(navigation image)
Home American Libraries | Canadian Libraries | Universal Library | Community Texts | Project Gutenberg | Biodiversity Heritage Library | Children's Library | Additional Collections
Search: Advanced Search
Anonymous User (login or join us)
Upload
See other formats

Full text of "Verzameling van uitlandsche en zeldzaame vogelen ?benevens eenige vreemde dieren en plantgewassen ? in 't engelsch naauwkeurig beschreeven en naar 't leven met kleuren afgebeeld /door G. Edwards en M. Catesby. ; vervolgens, ten opzigt van de plaaten merkelyk verbeterd, in 't hoogduitsch uitgegeven door J.M. Seligmann ; thans in 't nederduitsch vertaald en met aanhaalingen van andere autheuren verrykt, door M. Houttuyn."

V 




R 





M 



N 






N 




t^ 



It 



V 



A 



N 



v' 



1 



:i 



UITLANDSCHE 





x 



\ 











BENEVENS EENIGE VREEMDE 



V 



. ' 



L . 



■'. 1 . ■'. 




EN 







^ 
a 



: i 



1 1. 



. , . ■ 



N 



» I 



9 



IN T 




L-. 



^ ] 




GELSCH NAAUWKEURIG BESCHREEVEN 




J^ - aNi /*. J^ 




'-I 



't LEVEN MET KlEUREN AFGEBEELD, 



L L 



\ 



DOOR 



G 





\VA RD 




E 




M. 



CAT 





V 





¥ 




^m^' 



I 







\ 



■( 



.> 



VeRVOLGENS, ten OP^IGT van DE PIvAATEN merkely 



K 



VERBETERDj IN T HOOGDUITSGH UITGEGEVEN 



DOOR 



--- 




M 



^ 







G 



M 



A 





V 



^ 









I 









F I 

T NedeRduitsch ve rta a ] 

r 

■ 

.LINGEN VAN ANDERE' AUT 



\ 



EN MET 



N 





^ 



E Iv K. JL K. T 



3 



D 








o 





T 




Y 




Medic 








OR, 



N 



h , 



\ 





ilf^Slfl^Sf 











D 



\ 



i 













/■ 











D 











"'■.;":■■ 



■ -_ '■>- - n X.. - s, 



t »- .■: 



iar-Ba: 



Ti 






T 



Bt 




A 










E 
A 




Z) 



^ 



M 



3 








i 




oel 



V 



V \ wZ i\ 




er 








^ 




y 






^ » 



■ r 






' \ 



/ 







A. 





L- 1 N 




VAN UITHEEMSCHE en ZELDZAAME 



\ 



<■,* 



<rt 



'' \ 



I- ^ .- J * 



V 









\- 



ws 





G 




N 



D 



E 



D 





L. 




ffS^oVwo^ 




u^m 



, -1 



V 



o 



o 




R 



E 




'/ 




1 -i 




lOon Voorredens of Inleidingen gemeenlyk van iveinig nuttigheid zyn, alzd 
de Leezers van een uitmuntend Oordeel en V^erfland, liever verkiezen zelf de 



uitvoering te waardeeren van e'en Werk, door onmiddelyk toe te treeden tot hec 
ezen van den Text , volgens den algemeenen Tytel, zonder door den Autheur 




verder onderrlcht of voorinffenomen te zyn, aans:aande den Inhoud: heb ik 
thans 5 



noff- 




it het laatfle zynde dat ik meen aan 't Licht te 



geeven , 



reden 



om mynd 



dankbaare verplichting te betuigen aan myne waarde Vrienden , die my met Stoffd 



voOrzien hebben tot de laatfte Deelen van dit Werk, eh door veelen van welken ik 



V-' 



edelm'oedl 




ontvangefl en onthaald ben in hunne Huizen^ 



f.L 



in verlcheide Landichap 



pen van dit. Ryk. Niet minder acht ik my verplicht aan eenige aanzienlyke Fami- 



len 



die, hoewel ik" het vermaak niet had van haar Perfbonlyk te kennen, niette 
niin by Brieven my zeer nadrukkelyk hebben uitgenoodigd, om eenigen tyd by hun 



op het Land door te brengen: 't welk ik gaarne zou^hebben ingevolgd , ' zo niet 
myne Jaaren en de 




roote 




hunner Buitenplaatfen zulks ondoenlyk gemaakt 
hadden. En, aangezien het, in 't beloop deezes Werks , biHyk geweeft is, op 



zyne plaats de Naamen myner Voorflanderen , VVeldoeneren en Vrienden, tot vol^ 
komen bewyzen der echtheid van de Onderwerpen, daarin vervat, temelden, acht 
ik het niet noodig, daarvan alhier, by herhaalinge, Gewag te maaken. 



Dikwils gebeurt het, dat niyne Af beeldingen , op de Gedrukte Plaateri^ groote^ 
lyks van myne Origineele Tekeningen verfchillen. .. Ik ben", naamelyk, niet al-^ 



.J? 



toos te vrede geweeft met deeze Tekeningen , ten opzigt van de Poftuuren of Ac 
tien 5 in welken de Voorwerpen geplaatfl v^aren : in zuike Gevallen heb ik wel drie 



of vier, ja jfbmtyds ^es Sehetfen of Omtrekken gemaakt, dezelven naauwkeuriff met 



elkander vergeleeken, en dan die gene uitgekoozen, welke my voorkwam de rhinfl 
edwongene en natuurlykfte te zyn , om op myne Plaat gegraveerd te worden. Ten 




onregte zou men verwagten, dat een Werk, van deezen aart, in de uiterfle volko 
menheid bewerkt en vokooid werde, wat deKleuring aangaat* alzo het hier dooi^ 
ten uiterfle duur zou worden: want de uitvoerins van zulk Werk, hier te Londen 



tot den hoogften trap, kofl veeL Het weezentlykfte in deezen isi dat men zig zo' 



naauwkeurig, als 'c vallen kan,h6ude aan de verlcheidenheid van Kleuren^ welke 



de Origineele Voorwerpen hebben. Dit is myne voornaamfte zorg geweeft, en 



thans, al het gene gekleurd is naziende , oordeel ik de Afbeeldine;en hier in ,vee{ 



nader aan de Natuur te komen , dan de meefle Werken van deezen aart 



di 






immer 






uitgegeven zyn. Dikwils ben ik aangezogt geweeft, om eenigen van onze Engel 
fche Vogelen af te tekenen en aan 'c Licht te brenffen- *maar, tervvyl my zo veele 




elegenlieden voorgekomen zyn, om nieuwe en zeer zeldzaame Vogelen, die aan 

3 bekend waren , aan te treffen ; zo heb ik 



weinige Liefhebbers zelfsj in Engeland 



JX. DeeL 




n 



^ 



A 



I «^ 




e^* 



/ 



\ 



\ 



1-- 



J* . 




VERZAMELING 



jj 



OITHEEMSCHE 



ven in 



b 



dezel 

]yk voorgefleld 



beloop mynes Werks van tyd tot. tyd plaats geg 



} 



onderrigting van onze tydg 



en getrc 
de Nak 



fchap 



Wat de eenen aahbel 



gen Land veilangen^ derzelver nieuwsgierigheid^ denk 



die naar Af beeldingen der Vogelen van hiia 



/ 



2a 1 



in 



■^ 



orde 



D 



s 



door een Genootfchap van 



de B 



korte void 
ten voordeele 



van 
Grc 



Armen- School hi Londen , een Natuurlyke Hiftorie der Ged 



B 



dernomeny vvclke men met de Vog 



be 




heeft 



van 

De 



kleine en middelmaatigen 'zy 



d 



L 




Folio gedrukt en afgezet met natuurlyke K 



getekend j op Imperiaal Papier 
Veelen van de Plaaten heb ik 




ezien, en 



g 



><» 



d als lets van d 



dat tot nog 



Engeland of 



ders aan 't Licht e;ee;even is. Ik beb het pleizier van te kenhen den Schildknaap Tho 



MAS Pennant 




He 



Graaffchap Fl 



Perfbonlyke verdienlkn, die dit Genootfchap byg 




Vermoeeri en veei 




1 groot 

heeft, met aan hetzel 



de ongemeene Vogelen van Noord- Wales 



bevorderirtg Van de gedagte milddaa 



4b 



dige St 




3 



be;zorg 



Alzo ik wel 






kerd be 



dat d 



Heer pennant 



\Vel ervaren is in de Natuurlyke Hiflo 



/ 



,v 



goeden Smaak heeft in het Tel 
rie, hebbende tevens een fterke neigiiig om d 

of zyn Ed. zal, ( 

Vermoffen is: noch ook, of alle Liefhebbers der Natuur zullen zo ivd onderrichtin 



twyf( 



delmoedig, aan dat Genooifchap al den byfland g 



1 ik niet^ 
die in 'zyn 



vermaak in hetWerk vinden, wahneer hetzelve tot voltooijing is gebrag 



D 



Byd 



5 




d komt my in gedagten de verplichting, weike ik 



zy 




lieb, door onlangs van hem 



gen de Puffin van 



andere Vogels^ die ik nog niet gezien had. Onlangs kreeg ik eenig Berig 



t Eiland Man , en eenige 

:'* raaken- 



de het Geflagt der Onweersvo2:elen Petterils, tot vvelken de Puffin behoort: fiaame 



/ 



Jyk 



dat zy alien, of de meeft 



hunne Keel Olie werpen in 't Aangezigt der 



Voeelaaren, die hun trachten te vatten. In onze Nieuwspapie 



Jaars 176 

men zeg 



vind ik uit Mul in Schotland het Verhaal 



Juny des 



Heer Campbell overgekomen te zyn, d 



droevig Ongelukj dat 

usfchen de Rotfen 



aan de Zeekufl: uit vog 
nigen van dit fla 
zyn Hand 




aande 



Ladder opgeklommen zynde, om 




Vo 




derzelver Gaten in de Rotfen te haalen 




Gat flak eensklaps en onverwa 




Olie in zyn Aang 



hy 




kre 

i 

verloor 




dat hy den Ladder los liet, en, nedervallende op de Rotfen ^ het L 




(- 



De Heer Charles Smith zeg 



9 



zyn oude en tegenwoordige fl 



S 



het Graaflchap Kerry in Jerland, dat 'er een klein Webvoetig Vogeltj 

1 _ -TV/T 1. 5. II- • - 5. tr__ •-_.. i__j:_ . ■ L -J 



wei- 




d 



Mosch 



de Rotfen of E 

zynde 



die men de Ferriters noemt 



Voorjaar overvloedig uitgebroed wordt op 



de Kufl van Kerry'; en 



3 




evan 




Thee-Lepeltje vol Olie uitwerpt 




it Vo 




acht 



k naverwant te zyn aan mynen Onweersvogel, afgebeeld op Plaat 90 (*}. Martin 
befchryft^ in zyne Hiflorie van St. Kilda, een Vogel, de /^/f/;;2^r genaamd, die uit 



zy 



Afbeeldins duidelyk blyk 



van h 



Geflagt der Onweers-Vog 



35 



3J 



59 





de jonge Fulmar gereed is om te vllegen 



Wanneer, ze_ 

als men hem naby komt, een veelheid klaa 



01 



> 



zyn Bek 



?n te zyn« 
werpt hy, 

weet daar 



mede den senen , die hem 




vlak 



in 



ioof, dat de Fulmar van St. Kilda de Pufi 



Aangezigt te treffe 



Ik 



of 



zy van Man , 
by aan kome; zynde zekerlyk een Soort van 't zelfde Geflag 




e# 



minfte daar zeer 
Zie deszelfs be- 



fchryving in Martins Reistogt naar St. Kilda ^ een der Wefler-Eilanden van Schot 



and , Londen 1698, pag. 5 $ , alwaar men tevens een Af beelding vindt van dien VogeM 

Parys 



De Heer Brisson heeft in zyne Ornitholog 



't Jaar 1760 

4er Vogeler 



wel Verzam 



Licht gekomen 



S^g 



Origineel Autheur, een Algemeene Hiflo 



3 



welke ik oordeel , over t 



§ 



befchouwdj een zeet 



\ 



/ 



goed 



ji' 



(•) [Zie het Derde Deel van dit Werk 



Men noemt hem 




] 



\ 



N 



y 



V 



/ 



l" 



/ 



-■h 



£ N 




E 








M 




-^■i 




o 





t 






3 



^ 




.■h 

oed en nuttig Werk te zyh; maar ilc vind ''er dat gene irij 

lar zal bverkomen, door wien de Onderwerpen , die hy behandek 

orffvuldio- befiudeerd zyri: te weeten, rnenigvuldige herhaaling 



welk ieder Verzame 



5 



met 



'g 



een 



de 



zelfde Soort 



Vogelen onder v'erfchillende "naamen 



3 5 




zy door byzondere 



Autheuren belchreeven- voorkomeri, die by in afgezonderde Artikels b^fchryft, als 
Soortelyk van elkander verjfchillende : waard 



f^ogelen grootelyks door hem is Vermenigvuldigd 



meen 
Dm 



h 




Soorten 



Voorbeeld 



f^heidene, welken ik in het beloop ^ynes Werks opgemetkt heb, uit te kippen: h 



y 



heeft, in zyn Vierde Deel, pag. ^495 den Gekraagden Byen-Eeter (Guefpier a Col- 
lier) van Madagaskar befchreeven, dien hy een-Soortig maakt met den Oojt. 
Bym-Eeter van myne Vogel-Hiftorie , PL 183; en in 't zelftle Deel, pag. 5f2, be 




Be 



g 



fchryft hy den Gekraagden Byen-Eeter (Guefpier a Collier) van 

hy zegt den Bmgaalfchen Byen-Eeter^ te zyn van Albins Voge!en-Werk 



^x^elken 



- '. 



VoL IIL 




' 3 

werp 



Ind 



de H 



Br 



Soonen voorgefteld 



ft hy gezien hebben 



haauwkeurig acht geg 
dat die twee Vb 





had op zyn Onder 
door hem als byzondere 



de zelfden waren , en behoorden in een zelfde Arti 



r 



te zy 



be 




pen 



Alb IN en 




3 



naamelyk 



bben den naam opgeg 



den Heer,' in wiens Verzameling te Londen deege Vogel bewaard 



"U'aar uit het 
leend waren 



dat hunne Af beeldineen en befch. . , ...^ 



tdekketl is , 

1 den zelfden Lighaamelyken Voge 




eze 




den Meef 



De VogelbefchryVing van 
dikke Deelen in Oijarto uitniaakende 5 met een 



1. 



tot V 



ooijing 




b 



■6' ' 



zes 




root 




Kbper gefneederie 



van 



Plaaten; waar op veele Afbeeldingen 

Men heeftze met veel moeite en zeer netjesin P 



Vog 



my 




heel bnbe 





ebrafft • maar de meeften heb 



ben een ftyve bonding 



of zy naar gedrod 






'P 




Vorelen ^fetekend 



waren 



D 



zodanig een ^Werk verfchoonlyk : want men kan 




fen, dat de gehuurde Werkluy gelegenheid hebben 



poftuu 



de Onderwerpen 3 toen 




le 







ad 



5 



nderflel" 
cm de eedaanten en 

D 




te zien en te beftudeeren. 




Heer BaiSSON heeft ^o wel 



belchryving 




dpleegd , d 



Autheuren van de Natuurlyke Hiftorie , als Reis- 

slen hebben te boek gefteld , en 




de Naamen verzameld, welke door hun, m 



Vo 
el 




en 



3 





ven. 



Ik geloof, derhalve 



3 





yne Synonyma volkomener 



de Vogels zyn 

gebreider zy 



dan by eenig 




d Autheur, maar deeze zeer lange Benaamingen zyn 



flagen onderhevig. Ik vind, in het gedagte Werk, dat de Schryver my onder 



deren heeft aangehaald 
zelfs myne befchry 
cm die daar van te 




de Naamen 



myne Onderwerpen bvergenomen, j 



/ 




gekopieerd , wanneer hy de Natuurlyke Vogels niet 



Tot PJaat 






heeft 




,d 



3 




my 




der kon hy niet, om dat hy zyn Werk beflooten heeft 




doch 



dit derde Deel 



myne Naleezingen was voltooid 



waar 




getal myner Plaaten wordt 



gebreid tot driehonderd twee-en-zeftig: zo dat'er in dit laatfte Deel 
traaije Onderwerpen zyn, door 




Autheur tot nog toe, dan door my zelf, llegts 



y 




ty Naame voorged ^ 

Wat het groot getal aangaat en de Verfcheidenheid van de Onderwerpen , die dit 
geheele Werk, 't welk thans uit noodzaaklykheid geflooten wordt, famenftellen : 



dezelven zyn op verfchillende tyden 



met 




by Deelen 



3 



de Is en het laatfte 



omtrent vyftig Plaaten iede 



tusfchenpoozing 



uit 




g 



meld 
waarvan dit het Zev 



3 



en 



In ^t geheel bevatten zy driehonderd- en vyfen- zeflig PL 



3 



Veel 



deeze PI 



welk overeenkomt met het getal der Dagen in een J 
bevatten drie of vier verfchillende Onderwerpen , alien naar \ Leven getekend 



en 



beloopen met elkander zeshbnderd Arcikelen 



ynd 



lommigen der kleinften 



hoewel naauwkeurig ennatuurlyk getekend en gekleurd, niet befchreeven of in debe- 
.^„*^ ,„.j5 — ^^.. — ...«. xx^w i^wuixx *ii^ v.v.iiiaiv^ laau-oaaiTi vooF, by het fluiten van 
het geheele Werk de Onderwerpen van elkander te icheiden, en ieder kleiri Artikel 



Ichryvingen genoemd. Het kwam my derhalve raadzaa 



A 2 



-\ 



I, 



te 



< . 



--. 



/ 



> 




V E R Z A M E L I N G Yan . U ! T H E E M S C H E 




ren 




Geflagtfchikkenden Bladwyzerj plaatzende alle de Soorten van de 



Ifde Stam, Familie ofGeflagt, onder haa 




' *' 



onderlcheidene Hoofden ; ten ein 



de de Natuur-Liefhebbers beter in ftaat te ftellen om 



•k 



unnen 



-f- 



w - 




eeren 



derzoeken; met 



) 



ha alio 




de Nommers der PI 



den wat zy be 
en, welken ik 



verwaTrih 



'i- 



I 



1 ^ 



mooglyk te vermyden, het geheele Werk heb laaten door 



pen 



der een zelfde e^etal te lierllaalen; 





k in de bekwaame fch 




C\ 



flaagd ben , moet ik den genen, die het behaagt dezelve te onderzoeker 

befchryving 



-/ 




beoordeele 



laaten 



d 



ik 



elkander verge 



yfel niet, of myne Afbeelding 



met 



d 



zullen 



byzonder . Onderwerp. b 




delyk aanwyzen, tot weik Geflagt of Klasfe 



I - 



en zulke Autheuren 



de Wereld 



. hebben met 
.zullen 





\ 



m 



/O 



ftelzels van alle de Onderwerpen, die men in de Natbur vindt 



5 



We 



genoeg 




^ --. 



m Off e n 



reeds vol 
Ten < 




de 



zyn 



5. 



> I 



om ieder 



Voorwerp, 't we 




?^y 



5 



plaatzen onder anderen van het zelfde Gefl 




t 



r" 




den Rang gefchikt hebben in hunne verfchillende Samenflelzelen 



myne 
die zy 



de, voortSjde' Wereld 



g 



9 



d 



er niets meer, van deezeA 



aart, door my kan uitgegeven.wdrden, moet ik myne Leezers berig 



« , 



fl 



5 



a 




ik my 

Alle 
Origineele 1 ekeningen zyn X'erkogt aan een edelmoedig Kooper^ eri dus de 



heb' van de Stoffi 



3 



p ik zou k 




aan te werken. 



Eigendom geword 



Edelen Graaf 




Aanz 




eheel een getal van meer dan neffenhonderdi en veelen derzelven zyn 



Zy belpopen 



werpen , no 




-■ . 



Plaat g-ebragt. : 1 




van Voor- 
5 myn Jaaxen.zulks vereifchende, heb ik 
ewoel der Wereld, om Vrede en Rude 




g 



-* 



K 



", 



g 



dan my te onttrekken 

' 1 ~ 

in de gemeenzaame Verkeering met eenige weinige Vrienden van my 
middelmaatigen Levensflaat j ,wier weezentlyke Waardigheid my door Ian 




e Ondervindino; bekend 




eword 




IS 



■T I 



/ 




^: 








% 



r T- 



t-. 



- 1 



Hi 



- - >■■ 

Zwar 




t - 




^^■ 



van 




\ J- 



ige groo 




A • 



. .: 



• J 



3it Aapje, hebbende omtrent de e;r6otte van een groote Kat 



■ y 



van aart, doende 



ipeel 




Mensch kwaad 





3 



was ^airtzliinu 



gelykerwys de meefte Aap 



Het hadt pleizier om met een j 



Het wa 



Reiver aart^ als een Mannetje zynde 



weinig dertel, vol 




\^ 



K 





der 



De Kop van dit Schepzel was taamelyk rond 

getaande Vleeschkleur ^ dunnetjes 
I figuur als Menfchen-Ooren: de Co 



met 



Het hadt de Huid des Aarigezig 



H 





» 



De Ooren 



met zwarte 




I I 



Kle 

nigde de Wenkbfaauweri"; d 

Ooren. De Kop, Rug, Arraen, P 




_Sn van eene roodachrige Haz 

Het Haair bbven.de Oogen was lang 



veree 




yd6n van den Kop bedekte gedeeltelyk de 



Staa 



OS, donker zvvart Haair gedekt, zynde r 

fte of onderfle des Lic-haams was by 



waren met taamelyk Ian 



kleur, met 




zeer flyf en ook niet zeer zag 




r 




kaal 



Menfchen Hand 



Fepels aan de Borft. De vier Poote 



. Het 

donkere Vleesch- 




Haair hebbende, met pi 
ding by 



zynde met een zagte zwarte Huid 



eken alle eenig 





Nag 




del 



5 



weini 




ofg 



De Kat is 'er alleen tot fieraad der Af beel 



My werdt dit Aapje prefent gedaan, door myn verplichtenden Vriend 

, van Stratford in Eslex. 



George Cope 

is van Guinee , 



V 

den Heer 



aan de Afrikaanfch 



(^ 



Kufl 



3r myn verpiicntenaen Vriend ^ den Heer 

Ik ben onderrigt, dat het een IhboorJing 



Het was een zeer vlu 




en 



(0 



d 
Diertj 




5 




S^Jl 



I 



r 



-•- ^i 



y 



\ 



«. t 



/ 



■-X 



/ 



I ' 



E N 



2ELDZAAM 




V O G E L E 



^ 





Diertje, van cen goed naturel; doch ik vond my genoodzaakt my daar van te one 
flaan, uit gebrek van genoegzaame ruimte: weshalve ik hec vereerde aan een Hoog 
edelen Heer in Esfex, die een bekwaame Diergaarde op eenigen affiand van zyn 

Huis heefr,'om zuike Dieren te houden. 



Ik 



eenieen affiand van 
weet niet dat deeze Soort tot nos; toe 

o 



is befchreeven. 



In Oxford-Straat, by 'tSoho Plein, zag ik in \ Jaar 1761 , m een Huis daar men 
'■''"" " rteAap, eenigszins naar 'c zelve gelykende, wel- 



een zwa 



Wilde Beefien veftoont, 

Ve'^ecn Spinnekop'Aap genoQr[\d. werdt, wegens de dunte en langce van zyne Poo 



ten en Staart. Dezelve liadt het Aani2;ezi2;t Vleeschkleur en hieldc met zyne Staart 



vaft, door dezelve ergens rondom te (lingeren. Deszelfs groote byzonderheid en 't 




e 



ne ik nooit te vooren waargfenomen hadt , \vas , dat de Voorpooten 



maar vier 



^ - 



Vingers hadden, ontbreekende de Duimendaar aan. Op de zelfde plaats was eeri 
andere lang-Pootige viervingerige Aap, in alle opzigten den voorgaanden gelyken 
He, uitgenomen dat hy bruin Haair hadt. Deeze aanmerking vond ik goed hier te 
'rnaaken, alzo dit Soort van Aapen door my voorheen niet was ontdekt (^ 



r 




S -g-'-S ^X-§** $ ^^-S^^-JsJS-S'i'-S-S'*^ ^^■&-§r-S-S^^*"$^^-**^-$-**"§'^^ $ * 4" ■&^t'*'&<I 







y 



/ . ' 



p 




A 



A 



T 



II 



6 



'v, 



-■• 



T 1 



:* 



De groene TVeJlindifihe Kaaf of groote Brafiliaanfche Pappegaay (2). 



* r. 



Dat deeze Vogel van de grbotllen is ondcr de Pappegaaijen , blykt gendegzaani 
uit de Schets-Tekening van den Kop, in. de Natuurlyke grootte. De Wiek , 




ilooten zynde, was qmtrent dertien Duimen lang en de middelfie Staartpen vyftiea 



Duimen. Hy hadt den Kop^. naar het Lighaam te rekenen, 




root 



den Bek van 

eene donkere Kleur^ taamelyk flerk en de Bovenkaak zeer haakig, met uithgekin- 
gen wederzyds: de Tong donkere rond en zagt: de Neusgaten klein, in een fmal 



witachtig liuidje geplaatft, dat den Bek geheel omringde. Aan beide zyden van den 



•Kop was een taamelyk breede plek der Huid , van Vederen geheel kaal en Vleesch- 
kieurig, met bruine dwars-Streepeii onder het Oog , beftaande uit kleirie zwarte 
Veertjes. De Oogen, in deeze Vederlooze Huidplekken geplaatft , hadden geele 
Kringen en zwarte Oogappelen. Het voorfle van den Kop, aan den Bek paalende, 
is met (choone roode Vederen gedekt, en men ziet onder den Bek een weinig don- 
kerrbod, zig vermengende met de groene Vederen. De Kop van boven, de ^e'- 



heele Hals, de Boril: en Veders der Wiei^ien , zyn van eeri fchoone hoog groen^ 
Kleur, hebbende de groene Dekveders, onder de Staart, met een weini 



mengd. De Slagpennen, en een gedeeke van de ry der Vederen daar boven, zvn 




rood 




e 



heeriyk Hemelschblaauw, uitgenomen eenige weinigen naafl aan deRu^, ^[q. allenf^i 



groen worden/' De binnenzyden der Wieken en de onderzyde van de Staart, zyri 
vuil Oranje-KIeur: het midden van de Ruff, de Stuit en Dekveders op de Staart 




fierlyk blaauw. ' De Veders of Pennen vari de Staart worden trapswyze naar 
kanten korter, 20 dat de uiterden naauwlyks een derde deel der lanffte van dt mid- 



delflen hebben: alien puntig zynde, van eene hoogroode Kleur, met blaauwe Tipi 



pen en twaalf in getal. De Pooten en Voetenzyn met Schubben van eene donkere 
Vleeschkleur gfedekt, de Klaauwen donker; de Voeten van fatzoen als in dlerlev 



Pappegaaijen. 



.-- 



s 



Deeze fchoone Vogel heeft toebehoord aan 




n 



keun 



p^ 




en en verpligteriden Heer 




,. (*) [H^^ zai waarfchynlyk de Simia Pamfcus zyn ge- 
weeftvan den Heer Linn/£Us , afkomflig uit Zuid- 
Amerika , by den Heer Brisson gemeld onder den 
naam van Cercophhecus in Pedibus, anterioribus Pollice 
car ens «&c. Quadrup. 211. en by Biiowme genaamd Si- 

IX. Deel. 



inlafufca major &c. Jam. 489.] 

(2) Piittacus major viridis, Maccaw didus. Enw. 
Jv, p. 224. T. 313. Pfittacus Milicaris. Lim, Syfi, 
Nm, XII. Gen. 45. Spl 2v . ""' 



-HL- 



1 - • 



' p 



B 



/ r 



r 



\ 



■ ' 



J 



\ 



!>' 



'. i 



5 



V E R Z A M E L ! N G 



TAN- 



UltliEEMSCHE 



Phxtp Carteret Webe, Schildknaap en Lid der Kon. Societeit, diehemveq^ 

le jaaren 



vendi 





heid 



II a d t 



ehouden heeft in zyn Huis in de Provincie Surrey, en de gocd 
lem my te zenden kort na dat by was geflorven , hebbende nog de Kleui 



van 2VI1C Oogen 



^j - 

r 
I 



en 






Ik maakt 'er aanflons deeze Ets-Teken'ing van op de Plaar. 



X 



3e 



lieer Webs wifl de plaats der afkomfl. van deezeri Vogei niet, en ik heb 'er 

eid kbnnen agter komeii; maar onderilel het een Amerikaan te 



met ffeen mooi^syKn 



zyn, aahgezien alle dergelyke Vogelen uit dat Wereldsdeel komen. Ik kan geen 
berigt vinden aangaande dit Onderwerp, en geloof, dat het tot nog toe niet in PLaat 




:ebrafft 



zy 




befchreeveh 



C). 



^^^< #^ ^r^ ^^j^ '^f^ 




;^,ir^AC^--r 




^iwift^i 




P 



^. 



L 





T 



% 



i 



JDe ■ Bkauwkopplg 



e 



Pi^ppegaa-j ( 3 ) 



beeze \' 



inet cen 



'5 



hee 





St 



g 



de 



g 



de Biaaiiwe G 




f> 



de 



hy 5 gelyk de voorige 



he Pappegaay 

d heeft moeten wor- 



20 



D 




! 



em op de Plaat te kuhnen brengen. 



e DCK 15 ^ 



donkere of bruine K 



5 



1 



een rooae 



VI 



a 






en taamelyk diepe uithoekin 




Huidje, redelyk digt by eikander 



hebbende de Bovenkaak Wederzyds 

De Neusgaten :zyh in een fmal 

De 



en. 




Oc 

Huid 

Vede 



hebben een donkere Kleur 6n zyh omringd met 



den vbet van de Bovenkaak geplaatfl 



kaale Vleeschk'eurig 



fch 




breedte. De Kop, Hals en een gedeelte der Borfl , zyn gedekt met 

1.^ LI j^^ : j^ T?^../i ._.-.• .•_■-_.. 3. /-I 



tramaryn blaauw , dat op de Borft een weinig 



trekt, en tev wederzyd 



den Kop 



of donkere Vlak 



B 

Vleugelen g 

■« a 

S 



t paar(che 

De Rug 



\ 



Schenkels en Wieken zyn van eene fchoon groene Kleur : de Dekveders der 





foen 



3 



naar Goudkleur trekkende: de binnenfle Dekvedei 




die onde 



8 



de middelften g 



de Staart fcharlaken rood 

ordende zydelings al 



zvde van de Staart heeft de ^.tW^o, Kleur 



De Staartveders zyn egaal va 
blaauwachtig, en de onde 




maar 



\evQndi\g niet. De P 



Voeten zyn licht Aschgraauw , gedekt met een Schubbige Huid : de Klaauwen donker 



Deeze zeer fchoone en zeldzaame Pappegaay 5 ontdekte ik in een Kouvv hangende 



_ de Deu 

key 
nde 




den Handelaar Has 
Die Heer hadt de goedheid van my, fchoon aldaa 



zyn Huis een Kame 



oonende op de Punt te Portsmouth 

Vreemdeling 



om een Schets te maaken 



ningen, ten einde de Af beelding te kunnen voltooijen: maar, hy kon my 



en aantekC' 

sen be 



richt geeven 
dien kree 



de Vogei was: d 





ft uit de Middelandfche Zee kwam 



ik weet I- nerp;ens 



Pappe 




a 



afkomft volkomen onzeker: ho 



k beO 



dat het Schip , waar mede hy 



vee! 
zyner 



wier Kuften 



lyk huisveften. Dus blyft my de pi 



5 



hebbende 
p-ebeeld 2 



dergelyke gezien* 



I 



of befchreeven 





dat deeze Soort zeer zeldzaam zy 



1 



ook denk dat d 



e 



tot no 





toe 



af- 



\ 



\ 



PL A AT 



I ~ ' 

(*) [Baiten twyfel' is het de Pfittacus Militam V2in als de blaauw en geele, afgebeeld. Zk 



den Heer Linn/eus , als waar van de Ken merken , z6 wel 
als de befchryving, met deezen Vogei llrooken; hoe- 



(3) 



Werk.l 



wel geen Autheur door zyn Ed. wordc aangehaald. Hy 314. Pfittacus Guianenfis cyanocephalus. Briss. ^y. 



fleit zo Wel als Euwards , de plaats der af komfl on> IV. p. 247 



\ 



zeker; des ik niet begryp, op wat grond Sbligmann 
hem een Brafillaanfche Pappegaay genoemd hebbe , ge- 
Ijk op de Plaat is gefneeden. Edwauds geeft hem 



Syfi- 



den naam van Maccaw . aan deeze Vogelen gemeen. 
Zie myne Natuurlyke Hiftorte^ I. D. IV. Stuk, bhdz. 
236. Door hem zyn twee andere Maccaws of Weil:- 

indifche Raaven j naamelyk zo we! de rood en blaauwe 



Gen. 45. Sp. 39, 

: (t) [De Heer Linn^us flelt de afkomft van Suri- 
name , alwaar zodanigen zouden waargenomen zyn. 
De Brisfonfche was van Guiana, daarnaaft gelegeri. 
'c Is te verwoaderen, dat deeze dan niet bekender en 
gemeener zy. De grootte van een Tortdduffj even- 
wel , doet hem cenigszins verfchillen,! 



t" 



/ 



\ . 



^1 



\ 



% 



IE 




E 















r. 





f 



V' 




^ % 



^i^'^^^^^^:^^^^^.^^^^^^^^^'^^ 



^ 



^■^^■^^'^■^ 



• ^ 



\ 



/, 






A 



T 



IV, 



k- 



'' 



' ^ 



De h 




.'f *^H 






tappegday (4) 



,* 



!* T- 




c 



D'ee'ze Voja;el hadt bmtrent de grootte van de gemeene Wilde Duiven , die merl 

?r: vveshalve hy 00k op de Plaat verkleinc! 



Idvliegers noemt of een vveinig mind 



Voorkomt 



Zy 



Bel 



donl' 



er 



5 



met hoek 



OranjekJeurige Vlakken aan 



dB 



^yden van de Bovenkaak^ zynde de Neusgaten omfingd met kleine roode Veertj 



d 



K 




zo van boven 



als 



aan 



de 2yd 




e 



glans van Blaauvv op de 



der de Oogen, zWart, met een 



^ 



met een fmal flrookje kaale Huid 



d 



Hy heeft de Oogen van een donkere Kleur 



3 



hiiddelyk beneden dit Z 



loop 



licht blaauwachtig is 



5 



omrin 



van deri K 




d 



O 



des Kops^. ben Ring van Feuiljemort KI 



g 



J 



De tl 




kehd met larigwerp 



rond tot bet agterfle 



- 1 




teren, de Rug, Stuir en Dekvedeirs der VViek 




e 




Vlak 



zyn 




bruinachrig 
i-en daar be 



De grootde SJagpennen 



gen van de naafte ry der Vede 



zyn fchoort ulthlnaryn blaau\v : de Slagpennen naaft 



het L 




haam en de Dekveders naafl daar boVen, zyn donker met een vveinig bJaauwheid 



de 



den : de birihenzyden der Wieken 



blaauw dan de bovenzyde en de 



tippen der Slagp 




eheel donker blaamvi maar heeft de 



DeStaart vertoorit zigj geflooten zynde 



boven 



die Baarden der Pennen rood 



nomen de tippen , die blaauw zyn en de onderfle Dekvede 



rood 



g 



De Borft 



$ 



Buik, D 



zig paarsch van Kl 



eur: 



dev^' 



}' 



fche Franje hebben. De Pooten en VoQtQn zyn gedekt 




e 



donkere Veders een paar 
t een donker Vleeschkleti 



rise 




Schubbig 



Huid 



* 



Deeze fierlyke Vogel werdt gezegd vari Suriname afkomflig te zyn. Leevende 



jaar 1761 , de eigendom van myn keurigen en waarden Vriend, J 



"U^as hy 

F0THERGILL5 Geneesheer te Londenj die de goedheid hadt 

^ynde 



hem 



my te zenden 



5 



dood 




d ^er, toen hy [qq^Aq^ reeds een Tekening 



gemaakt. Ik onderftel, dat het een zeer zeldzaame Vog 



meer gezien heb, en hy 




i 



ik onbefchroomd meen te mo 



hog toe door geen Autheur afgebeeld of befchreeven 




ik dergelyken 
nzeggeuj tot 



V 



/ 



% 



j©s:^2»^^s;®'®ss:®;^5S;s^^:S;:S::©s:s;S5S$s:s:;®:;&®S(:©!)S;^S0»S0i®®®;S!»j^^ 



F 




A 



A 



T 



V 



a 



l^el Aapje met de ruighdairige 




(i) 



( 



D 



4apje hadt omtrent de g 



van 



Mannetje, dat echt 



half gegroeide Kat 





blyk gaf van eenige geilheid. Het fcheen 



was eeri 

ederef 




■ te zyn dan de groote Aapen , zynde in zyne driften eigenzinnig ; aizo het V( 
enheid hadt voor fbmmige Menfchen en een geweldigen afkeer van andere 



met 



beide opzigten beflendig 

Het hadt den Kop taameiyk rond^ het Aangezigt en de Ooreri VleeschkleunV 



g Haair daar op : den Mond taameiyk wyd : de Tanden 



i 



Tong veei 



' ■ r 



die der Menfchen gelykende, even als in de meefte waare Aapen, De Oog 



■s 



tva- 



C4) 



rp 



Ridder heeft dee^.en niet aangehaald. Het zal, myns 



Wi 



bade 



LXII 



hoorende 



I 



\. 



5# 



\ (5) Simla 
Simia trepida 



.] 



^# mu XII. Qen. 2. S 



2©i 




2 



Y , 



\ 




VERZAMELING 



-t 



VA 




UITHEEMSCH E 



■ ^ L 

Hazelnooten-Kleiir, met zwarte Appelen: het Aahgezigt was van boven m 



d 



gachtig bruin H 
zif? een weinig v 



ge 



2 



6y de kruin des Kops gedekc met donkcr kort H 



ffendc. d 



e 



InzondeVheid was het aanmerkelyk, dgordicn 'er die ZaK'^ on 



Kalot ofrond M 



t\ It t /J 



der de Kaaken 



welken men Ih de 



S 



V£ 

H 



den H 



en 't 



Aapcn vindt 



5' 



I let aeterfl 



\^ 



dden van de Rug was gedekt met redelyk lang donker b 



K 




pswyze verandeit in licht geelachtit 



aan 



d 



Z 



J 



rh 



ft en Buik, alwaar het Haair zo dun en kort is, dat men de Huid en Tepels kafi 



zien: maar'de D\ 



bben donkerer en roodachtiser bruin 11 



de vier Vo 



ry 

O 



heeft 



bekleed met donk 



n 



r: van 



z u 1 k 



g 



kt. Zy 1 
dat het d; 



Huidj'die b} 

g 



5 



Aa 



ali 



s 



de S 



k- 



d 



het dez 



/e 



iru t 



derwaards en het Diertie kan met haar end 




heel 



eene 




naar de andere. 



hangen gaat , 



ode 3 door behulp der St 



d 



"■^f 



Dit Aapje werdt g 



door my 




d 



van Suriname afkomfl 



den V^riend 



3 



Kapitein zynde van een Kaape 



Kapitein 




te 




Met was my vereerd 



Do 



van 



R 



d 



?1 



e 



Weflind 



terugkwa 



door 



dt in een Vyandlyk Schip, d 



van 



m 



erd 



in 



de 



dat deeze Soort van Aapen b 




Af beelding gebrag 



759 



Ik geloot 



t v/are 



!.V 




I 



^$■•*'4^'*■^;$*^•§'S^§^iS«^iJ$■^:i^^^^^..r|^^-^^^^ 



i 



P 



L 



A 



L ' 



J 

A 



T 



VI 



- -v 



b r* 



h _ 



1. 



De groove zwarte Kakatoe (6^ 



• • 



'. 



D 



5 



Pappegaay 



de eerfte 



g 



Hy 



v 



alt 



-1 1 



blaauw en geele Maccaw, Arras of Weflindi£-he Raaf 



Schets van den dmtrek des B 



4 ' 

3t klei 

I 

Ameri 



rood" 




g 



g 



het voorfle des Kon 



dan de 

Op de PIaa€ 
n de iXatuur- 



' -. 



ne 



De Bek van deezen Vogel is flerk,^ zeer krom of haakig 



KI 



met een hoek ter wederzyde van de B 
metPluimpjes, waar inzig de Neusgaten bevinden. 



\ 



donker b 

edek 



yden des K 



D 



Oo 




r 



J 



i t 



O 




en 




en zy 



zwart. 



De 



kaale, roode, rimpdige Huid. De Kuif 

m opv/aards 



het onderfle des Beks , zyn gedekt met 



\ 



pzet 



eene licht 
boo 




raauwe 



leur, 



met de 



H 



zyne Kuif meeV 



Veders puntig v.ii tiui^ ^v. li^^vtu upwciarus omgeooogen. 

(Ian hier vertoond wordt en ook plat neder iaaten vallen op het agterfte 
van den Kop, gelyk andere Kakatoes. Zyn geheele Pluimagie, van de Kuif ne- 



derwaards, is blaauwachtig zwart of donker Loodkleur ■ wat hchter van onderen da 



P 



d 



R 




en Wie 



De Staa 



is 



hebbende de Fennen van 



br 





de B 




elyk 



la 



g 



ngte. De P 



dan gevx^oonly 



'■" 1 



d 



r\ 




\ 



V 



b 




Iv 



De Af beeld 



en bekleed met eene ruuwe Schubb 



en Voeten zyn zwartachtig 





d van eene Tekening 




e 



luid 



rootte, gemaakt op order van den Heer Joan Gideon Lot en, G 



Leven en in de Natuurlyl 



Eiland Cey 



L 

F I 

ken 



dee7.e eerfle 
welke ik heb 



andere Va%heden der Holland 



die Kuft 




genheid 



Met pi 



om de groote verpligting dankbaarlyl 

t heeft wat 





m 



aan Zyne Excellentie, die alles toegeb 
mooelyk was, tot voltooijing van myn Werk, door het bezorgen niet alleen van 



■v 



ver- 



en 



(*) Men vindt ook, door den Heer Linn.eus , 
deeze Soort wa.rfchynlyk van Edv/auds oncleend _.. 
wegens de Vreesachcigheid trepida genoemd hetfV. * 
geen ander Autheur op hctzelve aangehaalJ. Zyn lid' 

inerkt bovendisn aan, dat de Nagejs rondachtic; zvn ,' 



V 



gelyk Hit de Afbeelding blykt. De WelEd, Heer 



M 



(6) 



1 



'Z>- 



a m-ignus iiiger.EDw.//t;.p. 229.T.3id- 




V- 



'^.^ 



./ 



•. 



v_ 



:■ 



\ 



. ' 



^ 



^ 



J 



EN 



Z EL 






A M 










N. 



> 




verfcheide nieuvve en 
fraaije Tekeningen, n: 



lyke Stukken m hooge bewaarlng; maar ook 



de Natuur gem 



Zyn Ed. heeft ook de Liefhebbers 



deeze Ryken grootelyks verpl 



doen 
ning 



:eer gro 
Waterv 



3 



keu 



ge en 

de fraaifle D 



door aan het Brittannisch Mufeum prefent te 
koflbaare Verzameling van oiripronklyke Teke- 

snz., die inboorlingen zyn 
zelen des Lands, wel 



PJanten 





e 



India : te gelyk met veele Staalen van de Voortb 
con/erveerd; welk alles my ten behulpe geftrekt heeft 



Deeze Vogel geloof ik in Plaat gebragt te zyn door Petrus Schenk , onder den 



aam 



Co 



Leven 



In dims ^ 

Amfterdam, Anno 



Boekje van Af beeldingen van Vogelen naar 



707 



door 5. van der Meukn uits;effeven. 



^SJ-ft-^^-^^^^-^^t-Js^^^^^-^^^S-^-f^^^'g-^^ilJ^-S-^^^^^ 



h-B^- 



P 



L 



A 



A 



T 



VI I. 



\ 



* 



■- 



De kkine ivitte Kakatoe met een geek Kuif (7), 



Deeze Vogel Is wat kleiner dan de gemeene x^frikaanfche graauwe Papp 



met een roode S 



Kuif. 



met 



opg 



De Schets op de Plaat, daar 
ynde , vertoone. 



3 



_aay 
wyfl aan, hoe zig de 




B 



Hy heeft den Bek donker Aschgraauw en Tanden of Hoeken aan de zyden van de 



Op zynen Kop heeft hy lange Veertj 



hy, naar wel 



ren vallen laaten. 




evallen 



Kleur 
kan opzetten tot een getoornde Kuif, of naar ag 



een fchoon g 



3 



den Voet der Bove 



De Neusgaten ftaan in een fmal Huidje, [het Wasch genaamd,] 



De Oo 



Loodi' 





zwart. Onder ieder Oo 



e kaale Huid: zy hebben de Kringen helder Oranj 



geplaatft in Plekken van een iichc 




groote piek geele Ved 



de App 



g 



5 



V 



den Kop nederwaards, is wit , uitgenomen een fl 



der aan de Borft, aan de zyden onder de Wieken en derzeh^er binnenzyd 



Het overige der Pluim- 

tint van geel on- 

^n. De 



Wieken en Staart zyn by 
ker blaauwachtige, Loodkleu 
Ik maal 




ge, 



lyke langte : de Ppoten en Voeten met een don 
Schubbige Huid bekleed 



te de Tekening van deezen Vogel ten Huize van Lord TiLN 
zyn van de Nederlandfche Ooflinciifche Eilanden afkomflig. Brisson heeft 




y 



Ornithologies Vol. IV. p 
ppynfche Eilanden was overgevoerd 



ik meen , deeze zelfde Sport , ^lo, van de Ph 
Ook is 



deeze kleine Kakatoe door Albin 



befchreeven en in Plaat gebragt, Tom. III. p. 12 j doch hy meldt de plaats van des 



zelfs afkomfl 



I 

ne zal 



mog 



flrekke 



Ik hope dat deeze myne Mho-Q^^m^ tot verbetering van de zv 











P 







V 

























A 



A 



T 



VIII. 



Be 



1 

graauwe Brafiliaanfche Klaaimier (8). 



« 



De Voorwerpen zyn hier in de Natuurlyke grootte vertoond. De Vogel heeft 
den Bek zwartachtig en een weipig nederwaards omgeboogen, zynde het Voetftuk 

' ■ ' ' ■ . • ■• .- , " ^ der 



/ 



(7) 



PD 



Crilla flava. Edw Ao.. 



de Heer Edwards aldaar , is niet grooter dan een ge- 



zondere Soort van deezen noch ook van den voor- 



meene Duif. 



gaanden, maar wilze vergeleeken hebben met den (8) 



grooten witten Kakatoe, door Edwards op zyne PJ. 
1 60. afgebeeld, Zie denzelven in de Derde Band dee- 

2es Werks , op PJaat L V , vertoond. De kleine , zegt 

/X. DeeL 



W. VAN DER MeU 

Edw. A-d. p. 231. T. 



