(navigation image)
Home American Libraries | Canadian Libraries | Universal Library | Community Texts | Project Gutenberg | Children's Library | Biodiversity Heritage Library | Additional Collections
Search: Advanced Search
Anonymous User (login or join us)
Upload
See other formats

Full text of "Liahona (Dutch)"

Liahoiiï 



Toespraken 

algemene 

conferentie 







F T 








"N 



V 





r 



NW1S303O1 J.31N N383ldO)l 



m tt 'i * 
" Bi \ . II 




V ■ 


ra 

SR 

fl: ' Ifcl 


Li 


1 

1 

i 

/ 


^T 


- ff 'toéé: '- : *Wet ff \ 

BÜ~ i Bm^^ïlT^ 1 L 1 IK 


' «B-' 


H|ipi SL ' f ' ...j* ' kj| 




■■91 ,w^ 

B Ui **»r?Bi Wfki JraB 
■ ..-■;";*&' J/^TS- • Tléf All: 

B*^^ '• iffilf AH W iEr KI 


/ 


ji bt-^w ; f jkii m* ■ n 

Jfl ■£'■ -t'--< *^1 ^Wyfl "i 


fltt 




■ li 


■ i 
I 1 

1 

w 


1 


■BW?*"""' fTij, '^B^ 1 r' twf 

BBb Br ' IM»*^* ^W*L^f .# ^* J^ 1 






?*"" • /.»' 




• 1 ! 




1 '*f 


* ■•■' il 

i V i 


n 


!ï' v M 




/lisi ËÉsraj 




1 ■' i lESVi.. ' 


! 







K 














p 




^. 


IT| 




-3 


^1 




K 


--1 






•>■ 




.N 


ti 




5 






■is 






: Si 


s 




^ 


5 




a 


Ou. 




+^ 


K 




-S 5 


5j 




^3 


?3 







s 






-«! 




& 


<i 






•-?. 






1, 






^) 




■i> 


^ 




13 







■S 


w 






ij 






aj 




.<3 


+-- 




*1 


i 


■o 


s' 


s 


E 




s 


3 




^> 





e 


5 


et 








s 




< 


:». >Ss 


s 


^ 


K 


O 


, 


1> 


§ 





K 


3 






1) 


2 

■C 


s 

a 




a. 


5 


s: 


v» 
O 


-O 


-a> 


-> 


& 


a 




.V; 


-Si 




s 


-^ 




-sa 






^ 


^ 




ai 


& 










~^ 


>■» 




as 






"9 






-S 


p 




ij 






s-c 


■a 




s 


ÖO 












IS' 

■Si 




^s 


-3 




g 


-a> 




^3 


p 




~c 


p 




H 


a 




■Si 


1 — 1 




-^ 


+«k 




^ 








s 










=: 


s 




~ 


1) 











p 


K 




~ 


■^ 




ö" 






^ 













§ 







105E JAARGANG NUMMER 11 DE KERK VAN JEZUS CHRISTUS VAN DE HEILIGEN DER LAATSTE DAGEN • NOVEMBER 2005 


L 

2 Beknopt overzicht van de 175 ste 


jahor 

53 Geroepen en gekozen 


l 

110 


a 

Mogen wij met elkaar in de hemel 


algemene oktoberconferentie 


President James E. Faust 




aanzitten 




56 Doe uw plicht; doe uw best 




Kathleen H. Hughes 


Zaterdagmorgenbijeenkomst 


President Thomas S. Monson 


112 


De wil van de Heer voor ons leren 


4 Openingswoord 


60 Indien gij voorbereid zijt, zult gij 




kennen 


President Gordon B. Hinckley 


niet vrezen 




Anne C. Pingree 


6 Zegeningen van het Boek van 


President Gordon B. Hinckley 


114 


Werktuigen in de handen Gods 


Mormon lezen 






President James E. Faust 


Ouderling L. Tom Perry 


ZONDAGMORGENBIJEENKOMST 






10 Wees voorbereid; wees voortaan sterk 


67 Het voorbeeld van de profeet 


64 


Algemene autoriteiten van De Kerk 


Bisschop Keith B. McMullin 


Joseph Smith 




van Jezus Christus van de Heiligen 


13 De heiligheid van het lichaam 


President Thomas S. Monson 




der Laatste Dagen 


Susan W Tanner 


70 Op Zions kust 


118 


Zij hebben ook tot ons gesproken: 


16 De tocht naar hogere grond 


President Boyd K. Packer 




de conferentie deel van ons leven 
maken 


Ouderling Josepb B. Wïrthlin 


74 Een patroon voor iedereen 




20 Het licht in hun ogen 


Ouderling Merrill J. Bateman 


120 


Leringen voor onze tijd 


President James E. Faust 


76 Mijn ziel verlustigt zich in de Schriften 


121 


Richtlijnen voor de bijeenkomsten 




Cheryl C. Lant 




en activiteiten ter verrijking van het 


ZATERDAGMIDDAGBIJEENKOMST 


78 De waarheid hersteld 




persoonlijk en huiselijk leven 


23 De steunverlening aan 


Ouderling Richard G Scott 


122 


Bronnenlijsten voor Aaronische 


kerkfunctionarissen 


81 Vergeving 

President Gordon B. Hinckley 




priesterschap en jongevrouwen 


President Thomas S. Monson 


125 


Algemene presidiums van de 


24 Priesterschapsgezag thuis en in 






hulporganisaties 


de kerk 


ZONDAGMIDDAGBIJEENKOMST 


126 


Kerknieuws 


Ouderling Dallin H. Oaks 


85 Jezus Christus, de grote Geneesheer 






28 Aan de jongevrouwen 


Ouderling Russell M. Nelson 






Ouderling Jeffrey R. Holland 


88 Voorbereidingen op de herstelling 






31 Waar geluk: een bewuste keuze 


en de wederkomst: 'Mijn hand zal 






Ouderling Benjamin De Hoyos 


over u zijn' 






33 Het Boek van Mormon, het middel 


Ouderling Robert D. Hales 






om het verstrooide Israël te 


92 Opoffering is een vreugde en 




V 


vergaderen 


een zegen 




^ÊR ^-» ■w 


Ouderling C. Scott Grow 


Ouderling Won Yong Ko 




,^ê ^^ ^t 


35 'Als Christus mijn mogelijkheden 


94 Evangelieverbonden en hun 







had gehad...' 

Ouderling Paul K. Sybrowsky 

37 Geestelijke voorbereiding: begin 
meteen en wees consequent 
Ouderling Henry B. Eyring 

41 Wat het belangrijkst is, gaat het 
langst mee 
Ouderling M. Russell Ballard 

PRIESTERSCHAPSBIJEENKOMST 

44 Een zendeling worden 
Ouderling David A. Bednar 

48 De zoektocht van de mens naar 
goddelijke waarheid 
Ouderling Charles Didier 

50 De zegeningen van de algemene 
conferentie 
Ouderling Paul V. Johnson 



beloofde zegeningen 
Ouderling Paul E. Koelliker 

96 Het kompas van de Heer 
Ouderling Lowell M. Snow 

98 'Hoed mijn schapen' 
Ouderling Ulisses Soares 

100 Christelijke eigenschappen — 
de wind onder onze vleugels 
Ouderling Dieter F Uchtdorf 

103 Slotwoord 

President Gordon B. Hinckley 

ALGEMENE ZHV-BIJEENKOMST 

105 Video: 'Werktuigen in de 
handen Gods' 

107 Dierbare momenten 
Bonnie D. Parkin 






Beknopt overzicht van de 175 ste algemene 
oktoberconferentie 



ZATERDAGMORGEN, 1 OKTOBER 2005, 
ALGEMENE BIJEENKOMST 

Presidium: president Gordon B. Hinckley. 
Leiding: president Thomas S. Monson. 
Openingsgebed: ouderling Harold G. Hillam. 
Slotgebed: ouderling Darwin B. Christenson. 
Muziek van het Mormoons Tabernakelkoor; 
Craig Jessop en Mack Wilberg, dirigenten; 
Clay Christiansen, organist: 'Redeemer of 
Israël', Hymns, nr. 6; 'Jesus, theVery 
ThoughtofThee', Tfyraws, nr. 141; 'He, 
Watching over Israël', Mendelssohn; 'Guide 
Us, O Thou Greatjehovah', Hymns, nr. 83; 
Tm Trying to Be like Jesus', Children's 
Songbook, 78-79, arr. Bradford, uitg. Nature 
Sings; 'I Believe in Christ', Hymns, nr. 134, 
arr. Wilberg, niet gepubliceerd. 

ZATERDAGMIDDAG, 1 OKTOBER 2005, 
ALGEMENE BIJEENKOMST 

Presidium: president Gordon B. Hinckley. 
Leiding: president James E. Faust. 
Openingsgebed: ouderling John H. Groberg. 
Slotgebed: ouderling F. Meivin Hammond. 
Muziek van een gecombineerd JMJV-koor uit 
ringen in Bountiful, Woods Cross en Salt Lake 
Noord (Utah); Michael Huff, dirigent; Linda 
Margetts en Bonnie Goodliffe, organisten: 
Awake and Arise', Hymns, nr. 8, arr. Huff, niet 
gepubliceerd; 'On a Golden Springtime', 
Children's Songbook, 88, arr. Huff, niet gepu- 
bliceerd; 'High on the Mountain Top', Hymns, 
nr. 5; 'On This Day of Joy and Gladness', 
Hymns, nr. 64, arr. Huff, niet gepubliceerd. 

ZATERDAGAVOND, 1 OKTOBER 2005, 
PRIESTERSCHAPSBIJEENKOMST 

Presidium: president Gordon B. Hinckley. 
Leiding: president Thomas S. Monson. 
Openingsgebed: ouderling Stephen B. 
Oveson. Slotgebed: ouderling Adhemar 
Damiani. Muziek van een priesterschaps- 
koor met vaders en zoons uit ringen in 
Orem (Utah); Donald Ripplinger, dirigent; 
John Longhurst, organist: 'Truth Restored', 
Beethoven en Jones, arr. Ripplinger, niet 
gepubliceerd; Til Go Where You Want Me 
to Go', Hymns, nr. 270, arr. Fjeldsted, niet 
gepubliceerd; 'Ye Elders of Israël ', Hymns, 
nr. 319; 'True to the Faith', Hymns, nr. 254, 
arr. Ripplinger, niet gepubliceerd. 

ZONDAGMORGEN, 2 OKTOBER 2005, 
ALGEMENE BIJEENKOMST 

Presidium: president Gordon B. Hinckley. 
Leiding: president Gordon B. Hinckley. 
Openingsgebed: ouderling F. Burton 



Howard. Slotgebed: ouderling Ned B. 
Roueché. Muziek van het Mormoons 
Tabernakelkoor; Craig Jessop en Mack 
Wilberg, dirigenten; Richard Elliott en John 
Longhurst, organisten: 'The Morning 
Breaks', Hymns, nr. 1; 'Joseph Smith's First 
Prayer', Hymns, nr. 26, arr. Wilberg, niet 
gepubliceerd; A Poor Wayfaring Man of 
Grief', Hymns, nr. 29, arr. Wilberg, niet 
gepubliceerd; 'Sweet Is the Work', Hymns, 
nr. 147; 'The Seer, Joseph, the Seer', Hymns 
(1948), nr. 296, arr. Beesley, uitg. IRI (tenor: 
Stanford Olsen); 'Ode for Joseph', Bradshaw, 
uitg. Jackman; 'Praise to the Man', Hymns, 
nr. 27, arr. Wilberg, uitg. Jackman. 

ZONDAGMIDDAG, 2 OKTOBER 2005, 
ALGEMENE BIJEENKOMST 

Presidium: president Gordon B. Hinckley. 
Leiding: president Thomas S. Monson. 
Openingsgebed: ouderling H. Aldridge 
Gillespie. Slotgebed: ouderling Dennis E. 
Simmons. Muziek van het Mormoons 
Tabernakelkoor; Craig Jessop en Mack 
Wilberg, dirigenten; Bonnie Goodliffe en 
Linda Margetts, organisten: 'The Iron Rod', 
Hymns, nr. 274, Holst, arr. Galbraith, niet 
gepubliceerd; 'Where Love Is', Children's 
Songbook, 138-39, arr. Cardon, niet gepubli- 
ceerd (fluit: Jeannine Goeckeritz; harp: 
Tamara Oswald); 'Come, Ye Children of the 
Lord', Hymns, nr. 58; 'We Thank Thee, O 
God, for a Prophet', Hymns, nr. 19, arr. 
Wilberg, niet gepubliceerd. 

ZATERDAGAVOND, 24 SEPTEMBER 2005, 
ALGEMENE ZHV-BIJ EEN KOMST 
Presidium: president Gordon B. Hinckley. 
Leiding: Bonnie D. Parkin. 



Openingsgebed: Barbara D. Lockhart. 
Slotgebed: Lilian B. DeLong. Muziek van 
een ZHV-koor uit ringen in Orem (Utah); 
Dyanne Riley, dirigente; Linda Margetts en 
Bonnie Goodliffe, organisten: 'Now Let Us 
Rejoice', Hymns, nr. 3, arr. Margetts en 
Riley, niet gepubliceerd; 'When I Feel His 
Love', Perry, niet gepubliceerd; 'How Firm 
a Foundation', Hymns, nr. 85, arr. Wilberg, 
niet gepubliceerd. 

OPNAMEN CONFERENTIE VERKRIJGBAAR 

Bij de distributiecentra zijn in verschillende 
talen opnamen van de conferentiebijeen- 
komsten verkrijgbaar, in het algemeen 
binnen twee maanden na de conferentie. 

CONFERENTIETOESPRAKEN OP INTERNET 

Op www.lds.org vindt u de conferentietoe- 
spraken in veel talen. Klik op het wereld- 
kaartje in de rechterbovenhoek van de 
homepage. Kies vervolgens een taal. 

HUISONDERWIJS EN HUISBEZOEK 

Kies als huisonderwijs- of huisbezoekbood- 
schap een toespraak die het best aansluit op 
de behoeften van het gezin dat u bezoekt. 

OP DE OMSLAG 

Een voor een, Walter Rane, © 2003, By the 
Hand of Mormon Foundation, kopiëren niet 
toegestaan. 

FOTO'S CONFERENTIE 

De foto's van de algemene conferentie in 
Salt Lake City zijn genomen door Craig 
Dimond, Welden C. Andersen, John Luke, 
Matthew Reier, Christina Smith, Scott 
Davis, Les Nilsson, Rod Boam, Amber 
Clawson en Shannon Norton; in Brazilië 
door Adriano Vedovi; in Frankrijk door 
David Anderson; in Mexico door Israël 
Gutierrez; in Michigan (VS) door Rod 
Humiecki en Lee Kochenderfer; in Peru 
door Mason Warr; en in Samoa door 
Judith Johnston Niuelua. 




November 2005 1 05e jaargang Nummer 1 1 
UAHONA 25991 -120 

Officiële Nederlandstalige uitgave van De Kerk van 
Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen 
Het Eerste Presidium: Gordon B. Hinckley, Thomas S. 
Monson, James E. Faust 

Raad der Twaalf: Boyd K. Packer, L. Tom Perry, Russell M. 
Nelson, Dallin H. Oaks, M. Russell Ballard, Joseph B. 
Wirthlin, Richard G. Scott, Robert D. Hales, Jeffrey R. 
Holland, Henry B. Eyring, Dieter F. Uchtdorf, David A. Bednar 
Verantwoordelijk redacteur: Jay E. Jensen 
Adviseurs: Monte J. Brough, Gary J. Coleman, 
Yoshihiko Kikuchi 

Hoofddirecteur: David L. Frischknecht 
Directeur redactie en planning: Victor D. Cave 
Directeur grafische vormgeving: Allan R. Loyborg 
Directeur tijdschriftenredactie: Richard M. Romney 
Hoofdredacteur: Marvin K. Gardner 
Redactiemedewerkers: Collette Nebeker Aune, Susan 
Barrett, Shanna Butler, Ryan Carr, Linda Stahle Cooper, 
LaRene Porter Gaunt, Jenifer L. Greenwood, R. Val Johnson, 
Carrie Kasten, Meivin Leavitt, Solly J. Odekirk, Adam C. 
Olson, Judith M. Palier, Vivian Paulsen, Don L. Searle, 
Rebecca M. Taylor, Roger Terry, Janet Thomas, Paul 
VanDenBerghe, Julie Wardell, Kimberly Webb 
Leidinggevend art-director: M. M. Kawasaki 
Art-director: Scott Van Kampen 
Productiemanager: Jane Ann Peters 
Medewerkers ontwerp en productie: Cali R. Arroyo, 
Howard G. Brown, Thomas S. Child, Reginold J. Christensen, 
Kathleen Howard, Denise Kirby, Tadd R. Peterson, Randail J. 
Pixton, Kari A. Todd, Claudia E. Warner 
Marketing manager: Larry Hiller 
Oplagedirecteur: Craig K. Sedgwick 
Distributiedirecteur: Kris T Christensen 
Vertaling: 
CPB Vertaalbureau 
Heschepad 1, NL-5341 GS Oss 
Telefoon: 0412-690490; Fax: 0412-690266 
Nieuwsredactie: 

Nieuwsredacteur: Frans Heijdemann 
Grovestins 64 
NL-7608 HN Almelo 
Telefoon: 0546 865984 
Kopij liefst op diskette, of per e-mail naar 
nieuws@liahona.nl. 
Abonnementenadministratie: 
Klantenservice distributiecentrum Frankfurt 
Tel. 00800 32324357 
Fox 0049 6172 492860 
Abonnementsprijs: 

EUR 1 6,00. Het jaarabonnement kan elk gewenst moment 
ingaan. Bij voorkeur bestellen via uw unit. Bij rechtstreeks 
bestellen uw creditcardnummer vermelden. 
Bijdragen: 

Stuur manuscripten en vragen aan: 
Liahona, Room 2420, 50 East North Temple Street, 
Salt Lake City, UT 84 1 50-3220, USA; of per e-mail naar: 
cur-liahona-imag@ldschurch.org. 
De Liahona (een woord uit het Boek van Mormon dat 
'kompas' of 'aanwijzer' betekent) wordt gepubliceerd in 
het Albanees, Armeens, Bulgaars, Cambodjaans, Cebuano, 
Chinees, Deens, Duits, Engels, Ests, Fijisch, Fins, Frans, 
Grieks, Haïtiaans, Hindi, Hongaars, Indonesisch, Italiaans, 
Japans, Kiribati, Koreaans, Kroatisch, Lets, Litouws, 
Malagossisch, Marshalleilands, Mongools, Nederlands, 
Noors, Oekraïens, Pools, Portugees, Roemeens, Russisch, 
Samaraans, Samoaans, Singalees, Sloveens, Spaans, 
Tagalog, Tahitiaans, Tamil, Telugu, Thai, Tongaans, Tsjechisch, 
Urdu, Vietnamees, IJslands en Zweeds. (Frequentie verschilt 
per taal.) 
Uitgever: 

© 2005 by Intellectual Reserve, Inc. Alle rechten voorbe- 
houden. Gedrukt in de Verenigde Staten van Amerika. 
Tekst- en beeldmateriaal in de Liahona mag gereproduceerd 
worden voor incidenteel, niet-commercieel gebruik in de kerk 
of thuis. Beeldmateriaal mag niet gereproduceerd worden als 
de bronvermelding dat aangeeft. Voor vragen over het auteurs- 
recht kunt u zich richten tot het Intellectual Property Office, 
50 East North Temple Street, Salt Lake City, UT 84150, USA; 
e-mail: cor-intellectualproperty@ldschurch.org. 
U kunt de Liahona in vele talen terugvinden op het internet 
onderwww.lds.org. Engelstalige lectuur staat onder 'Gospel 
Library'. Voor andere talen, klik op de wereldkaart. 
For Readers in the United States and Canada: 
November 2005 Vol. 105 No. 1 1 . LIAHONA (USPS 311- 
480) Dutch (ISSN 1 522-91 73) is published monthly by The 
Church of Jesus Christ of Latter-day Saints, 50 East North 
Temple, Salt Lake City, UT 84150. USA subscription price 
is $1 0.00 per year; Canada, $14.00 plusapplicable taxes. 
Periodicals Postage Paid at Salt Lake City, Utah, and at addi- 
tional mailing offices. Sixty days' notice required for change 
of address. [nclude address label trom a recent issue; 
old and new address must be included. Send USA and 
Canadian subscriptions to Salt Lake Distribution Center at 
address below. Subscription help line: 1-800-537-5971. 
Credit card orders (Visa, MasterCard, American Express) 
may be taken by phone. (Canada Poste Information: 
Publication Agreement #4001 7431 ) 
POSTMASTER: Send address changes to Salt Lake 
Distribution Center, Church Magazines, PO Box 26368, 
Salt Lake City, UT 841 26-0368. 




SPREKERS IN ALFABETISCHE 
VOLGORDE 

Ballard, M. Russell, 41 
Bateman, Merrill J., 74 
Bednar, David A., 44 
De Hoyos, Benjamin, 31 
Didier, Charles, 48 
Eyring, Henry B., 37 
Faust,JamesE.,20, 53, 114 
Grow, C. Scott, 33 
Hales, Robert D., 88 
Hinckley, Gordon B., 4, 60, 

81, 103, 105 
Holland, Jeffrey R., 28 
Hughes, Kathleen H, 110 
Johnson, Paul V, 50 
Ko.WonYong, 92 
Koelliker, Paul E., 94 
Lant, Cheryl C, 76 
McMullin, Keith B., 10 
Monson, Thomas S., 23, 

56,67 
Nelson, Russell M., 85 
Oaks, Dallin H., 24 
Packer, Boyd K., 70 
Parkin, BonnieD., 107 
Perry, L. Tom, 6 
Pingree, Anne C, 112 
Scott, Richard G., 78 
Snow, Lowell M., 96 
Soares, Ulisses, 98 
Sybrowsky, Paul K., 35 
Tanner, Susan W, 13 
Uchtdorf, Dieter F., 100 
Wirthlin, Joseph B., 16 



REGISTER OP ONDERWERP 

Afval, 53, 78, 88 

Algemene conferentie, 50, 96 

Alleenstaanden, 24, 114 

Behoud, 98 

Bekering, 37, 81, 85 

Bescherming, 60 

Boek van Mormon, 6, 33, 

70, 74, 76, 88 
Dienstbaarheid, 16, 35, 56, 

60, 107, 110, 114 
Eerlijkheid, 67 
Fatsoen, 13, 28 
Gebed, 37 
Geduld, 67, 98 
Gehoorzaamheid, 10, 16, 

37, 44, 48, 50, 60, 76, 78, 

94, 96, 100, 112 
Geloof, 10, 37, 56, 60, 67, 

94, 96, 98, 100, 112 
Geluk, 20, 31, 41 
Genezing, 85 
Getuigenis, 28, 33 
Gezag, 24 
Gezin, 24, 41 
Goddelijke natuur, 28, 78 
Groei van de kerk, 4, 70 
Heilige Geest, 16, 20, 48, 78 
Heilsplan, 37, 74, 78 
Heractivering, 35, 98 
Herstelling, 74, 88, 103 
Humanitaire hulp, 60 
Huwelijk, 24, 41 
IJver, 67, 96 
Jezus Christus, 10, 31, 37, 

70, 74, 78, 81, 85, 100 
Jongevrouwen, 28 
Keuzevrijheid, 16, 31, 78, 

100, 112 
Kinderen, 41, 76 
Leiderschap, 24, 53 
Lichaam, 13, 28 
Licht van Christus, 20 
Liefde, 67, 81, 98, 110 
Mishandeling, 24 
Moed, 67 



Moederschap, 107, 114 
Onderwerping, 112 
Onderwijs, 67 
Openbaring, 20, 48, 50, 70 
Opoffering, 92, 94 
Plicht, 56 
Pornografie, 50 
Priesterschap, 24, 44, 53, 

56,60 
Profeten, 6, 16, 48, 50, 53 
Rechtschapenheid, 4, 10, 

16, 31, 60, 76 
Roepingen, 53, 56 
Schoonheid, 13, 28 
Schriftstudie, 6, 37, 41, 48, 

70, 76, 88, 92, 112 
Schulden, 53 
Smith, Joseph, 67, 88, 

103, 105, 
Steunverlening, 53 
Tempels en tempelwerk, 4, 

13, 16, 94 
Tiende, 37 
Toetreding tot de kerk, 35, 

48, 85, 100 
Verbonden, 20, 33, 44, 94, 

110, 112 
Vergeving, 81 
Verzoening, 74, 78, 81, 85 
Voorbeeld, 33, 67 
Voorbereiding, 10, 37, 44, 

60,70 
Vrede, 48 
Vreugde, 92 
Vrouwzijn, 24, 28, 114 
Waarheid, 48 
Wederkomst, 88 
Woord van wijsheid, 13 
Zedelijkheid, 13, 41, 78 
Zegeningen, 6, 92 
Zelfredzaamheid, 60 
Zendingswerk, 33, 35, 44, 

67, 112 
Zustershulpvereniging, 105, 

107, 110, 114 



LIAHONA NOVEMBER 2005 



ZATERDAGMORGENBIJEENKOMST 

1 oktober 2005 



Openingswoord 



PRESIDENT GORDON B. HINCKLEY 




De groei van de kerk van het begin tot nu is fenomenaal, 
en we zijn nog maar net begonnen. 



gevolg van verovering, onderdruk- 
king, oorlog en strijd. Overal op aarde 
liggen de overblijfselen van Britse sol- 
daten begraven. 

En nu is er niets meer van over. 
Rudyard Kipling heeft die ondergang 
in zijn 'Recessional' beschreven: 

Ver weg verdwijnt onze marine in 

mist en gevecht; 
Op duin en landtong valt het vuur. 
Ziet! Al onze praal van gisteren 
Is één met Ninevé en Tyr! 
('God of Our Fathers, Known of Old', 

Hymns, nr. 80) 

Nu is er een ander rijk. Het rijk 
van Christus de Heer. Het is het rijk 
van het herstelde evangelie. Het is 
het koninkrijk van God. En de zon 
gaat nooit onder in zijn koninkrijk. 
Het was niet het gevolg van verove- 
ring, strijd of oorlog. Maar van 
vredige overtuiging, getuigenis, 
onderricht, een bekeerling hier 
en een bekeerling daar. 

Zoals u allen weet, herdenken we 
dit jaar de tweehonderdste geboorte- 
dag van de profeet Joseph Smith en 
het 175 ste jubileum van de oprichting 
van de kerk. 

De groei van de kerk van het begin 
tot nu is fenomenaal, en we zijn nog 
maar net begonnen. 

De tempelbouw is een indicatie van 
die groei. We hebben nu 122 tempels 
in bedrijf in vele delen van de wereld. 
Onze leden worden daardoor rijk 
gezegend. Ieder die in aanmerking 
komt voor een tempelaanbeveling 



Broeders en zusters, ik heet u 
welkom bij deze grote wereld- 
conferentie van de kerk. Ons 
ruime Conferentiecentrum in Salt 
Lake City zit helemaal vol. Dat geldt 
ook voor andere zalen in de omge- 
ving. Wij spreken bovendien tot u die 
zich in vele landen en luchtstreken 
bevindt. We heten u allen van harte 
welkom. Wij hebben u lief als broe- 
ders en zusters. 

Ik was meer dan zeventig jaar gele- 
den in Groot-Brittannië op zending. 
Een deel van het Britse Rijk was nog 
intact. Dat rijk was de grootste poli- 
tieke landencombinatie op aarde. Er 
is wel eens gezegd dat de zon nooit 
onderging in het Britse Rijk. De 
Union Jack wapperde over de hele 
wereld. 

In veel opzichten kwam er veel 
goeds voort uit dat rijk. Maar er was 
ook enorm veel lijden. Dat was het 




komt ook in aanmerking voor de sta- 
tus van getrouw heilige der laatste 
dagen. Hij of zij is een getrouw tien- 
debetaler, houdt zich aan het woord 
van wijsheid, heeft goede gezinsrelaties 
en is een beter lid van de gemeen- 
schap. Tempelwerk is het eindpro- 
duct van al ons onderricht en al onze 
bezigheden. 

Afgelopen jaar zijn er 32 miljoen 
verordeningen verricht in de tempels. 
Dat is meer dan in enig ander 




Hef Conferentiecentrum is geheel bezet tijdens een conferentiebijeenkomst. 



voorgaand jaar. Momenteel zijn er 
tempels die vol of zelfs overvol zijn. 
Wij moeten aan de behoeften en ver- 
langens van onze getrouwe heiligen 
tegemoetkomen. 

We hebben eerder een nieuwe 
tempel in het zuidoosten van de Salt 
Lake Valley aangekondigd. We hebben 
twee andere uitstekende percelen 
gevonden in het westen en zuid- 
westen van de vallei dankzij de 
bereidwillige medewerking van de 



projectontwikkelaars aldaar. De eerste 
die we zullen bouwen ligt in het zoge- 
naamde Daybreak-project en we kon- 
digen deze tempel hiermee dan ook 
officieel aan. U vraagt zich misschien 
af waarom we Utah zo goed toebede- 
len. Dat komt omdat het tempelbe- 
zoek hier zo hoog is. Maar we werken 
ook door aan nieuwe tempels in 
Rexburg en Twin Falls (Idaho), 
Sacramento (Californië), Helsinki, 
Panama-Stad, Curitiba (Brazilië), en 



een andere die ik beter niet kan noe- 
men omdat hij nog niet is aangekon- 
digd. Weer andere tempels worden 
overwogen. In alle plaatsen die ik 
noemde, hebben we een perceel en 
is het werk in verschillende stadia. 

Wij zijn dankbaar voor de toewij- 
ding van onze leden waardoor dit 
allemaal mogelijk is. 

Een van de lastigste aspecten van 
ons tempelwerk is dat nu we steeds 
meer tempels over de hele aarde 



LIAHONA NOVEMBER 2005 



krijgen, er dubbel werk wordt gedaan 
in de plaatsvervangende verordenin- 
gen. Mensen in verschillende landen 
werken tegelijkertijd aan dezelfde 
familielijnen en vinden dezelfde 
namen. Zij weten niet dat mensen 
ergens anders hetzelfde doen. Daarom 
werken wij al enige tijd aan een uiterst 
moeilijke onderneming. Om dubbel 
werk te voorkomen, moeten we 
komen tot een oplossing in de vorm 
van computertechnologie. De eerste 
indicaties zijn dat het zal werken, en 
als dat zo is, dan is dat fantastisch en 
heeft het wereldwijde gevolgen. 

Zoals velen van u weten, hebben 
we voor ringconferenties gebruik 
gemaakt van satellietuitzendingen. 
De kerk is zo groot geworden dat 
leden van het Eerste Presidium, het 
Quorum der Twaalf en andere alge- 
mene autoriteiten de individuele rin- 
gen alleen nog maar in eigen persoon 
kunnen bezoeken bij een herorgani- 
satie of splitsing. Satellietuitzendingen 
stellen ons in staat om in Salt Lake 
City te spreken en gehoord en gezien 
te worden in de ringgebouwen en 
andere gebouwen over de hele 
wereld. Het is een wonderbaarlijke 
en fantastische techniek. 

Velen van u nemen nu op diezelfde 
manier deel aan onze conferentie. Als 
een grote internationale familie bidden 
en zingen wij samen en luisteren wij 
naar de instructie en het getuigenis 
van onze algemene autoriteiten. 

Wij danken u voor al wat u doet, 
fantastische heiligen der laatste dagen. 
Dank u voor de enorme inspanningen 
van gebiedszeventigers, bisschappen 
en ringpresidiums, leidinggevenden 
van hulporganisaties, tempel- en zen- 
dingspresidiums en vele, vele anderen 
die zo vrijelijk van hun tijd, energie en 
middelen geven om Gods koninkrijk 
op aarde te bevorderen. 

Ik bid, broeders en zusters, dat 
de voortreffelijkste zegeningen van 
de hemel op u mogen rusten. In de 
heüige naam van Jezus Christus. 
Amen. ■ 



Zegeningen van 
het Boek van 
Mormon lezen 

OUDERLING L. TOM PERRY 

van het Quorum der Twaalf Apostelen 

Nu is het aan ons om een studie te maken van het Boek 
van Mormon, bekend te raken met de beginselen die 
erin voorkomen en die op ons leven toe te passen. 




Ik kijk elke maand uit naar dat fan- 
tastische tijdschrift deEnsign. In 
elke uitgave staat een boodschap 
van het Eerste Presidium, waar ik 
door gesterkt word. In de Ensign en 
Liahona van augustus stond een 
boodschap van president Hinckley 
met de uitdaging om het Boek van 
Mormon voor het eind van het jaar te 
lezen of te herlezen. 

Waarom gelooft president Hinckley 
dat het Boek van Mormon lezen ons 
zoveel goed zal doen? Hij verklaart: 



'De boodschap van het boek is zo 
tijdloos als de waarheid, zo universeel 
als de mensheid. Het is het enige 
boek dat een belofte bevat, namelijk 
dat de lezer door middel van godde- 
lijke openbaring met zekerheid te 
weten kan komen dat het de waar- 
heid bevat. 

'De ontstaansgeschiedenis van het 
boek is wonderbaarlijk; wanneer dat 
verhaal voor het eerst wordt verteld 
aan iemand die er nog nooit van 
gehoord heeft, is het bijna ongeloof- 
waardig. Maar het boek bestaat, je 
kunt het in de hand nemen en erin 
lezen. Niemand kan het bestaan ervan 
betwisten. (...) 

'Geen ander geschrift illustreert zo 
duidelijk dat mensen en volken die in 
godsvrucht wandelen en Gods gebo- 
den onderhouden, voorspoedig zijn 
en groei doormaken. Verwerpen zij 
Hem en zijn woord echter, dan treedt 
er verval op, dat uiteindelijk leidt — 
tenzij het door een rechtschapen 
leven tot stilstand wordt gebracht — 
tot onmacht en dood.' ('Een krachtig 
en waar getuigenis', Liahona, 
augustus 2005, pp. 4-5.) 

Waarom is het Boek van Mormon 



lezen zo belangrijk voor ons? Dat 
komt omdat de voornaamste schrij- 
vers van het Boek van Mormon zeer 
goed begrepen dat hun geschriften 
hoofdzakelijk bestemd waren voor 
de mensen van een toekomende 
geslacht, niet voor de mensen van 
hun eigen tijd. Moroni heeft aan ons 
geslacht geschreven: 'Ik spreek tot u 
alsof gij aanwezig zijt' (Mormon 8:35). 
De profeet Nephi heeft verklaard: 

'Welnu, om die reden heeft de 
Here God mij beloofd dat deze dingen 
die ik schrijf, goed bewaard zullen blij- 
ven en van geslacht op geslacht aan 
mijn nageslacht zullen worden door- 
gegeven, opdat de belofte aan Jozef 
zal worden vervuld, dat zijn nage- 
slacht nooit zou vergaan zolang de 
aarde bestond' (2 Nephi 25:21). 

Het Boek van Mormon is een stem 
tot waarschuwing voor dit geslacht. 
Luister eens hoe trefzeker het de 
toestand van de wereld in deze tijd 
beschrijft: 

'En niemand hoeft te zeggen dat 
[deze kronieken] niet zullen komen, 
want dat zullen ze zeker wel, want de 
Heer heeft het gesproken; want ze 
zullen door de hand des Heren uit de 
aarde tevoorschijn komen, en niemand 
kan het tegenhouden; en het zal 
komen ten dage dat er zal worden 
gezegd dat wonderen zijn weggedaan; 
en het zal komen alsof er iemand uit 
de doden spreekt. 

'En het zal komen ten dage dat het 
bloed der heiligen tot de Heer roept 
wegens geheime verenigingen en 
werken van duisternis. 

'Ja, het zal komen ten dage dat de 
macht Gods wordt verloochend, en 
kerken worden ontwijd en in de hoog- 
moed van hun hart verheven worden; 
ja, in een tijd dat leiders van kerken en 
leraren zich in de hoogmoed van hun 
hart verheffen, ja, tot afgunst van hen 
die tot hun kerk behoren. 

'Ja, het zal komen ten dage dat 
er wordt gehoord van branden en 
orkanen en dampen van rook in 
vreemde landen; en er zal ook worden 




gehoord van oorlogen, geruchten 
van oorlogen en aardbevingen op ver- 
schillende plaatsen. 

'Ja, het zal komen ten dage dat er 
grote verontreinigingen op het opper- 
vlak der aarde zijn; er zullen moord 
en roof en leugen en bedrog en hoe- 
rerij en allerlei gruwelen zijn; wan- 
neer er velen zijn die zeggen: doe dit, 
of doe dat, en het doet er niet toe, 
want de Heer zal zulken ten laatsten 
dage ondersteunen. Maar wee hun, 
want zij bevinden zich in de gal van 
bitterheid en in de boeien der onge- 
rechtigheid' (Mormon 8:26-3 1). 

President Ezra Taft Benson beves- 
tigde dat het Boek van Mormon juist 



voor onze tijd van grote waarde is: 
'Het Boek van Mormon is voor 
onze tijd geschreven. God is de auteur 
van het boek. Het is een kroniek van 
een volk dat is uitgeroeid, samenge- 
steld door geïnspireerde mensen tot 
zegen van deze tijd. Die mensen heb- 
ben het boek nooit gehad — het was 
voor ons bestemd. Mormon, de pro- 
feet van weleer naar wie het boek is 
genoemd, heeft eeuwen aan kronie- 
ken beknopt weergegeven. God, die 
zowel begin als einde kent, liet hem 
weten wat hij in zijn kroniek moest 
opnemen voor onze tijd' ('The Book 
of Mormon Is the Word of God', 
Ensign, mei 1975, p. 63). 



LIAHONA NOVEMBER 2005 



Hoe vaak zien we die kroniek niet 
hoofdzakelijk als de geschiedenis van 
een verdwenen volk, waarbij we over 
het hoofd zien dat de geïnspireerde 
chroniqueurs tot doel hadden ons tot 
Christus te brengen. De voornaamste 
schrijvers van het Boek van Mormon 
zagen het ook helemaal niet als een 
geschiedenisboek. Jakob heeft zelfs 
gezegd dat zijn broer Nephi hem 
geboden had 'de geschiedenis van dit 
volk [...] niet — of slechts oppervlak- 
kig — [aan te roeren] ' (Jakob 1:2). 

Elke keer als we het boek lezen 
kunnen we ons de vraag stellen: 
'Waarom hebben de schrijvers ervoor 
gekozen dit verhaal of deze gebeurte- 
nis in de kroniek op te nemen? Welke 
waarde hebben ze nu voor ons?' 

Uit het Boek van Mormon leren 
we onder andere wat de oorzaken en 
gevolgen zijn van oorlog en onder 
welke voorwaarden oorlog gerecht- 
vaardigd is. Het bespreekt het kwaad 
en het gevaar van geheime verenigin- 
gen, die worden gevormd om macht 
en gewin te krijgen. Het geeft aan dat 
Satan echt bestaat en verwijst naar 
methoden die hij zoal aanwendt. Het 
adviseert ons omtrent het juiste 
gebruik van rijkdom. Het bespreekt de 
duidelijke en waardevolle waarheden 
van het evangelie en datjezus Christus 
als goddelijk wezen echt bestaat en 
zijn zoenoffer voor alle mensen heeft 
volbracht. Het licht ons in over de ver- 
gadering van het huis van Israël in de 
laatste dagen. Het bespreekt het doel 
en de beginselen van zendingswerk. 
Het waarschuwt ons voor hoogmoed, 
onverschilligheid, nalatigheid, de geva- 
ren van verkeerde tradities, huichelarij 
en onzedelijkheid. 

Nu is het aan ons om een studie te 
maken van het Boek van Mormon, 
bekend te raken met de beginselen 
die erin voorkomen en die op ons 
leven toe te passen. 

Het Boek van Mormon begint 
met een magnifiek verhaal dat duide- 
lijk maakt hoe belangrijk het is dat 
gezinnen de Schriften hebben en 



gebruiken. Lehi, een profeet en een 
vader, was gewaarschuwd dat er 
mensen waren die hem wilden 
ombrengen, omdat hij zich tegen 
hun goddeloosheid had uitgespro- 
ken. Hij kreeg de aanwijzing om met 
zijn gezin op de vlucht te gaan. 

'En het geschiedde dat hij de wil- 
dernis introk. En hij liet zijn huis en 
zijn erfland en zijn goud en zijn zilver 
en zijn waardevolle dingen achter, en 
nam niets mee, behalve zijn gezin en 
voorraad en tenten, en trok de wilder- 
nis in' (1 Nephi 2:4). 

Toen ze goed en wel op weg 
waren, kreeg Lehi een droom waarin 
de Heer bekendmaakte dat ze niet 
verder moesten trekken. Eerst moest 
er naar Jeruzalem worden terugge- 
keerd om de kroniek van hun vaders 
te halen, die was gegraveerd op platen 
van koper. Op deze platen stonden 
ook de woorden van de profeten en 
de geboden van God. De vier zoons 
van Lehi kregen de opdracht om 
terug te reizen en die kroniek te 
gaan halen. 

Toen ze in Jeruzalem aankwamen, 
lootten ze wie er naar het huis van 
Laban zou gaan om te vragen of ze de 
koperen platen konden krijgen. Het 
lot viel op Laman. Hij ging naar Laban 
toe 'en zie, het geschiedde dat Laban 
vertoornd was en hem uit zijn tegen- 
woordigheid wierp; en hij wilde 
niet dat hij de kronieken verkreeg. 
Daarom zeide hij tot hem: Zie, gij zijt 
een rover en ik zal u doden' (1 Nephi 
3:13). Laman rende voor zijn leven, 
maar wel zonder de koperen platen. 

Wat mij opvalt aan deze eerste 
poging is dat de broers geen goed 
plan leken te hebben. Dat leert ons 
een belangrijke les die we kunnen 
toepassen op onze schriftstudie. 
Laten we onze studie van het Boek 
van Mormon serieus nemen door er 
een specifiek plan voor op te stellen. 

In zijn artikel in de Ensign en 
Liahona heeft president Hinckley 
'de leden van de werk en aan al 
onze vrienden overal ter wereld een 



uitdaging [ge] geven om het Boek van 
Mormon te lezen ofte herlezen.' Toen 
stelde hij een plan voor om de uitda- 
ging tot een goed einde te brengen: 
Als u ruim anderhalf hoofdstuk per 
dag leest, heeft u het vóór het eind van 
het jaar uit' (Liahona, augustus 2005, 
p. 6). Augustus en september zijn nu 
voltooid verleden tijd. Als we het plan 
van president Hinckley gevolgd heb- 
ben, zijn we nu in het boek Alma aan 
het lezen — ergens tussen het vierde 
en het twaalfde hoofdstuk. Ligt u voor 
of achter op het schema? 

Toen het de eerste keer niet lukte 
om de koperen platen in handen te 
krijgen, wilden Nephi's broers ermee 
kappen en terugkeren naar hun fami- 
lie in de wildernis. Maar Nephi zei 
hun de moed niet op te geven en 
stelde een andere aanpak voor om de 
platen te krijgen: 'Laten wij getrouw 
zijn in het onderhouden van de gebo- 
den des Heren; laten wij daarom naar 
het erfland van onze vader afdalen, 
want zie, hij heeft goud en zilver en 
allerlei rijkdommen achtergelaten. En 
dat alles heeft hij gedaan wegens de 
geboden des Heren. (...) 

'En het geschiedde dat wij bij 
Laban binnengingen en hem verzoch- 
ten ons de kronieken te geven (...), 
waarvoor wij hem ons goud en ons 
zilver en al onze waardevolle bezittin- 
gen zouden geven' (1 Nephi 3:16, 24). 

Uit Nephi's voorbeeld leren we 
dat de zegeningen van de Schriften 
veel waardevoller zijn dan bezittingen 
en andere zinnelijke bezigheden. 
Bevrediging van onze zinnen kan 
soms tijdelijk genot opleveren, maar 
geen blijvende vreugde en geluk. 
Als we ons laten leiden door wat de 
Geest wil, zullen de beloningen 
eeuwig zijn en ons de voldoening 
brengen naar waar we op zoek zijn in 
dit sterfelijke leven. 

President Hinckley heeft ons aan- 
gemoedigd het Boek van Mormon te 
lezen om boven het wereldse uit te 
stijgen, om te genieten van het god- 
delijke. Hij heeft gezegd: 'Zonder 




voorbehoud beloof ik u dat er een 
grotere mate van de Geest des Heren 
in uw huis zal komen indien u het 
Boek van Mormon met een gebed 
in uw hart leest, ook al heeft u het 
al vele malen gelezen. U zult zijn 
geboden met grotere vastberaden- 
heid gehoorzamen, en u zult een 
sterker getuigenis ontvangen dat 
de Zoon leeft' (Liahona, augustus 
2005, P- 6). Die zegeningen zijn 
zoveel waardevoller dan aardse 
bezittingen. 

Toen Nephi en zijn broers aanbo- 
den hun rijkdommen te ruilen voor 
de koperen platen, stal Laban niet 
alleen hun kostbaarheden, hij pro- 
beerde hen bovendien het leven te 
benemen. Tot op het bot ontmoedigd 
na weer een mislukte poging wilden 
Laman en Lemuël deze in hun ogen 
onmogelijke opdracht weer voor 
gezien houden. Nephi wilde echter 
van geen wijken weten, omdat hij zich 
had voorgenomen gehoorzaam te zijn 
aan het gebod van de Heer. Hij sprak 
als volgt op zijn broers in: 'Laten wij 
nogmaals opgaan naar Jeruzalem, en 
laten wij getrouw zijn in het onder- 
houden van de geboden des Heren; 
want zie, Hij is machtiger dan de 
gehele aarde, waarom dan niet 
machtiger dan Laban en zijn vijftig, ja, 
of zelfs dan zijn tienduizenden?' 
(Nephi 4:1.) 

Het was tijd om de opdracht met 
geloof in de Heer te benaderen, 



waarna het verlangde resultaat niet 
lang uitbleef. Toen Nephi naar voren 
trad om de kroniek te bemachtigen, 
met de Geest aan zijn zijde, werd 
Laban hem in handen gegeven. 
Dankzij zijn geloof en gehoorzaam- 
heid, wist Nephi de zegeningen van de 
Schriften voor zichzelf en zijn familie 
veüig te stellen. Nu zij de koperen pla- 
ten eenmaal in hun bezit hadden, kon- 
den Nephi en zijn broers naar hun 
vader in de wildernis terugkeren en 
hun reis voortzetten. 

Als we de uitdaging die president 
Hinckley ons heeft gegeven, met 
geloof benaderen, hebben we de 
zekere belofte van onze profeet dat 
we de zegeningen ontvangen die onze 
studie van het Boek van Mormon met 
zich meebrengt. We zullen er evenals 
Nephi en zijn familie achter komen 
dat de Schriften 'begerenswaardig 
[zijn] ; ja, zelfs van grote waarde voor 
ons' (1 Nephi 5:21). We kunnen ook 
de zegening ontvangen die Moroni 
aan het eind van het Boek van 
Mormon heeft beloofd: 

'Ja, komt tot Christus en wordt ver- 
volmaakt in Hem en onthoudt u van 
alle goddeloosheid; en indien gij u 
van alle goddeloosheid onthoudt en 
God liefhebt met al uw macht, ver- 
stand en kracht, dan is zijn genade u 
genoeg, opdat gij door zijn genade 
volmaakt kunt zijn in Christus; en 
indien gij door de genade Gods vol- 
maakt zijt in Christus, kunt gij de 



macht Gods geenszins verloochenen' 
(Moroni 10:32). 

Dit jaar vieren we de tweehon- 
derdste geboortedag van de profeet 
Joseph Smith. Het Boek van Mormon 
voorziet in het overtuigende bewijs 
van de bediening van de profeet 
Joseph en de herstelling van de Kerk 
van Jezus Christus. President Hinckley 
heeft in de laatste algemene aprilcon- 
ferentie over het Boek van Mormon 
gezegd: 'Het is een tastbaar ding dat 
we kunnen aanpakken, lezen en toet- 
sen. (...) Ik zou denken dat de hele 
christelijke wereld het met open 
armen zou ontvangen en omarmen 
als een krachtig getuigenis. Het is nog 
zo'n grote, fundamentele bijdrage die 
de profeet [Joseph] als openbaring 
ontving.' ('De grote dingen die God 
heeft geopenbaard', Liahona, mei 
2005, p. 82) 

Ik bid dat iedereen voor het einde 
van het jaar het Boek van Mormon 
heeft gelezen en daarmee gehoor 
geeft aan de uitdaging die onze hui- 
dige profeet, Gordon. B. Hinckley, 
ons heeft gegeven ter ere van de pro- 
feet van de herstelling, Joseph Smith. 
Mogen we een plan hebben dat we in 
geloof 'volgen om datgene wat onein- 
dige en eeuwige waarde heeft te 
smaken en ervan vervuld te worden, 
ja, het woord Gods dat in het Boek 
van Mormon wordt gevonden. Dat is 
mijn nederig gebed in de naam van 
Jezus Christus. Amen. ■ 



LIAHONA NOVEMBER 2005 



Wees voorbereid; 
wees voortaan 
sterk 

BISSCHOP KEITH B. MCMULLIN 

Tweede raadgever in de Presiderende Bisschop 

Droevige gebeurtenissen zullen nooit zegevieren als 
rechtschapenheid de overhand heeft. 



Ons gesprek ging over actuele zaken. 
Uiteindelijk vroeg hij waarom de 
kerk zendingswerk in zijn stad 
deed. 

Dat was geen onverwachte vraag. 
Ik had enkele weken daarvoor al het 
gevoel gekregen dat hij deze vraag 
zou stellen, en ik had mijn antwoord 
voorbereid. Ik antwoordde: 'Het 
evangelie van Jezus Christus geeft ant- 
woord en oplossingen voor alle pro- 
blemen in de wereld, waaronder de 
problemen die de mensen in uw stad 
hebben. Daarom zijn wij hier.' 

Ik verwachtte dat de burgemeester 
meer wüde weten. Maar in plaats 
daarvan veranderde zijn humeur. Op 
zijn gezicht was scepsis en vervolgens 
minachting te zien. Hij haalde uit naar 
mijn naïeve houding ten opzichte van 
de problemen in de wereld en maakte 
een abrupt einde aan ons bezoek. Hij 
gaf me niet eens de kans om uitleg 
te geven. 

Vanmorgen wil ik dat gesprek 
graag afronden. Ik hoop dat deze 
goede burgemeester luistert, want 
wat volgt is van het allergrootste 
belang voor onze verontruste wereld. 

De verschrikkelijke rampen van 
de afgelopen jaren brengen ons tot 
bezinning. Ze vinden steeds vaker 




Is het u ooit overkomen dat u tij- 
dens een gesprek plotseling 
gedwongen was om stil te zijn ter- 
wijl uw standpunt verkeerd werd 
begrepen en gebagatelliseerd? Dat is 
mij bijna 25 jaar geleden overkomen, 
en de frustratie van dat onvoltooide 
gesprek is me tot op de dag van van- 
daag bijgebleven. 

Als zendingspresident was ik met 
andere leden van de kerk uitgeno- 
digd om de burgemeester van een 
van de steden in ons zendingsgebied 
te bezoeken. Hij was beleefd toen hij 
ons in zijn kantoor verwelkomde. 



plaats en zijn ernstiger in omvang. 
De natuurkrachten zijn meedogen- 
loos, kwaadwillenden kennen geen 
genade en zaaien dood en verderf, 
onbeteugelde driften leiden tot los- 
bandigheid, en de misdaad en het 
gezinsverval nemen dramatische 
vormen aan. De tsunami in het zui- 
den van Azië en de orkanen in de 
Verenigde Staten, met hun verschrik- 
kelijke gevolgen, zijn de meest 
recente rampen die onze aandacht 
hebben getrokken. Harten en han- 
den uit de hele wereld bieden hulp 
aan de mensen die zo enorm zijn 
getroffen. Heel even maken de ver- 
schillen plaats voor medeleven 
en liefde. 

We zijn dank verschuldigd aan 
de mensen die ons er in tijden van 
rampen aan herinneren hoe afhanke- 
lijk we eigenlijk van God zijn. Een 
weduwe in een vluchtelingenkamp, 
die om haar vermoorde zoons 
rouwde, zei door haar tranen heen: 
'Ik mag mijn geloof niet kwijtraken.' 
Overlevenden van de ramp die 
Katrina heeft teweeggebracht, 
smeekten: 'Bid voor ons.' 1 

Er wordt eindeloos over de oorza- 
ken van dergelijke rampen gesproken. 
Verslaggevers, politici, wetenschappers 
en vele anderen hebben daar een 
mening over. 

De Heer Jezus Christus heeft 
over de herstelling van het evangelie 
gezegd: 

'Welnu, omdat Ik, de Heer, de 
rampspoed kende die de bewoners 
der aarde zou overkomen, heb Ik mij 
gericht tot mijn dienstknecht Joseph 
Smith jr. en heb tot hem gesproken 
vanuit de hemel en hem geboden 
gegeven (...) 

'Onderzoekt deze geboden, want 
ze zijn waar en betrouwbaar, en de 
profetieën en beloften die erin staan, 
zullen alle worden vervuld.' 2 

Laten wij onze aandacht richten op 
de redenen of de doelen van derge- 
lijke rampen. Gelukkig hoeven we 
niet te debatteren, want we kunnen 



10 



op de volheid van het evangelie van 
Christus vertrouwen. Bestudeer de 
woorden van de profeten in het Boek 
van Mormon en de Bijbel; lees de 
leringen van Jezus Christus in het 24 ,te 
hoofdstuk van Matteüs 3 ; bestudeer de 
hedendaagse openbaringen van de 
Heer in de Leer en Verbonden. 4 
Daarin vinden wij de doelen van God 
omtrent dergelijke zaken. 

Rampen zijn een vorm van tegen- 
spoed en tegenspoed is een noodza- 
kelijk onderdeel van het plan van 
geluk voor zijn kinderen. 

Als ons hart in overeenstemming 
is met God zullen we door tegen- 
spoed onderricht worden, kunnen 
we onze vleselijke aard overwinnen 
en de goddelijke vlam in ons aanwak- 
keren. Zonder tegenspoed zouden 
we niet weten hoe we voor het goede 
moesten kiezen. 5 Door tegenspoed 
gaan we inzien waar we ons van 
moeten bekeren; we kunnen onze 
natuurlijke instincten onderwerpen, 
rechtschapenheid aanvaarden en 
'gemoedsrust' 6 ontvangen. 

Hoe meer we ons aan rechtscha- 
penheid vasthouden, des te meer 
we de beschermende zorg van onze 
Heiland ontvangen. Hij is de Schepper 
en de Heer van het heelal. Hij zal de 
wind en de golven bedaren. 7 Door 
zijn leringen en de verzoening zal 
de bekeerling genezen worden. Hij 
is de Messias en Verlosser. Door Hem 
kan eenieder van ons de touwtjes 
van zijn of haar eigen leven in handen 
nemen, ook als we door rampen 
getroffen worden. Luister naar deze 
waarheden: 

'En de Messias komt in de volheid 
des tijds om de mensenkinderen te 
verlossen van de val. En doordat zij 
verlost zijn van de val, zijn zij voor 
eeuwig vrij geworden, het onder- 
scheid kennende tussen goed en 
kwaad; om zelfstandig te handelen en 
niet om met zich te laten handelen, 
behalve door de straf der wet op de 
grote en laatste dag, naar de geboden 
die God heeft gegeven. 




President Gordon B. Hinckley (midden), president Thomas 5. Monson, eerste 
raadgever in het Eerste Presidium (links), en president James E. Faust, tweede 
raadgever in het Eerste Presidium. 



'Daarom zijn de mensen vrij 
naar het vlees; en worden hun alle 
dingen gegeven die voor de mens 
noodzakelijk zijn. En zij zijn vrij om 
vrijheid en eeuwig leven te kiezen 
door de grote Middelaar van alle 
mensen, of om gevangenschap en 
dood te kiezen, naar de gevangen- 
schap en macht van de duivel; want 
[de duivel] streeft ernaar dat alle 
mensen ongelukkig zullen zijn, net 
als hijzelf' 8 

We doen er goed aan om te beden- 
ken dat de duivel de verwoester is. 

Het is waar dat we in dit leven 
slechts zo vrij zijn als onze omstandig- 
heden toelaten. We zijn niet in staat 
om oorlogen in verre landen te stop- 
pen, met onze armen de stormen 
tegen te houden of te rennen als ons 
lichaam door gezondheidsproblemen 
gevangenzit. Maar het is zeker waar 
dat dergelijke zaken niet ons hele 
leven beheersen. Dat doen we zelf. 

De profeet Joseph Smith heeft 
gezegd: 'Vreugde is het doel van ons 
bestaan, en zal uiteindelijk ons deel 
worden, als wij het pad volgen dat 
erheen leidt, het pad van deugd, 
oprechtheid, getrouwheid, heiligheid 
en het onderhouden van al Gods 
geboden.' 9 



En daarom, edelachtbare burge- 
meester, geeft het evangelie van 
Jezus Christus antwoord op alle pro- 
blemen in de were\ó,juist omdat het 
de oplossingen verschaft voor de 
beproevingen van alle mensen. 

Iedere keer dat er een ramp plaats- 
vindt, hebben wij de heilige plicht 
om betere mensen te worden. We 
moeten ons afvragen: 'Wat moet ik in 
mijn leven veranderen zodat ik niet 
gekastijd hoef te worden?' 

In de Schriften zegt de Heer dui- 
delijk wat Hij van ons verwacht als 
dergelijke oordelen plaatsvinden. 
Hij zegt: 'Omgordt uw lendenen 
en weest voorbereid. Zie, het 
koninkrijk is van u, en de vijand zal 
niet overwinnen.' 10 

De kerk en haar leden hebben de 
opdracht om zelfredzaam en onafhan- 
kelijk te zijn. 11 Voorbereiding begint 
met geloof, waardoor wij in staat wor- 
den gesteld om onbestendigheden te 
doorstaan. We zien het aardse leven 
als een voorbereidende reis. Door 
geloof in de Heer en zijn evangelie 
overwinnen we angst en ontwikkelen 
we een geestelijke instelling. 

Onze geestelijke instelling groeit 
als we 'bidden en (...) wandelen voor 
het aangezicht des Heren.' 12 Het is 



LIAHONA NOVEMBER 2005 



11 



'het besef dat je jezelf hebt overwon- 
nen en dat je contact hebt met de 
Oneindige.' 13 

Geloof, een geestelijke instelling en 
gehoorzaamheid brengen een voorbe- 
reid en zelfredzaam volk voort. Als wij 
de wet van tiende naleven, worden we 
beschermd tegen hebzucht en de 
macht van de verwoester. Als wij de 
wet van vasten naleven en een royale 
bijdrage voor de armen geven, wor- 
den onze gebeden gehoord en zal de 
verbondenheid thuis toenemen. We 
krijgen soortgelijke zegeningen als we 
de raad van de profeten naleven door 
minder uit te geven dan we verdienen, 
onnodige schulden te vermijden en 
voldoende levensbenodigdheden in 
huis te hebben om met ons gezin 
minimaal een jaar te kunnen overle- 
ven. Dat is niet altijd eenvoudig, maar 
laten we ons uiterste best doen 14 , dan 
zal onze voorraad voldoende zijn — 
dan is er 'meer dan genoeg'. 15 

En nogmaals zegt de Heer: 'Weest 
voortaan sterk; vreest niet, want het 
koninkrijk is van u.' 16 

Als we rechtschapen leven krijgen 
we kracht en veerkracht. We zijn niet 
rechtschapen als we op zondag een 
heilige zijn en de rest van de week 
een luilak. Onbeteugelde begeerten 
zijn verwoestend en zetten de mens 
ertoe aan om 'lichtvaardig' met 'hei- 
lige dingen' om te gaan 17 . President 
Brigham Young heeft gezegd: 'De 
zonde van het nageslacht van Adam 
en Eva is dat zij niet hun uiterste best 
hebben gedaan.' 18 

Het evangelie van Jezus Christus 
is de weg naar rechtschapenheid. 
Droevige gebeurtenissen zullen nooit 
zegevieren als rechtschapenheid de 
overhand heeft. Laten wij daarom 
gehoor geven aan de raad van de 
apostel Paulus: 

'De nacht is ver gevorderd, de dag 
is nabij. Laten wij dan de werken der 
duisternis afleggen en aandoen de 
wapenen des lichts! 

'Laten wij, als bij lichte dag, eerbaar 
wandelen, niet in brasserijen en 




drinkgelagen, niet in wellust en los- 
bandigheid, niet in twist en nijd! 

Maar doet de Here Jezus Christus 
aan, en wijdt geen zorg aan het vlees, 
zodat begeerten worden opgewekt.' 19 

Als heiligen der laatste dagen moe- 
ten wij onszelf, deze aarde en alle 
mensen voorbereiden op de weder- 
komst van de Heer Jezus Christus. Als 
wij volgens de leringen van het evan- 
gelie voorbereid en sterk zijn, zullen 
wij in dit leven en in het hiernamaals 
gelukkig zijn en deze 'grote millenni- 
aanse zending' mogelijk maken. 

Onze dierbare president Hinckley 
heeft ons aangemoedigd: 'Welnu, 
broeders en zusters, de tijd is voor 
ons aangebroken om ons hoofd op te 
heffen, onze visie te verruimen en 
een beter begrip te ontwikkelen van 
de grootse millenniaanse zending van 
De Kerk van Jezus Christus van de 
Heiligen der Laatste Dagen. Dit is een 
tijd om sterk te zijn. Het is een tijd 
om zonder aarzelen voort te gaan, 
wetend wat de betekenis, de strek- 
king en het belang van onze zending 
zijn. Dit is een tijd om te doen wat 



juist is, ongeacht wat de gevolgen 
daarvan mogen zijn. Dit is een tijd 
waarin we de geboden moeten bewa- 
ren. Het is een tijd om vriendelijk en 
met liefde de hand te reiken aan die- 
genen die in nood zijn of in duister- 
nis en pijn ronddwalen. Het is een 
tijd om attent, welgemanierd, hoffe- 
lijk en liefdevol in onze omgang met 
iedereen te zijn. Met andere woor- 
den, om meer op Christus te gaan 
lijken.' 20 

De aanmoediging van de profeet 
van de Heer wijst ons de weg door 
deze woelige tijden. Tot allen die lij- 
den, zeggen we: ons hart gaat naar u 
uit. Moge onze hemelse Vader, in zijn 
oneindige barmhartigheid, uw lasten 
verlichten en u zegenen met de 
gemoedsrust 'die alle verstand te 
boven gaat' 21 . U staat er niet alleen 
voor. Wij voegen onze liefde, ons 
geloof en onze gebeden bij die van u. 
Als u standvastig blijft in rechtscha- 
penheid, zal alles goed komen. 

In de naam van Jezus Christus. 
Amen. ■ 

NOTEN 

1. Geciteerd in Evan Thomas, 'The Lost City', 
Newsweek, 12 september 2005, p. 44. 

2. LV 1:17, 37. 

3- Zie ookMatteüs naar Joseph Smith. 

4. Zie LV 45; 88; 101; 133. 

5. 'Father in Heaven, We Do Believe', Hymns, 
nr. 180. 

6. Mosiah 4:3- 

7. Zie Matteüs 8:25-27; Marcus 4:39. 

8. 2 Nephi 2:26-27; cursivering toegevoegd. 

9. History of the Church, deel 5, pp. 134-135. 

10. LV 38:9. 

11. Zie LV 78:13-14; Op 's Heren eigen wijze — 
gids voor leiders: welzijnszorg (handboek 
welzijnszorg, 1990), p. 5. 

12. LV 68:28. 

13- David O. McKay, Conference Report, okto- 
ber 1969, p. 8. 

14. Zie Gordon B. Hinckley, 'Sterk en onverzet- 
telijk standhouden', Wereldwijde instruc- 
tievergadering voor leiders, 10 januari 
2004, p. 21. 

15. LV 104:17. 

16. LV 38:15. 

17. LV 6:12. 

18. Discourses of Brigham Young, samenge- 
steld door John A. Widtsoe (1954), p. 89. 

19- Romeinen 13:12-14. 

20. 'Dit is het werk van de Meester', De Ster, 
juli 1995, p. 65; zie ook 'Openingswoord', 
Liahona, mei 2005, p. 4. 

21. Filippenzen 4:7. 



12 



De heiligheid van 
het lichaam 



SUSAN W. TANNER 

Algemeen jongevrouwenpresidente 



De Heer wil dat wij niet naar het beeld van de wereld, 
maar naar zijn beeld worden gevormd, door zijn 
beeld in ons gelaat te ontvangen. 



In het voorsterfelijk leven leerden 
we dat het lichaam een onderdeel 
van Gods grote plan van geluk is. Dit 
staat er in de proclamatie over het 
gezin: 'Geestzonen en -dochters [ken- 
den] God [...] en aanvaardden zijn 
plan waardoor zijn kinderen een stof- 
felijk lichaam konden krijgen en 
aardse ervaringen konden opdoen 
om vooruitgang te maken op weg 
naar volmaking en om uiteindelijk 
hun goddelijke bestemming als erfge- 
naam van het eeuwige leven te 
verwezenlijken.' ('Het gezin: een pro- 
clamatie aan de wereld', Liahona, 
oktober 2004, p. 49.) In feite 'juich- 
ten' en 'jubelden' (Job 38:7) wij 
omdat we deel uitmaken van dat plan. 

Waarom waren we zo blij? We 
begrepen de eeuwige waarheden die 
met ons lichaam te maken hebben. 
We wisten dat ons lichaam naar het 
beeld van God zou worden gescha- 
pen. We wisten dat onze geest in ons 
lichaam zou wonen. We begrepen 
ook dat ons lichaam onderhevig zou 
zijn aan pijn, ziekte, beperkingen en 
verleidingen. Maar we waren bereid, 
zelfs enthousiast, om deze uitdaging 
te aanvaarden omdat we wisten dat 
we alleen met een geest en een 
lichaam vooruitgang konden maken 
om zoals onze hemelse Vader te 
worden (zie LV 130:22) en een 




Ik ben net terug van een familie- 
bezoek waarbij ik onze jongste 
kleindochter, Elizabeth Claire 
Sandberg, ter wereld heb zien 
komen. Ze is volmaakt! Ik was met 
ontzag vervuld, zoals altijd als er 
een baby geboren wordt, door haar 
vingers, tenen, haar, een kloppend 
hart, en haar duidelijke familietrek- 
jes — neus, kin, wangkuiltjes. Haar 
oudere broertjes en zusjes waren 
even enthousiast en gefascineerd 
door hun kleine, volmaakte zusje. 
De aanwezigheid van een celestiale 
geest in een zuiver lichaam leek 
wel een heilige sfeer in hun huis 
brengen. 



volheid van vreugde (W 93:33) te 
ontvangen. 

Met de volheid van het evangelie 
op aarde hebben we weer de kans om 
deze waarheden over het lichaam te 
kennen. Joseph Smith heeft gezegd: 
'We zijn naar deze aarde gekomen om 
een lichaam te ontvangen, dat wij in 
zuivere staat aan God in het celestiale 
koninkrijk moeten presenteren. Het 
grote beginsel van geluk ligt in het 
bezitten van een lichaam. De duivel 
heeft geen lichaam, en dat is zijn 
straf.' (The Words of Joseph Smith, 
red. Andrew F. Ehat en Lyndon W 
Cook[1980],p. 60). 

Satan leerde dezelfde eeuwige 
waarheden over het lichaam, maar 
zijn straf is dat hij geen lichaam heeft. 
Daarom doet hij zijn uiterste best om 
ons ertoe aan te zetten die waarde- 
volle gave te misbruiken. Hij heeft de 
wereld vervuld met leugens en mislei- 
ding aangaande het lichaam. Hij ver- 
leidt veel mensen om die grote gave 
door middel van onkuisheid, onfat- 
soenlijkheid, genotzucht en verslavin- 
gen te ontheiligen. Hij verleidt 
sommige mensen om hun lichaam te 
verafschuwen; anderen verleidt hij 
om hun lichaam te vereren. In ieder 
geval brengt hij de wereld ertoe om 
het lichaam uitsluitend als een voor- 
werp te zien. Tegenover zoveel satani- 
sche valse leer over het lichaam, wil ik 
mijn stem verheffen en de heiligheid 
ervan verdedigen. Ik getuig dat het 
lichaam een geschenk is dat met 
dankbaarheid en respect behandeld 
moet worden. 

In de Schriften staat dat het 
lichaam een tempel is. Het was Jezus 
zelf die als eerste het lichaam verge- 
leek met een tempel. (Zie Johannes 
2:21.) Later zou Paulus de inwoners 
van Korinte, een verdorven stad kol- 
kend van alle soorten wellust en 
onfatsoenlijkheid, leren: 'Weet gij 
niet, dat gij Gods tempel zijt en dat de 
Geest Gods in u woont? Zo iemand 
Gods tempel schendt, God zal Hem 
schenden. Want de tempel Gods, en 



LIAHONA NOVEMBER 2005 



13 




dat zijt gij, is heilig' (1 Korintiërs 
3:16-17). 

Wat zou er gebeuren als we ons 
lichaam waarlijk als een tempel 
behandelden? Dan zouden kuisheid, 
fatsoen en gehoorzaamheid aan het 
woord van wijsheid enorm toenemen, 
en zouden problemen als pornografie 
en misbruik afnemen. We zouden 
immers het lichaam als een heilige 
woonplaats van de Geest beschou- 
wen, net zoals een tempel. Net zo 
goed als er geen onreine dingen in de 
tempel worden toegelaten, moeten 
wij goed opletten dat we geen enkele 
soort onreinheid in de tempel van 
ons lichaam toelaten. 

We moeten ook de buitenkant 
van onze lichamelijke tempel schoon 
en mooi houden, om de heilige 
aard van de binnenkant te weerspie- 
gelen, net zoals de kerk dat met de 
tempels doet. We moeten ons zo 
kleden en gedragen dat we die hei- 
lige geest die in ons woont, in ere 
houden. 

Nog niet zo lang geleden bezocht 
ik een van de grote toeristische ste- 
den van de wereld. Ik voelde me 
enorm bedroefd omdat zoveel men- 
sen ten prooi zijn gevallen aan de ver- 
leiding van Satan dat ons lichaam 



slechts een voorwerp is om openlijk 
mee te pronken. U kunt zich wel het 
verschil en mijn vreugde voorstellen 
toen ik in een klaslokaal kwam met 
bescheiden en gepast geklede jonge- 
vrouwen, van wie het gelaat goedheid 
uitstraalde. Ik dacht: hier zijn acht 
prachtige jongevrouwen die respect 
voor hun lichaam hebben en weten 
waarom ze er respect voor hebben. 
In Voor de kracht van de jeugd staat: 
'Je lichaam is Gods heüige schepping. 
Respecteer het als een gave van God, 
en ontheilig het op geen enkele wijze. 
Door je kleding en uiterlijk kun je de 
Heer laten zien dat je weet hoe bij- 
zonder je lichaam is. (...) Uit je wijze 
van kleden blijkt wie je bent' ([2001] , 
pp. 14-15.) 

Fatsoen is meer dan het mijden 
van onthullende kleding. Het 
beschrijft niet alleen de roklengte en 
halslijn, maar de instelling van ons 
hart. Het heeft te maken met matig- 
heid. Het impliceert 'gepaste fat- 
soensnormen (...) in denken, 
taalgebruik, kleding en gedrag.' 
(Daniel H. Ludlow, red., Encyclopedia 
ofMormonism, 5 delen, [1992], 
deel 2, p. 932.) 

Bij al onze lichamelijk verlangens 
dienen wij ons door matigheid en 



gepastheid te laten leiden. Een lief- 
devolle hemelse Vader heeft ons 
aardse schoonheid en vreugde gege- 
ven om 'zowel het oog te behagen 
als het hart te verblijden' (LV 59:18), 
maar wel met de volgende waarschu- 
wing: 'om te worden gebruikt, met 
beleid, niet onmatig, noch onder 
dwang' (LV 59:20). Mijn man heeft 
deze tekst gebruikt om onze kinde- 
ren in de wet van kuisheid te onder- 
wijzen. Hij zei dat we het 'gebruik 
van [...] het lichaam niet mogen 
"afdwingen" [tegen] de doelen van 
God in. Er is niets mis met lichame- 
lijk genot op de juiste tijd en plaats, 
maar zelfs dan moet het niet onze 
god worden.' (John S. Tanner, 
'The Body is a Blessing', Ensign, 
juli 1993, p. 10.) 

Lichamelijk genot kan een obsessie 
worden, evenals de aandacht die we 
aan ons uiterlijk besteden. Soms 
besteden we zelfzuchtig veel aandacht 
aan fitness, diëten, make-up en de 
nieuwste mode. (Zie Alma 1:27.) 

Ik maak mij zorgen over de toe- 
name in extreme makeovers. Geluk 
vloeit voort uit de acceptatie van het 
lichaam, die goddelijke gave, en de 
verbetering van onze natuurlijke 
eigenschappen, niet uit het herma- 
ken van ons lichaam naar het beeld 
van de wereld. De Heer wil dat we 
onszelf herscheppen — doch niet 
naar het beeld van de wereld, maar 
naar zijn beeld, door zijn beeld in 
ons gelaat te ontvangen. (Zie Alma 
5:14, 19.) 

Ik weet nog goed hoe onzeker ik 
me voelde toen ik als tiener veel last 
had van jeugdpuistjes. Ik probeerde 
mijn huid goed te verzorgen. Mijn 
ouders zorgden ervoor dat ik medi- 
sche hulp kreeg. Jarenlang at ik zelfs 
geen chocola of vette snacks waar 
tieners zo dol op lijken te zijn, maar 
ogenschijnlijk zonder resultaat. Ik 
vond het toen moeilijk om waarde- 
ring te hebben voor het lichaam, dat 
me zoveel problemen opleverde. 
Maar mijn lieve moeder bracht me 



14 



een hogere wet bij. Keer op keer zei 
ze tegen me: 'Je moet je uiterste best 
doen om er aantrekkelijk uit te zien, 
maar zodra je de voordeur uitloopt, 
moet je niet meer aan jezelf denken 
maar je op anderen concentreren.' 

Daar ging het om. Ze leerde me 
het christelijke beginsel onbaatzuch- 
tigheid. Naastenliefde, de reine liefde 
van Christus, is 'niet afgunstig en niet 
opgeblazen; zij zoekt zichzelf niet' 
(Moroni 7:45). Als wij ons op anderen 
richten en onzelfzuchtig zijn, ontwik- 
kelen we een innerlijke schoonheid 
die in ons uiterlijk doorstraalt. Op die 
manier veranderen we onszelf naar 
het beeld van de Heer in plaats naar 
dat van de wereld en krijgen we 
zijn beeld in ons gelaat. President 
Hinckley heeft ooit iets gezegd over 
de schoonheid die wij ontvangen als 
we ons lichaam, ons verstand en onze 
geest respecteren. Hij zei: 

'Van alle schepselen van de 
Almachtige is er geen mooier, geen 
inspirerender dan een prachtige 
dochter van God die deugdzaam 
leeft en begrijpt waarom ze dat moet 
doen, die haar lichaam als iets heiligs 
en goddelijks eert en respecteert, die 
haar verstand ontwikkelt en haar 
begrip voortdurend vergroot en die 
haar geest met eeuwige waarheid 
voedt.' ('Onze goddelijke aard begrij- 
pen', Liahona, februari 2002, p. 24; 
'Our Responsibility to Our Young 
Women' , Ensign, september 1988, 
p. 11.) 

Ik bid dat alle mannen en vrouwen 
naar de schoonheid zullen streven 
die de profeet noemde — de schoon- 
heid van het lichaam, het verstand en 
de geest! 

Het herstelde evangelie leert ons 
dat het lichaam, het verstand en de 
geest nauw met elkaar verbonden 
zijn. In het woord van wijsheid bij- 
voorbeeld zijn het geestelijke en het 
lichamelijke element met elkaar ver- 
weven. Als wij de gezondheidswet van 
de Heer voor ons lichaam naleven, 
wordt onze geest met wijsheid en ons 




verstand met kennis gezegend. (Zie 
LV 89:19-21.) Het geestelijke element 
en het lichamelijke element zijn wer- 
kelijk met elkaar verbonden. 

Ik kan me uit mijn jeugd nog her- 
inneren dat de gevoelige geest van 
mijn moeder een keer door lichame- 
lijke onmatigheid werd getroffen. Ze 
had volgens een nieuw recept zoete 
broodjes gebakken. Ze waren groot, 
vet en lekker — maar erg zwaar. Zelfs 
mijn broers konden er maar één van 
op. Toen we voor het avondgebed bij 
elkaar waren, vroeg mijn vader of 
mijn moeder het gebed wilde uitspre- 
ken. Ze keek de andere kant op en 
reageerde niet. Hij vroeg haar: 'Is er 
iets aan de hand?' Uiteindelijk zei ze: 
'Ik voel me vanavond niet zo geeste- 
lijk. Ik heb net drie van die broodjes 
gegeten.' Ik neem aan dat velen van 
ons onze geest weleens door lichame- 
lijk genot hebben ontstemd. Vooral 
stoffen die in het woord van wijsheid 
verboden worden, zijn schadelijk voor 
ons lichaam en kunnen onze geeste- 
lijke ontvankelijkheid verdoven. 
Niemand van ons kan dat verband 
tussen geest en lichaam negeren. 

