnn Korijian cii Ura- 
Kid. Sund. '/,. 1, 16-, tntkaliuluii . ten 
brmgm, W. Z. 27,5 (mnmaiidiaknug); 
uv holnn schijnt 't zelfde ie lielvekenen 
■Uf halnnxn; plnukuhnlun vaak in Mn 
nn Bh. iu pi. van piniikanj;huluii: pina- 
hniun vindl men ook. maar moet v.in 

tiuni lijn. naineotlijk (oen men in a^ 
MMilie ing meende te zien; hDintiI», 
JÊK.Z. 18. S (ugaOla; in pi. van t^hulun 
B|| 1* pers., reru van Sm. Z. 28, 3, 
SteHJar.kawi); manftiHlnn, «aiigiring; 
uui, B. Z. 13.9 (nuQn pada); .kalm- 
I, B. Z. S. 3, W. Z. S8. » (panèwaka), 
'.. IS 6 (kadarmmain): ^rl kthnlanaD 
I Jadbisihira z^n ei;i;en moeder, Ud. 109: 
Innan sanp: hjxnjr. «amriba UiaiAra. 
, pahnlitnui,. neef {iiefJuK, neveu). Gli. 

^Z. 28, 4, Z. 32. 2; van een susten- 
, Z. 36,4 (kaponakan. paranakan; 
pulunau), AJig. 7; broodersioitn, Aw. 



&A\ en Ul\ 



^ 



59, bis-. Mal. IIS, 126: pafanlunanta van 
zijn eigen kinderen tot een vriend nt gngl, T. 
*. Z. 4. 178. 

11., hmlem van honden (nnheJlspellen*!], bel 
uiltehreaiwe» van pijn; nlnii* van de kuoian- 
daniï, aanb. oiider bèja (vgl. ijalung). van 
een vrouw, die iels verloren beert; seer hardop 
sÏHgen (lialav., smnp. ngalolon: vgl. •nglnlu 
en angilnlii): npin anrin^ ulun* van de nun- 
dari. Tb.; patisanibut nlnn* van een in de 
bel gefolterdcn, Urm. 27: ainilao en munxu- 
Un, «angohan en mangoban (vgl. jav. 
uguliingf): HfraloB, «an^lulu: Mang: sang:- 
mjan mannhé iifriwasln ^awaké nfracaiok, 
iiMiDé niifttlan, vrije verl. van II. 18 Z. 6,4; 
liattlDH. Dpangoban; pakaQk pada p^Ulnn van 
verdoemtle »r verdoolde zielen, aanh. onder anié. 

ui'jfuOKiK, «nffiilen, nf^nlunf: adriK Inh 
nili péftt' asrèi ai«alnn, T. Z. 3. 12, i. 

utu VI. 

'jLfi'jtuK|\.!)ag., dajub. tia. 

•lur3iU)Si]^, 2. onder ulin. 

•^un-JTUiol^. olÈn'. een lekkernij, ver- 
vaardigd oil uli en veel gelijkende op een 
kleiniT pannekoek, weinig suiker e» koknsnooL 
(Bjw. Ij i n i »g). 

niuie^, 8. (ilina), aanb. onder tjampa. 

uinJ»n\,eigenn. van wn krl|ger,Spl. Z. 

6. 151. 

uinj9Ciiie]\,o(olanakan,a.vralanakan. 

uiru«i), olanda en olandl, Itollaad. 
aanb. onder inggèlan en beatjab (i. blan- 
da}; bèbik ulanda, Gj., iloloug. 




fti\ en ui\ 



276 



9A\ en ui^ 



U1IU9 cn\, nlundiidii iingin, • [laru.^a- 
wAIa, x. I uftiiiladali, 

uioru ^\. t. MiAcr suftrnitfrna. 

ijiruKio^. hlttrtvbfaadje iiin japier. waar- 
u|i dv Iriakxnra, »iin een lïdi gHiecbl en 
in de lirllia slMmle, mei 'l lijk verbrand. 
Mal. 34; vgl. wnlanlaka. 



o • 



uiTUis)^. icniitiids rmrbij iefn gaan, It. 7.. 



m. 



), 1 of SO. 'l. 4, I (paniargi); t. lintaii^ 
vgl. • lialiwat. 
uiruKjul^, z. onder liniis. 

«/5*lTi-r5*a tfl^. s.. ovtrwogen, lot klaar- 
heid gthrachi. Bh. 90, 8iS: Ailip. 38 (vgl. lulji- 
la on tag. alaslln): nianxkaoa t&lotJIlu- 
nlBg hnlnn rl batl, Bh. 9it (v>:rt. van iii 
nié lualïb): kan; Hdrèwèha kflrsa. |ira- 
Jorahèiv tatwiuniidbl, luiiiri raaiidakAlolJIla 
Bart', B. L. Z. 1. 140, at WW een doet heeft, 
bekarlige de leer i-an litl ens.; nni&loyiia, Adip. 
58,0. (I24B}. beraadflagm m-er, liemmen, VA. 
7, 6: manxiktoiJMa, Wir. 3: InAloljItii, R. VI 
Z. 2, 39 (iriiilik. wilaiigin). 

uir&\, litlaraa, een anibUlild, O. 

vtn>\ ].. jav. t. onder RiiIanK, Ar. Pr. 64. 

11.. alnrans-, shs.. dépin: alnriingr «dï-qna 

arip, Tjp. 

lAOru^, verkl. van kunihbikfl. 

ui^^, jav.. «dwi. W. Z. U. * ^kam- 
pitl. dwt: malag. clalrü); aniliék Iwlr tr»- 
raiUvi tanpataIJtöh djalada Kalièliirinir ma. 
dhnbnita, Nis. Z. 20, 1: (nddbiVnunla batic-an 
Unilil rl taJuDin; djalada sithèlarins: mndbn- 
bnu, alil. Z.26,1: kadi lariii; kHtiliiiiri^bttnt 



van landen (vgl. onder Ulèn on kiiinbaif] 
liélarai van een pijl. Il 11 Z. 3, 18; raa 
kahlaraii, m. c-, bfvlotfn door een pijl. IL 
20. '/.. 19, 7 (kanin). 

UI nj ^ . nipiinirii uiiniiHiix anirilitHlar 

(r. S. 

uiTu^ I., X. ilili en annh. onder miisuli 

en vgl. irir; atis k^JèiilUr, aanb. onder wibal 
buJwAnitriliri gni lanpaDvmbali, iBnparDpi 
klia, omdat 't uiur een godheid ia, Aigi 
dlrja(drija] kadi Inrilinin, mvah il(ra| 
raniaiifra, twir kinfpi^un Ita-snèkn. niulatlnr 
piitra sadaja, Jnp. Z. 16: apwinin;: hiiina 
om me^ te kookt-ri. Suni. Z, 50, 6 en ll.wur 
li«t iirandhewmer of risscker zou kuouea !»• 
leekenen; kndi hillran vau vrouwen, die liitt 
echltïeiiooien. van 't itla(;vdd Icru^jkoniiiidp. M 
gemoel gaan. W. Z. £8, 7 (suka, (inhak, 
kinipülan): lilltruniiiir xsuua, Z. I6. 3 (arjit' 
da». niSuibah). 

II.. de hrtiedeH' of stvkaut van e«n rivier in 
Ipgensl. ran Imlu. aanh. onder runijiak; 
amlllr. niëmbah; nianjandinj; (ukad llBf' 
püi. jilii- eniiix uniilir. T. hg. Z. 1. SO; 
gola niillr, aanh. onder pafldjang: lllran, 
• bunisan, (madunjn hSrlillran, W. k 
50, Jtfirliliran ajar matanja itu, ald. 47, 
vgl onder la lub). 

III., ar. mal. (ji^): ""thnk Knlra kani- 
din, san^ka rlnif nabil ir (d. i. nahÜir), An^ 
(jav. kilir). vgl. alijas. 

AnU\. Bjw.. l£lèli (jaT. iiër. vgl. * 

blikbaar een omicltlng van '1 mal. lijur. t^ 
mak. iioróq on «Idu); nfllar, mëUtik! 



SA\ en Vt\ 



277 



«*^ en ui\ 



Dv Mdakè vaeer in zwang bij <te Maho> 
cdanen. Iiid hf-dak». 

uiru^ 1., ularan, cigcnit. van een pi., 

f 
ini Dj. 6- 

H, ualarln, •maiiatigis, Br. Z. 1, 11 (vg). 
iT.l: wontr anjolont: kèbo, nninpl (sa|it), 
, Jocia patjanaiia , Jin kaslki^p kola- 
H tln|p)lt küU rlDff iiütjapaiif halab Ing 
., 30.000. Silj. : kolaruUritii, aank. onder 
Uang. 

OL. I. onder • ulA ; olar tampar, Kid. Adip, 
Z. 1, na vroL-gcr uSnipJ lidi gexegd te 

Tgl. aanh. onder rubida. 
ui^\ï., jav., 0. I>. UI 6 b.; Un èrany 
ka nlfiran rinr pajiik parniifpun^, Dd., 
ik. «oder giwang. 
11., sas., sfinSb. 

IIL, hibuIJJiughnlèrana rikanir pAp» ri 
dna.««na, rubadjan uingbalun hüoa rl té- 
pk parihênèng-, Bh. 70. 
uiói\l, jav., naast pnlir (smid. uril); 
ir. md mi schroef: , liiullr rinêinpn ti- 



IkcUii iiiknipAdanyii, Wir. 37. 

IL. olanllr, ulaltulih: U. Bil. Z. 1. 7. 

L oodcr ulaug ulih. 
^■|PJ\, sékarlDg ulnr, Slim. Z. 37,3; ulnr' 

■. t. 53. 4, van een niëru, K. 21: ntor'- 
11 Tan de wuuga lali, R. 16 Z. 12,2 
lakapiounlunanya, blfngkëranga, bun* 
■aa); pinakolurulur lan roode lurelen. aan 
dak van een n}3üa, aanh. onder pras; 
InoInr.vSum.Z. 1,19; koinrlipur, Mal. 194; 
■nlar slndjAor was kulur, Stow. 'L 16, 
UfrébBt iMndbining laplli undna kulnr 



rosntng: madJhAngltift, Ar. Pr. Z. 8, 1; vgL 
«ader «ulü. 

uiiu^I., (vgl. jar.); niffllnr, opgehe-tcben 
worden van eeu misdadiger voor luen beui de 
Icdvn afiiakt; ngralur tlllran. nakal tilirao; 
knülur, aanh. onder obor; nguluHn. «ma- 
nülakén; raanirnlurin, •liiimiring, •lunift- 
kani kapti, «nianamlami; arnlurln ma- 
nali. •ananilauii kjïpti; Jan nlnrin, -jan 
timl^mauarnlnrln. ■bbuktinën; tnfnlnniii, 
T. Z. 1, 24 (tnakin); ptnj^ulnnin, pana* 
kalan, van e«n rotan, om er mei naar een 
diepte Ie komen. Tjp., bIJ een vlieger ook 
pSngélèban. 

II., t. onder u 1 u b ; sêpsëp ^tllinjané, lièn* 
tjar poloDnJané, nlur basangnjané, ponia, 3, 
Us.; nlur' HKUSuya, ei'drorni ulier, Wlb. (vgl. 
onder lalar en ulfl); Jèn hana vohk* èlik 
lux niaiitimé, tumiill aniikè dèn pisaliakéu 
alakl urabi, dènin? Iiikoning lunausr nnililia- 
Dlkél pIngTo, liir angulihakëna sèsémbaU 
pangulnré (b.: sadulun^) ring knna, waMra, 
isatiiik, sliidjaag. au|^^ui»kl^nH rlur manla 
tan kinarépmn. patnku nilsu tan mang^ula 
(b.; oinliha), Wlb. 12$. 

'jui'^ru^, z. onder il ik 111. 

nuinn-oy , sas,,lè(èh, maar bUJkena aanh. 
niider arunian, ook pfiés; ook lèjor; bir- 
ilor', inetjapi* (vgl. jlur en onder Idub). 

piQ\, aUr'au, aanh. <mder galigir. 

nun'inj\, z. onder kolèr 11. 
uiTuin]\, ogalakalak, ngnuibara: ngllnf 
ii^alakalak., hevig tvMnen/ 



9*\ «D Kn\ 



278 



«»\ en ui\ 



««i&i 



=1' 



: 



lik; nns^Iik niidèr,Sm. Z. 
9, t (nitïdrnn niaswara), Hal. 56; van 
de kokila, Gb. Z. 12. I, van de i;8nilër. 
B. D., van de (ja^ljap, van 't Tuur van de 
|iii pnlanga n, R. aas. Z. 14 (bb.); tégih 
njrallk, vgl. n(;ajor: nmniTHlIkAlJk, van de 
ladaliasili, Wrs. air. 5G: niakidun^switmné 
njnnjur, ngallkallk Inlr Mindari kaaug-iiian 
(kapawanan) van een zingend ni«isje, La. 24: 
kaljapan njii Inli niras llnitsir sandja mnèk 
tuiiininnn, di balé pan^gruiijc'an, ugnlikiilik 
karonaiK nU dl wan^n, Lr., vgl. jianh. onder 
kuDialilit en rgnipjah. 

uiru€ji^\ , alnq'. sas., gapgapan (vgl. 

uial.); iwluq, verwelkomenf, Tjp. 
yifUffli]',. Bjw.. adéjan. 

tn'jru^wi]^, jav., alok', uitlarlfiuie ivoor- 
den van «trijdvaardigftn: méalok*. *l geluid 
■ pwa" «ha" maken bij 'I baris, ■niasurak; 
iin^iilflkakén niaïl, jav. (a iifi SI o k a k f n), 
Hadji D. ug^.Wa». Z.2; luralokang:. «iiDgu- 
dwakön; n^alokani:, ■oiakrak; piïlokipuu, 
segl men. I\. L. Z. 7. 29. 

WirJt»]\, hjlak'iin, jav., R. 18 Z. 3. 15 

(verl. onbruikbaar), vcrl. van lAlu. 

uirjia|^, jav. (balav. Ink): kawënaiie- ja 

tmtiük van IJzer, luL, 44 : moUk hadiDélitkcluk 
lanirikHn^ padunir mrik.Sum. /.S. 7, Z. 129,3: 
lan hlnëlnk Jkant: kajnjun tan jofja hèlnk^t, 
Kam. 1S6 ('t urigin. Paflljalanlra, nAndmjam 
namjatt! daru}: tan tiélukin'ikat^ kajuja» 
tan JarJ» (ikl bfuétuk. T. b. Z. 4. 17 i. 
luk); tan jogjènilnk lani: larn, Mpai'kw. 
van raad aan unvei'slandigco, T. Z. 4, 56 



o n 

UtQJOl 
O n 



(twara njandang kajunO biluk kSlif 
Ui ilas^), 

tfi'^rjio]^. meièk, jav.: sama tnm 
sinimm dèning hJAnif innana kanf «on; iiilt- 
ka (t), Sniw. Z. 16, S8; blaajn-anba)w: 
minanira, si wAksinta niangvlèkakén «■<«u,ig 
de oogen van een lijk. dal de heks wedf r in 't 
Itvcn brengt, g/ioi matten. Tj.A. I7(lJ inbê 
hhog mata). 

UfTUS^^ «as., djfingah (tial. ila. 
biji: z. ahita en vgl. lila); kallai)', dt 
/i>:en, sf^ianpaa or jiikangf 

uiruKiK, c«n ptani ovcre<-nkonieiide aiM 
de Uva; vgl. k jlak. 

\. zelden in pi. van iltlb. 

\, haat. Adip. S4. tegennv. hnrSi. 
aanli. onder wardjdjana (waar 't een \tit 
ia van wirilga legenov. aangrAga), B. Z. 
2. 8 (riris. gSdÜg]; nèlfk. R. S Z. I, Ü 
(iri); illk, •sanipBJ: Iwir èlfk. «èdi-. ■»• 
hllik (sic.) rins: niamiin|;irHh runa, ald. 46 
(vert. van guAawnnliim dwè^li); Or 
«Uk. R. 9 Z. S, 4 (nnra bai«gl}; kèlU 
èllkl wadwanya, Kam. h. (^-crl. van wirak* 
taprakrëli): iidjar almla gavi^Hktnit danii 
de MiHff pralilin rninnlinn, kapiDfp'wanu il.: 
"nya) niUar kèlikètik, kaplBKligan>a. AanéM 
dhann, kupiD):]titln>a, duiïitii pull, Sdj. [Naui 
VIII 1*9), vgl. aanb. onder ijbinnaidal 
saktkèliking bhdml in ven zclfvervliickliig. 
II»i]Ji D. 9 : kluèlikan. veraftchutixl, ijehaat dnor, 
aanli. onder ICmeli, Adip. 55 (vgl. kinagilao); 
tnr grawaja wit.otn kinèlikaii, Ud. 18(vcrl. vai 
niiitlitüiii na aèwalé). 



9*\ en \^\ 



279 



€i.\ en w\ 



dt^ia\\, t. oniicr kuflk III. 

LTnji^\. begi va» eta ring: link duva, 
■k llBU eu.; (ailak niet in gt'briiik zijnde, 

:l meD Tsn een ring, die muar iéa loop of 
rug of Uigl h«efl pnpolosan. vgl. onder 
Bpol): niallnk van ringen tiit meer dnn een 
agloop bestaande: küdl niallakllnk mui^lné. 

&nn/:)a|^. iloh'. t. tani mSnat^ «n 
i «bilB*. 

uiTUio]^, ngmiak, jav. tmdeit giantn, has- 
!/m (mal. olak, laR. oUk; s. likas); ii|ra- 
Énitk. bv. van iemand, die gc«n elen te 
nii krljgl. van bandelanrn. die overal naar 
gaan (vgl. ngfiflijalj; njrulnkin. iemand 
f oagm uilfleken, een «lakan op 't oog gewl 

daarop bard gedingen, zoodat de oogen uil 

kaü ftpringtrn : uUkan. een geleding b u 1 u b, 
im draad om Ie winden (sund. id., lag. 

ikan: jav. kulakau, naa:sl tngan, «sd- 
nwésiana, «Irasara; vgl. olak). 

11, mnlakan «ntuntjar; Jèh mntnk»n, 

noder vrulakan. 

rjrn w]^ (vgl. jav.); honjaiis: madjus anè 
alèknjan amëdur ténsahn^ii nialaris hini- 
ir kèiaka rosnlkang wètis anlrnnakén twa- 
R^ akAng, niktjiuln; v^C' pAninittnlJani nin- 
ya rlnr banju niakfni, itm. Z- 2, 4: 
•1^, «Ubn: mul«k,[t.3 Z.1.73 (nlébut, 

rèbéf. patarèbès). Z. \. 1 (n.), 7 Z. 
. IS (n.). van bloed. 7 Z. 4, 12. Rm. Z. S4.8; 

u mnlék van wilde dieren uit een ptjl, R. 

'£. 1, S (inidjll nalbus, m. ualfibut); 
Niékafl, •meiëtuk; lugulèk, It. 34 Z. 12, 



i (di libnné, di salikannjan^] en 12 (dl 
slijeicani^}; molêk Ja kelèka, këléinkumèléni 
itnitntHS, R. !> Z. 7. 9 (sig suluknjané 
ugusSh dalem djiu ugSt^raang ën lasin, 
manUkan tja malibiian dalfim inangS- 
Uniang ring mauiargi). vgl. aaub. onder 
h a r u ng. 

uiqi^V llniHt nnnUlèkaii, • mègha ma- 
rawajan. naHlékan, •n)l£k (jav. niuISk). 
• mambS*: manlék'an van dikke rook. <>raa> 
wëlun*: van een bock, dal bcuridings bij 
deien of genen In gebruik is: vgl. niegolok, 

uii^aj^, uilspr. van een •vrulik, (Bbg.: 
a p i k) : nauwgesfl, ijrfn'ff (jav. luism of iYooi'm 
sMAm. sund.): iiHk nnmbHHiin; éntal; tnntlk- 
ning manab, «pinêlri bali; olik'a stm- 
hinè njan raali; nrnllk, iets iraehlenml ie 
vortchen: da nipiiik*: iniilik, •■■ Alnljjta, 
aanb. onder tuwj; nllké», kllnjhang sai*; 
Jèn raMinln dl att olikeii rafelna wènpii 
fr.; vgl. g lil ik: akon Ing da^lli angallka- 
ii(ng ttUm. om naar de wandluia ic zoeken. T. 
b. Z. 4, 71: ulikenèng sa»erlng lang-il, Sinw. 
Z. 13, 40: nlik*nn van iemand die van alles 
'I fijne vn\ welen. oHdersMkUevmd. 

II., •angiillkükén (?) karilsikan, Sm. Z. 
96, 7 (dito dané pakolihin ban pang- 
rumram). 

ULf. aanb. onder osnl en Snis. 

uirü»|\, I. «Dgiilnk CR qgolokolok, 

3 ff \ 

iemand beet nttnen, roor 't tapje tunideH, araa- 
mulüiai, «Diumunggung; vgL uing, 16- 
loDJoh en onder blog. 



«*> va vi\ 



280 



«*\ en ui^ 



n., jar., iBDink, AiDi)., lelkeiHi, aanh. onder 
si Ad 11 Dg;. 



batinya, wata tar wrnb rt kaUnsraiiinr rli, 
kadyan!rit:iuiJ(iiit)tMJa saiigr Iijanfridllyaiipaif- 



uv'jTU 041^,2. blJ mulili: békéiin» nlrq, bilauirakén pët^iigr, dnmlinirakénpaiioiiliKrrU. 

kunang ring nlAba, niamiihiira pëifns. ihuj- 



abana mulib 

'jviiwsj]^, sas.. lajab (Swibw. M.: vgl. 
• tiat en<Ié)ii<|); élaq', ula))'; 2". lajombo 
(a. ald.}, wegens ilc gclijkheiil met een tong. 

nt/i'jTuial^ . ngrèlèk, sas., memliah, 

anjndf, (vgl. htig. iléi)). 
•jw-^nj^tol^, 8as.. rirod. 

'jwnnjiwl^ 1.. »Uk anihiny, x. onder lè- 
kambing. 

II., sas., een geMinu bumlioe als lic/ter, 
kl«iner dan londak-, vgt. iilak. 

'^t.nD<jru(s2\, sas., uil di: sagnl oléq 

knbnr, oU-q imnika, olrq nilié, uli didja. 
-lUYi-jnj^Sil^, gas,, pédjang: z. loloii- 

«lun-ifv/siol^, z. onder uluk. 

«UTun^.z. Mider geiung. 

t/iTum^, X. onder ala. 

«XATUicn^ , s., fi^ennaani van de residentie 
van Kuwèra (Ag.; tajakawati, k. aanb. 
onder gubjaha); ï. alakitwati. 

VirUKt^ of olaka, • wAlaka, vrn. = 

badjang van een geen padanda zijndcn 

bralimaan, aanh. onder p u ( u s (z. onder lu- 

wa, lingsir. préwajab en sëpub); b. v. 

truna: nfulaka. ongefrmtml leren van een 

man; vgl. blaka. 

nrL»a^,K.. uil naast "kofika, ma- 



1 

i 



klii ahnlap wiita ja dènfkft, lul. 44. 
8% eigcnn. van een zoon van Cakuni, 

(Jd. us. 

uirusa^, uiiipr. van «wuluku. 

vinjscï'yyi^. aanh. oodcr samt^ni. 

virJKiniKih, zekere boom, Anj. Z. U 
(kalikukun). T. Z. 2. S7; Wrt. 16 (d« i 
aU in haringët). 

•_nru«((«^, sanb. onder s^nia en vgL 

m a I a k 11 1 a. 

uij&»i?a|^, wiilikas soins gespeld, .^rool 

en rijsig als soniniige nienscfaen, bv. de afri' 
kaanscbe soldaten; tknog tjèdilèn dadi aa' 
likas, «dadi niagS'ng: wong kakatih, Iftiua^ 
tnr nlikas van de i kerels, die Lajon sari 
beroofden en dooilden, Ls. b., t. ibag. 

uiruw]^, mal (y-511). eigenn. van een 
wazir van Madajin, de vader van Bak- 
lak; hij vermoordde den vader van l'6tal- 
dj^in n r, om zieh in 'l bezit te stellen van eea 
schal, X. iinder adjir lil. 

aAiV«no^'^.8.,R.lSZ.I, 15(kuw6r»- 
Uiawana) 6 Z. 9, S, «aniarAwali; vgl. 
alakA e» onder snklA. 

uiruau^.z b|] kCkupu. 

uirutn^. eigeon. van een pi. in K. K. 
Icn \V. van T a n a h A m p o. 

iSjTuso]^, haroham dèni vriêknl kakn» 



nuk dok: don sani;: bjanfc adjl ng^aranira 
mnngblIaBg^kènit niada, kniiaiijr ri»ir dnnljana 
nianirdad.iakén inuda sira, manjckiu i»èté»if ' sau? bjau^ agnl, Unan uladi dilahtilra, Adlp 



«A^ cn m\ 



281 



«4\ en i-i\ 



AAIailaliiil. W.Z.*4,S (dataiig paiigala*, 

wirF, riiAh nianggigila): inalxdaltid van 
9 uiaü van een ilraak, Sm. Z. 30, 2 (inn- 
llèd). via ile loog van honden dnnr gronte 
Ite van 'l weder, aaiih. onder kirih; 
uvatadalad, Sol. Z 121, 12 fseUp*]; 
««I«d'. W. Z. Ï3. 9. L. Z. 28. ü (maliMllèd)^ 

. Z- 13, 11 (Iwïr apwi), van c<rn vuurpijl, 

S2 Z. 4, 15 (niainniliak'): ran e^n ronde 

ir, Ar. Z. 6, S, vnn goud, .lanh. oinler 
tdiwlnala. va» de long van cca slang, 
r. Pr. (jav. malad en nièlid. dal onk va» 
uur gezegd wnrdt, Anb. Iid«.: inèlèd jlaté, 

n.; van de oc^en, aaoli. onder biradii; 
, onder anihat}: angaludalad, auuli. ouder 
inah (ngabarahar. £nd ili an ugané); 
iFDiniaiiièng nuuii lilixsinibliAlit J» niinung 
teoak pnnalt klladaii, lir. Z. 2, 25: vgl. 
ulod eu X. onder H. 

S*.. ]rv., aiiKaluili unmbiag IJan, aanh. 
dadita iflji. 

uiruscïj^, Bg«Ud, irAW van iemaml's wijzc 
IW spreken, gerebt van iemands tongval; ma- 

■gatod*, «anggjataug blabla. 

virnto]^ I.. lamak?, rfe tuierm van «n 
tud. bestaande in lap|H>u (s. lal£il}; ranaléd 
laiu don hiunbang (b.: malalakan dou 
aümhang), Kid. Adip. b. Z. 4. 20; alèdaii 

I roB oin nasi, lawar enz. op (e leggen. 

U.. lantig; ètiak tln^kalié oiajudn Mtk$ 
léd imini giRis, Br. K. (Z- IS, l4t h). 



parad, rJbad enz): bangfe alld, y$\. aanb. 
nniler alub. 

tS;»Tu:oj\, slaniw. run kaliidF 

Ü?inK>|\, ininum \ii\éd plfwa, R. 7 Z. 5, 
17 (wipati glJ^kaug aljSpok, sijiipa alS- 
lédaii anpisan); vgl. beUl II: nnitèd, 
R. 7 Z. 5. 3 (nglükai^). 3, I7. Snl. Z. U3, 
2 (i«gJ>l«kB[«). Z. 12. 2: Dian^lièlfid, in- 
WiA/ren, Adip. 33. 34, Ar. Z. 1, IS (T|tl Ud 
en bêU'); inéiëd. T. Z. S, 32 (k. onder 
UnlSn); kapitbëtéd Hniêlê' délègtiv nli^k, 
R. 24 Z. 12. 12 (inled giek' i^alonaiigl. 
i di^lSg di slijfkani^, gUk^ roaugëdot 
rii^ dISgé di libuné); 

i-Tnj[CJ\, niel te zien door een muur hv. 
(saK. ilip]: in tegeusl. van agénah. nanh. nmler 
g ^ n t o Dg, va-borg^ van den zin van een woord ; 
niallldnn. «ma Itiiil nngsn. "kumSl; ma- 
lllrfan rlni: tanpnli; ngtlidin utang, vgl. 
oiidur klid. 

nnjïoj^, tannUdalld, R. 11 Z. 4, 3 (lan* 
palaiët&h, lar iman*; deze Tcrklaring door 
'I volgende woord): • manruUdalld van de 
walu ridaug op een weg, Sm. Z. 3. 9 (deal 
blig). 

uiru:r|\, sUtI*, Dbg., üembilaog (f): 
otadalld, allirtei mgedierie. waarin icnianda 
ziet blerniiniaals lol nlraf verhuist, IM.. aanh. 
onder djali; apang* tijan; dndi iiladalld: 
baiinnjra uladalid: tos bati nnila kari angu- 
ladalld vnn de hall aga, die u>^ niet onder* 



uijnwïj-\, aaoli. onder pari wart la. \^sM\w.a waren, K ld. l'«in. Z. 1. M; aanh. onder 
uiiCiE^>, K. A., alil). •uiabamK'ng (z.lkeduk, waar uledalid. 



ulid, jav. iilër z lKiv.,jitf. iilntl, mpi.maA. 
hileixl, log. nwor en oftd, lamp. wer. ulnr 
en hurol, bug. uU, mal. ulal. mad. olaq, 
bat. ulok, slang, |^ulok*(in pi. van ulok') 
en oloug. nwm: in 't mal. ran Java wnrdt 
onder ulSr zoowfl slang als tvorm verslaan, 
maar lovli, tooalK lilijkl iii( do spelling, lieMten 
iiU eQ faulJFr «oi'»|>ri)iik<;ti|k niela mei vikan- 
der Ie maken); ulèd abènik m<^^aiitiing;, rund' 
scl opdjuük (do wormen alaan op de )ani:wi>r- 
pigc CD sappige kkini^ buizen, waaruil 't vlciesch 
van de pompeinioes beslaat). 

uvruETJ \ , mnlud, v;in de long, annb. itndcr 

kSpjak (vgl. «slad). 

nuinrubc^^ , mifèd i. midcr «alail; ma- 

èlèd 8ong:kè(, ui£laiiggu; aanb. mider rë- 
djang, vgl. dai. 

II. pangandika mjrièd nianjing, I'. Ril Z. 1. 

UDwS*^, «., aanh. onder nandinï. 

uiiuu^e^. jav.. War. b. 35. 

uiruban^. r. (haladhara). «Balad^wa 

(•jav. djaiadarat); z. -bala. 

vipja\, «jav., aanb. undvr liaral en 

grSmfing (verhaspeling van luddbakaf): al* 

daba oiaM, x. onder renggonia. 

uiiuv)i|\J., alat', sa»., sésapi (wk door 
de krl. alskawi opgegeven 1) ; ook lalal' (vgl. 
mal. r^\S uil anak*). 

11., alat', rerb. van Allah liala, Bungk. s. 

wi£iBÏ|\l.,ja». («*ws?p van lil), of 
mailt, h. v. ijénik en dékên, vro. = 
kélul; llinjAdhlniiiya, aanh. onder luka: 



litlllnlnf 

aanh. onder tanmltra: bas kari alft. «m; 
rard; lurut allt. a. onder Inrul: sirip allt 
T. onder r a r ^ en a g u ng ; malit va» («d 
Ulam. R. S Z. I. ÏS; IIZ. 2, 19 (léra- 
bul). Anj. 7.. 16. 1 (aliuibut): panan; 
wr* alll, T. Z. ♦. 63 (i wanara baji); 
MWï^diban alil van iemand, die lol vor«l woidt 
verheven, Adip. 84, R. 2 Z. 1, 21. («aa 
alns); dadol mailt odcUt de geschenken door 
een vorsl den brahmanen gegeven. Wir 75; kaa». 
kiUt. »lot(ioud>.h\i. Il;manrkana langl^niRk 
nflrkdna. manlm^a pinnkan^panya, kaaaki* 
IK pinakalèhu'nya, Bh. 10 ('t origin. hoeh 
hier «arwwft manimajo bbillmih sdkima- 
kiVilljana balukfl); né alflan, vrn. = 
n<^ tjjrikan: pinallt «nnpaatii: (nèng l« 
leten) alanlng watii van een draak, die tlji 
lichanni vt-rkleint. T. Z. 5. 95 (manjSnikai^ 
raga, maljënikang r.): plnahallt T. h. Z. 4. 
U., sas. (uil 'I mal.), talin gangsing. 
uiTuin]^, slan alnt, ben. van een vejgtf- 
lige slarigsnorl; alntan, slomp of jfuA alleen van 
brantlhotil. «lumpér (iloo. alulfin; z. pola- 
kan, pungpungan en tumpëran); oaL 
maar in K. A., alntin, ?.. aanh. onder lo^ii 

ui'jrLntfïl^.aalwaï (vgl. Jav. onder lolV 
■ avèl, aanh. onder mogha; tlot alovat ol, 
om onkwelsbaar te atjn; alot atëgnh, Ww.k. 
Z. S, BI (a.: aUguh (Imbul): saruita tW 
angutl, ongeduldig tang toaehUmde. Mw. ; aanli. 
onder war&psari. 

uiri st|\ , aanh. onder la j 





mnisin in^ttnlni: djngrat, aanh. onder laUr 
(itagamaii iJa nf^ula lijanft rahajun bhu- 
mine): ruDlat t paM^rèhuiikniknamlijAhèn 
malal 1 miitn, Z. 60, & (manjinjiabin pa- 
bwaniratTé samhit ika iigiiiiigh) malt, 
ngivrasin p. niasaitiliJla» iiiaiemuang 
lijai): plinnr !>iki tlkanc aniHkiiinit: aktr 
(veplacfal) niiilat, \V. Z. I, 7 (iiaptai^ vridji 
ika olih iila pinahat mantk, olih 
uian^lingir snaotja. olih ikang aniahat 
(•atiotja; jav. W. ed. tier, hl. 6. sasolja kang 
a<li lahuDg); malat siiulii, •asi^mu sui^- 
kawa, zilt ulal 1*. 

uinjnn]\l., jav.. wiiUl?, Bh. 77, alt 't 

ware: bikaüé atiit iiu url|>. Lp.: kvMiUli Blut, 
varluerA sim hij 'l afsclirljTen nu en dan fouten 
nmkenile: nlat wèntên karja frall. '/ moet üu 
dringends tijn. Tjp. Z. I. 17: ijat usuda MU^ab 
lambèn Mida nlat iratl. rr.:dairinïr nlat |r»i. 
dt koopvrovw tehen haasf ie kebhen, (r.; ^réh 
alns ninnjlnê nlat fU. liuka) munjapa, Tan. 
Br.: nlal tama. alt 't ware familiaar?, aanb. 
onder tjaluh: ulat mnMivRni^ pèdlb, Tj. b. 
Z. 1, 7; nlat kat^kan, II; apafnt nlat, z. 
onder pKndak: sahulat^Wa: wulal}lni 
Sm. Z. 16. 8 (samatjit^ab libatariné); 
iJÈi^fliijarpuIirakÉn: baönirnjane kalla- ' manrataif, naar iemand socMim, Sul. Z. 8, 10 



i&niAra). onder slis (üund. heuleul, bn^r. 
Ili. bal. olal. mak. alaq. lamp. lalat), 

ICI. 

uï -j ruo üTi] ^ (T) , verl. van kin l Ara, Int. 