318. Cotinga cinerea. Briss, Av. II. p. 353. Lanius 



Nengeta 

c 



w 



9 



Gen. 44. Sp. 7. 



> 






ID 



VERZAMELlNG 



der Bovenkaal 




(1. 

ronde bezet met iry 



H UITHEEMSCHE 

\ , 

L 

Haaiftjesj die voorwaard 



Van de hoeken des Beks gaan breede T-warte Streeken onder de. Oog 



B 



terfle van den Kqp. De Kruin 



Nek 



Rug 



Wieken, 2yn van eene donker brulnachtige AschI 
bende de buitenfle Pennen ver been wit getipt 
van de middelften langft en « alien hebben zy z> 
veders der Wieken, 20 



fie Dekveders der 

De Staart is zwart, heb- 



Getal der Pennen is twaalf , waar 
of donkere Schaften. De Dek- 



Borfl: 



boven als beneden, ^yn zwartachtig, maar de Enden van 
itacHtige Aschkleur. Rondom de Opgen, als 00k van den Keel langs de 

de geheele Vogel gedekt met licht 



de Dekveders onder de. Staa 



Aschkleurige of witachtig 

de grootte 



; Vederen. De Pooten en Vo 

5 zyn donker Aschgraauw , de Klaau 



buitenfte Vinger is , aan 't begin , met den middelften lamengegroeid 



elyk fie 



den Vog 



zwart 



Dc 



De by 



ken 




gde Kapel is een Chineefche (^). Derzelver Lighaam, de Ond 



de deelen der Bovenwieken naafl aan het Lyf, zyn van een fchoone Oranj 



kleur, met zwarte \ 



verklaaren 
pLirperkley 
flaauwer. 



enden der Bovenw 



'e 



Vlal. 



beter uit de Af beelding 

paarschachtjg 



dan met woorden 



met witte 



weinig 



Aan de onderkant heeft zv byna de zelfde Kleuren^ doch 



De'Schildknaap Matthew H 



Zoon van Sir Thomas Har 



RIS0N5 J^^^ 



^y 



pell 



vereerd 



Londen , heeft my deeze en eenige andere Chineefche Ka 



' ■*'"■ -* 



J. 



w 



De befchreeyen Vogel komt 2;eer naby aan orizen 



P 




en zou misfchien 




r ■ 

rooten Slachtervog 



van 



.i- 



2yn: want ik heb den gemelden 



Noord-Ame 



Wyfje van die Soort kunnen 



komende 



keuri 




met de onzen, die men in Engeland en Duitschland vindt, overeen. 



naaiiw- 



H 



v.eel de mvne 
derzelver befchryv 



d 



a 




WiLLOUGHBY verfchille 
ipmaaken. Hebbende 




men 
mvi 



t> 



3 



den Schildknaap P. Collinson, Lid der Koninglyke Sc 

Bericht ontvangen aangaande den grooten Slachter-Vogelj beveftio-d door de k 



jelykii 

gen Vnend , 
buitengemeen 



dieheid 




een 



Heer 



A 



3 



r 

genaara zal zyn 



hop 



ik 



P 



dat hetzelve myne L 



^ 



* 



De 

1 ■ 




eer 




kow naar 



ELL een Liefhebber en Natuur- onderzoeke 



r 




heeft 




af 



eKing do 



3 



d 



Vy 



Reis van Mos 



berie sedaan . en Ian 





adn 





Rusland zyn Verblyf gehouden 
in een Brief van den 5 April mv, dar de 



in 




edafften Heer bericht , 
of Aschkleurige Slachteryogel dikwils door de Vogelaars in Rusland 

Zodanig een werdt aan den Heer Bell g 

Stok , met een fpitfe Punt aan het uitfleekende end , in den V/and vaftmaakte 



tarn g-em 




de 



I J 




evangc 
even^* d 




om den Vogel op te laaten ruften. Byzonder 
van deezen Vogel. Wanneer hy 



a 



klei 



G 



Vog 




zyn Kamer liet vliegen , dan vloog die aanflon 



ertoonde zig toen de natuur 
^t zy een Vlaschvink of 



vatte het Vogeltje, op een zonderlinge manier 



Ademhaal„ 



zonderlins was 




eflremd 




fchielyk ter dood 



den K 

ebra 




dien opzigte^ dat hy het Vogel tj 





van den Stok, en 

waar door deszelfs 

erdt. Niet minder 



e 



zo even 




edood 



Stok bragt, en hetzelve aan de fcherpe Punt fpitfie, trekkende het met zy 



Klaauwen voort. Dit deedt hy verlcheide Vogeltjes ag 



g han^en 




3 




Dit Ipitfen der doode Vogekj 




elegenheid hadr. 



flukken te kunnen fcheuren 




ar zyn 

1 Bek 

laatende dezel- 

otfize op zyn gemak op te" vreeten. 

einde dezelven be- 



Havik doet, met zyne IJIaauwen vafi: te houden 

ryter 



eving der Nat 

hy heeft de kragt met, omze, gelyk 



} 



maar 



zy vaft gefpitf^ zyn, dan is hy fler 



met zy 



Bek 



van een te 




g omze aan ftukk 



-4. 



^ 



^ 



.■:■ 



« I 



(*) Phatena Militari 



-^ 



,t 



kry. 




Nat. Xri. Gen 



D. XI. Stuk , bladz. sg6. [Doch 



if. IV. T. 6. f. 3 . Nat. Hill 



verfchillende 



midden 



y 



X 



E N 




E L 






A 











M. 



II 




Rus/en verm^akeh ^ig Veel, met het overleg en Wreed bedryf van dee- 



op 



d 



manier 



fchouwen 




De boven befchreeven 



krygen. 
20 Voge 

naby en misfchien wel de eigenfle als de GiiiraruNheengetaV2.h MAftttdllAAF 
Willoughby's befchryving, in zyne Ormthologie p. 235. 'Hy was in Sp 




le 



*-. 






met veele anderen 



Suri 



Zuid-Amerika overgebragt en bevindt 




thans 



de Verzameling van den Heer John Fothergill, Medicinse Doctor te Londen 



6 



*^*'^*-*§^$S'^'**'*-^'S'^^lJ'**^^§-3&'§**-***g-**^^^ 




P 



L 






IX. 



De 



twari- 



en geek Aakfier van Brafil 






Van de PI 
Zyn W 



Vog 



^ 






Is hler klelner dan Natuurlyk veitoond, om hem beter in 
brengen. In grootte komt hy byna met de Bonte Kraay overeen« 
flooten 2;ynde, hebben omtrent zes en een vlerde Duim laoffte. 



Zfe een Schets van den Kop om laag in de Natuurlvk 



De Bek is reg 



hoewel 



een weiniff nederwaard 




rootte 



js en 



icherp 

Xve i n i 

Dekveders van ieder Wiel- 

1 

boven als beneden de Staart 




lad 




s 




eel 




van 




eboogen aaii de Punt: 



• - 



■1 




.'. 



De PJuima 



vry 




zwartj een 




de Oppervlakte 
den paarfchen gliniterende , uitgenomen een fchoon geele^'Vlak op de 



De Jaagfle helft van de Rug, de Dekveders 



^b wel 



*( 

) 



ien de Staartpennen 




haare 



ichoon Gouda; 

wein/g Wits aan de kanten der binnenfle Baardeii van de 



planting, zyn 00k 



Aan de binnenzyde 2yn de Wieken zwart ^ Ditgenomen 

Slae'Dennen hv der'zel 



planting, De Staart heefc twaalf Veden 
Ien van don Vogel hebben de Donsveertj 





^pennen 

Zo wel de zwarte als'de ^qqIq dee. 



de;Wortels 





r 



Ved 



Hy heeft taamelyk flerke Poo 



Klaauweci, die m 



deren zeer wif 



■* 



chub 



^yn. 

Marcgraaf zegt, dat de Ooffen Safie 




edeke 



De buitenf!e en middelfle Vingers ^yn aan hun begin een weinio; vereeni^'cf 








Deeze Vogel is de ^upujuba of yapu'defBmfil 




> <- 




i 



dien A 



h 




end Ne(L Mar 



by WiivLOUGiiBY p. 142 en de Af beelding PI. 23 




aan 



Boom 



de befchryving van 

een 





Ichry 
klein 



honderd zodanige Neften aan.de enden der Takken 



a by 



Hu 



IS 



dan 




n beter dan die 

r ^^ 

flegt getekend 



zyne 




en. 



dat men 




zyn 



Hoewel ^yne be 





lchuldia:d 





vind ik de Afbeeldi..j^>.., ^^ 
een ree-t denkbeeld maaken kan van de Onder- 

ver- 
die 



werpen, die hy meent uit te drukken. Ik ben deeze verbeterde Tekeni 



Kapitein Washington Shirley ^ thans Graaf 



partyen 

pry 



Fransch Schip^ uit Zuid-Ame: 

van zeldzaame en fchoone Vogelen van dat Land^ welke 

aakte 



Ferre 




L.E.i 3 Luaii:j Kjid-dL van rerrers, die 

iswaards komende, een der grootfte 



mimer 



^eide , dat dexelven 
leed het 



ynde die alien zeer zuiver en fraay opgezet en ffeconferveerd 




\ 

5 



Men 




Biikt waren tot een prefent voor Madame Pompadour.,* Hoe 



my was; dat eene fchoone Dam 



e 




mg, 



verlufti 

den te 

myner WerL 

den van gedagten H 



erheugde ik my niettemin uitermaate, dien Pry 



beroofd werde Van een 20 loifelyk 



.velke byna d 



e oir 



zaak 



waar in 





: dikwilj 
delen O 




is 

ele 





g binnen Lo„ 

eweeft der Uitgaave van dit laatfle Deel 

held hebben 7.al , om den naam te mel- 



wiens 



te veroveren , mede tot myn vcordeel 





evallen 



dat Schip te ontmoeten ea 



« 



\. 



-■jg. 





k 



[D 



IV.^ Stue, biadz. 212.3 ' 

(9) Pica niffra & lutea Brafilienfi 



£.' ^ 



Will 



dat zy op de Haage^n gaan zkten en Vogeltjes op der^ 1. ^..^. ...«x^.x.^a ...,, ..,„«nv wTrr ^. .^ 
gelyke manier aan d? Doornen fpitfen'of lis 'c ware ficas lu eu; BhiT^. If p xoT T g f V Or'nf ; 
den Nek omdraaijen ,_en dan van elkander plukken: Vr-'^— ^ - ^''^"i-^^^'P^-^'"^' ^' ^'> ^' ^"oJ^S 



gelyk ik 



IMq. 



Syfl^ 



c 



- ■ 




/ 



52 V E R Z A M E L I N G van U ITHEEMSCHE 

r 
■ 1 

, De Heer Brisson geeft een goede Af bedding van deczen Vogel, dien hy Cas- 

ftqm Jame noemt, Levensgrootte, in 'z,yn Vogelen-Werk, Tom. If. p. loo. PI. 9. 

f. T. Hy zegt dat men hem in Brafil, en te Cayenne, een Volkplanting der Fran- 

Ichen benoprden de Rivier der Amazoonen , vindt. Myne Plaat was ge-etfi: en 



5 vindt. 
voltooid 5 voor dat de Ornithologie van den Heer Brisson aan 't licht gegeven 
warej anderszins zou ik deezen Vogel nict in Af bedding gebragt hebben if). 



\. 



ft. 



i" 




^^^ 



^"^ 

P 



L 



A 



A 



T 



X, 



De blaauW' en groene Aakjier (10). 



/ 



^^ 



Dee2e Vog 

eeft den Bek 



IS 



h 



op de Plaat, in 2yne Natuurlyke grootte vertoond 



Hy 



kaak wederzyds , naby de Punt. De g 



weinig nederwaards geboogen, met een hoek aan de Bo 



de Staart, het onderfte 

ichoon blaauwe Kleur 

glanzige Oppervlakte \ 



Kop 



de Rug als ook de Staartp 



Hals en onderzyd 



zyn alien van eene 



V 



wel boven 
van de Ru 




polyfl: Me 



g met paarsch ge(chaduv/d, hebbende een helder 



De kleinfle Dekveders der Wiek 



zo 



beneden , zyn van de zdfde glanzig blaauwe Kl 



Het middelfte 




3 



Ichoon 



de Slagpennen 



de twee ryen van Dekveders boven dezel 



g 



met 



weerfchy 



zyn 
gebruineerd Goud. De Dekveders 

.vars over ieder Wiek: de binnen- 



^ 



hebben zwarte Tippen, twee ryen maakende d 

zyden der Slagpennen, en onderzyde van de Staart, zyn donker zwart. Aan het end 

der Staart en het m\diiQ,n des Lighaams tusfchen de Pooten, zyn de blaauwe Vedei 



met 



gefchaduwd. De Pooten , Voe 



groen 

de grootte van den Vogel, gedekt met zwarte Schubbe 



en Klaauwen, zyn taamelyk flerk 



tenflen Ving 



hebb 



den Wortel, met den midddflen een weinig famengehecht 



den bui 



Men heeft my ondern'gt, dat deeze Vogd van 't Eiland Ceylon, in Ooflind 



afkomftig zy. Hy be vindt 



g 



wylen den Hoog Edelen Lord Melcombe 



bezitting van den Heer 



Die Hee 



naar, en toonde my verfcheide keurige Teke 



g 



zyn eigen hand , waar mede hy zyn Vertrek 



PAGE , Edelman van 
zelfeen zeer goed Teke* 



Vog-elen en 2. 



Huis van Lord- Met 




COMBE, hadt opgefierd. Hy verpligtte my met het gebruik van deeze en andere 

De hier belchreevene houd ik ontwyfel- 



baar 



•lyke Voffden^ 



om 



,-'» 



voor een onbekende Soort 



Natuurlyke Hiflorie, daar mede overeenkomfl 



aizo ik geen Afbeelding of befchryving 



de 



t) 



kan vinden 




^^^•^^^■^^^ 



P 





A 



■-L 



A 



T 



XL 



Be 



^ 

gromQ Aakjler van Ceylon (11). 



s 



r 

Deeize heeft op de Plaat ook zyne Natuurlyke g 



beneden 



alleenlyl 





■ 

De Schets van den Kop 



kaak wederzyds digt by de Punt heeft, aan te wyzen 



gd om een kleine uithoeking, welkede Boven 



De Bek is regt , taamelyk dik en zwart van Kleu 



\ 



Van de Neusgaten loop 



bei 



(*) [Ik bezit 'er zodanig eenen, uit onze Kolonien 
welke ook aan die Kufl leggen, overgebragt, onder 
myne opgezette Vogelen.] •- 

(10) Pica coerulea & Viridis. Edw. A% p. 



(11) Pica viri 
T. 321. Merula 



T. 



320. 



23 «^' 



7 



« 



"% 



V 



*■ 



E N 




ELD 




ir 




A M 











\. 



11 



bcide 2}' 



e 



Streep b 



■/^ 



Bek 5 is helder geel 
Streeken, lai 



Van de hoeken 



des 



Oog. De Keel 




eks, beneden de O 



\ 



V 



aan 't 



6 



de zydei 



V 



d 



en Keel nederwaards 



d 



begin van de Boril 



^ onmiddelyk oiider derl 

'gen , loopen zwarta 
2ig in een groote zwarte 



van de 



zwarte Streeken , zvn de 



\7 



Schenkels en Dekved 



eertjes 



Op net Voorhoofd en aan de 



Aschk! 




Borfl 




^ • 



W 

Stu 



d 



ver 



nder de Sta 
aardfe Dekved 



3 



B 




^ 

5 



2> 




eel, 2o wel als de zyden onder de 



.^ 



e 



d 



I 

bovenzyden der Wieken, zyn Olyf 



des Kops , de Net 



Rug 



5 





helderer op de 



de kanten der grootfte Slagpennen, dan elders. De enden deezef Pen 



lien zyn 2\varc of donker, de binnenzyden van eene bruinachtisfe Aschkle 



Ved 



ers van 



de S 



vvorden zydel 



b 



De 



zwartachtio- , doch aan 



d 



zyn 



boven en benede 



Staart, een weinig Olyfkleurig. De Po 



e tippen geel, met de kanten, aan de bovenzyd 



de 



Voeten en Klaau 



waaren don 



ker Loodkleurig of 



k' 



^ r 



I 



Deeze Vog 

Ian Gi: 



was 



T 

5 



met veele andererl , uit Ooftindie overffebra 






Konfnglyke S 



LoTEN , Gouverneur van Ceyl 





1 

t doo 



r 




en 



d 



II 



y thans zig bevind 
30. Fig. I,- deez 



dezelven prefent deedt aan het B 
De Heer 



Schildknaap 



Lid d 



Mufe 



um 



a! 







en 



Goede Hope getyteld : maar ik ben ond 



RISSON heeft, m zyne OrnUhologie^ Vol 
Vogel afgebeeld en Gekraagde Merel van de Kaap der 



dert my 




dat ik dikwils Ooftindifche Vo 



dat hy van Ceylon kome. Het 



Wf- 



•le 



g 



hel- 



want het is waar/cliv 



dat 



•i-^f 



3 



nder d^n naam van Kaapfche 



e 



Holland 






V 



diff als dood 



■o 



men en 



dezeJ 



de Kaap b 



dikwils Vo 



zo 




I 



1 



cop 



d 



om 



,^ alwaar Schepen van andere Natien aanko 

Europa 



zi 



daar zy d 



,iet inDOorjingen zyn van ae p.auc^;, uaai ^.v uic 
onder de Lyliers plaatfl ^ acht ik. eer , wesens 



b 



nen. 



— A 




beeldende 



loewel Br 



ken aan de 




de lioekjes aan den Bek 



dat 
lem 



behoore 



opj dat hy tot het Geflagt der Aakfleren of K 



en d 



.rv 



t 



<n3.^. 



9)tJ.5t^J 



.^'i2g:i^'i^'^j^i^g^aj^»;'^5f^^g^.ajfe 



P 



L 



A 



A 



T 



XH. 



r 

Z);; zwarte geel gewiebe Aakjl. 



(12) 



r 

De Af beeld 



Vogel 
Keusg 



heeft 




en 



een 



p deeze Plaat, zyn wederom in de Natuurlyk 



welke Bri 



merkel} 




ng aan de 



der covenkaak 



D 



\ , 



aangeweezen heefr 



de Afbeeldinff , door hem daar 



boven 







\ . 




eleven, niet 




De Bek is fcherp, een wein 



N 



d 




eh 




pg 



Pluimagie van den Vogel, 



derwaards eebooffen en zwart 




van 




leu 



r, 20 



uit 




de bovenzyde der Wieken, die helder geel 
gezoomd 

den 




zyi 
Zwartheid is niet van de glanzi 



3 




__-, j_,_woonen zwarten Mannetjes-Merel. 
middelften langfl en zydelinas verkortende 





enomen de kleine Dekveders op 
en de inwaardfe Dekveders geel 
Soort, maar gelykt naar die van 



Staart beflaat uit twaalf Ved 



De P 

alien 



Voeten en Klaau\ 
of don 



zyn red 




A 



lyk 



O 

^ 





rof 



de . Af beeldi 

naar 't Lyf 




de 
is vertoondj 



3 



? 



en 



De Sprinkl 



h 



der afffebeeld 



\ 



haanen , (die fomtyds by geheele Wolken 



d 



erfchik weinig van de gemeene Sp 



welke door hun bezogt worde 




rfcl ,. 

zaake 



F 




Hongersnood in 




e 



dan door d 



T b 



(12) Pica nigra Alis flavis. Edw. jIv! p. 2-5 
22. Xanthornus Cayanenfis. Biass.. Av. il. p 




DeeL 



1 2 -J. 



^ 



T. 9. f. 2. Oriolus CayanenSs 

Gert. 52, Sp. jj, ■ 
D 



e 



Lao 
nmerkelyk< 

fcherp 

Syft, NaL XI] 



.411 



GS» 



y 



A 



H 



V E R Z A M E L I 




¥AN 



UIT 



IE EMS C HE 



Augufius van 't jaar 174^ 



felierpfe en ploGijen;, van liaar Nekfchild (*). Den 4 i\uguitus van 't jaar 174^5 
cign wy verfchrilit door haare verfchyning in de nabuurfchap van Londen; maaf 




de Yoor^feniglieid liet met toe 3' dat zy in zulk een nienigte kwamen, om de Vrug- 
ten des Aardryks te vernielen* Een der gerneene Sprinkhaanen heb ik ep PJaat 







jn 



myne Vogel-Hiftorie j afgebeeld j 



welke hier mede vergeleeken kan wor- 



5 



den, om het verichil van OTootte te zien 



Ik reken dat deeze oratrem zesmaal 20 



Lvvie: zv als de andere. Dezelve was over 't fi:eheel roodachtlg bruin van Kleur. 




\q% var^ deezg Soort bevindt zig in 't Brittannisch Mufeum, maar niet zo groot als 
die^ naar Welke ik deeze myne Afbeeldinff maakte (t). 




e bei'chre^vene Dieren zyn beiden naar h Yoorwerp getekend. De Voffel is 



^^a ^^i genen 5 ivelken d^ Graaf Ferrers in een Franscli Sciiip prys maakte^ g^tyk 



i| reeds genigldbeb. Beisson heeft denzelven afgebeeld en befcbreeven onder den 



mqm, vgQ Carouge de Cayenne. Het is een Jnboorling. van Gujana in Zuid-Amerika 






Uit welk Land de Sprinkhaan kwame heb ik niet kunnen ontdekken. 2^y heefc aan 
^^:ylea MejuffrQu;^ Barrii^^^^ van^Bath toebe.hoord', en was b^waard in een 

hgai' eigen, lamenflelling , welke zy geheim hieldr; doch ik ge!oof dat 




ogt 



\a 




Iiet nigts ware da,n een flerke Solutie van ffemeene Aluin in Water: want eenwei- 




ni 





daar van in een Kopje laatende uitwaafemen , hadt het overblyvende Zotit de 
edaante en Smaak van Aluin. Zy hade veel dins;en , welke zo wel eeconfer- 



veerd (cheen^n. te zyn in dit Vogt, als die men in Geeften bewaart, en indien zulks 
op de E^Pef blykt, dan zai het raadzaamer zyn, bederflyke Zaaken in Aluinwater te 



(sewaaren dan (n Geeften; als aan den eenen kant beter koop zynde en aan d 



en 



an- 



deren, in 




eval van Brand, het Vuur eerder uitblusfchende dan Voedzel seevende 



I)e Spj-inkhaan is thans in handen van den Boekverkooper Milan, by 't Admiraali- 
t,§it;.s, Hui's, rtiynen zeer goeden Vrind, ^\e my zeer yerplicht heeft met het leenen 

van veele keurige Yoor\yerpen derNatuurlyke Hiftorie, tot myn gebruik. ■ 



■ ' 



1^^ 



**^ 





'-i^' 



^ 



P 




% 




xVl^ 




/ 




e 



^- -^ 



geeJkoppige 





re'emu 



•,-J- ' .^ V 



■^ 



Xllf 



/ 



(13). 



Op deeze Plaat is wederom,alles in de Natuurlyke Grootte yoorgefleld. De Vo 




heeft den Bek taameh 




t 



fcherp gepunt 



Kleu 



Daar 



zyn 




e weini 



V'-^ 




Vedertjes tusfchea \ begiq van de Bovenkaak en de Gc-» 




ige is de geheele Kop en Ke.eJ van ^ene fchoon 




Kl 



At 



m% Plyiniagif is verdg^ m^tx de ^mmm^mdQK Wieken en onderzyde van de 

gen weerfchyn, 

De 



Staa 



zwart als van buken. De zwartheid is zonde 




lans of yerandering van Kleuren , even als in de laatft befchreeveiie Vosel. 




' J Ti ' J ' 



Vpeten en Klaauy^en, zyn van een fterk maakzel 




De Tak va^ri den Arbupm of Aardbqzie-Boom 



3 




alleen 






Ly. ^--Vi**-^ 



Boom 




evaesd , heb ik 




diep 




9 



op de Vogei flaat 





lyks naar 'c Leven getekend 



die 
In 



¥^ 




emeen en 



v^ i*-. ■> 



JT 




in de Winter. In November,' naameh 



maakt , alfyd groen zynde 



aan gen aa me 




^t 



.r 




t 



H ^im Vrugten ea 



^• 



rn^ 



te- 



(% 







Syft. Nat. XII. G 

(-f)^ Deeze zal een Weftindifche zyn , hoedanigen 
% yin dergelyke groprie , zo droog al§ in Liqueur, 
bezit. Ik hebze onder den naam van Gekamde be- 



Cgfin| quadiifida. Xanthornus Iclerocephalus CayanQ^p^ Briss. Av. II 



" 5 *'* *" J 

blads. 206, enz. 



/ii/? 



(13) Sturnus Capite flavo. Ejdw. A-q. T. 323. p 



p. 124, X. 12. f. 4. 



(5 



^^. 



Gen. 52. Sg. 16. 



I- 



^# /^^^. XriL Gen; 

NatuurMe Hiji. 



■' — 

552. Sp, I. Zie denzelven in ^ _. _ ,^ 

w IL Deels, V.Stuk; bladz po, eiirromftandg 
befchreevcn.T^ - ' n 



4 



r' 



f 



^ 



£l n 




E L D Z 








j\ 



+ 

O 



.-'^ 






^-' 









b 



tevens Eloemcn, diQ Vrugteri voprtbrehgeii tegen t VoJgende Jaaf. De Vrugt is 



t 



van buiten rood en maakt Trosfen als van Aardbezien, hebbende van binneri eeri 
geejachtig Vleesch , met Jdeine Zaadjes doormengd : de BJpenneti zyn geelachti 



als 



't 



met 



de Steeltjes roodachti 

)rflelt. 




van 



fi 




uur 





elyk ook de Bladeren j zodani 




i 



d 

De Vogel is eeh der gemelden , door den Graafvan Ferrers pr\^^ gemaakt 



Afbeglding voor 



» 



cjiq j 7.0 ik onderflel, alien uit de zelfde Landftreek zyn. BaisspN heejt, in zyne Or- 
nithclogie, <^QQ2.ex\ Vogel afgebeeld en befchreeven , dien hy Xi'QQVCit C(}roug& met 

bq- 



ecn geekn 




v0i Cayenjig. In het dporbladeren van dieo Heer zyn Wqi* 




5 



vind ik, dikwils gelegenheid te zullen hebben cm hetzelve aan te haalen , aizo ver- 
icheidene der Vpgeleri, in dit gedeeke van myne Naleezingen. vervat, door hem 
zyn afgebeeld en belchi'eeven : want, dewyl alle de Tekqningen der Plaateo reed? 
vokooid waren, eer ik het pleizier had van dat Werk te ^ien, kpnik, t^n zynen 

niet nalaaten dezelven in ^t Koper te brengen. Het zal dus, daar wy bei-' 






gevc 



1! 



den de Afbeeldins;en van de zelfde Onderwerpen, zonder van elkander te weeten 



9 



aan t 



licht gebragt hebben, derzelver Hiflorie be 




1 




en 3 door d^. avereeakomft 



van onze Afbeeldingen en belchryvingen. 



•t ■* 



/ 



- - 



} ' - - 







^s^s; 



5vA:s:^£. 



■SS^S4ftS2?fl^SS 



- 1^ 



ji 




I- 



p 



L 



A 



A 



T 



XIV 



D 



**I^'--A 



* 

kortftaartig 



A. 



a 




er 



J 




) 



2, f 



/ 



Zot^^Ide Yog 



- K 

de Tors ^J,a higr in de Natuurlyke 



heeft deezen Vogel afgebeeld naar een flegte 1 





rdiVd, we Ike ik 



oe 



it 1 vJ ^' bK "- - 



den Heer Dandridge 




■ 

d 



e vert ootid 



Al 



■ti 



le in Qpftindie was 



r^i 



»J y 



Wereld heeft willen d 




ema 



■ 

akt, 



-. [ 





elooven, dat zy 



\ ;r ^-* ^ ^ 



«*. **-*: 




-■PV--' *- -r-^ 



heb 



n 




byz^onderheid beft 





•*> 



s 



L ■ 

9 



;» 



oewel hy 



Leeven 



rtheid van de Staart 







De Bek is'regt 



Bovenkaak 



3 



fcherp 




ovei 



de 



'-> fef 



Kc'b been 



punt en van eene bruinachtige Vleeschk 







31 



ffs de Nek 



r. 



3 




*Vii 



de Oogen, van den Bek langs de zyden van den Hals 
die licht bruin zyn aan de boven- en wit aan de onderk 



t een zwarte 




Va n de 
Boveri 




teren, gaan Stre 




Van de hoeken des Beks 



der de Oogen , en een weinig langs den. Hals naar benede 






5 



de zwarte Streek 



i=> 



^tfte Dekveders der Wieke 

de Rug 5 zyn van een Ichpan^, dpnker 



De If eel , onmiddelyk onder detl Bek 




wein 




ftrekt 

s wit. 

der binnenfle SL 



'g 



bre 



3 



J 



de 

der Hemeisb 




Kleup 



^i" 






De Rug, de 

pennen naafl 



ovenfte Dekvede 



de kleinen aan de buitenzyde der W 

I de D^l 



£ 




weini 




?,-Q 



d 



3 



zyn 





m 






V,5: >i£l / , 




Tippen , dm ?y sail 



.let 




der Dekvedefeil PPveii de buitenft 



de Rug ftpoten. IJe Sla 



e fchoon hel 
hebben zwar 



zyn 



i|e Slagpennen hebben \vitte Streeken^ pverd\va 





f^ 




.1 i 



3 



en 




•ta* 



mtrent 2;es van de bu 



-^J 




•iS- ^. 



witt§ Vlak op de V^iefc 






m 



zo wel teen als ppfet JP^ tippen de^ Slagpennen zyn dpoker \vit; cj^ 



binnenzyden der \i 




p de binnende Dekved 
die , to wel boveii als ohder , 



?wart5 uitgenpmen de gezegde witte 




De §taart beflaai l^it twailf 2:,eer korte Vede 



klei 



t hyf en de Schenkel 
der aan de Staart^ va 






2^ 




roene 



f ^- 




De 





5 



31 



van eene geelachtige; de Buik, Stuit en Dekveders 



i 



fchoone licht roode Kleur 



Lighaw te reke|i^n> m, Zq wd ^fe de V 



en 




De Pooten zyn lang 

aauweng rOodaeht: 





eel 



.1 



o 




(r^.) Flea Cauda brevj. Edw. Jy. 242. T. 324 Pi- 
6k Tndica vulgaris. lUj, iu. 195.* T. I." f. lo. Alb, 
y^^. I. p. 131; Turdus viridis 'Moluccenris, Briss; 



L 

L r 

^. II. p. 3115. % 32. f. I. Cop;'u$ kacbyums. Lim, 




A%. 




4^ 



G^nt' 'jo.'Sp, j^. 



t T 



I • 



-,'' 



' i '. ■ 



'.- ' 



D 



2 



X 



.' 

V 



/ 



16 






ZA 



I., 





LING VAN 



UITHEEMSCHE 



ofdonker 




1 



d 



j--% 




■anj 
ehecht. 






-I 

De buitenfleVingerszyn 



> 




5 



be 




in, een 



5 



\g aan de mi 





e 



I 



c 



laar 



de 



afffeb 



.7 



r 



wecierzyd 



byd 




1- 



d 



r 

3 



voe 



rt 



am van 






fhebbers der Infel 



De b 



en 



Re U 



r 

J , of Olyph 

die hy heeft 



IS 




et 



a 




P 



s 



gclyl 



De S 



deren met eene zeiffiandigheid bekleed, die naar g 



3 



daar oride 



IS 




etand 



i 



zy kleine Takjes van Boom 



b 



Tusfchen beiden , zest men 
die. 



door fuel rond 





1 




met d 




ncnd-'^ 



'u 



h 



-t 



c 




p 



gde Tandjes af, om d 



mede hunne Neflen te maa 



en 



d 



9 



3i 



om t 




y 



rjk 



effe 



aagzel we 
I daar bov« 




te veegen 



(t) 



H 



-t 






o 




is roodachtig, 



met 



leele Dier is van een s;hinz 



& 



en doorfchynende en derzelver Dekfchild 



door hetzelve belc'hermd wordt... ■'t Ge-» 
Kleur, Liitgenomen de Wieken, die bruin zyn 



ke hard zyn en 




of O 




c\. 



eurig, 



Vlakjes van verfcheiderley 





e nier 



d 



fge 




Voffcl \Vas doo 




d 



en 



G 



egebragt van \ Eiiand Ceyl 



en 



1 



Natuurlyke Z 



bevindt zig 



LOTEN 

I 'het B 



gefbrenkeld 



8S 



\ 






r 

meld 

Kab: 




ie 



de, afgebeeld en befcli 



RISSON heeft denzelven, of een veel naar dien gely 



z 



J 3 



d 



erli 



Uit zyn zeggen , 



a-^ 



c 



G 



Toene m^ 






Ik 



"i 




ad hebbe. Hy noemt denzel 




de 
ope 

de Pootei 



vm 
ae 




-.- S^ > x---:^ . 



gs... 5 dat deOogkring witachtig 
dat hy den Vogel leevendig 

Van Albin 
aalfche Kwartel : en od zvne Plaat de Kwartel van de Kaap der G 



de Molukk 



dezel 



zyne befchry 




Hyteld; hoewel 



t 




f_. _:, ^ ^' -■ 



achti 



5 



tot het 



Gefl 



a 




Auth 




om 



t der 

r 

braave 



geenszios 



noch 



opz 




den 




V 



noch 




\ 



T 



beho 



Doch Albi:n is een te beuzel 




!- 




yn Werken zyn meefl: een verrrii 

1 de ^'(iimgc weezentlyke Ontde 



ry 




deV 



kelyke Kopj 



'b 



ehaald te worden 

n WlLLOUGHBY, 



een twintiede van 'c 





ehcel 



D 



3 



A 



door hem gemaakt, beflaan naauwlyk 



De Tor was my gegeven door myilen Waarden Vrind 



re 



Londen, die my verhaald 
Aan de Vafle Kufl van N 



3 



3 



d 




GwiLT 






Eiiand Guadaloupe gebra 



3 



de Plaat is afffebeeld, voor; Een aanteken 



panje komt deeze Tor eens 




t wa 



g 



d 



raen ^ hieldt in , dat zy zeer veel kwaad do 



o 



daar mede van het Eiiand g 



en en 



moeielyl 




zyn 



^s*-^^^^: 





S^^'S^'©^^ % 




■ > 



: ?i£^??T^/SJ!S; ^.-^^^SA > 






I 



> 



L 



A 



A 



T 



XV. 



Be 



gekmfae. Jangftaartige Aakfier (15) 



) 



« 



^ Men ziet 

Wyfje te zyn van diQ,n Aakfte 



ceezen Vogel hier 00k In de Natuurlyke grootte. Ik acht dezelve 



i' 



tone, o 

De 
de punt 



pPJ 



3 



3 



vooreefleld 





ek 




3 



Para dys- Vogel 5 door my in myne Vogel-H 
befchreeven in Raj. Syn. Avium, p 



,iw 



9i 




yk in de Slastervo^el en van boven 



s:edekt met zwarte Veders 




orfl;eI 




ekield. 



d 




aapin 





breed 





De Ne 

ties, die vooruit f! 




donker Aschgraauw, taamelyk regt, fcherp gepunt , met hoeken 

zyn ten deele 
Aan de hoe 




3 



iop 




3 



in de hoek van de Flaat 



lyk biykt in de Afbeelding, daar men vlak op den 




e 



-lop en 




zyn bekleed met zwarte ,Veert 



(*j Scaraba;LTS Hercules. Linn, S'^fl. 



Viiegende Eenhoorn. 



I. Deels IX. Stuk 



Zie myne Natuur- 

143. Plaac 



bladz. 



.189. Sp. I. 
lyke Hijl 
LXXI. Fig. I. 

(t) [Veeieer zoq ik denken , dat zy ?ulks doen om 
Voedzel te trekken uic het Sap der Bladfteelen of Tak- 
jes , gclyk P£,Tiv£u daar van geaiigt en dat zy des- 




3 



1 
■ 

wegen Toddy -FHegen genoemd worden: want wan- 

" " 2 Neilen?] 




* f 



(15) Pica c) 
T. 325. Var, ^ ^^^ _ _^ 

XII. Gen. ji3._Sp. I. quae Pica Orient. Caudrd'uabua 



Mufcicapae Paradifi. Linn. Syfi. 



Pennis longisfimis donata. Edw. /Jv. T. ilr 

die Vogelea-Werk III, Band, Pi. VIIL 



Zie m 



I' 






/' 



^ 



^ 



N 



Z E 








M 











tjes 



d 



blaauwen of g 




en 



ge Veders , ^\^ overend gezet een Kuif maa 



G 



F 
J 

erfchyn hebben. Op de Kruin ^yn 



De Rug , Wieken en Staart 



^yn 



van een helder. roodachtlge Ka 



d 



derzyde der Wiek 



Staart eveneens maar bleeker, de tippen der Slagpennen donker. De twee middelfle 
Veders van de Staart zyn omtrent negen Duimen langer dan de zyde Veders 



Borft is Aschgraauw : de Bulk , Schenkels en Dekveders onder aan de Staart 



De 

zyn 



wit: de Pooten, Voetej 
tot het tweede Lid met 

eerfte ftrekt. 
Deeze keurlvke 



en Klaauwen, 

e middelften famen 



Aschgraauw 



De buitenfte Vi 




gd; de binnenfte 




ers 



zyn 
20 ver als 't 



Vog 



was van het Eiland Ceilon medegebra 

bevindt zig nu op 




t 



3 




GiD 



LOTEN 




de 



3rdigen Vriend, J 

nisch Mufeum. Brisson noemt hem Gekaifde f^liegenvang 

;elve van de Kaap der Goede Hope kome : maar zyne Afbeelding 



kt, doordien 'er de 



geloof dat het eig 




emeen lange Staartveders aan ontbreeken 



oor mynen 

in het Brit- 

zegt, 
is zekerlyk 

Ik 



dat 



fbmmige Vog 



ils, d 
hebben, het halve Jaar zonder dezelven te zyn 
Weeuwtje of de Roodborftige lang gefla 
op Plaat 86 




ge Veders in de 



zodani 

Ik weet dat het dus beflaat met 



Vi 



[\ 



5 



d 



in myne Vo 




Hift 



$ 



toond: want fbrnmiffen derzelven hebben vericheide Jaaren in Lon 



den geruid en zyn daardoor veranderd in geheel anders gekleurde Vogeltj 



ynde 



Maanden zonder d 




Vederen of Staartpennen geweefl:, waarna dezel 




weder beffonnen te vertoonen. 




Z 



Vol. 11. Tab. 4 



Fig 



Brissons Afbeelding in zyne O 




le 



> 



I 



3 



befchryving, pag. 4 




Brissons Z 



J^liegenv anger ^ van pag. 414 in 't zelt<le Deel, is zekerlyk 
dere, Onze Landsman Robert Knox 



Manneti 



Gekuifd& 

de 



heeft 



Lond. 168 



5i 



53 



33 



33 



33 



33 



33 



kleine Vogels , 
doch zo ik meen 

Sneeuw, hebben Staa 



\yk deeze Vogels befch 



3 



m zv 



Hiftori 



ggende pa 




2 



7 



33 



Ceylc 

Hier z\ 



9 



grooter dan Moslchen, zeer aangenaam voor 't Gez 




ders toe dienende. Sommigen derzelven zy 




t 



> 



ten van omtrent < 
met een Kuif of Pluim van Vede 



Voet 




ng- en 



Git 

zyn 'er van de zelfde Soort 



Koppen 
regtop daarop ftaande 




lyk in Kleur verfchillende 



3 



Anderen 
dachtig gelyk 



Oranje-Appel en op den Kop dergelyke Pluim hebbende van zwarte Vee 



Ik onderfiel dat de eenen de Mannetjes , de anderen de Wyfie 



Seba heeft 



1. Deel van zyne Werken 



een 



fie 



zy 



33 



Vogel, in Fig. f, op Plaat XXX, geg 



St 
len 



Hy fchynt van den zelfden Vogel wederom 



te Afbeelding van deezen 
Deeze heeft de lange Pennen in de 




Afbeeld 




het Tweede Deel ^ doch zonder d 




eda 




[lebben wil 



« 




ge Vederen 



.^^^^^^^Sf^i 




/ 




L 



A 



A 



r 




XVI 




hL 



Ooft. 




e 



G 






1$ 



Deeze \ 





1 i -, 

Is op de Plaat tot de helft verkleind in zyne Afm 



gebragt op een Schaal van twaalf Duimen , die maar een half Voet 




en 



De Wiek, geflooten zynde, was zeven Duimen 

fchetft 




dat IS 

bedraag 



2yn Kop ziet 



men 



gop 



de PI 




De natuurlyke grootte van 




e 



v' 



De Bek is van een zwarte of donkere Ki 



Veertj 



\ 



hebbende 



die rondom het 




ron 



dfl 




e 



borflel 




zwai 




Ki uin des Kops is fchoon blaauwachc 



der Bovenkaak voorwaards uitfleeken 



De 



den de Oogen, de Keel 



Borft 




roen. 



3 



N 



[\ 



Deszelfs voorfie deel , de zyden be 

Rug 3 zyn van eene 








(16) Garru'us coeruleus Indicus. Edw, dv. p. 247, T. 325. Coracias Indica. Urn 







U. Gen. 5 1 



4 





4 



/ . 



/ 



1 




V E R Z A 





LING -VAN^ UITIIEEMSCHE 



De 



{leur, die lichter is van vooren dan van agteren; hebbende de Veertjes aan den 



ied lichte Streepjes langs het midden en de 2yden een weinig trekkende naar 



- ^ 



paarsch. De Stuit en Dekveders boven de Staart, zyn vafi een fchoone Hemelsch 



blaauwe of Ultramaryn-Kleur; de middelfle Veders van de Staart zyn groen : de Zy- 
delingfe Pennen zyn Uhramaryn-blaauw, aan haare voeten en tippen: de tusfchen- 
deelen der Vederen zyn helder Zeegroen : de Staart is van onderen even zo ge- 
kleurd als aan de bovenzyde , en beftaat uit twaalf Pennen. De Wieken hebben 



haare kleine Dekveders, aan de buitenzyden, van Ukramaryn-Kleur : de eerf!e ty 

haar 



er 




d 



begin , 



ekvederen , boven de Slagpennen , is Zeegroen , gelyk d 



e ij 



la 



in't 




pennen aan 



midden Ukramaryn en naar de enden weder Zeegroen, hoewel de ui- 



terfte tippen eigentlyk fchoon donker blaauw zyn. De inwaardfe Dekveders der 
Wieken zyn van eene licht blaauwe Kleur, de randen witachtig : de Slagpennen 



donkerblaauw aan de binnenzyde, uitgenomen een licht blaauwe Streek, die fchuins 
over de agt buitenften , naby derzelver tippen , 



loopt. 



Dekveders onder aan de Staart , zyn blaauwachtig Zee 



V 



.'an eene geelachtiffe Vleeschkleur* 




De Buik , Schenkels en 
roen ; de Pooten en Voeten 






Het Onderwerp, daar 
ik myne Afbeelding naar maakte, was van Ceylon medegebragt door meer gemel 



eeze Vogel komt in verfcheide deelen van Indie Voor. 



den Heer Loten, en wordt thans in het Brittannisch Mufeum opgezet bewaard. 
Ik vind 'er geen befchryving van dan by Albin, die 'er een Afbeelding van 




ege- 



venheeft op Flaat 17; in zyn eerfle Deel der Vogelen (*), en, dewyl ik weet^ dat 

dezelve naar een Afbeelding, die in Indie gemaakt was, getekend en den Vo- 

el zelf nooit gezien lieeft; zo meende ik de Tekening, Kleuring en befchryvinp'j 





aanmerkelyk te kunnen verbeteren* 



v 




























^::?^ 







■.>*,£S^.>^ 










Vll 



De Zwaluwfiaartig 



e 




Gaay (17) 




is verkleind, cm deezen Vo 



fch 

1 de 



gelykt, by de Punt d 



yke grootte v 



iets kl 



{!op om laag gelchetfl: 




befiek van de Plaat 



te zyn dan de gemeene Gaay. Zie de 



waar 



B 



ks vertoont. 




e Wiek 




lets, dat naar een hoek 



d 




D 




^eflooten zynde 
uimen lang en de buitenfte Staartpennen omtrent tien Duimen 



r * 




was meer 



taamelyk 




t 



I 



5 



m 



tjes of Haairtjes rondom het Grondftuk van de 
ken: zvnde de Vedertjes rondom den Bek, voor 





? 



ovenkaak , d 



e weiniffe zwarte Borflel 




Keel 



en 



de 




eheele onderzyde 



de onderfle Dekvede 



ge, geheel wit. 



aards flee 



DqK 



blaauwachtis Zeesroen. De Nek 





bovenfl 



(1 



aan 



d 



de 



de Staa 



op 



3 




kortfte Slagpennen 

mengd met een weinig Groens op de Nek en R 



zy 



van 




"g. 



zyn 



de binnenfle of 



de Dekveders aan de bovenzyde der Staa 




■3e 



odachrig b 



doo 



kerer blaauwe dwars-Streep 





e 




Pen 



de twee buitenften 



fie helft van de Rug, 
zynUltramaryn blaauw, met don- 

1, hadt 



Staart, die my fcheen volkomen te zy 




evaar \ 



7 



deren. De Kleur der middelfle Pennen was donl 





m 




Ze< 

ten 




roen 



3 



uitffenomen de 





L 

e, wier enden 




ynde dan de 
die der zydelingfe 



5 



waren, De Wiek 



3 



d 



5 







zover zy voorbyde anderen reik- 
s , heeft de kleine Dekveders 

hoo 




) [Ausir. ucctL UH uic riciat at: i^ensaaiicne uaay den Heer Linn^us, S-sjfl. Nat, Xlf. uqu, ^2 5d 




(17) [Hy 




:e]yken.l 



'i. 



\ 



\ 



x* 



^ 



\ 



f 



EN 





L 






A 




E- 




O 






1' 




N. 



I9 



lioog blaauwj die naafl boven de Slagpennen blaauwachtig Zeegroen. De groote 
Slagpennen zyn voor de grootfle helft, naar 't begin toe^ hoog blaauw, 't welk al- 



^ 



lengs verandert in een donkere Kleur naar de Tippen; zynde de binnenfle Dekve 



ders der Wiekcn Zeeffroen. 




De Pooten ^yn , naar h Lighaam te rekenen 



kort. 



en de Vingers tot aan \ begin toe verdeeld of van een gefcheidenj alien gedekt met 



Schubbcn van eene roodachtige Vleesch-KIeur. 