Ons heüige lichaam, waar we zo 
dankbaar voor zijn, is onderhevig aan 
natuurlijke beperkingen. Sommige 
mensen worden met een handicap 
geboren en anderen moeten hun hele 
leven de pijnen van een ziekte dra- 
gen. Naarmate we ouder worden, 
merken we allemaal dat ons lichaam 



begint af te takelen. Als dat gebeurt, 
verlangen we naar de dag dat ons 
lichaam weer genezen en gezond zal 
zijn. We kijken uit naar de opstanding 
die Jezus Christus mogelijk heeft 
gemaakt: 'De ziel zal tot het lichaam 
worden hersteld, en het lichaam tot 
de ziel; (...) maar alle dingen zullen 
tot hun eigen en volmaakte gedaante 
worden hersteld' (Alma 40:23). Ik 
weet dat wij door Christus de volheid 
van vreugde kunnen ervaren die 
alleen voorhanden is als geest en ele- 
ment onafscheidelijk verbonden zijn. 
(Zie LV 93:33.) 

Ons lichaam is onze tempel. 
Omdat we een lichaam hebben, lijken 
we niet minder maar meer op onze 
hemelse Vader. Ik getuig dat wij zijn 
kinderen zijn, naar zijn beeld gescha- 
pen, met de mogelijkheid om te wor- 
den zoals Hij is. Laten wij daarom ons 
lichaam, die goddelijke gave, met zorg 
behandelen. Als we het waardig zijn, 
zullen we op een dag een volmaakt 
en verheerlijkt lichaam ontvangen, zo 
rein en zuiver als mijn nieuwe klein- 
dochter, maar dan wel onafscheidelijk 
verbonden met onze geest. Dan zul- 
len we juichen en jubelen (zie Job 
38:7) dat we deze gave ontvangen, 
waar we zo lang naar hebben ver- 
langd. (Zie LV 138:50.) Mogen wij de 
heüigheid van het lichaam respecte- 
ren, zodat de Heer het voor eeuwig 
zal heiligen en verhogen. In de naam 
van Jezus Christus. Amen. ■ 



LIAHONA NOVEMBER 2005 



15 



De tocht naar 
hogere grond 

OUDERLING JOSEPH B. WIRTHLIN 

van het Quorum der Twaalf Apostelen 



We komen voor een keuze te staan. We kunnen op onze 
eigen kracht vertrouwen, of we kunnen ons naar 
hogere grond begeven en tot Christus komen. 



inkomen afhankelijk van de zee. Hun 
voorouders hebben honderden, wel- 
licht duizenden jaren, de oceaan 
bestudeerd en die kennis van vader 
op zoon doorgegeven. 

Daarbij leerden zij hun vooral wat 
ze moesten doen als de oceaan zich 
razendsnel terugtrok. Want de tradi- 
tie wil dat de 'Laboon' — een golf 
die mensen opeet — dan snel ter 
plaatse is. 

Toen de ouderen van het volk de 
onheilstekenen zagen, schreeuwden ze 
tegen iedereen dat ze zich naar hogere 
grond uit de voeten moesten maken. 

Niet iedereen gaf daar gehoor aan. 

Een bejaarde visser zei: 'Geen 
enkel kind geloofde me.' Zelfs zijn 
eigen dochter noemde hem een leu- 
genaar. Maar de oude visser had pas 
rust toen iedereen het dorp had verla- 
ten en op hogere grond een goed 
heenkomen hadden gezocht. 1 

De Moken hadden het geluk dat ze 
iemand hadden die hen waarschuwde 
voor wat er komen ging. De dorpelin- 
gen hadden het geluk dat ze luister- 
den. Als ze dat niet hadden gedaan, 
waren ze wellicht omgekomen. 

De profeet Nephi heeft geschreven 
over een grote ramp in zijn tijd, de 
verwoesting van Jeruzalem. 'Zoals één 
geslacht onder de Joden is vernietigd 
wegens ongerechtigheid, zo zijn zij 




Op 26 december 2004 vond er 
voor de kust van Indonesië 
een zeer zware zeebeving 
plaats die een tsunami veroorzaakte 
met ruim 200 duizend slachtoffers als 
gevolg. Het was een afgrijselijke ramp. 
Op die dag veranderde het leven van 
miljoenen voorgoed. 

Er was echter een volk dat, hoewel 
het dorp werd verwoest, het vege lijf 
wist te redden. 

Hoe kwam dat? 

Ze wisten dat er een tsunami op 
komst was. 

De Moken wonen in dorpjes op 
eilanden voor de kust van Thailand en 
Birma (Myanmar). Zij zijn voor hun 



van geslacht op geslacht vernietigd 
ten gevolge van hun ongerechtighe- 
den; en geen van hen is ooit vernie- 
tigd zonder dat het hun door de 
profeten des Heren was voorzegd.' 2 

Vanaf de tijd van Adam heeft de 
Heer bij monde van zijn profeten 
gesproken en hoewel zijn boodschap 
naar gelang de behoeften en de tijd 
verschilt, is er een consequent, 
onveranderlijk thema: breek met 
ongerechtigheid en begeef je naar 
hogere grond. 

Wanneer de mensen acht slaan op 
de woorden van de profeten zegent 
de Heer hen. Als zijn raad echter in de 
wind wordt geslagen, zijn leed en ver- 
driet vaak het gevolg. Het Boek van 
Mormon leert ons deze grote les keer 
op keer. We lezen dat de bewoners 
van het oude Amerika wegens hun 
rechtschapenheid door de Heer wer- 
den gezegend en voorspoedig wer- 
den. Maar vaak was die voorspoed er 
de reden van dat zij hun hart verstok- 
ten en de Heer, hun God vergaten. 3 

Voorspoed lijkt het slechtste in 
sommige mensen naar boven te bren- 
gen. In het boek Helaman lezen we 
over een groep Nephieten die groot 
verlies en een grote slachting onder- 
gingen. Over hen staat er geschreven: 
'En [het was] wegens de hoogmoed 
van hun hart, wegens hun buitenge- 
wone rijkdommen, ja, omdat zij de 
armen onderdrukten, de hongerigen 
hun voedsel onthielden, de naakten 
hun klederen onthielden, en hun oot- 
moedige broeders op de wang sloe- 
gen, de spot dreven met hetgeen 
heilig was, de geest van profetie en 
van openbaring loochenden.' 4 

Deze ellende was niet op hen neer- 
gekomen als 'er geen goddeloosheid 
(...) onder hen [had] bestaan'. 5 Als 
ze nou maar acht op de woorden van 
de profeten van hun tijd hadden 
geslagen en zich naar hogere grond 
hadden begeven. 

Het natuurlijke gevolg voor hen 
die het pad van de Heer verlaten is 
dat ze aan hun eigen kracht worden 



16 




overgelaten. 6 Hoewel we op het 
hoogtepunt van ons succes wellicht 
kunnen denken dat we het op eigen 
kracht afkunnen, komen zij die op de 
arm des vleses vertrouwen er al snel 
achter hoe zwak en onbetrouwbaar 
die in werkelijkheid is. 7 

Salomo, bijvoorbeeld, gehoor- 
zaamde aanvankelijk de Heer en hield 
zich aan zijn wet. Daardoor was hij 
voorspoedig en werd niet alleen met 
wijsheid gezegend, maar ook met rijk- 
dommen en aanzien. Als hij rechtscha- 
pen bleef, beloofde de Heer Salomo 
dat , Hij ' [zijn] koningstroon over 
Israël voor altijd [zou] bevestigen.' 8 

Maar zelfs na hemelse manifesta- 
ties, zelfs na uitermate rijk gezegend 
te zijn, keerde Salomo zich af van de 
Heer. Met als gevolg dat de Heer 
besloot het koninkrijk van hem af 
te scheuren en aan zijn dienstknecht 
te geven. 9 

De naam van die dienstknecht was 
Jerobeam. Jerobeam was een ijverig 
man uit de stam Efraïm, die door 
Salomo over een deel van zijn arbei- 
ders was gesteld. 10 

Op zekere dag, toen Jerobeam door 
het land reisde, werd hij benaderd 
door een profeet, die profeteerde dat 



de Heer het koninkrijk bij Salomo 
zou wegnemen en tien van de twaalf 
stammen van Israël aan Jerobeam 
zou geven. 

Bij monde van zijn profeet beloofde 
de Heer Jerobeam dat als hij het juiste 
zou doen 'Ik met u zal zijn, en u een 
duurzaam huis zal bouwen, zoals Ik 
voor David gebouwd heb, en Ik zal u 
Israël geven.' 11 

De Heer koos Jerobeam en 
beloofde hem opmerkelijke zegenin- 
gen als hij enkel de geboden gehoor- 
zaamde en zich naar hogere grond 
begaf. Na de dood van Salomo gingen 
de woorden van de profeet in vervul- 
ling, want tien van de twaalf stammen 
van Israël volgden Jerobeam. 

En gehoorzaamde de nieuwe 
koning de Heer na zoveel gunsten? 

Helaas niet. Hij liet gouden kalve- 
ren maken en moedigde het volk 
aan die te aanbidden. Hij schiep zijn 
eigen 'priesterschap' door uit alle 
kringen van het volk priesters der 
hoogten aan te stellen. 12 Kortom, 
ondanks de grote zegeningen die 
hem te beurt vielen, was de koning 
slechter dan alle andere voor hem. 13 
In latere tijden was Jerobeam de 
standaard waaraan goddeloze 



koningen van Israël werden gemeten. 

Zijn goddeloosheid leidde ertoe 
dat de Heer zich van Jerobeam 
afkeerde. De Heer beschikte dat de 
koning en zijn hele huis zouden wor- 
den vernietigd, totdat er niemand 
meer over was. Deze profetie is later 
tot op de letter uitgekomen. Het 
nageslacht van Jerobeam is van de 
aarde weggevaagd. 14 

Salomo en Jerobeam zijn voorbeel- 
den van die grote tragische cirkel- 
gang die zo vaak in het Boek van 
Mormon wordt belicht. Als het volk 
rechtschapen is, maakt de Heer hen 
voorspoedig. Voorspoed leidt vaak 
tot hoogmoed, wat weer tot zonde 
leidt. Zonde leidt tot goddeloosheid 
en tot harten die ongevoelig worden 
voor geestelijke zaken. Uiteindelijk 
wacht aan het eind van deze weg 
hartzeer en verdriet. 

Dit patroon wordt niet alleen her- 
haald in het leven van het individu, 
maar ook voor steden, naties en zelfs 
de hele wereld. Als de Heer en zijn 
profeten worden genegeerd staan de 
gevolgen vast, die vaak vergezeld gaan 
van groot verdriet en spijt. In onze 
tijd heeft de Heer gewaarschuwd dat 
goddeloosheid uiteindelijk zal lieden 



LIAHONA NOVEMBER 2005 



17 




tot 'hongersnood en plagen en aard- 
bevingen en de donder des hemels' 
totdat 'de bewoners der aarde de ver- 
bolgenheid, de gramschap en de 
kastijdende hand van een almachtig 
God [...] voelen.' 15 

Het is echter belangrijk dat we 
beseffen dat veel fijne en goede men- 
sen lijden onder de rampen die door 
de natuur en de mens worden veroor- 
zaakt. De heiligen in het begin van 
deze bedeling werden vervolgd en uit 
hun huizen verdreven. Sommigen von- 
den de dood. Maar misschien kwam 
uit dit lijden dat zij zo goed doorston- 
den, wel een innerlijke kracht voort 
die noodzakelijk was voor het werk dat 
zij nog te doen kregen. 

Datzelfde gebeurt ook in onze tijd. 

Daar we niet immuun zijn voor 
rampen, moeten we er lering uit 
trekken. 



Hoewel de Schriften de gevolgen 
van ongehoorzaamheid laten zien, 
tonen ze ook wat er kan gebeuren als 
mensen naar de Heer luisteren en zijn 
raad opvolgen. 

Toen de mensen in de goddeloze 
stad Nineve de waarschuwende stem 
van de profeet Jona hoorden, riepen 
zij de Heer krachtig aan, bekeerden 
zich en ontliepen zo vernietiging. 16 

Daar de mensen in de tijd van 
Henoch slecht waren, gebood de 
Heer Henoch zijn mond open te 
doen en de mensen te waarschuwen 
dat ze zich van hun goddeloosheid 
moesten afkeren en de Heer hun God 
moesten dienen. 

Henoch overwon zijn angsten en 
deed wat hem geboden was. Hij ging 
uit onder het volk en met luide stem 
getuigde hij tegen hun werken. In de 
Schriften staat dan dat alle mensen 



aanstoot aan hem namen. Zij bespra- 
ken met elkaar dat er iets vreemds in 
het land was en dat er een 'wilde 
man' onder hen gekomen was. 17 

Hoewel velen Henoch haatten, 
geloofden de nederigen in zijn woor- 
den. Zij gaven hun zonden op en 
begaven zich naar hogere grond 'en 
de Heer zegende het land, en zij wer- 
den gezegend op de bergen en op de 
hoge plaatsen, en waren voorspoe- 
dig.' 18 In hun geval leidde voorspoed 
tot mededogen en gerechtigheid in 
plaats van tot hoogmoed en zonde. 
'En de Heer noemde zijn volk Zion, 
omdat zij één van hart en één van 
zin waren en in rechtvaardigheid 
leefden; en er waren geen armen 
onder hen.' 19 

Na zijn opstanding is de Heiland in 
Amerika verschenen. Door zijn won- 
derbaarlijke bediening daar, verzacht- 
ten de mensen hun hart. Zij gaven 
hun zonden op en begaven zich naar 
hogere grond. Zij achtten zijn woor- 
den hoog en probeerden zijn voor- 
beeld te volgen. 

Zij waren zo rechtschapen dat er 
geen onenigheid onder hen bestond 
en dat zij elkaar rechtvaardig behan- 
delden. Zij gaven zonder voorbehoud 
van hun bezit en waren uitermate 
voorspoedig. 

Over dit volk is gezegd dat er 'stel- 
lig geen gelukkiger volk [kon] zijn 
onder alle volken die door de hand 
Gods waren geschapen.' 20 

In onze tijd staan we voor een 
soortgelijke keuze. We kunnen zo 
dwaas zijn om de profeten van God te 
negeren, op onze eigen kracht te ver- 
trouwen en uiteindelijk de gevolgen 
ondervinden. Of we kunnen zo wijs 
zijn om tot de Heer te naderen en zijn 
zegeningen te krijgen. 

Koning Benjamin beschreef 
beide paden en de bijbehorende 
gevolgen. Hij zei dat wie zich van de 
Heer afkeren, worden 'overgeleverd 
aan een vreselijke beschouwing van 
hun eigen schuld en gruwelen, wat 
hen doet terugdeinzen voor de 



18 



tegenwoordigheid des Heren tot 
een staat van ellende en eindeloze 
kwelling'. 21 

Maar wie zich naar hogere grond 
begeven en de geboden van God 
onderhouden 'worden gezegend in 
alle dingen, zowel stoffelijke als 
geestelijke; en indien zij getrouw vol- 
harden tot het einde, worden zij in de 
hemel ontvangen, waardoor zij bij 
God kunnen wonen in een staat van 
nimmer eindigend geluk.' 22 

Hoe weten we in welke richting wij 
ons begeven? Toen de Heiland op 
aarde was, werd Hem gevraagd wat 
het grootste gebod was. Zonder aar- 
zeling zei Hij: 'Gij zult de Here, uw 
God, liefhebben met geheel uw hart 
en met geheel uw ziel en met geheel 
uw verstand. 

'Dit is het grote en eerste gebod. 

'Het tweede, daaraan gelijk, is: Gij 
zult uw naaste liefhebben als uzelf. 

Aan deze twee geboden hangt de 
ganse wet en de profeten.' 23 

In deze verzen geeft de Heer dui- 
delijk aan hoe we kunnen weten of 
we op de goede weg zijn. Wie zich 
begeven naar hogere grond hebben 
de Heer met hun hele hart lief. We 
zien in hun leven de uitingen van die 
liefde. Zij zoeken hun God in gebed 
en smeken om zijn Heilige Geest. Zij 
vernederen zich en openen hun hart 
voor de leringen van de profeten. Zij 
maken hun roeping groot en dienen 
liever zelf dan zich te laten dienen. Zij 
staan als getuige van God. Zij gehoor- 
zamen zijn geboden en groeien in 
hun getuigenis van de waarheid. 

Ook hebben zij de kinderen van 
hun hemelse Vader lief en hun leven 
geeft blijk van die liefde. Zij geven om 
hun broeders en zusters. Zij voeden, 
dienen en steunen hun huwelijkspart- 
ner en kinderen. Zij verheffen de 
mensen in hun omgeving in een geest 
van liefde en goedheid. Zij geven zon- 
der voorbehoud van hun bezit aan 
anderen. Zij treuren met wie treuren 
en vertroosten wie vertroosting nodig 
hebben. 24 



/ . 


— 












|LC?I 






1 -ur , <= r 

I "„'AU ~ '~ 




- — 1 


LORD 




1 


■ is.UfLT Btf'HE 






■ 

1 w-qilq rjjjjiCT 

Ir f. *J"j"£~ p -~ /--"," 









SiUITS. 






|ècr<uiE:-frcE.n 






EAÖMPl-fiTET 
1 ' 


■ 



Deze tocht naar hogere grond zal 
door iedere discipel van de Heer 
Jezus Christus moeten worden afge- 
legd. Het is een tocht die ons en ons 
gezin uiteindelijk tot de verhoging zal 
brengen in de tegenwoordigheid van 
de Vader en de Zoon. Bijgevolg moet 
onze tocht naar hogere grond door 
het huis des Heren gaan. Wanneer we 
tot Christus komen en ons naar 
hogere grond begeven, zullen we 
meer tijd in zijn tempel willen door- 
brengen, omdat de tempels staan 
voor hogere grond, heilige grond. 

In elke tijd komen we voor een 
keuze te staan. We kunnen op onze 
eigen kracht vertrouwen, of we kun- 
nen ons naar hogere grond begeven 
en tot Christus komen. 

Elke keuze heeft een gevolg. 

Elk gevolg een bestemming. 

Ik getuig dat Jezus de Christus 
onze Verlosser is, de levende Zoon 
van de levende God. De hemelen 
zijn geopend en een liefdevolle 
hemelse Vader openbaart zijn woord 
aan de mens. Door middel van de 
profeet Joseph Smith is het evange- 
lie op aarde hersteld. In onze tijd 
hebben we een profeet, ziener en 
openbaarder, president Gordon B. 
Hinckley, die het woord van God 
aan de mens openbaart. Zijn stem 
is in overeenstemming met alle 



profetische stemmen van weleer. 

Hij heeft gezegd: 'Ik nodig ieder lid 
van de kerk uit, waar u ook bent, om 
op te staan en met een vreugdevol 
hart aan de slag te gaan, het evangelie 
na te leven, de Heer lief te hebben en 
het koninkrijk op te bouwen. Samen 
zullen we op koers blijven en het 
geloof behouden. De Almachtige zal 
onze kracht zijn.' 25 

Broeders en zusters, we zijn geroe- 
pen om ons naar hogere grond te 
begeven. 

We kunnen het verdriet en de 
ellende mijden die het gevolg zijn van 
ongehoorzaamheid. 

We kunnen deelnemen aan vrede, 
vreugde en eeuwig leven als we 
gehoor geven aan de woorden van de 
profeten, ons openstellen voor de 
invloed van de Heilige Geest en ons 
hart vullen met liefde voor onze 
hemelse Vader en onze medemens. 

Ik geef u mijn getuigenis dat de 
Heer allen zegent die het pad van het 
discipelschap opgaan en zich naar 
hogere grond begeven. In de naam 
van Jezus Christus. Amen. ■ 

NOTEN 

1. 'Sea Gypsies See Signs in the Waves', 
CBS News, 60 Minutes transcript, 

20 maart 2005, http://www.cbsnews.com/ 

stories/2005/03/18/60minutes/main681558 

.shtml. 

2. 2 Nephi 25:9. 
3- Helaman 12:2. 

4. Helaman 4:12. 

5. Helaman 4:11. 

6. Zie Helaman 4:13. 

7. Zie Johannes 15:5, 'zonder Mij kunt gij 
niets doen'. 

8. Zie 1 Koningen 9:4-5. 

9. Zie 1 Koningen 11:9-10. 

10. Zie 1 Koningen 11:28. 

11. 1 Koningen 11:38. 

12. Zie 1 Koningen 12:28-30; 13:33. 

13. Zie 1 Koningen 14:9. 

14. Zie 1 Koningen 15:29. 

15. LV 87:6. 

16. Zie Jona 3:4-10. 

17. Zie Mozes 6:37-38. 

18. Mozes7:17. 

19. Mozes 7:18. 

20. 4 Nephi 1:16. 

21. Mosiah 3:25. 

22. Mosiah 2:41. 

23. Matteüs 22:37-40. 

24. Zie Mosiah 18:9. 

25. 'Blijf op koers, behoud het geloof', De Ster, 
januari 1996, p. 96. 



LIAH0NA NOVEMBER 2005 



19 



Het licht in hun 
ogen 



PRESIDENT JAMES E. FAUST 

Tweede raadgever in het Eerste Presidium 



We krijgen een heilig licht in onze ogen en ons gelaat 
als we een persoonlijke band met onze dierbare 
hemelse Vader en zijn Zoon hebben. 



waarop later het Jerusalem Center 
for Near Eastern Studies van de 
Brigham Young University werd 
gebouwd. Voordat de pachtakte 
kon worden ondertekend, moesten 
president Ezra Taft Benson en ouder- 
ling Jeffrey R. Holland, die toen pre- 
sident van de Brigham Young 
University was, namens de kerk en 
de universiteit aan de Israëlische 
regering beloven geen zendingswerk 
in Israël te verrichten. Misschien 
vraagt u zich af waarom we ermee 
instemden geen zendingswerk te 
doen. Dat was omdat we alleen een 
bouwvergunning kregen om dat 
schitterende gebouw in die histori- 
sche stad Jeruzalem neer te zetten 
als we ons daartoe bereid verklaar- 
den. Voor zover we weten, hebben 
de kerk en de BYU zich altijd strikt 
aan die belofte gehouden. Nadat de 
akte was ondertekend, vroeg een van 
onze vrienden inzichtelijk: 'O, we 
weten dat u geen zendingswerk zult 
verrichten, maar wat gaat u aan het 
licht in hun ogen doen?' Hij 
bedoelde onze studenten die in 
Israël studeerden. 

Wat was dat licht in hun ogen dat 
onze vriend zo duidelijk kon zien? 
De Heer heeft zelf het antwoord 
gegeven: 'En het licht dat schijnt, 
dat u licht geeft, is uit Hem die 




Geliefde broeders, zusters en 
vrienden over de hele wereld. 
Nederig vraag ik vanochtend 
bij mijn toespraak om uw begrip en 
om de hulp van de Heilige Geest. 
Ik ben getroffen door de korte 
profetische boodschap van president 
Hinckley aan het begin van deze con- 
ferentie. Ik getuig dat president 
Hinckley onze profeet is. Hij wordt 
rijkelijk gezegend met de leiding van 
het Hoofd van de kerk, onze Heer en 
Heiland Jezus Christus. 

Ik dacht onlangs aan een histori- 
sche vergadering die 17 jaar geleden 
in Jeruzalem is gehouden. Het 
ging over de pacht van het perceel 



uw ogen verlicht, hetgeen hetzelfde 
licht is dat uw verstand verleven- 
digt.' 1 Waar komt dat licht vandaan? 
Opnieuw heeft de Heer zelf het ant- 
woord gegeven: '[Omdat] Ik het 
ware licht ben dat ieder mens ver- 
licht die in de wereld komt.' 2 De 
Heer is het ware licht, en 'de Geest 
verlicht ieder mens ter wereld die 
luistert naar de stem van de Geest.' 3 
Het licht is op ons gelaat en in onze 
ogen te zien. 

Paul Harvey, een beroemd 
nieuwslezer, bezocht enkele jaren 
geleden een van onze opleidings- 
instituten. Later verklaarde hij: 
'Ieder (...) jonge gezicht straalde een 
soort (...) verheven vertrouwen uit. 
Tegenwoordig zien veel jonge ogen 
er vroegtijdig oud uit door de talloze 
compromissen met hun geweten. 
Maar [deze jonge mensen] hebben 
die benijdenswaardige voorsprong 
die voortkomt uit discipline, trouw 
en toewijding.' 4 

Wie zich oprecht bekeren, ontvan- 
gen de Geest van Christus en worden 
gedoopt ter vergeving van hun zon- 
den. Door handoplegging en het 
priesterschap van God ontvangen zij 
de gave van de Heilige Geest. 5 Het is 
'de gave Gods [...] aan allen die Hem 
ijverig zoeken.' 6 Volgens ouderling 
Parley E Pratt is de gave van de 
Heilige Geest, 'als het ware, (...) 
vreugde in het hart, [en] licht in de 
ogen.' 7 De Heilige Geest is de 
Trooster die de Heiland beloofde 
voordat Hij werd gekruisigd. 8 De 
Heilige Geest geeft getrouwe heiligen 
geestelijke leiding en bescherming. 
Hij vergroot onze kennis en ons 
begrip van 'alles'. 9 Dat is vooral 
belangrijk in een tijd dat de geeste- 
lijke blindheid toeneemt. 

De secularisatie neemt in het 
grootste deel van de wereld toe. Die 
secularisatie wordt gedefinieerd als 
'het proces waardoor de voornaam- 
ste sectoren van het maatschappelijk 
leven onttrokken worden aan de 
kerk en het geloof.' 10 Secularisatie 



20 



aanvaardt weinig absolute waarhe- 
den. Haar voornaamste betrachtin- 
gen zijn eigenbelang en genot. 
Vaak hebben de aanhangers van 
secularisatie een andere blik in 
hun ogen. Jesaja noemde dat: 'De 
aanblik van hun gelaat getuigt tegen 
hen.' 11 

Maar ondanks alle secularisatie in 
de wereld hongeren en dorsten veel 
mensen naar geestelijke zaken en 
naar het woord van de Heer. Amos 
heeft geprofeteerd: 'Zie, de dagen 
komen, luidt het woord van de Here 
Here, dat Ik een honger in het land 
zal zenden — geen honger naar 
brood, en geen dorst naar water, 
maar om de woorden des Heren 
te horen. 

'Dan zullen zij zwerven van zee 
tot zee, en van het noorden naar het 
oosten zullen zij dolen, om te zoeken 
het woord des Heren; maar vinden 
zullen zij het niet.' 12 

Waar kunnen wij de woorden 
van de Heer horen? We kunnen naar 
onze profeet, president Gordon B. 
Hinckley, luisteren, en naar de leden 
van het Eerste Presidium, het Quorum 
der Twaalf Apostelen en de andere 
algemene autoriteiten. We kunnen 
ze ook van onze ringpresident en 
bisschop horen. Zendelingen kunnen 
ze van hun zendingspresident horen. 
We kunnen ze in de Schriften vinden. 
En we kunnen de stille, zachte stem 
van de Heilige Geest horen. Als wij de 
woorden van de Heer horen, worden 
wij uit de duisternis geroepen 'tot zijn 
wonderbaar licht.' 13 

Wat doen we eraan om het licht in 
onze ogen en in ons gelaat te laten 
schijnen? Veel van dat licht is afkom- 
stig van onze 'discipline, trouw en 
toewijding' 14 aan enkele absolute 
waarheden. De belangrijkste waarheid 
is dat er een God is, die de Vader van 
onze ziel is, en aan wie we verant- 
woording moeten afleggen voor ons 
gedrag. De tweede waarheid is dat 
Jezus de Christus is, onze Heiland en 
Verlosser. De derde waarheid is dat 




het grote plan van geluk gehoorzaam- 
heid aan Gods geboden vereist. En 
de vierde waarheid luidt dat het 
eeuwige leven de grootste gave van 
God is. 15 

Er zijn ook andere zegeningen die 
aan het licht in onze ogen bijdragen. 
Dat zijn de gaven van de Geest die 
van de Heiland afkomstig zijn. 16 
Vreugde, geluk, voldoening en 
gemoedsrust zijn de gaven van de 
Geest die voortkomen uit de kracht 
van de Heilige Geest. 

Wat geluk hier en in de eeuwigheid 
betreft, zijn veel van onze leringen 
opzienbarend. Ze zijn enorm, en som- 
mige ervan zijn uniek voor ons geloof. 
Deze waardevolle leringen zijn geba- 
seerd op onze getrouwheid, en 
omvatten het volgende — niet in 
volgorde van belangrijkheid: 

1. God en zijn Zoon zijn verheer- 
lijkte personen. God de Vader is onze 
levende Schepper, en zijn Zoon, Jezus 
Christus, is onze Heiland en Verlosser. 
We zijn naar Gods beeld geschapen. 17 
Dat weten we omdat Joseph Smith 
Hen heeft gezien en met Hen heeft 
gesproken. 18 

2. De tempelzegeningen verzege- 
len man en vrouw, en die zijn niet 



alleen in dit leven geldig, maar ook 
in de eeuwigheid. Kinderen en 
nakomelingen kunnen door die 
verzegeling aan elkaar verbonden 
worden. 

3. Ieder mannelijk lid van de 
kerk die dat waardig is, kan het 
priesterschap van God ontvangen en 
gebruiken. Hij kan zijn goddelijke 
gezag thuis gebruiken en onder toe- 
zicht van een gezagsdrager in de kerk. 

4. Aanvullende heilige Schriftuur 
omvatten het Boek van Mormon, de 
Leer en Verbonden en de Parel van 
grote waarde. 

5. Hedendaagse apostelen en pro- 
feten spreken het woord van God, 
onder leiding van president Gordon B. 
Hinckley, die de profeet, ziener en 
openbaarder, en de bron van voortdu- 
rende openbaring is. 

6. De gave van de Heilige Geest is 
voor alle leden bestemd. Toen aan de 
profeet Joseph Smith werd gevraagd: 
'Waarin verschilt [uw kerk] van de 
andere kerken in onze tijd?', ant- 
woordde hij: 'In de gave van de 
Heilige Geest door handoplegging; 
[en] alle andere overwegingen zijn 
vervat in die gave van de Heilige 
Geest.' 19 



LIAHONA NOVEMBER 2005 



21 



7. De verheffende invloed van de 
vrouw. In de ogen van de Heer is de 
vrouw volledig gelijkwaardig aan de 
man. Van nature verschilt de rol van 
de vrouw van die van de man. Die 
kennis hebben we door de herstelling 
van het evangelie in de volheid der tij- 
den ontvangen, met daarnaast de 
erkenning dat vrouwen zijn begiftigd 
met de grote verantwoordelijkheid 
van het moederschap en de verzor- 
ging. Sinds 1842 heeft de vrouw meer 
mogelijkheden gekregen, toen de 
profeet Joseph Smith namens God 
voor hen de sleutel omdraaide van 
een deur die vanaf het begin van de 
mensheid gesloten was. 20 

Enkele jaren geleden kreeg 
Constance, een verpleegkundige in 
opleiding, de opdracht om een vrouw 
te helpen die tijdens een ongeluk aan 
haar been gewond was geraakt. De 
vrouw weigerde medische hulp 
omdat ze ooit een nare ervaring met 
iemand in het ziekenhuis had gehad. 
Ze was bang en zonderde zich hele- 
maal af. De eerste keer dat Constance 
bij haar langsging, stuurde de vrouw 
haar weg. Bij haar tweede poging 
mocht Constance binnenkomen. 
Ondertussen was het been van de 
vrouw met grote zweren bedekt en 
op sommige plekken begon het vlees 
al te rotten. Maar ze wilde nog steeds 
niet behandeld worden. 

Constance maakte er een gebeds- 
zaak van, en na een dag of twee kreeg 
ze een antwoord. Voor haar volgende 
bezoek nam ze wat waterstofperoxide 
mee. Omdat het geen pijn zou doen, 
mocht ze het op het been van de 
vrouw gebruiken. Vervolgens spraken 
ze over een daadwerkelijke behande- 
ling in het ziekenhuis. Constance ver- 
zekerde haar ervan dat het ziekenhuis 
haar verblijf zo aangenaam mogelijk 
zou maken. Na een dag of twee had 
de vrouw de moed verzameld om 
naar het ziekenhuis te gaan. Toen 
Constance haar bezocht, glimlachte de 
vrouw en zei: 'U hebt me overtuigd.' 
Vervolgens vroeg ze onverwachts aan 




Constance: 'Van welke kerk bent u 
lid?' Constance vertelde haar dat ze 
lid van De Kerk van Jezus Christus 
van de Heiligen der Laatste Dagen 
was. De vrouw zei: 'Dat dacht ik al. 
Ik wist vanaf het eerste moment 
dat ik u zag dat u naar mij toe was 
gestuurd. Er was een licht in uw 
gezicht dat ik bij andere mensen 
van uw kerk had gezien. Ik moest 
u gewoon vertrouwen.' 

Na drie maanden was het zwe- 
rende been helemaal genezen. Leden 
van de wijk waar de oude vrouw 
woonde, knapten haar huis en haar 
tuin op. De zendelingen bezochten 
haar, en vlak daarna liet ze zich 
dopen. 21 En dat alles omdat ze het 
licht in het gelaat van die jonge ver- 
pleegkundige in opleiding had gezien. 

Toen president Brigham Young 
een keer werd gevraagd waarom 
we soms alleen en vaak verdrietig 
worden achtergelaten, zei hij dat een 
mens moet leren om 'als een onaf- 
hankelijk wezen te handelen (...) om 
te zien wat hij zal doen (...) en om zijn 
onafhankelijkheid te beproeven — 
om in het duister rechtschapen te 



blijven.' 22 Dat wordt gemakkelijker als 
we het evangelie zien 'gloeien (...) 
en zien afstralen van (...) verlichte 
personen.' 23 

Dienstbetoon in deze kerk is een 
zegen en een voorrecht waardoor het 
licht in onze ogen en op ons gelaat 
gaat schijnen. De Heiland heeft 
gezegd: 'Laat dan uw licht voor dit 
volk zo schijnen dat zij uw goede wer- 
ken kunnen zien en uw Vader die in 
de hemel is, verheerlijken.' 24 De zege- 
ningen die we door dienstbetoon in 
de kerk ontvangen, zijn niet onder 
woorden te brengen. De Heer belooft 
dat als we onze roeping grootmaken, 
we geluk en vreugde zullen vinden. 

Alma vraagt of we zijn [Gods] 
beeld in ons gelaat hebben ontvan- 
gen. 25 We krijgen een heüig licht in 
onze ogen en ons gelaat als we een 
persoonlijke band met onze dierbare 
hemelse Vader en zijn Zoon, onze 
Heiland en Verlosser, hebben. Met 
deze band zal ons gezicht het 'verhe- 
ven vertrouwen' 26 weerspiegelen dat 
Hij leeft. 

Ik geef u mijn getuigenis van de 
goddelijke aard van dit heilige werk 
dat wij verrichten. We krijgen een 
getuigenis door openbaring. 27 Als 
jonge jongen kreeg ik mijn getuigenis 
door openbaring. Ik kan me geen 
specifieke gebeurtenis herinneren 
waardoor ik die openbaring kreeg. 
Het lijkt wel of het altijd een onder- 
deel van mijn bewustzijn is geweest. 
Ik ben dankbaar voor deze bevesti- 
gende kennis waardoor het mogelijk 
is om met de onbestendigheden van 
het leven om te gaan, waar we alle- 
maal mee geconfronteerd worden. 

We worden tijdens deze conferen- 
tie getroffen door de getuigenissen 
en boodschappen van onze broeders 
en zusters. Ik ben van mening dat u 
eigenlijk een dergelijke bevestiging 
kunt krijgen. Het kan heel goed zijn 
dat u een bevestiging krijgt dat wat u 
hoort de waarheid is. Brigham Young 
heeft gezegd: 'Niet alleen de heiligen 
die aanwezig zijn (...) maar ook de 



22 



ZATERDAGMIDDAGBIJEENKOMST 

1 oktober 2005 



heiligen uit alle landen, werelddelen 
of eilanden die het evangelie naleven 
dat door onze Heiland, zijn apostelen, 
en ook door Joseph Smith werd 
verkondigd; (...) geven hetzelfde 
getuigenis. Hun ogen zijn door de 
Geest en door God verlevendigd, en 
zij zien hetzelfde, hun hart is verle- 
vendigd, en zij voelen en begrijpen 
hetzelfde.' 28 

Ik weet met heel mijn hart en 
ziel dat God leeft. Ik geloof dat Hij 
een ieder van ons met zijn liefde 
zal verlichten, als wij ernaar streven 
om die liefde waardig te zijn. In de 
heilige naam van Jezus Christus. 
Amen. ■ 



NOTEN 

1. Alma 88:11; cursivering toegevoegd. 
2.LV93:2. 

3. LV 84:46. 

4. Nieuwsuitzending, 8 december 1967, 
typoscript, p. 1. 

5. Zie LV 20:37. 

6. INephi 10:17. 

7. Key to the Science ofTheology: A Voice of 
Warning (1978), p, 61. 

8. Ziejohannes 14:26. 
9- Johannes 14:26. 

10. Van Dale — Groot woordenboek der 
Nederlandse taal, dertiende herziene 
uitgave, 'secularisatie', p. 3025. 

11. 2 Nephi 13:9. 

12. Amos 8:11-12. 

13. 1 Petrus 2:9. 

14. Paul Harvey, nieuwsuitzending, 
8 december 1967. 

15. Zie LV 14:7. 

16. Zie LV 46:11. 

17. Zie Genesis 1:26-27. 

18. Zie Geschiedenis van Joseph Smith 

1:17-18. 

19. History of the Church, deel 4, p. 42. 

20. See George Albert Smith, Address to 
Members of the Relief Society', Relief 
Society Magazine, december 1945, p. 717; 
zie ook ZHV-notulen, 28 april 1842, 
Archieven van De Kerk van Jezus Christus 
van de Heiligen der Laatste Dagen, p. 40. 

2 1 . Zie Constance Polve, 'Een strijd die gewon- 
nen werd', De Ster, maart 1981, pp. 21-24. 

22. Brigham Young's Office Journal, 28 januari 
1857, Archieven van De Kerk van Jezus 
Christus van de Heiligen der Laatste Dagen. 

23. Neal A. Maxwell, 'Weest goedsmoeds', 
De Ster, april 1983, p. 137. 

24. 3 Nephi 12.16. 

25. Zie Alma 5:14. 

26. Paul Harvey, nieuwsuitzending, 
8 december 1967. 

27. Zie Discourses of Brigham Young, samenge- 
steld door John A. Widtsoe (1998), p. 35. 

28. Discourses of Brigham Young, p. 31. 



De steunverlening 

aan 

kerltfunctionarissen 



PRESIDENT THOMAS S. MONSON 

Eerste raadgever in het Eerste Presidium 




Broeders en zusters, president 
Hinckley heeft mij verzocht de 
algemene autoriteiten, de 
gebiedszeventigers en de leden van 
de algemene presidiums van de hulp- 
organisaties van de kerk ter steunver- 
lening aan u voor te stellen. 

Wij stellen u voor Gordon Bitner 
Hinckley steun te verlenen als pro- 
feet, ziener en openbaarder en presi- 
dent van De Kerk van Jezus Christus 
van de Heiligen der Laatste Dagen; 
Thomas Spencer Monson als eerste 
raadgever in het Eerste Presidium; 
en James Esdras Faust als tweede 
raadgever in het Eerste Presidium. 
Wie hiermee instemt, maakt dat 
kenbaar. 



Wie er niet mee instemt, maakt dat 
kenbaar. 

Wij stellen u voor Thomas Spencer 
Monson steun te verlenen als presi- 
dent van het Quorum der Twaalf 
Apostelen; Boyd Kenneth Packer 
Is waarnemend president van het 
Quorum der Twaalf Apostelen; en 
de volgende broeders als lid van dat 
quorum: Boyd K. Packer, L. Tom Perry 
Russell M. Nelson, Dallin H. Oaks, 
M. Russell Ballard, Joseph B. Wirthlin, 
Richard G. Scott, Robert D. Hales, 
Jeffrey R. Holland, Henry B. Eyring, 
Dieter Friedrich Uchtdorf en David 
Allan Bednar. 

Wie hiermee instemt, maakt dat 
kenbaar. 

Wie niet, eveneens. 

Wij stellen u voor de raadgevers 
in het Eerste Presidium en de twaalf 
apostelen steun te verlenen als pro- 
feet, ziener en openbaarder. 

Wie hiermee instemt, maakt dat 
kenbaar. 

Wie niet, eveneens, met hetzelfde 
teken. 

Wij stellen u voor de ouderlingen 
John H. Groberg en David E. 
Sorensen te ontheffen als lid van 
het Presidium van de Quorums der 
Zeventig en als lid van het Eerste 
Quorum der Zeventig en hun de 
status van emeritus algemeen auto- 
riteit te geven. Wij stellen u voor 



LIAH0NA NOVEMBER 2005 



23 



de ouderlingen F. Burton Howard, 
F. Meivin Hammond en Harold G. 
Hillam te ontheffen als lid van het 
Eerste Quorum der Zeventig en hun 
de status van emeritus algemeen 
autoriteit te geven. 

Allen die zich hierin kunnen 
vinden, maken dit kenbaar. 

We ontheffen tevens de ouder- 
lingen Darwin B. Christenson, 
Adhemar Damiani, H. Aldridge 
Gillespie, Stephen B. Oveson, Ned B. 
Roueché en Dennis E. Simmons als 
lid van het Tweede Quorum der 
Zeventig. 

Wie zich hierin kunnen vinden, 
maken dit kenbaar. 

Ook ontheffen we Jairo Mazzagardi 
als gebiedszeventiger. 

Allen die met ons hun waardering 
willen uiten, maken dit kenbaar. 

Wij stellen voor de ouderlingen 
Neil L. Andersen en Ronald A 
Rasband te steunen als lid van het 
Presidium van de Quorums der 
Zeventig. 

Wie hiermee instemt, maakt dat 
kenbaar. 

Wie tegen is, eveneens, met 
hetzelfde teken. 

Wij stellen voor Sione M. 
Fineanganofo steun te verlenen als 
gebiedszeventiger, die Pita R. 
Vamanrav opvolgt, die onlangs over- 
leden is. 

Wie hiermee instemt, maakt dat 
kenbaar. 

Wie tegen is, eveneens, met het- 
zelfde teken. 

Wij stellen u voor de andere 
algemene autoriteiten, gebiedsze- 
ventigers en algemene presidiums 
van de hulporganisaties zoals die 
nu in functie zijn, steun te 
verlenen. 

Wie hiermee instemt, maakt dat 
kenbaar. 

Wie niet, maakt het ook kenbaar. 

Naar het zich laat aanzien, is de 
steunverlening unaniem bevestigend. 

Dank u, broeders en zusters, voor 
uw geloof en gebeden. ■ 



Priesterschaps 
gezag thuis en 
in de kerk 



OUDERLING DALLIN H. OAKS 

van het Quorum der Twaalf Apostelen 



Er zijn veel overeenkomsten en enkele verschillen in de 
manier waarop het priesterschap thuis en in de kerk 
functioneert. 



van ons om te bidden als we iedere 
ochtend samen neerknielden. Ik was 
een beetje in de war. Ik had geleerd 
dat de priesterschap thuis presideert. 
Op de een of andere manier begreep 
ik niet precies hoe dat beginsel 
werkte. 

In diezelfde tijd hadden we een 
buurman die zijn vrouw overheerste 
en soms zelfs mishandelde. Hij brulde 
als een leeuw en zij dook als een lam- 
metje in elkaar. Als ze naar de kerk 
liepen, liep zij altijd een paar passen 
achter hem. Dat stuitte mijn moeder 
tegen de borst. Zij was een sterke 
vrouw die dat van geen man had 
geaccepteerd, en ze was kwaad dat 
een andere vrouw zo mishandeld 
werd. Ik denk altijd aan haar reactie 
als ik een man zijn gezag zie misbrui- 
ken om zijn eigen trots te bevredigen 
of zijn vrouw onrechtvaardig te over- 
heersen of te dwingen. (Zie LV 
121:37.) 

Ik heb ook goede vrouwen gezien 
die niet goed begrijpen hoe het 
priesterschapsgezag werkt. Vanwege 
de relatie met hun man thuis hebben 
sommige vrouwen die relatie uitge- 
breid tot de priesterschapsroeping 




H 



et onderwerp van mijn toe- 
spraak is het priesterschaps- 
gezag thuis en in de kerk. 



Mijn vader overleed toen ik zeven 
was. Ik was de oudste van drie kleine 
kinderen en mijn moeder deed haar 
best om ons op te voeden. Toen ik tot 
diaken werd geordend, zei ze hoe blij 
ze was om een priesterschapsdrager 
in huis te hebben. Maar mijn moeder 
bleef de leidster thuis. Zij vroeg een 



24 



van hun man, zoals bisschop of zen- 
dingspresident. Sommige vrouwen 
die door een man zijn mishandeld 
(bijvoorbeeld in een echtscheiding) 
verwarren ten onrechte het priester- 
schap met mishandeling en worden 
wantrouwig ten opzichte van het 
priesterschapsgezag. Iemand die een 
slechte ervaring met een elektrisch 
apparaat heeft gehad, hoeft daarom 
niet te stoppen met elektriciteit te 
gebruiken. 

Elk van de moeilijkheden die ik 
heb aangegeven, ontstaat omdat het 
priesterschapsgezag verkeerd begre- 
pen wordt. Men begrijpt het beginsel 
niet dat hoewel dit gezag zowel thuis 
als in de kerk werkzaam is, de toepas- 
sing ervan in beide gevallen verschilt. 
Dit beginsel wordt door grote leiders 
in de kerk en thuis begrepen en toe- 
gepast, maar het wordt zelden uitge- 
legd. Zelfs de Schriften, waarin 
verschillende voorbeelden van de uit- 
oefening van het priesterschapsgezag 
staan, vermelden zelden welke begin- 
selen ten aanzien van de uitoefening 
van het priesterschapsgezag alleen 
thuis van toepassing zijn, welke alleen 
in de kerk, en welke in beide gevallen. 

II. 

In onze theologie en in ons leven 
hebben het gezin en de kerk een 
wederzijds versterkende verhouding. 
Het gezin is afhankelijk van de kerk 
wat de leer, de verordeningen en de 
priesterschapssleutels betreft. De 
kerk verschaft de leringen, het gezag 
en de noodzakelijke verordeningen 
om de gezinsbanden te vereeuwigen. 

We hebben programma's en acti- 
viteiten zowel in het gezin als in de 
kerk. Ze zijn zo sterk met elkaar ver- 
bonden dat toewijding aan de één, 
ook toewijding aan de ander betekent. 
Als kinderen zien dat hun ouders 
trouw hun taken in de kerk vervullen, 
wordt de gezinsband versterkt. Als 
gezinnen sterk zijn, is de kerk ook 
sterk. Die twee lopen evenwijdig. 
Beide zijn belangrijk en noodzakelijk, 




en beide moeten in hun uitvoering 
rekening houden met de ander. 
Programma's en activiteiten van de 
kerk mogen niet zo alomvattend zijn 
dat het een gezin moeite kost om 
geregeld tijd met elkaar door te bren- 
gen. En gezinsactiviteiten mogen niet 
in conflict komen met de avondmaals- 
dienst of andere belangrijke vergade- 
ringen van de kerk. 

Er is behoefte aan activiteiten 
zowel in de kerk als in het gezin. Als 
alle gezinnen volledig en volmaakt 
waren, zou de kerk minder activitei- 
ten hoeven organiseren. Maar in een 
wereld waar veel van onze jongeren in 
gezinnen leven waar één ouder ont- 
breekt, geen lid van de kerk is of 
anderzijds inactief wat leiderschap in 
de kerk betreft, is er behoefte aan 



kerkactiviteiten om de tekorten aan 
te vullen. Onze moeder zag in dat 
haar zoons door de kerkactiviteiten 
bepaalde ervaringen opdeden waarin 
zij als weduwe niet kon voorzien, 
omdat er thuis geen man aanwezig 
was. Ik kan me nog herinneren dat ze 
mij aanspoorde om de goede mannen 
in onze wijk te observeren en hun 
voorbeeld te volgen. Ze moedigde me 
aan om aan scouting en andere acti- 
viteiten van de kerk deel te nemen 
zodat ik die ervaring kon opdoen. 

In een kerk waar veel ongehuwde 
leden niet het gezelschap hebben dat 
de Heer voor al zijn zoons en doch- 
ters in gedachten heeft, moeten de 
kerk en de gezinnen ook aandacht 
besteden aan de behoeften van de 
ongehuwde volwassenen. 

III. 

Het priesterschapsgezag is zowel 
thuis als in de kerk werkzaam. Het 
priesterschap is de macht van God 
die wordt gebruikt om al zijn kinde- 
ren, man en vrouw, tot zegen te zijn. 
Bepaalde verkorte zegswijzen, zoals 
'de vrouwen en de priesterschap', 
geven een verkeerd beeld. Mannen 
zijn niet 'het priesterschap'. De 
priesterschapsvergadering is een 
bijeenkomst van mannen die het 
priesterschap dragen en gebruiken. 
De zegeningen van het priester- 
schap, zoals de doop, de gave van 
de Heilige Geest, de tempelbegifti- 
ging en het eeuwig huwelijk, zijn 
beschikbaar voor zowel de man als 
de vrouw. Het priesterschapsgezag 
functioneert in het gezin en in de 
kerk volgens de beginselen die de 
Heer heeft vastgelegd. 

Toen mijn vader overleed, presi- 
deerde mijn moeder ons gezin. Ze 
had geen ambt in het priesterschap, 
maar als de langstlevende ouder werd 
zij de 'leidende functionaris' in ons 
gezin. Tegelijkertijd had ze altijd volle- 
dig respect voor het priesterschaps- 
gezag van onze bisschop en de andere 
kerkleiders. Mijn moeder presideerde 



LIAHONA NOVEMBER 2005 



25 



in haar gezin, maar zij presideerden in 
de kerk. 

IV. 

Er zijn veel overeenkomsten en 
enkele verschillen in de manier 
waarop het priesterschap thuis en in 
de kerk functioneert. Als we de ver- 
schillen niet erkennen en respecte- 
ren, veroorzaakt dat problemen. 

Sleutels. Een van de belangrijke 
verschillen tussen priesterschap in de 
kerk en in het gezin is het feit dat al 
het priesterschapsgezag in de kerk 
onder toezicht staat van iemand die 
de juiste sleutels van het priester- 
schap draagt. Daarentegen is het 
gezag in het gezin — hetzij een vader, 
hetzij een alleenstaande moeder — 
alleen van kracht in het gezin, zonder 
het toezicht van iemand die priester- 
schapssleutels draagt. Het gezag thuis 
omvat de leiding tijdens gezinsacti- 
viteiten, bijeenkomsten van het gezin 
zoals de gezinsavond en het gezinsge- 
bed, evangelieonderwijs, en als gezins- 
leden geadviseerd en gedisciplineerd 
worden. Het omvat ook geordende 
vaders die een zegen geven. Maar 
iemand met de priesterschapssleutels 
moet toestemming geven voor de 
ordening of aanstelling van een 
gezinslid. Want de organisatie die de 
Heer verantwoordelijk heeft gesteld 
om de priesterschapsverordeningen 
te verrichten en vast te leggen is de 
kerk, niet het gezin. 

Grenzen. Organisaties van de kerk, 
zoals wijken, quorums of hulporgani- 
saties hebben altijd geografische gren- 
zen die de verantwoordelijkheid en 
het gezag beperken. Daarentegen is 
de relatie en de verantwoordelijkheid 
in het gezin niet afhankelijk van waar 
de verschülende gezinsleden wonen. 

Duur. Roepingen in de kerk zijn 
altijd tijdelijk, maar gezinsrelaties zijn 
permanent. 

Aanstelling en ontheffing. Een 
ander verschil betreft de aanstellingen 
en ontheffingen. In de kerk heeft 
een priesterschapsleider die de 



noodzakelijke sleutels draagt het 
gezag om mensen die onder zijn toe- 
zicht vallen aan te stellen en te ont- 
heffen. Hij kan er zelfs voor zorgen 
dat ze hun lidmaatschap kwijtraken 
en hun naam wordt 'uitgewist'. (Zie 
Mosiah 26:34-38; Alma 5:56-62.) 
Daarentegen zijn gezinsbanden zo 
belangrijk dat het hoofd van het gezin 
niet het gezag heeft om veranderingen 
in het lidmaatschap van het gezin aan 
te brengen. Dat kan alleen gebeuren 
door iemand die de bevoegdheid 
heeft om betrekkingen in het gezin 
volgens de wetten van het land of 
de wetten van God aan te passen. 
Hoewel een bisschop een ZHV-presi- 
dente kan ontheffen, kan hij niet de 
relatie met zijn vrouw verbreken zon- 
der een echtscheiding volgens de wet- 
ten van het land. Zo kan zijn eeuwige 
verzegeling ook niet verbroken wor- 
den zonder een annulering volgens 
de wetten van God. Evenzo kan een 
jongeman die in een quorumpresi- 
dium werkzaam is door het priester- 
schapsgezag in de wijk ontheven 
worden, maar ouders kunnen niet 
van een kind scheiden dat keuzes 
doet die de ouders ontstemmen. 
Gezinsbanden zijn duurzamer dan 
de banden in de kerk. 

Partnerschap. Een uitermate 
belangrijk verschil tussen het priester- 
schapsgezag thuis en in de kerk komt 
voort uit het feit dat het bestuur van 
het gezin patriarchaal is en het be- 
stuur van de kerk hiërarchisch. Het 
begrip partnerschap is heel anders in 
het gezin dan in de kerk. 

In de proclamatie over het gezin 
staat een prachtige uitleg van de rela- 
tie tussen man en vrouw: Ze hebben 
verschillende taken, maar 'vader en 
moeder hebben de plicht om elkaar 
als gelijkwaardige partners met deze 
heilige taken te helpen.' ('Het gezin: 
een proclamatie aan de wereld', 
Liahona, oktober 2004, p. 49.) 

President Spencer W Kimball heeft 
het volgende gezegd: 'Als we over 
het huwelijk als een partnerschap 



spreken, laten we het dan hebben 
over een volledig partnerschap. We 
willen niet dat de vrouwen in de kerk 
stille of beperkt aansprakelijke ven- 
noten in die eeuwige opdracht zijn! 
Wees alstublieft een medeaansprake- 
lijke vennoot en een medewerkende 
partner.' (The Teachings of Spencer W 
Kimball, red. Edward L. Kimball 
[1982], p. 315.) 

President Kimball heeft ook 
gezegd: 'We hebben gehoord dat er 
mannen zijn die tegen hun vrouw 
zeggen: "Ik draag het priesterschap 
en je moet doen wat ik zeg.'" Hij ver- 
wierp dat misbruik van het priester- 
schapsgezag in een huwelijk resoluut, 
en zei dat zo'n man 'zijn priesterschap 
niet waardig is'. (The Teachings of 
Spencer W Kimball, p. 316.) 

Er zijn culturen en tradities in som- 
mige delen van de wereld waar de 
man de vrouw mag onderdrukken, 
maar zo'n mishandeling mag niet in 
gezinnen van de Kerk van Jezus 
Christus voorkomen. Vergeet niet 
watjezus heeft gezegd: 'Gij hebt 
gehoord, dat er gezegd is (...). Maar 
Ik zeg u (...)' (Matteüs 5:27-28). De 
Heiland weerlegde de heersende cul- 
tuur van zijn land door zijn attente 
behandeling van vrouwen. De evange- 
liecultuur die Hij verkondigde, moet 
onze leidraad zijn. 

Als een man in zijn leiderschap 
thuis de zegeningen van de Heer wil 
ontvangen, moet hij zijn gezag als 
priesterschapsdrager volgens de 
beginselen van de Heer gebruiken: 

'Geen macht of invloed kan of 
dient krachtens het priesterschap te 
worden gehandhaafd dan alleen 
door overreding, door lankmoedig- 
heid, door mildheid en zachtmoedig- 
heid, en door ongeveinsde liefde; 
door vriendelijkheid en zuivere ken- 
nis' (LV 121:41-42). 

Als het priesterschapsgezag op 
die manier in het patriarchale gezin 
wordt uitgeoefend, bereiken we 
het 'volledige partnerschap' dat 
president Kimball noemde. In de 



26 



proclamatie over het gezin staat: 

'De kans op een gelukkig gezins- 
leven is het grootst als de leringen 
van de Heer Jezus Christus eraan 
ten grondslag liggen. Een geslaagd 
huwelijk en een hecht gezin worden 
gegrondvest op en in stand gehou- 
den met de beginselen van geloof, 
gebed, bekering, vergeving, respect, 
liefde [en] mededogen (...).' 
(Liahona, oktober 2004, p. 49.) 

Roepingen in de kerk worden ver- 
vuld volgens de beginselen die ons 
allen besturen als we onder leiding 
van de priesterschap in de kerk wer- 
ken. Deze beginselen omvatten de 
overreding en mildheid die in afde- 
ling 121 worden genoemd, en die 
vooral in de hiërarchische organisatie 
van de kerk noodzakelijk zijn. 

De beginselen die ik heb genoemd 
voor de uitoefening van priester- 
schapsgezag zijn begrijpelijker en 
eenvoudiger voor een gehuwde 
vrouw dan voor een ongehuwde 
vrouw, en vooral voor een vrouw die 
nog nooit getrouwd is geweest. Zij 
heeft geen ervaring met het priester- 
schapsgezag in een huwelijksrelatie. 
Haar ervaringen met het priester- 
schapsgezag bevinden zich in de hië- 
rarchische organisatie van de kerk, en 
enkele ongehuwde vrouwen hebben 
het gevoel dat zij geen stem in die 
organisatie hebben. Daarom is het 
belangrijk om een effectieve wijkraad 
te hebben, waar mannelijke en vrou- 
welijk functionarissen geregeld bij 
elkaar komen om onder leiding van 
de bisschop te vergaderen. 



Ik wil graag besluiten met enkele 
algemene kanttekeningen en een 
persoonlijke ervaring. 

De theologie van De Kerk van 
Jezus Christus van de Heiligen der 
Laatste Dagen is op het gezin gericht. 
Onze relatie met God en het doel van 
ons leven op aarde worden in termen 
van het gezin uitgelegd. Wij zijn de 
geestkinderen van hemelse ouders. 




Het evangelieplan wordt door aardse 
gezinnen verwezenlijkt, en het is ons 
hoogste ideaal om die gezinsbanden 
te vereeuwigen. De uiteindelijke zen- 
ding van de kerk van onze Heiland is 
ons bijstaan om de verhoging in het 
celestiale koninkrijk te bereiken, en 
dat kan alleen in gezinsverband ver- 
wezenlijkt worden. 

Het is geen wonder dat onze kerk 
bekendstaat als een gezinsgerichte 
kerk. Het is geen wonder dat we ons 
zorgen maken over de huidige wette- 
lijke en culturele verslechtering van 
de standpunten ten aanzien van het 
huwelijk en het krijgen van kinderen. 
In een tijd dat de wereld haar begrip 
van het doel van het huwelijk en de 
waarde van het krijgen van kinderen 
kwijtraakt, is het essentieel dat onder 
de heiligen der laatste dagen geen 
verwarring over deze onderwerpen 
bestaat. 

Mijn moeder, de getrouwe 
weduwe die ons heeft opgevoed, twij- 
felde niet aan de eeuwige aard van 
het gezin. Ze had altijd respect voor 
de positie van onze overleden vader. 
Ze zorgde ervoor dat hij een persoon- 
lijkheid in ons gezin was. Ze vertelde 
over de eeuwige duur van hun tempel- 
huwelijk. Ze herinnerde ons er vaak 
aan wat onze vader van ons zou heb- 
ben verwacht, zodat we de belofte 



van de Heiland zouden kunnen ont- 
vangen om een eeuwig gezin te zijn. 

Ik herinner me een ervaring waar- 
uit de invloed van haar leringen blijkt. 
Vlak voor Kerstmis vroeg onze bis- 
schop mij, als diaken, om samen met 
hem kerstpakketten bij de weduwen 
in onze wijk af te geven. Ik droeg een 
pakket naar iedere deur. Toen hij me 
naar huis bracht, was er nog één pak- 
ket over. Hij gaf het aan mij en zei dat 
het voor mijn moeder was. Toen hij 
wegreed, stond ik me in de sneeuw af 
te vragen waarom mijn moeder een 
kerstpakket kreeg. Ze noemde zich- 
zelf nooit een weduwe, en het was 
nooit echt tot me doorgedrongen dat 
ze dat was. In de ogen van een twaalf- 
jarige jongen was ze geen weduwe. 
Zij had een echtgenoot en wij 
hadden een vader. Hij was alleen 
een tijdje weg. 

Ik kijk uit naar die glorierijke dag 
in de toekomst dat de mensen die van 
elkaar zijn afgescheiden, herenigd zul- 
len worden, en wij allemaal volgens 
de belofte van de Heer volmaakt zul- 
len worden. Ik geef mijn getuigenis 
van Jezus Christus, de eniggeboren 
Zoon van de eeuwige Vader, die dit 
alles door zijn priesterschapsgezag, 
zijn verzoening en zijn opstanding 
mogelijk heeft gemaakt. In de naam 
van Jezus Christus. Amen. ■ 



LIAHONA NOVEMBER 2005 



27 



Aan de 
jongevr ouwen 

OUDERLING JEFFREY R. HOLLAND 

van het Quorum der Twaalf Apostelen 



Wees een vrouw in Christus. Wees trots op de waardevolle 
taak die God je heeft gegeven. Hij kan niet zonder je. Deze 
kerk kan niet zonder je. De wereld kan niet zonder je. 



een stokje, wil ik tot mijn kleindochter 
en alle andere jongeren in de kerk die 
ik overal ter wereld ontmoet, zeggen 
dat we buitengewoon trots op jullie 
zijn. Jullie worden dagelijks aan alle 
kanten omringd door moreel en licha- 
melijk gevaar en een dozijn verleidin- 
gen van elke soort, maar toch streven 
de meesten van jullie naar het goede. 

Deze middag wil ik jullie lof toe- 
zwaaien, mijn liefde, bemoediging en 
bewondering voor jullie onder woor- 
den brengen. Daar dit dierbare oud- 
ste kleinkind over wie ik het heb 
een jongevrouw is, richt ik mij in 
mijn toespraak tot de jongevrouwen 
van de kerk, maar ik hoop dat de 
teneur van wat ik ga zeggen op alle 
vrouwen en mannen van toepassing 
is. Vandaag wil ik echter, zoals 
Maurice Chevalier eens zong, 'de 
hemel danken voor jonge meisjes'. 

Ten eerste wil ik dat je er trots op 
bent dat je een vrouw bent. Ik wil dat 
je voelt wat dat in werkelijkheid bete- 
kent, dat je weet wie je werkelijk bent. 
Je bent letterlijk een geestdochter van 
hemelse ouders met een goddelijke 
aard en een eeuwige bestemming. 1 
Die weergaloze waarheid dient diep 
in je ziel verankerd te zijn en ten 
grondslag te liggen aan elke beslissing 
die je neemt in je ontwikkeling naar 
volwassenheid. Er is gewoonweg geen 




Vadertje Tijd heeft nog niet zo 
lang geleden een leep trucje 
met me uitgehaald. Op een 
mooie morgen was ik geheel kien en 
pienter opgestaan om de dag fris en 
fruitig te begroeten, toen het opeens 
tot me doordrong dat de verjaardag 
die we op die dag zouden vieren bete- 
kende dat ik nu een tiener als klein- 
kind had. Toen ik daar een minuutje 
over nadacht deed ik wat iedere vol- 
wassene bij zijn volle verstand zou 
hebben gedaan. Ik ben weer terug 
naar bed gegaan en diep onder de 
dekens gekropen. 

Alle traditionele grapjes over de 
kwellingen van tieners opvoeden op 



beter bewijs van je waardigheid en je 
waarde, je voorrechten en de belofte 
die je hebt. Je Vader in de hemel kent 
je bij naam en kent je omstandighe- 
den. Hij hoort je gebeden. Hij kent je 
dromen en verwachtingen, en ook je 
angsten en frustraties. En Hij weet 
wat je met geloof in Hem kunt berei- 
ken. Vanwege dit goddelijk erfdeel 
ben je gelijk aan al je geestzusters en 
-broeders en heb je het in je om door 
gehoorzaamheid een rechtmatig erf- 
genaam in zijn eeuwige koninkrijk te 
worden, een ' [erfgenaam] van God, 
en [medeërfgenaam] van Christus.' 2 
Probeer het belang van deze leerstel- 
lingen te doorgronden. Alles wat 
Christus heeft gepredikt, heeft Hij tot 
zowel vrouwen als mannen gepredikt. 
Zeker in het herstelde licht van het 
evangelie van Jezus Christus bekleedt 
een vrouw, met inbegrip van de jonge- 
vrouwen, een eigen majesteit in het 
goddelijke bestel van de Schepper. 
Jullie zijn, zoals ouderling James E. 
Talmage ooit onder woorden heeft 
gebracht, 'draagsters van goddelijke 
verantwoordelijkheid die niet mag 
worden ontheiligd.' 3 

Wees een vrouw in Christus. Wees 
trots op de waardevolle taak die God 
je heeft gegeven. Hij kan niet zonder 
je. Deze kerk kan niet zonder je. De 
wereld kan niet zonder je. Een vrouw 
die op God vertrouwt en zich voort- 
durend toewijdt aan de zaken van de 
Geest is immer een anker als de win- 
den en de golven van het leven zich 
heftig roeren. 4 Ik zeg nu tot jullie wat 
de profeet Joseph Smith ruim 150 
jaar geleden heeft gezegd: 'Indien je 
leeft naar wat jullie vergund is, kun- 
nen de engelen niet anders dan je 
metgezellen zijn.' 5 

Met wat ik zover gezegd heb, pro- 
beer ik jullie eigenlijk duidelijk te 
maken hoe je Vader in de hemel 
over je voelt en wat Hij jou het liefst 
ziet bereiken. En als een van jullie 
hier een tijdje geen kijk op heeft of 
erop staat beneden haar kunnen te 
leven, willen we zelfs grotere liefde 



28 



voor je uiten en je smeken van je 
tienerjaren een blijspel te maken, 
geen treurspel. Ouders, profeten en 
apostelen hebben geen enkel ander 
motief dan je leven te veraangena- 
men en je alle mogelijke hartzeer te 
besparen. 

Om volledig aanspraak te kunnen 
maken op de zegeningen en bescher- 
ming van Vader in de hemel vragen 
we je om trouw te blijven aan de 
normen van het evangelie van Jezus 
Christus en niet slaafs de nukken en 
grillen van de mode na te lopen. De 
kerk zal je nooit je keuzevrijheid in wat 
je aantrekt en hoe je eruit wilt zien, 
ontnemen. Maar de kerk zal zich wel 
altijd uitspreken over normen en zal 
blijven onderwijzen in die beginselen. 
Zoals zuster Susan Tanner vanochtend 
heeft besproken, is fatsoen een van 
die beginselen. In het evangelie van 
Jezus Christus is een fatsoenlijk uiter- 
lijk altijd in de mode. Onze normen 
zijn niet voor onderhandeling vatbaar. 

In het boekje Voor de kracht van 
de jeugd staat heel duidelijk verwoord 
dat jongevrouwen geen kleding moe- 
ten dragen die te strak, te kort of te 
onthullend is, inclusief een ontblote 
navel. 6 Ouders, wilt u dit boekje met 
uw kinderen doornemen. Zij hebben 
niet alleen behoefte aan de liefde die 
u geeft, maar ook aan de grenzen die 
u stelt. Jongevrouwen, kies je kleding 
uit zoals je je vriendinnen zou uitkie- 
zen — kies in beide gevallen dat wat 
jou verbetert en je het vertrouwen 
geeft om in de tegenwoordigheid van 
God te staan. 7 Goede vrienden zou- 
den je nooit in verlegenheid brengen, 
je verlagen of je uitbuiten. Je kleding 
hoort dat ook niet te doen. 

Ik wil in het bijzonder een lans bre- 
ken voor een nette kledingwijze van 
jongevrouwen in de eredienst op zon- 
dag. We waren gewoon te spreken 
over 'je beste jurk' of 'je zondagse 
jurk' en misschien moeten we dat wel 
weer gaan doen. Hoe dan ook, ons 
wordt al sinds mensenheugenis 
gevraagd om, innerlijk en uiterlijk, op 




ons best te zijn als we het huis des 
Heren binnentreden — en een inge- 
wijd kerkgebouw is een 'huis des 
Heren'. Onze kleding of schoenen 
hoeven niet duur te zijn, moeten zelfs 
niet duur zijn, maar het moet er ook 
niet op lijken dat we op weg naar het 
strand zijn. Als we de God en Vader 
van het mensdom komen aanbidden 
en aan het avondmaal komen deelne- 
men, symbolisch voor de verzoening 
van Jezus Christus, behoren we er net- 
jes en eerbiedig uit te zien, zo waardig 
en gepast als maar kan. Mensen moe- 
ten aan onze kledingwijze en ons 
gedrag kunnen afzien dat we oprechte 
discipelen van Christus zijn, dat we in 
zachtmoedigheid en nederigheid van 
hart komen aanbidden, dat we waar- 
lijk verlangen altijd Jezus' Geest bij 
ons te hebben. 

In dezelfde trant wil ik een nog 
gevoeliger onderwerp aansnijden. 
Ik smeek jullie, jongevrouwen, jezelf 
meer te aanvaarden zoals je bent, 
met inbegrip van je lichaamsbouw en 
-figuur. Probeer wat minder op 
iemand anders te lijken. We zijn alle- 
maal anders. Sommigen zijn lang, 
anderen klein. Sommigen zijn rond, 
anderen slank. En bijna iedereen wil 
ergens in zijn leven iets zijn wat zij 
niet is! Terecht heeft een adviseuse 
van tienermeisjes opgemerkt: 'Je 
kunt je niet je hele leven zorgen 
maken over hoe de wereld over je 



denkt. Als de mening van anderen er 
zoveel voor je toe doet, kun je een 
deel van je gemoedsrust kwijtraken. 
(...) De sleutel tot zelfvertrouwen is 
altijd te luisteren naar je innerlijke ik, 
[je ware ik] ' 8 En in het koninkrijk van 
God is de ware jij 'kostbaarder dan 
koralen.' 9 Elke jongevrouw is een 
kind van God met veel potentieel en 
elke volwassen vrouw is een enorme 
kracht ten goede. Ik noem hier vol- 
wassen vrouwen, omdat zusters, u 
ons grootste voorbeeld en onze 
grootste vraagbaak voor deze jonge- 
vrouwen bent. En als u wanhopig 
blijft proberen in maat 36 te passen, 
moet u niet gek opkijken als uw 
dochter of het lauwermeisje in uw 
klas hetzelfde doet en zichzelf licha- 
melijk uitput om dat bereiken. We 
moeten allemaal zo fit zijn als we 
kunnen — dat is wat het woord van 
wijsheid ons leert. Dat omvat gezond 
eten en aan lichaamsbeweging doen, 
zodat ons lichaam zo optimaal moge- 
lijk functioneert. Wat dat betreft heb- 
ben we allemaal wel het een en ander 
te verbeteren. Maar ik heb het hier 
over optimale gezondheid; er is geen 
universeel optimaal figuur. 

Eerlijk gezegd is de wereld in dit 
opzicht nogal harteloos. Op tv, in 
films, modetijdschriften en reclames 
word je doodgegooid met de bood- 
schap dat het allemaal om uiterlijk 
draait. Het verkooppraatje is: Al je er 



LIAHONA NOVEMBER 2005 



29 



goed uitziet, zul je een opwindend 
leven hebben en zul je gelukkig en 
populair zijn.' Dit soort ideeën zorgt 
voor grote frustraties in de tienerja- 
ren, om nog maar te zwijgen van de 
latere jaren. Te vaak wordt er te veel 
aan het menselijk lichaam gedaan om 
aan deze onzinnige (om niet te zeg- 
gen oppervlakkige) norm te kunnen 
voldoen. Een actrice uit Hollywood 
heeft onlangs het volgende gezegd: 
'We zijn zo geobsedeerd geraakt met 
schoonheid en de bron van de eeu- 
wige jeugd. (...) Ik ben geschokt dat 
zoveel vrouwen [zichzelf] verminken 
om eeuwig jong te blijven. Ik zie 
vrouwen [zelfs jonge vrouwen] die 
dit laten liften en dat laten gladtrek- 
ken. Het heeft veel weg van een 
zeephelling. [Je komt er niet meer 
vanaf] (...) Het is krankzinnig (...) 
wat de samenleving met vrouwen 
doet.' 10 

Die overdreven aandacht voor het 
ego en fixatie op het lichaam is veel 
meer dan sociale waanzin; het is 
geestelijk vernietigend en het is 
heden ten dage de reden van zoveel 
ongelukkige vrouwen, en zeker ook 
jongevrouwen. En als volwassenen in 
beslag worden genomen door hun 
uiterlijk — en alles laten gladstrijken, 
liften, vergroten en wegzuigen wat 
maar gecorrigeerd kan worden — 
zullen die frustraties en angsten wel- 
haast zeker doorsijpelen naar de kin- 
deren. Op een gegeven moment 
ontpopt het probleem zich tot wat 
het Boek van Mormon 'ijdele inbeel- 
ding' 11 noemt. En in een niet-reli- 
gieuze samenleving grijpen ijdelheid 
en inbeelding schrikbarend snel om 
zich heen. Iemand moet wel een hele 
grote en ruime make-updoos hebben 
om gelijke tred te houden met de 
schoonheid zoals die in de media 
gepropageerd wordt. En toch zullen 
er aan de eind van de dag mensen 
zijn die spottende gebaren maken en 
met hun vinger wijzen, zoals Lehi 
zag, 12 omdat hoezeer iemand ook 
probeert met de mode en trends 




mee te gaan, het nooit voldoende 
zal zijn. 

Een vrouw uit een ander geloof 
heeft ooit iets geschreven dat erop 
neerkwam dat zij in de jaren dat zij 
met beeldschone vrouwen had 
gewerkt, tussen hen verschillende 
overeenkomsten had gezien die 
geen van alle te maken hadden met 
maten en figuren. Ze zei dat de lief- 
lijkste vrouwen die zij had gekend 
gezondheid uitstraalden, een harte- 
lijke persoonlijkheid hadden, leergie- 
rig waren, een evenwichtig karakter 
hadden en integer waren. Als we aan 
die vrouwen de aangename en zacht- 
moedige Geest des Heren toevoe- 
gen, omschrijft dat de schoonheid 
van vrouwen in elk tijdperk, en elk 
aspect dat deel uitmaakt van en in 
ieders bereik is door de zegeningen 
van het evangelie van Jezus Christus. 

Tot slot wil ik dit zeggen. Er is de 
laatste tijd in de media veel aandacht 
geschonken aan de huidige rage van 
'realitysoaps'. Ik weet niet wat ze 
precies inhouden, maar uit de grond 
van mijn hart wil ik deze mooie 
generatie jongevrouwen die in de 
kerk opgroeien laten delen in dit 
reality-evangeMe . 

Ik verklaar plechtig tegen jullie dat 
de Vader en de Zoon echt zijn versche- 
nen aan de profeet Joseph Smith, 
iemand uit jullie leeftijdsgroep die 
door God werd geroepen. Ik getuig 
dat deze goddelijke wezens met 
hem spraken, dat hij hun eeuwige 
stemmen heeft gehoord en hun 



verheerlijkte lichamen heeft gezien. 13 
Zijn ervaring was net zo echt als die 
van de apostel Tomas toen de Heiland 
tegen hem zei: 'Breng uw vinger hier 
en zie mijn handen en breng uw hand 
en steek die in mijn zijde, (...) wees 
niet ongelovig, maar gelovig.' 14 

Tot mijn kleindochter en elke 
andere jongere in deze kerk getuig ik 
dat het realistisch is te geloven dat 
God onze Vader is en dat het realis- 
tisch is te geloven datjezus Christus 
zijn eniggeboren Zoon in het vlees is, 
de Heiland en Verlosser van de 
wereld. Ik getuig dat dit echt de kerk 
en het koninkrijk van God op aarde 
is, dat dit volk in het verleden door 
ware profeten is geleid en dat het nu 
door een waar profeet, president 
Gordon B. Hinckley, wordt geleid. Ik 
bid dat je je bewust zult zijn van de 
oneindige liefde die de leiders van de 
kerk voor jou hebben en dat je zult 
toestaan dat het eeuwig realisme van 
het evangelie van Jezus Christus jou 
boven de zorgen en problemen van 
de tienerjaren laat uitstijgen. In de 
naam van Jezus Christus. Amen. ■ 



NOTEN 

1. Zie 'Het gezin: een proclamatie aan de 
wereld', Liahona, oktober 2004, p. 49. 

2. Romeinen 8.17. 

3- James E. Talmage, 'The Eternity of Sex', 
YoungWoman's Journal, oktober 1914, 
p. 602. 

4. Zie J. Reuben Clark, Conference Report, 
april 1940, p. 21, voor een uitvoerig hulde- 
betoon aan het geloof van vrouwen. 

5. History of the Church, deel 4, p. 605. 

6. Voor de kracht van de jeugd, [boekje, 
2001], p. 15. 

7. Zie LV 121:45. 

8. Julia DeVillers, Teen People, september 
2005, p. 104. 

9- Spreuken 3:15. 

10. Halle Berry, geciteerd in 'Halle Slams 
"Insane" Plastic Surgery', This Is London, 
2 augustus 2004, 
www.thisislondon.com/showbiz/ 
articles/123 12096?source =PA. 

11. 1 Nephi 12.18. 

12. Zie 1 Nephi 8.27. Zie Douglas Bassett, 
'Faces of Worldly Pride in the Book of 
Mormon', Ensign, oktober 2000, p. 51 
voor een uitstekende bespreking van 
deze kwestie. 

13- Zie Geschiedenis van Joseph Smith 

1:24-25. 
14. Johannes 20:27. 



30 



Waar geluk: 
een bewuste 
keuze 

OUDERLING BENJAMIN DE HOYOS 

van de Zeventig 

Geluk is een gesteldheid van de ziel. Deze vreugdevolle 
gesteldheid is het resultaat van een rechtschapen leven. 