I. z. h«l«t. 

uifUtfi]\. jav. ("^rjwi\). b. va» la- 

|ab I (echter nteer in K. A. in gebruik: v^l. 

Ila<| en (lilal). •liilah: Dat', k. onder 

lajoniho: niatlalnva. R. 21 Z. 3. 35 (kasi- 

lapin, v|{|. onder ^\): duhtlatèn, z. onder 

lab en dü: ranpgrahlkainr^ «nadnva Ja 

Hianja, 11.31 Z. 8. 4 (saksal iajahnya). 

uir|-jT \. milét, jav. nuniilu. •turn ui, 

[fc. Z. 47, 7 (vgl. ooJiT wilït II): ii]tëmlléTlii, 

I, van ifimiluin. 

UlfUin]^, sika ttat. de lange» (Rcdaanlej), 

liatineesctie brieven np enkele wivirden loe- 
epast ven or tot voorname personen, zoo hv. 
lan durgga, aanh. onder riniah (2. ondier 
llnr en titturabcn vjtl. nif'ndui;; Indja lint. 
Looder lAdja: man^lnt. t»uw i/niaiM (z. pillis, 
Mlpfls en pati^jkal'an). •roauiuitr: van 
it buik btj kramp (balav., vgl. de analogie 
in 'I jav. pMlil): wi^tenir^- sakfl mans:Jlut 
kêbas baïne: manpilul baviin^é sakii, na|:Jb 
kebotan, Tj. b. Z. I, 22; kaiint baUn|ii|ané, 



taii(, «kapulir; mailntan, met honktliHgm 
ib de penis van een eend, een kurkelrckker. 
:rulhaar. 
p fU irij ^ , lunUt, B. '/.. 4G, 10 (man'angab, 

galOD8Bg), W. Z. 17, S {ng., malial); 
lalftt ivg rem, B. Z- 60, 4 {npilingin 
além, luniinghal ing g.): dbarmmanlra 



(umalJBak), s. walï: innUtan, «pj. 
nël; tncutalan riHK xastm puKobiOft. bapa 
saba nundAnati^ nrulatan^ dl pambaja (s. 
ulali). 

II., nlat'. T. Z. tt, 118 (umbuP). Mal. 24; 
ripol KanroiRcinc djro pura akj«ltil<i uuantroB 
paM* aUt'ltif «navnnf rara-slns ritdja lanam 



SA\ en ui\ 



m 



9ii\ en ^s%\ 



swftpfta ratDftdf v. hovclinpwi, ilie wn vorste- 
lijke bruM vcnvarhien, Kid. Siiiifl. Z. 1, 46: 
■lat' wfllantiiim, 11*1. 62. vjtl. ulaj»». 

'J1T1W»|\ I.( jav.. lijCiiIJt, met de handen 
hekne-den 1>. v. ieU to( Keneesmidirel besl(>m(l. 
meel of tie gaiiung inel soul «n aüch, om 't 
bedwclinenite ie vernieliften (vgl. ii I i c) , een 
vrouw bekuijptn uit hitstfilieiil (z. onder si- 
jui^); Jan Hiiirnltt) Hiije: n-^tënsr rliu: pusèr. Uit. 

n., ivnièt. omveindm ijzer «Uwr 'I pamor, 

dat er op geslafinn wordt als 't ijxer ^Ineil 

(pënlèngin adjipalu). 

• lU.. I. onder iil^d; nlltaa. t wiilétnn. 
xn^XK* «^ \ ? . ikHiq; bAJD si njt^, man^nlèt 

ffHwènya. Wrh. 

'juinfv:!i»i|\. nm. r. d. brewibladinc bla- 

tung (z. oniter ISugis); toja Jka niaèlot njat 

riwr anaknya. Us. 

II., maklo: nanirud.i anjr nanirkan èlot. 
Tj. b. Z. % 86. 

'jVT'-lTUin]^, uirolètulèt V. bout, «ma- 

djambët. •mAmbèt. «lum^liini;: tandaiiir 
nrulèt, de rrchlerarm allcRn in zweaiendi- be- 
weging (vgl. jav. ngulèl). 

uituifi^, ]av., (s. ulat I); tnuiiirnlati, 
é 
mèt, ngrSréh; tijrulati, aauglajat; kanfr 

wonf awantwJrl aurnliiti Inhiinipim tnnfr- 

g:u] pinaka lëngran wvntén tan kéDlnpo- 

latl sorobipnn rani^ padttianya*. Kid. Suiid. 

'L 3, 68: rupaoé katll diwi suprabbit J(n 

bflkat baüit nirulali Iwar» nirituDjr pali nrip, 

Sw^. Z. S, 14. V, ieniaiid, die ztjii minnares 

volgens arspraak gaal opüoekcn. ald. Z. 3, 37; 



men uigt ook ii(ulalljau|:, zuodat ulali, evenals kaïni, lul. 60; alftüan, wild v. c. beest; tJ4 



in'lsund. liDgall, aUstamw. 0|>trredt(i. ulal 

iraii'aniaii Ida mruliilijant; rabajnn bbumiK 

■ dliarraninnira miilala Insiantug djagiL 

rjtVCTJ^.iiiuIfak.jnv.. R. 23 Z. 1.4 (nalè- 

luiO. opberrelm v. water. lïh. 90. v. hefflw», 
R. 20 Z. 19, Ï4 (maksgrot). Br. Z. S7, 1 
(mletuk). 

L.iïuiu|^, jav. (ia*!Uw]\), aiawi, •wy 

na. «ai^kab. «talun. «salang (katar^F).B. 
Z. 4. 11 (kanana, vrana), Z. 49. 14(8rfr 
tiyii, kanana), boscH (lamp. las, m^lag. alt. 
vgl. aanm. onder aukBl en dnkut), «wiptna. 
• araAya; a»n alBs in Jsp. naast niatjan, Aab. 
(Anb. hds.: mënèk tinébak ing maljan 1t^ 
wijl de nitg. tjin^bak ing asu en de sund. 
vfrialing sleehls andjiug liceit, maar .4nl).. I 
matjan, z. aanh. onder jusup; nvif vnigrns 
Ihe Itauut-us-sara, part. I, vol. I. p. 314, vgl. 
onder ilibu), Kam. b. en bij RalD. 169 aswa 
laa (veru)oedrlijk verl. v. wana<;wft); apij 
alas, tul. r>9 (vcrl. v. dllwa); raraj alas, i. 
ondi-r rare: kutnn alas. 7.. onil^r kalu: tadih 
alaa, t. onder la il ah; •patjar alas, Sm. Z. 
Si, 1 (p. galnh); «pari ftlw» t. onder pnAh 
en gawali: prangalais eigenn. v. c pL inde 
Sudamala en Sri TaÜdjung; paiïdJiDg oT 
pnituk alii&, 0. (vgl. mal. kanliing alasF): 
knsuma sAla^i v. e. sieraad, T. Z. S, 83: 
sakuKitlas', W. Z. IS, 10; sekar salas, Suu. 
Z- 81, 2: «alas' v. e. tuin, W. Z. 18, 
H (Huk«t>, kakajoD. irJbU, vcrL v. 
upawana^): kalasaninr IrëiiAnghura. WiL 
13: lnalft»nk^n.vB, winawanya riu|r kaïlokai 



tA\ en ui^ 

ftlrUAR . Shr. , tj r I A ng h ii t a n . fcitd 
tjm f*, t, oa&er I fi I a 8 1 ii : miil«K'an . 
iek iit ^ batfchên nipAmirfMi «m linul i-nx. li' 
(Tgl. i^dét); a pniiffiilfiKtii ulit wljsl aan 
tonlt'lijke gisk-n 't In^lt^s na». Hal. 91, 9S: 
I. a/i paugalasan dienen. Ww. 
. I, 33. 36, 41. 
uitnui^tSiit., aléd (mal. alat): z. »|iah. 

uiTÜJuj^, jav. («loil. halJB), wenAbrtmv} 
[ninba;, •Soi. Z. 1, 4 (tarilju). W. Z. 36, 
O (siratmaja. wi m))n ). H. '£. 17, 3 (t., 
trik): lên^li o[ liï-lètiii|f hnllft, ■kArtjtj,!. 
''bhrAmadbja: IkanHiir liitlls pwR rl töng4n 
UM ntmr&nb I ilnhku mih tfiki, l\i>i.. /.. 
U. 11; R4a «mun kHm v. laiiggal .-ipiüan; 
■U* ptiMUi. z. ondur puntlji: «IK j'V- l*'<i»i- 
nhan, aie alfsalls 3", ticnatning v. e. sooi-1 
raarbrniKfaiiit. Calal. eürnol. Yenameling Üeirt, 

È71; albi*, gritekende ef gerertode ufhttbrau- 
, ncnb die der <lansiiieid(tn: 3*, onder de 
inigm. KrlD. 19. 28, Sniw. Z. 6. i; ^én- 
Ika miipvo koiii^nf p«t|nlftnr lawui pér- 
kajang!, <yiikiii]|r pudnvAti; lisalis, Kr. 11.: 
t>]s* idjo, nm. v. c. vctmo. va een gcdicbl. 
Sraarran de opdreuning een wonderlijke uit- 
■Rrfcing uKi hebben, in e«n bosch bddcr weJr 
M ontslaan, een verlnren rund vinden enz.; 
I, R. 6 Z. i. SS (rarik. üiralniaja). 
4UfUiüi^(?), paiirin alnmn onderde ieni> 
el». Wit. £7 b,; evenzoo, L. Z. 2. 4 (paga- 
èjan}: llvr. Z. SO. 3: ktthjunrun piiniralD- 
bjanc ataun, B. Z. 6, 18 (uaggwan, 
:*ro). rf,l pangasiulan. 



285 



fti\ en ui\ 



Uïfuw|^,jav..»nifrir, •8mawar(!),« le- 
men, /iJH. tegeiiov. kaxar (mal. id.): Inmiièn 
aliia inaiaiHMi, Tj. b. Z. 2. 35. wani hij bad 
zyne tante vroeger slecbl iMthundi'UI: ns«lu8- 
alniün, rrü-nddijk. wetwillend h^htndrlen bijv, 
V. e. beest (jav. •ugjius*). 

C/iruJl^l., a. laa. 

II.. 8bM-lilc ii]H:lliiig V. itlas. 6. Z. 2. 30 
(wilaa). 

uinu|\, miles, kwaal, waarbij meu zon* 

der 'l te wcifii drek uil laai , dB dn-k scbiii* 
mende (vgl. jav. rouléK). Us.; U(inbft). ntUs 
niasina niuiith mwnnE: ifiWii, nlil. 

üirj aJ'a, aanb. onder sïnggaug: huwi 
liilus. B. /.. II, 4 (biju kladi nbi k.: mod. 
iïIob: ubi, suitd. ileoii. de lijkbiaem^): ua- 
mang-an bflns ntnnianirkas, H. 24 Z. 10, 5 
iiiungawab biju niatambuit. innugan 
.Ijagui^). 

bin AJi^oTalès, jav.. Aoj. Z. 1.10 (dodol, 

•Indwal), V. bladen uin op (c slapen. R. 10 
/.. II. I (laUd): B. Z. SS. 9, W. Z. t». 11 
|»apul; linl. iiIob. bis. olu»), Sm. Z. 24. 
t (aoiepg). 4: Adip. SI; Wir. 42; niArahita 
butès, B. Z. 17. 4 (nagih ai^[k(bin. malijiin 
sini jldja ogan): aiunrraUn' bniès, allem 
slapen, niet mrt zijn vrouvr. icgcnov. naktU- 
han bnlis, Tjt. 45 en 4S (dit ook aknron 
kanipuh. KuntiJ.). maar dvab alurA (inrrul 
nies padii wadoi, bl. 66, v. die xirh stbuldi); 
maken aan LenbUcbe Iterde: 2*., foudraal v. t). 
II r a Dg k a r. e. kris of v. e. I o n I a r boek, 
V. kli-i-diiigstor vervaardigd, «mkteedstl ni n\6t*, 
iloop T. e- kusseu (z. onder baalang in 



baOnfc); uiterlijk omhultel; de uiterlijke kleur 
of jffttcuMle T. iels; tuwii ulfeiiiya, At; siet 
er owl uil; niësipnn •Ut^m, dat paanl ziel 
er snurf ifïf ; als rrn. wordt wel e«iis p a- 
mulu gebezigd: knUh ulês. t. e. Iiaao, 
di«, bocwcl grooter. <loor ïljii l«gen)Kirti] wonll 
ovLTWonncii; sarwjA holes* bAlin, Mal. Z. 3, 7ö 
(kari makainpuli): auiili. onder lialaug; 
Iwir inulésan. asüiuu k iiu f i^a n; lafD- 
lëftaii luogrKir kaïilnf en ii^nil^san tMloki 
djénar, Kurilij. 27 en S9. vgl. ond«T tljaju; 
kaliulésan. Sul. Z. 8S. 1 (rinapiban); 
kiilémpur bKtuiv, k«Hlésau, r. e. baan die 
ov(rrwi>nncn wonll door eeii van Iteler ras, ww 
ook Tan ieinaml van lage kaste door ieiiuind van 
Imogere: wmi: idol mfts bnlés'an, Iwlraya, 
(lUifsii, parnnKgv, tanikaga, timnb , «ëd, 
Ubn miis riiir Jaui. J«ii kakiiiiir saiiir madol. 
diiiiiiH 8ÜÜ0. stri kaïiir madol. dmidii 4000, 
lawttn réiraiiiii)t' ma» tiki-lakéna, VVlb. 

t/iruwj^ I., atanlas, liegend, verraad ple- 
geur. T. Z. 4, 45, Z. K. 32, Z. 3, 44 en 71; 
httltué nda Un slpi, v. d. lUtigen nf Ter> 
radcrlijkeo baka, Z. 3, 17. 

II., Z. WulUB. 

•im'injwïl\. sas., verstelend ». «. Taak 

betreden weg, v. 't pudtindum v. e. hoer. 
■iunruwil\l.. wlaa: norawëlascii twara 

npilasJn, ananumana: uridlh of ng-lilJb olaa, 

apintakilsih, om eta guitsl of genade rmecken, 

ons tfitt je bliefl" (nunas itja lol Biin voorn. 

perwoD of Keer bcUMiM, tunas iljain, pinla 

kasihaua): nianiuii|i ngolnwlas, darns knda 

nttu, lljaiié makakasihiui v. d. vtsscben door 



«i^ en vt\ 

dfi baka Inng gemaakt. T. bg. Z. 4, 4t i 
n^lasin en olax rinr, •masih i; nfotadi % 
naxi, iemand uit genegeubeid of meJelijden m 
rxjtt voorzien: kaolasaii kénéh. medetijéai 
tan itorcf (kapjolasin kajiiii): tiffolas'aiift sU 
tkèii djoragnè, verbidden. i<-manil verteetlerfn ma 
HR-e tt: raogt^n i^aan: plolas. middel om wmudi 
genegenheid te wtnuen, door ntaniten aange- 
WRnd, Tr. S., (z. guAa): kkipiwlasaii en ki 
nvIdNaii, k a ril A a : kapiolaxa», kapiw lnièL 
vrn. = m^dalétn (ja«. kaïiii wlasën): kl* 
pfulaxëii, «wËlas. 

II. uitspr. V. wKlas in stjaiw olas. v^. 
solas en roraa, 

•^unoru w|^, n^lès, overhalen, rerleida 
tol onlrouw aan zijn hoofd b.v., krekuls tntl 
k£kili'i4 aanzelku. iemand opzetten: nffolèxtn. 
Itesmeren mei KRlf li.v. (vgl. halav )-. mrolrsaa^ 
iels op kis smertm, vgl. orfis. 

iS;«fuiu\,K.. rin; uidhJA wisatnija dMi 
kanx' aniildijisilasaiiif snmpênéh. Nis. Z. I,S 
(ikang adji panjakit lonto baflifa jsa 
gSlarang djëlé nak ban i blog; vgl. Ind, 
Spr. S8Ö6). vgl. onder ^aiÜwargga. 

uiiAAj)sa|\of wulisak? («jar. walisal): 
huinulisak. «lAtana. Anj. Z. I, 1: nnuIM 
ri, soeketi naar iemand, R. 2 Z. 1,33 (ngalit. 
mangruriih; «jaT. niulisak: ngubrès, 
iigoi^akasik), «mangulali. 

uirjAjA}]^. «balisyus (painp. hoos). 

<Si-)ruMU, s., z. onder Sadwargga. 

<Ji&Ml ui]\, Sm. Z. 8, 9 (alisu&}, Vf. 
Z. 21, 13 (Itnus, qf^alinus): Z. SS, S 



*4\ eo Lni\ 

nas}; aopiIliTii-i. 6. Z. 9, t6 (t^üliaiis), 
L lisui. 

»jfU(S]\ , 2. ooder ilo. 
ejruDO^, bUvd wlüA, a. onder lawu. 
«an-':>u\, i. oilUt labuF 
i;*fu\, mdi aluwa uitgesiiroiiiii, msl. 



^jU-), zeker gehak. alleen bij Nnhoni. 
efcead en door de Araltiercn aangebracbl, in 
Hwie blikken, en door be» verkoclil (vgl. suiul. 
lluwa); op ISbaran niakeo hunne vitniwun 

il«fel[Jk gebak van tSpuiig ganduDi. 
iter (ghce), en gula pas ir; aanli. oiider 
andaiari; (Kaksana wahu agipib, 
ara s£lir kawan ilasa, malSkfil 
iriqg pnra Bg<^, amSdalakèn dada* 
an, wabu kaog m^nianisap, üékul ulam 
Iga 8USU Uoiloi lowa lan bitlara ,,pisaug 
mas, pisai^ gatliiig sadaja inuinian^ wiis 
RtnBdalakCn kabëk, suiiiadyu luung- 
iriag ajuDan, kr. B. Z. 16: umi. balwa 
laskali, V. Haakat (iaJL»t} afkomstig, 
alwa mëskat, Hen. VI, 105; Djtu. 412 
I Men. VI 383 hal uw»}: z. ktuwa. 

pfu\, s., X. onder ari*. 

r^TU^, z. onder ulaj. 

«AfUBJ^l,, alon. R. I Z. 1.18; hrCkDji. 
naiB, de zachth(<iil (7) Tan bare slem (t), Suro.. 

. », li. 
II., z. alon 11. 

uiruUTi^. in pi. v. aruara!: tifiÜKwara 
iemand, dk baif gek i» (jav. ugajawara!), 
rgL n^lalamèna. 



(U\ en ui\ 

uiTUoyiwl^. j. onder luwarak. 

*;;iTVoqi«^,s.,Sni.Z.ÏO. IS {kèlawrél- 
lantj, aanh. onder nlblii e» inadbja. 

t/iwoinl^, Ar. Z. 24, 2; Adip. 24; B. Z. 
59, 24 (ngalinljai^) Z. 6. 12. Br. Z. 16. 5 
(gatwa. fr.: hmariwat): hiitlnal ri knpê'. 
Z. 52,6 (niar^gémpétigin kopii^'. maiigöni- 
pSugaug k.. niaii^linlat^ ï kai« lal ii^a); 
ri haliwal nrèpiuulu, B. Z. 3. I5 (di pai^- 
liiitaug, di nglinlaiig); hiuitliwutiiii Z. 45, 
19 (kaplihin). Sul. Z. 7, :> (jneiitasan): 
hinaliwaun, U. Z. 43, 19 (kaplibin); 
kalialiwatan. otvrlro/fen. W. Z. 19. 14 (kina- 
léwiban, kal uii laqgaii. kasor), Sm. Z. 
30. 15 (kalinlaiigaD). 

uirjou^, .JBT. {ttorm), V. e. wind, de 

stof wegvagende, tvtrvelmnd? . B. /. 40, 12 

(augin né larik). ■wagjutpüila (vgl.«und.). 

<^ruoru\. s., z. onder wai^rawafta. 

nruru:>^,iinialwAltt (jBriknira, Adip itS; 
iiiifnliraM, slitttfermf di- Itadjra van Indra, 
Bb. 79 ('t orig. waiIjrapiVnifa); Inulwaluilni 
V. e. limpung, Wir. 

«;i»ufu,\. B.Z.4S,iO,flr.Z.56.6 (kaau- 
wén). makadat, mt^eduldi^ mttehie», B. '£. 
64» 3 (niakasuwèn, ngadjap'}, aanh. ouder 
l£néiig en ttawak, '/ wgtduld T.d. bniide> 
gom naar de bruid. Sum. Z. 124, 6 en 9, Z. 
8, 2 en 3, Gh. Z. 24, 3 en 4 (.jav. ka lal: 
kasèp): san^alal (b. vralat) stnani.Mal. 2B1 
(leeg; ngabalf); Was. Z. 6, 183; kadi mar 
tyafiinr balal kun;. Hai. 324; nirubha|A 
klU lungUA tiui tolib ring lUal iikiïng^ Au)» 



«A\ en *Jt\ 



SA\ en ui\ 



Z. 3, 1 (ring sai^ manaSn Lranli,' 
t£kèn saranla rimang); rgL èUl I rii z. 
onder ambal: tiin knwéiran^ rliiiimpA.s tan 
haw^nan? Itinlal (lees inabalf). lul. 7: 
Iwtr an^Iiilakèn diilikn, kadi pa na ra n- 
laniiig lara. 

Uiiurtj^. Ie gaar, goed gaar: DiTilUliiux, 

flOff gtiartler mailen ile rijst b. v. ; iilalan)^ 

lébëiiiriii' 

II., (l)!»-]. è basir (dieD Jacob verkocht 
en van de moeder $clieiild«, omdal hij ttevre«'sd 
was. dal Ahujainin geen zog genoeg zon hi-blnm) 
ang:rasa kami, In; kaliipnlaii ingang: atidjatuk 
alal (hdit. bl. •■»ju>u^) ngon^ Iki, luwali inr 
raniania (hds. bt. babuuta], Jala pau liaslr 
Nuniahur, dèiiyabèrat alal ngong. Jsp. /. 15; 
èli u baNir analün;s4, kiuui kaluimun ïng- 
wang, nèda ^^ mjan^ ibu nëda, karoné 
Jaia pnn baslr, naior Ingglh JX» iiic awal 
avblr, Jsp. j. : ih b. nnlangsa maml ing 
kalnputan Inffwarm:, andjaluk halal n<ong 
iki, inwang ing babunla kaki, Jala pnn b. 
amowos, dnaja téking akèrat, lialal daxili, 
Jsp. X.; [Dial. iit de bel, v. Kergiffmis, Suil. 
Ibr., 15, 20, 17. 5t, 53, 35, Kal. w. D. hs,. 37j. 

uiiuruj^, ar. (JaU-), aaub. oiidor sanak. 

uirurul^en ahlul, ar. (JIJaI}, vgl. ka- 
dijulssnian, waarde /, legen de ar. ol 
mal. uilspraak in, ook is blijven slaan; alul rU 
wtjat, Am. (waar'linal. verha»! jang aiiipiinjn 
Ijarila heefl; jar. ahlul, Men. V, 2); ahlul 
tjarila, Am. ep.; radjan dè«i aiigaiidika ;lab 
ta ija railèn irman), savètniogfinn sira 
Uutuug (wtté> tugxuH niara)3(! aira) axlh. 



I 



namrinifodjaré pilntnr, wong alnl uniiiit 
(kaïig nbli ing pelangan) Ingsnn V 
afruk (iroiigla (apan jngsun kJnèn la 
karuhun. lawaü klnon fjèngfali panpan 
non nnilih tjggah loja). saplfl (pilt 
dina pituntr wifiigl (bCugi). Rog. (Z. I 
"t jav. gcd.. waaniil de variani). 

uinruU, niaélél, liju, anderen ra 

i9iTUiul^, Ap. 3i m. ■ 

tjirunj]^, 1. c. slaaf ongehMtrsaam* , \ 

ontvUlig Ie Iwtalen, ald. ■ 

nnjrj^\, vert. v. tjakra, maar 't 

heefl tja tra. xnodal hier eerder Ie tle 
is aan e«n mt^cmiuip. Kul. (Manu VIII, ! 
ile tiok of l9p V. e. bwal, Sm. Z. Ï4 . 1 {i 
II }'a kanaka pinahal), vgl. lul. 29; 
vlinder, Sum. Z. 117, 6: angrènnpak al 
pasar, S.lj: fmolol*. T. Z. 8. 117 i.aal 
|iaug>): (lawang artja nianik innlnhin ha 
sabbA, tn /iroce-me rondgevoerd.' v. scliiUei 
vorsten, Sum. Z. Ii6, 2: lanan^ Inululan | 
gupnra, Br. Z. 36. B (iSgSh. linunipa 
jav. vert. rïnëngga): wnang angnll 
witAoa, 0.: lanpHkolnlan, zonder eeM 
ivulfself, dal ze van boven bedekt v. afj 
lia'ldea, Ar. Z. 33. 2. M 

uiruruj^. uda, bagCd, uiuieUend 

verrirhleii; olnl ring, iemand UIch nm 

i", opijclioopl V. bezigheden (iilul gC-gai 

nuinruTUj^ L.taitg tKochtenF, aanb. ( 

sailak, Vgl. «alal. M 

11., boka béndèné Bgèlil v. oDüpbom 

fepmal enz.; I bèudé ngèlèl, naai^ 

djanfjkrik onder '1 vechten ii^ritig; il 



^ 



iA\ en iA\ 



289 



slviim V. «. ki«t. de Aékxd niet «rstuj* 
Hle, evenijet o/ten ttaan t. d. bek v. e. ver- 

i<)i>ii honil; èlilatwa IbRné. v. e. Iioml: 
L lèillèd. 

p-3'jrjotu]\ (?),dIoIiui, aanli. muler liiig- 

riug. 

nun 'in/Mul\, lid ik, m>k v. vogclx. 

UtTU(U\. X. onder lulti. 
pTUiM\ of kiiHIa?: piinijrnniAnhii- mrë- 
isJBirlia baronif, v. e. hoscb, Siiin. /. ISO, 3 
il). 7.. 4, 7, mnkupakulfóiiiiikaiig sitighii 
roog kalanan wnrak). 
uifunnj^, baslaardackitg. er» kip, die op- 



9X\ en üi\ 



n«i-«ii Ie lejUftH en 't rovrkomm krijgt 
I. ktutn, lAU Kpnn.il Iteltbciide; 'I vi-l \f^cn 
knijfpen aU gcrufFsmiddel j^ftiL-zigd. Uk.; v.r. 
geboren uil een Eoropei'sche en «en 
dindschc (t. ijosltrana); v. sehrifl, dal, 
iui]s 'l jav., nicl gelijk is aan 'I gewoDoliJk 
terifde en dus eenl een weinig onleesljHr 
; ?. ieniaml, die in laai or np evii andoif wijzc . 
Boa Maliotnedaun gdijkl. 
winrj'^\. halitlêlë'H, B. 7 Z. 5. S 
Inlinan, >bv. kaUIëgfin). 
Uti&nJiU|\, •alisyas, Sm. Z. 9, 8; vgl. 

nnn/spj^, s„ z. onder rjjak. 

uinjnjrh\, buIalaüUanr nninka* nilM, 
'. 'l. 35. 6 (linuinpangan apaii garSp 

naka, maAitljal mapangurC-p lalur, 

aflnipal ni. mas: jav. W.. iiilg. Ger. hl. 67. 

rmi ulutaRtjaiig: kalil linumpatigati). 
CArUTU\,(ampilen katingaiiKrli lialalnng. 

I. bilalaug: z. luluug), darUia, kd^a 



en kufa, aanh. onder gSiSü, Sm. Z. 9, 4 
(alalang). Ar. Z. e. 6; Adip.. 81 ('I origin. 
iSïkd), 37: I. ku(&gra. 

uiiCl^^ I., liAlilIngJo ten gevolge v. 'l 
8clirik aanjagend geluid v. Üafamukba, 
Ar. Z. 10, 16, aanh. onder oatra cii pëugëif ; 
Gb. Z. 39, 33; ulilingéB v. door werpluigen 
geraakten, R. 23 'l. 1, 4 (mainjSugau). 

II.. uHHn^ii. B. S3 Z. 12, 16 (i kan- 
dik*, i ugoKugosan), 

cirujj^l. jav. (•Sinjul\), inalag. ha- 

nap?; salinf alap t. lieden, die huwelijken 
mei eikair sluiten; «alapkna, Sm. Z. 1, 61 
(ma ngraüsaog): nuiLlitpluia, W. Z. 1, 4 
(daja. raus, giuuoöiu). Z. 14, 14his (raös); 
titn hana wèri pédjak dènUig aaiapkna jan 
laii pranif pangarlKlèng («tm, T. Z. 5, £8 
^MÏiig ada üial uiati ban daja Lvars 
bain sijaté anggèn ngalaliapg musiih); 
malaphna, It. Z. 38, 2 (mai% ui i b ui i b, 
ndajajai^}; atipilapkèna, Adip. 7i: Bh. tW; 
aJap , «syèna, aanb. onder krürapaksi; 
umalap een pijl, B. '/.. lOi, 3 (manatnbut, 
umamliil): ahjan malapé stra, Sut. Z, 114, 
tt (arèp aiiibaiidha dané); «malap, 
T. 't gemoed verteederd doordal men aange» 
sproken wordl <Ioor eene vriendin, die weent. 
W. Z. 17. 10. B. Z.513 (mabaSn, bakat), 
9 (iljuwang); malap maniih, W. Z. 17, 10 
(mandudul); «npilap. v. iets hetil tmitim 
ten legeteekiw, Uil. 29, r. iels. een land- 
goed. Maslingen heffenf, O-, bet niel ge- 
schieden or doorgaan v. iels iriuktett te bê- 
wer/itlelligen. Uadji 0. 14; ■ angalap s«kar. 



Cil^ en ut\ 



9a\ fii) Ui\ 



B. Z. 39. l(aian£inpal bangn. anguD- 
duh puS|>a): nian^lap, Z. 103, 3 (wan- 
de mak, u.); niiinitiilAp liloeniLii. R. 16 Z. 
II, 1 (mat^alial. ugalap): manjrfilap 
ikniMk,B.Z. 46,6 (iiiaiidiiilul. niai^gpèt): 
n^Iaii l>iiii|tii. btoemeti phtkicen, vgl. R. 21 
/. 7, 7 (hal. miitigalap en mëiigaléiig, iels 
halen): (>*■■ invtap V. slof op Ae hoornen, it. 
/.40,15 (lan ana inahal, nor» kalap); 
ka4l iiialrip jkxnir hutl, H. I4 Z. l, 8 (biika 
duilul ikaog nianah}; hulapiiing: naja, B. 
2 Z. 1,46 (pflierauniiig upa ja, maugSpèl 
jkang ilaja): i>HHfnk*,ah kindaangmomen: 
kntilap ktis«rin , ■ s in i w isi w i: • iimlapaii , 
Ier sijde gelegtt* v. skrailuii, R. 1 Z. 1. 21 : inea- 
l>p«n, V. K|iijzcn aatufednu/en . Tb., /. S. 45, 
Z. 1, 91 ; haja kAUpan iljlwa v. verlirMe vmti- 
ven, Kid. I*am. /. 2, 40; kdiUpan irlwl, ecti 
wiwi verloren htbhai,T. '1.6. 75 (b.: kèlaiigan 
w.); rnwnh ln|> saifDfia^pada kaAlapin kapn- 
pwanf . V. fi. luin; alapaurta) R. 21 Z. 7, 7 
(kalanlalia): alapan thinif dasa sëël v. e. 
sawali (vf^l. ulilian): alap'an. W. Z. 16. S, 
S. Il (kAla mrëljru); mahjAKfioHktidnrppi 
Eidi lialapalapan iiitjnkAlAnitluiint rah, *. 
slrijdraard igc aMura's, Uarif. Z. IS, 4; 
alap'nn likAnp ^jutnarajodlmtanttiiialira, lir. 
7.. 44, Il pAlapau, v. e. vriend goede eigen- 
Khappen.' 1ul_ 5IS: pflufpiUpau , t. «. Hnwah; 
ro pantralapan iirip, .iiialiistra tnaraAa: 
rabtninir sapuiiinilapaN, anuii. oiidrr pdlilwa. 

U.. z. onder maktal. 

