V
R
M
N
N
t^
It
V
A
N
v'
1
:i
UITLANDSCHE
x
\
BENEVENS EENIGE VREEMDE
V
. '
L .
■'. 1 . ■'.
EN
^
a
: i
1 1.
. , . ■
N
» I
9
IN T
L-.
^ ]
GELSCH NAAUWKEURIG BESCHREEVEN
J^ - aNi /*. J^
'-I
't LEVEN MET KlEUREN AFGEBEELD,
L L
\
DOOR
G
\VA RD
E
M.
CAT
V
¥
^m^'
I
\
■(
.>
VeRVOLGENS, ten OP^IGT van DE PIvAATEN merkely
K
VERBETERDj IN T HOOGDUITSGH UITGEGEVEN
DOOR
---
M
^
G
M
A
V
^
I
F I
T NedeRduitsch ve rta a ]
r
■
.LINGEN VAN ANDERE' AUT
\
EN MET
N
^
E Iv K. JL K. T
3
D
o
T
Y
Medic
OR,
N
h ,
\
ilf^Slfl^Sf
D
\
i
/■
D
"'■.;":■■
■ -_ '■>- - n X.. - s,
t »- .■:
iar-Ba:
Ti
T
Bt
A
E
A
Z)
^
M
3
i
oel
V
V \ wZ i\
er
^
y
^ »
■ r
' \
/
A.
L- 1 N
VAN UITHEEMSCHE en ZELDZAAME
\
<■,*
<rt
'' \
I- ^ .- J *
V
\-
ws
G
N
D
E
D
L.
ffS^oVwo^
u^m
, -1
V
o
o
R
E
'/
1 -i
lOon Voorredens of Inleidingen gemeenlyk van iveinig nuttigheid zyn, alzd
de Leezers van een uitmuntend Oordeel en V^erfland, liever verkiezen zelf de
uitvoering te waardeeren van e'en Werk, door onmiddelyk toe te treeden tot hec
ezen van den Text , volgens den algemeenen Tytel, zonder door den Autheur
verder onderrlcht of voorinffenomen te zyn, aans:aande den Inhoud: heb ik
thans 5
noff-
it het laatfle zynde dat ik meen aan 't Licht te
geeven ,
reden
om mynd
dankbaare verplichting te betuigen aan myne waarde Vrienden , die my met Stoffd
voOrzien hebben tot de laatfte Deelen van dit Werk, eh door veelen van welken ik
V-'
edelm'oedl
ontvangefl en onthaald ben in hunne Huizen^
f.L
in verlcheide Landichap
pen van dit. Ryk. Niet minder acht ik my verplicht aan eenige aanzienlyke Fami-
len
die, hoewel ik" het vermaak niet had van haar Perfbonlyk te kennen, niette
niin by Brieven my zeer nadrukkelyk hebben uitgenoodigd, om eenigen tyd by hun
op het Land door te brengen: 't welk ik gaarne zou^hebben ingevolgd , ' zo niet
myne Jaaren en de
roote
hunner Buitenplaatfen zulks ondoenlyk gemaakt
hadden. En, aangezien het, in 't beloop deezes Werks , biHyk geweeft is, op
zyne plaats de Naamen myner Voorflanderen , VVeldoeneren en Vrienden, tot vol^
komen bewyzen der echtheid van de Onderwerpen, daarin vervat, temelden, acht
ik het niet noodig, daarvan alhier, by herhaalinge, Gewag te maaken.
Dikwils gebeurt het, dat niyne Af beeldingen , op de Gedrukte Plaateri^ groote^
lyks van myne Origineele Tekeningen verfchillen. .. Ik ben", naamelyk, niet al-^
.J?
toos te vrede geweeft met deeze Tekeningen , ten opzigt van de Poftuuren of Ac
tien 5 in welken de Voorwerpen geplaatfl v^aren : in zuike Gevallen heb ik wel drie
of vier, ja jfbmtyds ^es Sehetfen of Omtrekken gemaakt, dezelven naauwkeuriff met
elkander vergeleeken, en dan die gene uitgekoozen, welke my voorkwam de rhinfl
edwongene en natuurlykfte te zyn , om op myne Plaat gegraveerd te worden. Ten
onregte zou men verwagten, dat een Werk, van deezen aart, in de uiterfle volko
menheid bewerkt en vokooid werde, wat deKleuring aangaat* alzo het hier dooi^
ten uiterfle duur zou worden: want de uitvoerins van zulk Werk, hier te Londen
tot den hoogften trap, kofl veeL Het weezentlykfte in deezen isi dat men zig zo'
naauwkeurig, als 'c vallen kan,h6ude aan de verlcheidenheid van Kleuren^ welke
de Origineele Voorwerpen hebben. Dit is myne voornaamfte zorg geweeft, en
thans, al het gene gekleurd is naziende , oordeel ik de Afbeeldine;en hier in ,vee{
nader aan de Natuur te komen , dan de meefle Werken van deezen aart
di
immer
uitgegeven zyn. Dikwils ben ik aangezogt geweeft, om eenigen van onze Engel
fche Vogelen af te tekenen en aan 'c Licht te brenffen- *maar, tervvyl my zo veele
elegenlieden voorgekomen zyn, om nieuwe en zeer zeldzaame Vogelen, die aan
3 bekend waren , aan te treffen ; zo heb ik
weinige Liefhebbers zelfsj in Engeland
JX. DeeL
n
^
A
I «^
e^*
/
\
\
1--
J* .
VERZAMELING
jj
OITHEEMSCHE
ven in
b
dezel
]yk voorgefleld
beloop mynes Werks van tyd tot. tyd plaats geg
}
onderrigting van onze tydg
en getrc
de Nak
fchap
Wat de eenen aahbel
gen Land veilangen^ derzelver nieuwsgierigheid^ denk
die naar Af beeldingen der Vogelen van hiia
/
2a 1
in
■^
orde
D
s
door een Genootfchap van
de B
korte void
ten voordeele
van
Grc
Armen- School hi Londen , een Natuurlyke Hiftorie der Ged
B
dernomeny vvclke men met de Vog
be
heeft
van
De
kleine en middelmaatigen 'zy
d
L
Folio gedrukt en afgezet met natuurlyke K
getekend j op Imperiaal Papier
Veelen van de Plaaten heb ik
ezien, en
g
><»
d als lets van d
dat tot nog
Engeland of
ders aan 't Licht e;ee;even is. Ik beb het pleizier van te kenhen den Schildknaap Tho
MAS Pennant
He
Graaffchap Fl
Perfbonlyke verdienlkn, die dit Genootfchap byg
Vermoeeri en veei
1 groot
heeft, met aan hetzel
de ongemeene Vogelen van Noord- Wales
bevorderirtg Van de gedagte milddaa
4b
dige St
3
be;zorg
Alzo ik wel
kerd be
dat d
Heer pennant
\Vel ervaren is in de Natuurlyke Hiflo
/
,v
goeden Smaak heeft in het Tel
rie, hebbende tevens een fterke neigiiig om d
of zyn Ed. zal, (
Vermoffen is: noch ook, of alle Liefhebbers der Natuur zullen zo ivd onderrichtin
twyf(
delmoedig, aan dat Genooifchap al den byfland g
1 ik niet^
die in 'zyn
vermaak in hetWerk vinden, wahneer hetzelve tot voltooijing is gebrag
D
Byd
5
d komt my in gedagten de verplichting, weike ik
zy
lieb, door onlangs van hem
gen de Puffin van
andere Vogels^ die ik nog niet gezien had. Onlangs kreeg ik eenig Berig
t Eiland Man , en eenige
:'* raaken-
de het Geflagt der Onweersvo2:elen Petterils, tot vvelken de Puffin behoort: fiaame
/
Jyk
dat zy alien, of de meeft
hunne Keel Olie werpen in 't Aangezigt der
Voeelaaren, die hun trachten te vatten. In onze Nieuwspapie
Jaars 176
men zeg
vind ik uit Mul in Schotland het Verhaal
Juny des
Heer Campbell overgekomen te zyn, d
droevig Ongelukj dat
usfchen de Rotfen
aan de Zeekufl: uit vog
nigen van dit fla
zyn Hand
aande
Ladder opgeklommen zynde, om
Vo
derzelver Gaten in de Rotfen te haalen
Gat flak eensklaps en onverwa
Olie in zyn Aang
hy
kre
i
verloor
dat hy den Ladder los liet, en, nedervallende op de Rotfen ^ het L
(-
De Heer Charles Smith zeg
9
zyn oude en tegenwoordige fl
S
het Graaflchap Kerry in Jerland, dat 'er een klein Webvoetig Vogeltj
1 _ -TV/T 1. 5. II- • - 5. tr__ •-_.. i__j:_ . ■ L -J
wei-
d
Mosch
de Rotfen of E
zynde
die men de Ferriters noemt
Voorjaar overvloedig uitgebroed wordt op
de Kufl van Kerry'; en
3
evan
Thee-Lepeltje vol Olie uitwerpt
it Vo
acht
k naverwant te zyn aan mynen Onweersvogel, afgebeeld op Plaat 90 (*}. Martin
befchryft^ in zyne Hiflorie van St. Kilda, een Vogel, de /^/f/;;2^r genaamd, die uit
zy
Afbeeldins duidelyk blyk
van h
Geflagt der Onweers-Vog
35
3J
59
de jonge Fulmar gereed is om te vllegen
Wanneer, ze_
als men hem naby komt, een veelheid klaa
01
>
zyn Bek
?n te zyn«
werpt hy,
weet daar
mede den senen , die hem
vlak
in
ioof, dat de Fulmar van St. Kilda de Pufi
Aangezigt te treffe
Ik
of
zy van Man ,
by aan kome; zynde zekerlyk een Soort van 't zelfde Geflag
e#
minfte daar zeer
Zie deszelfs be-
fchryving in Martins Reistogt naar St. Kilda ^ een der Wefler-Eilanden van Schot
and , Londen 1698, pag. 5 $ , alwaar men tevens een Af beelding vindt van dien VogeM
Parys
De Heer Brisson heeft in zyne Ornitholog
't Jaar 1760
4er Vogeler
wel Verzam
Licht gekomen
S^g
Origineel Autheur, een Algemeene Hiflo
3
welke ik oordeel , over t
§
befchouwdj een zeet
\
/
goed
ji'
(•) [Zie het Derde Deel van dit Werk
Men noemt hem
]
\
N
y
V
/
l"
/
-■h
£ N
E
M
-^■i
o
t
3
^
.■h
oed en nuttig Werk te zyh; maar ilc vind ''er dat gene irij
lar zal bverkomen, door wien de Onderwerpen , die hy behandek
orffvuldio- befiudeerd zyri: te weeten, rnenigvuldige herhaaling
welk ieder Verzame
5
met
'g
een
de
zelfde Soort
Vogelen onder v'erfchillende "naamen
3 5
zy door byzondere
Autheuren belchreeven- voorkomeri, die by in afgezonderde Artikels b^fchryft, als
Soortelyk van elkander verjfchillende : waard
f^ogelen grootelyks door hem is Vermenigvuldigd
meen
Dm
h
Soorten
Voorbeeld
f^heidene, welken ik in het beloop ^ynes Werks opgemetkt heb, uit te kippen: h
y
heeft, in zyn Vierde Deel, pag. ^495 den Gekraagden Byen-Eeter (Guefpier a Col-
lier) van Madagaskar befchreeven, dien hy een-Soortig maakt met den Oojt.
Bym-Eeter van myne Vogel-Hiftorie , PL 183; en in 't zelftle Deel, pag. 5f2, be
Be
g
fchryft hy den Gekraagden Byen-Eeter (Guefpier a Collier) van
hy zegt den Bmgaalfchen Byen-Eeter^ te zyn van Albins Voge!en-Werk
^x^elken
- '.
VoL IIL
' 3
werp
Ind
de H
Br
Soonen voorgefteld
ft hy gezien hebben
haauwkeurig acht geg
dat die twee Vb
had op zyn Onder
door hem als byzondere
de zelfden waren , en behoorden in een zelfde Arti
r
te zy
be
pen
Alb IN en
3
naamelyk
bben den naam opgeg
den Heer,' in wiens Verzameling te Londen deege Vogel bewaard
"U'aar uit het
leend waren
dat hunne Af beeldineen en befch. . , ...^
tdekketl is ,
1 den zelfden Lighaamelyken Voge
eze
den Meef
De VogelbefchryVing van
dikke Deelen in Oijarto uitniaakende 5 met een
1.
tot V
ooijing
b
■6' '
zes
root
Kbper gefneederie
van
Plaaten; waar op veele Afbeeldingen
Men heeftze met veel moeite en zeer netjesin P
Vog
my
heel bnbe
ebrafft • maar de meeften heb
ben een ftyve bonding
of zy naar gedrod
'P
Vorelen ^fetekend
waren
D
zodanig een ^Werk verfchoonlyk : want men kan
fen, dat de gehuurde Werkluy gelegenheid hebben
poftuu
de Onderwerpen 3 toen
le
ad
5
nderflel"
cm de eedaanten en
D
te zien en te beftudeeren.
Heer BaiSSON heeft ^o wel
belchryving
dpleegd , d
Autheuren van de Natuurlyke Hiftorie , als Reis-
slen hebben te boek gefteld , en
de Naamen verzameld, welke door hun, m
Vo
el
en
3
ven.
Ik geloof, derhalve
3
yne Synonyma volkomener
de Vogels zyn
gebreider zy
dan by eenig
d Autheur, maar deeze zeer lange Benaamingen zyn
flagen onderhevig. Ik vind, in het gedagte Werk, dat de Schryver my onder
deren heeft aangehaald
zelfs myne befchry
cm die daar van te
de Naamen
myne Onderwerpen bvergenomen, j
/
gekopieerd , wanneer hy de Natuurlyke Vogels niet
Tot PJaat
heeft
,d
3
my
der kon hy niet, om dat hy zyn Werk beflooten heeft
doch
dit derde Deel
myne Naleezingen was voltooid
waar
getal myner Plaaten wordt
gebreid tot driehonderd twee-en-zeftig: zo dat'er in dit laatfte Deel
traaije Onderwerpen zyn, door
Autheur tot nog toe, dan door my zelf, llegts
y
ty Naame voorged ^
Wat het groot getal aangaat en de Verfcheidenheid van de Onderwerpen , die dit
geheele Werk, 't welk thans uit noodzaaklykheid geflooten wordt, famenftellen :
dezelven zyn op verfchillende tyden
met
by Deelen
3
de Is en het laatfte
omtrent vyftig Plaaten iede
tusfchenpoozing
uit
g
meld
waarvan dit het Zev
3
en
In ^t geheel bevatten zy driehonderd- en vyfen- zeflig PL
3
Veel
deeze PI
welk overeenkomt met het getal der Dagen in een J
bevatten drie of vier verfchillende Onderwerpen , alien naar \ Leven getekend
en
beloopen met elkander zeshbnderd Arcikelen
ynd
lommigen der kleinften
hoewel naauwkeurig ennatuurlyk getekend en gekleurd, niet befchreeven of in debe-
.^„*^ ,„.j5 — ^^.. — ...«. xx^w i^wuixx *ii^ v.v.iiiaiv^ laau-oaaiTi vooF, by het fluiten van
het geheele Werk de Onderwerpen van elkander te icheiden, en ieder kleiri Artikel
Ichryvingen genoemd. Het kwam my derhalve raadzaa
A 2
-\
I,
te
< .
--.
/
>
V E R Z A M E L I N G Yan . U ! T H E E M S C H E
ren
Geflagtfchikkenden Bladwyzerj plaatzende alle de Soorten van de
Ifde Stam, Familie ofGeflagt, onder haa
' *'
onderlcheidene Hoofden ; ten ein
de de Natuur-Liefhebbers beter in ftaat te ftellen om
•k
unnen
-f-
w -
eeren
derzoeken; met
)
ha alio
de Nommers der PI
den wat zy be
en, welken ik
verwaTrih
'i-
I
1 ^
mooglyk te vermyden, het geheele Werk heb laaten door
pen
der een zelfde e^etal te lierllaalen;
k in de bekwaame fch
C\
flaagd ben , moet ik den genen, die het behaagt dezelve te onderzoeker
befchryving
-/
beoordeele
laaten
d
ik
elkander verge
yfel niet, of myne Afbeelding
met
d
zullen
byzonder . Onderwerp. b
delyk aanwyzen, tot weik Geflagt of Klasfe
I -
en zulke Autheuren
de Wereld
. hebben met
.zullen
\
m
/O
ftelzels van alle de Onderwerpen, die men in de Natbur vindt
5
We
genoeg
^ --.
m Off e n
reeds vol
Ten <
de
zyn
5.
> I
om ieder
Voorwerp, 't we
?^y
5
plaatzen onder anderen van het zelfde Gefl
t
r"
den Rang gefchikt hebben in hunne verfchillende Samenflelzelen
myne
die zy
de, voortSjde' Wereld
g
9
d
er niets meer, van deezeA
aart, door my kan uitgegeven.wdrden, moet ik myne Leezers berig
« ,
fl
5
a
ik my
Alle
Origineele 1 ekeningen zyn X'erkogt aan een edelmoedig Kooper^ eri dus de
heb' van de Stoffi
3
p ik zou k
aan te werken.
Eigendom geword
Edelen Graaf
Aanz
eheel een getal van meer dan neffenhonderdi en veelen derzelven zyn
Zy belpopen
werpen , no
-■ .
Plaat g-ebragt. : 1
van Voor-
5 myn Jaaxen.zulks vereifchende, heb ik
ewoel der Wereld, om Vrede en Rude
g
-*
K
",
g
dan my te onttrekken
' 1 ~
in de gemeenzaame Verkeering met eenige weinige Vrienden van my
middelmaatigen Levensflaat j ,wier weezentlyke Waardigheid my door Ian
e Ondervindino; bekend
eword
IS
■T I
/
^:
%
r T-
t-.
- 1
Hi
- - >■■
Zwar
t -
^^■
van
\ J-
ige groo
A •
. .:
• J
3it Aapje, hebbende omtrent de e;r6otte van een groote Kat
■ y
van aart, doende
ipeel
Mensch kwaad
3
was ^airtzliinu
gelykerwys de meefte Aap
Het hadt pleizier om met een j
Het wa
Reiver aart^ als een Mannetje zynde
weinig dertel, vol
\^
K
der
De Kop van dit Schepzel was taamelyk rond
getaande Vleeschkleur ^ dunnetjes
I figuur als Menfchen-Ooren: de Co
met
Het hadt de Huid des Aarigezig
H
»
De Ooren
met zwarte
I I
Kle
nigde de Wenkbfaauweri"; d
Ooren. De Kop, Rug, Arraen, P
_Sn van eene roodachrige Haz
Het Haair bbven.de Oogen was lang
veree
yd6n van den Kop bedekte gedeeltelyk de
Staa
OS, donker zvvart Haair gedekt, zynde r
fte of onderfle des Lic-haams was by
waren met taamelyk Ian
kleur, met
zeer flyf en ook niet zeer zag
r
kaal
Menfchen Hand
Fepels aan de Borft. De vier Poote
. Het
donkere Vleesch-
Haair hebbende, met pi
ding by
zynde met een zagte zwarte Huid
eken alle eenig
Nag
del
5
weini
ofg
De Kat is 'er alleen tot fieraad der Af beel
My werdt dit Aapje prefent gedaan, door myn verplichtenden Vriend
, van Stratford in Eslex.
George Cope
is van Guinee ,
V
den Heer
aan de Afrikaanfch
(^
Kufl
3r myn verpiicntenaen Vriend ^ den Heer
Ik ben onderrigt, dat het een IhboorJing
Het was een zeer vlu
en
(0
d
Diertj
5
S^Jl
I
r
-•- ^i
y
\
«. t
/
■-X
/
I '
E N
2ELDZAAM
V O G E L E
^
Diertje, van cen goed naturel; doch ik vond my genoodzaakt my daar van te one
flaan, uit gebrek van genoegzaame ruimte: weshalve ik hec vereerde aan een Hoog
edelen Heer in Esfex, die een bekwaame Diergaarde op eenigen affiand van zyn
Huis heefr,'om zuike Dieren te houden.
Ik
eenieen affiand van
weet niet dat deeze Soort tot nos; toe
o
is befchreeven.
In Oxford-Straat, by 'tSoho Plein, zag ik in \ Jaar 1761 , m een Huis daar men
'■''"" " rteAap, eenigszins naar 'c zelve gelykende, wel-
een zwa
Wilde Beefien veftoont,
Ve'^ecn Spinnekop'Aap genoQr[\d. werdt, wegens de dunte en langce van zyne Poo
ten en Staart. Dezelve liadt het Aani2;ezi2;t Vleeschkleur en hieldc met zyne Staart
vaft, door dezelve ergens rondom te (lingeren. Deszelfs groote byzonderheid en 't
e
ne ik nooit te vooren waargfenomen hadt , \vas , dat de Voorpooten
maar vier
^ -
Vingers hadden, ontbreekende de Duimendaar aan. Op de zelfde plaats was eeri
andere lang-Pootige viervingerige Aap, in alle opzigten den voorgaanden gelyken
He, uitgenomen dat hy bruin Haair hadt. Deeze aanmerking vond ik goed hier te
'rnaaken, alzo dit Soort van Aapen door my voorheen niet was ontdekt (^
r
S -g-'-S ^X-§** $ ^^-S^^-JsJS-S'i'-S-S'*^ ^^■&-§r-S-S^^*"$^^-**^-$-**"§'^^ $ * 4" ■&^t'*'&<I
y
/ . '
p
A
A
T
II
6
'v,
-■•
T 1
:*
De groene TVeJlindifihe Kaaf of groote Brafiliaanfche Pappegaay (2).
* r.
Dat deeze Vogel van de grbotllen is ondcr de Pappegaaijen , blykt gendegzaani
uit de Schets-Tekening van den Kop, in. de Natuurlyke grootte. De Wiek ,
ilooten zynde, was qmtrent dertien Duimen lang en de middelfie Staartpen vyftiea
Duimen. Hy hadt den Kop^. naar het Lighaam te rekenen,
root
den Bek van
eene donkere Kleur^ taamelyk flerk en de Bovenkaak zeer haakig, met uithgekin-
gen wederzyds: de Tong donkere rond en zagt: de Neusgaten klein, in een fmal
witachtig liuidje geplaatft, dat den Bek geheel omringde. Aan beide zyden van den
•Kop was een taamelyk breede plek der Huid , van Vederen geheel kaal en Vleesch-
kieurig, met bruine dwars-Streepeii onder het Oog , beftaande uit kleirie zwarte
Veertjes. De Oogen, in deeze Vederlooze Huidplekken geplaatft , hadden geele
Kringen en zwarte Oogappelen. Het voorfle van den Kop, aan den Bek paalende,
is met (choone roode Vederen gedekt, en men ziet onder den Bek een weinig don-
kerrbod, zig vermengende met de groene Vederen. De Kop van boven, de ^e'-
heele Hals, de Boril: en Veders der Wiei^ien , zyn van eeri fchoone hoog groen^
Kleur, hebbende de groene Dekveders, onder de Staart, met een weini
mengd. De Slagpennen, en een gedeeke van de ry der Vederen daar boven, zvn
rood
e
heeriyk Hemelschblaauw, uitgenomen eenige weinigen naafl aan deRu^, ^[q. allenf^i
groen worden/' De binnenzyden der Wieken en de onderzyde van de Staart, zyri
vuil Oranje-KIeur: het midden van de Ruff, de Stuit en Dekveders op de Staart
fierlyk blaauw. ' De Veders of Pennen vari de Staart worden trapswyze naar
kanten korter, 20 dat de uiterden naauwlyks een derde deel der lanffte van dt mid-
delflen hebben: alien puntig zynde, van eene hoogroode Kleur, met blaauwe Tipi
pen en twaalf in getal. De Pooten en Voetenzyn met Schubben van eene donkere
Vleeschkleur gfedekt, de Klaauwen donker; de Voeten van fatzoen als in dlerlev
Pappegaaijen.
.--
s
Deeze fchoone Vogel heeft toebehoord aan
n
keun
p^
en en verpligteriden Heer
,. (*) [H^^ zai waarfchynlyk de Simia Pamfcus zyn ge-
weeftvan den Heer Linn/£Us , afkomflig uit Zuid-
Amerika , by den Heer Brisson gemeld onder den
naam van Cercophhecus in Pedibus, anterioribus Pollice
car ens «&c. Quadrup. 211. en by Biiowme genaamd Si-
IX. Deel.
inlafufca major &c. Jam. 489.]
(2) Piittacus major viridis, Maccaw didus. Enw.
Jv, p. 224. T. 313. Pfittacus Milicaris. Lim, Syfi,
Nm, XII. Gen. 45. Spl 2v . ""'
-HL-
1 - •
' p
B
/ r
r
\
■ '
J
\
!>'
'. i
5
V E R Z A M E L ! N G
TAN-
UltliEEMSCHE
Phxtp Carteret Webe, Schildknaap en Lid der Kon. Societeit, diehemveq^
le jaaren
vendi
heid
II a d t
ehouden heeft in zyn Huis in de Provincie Surrey, en de gocd
lem my te zenden kort na dat by was geflorven , hebbende nog de Kleui
van 2VI1C Oogen
^j -
r
I
en
Ik maakt 'er aanflons deeze Ets-Teken'ing van op de Plaar.
X
3e
lieer Webs wifl de plaats der afkomfl. van deezeri Vogei niet, en ik heb 'er
eid kbnnen agter komeii; maar onderilel het een Amerikaan te
met ffeen mooi^syKn
zyn, aahgezien alle dergelyke Vogelen uit dat Wereldsdeel komen. Ik kan geen
berigt vinden aangaande dit Onderwerp, en geloof, dat het tot nog toe niet in PLaat
:ebrafft
zy
befchreeveh
C).
^^^< #^ ^r^ ^^j^ '^f^
;^,ir^AC^--r
^iwift^i
P
^.
L
T
%
i
JDe ■ Bkauwkopplg
e
Pi^ppegaa-j ( 3 )
beeze \'
inet cen
'5
hee
St
g
de
g
de Biaaiiwe G
f>
de
hy 5 gelyk de voorige
he Pappegaay
d heeft moeten wor-
20
D
!
em op de Plaat te kuhnen brengen.
e DCK 15 ^
donkere of bruine K
5
1
een rooae
VI
a
en taamelyk diepe uithoekin
Huidje, redelyk digt by eikander
hebbende de Bovenkaak Wederzyds
De Neusgaten :zyh in een fmal
De
en.
Oc
Huid
Vede
hebben een donkere Kleur 6n zyh omringd met
den vbet van de Bovenkaak geplaatfl
kaale Vleeschk'eurig
fch
breedte. De Kop, Hals en een gedeelte der Borfl , zyn gedekt met
1.^ LI j^^ : j^ T?^../i ._.-.• .•_■-_.. 3. /-I
tramaryn blaauw , dat op de Borft een weinig
trekt, en tev wederzyd
den Kop
of donkere Vlak
B
Vleugelen g
■« a
S
t paar(che
De Rug
\
Schenkels en Wieken zyn van eene fchoon groene Kleur : de Dekveders der
foen
3
naar Goudkleur trekkende: de binnenfle Dekvedei
die onde
8
de middelften g
de Staart fcharlaken rood
ordende zydelings al
zvde van de Staart heeft de ^.tW^o, Kleur
De Staartveders zyn egaal va
blaauwachtig, en de onde
maar
\evQndi\g niet. De P
Voeten zyn licht Aschgraauw , gedekt met een Schubbige Huid : de Klaauwen donker
Deeze zeer fchoone en zeldzaame Pappegaay 5 ontdekte ik in een Kouvv hangende
_ de Deu
key
nde
den Handelaar Has
Die Heer hadt de goedheid van my, fchoon aldaa
zyn Huis een Kame
oonende op de Punt te Portsmouth
Vreemdeling
om een Schets te maaken
ningen, ten einde de Af beelding te kunnen voltooijen: maar, hy kon my
en aantekC'
sen be
richt geeven
dien kree
de Vogei was: d
ft uit de Middelandfche Zee kwam
ik weet I- nerp;ens
Pappe
a
afkomft volkomen onzeker: ho
k beO
dat het Schip , waar mede hy
vee!
zyner
wier Kuften
lyk huisveften. Dus blyft my de pi
5
hebbende
p-ebeeld 2
dergelyke gezien*
I
of befchreeven
dat deeze Soort zeer zeldzaam zy
1
ook denk dat d
e
tot no
toe
af-
\
\
PL A AT
I ~ '
(*) [Baiten twyfel' is het de Pfittacus Militam V2in als de blaauw en geele, afgebeeld. Zk
den Heer Linn/eus , als waar van de Ken merken , z6 wel
als de befchryving, met deezen Vogei llrooken; hoe-
(3)
Werk.l
wel geen Autheur door zyn Ed. wordc aangehaald. Hy 314. Pfittacus Guianenfis cyanocephalus. Briss. ^y.
fleit zo Wel als Euwards , de plaats der af komfl on> IV. p. 247
\
zeker; des ik niet begryp, op wat grond Sbligmann
hem een Brafillaanfche Pappegaay genoemd hebbe , ge-
Ijk op de Plaat is gefneeden. Edwauds geeft hem
Syfi-
den naam van Maccaw . aan deeze Vogelen gemeen.
Zie myne Natuurlyke Hiftorte^ I. D. IV. Stuk, bhdz.
236. Door hem zyn twee andere Maccaws of Weil:-
indifche Raaven j naamelyk zo we! de rood en blaauwe
Gen. 45. Sp. 39,
: (t) [De Heer Linn^us flelt de afkomft van Suri-
name , alwaar zodanigen zouden waargenomen zyn.
De Brisfonfche was van Guiana, daarnaaft gelegeri.
'c Is te verwoaderen, dat deeze dan niet bekender en
gemeener zy. De grootte van een Tortdduffj even-
wel , doet hem cenigszins verfchillen,!
t"
/
\ .
^1
\
%
IE
E
r.
f
V'
^ %
^i^'^^^^^^:^^^^^.^^^^^^^^^'^^
^
^■^^■^^'^■^
• ^
\
/,
A
T
IV,
k-
''
' ^
De h
.'f *^H
tappegday (4)
,*
!* T-
c
D'ee'ze Voja;el hadt bmtrent de grootte van de gemeene Wilde Duiven , die merl
?r: vveshalve hy 00k op de Plaat verkleinc!
Idvliegers noemt of een vveinig mind
Voorkomt
Zy
Bel
donl'
er
5
met hoek
OranjekJeurige Vlakken aan
dB
^yden van de Bovenkaak^ zynde de Neusgaten omfingd met kleine roode Veertj
d
K
zo van boven
als
aan
de 2yd
e
glans van Blaauvv op de
der de Oogen, zWart, met een
^
met een fmal flrookje kaale Huid
d
Hy heeft de Oogen van een donkere Kleur
3
hiiddelyk beneden dit Z
loop
licht blaauwachtig is
5
omrin
van deri K
d
O
des Kops^. ben Ring van Feuiljemort KI
g
J
De tl
kehd met larigwerp
rond tot bet agterfle
- 1
teren, de Rug, Stuir en Dekvedeirs der VViek
e
Vlak
zyn
bruinachrig
i-en daar be
De grootde SJagpennen
gen van de naafte ry der Vede
zyn fchoort ulthlnaryn blaau\v : de Slagpennen naaft
het L
haam en de Dekveders naafl daar boVen, zyn donker met een vveinig bJaauwheid
de
den : de birihenzyden der Wieken
blaauw dan de bovenzyde en de
tippen der Slagp
eheel donker blaamvi maar heeft de
DeStaart vertoorit zigj geflooten zynde
boven
die Baarden der Pennen rood
nomen de tippen , die blaauw zyn en de onderfle Dekvede
rood
g
De Borft
$
Buik, D
zig paarsch van Kl
eur:
dev^'
}'
fche Franje hebben. De Pooten en VoQtQn zyn gedekt
e
donkere Veders een paar
t een donker Vleeschkleti
rise
Schubbig
Huid
*
Deeze fierlyke Vogel werdt gezegd vari Suriname afkomflig te zyn. Leevende
jaar 1761 , de eigendom van myn keurigen en waarden Vriend, J
"U^as hy
F0THERGILL5 Geneesheer te Londenj die de goedheid hadt
^ynde
hem
my te zenden
5
dood
d ^er, toen hy [qq^Aq^ reeds een Tekening
gemaakt. Ik onderftel, dat het een zeer zeldzaame Vog
meer gezien heb, en hy
i
ik onbefchroomd meen te mo
hog toe door geen Autheur afgebeeld of befchreeven
ik dergelyken
nzeggeuj tot
V
/
%
j©s:^2»^^s;®'®ss:®;^5S;s^^:S;:S::©s:s;S5S$s:s:;®:;&®S(:©!)S;^S0»S0i®®®;S!»j^^
F
A
A
T
V
a
l^el Aapje met de ruighdairige
(i)
(
D
4apje hadt omtrent de g
van
Mannetje, dat echt
half gegroeide Kat
blyk gaf van eenige geilheid. Het fcheen
was eeri
ederef
■ te zyn dan de groote Aapen , zynde in zyne driften eigenzinnig ; aizo het V(
enheid hadt voor fbmmige Menfchen en een geweldigen afkeer van andere
met
beide opzigten beflendig
Het hadt den Kop taameiyk rond^ het Aangezigt en de Ooreri VleeschkleunV
g Haair daar op : den Mond taameiyk wyd : de Tanden
i
Tong veei
' ■ r
die der Menfchen gelykende, even als in de meefte waare Aapen, De Oog
■s
tva-
C4)
rp
Ridder heeft dee^.en niet aangehaald. Het zal, myns
Wi
bade
LXII
hoorende
I
\.
5#
\ (5) Simla
Simia trepida
.]
^# mu XII. Qen. 2. S
2©i
2
Y ,
\
VERZAMELING
-t
VA
UITHEEMSCH E
■ ^ L
Hazelnooten-Kleiir, met zwarte Appelen: het Aahgezigt was van boven m
d
gachtig bruin H
zif? een weinig v
ge
2
6y de kruin des Kops gedekc met donkcr kort H
ffendc. d
e
InzondeVheid was het aanmerkelyk, dgordicn 'er die ZaK'^ on
Kalot ofrond M
t\ It t /J
der de Kaaken
welken men Ih de
S
V£
H
den H
en 't
Aapcn vindt
5'
I let aeterfl
\^
dden van de Rug was gedekt met redelyk lang donker b
K
pswyze verandeit in licht geelachtit
aan
d
Z
J
rh
ft en Buik, alwaar het Haair zo dun en kort is, dat men de Huid en Tepels kafi
zien: maar'de D\
bben donkerer en roodachtiser bruin 11
de vier Vo
ry
O
heeft
bekleed met donk
n
r: van
z u 1 k
g
kt. Zy 1
dat het d;
Huidj'die b}
g
5
Aa
ali
s
de S
k-
d
het dez
/e
iru t
derwaards en het Diertie kan met haar end
heel
eene
naar de andere.
hangen gaat ,
ode 3 door behulp der St
d
"■^f
Dit Aapje werdt g
door my
d
van Suriname afkomfl
den V^riend
3
Kapitein zynde van een Kaape
Kapitein
te
Met was my vereerd
Do
van
R
d
?1
e
Weflind
terugkwa
door
dt in een Vyandlyk Schip, d
van
m
erd
in
de
dat deeze Soort van Aapen b
Af beelding gebrag
759
Ik geloot
t v/are
!.V
I
^$■•*'4^'*■^;$*^•§'S^§^iS«^iJ$■^:i^^^^^..r|^^-^^^^
i
P
L
A
L '
J
A
T
VI
- -v
b r*
h _
1.
De groove zwarte Kakatoe (6^
• •
'.
D
5
Pappegaay
de eerfte
g
Hy
v
alt
-1 1
blaauw en geele Maccaw, Arras of Weflindi£-he Raaf
Schets van den dmtrek des B
4 '
3t klei
I
Ameri
rood"
g
g
het voorfle des Kon
dan de
Op de PIaa€
n de iXatuur-
' -.
ne
De Bek van deezen Vogel is flerk,^ zeer krom of haakig
KI
met een hoek ter wederzyde van de B
metPluimpjes, waar inzig de Neusgaten bevinden.
\
donker b
edek
yden des K
D
Oo
r
J
i t
O
en
en zy
zwart.
De
kaale, roode, rimpdige Huid. De Kuif
m opv/aards
het onderfle des Beks , zyn gedekt met
\
pzet
eene licht
boo
raauwe
leur,
met de
H
zyne Kuif meeV
Veders puntig v.ii tiui^ ^v. li^^vtu upwciarus omgeooogen.