De Heer Page, Edelman van Lord Melcomee, verplichte my met een Ge- 



^jgt van deepen keurlyken Vogel en berlchtte 'my, dat dezelve een Inboorling ware 



van 't Eiland Ceylon in Ooftindie. liy verfchilt zeer weinig van de Eurbpifche of 

Duitfche Pappegaay, uirgenomen in de overmaatige langte van de bultenlle Staart 
pehnen 

Brisson heeft een Afbeelding en befchryving gegeven van een andere Ian 



Zie de Afbeeldins' daarvan 




in myne Vogel- iiiflorie, op Plaat iop 




-■ 



eflaar- 
te Gaay, die in Gedalte met de myne overeenkomt, maar de befchryving verfchilt 





*io zeer, dat ik het niet denk de zelfde Soort te kunnen zyn. Zie zyne Ornithold 



^ 



ie pag. 72, Pi. 7. Fig. i* 
befchreeven ware. 




Ik 




eloof dat deeze Vogel tot no 




toe niet afeebeeld of 








n;:^>2^ 














\ 



^ ■ 






A 




1 »* 




VIIL 




e 



Brajiliaanfche Gaay met een getanden 




e 




■■-- 





Deeze Vogel is op de Fiaat tot ongevaar de helft In Afnieet 

in twaalven verdeeld 



\ I 



T ' 



gebragt op een Schaal van zes Duimen 




en verK 



1 

nd. da 



« 



* F 



den Kop, in 

van Pooten e 

^ De Bek is 

kanten als een Z 



de Natuurlyke grootte 



5 



dt men om 



Een O 



b van 



b 



Wi 



tj 



op de P 



-I 



is I 



xQl 



taamelyk regt, een weini 







etan 




r 

D 



heeft de 




neaerwaards ffebooff 







m 
w 



P 



5 



bp de 




naar het Grondfiuk toe 




kleuri_ 

Veertjes en eenige "zwarte Borftekj 

kaak. Het bovenfte deel en de zyd 



e 



N 



donker , de Onderkaak Vleesch 



*Q 



eusgaten zy 




ed 



ekt 



met kleine zwarte 



de 



aards fteekende , rondom 




.0 




oven 



s 




Streepen door de Oogen loopen en breeder StreeJ 
mengd j van 'de hoeken des Beks langs de zyden 



7\rn omvat met Zwart, waar 




\ 



c 




n 



3 



me 





den Hals nederwaards 



Kruin des Kops is Ultramaryn blaauw , hoewel digt aan den 





naar 




laauw ge 



eegroen trek- 



kende 



en in 't midden van dit blaauwe Kal 




Aan den Hals, een weinis onderden K 




heeft de Vo 



op de Kruin een zwarte VJak 



ren met blaauw gerand. Voor £ overi 




FIek zwarte Vede 




tot aan de Dokv^dcrs beneden de S 
GRAAF ze.j2;t , dat de Oo^en ^eel zy 



de geheele onderzyd 



o 



g 



vial 



De zyden des Kop! 



, Olyfkleuf of 

In de Nek 




cht 






m 



fie van den L^.., 



de 




00 



u 




eel 

swyze roodach 
Stuit en Dek 



Veders der Wieken, ^^yn Pappegaay-grcen. De groote Slagpennen zyn blaauw met 

donkere tipr 



en: 



eenige weinigen van de eerfle ry der 




insgelyks blaauw- eenigen der Slagpennen naafl aan de R 



kvederen boven dez 



veri 




zyn 

ders aan de binneozyde der \' 
nen donker Aschl 

fcheen volmaakt a 



d 




lachtiff bru! 





roen: de Dekv 



e 



lieffts tien Pennen in de 



de binnenzyden der Slagpen 




e 



9m 

anderende naar de 



ileur d 
be 






taart, die my niettemin 

fchoon blaauw, traps wyze in groen 
doch zy hebben altemaal zwarte Tippen en de 




on- 



- J 



(*)rz 

]en Wi 
( 



] 



p. 251. T.-32§. Momot. WiLj. 



Ed\\% Av. 



A ' . . 

Av, 1^4. Edvst. Av. t. 323. Biass. Av. IV. p. 4^5. 

T- 35- f« 3 » Rhamphallos Momota. Linn. " ~ 
'^ll. Gen. 46. Sp. 8. ; 



Syji. 



' 1 






— - ■ 



n 

f 





r 



20 VERZAMELING VAN iJITHEEMSCHE 

onder^yde van de Staart is Zwartachtig donker. 't Geene' deezen Vogel byzonder 



kenbaar maa 



dat de 



ofwederzyd 




I 



midden van de Staart, zi 



ig 



Duim 




ver 



weinig binnen de Tipp 



haare Baarden afgeftroopt waren, doch zulks is Natuurlyk en daar van heeft Marc- 

GRAAF uitdrukkelyk gewag gemaakt. De zyd-Veders der Staart worden trapswyze 
korter, tot een 

wen, zyn van eene bruinachtige VJeeschkleur: (Marcgraaf zegt zwart.) Hy heeft 

gterwaards geftrckt. De buitenfle voor-Vi 

den middelften gehecht : de Voe 



derde der langte van de middelflen. De Pooten, Voeten en Kl 



drie Vin 



ers zyn 




voorwaards 



r 




3 



bv 



hu 



breed en plat. De V 
breeder maakt. 



hunne geheele lang 




fchynen fmalle Vliezen op zyde te hebben 



elk 



-T 



Deeze Vo 




was genomen 



Graaf Ferrers . en is ontw 



onder den naam van G 
de myne verfchille. 




ven 



Zuid-Amerika. 
befchryving; aizo 'er 



Franfche Prys door Kapitein Shirley, no 
dezelfde als die Marcgraaf heeft befchree- 

weini 

- ^ en van 

Ik ben zo omdandig geweeit, als 'c my doenlyk was, m deszelfs 



Guainumbi: hoewel zyne befchryv 




Hy is een Inboorling van Brafil en andere heete deel 




> 



meen 



Bek 



om te \\ eeten in welk Gefl 



ge moeielykheid 



s 



5 



we 




d 



gewoo 



dat de Stelzelmaakers 




men hem zai plaatfen : des ik hop 



3 



SON 



yd, daar toe raad zullen vinden. De H 



5 



Bris 



eeft deezen Vogel afgebeeld en befchreeven onder den naam van Momot : in 



zyne Ornithologie Tom. IV 



van de myne, mzonderheid d 




46 s 



3 



PI- 3? 



m 



d 




myne 



Staartpenne 
Ik onderflel 



hy 





zo aanmerkelyk in de Af bedding 



Zyne befchryving verfchilt 

i der 
^n de 



gelet heeft op de gedaant 



Marcgraaf 



5 



d 



maar dat zy zodanig 



zy eveneens gevveeft zyn in Bri 



een 



m 



d 



Afbeeld 




ebrek 



yn 





etrafft heeft te verbet 




gekomen, dat zynTe 



Onderwerp , 

kenaar zulks 



\ 




• 




^ 





A 



A 



T 





O 



De 




e .Toukan 



19) 



Deeze Vo 



_el Is h 

kan zien op de Schaal daa 




Afmeet 




en 



3 



E 

derde verkleind, gelyk 



m 



Hy heeft een zeer groote Bek, gelyk alle Touka 
d fcherp. De Bovenkaak, wejker onderk 



die op vier Duimen langte in twaalven is verdeeld 



een 



ge Oranjekleurige Vlak wederZyds en den bovenrand seel 



op zyde plat , met den bo 
tand T-yr 




5 is ffroen, me 



blaauw, met 



g haakswys' omkrommen, rood, en doorloopen vier of vyf flaauwe donkere 



die 7. 

Streeken dwars 

■ ■ r 

7-warte Streep, die 
het Oog ftaat in ee 
ders. 




Schaduw in 't midden 



De Onderkaak 

Beiden hebben zy de Punten 



de fluiting van den Bek. De Neusgaten zyn verbor 



Grondftuk omrin 



kaale 




t. 



De O 




g 



Plek van Violetkleur,' gelyk de Huid 



fchoon 





roen 



3 



de 
en 



onder de Ve 



, over den geheelen Vogel. De Keel en Borft Zyn helder geel, en daar .u- 
^er is een baar van Schar akenroode Vederen, door welken dat g^d^ van het Zwarte 
des Underlyfs atgelcheiden wordt. -^ - - 



die 



beneden hoo 




rood 



De Dekveders der Staart van boven Zyn 
De Kruin des Kop 




Nek 



Ru 




Wiek 



I- 



Buik 



a: 



(*) [Ik kan , noch uic de befchryving , noch uit de 
Af bedding van den Heer Edwards, befpeuren, dat 
deeze Staartpennen in 't midden kaa! zyn , gelyk Lin- 
N^^ius daar van zegt. , De Vogel leefc van raauw 

Water 



dan , met den Bek vattende , geweldig klopc. Hy 



^ 

heeft een fchor , trillend , flaauw geluld , volgens den 



C 



Jacquin.I 



329. Tucana Cayanenfis Gutture luteo. Baiss. Av'W. 



P 



Sifi 



^^l:r "^V^rr' £ '' ^hamphaftos dicolorus. Linn 
mt. AIL Gen ' " 




« 



7 



■ \ 



: i 



\ 



^ \ 



£ N 




E L 







M 













Staart, 2yn geheelenal zwart^ hoewel hetzelve aan de boven^vde der \ 



St 



Vingers flaan twee voorwaards 



derlyken blaauvvachtig paarfchen Weerfch} 



heeft 



Van ie 





maika srekomen 



blaaijw of VioletJ 

Deeze Voge 
maar van 't Vafte Land van Amerika overgeb 

, verplichtte my met een g 



ds ; zynde de Po 



Voete 



WEL, in 



Strand 




zyn ge\i 



fda 



ft 



ly niet 

De H 




b 



Co 




daar van terwvl hy leefde^ we 



in de I luimagie en vlug ware. Vervolgens werdt hy aan Lord Spencer prefent 



■-, 



ge 



ocrt 




E 



dood 



daan. Zeer zelden worden zy levendig in Engeland geb 

g, naarzuJk een ieevende Vogel gemaakt, is tienmaafzo vee! waard 




leurde Te 







a 



d 



dan zyn de B 



d 



fchoon en hoog 




rd 



3 



gelyk ik door eigen Waarneeming heb opgemerkt. Dit Voorwerp 



met Br 



(1: door eenig Autheur befch 



Ik bevind het naaft overeen te koraen 



Geelkeelige Toukan van Cayenne. Vol. IV. p« 41 1. T. 3 i. f. i. 



\ 



^?3gT#*S*KSf>^^^^-»^ 



S**'-5&*'' 



A •TTi* ■• 



■n-i^^i^\^im-mmmmmmm-mBu^^^m^h2mmmm 







r 



f- 



P 



L 



I -■1 

A 



A 



T 



jL a 



'. 



£) 



e groene Toukan of Pepervreeter (20}. 



Beeze \ 




felen kan, de Schets van 



op de Plaat in Afmeet 




de helft verkleind 



Kop , die' daar bened 




IS, ve rge Jyk 

De Bek, 

uitgenomen 
aan de Onde 



de met de gekJeurde Afbeeld 



evensgrootte voor 



elyk men 

edeid 




aan 't 



p zyde platachtig 




begin. 



D 



daar hy rood is rond 



/cherp 
om de 





efugd van b 



J 




ovenkaak en Oram 



IS 2 wart 



? 



daarby heeft hy een weinig Wits aan de hoeken of Tandj 




geheel rood. De Oogen flaan in Plekken van kaale Huid, d 



Vlceschkleurig, misfchien helderer geweefl in de Ieevende Vogel 
en Borfl, zyn zwart , met veranderl} 
Omtrent de plaats der Oo 



Glanzen 



van 




De Kop, Hals 



and 



het Zwart 



ederzyds,' is een ovaale Plek van Goudkl 
)nder den Nek, bepaald door een halfmaanswyze R 



Kl 



> 



[V 




wiens Enden opwaards flrekken , maakende dus een halve lial 
Stuit, Wieken en Staart, zyn ichoon 2;roen, uit 



ur. Oo 

dergelvke 

De 




Kleur 

Rug, :5run, vvieKen en staart, zyn Ichoon groen, uitgenomen de tippen deFSt. 
pennen , welke roodachtig zyn , en die der Slagpennen donker. De binnenfle Dq\ 



ders der Wieken heeft hy Roomkleurig; de blagpe 



c 



heldere 
Jan 



ards Aschkleuri 




me£ 



De buitenfte Staartpen, wederzyds, heeft niet meer dan een Duim 




te; zodanig verkorten de Staartveders, die tie n in getal zyn, van de middelft 



af; zynde van onderen AschJ 




met een verwarde mengeling van donkere K! 



met briiine Tippen. De Bulk is Olyf 



e 



g brum : de Voeten van maakzel als in anderen van dit Geil 



overdwars en de Dyen zyn rood 



,3 



Poot 



Klaau 



donker zwart. 



t) 



als 



waar van 



Dit is een van dat keurlyk Partytje Vogelen, 
maaktheb, den Graave Ferrers in eigendom toebehoorend 



meerma 




ewao; 




e- 



g der heete deelen van 't Vafte Land van Zuid-Amerika 



Hy is een Inboor 



tekend en op de Plaat ge-etfl. De Gekraagde Toukan van Cay 
Brisson in Plaat gebragt, fchynt my even dezelfde te zyn- 

Vol. IV. p. 429. Tab. 32. f. 2. " ^ 



ynde naar 't Leven 




e- 



3 



door den Heer 



zyn 



Ornithology 



9 



PLAAT XXT 



i\ 



. -/A. Dee/. p 



Linn. Syft, Nat 



fl 



■-. 



/ 



iP 



# 



/ 



.t- 



' I 



22 



VERZAMELING van 



U I T H E E M S C H E 



-f 









®;s:-;®:©;;©:©!^^;©!©;;©!©!;© 







:«< 





s; 









h^^0 








\ 



P 




•A 



A 



T 



XX r 



^ 



1 ' 

De Greene Koekoek met een geelen Bidk (21). 



De 




Afbeelding is een welni 




verkleind ; 20 veel naamelyk , dat de geflooten 




iek 5 hier drie en een vierde Duims lang, Natuurlyk de langte beeft van vier 

uimen en een half. 

De Bek is dik en kort, en platachtig, waar door de hoeken der Gaaping ver van 

elkander 2yn ; 't welk d^en Vogel een wyd Keelgat geeft. De kanten van de Bo- 

venkaak zyn een weinig Tandachtig gegolfd. De Bek is gee] , omringd met fty ve 



zwarte Veertjes , die voorwaards uitfteeken, bedekkende de Neusgaten. Deeze 
zwarre Veertjes breiden zig rondomde Oogen uit en een Duimbreed Jangs den Keel 



Marcgraaf zegt 



dat zy fchoone blaauwe Oogen hebben , met 



nederwaards. 

Gbuden Kringen. De Kruin des Kops, de Hals in 't ronde, de Rug, Stuit en de 



kleine Dekveders aan de buitenzyde der Wieken , 2yn zeer glanzig groen, met 



een weerfchyn van Blaauw en Goudkleur, en het voorfle van den Hals is zeer blaauw 



Gro 



o 



n. 



De Wieken zyn van buiten licht Aschkleur, of witachti 




met zeer kleine. 



ongeregelde, dorikere of zwarte dwars-Streepjes ; 'c welk een gemengelde graauwe 




leur maakr. De tippen der Slagpennen zyn geheel donker; de binneozyden der 



Wieken donker Aschkleur en de binnenfte Baarden der Slagpennen wit aan 't begin. 



De Staart beflaat uit twaalf Vederen, in 't midden lang en naar de zyden allengs ver 
kortende, De zes middelfte Veders zyn uitwaards groen met zwarte Tippen, in- 
waards donker Aschkleurig. De buitenfte Veders, ter wederzyden, 2:yn boven en 
onder wit, met fmalle zwarte dwars-Streepjes over de geheele langte, iiitgenomeri 
aan de Tippen. De Borft, Buik en Dekveders onder aan de Staart, zyn fchoon hoog 
Oranje- of Goudkleur. De Schenkels en Pooten, met korte Veertjes tot aan de 
Voeten toe gedekt, zyn van een lichte Aschkleur, met zwarte dwars-Streepjes. De 
Pooten en Voeten zyn kleiner en zwakker, naar het Lighaamtc rekenen, dan ik 
die in eenig anderen Vogel heb waargenomen. Van de Vingeren ftaan twee voor- 



waards twee agterwaards; zynde de buitenfle Vingers van ieder Voet de kortften: 
waarvan het tegendeel in Pappegaaijen , Spechten en Koekoeken plaats heeft. De 
twee voorfte Vinsfers zyn famengevoegd aan 't begin; de agterfien geheel afge^on- 



derd , de Voeten en Klaauwen bruinachtig van 




leur 



ri 



ke Verzameling van den Wei Edelen Heer , Graaf van Ferrers, bevindt. 



Deeze Afbeelding is naar een Onderwerp gemaakt dat zIg in de meergemelde ry- 

Het 

de Ciirucm van Marcgraaf, wiens belchryving zeer naby overeenkomt met de 

, Zie 
Willoughby's Ornithologie 5 p. 140, en een onnozel kleine Afbeelding, Tab. 



V- 



myne, uitgenomen dat hy de onderzyde opgeefc Vermiilioen-Kleur te zyn 



22. 



De Heer Brisson fchynt deezen Vogel niet gezien te hebben 



maar 




eeft 
Marcgraafs befchryving daar van op, in zyne Vogelkunde , Vol. IV. p. 173. 

Hy noemt denzelven de Groene Couroucou v^n BmfiL 



/ 



p 



L 



A 



A 



T 



^ 



De Specht met 




XXIL 

Kaaken (22). 



t. V 



Deeze^ Vogel is hier in de Natuurlyke grootte afgebeeld. Hy behoort eigentlyk 



tot de Spechten, hebbende de Staartveders ftyf en aan de enden afgefleeten 



r 

r 

b ■ 

(2i)Cuculus viridis Ventre flavo. Edw. -^t?. p. 25^?. XII. Gen. $$, Sp. 2 



De 



T. 331. Pfittacus Flamm^Lis viridi-cinereus Roftro fer- 
rato. Feuill. ?cr. 20. I'rogon Brafilienlls viridis, Briss. 

Av. IV. p. 173. Trogon Curucui. Linn, Syjl, Nat. 



("22) Picus Genis rubris. Edw. Av. p. 258. T. 332. 
Picus undatus. Um. SyJl. Nat. XII. Gen. 59. Sp. 11. 



f- 



-■-. 



E K 





L 





A 




M E 



^ 





- ' 




E 




I- ■>. 






3 



^. 




r 

e Bek Is van een bruinachtige Kleur^ niet BeltelpUhti 




3 



gelyk 



m 




van dit Geflagr, maar /pits. Van de hoeken des Beks looptj beneden de Oogeh^ 



ter wederzyde van den Kop, een Plek fchoon roode Veertjes ^ die de Koorien 
Kaaken of zyden des Kops bedekken, dat ik tot een byzonder merkteken van dee 



^ 

} 




2e Soort gebruik. tjitgenomen die roode Vlak , is de geheele Vogel Leeuvvkldurl 
of Oranje naar Olyfkleur trekkende met gebroken zwarte of donkere Streeken^ die 



dwars over alio de Vederen loopen, in fbmmige deelen breeder j in anderen fmaller 



2Vn 



de 




elyk de Af beelding bed uitdrukt. De tippen_ der Slagpennen zyn geheet 



donker; de Dekveders aan de binnenzyde der VVieken BufFelkleurig zander Vlak 

ken ; de binnenzyde der Slagpennen en onderzyde van de 




taart even als van bovert 



ffekleurd en 




eflreepr, doch niet zo helder. De Staart heeft tleo Vederen. 



D 




Footen, Voeten en Klaauwen, zyn van maakzel als in andere Spechtcn, en alien 
van eene donkere of zwartachtige Aschkleur* 



^" 



Het Origineel, naar h welk deeze Tekening is gettiaakt, was een uit de rneef 



gemelde keurlyke Verzameling van den Graaf Ferrers, en afkomftig, zo ik on 
derild, van Terra Firraa of Guajana, in Zuid-Amerika (*).' Ik vind hem niet dooi' 
Brisson, of eenig ander Autheurj befchreeven of afgebeeld. 




v^^ 




■.^iE>: v?s^^ -e^ 




m^^^i^ 




v-^ 




/ 



p 



L 



A 



A 




XX 



I 



« 



^ 



De geek Specht met zwarte Vlakken (23 



/ 



Deeze Vogel is niet zo voljflrekt en elgenclyk een Specht ^ als de laatflbefchreeve 
ne \ hebbende zyne Staartpennen zagter en niet aan de enden 




waar uit 



het wel fchynen zou, dat hy niet by den Baft der Boomen op en 
gelyk de Spechten doen. Zyne Af beelding komt hier in de Natuurlyke 

voor. 

De Bek is zvvart, een weinig nederwaards geboogen aan de Punt, en he 



klautere 



$ 




rootte 



Brisson geeft den naam van Barhu aaii dit flag van Vogelen. 



e 




aan 



den Voet van de Bovenkaak , eenige weinige zwarte Borflels , die voorwaards over 
de Neusgaten been fleeken. Het Voorhoofd en de Keel^ meer dan een Duim ver^ 
is met fchoon Scharlaken roode Vederen gedekt. Het agterfle van de Kruin des 

van de ag- 



Kops is geel , met eenig Zwart gemengeld. De zyden van den Hals 



3 



terfle Ooghoeken nederwaards, zyn graauw , of gekleurd met een mengzel van 



zwart eh wit. Een donkere Streep loopt van den hoek des Beks naar het Oog. De 
Hals van agteren, de Rug, Stuit en Wieken aande buiten^yde, zyn van een don-^ 
ker bruine KJeur, de Veders met Olyfkleur gerand hebbende, en in de ry der Dek 



vederen, naafl boven de Slagpennen, heeft ieder Veder een geelachtige Vlak aan 



haare buitenfle Baard ; zynde de Dekveders, aan de binnenzyde der Wieken , geel- 
achtig wit. De binnenzyden der Slagpennen en de onderzyde van de Staart, zyn 



kortende; aan de enden zagt en niet afgefleeten, als gezegd is. De Borft, Buik 



Aschkleurig bruin. De Staart heeft tien Veders, van een donker bruine ofgraau 
we Kleur aan de bovenzyden ; de middelflen langfl zynde de zydelingfe allengs ver- 

Dyen, en Dekveders onder aan de Staart, hebben een helder geele Kleur: die aan 
de Borfi: en Buik fraay getekend met ovaale zwarte Plekken: de Dyen^ en Dek- 
veders onder aaade Staart, overdwars gemengeld met donkere Streepjes. De Poo^ 



ten, Voeten en Klaauwen, zyn zwart. De twee voorwaardfe Vingers van ieder 
Voet, zyn aan 't begin een weinig lamen 



iiemaal van elkander afgezonderd 




evoesd; maar de agterfle Vin 





ers t ee* 




5 



cl 



-A 



s 



■ (*) [De Kidder Linn^us flelt zyne Woonplaat 
Suriname.] 



s X"^ 



{23) Picas flavus maculis iiigris. Edw. Av. p. 259 

T. 333. 

F 2" ' 



f» 



^4 



VERZAMELING 



N 



U I TH E EM SC FIE 



Is 



\ 



die keurlyke Vog 



welke m 



Fransch Schip door 2yne Ex 



cellentie , thans Graaf Ferrers , prys gemaakt wa 

Afbeekiing en befchryving, daarvan ^egeven, zy 



Jk 




F, dat dit de eerfle 




kunde. 

die Ik denk 





\: 



fch 




RissoN heefc, in 2yne Vo 
IV.' p. 97. Tab. 7. Fig. 4,) een Vogel befchreeven en vertoond 
andere dan het VVvfje van-deeze te kunnen zyn^ dewyl zy nie 



3 



dan gelyk Mannetjes en Wyfj 




lyk doen. Hy noemt hem de 



Gcvlakte Earbu van Caye 



H 



afeebeelde Infekt behoort tot het Geflagt der Puifleb\ 



H 



It daar nevens 

is van Enselfche afkomft , en hier alleen 




fieraad 




gevoeg 



Diet p"aarn groote ledige ruimten op de Plaaten overlaat. De Kop 



dewyl ik 
het Lighaam 



d 



de 1 



P 



ooten, zyn donker bru 
van den Kop wederzyd 



Het Lyf heeft tu^ee bogtige fmalle geele St 




taart , 



idden blaauw, met 




midden loopende 
Vlakken aan de 



n 



D 



Lyf 



fd 



e 




en 



d 



doorfchynend helder bruin , met donkerer bruine Vial 

is vertoond. • 



lelvk 



J 



Wieken zy 
de Afbeeldin 




%. 



.1 










v 







^^-^>^S^ 









..^'^©'h^ 




1 



> 



L 



A 



A 



T 



XXIV. 



■ 

De Jacamadn - van Marcgraaf ( 24 ). 



Deeze Vogel is in de Natuurlyke grootte op de Flaat verbeeld 

dan in de fiffuur van den Voet, en, alzo hy twee Vingeren a£^ 



Hy verfch 



den Ysvogel niet 




ter 



twee V 



De 

Zwart 
hy zi 



heeft, heb ik hem tuUchen de Spechten en Ysvogelen geplaatfi 




ek is niet volkomen zo dik als in de Ysvogelen, regt, fcherp gepunt 



en 



boven en beneden is hy gekield 




K'eur: 

by Letter a op de Flaat vertoonen. Rondom den Voet des Beks 



erdwars doorgefneeden 



20 



wel boven 
uitfteeken. 



benede 



n 



5 



heeft hy zwarte B 



s 



Is 



Baard 



heele boven^yde 



De Keel is, een Duimbreed beneden den Bek, geheel wit 



den Bek tot het end der St 



3 



IS 



die voorwaards 

Dege- 

roene 



fchoon 





niet een weerfchyn van Hemelschblaauw en Goud. Het zelfde Groen loop 



rondom het voorfie van den Hals, beneden de witte Vlak aan de 



Keel 



Het 



Groen op de Kruin van den Kop, op de Slagpennen der Wieken 

valt meed: in \ blaauwe. De Staart, die uit tien Veders beftaat, 

dwars-Streepen , die donkerer blaauw zyn. De binnenfle Dekveders 

zyn Oranje-Kleur : de Slagpennen aan de binnenzyde zwartachtig ; de tippen 



en op de Staart, 
heeft als flaauwe 

der Wieken 



aards do 
veders beneden de Staart , 

maakzel als in de Spechten 
bruinachtig Vleeschkleur. 



wel als de onderzyde 



de Staart. De B 



zy 



roodacht 




Oranj 



De Pooten 



3 



maar 



L 



Dyen en Dek- 

Voeten, van 




haam te rekenen , zyn 



Dee 



'7 



e zee 



ge Vo 




der 




maakt heeft, als boven gemeld. Hy is door Marcgr 



welken de Graaf Ferrers prvs 




e- 



ven; doch 

van Kleur 

befchryvir 
heeft ook 




afgebeeld en befchree 
eloofdat de zyne een Wyfje ware: want hy maakt het Lyf enz 




eel Wasch , daar ik 



1 




'V 



oodachtig Oranj 



deeze 



Vogel in Af beeld 



p. 139 en de. Af bedding aldaar 3 I 




ebrag 



befct 



Zie deszelfs 

2. Brtsson 

Zie deszelfs Or- 



deel 
ftel,) 



hologie Vok IV. p. 86, Tab. V. Fig. i. Het is een Vogel van Brafil en de 




zc 



g 



3 



d-Ameri 

dat by blaauwe Oogen heeft 



Marcgraaf, (en Briflbn uit zvn Werk 



ik onder 



PL A AT XXV. 



(*) 



■-. 



V- 



S^fl. 



voor. 



[Zdden 



Juffer, Natiiurl Htji 



J 



1 



p. 261. T. 



334-. Galbula. Briss. Av. IV. p. 86. T. 5. f. t. Alced' 
Galbula. Linn. Syfi, Nat. XII. Gen, ^2. Sj 



\ 



£ N 



Z E L D Z 




A M 




V 









5? 



r 



• '"^ 




;©S^;®,^ 




\ 



^ ' 



■" 





;s!®;s;;©!:® s©;®:;® ;©; ^;S!®^!S! 




P 




A • 




T 



A. A V e 



_ -" t 



De Gevhkte Tsvogel (25). 



*- ^. 



i 



Deeze Vog 



h 



t II 



1 I 



in de natuurlykegrootteafgebeeld, heeft den Bek zvvartacli« 



g 



genomen den voet van de Onderkaak, welke Oranjekleurig is. Een zwarte 



lyk breede Streep , loop 



5 



zyn de Oogen geplaatfl- 



Zy 



bcneden , ffezoomd. De Keel 



Bord 



de Bek langs den Kop ter wederzyde , en daar 
met fmalle Oranjekleurige Stre.epen, boven eii 



Baik, Dy 



de binhenfle Dekveders de 



^en fchoone Oranjekleur. Tuslchen den Hals en Borft Joopi 

of witachtig 



WiekenV ^3'n van 

breede zoon:i of band van zwarte Vederen 



d 



Asch 




boord zyn. De Kruin des Kops is zwart \ maar wordt in de Nek 
Ook zyn de zyden van den Kop, 




e 



den 
vden der Wieken en de Staa 



bende de Wieken 



*^tuic 



o 



en 



de 



benevens de Oos 

gelyks ich 



^gs g 



g 



de RugjStdit^ de 




eders , witte VlakI 



J donker groed ; heb 
op de kanten haare 



Baarden. De Staartpennen binnenzyds en de Staart van onderen , zyn donker Asch 
•graauw, met wita^htige Vlakken op d^ Baarden. Van buiten zyn de tippe 
Staartpennen een '^ -^ ~ . 



^ ^ 1 de 
Duimbreed donker. De Pooten eri Voeten hebben eene 'roodach 



ti 




Vleescl 



\ 



De drie voorfte Vingers waren 



byk 



tot aan de Kl 



-■ 




merkelyk (amen 



toe. 




groeid 



■— 



J*- 



« 



Deeze keurlyke Vogel bevindt zig in de Verzameling van Gfaaf Ferrers, eii 



\v a s 



zo ik geloove, door geen ander Autheur befchreeven of gemeid 



zyne afkomit van Guj 



li 



[d 



op de Plaat afgebeeld 



in Zuid-Ameriki 

, heefc 




Hy heefc 



(bo 




ijende. Het was van Dominika , een der N 



Fungus 



5 



u it de 



n 



Eilanden in de Weft 



Kop 



di 
g^ 

d( 

o 



niedegebragc. ,V 



derzelven waren 



nd 
d( 




I, die 
voffti 



elkander in de Aarde beeraveri 



f 





id 



dergelyke Uicwasfen op den Kop haddeni zynde 





NympL 



d 

■- 

op zy 



Grond daar op gegroeid 



Het 



nvolkom 



3 



door Reaumur, in zyne Natuurlyl 



£hynt my het jong te zyn van d'e Cicadc 



k denk 
Infekc. 
wel 



I 

5 



Hiflo 



der \n(k 



5 



Vol. V. PI. 16. f. 7 afgebeeld 

g^' 



befchree 



De 




den jaare 176 
ylen den G 



kend.> de andere een weinig 



eene van raynq Figuuren is in de 



lyl. 




de 




den Schildl 



rooter. Verfcheidene derzelven, werden 



Matthew 



d 



ISAAK MaTHEW 



Z 



5 



van 



Ik or 

gUS Vi 

deeze 
us bi 



derflel, dat, voor en 
drooge en afvalle.- 



my een monfler daar 



T 




de Cicada tot haar voikomen 



De Heer Reaumur heeft 



1 preffent deedt 

komt, de Fun- 



fnfekten 



3 



dit \ 




een ecewa 






maakt; Het Infel 



zyne belchryving van 




eel, de Fun 





** » 



.'"•f '^ 



^^ 



"^^ 









*i. 



'^ 









-,j* 



<■ i 



■^ 



> \<' 






^: 



*■ 



■w 




■I1 



-■' 



Ji 



/^,r ■> , 















\ 



P 



L 



A 



/ 



A 



T 



XXVI 



If 



De Gekmfde Tsvogel (26) 



Ook deeze is in de riatijurlvke 



'K 



■'* _-* 




h 



/ 



,•(25) Halcyon maculata, Edw. Jv. p. 262. T, ^^S- 
Alcedo Inda. Linn. Syjl. Nat. XII. Gen. 62. Sp. 2. 
Conferatur Jfpida Senegalenfis. Briss. Jv. IV. n. ^qc 
1. 39. r. r. 



(*) [Zouden 



<3oor knelling of dmkking, de 



s 



Tngewanden iut deeze Poppen der Cicaden kunnen' ge- 

drongen zyn , en dan toevallig eene dergelyke vertod. 

IX. DeeL 



'gef!eld. Ik d 



*^ 



V 





Hy het Marl 



<ft 



■' I 



(20) 



1 



netj 



> 



Syft 



'* 



T.63 



p: 483. T. 37. f. 3. 



Philippenfi 



Muf. 



!• 



G 



/ 




VE 





A 




E 






m 



mtUEE 




s 




HE 





r 




van 



r 

deeze 



fchi 




d 




IS 



3 



wiens 



de zelfde Kleuren hadt 



netje Z]^ van deeze S 
figuur en grootte 

maar niet 20 levendig f /*fe geen my doet denkea, dac dezdve het Wyfje ware. 
De Bek is reet, hebbende eene fpitfe punt, en van onderen zo wel als van bo 






gelleufd 



b 



de Oog 



door 



V 




Oranjeiyfeurige Screepeti foopen van de Neusgaten ond 



de Onderkaak af is de Ke 



en 



d 




aat 












van 




^. 




llaatiwa 








ig groene 




De Krmn des Kops is geiel 
waar zwarte Streepett' door lieen foopen 




en 




ma'aken etti Kmf. wetke het ¥0 






b 



feli-evenr kaa opzetcen 





va lie n 



» 



De 




-^ 




zo 









ik^ 



















rers 









L-"J 




o 



tippe 





ennen donker. Dfe binnen 



/ 





aan 





nenzyde d 





tv 






De onderzyde van de Staar! is do 







imidde ■ 

Staart, 

tfan de 

Dek" 

nker ^ 
zvvarfacii- 




■ - 








de 




Dekveders onde 




de Sfa:iTt^ zypylielder Oran 




en van ma 




dere Ys 



y 




Kleur fch 




V 



«.' 





^ / 





op 



Eiland 





V© 





door Monfr. 

kleiher te zyn ('*}, geen zwarte 





K oopman van Lond 








rlchilt Van onzen Ys-* 
nder de Oogen , t'-an 



de hoeken des Eeks afkomende 





noff toe 






Authe 



S 



g 





ven 



(t> 



p de Wieke 



ik vind 



Efe Plmitjchkrmde P^espen^ op de Plaafafgebeeld, zyn bbtleend uit e<en !§paanscli 







r« 






voert van ApparaU para h Hiftorm NduraJi Efpagnola 



men 




\' V 



deeze 



derzei 



ver 





tot ver 
















voorsfaand^ 




een 







11^ 




Fwer 





we 






efeerd Ma 



aat 



zvd 






gemeene- Volks dwaal 




en* 








Autheu 



Ik merk 

t kennei 



maar hiet g 





wanneel* 







baan 







nu over tot zyn Be 



Ichynt te liebben met het Iniel 



9 



dat 



t on mi 




IS 




' h 



ireeven. 



35 



Toen ik ray 



3i 



n 




55 



33 



33 



53 



van 
rrcjg 



let ten 





t 




Pater) 




, am dat het vai 

ongewoone Ver 
welke veel aver 
■gaande Hoofd 



bevond op de Buitenpl 



twee Mylen van de Stad Havana in Nieuw Spanje 




n 



jaars 



waren 



749 



? 




ds 
ond ik eenige doode Wespen in de Velden, di( 

derdaad volkomen Ske 



Lyf ^ met Wiel 



'- 




den Buik van ieder Wesp fchoot 



cr 





emeen denkbeeld 



by de Ingezeten Gia genaamd 



vol 



die ontrent vyf Sp 



aid 



fcherpe Doorntj 



en t 



dat de gezegde Doorntjes hunnen ooirfprong zyn ver- 

T T T 35 f"\ A.I \ 1 « 



Ichuldigd aan de Buiken der Wespen. ^^ De Autheur zegt verder, dat 



Mikroskoopifche en andere Waarneemingen op dezel 



y 

ftelde . doch 



ri 



Ike Waarneemin 




dit waren: maar van de geheele zaak houdt hy 



^ 
^ 



vol 



(*) [// ne differe de notre Mart 
il 0jt plus petit &c 
th (lit is fouE. 




hceft de Franfche Vertaaler ; 
Verfchik 'er insgelyks van door 
egfl Kuif te hebben 5 en de Ooflindirdie gewoone Ys- 
vogelcjes zyn 00k veel kleiner dan de ommi zie det- 
zelver Afbeelding in 't 1. Deal van dk Wefk, van de 

Plaat van fij)wAKt>s ont 





Ct) [L 



1 



tot zynen Gekuifden Ooftindifchen Ysvogel, deAm- 
bonfche by Seba afgebeeld en de Philippynfche by 

Brisson. ik heb een dcrgelykcHj doch die den Bek 



.1^ 



heefc en de Pooten zwart , van de Ka^p ont- 



J 



•i' 



(§) [Dus midt net Jj^ngeilcn , van Kdwards , woorde. 
lyk. De Franfche Vertaaler maakt daar van. Deeze In- 
fekten tmrm geheel verdroogd ; maar het Ligkmm, dd 
PFieken en alle der&shsr Ledm^ waren onbcfchadigd. . 
In 'C Spaanfcfi heeft ToKftWiAi ?ero enter os todos los ' 
Efquelettos con fus Alas; dat is: de emtfche Skeletten ' 

tfiet 



'g 





Wi 




zm 





uic 



-. ^^AWW «<*w '^'M^M^ ^Ifcj 

Ige Vertaallng kan verbaft§ren ^m 
lyk gemsakc rard^^n.1 . 



1 



i. 



■^ 



\ 



y 



.1 



t r 



**rv 



« t 



E N 





LD 






M 



^ r 



'* 



\, 











■ 

igd Dit is 2yn Berigt. Op zyne 




r 



Afbeeldias;, die ik g 




beb 



N; 



dende Piaat gee ft 



•/ 




Lighaacnen yoortfchieten<le 




Jk ben mynen 

Ze Kqninglyke Soclet 



theur geze 
fekt, 'e we 
lande Plaa 




d wordr 



deb He^r 
enz. ve 
Uitcrekzel uk bet Sp 



deeze Wespen en. de PJancen 

ijende uit den Grood 

DA 




> 




de 
der- 






pjigt voor de aanwyz 



a an me 




be fc b r y ft 




nee 




be 



n 



AlJes 
k van g 



, Lid \m 

dit aartige Infekri 
wat 




6 



n 



d 



s 



ffevorderd 



hnde 



b 



eo 



k 





ders is dan bet door roy afgebeelde op de voor- 
zyn in de kennis der Natuurlyke Hiftorie nog 




loof dat de goede Pate 



den knobb^I 




en in de Fungus voor gedroogde Bladen heefc 



uitpui^ 



(t) 



-} 



^p^^i}'t,i^<i3it:^^i,^^-yt^v'^^^'^Mi}--t:^ 



■ -^ -J- . 




L 



.'- 



4 



%' V 



A 



A 



T 



XXVH 



« 



> 



D^ Kalkoeh - Faiz^vU (27) 



- -T. 



Deeze Voge! , welk6 mcti meent van eeii Kal 



* - 



o 



rt ^n 




I 



zyn 



h 




om 




m 



in't 




van 




A 



Een omtrel' 



den 



voortgeteeJd te 
Plaat te kunnen brenffen. 



ge van de voornaan^fte Afm 



dt men daar nevens in de NacuurJyl 




zyn 



aan \ 




t 



Van de 



d der uitgeflrekte Staart , 28 Duimen : van den Bek 




roocte 




.1 



3 



en m- 



Bek 



■1. 



yingeren, 25^-; 



^ 






rx 



e 



de tippen der Wieke 
flooten, 10 Duimen lang; de 



ddelfie Vinger en Klaauw 2^- Du 






eftrekt 



J o 



-^2 Du 




De 



Faifant-Haan en een Kalkoenfe M 



De Bek 




emiddeld 



de Knie tot aan den Hie] 3 

als tu§iclien 






4« 




y 



> 



niet een weinig Vleefchl 



l^aak , 
maaken. 
rood was , 



boven de Ne 





an 




B 



zy 



g 



\^ 



Veder 



d 



de Ond 




een klein Kwaffi 



De Oogen waren Hazelnobrenkieur , omringd met eeri plekje Huid 




dat gedeel 



tjes ge/prenkeld ni 



H 



5 



dat 



met 



kortie b 



den Hal 

Vederti 



}•_ 



Ik Vederloos is in de Kalkoe 



Het overige van den Kop 



*, 



was 



well- 



zwarte dwarsftreepjes bebben 



gedekc 



den Keel dan in de Nek; die bekleed was met lansfer Ved 



3 



van ieen 



of Kop 

Lyfs, 

Vlak, 
iireep 




1 



ans 




elyk 



de zwarte Kali- 




waren gsdekt met donker zwarte Veders 



r 

3 



ynde de Dekved 



5 



der aan de S 



De Rug, de bbvenzyde van de Staart en Wiek 



De geheele Buik ^ti de ^yden de 

inaar omtrfent de ieg is een witt 
Oranjekleur met 



zwarte 




waren 




, i 




eld met grddter en kleiner zwarte dwarsftreepen \ \ welk de 



tdrukken. . De Dy 



fte Dekved 



zy 



gekleurd en getekend 




gemen 





witachtig waren : de Slagpennen 



de Wieken: met bin 



«a 






dwars met wit gemengd; de tippen der Wieken en Staart donker, De Staart Heefj 



Vede 



Def 



Voeten en Klaau 



buitenfte Ving 



zyn donker Afchkl 





eder Pdot zyn door Vliezeri met den middelften finieri 
;€voegd. De Veders waren altemaal dubbeld : de eene flevig , de andere em klei 
afgezonderde Dorisveder; beiden voortkomende van de Zelfde Schaft. 

' I 

emeene voortbrengzel door den keuriseri eri waar- 



Ik werd begunftigd met d 




, (*) [Dan zou dit mllTchieii op de zdfde manier , als 

ik van dac Voorwerp dagt , naamelyk door op die In- 




(t) [Pater Torruhia zegt , dat men den 



] 



de genen ,^ aan ^eJkeri hy liet vertddnde, de Doorneii 
grappig uit den Bulk der Wespen flelden voort te kch 
rnen, ora dat ds Wesp een Angel heeft. • Een flerke 

/I.,:*.- ^J^- »_l_ n . 



en 



maak 



1 



^ 



(27) Avis (juaedara Spedei mUtx ex GaijQ ladico^ 



PhaOano 

G 2 



T. 337. 






r 




VElZAMELlNG van UlTHEEMSCHE 

Heer, Henry Seymer , Schildknaap van Hanforciin Dorfetshire: wien ik 



d 

om andere redenen, ook veel verpligting heb 

tdekt in de Boflchen naby zyn H 



I 



Daar waren drie of vier van dezel 

* 

hy hadt het geluk daar van eene te 
fchieten in de Maand 06tober 1759: welke Vogel zig'thans op myn Tafel bevindt 



yl ik dit fchr^ 



Ik heb^reeds daar van eenig Berigt aan de K 




lyke Socie 

gegeven, haar den Vogel en de Tekening, ()p eenen zelfden tyd, onder 't Oo 

De Leden heefc hetbehaagd, zo wel de Afbeelding als de befchry- 

de Verhandeiingen d^^x Societeit^ VoL. Lf 




brengende 



P 



g daar van aan t licht te g 



II 



J 



76 



p. 833 



Ik kan niet nalaatdn h 



eenige AahmeVkrngeh by 



1: 



te 



breng 




waarde Vrind 5 Peter Collinson, Schildknaap, Lid der Societeir, my aang 



bVil 



de de Failanten medegedeeld heeft 



Hy 




t: 



Ik zag by Lady Eflex, de H 



53 



33 



3^ 



35 



55 



55 



Van 



Chineefche Goudlakenfe Faifant, (welke door Edwards, op Plaat 69 



afgebeeld,) d 



5 b 



geduurende den tyd 



Kleur 



die van de 



H 



Jaaren, allqng 



bru 



kelyk kon onderfcheiden , anders dan aan de Oo 



gegaan ; Zodanig , dat menze niet gemak 



■« 




de la 



g 



de Staart 



lets dergelyks is by den Hertpg vdh Leeds gebeurd, alwaar de gemeerie Eng 



r' 



fche Faifant- H 



^ndering 
Ik heb 



F nl 



a 



K 



ik 



gs in de Kleu 



Aqx\ Haan veranderde 



Zulke 



1 



3 



gebeureii zeldzaarn en alleenl\ 



nen 



3 



d 




emeene Haanen grootelyks 

Jongen was 



Kleur zien verand 



carti geniaakte Vog 



\ 



De Guineefche Hen 



toen 1 



■ h 



gemeene tamme 
brafft, waren van 



zeldzaanis Vertoond werden , zyn thans 

worden. t)e eerften , 



d 



Hoenders in Engeland g 

de wilde Kleur • alien blaauwacHtig gVaauw , met 



men over- 



kl 



eine witte 



Vlakjes 
worden 



maar 



federt haare 




als Fiuis-Gevog 



zyn 



bont 



de Natuurlyke Kleur gemengeld \ anderen zyn licht Paarlkl 



g 



'^ 



met zigtbaare Vlakjes^ anderen wederom zyn volkomen wit 







« 



h - 



> 





i®^^^^:^^;)®^^;^®!©!©!;©;;^:®®:;®;©!;^©;^^®;^^: 




-■ 




^. 




A 



A 




XX VII I 



# L 

De groote Gekroonde Oqflindifche Diiif (28 ) 



O 



\ 



De 



V 




el is ook aanmerkelyk verkleind, oni hem in 't beflek van de Plaat 




I kunnen breng 

rootte van een gemeene Kalkoen. 
De Bek is 



Het origineel , hoewel van 't 




der D 



heeft de 



zWart 



de onderfte 



melyk regt , met de punt 

Van dezelve ga 



de Bovenkaak een weini 



hangende 



Streek naar agteren, die puntig ultloop 



ederzyd 



bresede 




5 



roode Kringen hebben. De Kop 



en 

eft 



de Oogen zyn geplaatfl,^ we 



een verheven Kam of Kroon 



welke 



konderftel altoos overend 



zynde famengefteld uit zeer tedere Vedertjes , 
met dunne Schaftjes en zeerfyne Baardjes, welke haare deelen niet iamengekleefd ^ 

elkander hebben. De Kara, Kop, Hals ^ de Slagpennen der 



maar 




Wieken en de Staart, 
lichtachrig blaauw Afchl 



deg 



onderzyd 



den Vogel 



zj; 



fchoon 



even als men dit ziet in de helderfte deelen van 



Ibmmigen onzer Veldvliegers of Wilde D 



de der Wieken 



op 



h 



midden van de Ru 



De Dekveders aan de buitenzy 




5 



zyn 



van ecne donker roodachtig 



V 



V 



Te 



(n[B 



peintades ; zynde de Tweede Soorc van Faifanten by verfchilde.] 



kelyk van de genen , welke hier eeteeld worden 



den Heer Linn.o^us i 



iy omftandig befchreven: Nat. Hijl 
bl. 