III., ahalap la^l tiirab*nèki vnlanjra ha- 
nen; anung man^kèkl, nog vcrscb vau de 



Bporcii V. zijn manl aan d« aapjee, T., b., 

78 (Ta.. Z. 4. 64, kahak^i kapala wul 

wurjjannig sabari tianyamangnn 

rung )ii nuntjang). 

uinwU I.. jav.. Sin. Z. 7. 7 (ahji 

jav. aqgISp, z. aanh. onder lor, ngatlj. 

lap, lamp. ha)of|), B. Z. 3, 34 (pan 

a^ri, ra»pati); alialëp, W. Z. IS. 9 (a: 

rAma, bagns, rabajn), «komala: mibl 

• sulakSana: lëwlb balép, •tnab^ran 

alép ng-ojéng. èndah niuAdu; anrlialfi 

lépl, It. Z. 5, 34 (inbur^abin): aagli 

pakin. Sul. Z. 87, 4 (i^ameiaha 

atialèpau, R. 6 Z. 4, 24 (j è n pai 

sang); abulép*an, me( ellcnar in root 

fetijkkmd aedijrereH-. Mnv para hrikbii 

vèdaimmitii niilu ri kArjJa (ri djiinaka 

djani, kapwa in ^Ir» pad^halëp'an, Biii. 

waarop een weinig laler volgt paila balépi 

pa^a vlhikanirn nianiradjl, pada ksi 

(isyanira. 

n., enxlig. deftig v. d. gang; A/a 
wijze V. Hpreken, vgt. ilj£li£n rn abïü 
tegenov. makli^iijègaB. 

uirj'Jj^. jav., mansalnp, R. ïl 
6 (magaüug). aanh. onder npa^ubha; 1 
asB angalup kalonr, M«I. 26S (vgl. oi 
kalwaiig): aufflialnp, B. '/.. 47. 1 (uai 
lung. angougkong): angalup. v. e. |m 
Ua<lji 1). iS i-nz., T. Z. 1, 4. R. 12 Z. 7 
Stn. (in Oostjava ook kakelen v. e. kip, 
'I gekakel omineus is, Soerab. Ilandclsbl. 1' 
ISo. 378); niHiiJhi pnndalnné tksri Iwtr M 
ng'ilupulnp: uiualapi, Adig. 62; pMia 



1 



I 



^ 



fti^ en ui\ 



2Ö1 



«1^ en i-t\ 



iionRBr: p«iur*>np *' jachlhonilen, T. ? 
80 (tjakal); tumh. »iiiJ«r sëugttii^. 
&r}^A. bupva nniepè'Iép ikunr Mli- 

pallH}>, lul. B$. 

Uir}'-'i>. jav., utfllép, M scefi brengm, 
rih. IS, Adig. 27: vintvf tnjrilfpl tillpnn 
ihadjlnlnir litlpan inilèp (lids. (ilipiiial£- 
ib) aalih narinir atillp. mwiint: duiida dè 
pnbliu ZO.OÜO maliDf tjlcd, nru. I)(i.. 

oatlcr uil al. 
&TUui^, 2. onder iliil. «anb. onder •ro- 



uvnjui^ I.. nlap', >ringring, «waivar, 
't», ab rite Imveii t. d. Iiad*^ or wadali 



n (Tgl. uUl>), c«orhaiigutf r. e. deur 
dr |>élindih: l«)r linlap*, •ritmtng- 
rinf: mahuliip* mwali ninUliiliar, adjina- 
MiBikanyAbiAdanilgii: kisDr Mirl mu- 
>*(b.: ina|tepé1ik}, B. U. i8t. 
n., verblimd v. 'I gezichl (de oogen), 04^ 
■rUiWnij): aogdè tiiiUpDlMir tiiniiiiKlial. Dr. 
L e, 11 (nggawé »alub annké ngan- 
ttiang. tigaw<^ karSnining tumon); B. 'l. 
n. 14 (roagawè pédénEog tiimoo, 
niaping uoiulat}, B. Z. 3, 11 
^ulapln. ngrèdèp). Br. Z. 9. 7 (tan 
4|rlb. pakalaplap, nora w8di niang- 
.]«p): angdè halapin; ari, T.Z. I.l (nia> 
gawi wfidining ;alrii, makran» résréa- 
biDg ari). Sm. Z. 30, 5 (inaugdé iilap], 
aU. 8 (aogdé pdé): olap* v. zieken, olap* 
bjiaké raBIl, N).; aliniap, vfrbtittiien . U. Z. 
107. 5 (aniCdèBJ. anguliipi). Z. 80, 
30 (a., aeolipia), W. 'l. 43, 5 (aniËdini, 



mangdé olap, pakar<>dèp): mafaalap, 
schüttrtH, B. 7.. 9. IS inanjitaw/ iilap, 
pil kadi^pdèp. ro a Dga rèd £p. jav. verl. 
sulap): maBlap' iiidratjapa, aadjamnng 
kuwung*: aniflmlap', W. Z. 5. 13 (ngr^ 
dép, p a I i ng k r i'^ d a p . p a k a il •'■ p d è p). 

z. IS, 5 (tjeoik', k£Up>. ked£p>): 

pattb anrhnlap' v. c. vaartuig, B. Z. 3, 4S 
(kCdap), klap*]: ngalapln. «a riga wé, 
wenke» tivA de band, Iemand die pas aan een 
gevaar ontsnapt Ls. o\ wel i. e. rein lemgge- 
komeo, dit gescliifdl door d. baljan, bidju 
kuning strooiende, en daurhij wnrdrn o«ik ol^ 
Icranden (mor de kala's) ter neder gelegd; do 
xie) T. e. zieke tmar kuit n>«nken, daar zlJ 
reronderslrtd wordt ergens anders Ie zlllen; 
een elders geidorvejic bij sichwniken, ntn lient 
de laatste eer door 't ogab^n te liewljien: 
bij too'n gelegenliKid maakt mny een adégan 
r. éntal or Ijaadana (rgl. nnder ambii}: 
polahnjanè Iwlr ognlapln, •nianggïli mi* 
gub; kaülnpln, «binaué. 

■^vi-^iuJ]^, ta».. kékupuf, £. Iwokf. 

pruui\, B., t. ulupuj. 

Sjnji.j\, s., kCdik, tjêndtk, "litroang* 
ghana: alpa banJoa.Ta, aanh. onder rawa 
(«mbub jibiijani!). T. Z. » (CngkCa}: 
tan alpn rin; najopija, T. Z. ». 17 (da 
uoa ngawilangin dajaiié): alpa rlof 
bhAsauB, aanb. onder n i ra r I ha ka (itioa 
kan pa nga Dsgoné): jan ualah rowanff 
aflfU aitiUuh alpa ambulbat, Ujpur.; alpa- 
U^a, Z. 37, II ^tan wring kirlli, tao< 







I 

I 

r an 



dcT u (Il a m a ; nlptisAni . zie a I p a w a r i : 
a1|iflcèsa, Sul. Z. 9S, a (k a 1 u n a ii kawi. 
9éèan). Z. luO. 9 (la ii pa k ar ia u ): 
al|iaiiarl, eigcnn. v. c. vijver, T. Z. K, 77 
(tevoren alpasdra, al<l, S3): alpawastii, T. Z. 
1, 11 (barang); «IpapnüiiA. z. ondiT iiialiA- 
pr.^Ra: nlpujuüii ■gÏDgsiritif; luwub: 
■Ipa injtrba , i. umirr b a j S m : ulpajrutia. 
Ij. Z. 56. 6: alpaliiaja, Ws. 24: anpalpa ring 
ÜM, B. Z. 78, 17 (naljatl ikuni; Ijan, Ija- 
pala ri wang lèn): tan Jogja rin^ z-^xtk 
iB^lpa liam^v'"» B- '^- '^^' ^ ((wara Uènfih 
i govvak ugutjapaug i au(;8a létub): 
inftlpA, Sul. Z. 151. 1 (tjinatjad): liumlpènd: 
WttWUS, (vgt. alpaka). Ar. Pr. Z. 2, 4, 27, 
SB, 66 (liLS.), 3» (z. aanh. onder kokor); 
kilpa Nikra, R. Z. SI.IS (pupul ing iljada); 
aagitlpttiil vDwiu, Ar. Pr. Z. li, 10; liural- 
pao wuwas door hare stieltnoeder, Tj. A. 1 
vigd. (It.; kinalpan]: pangalp», iemand, die 
den rijand gering aclit. bluffer? Br. Z. SS. 3 

(prasat^gal), aanh. onder gilda. 

o «^ ... 

uiTUUKii^, L oiiuer lijian. 

AiTUjiKi^, 6. (alpaka, vg). onder a I p a). 
ongeJtoorzam , OHi'oetisaam ticA gedragende je- 
geits oudere verwanleii. leermeester, liuadand, 
V. sirkcldwoortlcn, waarvonrnien gestraft wordt 

i 'l worden lol (-ndép', naniu', linlah, 
andjulali kalung, tan dadya djadnia 
touwab, vg). lulpaka. 

U.> aldus telexen in pi. v. alpika*, i. aanh. 
onder rawa; «wang dhAniliuiaka dlrghaiUt- 
wiU Nintiig kudjitnu dumadak alpiki^iurélH (!>.: 



38. waar liij de jongste be«l der kindirea r. { 
Kadru. 

nnjuwj\, s. (ulApi)* gade v. kt^ 
na en nineder v. IrftwlD. W. Z. I,} 
(rioinpuj, niilnpuj), B. Z. 13, 17 (n.. f 
lupuj, welke vorm. nok in de W. geUniike- 
lijk, onslaan ts door het ralnolnpuj v. d. 
pi. hierboven gMile^rd. jav. palupi en uli- 
po, alupi piiluniiig ba ga wan Kano, w. 
O. 126: Hw. fr. SvemteMt iwce ^^ï 's. dt 
cene, t-Jyl ^i,. werd als krokodil door A^ 
iljtnia gedood, de andere, t_iyi «.l/U, werddutr 
beni van bare naga-gi-daanlu lii'vrijd: Bjv. 
walukil). 



«il. I 






(!jru./:)u)ui\, s., bwat aninburAlpAjiul 
nuntrun kapik|mn kanindunlnu: hndl .sira (ni 
menti, v. e. guru). lul. SI (verl. i. nibjo 
tyljurmanuSyAnlini oa sangsayabt' 
anit^sanap. S055. dahati in pi. v.nibanti). 

SiiU2'5\,ï. laildji Hen vgl. nirladj»^»-! 

iUrjMil\, z. alé. 

tnrLibo|\. slip T. e. kleed: maofko D«|* 
ning dnkAlHwa.strA i leiuand in '1 gevolg t. 
K. regcerend vorsl , Ud. 86. 

pïUt*Jil\, kolwl, bedroefd, T. Z. 5. K: 
kolajan torida, Lamb. Z. 2,5 (kèbukan wv< 
raugroi^); kuhijan himihat, Anj. Z. IS, i 
(kapi\v]as«n taniiugbal): Bh.67:kolaJu 
pangutihaja, i. onder ul4iaja; U. W. Z. U 



Sx\ en vt\ 



293 



«A\ m vi\ 



». iemsnil, die hcroiiw bppft, tUl. 44; toen] 

alBl slitrf.kolnjtn niA]ialilrilnaha(ii. mara 

slrê hjauf Jam» raaminta naluja hurl- 

«nlkniir RlAt. Kam. 63 O'- t>. Z. 4. SOS, 

iwékasaa ts|èki nialara bjat^ iadra 

èïi, <ladi la ja sirAminta kasih ing 

ira bjang jama matakoti kahiiripa- 

i^ alatnirék il: Iwir niiiiiflsii\|>H koliijiin 

putt kira ka|iêtiuiiaii kAninvHt|ittH sira. 

«anr wUsarèp, Rb. !9 [*l oHfrin. krCpajJk 

irajAwiSia). 
S^fu caJ^ I., ot kalajaF; aii|[balBja, Irach- 

it grijpen iels in de honf;le, Uw. '£. B. S: 
I. alil. en onder liol. 

II., s,, 't geen in de taaLst» aanh. onder 
té tou toe Ie pag&eii zijn nu-l de tiel. mbe- 
fMuibaar, loo de lin geen c^Hijnncl, vuntirdc. 

ni.> 8. (mernoiiil v. ali), la won, i. 

Bwab. kArawah, eni. 

Snrj u ^ , s . llajalat^. Br. Z. 6, 3 (|> u r i n 

hj a 1^ s m a raj : alajaratna (m. c.) , B. Z. 

B, 4 (gënabé ma nik), Tgl. grf-hatala. 

uiiyi't I., X. ahalja. 

II., padani!: alJH, om njaljan Ie Imlwelmen 

de debakle slengei^. lis. x. IS h. (sas., 

fa balaiig om labak goed te bouden). 

IIL, 1. oodiT labja. 

uirLn wiJi\,8. (liaIijudha),Ral»déwa, B. 

UiA'jOUi^. las., (ar. mal.), <^n nabi, 
met llir in de wajan^ »)r liHper v. 
■Dfjah optiwdl (vgl. Td«. Tonr T. L. en V 
r. gco., XXXVI, 6S\). 
ffrfiTi^pïu^ . mftly41idi»hnta siiftdjatanja 

ba4|n niuaia ul$lta. Sut Z. 113, 2 



(mabjanglalah): mnllalja ^). «pradtpla, 
B. L- Z. 7. 104. E. ecbler malyJIa of ma- 
Ujala. 

^/lAtorJ^, janglalah, z. kalyalah. 

uïïUtA)TUw|\. Sbr.. een A«m, rgl. IIdus. 

\Jirin\. Djnibr., iiguilyang (in 't mal. 

V. d. MabonxMi. aldaar ma sa); oljang bagltn, 

niasa bagitu. 

Lflium^ I., nilspr. v. wiilatldjar; «irn 

Itadunr angnlnndjar, r. Terli«fde meisjes, Kid. 

Pam. Z. S. 

n.^t aacvlafi^art v. iemand, die nofiillfauis 
is, D. d. IB (i^lèndjèr). 

UTTU^^ I., padülamalani Inmon, Ar Pr. 

55. ȕ (jav. lamlam^n, Mwrirf): alan*. 
• hangnnai^un. •anjamu, hatyati; Jiki 
mannsya ambè'iiya. nonx paran nanihèrlki 
tabani tahanya bbi^mitniinya lèka martriki, 
hth ta tfktéii dèn ajrils, alam*kwaptvann- 
tjnp rAbnya nitjip matauya, Spt, Z. 4, !: 
alain*l^n, *hlaM manralaiu'iH, «midama- 
ngidaoi. ■ limllm. 

II., ogamangT; nsalanialamll v. iemandt 
ie geringr gift, ongestadig, nlel volbardend 
werken, nglalamèna; itwew dan, zelden ergens 
komen. 

III. sas-, tj'nkor?: kadjl nunas Inixa léq 
alau dé kadJl. 

uirjöl^ I.. jaT. (aantJl^). BfaW», een 

kind MifzuM (a U m> panaké); ma^bda 
■uwgalèm. «ma ngun yak en sluti; Jaa 
iBftlên, lut. 40 (verl. saumAné); Ifjn bana 
i^ralèmang', > manüdbnkftra mammljt; pi- 
lémanrinr kasakfèn, verkl. v. jafa of halaf; 



pAMMtn rimr hnja, r. kinii, lal. 38; pftl?- 
maa, aaoh. onder baodagioa: Innit:;én; 
pilémnnllifl rliif hnju, sanh. onder ra wit 
(Tert. V. kirtlir bbawatj fa(wali), 
vg). Toonl onder ja^a: pnntrfltèniliig: fnmon, 
• 8unil>liigi[^ mulut; inaiiirg:nn'èiiaitjr 
panijvlènialèm, •mangiiryaktn slutl. 

II., beoain. v. e. gebak, zeer lang, ala de 
bantal en 'l meel ats dat r. d. apëiii en 
in een pisang-blad. 

UlfUtJj^ I.. X. nIAid. ■ 

III., DiralnniRluuiin, eventjei brade» vleescb 
om 't den volgenden k«er geheel par Ie maken; 
'I geen geschiedt om 't maogkag worden te 
rerbinderen (Bjw. iigalum'i). 

t/ineJA I.. W. Z. 38, I (bèsuk). Z. 31. 
7, Z. 1». 3. Z. 14. 18 (mbèsuk). Z. 11, 13 
(dlaha. bèsuk), Br. Z. U. 69: mnè hlém, 
O.: btièni èsnk, dn volgenden dag. 13 Z. 19, 
36; blén'i zoudfT Imtchenpoten. R. IS Z. I, 3 
(salama'na), of ititgeMeldf; hfilfm', R. 3 Z. 
1, 26 (aai*, sar[>); hiSIèm'a d£ nar)t|>All. 
ald. 13 (jan i ratn ima>, jan ima^nfiii^; 
tui l«mlènièka (m. c) (IgbrtBén, Nis. Z. 
9. 4 (ila IKman): hajwa ingèlëralëni, voorde 
'I niet uilgeifeld, T., b., Z. 1 , 19 ; tan hlèin'é», 
B. Z. S, 17 (sampun njuvrèjatig. sampun 
ké namhanang): bana kan.vA .sédèiif 
Jowana. hanèka prajot^anya kramnn.va tan 
JoKja bélëm'èn pupniakéoa Ja. mangkana 
fawajanlng Jadjnjadharmmii, uivranit hasabn- 
ranlnf biitang ngAiil* wAhoning ^-atra t^kft, 
niiranir kAbbJ&sanlng gaiia, ngAuiwih ikat^ 
apuj, «fthodjwiita, mwaiig (kang wjidhi wft. v. pas opgotlanv vrouwen, II Z. 1, S (pa- 



bo kaniRa, ta(n) vfnan? lkAfk(i]liA1aksèpiihi 
Kam. 7 (T., a., Z. 1, 14. kading kanyè li- 
Aiag lislwaja aglis pasangjogAkGai 
mawahliDg gufia nirwa jan Uu Iii> ^ 
nrSSti kAUijAsaniog dbarmmajailjigi, 
tan wilamblta glis laku. vgl. Ind. S|ir. 
3115; iwa padanya niban kasaho- 
raning hutang prlplaba ning ^atrD 
agni sumëlap ing baiep jadyaptkiD* 
4>t> jogja tan wnang slnamantari 
mangkana tèki ikang agring wabfl 
karasa, T., ft.. Z. I. 28 en vgld.). 

tnmjiy]^, jaY., b v. bé. • djangan (lag. 
o I a ni, toespijs, vgl. mal. ulam en zie ile aia- 
teeketting onder djukul eu djangan); ibUD 
adlnff. z. lam ad ing: ndan Inntjap sim wnt 
httwénatii; ingc praiis*, ^W djaja katon» aagrlpu 
wuki (b.: wukir) poUman Ind nmksa 1^ 
pandjani rlii; djiiiiif iralub iiirdniciiiii rnalu- 
karaüa mtillhèng Miranadl, R. L. Z. 7. 141 
(adri putawanM; kang gantung klnldB' 
iigaii nnklr polamHii, Mal. 361. ft.; ptlamu 
is ook eigenn. v. e. pi. in de resid. Soerahiji 
niet ver v. Lavrang. 

1*, z. onder uwan II. 

3". djoknt ulam, z. onder djukut; ^■Bf' 

gar ulam. z. onder dj a ng g a r en tj a ag- 

gam. 

pnol^ ■ "lolëin, Sm. Z. 11, S (ujatk]: 

molém awëiiC», v. d. maan. Sul. Z. KI, 1 

V. e. lam|). Sm. Z. 17. W. Z.3. 13, ?. d. oogea, 

R. 3 Z. I, SI; II '/.. 2, e (angrimangi, 

balut}, 7 Z.4, ]5(b., sèlêb); nor^ mulén. 




9x\ en vt\ 



295 



C<\ en vt\ 



rswé njClJrei): manah nioICm knne, aanh. 
brabmamirija: z. uivn^i^ II. 

uin^\ I.. jaY.,iic(iliniiD, kituli^m»n, jira- 

sdé's. baljan'sb. M.,uUHoodigen te homm 

rg). lamp.: mad. ngnlêmè, mfiioorfiV/ra, Alé* 

in, feesi): K. A. kippn roe/iwi; ménirné 

iQifc*, niHSMwanir niljint kBsnnir», ]>Ulké pa- 

■un nlfmlii, apittism nul maqjokijok, Pis. 

n.. or oltm, donker r. kleur. Ipp'ttor. 

iias 'rgl. nn^^).aanh. onder bén; olém. 

■kntuéiali; barak or baüy nlèm, donkmrood* 
t^lif T. d. kleur v. «. sinjo; méNanaiv 
■lénaH, lionkerkletirig. 

oumru^l^. DiaLf, kaja saiw ball kani- 

U, lahwaslb (iHKannkan, rln^ kaïiif uilalan 

wadi. run sah olani Miijiina iiora nangrèiiiin 

m, (R. K.: kaja apan s. Ii. k . lan iugsuii 

arakülan kaja réh Hudara widi. narah 

raoa itiambu djaiigan jahéka). 

o»iSjeiiGi|\ of 5jiiv^»j^. liman. Br. 

4S, 5, Z. 46. 17: Sm. 'A. 26. 8 (dvripat], 

7 Z. IS. 17 (bis.). 28; 4 Z. I, 71. 

9jnJ&»|\ of ballmnn: aiiiciilimnn 'kadi 

lamanr. Mal. 307 (Sund. nevel, mist rn mal. 

lalimua, jav. litnun); manraliniun v. etrlj- 

Ji>a door d^ duisternis, Itr Z. 16, 13 (maO- 

tlbtD): malimuiiu», L. Z. 5. 5 (suiuupul): 

illliDungii. W. Z. S3. 9 (ibik. saliwéran); 

Irnhnlnc satvbub alimunaii luiiiub liiiiiAiiï- 

M. Sm. Z. 23. 8, nianiSlSng; (maka di 

ralSfciya adji halimunan dëii^aii saku- 

i» itu maka ardjuiia pon lljada kali- 

llan dl mala oraog sakalijao, mal. w., bl. 



t 




3B6): alllanr malimnmin v. grhadiiw. R. 
Z. I, S (ilan; kakaliniunan). 

ujTuöig^, niiilnnilntu, lastig mrtneii door 
den schuldeiisnr 'teécr op 't dak Ie zenden : 
Bgalumlntit. 

viiyjcoM^, 8 . Ijikru I. 

uYTUoS), 8. (halaniukbi). guüapati; 
3^ naam t, «en m«truni ( — u — , ^^ \^ \j, 
V, ^ _). R. 8 Z. 22: Wr». str. 37 (TjL 
ajamuka). 

rityiGi^, s., Hgcnn. v. een loon t. Bala* 

rftma (z. nif.ata), B. Z. 59, 2. Z. 42. IS; 
Z. 49. 10. Wir. 7S, Adip. 112, Ualadèwa 
TergexelkiHle, Ud. IlS. 

uiiucjj^, nAsdtlrAm.va tènialiaii>a ma- 

K^nz hiilimpnn; r. üjawa, Sm. Z. 38, 12 

(lanlauf^): ^lap eullsjns pétèiis- anirlmUiB- 

pnnr. ald. Z. 6. .% (tnandédël). 

SjinjjüiQ\, naam v. c. rAksasa, Br, 3k 

lëmbana. 

Sjino99^, s. (fll!iml),ina, stille herhaling 

V. mn g<-lied 7) : ii^alömbaiia jnv. i^lëmbana, 
Akw., telkens iap. Z. 3* 29 (lm). 

i£iTUCjU\,«.,nm. T. V. riksasa, Bb. 78, 

Br., z. léuiliusah. 

U1r1^^• aharëp balénibaiif^n, Sum. Z. 



157, 14: ksdl lan tultiN adiii:' aiirhalénilianga, 
Z. 24. 8. 

Aïunlv I. (r;»njitT|\),asiBailaf, ickijni 

er legen te sijnf Mal. 396: ila? kaki moi^bft- 
wèla sira 4itra(tj&tra>)iiiii|: djartit. dai aij 
vem{f), roochl ge lang ent.. Mal. 2S3, 322: 
sèlagnja. R. 20 Z. 16. S (sapakaëdn ya); 
2". urn iU;, er niet tiin wtgetloltH zijn, Di^rm; 



«*\ en \Jt\ 



296 



•t!ê\ en \Ji\ 



«hilRir tahn. ninl. iSi; mWt, .niIngR.it, 
R. 5 Z. 6, 5 (m»tingpah yg^. mal. èlak), 
13 Z. i. SI (inakaSd), Z. 8, 7, Sul. Z. 
157, I (rarud), Z. 97. S (malinggali). 
Z. 110. 11 (mat.). Ar. Z. 10, I8 («-flff- 
jflflii); omilniï. •ara Ar: nmilaf int k»- 
laka, R. 54 Z. 12, 10 (matlnggal di, maiiga- 
lahin): tan nmiloir. Sul., Z. 110, 8 (nora 
mii^^Bt): n^nyanurdoh ani;flafl sHnir^n- 
tin; rahrtdyan. B. Z. 28, 1 (né mibIh ja 
ngBdjoMn kagidfang anttik sëdib 
i dcwan^): n|r)l*arfi>. 'angEdo)): kn- 
nanir Ikanff adliamiistbAna, n«ir»nfl ikft dé 
mb; pralifaA, nantpwan siritnanin:)!! kawi- 
djajan v, e. toop 'l gnvccht ongeschikte loca- 
IHeit, Kam. 1».: èndah Ikanjr rHaJ^Hn «llh 
Inllagllafan, B. Z. 80, 38 (tjan i k a tig 
géUh>é anliik djainbaPa, )i?tjik ni u- 
'luk lalab gClibé ja né raabajtn laOt 
giluta, deie rerl. door II): binllairan v. 
ieoiand, die allran gelaren wnrcll. daar men 
uch T. hem verwijderd heefi , W. Z. 4 , 6 
(lininggalan, kalït^gal, kakalabin), 
It. t Z. 6. 3, «alès: krodliAntbJ'k Jèlatrak«- 
nlkA, ft. S Z. 6, 3 (brauglin kënShé ja 
linggalang, punJka bwal braugttné 
rétin): hllarakén, aanh. onder pt^ita (kli> 
din ({ali*); intlajrakén, verwijderd worilen 
V. bhdta'a, R., in!. 25: tan wnaii^ djiiffamiln. 
puiS pali, T., b Z. 4, 272; norallAgan. .lan 
asurud: taja lla^an, niels sehaot hem over 
dan te gaan vechten, R. 22 Z. 4 , «3 ; dnh ailAjran 
asih. It.LZ.8,l} (doh lityaog matinggal 
trBsua, liané kaOtjap Iwara Ir£sAa). 



n„ njllair, AerAauMWw (vgl. ■angdaliO. 
V. c. zieke, die niels inslikken kan; ta(B»bi\ 
ninnirilair nntanra krët*. Us.; nlnn alilan. 
manpilap Dntnnva krjt', sild. 

vinnj^ . nëf' V. e. bond. die of^n 
gal op den grond wentelt; v. p, s|»«>k m 
nuifr of mÏR fadderetide hevxtfïng maXn; 
né makèmil né dt sëma, andja* lin na. 
médl, andja pnpn taninin*, lawèjan knmaiir- 
manir Ikn, ilüir* lan piiiij^n-rküh, hiina-«pati, 
rarèiièk tnndnna biiiiirkanic Lp: ada mad^ii;- 
kléiiir ada mad^nirklniiff. kaniangminir dja- 
rt'srdj^ir. n^ï' inanrtlëhln. papènpkali fcl- 
sanr djëinnr kabèh bhnt» piida raOb, ^\vA. 
vgl.aatih. onder snléman; llèg:an banfkjanï, 
«amb^tit^ tCngah: inll^jfan, amoloh. 

■-/»ivnl^ fBjw.. jav. en sund. uUg): npt 
lijp, fijn mokf» door te rollen op een steto 
nicl een laiigwerpigen steen fz. asab, uj!g 
u 1 S I en I i M g (• p£ ng n 1 i g a n , Bjw., jar. 
pipisan: anaké pëngnligan, jav. gnndïk 
vgl. jat. nlüg'. 1. Wdb.. WJt.); kanlic, 

■ kapipis, aliiran;, •pinfipfis. 

9!unj^, ^1. uiTuol^, nlnr amhèl. 

Ar. Z. 75. 3: Wir. 31: olof, aanh. ondcff 
p^^ W.Z.3. IS (luna): k«1ngr, onMmw», 
Kid. Sund. '/.. I, S7 en 4tS: nornna kola;, 

■ lalan mapuogguug: arda koIii;c akikak. 
T. Z. 4. 40 (dahftl katuiian kaku); kolflf 
i»r niaitali, •binabuddhi: kolujt nvaq 
praTgftl inir, Sund. T. Z. S. 20; da keloi; 
• bajw agigu; kolnir tar wikaiija rl pt)nanj^ 
kaning kiwéh, kolug tluanptraii tan nnlngl 






■ 
1 



c. 



9J^\ en ui\ 



397 



9A\ en yjt\ 



inikajt, pramAdft plsadyané tin nnltifa 
■f pakèwihnvft, «sigasigun prdja Un 
ri(ag) bhajanya; nora qtldajan; ^awèjui 
•lor Inr l&kB) «laii siddha karjj3Bflrag; 
•nt koln;, «manuluB; Ur koluf, *Un 
rrub, Lamb. Z. 24, 1; inakola;, maftiKu: 
.•luran Ida, «kolinira. 

II.. z. onder kalarabi. 

>-''i^i^i\ . blog (K. A.); z. P'^'^N «" 
r^l. ulab, kolug en oiog. 

■^UT^TUr», ^ , alagèlèg, laveeren v. ie- 
mands oordfi-l door parlijdigheid; veranderlijk, 
nitpellurig ? . z. onder dapdap: paèlèlT (b.: 
liaKèlèi) pada dl djalan, maniapairtn I 
(b.: ma|)agii) njai) taiuporat, Drni. 54. 

-jUT-jr^-mA èloff , minub», niaring- 

gii', #iiiiDggekï, •nianggi^h mignh, •mi- 
guh', aanli. onder deug kol; èlof* tjapui^, 
1. onder tjapuug; èlo^an, •inolali; niaè- 
Itfan, '/ hoofd draaien zihöIs de h a r i s, 
tmèogas, «miugei, magiwangan, den hals 

ffvegeu?. 

r 

lumrur» 



ILmrin 



\ , olairan, gëndolagiin. 
\ , gila, «agcloii. 
•juY^irurJl^ I., oUg, gudalgadil (f), 
'vikken, wibbelm, t. e. zadel zonder riem bv.; 
a^olèg"', dobberen v. e. vlieger. 

U., toert dansen, die op musiekinstrumenten 

r. bamboe dansen in Tabanan (z. adar). 

■^i.noiTvnrT]^ , vgl. uliig: olo^'aii, on- 

<Ms«/, gemakkelijk beet (e nemen v. e. haan 
ie ab 'l ware suf is en niel vecbl, voor hij 
epikt wordt (Bjw, légég, vgl. jav., olog', 
agojög, betpolten). 



uiruri^, jav. (wlagri), de lol lieraad 

3 U 

dienende rand v. d. bungkung. v, e. mes, 
golok enz. 

<£ATuni£0\, s., ulA, I. ook onder balah. 

Sjirunuj^, tama tan warèg allirapèn, 
R.16Z.6,9 (norana marèrèn mulifitjak, 
nora kfinjei mangujëi^aiig, nora ipnn 
roed olih gaanya). 

umvr?]^ I„ • ejiïu o] yyrofl» V. planten, 

een ni^ jong blad , verieh v. 't uitzien v. e. 
Mang in een flesch met arak; don ha|D 
alab, «rondon anwam; bfljnn; alab, z. 
onder bangké; batonya safaalab, R. 14 Z. 
7, 6 (wilis ika katon, kawas miwah 
gadang): alab*. flauwer of /i'eA/er v. kleur 
(vgl. wajah v. klenren); alab', Anj. Z. 10, 
1 (a wil is); k^wan mfttra alab' kalamn- 
kan pttën;, schemeren* groen door de mist 
twdekl, Br. Z. 22, 9 (i lahën niakëdapan 
ngudèn* kalipiit ing wCngi, taru warna 
witis^ kaïawëngan dëning wéngi, vgl. 
lalab); bajunyalabalab, Kran.. Z. 10, 3. 

2", Shr., benaming v. d. groole vleeschvlieg, 
z. onder bangké. 

5<, Bhg., nm. v. e. groene zeer vergiftige 
slang. 

II., ar., sai^ natin; alap (alab), z. onder 
Maktal. 

(ljirür>i^, alü praedic. v. e. suhstant. {seer 

supcrl). K. 3 Z. i, 1, B. Z. 2, 51 (dabal), 
It. 16 Z. 8, 5 (kaliwal, dabal saru); 
ahalib(?), Br. Z. 1, 7 (inai^rït, samun, 
bëtjik), aanh. onder puAvamAnla, Wir. 26, 
50, vareed, Krsn. Z. 14, B; allb téké dal«m, 




SJ.\ en u»\ 



i 



V. iemand. iHe onitemerkl binnonsluijil. B. Z.' kaifthé niarunira sMaJft (min këpii» 
S5. I( (tan kaïeugér. |)aiigiil, "jav. alJb:|liwat èranira. liimtnsi) inr sDvarniÉ 
sarwa sfpi^n): ndiili alib tika niaiitii iihièr, ' paimtrait xadinir liinsknns' sib iiiarnH 
apa Ja tant>finK^itubi)a Ja taii parlpAniiu bapati Ins: lu^slr, tJobjantra llr i*sm 
splaksaiiA, [ld. S4. 

uiTUO \. vunsiij als de luchl f. t. Ilj^'er, 
zekere uHesnortfn eni.. gtank. «iider tjèila, 
on kSkjnh, vgl. onder aliib. 