(Ian hier vertoond wordt en ook plat neder iaaten vallen op het agterfte
van den Kop, gelyk andere Kakatoes. Zyn geheele Pluimagie, van de Kuif ne-
derwaards, is blaauwachtig zwart of donker Loodkleur ■ wat hchter van onderen da
P
d
R
en Wie
De Staa
is
hebbende de Fennen van
br
de B
elyk
la
g
ngte. De P
dan gevx^oonly
'■" 1
d
r\
\
V
b
Iv
De Af beeld
en bekleed met eene ruuwe Schubb
en Voeten zyn zwartachtig
d van eene Tekening
e
luid
rootte, gemaakt op order van den Heer Joan Gideon Lot en, G
Leven en in de Natuurlyl
Eiland Cey
L
F I
ken
dee7.e eerfle
welke ik heb
andere Va%heden der Holland
die Kuft
genheid
Met pi
om de groote verpligting dankbaarlyl
t heeft wat
m
aan Zyne Excellentie, die alles toegeb
mooelyk was, tot voltooijing van myn Werk, door het bezorgen niet alleen van
■v
ver-
en
(*) Men vindt ook, door den Heer Linn.eus ,
deeze Soort wa.rfchynlyk van Edv/auds oncleend _..
wegens de Vreesachcigheid trepida genoemd hetfV. *
geen ander Autheur op hctzelve aangehaalJ. Zyn lid'
inerkt bovendisn aan, dat de Nagejs rondachtic; zvn ,'
V
gelyk Hit de Afbeelding blykt. De WelEd, Heer
M
(6)
1
'Z>-
a m-ignus iiiger.EDw.//t;.p. 229.T.3id-
V-
'^.^
./
•.
v_
:■
\
. '
^
^
J
EN
Z EL
A M
N.
>
verfcheide nieuvve en
fraaije Tekeningen, n:
lyke Stukken m hooge bewaarlng; maar ook
de Natuur gem
Zyn Ed. heeft ook de Liefhebbers
deeze Ryken grootelyks verpl
doen
ning
:eer gro
Waterv
3
keu
ge en
de fraaifle D
door aan het Brittannisch Mufeum prefent te
koflbaare Verzameling van oiripronklyke Teke-
snz., die inboorlingen zyn
zelen des Lands, wel
PJanten
e
India : te gelyk met veele Staalen van de Voortb
con/erveerd; welk alles my ten behulpe geftrekt heeft
Deeze Vogel geloof ik in Plaat gebragt te zyn door Petrus Schenk , onder den
aam
Co
Leven
In dims ^
Amfterdam, Anno
Boekje van Af beeldingen van Vogelen naar
707
door 5. van der Meukn uits;effeven.
^SJ-ft-^^-^^^^-^^t-Js^^^^^-^^^S-^-f^^^'g-^^ilJ^-S-^^^^^
h-B^-
P
L
A
A
T
VI I.
\
*
■-
De kkine ivitte Kakatoe met een geek Kuif (7),
Deeze Vogel Is wat kleiner dan de gemeene x^frikaanfche graauwe Papp
met een roode S
Kuif.
met
opg
De Schets op de Plaat, daar
ynde , vertoone.
3
_aay
wyfl aan, hoe zig de
B
Hy heeft den Bek donker Aschgraauw en Tanden of Hoeken aan de zyden van de
Op zynen Kop heeft hy lange Veertj
hy, naar wel
ren vallen laaten.
evallen
Kleur
kan opzetten tot een getoornde Kuif, of naar ag
een fchoon g
3
den Voet der Bove
De Neusgaten ftaan in een fmal Huidje, [het Wasch genaamd,]
De Oo
Loodi'
zwart. Onder ieder Oo
e kaale Huid: zy hebben de Kringen helder Oranj
geplaatft in Plekken van een iichc
groote piek geele Ved
de App
g
5
V
den Kop nederwaards, is wit , uitgenomen een fl
der aan de Borft, aan de zyden onder de Wieken en derzeh^er binnenzyd
Het overige der Pluim-
tint van geel on-
^n. De
Wieken en Staart zyn by
ker blaauwachtige, Loodkleu
Ik maal
ge,
lyke langte : de Ppoten en Voeten met een don
Schubbige Huid bekleed
te de Tekening van deezen Vogel ten Huize van Lord TiLN
zyn van de Nederlandfche Ooflinciifche Eilanden afkomflig. Brisson heeft
y
Ornithologies Vol. IV. p
ppynfche Eilanden was overgevoerd
ik meen , deeze zelfde Sport , ^lo, van de Ph
Ook is
deeze kleine Kakatoe door Albin
befchreeven en in Plaat gebragt, Tom. III. p. 12 j doch hy meldt de plaats van des
zelfs afkomfl
I
ne zal
mog
flrekke
Ik hope dat deeze myne Mho-Q^^m^ tot verbetering van de zv
P
V
A
A
T
VIII.
Be
1
graauwe Brafiliaanfche Klaaimier (8).
«
De Voorwerpen zyn hier in de Natuurlyke grootte vertoond. De Vogel heeft
den Bek zwartachtig en een weipig nederwaards omgeboogen, zynde het Voetftuk
' ■ ' ' ■ . • ■• .- , " ^ der
/
(7)
PD
Crilla flava. Edw Ao..
de Heer Edwards aldaar , is niet grooter dan een ge-
zondere Soort van deezen noch ook van den voor-
meene Duif.
gaanden, maar wilze vergeleeken hebben met den (8)
grooten witten Kakatoe, door Edwards op zyne PJ.
1 60. afgebeeld, Zie denzelven in de Derde Band dee-
2es Werks , op PJaat L V , vertoond. De kleine , zegt
/X. DeeL
W. VAN DER MeU
Edw. A-d. p. 231. T.
318. Cotinga cinerea. Briss, Av. II. p. 353. Lanius
Nengeta
c
w
9
Gen. 44. Sp. 7.
>
ID
VERZAMELlNG
der Bovenkaal
(1.
ronde bezet met iry
H UITHEEMSCHE
\ ,
L
Haaiftjesj die voorwaard
Van de hoeken des Beks gaan breede T-warte Streeken onder de. Oog
B
terfle van den Kqp. De Kruin
Nek
Rug
Wieken, 2yn van eene donker brulnachtige AschI
bende de buitenfle Pennen ver been wit getipt
van de middelften langft en « alien hebben zy z>
veders der Wieken, 20
fie Dekveders der
De Staart is zwart, heb-
Getal der Pennen is twaalf , waar
of donkere Schaften. De Dek-
Borfl:
boven als beneden, ^yn zwartachtig, maar de Enden van
itacHtige Aschkleur. Rondom de Opgen, als 00k van den Keel langs de
de geheele Vogel gedekt met licht
de Dekveders onder de. Staa
Aschkleurige of witachtig
de grootte
; Vederen. De Pooten en Vo
5 zyn donker Aschgraauw , de Klaau
buitenfte Vinger is , aan 't begin , met den middelften lamengegroeid
elyk fie
den Vog
zwart
Dc
De by
ken
gde Kapel is een Chineefche (^). Derzelver Lighaam, de Ond
de deelen der Bovenwieken naafl aan het Lyf, zyn van een fchoone Oranj
kleur, met zwarte \
verklaaren
pLirperkley
flaauwer.
enden der Bovenw
'e
Vlal.
beter uit de Af beelding
paarschachtjg
dan met woorden
met witte
weinig
Aan de onderkant heeft zv byna de zelfde Kleuren^ doch
De'Schildknaap Matthew H
Zoon van Sir Thomas Har
RIS0N5 J^^^
^y
pell
vereerd
Londen , heeft my deeze en eenige andere Chineefche Ka
' ■*'"■ -*
J.
w
De befchreeyen Vogel komt 2;eer naby aan orizen
P
en zou misfchien
r ■
rooten Slachtervog
van
.i-
2yn: want ik heb den gemelden
Noord-Ame
Wyfje van die Soort kunnen
komende
keuri
met de onzen, die men in Engeland en Duitschland vindt, overeen.
naaiiw-
H
v.eel de mvne
derzelver befchryv
d
a
WiLLOUGHBY verfchille
ipmaaken. Hebbende
men
mvi
t>
3
den Schildknaap P. Collinson, Lid der Koninglyke Sc
Bericht ontvangen aangaande den grooten Slachter-Vogelj beveftio-d door de k
jelykii
gen Vnend ,
buitengemeen
dieheid
een
Heer
A
3
r
genaara zal zyn
hop
ik
P
dat hetzelve myne L
^
*
De
1 ■
eer
kow naar
ELL een Liefhebber en Natuur- onderzoeke
r
heeft
af
eKing do
3
d
Vy
Reis van Mos
berie sedaan . en Ian
adn
Rusland zyn Verblyf gehouden
in een Brief van den 5 April mv, dar de
in
edafften Heer bericht ,
of Aschkleurige Slachteryogel dikwils door de Vogelaars in Rusland
Zodanig een werdt aan den Heer Bell g
Stok , met een fpitfe Punt aan het uitfleekende end , in den V/and vaftmaakte
tarn g-em
de
I J
evangc
even^* d
om den Vogel op te laaten ruften. Byzonder
van deezen Vogel. Wanneer hy
a
klei
G
Vog
zyn Kamer liet vliegen , dan vloog die aanflon
ertoonde zig toen de natuur
^t zy een Vlaschvink of
vatte het Vogeltje, op een zonderlinge manier
Ademhaal„
zonderlins was
eflremd
fchielyk ter dood
den K
ebra
dien opzigte^ dat hy het Vogel tj
van den Stok, en
waar door deszelfs
erdt. Niet minder
e
zo even
edood
Stok bragt, en hetzelve aan de fcherpe Punt fpitfie, trekkende het met zy
Klaauwen voort. Dit deedt hy verlcheide Vogeltjes ag
g han^en
3
Dit Ipitfen der doode Vogekj
elegenheid hadr.
flukken te kunnen fcheuren
ar zyn
1 Bek
laatende dezel-
otfize op zyn gemak op te" vreeten.
einde dezelven be-
Havik doet, met zyne IJIaauwen vafi: te houden
ryter
eving der Nat
hy heeft de kragt met, omze, gelyk
}
maar
zy vaft gefpitf^ zyn, dan is hy fler
met zy
Bek
van een te
g omze aan ftukk
-4.
^
^
.■:■
« I
(*) Phatena Militari
-^
,t
kry.
Nat. Xri. Gen
D. XI. Stuk , bladz. sg6. [Doch
if. IV. T. 6. f. 3 . Nat. Hill
verfchillende
midden
y
X
E N
E L
A
M.
II
Rus/en verm^akeh ^ig Veel, met het overleg en Wreed bedryf van dee-
op
d
manier
fchouwen
De boven befchreeven
krygen.
20 Voge
naby en misfchien wel de eigenfle als de GiiiraruNheengetaV2.h MAftttdllAAF
Willoughby's befchryving, in zyne Ormthologie p. 235. 'Hy was in Sp
le
*-.
met veele anderen
Suri
Zuid-Amerika overgebragt en bevindt
thans
de Verzameling van den Heer John Fothergill, Medicinse Doctor te Londen
6
*^*'^*-*§^$S'^'**'*-^'S'^^lJ'**^^§-3&'§**-***g-**^^^
P
L
IX.
De
twari-
en geek Aakfier van Brafil
Van de PI
Zyn W
Vog
^
Is hler klelner dan Natuurlyk veitoond, om hem beter in
brengen. In grootte komt hy byna met de Bonte Kraay overeen«
flooten 2;ynde, hebben omtrent zes en een vlerde Duim laoffte.
Zfe een Schets van den Kop om laag in de Natuurlvk
De Bek is reg
hoewel
een weiniff nederwaard
rootte
js en
icherp
Xve i n i
Dekveders van ieder Wiel-
1
boven als beneden de Staart
lad
s
eel
van
eboogen aaii de Punt:
• -
■1
.'.
De PJuima
vry
zwartj een
de Oppervlakte
den paarfchen gliniterende , uitgenomen een fchoon geele^'Vlak op de
De Jaagfle helft van de Rug, de Dekveders
^b wel
*(
)
ien de Staartpennen
haare
ichoon Gouda;
wein/g Wits aan de kanten der binnenfle Baardeii van de
planting, zyn 00k
Aan de binnenzyde 2yn de Wieken zwart ^ Ditgenomen
Slae'Dennen hv der'zel
planting, De Staart heefc twaalf Veden
Ien van don Vogel hebben de Donsveertj
^pennen
Zo wel de zwarte als'de ^qqIq dee.
de;Wortels
r
Ved
Hy heeft taamelyk flerke Poo
Klaauweci, die m
deren zeer wif
■*
chub
^yn.
Marcgraaf zegt, dat de Ooffen Safie
edeke
De buitenf!e en middelfle Vingers ^yn aan hun begin een weinio; vereeni^'cf
Deeze Vogel is de ^upujuba of yapu'defBmfil
> <-
i
dien A
h
end Ne(L Mar
by WiivLOUGiiBY p. 142 en de Af beelding PI. 23
aan
Boom
de befchryving van
een
Ichry
klein
honderd zodanige Neften aan.de enden der Takken
a by
Hu
IS
dan
n beter dan die
r ^^
flegt getekend
zyne
en.
dat men
zyn
Hoewel ^yne be
lchuldia:d
vind ik de Afbeeldi..j^>.., ^^
een ree-t denkbeeld maaken kan van de Onder-
ver-
die
werpen, die hy meent uit te drukken. Ik ben deeze verbeterde Tekeni
Kapitein Washington Shirley ^ thans Graaf
partyen
pry
Fransch Schip^ uit Zuid-Ame:
van zeldzaame en fchoone Vogelen van dat Land^ welke
aakte
Ferre
L.E.i 3 Luaii:j Kjid-dL van rerrers, die
iswaards komende, een der grootfte
mimer
^eide , dat dexelven
leed het
ynde die alien zeer zuiver en fraay opgezet en ffeconferveerd
\
5
Men
Biikt waren tot een prefent voor Madame Pompadour.,* Hoe
my was; dat eene fchoone Dam
e
mg,
verlufti
den te
myner WerL
den van gedagten H
erheugde ik my niettemin uitermaate, dien Pry
beroofd werde Van een 20 loifelyk
.velke byna d
e oir
zaak
waar in
: dikwilj
delen O
is
ele
g binnen Lo„
eweeft der Uitgaave van dit laatfle Deel
held hebben 7.al , om den naam te mel-
wiens
te veroveren , mede tot myn vcordeel
evallen
dat Schip te ontmoeten ea
«
\.
-■jg.
k
[D
IV.^ Stue, biadz. 212.3 '
(9) Pica niffra & lutea Brafilienfi
£.' ^
Will
dat zy op de Haage^n gaan zkten en Vogeltjes op der^ 1. ^..^. ...«x^.x.^a ...,, ..,„«nv wTrr ^. .^
gelyke manier aan d? Doornen fpitfen'of lis 'c ware ficas lu eu; BhiT^. If p xoT T g f V Or'nf ;
den Nek omdraaijen ,_en dan van elkander plukken: Vr-'^— ^ - ^''^"i-^^^'P^-^'"^' ^' ^'> ^' ^"oJ^S
gelyk ik
IMq.
Syfl^
c
- ■
/
52 V E R Z A M E L I N G van U ITHEEMSCHE
r
■ 1
, De Heer Brisson geeft een goede Af bedding van deczen Vogel, dien hy Cas-
ftqm Jame noemt, Levensgrootte, in 'z,yn Vogelen-Werk, Tom. If. p. loo. PI. 9.
f. T. Hy zegt dat men hem in Brafil, en te Cayenne, een Volkplanting der Fran-
Ichen benoprden de Rivier der Amazoonen , vindt. Myne Plaat was ge-etfi: en
5 vindt.
voltooid 5 voor dat de Ornithologie van den Heer Brisson aan 't licht gegeven
warej anderszins zou ik deezen Vogel nict in Af bedding gebragt hebben if).
\.
ft.
i"
^^^
^"^
P
L
A
A
T
X,
De blaauW' en groene Aakjier (10).
/
^^
Dee2e Vog
eeft den Bek
IS
h
op de Plaat, in 2yne Natuurlyke grootte vertoond
Hy
kaak wederzyds , naby de Punt. De g
weinig nederwaards geboogen, met een hoek aan de Bo
de Staart, het onderfte
ichoon blaauwe Kleur
glanzige Oppervlakte \
Kop
de Rug als ook de Staartp
Hals en onderzyd
zyn alien van eene
V
wel boven
van de Ru
polyfl: Me
g met paarsch ge(chaduv/d, hebbende een helder
De kleinfle Dekveders der Wiek
zo
beneden , zyn van de zdfde glanzig blaauwe Kl
Het middelfte
3
Ichoon
de Slagpennen
de twee ryen van Dekveders boven dezel
g
met
weerfchy
zyn
gebruineerd Goud. De Dekveders
.vars over ieder Wiek: de binnen-
^
hebben zwarte Tippen, twee ryen maakende d
zyden der Slagpennen, en onderzyde van de Staart, zyn donker zwart. Aan het end
der Staart en het m\diiQ,n des Lighaams tusfchen de Pooten, zyn de blaauwe Vedei
met
gefchaduwd. De Pooten , Voe
groen
de grootte van den Vogel, gedekt met zwarte Schubbe
en Klaauwen, zyn taamelyk flerk
tenflen Ving
hebb
den Wortel, met den midddflen een weinig famengehecht
den bui
Men heeft my ondern'gt, dat deeze Vogd van 't Eiland Ceylon, in Ooflind
afkomftig zy. Hy be vindt
g
wylen den Hoog Edelen Lord Melcombe
bezitting van den Heer
Die Hee
naar, en toonde my verfcheide keurige Teke
g
zyn eigen hand , waar mede hy zyn Vertrek
PAGE , Edelman van
zelfeen zeer goed Teke*
Vog-elen en 2.
Huis van Lord- Met
COMBE, hadt opgefierd. Hy verpligtte my met het gebruik van deeze en andere
De hier belchreevene houd ik ontwyfel-
baar
•lyke Voffden^
om
,-'»
voor een onbekende Soort
Natuurlyke Hiflorie, daar mede overeenkomfl
aizo ik geen Afbeelding of befchryving
de
t)
kan vinden
^^^•^^^■^^^
P
A
■-L
A
T
XL
Be
^
gromQ Aakjler van Ceylon (11).
s
r
Deeize heeft op de Plaat ook zyne Natuurlyke g
beneden
alleenlyl
■
De Schets van den Kop
kaak wederzyds digt by de Punt heeft, aan te wyzen
gd om een kleine uithoeking, welkede Boven
De Bek is regt , taamelyk dik en zwart van Kleu
\
Van de Neusgaten loop
bei
(*) [Ik bezit 'er zodanig eenen, uit onze Kolonien
welke ook aan die Kufl leggen, overgebragt, onder
myne opgezette Vogelen.] •-
(10) Pica coerulea & Viridis. Edw. A% p.
(11) Pica viri
T. 321. Merula
T.
320.
23 «^'
7
«
"%
V
*■
E N
ELD
ir
A M
\.
11
bcide 2}'
e
Streep b
■/^
Bek 5 is helder geel
Streeken, lai
Van de hoeken
des
Oog. De Keel
eks, beneden de O
\
V
aan 't
6
de zydei
V
d
en Keel nederwaards
d
begin van de Boril
^ onmiddelyk oiider derl
'gen , loopen zwarta
2ig in een groote zwarte
van de
zwarte Streeken , zvn de
\7
Schenkels en Dekved
eertjes
Op net Voorhoofd en aan de
Aschk!
Borfl
^ •
W
Stu
d
ver
nder de Sta
aardfe Dekved
3
B
^
5
2>
eel, 2o wel als de zyden onder de
.^
e
d
I
bovenzyden der Wieken, zyn Olyf
des Kops , de Net
Rug
5
helderer op de
de kanten der grootfte Slagpennen, dan elders. De enden deezef Pen
lien zyn 2\varc of donker, de binnenzyden van eene bruinachtisfe Aschkle
Ved
ers van
de S
vvorden zydel
b
De
zwartachtio- , doch aan
d
zyn
boven en benede
Staart, een weinig Olyfkleurig. De Po
e tippen geel, met de kanten, aan de bovenzyd
de
Voeten en Klaau
waaren don
ker Loodkleurig of
k'
^ r
I
Deeze Vog
Ian Gi:
was
T
5
met veele andererl , uit Ooftindie overffebra
Konfnglyke S
LoTEN , Gouverneur van Ceyl
1
t doo
r
en
d
II
y thans zig bevind
30. Fig. I,- deez
dezelven prefent deedt aan het B
De Heer
Schildknaap
Lid d
Mufe
um
a!
en
Goede Hope getyteld : maar ik ben ond
RISSON heeft, m zyne OrnUhologie^ Vol
Vogel afgebeeld en Gekraagde Merel van de Kaap der
dert my
dat ik dikwils Ooftindifche Vo
dat hy van Ceylon kome. Het
Wf-
•le
g
hel-
want het is waar/cliv
dat
•i-^f
3
nder d^n naam van Kaapfche
e
Holland
V
diff als dood
■o
men en
dezeJ
de Kaap b
dikwils Vo
zo
I
1
cop
d
om
,^ alwaar Schepen van andere Natien aanko
Europa
zi
daar zy d
,iet inDOorjingen zyn van ae p.auc^;, uaai ^.v uic
onder de Lyliers plaatfl ^ acht ik. eer , wesens
b
nen.
— A
beeldende
loewel Br
ken aan de
de lioekjes aan den Bek
dat
lem
behoore
opj dat hy tot het Geflagt der Aakfleren of K
en d
.rv
t
<n3.^.
9)tJ.5t^J
.^'i2g:i^'i^'^j^i^g^aj^»;'^5f^^g^.ajfe
P
L
A
A
T
XH.
r
Z);; zwarte geel gewiebe Aakjl.
(12)
r
De Af beeld
Vogel
Keusg
heeft
en
een
p deeze Plaat, zyn wederom in de Natuurlyk
welke Bri
merkel}
ng aan de
der covenkaak
D
\ ,
aangeweezen heefr
de Afbeeldinff , door hem daar
boven
\ .
eleven, niet
De Bek is fcherp, een wein
N
d
eh
pg
Pluimagie van den Vogel,
derwaards eebooffen en zwart
van
leu
r, 20
uit
de bovenzyde der Wieken, die helder geel
gezoomd
den
zyi
Zwartheid is niet van de glanzi
3
__-, j_,_woonen zwarten Mannetjes-Merel.
middelften langfl en zydelinas verkortende
enomen de kleine Dekveders op
en de inwaardfe Dekveders geel
Soort, maar gelykt naar die van
Staart beflaat uit twaalf Ved
De P
alien
Voeten en Klaau\
of don
zyn red
A
lyk
O
^
rof
de . Af beeldi
naar 't Lyf
de
is vertoondj
3
?
en
De Sprinkl
h
der afffebeeld
\
haanen , (die fomtyds by geheele Wolken
d
erfchik weinig van de gemeene Sp
welke door hun bezogt worde
rfcl ,.
zaake
F
Hongersnood in
e
dan door d
T b
(12) Pica nigra Alis flavis. Edw. jIv! p. 2-5
22. Xanthornus Cayanenfis. Biass.. Av. il. p
DeeL
1 2 -J.
^
T. 9. f. 2. Oriolus CayanenSs
Gert. 52, Sp. jj, ■
D
e
Lao
nmerkelyk<
fcherp
Syft, NaL XI]
.411
GS»
y
A
H
V E R Z A M E L I
¥AN
UIT
IE EMS C HE
Augufius van 't jaar 174^
felierpfe en ploGijen;, van liaar Nekfchild (*). Den 4 i\uguitus van 't jaar 174^5
cign wy verfchrilit door haare verfchyning in de nabuurfchap van Londen; maaf
de Yoor^feniglieid liet met toe 3' dat zy in zulk een nienigte kwamen, om de Vrug-
ten des Aardryks te vernielen* Een der gerneene Sprinkhaanen heb ik ep PJaat
jn
myne Vogel-Hiftorie j afgebeeld j
welke hier mede vergeleeken kan wor-
5
den, om het verichil van OTootte te zien
Ik reken dat deeze oratrem zesmaal 20
Lvvie: zv als de andere. Dezelve was over 't fi:eheel roodachtlg bruin van Kleur.
\q% var^ deezg Soort bevindt zig in 't Brittannisch Mufeum, maar niet zo groot als
die^ naar Welke ik deeze myne Afbeeldinff maakte (t).
e bei'chre^vene Dieren zyn beiden naar h Yoorwerp getekend. De Voffel is
^^a ^^i genen 5 ivelken d^ Graaf Ferrers in een Franscli Sciiip prys maakte^ g^tyk
i| reeds genigldbeb. Beisson heeft denzelven afgebeeld en befcbreeven onder den
mqm, vgQ Carouge de Cayenne. Het is een Jnboorling. van Gujana in Zuid-Amerika
Uit welk Land de Sprinkhaan kwame heb ik niet kunnen ontdekken. 2^y heefc aan
^^:ylea MejuffrQu;^ Barrii^^^^ van^Bath toebe.hoord', en was b^waard in een
hgai' eigen, lamenflelling , welke zy geheim hieldr; doch ik ge!oof dat
ogt
\a
Iiet nigts ware da,n een flerke Solutie van ffemeene Aluin in Water: want eenwei-
ni
daar van in een Kopje laatende uitwaafemen , hadt het overblyvende Zotit de
edaante en Smaak van Aluin. Zy hade veel dins;en , welke zo wel eeconfer-
veerd (cheen^n. te zyn in dit Vogt, als die men in Geeften bewaart, en indien zulks
op de E^Pef blykt, dan zai het raadzaamer zyn, bederflyke Zaaken in Aluinwater te
(sewaaren dan (n Geeften; als aan den eenen kant beter koop zynde en aan d
en
an-
deren, in
eval van Brand, het Vuur eerder uitblusfchende dan Voedzel seevende
I)e Spj-inkhaan is thans in handen van den Boekverkooper Milan, by 't Admiraali-
t,§it;.s, Hui's, rtiynen zeer goeden Vrind, ^\e my zeer yerplicht heeft met het leenen
van veele keurige Yoor\yerpen derNatuurlyke Hiftorie, tot myn gebruik. ■
■ '
1^^
**^
'-i^'
^
P
%
xVl^
/
e
^- -^
geeJkoppige
re'emu
•,-J- ' .^ V
■^
Xllf
/
(13).
Op deeze Plaat is wederom,alles in de Natuurlyke Grootte yoorgefleld. De Vo
heeft den Bek taameh
t
fcherp gepunt
Kleu
Daar
zyn
e weini
V'-^
Vedertjes tusfchea \ begiq van de Bovenkaak en de Gc-»
ige is de geheele Kop en Ke.eJ van ^ene fchoon
Kl
At
m% Plyiniagif is verdg^ m^tx de ^mmm^mdQK Wieken en onderzyde van de
gen weerfchyn,
De
Staa
zwart als van buken. De zwartheid is zonde
lans of yerandering van Kleuren , even als in de laatft befchreeveiie Vosel.
' J Ti ' J '
Vpeten en Klaauy^en, zyn van een fterk maakzel
De Tak va^ri den Arbupm of Aardbqzie-Boom
3
alleen
Ly. ^--Vi**-^
Boom
evaesd , heb ik
diep
9
op de Vogei flaat
lyks naar 'c Leven getekend
die
In
¥^
emeen en
v^ i*-. ■>
JT
in de Winter. In November,' naameh
maakt , alfyd groen zynde
aan gen aa me
^t
.r
t
H ^im Vrugten ea
^•
rn^
te-
(%
Syft. Nat. XII. G
(-f)^ Deeze zal een Weftindifche zyn , hoedanigen
% yin dergelyke groprie , zo droog al§ in Liqueur,
bezit. Ik hebze onder den naam van Gekamde be-
Cgfin| quadiifida. Xanthornus Iclerocephalus CayanQ^p^ Briss. Av. II
" 5 *'* *" J
blads. 206, enz.
/ii/?
(13) Sturnus Capite flavo. Ejdw. A-q. T. 323. p
p. 124, X. 12. f. 4.
(5
^^.
Gen. 52. Sg. 16.
I-
^# /^^^. XriL Gen;
NatuurMe Hiji.
■' —
552. Sp, I. Zie denzelven in ^ _. _ ,^
w IL Deels, V.Stuk; bladz po, eiirromftandg
befchreevcn.T^ - ' n
4
r'
f
^
£l n
E L D Z
j\
+
O
.-'^
^-'
b
tevens Eloemcn, diQ Vrugteri voprtbrehgeii tegen t VoJgende Jaaf. De Vrugt is
t
van buiten rood en maakt Trosfen als van Aardbezien, hebbende van binneri eeri
geejachtig Vleesch , met Jdeine Zaadjes doormengd : de BJpenneti zyn geelachti
als
't
met
de Steeltjes roodachti
)rflelt.
van
fi
uur
elyk ook de Bladeren j zodani
i
d
De Vogel is eeh der gemelden , door den Graafvan Ferrers pr\^^ gemaakt
Afbeglding voor
»
cjiq j 7.0 ik onderflel, alien uit de zelfde Landftreek zyn. BaisspN heejt, in zyne Or-
nithclogie, <^QQ2.ex\ Vogel afgebeeld en befchreeven , dien hy Xi'QQVCit C(}roug& met
bq-
ecn geekn
v0i Cayenjig. In het dporbladeren van dieo Heer zyn Wqi*
5
vind ik, dikwils gelegenheid te zullen hebben cm hetzelve aan te haalen , aizo ver-
icheidene der Vpgeleri, in dit gedeeke van myne Naleezingen. vervat, door hem
zyn afgebeeld en belchi'eeven : want, dewyl alle de Tekqningen der Plaateo reed?
vokooid waren, eer ik het pleizier had van dat Werk te ^ien, kpnik, t^n zynen
niet nalaaten dezelven in ^t Koper te brengen. Het zal dus, daar wy bei-'
gevc
1!
den de Afbeeldins;en van de zelfde Onderwerpen, zonder van elkander te weeten
9
aan t
licht gebragt hebben, derzelver Hiflorie be
1
en 3 door d^. avereeakomft
van onze Afbeeldingen en belchryvingen.
•t ■*
/
- -
} ' - -
^s^s;
5vA:s:^£.
■SS^S4ftS2?fl^SS
- 1^
ji
I-
p
L
A
A
T
XIV
D
**I^'--A
*
kortftaartig
A.
a
er
J
)
2, f
/
Zot^^Ide Yog
- K
de Tors ^J,a higr in de Natuurlyke
heeft deezen Vogel afgebeeld naar een flegte 1
rdiVd, we Ike ik
oe
it 1 vJ ^' bK "- -
den Heer Dandridge
■
d
e vert ootid
Al
■ti
le in Qpftindie was
r^i
»J y
Wereld heeft willen d
ema
■
akt,
-. [
elooven, dat zy
\ ;r ^-* ^ ^
«*. **-*:
-■PV--' *- -r-^
heb
n
byz^onderheid beft
•*>
s
L ■
9
;»
oewel hy
Leeven
rtheid van de Staart
De Bek is'regt
Bovenkaak
3
fcherp
ovei
de
'-> fef
Kc'b been
punt en van eene bruinachtige Vleeschk
31
ffs de Nek
r.
3
*Vii
de Oogen, van den Bek langs de zyden van den Hals
die licht bruin zyn aan de boven- en wit aan de onderk
t een zwarte
Va n de
Boveri
teren, gaan Stre
Van de hoeken des Beks
der de Oogen , en een weinig langs den. Hals naar benede
5
de zwarte Streek
i=>
^tfte Dekveders der Wieke
de Rug 5 zyn van een Ichpan^, dpnker
De If eel , onmiddelyk onder detl Bek
wein
ftrekt
s wit.
der binnenfle SL
'g
bre
3
J
de
der Hemeisb
Kleup
^i"
De Rug, de
pennen naafl
ovenfte Dekvede
de kleinen aan de buitenzyde der W
I de D^l
£
weini
?,-Q
d
3
zyn
m
V,5: >i£l / ,
Tippen , dm ?y sail
.let
der Dekvedefeil PPveii de buitenft
de Rug ftpoten. IJe Sla
e fchoon hel
hebben zwar
zyn
i|e Slagpennen hebben \vitte Streeken^ pverd\va
f^
.1 i
3
en
•ta*
mtrent 2;es van de bu
-^J
•iS- ^.
witt§ Vlak op de V^iefc
m
zo wel teen als ppfet JP^ tippen de^ Slagpennen zyn dpoker \vit; cj^
binnenzyden der \i
p de binnende Dekved
die , to wel boveii als ohder ,
?wart5 uitgenpmen de gezegde witte
De §taart beflaai l^it twailf 2:,eer korte Vede
klei
t hyf en de Schenkel
der aan de Staart^ va
2^
roene
f ^-
De
5
31
van eene geelachtige; de Buik, Stuit en Dekveders
i
fchoone licht roode Kleur
Lighaw te reke|i^n> m, Zq wd ^fe de V
en
De Pooten zyn lang
aauweng rOodaeht:
eel
.1
o
(r^.) Flea Cauda brevj. Edw. Jy. 242. T. 324 Pi-
6k Tndica vulgaris. lUj, iu. 195.* T. I." f. lo. Alb,
y^^. I. p. 131; Turdus viridis 'Moluccenris, Briss;
L
L r
^. II. p. 3115. % 32. f. I. Cop;'u$ kacbyums. Lim,
A%.
4^
G^nt' 'jo.'Sp, j^.
t T
I •
-,''
' i '. ■
'.- '
D
2
X
.'
V
/
16
ZA
I.,
LING VAN
UITHEEMSCHE
ofdonker
1
d
j--%
■anj
ehecht.
-I
De buitenfleVingerszyn
>
5
be
in, een
5
\g aan de mi
e
I
c
laar
de
afffeb
.7
r
wecierzyd
byd
1-
d
r
3
voe
rt
am van
fhebbers der Infel
De b
en
Re U
r
J , of Olyph
die hy heeft
IS
et
a
P
s
gclyl
De S
deren met eene zeiffiandigheid bekleed, die naar g
3
daar oride
IS
etand
i
zy kleine Takjes van Boom
b
Tusfchen beiden , zest men
die.
door fuel rond
1
met d
ncnd-'^
'u
h
-t
c
p
gde Tandjes af, om d
mede hunne Neflen te maa
en
d
9
3i
om t
y
rjk
effe
aagzel we
I daar bov«
te veegen
(t)
H
-t
o
is roodachtig,
met
leele Dier is van een s;hinz
&
en doorfchynende en derzelver Dekfchild
door hetzelve belc'hermd wordt... ■'t Ge-»
Kleur, Liitgenomen de Wieken, die bruin zyn
ke hard zyn en
of O
c\.
eurig,
Vlakjes van verfcheiderley
e nier
d
fge
Voffcl \Vas doo
d
en
G
egebragt van \ Eiiand Ceyl
en
1
Natuurlyke Z
bevindt zig
LOTEN
I 'het B
gefbrenkeld
8S
\
r
meld
Kab:
ie
de, afgebeeld en befcli
RISSON heeft denzelven, of een veel naar dien gely
z
J 3
d
erli
Uit zyn zeggen ,
a-^
c
G
Toene m^
Ik
"i
ad hebbe. Hy noemt denzel
de
ope
de Pootei
vm
ae
-.- S^ > x---:^ .
gs... 5 dat deOogkring witachtig
dat hy den Vogel leevendig
Van Albin
aalfche Kwartel : en od zvne Plaat de Kwartel van de Kaap der G
de Molukk
dezel
zyne befchry
Hyteld; hoewel
t
f_. _:, ^ ^' -■
achti
5
tot het
Gefl
a
Auth
om
t der
r
braave
geenszios
noch
opz
den
V
noch
\
T
beho
Doch Albi:n is een te beuzel
!-
yn Werken zyn meefl: een verrrii
1 de ^'(iimgc weezentlyke Ontde
ry
deV
kelyke Kopj
'b
ehaald te worden
n WlLLOUGHBY,
een twintiede van 'c
ehcel
D
3
A
door hem gemaakt, beflaan naauwlyk
De Tor was my gegeven door myilen Waarden Vrind
re
Londen, die my verhaald
Aan de Vafle Kufl van N
3
3
d
GwiLT
Eiiand Guadaloupe gebra
3
de Plaat is afffebeeld, voor; Een aanteken
panje komt deeze Tor eens
t wa
g
d
raen ^ hieldt in , dat zy zeer veel kwaad do
o
daar mede van het Eiiand g
en en
moeielyl
zyn
^s*-^^^^:
S^^'S^'©^^ %
■ >
: ?i£^??T^/SJ!S; ^.-^^^SA >
I
>
L
A
A
T
XV.