Het leven is goed, als we er op 
de juiste manier mee omgaan.' 
Dat waren woorden uit een 
inspirerende boodschap die ik jaren 
geleden las. Wat de boodschap 'het 
goede leven' noemt, is het resultaat 
van hoe we handelen, spreken en 
zelfs denken. 

Niemand hoeft zich op zijn levens- 
reis alleen te voelen, want we zijn alle- 
maal uitgenodigd om tot Christus te 
komen en in Hem vervolmaakt te 
worden. Geluk is het doel van het 
evangelie en het doel van de verlos- 
sende verzoening van alle mensen. 



De profeet Helaman brengt dat 
beknopt onder woorden in het Boek 
van Mormon: Aldus zien wij, dat de 
Here barmhartig is jegens allen, die 
in oprechtheid huns harten zijn hei- 
lige naam willen aanroepen. 

'Ja, aldus zien wij dat de poort des 
hemels openstaat voor allen, ja, voor 
hen die geloven in de naam van Jezus 
Christus, die de Zoon Gods is. 

'Ja, wij zien dat eenieder die het 
wil, het woord Gods mag vastgrijpen, 
dat levend en krachtig is, dat (...) de 
volgeling van Christus op een enge en 
smalle weg voert (...) en zijn ziel, ja 
zijn onsterfelijke ziel, in het koninkrijk 
der hemelen aan de rechterhand van 
God brengt.' 1 

Geliefde broeders en zusters, wij 
moeten inzien dat 'willen' de beslis- 
sende factor is die ertoe leidt dat wij 
het woord Gods vastgrijpen en geluk- 
kig zijn. Volharding in het nemen 
van de juiste beslissingen is wat tot 
geluk leidt. 

Geluk is het resultaat van onze 
gehoorzaamheid en onze moed om 
altijd de wil van God te doen, zelfs 
onder de moeilijkste omstandighe- 
den. Toen de profeet Lehi de inwo- 
ners van Jeruzalem waarschuwde, 
bespotten zij hem en, net als bij de 



andere profeten vanouds, stonden zij 
hem naar het leven. Ik citeer de pro- 
feet Nephi: 'Ik, Nephi, zal u tonen 
dat de tedere barmhartigheden des 
Heren zich uitstrekken over allen die 
Hij wegens hun geloof heeft uitverko- 
ren om hen machtig te maken, zelfs 
tot de macht ter bevrijding toe.' 2 

Toen ik in het noorden van Mexico 
op zending was, kregen we enkele 
dagen na de doopdienst van de familie 
Valdez een telefoontje van broeder 
Valdez. Hij vroeg of we naar zijn huis 
konden komen. Hij had een belang- 
rijke vraag voor ons. Nu hij de wil van 
God omtrent het woord van wijsheid 
kende, en hoewel het moeilijk voor 
hem zou zijn om een andere baan te 
vinden, vroeg hij zich af of hij bij de 
sigarettenfabriek moest blijven waar hij 
al jaren werkte. Enkele dagen later 
vroeg broeder Valdez opnieuw of we 
konden langskomen. Hij had besloten 
zijn baan op te zeggen omdat hij niet 
bereid was om tegen zijn overtuiging 
in te gaan. Met een glimlach op zijn 
gezicht en een ontroerde stem ver- 
telde hij ons dat op de dag dat hij ont- 
slag had genomen, een ander bedrijf 
hem een betere baan had aangeboden. 

Ja, wij vinden vreugde te midden 
van onze geloofsbeproeving. De Heer 
manifesteert Zich door zijn tedere 
barmhartigheden, die wij op de weg 
naar geluk kunnen vinden. Dan zien 
we zijn hand steeds duidelijker in 
ons leven. 

Geluk is een gesteldheid van de 
ziel. Deze vreugdevolle gesteldheid is 
het resultaat van een rechtschapen 
leven. 3 

Toen ik enkele jaren geleden zen- 
dingspresident was, was mijn vrouw, 
Evelia, getuige van een ontroerend 
gelukstafereel toen ze een trouw gezin 
de kerk in zag gaan. Een moeder en 
haar twee kleine kinderen waren die 
dag in de hitte van hun eenvoudige 
huisje naar de kerk gelopen. Ze had- 
den nooit gedacht dat ze ouderling 
Cruz zouden zien, de toegewijde zen- 
deling die hen het jaar daarvoor in het 



LIAHONA NOVEMBER 2005 



31 




herstelde evangelie had onderwezen. 
Door deze geweldige verrassing her- 
kenden zij het grote geluk dat het 
evangelie in hun leven had gebracht. 
De kinderen renden naar hem toe en 
sloegen hun armen om hem heen. De 
tranen stroomden over de wangen 
van ouderling Cruz, de moeder greep 
zijn handen beet en bedankte hem 
oprecht voor alles wat hij voor haar 
gezin had gedaan. Zij vonden het 
geluk dat voor de heüigen is bereid 
en bestemd. 4 

De profeet Joseph heeft ver- 
klaard: 'Vreugde is het doel van ons 
bestaan, en zal uiteindelijk ons deel 
worden, als wij het pad volgen dat 
erheen leidt, het pad van deugd, 
oprechtheid, getrouwheid, heilig- 
heid en het onderhouden van al 
Gods geboden.' 5 

Na de lange en zware reis naar het 
beloofde land en na dertig jaar de 



geboden van God te hebben onder- 
houden 6 , vatte de onvermoeibare pro- 
feet Nephi uit het Boek van Mormon 
de geschiedenis van zijn volk als volgt 
samen: 'En het geschiedde dat wij een 
leven van geluk leidden.' 7 

De profeet-koning Benjamin heeft 
in het Boek van Mormon geluk gede- 
finieerd als 'de gezegende en gelukkig 
toestand van hen, die de geboden 
Gods bewaren. Want zie, zij worden 
gezegend in alle dingen, zowel stoffe- 
lijke als geestelijke.' 8 

Ja, mijn geliefde broeders en 
zusters, het leven is goed als we er 
op de juiste manier mee omgaan. 
Geloven, verlangen, besluiten en kie- 
zen zijn de eenvoudige handelingen 
die voor een toename in geluk zorgen 
en voor de innerlijke verzekering die 
dit leven te boven gaat. 

Laten we niet vergeten dat de 
Heiland ons roept met de woorden: 



'Komt tot Mij, allen, die vermoeid 
en belast zijt, en Ik zal u rust geven.' 9 
Ik weet dat Hij leeft en dat Hij 
voortdurend op onze deur klopt. 
Door middel van de profeet Joseph 
Smith heeft hij zijn kerk en de vol- 
heid van het evangelie hersteld en 
het Boek van Mormon op aarde 
gebracht. En nu leidt Hij zijn kerk en 
koninkrijk door middel van onze 
geliefde profeet, president Gordon B. 
Hinckley. 

Ik laat u mijn liefde en mijn nede- 
rige getuigenis in de naam van de 
Heer Jezus Christus. Amen. ■ 

NOTEN 

1. Helaman 3:27-30; cursivering toegevoegd. 

2. 1 Nephi 1:20; cursivering toegevoegd. 

3. Zie Gids bij de Schriften, 'Vreugde', p. 216. 

4. Zie 2 Nephi 9:43. 

5. History of the Church, deel 5, p. 134-135. 

6. Zie 2 Nephi 5.10. 

7. 2 Nephi 5:27. 

8. Mosiah 2:41. 

9. Matteüs 11:28. 



32 



Het Boek van 
Mormon, het 
middel om het 
verstrooide Israël 
te vergaderen 



OUDERLING C. SCOTT GROW 

van de Zeventig 



Jezus Christus heeft ons het Boek van Mormon gegeven 
als middel om het verstrooide Israël te vergaderen. 




36: 



jaar geleden was ik in het 
| zuidoosten van Mexico op 

zending. Toen waren er nog 
geen ringen en de grootste steden in 
het zendingsgebied hadden slechts 
twee gemeenten. Er waren weinig 
mogelijkheden tot onderwijs en er 



was veel armoede. Met twee of drie 
uitzonderingen waren alle zendelin- 
gen uit de Verenigde Staten afkomstig. 

Ik herinner me de mensen in de 
gemeente Nealtican nog. Alle gebou- 
wen in de stad waren van steenklei 
gemaakt, behalve de katholieke kerk 
en de kerk van de heiligen der laatste 
dagen. Ik kan me nog herinneren 
dat ik in het kleine huis van de 
gemeentepresident stond. Het had 
een zandvloer, ramen zonder glas, 
en er hing een kleed in de ingang. 
Er stonden geen meubels in het 
huis. En de kinderen hadden geen 
schoenen aan. 

Maar ze waren gelukkig. Hij 
vertelde me dat ze alles hadden 
verkocht om met de bus naar de 
Mesatempel te kunnen gaan, waar 
ze voor tijd en eeuwigheid aan 
elkaar waren verzegeld. Veel leden 
van de gemeente hadden hetzelfde 
gedaan. 



Een maand geleden ging ik als lid 
van het presidium van het gebied 
Mexico-Noord weer naar Mexico. 
Mexico is nu heel anders dan 36 jaar 
geleden. Nealtican is het middelpunt 
van een bloeiende ring van Zion. 
Mexico heeft tweehonderd ringen en 
een miljoen leden. Veel leiders van 
ringen en wijken zijn goed opgeleid 
en financieel stabiel. Duizenden jon- 
gemannen en jonge vrouwen uit 
Mexico zijn op zending. 

Het visioen van Lehi, dat Nephi 
uitlegde, wordt werkelijkheid. 'En te 
dien dage zal het overblijfsel van ons 
nageslacht weten dat het van het 
huis Israëls is en dat het het ver- 
bondsvolk des Heren is; en dan zul- 
len zij weten en tot de kennis van 
hun voorvaderen komen, en ook tot 
de kennis van het evangelie van hun 
Verlosser, dat door Hem aan hun 
vaderen werd bediend; aldus zullen 
zij tot de kennis van hun Verlosser 
komen.' 1 

De mensen in Mexico en andere 
Latijns-Amerikaanse landen zijn waar- 
lijk onder de nakomelingen van profe- 
ten. Het Boek van Mormon is hun 
erfgoed. Jezus Christus was werkzaam 
onder hun voorouders. 

Na zijn opstanding kwam Jezus 
Christus uit de hemel, gekleed in een 
wit gewaad, en Hij stond in Amerika 
te midden van hun voorouders. Hij 
strekte zijn hand uit en zei: 'Zie, Ik 
ben Jezus Christus, die volgens het 
getuigenis der profeten in de wereld 
zou komen. 

'(...) Ik ben het licht en het leven 
der wereld.' 2 

'Welnu, houdt uw licht omhoog, 
opdat het voor de wereld zal schijnen. 
Zie, Ik ben het licht dat gij omhoog 
zult houden.' 3 

Tegen de kerk in onze tijd heeft 
de Heiland die raad herhaald: 
'Voorwaar, Ik zeg tot u allen: Staat op 
en laat uw licht schijnen, opdat het 
een standaard voor de natiën zal 
zijn.' 4 Jezus Christus is het licht dat 
wij als standaard voor alle natiën 



LIAHONA NOVEMBER 2005 



33 




omhooghouden. Wij bieden het aan- 
vullende licht van Jezus Christus dat 
geopenbaard wordt in het Boek van 
Mormon — eveneens een testament 
aangaande Jezus Christus. 

President Hinckley heeft ons 
aangemoedigd om voor het eind 
van dit jaar het Boek van Mormon 
te lezen ofte herlezen, ter herinne- 
ring aan de tweehonderdste geboor- 
tedag van de profeet Joseph Smith. 
Als we dat doen, eren we Joseph 
Smith, die het Boek van Mormon 
'door de gave en de macht Gods 
vertaalde.' 5 

Toen de profeet Moroni aan 
Joseph Smith verscheen, zei hij 'dat 
God een werk voor [hem] te doen 
had en dat [zijn] naam onder alle 
natiën, geslachten en talen zowel ten 
goede als ten kwade bekend zou zijn, 
ofwel dat er onder alle volken zowel 
goed als kwaad over zou worden 
gesproken.' 6 

Die profetie is uitgekomen. De 
naam van Joseph Smith is in de hele 
wereld bekend en gerespecteerd, 



zelfs in het afgelegen dorp Nealtican 
in Mexico. 

Onlangs vertelde een lid in 
Monterrey (Mexico) me hoe het 
Boek van Mormon zijn leven had 
veranderd. Als tiener was Jesüs 
Santos onder de indruk van de zen- 
delingen van de kerk die hij door de 
stoffige straten zag lopen. Hij wilde 
met hen over de kerk praten, maar 
een vriend zei tegen hem dat hij 
moest wachten totdat ze hem zou- 
den benaderen. 

Hij ging vaak naar het kerkgebouw 
en keek dan door het ijzeren hek naar 
de zendelingen en de jongeren die 
met elkaar speelden. Het zag er alle- 
maal zo goed uit dat hij erbij wilde 
horen. Hij leunde met zijn kin op het 
hek, in de hoop dat ze hem zouden 
zien en hem zouden uitnodigen om 
mee te doen. Maar dat gebeurde nooit. 

Toen Jesüs zijn verhaal vertelde, 
zei hij: 'Het is jammer. Ik was toen 
nog jong en had nog op zending kun- 
nen gaan.' 

Hij verhuisde naar Monterrey 



(Mexico). Negen jaar later bezocht 
hij een vriend aan de andere kant 
van de stad toen de deur kwamen. 
Zijn vriend wilde hen wegsturen. 
Jesüs smeekte hem om de zendelin- 
gen even met hem te laten praten. 
Zijn vriend stemde toe. 

De zendelingen vertelden over het 
Boek van Mormon, hoe het gezin van 
Lehi van Jeruzalem naar Amerika was 
gereisd en dat de herrezen Jezus 
Christus daar de nakomelingen van 
Lehi had bezocht. 

Jesüs wilde meer weten. Hij was 
vooral onder de indruk van de plaat 
waarop Christus in Amerika ver- 
schijnt. Hij gaf de zendelingen zijn 
adres. Hij wachtte maandenlang, 
maar ze namen nooit contact met 
hem op. 

Er ging drie jaar voorbij. Enkele 
vrienden nodigden zijn gezin uit om 
een gezinsavond bij te wonen. Ze 
gaven hem een exemplaar van het 
Boek van Mormon. 

Zodra hij het Boek van Mormon 
begon te lezen, wist hij dat het 
waar was. Uiteindelijk, twaalf jaar 
nadat hij voor het eerst met de 
kerk in aanraking was gekomen, lie- 
ten hij en zijn vrouw zich dopen. Er 
waren zoveel jaren verloren gegaan. 
Als de zendelingen toch eens met 
hem gepraat hadden, als de jonge- 
ren toch eens die eenzame tiener 
hadden gezien die over het hek had 
staan kijken, als de zendelingen in 
Monterrey hem toch eens hadden 
bezocht, zou zijn leven al twaalf 
jaar anders zijn geweest. Gelukkig 
dat zijn buren hem voor een gezins- 
avond uitnodigden en hem het 
boek gaven dat zo'n grote kracht tot 
bekering heeft — het Boek van 
Mormon. 

Tegenwoordig is Jesüs Santos pre- 
sident van de Monterreytempel 
(Mexico). 

Jezus Christus heeft ons het Boek 
van Mormon gegeven als middel om 
het verstrooide Israël te vergaderen. 
Toen Hij in Amerika verscheen, zei 



34 



Hij tegen de mensen: 'En wanneer 
die dingen plaatsvinden, zodat 
uw nakomelingen kennis van die 
dingen beginnen te krijgen, zal dat 
hun een teken zijn, zodat zij zullen 
weten dat het werk van de Vader ter 
vervulling van het verbond dat Hij 
heeft gesloten met het volk dat 
van het huis Israëls is, reeds is 
begonnen.' 7 

Het Boek van Mormon is zijn 
eigen getuigenis voor de mensen in 
Latijns-Amerika en in alle landen. Het 
is in deze laatste dagen tevoorschijn 
gekomen en is een getuigenis dat 
God opnieuw is begonnen om het 
verstrooide Israël te vergaderen. 

In gedachte kan ik Jesüs Santos als 
onverzorgde achttienjarige over het 
hek bij het kerkgebouw zien kijken. 
Ziet u hem? Kunt u hem en anderen 
uitnodigen om een van ons te wor- 
den? Kent u mensen die gehoor zou- 
den geven aan uw uitnodiging om 
het Boek van Mormon te lezen? 
Wilt u hen uitnodigen? Wacht daar 
niet mee. 

Ik getuig dat Joseph Smith de 
profeet van de herstelling was. Het 
Boek van Mormon, eveneens een 
testament aangaande Jezus Christus, 
is het middel waardoor mensen uit 
alle landen zich in De Kerk van 
Jezus Christus van de Heüigen der 
Laatste Dagen zullen vergaderen. 
Deze kerk is gevestigd op apostelen 
en profeten, net als vroeger. 
President Gordon B. Hinckley is de 
gezalfde profeet van de Heer op 
aarde in deze tijd. Jezus Christus is 
onze Heiland en Verlosser. Dit is zijn 
kerk en koninkrijk. Hij is onze 
Koning Immanuël. Daarvan getuig 
ik in de naam van Jezus Christus. 
Amen. ■ 

NOTEN 

1. 1 Nephi 15:14; cursivering toegevoegd. 

2. 3 Nephi 11:10-11. 

3. 3 Nephi 18:24. 

4. LV 115:5. 

5. Inleiding van het Boek van Mormon. 

6. Geschiedenis van Joseph Smith 1:33. 

7. 3 Nephi 21:7; cursivering toegevoegd. 



'Als Christus mijn 
mogelijkheden had 
gehad...' 



OUDERLING PAUL K. SYBROWSKY 

van de Zeventig 



Onze Heiland, Jezus Christus, leert ons hoe belangrijk 
het is om naar verdwaalden op zoek te gaan. 




Vele jaren geleden, toen onze 
oudste kinderen zes, vier en 
twee waren, besloten mijn 
vrouw en ik ze een onverwachte vraag 
te stellen. Wij hadden als gezin dage- 
lijks in het Boek van Mormon gelezen. 

Mijn vrouw vroeg: 'Wie was die 
man ook alweer die naar het bos ging 
om te jagen, maar in plaats daarvan 
de hele dag en nacht bad?' 

Toen het een tijdje stil bleef, pro- 
beerde ze een beetje te helpen: 'Zijn 
naam begint met een E... e... e... e.' 

Vanuit de hoek van de kamer riep 
onze tweejarige: 'nos!' 



Het kind dat in de hoek zat te spe- 
len — van wie we dachten dat het te 
klein was om het te begrijpen. Enos! 
Het was Enos die naar het bos was 
gegaan om te jagen, maar van wie de 
ziel hongerde. Hoewel er in zijn ver- 
slag niet staat dat hij in het bos ver- 
dwaald was, leren we dat Enos als 
een veranderd man uit het bos kwam 
— en toen het welzijn van zijn broe- 
ders wenste. 

In het Nieuwe Testament leert 
onze Heiland, Jezus Christus, ons hoe 
belangrijk het is om naar verdwaalden 
op zoek te gaan. 

'Wie van u, die honderd schapen 
heeft en er één van verliest, laat niet 
de negenennegentig in de wildernis 
achter en gaat het verlorene zoeken, 
totdat hij het vindt? 

'En als hij het vindt, tilt hij het 
met blijdschap op zijn schouders' 
(Lucas 15:4-5). 

Sinds de val van Adam verkeren alle 
mensen in een verloren en gevallen 
staat. Net als velen van u werd ik 
'gevonden' door twee getrouwe zen- 
delingen. In 1913 onderwezen de zen- 
delingen C. Earl Anhder en Robert H. 
Sorenson mijn grootouders in 
Kopenhagen in het evangelie van Jezus 
Christus en doopten hen. Mijn ouders 



LIAHONA NOVEMBER 2005 



35 




brachten mij het belang van hard wer- 
ken, eerlijkheid en integriteit bij. Maar 
in slechts één korte generatie werden 
we inactief in de kerk en ging de ken- 
nis van het evangelie aan ons verloren. 
Ik kan me nog herinneren dat ik op 
jonge leeftijd door vriendjes werd uit- 
genodigd om mee naar het jeugdwerk 
te gaan. Mijn eerste ervaringen met de 
kerk waren in het jeugdwerk. 

Enkele maanden vóór mijn 
twaalfde verjaardag werd er op een 
zaterdagmiddag op de voordeur 
geklopt. Enkele van mijn vrienden 
— diakenen die een wit overhemd 
en een stropdas droegen — nodig- 
den me uit om naar mijn eerste 
priesterschapsbijeenkomst te gaan. 
Op weg naar de Tabernakel op 
Temple Square liep onze leider naast 
me. We waren op weg naar de 
priesterschapsbijeenkomst van de 
algemene aprilconferentie. 

Lloyd Bennett was mijn scoutlei- 
der. Hij haalde me zaterdags vaak op 
om naar het kantoor van de scouting 
te gaan om insignes en andere beno- 
digdheden te kopen. In de auto raak- 
ten we altijd aan de praat. Hij werd 
een goede vriend. Net als veel ande- 
ren nam Lloyd Bennett tijd voor 
die ene. 

Die geweldige vrienden en leiders 
begrepen de recente raad van ouder- 
ling M. Russell Ballard om er 'nog één' 
te vinden ('Nog één',Liahona, mei 



2005, p. 69), en beseften wat ze daar- 
voor moesten doen. Soms is het 
degene in de hoek, van wie we het 
niet verwacht hadden. 

Toen ik achttien was, had ik ook 
een ervaring als Enos, toen ik in mijn 
legerbarak in Fort Ord (Californië) 
neerknielde. Toen de lichten uit waren 
(...) en ik op de harde vloer geknield 
zat, vond ik net als Enos mijn weg. Ik 
moest op zending gaan. Ik was heel 
dankbaar dat zoveel mensen me had- 
den geholpen om erachter te komen 
wie ik was en om Christus en zijn 
evangelie te leren kennen. Ik ging 
begrijpen dat ik door middel van onze 
Heiland, Jezus Christus, mijn weg naar 
huis moest vinden. 

'En Hij komt in de wereld om zijn 
volk te verlossen; en Hij zal de over- 
tredingen op Zich nemen van hen die 
in zijn naam geloven; en die zijn het 
die het eeuwige leven zullen hebben, 
en niemand anders zal het heil 
deelachtig worden.' (Alma 11:40.) 

Toen de profeet Jesaja uit het 
Oude Testament onze tijd zag waarin 
het evangelie volledig zou zijn her- 
steld, zei hij: 

'Zo zegt de Here Here: Zie, Ik 
zal mijn hand opheffen tot de volken 
en mijn banier omhoog heffen voor 
de natiën; in hun armen zullen zij 
uw zonen brengen, en uw dochters 
zullen op de schouder gedragen 
worden' (Jesaja 49:22). 



Als wij voor die ene zorgen, broe- 
ders en zusters, zien we de vervul- 
ling van die profetie. Begrijpt u dat 
ook u in armen en op schouders 
gedragen wordt — gedragen naar de 
veiligheid? 

Wat zou onze Heiland doen met de 
mogelijkheden die wij hebben om die 
ene te beïnvloeden? Laten we ons de 
vraag stellen: 'Als Christus mijn moge- 
lijkheden had gehad, wat had Hij 
dan gedaan?' Dan zullen onze beslis- 
singen meer op Christus zijn gericht. 

Ik weet dat onze geliefde ouderling 
Neal A. Maxwell altijd op zoek was 
naar die ene. Want hij werkte, net als 
Nephi, 'ijverig om te schrijven', en 
ons 'ertoe te bewegen in Christus te 
geloven en met God te worden ver- 
zoend' (2 Nephi 25:23). Ik weet dat 
ouderling Maxwell meer dan één keer 
contact opnam met de mensen, zelfs 
die ene, die hij tot Christus wilde 
brengen. 

Of we nu jeugdwerkleerkracht, 
jongemannenleider, jongevrouwen- 
leidster, scoutleider, huisonderwijzer, 
huisbezoekster of gewoon een vriend 
zijn, de Heer zal ons gebruiken. Maar 
dan moeten we wel luisteren om die 
ene te zoeken en te vinden. 

Wat ben ik dankbaar voor de 
beslissing om op zending te gaan. 
Dat was een ommekeer in mijn leven. 
Jongemannen, jullie hebben het 
voorrecht om te dienen, om ijverig te 
werken. Blijf de geboden onderhou- 
den, bereid je voor om het evangelie 
te verkondigen; stel niet uit, maar ga 
aan het werk! Jongevrouwen, jullie 
kunnen zoveel doen om het konink- 
rijk op te bouwen. Dierbare gepensi- 
oneerden: wij hebben u nodig! 

Ons gezin had het voorrecht om in 
Canada met geweldige, toegewijde 
zendelingen, zendelingzusters en zen- 
delingechtparen te werken. Van hart 
tot hart, van geest tot geest, en met 
de kracht van de Heer, gingen zij op 
zoek naar die ene; en ze vonden hem 
of haar. Dat doen veel zendelingen 
over de hele wereld. 



36 



'En aldus waren zij een werktuig 
in de handen Gods om velen tot de 
kennis der waarheid te brengen, ja, 
tot de kennis van hun Verlosser' 
(Mosiah 27:36). 

Eenieder van ons kan iets voor 
een ander betekenen, zelfs in eeu- 
wige zin, maar alleen wanneer we in 
actie komen; we moeten iets doen; 
we moeten ijverig werkzaam zijn. 
Misschien voelt u zich geïnspireerd 
om iemand uit te nodigen terug naar 
de kerk te komen, of voor het eerst 
naar de boodschap van het herstelde 
evangelie te luisteren. Geef daar dan 
gehoor aan. Waarom nodigen we niet 
allemaal iemand uit om morgen naar 
de stem van een profeet te komen 
luisteren? Wilt u dat doen? Wilt u dat 
vandaag doen? Met geloof en een 
gewillig hart (zelfs een verlangen), 
moeten we erop vertrouwen dat de 
Geest ons 'in het uur zelf, ja, op het 
moment zelf, [zal ingeven] wat [wij 
zullen] zeggen' (LV 100:6). Dat weet 
ik zeker. 

Wat ben ik dankbaar dat ik weer tot 
de bediening ben geroepen, deze 
keer in Australië. Ik spreek mijn diepe 
liefde en waardering uit voor mijn 
vrouw en onze negen zendingsactieve 
kinderen, voor hun liefde en steun. Ik 
geef mijn oprecht getuigenis dat de 
volheid van het evangelie op aarde is 
hersteld, dat Joseph Smith een pro- 
feet van God is en dat het Boek van 
Mormon het woord van God is. We 
worden geleid door een hedendaagse 
profeet — president Gordon B. 
Hinckley. En ik weet dat God leeft en 
datjezus de Christus is, onze Heiland 
en Verlosser. We worden naar huis 
gedragen in de liefdevolle armen en 
op de krachtige schouders van de 
Herder. Net als Enos zeg ik nederig: 
'Ik moet tot dit volk prediken (...) en 
het woord verkondigen volgens de 
waarheid die in Christus is. (...) En ik 
heb mij erin verheugd boven hetgeen 
der wereld is' (Enos 1:26). Van deze 
waarheden getuig ik, in de naam van 
Jezus Christus. Amen. ■ 



Geestelijke 
voorbereiding: 
begin meteen en 
wees consequent 



OUDERLING HENRY B. EYRING 

van het Quorum der Twaalf Apostelen 



De grote levenstoets is of we te midden van de levensstormen 
gehoor geven en gehoorzaam zijn aan Gods geboden. 



gaat men snel datgene kopen en 
inslaan wat men denkt nodig te heb- 
ben om een ramp te overleven. 

Maar we zullen nog een ander 
soort voorbereiding moeten treffen, 
die in wezen nog belangrijker is, voor 
toetsen waarmee ieder van ons zeker 
te maken krijgt. Met die voorbereiding 
moet meteen begonnen worden, 
omdat zij tijd vergt. Wat we daarvoor 
nodig hebben, kan niet worden 
gekocht. Het kan niet worden 
geleend. We kunnen het niet goed 
opslaan. En we moeten het regelma- 
tig en recent hebben gebruikt. 

Die toets vergt een geestelijke 
voorbereiding. Het houdt in een zo 
krachtig geloof in Jezus Christus te 
hebben ontwikkeld dat we slagen 
voor de levenstoets, waarvan voor ons 
in eeuwige zin alles afhangt. Die toets 
maakt deel uit van het doel dat God 
met ons in de schepping voor had. 

Dankzij de profeet Joseph Smith 
weten we hoe de Heer de toets 
waarvoor we staan, heeft omschre- 
ven. Onze hemelse Vader heeft de 
wereld met zijn Zoon Jezus Christus 




De meesten van ons zullen zich 
weleens hebben afgevraagd 
hoe we ons het beste op 
een storm kunnen voorbereiden. 
Bijvoorbeeld toen we het leed zagen 
en voelden van mannen, vrouwen en 
kinderen, van bejaarden en zieken, 
die waren getroffen door orkanen, 
tsumami's, oorlogen en droogte. De 
vraag die dan volgt is: 'Waaruit moet 
die voorbereiding bestaan?' En dan 



LIAHONA NOVEMBER 2005 



37 




geschapen. We hebben deze woorden 
die het doel van de schepping weer- 
geven: 'Wij zullen naar beneden gaan, 
want er is ruimte daar, en wij zullen 
van deze stoffen nemen en wij zullen 
een aarde maken waarop dezen kun- 
nen wonen; en wij zullen hen hier- 
mee beproeven om te zien of zij alles 
zullen doen wat de Heer, hun God, 
hun ook zal gebieden.' 1 

De grote levenstoets is dus of we 
te midden van de levensstormen 
gehoor geven en gehoorzaam zijn aan 
Gods geboden. Het gaat niet zozeer 
om het doorstaan van de storm, als 
wel om het goede kiezen ten tijde van 
de storm. En het zou heel tragisch 
zijn als we de toets niet halen, omdat 
we dan niet in glorie kunnen terugke- 
ren naar ons hemelse thuis. 

Wij zijn de geestkinderen van onze 
hemelse Vader. Hij houdt van ons en 
heeft ons voor onze geboorte onder- 
richt gegeven. Hij heeft ons toen 
gezegd dat Hij ons alles wil geven wat 
Hij heeft. Om die gave te ontvangen, 
hadden we een sterfelijk lichaam 
nodig en moesten we op de proef 
worden gesteld. Door dat sterfelijke 



lichaam zouden we met pijn, ziekte 
en de dood te maken krijgen. 

We zouden blootgesteld worden 
aan verleidingen vanwege de begeer- 
ten en zwaktes in ons sterfelijk 
lichaam. Sluwe en krachtige boze 
machten zouden ons willen overha- 
len om aan die verleidingen toe te 
geven. Het leven zou zijn stormen 
kennen waarin we keuzes zouden 
moeten maken, met behulp van ons 
geloof in zaken die we niet met het 
blote oog kunnen zien. 

We kregen de belofte dat we 
Jehova, Jezus Christus, als onze 
Heiland en Verlosser zouden hebben. 
Hij zou ieders opstanding zeker stel- 
len. En Hij zou het mogelijk maken 
dat we de levenstoets konden halen 
als we geloof in Hem oefenden door 
gehoorzaam te zijn. We juichten van 
vreugde bij dat goede nieuws. 

Een tekst uit het Boek van 
Mormon, een andere getuige van 
Jezus Christus, beschrijft hoe moeilijk 
de toets is en wat we moeten doen 
om die te halen: 

'Daarom, weest goedsmoeds en 
bedenkt dat gij vrij zijt om naar eigen 



inzicht te handelen — om de weg te 
kiezen van de eeuwigdurende dood 
of de weg van het eeuwige leven. 

'Welnu, mijn geliefde broeders, 
verzoent u met de wil van God en niet 
met de wil van de duivel en het vlees; 
en bedenkt, wanneer gij met God zijt 
verzoend, dat gij alleen in en door de 
genade Gods wordt behouden. 

'Welnu, moge God u opwekken uit 
de dood door de kracht der opstan- 
ding, en ook uit de eeuwigdurende 
dood door de kracht der verzoening, 
opdat gij in het eeuwige koninkrijk 
Gods zult worden ontvangen, opdat 
gij Hem zult loven dankzij de godde- 
lijke genade. Amen.' 2 

Het vergt onwrikbaar geloof in de 
Heer Jezus Christus om de weg van 
het eeuwige leven te kiezen. Met 
behulp van dat geloof kunnen we de 
wil van God leren kennen. Door dat 
geloof aan te wenden bouwen we de 
kracht op om de wil van God te doen. 
En door dat geloof in Jezus Christus 
te oefenen kunnen we verleiding 
weerstaan en vergiffenis ontvangen 
dankzij de verzoening. 

We moeten ons geloof in Jezus 
Christus hebben ontwikkeld en heb- 
ben verzorgd, lang voordat Satan ons 
aanvalt. En hij doet dat door ons aan 
het twijfelen te brengen, door onze 
vleselijke begeertes aan te wakkeren 
en door ons op leugenachtige wijze in 
te fluisteren dat goed slecht is en dat 
er geen zonde is. Die geestelijke stor- 
men woeden al. Wij kunnen verwach- 
ten dat ze voordat de Heiland 
terugkeert in hevigheid toenemen. 

Hoeveel geloof we nu ook hebben 
om God gehoorzaam te zijn, we zul- 
len dat geloof voortdurend moeten 
versterken en het constant moeten 
verversen. We kunnen dat doen door 
ons nu voor te nemen om meteen te 
gehoorzamen en vastberadener te 
zijn in onze volharding. Leren om 
meteen te beginnen en consequent te 
zijn, zijn de sleutels tot onze geeste- 
lijke voorbereiding. Uitstel en wissel- 
valligheid zijn fatale vijanden. 



38 



Ik wil graag vier situaties opperen 
waarin we meteen en consequent aan 
onze gehoorzaamheid kunnen wer- 
ken. De eerste is het gebod om ons te 
vergasten aan het woord van God. De 
tweede is om altijd te bidden. De 
derde is het gebod om een volledige 
tiende te betalen. En de vierde is weg 
te vluchten van de zonde en haar vre- 
selijke gevolgen. Elke situatie vergt 
geloof om meteen te beginnen en 
vervolgens vol te houden. En door 
alle vier te doen, wordt u gesterkt in 
uw voornemen om Gods geboden te 
kennen en te gehoorzamen. 

U heeft al hulp van de Heer gekre- 
gen om te beginnen. In augustus heeft 
u deze belofte van president Gordon 
B. Hinckley gekregen over het voor 
het eind van het jaar uitlezen van het 
Boek van Mormon: 'Zonder voorbe- 
houd beloof ik u dat er een grotere 
mate van de Geest des Heren in uw 
huis zal komen indien u het Boek van 
Mormon met een gebed in uw hart 
leest, ook al heeft u het al vele malen 
gelezen. U zult zijn geboden met gro- 
tere vastberadenheid gehoorzamen, 
en u zult een sterker getuigenis ont- 
vangen dat de Zoon leeft.' 3 

Dat is de belofte van meer geloof, 
het geloof dat van belang is voor onze 
geestelijk voorbereiding. Maar als we 
die geïnspireerde uitnodiging naast 
ons hebben neergelegd en daar niet 
gehoorzaam aan zijn begonnen, is het 
aantal bladzijden dat we elke dag 
moeten lezen alleen maar gegroeid. 
En als we dan ook nog eens een paar 
dagen overslaan, vergroot dat de kans 
op mislukking. Daarom heb ik er voor 
gekozen mijn dagelijkse leesschema 
voor te blijven om er zeker van te zijn 
dat ik in aanmerking kom voor de 
beloofde zegeningen van vastbera- 
denheid en een getuigenis van Jezus 
Christus. Aan het eind van december 
weet ik dan wat het inhoudt om 
meteen te beginnen wanneer God 
een gebod geeft en om consequent 
gehoorzaam te zijn. 

Bovendien zal ik bij het lezen van 




het Boek van Mormon bidden dat de 
Heilige Geest mij zal laten weten wat 
God wil dat ik doe. In het boek zelf 
staat een belofte dat zulke gebeden 
zullen worden verhoord: 'Daarom 
zeide ik tot u: Vergast u aan de woor- 
den van Christus; want zie, de woor- 
den van Christus zullen u alle dingen 
zeggen die gij behoort te doen.' 4 

Wanneer de Heilige Geest mij 
onder het lezen en overdenken van 
het Boek van Mormon zegt iets te 
doen, zal ik daar meteen naar hande- 
len. Wanneer ik het project in decem- 
ber afrond, zal ik uit ervaring weten 
hoe groter geloof leidt tot grotere 
gehoorzaamheid. En zo word ik in 
mijn geloof gesterkt. Dan zal ik uit 
eigen ervaring weten wat de gevolgen 
zijn van meteen met lezen beginnen 
en consequent te weten wat God wil 
dat ik doe en het te doen. Als we dat 
doen, zullen we beter voorbereid zijn 
op de zwaardere stormen. 

Vervolgens hebben we de keus 
van wat we na 1 januari gaan doen. 
We kunnen een zucht van verlichting 
slaken en tegen onszelf zeggen: 'Ik 
heb een ruime buffer aan geloof 
opgebouwd door meteen te begin- 
nen en consequent gehoorzaam te 
zijn. Ik sla dat op voor de tijden dat 
ik door zware stormen op de proef 
wordt gesteld.' Er is echter een 
betere manier van voorbereiding, 
want groot geloof heeft maar een 
korte houdbaarheidsduur. We kun- 
nen ervoor kiezen de woorden van 
Jezus Christus en de leringen van de 



levende profeten te blijven bestude- 
ren. Dat is wat ik ga doen. Ik zal het 
Boek van Mormon blijven lezen en 
vaak en veel uit deze bron drinken. 
En dan zal ik dankbaar zijn dat de uit- 
daging en belofte van de profeet mij 
geleerd hebben hoe je groter geloof 
kunt krijgen en vasthouden. 

Persoonlijk gebed kan ook ons 
geloof opbouwen in doen wat God 
gebiedt. Ons is geboden altijd te bid- 
den, opdat we niet overwonnen wor- 
den. Soms zal de bescherming die we 
nodig hebben rechtstreeks door tus- 
senkomst van God komen. Maar gelo- 
vig werken aan onze gehoorzaamheid 
zal ons veel bescherming bieden. We 
kunnen elke dag bidden om te weten 
wat God wil dat we doen. We kunnen 
ons stellig voornemen meteen te rea- 
geren als we antwoord krijgen. Mijn 
ervaring is dat Hij zulke verzoeken 
altijd verhoort. Dan kunnen we ervoor 
kiezen te gehoorzamen. Als we dat 
doen, bouwen we voldoende geloof 
op om niet overwonnen te worden. 
En krijgen we het geloof om keer op 
keer terug te gaan voor meer aanwij- 
zingen. Wanneer de stormen losbar- 
sten, zijn we klaar om heen te gaan en 
te doen wat de Heer ons gebiedt. 

De Heiland heeft ons een weerga- 
loos voorbeeld van zo'n nederig 
gebed gegeven. Toen hij de verzoe- 
ning bewerkte, bad Hij in de hof van 
Getsemane dat de wil van de Vader 
zou geschieden. Hij wist dat de wil van 
de Vader inhield dat Hij iets moest 
doen wat zo pijnlijk en afschuwelijk 



LIAHONA NOVEMBER 2005 



39 



was, dat we het niet kunnen bevatten. 
Hij bad niet alleen om de wil van de 
Vader te accepteren, maar om die te 
doen. Hij liet ons zien hoe we in vol- 
maakte en vastberaden onderworpen- 
heid kunnen bidden. 

Meteen en consequent geloof oefe- 
nen is een beginsel dat ook van toe- 
passing is op het gebod om tiende te 
betalen. We moeten niet tot de jaar- 
lijkse tiendevereffening wachten voor 
we beslissen een volledige tiende te 
betalen. Die keuze kunnen we nu al 
maken. Het vergt tijd om te leren onze 
uitgaven in de hand te houden in het 
geloof dat wat we hebben van God 
komt. Het vergt geloof om onze tiende 
stipt en zonder uitstel te betalen. 

Als we nu de keuze maken om een 
volledige tiende te betalen en dat 
consequent doen, zal niet alleen de 
tiendevereffening een zegen inhou- 
den, maar worden we het hele jaar 
door gezegend. Door ons nu voor te 
nemen om een volledige tiende te 
betalen en daarin consequent gehoor- 
zaam te zijn, worden we gesterkt in 
ons geloof en zal ons hart na verloop 
van tijd verzacht worden. Het is die 
verandering in ons hart door de ver- 
zoening van Jezus Christus, bovenop 
het offer van ons geld en toebehoren, 
die het voor de Heer mogelijk maakt 
de volledige-tiendebetaler in de laat- 
ste dagen bescherming te bieden. 5 We 
kunnen erop vertrouwen dat we voor 
de zegen van bescherming in aanmer- 
king komen als we ons nu stellig voor- 
nemen een volledige tiende te 
betalen en dat consequent te doen. 

Diezelfde kracht van meteen kie- 
zen voor geloofsoefening en conse- 
quente gehoorzaamheid, is ook van 
toepassing op het groeien in geloof 
om verleiding te weerstaan en vergif- 
fenis te ontvangen. Het beste moment 
om verleiding te weerstaan is meteen. 
De beste tijd voor bekering is nu. De 
vijand van onze ziel zal gedachten in 
ons laten opkomen om ons te verlei- 
den. We kunnen er meteen voor kie- 
zen om ons geloof te oefenen om die 




kwade gedachten uit te werpen voor- 
dat we ernaar handelen. En we kun- 
nen er meteen voor kiezen om ons te 
bekeren wanneer we zondigen, voor- 
dat Satan ons geloof verzwakt en ons 
bindt. Het is beter om nu vergeving te 
zoeken dan later. 

Toen mijn vader op zijn sterfbed 
lag, vroeg ik hem of er nog iets was 
waar hij zich van te bekeren had en 
waarvoor hij God nog niet om vergif- 
fenis had gevraagd. Hij hoorde mis- 
schien wel in mijn stem dat ik dacht 
dat hij misschien de dood en het oor- 
deel vreesde. Hij ginnegapte eventjes, 
keek mij toen vriendelijk aan en zei: 
'O nee, Hal, ik heb mij mijn hele 
leven altijd meteen bekeerd.' 

Keuzes om nu geloof te oefenen 
en consequent gehoorzaam te zijn, 
zullen te zijner tijd groot geloof en 
zekerheid opleveren. Dat is de geeste- 
lijke voorbereiding die we allemaal 
nodig hebben. En daardoor zullen we 
in tijden van crisis in aanmerking 
komen voor de belofte van de Heer: 
'Indien gij voorbereid zijt, zult gij niet 
vrezen.' 6 

En die geldt ook als we levensstor- 
men over ons heen krijgen en de 
dood nabij is. Onze liefdevolle Vader 
en zijn geliefde Zoon hebben ons alle 
mogelijke hulp gegeven om onze 



levenstoets te halen. Maar we moeten 
ons voornemen om gehoorzaam te 
zijn en dat dan ook zijn. Het geloof 
waarmee we de toets van onze 
gehoorzaamheid doorstaan, bouwen 
we in de loop der tijd op en door 
onze dagelijkse keuzes. We kunnen 
ons nu voornemen om meteen te 
doen wat God van ons vraagt. En we 
kunnen de beslissing nemen om 
getrouw te zijn in de kleine gehoor- 
zaamheidstoetsen, waarmee we het 
geloof opbouwen om de grote toet- 
sen te kunnen doorstaan, die voor- 
zeker zullen komen. 

Ik weet dat u en ik kinderen zijn 
van een liefdevolle hemelse Vader. Ik 
weet dat zijn Zoon Jezus Christus, 
leeft en dat Hij onze Heiland is en dat 
Hij voor al onze zonden heeft geboet. 
Hij is herrezen, en Hij is met onze 
hemelse Vader aan de jonge Joseph 
Smith verschenen. Ik weet dat het 
Boek van Mormon het woord van 
God is, door de gave en macht van 
God vertaald. Ik weet dat dit de ware 
kerk van Jezus Christus is. 

Ik weet dat we door de Heilige 
Geest te weten kunnen komen wat 
God van ons verlangt. Ik getuig dat 
Hij ons de kracht kan geven om te 
doen wat Hij van ons vraagt, wat het 
ook is en welke beproevingen ons 
ook wachten. 

Ik bid dat we ervoor zullen kiezen 
om de Heer meteen te gehoorzamen, 
altijd, in kalme tijden en in stormen. 
Als we dat doen zal ons geloof wor- 
den gesterkt, zullen we in dit leven 
vrede vinden en de zekerheid krijgen 
dat wij en ons gezin in aanmerking 
kunnen komen voor het eeuwige 
leven in de toekomende wereld. Dat 
beloof ik u in de naam van Jezus 
Christus. Amen. ■ 

NOTEN 

1. Abraham 3:24-25. 

2. 2 Nephi 10:23-25. 

3. 'Een krachtig en waar getuigenis', 
Liahona, augustus 2005, p. 6. 

4. 2 Nephi 32:3. 

5. Zie LV 64:23. 

6. Leer en Verbonden 38:30. 



40 



Wat het 

belangrijkst is, gaat 
het langst mee 



OUDERLING M. RUSSELL BALLARD 

van het Quorum der Twaalf Apostelen 



Als uw leiders sporen wij de leden van de kerk overal aan 
om het gezin op de eerste plaats te zetten en specifieke 
manieren te bedenken om hun eigen gezin te versterken. 



een zus kwijtgeraakt.' Het waren hon- 
gerige, angstige mensen die alles 
waren kwijtgeraakt en voedsel, medi- 
sche verzorging en allerlei hulp nodig 
hadden. Maar waar ze het meest 
behoefte aan hadden, was hun familie. 

In tijden van problemen en veran- 
deringen worden we eraan herinnerd 
wat het belangrijkst is. In de routine 
van het dagelijks leven beschouwen 
we onze familie — onze ouders, kin- 
deren en broers en zussen — als van- 
zelfsprekend. Maar in tijden van 
gevaar, nood en verandering bestaat 
er geen twijfel over dat we het meest 
om onze familie geven! En dat is nog 
veel sterker als we dit leven verlaten 
en in de geestenwereld aankomen. 
De eerste mensen die we daar zoe- 
ken, zullen onze vader, moeder, 
huwelijkspartner, kinderen en broers 
en zussen zijn. 

Volgens mij is de opdracht van dit 
aardse leven: 'Een eeuwig gezin stich- 
ten.' Hier op aarde streven we ernaar 
om onze familiebanden uit te breiden 
en hebben we de mogelijkheid om 
een eigen gezin te stichten en te vor- 
men. Dat is een van de redenen dat 
onze hemelse Vader ons hier naartoe. 




Enkele algemene autoriteiten 
en ik bezochten onlangs 
enkele vluchtelingenkampen in 
Louisiana, Mississippi en Texas, waar 
geruïneerde en dakloze slachtoffers 
van de orkaan Katrina verbleven en 
begonnen waren hun leven weer op 
te bouwen. Hun verhalen en omstan- 
digheden zijn in vele opzichten 
tragisch en aangrijpend; maar wat me 
het meest aangreep was de roep om 
familieleden: 'Waar is mijn moeder?' 
'Ik kan mijn zoon niet vinden.' 'Ik ben 



zond. Niet iedereen zal in dit leven 
een huwelijkspartner vinden en een 
gezin stichten, maar iedereen, onge- 
acht zijn of haar individuele situatie, is 
wel een waardevol lid van Gods gezin. 

Broeders en zusters, het is tien jaar 
geleden dat de proclamatie aan de 
wereld over het gezin in 1995 door 
het Eerste Presidium en het Quorum 
der Twaalf Apostelen werd uitgegeven. 
(Zie 'Het gezin: een proclamatie aan 
de wereld', Liahona, oktober 2004, p. 
49.) Het was toen, en is dat nog 
steeds, een klaroenstoot ter bescher- 
ming en versterking van het gezin en 
een strenge waarschuwing aan een 
wereld waarin in verval rakende 
waarden en misplaatste prioriteiten 
de samenleving dreigen te ver- 
woesten doordat ze de fundamentele 
eenheid ervan ondermijnen. 

De proclamatie is een profetisch 
document, niet alleen omdat het door 
profeten is uitgegeven, maar omdat 
het zijn tijd vooruit was. Het waar- 
schuwt tegen veel van de zaken die 
het afgelopen decennium het gezin 
bedreigd en ondermijnd hebben. Het 
vraagt dat het gezin de prioriteit en 
de nadruk krijgt die het nodig heeft 
om te kunnen overleven in een kli- 
maat dat het traditionele huwelijk en 
de relaties tussen ouders en kinderen 
almaar meer lijkt te vergiftigen. 

De duidelijke en eenvoudige taal 
van de proclamatie steekt schril af 
tegen de verwarrende en ondoorzich- 
tige ideeën van een samenleving die 
het zelfs niet eens kan worden over 
de definitie van het gezin, laat staan 
dat ze de hulp en steun biedt waar 
ouders en gezinnen nood aan heb- 
ben. U bent op de hoogte van de 
woorden in de proclamatie: 

• 'Het huwelijk tussen man en 
vrouw is van Godswege geboden.' 

• 'Het geslacht is een essentieel 
kenmerk van iemands voorsterfelijke, 
sterfelijke en eeuwige identiteit en 
bestemming.' 

• 'Man en vrouw hebben de plech- 
tige taak om van elkaar en van hun 



LIAHONA NOVEMBER 2005 



41 




kinderen te houden, en voor elkaar 
en hun kinderen te zorgen.' 

• 'Kinderen hebben er recht op 
om binnen het huwelijk geboren te 
worden, en te worden opgevoed 
door een vader en een moeder die 
de huwelijksgelofte met volledige 
trouw eren.' 

• 'Het verval van het gezin [zal] de 
rampen voor personen, gemeen- 
schappen en volken tot gevolg heb- 
ben die de profeten van vroeger en 
nu voorzegd hebben.' 

En uit de laatste woorden van de 
proclamatie blijkt de eenvoudige 
waarheid dat het gezin 'de fundamen- 
tele eenheid van de maatschappij' is. 

Vandaag doe ik een beroep op de 
leden van deze kerk en op toegewijde 
ouders, grootouders en familieleden 
over de hele wereld om zich aan deze 
proclamatie vast te houden, om er net 
als opperbevelhebber Moroni een 
'vaandel der vrijheid' van te maken, en 
ons voor te nemen de beginselen erin 
na te leven. Omdat we allemaal deel 
van die familie uitmaken, is de procla- 
matie op iedereen van toepassing. 

Uit bevolkingsonderzoek blijkt dat 
mensen overal ter wereld over het 
algemeen het gezin als hun hoogste 
prioriteit beschouwen, maar de laat- 
ste jaren lijkt het wel of de samenle- 
ving het gezin negeert of verkeerd 
definieert. Overweeg enkele van de 
veranderingen in de laatste decennia: 

• Veel grote nationale en internatio- 
nale instellingen die het gezin in het 
verleden steunden en sterkten, 



proberen nu het gezin, dat ze 
oorspronkelijk dienden te steunen, 
te verdringen en zelfs te saboteren. 

• In de naam van 'tolerantie' is de 
definitie van het gezin uitgebreid en 
niet meer te herkennen. Het 'gezin' 
kan bestaan uit personen van ieder 
geslacht die samenwonen met of zon- 
der samenlevingscontract of kinderen 
of enig besef van de gevolgen. 

• Door het onstuitbare materia- 
lisme en egoïsme worden veel men- 
sen ertoe aangezet om te denken dat 
gezinnen, en vooral kinderen, een last 
en een financiële molensteen zijn die 
hen afremmen, in plaats van te den- 
ken dat ze een heilig voorrecht zijn 
waardoor ze meer op God kunnen 
gaan lijken. 

En toch zijn de meeste ouders over 
de hele wereld op de hoogte van de 
betekenis en de vreugde die bij een 
natuurlijk gezin horen. Vrienden van 
mij, die gezinnen en ouders in verschil- 
lende werelddelen hebben toegespro- 
ken en daar pas van zijn teruggekeerd, 
vertelden me dat de hoop en de zorg 
van ouders over de hele wereld opmer- 
kelijk vergelijkbaar is. 

In India vertelde een bezorgde 
hindoemoeder: 'Het enige wat ik wil is 
een grotere invloed op mijn kinderen 
uitoefenen dan de media of hun 
leeftijdgenoten doen.' 

En een boeddhistische moeder in 
Maleisië zei: 'Ik hoop dat het mijn 
zoons zal lukken om in de wereld 
te leven, maar niet van de wereld 
te worden.' Ouders uit allerlei 



verschillende culturen en geloofs- 
richtingen zeggen en voelen het- 
zelfde als de ouders in de kerk. 

De wereld moet weten wat er in de 
proclamatie staat, want het gezin is de 
basis van de samenleving, de econo- 
mie, onze cultuur en ons staatsbe- 
stuur. En zoals heiligen der laatste 
dagen weten, is het gezin ook de basis- 
eenheid van het celestiale koninkrijk. 

In de kerk is ons geloof in het 
overheersende belang van het gezin 
gebaseerd op de herstelde leer. We 
weten hoe heilig het gezin is, in beide 
richtingen van ons eeuwige bestaan. 
We weten dat we vóór dit leven in 
gezinsverband bij onze hemelse Vader 
woonden en dat de gezinsbanden na 
de dood voor eeuwig blijven bestaan. 

Als wij deze kennis naleven en toe- 
passen, zal dat de aandacht van de 
wereld op ons vestigen. Ouders die 
hun gezin voorrang geven, voelen 
zich tot de kerk aangetrokken omdat 
zij het gezin structuur, waarden, leer- 
stellingen en een eeuwig perspectief 
biedt, zaken die ze nergens anders 
kunnen vinden. 

Ons gezinsperspectief zou van 
heiligen der laatste dagen de beste 
ouders in de wereld moeten maken. 
Dat perspectief voorziet ons van veel 
respect voor onze kinderen, die waar- 
lijk onze geestelijke broers en zussen 
zijn, en daarom moeten we de nodige 
tijd besteden aan de versterking van 
ons gezin. Niets is nauwer met geluk 
verbonden — zowel ons eigen 
geluk als dat van onze kinderen — 
dan hoe goed we elkaar in het gezin 
liefhebben en steunen. 

President Harold B. Lee noemde 
de kerk de 'steigers' die nodig zijn 
om personen en gezinnen op te bou- 
wen. (Zie Conference Report, okto- 
ber 1967, p. 107.) De kerk is het 
koninkrijk van God op aarde, maar in 
het koninkrijk in de hemel zal het 
gezin de bron van onze eeuwige 
vooruitgang en vreugde zijn en de 
orde van onze hemelse Vader. We 
worden er vaak aan herinnerd dat 



42 



we op een dag van onze kerktaken 
worden ontheven; maar als we dat 
waardig zijn, zullen we nooit van onze 
gezinsrelaties worden ontheven. 

Joseph F. Smith heeft gezegd: 'Er 
kan geen waar geluk zijn buiten het 
gezin. En elke moeite die men doet 
om de invloed ervan te heiligen en 
behouden, is verheffend voor hen die 
ervoor zwoegen en zich er opofferin- 
gen voor getroosten. De mensen pro- 
beren vaak om het gezinsleven door 
de een of andere wijze van leven te 
vervangen. Ze willen zichzelf laten 
geloven dat het gezinsleven hun 
beperkingen oplegt en dat de grootste 
vrijheid bestaat in de grootste gele- 
genheid om zich vrij te bewegen. Maar 
er is geen geluk zonder dienstbetoon, 
en er is geen groter dienstbetoon dan 
die waarmee het gezin tot een godde- 
lijke instelling wordt verheven en die 
het gezinsleven bevordert en bewaart.' 
(Leringen van kerkpresidenten-. 
Joseph F. Smith [1998], p. 382). 

We kunnen ons afvragen: 'Hoe 
beschermen, beschutten en versterken 
we ons gezin in een wereld die zo 
hard in de tegengestelde richting 
trekt?' Ik wil graag drie eenvoudige 
ideeën bespreken: 

1. Zorg ervoor dat u als gezin con- 
sequent dagelijks bidt en wekelijks 
gezinsavond houdt. Daardoor wordt 
de Geest van de Heer uitgenodigd, 
die ons als ouders de nodige hulp en 
kracht geeft. In het lesmateriaal en de 
tijdschriften van de kerk staan veel 
goede ideeën voor de gezinsavond. 
Overweeg ook als gezin een getuige- 
nisdienst te houden, waar de ouders 
en de kinderen in besloten kring iets 
over hun geloof en gevoelens kunnen 
vertellen. 

2. Onderwijs thuis in het evangelie 
en in de fundamentele waarden. 
Ontwikkel liefde voor gezamenlijke 
schriftlezing. Te veel ouders schuiven 
die verantwoordelijkheid af op de kerk. 
Hoewel het seminarie, de hulporgani- 
saties en de priesterschapsquorums 
belangrijk zijn als aanvulling op het 




onderwijs van de ouders, berust de 
voornaamste verantwoordelijkheid bij 
de ouders. U kunt een onderwerp uit 
het evangelie of een gezinswaarde uit- 
kiezen en dan letten op mogelijkheden 
om erover te vertellen. Wees verstandig 
en zorg ervoor dat u noch uw kinde- 
ren zoveel verschillende activiteiten 
buitenshuis hebben, dat u door al die 
drukte de Geest van de Heer niet her- 
kent of voelt wanneer die u en uw 
gezin de beloofde leiding wil geven. 

3. Zorg voor een sterke gezins- 
band, een waarmee uw kinderen zich 
eerder zullen identificeren dan met 
hun groep leeftijdgenoten, of de 
school of wat dan ook. Dat doet u 
door middel van familietradities voor 
verjaardagen, feestdagen, het avonde- 
ten en de zondag. Het kan ook door 
als gezin richtlijnen en regels vast te 
leggen en de natuurlijke en goed 
begrepen gevolgen die daarbij horen. 
Zorg voor een eenvoudig huishou- 
den, waarin kinderen specifieke kar- 
weitjes of huishoudelijke taken 
hebben, waarvoor ze geprezen of 
anderszins beloond kunnen worden. 
Leer ze hoe belangrijk het is om geen 
schulden te maken, om geld te ver- 
dienen, te sparen en verstandig uit te 



geven. Leer ze hoe ze zowel in stoffe- 
lijk als in geestelijk opzicht zelfred- 
zaam kunnen zijn. 

In deze wereld, waar de aanvallen 
van Satan op het gezin wijdverspreid 
zijn, moeten ouders hun uiterste best 
doen om hun gezin te versterken en te 
verdedigen. Maar het kan zijn dat hun 
inspanningen niet voldoende zijn. Het 
gezin, de basisinstelling, kan de hulp 
en steun van familieleden en openbare 
instanties goed gebruiken. Broers en 
zussen, ooms en tantes, grootouders, 
neven en nichten kunnen een 
krachtige invloed op het leven van kin- 
deren hebben. Vergeet niet dat de uit- 
drukking van liefde en aanmoediging 
van een familielid vaak de juiste 
invloed en hulp voor een kind kan zijn 
in een moeilijke periode. 

De kerk zal de eerste en belangrijk- 
ste instelling blijven, 'de steigers' als 
het ware, om gezinnen te versterken. 
Ik kan u ervan verzekeren dat zij die 
deze kerk leiden bijzonder begaan 
zijn met het welzijn van uw gezin. 
Daarom zult u merken dat we meer 
aandacht aan de behoeften van het 
gezin zullen besteden. Maar als uw lei- 
ders sporen wij de leden van de kerk 
overal aan om het gezin op de eerste 
plaats te zetten en specifieke manie- 
ren te bedenken om hun eigen gezin 
te versterken. 

Ook sporen wij alle openbare 
instanties aan om zichzelf onder de 
loep te nemen en minder te doen wat 
het gezin kan schaden, en hulp aan 
het gezin te bieden. 

We verzoeken de media om meer 
programma's te bieden die de traditi- 
onele gezinswaarden onderschrijven 
en de gezinnen opbouwen en steu- 
nen, en minder programma's die 
geweld, onzedelijkheid en materia- 
lisme populariseren. 

We verzoeken regeringsleiders en 
politici om de behoeften van kinde- 
ren en ouders op de eerste plaats te 
stellen en te bedenken wat voor 
invloed bepaalde wetten en een 
bepaald beleid op het gezin hebben. 



LIAHONA NOVEMBER 2005 



43 



PRIESTERSCHAPSBIJEENKOMST 

1 oktober 2005 



We verzoeken internetproviders en 
website-ontwikkelaars om verantwoor- 
delijker om te gaan met de invloed die 
zij hebben en zich bewust tot doel te 
stellen om kinderen tegen geweld, 
pornografie, obsceniteit en smerig- 
heid te beschermen. 

Wij verzoeken onderwijsinstellingen 
om studenten universele waarden bij 
te brengen, alsook vaardigheden op 
het gebied van gezin en ouderschap, 
en zodoende de ouders te steunen 
bij hun verantwoordelijkheid om een 
toekomstige generatie kinderen op te 
voeden tot de leiders van hun eigen 
gezin. 

We verzoeken de leden van onze 
kerk om liefdevol de helpende hand 
uit te steken naar buren en kennissen 
van andere geloofsrichtingen en ze de 
vele hulpmiddelen van de kerk aan te 
bieden om hun gezin te helpen. Onze 
gemeenschap en buurt zal veiliger en 
sterker zijn als mensen van verschil- 
lende geloofsrichtingen samenwerken 
om het gezin te versterken. 

Het is belangrijk om de bedenken 
dat alle grotere eenheden in de samen- 
leving afhankelijk zijn van de basiseen- 
heid, het gezin. Ongeacht wie of wat 
we zijn, we helpen onszelf als we ons 
gezin helpen. 

Broeders en zusters, als wij de 
proclamatie aan de wereld over het 
gezin als een vaandel omhooghouden 
en als we het evangelie van Jezus 
Christus naleven en verkondigen, 
zullen we de mate van onze schep- 
ping hier op aarde vervullen. Dan 
vinden we gemoedsrust en geluk 
hier en in de komende wereld. 
Eigenlijk zouden we geen orkaan 
of andere crisis nodig moeten heb- 
ben om ons eraan te herinneren 
wat van het grootste belang is. Het 
evangelie, het plan van geluk en 
eeuwig heil van de Heer zou ons 
daaraan moeten herinneren. Wat 
het belangrijkst is, gaat het langst 
mee; en het gezin is eeuwig. Daarvan 
getuig ik, in de naam van Jezus 
Christus. Amen. ■ 



Een zendeling 
worden 



OUDERLING DAVID A. BEDNAR 

van het Quorum der Twaalf Apostelen 



U en ik moeten nu en altijd getuigen van Jezus Christus 
en de boodschap van de herstelling verkondigen. (...) 
Zendingswerk is een uiting van onze geestelijke 
identiteit en afstamming. 



Het evangelie verkondigen is geen 
activiteit waar we slechts periodiek en 
tijdelijk aan meedoen. En ons werk 
als zendeling is beslist niet beperkt tot 
de korte periode waarin wij ons in 
onze jeugd of op latere leeftijd vol- 
tijds aan het zendingswerk wijden. 
Integendeel: de verplichting om het 
herstelde evangelie van Jezus Christus 
te verkondigen is inherent aan de eed 
en het verbond van het priesterschap 
die wij aangaan. Het zendingswerk is 
vooral een priesterschapstaak en 
ieder van ons, priesterschapsdragers, 
is een bevoegde dienstknecht van de 
Heer op aarde en is altijd en overal 
een zendeling en zal dat altijd blijven. 
Onze identiteit als priesterschapsdra- 
gers en zaad van Abraham wordt in 
grote mate bepaald door de plicht om 
het evangelie te verkondigen. 

Mijn boodschap vanavond geldt 
voor ieder die uit hoofde van zijn 
priesterschap de plicht heeft om het 
evangelie te verkondigen. Maar mijn 
eigenlijke doel is om tijdens deze 
priesterschapsbijeenkomst openhartig 
te spreken tot de jongemannen van de 
kerk die zich voorbereiden op de roe- 
ping van voltijdzendeling. De beginse- 
len die ik met jullie wil bespreken, zijn 
zowel eenvoudig als van groot geeste- 
lijk belang, en ze zijn bedoeld om je 




Ieder die het heilig priesterschap 
draagt, heeft de heilige plicht om 
de volken en gezinnen op aarde 
tot zegen te zijn door ze het evangelie 
te verkondigen en allen uit te nodigen 
om door het juiste gezag de heilsver- 
ordeningen te ontvangen. Velen van 
ons hebben een voltijdzending ver- 
vuld, sommigen vervullen momenteel 
een voltijdzending, en wij allen doen 
ons hele leven dienst als zendeling. 
Wij zijn dagelijks een zendeling thuis, 
op school, op werk en in onze leef- 
omgeving. Wat onze leeftijd, ervaring 
of maatschappelijke positie ook is, we 
zijn allemaal zendeling. 



44 




tot overdenking, evaluatie en verbete- 
ring aan te zetten. Ik bid dat de 
Heilige Geest mij en jullie gezelschap 
zal houden terwijl we het over dit 
belangrijke onderwerp hebben. 

Een veel gestelde vraag 

Bij mijn samenkomsten met jonge 
leden van de kerk over de hele wereld 
vraag ik de aanwezigen vaak of ze vra- 
gen hebben. Een van de vragen die 
jongemannen mij het meest stellen, 
is: 'Wat kan ik het beste doen om mij 
voor te bereiden op een voltijdzen- 
ding?' Zo'n oprechte vraag verdient 
een serieus antwoord. 

Beste jonge broeders, het allerbe- 
langrijkste wat je kunt doen om je 
voor te bereiden op een zendings- 
oproep is lang voordat je op zending 
gaat al een zendeling te worden. Let 
op: ik zei met nadruk een zendeling 
worden in plaats van op zending 
gaan. Dat zal ik even uitleggen. 

In ons gebruikelijke kerkjargon 
hebben we het vaak over naar de kerk 
gaan, naar de tempel gaan en op 
zending gaan. Maar ik stel dat onze 
nogal routinematige nadruk op het 
woord gaan ertoe leidt dat we het 
belangrijkste over het hoofd zien. 

Het draait er niet om dat we naar 
de kerk gaan. Nee, het gaat erom dat 
we bij onze kerkgang aanbidden en 



onze verbonden hernieuwen. Het 
draait er niet om dat we naar de tem- 
pel gaan. Nee, het gaat erom dat we 
de geest, de verbonden en verorde- 
ningen van het huis des Heren in ons 
hart hebben. Het draait er niet om dat 
we op zending gaan. Nee, het gaat 
erom dat we een zendeling worden 
en ons hele leven lang met heel ons 
hart, macht, verstand en sterkte die- 
nen. Een jonge man kan op zending 
gaan zonder een zendeling te wor- 
den, en dat is niet wat de Heer vraagt 
of wat de kerk nodig heeft. 

Het is mijn oprechte hoop dat 
ieder van jullie, jonge mannen, niet 
alleen op zending gaat, maar dat je al 
lang voor het indienen van je zen- 
dingsaanvraag een zendeling wordt — 
lang voordat je een zendingsoproep 
krijgt, lang voordat je door je ring- 
president wordt aangesteld en lang 
voordat je naar het opleidingscen- 
trum voor zendelingen gaat. 

Het beginsel wording 

Ouderling Dallin H. Oaks heeft ons 
prima geleerd hoe moeilijk het is iets 
te worden in plaats van alleen maar 
te doen wat er verwacht wordt of 
bepaalde handelingen te verrichten: 

'De apostel Paulus heeft gezegd dat 
de Heer ons zijn leringen en leraars 
heeft gegeven opdat wij allen "de 



maat van de wasdom der volheid van 
Christus" (Efeziërs 4:13) mogen berei- 
ken. Dat vereist veel meer dan kennis 
verkrijgen. Het is zelfs niet genoeg om 
een overtuiging van het evangelie te 
hebben. We moeten zó handelen en 
denken dat het ons tot bekering 
brengt. In tegenstelling tot de organi- 
saties in de wereld die ons leren dat 
wij iets moeten weten, spoort het 
evangelie van Jezus Christus ons aan 
om iets te worden. (...) 

'Niemand kan zich veroorloven zijn 
taken plichtmatig af te werken. De 
geboden, verordeningen en verbon- 
den van het evangelie zijn geen stortin- 
gen op een bankrekening in de hemel. 
Het evangelie van Jezus Christus is een 
plan dat ons leert hoe we kunnen wor- 
den wat onze hemelse Vader van ons 
verwacht.' ('Opdracht tot wording', 
Liahona, januari 2001, p. 40.) 

Broeders, de opdracht tot wording 
is precies en perfect van toepassing 
op de voorbereiding op een zending. 
Natuurlijk hoefje om een zendeling 
te worden niet elke dag met een wit 
overhemd en een stropdas aan naar 
school en hoefje je ook niet aan de 
zendingsregels voor het naar bed 
gaan en opstaan te houden, hoewel 
de meeste ouders daar beslist voor- 
stander van zouden zijn. Maar je kunt 
toenemen in je verlangen om God te 



LIAHONA NOVEMBER 2005 



45 




dienen (zie LV4:3) en je kunt beginnen 
te denken zoals zendelingen denken, 
te lezen wat zendelingen lezen, te bid- 
den zoals zendelingen bidden en te 
voelen wat zendelingen voelen. Je 
kunt de wereldse invloeden vermij- 
den die de Heilige Geest doen terug- 
trekken en je kunt toenemen in je 
vertrouwen om geestelijke ingevingen 
te herkennen en erop in te spelen. 
Regel op regel en voorschrift op voor- 
schrift, hier een beetje en daar een 
beetje, kun je geleidelijk de zendeling 
worden die je wilt zijn, en de zende- 
ling die de Heiland wil dat je bent. 
Je wordt niet plotseling omgeto- 
verd tot een goed voorbereide en 
gehoorzame zendeling op de dag dat 
je het opleidingscentrum voor zende- 
lingen betreedt. Wat je in de dagen en 
maanden en jaren voorafgaand aan je 
zending bent geworden, is wat je in 



het opleidingscentrum bent. In feite 
is de aard van de overgang die je mee- 
maakt in het centrum een goede indi- 
catie van de vorderingen die je hebt 
gemaakt in je wording van zendeling. 

Als je naar het opleidingscentrum 
gaat, mis je natuurlijk je familie. En 
veel aspecten van je dagschema zijn 
nieuw en moeilijk aan te wennen. 
Maar een jonge man die al goed op 
weg is om een zendeling te worden, 
vindt de aanpassing aan het strenge 
regime en de levenswijze van een zen- 
deling niet overweldigend, lastig of 
beperkend. En dus is een zendeling 
worden voordat je op zending gaat 
een belangrijk element van het hoger 
leggen van de lat. 

Vaders, begrijpt u hoe ü uw zoon 
kunt helpen om een zendeling te 
worden voordat hij op zending gaat? 
Uw vrouw en u zijn essentieel in het 



proces om van hem een zendeling te 
maken. Leidinggevenden in priester- 
schap en hulporganisaties, ziet u in 
welke taak u hebt om de ouders hier- 
bij te assisteren en elke jonge man te 
helpen om een zendeling te worden 
voordat hij op zending gaat? De lat is 
hoger gelegd, óók voor ouders en alle 
andere leden van de kerk. Als u onder 
gebed nadenkt over het beginsel wor- 
ding, kunt u makkelijker inspiratie 
ontvangen die afgestemd is op de 
behoeften van uw zoon of de jonge 
man over wie u gaat. 

De voorbereiding waar ik het over 
heb, is niet alleen gericht op het zen- 
dingswerk dat je als jonge man van 
19, 20 of 21 jaar doet. Broeders, je 
bereidt je voor op een leven van zen- 
dingswerk. Als priesterschapsdrager 
zijn wij altijd zendeling. Als je echt 
vooruitgang maakt en een zendeling 
begint te worden, nog voordat je op 
zending gaat en in het zendingsveld 
arriveert, dan verlaat je bij je eervolle 
ontheffing als voltijdzending je werk- 
gebied en keer je terug naar je 
familie. Maar je houdt nooit op zen- 
dingswerk te doen. Een priester- 
schapsdrager is overal en altijd een 
zendeling. Een zendeling is wie en 
wat wij als priesterschapsdragers en 
nakomelingen van Abraham zijn. 

De nakomelingen van Abraham 

De erfgenamen van alle beloften 
van God aan Abraham en de verbon- 
den die Hij met hem sloot worden 
de nakomelingen van Abraham 
genoemd. (Zie Bible Dictionary, 'Seed 
of Abraham', p. 771.) Die zegeningen 
krijgen we uitsluitend door gehoor- 
zaamheid aan de wetten en verorde- 
ningen van het evangelie van Jezus 
Christus. Broeders, het proces van 
een zendeling worden houdt recht- 
streeks verband met inzien wie wij 
zijn als nakomeling van Abraham. 

Abraham was een groot profeet die 
naar rechtschapenheid streefde en 
die alle geboden gehoorzaamde die 
hij van God kreeg, zelfs het gebod om 



46 



zijn dierbare zoon, Isaak, te offeren. 
Vanwege zijn standvastigheid en 
gehoorzaamheid wordt Abraham vaak 
de vader der getrouwen genoemd. 
En onze hemelse Vader sloot een ver- 
bond met Abraham en zijn nageslacht 
en beloofde hun grote zegeningen. 

'Omdat gij dit gedaan hebt, en uw 
zoon, uw enige, Mij niet onthouden 
hebt, zal Ik u rijkelijk zegenen, en uw 
nageslacht zeer talrijk maken, als de 
sterren des hemels en als het zand 
aan de oever der zee, en uw nage- 
slacht zal de poort zijner vijanden in 
bezit nemen. 

'En met uw nageslacht zullen alle 
volken der aarde gezegend worden, 
omdat gij naar mijn stem gehoord 
hebt' (Genesis 22:16-18). 

Zo werd Abraham een groot nage- 
slacht beloofd, maar ook dat de vol- 
ken der aarde door dat nageslacht 
gezegend zouden worden. 

Hoe zijn de volken van de aarde 
gezegend door het nageslacht van 
Abraham? Het antwoord op deze 
belangrijke vraag staat in het boek 
Abraham: 

'En Ik zal van u [Abraham] een 
grote natie maken en Ik zal u boven- 
matig zegenen en uw naam grootma- 
ken onder alle natiën en gij zult een 
zegen zijn voor uw nakomelingen na 
u, zodat zij deze bediening en dit 
priesterschap in hun handen naar alle 
natiën zullen brengen; en Ik zal hen 
zegenen door uw naam; want allen die 
dit evangelie aanvaarden, zullen naar 
uw naam worden genoemd en zullen 
tot uw nakomelingen worden gere- 
kend en zullen zich verheffen en u als 
hun vader prijzen' (Abraham 2:9-10). 

Uit deze verzen vernemen we dat 
Abrahams getrouwe erfgenamen de 
zegeningen van het evangelie van 
Jezus Christus en het gezag van het 
priesterschap zouden krijgen. En dus 
slaat de zinsnede 'zodat zij deze 
bediening en dit priesterschap in hun 
handen naar alle natiën zullen bren- 
gen' op de plicht om het evangelie 
van Jezus Christus te verkondigen en 




allen uit te nodigen om de heilsveror- 
deningen te ontvangen door het 
juiste gezag. Ja, er rust een zware taak 
op de nakomelingen van Abraham in 
deze laatste dagen. 

Wat betekenen die beloften en 
zegeningen voor ons in deze tijd? Elke 
man en jongen in mijn gehoor van- 
avond, of hij nu letterlijk van hem 
afstamt of geadopteerd is, heeft als 
erfgenaam recht op de beloften die 
God Abraham heeft gedaan. Wij zijn 
nakomelingen van Abraham. Een van 
de voornaamste redenen dat wij een 
patriarchale zegen ontvangen, is dat 
wij beter beseffen wie wij zijn als 
nakomelingen van Abraham en om in 
te zien welke plicht wij hebben. 

Geliefde broeders, u en ik moeten 
nu en altijd alle volken in alle landen 
van de aarde tot zegen zijn. U en ik 
moeten nu en altijd getuigen van Jezus 
Christus en de boodschap van de her- 
stelling verkondigen. U en ik moeten 
nu en altijd allen uitnodigen om de 
heilsverordeningen te ontvangen. De 
verkondiging van het evangelie is geen 
deeltijdpriesterschapsplicht. Het is 
niet zomaar een activiteit waaraan 
we slechts even hoeven deelnemen 
of een taak die wij als lid van De Kerk 
van Jezus Christus van de Heiligen 
der Laatste Dagen even moeten uit- 
voeren. Nee, zendingswerk is een 
uiting van onze geestelijke identiteit 



en afstamming. Wij zijn in het voorster- 
felijk bestaan geordend en zijn in dit 
sterfelijk leven geboren om het ver- 
bond tussen de Heer en Abraham en 
Gods belofte aan hem te vervullen. 
Wij zijn nu op aarde om het priester- 
schap groot te maken en het evangelie 
te verkondigen. Dat is wie wij zijn 
en waarom we hier zijn — nu en 
voor altijd. 

Je kunt genieten van muziek, sport 
of technische bezigheden, en je kunt 
ooit carrière maken in een ambacht, 
in de kunsten of in een ander beroep. 
Maar hoe belangrijk die activiteiten en 
bezigheden ook zijn, ze geven niet 
aan wie jij bent. Wij zijn vooral geeste- 
lijke wezens. Wij zijn zoons van God 
en nakomelingen van Abraham: 

'Want allen, die getrouw zijn, tot 
het verkrijgen van deze twee priester- 
schappen, waarvan Ik heb gesproken, 
en in het verheerlijken hunner roe- 
ping, worden door de Geest geheüigd 
ter vernieuwing hunner lichamen. 