(^Tuni|^ or kalubf; lunni^rfllul), aaiiti. 

onder -kSsyuti; ivaliib bonnè bèii^n; ngit- 
lub* V. geur, T. b. 8 (ogalukaliik v. d. 
slank V. drek, W. Dr. SSd): tuilk niaiijCKliib* 
T.C. bloem; kalnb (b. kslud, c. a lid en 
d. alib) boiiitlanè aTüjc (b. ali<l) inalèrèb'an 
bt^iqm. Pan. Br.; kalnb (?^iili<i) liiDiur biiné 
(nja) H8:il)Ht éboiié (jibènja) imrénJiidaim; 
atl, ald., vgl. Dg I tl I) I n b. 

II.. vgl. jav. , tjfllnr Ia pnniariksaniiiff pn 



krawlnaii (krahinan) aig-Hahi Nanr d 
Mikwèh inaninira, {mBiraDDarnb anèn; | 
ma*, adan kasaput ii« wfagt, sri narai 
mara arsa iiarèai, slra liniron dèra 
wirt>a, djin fini|in gani piilri niiiianeka ra» 
rètalra saijiinibuDn, karsanira sri bn, 
djnlika rinakita dèntnir vidl „tan ka< 
lèn prtja ii^rabavaitir raiiia, luiiwans 
nianrnn ranul makKi kén.ta tiKraras, 
b., Z. 7: kotjapa mkthlng: ni. samja hl 
saiiii k. Manii kanisiiiajnii, aninrali una 
infr Mni kans «abu praptl. Ilnntlnr i 
bl. si) inariiiunirfl srI naraparl, wam 
sang: putri niunrgèii; djro pura angtla 



rua dnsaruiiH fawt-nva kawttibl, suwaniiiiij ^anjc putrl saköb niarnMira pinariiènf 
paniarik.sa pArnwa dhiadiir plnalii hiiinlaban 
t}hinHauaii, Nu. Z. S, S. vervolg v. lUiik 
(jav. ver I. linunu en mSdjèr, vgl. Incl. 8|ir 
SIS8 m SlOi). 

^nr^'\ . hër6bléh(f), kawulaning 

adjagal. 

öiTun.^, tnkad llab, eigcnn. v. e. rivier 

ten O. v. Klamlis; apin pusnt snba imèndfb, 
tnr giAé niallflb*. n^orob di ulsin nntahï-, 
T. \tf. Z. 6, 4 : apiné kabinawa di knndan^ 
matlab* (b. luaila^) niallab* maiiaillkHb. ald. 



aiijar. sak^na tiba Umns latri, sanjr | 
arsa g:aling'a lan sang: patr), dadi \npu 
dènlra Janir sukma, dJIn sanipa sanf | 
pinAufka )t:an(>aD, nira ing: pagullnca 
nira sans: natfny m-, putrl dj. rlnaktt 
Janif wfdi, tan kanasa wonf: djalu vu 
sira. ang:niblja Ban^: pnirl maküibkanjt 
Jsp. ].: kawasita maniuira sang pnirl p 
Kami Nira papanrinb, Mimja knwismaji 
fl. i. K saujT w. p., 1. i. m. niiijt natènr ii 
8. p. nniH^fwip; dj. p., aii^ilabl najakt 
rupa suflaja. p. itrija ■., s. t. k. L, s. |k 



Z. 3, 81 en 67 (vgl. onder tla): pailub nplnê. 
atd. 110: banjn mitab, O. b. fr.. t. onder I ^,,„„11,,^ 1. » p„ „dan Inrorup dènlm 
IbA; Kaja» nKilabin v. vimr, Kid. Ailip.. mahaninlja, dj. arupa ts. p. niinaneki 
c. Z. 3, Oü (z. lèjilép): kknai'uuba Mt-jtiiiira, sira »apasuliD||:au d. s.u.m.,p. 



i. J. w., r. k. «. ilj. w. s., xnrrnbaxa ntèns(^{ 
& f; n. k. Ktra. ^a8 Js.: nrtliibln, iemiind ^reit- 
IJ€t m zonder It syreken btzoektn. ttrtlonH wrér 
WtgfoaiÊtle, V. temiml. ilte, mnoi pcliteisl, zich 
TCfloonl bij iemand, <lie ren mooie i!nchlerhiH(ft 
f. e. ^root jieisiiiiiiniljc Imtchett beide htmien 
m twiMerntcn ? : llablnu, DiitDk >tirat: Ititbaii 
Unfis. O. b. 11. 



SA\ m ^\ 



299 



«*\ en ui\ 



nrjr», 



'!>■ 



L koiil>. 



ftffurï^ or labor, z. onder waliili. 

9 

Cinrj^iP^. c, flAnh. oiider ifliarmnin. 
viAnojv lullbHbè», B. Z. 44. I (ka- 
pinasan, inaka|iaAhai), knopfknn}. 

C«TU\ I., viil. haUiig: tan niaii;*, niVj 
tinelen*. R. SO Z. 15, 6 (lan xaiigHaja, 
Ivira ganlulana): Ur nlaninit;)n)r rl, 
L 3 Z. I, S9 (nora langfija ring, 
lan kalütfhnn ring nora madiiwé 
(aniul Hianali'); lak alang;* wndMil ri slra 
bBWiu, W. 16 Z. 11, 8 (tan inian> bUak- 
lia (laiidjak danèné, datial susruèa 
agafila ring ida piilus; lan alanj:', R. 
Iti Z. Ii 7; oianinktjH blKin'ii kabHrèpH>a 
tia alais*a B. Z. 38, 31 (nora niari>}: 
OttlUg, R. 33 Z. SO. 16 (manjU^. fldja- 
Itntab): laii dadinalanfcalanp pall Ja (ékA. 
A. 12Z. S,9 (nora dadl (ilihang prala- 

Jsaé ja raab]: aiiKralani^i, B. Z. 7, 17 

(nuogkasin, I umanf-gHlanfi]: 

II.. or hnlung; balHiiK. It. 7 Z. 12, H 
painantang, kHsamparang): djrnn halaiig, 
K; ■■luf lonliKHni-, nanb. onJ^r rdJja- 

vridhi (djurupadjalan luwas); wata bala- 



BpUi, B. Z. 8. 8 (batu saxampar gaguliik, 
b. dnilafiët. b. Ilrnpiiganga); Inen liJ boor> 
den, dal AnKiiArapar Ana, lïrb we^rbij Ité- 
nukil bevond, manrkai sakwthniranr paiiJiia 
niH-'iiitn.saiHiiir snnfckar^ng A^rami^sja, kap* 
wAngrniïdA iRdlHic niwnnir palu* biil^nfan lèn 
galab prlnr ::^!>anKkJa dnkdnk l(n lan? 
ladJSr mwHiis' «ne^ri Kaba palll tiksiia pArn- 
uènnKah Ja, dndwik (diidwnng) liinbas pa- 
tok mwan; rtuliffl ^aha wéduit^ kflisrA Ja 
iniriinJft (inuftda). Rm. Z. 37, 1: «lanirtn 
Xvff; Ot&. Z. 101, II (ndag«l baSn balu). 
uiTU\ I., jar., (Kund. halai^): alint*t 
i. onder lalang en kii^ngra: 3*. balanf*, 
ladji, i, onder ladji: malais v. d. sèlu- 
baudba, R. 23 Z. id. 16 (manjlag, 
ndjalaniah): mnlan;:, dwai-t inden veeg ge- 
Irgeti lijn: legeuloopen iti Icfieiial. v. mildjur 
(vgl. mnl.): hunialaiti:aliint; (jav. bd«. kapa- 
langalang) v. droeDieii), Br. Z. 51. 13 (x. 
onder kalihalang en onder ma lang: 
baniiiifariiiiK ntatèlaNxn anjfbatanir bnlis, W. 
Z. 38, 8 (wanten kabrantèn kadahalan 
lur mbËljihang paiurwan, ada a^dib 
pamupul an makabu n, asii warid a, 
lurida Ie leien, pupul ja mabaja 
rilani}-. mangbalangi H. 14 Z. S, 2 (raangli- 
kadin, ma qgads ugin ): manghataagi rl 
lakB, Sut Z. 147,7 (ajadun^idi) : n^nUnxln, 
ieinantl Melle» h. r. ergen» liinnen te komen. 
hindenm ïenuind in 7.ijn vnornenicn (vgl. nam- 
|bakin): aifhalanffhalaiirt, U.3,24 {anjani;- 
)kala, mangrusak. mamagut): aaga- 
lii:^abui|1, T. Z. 4, 60 (ojangkala), noren 



[n ilen slaap. Z. 4. S8 (njaiiilala. 1. njan- 
kala evenalü in 60] ; kfiliininin wênrl, door 
dm nachl oftrrtiUen ; kAlHiisnn vréng\ v. e. 
strijd, R. L. Z. 1. 72: kalaniriin «niukti r. e. 
voral, die nverlfjilt, Waa. Z. I, 2: Kitlaivran 
nkir, R. bos. Z. 12; kalan^nti wéiifi, Z. 5t: 
kaliiiniin !i)iii^ ->^nrjjn «iirup, miindiir pnnaiia: 
bfllfl katnh ma|>itii kalmieiin Iikt wjn<tl, Z. IK: 
kalai^rfB nuDHt kafiJulaiislB. in di? parihaii- 
ila'a: Mgal^ingakÜn lanin, sich er lumu-hen 
nfrpnt. om iemand tegen een aanval Ie tip- 
itL-hcnneii , Sul . Z. 33, 7 ( n a ni b a 1 a ni: J n 
uwak): niiHlaiqf fiti ia ni hing), verhindere» , 
heleHen, «ruiuuildlia; muinialuiijr. •wighiia; 
kar>J»l^'Mr (kapjamlij'n:;: z. winarakusa). 
lerhimlrrd : S', BIkg., (jam pur; aptlialaiv, 
Wlb. V. M: HlHii8:*aiié. vm. = npah'an*' 
Tonr de Koilf n o( (W iljfiro aëdahanf: 
pnl'>tnï«laiis'»n v. «. wep, Ws., 20 A. en c: 
tan ktipalai^, 0. : paivrxliinir*, i. nmlrr bila. 

II., I, 5Ji«u\ II. 

III. . sas., lij inïtig (Tim. id. , vgl. bu^c.) , aanh. 

ondpr l)4Sngkil; nitingr 1<^S^I>, k a <Ij c ii^i (Gj.). 
(£«fU^, nuiica1lnB:anHg kldani^ v. d. Itjg«r, 

II. 'l. 7, 4 (manjidra arina, nianjiDgsë i 
ai^nijgah), vgl. onder swanlalia. 

uiKj\,jar. (Rund. haliuR): altn|:', de 

lage muur tnet sieraden. He achter de p a- 
d u r a k s a oi^elrokkcn is, en iemand , die 
binnfnkouil . nijCHlz:).ikt Ier zijde de trapjwn 
lingH D|i '( liiniHiipleiu v. d. tempel Ie knmen, 
l«vens die buiten op dun weg loopen Metlende 
naar binnen te »en. al it; de poori uok upen.; 



9J\ en ^Jl\ 

7.. 3, 12*, siVA versehtiüm achter een knlmn. 
Ilw. Z. 10, ! (y|^. awii^*): otk arliler 
iemand b. v., 

turu\ of kalungf, z. ald.; niMliMr. 

O., z. onder daraiilun^. 

i.i!U^, mg., lafi: n^lnncin, naAnin. 

uiiv^. Bh. 84 {veri. t. cyèna). Sm. Z. 
S. 7(ryèna; mal. id.cn lanjr.mad. «langro 
hflang, men. Slang, tcrwill ald. Slang», 
em vlieger betcekent. Sund. heiilai^, x.ei 
• nlung), Br. Z. tOl. 14 (kawani^an). Z. 
3 (vf!>. «kikidiwi): soms in 't Bal. sp 
gclMiïiKd. maar eiftenll. een geVerd. en iiiee*lil 
la na: luidende: hèlnni manawiinak^n <>ft«iiiir 
riite htiranttan. «t- duriljnm mano-inrTata- 
kèn Mri li ilalj^m pnri. Iwlmj^a, Inja. pnjair. 
karaiidan. kimnla jan iiinril'un hadjl. papai- 
Aon, nrlhan fh.: pulihan), ranwanc (K: 
rawang) Ir» "nnir protbbA ItyènamJIdi, Ihanf 
diirditjarn maniriiiinrataiiën strl famanrkut 
lirlrn>)i, nAlb (ti. : n d a n ) tfnAt rinanb 
d^ninir nadna prttlihA. P;;. 7: hfilanff i'b.: bflf] 
sabfllanan rér4^b knill icndiiiiiï Inmnni; amiüM 
B^ukapAdapH. Ar. Z. 20. 3. 

'J*nj\ fitjal), jav., aanh. onder angkfn 

(vert. V. kèaja), «wina^yali, •mukSak». 
iwy. verloren sifit, crertijden v. eigen blori- 
verwanten; B. Z. S. 25, (tyaksa. lias), 
W. Z. 8. IS (rusak. t.). Sm, Z. 6, 10 
Z. 21, IS (tyadjanii). v. pijlen. Br. Z. 19, 
SK (punah, pïlSI). v. droefheid. R. 2 Z. 1 
31 (purna, Ika ilau^ adjahan): M 
litUnir B. Z. 87, 1(4 (naniu' vvastuanja) 



nia!llliig:aii, •malifttluiigan, atawii^>, B.l paüdjan; ilan^, z. onder p.: tan lUuf manb 



SJ\ en v%\ 



m 



Si\ « \n\ 



■S llrlnr, Tr. «n antUre. kliluug's; ks- 
Mf JiilintU kam), Jrii mdtf HtiiliAkl kakHHff. 
tlthftM péfl IH n^oDjT, |itü<lèmëti lug: 
li(h)*, k*ng adoh Mkinir pura, Jitlit |ira|i- 
hr musfl l(ku, Danr munskc sri uarfen- 
prt, Jsj). Z. 16 (J»|». J.: «Il kakau(; j. 

ni jëu (tig)waiig mal! watln li a n » itig 
Iti labèla iugwang [lentléinen ing ara> 
ing adub sakit^ |iura jata H.iléng ipg 

■ ■güBiijpun JJU (!) iiiaugdé s. u.; vgl. 

iL,t. ««lil CU kOijag): kAbliijan fri ra* 

■irAi^d r<>)iiiiUii^Da kftKit^uk ^akra n^iluinr 
lUlffa, maiijrké tii|>wiiii titionan ï^jaim liii- 

klaiiak^a Ié»^karililj(iii;raiiiiiiinrd( ittu. Z. ii.' 

\; urwnailjujiï vd<l<">a iiittqtiiilanjrii Milia- 

lÊittf mArkka pliirlli lèiiok Ja, ald. 8; ndab 

fki sang narèndfa praka^iu niilanf^anc 

lira sang dèvasan^gba, ald. 9 ^uil welke 

iduLwn men ziet, dal de laai van Hm. zeer 

iderri isj ; kèUnran \^kt;tjalan}. ivUctrhren 
: «aak iii den zin v. betloleu geworden 
)m: linntlangakén klèfultij^dJaDiiiakliAitil, 

Z. l, 19 m a lig i I a lig a ■){{ malaii ni a- 
nsané riug ral): maniflilUiurakèn. aanli. 
Mkr apatjara (maiifilasac^); niclUBiruv, 
wiood braigm «en iriUdadiger; djarn llnn^ng-, 

iC is geen vast beroeji. dexc uf fiene par^- 
«a fnngeerl als znndanig (x. salai^). loiidal 

geen vroonl b voor ttoil, want ook iljuni 
■ wik geefl Iwt niet ti;rujt, liicruil Ie ver- 
aren, dal 'l mal. daarvoor iMin ar. (dj all Ad) 

farlg- woofd (algodjo) beeft aan^pnnnien , 
ik 't jav. heetl dil (légodjo); InKtlanrakén 

ienuud, die uieu uit den weg wil ruiineu, 



TjL 36. 39: Ihn^n (itjalan). minder erg 
1- e- kwaal, h€iermde[i%\. idotignn): wwug 
llanp'an, z. aanh. nndpr baAJéng: llaiigf'an. 
dl' |iliialK Imven de teptd der bnrtf, waai' ineii 
ieiiiaitd >i|H)«dii.' kan doodcn; panrliltnngitii, 't 
uecn iemand aanwendt, oin v. iels bevrijd Ie 
rakm. lul. 64: |iaii|:tlaii9«n arl|l, «prAha 
praliaraAa: parahltangièn. aanh. onder 
sadji. Wlb. art. 193. 

uin\. milfinr, x. onder mJlu; mfléna:*. 
V. oude vrouwen harv kleinkinderen zoekende. 
T. Z. G, 118 (kipfik*): amlienfl:'. Wrt. 14 6.; 
iianu uknm malajna, anji^in^nr anfrauifkok- 
angrkik nuj^rja anrirld dodol, liana anpi- 
rjjana k^tjll, liana kl mhu anfflini:. ^ttHlirén 
ungrranili pntn. mlle»i:' mulinra. bij een loe- 
loo|i, 'im de intouhl van voreten Ie zien, Spl. 
Z. 4, tOtS; vgl. kil«ng. 

Ainji^l.. jav. (•t;;'ru\), utllng*, t. onder 
dj a n^' k u ng ; awlas aDg-lllMg''f (eene beminde 
vniuw). Mal. I0i>(vgl. Ijugliogr); •aDg:lltnr'l, 
Sul. Z. m. 7 (njuli taling), W. Z. 31, I 
(manjuliuglitig. mangwaswas^ amaswas}, 
bekijken. Iladji 1). 48: B|rillnirln, naar ii^ta sim 
h. V. naar eene a|ieratte, bekijken schrift 

11.. I. onder élit^. 

tjltvn^, nUn^lili, hft» en wtêr gaan v. 

elders naar huis b. v., aanb. onder Ijaluhi 
ook ulah ulib; nlanfrnllbang, «pagan. 
U k 6 n a. 

rpn^, jav.. manrnKnt v. c. oliranl, B. 

Z.93.7 (manulaié}, anxulénr d«- iiluog (vgl. 
Iii8.ulnug «f o long), Ar. Z. 9. 3; bulèiif v.d. 
glut^, 'L bC. t>: Sul. Z. 132, I, Z. 134. 3; 



4 



^nir innicnr kuwnntfni^ fikn^it namkit mfiii^> ' 
rat, Km. Z. 38, t8: kolèii^ lékupnlii^ lituaii, 
Sm. '/.. 35. 7 (k a I II I » I é). 

uin^, nlëtm^ii, fctiijf. kringttje v. kalk 

als genef^ümiddel iit de keolliolle fcesniTOrd, «m- 

lr«k f. A. Nchtsmiteeleit Ie zii*ii doi>r de kk>e- 

dereii heen\ iMf/mi v. 'I water: riugrintr 

rawk manUncnn v. o.. krU? Bngk. 57: mn- 

lêiiamn. im w» Atm^ s/fA itoonJom. grkringd 

h. V. V. d. ringworm. 

pfU^. uan^lln; V. nlifanlen, I). Z. 80, 

13 (galak. niandrtiwak) Z. 92, 7 (aiaiigrJ!- 
fiui«). Sm. Z. 30. 4, 53. 4, Br. Z. X7, 10, 
Ar. Z. 3. 8: Z. II. 7: nnirnliiiit v. r. olifant, 
T. Z. 3, 47: t. <-- ulier. ald. Z. S, 7: ncalhitr, 

• angrëgung ( vgl. miiliug); anralhigrii- 
kin I fiidjahnv», Ar. 7.. 6, 13: pantriiliniB:, 
pnngrÉgniig. 

uinj^, uli CU i n^? (s. ulili II); ollnu; 
ii*nt. iwi xfotide af oom: nlliiBr kimu 'i) ullng: 
ani, «Idgi: nlliipraljèrik l-ii niiliiiiriujunlk, 

• Dgi^nin rsré. 

• II., njw., b«djulit (vgl. jat.): djnif)r«t 
nllBr, zekere kleine lekkere üeevisch ; uiuiaii 

uliiiff, I. ondiT rasa. 

2", sas., kiilin ah aalhemaming 

piu^, vert. V. ud»[^8ii, •kikidiwi; 

variant r. «bJlaug, annli. onder gnpara, 
z. ook aaiih. onder krürapuksi: vgl. jar. , 
alwaar u)e«st;il wutuiig; een ugitko-vorm t, 
h^lai^ kan 'l nii-t zijn, wanl die xou bélSng 
lyo. (z. mSK$h): manuk nlon^, B. Z. :i& 
(paksi ir«ng. z. virj^H., 8ikf|i), uaasi 

gagak, T. Z. K, 48. 



I 



viru^ I.. vallea als bladeren, vrachten en 
meer of min tLl«tnc dingen (vgl. labuh, kiljaa; 
en a9s): ngrulnnirin, ep iels enZ/tm nb h. t. 
een brandend sliik sjgajir op de klt^jng; me 
iemand lalen ratlen een vruclil b. t. door die 
in een boom tit (rgl. n^pin); niralnas'it, 
nu M dm raUea v. regen als de ri^enraocssen 
nog niel ingetreden ie; van vruelitcn. wannwr 
hun lijd nog niet geheel gekonwn is: alunipia 
V. e. vrucht, die argeraJIcn, en niel geplukt 
tit, zooals de dnrèn legenov. sËkJ>ban. 

n.. «wulang: sDtra hulun;. 

lil. •nn^Dln»):', iemand naar den mmt 
praten, gelijk een camelcon op 't blad licl 
naar de kleur riehl, T. Z. I, 4! {ngudjpk' 
i):v gunstelingen een vorNl om een ambl. t 
t, 5; aanhitsen. Z. 5, 4.^ (t^l<!(nesjn} Z. 
5. 43 (s.aanh onder palltjimSla). tnfnlm 
ter iiilvnering v. iets kwaads. Utt. ïl. 

IV.. iidol plOké niiK njrnlnnir (*) bij Mn 
groole opscbndding. up de markt, Stn. Z. S. 

lUiru^ I., jav., b. v. ingSI (Ujw. ilta^ 
,ktfrk«fnim, T. Z. S, 76; uèÜnr* •udhèni. 
•a lig lil ir: èling: malih, van die agriq 
idan «ras, Kid. I*ai». 6. iü; tan èliOff, ald. 
(waar 't pmza budub>in bevri); tan ntjilf 
rl^rdèwèkipnR,6nvufr0/Mu;simMiiir of saki- 
mèUag tltvtu^, voor 100 tm- Hl me kan A<r> 
iunertn: ma!khi\uf, ■amuniungu; ngilfaflif 
h. V. ngtngélin; >|?èlinpuir kaUa v. eta 
boofd ( vgl. 1^ j b u k a Dg ) : niaiittèlingatv 
• ang i iigSlakfiD; hllin^kêu. aanli. ondff 
iljuSa: kaèlingang*, en kiipuhèlinf, pioilu 
luran; iiakMinp, apimtur; boka pak^IIns 



tJ\ en ui^ 



m 



Si) en un^ 



fipfflnaogi: p*n!r*IHi)r'. pnnrféne/: n«-} i^ïij<pinj\.«|jfnn. f?);fcalaiif!riilapralibö, 



Bèltnf, z. ftndtT tugi^nah: t. |iè|<(.-lt,>[^<iii. 
oufoiü^ I., ftaiiu|iiiié èliutr iu)iinnk|ink 

niler de prabawa's bij den citwtl v. Pus- 
■iljagat's zoon, Lnib. Z. I, Sü. 



K. L. Z. 1. 7. 

«*njr^êw^, g., B. Z. I, 6 (tan k«nn 
inganin. imrii nglfiwihi. jio sahaitaiR): 
ilr taiv itndjA Jojra itiiirérf Rlanjcranrja nlr 



II.. 0K«lfiir^i.i..ir ilJurèp*nnn«a nmnjin .„„„^^ ^ g S, 63 (iiorana .iiantra kirll 

liagvli praüanjfga ditli bnajan {t) Iwara 
litaliing jang. lan gagawè manlraiié 
ja^ané pagCh dj«U fka nora tilah£). 
aUTUr^i^, s.. n. I Z. I, 51: 9 Z. % 
50: 10 '£. 9. 14: 16 Z. 4, II (nora niabj. 
iiajan, lansi|ii, lanpnlan d jiigau], T. Z. 
5, 6: mairé'nir AluntBja, It. I /. i . 51 



ê, hij gteft er geen sier oth. 
OLTi-irLo^, «as., ikul (Smbw. id.}: bare- 

if, maiktit. 

nu'rMU\, I. •«eiaoj;; e<>n iila wt-lang 

ken Bhtma lol kalung, Bk.; karanp ftlniig: 

uk kulunr aluuir')' <^i ''^^ vvri;inigcslurif'. 

iH, rood en wil geHtrpppt, rn zw» gevrevsil. 

er allerlei dwaa)tb«d(-n van verleid wordfii, 

La. ifmaod, vrtvns vwlsUppeii tloor baar bpzct 

tardcn. zou moeten sU'rven, vgl.midor sa buk; 

'Wswhien fi-n fabellje oiiUIaan uit 'l bwbiwerk, 

e«D slang vnorslelleiule (x. k a r a lig a n) ; 

*, iim. T. e> bonie sabuk. 

U.. nfalunfnlanir. tigidih'. 

ülfurrs;^, z. wutangun. 

i a \ 
uir^r^^ , verbaHp«-Hng v. 't jav. ngalL-iigkS, 

lah. onder radji^. 
«3iTUtmrt\ , t. langkara, .4dip. 84. Wir. 

« 

(Kjnj'nJ^. ttllntxanirt-n , B. SS Z. d. 6 

i 
njai« *dan}. 7 Z. 5, 69 (mang^arang- 

ang, osah): rlntraoiT libra halinirsaiisén 

jutüt nnaBtriijan ninènéKl nmni.snja tan liiinr, 

■. z. sa 9. 

flütfu<n»\ , s., }x\A<tp 1 pAtIk nl«im1iiin)i 

I dènu miimètH lunwab, Sul. Z. 108. 4. 

Co<^r-.iei\, R., ntKiïlinrirftnii. It. iol. 20. 
n ' 

I. ouder kdnia. 



(bwal ing parama): aanh. ondiT latal. 

uiu|\, z Sfp: fa., katjafjar, Jtin karHsa 
iiKnJans:, rwanlnir plngé (Jnnuniiiin kèndal 
batnkH, hnrifckahiiig pniill snlia iiuam, n., 
sijann DiJitaha slni niHrlnsr djaba. tba hép, 
3. Ss. 10. War. b. 72. 

wiwj\. t jip; 

'juijl^. uréliip.Smbr., nastUms. e. hond 
e. kidang: kèpiija kiditn; 'nlo. 

n':>U|\, kadi itinanraiv l^iing:o|» kapana- 
sui mshaJ&nxajInfraB, U. Z. 00. I (Iwir 
njabnjah oiigk^b kakfbusan osah mu- 
langsab). 

■^unuiV b«p irll«*Bt B. Z. M, 24 (daai 
wègha); bopin, U. Z, 1. 19 (Jèn ntjapang, 
uljapfn. Jan raAsaiig), tut op mij.', '/,. 
99, 5, Z. 6\, 4 (pjarsajnng. raö», Ijari- 
lajang). Z. IH. & (jan raösaiig): tan ho- 
pen, bjatila. lan uljapén, laat sImh, gth 
saxm'ii riM, huevett Ie meet! \V. Z. 19, 4 



éj.\ en ui\ 



804 



s;*\ en i^ 



(niJDgkiD ké, tan uijapSit): tan ho|iéB 

pwikan; niHiinrarftdJya, Pam. 16 (de Kid. 

lüii kawarnaj, iiiiasl lan tingen, Tj. A. 

a., ook T. e. onlclban; ua-iitglc li. v. v. i). akken; 

een vnrst toebehuurcude, Tj. A. 47, n tanpa-j ninr sirl Ulidjl; ikaiiff tan klaanruhau bi. 

Iiingan, ook, maar utldeti, affpèii, een geheete njn, rApanlnir tan baua umakn Janak. 



widanl): konënp s»at hjanp |dharnii 
mahas nildér liig; Baliaiia, odi tan liaiia amakfl 
sira, tan hanènakanlnt, tan stpa djnga 
Uwan ikaiur naiian', talanpahl l&wnn aiii 



• 



boel, Br.B. S$6; kiiiop, lana. Lamh. Z. 3, 3: 
(n d i k a p a R k a fl tj a p ) .- ndln kahopa , B. 
'£. 19, I: liajwa hinopak«n, W. /.. U, 8 
(sainpun kiï ngiiljapSii); tan kéna hinopa- 
kënin; mapui^pnnt, ^is, '/.. iïi, 6; hieron- 
der kahup? 

sau\1., t. onder tJiu^ 

II., in pi. V. apan (immerg). Suin. Z. 3.5: 
Br. /. 44, 18, Sm. Z. 142, | (bug. tiewijl). 
It. 13 Z. I, [8 (niapan): map«, fi. Z. 38, 
10 (wjakli): Apa. M. /. 13, II (dÈning, 
in apan). 

ui'j\ 1., (punapi en napi). » sj.\j\ 
wat?. It. Z. 9, 9 ikènkén. kènkènan),- 
apanla iail]aii|:kD lin^a, ap welk deel van uw 
lijf wifl ge dat Ut sal aaule^genl It. 1 Z. I, 7ti; 
rjjapa fcangiianlA, ft. 3 Z. 1 , 37 (ulï di 
djaft); ariBt ipa tan ftKora.' koe sm niet. 
R. L. Z. 1, 25: rini; apiliu tan pédjaba, 
Sut. Z. 81, 4 (ndingkapan taniuiati); 
tan pluakApaiis kanaka, '/ goud diende ner- 
geus loe, aanli. onder waröna: tèka sa- 
kèni: taja naiikit, uuvah ta Ja oinlik rtn^ 
laja, lan^k-sipta, lau anunla Ikdi, iktk lan 
iUpa Mwan kha, aa inauKkana. apa tvdjara, 
apolRha. tuU 6S (T«rl. v. ailar^anftd Apa- 
tiiib, punaftjjidarcanang gaiflh. 



hana inakuii,ia liapa, rl wilnyan dorlabki 
ikanff wénaujE niulabakéua dharnma kali 
BikA. lul. 6, iierl. \. sarwwato bbrSttti 
sya. dharmtnasylUtaljakrawal, wèf 
sulasyèma pjlur ni^ljajo nopalabhjal 
kënapa, z. onder k£naf: balu apa, 9 
aliof; sung apa, adip. 63; sang: apa sIra 
'I vrageii naar den naam t. heilige mannen, 
'i. I, 22: sfapB,it-w(mDl. sijapa, bat. siahi, 
jaY. sapa. dal uil si-apa ontstaan is: tgL 
s a ni o g a ouder ■amogha, 't kraoia 
sapa moest diu pun-apa tljn; maar 
dit 't krama is v. apa, zoo heelt mes ti' 
lén V. üira inde Meekenis r. tvie, noei 
maken): l apa fldauiï. wie w sijn nnamf. 
neer nieo Ikfpasid na^ir den naam vraagt (i;f 
•syapa alliier); tra ivliaag apa', jïfA m 
ni«r bekommeren: nmapa paiuravmbanliv kn- 
Inn, ik ttvel 'I etiiigsjint, Adip. 54; niipi 
pwèkaaa mnkhanlnr, R. 7 Z. 2 19 (jèn 
buka apa punika gobanjané, buka kta* 
kÈo luuwaiijant^): mapA sAdhjanta maaf- 
kwèrjjakn, na/ begeert gij nu ran mtj. Af./. 
I. 16: mapft (hdi'. mapiVng) kiiptinta naiv 
kèrJisku, altl. Si, vgl. aanh. undor isi; 
mapa (djlé) mapa (mlali), »ti eena. Ham w 
dir, ook nampa: di mapa 4-n ndi mapa, vt 



na tü tawa na téiliig ki lalra par- ring apa, 11. L. Z. 7. 118 (nduking ka> 



riiul 



&A> en U)^ 



305 



«A\ eu ui\ 



di mipa tuB ahld^im, Z. G. 4; ili mapa 

I ndi m.) iKii küWHWil, Z. 4. 135; UfTtpi 

jnnia [irili mudihIiim, T. /. 4, IS (këiikAii 

ilyan Ijai né iljani iiianggulb'Ut): U» 

E-n|iii. U. Z, S, 24 (Dora Ja nitkarn, 
ia njangkula): R. 12 Z. S, 20 («ing 
halaiia): aiirap» luuniiaiH- in tli; 
ijang: tiniftiipiiii^iiê karjja v. uapeiiii. Il 
, 1, 10 (Dorn iigudisiii lilta ring ija): 
lirpAncMpii T. pijlen. )t. 7 'L. 19. IS (no- 
ana ugraBlin. nuraiia niaitgani); 
pi|Mi, T. Z. Ü, 94 (Kapuoupi «IwnitiDg, 
;). mal. inéngapa): t*, HK^piU. Ujw., jav. 
tügHJ: nrip&ü IJa ftinjr réléni, maagsa 
^wèkv ora üéieina; baiu m\\\ kuxèm 
nuK inapa, Kw. Z. 35, 9:tiuinina|>A(u].c.). 
Z. I. 52 (nora oï Iwar» bèritf); 
Apa'aii, V. iemand, wien iiieU ge- 
it, b. T. V. iemanil, div s<.-liuld lievFl, 
tt ntet voor gislrari wordl : rins ipAD 
sn vcilficodeD coujiinclii-r. riiii; upan di& 
papagén Ids: ntiiiiiinriina, Sul. Z. IlS, 
idiogkapan j»gja landingrn ring 
niara); rliti: apau wiinaiig: aliurlpa dèuckii 
rana. Ar. Z. 14, 4 (vgl. onder ap<tii]. 
lip. 66,69, 95. H. Z. 20, 2: daa>om, demvye. 
k. Z. ftO. 19: tra nol apaa*. tru ncOlati upa»', 

apa' en apa'ari. 
_n., hapft', lir. /. 2S. O (képi'lan kalak 
lamab*;: liapaiiApa (b.: pali), Sul. Z. 
i(paii)iili): Wiia Z. 40, 20; Krsn. Z. 10, 
I; hapa s«»taii|r(b,: sfik tang) licni* iuuii(r- 



dliamimasAdbana , liapa'nlar pari , vnka- 
BlnK liaBÜKra pa^iinlIiA, rApaiiing' linna tan 
papakèia, lul. 6 (liid. Spr. 4150. alwaar 
puUka; sund. en lamp. bapa, bal. hapa*, 
mak. opa, lag. ipa, inal. bampa). 