Meleag 



I 



Stuk , 

de Kaap overgebragt , eenigen tyd levendig gehad , 

die door blaauwacluiger of donkerer KIcur aanmer. 



(28) Columba IndicaCriftu magna. Edw. Jv.p.27 
T. 339. Phafianus criflatus Jndicus. Bkis?. Jv, I. p. 



378. enz. ZeJf heb ik zodanig eene, _ van 279. T. 26. f. i. Columba coronata. Linn. Syjl. Nat. 

XII. Gen. 104, Sp. 17. Gekroonde FaifanL A^ar. /^j/?. 

I. D. V, SruK bl. 3S9. PI. XLVn, Fig. 2. 



\ 



■ 

\ 



^*^ 



\ 



/ 



^■l 



E. N 










M£ 




OG 






*-_ i 



n. 




^- 



1\gelkleur; 'c welk te famen 
Vogels. Eenigen van de eer 
met tippe 



fbort 



Zadel rnaakt, dwars 



de Rug de 



het gemelde rood 



fie ry der Dekvederen boven de Siagpenneh 2yn wit 



s 



en 



de 



de Rug , zyn A:^hgraauw. 



De Footen en V 




en vaii de gezegde ry 




aan 



maakzel voorkomende 



de gewoone Dui 



D 



Vog 



d 



hebben eene witachtige Kleur, met roode Vlakk 



de Zesde I 



de eenigfte naar Tekening 



-'f* 




e 



r^ 



kr, in deeze laatfle vyftig Plaaten van myn Werk: maar, om dat !zy vobr my 



waren 



een byna ontwyfelbaar getuigenis van echtheid hadde 



"S 



5 



zo ver- 



heugde ik my, gelegenheid te hebben om ze in Plaat 



e 




nffen 



der g 



welken d 



gemelde G 




Het Orig 



LoTEN in Indie naar 't Levert 



decdt 



fchild 



jn 



het Brittannifch Kabi 



bevindt zig thans met veele and 
net. Detleer LoTEN brafft ' 




Indie , 
tannie, 

komfti 

befchrc 



die van daar kwamen ; 
fcheidene levendig uit 



en deedt dezelven prefent aan Wylen de Koningiyke Princes van Groot-Brit 



D 



denP 




daar zy 



Oranje 



enz. 



zo 1 



k onderfiel 
Koningiyke Hoogheid prefent 



de Kroonvogcl 



een 



d 




cefic 



'■m 



e 



dat d 
Oranj 



t 



er Vog 
idaan waren : wan 
land Banda kwam 



Van t Eiland Banda is hy af- 
Brisson heeft hem afgebeeld eri 

welken aan gezegde haare 



d 



dezelve aan d 



-^ 



H 



liy befluit zyne befchryving met 
gefchonken was aan de Prin- 




denk ik, zal 



Reaumur prefent 




ed 



hadt r* 



Oog 




eweefi: zyn toen de Vogel dood was; aangezien de Kleur del: 




emeld wordt, en de Kuif is plat vertoond 



rfchynlyk onder 



voererl dus gedrukt 2ynde 



Tab. VI 



Fig 



I 



pag. 278 




Verwondert my 



Zie de Afbeeldjng in Brissons Ornithology^ Vol. f 
Hy noeint denzelven, de Gekroonde Faifant der 'In- 

die Autheur heni onder d 



dat 



Failante 



daar hy denzelven, niet leevend hadt g 



doH 




bepaalen. Ook deedt daar 

r LoTEN heeft my verzekerd , . dat het 



om zyn Gella_ 

de grootte van den Vog 




plaatfle, 
de Leevensma- 

Maar 



enz 




n en 




d maakt eveneens als de Duiven, m het naloop 



tlyk een Duif is, die gebaar- 



ber 



Wyfje. Ik moet hogthans bel 



3 



korren 





bek ken 



dat ik 




nooit, zonder zodanig 
t , zo groot een Vogel tot de Duiven zou gedagt hebben te behooren 



\ 





\ 



SON in hande 



g 




eerd 



3 



my de Vogelbefchryvin 



o 




en 




Ikhaa 

Bris- 



gekomen 



' \ 



mM^im^ 



^^^^mm 



•? * A ^ .' 




gr 



'-T^. i *TYV' 



V^'. 



mrmwMmm-^^^^ 




< .: i-: 



5S:t*t3a;4*J3SJ^*KS4l>gJS#*f3bflb*SSf#is4ky 



p 



L 



A 



A 



T 



XXIX 



1 

De Duif 



5 



t 





. -it 



(29) 



^'- 



r' 



•■ * 



Deeze Vog 



eede 



gemeene Duif 



hier ook aanmetkelyk verkleind, 
Hy lavam my voor , nagenoeg 



/'* 



om h 




van He 




^ 



aat 




zyn , als eeri 



De Bek is van eene zwartachtige of do 



Kleur 



de Onderkaak een 



3 



de Bovenkaak Han 



;■■ 



g 



en men ziet 




t over 



gaten^ gelyk in de meefte D 



Appelen. 
Staart, zyn 



De Kop 



Hals 



Borfl 



eene verhevenheid boveti de Neus 
De Oogen zyn Hazelnooten^Cleur, met zwarte 



B 



Oy 



en d 



donker blaauv^achtig paarsch. De Veders 



Dekveders onder aan de 



puntig, gelyk die van de gewoone H 



hebbende 



den Hals zyn Ian_ 
fchoonen verander- 




r q 



\ 




\ 



^ (*) [Ik meen de befchryving van deezen Vogel , 
die men in myne Natuurlyke H^orie vindc, zo wel als 
de, Af bedding van den Heer Brisson ontleend te 
hebben. De Omilandigheden verfchillen een welnigj^ 
als ook de figuur. J 

JK. DeeL 



(29) Cdumba Infulae NIcobar, Edw, Jv. p. 271,1 
T. 339. Alb. Av. III. p. 44. T. 47, 48. Biiiss. Av, I* 



P' 153 > ?-54- Columba Nicobarica. 



bladz. 450. 



mU I: D. V 



Syft. Na 



(I 




tuis 



f 
5 



\ 



62 



VEB-ZAMELING 



N UITHEEMSGHE 



\ 



DeR 




en boven- 

De 



iyken weerfchyn van blaauw, rood, Goud- en Koperkleur. 
Eyde der Wieken zyn groen , met eenen Koper- en Goudglans fpeelende. 
buitenfte Slagpennen zyn fchoon blaauvv, zo wel als de Dekveders oniiiiddelyk bo- 
ven dezelven, en aan de tippen, een goed end wegs, donker zvvartachtig blaauu 



De Staart, en derzelver bovenfte Dekveders, zyn wit: de Pooten en Voeten met 
roodachtig paarfche Schubben bekleed. 



Ik heb by Alb IN Afbeeldlngen gevonden, Xvelken hy den haam geeft van Dof-. 




er en Duif van Nikobarj in zyne Hifiorie der Vogelen. Naderhand onderzogt ik 
ze ten huize van Sir Hans Sloane ^ doch kon geen onderfcheid vinden cm te 
befluiten, welk het Mannctje of Wyfje ware, en dus geen de minfle rederi, om 'et 
twee Afbeeldingen van te maaken. De Vogel, naar welken ik de myne tekende, 
bevind zig thans, in ^tjaar 1762, levendig in de Menagerie van den lioog Edelen 

leer Graaf TilneY , by zyn Huis in EHex. Albin noemt hem 6q Ninkcom- 




^^r^-Duif op zyne Plaat, en Nincomhar in zyrte befchryving. De vaflgeflelde naam 
des Eiiands, van waar zy kwamen, is Nikohar ^ en met ednige kleinenj daar by 
leesende,te lamen^ noemt men ze de Nikobars. Zy leggen benoorden Sumatra* 





op de Noorder Breedte van zeven tot negen Graaden (*). Brisson heefc Albins 
naam en befchryving van dcezen Vogel in zyne Ornithologie overgenomen. Mvn 
oogmerk in de Afbeelding was, die van Albin te verbeteren^ In hoe verre dit 



my gelukt 2y 



3 



laat ik aan 't oordeel van ^c Aleemeen« 







ji 



A 



A 



T 



XXX 



9 



'< 



■^ 



De Mannetjes paarfch geborfle Manaky 



(30) 



bet 



U 



Deeze Vo 

anneti 




hier in de natuurlyke grootte afgebeeld 




zy 



Werk op Plaat 241, afgebeeld (f) 



de BJaauive Mees met de pur p ere £ 




I 

Ik onderfle 
, bevoorens 



c!at hy 
n myn 



De 




k 



naar 



weinig overhang 



de 



Lighaam klein en zwart, met de punt van de Bovenk 



ri 



De Kop, het agterfle van den 



Dekved 



Dekveders aan de bovenzyde der Wieken , de Stuit < 

der aan de Staart , zyn van een fchoone blaauwe Kleur. De SJagpen 



HaJs, de Rug, de kleinftd 



boven 



en on- 



de 



der Dekvederen daar boven 



3 



de buitenzyde, zyn 



met fmalle blaauw 



ry 



nen v 



den. De binnenfle Dekveders der Wieken zyn Zwart , met fffoenachtig blaauwe 



met 
peri- 



kanten. De Staart heeft twaalf Veders van gelyke langte j zwart van bov 



friialle blaauwe randies aan de buitenfte Vederen. Voorts is'de Staart en de 



3 



onderen bruinacht 




De Kaak 




voorfle van den Hals en het middel 



fte des Buiks, zyn donker paarsch, met rondefcharlaken roode Vlakken. Een blaau 
we Gordel loopt dwars over de Borfl en onmiddelyk daar onder een fcharlakenroode 



De zyden onder de W 
blaauw. De paarfche Vede 



3 



de Schenkels en het onderfte des Buiks 



lV 



zyn Ichoon 



3 



Wit 



Kleur 



alle de fchoon blaauwe Veders haar Don 
der Pooten en Voeten. De buitenfle Vin 



deszelfs onderzyde j hebben haar Donziffe deelen 




of zwartachcig, gelyk de 



met de middelfien famen 



/^^ 






zyn aan t begin een weini 



to- 



r 



Deeze, Vogel was my door den zeer 





tenden 



o 



J 

Heer, Peter 

Hem- 



V 



r 



(*) [Deeze Eilanden zyn het , we1ke de Deenen 

onlangs in bezicting zouden genomen hebben. De 
Inwooners zyn een vreedzaaoi Volk , doch armelyk , 
met ft van Vifch leevende en van de Broodvrugt, 
Ook leveren deeze Eilanden weinig of , niets uit: zo 

dat de Deenen 'er denkelvkniet veel aan hebben zullen. 



(30) Manacus 



T. 340. Cotinga. B.ass. Av. If, p, '^40. T. 34, f. i. 

Ampelis Cotinga, Linn. S^f/l. Nat. Gen. loB. Sp. 4. ' 

(t) [Zie ens Zevende Deel , 



] 



bladz/ 34 




r' 



E.N 





IT • 










1^^ K 



'A 






E 




■'» > 



E 



-a "^ 







TeSdorpf, van Lubek^ toege^onden. Hy berigtte my^ dat 




den 2 el- 
Tie rra 



Ven van Liffabon ontvangen had. t Is een Inboorling van BrafiJ, en van 
Ferma in Zuid-Amerika, ' De Vogel is door Brisson afgebeeld, in deszelfs Orni- 



thologie 



i 



Vol II. Tab. 34. %. i, en op p. 340. be(chreeven. Hy noemt hem de 



Cotinga 5 en zegt dat het een Inboorling zy van Brafil. DeeZen Vogel houdt 



voor Aen zelfden als de myhe 



5 



van 



PI 241 



liiaar de hier 




r 




reevene komc 



aan zyne 



Co t i n 




a 



nader. 



De Kapel , in de hbek van de Plaat,, geriaamd de Geel eri 




a 1$ een 



Iri^ 



boorling van Engeland , getekend nuar 't leven in de liatuuriyke grootte. De bo 



Venfle Wiekeh zyn" Oranjekleurig , ieder met een ronde zwarte Vlak : het Lyf 



geel, 
zyn. 



'J— D 

20 wel als de onderfle Wieken 






die ieder met 



Allen hebben 2y. breede zwarte boorden , 




een roode Vlak getekend 



met 




uirgemonfterd. Aan de uiterfle enden der Wieken , buiten het zwart 
fmal randje van roodachtige Kleur f*). 



eele VJakjes zyn 



3 IS een 



^^^(^■■^<i^^'^ ^•^!fe-^i=J"$^S''$^4f'$''$ 



' ' - 






^ ■ 



.« 






A 




XXXI 



I -H 



J- K 



i - 



■■' 



f 







i3ee 



\ 



2Q 





g 



in 




e 



Katuiirlyke g 




de familie van Voselen , well 



Europifche V 




3 



my bekend , die met d 



e Plaat vertoond 
k Manakyns genoenid heb. 



'I I 



D 




be 
naafli 



fl 



a 




ftrookt, is de Boheemlche Gaay. Dezelve komt daar med 



van Anierikaanfche Voe-eleii 




fig 



overeen m ffrootte 



de 



Bel 



in de kortheid van de S 




de hier te befc:hry vene Soort daar in 



k 



verfchillendejheeft in de tipr 



3 



dat 




een 




wel byzonderlykfl 
zeldzaamheid 



9 



we 



b 



Iloornig aan d 



op de Slagpennen 



de eerfle ry der Dekvederen van de Wie 




eeze 



he eft 




ven 



tjpp 




hangende aan de tippen der Vedere 



Gaay heeft kleine 



punti 




5 



ftyf 



V 




van 



( 



De Bek is van een 



Gog 



bruinachtig 




3 



loopen frhalle witte Streepen. . De Slagpennen zy 



lioorriachtige 
fchdone Scllarlakeriroode 
leur. ' Van de hoeken der gaapin 

1 wit ; eeniffe 





van de kortften iiitgezonderd 
buitenflen zyn donker. De binhenzyd 




weihigeri 



paarfche Kletir hebben, eii de tippen de 



de 



Wieken zyn bok wit, rriaar 



lyks donker aan de tippen det buitenfte Slagpennen. De geheele Kop^ d 



1 



1 




haam, de Staa 




lal 



s 



ge- 
het 



en de Dekveders der 



V, 




van b 



onderen 



Weini 




fla 



fchoon rood naar purper trekkende, met een fierlyken glaris als van 

Staa 

Slagpennen 



5 



auwer. De ry der D 





i 



:ermaate 
maar de 



flbo 



de 




en 'ik immer heb 



1* 



g 



■ byzonder niaakz 
Deeze Veders 




rfchillende van alie Vogels. wel 



Veders 



kelvk geribd aan de tippen :hebbende witte Schaft 



5 





punt 



5 



%f 



3 



eri aan 




elyke langte. De Pb 



De Staart beflaat uit twaalf 



3 



Voeten en Klaauv 



3 



zyn zwart. De bui 






- ■/ 



-* 






t ' 



ten 





(*) [D 



i 



clan de Ofdnje- 



1 ' 



Aapel, door my m het XI. Stijk van het I. Deel my 



nm 



volmaakt met die van Roesel III. Deel, t! 46. f. 4, 



Mturc^; Ed, Xir, p. 7^4. ^ahgehaald wordt, op de 
Hyak, dat eigentlyk deeze Oranje-Kapel is.] 

(31) Pompadour. Y.iiw. Av. p. 275. T. 341. Tuf- 



^ 



Zreen W^^'i '''''' '' V , , ' ^' ^^' ^ '^ ' ^"^ P^^"^'-^^"^- P^^^^' ^^''^^'- 99. Cotinga purpurea. 
JT : 1 iT'if ^^""^erkelyke veranderingeh B.iss. Av. II. p. 347. T. ^5. f; i. AmpelirPomDa 

IV.il^ '^ '^'^''' ''^f^''^' ,h^b; docH het dora. Linn. Syjl n1 XII. Gen. 108, S?2 ^ 



5-, _ _.„ ,,^_ 

van zyn , gdyk ik aldaar opgemerkt heb ; doch het 
kan met dezelfde zyn, met die van Edwards Eaat 



304 



Werk 



45, voorgefleld die de Eubuk van LiNNius is, op 
ivelke te regt de Plaat 304, maar verkeerdelyk , in 

plaats van Plaat 340, op de zelfde p'agina, in 't ^-r^: 



(t) [De Boheemfche Gaay , by ens gemeenlyK 
Beeiner of Z'war,te Mantel genaamd , is door my in 



09 



3 



J 



im 



'Q 



-J 



J 





V 



s. 



.'-. 



I - 



% 



tsa 



V E R 2 A M E L I N G 



K UlTHEEMSCHE 



tenfle Vingers hebbe 



de paarlche Veders zyn in het Donzige gedeelte 



begin eenige iimenhechtlng met de middelflen 



Alie 



Dit is een tier Voffelen, welke in een Franfche Prys 





den til 



Hoog Ed 



en 



de 




Graaf Ferrers, buit gemaakt waren 



Dezelven zoudeti voor Madam 



g 



Schoonheid is, hop 
Naam gegeven heb 



men 
k. 5 



■2y 



geweeft 



AIzo het 



Vogel 



van 



tneemende 



die Dame het 



kwaalyk neemen j dat ik hem haar 
Inboorling van Cayenne in Zuid-Amerika. Brisson 



lieeft hem onder den naam van rurpere Cotinga afgebeeld en berchree\ 


































P 




A 



A 




XXXII 



be Shirley 'Fogel (ji) 



I' 



Dee 



K 



ze IS I 




s 



Origineel d 



myrie Hiftorle der Vog 



3 



op PI. 8^, afgebeeld f) 



>^- 



^ \.f- 



zeldzaamheden, in een 



Kasj 




befchadied Was 




en 



bovend 



maar 



onder ande 



-^ 



3 



met Glas geplaatft, waar uit het niet mogt g 



men worden; zyn my diestyds eenig 



mer 



den belch 
welk door 



Ook zai de befchryv 




tyd 




beichryft. Hy 



gebeurti, wanheer men een zelfde Soort van V 



welke hier 
ge byzonderheden verfchillen 




t 




op byzondere 



de Natuurlyke g 




d 



2el 



De Bek is zv^/artachtig, ilitgenomen 



den voet van de Onderkaak, daar de 



t - 



ve 



Vleefchkleur heefr. De Kop, de Nek, Rug, St 



de boven 




van de Wieken en Staart , zyn donker of zwartachtig bruin, maar de kari- 



ten der Vederen lichter. Alle de Veders der Wieketi, uitgenomen d 




Slag 



pennen , zyn met dwarle Streepen van eene donkere ICIeur getekend. De Staar 
heeft twaalf Pennen, die overdwars donker gebandeerd zyn, met de tippen der Ve 

deren afgefleetf^-n . pn de nnnten der meefle Schaften daar buiten uitfteekeride. D 



6 



binnenzyden der Wieken en onderzyden van de Staart, zyn donker, zo wel als de 
Onderbuik , Schenkels en de Dekveders onder aan de Staart. De Keel en BorfL 



het midden des Buiks 



3 



de ry rondom het bovenfte dee! van de Wiek 



5 



^ 



zy 
Klaauwen 



fchoone hoog- of fcharlaken»roode Kleur 



D 



Pooteri 



Voeten 



en 



zy 



donker en vry fterk naar het Lighaanl te rekenen. De buitenfte 



middelfle Vingers zyn aan h begin famengehecht. Om dat de Staart zig af| 



fleeten ve 

ze Vogel 

Het is 

Ferrers 

lyk fcheer 
heid 



dat de Schenkels en Voeten zo zwaar zyn , de 





s de Schorfen der Boomen dpklimt 



3 



het Zoekfe 



^ dat dee 
zyn Voedze] 



die keurlyke party Vogelen, den Hoog Edelen Heere, Graaf 



toebehoorend 



meermaalen 




emeld. Alzo hy my niet gemakke 



tot 



g Geflagt van Vogelen te betrekken te zyn, nam ik de vr-y 

geeven. Hy 



den Familie-naam van den Hoog Edelen Bezitte 



Guajana, in Zuid-Amerika, afkomftig. Ik vdnd hem niet door eenig Autheur 



afgebeeld (f) 



De donkere Zwahiwjlaartige Kapel 



bovenfle van de Plaat vertoond, komt 



uit 



CI 



H 



Lyf 



de bovenfle Wieken zyn van 



don I 



br 



of 



artachtige Kleur , met kleine witte Vlakjes op de kanten. De onderfle Wie- 
ken 



(32) Shirlejus. Edt*-. Av. p. 27^6. f. 342. 

Briss. Av. III. p. 51. 



Card!- 



Emberiza Mili- 
De Bruine Kardinaal. Nat. 



nalis fufcus 

tans. Syn. Nat. X- p 178 

Hijl. I. D. V. Stuk, bl. 525- '-lanagra milKaris. Syn. 

Nat. XII. Gen. III. Sp. 17. 



Groote Goudvink^ voorgefteld.] 
(t) [Wy krygen 



/ 



deeze Vogels 



thans 



van 



Surf. 



(*) [Men vindt hem in 't Viet de D eel deefes Voge- hier van fpreekc] 



name en zy zyn met ongemeen. In myn Exemplaar 
vind ik de zelfde byzonderheid van de afgefleetene 

Staartpennen en uitfteekende Schaftjes, daar Edwakd^ 



Werks 



PI. 59 , onder deo naam van 



s 



\ 



-' 



I : 



E N 




E L 




Z 




A M E 



V 





E 




- \ 







ken z\ 



w 



m e r k 



met vyf witte Vlakken in 't midd 



\ 



in t 



;< 



de aan den zoom. De onderzyd 



rfcheide haifmaanswyze 



even 



de bovenfi 





kend, maar de Kleuren zyn ilaauwer. Hy werdt my prefent gedaan 




den verpl 

MAS HaF 



d 



Heer Schildknaap Matthew HAaRiSON 

Lord Kameraar van Londen (*). 



3 




Sir Tho 



v:^ 








f# 



P 



L 





T 



XXXIII 



% 



V 



iDe Scharkk 



1 

roode Mofch (33 



V- 



\ 



^ \ 

Deeze Vba"el5 00k in 




d 



ers 



P 



d 



D 




e 



kruin d 



K 



Natuurlyke grootte op 



de P] 



r 




kunnen rnaakcn 



of d 



1 



ps taamelyk lang, en Ichynt daar van een 



d 5 heeft de 




ezeiven 



De B 



ck is van cen ^o 




eheel 
K leur 




e 




: neerleggen. 
lichtft naar de 



'en 



het geheele Lyf, zyn van een zeer fchoone roode of Scha 
Wieken en Staart, aan de bovenzyden. 



X 1 

punt toe, De Kop, Hals 



'Vedercn , van taamelyk g 



Kl 

donker zwart. De Staart 'heeft 



Wieken zy 



elyk 



de 
a If 



la 



nffte. 



de 




■ 

D 



Dekved 



met de kanten lichter. 
en Voeten zyn zwart 




pe 



aan de binnehzyd 



aan de bionenzyde der 
een donkere Afchkk 



ur 



De onderzyd 



de 




e 



Vingeren itaan d 



de Vedertjes boven de K 



Staart is zwartachtig 




Poo 



^ 



rds 



ej 



weinie; donk 



« 



\ 



achtig in de Donzige deelen 



gterwaards, Alle de roode Veders zyn 



De Vog 



kan 



g 



daar geen Afbeeld..,g^ 



dere zyn , dan de Tyepiranga van M 



ri 



p> 



van 



Brafil 




e 




heeft 




P 



92 



2) r 



\yi 



z 

heeft 



deszeifs b 



le 






hryving in zyne Hifto 



dezelve, in zyne VogeJkunde 



t I 




vertaaid overffenomen : maar door eenigen misflag zegt hy verkeerdelyk , dat 



B 



5 



Veders op deh Kop 



d 



zy 



hoe 



V 



befchr} 

goede Afbeeld 



logie^ Tom. 111. f). 42. PL 3. f 



de 




e 



g' 



hy 
Vog 



gt dezel 
heeft de Fleer B 



9 



begin zyner 

een zeer 



no^ 



Cl 



mende hem de Kardinaal (f ). Zie zyne "Ornitho 



tf 



d was 



dt 



my 



Het voorwerp, naar 




Med. DoiStor en Lid der Ko 



M 



Brook , HeelmeeRei 

de Landftreek te beu 



geven door mynen waarden Vriend 

lyke Societeit, die hetzeh^e 
Maryland in Noord- Amerika. 



myne Fj 



Jam 




g 




Ls Parsons 

igen hadt vai 



» 



vveike 



'7 



\ 



Zuidwaards uitftre! 



omtrent d 




G 



van 



Pa 



Ifde Zuider- Breed 



ika. Hy fchynt, derhal 
g Graaden Noorder Breedt< 



da 




uay 



De Gcde Zivaluivftaariige Kapel 



naby den Mond Van deRivier de la Plata 



IS tot 





Zuider 



« 



dezelve van 



donke 



Zwart in de verdeel 



Mv 



zy 



eel 3 
rde Vriend 



to 



Kleu 

beft 



Engelfche afkomfh Het Li^haam heefc 



de bovenfte Wieken geel eii donl 




de Afbeeld 




b 




m 



i 



d 




k 



blaauw eri zwart, hebbende ieder 



dit Werk heeft 



5 met eenig 
grypen. De onderfle Wie- 

roode VlaL 



een 



5 



tekend 



J 

3 




N 




(*) [De Heer Linn sirs betreks: deeze tot de He^ 
kntis , een der Equites Irojani'o^ Troiaanfche Rid- 
ders zogenaamd, Syjl. Nat. Xll p 745. door my 
btfchreeven in het XL Stuk der Natuurlyke Hifto- 
rie, bladz. 191, met eene bygevoegde Af bedding, 
wtlke echter van detze aanmerkelyk fchynt te ver- 
ilhillen. Llet echte Ex^mplaar van Edwards heb ik 
ihans, van Koromandel af'komftig.] 

• (33) Paffer' ruber. Edw //u. p. 278. T. 31^5. Ta- 
nagra Cardinalis. Buiss. Jv. ill. p. 42. t, 3. f. i, 

JX. DeeL 



Mer 



■ 

Bell 




L r 

, , ,. > B^^- PafTer erythrome» 

Janus Indicus. Aldrov. Orn. Ill p. jcg. Tye Pirangg 
Makcgr Braf. 192. Will. OrnhL 18^. Tanagra 



[D 



Syfi^ Nat Xll Gen. in. Sp 



ar zyn verfdidde Vogelen van deeze grooc.- 

te, die Kanlinaal gsnoemd wordeii ,' wegens d*^ Scar= 
lak.n-roode Kleur , en de bekendfte onder dezel veni 




k blad 



503 





I 



/ 



r^ 



h 



r 



if- 



"V 



C6 



VERZAMELING 




UI THE EMS CHE 



DANiEiS' SWainI, zondt m/ deefefi Vllnder van 'Norfolk, en verzogt my.daai 
vaii de Afbeeldiilg' in ditf' gcideeltfe van myn Werk te geev^n (*). 



r^ 



i 









!^>^1 




' p 

P 



L 



A 



A 



T 



XXXIV 



y 



/ 



- i 



I m 

D^ Manakyn met een ijoiitc Keel en Kiiif (34) 



6 



\ 



Decze Voffek die da; ondeffle op de Plaat k, wordt hier, zo wel als de ande- 



re 



in de Natuurlyke grootte vertoond. Hy heefc den Bek regt en zwarr, met eene 



fpitfe punt. De Keel en 't voorlle van den Kop is wit, 20 wel als de Kuif, welke 
hy op de Kruin Heeft, beftaande uit lange, fmalle, puntige Vedertjes. Van het 
agterfle dcs Kops, agter de Oogen 



begint een zwarte Streep, die 



aan ^t 



begin 
breed is, en verfinallende de Keel omvangt^ loopende rondom het witte gedeelte , 



en hetzelve van het geelachtige , daar ondef , af(cheidende. De Nek, het bovenfle 

van de Rug en de Wieken ain de buiten"2yde , hebben eene donker blaauwachtige 

. Aschff raauwe Kleur. De inwaafdf^ Dekveders' der Wieken 2yn Kaneelkleurig: de 

, een weinig lichter dan van boven. Het 
den Hals , de Borfl, Buik , de Stuit en de 



Slaffpennen van onderen Aschsraauw 




ag 



terlte vati den Kdp, het voorfte van 
StaSf 1: tef weder^yden , als ook def^elver DekVedefs boVen en beneden , zyn van een 
heldere Kaneelkleuf. De Pooten en Vdeten zyn liclit rOodachtig geel: de Klaau- 
wen donker en de Veders ook donker Boven de Kriiejen.. De buitenfle en mid- 



delrte Vingers zyn op een 

/amen 




wyze 



3 



byna tot aan de Klaauwen toe 



3 



t 





evoe 




d. 



't 



,' 



\ 



'' 



--<■ 



* 

De rood gehdfde KoUbrist 




y 



De Kolibriet 5 2^ynde de bovenfle Afbeelding op de Plaat, heeft den Bek 



ang 5 dun en maaf zeer weinig nederwaards geboogen, van eene donkere oFzwar- 



te Kleur. De Tong is, gelyk by het geheele GeOagt, in fyne Draadjes gefplee- 



ten. 



1 



< 




3 



Het Kuif je op den 
met eenen luiiter van 




heeft eene uitneemend fchoone roode of Viam- 

De Keel is als gebruineferd Goud , veran- 



nen 



d^rende, naaf eenige plaatzingen van het Licht, in Efmaraud - groen : welke fc hit- 
terende Kleuren , in andere plaatzingen, geheel donker zyn. Het Lyf, en de 



Dekveders der Wieken, zyn van eene donker bruinachtige Olyf kleur, de Slag 



pennefl een weinig naar het purper trekkende. \n de Staart kon ik flegts agt Ve 



ders tellen, welke van Kaneelkleur zyn, met zwarte tjppen. De Onderbuik en 
Dekveders beneden de Staart , zyn Kaneelkleurjg : de Wieken en Staart van de 
zelfde Kleur boven en beneden/ Een wkte Streep loopt dwars over 't midden van 

De glanzige Vlak aan den Keel, is door een donker Strsepje van de 





Buik. 
Hals en Borft afgefcheiden. 




^.^ - 



e 




ooten en Voeten zyn ^wart. 



- 1 



DeeZe Voffeltjes behoorden beiden tot den buit, s:emaakt door den thans Hoo 





Heer, Graaf Ferrers, Lid der Koninglyke Societeit, in wiens Verza- 
meling dezelven zig bevinden. 't Zyn Inboorlingen van Guajana en Terra Ferma 
in Zuid-Amerika. 



k kan 



' \ 




een belchryvingen of Af beeldingen vinden , 



Gl 



met 



r ■ 

dezel 



\ 



(*) [Dit IS onze zecr bekende Page de la Rem.weh [Noopens andere Manakyns zkt rtiyfie Nat. Hlfl. I. D. 

Door een zanderllnren mlsflaj> 

o o 



ke, onder den naam van Machaon , thans de drie-en- V. Stuk bladz. jggi. 



dertSgfte Score in het Geflagc der Dag-Kapellen by den' vindt men hief op de Plaat Mamcus fade ntbro^ in 
Heer Linn^^us uitmaakt. Zie de befchryving daar vati pjaats van fdck albd^ gdrrigeden.l 



in myne Nat. Hift. L D. XL St. bl. 2d6j 



(t) MelliOjga crida rubra. Em. M 



.(34) Manacus Facie a!ba. Edvv. Av. 286. T. ^U. 344. Tfochilus eliical Linn. -Syjl Nat. "XlJ 



-^^r. T. 



- ' ' r. 



Pjpra albifrons. Linn. Syjl, Nat. XII Gen. 115. Sp. 5. 



J m. 




Sp. 19, 



f 



E N 




E L D 





4 

deze 



komflig 2yn 



A 



20 dat ik 



M 





O 




*a -t 









voor 




afgebeelde of befchre 



'«• 



Vo 



houde 







I 



ift 








XXXV. 



r 

r 

JDe /^<?2;^/ Hoppe genaamd (35) 



-■f 



Deeze Af bedding is een weinig klelner dan Natuurlyk^ om den Vogel op 



PI 

gaaping 
drie K\^ 




e 



k 



breng 



twee en een 



Zyn Bek heeft) van de punt tot aan de hoeken der 

5 geflooten, vyf Duimen en 



l£ Duim 



g 



de Wiel< 



Dui 



7. w arte 



d 

K 



on 



D 

k 



Ly (1 e 



Hy ichynt ongevaar .de grootte te hebben van een Mere! of 



Bek 



IS 
A, 



g 

punt 



d 



3 



£'berp gepunt , en een 



* r 

ic nederwaard 




Vleefc 





den, Kop J die door een byzondere groote 



of Kuif, van lange opilaande Vedertjes, aanmerkelyk is. De Oogen zyn Ha 



Kl 



wit daar onder 



^ 



de Vedertjes van de Kam hebben zwarte tipp 



5 



met een weini 




Voor 



5 



en 



Bor(]:,.van eene geelacht 
met ^warte dwarsftreepen. 



ge zyn dezelven, zp wel als de geheele Kop, Haj 




d 



Z) 



De St 



bruine of Kaneelkleur. De Rug heeft die, zelfde Kleur 
De Stuit en Dekveders van de Staart^ bdv.enen bene* 
is aan beide zyden zw^rX,, met een g 

.^k ^ 'IT. 




ene witte 



flrcek overdwars- 

meer dan tien Vede 



gelyk dezelve zig in de Afbeelding vertoont. Zy heeft niet 



V^an de Slagpen 



tvveede en 



de 



rde langft. Zy zyn 



Zwart 



de buitenfte de helft korter dan d 
^ uitgenomen dat de negen bui 



tenfien ieder een wit inerk overdvvars hebbe 



5 



de tippen 



3 



de 



^m 



:'- 



■• .: 



F' - 



gende ieder 



g 



witte baa 

de 



maar de kleinften, naafi; aan de Rug, zyn zwart § 



der uitwaardfe Baarden erezoomd 



De 



fie ry 



der buitenfte Dekvederen , boven de Slagpennen, is zwart, met hoog witte tippen 



de tvveede ry d 



is WJt 



deeze maa 



d 



over de VVieken. De 



Dekveder 



met; elkander, vyf witte baaren 



s 



) 



aan 



de 



n 




roodachtig bruJn . 
aan de buitenzyd 
gedekt^ met 



en 



het 



i 






den B 



de binnen'zyde der Slagpe 
Schenkels en" omftreeks. d 



Qiien 



der. Wiek. 
is zo Re 



zy 



\ 



> 



als 



- - 






Ved 



ertjes 



d 



Leg, 



IS 



F^'? 



een 



weinig 




dacht 



t5 



b 



De Zvden zyn genierkt met donkere (I 



de Voge 

elchaduwd of sewolkt zyn me 

langs de Schaf 



ten 



der Ved 



De 



een donkere Loodl 



g 



M 



Voeten en Kl 
vindt de buitende V 




3 



zyn zwartachtig of 



\ 



met de middelden famensevoe 





■- 



aan 




be 



Deeze Hoppe was in 



d 







in 



) 



een 



3f 



a '• 



abuurfchap 



Londen sefcho 





nor Doktor Reeve, Prefident 




t. 



n 



I 

Heer bee;«eerte hadt, om 

lat gebra 
dwaalde Vogel by w\ 



het Kollegie der Gen 



3 en my g 




•7 



• ' ^ 



veil 



Alzo deezd 




er een Afbeeldine; van' te zien, heb ik dezelve hier in 



PI 



t Is 



gentlyk 




een 



nboorling 



Engeland 




, -r. 



".*■ -i • '^f 



een ver- 



in 



d 



ft 



zien 



Land gevangen wordt 

Helen of broeden. In de meefte d' 



d 



Europa 
kenners 
ten-Ee 



hy gemeen; doch zai geloof 
die hem befchreeven hebben. 



Trek 



o 



daar 




el zy 



van 



niet fp 



k denk dat men ze 
n \ vaUe Land van 
■ hoe wel de Vogel- 



en men vindt hem, (millchien alleenlyk • 's W 



Hy 



een 



Infek 



Ooftindie. Ik heb een Afbeelding 



b L 



,) 




aar van 



d 



wat de 



Kl 



g 



op Ceylon 

edaante 





aangaat. 



eetekend, door be 



naauwkeurig was , g 



3 



zynde in Oofiindie naar t Lee 







g van den Heer Schildknaap J. Gideon L01 



g 



-■\x 



zeii 



• -'(SS) Upupa. Edw. /iv.p, 282. T. 345. Briss. Jv. Upupa Epops. Linn. Syfi. Nah XIL Gen. 64. Sp, i 



n. p- 455. T. 43. f. I. Upupa omnium Auaorum 



» 




6s 



V E R Z A M E L I 





VAN .UiTHEEMSCHE 



zen Gouverneur van dat Eiland. Alle de Vogelbefchryvers hebben er van 
handeld (*). 




e- 




'm 





■s 




















^ ®!©;®;©^!©;!©j^;s:^;©^ 






><is>» 



4 , 



P 



L 



■■ Id 



A 




T 



XXXVI. 



/ 



y 



De Surinaamfche Mimrkruiper (36) 



De Voorwerpen, op dee^e I 




beiden naar 'c Leven 



c 



lyke grootte getekend 



De Bek des Vogels is op zyde 



g 



de Schets daar 



5 



Hy heeft den Bek 



J 



in de hoek der Plaat 
Lighaam te rekenen 



g 



bov 

g 




\n de NatLiur 

famengedrukt 

blykr. 
g haaki 



ss^ 



ezien 




d^n 



aan de punt, en van eene donker bruine Kleur. De Kop, het agterde 

Hals, de Rug, Stuit, Staart en Wieken, zyn donker Loodkleurig blaauw. Alle 

de Dekveders aan de bovenzyde der Wieken zyn wit getipt ; die aan de binnen 



d 



yde donker, met witte randi 



> 



w 



der Staart vede 

De Borfl, B 



De binnenzyden der Slagpennen 



zy 



Afchg 



3 



Dy 



Dekvede 



lichter dan de bovenzyd 



e 



de 

D 



derzy 



Keel 



JS 



der aan d 



Staart 



3 



blaauwachtige Afchkleur, lichter dan de bovenZyde van den Vogel 

de Schenkels toe, is de Borfl gemerkt met witte Streepen 



zyn van eene 
Van den Keel 



tot 



Ian 



den van ieder Veder loopendcj d 




s 



mid 



puntj 




dig 



donker b 



De Pooten en Voeten zyn 




V 




el 



bevindt zig in 



den Vriend , John Fother 



de Verzameling 



myn 



waarden en 



plig 



3 




ft, cm my te begunftigen met 



Geneesheer te Londen; die altoos gereed is 



i r aa ij 




ezigt en gebru 



f 



't welk hy bezat. Men hadt denzelven, met veel andere Natuurlyke zeld 



zaamheden , in Liqueur 



Surinam 



Barbad 




gden Heer^ in 't jaar 1758, prefent gedaan. Ik 



in Engeland gebrag 



aan 



of belchryving van d 



gen Vogel gely 



i 




ik geloove, dat dit 'er de eerfle Afbeelding en befchryving 



liets, dat naar de fig 
g Autheur vinden : 



des 



D 



g 



heeft den Kop 



donkere Zwaluwfiaartige Kapel 



zy 



in 



bovenfle der Plaat vertoond 



Pooten 



5 



Lyf en de bovenfte Wieken donker: uitgenomen twee 



hoo 



\ 




de Vlakken op ieder Wiek 




hec Liffhaam. . Die Vlakken 



een 



(te W 



zyn 



Kleur omringd, dan het overige der Wieken heeft. Ook zyn de 



kleur '. 
Wiek 



met Oranje gefchaduwd 



dan de bovenfle en hebben ieder zeven Vlakken van Room 



Dezelven 



zy 



door de Aders o 




deeld, en twee derzelven hebben in 



Ribbetj 



der 



d 



der Wiek zes halfmaanswyze Oranjekleurige Vlakk 



t midden ovaale zwarte; gelyk 



3 




en van 



haare 



komdig 5 heb ik ontvang 



Zo( 

dat 
vinden 



gegulpte boorden. Deeze keurlyk 



de Tandswv 



den beleefden 



Kapel 



(hy 



van China af^ 



van den Heer Thomas Harrison , Kameraar 



pligtenden Heer Harrison 



Londen 



dezelve zeer 




zy 



9 



want ik heb ze 



Ik geloof 



m 




eene Verzameling kunnen 



PLAAT 



A L 



• » 



(*) [Zie eene uitvoerlge befchryving van deezen 

Vogel in het I Deels IV. Stuk van myne Natuurlyke 
Hijlorie ybhdz. 414. enz.] 

(36) Picus Surinamenfis. Edw. Jv. p. 2^4.. T. 346. 

(*) [De Heer Linn^us becrekt deeze Kapel, vol- 

gens het Nommer van de Plaat , tot zynen Deiphohus^ 

nnder de Trnm^nrnfip Ridrlprs* fy'if^ S^^ff:. Ndt^ XIL p« 



) 



vol gens de 



ling , 



yving in Muf. Liicl. Ulr. of vo'gen ^_ 

daar mede ftrooke. Zwarc is zy immers niec. 



en de zeven roode byna Ringswyze Vlakken , man- 
keeren 'er voiarekt aan. (zie myne ^at. HtiL L D. 



XI. Scuk , bladz. 



.c 



^ 



> 



/ 



merkc te hebben, dac de Kapel op de rug !a 




] 



opge-*^ 












^^■ 



/ 



'E K 



Z E L 





A 




M 




VO 




E 



*-x 






^ 





/ 



^^^^^^imi^^^nmm^mi^^^^ 



X ' 



r \ 




< -* 



mmmm^m!%¥&m¥mmsm^ 





L 




A 



T 



XXXVIL 



ei 



- Het roodborftig groene Boomkrutpertje (37), ' 

r 

■ 

Alie de vier Voorwerpen op deze P]aat,2yn in de Natuurlyke grootte afgebeeld 



Het bovenfle Vogelrje 
h'eeft den Bek lang en \ 



da 



een 



g 



derwaards geboog 



Boomkruipertje is met 



rooden Borft 



s 



van eene donkere Kleur ' zo We! 



de Pooten en Voeten. De Kop, Hals, Rug en Dekveders der Wiek 



glanzig g 



eerfchvn 



zyil 



vedeVs aan de bovenzyde der St 



en de St; 
dcren ee 
Jiehter b 
Vederen 

licht bru 



die twaalf Penn 



gebruineerd Goud en Koper. De Dek 
y'n Ichoon blaauw. De grootfte Wiekveder 

der Ve 



eft, 2yn donker b 



met de 



weini 
in da 




b 



chter ■ de binnenzyden der Wieken en onderzyde van de St 



H 



midden 



den Borfl; 



De Buik - Schenkels en Dekveders onde 



edekt 

de* Staa 




met fchoon roode 



of Afchkleur , by 



der de Staart 



p 
J 

5 



2jn 



ft 



\ 



"fc 



H. 



^ 



gevhkte, Bobrnkruip 



^'y 




>i< 



r- 



De onderfle Afbeelding vertoont dit laatfl 



hcefr, 00k van 





dfe 



n 



B 



der 

St aa : 
derb 



Wieken 



ir. De Kbp 

De Borft, 

zyn Jiehter green , naar g^cl trekkende. 
ctekend met donker blaauwe VJakken. 



Pooten als bb\ 



r- 



zyil 



donkere Kle 

hoog groert. 



H 
Bu 



s 



R 




Staart 



Dekveders 
de 



I , 



aan 





De Keel is g 



kcr brui 

Eeks ondef de Oo^en. 

bewaard, hadt de 



en Dekveders 01 
^n van den Kop tot aan den On 
De grootfte Wiekveders zyn don 



-;'. 



E 



geele Vlak aan den K 



Daar loopc een blaauwe Streep van ieder hoek 
ander Vogekje, v 






tt 



J 



bl 



zyn. 

De blaatiwhaairige flie 



deeze zelfde S 
waarfchynlyk zal dat 



met deeze 

het Wyf» 



5 



daa 



ehs 



zo 



Lyf, d 



het blaauw zig vertoont. 




edek 



J 



met 




derl Kop rood ; de Pooten dohI< 



zwarte H 



-J 




Het onderfle Voorwerp bel 



De Wieken zyn lich't bruin en doorfchynende 



door welken 




le 



Infekt 



of Schtrminkeh (]•) 



H 



Doornig, h 



g 



of het Ooren had 



men Spookjes noemt 



ci 



d 



H 



Kl 



Onderlyf met Leedjes gewricht^ en alles van eene 



H 



by Vlakken onregelmaatig gefchaduwd met donkerer bru 




Bovenlyf 
achti 





door Gouve 



gemelde Vogeltje was van de Kaap der Goede Hope medeffebra 



LoTEN en bevindt 



g than 



s in het Brittannifch Kab 





van 



Naturahen {§). Het andere is in de Verzanieling der Hoog Edele Lady Lyttel 



TON, d 

Wefiind 



my met 

warn 



De 



gezigt daar van begunftigde 



dere Voorwerpen zy 



s 



erhaalde, d 



het 




onden 



d 
eejfl 



,, >...x..«.^,. ..v.^.... ^^ ..w^*. aiiuci*- vuuivvcipeii zyn my gezonden ffeweelt 

door mynen altoos verpligrenden Vriend, Frank Nicholls, Lid der Koninfflvk 



9 



Soci 



Lyf-A 



den 



v 



leeden Koning : die my be 




het Eiland Jamaika gezonden waren, door Kolonel Charles 



[1 



(37) 

T. 347' 
Sp. II. 

f. 2. 



Syft. 



tte^ dat zy hem 

RICE. Ik kan 

niet 



kers van de Spookjes , met Vleugelfcheedies in plaats 



-7 



(5) [o 



1 



im 



X. S^uki 
van di 



) [In 't Engelsch WaWmg^Stich , dat is Wande- 
kndeStokjes, waar van de Franfche Vertaaler , zeer 
grappig gemaakt heeft Batons a marcher , dat is Wan 
deldokken. De zcdanigen als deeze zyn de Mas 

/X. DeeL 



flag, gedroogd, van de Kaap hekomen; eenigen van 
welken, behalve de gedagte Kleuren, een hoog geel 

Plekje op de Schouders hebbenj en dees '■ 
lyk de Mannetjcs zyn,] 



,e 




moo 





I*'- 



I *, 



s 



70 



i 



V E RZ A M E L I N G- va N. U IT H E E M S C H:E 



/ 



vinden, dat een van deeze 



Ichreev 







M 

Plaat gebragt of be 



■^ 







1* 
















' t 
























I 



> 




A 



A 



T 



XXXVIIL 



^ 



D 



5;? 