'Zij worden de zonen van Mozes 
en van Aaron en het nageslacht van 
Abraham, en de kerk en het konink- 
rijk, en de uitverkorenen Gods' (IV 
84:33-34). 

Mijn dierbare jonge broeders, er is 
ons veel gegeven en er wordt veel van 
ons verwacht. Mogen jullie, jonge 
mannen, beter begrijpen wie je bent 
als nakomeling van Abraham en een 
zendeling worden lang voordat je op 
zending gaat. En mogen jullie na je 
terugkeer thuis en bij je familie altijd 
zendeling blijven. En mogen wij allen 
opstaan als mannen Gods en de vol- 
ken van de aarde tot zegen zijn met 
een groter getuigenis en grotere 
geestelijke kracht dan ooit tevoren. 

Ik geef u mijn getuigenis datjezus 
de Christus is, en onze Heiland en 
Verlosser. Ik weet dat Hij leeft! En ik 
getuig dat wij als dragers van het 
priesterschap zijn vertegenwoordigers 
zijn in het heerlijke werk van de ver- 
kondiging van zijn evangelie, nu en 
voor altijd. In de heilige naam van 
Jezus Christus. Amen. ■ 



LIAHONA NOVEMBER 2005 



47 



De zoektocht van 
de mens naar 
goddelijke 
waarheid 



OUDERLING CHARLES DIDIER 

Van het Presidium der Zeventig 



Als u volgens het patroon van de Heer naar 
goddelijke waarheid luistert en er acht op slaat, 
zult u een persoonlijk, geestelijk fundament kunnen 
bouwen en bepalen wat u wilt worden. 



wonen. Aan hen, aan u, priester- 
schapsdragers, en vooral aan jullie, 
jongemannen die zich op een zen- 
ding voorbereiden, wijd ik deze bood- 
schap. Zij gaat over de zoektocht van 
de mens naar goddelijke waarheid. 
Eenmaal gekend, moet die waarheid 
toegepast gaan worden in onze 
hedendaagse wereld, waarin gods- 
dienstige verwarring en moreel verval 
blijven toenemen. Dan wordt zij het 
geestelijk fundament waarop we vol- 
gens de beginselen van gerechtigheid 
kunnen gaan leven. De Heer heeft 
immers gezegd: 'In gerechtigheid zult 
gij worden gevestigd' (3 Nephi 22:14). 
Waar kan goddelijke waarheid dan 
gevonden worden? Zij bestaat daarin 
dat we 'de stem des Heren horen, de 
stem van zijn dienstknechten en acht 
slaan op de woorden van de profeten 
en apostelen.' (Zie LV 1:14.) Horen 
en er acht op slaan. Naar iets luiste- 
ren is vrij eenvoudig. Maar iets horen 
en dan gaan toepassen, dat is een 
levenslange uitdaging. 




Onder het talrijke publiek hier 
vanavond bevinden zich drie 
speciale genodigden, drie 
oude schoolvrienden van mij. Ze zijn 
helemaal uit mijn vaderland, België, 
hierheen gekomen om te vieren dat 
wij vijftig jaar geleden ons diploma 
van het voortgezet onderwijs hebben 
gehaald en om deze conferentie bij te 



Ten eerste moeten we de stem van 
de Heer horen. Communicatie van de 
Heer over goddelijke waarheid of 
geestelijke kennis vinden we terug in 
de Schriften. Men noemt dat openba- 
ring, wat letterlijk betekent: 'bekend- 
maken of onthullen'. (Bible Dictionary, 
'Revelation', p. 762.) Openbaring 
wordt gegeven om te 'weten hoe te 
aanbidden, en [te] weten wat u aan- 
bidt' (IV 93:19). Ouderling Neal A. 
Maxwell heeft gezegd: Alleen met 
openbaring kunnen we Gods werk 
overeenkomstig zijn wil en op zijn 
manier en tijd doen.' ('Openbaring', 
Eerste wereldwijde instructiebijeen- 
komst voor leidinggevenden, januari 
2003, p. 5.) 'Zonder openbaring zou 
alles onduidelijk, duister en verwar- 
rend zijn.' (Bible Dictionary, p. 762.) 

Ten tweede moeten we de stem van 
zijn dienstknechten horen. Openbaring 
of goddelijke waarheid wordt op ver- 
schillende manieren en momenten 
door de wil van de Heer aan zijn dienst- 
knechten gegeven, en is ook in de 
Schriften te vinden. 'Voorzeker, de 
Here Here doet geen ding, of Hij open- 
baart zijn raad aan zijn knechten, de 
profeten' (Amos 3:7). 

Ten derde moeten we acht slaan op 
de woorden van de profeten en 
apostelen. Acht slaan op iets betekent: 
speciaal aandacht aan iets besteden. 
Het betekent: luisteren naar hen die 
door God zijn geroepen om in deze 
tijd de bijzondere, levende getuigen 
van Jezus Christus te zijn. Het houdt 
in dat we hen in die rol erkennen en 
dat we gehoor geven aan hun uitnodi- 
ging om een persoonlijke, geestelijke 
bevestiging te krijgen dat hun leringen 
waar zijn en dat wij ons toewijden om 
daar gehoor aan te geven. 

Samengevat: de Heer heeft een 
bepaald patroon om goddelijke waar- 
heid aan zijn profeten mee te delen 
dat ons doorheen de moeilijkheden 
en het kwaad van het leven laveert en 
ons tot zegen is. Dat patroon is: 
luisteren en acht slaan. Willen wij de 
zegeningen van de Heer ontvangen, 



48 



dan is dat het patroon waarop wij ons 
geestelijk fundament moeten bou- 
wen. Daarom is het niet voldoende 
om de Schriften te bestuderen en zo 
de gedachten van de Heer te leren 
kennen. Er moet een geloofsdaad op 
volgen. Voordat we de zegeningen 
van de Heer kunnen ontvangen, 
moeten we de wil van de Heer aan- 
vaarden door zijn geboden te onder- 
houden. Als we vragen in geloof dat 
we zullen ontvangen, en we krijgen 
vervolgens een geestelijke bevesti- 
ging van dat proces, dan is dat het 
gebed van ons leven. 

Eigenlijk kunnen we die communi- 
catie of het luisteren naar goddelijke 
waarheid in drie woorden samenvat- 
ten: openbaring, geboden, zegenin- 
gen. Maar het is wel een levenslange 
opdracht om eerst te luisteren naar de 
stem van de Heer en zijn dienstknech- 
ten en er dan acht op te slaan. 
Waarom? 'Want de natuurlijke mens is 
een vijand van God, (...) en zal dat 
voor eeuwig en altijd zijn, tenzij hij 
zich overgeeft aan de ingevingen van 
de Heilige Geest' (Mosiah 3:19). 
Geestelijke voorbereiding is een voor- 
waarde om een persoonlijke, geeste- 
lijke indruk te kunnen ontvangen. In 
de rest van het vers staat dat we een 
'heilige' moeten worden 'door de ver- 
zoening van Christus, de Heer', en we 
moeten 'als een kind' worden: 'onder- 
worpen, zachtmoedig, ootmoedig, 
geduldig, vol liefde, gewillig [ons] te 
onderwerpen' aan de wil van de Heer, 
wat betekent dat we zijn geboden 
onderhouden. Dan zegt de Heer: 
'Wanneer wij enige zegening (. . .) ont- 
vangen, is het door gehoorzaamheid 
aan die wet waarop zij is gegrond' 
(IV 130:21). 

Laten we dit patroon even uitdie- 
pen aan de hand van een recent voor- 
beeld van luisteren naar en acht slaan 
op de woorden van de profeten en 
apostelen van deze tijd. Het Eerste 
Presidium heeft onlangs alle leden 
van de kerk aangespoord om vóór 
het eind van het jaar het Boek van 




Mormon, eveneens een testament 
aangaande Jezus Christus, uit te lezen. 
Bij die opdracht hoorde de volgende 
belofte: 'Wie het Boek van Mormon 
leest zal meer de Geest des Heren 
gaan ervaren, de geboden stipter wil- 
len naleven en een groter getuigenis 
krijgen dat de Zoon van God werke- 
lijk leeft.' (Brief van het Eerste 
Presidium, 25 juli 2005.) 

Waarom zouden we een sterker 
getuigenis nodig hebben dat de Zoon 
van God werkelijk leeft, zoals het Boek 
van Mormon aangeeft? Tegenwoordig 
is er in de christelijke wereld veel ver- 
warring over de leer van Christus, niet 
alleen over zijn goddelijke aard, maar 
zelfs over zijn verzoening en opstan- 
ding, zijn evangelie en vooral de gebo- 
den die daarbij horen. Het gevolg is 
een geloof in de mens Christus, in 
een populaire Christus, of in een 



stille, gekruisigde Christus. Verkeerde 
godsdienstige overtuigingen leiden tot 
verkeerd godsdienstig gedrag. 

Een persoonlijk, geestelijk funda- 
ment kan en moet gebaseerd zijn op 
een persoonlijke openbaring van de 
Heilige Geest over de levende Jezus 
Christus, de profeten en de Schriften 
waarin de openbaringen van de Heer 
staan. Dat Christus leeft wordt gekop- 
peld aan de herstelling van zijn evan- 
gelie en de boodschap 'datjezus 
Christus de Heiland van de wereld is, 
dat Joseph Smith zijn openbaarder en 
profeet in deze laatste dagen is; en 
dat De Kerk van Jezus Christus van 
de Heiligen der Laatste Dagen het 
koninkrijk van de Heer is, wederom 
op aarde gevestigd ter voorbereiding 
op de wederkomst van de Messias' 
(Inleiding tot het Boek van Mormon). 

De geestelijke bevestiging hiervan 
door toedoen van de Heilige Geest 
wordt op de voorwaarden van de 
Heer gegeven aan eenieder die er in 
geloof om wil vragen en erop ver- 
trouwt dat hij of zij op die manier een 
antwoord kan ontvangen. Het begint 
met luisteren naar de stem van de 
Heer, zijn dienstknechten, zijn profe- 
ten en apostelen, en met acht slaan op 
hun woorden. Geestelijke kennis van 
de herstelling is een geloofskwestie. 

Ik ben een bekeerling en heb de 
volgende ervaring gehad die dat 
geestelijke proces illustreert. Toen de 
zendelingen bij ons aan de deur kwa- 
men, had ik het verlangen om naar 
de boodschap van de herstelling te 
luisteren. Mijn motivatie was echter 
vooral nieuwsgierigheid. Door naar 
de kerk te gaan, hoorde ik nog meer 
geestelijke kennis. Ik was wel geïnte- 
resseerd, maar ik miste het essentiële: 
acht slaan op de boodschap. Ik moest 
een persoonlijk, geestelijk fundament 
verkrijgen dat Christus werkelijk leeft 
en ook de bevestiging dat Joseph 
Smith de profeet van de herstelling 
was. Die bevestiging kreeg ik alleen 
toen ik acht op de boodschap ging 
slaan en mijn ontspruitende geloof in 



LIAHONA NOVEMBER 2005 



49 



het Boek van Mormon beproefde, dat 
het stoffelijke bewijs van hedendaagse 
openbaring is. 

Maar die kennis alleen was niet 
genoeg. Ik moest me voornemen om 
mijn geloof om te zetten in de zekere 
overtuiging dat het Boek van Mormon 
waar was en dat Joseph Smith een 
profeet was. Mijn geloof in Christus 
was nooit een punt van discussie 
geweest. Ik vertrouwde op de Heer en 
zijn beloften. Gemoedsrust en inner- 
lijke vrede waren het antwoord. Ik had 
geen vragen meer. Het geestelijke fun- 
dament was gelegd en werd gevolgd 
door een toezegging in mijn hart 
om het doopverbond te sluiten. 
Vervolgens kreeg ik de gave van de 
Heilige Geest om me te leiden en te 
helpen, zodat ik rechtschapen beslis- 
singen kon nemen en tot het einde 
kon volharden. Vanaf dat moment wist 
ik wat ik met mijn leven op aarde 
wilde doen. 

Beproef goddelijke openbaring. 
Hoor de stem van de Heer. Ze is echt, 
persoonlijk en waar. Verstandelijke 
redenering kan openbaring niet ver- 
vangen. Ik citeer president James E. 
Faust: 'Laat u door uw twijfels niet 
afscheiden van de goddelijke kennis- 
bron.' ('Heer, ik geloof, kom mijn 
ongeloof te hulp', Liahona, novem- 
ber 2003, p. 22.) 

Beproef en voel de krachtige uit- 
werking op uw gemoed van het woord 
Gods dat door zijn dienstknechten 
wordt gegeven. (Zie Alma 31:5). 

Beproef, vraag en ontvang in 
geloof, en sla daarna acht op de woor- 
den van de profeten en apostelen, 
dan zult u 'een kroon van eeuwig 
leven ontvangen' (LV 20:14). 

Bedenk tot slot dat als u volgens 
het patroon van de Heer naar godde- 
lijke waarheid luistert en er acht op 
slaat, u een persoonlijk, geestelijk 
fundament zult kunnen bouwen en 
bepalen wat u in dit leven en het 
hiernamaals wilt worden. 

In de naam van Jezus Christus. 
Amen. ■ 



De zegeningen 
van de algemene 
conferentie 



OUDERLING PAUL V. JOHNSON 

van de Zeventig 



Neem je nu voor om de algemene conferentie prioriteit 
te geven. Besluit om aandachtig te luisteren en de 
gegeven leringen te volgen. 



op mijn zoons en op miljoenen 
Aaronisch-priesterschapsdragersover 
de hele wereld hebben. 

Ik wil me vanavond tot de 
Aaronisch-priesterschapsdragers rich- 
ten. Wij leven in een geweldige, 
prachtige tijd. De volheid van het evan- 
gelie is hersteld en wordt over de hele 
aarde verspreid. De sleutels van het 
priesterschap bevinden zich op aarde 
en de heilsverordeningen zijn beschik- 
baar voor hen die daarvoor in aanmer- 
king komen. Er zijn miljoenen goede 
mensen op aarde, die ernaar steven 
om voor zichzelf, bij hun thuis en in de 
samenleving rechtschapen te leven. 

Maar deze prachtige tijd is ook vol 
gevaren. Je leeft in een moeilijke tijd 
vol verleidingen en gevaren. Daar zijn 
jullie inmiddels ook wel achtergeko- 
men. Misschien ken je iemand die 
beschadigd is omdat hij of zij aan een 
van die kwaden heeft toegegeven. 

Hoe kunnen jullie als Aaronisch- 
priesterschapsdragers veilig zijn in 
deze moeilijke tijd, zodat je volledig 
aan dit grote werk kunt deelnemen 
en ware vreugde in dit en in het 
komende leven kunt ontvangen? 

Het is goed om te weten dat de 




Het is een heilige verantwoorde- 
lijkheid om u tijdens deze 
algemene priesterschapsbij- 
eenkomst toe te spreken. Ik kijk er 
altijd naar uit om deze priesterschaps- 
bijeenkomsten met mijn zoons bij te 
wonen. Ik heb fijne herinneringen 
aan de momenten dat wij in het ring- 
gebouw zaten en naar de leringen van 
de algemene autoriteiten luisterden. 
Deze bijeenkomsten betekenden veel 
voor mij toen ik jong was en dat doen 
ze nog steeds. Ik weet dat ze invloed 



50 



Heer ons in tijden van kwaad en verlei- 
ding niet aan ons lot overlaat. Voor 
ieder van ons is meer dan voldoende 
leiding beschikbaar, als we maar bereid 
zijn om te luisteren. Jullie hebben de 
gave van de Heilige Geest ontvangen 
om je te leiden en te inspireren. Jullie 
hebben de Schriften, je ouders, kerk- 
leiders en leerkrachten. Jullie hebben 
ook de woorden van de profeten, zie- 
ners en openbaarders in deze tijd. Er is 
zoveel leiding beschikbaar dat je eigen- 
lijk geen grote fouten hoeft te begaan, 
tenzij je de leiding die je ontvangt 
bewust negeert. 

Vanavond wil ik me concentreren 
op een van die bronnen van leiding 
— de hedendaagse profeten, zieners 
en openbaarders, die we vandaag 
door handopsteking hebben onder- 
steund. Ik wil me graag concentreren 
op een van de belangrijkste manieren 
waarop we leiding van hen ontvan- 
gen: de algemene conferentie. 

De conferenties zijn al vanaf het 
begin van deze bedeling een onderdeel 
van de kerk. De eerste conferentie 
werd twee maanden na de organisatie 
van de kerk gehouden. We komen 
twee keer per jaar bij elkaar om van de 
algemene autoriteiten en algemene 
functionarissen van de kerk instructie 
te krijgen. Deze conferenties zijn op 
verschillende manieren verkrijgbaar — 
op papier en elektronisch. 

Mijn moeder hield van de algemene 
conferentie. Ze zette de radio en de 
televisie altijd zo hard aan dat je 
nergens een plek in het huis kon 
vinden waar je de conferentie niet kon 
horen. Ze wilde dat haar kinderen 
naar de toespraken luisterden en 
vroeg ons af en toe wat we ons kon- 
den herinneren. Soms ging ik tijdens 
een bijeenkomst op zaterdag met een 
van mijn broers naar buiten om te 
spelen. Dan namen we een radio mee 
omdat we wisten dat onze moeder 
later vragen zou stellen. We onderbra- 
ken ons spel af en toe om even te 
luisteren zodat we iets aan onze moe- 
der konden vertellen. Ik denk dat 




moeder maar al te goed begreep 
wat er aan de hand was toen we ons 
beiden van een bijeenkomst telkens 
precies hetzelfde herinnerden. 

Dat is niet de juiste manier om naar 
de conferentie te luisteren. Ik heb me 
daar sindsdien van bekeerd. Ik ben van 
de algemene conferenties gaan hou- 
den en ik weet zeker dat mijn moeders 
liefde voor de woorden van de heden- 
daagse profeten daartoe heeft bijge- 
dragen. Ik kan me nog herinneren dat 
ik in mijn studententijd een keer hele- 
maal alleen in een appartement naar 
de conferentie zat te luisteren. De 
Heilige Geest getuigde toen tot mij dat 
Harold B. Lee, de president van de 
kerk in die tijd, waarlijk een profeet 
van God was. Dat gebeurde voordat ik 
op zending ging, en ik was enthousiast 
om van een hedendaagse profeet te 
getuigen omdat ik zelf een getuigenis 
had ontvangen. Ik heb van alle profe- 



ten sinds die tijd hetzelfde getuigenis 
gekregen. 

Toen ik in het zendingsveld was, 
had de kerk geen satellietsysteem. In 
het land waar ik op zending was, 
waren geen uitzendingen van de alge- 
mene conferentie. Mijn moeder 
stuurde me geluidsbanden van de 
conferentie, waar ik keer op keer naar 
luisterde. Ik ging van de stemmen en 
de woorden van de profeten en 
apostelen houden. 

Onlangs las ik het dagboek van 
mijn overgrootvader, Nathaniel 
Hodges, die in 1883 werd geroepen 
om in Engeland op zending te gaan. 
Hij schreef dat hij naar Salt Lake City 
was gekomen om aangesteld te wor- 
den en de conferentie bij te wonen. 
Hij beschreef die conferentie als volgt: 
'De hele dag in de grote Tabernakel 
bijeenkomsten bijgewoond. Er wer- 
den uitstekende instructies gegeven. 



LIAHONA NOVEMBER 2005 



51 




Vooral de woorden van Joseph F. 
Smith, George Q. Cannon en presi- 
dent John Taylor waren indrukwek- 
kend. Ik heb van enkele oude mensen 
gehoord dat ze nog nooit zo'n 
krachtige en geestelijke conferentie 
hadden bijgewoond.' 1 

Ik denk dat de leden van de kerk 
soortgelijke gevoelens over iedere 
algemene conferentie hebben. 
Het lijkt wel of iedere conferentie 
krachtiger en geestelijker is dan 
de vorige. 

Als wij willen dat de boodschap- 
pen van de algemene conferentie 
ons leven veranderen, moeten we 
bereid zijn om gehoor te geven aan 
de raad die we horen. De Heer zegt 
in een openbaring aan de profeet 
Joseph Smith 'dat wanneer gij bijeen- 
vergaderd zijt, gij elkaar zult onder- 
richten en opbouwen, opdat gij zult 
weten hoe te (...) handelen ten aan- 
zien van de onderdelen van mijn wet 
en de geboden.' 2 Maar het is niet vol- 
doende om te weten 'hoe te hande- 
len'. In het volgende vers zegt de 
Heer: 'Gij zult u ertoe verbinden 
om in alle heiligheid voor mijn 



aangezicht te wandelen.' 3 Door 
deze bereidheid om te doen wat we 
geleerd hebben, zullen we geweldige 
zegeningen ontvangen. 

Een jaar geleden sprak president 
Hinckley tijdens de priesterschapsbij- 
eenkomst over de gevaren van porno- 
grafie. Ik denk dat ik nog nooit een 
directere profetische waarschuwing 
aan de priesterschapsdragers heb 
gehoord. De jonge broeders die zijn 
woorden hebben gehoord en toege- 
past, zijn bovenmatig gezegend en 
zullen nog meer gezegend worden. Je 
toekomstige gezin zal de grote zege- 
ningen van jouw gehoorzaamheid 
oogsten. Stel je eens voor wat voor 
invloed het op de wereld zou hebben 
als iedere priesterschapsdrager naar 
de profeet zou luisteren en pornogra- 
fie uit zijn leven zou bannen. 

Iedere keer dat we gehoorzaam zijn 
aan de woorden van de profeten en 
apostelen, oogsten we grote zegenin- 
gen. We krijgen meer zegeningen dan 
we op dat moment kunnen begrijpen; 
en lang na onze beslissing om gehoor- 
zaam te zijn, blijven we de zegeningen 
ontvangen. 



Op de dag dat de kerk werd geor- 
ganiseerd, kreeg Joseph Smith een 
openbaring met een belangrijk begin- 
sel voor alle leden van de kerk. De 
Heer zei het volgende over Joseph 
Smith tegen de leden van de kerk: 'Gij 
(...) zult acht slaan op al zijn woorden 
en geboden die hij u zal geven (...) 
want zijn woord zult gij aanvaarden, 
alsof uit mijn eigen mond (. . .).' 4 

Luister nu naar de beloofde zege- 
ningen: 'Want door die dingen te 
doen, zullen de poorten der hel u 
niet overweldigen; ja, en de Here God 
zal de machten van duisternis voor u 
uit verjagen, en de hemelen doen 
schudden voor uw welzijn.' 5 

Deze krachtige beloften kunnen 
ons in deze gevaarlijke tijd bescher- 
men. Wij hebben ze nodig en de Heer 
zal ze ons geven als wij de profeten, 
zieners en openbaarders volgen. 

Neem je nu voor om de algemene 
conferentie prioriteit te geven. Besluit 
om aandachtig te luisteren en de 
gegeven leringen te volgen. Luister 
naar of lees de toespraken meer dan 
eens, zodat je ze beter kunt begrijpen 
en toepassen. Als je dat doet, zullen 
de poorten der hel je niet overweldi- 
gen, zullen de machten van duisternis 
voor je verjaagd worden en zullen de 
hemelen voor jouw welzijn schudden. 

Ik weet dat onze hemelse Vader ons 
liefheeft en een volmaakt plan voor 
zijn kinderen heeft. Ik weet datjezus 
de Christus is, en dat Hij leeft. Ik getuig 
dat het evangelie van Jezus Christus op 
aarde is hersteld. Wij hebben ware pro- 
feten, zieners en openbaarders op 
aarde die 'woorden van eeuwig leven' 6 
spreken. Daarvan getuig ik, in de naam 
van Jezus Christus. Amen. ■ 

NOTEN 

1. 1. Journal of Nathaniel Morris Hodges, 
deel 1, 8 april 1883, archieven van de afde- 
ling kerkgeschiedenis, De Kerk van Jezus 
Christus van de Heiligen der Laatste Dagen, 
typoscript, pp. 1-2. 

2. LV43:8. 

3. LV43:9. 

4. LV 21:4-5. 

5. LV21:6. 

6. Johannes 6:68. 



52 



Geroepen en 
gekozen 

PRESIDENT JAMES E. FAUST 

Tweede raadgever in het Eerste Presidium 



Wie zo geroepen, gesteund en aangesteld zijn, 
hebben recht op onze steun. 




Dierbare broeders van de 
priesterschap, ik wil allereerst 
onze waardering uitspreken 
voor alles wat u doet om het werk van 
de Heer wereldwijd verder uit te brei- 
den. Ik wil het vanavond hebben over 
de gewijde ambten van de priester- 
schapsleiders die zijn 'geroepen en 
gekozen' 1 om de kerk in deze tijd te 
leiden. Dit jaar is om minstens twee 
redenen bijzonder: ten eerste vieren 
we de tweehonderdste geboortedag 
van de profeet in december, en ten 
tweede, vierde president Gordon B. 
Hinckley afgelopen juni zijn 95 ste ver- 
jaardag. Ik getuig dat de profeet 
Joseph Smith was geroepen en geko- 
zen als de eerste profeet van deze 



bedeling, en dat president Gordon B. 
Hinckley nu de profeet, ziener en 
openbaarder van deze kerk is. 

Toen Mike Wallace president 
Hinckley een paar jaar geleden inter- 
viewde voor het televisieprogramma 
60 Minutes zei hij: '[Sommige men- 
sen zullen zeggen] dat deze kerk door 
oude mannen gerund wordt.' Daarop 
antwoordde president Hinckley: 'Het 
is juist geruststellend dat er een erva- 
ren man aan het hoofd staat; iemand 
met inzicht die niet met elke leerstel- 
lige wind meewaait.' 2 Als dus iemand 
onder u vindt dat de huidige leiding 
te oud is om de kerk te leiden, kan 
president Hinckley u nog wel het een 
en ander vertellen over de wijsheid 
die met de jaren komt! 

Van de 102 apostelen in deze 
bedeling zijn er slechts dertien langer 
in functie geweest dan president 
Hinckley. Hij is langer werkzaam als 
apostel dan Brigham Young, presi- 
dent Hunter, president Lee, president 
Kimball en vele anderen. Zijn leider- 
schap werkt zeer inspirerend. Zelf 
heb ik soms weleens het gevoel dat 
ik op de rand van de eeuwigheid sta. 
Ik hoop dat u mij dat vergeeft. Ik ben 
nu 85 en de op twee na oudste van 
alle algemene autoriteiten die nu 
leven. Dat is geen verdienste van mij. 
Ik ben gewoon blijven leven. 

Ik ben van mening dat er in de 



geschiedenis van de kerk nog nooit 
zoveel eensgezindheid is geweest 
onder de broeders van het Eerste 
Presidium, het Quorum der Twaalf en 
de andere algemene autoriteiten van 
de kerk die geroepen en gekozen zijn 
en nu leiding aan de kerk geven. Daar 
is voldoende bewijs voor. De huidige 
leiding van Gods aardse koninkrijk 
heeft de inspiratie van de Heiland lan- 
ger dan enig andere groep genoten. 
Wij zijn de oudste groep die ooit de 
kerk heeft geleid. 

Ik ga nu bijna een halve eeuw om 
met een paar van die mannen en ik 
kan daardoor, denk ik, zonder enig 
voorbehoud zeggen dat die broeders 
zonder uitzondering goed, eerzaam 
en betrouwbaar zijn. Ik ken hun 
inborst. Zij zijn de dienstknechten van 
de Heer. Hun enige wens is hun ont- 
zagwekkende roeping groot te maken 
en het koninkrijk Gods op aarde op 
te bouwen. De algemene autoriteiten 
nu in functie zijn op de proef gesteld 
en loyaal gebleken. Sommigen zijn 
lichamelijk niet meer zo kwiek als 
vroeger, maar hun hart is heel zuiver, 
hun ervaring omvangrijk, hun ver- 
stand scherp en hun geestelijke wijs- 
heid zo diep dat het een genoegen is 
om in hun gezelschap te zijn. 

Ik wist niet wat me overkwam toen 
ik 33 jaar geleden als assistent van de 
Twaalf werd geroepen. Een paar 
dagen later gaf president Hugh B. 
Brown mij de raad om altijd in harmo- 
nie te blijven met de presiderende 
broeders. President Brown ging er 
verder niet op in. Hij zei alleen: 'Blijf 
de presiderende broeders trouw.' 
Volgens mij bedoelde hij daarmee dat 
ik de raad en leiding van de president 
van de kerk, het Eerste Presidium en 
het Quorum der Twaalf diende op te 
volgen. En dat was iets dat ik met 
mijn hele hart wilde doen. 

Anderen zijn het wellicht niet met 
die raad eens, maar ik geef u die toch 
in overweging. Ik ben tot de conclusie 
gekomen dat de goddelijke inspiratie 
die we krijgen grotendeels afhankelijk 



LIAHONA NOVEMBER 2005 



53 




Hef Eerste Presidium spreekt na afloop van een conferentiebijeenkomst met leden 
van het Quorum der Twaalf Apostelen. 



is van de mate waarin we in harmonie 
zijn met de president van de kerk, het 
Eerste Presidium en het Quorum der 
Twaalf — die allen zijn gesteund, zoals 
ook vandaag is gebeurd, als profeet, 
ziener en openbaarder. Ik zou niet 
weten hoe we ten volle in harmonie 
met de Geest van de Heer kunnen zijn 
als we niet in harmonie zijn met de 
president van de kerk en de andere 
profeten, zieners en openbaarders. 

Toen ik diaken was, nam mijn vader 
mij en mijn oudere broer mee naar de 
algemene priesterschapsbijeenkomst 
in de Tabernakel. Ik herinner me nog 
hoe bijzonder ik het vond om voor de 
eerste keer in de nabijheid van de pro- 
feet van God, president Heber J. Grant, 
en de andere profeten en apostelen te 
zijn. Ik luisterde aandachtig naar hun 
boodschap en nam hun woorden zeer 
serieus. Door de jaren heen zijn de 
onderwerpen van toen vele malen 
herhaald. Ik verwacht dat sommige 
onderwerpen ook in deze conferentie 
opnieuw worden behandeld. Ze zijn 
van wezenlijk belang voor ons eeuwig 
heil, en we hebben die herhaling 
nodig. 

Vanaf het begin van de wereld zijn 
er in de geschiedenis vele voorbeelden 
opgetekend van mensen die niet in 
harmonie met de profeten waren. In 
de beginperiode van deze bedeling 
zijn verschülenden uit de Twaalf, tot 
hun leedwezen, niet loyaal gebleven 
aan de profeet Joseph Smith. Lyman E. 
Johnson, lid van het oorspronkelijke 



Quorum der Twaalf, was een van hen. 
Hij werd geëxcommuniceerd wegens 
onrechtvaardig gedrag. Later zou hij 
zijn geestelijke ondergang betreuren. 
Hij heeft gezegd: 'Ik zou mijn rechter- 
hand willen geven als ik er weer in kon 
geloven. Toen was ik vol van vreugde 
en blijdschap. Mijn dromen waren aan- 
genaam. Als ik 's ochtends ontwaakte, 
was ik welgemoed. Ik was dag en 
nacht gelukkig, vol vrede en blijdschap 
en dankbetoon. Maar nu is er uiter- 
mate veel duisternis, pijn, verdriet en 
ellende. Ik heb sindsdien geen geluk- 
kig moment meer gehad.' 3 Hij is in 
1856 op 45-jarige leeftijd om het leven 
gekomen bij een sleeongeluk. 

Ook Luke S. Johnson was in 1835 in 
het oorspronkelijke Quorum der 
Twaalf geroepen. In 1837 zorgden 
financiële speculaties ervoor dat hij 
geestelijk verzwakte. Toen hij er jaren 
later op terugkeek, zei hij: 'Ik werd 
het duister ingezogen en ik was op 
mijzelf aangewezen. Ik verloor de 
Geest Gods en veronachtzaamde mijn 
plicht; het gevolg was dat ik op 3 sep- 
tember 1837 in een conferentie te 
Kirtland (...) van de kerk werd afge- 
sneden.' In december 1837 sprak hij 
zich publiekelijk tegen de kerk uit, 
waarna hij in 1838 wegens afvalligheid 
werd geëxcommuniceerd. Hij had 
acht jaar lang een dokterspraktijk in 
Kirtland. In 1846 keerde hij met zijn 
gezin terug in de schoot van de kerk. 
Hij zei toen: 'Ik heb aan de kant van 
de weg gestaan en het werk van de 



Heer op afstand gadegeslagen. Maar 
mijn hart is bij dit volk. Ik wil weer ver- 
enigd worden met de heiligen; met 
hen de wildernis intrekken en tot het 
einde toe in hun gezelschap blijven.' 
Hij liet zich in maart 1846 herdopen 
en is in 1847 met de eerste groep pio- 
niers naar het westen getrokken. Hij is 
in 1861 op 54-jarige leeftijd in Sak 
Lake City als trouw lid gestorven. 4 

Mijn raad aan de leden van de kerk 
is om de president van de kerk, het 
Eerste Presidium, het Quorum der 
Twaalf en de andere algemene auto- 
riteiten met hun hele hart en ziel te 
steunen. Als ze dat doen, bevinden ze 
zich in een veilige haven. 

President Brigham Young herin- 
nerde zich dat hij de profeet Joseph 
Smith vaak had horen zeggen dat het 
zaak was dat hij 'voortdurend bad, 
geloof oefende, zijn godsdienst 
naleefde en zijn roeping grootmaakte 
om de manifestaties van de Heer te 
ontvangen en standvastig in het geloof 
te blijven." 5 Iedereen zal te maken krij- 
gen met de beproeving van ons geloof. 
Die beproeving kan op verschillende 
manieren komen. Misschien bent u 
het niet altijd eens met de raad die de 
kerkleiders u geven. Ze zijn niet uit 
op populariteit. Ze proberen ons te 
behoeden voor de rampspoed en 
teleurstellingen die het gevolg zijn van 
ongehoorzaamheid aan Gods wetten. 

Tevens dienen wij onze plaatselijke 
leiders te steunen, omdat ook zij zijn 
'geroepen en gekozen'. Ieder lid van 
deze kerk kan raad krijgen van een 
bisschop of gemeentepresident, een 
ring- of zendingspresident, en de pre- 
sident van de kerk en zijn medewer- 
kers. Geen van deze broeders hebben 
om hun roeping gevraagd. Geen van 
hen is volmaakt. Toch zijn het dienst- 
knechten van de Heer, door Hem 
geroepen bij monde van hen die 
recht hebben op inspiratie. Wie zo 
geroepen, gesteund en aangesteld 
zijn, hebben recht op onze steun. 

Ik heb bewondering en respect 
voor elke bisschop die ik ooit heb 



54 



gehad. Ik heb altijd geprobeerd geen 
vraagtekens te plaatsen bij hun raad- 
gevingen, maar die op te volgen. Als 
gevolg daarvan heb ik mij altijd 
beschermd gevoeld tegen 'het valse 
spel der mensen, in hun sluwheid'. 6 
Dat was omdat ieder van die geroepen 
en gekozen leiders uit hoofde van hun 
roeping recht hadden op goddelijke 
openbaring. Gebrek aan respect voor 
kerkelijke leiders heeft bij velen geleid 
tot hun geestelijke verzwakking en 
ondergang. We dienen elke veronder- 
stelde zwakheid, fout of tekortkoming 
in de mannen die ons presideren over 
het hoofd te zien en het ambt dat zij 
dragen te eerbiedigen. 

Er is een tijd geweest, alweer wat 
jaren geleden, dat wijken door middel 
van evenementen geld inzamelden 
om wijkuitgaven en activiteiten te 
bekostigen die nu worden gedekt 
door de unittoelage die de kerk ver- 
strekt. We hadden bazaars, brade- 
rieën, diners en andere dergelijke 
activiteiten. In die tijd had mijn wijk 
een bisschop die zich met hart en ziel 
inzette voor zijn roeping. 

Volgens een lid uit een naburige 
wijk was een smijtmachine de manier 
om veel geld binnen te halen. De deel- 
nemers konden tegen betaling probe- 
ren met een honkbal een mechanische 
arm in beweging te zetten. Als men de 
roos trof kantelde het stoeltje op de 
machine, waarna de persoon die erop 
zat in een grote bak met koud water 
plonsde. Onze wijk besloot deze 
machine in te zetten en iemand 
merkte op dat er meer mensen zou- 
den meedoen als de bisschop plaat- 
snam op het stoeltje. Onze bisschop 
was een sportieve kerel, en omdat hij 
verantwoordelijk was voor de geldinza- 
meling, was hij bereid op het stoeltje 
plaats te nemen. Al gauw begon men 
ballen te kopen en naar de schietschijf 
te gooien. Verschillende mensen 
wisten de roos te raken, en de bis- 
schop kreeg een nat pak. Dat ging zo 
een halfuurtje door en hij begon te 
bibberen van de kou. 








Hoewel sommigen vonden dat dit 
heel leuk was, vond mijn vader het 
maar niks dat het ambt van bisschop 
zo te grabbel was gegooid en voor- 
werp was van spot of zelfs minachting. 
Zelfs al was het ingezamelde geld 
bestemd voor een goede zaak, weet ik 
nog goed dat ik mij ervoor schaamde 
dat sommige mensen niet meer res- 
pect toonden voor zowel het ambt als 
de man die dag en nacht voor hen 
klaarstond, zoals het een goede herder 
betaamt. Als dragers van het priester- 
schap van God dienen wij in ons gezin, 
aan onze vrienden en onze collega's 
het goede voorbeeld te geven en de 
leiding van de kerk te steunen. 

De heüige Schriften, maar ook de 
plaatselijke en algemene autoriteiten 
van de kerk, voorzien de leden van de 
kerk van een vangnet van raad en lei- 
ding. Zo hebben de algemene auto- 
riteiten zo lang als ik leef vanaf dit en 
andere spreekgestoeltes erop aange- 
drongen naar ons inkomen te leven, 
geen schulden te maken, een appeltje 
voor de dorst te bewaren, want vroeg 
of laat krijgen we dorst. Ik heb tijden 
van grote economische moeilijkheden 
meegemaakt, zoals de crisisjaren en de 
Tweede Wereldoorlog. Wijs geworden 
door die ervaringen doe ik wat ik kan 
om mijzelf en mijn gezin te bescher- 
men tegen de gevolgen van dergelijke 
rampen. Ik ben de algemene autoritei- 
ten dankbaar voor hun wijze raad. 



De president van de kerk zal de 
leden van de kerk nooit op een 
dwaalspoor brengen. Dat zal nooit 
gebeuren. De raadgevers van presi- 
dent Hinckley steunen hem volledig, 
zo ook het Quorum der Twaalf 
Apostelen, de Quorums der Zeventig 
en de Presiderende Bisschap. 
Daardoor worden de presiderende 
raden van de kerk, zoals ik eerder 
heb gezegd, gekenmerkt door har- 
monie, door liefde voor onze presi- 
dent en voor elkaar. 

Het priesterschap is een schild. 
Het is een schild tegen het kwaad 
van de wereld. Dat schild moet 
schoon worden gehouden; anders 
zal onze visie op ons doel en de 
gevaren om ons heen beperkt zijn. 
Het schoonmaakmiddel is persoon- 
lijke rechtschapenheid, maar niet 
iedereen is bereid de prijs te vol- 
doen om hun schild schoon te hou- 
den. De Heer heeft gezegd: 'Want 
velen zijn geroepen, maar weinigen 
uitverkoren.' 7 We worden geroepen 
als men ons de handen oplegt en 
ons het priesterschap verleent, maar 
we worden pas uitverkoren als we 
God onze rechtschapenheid, onze 
getrouwheid en onze toewijding 
hebben getoond. 

Broeders, dit werk is waar. Joseph 
Smith heeft de Vader en de Zoon 
gezien. Hij heeft van Hen instructies 
gekregen en die opgevolgd. Dat was 
het begin van dit grote werk, waarvan 
de verantwoordelijkheid nu op onze 
schouders rust. Ik getuig plechtig dat 
het van goddelijke oorsprong is. In de 
naam van Jezus Christus. Amen. ■ 

NOTEN 

1. LV55:1. 

2. Discourses of President Gordon B. 
Hinckley, Volume 1: 1995-1999 (2005), 
p. 509. 

3- Geciteerd in Brigham Young, Deseret News, 
15 augustus 1877, p. 484. 

4. Zie Susan Easton Black, Who's Who in the 
Doctrine & Covenants (1997), 

pp. 156-157. 

5. Discourses of Brigham Young, onder redac- 
tie van John A. Widtsoe (1954), p. 469. 

6. Efeziërs 4:14. 

7. Matteüs 22:14. 



LIAHONA NOVEMBER 2005 



55 



Doe uw plicht; doe 
uw best 



PRESIDENT THOMAS S. MONSON 

Eerste raadgever in het Eerste Presidium. 



Het priesterschap is niet zozeer een gave als dat het een 
opdracht om te dienen is, een voorrecht om op te bouwen, 
een kans om anderen tot zegen te zijn. 




Priesterschapsdragers in het 
Conferentiecentrum of elders 
ter wereld, de verantwoorde- 
lijkheid om enkele woorden tot u te 
spreken stemt mij nederig. Ik bid dat 
de Geest van de Heer mij zal leiden. 
Ik ben mij bewust van het feit dat 
de aanwezigen vanavond uiteenlopen 
van de jongste diaken tot de oudste 
hogepriester. Voor eenieder zijn de 
herstelling van het Aaronisch priester- 
schap aan Joseph Smith en Oliver 
Cowdery door Johannes de Doper, en 
het Melchizedeks priesterschap aan 
Joseph Smith en Oliver Cowdery door 
Petrus, Jakobus en Johannes heüige 
en onschatbare gebeurtenissen. 



Beste diakenen, ik kan me nog 
herinneren dat ik tot diaken werd 
geordend. Onze bisschop legde veel 
nadruk op de heilige verantwoordelijk- 
heid om het avondmaal rond te 
dienen. Er werd nadruk gelegd op 
gepaste kleding, waardig gedrag en het 
belang van reinheid, 'zowel van binnen 
als van buiten'. Toen we leerden hoe 
we het avondmaal moesten ronddie- 
nen, werd ons verteld dat we een 
bepaalde broeder — Louis McDonald 
— die gedeeltelijk verlamd was, 
moesten helpen zodat ook hij van die 
heilige symbolen zou kunnen nemen. 

Ik herinner me nog goed dat ik de 
opdracht kreeg om het avondmaal te 
bedienen aan de rij mensen waarin 
broeder McDonald zat. Ik was bang en 
aarzelde toen ik die fijne broeder 
naderde, maar toen zag ik zijn glimlach 
en de dankbare uitdrukking op zijn 
gezicht waaruit bleek hoe graag hij aan 
het avondmaal wilde deelnemen. Met 
de schaal in mijn linkerhand pakte ik 
een stukje brood en duwde dat tegen 
zijn lippen. Later werd het water op 
dezelfde manier toegediend. Ik voelde 
mij op heilige grond. En dat was ook 
zo. Het voorrecht om broeder 
McDonald het avondmaal te bedienen 
maakte betere diakenen van ons. 

Twee maanden geleden, op zondag 
31 juli, woonde ik in Fort A. E Hill 



(Virginia) tijdens de National Scout 
Jamboree een avondmaalsdienst van 
onze kerk bij. Ik was gevraagd om 
daar de vijfduizend jongemannen van 
de kerk en hun leiders toe te spre- 
ken. Zij hadden de daaraan vooraf- 
gaande week deelgenomen aan de 
jamboree. Ze zaten eerbiedig in een 
openluchttheater, waar een indruk- 
wekkend koor van vierhonderd 
Aaronisch-priesterschapdragers het 
volgende zong: 

Een mor moonse jongen, een 

mormoonse jongen, 
Ik ben een mormoonse jongen. 
Een koning kan mij benijden, 
Want ik ben een mormoonse 

jongen. ' 

Het avondmaal werd gezegend, 
met 65 priesters achter de enorme 
avondmaalstafels die op verschillende 
plaatsen in het theater waren gezet. 
Zo'n 180 diakenen dienden vervol- 
gens het avondmaal rond. In onge- 
veer evenveel tijd als nodig is om het 
avondmaal in een grote wijk rond te 
dienen, werd aan deze grote groep 
het avondmaal bediend. Wat een 
indrukwekkend gezicht om die jonge 
Aaronisch-priesterschapsdragers die 
ochtend aan deze heilige verordening 
te zien deelnemen. 

Het is belangrijk dat iedere diaken 
een geestelijk besef ontwikkelt van de 
heilige aard van zijn ordening en roe- 
ping. Die les werd in een bepaalde 
wijk goed aangeleerd bij het inzame- 
len van de vastengaven. 

Op de vastendag werden de wijkle- 
den bezocht door diakenen en leraren 
zodat elk gezin een bijdrage kon doen. 
De diakenen waren een beetje onte- 
vreden omdat ze zo vroeg moesten 
opstaan om die taak te vervullen. 

De bisschap voelde zich geïnspi- 
reerd om met een bus vol diakenen 
en leraren naar Welfare Square in Salt 
Lake City te gaan. Daar zagen ze hoe 
arme kinderen nieuwe schoenen en 
andere kledingstukken kregen. Ze 



56 



zagen dat lege manden met levens- 
middelen werden gevuld. Er kwam 
geen geld aan te pas. Er werd maar 
één korte opmerking gemaakt: 
'Jongemannen, dit is wat er met het 
geld wordt gedaan dat jullie op de 
vastendag ophalen — voedsel, kle- 
ding en onderdak voor mensen die 
dat nodig hebben.' De jongens van de 
Aaronische priesterschap glimlachten 
breed, rechtten hun schouders en 
voerden hun taken bereidwilliger uit. 

Beste leraren en priesters, eenieder 
van jullie zou met een Melchizedeks- 
priesterschapsdrager op huisonderwijs 
moeten gaan. Wat een gelegenheid om 
je op een zending voor te bereiden. 
Wat een voorrecht om dat plichtsge- 
voel te kunnen ontwikkelen. Een jon- 
geman vergeet automatisch de zorg 
voor zichzelf als hij de opdracht krijgt 
om over anderen te 'waken'. 2 

President David O. McKay heeft 
gezegd: 'Huisonderwijs is een van 
onze dringendste en dankbaarste 
mogelijkheden om de kinderen van 
onze Vader te voeden, te inspireren, 
te adviseren en te leiden. (...) [Het] is 
een goddelijke taak, een goddelijke 
roeping. Als huisonderwijzers hebben 
we de taak om in elk gezin en elk hart 
de Geest van God te brengen.' 3 

Door het huisonderwijs worden 
veel gebeden beantwoord en worden 
wij in staat gesteld om hedendaagse 
wonderen te aanschouwen. 

Als ik aan huisonderwijs denk, word 
ik aan Johann Denndorfer, een man uit 
Debrecen (Hongarije) herinnerd. Hij 
was jaren eerder in Duitsland lid van 
de kerk geworden, en na de Tweede 
Wereldoorlog leefde hij praktisch als 
een gevangene in zijn geboorteland 
Hongarije. Hij verlangde ontzettend 
naar contact met de kerk. Toen kwa- 
men zijn huisonderwijzers op bezoek. 
Broeder Waker Krause en zijn collega 
gingen van het noordoostelijke 
gedeelte van Duitsland helemaal naar 
Hongarije om hun huisonderwijs 
te doen. Voordat ze hun huis in 
Duitsland achterlieten, zei broeder 




Krause tegen zijn collega: 'Kun je 
deze week met mij op huisonderwijs?' 

Zijn collega vroeg: 'Wanneer gaan 
we weg?' 

Broeder Krause antwoordde: 
'Morgen.' 

En toen kwam de vraag: 'Wanneer 
komen we weer terug?' 

Broeder Krause aarzelde niet en 
zei: 'Over een week ongeveer.' 

Toen vertrokken ze op pad om 
broeder Denndorfer en anderen te 
bezoeken. De laatste keer dat broeder 
Denndorfer huisonderwijzers zag, 
was vóór de oorlog. Toen hij de 
dienstknechten van de Heer zag, was 
hij sprakeloos. Hij gaf hen geen hand, 



maar ging naar zijn slaapkamer en 
haalde uit een geheime bergplaats 
zijn tiende tevoorschijn die hij al 
jarenlang had opgespaard. Hij gaf de 
tiende aan zijn huisonderwijzers en 
zei: 'Nu kan ik u de hand schudden.' 

Wat de priesters in het Aaronisch 
priesterschap betreft: jullie zijn in de 
gelegenheid om het avondmaal te 
zegenen, om huisonderwijs te blijven 
doen en om aan de heilige verorde- 
ning van de doop deel te nemen. 

55 jaar geleden kende ik een jon- 
geman — Robert Williams — die 
priester was in het Aaronisch priester- 
schap. Als bisschop was ik zijn quo- 
rumpresident. Die jongen, Robert, 



LIAHONA NOVEMBER 2005 



57 




stotterde zonder daar iets aan te kun- 
nen doen. Hij voelde zich niet op zijn 
gemak en was verlegen, bang voor 
zichzelf en alle anderen, en deze 
belemmering was vreselijk voor hem. 
Hij vervulde zelden een taak, keek 
nooit iemand recht in de ogen en 
staarde altijd naar beneden. Maar op 
een dag aanvaardde hij, door een 
samenloop van omstandigheden, 
de opdracht om iemand te dopen. 

Ik zat naast Robert in de doop- 
ruimte van de Tabernakel in Salt Lake 
City. Ik wist dat hij alle mogelijk hulp 
nodig had. Hij was in smetteloos wit 
gekleed, voorbereid op de verorde- 
ning die hij zou verrichten. Ik vroeg 
hem hoe hij zich voelde. Hij staarde 
naar de grond en stotterde vrijwel 
onbeheerst dat hij zich vreselijk 
voelde. 

Wij baden allebei vurig dat hij zijn 
taak aan zou kunnen. Toen zei de 
administrateur: 'NancyAnnMcArthur 
wordt nu gedoopt door Robert 
Williams, priester.' 

Robert stond op, stapte in de vont, 
nam de kleine Nancy bij de hand en 
hielp haar het water in dat een men- 
senleven reinigt en voor een geeste- 
lijke wedergeboorte zorgt. Hij sprak de 
woorden: 'Nancy Ann McArthur, door 
Jezus Christus gemachtigd doop ik u 
in de naam van de Vader, en van de 
Zoon, en van de Heüige Geest. Amen.' 

En hij doopte haar. Hij stotterde 



niet één keer! Hij haperde niet één 
keer! We hadden een hedendaags 
wonder gezien. Vervolgens verrichtte 
Robert de doopverordening op 
dezelfde wijze voor nog twee of drie 
andere kinderen. 

In de kleedkamer feliciteerde ik 
Robert maar al te graag. Ik verwachtte 
diezelfde ononderbroken woorden- 
vloed te horen. Ik had het mis. Hij 
keek naar de grond en stamelde een 
woord van dank. 

Ik getuig dat Robert, toen hij han- 
delde met het gezag van het Aaronisch 
priesterschap, met macht, met over- 
tuiging en met hemelse hulp sprak. 

Zo'n twee jaar geleden mocht ik 
tijdens de uitvaartdienst van Robert 
Williams spreken, om deze trouwe 
priesterschapsdrager eer te bewijzen. 
Hij had zijn hele leven zijn best 
gedaan om zijn priesterschap te eren. 

Nu kan het zijn dat enkele jonge- 
mannen hier vanavond verlegen van 
aard zijn of denken dat ze onbekwaam 
zijn om een roeping te aanvaarden. 
Bedenk dat dit werk niet enkel van 
jullie of van mij is. Wij kunnen omhoog 
kijken en hemelse hulp ontvangen. 

Net als enkelen van jullie weet ik 
hoe het voelt om als tiener teleurge- 
steld en vernederd te worden. Ik 
speelde softbal tijdens het basisonder- 
wijs en het voortgezet onderwijs. Er 
werden twee aanvoerders gekozen, en 
zij mochten om de beurt een speler 



voor hun team kiezen. Uiteraard wer- 
den de beste spelers eerst gekozen, 
dan de tweede en de derde. Zelfs om 
als vierde of vijfde gekozen worden 
was nog niet zo slecht; maar om als 
laatste gekozen te worden en ver weg 
in het achterveld te worden gezet, was 
gewoon afschuwelijk. Ik kan het 
weten. Ik heb het meegemaakt. 

Wat hoopte ik dat de bal nooit mijn 
kant op zou worden geslagen, want ik 
zou hem zeker laten vallen. Dan zou 
het andere team scoren en zou ik door 
mijn teamgenoten worden uitgelachen. 

Ik kan me nog als de dag van giste- 
ren herinneren toen dat alles in mijn 
leven veranderde. De wedstrijd begon 
zoals ik eerder heb beschreven: ik 
werd als laatste gekozen. Ik was 
teleurgesteld dat ik ver weg in het 
achterveld werd gezet en moest toe- 
kijken hoe het andere team de hon- 
ken bezette. Twee slagmannen 
werden uitgegooid. Plotseling raakte 
de volgende slagman de bal keihard. 
Ik hoorde hem zelfs zeggen: 'Dit 
wordt een homerun.' Dat was verne- 
derend om te horen aangezien de bal 
mijn kant op kwam. Was hij buiten 
mijn bereik? Ik rende naar de plek 
waar ik dacht dat hij zou neerkomen, 
sprak tijdens het rennen een stil 
gebed uit en strekte mijn handen uit. 
Tot mijn eigen verbazing ving ik de 
bal! Mijn team won de wedstrijd. 

Door die ene ervaring werd mijn 
zelfvertrouwen gesterkt, mijn verlan- 
gen om te oefenen aangewakkerd, en 
ontwikkelde ik mij van de laatst geko- 
zen speler tot iemand die een bij- 
drage aan het team kon leveren. 

Ook wij kunnen zo'n scheut zelf- 
vertrouwen krijgen. Wij kunnen trots 
zijn op onze prestatie. Een formule 
van drie woorden kan ons helpen: 
Geef nooit op. 

In het toneelstuk Shenandoah 
komen de volgende inspirerende 
woorden voor: Als we het niet probe- 
ren, dan doen we het ook niet; en als 
we het niet doen, waarom zijn we 
dan hier?' 



58 



Overal waar mensen hun priester- 
schapsroeping grootmaken, doen zich 
wonderen voor. Als geloof twijfel ver- 
vangt, als onzelfzuchtige dienstbaar- 
heid zelfzuchtig streven vervangt, 
worden Gods doeleinden door zijn 
macht tot stand gebracht. Het priester- 
schap is niet zozeer een gave als dat 
het een opdracht om te dienen is, een 
voorrecht om op te bouwen, een kans 
om anderen tot zegen te zijn. 

De roep om plichtsvervulling kan 
zachtjes tot ons komen terwijl wij, 
priesterschapsdragers, gehoor geven 
aan onze opdrachten. President 
George Albert Smith, die altijd beschei- 
den maar doelmatig was, heeft gezegd: 
'Het is allereerst uw plicht om te leren 
wat de Heer verwacht. Daarna maakt u 
door de macht en kracht van het heilig 
priesterschap uw roeping zo groot in 
het bijzijn van anderen dat de mensen 
u graag willen volgen.' 4 

En hoe maken we onze roeping 
groot? Gewoon, door het werk te ver- 
richten dat van ons wordt verlangd. 
Een ouderling maakt zijn roeping 
groot door te leren wat zijn taken zijn 
en die taken dan uit te voeren. En 
wat voor een ouderling geldt, geldt 
ook voor een diaken, een leraar, een 
priester, een bisschop en alle ande- 
ren die een ambt in het priesterschap 
dragen. 

Broeders, om anderen tot zegen te 
zijn, om mensen te leiden en om zie- 
len te redden moeten we iets doen — 
niet slechts dromen. Jakobus heeft 
gezegd: 'Weest daders des woords en 
niet alleen hoorders; dan zoudt gij 
uzelf misleiden.' 5 

Mogen allen die mijn stem horen 
zich opnieuw inspannen om zo voor 
de leiding van de Heer in aanmerking 
te komen. Er zijn veel mensen die om 
hulp smeken en bidden. Er zijn men- 
sen die ontmoedigd zijn en een hel- 
pende hand nodig hebben. 

Toen ik vele jaren geleden als bis- 
schop werkzaam was, presideerde ik 
een grote wijk met ruim duizend 
leden, waaronder 87 weduwen. Ik 




bezocht een keer met een van mijn 
raadgevers een weduwe met een 
gehandicapte volwassen dochter. 
Toen we haar appartement verlieten, 
stond er aan de andere kant van de 
hal een dame voor de deur van haar 
appartement die ons aansprak. Ze 
sprak met een buitenlands accent en 
vroeg of ik de bisschop was. Ik zei 
dat ik dat was. Ze zei dat het haar 
was opgevallen dat ik vaak andere 
mensen bezocht. Toen zei ze: 
'Niemand bezoekt ooit mij of mijn 
bedlegerige man. Hebt u tijd om 
even binnen te komen en ons te 
bezoeken, hoewel we geen lid van 
uw kerk zijn?' 

Toen we haar appartement binnen- 
kwamen, hoorden we dat zij en haar 
man op de radio naar het Tabernakel- 
koor luisterden. We spraken een tijdje 
met het echtpaar, waarna we de man 
een zegen gaven. 

Na dat eerste bezoek, ging ik zo 
vaak mogelijk bij hen langs. Het echt- 
paar kreeg uiteindelijk de lessen van 
de zendelingen, en de vrouw, Angela 
Anastor, liet zich dopen. Enige tijd 
later overleed haar man en ik had het 
voorrecht om tijdens zijn uitvaart- 
dienst te spreken. Zuster Anastor had 
veel kennis van de Griekse taal en 
heeft later de veelgebruikte brochure 
Joseph Smith vertelt zijn verhaal in 
het Grieks vertaald. 

Broeders, ik hou van dit motto: 



'Doe [uw] plicht; doe uw best; dan 
doet [de Heer] de rest!' 6 

Jongemannen, als jullie actief je 
taken in het Aaronisch priesterschap 
vervullen, zul je je voorbereiden om 
het Melchizedeks priesterschap te 
ontvangen, op zending te gaan en in 
de heilige tempel te trouwen. 

Jullie zullen je altijd de quorumad- 
viseurs en de andere leden van je 
quorum herinneren, waardoor je de 
volgende waarheid zult ervaren: 'God 
heeft ons herinneringengegeven 
opdat wij junirozen hebben in de 
decembermaand van ons leven.' 7 

Jonge Aaronisch-priesterschapsdra- 
gers, jullie toekomst lonkt; bereid je 
daar op voor. Moge onze hemelse 
Vader jullie altijd leiden als je dat 
doet. Moge Hij ons allemaal leiden in 
ons streven om ons priesterschap te 
eren en onze roeping groot te maken. 
Dat bid ik nederig in de naam van 
Jezus Christus. Amen. ■ 

NOTEN 

1. Evan Stephens, 'A Mormon Boy', Jack M. 
Lyon en anderen, red. In: Best-Loved 
Poems of the LDS People (1996), p. 296. 

2. Zie LV 20:53. 

3- Priesthood Home Teaching Handbook, 
herziene uitgave (1967), pp. II— III. 

4. Conference Report, april 1942, p. 14. 

5. Jakobus 1:22. 

6. Henry Wadsworth Longfellow, 'The Legend 
Beautiful'. In: The Complete Poetical Works 
of Longfellow (1893), p. 258. 

7. Vrije weergave van James Barrie. In: Peter's 
Quotations: Ideasfor Our Time, verzameld 
door Laurence J. Peter (1977), p. 335. 



LIAHONA NOVEMBER 2005 



59 



Indien gij 
voorbereid zijt, 
zult gij niet vrezen 



PRESIDENT GORDON B. HINCKLEY 



We dienen zo te leven dat we de Heer kunnen aanroepen 
voor bescherming en leiding. We kunnen niet verwachten 
dat we door Hem geholpen worden als we zijn geboden 
niet willen onderhouden. 



brengt. En daaruit volgt dat waar veel 
aan ons gegeven is, veel van ons wordt 
verwacht. (Zie Lucas 12:48; LV82:3.) 

Ik weet dat we niet volmaakt zijn. 
We kennen de volmaakte weg, maar 
we handelen niet altijd naar die ken- 
nis. Maar ik denk dat de meesten wel 
hun best doen. We proberen het 
soort mannen te zijn die onze Vader 
voor ogen heeft. Dat is een heel hoog 
doel en ik complimenteer allen die 
proberen dat te bereiken. Moge de 
Heer u zegenen in uw streven om in 
alle opzichten een voorbeeldig leven 
te leiden. 

Goed, zoals we allemaal weten 
heeft het zuiden van de Verenigde 
Staten onlangs veel te lijden gehad 
onder verschillende orkanen. Velen 
zijn alles kwijtgeraakt. De schade is 
gigantisch. Miljoenen mensen zijn het 
slachtoffer geworden. Velen leven in 
angst en maken zich grote zorgen. Er 
zijn mensen omgekomen. 

Maar er zijn ook veel hulpacties op 
gang gekomen. Velen hebben hun 
hart laten spreken. Velen hebben hun 
woning opengesteld. Criticasters pra- 
ten graag over het failliet van het 
christendom. Die moeten maar eens 




Geliefde priesterschapsdragers, 
waar u in de wereld ook verga- 
derd bent, wat bent u tot een 
reusachtige groep uitgegroeid, man- 
nen en jongens van elk ras en van 
elke affiniteit, u maakt allen deel uit 
van het gezin van God. 

Wat is zijn gave aan ons van grote 
waarde. Hij heeft ons een deel van zijn 
goddelijke gezag geschonken, het 
eeuwige priesterschap, de macht waar- 
mee Hij de onsterfelijkheid en het 
eeuwige leven van de mens tot stand 



goed kijken naar wat de kerken in 
deze situatie hebben gedaan. Mensen 
uit vele verschillende geloofsrichtin- 
gen hebben wonderen verricht. En 
onze kerk hoefde daarbij zeker niet 
onder te doen. Veel van onze mannen 
hebben grote afstanden afgelegd om 
gereedschappen, tenten en hoop te 
brengen. Veel priesterschapsdragers 
hebben duizenden manuren aan de 
wederopbouw gewijd. Het ging om 
groepen van drie- of vierduizend man 
tegelijk. Sommigen zijn hier vanavond. 
We kunnen hen niet genoeg danken. 
We zijn u zeer dankbaar, we houden 
van u en hebben voor u gebeden. 

Twee van onze gebiedszeventigers, 
broeder John Anderson, die in Florida 
woont, en broeder Stanley Ellis, 
woonachtig in Texas, hebben deze 
hulp grotendeels gecoördineerd. Maar 
zij zullen de eersten zijn om te zeggen 
dat de grote aantallen mannen en jon- 
gens die hulp hebben geboden alle 
eer toekomt. Velen droegen een shirt 
met daarop 'Behulpzame handen' 
gedrukt. Zij hebben een plekje in het 
hart van de slachtoffers veroverd. Hun 
hulp was niet alleen bestemd voor de 
leden van de kerk die in moeilijkhe- 
den waren, maar ook voor grote aan- 
tallen mensen van wie de religieuze 
achtergrond niet bekend was. 

Zij hebben het patroon van de 
Nephieten gevolgd dat in het boek 
Alma staat opgetekend: ' [Zij zonden] 
niemand weg die naakt was of die hon- 
ger had, of die dorst had, of die ziek 
was, of die niet was verzorgd; en zij 
zetten hun hart niet op rijkdom; 
daarom waren zij vrijgevig jegens allen, 
zowel jong als oud, zowel geknechten 
als vrijen, zowel man als vrouw, zij het 
buiten of binnen de kerk, zonder enig 
aanzien des persoons jegens hen die 
hulpbehoevend waren' (Alma 1:30). 

De vrouwen en meisjes in veel 
delen van de kerk hebben met een 
herculische krachtsinspanning tiendui- 
zenden hygiënepakketten samenge- 
steld. De kerk heeft voor apparatuur, 
voedsel, water en gerief gezorgd. 



60 



We hebben aanzienlijke bedragen 
overgemaakt naar het Rode Kruis en 
andere instanties. We hebben miljoe- 
nen geschonken uit de vastengaven 
en humanitaire fondsen. Ik wil daar- 
voor mijn oprechte dank uitspreken 
namens de mensen die u hulp hebt 
geboden en namens de kerk. 

Ik ontken nadrukkelijk, en ik wil op 
geen enkele wijze de indruk wekken, 
dat wat er is gebeurd een straf van de 
Heer is. Veel goede mensen, onder 
wie getrouwe heiligen der laatste 
dagen, bevinden zich onder de gedu- 
peerden. Dat gezegd hebbend, aarzel 
ik niet om te zeggen dat rampen en 
catastrofes deze oude wereld niet 
vreemd zijn. Wie onder u bekend zijn 
met en geloven in de Schriften zijn 
zich bewust van de waarschuwingen 
die profeten hebben laten klinken 
aangaande rampen die al zijn geschied 
en die nog in het verschiet liggen. 

Er was een grote overstroming toen 
de aarde werd bedekt door water, toen 
maar, zoals Petrus zegt, 'acht zielen (...) 
gered werden' (1 Petrus 3:20). 

Als iemand twijfelt aan de verschrik- 
kelijke rampen die het mensdom nog 
kunnen en zullen treffen, laat hem dan 
het 24 ste hoofdstuk van Matteüs lezen. 
Daar zegt de Heer onder andere: 'Ook 
zult gij horen van oorlogen en van 
geruchten van oorlogen. (...) 

'Want volk zal opstaan tegen volk, 
en koninkrijk tegen koninkrijk, en er 
zullen nu hier, dan daar, hongersno- 
den en aardbevingen zijn. 

'Doch dat alles is het begin der 
weeën. (...) 

'Wee de zwangeren en de zogen- 
den in die dagen. (...) 

'Want er zal dan een grote verdruk- 
king zijn, zoals er niet geweest is van 
het begin der wereld tot nu toe en 
ook nooit meer wezen zal. 

'En indien die dagen niet ingekort 
werden, zou geen vlees behouden 
worden; doch ter wille van de uitver- 
korenen zullen die dagen worden 
ingekort' (Matteüs 24:6-8, 19, 21-22). 

In het Boek van Mormon lezen we 




over onvoorstelbare vernietigingen 
op het westelijk halfrond ten tijde 
van Jezus' dood in Jeruzalem. Ik 
citeer weer: 

'En het geschiedde in het vieren- 
dertigste jaar, in de eerste maand, op 
de vierde dag van de maand, dat er 
een grote storm opstak, een storm 
zoals er nog nooit een was gekend in 
het gehele land. 

'En er was ook een grote en ver- 
schrikkelijke orkaan; en er was een 
verschrikkelijk donderen, waardoor 
de gehele aarde werd geschud alsof zij 
op het punt stond uiteen te splijten. 

'En er waren buitengewoon felle 
bliksemschichten zoals er nog nooit 
waren gekend in het gehele land. 

'En de stad Zarahemla vatte vlam. 

'En de stad Moroni zonk weg in de 
diepten der zee en haar inwoners 
verdronken. 

'En er werd aarde op de stad 
Moronihah gestort, zodat er in de 
plaats van de stad een grote berg 
ontstond. (...) 

'Het gehele oppervlak van het land 
werd veranderd ten gevolge van de 
orkaan en de wervelwinden en de 
donderslagen en de bliksemschichten 
en het buitengewoon hevige beven 
van de gehele aarde; 



'En de wegen werden opgebroken 
en de vlakke paden werden verwoest 
en vele effen plaatsen werden ruw. 

'En vele grote en aanzienlijke ste- 
den zonken weg en vele verbrandden, 
en vele beefden totdat hun gebouwen 
instortten en hun inwoners werden 
gedood en de plaatsen verwoest 
achterbleven' (3 Nephi 8:5-10, 12-14). 

Wat moet dat een afgrijselijke ramp 
zijn geweest. 

De pestepidemie, de zwarte dood, 
eiste in de I4 de eeuw miljoenen 
levens. Andere volksziektes, zoals 
pokken, hebben door de eeuwen 
heen onnoemelijk veel lijden veroor- 
zaakt en veel slachtoffers geëist. 

In het jaar 70 n.C. is de grote stad 
Pompeji vernietigd toen de Vesuvius 
uitbarstte. 

Chicago is verwoest door een ver- 
schrikkelijke brand. Vloedgolven heb- 
ben hele stukken van Hawaï onder 
water gezet. De aardbeving van 1906 in 
San Francisco eiste 3000 slachtoffers 
en verwoestte de stad. De orkaan die 
in 1900 het stadje Galveston in Texas 
trof eiste 8000 slachtoffers. En recente- 
lijker hebben we, zoals u weet, de vre- 
selijke tsunami in Zuidoost-Azië gehad, 
waar tienduizenden bij zijn omgeko- 
men en waar nog steeds hulp nodig is. 



LIAH0NA NOVEMBER 2005 



61 



Hoe ontzagwekkend zijn de woor- 
den van een openbaring in de 88 ste 
afdeling van de Leer en Verbonden 
aangaande de rampen die volgen op 
de getuigenissen van de ouderlingen. 
De Heer zegt daar: 

'Want na uw getuigenis komt het 
getuigenis van de aardbevingen, die 
gekreun in haar binnenste zullen ver- 
oorzaken, en de mensen zullen op de 
grond vallen en niet kunnen staan. 

'En eveneens komt het getuigenis 
van de stem der donderslagen, en de 
stem der bliksemschichten, en de 
stem der stormwinden, en de stem 
van de golven der zee, die zich buiten 
hun grenzen verheffen. 

'En alle dingen zullen in beroering 
zijn; en stellig zal het hart der men- 
sen het begeven, want alle mensen 
zullen door vrees bevangen worden' 
(LV 88:89-91). 

Het is interessant dat de omschrij- 
vingen van de tsunami en de recente 
orkanen doen denken aan wat er in 
deze openbaring staat: 'De stem van 
de golven der zee, die zich buiten 
hun grenzen verheffen.' 

De wreedheden die mensen elkaar 
in conflictsituaties aandoen, zowel in 
verleden als heden, brengen onbe- 
schrijfelijk leed. In de West-Soedanese 
regio Darfur hebben tienduizenden 
de dood gevonden en zijn ruim een 
miljoen mensen dakloos geworden. 

Wat we in het verleden hebben 
meegemaakt, was allemaal voorzegd, 
en het eind is nog niet in zicht. Net als 
er in het verleden rampen zijn geweest, 
kunnen we ze in de toekomst ver- 
wachten. Wat moeten we doen? 

Iemand heeft gezegd dat het niet 
regende toen Noach de ark aan het 
bouwen was. Maar hij bouwde hem 
wel. En daarna begon het te regenen. 

De Heer heeft gezegd: 'Indien gij 
voorbereid zijt, zult gij niet vrezen' 
(LV 38:30). 

De belangrijkste voorbereiding 
wordt ook in de Leer en Verbonden 
gesproken, waarin staat: 'Daarom, 
staat op heilige plaatsen en wordt 




niet aan het wankelen gebracht, 
totdat de dag des Heren komt' 
(LV87:8). 

We zingen het lied: 

Als deez' aarde kreunt en siddert, 
geef ons bange hart dan rust. 
Als uw oordeel spreidt verwoesting, 
berg ons dan op Zions kust. 
('Leid ons, o Gij goede Meester', 
lofzang 51.) 

We dienen zo te leven dat we de 
Heer kunnen aanroepen voor bescher- 
ming en leiding. Dat is de eerste prio- 
riteit. We kunnen niet verwachten dat 
we door Hem geholpen worden als we 
zijn geboden niet willen onderhouden. 
Wij in deze kerk hebben bewijzen 
genoeg van de straffen voor ongehoor- 
zaamheid in de voorbeelden van de 
Jareditische en Nephitische volken. Elk 
verviel na voorspoed tot verwoesting, 
omdat ze slecht werden. 

We weten uiteraard dat het regent 
over rechtvaardigen én onrechtvaardi- 
gen. (Zie Matteüs 5:45.) Maar hoewel 
zelfs de rechtvaardigen sterven, gaan 
ze niet verloren, maar worden gered 
door de verzoening van de Verlosser. 
Paulus heeft aan de Romeinen 
geschreven: 'Want als wij leven, het is 
voor de Here, en als wij sterven, het is 
voor de Here' (Romeinen 14:8). 



We kunnen waarschuwingen ter 
harte nemen. Het is bekend dat er 
vaak is gewaarschuwd voor de kwets- 
baarheid van New Orleans. Volgens 
seismologen ligt de Sak Lake Valley in 
een aardbevingszone. Dat is de belang- 
rijkste reden dat we de Tabernakel op 
Temple Square grondig laten renove- 
ren. Dit historische en opmerkelijke 
gebouw wordt aangepast zodat het 
een aardbeving kan weerstaan. 

We hebben graansilo's en voor- 
raadhuizen gebouwd en daar de eer- 
ste levensbehoeften in opgeslagen 
voor het geval er zich een ramp voor- 
doet. Maar het beste voorraadhuis 
is de voorraadkamer thuis. In een 
openbaring heeft de Heer gezegd: 
'Organiseert u; bereidt alle noodzake- 
lijke dingen voor' (LV 109:8). 

Ons volk heeft al driekwart eeuw 
de raad gekregen om dergelijke voor- 
bereidingen te treffen om een ramp 
te kunnen overleven. 

We kunnen wat water, basisvoed- 
sel, medicijnen en warme kleding 
opzijleggen. We behoren een beetje 
geld achter de hand te hebben als er 
zich een noodgeval voordoet. 

Wat ik heb gezegd moet geen 
stormloop op de supermarkt of iets 
van dien aard tot gevolg hebben. Ik 
zeg niets dat al niet heel lang verkon- 
digd is. 

Laten we nooit de droom van de 
farao uit het oog verliezen over de 
magere en de vette koeien, en de 
dunne en dikke aren; waarvan de 
betekenis naar interpretatie van Jozef 
jaren van overvloed en jaren van 
schaarste was. (Zie Genesis 41:1-36.) 

Ik heb het geloof, broeders, dat de 
Heer ons zal zegenen, over ons zal 
waken en ons terzijde zal staan als we 
gehoorzaam zijn aan zijn licht, zijn 
evangelie en zijn geboden. Hij is onze 
Vader en onze God, en wij zijn zijn 
kinderen, en we moeten zijn liefde en 
zorg in elk opzicht waard zijn. Dat we 
dat zullen doen, is mijn nederig 
gebed in de naam van Jezus Christus. 
Amen. ■ 



62 




Of ze nou per bus arriveren of te voet voor 
de priesterschapsbijeenkomst, of als gezin, 
de heiligen der laatste dagen in Samoa 
volgen de algemene conferentie samen. 
Ruim dertig procent van de inwoners van 
Samoa is lid van de kerk. 








^ 












■ • 


JHr^ tÏ 7 \ 


i^N. "É • fVQJP^ '' i 


1 .■/ 


■ P" - i 


*r U0*ft 


^■■i 




W ■' "W *" vT^^BI 








r 



:-dÖ*"X' 



■v 



Boven: een ring in Rio de Janeiro steunt de 
kerkleiders in de zaterdagmiddag- 
bijeenkomst. Rechts: de voltijdzendelingen 
in Brazilië tonen het Boek van /Hormon, 
hef onderwerp van verschillende 
conferentietoespraken. 









i 



l 



LIAHONA NOVEMBER 2005 



63 




^fiö* 







V 




CSE^DE 






linksboven: priesterschapsdragers in 
Mexico-Stad zijn in afwachting van de 
uitzending van de algemene conferentie. 
Boven: leden in Mexico luisteren in het 
Spaans naar de bijeenkomsten en kijken 
in hun kerkgebouw op een groot scherm 
naar de sprekers. 

Links: in Peru arriveren twee jongeman- 
nen in de stad Chosica vroeg bij het 
kerkgebouw, omdat ze niets willen 
missen van de conferentietoespraken. 

Linksonder: de familie Johansson uit 
Troy (Michigan) steunt de kerkleiders 
terwijl zij de uitzending thuis bekijken. 

Onder: twee leden in Frankrijk groeten 
elkaar met een kus op de wang. 




66 



ZONDAGMORGENBIJEENKOMST 

2 oktober 2005 



Het voorbeeld van 
de profeet 
Joseph Smith 



PRESIDENT THOMAS S. MONSON 

Eerste raadgever in het Eerste Presidium 



Mogen wij in ons eigen leven de goddelijke beginselen 
toepassen die hij ons zo prachtig leerde door zijn 
voorbeeld, zodat wij zelf beter het evangelie van Jezus 
Christus na mogen leven. 



uitwerking hij op de wereld zou heb- 
ben. Er was een uitverkoren geest in 
een aardse tabernakel komen wonen. 
Hij heeft ons leven beïnvloed en ons 
door zijn eigen voorbeeld belangrijke 
lessen geleerd. Vandaag wil ik u over 
enkele van die lessen vertellen. 

Toen Joseph zes of zeven jaar was, 
kregen zijn broers, zussen en hij 
tyfeuze koorts. Hoewel de anderen 
vrij snel herstelden, hield Joseph een 
pijnlijke zweer op zijn been. De art- 
sen gebruikten de beste medicijnen 
die ze voorhanden hadden, behan- 
delden hem, maar de zweer bleef. Ze 
zeiden dat ze Josephs leven alleen 
konden redden door zijn been te 
amputeren. Gelukkig keerden de art- 
sen echter al gauw na die diagnose 
terug naar het huis van de familie 
Smith en vertelden dat er een nieuwe 
procedure was die Josephs been zou 
kunnen redden. Ze wilden meteen 
opereren en hadden touw meege- 
bracht om de kleine Joseph vast te 
binden aan zijn bed zodat hij niet om 
zich heen kon slaan, daar ze niets 
hadden om de pijn mee te verdoven. 
Maar de jonge Joseph zei tegen hen: 




Broeders en zusters, in dit jaar 
waarin wij zijn tweehonderdste 
geboortedag vieren, wil ik 
spreken over onze geliefde profeet 
Joseph Smith. 