UI., Apl', x. ouder papan III. 

C3»u\, I. onder astabasu. 

Si\i\ I., z. on(lprVlü\ lil en IV. 

II.. 8.. Sm. Z. 2», II; R. 9 Z. 2. 12; 
IkApI (jka apif), R. 5 Z. 1. 17, 13: 6 Z. 
O, 6; apl la«l. i. ond«r (uvri en towi; 
ook verkort pi. l\. 20 Z. 16, 3 (pradé); 
konén^ Jan uKInièk pi ratwa, R. 2 Z. 1, 4? 
(luwina tjai twrijak njênSng ratu); 
WirAdu gedood bvbkciide rl hnlJnlra pi 
tan krodha, R. 9 Z. 3, 16, (jan kalijun 
ida wjakti nora braugli). 

uiu^l.. (gêai). -apuj. vuur, Mul. 164, 

137. Tb.Z.2.20,docliaId. 21 apwi; {Bjw.b.v. 
gfini): 2'. ben. v. d. glung t. Anala er uiU 
zÏL'iide ah vlntniucnd vuur (door terM'arring 
V. oala rn anala ntilstaan}; 3". ben. t. d. 
ergste tjandaug, wsardoor de padi als rer- 
brand is, terwijl de plant nog jtMig lii (z, onder 
kubal): aruk «pi. aanb. nnder Hribad: atus 
api. z. onder atas; énibuk apl, de dag na 
sipêug, waarop men wéér koeken mag, inaar 
Difit dragen, 'l zij op 'I boofd, 't zij np den 
scbouder, gern hoofddnek o\ Ij a p i I op hebben, 
in legensl. v. Cnibak pUa». als waaneer 
dal alks we^r geoorloofd is; tampak apl, 2. 
onder tampak; labja apt, Bl*g., I. krinji; 



il Uraholng bénn, Tb. '/.. i, 'i: kunaii;>lajaiis: api, aanb. onder bhAga. 

v«au|: pisauiusun dauiclakêoailf | II., an^pl, «amriiltji; uu anlopl 



ai|l^ti gecii anndackl ncliL-nkcn aan de na- 
(uurloun«;len. dk- bij a|> den wcf aantrof, 
T.b. Z.2. Il:anraiii, .iiiaiig«'. Aiij. Z. S9. 1, 
Z.S7,2: anpipi niinubliA\arn\ritilJfi. B. 'IriÜ. 
19 (maiL^rangsiik): inaiil. ■hitiikOl: tulls 
ina)ti (Itwiiniitc fiia, /. 107, 4 (üural intiLjap 
Iwir hjaiigiMng tjarila), wrnerd, Hw. Z. 
49. 9: ilj II rad 4 Uit iniipi, Sut. 7.. 36. 9 (iloi^ 
tkaniug iljagalé rabajiiaiig), Ar. Z. 29, S: 
Iniipl, T. '£. ö. SI. B. Z. SU. S (sasawaiigaa. 
(lariiiiiijati^i, • (larÜiupuj. Ar. Pr. 21: g*- 
g»ng lii»]ii . z. sanli. onder sïitig, oui 4e 
liiHlen me^ schoon Ie maken. Sinii. '/.. 18, 1: 
• Umi inii|i[ |hiii)r>ii'i<iu1iin nulmi, W. Z. 5?, 4 
(]>u)iul wiiiiiiiba uIBs ca^adbara. pupu- 
lïiig Diawarfiiia pasjndutaniug i;araHgka); 
wiiiliijhfN Inapi, ilr. Z. 52, 3 (katikil ring 
siiitljaiig, siiiimpfiiiya pinu|iiilakfint jav, 
rert. ginulung linfimpil): tan kiiên^pl (k: 
lan kSni-napt), T. Z. 1, 1 (lan fcfint-nuljap); 
iiiiipjuii. K. Z. 21, 1. (inikél); dawa Jan 
iipltttiar, *langt-b ja» wartuian: kailpiaii||> 
[kawiaogf], •ginurilakën. 

III., kadiaiig-Eiinluir p*üAr. mus niuiijfap) 
nitit jiinik, auitvren, tut. &3 (vert. v. jalhA 
hiraAyakarlld wsi rüpjan ngnau wi^o- 
dbajrt). dim bijvorm v. apaj^; mih liiapl 
liUasaiianya, It. 22 Z. 4. 9(mas maspi^n); 
olih iait<i Inapi, «ka ntjanamaja; ludi inas 
sanipun jnxpl, Ilrli. 76 (waar hel een vertaling 
h V. iJUwarnawarAasadri^ jra, maar de 
ifloka aldaar ntel volledig opgegeven zijnde. 
100 u Ie vermoeden dal bel eigenllljk eene 
verlating is va» iiiiiapta Mijkens A^v. 56}; 



n, •sinangling: jnnaiwarijénar 
hut kadi mAs vius ln;^pnn (aIc), Kul. Paai. 
Z. S, 19 ft proza: ajii tan «ama* kuii)a| 
kadi héma lalur). 

[V.. tifapl. T. Z. I. S! {inaiujarsa. 
nnd<;r ^ruti), Z. 3. HS: Mas tnapi, •ju 
rftngè', Anj. Z. U. I: intLpi t-n ki 
• karëngC 

• V., m &iü\, BUpl, «api. Sm. Z. IS. 

(vgl. jav. kapi, ü. «nditr Ijt-kob): mapl tart 
raapi lam, W. Z. 14, 16 (mapi medea, 
m. sakit, UI. ménAép. m. k.. mapinl 
.s u p I a. in api n d :i séd i b): api wiitiV 
W. Z. S, 4 (mao{{gavré kohbnhan. 
piina tjflknk): mapi Ur«, VV. Z. 31 
(inabvl KRkit): niajil iriDrir. B. Z. 4,' 
(ni,'idaliha» gigijèn, mapi i;j)ii)a{ 
njaruaug gigian); niapl blog;, :ieh Jom 
den; mubapl mlng^. 0. Z. SS, 3 (udaoi 
ugrwani); apl ka-sandnnir. U. Z. 4.S6 
bét kanlëp, njadyajai^ kalafidju' 
apianga kasanilung): mapi matakwaa 
mapiauir» nakonanj: , «api tanya; 
Riampi, tan uninir manipi unlaj; (Mind. apl 
vgl. Jav. pilanibub uil api tan wnib). 

VI., a|il*, naam v. e. l>oom, vg], oi 
tiuga^ 

VU., verb. v. apli?: apl*. ati>. Uw. 

ciu^, x. hapA: apwan, eign. desa 

Marga in de nabijbeid v. Apii jëb 
flaiigah; apoii*, i. onder kapa*; t*. wut|| 
gelwk met djurub gt^grlen: iigmpan. t. «nikr|, 
api lU, vraaruil men zou opmaken dalercci 
apu als byvorui va» apuj ook luovt 



«;»> en ui\ 



307 



SA\ en ui^ 



rul. mlg. II fn «» de bijvarmm lania 

I tanii V. lamiij). 
uiu>, jat. (apu). Br. Z. I, 7 (apab. 



amar). aanh. i>ntler kitranli((u; «èli ImiiA, bnka dl itanrlpjan, >)wir tan ingrAl. 



sapol nipiua r. iemand, wiua wii nn((t'luk 
overkunit) : • panripjan , H. X 1.17 (panupiia. 
panupnan), aaiib. omlrr kariiiiiiapathn; 



aok. onder ridjawiilhi (iljiiruiiinipfidaDg 
rabol). O.: Ivlr apu Inii kunlr niaiiitké, 
lui aKunJiinanitJap abanp: iiEirotial krcaiié 
luq^^ (]>.: Iwir apn litmni|ia iiiiinjrkï', luii 
IWaIr lan MsumJiLniiniiJiip iihiini; neJuihul lu., 
ktfarddjmiiva nit.}. v. c. vloek, ilie L'inA in 

t geb«el V. ficdiiante ili'tnl vpraiidereii. Sdt». 
büjiinila k£na babon'h ilu sapCrli 
kaqü dSt^an kapur lalu si-nilmli ptilaiig 
ipfrii ilabalu, Tj. It. 91: vf\. onder kunjU 
tialakïl): itdfth mpa» (jav.). Mal. 317: 
■pon, piirosan: llmuii^ apoii ais oiTf-ratnlc. 
Ik Bali: pfnipipitn. s»».. wailab apnb, 
iUpa (ja*, pajicin. lai;. paogapolan). 

Vinu^, nirllnir sinw kHttiiiilan banrapèiuf 

V^ t, ü'ituind. die nivl f.\npea kaa. Mal. %jG. 
Vitj\. jat. (ook inipi, «r^u\): maipl.v.'l 

Iten. waarvan iniiund droonil: prAKa^ut ndja> 
Uil angtpi, aunh. onder pi|ak: v{(l. t;iiii 
pidfm: n^lpl (kapripènan). droomm (iijnm- 
fCna; ns. ugunipi, Iral. nipi en (pi. nftailj. 
■apl, malag, nufi): mongipipl. W. Z. U, 
i (ojupna, niaugipi, nnpna: vgl. jav. W. 
79): «kCpl. Br. Z. SI. IS; Ipjan, B. Z. 40.1 
Tiwapaa), éromt: tpèn, nwapn-'i: bal» 
Ipteé kMC kapmni:, r. ienuin<].diel>\i nn^oluk 
ttn bouw nf vrel eta Uhoid, ilic gi'vt'ld n-ordt, 
■9 lirh krijgl. en volgfnn de vrti f,tvn vi-rbaal 
bwlt. Wilt,: Ipjiui alii, bl. 69, alwaar iwk 
lusawapna, wiiarvao 't eent: vm'laling is ^lat 



il., rangila Ipèn (üpènf, zwilal '( de rijke 
aitduwe in Ic{;l-iinI. van r. r^put xoti bi'li'fkeneu). 
eigvnn. urn 'I nchijnl t. e. rmiin', die *l op* 
zirül Itevft uver wn Inslbof, in ik Adjarwali. 

111., verf. V. panjra (panyi?). 

nL)\, dhiu lurrpmisuniH niaualtnini, Itl. 

60; ipn (T. Z. I. Ii7. èpub). W. Z. 18. 9 
(këpwan, iliuk), Br. Z. 50, 5; B. Z. 44, 5. 
Z. 12, 5 (ibuk). Z. 52. 5. Z. S4. 2; inèpH, It. 4 Z. 
1, 61 (salcgséj^an, küpwan, ibuk. vj;}. 
jav.}: nièpu kapé^n, SnI. Z. 7, 4 (kanifi- 
mSgaa kèpvran), B. Z. O, 1 (kèwéban. 
kaibukan. kèltukiin): It. 2 Z. i, 8 (sa* 
ISgsiïgan, kap£gan): all luèpii, setr bezorgd 
over de w|]ie, boe over de zoe Ie kmnen, 
It. 14 Z. 2, I (dabaliuc ibuk); huiéaéng; 
ifUf Lamb. Z. 3. I (aupgsal kanipégan): 
prihatin irnptpuh, ü. '/.. 12, 4 (sni^sul, 
iliuk gCsi), kèliuha» (tf-itdjor. kat^tlan); 
kèpwaa, 7.. onder kiw&ran. It. Z3 Z. lö. 2 
(kèniSDgan. kaïnpCgan); kèpwiu hania. /. 
S4, S (kaïiipfigan iddp); kèpnan djiiriité; 
RDffipon, T. Z. S. 46. 

vi'juV ^ ov<le'' >P^'>< Ar. l'r. 77, WU 
16; paripèjan, (I. |>aripaj»nf}. Br. 34. 

pU), s,, vóór .-ca eigenn. um ccn joniieren 
broeder aun Ie duiden, Wh*. S7. vgl. upindra 
ea upakitjaka. 

^^\ 1., anplM'- leederlijk voor iels sury 
drogen; t. oodvr lolattu. 



Cii\ en vt\ 



SOS 



«*^ en tm^ 



n., nanb. onder wdda. 

wiu\, apian, v. kiiulfrea 't lijf me( paitl- 
i 
jes baiekl hebben, d\e reel o/> majelen gelijiieit: 

vgt. ttolSdiin. 



mapur: mal. niCugapiir. men. matigapur): 
nupuh, •asaniui): z. lapuk; 

3*, £. Mtder kalijapuh; apwitn, ei^nia 
r. e. otider Gjanjar sorteerend dbtricl, dal 
7Vl'^u\ en épèn; èpèn (b.: isin) dè«ft,jin 188i zich btj Itai^li voegde ca ie aaalei- 

ilin^ werd v, e. b«vigen Klrijd lusscben lieiJt, 
alalen. 



II <^ Dg lal) il.; inaii sul vpintia, uil' bxdaq 
akn djml, Tj)i.: èpèn biité. z. onder Iialé- 
•lUl'li/ï\ I.. wil lijnttaati mei Teel kalk. 

arhü^'e slol ce op en zeer ijl; kasal ipo in 
Gj.; pDilli fpo, vgl. hiatjn. 

IL, z. oiider toogko, bérépu. 

lUu^V *■ {^P*!»). Sul. Z. 73, l; Miig: 
iHHkurndhiDinir ipab, Bb. 61 (verl. t. apa lé 
rudüira uggalab, inanr 'l origin. Upas 
lé swèda xaiiibha wüb): t. apahpali, 
pailtjanialiél'büla i-ii oiHler Irajodafa. 

mu9^ I., ialakan en naasi uijs: Apah 
(b. «laniak] kas.ar pratu»daiii (vg). mal. 
ha in par. huip. apaj. ^ihapmalje): it^apaliin, 
n a I a k i D. 

II., hiipabapah, z. onder liapa*. 

III.. litn;., buü. 

l/iu^\. réniuk wiisapili. v. «.'.deur, waantp 

mcl eea lu gelieukl wordt: Dd. 25, o. 

m'j^\. san., (vgl. viuy), h. V. paniur 

(la^. en inagind. apog, ükk. apur, mal. 
kapur, bal. iiupuran, heltl, eigeiill. het ie 
heitalkeMe. alf. . waarvan ei-n longral. 'I Tmi- 
sawangscb, w ia pi. v. p verlouiil, awucli, 
lamp. apiij fii bapul. vgl- onder ipab en 
klipés); talii apnli, Af wilUt drek r. kip- 
pen bij lefcere zivklv, ook v. gewonde klr>p> 
banen; 

i',^ 't tcilfe rwifvim v. e. wond (sunJ. b u- 



uiy^^. swager, xrhoonbroeder of .«rtrl 
(ipi-n. sas. rn mal. ipar. lag. bipag. 
ipag, alf. iwag: vgl. undcr apub). 

ï;iu^\. z. onder tnu^ 

uiun ofèpub; ngipah, op mw 
ncn steen oT een sluk boul b. v. tiHs WtJipB, ' 
niel opeen sangian (inangipuh inaq(iri^:| 
V. e. Imas rundbeest zijne horens ah 'l »-are<'j|- 
pen: maiigripoli tanduk, •ugasa(h) sn^sul. 
toet de borcns den grond optvtrken V. Iwlkb | 
en runderen (i. ngarad. (^lidu, iiggubir]: 
ipuhanga dl baia fifité, •inaïabnïa., 

i-^'-J^\, jav., loon vooral voor liaMdeiiarb 
ap«ili en paiijnipah. ■gartdjaran: iirnpali 
iemand Iooh geven: mapaliaai:, pnpabaiit, I 
legett beJalint/ c. loon laten maken of AeMnj 
doen: iiiopnbang: lOërnb kopi: pakollb piapi- 
pah. «phaia gaitdjarao, Sin Z. 22, I.. 

n*-i^^, uopth wlbwa luajiuix ri hatlalBr 
iHDlat, Sum. '£. 60. 4; oiopili, aaub. onJrfj 
wutigkuilu (luaiigapul): waplbé baliiJiii 
apwa oni iiiijnc wenkbrauwen te J Br. Z. iSj 
U (in^naliaug, luauiabaju, naptapai 
ninpiliDpili aliït Ukè], W. Z. SS, 13 (tuaha)B.j 
itgaljupaug); iiM^npibtplh, Sul. Z. ki. 
(aiaiuasibiuj. 



Sx\ en u*\ 

\Jiö^\, J9v.. hel np leder gelljkendi^ hulsel 
n den eoft e. d. hiadtleel v.d. ptnanf^fmil. 
; Bas. upit]V. bédogr nplh, rra a-nniV/ kr«m v. 
arug(lanip. bui^kuti lakung): tiiubn uplli, 
w a tl u k : i. omler I S k u en s a ni b tl k : 
adam^l ptfjiiiir nplli. 0.; iipili', T. Z. 5. 
i, *en watervogel; hnpili*an, (Bjw., soorl 
eiëngkèk'), onder de vcif^els t. waarde (IS)* 
1 sleten waarvan ceite Imele (40.000) is 
;lge*lrld, Dp. 19. (volgi-ns Vriesman Is 
pi'»n de iiarra ntiperciliatia of gallinnla 
uprrcillaris of di- zoogi*i)aainde chirurgijn. 
gl ia».). 

•^UTU^, 1. jpu II. 

"IW^u^y roorkomené jfgcns giislen, ieder 
anfiprekende , roet iedereen praalje makende, 
|l. adjir. 
uiLfuv\, (upajaf), verii. v. apahaf; 

hl, iemand belagen. Ar. 13 b. 
nuuiu^, ».. z. aanh. onder si. 

]uu| 'Si \ , ril]copalir«tii, W. Z. 6. 1 (bja- 
■ ka fir^iin. maAduwa? tan ingu* 
Dran, dwapara rarjanang). x. rüga. 
num«\. ».. Br. Z. 6t. 21 (upadra- 
a. Tgl. upala). R. 20 Z. 4. 10: kopthala, 
l(. S6 (hiti.): «édJnJA liadJI. Ift kArJJa JaüJ- 
lB|«nDr)i. prasiddliA Ja drélija sang: hjani^ 
pariiniilinikè . Iüii tulusa pwa dé 
nuiiii;wara, awtks la Jauparawé kopahal» 
kuUwargga, Utl. 34 (vertaling v. inAhè- 
raraai idam salraiuasaibAptati) 
tan dahil). 

i/r>iu\. *.. Gh. Z. 39, 19. Z. 41. 6; 



^ujii/njü> 



9A\ en ui\ 

fimrapahftsa, aanh. onder wiparJla, lul. 59. 
(ter); i. npahAita. 

' nuunuv».. Wir. 42. S6. Bh. 41; ttb« 
krodbAhmflpah&sa, Hd. 9S. 

nuioutji]^. lan h^phfpën afaliusAAApan 
uhér' 1 laka palangklslng kale, Suri. Z. 
125, 3, Z. 109, 4. 

fijiL*<ju<5i^, abarufta: z. apah en 
apAuipati. 

Sjtui£]cn ipan, wa»!. B. Z. S.7. Z. 33. 11, 
Z.47. n.Z.106.2(dèning): Sm. Z I2.5;f»ptn 
kul«nt, B.Z.13.4 (dèning pCtëng, aninké 
kablat pëtiïng): Apa» anltja iklns linrip, 
tut. 4 (vert.v. anilvani khalu djiwiiam)., 
Tgl. onde-r apa (vgl. aund. en jar.): In|r 
katökana, hw sou 't gelukken ieta tut stand 
Ie brengen, xooak de dichters '1 mebenf (ndi 
kapan lo kasiddban): ring ap«o, z. onder 

t-niijK|V jav. êoipénf; ntawl J*w anci- 
iahi maririki, apfiiièn dèn kadi kai« kit», 
pljarab^, Tjl. 201. 

L.TUiQ|^, ingeimeerd met horèh t». v. v. 
't lljr (i. lisah): lêngls apon, t. baar<di«: 
Biapan, ingesmrerd v. e. kranki; plaal«; nga- 
puoin. be4mrreit'met: apnnin aptuua of k«dl 
apnniu puuikl, alinCngan djuga ja; nga- 
pnnaur. tetn optmeren, bijv. oüc, op 't baar. 

ui('yuiQ\L, Biw.. cflnsaw.'; i. otiderapi; 
apkm*, otjoian. 

II., nas malpin. •oias inapi; igiiptuiB. 
betweren een voor dood geboudetu- t. e. bal jan, 
tersorgea een kat(vgl. mëtfip^lin); ngapènlu, 



Si\ en vt\ 



««\ en vt\ 



gaai T. zilver smvtrm (2. o«dcr api); iiga*il« brengen: npfn^tna, nni icmani in 'tkvn' 



pèn*ln, een toornige or wocstdlng Irachttn Ie 
dom bedaren. 

uiuioj^. i en panf, een aanspreek woord, 
wanrvan At beleek. nte( bekend is, ook tot 
vrouwen: \$iA té wora^ apa ipanf; tot iemand 
V. bouge kaste en tot een vorst ipan dèwa, Pam. 
b. 54; ook ipËn, ïiiggih tilyang ipën 
dèwa, adjin ida ünlang üèdih tot eene 
princes, Bi. 

uiuiÉi|^, X. onder (pan. 

uiutQJ^, z. aaiili. oiider blaoak en 
ipil II. 

Auftjiy I., jav. (•*;»^Bl^). b. V. ija 

(ook als leirst. vmvr.; niet alteen, moals in 't 
jav., ab suffix) en van ut II.: •anakipan, 
B. 7.. 100, 7 (panakipun): Sm. Z. It, 4; 
sadènipnn, ü. 7.. 100, 7 (sanluknnipiin). 

IL, z. ioipun. 

urou»] I., jav. (ip*. vgl. dn »Iol n van 
itwargan, kanin, pradnjan en IjÜrniiii, 
zou in Kawi IpA moeten xfjn: over de « in 
pi. T. 8. vroegere a, z. T«b, Spr. § 19), vrn. = 
ipah; Ipèn saktiv swami, «dèwa, «dèwara. 

II., I. onder ipj. 

UI-, ran*da ipèn. i>ign. v. c. vrouw, die 
de luin bewaakte v. Ki^lans wara, Aw.. later 
rangda rèpol gonoemd. 

uiuigJ^, n^plii, op i*tt blasm{hm. afi), 

hetpelen een blaaunstninieiit b. v. een suitgu, 
R. 15 Z. 5, 1; apin ida, • dtn£mwantr«: 
iicnpinin, op iets bla:e», op de beele rijst li. 
V.; ientand in oor en neus blasen om hem bij 



lerug Ie brengen, vgl. iigéngkahio. 
■^Lfi-^U»,, t. onder épé. 

numLuaj^, tan op£n, z. onder hop. 

$;Av-^x^^, $., z. onder paAtjalidju. 

cSjrav^V "■- '■ nndcr pékïn, 

Si'ju-^\, mas. R. 17 Z. 6. 8; «*o««, 
Adtp. 6S (vgl. jav. pini): uis ipèdl, R- Ifi. 
Z. 1.4 (maa wajah, raas tuwa, ma» raiai) 

nuRUi^, 8. (upanidbi): Iwir 
Diu? nmliniang, llmu kwihitja, kè«#«l 
na dé itaii:: pra^wlwaka, twtrnja, Inpia- 
pana, jogawlkrya (wikraja). Jogadlna, )*■ 
gapratigraha , niianldbi.. Jogaorapana, i(i 
dril^wja kinonakén uitaninir ukini vékaM 
gjnanïguhnya pawénèh Irija .Jnjrawlklflif 
nga, drëné kinon^kèn dwxlAn djiiiing lia 
wckiisan sinHHïjrnbnja piiuèwèb irija„j>||i 
dAna (jog Jidb a ni a n a), drèwé palnvMj 
wknsan sdnanggnhnya pavrènéb frfja ..Jof*- 
prallgi-aha, Bga. dr«wé patmiawa, nlüHS 
sinann-gulinya npafaan., apanidltl, nga, dfiié 
kentitfln. ukA>;aii sinan^gnbiiya pawtvJk 
irijn, ika la kabéh sant kinllalan drèwé anii- 
knna. -konakèna Ja nalnjakêna Hka f»M. 
makllala dé sang pni^rwlnaka, dbarmt «>nr 
wAli^Hk»Blra, Silj. (vgl. Uan. Vlll 16S), T|l 
onder a w i bli & w j a. 

r^'jui R ^, $,, % ondiT wisAu, II. '1.19, 
27 (padmanahha), U. Z. 40, l:aank.oi 
hèhajlng^.è^wara; «kriSAa, U. Z. IS. t 
hnpèndnt, m. c, Hvr. Z. 6, I ; upèiidnibadjrt 
vcrsm., vcr^chill v. d. indrabadjra daarii 



dal ile Krste le(t«r^ep knrl U: vgl. onder 
■ U|iadjal{. 

p'jo g^p^. wcral nii'l bemrgd, knlon 
lahnlnc wntêk hèhajii, ftpu tump r^xl rftraa- 
bliüriniwa n|ièiidrAn^i,'Arl(,-akr jènicniiiu , Ja- 
dyan \tardjtinn ftilüTRli&hnn umliljll bjHktik 

(k)«Uh ilèulm, Itm. 7.. 59. 13. 

r^ï-TDcimj. s. (noin. v. u|)&nab], >. 

larumpab. 

tnuipniw^. «.. t. )?. huis. Uu. 33. Wir. 

M. ft»nh. iitidi'r jiraniAfi»: f nHiuiianyAsR , 

Uu. 1S8: kopkin)i««ii, tut. i. 

«•., t. UU. 9. 

r^uuiK^^. s.. ikune Niniiltliiiirinitiiii kaïon 

■|i«i01iunna (lidi«. u|tuitiarana) iwaranya, 
Sdj.. vgl. ook aaiili. onder ba bal II. 

n-^u ueM»^ , a., (aupaljtjhanda* 
■ ika). albier nnbekendv iH-nam. v. van venm. 
imrkoiiiendr in de R., 5 Z. l ; 10 7.. 'i ea S; 
II Z. I: i^L naililija. 

CiUAnr^, UN/diV fighling, Br. /. 46, 6 
(lao maonl krama). 13 (lan p«iiul kt.); 
t Z. KI, 5 (pamalèt;!)'. Jnpwan bunu ka- 
vulaaliir '^Hnir krëla, Mnufiiipratisiinfniiaiilra 



lilnurip méMr hlamip makaliilrnna tapara 

(b.: sampura^ luiinit pmhhO ilbAnA (itani) 
dniida likanit darilJAra, tjatnr Katapaiiii, w>- 
lanfè«n (Iwii). }%6:iaa\n\^ir», sirh^emveH 
gntmiftn, \\ 9 Z. t.9 (lan wrïttg latnpah, 
■JuIkiI rUHiib}: aiig:iipa(ji>niHl nutifké (I.: 
aiigupaljarani f). d« ttrbrondiitg v. 't /(fA 
V. e. slaaf, die, geleend, bij den k-ener vmder 
Kcliiild gedood wordt, brkotlif/m, Wtb. 

p'-iAr>y^^, s.. nanh. onder i6p«i: nldCr 

apadilra, W. /. 39. lO (kaiUhin u.): 

s. pafltjopaljara: i' (U1UMir\), r^ksm- 

9 

titfula fvgl. jav. eo ma).), «raljana (vgl. 
nipaljara): •lopatjitni B. 7.. 75, I (da* 
hat pranumjii. saha praraaan: bêrdirl 
in£mb£ri upaljara, TJ. b. 73,P. s. telkens), 
van '( g«cn vdór een voornaam pen«on wordl 
gedragen, T. Z. t, 36 (Kiadpakara). ald. 
40 (lék.ining upaljara): mimljara, It. U. 
Z. 10,50 (upaljara. ilèn*): bwal .«lapatjAra 
mahalép B Z. 10. 8 (balé né b«tjik saO' 
pakara, paiigupakara dahal bfitjik: 
I. onder sangkf'p); oinn|tatJi\ra prIJanAkJa 
V. die vrede wil stuitni, L'd. 96: InupHdan, 



kaïiinff, dHtkU^i'i^i''»))** anibiMfrHfldniir iniu- T. Z. &. Il6 (inupalj ira): iiinpaljarènff 



rafnl unrédJio^djiMnialahakêo >HlHiriHir np*- 
tjkn (sakwèbing kad uratjaran) dAHiii. 
kram, dnsta liipt. ^kaïjonih (iva), aiHiaJI 
komaf puriwara kr^tla iiiaiwkann hiliininikna 
éènlng bbiidJHiixiranint kiil)fh, hiniaiurjan tuo 
kawioanr dènin^ngbilaiviikén, «nalakoa r) 
■ant pnbhA tang duriUJari^ Ka»r prablitl 
aiatifbllanraknii ntakadon (s aiputtnya ki- 
aio^ Japwiui aloraslk tlkiuig dar&tjintniinia 



>aHiiin, /.. 1,4 (karér^ngganin sa rvra 
puspa. kaapaljirain ban s. bunga):2.ook 
onder apaljira oo aanh. onder linlab. 

'jTijur^\ I.. warAna. Lamb. Z. 9t, I, 
Z. 16, 4. ■rnIjaAa. «patjira, apatjitra: 
NOpatjIra •|>»lj»rft: ■iBapatJIm. hJniipaljara: 
kaOpaUiraiu banMirwabiiiira, •inupaljaréi^ 
ganlua. 

U.) 2. oader Ijira. 



tt»\ en ui^ 



312 



SA\ en Vi\ 



puwri'™!^, g., ï. din-opnljaraft a 

en gurdpa^nraAa. 
e-, 
rjuMin^, s., eigenn. v. e. Korawa, 

Br. Z. IS, 34. 

lAu^. biJTorra v. apah?. 

uinu-j^.Bjw., slapheenig, 'I geen 't gcïolg 
zou zijn V. 't drinken van te veel klappenva- 
ter, Tgl. ofliler gëmpor. 

viO^, I. ond«r ipah. 



SjuSlUHB^^S.. Sul. Z. 111, U (o 
liinilirali]. R. 40 Z. 9. l». Wir. 67, 
56. 1 (paripiirnu) en 16 (nianlfan. 
los. matwas), 7. 46, 1. eigenn. f. Ü. 
15 (sang pratliiata): inapratihatiHd 
Z. 30, 1 (malüniu). 

Sjiwi^ nxr\, »., aanfa. onder pAl 
d a n I a ? , waar bet woord onti in pi. v. | 
pratisftre Van xijn. 



nuv oplr', W. Z. 6.9 (aoipag»): Wir. «U ji^wir^ w^s^ a. aprali en 



37; tan kiiènnpimplr, • k usak niiikan. 

6jiuyi\, a., ring udyjina ngkftn rjjnpiira 
rnmalihttijtng: pArlctlftiAtl^obha, R. 7 Z. 15, 
1 (Terl. onzin). 

iXAU)n\. niranlarnnlra umikpAra fsir.) ika- 

nangral linaksanira, 0. II. 3, a.: vgl. ampura. 

uiu\, sas., snorl geesten die Indra Djaja 

helpen, hem vervoeren b. v., misschien \z^y£, 

maar ook i^J met 't bal. i er voor (vgl. sund.) 



SaUTOUl>, z. oniler tabëh. 

wnJ-^iw^V N 't lo«pa8«n v.'l levend- 
makend middel. W. Ast. 40, 38. 

pr^AJIghall. 

rjuïlMri^, s., %. baaüparitjara. 

uiuK3i|\, dampal, vgl- saprak. 

«iuwt'^v *■■ ^- ^ ^ ^' '■ 
rju7is\, a.. t. onder sArjja. 

lsau»el^]^, «. R- 20 Z. 9, 7. M Z. 4, 

8; vgl. akampja. 

aauïl«ui\. B. Z. 41. 11 (lawawa, 

tan kSna inuljap, kataö'na iig). vgl. pa- 
ri tahA. 



rak&a*); miiitft ^b.; minlang) pratyari 
B. Z. 49. 19 (pil put almaraksan 
léwih makatmaraksa). 

uiu->v\, Ws. 19 h., (asparfaf). 

€iuTOW\, 8., kSdik. 

J «•■ 

Si.UJ\>\. s. Sm. Z. as, 3 fkabh in 
B Z. SO. 6: Sm. Z. 30, S. W. Z 37. 
gatiaAk): ook apürbwi). R. II /. 
waKlwapArwa. z. onder namlthawa. 

&njy-5rJ'S»\. 8.. de bier onliekcHd 
van een versm.. Wrs. Slr. '4. t. e. K 

Bb. 70. 

6i u n \ , s. , aanb. oiidcr u I è ti a 



S»' 



u'sn-^'^. Sul. Z. UB, 7 (tanf 

laogan; lijada ll!pi:rfnatiai bar 
SJUjCO»^, 8, tan pal^h* (z. n 

lanpaUhpaUha, pe(iig]pi>ngfia 
hurip aAdhananing magawaja 
samAdhi. bajwa ItinèUmheiem 
jakëna tèkaug sAdliuna.\Vrii.(i!. da 
aau)iê«\, «.. B. Z. 49,5 (tai 
diügan), Br. Z. IS, Il (lïwilijÉ 
nandingin), W. Z. 18, I. 