Be
gekmfae. Jangftaartige Aakfier (15)
)
«
^ Men ziet
Wyfje te zyn van diQ,n Aakfte
ceezen Vogel hier 00k In de Natuurlyke grootte. Ik acht dezelve
i'
tone, o
De
de punt
pPJ
3
3
vooreefleld
ek
3
Para dys- Vogel 5 door my in myne Vogel-H
befchreeven in Raj. Syn. Avium, p
,iw
9i
yk in de Slastervo^el en van boven
s:edekt met zwarte Veders
orfl;eI
ekield.
d
aapin
breed
De Ne
ties, die vooruit f!
donker Aschgraauw, taamelyk regt, fcherp gepunt , met hoeken
zyn ten deele
Aan de hoe
3
iop
3
in de hoek van de Flaat
lyk biykt in de Afbeelding, daar men vlak op den
e
-lop en
zyn bekleed met zwarte ,Veert
(*j Scaraba;LTS Hercules. Linn, S'^fl.
Viiegende Eenhoorn.
I. Deels IX. Stuk
Zie myne Natuur-
143. Plaac
bladz.
.189. Sp. I.
lyke Hijl
LXXI. Fig. I.
(t) [Veeieer zoq ik denken , dat zy ?ulks doen om
Voedzel te trekken uic het Sap der Bladfteelen of Tak-
jes , gclyk P£,Tiv£u daar van geaiigt en dat zy des-
3
1
■
wegen Toddy -FHegen genoemd worden: want wan-
" " 2 Neilen?]
* f
(15) Pica c)
T. 325. Var, ^ ^^^ _ _^
XII. Gen. ji3._Sp. I. quae Pica Orient. Caudrd'uabua
Mufcicapae Paradifi. Linn. Syfi.
Pennis longisfimis donata. Edw. /Jv. T. ilr
die Vogelea-Werk III, Band, Pi. VIIL
Zie m
I'
/'
^
^
N
Z E
M
tjes
d
blaauwen of g
en
ge Veders , ^\^ overend gezet een Kuif maa
G
F
J
erfchyn hebben. Op de Kruin ^yn
De Rug , Wieken en Staart
^yn
van een helder. roodachtlge Ka
d
derzyde der Wiek
Staart eveneens maar bleeker, de tippen der Slagpennen donker. De twee middelfle
Veders van de Staart zyn omtrent negen Duimen langer dan de zyde Veders
Borft is Aschgraauw : de Bulk , Schenkels en Dekveders onder aan de Staart
De
zyn
wit: de Pooten, Voetej
tot het tweede Lid met
eerfte ftrekt.
Deeze keurlvke
en Klaauwen,
e middelften famen
Aschgraauw
De buitenfte Vi
gd; de binnenfte
ers
zyn
20 ver als 't
Vog
was van het Eiland Ceilon medegebra
bevindt zig nu op
t
3
GiD
LOTEN
de
3rdigen Vriend, J
nisch Mufeum. Brisson noemt hem Gekaifde f^liegenvang
;elve van de Kaap der Goede Hope kome : maar zyne Afbeelding
kt, doordien 'er de
geloof dat het eig
emeen lange Staartveders aan ontbreeken
oor mynen
in het Brit-
zegt,
is zekerlyk
Ik
dat
fbmmige Vog
ils, d
hebben, het halve Jaar zonder dezelven te zyn
Weeuwtje of de Roodborftige lang gefla
op Plaat 86
ge Veders in de
zodani
Ik weet dat het dus beflaat met
Vi
[\
5
d
in myne Vo
Hift
$
toond: want fbrnmiffen derzelven hebben vericheide Jaaren in Lon
den geruid en zyn daardoor veranderd in geheel anders gekleurde Vogeltj
ynde
Maanden zonder d
Vederen of Staartpennen geweefl:, waarna dezel
weder beffonnen te vertoonen.
Z
Vol. 11. Tab. 4
Fig
Brissons Afbeelding in zyne O
le
>
I
3
befchryving, pag. 4
Brissons Z
J^liegenv anger ^ van pag. 414 in 't zelt<le Deel, is zekerlyk
dere, Onze Landsman Robert Knox
Manneti
Gekuifd&
de
heeft
Lond. 168
5i
53
33
33
33
33
33
kleine Vogels ,
doch zo ik meen
Sneeuw, hebben Staa
\yk deeze Vogels befch
3
m zv
Hiftori
ggende pa
2
7
33
Ceylc
Hier z\
9
grooter dan Moslchen, zeer aangenaam voor 't Gez
ders toe dienende. Sommigen derzelven zy
t
>
ten van omtrent <
met een Kuif of Pluim van Vede
Voet
ng- en
Git
zyn 'er van de zelfde Soort
Koppen
regtop daarop ftaande
lyk in Kleur verfchillende
3
Anderen
dachtig gelyk
Oranje-Appel en op den Kop dergelyke Pluim hebbende van zwarte Vee
Ik onderfiel dat de eenen de Mannetjes , de anderen de Wyfie
Seba heeft
1. Deel van zyne Werken
een
fie
zy
33
Vogel, in Fig. f, op Plaat XXX, geg
St
len
Hy fchynt van den zelfden Vogel wederom
te Afbeelding van deezen
Deeze heeft de lange Pennen in de
Afbeeld
het Tweede Deel ^ doch zonder d
eda
[lebben wil
«
ge Vederen
.^^^^^^^Sf^i
/
L
A
A
r
XVI
hL
Ooft.
e
G
1$
Deeze \
1 i -,
Is op de Plaat tot de helft verkleind in zyne Afm
gebragt op een Schaal van twaalf Duimen , die maar een half Voet
en
De Wiek, geflooten zynde, was zeven Duimen
fchetft
dat IS
bedraag
2yn Kop ziet
men
gop
de PI
De natuurlyke grootte van
e
v'
De Bek is van een zwarte of donkere Ki
Veertj
\
hebbende
die rondom het
ron
dfl
e
borflel
zwai
Ki uin des Kops is fchoon blaauwachc
der Bovenkaak voorwaards uitfleeken
De
den de Oogen, de Keel
Borft
roen.
3
N
[\
Deszelfs voorfie deel , de zyden be
Rug 3 zyn van eene
(16) Garru'us coeruleus Indicus. Edw, dv. p. 247, T. 325. Coracias Indica. Urn
U. Gen. 5 1
4
4
/ .
/
1
V E R Z A
LING -VAN^ UITIIEEMSCHE
De
{leur, die lichter is van vooren dan van agteren; hebbende de Veertjes aan den
ied lichte Streepjes langs het midden en de 2yden een weinig trekkende naar
- ^
paarsch. De Stuit en Dekveders boven de Staart, zyn vafi een fchoone Hemelsch
blaauwe of Ultramaryn-Kleur; de middelfle Veders van de Staart zyn groen : de Zy-
delingfe Pennen zyn Uhramaryn-blaauw, aan haare voeten en tippen: de tusfchen-
deelen der Vederen zyn helder Zeegroen : de Staart is van onderen even zo ge-
kleurd als aan de bovenzyde , en beftaat uit twaalf Pennen. De Wieken hebben
haare kleine Dekveders, aan de buitenzyden, van Ukramaryn-Kleur : de eerf!e ty
haar
er
d
begin ,
ekvederen , boven de Slagpennen , is Zeegroen , gelyk d
e ij
la
in't
pennen aan
midden Ukramaryn en naar de enden weder Zeegroen, hoewel de ui-
terfte tippen eigentlyk fchoon donker blaauw zyn. De inwaardfe Dekveders der
Wieken zyn van eene licht blaauwe Kleur, de randen witachtig : de Slagpennen
donkerblaauw aan de binnenzyde, uitgenomen een licht blaauwe Streek, die fchuins
over de agt buitenften , naby derzelver tippen ,
loopt.
Dekveders onder aan de Staart , zyn blaauwachtig Zee
V
.'an eene geelachtiffe Vleeschkleur*
De Buik , Schenkels en
roen ; de Pooten en Voeten
Het Onderwerp, daar
ik myne Afbeelding naar maakte, was van Ceylon medegebragt door meer gemel
eeze Vogel komt in verfcheide deelen van Indie Voor.
den Heer Loten, en wordt thans in het Brittannisch Mufeum opgezet bewaard.
Ik vind 'er geen befchryving van dan by Albin, die 'er een Afbeelding van
ege-
venheeft op Flaat 17; in zyn eerfle Deel der Vogelen (*), en, dewyl ik weet^ dat
dezelve naar een Afbeelding, die in Indie gemaakt was, getekend en den Vo-
el zelf nooit gezien lieeft; zo meende ik de Tekening, Kleuring en befchryvinp'j
aanmerkelyk te kunnen verbeteren*
v
^::?^
■.>*,£S^.>^
Vll
De Zwaluwfiaartig
e
Gaay (17)
is verkleind, cm deezen Vo
fch
1 de
gelykt, by de Punt d
yke grootte v
iets kl
{!op om laag gelchetfl:
befiek van de Plaat
te zyn dan de gemeene Gaay. Zie de
waar
B
ks vertoont.
e Wiek
lets, dat naar een hoek
d
D
^eflooten zynde
uimen lang en de buitenfte Staartpennen omtrent tien Duimen
r *
was meer
taamelyk
t
I
5
m
tjes of Haairtjes rondom het Grondftuk van de
ken: zvnde de Vedertjes rondom den Bek, voor
?
ovenkaak , d
e weiniffe zwarte Borflel
Keel
en
de
eheele onderzyde
de onderfle Dekvede
ge, geheel wit.
aards flee
DqK
blaauwachtis Zeesroen. De Nek
bovenfl
(1
aan
d
de
de Staa
op
3
kortfte Slagpennen
mengd met een weinig Groens op de Nek en R
zy
van
"g.
zyn
de binnenfle of
de Dekveders aan de bovenzyde der Staa
■3e
odachrig b
doo
kerer blaauwe dwars-Streep
e
Pen
de twee buitenften
fie helft van de Rug,
zynUltramaryn blaauw, met don-
1, hadt
Staart, die my fcheen volkomen te zy
evaar \
7
deren. De Kleur der middelfle Pennen was donl
m
Ze<
ten
roen
3
uitffenomen de
L
e, wier enden
ynde dan de
die der zydelingfe
5
waren, De Wiek
3
d
5
zover zy voorbyde anderen reik-
s , heeft de kleine Dekveders
hoo
) [Ausir. ucctL UH uic riciat at: i^ensaaiicne uaay den Heer Linn^us, S-sjfl. Nat, Xlf. uqu, ^2 5d
(17) [Hy
:e]yken.l
'i.
\
\
x*
^
\
f
EN
L
A
E-
O
1'
N.
I9
lioog blaauwj die naafl boven de Slagpennen blaauwachtig Zeegroen. De groote
Slagpennen zyn voor de grootfle helft, naar 't begin toe^ hoog blaauw, 't welk al-
^
lengs verandert in een donkere Kleur naar de Tippen; zynde de binnenfle Dekve
ders der Wiekcn Zeeffroen.
De Pooten ^yn , naar h Lighaam te rekenen
kort.
en de Vingers tot aan \ begin toe verdeeld of van een gefcheidenj alien gedekt met
Schubbcn van eene roodachtige Vleesch-KIeur.
De Heer Page, Edelman van Lord Melcomee, verplichte my met een Ge-
^jgt van deepen keurlyken Vogel en berlchtte 'my, dat dezelve een Inboorling ware
van 't Eiland Ceylon in Ooftindie. liy verfchilt zeer weinig van de Eurbpifche of
Duitfche Pappegaay, uirgenomen in de overmaatige langte van de bultenlle Staart
pehnen
Brisson heeft een Afbeelding en befchryving gegeven van een andere Ian
Zie de Afbeeldins' daarvan
in myne Vogel- iiiflorie, op Plaat iop
-■
eflaar-
te Gaay, die in Gedalte met de myne overeenkomt, maar de befchryving verfchilt
*io zeer, dat ik het niet denk de zelfde Soort te kunnen zyn. Zie zyne Ornithold
^
ie pag. 72, Pi. 7. Fig. i*
befchreeven ware.
Ik
eloof dat deeze Vogel tot no
toe niet afeebeeld of
n;:^>2^
\
^ ■
A
1 »*
VIIL
e
Brajiliaanfche Gaay met een getanden
e
■■--
Deeze Vogel is op de Fiaat tot ongevaar de helft In Afnieet
in twaalven verdeeld
\ I
T '
gebragt op een Schaal van zes Duimen
en verK
1
nd. da
«
* F
den Kop, in
van Pooten e
^ De Bek is
kanten als een Z
de Natuurlyke grootte
5
dt men om
Een O
b van
b
Wi
tj
op de P
-I
is I
xQl
taamelyk regt, een weini
etan
r
D
heeft de
neaerwaards ffebooff
m
w
P
5
bp de
naar het Grondfiuk toe
kleuri_
Veertjes en eenige "zwarte Borftekj
kaak. Het bovenfte deel en de zyd
e
N
donker , de Onderkaak Vleesch
*Q
eusgaten zy
ed
ekt
met kleine zwarte
de
aards fteekende , rondom
.0
oven
s
Streepen door de Oogen loopen en breeder StreeJ
mengd j van 'de hoeken des Beks langs de zyden
7\rn omvat met Zwart, waar
\
c
n
3
me
den Hals nederwaards
Kruin des Kops is Ultramaryn blaauw , hoewel digt aan den
naar
laauw ge
eegroen trek-
kende
en in 't midden van dit blaauwe Kal
Aan den Hals, een weinis onderden K
heeft de Vo
op de Kruin een zwarte VJak
ren met blaauw gerand. Voor £ overi
FIek zwarte Vede
tot aan de Dokv^dcrs beneden de S
GRAAF ze.j2;t , dat de Oo^en ^eel zy
de geheele onderzyd
o
g
vial
De zyden des Kop!
, Olyfkleuf of
In de Nek
cht
m
fie van den L^..,
de
00
u
eel
swyze roodach
Stuit en Dek
Veders der Wieken, ^^yn Pappegaay-grcen. De groote Slagpennen zyn blaauw met
donkere tipr
en:
eenige weinigen van de eerfle ry der
insgelyks blaauw- eenigen der Slagpennen naafl aan de R
kvederen boven dez
veri
zyn
ders aan de binneozyde der \'
nen donker Aschl
fcheen volmaakt a
d
lachtiff bru!
roen: de Dekv
e
lieffts tien Pennen in de
de binnenzyden der Slagpen
e
9m
anderende naar de
ileur d
be
taart, die my niettemin
fchoon blaauw, traps wyze in groen
doch zy hebben altemaal zwarte Tippen en de
on-
- J
(*)rz
]en Wi
(
]
p. 251. T.-32§. Momot. WiLj.
Ed\\% Av.
A ' . .
Av, 1^4. Edvst. Av. t. 323. Biass. Av. IV. p. 4^5.
T- 35- f« 3 » Rhamphallos Momota. Linn. " ~
'^ll. Gen. 46. Sp. 8. ;
Syji.
' 1
— - ■
n
f
r
20 VERZAMELING VAN iJITHEEMSCHE
onder^yde van de Staart is Zwartachtig donker. 't Geene' deezen Vogel byzonder
kenbaar maa
dat de
ofwederzyd
I
midden van de Staart, zi
ig
Duim
ver
weinig binnen de Tipp
haare Baarden afgeftroopt waren, doch zulks is Natuurlyk en daar van heeft Marc-
GRAAF uitdrukkelyk gewag gemaakt. De zyd-Veders der Staart worden trapswyze
korter, tot een
wen, zyn van eene bruinachtige VJeeschkleur: (Marcgraaf zegt zwart.) Hy heeft
gterwaards geftrckt. De buitenfle voor-Vi
den middelften gehecht : de Voe
derde der langte van de middelflen. De Pooten, Voeten en Kl
drie Vin
ers zyn
voorwaards
r
3
bv
hu
breed en plat. De V
breeder maakt.
hunne geheele lang
fchynen fmalle Vliezen op zyde te hebben
elk
-T
Deeze Vo
was genomen
Graaf Ferrers . en is ontw
onder den naam van G
de myne verfchille.
ven
Zuid-Amerika.
befchryving; aizo 'er
Franfche Prys door Kapitein Shirley, no
dezelfde als die Marcgraaf heeft befchree-
weini
- ^ en van
Ik ben zo omdandig geweeit, als 'c my doenlyk was, m deszelfs
Guainumbi: hoewel zyne befchryv
Hy is een Inboorling van Brafil en andere heete deel
>
meen
Bek
om te \\ eeten in welk Gefl
ge moeielykheid
s
5
we
d
gewoo
dat de Stelzelmaakers
men hem zai plaatfen : des ik hop
3
SON
yd, daar toe raad zullen vinden. De H
5
Bris
eeft deezen Vogel afgebeeld en befchreeven onder den naam van Momot : in
zyne Ornithologie Tom. IV
van de myne, mzonderheid d
46 s
3
PI- 3?
m
d
myne
Staartpenne
Ik onderflel
hy
zo aanmerkelyk in de Af bedding
Zyne befchryving verfchilt
i der
^n de
gelet heeft op de gedaant
Marcgraaf
5
d
maar dat zy zodanig
zy eveneens gevveeft zyn in Bri
een
m
d
Afbeeld
ebrek
yn
etrafft heeft te verbet
gekomen, dat zynTe
Onderwerp ,
kenaar zulks
\
•
^
A
A
T
O
De
e .Toukan
19)
Deeze Vo
_el Is h
kan zien op de Schaal daa
Afmeet
en
3
E
derde verkleind, gelyk
m
Hy heeft een zeer groote Bek, gelyk alle Touka
d fcherp. De Bovenkaak, wejker onderk
die op vier Duimen langte in twaalven is verdeeld
een
ge Oranjekleurige Vlak wederZyds en den bovenrand seel
op zyde plat , met den bo
tand T-yr
5 is ffroen, me
blaauw, met
g haakswys' omkrommen, rood, en doorloopen vier of vyf flaauwe donkere
die 7.
Streeken dwars
■ ■ r
7-warte Streep, die
het Oog ftaat in ee
ders.
Schaduw in 't midden
De Onderkaak
Beiden hebben zy de Punten
de fluiting van den Bek. De Neusgaten zyn verbor
Grondftuk omrin
kaale
t.
De O
g
Plek van Violetkleur,' gelyk de Huid
fchoon
roen
3
de
en
onder de Ve
, over den geheelen Vogel. De Keel en Borft Zyn helder geel, en daar .u-
^er is een baar van Schar akenroode Vederen, door welken dat g^d^ van het Zwarte
des Underlyfs atgelcheiden wordt. -^ - -
die
beneden hoo
rood
De Dekveders der Staart van boven Zyn
De Kruin des Kop
Nek
Ru
Wiek
I-
Buik
a:
(*) [Ik kan , noch uic de befchryving , noch uit de
Af bedding van den Heer Edwards, befpeuren, dat
deeze Staartpennen in 't midden kaa! zyn , gelyk Lin-
N^^ius daar van zegt. , De Vogel leefc van raauw
Water
dan , met den Bek vattende , geweldig klopc. Hy
^
heeft een fchor , trillend , flaauw geluld , volgens den
C
Jacquin.I
329. Tucana Cayanenfis Gutture luteo. Baiss. Av'W.
P
Sifi
^^l:r "^V^rr' £ '' ^hamphaftos dicolorus. Linn
mt. AIL Gen ' "
«
7
■ \
: i
\
^ \
£ N
E L
M
Staart, 2yn geheelenal zwart^ hoewel hetzelve aan de boven^vde der \
St
Vingers flaan twee voorwaards
derlyken blaauvvachtig paarfchen Weerfch}
heeft
Van ie
maika srekomen
blaaijw of VioletJ
Deeze Voge
maar van 't Vafte Land van Amerika overgeb
, verplichtte my met een g
ds ; zynde de Po
Voete
WEL, in
Strand
zyn ge\i
fda
ft
ly niet
De H
b
Co
daar van terwvl hy leefde^ we
in de I luimagie en vlug ware. Vervolgens werdt hy aan Lord Spencer prefent
■-,
ge
ocrt
E
dood
daan. Zeer zelden worden zy levendig in Engeland geb
g, naarzuJk een ieevende Vogel gemaakt, is tienmaafzo vee! waard
leurde Te
a
d
dan zyn de B
d
fchoon en hoog
rd
3
gelyk ik door eigen Waarneeming heb opgemerkt. Dit Voorwerp
met Br
(1: door eenig Autheur befch
Ik bevind het naaft overeen te koraen
Geelkeelige Toukan van Cayenne. Vol. IV. p« 41 1. T. 3 i. f. i.
\
^?3gT#*S*KSf>^^^^-»^
S**'-5&*''
A •TTi* ■•
■n-i^^i^\^im-mmmmmmm-mBu^^^m^h2mmmm
r
f-
P
L
I -■1
A
A
T
jL a
'.
£)
e groene Toukan of Pepervreeter (20}.
Beeze \
felen kan, de Schets van
op de Plaat in Afmeet
de helft verkleind
Kop , die' daar bened
IS, ve rge Jyk
De Bek,
uitgenomen
aan de Onde
de met de gekJeurde Afbeeld
evensgrootte voor
elyk men
edeid
aan 't
p zyde platachtig
begin.
D
daar hy rood is rond
/cherp
om de
efugd van b
J
ovenkaak en Oram
IS 2 wart
?
daarby heeft hy een weinig Wits aan de hoeken of Tandj
geheel rood. De Oogen flaan in Plekken van kaale Huid, d
Vlceschkleurig, misfchien helderer geweefl in de Ieevende Vogel
en Borfl, zyn zwart , met veranderl}
Omtrent de plaats der Oo
Glanzen
van
De Kop, Hals
and
het Zwart
ederzyds,' is een ovaale Plek van Goudkl
)nder den Nek, bepaald door een halfmaanswyze R
Kl
>
[V
wiens Enden opwaards flrekken , maakende dus een halve lial
Stuit, Wieken en Staart, zyn ichoon 2;roen, uit
ur. Oo
dergelvke
De
Kleur
Rug, :5run, vvieKen en staart, zyn Ichoon groen, uitgenomen de tippen deFSt.
pennen , welke roodachtig zyn , en die der Slagpennen donker. De binnenfle Dq\
ders der Wieken heeft hy Roomkleurig; de blagpe
c
heldere
Jan
ards Aschkleuri
me£
De buitenfte Staartpen, wederzyds, heeft niet meer dan een Duim
te; zodanig verkorten de Staartveders, die tie n in getal zyn, van de middelft
af; zynde van onderen AschJ
met een verwarde mengeling van donkere K!
met briiine Tippen. De Bulk is Olyf
e
g brum : de Voeten van maakzel als in anderen van dit Geil
overdwars en de Dyen zyn rood
,3
Poot
Klaau
donker zwart.
t)
als
waar van
Dit is een van dat keurlyk Partytje Vogelen,
maaktheb, den Graave Ferrers in eigendom toebehoorend
meerma
ewao;
e-
g der heete deelen van 't Vafte Land van Zuid-Amerika
Hy is een Inboor
tekend en op de Plaat ge-etfl. De Gekraagde Toukan van Cay
Brisson in Plaat gebragt, fchynt my even dezelfde te zyn-
Vol. IV. p. 429. Tab. 32. f. 2. " ^
ynde naar 't Leven
e-
3
door den Heer
zyn
Ornithology
9
PLAAT XXT
i\
. -/A. Dee/. p
Linn. Syft, Nat
fl
■-.
/
iP
#
/
.t-
' I
22
VERZAMELING van
U I T H E E M S C H E
-f
®;s:-;®:©;;©:©!^^;©!©;;©!©!;©
:«<
s;
h^^0
\
P
•A
A
T
XX r
^
1 '
De Greene Koekoek met een geelen Bidk (21).
De
Afbeelding is een welni
verkleind ; 20 veel naamelyk , dat de geflooten
iek 5 hier drie en een vierde Duims lang, Natuurlyk de langte beeft van vier
uimen en een half.
De Bek is dik en kort, en platachtig, waar door de hoeken der Gaaping ver van
elkander 2yn ; 't welk d^en Vogel een wyd Keelgat geeft. De kanten van de Bo-
venkaak zyn een weinig Tandachtig gegolfd. De Bek is gee] , omringd met fty ve
zwarte Veertjes , die voorwaards uitfteeken, bedekkende de Neusgaten. Deeze
zwarre Veertjes breiden zig rondomde Oogen uit en een Duimbreed Jangs den Keel
Marcgraaf zegt
dat zy fchoone blaauwe Oogen hebben , met
nederwaards.
Gbuden Kringen. De Kruin des Kops, de Hals in 't ronde, de Rug, Stuit en de
kleine Dekveders aan de buitenzyde der Wieken , 2yn zeer glanzig groen, met
een weerfchyn van Blaauw en Goudkleur, en het voorfle van den Hals is zeer blaauw
Gro
o
n.
De Wieken zyn van buiten licht Aschkleur, of witachti
met zeer kleine.
ongeregelde, dorikere of zwarte dwars-Streepjes ; 'c welk een gemengelde graauwe
leur maakr. De tippen der Slagpennen zyn geheel donker; de binneozyden der
Wieken donker Aschkleur en de binnenfte Baarden der Slagpennen wit aan 't begin.
De Staart beflaat uit twaalf Vederen, in 't midden lang en naar de zyden allengs ver
kortende, De zes middelfte Veders zyn uitwaards groen met zwarte Tippen, in-
waards donker Aschkleurig. De buitenfte Veders, ter wederzyden, 2:yn boven en
onder wit, met fmalle zwarte dwars-Streepjes over de geheele langte, iiitgenomeri
aan de Tippen. De Borft, Buik en Dekveders onder aan de Staart, zyn fchoon hoog
Oranje- of Goudkleur. De Schenkels en Pooten, met korte Veertjes tot aan de
Voeten toe gedekt, zyn van een lichte Aschkleur, met zwarte dwars-Streepjes. De
Pooten en Voeten zyn kleiner en zwakker, naar het Lighaamtc rekenen, dan ik
die in eenig anderen Vogel heb waargenomen. Van de Vingeren ftaan twee voor-
waards twee agterwaards; zynde de buitenfle Vingers van ieder Voet de kortften:
waarvan het tegendeel in Pappegaaijen , Spechten en Koekoeken plaats heeft. De
twee voorfte Vinsfers zyn famengevoegd aan 't begin; de agterfien geheel afge^on-
derd , de Voeten en Klaauwen bruinachtig van
leur
ri
ke Verzameling van den Wei Edelen Heer , Graaf van Ferrers, bevindt.
Deeze Afbeelding is naar een Onderwerp gemaakt dat zIg in de meergemelde ry-
Het
de Ciirucm van Marcgraaf, wiens belchryving zeer naby overeenkomt met de
, Zie
Willoughby's Ornithologie 5 p. 140, en een onnozel kleine Afbeelding, Tab.
V-
myne, uitgenomen dat hy de onderzyde opgeefc Vermiilioen-Kleur te zyn
22.
De Heer Brisson fchynt deezen Vogel niet gezien te hebben
maar
eeft
Marcgraafs befchryving daar van op, in zyne Vogelkunde , Vol. IV. p. 173.
Hy noemt denzelven de Groene Couroucou v^n BmfiL
/
p
L
A
A
T
^
De Specht met
XXIL
Kaaken (22).
t. V
Deeze^ Vogel is hier in de Natuurlyke grootte afgebeeld. Hy behoort eigentlyk
tot de Spechten, hebbende de Staartveders ftyf en aan de enden afgefleeten
r
r
b ■
(2i)Cuculus viridis Ventre flavo. Edw. -^t?. p. 25^?. XII. Gen. $$, Sp. 2
De
T. 331. Pfittacus Flamm^Lis viridi-cinereus Roftro fer-
rato. Feuill. ?cr. 20. I'rogon Brafilienlls viridis, Briss.
Av. IV. p. 173. Trogon Curucui. Linn, Syjl, Nat.
("22) Picus Genis rubris. Edw. Av. p. 258. T. 332.
Picus undatus. Um. SyJl. Nat. XII. Gen. 59. Sp. 11.
f-
-■-.
E K
L
A
M E
^
- '
E
I- ■>.
3
^.
r
e Bek Is van een bruinachtige Kleur^ niet BeltelpUhti
3
gelyk
m
van dit Geflagr, maar /pits. Van de hoeken des Beks looptj beneden de Oogeh^
ter wederzyde van den Kop, een Plek fchoon roode Veertjes ^ die de Koorien
Kaaken of zyden des Kops bedekken, dat ik tot een byzonder merkteken van dee
^
}
2e Soort gebruik. tjitgenomen die roode Vlak , is de geheele Vogel Leeuvvkldurl
of Oranje naar Olyfkleur trekkende met gebroken zwarte of donkere Streeken^ die
dwars over alio de Vederen loopen, in fbmmige deelen breeder j in anderen fmaller
2Vn
de
elyk de Af beelding bed uitdrukt. De tippen_ der Slagpennen zyn geheet
donker; de Dekveders aan de binnenzyde der VVieken BufFelkleurig zander Vlak
ken ; de binnenzyde der Slagpennen en onderzyde van de
taart even als van bovert
ffekleurd en
eflreepr, doch niet zo helder. De Staart heeft tleo Vederen.
D
Footen, Voeten en Klaauwen, zyn van maakzel als in andere Spechtcn, en alien
van eene donkere of zwartachtige Aschkleur*
^"
Het Origineel, naar h welk deeze Tekening is gettiaakt, was een uit de rneef
gemelde keurlyke Verzameling van den Graaf Ferrers, en afkomftig, zo ik on
derild, van Terra Firraa of Guajana, in Zuid-Amerika (*).' Ik vind hem niet dooi'
Brisson, of eenig ander Autheurj befchreeven of afgebeeld.
v^^
■.^iE>: v?s^^ -e^
m^^^i^
v-^
/
p
L
A
A
XX
I
«
^
De geek Specht met zwarte Vlakken (23
/
Deeze Vogel is niet zo voljflrekt en elgenclyk een Specht ^ als de laatflbefchreeve
ne \ hebbende zyne Staartpennen zagter en niet aan de enden
waar uit
het wel fchynen zou, dat hy niet by den Baft der Boomen op en
gelyk de Spechten doen. Zyne Af beelding komt hier in de Natuurlyke
voor.
De Bek is zvvart, een weinig nederwaards geboogen aan de Punt, en he
klautere
$
rootte
Brisson geeft den naam van Barhu aaii dit flag van Vogelen.
e
aan
den Voet van de Bovenkaak , eenige weinige zwarte Borflels , die voorwaards over
de Neusgaten been fleeken. Het Voorhoofd en de Keel^ meer dan een Duim ver^
is met fchoon Scharlaken roode Vederen gedekt. Het agterfle van de Kruin des
van de ag-
Kops is geel , met eenig Zwart gemengeld. De zyden van den Hals
3
terfle Ooghoeken nederwaards, zyn graauw , of gekleurd met een mengzel van
zwart eh wit. Een donkere Streep loopt van den hoek des Beks naar het Oog. De
Hals van agteren, de Rug, Stuit en Wieken aande buiten^yde, zyn van een don-^
ker bruine KJeur, de Veders met Olyfkleur gerand hebbende, en in de ry der Dek
vederen, naafl boven de Slagpennen, heeft ieder Veder een geelachtige Vlak aan
haare buitenfle Baard ; zynde de Dekveders, aan de binnenzyde der Wieken , geel-
achtig wit. De binnenzyden der Slagpennen en de onderzyde van de Staart, zyn
kortende; aan de enden zagt en niet afgefleeten, als gezegd is. De Borft, Buik
Aschkleurig bruin. De Staart heeft tien Veders, van een donker bruine ofgraau
we Kleur aan de bovenzyden ; de middelflen langfl zynde de zydelingfe allengs ver-
Dyen, en Dekveders onder aan de Staart, hebben een helder geele Kleur: die aan
de Borfi: en Buik fraay getekend met ovaale zwarte Plekken: de Dyen^ en Dek-
veders onder aaade Staart, overdwars gemengeld met donkere Streepjes. De Poo^
ten, Voeten en Klaauwen, zyn zwart. De twee voorwaardfe Vingers van ieder
Voet, zyn aan 't begin een weinig lamen
iiemaal van elkander afgezonderd
evoesd; maar de agterfle Vin
ers t ee*
5
cl
-A
s
■ (*) [De Kidder Linn^us flelt zyne Woonplaat
Suriname.]
s X"^
{23) Picas flavus maculis iiigris. Edw. Av. p. 259
T. 333.
F 2" '
f»
^4
VERZAMELING
N
U I TH E EM SC FIE
Is
\
die keurlyke Vog
welke m
Fransch Schip door 2yne Ex
cellentie , thans Graaf Ferrers , prys gemaakt wa
Afbeekiing en befchryving, daarvan ^egeven, zy
Jk
F, dat dit de eerfle
kunde.
die Ik denk
\:
fch
RissoN heefc, in 2yne Vo
IV.' p. 97. Tab. 7. Fig. 4,) een Vogel befchreeven en vertoond
andere dan het VVvfje van-deeze te kunnen zyn^ dewyl zy nie
3
dan gelyk Mannetjes en Wyfj
lyk doen. Hy noemt hem de
Gcvlakte Earbu van Caye
H
afeebeelde Infekt behoort tot het Geflagt der Puifleb\
H
It daar nevens
is van Enselfche afkomft , en hier alleen
fieraad
gevoeg
Diet p"aarn groote ledige ruimten op de Plaaten overlaat. De Kop
dewyl ik
het Lighaam
d
de 1
P
ooten, zyn donker bru
van den Kop wederzyd
Het Lyf heeft tu^ee bogtige fmalle geele St
taart ,
idden blaauw, met
midden loopende
Vlakken aan de
n
D
Lyf
fd
e
en
d
doorfchynend helder bruin , met donkerer bruine Vial
is vertoond. •
lelvk
J
Wieken zy
de Afbeeldin
%.
.1
v
^^-^>^S^
..^'^©'h^
1
>
L
A
A
T
XXIV.
■
De Jacamadn - van Marcgraaf ( 24 ).
Deeze Vogel is in de Natuurlyke grootte op de Flaat verbeeld
dan in de fiffuur van den Voet, en, alzo hy twee Vingeren a£^
Hy verfch
den Ysvogel niet
ter
twee V
De
Zwart
hy zi
heeft, heb ik hem tuUchen de Spechten en Ysvogelen geplaatfi
ek is niet volkomen zo dik als in de Ysvogelen, regt, fcherp gepunt
en
boven en beneden is hy gekield
K'eur:
by Letter a op de Flaat vertoonen. Rondom den Voet des Beks
erdwars doorgefneeden
20
wel boven
uitfteeken.
benede
n
5
heeft hy zwarte B
s
Is
Baard
heele boven^yde
De Keel is, een Duimbreed beneden den Bek, geheel wit
den Bek tot het end der St
3
IS
die voorwaards
Dege-
roene
fchoon
niet een weerfchyn van Hemelschblaauw en Goud. Het zelfde Groen loop
rondom het voorfie van den Hals, beneden de witte Vlak aan de
Keel
Het
Groen op de Kruin van den Kop, op de Slagpennen der Wieken
valt meed: in \ blaauwe. De Staart, die uit tien Veders beftaat,
dwars-Streepen , die donkerer blaauw zyn. De binnenfle Dekveders
zyn Oranje-Kleur : de Slagpennen aan de binnenzyde zwartachtig ; de tippen
en op de Staart,
heeft als flaauwe
der Wieken
aards do
veders beneden de Staart ,
maakzel als in de Spechten
bruinachtig Vleeschkleur.
wel als de onderzyde
de Staart. De B
zy
roodacht
Oranj
De Pooten
3
maar
L
Dyen en Dek-
Voeten, van
haam te rekenen , zyn
Dee
'7
e zee
ge Vo
der
maakt heeft, als boven gemeld. Hy is door Marcgr
welken de Graaf Ferrers prvs
e-
ven; doch
van Kleur
befchryvir
heeft ook
afgebeeld en befchree
eloofdat de zyne een Wyfje ware: want hy maakt het Lyf enz
eel Wasch , daar ik
1
'V
oodachtig Oranj
deeze
Vogel in Af beeld
p. 139 en de. Af bedding aldaar 3 I
ebrag
befct
Zie deszelfs
2. Brtsson
Zie deszelfs Or-
deel
ftel,)
hologie Vok IV. p. 86, Tab. V. Fig. i. Het is een Vogel van Brafil en de
zc
g
3
d-Ameri
dat by blaauwe Oogen heeft
Marcgraaf, (en Briflbn uit zvn Werk
ik onder
PL A AT XXV.
(*)
■-.
V-
S^fl.
voor.
[Zdden
Juffer, Natiiurl Htji
J
1
p. 261. T.
334-. Galbula. Briss. Av. IV. p. 86. T. 5. f. t. Alced'
Galbula. Linn. Syfi, Nat. XII. Gen, ^2. Sj
\
£ N
Z E L D Z
A M
V
5?
r
• '"^
;©S^;®,^
\
^ '
■"
;s!®;s;;©!:® s©;®:;® ;©; ^;S!®^!S!
P
A •
T
A. A V e
_ -" t
De Gevhkte Tsvogel (25).