Joseph Smith jr. is op 23 december 
1805 in Sharon (Vermom) geboren in 
het gezin van Joseph Smith sr. en zijn 
vrouw, Lucy Mack Smith. Op de dag 
van zijn geboorte konden de trotse 
ouders bij het kijken naar hun baby'tje 
nog niet vermoeden wat een enorme 



'U hoeft me niet vast te binden.' 

De artsen stelden voor om een 
beetje cognac of wijn te nemen ten- 
einde de pijn iets te verminderen. 
'Nee', antwoordde de jonge Joseph. 
'Als mijn vader op bed gaat zitten en 
mij in zijn armen houdt, zal ik doen 
wat nodig is.' Joseph Smith sr. hield 
zijn kleine kind in zijn armen terwijl 
de artsen het zieke stuk bot verwijder- 
den. Hoewel de jonge Joseph nog een 
tijd kreupel was, genas hij wel. 1 Op 
zesjarige leeftijd, en nog talloze malen 
gedurende de rest van zijn leven, 
leerde Joseph Smith ons — door zijn 
voorbeeld — wat moed was. 

Vóór Joseph vijftien was, verhuisde 
zijn familie naar Manchester, in de 
staat New York. Later beschreef hij het 
grote godsdienstige reveil dat destijds 
universeel leek en dat bijna iedereen 
bezighield. Joseph zelf wilde weten 
van welke kerk hij lid moest worden. 
Hij schrijft in zijn geschiedenis: 

'Ik [vroeg] me vaak af: (...) Welke 
van al deze groeperingen heeft gelijk, 
of hebben ze allemaal ongelijk? Als er 
één gelijk heeft, welke is dat dan en 
hoe kom ik dat te weten? 

'In de tijd dat de buitengewone 
moeilijkheden die veroorzaakt wer- 
den door de twisten tussen deze 
groeperingen godsdienstijveraars, op 
mij drukten, las ik op zekere dag de 
zendbrief van Jakobus, hoofdstuk 2, 
vers 5 (•••): 'Indien echter iemand 
van u in wijsheid tekortschiet, dan 
bidde hij God daarom, die aan allen 
geeft, mildelijk en zonder verwijt; en 
zij zal hem gegeven worden . ' 2 

Joseph vertelt dat hij wist dat hij 
ofwel de Heer moest beproeven en 
Hem ernaar vragen, of ervoor moest 
kiezen om voor altijd in het duister te 
blijven. Op zekere dag liep hij vroeg 
in de ochtend naar een bos dat we nu 
heilig noemen, waar hij neerknielde 
en bad in het geloof dat God hem de 
verlichting zou geven waar hij zo ern- 
stig naar zocht. Twee personen ver- 
schenen aan Joseph — de Vader en 
de Zoon. En in antwoord op zijn 



LIAHONA NOVEMBER 2005 



67 




vraag werd hem gezegd dat hij van 
geen van de bestaande kerken lid 
moest worden omdat geen van hen 
de waarheid had. De profeet Joseph 
Smith leerde ons door zijn voorbeeld 
geloof. Zijn eenvoudige, gelovige 
gebed op die voorjaarsmorgen in 
1820 bracht dit wonderbare werk 
voort dat zich nog steeds verder over 
de wereld verbreidt. 

Enkele dagen na zijn gebed in het 
heilige bos deed Joseph Smith aan 
een predikant die hij kende verslag 
van zijn visioen. Tot zijn verbazing 
werd er 'met grote minachting' op 
zijn relaas gereageerd en was het aan- 
leiding tot 'hevige vervolging, die 
steeds toenam'. Maar Joseph bleef 
standvastig. Hij schrijft daarover later: 
'Ik had werkelijk een licht gezien, en 
te midden van dat licht had ik twee 
Personen gezien, en Zij hadden wer- 
kelijk tot mij gesproken; en al werd ik 
gehaat en vervolgd omdat ik zei dat ik 
een visioen had gezien, het was toch 
waar (...). Want ik had een visioen 
gezien; ik wist het, en ik wist dat God 
het wist, en ik kon het niet looche- 
nen.' 3 Ondanks de fysieke en mentale 



mishandelingen die de profeet Joseph 
Smith de rest van zijn leven door zijn 
tegenstanders onderging, bleef hij 
standvastig. Hij leerde ons door zijn 
voorbeeld eerlijkheid. 

Na dat belangrijke eerste visioen 
hoorde de profeet Joseph drie jaar 
lang niets. Maar hij vroeg zich niet af 
waarom, hij werd niet onzeker, hij 
twijfelde niet aan de Heer. Hij wachtte 
geduldig. Hij leerde ons door zijn 
voorbeeld de hemelse deugd van 
geduld. 

Na de bezoeken van de engel 
Moroni aan de jonge Joseph, en toen 
hij de platen had ontvangen, begon 
Joseph aan de moeilijke taak van de 
vertaling. Men kan zich alleen maar 
proberen voor te stellen hoeveel toe- 
wijding en werk er nodig is om in 
minder dan drie maanden deze kro- 
niek van vijfhonderd pagina's te verta- 
len waarvan de inhoud een periode 
van 2600 jaar beschreef. Ik vind het 
mooi hoe Oliver Cowdery de tijd 
beschreef waarin hij Joseph hielp 
door de vertaling van het Boek van 
Mormon op te schrijven: 'Dit waren 
dagen om nooit te vergeten — te 



zitten binnen het gehoor van een 
stem die door inspiratie uit de hemel 
werd bevolen te spreken, wekte de 
allergrootste dankbaarheid op van dit 
hart!' 4 De profeet Joseph Smith 
leerde ons door zijn voorbeeld ijver. 

Zoals we weten, stuurde de profeet 
Joseph zendelingen uit om het her- 
stelde evangelie te verkondigen. Zelf 
vervulde hij met Sidney Rigdon in het 
noorden van de staat New York en in 
Canada zendingen. Hij inspireerde niet 
alleen anderen om op zending te gaan, 
maar leerde ze door zijn voorbeeld 
ook hoe belangrijk zendingswerk is. 

Ik denk dat een van de mooiste en 
tegelijkertijd een van de droevigste 
lessen die de profeet Joseph ons 
leerde kort voor zijn dood was. Hij 
had de heiligen in een visioen Nauvoo 
zien verlaten en naar de Rocky 
Mountains zien gaan. Hij wilde graag 
dat zijn mensen bij hun kwellers wer- 
den weggeleid, naar dit beloofde land 
dat de Heer hem had laten zien. 
Ongetwijfeld verlangde hij ernaar om 
bij hen te zijn. Maar er was op valse 
gronden een arrestatiebevel tegen 
hem uitgevaardigd. Ondanks vele ver- 
zoeken aan gouverneur Ford werden 
de aanklachten niet ingetrokken. 
Joseph liet zijn woning, zijn vrouw, 
zijn kinderen en zijn medeheiligen 
achter en gaf zichzelf aan bij de auto- 
riteiten, wetend dat hij waarschijnlijk 
niet meer zou terugkomen. 

Dit is wat hij zei toen hij naar 
Carthage ging: 'Ik ga als een lam ter 
slachting; maar ik ben zo kalm als een 
zomermorgen; ik heb een geweten 
dat vrij is van overtreding jegens God 
en jegens alle mensen.' 5 

Hij werd met zijn broer Hyrum en 
anderen opgesloten in de gevangenis 
te Carthage. Op 27 juni 1844 waren 
Joseph, Hyrum, John Taylor en Willard 
Richards daar samen toen een woe- 
dende bende de gevangenis 
bestormde, de trap op stormde en 
door de deur van de kamer waarin zij 
zaten begon te schieten. Hyrum werd 
gedood en John Taylor raakte gewond. 



68 



De laatste grote daad van Joseph 
Smith op de aarde was een onzelfzuch- 
tige. Hij liep door de kamer, waar- 
schijnlijk 'denkend dat het leven van 
de broeders in de kamer gespaard zou 
worden als hij kon wegkomen (...) en 
hij sprong naar het raam toen twee 
kogels uit de richting van de deur hem 
doorboorden en een van buitenafin 
zijn rechterborst terechtkwam.' 6 Hij gaf 
zijn leven; Willard Richards en John 
Taylor werden gespaard. 'Niemand 
heeft grotere liefde, dan dat hij zijn 
leven inzet voor zijn vrienden.' 7 De 
profeet Joseph Smith leerde ons door 
zijn voorbeeld liefde. 

Meer dan 160 jaar later terugkijkend 
kunnen we, hoewel de gebeurtenissen 
op 27 juni 1844 dramatisch waren, 
getroost worden als we beseffen dat 
de martelaarsdood van Joseph Smith 
niet het laatste hoofdstuk in het ver- 
slag was. Hoewel zij die hem het leven 
wüden benemen van mening waren 
dat de kerk in zou storten zonder 
hem, leven zijn krachtige getuigenis 
van de waarheid, de leringen die hij 
vertaald had, en zijn verklaring van de 
boodschap van de Heiland nog steeds 
voort in het hart van meer dan twaalf 
miljoen leden over de hele wereld die 
verkondigen dat hij een profeet van 
God was. 

Het getuigenis van de profeet 
Joseph Smith blijft levens veranderen. 
Jaren geleden was ik president van de 
Canadese Zending. In Ontario waren 
twee van onze zendelingen op een 
koude, sneeuwrijke middag langs de 
deuren aan het gaan. Ze hadden 
totaal geen succes. De ene zendeling 
was ervaren; de ander was nieuw. 

Ze belden aan bij ene meneer 
Elmer Pollard en hij had medelijden 
met de bijna bevroren zendelingen 
en liet ze binnen. Ze brachten hun 
boodschap en vroegen of hij met ze 
wilde bidden. Daar stemde hij mee 
in, op voorwaarde dat hij het gebed 
mocht uitspreken. 

Het gebed dat hij uitsprak, ver- 
baasde de zendelingen. Hij zei: 




'Hemelse Vader, zegen deze twee 
misleide zendelingen zodat zij terug 
naar huis mogen keren en geen tijd 
meer zullen verspillen om de mensen 
in Canada een boodschap te brengen 
die zo ongelooflijk is en waar zij zo 
weinig van afweten.' 

Toen zij opstonden, verzocht 
meneer Pollard de zendelingen om 
niet meer terug te komen. Toen ze 
vertrokken, zei hij spottend tegen ze: 
'U kunt me toch niet zeggen dat u 
echt gelooft dat Joseph Smith een 
profeet van God was!' En hij sloeg de 
deur dicht. 

De zendelingen liepen een eindje 
weg, maar toen zei de junior collega 
bedeesd: 'We hebben meneer Pollard 
geen antwoord gegeven.' 

De senior collega antwoordde: 
'We zijn weggestuurd. Laten we 
verdergaan.' 

Maar de jonge zendeling hield vol 
en de twee gingen terug naar de deur 
van meneer Pollard. Hij kwam naar de 
deur en zei boos: 'Ik dacht dat ik u, 
jonge mannen, had gezegd om niet 
meer terug te komen!' 

Toen raapte de junior collega al 
zijn moed bij elkaar en zei: 'Meneer 
Pollard, toen wij uw huis verlieten, zei 
u dat wij niet werkelijk geloofden dat 
Joseph Smith een profeet van God 
was. Ik wil echter tot u getuigen, 
meneer Pollard, dat ik weet dat Joseph 



Smith een profeet van God was, dat 
hij door inspiratie de heilige kroniek 
heeft vertaald die we het Boek van 
Mormon noemen, dat hij echt God de 
Vader en zijn Zoon Jezus heeft gezien.' 
Toen liepen de zendelingen weg. 

Ik hoorde diezelfde meneer Pollard 
in een getuigenisdienst over de erva- 
ringen van die gedenkwaardige dag 
vertellen. Hij zei: 'Die avond kon ik 
maar niet in slaap komen. Ik bleef 
maar woelen. Ik hoorde telkens weer 
de woorden: "Joseph Smith was een 
profeet van God. Dat weet ik... Dat 
weet ik... Dat weet ik." Ik kon nauwe- 
lijks wachten tot het ochtend was. Ik 
belde de zendelingen, want ik had hun 
telefoonnummer op een kaartje met 
de geloofsartikelen. Ze kwamen terug. 
En dit keer deden mijn vrouw, kinde- 
ren en ik als oprechte zoekers naar de 
waarheid mee aan de lessen. Als 
gevolg daarvan hebben we allemaal 
het evangelie van Jezus Christus aan- 
vaard. Wij zullen altijd dankbaar zijn 
voor het getuigenis van de waarheid 
die deze twee moedige maar ootmoe- 
dige zendelingen ons gaven.' 

In afdeling 135 van de Leer en 
Verbonden lezen we wat John Taylor 
over de profeet Joseph heeft geschre- 
ven: 'Joseph Smith, de profeet en zie- 
ner des Heren, heeft, Jezus alleen 
uitgezonderd, meer gedaan voor het 
heil van de mensen in deze wereld 
dan enig ander mens die hier ooit 
heeft geleefd.' 8 

Ik vind wat Brigham Young heeft 
gezegd erg mooi: 'Iedere keer als ik 
eraan denk dat ik Joseph Smith heb 
gekend, wil ik halleluja roepen. Hij is 
de profeet die door de Heer is voor- 
bereid en geordend en aan wie Hij de 
sleutels en macht heeft gegeven om 
het koninkrijk van God op aarde op 
te bouwen.' 9 

Aan dat gepaste eerbetoon aan 
onze geliefde Joseph voeg ik mijn 
eigen getuigenis toe dat ik weet dat 
hij Gods profeet was die was gekozen 
om het evangelie van Jezus Christus 
in deze laatste tijd te herstellen. Ik bid 



LIAHONA NOVEMBER 2005 



69 



dat wij bij de viering van zijn twee- 
honderdste geboortedag mogen 
leren van zijn leven. Mogen wij in ons 
eigen leven de goddelijke beginselen 
toepassen die hij ons zo prachtig 
leerde door zijn voorbeeld, zodat wij 
zelf beter het evangelie van Jezus 
Christus na mogen leven. Moge ons 
leven onze wetenschap weerspiege- 
len dat God leeft, datjezus Christus 
zijn Zoon is, dat Joseph Smith een 
profeet was en dat wij tegenwoordig 
geleid worden door een andere pro- 
feet van God, namelijk president 
Gordon B. Hinckley. 

Deze conferentie is het 42 jaar 
geleden dat ik tot het Quorum der 
Twaalf Apostelen geroepen werd. Bij 
mijn eerste vergadering met het 
Eerste Presidium en het Quorum der 
Twaalf in de tempel zongen we een 
lofzang om de profeet Joseph Smith 
te eren, een lofzang die een van mijn 
favorieten is. Ik besluit met een cou- 
plet uit die lofzang: 

Ere de man tot wie sprak weer 

Jehovah, 
die tot profeet werd gezalfd door 

de Heer. 
Hij was d'ontsluiter der laatste 

bedeling, 
eens geven volken en vorsten 

hem eer 10 

Van die plechtige waarheid getuig 
ik in de naam van Jezus Christus. 
Amen. ■ 



NOTEN 

1. Zie Lucy Mack Smith, History of Joseph 
Smith by His Mother, Scot Facer Proctor 
en Maurine Jensen Proctor, red. (1996), 
pp. 69-76. 

2. Geschiedenis van Joseph Smith 1:10-11. 
3- Geschiedenis van Joseph Smith 1:21-22, 

25. 

4. Geschiedenis van Joseph Smith 1:71, 
voetnoot. 

5. LV 135:4. 

6. History of the Church, deel 6, p. 618. 

7. Johannes 15:13- 

8. LV 135:3. 

9. Leringen van kerkpresidenten: Brigham 
Young (1997), p. 343. 

10. William W Phelps, 'Ere de man', lofzang 24. 



Op Zions kust 

PRESIDENT BOYD K. PACKER 

Waarnemend president van het Quorum der Twaalf Apostelen 



Iedere ziel die vrijwillig in De Kerk van Jezus Christus van 
de Heiligen der Laatste Dagen is en ernaar streeft om zich 
te houden aan haar beginselen en verordeningen, staat 
'op Zions kust'. 



mensen en bedriegers zullen van 
kwaad tot erger komen; zij verleiden 
en worden verleid' (2 Timoteüs 3:13). 
Hij had gelijk. Maar als ik aan de toe- 
komst denk, word ik overspoeld door 
een gevoel van optimisme. 

Paulus zei tegen de jonge Timoteüs 
dat hij moest volharden in hetgeen hij 
van de apostelen had geleerd en zei 
dat hij dan veilig zou zijn omdat 'gij 
van kindsbeen af de heilige schriften 
kent, die u wijs kunnen maken tot 
zaligheid door het geloof in Christus 
Jezus' (2 Timoteüs 3:15). 

Kennis van de Schriften is belang- 
rijk. Daaruit leren we hoe we geeste- 
lijke leiding kunnen krijgen. 

Ik heb mensen horen zeggen: 'Ik 
zou bereidwillig vervolging en beproe- 
vingen hebben doorstaan als ik in de 
begintijd van de kerk had geleefd, toen 
er zo'n stroom aan openbaringen was 
die als Schriftuur werden uitgegeven. 
Waarom gebeurt dat nu niet meer?' 

De openbaringen die door de pro- 
feet Joseph Smith zijn gegeven en als 
Schriftuur zijn uitgegeven, hebben 
het permanente fundament gelegd 
van de kerk waardoor het evangelie 
van Jezus Christus kon uitgaan tot 
'alle natie' (2 Nephi 26:13). 1 

In de Schriften worden de ambten 
van de profeet en president en zijn 
raadgevers gedefinieerd, alsmede het 
Quorum der Twaalf Apostelen, de quo- 
rums der Zeventig, de Presiderende 




Ik heb al een lang leven achter de 
rug en heb gezien hoe de normen 
waarvan het voortbestaan van de 
beschaving afhankelijk is één voor 
één opzijgeschoven zijn. 

Wij leven in een tijd waarin de 
eeuwenoude normen van zedelijk- 
heid, huwelijk en gezin de ene na de 
andere nederlaag lijden in rechtban- 
ken en raden, parlementen en klaslo- 
kalen. Maar ons geluk is afhankelijk 
van het leven naar die normen. 

De apostel Paulus profeteerde dat 
de mensen in deze laatste tijd 'hun 
ouders ongehoorzaam' zouden zijn, 
'liefdeloos, (...) afkerig van het goede, 
(...) met meer liefde voor genot dan 
voor God' (2 Timoteüs 3:2-4). 

Hij waarschuwde ook: 'slechte 



70 



Bisschap, de ringen en wijken en 
gemeentes. En tevens de ambten van 
het Aaronisch en het Melchizedeks 
priesterschap. Zij verschaffen de kana- 
len waardoor inspiratie en openbaring 
de leiders, leerkrachten, ouders en 
anderen kunnen toevloeien. 

De tegenspoed en beproevingen 
zijn nu anders. Ze zijn in elk geval 
intenser, gevaarlijker dan in de begin- 
tijd van de kerk, en zijn niet zozeer tot 
de kerk gericht, maar tot ieder van ons 
individueel. De vroege openbaringen, 
die voor de permanente leiding van de 
kerk als Schriftuur zijn gepubliceerd, 
definiëren de verordeningen en ver- 
bonden die nog steeds van kracht zijn. 

In een van die schriftteksten staat: 
'Indien gij voorbereid zijt, zult gij niet 
vrezen' (LV 38:30). 

Ik zal u vertellen wat er is gedaan 
om ons voor te bereiden. Misschien 
begrijpt u dan waarom ik niet bang 
ben voor de toekomst, waarom ik 
zulke positieve gevoelens heb en vol 
vertrouwen ben. 

Het is onmogelijk om in detail te 
beschrijven of op te noemen wat er 
de afgelopen jaren allemaal is inge- 
steld door het Eerste Presidium en 
het Quorum der Twaalf Apostelen. 
Daarin kunt u voortgaande openba- 
ring zien, die de kerk en elk individu- 
eel lid ter beschikking staat. Ik zal er 
een paar beschrijven. 

Meer dan veertig jaar geleden werd 
besloten om de leer sneller en makke- 
lijker aan alle leden van de kerk ter 
beschikking te stellen door een eigen 
editie van de Schriften uit te geven. 
We begonnen met verwijzingen over 
en weer tussen de King Jamesvertaling 
van de Bijbel, het Boek van Mormon, 
de Leer en Verbonden en de Parel van 
grote waarde. De tekst van de King 
Jamesvertaling van de Bijbel bleef 
volkomen ongewijzigd. 

Eeuwen geleden al is er werk 
gedaan ter voorbereiding op onze 
tijd. Negentig procent van de King 
Jameseditie van de Bijbel is vertaald 
door William Tyndale en John Wycliffe. 




Wij zijn die vertalers en martelaars 
veel verschuldigd. 

William Tyndale heeft gezegd: 'Ik 
zal ervoor zorgen dat een jongen 
die een ploeg stuurt meer van de 
Schriften weet dan [geestelijken] .' 2 

Alma had al grote beproevingen 
doorgemaakt en stond voor nog gro- 
tere. In de kroniek staat: 'En nu, daar 
de prediking van het woord het volk 
er dikwijls toe bewoog te doen wat 
rechtvaardig was — ja, het had een 
krachtiger uitwerking op het gemoed 
van het volk gehad dan het zwaard of 
iets anders wat hun was overkomen 
— daarom achtte Alma het raadzaam 
dat zij het met de kracht van het 
woord Gods probeerden' (Alma 31:5). 

Dat is precies de reden die wij in 



gedachten hadden toen we aan het 
schriftuurproject begonnen: dat ieder 
lid van de kerk de Schriften kon leren 
kennen en de beginselen en leerstel- 
lingen die erin staan begrijpen. Wij 
ondernamen wat Tyndale en Wycliffe 
in hun tijd hebben gedaan. 

Tyndale en Wycliffe zijn op ver- 
schrikkelijke wijze vervolgd. Tyndale 
leed ontbering in een ijskoude gevan- 
genis in Brussel. Zijn kleren waren tot 
lompen vervallen en hij had het erg 
koud. Hij schreef de bisschoppen en 
vroeg om zijn jas en muts. Hij smeekte 
om een kaars en zei: 'Het is erg saai 
om alleen in het donker te zitten.' 3 Ze 
waren zo verbolgen over zijn verzoek 
dat hij uit de gevangenis werd gehaald 
en voor een grote menigte op de 



LIAHONA NOVEMBER 2005 



71 




brandstapel werd gezet. 

Wycliffe ontsnapte aan de vuur- 
dood, maar het concilie van Konstanz 
liet zijn lichaam opgraven, verbran- 
den, en de as verspreiden. 4 

De profeet Joseph Smith had van 
de moeder van Edward Stevenson van 
de Zeventig de serie Book ofMartyrs 
van de zestiende-eeuwse Engelse 
geestelijke John Foxe geleend. Toen 
hij die gelezen had, zei hij: 'Ik heb 
met de hulp van de Urim en Tummim 
deze martelaars gezien, en zij waren 
oprechte, toegewijde volgelingen van 
Christus, volgens het licht dat zij beza- 
ten, en zij zullen het heil ontvangen.' 5 

Meer dan zeventigduizend schrift- 
verzen naar elkaar laten verwijzen en 
voetnoten en andere hulpmiddelen 
verschaffen zou erg moeilijk worden, 
dat was bekend, en misschien zou het 
wel onmogelijk blijken. Maar er was 
aan begonnen. Meer dan zeshonderd 
mensen deden er meer dan twaalf jaar 
over om het te doen. Sommige waren 
deskundig op het gebied van Grieks, 
Latijn en Hebreeuws, of waren op de 
hoogte van oude schriften. Maar de 
meesten waren gewone, getrouwe 
leden van de kerk. 

De geest van inspiratie rustte op 
het werk. 

Het project zou onmogelijk zijn 
geweest zonder de computer. 

Er werd een opmerkelijk systeem 
ontworpen om de tienduizenden 



voetnoten te organiseren die de 
Schriften voor iedere ploeger, jongen 
of meisje, zou ontvouwen. 

Met een index op onderwerp kan 
ieder lid in luttele minuten woorden 
opzoeken zoals verzoening, beke- 
ring, Heilige Geest, en onthullende 
schriftverwijzingen in alle vier stan- 
daardwerken vinden. 

Toen we enkele jaren met het pro- 
ject bezig waren, vroegen we hoe 
men vorderde met het monniken- 
werk van het alfabetisch vermelden 
van de onderwerpen. Ze schreven: 
'We zijn al door hemel en hel heen, 
hebben liefde en lust gehad, en nu 
werken we aan volmaking.' 

We kregen originele manuscripten 
van het Boek van Mormon in handen. 
Daardoor werd het mogelijk om de 
drukfouten te corrigeren die in schrif- 
tuurvertalingen sluipen. 

Het meest opmerkelijk in de 
Topical Guide zijn de achttien pagi- 
na's in kleine druk met enkele regelaf- 
stand onder het kopje 'Jesus Christ' 
waar de meest uitgebreide verzame- 
ling schriftuurlijke informatie over de 
naam Jezus Christus staat die ooit is 
samengesteld in de geschiedenis van 
de wereld. Volg die verwijzingen, dan 
wordt aan u ontvouwd wiens kerk dit 
is, wat zij leert en door welk gezag, en 
dat alles verankerd in de heilige naam 
van Jezus Christus, de Zoon van God, 
de Messias, de Verlosser, onze Heer. 



Er zijn twee nieuwe openbaringen 
toegevoegd aan de Leer en Verbon- 
den: afdeling 137, een visioen dat de 
profeet Joseph Smith ontving bij de 
bediening van de begiftiging, en afde- 
ling 138, het visioen dat president 
Joseph F. Smith had van de verlossing 
der doden. En toen het werk bijna 
werd afgerond om te drukken, kwam 
de heerlijke openbaring over het 
priesterschap en werd die aangekon- 
digd in een officiële verklaring (zie 
Officiële Verklaring 2), wat bewijst dat 
de Schriften niet zijn afgerond. 

Vervolgens kwam de enorme 
opgave om de Schriften te vertalen in 
de talen van de kerk. De tripelcombi- 
natie en de Gids bij de Schriften zijn 
inmiddels in 24 talen gepubliceerd en 
er volgen nog meer. Het Boek van 
Mormon is al in 106 talen gedrukt. Er 
wordt nog aan 49 vertalingen gewerkt. 

En er is nog meer gedaan. Het 
Boek van Mormon kreeg een onderti- 
tel: Het Boek van Mormon — even- 
eens een testament aangaande Jezus 
Christus. 

Toen de fundamentele leerstellin- 
gen eenmaal zo vast stonden als het 
graniet van de Salt Laketempel, en ze 
iedereen ter beschikking stonden, 
konden meer mensen getuige zijn van 
de voortdurende vloedgolf aan open- 
baring aan de kerk. 'Wij geloven alles 
wat God heeft geopenbaard, alles wat 
Hij nu openbaart, en wij geloven dat 
Hij nog vele grote en belangrijke din- 
gen aangaande het koninkrijk Gods 
zal openbaren.' (Geloofsartikelen 1:9.) 

Terwijl het werk aan de publicatie 
van de Schriften voortgang vond, 
werd er aan een ander groot werk 
begonnen. Ook dat zou jaren duren. 
Het hele leerplan van de kerk werd 
geherstructureerd. Alle studiecursus- 
sen in de priesterschap en de hulpor- 
ganisaties — voor kinderen, jongeren 
en volwassenen — werden aangepast 
en op de Schriften en op Jezus 
Christus gericht, op het priesterschap 
en op het gezin. 

Honderden vrijwilligers werkten 



72 



eraan, jaar in jaar uit. Sommigen van 
hen waren deskundig op het gebied 
van schrijven, leerplannen, onderwijs 
en andere, gerelateerde gebieden, 
maar de meesten van hen waren 
gewone leden. Het werd allemaal 
gebaseerd op de Schriften, met 
nadruk op het gezag van het priester- 
schap en gericht op de gewijde aard 
van het gezin. 

Het Eerste Presidium en het 
Quorum der Twaalf publiceerden 'Het 
gezin: een proclamatie aan de wereld'. 6 
En vervolgens 'De levende Christus: 
het getuigenis van de apostelen.' 7 

Overal ter wereld kwamen semina- 
ries en instituten voor godsdienst- 
onderwijs. De leerkrachten en 
leerlingen leren en onderwijzen door 
de Geest (zie LV 50:17-22), en beiden 
leren de Schriften begrijpen, alsmede 
de woorden van de profeten, het 
heilsplan, de verzoening van Jezus 
Christus, de afval en de herstelling, de 
unieke positie van de herstelde kerk, 
en leren de beginselen en leerstellin- 
gen in de Schriften identificeren. De 
leerlingen worden aangemoedigd er 
een gewoonte van te maken dagelijks 
de Schriften te bestuderen. 

De maandagavond is voorbehouden 
aan de gezinsavond. Alle kerkactivitei- 
ten maken die avond plaats voor het 
samenzijn van de gezinsleden. 

Een logisch vervolg was dat het 
zendingswerk opnieuw gebaseerd 
werd op de openbaringen, onder de 
titel 'Predik mijn evangelie'. Jaarlijks 
worden er meer dan 25 duizend zen- 
delingen ontheven en gaan zij naar 
huis nadat zij twee jaar lang de leer in 
zich op hebben genomen en hebben 
geleerd hoe zij met de Geest moeten 
onderwijzen en hun getuigenis moe- 
ten geven. 

De beginselen van het besturen 
door de priesterschap zijn verduide- 
lijkt. De plaats van de priesterschaps- 
quorums — zowel Aaronisch als 
Melchizedeks — is grootgemaakt. 
Altijd en overal zijn er leiders die 
sleutels dragen — bisschoppen en 




presidenten — om leiding te geven, 
misverstanden op te helderen en 
valse leerstellingen te ontdekken en 
recht te zetten. 

De studiecursus voor volwassenen 
in de priesterschap en de ZHV is 
gebaseerd op de leringen van presi- 
denten van de kerk. 

De kerktijdschriften hebben een 
gedaanteverandering ondergaan en 
worden nu in vijftig talen uitgegeven. 

We bevinden ons midden in een 
tijdperk van ontzagwekkende tem- 
pelbouw en hebben nu 122 tempels 
waar verordeningen worden ver- 
richt. En gisteren zijn er nog twee 
aangekondigd. 

Genealogie werd omgedoopt tot 
'familiegeschiedenis'. Getrouwe leden 
worden geholpen door de nieuwste 
technieken om namen te ordenen en 
naar de tempel te brengen. 

Al die dingen getuigen van voort- 
durende openbaring. Er zijn er meer, 
maar het zijn er te veel om ze in detaü 
te beschrijven. 

Er is in de kerk een kern van kracht 
die dieper zit dan programma's of bij- 
eenkomsten of omgang met anderen. 
En die verandert niet. Hij kan niet ver- 
gaan. Hij is bestendig en zeker. Hij ver- 
mindert of verdwijnt niet. 



Hoewel de behuizing van de kerk 
de kerkgebouwen zijn, leeft de kerk 
in het hart en de ziel van elke heilige 
der laatste dagen. 

Overal ter wereld ontlenen oot- 
moedige leden inspiratie aan de 
Schriften om hen te leiden in hun 
leven, zelfs al begrijpen ze niet volle- 
dig dat ze de 'kostbare parel' (Matteüs 
13:46) hebben gevonden waarover de 
Heer sprak tot zijn discipelen. 

Toen Emma Smith, echtgenote van 
de profeet Joseph, lofzangen verza- 
melde voor het eerste zangboek, nam 
ze daarin 'Leid ons, o Gij goede 
Meester' op, wat in feite een gebed is: 

Als deez' aarde kreunt en siddert, 
geef ons bange hart dan rust. 
Als uw oordeel spreidt verwoesting, 
berg ons dan op Zions kust. ' 8 

Iedere ziel die vrijwillig in De Kerk 
van Jezus Christus van de Heiligen 
der Laatste Dagen is en ernaar streeft 
om zich te houden aan haar beginse- 
len en verordeningen, staat 'op 
Zions kust'. 

Ieder kan door inspiratie de verze- 
kering krijgen die tot hem getuigt dat 
Jezus de Christus is, de Zoon van God, 
dat De Kerk van Jezus Christus van de 
Heiligen der Laatste Dagen precies is 
wat Hij heeft gezegd: 'de enige ware 
en levende kerk op het oppervlak der 
gehele aarde' (LV 1:30). In de naam 
van Jezus Christus. Amen. ■ 

NOTEN 

1. Zie ook Openbaring 5:9; 14:6; 1 Nephi 
19:17; Mosiah 3:13, 20; 15:28; 16:1; Alma 
9:20; 37:4; LV 10:51; 77:8, 11; 133:37. 

2. In: David Daniell, introduction to Tyndale's 
New Testament, trans. William Tyndale 
(1989), p. VIII. 

3. In: David Daniell, introduction to Tyndale's 
New Testament, p. LX. 

4. Zie John Foxe, Foxe's Book ofMartyrs, 
onder redactie van G. A. Williamson 
(1965), pp. 18-20. 

5. In: Edward Stevenson, Reminiscenses of 
Joseph, the Prophet, and the Coming Forth 
of the Book of Mormon, (1893), p. 6. 

6. 'Het gezin: een proclamatie aan de wereld', 
Liahona, oktober 2004, p. 49. 

7. 'De levende Christus: het getuigenis van de 
apostelen', Liahona, april 2000, p. 2. 

8. Lofzang 51. 



LIAHONA NOVEMBER 2005 



73 



Een patroon voor 
iedereen 



OUDERLING MERRILL J. BATEMAN 

van het Presidium der Zeventig 



Het herstelde evangelie van Jezus Christus is een patroon 
voor iedereen. (...) Het is het goede nieuws — de tijdloze leer 
en verzoeningskracht van de Heer Jezus Christus. 



en van het Boek van Mormon zijn niet 
af te meten aan de locatie, maar aan 
hun boodschap inzake de relatie van 
de mens met God, de liefde van de 
Vader voor zijn kinderen, en het god- 
delijk potentieel van elk mens. 

De roep van de profeten is door alle 
eeuwen heen geweest: 'Komt tot 
Christus en wordt vervolmaakt in 
Hem' (Moroni 10:32; zie ook Matteüs 
5:48; Johannes 10:10, 14:6) en dat het 
heil alleen door de eniggeboren Zoon 
van de Vader komt (zie Johannes 1:14, 
18; LV 29:42). Die oproep is universeel 
en geldt voor al Gods kinderen, of ze 
nu Afrikaans, Aziatisch, Europees of 
van welke nationaliteit ook zijn. Zoals 
de apostel Paulus tegen de Atheners 
zei, zijn wij allen 'van Gods geslacht' 
(Handelingen 17:29). 

Het levensplan van de Vader, met 
als kern de verzoening van Christus, is 
al opgesteld vóór de grondlegging 
van de wereld (zie Abraham 3:22-28; 
Alma 13:3). Het werd aan Adam en 
Eva gegeven en zij kregen het gebod 
om het hun kinderen te leren (zie 
Mozes 5:6-12). In de loop van de tijd 
verwierp Adams nageslacht het evan- 
gelie, maar het werd weer terugge- 
bracht door Noach en later door 
Abraham (zie Exodus 6:2-4; Galaten 
3:6-9). Het evangelie werd in de tijd 
van Mozes tot de Israëlieten gebracht. 




Onlangs vroeg een deelnemer 
aan een radioprogramma zich 
af of de kerk internationaal wel 
aantrekkingskracht had, gezien haar 
oorsprong in New York, hoofdzetel in 
Utah, en het Boek van Mormon dat 
het verhaal van een oud Amerikaans 
volk is. Toen ik dacht aan vrienden in 
Azië, Afrika, Europa en andere delen 
van de wereld, werd mij duidelijk dat 
de spreker de universele aard van het 
herstelde evangelie niet begreep, 
noch de allesomvattende toepasbaar- 
heid van de verordeningen, verbon- 
den en zegeningen ervan. Het 
wereldomvattende belang van het 
eerste visioen van de profeet Joseph 



Maar er was een strengere leer- 
meester nodig om ze na eeuwenlange 
afvalligheid tot Christus te brengen 
(zie Exodus 19:5-6; LV 84:19-24). 
Uiteindelijk herstelde de Heiland zelf 
de volheid van het evangelie tot het 
huis Israëls in het midden des tijds. 

Een van de schriftpassages die het 
beste inzicht geeft in deze opeenvol- 
ging van afval en herstelling is te 
vinden in Jezus' gelijkenis van de 
onrechtvaardige pachters (zie Marcus 
12:1-10). In die gelijkenis herinnert 
Jezus de mensen aan de vele profeten 
die eerder waren gestuurd om recht- 
vaardige volken te krijgen. Hij vertelt 
dat de boodschappers telkens weer 
werden verworpen. Sommige werden 
geslagen en weggestuurd. Andere 
werden gedood. En dan vertelt Jezus 
in een profetie aangaande zijn eigen 
bediening de luisteraars dat de Vader 
besloot zijn 'enige zoon, zijn zeer 
geliefde' (Bijbelvertaling van Joseph 
Smith, Marcus 12:7) te sturen, zeg- 
gend: 'Mijn zoon zullen zij ontzien' 
(Matteüs 21:37). 

Jezus was echter op de hoogte van 
zijn eigen lot en zei vervolgens: 

'Maar die pachters zeiden (...): Dit 
is de erfgenaam; komt, laten wij hem 
doden en de erfenis zal aan ons 
komen. 

'En zij grepen en doodden hem en 
wierpen hem buiten de wijngaard' 
(Marcus 12:7-8). 

Na de dood van de Heiland en 
zijn apostelen werden de leerstellin- 
gen en verordeningen veranderd en 
trad nogmaals de afval in. Dit keer 
duurde de geestelijke duisternis 
honderden jaren, totdat eindelijk de 
lichtstralen de aarde weer bereikten. 
De apostel Petrus wist van die afval 
af en profeteerde na de hemelvaart 
van de Heiland dat de wederkomst 
van de Heer pas zou plaatsvinden na 
een 'wederoprichting aller dingen' 
(zie Handelingen 3:19-21). De 
apostel Paulus profeteerde boven- 
dien van een tijd waarin de leden 'de 
gezonde leer niet [zouden] verdra- 



74 



gen' (2 Timoteüs 4:3-4) en dat er 
een 'afval' (2 Tessalonicenzen 2:2-3) 
aan de wederkomst van Christus 
vooraf zou gaan. Hij had het ook 
over de wederoprichting van alle 
dingen en zei dat de Heiland in de 
'volheid der tijden al wat in de 
hemelen en op de aarde is onder 
één hoofd, dat is Christus, samen 
[zou] vatten' (Efeziërs 1:10). 

De Heer gaf door middel van de 
profeet Joseph Smith leiding aan de 
herstelling van het evangelie. De 
'wederoprichting aller dingen' begon 
in het heilige bos toen de Vader en de 
Zoon verschenen aan Joseph Smith. 
In dat visioen kwam Joseph achter de 
aard van God, dat de Vader en de 
Zoon afzonderlijke, verhoogde 
wezens van vlees en beenderen zijn. 

Aan het begin van de meeste 
bedelingen kreeg de pas geroepen 
profeet een boek. Mozes kreeg ste- 
nen tafelen (zie Exodus 31:18). Lehi 
kreeg een boek over de vernietiging 
van Jeruzalem te lezen (zie 1 Nephi 
1:11-14). Ezechiël kreeg een 'boek- 
rol' (Ezechiël 2:9-10) te zien met de 
boodschap van de Heer voor het 
huis van Juda in die tijd. Johannes de 
Openbaarder kreeg op het eiland 
Patmos een boek te zien met zeven 
zegels (zie Openbaring 5; LV 77:6). Is 
het dan een wonder dat de Heer als 
onderdeel van die 'wederoprichting 
aller dingen' een boek zou verstrek- 
ken met de volheid van het evange- 
lie? Het Boek van Mormon heeft 
de kracht om alle mensen dichter 
tot Christus te brengen. De uitleg 
daarin van de verzoening van de 
Heiland is de duidelijkste die er is, 
vooral omtrent het doel en de uit- 
werking ervan. 

De Heilige Geest heeft mijn ziel 
ingefluisterd dat Joseph in het heilige 
bos echt de Vader en de Zoon heeft 
gezien en dat het Boek van Mormon 
waar is. Ik ben dankbaar voor de 
nadere kennis aangaande de verzoe- 
ning van de Heiland die in het Boek 
van Mormon staat. Een van de titels 




van de Heiland is eniggeboren Zoon 
van de Vader. De apostel Johannes 
schrijft bijvoorbeeld in zijn evangelie 
dat hij de majesteit en de heerlijkheid 
van de Heer had gezien op de berg 
van verheerlijking en dat zijn heerlijk- 
heid 'als van de eniggeborene des 
Vaders' was (Johannes 1:14, 18). Deze 
titel komt ook vaak voor in het Boek 
van Mormon. 

In tegenstelling tot sterfelijke per- 
sonen die de zaden des doods erven 
van beide ouders, was Jezus geboren 
uit een sterfelijke moeder en een 
onsterfelijke Vader. De zaden van de 
dood die Hij van Maria had gekregen, 
hielden in dat Hij kon sterven, maar 
de erfenis van zijn Vader gaf Hem 
het oneindige leven, wat inhield dat 
sterven een zelfgekozen daad was. 
Daarom zei Jezus tegen de Joden: 
'Want gelijk de Vader leven heeft in 
Zichzelf, heeft Hij ook de Zoon gege- 
ven leven te hebben in Zichzelf' 
(Johannes 5:26). 

Bij een andere gelegenheid zei Hij: 

'Hierom heeft Mij de Vader lief, 
omdat Ik mijn leven afleg om het 
weder te nemen. 

'Niemand ontneemt het Mij, maar 
Ik leg het uit Mijzelf af. Ik heb macht 
het af te leggen en macht het weder 
te nemen; dit gebod heb Ik van 
mijn Vader ontvangen' (Johannes 
10:17-18). 



De oneindige aard die Hij van zijn 
Vader had gekregen, gaf Jezus de 
macht om de verzoening teweeg te 
brengen, te lijden voor de zonden 
van ieder mens. De profeet Alma legt 
in het Boek van Mormon uit datjezus 
niet alleen onze zonden op zich nam, 
maar dat Hij ook leed voor onze pijn, 
beproevingen en verleidingen. Alma 
legt bovendien uit dat Jezus onze 
ziekten, dood en zwakheden op zich 
nam. (Zie Alma 7:11-13-) Dat deed 
Hij 'opdat zijn binnenste met barm- 
hartigheid zal worden vervuld, naar 
het vlees, opdat Hij naar het vlees 
zal weten hoe zijn volk te hulp te 
komen' (Alma 7:12). 

De profeet Abinadi zegt verder: 
'Wanneer zijn ziel ten offer is gebracht 
voor zonde, [zal] Hij zijn nageslacht 
[...] zien' (Mosiah 15:10). Abinadi zegt 
vervolgens dat de profeten en hun vol- 
gelingen het zaad van de Heiland zijn. 
Vele jaren lang dacht ik aan de ervarin- 
gen die de Heiland in Getsemane en 
aan het kruis had als plekken waar Hij 
een enorme lading zonden op zich 
nam. Maar door de woorden van Alma, 
Abinadi, Jesaja en andere profeten is 
dat inzicht veranderd. In plaats van 
een onpersoonlijke lading zonden was 
er een lange rij mensen toen Jezus 
'onze zwakheden' voelde (Hebreeën 
4:15), 'onze ziekten [...] op zich [nam], 
[...] onze smarten [droeg], [en] om 



LIAHONA NOVEMBER 2005 



75 



onze overtredingen werd [...] door- 
boord' (Jesaja 53:4—5). 

De verzoening was een intieme, 
persoonlijke ervaring waarbij Jezus te 
weten kwam hoe Hij ieder van ons te 
hulp kon komen. 

In de Parel van grote waarde staat 
dat Mozes alle inwoners van de aarde 
zag en dat 'hun aantallen [...] groot 
[waren] , ja, ontelbaar als het zand aan 
de oever van de zee' (Mozes 1.28). Als 
Mozes iedereen zag, dan lijkt het 
logisch om aan te nemen dat de 
Schepper van het heelal de macht 
heeft om ieder van ons persoonlijk te 
leren kennen. Hij kwam achter uw 
zwakheden en achter de mijne. Hij 
voelde uw verdriet en lijden. En die 
van mij. Ik getuig dat Hij ons kent. Hij 
begrijpt hoe wij omgaan met verlei- 
ding. Hij kent onze zwakheden. Maar 
het is meer, meer dan ons alleen te 
kennen, Hij weet hoe Hij ons kan hel- 
pen als we in geloof tot Hem komen. 
Daarom besefte een jonge vrouw van 
Latijns-Amerikaanse afkomst ineens 
dat ze meer dan een stipje in het 
heelal was toen de Heilige Geest haar 
een getuigenis van de herstelling gaf. 
Ze voelde Gods liefde, voelde dat zij 
zijn dochter was, en besefte dat Hij 
haar kende. Het verklaart ook waarom 
het heilsplan een Japanse vriend zo 
bekend voorkwam toen de zendelin- 
gen hem daarin onderrichtten en de 
Heilige Geest zijn doelen op aarde en 
zijn potentieel bevestigde. 

Ik getuig dat het herstelde evange- 
lie van Jezus Christus een patroon is 
dat wij allen moeten volgen. Het gaat 
er niet om waar iets gebeurd is, het is 
het goede nieuws — de tijdloze leer 
en verzoeningskracht van de Heer 
Jezus Christus. Ik getuig dat Hij leeft, 
dat Hij de Christus is. Ik getuig dat 
het evangelie dat door middel van de 
profeet Joseph Smith is hersteld 
Petrus' 'wederoprichting aller dingen' 
is. Ik geef u mijn getuigenis dat presi- 
dent Gordon B. Hinckley de profeet 
des Heren is. In de naam van Jezus 
Christus. Amen. ■ 



Mijn ziel verlustigt 
zich in de Schriften 



CHERYL C. LANT 

Algemeen jeugdwerkpresidente 



Er is echt niets belangrijker dat we voor onze kinderen 
kunnen doen dan ze in de Schriften te versterken. 




Onze. dierbare profeet heeft 
ons onlangs gevraagd om 
voor het eind van dit jaar het 
Boek van Mormon te lezen. Ik heb 
zijn uitnodiging aangenomen en heb 
gemerkt dat ik veel nieuwe en inte- 
ressante zaken in het boek ontdek, 
hoewel ik het al vele malen heb gele- 
zen. Ik heb bijvoorbeeld 2 Nephi 
4:15 opnieuw ontdekt. Daarin staat: 
'Want mijn ziel verlustigt zich in de 
Schriften, en mijn hart overweegt ze 
en schrijft ze op tot lering en nut van 
mijn kinderen.' 

Uit deze tekst kunnen we leren hoe 
we het Boek van Mormon moeten 
bestuderen. Ik wil graag drie belang- 
rijke begrippen bespreken. 



Ten eerste: 'Mijn ziel verlustigt 
zich.' Ik houd van die zinsnede! Ik heb 
nagedacht over hongeren en dorsten 
naar kennis als ik de Schriften lees, 
maar verlustigen is iets anders. Ik 
merk dat wat ik uit de Schriften leer, 
afhankelijk is van wat ik meebreng. 
Iedere keer dat ik ze lees, neem ik in 
zekere zin een nieuwe persoon mee, 
met een nieuwe kijk op de belevenis. 
Waar ik me in dit leven bevind, de 
ervaringen die ik heb, en mijn instel- 
ling, hebben allemaal invloed op wat 
ik leer. Ik houd van de Schriften. Ik 
koester de waarheden die ik erin vind. 
Mijn hart wordt met vreugde vervuld 
als ik aanmoediging, leiding, troost, 
kracht en antwoord op mijn vragen 
ontvang. Iedere keer dat ik erin lees, 
ziet het leven er rooskleuriger uit, 
opent zich een deur voor mij en word 
ik verzekerd van de liefde en zorg van 
mijn hemelse Vader. En dat is zeker 
een grote verlustiging. Een jongetje 
uit de zonnestraaltjes heeft het als 
volgt onder woorden gebracht: 'Ik 
voel me gelukkig over de Schriften!' 

Ten tweede: 'Mijn hart overweegt 
ze.' Ik wil de Schriften zo graag in mij 
meedragen! De geest van wat ik heb 
gelezen, geeft me vrede en troost in 
mijn hart. De kennis die ik heb opge- 
daan, geeft me leiding en steun. Dan 
heb ik het vertrouwen dat uit gehoor- 
zaamheid voortkomt. 



76 



Soms heb ik de tijd om me in de 
Schriften te verdiepen. Soms heb ik 
maar tijd voor een paar verzen. Maar 
het maakt niet uit waar of wanneer ik 
de Schriften lees; ik kan ze in mijn 
hart meedragen. Ik heb gemerkt dat 
als ik ze 's ochtends lees, ik in staat 
ben om de hele dag de invloed van de 
Geest te voelen. Als ik ze overdag 
lees, is het meestal omdat ik een 
behoefte heb, omdat ik antwoorden 
en leiding nodig heb om bepaalde 
beslissingen te nemen. Als ik ze 
's avonds lees, blijven de heerlijke, 
vertroostende boodschappen van de 
Heer in mijn onderbewustzijn hangen 
terwijl ik slaap. Vaak word ik 's nachts 
wakker met ideeën of gedachten die 
voortkomen uit de woorden die ik 
vlak voor het slapengaan heb gelezen. 
Mijn gedachten kunnen gedurende 
de dag alle kanten opgaan, maar mijn 
hart omvat de woorden van de Heer 
in de Schriften en 'overweegt ze'. 

Dit is mij duidelijk geworden: 'Wat 
iemand in zijn hart denkt, zo is hij' 
(Spreuken 23:7). Als ik over de 
Schriften nadenk, gebeurt er iets met 
me. Dan heb ik een sterker verlan- 
gen om dichter bij mijn hemelse 
Vader te zijn. Dan heb ik het verlan- 
gen om Hem te dienen. Dan wil ik 
de beginselen naleven die ik in de 
Schriften lees. En als ik dat doe, 
schrijft mijn hart 'ze op tot lering en 
nut van mijn kinderen'. 

Ik schrijf uiteraard geen Schriften 
zoals Nephi dat deed, maar als ik de 
Schriften lees en de beginselen erin 
naleef, worden die Schriften in mijn 
leven gegrift. Zij bepalen mijn gedrag 
en zijn daar geschreven zodat mijn 
kinderen ze kunnen zien en volgen. Ik 
kan bouwen aan een traditie van een 
rechtschapen leven, gebaseerd op de 
beginselen die ik in de Schriften lees. 

In Leer en Verbonden 93:39-40 
staat: 'En die boze komt en neemt, 
door ongehoorzaamheid en wegens 
de overlevering van hun vaderen, 
licht en waarheid van de mensenkin- 
deren weg. 




'Maar Ik heb u geboden uw kinde- 
ren in licht en waarheid groot te 
brengen.' 

Als ik de Schriften lees, ben ik er 
zeker van dat ik 'licht en waarheid' 
ontvang om mij en mijn gezin tot 
zegen te zijn. Als ik weet wat ik moet 
doen, kan ik mijn daden — mijn 'tra- 
dities' — in overeenstemming bren- 
gen met wat ik weet. Dan zullen mijn 
kinderen niet door mijn voorbeeld 
afdwalen, maar zullen ze naar de 
Schriften geleid worden en naar de 
waarheid die erin te vinden is. 

Ik ben gek op dit jeugdwerkliedje: 

Lees, denk en bid, 

alleen en met elkaar. 

De Heilige Geest helpt ieder die leest 

en zegt: de Schriften zijn waar 1 

Ik merk dat als ik niet alleen bid 
om een getuigenis van de waarheid 
van de Schriften te krijgen maar ook 



om de Geest bij me te hebben als ik 
lees, mijn ontvankelijkheid groter 
wordt en ik alles veel duidelijker zie. 
Dan kan ik zien hoe ik ervoor sta en 
wat mijn hemelse Vader van me ver- 
wacht. Dan kan ik de beginselen van 
de waarheid begrijpen en herkennen 
hoe ik de nodige veranderingen in 
mijn leven moet aanbrengen. Dan 
kan ik zeker weten dat de Heer me 
zal helpen en sterken om die taak te 
volbrengen. Op die manier worden de 
Schriften met mijn leven verweven. 

Als we de Schriften lezen, horen 
we de stem van de Heiland. Hij is 
niet afwezig in ons leven. Hij is actief 
aanwezig in de verzen van deze hei- 
lige boeken. Onze profeet heeft ons 
gevraagd om dichter bij de Heiland 
te komen door het Boek van 
Mormon te lezen. 

En hoe zit het met onze kinderen? 
Hoe gezegend is het kind van wie de 
ouders hun leven op de leringen in 



LIAHONA NOVEMBER 2005 



77 



de Schriften baseren! Er is echt niets 
belangrijker dat we voor onze kinde- 
ren kunnen doen dan ze in de 
Schriften te versterken. Ouders, kom 
met uw kinderen bij elkaar om de 
Schriften te lezen, en maak daar 
ruimte voor in uw drukke gezins- 
schema. Kinderen, reageer snel en 
enthousiast als je geroepen wordt om 
in de Schriften te lezen. 

President Gordon B. Hinckley 
heeft ons aangemoedigd, maar hij 
heeft ons ook de bijbehorende belof- 
ten gegeven. Hij beloofde 'een gro- 
tere mate van de Geest des Heren', 
dat we 'zijn geboden met grotere vast- 
beradenheid gehoorzamen', en dat 
we 'een sterker getuigenis ontvangen 
dat de Zoon leeft'. 2 

Een van mijn dochters, die zich in 
een prachtige fase van het leven 
bevindt, waarin haar grootste zegenin- 
gen ook haar grootste problemen zijn 
(ze heeft drie kleine kinderen!), zei 
tegen me: 'Ma, het lukt. Ik lees het 
Boek van Mormon. En ik houd me 
vast aan die prachtige beloften. En die 
zijn precies wat ik nu nodig heb.' 

Hebt u die zegeningen nodig? Ze 
liggen voor het oprapen. Laten we ons 
ieder voor zich voornemen om de 
profeet te volgen. Laten we als gezin 
aanspraak maken op onze zegenin- 
gen. President Hinckley, we hebben u 
lief, we hebben uw stem gehoord en 
we zullen gehoorzaam zijn. 

Ik wil mijn getuigenis geven dat ik 
weet dat onze hemelse Vader leeft en 
van ons houdt. Ik weet datjezus 
Christus onze Heiland is. Ik weet dat 
de Schriften waar zijn. Ze zijn het 
woord van God. Ik weet dat president 
Gordon B. Hinckley nu onze profeet 
is. Ik weet dat als we hem volgen, we 
grote zegeningen van onze Vader in 
de hemel zullen ontvangen. Ik ben zo 
dankbaar voor dat getuigenis. In de 
naam van Jezus Christus. Amen. ■ 

NOTEN 

1. 'Lees, denk en bid' (Kinderliedjes, p. 66). 

2. 'Een krachtig en waar getuigenis', Liahona, 
augustus 2005, p. 6. 



De waarheid 
hersteld 

OUDERLING RICHARD G. SCOTT 

van het Quorum der Twaalf Apostelen 

[Met] het plan van de Vader voor eeuwig heil en geluk [...] 
zult u elk probleem in dit leven kunnen oplossen. 




Overal in de wereld zien we dat 
velen blijk geven van een groei- 
end verlangen naar geestelijke 
leiding als gevolg van het toenemend 
aantal rampen, veroorzaakt door mens 
en natuur. Deze hunkering naar 
geestelijk licht openbaart zich omdat 
we kinderen zijn van een goddelijke 
hemelse Vader. Het is begrijpelijk dat 
we ons bij nood tot onze Schepper 
wenden. Onze liefdevolle hemelse 
Vader wist dat de verslechterde 
wereldsituatie, ernstige problemen op 
het persoonlijke vlak en grote rampen 
voor zijn kinderen aanleiding zouden 
zijn om op zoek te gaan naar geeste- 
lijke manna. De uitdaging is die op de 
juiste wijze te vinden. 



Ons voorsterfelijk bestaan heeft 
zich in de tegenwoordigheid van God 
onze heilige Vader en zijn geliefde 
Zoon, Jezus Christus, afgespeeld. In 
dat bestaan kregen we inzicht in het 
heilspan van onze Vader en kregen de 
belofte dat we als sterveling op zijn 
hulp konden rekenen. Het belangrijk- 
ste doel van ons leven is daar aan ons 
uitgelegd. Ons werd gezegd: 

'Wij zullen een aarde maken 
waarop dezen kunnen wonen; en wij 
zullen hen hiermee beproeven om te 
zien of zij alles zullen doen wat de 
Heer, hun God, hun ook zal gebie- 
den; en aan hen die hun eerste staat 
behouden [dat wil zeggen wie in het 
voorsterfelijk bestaan gehoorzaam 
waren] zal worden toegevoegd; (...) 
en zij die hun tweede staat behouden 
[dat wil zeggen wie in dit sterfelijk 
leven gehoorzaam zijn] op hun hoofd 
zal heerlijkheid worden toegevoegd 
voor eeuwig en altijd.' 1 

Die woorden geven het belangrijk- 
ste doel van uw verblijf op aarde aan. U 
dient te bewijzen dat u gehoorzaam 
wilt zijn aan de geboden van God. 
Aldus groeit u in begrip, zielsvermogen 
en elke goede eigenschap. U dient 
elke vereiste verordening te ontvangen 
en elk noodzakelijk verbond te sluiten 
en na te komen. U dient een gezin te 
stichten en te verzorgen. Dit leven 
kent periodes van zorgen en geluk, die 



78 



tot doel hebben u in volle glorie te 
laten terugkeren om de glorierijke 
zegeningen die de gehoorzamen zijn 
beloofd, in ontvangst te nemen, nadat 
u met succes met de moeilijkheden en 
de mogelijkheden van het sterfelijk 
leven bent omgegaan. 

Teneinde het hoogst haalbare uit 
deze proef- en groeiperiode te halen, 
werd u ingelicht en voorbereid op de 
omstandigheden waaronder u op 
aarde zou leven. Er werd uitgelegd 
welk patroon onze Vader gebruikt om 
u door het sterfelijk leven heen te 
loodsen. Hij zou uit zijn heldhaftigste 
en gehoorzaamste geestkinderen pro- 
feten en andere bevoegde dienst- 
knechten kiezen, aan wie Hij zijn 
priesterschap zou geven en wie Hij in 
zijn waarheid zou onderwijzen om die 
waarheid onder zijn kinderen op 
aarde te verspreiden. God zou ieder 
kind morele keuzevrijheid geven, het 
recht om de raad van God te volgen 
ofte negeren. Iedereen zou aange- 
moedigd worden te gehoorzamen, 
maar zou niet worden gedwongen. 
U begreep dat hoewel u op aarde kon 
kiezen wat u wilde, u niet de gevolgen 
van uw keuzes kon kiezen. Dat zou 
afhangen van eeuwige wetten. 

Iemand die door zijn keuzes in dit 
leven aanspraak zou kunnen maken 
op de rijkste zegeningen, maar daar 
om redenen buiten zichzelf niet de 
hand op wist te leggen, zou daartoe 
in het nasterfelijke leven alsnog in de 
gelegenheid worden gesteld. Uw her- 
inneringen aan een voorstedelijk 
leven werden bij u weggenomen om 
er zeker van te zijn dat deze test zijn 
waarde behield, maar u zou wel een 
innerlijk richtsnoer krijgen om een 
goed leven te leiden. In dit leven zou 
het heilsplan van onze Vader, dat u de 
kans zou bieden om bij Hem terug te 
keren, het evangelie van Jezus 
Christus heten. 

Vóór de schepping van deze aarde 
was er een briljante maar boze geest, 
beter bekend als Lucifer of de Satan, 
die tot opstand tegen het plan van 




onze Vader aanzette. Hij wilde een wij- 
ziging in de voorwaarden aanbrengen. 
Zijn argumenten waren zo overtuigend 
dat een derde van de geestkinderen 
van de Vader Satan volgde en werd 
uitgeworpen. Zij raakten de zeldzame 
kans op groei en het essentiële profijt 
van een sterfelijk lichaam kwijt. 

Onze heilige Vader, die ieder van 
zijn kinderen volmaakt kent, besefte 
dat veel van zijn kinderen in de loop 
der tijd aan verleiding bloot zouden 
staan, werelds zouden worden en het 
getuigenis en de leringen van zijn pro- 
feten zouden verwerpen. Geestelijke 
duisternis zou de plaats innemen van 
het licht van de waarheid, een toe- 
stand die afvalligheid wordt genoemd. 
Een periode waarin de waarheid wordt 
geïntroduceerd tot die wordt overwoe- 
kerd door zonde zou bedeling worden 
genoemd. En in elke bedeling zouden 
er profeten zijn om de waarheid voor 
de getrouwen op aarde te houden, 
ongeacht of die waarheid door velen 
vervormd of verworpen zou worden. 

U leerde dat het licht van Christus 
dat richtsnoer zou zijn. Het geeft alles 
licht en leven. Het spoort alle mensen 
aan om waarheid van dwaling te 



onderscheiden, goed van kwaad. Het 
licht van Christus is geen persoon. Het 
is een macht of invloed die van God 
onze Vader door zijn Zoon, Jezus 
Christus, afkomstig is en wie het volgt, 
kan in aanmerking komen voor de 
meer vastomlijnde leiding en inspiratie 
van de Heilige Geest. U kreeg te horen 
dat overtreding de invloed van de 
Heilige Geest zou verzwakken, maar 
dat die weer kon worden hersteld 
door genoegzame bekering. U ver- 
heugde zich erin dat de gehoorzamen, 
als zij de juiste verordeningen en de 
bijbehorende verbonden ontvingen 
en getrouw bleven, de celestiale 
heerlijkheid zouden beërven en in alle 
eeuwigheid in de tegenwoordigheid 
van de Vader en zijn Zoon zouden 
verblijven. 

Hoe weten we deze waarheden? 
Hoe kunt u te weten komen of ze 
kloppen? U ziet grote verwarring om 
u heen omtrent het wezen van God, 
zijn leringen en het doel van het leven. 
Hoe geeft God, onze hemelse Vader, 
zijn kinderen op aarde leiding? Hoe 
laat Hij zijn getrouwe en gelovige kin- 
deren de waarheid en zijn wil weten, 
zodat ze de juiste keuzes kunnen ma- 
ken en de zegeningen kunnen ontvan- 
gen die Vader in de hemel hun maar al 
te graag wil geven? Dat zal ik uitleggen. 

Vanaf de grondlegging van deze 
aarde heeft God onze Vader het plan 
dat ik net heb uitgelegd, consequent 
gevolgd. Adam heeft het plan van 
onze Vader aan zijn kinderen en nako- 
melingen uitgelegd. Velen geloofden 
en werden gezegend. Maar velen 
kozen ervoor hun keuzevrijheid, een 
gave die ze van God hadden gekre- 
gen, te gebruiken om zijn leringen en 
zijn evangelie te verwerpen. De onge- 
hoorzamen verwierpen de waarheid, 
verdraaiden de leringen en verorde- 
ningen, en verwijderden zich van God. 
In de loop der tijd werd het licht van 
de waarheid opgeslokt door geeste- 
lijke duisternis. Het priesterschap en 
de ware kerk waren niet meer onder 
de mensen te vinden. 



LIAHONA NOVEMBER 2005 



79 



Profeten zoals Henoch, Noach, 
Abraham en Mozes herstelden de 
waarheid in hun bedeling maar in de 
loop der tijd verwierpen de meesten 
toch weer hun leringen. In het 
midden des tijds werd Jezus Christus, 
de geliefde Zoon van God, op aarde 
geboren. Hij herstelde de waarheid 
weer en diende met liefde en barm- 
hartigheid. Hij vestigde zijn kerk weer 
op aarde met profeten en apostelen. 
Door intens te lijden vervulde Hij de 
goddelijke opdracht van zijn heilige 
Vader om onze Heiland en Verlosser 
te worden. Hij stond toe dat Hij werd 
gekruisigd. Hij herrees uit het graf en 
overwon daarmee de lichamelijke 
dood. Zijn oneindige zoenoffer is een 
verheven gave die het voor de 
bekeerlijke mogelijk maakt om vergif- 
fenis te ontvangen en in aanmerking 
te komen voor het eeuwige leven. 
Maar zelfs toen werd de Zoon van 
God door bijna iedereen verworpen. 
Zijn apostelen en de leden van de 
kerk werden vervolgd en velen von- 
den de dood. De aarde zakte weg in 
een lange en vreselijke periode van 
intense geestelijke duisternis. 

De Schriften maken duidelijk dat 
door de hele geschiedenis heen, bij 
gebeurtenissen van uitzonderlijk 
belang, de stem van God de Vader is 
gehoord. Bij verschillende gelegenhe- 
den is Jezus Christus aan een beperkt 
aantal personen verschenen. Toch is 
er slechts één verheven, bijzondere 
gebeurtenis waarbij voor zover wij 
weten, God de Vader zelf in persoon 
is verschenen. Hij is samen met zijn 
geliefde heilige Zoon, Jezus Christus, 
aan een eenkoppig publiek versche- 
nen. Die ene was de jonge Joseph 
Smith jr., een uitzonderlijke geest, 
voorbereid vanaf de grondlegging der 
wereld. Hij zou de grootste profeet 
ooit op aarde worden. Spoedig 
daarna zou het priesterschapsgezag 
terugkeren, de volledige herstelling 
van de kerk die was hersteld door de 
heiland, met aanvullende Schriftuur 
toegesneden op deze tijd die door 




middel van voortdurende openbaring 
van de Heiland kwam. 

Onze goedgunstige Vader kwam 
uit zijn uitgestrekte scheppingen naar 
deze aarde om de waarheid te verhel- 
deren, om de dikke geestelijke 
duisternis uiteen te drijven, om zijn 
ware identiteit te tonen, om de vol- 
heid van de waarheid te herstellen, 
en de enige weg naar zekere, geeste- 
lijke leiding te banen. Deze gedenk- 
waardige herstelling is begonnen met 
deze eenvoudige woorden van de 
Vader: 'Dit is mijn geliefde Zoon. 
Hoor Hem!' 2 Waarna de herstelling 
van de waarheid, het priesterschap, 
de gewijde verordeningen en de 
ware kerk met het plan van de Vader 
voor eeuwig heil en geluk, volgde. 
Wanneer u dat plan volgt, zult u elk 
probleem in dit leven kunnen oplos- 
sen. Dit plan zal u de kans bieden om, 
door geloof en gehoorzaamheid, in 
aanmerking te komen voor goddelijke 
leiding. Die steun zal u de kracht 
geven om zo te leven zoals u weet 
dat u moet leven, ongeacht de ver- 
wording van de maatschappij. 

Welke gebeurtenis zou zo onge- 
looflijk belangrijk zijn om dit onge- 
kende bezoek van God de Vader te 
rechtvaardigen? Het was de inluiding 
van de 'bedeling van de volheid der 
tijden' die door de profeten in zowel 



het oude als het nieuwe testament 
was voorzegd. De tijd was voor de 
Vader aangebroken om alles in de 
hemelen en de aarde in Christus 
samen te vatten, 3 alle sleutels van 
het koninkrijk over te dragen en de 
kennis te herstellen die in voorbije 
bedelingen was geopenbaard, 4 ter 
instelling van de laatste bedeling van 
het evangelie voor deze aarde. 

In het besef dat het voor velen 
moeilijk zou zijn om te geloven in een 
dergelijke glorierijke herstelling, voor- 
zag de Heiland in een tastbaar bewijs 
dat daarvan getuigt, namelijk het 
Boek van Mormon. Daarin staat 
beschreven hoe we kunnen weten 
of de herstelling echt heeft plaatsge- 
vonden. Hij voorzag bij monde 
van Joseph Smith met de Leer en 
Verbonden en de Parel van grote 
waarde in nog meer verhelderende 
Schriftuur, noodzakelijk voor deze 
tijd. Het is dan ook geen wonder dat 
de bediening van Joseph Smith zich 
voornamelijk concentreerde op de 
Heiland, zijn verzoening en leer. 

Hoewel deze waardevolle, essen- 
tiële boodschap over de wereld is ver- 
kondigd, is het Satan gelukt veel 
mensen er blind voor te maken of in 
de verkeerde richting te sturen. Het 
overgrote deel van de kinderen van 
de Vader zijn niet alleen hun hemelse 
Vader en het doel van het sterfelijke 
leven vergeten, ze willen ook zelden 
iets van Hem weten noch nadenken 
over het doel van hun leven. Ze wor- 
den in beslag genomen door aller- 
hande zaken die hen afleiden van de 
essentiële. Maakt u alstublieft die 
fout niet. 

Als dienstknecht van Jezus Christus 
getuig ik dat wat ik heb uitgelegd, 
waar is. Het is niet voldoende om een 
vaag begrip te hebben van de waar- 
heid of van het bestaan van de Vader 
en zijn Zoon, onze Heiland. Ieder van 
ons moet gaan beseffen wie Ze werke- 
lijk zijn. U moet voelen hoeveel Ze 
van u houden. Als u de waarheid naar 
beste weten naleeft, moet u erop 



80 



vertrouwen dat Zij u zullen helpen 
om het doel van uw leven te verwe- 
zenlijken en u te versterken, zodat u 
in aanmerking komt voor de beloofde 
zegeningen. Om de geboden van God 
te kunnen gehoorzamen, moet u 
weten wat ze inhouden. Daarvoor 
moet u in ze geloven. Dat kunt u het 
beste bereiken door de leerstellingen 
te bestuderen. Dat is een van de rede- 
nen dat president Hinckley en zijn 
raadgevers in juli van dit jaar alle 
leden uitnodigden om het Boek van 
Mormon voor het eind van het jaar uit 
te lezen. Zij deden deze belofte: 'Wie 
het Boek van Mormon leest zal meer 
de Geest des Heren gaan ervaren, de 
geboden stipter willen naleven en een 
groter getuigenis krijgen dat de Zoon 
van God werkelijk leeft.' 5 Ik heb de 
proef op de som genomen en kan 
bevestigen dat die belofte uitkomt. 
Als u die raad gewetensvol gehoor- 
zaam bent geweest, weet u wat ik 
bedoel. Als u nog niet begonnen bent, 
heeft u nog steeds de tijd om uw 
leven te verrijken door het Boek van 
Mormon te lezen. Wilt u dat alstu- 
blieft doen? 

Als apostel van de Heer Jezus 
Christus getuig ik plechtig dat God de 
Vader en Jezus Christus door middel 
van Joseph Smith de herstelling die ik 
zojuist heb uitgelegd, tot stand heb- 
ben gebracht, dat het luisterrijke licht 
van de waarheid en de Kerk van Jezus 
Christus weer op aard is, dat de ware 
natuur van God de Vader en zijn Zoon 
opnieuw is geopenbaard en dat de 
juiste manier om geestelijke leiding te 
ontvangen, is uitgelegd. Ik getuig dat 
Gods heilsplan ter beschikking staat 
aan eenieder die er oprecht naar op 
zoek is. Sluit het in uw hart. Leef het 
na voor uw vrede en geluk. In de 
naam van Jezus Christus. Amen. ■ 

NOTEN 

1. Abraham 3:24-26. 

2. Geschiedenis van Joseph Smith 1:17. 

3. Efeziërs 1:10. 

4. Zie LV 128:18-21. 

5. Zie Brief van het Eerste Presidium, 
25 juli 2005. 



Vergeving 

PRESIDENT GORDON B. HINCKLEY 



Op de een of andere manier brengt vergeving, in 
combinatie met liefde en verdraagzaamheid, 
wonderen tot stand die op geen enkele andere 
wijze tot stand kunnen komen. 




Broeders en zusters, ik dank 
mijn Vader in de hemel dat Hij 
mij lang genoeg laat leven om 
deel uit te maken van deze interes- 
sante tijd. Ik dank Hem voor de gele- 
genheid om in zijn dienst te zijn. Het 
enige verlangen wat ik heb, is alles te 
doen wat ik kan om het werk van de 
Heer te bevorderen, zijn getrouwe 
leden te dienen en in vrede met mijn 
naasten te leven. 

Onlangs heb ik ruim veertigdui- 
zend kilometer afgelegd om Alaska, 
Rusland, Korea, Taiwan, Hongkong, 
India, Kenia en Nigeria te bezoeken, 
en in dat laatste land een nieuwe tem- 
pel in te wijden. Vervolgens wijdden 
we de Newport Beachtempel in 
Californië in. En ik heb net zestiendui- 
zend kilometer afgelegd naar Samoa 



om daar een andere tempel in te wij- 
den. Ik reis niet graag, maar het is 
mijn wens om onder de mensen te 
komen zodat ik hen kan bemoedigen, 
mijn waardering uiten en getuigen 
van de goddelijke aard van het werk 
van de Heer. 

Ik denk vaak aan een gedicht dat 
ik lang geleden heb gelezen. Het gaat 
als volgt: 

Laat mij wonen in een huis langs de 

kant van de weg 
Waar het mensenras voorbijgaat — 
De mensen die goed zijn en de 

mensen die slecht zijn, 
Net zo goed en slecht als het mij 

vergaat. 

Ik wil niet de plaats innemen van 

de smaler 
Noch is kritiseren mijn wens — 
Laat mij wonen in een huis langs de 

kant van de weg 
En een vriend zijn voor de mens. ' 
(Sam Wal ter Foss, 'The House by the 

Side of the Road'. In: James 

Dalton Morrison, red., 

Masterpieces ofReligious Verse 

[1948], p. 422) 

Dat wil ik ook. 

Ouder worden doet iets met een 
mens. Het lijkt hem bewuster te 
maken van de behoefte aan vriende- 
lijkheid, goedheid en verdraagzaam- 
heid. Hij wenst en bidt dat de mensen 



LIAHONA NOVEMBER 2005 



81 



in vrede samen konden leven zonder 
oorlog en strijd, onenigheid en con- 
flict. Zijn bewustzijn van de betekenis 
van de grote verzoening van de 
Verlosser, de omvang van diens offer, 
en zijn dankbaarheid aan de Zoon 
Gods die zijn leven gaf opdat wij 
mochten leven, neemt toe. 

Ik wil het vandaag hebben over 
vergeving. Het is misschien wel de 
fijnste deugd op aarde en is beslist 
het hardste nodig. Er is al zo veel 
gemeenheid en mishandeling, onver- 
draagzaamheid en haat. Er is zo veel 
behoefte aan bekering en vergeving. 
Dat is het grote beginsel dat in alle 
Schriften, zowel de oude als de 
hedendaagse, uiteen wordt gezet. 

In al onze gewijde lectuur is er 
geen mooier verhaal van vergeving 
dan dat van de verloren zoon, wat we 
vinden in Lucas, hoofdstuk vijftien. 
Iedereen zou dat af en toe eens moe- 
ten lezen en overdenken. 

'Toen [de verloren zoon al zijn geld 
had opgemaakt] kwam er een zware 
hongersnood over dat land en hij 
begon gebrek te lijden. 

'En hij trok er op uit en drong zich 
op aan een der burgers van dat land 
en die zond hem naar het veld om 
zijn varkens te hoeden. 

'En hij begeerde zijn buik te vullen 
met de schillen, die de varkens aten, 
doch niemand gaf ze hem. 

'Toen kwam hij tot zichzelf en 
zeide: Hoeveel dagloners van mijn 
vader hebben brood in overvloed en 
ik kom hier om van de honger. 

'Ik zal opstaan en naar mijn vader 
gaan en tot hem zeggen: Vader, ik heb 
gezondigd tegen de hemel en voor u, 
ik ben niet meer waard uw zoon te 
heten; stel mij gelijk met een uwer 
dagloners. 

'En hij stond op en keerde naar 
zijn vader terug. En toen hij nog veraf 
was, zag zijn vader hem en werd met 
ontferming bewogen. En hij liep hem 
tegemoet viel hem om de hals en 
kuste hem. 

'En de zoon zeide tot hem: Vader, 




ik heb gezondigd tegen de hemel en 
voor u, ik ben niet meer waard uw 
zoon te heten' (Lucas 15:14-21). 

En de vader liet een groot feest 
aanrichten. En toen zijn andere zoon 
daarover klaagde, zei hij tegen hem: 
'Wij moesten feestvieren en vrolijk 
zijn, want uw broeder hier was dood 
en is levend geworden, hij was verlo- 
ren en is gevonden' (vs. 32). 

Als er sprake is geweest van wange- 
drag en men heeft zich bekeerd, en 
heeft vergeving ontvangen, dan is de 
overtreder die letterlijk verloren was 
weer gevonden en is hij die dood was 
weer levend gemaakt. 

Wat zijn de zegeningen van barm- 
hartigheid en vergeving toch groot. 

Na de Tweede Wereldoorlog werd 



Europa met behulp van gaven van 
miljoenen dollars in het kader van 
het Marshallplan weer op de benen 
gezet. 

Na diezelfde oorlog zag ik in 
Japan grote staalfabrieken verrijzen, 
gebouwd van geld waarvan mij werd 
gezegd dat het uit Amerika kwam, 
Japans voormalige vijand. Hoeveel 
beter is de wereld niet vanwege de 
vergeving en gulheid van een volk 
voor een van zijn voormalige vijanden. 

De Heer heeft in de bergrede 
gezegd: 

'Gij hebt gehoord, dat er gezegd is: 
Oog om oog en tand om tand. 

'Maar Ik zeg u, de boze niet te 
weerstaan, doch wie u een slag geeft 
op de rechterwang, keer hem ook de 
andere toe; en wil iemand met u rech- 
ten en uw hemd nemen, laat hem 
ook uw mantel; en wie u ertoe prest 
één mijl te gaan, gaat er twee met hem. 