A 



«»\ en ut\ 



313 



9Jl\ en vt\ 



ao^owv 8., H. Z. 94, 5 (linpawi- 
bb): Z. 99, 4 (tan kna wilaug), 'l. 
S (lan kna i i^nnf n). Z. 8. 6 (I b n 

wioiliug). Sul. Z. 109. ^ (tan Ii«nè. 
iQg). Z. 97. 4 (l»r kini wilaug. 
[wèb); ^1. pranièja. 
3'-'V'E> ■ l'inpiir^iirirèiiïiatar, V. *i(jev«(i 

kris. Mat. Tr. (balrapan euias); ina- 

mg* ritiy titmif^' ^- z. s. io (pat%* 

[ga tl i rij a anluk was pa. i m bii li i nja 
R Mi^, riiiauijan riiig laiigia, matlu- 
• D liitg); Inupiiréiirxfmr laofh, R. L Z. 
14 [karfrüiiiii anluk ling); l(o|ikiréM)cra. 
'.. .15. 1 (biriusaDaii. kaliin^aratig] : 

Lrtnrraii, •riiialjaoa, z. r«iigKa. 
AU)al\ en Siva]^ I.. i^pak*, van ie* 

hI, die onlerreden of hoot 'm: braneli nfii- 
apak. aaiib. oi.iJi-r sruti: I rakHM 
ilnrkiti iiiriip)ikA|»«k nafc'b idaQp saiiiliil 
■rpi'' tomara, Kid. Ailtp. Z. I. 77: nra- 
■piik dl rijaraté. «miirkha: ni;\rjjdiv 
f krndha niirJJiitninipakuiiiEMiiHiia ring 
r roahlpHiiJita, Sul. 5j, 7 (drnwakanè 
Kt ring), aanh. m\Acr pfipéh. 
I.. z. oddpr :inipak. 
n6ia|^, jsv. (ngas, >S;ji>^ia|^), vun- 

w. e. viscb, • iiiaba ri ng, •malialé, v. 
•niuiten. R. S4 Z. 16. 1 (mangsil), 
V. taltak die lc lang grli^^gcn beeft, vgl. 
i. onder waiigitr, v.gclwk. dal nïel verach 
r is nf waarvan 'I mtp\ dÏpI goed tnncr U; 
t fawanitic nonrvudra umlinni- apék uba> 
I v. verbrande lijken, fr. Kid. Adip.; apök 
I Hagit, «durgandha asamis. 




uiunj^, jar., tmdelijk, mivwgesti, nel: 
ntapikln, uautcgezel mei iels Ie werk gtmi; in 
Bjw. tnélah. i^n uuiie apikan. njlnjlg. 

ui'JUS^\, bafidjnr halanrir ba.«iKik géllK 
maiidiii kaxfrangr aprii puja.san, Tjp.; pntrl 
no bitndjar baraprq, pai^ranfiro sarw» alns, 
ald. 

tJi'ju'-i^\, z onder empok. 

i9i'jii^\ I.. t. ^pak I. «n oiider lulurf. 

• II., JBv,. anripaklpak, kabbeten. j}o/r«i, 
klolten V. r. blwdipe, Br. Z. 44. 10 (pasaiig, 
nialjah>, niangliSk: jav. verl. lémbak*), 

n V 90^ ^ . norana wwaiig; Ipik* amaraii- 
^ana, niemand ttackl er aan dt ritgeli mei 
lijm eni. te vangen. T. Z. 3. 28; anglplk*, 
ïii hinjertaag sija. op den Iser liggm, R. 4 Z. 
I. 9 (ngrampakrampak. ngoajluail, 
igai^kala): anrlplk' aw«di, B. Z. 38. SO 
küfiug' di'ning lakutnya. djrib manang- 
kil). Wtr. 7: pnkpiik paks^nirupèksAivtplh- 
Ipik i pidjër lamtkwak kupa', R. i\ Z. 
i% IS (ingknkénKkok luabiidi nga> 
wruhin nmnggfl raruljlan ngatong- 
kul&ng i krfikwak ring i k^pu^ i 
Ijalgpiik idépnjan^ darmaln pagöli 
pada Iwara ka«angkala IfikaniDg lak- 
lak apukab). (vgl. Jav. f). 

uiufuj^, Ipaq*. X. omW knlik^ 

Öiu9a|^. «t-iuial^, .anièr, (vgL upiik; 

)av. nok imak); ansipok. nangivrv'. Ar. Pr. 
S4. &6. Mal. !), 20: uuntriliak Jadjnja. B. /. I, 
SO (nianfEwangtiii piidja): aivripiik imbèking 
Oafsli Z. t, 39 (mamulul id«p parané, 



«i\ en wi\ 



M4 



«A^ en in\ 



ma lij ukan in i. Inkané); tt^fpnk. een vrmiw 
lief loesprekes, httvijm. aanh. onder t] o n il o ng; 
tan Inipitk, uaiili. onilcr prajisa (verl. v. 
anupta: vgl. suntl.): loilninilnc kanuftwliljl 
Inlpnk ngruni, Itil. 47 (verl. v. jal fcsrnia wï- 
djnm wapaté); (njipnk v. «, vergramde, Ar. 
Pr. Z. SO. «: iiffipak', Was. Z. i. 67; 
fnripnk llfillft, Mal. 106, 344: paniriimk. 
'/ zotle tvoorden spreken lol ïijnc vrouw. v<»or 
men gaal Klrijdeii, zon t. Salja. It. Lawé 
en (](-ii Tuml v. Las^m. 

uiuai^, ng-lpok. sas-, oalhalm gaxlcn 
enz.; baftdjimiK ba.snkiiii bat-, iljëlo iiialéni 
laii sasQt. sliina ii;^i|iiik tu hé\ét\ b^riq. Dlij. 
Z. I. 10. 

uius2\ I. . SOS., npah; bampaiiaiijr, 

iniïfipahang. 

II., npai)*. z. onder r&rébu. 
uiu>i^ \, z. onder kupak. 

nw kÏ1\. opik (vgl. '^urïuis!I|^).B Z 8ï, 
2 (oDgkÜb). V. 't gemoed, hali. R. 10 Z. 
9, 30 (s«kKék). 21. 7 Z. 5, 18 (ibuk). SI 
Z. 4. 1 (bëlbëUn). S4 Z. 12, 9 (b. ibuk): 
upêk piiidani ponialiait>a, Sm. Z. 21, S (tju. 
pek sikut kara ngnjané); ha|n'opêk ma- 
ngèii'. R. 10 Z. 4. 6 (da ibuk maograsa): 
mopèk hatnbtkl saoï inirèvnara liitan bant 
ri siraiiK upAJanxèuaka, llrh. Z. 3, 13. 

uius2^, z. onder uplh. 

n<->KÏ|\, naiigDpnk hiiépnira, It. 21 Z. 
1, 6 (manSJ^nfiei). Sm. Z. S, 8, Sm. Z. 164, 
41; mauffupnkiiimk v. d golven; blnnpuk. 
ppuk, aanh onder riiigi, vgL opok. 



uiuK»i\l. (vgl. ipnk). tan wars 

bol annipnk' aiifaras pajndbarikiiiiir. 

Sund. 45 ; anjciitinll*, •aNuninuru. I 

D. 47. liefkoim.', VV. slr. 57, Ws. 19, i 

U.. nianpok. icali: maiipiik RE:alfh 

•^uiu»]^. aanh. onder tulur. M 

lUi'jKi]^ of ipak, V. lakken t'w/M« 

en tpreidtnée. vitelileng ijr&eiaile v. e. I 

baii^hi (vgl. mal. rampak); kaïU I 

diiranè tniinipahhi apanr xtg^U ja m 

Jèn twiira lungg-ubtn Ipiin twah èndèp 

Ja mabiiuiih, Sw^. Z. 1, 90. f 

oufiuwj^, èpik' z. onder tanga 

kèkèpèk. ^U 

'jyny(^\. z. onder opak I. ^ 

•iL,i-uwA I., jav,. leker wil flefca 
rijftmeel als paDockoek en v. binnen g 
djaka (sas., djadja rénggi opak'. Dl 
8. 13: opaq» en opak»?): «pak aij 
onder augin. 

U.. iipopak, grofferilan uguwèl. mopj 
lifh xao uitlaten, dal er onwil uil Mijbl 
ngrengkëug). «Was. Z. 3. SI: Inp 
veitnatiflf. Mal. 115 [of ingupak?. 
kupak): nsropakaog, i^owèlaog. 

in., opak', sm , kik£pwakan. 

IV., X. onder bandabaja. 

'jt/riuwi|\, (i. onder upék). h. v. oi| 

• hJ'nek. ■bujaug, *( benauwd hebben: • 
opék kahjuii ida, «apui^k manahn 
kopëka», »wégig, (?), «kaheueuga^ 

o««k. 

•j ur; T uo «j ^ , vgl. «upuk; i 



I 



9i.\ en ui^ 



SIS 



«i\ en ui\ 



■rd hetproeitH met de hand nf ran kun «nz-lw^wèhin i wargi. pamahajuné biflnga 
lamlani anluk jèh), de maielen; n^po- lirajnnjaiié}: «lopakiirH, «opaljura; sanpa- 



, dapelijks gehruiken ol aanhebbai een 
ülinjistiik : nfapaklii, shr.. ngnfl tjèngin: 
:L UinbèK. lièrsèrin. 
puêAJKïij, s., aan 't hof Ic WirAJa, 

iDgerv browlpr r.Kiljaka (jav. rupakèBlja). 
SJ.%jiiem\, s,i. lihaugffApak^ra: bjikta 

naaa tèkl «atiTiipukAidir (alk- liti. iipa"^ 
aml. Eci ilv tlail lal xijn vrouw, haar ge- 
nat&iellonile, too zij cierrn vrMe leggen op *l 
trand. T. b. 7.. 4. lOS fT.a./. 5, SO: tigakii 
ara kt in), Swrg. 7. 
puienn^, «..O. Z. B2, S fpanambrama, 

r)(L alhier): .iipabhoga, «prakSra, w^rk' 
tmgtH Ier vanging v. wible dieren, R. Z. S, 5 
(«apaniskara n), aanh. onder wisaja en 
, R. '/.. 1, » (paniral^ka), 6 Z. 3, 5; 



Z. 2. II : Wir. ïfi. Adip. ÏO. Adig 11, 



r 

IWtk. art. 27, aanh. onder kalis •niwëdya, 
• upa bh o ga, «prat yt><ka, «pi^djA; slrasanif 
■w(h sndAna rl sinng- dhaiiAdhIpn pasunsiiya 
lisphalanlkM, Ikananir buwitx wari'r Nuricunn 
k1iadjHnilll(aJa nispbrtlïiiija marika. kadi 
haian lap Ktmadra papudani a alKphahi hllaiif 



kara aaml, saha widbiaam&hila; laal 
sanpakara, ■sSkiil niwêdya: dèna sanpa* 
kara, dèwapatjarana, «sadji; tnatiffupakara, 
H-eidMmf, Kati). 10; anfnpakarH, iemand 
bmtldad^en , T. b., Z. 4, 57; angnpakitni, 
aanh. omler lawC: Ika saplntakaslhié karoi, 
Inir wiphala ^tln.va, labuni w^nunc tinioiua- 
kèa Ja, kadi iiiutui ueüni tasAn (.'), lias kri'ta* 
pralaja dé san^ korasa, Iniipakikrènjr sat- 
wvinliaratnAdl, kaoiing- jan hniiii knknn^a 
lèD asanfkérlktni: nuiakrlja, Ji^iï la kami 
tak aiëntiia IrlkA, Mi. 43 (verl. v. ataa 
twAï^ kliwiiwadwdkjaiu brawïai ('l orU 
gin brawiini) wrSlo, in 'l origin.. bier, 
1613, maar alhier baddbo' smjarlht'.iia 
kaurawjair juddbJtd anyat kim iljijhasi; 
vi;l. oiukr w i bb a vr opa k a r a fi a) : nihaii ki- 
liiliDln^ nilu lobh», nadvanju laii IniipakAra, 
wètiiiiig- Inniëwlbakén ^arlraayai tan han» 
wadwaaya plnlslngffib, niwang: tan idiug: 
bhukiinya, (au kadAnan dènya. donièhnja 
tan aiic^pranfa, Kam. b. : inupakara. -pi- 
n 11 <lj A ; iiinpakiVra pinAdJa saha pidyftdi 



laajnnya mapahft, Ikang: iipnkira karrliil mangx*'*- l'i'- 38; Inupakara. ■pinaripoaila, 
limn prajoita pada nisplialilijwa lulAdéH,! aanh. onil»r pandak: Inupakara. B. Z. I, IS 
i. 7.. 6. 1 (unduk: zeer vrije verl. v. Iiid.i (pralëkana, wèwchin. sakiltn; tan upaka- 



|S7I4): apaklritnukaué narèfwara, R. Z. 

t,l (pamahajuni iinginakin i dèwa, 

iiuhramaaé ni kaAlur ing t dèwa. 

^anarobrainané ng^nakin sang aiblha); 

kpakara paxdniïiinin^ kudaniTt ald. (panam- 

^rtna baai^a brajanjanc, sapratèka 



nntm v. <■. weggeloopm slaaf, die inliioiuThrn 
iels vcnliend heefl. en dien de heer de h'rlft 
van het verdiMiile inng ontnemen. Adig. 17; 
panrapakara, gasivrij onthaal . aanh. ondi-r 
aslili: panfnpah^tra, v. Nala'a hrug on>r de 
xce, R. 15 Z. 1, 6 (pagawé); ptlgnpakira. 



• KwapilR, T. weldaden. R. 10 1,. 18. 5 
(pRmralélia), S Z. t. 12 fpailja, pamra- 
(èka). Br. %. 3, S (paKusugnli, pRogupa- 
Kobha. panainju), R. L. Z. I, ISS. Et. 15 
Z. 1,6 (pawangun, pai;atf), joc^irAoyr^etK'nff 
T. e. pitstheer. 2 Z. I, 13. 19 /. 18. S 
(paruralt^ka). «pan^^diVca: pftngriipahani 
ëahat kètjik, «Iiwal sopHtjara ih a- 
haUp. 

5*, z. apRkilrii; niiahara. «i/ *( ^n vrnr 
'I ngahèn hmoodi^d h: tUynng praja wènttn 
karja, niamb^Janln iipakiini ds tJuniAdiiii^, 
Rnjilil.: nrnpakara. de (entten rwtr ron kitul 
vieren als nffotnoin, nÈlu bulanin em. 

rjuwon^, B,, X. opakilriké. 

Sjiuicjr'^^. t., r\M wonjr titukar, rlii^ 
pai^irii^riniran, nriinlH^b rlii»: panflurtig'nn. 
Jan annliiiizi tiiiiiliinjrHii , jan noiiï arèrèn- 
tjanj:. kailmkilfliiibnana, ktmtiina kallli panti* 
iwan, jan hHflIii kflüljAtaiia (!), jan kasaplh 
tan haiiii ninri, dHiiiia 34,SOO. Jan tan kJina 
Bliaplh alwaiv mati knnan?. wailii dniidanva, 
saknlniranlnif wani^ atiikar, Jan kiiinwrahaii 
halanya, utaw) apakiiniiïit. uikwèblngr liadda 
irumnluHit:» niurinir kanfr apiikaruim, Jati pada 
hatan.Ta. tfnan^gangr iIjDg:B kranianya, Sdj. 

nui«an<n\ , g., npaWnran^n? rnr^Aii^gra- 

1^, It.SSZ. 4. 26 («aslküpé nLipraog): liajwa 
djnira (aii prajatna ri saiitrlijanic upabarana 
kftdvanfjt&oinR bhasma, ilalii«'aH<c, traiiltrl, 
{angkfl. anihnlDDKaii. WrI. 2S: tf}. fiwn. 
pakara Aa. 

pu»o/)Gt\, 8., uaasl upakdri. pSküo 

pasik. 



rjyiiEnra^, s., pai^uniantiman. w^ 

wlfl. Utl 120. UU. 71; v^t. npan-Ada. 
pufeïwn^, Br. Z. IK. 1. 



5^ 



j-i 



uiUKaye?!^, upakara. Piin. Br. 

ÖJUWe»^, «., T. Z. 4,Ï4 (durcila). lU. 
26 (lan wring kadliartnoian), Sm. Z. S, S' 
T. Z. 4, 16 (matuariiijaii),' tan palut^}, 
Z. 4, 31 (laiiipah la» rahajii), «at (tuin 
dtn rrgel U v. gpsiipuvclden die wci^r levMi. H« 
Z. 4S. 2; tatiiiasabar bhat&ni wlrnurrwaat. 
Apaii apakniiiiA KArJJa narirjja, iilia kant 
niAli iiiiiwab [mi'lpAriiiia, Z. 44. 4; dosanji- 
pakrainu bunirosH T. Z. 3, 70, 73; inara- 
kraoiAB, onrecAlfaardig beJiatiddd, Z. 4, S6 
(k a b r a Dg t i iii n). 

iW>%J TSiaf.^ , fi.. (spèkSft), nwltltn Of 

ii-iuand's bevel ot zich er aan sloren. Adip. 14, 

85, Bb. 80; tanpaitffap^ksa paA&ti jimpt 

irjttinna v. div Ie voel en ronder gevolg ipM, 

Bb. SO: Inapj-ksan I manalinira, haar oogehik 

bi-agt sij in verband met e. vroegere eu»d- 

(laad. Wir. 19. 

r;'jw»Bi4^\. «., (upèksft, s^^tiid, 'tepitis 
'S ' 
letten), angawruhi iilahing para, astb 

miigawt^ urip,z. ander saplnpS ja; (raw^ 

2t>, hesff. Sul. /. 145, 1 (lampah rahaju). 

aarih. ontlcr niêlrja; rinfr küimn lèn npèkM 

8ira saiif wikn panëniirërira . Nis. Z. S. 8 

(wrub); (vul. nirupèksa), aanh. omhf 

mArdawa, mórkha cii uiualib; tan npèksi 

rl laranvanaknlra, niet tellaide op «f ud 

geilende om hm eige» leed, R. 3 Z. 1. 24 

(uorü ugriugÈai^): pnnika saniar tan bani 



fti\ en ^\ 



S*\ ea ui^ 



Iflkfal, dal is e. vfftwgtm plaals,' nt--i>nn»\. s. (up.U liiüna). BU. 1Ï1, 

«we/ Ari. R. L. Z. I. lU; liUi ri 11.1. 14, i«|. Akhj&iia 
llnr nlaf). • kalrpjan ri pa ri k$a< 
fcruina; tan op(k.sa, niet omterkenum 
pa Tijaptl. R. L. 7.. I, 80, vg). aaiiii. 
ppèkSn: iia:np^k.su, Bjw. )i. t. awèb 
■rf. npikaa en uprikSa: v|[l. lur- 



uiuioW, «Ie kl«ine ruiinlt- aun lieidc zijden 
V. e. slaapplaats v. 't vool-cn bo))MciaU<; door 
een iN-scbol gischeiden. 

uiuuM^. lekei-e kirHlerkwaal. waai-liij di; 
liuiil aaii den hals rood en gebarslen U. bij 



\ miipü h>Uab»hw n*tn «éiltmr sirl. nili- kindrrrn slei'li1:<: dakin walon of Ja- 



Ihihénl wartvanjA ri hilliiniug praiv. 
kn kuii|>fk»a nadwniiya njiikitl, wrtni 
i ri htrinya, Kam. b. 

|<fuRi<4^. writh naasl udani en 
TJI. 

1x3.1^ n^. sj^opèksaka sakanjA JAkas 

'Uanicnll. v. ilal buis. nüaniiAe bij d. 

t, 

: e. Vorst, lier wereld lul beil Ie Kijn, 

I, R. lö Z. 8, 23 (i pradaln maka- 
kfa knwal pisan. kiiOniiigané 

fianya). 
«DO^. s., B. t. 70. 30 (I. aldaar 

a); Wra. 120. vgl. oiider ^inla: 
ift, W. Z. 8, 7 (t^Mpaksania), 

ten 17 (ngaturaug painindali); 
, ttmatseliutdigm . Adip. S8, 93, 

umniiakMimakCn i, t-ert/ifffnit vraggH 
l misdrijf, Adip. 11; man^ipak.^nnia 
Ipasatnu); mAng:opak.sania, ■ inaugu- 
|«ra: i^fupaksaiua, -augakSania, 
j^r kala: augnpaksamiVk^n . ptrbid' 
brn , Br. Z. 49, 2. rergiffetiif vragen vcor, 
; apakiniiiAki'ii rinj^ (Jitta, zie het over 
. aanh. onder tugët; panirupak^ama, 

la. 

ru j ^ , aanh. onder d a k i i n a. 



kin likab «» ook 'I iicKl van kaliaiiswan, 
lijn gewreven, wordt er ter geiieting op ge- 
strooid, Bjw. bëlak. Soerab. bèriu;. 

Wuw^ . aipba privans en pada: ralu slru 
(Ardpada sira rimr rit, R 18 Z. 9. 9 \lar- 
pa la Al) ing). 

«iLOW^. een amlerv dan d. hoofdweg?; 
oianièt apilda, B. Z. 43. 17 (iiora nuriit 
raarga). 

&r)<j(^\, ».. X. oiMler tadjuV 

iKA'^uso^. apeda fninnnya lêmëu. Siu. Z. 
26. 10 [mabotlania wjakti giinanyané). 
tnuMV »■ fnpadbi); Ingapadl, R. L. Z. 
7. 132: linpaili v. e. dier, waarnaar men 
zocht of 't neen men tracht te krijgen , Nip. 
16, t7: z. up^ja. 
-nu'^ECti/i^. upAdlljjlja^ K. 21: kupa- 

Aèjn, B. Z. 7S. 4 (patiit raftK). 
rjtjwrj»\. »., ï. karangbolu. 

rjoto»^, 8., ï. e. geschenk door den' 
broeder der princes aan de pa gelrouwden 
gCKchoiikeit, Kid. Sum. Z. S, 8S (Suni. Z. Ut. 
i: uttaniadAna). 

2", I. onder sarautpada. 

noti-MoS^, aanh. onder tjampt. 




fU\ en V1^ 



«l> «n vt\ 



r)UK|«^. 8., Sm. Z. ïï, 19 (I6mah); 
Sut. Z. 72. 5 (liwat kapalakaii), Wir. 48: 
Wlli. U. ï.1 of M: m. fi: Br. Z. 53, 17: 
Jfin nffoiir lun snl;ènf bravil liJRiiir pura- 
niO|iHclraviii liiii^nni, oni gdfiofii te litiiinen 
worden utgt de l»al>a ilil aan i)e vis^-lH'ii. 
titp hij verschalken wil. T. Z. 3. 1!>: ii|»iidni- 
«Rtihiir dènalit, Kam. k. (vrrl. v. daiwn- 
palialDkal: vaak iipadnrwwa (vgl. pra- 
wa). I. nirupadrawa e» padarwa. 

t\ ijor; anajah uiiarirava, a:inli. oiider 
pijak. 

pu^OïS)^. inii|»\dlilka (in iipailhil ii O 
p«a sira plnarék dé üanir widyildhiini, 
mwaiiff widjAiIliari, v. e. in d. tieinel opt^cno- 
menen. Kam. 49. 

•n\jQ^'Si\. s. (upadhilB?): InnpAdita, 

• h i II u n i iif^a n. • piimhaju. v. e. kind, 
Sm. Z. S8, lU: inupHita. Adip. 37. 

nuniora^, ».. raorf in ongelegenlirid te 

geven. R. 10 Z. 6. 7 (liwal ilharma]: en 
tipadèfi, aanb. onder djina wikraiiia; 
dlumtma^tliitropadi^a, z. aaiili. wtder bèdi 
eii vgl. die omler rakèa: 2*. Irijsmdere godt- 
dieislige gebruikat, xnoals het in den lempet 
vater voor de lijken vragen (Gj.); ansupadèsa 
wour matl, Tr. war. 

nuOKi^\, om 'I rijm in pi. v. upadè^a. 

r^utOAj^, verb. v. upairésia f, gelif- 

itmis. T. Z. I. 31 (pangangdé). 

rjLOWnw^. «. [opi»dhj4ja). WÜ. 38 



1 



: 



coï.. tul. 31: np&dbyitja, voor den naani t, 

kluizenaar; nns pripta sira rinir paupuil 

sanic mahiliiipn, upüdbvAya ^'Iddbiijoci *mtfti 

anAbèr «ira Aiimwnit fr.: daiig npidhfijt. 

0. (1020): Bfbaii Iwira MOf sAdbaklali| 

JoiJa rau Aj^u Atug tunlpadlijaja dènlng: UkL 

dan; Aijjtrjja wréddha iiHiidita. « rëddlia ri *ir 

jab tuvi, danjr ütjürjju prudjujik ^-abdaniU 

(.'), wrab manpudji «Alawiiljrit, mmauir tir- 

kkiiujxkuraiiilidl, Atug AfiivÜ* wèdapira;! 

wruh rin|t*«ir(ta (rjjaiiitira) panrapanicjpiB}! 

riiiff saiif bjuii;tJaturwèiU, nnib riiigr kiisiii- 

dajaii (I. ilbjajan) saiir bjanp ^-nili siartli. 

A»af Att&rjja Kthiti pniuawê dliarniiuas4tflia- 

na, ^akta rl kaffavajanlnr ja(adAnakirlti, 

daiif AlJArJJfl (uddbafila. apag4b maaul 

ttt&aduwluajan (kasAdhuwiiiajan). paaiin 

sulak.saiiaknnén|r(kunang),daiif A^ftrJJa iQi 

ttndrija, tytkira ka^akta (!) rlnir bbug^wlsaja, 

dan; AyArJjH sndblra dhArukiltéiruk rlBf 

brataiapa, nAban lnlmlrasai)|:»4dhH wênauc 

fauujén Kau)r npiidbyiya ilniifr npadb>ifa. 

n^tt. daii^r itij^lrjju kK-t)idtk.sita, plnakagum'. 

panaduhan twnsrskArH mnan; bbasnia. Wrt 

26: 1. onder >ailji en udhjftjato: huV 

paDfrnpAdhJaJan, aanh. onder pilr£. Nu 2. 

8, 3 (sang inangurukaitg). 

r; Liw-5» W), 8. (u|iadba)anija], Ke™. 
^ CL 
over d. Inccr v. Kutaj. 

&)r3Vt?itn^, s., üi tegenspoed verMlle»,t 
Z. 41. 4 (dining prfigi, nggaliang). Ir. 
Z. 8. 10 (agé, gaglisan, agiis); (i)ka4 
Jogja saksjrin tao Apadgaiat Wib. (verL i 
sakÊyaniarbanli na jti kèljld snnpaili 



tli\ ta rji\ 



319 



<i^ en tJl^ 



■nauc rios Aimdpita. astmr siikni tiinii|iilib 
■llar IpudciUakiU. ald.: aiind^tii, B. 7.. 
L 5; mApiidriitiii W. Z. 14,10; niApadriUit. 
I Z. 73. I (pramangkin, aiaiigpöMsang): 
ipadiriilfiir «iMtl, T. 7.. 1. 18: r.. 'paclgala 
Tgl. aanh. onder ftadgiina en Apalkita. 
wiw«i]\, jav.. •«*uOT[\. vfrl. <pipil: 

, W. Z. tS, 3 (itjyista asada. kasa 
iru: sand. liapU: 't lelfde begrip in 'ijav. 
li en '1 mad. Ij^kèpl^, lamp. apiq. de 
laod Imsctien de 2 aulen): 3', imdaiigr apit 
Klti nm. ». e. grassoort, die 'l Uiigei 
n V. e. erf zoude diien verdwijnen: bitn|: 
iHt als er wit hlJ '». 'I zij op d. slaarl of 
ders: tpit Jrh, cigi;nn. v. e. desa in MurKa. 
Ter V. Apwan i-ii Bangah; «pit', lal 
btraboe (swntK imrl sC-ni^mbajutan) onder 
in d. iga*, d. pCmadé en d. usuk* en 
tallen l»eknellende, taslgflwndpM (ï. tiïl*'); 
ptrapir, aan terertlaMlfn. aünli. onder laug> 
•ra (vgl. jBv.), rgl. annrupada: maharha- 
Htls. W. Z. n. 6 (sinadja kasISpil. 
aria salSpil dant-, manadya ngalëplt; 
angtiapit v«kll. Br. /.. 18, 17; samA^iliapit 



bfbben 'l x\\ by *l spi'l of in d. hnndol (i. 
onder £mliHug); Inaplt, ■rinupil; nianra- 
pltl, B. 7,. 80, 44 (aiaDgëmhnlin. ma* 
iijalJ^pU), R. 7 Z. 19, 26 (djapi laiiga); 
Diaiipipili, It. Z. 60, 44 (m a iij a I èp i t): 
airhapiU, W. Z. 4, 4: «Inapifaii, gjnati- 
liing Z. KS, 4: inapilan, R. K Z. 8.8 (buka 
djapil), 21 Z, 7. B: Inapitaiilkananir bilt, 
l\. 9 Z. 5. SO en S4 (salimpila, sina- 
IPpil, kasalépil): kapitaa, v. e. bniii ge- 
ic^irn lussclicn d. 'buizcii v. S voomanie lieden, 
nf lussriieii e. padn en e. sauggah: 't geen 
pamali 'm; v. daar saOk kapltnn, lis.: ta, 
kiipitan, ald. 10 (vgl. onder apfs déng^^n en 
wal£l: kHpttan, s^ek worden door iei-upllmg 
h. V. door Ie ;<lapiii tiiti.srlH>n oud<>ren, in een Iiuis 
te wonen, dal tusüclien !ï rijgl^churt^n g(-Ieg<-n 
ta.een Iiralimaan luüsrhen 3 tani'a en om- 
gekeerd, dan worden de lagcren in casle uek ; 
iwapllaiHT djiilan, aan beide zijden r. d. tveg: 
pèrapit, z. iMnedpii; paiizliapit, B. Z. tZ, B 
(nmpik. bal^); loirofT pan^pit knri, .dwi 
rftdhjaksa: isi péiiraplt, B. verl. Z. SS. 6; 
pénsrapH, 'l rleeuh v. e. ia in pi aan wc/frskanten 



ui'^utnl^r. Manr»pèt sakliif aria, aanh. 
onder dharnima; litapètakën, «tintpak- 



tCpak. 



nru, 9. Z. 6. It> (pasaling apit poiah- v.d. iga^fz. dami): S'z.ondergadiug* cnawil. 
■ta. sami inadCpJI polalinya); n^aplt, 
*aa beide kanlen begrenzen . tusKheit zich 
M hebben (lamp. ngahapiq, sund. en tnad. 

pèng). tucl nailëb. omringen [It. t. apit 

oja mailëb); ia o. «xédingsckap t legen 

tttten-, T. 2 tjóèng zmit gelijk in tvaarde tijn 

M één ijèéiig bals (vgl. nggasal. ngltirio 

, n^etjak): kèknlin npqiit bet, raad-stl v. d. 

nntiji; sskat Rsapit, d. helfl meer verdiend 



y, aanb. oiidrr iljahinang en aèna. 

V ff^t'. Sm. Z. 36. 18 (tnakapat^tl- 
libulifa). ' 

uiutfDj^. m den slaap tpreken, hardt*p 

rfrtwmen. «bamplü; z. gêléh en bangkron^ 
ujaitigap, ndolke. 






L 



zeker dan gelisk, ook aU ofTeranile: V, 
'niD. V. e. ulii'üoort, wier vruchten n^o wel 
als Mlen. i!eniillj)((| wordetii gekookt zeer wil 

rniel xoelachlif;. 
r^utfij^. tul. 18, kwaad tprfltm. uanh. 
ntider lintalt: iiniupét, v. jeiiiarid Uwsaad sprt. 
ken, T. Z. S, 81; II. 9 Z. 3. 20 (raanaljuil), 
T. /.. B, S (njatjail); nmiiêt, Wir. 20 (mal. 
upal nf umpal.suiiil. iipal, «jav. iiinpC-t, 
z. hits. ed. Gunn. b. v. IK h en 4)S a); batvnn 
niHp«ia rMkna lontJIpf hnllsitlni, kk. Z. 8, 5; 
liuna kêdu»ii<i'upèt i2 lidg.: iipii) iirtpatl, er 
twrm er die den vttrsl wUden IoJmih, T. Z. S, 
7S; kunaiis' Ikati!.' wnaiii; uiai«ké kramanya. 
Jan ri barép jHiipaiijcalêni , antuiiél Jan ri «iirl. 
Ja IkA ^rol i^ranya lianèngr rul dAian !$• 
mwanic hiiju riiui; ihalra paraira, tul. 17(lnd. 
spr. 4257, alwaar Ijl pi niiiilakah in pi. v. 
luwinindakali. i^wawallaké in pi. v. na- 
thaloki^ en parilwarali in pi. v. pardjaAali); 
Hdlu angupélang niadliobrata, hoe zou de bij 
durvfH gonzen liij *l houren v. bare liefelijke 
sleitif, Br. Z, 37, S (kasoran pangröugrëng 
i satpada. kasor pangnrapfit iug g.); tan- 
panpupél, aanb. onder pikcr; aii8:op6l, T. Z. 
6, 128 (inaiigwada); iBDpëtlnfr ^ana, «li- 

linda ring r&l; ianiiètiiv luadhabnila, v, 
gevallen bloemei). L. /. 3, 4 (karèiigi£ug: 
vgl. onder uiup£l): iDupét, it. 2 Z. 6, 7 
(tjaljada, kaljaljad), 13 Z. 1, 10 (katja- 
tjad, kaljèda; één hds. Iieefi upil}; kaa|>it<0 
luanalt djilè, «wètny&tikaf mala; kepè- 
Uning lin , aanh. onder dj u k a (verl. v. 

tariwAdaJ; JèkAmati^an p4Q^upètiii{ bhn- 



wanfttinindA. Sul. Z. IK 

mauwde i déwa uijapatiga ban ilja, 

Ij i n a Ij a d). ^B 

II.. upilan lii; wisnanya, sieh tm 
It. m, (H. k.. ook in h., iiinpKlan); 
mtiu kad) »iis:iipéirtijaii^ ( a iig fi p £ I i 
amnat paiidbaninip: sai'i^aja sèkar, Ujpi 

n u ini ^ . Ikaiia: djnb <;ikhandl atah l 
kin ndÉl)ial)kiir"pat»plt rliit ^lllinnkba 
tan ijèda bUupiwAn bliiiima, nli,-yalA| 
djHKa slra. Bb. lÖS. ^ 

uiütnU, in één bd$. T. in pi. v. r 

'lLi'J'-ri«?|^. (rêpgl). Art druM i 
(balHV.); èpoi Hjakau, druk aan 'I k^ken 
njémbar, e. vmuw weder zoekende bij te kl 
z. tobtnban. ^ 

'ivrt'jtj w]\.naasl upél(iav.). Bjw., 
nntèl (I. kolér): ojièt'na, kutikuU 
vgl. onder srèpét V 

SjIU^\, 5.. sdpaj a {tU die niet lm 
nett), Ie lezen in pi. v. Kilpala, t. aa 



t.auiL 



suprasasti. 