L ■ 

V lie genv anger (38) 



■r 



De beide Vogeltjes op deeze Plaat zyn naar 't Leven en In de Natuurlyl< 



b 



te afgebeeld 

' ■ Hei 



bovende, genaamd d© Zwa^t en Witte Vliegenvanger, he^ft den Bek regt, 
dun en ftherp gepunr, zwart van Kleur. Rondom A^^ix voet van de Bovenkaak 



zyn eenige Vi^ 
wel als de zyd 

derzyde 




zwarte Haairti 



% 



de 



-; 



Kop 



daar de Oog 



aards ultgell 



(laan 



5 



IS wit 



Het Voorhoofd 
als ook de 



I 



3 




, van den Bek tot aan de Dekveders van de Staart ingeflooten. De 
Kruin des Kopsj de Nek, Rugs Wieken en Staart, zyn zwart; uitgenomen 




tippe 



der Staartvederen 



3 



die ■wfit 



dj 



aan 



de ka 




1 1 



-J' 



de 
De binnenfle Slaffpennen hebben fmalle 



van haare buitenfle Baarden 



De Wiel 



zyn 



ook 



wederzyds 3 door frnalle witte Streepen van de Rug afgezonderd. De Stuit en Dek 
veders aan de bovenzyde van de Staart zyn wit, met een weinig zwarts daar 

onder gemengd 



De 




z.y 



bruiner zwart dan de andere deelen 



De 



ardfe Dekveders der Wieken zyn wit ; de SlagpeAne 



de binnenzyde bruin 



g Aschk 



dan 



de buitgnzyde: de Staar 



onderen 



van 



i- 



.y.. .--- -i 



boven even donker: de Pooten en Voeten zyn zwart. 

Den Qnderftefi Vogel^ noem ik de Geheel groene Boomkndp 



den Bek nederwa^rds gekromd en van een donke 



Tl 



■■ 



Kl 



C) 
^g^ 



D 



- ) ' 



hcefc 



1" A ^ 



-17 



aan 



den 



voet van 



^ .■ ,?:, ^ 





Onderkaak 



g 



De gantlche Vog 



3 



blaauwachtig 



Kop 



daar dezelve Vleefchkleurio: 

behalven dat de enden der Slagpennen zwartachtiff 

de Nek . 



IS 



^= 



zyn 



Rug 



Wieke 



en St 



zyn donkerfl en 



I , 




roenj^ de 




De Pooten en Voeten zyn donker of zwart 



eheele Onderzyde en de Stuit lichter of geelachtig 




roen. 



-* 



De eerflgemelde was van Guaiana of Suriname 2;ebrafft en bevindt ziff nu in Dok 



FoTHERGiLLs Verzamelinff. De andere komt uit de Spaanfche Weflind 
wordt in het I^abinet van Lady Lyxtelton bewaard. Ik kan 

door iemand afgebeeld of befchreeven zy 





dat een van beiden 




> 



\ 



/ . - — ■ 



P 



L 



A 



A 



T 



u_ 



^ . 



XXXIX 



-'. i 



''- 



De 



'.4. 




Mees. (30). 





De Afbeeldingen op deeze Plaat zyn wederom beiden naar 't Leven en in de 



Natuurlyke 




rootte 




etekend. 



v: 



De Bek van het Vogekje heeft het zelfde maakzel als die der gewoone Mee 



zen 



■ - 

(S8). Mu|CK,9^?. mS^ & alba. Em, Jv. p. 287, (*) [ Vpor een Bpo^nkniipcr fchjnt deeze den Bek 
T. 348. NP. [Op de Plaat is hier, door ^e|j, iller- wat djl^ te hebben: anders zpu hydeCmhmCayana 
grofften misllag van den Hoogduitfchen Uitgeever, ge- dankt my, naby koraen, en misfchien het W}fje daai" 
ZQt CokinHcriJ^^^lq magna Indicaj Q^i:/is,iQ van kunneri zyn.] 

k^nide lodifche Duif : 't welk op geen van de bei4e • 
Voerw^rpen paft en tegen, #, rr^nfgji^ benaamingea , 

Geen van b^den vind ik dpojr ^.iNN^ys, 
aangehaald , maar deeze fchynt n%3r zyp.e M,ii^scic9pa. 
Capcnjis of torquata wel wat te gelykeri. " Ondertus- 

fchen verfchilt de plaats der af komft veel.] 






(39) Parus Paradifiacu.^, Edw. Jv, p. 2S9 T. 349, 
Xang^.ra ^rafiJien^s. Maecgr. Braf. 2x4. X 215. 
Tangara, Bi;;iss, ^•^;. III. p/ 3, T. i. f. i- AYJcuja <J 
Tatao. Seb. i%f/I L T. 60. f. 6. Tamgu/xitm* 

Linn. SyR N^p^XlL Gca* iii. Fp* n. 

' , ^ -■ ^ . ^ 



V 



r' 



k 



EN 




ELD 




x\ A M 









E N. 



71 



zcn en is van 



ecne zwarte of donkere Kleur. Rondom den voet van de Boven 
kaak zyn de Vederen 2\vari. lict hceft de Kruin en zyden des Kops gedekt me 

v\^aar in de Oogen geplaatfl zyn. liet agterite van den 

k de ry 




Ved 



roene veacren, 



gcclachtig 

i<^op en Hals; het begin van de Rug, de Staart en de Slagpennen, ais 00 

van Dekvcdcrs onn^iddclyk daar boven , zyn alien diep Fluweelachtig zwarr. 

der buitenfie Slagpennen zyn Ichoon blaauw, zo 



kanicn van eenige weinige 



De 

wel 

als de klcine DekvederSj^met een zvv^arte Streep dwars daar door. Dq binnenzyden 
derWieken zyn donker, hebbende de Dekveders met blaauvv groen gerand. De 
Staart hcefc twaalf Penncn, die donkerer zwart zyn van ond^rea <3aji van boven. 
Het laagfte der Rug en de Stuit is met Vedertjes gedekt van eene by uitftek hel 



der" roodachtige Oranje-klcur 



mec 



r naar h Geele trekkende op de boven - Dekve- 



ders van de Staart. De Keel en Borft zyn Ichoon donker Ukramaryn-blaauw ; 'c 



welk aan Bulk en Schenkcls alicngs in een fchoon blaauwachtig Zeegroen verwan 

Dc Vedertjes aan 't midden des Bulks , omtrent de Leg, en 
Dckvedercn onder aan de Staart , 



delt. 



de enden der 
zyn donker of zwart gekleurd. De Pooten en 



Voctcn zvn donker. 



In dit Vogekje zyn de Kleuren, zo wel als in veele anderen van dit Werk, 20 
iiitermaate glanzig, dat myn geheele reeks van Verwen, gepaard met myne groot 



fte ervarenheid in \ mengen en famenftellen , niet dan eene fletfe en doode vertoo- 

ning hebben kunnen voortbrengen , wanneer 

vergeleek. De Heer Brisson, niettemin, heeft in de Inleiding zyner Vogelkun 



men de afgezette by de Natuurlyken 



d 



e my 



bcfchuldigd, van myne Kleuringen fterker 




emaakt te hebben dan de Na- 



tuur ze o 



pgeeft. 



*" 



e 



Dit is een van die keurlyke Vogelen , in bezitting zynde van den Graave Fer 
RF.RS, Lid derKoninglyke Societeit. Hy is van Guajana, in Zuid-Amerika, afkom- 
flig. Brisson, die hem heeft afgebeeld en beichreeven , noemt hem Tangara 
Hy maakt 'er de cerde van dien naam, by Marcgraaf, van; doch ik kan gten 
genocgzaame ovcreenkomft in de be0aryving van dien Autheur vinden, om vafl 
te flellen, daf het de zelfde zy met die van Brisson en den mynen j welkenna 
genocg overcenftemimen. 



^9 



.■> 



J 

, onder op de Plaat, wordt zelden groq 
ter, dan het hier vertoond is. De bovenzyde, uitgenomen een witte Ring rondom 



Het kleine Zwart en lioode Slangetje 



den Hals, is glinflerend girzwart :. de Bulk of onderzyde fchoon helder rood: de 
Oogen Vlamkeur. Men achtze onfchadelyk, en vindtze in de Spleeten van Rot- 

Torren, Duizendb^e- 



/ 



zy aazen op 



fen, oude Muuren en gedroogd Hout; alwaar 

nen, Wormen, enz. Nooit ziet menze in 't open Veld haar roof vervolgen , ge 
]yk andere Slangen doen. Wanneer menze verdryft doen zy geen tegenfland 
trachten te ontvlugten en zoeken een veilige wykplaats. " • 

Dit aartige Slangetje is my uit Penfylvanie door mynen goeden Vrind , den Eieer 



5 



maar 



I 



W. Oartram, toeffezonden. Een andere Soort kwam daar nevens, welke 




i ■- ' l:^ 



mede zeer naby overeenkomt, maar een weinig gropter. is. Derzelver bovenzyde 



was Kaflanje-bruin, de onderzyde hoog geel, en deeze beide Kleuren waren op de 

zyden, over de geheele langte, verdeeid door blaauwe Streepen, met kleine zwart^ 

Vlakjes 

ken om den Hals. De Oogen zyn Goudkleur. 'De Geftake 




efprenkeld. Het heeft een fbort van Halsband of Kraag van geele Vlak 



in 't 




'^ 



eheel ftrookt 

-J. 

met die der Afbeelding, welke op de Plaat getekend is. Het is insgelyks on 

fchadelyk. 

• De meefle Slangen v/orden, door de 

Dieren gevreesd. Het zou derhalve zeer nuttig zyn, door alle mooglyke Waar-. 

en Proeven in 't zekere onderricht te worden, welke Soorten nadeelig 



r 

Menlchen , ak Vers Iftige., m. sevaarlyke 



neemingen 



zyn, welke niet, en daar van een Lyfl temaaken, om de Menfchen van onnutte 
fchroora voof deeze Dieren te bevryden. Ik zal^ als een aanipporirig tot zulke 







^ 



^, 



/ 




VE-RZAMELING van UITHEEMSCHE 



I 



^ 



7 

Waarneeming 



h 



Maart 1 762 aah de Kor 
bvzorldere Gevallen op 



een 



cr 





edeelte inlaflchen van een Vertoog, t welk den li 
Societeit voorgelezen vverdt. Hetzelve geeft twee 



3 



Arbeidslieden , die in hun vverk gebeten waren door 



Die 



d 



men in 



E 




d de Shw' of Blindiv 



noemt 



dat 



Ferfbonen hadden geen het minfle nadeel of 
aan hunne Handert hingen en vad; zaien, en 
Schepzel wordt niettemin , door het gemeen 
doodelyk geacht te zyn^ daar het gemelde Beri 




:ma 
er 




d 



O 



De gebee 
fchoon de Di 



Bio 






d volgde op de Beet 



D 



denkbeeld , zeer 





t 



fchynt te bewyzen 



3 



lyk , zo ,niet 
dat deszelfs 



B 



in 




deele Venynig zy 



s 



-— 



^. 




'WW^WW^W^ 




'^--^ 





L 



A 




r 



XL 



^ 



N 



^ 



i}e iivarf en 




Mees (40) 



^rf^' 



Deeze Vogel en alles is hier in de Natuurlyke grootte afgebeeld 



'% 



> s 



Hy heeft den Bek zwart , kort en van figuur als de gewoone Meezen. De Kruiri 



en zyden des Kops 5 de Keel, Borfl en de agterfle helft der Rugge, zyn van een 



fchoone Ukramaryn-Kleur. , Het agterfle van den Kdp, de Nek, het bovenfte vari 



de Rug, de Staart en Slagpennen , zyn Fluweel zwart, uitgenomen de kanten der 

pennen , die Zee^rov. 



buitenfte Slagpennen, die Zeegroen zyn, zo welals de kleinlle Dekveders der Wie 
ken aan de buitenzyde. De eerfle en tweede ry van Dekveders boven de Slagpen 



nen zyn zwart, met fchoon blaauwe kanten. De binnenfte Dekveders der Wieken 
zyn Room.kleurig. Van onderen zyn de Slagpennen donker Aschgraauw, met 




De Staart heeft twaalf Vederen, die donkerer zwart 



kanten der Baarden witachtig, 

van onderen zyn dan boven. Aan de Keel en Stuit is een menerelin 





van zwarte 



Veders onder de blaauwe. De Buik, Schenkels en Dekveders onder aan de Staart^ 
2yn Roomkleurig: de zyden van den Buik een weinig gelchaduwd met blaauw en 



taamelyk regelmaatig ronde zwarte Vlakken. De Pooten en Voeten zyn donker. . 



Dit is een van die keurlyke Verzameling van Vogelen, den Heer Graaf Fer 



RERS toebehoorende ; af komftig van Brafil en de nabuurige Geweflen. Brisson 



t ^1 



heeft hem afgebeeld en befchreeven , onder den naam van ^q Blaauwe Tangar a 
van Cayenne, Zie het Derde Deel van zyn Werk, PI. I. Fig. 3. Jk houd hem 



ook voor den Guiraienoia der Brafiliaanen. Zie Willoughby's Ornithology 



' 

7 



p. 241 



\ 



De Tak was 'er alleen dm den Vogel op te zetten bygedaan. ' Hy is van een 



Granaatappelboom , die tegen een Muur in een Tuin by Londen groeit. .Men heeft 



hem zeer naauwkeurig naar 't Leven getekend, terwyl hy in bloesfem ficndt, die 



tot Vrugt begon te zetten. De Bloemknoppen zyn rood eer zy open 




aan 



en 



ontlooken breiden zy agt Blaadjes uit, van een (choone Scharlaken-kleiir. De mid 



delftukken der Bloemen zyn geel. Aan den top van het Takje is een Bloem ver 



toond, die zig tot Vrugt zet, met de Blaadjes afgevallen, en omringd door Bloem 
knoppen^ die nog geflooten zyn. De Bladen zyn ftevig en glad, van middelmaa- ,. 



tiff of liever zwartachtiff Groen. De Af beelding flelt de gedaante der Bladen ert 



Bloemen beter voor 



3 




an 




I met woorden uit kan drukken 



.--^ 



« 



' V 



■ ' 



PL A AT 



«\ 



/ 



(*) [Dk Dier wordt in 't Franfch Avoyne oWrvert , waren, maar de een eeu Vrouw, de anderehaarMan^ 
in 't Hoogduits Blinds ch leigh , en by ons Blindjlang ge* twee of drie Jaaren daar na: doch ten opzigt van de 
heten; om dat het naauwiyks fchynt te kunnen zien. • onfchadelykhetd der Beeien komt het op even \ 
Ik heb het in 't VI. Stuk myner Natuurlyke Hijlorie ^ zelFde uir,] 

(40) Pi^'^s nlger & caeruieus. Enw, Jv. p. 292^ 
Tangara CayanenOs cserulea. Bki^s. Jv, III. p. 6. 
T* I. f. 3. Tanagra Mexicana, Llnn, SyJi..Nat, XIL 



bladz. 426, enz. omflandig befchreeven. ^ Het Ver- 
toog , daar Edwards hier van fpreekc , vindt men in 
h'^t^LII. Deel der Philofophifche Tranfa^ien , p. 475. 
Het is een weinig van deeze opgaave verfchiHende; Geo. ill. Sp» lo, 

alzo de gebeetene niet twee Arbwiders of Werkliedea 



■ \ 



' I 



/ 



\ ■ 



E ^ 



Z E 






A A M E 




O 



o 








■<t 




fS^^SN^^ 







A 





XLI. 



Het p^ogchje Sayacil genadmd (41). 



\ra 



n de beide Vogelen 



op deeze Phat, die in de Natuur 





rootte voorge 



Held 2yn, voert het onderfte den naam van Sayacu. Deszelfs Bek is taamelyk. 
ilerk , celyk die dcr Graan eetende Vogelen, en zwart. De geheele Kop, Hals, 




de Dekveders onder aan de Staart , is' 



Rug en de onderzyde, van den Keel tot aan 
■gcdekt met Aschkleurige Vederen, die met blaauwachtig groen gewolktzyn, maar 
byzonderlyk op de Rug. De Veders van de Wieken en Staart zyn donker en 
gcrand met fchoon blaauw, dat een weinig naar het Zeegroen trekt; 2odat5wan- 
iiecr de Wieken en Staart geflooten zyn, dezelven zig t'eenemaal van eene blaauw- 



achtige Zee-kleur vertoonen, uitgenomen de tippert d^r Slagpennen , die zwartach- 
tig 2yn. De buitenfte Dekveders der Wieken zyn zulver blaauw; de binnenfle van 

De binnenzyde der Slagpennen en onderzyde van de 



cen Witachtige Aschkleur. 



c. 



;::)taart , 



2^' 



} 



n donker Aschsrraauw. De Staart heeft twaalf Vederen. 




De 




'- i. 



; 



Vocten en Klaauwen, zyn zwart. 

Het bovenfte Vogekje is de Guira Giiacuheraha (*). Dit heeft ^qxi Bek taame 
lyk dik 5 van boven donker , Van onderen Vleeschkleiirig. Een fmal ±\v2xt Zodmpje 



omringt den voet der Bovenkaak, eh verbreedt zig, aan de zyderi van 6:m Kop, 
ondcr deOogeii, tot aan de plaats der Ooren, flrekkende zig verder rondom de 



Onderkaak nedervvaards , ter breedte van een Duim langs den Keel uit. t)e Kruin 

des Kops, de Nek, Rug, Wieken en Staart, zyn van eene bevallige Olyfkleur. 

Een geele Streep loopt rondom het Voorhoofd, boven de Oogen en daalt langs de 

■ izyden des Kops neder , fcheidende het zwart aarl de vooi'zyde, van het grden aan de 



agtcrzyde, af. Het voorfte van den Hals en de Borfl: zyn van een ^hoode Oranie 



kleur,die naar beneden allengs in geel verandert. Even 't zelfde heeft onder op 
de Rug en aan de Stuit plaats. Voorts is de Buik van onderen, 20 wel als de 



Schenkels en de Dekveders beneden de Staart , zo wel als bo 
Dc tippen der Slagpennen trekken naar het donkere en van 



zyn de kanten helderer groen , dan de andere deelerl. 



ven 




anzi 




gQQ\. 



D 



eenjge 



der buitenrten 



e 



binnende Dekveders 



der Wieken zyn Roomkleurig , de binnenfle zyden der Slagpennen liclit Asch- 



graauw 
Ved 



e Staart heeft twaalf. 



crs , 




met de kanten der binnenfle Baarden witachtig. D 

die aan de onderzyde licht Aschkleur zyn : de Pooten en Vdeten zwart. 

De Guira bevlndt zig in de Verzameling van Graaf Ferrers : de Sayacu la 

an Doktor Fothergill. 't Zyn beiden Vogeltjes uit Brafil en de nabuurl- 

e Landen. De Guira is in 't klein door Marcgraaf afe-ebeeld, en zyne Te- 



die V 



kening , fchoon flegt, is door namaaken, verandefen en van de eene in de andere 

zodanig verbaflerd , dat zy naauwlyks kenbaar is geworden. 



hand over te 




aan 



De Sayacu zal, geloof ik , nooit afgebeeld zyn geweeft, voor dat zy op de te- 




d 



enwoordige Plaat te voorfchyn kwam. Men kan Marcgraafs korte befchryvin 



aar van 



als 00k 



di 



e van het ander Vogekje , 





WiLLOuGKBY vinden 5 alwaar 



een figuuf van de Guira op Plaat 41 is voorgefleld. Brisson heeftze beid 



Marcgraaf, in zyn Vogelen- Werk 

befchreeven. , - 



e 



n 




ebragt , 



uit 



en op de aangehaalde Bladzyde'i 



1 



-■N 



\ 



(41) Sayacu. Edw. Av. p. 29 






T. Q5t 



W 



if. 

varia. Briss. Jv, ML p. 18. I'anagra Sayaca. Linn. p. 533 



PLAAT 

2p\. T, 35r. \\hLi: Ornhk 173. t 41. Marcg£ 



Sylvia Brafilienfis viridis, B[<iss. //-y lit 






Jv. p. 



114. Sp. 36. 



Syfi. 



'4 



IX. Dcel 




\ 



r B 



i*? -• 



74 



VERZAMELIN 




VAN 




ITHEEMSC 



» 




E 

















'Jr 























J® 



\ 








XLII 



e 



De ^cck Rmdhp' Kmdrk 




De beide Vo 




tjesi op 




Plaat ^y 



t 



e 



d near leevende VoorwerpeOj in Kooitj 

de. De Toon van ^t gee!e Vogekje 




rlyke g 

lyk men de Z 



■V 



T 



toond 



en 




e- 




vo 




3 



waar van het 



Verfcheidenheid ichy 




„ _els houdc 
lykt naar die van een Kanarie-Vogel, 



Het geele met den rooden Kop 
Onderkaak Vleeschkleurig geel 

helder 



Borfl, Bu 



roodachtig Oranjel 



Scheni 




5 zyn. 

Bovenkaak d 



Bel 




r 



de 



Zwartachtig. De Kruin des Kops Is 



Dekveders onder 




o 

e 



Staa 



a 




Stuk 

kle ur 



rfte van den Hals, de Rug, W 

die met Ojyfk 



3 




donkere KI 

elde 





ezoomd 



3 





den Kop; de K 

zyn helder geel 
3dekt met Vede 



3 



Het 

van 



2y 



een weini 





eeler 



an 



De PoQten en Voeten hebben eene blaauwachtiffe \ 



aan de 




23 



^ 



warie Koodborflige rink 




De Zwarie Dtkhek% die agterlykfl: 



V 




Isj, heeft den Bek kort en dik, gd- 



I^'k in andere Vogelen van dit Geilagt en van donkere of zwartachtiffe Kleur 



20 



wel als de Oogeji. De Kop, Hals, Borft, Rug, Staart en de Wieken aan ^Qh 



o 



venzyde, zyn blaauwachtig zwart en taamelyk glanzig. De kleine Dekveders aan 

5 zyn wit. 

pennen een we in ig wits aan het onderfte, der Baardenj/t welk 

\ midden van ieder Wiek. Aan den Bulk , Schenkel 



de binhenzyde der Wieken en de randen der Wieken of Schouders 
Ook hebben de Sla 




een witte 




raaakt 



op 



en omftreeks de Leg, heeft hy eene donkerroode Okerkleur. De Dekveders on- 



der aan de Staart zyn donker of gwart 
paarsehachtige Vleeschkleur. 



«,. 






en Voeten van eene 




Deeze twee aartige Vogeitjes zyn^ 'zo ik 




eloof. 



tot nog 



foe niet afgebeeJd of 



befchreeven. Zy leefden in 'c Jaar 1760 en behoorden aan den Heer Philip 
Carteret Webb, Lid der Koninglyke Sodeteit, Parlements-Lid van Haslemere 



in Surrey: die my vrindelyk teo zyneo Huize in'Londen noodigde, om dezelven 

't Is veel voordeeliger de Tekening te maaken naar leevende Vo- 



af te 




nen. 



gel 



s 



? 



wat derzelver pofluur, manier van zitten, enz. aan 




aac; 



daar 



men uit 




Vogels, die gedroogd en opgevuld zyn, geen regt begrip van heeft: hoewel dee- 



2e beter te onderzoeken zyn , ten opzigt van de binnenzyden der Wieken , het 




etal der Vederen in de Staart , de 




men zig niet van verzekeren kan in koflbaare 



en eenige andere byzonderheden ; 




leevende 



uitlandfche Vogeitjes 



welke door \ vatten en behandelen mogten benadeeld worden. De bekwaamfie 




werpen om^ naar te 




enen 



3 




en die. het meefle licht gceven , zyn frisch 
efchooten Vogels , v/ier Kleur van Qoe;en en Pooten nop; in eeenen deele is ver- 
anderd. 

den befchrvven : maar dit voorded. i§ nM tea opzigt van alle Onderwcrpen der^Na 



Deeze kan men ten naauwkeurigflen onderzoeken en in alle omflandif?he- 



luurlyke Hiflorie te bekomen 



« 



PLAAT 



(4 s) Palter flavas Capite rubro. Edw. Av. p, 295. 



(^) Coccothraulles niger. Edw. A'o. p. 29^. T. 



T- 35|. [Conferatur /-HwirfZ/a /^z;wk Linn. 5)/r. 352, f. 2. Loxia Angoleiifis. Li.vN'. Ssft.h'at. XJf 
JSat. XII, Gen. 112. Sp. 24. 

veej fchynt te gelvkei ] 



p. 3 2 1 : naar welke ji j Qen. 1 09 




24. p. 303 



A> 



r 



y » 



te N 



Z E L D Z 













N. 






** 5J 4: *■* * * ^** 4; *^- 4.'*-*-^4f **** *4f ****^ '^J^^^* 



_-«< .V >v 



S-^^^^S^^^^^K-^i"^^ 



$'3^^^SS*§^#$4t**^MM*^&^ 







T 



JcLiii. 



£)^ 



*^ 



ivarle of donker hruint 



s cben 



(43)- 



D 

volging 



2yn bcidc 



oo 




In d^ Natuurlyke g 



g 



field 



ik hebie 



•xS 



Sir Hans Sloane Mosfchcn genoemd; hoewel ik acht, "dat menze 



S 



ens de kortheid en d 



hunner Bekken , wel coder de Dikbekk 




mog 



De bovcnfce Vogel, d 



1 



Mannetj 



heeft den Bek vari eene d.or\ 



ker brulne Kl 



Pt 



OranjekleurJg 



Van de Neusg 



wederzyde des Kops boven de Oog 



Streep 



de Dckvede 



der de Staa 



zv 



pe Keel , onmiddelyk beneden den Bel 
van de zelfde KI 



eii 



iur. De Kop , uitgenomen 
de gcdagte merken , de Hals en Rug^, 2yn donker Afchgraauw of blaauwachtig 



2 war 
vede 



de Wieken en Staait don[< 

de binnenzyde der Wiel' 



doch meer 



bruine trekkende. De D 



de binnenzyden der Slagpennen en de 



derzyden van de Staartvede 



onderzyd 



zyn A£^hkleurig, lichter dan boven 



D 



Ok 



g 



den Keel tot aan de Dekveders van de Staart, die uitgezonderd 



blaauwachtig Afchgraauw , een weinig lichter dan de bovenzyd 




Pooten 



5 



5 



Voeten 
De 



Kl 



zyn zwartachtig 



nderile Afbeelding {\c\t hec Wyfje voor. 



Hetzelve heeft ^en Bek even 



bnde 



Man: 

de S 




die 



Urd. De merken boven de Oog 



den Keel 



en 



Leverkleur. De Kop, Rug, Wieken en Staa 



hetzelve Oranjekleurig zyn , hebberi h 



maar eene 



zy 



Afc 




bru 



5 



even 



de gewoone Wyfjes Mosfchen 



De 



Slagpennen ^ 
kende naar O 
je,' twaalf Veder 



de Dekveders aan de bovenzyde van de Staa 



rfle iy der Dekvederen^ boven dc 



helderer, trek 



De Staart heeft in het Mannetje 



tig wit 



De Veders 



De Dekveders, aan de binnenzyde der Wieken, zyn 



Wyf™ 

eel- 



fchaduwd met lichte Aicl 



den Buik en Schenkels zyn witachtig 
ur: de Pooten en Voeten donker. 




1 



Z 




e 



Deeze Vogeltjes bevinden zig in de Verzameling van royneri verpligtende 



en 



gen Vrind, den Heer James Leman. Het M. 



is door den Ridder 



5 



Sloa 

geeft 'er geen Afbeelding 



zyne Hijiorie van J 



Ook 



% 



Vol. II 

hetzel 




3 

geloof 



befch 



maar 



door 



g 



by 

ander 



Autheur in Piaat gebragt. Brisson heeft de Afbeelding en be/chryving 



tan een zwarte Mosch, welken hy onderftek die 




■g 



\ 



en 



zyne 




Bek daar van is te veel geboog 

dat ik daar uit befluiten zoude , dat zyne Vogel 

tan Sloane en 

indien ontvangen. 



Sloane te zyn : maar dei 



ryving 



ichillende, dad 




Soortelyk de zelfde zy met 
myne hier af gebeelden. De fleer Leman hadtze uit de Wefl 



\ 





L 



M 



De 






'ocb 



T 



XLIV 



^ 



4 

iiit Fenjyh 



(44) 



r 

Van deeze beide , ook in de Natuurlyke grootte afgebeelde Vogelt 



5 



(43) 
f- 353 



fufci. Edw. 



p. Sf)7 



(44) Paffer 



\ 



13 de on 




. * 



<P 



T. Q54 



1 - 




^ B 






VERZAMELING van UITHEEMSCHE 

die den Bek zwart lieeft, de Kruin des Kops, de Nek 5 
Rug, Stuit , de bovenzyden van de Wieken en Staart donker bruin , de kanten der 
Vederen een vveinig lichter. De randen der Slagpennen en buirenfle Veders van 



derfle de 





de Staart, zyn zeer helder roodachtig bruin of Oranjekleur. De Staart heeft twaalf 
Vederen. De onderzyde van de Staart en binnenzyden der Wieken Zyn Afch> 



graauw , 



met 



de binnenfle Dek veders del* AVieken \vitachtig. 




een witachtige Streek. 



De onderzyde des Lighaanis 



5 



van 




oven het Oog loopt 
en Keel tot aan de 



onderfle Dckveders der Staart die ingeflooten , is gedekt met witachtige Vederen 

" ■ t bruin gejfchaduwd zyn en gemerkt met langwerpige donkere Vlakken, wel- 



di 



icb 



ke nederwaard 



s 



ftrekken van d^n Bek tot aan 







midden des 



Buiics. 



Ji 



en Voeten zyn bruinachtig Vleeichkleur, 



De Pooteii 



-' 



-' I 



V 



I 



, \ 



V 



n 



s^ 




?pfe Senegailtut Ooji'mdi 



-\. 




@ 



Ditb 



«, -!«■ 



V C 



fie Vo 



hill 





vertoont de Ooftindifcl 





md, om dat het den B 



% 



m t 



fchoon rood heeft 



Van" de Ne 



\ 




a 




ter 



\ 



mei 



3 




ID 



f!rekken zi 
indigende omtrent de 



ederzyd 




der O 



Engellch Wax^ 

befle Zegel-Lak. 
den Kop, rood Scharlaken 
ren , en maakende roode 



plekken , .waar in de O 



venzyd 
f 1 r e e p j e 
pennen. 
Is de 




u<y 



op der 

DeK 



W 

Kc 




en S 



ftaan. De Kruin des Kops, de Nek, de s-eheele bo 




yn donker b 



met 




zwarte dwars 



3 



p en 
Borft, B 



Rug, die breeder worden op de grootfie Wiek- en S 



1 . 



en Schenl 



■I*! 



3 



zy 



de 



Ifde b 



K 



n 
a 




Ug5 



maar h'chter en glanziger, hebbende fyne donkere dwarsftreepjes ge- 



yk de bovenzyde. Langs bet midden van den 




ode Streep. De binnenzyden der Wieken zyn 



uik loopt een 




ebroke 



n fchoon 



pen. 

ftreepj 
Staart 



De onderzyde van de S 



bruin, zonder dwars-Stre 



liciiter b 



dan de bovenzvd 



m 



De Onderbu 



5 



en de Dekveders beneden de S 



waards alien 
Vleefchkieu 



heeft twaalf Pennen 5 waar 



de 




\ 



7 



kortende 



De Pooten 




flen 



in 



midden 



dwars- 

. De 






zyn zwart. 
de anderen zyd 



oeten zyn van een geelachtiffe 



3 



« 



Lid 

den 



De laatfle Vogel is uit Ooflindie medegebragt door den H 



van 



de 




onm 






LOTEN 




ocieteit 



D 



Mofch 



uit Penfylvanie g 






3 



Sene 



door mynen Vrind, William Barxram. Deeze heb ik in handen 




ali bevindt ziff in het Brittannifch Kabinet 



rie der V 




elen 




T 
« 



5 



Op PJaat 1 79 5 afgebeeld 



Hy 



van 



nde 



zo ac 




k 



maar 



vingen te vergelyl 





M 

he 



^ de 

eeds in myne Hifto- 

dit Voorwerp veel verfchik 



Roodb 



nder den 



netje en Wyfje te zyn. Door de twee befchry 
onderfcheid openbaaren (f ). Brisson heeft den 



am 




10 



3 





logie , Tome III. p. 

Molch van Noord-Amerika voorsfeffeld 



Geflreepte Senegali afgebeeld. Zie zyne Omid 



f.^ 



Brisson en Cat 



hebben de Kle 



^ 



a 



dat ik het 



lien zodanig verfchillend 



niet is afesbeeld noch befchreev 




'd 



maar myne befchryving 



de hun 



Soort 



zyn 



? 



d 



tot no 





toe 



(*) Senegalus flrlatus. Edw. Jv, p. 299. T. 354 
Baiss, Av. 111. p. 210. T. 10. f. 5. Fringilla undulata 

Loxia Aflrild. Linn. Syji 

Nat. XII. Gen. 109. Sp. 21. p, 303, Senegali of Rood- 



Pallas Adumbrah 143 



p 



' I 



(t)[Z 



Hifl, I. D. V. Stuk, bl. 509. 



Werk , op Plaat LXXIV, bl. 78 , onder den naam van. 

Zegd'L^hBek befclireeven.l 



& 



I'LAAT 



/ 



s 



-- 



'^ 



; 



E N 



>7 



E L D-Z 




A M 




V O 










;*\*,,fir^^^,i^^,,^^^,^'.^;'^yt'^Z9y-t.^'''-t.r^:tvit.^^^^^ 



P 




A 



A 



T 



XLV. 



_ ' 



De 




Bengali idi Oqfiindie (45). 






■ b 

De Vogeltjesj 10 vvel als het Kapelletje, op deeze Plaat, zyn alien In de Na 



tuurlyke grootte en naar leevendige Vdorwerpen 




etekend. 



A \ 



d 



O 



De bovenfle Afbeelding vertoont het Vogeltje , ^?^W/r"j^i genaamd. tiet beefc 
Bek van maakzel als de Graaneerende Vo^elen en van eene ichoon roode Kleun 



n 



De Oogkringcn zyn rood , 't vvelk niet gemeen is in dit flag van Vogelen , en 



de K 



op 



roodachtig. 



Het- agterfte van den Hals, de Rug, Wieken, Staart, Buik 



en Schcnkcls, zyn donker bruin: de Keel en Stuit rood: de Borft en Dekveders 



bencden de Staart, holder geel. Onder het Oog is een witte Streek , die van deri 



\ 



hoek dcs Beks naar agteren Joopt. De Keel, de zyden van den Hals en Buik, de 
Dekveders dcr Wieken en de tippen van de Staart , zyn met kleine ronde witte 



Vlakjes getckend. 



De Pooten en Voeten hebben eene VIeefchkleur. 



De 




e 



o/Un 







o 





' r 



g 



De ondcrfle Vogel is de witborftjs-e 




Oofb'ndifche Mofch, d 



'J 



t '' 



^ ^ 



de Dikbekkeri 



iceie 



le K 



Deeze heeft den Bek blaauwachtig Afchgraauvv; de Oogen donker 



P 



H 






s 



d 



c. 



<J 



c 



h 



h 



midden des Buiks en de Dekved 



D. 

on 



der aan de Staart, zyn diep zwart. 



De Ruo- 'St 



de 

d 



on 



(1 



yd 



2} 



van een 



donkere K 



D 



Staa 



de Wieken aari 



d 



e 



e. 



Het'onderil 



van 



d 



Borfl 



o 



f beg 




Wiekc 
Afclikleurig 



binnenite Dekveders der Wie 



tippen der Slagpennen hec 
Buiks, de zyden onder de 



zy 



de Pooten en Voeten 



D 



Amadavad was een Vogeltje , d 



we 



hadt uit vecle and 



d 



ren. 



Dit flag 



van 



Vogeltjes , 



dig 




zyn 



fchoonheid 



3 




ekoo- 



in 



Kooy uit Indie medegebrag 



Kleui 
• met 



fbmmigen zyn geheel donl 



Bengali's genaamd , heeft een oneindige verandering 



d 



Vlakk 



anderen don 



o 



f purpe 




e 



r 



dt 



meng 



1; 



van 



rood 



weini 




ft 



rige Pooten. 



Ik 



men in derzelver Kleuring niet. 
is dat zy roode Bekken en Oo 



te Vlakke 

De merk 




aauw 



3 



• 

d 



5 



X" J 



g 



zy a He 



n m 




bben en licht Vleefcl 




g 



tdel 



heeft 



Toon is z; 

Vogchjes, van deeze eigenfle S 



loof. dat het de kleinfle Graaneetende Vogel is, 

g, in Engeland overeebra 



Zy zing 



le men tot 








d 

zynde 



haar 



gt en kort, maar met menigvuldige herhaalingen. Brisson heeft twee 



afsrebeeld 




Z 



F 



van z 



yn 

ande 



Derde Dee), p 



ig. 3 en 4, op Plaat 




en 206 : het eene onder den naam van Bruine 



> 



geltj 



d 
Amadavad 



d 



van Geflippelde Bengali. 



WiLLOUGHBY noemt h 



» 



Vo 



z> 



Albin heeft 'er i'^^Qo, flegte Figuurei^ van uitge 



Afbeelding en die van Petiver zyn de zelfden 




oed 



Ik 




eloof d 




^\Q. van Brisson zyn 



men met zorgvuldig oppasfen deeze Vogeltjes in Engeland 



zou kunnen voortteelen : Want ik heb de Wyfjes door de Mannetjes naar 't Neft 



, t 



zicn dry 






n in 



t Voorj 




lyk de Kanarie- Voxels doen 



De Witborflige Ooiiindi£-he Molch werdc levend 




in een Kooitje gehouderi 



9 






door 



4 

(45) Bengals pur.(5lu]atu§. Edw. Av. p. 



kn 



'^or 



T. 



^p. 



%^-. huiii. Av. III. p. 7 - T. 77. Avis fienghalenfis V. Stuk, biadz. 541 



16. p'; 3 19. Geflippelde Bengal?. NailM.t.Di 



parva maculata. Pet. Gaz. 53. f. i, Avicala Amada- 
variaea dida. Will. Ornhh. 194. T. 46. Bengalus 
j-anaa:us. Briss. Av III. p. 206. T. 10. f. 4. Frin- 
gilla Arhandava. Linn. 



'yfl. Nat. XII, Gen. 112. 



.St '-" 



IX, DceL 



(*) PafTcr Indicus Pe6lore a!bo. Edw. Av. p. 361. 

Coccothrauftes Javenlls. Briss. Av. III. p* 
T. 13. Alb. Av. If. p. 34. T. 53. Loxia M*-^ 

latca. Syjl, NaP. XII. Gen, 109. Sp^ i6i 



T. 3 5 5- 

237 




% ^ 



'x 



^ 



7 




VERZAMELING V 



<A 



UITIiEEMSCHE 





door den Apotheker Monfr. CawleYj^ haby St. Clements ^ te Londen, diedebe- 
IppfrihpTri hadt , van ze my te laaten ^ien. Het is een Verfcheidenheid van 



welke d 



efdheid 
de gene, 
Hiflorie der V 

in zyn( 





? 



Albin,' 

Plaat 43 



is 



II. D 



d( 



Flaar 53 



do 



« 



my 



3 




BiiissoN heeft van de 




oort 



11 



9 



Orrdtholog 



een 




de Afbeeldin 



6 



onde 



d 



naam 



myne 
zelfde 

Gros* 



de 




b 



Mannetie^ ge^even. 



/ 



'■ — 





mwe 




J 



bov 



aan 



de Fi 



IS een 



T 
1 




c 



heeft de bovenzyde gelieel bl 



met 



fmal 




/ 



g van Engeland 



van 




geflippeld 



IS 



5 



is Oranjekleuri 



met kle 

w^ - -- . . . Lr 



de buitenzyde der bovenfte Wiek 

i Vlakjes, 



D 



Oranjei 



onderzyde 



/ 




^'^^!ymw7^ 












P 




A 




T 



XL VI 






De kkine Ibis of Egyptifche Reiger "(46) 




e 



Voffel o'p d 




aat IS m 





1 

zyne af m 




;en 



dut is in hoogte. 



breedte 



enz 



de helft verkleind. Men heeft hem, naamelyk, van twaalf Duimen hoogte 



op zes 



Du 




brag 



Den Kop ziet men in de Natuurlyl 




de Plaat geplaatO; 



9 



en zodanig is 



De Bel- 



bl 



de 



k de Zee- Polyp 

en naar de punt 




aan 



d 



r 



boven 



vertoond. 



eden , 

Hy heeft weder- 



zyds een Groef , over de geheele langte der Bovenkaak ^ waar in de Neusgaten ge 
plaatff zyn. Van den Bek af, aan de zyden des Kops, zyn Vederlooze Piekken 



van eene g 



[itige K\ 



m 



de Ooffen fiaan. 



de buitenzyden der Wieke 
der Wieken en Staart byna 
Afchkleuri 



de S 




De 



5 



Cop 



14 



als 5 R 




9 



zyn donker bruin ; de grootfte Veders 



zwart 



bovenzyd 



5 




uik, S 
Pooten zy 




De binnenfle Dekveders der Wieken zyn wit , 



deren donker 

F 

de Borfh 



3 



els 5 Stuii 
meer dan 



3 



en de Dekveders boven en onder aan de St 



Voeten heeft hy gedekt met een 



Duira boven de Kniej 



3 



Vede 



Vingers 




ft 





uid 



doni 




Pooten 



eur. 




s 




aan t 




e 




met VI 



lyk, drie voorwaards. 

evoegd zynde 



een a 



De 

en 
De 






e 



D 




ds : de drie voorfi 



Klaauw 




yn zwart 



9 



r 



^ 



N 



^ 



Een 



onderling 




ee- 





•t' 



^y^ 



. ^' 



\ 



\ 




' ' ' ' - 

Het andere Schepzel, dat tot de Polypen behoort, heeft een ovaalen Kop, van 
rootteen figuur byna als een. Spaanicbe Olyf, met_een langen Hals of Stam, waar 

een fborc van kruiswyze ope- 

opening by den'Stam 



mede het vafi zit aan een Steen, 
nins of Mond naby deszelfs bovenfle 



welke men onderftelt 




en een ande 



Ke, zagte 

F^arlkleurj 





c 



Huid 



Fondament te. zyn. De Kop is gedekt met een fch 



IP 

3 




g 





Uitwaards icheen die Kop 



atyn 



g 




verdeeld te 



toen zy 




g ware 



zv 



gelykerw 



Oranje-Appel'j doch toen men hem opende werdt weinige regelmaatiffheid 



binn 

Hals vertoonde zi 



ontdekt, m^ar hetfcheen een Dierlyk 

erimpeld Lederachti 





s 





5 



d 




2^ 



6 




bezet met kleine puntji 



De Stam of 

h 

:s, die 

den- 



\ 



■i ^ 



e) 

eze!_ 

(46) 



Wer 



roQ^eMofch 

] 



Gen. 348. Sp. 14. 



) In de Vitgezogte Ver- 



handelwgen yX. Deel , biadz. 354-359, vindc men 



talus minutas. Linn* Syfi 
. (t) [De Heer L 



Edw. Jv. Pi 303;. T.^56. Tan- eene ukvoerige befchryving van dit PJantdier, door 
c.,/? M.. VTT n^„ o. c- „ mi uit de BilGfophifche rranfadlen getrokken , en zeer 

naauwkeurige Afbeeldingen van heczelve, zo uit- als 

inwendig ,^ op Plaat LXyi : door den Heer Edwakds 



Ovift 



plaats gegeven onder de Bantdkren. (Syfi, Nat. \ll 



jself 




] 



\ 



J ' 



E N 




E L 




- 1 

Z A 




t 



M 





O 




E 








en!zelvei1 



ruuw 



St 



i 



g 



ma 



My was geworteld of vafl ge 




aan eeri 



en uit den W 



o 




rallyne H 



voort. 



E 



als ook uit den Stam zelf , kwamen eenige kleine Ko 



fbort 



Worm fcheen te fchieten 



den Wor 



tc 



3 



de zelfde zelffiandiffheid als de Stam zynd 



/^ 



i 



tc zyn hct beginzcl of d 



ft 



g 



2n dit onderfielden fbramigeri 
anderen Polypus, van even 



■»■ * 



dc z 
welk 

D 



clfde S 
ik 



Ik hcb 



gen onder dQn naam van rriapus- Polyp 



Ibis b 



derflel daar aan wegens de figuur des Kops te zyn g 



n 



dt 



g in cie Vcrzameling vati Doktor Fothergill 



d 



e 



my 



V 



liaalde , dat hy denzclven van Suriname had't 




en. 



end 
held 



Vogcl; want alio Z} 



SI 



pen 



Scheeden of Kokcrtjes, gclyk. plaats Iieeft 



en Staartved 



Ik houd h 
waren aan 



het 



der 



zy 



n 




ckomen. 




ka 



n 



creen 



(lemt : zo 




ik de 



g 



nk , 



blypu 



s IS in 



d 



en 



D 



en van her Kolleffie der Geneesheeren te Lond 



Dc 

Soc 



in de Mond van de groote R 



ondcn i^). 



dat hy 



Iding of befchry ving vinden 



zy tot volwasfen 



die 



er 



mede 



g niet befcl 



zal zyn geweefi 



Alexander Russel , Lid der Koninglyl 




Me 



hadt heni 



van St. La 



in Noord-Ame 



5 



s 



^ ^^^"i^-^^i '^'^^'^^'^^: ^-rl:- % '4^^-41 -^ t'^"^ ^^S- 



^•§-§-J|t iS-tit *^g- §§^-$-^ ®-$ ^ lU^^rS-^-S-^^^ ^•^•§'^-§ ^^ •®^^,'g-^.^^-®#-S^^*^^ 



p 



L 



A 



A 



T 



XLVII. 



Hci SpoorwickJg TJ^aterhom van Brqfil (47). 



-r ^ 



Deeze Vog 



IS een 



I 

g 



\ 



k\ 



n 



d 



5 



brcnff 

hadt 

riifloi 



g 



Hy fcheen my dmtrent de grootte van een K 
Pooten. 



om hem te beter op de Plaat te ku 




hebben 



maa 



1 



vn 



der Vog 



waare grootte kan , men zien op Plaat 48 



hct Wyfje 



roo 



d. 