*- ^.
i
Deeze Vog
h
t II
1 I
in de natuurlykegrootteafgebeeld, heeft den Bek zvvartacli«
g
genomen den voet van de Onderkaak, welke Oranjekleurig is. Een zwarte
lyk breede Streep , loop
5
zyn de Oogen geplaatfl-
Zy
bcneden , ffezoomd. De Keel
Bord
de Bek langs den Kop ter wederzyde , en daar
met fmalle Oranjekleurige Stre.epen, boven eii
Baik, Dy
de binhenfle Dekveders de
^en fchoone Oranjekleur. Tuslchen den Hals en Borft Joopi
of witachtig
WiekenV ^3'n van
breede zoon:i of band van zwarte Vederen
d
Asch
boord zyn. De Kruin des Kops is zwart \ maar wordt in de Nek
Ook zyn de zyden van den Kop,
e
den
vden der Wieken en de Staa
bende de Wieken
*^tuic
o
en
de
benevens de Oos
gelyks ich
^gs g
g
de RugjStdit^ de
eders , witte VlakI
J donker groed ; heb
op de kanten haare
Baarden. De Staartpennen binnenzyds en de Staart van onderen , zyn donker Asch
•graauw, met wita^htige Vlakken op d^ Baarden. Van buiten zyn de tippe
Staartpennen een '^ -^ ~ .
^ ^ 1 de
Duimbreed donker. De Pooten eri Voeten hebben eene 'roodach
ti
Vleescl
\
De drie voorfte Vingers waren
byk
tot aan de Kl
-■
merkelyk (amen
toe.
groeid
■—
J*-
«
Deeze keurlyke Vogel bevindt zig in de Verzameling van Gfaaf Ferrers, eii
\v a s
zo ik geloove, door geen ander Autheur befchreeven of gemeid
zyne afkomit van Guj
li
[d
op de Plaat afgebeeld
in Zuid-Ameriki
, heefc
Hy heefc
(bo
ijende. Het was van Dominika , een der N
Fungus
5
u it de
n
Eilanden in de Weft
Kop
di
g^
d(
o
niedegebragc. ,V
derzelven waren
nd
d(
I, die
voffti
elkander in de Aarde beeraveri
f
id
dergelyke Uicwasfen op den Kop haddeni zynde
NympL
d
■-
op zy
Grond daar op gegroeid
Het
nvolkom
3
door Reaumur, in zyne Natuurlyl
£hynt my het jong te zyn van d'e Cicadc
k denk
Infekc.
wel
I
5
Hiflo
der \n(k
5
Vol. V. PI. 16. f. 7 afgebeeld
g^'
befchree
De
den jaare 176
ylen den G
kend.> de andere een weinig
eene van raynq Figuuren is in de
lyl.
de
den Schildl
rooter. Verfcheidene derzelven, werden
Matthew
d
ISAAK MaTHEW
Z
5
van
Ik or
gUS Vi
deeze
us bi
derflel, dat, voor en
drooge en afvalle.-
my een monfler daar
T
de Cicada tot haar voikomen
De Heer Reaumur heeft
1 preffent deedt
komt, de Fun-
fnfekten
3
dit \
een ecewa
maakt; Het Infel
zyne belchryving van
eel, de Fun
** »
.'"•f '^
^^
"^^
*i.
'^
-,j*
<■ i
■^
> \<'
^:
*■
■w
■I1
-■'
Ji
/^,r ■> ,
\
P
L
A
/
A
T
XXVI
If
De Gekmfde Tsvogel (26)
Ook deeze is in de riatijurlvke
'K
■'* _-*
h
/
,•(25) Halcyon maculata, Edw. Jv. p. 262. T, ^^S-
Alcedo Inda. Linn. Syjl. Nat. XII. Gen. 62. Sp. 2.
Conferatur Jfpida Senegalenfis. Briss. Jv. IV. n. ^qc
1. 39. r. r.
(*) [Zouden
<3oor knelling of dmkking, de
s
Tngewanden iut deeze Poppen der Cicaden kunnen' ge-
drongen zyn , en dan toevallig eene dergelyke vertod.
IX. DeeL
'gef!eld. Ik d
*^
V
Hy het Marl
<ft
■' I
(20)
1
netj
>
Syft
'*
T.63
p: 483. T. 37. f. 3.
Philippenfi
Muf.
!•
G
/
VE
A
E
m
mtUEE
s
HE
r
van
r
deeze
fchi
d
IS
3
wiens
de zelfde Kleuren hadt
netje Z]^ van deeze S
figuur en grootte
maar niet 20 levendig f /*fe geen my doet denkea, dac dezdve het Wyfje ware.
De Bek is reet, hebbende eene fpitfe punt, en van onderen zo wel als van bo
gelleufd
b
de Oog
door
V
Oranjeiyfeurige Screepeti foopen van de Neusgaten ond
de Onderkaak af is de Ke
en
d
aat
van
^.
llaatiwa
ig groene
De Krmn des Kops is geiel
waar zwarte Streepett' door lieen foopen
en
ma'aken etti Kmf. wetke het ¥0
b
feli-evenr kaa opzetcen
va lie n
»
De
-^
zo
ik^
rers
L-"J
o
tippe
ennen donker. Dfe binnen
/
aan
nenzyde d
tv
De onderzyde van de Staar! is do
imidde ■
Staart,
tfan de
Dek"
nker ^
zvvarfacii-
■ -
de
Dekveders onde
de Sfa:iTt^ zypylielder Oran
en van ma
dere Ys
y
Kleur fch
V
«.'
^ /
op
Eiland
V©
door Monfr.
kleiher te zyn ('*}, geen zwarte
K oopman van Lond
rlchilt Van onzen Ys-*
nder de Oogen , t'-an
de hoeken des Eeks afkomende
noff toe
Authe
S
g
ven
(t>
p de Wieke
ik vind
Efe Plmitjchkrmde P^espen^ op de Plaafafgebeeld, zyn bbtleend uit e<en !§paanscli
r«
voert van ApparaU para h Hiftorm NduraJi Efpagnola
men
\' V
deeze
derzei
ver
tot ver
voorsfaand^
een
11^
Fwer
we
efeerd Ma
aat
zvd
gemeene- Volks dwaal
en*
Autheu
Ik merk
t kennei
maar hiet g
wanneel*
baan
nu over tot zyn Be
Ichynt te liebben met het Iniel
9
dat
t on mi
IS
' h
ireeven.
35
Toen ik ray
3i
n
55
33
33
53
van
rrcjg
let ten
t
Pater)
, am dat het vai
ongewoone Ver
welke veel aver
■gaande Hoofd
bevond op de Buitenpl
twee Mylen van de Stad Havana in Nieuw Spanje
n
jaars
waren
749
?
ds
ond ik eenige doode Wespen in de Velden, di(
derdaad volkomen Ske
Lyf ^ met Wiel
'-
den Buik van ieder Wesp fchoot
cr
emeen denkbeeld
by de Ingezeten Gia genaamd
vol
die ontrent vyf Sp
aid
fcherpe Doorntj
en t
dat de gezegde Doorntjes hunnen ooirfprong zyn ver-
T T T 35 f"\ A.I \ 1 «
Ichuldigd aan de Buiken der Wespen. ^^ De Autheur zegt verder, dat
Mikroskoopifche en andere Waarneemingen op dezel
y
ftelde . doch
ri
Ike Waarneemin
dit waren: maar van de geheele zaak houdt hy
^
^
vol
(*) [// ne differe de notre Mart
il 0jt plus petit &c
th (lit is fouE.
hceft de Franfche Vertaaler ;
Verfchik 'er insgelyks van door
egfl Kuif te hebben 5 en de Ooflindirdie gewoone Ys-
vogelcjes zyn 00k veel kleiner dan de ommi zie det-
zelver Afbeelding in 't 1. Deal van dk Wefk, van de
Plaat van fij)wAKt>s ont
Ct) [L
1
tot zynen Gekuifden Ooftindifchen Ysvogel, deAm-
bonfche by Seba afgebeeld en de Philippynfche by
Brisson. ik heb een dcrgelykcHj doch die den Bek
.1^
heefc en de Pooten zwart , van de Ka^p ont-
J
•i'
(§) [Dus midt net Jj^ngeilcn , van Kdwards , woorde.
lyk. De Franfche Vertaaler maakt daar van. Deeze In-
fekten tmrm geheel verdroogd ; maar het Ligkmm, dd
PFieken en alle der&shsr Ledm^ waren onbcfchadigd. .
In 'C Spaanfcfi heeft ToKftWiAi ?ero enter os todos los '
Efquelettos con fus Alas; dat is: de emtfche Skeletten '
tfiet
'g
Wi
zm
uic
-. ^^AWW «<*w '^'M^M^ ^Ifcj
Ige Vertaallng kan verbaft§ren ^m
lyk gemsakc rard^^n.1 .
1
i.
■^
\
y
.1
t r
**rv
« t
E N
LD
M
^ r
'*
\,
■
igd Dit is 2yn Berigt. Op zyne
r
Afbeeldias;, die ik g
beb
N;
dende Piaat gee ft
•/
Lighaacnen yoortfchieten<le
Jk ben mynen
Ze Kqninglyke Soclet
theur geze
fekt, 'e we
lande Plaa
d wordr
deb He^r
enz. ve
Uitcrekzel uk bet Sp
deeze Wespen en. de PJancen
ijende uit den Grood
DA
>
de
der-
pjigt voor de aanwyz
a an me
be fc b r y ft
nee
be
n
AlJes
k van g
, Lid \m
dit aartige Infekri
wat
6
n
d
s
ffevorderd
hnde
b
eo
k
ders is dan bet door roy afgebeelde op de voor-
zyn in de kennis der Natuurlyke Hiftorie nog
loof dat de goede Pate
den knobb^I
en in de Fungus voor gedroogde Bladen heefc
uitpui^
(t)
-}
^p^^i}'t,i^<i3it:^^i,^^-yt^v'^^^'^Mi}--t:^
■ -^ -J- .
L
.'-
4
%' V
A
A
T
XXVH
«
>
D^ Kalkoeh - Faiz^vU (27)
- -T.
Deeze Voge! , welk6 mcti meent van eeii Kal
* -
o
rt ^n
I
zyn
h
om
m
in't
van
A
Een omtrel'
den
voortgeteeJd te
Plaat te kunnen brenffen.
ge van de voornaan^fte Afm
dt men daar nevens in de NacuurJyl
zyn
aan \
t
Van de
d der uitgeflrekte Staart , 28 Duimen : van den Bek
roocte
.1
3
en m-
Bek
■1.
yingeren, 25^-;
^
rx
e
de tippen der Wieke
flooten, 10 Duimen lang; de
ddelfie Vinger en Klaauw 2^- Du
eftrekt
J o
-^2 Du
De
Faifant-Haan en een Kalkoenfe M
De Bek
emiddeld
de Knie tot aan den Hie] 3
als tu§iclien
4«
y
>
niet een weinig Vleefchl
l^aak ,
maaken.
rood was ,
boven de Ne
an
B
zy
g
\^
Veder
d
de Ond
een klein Kwaffi
De Oogen waren Hazelnobrenkieur , omringd met eeri plekje Huid
dat gedeel
tjes ge/prenkeld ni
H
5
dat
met
kortie b
den Hal
Vederti
}•_
Ik Vederloos is in de Kalkoe
Het overige van den Kop
*,
was
well-
zwarte dwarsftreepjes bebben
gedekc
den Keel dan in de Nek; die bekleed was met lansfer Ved
3
van ieen
of Kop
Lyfs,
Vlak,
iireep
1
ans
elyk
de zwarte Kali-
waren gsdekt met donker zwarte Veders
r
3
ynde de Dekved
5
der aan de S
De Rug, de bbvenzyde van de Staart en Wiek
De geheele Buik ^ti de ^yden de
inaar omtrfent de ieg is een witt
Oranjekleur met
zwarte
waren
, i
eld met grddter en kleiner zwarte dwarsftreepen \ \ welk de
tdrukken. . De Dy
fte Dekved
zy
gekleurd en getekend
gemen
witachtig waren : de Slagpennen
de Wieken: met bin
«a
dwars met wit gemengd; de tippen der Wieken en Staart donker, De Staart Heefj
Vede
Def
Voeten en Klaau
buitenfte Ving
zyn donker Afchkl
eder Pdot zyn door Vliezeri met den middelften finieri
;€voegd. De Veders waren altemaal dubbeld : de eene flevig , de andere em klei
afgezonderde Dorisveder; beiden voortkomende van de Zelfde Schaft.
' I
emeene voortbrengzel door den keuriseri eri waar-
Ik werd begunftigd met d
, (*) [Dan zou dit mllTchieii op de zdfde manier , als
ik van dac Voorwerp dagt , naamelyk door op die In-
(t) [Pater Torruhia zegt , dat men den
]
de genen ,^ aan ^eJkeri hy liet vertddnde, de Doorneii
grappig uit den Bulk der Wespen flelden voort te kch
rnen, ora dat ds Wesp een Angel heeft. • Een flerke
/I.,:*.- ^J^- »_l_ n .
en
maak
1
^
(27) Avis (juaedara Spedei mUtx ex GaijQ ladico^
PhaOano
G 2
T. 337.
r
VElZAMELlNG van UlTHEEMSCHE
Heer, Henry Seymer , Schildknaap van Hanforciin Dorfetshire: wien ik
d
om andere redenen, ook veel verpligting heb
tdekt in de Boflchen naby zyn H
I
Daar waren drie of vier van dezel
*
hy hadt het geluk daar van eene te
fchieten in de Maand 06tober 1759: welke Vogel zig'thans op myn Tafel bevindt
yl ik dit fchr^
Ik heb^reeds daar van eenig Berigt aan de K
lyke Socie
gegeven, haar den Vogel en de Tekening, ()p eenen zelfden tyd, onder 't Oo
De Leden heefc hetbehaagd, zo wel de Afbeelding als de befchry-
de Verhandeiingen d^^x Societeit^ VoL. Lf
brengende
P
g daar van aan t licht te g
II
J
76
p. 833
Ik kan niet nalaatdn h
eenige AahmeVkrngeh by
1:
te
breng
waarde Vrind 5 Peter Collinson, Schildknaap, Lid der Societeir, my aang
bVil
de de Failanten medegedeeld heeft
Hy
t:
Ik zag by Lady Eflex, de H
53
33
3^
35
55
55
Van
Chineefche Goudlakenfe Faifant, (welke door Edwards, op Plaat 69
afgebeeld,) d
5 b
geduurende den tyd
Kleur
die van de
H
Jaaren, allqng
bru
kelyk kon onderfcheiden , anders dan aan de Oo
gegaan ; Zodanig , dat menze niet gemak
■«
de la
g
de Staart
lets dergelyks is by den Hertpg vdh Leeds gebeurd, alwaar de gemeerie Eng
r'
fche Faifant- H
^ndering
Ik heb
F nl
a
K
ik
gs in de Kleu
Aqx\ Haan veranderde
Zulke
1
3
gebeureii zeldzaarn en alleenl\
nen
3
d
emeene Haanen grootelyks
Jongen was
Kleur zien verand
carti geniaakte Vog
\
De Guineefche Hen
toen 1
■ h
gemeene tamme
brafft, waren van
zeldzaanis Vertoond werden , zyn thans
worden. t)e eerften ,
d
Hoenders in Engeland g
de wilde Kleur • alien blaauwacHtig gVaauw , met
men over-
kl
eine witte
Vlakjes
worden
maar
federt haare
als Fiuis-Gevog
zyn
bont
de Natuurlyke Kleur gemengeld \ anderen zyn licht Paarlkl
g
'^
met zigtbaare Vlakjes^ anderen wederom zyn volkomen wit
«
h -
>
i®^^^^:^^;)®^^;^®!©!©!;©;;^:®®:;®;©!;^©;^^®;^^:
-■
^.
A
A
XX VII I
# L
De groote Gekroonde Oqflindifche Diiif (28 )
O
\
De
V
el is ook aanmerkelyk verkleind, oni hem in 't beflek van de Plaat
I kunnen breng
rootte van een gemeene Kalkoen.
De Bek is
Het origineel , hoewel van 't
der D
heeft de
zWart
de onderfte
melyk regt , met de punt
Van dezelve ga
de Bovenkaak een weini
hangende
Streek naar agteren, die puntig ultloop
ederzyd
bresede
5
roode Kringen hebben. De Kop
en
eft
de Oogen zyn geplaatfl,^ we
een verheven Kam of Kroon
welke
konderftel altoos overend
zynde famengefteld uit zeer tedere Vedertjes ,
met dunne Schaftjes en zeerfyne Baardjes, welke haare deelen niet iamengekleefd ^
elkander hebben. De Kara, Kop, Hals ^ de Slagpennen der
maar
Wieken en de Staart,
lichtachrig blaauw Afchl
deg
onderzyd
den Vogel
zj;
fchoon
even als men dit ziet in de helderfte deelen van
Ibmmigen onzer Veldvliegers of Wilde D
de der Wieken
op
h
midden van de Ru
De Dekveders aan de buitenzy
5
zyn
van ecne donker roodachtig
V
V
Te
(n[B
peintades ; zynde de Tweede Soorc van Faifanten by verfchilde.]
kelyk van de genen , welke hier eeteeld worden
den Heer Linn.o^us i
iy omftandig befchreven: Nat. Hijl
bl.
Meleag
I
Stuk ,
de Kaap overgebragt , eenigen tyd levendig gehad ,
die door blaauwacluiger of donkerer KIcur aanmer.
(28) Columba IndicaCriftu magna. Edw. Jv.p.27
T. 339. Phafianus criflatus Jndicus. Bkis?. Jv, I. p.
378. enz. ZeJf heb ik zodanig eene, _ van 279. T. 26. f. i. Columba coronata. Linn. Syjl. Nat.
XII. Gen. 104, Sp. 17. Gekroonde FaifanL A^ar. /^j/?.
I. D. V, SruK bl. 3S9. PI. XLVn, Fig. 2.
\
■
\
^*^
\
/
^■l
E. N
M£
OG
*-_ i
n.
^-
1\gelkleur; 'c welk te famen
Vogels. Eenigen van de eer
met tippe
fbort
Zadel rnaakt, dwars
de Rug de
het gemelde rood
fie ry der Dekvederen boven de Siagpenneh 2yn wit
s
en
de
de Rug , zyn A:^hgraauw.
De Footen en V
en vaii de gezegde ry
aan
maakzel voorkomende
de gewoone Dui
D
Vog
d
hebben eene witachtige Kleur, met roode Vlakk
de Zesde I
de eenigfte naar Tekening
-'f*
e
r^
kr, in deeze laatfle vyftig Plaaten van myn Werk: maar, om dat !zy vobr my
waren
een byna ontwyfelbaar getuigenis van echtheid hadde
"S
5
zo ver-
heugde ik my, gelegenheid te hebben om ze in Plaat
e
nffen
der g
welken d
gemelde G
Het Orig
LoTEN in Indie naar 't Levert
decdt
fchild
jn
het Brittannifch Kabi
bevindt zig thans met veele and
net. Detleer LoTEN brafft '
Indie ,
tannie,
komfti
befchrc
die van daar kwamen ;
fcheidene levendig uit
en deedt dezelven prefent aan Wylen de Koningiyke Princes van Groot-Brit
D
denP
daar zy
Oranje
enz.
zo 1
k onderfiel
Koningiyke Hoogheid prefent
de Kroonvogcl
een
d
cefic
'■m
e
dat d
Oranj
t
er Vog
idaan waren : wan
land Banda kwam
Van t Eiland Banda is hy af-
Brisson heeft hem afgebeeld eri
welken aan gezegde haare
d
dezelve aan d
-^
H
liy befluit zyne befchryving met
gefchonken was aan de Prin-
denk ik, zal
Reaumur prefent
ed
hadt r*
Oog
eweefi: zyn toen de Vogel dood was; aangezien de Kleur del:
emeld wordt, en de Kuif is plat vertoond
rfchynlyk onder
voererl dus gedrukt 2ynde
Tab. VI
Fig
I
pag. 278
Verwondert my
Zie de Afbeeldjng in Brissons Ornithology^ Vol. f
Hy noeint denzelven, de Gekroonde Faifant der 'In-
die Autheur heni onder d
dat
Failante
daar hy denzelven, niet leevend hadt g
doH
bepaalen. Ook deedt daar
r LoTEN heeft my verzekerd , . dat het
om zyn Gella_
de grootte van den Vog
plaatfle,
de Leevensma-
Maar
enz
n en
d maakt eveneens als de Duiven, m het naloop
tlyk een Duif is, die gebaar-
ber
Wyfje. Ik moet hogthans bel
3
korren
bek ken
dat ik
nooit, zonder zodanig
t , zo groot een Vogel tot de Duiven zou gedagt hebben te behooren
\
\
SON in hande
g
eerd
3
my de Vogelbefchryvin
o
en
Ikhaa
Bris-
gekomen
' \
mM^im^
^^^^mm
•? * A ^ .'
gr
'-T^. i *TYV'
V^'.
mrmwMmm-^^^^
< .: i-:
5S:t*t3a;4*J3SJ^*KS4l>gJS#*f3bflb*SSf#is4ky
p
L
A
A
T
XXIX
1
De Duif
5
t
. -it
(29)
^'-
r'
•■ *
Deeze Vog
eede
gemeene Duif
hier ook aanmetkelyk verkleind,
Hy lavam my voor , nagenoeg
/'*
om h
van He
^
aat
zyn , als eeri
De Bek is van eene zwartachtige of do
Kleur
de Onderkaak een
3
de Bovenkaak Han
;■■
g
en men ziet
t over
gaten^ gelyk in de meefte D
Appelen.
Staart, zyn
De Kop
Hals
Borfl
eene verhevenheid boveti de Neus
De Oogen zyn Hazelnooten^Cleur, met zwarte
B
Oy
en d
donker blaauv^achtig paarsch. De Veders
Dekveders onder aan de
puntig, gelyk die van de gewoone H
hebbende
den Hals zyn Ian_
fchoonen verander-
r q
\
\
^ (*) [Ik meen de befchryving van deezen Vogel ,
die men in myne Natuurlyke H^orie vindc, zo wel als
de, Af bedding van den Heer Brisson ontleend te
hebben. De Omilandigheden verfchillen een welnigj^
als ook de figuur. J
JK. DeeL
(29) Cdumba Infulae NIcobar, Edw, Jv. p. 271,1
T. 339. Alb. Av. III. p. 44. T. 47, 48. Biiiss. Av, I*
P' 153 > ?-54- Columba Nicobarica.
bladz. 450.
mU I: D. V
Syft. Na
(I
tuis
f
5
\
62
VEB-ZAMELING
N UITHEEMSGHE
\
DeR
en boven-
De
iyken weerfchyn van blaauw, rood, Goud- en Koperkleur.
Eyde der Wieken zyn groen , met eenen Koper- en Goudglans fpeelende.
buitenfte Slagpennen zyn fchoon blaauvv, zo wel als de Dekveders oniiiiddelyk bo-
ven dezelven, en aan de tippen, een goed end wegs, donker zvvartachtig blaauu
De Staart, en derzelver bovenfte Dekveders, zyn wit: de Pooten en Voeten met
roodachtig paarfche Schubben bekleed.
Ik heb by Alb IN Afbeeldlngen gevonden, Xvelken hy den haam geeft van Dof-.
er en Duif van Nikobarj in zyne Hifiorie der Vogelen. Naderhand onderzogt ik
ze ten huize van Sir Hans Sloane ^ doch kon geen onderfcheid vinden cm te
befluiten, welk het Mannctje of Wyfje ware, en dus geen de minfle rederi, om 'et
twee Afbeeldingen van te maaken. De Vogel, naar welken ik de myne tekende,
bevind zig thans, in ^tjaar 1762, levendig in de Menagerie van den lioog Edelen
leer Graaf TilneY , by zyn Huis in EHex. Albin noemt hem 6q Ninkcom-
^^r^-Duif op zyne Plaat, en Nincomhar in zyrte befchryving. De vaflgeflelde naam
des Eiiands, van waar zy kwamen, is Nikohar ^ en met ednige kleinenj daar by
leesende,te lamen^ noemt men ze de Nikobars. Zy leggen benoorden Sumatra*
op de Noorder Breedte van zeven tot negen Graaden (*). Brisson heefc Albins
naam en befchryving van dcezen Vogel in zyne Ornithologie overgenomen. Mvn
oogmerk in de Afbeelding was, die van Albin te verbeteren^ In hoe verre dit
my gelukt 2y
3
laat ik aan 't oordeel van ^c Aleemeen«
ji
A
A
T
XXX
9
'<
■^
De Mannetjes paarfch geborfle Manaky
(30)
bet
U
Deeze Vo
anneti
hier in de natuurlyke grootte afgebeeld
zy
Werk op Plaat 241, afgebeeld (f)
de BJaauive Mees met de pur p ere £
I
Ik onderfle
, bevoorens
c!at hy
n myn
De
k
naar
weinig overhang
de
Lighaam klein en zwart, met de punt van de Bovenk
ri
De Kop, het agterfle van den
Dekved
Dekveders aan de bovenzyde der Wieken , de Stuit <
der aan de Staart , zyn van een fchoone blaauwe Kleur. De SJagpen
HaJs, de Rug, de kleinftd
boven
en on-
de
der Dekvederen daar boven
3
de buitenzyde, zyn
met fmalle blaauw
ry
nen v
den. De binnenfle Dekveders der Wieken zyn Zwart , met fffoenachtig blaauwe
met
peri-
kanten. De Staart heeft twaalf Veders van gelyke langte j zwart van bov
friialle blaauwe randies aan de buitenfte Vederen. Voorts is'de Staart en de
3
onderen bruinacht
De Kaak
voorfle van den Hals en het middel
fte des Buiks, zyn donker paarsch, met rondefcharlaken roode Vlakken. Een blaau
we Gordel loopt dwars over de Borfl en onmiddelyk daar onder een fcharlakenroode
De zyden onder de W
blaauw. De paarfche Vede
3
de Schenkels en het onderfte des Buiks
lV
zyn Ichoon
3
Wit
Kleur
alle de fchoon blaauwe Veders haar Don
der Pooten en Voeten. De buitenfle Vin
deszelfs onderzyde j hebben haar Donziffe deelen
of zwartachcig, gelyk de
met de middelfien famen
/^^
zyn aan t begin een weini
to-
r
Deeze, Vogel was my door den zeer
tenden
o
J
Heer, Peter
Hem-
V
r
(*) [Deeze Eilanden zyn het , we1ke de Deenen
onlangs in bezicting zouden genomen hebben. De
Inwooners zyn een vreedzaaoi Volk , doch armelyk ,
met ft van Vifch leevende en van de Broodvrugt,
Ook leveren deeze Eilanden weinig of , niets uit: zo
dat de Deenen 'er denkelvkniet veel aan hebben zullen.
(30) Manacus
T. 340. Cotinga. B.ass. Av. If, p, '^40. T. 34, f. i.
Ampelis Cotinga, Linn. S^f/l. Nat. Gen. loB. Sp. 4. '
(t) [Zie ens Zevende Deel ,
]
bladz/ 34
r'
E.N
IT •
1^^ K
'A
E
■'» >
E
-a "^
TeSdorpf, van Lubek^ toege^onden. Hy berigtte my^ dat
den 2 el-
Tie rra
Ven van Liffabon ontvangen had. t Is een Inboorling van BrafiJ, en van
Ferma in Zuid-Amerika, ' De Vogel is door Brisson afgebeeld, in deszelfs Orni-
thologie
i
Vol II. Tab. 34. %. i, en op p. 340. be(chreeven. Hy noemt hem de
Cotinga 5 en zegt dat het een Inboorling zy van Brafil. DeeZen Vogel houdt
voor Aen zelfden als de myhe
5
van
PI 241
liiaar de hier
r
reevene komc
aan zyne
Co t i n
a
nader.
De Kapel , in de hbek van de Plaat,, geriaamd de Geel eri
a 1$ een
Iri^
boorling van Engeland , getekend nuar 't leven in de liatuuriyke grootte. De bo
Venfle Wiekeh zyn" Oranjekleurig , ieder met een ronde zwarte Vlak : het Lyf
geel,
zyn.
'J— D
20 wel als de onderfle Wieken
die ieder met
Allen hebben 2y. breede zwarte boorden ,
een roode Vlak getekend
met
uirgemonfterd. Aan de uiterfle enden der Wieken , buiten het zwart
fmal randje van roodachtige Kleur f*).
eele VJakjes zyn
3 IS een
^^^(^■■^<i^^'^ ^•^!fe-^i=J"$^S''$^4f'$''$
' ' -
^ ■
.«
A
XXXI
I -H
J- K
i -
■■'
f
i3ee
\
2Q
g
in
e
Katuiirlyke g
de familie van Voselen , well
Europifche V
3
my bekend , die met d
e Plaat vertoond
k Manakyns genoenid heb.
'I I
D
be
naafli
fl
a
ftrookt, is de Boheemlche Gaay. Dezelve komt daar med
van Anierikaanfche Voe-eleii
fig
overeen m ffrootte
de
Bel
in de kortheid van de S
de hier te befc:hry vene Soort daar in
k
verfchillendejheeft in de tipr
3
dat
een
wel byzonderlykfl
zeldzaamheid
9
we
b
Iloornig aan d
op de Slagpennen
de eerfle ry der Dekvederen van de Wie
eeze
he eft
ven
tjpp
hangende aan de tippen der Vedere
Gaay heeft kleine
punti
5
ftyf
V
van
(
De Bek is van een
Gog
bruinachtig
3
loopen frhalle witte Streepen. . De Slagpennen zy
lioorriachtige
fchdone Scllarlakeriroode
leur. ' Van de hoeken der gaapin
1 wit ; eeniffe
van de kortften iiitgezonderd
buitenflen zyn donker. De binhenzyd
weihigeri
paarfche Kletir hebben, eii de tippen de
de
Wieken zyn bok wit, rriaar
lyks donker aan de tippen det buitenfte Slagpennen. De geheele Kop^ d
1
1
haam, de Staa
lal
s
ge-
het
en de Dekveders der
V,
van b
onderen
Weini
fla
fchoon rood naar purper trekkende, met een fierlyken glaris als van
Staa
Slagpennen
5
auwer. De ry der D
i
:ermaate
maar de
flbo
de
en 'ik immer heb
1*
g
■ byzonder niaakz
Deeze Veders
rfchillende van alie Vogels. wel
Veders
kelvk geribd aan de tippen :hebbende witte Schaft
5
punt
5
%f
3
eri aan
elyke langte. De Pb
De Staart beflaat uit twaalf
3
Voeten en Klaauv
3
zyn zwart. De bui
- ■/
-*
t '
ten
(*) [D
i
clan de Ofdnje-
1 '
Aapel, door my m het XI. Stijk van het I. Deel my
nm
volmaakt met die van Roesel III. Deel, t! 46. f. 4,
Mturc^; Ed, Xir, p. 7^4. ^ahgehaald wordt, op de
Hyak, dat eigentlyk deeze Oranje-Kapel is.]
(31) Pompadour. Y.iiw. Av. p. 275. T. 341. Tuf-
^
Zreen W^^'i '''''' '' V , , ' ^' ^^' ^ '^ ' ^"^ P^^"^'-^^"^- P^^^^' ^^''^^'- 99. Cotinga purpurea.
JT : 1 iT'if ^^""^erkelyke veranderingeh B.iss. Av. II. p. 347. T. ^5. f; i. AmpelirPomDa
IV.il^ '^ '^'^''' ''^f^''^' ,h^b; docH het dora. Linn. Syjl n1 XII. Gen. 108, S?2 ^
5-, _ _.„ ,,^_
van zyn , gdyk ik aldaar opgemerkt heb ; doch het
kan met dezelfde zyn, met die van Edwards Eaat
304
Werk
45, voorgefleld die de Eubuk van LiNNius is, op
ivelke te regt de Plaat 304, maar verkeerdelyk , in
plaats van Plaat 340, op de zelfde p'agina, in 't ^-r^:
(t) [De Boheemfche Gaay , by ens gemeenlyK
Beeiner of Z'war,te Mantel genaamd , is door my in
09
3
J
im
'Q
-J
J
V
s.
.'-.
I -
%
tsa
V E R 2 A M E L I N G
K UlTHEEMSCHE
tenfle Vingers hebbe
de paarlche Veders zyn in het Donzige gedeelte
begin eenige iimenhechtlng met de middelflen
Alie
Dit is een tier Voffelen, welke in een Franfche Prys
den til
Hoog Ed
en
de
Graaf Ferrers, buit gemaakt waren
Dezelven zoudeti voor Madam
g
Schoonheid is, hop
Naam gegeven heb
men
k. 5
■2y
geweeft
AIzo het
Vogel
van
tneemende
die Dame het
kwaalyk neemen j dat ik hem haar
Inboorling van Cayenne in Zuid-Amerika. Brisson
lieeft hem onder den naam van rurpere Cotinga afgebeeld en berchree\
P
A
A
XXXII
be Shirley 'Fogel (ji)
I'
Dee
K
ze IS I
s
Origineel d
myrie Hiftorle der Vog
3
op PI. 8^, afgebeeld f)
>^-
^ \.f-
zeldzaamheden, in een
Kasj
befchadied Was
en
bovend
maar
onder ande
-^
3
met Glas geplaatft, waar uit het niet mogt g
men worden; zyn my diestyds eenig
mer
den belch
welk door
Ook zai de befchryv
tyd
beichryft. Hy
gebeurti, wanheer men een zelfde Soort van V
welke hier
ge byzonderheden verfchillen
t
op byzondere
de Natuurlyke g
d
2el
De Bek is zv^/artachtig, ilitgenomen
den voet van de Onderkaak, daar de
t -
ve
Vleefchkleur heefr. De Kop, de Nek, Rug, St
de boven
van de Wieken en Staart , zyn donker of zwartachtig bruin, maar de kari-
ten der Vederen lichter. Alle de Veders der Wieketi, uitgenomen d
Slag
pennen , zyn met dwarle Streepen van eene donkere ICIeur getekend. De Staar
heeft twaalf Pennen, die overdwars donker gebandeerd zyn, met de tippen der Ve
deren afgefleetf^-n . pn de nnnten der meefle Schaften daar buiten uitfteekeride. D
6
binnenzyden der Wieken en onderzyden van de Staart, zyn donker, zo wel als de
Onderbuik , Schenkels en de Dekveders onder aan de Staart. De Keel en BorfL
het midden des Buiks
3
de ry rondom het bovenfte dee! van de Wiek
5
^
zy
Klaauwen
fchoone hoog- of fcharlaken»roode Kleur
D
Pooteri
Voeten
en
zy
donker en vry fterk naar het Lighaanl te rekenen. De buitenfte
middelfle Vingers zyn aan h begin famengehecht. Om dat de Staart zig af|
fleeten ve
ze Vogel
Het is
Ferrers
lyk fcheer
heid
dat de Schenkels en Voeten zo zwaar zyn , de
s de Schorfen der Boomen dpklimt
3
het Zoekfe
^ dat dee
zyn Voedze]
die keurlyke party Vogelen, den Hoog Edelen Heere, Graaf
toebehoorend
meermaalen
emeld. Alzo hy my niet gemakke
tot
g Geflagt van Vogelen te betrekken te zyn, nam ik de vr-y
geeven. Hy
den Familie-naam van den Hoog Edelen Bezitte
Guajana, in Zuid-Amerika, afkomftig. Ik vdnd hem niet door eenig Autheur
afgebeeld (f)
De donkere Zwahiwjlaartige Kapel
bovenfle van de Plaat vertoond, komt
uit
CI
H
Lyf
de bovenfle Wieken zyn van
don I
br
of
artachtige Kleur , met kleine witte Vlakjes op de kanten. De onderfle Wie-
ken
(32) Shirlejus. Edt*-. Av. p. 27^6. f. 342.
Briss. Av. III. p. 51.
Card!-
Emberiza Mili-
De Bruine Kardinaal. Nat.
nalis fufcus
tans. Syn. Nat. X- p 178
Hijl. I. D. V. Stuk, bl. 525- '-lanagra milKaris. Syn.
Nat. XII. Gen. III. Sp. 17.
Groote Goudvink^ voorgefteld.]
(t) [Wy krygen
/
deeze Vogels
thans
van
Surf.
(*) [Men vindt hem in 't Viet de D eel deefes Voge- hier van fpreekc]
name en zy zyn met ongemeen. In myn Exemplaar
vind ik de zelfde byzonderheid van de afgefleetene
Staartpennen en uitfteekende Schaftjes, daar Edwakd^
Werks
PI. 59 , onder deo naam van
s
\
-'
I :
E N
E L
Z
A M E
V
E
- \
ken z\
w
m e r k
met vyf witte Vlakken in 't midd
\
in t
;<
de aan den zoom. De onderzyd
rfcheide haifmaanswyze
even
de bovenfi
kend, maar de Kleuren zyn ilaauwer. Hy werdt my prefent gedaan
den verpl
MAS HaF
d
Heer Schildknaap Matthew HAaRiSON
Lord Kameraar van Londen (*).