Sj.\j^\, s., langse. 

8ji-jivt^, lépIbftD 4»rlb winawaniw 
Inapita niinitlanlng nianBrè', Lanib. Z. 
^aiuaraiig laugè' ika krana uiabai 

■_nu'Ji\, #jaT. (ï. upahaia), Uj 
10, 19. 6S, vgl. aanh. onder lar|ndjana; 
nlng ftjur en anderen z. Ud. 62: a| 
knèiiir DpaU 4ènka. ald. 2: bal* 
(sofumige bds. wira supala), eig«ai 
dienaarv. Jama, 6s. (tjiiigkara bala 
kaï^ sauii ifit^ga kori aéla laalaB 



tA\ eu ui> 



6l^ en ^ 



«. L. IS): aniriipottn), jar. •unApa; 

ituiB tlv«iiir klinj:, apaianatlwanirbiisnnjr, 

ttat* tiwani; <IJI|iiiii$, u)>aiiiiiii tlwkiiz aita. 

i^tani llwang! muillir (I.: manii^tii^^). 

, E. 9 6. 

n 
ijiu5i\, DKopltiUaiv. op ieU JMhi/ 3i>ii 

i1] bpl willfiHle Stelen u( om o|i eene andere wijs 

BiicblJp te worden, v. I>(|ei) een jtlMtK, om 

r te DCBleleti. >iiuj;upflja: ung-kihaii lityang 

iftlMjanirii KBtnk 1 Mu om iv vi-rmuordvn : 

iidnl ik dti-ii gniiid Int een sawab liad bcwftrkl. 

rteKn n^aphnjinir, liljans katjap nandu, 

tO tlumr tibnii niamrkiti, U er innand op 
tliul e» bmttirl Aij dal ik het voor htm, pat tféeit 

jmr, l«gen de helft r. 't prmlufl hfwerh. br. 

pnutn^, t. onder kinatagjaa. 

Sow\. I., kBnanr kènfCtakèna sflxin; 
lljftr tt sang hjanr ^nitl dburmma njrara- 
iuikA4f«r dé Niiw hjuiir siurèti kanatur, 
kArmmAta ngininilLik, yislittjhkra kuoan^, 
ijiraolkl utms v'^'i' dbarmmAfu iisaraiijk)), 
bU nKaran Nane sHl.tawiïdl, saiii: ipla, saiiff 
■tlnhan, suti panaduhun opadè^'a sani:- 
irtpa ika katiin dbarmma n]rariin}a. rut. 6. 

•■.fj\, •apli, 5.. «JMilikgratfiiikanaiv 
PaklRpidApti, B.Z.28,17 (siika, ulangun). 
unb. ooder 1 kasib, T. Z. 4, 51 (mabudi?); 
ipiTiiiaban pada daiig: fan, T. Z. H, 60 (ma- 
4néb, tijadya); tau apll manlika. Mal. 
<S9 (tjeI. jav.): nahwapt.Taoiinmin, T. Z. 4, 

(bu nara iD^ljiu nganiah): 3°. ma- 



1 (jan kjnehaog kadi iDfi^ang. kadi 
tufidjuiig ioisti}: tnaptl. •kinahjiinan; 
satv kApli, de gemaal, nanietill. Ilangga 
Lavré ia legenKl. v. iljiic beide vrouwen. R. 
L. Z. 10, 12 (i \avrÉ: vj^l. kaküog). T. j^. 
k. 5Q en 36 (sang kakiiiig); kaptlnpkwArsa 
manirlUt nrant^ln, T. /. (déning koèhira 
djaiii tnatalab): ukApttninfr nmnab, B. Z. 
117. 6 (sing kasiogit Jiig atiné, «akatjii 
ing indrijané): paramaMikAptl dharmma Ja 
ninllta sanr BrSpatlpotra roAnusa muwali, 
Sul. Z. S9, 4 (karabajnn djagalé kahjun* 
dantné ika karaAa sang sulasoma muwah 
dadi wwang): lualln ktpti v. vrouwen, die 
in de tnacbl des vljands rallen. Was. Z. 3, 
t: kaptyan, Br. Z. 37, 9 (kinonéi^an). 
ui-ji-r>^, CU lelden ulpètt, I.. u t palt i, 

It^enor. pralina, Bngk. t.: ipa kswl^>ün 
tjainé, lanian mbok paido iMjaHff mmnanKa 
baKên mbffké, nèutèii ia Nurnh aIJt. nalillt 
{nial°) inr kilor, («ndwa plnraliaa dé saiv ral, 
iamfjëp tanr siirnli anicrénipiOMk inr nalar, 
laitdna la swèlja sang: nka tuniwau liir 
arinira, tabwa ta Kukaiilnr'ttn ri sin, lab 
ta pabajo tiurah tursuii naiwkè, didlné! ma* 
iièka laaVHh, nni(iij:j kapua nianfrké iapua 
Inr dra, tandwa ta In^ulpti (ani sumh dé 
MBf ui, ^uniariOiin; titn^ sèréb mutih ing: 
randlaranjra kadi pnilagl iitaBrl|i, l*ant. b. 36; 
vgl. onder jndjnja: nfiipli, nuuiadi; rApanira 
Iwir makuradbvadJAurupli; daniodarilnirupil, 
in; Nptl. aaarmvn, mob. h. Ik, Z. 16 en 17, iT. Z. S. 99 (paragajan sat^bjang d.): Iwlr 
sas; aaiiiaptl, •augfsli, z. oiska|iti'pail|uplinlDr rallb v. c. scboonc vnmw, 
ali mr; Iwlr Mranidja in»ptl, H. L Z. tO.j tind. i'angr. Z. 1. 3: vgl. onder rJkga. 



t<*l-Mlni 



wVtMwwti, 



II 




AA^ en \M\ 

II., «kiDitiai^ tawon (juv. iA-, upMitijaan de Maken vaslpetminlen, Knnd. dèmpÉJ 
eo «p<ipali: lutadosan); npétlD lalur, 't|a|iès ptgéhun; a|iés bunlot. z. oii«ler bun lul 

ntapè*. aan weénkaHlen heUn«Hm of vattwIX 
zooaU de apEs; kaïtétt uil 41 uoib t. ienui 
die ziek gcwnrdeii 'w op een rlJslakLer, ^3 
deie gelegen Jü Itutüclten akhemaan brahnua 
en aniltre lie<lcn v. booge kasV* loelielioorend 
vgl. onder apit. 



geld. dal de snijder den cifienaar v. A. grond 
iiceft te bctakn. 

Si'^UwnfU^. K. Wlb. 2». in lejtensl. v. 
paribAüa: aanh. onder karniniapatba. 

«rtu^V*-- l*9ySpatl'. X. onder lèuya. 

sauinu. s.. anak, z. nApalya. 

wuw^\ I. jav. {««iuw^. V. pBs), sanf- 
ka r1 |>êsntia Ia» kmréiiuiig: ^uvinél dèniuff 



R. 11 Z. 2, 8 (panfikÉs). 2 Z. 1, 24; t. (.T' 
paard. ttpiüiniBg a^va. B. Z. iS, 11 (lambiiy 



apuii^guiiK. verl. V. m r éd h ti s w a bb A w ld ipg ajah. lalÏD djaran): apusnin; koda, 

awidagdha aunprS^a: pêsiiiDr maiiuli, Adip. 96 ('1 origin. kaf4, sund. apU naast 

aanh. onder jania: ftpés, R. 10 Z. 9, [7 apus in apis bunlut): draad v. e. btiN 

(UniËl); S Z. 6, 4 (ngalab, Inkul. vr«di). duurwl, Sm. Z. 33. 7 (banju mati]: amf- 

R. 25 Z. 13. 6 (alua): milpés. B. Z. 37. SÖ gall apos. Wlb. (angalap. aiuèt nf a il.' . i 



(pupup, mffectieff). i. Madertn. R. tï Z. 
6. 9 [inapis ngléièpé), v. lakken. 7 Z. IS, 



Blri alalagon: amêgali tamhaog. Ar. Pr. 
Z. 23. 15 (b.: lali). 17), Ar. 1, een amim 



3 (lëuiélj; tJfliDHHiii; «pès, van omina die verioorde nemen (vgl. onder la^u); apns rukiib. 
een neerloHg vonntpellen. aanb. oniter aciibha; 'z. onder rukuli): ^Slang apus ^Iwa, z. onder 
iréliul kavirjjan Ui upli apé-s»aluh suuidji. djiwa: apos praiïa. z. ouder prdiia: kApiu 



Kul. P»u]. It»: aupés. •Ifisu; )>inja mapëü 

ikaiiic wailwa. • bjakla k^diknikaog bala. 



V. d. dijeu. 7 Z. 39. 36: sjapui^ ningko». 
aaiib. otidcr rut: apus*, T. Z. 4,34 (talali), 



B.Z. 80. 9; kapasukan aniliëkiïpés,»ufi7t«erf(//(/, v. d. ndlfcapüfa, R. 30 Z. 13, 3 en B; 

I 
R. 33 Z. 4. t-.HiiffUpé», t^alab: fftlak Ipuné Rf^apaft kidanr, een ^ithi tnakfn (rgl. Ikil); 

nffainab* anyuiw» ,vg| pëpfis enonder mar- anxrapnü, .lanb. onder djalagrabu en wnla*: 



dawa): kApêsan alali, B. Z. 49. 14 (lillb 
kasoran, kiitjiwa lllih. kawSsan I.): 
hipè«an. Ar. I'r. 36, kapësan pranr, R. L. Z. 
13, 11 (vgl. kapÜpSxaii); V((l. apus, z. sanli. 
onder mèsi. 
^^ II.. ie dteart aan tveértkantm tasltilifni'io 
^V btlmetler$ v. d. slaken of batoboesUmmen. dtc 
I een be^' vormen, v. bamboe en bier en daar 



ui(:apes guln, aanh. ouder laluwab (x^ 
onder kênilat): inapns. ■ rinanlaj: nllat- 
pala hluapiu. Aw. 55: ijampaka iuapiu, ald. 
56, z. onder tjampaka: intipusan v. e. pef 
soon. R. 7 Z. 33. I (matali); lor béi«r. 
Mih imkinir wiiqiHpadR. praptl rinf kanakawatl 
rin; apU5*an djiwanl. tulijantnuiira ang hjuig 
pranè^'waru prénabini wèian kéndr (i. de 




Jcr rSdjo), Nw.; wisi iipns'fu, 

llSl ig\. riiiipus. 
'. worinkroiil ow-J Ie pntevfn door ver- 
; ni«l lionjg (vgl. bat. r vgl. apts I): 
.j«v., Aofm^m ; filDgDja ibïi ddja iipu, 
o* ben j'e rail p(aa mij beet ie ncvneu, 
gl ugjftdali. 



w^^ 



.t. uiUiU^ 11^ V. d. kardüikan, 
30, 6 (wisya, nianU); upasikang- 

i6m. Z. S3, 10 {risépiuq tjilta, 
taig lijun). I 

im|^ I., brabbelmal., «pjMtttr v. e. 

Mr, oiur io den mnnd v. met Euro- 
minder liekenden; ook in 'I algemeen, 
» T. e. Europeaan (op «te Klranden); z. 

f 

|aT„ *halakula, «wiSa, vtmtjn r. e. 
bi-nKtningen, z. lts. 212,547; Jan an^- 
tOf tjitlft [At: mHnftden enz- dïc op den 
neens rerlicMen) tan liwar kapo ndjar 
np anéIl$tC'napi^kik anoni , nnranitpékik 
, kjttiig mannbbaHa ikf, p-Jktsakins: pi- 
Laljnliunr, bbajèkl apasini: «otif wa- 
ini& amalTanl, bbaJAngt^bnr vong »at;a 
■9 prijtu Kid. Pam. Z. 2, B3 (Z. 6, 6: 
ir ^ampaka suga. anting'ira 
kinanli. angilo amalëb gfilong, 
Ding Busuuggaran, wjakti aniS- 
manguii kung lulut. rAgakaraha 
manis amiSyani wnng istrï. 
Jt\, s. (local. in pi. v. np); ikpnnta- 

^ sarwwani. ikinr djairat kabih nia- 
apjajani ika Uwan apsn tatwa dhn- 
Ja, Adtp. 99 (zie 'L origin. 6859. waar 



dal apsu Tooritomt. zoodat bier denkelijk 
iets uilgevallc» is), 

pu»Jg^, s.. eigenn., W. Z. tl, 9 (ja». 
W. tSS. pasonda], i. oniler suoda vn ral- 
u a w i dj a j a. 

tjutïT)»^, s.. gesuil, Br. Z. 14. 8; tm- 
pa^anta. Z. 48, 10 (manunas ilja) Z. 
KI, I. 

m^JJlB]Ol'^. kraiiia-vonii y. apsarï. Mal. 
è ^ * 
104; z. rapsari. 

I nu^^v B''* 2' 1^> ^ (dahal miiiiag- 

gib), B. Z. 100, S (aqgapasantwa, mm- 

</)n>Jt«R]. verbidden, Bb. 63: ninn^upaMintwa, 

Rr. Z. &I , I (ni a lak u & i n a ni pu ra, 

mangu pakaama). 

tEiiUJiri^, s., vgl. onder gandharwa; 

apsiiravindlia, it. Z. 16, 8 (widyadari). 

jjjj?^^, in pi. V. apsarl (vgl, ullari), 

'sm. Z. 26, 11 (kinari), K. IS Z. I, 10 

I 
(dadari, malini; z. apsaoluo co déda* 

ri); apsarl Ijèilka, -i. midor IjéfikA. 
I nuuTi^t a. (upasara. «en ttier), aar- 

wapa^u, vee ab buÉTet», runderen enz.. Kul. 
(hds. V. KI.), 40 (saepe), Wlb. II, B2: Wlb. 
&9 viermaal, ald. 48, 

rjurain^, %., eigenn. v. e. goddelijke 
dame. die Catji de ptaaLt aanwijst, waar In- 
dra zich Schuil hifld, Ud. 10 (alwaar uwa- 
(rali). 

puiuu-tn\, s., R. inl. Z, 1, 48. 

i p Loraw^, a., T. b. Z. 4, 59; Iiajuènn- 
Ipi^rajan dréiitilnla *. e. rerbaal. Wir. 2: 
jinupavrajakên, i. iets door e. aixlers beinJd- 
'deling Terkochl (i. onder. |tatïdar{a^. 



ftl^ en w\ 



334 



<U\ en ui^ 



HuOj^V s.. opadrawa. nlpala, Aw. adfar v. e debiteur, die voor de 1*" niail 
»7. maand wordl.Wtb.. Tgl. uub. onder pagjfij 

puAnw*"^ (ï), M\g. 51 (anaksi babi>- kopasaroan, Je detigd v. gelalenh&d «bs Ut 
lofa): ^ de eed in den tempel door de S hoofsie ' r-eazun. Adijt. 49. 40 !>».. aanh. onder piig. 
kasten af lo leggen: puruii nianni^pnli torljaj» (verl, v. kSamd}, edelmoedigheiéf, 
nian^pasiiksljaux, .satya. vgl. onder s3ik- ^^. 63 (vcri. t. id.). lul. 44; Wt. 1»: pil 



i\ en vamlaar kanaksinari v. e. brahmaan. 

ntJtw^. 8,. VA. S4 (verl. v. f icnaj, 
*pUl (i. onder duwël), O.; npa.<(thant|:ni. 
ka* annfa. onder nijama; t. pasta eii onder 
guhj». 

r)uiiui5i^, ü.. dèpun upaslita adjnjanin^' 
hDlau,T. Z. 1. 16 (sidajac^ muiijin kainé, 
apang; pragat apisan pamunjin inan^}; 
t", 2. nnder upailjèli. hier onbekende naani 
V. e. Tersm-, Wrs. . Sir. 46 (in de eentle 
en derde de !■** lettergrcvp kuri, andi^rs 
lènggal kilopasthilahti prSnahku: de 
Tjl. beefl in de 4 regels de eerste lettergreep 
kort en geeft dus aan de npéndrab&djra 
denzelfden naam). 

<£JluM^u, •>.. X. onder sawja. 

puucji^, s., B. Z. 7fi. 30 (pangupa- 
kSania, pangaksama). T. Z. 3, 74; Adip. 
84, (verl. v. kiami); npa^ama, R. IS Z. 1, 6 
(palapan). Br. Z. 40, 10 (ajièl canla), 
Wr. 67; Sum. Z. 4, 4; Adig. 12: tergiffe- 
mis trageH: bAlI dlw^kara samopMsamdniAlija, 
H. tf Z. 7, SO (i bali surjanjaué upani» 
bwjil samitra i^aniatiaug, i b. x. upa- 
Diaoa mali ja); si apa.'>aniii, aanb. onder 
jaraa; luai^upasiiina, B. Z. 48, I (niatigu- 
paksama}, Br. Z. %6, 3; Ofisuuuién liic 



ianinir kopaManun, Ud. 74 (veri. v. kiil 
(ilasya pbala); ungiipaMimikèii. B. Z. I 
7 (augupaksamiijaog). Z. 17, 8; om t 
giffenis nmeeken aanb. onder a&ftibhtita. 
SJiu Vi3nv«" M'/ewrfeswA/e.^loka ia 

pura»\ en apavobha, s. {»gl. jav. s 

ba* en apasuba): apa<;t)bhaniBs: vod* 
ha^li» '' tntlhalen «. die tot de hu/koudmii U 
kooren, aanh. onder ridjawidhi; rt sakuï 
hans ta hndan ^awAdbhuta pnpA biüu »■ 
war affal, bhAldivtgél anjnilup ika»£ Nrècil 
wana wdtJasa hmnDoir atarung. ndi nall 
inmiihij adulur kilapnja uiakëta^ kslliul 
guiuiMaii;, dunuangKalani lakn inra pri' 
HkbhaJalakKaiia mara ja dauga, (H bktsi 
Kin ta mahil Kninaotwa karawlrapati tai u 
rag. linh sAdJnJa hndji mapa knnai«kaliv 
Iri rit wnlai i dudu*. alpita kadi maaan) 
paBé'mu uaninAihan ala Jan alag«, ja 
apav"'*')'' gauajén iiiaran; badjl (°ran bi' 
tuln^s manéniD kanidjajan, Ung bhismaka 
pati iJiUai^anBia gaaiuiljéng sumuhor i 
dohi^wa |iati wèdl niu.<.ub paran kari 
naiig mapagakêna klta, Uw. Z. 3: 
eti vlgd. (vgl. onder ai:ubha); «nptüil 
"gambrauia: IngnpaKubliH , ■iniwé'(i 
inarajana en sioaDtbrauia), kinaai 



pnrf 

soul ■ 



Ëcn vt\ 



32» 



SA\ en ui\ 



ia (b. BJnuftiihan'l; piinsnpa<iOba. MirAita/. 
1i •piingupukAra; l »aiih. onder riyiii- 

»iiB. miVft/iri li^(?ii (M>n slerlit Dtium. 
C3'J*Jn'^ïl\. »-. niaiiirnpïi.<iiiii^lilra Qa- 
t, mi vctAmJ eerkwl medaierlen, Wir. 70. 



st en pjxj, dat uil een troe^erc pwaia en 
pos5 ontslaan ninel ilJn. e. omler linwaja, 
lag. kowasa): ru«iiawiUa, •mabrala; (a- 
|i\i anpoimwANa , nanh. nnder paramArlhn; 
nxopnwnMa, naiili. ontler nbuk II en U».: ipii- 



^trtui;jrjjiu^(7}, i^HUMfKlpta Inr tuaU, wasaln. aanh. mder këkXb. 

tri 5 & (bia). Uu f 

lUunAirn^, sl, i. onder imigkuhik (vg). 
ia Dg ga). 



«lu^. ï. apiij. 

p'SuicU. opwui llnawan né()i) tinnkar 
S3 Z. S, 2B (karaiia ipun niamasub 
|Clu malaga). 
nuuKi^. E.. /uj/wmW. Suui. Z. 161. 6. 
ih. ander kalpailruntu. 
QUuUi^, $.. 2. nndcr karanghulu. 

•4uun^, s.,pni«réiti luapliaUswarfgi- 
dlftha, aaiib. oiidiT nAstika (vtrt. 
|.ptralaukikakrfilya of kArjJa, zooals 
de aldaar aangehnnUlp Ind. spreuk], vgl. 

mlnawadwipa. 
puoowu. aanh. nodcr pSiUs. 
Ciuuow\, $,, udjar waUs (k.), Adip. 
aanh. onder paratjodja. vgl. parJpa. 

Ida. 

nutfOen\. a., Sm. Z 9, 10 (panaijad); 

^awAda.R.9 Z. IS.ï (lyatjad), «•'«■ iemand 

I, T. 7.. I.f> (manjaljad) en 33 (maiijii- 

khai^}; |ianrupa«AdanlD; loka rlnr hulnn, 

Il 70: vgl. iipakroi;a. prawada. par^pa- 

\éê. 



uiunjij\, tmregelmalig v. d. gcatalle, r. 



schrift. 

o O 
WUTU 






puoou^, s., nirèhAra. R. 25 Z, 9. 6 
la; Bul. » sa«. puwasa, jav. puwS- t;?önjlv !"■■ «"ftpn*. Sara. 2. S8. ï. 



^, IE. onder plla. 

\. nfapll, em apilan rnahêH, van 
eten meer don d« loegetvésene p&rlie nemen; 
ntrapiUnic liAnuiiir oiu er een g»*! van te maken, 
die een prntjut heeft en aonia in pi. ». d. 
rambul sédana zeewaarls meegevoerd, x. 
ampilan; aptlui, dak v. papah v. d. eoco»- 
booni. ail gebrek aan lalang. nok palpalan, 
een ran draad gemaakl sodcnkeld. 

uiUTuj^, Mftpnl Uau bijn v.d.akar nnil 
een pisang binnen geslikt: igapnllii, nutm 
met beloften een ontevredene: npaliu ban blja 
V. d. akar: péngapnl v. e. paard, een ander 
lol kameraati gegeven, «ra hel Ie doen loopeu, 
T. d. pisang, wnannede de akar vronll in* 
genomen; vgl. ndrégdègin. 

r^uTul^, h^wA ipal, d(i tanrriiv (<>«- 
gélg, H., aanh. mAc.r itangara: tai ipal*. B. Z. 
se, i\ (nora iman*, nora lnia>. n. pa> 
prka); wldjanira nglRté vr<ddlil tui Ipal', 
pan sèdéni: amèngpéng, Pam. 36 (de Kid. 
sawidjanira stra krjaii, mangin- 
Lé mangkin awrSddhi. apao aèdeifj 
1 tn u k 1 i). 



en ui\ 



<U\ en vt\ 



o o 



uturuj^, L nripil*, sprokkelen '1 geen 't 
werk i»v.j«Migesliiveii, die nog niet kunnen wer- 
ken (ipil* m3l3, Blw.,mi>eHeo{ sifkte soelim): 
pJsnHk mailn niripir v. 't kiinl v. c. liclitt- 
vrDuw (vgl. de juT. uitdrukking nlih rarani- 
bau en de Ital. anak Nalongan). 

II., of ifiin, sas., zekere hoorn, waarraii 't 
zwarte hout voor staanders enz. (vgl. uai. en 
bis.), I. aanh. onder I>lanak en bunut. 

nuTu]^, jaT., verdroogde stiitt, R. ïl Z. 
7, S (Ii6niil). 

puTU\, 8., watu. Sut. Z. 67, 8; Wrs. 
Str. 98: knmnijur hunjunya ri rèn^t'iog 
Dpalaniinibër In; pamn;, Itl. Z. S, 1; Jan- 
panit'ditliota Kani lijan; npala slma amfall- 
Imkéna r) tan Jog:Ja n^fni'^nanya (ungi^wa- 
nanya], 0.; vgl. lingffopala en wipula. 

ui'jtriasjl^, I, onder ijaplok. 

rjUTUiaj;>^^. s., W. Z. SS, 6; aanh. 
omier pilih, Wrt. 18, vers!. Bal. 24?; ikan? 
strtratniknakébi niiiajii, sa»;rKflni:an rlmr sl- 
nandfliif, wmh ri Kittixiuiikiini:! rinit iljalo*. 
liwan nmali raliiijn, mahiili prAsiidii préMa, 
apaUksaAa ring: blioropaliho^ , mwanir anar- 
;ha nHstrJlblii\raiii)i<tl. drévja .sanjr punyaka 
ringr ikk kalièb, tut. 4: kopalak^aua, \Vr. 
14 ; npalitksanitkèna , aanh. onder g u A o t- 
t am a (ra ftsa ng) : akwih panjf n|ialaksaüé 
tan hajnnya, waarop dan de ongunstige «injnn 
worden opgesomd. Bii. 4('lorigin., 50, latlieba 
tja Dimittflni MiajadftnyupaUksajé). 

suLTüiuuiSh , wrntilnjr apilapan nn<rinn> 

ki linddtilnin; niarSk, Sum. Z. 19, 2; vgL 
plapan. 



pL>njA\ (upalahdhi?), Ni. iS « 
prasiddha sarwwajrata kta Ikanr Aki« 
tan kopalahl (oxiargeHomen) ^tlnya, u 
niotilta sAkamitnyB Jawfl kady (awajaw 
te leun) ai«)riinik&. ntanskaiia ta sans h 
fttman wjdpara rinr (artra, tankatonsjr 
adjmit, Unan di^nlng; mangnpalaksanili 
Bb. ö9 (vert v. Jatbi sarwwagalani 
kSiujdd Akd^arii upalalihjaté, san* 
IrAwastbitfl dèhé tatbAlmJ) nopalahh, 
in pi. V. u]>aUU)jaté heeft '1 origin 



i 



upalipjalt^): Tgl. sadyopalabdbi 
ovim . V. die onbevoegd een ami 

neemt, v. die xonder verlof iets lot lich oi 
I a n tj a ng. 



1 



•^uiG'^, ètog' èpluiiff, 't geluid 

met men een kind isoU, vgl. di^mpl 

logèplung, tjogi^pluiig en gSdèplu 

gaurun^, wreedheid?, onbehooriijfc 

handeling^ R. 9 Z. 2, 5, en 22 (lanpalu 
£iuui]\, vgl. pBp; mëpèp. (b. me 

• augluni;; angga^anz^pt^p [jav.tekst aug 
alK Den viscli. Br. Z.46, 1 (njilSra, masill 
jav. verl. augédéni). sieh t-rgau verte 
Oh. Z. IS, 17; l4kf*M tahanpang«pé| 
Jadnknla, immei'N waren bevreesd bij de^ 
kula, U. H. 'svijand, ons te vertooiien; angi 
dalini pnrl, Gh. Z, 3, 8: kajtlngépi 
tamhragowètjt. T. Z. 4,9; raanrilfraJAni 
I piingdhtrjjan paraniè^wai-a, Jatanyai 
kaurnliana kahunan sang hnlun dèuiig 
waknia, kAratianlng kadi raraj i itaiém ai 
Wir. 70 ('t origin. 2298, uöitèh sra< 
hdrddja Hukbau tawa ui 




Sil\ CD U1\ 



327 



9J,\ en ut\ 



idjaj&tavrAsaniuditA ^arNiawAsi i w 3 1 tjAtalnn^up v |int«lr>nt jepnm «en vorM. 



I ra dj Ah). 

ui'-jUK. krodhanra llksiUiie:n(tD|i. br. Z. 
ii.l: hlnopu|)liig^kakii>t,T. Z. 4,66 (kalt(iul 
lih aoiluii): tll(U|iu|)ilkéll, ielt ergens in 
«, Adip. 16. 



T. Z. 4, 10: lUijrnpnpatti, letirn geven, T. Z. 
U 29. •niiluluri, Anj. Z. S7, 3, B(i. IS; 
aicupuiinii (Mc.) (loka, altl. 6) ; aiirap«|Miti, 
"apil titur; HiijTiipapall H. •niuhuti ri; 
luigapiipittl kiDjtkinir, aamituluri (oka: 
fnapapatf . «sinantwa: t". aanh. onder 



>YU^• S'> X. oniler lumpi. 

ulUun^..an(!il.f;H:m«Ilp^papl^«,aal.l.. a n n 11. ü n a : ^panynpapaii. ,pH»\fir. 

,^ . . . , , . nuft'i4ï\. «.. Iiier ontiekepde imi. v. e. 

ioer saphala: nfnpaptin pirata, ten Iwbocve .<s 

.. ,, ... 1, , . , ., i,. veram., komt voor in de Sum. Z. I. 70 (Wrs. 

r. e. kind?, vitl. Pan. Br. 4: dnliallng: sakit 1 ^ 

, , . , . • ,_ slr, 48, upaxDiiiaf'j, de itiilrahadira, B. Z. 



ilth tjërlk, fr., aanli onder gëmi II; lau 
llnapaptra, (h.: tanpopaiua), niel geaehl.niet 
tieid. TgL mal. uiH op prij* getleldf. nie.1 



4S. vermengd (nicl tipèiidrabadjia. R. fi Z. 9), 
befl zoo of ikjAnakf, terwijl Culelintokc de 
andere. ïijnde een vermenging v. indrawan(;va 



, ,, . ,, I • -j I <!■) wanacasiha (looats W. Z. ISenB. Z. S.\ 

bttaaln of utvetaf v. e. Iiedieode iloor, '^' '' 

terwijl It. 17 Z. S, ülechts in eenige regeU, 
d« indrawangfa ^cIigl, b. v. str. 3 censtr. 

4 o), blool upadj^ti noemt. 

nunu\, 8.. inakdpnngtipndjfwa, «pa- 
ft 
ngivrj*. 

<nij.^UK'.\, s... letenionderkoifd, Adip. 11 



foen prins. WW. Z. I. S6. 

r^uuv«\i s., 2. onder halwan. 

i/iuo«i^.a. onder iipapatti en vgl. upa- 
[palib: panropapall. «pilulur. 

r;<juvitq\. v. Prabasla. R.SOZ.ld.l. 

S'j'jinx , s., rtfhier (iipapa 1 1?), naasl 
Ikrëta; aanh. onder sadu. Adig. 35, enz., 
[fflh. III, ' b. enz., H. Z. 2. 26 (pamangu, 
imanU); tao wruh rinr upapall. T. Z. S. 
lis (raAs); ipapatt dfntra na^abda, tnof 



bis; kunénjr koiiamaoriiE) aaar hjaiu; bhüra- 
takathfi, ri dèny^n sira nitya pfnakopadll- 
wana tang: kavrlwara. kad;aiiKiran{ai) sanr 
prabbn sndjannm. an pinukopartjinunantiir 
«adwAitxnsir wihlilwA, lul. I (verl. v. Idang 



Mille »vu overtuigend. Sm. Z. S, 4 (dahal jkawtwaraih ntlyam akhjftnnm iipadji- 
fiiiftèoaki); npapati péd«s. «mAwsk awfts wjalé. udajaprèpSubbir Utrëljair abhi* 
't. Z. 1. 63; surdjawa sopapatl v. kluixe- djAls iwèC'Wara. 'I orij;in Adip. 643. alwaar 
im den v«r8l naderende en hem gastvrij sarwwair in pi. v. nilyam). 



ideleodt. T. Z. 2. 40: sopapatya wrlnf 
I. Wrt. 3 a: nA llnr narürjjirdjana sopa- 



4K«utJj^ (of apwi m. e.), api (lamp. en 
mad.. lualag. afu. vgl. ondrr walnj en z. 
lli, sant: blilma mèrang misuf:») (b. ^al} . marapwï): aU getuige, z. onder butflr.ana 
rèi'S d»b, Hw. Z. 30. 10; malor sopapa* en atmli. onder pratiiama co pSbigraba; 



■Uta 




S*\ CD Ul^ 

tfkapnlnr SjipnJ. Ar. Z. t8. 4: atnrnn apqj. | ^^^VH* *-• "'"'''- <*"^^'' sAk^Atkrfita. 
B. Z. 18, a, alahuli gni: amonsr «puj, R. »,! viy}«l\ , kèlanrnn apjan (ainpjangf) 
2. 7. 11 (maJèwa aakèi, vgl. ïUt.); pra4tp. hy ee„ opschudding op de mai-Iit. Sin. bbb. 
tiof (l. «) apuj V. e. palioman, Ar, Z. 15. 



: 




10; gunvtif apni. t. onder daliana: hdwos 
Ikaiianff wwiO adwaj ikojiAiur apuapnj apnlih, 
R. 22 Z. 4. 15 (inha punika loja llaa 
ptinika kasiipuh dèiiing »gni niapniih): 
inapaj, v. *t vuur, Z. 43. 17 Itinuüiljêl): 
nan^pHJi, Br. Z. 4. S (a ng g a g a dj u t i, 
magawé kali, itiainanasin, mangarünnin?); 
puvapuj, T. 't mur r. 't vyandelljk kamp 
(pangëlius, pamana», pamutjukl). 

Si^uiM^, s.. apèjapèja, die verbodm 

dranktn drinkt. Adip. 5S. Wl. S (vgl. abhak- 
iyabhakSaiia). 