B 



d 

hceft 



alwaar eene andere Vog 



myne 



d 




asft 



van te zvn 



5 



De Neusg 




melyk 



in de Natuurlyke g 




IS 



g en 



g 



3 



aan de piint gee! , 



5 die 

'gefleld 



k de 




grondftuk 



voet des Beks is een 



i 



zyn 



ader aan de punt geplaatfl: , dan gewoonlyk. Aan deri 




de 




bed'ekt. doch er niet aan 



ft 



5 




IS 




gedeclte des Vdorhoofds 



langs de zyden van de 



o 



Bek 



ederhang 



^ 




de onderfte Dekveders der Siaart ingeflooten, zy 



ook, losfe roodcr Kwabbe 

De Kop, Hals en de g 



V- 



welke 
onder- 



de bovenzyde van de Staart , de Dekveders 



een 



d 



er 



W 



tien zyn 



b 



zy 



van een 



en b 



heldere roodachtige Le 
groen, met zwarte tipp 




DeRug en Stuit^ 
de Slagpennen 



edeelte 

leur. De groote- Slagpen 
Eenige .weinisen der bui 



trc» 



tei 
vc 



fte Dekvederen, bovcn de groene Slagpennen, zyn Zwart : de birinerifte DqI 



w 



dc 
richt 



der Wieken roodacht 

der Wiek heeft 



'X 




bru 



maar doftcr dan de bovenften 



van 





is, 



e^ Vo 
De Pooten V Voeten 




3 



c 






eea 




Oranjekfeuri^ 

Loodkleur. De agterfte Vinger beftaat 

uit twee, de middelfte uit d 
zyn 



fcherp Hoorntje of Sp 



)orj dat 

Klaauwen , zyn van eene blaauwachtige 

de binnenfte of iji^qeft inwaardfs 

D^ Klaauwen 



een 



dfe buitenfte uit vier Leedjes 
aanmerkelyk lang , en inzonderheid die der asterfte Vine; 



en fcherp zyn als Naalden : gelyk men dit 



3 



welke 




b 









duidelvK 



de 




De 



i ii 




^^ 



(*)^ [Hy was aldaar, op de diepte van 4.2 vAdemen, 

met den hoek van een Vifchlyn opgehaald: zo dat heC: 
een Zee-Schepzel is, dat op grooie diepte leefc] 



RaJ^ ^Vi I78,. Galllnula Brafilienfis quarta. Wile, 



J 

^05. T. 357. J 



Biiiss. J%ii ¥. p. 1 25. 



Om. 2.37. Parra J 
92. Sp. 3. Bruin 
bl. 277. PI. 45, f. 4. 



Linn. Syji 



f. 



P 



T. II, f. I. Caput Chili no6lurnum» Herh. Mex.so^ 



(t) [Zie het II. Deel v2n dk Werk 



M 2 



1 




- - fc.' ". J 



74 



3^ 



F ' 



V 



y 




V E R Z A M E L 1 N G 



K U 1 T H E E M S C H E 




lyke Vogel is in bez 




van mynen 



Vrind , Dokter J 



F OTHER GIL 



meermaa 



1 



ontvanffen 




heeft 




emeld 



die hem, met veele anderen, van Su 



Het is de vierde Brafiliaanfche IVaterl 



Marcgraar 



' 1 



WiLLOUGH 



heeft deszelfs befchryving in zyn Vogelhiftorie overffenomen. IV 




/; 



^ 



Voffel 

daa 




IS 



5 



b 



twyfc 



d 



fde als die van M 



CG 



RAAF , die verzuimd 



van eene Afbeelding te 




eeven ; 



r X 

en ik geloof dat deeze m}' 






d 



eer 



ft 



e zv, 



Vv^elke men van deeze Soo 



heeft 



Ik b 



VI n 




der Foot 



5 



aans'ezien Mar 




te 

F 

ze 




t 



ftandiger geweefl in de befchr^ 
dat hy aan ieder Ving 



vier 




en 



{i^ en het welke Willoughey in een 



A 



g 



vf< 



trekt. 



Ik kan 



thans bewy 



(3 




op ^zy 



V 



a 




te zvn ; die niette- 



111 in van de eene 




in de ande 



IS pver 



urde Tek 



e 



1 




N' 



g 



van deezen zelfden Vo 




egaan \ 



want 



fraaije flerk 




e 



d 



d 




emaa 



d 



in 



het 




P 



Farkement, door 



fie 




(ch Mufeura bewaard v/ordt, hebb 



\^ 



aardfe Vinsers aan 



veroorzaak 

een envoi! 
heeft wille 



} 



valt 




der Voet vier Leden of Gewrichten 



H 



d 



lyk te 



gisfen 



maar ik onderflel 



5 



dat 



■:- 




fFr 



Merian 



omen Vogel, zonder Footen, volgens de befchr} 




Marcgraaf 



Brisson zal waarfchynlyk een Afbeelding geeven van 



deezen Voffel, alzo de Franfc 




\ 



Volkpl 




heb^ 



P 



Zuid-Amerika, daar men 



{i\ maar zyne laatfte D 



Vafte Land van 
die zyne Water- 



vogels bevatten moe 



3 



zy 



zo 



k 




eloove, nog niet uitgegeven, of zo zy h 



zvn, 




da 



nog met 



tot COS m 




n 




eland 




ekom 



nu ik dit fch 






in 






I ■ 



•r 



m 2?#*s*Swf f s 



^Se;f*Sir32^4ia'^t3S#IS#SSf*SJ-#*SSf#SS 






flsSf^SaJf^i^Sj^^rSSftsB-HviJSSf^w*?^^ 



^^ 



P 



L 



A 



A 



T 



r 



XLVIII. 



m: 



A. 



\ ■ 

h 

^ 

h - 

De Vogel genaamd Zee - Pappegaay (45 



1^ 



Al 



d 



Yogels op deeze Plaat aanraerkely 

g 



verl 



r 



K 




zy 



5 



heb ik , om eeri 



denkbeeld van het a:eheel uit een de 




de Koppen daar nevens in de 



Natuurlyke grootte by wyze van omtrekken gelchetft:. De Wiel 



de Z 



ee- 



'^ 



Pappegaay, in de bovenfte Afbeelding 



g 



eflasen 




ynde 



IS zes en een 



half 




g 



Die van de Scheermes - Snavel heeft, op de zelfde manier , zeven en 



een half Duim 



langte. 



De kleinfle deezer Vo 




heeft ver de 




(len Bek 



De eerftgemelde heeft den Bek breed en pi 



3 



famengedrukt aan de zyd 






in t« 



A 




de lyn, d 
ken der 



naby 
de' twee Kaaken des Beks verdeelt. Een geele Huid, rondom de hoe- 



ilellinff van die der Endvog 



De Neusgaten zyn aanmerkelyk 




pino" 



D 



loopende 



flrekt 



Rondom den 
Kleur, 



der Bovenkaak is een Ee 



ig een weinig aan d 





vol Stipjes, als of zy met een 



Naald 




zelfftandiffheid 
ep 



des Kops uit 




3 



van 



witachtig 



ware. Ieder Kaak heeft 




haar Grondfleun 



3 



bl 



driehoekig merk , 't welk van de punt des 




die helder rood is, afgefcheiden wordt door 



diep Groefje. Nog twee 



dergelyke Groefjes zyn 



tusfchen 



en 



de punt 



3 



maar 



Iv IS 



melyk fcherp gerugd 



Be 

zelfs fisuur in 't akemeen 



zo wel van 



de 



als van boven. 



diep 

Wa 



De 

des- 



De binnenzvde des 




eks 



IS 




ing 
eel 



? 



dit 



men uit de Schets bed: zien kunnen 



DeOo 




zyn 



do 






Kleur, de Oosle 




/" 



den 



t 
' 



(*) [De Afbeelding , welke ik daar van in 'c jaar 



Werk 

BaissoN ontieend ; doch dewyl de Vingers daar in al 
len uitgeftrekc voorkomen, kan ik het getal derLeed- 



Bsiss. Av. VI. p. 81. T, 6. f. 2. Anas Ar6lfca om. 
nium Au6lorum, Lunda. Gesn. Av 725. Glus. Exot^ 

367. Pfittacus marinus. Anders. IJl. H. p-55' T.- 1« 
Alca Ar£lica. Linn. Syji. Nat. Xlf. Gen. 69. Sp. 4. 



(4 



1 



7o f. 3. 



mji 



'^ 



/ 



* 5 



.V ^ 



•f % 



EN 



Z E 




D 




A AM 










N. 



8x 



tkn rooclachtig. B 

dc Ooglcdcn g 

7.yn de 

Hals In 't ccheel, d 



en 



b 



e 



den hct 



Oog 



3 het bovenfle driehoeklg 

zydeii'van den Kop, rondom de Oog 



^y 



Hoornige Lighaampj 






y 



'aan 



wit 



derde langwerp 
de Kruin d 



Voo 



Rug, S 



St 



Kop 



de 



de bovenzvden der Wieken, altemaa 



DeS 



famengefleld uit 2eflien Ved 



^vvart. 

■komr, aangezien.de twee grootere Soorten van dit Geflagt , 



welk my 



md vcoi^- 



liiland Wight gevonden 



b^ 



daar benevens op 



t 



de tippen dcr binnenfle Slagpe 



Wiekcn licht Afchgraauw 

de Sta,art : 



De Borft 



aalf hebben. De rand der Wiek is wlt- 
zyn Afchkleurig en de binnenzyden der 



Buik 



Sch 



s 



en Dekved 



yn wit: de Footen en Voeten vaneen geelachtlge O 



nder aan 
De Voe- 



^ 



do 



hebben drie Vingercn voorwaards, die famen gewebd zyn, als in de Eenden 




een 



Ving 



De Klaa 



5 



zyn zvvart. 



^* ■" 



De ylllz of Scheermes-Snavei (*) 



\ 



De onderflc Vogel 5 in 't.Noorden ^Ik-, m Engeknd Scbeermes - Snavel 




e 



4^ 



.' 



naamd , heeft den Bek aan de zyden ook zeer ^mengedrukt , en zo w^el boveri 



als coder fchcrp gerugd. 



Hy 



is zvvart, met drie Gro 



i^^* 



o 



fies 



het 



ra 



iddcKl 



e wit. 



De blnnenzvde des Beks 






overd 



w a rs 



K- 



flaan digt by de 



Oranje 



kleuris^. 



De 




aapin 



wa a r van 
Neusgaten 




2elfs bovenilc tot aan het 



tusfchen de Vedertjes aan den voet des Beks. Van des- 

De Kop 3 Keel , het 

de Rug, Stuit, de bovenzyden der-VVieken en de Staart, 

zyn zwart. De inwaardfe Slagpennen zyn kort en witgetipt, 't welk een fchuinfe 



agtcrfle 



van ccn 



r 

d 



lial 



Oog loopt een fmal wit Streepje. 



witte Streep dwars over de Wiek veroirZaakt. De blnnenfte Dekveders zyn wit 
en de binnenzyden der Slagpennen Alchkleurig. De Staart heeft twaalf Veders di 



/cherp gepunt zyn^ de, middelilen langst; de. Overigen allengs verkortende tot de 



buitenften aan ieder zyde. De Borft, Buik, Schenkels en Dekveders onder aan de 
Staart J, zyn wit. De Voeten hebben flegts drie Vingers , welke , gelyk in de Een-. 
den 



^ 



■ . 



famen gewebd zyn. De Pooten, Voeten en Klaauwen, zyn zwart. 



*-,-' 



Dc twee hier beichreevene Vogels, zo wel de Puffin als de Alk, en de Guille- 
mot van de naaftvolgende Plaat, broeden omflreeks de Rotfen , de Naalden eq- 



naamd J aan de We/telykfle punt, van 'c Ejlarid Wight,, Zy zyn afgebeeld en be 
ichreeven geweeft door byna alle Autlieuren ^ die van . Vogels e:ehandeld heb 



m 



nitbology , p. 323-325 



die 
ben, en fl:aan bekend. by eene verfcheldenheid van naanien, rondom'^de Kuflen van 
Groot-Brittannie: Deeze naamen heeft WiLLOUGHBt verzameld: Zie zvne Or- 

worden door onzd 

A, 

kerinen 

' - ■ 

e voor haar 
broeden. In ee- 

Dehs 1 



Tab. 64 en 65. Alle deeze. Vo 
Walvifchvangers dikwils uit. Greenland medegebragt , die 
den naam van de GroenJandfche ,Pappegaay: Jk geloof dat 
bekwaame Rotzige Oevers, in de Noordelyke deeleh van 



ne befchryving der Deenfche Eilanden, van Ferro, 
een Deenfch Predikant, fchynen zy my.. voor te komen. 





' 



door. Lucas Jacobien 



Dezel 






3» 



ve is in 't Ensre 




door J. Sterpin, Med. Doktor, vertaald j te Londen in 'c jaar 1676 uit . 
Martin befchryftze ook duidelyk alleft in 2yne Reistocht naar St. Kifdi 
V/cftelykfle van alle Schotfe jEilanden, te Londen in 





irv 





veo 



e* 



5 



r 

het 



In 



c jaar 1698 uitg 



Rot fen op 



t begin van Juny, des jaars 1761, had ik ds nieuwsgierigheid 
1 op 't Eiland Wight te bezoeken • alwaar ik een , Week doorl 




om 




^ edas^td 

Eiland Wight te bezoeken- alwaar ik een. Week "doorbragt. met hec 
J-. t:>.i..j ._ ^ .r^ en verfchcide maalen ccn Zcetogfjc deed 



scldzaame van dat Eiland te beichouu 

r 
\ - n 

onder die verbaazende Rotfen , de NaaJden'^Qm^md 



3 



daar deeze Vocrels broedene 



r 



i 



Die, 



.» 



{^) Alca. Edw. ^"j. p. 308. T. 358. Alb. Av. lit 



' J ^ 



_j» 



p. 90. T. ()S- Will. Ornith. 24.3. T. 64. f. i & T. Stuk, bladz; Sr. 
(55. f. 2. Clus. Exot. 367. Alca Torda. Llnn. Syji, 

/X Deeh 



Nat XIL Geji. 6p, Sp. r. Alk. m, Hifl, J, D. V. 



/ 




\ 



- 1' 



\ 



82 



VERZAMELING 



VAK 



t 



UltH'EEI 








I 



-: ■* 




Die! plaatfen worden door veele Vreemdelingen , ult dp .Zuidelyke deeleri van ens 
Land, jaarlyks om die zelfde reden bezogt. Wanneer vvy eenigen van onze Dom 



kerken intreeden, dcet derzelver ffrootheid en ma^tke donkerheid, ons als met een 



heiligen eerbied aan , door een liartbeklemmende fchroom : wanneer wy de prag 



tiffe Faleizen van groote Vorften befchouwen , flaan wy verbaasd over de fchoon« 



held, overeenflemming en regelmaatigheid, die daar in lieerfcht , en verwonderert 

de kundigheid en uityinding, in het toeftellen van zulke 



ons over t vermogen 



Hemels op Aarde, 




Maar helaas! toen ik een weinig in de Zee daar van af wa 



s 



ge- 
varen, zo'dat ik €en volkomen gezigt kon hebben van dit allerpragtigft en verbaa- 

zendfl Werk der Natuur, waren alle de aandoeningen, door Werken der Konfl: ^ 
Tempels en Paleizen , hoe groot ook, veroirzaakt , als Schaduwen vergeleeken met 
' weezendyke zaaken. De verbaazende grootheid deezer Kotfen vervuk den befchoii- 
wer met killende fchroom, eh met eene ontzetting, nooit te vooren door hetn ge- 
voeld. 



Een Vreemdeling, zig digt daar by bevindende, vreefl dat eenige uitpiil- 
lende Klompen van de Rots zullen afbreeken en hem^ tot flraf voor zyne nieuws- 
ierigheid , met zyn Vaartuig onder doinpelen. Men moet zig ten minfle op eeri 




vierde Myls afiland daar van hbuden 



7 

3 



om eenig oordeel te vellen over de hoogte 



van de Rots. 



Op 





mmige plaatfen zyn zy byna Loodregt ; op anderen over 'c 



Water hangende: op anderen zyn ryen van Kloven, die tot huisvefting dieneii vdor 



de V^ogeleh, alwaar zy dik by elkander zitten , doch naauwiyks te onderfcheiden 



dan door de beweeging, weike zy maaken. Op zekere plaatfen 



hoog in de 



Rots, zo wel als onder het merkteken van hoog Water, ziet men groote Splee 



ten en diepe liolen, die ver in de Rots fchynen te dringen. Hier en daar zyn 



Kryfiallyne Stroomen of druppelende Watervallen, die hoog uit de Rots afftorten 
:De Laagen van Kalkfteen, Keijen en andere Stoffen, in zekere deelen gefcheiden, 
op eene bykans gelyke vlakte, ter diepte van zeshonderd Voeten , ('t welk de hoog- 



\ 



te van de Rots op veele plaatfen is,) verfchaft groote bezigheid aan een keiirig en 



onderzoekend Verftand. 't Is vreemd, Schaapen en Lammeren te zien weiden op 
de laage deelen van de Rots, naby den kant des Waters, en niet gemakkelyk te 



begrypen, hoe zy zo ver kunnenkomen, zonder in Zee te ftorten: maar de Na- 



tuur heeft haar begaafd met het vermogen j om veilig te loopen op plaatfBii 




-.- 



voor Menfchen onbeganglyk zyn 



e 



Schoon 




Vogels niet eetbaar geacht wor 



den, brengt men doch veelen voor pleizier om hals. Wanneer onder dc Rots eerl 
Snaphaan 




elost wordt 



lesf^n er zo 




verbaazende menigten van Vogels af, dat 

root sre- 



de Oppervlakte der Zee daar door verdonkerd wordt. Men ziet 'er een 

tal van altoos aan 't-vangen van Vi(ch bezig in de Zee; anderen op de Klippen zit 





tende, en veelen geduurig over de Boot been en weder vliegende. De Visfchers 
maaken Aas van het Vleefch deezer Vop;elen, om Kreeften, Krabben en ander 
' Zee 




te vangen. Het onkundig Volk, op dit gedeeke des Eilands 



ver 



beeldt zig, dat deeze Vogels nergens in de Wereld te vinden zyn, dan omtrent 



deeze Naalden. , De Voorgevel, van deeze verbaazende Rots, ftrekt zig omtrent 
vier Engelfche Mylen uit , en ziet nagenoeg, misfchien volrtrekt, naar 't Zuiden» 



De Weflpunt eindigt in 't gene men eigentlyk de Naalden noemt, 't welk verfchei 



de woefle 



3 



ruuwe 



anerte des tyds , van de vafte Rot 



Pieramieden of Pylaaren zyn , door het geweld der Zee , In 




die van 




Zee flaan. 
Deeze Vo 



er afgezonderd in open 



\ 



!■ 





5 



zegt men, worden hIer niet meer dan twee Maanden in \ Taar 




ezien 



en vertoonen zig het eerfte in 't begin der Meymaand. De Visfchers, die 



altoos omtrent deeze Rotfen zyn, verklaaren, dat men ze 'er drie of viermaalen in 
de Winter, t'elkens een of twee Dagen, zo menigvuldiff als omtrent haaren Broed- 



tyd. 



ziet. 



Zy 



ze 





en , dat ^y weeten , wanneer zy dezelven te verwagten heb- 



ben ^ naamelyk na dat het een weinig zagt Weder geweeft is , ' de Zon fierk op de 

lip- 



K 



y 




\ 



>- 



N 



/ 



■\ 



E N 



r^ 



1 \ 



.. ^ 



ZELD2AAME 








E 





K 



lippcn Tch^'ncnde en de Zee om laag vry fiil 2ynde; '20 dat 2y gelegenheid heb- 
cn tot hct zoekcn van haar Voedzel. De^top van de Rots is een dorre , Kryt- 



en Steeni^e Vlakte, daar een groot getalvan Schaapen wordt geweid. Een meni 



b 




van 



Kormorants of Water-Raaven, groot eh klein , 




Kraaije'n, Kaauwen , Spreeuwen, wilde Duiven ell veel ander 

brocdt jaarlyks in deeze Rotlen. . ' . 



te 



-Meeuwen , Kornwallfche 

klein Gevogelte 



->, 



5 



;^';&- 




^^^'' 





s^;^®:S'S^)S^ 




J 



p 



L 



• 

A 





XLIX 



Do L 



0/" Guillemot (49 



'I 




e'zc Vogels 2yn In Afbcelding verkl 





e 




dte: de Guillem 



6 



P 

meer en is in 't verfcl 



u 





helfc 




te eri 




plaatfL Zie de omtrek 



ken der Koppen van beiden om laag op de Plaat en als in 'c W 
de, in de K'atuurlyk'e grootte 



t) 



De Wiek der Guillemoc, toegcllagen, he'efc agt en een IialfDuIm lan^te. 




^hynt omtrcnt de gr 
't end fpiis en geheel 
Kaakcn gepIauLfl 
op 2 



Eend 



en. 



De N 




hebb 



zyn laag 





ek is regt, di 
by de Gewricb 



Zy 

aari 
der 



By de punt der Bovenkaak is een kleine infnyd 



ydc ccn vveinig famenged 



bcncd 



u 



1 



IS 



d 



te vooren beic 



maar niet op dergelyke manier 



D 



De Bel 





boveri 



V 



' binnen geel: dc Oogen zyn donl- 
de Hng, Stuit, Stuart, (die twaalf Vederen heeft,) 



De Kop, K 




hct 



^) 



van 



De Mond is 
fte van ^^^o. Hals 



de bovenzyden der Wieken 



5 



vn 2w 



irt, of donker gra; 
waardfe of kortere Slagpen 
Strcc[ 



De binnende Dekved'ers en 
zyn wir. Deeze tippen maal- 



de tipp 



en 



de 



m 



fcHeeve vvitte 



?) 



d 



wars 



eder W 



Aan de b 



ts 




raauw. 



De Borfl:. Bulk, Schen 




zyri de Slagpen 




u'it; de Pooten en Voeten zwart, met 
de voorfle deelen der Pooten en Gewrichten der Ving 
Avclke fambngewebd zyn als in de Eenden 



fchrecvene, hebben vafi: 



de Dekveders benederi aari de Staar^, zyn 

g mengeling van Loodkleur aan 

Hy heeft 'er flegts drie; 
Deeze Vo.^el, en de twee laatfl be- 
en , die derzel- 



Huid zitten een foort van Tekl 



Bloed 



S 



Hy is van 't Eiland W 



£> 



\ 



./ 



De Ptijfin van ^t Eiland Man (^). 



\ 



^ 



i« 



i) 



i. ' 



^ * » 



> V 



\ 




iS 



Gefla 




grbotilej Mh^d^mg vertoont de Puffin van 't Eiland Mad 

rfchillende van de Puffin van ^t Eiland Wight, en van het Geflagt der Vo 



ve 




«• 



g 



die ik Peterih genoemd heb. Den Bek heeft hy reg 



T 



weinig krom 



t> 



de punt, en van een donkere Loodkleur. De Neiisgaten flaan digt by 



elkander in het bovenfte des Beks, in een fbort van Fluid 



d 



Van de Neusgaten loop 



die deszelfs Grondfteun 



9 



wederzyden des Bek 



3 



een 




e 



uf byk 



tot 

aari 



P 



(49) 



^ r 







1. 84. ZooL. Brit. T. H, H, 3. Lumme 



toven 



niet uitgegroefd of gefleiifd is , 

rieden, gelyk in de twee andere Vogelen; en in de- 

2elven was de Bek fcherp geriigd. Dat is immers on 



67. Una. Bkiss. /h. VL p. 70. T. 6. f. i. Colyrri- verftaanbaar en tegendrydlg. Ik denk de meening van 



, bus Troiie. Likn. S'sji 



Gen. 75. Sp. 2. 



A!ca Lomvla. Sy/i.r^at. X. Gen. 6^. Sp. 4. Zee-Hen.' 
' Nat Hijl. I. D. V. Stuk, bl. 88. PI. 37. f. 4. 

O [DeJranfcheVertaaler heeft, in dezelven, het 
Engelfche Woord ridged met het Franfche tranchant 



(t) PufEnus fuperne fuscus. Epw. ^u. p. 3 14. T. 
Briss. A'o. Vi. p, 131., Penn. Brht. T. M. 

Aldr. 6r«. III. p. 57 , T. 59'. 



359- 

Diodemedea Avis. 



de) 



(jesn. Av. 381. Procellaria Puffinus. 



flcufd 



Bek V 



XII. Gen. 70. Sp. 6. 



f. <5, 



urn. I. 0: 




2 



N 



.^■- 



i; 



I'- 



'fi. 



J". 





VERZAMELiNG ^ vAi^-^' U IT I!E 





S C H E 



aan de punt toe flrekkende. De Onderk^ak heeft ■ ook een Sleuf aan ieder ^yde 
overlangs. Zie de juide figuur des Beks in de Schets daar van , beneden op de 

, Plaat, 
toe. 




beneden 
is zydelings een weinig famengedrukt , maar meed naar de punc 




e 



! 2yden des Kops, onder de Oogen, zyn 



blaauwachti^ orraauw. 



De 




e- 



heeie^bovenkant, van den Bek tot aan de tip der'Sraarr, is zwart of donker bruin, 
nergens lichcer ofdonkerer, uitgenoraen op de Kruin de 




ops. 



2yde 



Aan de binnen- 
der Wieken zyn de Dekveders wit en de Slaffpennen Afchgraamv. Van on-" 



i 



oeren 

Wit. 

delf^ 



de 




* *rH- 



kzel , 



m id- 



is ae geheele Vogel, van deri Keel tot de Staart ten einde uit, volkomert 
De Staart heeft twaalf Veders, waar van de buiteiiflen iets korter dan d 
eliten zyn. , De Pooten"waren van een piatacntig maa 
Geflagt der " Duikeren. De buirenzyden der Pooten en de buitende Vingers zyn 




elyk in die van 'd 



'l^ 



Zwartachtig : 
ee Vleeichkleur. 



de binnenzyden en het overige der VoeteHj-is van een blaauvvachti- 



Hy heeft niet meer dan drie Vingers 



alien 



voorw 



aard 



s 




eftrekt 



en te famen s:ewebd als in de Eenden : de buitenfle Vingers 20 lang als de middel 



fie 



iel 



de binnenfte korter zynde. De Klaauwen Zyn z\Vart. Onmiddelyk bit deii 



zonder eenige tusichenkomeride^ Vinger 



3 



fpruit 




Nagelj die, 

flagt der Peterils (*) 

als hebbende 



een Klaauw of fioornige 
epaard met de liguur des Beks, bewyfl dat deeze Vogel van 'c Ge« 

Agter- Vinger | 



r/ 



y 



WiLLOUGHBY noemt het een kleinen 




een denkbeeld gehad van een 



ilaauw uit den Hiel van eeii Voeei 




voortkomende : want ten zynen tyde was dit Geflagt van Vogelen naauwlyks be 
kend. 



De Fulmar van St. Kilda is een derzelven, hoewel hy befchreeven wordt 



■ — -^ 



met een affter-Vinffer. 



-,.1.' 



•j 




De Afbeeldin 



r% 



Klaauw. 



d 



umn .van t 



r 




in Martins Reistogt naar dat Eiland helft 






L A 



r -' 



? 



n 
\ 



.1 



Eiland Man \- 




! 



gezes'd 



5 



van 



Man 



if. 



5 



een klein Eiland aan h Zuid end van Man 



te broederi in de Konyns- Helen op 




eleven (f) 




Men 




-^riSLt van derzelver^manier van Voortteelinff enz. vinden in'de 



kan een vol ko men 

Enselfche Voffelkunde van Willoughby, p. 333 en 334. Noch hy , nog eeni 




nog 



toe een Af beelding van 





effeveni 




nder Autheur^ my bekend , heeft 'er tot 

Deeze keurlyke Vogel was my gezonden door mynen waarden Vrind en Kofre^ 
pondent ThomaS Pennant, Schildknaap , van Bichton in Flintshire^ eeri 

die de bevorderinff van de kennis der Natuurlyke Hiftorie zeer ter harte neemt. 




ly bezorgde my denzelven van *t Eiland Man. Ik houd my verzekerd 



3 



dat 



deeze Vogel en 







cheerwater van Sir Thomas Brown van NorwicK 



even 



.- 



In eene 




zelfden zyn (g). WilloughbY heeftze 

beeldingen, zo wel als de beichryvingen, flemmen in.aile opzi 



Af deeling begreepen en de Af- 




ten overeen. 



Ik 



ben verder daar van oVertuigd geworden , " door myne Tekening met Browns 



oude- Afbeeldinff daar- van te vergelyken 



5 



die 



no 




in het Brittanni£'h Mufeum' 



wordt bewaard : zo dat ik denkj dat alle ' toekomflige^ Verzamelaars deeze twee 



Soorten wel tot eene mogen'brengen. 



" 



De 




ce vermenigvuldigin 




der Soor- 



ten van Dieren is verbaazende by veele hedehdaagfche lamenlappers der Natuurly- 



ke Hiftorie, en dezelve wordt veroirzaakt door haaf! ,' o'noplet'tendheid en gebfSi 



I 



van 



een volmaakte kennis der Werken die zy fchryveri. 
Het rbode Kor ad - Mofch ^ 






waar mede ik deri Voorgrond van deeze Plaat ver 



jfierd heb, werdt door my te Yarmouth in 




or 



folk 



•> 



verg 



aderd. 



Verfch uit de 




e 




enomen 



IS 




kleur trekkende , en beftaat uit zeer fyne Takjes of Vezelen, 
Takmaakins der Boomen, Het is 20 zast en tederg dat he 



in January des Jaars 1762 
bevalkV rood, naar 



5 






elykend 



e 



naar 



1, 



t 



5 



buit 



u 



'i*.^ 



de 

n h Water J 

hoops- 



r. 



(*) [De Teterih of fetreh zyn die men Onwecrs- 
vogelen of Storm Zwaiiiwen noerat : zie myne Nat. 
Hifi. I. D. V. Stiik , bladz, 91.] 

(f ) [Het Eiland Man lege in de lerfclie Zee , aaa 



•fa 



J 



oemt 



He Weflzyde van Ej 
- (5) [Scheerwater , 
menze, orn dat zy langs de Oppervkkte van 'r Water 
ilryken.T 



J c 



m 



' * 



7 t 



^ 1 



\- '^ 



\ 



E N 



Z E L D ^ 





M E 



^ 








E 





lioopswy'^e by een vale , zonder ged 



• -k 



en wel "gedroogd 2ynde ', ma&!<:t 'het ^n fraaije VeVtoooing 



maar vlak ultgefpreid tusfchen Pap 



r f 



/ ■ ' 



i6 liHSKi^'t^ 1>****?lf*^^*******^5*4 






^ 



V *■ 



- 1 ■ « 



1 




-4f*Si& **^4f-i{f*iif«iS5^%4<.iJj4<'f * 



4 



/ 



/ 



P 








E 

Dc rondgekuifde Emd {^oj. 



Van de op deeize Plaat afgebeelde Voorwerpen is de Kolibrlet alleen m h 



-^ 4 



luurlyke grootte 
derdaad dc g 



d. pe Duiker is grootelyks verkleind. Dezelve heeft in-^ 

de punt tot aan den hoek der 



Eend 



de Bck heeft 




ping, drie Duimen min een Kwartier Duims langte, de toegeflagen \yiek 



If Duim. De rond-gekuifde Eend is omtrent tot de halve hoo 




gebrag 



gelyk men uit den Bek, die in de natuurlyke grootte om laag op de Plaat geichetft 
is, kan zien. De Wiek heeft nagenoeg de zelfde langte als d 



den Duiker 



> 



zo even ge 




meld 



Hy Ichynt een weinig grooter te zyn dan een Taling 



Dceze laatfte, nu, op 'den voorgrond vaii de Plaat voorgefleld , heeft den Bek 



(iTial en zwart, even zo hoog als breed 



De Bovenkaak 




op de ka 




g 



<!?' 



n 



4i 



dc Onderkaak heeft ry en van kleihe ingedrukte hoUetjes, oni de gezegde 



s. 



in 



dc 



neemen. De andere byzonderheden zai men bed Lit de fche 



•le Oogc 



ft 



lyke g 



bcgrypen. Catesby 



Op zyn Kop is een opflaande Kuif 




d 
g( 



de 



:s vari 
Vogel 



witte Veders 



gccie 

(die zwart getipt zyn; niet Klootswyze, maar veeleer platachtig, gelyk een W 

Van de KrUin des Kops 



3 



jer 3 • fpreidcnd 



boven de Go 



I 



zwart 
Van 






Ved 



die ten d 



de witte 



derft 




der Kuifvede 



nt/pring 



la 



de Oogcn agterwaards is het agterfle des Kops wit; h 



be 



'S 



de geheele I 



R 




en S 




e 



fteld 



Fluweelachtig donke 




e 



5 benevens 
De Staart is fa men- 



uit agtticn Veder^rl., waar van de middelflen een Duim langer zyn dan d 



V 



buitenflen; zo dat zy trapswyze buiteiiwaards verkorten 



De Staartveders en g 



fte Siagpennen zyn aan haare bovenzyden diep zwart, en, van onderen ddnker Afch- 

De binnenfle Dekveders der Wieken zyn licht Afchgraauw, met taamelyl^ 



kl 

brecde 



d^ 



den. De helft der Siagpennen 



a aan d 



f2% 



R 



u 



binnenfl: 



zyn Jang J met fcherpe punten 




glinfterend 



hebben witte Streep 



L ' 



ran 
der 
W 



gs de buitenzyden^van haare Schaften :, de middelften ^yrl vyit aan de kanten 

Van de^ Dekveders der Wieken is de tefte ry zwart ^ 

"cht Af^hkleurig, langs den bovenftea' 



haarer buitenfte Baard 



breed 



dd 



r Wiek 
de Staa 



tipp 



de kle 




zyn 



met donkere Kleur gezoomd., ' De Bprft 




zyn 

derf 



H 



zwart van de 




u 



den H 




breel 



Dekveders 



hoek 



onr 



*v 



De zyden des Bulks en de zyd 



swyze in het 

onder 



deWiek, zyn Oranjekl^urig bruin', gemerktekend met fyne donkere dwarsflreepi 
De Pooten zyn gelyk die der Eenden, en van eene donkere Rlpnr n« uir^E 



gely 



die der Eenden 



fie Vingers hebben kleine Webbetjes op de binnenzyd 

* IS van onderen. 



donkere Kleur, 



9 



wel 



De binnen 



de 



a 



gertj 




Vin 



n 






/- 



J ^ 






' - . 



- (50) Merganfer CtM rotunda. Edw. M p. ^16. 
T. 360. Anas criftatus. Catesb. Car. I. p. 94, T. 

94. Merganfer Virginianus. Biass. Av. VI. p. 258^. 



*V 



Avis Venti. 



■ i- 



._ / 



Me 



i* 






X7C 



24, 33 

tus. Urn. Syjl. Nat. XH. Gen. 68 



Mer 







lO 



* 4 



IX, Dcch 



\ 



*r^ 




■^- » 





VERZA^MELING vam UITHEEM 





H 




'■•■-t- 



'-•. 



De Groote Geneeffihe Duiker (*). 



-1 




e Duiker^ m 't verfchlet vertoond, heeft den Bek VIeefchkleun 




3 



aan d 



e 




donker. De Kfuin van den Kop, een plakje aan de zyde van den Hals, en een 



flreep tuflchen (\&n Bek en bet Oog, zyn zwart 



liet ag-terfle van den Mais, de 





"£35 




tuit en de bovenzyden der Wieken 



zyn 



Afchkleurig , 



uitg-enomen een 




witte rand aan bet beffin van de Wiek, naaft aan den 




en een e^roote witte 




op 

Vlak in \ midden van'^de Wiek, zynde 00k de middelde Slagpennen wit, zo wel 
als de binnenzyden der Wieken, maar de Slagpennen aldaar licht Afchgraauw. Dit 

van Voselen heeft in 't ffeheel geen Staartvederen. De onderzyde , van de 




tot aan bet end des LiVhaams, is gedekt met fyne witte Vedertjes, die een 



dans bebben als van Satyn of Zilver. De PoOten en Voeten zyn donker 




roen 



acht i 





e Vin 




ers 



zyn niet te fa'men gewebd, maar bebben flevige zydelingfe 



Vliezen van aanmerkelyke breedte, aan de zyden uirgebreid. De Nagels zyn plat 

, en de Pdoten 00k zeer plat, ora te beter bet Water te 



gelyk die der 
iunnen klieven 




'- -. 



^ s 



'■ 



9 



•--^ 



/ 



* 



i-. 



Het geheel groene Kolihrietj 




e 



■- 



> 



Het klelnfl 



V 




^ 

u 



5 



Bovenfte 



5 



f 



vlie 



heel groene 




let. 




I 



eeze n 



eeft 




de 



d 





dunnen, langen, zwarten BeL De Kop 



9 



lals en 't geheele Llfiba 



■■;■ 





is van 



fchoon groene Kleur , aan de onderzyde 



blaauwacbtig , met 



ken zyn 
paarfc 




eeler 



helderen Glans. De bovenzyde en de Dekveders der Wie 
met een weerfchyn als van Koper: de Slagpennen blaauwach 



t! 





Staart d 




^^ 



aauw 



de Footen en \' 



Het hoort 



i 



aan my 
De 



Vriend 



d 



/3 



n 



H 



der af komfl is 
De Duiker, voorgem 




d 



r 

Mill AN 

bekend 
bevindt 




het Admiraaliteits-H 



nde 




- --S 



g 



in 



de Ve 




van 





ertoginne Douariere van Portland, die 'de goedheid hadt, van hem my 



evfouw 




zien. 



Ik 



erd van baar Edele onde 



IV: 



--i. 



G 



d 




d 



d 



%rr^ 



V 



gevang 



ware 



dd 

aatetl 

op het 



\ 



wit 




derde Huid van de onderzyde deezer Vo 




elen afe:enomen en als Leder bereid wordt , met de Veders daar 



men di 

Dames 




Dan voeg 



famen , en maa 



Manteltjes , Moffen en wat dies meer is^ voor de 



Een ander Vogel van deeze zelfde S 



J 



met deeze 



Genev 



over 



zj 




eb 



h^ -> 



\\ 



T 



as 



de G 



drdc in het' Brittannifch Mufeum bewaard. Hy ichynt de Zelfde 



Lom of A 



Zie-Wi 

Soort 



Vo 




Werk,^-pi 339 




. 6j, 



« 




by Aldrovandus? 

Ik meen deeze zelfde 



van 




Winter, van de jaaren 



uiker of Lomme 

1739 



3 



dood 



5 



by een Vo 




oper te Londen in de harde 



en 



746 



i 



y 



Tekc 

f!emt 




Lev 




roGtte 




eko^t 




hebben. Ik heb daar 



een 



geflorneh dat de bovenzyd 



welke met ' die van G 



q 
ti 



'. 



een 



donkefer Alchl 



opzigten overeen 



j*j 



De' rofici geknifdh Ecnd is uit Penfylvanie afkomfti^ 



Ik heb dezel 



3 



met 



andere Voselen 




benevens, 

WiLLL-^M Bartram, in die Volkpl 



gen vaii myrien verpligtenden Vrind, den Heer 




woonacht 




In zyn Brief 



mb e r 



:3 



jaars 



759 



dee 




Vogels vergezellende 3 b 





V. 



; 



t 
\ 




my, dat zy 



De 

alte- 

maal 



V 



- > 



>- 



■r* 



^- 



f 



P- 



^- 



> ■ 

(*) Colyrobus major Laciis LemanL Edw/ /io. p. 
309. T. 360. Colymbus Urinator. Linn. Syji. Nat, 



^ 



XII. Gen. -^5. Sp. 9. 
(t) Mellifu^^ 

Mellifuga Cayanenfis. Bmss. 




Edw. Av, p. 318. T, 360. 



P 



T, 3<5, 



I. --0 



MuL 



4 



lifuSLlS. 



i) [H 



'4t 



T. 41. f^ 2 , 4. Trochjlus me!. 



Gen. 66. Sp. 15 



■3 



eL 



% 



» 



t N 




r- 




L D Z 





M E 



V 



J 



■' '> 



* '-^ 



*- ? 




G E 




E N. 







7 



iinaal Trekvogcis zyn, die In Novembei-, iiit het Noorden ■, In dan Land kornen, 
en 'er hun verblyf houden tot in Maart, wanneer zy weder terug keeren. Hy 
vocpt 'er by 5 dat vecJ Gedi'erte , ^t welk eertyds in de thans bevolkte deelen zig 
bevondc, nu aldaar nice meer is , vertrokken zynde naar de onbewoonde zoomed 
dcr Provinciej en dat eenige Vogels, aan de eerfle Planters niet^bekend, tegen- 



woordig zig in grooten 




etale Jaaten zien ^ benadeelende de Koornvelden en 



Plantagien kragtig 



Catesby hceft deeze Eend, in haare Natuurlyke grootte, af 



gcbccld in zyne Natuurlyke Hiflorie van Karolina, I. Deel, pag. 94 (*). Hy merkt 



iiict reden aan, dat Sezelve cigentlyk gefproken, often naauwfte genomen 



5 



tot lict Geflagt der Eendcn , maar tot dat dcr Dalkeren (MergusJ, door WiL- 
LOUGHBY belchreeven, behoore. Ziedaarvan, by dien Autheur , verfcheide Soor- 
ten, van pag. 33 J tot 337. Catesby zegt,' dat zy veel de verfche Wateren, In- 



zondcrheid de Molcn-Togten 5 In Virginie en Karolina, bezoeken; dat de Wyfjes 

ehcel bruin zyn, hebbende 00k €en kleindr Vederkuif op den Kop, dari 



over ^t 




de Mannetjes. Die Autheur, geen Invvooner van Noord-Amerika zynde^ hadt niet 

bpgcmerkt, dat zy IVekvogcIen waren. - > . .. ^ 



' / 



f 



A - ■ 



_-■ r ■ r ■ ^ _ 



k 



-' 



\ • 



p 



•L 



r 



■^* 



I 



i 






.i. 



.■I. 



*- 



LI. 



«' ^ 



De Miiurkruiper ' of . Splnmnv anger (51) 



\, 



'- 



n 




vcn5gaahde Afbeeldl 



ng ]S 



U 




I 'c ncvcnpp-aancle AtDeeidlns: ]S in qe i\atuuriyKe 2; 
e Plaat ge-etft, naar zulk.een Vogeltje, dat^droog op 



' ^ 1 

Natuurlyke grootte 

32et 



getekend, eri op 




was 



bewaard. 



Ik 



1 ^ 
iV 



onderilel dat het een Wyfje zy ^ a!zo ik by.BRissoN een goede figuur en be- 
fchryving vlnd van het Mannetje^ vvclke van'de onder befchreevene alleenlyk ver 
fchilt^ in den Keel', een Duirabreed of verder vaii de Onderkaak af, zwarc te 
nebberi. 



Men vindtze in zyn III. Deel,, p. 607, Plaat 30. fig. i, onder den naani 



van /e Grimpereau de Muraille. Hy geeft de Afmeetingen op van de Lighaams 



deelen 5 welke iii 't algemeen lets korter waren"dan,in myn Vogeltje. Het Wyfje 
zegt hy daar in alleenlyk van het Mannetje te verfcfiillen , dat hetzelve <1qu. Keel 



WJt 



heeft. 
De Bek Is lanff en dun, 



f! ■■ ■ 

een welnig riederwaards. geboogen en van eeri ^vVarte 
De Neusgaten flaan by het grondftuk des Beks. De Kruia 



of donkere Kleur. 

•\'an den Kop Is bruinachtig Afchgraauw. De bovenzyde van den Hals, de Ru 




en Stult, zyn van een fchoone blaauivachtlge Afchkleur,zo wel als de Bulk, Schen- 

Dd 

Staart beflaat ult twahlf Vedereri Van gelykd Jangtey zvvartachtig van Kleur, uit- 



kels. en de Dekveders onder de Staart ^ doch die zyn een weinig donkeref. 



genomen de tippen, die witachtig zyn in de buitenfle Vederen , maar in de mid 
delden Aichkleuriff. De. Keel en onderzyde van den Hals is wit. De Wieken 

die 

bev 



9 



van een 



ziff dus uitffefpreid bed vertoonen, hebben baafe kleinfte Dekveders 

allige roode Kleur , gelyk ,diq van Rooden Wyn in een Glas gezien (f): def 



binnenile Dekveders zyn ook rood, maar trekken naar het donkere 



5 



en d 



^ 



ry 

der 



. (*) [Men vindt die Af bedding in liet IV. Deel- f. 852. Cerfhia Mdraria. Linn. Syfi^NaLXII. Gen. 

van die Vogelen - Werk , PI. 88 en de bef-hryving 65. Sp. 2. Muur-Spechc. Nah Ili/i. L D, IV. Smk, 



V 



r^s- 78, 79] 

- (51) Certhia murali?; Euw. Jv.'p. 320. . T. ^61'. 

Picas Murarius. Briss. ^v. Ill, p. 007. T. 30. f. i. 

Willi Qrm ppi Ti 23. Aldrov. Orn'nh. I. p. 851; 



bladz. 427 

(f) In ae gelileurcle Tekening ge'ykt bet daar we! 



nig naa, ea Brjsso,^ zegt, dac ds Wieken RoKckledf 

zyn.] , ,. 

O 2- ■ 



\ 




-^ 




VFRZAMELING .Van UITHEEMSCHE 



■ 

del- b'uiterifte Dckvedere 




boven de 





pennen 




e 



zoomd : 

Ik teide 



dat 2j 
'intig 



Pennen in 



dan de naaftvolgende en de vyfde Slagpen de langfle 



is donker, met rood 
geheei rood vertoonen (*) 
derWieken-, zynde^de buitenfle de helft korter 

Zv hebben haare buitenfle 



de Wieken toegeflagen zy 




r * 



^' 



Baarden ter halver 



g 



ft 




eur: uitse 



J 




nomen de drie buitenften 



den wortel , van 
1 de drie binnenflc 



(ch 



d 



i 



welke zwarracht 




W 

zy 



9 




lykerwys het overige 



dePe 






d toe, de Tippen zelf nitgezon* 



X" 



derd 
zyn 

dani 



die akemaal Afc 
der met twee 



rig z\ 




n ■ 

md. Vier 



debukenfie Siagpennen 



witte Vlakken getekend op de inwaardfe Baarden^ gelyk 




een 





ts 

! 



Veercje op de Plaac vertoond is : 
Vlak, en uitffenomeh deeze VI 



d 



1 -' 



er 



aards 



ft 




t 



lefc 



V 



zy 



donker. De Pooten , Voeten 

Vin 



Klaau 




ds en eenen a 




d 




zy 
ftn 



de binnenzydfche, Baarden 

Het Vogekje heeft drie 



D 



*^ 




y 



beffin 





\^ 



y 



K 



in d 



5 



n 



weini 



en 




oomen 



K ruip 
beter 





in 



den middelften gehechr 



te 



5 



te onderfteune 



ora dezelven in 't 
Ook zyn de KI 



buitenfte Vinger is , 
De ao;ter- Vinger is fterk, 
't beklauteren van Muureri 



Ian 




er 



dan 




e 



k 



D 



J.'*'. 