3
Sir Tho
v:^
f#
P
L
T
XXXIII
%
V
iDe Scharkk
1
roode Mofch (33
V-
\
^ \
Deeze Vba"el5 00k in
d
ers
P
d
D
e
kruin d
K
Natuurlyke grootte op
de P]
r
kunnen rnaakcn
of d
1
ps taamelyk lang, en Ichynt daar van een
d 5 heeft de
ezeiven
De B
ck is van cen ^o
eheel
K leur
e
: neerleggen.
lichtft naar de
'en
het geheele Lyf, zyn van een zeer fchoone roode of Scha
Wieken en Staart, aan de bovenzyden.
X 1
punt toe, De Kop, Hals
'Vedercn , van taamelyk g
Kl
donker zwart. De Staart 'heeft
Wieken zy
elyk
de
a If
la
nffte.
de
■
D
Dekved
met de kanten lichter.
en Voeten zyn zwart
pe
aan de binnehzyd
aan de bionenzyde der
een donkere Afchkk
ur
De onderzyd
de
e
Vingeren itaan d
de Vedertjes boven de K
Staart is zwartachtig
Poo
^
rds
ej
weinie; donk
«
\
achtig in de Donzige deelen
gterwaards, Alle de roode Veders zyn
De Vog
kan
g
daar geen Afbeeld..,g^
dere zyn , dan de Tyepiranga van M
ri
p>
van
Brafil
e
heeft
P
92
2) r
\yi
z
heeft
deszeifs b
le
hryving in zyne Hifto
dezelve, in zyne VogeJkunde
t I
vertaaid overffenomen : maar door eenigen misflag zegt hy verkeerdelyk , dat
B
5
Veders op deh Kop
d
zy
hoe
V
befchr}
goede Afbeeld
logie^ Tom. 111. f). 42. PL 3. f
de
e
g'
hy
Vog
gt dezel
heeft de Fleer B
9
begin zyner
een zeer
no^
Cl
mende hem de Kardinaal (f ). Zie zyne "Ornitho
tf
d was
dt
my
Het voorwerp, naar
Med. DoiStor en Lid der Ko
M
Brook , HeelmeeRei
de Landftreek te beu
geven door mynen waarden Vriend
lyke Societeit, die hetzeh^e
Maryland in Noord- Amerika.
myne Fj
Jam
g
Ls Parsons
igen hadt vai
»
vveike
'7
\
Zuidwaards uitftre!
omtrent d
G
van
Pa
Ifde Zuider- Breed
ika. Hy fchynt, derhal
g Graaden Noorder Breedt<
da
uay
De Gcde Zivaluivftaariige Kapel
naby den Mond Van deRivier de la Plata
IS tot
Zuider
«
dezelve van
donke
Zwart in de verdeel
Mv
zy
eel 3
rde Vriend
to
Kleu
beft
Engelfche afkomfh Het Li^haam heefc
de bovenfte Wieken geel eii donl
de Afbeeld
b
m
i
d
k
blaauw eri zwart, hebbende ieder
dit Werk heeft
5 met eenig
grypen. De onderfle Wie-
roode VlaL
een
5
tekend
J
3
N
(*) [De Heer Linn sirs betreks: deeze tot de He^
kntis , een der Equites Irojani'o^ Troiaanfche Rid-
ders zogenaamd, Syjl. Nat. Xll p 745. door my
btfchreeven in het XL Stuk der Natuurlyke Hifto-
rie, bladz. 191, met eene bygevoegde Af bedding,
wtlke echter van detze aanmerkelyk fchynt te ver-
ilhillen. Llet echte Ex^mplaar van Edwards heb ik
ihans, van Koromandel af'komftig.]
• (33) Paffer' ruber. Edw //u. p. 278. T. 31^5. Ta-
nagra Cardinalis. Buiss. Jv. ill. p. 42. t, 3. f. i,
JX. DeeL
Mer
■
Bell
L r
, , ,. > B^^- PafTer erythrome»
Janus Indicus. Aldrov. Orn. Ill p. jcg. Tye Pirangg
Makcgr Braf. 192. Will. OrnhL 18^. Tanagra
[D
Syfi^ Nat Xll Gen. in. Sp
ar zyn verfdidde Vogelen van deeze grooc.-
te, die Kanlinaal gsnoemd wordeii ,' wegens d*^ Scar=
lak.n-roode Kleur , en de bekendfte onder dezel veni
k blad
503
I
/
r^
h
r
if-
"V
C6
VERZAMELING
UI THE EMS CHE
DANiEiS' SWainI, zondt m/ deefefi Vllnder van 'Norfolk, en verzogt my.daai
vaii de Afbeeldiilg' in ditf' gcideeltfe van myn Werk te geev^n (*).
r^
i
!^>^1
' p
P
L
A
A
T
XXXIV
y
/
- i
I m
D^ Manakyn met een ijoiitc Keel en Kiiif (34)
6
\
Decze Voffek die da; ondeffle op de Plaat k, wordt hier, zo wel als de ande-
re
in de Natuurlyke grootte vertoond. Hy heefc den Bek regt en zwarr, met eene
fpitfe punt. De Keel en 't voorlle van den Kop is wit, 20 wel als de Kuif, welke
hy op de Kruin Heeft, beftaande uit lange, fmalle, puntige Vedertjes. Van het
agterfle dcs Kops, agter de Oogen
begint een zwarte Streep, die
aan ^t
begin
breed is, en verfinallende de Keel omvangt^ loopende rondom het witte gedeelte ,
en hetzelve van het geelachtige , daar ondef , af(cheidende. De Nek, het bovenfle
van de Rug en de Wieken ain de buiten"2yde , hebben eene donker blaauwachtige
. Aschff raauwe Kleur. De inwaafdf^ Dekveders' der Wieken 2yn Kaneelkleurig: de
, een weinig lichter dan van boven. Het
den Hals , de Borfl, Buik , de Stuit en de
Slaffpennen van onderen Aschsraauw
ag
terlte vati den Kdp, het voorfte van
StaSf 1: tef weder^yden , als ook def^elver DekVedefs boVen en beneden , zyn van een
heldere Kaneelkleuf. De Pooten en Vdeten zyn liclit rOodachtig geel: de Klaau-
wen donker en de Veders ook donker Boven de Kriiejen.. De buitenfle en mid-
delrte Vingers zyn op een
/amen
wyze
3
byna tot aan de Klaauwen toe
3
t
evoe
d.
't
,'
\
''
--<■
*
De rood gehdfde KoUbrist
y
De Kolibriet 5 2^ynde de bovenfle Afbeelding op de Plaat, heeft den Bek
ang 5 dun en maaf zeer weinig nederwaards geboogen, van eene donkere oFzwar-
te Kleur. De Tong is, gelyk by het geheele GeOagt, in fyne Draadjes gefplee-
ten.
1
<
3
Het Kuif je op den
met eenen luiiter van
heeft eene uitneemend fchoone roode of Viam-
De Keel is als gebruineferd Goud , veran-
nen
d^rende, naaf eenige plaatzingen van het Licht, in Efmaraud - groen : welke fc hit-
terende Kleuren , in andere plaatzingen, geheel donker zyn. Het Lyf, en de
Dekveders der Wieken, zyn van eene donker bruinachtige Olyf kleur, de Slag
pennefl een weinig naar het purper trekkende. \n de Staart kon ik flegts agt Ve
ders tellen, welke van Kaneelkleur zyn, met zwarte tjppen. De Onderbuik en
Dekveders beneden de Staart , zyn Kaneelkleurjg : de Wieken en Staart van de
zelfde Kleur boven en beneden/ Een wkte Streep loopt dwars over 't midden van
De glanzige Vlak aan den Keel, is door een donker Strsepje van de
Buik.
Hals en Borft afgefcheiden.
^.^ -
e
ooten en Voeten zyn ^wart.
- 1
DeeZe Voffeltjes behoorden beiden tot den buit, s:emaakt door den thans Hoo
Heer, Graaf Ferrers, Lid der Koninglyke Societeit, in wiens Verza-
meling dezelven zig bevinden. 't Zyn Inboorlingen van Guajana en Terra Ferma
in Zuid-Amerika.
k kan
' \
een belchryvingen of Af beeldingen vinden ,
Gl
met
r ■
dezel
\
(*) [Dit IS onze zecr bekende Page de la Rem.weh [Noopens andere Manakyns zkt rtiyfie Nat. Hlfl. I. D.
Door een zanderllnren mlsflaj>
o o
ke, onder den naam van Machaon , thans de drie-en- V. Stuk bladz. jggi.
dertSgfte Score in het Geflagc der Dag-Kapellen by den' vindt men hief op de Plaat Mamcus fade ntbro^ in
Heer Linn^^us uitmaakt. Zie de befchryving daar vati pjaats van fdck albd^ gdrrigeden.l
in myne Nat. Hift. L D. XL St. bl. 2d6j
(t) MelliOjga crida rubra. Em. M
.(34) Manacus Facie a!ba. Edvv. Av. 286. T. ^U. 344. Tfochilus eliical Linn. -Syjl Nat. "XlJ
-^^r. T.
- ' ' r.
Pjpra albifrons. Linn. Syjl, Nat. XII Gen. 115. Sp. 5.
J m.
Sp. 19,
f
E N
E L D
4
deze
komflig 2yn
A
20 dat ik
M
O
*a -t
voor
afgebeelde of befchre
'«•
Vo
houde
I
ift
XXXV.
r
r
JDe /^<?2;^/ Hoppe genaamd (35)
-■f
Deeze Af bedding is een weinig klelner dan Natuurlyk^ om den Vogel op
PI
gaaping
drie K\^
e
k
breng
twee en een
Zyn Bek heeft) van de punt tot aan de hoeken der
5 geflooten, vyf Duimen en
l£ Duim
g
de Wiel<
Dui
7. w arte
d
K
on
D
k
Ly (1 e
Hy ichynt ongevaar .de grootte te hebben van een Mere! of
Bek
IS
A,
g
punt
d
3
£'berp gepunt , en een
* r
ic nederwaard
Vleefc
den, Kop J die door een byzondere groote
of Kuif, van lange opilaande Vedertjes, aanmerkelyk is. De Oogen zyn Ha
Kl
wit daar onder
^
de Vedertjes van de Kam hebben zwarte tipp
5
met een weini
Voor
5
en
Bor(]:,.van eene geelacht
met ^warte dwarsftreepen.
ge zyn dezelven, zp wel als de geheele Kop, Haj
d
Z)
De St
bruine of Kaneelkleur. De Rug heeft die, zelfde Kleur
De Stuit en Dekveders van de Staart^ bdv.enen bene*
is aan beide zyden zw^rX,, met een g
.^k ^ 'IT.
ene witte
flrcek overdwars-
meer dan tien Vede
gelyk dezelve zig in de Afbeelding vertoont. Zy heeft niet
V^an de Slagpen
tvveede en
de
rde langft. Zy zyn
Zwart
de buitenfte de helft korter dan d
^ uitgenomen dat de negen bui
tenfien ieder een wit inerk overdvvars hebbe
5
de tippen
3
de
^m
:'-
■• .:
F' -
gende ieder
g
witte baa
de
maar de kleinften, naafi; aan de Rug, zyn zwart §
der uitwaardfe Baarden erezoomd
De
fie ry
der buitenfte Dekvederen , boven de Slagpennen, is zwart, met hoog witte tippen
de tvveede ry d
is WJt
deeze maa
d
over de VVieken. De
Dekveder
met; elkander, vyf witte baaren
s
)
aan
de
n
roodachtig bruJn .
aan de buitenzyd
gedekt^ met
en
het
i
den B
de binnen'zyde der Slagpe
Schenkels en" omftreeks. d
Qiien
der. Wiek.
is zo Re
zy
\
>
als
- -
Ved
ertjes
d
Leg,
IS
F^'?
een
weinig
dacht
t5
b
De Zvden zyn genierkt met donkere (I
de Voge
elchaduwd of sewolkt zyn me
langs de Schaf
ten
der Ved
De
een donkere Loodl
g
M
Voeten en Kl
vindt de buitende V
3
zyn zwartachtig of
\
met de middelden famensevoe
■-
aan
be
Deeze Hoppe was in
d
in
)
een
3f
a '•
abuurfchap
Londen sefcho
nor Doktor Reeve, Prefident
t.
n
I
Heer bee;«eerte hadt, om
lat gebra
dwaalde Vogel by w\
het Kollegie der Gen
3 en my g
•7
• ' ^
veil
Alzo deezd
er een Afbeeldine; van' te zien, heb ik dezelve hier in
PI
t Is
gentlyk
een
nboorling
Engeland
, -r.
".*■ -i • '^f
een ver-
in
d
ft
zien
Land gevangen wordt
Helen of broeden. In de meefte d'
d
Europa
kenners
ten-Ee
hy gemeen; doch zai geloof
die hem befchreeven hebben.
Trek
o
daar
el zy
van
niet fp
k denk dat men ze
n \ vaUe Land van
■ hoe wel de Vogel-
en men vindt hem, (millchien alleenlyk • 's W
Hy
een
Infek
Ooftindie. Ik heb een Afbeelding
b L
,)
aar van
d
wat de
Kl
g
op Ceylon
edaante
aangaat.
eetekend, door be
naauwkeurig was , g
3
zynde in Oofiindie naar t Lee
g van den Heer Schildknaap J. Gideon L01
g
-■\x
zeii
• -'(SS) Upupa. Edw. /iv.p, 282. T. 345. Briss. Jv. Upupa Epops. Linn. Syfi. Nah XIL Gen. 64. Sp, i
n. p- 455. T. 43. f. I. Upupa omnium Auaorum
»
6s
V E R Z A M E L I
VAN .UiTHEEMSCHE
zen Gouverneur van dat Eiland. Alle de Vogelbefchryvers hebben er van
handeld (*).
e-
'm
■s
^ ®!©;®;©^!©;!©j^;s:^;©^
><is>»
4 ,
P
L
■■ Id
A
T
XXXVI.
/
y
De Surinaamfche Mimrkruiper (36)
De Voorwerpen, op dee^e I
beiden naar 'c Leven
c
lyke grootte getekend
De Bek des Vogels is op zyde
g
de Schets daar
5
Hy heeft den Bek
J
in de hoek der Plaat
Lighaam te rekenen
g
bov
g
\n de NatLiur
famengedrukt
blykr.
g haaki
ss^
ezien
d^n
aan de punt, en van eene donker bruine Kleur. De Kop, het agterde
Hals, de Rug, Stuit, Staart en Wieken, zyn donker Loodkleurig blaauw. Alle
de Dekveders aan de bovenzyde der Wieken zyn wit getipt ; die aan de binnen
d
yde donker, met witte randi
>
w
der Staart vede
De Borfl, B
De binnenzyden der Slagpennen
zy
Afchg
3
Dy
Dekvede
lichter dan de bovenzyd
e
de
D
derzy
Keel
JS
der aan d
Staart
3
blaauwachtige Afchkleur, lichter dan de bovenZyde van den Vogel
de Schenkels toe, is de Borfl gemerkt met witte Streepen
zyn van eene
Van den Keel
tot
Ian
den van ieder Veder loopendcj d
s
mid
puntj
dig
donker b
De Pooten en Voeten zyn
V
el
bevindt zig in
den Vriend , John Fother
de Verzameling
myn
waarden en
plig
3
ft, cm my te begunftigen met
Geneesheer te Londen; die altoos gereed is
i r aa ij
ezigt en gebru
f
't welk hy bezat. Men hadt denzelven, met veel andere Natuurlyke zeld
zaamheden , in Liqueur
Surinam
Barbad
gden Heer^ in 't jaar 1758, prefent gedaan. Ik
in Engeland gebrag
aan
of belchryving van d
gen Vogel gely
i
ik geloove, dat dit 'er de eerfle Afbeelding en befchryving
liets, dat naar de fig
g Autheur vinden :
des
D
g
heeft den Kop
donkere Zwaluwfiaartige Kapel
zy
in
bovenfle der Plaat vertoond
Pooten
5
Lyf en de bovenfte Wieken donker: uitgenomen twee
hoo
\
de Vlakken op ieder Wiek
hec Liffhaam. . Die Vlakken
een
(te W
zyn
Kleur omringd, dan het overige der Wieken heeft. Ook zyn de
kleur '.
Wiek
met Oranje gefchaduwd
dan de bovenfle en hebben ieder zeven Vlakken van Room
Dezelven
zy
door de Aders o
deeld, en twee derzelven hebben in
Ribbetj
der
d
der Wiek zes halfmaanswyze Oranjekleurige Vlakk
t midden ovaale zwarte; gelyk
3
en van
haare
komdig 5 heb ik ontvang
Zo(
dat
vinden
gegulpte boorden. Deeze keurlyk
de Tandswv
den beleefden
Kapel
(hy
van China af^
van den Heer Thomas Harrison , Kameraar
pligtenden Heer Harrison
Londen
dezelve zeer
zy
9
want ik heb ze
Ik geloof
m
eene Verzameling kunnen
PLAAT
A L
• »
(*) [Zie eene uitvoerlge befchryving van deezen
Vogel in het I Deels IV. Stuk van myne Natuurlyke
Hijlorie ybhdz. 414. enz.]
(36) Picus Surinamenfis. Edw. Jv. p. 2^4.. T. 346.
(*) [De Heer Linn^us becrekt deeze Kapel, vol-
gens het Nommer van de Plaat , tot zynen Deiphohus^
nnder de Trnm^nrnfip Ridrlprs* fy'if^ S^^ff:. Ndt^ XIL p«
)
vol gens de
ling ,
yving in Muf. Liicl. Ulr. of vo'gen ^_
daar mede ftrooke. Zwarc is zy immers niec.
en de zeven roode byna Ringswyze Vlakken , man-
keeren 'er voiarekt aan. (zie myne ^at. HtiL L D.
XI. Scuk , bladz.
.c
^
>
/
merkc te hebben, dac de Kapel op de rug !a
]
opge-*^
^^■
/
'E K
Z E L
A
M
VO
E
*-x
^
/
^^^^^^imi^^^nmm^mi^^^^
X '
r \
< -*
mmmm^m!%¥&m¥mmsm^
L
A
T
XXXVIL
ei
- Het roodborftig groene Boomkrutpertje (37), '
r
■
Alie de vier Voorwerpen op deze P]aat,2yn in de Natuurlyke grootte afgebeeld
Het bovenfle Vogelrje
h'eeft den Bek lang en \
da
een
g
derwaards geboog
Boomkruipertje is met
rooden Borft
s
van eene donkere Kleur ' zo We!
de Pooten en Voeten. De Kop, Hals, Rug en Dekveders der Wiek
glanzig g
eerfchvn
zyil
vedeVs aan de bovenzyde der St
en de St;
dcren ee
Jiehter b
Vederen
licht bru
die twaalf Penn
gebruineerd Goud en Koper. De Dek
y'n Ichoon blaauw. De grootfte Wiekveder
der Ve
eft, 2yn donker b
met de
weini
in da
b
chter ■ de binnenzyden der Wieken en onderzyde van de St
H
midden
den Borfl;
De Buik - Schenkels en Dekveders onde
edekt
de* Staa
met fchoon roode
of Afchkleur , by
der de Staart
p
J
5
2jn
ft
\
"fc
H.
^
gevhkte, Bobrnkruip
^'y
>i<
r-
De onderfle Afbeelding vertoont dit laatfl
hcefr, 00k van
dfe
n
B
der
St aa :
derb
Wieken
ir. De Kbp
De Borft,
zyn Jiehter green , naar g^cl trekkende.
ctekend met donker blaauwe VJakken.
Pooten als bb\
r-
zyil
donkere Kle
hoog groert.
H
Bu
s
R
Staart
Dekveders
de
I ,
aan
De Keel is g
kcr brui
Eeks ondef de Oo^en.
bewaard, hadt de
en Dekveders 01
^n van den Kop tot aan den On
De grootfte Wiekveders zyn don
-;'.
E
geele Vlak aan den K
Daar loopc een blaauwe Streep van ieder hoek
ander Vogekje, v
tt
J
bl
zyn.
De blaatiwhaairige flie
deeze zelfde S
waarfchynlyk zal dat
met deeze
het Wyf»
5
daa
ehs
zo
Lyf, d
het blaauw zig vertoont.
edek
J
met
derl Kop rood ; de Pooten dohI<
zwarte H
-J
Het onderfle Voorwerp bel
De Wieken zyn lich't bruin en doorfchynende
door welken
le
Infekt
of Schtrminkeh (]•)
H
Doornig, h
g
of het Ooren had
men Spookjes noemt
ci
d
H
Kl
Onderlyf met Leedjes gewricht^ en alles van eene
H
by Vlakken onregelmaatig gefchaduwd met donkerer bru
Bovenlyf
achti
door Gouve
gemelde Vogeltje was van de Kaap der Goede Hope medeffebra
LoTEN en bevindt
g than
s in het Brittannifch Kab
van
Naturahen {§). Het andere is in de Verzanieling der Hoog Edele Lady Lyttel
TON, d
Wefiind
my met
warn
De
gezigt daar van begunftigde
dere Voorwerpen zy
s
erhaalde, d
het
onden
d
eejfl
,, >...x..«.^,. ..v.^.... ^^ ..w^*. aiiuci*- vuuivvcipeii zyn my gezonden ffeweelt
door mynen altoos verpligrenden Vriend, Frank Nicholls, Lid der Koninfflvk
9
Soci
Lyf-A
den
v
leeden Koning : die my be
het Eiland Jamaika gezonden waren, door Kolonel Charles
[1
(37)
T. 347'
Sp. II.
f. 2.
Syft.
tte^ dat zy hem
RICE. Ik kan
niet
kers van de Spookjes , met Vleugelfcheedies in plaats
-7
(5) [o
1
im
X. S^uki
van di
) [In 't Engelsch WaWmg^Stich , dat is Wande-
kndeStokjes, waar van de Franfche Vertaaler , zeer
grappig gemaakt heeft Batons a marcher , dat is Wan
deldokken. De zcdanigen als deeze zyn de Mas
/X. DeeL
flag, gedroogd, van de Kaap hekomen; eenigen van
welken, behalve de gedagte Kleuren, een hoog geel
Plekje op de Schouders hebbenj en dees '■
lyk de Mannetjcs zyn,]
,e
moo
I*'-
I *,
s
70
i
V E RZ A M E L I N G- va N. U IT H E E M S C H:E
/
vinden, dat een van deeze
Ichreev
M
Plaat gebragt of be
■^
1*
' t
I
>
A
A
T
XXXVIIL
^
D
5;?
L ■
V lie genv anger (38)
■r
De beide Vogeltjes op deeze Plaat zyn naar 't Leven en In de Natuurlyl<
b
te afgebeeld
' ■ Hei
bovende, genaamd d© Zwa^t en Witte Vliegenvanger, he^ft den Bek regt,
dun en ftherp gepunr, zwart van Kleur. Rondom A^^ix voet van de Bovenkaak
zyn eenige Vi^
wel als de zyd
derzyde
zwarte Haairti
%
de
-;
Kop
daar de Oog
aards ultgell
(laan
5
IS wit
Het Voorhoofd
als ook de
I
3
, van den Bek tot aan de Dekveders van de Staart ingeflooten. De
Kruin des Kopsj de Nek, Rugs Wieken en Staart, zyn zwart; uitgenomen
tippe
der Staartvederen
3
die ■wfit
dj
aan
de ka
1 1
-J'
de
De binnenfle Slaffpennen hebben fmalle
van haare buitenfle Baarden
De Wiel
zyn
ook
wederzyds 3 door frnalle witte Streepen van de Rug afgezonderd. De Stuit en Dek
veders aan de bovenzyde van de Staart zyn wit, met een weinig zwarts daar
onder gemengd
De
z.y
bruiner zwart dan de andere deelen
De
ardfe Dekveders der Wieken zyn wit ; de SlagpeAne
de binnenzyde bruin
g Aschk
dan
de buitgnzyde: de Staar
onderen
van
i-
.y.. .--- -i
boven even donker: de Pooten en Voeten zyn zwart.
Den Qnderftefi Vogel^ noem ik de Geheel groene Boomkndp
den Bek nederwa^rds gekromd en van een donke
Tl
■■
Kl
C)
^g^
D
- ) '
hcefc
1" A ^
-17
aan
den
voet van
^ .■ ,?:, ^
Onderkaak
g
De gantlche Vog
3
blaauwachtig
Kop
daar dezelve Vleefchkleurio:
behalven dat de enden der Slagpennen zwartachtiff
de Nek .
IS
^=
zyn
Rug
Wieke
en St
zyn donkerfl en
I ,
roenj^ de
De Pooten en Voeten zyn donker of zwart
eheele Onderzyde en de Stuit lichter of geelachtig
roen.
-*
De eerflgemelde was van Guaiana of Suriname 2;ebrafft en bevindt ziff nu in Dok
FoTHERGiLLs Verzamelinff. De andere komt uit de Spaanfche Weflind
wordt in het I^abinet van Lady Lyxtelton bewaard. Ik kan
door iemand afgebeeld of befchreeven zy
dat een van beiden
>
\
/ . - — ■
P
L
A
A
T
u_
^ .
XXXIX
-'. i
''-
De
'.4.
Mees. (30).
De Afbeeldingen op deeze Plaat zyn wederom beiden naar 't Leven en in de
Natuurlyke
rootte
etekend.
v:
De Bek van het Vogekje heeft het zelfde maakzel als die der gewoone Mee
zen
■ -
(S8). Mu|CK,9^?. mS^ & alba. Em, Jv. p. 287, (*) [ Vpor een Bpo^nkniipcr fchjnt deeze den Bek
T. 348. NP. [Op de Plaat is hier, door ^e|j, iller- wat djl^ te hebben: anders zpu hydeCmhmCayana
grofften misllag van den Hoogduitfchen Uitgeever, ge- dankt my, naby koraen, en misfchien het W}fje daai"
ZQt CokinHcriJ^^^lq magna Indicaj Q^i:/is,iQ van kunneri zyn.]
k^nide lodifche Duif : 't welk op geen van de bei4e •
Voerw^rpen paft en tegen, #, rr^nfgji^ benaamingea ,
Geen van b^den vind ik dpojr ^.iNN^ys,
aangehaald , maar deeze fchynt n%3r zyp.e M,ii^scic9pa.
Capcnjis of torquata wel wat te gelykeri. " Ondertus-
fchen verfchilt de plaats der af komft veel.]
(39) Parus Paradifiacu.^, Edw. Jv, p. 2S9 T. 349,
Xang^.ra ^rafiJien^s. Maecgr. Braf. 2x4. X 215.
Tangara, Bi;;iss, ^•^;. III. p/ 3, T. i. f. i- AYJcuja <J
Tatao. Seb. i%f/I L T. 60. f. 6. Tamgu/xitm*
Linn. SyR N^p^XlL Gca* iii. Fp* n.
' , ^ -■ ^ . ^
V
r'
k
EN
ELD
x\ A M
E N.
71
zcn en is van
ecne zwarte of donkere Kleur. Rondom den voet van de Boven
kaak zyn de Vederen 2\vari. lict hceft de Kruin en zyden des Kops gedekt me
v\^aar in de Oogen geplaatfl zyn. liet agterite van den
k de ry
Ved
roene veacren,
gcclachtig
i<^op en Hals; het begin van de Rug, de Staart en de Slagpennen, ais 00
van Dekvcdcrs onn^iddclyk daar boven , zyn alien diep Fluweelachtig zwarr.
der buitenfie Slagpennen zyn Ichoon blaauw, zo
kanicn van eenige weinige
De
wel
als de klcine DekvederSj^met een zvv^arte Streep dwars daar door. Dq binnenzyden
derWieken zyn donker, hebbende de Dekveders met blaauvv groen gerand. De
Staart hcefc twaalf Penncn, die donkerer zwart zyn van ond^rea <3aji van boven.
Het laagfte der Rug en de Stuit is met Vedertjes gedekt van eene by uitftek hel
der" roodachtige Oranje-klcur
mec
r naar h Geele trekkende op de boven - Dekve-
ders van de Staart. De Keel en Borft zyn Ichoon donker Ukramaryn-blaauw ; 'c
welk aan Bulk en Schenkcls alicngs in een fchoon blaauwachtig Zeegroen verwan
Dc Vedertjes aan 't midden des Bulks , omtrent de Leg, en
Dckvedercn onder aan de Staart ,
delt.
de enden der
zyn donker of zwart gekleurd. De Pooten en
Voctcn zvn donker.
In dit Vogekje zyn de Kleuren, zo wel als in veele anderen van dit Werk, 20
iiitermaate glanzig, dat myn geheele reeks van Verwen, gepaard met myne groot
fte ervarenheid in \ mengen en famenftellen , niet dan eene fletfe en doode vertoo-
ning hebben kunnen voortbrengen , wanneer
vergeleek. De Heer Brisson, niettemin, heeft in de Inleiding zyner Vogelkun
men de afgezette by de Natuurlyken
d
e my
bcfchuldigd, van myne Kleuringen fterker
emaakt te hebben dan de Na-
tuur ze o
pgeeft.
*"
e
Dit is een van die keurlyke Vogelen , in bezitting zynde van den Graave Fer
RF.RS, Lid derKoninglyke Societeit. Hy is van Guajana, in Zuid-Amerika, afkom-
flig. Brisson, die hem heeft afgebeeld en beichreeven , noemt hem Tangara
Hy maakt 'er de cerde van dien naam, by Marcgraaf, van; doch ik kan gten
genocgzaame ovcreenkomft in de be0aryving van dien Autheur vinden, om vafl
te flellen, daf het de zelfde zy met die van Brisson en den mynen j welkenna
genocg overcenftemimen.
^9
.■>
J
, onder op de Plaat, wordt zelden groq
ter, dan het hier vertoond is. De bovenzyde, uitgenomen een witte Ring rondom
Het kleine Zwart en lioode Slangetje
den Hals, is glinflerend girzwart :. de Bulk of onderzyde fchoon helder rood: de
Oogen Vlamkeur. Men achtze onfchadelyk, en vindtze in de Spleeten van Rot-
Torren, Duizendb^e-
/
zy aazen op
fen, oude Muuren en gedroogd Hout; alwaar
nen, Wormen, enz. Nooit ziet menze in 't open Veld haar roof vervolgen , ge
]yk andere Slangen doen. Wanneer menze verdryft doen zy geen tegenfland
trachten te ontvlugten en zoeken een veilige wykplaats. " •
Dit aartige Slangetje is my uit Penfylvanie door mynen goeden Vrind , den Eieer
5
maar
I
W. Oartram, toeffezonden. Een andere Soort kwam daar nevens, welke
i ■- ' l:^
mede zeer naby overeenkomt, maar een weinig gropter. is. Derzelver bovenzyde
was Kaflanje-bruin, de onderzyde hoog geel, en deeze beide Kleuren waren op de
zyden, over de geheele langte, verdeeid door blaauwe Streepen, met kleine zwart^
Vlakjes
ken om den Hals. De Oogen zyn Goudkleur. 'De Geftake
efprenkeld. Het heeft een fbort van Halsband of Kraag van geele Vlak
in 't
'^
eheel ftrookt
-J.
met die der Afbeelding, welke op de Plaat getekend is. Het is insgelyks on
fchadelyk.
• De meefle Slangen v/orden, door de
Dieren gevreesd. Het zou derhalve zeer nuttig zyn, door alle mooglyke Waar-.
en Proeven in 't zekere onderricht te worden, welke Soorten nadeelig
r
Menlchen , ak Vers Iftige., m. sevaarlyke
neemingen
zyn, welke niet, en daar van een Lyfl temaaken, om de Menfchen van onnutte
fchroora voof deeze Dieren te bevryden. Ik zal^ als een aanipporirig tot zulke
^
^,
/
VE-RZAMELING van UITHEEMSCHE
I
^
7
Waarneeming
h
Maart 1 762 aah de Kor
bvzorldere Gevallen op
een
cr
edeelte inlaflchen van een Vertoog, t welk den li
Societeit voorgelezen vverdt. Hetzelve geeft twee
3
Arbeidslieden , die in hun vverk gebeten waren door
Die
d
men in
E
d de Shw' of Blindiv
noemt
dat
Ferfbonen hadden geen het minfle nadeel of
aan hunne Handert hingen en vad; zaien, en
Schepzel wordt niettemin , door het gemeen
doodelyk geacht te zyn^ daar het gemelde Beri
:ma
er
d
O
De gebee
fchoon de Di
Bio
d volgde op de Beet
D
denkbeeld , zeer
t
fchynt te bewyzen
3
lyk , zo ,niet
dat deszelfs
B
in
deele Venynig zy
s
-—
^.
'WW^WW^W^
'^--^
L
A
r
XL
^
N
^
i}e iivarf en
Mees (40)
^rf^'
Deeze Vogel en alles is hier in de Natuurlyke grootte afgebeeld
'%
> s
Hy heeft den Bek zwart , kort en van figuur als de gewoone Meezen. De Kruiri
en zyden des Kops 5 de Keel, Borfl en de agterfle helft der Rugge, zyn van een
fchoone Ukramaryn-Kleur. , Het agterfle van den Kdp, de Nek, het bovenfte vari
de Rug, de Staart en Slagpennen , zyn Fluweel zwart, uitgenomen de kanten der
pennen , die Zee^rov.
buitenfte Slagpennen, die Zeegroen zyn, zo welals de kleinlle Dekveders der Wie
ken aan de buitenzyde. De eerfle en tweede ry van Dekveders boven de Slagpen
nen zyn zwart, met fchoon blaauwe kanten. De binnenfte Dekveders der Wieken
zyn Room.kleurig. Van onderen zyn de Slagpennen donker Aschgraauw, met
De Staart heeft twaalf Vederen, die donkerer zwart
kanten der Baarden witachtig,
van onderen zyn dan boven. Aan de Keel en Stuit is een menerelin
van zwarte
Veders onder de blaauwe. De Buik, Schenkels en Dekveders onder aan de Staart^
2yn Roomkleurig: de zyden van den Buik een weinig gelchaduwd met blaauw en
taamelyk regelmaatig ronde zwarte Vlakken. De Pooten en Voeten zyn donker. .
Dit is een van die keurlyke Verzameling van Vogelen, den Heer Graaf Fer
RERS toebehoorende ; af komftig van Brafil en de nabuurige Geweflen. Brisson
t ^1
heeft hem afgebeeld en befchreeven , onder den naam van ^q Blaauwe Tangar a
van Cayenne, Zie het Derde Deel van zyn Werk, PI. I. Fig. 3. Jk houd hem
ook voor den Guiraienoia der Brafiliaanen. Zie Willoughby's Ornithology
'
7
p. 241
\
De Tak was 'er alleen dm den Vogel op te zetten bygedaan. ' Hy is van een
Granaatappelboom , die tegen een Muur in een Tuin by Londen groeit. .Men heeft
hem zeer naauwkeurig naar 't Leven getekend, terwyl hy in bloesfem ficndt, die
tot Vrugt begon te zetten. De Bloemknoppen zyn rood eer zy open
aan
en
ontlooken breiden zy agt Blaadjes uit, van een (choone Scharlaken-kleiir. De mid
delftukken der Bloemen zyn geel. Aan den top van het Takje is een Bloem ver
toond, die zig tot Vrugt zet, met de Blaadjes afgevallen, en omringd door Bloem
knoppen^ die nog geflooten zyn. De Bladen zyn ftevig en glad, van middelmaa- ,.
tiff of liever zwartachtiff Groen. De Af beelding flelt de gedaante der Bladen ert
Bloemen beter voor
3
an
I met woorden uit kan drukken
.--^
«
' V
■ '
PL A AT
«\
/
(*) [Dk Dier wordt in 't Franfch Avoyne oWrvert , waren, maar de een eeu Vrouw, de anderehaarMan^
in 't Hoogduits Blinds ch leigh , en by ons Blindjlang ge* twee of drie Jaaren daar na: doch ten opzigt van de
heten; om dat het naauwiyks fchynt te kunnen zien. • onfchadelykhetd der Beeien komt het op even \
Ik heb het in 't VI. Stuk myner Natuurlyke Hijlorie ^ zelFde uir,]
(40) Pi^'^s nlger & caeruieus. Enw, Jv. p. 292^
Tangara CayanenOs cserulea. Bki^s. Jv, III. p. 6.
T* I. f. 3. Tanagra Mexicana, Llnn, SyJi..Nat, XIL
bladz. 426, enz. omflandig befchreeven. ^ Het Ver-
toog , daar Edwards hier van fpreekc , vindt men in
h'^t^LII. Deel der Philofophifche Tranfa^ien , p. 475.
Het is een weinig van deeze opgaave verfchiHende; Geo. ill. Sp» lo,
alzo de gebeetene niet twee Arbwiders of Werkliedea
■ \
' I
/
\ ■
E ^
Z E
A A M E
O
o
■<t
fS^^SN^^
A
XLI.
Het p^ogchje Sayacil genadmd (41).