SOUVJ^, s., water, aanb. onder KdksAt- 

krëta. 

pu:)iAi\, ».. W. Z. SI, 1 (pangindra* 

dj al al. «na ja; 3*. /i>/ij) v. iemand, die iemand 
zijn waren afzot, Wth. II 51 (vgl. mal.), ook van 
Kirikken en andere dingen waarmee men beesten 
vangt (vg). onder parènlali): kakènan iipaja. 

• künëng djërnm; wrnli aniH iipajd, 'jal- 
nlnpiuiili: mamèl npüja. W. Z. 21. 1 (ngalJh 
ptranti. mangwangun pa ogi ndradj al.i, 
ugwangunaog purènlah); sandl upajii, 

• djrum: mopaja. II. 24 Z. I, i: aiuciipAJa. 
Br. Z. 21. 1 (ngupilajaag, ang^roèt), xoe- 
k«n, Ws. 20 (?.. upadhi en upados): paagv. 
piOa. 'ind radja la; nora koptnh pan^i^u- 
pajaning rlpu, oora kabjaktajanir pangapa- 
Jani ring ripn, «tan lokopSjanii^ ^alru; 
vgl. sopAja, tjaturupAja en laptopüja. 



fjiul Kil^ .(Tbn. anipjun). ar. ras]..opüim, 
nog rauw (z. tjandn): kadadèn upjon. c«n 
klein bal. gi^tlichl in de T«rsni, ilnrma; ii 
vermengd met hrabbelinal.; een chin. en tl)» 
Tfoaw in den mond gvlegd; 't liiini)s'chrtn.dïl 
ik raaciploegde, üclieen vol leemten Ie zijn n 
bier en daar nni-erslaanbaar. (vgl. aanh. oadcr 
krfikgtan); apjun'an, i. bQ ktmbang kn- 
niog praQ. 

SAUpKi^, paivapjAnan, Wir. 71. 

(Sjt:>uw-)L»»|^,tmmws.». BH. 90 en lelkei» 

tut. SB b. 

nuvon^, 8,, i. onder ladjnjopajadjnjt. 

SAuntAiiSi^, 8., BDiJtpjaJani bbatarèndra. 
Adip. B6. {heipen 't vuur?). Ar. 115, Wir. 40: 
ngka ta niahArtdJa dHrJndbnniinpiinmipjaJan 
bjflbu. I)h,69-. jnapJftJananirJtmpn rtnirsaraM 
(hij hielp T. e. knaap den kluÏKenaar) Adip. BI; 
kabndanan kapJuJAn, O. (kApnjan lelezeoF]. 

«Uu'^tuotiv bajvra tiknnf; ktkla wineh 
nisphala wèhCii saphala djng» Ja. pilih api- 
JoiT^kêna ri kaüiddhiïnfns: dlturmnia, artki. 
kitniu knnanjr, ipa tan «urniic ksajaiiloji 
linrip, Irikang kAIa. malangnyan pè'nirpé'ogia 
ihang hnrip, hajwa kAlak rèpa, lul. 3S. 

nu'juon^, &.. iipa pwa pakënanint 

liulun dinta. Ja tanpnpajoga pitntoré kitt 
rin; bllAwasAna, Kb. 27. 

uiuoj^. jar. of mal. (Tamil), zeker g^ 
bak, als broodje» er uilsiuHle. 



SA\ en-\fi\ 



329 



«A\ Ml Ul\ 



poov *■ T. Z. 4. 87 (papadt); p»{n. 

mbfaapamanlni, Br. Z. ],6 (alurirH, pada- 

Ira. upaiuiiiija sang prabhu. iiparaajang 

ia): laapoifuia, It. Z. 109. 4 (lanpalat)- 

iognn); i' z. onder upa pi ra: winiss 

I 
nn Ikl tan Ingnpaiun. Hal. ZiG: tan Mn» 

ifupaina, Kfd. Püdi. Z. iï, 15: uptuinijunx: 

Itaé ■hinlit<^pnira: tanpiinriipatiin «awa- 

èpa: at.taniu tunpungiipBnié smv adJi^pHn 

W«Riu, Slim. /. IK3, ^5, i. oiidi-r nir en 

andak (vgL mal.}. 

aauv5to\, 8,, 1. onder sampaj. 

pucJiQjL ^, s., figenn. r. e, leerling v. 
Dbsumja, Adip. 10 en 11 (op welke laaUte 
ilaaU ataniauya). rgl. aanli. onder bah- 
rgtjB. 

e^nLOCi«i\, s., kunang- sant «iiHsftJa, 
■^akl bhsfairftB alrl, anptikAnAk ri mhw 
wvaniira, «inir hawjn, »int: iponiArti, sang 
iè(IJtrt, saiff Homa, hana ta str) sasikl 
Crnll igtnuiini (lids.: anakira}, slni 
nk&laki winff kardama, Drlim. 13 (WisAiip. 
itni. dal => (aniT^ljara is; s. ^rali ng. 
» nil 't rerrolg er door ml) JngelaaclK): aanb. 
(■der pafltjakasmflaa. 

Ciui'&^rt^ ,6., aanh. niider gtiruvd^rA^A. 

C<UT>«jit»^, s.. BariiAa. Ud. S4, verU 

Z. 1, 1, vgl. apab. 
nLl>^^. Hpabhra t^djanlng sarna rantuu, 

jpmi. 

u«uotAi^(|. ubliajaf], z. onder «sa- 

aj». 

t_i»^uai\. nopabbArjJa. Wrl. 4. 



S' 



n-J-^M^oV s.. R. I Z. 1. », 10 Z. 4. 6 
(itpabira. panganggn), Br. Z. S, 5 (•jar, 
patioga: daharan). vgl. onder bhoga en 
aanh. ««der upalakSana en airwarjja. 

*-iu^. (kni en mangd^], opdal. tm einde: 
apanceo mangdé bebbensomt) onmidilolljk een 
suhst. achier lich, b. v. aptng rahajun wat£k 
Jadnn^, u)angd<^ rahajun ratuné. vert. B. 
Z. 7B, 3 en 4: apanit subanén (kl^ni sam- 
pnnSn), opdal niet, z. onder suba. 

£jiu\, t, nader kapiog, dal nok 't Rlaniw. 

tou kunnen zijn. 

uitj\, apnag*, t. ouder kapu>: agapnnit 

r. lieden, dU> gtyn beslaan hebben, ongelmuwd 

ttjD or een tvrervend b;vcn leiden (vgl. mal. 

en z. kanibaug). t. offerande, die. klaar gexel, 

doordal d« plecliligheid niet dooi^aal, niel 

worden gebezigd. 

(&u^, B. Z. 4, 14 en 17 (paksi piug), 

aanh. onder uogkiik. 

uiü\. sas., tfiii. 

i 
'Hjr>'iCn\, ?.. onder popong. 

tpu'-pj^, c. annra panrH|»4ngican)a ring; 
sanf hjanic tjatnrwèda, Wrl. Ï6, aanb. onder 

npAdbjAja. 

crj«^,s. (adji), w6du» wini. 

II., eigenn. van den gemaal v. Indumall, 
zooDT. Raghu en rader v. Da^aralba, Sam. 

\jin\ I., jav., nnasl liajwa. B. Z. 7, II 

(raabg. axa), Br. Z. 7. 8. 
IL, z. kadja en dadja. 
SaR\ I., jar. totrtrformule, heilige xckrift, 

• R. SQ Z. 9. 6 (agama), vsttboek, aauli. 



ond(-r abbidjaoa; sftti; hjatiir ailjl, aanb. 
onder gaola (veH. v. opakhjèna): a^l 
|Mi|taiiahiii). •dhanurwèdnrilstra: DnffniDf 
adjhié, «^ft^sna: stri madjjiihadjvtt {t). 



lil., z. oixler adjir 11. 

yiS\ 1.. ja»., «arga. yrijt v. iflls. « 

advfrh. Iiepalin^cn, ons voor: lalé bliiijn ii<ljl 



• daiwadjuji. «wip racnika: manpadjl. dwt«ir lall. Ay keep 'l ww 5 fali's gekttili 
H. S Z. ♦, tO i'mladjah, niamafl-*}: «waii|r adji kuda, t'oor honni: bUii Itjunp adji maö. 



tan nruh mangraiUl, aanli. ondier prastddba 



iX- heb 'I duur gekochr. t', (anlnk). dotr.mH 



(ven. van avruta): brkliiiiana wnib nianra- bi/mlp vetn (i. b a ii ol biSn), van van ielfc 



djt. .^dip. 81 (vert. v. tirotrija); winarab 
inanradjya wldjiktidurdjdjitja djajik widjujA 
djajjuitl. K. I /. 1.23 (piiiitulura n ri (^ 
agama ^Hstra né pingit né tan kapra- 
djaja Dgaünrai^ né molih mJïiiaug pati^b); 



waaruil licl voonverp beslaal; adjt mu. r. 
goud, gouden (vgl. onder olih); adji idlbu 
of Idlh, voor 't iragen: nrndjinin dèwtk ï. 
itünand. die een vonrnaamwoürd v. zicli lell 
hezisi : tan knn lna4}èii . • a n a r g )i;fa j i; 



npnUI, iets door toovfrkrachl Ie voorschijn brm- madjianp. padjianjr. i.;l8 op sekerM prijt *l'i'\ 

jCTl.v. een erf. om opic wonfii.spii«;ii.enz..K«'. «ie prijs er van «pgeven : panr-idji. A 

ïooals door de ma nik sakfljap of iii. a s t a- j «'«'"■''« ''a» een sieraad cnï.-.niapaiiradji fin», 

z. onder ^ u ng. 

«U., vorti (bi«. hadi. b.: hadé, tag. bari. 
painp. ari: vgl. onder tadji, laradja, u<^i, 
padjj en badju): 3*. vrn. = bapa-, een 
padanda. ({een tilyang \ts^e:a.% een vorst 
htmiiende zeggen, xegl van zich zelf adjia I 
dèwa of rakan i dèwa, of, zoo h|j jonger 
is, rata i dftwa (z. onder bapa); air hadji, 
asnh. ander rftdjawldbi, 0.: holun hadji. 
O., aanb. onder rAdjawidbi: Ibn liadji. M 
(bijang a g n ng. b. sori); «rabjadjl. i. 
onder rabi (vgl. jav. dèwadji); ^rl hadjl 
aU vrnvf. 5* pers. door een priester lol een 
vorsl, i. b. V. onder tunggj^ug: kèn {ri 
ha^li. Mal. SS: stri hadji, eigenn.?. Mal. 03; 
kastribadjyan, harem, B. Z. 1 , 9 (kabini- 



gina h.v.. Mw. (z. «njipta]: n^adji tulup, 
gedurende 24 arm zich v. slaap, voedsel en 
drank onthouden ; op volle maan en 15 da- 
gen : bnrou adji'an. v. e. falidachtig di«r 
zooala op prenten; rinjr Kwamt djnnfe-al 
hingnnira Jan pranamja sininj, san^: ratn 
tangtiinglns: ghrnna naniaskaranta mnrëkn. 
pKra (b.: pitr^) rl madhjaninr lialisi- 
Dêmbabajwa inainpa. Ulata rln^ pangadjya- 
nlra ^-üananla maréka, niurddhi ri sanir jrn- 
ninta pasan^askaran kramanlkA, pantja vU 
Itngnlkang praiiama^Asanènir wldhl lutén, 
Nis. Z. 10, 1, c en d,i (vgl. onder nv i lib a k 1 i) ; 
iunjT paarftiljjan . «sang atuha: ptnin- 
djyan. aanh. onder bari* (vert. v. fltjjlrjjn], 
»gliru; B. Z. 10, 13. Z. IS, 4 (surjja); 



t 



ptigadjyia, vert. v. upAdhjija, ^g.; na- hadjyan); wadva hadj), z. wadwa; paka 
kapaugradjj an , «pinakaguru. [ka^ll. een boog (ka üh panjËlfig) opscbw 



tende worl, miarvan de iijiing voor kammen 
IKbeztgd wonh (:<und. id.): nok pak u iSm- 
fulQ: hnpA Imdji. B. Z. 60. 12 (bapa 
iguDg. ^uru Btlji); bbiidjanririt hiidjl, 
■inh. oiiJlt lUiftnnjiiAithjakda en üAmdnya: 
• bibl badjl. Br. Z. 12.2 (rarua ri^na); bwat 
hadjyjui, aaiili. onder ra'ljawiillii, O.; mabwat 
haiijyan, aanb. onder rdiljakèrjja: tal|iaha 
panradJ^ftOi «giirudroba. 

lil., adjèn* T. e. kwxal, wier opietlii»)[ niet 
Kkcr is of Ie Iwpalen, zoo b. v. v. e. krop. die 
ucli nu eii dan verloonl. 

IV., routier in |i|. V. a<ljir III, Am. dikwijU. 
uio\ I.. Gj.. bano. 

II., Innbu wfllub tiiidjn djè*iig ra^til 
mani&i lAmbaiigr tki riitusiin v. e. gedicht dnnr 
MD wangkiik viTTiiardigd. Snm. Z. 159. 6. 

dt^\.. T. Z. 4. SS, 56 naa»l kujaka. ook 

Idjlo: naasl inanjar. Kani.fiS (l'antjalantra: 
sdtjiuiuklia, t. ald. en onder dom); kuèh 
laar i^fyan asësëban nirna tan knnin^iiis 
matüva, T. Z. 3. 35. vg). it. 24 Z. 6. 7: 23 
ï. IS, 17, z. onder andadja. 

II., komt uit een bei^ *r/j^ Tl. bis. fh. 
irJiQi en op de andere plaats ikÏ): 'l woord! 
keslaal niet, tenzij nu.-» 't tnet 'I sund. bidji 
wil idi-nliGeeren. 

iJirj\, «af^arawalan, «^larag. «wa- 

wang. Til. 1; raris maisr»^ aoni Idjn, 
Bfhfir tiimandang tan a^ru, T. '/,. S. 
132: Diftldju'an, aanb. onder df-lok: ada 
baO masisir londèn da pnput, liané matdjn'nn, 
tonden prarat nu atênriih, fr. Il..vgl. intjSg; 
SBWé abidjon an^ado pnililiuvra, Smw. /. IS, 



28: ftkfdjwan prahbawa, om ttrijd. ald. 7 (dua 
IkiI. Kawi): pa(d|n*, «agarawalan. 

Ulnn'^^, jav.. «^yjima, «harita •pAllfa, 
en 1^1. wilia: S*. Itenamin^ v. e. drjjswil 
frciipikkeldofl haan. wij zouden 't zwart itoemcn 
(tnak. id.: suiid. bèdjo, lamp. budjaw, dy. 
iidaw, alt. ponM., en bolafing-iminj^oiid. mo- 
iloQ, bis. en lag., waar hiraw gezegd wordl 
V. e. haan, dte wille naar 't gmene irfkkende 
veeren heeft, biUw, «asaar. waarbU vgl. Iiat 
raid en taiji: x. gaQu. slCm en onder 
glagah): Nawiinf; ido (sic) maniënAiif, War. 
58; Mwnng: Ido putib anuk amënaoir. ald. 40; 
5", Mng., Iienamiii;; v. d. manai» rasa en nen 
kaljang'i^oorl, die veel van «nie dopc^rwten heeft, 
vooral voor de k u Ij ai aangeplant, «ha tak wili s; 
4^ benaming v. e. aiaiig^a-s«ort, itie eea 
weinig grooler 'k dan een ganxenei en xeer sma- 
kelijk, de untfliig r. d. pil vermengd met 
baA« enz. als smeersel gebruikt na 'I ngang- 
{■eiin: ta(niba), tjaljnr Jnn as nr-inirrèiin, 
(a. poh Idjo, kwab djêbojr tlnnnn, lüèn :i, 
bras hanr. makawihlaknya, Us. : hldjo*. xeker 
bedrijf, aanb. onder wulu': • abidjo r. d. 
zee, Sm. Z. ^0,9 (biru). v. iematidü buidskleur 
door dr^telbeidr, Z 37. 10 {vgl. v. wilis): t. 
hoofdhaar (vgl. onder wilis), aanb. onder 
papnng, bèn en tja Ij ah (des i-lteveux bleus 
a force d'i^tre noir«); malildjo. v. pisang, 
Ar. Z. Sfi, S; nahidjo dukuttiyan atapak 
gadjab alalaivl tnngbaninr Kift', ald. Z. 24. 
3 (vgl. onder wilis); angilbaTas pakMmrn- 
l4btdjo Ja (?) V. e. verraderlijken aanvaller 
alt de gtwne stang, die in 'I gras verborgen 



SA\ en ^\ 



332 



aa\ «n ui\ 



41(. S (inxn^anëii rinfr ïanana >ii de ber zijn (knml nTercen met 't Hat. biti- 



ma Al ah mum ri hang awSluni. maiigalaü 
lak^anarija tw<ib manjiiih): banfr Idjfl 
V. e. riii?, it. L Z. 10, 20 (idjo inanlën 
Ygl tmif^r ijarana): HiralrMJo, R. L. Z. 10, 
31 (wilis pamiilunya'^: puitpH idje. vrn. = 
liësaofr djali!': lalèr idJo, z. nnnh. onder 
Ulu; ahldju»», aanh. flfldcr Ijab i>n f:emu; 
hidjoiin, kiinaan. T. b. Z. 1. 10: p«ksl 
djotian. Tjat. Z. 3. waar ook pak si wilis 
(vgl. Anb. 178, waar ook ma nuk idjn); ook 
djoan, als tn '1 jav. (z. wanlfin en skr. hA- 
rita): B<Uh tdjoan, eig^nn. v. e. prahali- 
familln^ (idjnn>, Bjw., twtrschoi op nog onrijpe 
veldgea)at$e» iin'l de rijpe li; betalen), 
pn^, z. udi. 

t-in^, dadar (by M.ili«mi>d.'. ï. under udi). 

'tvn 'Ct\l., sntiA »\8 ailr., tcheid uil! tjmoegl 
z. lodja. 

11., z. nodja. 

uir?^^. madjab, geoefend worden, let krij' 
gm, ook v. polUm, waarin meii waler wil 
dix-n. door ze l« branden em.. ten einde ze 
gescbiki Ie ni.iken 't Torbt binnen te lioiiilen 
(2. nabunin]; maiijafa, gedrtsseieid: turndjuh 
djnii, Bgadjah pnjnk. uin*d]ali djanati, dimiceren 
paardfu: nptdjah, dresse&m «ren glalik (Bjw. 
mband(r, jav. ngiifida): iijradjahin, iets of 
iemand voor 't een ef ander geschikl matten, 
hem in iels oefenen, ook b. v. nieuwe poltuo. 
die Dog saraDg zijn door i.t telkens water in te 
gieten, iraeJiten teaterdickl te maken; kadjabin. 



dj ar en is misschien daarvan een vcrliaalenng: 
immers 't bal. maakt v. d. /eenr, b. t. roras> 
jav. rolaa: de l niwl hier dus gekomen tijB 
door «en r die adjah vroejter slool; nvtnea- 
komslig is 'I jav. lëlandjur, daar dil 'l ml. 
l^landjur in pi. tCr «andjur is; vgl.ftn<kT 
kaj£h eii lag. aral). beginHen iets Ie dnea: 
Uëladjab m^bunah, hetjinnen vrucklen Ir dn- 
gen: miadjiihin, pladjahln, let» Ireren, aanlfem; 
Inuruk mahidjiiliin. «winarawarah ma- 
ngadjy» (bat. ip^rKiradjari en diparsi>' 
djari. Diarsiadjar); pêpladjabiin , /n>j6n(i 
(liadjah. sas., mlatljab): pancadjnhan, de 
bulub, waaraan de glalik (pSljéugtjèB^) 
vastgebonden 'a; soms xijn te van hout n 
aan 't uiteinde voorzien v. palra piing^tl 
(Bjw. bandCran: vgl. tjalip). 

vtn^^, een kleiiie (f) irëi^an. \til 
I u t D Dg. 

•yunR^\ I., vrn. = rudjak (vgl. jn. 
wëdjah]; KI. en Bngl.: prCitdjak en onk 
Irëfldjak. 

n.. iiKodJah <;pandatib), woertMijk ht- 
haten: Inefihlltjang tan nèntên sami nr»djak 
nali^pèk makadl nnltnl (lees outur of nu 
lun) Mkadi pndairingan aliir purlkaodané ai 
tnsaii : papak odjah munjin anaké om bem 
boos Ie maken; ipun nongfOK rins: sadr», nja- 
hran ndiDKëb ninnji lètnb, mUah ipun pèlênc 
lémab, T. bg. Z. 3; nrndjabaiiir, iemand nadva. 
nazeggen, wal men hem hpefl boorcn voordra* 
gen: mai«adJabDdj!thaRf, "amiAda^ 



c 



• winarahaD, «winuruk; uêladjab, /cnm, &inuini^, s., t. vnder wi^ékba. 



^y eo ui\ 



S5S 



«A.^ en ui^ 



« ri 



igra^ji". 'wis bemerfftn : tra »iljin 
l^angr. ik heb 't niet bfmtrkl; df iru adjjiir, 
th mot 't niei btnxerkl ; npliljlnniif, op iels 
ten: tra iijjhiaoffa. Aij Aw/f «- niet opgelei. 
dt^K\\ L. z. idji. 
U.. fiigena. r. c. Wr^ in '1 Djw. (vjïI. Povrwa 



tniur linliin niidjarniljiini H mttbAHldJa. R. 
10 Z. 2. 4 (maatur, inslur nètèhaiig): 
alijuH 4djar*a railnM riiir kawt, Sm. Jt. 1. "i 
(beprtxreH*): miiiijradjar, K. inl. (ngurukang); 
djalak adj»r*iin bajan syanir piijob kwèh 
pëdjah mnnfncnh rins |>ftiidjari|iatitjariiiij;kanir 



1 94 vl^d.) waar K6lio-iwa «rc^n pul lUDfsl liéuès iii den linind In Lëngka door Manu- 
iken. waarin hij gednod werd, wi'sbatvR disjmin vcrwt-kl. R. 10. Z. 10, 1. 2 d (i Ijurlk 



fcl\s onvokrindigd, t£l»^a unit^ gonoemd luailirik Uajan Bvuiig, Ijurik maguQngaii 
I. aanb. onder kapulurigan. 
nic| \ , (tta bSb), regen, het recent (mal. id., 



üa|ilakèn «yung; vermoedelijk ge/tresxeerJe 
djalak's); pidjaran. hermitage. Sul. Z. 17, 1; 

'«Bbw. uj'iD, bc. oran. skk. uran. z. onder *•■• 2- 8. U: W. Z. 16. 1: apaksa Mdjaran. 



^lit; X. hudan): naodjan. m den regen 
h^em (rgl. ni»kËhus}: kandjatiuii, ■binu- 
]4anbudanan: udjaimn (saliëfaan). 
L'i'irï»]\, ^j tij<len RRxien coj. 

^£mie^, s., huid. vachl, Sm. Z. 20, 6; 
giijlna, olifaHhkuid. W. Z. 21. 9 (basli 
winalulaiig, h. winangiin iiri)) samadja 

Kalulaqg): karl adjtna lan tahulanv, e. 
re. T. fr. Z 4, K9: adjinnpatra, 7.. oader 
Kwa. 
tr!iE^j^. 8. upala, upasargga. upa- 

^Tnnnuusici^. «dji ndjatjètana, Jèn aal* 
lén ksdya matiTt, Tjl 48. 

<wc^\ I., Wil. 19 a, 20 A; adjar*, sadya- 
|ara(f), atyatiala (7), supraljarnia of pra- 
Ijariua {?), wésanaga (1. waikbjinasa, vgl. 
tnder kita en duluwang), Tjl., tuuib. ï. 16, 



B. Z. 11. 1 (padiikuhan, palapau). een 
hoop lilmsenaanf, W. Z. S, I (jan kfinëbang 
Iwir 8ai% tapa. kaidep sang I.); m.iti .^anir 
sAdhaka minima [b.: di) rApa pakapi\djaraii 
Irika nialliiirjrHiiiv ^:an'a, Sut. Z. 135. 8: 
pAdJanuiiur holiin rl badjl, B. Z. 101. 2 
(iDunjJR bapa riug i di-.wa): pldjaradjaran, 
bermttago in firn luin nf lustfaor, Suoi. Z. 25, 
1: W. 7.. 34. 5; ook pan^djaraii. Was. Z. 4 
Sin., bojw., Z. 6, 62 en 6S en aanh. onder 
tjJntamaDi (een ander paugadjaran, i. 
onder wldji). 

11., adjariDfr knièm v. d. kuniuda in 
Indra'a bemc), W. Z. 13, 9 (ngadjarat^ 
wCDgtn<;, ngantenang ring wÉi^jl), Br. 
Z. »2. 7; Adjar, Br. Z. 20,9 (anahurï), 
B. /. 23, 6 (maniunji, modjar): mAdjari 
7.. n, 1 (umalur), Z. 15, 7 (nggeiaraug); 
pAdJar. Adip. 106. 107; madJaraiUar. R. 18 



k Adig.29: Adjaradjar. e. aanb. onder waxi Z. 3, 21 (nolur'ang): •an^djar brnta. L. 
kna dudukwan); »trt* ntadjiu-adjar, Aiwle /. 27, 3 {ngwanguaj: adjarèn, B. Z. 117. 3 
\oendt itn>im«a, Siini. Z. 16, 6: ndah BMnwt-{(uljapen): «bUjar, vermeld in de wèda's. 




«a.\ en u»^ 



lU^ en ui^ 



Mïp.ki;Bb.-i6:kitii»rtiit;iii\. de leer der hei- 
lige geschriften, Sniw. Z. I, 28; kadjitriiig (Asira 
Wtb. II.: kudjariiis: paliliiidon, heieeitmu v. 
ft. aMtibi!viiiginhu(tdinij)m: b. v. jèo flna Ipèn 
ala. mwans' paliliiidon, nla katUnni.va, Us.: 
haU kAdJiirnya, Adi(i. Sö mz.: t. p^djar: 
tnudjarflkèn lOS: tng:ftdjArakéii. Br. Z. 9, 8 
(a ug a il] a r a tjg . tu a ug w u w a h a ng , iii a tig a- 
luraiig), Adip. 106: an^adjaruii;, «iimara- 
hak£n: orudjuniiie, «awarab «n «amara- 
baken: adjurunar&vSni. Z. 30, 14 (kaQtjap 
kalalakiU: ie scheiden adjaran ar^B en 
liever Ie deiiken aan djaran). 

111 . adjnrwali, eigcnn. v.e. vorsl v. KanaiLn 
(jav. kanai^aii, Aob.) die de bulp v. Imam 
Sunianlri (era looii vaRilendipali v. M^kah) 
t^cn nionslers inriep, winr vorst was Drawa 
of Darwa kaTitjana, 't jiediclit is in modern 
jav. en op Lombok in Irek; vgl. onder pu> 
sér, kungkang. kurësi. lasik, imnn 
II en kalkaösar. 

Uin'\ I. (t), niiuifadjir iimab, K. 23 Z. 

11,17 (raaladjah i^gaé sëbun inala* 
djab djumaha, hierbij iüaanaur^^ gedacht 

en ia de veronderstel I ing, dal er een rumah 
in pi. V. uiiiab iieslaat). 

U., Ja ta kfthadJtriDr ^lla aii^soninir (b. 
auggostaniug) padu rëntjiüi, Tji. U: maar 
op de orereenkoniende pi. in de Sul. (Z. 94, 
1); bfilab sukunirt^ ISugèn pwa kadji- 
ring. fiUgr^lungid: de sclteiding on- 
ufcer zijnde, kau hier een a dj i ook 'l be- 
doelde zijn. 

III., vcrb. T. waJjir (rijj); «Ikas adjir, 



Am. telkens (mei Men. Alkas wadjir ie 

lezen, mal. hjyl« i,/^^). 

ui^\, jav., T. Z. 5.117 (drawa), «dra- 
wa, naast iijaii in gebruik vooral in zellver- 
vjoekingen. »^mr liuorntRé, apaqr id*"c 
aiUnr, vgl. kiting: brëk adjnr poloné, ii-inand 
vervloekende: ma.< adjar, T. Z. 5, 83 (m. 
lavra), "kanaka IjurAna. « k. drawa: 
lèpana kadi nias adjar. «djënu bèm» 
ijurAna: satra djingta aluK tunnraiinr mis 
adjnr, Smw. Z. 14, 3 (t. onder Ijürftna); 
Ita iMliq ndéq ta bumn; tèmali adjur (ti. 
tumpur). Tjp.: adjnrsarl, oigenn. v. e. 
dochter v. Miisliraan en gade v. Bluhps- 
rita: pfncadjar, nm. v e. mantra, om Qur 
gemakkelijk te versmelten. 

^-^O^^ L, miNi^uim ieder, den minste zelb, 

aansprekende, vriendelijk in 't algemeen, «anh. 
onder bén (mad. adjir); nlat anianis, npk, 
laii arCniTQ kan; allK a^fèr Ing ulat, Nw.; 
adjprin ban munji manlsj vgl. grèlèh. 

II., z. ODcliT dji^r. 

^»^^. jav. (•gJ^\), R. 5 Z. 1, 13 (nm- 
nji, satwa), IS Z. S, I (sagih, wuwns), 
W. Z. 5, 10 (s.. pangandika). B. Z. 80, 
10(gotib, w.),Z.6,7 (satwa, w.. mjapan), 
Br. Z. Ï9. 18 (waljika). -ling, Sm. Z. SI, 
6, in de sin v. geluid v. bombakkers, «^ahda, 
naast punagi. Sin. bnj. Z. 5, IclkeDs; ndjar, 

• pranidhAna; • Kodjar aan 't begio T. e. 
rede jegens een Toral, W. Z.18,4 (sioggih, 
inggih). Z.19.1 (vgl. jav. en mal.), .sahor: 

• no4|ar, W. Z. 18, I2(inatur, masagib), 

• mddjar, K. 3 Z. I. 39 (makruoa); 



«i\ en ^\ 

nodjar, •awasila: mo^j^ndjar. R. 7 Z. 

10 (matiakrunajan): n tadjan U 

Lkotilnuf tA|»ilri5, R. 3 Z. i. Z (tan 

tjatiAn): acUarëD, It. I7 Z. 6. 1 (ulja* 

ang. waitiiaiien}: kodjar. B. Z. 4S, 1 

uljapang, nljapSn): kodjarui, de wijt 

\arop ieli geiegH wardl. aanb. onder pwaii: 

n, W. Z U, 6(waljika, calida, 

raljaQa). 
ui-in^. ar. {jij^), Eadra» ijav. ng u- 

ér); toen bij ail tijn lOO-jarigen ttlaap ont* 

ikle. werd iljn nx\. ik reeds lang tci^aan 

mvi. wéér in 't leven gebracht, Rauxal-us-«afa, 

ru ï., Vol. II. p- UÏ.Anb. J. bl. 150. waar 

odjèr door üjabarail overluigd wordt v. d. 
(gelijkheid, dat vergane lijken wetr herleven; 
tnip een toeKpeKng ('I mal. baitdst-b., Ttjds. 
ilat. gen. XXXVI. 6l9. heeft de SThrijiToul 
|c). I. aanh. onder jusup. 

vt^\ I., njpidjar, btdelen: kalah déngii.irfii^ sami), tri) allen: tltyan^ adjak ttaml, 
lia, mëHanir din adjurln, djatii oirfa llülkjK'O allen, •karai kabèb: lUn adjak Itjanc 



«*\ en ut\ 

mSn, ï. djrib. 

wior»j\. djarao (l»at en ogadj. id.: 
bug. anjaratig: in d. tijj v. Itumpb. scbijnl 
adjaran nog in (.'ebraik geweest Ie zijn. rgl. 
onder djaka: onder de bofftroolen van Hadja- 
pahit naaat e^n Ranggalawé ook een ^.la»» 
^IjiS, bs.. B. S9, vgl. onder undakan en 
lolib}. Br. Z. 3S. 4: Wtb. II. 29: icipat bal 
painradjaran. z. onder wAdjj. 

UI R «1 ^ . t. onder k tl rè» i. 

OiOtti^^, sns. (vcfb. T. ï^sa). isaka. 

t^'R\, nr«<Jnuir>">r rans, Dd. Z. i, 6; 
adjnuv K«tl ramsuè. 

Vin&it)\. adjaq', sas., utiik*. 

vm(Si]\, jav.. d. vortu. die in 't passief 
opirmit als praepoaitie, met, vergeseld vaa, bij. 
in geselschap ron. ook v. levenlooze dingen, 
b. V. Itjtnr H^Jak mabëdjang- (lityaog sa- 



Hkabaru bëlah ('l duor hem op een baan 
fvneóAe geld) kndft banJa nanjckënpln. 

.Bfé nakakal, lualudjujr rarimutan. 



rëlënti re/at warm mei mij xiek: adjak pëdldyan 
{op sijn eentje) is in Bil. gebruikelijk, maar 
K. niisiH-aik : gnstln tilyanr adJak tltyan; 



nilijnl lantas kaxisi. katudjn sadva, santi, oiu aller heer: bhatAnuiln^ Bg-wanr 
«djnr tëkèn i gndir. kampnni; lawax «djak aiunl, • dèwataniaini kabèb; adJak 



tmiukèn niradjar llllma, Tj. b.: 3' als 
CqjaL 
U.. jav. {"p'^S): mudjnr, 't Icgenov. v. 

ilang, «B. Z. HS. i (vgl. mal., waar ook 
djor, baL undjur, mak. undjurdq en 



daoè iDwast «rowaugniran hingba: want 
adjaka tJèrorlDg*. w. cm tj. ; mantnk samlDé 
a^Jttka. •niuiib patlldulur; adjaka mapëta, 
hij spreekt tnel kern: adjaka kêpèl daula. met 
e. iocrea Huuifr; adjaka tëtëln, « aogalfilwani'. 



oadvr djindjiih); lnj:a]anir inirndjur, in ngadjak, iemand mei :m-j^ fiM^nemtfi. ver^escf^, 
lengte em in de krtadle dmorkrvitd vov