'Geef hem, die van u vraagt, en wijs 
hem niet af, die van u lenen wil. 

'Gij hebt gehoord, dat er gezegd is: 
Gij zult uw naaste liefhebben en uw 
vijand zult gij haten. 

'Maar Ik zeg u: Hebt uw vijanden 
lief [zegen hen die u vervloeken, doe 
goed aan hen die u haten] en bidt 
voor wie u vervolgen.' (zie Matteüs 
5:38-44). 

Dat zijn krachtige uitspraken. 

Denkt u echt dat u gehoor kunt 
geven aan die aansporing? Het zijn de 
woorden van de Heer zelf en ik denk 
dat ze op ieder van ons van toepas- 
sing zijn. 

De Schriftgeleerden en Farizeeërs 
brachten een vrouw voor Jezus die op 
overspel was betrapt, want ze wilden 
Hem in de val lokken. 

'Maar Jezus bukte neder en schreef 
met de vinger op de grond [alsof Hij 
hen niet hoorde] . 

'Doch toen zij Hem bleven vragen, 
richtte Hij Zich op en zeide tot hen: 
Wie van u zonder zonde is, werpe het 
eerst een steen naar haar. 

'En weer bukte Hij neder en 
schreef op de grond. 



82 



'Maar toen zij dit hoorden en door 
hun eigen geweten veroordeeld 
waren, gingen zij een voor een weg, 
te beginnen bij de oudsten en tot de 
laatste toe, en zij lieten Jezus alleen 
en de vrouw in het midden. 

'En Jezus richtte Zich op [zag nie- 
mand buiten de vrouw] en zeide tot 
haar: Vrouw, waar zijn [uw aankla- 
gers] ? Heeft niemand u veroordeeld? 

'En zij zeide: Niemand, Here. En 
Jezus zeide: Ook Ik veroordeel u niet. 
Ga heen, zondig van nu af niet meer!' 
(Johannes 8:6-11.) 

De Heiland leerde ons dat we de 
99 schapen achter moesten laten om 
het verloren schaap te zoeken opdat 
het vergeving mocht krijgen en er 
genoegdoening mocht plaatsvinden. 

Jesaja heeft geschreven: 

'Wast u, reinigt u, doet uw boze 
daden uit mijn ogen weg; houdt op 
kwaad te doen; 

'Leert goed te doen, tracht naar 
recht, houdt de geweldenaar in toom, 
doet recht aan de wees, verdedigt de 
rechtszaak der weduwe. 

'Komt toch en laat ons tezamen 
richten, zegt de Here; al waren uw 
zonden als scharlaken, zij zullen wit 
worden als sneeuw; al waren zij rood 
als karmozijn, zij zullen worden als 
witte wol' (Jesaja 1:16-18). 

De grote, weergaloze liefde van de 
Heiland kwam tot uiting toen Hij in 
zijn ondraaglijke stervenspijn uitriep: 
'Vader, vergeef het hun, want zij weten 
niet wat zij doen' (Lucas 23:34). 

In onze tijd heeft de Heer in een 
openbaring gezegd: 

'Daarom zeg Ik tot u, dat gij elkan- 
der dient te vergeven; want hij, die 
zijn broeder zijn overtredingen niet 
vergeeft, staat veroordeeld voor de 
Here, want in hem verblijft groter 
zonde. 

'Ik, de Heer, zal vergeven wie Ik 
vergeven wil, maar van u wordt het 
vereist alle mensen te vergeven' (LV 
64:9-10). 

De Heer heeft een fantastische 
belofte gegeven. Hij heeft gezegd: 




'Wie zich van zijn zonden bekeerd 
heeft, die ontvangt vergeving, en 
Ik, de Heer, denk er niet meer aan' 
(LV 58:42). 

Er zijn tegenwoordig zovelen die 
niet bereid zijn te vergeven en verge- 
ten. Kinderen huilen en echtgenotes 
wenen omdat vaders en echtgenoten 
kleine tekortkomingen blijven noe- 
men die eigenlijk niet van belang zijn. 
En er zijn ook zo veel vrouwen die 
een olifant maken van elke kleine 
mug van een woord of daad. 

Een tijdje geleden heb ik een 
column van Jay Evensen geknipt uit 
Deseret Morning News. Met zijn toe- 
stemming lees ik u een deel ervan 
voor. Hij schrijft: 

'Hoe zou u het vinden als een tie- 
ner een bevroren kalkoen van tien 
kilo uit het raam van een rijdende 
auto gooit, die de voorruit verbrijzelt 
van de auto die door u wordt 



bestuurd? Wat zou u ervan vinden als 
artsen zes uur aan uw gezicht opere- 
ren en het met metalen platen en 
andere hulpmiddelen enigszins weten 
op te lappen, maar dat u te horen 
krijgt dat u nog jaren zult moeten 
revalideren om weer de oude te wor- 
den, en dat u van geluk mag spreken 
dat u het er levend van af heeft 
gebracht en er geen blijvende hersen- 
letsel aan over heeft gehouden? 

'En hoe zou u zich voelen als u 
erachter komt dat de dader en zijn 
maten alleen maar aan de kalkoen 
waren gekomen, omdat ze een credit- 
card hadden gestolen en zich hadden 
uitgeleefd in zinloze aankopen, 
gewoon voor de lol? (...) 

'Dit soort gruwelijke misdaden 
helpt politici in het zadel die tijdens 
hun verkiezingscampagne beloven de 
misdaad hard te zullen aanpakken. 
Het is de soort misdaad die wetgevers 



LIAHONA NOVEMBER 2005 



83 




ertoe aanzet om elkaar de loef af te 
steken en als eerste met een wets- 
voorstel te komen, waarin het gebruik 
van bevroren gevogelte bij het plegen 
van misdaden strafbaar wordt gesteld. 

'De New York Times haalde een 
uitspraak van de openbare aanklager 
aan die zei dat dit de soort misdaad is 
waarvan de slachtoffers vinden dat 
geen straf zwaar genoeg is. "Zelfs de 
doodstraf stelt hen niet tevreden", 
zei hij. 

'En dat is nou zo bijzonder aan wat 
er werkelijk gebeurde. Het slachtoffer, 
Victoria Ruvolo, vierenveertig jaar en 
voormalig manager van een incasso- 
bureau, stelde meer belang in het 
redden van het leven van haar negen- 
tienjarige aanvaller, Ryan Cushing, dan 
in de een of andere vorm van wraak. 
Ze preste de openbare aanklager om 
informatie vrij te geven over hem, zijn 
leven, hoe hij was opgevoed enzo- 
voort. En toen stond ze erop dat ze 
hem strafvermindering zouden aan- 
bieden als hij bekende. Cushing zou 
een halfjaar naar de gevangenis gaan 
en vijfjaar voorwaardelijk krijgen als 
hij schuld zou bekennen aan onopzet- 
telijke geweldpleging. 

Als hij veroordeeld was voor opzet- 
telijke geweldpleging — de aanklacht 
die het meest voor de hand lag — dan 
had hij 25 jaar gevangenisstraf kunnen 



krijgen en uiteindelijk als een man 
van middelbare leeftijd zonder enige 
opleiding of vooruitzichten teruggezet 
worden in de maatschappij. 

'Maar dit was nog maar het begin. 
Het vervolg van het verhaal, dat zich 
in de rechtbank afspeelde op de 
dag van de rechtszaak, is wat echt 
verbaast. 

'Volgens een artikel in de New York 
Post ging Cushing in de rechtszaal 
voorzichtig en aarzelend op Ruvolo af 
en fluisterde haar met tranen op zijn 
gezicht een verontschuldiging in. 'Het 
spijt me zo wat ik u heb aangedaan.' 

'Ruvolo stond op, waarna slachtof- 
fer en dader elkaar huilend omhels- 
den. Ze aaide hem over zijn hoofd 
en klopte hem op de rug terwijl hij 
stond te snikken. Getuigen, onder 
wie een verslaggever van de Times, 
hoorden haar zeggen: "Al goed. 
Ik wil alleen maar dat je het aller- 
beste van je leven maakt." Volgens 
getuigen slikten geharde aanklagers 
en zelfs journalisten tranen weg.' 
('Forgiveness Has Power to Change 
Future', Deseret Morning News, 
21 augustus 2005, p.AA3.) 

Wat een geweldig verhaal — 
vooral omdat het echt gebeurd is, en 
nog wel in die keiharde stad, New 
York. Wie kan iets anders dan bewon- 
dering opbrengen voor deze vrouw 



die de jongeman vergaf die haar 
bijna het leven had benomen? 

Ik weet dat waar ik het over heb 
een delicaat, gevoelig onderwerp is. 
Er zijn geharde criminelen die mis- 
schien wel opgesloten moeten wor- 
den. Er zijn onuitsprekelijk brute 
misdaden zoals moord in de eerste 
graad en verkrachting die zware straf- 
fen rechtvaardigen. Maar er zijn men- 
sen die vele, afstompende jaren van 
gevangenisstraf bespaard kunnen 
worden die ze anders opgelegd zou- 
den krijgen wegens een onnaden- 
kende, dwaze daad. Op de een of 
andere manier brengt vergeving, in 
combinatie met liefde en verdraag- 
zaamheid, wonderen tot stand die op 
geen enkele andere wijze tot stand 
kunnen komen. 

De grote verzoening was de alles- 
overtreffende daad van vergeving. De 
omvang van die verzoening gaat ons 
begrip volledig te boven. Ik weet 
alleen maar dat het is gebeurd, en dat 
het voor mij en voor u was. Het lijden 
was zo groot, de kwelling zo intens 
toen de Heiland zichzelf als zoenoffer 
voor de zonden van de hele mens- 
heid aanbood dat geen van ons het 
kan bevatten. 

Door Hem krijgen wij vergiffenis. 
Door Hem krijgen wij de zekere 
belofte dat de hele mensheid de zege- 
ningen van het heil wordt verstrekt 
en de opstanding van de dood. Door 
Hem en zijn grote allesovertreffende 
offer krijgen wij de kans om door 
gehoorzaamheid de verhoging en het 
eeuwige leven te verkrijgen. 

Moge God ons helpen om wat 
vriendelijker te zijn, wat verdraagza- 
mer te zijn, wat vergevensgezinder te 
zijn, wat meer bereid om de tweede 
mijl te gaan, hen die gezondigd heb- 
ben maar vruchten van bekering 
voort hebben gebracht de hand te rei- 
ken, oude grieven terzijde te zetten 
en ze niet meer te koesteren. Dat bid 
ik nederig in de heilige naam van 
onze Verlosser, namelijk de Heer 
Jezus Christus. Amen. ■ 



84 



ZONDAGMIDDAGBIJEENKOMST 

2 oktober 2005 



Jezus Christus, de 
grote Geneesheer 



OUDERLING RUSSELL M. NELSON 

van het Quorum der Twaalf Apostelen 



Geloof, bekering, doop, getuigenis en een blijvende bekering 
voeren tot de genezende kracht van de Heer. 



u lief en bidden voor u, zoals u voor 
ons bidt. 

Ik spreek vooral mijn dank aan de 
Heer Jezus Christus uit. Ik ben dank- 
baar voor zijn liefde en zijn uitnodi- 
ging om tot Hem te komen! 1 Ik 
verwonder mij over zijn ongeëve- 
naarde genezingskracht. Ik getuig dat 
Jezus Christus de grote Geneesheer 
is. Het is slechts één van de vele 
eigenschappen die zijn onvergelijke- 
lijke leven kenmerken. 

Jezus is de Christus, de Messias, de 
Zoon van God, de Schepper, de grote 
Jehova, de beloofde Immanuël, onze 
verzoening brengende Heiland en 
Verlosser, onze Voorspraak bij de 
Vader, ons grote Voorbeeld. En op een 
dag staan we voor Hem, onze recht- 
vaardige en barmhartige Rechter. 2 

Wonderen van genezing 

Jezus gaf als de grote Geneesheer 
zijn vrienden de opdracht: 'Gaat heen 
en boodschapt (...) wat gij gezien en 
gehoord hebt: Blinden worden ziende, 
lammen wandelen, melaatsen worden 
gereinigd en doven horen; doden 
worden opgewekt.' 3 

In de boeken Matteüs, 4 Marcus, 5 
Lucas 6 en Johannes 7 wordt herhaalde- 
lijk verteld dat Jezus rondging om het 
evangelie te prediken en allerlei kwa- 
len te genezen. 

Toen de herrezen Verlosser aan de 




Geliefde broeders en zusters, 
ik groet u en betuig u mijn 
liefde. Namens de algemene 
autoriteiten dank ik u voor uw recht- 
schapenheid, uw vele goede daden, 
uw gebeden en de steun die u ons 
geeft. Wij hebben soortgelijke moei- 
lijkheden als u. We zijn allemaal 
onderhevig aan verdriet en lijden, 
ziekte en dood. Maar of we nu goede 
of slechte tijden doormaken, de Heer 
verwacht dat ieder van ons tot het 
einde toe volhardt. De algemene 
autoriteiten zien in dat het bij het 
doen van Gods heüige werk belang- 
rijk is dat u aan ons denkt. Uw morele 
steun wordt in liefde geboden en 
in dank ontvangen. Wij hebben 



inwoners van het oude Amerika ver- 
scheen, was Hij zo barmhartig dat Hij 
allen die 'op enigerlei wijze lijdende' 8 
waren uitnodigde om tot Hem te 
komen en genezen te worden. 

Wonderbaarlijk genoeg gaf Hij zijn 
goddelijke bevoegdheid om de zieken 
te genezen ook aan goede priester- 
schapsdragers in eerdere bedelingen, 9 
en nogmaals in deze laatste tijd waarin 
zijn evangelie volledig is hersteld. 10 

De invloed van gebed op genezing 

Ook door gebed krijgen wij toe- 
gang tot zijn genezende kracht. Ik zal 
nooit iets vergeten wat mijn vrouw en 
ik ongeveer dertig jaar geleden mee- 
maakten met president Spencer W 
Kimball en zijn geliefde vrouw, 
Camilla. We waren in Hamilton 
(Nieuw-Zeeland) voor een grote con- 
ferentie met de heiligen. Ik was toen 
nog geen algemeen autoriteit. Ik was 
als algemeen zondagsschoolpresident 
uitgenodigd om deel te nemen aan 
de conferentie en soortgelijke bijeen- 
komsten op andere eilanden in 
Oceanië. En als arts behandelde ik 
president en zuster Kimball al jaren. 
Ik kende hen allebei erg goed — van 
binnen en van buiten. 

De plaatselijke jongeren van de 
kerk hadden een culturele avond 
voorbereid voor de conferentie. Maar 
helaas werden president en zuster 
Kimball allebei erg ziek. Ze hadden 
hoge koorts. Na een zalving gingen 
ze in de nabijgelegen woning van de 
president van de tempel in Nieuw- 
Zeeland rusten. President Kimball 
vroeg zijn raadgever, president N. 
Eldon Tanner, de culturele avond te 
presideren en president en zuster 
Kimball te excuseren. 

Mijn vrouw ging met president 
en zuster Tanner en andere leiders 
mee naar de avond. En president 
Kimballs secretaris, broeder 
D. Arthur Haycock, en ik waakten 
over onze zieke vrienden. 

Terwijl president Kimball lag te sla- 
pen, zat ik stilletjes te lezen in zijn 



LIAHONA NOVEMBER 2005 



85 



kamer. Plotseling werd president 
Kimball ergens van wakker. Hij vroeg: 
'Broeder Nelson, hoe laat zou het 
programma vanavond beginnen?' 

'Zeven uur, president Kimball.' 

'Hoe laat is het nu?' 

'Bijna zeven uur', antwoordde ik. 

Snel zei president Kimball: 'Zeg 
tegen mijn vrouw dat we vertrekken!' 

Ik controleerde president Kimballs 
temperatuur. Die was normaal! Ik 
nam ook zuster Kimballs tempera- 
tuur. Die was ook normaal! 

Ze kleedden zich snel aan en stap- 
ten in een auto. We werden naar het 
stadion van de hogeschool van de 
kerk in Nieuw-Zeeland gereden. Toen 
de auto de arena inreed, kwam er 
een luide, spontane kreet uit de aan- 
wezigen. Dat was hoogst ongebruike- 
lijk! Toen we waren gaan zitten, vroeg 
ik mijn vrouw naar die plotselinge 
kreet. Ze zei dat president Tanner 
toen hij de bijeenkomst opende zijn 
plicht had gedaan en president en 
zuster Kimball wegens ziekte had 
geëxcuseerd. En toen werd een van 
de jongeren uit Nieuw-Zeeland 
gevraagd voor het openingsgebed. 

Met groot geloof sprak hij een vol- 
gens mijn vrouw nogal lang maar 
krachtig gebed uit. Hij zei onder 
meer: 'Wij zijn hier met drieduizend 
jongeren uit Nieuw-Zeeland bijeen. 
We hebben ons een halfjaar lang 
voorbereid om voor uw profeet te zin- 
gen en dansen. Wüt U hem genezen 
en hem hier brengen!' Toen hij 
'amen' had gezegd, reed de auto met 
president en zuster Kimball het sta- 
dion binnen. Men zag meteen wie zij 
waren en onmiddellijk slaakte ieder- 
een een vreugdekreet! 11 

Ik was getuige geweest van de gene- 
zende kracht van de Heer! En ik had 
zijn levende profeet een openbaring 
zien ontvangen en ernaar luisteren! 

Ik geef toe dat onze vurigste gebe- 
den soms onverhoord lijken te blij- 
ven. We vragen ons af: 'Waarom?' Ik 
ken dat gevoel. Ik weet wat een vrees 
en tranen dergelijke momenten met 



zich meebrengen. Maar ik weet ook 
dat onze gebeden nooit genegeerd 
worden. En ons geloof wordt altijd 
gewaardeerd. Ik weet dat een alwe- 
tende, wijze hemelse Vader een veel 
bredere visie heeft dan wij. Wij zien 
problemen en pijn in het sterfelijk 
leven, maar Hij kent ons potentieel en 
weet hoeveel eeuwige vooruitgang 
wij kunnen maken. Als wij bidden om 
zijn wil te weten, en we onderwerpen 
ons daaraan vol geduld en moed, dan 
kan er te zijner tijd en op zijn manier 
een hemelse genezing plaatsvinden. 

Stappen tot genezing 

Kwalen kunnen zowel geestelijke 
als lichamelijke oorzaken hebben. 
Alma de jonge zegt dat zijn zonden 
zo pijnlijk waren dat hij wenste dat hij 
'naar lichaam en ziel niet meer [zou] 
bestaan, zodat [hij] niet in de tegen- 
woordigheid van (...) God [zou wor- 
den] gebracht om naar [zijn] daden 
te worden geoordeeld.' 12 Hoe kun- 
nen we in zo'n geval door Hem gene- 
zen worden? 

We kunnen ons meer bekeren! 
We kunnen vollediger tot bekering 
komen! Dan kan de 'Zoon der gerech- 
tigheid' 13 ons vollediger zegenen met 
zijn genezende hand. 

Jezus kondigde al vroeg in zijn 
bediening aan dat Hij gestuurd was 
om de 'gebrokenen van hart' 'te ver- 
binden'. 14 Waar Hij hen ook onder- 
richtte, Hij volgde consequent 
hetzelfde patroon. Ik zal zijn woorden 
aanhalen die Hij bij vier verschillende 
gelegenheden op verschillende plaat- 
sen sprak, en let op het patroon. 

• Tegen de mensen in het Heilige 
Land zei Hij over zijn volk dat zij zou- 
den 'zien met hun ogen, en met hun 
oren [ . . . ] horen, en met hun hart 
[niet] verstaan en zich bekeren, en Ik 
[zou] hen [...] genezen.' 15 

• De herrezen Heer gaf de inwo- 
ners van het oude Amerika deze uit- 
nodiging: 'Wilt gij nu niet tot Mij 
terugkeren, en u van uw zonden 
bekeren en tot inkeer komen, opdat 



Ik u kan genezen?' 16 

• Leiders van de kerk gaf Hij de 
opdracht: Gij zult 'blijven bedienen; 
want gij weet niet of zij niet zullen 
terugkomen en zich bekeren, en met 
een volmaakt voornemen des harten 
tot Mij komen en Ik hen zal genezen, 
en gij het middel zult zijn om redding 
tot hen te brengen.' 17 

• Later zei de Heer tijdens de 
'wederoprichting aller dingen' 18 tegen 
de profeet Joseph Smith het volgende 
over de pioniers: 'Na hun verzoekin- 
gen en veel verdrukking, zal Ik, de 
Heer, hen zoeken, en indien zij hun 
hart niet verstokken en hun hals niet 
tegen Mij verstarren, zullen zij tot 
inkeer komen en zal Ik hen genezen.' 19 

De volgorde in zijn patroon is ook 
van belang. Geloof, bekering, doop, 
getuigenis en een blijvende bekering 
voeren tot de genezende kracht van 
de Heer. De doop is een verbonds- 
daad — een teken van toewijding en 
belofte. Een getuigenis ontstaat als de 
Heilige Geest iemand die oprecht 
naar de waarheid zoekt een overtui- 
ging geeft. Een waar getuigenis voedt 
het geloof. Het zet aan tot bekering 
en gehoorzaamheid aan Gods gebo- 
den. Getuigenis wekt enthousiasme 
op om God en onze medemens te 
dienen. 20 Bekering betekent een 
'verandering van levensrichting.' 21 
Bekering betekent zich afwenden van 
de wegen van de wereld en zich wen- 
den en beperken tot de wegen van de 
Heer. Bekering houdt een godsdien- 
stige ommekeer in, en gehoorzaam- 
heid. Bekering brengt een grote 
verandering van hart met zich mee. 22 
En zo wordt een ware bekeerling 
'wedergeboren' 23 , 'in nieuwheid des 
levens [...] wandelend.' 24 

Als ware bekeerlingen raken wij 
gemotiveerd om te doen wat de 
Heer ook van ons verwacht 25 en om 
te zijn wie Hij wil dat wij zijn. 26 De 
vergeving van zonden, die goddelijke 
vergiffenis met zich meebrengt, 
geneest de geest. 

Hoe weten wij of we écht tot beke- 



86 



ring gekomen zijn? In de Schriften 
zijn zelftests te vinden. De een meet 
de mate van bekering die vereist is 
voor de doop. 27 Een ander meet onze 
bereidheid om anderen te dienen. De 
Heer heeft tegen zijn discipel Petrus 
gezegd: 'Ik heb voor u gebeden, dat 
uw geloof niet zou bezwijken. En gij, 
als gij eenmaal tot bekering gekomen 
zijt, versterk dan uw broederen.' 28 De 
bereidheid om anderen te dienen is 
een teken dat iemand klaar is om 
genezen te worden. 

De omvang van zijn genezing 

Johannes de Geliefde heeft 
gezegd: 'Zie, het lam Gods, dat 
de zonde der wereld wegneemt.' 29 
Wat een macht! Alleen de grote 
Geneesheer kan de zonde van de 
wereld wegnemen. Onze schuld 
aan Hem is onmeetbaar groot. 

Ik herinner me nog goed dat ik 
een keer een groep zendelingen toe- 
sprak. Toen ik had gezegd dat ze vra- 
gen konden stellen, stond een van de 
zendelingen op. Met tranen in zijn 
ogen vroeg hij: 'Waarom moest Jezus 
zo veel lijden?' Ik vroeg de zendeling 
om zijn lofzangenboek open te slaan 
en de tekst van de lofzang 'Gij zijt 
groot' voor te lezen: 

'En als 'k bedenk dat God zijn Zoon 

niet spaarde, 
Hem sterven liet uit liefde zonder 

peil; 
dat Hij aan 't kruis mijn zonden op 

zich laadde, 
daar leed en stierf als losprijs voor 

mijn heil. ' i0 

Daarop vroeg ik de zendeling om 
iets voor te lezen uit 'Eerbied! 
Verootmoedigt u!' Die woorden zijn 
ontroerend omdat ze geschreven zijn 
als het antwoord zoals de Heer dat 
zou kunnen geven op de vraag die mij 
was gesteld: 

'Denkt, o heil 'gen, denkt aan Mij, 
denkt eraan, hoe uit mijn zij, 




van mijn hoofd, uit hand en voet, 
werd voor u gestort mijn bloed. 
Met mijn lichaam aan het hout 
leed Ik ook voor uw behoud. . . . 

O gedenkt wat Ik doorstond, 
eer de zondaar vrijspraak vond. 
Aan het kruis, gedenkt het nu, 
bloedd' Ik, leed en stierf voor u. ' 31 

Jezus had veel te lijden omdat Hij 
veel van ons houdt! Hij wil dat wij 
ons bekeren zodat Hij ons geheel kan 
genezen. 

Als 'beproeving [is] gekomen', 32 is 
het tijd om ons geloof in God te ver- 
groten, hard te werken en anderen te 



dienen. Dan zal Hij ons gebroken 
hart genezen. Hij zal ons gemoeds- 
rust 33 en troost 34 geven. Die grote 
gaven worden niet vernietigd, zelfs 
niet door de dood. 



De opstanding — de voltooiende 
genezingsdaad 

De gave van de opstanding is 
de voltooiende genezingsdaad van 
de Heer. Dankzij Hem wordt ieder 
lichaam hersteld tot zijn juiste 
en volmaakte gedaante. 35 Dankzij 
Hem is geen enkele toestand hope- 
loos. Dankzij Hem ligt er een betere 
toekomst voor ons in het verschiet, 
zowel hier als in het hiernamaals. 



LIAHONA NOVEMBER 2005 



87 



Ieder van ons wacht ware vreugde 
— aan de andere kant van het 
verdriet. 

Ik getuig dat God leeft, dat 
Jezus de Christus is — de grote 
Geneesheer. In de heilige naam van 
Jezus Christus. Amen. ■ 

Noten 

1. Zie Matteüs 11:28-30. Zijn juk is inderdaad 
zacht en zijn last is licht. 

2. Zie Russell M. Nelson, 'Jezus de Christus: 
onze Meester, en meer', Liahona, april 
2000, 4-19. 

3- Lucas 7.22. 

4. Zie Matteüs 4:23; 8:1-3, 5-13, 16-17; 
9:1-8, 32-35; 12:15; 14:14, 34-36; 
15:29-31. 

5. Zie Marcus 1:32-34, 40-45; 2:1-12; 
6:53-56; 7:31-37. 

6. Zie Lucas 4:40-41; 5:12-15, 17-26; 7:1-10; 
11:14; 22:50-51. 

7. Zie Johannes 4.46-53- 

8. 3 Nephi 17:7. 

9. Zie Matteüs 10:5-8; Marcus 16:17; Lucas 
10:17; 4 Nephi 1:5. 

10. Zie LV 84:65-70. 

11. Zie Spencer J. Condie, Russell M. Nelson, 
Father, Surgeon, Apostle (2003), 

p. 172-174. 

12. Alma 36:15. 

13- 3 Nephi 25:2; zie ook Maleachi 4:2. 

14. Lucas 4:18; zie ookjesaja 61:1. 

15. Matteüs 13:15; zie ookjesaja 6:10; 
Johannes 12:40; Handelingen 28:27. 

16. 3 Nephi 9.13. 

17. 3 Nephi 18:32. 

18. Handelingen 3:21. 

19. LV 112:13; zie ookLV 124:104. 

20. Daarmee houdt men zich aan de twee grote 
geboden: 'Gij zult de Here, uw God, lief- 
hebben uit geheel uw hart en met geheel 
uw ziel en met geheel uw kracht en met 
geheel uw verstand, en uw naaste als uzelf' 
(Lucas 10:27). 

21. Van Dale, groot woordenboek der 
Nederlandse taal, twaalfde druk, p. 298. 

22. Zie Mosiah 5:2; Alma 5:12-14. 

23. Zie Johannes 3:3-7; 1 Petrus 1:23; Mosiah 
27:24-26; Alma 5:49; 7:14; Mozes 6:59; 
Genesis 6:62 (zie ook de Bijbelvertaling 
van Joseph Smith) . 

24. Romeinen 6:3-4. 

25. Zie Mosiah 5:2-5. 

26. Zie 3 Nephi 27:21, 27. 

27. Zie LV 20:37; Mosiah 18:10. 

28. Lucas 22:32. 

29- Zie Johannes 1:29 (zie ook de 
Bijbelvertaling van Joseph Smith). 

30. Lofzang 54; zie ook Psalmen 8:3-9; 9:1-2; 
Mosiah 4:5-13. 

31. Heilige lofzangen, 27; zie ook Leer en 
Verbonden 19:16-19; 45:3-5. 

32. Zie 'Dacht gij aan 't gebed?', lofzang 96, 
derde couplet. 

33- Zie Johannes 14:27. 

34. Zie Jesaja 40:1; Johannes 14:16-17, 26. 

35. Zie Alma 11:43; 40:23. 



Voorbereidingen op 
de herstelling en de 
wederkomst: 'Mijn 
hand zal over u zijn' 

OUDERLING ROBERT D. HALES 

van het Quorum der Twaalf Apostelen 

De hand van de Heer is al van vóór de grondlegging van 
deze wereld uitgestrekt over dit werk van de herstelling 
en Hij zal die hand erover blijven uitstrekken tot zijn 
wederkomst. 




Dit jaar vieren we de tweehon- 
derdste geboortedag van de 
profeet Joseph Smith. Wij 
getuigen tot de wereld dat hij de pro- 
feet Gods was die al vóór dit leven was 
geordend om de herstelling van het 
evangelie van Jezus Christus tot stand 
te brengen. Dat deed hij onder leiding 
van onze Heiland, die tegen een eer- 



dere profeet zei: 'Mijn naam is Jehova 
en Ik ken het einde vanaf het begin; 
daarom zal mijn hand over u zijn.' 1 

Ik erken de hand van de Heer in de 
herstelling van het evangelie. Het fun- 
dament van de herstelling is gelegd 
door de geïnspireerde offers die Gods 
kinderen door de eeuwen heen heb- 
ben gebracht. En de wereld bereidt 
zich voor op de wederkomst van onze 
Heer en Heiland, Jezus Christus. 

Zijn evangelie werd in de tijd van 
Adam voor het eerst op aarde 
gevestigd. En het is in elke bedeling 
verkondigd door profeten zoals 
Henoch, Noach, Abraham, Mozes en 
anderen. Elk van die profeten voor- 
zegde de komst van Jezus Christus 
om verzoening te brengen voor de 
zonden van de wereld. Die profetieën 
zijn vervuld. De Heiland heeft zijn 
kerk gesticht. Hij riep zijn apostelen 
en vestigde zijn priesterschap. 
Belangrijker nog: Hij legde zijn leven 
neer en nam het weer op zodat allen 
zullen herrijzen, en zo bracht Hij het 



88 



zoenoffer. Maar dat was nog niet alles. 

Na de opstanding van de Heiland 
gaf Hij de apostelen de opdracht om 
de kerk te leiden en evangelieveror- 
deningen te bedienen. Zij gaven 
gehoor aan die opdracht, werden ver- 
volgd, en sommigen ondergingen uit- 
eindelijk zelfs de martelaarsdood. Als 
gevolg daarvan was het priester- 
schapsgezag van de Heer niet meer 
op aarde en viel de wereld in een gat 
van geestelijke duisternis. In de daar- 
opvolgende eeuwen hadden Gods 
kinderen het licht van Christus en 
konden zij bidden en de invloed van 
de Heüige Geest voelen. Maar de vol- 
heid van het evangelie was verloren 
gegaan. Er was niemand over op 
aarde met de macht en het gezag om 
de kerk te leiden, heilige handelingen 
zoals de doop te verrichten, de gave 
van de Heilige Geest te verlenen of de 
heilshandelingen van de tempel te 
bedienen. Bijna iedereen werd de 
toegang tot de Schriften ontzegd en 
de meeste mensen waren analfabeet. 

De eerste stap tot de herstelling 
van het evangelie was het beschikbaar 
stellen van de Schriften en Gods kin- 
deren te leren ze te lezen. De Bijbel 
was oorspronkelijk in het Hebreeuws 
en het Grieks geschreven — talen die 
de gewone man in Europa niet beheer- 
ste. Maar toen werd de Bijbel door 
Hiëronymus vertaald in het Latijn, 
bijna vierhonderd jaar na de dood van 
de Heüand. De Schriften waren echter 
nog steeds niet algemeen beschikbaar. 
Afschriften moesten met de hand wor- 
den gemaakt. Dat was monnikenwerk 
dat jaren duurde. 

Toen begonnen de mensen door 
de invloed van de Heilige Geest een 
verlangen te krijgen om te leren. Die 
renaissance of 'wedergeboorte' ver- 
breidde zich door Europa. Laat in de 
veertiende eeuw begon een priester 
die John Wycliffe heette de Bijbel uit 
het Latijn in het Engels te vertalen. 
Omdat het Engels toen nog een opko- 
mende, onverfijnde taal was, vonden 
de kerkleiders die ongeschikt om er 




Gods woord mee over te brengen. 
Sommige leiders waren ervan over- 
tuigd dat als de mensen zelfde Bijbel 
konden lezen en interpreteren, de 
leer veranderd zou worden. Anderen 
waren bang dat mensen die zelf toe- 
gang tot de Schriften hadden de kerk 
niet meer nodig zouden hebben en 
die niet meer financieel zouden steu- 
nen. Als gevolg daarvan werd Wycliffe 
tot ketter verklaard en dienovereen- 
komstig behandeld. Na zijn dood en 
begrafenis werd zijn stoffelijk over- 
schot opgegraven en verbrand. Maar 
Gods werk was niet tegen te houden. 

Terwijl sommigen geïnspireerd wer- 
den om de Bijbel te vertalen, werden 
anderen geïnspireerd om manieren 
voor te bereiden voor de publicatie 
ervan. In 1455 vond Johannes 
Gutenberg een drukpers uit met los 
zetsel en de Bijbel was een van de eer- 
ste boeken die hij drukte. Voor het 
eerst was het mogelijk om meerdere 
exemplaren van de Schriften te druk- 
ken tegen kosten die velen zich kon- 
den veroorloven. 

Inmiddels rustte de inspiratie van 
God ook op ontdekkingsreizigers. In 
1492 ging Christoffel Columbus op 
zoek naar een nieuwe route naar het 
Verre Oosten. Columbus werd op zijn 
reis door de hand Gods geleid. Hij 
zei: 'God gaf mij het geloof en nadien 
de moed.' 2 

Die uitvindingen en ontdekkingen 
maakten verdere ontwikkelingen 
mogelijk. Aan het begin van de 
zestiende eeuw schreef de jonge 
William Tyndale zich in aan de univer- 



siteit te Oxford. Daar bestudeerde hij 
het werk van bijbelgeleerde Erasmus, 
die geloofde dat de Schriften 'voedsel 
voor de ziel van de mens zijn dat diep 
in [zijn] hart en ziel moet doordrin- 
gen.' 3 Door zijn studie vatte Tyndale 
liefde voor Gods woord op en kreeg 
hij een verlangen om al Gods kinde- 
ren in de gelegenheid te stellen zich 
er zelf aan te vergasten. 

Rond diezelfde tijd stelde een 
Duitse priester en professor, Maarten 
Luther genaamd, een lijst met 95 fou- 
ten in de toenmalige kerk op, die hij 
stoutmoedig per brief naar zijn supe- 
rieuren stuurde. In Zwitserland gaf 
Huldrych Zwingli 67 artikelen van 
hervorming uit. Johannes Calvijn in 
Zwitserland, John Knox in Schotland 
en vele anderen droegen hun steentje 
bij. Er was een hervorming begonnen. 

Intussen was William Tyndale opge- 
leid tot priester en sprak hij acht talen 
vloeiend. Hij geloofde dat een recht- 
streekse vertaling uit het Grieks en 
Hebreeuws in het Engels nauwkeuri- 
ger en leesbaarder zou zijn dan 
Wycliffe 's vertaling uit het Latijn. Dus, 
verlicht door de Geest Gods, ver- 
taalde Tyndale het Nieuwe Testament 
en een deel van het Oude Testament. 
Zijn vrienden waarschuwden hem dat 
hij daarvoor ter dood zou worden 
gebracht, maar hij liet zich niet 
afschrikken. Hij zei bij een redetwist 
met een geleerde man eens: Als God 
mijn leven nog vele jaren spaart, zal ik 
ervoor zorgen dat een jongen die een 
ploeg stuurt meer van de Schriften 
weet dan u.' 4 



LIAHONA NOVEMBER 2005 



89 




Uiteindelijk werd Tyndale, net als 
anderen, ter dood gebracht vanwege 
zijn werk — hij werd in de buurt van 
Brussel gewurgd en op de brandstapel 
gezet. Maar het geloof waarvoor hij 
zijn leven gaf, ging niet verloren. 
Miljoenen mensen hebben zelf ervaren 
wat Tyndale bij leven onderricht heeft: 
'De aard van Gods woord is zo dat het 
wie het ook leest, (...) onmiddellijk van 
dag tot dag beter begint te maken tot- 
dat hij een volmaakt mens is.' 5 

Turbulente politieke tijden brach- 
ten veranderingen met zich mee. 
Vanwege een meningsverschil met de 
kerk in Rome riep koning Hendrik de 
Achtste zichzelf uit tot hoofd van de 
Anglicaanse kerk en verordineerde hij 
dat er in alle parochies exemplaren 
van de Engelse Bijbel in de kerk moest 
worden gelegd. De mensen honger- 
den naar het evangelie en stroomden 
toe naar die kerken om elkaar de 
Schriften voor te lezen tot hun stem 
het opgaf. De Bijbel werd ook als leer- 
boek in het onderwijs gebruikt. 
Hoewel er in heel Europa nog mensen 
de martelaarsdood ondergingen, 
begon er een einde te komen aan de 
donkere nacht van onwetendheid. 
Een predikant die op het punt stond 
levend verbrand te worden, zei: 'Met 
de genade Gods steken we vandaag in 
Engeland een kaars aan waarop ik ver- 
trouw dat die nooit meer uitgaat.' 6 

Wij spreken onze dank uit voor 
allen in Engeland en de rest van 
Europa die hebben geholpen met 
het aansteken van dat licht. Met de 



genade Gods werd dat licht nog fel- 
ler. De Engelse koning James I was 
zich bewust van de onenigheid in zijn 
land en stemde toe in het maken van 
een nieuwe, officiële versie van de 
Bijbel. Naar schatting is in de King 
Jamesvertaling ongeveer tachtig 
procent van William Tyndale's verta- 
lingen van het Oude Testament 
(de Pentateuch, of Genesis t/m 
Deuteronomium, en Jozua t/m 
Kronieken) behouden gebleven. 7 In 
de loop van de tijd vond die versie 
zijn weg naar een nieuw land, waar 
het gelezen werd door een veertien- 
jarige boerenjongen die Joseph Smith 
heette. Is het dan een wonder dat de 
King Jamesvertaling van de Bijbel de 
officiële Engelstalige uitgave van de 
Bijbel is die nu nog gebruikt wordt in 
De Kerk van Jezus Christus van de 
Heiligen der Laatste Dagen? 

De godsdienstige vervolging in 
Engeland werd voortgezet onder 
Charles, de zoon van James, en velen 
zagen zich genoodzaakt om vrijheid 
te zoeken in nieuwe landen. Onder 
hen de Pügrim Fathers die in 1620 in 
Amerika aankwamen en bij Plymouth 
Rock aan land gingen — in het land 
dat Columbus ruim honderd jaar 
daarvoor ontdekt had. Er volgden al 
gauw andere kolonisten, onder wie 
Roger Williams, de stichter en latere 
gouverneur van Rhode Island, die 
bleef zoeken naar de ware kerk van 
Christus. Williams zei dat er geen offi- 
cieel gevestigde kerk van Christus op 
aarde was, noch is iemand bevoegd 



om enige kerkelijke verordening te 
bedienen, noch is dat mogelijk totdat 
er nieuwe apostelen worden gestuurd 
door het grote Hoofd van de kerk 
naar wiens komst ik uitzie. 8 

Meer dan een eeuw later lieten de 
stichters van een nieuwe natie op het 
Amerikaanse vasteland zich leiden 
door dergelijke godsdienstige gevoe- 
lens. Onder Gods hand garandeerden 
zij met een geïnspireerde grondwette- 
lijke verklaring van rechten iedere 
burger godsdienstvrijheid. Veertien 
jaar later, op 23 december 1805, werd 
de profeet Joseph Smith geboren. De 
voorbereiding naderde zijn voltooiing 
in afwachting van de herstelling. 

Als jongeman werd Joseph op gods- 
dienstig gebied 'tot ernstige bezinning 
(. . .) aangezet'. 9 Omdat hij was gebo- 
ren in een land met godsdienstvrij- 
heid, kon hij zich afvragen welke van 
alle kerken de juiste was. En omdat de 
Bijbel in het Engels was vertaald, kon 
hij in het woord van God naar een ant- 
woord zoeken. In de brief van Jakobus 
las hij: 'Indien echter iemand van u in 
wijsheid te kort schiet, dan bidde hij 
God daarom' 10 en hij volgde die aan- 
wijzing op. In antwoord op zijn gebed 
verschenen God de Vader en zijn Zoon 
Jezus Christus aan hem. 11 Deze een- 
voudige boerenjongen was de profeet 
die God had gekozen om de oorspron- 
kelijke kerk van Jezus Christus en zijn 
priesterschap te herstellen in deze laat- 
ste tijd. Deze herstelling zou de laatste 
bedeling van de volheid der tijden 
worden waarin alle priesterschapsze- 
geningen zouden worden hersteld die 
de mens op aarde kon bezitten. Zijn 
goddelijke opdracht was niet om her- 
vormingen door te voeren ofte pro- 
testeren tegen wat al op aarde was. 
Het was om dat wat op aarde verloren 
was gegaan te herstellen. 

De herstelling begon in 1820 met 
het eerste visioen en werd voortge- 
zet met de publicatie van het Boek 
van Mormon, eveneens een testa- 
ment aangaande Jezus Christus. Op 
21 september 1823 werd Joseph 



90 



Smith bezocht door de engel 
Moroni, die hem vertelde over een 
oude kroniek met 'de volheid van 
het eeuwige evangelie (...) ter voor- 
bereiding op de wederkomst van de 
Messias'. 12 Het Boek van Mormon, 
dat op gouden platen was opgete- 
kend, bevat een verslag van Christus' 
bediening op het westelijk halfrond, 
net zoals de Bijbel een verslag bevat 
van zijn leven en bediening in Israël. 
Joseph kreeg de gouden platen 
vier jaar later. En in december 1827 
begon hij aan de vertaling van het 
Boek van Mormon. 13 

Tijdens de vertaalwerkzaamheden 
lazen Joseph Smith en zijn schrijver, 
Oliver Cowdery, over de doop. Hun 
verlangen om die zegen zelf te ont- 
vangen, leidde tot de herstelling van 
het Aaronisch priesterschap op 15 
mei 1829 door Johannes de Doper. 14 

Vervolgens werd het Melchizedeks 
priesterschap hersteld toen de 
apostelen Petrus, Jakobus en 
Johannes, die de sleutels bezaten, 
het op Joseph en Oliver bevestigden. 
Na eeuwenlange geestelijke duister- 
nis waren de kracht en het gezag om 
in Gods naam te handelen, heilige 
handelingen te verrichten en zijn 
kerk te leiden weer op aarde. 

De eerste gedrukte exemplaren 
van het Boek van Mormon werden 
op 26 maart 1830 uitgegeven. Enkele 
weken later, op 6 april 1830, werd 
Christus' ware kerk in het huis van 
Peter Whitmer sr., in Fayette (New 
York), opnieuw gesticht. Ouderling 
Parley R Pratt heeft de gevolgen van 
die gebeurtenissen voor de wereld 
als volgt beschreven: 

De morgen daagt, de nacht vliedt 

heen, 
zie, Zions vaandel wappert fier. 
In glorie rijst die schone dag. (...) 
brengt vreugde voor Gods kind'ren 

hier 15 

De lange nacht was eindelijk voorbij 
en openbaring stroomde de kerk toe, 




wat resulteerde in aanvullende 
Schriftuur. Op 17 augustus 1835 werd 
de Leer en Verbonden door de kerk 
geaccepteerd. Ook werd er dat jaar 
begonnen met de vertaling van het 
boek Abraham, dat later in de Parel van 
grote waarde zou worden opgenomen. 

Nadere bevoegdheid om in de 
naam van God op te treden volgde al 
spoedig. Op 27 maart 1836 werd de 
Kirtlandtempel ingewijd. 16 In die tem- 
pel verscheen de Heiland aan Joseph 
Smith en Oliver Cowdery, gevolgd 
door verschijningen van Mozes, Elias 
en Elia, die de profeet verdere 
priesterschapssleutels gaven. 17 

Dat evangelielicht zou niet meer 
van de aarde worden weggenomen. 
In 1844 bevestigde Joseph Smith alle 
priesterschapssleutels op Brigham 
Young, John Taylor, Wilford Woodruff 
en hun mede-apostelen. De profeet 
zei: 'Ik heb geleefd tot ik deze last die 
op mijn schouders heeft gerust heb 
zien afwentelen op de schouders van 
andere mensen; (...) de sleutels van 
het koninkrijk zijn op aarde geplant 
om nooit meer weggenomen te wor- 
den, (...) ongeacht wat er met mij 
gebeurt.' 18 Droevig genoeg ondergin- 
gen de profeet en zijn broer Hyrum 
drie maanden later, op 27 juni, de 
martelaarsdood te Carthage (Illinois). 

Ouderling John Taylor, die bij de 
profeet was toen hij werd vermoord, 



gaf dit getuigenis van hem: 'Joseph 
Smith, de profeet en ziener des Heren, 
heeft, Jezus alleen uitgezonderd, meer 
gedaan voor het heil van de mensen in 
deze wereld dan enig ander mens die 
hier ooit heeft geleefd.' 19 

Ik getuig dat het werk van de pro- 
feet Joseph Smith het werk van de 
Heiland is. Wie zich in dienst van de 
Heer begeeft, heeft niet altijd een 
makkelijk pad te begaan. Het vereist 
vaak opoffering en het is waarschijn- 
lijk dat we met tegenwerking worden 
geconfronteerd. Maar als we Hem die- 
nen, ontdekken we dat Hij echt zijn 
hand over ons heeft uitgestrekt. Dat 
gold ook voor Wycliffe, Tyndale en 
duizenden anderen die de weg voor 
de herstelling bereidden. En het gold 
ook voor de profeet Joseph Smith en 
allen die ertoe hebben bijgedragen 
om het herstelde evangelie in te lui- 
den. En dat geldt ook voor ons, nu en 
in de toekomst. 

De Heer verwacht van ons dat wij 
zo getrouw, toegewijd en moedig zijn 
als hen die ons zijn voorgegaan. Zij 
werden geroepen om hun leven te 
geven voor het evangelie. Wij zijn 
geroepen om ons leven te leven voor 
het evangelie. In deze laatste tijd heb- 
ben wij daar vooral reden toe. 

Voorafgaand aan die gewijde nacht 
in Betlehem bereidden geschiedkun- 
dige gebeurtenissen en de woorden 



LIAHONA NOVEMBER 2005 



91 



van de profeten uit alle bedelingen 
de weg voor de eerste komst van de 
Heiland en voor zijn verzoening. En 
zo legden de geschiedenis en profe- 
tie ook het fundament voor de her- 
stelling van het evangelie door 
middel van de profeet Joseph Smith. 
Zien wij in dat de gebeurtenissen en 
profetieën van deze tijd ons voorbe- 
reiden op de wederkomst van de 
Heiland? 

Ik geef mijn bijzonder getuigenis 
dat onze Heiland, Jezus Christus, leeft. 
Ik getuig dat zijn hand al van vóór de 
grondlegging van deze wereld is uitge- 
strekt over dit werk van de herstelling 
en dat Hij die hand erover zal blijven 
uitstrekken tot zijn wederkomst. 

Dat ieder van ons zich mag voorbe- 
reiden om Hem te begroeten, is mijn 
nederig gebed. In zijn gewijde naam, 
namelijk Jezus Christus. Amen. ■ 

NOTEN 

1. Abraham 2:8. 

2. Geciteerd in Mark E. Petersen, The Great 
Prologue (1975), p. 29. 

3- Geciteerd in Benson Bobrick, Wide as the 
Waters: The Story of the English Bible and 
the Revolution It Inspired (2001), p. 89- 

4. Geciteerd in S. Michael Wilcox, Fire in the 
Bones: William Tyndale — Martyr, Father of 
the English Bible (2004), p. 47. 

5. Geciteerd in Wilcox, Fire in the Bones, p. XV. 

6. Geciteerd in Bobrick, Wide as the Waters, 
p. 168; zie ook Kiefer, James E. 
Biographical Sketches ofMemorable 
Christians of the Past, 'Hugh Latimer, 
Bishop and Martyr.' http://justus.anglican 
.org/resources/bio/269-html. 

7. Zie Wilcox, Fire in the Bones, pp., 125-126, 
197; Fox's Book of Martyrs, William Byron 
Forbush, red. (1926), p. 181. 

8. Zie William Cullen Bryant, red., Picturesque 
America; or, the Land We Live In, 2 delen 
(1872-1874), deel 1, pp. 500-502; zie ook 
LeGrand Richards, A Marvelous Work and a 
Wonder, herziene uitgave (1966), p. 29- 

9- Geschiedenis van Joseph Smith 1:8. 

10. Jakobus 1:5. 

11. Geschiedenis van Joseph Smith 1:11-20. 

12. Inleiding van het Boek van Mormon. 

13- Zie Geschiedenis van Joseph Smith 1:27-62. 

14. Zie LV 13; Geschiedenis van Joseph Smith, 
deel 1:66-72; Kerkgeschiedenis in de vol- 
heid der tijden, (lesboek van de kerkelijke 
onderwijsinstellingen, 2003), p. 55. 

15. 'De morgen daagt', lofzang 1. 

16. Zie LV 109. 

17. Zie LV 110. 

18. Geciteerd door Wilford Woodruff. In: 
Deseret News, 21 december 1869, p. 2. 

19. LV 135:3. 



Opoffering is een 
vreugde en een 
zegen 

OUDERLING WON YONG KO 

van de Zeventig 

Ik bid dat we allemaal heiligen zullen worden, bereid om 
offers te brengen en in aanmerking te komen voor de 
bijzondere zegeningen van de Heer. 




Goedemiddag, broeders en 
zusters. De profeet Joseph 
Smith heeft gezegd dat 'een 
godsdienst die geen volledige opoffe- 
ring van zijn aanhangers vergt, nooit 
voldoende macht heeft om hen het 
geloof te laten ontwikkelen dat zij 
nodig hebben voor het leven en het 
eeuwig heil' (Lectures on Faith 
[1985] , p. 69). Als we de geschiedenis 
in de Schriften samenvatten, kunnen 
we zeggen dat het een geschiedenis 
van opoffering is. 



We kunnen in de Schriften 
prachtige voorbeelden vinden van 
mensen die hun leven hebben opge- 
offerd om hun geloof en getuigenis te 
behouden. Een van die voorbeelden 
is het verhaal van Alma en Amulek die 
met pijn moesten toezien dat het volk 
van Ammonihah in het vuur werd 
geworpen en stierf, maar het geloof 
behield. (Zie Alma 14:7-13.) 

We denken ook aan Jezus Christus, 
die vanuit zijn Vaders tegenwoordig- 
heid op aarde kwam om de wereld te 
redden. Toen Hij dat offer bracht, leed 
Hij meer pijn dan enig mens ooit 
heeft doorstaan. 

In deze laatste evangeliebedeling 
hebben veel pioniers hun leven verlo- 
ren als hoogste offer om hun geloof 
te behouden. 

Tegenwoordig zullen we niet zo 
snel gevraagd worden om zo'n groot 
offer te brengen, maar er zijn legio 
voorbeelden van heiligen die grote 
offers brengen om hun geloof en 
getuigenis te behouden. Misschien is 
het moeilijker om de kleine offers in 
het dagelijks leven te brengen. Het kan 
bijvoorbeeld als een klein offer worden 
beschouwd om de sabbat te heiligen, 



92 



de Schriften te bestuderen of tiende te 
betalen. Maar deze offers kunnen 
alleen gebracht worden als we de 
intentie en het vaste voornemen heb- 
ben om de offers te brengen die nodig 
zijn om die geboden te onderhouden. 

Wanneer we die kleine offers bren- 
gen, compenseert de Heer ons met 
meer zegeningen. Koningin Benjamin 
heeft gezegd: 'En gij staat nog steeds 
bij Hem in de schuld, zowel nu, als 
voor eeuwig en altijd' (Mosiah 2:24). 
En net als hij zijn eigen volk aanmoe- 
digde, moedigt koning Benjamin ons 
aan om meer zegeningen te ontvan- 
gen door het woord van de Heer te 
blijven gehoorzamen. 

Ik denk dat de eerste zegen van 
opoffering de vreugde is die we voe- 
len als we het offer hebben gebracht. 
De gedachte dat het offer zelf een 
zegen kan zijn, is ook een zegen. Als 
we dergelijke gedachten hebben en 
de vreugde voelen, kan het zijn dat 
we al een zegen hebben ontvangen. 

Onlangs heb ik die zegen bij de 
heiligen in Korea aangetroffen, die 
deelnamen aan de viering van de 
vijftigste verjaardag van de inwijding 
van de kerk in Korea en de tweehon- 
derdste verjaardag van Joseph Smith. 
Ik wil u graag in het kort iets vertel- 
len over hun offers en over de 
vreugde en zegeningen die zij heb- 
ben ontvangen. 

Om het evangelie te vieren dat de 
mensen in Korea na de Koreaanse 
oorlog hoop en moed had gegeven, 
begonnen de leden zich ruim een 
jaar geleden op deze viering voor te 
bereiden. Veel leden in Korea — het 
jeugdwerk, de jongemannen, de jon- 
gevrouwen, de jonge alleenstaanden, 
de ZHV en anderen — kwamen bij 
elkaar om voor het feest te repeteren. 
Ze oefenden veel traditionele volks- 
dansen, zoals de bloemendans, de 
kringdans, de waaierdans, de boeren- 
dans en de drumdans; maar ook uit- 
voeringen van taekwondo, toneel, 
ballroomdansen, musical, animatie 
en koor. 




Omdat de jongemannen zoveel 
geluid voortbrachten met hun trom- 
mels, klaagden de buren en moesten 
ze stoppen met hun repetities. Het 
was echt moeilijk om zo lang te oefe- 
nen, maar ze deden het met plezier. 
Ik zag niemand die klaagde toen ze 
om vier uur 's morgens moesten 
opstaan om met de bus naar de repe- 
titie te komen. Ze waren blij en dank- 
baar voor de zegeningen van de Heer 
en voor de kans om hun dankbaar- 
heid te tonen. 

Ook teruggekeerde zendelingen 
uit het buitenland kwamen met hun 
vrouw en kinderen terug voor deze 
viering. Zij hadden een offer gebracht 
om lang geleden naar Korea op zen- 
ding te gaan. Nu brachten zij een 
offer van tijd en geld om hun gezin 
mee te nemen en tijdens de hete 
zomer aan de festiviteiten mee te 
doen. Maar zij waren verheugd en 
dankbaar voor alle festiviteiten waar 
ze aan deelnamen. 

Om de Koreaanse heiligen en 
anderen aan te moedigen, stuurde de 
Heer zijn profeet, president Gordon 
B. Hinckley, naar Korea. President 
Hinckley bracht een groot offer om in 
dertien dagen rond de wereld te rei- 
zen en kwam naar Korea om de heili- 
gen te ontmoeten die hij al jarenlang 
liefhad, en om persoonlijk de liefde 



van de Heer over te brengen. 
Niemand had het gevoel dat dit een 
offer was. In plaats daarvan waren er 
tranen van vreugde en dankbaarheid. 
Dat is de zegen waar we het over heb- 
ben, vindt u niet? 

Broeders en zusters, wees niet 
bang om offers te brengen. Geniet 
van het geluk en de zegeningen van 
het offer zelf. 

Af en toe zit er wat tijd tussen het 
offer en de zegening. Het offer bren- 
gen we wellicht op onze tijd, maar de 
zegening krijgen we meestal op de 
tijd van de Heer. Daarom troost de 
Heer ons met de woorden: "Welnu, 
wordt niet moede goed te doen, want 
gij legt het fundament van een groot 
werk' (LV 64:33). 

Wij zullen de zegeningen zeker 
ontvangen. Vergeet echter niet dat 
het offer zelf een soort zegen kan zijn. 
Laten we kleine offers brengen. 

Als we het Boek van Mormon lezen 
terwijl we in onze slaperige ogen wrij- 
ven, mogen we niet vergeten dat we 
de raad van onze profeet opvolgen en 
de vreugde ontvangen die uit die ken- 
nis voortkomt. We moeten veel reke- 
ningen betalen; maar als we tiende 
betalen, laten we dan het gevoel heb- 
ben dat we iets aan de Heer geven. 

En dan zullen we de grootste zegen 
ontvangen. Het zal net als onze verba- 
zing en vreugde zijn als we onver- 
wachts een geschenk ontvangen. 

En president Spencer W Kimball 
heeft gezegd: Als we geven, merken 
we dat het offer de zegeningen des 
hemels voortbrengt [zie 'Ere de man', 
lofzang 24] , en zien we ten slotte in 
dat het helemaal geen offer was.' 
('Becoming the Pure in Heart', 
Ensign, maart 1985, p. 5-) Ik bid dat 
we allemaal heiligen zullen worden, 
bereid om offers te brengen en in 
aanmerking te komen voor de bijzon- 
dere zegeningen van de Heer. De 
Heer waakt over ons zodat het niet te 
moeilijk zal zijn om enig offer te door- 
staan. In de naam van Jezus Christus. 
Amen. ■ 



LIAHONA NOVEMBER 2005 



93 



Evangelieverbonden 
en hun beloofde 
zegeningen 



OUDERLING PAUL E. KOELLIKER 

van de Zeventig 



Door de evangelieverbonden na te komen kunnen we 
boven alle kortstondige beproevingen uitstijgen. 



liefdevolle zorg voor mensen in 
nood. Ons huwelijk is gezegend met 
getrouwe en energieke kinderen en 
kleinkinderen die ons veel hebben 
geleerd en nog leren. 

Ik ben vooral dankbaar dat mijn 
broer, zussen en ik uit rechtschapen 
ouders zijn geboren die hun tempel- 
verbonden trouw zijn gebleven en 
bereidwillig alles hebben opgeofferd 
zodat wij veilig het plan van onze 
hemelse Vader konden volgen. Mijn 
engelachtige moeder kan ik alleen 
maar bedanken voor haar grote voor- 
beeld van moed en geloof en omdat 
zij de keten van liefde en evangelie- 
verordeningen sterk heeft gehouden. 

Ik noem die gewijde relaties van- 
wege het geluk dat ik ervaar in de 
wetenschap dat er een bindend ver- 
bond tussen hen en ons is dat in de 
heilige tempel verzegeld is. Ik ben bij- 
zonder dankbaar om te weten dat er, 
ondanks moeilijkheden die ons nog 
wachten, hoop en vertrouwen is in de 
wetenschap dat wij, door de evange- 
lieverbonden na te komen, boven alle 
kortstondige beproevingen kunnen 
uitstijgen. Uit de Schriften leren we 
dat alles uiteindelijk zal goed komen 
als we onze verbonden getrouw nale- 
ven. Koning Benjamin heeft verklaard: 




Ik wil vandaag uiting geven aan 
mijn sterke gevoelens van eerbied 
en liefde voor onze Vader in de 
hemel, voor zijn Zoon, de Heer Jezus 
Christus, en voor de Heilige Geest. En 
ik geef u mijn getuigenis van de hei- 
lige roeping van president Gordon B. 
Hinckley als de profeet, ziener en 
openbaarder van de Heer. Ik steun 
hem met heel mijn hart en wezen. 

Ik ben dankbaar voor het verbond 
van mijn tempelhuwelijk met een 
fijne, eeuwige metgezellin die ik lief- 
heb en koester. Zij is voortdurend 
een goed voorbeeld voor mij van 



'En nu, wegens het verbond dat gij 
hebt gesloten, zult gij de kinderen van 
Christus worden genoemd (...) 

'Daarom wil ik dat gij de naam van 
Christus op u neemt, gij allen die met 
God het verbond hebt aangegaan dat 
gij tot het einde van uw leven gehoor- 
zaam zult zijn. 

'En het zal geschieden dat wie dat 
ook doet, ter rechterhand Gods zal 
worden bevonden' (Mosiah 5:7-9). 

Goed op het sluiten van verbon- 
den letten, is van cruciaal belang 
voor ons eeuwig heü. Verbonden zijn 
overeenkomsten die we met onze 
hemelse Vader sluiten om ons hart, 
verstand en gedrag toe te wijden aan 
het naleven van de geboden van de 
Heer. Zijn wij getrouw in het nako- 
men van de overeenkomst, dan 
verbindt Hij zich of belooft Hij ons 
uiteindelijk te zegenen met al wat 
Hij heeft. 

In het Oude Testament leren we 
uit de ervaring van Noach met een 
slechte wereld en het plan van de 
Heer om de aarde te reinigen het ver- 
bondspatroon van de Heer. Vanwege 
Noachs getrouwheid en standvastige 
toewijding zei de Heer tegen hem: 

'Maar met u zal Ik mijn verbond 
oprichten, en gij zult in de ark gaan, 
gij en uw zonen en uw vrouw en de 
vrouwen uwer zonen met u. (...) 

'En Noach deed (...) alles wat de 
Here hem geboden had' (Genesis 

6:18; 7:5). 

Nadat het water was gezakt, verlie- 
ten ze de ark. 

'En Noach bouwde een altaar voor 
de Here (....). 

'En God zeide tot Noach en tot zijn 
zonen met hem: 

'Zie, Ik richt mijn verbond op met 
u en met uw nageslacht' (Genesis 
8:20; 9:8-9). 

Ook wij zijn een heilig verbond aan- 
gaan met de Heer dat wij beschermd 
mogen worden tegen de tegenstander. 
Net als in de tijd van Noach leven wij 
in een tijd van profetische beloften en 
de vervulling daarvan. In de afgelopen 



94 



acht jaar zijn er 71 nieuwe tempels 
ingewijd — een knap stukje werk 
onder leiding van de profeet van de 
Heer dat in sommige opzichten mis- 
schien te vergelijken is met de bouw 
van de ark in de tijd van Noach. 

Onze levende profeet, president 
Gordon B. Hinckley, heeft ons uitge- 
nodigd om de tempel te betreden 
waar we verbonden met de Heer 
kunnen sluiten. 

Net als in de tijd van Noach kun- 
nen onze pogingen om ons aan die 
verbonden te houden vaak gepaard 
gaan met een zekere mate aan opof- 
fering. Die opoffering, hoe klein of 
groot ook, bepaalt vaak hoe toege- 
wijd wij verstandelijk en emotioneel 
zijn aan onze onderworpenheid aan 
de wil van onze hemelse Vader. Het 
patroon van opoffering omvat vaak 
een periode van moeilijkheden 
waarin we de consequenties van 
onze beslissingen moeten evalueren 
en afwegen. De keuzes zijn niet altijd 
zo duidelijk of makkelijk, dus blijven 
we worstelen. Als we uiteindelijk 
besluiten om een einde te maken 
aan die worsteling en onze wil 
ondergeschikt te maken aan die van 
de Heer, bereiken we een nieuw 
begripsniveau. Dit proces is vaak het 
herkenbaarst als we een groot drama 
meemaken of met een groot pro- 
bleem zitten. 

Enkele weken geleden werd tij- 
dens een scoutkamp in de bergen ten 
oosten van Salt Lake City een jonge- 
man dodelijk getroffen door bliksem. 
Zijn ouders werden in rouw gedom- 
peld en waren kapot van het verlies 
van hun zoon. Ze worstelden daar in 
stilte mee en vroegen zich af waarom 
het was gebeurd. Maar omdat hun 
hart onderworpen was en hun geloof 
sterk, kwam er een grote uitstorting 
van liefde van de Heer. Te midden van 
hun verdriet ontstond er stilletjes een 
vast voornemen om zonder boos te 
worden de uitkomst van deze gebeur- 
tenis te aanvaarden. Met hun aan- 
vaarding kregen zij een bredere kijk 




op het doel van het leven en werden 
zij herinnerd aan de verbonden die 
ze gesloten hadden. Hoewel zij nog 
steeds veel verdriet hadden om hun 
plotselinge verlies, merkten ze dat ze 
een hoger niveau bereikten en vastbe- 
sloten waren om zich meer dan ooit 
vast te houden aan hun verbonden en 
zo te leven dat ze verzekerd zouden 
zijn van een vreugdevolle hereniging 
met hun zoon. 

Het sluiten van verbonden in deze 
bedeling heeft een nieuw perspectief 
gekregen in vergelijking met de tijd 
van Noach. Wij zijn niet alleen verant- 
woordelijk voor het sluiten van onze 
eigen verbonden, maar hebben ook 
de taak gekregen om de gegevens 
van onze overleden familieleden op 
te zoeken en de deur open te zetten 
voor allen die verbonden willen slui- 
ten en in aanmerking komen voor de 
evangelieverordeningen. 

Het werk voor hen die dit leven 
hebben verlaten, gaat met de hulp 
van hemelse heerscharen grote 
sprongen voorwaarts. President 
Joseph F. Smith heeft over zijn visioen 
over de verlossing van de doden 
geschreven: 

'Maar zie, uit de rechtvaardigen 
stelde Hij zijn heerscharen samen en 
wees boodschappers aan, bekleed 
met macht en gezag, en machtigde 
hen om uit te gaan (...). 



'Ik zag dat de getrouwe ouderlin- 
gen uit deze bedeling, wanneer zij het 
sterfelijk leven verlaten, hun arbeid 
van de prediking van het evangelie 
van bekering en van verlossing (...) 
voortzetten (...)' (LV 138:30, 57). 

Verder leren wij uit de Schriften 
dat 'de profeten die van Hem hadden 
getuigd in het vlees' (LV 138:36) 
zich ook onder die zendelingen 
bevonden. Ik denk bijvoorbeeld aan 
deze zendelingen: Petrus, Paulus, 
Alma, Johannes, Joseph, Nephi. 

Wie dit visioen van president Smith 
heeft gelezen en weet welke zendelin- 
gen er zijn aangewezen om dit werk 
te doen, zou denken dat dit uiterst 
motiverend voor ieder van ons zou 
werken om ons verbond na te komen 
en de namen op te zoeken van overle- 
den familieleden en alle beschikbare 
tijd door te brengen in de tempel. 
Maar ik kan u, met enig vertrouwen in 
de juistheid hiervan, mededelen dat 
vele tempels nog tijd over hebben 
zodat u de raad van het Eerste 
Presidium ter harte kunt nemen om 
wat van uw vrije tijd opzij te zetten en 
die te wijden aan het verrichten van 
tempelverordeningen. Ik bid dat wij 
gehoor zullen geven aan deze oproep 
om naar de tempel te gaan. 

Het stemt mij nederig dat mij 
deze roeping is toevertrouwd en ik 
bid dat ik naar mijn verbonden met 
de Heer mag handelen en mij mag 
onderwerpen aan de leiding van de 
Geest. Ik geef u mijn plechtig getui- 
genis van de Heer Jezus Christus en 
van de herstelling van zijn evangelie 
door middel van de profeet Joseph 
Smith. Ik betuig mijn liefde voor de 
verbonden en verordeningen van de 
tempel en beloof u dat ik met ver- 
dubbelde inzet zal deelnemen aan 
het werk dat in deze heilige huizen 
van God wordt gedaan. Ik weet dat 
de Heer ons zal zegenen met zijn 
heilige tegenwoordigheid als we hei- 
lige verbonden sluiten en nakomen. 
Daarvan getuig ik in de naam van 
Jezus Christus. Amen. ■ 



LIAHONA NOVEMBER 2005 



95 



Het kompas van 
de Heer 



OUDERLING LOWELL M. SNOW 

van de Zeventig 



Profeten en apostelen zijn al eeuwenlang ons kompas 
van de Heer. Zijn leiding via hen is helder. 



die elkaar doorkruisen. Er zijn zoveel 
paden die we kunnen volgen, en 
zoveel stemmen die roepen: 'Zie, 
hier!' of 'Zie daar'. 1 Er zijn zoveel 
media die ons overspoelen en ons 
naar een pad leiden dat breed is en 
door velen wordt bewandeld. 

Eigenlijk stellen we dezelfde vragen 
als Joseph Smith als we ons afvragen 
naar welke stemmen we moeten 
luisteren en welke weg van de vele we 
moeten bewandelen: 'Wat staat mij te 
doen?' 'Welke van al deze [stemmen 
en wegen] heeft gelijk, of hebben ze 
allemaal ongelijk?' Als er één gelijk 
heeft, welke is dat dan en hoe kom ik 
dat te weten?' 2 Ik getuig tot u datjezus 
Christus de juiste weg blijft aangeven, 
ons voorgaat en ieder punt onderweg 
aangeeft. Zijn pad is recht en smal, en 
leidt naar het licht, het leven en de 
eeuwigheid. Sta mij toe enkele voor- 
beelden uit de Schriften aan te halen. 

In opdracht van de Heer verlieten 
Lehi en zijn kinderen Jeruzalem en 
begonnen aan een heldhaftige reis 
naar het beloofde land. Nadat ze een 
periode in een vallei bij de rivier had- 
den vertoefd, zei de Heer op een 
nacht tegen Lehi dat het tijd was om 
verder te gaan met hun reis door de 
wildernis. In gedachten verzonken liep 
hij de volgende ochtend zijn tent uit 
en vond tot zijn verbazing een voor- 
werp op de grond dat daar alleen door 




Broeders en zusters, toen ik hier 
zo zat voelde ik een diep ver- 
langen om u te vertellen dat ik 
van u hou en eenieder die mij kan 
horen te zeggen dat hun hemelse 
Vader van hen houdt. Namens de alge- 
mene autoriteiten breng ik u dank dat 
u gekomen bent om gevoed te wor- 
den door het goede woord van God. 
Ik wandel graag in de bergen, en 
dan gebruik ik vaak een kompas, kaar- 
ten en wegwijzers om mij naar mijn 
bestemming te leiden. Deze hulp- 
middelen zijn bijzonder nuttig, zelfs 
van onschatbare waarde, als je onbe- 
kende wegen of paden tegenkomt die 
alle kanten opgaan. 

Het leven is vol wegen en paden 



de Heer kon zijn neergezet. Het was 
een kompas, in hun taal een Liahona 
genoemd; en de wijzers zouden hen 
op hun reis de weg wijzen, zodat ze 
het pad konden volgen dat tot voor- 
spoed zou leiden en waardoor ze veilig 
zouden zijn op de vruchtbare gedeel- 
ten van hun route. Maar dat was niet 
alles. Er verschenen woorden op het 
kompas die duidelijk en gemakkelijk te 
lezen waren, en af en toe veranderden, 
waardoor ze een beter begrip van de 
wegen van de Heer konden krijgen. 3 

Tijdens hun reis bleek de Liahona, 
ofwel het kompas, van onschatbare 
waarde te zijn, zodat Lehi en zijn gezin 
voorspoedig waren en uiteindelijk hun 
bestemming konden bereiken. Maar 
het is belangrijk om op de opmerking 
van Nephi te letten dat het kompas 
alleen door middel van hun geloof, 
ijver en gehoorzaamheid werkte. Over 
dat geweldige hulpmiddel, waardoor 
ze in de wildernis geleid werden, zei 
Nephi eenvoudigweg: 'En zo zien wij 
dat de Heer met kleine middelen grote 
dingen teweeg kan brengen.' 4 

De conclusie van Nephi was vijf- 
honderd jaar later relevant voor Alma, 
die zijn zoon over het belang van 
de Liahona vertelde. Hij legde aan 
Helaman uit dat de Heer dit kompas 
had voorbereid om hun voorouders 
in de wildernis de weg te wijzen, maar 
omdat het wonderbaarlijke instru- 
ment door kleine middelen werkte, 
waren hun voorouders lui en verga- 
ten ze hun geloof en vlijt te oefenen. 
Daardoor deed dit geweldige instru- 
ment het niet meer en kwamen ze 
niet vooruit op hun reis, maar dool- 
den ze in de wildernis rond en wer- 
den ze voor hun nalatigheid gestraft. 5 

'O, mijn zoon, laten wij niet traag 
zijn omdat de weg gemakkelijk is; 
want zo verging het onze vaderen; 
want zo was het voor hen bereid: 
dat zij zouden leven indien zij keken; 
en zo is het ook met ons. De weg is 
bereid, en indien wij kijken, kunnen 
wij voor eeuwig leven. En nu, mijn 
zoon, zie toe dat gij zorg draagt voor 



96 



deze heilige dingen, ja, zie toe dat gij 
vertrouwt op God en leeft.' 7 

De Heer geeft personen en gezin- 
nen tegenwoordig leiding, net als in 
de tijd van Lehi. Deze algemene con- 
ferentie is een hedendaagse Liahona, 
een gelegenheid om geïnspireerde 
leiding te ontvangen waardoor wij 
voorspoedig kunnen zijn en tijdens 
de vruchtbare perioden op het pad 
van God kunnen blijven. Bedenk dat 
wij hier bij elkaar zijn om naar de 
stem van profeten en apostelen te 
luisteren, die hebben gebeden en zich 
zorgvuldig hebben voorbereid om te 
weten wat ze van de Heer moeten 
zeggen. Wij hebben voor hen en ons- 
zelf gebeden dat de Trooster de wil 
van God aan ons bekend zou maken. 
Er is werkelijk geen betere tijd of 
plaats voor de Heer om zijn volk te 
leiden dan tijdens deze conferentie. 

De leringen tijdens deze conferen- 
tie zijn het kompas van de Heer. In 
de komende dagen kunt u net als 
Lehi naar de voordeur lopen en in 
de brievenbus een Liahona vinden, 
of een ander tijdschrift van de kerk, 
waarin deze conferentie is opgeno- 
men. Net als met de Liahona vanouds 
zijn deze instructies duidelijk en 
gemakkelijk te lezen, waardoor u en 
uw gezin de wegen en paden van de 
Heer kunnen leren kennen. 

Nephi en Alma herinneren ons 
eraan dat de Heer ons leiding op 
onze reis geeft volgens het geloof, de 
ijver en de gehoorzaamheid die wij 
aan zijn raad besteden. Hij openbaart 
geen nieuwe paden als wij niet bereid 
zijn om Hem te volgen op de paden 
die Hij al heeft aangegeven. Wie zijn 
geïnspireerde raad in hun dagelijks 
leven ijverig volgen totdat er nieuwe 
openbaringen ontvangen worden om 
hen op hun reis naar het beloofde 
land te helpen, zullen onderweg 
voorspoedig zijn. 

Broeders en zusters, profeten en 
apostelen zijn al eeuwenlang ons kom- 
pas van de Heer. Door middel van 
hen geeft Hij ons duidelijk leiding; de 




koers die zij bepalen is zeker. Zijn weg 
is licht, net als zijn juk. Wees niet mis- 
leid door de eenvoud van zijn weg, in 
de veronderstelling dat het een kleine 
of onbelangrijke zaak is, maar let op 
die heilige zaken en kijk op naar Hem, 
zodat u op Hem zult gaan lijken en 
voor eeuwig bij Hem kunt wonen. 
Ik getuig dat alle beloften van de 
Vader in vervulling zullen gaan; dat Hij 
zijn eniggeboren Zoon naar de aarde 
heeft gestuurd om het pad te marke- 
ren en ons voor te gaan; dat de Vader 
en de Zoon op een prachtige, heldere 
dag in het voorjaar van 1820 aan 
Joseph Smith zijn verschenen, en 



vervolgens alles hebben hersteld wat 
nodig is om de reis van de mens te 
volbrengen; en dat onze hedendaagse 
profeet, president Gordon B. Hinckley, 
de weg wijst aan hen die voor eeuwig 
zullen leven. Ik bid dat wij ons geloof 
zullen oefenen en ijverig gehoor zullen 
geven aan de instructies van de heden- 
daagse Liahona's. Dat bid ik in de 
naam van Jezus Christus. Amen. ■ 

NOTEN 

1. Zie Geschiedenis van Joseph Smith 1:5. 

2. Geschiedenis van Joseph Smith 1:10. 

3. Zie 1 Nephi 16:9-16. 

4. 1 Nephi 16:29. 

5. Zie Alma 37:38-41. 

6. Alma 37:46-47. 



LIAHONA NOVEMBER 2005 



97 



'Hoed mijn schapen' 



OUDERLING ULISSES SOARES 

van de Zeventig 



Mensen zijn het meest ontvankelijk voor onze invloed 
als ze het gevoel hebben dat we hen oprecht liefhebben, 
en niet omdat we alleen onze roeping vervullen. 



zien we dat de Heiland mensen hulp 
verleende volgens hun individuele 
behoeften. Een goed voorbeeld 
daarvan vond plaats toen Hij bij 
Kafarnaüm was, en Jaïrus, een overste 
van de synagoge, aan de voeten van 
Jezus viel en de Heer smeekte naar 
zijn huis te komen omdat zijn dochter 
op sterven lag. Jezus ging met hem 
mee, hoewel de menigte het Hem 
moeilijk maakte om op te schieten. 

En toen kwam er een boodschap- 
per die tegen Jaïrus zei dat zijn doch- 
ter was overleden. Hoewel hij door 
verdriet gekweld werd, bleef Jaïrus in 
de Heer geloven, die hem troostte 
met de woorden: 

'Wees niet bevreesd, geloof alleen, 
en zij zal behouden worden. 

'Toen Hij aan het huis gekomen 
was, stond Hij niemand toe met Hem 
naar binnen te gaan dan Petrus, 
Johannes, Jakobus, de vader van het 
meisje en de moeder. 