\ra
n de beide Vogelen
op deeze Phat, die in de Natuur
rootte voorge
Held 2yn, voert het onderfte den naam van Sayacu. Deszelfs Bek is taamelyk.
ilerk , celyk die dcr Graan eetende Vogelen, en zwart. De geheele Kop, Hals,
de Dekveders onder aan de Staart , is'
Rug en de onderzyde, van den Keel tot aan
■gcdekt met Aschkleurige Vederen, die met blaauwachtig groen gewolktzyn, maar
byzonderlyk op de Rug. De Veders van de Wieken en Staart zyn donker en
gcrand met fchoon blaauw, dat een weinig naar het Zeegroen trekt; 2odat5wan-
iiecr de Wieken en Staart geflooten zyn, dezelven zig t'eenemaal van eene blaauw-
achtige Zee-kleur vertoonen, uitgenomen de tippert d^r Slagpennen , die zwartach-
tig 2yn. De buitenfte Dekveders der Wieken zyn zulver blaauw; de binnenfle van
De binnenzyde der Slagpennen en onderzyde van de
cen Witachtige Aschkleur.
c.
;::)taart ,
2^'
}
n donker Aschsrraauw. De Staart heeft twaalf Vederen.
De
'- i.
;
Vocten en Klaauwen, zyn zwart.
Het bovenfte Vogekje is de Guira Giiacuheraha (*). Dit heeft ^qxi Bek taame
lyk dik 5 van boven donker , Van onderen Vleeschkleiirig. Een fmal ±\v2xt Zodmpje
omringt den voet der Bovenkaak, eh verbreedt zig, aan de zyderi van 6:m Kop,
ondcr deOogeii, tot aan de plaats der Ooren, flrekkende zig verder rondom de
Onderkaak nedervvaards , ter breedte van een Duim langs den Keel uit. t)e Kruin
des Kops, de Nek, Rug, Wieken en Staart, zyn van eene bevallige Olyfkleur.
Een geele Streep loopt rondom het Voorhoofd, boven de Oogen en daalt langs de
■ izyden des Kops neder , fcheidende het zwart aarl de vooi'zyde, van het grden aan de
agtcrzyde, af. Het voorfte van den Hals en de Borfl: zyn van een ^hoode Oranie
kleur,die naar beneden allengs in geel verandert. Even 't zelfde heeft onder op
de Rug en aan de Stuit plaats. Voorts is de Buik van onderen, 20 wel als de
Schenkels en de Dekveders beneden de Staart , zo wel als bo
Dc tippen der Slagpennen trekken naar het donkere en van
zyn de kanten helderer groen , dan de andere deelerl.
ven
anzi
gQQ\.
D
eenjge
der buitenrten
e
binnende Dekveders
der Wieken zyn Roomkleurig , de binnenfle zyden der Slagpennen liclit Asch-
graauw
Ved
e Staart heeft twaalf.
crs ,
met de kanten der binnenfle Baarden witachtig. D
die aan de onderzyde licht Aschkleur zyn : de Pooten en Vdeten zwart.
De Guira bevlndt zig in de Verzameling van Graaf Ferrers : de Sayacu la
an Doktor Fothergill. 't Zyn beiden Vogeltjes uit Brafil en de nabuurl-
e Landen. De Guira is in 't klein door Marcgraaf afe-ebeeld, en zyne Te-
die V
kening , fchoon flegt, is door namaaken, verandefen en van de eene in de andere
zodanig verbaflerd , dat zy naauwlyks kenbaar is geworden.
hand over te
aan
De Sayacu zal, geloof ik , nooit afgebeeld zyn geweeft, voor dat zy op de te-
d
enwoordige Plaat te voorfchyn kwam. Men kan Marcgraafs korte befchryvin
aar van
als 00k
di
e van het ander Vogekje ,
WiLLOuGKBY vinden 5 alwaar
een figuuf van de Guira op Plaat 41 is voorgefleld. Brisson heeftze beid
Marcgraaf, in zyn Vogelen- Werk
befchreeven. , -
e
n
ebragt ,
uit
en op de aangehaalde Bladzyde'i
1
-■N
\
(41) Sayacu. Edw. Av. p. 29
T. Q5t
W
if.
varia. Briss. Jv, ML p. 18. I'anagra Sayaca. Linn. p. 533
PLAAT
2p\. T, 35r. \\hLi: Ornhk 173. t 41. Marcg£
Sylvia Brafilienfis viridis, B[<iss. //-y lit
Jv. p.
114. Sp. 36.
Syfi.
'4
IX. Dcel
\
r B
i*? -•
74
VERZAMELIN
VAN
ITHEEMSC
»
E
'Jr
J®
\
XLII
e
De ^cck Rmdhp' Kmdrk
De beide Vo
tjesi op
Plaat ^y
t
e
d near leevende VoorwerpeOj in Kooitj
de. De Toon van ^t gee!e Vogekje
rlyke g
lyk men de Z
■V
T
toond
en
e-
vo
3
waar van het
Verfcheidenheid ichy
„ _els houdc
lykt naar die van een Kanarie-Vogel,
Het geele met den rooden Kop
Onderkaak Vleeschkleurig geel
helder
Borfl, Bu
roodachtig Oranjel
Scheni
5 zyn.
Bovenkaak d
Bel
r
de
Zwartachtig. De Kruin des Kops Is
Dekveders onder
o
e
Staa
a
Stuk
kle ur
rfte van den Hals, de Rug, W
die met Ojyfk
3
donkere KI
elde
ezoomd
3
den Kop; de K
zyn helder geel
3dekt met Vede
3
Het
van
2y
een weini
eeler
an
De PoQten en Voeten hebben eene blaauwachtiffe \
aan de
23
^
warie Koodborflige rink
De Zwarie Dtkhek% die agterlykfl:
V
Isj, heeft den Bek kort en dik, gd-
I^'k in andere Vogelen van dit Geilagt en van donkere of zwartachtiffe Kleur
20
wel als de Oogeji. De Kop, Hals, Borft, Rug, Staart en de Wieken aan ^Qh
o
venzyde, zyn blaauwachtig zwart en taamelyk glanzig. De kleine Dekveders aan
5 zyn wit.
pennen een we in ig wits aan het onderfte, der Baardenj/t welk
\ midden van ieder Wiek. Aan den Bulk , Schenkel
de binhenzyde der Wieken en de randen der Wieken of Schouders
Ook hebben de Sla
een witte
raaakt
op
en omftreeks de Leg, heeft hy eene donkerroode Okerkleur. De Dekveders on-
der aan de Staart zyn donker of gwart
paarsehachtige Vleeschkleur.
«,.
en Voeten van eene
Deeze twee aartige Vogeitjes zyn^ 'zo ik
eloof.
tot nog
foe niet afgebeeJd of
befchreeven. Zy leefden in 'c Jaar 1760 en behoorden aan den Heer Philip
Carteret Webb, Lid der Koninglyke Sodeteit, Parlements-Lid van Haslemere
in Surrey: die my vrindelyk teo zyneo Huize in'Londen noodigde, om dezelven
't Is veel voordeeliger de Tekening te maaken naar leevende Vo-
af te
nen.
gel
s
?
wat derzelver pofluur, manier van zitten, enz. aan
aac;
daar
men uit
Vogels, die gedroogd en opgevuld zyn, geen regt begrip van heeft: hoewel dee-
2e beter te onderzoeken zyn , ten opzigt van de binnenzyden der Wieken , het
etal der Vederen in de Staart , de
men zig niet van verzekeren kan in koflbaare
en eenige andere byzonderheden ;
leevende
uitlandfche Vogeitjes
welke door \ vatten en behandelen mogten benadeeld worden. De bekwaamfie
werpen om^ naar te
enen
3
en die. het meefle licht gceven , zyn frisch
efchooten Vogels , v/ier Kleur van Qoe;en en Pooten nop; in eeenen deele is ver-
anderd.
den befchrvven : maar dit voorded. i§ nM tea opzigt van alle Onderwcrpen der^Na
Deeze kan men ten naauwkeurigflen onderzoeken en in alle omflandif?he-
luurlyke Hiflorie te bekomen
«
PLAAT
(4 s) Palter flavas Capite rubro. Edw. Av. p, 295.
(^) Coccothraulles niger. Edw. A'o. p. 29^. T.
T- 35|. [Conferatur /-HwirfZ/a /^z;wk Linn. 5)/r. 352, f. 2. Loxia Angoleiifis. Li.vN'. Ssft.h'at. XJf
JSat. XII, Gen. 112. Sp. 24.
veej fchynt te gelvkei ]
p. 3 2 1 : naar welke ji j Qen. 1 09
24. p. 303
A>
r
y »
te N
Z E L D Z
N.
** 5J 4: *■* * * ^** 4; *^- 4.'*-*-^4f **** *4f ****^ '^J^^^*
_-«< .V >v
S-^^^^S^^^^^K-^i"^^
$'3^^^SS*§^#$4t**^MM*^&^
T
JcLiii.
£)^
*^
ivarle of donker hruint
s cben
(43)-
D
volging
2yn bcidc
oo
In d^ Natuurlyke g
g
field
ik hebie
•xS
Sir Hans Sloane Mosfchcn genoemd; hoewel ik acht, "dat menze
S
ens de kortheid en d
hunner Bekken , wel coder de Dikbekk
mog
De bovcnfce Vogel, d
1
Mannetj
heeft den Bek vari eene d.or\
ker brulne Kl
Pt
OranjekleurJg
Van de Neusg
wederzyde des Kops boven de Oog
Streep
de Dckvede
der de Staa
zv
pe Keel , onmiddelyk beneden den Bel
van de zelfde KI
eii
iur. De Kop , uitgenomen
de gcdagte merken , de Hals en Rug^, 2yn donker Afchgraauw of blaauwachtig
2 war
vede
de Wieken en Staait don[<
de binnenzyde der Wiel'
doch meer
bruine trekkende. De D
de binnenzyden der Slagpennen en de
derzyden van de Staartvede
onderzyd
zyn A£^hkleurig, lichter dan boven
D
Ok
g
den Keel tot aan de Dekveders van de Staart, die uitgezonderd
blaauwachtig Afchgraauw , een weinig lichter dan de bovenzyd
Pooten
5
5
Voeten
De
Kl
zyn zwartachtig
nderile Afbeelding {\c\t hec Wyfje voor.
Hetzelve heeft ^en Bek even
bnde
Man:
de S
die
Urd. De merken boven de Oog
den Keel
en
Leverkleur. De Kop, Rug, Wieken en Staa
hetzelve Oranjekleurig zyn , hebberi h
maar eene
zy
Afc
bru
5
even
de gewoone Wyfjes Mosfchen
De
Slagpennen ^
kende naar O
je,' twaalf Veder
de Dekveders aan de bovenzyde van de Staa
rfle iy der Dekvederen^ boven dc
helderer, trek
De Staart heeft in het Mannetje
tig wit
De Veders
De Dekveders, aan de binnenzyde der Wieken, zyn
Wyf™
eel-
fchaduwd met lichte Aicl
den Buik en Schenkels zyn witachtig
ur: de Pooten en Voeten donker.
1
Z
e
Deeze Vogeltjes bevinden zig in de Verzameling van royneri verpligtende
en
gen Vrind, den Heer James Leman. Het M.
is door den Ridder
5
Sloa
geeft 'er geen Afbeelding
zyne Hijiorie van J
Ook
%
Vol. II
hetzel
3
geloof
befch
maar
door
g
by
ander
Autheur in Piaat gebragt. Brisson heeft de Afbeelding en be/chryving
tan een zwarte Mosch, welken hy onderftek die
■g
\
en
zyne
Bek daar van is te veel geboog
dat ik daar uit befluiten zoude , dat zyne Vogel
tan Sloane en
indien ontvangen.
Sloane te zyn : maar dei
ryving
ichillende, dad
Soortelyk de zelfde zy met
myne hier af gebeelden. De fleer Leman hadtze uit de Wefl
\
L
M
De
'ocb
T
XLIV
^
4
iiit Fenjyh
(44)
r
Van deeze beide , ook in de Natuurlyke grootte afgebeelde Vogelt
5
(43)
f- 353
fufci. Edw.
p. Sf)7
(44) Paffer
\
13 de on
. *
<P
T. Q54
1 -
^ B
VERZAMELING van UITHEEMSCHE
die den Bek zwart lieeft, de Kruin des Kops, de Nek 5
Rug, Stuit , de bovenzyden van de Wieken en Staart donker bruin , de kanten der
Vederen een vveinig lichter. De randen der Slagpennen en buirenfle Veders van
derfle de
de Staart, zyn zeer helder roodachtig bruin of Oranjekleur. De Staart heeft twaalf
Vederen. De onderzyde van de Staart en binnenzyden der Wieken Zyn Afch>
graauw ,
met
de binnenfle Dek veders del* AVieken \vitachtig.
een witachtige Streek.
De onderzyde des Lighaanis
5
van
oven het Oog loopt
en Keel tot aan de
onderfle Dckveders der Staart die ingeflooten , is gedekt met witachtige Vederen
" ■ t bruin gejfchaduwd zyn en gemerkt met langwerpige donkere Vlakken, wel-
di
icb
ke nederwaard
s
ftrekken van d^n Bek tot aan
midden des
Buiics.
Ji
en Voeten zyn bruinachtig Vleeichkleur,
De Pooteii
-'
-' I
V
I
, \
V
n
s^
?pfe Senegailtut Ooji'mdi
-\.
@
Ditb
«, -!«■
V C
fie Vo
hill
vertoont de Ooftindifcl
md, om dat het den B
%
m t
fchoon rood heeft
Van" de Ne
\
a
ter
\
mei
3
ID
f!rekken zi
indigende omtrent de
ederzyd
der O
Engellch Wax^
befle Zegel-Lak.
den Kop, rood Scharlaken
ren , en maakende roode
plekken , .waar in de O
venzyd
f 1 r e e p j e
pennen.
Is de
u<y
op der
DeK
W
Kc
en S
ftaan. De Kruin des Kops, de Nek, de s-eheele bo
yn donker b
met
zwarte dwars
3
p en
Borft, B
Rug, die breeder worden op de grootfie Wiek- en S
1 .
en Schenl
■I*!
3
zy
de
Ifde b
K
n
a
Ug5
maar h'chter en glanziger, hebbende fyne donkere dwarsftreepjes ge-
yk de bovenzyde. Langs bet midden van den
ode Streep. De binnenzyden der Wieken zyn
uik loopt een
ebroke
n fchoon
pen.
ftreepj
Staart
De onderzyde van de S
bruin, zonder dwars-Stre
liciiter b
dan de bovenzvd
m
De Onderbu
5
en de Dekveders beneden de S
waards alien
Vleefchkieu
heeft twaalf Pennen 5 waar
de
\
7
kortende
De Pooten
flen
in
midden
dwars-
. De
zyn zwart.
de anderen zyd
oeten zyn van een geelachtiffe
3
«
Lid
den
De laatfle Vogel is uit Ooflindie medegebragt door den H
van
de
onm
LOTEN
ocieteit
D
Mofch
uit Penfylvanie g
3
Sene
door mynen Vrind, William Barxram. Deeze heb ik in handen
ali bevindt ziff in het Brittannifch Kabinet
rie der V
elen
T
«
5
Op PJaat 1 79 5 afgebeeld
Hy
van
nde
zo ac
k
maar
vingen te vergelyl
M
he
^ de
eeds in myne Hifto-
dit Voorwerp veel verfchik
Roodb
nder den
netje en Wyfje te zyn. Door de twee befchry
onderfcheid openbaaren (f ). Brisson heeft den
am
10
3
logie , Tome III. p.
Molch van Noord-Amerika voorsfeffeld
Geflreepte Senegali afgebeeld. Zie zyne Omid
f.^
Brisson en Cat
hebben de Kle
^
a
dat ik het
lien zodanig verfchillend
niet is afesbeeld noch befchreev
'd
maar myne befchryving
de hun
Soort
zyn
?
d
tot no
toe
(*) Senegalus flrlatus. Edw. Jv, p. 299. T. 354
Baiss, Av. 111. p. 210. T. 10. f. 5. Fringilla undulata
Loxia Aflrild. Linn. Syji
Nat. XII. Gen. 109. Sp. 21. p, 303, Senegali of Rood-
Pallas Adumbrah 143
p
' I
(t)[Z
Hifl, I. D. V. Stuk, bl. 509.
Werk , op Plaat LXXIV, bl. 78 , onder den naam van.
Zegd'L^hBek befclireeven.l
&
I'LAAT
/
s
--
'^
;
E N
>7
E L D-Z
A M
V O
;*\*,,fir^^^,i^^,,^^^,^'.^;'^yt'^Z9y-t.^'''-t.r^:tvit.^^^^^
P
A
A
T
XLV.
_ '
De
Bengali idi Oqfiindie (45).
■ b
De Vogeltjesj 10 vvel als het Kapelletje, op deeze Plaat, zyn alien In de Na
tuurlyke grootte en naar leevendige Vdorwerpen
etekend.
A \
d
O
De bovenfle Afbeelding vertoont het Vogeltje , ^?^W/r"j^i genaamd. tiet beefc
Bek van maakzel als de Graaneerende Vo^elen en van eene ichoon roode Kleun
n
De Oogkringcn zyn rood , 't vvelk niet gemeen is in dit flag van Vogelen , en
de K
op
roodachtig.
Het- agterfte van den Hals, de Rug, Wieken, Staart, Buik
en Schcnkcls, zyn donker bruin: de Keel en Stuit rood: de Borft en Dekveders
bencden de Staart, holder geel. Onder het Oog is een witte Streek , die van deri
\
hoek dcs Beks naar agteren Joopt. De Keel, de zyden van den Hals en Buik, de
Dekveders dcr Wieken en de tippen van de Staart , zyn met kleine ronde witte
Vlakjes getckend.
De Pooten en Voeten hebben eene VIeefchkleur.
De
e
o/Un
o
' r
g
De ondcrfle Vogel is de witborftjs-e
Oofb'ndifche Mofch, d
'J
t ''
^ ^
de Dikbekkeri
iceie
le K
Deeze heeft den Bek blaauwachtig Afchgraauvv; de Oogen donker
P
H
s
d
c.
<J
c
h
h
midden des Buiks en de Dekved
D.
on
der aan de Staart, zyn diep zwart.
De Ruo- 'St
de
d
on
(1
yd
2}
van een
donkere K
D
Staa
de Wieken aari
d
e
e.
Het'onderil
van
d
Borfl
o
f beg
Wiekc
Afclikleurig
binnenite Dekveders der Wie
tippen der Slagpennen hec
Buiks, de zyden onder de
zy
de Pooten en Voeten
D
Amadavad was een Vogeltje , d
we
hadt uit vecle and
d
ren.
Dit flag
van
Vogeltjes ,
dig
zyn
fchoonheid
3
ekoo-
in
Kooy uit Indie medegebrag
Kleui
• met
fbmmigen zyn geheel donl
Bengali's genaamd , heeft een oneindige verandering
d
Vlakk
anderen don
o
f purpe
e
r
dt
meng
1;
van
rood
weini
ft
rige Pooten.
Ik
men in derzelver Kleuring niet.
is dat zy roode Bekken en Oo
te Vlakke
De merk
aauw
3
•
d
5
X" J
g
zy a He
n m
bben en licht Vleefcl
g
tdel
heeft
Toon is z;
Vogchjes, van deeze eigenfle S
loof. dat het de kleinfle Graaneetende Vogel is,
g, in Engeland overeebra
Zy zing
le men tot
d
zynde
haar
gt en kort, maar met menigvuldige herhaalingen. Brisson heeft twee
afsrebeeld
Z
F
van z
yn
ande
Derde Dee), p
ig. 3 en 4, op Plaat
en 206 : het eene onder den naam van Bruine
>
geltj
d
Amadavad
d
van Geflippelde Bengali.
WiLLOUGHBY noemt h
»
Vo
z>
Albin heeft 'er i'^^Qo, flegte Figuurei^ van uitge
Afbeelding en die van Petiver zyn de zelfden
oed
Ik
eloof d
^\Q. van Brisson zyn
men met zorgvuldig oppasfen deeze Vogeltjes in Engeland
zou kunnen voortteelen : Want ik heb de Wyfjes door de Mannetjes naar 't Neft
, t
zicn dry
n in
t Voorj
lyk de Kanarie- Voxels doen
De Witborflige Ooiiindi£-he Molch werdc levend
in een Kooitje gehouderi
9
door
4
(45) Bengals pur.(5lu]atu§. Edw. Av. p.
kn
'^or
T.
^p.
%^-. huiii. Av. III. p. 7 - T. 77. Avis fienghalenfis V. Stuk, biadz. 541
16. p'; 3 19. Geflippelde Bengal?. NailM.t.Di
parva maculata. Pet. Gaz. 53. f. i, Avicala Amada-
variaea dida. Will. Ornhh. 194. T. 46. Bengalus
j-anaa:us. Briss. Av III. p. 206. T. 10. f. 4. Frin-
gilla Arhandava. Linn.
'yfl. Nat. XII, Gen. 112.
.St '-"
IX, DceL
(*) PafTcr Indicus Pe6lore a!bo. Edw. Av. p. 361.
Coccothrauftes Javenlls. Briss. Av. III. p*
T. 13. Alb. Av. If. p. 34. T. 53. Loxia M*-^
latca. Syjl, NaP. XII. Gen, 109. Sp^ i6i
T. 3 5 5-
237
% ^
'x
^
7
VERZAMELING V
<A
UITIiEEMSCHE
door den Apotheker Monfr. CawleYj^ haby St. Clements ^ te Londen, diedebe-
IppfrihpTri hadt , van ze my te laaten ^ien. Het is een Verfcheidenheid van
welke d
efdheid
de gene,
Hiflorie der V
in zyn(
?
Albin,'
Plaat 43
is
II. D
d(
Flaar 53
do
«
my
3
BiiissoN heeft van de
oort
11
9
Orrdtholog
een
de Afbeeldin
6
onde
d
naam
myne
zelfde
Gros*
de
b
Mannetie^ ge^even.
/
'■ —
mwe
J
bov
aan
de Fi
IS een
T
1
c
heeft de bovenzyde gelieel bl
met
fmal
/
g van Engeland
van
geflippeld
IS
5
is Oranjekleuri
met kle
w^ - -- . . . Lr
de buitenzyde der bovenfte Wiek
i Vlakjes,
D
Oranjei
onderzyde
/
^'^^!ymw7^
P
A
T
XL VI
De kkine Ibis of Egyptifche Reiger "(46)
e
Voffel o'p d
aat IS m
1
zyne af m
;en
dut is in hoogte.
breedte
enz
de helft verkleind. Men heeft hem, naamelyk, van twaalf Duimen hoogte
op zes
Du
brag
Den Kop ziet men in de Natuurlyl
de Plaat geplaatO;
9
en zodanig is
De Bel-
bl
de
k de Zee- Polyp
en naar de punt
aan
d
r
boven
vertoond.
eden ,
Hy heeft weder-
zyds een Groef , over de geheele langte der Bovenkaak ^ waar in de Neusgaten ge
plaatff zyn. Van den Bek af, aan de zyden des Kops, zyn Vederlooze Piekken
van eene g
[itige K\
m
de Ooffen fiaan.
de buitenzyden der Wieke
der Wieken en Staart byna
Afchkleuri
de S
De
5
Cop
14
als 5 R
9
zyn donker bruin ; de grootfte Veders
zwart
bovenzyd
5
uik, S
Pooten zy
De binnenfle Dekveders der Wieken zyn wit ,
deren donker
F
de Borfh
3
els 5 Stuii
meer dan
3
en de Dekveders boven en onder aan de St
Voeten heeft hy gedekt met een
Duira boven de Kniej
3
Vede
Vingers
ft
uid
doni
Pooten
eur.
s
aan t
e
met VI
lyk, drie voorwaards.
evoegd zynde
een a
De
en
De
e
D
ds : de drie voorfi
Klaauw
yn zwart
9
r
^
N
^
Een
onderling
ee-
•t'
^y^
. ^'
\
\
' ' ' ' -
Het andere Schepzel, dat tot de Polypen behoort, heeft een ovaalen Kop, van
rootteen figuur byna als een. Spaanicbe Olyf, met_een langen Hals of Stam, waar
een fborc van kruiswyze ope-
opening by den'Stam
mede het vafi zit aan een Steen,
nins of Mond naby deszelfs bovenfle
welke men onderftelt
en een ande
Ke, zagte
F^arlkleurj
c
Huid
Fondament te. zyn. De Kop is gedekt met een fch
IP
3
g
Uitwaards icheen die Kop
atyn
g
verdeeld te
toen zy
g ware
zv
gelykerw
Oranje-Appel'j doch toen men hem opende werdt weinige regelmaatiffheid
binn
Hals vertoonde zi
ontdekt, m^ar hetfcheen een Dierlyk
erimpeld Lederachti
s
5
d
2^
6
bezet met kleine puntji
De Stam of
h
:s, die
den-
\
■i ^
e)
eze!_
(46)
Wer
roQ^eMofch
]
Gen. 348. Sp. 14.
) In de Vitgezogte Ver-
handelwgen yX. Deel , biadz. 354-359, vindc men
talus minutas. Linn* Syfi
. (t) [De Heer L
Edw. Jv. Pi 303;. T.^56. Tan- eene ukvoerige befchryving van dit PJantdier, door
c.,/? M.. VTT n^„ o. c- „ mi uit de BilGfophifche rranfadlen getrokken , en zeer
naauwkeurige Afbeeldingen van heczelve, zo uit- als
inwendig ,^ op Plaat LXyi : door den Heer Edwakds
Ovift
plaats gegeven onder de Bantdkren. (Syfi, Nat. \ll
jself
]
\
J '
E N
E L
- 1
Z A
t
M
O
E
en!zelvei1
ruuw
St
i
g
ma
My was geworteld of vafl ge
aan eeri
en uit den W
o
rallyne H
voort.
E
als ook uit den Stam zelf , kwamen eenige kleine Ko
fbort
Worm fcheen te fchieten
den Wor
tc
3
de zelfde zelffiandiffheid als de Stam zynd
/^
i
tc zyn hct beginzcl of d
ft
g
2n dit onderfielden fbramigeri
anderen Polypus, van even
■»■ *
dc z
welk
D
clfde S
ik
Ik hcb
gen onder dQn naam van rriapus- Polyp
Ibis b
derflel daar aan wegens de figuur des Kops te zyn g
n
dt
g in cie Vcrzameling vati Doktor Fothergill
d
e
my
V
liaalde , dat hy denzclven van Suriname had't
en.
end
held
Vogcl; want alio Z}
SI
pen
Scheeden of Kokcrtjes, gclyk. plaats Iieeft
en Staartved
Ik houd h
waren aan
het
der
zy
n
ckomen.
ka
n
creen
(lemt : zo
ik de
g
nk ,
blypu
s IS in
d
en
D
en van her Kolleffie der Geneesheeren te Lond
Dc
Soc
in de Mond van de groote R
ondcn i^).
dat hy
Iding of befchry ving vinden
zy tot volwasfen
die
er
mede
g niet befcl
zal zyn geweefi
Alexander Russel , Lid der Koninglyl
Me
hadt heni
van St. La
in Noord-Ame
5
s
^ ^^^"i^-^^i '^'^^'^^'^^: ^-rl:- % '4^^-41 -^ t'^"^ ^^S-
^•§-§-J|t iS-tit *^g- §§^-$-^ ®-$ ^ lU^^rS-^-S-^^^ ^•^•§'^-§ ^^ •®^^,'g-^.^^-®#-S^^*^^
p
L
A
A
T
XLVII.
Hci SpoorwickJg TJ^aterhom van Brqfil (47).
-r ^
Deeze Vog
IS een
I
g
\
k\
n
d
5
brcnff
hadt
riifloi
g
Hy fcheen my dmtrent de grootte van een K
Pooten.
om hem te beter op de Plaat te ku
hebben
maa
1
vn
der Vog
waare grootte kan , men zien op Plaat 48
hct Wyfje
roo
d.
B
d
hceft
alwaar eene andere Vog
myne
d
asft
van te zvn
5
De Neusg
melyk
in de Natuurlyke g
IS
g en
g
3
aan de piint gee! ,
5 die
'gefleld
k de
grondftuk
voet des Beks is een
i
zyn
ader aan de punt geplaatfl: , dan gewoonlyk. Aan deri
de
bed'ekt. doch er niet aan
ft
5
IS
gedeclte des Vdorhoofds
langs de zyden van de
o
Bek
ederhang
^
de onderfte Dekveders der Siaart ingeflooten, zy
ook, losfe roodcr Kwabbe
De Kop, Hals en de g
V-
welke
onder-
de bovenzyde van de Staart , de Dekveders
een
d
er
W
tien zyn
b
zy
van een
en b
heldere roodachtige Le
groen, met zwarte tipp
DeRug en Stuit^
de Slagpennen
edeelte
leur. De groote- Slagpen
Eenige .weinisen der bui
trc»
tei
vc
fte Dekvederen, bovcn de groene Slagpennen, zyn Zwart : de birinerifte DqI
w
dc
richt
der Wieken roodacht
der Wiek heeft
'X
bru
maar doftcr dan de bovenften
van
is,
e^ Vo
De Pooten V Voeten
3
c
eea
Oranjekfeuri^
Loodkleur. De agterfte Vinger beftaat
uit twee, de middelfte uit d
zyn
fcherp Hoorntje of Sp
)orj dat
Klaauwen , zyn van eene blaauwachtige
de binnenfte of iji^qeft inwaardfs
D^ Klaauwen
een
dfe buitenfte uit vier Leedjes
aanmerkelyk lang , en inzonderheid die der asterfte Vine;
en fcherp zyn als Naalden : gelyk men dit
3
welke
b
duidelvK
de
De
i ii
^^
(*)^ [Hy was aldaar, op de diepte van 4.2 vAdemen,
met den hoek van een Vifchlyn opgehaald: zo dat heC:
een Zee-Schepzel is, dat op grooie diepte leefc]
RaJ^ ^Vi I78,. Galllnula Brafilienfis quarta. Wile,
J
^05. T. 357. J
Biiiss. J%ii ¥. p. 1 25.
Om. 2.37. Parra J
92. Sp. 3. Bruin
bl. 277. PI. 45, f. 4.
Linn. Syji
f.
P
T. II, f. I. Caput Chili no6lurnum» Herh. Mex.so^
(t) [Zie het II. Deel v2n dk Werk
M 2
1
- - fc.' ". J
74
3^
F '
V
y
V E R Z A M E L 1 N G
K U 1 T H E E M S C H E
lyke Vogel is in bez
van mynen
Vrind , Dokter J
F OTHER GIL
meermaa
1
ontvanffen
heeft
emeld
die hem, met veele anderen, van Su
Het is de vierde Brafiliaanfche IVaterl
Marcgraar
' 1
WiLLOUGH
heeft deszelfs befchryving in zyn Vogelhiftorie overffenomen. IV
/;
^
Voffel
daa
IS
5
b
twyfc
d
fde als die van M
CG
RAAF , die verzuimd
van eene Afbeelding te
eeven ;
r X
en ik geloof dat deeze m}'
d
eer
ft
e zv,
Vv^elke men van deeze Soo
heeft
Ik b
VI n
der Foot
5
aans'ezien Mar
te
F
ze
t
ftandiger geweefl in de befchr^
dat hy aan ieder Ving
vier
en
{i^ en het welke Willoughey in een
A
g
vf<
trekt.
Ik kan
thans bewy
(3
op ^zy
V
a
te zvn ; die niette-
111 in van de eene
in de ande
IS pver
urde Tek
e
1
N'
g
van deezen zelfden Vo
egaan \
want
fraaije flerk
e
d
d
emaa
d
in
het
P
Farkement, door
fie
(ch Mufeura bewaard v/ordt, hebb
\^
aardfe Vinsers aan
veroorzaak
een envoi!
heeft wille
}
valt
der Voet vier Leden of Gewrichten
H
d
lyk te
gisfen
maar ik onderflel
5
dat
■:-
fFr
Merian
omen Vogel, zonder Footen, volgens de befchr}
Marcgraaf
Brisson zal waarfchynlyk een Afbeelding geeven van
deezen Voffel, alzo de Franfc
\
Volkpl
heb^
P
Zuid-Amerika, daar men
{i\ maar zyne laatfte D
Vafte Land van
die zyne Water-
vogels bevatten moe
3
zy
zo
k
eloove, nog niet uitgegeven, of zo zy h
zvn,
da
nog met
tot COS m
n
eland
ekom
nu ik dit fch
in
I ■
•r
m 2?#*s*Swf f s
^Se;f*Sir32^4ia'^t3S#IS#SSf*SJ-#*SSf#SS
flsSf^SaJf^i^Sj^^rSSftsB-HviJSSf^w*?^^
^^
P
L
A
A
T
r
XLVIII.
m:
A.
\ ■
h
^
h -
De Vogel genaamd Zee - Pappegaay (45
1^
Al
d
Yogels op deeze Plaat aanraerkely
g
verl
r
K
zy
5
heb ik , om eeri
denkbeeld van het a:eheel uit een de
de Koppen daar nevens in de
Natuurlyke grootte by wyze van omtrekken gelchetft:. De Wiel
de Z
ee-
'^
Pappegaay, in de bovenfte Afbeelding
g
eflasen
ynde
IS zes en een
half
g
Die van de Scheermes - Snavel heeft, op de zelfde manier , zeven en
een half Duim
langte.
De kleinfle deezer Vo
heeft ver de
(len Bek
De eerftgemelde heeft den Bek breed en pi
3
famengedrukt aan de zyd
in t«
A
de lyn, d
ken der
naby
de' twee Kaaken des Beks verdeelt. Een geele Huid, rondom de hoe-
ilellinff van die der Endvog
De Neusgaten zyn aanmerkelyk
pino"
D
loopende
flrekt
Rondom den
Kleur,
der Bovenkaak is een Ee
ig een weinig aan d
vol Stipjes, als of zy met een
Naald
zelfftandiffheid
ep
des Kops uit
3
van
witachtig
ware. Ieder Kaak heeft
haar Grondfleun
3
bl
driehoekig merk , 't welk van de punt des
die helder rood is, afgefcheiden wordt door
diep Groefje. Nog twee
dergelyke Groefjes zyn
tusfchen
en
de punt
3
maar
Iv IS
melyk fcherp gerugd
Be
zelfs fisuur in 't akemeen
zo wel van
de
als van boven.
diep
Wa
De
des-
De binnenzvde des
eks
IS
ing
eel
?
dit
men uit de Schets bed: zien kunnen
DeOo
zyn
do
Kleur, de Oosle
/"
den
t
'
(*) [De Afbeelding , welke ik daar van in 'c jaar
Werk
BaissoN ontieend ; doch dewyl de Vingers daar in al
len uitgeftrekc voorkomen, kan ik het getal derLeed-
Bsiss. Av. VI. p. 81. T, 6. f. 2. Anas Ar6lfca om.
nium Au6lorum, Lunda. Gesn. Av 725. Glus. Exot^
367. Pfittacus marinus. Anders. IJl. H. p-55' T.- 1«
Alca Ar£lica. Linn. Syji. Nat. Xlf. Gen. 69. Sp. 4.
(4
1
7o f. 3.
mji
'^
/
* 5
.V ^
•f %
EN
Z E
D
A AM
N.
8x
tkn rooclachtig. B
dc Ooglcdcn g
7.yn de
Hals In 't ccheel, d
en
b
e
den hct
Oog
3 het bovenfle driehoeklg
zydeii'van den Kop, rondom de Oog
^y
Hoornige Lighaampj
y
'aan
wit
derde langwerp
de Kruin d
Voo
Rug, S
St
Kop
de
de bovenzvden der Wieken, altemaa
DeS
famengefleld uit 2eflien Ved
^vvart.
■komr, aangezien.de twee grootere Soorten van dit Geflagt ,
welk my
md vcoi^-
liiland Wight gevonden
b^
daar benevens op
t
de tippen dcr binnenfle Slagpe
Wiekcn licht Afchgraauw
de Sta,art :
De Borft
aalf hebben. De rand der Wiek is wlt-
zyn Afchkleurig en de binnenzyden der
Buik
Sch
s
en Dekved
yn wit: de Footen en Voeten vaneen geelachtlge O
nder aan
De Voe-
^
do
hebben drie Vingercn voorwaards, die famen gewebd zyn, als in de Eenden
een
Ving
De Klaa
5
zyn zvvart.
^* ■"
De ylllz of Scheermes-Snavei (*)
\
De onderflc Vogel 5 in 't.Noorden ^Ik-, m Engeknd Scbeermes - Snavel
e
4^
.'
naamd , heeft den Bek aan de zyden ook zeer ^mengedrukt , en zo w^el boveri
als coder fchcrp gerugd.
Hy
is zvvart, met drie Gro
i^^*
o
fies
het
ra
iddcKl
e wit.
De blnnenzvde des Beks
overd
w a rs
K-
flaan digt by de
Oranje
kleuris^.