.-' 



lyke Vogekj 




ans 



» 



9 



den j 






702 



5 



plichtenden Vriend 



teit 



den eri ve ^ 
die hetz'elve, niet lang 



Hemry Bake 



1''^ 



1 

de eigendom var 
id del- Koninglyl 




leeden' 



lu 



bek 



m 



5 



Berg-Specht^ en 



men 




t 



d 



zeldzaam 



myneri 
e Socle- 

' - 

daar men het noemt 

aan deri 




Baker gezonden door Graaf Perron 

het Hof van Groot Brittanje 




r in Piemonr. Het was aan 
ewezen Minifter van deri Konin 



Sard 



WiLLO 



heeft, in zyne Vo 





de, bladz. 43. Tab. 23 



5 



mme 




beeld 





g 



van dit Vogekj 



ondeend 



iryving 



fleste Af- 




fte moderne Nat 



■7 



riyl 



Hiftoriekundigen , die zeggen, dat men het in' Engeland heeft, doch WiLiJOUGHBt 



hadt het 'er nooit aan 




•offi 



O 




eloof ik g 



dat het hier als Inboor 



ing of als een 



Trekvoffel voorkome: watit 




befchreeven Vogekje het eenigfte dat 



heb 



my 



n 



alp 




en is het thans 




ezien 



Hierbm ^^ 





ene 




en 



3 



h 



auwkeu 



Plaater 
laat in 



daar door bo\ 




af 



beelden eri te beichryveri, hoewel het getal der 



my 



geftelde paal verg 



wordt. De 



handen kwam, kon het niet op zyn behoorlyl 



plaa 



het my 



gebragt worden 



Het hadt op de Hoppe mbeten 





en 



■ 

3 



als zeer naby komende aan die Sdort (f) 



fr 



«&l4^S'»FJM^*SS^^3'J|ie*S*SS^*sisS#*SS?f^&#*S^SfcfcSS4^i^fS^**J^^^ 





f- ^ 



P 




A 



A 



r 



LH. 



• 



'x 



Ds Z'. 



Tangara van 




(52> 



/^ 



-^ 



De 




\ 




kjes op deeze Plaat zyn 



naar 



3 



Voorwerp eri in de Natuurly 



<a 



ke erootte afgebeeld 



lerley Zaaden breeken 

op Infekten aaft« 



De twee bovenften zyn Graan-eetende Dikbekken , die 
het onderfte is , zd 't my toefchynt , eert Vc 





dac 



' [ 



y 



D 



\ 



\ 



cfit laatftei 



f^ 



, n ^ [In I 

huttenjle af, 

dit onverftaanbaare: les cotivertures cxterieiires rangees 



(f) ['t Geflagt van Certh 



flaat in de Franfche Veriaaling alleenlyk het c'huis gebragt is , volgt by den Heer LiNN^Uii 



] 



font f I 



'c Is zeer te verwonder .n , 



daar men 't Franfch tegenover 't Engelfch geplaatd 

heefc , dat daar in zo flordis te werk gegaan zy.] 



3^ 



(5 




T. 



2. 



y 



.. i-.S 



b ' 



J - 



^ "x 



It 



\ 



E N 



T 



Z E L D Z A A 





V 




G 





E 




* 



m 



y 



89 



. De 
VleeG 



/ 




wane Tangara ^ heefc een korten dikken Bek , van een witte of lichte 



de 



fe;ene Pluimag 



Neusgaten gedekt 



met 



donker zwarte Ved 



Vedertj 



*t 



g blaauwen weer/ciiyn , die ecjuer op de g 



ontbreekt 



Dit geheele Vogeltje Heeft 
glanzig, met een fchoonen paars- 

len der Wiekeli 



Eenig 



Slagpen 



weinige kleine witte Vedertjes zyri doormengd met de binnen 



Dekveders der Wieken. Het heeft 

-I 



S 



De Pooten. Voeten 



dere kleine V 




ekj 



en 



alien 



aalf Veders van gely 
2yn van maakzel als 



van eene witachtie:e Vleelchkleur 



Klaau 



# - •! 



5 




Jangte in 
de ineefie 



de 



' fl 



-' 



.3. 



De Olyjkletirigc of Groenachtige Tangara 




1. t 



Het Vogeltje daar naaft, dat ik de Olyfkkurige Tangara noem, Heeft insgelyks 



een korten dikken Bek, van een donkere Vieefchkleiir. 



Het voorfle dee! des 
Kops van 't zelve , geheel rondom den Bek en Oogen, de Keel en een gedeeke 
van den Borft, zyn zwart. . Dit zwart verandert , allen^s iq ddnker Wit aan den 



Buikj welke witachtig blyft tot aan de Dekveders odder de Staart 



ten. 



die iogefloo 



Het agterde van den . K op en Hals,de Rug, Stuit, Staart en Wie.ken 



zyn van eene groenachtige Olyfkleur^ taamelyk donken^De. Staart heeft twaalf" 



Veders van gelyke langte. De binn^nzyde der .Wieken en de onderzyde van de 
Staart, zyn van een lichte Afchkleur: dePooten 



Vleefchkl^urig. 



3 



Voeten 



en Klaau wen 3 donker 



( 



I 



■•f 



Het geeJbuikig Boomkrmpertji 




e 



Het 6fiderf!e Vogeltje , dat tot de Eoomkruipertjes 
jfcherp gepunten Bek , die een weinig nederwaards geboog 



1. • 




heeft 



g 



? 



ge of donkere Kleur. De Kop, de bovenzyd 



yden der Wieken en S 



Zyn van 



van eene zwartach 
van den Hals, de Rug, de bo 
donker bruinachtige Afchkl 



uitgenomen de tippen der buitenfle Staartvederen en de ondef-enden der grootft 
Slagpennen, die wit zyn, zo wel als de binnenfte Dekveders en de 
Wieken. De onder2;yden der Slagpennen en Staartpennen zyn van 




Afchkleur dan de bovenzyd 



fengs 



De Keel, Borft en Buik 



randen 
een lichter 




wordt 



zyn g 



5 



de Dekvederen beneden de Staart. Het heeft 



wel k 



/ 



ge Streepen, die van de Neusgaten bbven de Go 



Wenkbraauwen. De Dekveders bov 




en 



loop 



"H H 



en 




^ 1 





heeft het 




Ved 



van gelyk 



1 



de Staart zyn obk ffeelachti 



de gedaant 



aiifft 





fr 



De P 








grof voor zulk een klein Vogeltje, zyn alien dbnk 




voorwaards 
De Z. 



Van 




V 




J 










9 




een agterwaards 



ffcr 









aart 



melyk 



nt 




\' 




van 



gendom wa^ van h 



Tang 
Paleis van St. James 



my 



^ w 

kortlin 
, die 



Kuft 



G 



lare Majefteit , 
Afrika afkomfti 



eflorv 



my verb 






Vogelkunde , Vol. Jll. p. 28 




ware 



t 



Vogeltj 



welk hy de Zwarte Tangara noemt 
De Groenachtige Tangara ontv 



i 




door een 

I 

de 

de 



' i 



zyne 



even 



-t 



-J 





myn 



} 




I''- 








3 







■MAN, van 



Lot 





en 



i 



, {*) Tangara viridis feu Olivacea, EuwJ JvJ Q22 

X 362. f. 2. ^ - 

(t; Certhja Ventre flavo. Esm. Jv, 



. - I 



362. f. 3; Certhla 



,1 




ola. Syfl. Nal 




g-S. X 



Sp. i8'. [Vergdyk Edw. Jv:T. 123. 




^ 




bladz 



« 



/x 



T. 17, £ I 





en. 55, 



49 




3 



» 



?W.v 







J 




\ 



,4 



X 



' - 



90 

r 

Londen 

ware. 
Het 

my met 
Wyfj 



VERZAM. VAN OITHEEMSCHE 



• -• 



ZELDZAAME VOGELEM 




* 




tte 



5 



•g 



dat deeze 
beichreeve 




van de Kufl: 



G 



•^ 



oversebrasrt 





Boomkruipertje was my geleend door den Boekhandelaa 



M 



Voorwerp 



tot d 



te zyn 



Vog 



W 

be 



begunftigd heeft 



Ik 



hetzel 



did 



■ i 
ve t 



door my, :op Plaat 122, afgebeeld 



t Is het Boomkruipertje van Martinique of het Suikervogekj 

^yn Vogelkunde, Vol, III. p. 611. Tab. 34- f- 



Brisson 




le 




\ 



/ 






D 




-- 



/ 



\ 



it 



I ' 



' . 



i ' 



> 




V 



I- 



■-, I 



» 



-^ 



y 



- • 



- ^ 



/ 



\ 



-a 



Y. 



\ 



- \ 



I 

41 



1 . 



\ 






\ 



• ^ 



f 



4 



-- 



V 



,r* 



<" 



. <-\ 



-r 



■■\ 



\ '■ 



f: 



r ' 



i- 



> . 






/■■» 



\ 



^T 



f? 



■ ^ 



^ 

1 
(>' 



, L 



■ ' 



v 



V 



■ » 



1^ 

L 



V 



.h 



* J 



y.. 



y 




/ 



^ 









NH 




U 




f 



\ 



f 

» 



DER LAATSTE 



/ 



* V 



*, 



tWEE-EN- VYFTIG PLAATEN 




Jk 




DIT WERK 




(■ 



'\ 



\ 



"{ > 






I 
^ 




DER 



V O G 










-t 



X 

^ 



ENZ 



e 



y 



*- 



- - 



Die afgebeeld en befchreeven 2yn in het 



L 



■i^'^ 



L- I 



'N 




G 



E 



>» 



' . 



4^ 



N 




E 



D 






« 



' /- 



■P"! 



K-'. 



* . 



'fc-* 



.*■ 



K» 



' -^ 



• ^ 



I'M 



--4! 



»<^ 



^ d ' 




et Z'warte Aapje ^'^^^ middelmaatige g^ootte. ; .^ « 

De groote Weftindifche Raaf of grmte BraJlUaanfche Pappegaay. 






fft- 



^. 



De blaauwkoppige /P^z/'/'<?^^^^. 

De brume Parkiet tf kleine Tappegaay. 

Het Aapje w^^*? ^(? ruighaairige Staart. 



De ^r^^if^ zwarte Kakatoe. 



**^' 



•« 



^ 



V 



5- 



^ 



f- 



T' 




,* - 



-^ 



> * 



C 



/ 



■ .. 



'mt 



m 



7 



- * X 



'» 



/-' 



I 
^ 



^ 



De A'A'/;/<? witte Kakatoe met een geek Kuif. 
De graauwe Brafdtaanfche, Klaauwier, 
De zivart en geek Aaklter van Brafil. . - , 
De blaauw en groene Aakfler, ' 
De groene Jakfter van Ceylon. 

De zwarte geel gewicjpte Aakjler. 
De geelkopp'ige Spreeuw. i- 

De kortllaartige JakJIer. 
De gekulfde langftaartige Aakfler. 
' pe blaauwe Oojl'mdifche Gaaf . 
De Zwaluvvfiaartige Oofimdlfche Gaay, 
De Brafiliaanfche Paayy met een getanden BeL 
De geelborjitge Tdukan. n/ 

De groene Toate, o/ Pepervi'eeter. 

De groene Koekkoek met een geelen BuH, 
De Specht met roode Kaaken. 

De geele Specht met zwarte Vlakken 

De Jacamaciri van Marcgraaf. 

De gevlakte Ysvogel. 

De ge kuifde Tsvogel. - , 

De Kalkoen-Faizant. 

De groote gekroonde Ooftmdifche Diiif. 

De "Dii'if van V Eiland Nikobar. 

De Manner jes/'^^r/f/^ geborfie Manakyii* 

De Pompadonr-/^^^^/. 

De %\(\x\t^-VogeL - - r 

Een donkere Zwatuwflaartige Kapel nit China. 

De Schar taken -roode Mofch of Kardinaal. 

De Europifche Page de la Keine of Koninginne "Pagie. 
De Manakyn met een witte Reel en Kuif 
De food gekuifde Kolibriet. 
De Vogel Hoppe genaamd. 
De Surinaamje Muurkruiper. 



'J- 



'3 



■I 



■K 



9S^ 



■\ 



*F 



/ 



fl" 



■> 

L- 



/.- 



\- 



f 



^ \ 



t 



#r 



*. 



1' 



H - 



« 



.* 



eto 



i.-' 



■^ 



■J 



f 



J- 



r 



*> 



*i 



./ 



s 



1' 



' ■ 



Ei^ri Jier Ij ke Zwaluwlta^ttige Kapel ah China. 



■1 



"■S 






f^ 



X 



P a; 



m 



Tab, ,B! 



I. 

II. 
111. 

iV, 

r 

V. 
VI. 

VIL 

IX. 

XL 



-t 



/'. 



XXXIII 



a 



-t? 



ii 



1 

7 



^^ 



8 

9 



U^ 



II 



XII. ^3 

XilL 14 
XIV. t^ 



I 



F I 



17 



XV. 

XV!. 

XVII. 18 

XVIH. 15^ 

XDC. id 

. XX. -as 

XXI. li 

XXII. 

XXIII. 43 

XXIV. z4 

XXV. S7 
XXVI. 

XXVII. cd 

XXVIII. 60 
XXIX. 61 

XXX, 6z 

XXXI. 63 

XXXII. ^4 



\ 



i' 



rf- 



^5- 



XXXIV. 6 




XXXV. ^;/ 

XXXVI. 68 



/: 



Het 



h 



.'^ 



••-i: 



■^- 



Mn 



K O R T E 



I N H O U D 



* ' 



<,' 



^ 



-. .■■ 



w 



Het roodborpg groene Boomkruipertje. 

Het groene gevlakte dito. 

De zwart en witte Vliegenv^nger. 

De Paradys-Mees. - . - 

De zwart en blaauvve Mees, - 

Het Vogeltp Sayacu genaamd. 

De geele rood-Kop Kanarie. 

De Ziwarte roodborfiige Vink. 

De zwart e of donker - brume MofTchen. 

De kleine Mofch uit. Tenfyhanie. 

De gejireepte Senegal! uit Oojltndie. 

De geftippelde Bengali uit dito. 

De witborjlige Ooftindifche Mofch. 

.De kleine Ihis oj Egyptifihe Reigsr. 

Een zonderlinge Zee -Polypus. 

Het Spoorwiekig Waterhoen van Brafil 

De Vogei genaamd Zee - Pappegaay. 

De Alk <?/ Scheermes-SnaveL 
De Lomme of Guillemot 
De Puffin van H Eiland 



/ 



/ 



V 



V 



- t 



I 



.* 



\ 



i 






i gekuifde Eend. 
De groote Geneeffche Duiker. 
Het geh eel groene Kolibrietje. 
De Muurkruiper of Spinnenva; 
De zwarte Tangara van Guinee. • 

De Olyfkleurige of groenachtige Tangara. 

oomkruipertje. = 



^D 



V 



n. 










e» 









l^ab. 

XXXV II 




XL. 

,XLI. 

XLll. 



XLIII. 
XLiV. 

XLV. 



XL VI 



XLVII 



^ 



Bl 
69 



XXXVIII. 70 



7% 
73 
74 



75 



•^ 



76 
77 



78 



79 



XLVIII. 80 

8i 
XLIX. 




L. 85- 

Z6 



'S. - ' 



*. 



LI. 87 

LII. 88 




\ 



.,^.n*'^mt^<^^i^'^:^^jt^^^:/ftt^--t^t^^^t^ 



■xiv^n^-^ 



' ' Al;i5a*ti^± 



i-^^"i^V-.-t~-, 




1 - * 











I 



N 




h I 



'. 



^'1 



■-r 



^. 



D 



^ 




oirzaakt is 




eeoJKe 



Liefhebbers gelieven verwi«igd te zyn, dat Ale zo zonderlinge 0verflapping der Bladzyden 24. op 57, 

, door een groven misikg yan den Letterzetter, die de Bladzyde der gefchreevene Kopy voor [t 
der Bladzyden van 't gedmkce heeft genomen: 'c, welk men, wegens het ajfgebroken dmkken, by 
laden tefFens, onder 't corrigeeren niec opgemerkE heefc. 







.e 



J 



dat de VOORREDE van dit Negends Dee!, de Vertaaling is der geene , weike 



1 -- 







o 



tot 




I 



eft voo 



rio^ van 



atfle DeeL deeze Plaaten en derzelver 











J wegen: 




JRVOegID 



DWIRDS ge- 

fefchryving bevattende: 't welk dienen kan 
t onderfle op bladzyde_3 ^ dat anders tegenftrydig zyn zoude ; aangezien dit Vogelen- 

dan dat; van Edwards 






mn van CatessYj rykelyk ho 








I -■ 



J 



\m 



'. 



\.. 



\ 



7 



'■^ 



» /. 






■ I 



/ 



\ 







M 





N 











^ 




E 











y 



y 



I ^ 



EN AN 




ERE 



\ 



\ 




<- 








? 



/ 



X 




DIE AFGEBEELD EN BESCHREEVEN ZY 

NEGEN DEELEN VAN DIT WERIL 



5 



IN DE 



' A. 

Mak^er (Blaauw en groene). «« 

(Brafiliaanfche). - - 

(Gekuifcle Langftaanige), - 
(Groene) van Ceylon. - 
(Kleine Indiaanfchc) 
CKortftaartige).. 

(Zwart en geelbonte). - ,- 
(Zvvarc en geele} van Bralll. 
(Zwarte geel gewiekte), - 
(Groene]) van St. Jago. 
(Inkhoorn) van Madagaskar. * 
— . met dc Varkens-Staart van Sumatra, 
Aap']e (klein Leeuw). - 

(klein Zwart^. - - * 

met de ruighaairige Staart. 

(ZwarQ van middelmaatige groot 

Aarsmtt, - - ' - 

(Gehoornde). 

Acarauna (Gevlakte) van Brafil. 

Adelaar (Gekroonde). 

Albatrofs^ - . _ ^ 

AIL - ' - 

Arend met de witte Staart. 



Deel. BL 



r 



(VifchO 

(VVitkoppige) 



B 



Baltimore -Wogel. 
.Banannen -Vogel (Kleine}, 
Baflerd- Baltimore Vogel. - 

£eemer. • - . - ^ - 

(Karolinifche}. 
Bengali (Geftippelde) uit Ooftindie. 
Berg-Mofcby Mannetje en Wyfje. 

Berg-Patrys. - , ^ ' _ 

Berkhaan (Amerikaanfche). 
.Berkhoen (Witte). ; - 
Big (Guineefche). - - / 

Blaauwfpecht met den Bruinen Kop. 

■ — — met den Zwarcen Kop. 

BlaamavogeUje (Roodbuikig). 
Bloemzuigertje. - - . 

Boktorreije (Virginifcli). - 

£o72te Specbt (Indiaanfche). 
Boomkridper (Zwart en witte). 
Boomkndpertje (Denne). 



(Purperkleurig Indifch). 
(Groen gevlakt). 

CBlaauw) van Sudnanien. 



VII. 15 



IX. 
III. 
IX. 

IX. 

VL 

IX. 

IV. 

IX. 

ix. 

VII. 

VI. 

VII. 

VI. 
.VI. 

ix. 

IX. 
IV. 

.' V. 

VOL 

VII. 
IV. 

IX. 

I. 

L 
I. 



IL 

VII. 

II. 

I!. 

•VII. 

IX. 

VI 1 1. 

V. 

IV. 

III. 

VIII. 

I. 
I. 

J. 
III. 

VIII. 

VI. 
Vill. 
Vltl. 

VIll. 
IX. 



12 

18 
16 

12 

80 

1(5 

9S 
II 

12 
56 

9 

94 

95 
7 
4 

I 

77 
44 

24 
I 

60 

81 
I 

4 

2 



V 



75 

3(J 

76 

72 

3J 

77 
8 

18 

93 

32 
36 

35 
35 

34 
24 

8i 

42 

15 

5 

69 



I' 32 



ipertje (Klein bruin). 
(Wit). 

(Zwart en blaauw), 
(Zwart en geel> 
(Roodborftig groen 
(Zwart, wit en roo 
Bojch - Menfcb of Sater* 
Buffel (Amerikaanfche), 
Buffeltje (Oollindifcb), 
Bu'izerd (Asgraauwe). 

(Indiaanfche). 




eel. Bt; 
I [. 41 

41 

3 
22 




^ 



leine bruine). 
r (Indiaanfche) 



VII. 13. 



II. 
VIII. 

V. 

IX. 
IV. 

VII. 
IV. 
VI. 

III. 
I. 

V. 

VIII. 

VI. 



■-L 



c 



Calandra. ■. - " "'- 
CaniitS' Vogel. . 
Chego. 

Cicaden (Ooftlndifche) 

Corlieu. 

Ctifco. - 



it 



_« 



VII. 15 



» 



viir. 
viii. 

IV. 

n. 

Vllf. 

VIII. 



r 



D. 



D 



\ 



Maial 



V. 28. 



Dijlelvink ( AmerikaanfcheJ Man 

\Vyfje. - i 

;urige), - 

Amerikaanfche), 

Dodo -Vogch - - , 

Dominikaan. ^ - . 

Duif (Blaauwagtige) met eeri witten Kc 

(Brufne dwars geftreepte). 
(Bruine Ooftindilche). 
met Driehoekige Vlakken. 
(Gevlakte Groeniandfche). ' ^ • 
(Groene gevleugelde). 

(groote Gekroonde Ooftindifche). 
(Kleine roode). 

(Langftaart)* . « 

van 't Eiland Nikobar. - - 

?--Gans (Roodborflige). 
(Gekuifde Weftincfifche)„ - 

(Ge-oorde) Zwart en wit bonce. 
(Gevlakte) 



11.(52. VI. 

VIII. 



(Kle 




1> 



VIII. 
II. 
II. 

VIII. 

VIII. 
V. 

- I. 
I. 

III. 

III. 
II. 

I. 

IX. 
V. 

I. 

IX. 

IV. 

IV. 
IV. 

V. 

IX. 
IV. 



69 

49 

8 

107 

99 

I 

10 
35 

13 

82 



r' 



'>^ 



7 
15 

9 

57 

4B 

37 



g5 

47 



12 

, 69 

II 

^ 3<5 

27 

40 

24 

■ 40 

39 

■ 

7? 

21 

18 

75 

78 

77 

45 
8(5 



\ 



( 



,» 



i 



A li G E M E 




% - 



k, 



} 



r' I 



Duiker (Roodkeelige) 
Duikertje (Brum). 






IV. 



E» 



Eend (Bahamafche) 

Bek. 



^ 




^j— 



{Breedbekkige Amerikaanfche) 
(Kleine Buffelskop)- - ■ - 
(Gekraagde) van len-eneuvg% 

hec Wittertje. ^ - 



V "' 



(Klein 







Eend 



met een Blaauwen gryzen Kop. 

met een lange puntige Scaart, .- 

(Rond sekuifde). ' 

Fogel (Groote zwaitej. 
rans (Noordfche). - 
'Het Mannetje van den Kaapfen; 
(Het Wyfje van den Kaapfcn> 



■tt 



VII 



% 



X 



. ' 




F» 



V _^ 




y 



af/a72UBrariliaanrche> • 

(Gehbornde) uic Bengale. 
rCoudlakenfe) uit China. 



Ji 



t 



^ 



A 



l.rsv 



V^ 



rZilverlakenfe Chineefche) Haaii en 



Hen 



Flamingo. 



Bek in Natuurlykc Groote* 



V 



J^fafif - InfeSt. 



Francolyn. 



Al 



Fregat - FogeL 



(De Groote) 



G, 



AJ 



uc:- 






(Blaaiiwe gekuifde). - * 
(Blasuwe Oostindi!che). - » 

(Brafiliaanfche) met den getande Bek* 

(De Karolinifche). ' - II. 72- 

■ 2 Oosdndifche). 

e). - 



V 



(Bruin gevlakte) 

(Kanadafche). 
Gattorugine (Indifche). - _ 

Ceelgors (Bruine Amerikaanlche;. 
Geel-Keel, van Maryland. ' 

Cedvogel. - . '" ,.^ , % 

.„™-.— (Zwartkoppige Indifche; 

Geitenmdker (Karolinifche> 



IV. 74 



) 

(Kle 

(Bruine). • - 

(Groote). - - , "* 

(Gebaarde). * 

(Gekaptfi). - - 

(Zwartegekroonde). ' - ' 
^nanths CTwce PeDfylvamfche) 






-^ 



IX. 

IX. 

VII. 

IX. 

V. 

V. 

V. 

Vlll. 

IV. 

Vll. 
VI. 

III. 

I. 

III. 

IV. 
IV. 

IV. 

V. 

VIII. 

VIII. 
VII. 
V. 
IV. 




ier (Gevlakte). - - "' - ' 

• (Groote). - , - - 

(Kanadafche) Mansetjes en Wyfjes. V. 

(Kleine Bruine). - - IV. 

Men (Chineefche). 
,h rBlaauw eekruinde) - 




Deel. Bl 



79 



IV., 73 



IV. 


76 


IV. 


JJ2 


IV. 


go 


IV. 


82 


IV. 


-24. 


V. 

r 


56 


VIII. 


19 


V. 


•53 


y. 


5S 


IX. 


85 


V. 


54 


IV. 


80 



29 



VIL 30 



2© 



V. 


14 


III. 


2J 

r 


III. 


21 


III. 


39 


III. 


41 


Vlll. 


2(5 


VII. 


40 


V. 


37 


VIII. 


50 



^- 




4 



17 
19 



- -I- - p 




XJoiulixiek ■ Parkiet. 

Granadier. .' ru^^ ' ^ 

n-rn^mmch (Araenkaanfchej. 

(Oranjekleurige). - 

(Zwarte) met Bonte Wieken 
g (Indiaanfche). - 

(Roodkoppige), " ,^ 

'Groenfpecbt met den Afchgraauwen Kc 

'Guilleinot. 



Mofc 



VI. 
VIII. 
VIII. 

VI. 

V. 

II. 

II. 

IV. 

I. 

III. 

IX. 

ViL 



S5 
18 

52 

52 

51 
23 

55 
28 

84 

42 

13 

16 

103 

64 

62 

I 

32 

32 

■50 
40 

50 

3^24 

51 
109 

35 
35 

7^ 
22 

40 

48 

53 

35 
20 

83 
27 



4 ■ ^ J* 



1 



;h, 



■v 



Haa<ydis (Blaauwe) van Nevis. 



.X. 



J. - 



(Groote gevlakte). 
(Doorn-Staart) uit Indie. 
(Groote groene blaauw gevlakte) 
van Guernfey. - 

(Kleine bruine). - 

(Kleine gevlakte graauwe). 



VII. 
VI. 

VI. 

VI. 
VII. 
VII. 

VI. 



39 

102 

89 

lor 

42 
2 

104 



Haas (JavanifcheJ. 



iV. • ioQ 



REGISTER, 



/ 



V 



Haay CGedoornde), - * " 

(jongen van de Bonte). • 

JIafelboen. * - - * , ■ 

(Bruin gevlakt Mannetje). 

(Bruin gevlakt). 
(Klein) van Aleppo. , 
(Langftaartig) uit de Hiidfons-^baay. 

Hafelmtiis. ' ^ - 

Havik (Gevlakte); ' - 

(Kleine). - > * 

met dc Zwaluwflaart. ^ 

(Zwarte). ^ - ^ 

Hennen van de Goudlakenfe Faifant, uit 

China; - * - - 



^ar 



i 



van de PaSuw-Faifant uit China. 

T -r 

Hert (Groenlandfch). - > 

Hoorn - Torren (Tv/ee vreemde)* 
Hoorn-Uil (Virginifche). 

*— — — (Groote) van Athene. 
Hoppe. i - - 

(vVeftindifchc). 

Huid'Torretje (Zeer klein). 

I. J 

jacamadri van Markgraaf. 

Jacarini. - - ■ . 

Ms (Kleine). * 

Ichneumon, uit Ooilindie. 
Inkboorn (Geftreepte). . - 

(Vliegende). 
Inkboorntje (Barbaryfch). 
Juffertje (Een Fraay Chineefch)* 

van Mumidie. 



Deel. 
VIII. 

VIII. 

III. 

-. V. 
Ill, 
VII. 

V* 

VIII. 

I. 
I. 
I. 

III. 

III. 

11. 

IV. 

I. 

VII. 
IX. 

VIII. 
IV. 



y 



tx. 



f 



& 



K. 




aaii'W (Pufpefkleurige). « 

zawwtje (Gehcel zwart). 

(Ooftindifch), ^^ 

f (Groote). - -^ * 

(Groote zwarte). * 

(Kleine witte) met geele Ivuif. 
'ak (Amerikaanfche). 
(GrDote), 

(Groote Bruine). ^ ^ 
Kalkoen- Faifant. - -i . 

Kapel (Geel geftreepte zwart geflrekte) 

(Geele) met Zilvervlakjcs. * 
(Fraaije Chineefche). * 

(Kleine geele). • - 

(Wit gevlakte bruine) met ro( 

Stippen. i « . 

(Zwarte geflrekte) met roode Via 
KardinaaL -' ' - - 

Kat'Uil (Groote witte). • 

(Kleine" 

Kauris - l^ogeL 
KeerkringvogeL 
Kernbyter (Blaauwe) - 

(Hemelfchblaauwe). 

(Purperkleurigc). 
Kerfenvink. •* * . - 

Kieviet (Indiaanfche) met een zwarte Borft, 
Klacmwier (Gekuifde roife). 

(Graauwe Brafiliaanfche. 
(Indiaanfche) met een gegaffelde 
Staart. - ■ - .* 



VI. 
IX. 
IX. 
IV. 

VI il. 

IV. 

iX. 

IV. 

Vlil. 

VII. 




102. 




(te) 



ta 



^EMtf:^^^^' ri—na jR 



(Zwarn en witte). 

(Bruine gevlakte Indiaanfche), 

(Groene gekuifde Guineefche) 

(Groene) met een geek Bulk. 

(Groote gevlakte). 

uit Karolina. - - 



# 



(R 



Indiaanfche) 
line) Man. 



V 



een zoort van Snep, 



KoUbrietje. 

(Geheel groen). 
(Groen en Blaauw) 

(Groen) met een z 
(Groenkeelig). 

(Groen Langllaart) 

(Klein Gekuifd). 



IT. 
II. 
II. 
III. 
VII. 
II. 
V. 

II. 

V. 

I!. 
VI. 

II. 
III. 

IX. 

III. 
III. 

VII. 
HI. 

1. 

IX. 

111. 

I. 

III. 

V. 

V. 

VIII. 
II L 

IX. 

If. 

II. 

VIII. 

II. 

n. 



BL 

30 

31 

32 

17 

30 

44 

5 

5 
8 

7 
6 



I 



11 
27 

79 

67 

3 

99 



, L 



24 



VIII. 


47 


IX. 


78 


VI. 


98 


VI. 


80 


VI. 


90 


VI. 


97 


V. 


10 


V. 


<Xd. 



to 

26 

8 
9 

99 

2(5 

£9 

59 

4S 

r- 

45 

7. 



VIII. 47 



52 

60 

13 
10 

63 

49 

25 

13 
9 

4 

10 

10 

7 

14 

9 

42 

4t 

49 
24 

57 
5 

52 

Kq- 



V 



\ 



y 



f 



A L G E M E E N 



R E G I S T E R. 



1 



Deel. BI 



IV. 
II. 



•e rKleinft). 

CKlein Oranjekleurig). - ► 

(Lan^ Geftaart rood> - - 11. 

{ Lans GeftaartJ met een Zvvarten Kop. II. 

CRoodborflig). ' H. 59 VIII. 

(Rood Gekuifd). 

met een witce Baik. 



KorallyUyV^n gedaante als Haring-Graaten. 
Kraanvo^d (Bruine) van Kanada, - 

caanfche). - 

he}. 

fche). ,* 



(VVicte) .van de Hudfons- 
Krab (Haairige). 
Krekel (Gedoornde). 
Kriel-Mofcb (Zwart en geele). 
Krid-Taling (Gekapte) uit China. 
Kruishekken. rMannetie en Wyfje). 



if Gaay (Blaauw 
•jartel (Chineefch 



IX. 

II. 

VII. 

VIII. 

V. 

VI. 

II. 

HI. 

V. 

VIII. 

VIII. 

VIII. 
IV. 

VIII.' 

VII. 

VII. 



L. 



JLand- Schildpad CAfrikaanfche). 

~- van KaroHna. 

Lantaarndraager (Chineefche_). 

Leeuwrik. - - - 

(Geelkeelige) 

Groote Amerikaanfche). 
(Penfylvanifchej. 

Lintbandige Vifcb. 

Lomms^ GGn Groenlandfche Vogel. 



Lory (Langftaartige Schai-Iakenroode) 

(ScharIakenroode_). 

(Zwartgekapte). ■ * * 

cweede Sooit. 

Lory-Pdrkiet. - - 

Luyaard. Een Dier dus gen-aamd. 
Lyjter (Alderk l';infte) . , 

(Bruine Bcngaalfche}. 

(Geelborfti^e). 
(Goudkoppigc). . 
(Graauwe lang Geftaarte). 
(Kleine). ' ' - 

met roode Pooten. 



% 



(Roode). 



. VI. 

- VI. 

. ' - ' V. 

VIII. 

II. 
II. 

- ., VIII. 

VI. 
IV. 79. V. 

IX. 

- VI. 

. VI. 

* VI. 

VI. 

^ VI. 

VIII. 

II. 

VI. 

II. 

VII. 

II. 

VIII. 

II. 
11. 



& 



M. 



I . 



Manahm (Blaauwe), - - - 

met een Biaauwe Rug, 

(Goudgeele). ^ - 

(Paarfch geborfte). - 

n^ict een VVitte keel en Kuif. -- 

(Rood en Zwarte). , - - 

(Wit en Zwart koppige). 

Mangt> Vijch - - - 

Marmeldier (Amevikaanfch). - - 

Mees (Baharaafche). - ^ 

(Biaauwe) met de purpere Borst, - 
(Geelachtige Dennen). - • 

(Geelkeelige Amerikaanfche). 

(Geele) van Karolina. ' « - 

met de (jcele Scuic. , ^ * 

(Gekuifde). . ^ * . . 

(Gevlakte groene). - - 

(Goudkleurige). - - 

(Paradys-). ^ « ^ ^ 

(Zwait en Biaauwe)i - 

(Zwart gekapte). 

(Zwarte) met een Goudkleurige Kop. 
Meeuw (Kleine) met Fypachtige Ncus 

(lacheude). 
Menfcben - Eeter. Vogel dus genaamd. 
Merel (Biaauwe). - -. ' 

tige). , - 

(Roofenroode). 



(VleefcW 



(Kleme) 

Mino or Minor ^ groot 

Moeras ^ Havik. 
Mol (Gevlakte^. 

Mornel van Kanada, 



J 



^ 



VIII. 

VIII. 
IV. 

IX. 

IX. 

VIII. 

VIL 

VI. 

IV. 

III. 
VII. 

III. 
III. 

III. 
III. 

HI. 

VIII. 

VIII. 
IX. 

IX. 

III. 

' I. 

1. IV. 
IV. 

I. 

I. 

VIII. 

I. 

I. 

VII. 

I, 

VIII. 
VIII. 

V. 



92 

51 

5; 

66 

52 

27 

33 

70 

43 

32 

27 

26 

10 

44 
3^ 
41 



103 
104 

20 

7 

53 
39 

no 

45 

B3 

71 
70 

68 
69 



52 

83 

78 

48 

44 
38 

49 

4<5 



N 



t 

52 
62 

66 

I 

108 
90 

34 
18 

21 

13 

II 

2 

2 

70 

72. 

16 

32 

102 
(58 
10 
27 

6 

20 

33 

7 

40 



Mofcb (Bruine 

(Bruine' Indiaanfche) met het 

fprenkeld, 

(Chineefche) het Mannetje 

Wyfje, - - 

(Een7/aam.e). 

(Geelkoppige) van Bcngalc. 
(GuinceflTche). 
(Kleine) uit Penfylvanie, 
(Langftaartige). -> « 

van Brafil. « - 

(Scharlaken- roode). 

(Witborftige Ooft-Indifehe), 
(Witkeclige). . 

(Zv/ane) met roode Oogen. 

Mofch - Parkiet (Groen en Biaauwe). 
Mofcbje (Bahamaafch. . 
(Klein Graauw_). 

Moffcben (Zwarte), 

Maitrkniiper. - ' - , - 

(Surinaamfche). 



N 



rlagtegaal (Amerikaanfe), 
Nagt^ U/7 (Virginifche). 
Nootekraaken ' ' -- ■ - 



'¥ 



o. 




eflervreeter. 



* V 



Oiypbant. 

Onweersvogel (Groote Zwarte). 

(kleine). 

(Wit en Zwart gevlakce); 
Qnolaan (KafoUnifche). 



P. 



. MLHUtiW^ 



DeeU 


SI 


II. 


. 55 


rf ge- 


f 


II. 


^3 


:t het 


^wt^ 


II. 


6j 


I. 


27 


^ . VI. 


88 


I. 


8 


IX. 


75 


VIII. 


■ . Q 


VIII. 


16 


IX. 


65 


- IX. 


■ 77 


VIII. 


45 


II. 


54 


i VII. 


23 


11. 


59 


II. 


5(5 


IX. 


75 


IX. 


87 


IX. 

J- 

1 
1 


6B 

J 


J 

V. ■ 




- III. 


la 


VIL . 


33 


J 

IV. 


r 

59 


VII. 


23 


IV. 


63 


i IV.. 


66 


JV. 


6S 


I. 


22 



V _ 



t^ aauw ' Faifant (Chineefchc) 
Paauvj" Oog Kapel (Blaauwvla 

fche). - 

CB 



® 



(Bruine Chineefche} 

(Chineefche)- ^ 

Paatiwies (Kuraffaufche). - 

Padda het Mannetje. = - 

Pagetje (Dubbeld geftaart blaauw). / 
Pagie (DjcTvCre gieelgeftreepte} uit N' 

America; - ^ 

Pagies (Zwarte Weft - Indifche). 
Pdppe^aay (Afchgraauwe en rood 

(Blaauwkoppige). 
(Brafih'aanfche). 
(Donkere). - 

(Duitfclie). 
(Europifche). 
(Geringde), - 

(Groene Brafiliaaofcbe) 

) uit Karolina* 
groene Weflindifche) 
(Kleine). 



VIII. 34 



VI. 60. 



(Z 



fti2:e) 



met een Valks-Kop. 

(Witkoppige). - 

fZccY kleine groene}. 

Paradys ^ Mofch (Roodkoppige). 

Paradys ' Papegaay ^ uit Kuba, 
Paradys • Fogel, * 

(Aakfteragtige) 



a 



••.- 



}s-Vogelen (De Koning der). 

t (Bruine}. - - 

(Bruinkeelige). . ■ - 

(Goudkruinige}. * 

(Groene) met geele Watigen. 
(Kleine , rood gewiekte)^ 
(Kleinfte, groene en roode hv 

fche.}. > ^ - - 

(Lang geflaarte groene). - - 
(Rood en blaauwkoppige). 
(Roodborftige). 

tje (Klein) of Guineefche Mofch 

O 2 '■ . 



ill. 

II. 
11. 

VIII. 

IV. 

VIII. 

II. 

IV. 

11. 

VI. 

VI. 
IX. 
IX. 

VI. 

V. 

■ V. 

VIII. 
VII. 

^ I. 

VI. 

IX. 

VI. 
VI. 

, I. 

VI. 
VI. 
VI. 
VI. 

I. 

V. 

V. 

V. 

V. 
IX. 
VI. 

VII. 
VIL 
VII. 

L 

VI. 

VL 

VIL 

Vli. 



2 




5 . 

41 
39 
54 
37 

49 



54- 
107 

62 
6 

S 

66 

S 

I. 

s 

34 
It 

17 

dl 

f 

68 

7 
64. 

07 

78 
i(S 




9 
8 

7 

75 
22 

21 
26 



8 

73 

74 

17 



V 






\ 



^ - 



.- • 



A L G E M E E N 



R E G I S T EH 



\ 



(Amerikaanrche). 
rRoodpoor.ige)uit 

(Amcrikaanrche^ 



BI. 
loo 



Penguyn 



(Witte) 

met zwarce Voeten. 
CNoordfe). 



pepervreeter. 

J>ieterJelie'Beejlje, het Mannetjc 
Plevier met gefpoorde Wickeii 

(Schreeuwende). 
Poelfnep (Roodbovftige). 

van Amerika. 
(Wicte) van Kanada. 
Pompadour - FogeL 

Poiile Siiltane, 



iih 18. 



Deel. 
JV. 

III. 29 

IV.52.7i 

IV. 69 

75 

73 
46 

21 



\ 



iffm van 't Eiland Man 



If. 

IV. 
V. 

Ix. 

V. 

VIII. 
HI. 

V. 
V. 

V. 
IX. 
IV. 

IX. 



R. 



Raaf (Blaauw en Geete Weft - Indifche) 



^ 



(Grocne Weft-Indilche). - 

Rood en Blaauwe Weft -Indifche. 



(Bruine). 
er (Bahamafche) 
(Egyptifche). 

(Blaauwe) va 



\ 



) 



A 



(Grootfte Amenkaanlcne geivuir* 
(^Bek van den tegyptifchen) 
(Graauwe) van Noord- America. 

Remora of Ziiigemjcb. - . '- 

.Pendier. -' - ^ ' 

Rhinoceros. * ' . ' 



£ 



Rktvogels. ■'. -^ * , /■ - ^ 

Ring Parkiet (RooEckleung get^apte) 

Ring-Valkv^x\ Kanada. ' - 

Roerdomp. 

(Amerikaanfche) 

(Gekuifde Amerikaanfche) 

rK!einfte> 



?n (Witte) - - 

■r[tje (AUciTierlyk groen). 

_— (Blaauwj. 

Roodkop (Geele) van Penfylvanie. 

" (Geele). 
'djlaart van Bengaale. 
Jjlaartje (Amerikaanfche).' 

(Blaauwkeelig) ' - 

(Graauw) met een Zwar 
(Klein Amerikaanfch). 
(Klein Zwarc). 

kuifde) 



1.37 



m^m n'tXm 0A * v ai u a - w^ 



Ryfl 



(Surinaamfche). 

(Chineefche) 

het V^yfj 



« 



VI. 

IX. 

. V]. 

HI. 
III. 

IX. 

IV. 
IV. 
IV. 
IV. 

V . 

vr. 
II. 

VII. 

VIII. 
VII. 

V. 

IV. 
IV. 
IV. 

V. 

V. 

ir. 

VII. 

IX. 

VI. 

m. 

H. 

H. 
IV. 

III. 
II. 

'II. 
I. 

IL 

II. 



V, 



s. 



Safer of Bofcb - Menfcb. 
Sat-yn • Kapel (Bafterd). 
Sayacu-l^ogeltje. 
Scbeermes - Snavel. 

Scberminkel. - - * , ^ 

SchUdpad- Kapel (ChineercheJ 

Scbildpad (Kleine Moeras-). 

Scbirky ■ l^ogel. 

Aakjt 




^ 



Schyf' Taling (Bonte Amerikaanfche) 
Sehegali (Geftreepte) uic Ooftindie. 
Slang met twee Koppen. 
Shiip'wefp (Blaauwe). - 

Smient (Roodbekkige). 

(RoITe) met een Zwarten Bek. 

SmirreL - - , . - 

Snebben (Vier) van zeer wemig bekend 

. gelen. - " - 

572eeinu"/^ogervan de Hudfons Baay. 

... . van Noord- America. 

(Drie Vingerige). 

(Bonte) met Vergulde Wiekcn. 

(Geele) met Zwarte Vlakken. 

(Grooce 'Zwarte) met een Witte 

en roode Kiiif. 

(Haairige). • - - 



VIL 

V. 

IX. 

IX. 

VllL 



eviakt is. VIIL 



VIII. 
IX. 
IV 



4 



25 

36 
38 

37 
39 
63 

83 



5 

57 
34 
39 

78 

47 
98 

91 

35 
III 

79 
24 

33 

18 

2 

3^5 

49 
48. 

51 

39 

21 

73 
52 

74 
88 

28 
45 

47 

50 

Co 

62 

22 

66 



IV. 
IX. , 

VI. 

IV. 
VI. 
VL 

V.' 
VIII. 

V. 

IL 

V 

I. 

IX, 



8 

a3 

73 

81 

30 

41 
29 

64 

59 

80 

76 

107 
96 

93 
91 



21 
26 

57 
II 

28 
23 

L 25 
I. ^o 



(Kleinc gevlakte) ^ - 

met een geheel rooden Kop< 
met het geele Lyf. 
met het roode Lyf. 
met roode Kaaken. 



V 



J 



Spinnenv anger. 

Spoorvtfcb. 

Spotter. 

Spot'Fogel (Kleine) 



loodkoppige) 



re) van Ben 

(Chineefche Zwarte) 

(Geele Bengaalfchc). . , 
(Geelkoppige). 
(Zwarte) met Roode Wi 



DeeL 

i. 

I. 

I. 

IX. 

VII. 

I. 

I. 

IX. 

VIII. 

V. 

IV. 

VI. 



BI. 

33 

31 

33 
29 

22 

37 

27 

6 

B7 

23 
52 

45 
86 



I, 29 



(Egyp 

CM (Groote bruine). 

(Scharlakenkleurige). 
Steenbyler. . - - 

Stekelvarken uit de Hudfons- Baay. 
Strandloopcr (Gevlakte). - VII 

met Voeten als een Koet. 



15 



CY 



Strontjaager Mannetje en Wyfje 



T. 



laaling (Blaauw Gevlakte Amerikaanfche). 

(Graauv/e) van Karolina. 
Tangara (Zwarte) van Guinee. 
Tolk^ een Vogelo -^ - <t 

Tor (Ooitindifche Gehoornde)* 
Torretje (Geelfchildig). - ■ -► 

Torteldiiif van Karolina, , , - * 

Tortel-Diiifje (Klein gefprenkeld). • 

Toukan. r. « - . 



Trap 



(Geelbordige). 
(Groene).- 
(Roodbekkige). 
Gans (^^rabifche). 

(Oodindifche). 

(Kleine). 

Mannctjes# 



m 



m 



r-wifiwB?'- 



{-^C 
'i>* 



Wyfj 

Trek'Duif van Karolina. 
Trek'LyJter (Karolinifche), 



a 



■ 

t^7 (Kleine Valken-> 



m 



V. 



1 
^^ — L_ 

^alk CBlaauwe), . - ^ - 

(Zwarte). - 

p^alkje (Klein) van Bengale. 

yeldhoen (Peufylvanifche gekraagde). 

F'erkeerd ■ Snavel. , - 

Fink (Afchgraauwe). . . 

(Bahamafche). - 

(Biaauvvbuikige). - - 

(Orieklcurige Mexikaanfche). 
(Gekraagde). - i, 

(Geichilderde) Mannetje en Wyfje. 
(Purperkleurige). 

(Rood en Blaauwe Brafiliaanfehe). 

(Zwarte roodborftige). ^ ' . 

Vinkr Mees (Amerikaanfche). 
Fifcb (Gehoornde). - 

Fifchje (Chineefch). - - 

Flasvink (Blaauwe Mexikaanfche). 

(Bruine). 



(Mexikaanfche) met een geele Kop 

Vlasvlnken (Tweederlei) van Angola. 

Fledermiiis (Groote) van Madagaskar. 

Fledermiiiz'en (Kleine). 
FUegende Fifcb. - 

Fliegenvanger (Blaauwe). ^ - - ' 

(Geelftaartige en gevlakte geele). 
(Gekuifde) met een geclen Bulk. 
(Goud-gewiekte). - - 

(Goudkruinigc) Mannetje en 
Wyfje. . - - 

(Graauw en geele} 



VI. 
IX. 

I. 

VII. 

VI. 

I. 

VI. 

li. 

VIII. 

II. 

VIII. 



85 

14 

20 

19 

108 

34 

8<S 

79 
15 

71 



49 

V. 47, 48 



IV. 

IV. 

IX. 
V. 

II. 

IV. 

I. 