'Allen nu weenden en weeklaagden 
over haar. Doch Hij sprak: Weent niet; 
zij is niet gestorven, maar zij slaapt. . . . 

'(...) Hij vatte haar hand en riep, 
zeggende: Kind, sta op! 

'En haar geest keerde terug en zij 
stond dadelijk op en Hij beval, dat 
men haar te eten zou geven.' 3 

Jezus gaf blijk van geduld en liefde 
voor allen die bij Hem kwamen om 
hulp voor hun lichamelijke, emotio- 
nele of geestelijke klachten, en die zich 
ontmoedigd en onderdrukt voelden. 

Om het voorbeeld van de Heiland 




Op een keer stelde de Heiland 
Petrus drie keer een vraag: 
'Simon, zoon van Johannes, 
hebt gij Mij waarlijk lief? En hij zeide 
tot Hem: Ja Here, Gij weet het, dat ik 
U liefheb. [Jezus] zeide tot hem: 
Hoed mijn schapen.' 1 

Omdat Hij zich oprecht zorgen 
maakte om het welzijn van de kinde- 
ren van onze hemelse Vader, gaf de 
Heer Petrus de bijzondere opdracht 
om de schapen te hoeden. In deze 
bedeling bevestigde Hij deze 
bezorgdheid in een openbaring aan 
Joseph Smith: 

'Welnu, Ik zeg tot u, en wat Ik tot 
u zeg, zeg Ik tot alle Twaalf: Staat op 
en omgordt uw lendenen, neemt 
uw kruis op, volgt Mij en weidt mijn 
schapen.' 2 

Als we de Schriften bestuderen, 



te volgen, moeten we om ons heen kij- 
ken en de helpende hand uitsteken 
naar de schapen die in soortgelijke 
omstandigheden leven, en hen opbou- 
wen en aanmoedigen om de reis naar 
het eeuwige leven voort te zetten. 

De behoefte daaraan is tegenwoor- 
dig even groot of misschien zelfs gro- 
ter dan toen de Heiland op aarde 
leefde. Als herders moeten we begrij- 
pen dat we al onze schapen moeten 
verzorgen om ze tot Christus te bren- 
gen, wat het uiteindelijke doel is van 
alles wat we in de kerk doen. 

Alle activiteiten, bijeenkomsten en 
programma's moeten op dat doel zijn 
gericht. Als we openstaan voor de 
behoeften van onze naasten, kunnen 
we hen sterken en helpen bij het 
overwinnen van hun problemen, 
zodat zij standvastig zullen blijven op 
de weg die terug naar onze hemelse 
Vader leidt, en kunnen we hen helpen 
om tot het einde toe te volharden. 

Het evangelie van Jezus Christus 
draait om mensen, niet om program- 
ma's. Soms vervullen we onze taken in 
de kerk te gehaast en besteden dan te 
veel tijd aan programma's. We zouden 
ons op de mensen moeten concentre- 
ren, maar in de praktijk houden we 
niet altijd rekening met hun werkelijke 
behoeften. Als dat gebeurt, verliezen 
we het doel van onze roeping uit het 
oog, veronachtzamen we de mensen 
en weerhouden we ze ervan om hun 
goddelijke potentieel te bereiken, 
namelijk het eeuwige leven. 

Toen ik bijna twaalf was, sprak de 
bisschop met mij en vertelde hoe ik 
me moest voorbereiden op het 
Aaronisch priesterschap en mijn orde- 
ning tot diaken. Aan het eind van ons 
gesprek pakte hij een stapeltje formu- 
lieren van zijn bureau en moedigde me 
aan om die in te vullen. Het was een 
aanbeveling voor een zending. Ik was 
stomverbaasd. Ik was tenslotte pas elf. 
Maar die bisschop keek naar de toe- 
komst en naar de zegeningen die ik 
zou ontvangen als ik me voorbereidde 
om te zijner tijd op zending te gaan. 



98 



Hij gaf blijk van oprechte zorg voor 
mij. Hij zei wat voor stappen ik moest 
doen om me zowel financieel als 
geestelijk voor te bereiden om de 
Heer te dienen. Na die dag sprak hij, 
en daarna de bisschop die na hem 
kwam, minimaal twee keer per jaar 
met mij totdat ik negentien was, en 
moedigde hij me aan om me trouw te 
blijven voorbereiden. 

Zij hielden mijn zendingspapieren 
in de archiefkast en brachten ze 
iedere keer als we een gesprek had- 
den ter sprake. Met de hulp van mijn 
ouders en de aanmoediging van lief- 
devolle en geduldige bisschoppen 
kon ik op zending gaan. Door die zen- 
ding heb ik een beter perspectief 
gekregen van de zegeningen die God 
in petto heeft voor ieder die tot het 
einde toe volhardt. 

Het maakt niet uit of het een kind, 
een tiener of een volwassene is, 
iedereen heeft liefde nodig. We wor- 
den al jarenlang aangemoedigd om 
de nieuwe en minderactieve leden 
te begeleiden. Mensen blijven in de 
kerk als ze het gevoel hebben dat 
iemand om hen geeft. 

Een van de laatste instructies die 
de Heiland zijn apostelen gaf, luidde: 

'Een nieuw gebod geef Ik u, dat gij 
elkander liefhebt; gelijk Ik u liefgehad 
heb, dat gij ook elkander liefhebt. 

'Hieraan zullen allen weten, dat gij 
discipelen van Mij zijt, indien gij liefde 
hebt onder elkander.' 4 

Mensen zijn het meest ontvanke- 
lijk voor onze invloed als ze het 
gevoel hebben dat we hen oprecht 
liefhebben, en niet omdat we alleen 
onze roeping vervullen. Als wij 
oprechte liefde voor mensen hebben, 
kunnen ze de invloed van de Geest 
voelen en raken ze misschien gemoti- 
veerd om zich aan onze leringen te 
houden. Het is niet altijd makkelijk 
om mensen lief te hebben zoals ze 
zijn. De profeet Mormon heeft uitge- 
legd wat we moeten doen als er zich 
problemen voordoen: 

'Welnu, mijn geliefde broeders, bidt 




tot de Vader met alle kracht van uw 
hart dat gij met die liefde — die Hij 
heeft geschonken aan allen die ware 
volgelingen zijn van zijn Zoon Jezus 
Christus — vervuld zult zijn, opdat gij 
zonen van God zult worden; opdat 
wij, wanneer Hij verschijnt, Hem gelijk 
zullen zijn, want wij zullen Hem zien 
zoals Hij is; opdat wij die hoop zullen 
hebben; opdat wij gereinigd zullen 
worden zoals Hij rein is.' 5 

Jezus hield zich persoonlijk met 
mensen bezig, Hij beurde mensen 
op die het zwaar hadden, schonk 
hoop aan de ontmoedigden en zocht 
de afgedwaalden op. Hij liet de men- 
sen zien hoezeer Hij hen liefhad en 
begreep, en hoe waardevol zij waren. 
Hij erkende hun goddelijke aard en 
eeuwige waarde. Zelfs als Hij mensen 
tot bekering riep, veroordeelde Hij 
de zonde, maar niet de zondaar. 

In zijn eerste brief aan de 
Korintiërs zegt de apostel Paulus 
nadrukkelijk hoe belangrijk het is om 
deze ware liefde aan ieder schaap in 
de kudde van de Heer te geven: 

Al ware het, dat ik al wat ik heb 
tot spijs uitdeelde, en al ware het, 
dat ik mijn lichaam gaf om te worden 



verbrand, maar had de liefde niet, het 
baatte mij niets. 

'Naastenliefde is lankmoedig en 
vriendelijk, zij is niet afgunstig, de 
liefde praalt niet, zij is niet opgeblazen, 

'zij kwetst niemands gevoel, zij 
zoekt zichzelf niet, zij wordt niet ver- 
bitterd, zij rekent het kwade niet toe. 

'Zij is niet blijde over ongerech- 
tigheid, maar zij is blijde met de 
waarheid. 

Alles bedekt zij, alles gelooft zij, 
alles hoopt zij, alles verdraagt zij. (...) 

'Zo blijven dan: Geloof, hoop en 
liefde, deze drie, maar de meeste van 
deze is de liefde.' 6 

Als wij het voorbeeld en de lerin- 
gen van de Heiland volgen, kunnen 
wij mensen helpen om hun aardse 
zending te vervullen en bij onze 
hemelse Vader terug te keren. 

Daarvan geef ik u mijn getuigenis in 
de naam van Jezus Christus. Amen. ■ 

NOTEN 

1. Johannes 21:16. 

2. LV 112:14. 

3. Lucas 8:50-52, 54-55; zie 
ookvss. 41-42, 49. 

4. Johannes 13:34-35. 

5. Moroni 7:48. 

6. 1 Korintiërs 13:3-7, 13. 



LIAHONA NOVEMBER 2005 



99 



Christelijke 
eigenschappen 
de wind onder 
onze vleugels 

OUDERLING DIETER F. UCHTDORF 

van het Quorum der Twaalf Apostelen 



Als ze de fundamentele beginselen van het evangelie 
naleven, worden de heiligen der laatste dagen met macht, 
kracht en geestelijke zelfredzaamheid gezegend. 



Net als alle piloten genoot ik van 
het feit dat zij onder de indruk waren 
van de complexiteit van het vliegtuig 
en dat zij zich afvroegen wat voor 
geniaal persoon ervoor nodig was om 
het te vliegen! Mijn vrouw en kinde- 
ren zouden me nu vriendelijk in de 
rede vallen en met twinkelende ogen 
zeggen: 'Nederigheid is bij piloten 
een van de betere eigenschappen!' 

Aan de bezoekers in mijn cockpit 
legde ik uit dat er een geweldig aëro- 
dynamisch ontwerp voor nodig was, 
veel supplementaire systemen en pro- 
gramma's, en krachtige motoren om 
ervoor te zorgen dat deze vliegma- 
chine het comfort en de veiligheid 
van de passagiers kon waarborgen. 

Om mijn uitleg te vereenvoudigen 
en me op de basis te concentreren, 
voegde ik eraan toe dat je alleen maar 
een krachtige voorwaartse beweging, 
een krachtige opwaartse stijgkracht, 
de juiste vliegtuigpositie en de 
natuurwetten nodig had om de passa- 
giers veilig over werelddelen, ocea- 
nen, hoge bergen en gevaarlijke 




Mi 



'ijn geliefde broeders en 
zusters, mijn dierbare 
.vrienden, 
Tijdens mijn loopbaan als piloot 
kwamen er soms passagiers naar de 
cockpit van mijn Boeing 747. Ze stel- 
den vragen over de vele knoppen, 
instrumenten, systemen en procedu- 
res, en hoe al die technologie zo'n 
groot en prachtig vliegtuig liet vliegen. 



onweersbuien te vliegen. 

De afgelopen jaren heb ik vaak 
overwogen dat het lidmaatschap van 
De Kerk van Jezus Christus van de 
Heiligen der Laatste Dagen ons ertoe 
brengt om soortgelijke vragen te stel- 
len. Wat zijn de fundamentele begin- 
selen van ons lidmaatschap in het 
koninkrijk van God op aarde? Wat zal 
ons uiteindelijk door de moeilijkste 
problemen heen naar onze gewenste 
eeuwige bestemming leiden? 

De kerk, met al haar organisaties 
en programma's, biedt veel belang- 
rijke activiteiten voor de leden, die 
erop gericht zijn om het gezin en het 
individu te helpen om hun God en 
elkaar te dienen. Maar soms kan het 
erop lijken dat wij deze programma's 
en activiteiten belangrijker vinden 
dan de fundamentele leerstellingen 
en beginselen van het evangelie. De 
werkwijzen, programma's, beleidsre- 
gels en organisatiestructuren zijn 
nuttig voor onze geestelijke vooruit- 
gang op aarde, maar we mogen niet 
vergeten dat ze aan verandering 
onderhevig zijn. 

Daartegenover staat dat de kern 
van het evangelie — de leerstellingen 
en de beginselen — nooit zal veran- 
deren. Als ze de fundamentele begin- 
selen van het evangelie naleven, 
worden de heiligen der laatste dagen 
met macht, kracht en geestelijke zelf- 
redzaamheid gezegend. 

Geloof is zo'n beginsel van macht. 
We hebben die macht in ons leven 
nodig. God heeft alle macht, maar die 
macht wordt in werking gesteld in 
respons op ons geloof. 'Geloof zon- 
der werken werkt niets uit' (Jakobus 
2:20). God werkt naar gelang het 
geloof van zijn kinderen. 

De profeet Joseph Smith heeft 
uitgelegd: 'Ik leer hun de juiste 
beginselen, en zij besturen zichzelf.' 
(Geciteerd door John Taylor in 
'The Organization of the Church', 
Millennial Star, 15 november 1851, 
p. 339.) Voor mij is die leer prachtig en 
ongekunsteld. Als we ernaar streven 



100 



om de beginselen van het evangelie te 
begrijpen, ons eigen te maken en na te 
leven, zullen we geestelijk zelfredzaam 
worden. Het beginsel van geestelijke 
zelfredzaamheid komt voort uit een 
fundamentele leerstelling van de kerk 
— keuzevrijheid. Ik ben van mening 
dat keuzevrijheid, na het leven zelf, 
een van de grootste gave van God aan 
zijn kinderen is. 

Als ik de keuzevrijheid en de eeu- 
wige gevolgen daarvan bestudeer en 
overweeg, besef ik dat we waarlijk 
kinderen van God zijn en dat we 
daarom dienovereenkomstig moeten 
handelen. Door dat begrip word ik er 
ook aan herinnerd dat we als leden 
van De Kerk van Jezus Christus van de 
Heiligen der Laatste Dagen deel uit- 
maken van een grote, wereldwijde 
familie van heiligen. 

De organisatiestructuur van de 
kerk is heel flexibel wat de omvang, 
het groeipatroon en de behoeften van 
de units betreft. Er is een programma 
voor de kleine unit, met een zeer een- 
voudige organisatiestructuur en min- 
der vergaderingen. We hebben ook 
grote wijken met uitstekende organi- 
satorische hulpmiddelen om elkaar te 
dienen. Alle bewegen zich binnen de 
geïnspireerde programma's van de 
kerk om de leden in de gelegenheid 
te stellen om tot Christus te komen 
en in Hem vervolmaakt te worden 
(zie Moroni 10:32). 

Al die verschillende opties zijn 
gelijk in eeuwige waarde, omdat de 
leer van het herstelde evangelie van 
Jezus Christus hetzelfde is in iedere 
unit. Als apostel van de Heer Jezus 
Christus getuig ik dat Hij leeft, dat het 
evangelie waar is en antwoord geeft 
op alle persoonlijke en gemeenschap- 
pelijke problemen die de kinderen 
van God op aarde hebben. 

Deze zomer hebben mijn vrouw en 
ik de leden van de kerk in veel landen 
in Europa bezocht. In sommige delen 
van Europa is de kerk al jarenlang aan- 
wezig, zelfs sinds 1837. Er is een groot 
erfgoed van getrouwe leden in Europa. 




Momenteel zijn er ruim vierhonderd- 
duizend leden. Als we naar de genera- 
ties kijken van al die mensen die in de 
negentiende en twintigste eeuw van 
Europa naar Amerika zijn geëmigreerd, 
kan dat aantal gemakkelijk enkele 
malen vermenigvuldigd worden. 

Waarom hebben zoveel getrouwe 
leden hun moederland achtergelaten? 
De redenen zijn legio: om aan vervol- 
ging te ontsnappen, om de kerk in 
Amerika op te bouwen, om hun eco- 
nomische omstandigheden te verbe- 
teren, om dichter bij een tempel te 
wonen, en ga zo maar door. 

Europa voelt de gevolgen van die 
uittocht nog steeds. Maar de kracht 
die uit verscheidene getrouwe gene- 
raties kerkleden voortkomt, begint nu 
duidelijk zichtbaar te worden. We zien 
meer jonge mannen, jonge vrouwen 
en echtparen voor de Heer op zen- 
ding gaan; we zien meer tempelhuwe- 
lijken; we zien meer vertrouwen en 
moed bij de leden om anderen over 
het herstelde evangelie te vertellen. 
Onder de volken van Europa en veel 
andere delen van de wereld is er een 
geestelijk vacuüm omtrent de ware 
leringen van Christus. Dat vacuüm 
moet, kan en zal met de boodschap 



van het herstelde evangelie gevuld 
worden, naarmate onze fantastische 
leden dit evangelie met meer moed 
en geloof naleven en verkondigen. 

Door de groei van de kerk in 
Europa zijn er nu landen waar de 
kerk minder dan vijftien jaar geleden 
gevestigd is. Ik sprak met een zen- 
dingspresident die in zijn geboorte- 
land Rusland werkzaam is en pas 
zeven jaar lid van de kerk is. Hij zei: 
'Binnen een maand na mijn doop, 
werd ik als gemeentepresident 
geroepen.' Voelde hij zich af en toe 
overweldigd? Absoluut! Heeft hij 
geprobeerd alle programma's van de 
kerk in te voeren? Gelukkig niet! Hoe 
is hij in zo'n kleine gemeente en in 
zo'n korte tijd zo sterk geworden? Hij 
legde uit: 'Ik wist met heel mijn ziel 
dat de kerk waar is. De leer van het 
evangelie vulde mijn verstand en mijn 
hart. Toen we lid van de kerk werden, 
voelden we dat we bij een familie 
hoorden. We voelden warmte, ver- 
trouwen en liefde. Hoewel we met 
weinig mensen waren, probeerden 
we de Heiland te volgen.' 

Ze steunden elkaar, deden hun 
uiterste best en wisten dat de kerk 
waar is. Ze werden niet door een 



LIAHONA NOVEMBER 2005 



101 



organisatie maar door het licht van het 
evangelie aangetrokken. Die goede 
leden werden door dat licht versterkt. 

In veel landen staat de kerk nog in 
de kinderschoenen en de organisatori- 
sche omstandigheden zijn soms verre 
van volmaakt. De leden kunnen echter 
een volmaakt getuigenis van de waar- 
heid in hun hart meedragen. Wanneer 
de leden in hun land van herkomst 
blijven en de kerk opbouwen ondanks 
economische problemen en ontberin- 
gen, zullen toekomstige generaties 
deze hedendaagse pioniers dankbaar 
zijn. Zij geven gehoor aan de liefde- 
volle uitnodiging van het Eerste 
Presidium in 1999: 

'In onze tijd acht de Heer het 
gepast om de zegeningen van het 
evangelie, waaronder steeds meer 
tempels, in veel delen van de wereld 
te verlenen. Daarom willen we de al 
lang bestaande raad aan de leden van 
de kerk herhalen om in hun geboor- 
teland te blijven en niet naar de 
Verenigde Staten te emigreren. . . . 

'Als de leden over de hele wereld in 
hun geboorteland blijven, en in hun 
eigen land aan de opbouw van de kerk 
werken, zullen zij en de kerk bijzonder 
gezegend worden.' (Zie brief van het 
Eerste Presidium, 12 december 1999.) 

Ik wil daar een woord ter waar- 
schuwing aan toevoegen voor de 
leden onder ons die deel uitmaken 
van grote wijken en ringen. We moe- 
ten oppassen dat de kern van ons 
getuigenis niet gebaseerd is op de 
sociale dimensie van de kerk, of op de 
geweldige activiteiten, programma's 
en organisaties van onze wijk en ring. 
Ze zijn allemaal belangrijk en waarde- 
vol — maar niet voldoende. Zelfs 
vriendschap is niet voldoende. 

We zien in dat we in een tijd van 
verwarring, rampen en oorlog leven. 
Wij en vele anderen beseffen hoeveel 
behoefte er is aan bescherming, 'een 
toevlucht voor de storm en voor de 
verbolgenheid, wanneer die onver- 
sneden wordt uitgestort op de gehele 
aarde' (UV 115:6). Hoe vinden we 




zo'n toevluchtsoord? De profeet van 
God, namelijk President Hinckley, 
heeft gezegd: 'Onze deugd zal ons 
veiligheid verschaffen. Onze recht- 
schapenheid zal ons kracht verschaf- 
fen.' ('Tot w'u wederzien', Liahona, 
januari 2002, p. 105.) 

U herinnert zich hoe Jezus Christus 
aan het begin van zijn aardse bedie- 
ning zijn apostelen instrueerde, duide- 
lijk en openhartig: 'Komt achter Mij en 
Ik zal u vissers van mensen maken' 
(Matteüs 4:19). Dat was tevens het 
begin van de bediening van de twaalf 
apostelen. Ik vermoed dat zij zich net 
zo onbekwaam voelden als ik toen ik 
tot dit heilige werk werd geroepen. 
Mag ik aanvoeren dat de Heiland 
zelf ons hier les geeft in kernleer en 
levensprioriteiten. We moeten Hem 
eerst gaan volgen, en als we dat doen, 
zal de Heüand ons zegenen, zodat we 
boven onszelf kunnen uitstijgen en 
worden wat Hij wü dat we worden. 

Christus volgen is meer op Hem 
gaan lijken. Het betekent zijn karakter 
als leidraad nemen. Als geestkinderen 
van onze hemelse Vader hebben we 
het vermogen om christelijke eigen- 
schappen met ons leven en ons karak- 
ter te verweven. De Heiland nodigt 
ons uit om zijn evangelie te leren ken- 
nen door zijn leringen na te leven. 
Hem volgen betekent de juiste begin- 
selen toe te passen en vervolgens de 



zegeningen die volgen te aanschou- 
wen. Dit proces is tegelijkertijd uiterst 
ingewikkeld en heel eenvoudig. Oude 
en hedendaagse profeten hebben 
het met drie woorden omschreven: 
'Onderhoud de geboden' — niets 
meer en niets minder. 

Christelijke eigenschappen ontwik- 
kelen is niet gemakkelijk, vooral niet 
als we afstand nemen van algemeenhe- 
den en abstracties, en het echte leven 
onder ogen zien. De toets is dat we 
praktiseren wat we prediken. De ware 
test komt als christelijke eigenschap- 
pen in ons leven zichtbaar dienen te 
worden — als huwelijkspartner, als 
vader of moeder, als zoon of dochter, 
in onze vriendschappen, in ons werk, 
in ons bedrijf en in ons amusement. 
We kunnen onze groei herkennen, net 
als de mensen om ons heen, als we 
geleidelijk leren 'in alle heiligheid voor 
[Hem] te handelen' (IV 43:9). 

In de Schriften staan een aantal 
christelijke eigenschappen die we 
gedurende ons leven moeten ontwik- 
kelen. Dat zijn onder meer kennis en 
nederigheid, naastenliefde, gehoor- 
zaamheid en ijver, geloof en hoop. 
Deze karaktereigenschappen staan 
los van de organisatorische staat van 
onze kerkelijke unit, economische 
omstandigheden, gezinssituatie, cul- 
tuur, ras of taal. Christelijke eigen- 
schappen zijn gaven van God. Ze 
kunnen niet zonder zijn hulp worden 
ontwikkeld. De enige hulp die we 
allemaal nodig hebben, wordt 
ons door de verzoening van Jezus 
Christus gegeven. Geloven in Jezus 
Christus en in zijn verzoening houdt 
in dat we volledig op Hem vertrouwen 
— ons verlaten op zijn oneindige 
macht, intelligentie en liefde. We ont- 
vangen christelijke eigenschappen 
als we onze keuzevrijheid goed 
aanwenden. In Jezus Christus geloven 
leidt tot actie. Als we in Christus gelo- 
ven, vertrouwen we voldoende op de 
Heer om zijn geboden na te leven — 
zelfs als we de geboden niet helemaal 
begrijpen. Als we ernaar streven om 



102 



meer op de Heiland te lijken, moeten 
we ons leven geregeld evalueren, en 
ons door middel van ware bekering 
op Jezus Christus en de zegeningen 
van de verzoening verlaten. 

Het kan moeilijk zijn om christe- 
lijke eigenschappen te ontwikkelen. 
We moeten bereid zijn om leiding 
en correcties van de Heer en zijn 
dienstknechten te aanvaarden. Deze 
wereldwijde conferentie met muziek 
en toespraken, biedt geestelijke 
kracht, leiding en zegeningen 'uit den 
hoge' (LV 43:16). Het is een tijd dat 
de stem van persoonlijke inspiratie en 
openbaring vrede in onze ziel brengt 
en ons leert hoe we christelijker moe- 
ten worden. Deze stem is zo vriende- 
lijk als de stem van een dierbare 
vriend en zal onze ziel vervullen als 
wij voldoende boetvaardig zijn. 

Als we meer op de Heiland gaan 
lijken, zullen we toenemen in ons 
vermogen om 'overvloedig te zijn in 
de hoop, door de kracht des heiligen 
Geestes' (Romeinen 15:13). We zul- 
len 'de dingen van deze wereld ter- 
zijde [moeten] leggen en naar de 
dingen van een betere [moeten] 
streven' (LV 25:10). 

Dat brengt me terug naar mijn 
aërodynamische gelijkenis aan het 
begin. Ik zei dat we ons op de basis 
moeten concentreren. Christelijke 
eigenschappen zijn de basis. Zij zijn de 
fundamentele beginselen die 'de wind 
onder onze vleugels' teweegbrengen. 
Als wij, stap voor stap, christelijke 
eigenschappen ontwikkelen, zullen ze 
ons 'dragen als op arendsvleugelen' 
(LV 124:18). Ons geloof in Jezus 
Christus zal leiden tot macht en een 
krachtige voorwaartse beweging; onze 
onwrikbare en actieve hoop zal een 
sterke opwaartse stijgkracht teweeg- 
brengen. Ons geloof en onze hoop 
zullen ons over de oceanen van verlei- 
ding, de bergen van tegenspoed, dra- 
gen en ons veilig terugbrengen naar 
onze eeuwige thuis en bestemming. 

Daarvan getuig ik, in de naam van 
Jezus Christus. Amen. ■ 



Slotwoord 

PRESIDENT G0RD0N B. HINCKLEY 

God, onze eeuwige Vader, leeft. (...) Jezus is de Christus, de 
Verlosser van de mensheid. Zij hebben hun werk in deze 
laatste bedeling hersteld door middel van de profeet Joseph. 




Broeders en zusters, we hebben 
een opmerkelijke conferentie 
gehad. Het was letterlijk een 
inspirerend feest aan de dis van de 
Heer. De muziek, gebeden en toe- 
spraken waren geweldig. Wij zijn geïn- 
formeerd, opgebouwd en ons geloof 
is gesterkt. 

De groei van de kerk spreekt 
alleen al duidelijk uit het feit dat onze 
woorden zijn vertolkt in tachtig talen 
en dat onze boodschap in heel veel 
landen per satelliet is uitgezonden. 
Het zijn allemaal heerlijke vruchten 
van de woorden die Moroni in de 
nacht van 21 september 1823 tot de 
jonge profeet sprak. 

Hij was toen een jongeman, een 
arme boerenjongen met erg weinig 
scholing. Hij bezat niets. Zijn ouders 
bezaten niets. Hij woonde in een boe- 
rengemeenschap en was nauwelijks 



bekend in de buitenwereld. En toch 
zei de engel tegen hem dat hij 'een 
boodschapper was, uit Gods tegen- 
woordigheid tot mij gezonden, en dat 
zijn naam Moroni was; dat God een 
werk voor mij te doen had en dat mijn 
naam onder alle natiën, geslachten en 
talen zowel ten goede als ten kwade 
bekend zou zijn, ofwel dat er onder 
alle volken zowel goed als kwaad over 
zou worden gesproken' (Geschiedenis 
van Joseph Smith 1:33). 

Hoe kon dat? moet Joseph zich 
hebben afgevraagd. Hij moet volko- 
men geschokt zijn geweest. 

En toch is het allemaal uitgekomen. 
En er zullen nog veel grotere gebeur- 
tenissen komen. 

Op 23 december van dit jaar willen 
wij zijn verjaardag herdenken met een 
grote viering ter ere van hem. 

Ik ben van plan om zo mogelijk 
naar zijn geboorteplek te gaan om te 
herhalen wat Joseph F. Smith, de 
zesde president van de kerk, een 
eeuw geleden, op 23 december 1905, 
heeft gedaan. Bij die gelegenheid 
wijdde hij het monument in dat de 
geboorteplek van de profeet mar- 
keert en waar ook een gedenkhuis is 
gebouwd. 

Terwijl ik in Vermont ben, zullen 
de presidenten Monson en Faust met 
andere algemene autoriteiten hier in 
het Conferentiecentrum zijn. Deze 
grote zaal zal vol zijn en het program- 
ma zal per satelliet wijd en zijd 
worden doorgegeven. Er zal gepaste 
muziek zijn en eerbetonen aan de 



LIAHONA NOVEMBER 2005 



103 





grote profeet van deze bedeling, uit- 
gesproken in zowel South Royalton 
als in Salt Lake City. 

Wat het koor vanochtend zo schit- 
terend ten gehore heeft gebracht ter 
ere van de profeet was slechts een 
generale repetitie voor het evene- 
ment in december. Wij zien ernaar 
uit en hopen dat u zich allemaal bij 
ons voegt. 

Ik laat u ons getuigenis van de god- 
delijke aard van dit werk. Wat is dit 
toch een geweldig werk. Hoe leeg zou 
ons leven zijn zonder dit werk. God, 
onze eeuwige Vader, leeft. Hij houdt 
van ons. Hij waakt over ons. Jezus is 
de Christus, de Verlosser van de 
mensheid. Zij hebben hun werk in 
deze laatste bedeling hersteld door 
middel van de profeet Joseph. Dat is 
mijn getuigenis, en ik laat u mijn zegen en 



liefde, geliefde broeders en zusters van 
deze dankbare kerk. God zegene u. 

Tot slot wil ik mijn dank uitspre- 
ken jegens allen die heel veel heb- 
ben gedaan om dit een geslaagde 
conferentie te maken, de vele men- 
sen achter de schermen die dit 
mogelijk hebben gemaakt. Ze heb- 
ben dag en nacht gewerkt om dit tot 
stand te brengen — de zaalwacht, de 
technici, de beveiliging, de EHBO, de 
verkeersagenten, de vertalers, de 
secretaresses die keer op keer onze 
toespraken intypen. 

Mijn bede is dat God u allen zegent. 
Laten we ons best doen om in gerech- 
tigheid voor Hem te wandelen, dat 
vraag ik in alle ootmoed. Ik laat u mijn 
zegen in de heilige naam van onze 
Verlosser, de Heer Jezus Christus. 
Amen. ■ 



104 



ALGEMENE ZHV-BIJEENKOMST 

24 september 2005 



Video: 'Werktuigen 
in de handen 
Gods' 



In de algemene ZHV-bijeenkomst is 
een video uitgezonden waarin pre- 
sident Gordon B. Hinckley de 
geschiedenis van de ZHV bespreekt. 
In deze videofilm zien we de profeet 
Joseph Smith, Emma Smith, Lucy 
Mack Smith en andere zusters die de 
ZHV bijwonen in het rode stenen 
huis. 

President Hinckley: De groei van 
de zustershulpvereniging van twintig 
leden tijdens de oprichting op 17 
maart 1842 in de kolonistenstad 
Nauvoo tot ruim vijf miljoen leden 
160 jaar later, met leden in grote en 
kleine woonplaatsen over de hele 
wereld, is een uitzonderlijk en opmer- 
kelijk verhaal. 

De elementen waaruit de zusters- 
hulpvereniging is gegroeid, dateren 



van vóór de oprichting ervan. Die 
elementen omvatten het natuurlijke 
instinct van de vrouw om het algemeen 
belang te bevorderen, mensen in 
nood te helpen en hun eigen verstand 
en talenten te ontwikkelen. Om die 
reden verenigde Joseph Smith hen in 
een vereniging. 

Joseph Smith: Deze 'zustersvereni- 
ging kan de broeders ertoe aanzetten 
om goede werken te verrichten ten 
behoeve van de armen — op zoek 
naar mensen die hulp nodig hebben, 
en in hun behoeften voorzien — om 
hulp te verlenen bij het verbeteren 
van de normen en waarden en bij het 
versterken van de deugden in de 
samenleving.' 1 

President Hinckley: Uit dat een- 
voudige begin is volgens mij een van 




Uit de videofilm: Emma Smith luistert naar haar man, Joseph, die de ZHV 
bespreekt. 



de grootste en doelmatigste organisa- 
ties in haar soort over de hele wereld 
gegroeid. 

Tijdens die eerste bijeenkomst, 
toen Emma als presidente werd voor- 
gesteld, zei ze dat 'ieder lid zich 
moest beijveren om goede daden te 
doen'. 2 Dat was toen de houding, en 
dat is het nog steeds. En dat moet het 
leidende beginsel blijven in alle toe- 
komstige generaties — dat 'ieder lid 
zich moet beijveren om goede daden 
te doen'. 

Emma Smith: 'We gaan iets bijzon- 
ders doen. (...) We verwachten bui- 
tengewone gebeurtenissen en 
dringende verzoeken.' 3 

Joseph Smith: 'Deze vereniging 
krijgt instructies door middel van de 
orde die God heeft vastgesteld — 
door de leiders die zijn aangesteld.' 4 

'Het is natuurlijk dat vrouwen 
gevoelens van naastenliefde hebben. 
U krijgt nu de kans om te handelen 
volgens de gevoelens die God in uw 
boezem heeft geplaatst. Het zou 
geweldig zijn als u deze beginselen 
naleeft! Indien u van de u gegunde 
voorrechten gebruik maakt, kunnen 
de engelen niet anders dan uw met- 
gezel zijn. (...) Geen oorlog (...) geen 
wanklank, geen tegenstrijdigheid, 
maar zachtmoedigheid, liefde en 
reinheid. Dat zijn de dingen die ons 
grootmaken. (...) 

'En de zegeningen uit de hemel 
zullen op ons neerdalen. (...) 

'Als u naar huis gaat, spreek nooit 
een onvriendelijk woord, maar laat 
vriendelijkheid en naastenliefde 
van nu af aan de kroon op uw werk 
zijn. (...) 

Als u in onschuld, deugdzaamheid 
en goedheid toeneemt, laat uw hart 
dan opzwellen, laat het ten opzichte 
van anderen groter worden — u moet 
lankmoedig zijn en de fouten en dwa- 
lingen van de mens verdragen. Hoe 
waardevol is de ziel van de mens. (...) 

'(...) En nu geef ik u in de naam 
van God de sleutel, en deze vereni- 
ging zal zich verheugen, en vanaf dit 



LIAHONA NOVEMBER 2005 



105 




Een zuster in klederdracht uit de negentiende eeuw speelt Lucy Mack Smith, 
Josephs moeder. 



elkaar komen, in de wijk of gemeente 
met elkaar omgaan, eikaars leven ver- 
rijken door dierbare en waardevolle 
vriendschappen? Wie kan zich ook 
maar enigszins de ontelbare daden 
van naastenliefde voorstellen die zijn 
verricht, het voedsel dat op lege tafels 
is gezet, het geloof dat in wanhopige 
tijden van ziekte is geoefend, de won- 
den die zijn verbonden, de pijn die 
door liefdevolle handen en geruststel- 
len woorden is verlicht, de troost die 
ten tijde van overlijden en eenzaam- 
heid is verleend? 

Over de zustershulpvereniging 
heeft president Joseph F. Smith ooit 
gezegd: 'Deze organisatie is door God 
opgericht, goedgekeurd, ingesteld en 
verordineerd om de mensen voor het 
heil van hun ziel te bedienen. Daarom 
is er geen enkele organisatie die 
ermee vergeleken kan worden, (...) 
die dezelfde plaats kan innemen. (...) 



moment zult u met kennis en intelli- 
gentie gezegend worden — dit is het 
begin van betere tijden voor deze 
vereniging.' 5 

President Hinckley: Die profeti- 
sche uitspraak is anderhalve eeuw 
lang een handvest geweest voor de 
zustershulpvereniging van De Kerk 
van Jezus Christus van de Heiligen 
der Laatste Dagen. 

Lucy Mack Smith, de moeder van 
de profeet, heeft tegen de zusters in 
Nauvoo gezegd: 

Lucy Mack Smith: 'We moeten 
elkaar liefhebben, voor elkaar zorgen, 
elkaar troosten en instructies ontvan- 
gen om allemaal in de hemel terug te 
keren.' 6 

President Hinckley: Uit de geschie- 
denis van de organisatie blijkt dat de 
vrouwen in de kerk niet hebben hoe- 
ven wachten om met elkaar in de 
hemel de zoete vruchten te proeven 
van de activiteiten die zij beschreef. 

Op aarde hebben ze veel van de 
hemel geproefd, want tijdens hun 
leven hebben ze elkaar liefgehad, 
getroost en onderricht. Wie kan de 
wonderbaarlijke invloed op het leven 
van miljoenen vrouwen inschatten, 
van wie de kennis is toegenomen, het 
inzicht is vergroot, het leven is ver- 
ruimd, en van wie het begrip van de 
zaken Gods is verrijkt door de talloze 
goede lessen die in de bijeenkomsten 
van de zustershulpvereniging zijn 
gegeven? 

Wie kan de vreugde beoordelen 
die deze vrouwen ontvangen als ze bij Bonnie D. Parkin, algemeen ZHV-presidente, troost een vrouw in Afrika. 



'(...) Stel de zustershulpvereniging 
op de eerste plaats, maak haar tot de 
hoogste, beste en meest oprechte 
organisatie ter wereld. U bent daartoe 
geroepen door de stem van de pro- 
feet van God, om de grootste, de 
beste, de zuiverste en meest toege- 
wijde vereniging te zijn.' 7 

Ik bid dat God de zustershulpvere- 
niging van De Kerk van Jezus Christus 
van de Heüigen der Laatste Dagen zal 
zegenen. Moge de geest van liefde, 
waardoor de leden al anderhalve 
eeuw gemotiveerd worden, blijven 
groeien en in de hele wereld gevoeld 
worden. Mogen hun goede werken 
talrijke mensen ten goede beïnvloe- 
den, waar ze ook verricht worden. En 
mogen generaties vrouwen door deze 
vereniging van God licht en begrip, 
onderwijs en kennis, en eeuwige 
waarheid ontvangen, in alle landen op 
aarde. Mogen zij allemaal beseffen wat 
hun grote verantwoordelijk en zegen 
is — om 'een werktuig in de handen 
Gods' (Alma 26:3) te zijn en dit grote 
werk te verrichten. ■ 

NOTEN 

1. ZHV-notulen, 17 maart 1842, archieven van 
De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen 
der Laatste Dagen, p 7. 

2. ZHV-notulen, 17 maart 1842, p. 13. 

3. ZHV-notulen, 17 maart 1842, p. 12. 

4. ZHV-notulen, 28 april 1842, p. 40. 

5. ZHV-notulen, 28 april 1842, pp. 38-40. 

6. ZHV-notulen, 24 maart 1842, pp. 18-19. 

7. Leringen van kerkpresidenten: Joseph F. 
Smith (1998), p. 184. 




106 



Dierbare 
momenten 



BONNIE D. PARKIN 

Algemeen ZHV-presidente 

Als wij naar de Heer en zijn leiding streven, als het ons 
doel is om bij onze hemelse Vader terug te keren, zullen 
er zich dierbare momenten in ons leven voordoen. 



geholpen. Op die wijze ervaren zowel 
de helper als de geholpene de liefde 
van de Heer. Ik bid dat u in deze 
moeilijke tijd zijn liefde zult voelen, 
alsmede mijn liefde en de liefde van 
vele ZHV-zusters. 

De profeet Joseph Smith heeft de 
koers voor de ZHV uitgezet toen hij in 
1842 tot de zusters het volgende zei: 
'Het is natuurlijk dat vrouwen gevoe- 
lens van naastenliefde hebben. U 
krijgt nu de kans om te handelen vol- 
gens de gevoelens die God in uw hart 
heeft geplaatst. Het zal geweldig zijn 
als u deze beginselen naleeft!' 2 

De eerste zusters van de ZHV wer- 
den door de profeet Joseph Smith tot 
daden aangespoord. Ook tegenwoor- 
dig hebben wij de kans om een 'werk- 
tuig in de handen Gods' te zijn 'om 
dat grote werk te doen.' 3 

Wat houdt het in gewone mensen- 
taal in om een werktuig te zijn? Ik 
denk dat het betekent om anderen te 
verzorgen. Joseph Smith noemde het 
handelen 'volgens de gevoelens die 
God in uw hart heeft geplaatst'. 4 Ik 
heb vele dierbare momenten meege- 
maakt waarop ik het gevoel had 
dat de Heer mij als zijn werktuig 
gebruikte. Ik ben van mening dat u 
ook geleid wordt als u onderwijst, 
troost biedt en aanmoedigt. 

Als vrouw stellen we vaak hoge 




Wat zijn we dankbaar voor 
onze hedendaagse profeet, 
president Gordon B. 
Hinckley, en voor zijn woorden: 
'Moge God de zustershulpvereniging 
van De Kerk van Jezus Christus van de 
Heiligen der Laatste Dagen zegenen.' 1 
In deze kerk is iedere zuster lid van 
de zustershulpvereniging. Ieder van 
ons kan de liefde voelen die zo over- 
vloedig aanwezig is in deze door God 
opgerichte organisatie. 

Mijn hart gaat uit naar de zusters 
die zwaar zijn getroffen door de 
recente natuurrampen. Het verheugt 
mij te horen dat er rechtschapen 
vrouwen zijn die helpen en worden 



eisen aan onszelf! Geloof me als ik 
zeg dat ieder van ons veel beter is dan 
u denkt. We moeten erkennen wat we 
goed doen en daar tevreden over zijn. 
Veel van wat we doen lijkt klein en 
onbelangrijk — gewoon een onder- 
deel van het dagelijks leven. Maar ik 
weet dat, wanneer we geroepen wor- 
den 'om verslag aan Jehova uit te 
brengen' 4 , zoals de profeet Joseph 
Smith heeft gezegd, we veel te vertel- 
len zullen hebben. 

Ik zal u een voorbeeld geven. 
Onlangs vroeg ik ouderling William W 
Parmley naar zijn herinneringen aan 
zijn moeder, LaVern Parmley, die 23 
jaar lang algemeen jeugdwerkpresi- 
dente is geweest. Hij had het niet 
over haar toespraken tijdens confe- 
renties of over de vele programma's 
die ze ten uitvoer heeft gebracht. Hij 
had het over een van zijn dierbaarste 
momenten met zijn moeder, toen hij 
zeventien jaar oud was en zich voor- 
bereidde om naar de universiteit te 
gaan. Hij herinnerde zich dat zijn 
moeder hem leerde hoe hij een 
knoop moest aanzetten. Op alle kin- 
deren — groot of klein — laten kleine 
en eenvoudige daden een blijvende 
indruk achter. 

We hebben niet allemaal kinderen 
die we kunnen leren naaien. Ook 
vroeger waren de zusters heel ver- 
schillend, net als wij. Sommigen 
waren getrouwd, sommigen waren 
ongehuwd, anderen waren weduwe, 
maar ze hadden allemaal hetzelfde 
doel. Tijdens mijn bezoeken aan veel 
verschillende landen heb ik uw liefde 
gevoeld. Zusters, ik heb u lief en ik 
weet dat de Heer u liefheeft. 

Velen van u zijn op het ogenblik 
ongehuwd. U studeert nog, u werkt, 
u bent nieuw in de ZHV Sommigen 
van u zijn al lang lid van de kerk. 
Neemt u alstublieft van mij aan dat u 
zeer waardevol bent en dat u nodig 
bent. Eenieder van u verleent liefde, 
energie, perspectief en getuigenis 
aan het werk. Uw inspanningen om 
dicht bij de Geest te leven zijn ons 



LIAHONA NOVEMBER 2005 



107 




allen tot zegen, omdat u hebt geleerd 
om voor kracht en leiding op de 
Geest te vertrouwen. 

Op een avond kreeg Cynthia, een 
ongehuwde zuster, het gevoel dat ze 
een zuster moest bezoeken bij wie ze 
op huisbezoek ging. De zuster was niet 
thuis. Toen Cynthia naar huis liep, zag 
ze een verpleegkundige vóór een zie- 
kenhuis met twee kinderen die allebei 
zware brandwonden hadden. Toen 
Cynthia de verpleegkundige het 
meisje hoorde aanspreken, meende ze 
die naam te herkennen: ze had deze 
twee kinderen vier jaar daarvoor als 
zendelinge in Bolivia gekend. Terwijl 
ze op het gras bij het ziekenhuis met 
hen sprak, werd het haar duidelijk dat 
ze lichamelijk dan wel aan het herstel- 
len waren, maar dat ze het emotioneel 
zwaar hadden zonder de steun van 
hun familie. Cynthia begon de kinde- 
ren te bezoeken en een band met ze 
op te bouwen. Omdat ze naar de 
influisteringen van de Geest had 
geluisterd, werd Cynthia een werktuig 
in Gods handen om deze twee kinde- 
ren met heimwee tot zegen te zijn. 

Kwam dat omdat ze ongehuwd 
was? Nee, het kwam omdat ze naar de 
Geest luisterde en haar hart aan God 
had onderworpen. Als wij in overeen- 
stemming met de Geest leven, als wij 
naar de Heer en zijn leiding streven, 
als het ons doel is om bij onze 



hemelse Vader terug te keren, zullen 
er zich dierbare momenten in ons 
leven voordoen. Die zullen we dan 
weten te waarderen omdat we een 
werktuig in Gods handen zijn. 

Soms neemt het leven een onver- 
wachte wending en moeten we van 
'plan A naar 'plan B' overschakelen. 
Een ongehuwde zuster schreef: 'Ik 
geloof niet dat ik me als volwassene 
ooit gelukkig heb gevoeld, totdat ik 
ontdekte dat mijn waarde als persoon 
en als dochter van mijn hemelse Vader 
niets met mijn burgerlijke staat te 
maken had. Vanaf dat moment begon 
ik me op mijn geestelijke en persoon- 
lijke groei te concentreren en niet op 
de vraag of ik ooit zou trouwen.' 5 

Wat leren en groeien we veel als 
we tot elkaar getuigen dat de Heer 
leeft en ons liefheeft. Zoals ik ooit 
eerder heb gezegd, als er iets is wat ik 
elke vrouw in de kerk toewens, dan is 
het dat zij dagelijks de liefde van de 
Heer voelt. 

Soms voelen we die liefde op de 
meest onverwachte momenten. 
Kristen was bijna afgestudeerd en had 
pas haar tweede kind gekregen. Ze 
had het gevoel dat de andere studen- 
ten veel meer hadden bereikt dan zij, 
en ze vroeg zich af of ze naar het 
afstudeerdiner zou gaan. Haar ang- 
sten werden bevestigd toen de stu- 
denten werd gevraagd om op te 



schrijven wat ze ondertussen beroeps- 
matig hadden bereikt. Kristen 
herinnerde zich: 'Ik voelde me plotse- 
ling in verlegenheid gebracht en 
schaamde me. Er was niets dat ik had 
bereikt. Ik had geen belangrijke posi- 
tie, geen belangrijke baan.' Om het 
nog erger te maken las de hoogleraar 
de prestaties voor terwijl hij iedere 
student de bul uitreikte. De vrouw die 
vóór Kristen was, had veel bereikt: ze 
had al een doctorstitel, kreeg haar 
tweede mastersgraad en was zelfs bur- 
gemeester geweest. De vrouw kreeg 
een groot applaus. 

Toen was Kristen aan de beurt. Ze 
overhandigde een leeg vel papier aan 
de hoogleraar en probeerde haar tra- 
nen te bedwingen. Ze had college bij 
de hoogleraar gelopen en die had 
haar geprezen voor haar studiepresta- 
ties. Hij keek naar het blanke vel 
papier en zei zonder enige aarzeling: 
'Kristen speelt de belangrijkste rol in 
onze samenleving.' Hij pauzeerde 
enkele seconden en zei toen met 
krachtige stem: 'Zij is de moeder van 
haar kinderen.' In plaats van een 
beleefd applaus, stond iedereen op. 
Er was slechts één staande ovatie die 
avond — voor de moeder in die zaal. 

Moeders, u bent een werktuig in 
Gods handen, met de goddelijke ver- 
antwoordelijkheid om uw kinderen 
te onderwijzen en te verzorgen. 
Kleintjes hebben zoveel behoefte aan 
uw vriendelijke en liefdevolle hand. 
Als u hen op de eerste plaats zet, zal 
Hij u leiden om hen op de beste 
manier op te voeden. 

Ook als u oudere kinderen hebt, 
bent u thuis nog altijd nodig. Ja, er 
zijn frustraties, maar er is ook veel 
vreugde. Sta daar voor open! Omdat 
ik vier drukke zoons heb opgevoed, 
heb ik nogal wat geleerd over een 
werktuig zijn: geniet van die ener- 
gieke jaren! Zorg ervoor dat uw huis 
een veilige, gelukkige, ontspannen 
plek is waar hun vrienden welkom 
zijn. Luister, heb lief en vertel verha- 
len uit uw eigen kinderjaren. 



108 



Heb hoge verwachtingen voor uw 
kinderen. Onze zoons moesten altijd 
op tijd thuis zijn: wij zeiden dat de 
Heilige Geest om middernacht naar 
bed gaat. Enkele malen, toen ze niet 
op tijd thuis waren, heeft de Heilige 
Geest me ingefluisterd om naar hen 
op zoek te gaan. Dat was een verras- 
sing voor hun vriendinnetje! We 
lachen er nu om — maar ik moet toe- 
geven dat het gemakkelijker is om 
erom te lachen nu ze volwassen zijn. 

Sta altijd voor uw kinderen klaar. Zit 
op de rand van hun bed en geniet van 
de gesprekken 's avonds laat — pro- 
beer wakker te blijven! Bid dat de 
Heer u zal inspireren. Vergeef vaak. 
Selecteer zorgvuldig waar u een punt 
van wil maken. Getuig herhaaldelijk 
van Jezus Christus en zijn goedheid, en 
van de herstelling. En bovenal, laat hen 
weten dat u op de Heer vertrouwt. 

Als uw kinderen volwassen zijn en 
uit huis zijn gegaan; als u ongehuwd, 
gescheiden of weduwe bent, laat het 
dan niet van uw omstandigheden 
afhangen om over uw levenservarin- 
gen te vertellen. Uw stem is nodig. 

Tijdens een ZHV-les in onze wijk 
hadden we het erover wat nu werke- 
lijk een goed huwelijk was. Een van de 
zusters, Lisa, zei: 'Ik moet misschien 
niets zeggen omdat ik gescheiden 
ben. Maar het zijn mijn tempelverbon- 
den die mij op de been houden.' Na 
de les vroeg ik aan enkele jongvolwas- 
sen ZHV-zusters wat hun in de les het 
meest had aangesproken. Ze zeiden 
dat de opmerking van Lisa hen het 
meest had geraakt. 

Mijn dierbare oudere zusters, ik 
zie Gods beeld in uw gelaat. Uw wijs- 
heid, geduld en ervaring hebben 
zoveel mensen beïnvloed! Toen ze in 
de negentig was, zei mijn geweldige 
schoonmoeder, Mary, altijd: 'Mensen 
denken dat ik niets weet omdat ik 
oud ben.' Ik zal u vertellen wat zij 
wist en wat ze deed. Terwijl ze in een 
bejaardentehuis woonde, vroeg ze de 
manager of ze een ruimte voor kerk- 
diensten mochten gebruiken. Hij zei 




nee omdat het tehuis niet aan een 
kerkgenootschap verbonden was. 
Maar ze nam geen genoegen met dat 
antwoord! Samen met enkele andere 
zusters bleef Mary aandringen totdat 
het tehuis een ruimte beschikbaar 
stelde. Al snel was er een gemeente 
georganiseerd, en de leden kwamen 
iedere zondag bij elkaar om aan het 
avondmaal deel te nemen en hun 
verbonden te hernieuwen. Leeftijd is 
geen belemmering om een werktuig 
in Gods handen te zijn. 

Er zijn talrijke manieren om een 
werktuig in Gods handen te worden. 
Bijvoorbeeld, de huisbezoekster zijn 
die u altijd wilde zijn; aan een jonge, 
ongehuwde volwassene vragen wat ze 
leuk vindt in plaats van waarom ze niet 
getrouwd is; delen met anderen in 
plaats van zelf te verzamelen; zorgvul- 
dig uw kleding, woordgebruik en ont- 
spanning uitkiezen; glimlachen naar 
een echtgenoot of een kind die weten 
dat ze frustratie en pijn hebben veroor- 
zaakt; een arm om een jongevrouw 
heen slaan; blijmoedig in de kinderka- 



mer lesgeven; door uw houding laten 
zien dat u plezier beleeft aan uw 
levensreis. De profeet Joseph Smith 
heeft over dergelijke inspanningen 
gezegd: 'Indien u van de u gegunde 
voorrechten gebruik maakt, kunnen 
de engelen niet anders dan uw 
metgezel zijn.' 6 

Ik getuig dat we met het werk van 
God bezig zijn. Ik dank u voor uw toe- 
wijding aan uw gezin, de ZHV en de 
kerk. Ik ben dankbaar dat u een werk- 
tuig in de handen van de Heer wilt 
zijn om zijn grote werk te volbrengen. 
Moge u Gods liefde voelen en ande- 
ren in die liefde laten delen, is mijn 
gebed, in de naam van Jezus Christus. 
Amen. ■ 

NOTEN 

1. Een werktuig in Gods handen (video die 
tijdens de algemene ZHV-bijeenkomst 2005 
is getoond). 

2. ZHV-notulen, 28 april 1842, Archieven van 
De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen 
der Laatste Dagen, p. 38. 

3. Alma 26:3. 

4. ZHV-notulen, 28 april 1842, p. 34. 

5. Privécorrespondentie. 

6. ZHV-notulen, 28 april 1842, p. 38. 



LIAHONA NOVEMBER 2005 



109 



Mogen wij met 
elkaar in de hemel 
aanzitten 

KATHLEEN H. HUGHES 

Eerste raadgeefster in het algemeen ZHV-presidium 

Als wij een werktuig in Gods handen worden, gebruikt 
Hij ons om zijn werk te doen. 




Zusters, vanavond zijn wij in een 
algemene ZHV-bijeenkomst bij- 
eenvergaderd. U ziet er fan- 
tastisch uit. Ik moet daarbij denken 
aan de allereerste ZHV-bijeenkomst. Ik 
stel me de profeet Joseph Smith voor 
die de zusters toespreekt en ze voor- 
bereidt om hun rol in de opbouw van 
Gods koninkrijk te spelen. Ik hoor de 
gebeden in het hart van die vrouwen: 
'Ik heb verbonden gesloten om uw 
werk te doen, maar help me nu, Heer, 
om een werktuig in uw handen te 
worden.' Hun gebed is ons gebed. 
Het sterfelijk leven is de tijd die 



ons is toegemeten om dat werktuig 
te worden. 

Ik houd van de boodschap van 
zuster Lucy Mack Smith, die ondanks 
haar zwakke gezondheid en hoge 
leeftijd opstond om haar zusters tij- 
dens een ZHV-bijeenkomst in Nauvoo 
toe te spreken. Ik wil dat u beseft dat 
deze vrouw een geweldige stuwende 
kracht was — een groot leidster. Ze 
behoorde tot de soort vrouwen die ik 
ook tegenwoordig in de ZHV zie. 
Maar op die dag zei ze: 'Wij moeten 
elkaar liefhebben, elkaar beschermen, 
elkaar troosten en instructies ontvan- 
gen zodat we met elkaar mogen aan- 
zitten in de hemel.' 1 

Deze woorden gaan over de 
zusters, die 'een werktuig in de han- 
den Gods' worden. 2 Wie van ons wil 
niet geliefd, beschermd, getroost en 
in goddelijke zaken onderricht wor- 
den? Maar hoe gebeurt dat dan? Het 
gebeurt met één vriendelijke daad, 
één uitdrukking van liefde, één attent 
gebaar, één helpende hand per keer. 
Maar mijn boodschap is niet gericht 
tot hen die dergelijke uitdrukkingen 
van naastenliefde ontvangen, maar tot 
ieder van ons die dagelijks een derge- 
lijke heilige levenswandel dient na te 
streven. De profeet Joseph Smith zei 



dat als we Jezus Christus gelijk wülen 
worden, 'we onze ziel voor anderen 
moeten openstellen.' 3 

We willen allemaal de reine liefde 
van Christus hebben, die ook wel 
naastenliefde wordt genoemd, maar 
onze menselijke aard — de 'natuur- 
lijke vrouw' in ons — staat ons in de 
weg. We worden boos, we raken 
gefrustreerd, we hekelen anderen en 
onszelf. En als we dat doen, kunnen 
we niet het kanaal zijn dat liefde door- 
geeft en een werktuig in de handen 
van onze hemelse Vader is. Bereid zijn 
om onszelf en anderen te vergeven, 
wordt een integraal onderdeel van 
ons zielsvermogen om de liefde van 
de Heer in ons leven te ervaren en 
zijn werk te doen. 

Toen ik deze toespraak ging voor- 
bereiden, deed ik alles wat ik moest 
doen: ik ging naar de tempel, vastte, 
las de Schriften en bad. En ik schreef 
een toespraak. Maar, zusters, als je 
besluit om over naastenliefde te 
schrijven, moet je naastenliefde voe- 
len. En dat had ik niet. Dus kwam ik 
na veel tranen en gebed tot het besef 
dat ik vergiffenis moest vragen aan 
hen die zonder het te weten de aan- 
leiding waren voor mijn onvriende- 
lijke gedachten. Dat was moeilijk. 
Maar het was genezend. En ik getuig 
tot u dat de Geest van de Heer weer 
terugkwam. 

Voortdurend naastenliefde betrach- 
ten, is een levenslang streven. Maar 
elke liefdesdaad verandert zowel ons 
als degenen die hem verrichten. Ik wil 
u vertellen over een jonge vrouw die 
ik onlangs ontmoette. Als tiener was 
Alicia ver van de kerk afgedwaald, 
maar later kreeg ze het gevoel dat ze 
moest terugkeren. Op zondag bezocht 
ze vaak haar grootvader in een 
bejaardenhuis. Op een van die zon- 
dagen besloot ze daar in de buurt naar 
de kerk te gaan. Ze deed de deur 
open en trof er de ZHV in vergade- 
ring. Maar alle stoelen waren bezet. 
Toen ze weg wilde gaan, wenkte een 
vrouw haar en schoof zelf op zodat ze 



110 



bij haar op de stoel kon gaan zitten. 
Alicia zei: 'Ik vroeg me af wat de 
vrouw van me dacht. Ik had veel pier- 
cings en stonk naar rook. Maar dat 
leek ze niet erg te vinden. Ze maakte 
gewoon plaats voor me naast haar.' 

Alicia, die door de liefde van deze 
vrouw werd geraakt, werd weer actief 
in de kerk. Ze is op zending geweest 
en geeft nu dezelfde soort liefde aan 
andere vrouwen. De oudere zuster 
die haar stoel met haar deelde, 
begreep dat er voor iedere vrouw 
plaats is in de ZHV Zusters, we komen 
bij elkaar om kracht te ontvangen, 
maar we nemen al onze zwakheden 
en onvolmaaktheden mee. 

Alicia vertelde me iets dat ik nooit 
zal vergeten. Ze zei: Als ik naar de 
kerk ga, is er één ding dat ik voor 
mezelf doe: ik neem voor mezelf deel 
aan het avondmaal. En de rest van de 
tijd kijk ik of er mensen zijn die mijn 
hulp nodig hebben. Dan probeer ik 
hen te helpen en voor hen te zorgen.' 

Als wij een werktuig in Gods han- 
den worden, gebruikt Hij ons om zijn 
werk te doen. Net als Alicia moet 
onze aandacht uitgaan naar de men- 
sen om ons heen en moeten we 
manieren bedenken om ze te helpen 
en voor ze te zorgen. We moeten aan 
de mensen denken die bij de deur 
staan en naar binnen kijken, en ze in 
ons midden opnemen — zodat we 
met elkaar mogen aanzitten in de 
hemel. Niet iedereen vindt dat er voor 
een ander plek op onze stoel is, maar 
er zijn altijd stoelen te vinden als we 
liefde in ons hart hebben. 

In 1856 hadden Julia en Emily 
Hill, twee zussen die als tieners in 
Engeland lid van de kerk waren 
geworden en door hun ouders waren 
verstoten, eindelijk genoeg geld ver- 
diend voor de reis naar Amerika. Ze 
hadden bijna Zion bereikt, waar ze zo 
lang naar hadden uitgekeken. Ze trok- 
ken met het handkarrenkonvooi 
Willey over de Amerikaanse vlakten 
toen ze, en vele anderen, door een 
vroege oktoberstorm overvallen 




werden. Zuster Deborah Christensen, 
een achterkleindochter van Julia Hill, 
heeft de volgende ontroerende 
droom over hen gehad. Zij zei: 

'Ik kon Julia en Emily en de rest 
van het handkarrenkonvooi Willey op 
die winderige top van Rocky Ridge in 
de sneeuw zien staan. Ze hadden 
geen dikke kleding om zich warm te 
houden. Julia zat in de sneeuw te ril- 
len. Ze kon niet meer verder. Emily, 
die het ook ijskoud had, wist dat Julia 
zou sterven als ze haar niet hielp 
opstaan. Toen Emily haar armen om 
haar zus sloeg om haar overeind te 
helpen, begon Julia te huilen — maar 
er kwamen geen tranen, alleen 
zachte, huilende geluiden. Samen lie- 
pen ze langzaam naar hun handkar. 
Dertien mensen overleden in die ver- 
schrikkelijke nacht. Maar Julia en 
Emily overleefden het.' 4 

Zusters, als deze vrouwen elkaar 
niet hadden gehad, zouden ze waar- 
schijnlijk niet in leven zijn gebleven. 
En daarnaast hebben ze anderen 
geholpen om dit verschrikkelijk deel 
van de reis te overleven, onder wie een 
jonge moeder en haar kinderen. Het 
was Emily Hill Woodmansee die later 
de prachtige woorden van het lied 'Wij 
zusters in Zion' zou schrijven. De 
woorden 'vertroosten wie treuren en 
maken hen sterk' 5 krijgen een nieuwe 
betekenis als we ons proberen voor te 



stellen wat ze op die besneeuwde vlak- 
ten heeft meegemaakt. 

Net als de gezusters Hill zullen 
velen van ons zonder hulp van ande- 
ren onze proeftijd niet doorstaan. 
Maar wat even waar is: door anderen 
te helpen houden we onze eigen 
geest in leven. 

Lucy Mack Smith en de zusters 
van die zustershulpvereniging toen 
ervaarden de reine liefde van 
Christus, de naastenliefde die geen 
grenzen kent. Zij hadden de waarheid 
van het evangelie als leidraad in hun 
leven; zij hadden een levende profeet; 
zij hadden een Vader in de hemel 
die luisterde en hun gebeden beant- 
woordde. Zusters, wij ook. Bij de 
doop hebben we de naam van Jezus 
Christus op ons genomen. Iedere dag 
dragen we die naam en inspireert de 
Geest ons om volgens de leringen van 
de Heiland te leven. Als we dat doen, 
worden we een werktuig in de han- 
den Gods. En de Geest verheft ons 
tot een hoger niveau van goedheid. 

De grootste blijk van naastenliefde 
is de verzoening van Jezus Christus, 
die we als gave ontvangen. Als we 
oprecht naar die gave streven, moe- 
ten we niet alleen bereid zijn die te 
ontvangen, maar ook om anderen 
erin te laten delen. Geven we anderen 
die liefde dan kunnen wij een 'werk- 
tuig in de handen Gods worden om 
zijn grote werk te doen.' 6 Dan kunnen 
we aanzitten met onze zusters in de 
hemel — tezamen. 

Ik geef u mijn getuigenis van de 
Heiland: dat Hij leeft en dat Hij ons 
liefheeft. Hij weet wat wij kunnen 
worden, ondanks onze huidige onvol- 
maaktheden. In de naam van Jezus 
Christus. Amen. ■ 

NOTEN 

1. ZHV-notulen, 24 maart 1842, Archieven van 
De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen 
der Laatste Dagen, pp. 18-19. 

2. Alma 26:3- 

3. ZHV-notulen, 28 april 1842, p. 39. 

4. Debbie J. Christensen, 'Julia en Emily: 
Sisters in Zion', Ensign, juni 2004, p. 34. 

5. Lofzang 200. 

6. Alma 26:3- 



LIAHONA NOVEMBER 2005 



111 



De wil van de 
Heer voor ons 
leren kennen 

ANNE C. PINGREE 

Tweede raadgeefster in het algemeen ZHV-presidium 



Moge de Heer eenieder van u zegenen in uw 
streven om zijn wil voor u te leren kennen 
en uw wil daaraan te onderwerpen. 




Het is een groot voorrecht en 
een heilige verantwoordelijk- 
heid om een werktuig in de 
handen Gods te worden. Waar we 
ook leven, wat onze omstandigheden 
ook zijn, wat onze burgerlijke staat of 
leeftijd ook is, de Heer heeft eenieder 
van ons nodig om in deze laatste 
bedeling haar taak te volbrengen in 
de opbouw van zijn koninkrijk. Het 
is mijn getuigenis dat wij kunnen 
weten wat de Heer van ons verwacht 
en de zegen kunnen ervaren 'die Hij 



ons heeft geschonken, dat wij een 
werktuig in de handen Gods zijn 
gemaakt om dat grote werk teweeg 
te brengen.' 1 Ik wil vanavond iets uit 
mijn eigen levensreis vertellen, name- 
lijk hoe ik ben gaan begrijpen hoe we 
zo'n werktuig kunnen worden. 

Ik zal beginnen waar mijn reis ein- 
digde — met deze verheven waarheid 
die ouderling Neal A. Maxwell heeft 
verkondigd: 'De onderwerping van 
onze wil is in feite het enige écht eigen 
wat we op Gods altaar kunnen leggen. 
Alle andere dingen die we "geven" (...) 
zijn in feite dingen die Hij al aan ons 
heeft gegeven of geleend. Maar als u 
en ik ons uiteindelijk onderwerpen 
door onze eigen wil op te laten gaan in 
die van God, dan pas geven we Hem 
echt iets! Dat is ons enige bezit wat we 
Hem te bieden hebben!' 2 

Geliefde zusters, ik geef u mijn 
getuigenis dat we, als we een middel 
in Gods handen willen worden, als we 
die volledige zegen willen ontvangen 
in 'de dag van dit leven' waarin we 
'[onze] arbeid [..,] verrichten' 3 , ons 
uiteindelijk, zoals ouderling Maxwell 
dat zegt, 'ons uiteindelijk [moeten] 
onderwerpen' 4 aan de Heer. 



Het zuiverende proces dat tot mijn 
getuigenis van dit beginsel leidde, 
begon onverwachts toen ik halver- 
wege de dertig mijn patriarchale 
zegen ontving. Ik had als voorberei- 
ding gevast en gebeden, en me in 
mijn hart afgevraagd: 'Wat verwacht 
de Heer van mij? Vol verwachting en 
met onze vier jonge kinderen op 
sleeptouw gingen mijn man en ik naar 
het huis van de oude patriarch. In de 
zegen bleef hij nadruk leggen op zen- 
dingswerk — telkens maar weer. 

Ik geef het niet graag toe, maar ik 
was teleurgesteld en bezorgd. Op dat 
punt in mijn leven had ik nauwelijks 
het Boek van Mormon helemaal gele- 
zen. Ik was zonder twijfel niet vol- 
doende voorbereid om op zending te 
gaan. Dus legde ik mijn patriarchale 
zegen in een la. Terwijl ik me op de 
opvoeding van mijn kinderen concen- 
treerde, begon ik echter wel serieus 
de Schriften te bestuderen. 

De jaren gingen voorbij en mijn 
man en ik werkten hard om onze 
kinderen op een zending voor te 
bereiden. Toen onze zoons naar ver- 
schillende landen gingen, geloofde ik 
oprecht dat ik mijn zendingsplicht 
had gedaan. 

Toen werd mijn man geroepen als 
zendingspresident in een onstabiel, 
chaotisch ontwikkelingsland. Zestien- 
duizend kilometer van huis, en licht- 
jaren weg van de cultuur en de 
communicatiemiddelen die ik kende. 
Maar toen wij als voltijdzendelingen 
werden geroepen, voelde ik me net 
als Alma en de zoons van Mosiah — 
dat ik was geroepen als 'een werktuig 
in de handen Gods (...) om dat grote 
werk teweeg te brengen.' 5 Ik voelde 
ook iets waarvan ik niet weet of zij 
het ook voelden — een overweldi- 
gende angst! 

De daaropvolgende dagen pakte ik 
mijn patriarchale zegen en las die keer 
op keer door, op zoek naar meer 
begrip. Zelfs de kennis dat ik een 
belofte zou beleven die ik decennia 
eerder van een patriarch had gekregen, 



112 



nam mijn bezorgdheid niet weg. Kon 
ik mijn getrouwde en ongetrouwde 
kinderen en mijn bejaarde schoonou- 
ders achterlaten? Zou ik de juiste din- 
gen doen en zeggen? Wat zouden mijn 
man en ik eten? Zou ik veilig zijn in 
een land dat politiek onstabiel en 
gevaarlijk was? Ik voelde me op allerlei 
gebieden onbekwaam. 

Tijdens mijn zoektocht naar 
gemoedsrust ging ik twee keer zo vaak 
naar de tempel. Ik overwoog de bete- 
kenis van mijn verbonden als nooit 
tevoren. Op dit cruciale kruispunt in 
mijn leven waren mijn tempelverbon- 
den een fundament en een katalysator. 
Ja, ik was bang, maar ik besefte ook dat 
ik ervoor had gekozen om persoon- 
lijke, bindende, heilige verbonden te 
sluiten die ik graag wilde naleven. Dit 
was uiteindelijk niet het werk dat een 
ander moest verrichten. Dit was mijn 
zendingsoproep, en ik nam me voor 
om me ervoor in te zetten. 

Joseph Smiths vader gaf zijn zoon 
ooit de volgende zegen: 'De Here 
God heeft u bij naam uit de hemel 
geroepen. U bent geroepen (...) om 
het grote werk van de Heer te doen, 
een werk in deze bedeling dat nie- 
mand (...) zo zou doen als u, in alles 
volgens de wil van de Heer.' 6 De pro- 
feet Joseph Smith werd geroepen om 
zijn deel te doen in 'het grote werk 
van de Heer', en hoe overweldigd en 
onvoorbereid ik me ook voelde, ik 
wist dat ik geroepen was om mijn 
deel van het werk te doen. Die ken- 
nis was nuttig en gaf me moed. 

In mijn voortdurende gebeden 
bleef ik vragen: 'Vader, hoe kan ik 
doen wat U van mij verwacht?' Op 
een ochtend, vlak voordat we het zen- 
dingsveld in zouden gaan, brachten 
twee vriendinnen een cadeautje langs 
— een kleine lofzangenbundel om 
mee te nemen. Later die dag kwam 
het antwoord op mijn maandenlange 
smeekbeden uit die lofzangenbundel. 
Toen ik op een rustige plek vertroos- 
ting zocht, kwamen deze woorden in 
mijn gedachten: 




"Vat moed! Ik ben met u, o, weest 

niet verschrikt, 
want Ik ben uw God die uw lot hier 

beschikt. 
Ik sterk u en help u en waarschuw 

voor 't kwaad, 
als gij vol vertrouwen Mij nimmer 

verlaat. 7 

Het besef dat de Heer bij mij zou 
zijn en mij zou helpen, was slechts 
het begin. Ik moest nog veel leren om 
een werktuig in de handen Gods te 
worden. 

Ver weg, in een vreemd land, 
begonnen mijn man en ik aan onze 
zending, bijna als pioniers, met geloof 
bij elke voetstap. We waren over het 
algemeen vrij letterlijk alleen, onze 



weg zoekend in een cultuur die we 
niet begrepen — uitgedrukt in tiental- 
len talen die we niet konden verstaan. 
De opvatting van Sarah Cleveland, 
een van onze eerste ZHV-leidsters in 
Nauvoo, beschreef onze gevoelens: 
'We zijn in de naam van de Heer aan 
dit werk begonnen. Laten we moedig 
voorwaarts gaan'. 8 

Mijn eerste les om een werktuig 
in Gods handen te worden, was: de 
Schriften bestuderen, vasten, bidden, 
naar de tempel gaan en trouw aan de 
verbonden zijn die ik in het huis des 
Heren had gesloten. Mijn tweede les 
was: als ik 'moedig voorwaarts' wilde 
gaan, moest ik volledig op de Heer 
vertrouwen en oprecht naar persoon- 
lijke openbaring streven. Om die 



LIAHONA NOVEMBER 2005 



113 



openbaring te ontvangen, moest ik 
de geboden onderhouden zodat ik 
voortdurend de Heilige Geest bij me 
kon hebben. 

Mijn laatste les was precies wat 
ouderling Maxwell had gezegd. Zelfs 
met de kleinste dagelijkse details gaf 
ik mijn wil over aan de Heer, want ik 
had zijn hulp en leiding en bescher- 
ming hard nodig. Toen ik dat deed, 
veranderde de relatie met mijn Vader 
in de hemel geleidelijk — op diep- 
zinnige wijze — wat mij en mijn gezin 
nog steeds tot zegen is. 

Mijn levensreis is anders dan die 
van u. Eenieder van u kan mij uit erva- 
ring veel leren over het onderwerpen 
van uw wil aan de Heer als u er 
oprecht naar streeft om te weten wat 
zijn wil voor u is. Wij kunnen ons 
samen in het herstelde evangelie van 
Jezus Christus verheugen, dankbaar de 
zegen erkennen dat we een getuigenis 
van de Heiland en zijn verzoening heb- 
ben. Dit weet ik: onze persoonlijke 
inspanningen om een 'werktuig in de 
handen Gods' te worden, zijn niet 
gemakkelijk en hebben ons geestelijk 
op de proef gesteld — maar onze 
aardse reis is er op persoonlijke en 
prachtige wijze door verrijkt. 

Geliefde zusters, moge de Heer 
eenieder van u zegenen in uw streven 
om zijn wil voor u te leren kennen 
en uw wil daaraan te onderwerpen. 
Ik getuig dat onze persoonlijke wil 
'ons enige bezit [is] wat we Hem te 
bieden hebben!' 9 In de naam van 
Jezus Christus. Amen. ■ 



NOTEN 

1. Alma 26:3. 

2. Conference Report, sep-okt 1995, p. 30; 
olDeSter, januari 1996, 22; cursivering 
toegevoegd. 

3. Alma 34:32. 

4. De Ster, januari 1996, p. 22. 

5. Alma 26:3. 

6. Gracia N. Jones, Emma's Glory and 
Sacrifice: A Testimony (1987), pp. 43-44. 

7. 'O, vast als een rotssteen', lofzang 53 

8. ZHV-notulen, 30 maart 1842, Archieven van 
De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen 
der Laatste Dagen, p. 24. 

9- De Ster, januari 1996, p. 22; cursivering 
toegevoegd. 



Werktuigen in de 
handen Gods 



PRESIDENT JAMES E. FAUST 

Tweede raadgever in het Eerste Presidium 



Uw goede invloed is onmetelijk en onbeschrijflijk. 




President Hinckley heeft mij toe- 
stemming gegeven om namens 
het Eerste Presidium waarde- 
ring uit te spreken voor iedereen die 
op welke manier dan ook geholpen 
heeft om mensenlevens te redden en 
eigendommen te beschermen na de 
recente natuurrampen en hun 
nasleep in ons land. 

Geliefde zusters, deze grote 
opdracht en dit voorrecht om u, 
dochters van God in zoveel landen, 
toe te spreken, stemt mij nederig. Wij 
zijn opgebouwd en opgebeurd door 
de korte videopresentatie van presi- 
dent Hinckley. Wij zijn dankbaar dat 
president Hinckley en president 
Monson hier vanavond bij ons zijn. 
Wij worden gesterkt door hun steun 



en invloed. Zuster Parkin, zuster 
Hughes en zuster Pingree hebben ons 
geïnspireerd. Het koor heeft ons hart 
geroerd. Als ik u aankijk, voel ik uw 
goedheid. Ik prijs ieder van u om uw 
dagelijkse rechtschapen daden. Ook 
al zijn uw daden slechts weinigen 
bekend, zij worden opgetekend in het 
boek des levens van het Lam 1 , wat 
ooit zal worden opengedaan om te 
getuigen van uw toegewijde dienstbe- 
toon, toewijding en daden als 'werk- 
tuig in de handen Gods om dat grote 
werk teweeg te brengen'. 2 

Ouderling Neal A Maxwell heeft 
ooit gezegd: 'Wij weten zo weinig over 
de redenen van de verschillen tussen 
man en vrouw, en tussen het moeder- 
schap en het priesterschap. In een 
andere tijd en op een andere plaats 
zijn ze door God vastgesteld. Wij zijn 
zo gewend om ons op de mannen 
Gods te concentreren, omdat zij het 
priesterschap dragen en de algehele 
leiding hebben. Maar een vloedgolf 
aan rechtschapen invloed die uitgaat 
van de bijzondere vrouwen Gods in 
alle tijdperken en bedelingen, inclusief 
onze eigen vrouw, evenaart die gezags- 
lijn. Grootsheid is niet te meten in cen- 
timeters kolommen, in de kranten 
noch in de Schriften. Daarom is het 
verhaal van de vrouwen Gods tot nog 
toe een niet vertelde geschiedenis in 
een geschiedenis.' 3 

Sommigen onder u voelen zich 



114 



misschien incapabel omdat u niet 
alles lijkt te kunnen doen wat u wilt. 
Moederschap en ouderschap zijn de 
grootste opgaven. U hebt bovendien 
kerkroepingen die u heel goed en 
nauwgezet vervult. Daarnaast moeten 
velen van u niet alleen voor uw gezin 
zorgen, maar nog een beroep uitoefe- 
nen ook. Ik voel mee met de wedu- 
wen en de alleenstaande zusters die 
zoveel verantwoordelijkheid dragen 
als enige ouder in het gezin. Over het 
algemeen houdt u, edele zusters, alles 
beter bij elkaar en doet u het beter 
dan u beseft. Ik stel voor dat u uw 
moeilijkheden één dag tegelijk onder 
ogen ziet. Doe uw uiterste best. Zie 
alles door de lens van de eeuwigheid. 
Als u dat doet, krijgt het leven een 
ander perspectief. 