De
aapin
wa a r van
Neusgaten
2elfs bovenilc tot aan het
tusfchen de Vedertjes aan den voet des Beks. Van des-
De Kop 3 Keel , het
de Rug, Stuit, de bovenzyden der-VVieken en de Staart,
zyn zwart. De inwaardfe Slagpennen zyn kort en witgetipt, 't welk een fchuinfe
agtcrfle
van ccn
r
d
lial
Oog loopt een fmal wit Streepje.
witte Streep dwars over de Wiek veroirZaakt. De blnnenfte Dekveders zyn wit
en de binnenzyden der Slagpennen Alchkleurig. De Staart heeft twaalf Veders di
/cherp gepunt zyn^ de, middelilen langst; de. Overigen allengs verkortende tot de
buitenften aan ieder zyde. De Borft, Buik, Schenkels en Dekveders onder aan de
Staart J, zyn wit. De Voeten hebben flegts drie Vingers , welke , gelyk in de Een-.
den
^
■ .
famen gewebd zyn. De Pooten, Voeten en Klaauwen, zyn zwart.
*-,-'
Dc twee hier beichreevene Vogels, zo wel de Puffin als de Alk, en de Guille-
mot van de naaftvolgende Plaat, broeden omflreeks de Rotfen , de Naalden eq-
naamd J aan de We/telykfle punt, van 'c Ejlarid Wight,, Zy zyn afgebeeld en be
ichreeven geweeft door byna alle Autlieuren ^ die van . Vogels e:ehandeld heb
m
nitbology , p. 323-325
die
ben, en fl:aan bekend. by eene verfcheldenheid van naanien, rondom'^de Kuflen van
Groot-Brittannie: Deeze naamen heeft WiLLOUGHBt verzameld: Zie zvne Or-
worden door onzd
A,
kerinen
' - ■
e voor haar
broeden. In ee-
Dehs 1
Tab. 64 en 65. Alle deeze. Vo
Walvifchvangers dikwils uit. Greenland medegebragt , die
den naam van de GroenJandfche ,Pappegaay: Jk geloof dat
bekwaame Rotzige Oevers, in de Noordelyke deeleh van
ne befchryving der Deenfche Eilanden, van Ferro,
een Deenfch Predikant, fchynen zy my.. voor te komen.
'
door. Lucas Jacobien
Dezel
3»
ve is in 't Ensre
door J. Sterpin, Med. Doktor, vertaald j te Londen in 'c jaar 1676 uit .
Martin befchryftze ook duidelyk alleft in 2yne Reistocht naar St. Kifdi
V/cftelykfle van alle Schotfe jEilanden, te Londen in
irv
veo
e*
5
r
het
In
c jaar 1698 uitg
Rot fen op
t begin van Juny, des jaars 1761, had ik ds nieuwsgierigheid
1 op 't Eiland Wight te bezoeken • alwaar ik een , Week doorl
om
^ edas^td
Eiland Wight te bezoeken- alwaar ik een. Week "doorbragt. met hec
J-. t:>.i..j ._ ^ .r^ en verfchcide maalen ccn Zcetogfjc deed
scldzaame van dat Eiland te beichouu
r
\ - n
onder die verbaazende Rotfen , de NaaJden'^Qm^md
3
daar deeze Vocrels broedene
r
i
Die,
.»
{^) Alca. Edw. ^"j. p. 308. T. 358. Alb. Av. lit
' J ^
_j»
p. 90. T. ()S- Will. Ornith. 24.3. T. 64. f. i & T. Stuk, bladz; Sr.
(55. f. 2. Clus. Exot. 367. Alca Torda. Llnn. Syji,
/X Deeh
Nat XIL Geji. 6p, Sp. r. Alk. m, Hifl, J, D. V.
/
\
- 1'
\
82
VERZAMELING
VAK
t
UltH'EEI
I
-: ■*
Die! plaatfen worden door veele Vreemdelingen , ult dp .Zuidelyke deeleri van ens
Land, jaarlyks om die zelfde reden bezogt. Wanneer vvy eenigen van onze Dom
kerken intreeden, dcet derzelver ffrootheid en ma^tke donkerheid, ons als met een
heiligen eerbied aan , door een liartbeklemmende fchroom : wanneer wy de prag
tiffe Faleizen van groote Vorften befchouwen , flaan wy verbaasd over de fchoon«
held, overeenflemming en regelmaatigheid, die daar in lieerfcht , en verwonderert
de kundigheid en uityinding, in het toeftellen van zulke
ons over t vermogen
Hemels op Aarde,
Maar helaas! toen ik een weinig in de Zee daar van af wa
s
ge-
varen, zo'dat ik €en volkomen gezigt kon hebben van dit allerpragtigft en verbaa-
zendfl Werk der Natuur, waren alle de aandoeningen, door Werken der Konfl: ^
Tempels en Paleizen , hoe groot ook, veroirzaakt , als Schaduwen vergeleeken met
' weezendyke zaaken. De verbaazende grootheid deezer Kotfen vervuk den befchoii-
wer met killende fchroom, eh met eene ontzetting, nooit te vooren door hetn ge-
voeld.
Een Vreemdeling, zig digt daar by bevindende, vreefl dat eenige uitpiil-
lende Klompen van de Rots zullen afbreeken en hem^ tot flraf voor zyne nieuws-
ierigheid , met zyn Vaartuig onder doinpelen. Men moet zig ten minfle op eeri
vierde Myls afiland daar van hbuden
7
3
om eenig oordeel te vellen over de hoogte
van de Rots.
Op
mmige plaatfen zyn zy byna Loodregt ; op anderen over 'c
Water hangende: op anderen zyn ryen van Kloven, die tot huisvefting dieneii vdor
de V^ogeleh, alwaar zy dik by elkander zitten , doch naauwiyks te onderfcheiden
dan door de beweeging, weike zy maaken. Op zekere plaatfen
hoog in de
Rots, zo wel als onder het merkteken van hoog Water, ziet men groote Splee
ten en diepe liolen, die ver in de Rots fchynen te dringen. Hier en daar zyn
Kryfiallyne Stroomen of druppelende Watervallen, die hoog uit de Rots afftorten
:De Laagen van Kalkfteen, Keijen en andere Stoffen, in zekere deelen gefcheiden,
op eene bykans gelyke vlakte, ter diepte van zeshonderd Voeten , ('t welk de hoog-
\
te van de Rots op veele plaatfen is,) verfchaft groote bezigheid aan een keiirig en
onderzoekend Verftand. 't Is vreemd, Schaapen en Lammeren te zien weiden op
de laage deelen van de Rots, naby den kant des Waters, en niet gemakkelyk te
begrypen, hoe zy zo ver kunnenkomen, zonder in Zee te ftorten: maar de Na-
tuur heeft haar begaafd met het vermogen j om veilig te loopen op plaatfBii
-.-
voor Menfchen onbeganglyk zyn
e
Schoon
Vogels niet eetbaar geacht wor
den, brengt men doch veelen voor pleizier om hals. Wanneer onder dc Rots eerl
Snaphaan
elost wordt
lesf^n er zo
verbaazende menigten van Vogels af, dat
root sre-
de Oppervlakte der Zee daar door verdonkerd wordt. Men ziet 'er een
tal van altoos aan 't-vangen van Vi(ch bezig in de Zee; anderen op de Klippen zit
tende, en veelen geduurig over de Boot been en weder vliegende. De Visfchers
maaken Aas van het Vleefch deezer Vop;elen, om Kreeften, Krabben en ander
' Zee
te vangen. Het onkundig Volk, op dit gedeeke des Eilands
ver
beeldt zig, dat deeze Vogels nergens in de Wereld te vinden zyn, dan omtrent
deeze Naalden. , De Voorgevel, van deeze verbaazende Rots, ftrekt zig omtrent
vier Engelfche Mylen uit , en ziet nagenoeg, misfchien volrtrekt, naar 't Zuiden»
De Weflpunt eindigt in 't gene men eigentlyk de Naalden noemt, 't welk verfchei
de woefle
3
ruuwe
anerte des tyds , van de vafte Rot
Pieramieden of Pylaaren zyn , door het geweld der Zee , In
die van
Zee flaan.
Deeze Vo
er afgezonderd in open
\
!■
5
zegt men, worden hIer niet meer dan twee Maanden in \ Taar
ezien
en vertoonen zig het eerfte in 't begin der Meymaand. De Visfchers, die
altoos omtrent deeze Rotfen zyn, verklaaren, dat men ze 'er drie of viermaalen in
de Winter, t'elkens een of twee Dagen, zo menigvuldiff als omtrent haaren Broed-
tyd.
ziet.
Zy
ze
en , dat ^y weeten , wanneer zy dezelven te verwagten heb-
ben ^ naamelyk na dat het een weinig zagt Weder geweeft is , ' de Zon fierk op de
lip-
K
y
\
>-
N
/
■\
E N
r^
1 \
.. ^
ZELD2AAME
E
K
lippcn Tch^'ncnde en de Zee om laag vry fiil 2ynde; '20 dat 2y gelegenheid heb-
cn tot hct zoekcn van haar Voedzel. De^top van de Rots is een dorre , Kryt-
en Steeni^e Vlakte, daar een groot getalvan Schaapen wordt geweid. Een meni
b
van
Kormorants of Water-Raaven, groot eh klein ,
Kraaije'n, Kaauwen , Spreeuwen, wilde Duiven ell veel ander
brocdt jaarlyks in deeze Rotlen. . ' .
te
-Meeuwen , Kornwallfche
klein Gevogelte
->,
5
;^';&-
^^^''
s^;^®:S'S^)S^
J
p
L
•
A
XLIX
Do L
0/" Guillemot (49
'I
e'zc Vogels 2yn In Afbcelding verkl
e
dte: de Guillem
6
P
meer en is in 't verfcl
u
helfc
te eri
plaatfL Zie de omtrek
ken der Koppen van beiden om laag op de Plaat en als in 'c W
de, in de K'atuurlyk'e grootte
t)
De Wiek der Guillemoc, toegcllagen, he'efc agt en een IialfDuIm lan^te.
^hynt omtrcnt de gr
't end fpiis en geheel
Kaakcn gepIauLfl
op 2
Eend
en.
De N
hebb
zyn laag
ek is regt, di
by de Gewricb
Zy
aari
der
By de punt der Bovenkaak is een kleine infnyd
ydc ccn vveinig famenged
bcncd
u
1
IS
d
te vooren beic
maar niet op dergelyke manier
D
De Bel
boveri
V
' binnen geel: dc Oogen zyn donl-
de Hng, Stuit, Stuart, (die twaalf Vederen heeft,)
De Kop, K
hct
^)
van
De Mond is
fte van ^^^o. Hals
de bovenzyden der Wieken
5
vn 2w
irt, of donker gra;
waardfe of kortere Slagpen
Strcc[
De binnende Dekved'ers en
zyn wir. Deeze tippen maal-
de tipp
en
de
m
fcHeeve vvitte
?)
d
wars
eder W
Aan de b
ts
raauw.
De Borfl:. Bulk, Schen
zyri de Slagpen
u'it; de Pooten en Voeten zwart, met
de voorfle deelen der Pooten en Gewrichten der Ving
Avclke fambngewebd zyn als in de Eenden
fchrecvene, hebben vafi:
de Dekveders benederi aari de Staar^, zyn
g mengeling van Loodkleur aan
Hy heeft 'er flegts drie;
Deeze Vo.^el, en de twee laatfl be-
en , die derzel-
Huid zitten een foort van Tekl
Bloed
S
Hy is van 't Eiland W
£>
\
./
De Ptijfin van ^t Eiland Man (^).
\
^
i«
i)
i. '
^ * »
> V
\
iS
Gefla
grbotilej Mh^d^mg vertoont de Puffin van 't Eiland Mad
rfchillende van de Puffin van ^t Eiland Wight, en van het Geflagt der Vo
ve
«•
g
die ik Peterih genoemd heb. Den Bek heeft hy reg
T
weinig krom
t>
de punt, en van een donkere Loodkleur. De Neiisgaten flaan digt by
elkander in het bovenfte des Beks, in een fbort van Fluid
d
Van de Neusgaten loop
die deszelfs Grondfteun
9
wederzyden des Bek
3
een
e
uf byk
tot
aari
P
(49)
^ r
1. 84. ZooL. Brit. T. H, H, 3. Lumme
toven
niet uitgegroefd of gefleiifd is ,
rieden, gelyk in de twee andere Vogelen; en in de-
2elven was de Bek fcherp geriigd. Dat is immers on
67. Una. Bkiss. /h. VL p. 70. T. 6. f. i. Colyrri- verftaanbaar en tegendrydlg. Ik denk de meening van
, bus Troiie. Likn. S'sji
Gen. 75. Sp. 2.
A!ca Lomvla. Sy/i.r^at. X. Gen. 6^. Sp. 4. Zee-Hen.'
' Nat Hijl. I. D. V. Stuk, bl. 88. PI. 37. f. 4.
O [DeJranfcheVertaaler heeft, in dezelven, het
Engelfche Woord ridged met het Franfche tranchant
(t) PufEnus fuperne fuscus. Epw. ^u. p. 3 14. T.
Briss. A'o. Vi. p, 131., Penn. Brht. T. M.
Aldr. 6r«. III. p. 57 , T. 59'.
359-
Diodemedea Avis.
de)
(jesn. Av. 381. Procellaria Puffinus.
flcufd
Bek V
XII. Gen. 70. Sp. 6.
f. <5,
urn. I. 0:
2
N
.^■-
i;
I'-
'fi.
J".
VERZAMELiNG ^ vAi^-^' U IT I!E
S C H E
aan de punt toe flrekkende. De Onderk^ak heeft ■ ook een Sleuf aan ieder ^yde
overlangs. Zie de juide figuur des Beks in de Schets daar van , beneden op de
, Plaat,
toe.
beneden
is zydelings een weinig famengedrukt , maar meed naar de punc
e
! 2yden des Kops, onder de Oogen, zyn
blaauwachti^ orraauw.
De
e-
heeie^bovenkant, van den Bek tot aan de tip der'Sraarr, is zwart of donker bruin,
nergens lichcer ofdonkerer, uitgenoraen op de Kruin de
ops.
2yde
Aan de binnen-
der Wieken zyn de Dekveders wit en de Slaffpennen Afchgraamv. Van on-"
i
oeren
Wit.
delf^
de
* *rH-
kzel ,
m id-
is ae geheele Vogel, van deri Keel tot de Staart ten einde uit, volkomert
De Staart heeft twaalf Veders, waar van de buiteiiflen iets korter dan d
eliten zyn. , De Pooten"waren van een piatacntig maa
Geflagt der " Duikeren. De buirenzyden der Pooten en de buitende Vingers zyn
elyk in die van 'd
'l^
Zwartachtig :
ee Vleeichkleur.
de binnenzyden en het overige der VoeteHj-is van een blaauvvachti-
Hy heeft niet meer dan drie Vingers
alien
voorw
aard
s
eftrekt
en te famen s:ewebd als in de Eenden : de buitenfle Vingers 20 lang als de middel
fie
iel
de binnenfte korter zynde. De Klaauwen Zyn z\Vart. Onmiddelyk bit deii
zonder eenige tusichenkomeride^ Vinger
3
fpruit
Nagelj die,
flagt der Peterils (*)
als hebbende
een Klaauw of fioornige
epaard met de liguur des Beks, bewyfl dat deeze Vogel van 'c Ge«
Agter- Vinger |
r/
y
WiLLOUGHBY noemt het een kleinen
een denkbeeld gehad van een
ilaauw uit den Hiel van eeii Voeei
voortkomende : want ten zynen tyde was dit Geflagt van Vogelen naauwlyks be
kend.
De Fulmar van St. Kilda is een derzelven, hoewel hy befchreeven wordt
■ — -^
met een affter-Vinffer.
-,.1.'
•j
De Afbeeldin
r%
Klaauw.
d
umn .van t
r
in Martins Reistogt naar dat Eiland helft
L A
r -'
?
n
\
.1
Eiland Man \-
!
gezes'd
5
van
Man
if.
5
een klein Eiland aan h Zuid end van Man
te broederi in de Konyns- Helen op
eleven (f)
Men
-^riSLt van derzelver^manier van Voortteelinff enz. vinden in'de
kan een vol ko men
Enselfche Voffelkunde van Willoughby, p. 333 en 334. Noch hy , nog eeni
nog
toe een Af beelding van
effeveni
nder Autheur^ my bekend , heeft 'er tot
Deeze keurlyke Vogel was my gezonden door mynen waarden Vrind en Kofre^
pondent ThomaS Pennant, Schildknaap , van Bichton in Flintshire^ eeri
die de bevorderinff van de kennis der Natuurlyke Hiftorie zeer ter harte neemt.
ly bezorgde my denzelven van *t Eiland Man. Ik houd my verzekerd
3
dat
deeze Vogel en
cheerwater van Sir Thomas Brown van NorwicK
even
.-
In eene
zelfden zyn (g). WilloughbY heeftze
beeldingen, zo wel als de beichryvingen, flemmen in.aile opzi
Af deeling begreepen en de Af-
ten overeen.
Ik
ben verder daar van oVertuigd geworden , " door myne Tekening met Browns
oude- Afbeeldinff daar- van te vergelyken
5
die
no
in het Brittanni£'h Mufeum'
wordt bewaard : zo dat ik denkj dat alle ' toekomflige^ Verzamelaars deeze twee
Soorten wel tot eene mogen'brengen.
"
De
ce vermenigvuldigin
der Soor-
ten van Dieren is verbaazende by veele hedehdaagfche lamenlappers der Natuurly-
ke Hiftorie, en dezelve wordt veroirzaakt door haaf! ,' o'noplet'tendheid en gebfSi
I
van
een volmaakte kennis der Werken die zy fchryveri.
Het rbode Kor ad - Mofch ^
waar mede ik deri Voorgrond van deeze Plaat ver
jfierd heb, werdt door my te Yarmouth in
or
folk
•>
verg
aderd.
Verfch uit de
e
enomen
IS
kleur trekkende , en beftaat uit zeer fyne Takjes of Vezelen,
Takmaakins der Boomen, Het is 20 zast en tederg dat he
in January des Jaars 1762
bevalkV rood, naar
5
elykend
e
naar
1,
t
5
buit
u
'i*.^
de
n h Water J
hoops-
r.
(*) [De Teterih of fetreh zyn die men Onwecrs-
vogelen of Storm Zwaiiiwen noerat : zie myne Nat.
Hifi. I. D. V. Stiik , bladz, 91.]
(f ) [Het Eiland Man lege in de lerfclie Zee , aaa
•fa
J
oemt
He Weflzyde van Ej
- (5) [Scheerwater ,
menze, orn dat zy langs de Oppervkkte van 'r Water
ilryken.T
J c
m
' *
7 t
^ 1
\- '^
\
E N
Z E L D ^
M E
^
E
lioopswy'^e by een vale , zonder ged
• -k
en wel "gedroogd 2ynde ', ma&!<:t 'het ^n fraaije VeVtoooing
maar vlak ultgefpreid tusfchen Pap
r f
/ ■ '
i6 liHSKi^'t^ 1>****?lf*^^*******^5*4
^
V *■
- 1 ■ «
1
-4f*Si& **^4f-i{f*iif«iS5^%4<.iJj4<'f *
4
/
/
P
E
Dc rondgekuifde Emd {^oj.
Van de op deeize Plaat afgebeelde Voorwerpen is de Kolibrlet alleen m h
-^ 4
luurlyke grootte
derdaad dc g
d. pe Duiker is grootelyks verkleind. Dezelve heeft in-^
de punt tot aan den hoek der
Eend
de Bck heeft
ping, drie Duimen min een Kwartier Duims langte, de toegeflagen \yiek
If Duim. De rond-gekuifde Eend is omtrent tot de halve hoo
gebrag
gelyk men uit den Bek, die in de natuurlyke grootte om laag op de Plaat geichetft
is, kan zien. De Wiek heeft nagenoeg de zelfde langte als d
den Duiker
>
zo even ge
meld
Hy Ichynt een weinig grooter te zyn dan een Taling
Dceze laatfte, nu, op 'den voorgrond vaii de Plaat voorgefleld , heeft den Bek
(iTial en zwart, even zo hoog als breed
De Bovenkaak
op de ka
g
<!?'
n
4i
dc Onderkaak heeft ry en van kleihe ingedrukte hoUetjes, oni de gezegde
s.
in
dc
neemen. De andere byzonderheden zai men bed Lit de fche
•le Oogc
ft
lyke g
bcgrypen. Catesby
Op zyn Kop is een opflaande Kuif
d
g(
de
:s vari
Vogel
witte Veders
gccie
(die zwart getipt zyn; niet Klootswyze, maar veeleer platachtig, gelyk een W
Van de KrUin des Kops
3
jer 3 • fpreidcnd
boven de Go
I
zwart
Van
Ved
die ten d
de witte
derft
der Kuifvede
nt/pring
la
de Oogcn agterwaards is het agterfle des Kops wit; h
be
'S
de geheele I
R
en S
e
fteld
Fluweelachtig donke
e
5 benevens
De Staart is fa men-
uit agtticn Veder^rl., waar van de middelflen een Duim langer zyn dan d
V
buitenflen; zo dat zy trapswyze buiteiiwaards verkorten
De Staartveders en g
fte Siagpennen zyn aan haare bovenzyden diep zwart, en, van onderen ddnker Afch-
De binnenfle Dekveders der Wieken zyn licht Afchgraauw, met taamelyl^
kl
brecde
d^
den. De helft der Siagpennen
a aan d
f2%
R
u
binnenfl:
zyn Jang J met fcherpe punten
glinfterend
hebben witte Streep
L '
ran
der
W
gs de buitenzyden^van haare Schaften :, de middelften ^yrl vyit aan de kanten
Van de^ Dekveders der Wieken is de tefte ry zwart ^
"cht Af^hkleurig, langs den bovenftea'
haarer buitenfte Baard
breed
dd
r Wiek
de Staa
tipp
de kle
zyn
met donkere Kleur gezoomd., ' De Bprft
zyn
derf
H
zwart van de
u
den H
breel
Dekveders
hoek
onr
*v
De zyden des Bulks en de zyd
swyze in het
onder
deWiek, zyn Oranjekl^urig bruin', gemerktekend met fyne donkere dwarsflreepi
De Pooten zyn gelyk die der Eenden, en van eene donkere Rlpnr n« uir^E
gely
die der Eenden
fie Vingers hebben kleine Webbetjes op de binnenzyd
* IS van onderen.
donkere Kleur,
9
wel
De binnen
de
a
gertj
Vin
n
/-
J ^
' - .
- (50) Merganfer CtM rotunda. Edw. M p. ^16.
T. 360. Anas criftatus. Catesb. Car. I. p. 94, T.
94. Merganfer Virginianus. Biass. Av. VI. p. 258^.
*V
Avis Venti.
■ i-
._ /
Me
i*
X7C
24, 33
tus. Urn. Syjl. Nat. XH. Gen. 68
Mer
lO
* 4
IX, Dcch
\
*r^
■^- »
VERZA^MELING vam UITHEEM
H
'■•■-t-
'-•.
De Groote Geneeffihe Duiker (*).
-1
e Duiker^ m 't verfchlet vertoond, heeft den Bek VIeefchkleun
3
aan d
e
donker. De Kfuin van den Kop, een plakje aan de zyde van den Hals, en een
flreep tuflchen (\&n Bek en bet Oog, zyn zwart
liet ag-terfle van den Mais, de
"£35
tuit en de bovenzyden der Wieken
zyn
Afchkleurig ,
uitg-enomen een
witte rand aan bet beffin van de Wiek, naaft aan den
en een e^roote witte
op
Vlak in \ midden van'^de Wiek, zynde 00k de middelde Slagpennen wit, zo wel
als de binnenzyden der Wieken, maar de Slagpennen aldaar licht Afchgraauw. Dit
van Voselen heeft in 't ffeheel geen Staartvederen. De onderzyde , van de
tot aan bet end des LiVhaams, is gedekt met fyne witte Vedertjes, die een
dans bebben als van Satyn of Zilver. De PoOten en Voeten zyn donker
roen
acht i
e Vin
ers
zyn niet te fa'men gewebd, maar bebben flevige zydelingfe
Vliezen van aanmerkelyke breedte, aan de zyden uirgebreid. De Nagels zyn plat
, en de Pdoten 00k zeer plat, ora te beter bet Water te
gelyk die der
iunnen klieven
'- -.
^ s
'■
9
•--^
/
*
i-.
Het geheel groene Kolihrietj
e
■-
>
Het klelnfl
V
^
u
5
Bovenfte
5
f
vlie
heel groene
let.
I
eeze n
eeft
de
d
dunnen, langen, zwarten BeL De Kop
9
lals en 't geheele Llfiba
■■;■
is van
fchoon groene Kleur , aan de onderzyde
blaauwacbtig , met
ken zyn
paarfc
eeler
helderen Glans. De bovenzyde en de Dekveders der Wie
met een weerfchyn als van Koper: de Slagpennen blaauwach
t!
Staart d
^^
aauw
de Footen en \'
Het hoort
i
aan my
De
Vriend
d
/3
n
H
der af komfl is
De Duiker, voorgem
d
r
Mill AN
bekend
bevindt
het Admiraaliteits-H
nde
- --S
g
in
de Ve
van
ertoginne Douariere van Portland, die 'de goedheid hadt, van hem my
evfouw
zien.
Ik
erd van baar Edele onde
IV:
--i.
G
d
d
d
%rr^
V
gevang
ware
dd
aatetl
op het
\
wit
derde Huid van de onderzyde deezer Vo
elen afe:enomen en als Leder bereid wordt , met de Veders daar
men di
Dames
Dan voeg
famen , en maa
Manteltjes , Moffen en wat dies meer is^ voor de
Een ander Vogel van deeze zelfde S
J
met deeze
Genev
over
zj
eb
h^ ->
\\
T
as
de G
drdc in het' Brittannifch Mufeum bewaard. Hy ichynt de Zelfde
Lom of A
Zie-Wi
Soort
Vo
Werk,^-pi 339
. 6j,
«
by Aldrovandus?
Ik meen deeze zelfde
van
Winter, van de jaaren
uiker of Lomme
1739
3
dood
5
by een Vo
oper te Londen in de harde
en
746
i
y
Tekc
f!emt
Lev
roGtte
eko^t
hebben. Ik heb daar
een
geflorneh dat de bovenzyd
welke met ' die van G
q
ti
'.
een
donkefer Alchl
opzigten overeen
j*j
De' rofici geknifdh Ecnd is uit Penfylvanie afkomfti^
Ik heb dezel
3
met
andere Voselen
benevens,
WiLLL-^M Bartram, in die Volkpl
gen vaii myrien verpligtenden Vrind, den Heer
woonacht
In zyn Brief
mb e r
:3
jaars
759
dee
Vogels vergezellende 3 b
V.
;
t
\
my, dat zy
De
alte-
maal
V
- >
>-
■r*
^-
f
P-
^-
> ■
(*) Colyrobus major Laciis LemanL Edw/ /io. p.
309. T. 360. Colymbus Urinator. Linn. Syji. Nat,
^
XII. Gen. -^5. Sp. 9.
(t) Mellifu^^
Mellifuga Cayanenfis. Bmss.
Edw. Av, p. 318. T, 360.
P
T, 3<5,
I. --0
MuL
4
lifuSLlS.
i) [H
'4t
T. 41. f^ 2 , 4. Trochjlus me!.
Gen. 66. Sp. 15
■3
eL
%
»
t N
r-
L D Z
M E
V
J
■' '>
* '-^
*- ?
G E
E N.
7
iinaal Trekvogcis zyn, die In Novembei-, iiit het Noorden ■, In dan Land kornen,
en 'er hun verblyf houden tot in Maart, wanneer zy weder terug keeren. Hy
vocpt 'er by 5 dat vecJ Gedi'erte , ^t welk eertyds in de thans bevolkte deelen zig
bevondc, nu aldaar nice meer is , vertrokken zynde naar de onbewoonde zoomed
dcr Provinciej en dat eenige Vogels, aan de eerfle Planters niet^bekend, tegen-
woordig zig in grooten
etale Jaaten zien ^ benadeelende de Koornvelden en
Plantagien kragtig
Catesby hceft deeze Eend, in haare Natuurlyke grootte, af
gcbccld in zyne Natuurlyke Hiflorie van Karolina, I. Deel, pag. 94 (*). Hy merkt
iiict reden aan, dat Sezelve cigentlyk gefproken, often naauwfte genomen
5
tot lict Geflagt der Eendcn , maar tot dat dcr Dalkeren (MergusJ, door WiL-
LOUGHBY belchreeven, behoore. Ziedaarvan, by dien Autheur , verfcheide Soor-
ten, van pag. 33 J tot 337. Catesby zegt,' dat zy veel de verfche Wateren, In-
zondcrheid de Molcn-Togten 5 In Virginie en Karolina, bezoeken; dat de Wyfjes
ehcel bruin zyn, hebbende 00k €en kleindr Vederkuif op den Kop, dari
over ^t
de Mannetjes. Die Autheur, geen Invvooner van Noord-Amerika zynde^ hadt niet
bpgcmerkt, dat zy IVekvogcIen waren. - > . .. ^
' /
f
A - ■
_-■ r ■ r ■ ^ _
k
-'
\ •
p
•L
r
■^*
I
i
.i.
.■I.
*-
LI.
«' ^
De Miiurkruiper ' of . Splnmnv anger (51)
\,
'-
n
vcn5gaahde Afbeeldl
ng ]S
U
I 'c ncvcnpp-aancle AtDeeidlns: ]S in qe i\atuuriyKe 2;
e Plaat ge-etft, naar zulk.een Vogeltje, dat^droog op
' ^ 1
Natuurlyke grootte
32et
getekend, eri op
was
bewaard.
Ik
1 ^
iV
onderilel dat het een Wyfje zy ^ a!zo ik by.BRissoN een goede figuur en be-
fchryving vlnd van het Mannetje^ vvclke van'de onder befchreevene alleenlyk ver
fchilt^ in den Keel', een Duirabreed of verder vaii de Onderkaak af, zwarc te
nebberi.
Men vindtze in zyn III. Deel,, p. 607, Plaat 30. fig. i, onder den naani
van /e Grimpereau de Muraille. Hy geeft de Afmeetingen op van de Lighaams
deelen 5 welke iii 't algemeen lets korter waren"dan,in myn Vogeltje. Het Wyfje
zegt hy daar in alleenlyk van het Mannetje te verfcfiillen , dat hetzelve <1qu. Keel
WJt
heeft.
De Bek Is lanff en dun,
f! ■■ ■
een welnig riederwaards. geboogen en van eeri ^vVarte
De Neusgaten flaan by het grondftuk des Beks. De Kruia
of donkere Kleur.
•\'an den Kop Is bruinachtig Afchgraauw. De bovenzyde van den Hals, de Ru
en Stult, zyn van een fchoone blaauivachtlge Afchkleur,zo wel als de Bulk, Schen-
Dd
Staart beflaat ult twahlf Vedereri Van gelykd Jangtey zvvartachtig van Kleur, uit-
kels. en de Dekveders onder de Staart ^ doch die zyn een weinig donkeref.
genomen de tippen, die witachtig zyn in de buitenfle Vederen , maar in de mid
delden Aichkleuriff. De. Keel en onderzyde van den Hals is wit. De Wieken
die
bev
9
van een
ziff dus uitffefpreid bed vertoonen, hebben baafe kleinfte Dekveders
allige roode Kleur , gelyk ,diq van Rooden Wyn in een Glas gezien (f): def
binnenile Dekveders zyn ook rood, maar trekken naar het donkere
5
en d
^
ry
der
. (*) [Men vindt die Af bedding in liet IV. Deel- f. 852. Cerfhia Mdraria. Linn. Syfi^NaLXII. Gen.
van die Vogelen - Werk , PI. 88 en de bef-hryving 65. Sp. 2. Muur-Spechc. Nah Ili/i. L D, IV. Smk,
V
r^s- 78, 79]
- (51) Certhia murali?; Euw. Jv.'p. 320. . T. ^61'.
Picas Murarius. Briss. ^v. Ill, p. 007. T. 30. f. i.
Willi Qrm ppi Ti 23. Aldrov. Orn'nh. I. p. 851;
bladz. 427
(f) In ae gelileurcle Tekening ge'ykt bet daar we!
nig naa, ea Brjsso,^ zegt, dac ds Wieken RoKckledf
zyn.] , ,.
O 2- ■
\
-^
VFRZAMELING .Van UITHEEMSCHE
■
del- b'uiterifte Dckvedere
boven de
pennen
e
zoomd :
Ik teide
dat 2j
'intig
Pennen in
dan de naaftvolgende en de vyfde Slagpen de langfle
is donker, met rood
geheei rood vertoonen (*)
derWieken-, zynde^de buitenfle de helft korter
Zv hebben haare buitenfle
de Wieken toegeflagen zy
r *
^'
Baarden ter halver
g
ft
eur: uitse
J
nomen de drie buitenften
den wortel , van
1 de drie binnenflc
(ch
d
i
welke zwarracht
W
zy
9
lykerwys het overige
dePe
d toe, de Tippen zelf nitgezon*
X"
derd
zyn
dani
die akemaal Afc
der met twee
rig z\
n ■
md. Vier
debukenfie Siagpennen
witte Vlakken getekend op de inwaardfe Baarden^ gelyk
een
ts
!
Veercje op de Plaac vertoond is :
Vlak, en uitffenomeh deeze VI
d
1 -'
er
aards
ft
t
lefc
V
zy
donker. De Pooten , Voeten
Vin
Klaau
ds en eenen a
d
zy
ftn
de binnenzydfche, Baarden
Het Vogekje heeft drie
D
*^
y
beffin
\^
y
K
in d
5
n
weini
en
oomen
K ruip
beter
in
den middelften gehechr
te
5
te onderfteune
ora dezelven in 't
Ook zyn de KI
buitenfte Vinger is ,
De ao;ter- Vinger is fterk,
't beklauteren van Muureri
Ian
er
dan
e
k
D
J.'*'.
.-'
lyke Vogekj
ans
»
9
den j
702
5
plichtenden Vriend
teit
den eri ve ^
die hetz'elve, niet lang
Hemry Bake
1''^
1
de eigendom var
id del- Koninglyl
leeden'
lu
bek
m
5
Berg-Specht^ en
men
t
d
zeldzaam
myneri
e Socle-
' -
daar men het noemt
aan deri
Baker gezonden door Graaf Perron
het Hof van Groot Brittanje
r in Piemonr. Het was aan
ewezen Minifter van deri Konin
Sard
WiLLO
heeft, in zyne Vo
de, bladz. 43. Tab. 23
5
mme
beeld
g
van dit Vogekj
ondeend
iryving
fleste Af-
fte moderne Nat
■7
riyl
Hiftoriekundigen , die zeggen, dat men het in' Engeland heeft, doch WiLiJOUGHBt
hadt het 'er nooit aan
•offi
O
eloof ik g
dat het hier als Inboor
ing of als een
Trekvoffel voorkome: watit
befchreeven Vogekje het eenigfte dat
heb
my
n
alp
en is het thans
ezien
Hierbm ^^
ene
en
3
h
auwkeu
Plaater
laat in
daar door bo\
af
beelden eri te beichryveri, hoewel het getal der
my
geftelde paal verg
wordt. De
handen kwam, kon het niet op zyn behoorlyl
plaa
het my
gebragt worden
Het hadt op de Hoppe mbeten
en
■
3
als zeer naby komende aan die Sdort (f)
fr
«&l4^S'»FJM^*SS^^3'J|ie*S*SS^*sisS#*SS?f^&#*S^SfcfcSS4^i^fS^**J^^^
f- ^
P
A
A
r
LH.
•
'x
Ds Z'.
Tangara van
(52>
/^
-^
De
\
kjes op deeze Plaat zyn
naar
3
Voorwerp eri in de Natuurly
<a
ke erootte afgebeeld
lerley Zaaden breeken
op Infekten aaft«
De twee bovenften zyn Graan-eetende Dikbekken , die
het onderfte is , zd 't my toefchynt , eert Vc
dac
' [
y
D
\
\
cfit laatftei
f^
, n ^ [In I
huttenjle af,
dit onverftaanbaare: les cotivertures cxterieiires rangees
(f) ['t Geflagt van Certh
flaat in de Franfche Veriaaling alleenlyk het c'huis gebragt is , volgt by den Heer LiNN^Uii
]
font f I
'c Is zeer te verwonder .n ,
daar men 't Franfch tegenover 't Engelfch geplaatd
heefc , dat daar in zo flordis te werk gegaan zy.]
3^
(5
T.