II. 
III. 

IX. 
IX. 

VJI. 

I. 

VII. 

VII. 

in. 

III. 

I. 



87 

85 

88 

40 
64 

99 

38 
42 

18 

20 

21 

IS 

4CJ 

4? 

34 

3^ 
3<5 



\ 



II. 47 



III. 



15 



VII. 

I. 

V. 

VII. 

IV. 
VI. 

■ II. 

V. 
V. 

VI n. 

VIII. 

II. 

. VI. 
IX. 

III. 

VIII. 
VIII. 

II. 

- VIII. 

II. 

V. 

VI. 

VI. 

VI. 

VII. 

VII. 

III. 

VIII. 



2 

6 

4 

42 

■ 70 

^77 

^7 

31. 

30. 
II 

12 

<55 

90 

74 
23 

.50 

71 




29 

7^ 
100, 

iir 

48' 

52 
3 

4^ 



« 



VIIL 
VIII. 



f . 



40 
2 

Flic- 



I. ' 



A L G E M E E N 



i^ger (Groene Blaauwkopj 

(Groene Indiaanfcho} 
(Groene) met den Zwart^ 
(Kleine blaauw graauwe) 

netje en Wyfje. 
(Kleme Bruine). 
met de Geele Stuit. 
(Olyfkleurige). , 

(Roode). 

(Rood Geflreepte). . • 

(Roodkeelige^Mannetje c 

(Rood Oogige). 

(Zwarte). 

(^Zwart gekeelde gi 

(Zwart gekruinde) 
(Zwait en Witce) 



Deel. 


Bl. 


- I. 


39 


IV. 


46 


- I. 


39 


vin. 


43 


1 r. 


6 


VIl. 


51 


VII. 


49 


II r. 


10 


III. 


-L 

8 







Vlll. 43 

ni. 7 

ill. 5 

VUI. 42 

III. 27 



yioo (Zeer kleine Amerikaanfchc} 

J 

/^' alvtS'Pok met Polypen. ^ ' - 

JVanddend Blad. ■ . - 
Waterbaagdis, - - ■ 

Waterben (Kleinfle). 
Waterbom raer Gefpoorde Wieken. 

(Kieine Amerikaanfche}. 

(Spoorwiekige^ van Brafil. 
Water - Kwikjiaart (Afchgraauwe). 

Geele). 

Water -Rail (Amerikaanfche), 

Water ' Salamander (Amerikaanfche) 

'Waterffiyder. 

Weewwtje. ' - • 

Wefp (Groote Bafterd). - 

Whip 'Poor 'Will. EeaVogeltje. 
WielewaaL - - ■ ^ - 

(Roode). 

Wint er honing] e (Geel). 

(Gckuifd). 
Witje (Bruin gevlakt Chineerch). 

t Chineefcb) 



HI. 



s 



Ifbeer (Amenkaanfche} 



m 



■ IX. 


70 


IV. 

L 


y8 


VIII. 


27 


, VII. 


54 


VII. 


55 


VIII. 


17 


II. 


74 


V. 


43 


IX. 


79 


VII. 


55 


VII. 


53 


VIII. 

r 


18 


IV. 


98 


IV. 


70 


IV. 


,56 


IV. 


102 


16. IV. 


.104 


VI. 


84- 


II. 


62 


VIII. 


17 


IV. 


102 


II. 


5^ 


- V. 


19 


IV. 


89 



REGIS 







Worm-Eeter van Penfylvanie. 

Wouwotiwen (Koning der). 

Wt^lp (Bruine Amerikaanlche) 

(Kleine). 

(Roode Amerikaanfche), 
(VVitte Amerikaanfche). 




Deel. 

VIII. 

. VIII. 48 



2 



-**-^ 




• - 



,IV 
IV, 



58. 

54 



/ 



Y. 




/ 



svogel (Amerikaanfche). • 

(Gekuifde). - - 

(Gevlakte). 
(Groote Africaanfche). 
(Kleine Indiaanfche) 
met een gevorkce Staart. 
(Weft-Indifche). 
(Zwarc en Witbonte ). 
Tsvogehje (Groene en OraDJekleuri 



ffi 



V. 

IX. 

I. 
I. 
I. 

III. 
I. 

VIL 



13 

57 

57 
12 

16 

15 

31 
I 





* ' 



Z. 



^ 




ee-Hond (Joogen van de Groote)^ 

Zee ' Knorhaan. - • 

Zee ' Leeuwrik. 

Zee-MorneL 

Zee - Pappegaay. - - ■ 

Zee-^ Polypus (Een Zonderlinge), 

Xee ' Scbilpad. • - " " 

Zee^Slak (De> 

Zee ' yiedermuis, - - 

Zee^Zwaluw met den Witten Kop« 

Zegellak- Beh 

Zomer - Eend {GekniH^^ van Catesby« 

(Gekuifde) van Karolina. 
Zomer - F^ogel (Roode). - - 

Zuigvisch of Remora. ^ 

Zwaan (Wilde). 

Zvoahiw (Amerikaanfche) met eene 

Staart. - ^ - 

Zwaluw (Groote Strand J. -. 

(Purperkleurige). 

(Purpere) van Kanada. 



VIII. 
VIII. 

III. 

III. 

IX. 

IX. 

VL 

VIII. 

VIII. 



3X 

38 
80 

7 

27 
24 



m 



IV. 67 

- 78 




elige 



IV. 

IV. 
VII. 

VI. 

V. 

IV. 

II. 

III. 

V. 




^ 



83 

33 
111 




9? 

43 

2, 

19 



-*• 




_■ 



\ 



J h 



*^ 



^ 



/ 



"N 



t^ 



r 



\ 



X 



/ 



•> 



\ 



) 





/ 



I 



V 



\ 



\ 




von miff e (map t^er 






/-' 



J 



t 



1 



'■■i 



\ 






\ 



') 



I 



I 



i 







/ . 






• I 



\ 



/ 1 



t \ 



y" 






f 

m I, 



\. 



i( 



6^- EdTfards ad yir. detin. 



I . cJi . S ctw TTiann excud. 



^ I 



' \^'\ 






I 




imia 



nigra, mag-nitadinis , 



niedi 



i£e . 



CuTTL Jy'iT. Sac Ca.es. <:Majestat. 

W.. 1. 





e 




iriTe noir 





I 

V4 



f -. 



moyenne 






\ 



■!f 





rosieur. 






-:tl A"- :. 



/ 



--'-'•. 



'. \ ^ 



■--.w^ -■ x,-.^_A.->*v-'ft. 



' ' 



^ 



^ 



\ 



, -I 



I- 



\ 



y 



-1. 




■ L 



■ 




tarn 



tfc^ 



^ 



e 




s . . 



Tab. II, 



// 



at)])ao(er) 



fc » '\ ■ ' 



\ 



J ri 



■ -t 



f 






\ 



J'H 



/ 



'v 







< 

h 

I 
t 



i 



e 



"} 



;i 



/ 



r 



r 



i 



/ 



6^. Hdfjforcls aiviv. dclin. 



Ps 1 tt acus 



e 



mannas viriiis , 



h 

h ■ 

Cu7?L Jrir. Sac. Caes. ^Jta/'estai-. 






ejccu 






e Gros Arras Vert 



-""%* 



«t 



* ' 



-i' 




^i 



Jl- 



an 





Tab, III. 



// 



pa^ei) 



\ 



/ 



4 






•I • 



< 



\ 



S 



1 . 



' 

\ 



^ 



' '*',--T*> 



\ 



\ 



I 





'\ 



f 



; 



/ 



' y 






I 



r 



^'\- 






1 



.; ' 






y 



<^.^^ 



4*ft- 



ftr ' 




2^^/'/£f ^z/ Tir, idtn . 



/ 



I^ <M. Seli^Tnann excudit. 



f 






■■>■' 



c 



urrh 



/Prir. Si 



ac 




\ ' 



a^s. 



e tatis , 



r. 



M 0. /ZS" 




H, 



' I 



. . . -.i: 



'. .E-.V- 



r ." 



Ps iti ; 



v.; 



/ 



icus ca 



,^ 



t^ 



apite cceruleo. 



"N 



< I 





erro 



auet 



a tete 




eue 



1 



k 



« '* 



tf" 



■■**- ■- 1^ 4'~ 



"*» 



■«-*■>■*- -h-. ■, ■ ■_-_, . _... 



I- 



* 



.* 





etne 



♦ 



.* fjf 



- - 



>v 




(}n)drt5ucf)e 




Tal) . l\c 



// 



ax)P 



I I 



a^et) 



\ 



. 1 



t- 



-i. 



/ 



r 



r 



n 




\- 



' F 



"^ 



% 



"■ 






V 



/ 



"'-^■i. 



■■J**^, 



*■ - fc 



' X 



■J' 



^ - 



*' 



>-^-v 



(S^. 2'/. 



^'^r 





aaTi7 



V. ait. 



-rt ^- ' ■ 



W 



^ ^J^x Jl^bAflV 



ff 



-»*»fertWrt(*i*i«*p*f^-*-»W-^ ^ 



r 

y^ -^. tf e Itoman/t excaatt . 



1 9 



Cu 



m 



Jrtr. Sac. Caes. 




* \ 



^.i- 



V 



> ' 



N? 





^ 1 



■ \ 



1 



\ 



\ 



/ 



.' - 



Psittacus 



parvus Fuscus 



/ 



i 

'i 



V - 



■ i 



- , 



I 



1- 



■ -. 



h ■' 




> '- 



e 



* ►• 



ri q 



petit Per roquet 



noiratre 



.1^ 



F H 



* - 1. ■ 



V- 



»F 



k , < ' 



P - 



-'I - 



r 



p ' 



ll l» *!■ 



\ 
1 



V 



^1 



■Si 



> ■ 



V 



I r 



. 1 



/ 



i . 





bem 





ci)voaxS 



/ 



Tab . V. 



r* 



X 



>' 



/ 



'/ 



/ . 




' ■ '1 ■. 



\' 



■;^ 



l> 



Id 



i^.t^ 



'*-* 



Jt 




. (f ^: 



-' 






X 



J 



12 



\ 



t 

I 

f 



war 



e<^aiai 




uum 



h 

fPrvv. SoLC. Cats. cMajeJtaiis, 




"V 



"^ 




imia. cau 




A 



"■ 



cotnata. 



-/ 




Sin<^ 



e a 




iteue 



el 




' * 



\ 



■ i.-'--r 



\ 



f 



n 



y 



i 



* 



i 



t 

f 

t 

f 



I 



I I 



I 



} 



I 



/ 

/ 



/ 



I 



/ 



y 






^coiPortSe 




Ta.t . V] 







'* ' 






4 ^ 



v 



1 

1 






, 1 

■ 












I 

i 

f 
I 

I 

* 

« 



I 






./ 



a a 



r- B 



Psitt acus 




.- 



/ 
' 



' ■ 



'" V 



/ 



/ 






J 






-r 



X 




7'ar 



uz^rrianrv ^xcudit. 



^■- 



cri 



ifiatus 



ma<riitis 





er. 



Le Gra-iia, Cacatiia. Noir. 



"v 



\ 













■ * 



» '■ 



' ** 



/ 



N V 






'^ 



>*- 



V "n > 



i 



^ 



Tal.VIl. 



;>.-:^^ 






• I 



' I 



r 






\': 





f: 



■'- 



N' 



.,1 



\ 



L 






^iTard aiviT,det 



-TV 



'■'^ i Wi ^ 






Cu 



m 



fPr 



I.Jfl, ScliomajiTi 






umt 




\ 

Psittacus 
albas crista flava 



ac. Gats. JfLm eft Otis 



UllTlO 





IX 



ter 







Petit Cacattia ~ 
Blanc a Crete iaitne 



h 



57 



Jf 



« 



\ 



\ 



(■ 



V 



\ 



\ 



;* 



r 1' 



I ■ 




Jl 




xaxu 



s 




rafifiamfc^ 



e 



\mb Vit 




« « 



Tab.VIH. 



^ 




7ITo ti t 



/\ 



■/ 







• 



»H- 



h^_ Lf ' "L"- 



^/ L^iward 



vtr 



'v. de-L 



- 

Cum J/rm Sac. Cacs. cMaieftaiis 



I. cAl. Seli^rridTuh exculvt 



• \ 



.■ 



R 



W.8. 11^ 



W ^F 




• ^- 



ica 





ienfis; <&c. 







a 




Grifi 



e 





res 



I L 



il, S£c. 



* -t 



■*'^.- 



r \ 



■N^.- -.. •.. 



\ 



' ' 



y 





Hub 





rafilmm|c 



-* 





■ \ 



y 



Tab . IX . ; 



I 



\ 



i 



/ 



/ 



f 




^N 



(0) 



1 \ 



^ ■ 



* 

L 



/ 



Q-^Cm'ardj advtv. deluh. 



> 






/I 



/ 



■ 



■ i* 



^^ * 



I 



mTTLanii cjzcu 



dlt. 





'^riT. Sac. Caej. .Am't 



\ 



*.'..' 




w. 



^^# 




IX 



ttr 






et £1.' 



rxva 




ill enfi 



s 



I J 



i 




noire etiaune 





' 



--, llMi.s> -^4J, 



i-, ^- 



■ 1« 



r* 




r 




11 



nine 




Tab X . 



■ J 



>; 



/ 



I 
J 



*^s 



t h 



J' 



; 






i',. 






'^ ■; 



■ 



J ^ 



i' 



/ 



S 



1 



t 



f 




/ 



\ ^ 



; 









• I' * 



■ ^ 



/ 



v^..-. 



{r, Lih'ardf ad tIt. (kluL, 



I. Ji. Se lii 



Ctmt J'7-ir Sac. Caes, ^a/e/hit. 




ejcc^ 



Uditr 



N° lo. IX 




\ 




:ica C£eriuea etvinais. 



• 'I ♦ 

idi 






/ 



eue et verte' 






-: lO 



- -fc J 



-■ 



,* 



V 






■ 

4 



/ 




SL 



b.XL 




flriiae 



^V_^/ 




von 



htt 





r 

! 




V 



/ 



i 



'\ 



V 



%. 



^ 




Q. Cihards ad. riv deltn. 



1 - 



I. 



I. ^. jetiomarub oxcudit, 



■ .;'■ 



■^ 



-■^.1^ 



Cum Jytir. Sac. Caes. jHa/i 



N." n . 




i 



\ 




ica viriais 



idi 




on. 



La Pie verte de Tlsle de Ceylon 



-* 



■ : -r — 



i 



.1 f 'J 



f ■ 



% 



I 



r 1 



'1 





tcr lit 









Tab.-Xlii. I 

■i 



4 



J, 



^ 



I 



■ ' 






/ 



, F 



*' ' 



, r 



\ 



, i 






■ 



'! I 

;;■-■;■■ 

■ ' '' ' 



■ ' 



+ 



\ 



\ 



^ 



' 



h B 




1 T 




\ 




- 


p 


L 




, \ 




■ 




n 




/ . 




' ;.;. 


■ 


1 


* 


\-: 




\'\^. 




■ * V 




' ly 




' 




1 








1 




4 




* 






■ 


-V. .. 




■n 




,1:; 






h 


!i 


1 

J 


\'i 




1 ' ■ 


q 


■ ■:■ i 


1 


h 


■ 


1_ 


r 


■ r 




iir 


■ 


J "■ 


- 



^ ' 



I . 



r 



1 ■ ' 
I 



, ■ 




/ 



/ * 



i^an 



'OS ad Tty. de/t7 



tn. 



I.^A.Selt^manrh ejcat 




/ 



'- • 






- • . • 



■ * . 



F n 




;■■■ 



I * 



I . 



■ ¥ 

Cum. c^nnr. Sac. Caes. J^ajest. 



- ' --I- 



X 



I I 



♦ s 



4ca 



alls 




- - ^ ' .■ 1 



'- 



avis 



. k 



>. 



etl 



1 — 






a 








ocuita maxima 






V 



■,*!, .— -^, 



etla 



le aux aiies jaxmes, 



.-> 



^■■\- \ 



- \ 



■ «i' 




rande Sauterel 



e. 



,/, 



r n - f * k T \^ ■ 



-\ 



-^ 



JP- 



I 

r 

,1 



p- 



I 

* 

f 

} 

\ 

4 
L 

f 

r 

t 



t 

I 

r 



f 



f 



t 



■ / 



3 ^ 



•■ Ifc 



/ ' 



■-*- 








k 
\ * 




iaat; 




\)tT 




ag avTc 




A 



aum 



Tal) . 




■ 






p 



' t 



• X 



it 



J ' 



. > 



/ 










\ 



jp- 



f 



■J 



ad TZT. 



L 



^ 




Cum. ^rtr. Sac. Caes. J^a^ eftatis . 



■o 






m^mub excud 




tS 






iN,. 13 , 1/X ==:z 




e/iiy . 



St 



umiis ca 



apite 




avo 



,6Cq. 




Et 



ourneau a tete jattne, 



(^'(^ 






s 



t - 



■(. 



- - 



*>-/-; 



1 - 





ifttr mit 




uroem 









{)ixioctto 



s 




Tai). xiv: 



1 



■< - 



■ ■ 



1 . 



'i 

t 

f 
i 



.r 



f 



'J 



/ 
i 









f 



1' ' 



;. '. 



■^V^ 



i 



f 



' r 



h t 



3 




I ; 



I 



,1. 
if 



. 



/ 



I 



/ 



If 



i 

I 



Cd^'ord ad yh^. dean. 



I,^. Set^Tuann 



excudzt. 



Cum (PriT.. Sax:. Caes ^UajeftatLf. 




■ 



N? TA . IXT 



(Thiu, 



i 



''\ 




ica can 





revi 



■-. 



— \ 




a 



Pi 




le a la courte aiteae 




k « 




c, 



t\ 



,..'->., 









fV 






V 



/ 



1 

F 



/ 




etnem 



>. 



\ 



\ 



&■ 




Tab. XV^. 



i 



j L 



I 



/ 



/ 



I 









m 



^^4:^ 



:i^''^r^ 



'^^Z ad ny. detuh. 




-■-. 



CuTTi JPrzy, Sac. 



N°. r^ . 



I . 



' 



^n. Jeli^fnajin cjccujxt. 



I 




Pi 



ica cri 



iftata 



V 



cauc 





a 



Pi 



/ 

/ / 



le 




a 




t • 



on<2;'ue queue. 



■ir 



^^f 





\ 





Ta.l).XVI, 



U 
I 



I 



/ 






'fr 



I 



/ 



>• 




■ -v^ -. 



o 



Q-f cdwara. ad ^yzy. 




\ 



i 



»»■-' 



r' 



^ 



\ 



'-V ■(» 



deiin. 



_i 






I 

* 




trni 



^/rty. Sac, Laes. 



W.i6. 



€(n'e/t. 




G a rrulus caerule as 




iiaicus . 





eai 



w 



eii 





n de s 




I 



lentales 



* E ' 



\ 



f 



>?v 





iTbiantfc(j 



e 




mib ef -' 




Tat.XVJL 



m if em em 



/ 



T 




It) Oil 




h 






Cr. CdTari 




-' 



>- 



\ 



\ 



/ 



■\ 



, ^j 



V- 



\ 



r - 



J 



\ 



..«<■' 



/:/^ I. 



.^/^ e!a!.c 



'ud 




MTulus Arg^entoratenris 



'^^. rr. 






caiL 





A. 



on 




a. 




; 



Hi 



es 




\ 



2l 



* ^ 



qixeue 



ironae 





e. 



V 



- V- 



. f- vr ju*; . t -^- i 



1^ - I afT'. ^^ V 



-,' 



- -. 



1 ■ 



^^-. 



/ 





r a f i iian if e i^e'man'bei- •] 




4 



nif 




l\ab 





^ 



\ 



V 



' I 



I 



"N 



\ 




(r. CiZ7j^ard advtv deL 




t 

' 



■■\ 



aes. 



^laUft- 



t^mAnn ejcciid.. 



-../ ^ 



I 

Oarrulixs Braiilicnfis 



w:r8, W^- c 




f- 





erratu. 





au 




edeiitele du Bre 




■ 



^ 



*V 1- ■ *-- 



* J 



; ' 








mif 




/ 



^ ♦ 



'4 



■ 
* 



■ 



Tat . JCIX . 




y 



* '* v-y 



I. 



" 



t - 



' I 



V- 



^' 



/ 



\ -■ 



#' 



^ 



1 



\ 



, \ 






F t" 



l '. 



i 

I 

'I 

i 



t 





i * 




r 


'S 


fr 


L 
W 
J 






• - 


i 






/ 


L 


1 




V 




t_ 


F 
4 


. 


' 








'v ■ 


Fl 






^ y 

"v 


t 



^ 



\ 



I 



\ 



1 



1 



X 



- k 



/ 



V 



t 



(. 




1 



' ,' ■ ■ 



A 

t 



F ■ 



I 






(t. Cdi;^ari£ adrtv. <^et. 




oucan 



p e ctor 



e 




laro 



r 

Cunt J^h. Sac^ Caes- ^^^ft. 



MJH., Selt^maim^ exatdzt 



' 

n 
y 



f 




oiica;n a ^org*ejaane 






\ ' 



.-.^.tVt 



.** - ■•• - 



/ 



' I 



Tab . XX . 




ft 



grurte 




/I 



uto^n 



, » 



»» 



/ 



- 1 



/ 



t 



*'s 



■ ' 



^ . 



'*. 



N 



t' 



\ 



-> 



\ 



, h f 



/ 



N,. 



■v 



L h 



- I 




/ 



x^ 



\ 



, t 



&. Cd'U'ard adra 



rrinjitb e:tcud. 



Ct 



um 



O^iv Sac. Caes^ Jaajeft', 






\\ 



ft 



N" ao. IXT^Thdl . 



S 




oucan viriais. 



idi 




jL-j 



e 




oucan ver 




■ ^ 



»■.. 



^ 



\ 



I t 



^- 



;r» 



.■^' '- 



I 



- ' 



'' 



Tab . XXI . 





// 



rixtte 



-*■/ ■ 




AAA 

xtcf^nc 




mtf 





A 



avic 




■ ( 



- ■ 



J 
< 



1 1 



I H 



-' 



/' 



I 
1 



i ^ 



/ 



: ■ 



■j 



l> 



.*\ 



/ 



1 

/ 

F 



S 



> 




-L 






ll 



(?. T^dT^-ar^dj ad ^vty, del. 



^^3*^^^i^>:^^fc#*^-^-' 



-*j 



^^.^^ i^rtr. Sac. Ca£S. ^.Majest. 



J.Jn.. uetwrrimzrL e^citdit. 



N^ Bn /X 



<y net 



\ 




V ■ 



CtLCtillus viridis ventre ilavo . 



_Le 



Coucou vert au ve ntr e j at^ie 



* 



^ t ' 



' 



V. 



t - 





a CXI 





/ 






auxvdjdcicr 




■ ' ! 



Tab. XXII , 



"\ 



J ' 



t. 



—.-P 



{ 



0-, Mdwards 




/ 



\ 



♦ 



Cl 



■M 



^tv 



V^ d£L. 



- ' J^-'A 



> ri^Wittf^^ ^iri^HfQpl. 



Jeli^ 



manTV eaietL 



l£. 



Cicrrv JTi^. Sac. Caes. 



W £2. 



\ 




f" 



' 



'/ 



f 



R 



ICUS 




ems ru 



tris . 





iverd oil Gf itnpereau a rou^ejoue. 



I 






. \ 



V 



' H 



f 



\ 

%. 



•"? 



I r 



/• 






O^ A 



ober Vdrnn 




tr m 



' # 



tf fc^ 



tpa 




ett 




^i^ 



Tab.XXlII, 






. •* 



X 



\ 



-I 



\ 



v 



1- 







* 



V 



V 



G.Edv^ardj 



■ i 



.\ 



■*- 



« 



1r 



/ 






/ 



Z^^jfTz. ^&. Sac. Caes. i^Jnmejt 



■ L 

r 






^ 



w. ^z.ir:'^hd 




\ 




1CU8 




avus tnacuiis ni 




V 



.^ 



IS 



f I 




6 PivercL 



ou 




y' 



avec 




es 



tAch 



r imp ereau ja^utie 



es noires . 



\ 



\ 



% 



* 



\ 



/ w 



, \-, 





Q mm a ttrt ht& 



t . 



/' 




i\h . X XIV 



I 



/'' 



s 



/■ 



/ 



-.'} 



\- 



\ 



' 



■< 



J 



^ . . 



;■■ 



y 



/" 



\ 






(x. £d7/ 




s 



'' 



i 



( 



I • 



• • 



■ - h 



h ■ ■ 

Ctirn 'L^h^i^' ^ Sac. Caes. ^M^Je/tatu, 



I 



\ 



I ^ 



w 



a 



4: 



. IX 



ter 




\\ 






' / 



Ja 



camaciri 



Ma 



4 « 



r c p: r avi i 






acatnacin ae iVL 



arc 



<rrave 



X 



.V 



/ 



r 



r 





VTcn 



I 




Tat. XXV 



V 




tc aa e 



I 

1 

I 



r 



.. * 



/ 



-■ 



I 



/ 



S 






\. 




t 

s 



I 

i 



\- 



. r 



\. 



^ 



f 






>y-*' ■■" "'•' ^ — 




*f _, 






&&_ 














5: --:r<-r*^-C'-*<^ 


■^'^ 




.^._ ' 



' ' 



/ 



Gr Edwards' ad ^ny^ del 



- 1 



J 



Cum ^riT, Sac. Caes. tMaieft^ 



-/ . ^- oel^ifitmw e:^cti4^ 



, I ' 



H ' 



■ '?■■ 



V 







on macu 



loXoy 



W. %5. IX^^hcil . 



''J, 




JVIartin 




eui" 




^^ 



c. 



^ ■ ' 



r 



J.' 



I — ^ F 



' - fci 



/ 



.-^ 



■ — - 






r 



c^ 



/ 



\ 



■■. 



/ 



/ 



C 







'I 






V 



/■ 



I 




urrh 



^. 



r/r, 





ac.. uaes. 



1 '.' 



' . * 




cri 



ifiata : 



/ - 



V 



w.. . 16. ir^ 




I'- 



■ ^ 
-I 



1- 



-, 



''.->'=. 



r ri A. 






•- 



>,' 



L e JVtaxtixt Pe ckeur 



V 




-r rb 






__ 1 



-V 



1^ 



.:> 



. f 



' J 






/'K'-- ■' 







f 



-\ 



't - r 



' • . ' ' . 



J - 



upe. 



I - 



- V 



\ 



L I 



I r 






'' - 



I. • 

V.' 



.1'^ 



.' .' -^ *■ ' 






-' - 



>. 



■ h 



.* 



H - 



^ ■ 



■ "-'» 



1 - 



:-*'-.*> 



;'.^^'*' 



,*^ - *■■ 



/ 





nm 




Hk 



^ 



erne 



t)enrtx 




Tab XXVII. 




afiun 




^ 



/ 



\ 



^* 




* 



\ I 



/ 



■, 



\ 



G.Hdwardj ad ^ytv. 



dti. 



«r - 



Avis quae dam (pecici 
mixt^, ex Gallo Indico 






I. Ck. r. Jldyr Junior fadp. 




€ 




Bi 




maon 



W. 







%T. 



IX',''Uliei 




Kj\j 



pii 




ece 



Hiele 



e 




\ 



aiiano natae. 



\ 



V 



i- 



4 



^. 



\ \ 



h 



\ 



! 



I 




0rope 
vcCxi 



\ 




tarn 



etner 





Tal) XXVIII 



iroxte 



^ 




G:Ed?/^ards ad. tit, dit 



-- -^^i^ 



-^•-*f** 



.;,„;j^-*.;i^_:.-.s 



^.a^- 



J,^- SelioTnaTUh 




ura 




m ag*n a 



6^. ^.. J^. C. cJL, 



^ 



i^.r^. 




^ 



criftata Indie a 



N^ ^^, irf-^J^bdl 





ros 




eon 




/ 



ouronne 




HT 



es . 



' h 



V- - V*-'^ 



\ 



\ 



/; 



\ 



/ 



/ 

»■ 





voxx 




■' 



Jnfti 




y 



J*-' 



1, 



s 



■-- 



-1 



►- 
J 



Tab. 




- « 




^ 



\ ' 



\ • 



y 






&. ^Sr. 



•ards a. 



C' Jrir. jC Ca£.s.Jlaj'eft. 



I. Jt. S iti^ nmniL exc. 



«/ ^-^ 



r 

Columta InlulsNicotar. 



N ° 5^ A JITJM 




Yx 




eon 




I'm 



e 




Ni 




icoDar 



> T 



/ . 



^ 



■ 



: '. i. , ■ 



/" 



^ 



*f<t •- 



/ 



I 





axtatin txtxt 




war 




nxii 




et 





Tab. XXX. 



■i 



1 



enin 







fi:'-t 



•- - 



-^i.^^ 



\ 




I 



I 
I 

1 

' ' 



t ■ 



^ 



i ' 



/ 



/ 



« 



\ 



&. cdyjards adviv^ dit 



i 



^-^ 



JMLanacus mas pectorepurpureo. 



Cum JPrir. Sac. Caes. ^Uaje/t. 



J.^.Seii^maTm exaid. 



1 X 




e 



M 



anafein a g-or^epourpre, &>.. 



% 



/ 



\ 



\ 



^ 





ova 



i)abottr 



^^ 



<- 



"K 



Tat . XXX I 



? 



r 






I 
I 



■> 



^ 




■' -■. 






I 



\. 



J 



■ ^ 



» 



/ 






■'-t T'i'^ *•* "-"■"^ 



. /' 



^^.J*^"— 



r 




\ 



om 




our. 



.' 



r 

-W.T,!: irr:f he.il. 



J.M.SeR^maTtn exc 



.r 





om 




our. 



1 



L, 



— --Jr 



/ 



\ 



■A . 



\ 




\ 




* ( 'f A V 





xneitetdm mit ^ em Se:^ n) a:ft mfc^tt) clt 5 




Tab -XX XI I 



■. ) 



\ 



) 



*■■■/ 
1 



N 



W 



\ 



; ^ 



\ .. 



/ 



h 
t 



f 




./ 






I,.' 



/ 



V^ 



/ 



-■-■ 



^ 



f . 



h ^ 



V 



^- tdfH^ardf adriy, detT" 



^^^WAStf- 




iTiei 



eius. 



^z^r/2 ^rmSacCJiq/e/tatif 






^i^aruii 



- 




1 

/ 



Shirl 



/ 



ee, A'c 



-./ 



\ 



V 



N 



y 



t 



[-^ 






vtxix 




vcCxt ^eart 




/ 




rt7a 



rpctn 




Tat) 




i 



? 



/ 



-'Bf 




/ 



\ 






J -I 

J? 



i 



^ 



1/ 






-' 



7 

.I* 



/ 



\ 



,■ 



/ 





t 






\ 



\ 



Cr, CcUards ad rir ^ del -^"^ 



!&• 



- . *" b 



J? --VSHK- 



« / 



f 



Cum ^rir- Sac. Caes. ^a/^Jtatis. 



I.^. Seliqmann exc. 



I 



t-. 



Paff. 



/ 



er 




ruDer. 




o 



00. ixi'Jhdt. 




J 



e iVloineau ecarlat, 




^ 



■^ 



- ^ 



^ 



# 



\ 



^ 



\ 



1 * ft 






aviaixn mit 




cm 



wtx^tm 



t^unh 



^S' 



/ 



xnit 




exn 







XXXIV 



\ 






\ 



\ 



. !! 



y' 




X 



• '■■ 



\ 



--H 




, h 



^, €d:ip*ards adTiy,deL 



F , 

I 

■■ 



I. ^. StUomaTtn cpcc. 



'K'^. -^ 



^ii 



'/ 



M 



\ 




anacus lacie rubro, et 




Mellifi 



u<ra cri 




Lita 




le iHanalvm avt vilar e tlanc, et le 



■*i 








lit 



ri 



ruDea. 



a Crete couleui 




e 



riit)i . 



/ 



/ 



» - 



l: 



I 



4 



/ 



■■i!--i' " 



--. 





iebeipvf. 



< 



r> 



Tah.XXXV. 



r 






^ 



* 



X 



1 



\ 



/ 






■ 






.1 






h 

■i 



k 



* 






.( 



/ 

r 

i 



L 



i 



I. 



■'> 



r 
1 



i 



J 



f/- 



6^ 




1 



i^ 



1 



f 

i 



w 

1 



'4 

: .1 



■?, 



\ 



*■ 



'/. 



\ 

i 



f 
» 



-/.' 




?/;7z J^riv. Sdt. Cats, \Ma^'eft. 



]Nr° 5i- IX' 



I.^. Jeli^ntanTi 



ex^c. 



«* 



\ 
^ 






f -^! 



t r,. 



'J'L 



V 



\ 



y- 



".* 



« b 



ll ■ ^1 1 



''L 



X'f ' 



^ > 



-- 



*■,- 




nnnami 



. • 



f 



\ 



f 






■ - ■ 



\ 



I- 






^ •-, 



t 






6 






?. 



^ 




I h 



Tab. XXXVI. 



' - / 



/ 



s 



i. 









I 



t 



I- 



■'i 



t- 



■I 



fi 



/ 



f 



i 



/*' 



.If 

'I 




C-. Ciwards ad ru' del 






J . ^Jn.. JcLi^'tnanTt exc. 



-^ 



t 

i 



— 

Picus SurmatnenTis. 



Cuw.J'rh. Sac. Caes . Jia^'pyt. 

W. 36. IXffhdl. 



\ 




e Grimpereau de muraille 




e 




\^ 






urinaxn, ^c. 



* ,' 



.1 



v,v, 



' ■- ■ 



\ 



j; 



/, 






* L 



"■^ j*rV-=*^ 






-«^Mi,a:^V«t;4#;. 



.* ^ ; 



■s. 



^ 



f 



/ 



• I 



« 



'I 



i 

'I 



'I 



I 



!4 



I I 
I 1' 

■V 

r 1 

■h 



I 



I 



f 



J 



'■i 

I 

7 



J 



'; 



.^ ■■• 



/ 



r 

7 



/ 






-/ 
; 

I, 



-I 



'/ 



- 7 



-i 



/ 



\ 



J 



% ' 



'■^ 







amxii cmjer 



1 




// 



rmte 





\ 



Cr; C^ 




\ 



wardj' aiyiy dcL 



\ 



\ 



i cus viri dx s p e ctor e niW o ^ 
Pictis Tiri Ais mactilatus , 



6^/72 l^riy. Sac - <^^*f, .jfU^'est. 

N ? 2(7; JX's:77uil; 



J.Jt. Sttlwrnann^ciTc. 




e Grimperea^uvert ala ^^or^^e roup^e 



et ie Griiixpereau Tert tachete^^c 




1 



\ 



■■f 



t . 



* 



V 



I * 




er 




wavi mt 




von^e 




rune 





\ ■ 

nat^rerAWr -^mtS Tab. XXXVIIE 



auxvixaxtXtv 




4 
I 



^ 



/. 



I ■ 






-J 



/ 



\ 



^ 







J 



/ 



f 



'7 



\ 



&, CaT^'ardj aJ.'ym ^L 



X Jti, Seeli^Tnanri e;xc . 



Col 




[ft 



umoa criitara ma 





<^na 



CuiTL Trir. SacrCojss. .Jlafest 



N? 58, 





ra 



M 



nnica. 



oucherola laoire et Uaxiclie 
et le Grimpereait tout verr . 



■ '.V 



' L 



V 



< 



/ - 



-*-!.■ V -, , -^*^ 



^-r 



«. q L 



- '^.t^'-^ 



**■* r 



b I 







' 





Tab, JCXXIX. 



^ 



V 



/ 



' \ 






f 



V 

p 



<r.' 



^ 



fc 




■ * 



'^ ■. ^ .J 



'.' < 1^ 



*\- 



•\ 



\ 



i \ 



^ 



I 



'» 



/ 



■ .'^ 




■^^ 



^ ■: l .>X,ia. 






■■'> 



^ - 



is. 



Cd^aras ad^ry. deL 



^'--j 



TivflK^TTuatssQ^'^'*'- 



b' '. r^ 







arus 




B.X*£t 



difi 



lacus , 



r 

/J^^^ ^/^- Jac^ Cats rjn^' eft ^ 

J 

N? 59.. IlTTkltZ 



I 



xa 





ar 



adi 



IS 




c. 



^ « 



V 



^- 



T 
/ 






* 



\' 



4f 



■V- 



bk 



^1-. 



I ' 



N 



V 






-f -H 



L C- - 






-T^ 




A 



aite 



.' ' ' » 



• I 




* \ 



Tab. XL. 



n 
\ 



\ 



I 



I-;' 



'_ 



\' 




s 



■/ 



. I 






-•l- 



/ 



^ 



~\ 



"> 



I^-cM^ Jeel^mariTV exa 



■5. 



r 



. o 



; 



N p 'jorixj^cjfwitr 



\ 




e noire 



ettl 



eue 




N 



\ 



L ^-- 



I I 






s 




b a^ dcxx- , mxb h cr Quito. Gucicnb eraS a bes 




Tab.XLI. 



t 



'f ' . 



y 



% 



^ 



r 



h ; 



/, 



;; 



\ 



-' 




'V 






r. 

i 



I 
I 

i 

I 

I 

K 

-J 



/' 

J 



■:)■ 



'n 



'I 

J 



■r 



'I 



/ 



/ 



-t. 



^r 



/ 



V 



..v^ 



v':' 



G-, ^d^ards ctd. ^rir. 



■ -mm- 



^' 






' 1 



ac. 



a 



aes 



r 

i 




ayacu; et Guira 



4 Jm/, 



J' 





uACuDeraca 



WAl. 





M 



\ -. 



arcp^ravii 




e b scysiCUf et le Gidaxa &uacub erat a 

e M.arc^rave .— ^ - -^ 




■ * i 



^ -v, I —■ ^ 



. — ' 1 



r\ 



T '-**. ■* * 



■^ 



' r 



1^ 



' I '■ 



rf^ .^ -V-X> 



^J .X 



■r-^ - -T»?r >^ <Otv.'^r«-- ' r-WT*^' 



.':.-i>-^«r*^'?-^ -^:-i,— ' 



'^^ 



/ 



JU-^ 



I,' 



■s 



-* 



. \ 



K_ I ^ b -^^ 



\ 



# 



s 




■< 




A 



mu 



nb 




\ 







wavDc 




JKtXXl 




Tal3,XLII 



'V 



f 



\ 



V 



\ , 



- \ 



^f 




j 




- JP^diyards 




I 



-. / 



': / 






\ 



. Jee^liamann ejzc^ 







um !Friv, Sl 



dc. Caes. cMajat\ 



/ 



,1 




, J 



Pafrertlavus capiterubro 
et C c c otliratiites ni ^er . 



N°42. iZf^T^ 



£Z 




* s 



/ 



F 




e 




otig-e-tete jjaune, etle 



Cr 



OS 




ec noir 



■' <# 



- --"s-at 



%'- 



« ■ 







ji 




lat 



} 



XL III 



^ ' 



% 



■-^ 



/ 



V 




I 



i: 



(i 



^ 



\ 









/ 



\ 



^^ 



^. ^dij^ards adyh'. delff 



fJ.Jn.. S^elwrrimzTV e^XC 



Paffi 



eres 



nig^ 



ri ve 



1 ftifci 



Glim cZ/w J^. Caej'. 

P 




^^/^// 







\ 



/ 






L.i 



es 



M 



omeatix iiom« 



4 



Oil iioiratx'es . 



%- 



-J 



■' 



./ 




iiti 



dnt^ycv 




A 



i-iit 





ev 



4^ 




Tixh . XLiv; 



^i 



^ 



f 

\ 



i 

\ 



i 



^ 



\ 



-\ 



J 



1^- 



r 



I 



t 



f 



I'. 




*. 



I. 

I 

I 

f 

I- 

I, 
/ 

i 



/ 



\ 



y- -,^ 



J f 



LurrL Jrt7^. Sac. Ca£s,jftajest 



J , Jfl . S e elwTTiann e^ctiA, 



ttr /Tl_ 




p ar vus , e t S ene <r^lus 



w. 4^1. . ixi: a hei 




'^ *. 



^ 



' ^. 




itriatus . 



■^ 



e petit -Aloineati; et 







e 



--. 



\ 



oene 9^a 



) 



o 




y 



ra^^e. 



\ 



'- 



^ . 



»r 



0-'( 



'N^ 



;> 



-'--. ^. 






iT 




ava 




unb 






noimilnt 







mx( weiftr 



\ 





Tat , m^, 



I 



; 



^ 



. I 



y 



I 




I 



\ 









'/ 



I 



-. 



\ 



• 



\ 



^ Cduanlf adyty,^e!m^, 



\ 



1 

/ 



t 



a 



tan 



riy <) dc > Casj' , Mai eiT 



> umamann, e^oud/ 



X 



/ 



W^^JX^a^eil 



' • 




engtilui' piuadtalattt^^Tafier 



Jiii(!tt$ 



UA: 




ectore woo 



Poi trifle tiahche te Indes , 



V . 



; '. 



/ V- 



■TV 




,X ^/ 



- 



-Ml 



^ 



\ 








e\m 




his', xinb 




n^. 



^u 



On 



"V 




4 




ur\}\ia\\7t' 



/ 




Tal, XI 




y 



1 



V 



* 



S 



-^ 









• 



/ 



f- 



^ 

^ 



; 



s 



u ' 



H' - 



1 ■ ■ » 1' 



t 






r 

/ 



i..- 



■ 

c 

r 
1 



1 




a 



A 



<t 



G oduaf-^dp aLi£ vtv .^sltrt , 



^ 



r 



Jti. 






J^M, Seltaniajrvz enticwd , 



s minor et 



-^ 



Po^pii3- . 




e 



N 



Aiitiiiaie 



petit Jt»j 



15 etlaPlcint 



e 



oil le 



Pol 



ijp 



e 



.-'' 



S 




mmi 





I * 



/ 



' m 1 1 ham 



mruv 




oi)er Wi 



/ 



U . XOTI , 



N 



' b 



\ 



r 

- r 



J 



1 ^ 



i 



/ 






■I. 

i 

I 

I 

% 



^ 



\ - 




. \ 



. F 



^x 



'^ ■ 



Jr cdtuiT^^' ad ^/V ^^/ ' 



t^rnarm:. exetcd . 



\ ■ 




\- 



A 



.u 



'JNT^ 4; A^" ^^i^tl^ 



a Caim armata mi>ra et m hni 







e 



o 



itrurtJieu aa 





Jreit 



I 



< 



;i 



^ 



( 






t 



.f 



I 

,3' 






^r 



* 



fi 



I 



V 



.'V 






-J 



I 

If 

I 






- J^ 



'{ 



>> 



< 



/ 



^ 



<^i 



' -Mvir* ■ 



., . .»a n »i.'^ 



^-* 



-* 



^ 



t b 



' ' 

' 



\ 



/ 



/ 



*' ' 



N 




er 





-^ 




itnauQer urn 




!■■ 



■^■ 



V 



i^ 



•I 



xJ V V 



%lilU 





Idl, ILVIK 



.1 



-y 



V 



^ 



f 



I ' 



' ' 



^ r 



.■k 



' ' 



*w 



Jl 



^ 



/ 



.->'^ 






H^ 



' , 



■ 



I ' ' 

I / 



p' 



/, 



r 



1 



'I J 

A 



) 




\ 



t 



cmardiP' ad^ytvx^etf 



' .-. ■''"*>taL.' 



H' 




'■^^J-^ 




■.*:■-' 



C^fiV 



■^*Viyi 



'-J' 



6i^//^2, \/rt^, <Jae, Ca^iP\Jffjafi 



■I-- 



J.JfL uetianiaMfL mivud ^ 



W- 48 IX^'jheil 






\ 



Trater cula et -Ald4 . 






eux eie xijigojii 




t 



r 



/ 



\ 



i' 



\ 



-^j"-- . 



- -^ ->' 



.J^J'>.*f ^■—w^--'-'-- .— 



•-- 



*n. ;— " ,.*»»^ -K -^ 1 - — 



f - 



-^'k 



^ 



^ 



\ 



^1 



I 

-1> 




mc^iwii 







j^ 



\ 



iin 






mi 



'A 




Tab . , XL IX , 




\ 



\ 






I 



/ 









i 



!?. 



t ^ 
*' 






r' 



■. 9 



\ 
1 ' 



1 
I 

\, 

h 
I* 




i 



I 
^ 



IT 

J 



V 



I 



i 

4 



1 



I 



X^*^ — ^ £^*4^wruo^ cui'i^-vi' ' cZe€^ 



Cyti.m\y^%y. J/zcCa^S. 



mayf^n. ecccs 



Nl, R 



l/^lCf 







c 



-^z, 



Z&L 




r-' 





inag iupeiiie fiifcixS , ef Uriel, 




A'Jlle deKan ef leCuillemof 



t 






\ 



-.- '■ 



\ 



/■ 



■-■^J 










.^' 



■"V 



aiicDc^tiic 



-rt 




r 



V 



■II 



f 4 






^ 







rr/^e-. tmi 





(1 



1 ^v 



^r 




'iiri'^ ariine <L init>i- 1 . 







./' 





7 



-;■— 



J — / 



*. :r 






/ 



\ 



\ 



\ 




s 



N 



i 






^ds 



l 






L 



er^a,iijfer cri(fa i^ofiuicLo. C 






■, 



o 

c 



l/nAus 






a Ja ci 






i£oe 





r 

r 6 n ae 
enfi< 




a. gxoiie 




iiJ verf 



r 



■ J h 



\ 



v_ 



I* 



/ 








A 



auer 




Tab. LI 



■ 



4- . 



\ 



\' 



\ 



if 




i. 



I 






/ 



\ , 



Cunt jPrtT. Sac. Caej, 



ajestatu - 



- Jcitffmmin: 'c^^ccud. 



mdi.ix 



ter 




< . 



■ ■ 

i 




er 



thi 



la muT£i 




«# 





rininereau cie 




M 



*- 



ur ai 1 if 



ill 



\^ 



"V . 



«. 



/ 




- 

mfimg 



e 




. Tab. IvII 




X 



ara axis 




A * 



u tit e t 




XV tmOT 





tttt mxt emem 





jt 



mxc 




r 



ji 



■-L , 



^ 



/^^V, 



^ 



-■ 



s? 



I 



I' 



; 




» 



I 

1 



f^ 






/ 



1 



Q. (Ldi 



uar 



dr ad ytv. del. 



Zf^'^cttorrmTTTh^ c:K.ctid£t 



r B 

Ctart ^rty. Sac. Caes. ^>4[a^'eft. 



f 



I • 



/ 



N 



o 



4^. M 



rter 



^^^heit 



^ 



/ 



/ 



/ 



/ 



/ 



' I 




an 



g^ara 



ni <rr a 





/ 



umeen 



lis.Tan 



r- 



■^ 



r H 



iridis, et Certliia ventre ilavo . 




ara 



^r^i^ 




e 




an<2;"ara. tioir 





a 




uinecie 



^e,l 




anr^ = 



ra olive, etle Grimpereau oule Sucricr. 



i 



A 



- r..