Ik geloof dat u allemaal gelukkig 
wilt zijn, zusters, en dat u de vrede wilt 
vinden die de Heiland heeft beloofd. 
Ik denk dat velen van u erg hard pro- 
beren om al uw taken uit te voeren. Ik 
wil niemand kwetsen. Ik aarzel om iets 
ter sprake te brengen, maar ik denk 
dat het toch gezegd moet worden. 
Soms dragen we te lang gekwetste 
gevoelens uit het verleden met ons 
mee. We besteden te veel energie aan 
kwesties die verleden tijd zijn en niet 
meer veranderd kunnen worden. Wij 
proberen wanhopig om het achter 
ons te laten en het verdriet van ons af 
te zetten. Als we na verloop van tijd 
vergiffenis kunnen schenken aan 
degene die het verdriet veroorzaakt 
heeft, boren wij door de verzoening 
'een bron van troost die leven geeft' 
aan en zullen wij de 'zoete vrede' van 
vergeving ontvangen. 4 Soms zijn we zo 
diep gekwetst dat we alleen maar 
genezing kunnen ontvangen van een 
hogere macht en dat we alleen maar 
kunnen hopen op volmaakte gerech- 
tigheid en compensatie in het leven 
hierna. Zusters, u kunt die hogere 
macht aanboren en kostbare troost en 
zoete vrede ontvangen. 

Ik vrees dat u, zusters, bij lange na 
niet beseft wat een goede invloed u 




hebt in uw gezin, in de kerk en in de 
samenleving. Uw goede invloed is 
onmetelijk en onbeschrijflijk. 
President Brigham Young heeft ooit 
gezegd: 'De zusters in onze zusters- 
hulpvereniging hebben veel goeds tot 
stand gebracht. Kunt u zeggen hoe- 
veel goeds de moeders en dochters in 
Israël tot stand kunnen brengen? Nee, 
dat is onmogelijk. En het goeds dat zij 
tot stand brengen, zal hen volgen tot 
in de eeuwigheid.' 5 Ik geloof echt dat 
u werktuigen in de handen Gods bent 
in de vele rollen die u vervult, vooral 
die van moeder. 

In het werk van het koninkrijk zijn 
mannen en vrouwen even belangrijk. 
God vertrouwt vrouwen de taak toe 
om zijn kinderen te dragen en verzor- 
gen. Er is geen belangrijker werk. Het 
moederschap is zo'n belangrijke rol 
voor de vrouw. Ik en mijn gezin zijn zo 
gezegend en ten goede beïnvloed 
door mijn geliefde vrouw, haar moe- 
der, mijn moeder, onze grootmoe- 
ders, mijn lieve dochters en 
kleindochters. De dierbare relatie 
met iedere vrouw in mijn leven is niet 
te beschrijven. Dat geldt vooral voor 



mijn eeuwige metgezellin, Ruth. 

Wij willen dat u, alleenstaande 
zusters, weet hoezeer wij u liefheb- 
ben. U kunt een krachtig werktuig in 
de handen Gods zijn om dat grote 
werk teweeg te brengen. U wordt 
gewaardeerd en u bent nodig. Andere 
vrouwen, ook al zijn zij getrouwd, zijn 
misschien geen moeder. Wie zich in 
dergelijke omstandigheden bevinden, 
wil ik verzekeren dat de Heer u lief- 
heeft en dat Hij u niet is vergeten. U 
kunt iets voor andere mensen doen 
dat niemand anders kan. U kunt mis- 
schien iets doen voor een kind van 
een andere vrouw dat zij zelf niet kan. 
Ik ben ervan overtuigd dat zusters in 
deze omstandigheden compense- 
rende zegeningen krijgen in dit leven 
en het hiernamaals. Die zegeningen 
en een troostende gemoedsrust krijgt 
u als u God kunt liefhebben 'uit 
geheel uw hart en met geheel uw ziel 
en met geheel uw kracht en met 
geheel uw verstand, en uw naaste als 
uzelf' 6 U kunt toch nog veel succes 
hebben in wat het ook is dat u doet 
als werktuig in de handen Gods om 
dat grote werk teweeg te brengen. 



LIAHONA NOVEMBER 2005 



115 



Vrouwen hebben zo'n grote uitwer- 
king op wat er in de wereld gebeurt, 
hetzij ten goede of anderszins. In 
zekere mate beheerst een echtgenote 
of moeder de stroom zegeningen 
die haar gezin toevloeit. Steunt u de 
priesterschapsroeping van uw man 
en moedigt u uw zoons aan in hun 
priesterschapsactiviteiten, dan wordt 
uw gezin rijk gezegend. Spoor uw kin- 
deren ook aan om mensen in nood te 
helpen. Ons gezin is gezegend door 
wat mijn vrouw ons hele gehuwde 
leven lang in de ZHV heeft gedaan. 
Ze was jarenlang ZHV-presidente van 
zowel de wijk als de ring. Als ze haar 
taken uitvoerde en haar vergaderingen 
bijwoonde, werd ons gezin gezegend 
met de fijne geest van dienstbetoon 
die ze met zich meebracht. 

U bent, zoals u hebt gehoord van- 
avond, lid van de fijnste vrouwenvere- 
niging in de wereld. En zoals president 
Hinckley ons zojuist heeft verteld in 
de video, heeft de profeet Joseph 
gezegd: 'Deze vereniging dient aanwij- 
zingen te ontvangen op de wijze die 
God heeft vastgesteld, door middel 
van degenen die als leiders zijn aange- 
wezen — en nu draai ik voor u in de 
naam van God de sleutel om, en deze 
vereniging zal zich verheugen, en ken- 
nis en intelligentie zal haar van nu af 
toevloeien — dit is het begin van een 
betere tijd voor deze vereniging.' 7 
Vrouwen hebben meer kansen gekre- 
gen sinds de profeet Joseph Smith 
namens hen die sleutel heeft omge- 
draaid dan ooit tevoren sinds het 
begin van de mensheid op aarde. 8 

Vanaf het begin zijn de vrouwen 
in de kerk werktuigen in de handen 
Gods geweest. Toen de tempel in 
Kirtland werd gebouwd, verzorgden 
de vrouwen de arbeiders, zoals presi- 
dent Heber C. Kimball vertelt: 

'Onze vrouwen sponnen en breiden 
om de arbeiders aan het gebouw te 
kleden, en de Heer weet welke 
armoede, beproeving en ellende wij 
doormaakten om dat tot stand te bren- 
gen. Mijn vrouw werkte de hele zomer 



hard om daarbij te helpen. Ze had vijf- 
tig kilo wol die ze, met hulp van een 
meisje, spon om kleding te verschaffen 
aan hen die aan de bouw van de tem- 
pel werkten, en hoewel ze het recht 
had om de helft van de wol zelf te hou- 
den als vergoeding voor haar werk 
hield ze nog niet eens genoeg om een 
paar kousen voor zichzelf te maken — 
ze gaf alles aan de mensen die aan het 
huis des Heren werkten. Ze spon en 
weefde en behandelde de stof na, 
waarna ze de stof knipte en er kleding 
van naaide, die ze gaf aan de mannen 
die aan de tempel werkten. Bijna alle 
zusters in Kirtland breiden, naaiden en 
sponnen om het werk van de Heer te 
bevorderen.' 9 

Polly Angell, vrouw van de architect 
van de kerk, heeft gezegd dat de pro- 
feet tegen hen zei: 'Zusters, u bent 
altijd bij de hand. De zusters gaan 
voorop bij het verrichten van alle 
goede daden. Maria was [de] eerste 
[die bij het graf arriveerde en de herre- 
zen Heer zag] ; en de zusters zijn nu de 
eersten om in de tempel te werken.' 10 

U, zusters, hebt goddelijke eigen- 
schappen, want u bent gevoelig voor, 
en houdt van, mooie en inspirerende 
dingen. Dat zijn gaven die u gebruikt 
om ons leven prettiger te maken. Vaak 
legt u bij het voorbereiden en geven 
van een les een mooi tafelkleed neer 
en zet bloemen op tafel — een 
prachtige uiting van uw zorgzame en 
attente aard. De broeders, echter, ver- 
sieren voor het geven van een les de 
tafel nog niet eens met een verlepte 
paardebloem! Maar soms bent u te 
hard voor uzelf. U denkt dat uw bij- 
drage nog niet volmaakt is, niet aan- 
vaardbaar is. Ik zeg u echter dat als u 
uw best hebt gedaan, wat u over het 
algemeen doet, dan is uw nederige 
bijdrage, wat die ook mag zijn, aan- 
vaardbaar en aangenaam voor de Heer. 

Huisbezoeksters doen tegen- 
woordig veel goeds. Twaalf jaar 
geleden werd Suzy geroepen als 
huisbezoekster van Dora. Dora was 
een weduwe zonder kinderen. Ze was 



moeilijk in de omgang en was prak- 
tisch een kluizenares. Toen Suzy Dora 
de eerste keer bezocht, werd er open- 
gedaan, maar ze werd niet binnen 
gevraagd. Enkele maanden later 
bracht Suzy iets lekkers mee voor 
Dora, maar ze zei dat ze dat niet kon 
aannemen. Toen Suzy vroeg waarom 
niet, luidde het antwoord: 'Omdat je 
dan iets terug wilt.' Suzy verzekerde 
haar: 'Ik wil alleen maar je vriendin 
zijn.' Van toen af aan waren de bezoe- 
ken makkelijker. Geleidelijk vond 
Suzy manieren om iets met Dora te 
doen en te luisteren als ze dat nodig 
had. Ze vertelde haar ook over de 
fijne mensen in de wijk, de lessen en 
conferenties, zodat Dora zich een 
beetje bij de wijk betrokken begon te 
voelen. Toen Dora's gezondheid 
achteruitging, kwam Suzy dagelijks 
langs en werden ze goede vriendin- 
nen. Toen Dora overleed hield Suzy 
een grafrede waarin ze de vrouw die 
anderen 'onbenaderbaar' hadden 
gevonden een 'bijzondere vrouw' 
en een 'gewaardeerde vriendin' 11 
noemde. Ze kende haar beter dan de 
meeste andere mensen vanwege haar 
dienstbaarheid als huisbezoekster. 

De ZHV is een zusterschap en een 
plek waar vrouwen hun geloof leren 
ontwikkelen en goede werken leren 
doen. Zoals president Hinckley al 
vaak heeft gezegd, we hebben alle- 
maal vrienden nodig. Vriendschap 
vervult ons met warmte en liefde. Dat 
beperkt zich niet tot de jongen of de 
oude, de rijken of de armen, de onbe- 
kenden of de beroemden. Wat onze 
omstandigheden ook zijn, we hebben 
allemaal iemand nodig die vol begrip 
naar ons luistert, ons een klopje op 
de schouder geeft als we bemoedi- 
ging nodig hebben, en ons verlangen 
om het steeds beter te doen voedt. 
De ZHV wil zo'n vriendinnenkring 
zijn, tjokvol begripvolle harten die 
liefde en voldoening geven, want het 
is tenslotte een zusterschap. 

Deze bijeenkomst van de zusters- 
hulpvereniging wordt naar veel 



116 



landen over de hele aardbol uitgezon- 
den. Het is goed om te denken aan 
zusters die op allerlei plekken bijeen- 
komen om te luisteren naar dezelfde 
boodschappen waar wij naar luisteren 
en om als vriendinnen bij elkaar te 
zijn. Een zuster uit Ethiopië woonde 
in Fredericksburg (Virginia) zo'n bij- 
eenkomst bij en merkte op: 'We 
waren gaan zitten als vriendinnen, 
moeders en dochters, maar we ston- 
den op als zusters.' 12 

Een zendelingzuster in Thailand 
schreef hoe het was om tijdens de 
uitzending van vorig jaar tussen de 
zusters in Bangkok te zitten. Ze zei: 'Ik 
voelde zo'n kracht uitgaan van dat 
kleine groepje Thaise vrouwen die hun 
best deden om de raad op te volgen 
van vrouwen in Salt Lake die ze nooit 
ontmoet hadden.' 13 Is het niet bijzon- 
der om tijdens deze bijeenkomst een 
zustersband te voelen die oceanen en 
rivieren in zo veel landen overbrugt! 
De profeet Joseph Smith heeft inder- 
daad een sleutel omgedraaid toen hij 
in 1842 met dat kleine groepje vrou- 
wen in Nauvoo vergaderde om de 
zustershulpvereniging te stichten. 

En tot slot wil ik nog enkele woor- 
den tot de jongere zusters richten. U 
neemt in deze geweldige zusterschap 
een belangrijke plaats in. De meesten 
onder u zijn gezegend met een getui- 
genis van het herstelde evangelie van 
Jezus Christus. Met dat getuigenis, en 
met uw jeugdige kracht, invloed en 
intelligentie, kunt u de zegeningen 
ontvangen die voortvloeien uit het 
vervullen van de taak om 'werktuigen 
in de handen Gods te zijn om dat 
grote werk teweeg te brengen'. 

Een jonge zuster vertelde onlangs 
wat ze van de ZHV vond. Ze zei dat ze 
was opgegroeid in een wijk waar de 
zusters grote belangstelling voor haar 
toonden, zelfs toen ze nog bij de jon- 
gevrouwen was. Dus toen de tijd 
kwam om naar de ZHV te gaan, was ze 
daar enthousiast over, en de andere 
zusters ook. Ze merkte de 'grote ver- 
scheidenheid aan persoonlijkheden, 




interesses, achtergronden en leeftij- 
den in de ZHV' en zei daarover: 'Nu 
heb ik een grote groep vriendinnen 
uit allerlei decennia — van tieners tot 
betovergrootmoeders en alles daar 
tussenin.' 14 

Er ligt een grootse toekomst voor 
u in het verschiet, jonge zusters. Die 
is misschien niet precies zoals u in 
gedachten hebt, maar het kan een 
uiterst bevredigende toekomst zijn 
waarin u veel goeds tot stand brengt. 
Dat jullie, jonge vrouwen, in het 
gezelschap kunnen verkeren van 
rijpe, ervaren, rechtschapen vrouwen, 
is een mooie kans én een zegen. 

Wijlen Marjorie Pay Hinckley, de 
geliefde echtgenote van president 
Hinckley, heeft het zo mooi uitgedrukt: 
'Bij deze zaak zijn we allemaal samen 
betrokken. We hebben elkaar nodig. O, 
hoe hard hebben we elkaar nodig. De 
ouderen onder ons hebben de jonge- 
ren nodig. En hopelijk hebben de jon- 
geren enkelen van ons, ouderen, 
nodig. Het is een sociologisch feit dat 
vrouwen vrouwen nodig hebben. Wij 
hebben diepgaande, bevredigende, 
trouwe vriendschap met elkaar nodig. 
Deze vriendschappen zijn een bron van 
steun die we hard nodig hebben. We 
moeten ons geloof dagelijks hernieu- 
wen. We moeten de handen ineenslaan 
en helpen met de opbouw van het 
koninkrijk, zodat het voortrolt en de 
hele aarde vult.' 15 

Geliefde zusters, onze geliefde 



medearbeidsters in het koninkrijk 
wier namen in het boek des levens 
van het Lam staan, 16 moge u voor- 
waarts blijven gaan. Ga voort in geloof 
en ootmoed. Laat Satan of zijn verlei- 
dende kwade krachten geen greep 
op u krijgen. Geef de tegenstander 17 
geen kans om uw unieke, goddelijke 
ontvankelijkheid voor de Geest te ver- 
minderen. Moge die Geest u altijd lei- 
den naar gewijde gevoelens in elke 
gedachte en bezigheid als u anderen 
in liefde en barmhartigheid de hand 
reikt. Dat bid ik in de naam van Jezus 
Christus. Amen. ■ 

NOTEN 

1. Zie Openbaring 21:27. 

2. Alma 26:3- 

3. 'The Women of God', Ensign, mei 1978, p. 
10. 

4. Zie 'My Journey to Forgiving', Ensign, 
februari 1997, p. 43. 

5. Discourses of Brigham Young, samenge- 
steld door John A. Widtsoe (1954), p. 216. 

6. Lucas 10:27. 

7. ZHV-notulen, 28 april 1842, archieven van 
De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen 
der Laatste Dagen, p. 40. 

8. Zie George Albert Smith, Address to 
Members of the Relief Society', Relief 
Society Magazine, december 1945, p. 717. 

9- 'History of Joseph Smith', Times and 
Seasons, 15 april 1845, p. 867. 

10. Geciteerd in Edward W Tullidge, Women of 
Mormondom (1877), p. 76. 

11. Briefin het bezit van het ZHV-kantoor. 

12. Briefin het bezit van het ZHV-kantoor. 
13- Briefin het bezit van het ZHV-kantoor. 

14. Brief in het bezit van het ZHV-kantoor. 

15. In Virginia H. Pearce, ed. Glimpses into the 
Life and Heart of Marjorie Pay Hinckley 
(1999), p. 254-255. 

16. Zie Filippenzen 4:3- 

17. Zie lTimoteüs5:14. 



LIAHONA NOVEMBER 2005 



117 



Zij hebben tot ons 
gesproken 

De conferentie deel van ons leven maken 




Wat ga jij doen om de leringen 
van de algemene conferentie 
deel van je leven te maken of 
van het gezinsleven thuis? Je kunt 
natuurlijk een paar van de onder- 
staande ideeën gebruiken voor je 
evangeliestudie of een bespreking bij 
je thuis. Je kunt uiteraard ook je eigen 
vragen bedenken of je eigen onder- 
werpen kiezen. (De nummers tussen 

Meisje woont conferentie bij in het 
gebouw van de ring Apia-Navu in 
Samoa. Rechts: zendelingen praten met 
conferentiegangers bij het gebouw van 
de ring Niteroi (Brazilië). 



haakjes verwijzen naar de bladzijde 
waarop de toespraak begint.) De vol- 
gende lijst met verhalen kan ook van 
pas komen. 

Voor kinderen 

1. In hoeveel talen is de algemene 
conferentie vertaald? (Hint: zoek eens 



in de toespraak van president Gordon 
B. Hinckley op p. 103.) 

2. William Tyndale heeft een 
belangrijke rol gespeeld in de voorbe- 
reiding van de wereld op de herstel- 
ling van het evangelie van Jezus 
Christus. Wat heeft hij gedaan en hoe 
hielp dat de jonge Joseph Smith? 
(Hint: lees de toespraak van presi- 
dent Boyd K. Packer 
op p. 70.) 

3. Wanneer en 
door wie is 'Het 
gezin: een proclama- 
tie aan de wereld' uit- 
gegeven? (Hint: zoek 
in de toespraak van 
ouderling M. Russell 
Ballard op p. 41.) 

4. Wat heeft presi- 
dent Hinckley ons gevraagd te doen 
vóór het eind van het jaar en wat heeft 
hij ons beloofd als we dat doen? (Hint: 






besproken in verschillende toespra- 
ken. Lees bijvoorbeeld de toespraak 
van ouderling Charles Didier op p. 48.) 

Voor jongeren 

5. Wat noemde president Gordon 
B. Hinckley 'het grote beginsel dat in 
alle Schriften, zowel de oude als de 
hedendaagse, uiteen wordt gezet'? Hij 
zei: 'Het is misschien wel de fijnste 
deugd op aarde en is beslist het 
hardste nodig.' (81) 

6. Bent je ooit als laatste in een 
team gekozen? President Thomas 
S. Monson weet hoe dat voelt; 
dat is hem ook overkomen. 



118 



„7TTM», 

■y 



^K 



Lees hoe het hem verging 
en waarom hij zegt dat 
we nooit moeten 
opgeven. (56) 

7. Vaak merken 
mensen uit andere 
geloven iets aan ons 
op, iets bijzonders. 
Lees wat President James 
E. Faust zegt over hoe belangrijk 
is om een goed voorbeeld voor 
anderen te zijn in 'Het licht in hun 
ogen'. (20) 



8. Wat is het verschil tussen op 
zenidng gaan en een zendeling wor- 
den? Lees wat ouderling David A. 
Bednar zegt over wat het belangrijk- 
ste is dat je kunt doen om je op een 
zending voor te bereiden. (44) 

Voor de gezinsavond of de 
persoonlijke studie 

9. Welke lofzangen gebruikte 
ouderling Russell M. Nelson om de 
vraag van een zendeling over de ver- 
zoening te beantwoorden? (85) Welke 



VERHALEN LEZEN EN VERTELLEN 

In de toespraken die beginnen op de onderstaande pagina's staan verhalen en ideeën 

die u kunt gebruiken. 

Dorp vlucht naar hogere grond voortsunami, 16 

Verpleegster helpt vrouw met gewond been, 20 

Nieuw lid neemt ontslag bij sigarettenfabriek, 31 

Man zoekt twaalf jaar naar de kerk, 33 

Diakenen en hopman sluiten vriendschap met de jonge Paul Sybrowski, 35 

De bekering van Charles Didier, 48 

De jonge Paul V. Johnson speelt buiten tijdens algemene conferentie, 50 

Lyman E. Johnson heeft spijt van zijn afvalligheid, 53 

Bisschop zit op smijtmachine, 53 

Huisonderwijzers reizen een week om lid te bezoeken, 56 

Stotterende priester doopt meisje, 56 

Diakenen en leraren brengen een bezoek aan Welfare Square om te zien 

wat er met de vastengaven wordt gedaan, 56 
Thomas S. Monson bezoekt een Grieks echtpaar, 56 
Duizenden kerkleden bieden hulp aan slachtoffers in de staten aan de Golf 

van Mexico, 60 
Zendelingen getuigen van Joseph Smith aan ongelovige man, 67 
Vrouw vergeeft jongeman die haar letsel heeft toegebracht, 81 
President en zuster Kimball knappen snel op tijdens bezoek aan Nieuw 

Zeeland, 85 
Bisschop vraagt elfjarige Ulisses Soares om zijn zendingspapieren in 

te vullen, 98 
Jonge vrouw wordt liefdevol in de ZHV opgenomen, 1 1 
Twee zusters, die zich in de handkarrengroep Willie bevonden, helpen elkaar 

overleven, 110 
Toegewijde huisbezoekster wordt vriendin van 'onbenaderbare' zuster, 114 



JOSEPH SMITH ZOEKT WIJSHEID IN DE BIJBEL, DALE KILBOURN 



lofzangen over de Heiland zijn in het 
bijzonder inspirerend voor uw gezin? 
Overweeg die op de gezinsavond te 
zingen ofte bespreken. 

10. Welke historische gebeurtenis- 
sen baanden de weg, zodat het evan- 
gelie in uw land of aan uw gezin kon 
worden verkondigd? Ouderling 
Robert D. Hales besprak er een paar 
en hoe ze de weg vrij maakten voor 
de wederkomst. (88) 

11. Oudelring Merrill J. Bateman 
sprak over het persoonlijke karakter 
van het lijden van Jezus Christus in 
Getsemane. (74) Hoe hebt u de 
invloed daarvan in uw leven gevoeld? 

12. Ouderling Paul K. Sybrowsky 
vraagt: 'Als Christus mijn mogelijkhe- 
den had gehad, wat had Hij dan 
gedaan?' (35) Hoe kunnen we 
Christus de kern van onze beslissin- 
gen maken? Hoe kunnen we ze 
gebruiken om het koninkrijk Gods op 
te bouwen? ■ 




Leringen voor onze tijd 



De volgende aanwijzin- 
gen voor de lessen 
van de Melchizedekse 
priesterschap en de ZHV op 
de vierde zondag vervangen 
die in Informatie voor 
leidinggevenden in 
priesterschap en hulporga- 
nisaties over het leerplan, 
2005-2008. 

'Leringen voor onze tijd' 
blijft het lesmateriaal voor 
de Melchizedekse priester- 
schap en de ZHV op de 
vierde zondag van elke 
maand. Alle lessen voor 
'Leringen voor onze tijd' 
zijn gebaseerd op toespra- 
ken uit het meest recente 
conferentienummer van 



deLiahona. Conferentie- 
nummers komen in mei en 
november uit. De toespra- 
ken zijn ook (in veel talen) 
on line op www.lds.org 
beschikbaar. 

Elke les kan een of meer 
toespraken als basis heb- 
ben. Het is aan de ring- of 
districtspresident om voor 
elke les toespraken uit te 
kiezen. Ze kunnen dat ook 
delegeren aan de bisschop 
of gemeentepresident. 
Deze priesterschapsleiders 
onderstrepen dat het van 
waarde is dat de MP-broe- 
ders en de ZHV-zusters op 
de vierde zondag dezelfde 
toespraken bestuderen. 




Leerkrachten informeren 
bij hun leid(st)ers waarop 
zij nadruk dienen te leggen. 
Wie de les op de vierde 
zondag bijwonen, worden 
aangemoedigd de laatste 
conferentie-uitgave van de 
Liahona door te nemen en 
mee naar de les te nemen. 
Leidinggevenden in wijk en 
gemeente zorgen ervoor 
dat alle leden een abonne- 
ment op de Liahona 
hebben. 

Suggesties om uit een 
toespraak een les voor te 
bereiden 

• Bid dat de Heilige Geest 
bij uw voorbereiding en 
les is. U kunt soms in de 
verleiding komen om de 
conferentietoepsraken 
terzijde te leggen en uw 
lessen te baseren op 
ander materiaal. De con- 
ferentietoespraken zijn 
echter het goedge- 
keurde lesmateriaal. Uw 
taak is anderen te leren 
hoe zij het evangelie 
kunnen naleven, zoals 
dat in de recentste alge- 
mene conferentie van de 
kerk is uitgelegd. 

• Neem de toespraken 
door en let op beginse- 
len en leerstellingen die 
voorzien in de behoef- 
ten van uw klas. Let ook 
op verhalen, teksten en 
uitspraken waarmee u in 
de beginselen en leer- 
stellingen kunt onder- 
wijzen. 

• Maak een schema van 



de beginselen en leer- 
stellingen die u wilt 
behandelen. U dient 
in uw schema vragen 
op te nemen die uw klas 
ertoe aanzetten om: 

- Aandacht te besteden 
aan de beginselen 

en leerstellingen in 
de toespraak die u 
behandelt. 

- Na te denken over de 
betekenis van de begin- 
selen en leerstellingen. 

- Zienswijzen, ideeën, 
ervaringen en getuige- 
nissen omtrent de 
beginselen en leerstellin- 
gen te bespreken. 

- Deze beginselen en 
leerstellingen toe te 
passen. 

• Neem de hoofdstukken 
31-32 uit Onderwijzen 
— geen grotere roeping 
door. 

'Het belangrijkste is dat 
de leerlingen de invloed 
van de Geest voelen, het 
evangelie beter gaan begrij- 
pen, leren de evangeliebe- 
ginselen toe te passen en 
gesterkt worden in de nale- 
ving van het evangelie.' 
{Leidraad onderwijs 
[2001], p. 12). 

Stuur uw commentaar op 
'Leringen voor onze 
tijd' naar: Curriculum 
Development, Room 2420, 
50 East North Temple Street, 
Salt Lake City, UT 84150- 
3220, USA; of per e-mail 
naar: cur-development@ 
ldschurch.org ■ 



Maanden Lesmateriaal vierde zondag 

November 2005- Toespraken verschenen in de Liahona van 
april 2006 november 2005* 

Mei-oktober 2006 Toespraken verschenen in de Liahona van 
mei 2006* 

*De toespraken zijn (in veel talen) on line op www.lds.org beschikbaar. 



120 



Richtlijnen voor de 
bijeenkomsten en 
activiteiten ter verrijking 
van het persoonlijk en 
huiselijk leven 



Geldig vanaf 1 januari 2006 



De doelstellingen van 
de verrijking van het 
persoonlijk en huise- 
lijk leven zijn de bevorde- 
ring van groter geloof in 
Jezus Christus en de ont- 
plooiing van ouderlijke en 
huishoudelijke vaardighe- 
den. De verrijking is een 
tijd waarin de zusters met 
elkaar omgaan, vaardighe- 
den opdoen en elkaar 
opbouwen. Het verrijkings- 
programma bestaat uit het 
volgende: 

• Bijeenkomsten: de 
bijeenkomst ter verrijking 
van het persoonlijk en hui- 
selijk leven vindt eenmaal 
per kwartaal plaats (in 
plaats van maandelijks) 

en is bestemd voor alle 
zusters. 

• Activiteiten: de verrij- 
kingsactiviteiten vinden 
geregeld plaats (wekelijks, 
maandelijks, of ter bepa- 
ling van de ZHV-leidsters 
van de wijk) en zijn 
bestemd voor zusters met 
vergelijkbare behoeften 
en interesses. 

Bij de planning van bij- 
eenkomsten en activiteiten 
dienen leidsters (1) reke- 
ning te houden met de 
behoeften en interesses van 
de zusters in de wijk, (2) te 
overleggen met de priester- 
schapsleiders, en (3) die 
planning gebedvol en 
doelgericht te doen. (Zie 



Handboek kerkbestuur, 
boek 2: leidinggevenden in 
priesterschap en hulporga- 
nisaties, p. 222.) Zij dienen 
moeite te doen om alle 
zusters erbij te betrekken. 
Zo nodig dient er voor 
een kinderklas te worden 
gezorgd gedurende de bij- 
eenkomsten en activiteiten, 
zoals aangegeven op p. 202 
in het Handboek kerkbe- 
stuur, boek 2. 

BIJEENKOMSTEN TER VERRIJ- 
KING VAN HET PERSOONLIJK 
EN HUISELIJK LEVEN 

Verrijkingsbijeenkomsten 
op wijkniveau 

De ZHV op wijkniveau 
houdt per jaar vier verrij- 
kingsbijeenkomsten. Een 
van deze vier bijeenkom- 
sten wordt gewijd aan de 
oprichting van de ZHV op 
17 maart 1842. 

Deze bijeenkomsten 
worden op aanwijzing van 
het ZHV-presidium door de 
leidster verrijking van het 
persoonlijk en huiselijk 
leven gepland. Zo nodig 
kunnen er deskundigen 
ingeschakeld worden. (Zie 
Handboek kerkbestuur, 
boek 2, p. 199.) De presi- 
dente kan in deze bijeen- 
komsten haar inbreng 
hebben. 

De verrijkingsbijeen- 
komst wordt niet op zondag 




of op maandagavond 
gehouden. 

Verrijkingsbijeenkomsten 
op ringniveau 

In aanvulling op de ver- 
rijkingsbijeenkomsten op 
wijkniveau houdt de ring 
een of twee verrijkingsbij- 
eenkomsten per jaar. De 
leiding van deze bijeen- 
komsten is in handen van 
het ZHV-presidium van de 
ring, zo nodig geassisteerd 
door deskundigen uit de 
ring. (Zie Handboek kerk- 
bestuur, boek 2, p. 196.) 
Een van die bijeenkomsten 
wordt gehouden in combi- 
natie met de jaarlijkse uit- 
zending van de algemene 
ZHV-bijeenkomst. 

Noot: deze bijeenkom- 
sten in wijk en ring vervan- 
gen de ZHV-evenementen 
op wijk- en ringniveau. (Zie 
Handboek kerkbestuur, 
boek 2, p. 205.) 

VERRIJKINGSACTIVITEITEN 

De verrijkingsactivitei- 
ten verlopen minder 



gestructureerd dan de 
bijeenkomsten ter verrij- 
king van het persoonlijk en 
huiselijk leven en brengen 
zusters met gemeenschap- 
pelijke behoeften, interes- 
ses of omstandigheden 
samen. Deze activiteiten 
vinden plaats in een vei- 
lige, ontspannen en aan- 
trekkelijke entourage, 
waarin zusters leren hoe zij 
verbetering kunnen aan- 
brengen in het huiselijk en 
persoonlijk leven. 

Verrijkingsactiviteiten 
worden gepland door het 
ZHV-presidium, de leidster 
verrijking van het persoon- 
lijk en huiselijk leven, 
en zo nodig deskundigen. 
Leidsters dienen enige 
flexibiliteit aan de dag te 
leggen bij de planning van 
de activiteiten, die in het 
kerkgebouw of op een 
andere geschikte locatie 
kunnen worden gehouden, 
en zo vaak als nodig is. Zie 
Handboek kerkbestuur, 
boek 2, pp. 204-205 voor 
meer informatie over 
verrijkingsactiviteiten. ■ 



LIAHONA NOVEMBER 2005 



121 



Bronnenlijsten voor 
Aaronische priesterschap 
en jongevrouwen 



De volgende bronnen kunnen 
gebruikt worden als aanvulling 
op de lessen in Aaronische priester- 
schap 1 en Jongevrouwen 1, niet als 
vervanging. In de verwijzingen slaat 
Plicht jegens God op de leidraden 
Aaronische priesterschap: onze 
plicht jegens God vervullen. 
Persoonlijke vooruitgang slaat op het 
boekje Persoonlijke vooruitgang. 
Aan sommige activiteiten voor Plicht 
jegens God en Persoonlijke vooruit- 
gang kan in de les worden gewerkt, 
of u kunt het quorum of de klas aan- 
moedigen die thuis te bestuderen. 
Op bladzijde 1 van de Liahona en in 
Onderwijzen: geen grotere roeping 
staan aanvullende onderwijstips. 

Gelieve de lessen te geven in de 
volgorde waarin ze in het boek staan. 
Het lesboek bevat geen speciale les 
voor Pasen. Als u een paasles wilt 
geven, kunt u conferentietoespraken 
gebruiken, alsmede artikelen, platen 
en lofzangen die over het leven en de 
zending van de Heiland gaan. 

Deze bronnenlijst staat ook op 
www.lds.org. Ga naar deze site en klik 
op het wereldkaartje in de rechterbo- 
venhoek van het scherm. Klik op de 
omslag van de 'Liahona,' vervolgens 
de uitgave van november 2005. 

De Engelse versie van de bron- 
nenlijsten vindt u op www.lds.org. 
Klik 'Gospel Library' aan. In de rech- 
terkolom staan links naar de recent- 
ste Engelstalige bronnenlijsten. 

De bronnenlijsten staan in mei en 
november in de Liahona. De 
Liahona is (in sommige talen) on line 
op www.lds.org. 

Aaronisch 
priesterschap 1 

De volgende bronnen kunnen 
gebruikt worden als aanvulling op de 
lessen 1-24, niet als vervanging. 
Les 1: Het priesterschap 

Jeffrey R. Holland, 'Ons allerbe- 
langrijkste kenmerk', Liahona, mei 
2005, 43. Gebruik ouderling Hollands 
leringen omtrent het priesterschaps- 
gezag als inleiding van de les. 

Plicht jegens God (leraar), 
'Geestelijke ontwikkeling', nr. 1; 
(priester), 'Quorumactiviteiten', nr. 4. 



Les 2: De roeping van een diaken 

'Het diakenenquorum', Liahona, 
januari 2005, p. 42. Gebruik de vra- 
gen uit dit artikel om teamwork te 
bespreken. 

'Het wonder van het priester- 
schap', Liahona, april 2004, 26. 
Gebruik de vragen over de taken van 
de Aaronische priesterschap als u de 
taken van een diaken bespreekt. 

Plicht jegens God (diaken), 
'Geestelijke ontwikkeling', nr. 4. 
Les 3: Het voorbereiden van het 
avondmaal 

Dallin H. Oaks, 'De Aaronische 
priesterschap en het avondmaal', 
De Ster, jan 1999, 43. Overweeg dit arti- 
kel te gebruiken bij uw bespreking van 
het ronddienen van het avondmaal. 

Plicht jegens God (priester), 
'Quorumactiviteiten', nr. 1. 
Les 4: Vastengaven ophalen 

Thomas S. Monson, 'Wees een 
voorbeeld', Liahona, januari 2002, 
115. President Monsons bespreking 
van de vastengaven kan gebruikt wor- 
den bij de paragraaf over onze hou- 
ding ten opzichte van vastengaven. 



Joseph B. Wirthlin, 'De wet van 
vasten', Liahona, juli 2001, 88. 
Ouderling Wirthlins leringen over de 
vastengaven kan gebruikt worden bij 
de paragraaf 'Empathie voor de 
behoeftigen'. 

Plicht jegens God (diaken), 
'Quorumactiviteiten', nr. 2. 
Les 5: Geloof in Jezus Christus 

Gordon B. Hinckley, 'Onze 
Goliats overwinnen', Liahona, febru- 
ari 2002, 2. Gebruik het artikel om 
David en Goliat te bespreken. 

Robert D. Hales, 'Geloof in de 
Heer Jezus Christus vinden', Liahona, 
november 2004, 70. Vul de les aan 
met de suggesties van ouderling 
Hales over geloof in Jezus Christus 
ontwikkelen. 

Plicht jegens God (leraar), 
'Gezinsactiviteiten', nr. 1. 
Les 6: De Heilige Geest 

Boyd K. Packer, 'Het licht van 
Christus', Liahona, april 2005, 8. 
Het artikel is een goede aanvulling 
op de les. 

Boyd K. Packer, 'De lamp des 
Heren', De Ster, december 1988, 32. 
President Packers leringen kunnen 
gebruikt worden bij uw bespreking 
over ons voorbereiden op de Heilige 
Geest. 

Plicht jegens God (leraar), 
'Gezinsactiviteiten', nr. 5. 
Les 7: 'Een grote verandering in 
ons hart' 

Thomas S. Monson, 'Paden tot 
volmaking', Liahona, juli 2002, 111. 



Bespreek president Monsons advie- 
zen omtrent zelfdiscipline. 
Les 8: Eer uw vader 

James E. Faust, 'Wie Mij eren, 
zal Ik eren', Liahona, juli 2001, 53. 
Behandel president Fausts leringen 
in de bespreking over eerbied 
voor God. 

Dallin H. Oaks, 'Eer uw vader en 
uw moeder', De Ster, juli 1991, 14. 
Behandel de leringen van ouderling 
Oaks over vaders eren in de corres- 
ponderende paragraaf van de les. 

Plicht jegens God (priester), 
'Geestelijke ontwikkeling', nr. 12. 
Les 9: Respect voor moeders en 
hun goddelijke taak 

Russell M. Nelson, 'Onze heilige 
taak om de vrouw te eren', De Ster, 
juli 1999, 45. De toespraak van ouder- 
ling Nelson kan behandeld worden in 
de paragraaf over moeders eren. 
Les 10: Eenheid in het gezin 

Scott Bean, 'De waarheid over 
ons gezin' ', Liahona, maart 2003, 30. 
Overweeg dit verhaal te gebruiken in 
de paragraaf over het belang van het 
gezin voor onze ontwikkeling. 

Plicht jegens God (priester), 
'Gezinsactiviteiten', nr. 4. 
Les 11: 'Gelijk Ik u liefgehad heb, 
dat gij ook elkander liefhebt' 

Joseph B. Wirthlin, 'De heilzame 
werking van menslievendheid', 
Liahona, mei 2005, 26. Overweeg de 
ervaring van Andy aan te vullen met 
het eerste verhaal van ouderling 
Wirthlin. 




122 



Kathleen H. Hughes, 'Geen gro- 
ter godsgeschenk dan goede vrien- 
den', Liahona, mei 2005, 74. Gebruik 
het verhaal van zuster Hughes over 
de lekke band als aanvulling op de 
praktijkgevallen. 

Plicht jegens God (diaken), 
'Burgerschap en sociale ontwikke- 
ling', nr. 1. 
Les 12: De profeet volgen 

Joseph B. Wirthlin, 'Gelovige vol- 
gelingen', Liahona, juli 2003, 16. 
Gebruik de eerste en laatste alinea's 
van het artikel om het slot van de les 
te benadrukken. 

Dieter F. Uchtdorf, 'De stem van 
de profeten is de wereldwijde kerk 
tot zegen', Liahona, november 2002, 
10. Gebruik ouderling Uchtdorfs 
getuigenis van de levende profeten 
als aanvulling op de les. 

R. Conrad Schultz, 
'Gehoorzaamheid door geloof', 
Liahona, juli 2002, 32. Gebruik rele- 
vante stukken van het artikel ter 
onderstreping van het belang van 
gehoorzaamheid. 

Plicht jegens God (priester), 
'Gezinsactiviteiten', nr. 5. 
Les 13: Ieder lid een zendeling 

M. Russell Ballard, 'Het belang 
van zendingswerk door leden', 
Liahona, mei 2003, 37. Verweef 
ouderling Ballards tips over zendings- 
werk door leden met de paragraaf 
over het uitdragen van het evangelie. 

Henry B. Eyring, 'Oprechte vrien- 
den', Liahona, juli 2002, 29. Gebruik 
het verhaal over broeder Lupahla die 
door zijn vriend met de kerk in aanra- 
king kwam in de paragraaf 'Er zijn 
vele manieren waarop we het evange- 
lie kunnen uitdragen'. 

Plicht jegens God (priester), 
'Geestelijke ontwikkeling', nr. 11. 
Les 14: Anderen dienen 

L. Tom Perry, 'Leren dienen', 
Liahona, mei 2002, 10. Gebruik het 
slot van het artikel om de les samen 
te vatten. 

Plicht jegens God (priester), 
'Geestelijke ontwikkeling', nr. 9; (dia- 
ken), 'Quorumactiviteiten', nr. 5. 
Les 15: Eenheid in de priesterschap 

L. Tom Perry, 'Wat is een quo- 
rum?', Liahona, november 2004, 23. 
Behandel de leringen over broeder- 
schap ter verrijking van de correspon- 
derende paragraaf in de les. 

Plicht jegens God (leraar), 
'Burgerschap en sociale ontwikke- 
ling', nr. 10; (priester), 'Geestelijke 
ontwikkeling', nr. 7. 
Les 16: Naastenliefde 

Gene R. Cook, 'Naastenliefde: vol- 
maakte, eeuwigdurende liefde', 




Liahona, juli 2002, 91. Het deel over 
lijden kan een goede aanvulling zijn 
op de bespreking van 'de liefde is 
lankmoedig, de liefde is goedertieren'. 

Bonnie D. Parkin, 'Kiezen voor 
naastenliefde: het goede deel', 
Liahona, november 2003, 104. Zuster 
Parkins bespreking van Maria en Marta 
kunnen de discussie over de kenmer- 
ken van naastenliefde aanvullen. 

Plicht jegens God (leraar), 
'Burgerschap en sociale ontwikke- 
ling', nr. 4. 
Les 17: Dagboeken 

Spencer W. Kimball, 'De engelen 
kunnen eruit citeren', De Ster, juni 
1977, 16. Gebruik de ideeën uit dit 
artikel ter aanvulling van de tekstbe- 
spreking aan het begin van de les. 

Jeffrey S. McClellan, 'Een dagboek 
voor nu en voor de toekomst', 
Liahona, augustus 1996, 30. Gebruik 
de ideeën over een dagboek bijhou- 
den uit het artikel om de bespreking 
uit te breiden. 

Plicht jegens God (priester), 
'Scholing, karakterontwikkeling en 
beroepsplanning', nr. 7; (diaken), 
'Geestelijke ontwikkeling', nr. 8. 
Les 18: Het woord van wijsheid 

Masayuki Nakano, "Gezegend 
door het woord van wijsheid', 
Liahona, juni 2005, 32. Voeg dit ver- 
haal toe aan het lesdeel over de zege- 
ningen die voortvloeien uit naleving 
van het woord van wijsheid. 

Plicht jegens God (diaken), 
'Scholing, karakterontwikkeling en 
beroepsplanning', nr. 12. 
Les 19: Het overwinnen van 
verzoekingen 

Richard G. Scott, 'Verstandig 
leven te midden van het toenemende 
kwaad', Liahona, mei 2004, 100. 
Gebruik geschikte alinea's uit het 



artikel om het begin van de les te 
benadrukken. 

Plicht jegens God (leraar), 
'Geestelijke ontwikkeling', nr. 5. 
Les 20: Onze keuzevrijheid goed 
gebruiken 

'Op weg naar volmaking', 
Liahona, februari 2005, 34. Overweeg 
de paragraaf 'In geloof wandelen' van 
het artikel te gebruiken om het eerste 
lesdeel uit te breiden. 
Les 21: Reine gedachten: fatsoen- 
lijke taal 

Dallin H. Oaks, 'Pornografie', 
Liahona, mei 2005, 87. Gebruik 
ouderling Oaks' leringen over porno- 
grafie als aanvulling op de les. 
Les 22: Onze verbonden zijn een 
richtsnoer voor onze handelingen 

Dennis B. Neuenschwander, 
'Verordeningen en verbonden', 
Liahona, november 2001, 16. 
Overweeg ouderling 
Neuenschwanders uitleg van verbon- 
den met de les te verweven. 

Richard J. Maynes, 'Onze verbon- 
den naleven', Liahona, november 
2004, 92. Gebruik ouderling Maynes' 
toelichting op de zoons van Helaman 
als een voorbeeld van naleving van 
verbonden. 

Plicht jegens God (priester), 
'Gezinsactiviteiten', nr. 2. 
Les 23: Bid om leiding 

James E. Faust, 'De reddingslijn 
van het gebed', Liahona, juli 2002, 
62. Overweeg president Fausts uitleg 
van gebed na het rollenspel. 

Russell M. Nelson, 'De vredige 
kracht van het gebed', Liahona, mei 
2003, 7. Gebruik dit artikel om aan te 
geven hoe iemand antwoord op zijn 
gebeden krijgt. 

Plicht jegens God (diaken, 
leraar, priester), 'Vereisten certificaat 



Plicht jegens God', nr. 3. 
Les 24: Bekering die christuscen- 
traal is 

Richard G. Scott, 'Gewetensrust 
en gemoedsrust', Liahona, sep 2004, 
15. Voeg de adviezen van ouderling 
Scott naar eigen inzicht in. 

Jay E. Jensen, 'Weet jij hoe je je 
moet bekeren?', Liahona, april 2002, 
14. Overweeg het verhaal in de les te 
vervangen door het zendingsverhaal 
in het artikel. 

Plicht jegens God (leraar), 
'Gezinsactiviteiten', nr. 5. 



Jongevrouwen i 

De volgende bronnen kunnen 
gebruikt worden als aanvulling op de 
lessen 1-24, niet als vervanging. 
Les 1: Een dochter van God 

Gordon B. Hinckley, 'Hoe word ik 
de soort vrouw waarvan ik droom?', 
Liahona, juli 2001, p. 112. Gebruik 
het verhaal over het jaarboek om ons 
goddelijk potentieel te onderstrepen. 

David A. Bednar, 'De tedere 
barmhartigheden van de Heer', 
Liahona, mei 2005, 99. Gebruik het 
verhaal van de droom van de priester- 
schapsleider om te onderstrepen dat 
onze hemelse Vader en Jezus Christus 
ons persoonlijk kennen. 

Margaret D. Nadauld, 'Houd de 
fakkel omhoog', Liahona, juli 2002, 
108. Gebruik dit artikel ter aanvulling 
van het eind van de les. 

Persoonlijke vooruitgang, 'Waarde 
goddelijke aard: ervaringen', nr. 1. 
Les 2: Jezus Christus, de Heiland 

Het Eerste Presidium en het 
Quorum der Twaalf Apostelen, 'Hij 
leeft', Liahona, december 2004, 6. 
Gebruik de getuigenissen van de pro- 
feten en apostelen in de lesafsluiting. 



LIAHONA NOVEMBER 2005 



123 




James E. Faust, 'Onze vurigste 
hoop is in de verzoening', Liahona, 
januari 2002, 19. Overweeg dit artikel 
te gebruiken bij uw bespreking van 
de verzoening. 

Robert D. Hales, 'Geloof in de 
Heer Jezus Christus vinden', Liahona, 
november 2004, 70. Vul de les aan 
met de suggesties van ouderling 
Hales over geloof in Jezus Christus 
ontwikkelen. 

Persoonlijke vooruitgang, 
'Waarde geloof: ervaringen', nr. 5. 
Les 3: Het voorbeeld van Jezus 
Christus volgen 

L. Tom Perry, 'Discipelschap', 
Liahona, januari 2001, 72. Gebruik 
het artikel ter vervanging van het laat- 
ste verhaal in de les. 

Elaine S. Dalton, 'Hij kent je bij 
naam', Liahona, mei 2005, 109. 
Gebruik dit artikel ter aanvulling van 
de bespreking over Christus volgen. 

Persoonlijke vooruitgang, 
'Waarde goddelijke aard: ervaringen', 
nr. 4. 

Les 4: Het gezelschap van de 
Heilige Geest verkrijgen 

James E. Faust, 'Omgang met de 
Heilige Geest', Liahona, maart 2002, 
2. Gebruik de paragraaf over het ont- 
vangen van openbaring in de lesaf- 
sluiting. 

Boyd K. Packer, 'Het licht van 
Christus', Liahona, april 2005, 8. 
Gebruik het artikel om het verschil 
tussen de Geest van Christus en 
de gave van de Heilige Geest uit te 
leggen. 

Sharon G. Larsen, 'Jouw celestiale 



gids', Liahona, juli 2001, 104. Vertel 
zuster Larsens ervaring in plaats van 
Jenny's verhaal. 

Persoonlijke vooruitgang, 
'Waarde vrijze keuze en verantwoor- 
ding: ervaringen', nr. 5- 
Les 5: De vreugde van ons godde- 
lijk potentieel ontdekken 

James E. Faust, 'Wie denk je dat je 
bent? — Boodschap voor jongeren', 
Liahona, juni 2001, 2. Gebruik de vijf 
ideeën om te bespreken hoe we in de 
verschillende fases van ons leven 
vreugde kunnen hebben. 

Margaret D. Nadauld, 'De 
vreugde van het vrouwzijn', Liahona, 
januari 2001, 17. Gebruik dit artikel 
ter aanvulling van de les. 

Persoonlijke vooruitgang, 'Waarde 
goddelijke aard: ervaringen', nr. 1. 
Les 6: Nu al vreugde hebben 

Thomas S. Monson, 'Vrede vin- 
den', Liahona, maart 2004, 3. 
Gebruik de drie paragrafen in het 
artikel om het vinden van vreugde te 
bespreken. 

James E. Faust, 'De deugden van 
rechtschapen dochters Gods', 
Liahona, mei 2003, 108. Noem de tien 
deugden in dit artikel op en bespreek 
hoe die ons gelukkig kunnen maken. 

'Vraag en antwoord', Liahona, 
april 2005, 22. Gebruik dit artikel 
om een bespreking op gang te bren- 
gen over gelukkig zijn ondanks 
tekortkomingen. 
Les 7: Huishoudelijke vaardigheden 

Thomas S. Monson, 'Kenmerken 
van een gelukkig gezin', Liahona, 
oktober 2001, 2. Gebruik de vier 



kenmerken in dit artikel ter afsluiting 
van de les. 

Susan W Tanner, 'Moeders in spe 
voorbereiden', Liahona, juni 2005, 
16. Overweeg de les te vervangen 
door dit artikel. 

Persoonlijke vooruitgang, 
'Waarde kennis: projecten', 
stippen 1, 2, 5. 

Les 8: Onze houding ten aanzien 
van onze goddelijke taken 

James E. Faust, 'De deugden van 
rechtschapen dochters Gods', 
Liahona, mei 2003, 108. Bespreek de 
tien deugden in dit artikel om de jon- 
gevrouwen inzicht te geven in hun 
goddelijke taken. 

M. Russell Ballard, 'Rechtschapen 
vrouwen', Liahona, december 2002, 
34. Gebruik het artikel om de les aan 
te vullen. 

Persoonlijke vooruitgang, 
'Waarde goddelijke aard: ervaringen', 
nr. 6. 
Les 9: Onze ouders eren 

Thomas S. Monson, 'Wees een 
voorbeeld', Liahona, januari 2005, 112. 
Gebruik de paragraaf over het eren van 
ouders als aanvulling op de les. 

'Ons grootste geluk', Liahona, 
juni 2003, 26. Gebruik de citaten over 
ouders voor een uitreikblad of om de 
les in te leiden. 

Persoonlijke vooruitgang, 'Waarde 
goddelijke aard: ervaringen', nr. 5. 
Les 10: Gezinsleden steunen 

James E. Faust, 'Welvaren bij de 
gezinsavond', Liahona, juni 2003, 2. 
Bespreek de negen tips en hoe die de 
gezinsband ten goede komen. 



Camielle Call-Tarbet, 'Een briefje 
van Michael', Liahona, mei 2001, 
23. Lees het verhaal voor om de 
bespreking 'Je broers en zusters steu- 
nen' op gang te brengen. 

'Vraag en antwoord', Liahona, 
februari 2004, 30. Gebruik dit artikel 
ter aanvulling op de bespreking over 
'Je vader steunen'. 

Persoonlijke vooruitgang, 
'Waarde goede werken: ervaringen', 
nrs. 1-7. 

Les 11: Volwassen en zelfstandig 
worden, deel 1 

Boyd K. Packer, 'Geestelijke kro- 
kodillen', Liahona, okt 2002, 8. 
Overweeg het artikel te gebruiken in 
plaats van het gedicht en bespreek 
hoe we geestelijke gevaren het hoofd 
kunnen bieden. 

Persoonlijke vooruitgang, 
'Waarde kennis: ervaringen', nr. 4. 
Les 12: Volwassen en zelfstandig 
worden, deel 2 

James E. Faust, 'Wie denk je dat je 
bent? — Boodschap voor jongeren', 
Liahona, juni 2001, 2. Vervang de rol- 
lenspelen met de voorbeelden uit 
het artikel. 

Les 13: Priesterschapsdragers 
steunen 

Russell M. Nelson, 'Persoonlijke 
priesterschapsverantwoordelijkheid', 
Liahona, november 2003, 44. Neem 
de vijf persoonlijke doelen door bij 
uw bespreking van het steunen van 
priesterschapsdragers. 

J. Richard Clarke, 'Het priester- 
schap eren', De Ster, juli 1991, 41. 
Gebruik dit artikel bij een bespreking 



124 



over het sterken van jonge priester- 
schapsdragers. 

Les 14: De patriarchale leiding in 
het gezin 

L. Tom Perry, 'Vaderschap, een 
eeuwige roeping', Liahona, mei 2004, 
69. Gebruik dit artikel om over de rol 
van vaders te spreken. 
Les 15: Het Mekhizedeks 
priesterschap 

Boyd K. Packer, 'Wat iedere 
ouderling — en ook iedere zuster — 
dient te weten', De Ster, november 
1994, 15- Ter aanvulling van de les. 

John H. Groberg, 
'Priesterschapsmacht', Liahona, 
juli 2001, 51. Ter aanvulling van 
de paragraaf 'Ordening tot het 
Melchizedeks priesterschap is een 
grote zegen'. 

Persoonlijke vooruitgang, 'Waarde 
goddelijke aard: ervaringen', nr. 5. 
Les 16: Vrouwen en priesterschaps- 
dragers 

James E. Faust, 'Vader, moeder, 
huwelijk', Liahona, augustus 2004, 2. 
Ter aanvulling van de les. Gebruik 
naar behoefte. 

Sheri L. Dew, 'Het is voor een 
man noch een vrouw goed dat zij 
alleen zijn', Liahona, januari 2002, 
13. Ter aanvulling van de paragraaf 
'De belangrijkste relatie van een 
vrouw tot de man en het priester- 
schap'. 

Les 17: Het doel van verbonden en 
verordeningen 

Dennis B. Neuenschwander, 
'Verordeningen en verbonden', 
Liahona, november 2001, 16. U kunt 
het gebruiken in de bespreking van 
de plicht om de verbonden na te 
komen. 

F. David Stanley, 'De belangrijkste 
stap' , Liahona, oktober 2001, 34. 
Gebruik het artikel om uit te leggen 
hoe naleving van de verbonden ons 
sterkt. 

Persoonlijke vooruitgang, 
'Waarde integriteit: ervaringen', nr. 1. 
Les 18: Het tempelhuwelijk - een 
vereiste voor het eeuwige gezin 

Gordon B. Hinckley 'Het huwe- 
lijk dat standhoudt', Liahona, juli 
2003, 2. Gebruik het artikel om de 
verhalen in de les te vervangen of 
aan te vullen. 

Russell M. Nelson, 'Uw voorberei- 
ding op de tempelzegens', Liahona, 
juli 2001, 37. Bespreek de ideeën uit 
de paragraaf over de voorbereiding 
op een tempelhuwelijk. Thema-uit- 
gave, Liahona, oktober 2004. Ter aan- 
vulling van de les. 

Persoonlijke vooruitgang, 
'Waarde integriteit: projecten', stip 5. 



Les 19: Persoonlijke verslagen 

James E. Faust, 'Je bent een won- 
der', Liahona, november 2003, 53. Te 
gebruiken bij de paragraaf 'Verslagen 
van voorouders kunnen ons vreugde 
en kracht verschaffen'. 

Boyd K. Packer, 'Uw familiege- 
schiedenis: beginnen', Liahona, 
augustus 2003, 12. Gebruik dit artikel 
na de quiz om te laten zien hoe met 
familiegeschiedenis kan worden 
begonnen. 

Persoonlijke vooruitgang, 
'Waarde geloof: projecten', stip 3. 
Les 20: Geef wat van jezelf aan 
anderen 

M. Russell Ballard, 'De leer van 
insluiting', Liahona, januari 2002, 40. 
Gebruik de voorbeelden uit dit artikel 
om onderlingen vriendschappen aan 
te moedigen. 

Persoonlijke vooruitgang, 'Waarde 
goddelijke aard: ervaringen', nr. 3. 
Les 21: Een goed voorbeeld beïn- 
vloedt andere mensen 

Thomas S. Monson, 'Wees een 
voorbeeld', Liahona, januari 2002, 
115. Vervang zuster Caspers verhaal 
met een van president Monsons 
anekdotes. 

James E. Faust, 'De deugden van 
rechtschapen dochters Gods', 
Liahona, mei 2003, 108. Gebruik pre- 
sident Fausts tien deugden in de toe- 
passing van de les. 
Les 22: Bekering 

Richard G. Scott, 'Gewetensrust 
en gemoedsrust', Liahona, nov 2004, 
15. Voeg de raad van ouderling Scott 
toe aan de paragraaf 'Bekering is een 
voortdurend proces'. 

Jay E. Jensen, 'Weet jij hoe je je 
bekeert?' Liahona, april 2002, 14. 
Voeg de voorwaarden van bekering 
uit het artikel toe aan de eerste 
paragraaf. 
Les 23: Vergeving 

Cecil O. Samuelson jr., 
'Vergeving', Liahona, februari 2003, 
26. Gebruik het artikel ter aanvulling 
op de paragraaf over de vergevensge- 
zindheid waarin Jezus Christus 
onderwees. 
Les 24: Gebed en meditatie 

James E. Faust, 'De reddingslijn 
van het gebed', Liahona, juli 2002, 
62. Overweeg H. Burke Petersons 
citaat te vervangen door de raad van 
president Faust over gebed. 

Russell M. Nelson, 'De vredige 
kracht van het gebed', Liahona, 
mei 2003, 7. Voeg ouderling 
Nelson leringen over gebed aan de 
laatste paragraaf toe. Persoonlijke 
vooruitgang, 'Waarde geloof: erva- 
ringen', nr. 1. I 



de hulporganisaties 

ZONDAGSSCHOOL 




m 

Daniel K. Judd 

Eerste raadgever 

ZUSTERSHULPVERENIGING 



A. Roger Merrill 
President 



iam D. Oswald 
Tweede raadgever 




Kathleen H. Hughes 
Eerste raadgeefster 



Bonnie D. Parkin 
Presidente 



Anne C. Pingree 
Tweede raadgeefster 



JONGEMANNEN 




Dean R. Burgess 
Eerste raadgever 



Charles W. Dahlquist 1 

President 



Michael A. Neider 
Tweede raadgever 



JONGEVROUWEN 




Julie B. Beek 
Eerste raadgeefster 



Susan W. Tanner 
Presidente 

JEUGDWERK 



ElaineS. 
Tweede raadgeefster 




argaretS. Lifferth 
Eerste raadgeefster 



Cheryl C. Lant 
Presidente 



Vicki F. Matsumori 
Tweede raadgeefster 



LIAHONA NOVEMBER 2005 



125 



« ws 




Een lid luistert tijdens de conferentie in het Conferentiecentrum (boven) naar een van de 
tachtig talen (inzet). 

Leden luisteren in 80 talen naar conferentie 
en aankondigingen 



Twee nieuwe tempels en 
een bijzondere viering 
voor de geboortedag 
van Joseph Smith waren 
enkele opvallende aankondi- 
gingen tijdens de 175 ste alge- 
mene oktoberconferentie, die 
in tachtig talen werd vertolkt. 

Tijdens zijn welkomst- 
toespraak kondigde president 



Gordon B. Hinckley aan 
dat er een nieuwe tempel 
wordt gebouw in South 
Jordan, in het westen van 
de Salt Lake Valley. President 
Hinckley kondigde ook aan 
dat er als tegemoetkoming 
aan de behoeften van het 
toenemende ledental nog 
een bouwplaats voor een 



tempel is gekocht in het 
zuidwesten van de Salt 
Lake Valley. 

Tijdens zijn slotwoord 
kondigde president Hinckley 
aan dat het zijn bedoeling 
is om de tweehonderdste 
geboortedag van Joseph 
Smith te vieren door naar de 
geboorteplek van de profeet 



in Vermont te reizen, net als 
president Joseph F. Smith 
deed bij de honderdste 
geboortedag van de profeet. 
Andere leden van het Eerste 
Presidium en leden van 
het Quorum der Twaalf 
Apostelen nemen vanuit het 
Conferentiecentrum deel aan 
de jubileumuitzending. 

Deze algemene conferen- 
tie werd simultaan getolkt in 
tachtig talen — meer dan 
ooit tevoren — door tolken 
in het Conferentiecentrum 
en 26 studio's elders in de 
wereld. Alle conferentiebij- 
eenkomsten werden via het 
satellietnetwerk van de kerk 
doorgegeven aan bijna zes- 
duizend gebouwen van de 
kerk in 81 landen. Voor de 
meeste bijeenkomsten was 
er on line live geluid in maxi- 
maal 61 talen. Er worden 
dvd- en video-opnamen 
gestuurd naar kerkunits in 
gebieden waar geen satelliet- 
en andere uitzendingen ont- 
vangen worden. Hiermee 
worden de conferentiebijeen- 
komsten beschikbaar gesteld 
aan leden in meer dan 160 
landen. ■ 



'Het gezin: een proclamatie aan de wereld' 
tien jaar oud 



Nicole Seymour, kerkelijke tijdsc 

Er is tien jaar voorbijge- 
gaan sinds president 
Gordon B. Hinckley 
'Het gezin: een proclamatie 
aan de wereld' presenteerde 
op 23 september 1995. 
Sindsdien heeft de kerk 
middels de proclamatie van 
het Eerste Presidium en het 
Quorum der Twaalf Apostelen 
pal gestaan voor de verdedi- 
ging van het gezin. 



hriften 

Ouderling M. Russell 
Ballard van het Quorum 
der Twaalf Apostelen heeft 
over de proclamatie gezegd: 
'Het was toen, en is dat nog 
steeds, een klaroenstoot ter 
bescherming en versterking 
van het gezin en een strenge 
waarschuwing aan een wereld 
waarin in verval rakende 
waarden en misplaatste 
prioriteiten de samenleving 



dreigen te verwoesten doordat 
ze de fundamentele eenheid 
ervan ondermijnen' (zie deze 
editie, p. 41). 

De proclamatie is op evan- 
geliewaarheden gebaseerd en 
is gezinnen, gemeenschap- 
pen en internationale con- 
gressen over het gezin tot 
leidraad geweest. Het is een 
bron van kracht geweest in 
politieke congressen, een 



hulpmiddel voor zendings- 
werk, en een middel om in 
de kerk grotere nadruk te 
leggen op het gezin. 

Een waarschuwing die zijn 
tijd vooruit was 

In de hedendaagse samen- 
leving, waarin gezinswaarden 
in verval zijn geraakt, biedt de 
proclamatie eeuwige waarhe- 
den waarop men een recht- 
schapen gezinsleven kan 
baseren. De proclamatie 
werd uitgegeven voordat de 
samenleving in het algemeen 



126 



inzag hoezeer het gezin in 
verval is geraakt, aldus David 
C. Dollahite, docent gezinsle- 
ven aan de Brigham Young 
University. 

Alvorens de proclamatie in 
1995 tijdens de algemene 
ZHV-bijeenkomst te presente- 
ren, beschreef president 
Hinckley de toestand van de 
samenleving als volgt: 'We 
leven in een wereld van ver- 
warring, van verschuivende 
waarden. De verleiding is 
heel groot om af te wijken 
van de gedragsnormen die 
door de tijd heen hun waarde 
bewezen hebben. Het morele 
fundament van onze [samen- 
leving] is ernstig verzwakt.' 
('Bied weerstand aan de ver- 
lokkingen van de wereld', De 
Ster, januari 1996, p. 89.) 

De proclamatie geeft dui- 
delijke leerstellingen weer die 
de heilige aard van het gezin 
bevestigen in een samenleving 
waarin het gezin wordt onder- 
mijnd door onder andere 
overspel, echtscheiding, 
samenwonen, mishandeling 
en misbruik, homoseksua- 
liteit, abortus, tienerzwanger- 
schap, pornografie, financiële 
problemen en een toene- 
mend gebrek aan bereidheid 
onder gehuwde stellen om 
kinderen ter wereld te bren- 
gen en op te voeden. 

Ouderling Henry B. Eyring 
van het Quorum der Twaalf 
Apostelen heeft uitgelegd 
hoe men door het eeuwig 
perspectief van de proclama- 
tie een betere begrip van de 
waarde van de gezinsbanden 
kan krijgen: 'Een kind dat 
hoort en gelooft wat er in de 
proclamatie staat over gezin- 
nen die voor eeuwig verenigd 
worden, zou zijn leven lang 
zoeken naar een tempel waar 
men door verordeningen en 
verbonden een gezinsrelatie 
tot na de dood kan laten 



voortduren.' ('Het gezin', De 
Ster, oktober 1998, p. 16.) 

Een leidraad voor het gezin 

'Hoe beter u uw kinderen 
opvoedt in het evangelie van 
Jezus Christus, met liefde en 
hoge verwachtingen, des te 
waarschijnlijker zullen zij 
vrede hebben in hun leven', 
aldus president Hinckley 
('Bied weerstand aan de ver- 
lokkingen van de wereld', De 
Ster, januari 1996, p. 90). 

In de proclamatie staat: 
'De kans op een gelukkig 
gezinsleven is het grootst als 
de leringen van de Heer Jezus 
Christus eraan ten grondslag 
liggen.' (De Ster, januari 1996, 
p.93.) 

Virna Rodriguez uit de 
wijk Panorama in de ring 
Guatemala-Stad-Mariscal zegt 
dat de proclamatie in een 
wereld vol verwarring een lei- 
draad is: 'Door de proclama- 
tie hebben we prioriteiten 
kunnen stellen, hebben we 
onze taken leren kennen en 
zijn we onze zegeningen gaan 
inzien.' 

Li Mei Tsjen Ho uit de wijk 
Tao Joean 3 in de ring Tao 
Joean (Taiwan) zegt dat zij 
door de proclamatie heeft 
geleerd dat je door gezinsban- 
den goddelijke eigenschap- 
pen leert ontwikkelen zoals 
geloof, geduld en liefde. Als ik 
probeer mijzelf te verbeteren 
overeenkomstig de proclama- 
tie, kan ik echt gelukkig zijn.' 

De proclamatie biedt ook 
oplossingen volgens Richard 
G. Wilkins, juridisch docent 
aan de Brigham Young 
University. 'Het is een feit dat 
(...) het gezin de beste plek is 
voor mannen, vrouwen en 
kinderen. Er zijn problemen 
in gezinnen, en die moeten 
worden opgelost. (...) De pro- 
clamatie benoemt de zaken 
die mis gaan in gezinnen. Het 




De proclamatie over het gezin is gezinnen en zelfs 
wereldleiders al tien jaar tot leidraad. 



herinnert de mensen eraan 
dat hun gezin een toevluchts- 
oord en een heiligdom kan 
en moet zijn.' 

Een oproep aan de 
wereldleiders 

Sinds 1995 is de proclama- 
tie in 77 talen vertaald en aan 
veel wereldleiders gestuurd. 
De proclamatie vraagt bur- 
gers en overheidsfunctiona- 
rissen om de gezinswaarden 
te beschermen: 'Wij doen een 
beroep op burgers en over- 
heidsdienaren met verant- 
woordelijkheidsbesef overal 
ter wereld om maatregelen te 
bevorderen die erop gericht 
zijn het gezin als fundamen- 
tele eenheid van de maat- 
schappij te handhaven en te 
versterken.' 

'Er zijn de afgelopen tien 
jaar diverse organisaties 
gesticht [die het gezin bevor- 
deren] ', aldus broeder 
Dollahite. Veel van die organi- 
saties zijn op de hoogte van 
het standpunt van onze kerk 



inzake het gezin. 'De procla- 
matie is als basis of op zijn 
minst als bron gebruikt voor 
verklaringen ter ondersteu- 
ning van het huwelijk en het 
gezinsleven', zegt hij. 

Op 6 december 2004 
erkende de algemene verga- 
dering van de Verenigde 
Naties de bevindingen in de 
Dohaverklaring van novem- 
ber 2004, waarin veel van de 
leringen staan die in de pro- 
clamatie centraal staan. Een 
van de beginselen in die ver- 
klaring die erg lijken op die in 
de proclamatie is het denk- 
beeld dat het huwelijk een 
verbintenis van man en 
vrouw is waarin de partners 
gelijkwaardig geacht worden. 

Bij de European Regional 
Dialogue over het gezin, die 
in augustus 2004 in Genève 
(Zwitserland) werd gehou- 
den, kreeg zuster Bonnie D. 
Parkin, algemeen ZHV-presi- 
dente, een spreekbeurt. Zij 
ondersteunde haar betoog 
met de proclamatie. 



LIAHONA NOVEMBER 2005 



127 



Een kompas voor onderzoek 
en voorspraak 

Ouderling Merrill J. 
Bateman van het Presidium 
der Zeventig heeft gezegd: 
'De proclamatie fungeert niet 
alleen als een handboek voor 
het gezinsleven, maar ook als 
een kompas voor onderzoek 
naar en voorspraak van het 
gezinsleven.' (TheEternal 
Family', BYU Magazine, 
winter 1998, p. 29.) 

Broeder Wilkins, directeur 
van het World Family Policy 
Center, zegt dat het doel van 
het centrum is om 'aan de 
BYU en over de hele wereld 
goede, wetenschappelijke 
ondersteuning op gang te 
brengen voor de beginselen 
in de proclamatie en die 
onder de aandacht van 
wereldleiders te brengen, 
want veel mensen begrijpen 
en delen de waarden in de 
proclamatie.' Hij zegt dat 
beredeneerde bewijzen en 
besprekingen over het alge- 
meen bij het internationale 
publiek steun opleveren voor 
het gezin. 

De BYU ontvangt jaarlijks 
veertig tot vijftig ambassa- 
deurs van verschillende lan- 
den voor een congres over 
het gezin. De proclamatie 
wordt overhandigd aan elke 
leider die het onderzoekge- 
richte congres bezoekt. 'We 
prediken geen godsdienst aan 
de ambassadeurs', aldus broe- 
der Wilkins. 'We nodigen 
vooraanstaande sociologen 
uit die bespreken waarom 
het huwelijk tussen man en 
vrouw uniek is en waarom 
het meer positieve gevolgen 
voor de samenleving en het 
individu heeft dan andere 
relatievormen.' 

Een banier voor de wereld 

Broeder Dollahite, onder 
wiens redactie diverse boeken 



over de proclamatie zijn 
gepubliceerd, zegt: 'Ik denk 
dat ieder die de proclamatie 
leest en zich ervoor open- 
stelt, geraakt wordt door de 
Geest. Misschien ziet niet 
iedereen in waarom het 
hem waar lijkt, maar net als 
Schriftuur komt het op een 
oprecht hart en een oprecht 
verstand over als waarheid.' 

In El Salvador hebben 
kerkleden en schoolbesturen 
de handen ineen geslagen 
om in het hele land in mora- 
liteit te onderwijzen. Een van 
de lessen gaat over het gezin 
en er worden verscheidene 
publicaties van de kerk 
gebruikt, waaronder de 
proclamatie. 

Een lerares in El Salvador 
ging naar een open dag van 
de kerk omdat ze de lessen 
op school had gezien. 'Ik heb 
gezien wat een verandering 
er heeft plaatsgevonden in 
het leven van mijn leerlingen, 
en ik zei tegen mezelf: "Ik zal 
eens gaan kijken of ik iets kan 
vinden om mijn eigen gezin 
te helpen'", zegt ze. 'Nu ik de 
presentaties heb gezien, hoef 
ik eigenlijk alleen nog maar 
de beslissing te nemen om te 
veranderen. Ik wil de zende- 
lingen uitnodigen, want ik 
heb hulp nodig voor mijn kin- 
deren.' (Midden-Amerikaans 
Kerknieuws, Liahona, januari 
2004, p. N13.) 

'Vandaag doe ik een 
beroep op de leden van 
deze kerk en op toegewijde 
ouders, grootouders en fami- 
lieleden over de hele wereld 
om zich aan deze proclama- 
tie vast te houden, om er 
net als opperbevelhebber 
Moroni een "vaandel der vrij- 
heid" van te maken, en ons 
voor te nemen de beginselen 
erin na te leven', aldus 
ouderling Ballard (zie deze 
editie, p. 42). ■ 




Thema wekelijkse 
acthlteitenavond 2006 
moedigt jongeren aan om 
op te staan en hun licht 
te laten schijnen 

Het thema voor de 
wekelijkse activitei- 
tenavond van 2006 is 
voor jongevrouwen en jonge- 
mannen over de hele wereld: 
'Staat op en laat uw licht 
schijnen, opdat het een stan- 
daard voor de natiën zal zijn' 
(LV 115:5). 

'Wij zijn dankbaar voor de 
moedige jongeren die blijk 
geven van hun liefde voor de 
Heiland door zijn licht in hun 
leven te laten schijnen', luidt 
een verklaring die de alge- 
mene presidiums van jonge- 
mannen en jongevrouwen 
hebben uitgegeven. 

Leidinggevenden van jon- 
geren worden aangemoedigd 
om het thema tijdens de 
wekelijkse activiteitenavond 
en andere jongerenactivitei- 
ten onder de aandacht te 
brengen. Het thema kan ook 
gebruikt worden voor toe- 
spraakjes van jongeren, 
opbouwende gedachten, en 
als thema voor activiteiten 
zoals dansavonden, muziek- 
festivals, jeugdconferenties 
en kampen. 

De algemene presidiums 
van jongemannen en jonge- 
vrouwen spraken de hoop uit 
dat de jongeren en hun lei- 
dinggevenden zullen voort- 
bouwen op de ervaringen die 
ze in 2005 hadden bij de vie- 
ring van de geboortedag van 
de profeet Joseph Smith en de 
aandacht voor de herstelling. 

'Nu de getuigenissen van 
het herstelde evangelie vitaal 
en sterk zijn, kunnen we de 



wereld vertellen over onze 
gevoelens en ervaringen, en 
kunnen we onze talenten 
voor onze medemens inzet- 
ten', luidde de verklaring van 
de algemene presidiums. 'Wat 
is het een heerlijke plicht om 
een lichtend voorbeeld te 
zijn, om ons getuigenis van 
de herstelling te geven door 
de evangelienormen na te 
leven en andere mensen te 
dienen.' 

De jongeren kunnen het 
thema voor 2006 gebruiken 
om gelegenheden te vinden 
waarbij ze zich dienstbaar 
kunnen maken, het evangelie 
verkondigen en de evangelie- 
normen uit Voor de kracht 
van de jeugd naleven. 

'Wij getuigen dat de Heer 
je liefheeft en dat Hij je nodig 
heeft voor de opbouw van zijn 
koninkrijk', aldus de verkla- 
ring. 'Je kunt een licht zijn dat 
het duister verdrijft en door 
jouw voorbeeld het pad laten 
zien dat naar de celestiale 
heerlijkheid in Gods konink- 
rijk leidt. "Staat op en laat uw 
licht schijnen", zodat de Geest 
van de Heer door middel van 
jou van het herstelde evange- 
lie mag getuigen.' ■ 



128 




Treed naar voren, Walter Reine 

Na het vaandel der vrijheid te hebben vervaardigd, ging bevelhebber Moroni 'uit onder 

het volk, al zwaaiend in de lucht met het afgescheurde stuk van zijn kleed (. . .) zeggende: Zie, laten 

allen die dit vaandel in het land willen handhaven, in de kracht des Heren naar voren treden 

en een verbond aangaan dat zij hun rechten en hun godsdienst zullen handhaven, 

opdat de Here God hen zal zegenen ' (Alma 46.19-20). 



ïo 




'En het geschiedde dat de Heer 
tot hen sprak, zeggende: 

'Staat op en nadert tot Mij om 
uw hand in mijn zijde te steken, 
en ook om de tekens van de 
nagels in mijn handen en in 
mijn voeten te voelen, opdat gij 
zult weten dat Ik de God van 
Israël en de God der gehele 
aarde ben, en ben gedood voor 
de zonden der wereld. 

'(...) en dat deden zij en 
traden één voor één toe totdat 
allen waren toegetreden en met 
hun ogen hadden gezien en met 
hun handen hadden gevoeld, 
en met zekerheid wisten en 
getuigden, dat Hij het was 
van wie de profeten hadden 
geschreven dat Hij zou komen ' 
(3 Nephi 11:13-15).