2.
y
.. i-.S
b '
J -
^ "x
It
\
E N
T
Z E L D Z A A
V
G
E
*
m
y
89
. De
VleeG
/
wane Tangara ^ heefc een korten dikken Bek , van een witte of lichte
de
fe;ene Pluimag
Neusgaten gedekt
met
donker zwarte Ved
Vedertj
*t
g blaauwen weer/ciiyn , die ecjuer op de g
ontbreekt
Dit geheele Vogeltje Heeft
glanzig, met een fchoonen paars-
len der Wiekeli
Eenig
Slagpen
weinige kleine witte Vedertjes zyri doormengd met de binnen
Dekveders der Wieken. Het heeft
-I
S
De Pooten. Voeten
dere kleine V
ekj
en
alien
aalf Veders van gely
2yn van maakzel als
van eene witachtie:e Vleelchkleur
Klaau
# - •!
5
Jangte in
de ineefie
de
' fl
-'
.3.
De Olyjkletirigc of Groenachtige Tangara
1. t
Het Vogeltje daar naaft, dat ik de Olyfkkurige Tangara noem, Heeft insgelyks
een korten dikken Bek, van een donkere Vieefchkleiir.
Het voorfle dee! des
Kops van 't zelve , geheel rondom den Bek en Oogen, de Keel en een gedeeke
van den Borft, zyn zwart. . Dit zwart verandert , allen^s iq ddnker Wit aan den
Buikj welke witachtig blyft tot aan de Dekveders odder de Staart
ten.
die iogefloo
Het agterde van den . K op en Hals,de Rug, Stuit, Staart en Wie.ken
zyn van eene groenachtige Olyfkleur^ taamelyk donken^De. Staart heeft twaalf"
Veders van gelyke langte. De binn^nzyde der .Wieken en de onderzyde van de
Staart, zyn van een lichte Afchkleur: dePooten
Vleefchkl^urig.
3
Voeten
en Klaau wen 3 donker
(
I
■•f
Het geeJbuikig Boomkrmpertji
e
Het 6fiderf!e Vogeltje , dat tot de Eoomkruipertjes
jfcherp gepunten Bek , die een weinig nederwaards geboog
1. •
heeft
g
?
ge of donkere Kleur. De Kop, de bovenzyd
yden der Wieken en S
Zyn van
van eene zwartach
van den Hals, de Rug, de bo
donker bruinachtige Afchkl
uitgenomen de tippen der buitenfle Staartvederen en de ondef-enden der grootft
Slagpennen, die wit zyn, zo wel als de binnenfte Dekveders en de
Wieken. De onder2;yden der Slagpennen en Staartpennen zyn van
Afchkleur dan de bovenzyd
fengs
De Keel, Borft en Buik
randen
een lichter
wordt
zyn g
5
de Dekvederen beneden de Staart. Het heeft
wel k
/
ge Streepen, die van de Neusgaten bbven de Go
Wenkbraauwen. De Dekveders bov
en
loop
"H H
en
^ 1
heeft het
Ved
van gelyk
1
de Staart zyn obk ffeelachti
de gedaant
aiifft
fr
De P
grof voor zulk een klein Vogeltje, zyn alien dbnk
voorwaards
De Z.
Van
V
J
9
een agterwaards
ffcr
aart
melyk
nt
\'
van
gendom wa^ van h
Tang
Paleis van St. James
my
^ w
kortlin
, die
Kuft
G
lare Majefteit ,
Afrika afkomfti
eflorv
my verb
Vogelkunde , Vol. Jll. p. 28
ware
t
Vogeltj
welk hy de Zwarte Tangara noemt
De Groenachtige Tangara ontv
i
door een
I
de
de
' i
zyne
even
-t
-J
myn
}
I''-
3
■MAN, van
Lot
en
i
, {*) Tangara viridis feu Olivacea, EuwJ JvJ Q22
X 362. f. 2. ^ -
(t; Certhja Ventre flavo. Esm. Jv,
. - I
362. f. 3; Certhla
,1
ola. Syfl. Nal
g-S. X
Sp. i8'. [Vergdyk Edw. Jv:T. 123.
^
bladz
«
/x
T. 17, £ I
en. 55,
49
3
»
?W.v
J
\
,4
X
' -
90
r
Londen
ware.
Het
my met
Wyfj
VERZAM. VAN OITHEEMSCHE
• -•
ZELDZAAME VOGELEM
*
tte
5
•g
dat deeze
beichreeve
van de Kufl:
G
•^
oversebrasrt
Boomkruipertje was my geleend door den Boekhandelaa
M
Voorwerp
tot d
te zyn
Vog
W
be
begunftigd heeft
Ik
hetzel
did
■ i
ve t
door my, :op Plaat 122, afgebeeld
t Is het Boomkruipertje van Martinique of het Suikervogekj
^yn Vogelkunde, Vol, III. p. 611. Tab. 34- f-
Brisson
le
\
/
D
--
/
\
it
I '
' .
i '
>
V
I-
■-, I
»
-^
y
- •
- ^
/
\
-a
Y.
\
- \
I
41
1 .
\
\
• ^
f
4
--
V
,r*
<"
. <-\
-r
■■\
\ '■
f:
r '
i-
> .
/■■»
\
^T
f?
■ ^
^
1
(>'
, L
■ '
v
V
■ »
1^
L
V
.h
* J
y..
y
/
^
NH
U
f
\
f
»
DER LAATSTE
/
* V
*,
tWEE-EN- VYFTIG PLAATEN
Jk
DIT WERK
(■
'\
\
"{ >
I
^
DER
V O G
-t
X
^
ENZ
e
y
*-
- -
Die afgebeeld en befchreeven 2yn in het
L
■i^'^
L- I
'N
G
E
>»
' .
4^
N
E
D
«
' /-
■P"!
K-'.
* .
'fc-*
.*■
K»
' -^
• ^
I'M
--4!
»<^
^ d '
et Z'warte Aapje ^'^^^ middelmaatige g^ootte. ; .^ «
De groote Weftindifche Raaf of grmte BraJlUaanfche Pappegaay.
fft-
^.
De blaauwkoppige /P^z/'/'<?^^^^.
De brume Parkiet tf kleine Tappegaay.
Het Aapje w^^*? ^(? ruighaairige Staart.
De ^r^^if^ zwarte Kakatoe.
**^'
•«
^
V
5-
^
f-
T'
,* -
-^
> *
C
/
■ ..
'mt
m
7
- * X
'»
/-'
I
^
^
De A'A'/;/<? witte Kakatoe met een geek Kuif.
De graauwe Brafdtaanfche, Klaauwier,
De zivart en geek Aaklter van Brafil. . - ,
De blaauw en groene Aakfler, '
De groene Jakfter van Ceylon.
De zwarte geel gewicjpte Aakjler.
De geelkopp'ige Spreeuw. i-
De kortllaartige JakJIer.
De gekulfde langftaartige Aakfler.
' pe blaauwe Oojl'mdifche Gaaf .
De Zwaluvvfiaartige Oofimdlfche Gaay,
De Brafiliaanfche Paayy met een getanden BeL
De geelborjitge Tdukan. n/
De groene Toate, o/ Pepervi'eeter.
De groene Koekkoek met een geelen BuH,
De Specht met roode Kaaken.
De geele Specht met zwarte Vlakken
De Jacamaciri van Marcgraaf.
De gevlakte Ysvogel.
De ge kuifde Tsvogel. - ,
De Kalkoen-Faizant.
De groote gekroonde Ooftmdifche Diiif.
De "Dii'if van V Eiland Nikobar.
De Manner jes/'^^r/f/^ geborfie Manakyii*
De Pompadonr-/^^^^/.
De %\(\x\t^-VogeL - - r
Een donkere Zwatuwflaartige Kapel nit China.
De Schar taken -roode Mofch of Kardinaal.
De Europifche Page de la Keine of Koninginne "Pagie.
De Manakyn met een witte Reel en Kuif
De food gekuifde Kolibriet.
De Vogel Hoppe genaamd.
De Surinaamje Muurkruiper.
'J-
'3
■I
■K
9S^
■\
*F
/
fl"
■>
L-
/.-
\-
f
^ \
t
#r
*.
1'
H -
«
.*
eto
i.-'
■^
■J
f
J-
r
*>
*i
./
s
1'
' ■
Ei^ri Jier Ij ke Zwaluwlta^ttige Kapel ah China.
■1
"■S
f^
X
P a;
m
Tab, ,B!
I.
II.
111.
iV,
r
V.
VI.
VIL
IX.
XL
-t
/'.
XXXIII
a
-t?
ii
1
7
^^
8
9
U^
II
XII. ^3
XilL 14
XIV. t^
I
F I
17
XV.
XV!.
XVII. 18
XVIH. 15^
XDC. id
. XX. -as
XXI. li
XXII.
XXIII. 43
XXIV. z4
XXV. S7
XXVI.
XXVII. cd
XXVIII. 60
XXIX. 61
XXX, 6z
XXXI. 63
XXXII. ^4
\
i'
rf-
^5-
XXXIV. 6
XXXV. ^;/
XXXVI. 68
/:
Het
h
.'^
••-i:
■^-
Mn
K O R T E
I N H O U D
* '
<,'
^
-. .■■
w
Het roodborpg groene Boomkruipertje.
Het groene gevlakte dito.
De zwart en witte Vliegenv^nger.
De Paradys-Mees. - . -
De zwart en blaauvve Mees, -
Het Vogeltp Sayacu genaamd.
De geele rood-Kop Kanarie.
De Ziwarte roodborfiige Vink.
De zwart e of donker - brume MofTchen.
De kleine Mofch uit. Tenfyhanie.
De gejireepte Senegal! uit Oojltndie.
De geftippelde Bengali uit dito.
De witborjlige Ooftindifche Mofch.
.De kleine Ihis oj Egyptifihe Reigsr.
Een zonderlinge Zee -Polypus.
Het Spoorwiekig Waterhoen van Brafil
De Vogei genaamd Zee - Pappegaay.
De Alk <?/ Scheermes-SnaveL
De Lomme of Guillemot
De Puffin van H Eiland
/
/
V
V
- t
I
.*
\
i
i gekuifde Eend.
De groote Geneeffche Duiker.
Het geh eel groene Kolibrietje.
De Muurkruiper of Spinnenva;
De zwarte Tangara van Guinee. •
De Olyfkleurige of groenachtige Tangara.
oomkruipertje. =
^D
V
n.
e»
l^ab.
XXXV II
XL.
,XLI.
XLll.
XLIII.
XLiV.
XLV.
XL VI
XLVII
^
Bl
69
XXXVIII. 70
7%
73
74
75
•^
76
77
78
79
XLVIII. 80
8i
XLIX.
L. 85-
Z6
'S. - '
*.
LI. 87
LII. 88
\
.,^.n*'^mt^<^^i^'^:^^jt^^^:/ftt^--t^t^^^t^
■xiv^n^-^
' ' Al;i5a*ti^±
i-^^"i^V-.-t~-,
1 - *
I
N
h I
'.
^'1
■-r
^.
D
^
oirzaakt is
eeoJKe
Liefhebbers gelieven verwi«igd te zyn, dat Ale zo zonderlinge 0verflapping der Bladzyden 24. op 57,
, door een groven misikg yan den Letterzetter, die de Bladzyde der gefchreevene Kopy voor [t
der Bladzyden van 't gedmkce heeft genomen: 'c, welk men, wegens het ajfgebroken dmkken, by
laden tefFens, onder 't corrigeeren niec opgemerkE heefc.
.e
J
dat de VOORREDE van dit Negends Dee!, de Vertaaling is der geene , weike
1 --
o
tot
I
eft voo
rio^ van
atfle DeeL deeze Plaaten en derzelver
J wegen:
JRVOegID
DWIRDS ge-
fefchryving bevattende: 't welk dienen kan
t onderfle op bladzyde_3 ^ dat anders tegenftrydig zyn zoude ; aangezien dit Vogelen-
dan dat; van Edwards
mn van CatessYj rykelyk ho
I -■
J
\m
'.
\..
\
7
'■^
» /.
■ I
/
\
M
N
^
E
y
y
I ^
EN AN
ERE
\
\
<-
?
/
X
DIE AFGEBEELD EN BESCHREEVEN ZY
NEGEN DEELEN VAN DIT WERIL
5
IN DE
' A.
Mak^er (Blaauw en groene). ««
(Brafiliaanfche). - -
(Gekuifcle Langftaanige), -
(Groene) van Ceylon. -
(Kleine Indiaanfchc)
CKortftaartige)..
(Zwart en geelbonte). - ,-
(Zvvarc en geele} van Bralll.
(Zwarte geel gewiekte), -
(Groene]) van St. Jago.
(Inkhoorn) van Madagaskar. *
— . met dc Varkens-Staart van Sumatra,
Aap']e (klein Leeuw). -
(klein Zwart^. - - *
met de ruighaairige Staart.
(ZwarQ van middelmaatige groot
Aarsmtt, - - ' -
(Gehoornde).
Acarauna (Gevlakte) van Brafil.
Adelaar (Gekroonde).
Albatrofs^ - . _ ^
AIL - ' -
Arend met de witte Staart.
Deel. BL
r
(VifchO
(VVitkoppige)
B
Baltimore -Wogel.
.Banannen -Vogel (Kleine},
Baflerd- Baltimore Vogel. -
£eemer. • - . - ^ -
(Karolinifche}.
Bengali (Geftippelde) uit Ooftindie.
Berg-Mofcby Mannetje en Wyfje.
Berg-Patrys. - , ^ ' _
Berkhaan (Amerikaanfche).
.Berkhoen (Witte). ; -
Big (Guineefche). - - /
Blaauwfpecht met den Bruinen Kop.
■ — — met den Zwarcen Kop.
BlaamavogeUje (Roodbuikig).
Bloemzuigertje. - - .
Boktorreije (Virginifcli). -
£o72te Specbt (Indiaanfche).
Boomkridper (Zwart en witte).
Boomkndpertje (Denne).
(Purperkleurig Indifch).
(Groen gevlakt).
CBlaauw) van Sudnanien.
VII. 15
IX.
III.
IX.
IX.
VL
IX.
IV.
IX.
ix.
VII.
VI.
VII.
VI.
.VI.
ix.
IX.
IV.
.' V.
VOL
VII.
IV.
IX.
I.
L
I.
IL
VII.
II.
I!.
•VII.
IX.
VI 1 1.
V.
IV.
III.
VIII.
I.
I.
J.
III.
VIII.
VI.
Vill.
Vltl.
VIll.
IX.
12
18
16
12
80
1(5
9S
II
12
56
9
94
95
7
4
I
77
44
24
I
60
81
I
4
2
V
75
3(J
76
72
3J
77
8
18
93
32
36
35
35
34
24
8i
42
15
5
69
I' 32
ipertje (Klein bruin).
(Wit).
(Zwart en blaauw),
(Zwart en geel>
(Roodborftig groen
(Zwart, wit en roo
Bojch - Menfcb of Sater*
Buffel (Amerikaanfche),
Buffeltje (Oollindifcb),
Bu'izerd (Asgraauwe).
(Indiaanfche).
eel. Bt;
I [. 41
41
3
22
^
leine bruine).
r (Indiaanfche)
VII. 13.
II.
VIII.
V.
IX.
IV.
VII.
IV.
VI.
III.
I.
V.
VIII.
VI.
■-L
c
Calandra. ■. - " "'-
CaniitS' Vogel. .
Chego.
Cicaden (Ooftlndifche)
Corlieu.
Ctifco. -
it
_«
VII. 15
»
viir.
viii.
IV.
n.
Vllf.
VIII.
r
D.
D
\
Maial
V. 28.
Dijlelvink ( AmerikaanfcheJ Man
\Vyfje. - i
;urige), -
Amerikaanfche),
Dodo -Vogch - - ,
Dominikaan. ^ - .
Duif (Blaauwagtige) met eeri witten Kc
(Brufne dwars geftreepte).
(Bruine Ooftindilche).
met Driehoekige Vlakken.
(Gevlakte Groeniandfche). ' ^ •
(Groene gevleugelde).
(groote Gekroonde Ooftindifche).
(Kleine roode).
(Langftaart)* . «
van 't Eiland Nikobar. - -
?--Gans (Roodborflige).
(Gekuifde Weftincfifche)„ -
(Ge-oorde) Zwart en wit bonce.
(Gevlakte)
11.(52. VI.
VIII.
(Kle
1>
VIII.
II.
II.
VIII.
VIII.
V.
- I.
I.
III.
III.
II.
I.
IX.
V.
I.
IX.
IV.
IV.
IV.
V.
IX.
IV.
69
49
8
107
99
I
10
35
13
82
r'
'>^
7
15
9
57
4B
37
g5
47
12
, 69
II
^ 3<5
27
40
24
■ 40
39
■
7?
21
18
75
78
77
45
8(5
\
(
,»
i
A li G E M E
% -
k,
}
r' I
Duiker (Roodkeelige)
Duikertje (Brum).
IV.
E»
Eend (Bahamafche)
Bek.
^
^j—
{Breedbekkige Amerikaanfche)
(Kleine Buffelskop)- - ■ -
(Gekraagde) van len-eneuvg%
hec Wittertje. ^ -
V "'
(Klein
Eend
met een Blaauwen gryzen Kop.
met een lange puntige Scaart, .-
(Rond sekuifde). '
Fogel (Groote zwaitej.
rans (Noordfche). -
'Het Mannetje van den Kaapfen;
(Het Wyfje van den Kaapfcn>
■tt
VII
%
X
. '
F»
V _^
y
af/a72UBrariliaanrche> •
(Gehbornde) uic Bengale.
rCoudlakenfe) uit China.
Ji
t
^
A
l.rsv
V^
rZilverlakenfe Chineefche) Haaii en
Hen
Flamingo.
Bek in Natuurlykc Groote*
V
J^fafif - InfeSt.
Francolyn.
Al
Fregat - FogeL
(De Groote)
G,
AJ
uc:-
(Blaaiiwe gekuifde). - *
(Blasuwe Oostindi!che). - »
(Brafiliaanfche) met den getande Bek*
(De Karolinifche). ' - II. 72-
■ 2 Oosdndifche).
e). -
V
(Bruin gevlakte)
(Kanadafche).
Gattorugine (Indifche). - _
Ceelgors (Bruine Amerikaanlche;.
Geel-Keel, van Maryland. '
Cedvogel. - . '" ,.^ , %
.„™-.— (Zwartkoppige Indifche;
Geitenmdker (Karolinifche>
IV. 74
)
(Kle
(Bruine). • -
(Groote). - - , "*
(Gebaarde). *
(Gekaptfi). - -
(Zwartegekroonde). ' - '
^nanths CTwce PeDfylvamfche)
-^
IX.
IX.
VII.
IX.
V.
V.
V.
Vlll.
IV.
Vll.
VI.
III.
I.
III.
IV.
IV.
IV.
V.
VIII.
VIII.
VII.
V.
IV.
ier (Gevlakte). - - "' - '
• (Groote). - , - -
(Kanadafche) Mansetjes en Wyfjes. V.
(Kleine Bruine). - - IV.
Men (Chineefche).
,h rBlaauw eekruinde) -
Deel. Bl
79
IV., 73
IV.
76
IV.
JJ2
IV.
go
IV.
82
IV.
-24.
V.
r
56
VIII.
19
V.
•53
y.
5S
IX.
85
V.
54
IV.
80
29
VIL 30
2©
V.
14
III.
2J
r
III.
21
III.
39
III.
41
Vlll.
2(5
VII.
40
V.
37
VIII.
50
^-
4
17
19
- -I- - p
XJoiulixiek ■ Parkiet.
Granadier. .' ru^^ ' ^
n-rn^mmch (Araenkaanfchej.
(Oranjekleurige). -
(Zwarte) met Bonte Wieken
g (Indiaanfche). -
(Roodkoppige), " ,^
'Groenfpecbt met den Afchgraauwen Kc
'Guilleinot.
Mofc
VI.
VIII.
VIII.
VI.
V.
II.
II.
IV.
I.
III.
IX.
ViL
S5
18
52
52
51
23
55
28
84
42
13
16
103
64
62
I
32
32
■50
40
50
3^24
51
109
35
35
7^
22
40
48
53
35
20
83
27
4 ■ ^ J*
1
;h,
■v
Haa<ydis (Blaauwe) van Nevis.
.X.
J. -
(Groote gevlakte).
(Doorn-Staart) uit Indie.
(Groote groene blaauw gevlakte)
van Guernfey. -
(Kleine bruine). -
(Kleine gevlakte graauwe).
VII.
VI.
VI.
VI.
VII.
VII.
VI.
39
102
89
lor
42
2
104
Haas (JavanifcheJ.
iV. • ioQ
REGISTER,
/
V
Haay CGedoornde), - * "
(jongen van de Bonte). •
JIafelboen. * - - * , ■
(Bruin gevlakt Mannetje).
(Bruin gevlakt).
(Klein) van Aleppo. ,
(Langftaartig) uit de Hiidfons-^baay.
Hafelmtiis. ' ^ -
Havik (Gevlakte); ' -
(Kleine). - > *
met dc Zwaluwflaart. ^
(Zwarte). ^ - ^
Hennen van de Goudlakenfe Faifant, uit
China; - * - -
^ar
i
van de PaSuw-Faifant uit China.
T -r
Hert (Groenlandfch). - >
Hoorn - Torren (Tv/ee vreemde)*
Hoorn-Uil (Virginifche).
*— — — (Groote) van Athene.
Hoppe. i - -
(vVeftindifchc).
Huid'Torretje (Zeer klein).
I. J
jacamadri van Markgraaf.
Jacarini. - - ■ .
Ms (Kleine). *
Ichneumon, uit Ooilindie.
Inkboorn (Geftreepte). . -
(Vliegende).
Inkboorntje (Barbaryfch).
Juffertje (Een Fraay Chineefch)*
van Mumidie.
Deel.
VIII.
VIII.
III.
-. V.
Ill,
VII.
V*
VIII.
I.
I.
I.
III.
III.
11.
IV.
I.
VII.
IX.
VIII.
IV.
y
tx.
f
&
K.
aaii'W (Pufpefkleurige). «
zawwtje (Gehcel zwart).
(Ooftindifch), ^^
f (Groote). - -^ *
(Groote zwarte). *
(Kleine witte) met geele Ivuif.
'ak (Amerikaanfche).
(GrDote),
(Groote Bruine). ^ ^
Kalkoen- Faifant. - -i .
Kapel (Geel geftreepte zwart geflrekte)
(Geele) met Zilvervlakjcs. *
(Fraaije Chineefche). *
(Kleine geele). • -
(Wit gevlakte bruine) met ro(
Stippen. i « .
(Zwarte geflrekte) met roode Via
KardinaaL -' ' - -
Kat'Uil (Groote witte). •
(Kleine"
Kauris - l^ogeL
KeerkringvogeL
Kernbyter (Blaauwe) -
(Hemelfchblaauwe).
(Purperkleurigc).
Kerfenvink. •* * . -
Kieviet (Indiaanfche) met een zwarte Borft,
Klacmwier (Gekuifde roife).
(Graauwe Brafiliaanfche.
(Indiaanfche) met een gegaffelde
Staart. - ■ - .*
VI.
IX.
IX.
IV.
VI il.
IV.
iX.
IV.
Vlil.
VII.
102.
(te)
ta
^EMtf:^^^^' ri—na jR
(Zwarn en witte).
(Bruine gevlakte Indiaanfche),
(Groene gekuifde Guineefche)
(Groene) met een geek Bulk.
(Groote gevlakte).
uit Karolina. - -
#
(R
Indiaanfche)
line) Man.
V
een zoort van Snep,
KoUbrietje.
(Geheel groen).
(Groen en Blaauw)
(Groen) met een z
(Groenkeelig).
(Groen Langllaart)
(Klein Gekuifd).
IT.
II.
II.
III.
VII.
II.
V.
II.
V.
I!.
VI.
II.
III.
IX.
III.
III.
VII.
HI.
1.
IX.
111.
I.
III.
V.
V.
VIII.
II L
IX.
If.
II.
VIII.
II.
n.
BL
30
31
32
17
30
44
5
5
8
7
6
I
11
27
79
67
3
99
, L
24
VIII.
47
IX.
78
VI.
98
VI.
80
VI.
90
VI.
97
V.
10
V.
<Xd.
to
26
8
9
99
2(5
£9
59
4S
r-
45
7.
VIII. 47
52
60
13
10
63
49
25
13
9
4
10
10
7
14
9
42
4t
49
24
57
5
52
Kq-
V
\
y
f
A L G E M E E N
R E G I S T E R.
1
Deel. BI
IV.
II.
•e rKleinft).
CKlein Oranjekleurig). - ►
(Lan^ Geftaart rood> - - 11.
{ Lans GeftaartJ met een Zvvarten Kop. II.
CRoodborflig). ' H. 59 VIII.
(Rood Gekuifd).
met een witce Baik.
KorallyUyV^n gedaante als Haring-Graaten.
Kraanvo^d (Bruine) van Kanada, -
caanfche). -
he}.
fche). ,*
(VVicte) .van de Hudfons-
Krab (Haairige).
Krekel (Gedoornde).
Kriel-Mofcb (Zwart en geele).
Krid-Taling (Gekapte) uit China.
Kruishekken. rMannetie en Wyfje).
if Gaay (Blaauw
•jartel (Chineefch
IX.
II.
VII.
VIII.
V.
VI.
II.
HI.
V.
VIII.
VIII.
VIII.
IV.
VIII.'
VII.
VII.
L.
JLand- Schildpad CAfrikaanfche).
~- van KaroHna.
Lantaarndraager (Chineefche_).
Leeuwrik. - - -
(Geelkeelige)
Groote Amerikaanfche).
(Penfylvanifchej.
Lintbandige Vifcb.
Lomms^ GGn Groenlandfche Vogel.
Lory (Langftaartige Schai-Iakenroode)
(ScharIakenroode_).
(Zwartgekapte). ■ * *
cweede Sooit.
Lory-Pdrkiet. - -
Luyaard. Een Dier dus gen-aamd.
Lyjter (Alderk l';infte) . ,
(Bruine Bcngaalfche}.
(Geelborfti^e).
(Goudkoppigc). .
(Graauwe lang Geftaarte).
(Kleine). ' ' -
met roode Pooten.
%
(Roode).
. VI.
- VI.
. ' - ' V.
VIII.
II.
II.
- ., VIII.
VI.
IV. 79. V.
IX.
- VI.
. VI.
* VI.
VI.
^ VI.
VIII.
II.
VI.
II.
VII.
II.
VIII.
II.
11.
&
M.
I .
Manahm (Blaauwe), - - -
met een Biaauwe Rug,
(Goudgeele). ^ -
(Paarfch geborfte). -
n^ict een VVitte keel en Kuif. --
(Rood en Zwarte). , - -
(Wit en Zwart koppige).
Mangt> Vijch - - -
Marmeldier (Amevikaanfch). - -
Mees (Baharaafche). - ^
(Biaauwe) met de purpere Borst, -
(Geelachtige Dennen). - •
(Geelkeelige Amerikaanfche).
(Geele) van Karolina. ' « -
met de (jcele Scuic. , ^ *
(Gekuifde). . ^ * . .
(Gevlakte groene). - -
(Goudkleurige). - -
(Paradys-). ^ « ^ ^
(Zwait en Biaauwe)i -
(Zwart gekapte).
(Zwarte) met een Goudkleurige Kop.
Meeuw (Kleine) met Fypachtige Ncus
(lacheude).
Menfcben - Eeter. Vogel dus genaamd.
Merel (Biaauwe). - -. '
tige). , -
(Roofenroode).
(VleefcW
(Kleme)
Mino or Minor ^ groot
Moeras ^ Havik.
Mol (Gevlakte^.
Mornel van Kanada,
J
^
VIII.
VIII.
IV.
IX.
IX.
VIII.
VIL
VI.
IV.
III.
VII.
III.
III.
III.
III.
HI.
VIII.
VIII.
IX.
IX.
III.
' I.
1. IV.
IV.
I.
I.
VIII.
I.
I.
VII.
I,
VIII.
VIII.
V.
92
51
5;
66
52
27
33
70
43
32
27
26
10
44
3^
41
103
104
20
7
53
39
no
45
B3
71
70
68
69
52
83
78
48
44
38
49
4<5
N
t
52
62
66
I
108
90
34
18
21
13
II
2
2
70
72.
16
32
102
(58
10
27
6
20
33
7
40
Mofcb (Bruine
(Bruine' Indiaanfche) met het
fprenkeld,
(Chineefche) het Mannetje
Wyfje, - -
(Een7/aam.e).
(Geelkoppige) van Bcngalc.
(GuinceflTche).
(Kleine) uit Penfylvanie,
(Langftaartige). -> «
van Brafil. « -
(Scharlaken- roode).
(Witborftige Ooft-Indifehe),
(Witkeclige). .
(Zv/ane) met roode Oogen.
Mofch - Parkiet (Groen en Biaauwe).
Mofcbje (Bahamaafch. .
(Klein Graauw_).
Moffcben (Zwarte),
Maitrkniiper. - ' - , -
(Surinaamfche).
N
rlagtegaal (Amerikaanfe),
Nagt^ U/7 (Virginifche).
Nootekraaken ' ' -- ■ -
'¥
o.
eflervreeter.
* V
Oiypbant.
Onweersvogel (Groote Zwarte).
(kleine).
(Wit en Zwart gevlakce);
Qnolaan (KafoUnifche).
P.
. MLHUtiW^
DeeU
SI
II.
. 55
rf ge-
f
II.
^3
:t het
^wt^
II.
6j
I.
27
^ . VI.
88
I.
8
IX.
75
VIII.
■ . Q
VIII.
16
IX.
65
- IX.
■ 77
VIII.
45
II.
54
i VII.
23
11.
59
II.
5(5
IX.
75
IX.
87
IX.
J-
1
1
6B
J
J
V. ■
- III.
la
VIL .
33
J
IV.
r
59
VII.
23
IV.
63
i IV..
66
JV.
6S
I.
22
V _
t^ aauw ' Faifant (Chineefchc)
Paauvj" Oog Kapel (Blaauwvla
fche). -
CB
®
(Bruine Chineefche}
(Chineefche)- ^
Paatiwies (Kuraffaufche). -
Padda het Mannetje. = -
Pagetje (Dubbeld geftaart blaauw). /
Pagie (DjcTvCre gieelgeftreepte} uit N'
America; - ^
Pagies (Zwarte Weft - Indifche).
Pdppe^aay (Afchgraauwe en rood
(Blaauwkoppige).
(Brafih'aanfche).
(Donkere). -
(Duitfclie).
(Europifche).
(Geringde), -
(Groene Brafiliaaofcbe)
) uit Karolina*
groene Weflindifche)
(Kleine).
VIII. 34
VI. 60.
(Z
fti2:e)
met een Valks-Kop.
(Witkoppige). -
fZccY kleine groene}.
Paradys ^ Mofch (Roodkoppige).
Paradys ' Papegaay ^ uit Kuba,
Paradys • Fogel, *
(Aakfteragtige)
a
••.-
}s-Vogelen (De Koning der).
t (Bruine}. - -
(Bruinkeelige). . ■ -
(Goudkruinige}. *
(Groene) met geele Watigen.
(Kleine , rood gewiekte)^
(Kleinfte, groene en roode hv
fche.}. > ^ - -
(Lang geflaarte groene). - -
(Rood en blaauwkoppige).
(Roodborftige).
tje (Klein) of Guineefche Mofch
O 2 '■ .
ill.
II.
11.
VIII.
IV.
VIII.
II.
IV.
11.
VI.
VI.
IX.
IX.
VI.
V.
■ V.
VIII.
VII.
^ I.
VI.
IX.
VI.
VI.
, I.
VI.
VI.
VI.
VI.
I.
V.
V.
V.
V.
IX.
VI.
VII.
VIL
VII.
L
VI.
VL
VIL
Vli.
2
5 .
41
39
54
37
49
54-
107
62
6
S
66
S
I.
s
34
It
17
dl
f
68
7
64.
07
78
i(S
9
8
7
75
22
21
26
8
73
74
17
V
\
^ -
.- •
A L G E M E E N
R E G I S T EH
\
(Amerikaanrche).
rRoodpoor.ige)uit
(Amcrikaanrche^
BI.
loo
Penguyn
(Witte)
met zwarce Voeten.
CNoordfe).
pepervreeter.
J>ieterJelie'Beejlje, het Mannetjc
Plevier met gefpoorde Wickeii
(Schreeuwende).
Poelfnep (Roodbovftige).
van Amerika.
(Wicte) van Kanada.
Pompadour - FogeL
Poiile Siiltane,
iih 18.
Deel.
JV.
III. 29
IV.52.7i
IV. 69
75
73
46
21
\
iffm van 't Eiland Man
If.
IV.
V.
Ix.
V.
VIII.
HI.
V.
V.
V.
IX.
IV.
IX.
R.
Raaf (Blaauw en Geete Weft - Indifche)
^
(Grocne Weft-Indilche). -
Rood en Blaauwe Weft -Indifche.
(Bruine).
er (Bahamafche)
(Egyptifche).
(Blaauwe) va
\
)
A
(Grootfte Amenkaanlcne geivuir*
(^Bek van den tegyptifchen)
(Graauwe) van Noord- America.
Remora of Ziiigemjcb. - . '-
.Pendier. -' - ^ '
Rhinoceros. * ' . '
£
Rktvogels. ■'. -^ * , /■ - ^
Ring Parkiet (RooEckleung get^apte)
Ring-Valkv^x\ Kanada. ' -
Roerdomp.
(Amerikaanfche)
(Gekuifde Amerikaanfche)
rK!einfte>
?n (Witte) - -
■r[tje (AUciTierlyk groen).
_— (Blaauwj.
Roodkop (Geele) van Penfylvanie.
" (Geele).
'djlaart van Bengaale.
Jjlaartje (Amerikaanfche).'
(Blaauwkeelig) ' -
(Graauw) met een Zwar
(Klein Amerikaanfch).
(Klein Zwarc).
kuifde)
1.37
m^m n'tXm 0A * v ai u a - w^
Ryfl
(Surinaamfche).
(Chineefche)
het V^yfj
«
VI.
IX.
. V].
HI.
III.
IX.
IV.
IV.
IV.
IV.
V .
vr.
II.
VII.
VIII.
VII.
V.
IV.
IV.
IV.
V.
V.
ir.
VII.
IX.
VI.
m.
H.
H.
IV.
III.
II.
'II.
I.
IL
II.
V,
s.
Safer of Bofcb - Menfcb.
Sat-yn • Kapel (Bafterd).
Sayacu-l^ogeltje.
Scbeermes - Snavel.
Scberminkel. - - * , ^
SchUdpad- Kapel (ChineercheJ
Scbildpad (Kleine Moeras-).
Scbirky ■ l^ogel.
Aakjt
^
Schyf' Taling (Bonte Amerikaanfche)
Sehegali (Geftreepte) uic Ooftindie.
Slang met twee Koppen.
Shiip'wefp (Blaauwe). -
Smient (Roodbekkige).
(RoITe) met een Zwarten Bek.
SmirreL - - , . -
Snebben (Vier) van zeer wemig bekend
. gelen. - " -
572eeinu"/^ogervan de Hudfons Baay.
... . van Noord- America.
(Drie Vingerige).
(Bonte) met Vergulde Wiekcn.
(Geele) met Zwarte Vlakken.
(Grooce 'Zwarte) met een Witte
en roode Kiiif.
(Haairige). • - -
VIL
V.
IX.
IX.
VllL
eviakt is. VIIL
VIII.
IX.
IV
4
25
36
38
37
39
63
83
5
57
34
39
78
47
98
91
35
III
79
24
33
18
2
3^5
49
48.
51
39
21
73
52
74
88
28
45
47
50
Co
62
22
66
IV.
IX. ,
VI.
IV.
VI.
VL
V.'
VIII.
V.
IL
V
I.
IX,
8
a3
73
81
30
41
29
64
59
80
76
107
96
93
91
21
26
57
II
28
23
L 25
I. ^o
(Kleinc gevlakte) ^ -
met een geheel rooden Kop<
met het geele Lyf.
met het roode Lyf.
met roode Kaaken.
V
J
Spinnenv anger.
Spoorvtfcb.
Spotter.
Spot'Fogel (Kleine)
loodkoppige)
re) van Ben
(Chineefche Zwarte)
(Geele Bengaalfchc). . ,
(Geelkoppige).
(Zwarte) met Roode Wi
DeeL
i.
I.
I.
IX.
VII.
I.
I.
IX.
VIII.
V.
IV.
VI.
BI.
33
31
33
29
22
37
27
6
B7
23
52
45
86
I, 29
(Egyp
CM (Groote bruine).
(Scharlakenkleurige).
Steenbyler. . - -
Stekelvarken uit de Hudfons- Baay.
Strandloopcr (Gevlakte). - VII
met Voeten als een Koet.
15
CY
Strontjaager Mannetje en Wyfje
T.
laaling (Blaauw Gevlakte Amerikaanfche).
(Graauv/e) van Karolina.
Tangara (Zwarte) van Guinee.
Tolk^ een Vogelo -^ - <t
Tor (Ooitindifche Gehoornde)*
Torretje (Geelfchildig). - ■ -►
Torteldiiif van Karolina, , , - *
Tortel-Diiifje (Klein gefprenkeld). •
Toukan. r. « - .
Trap
(Geelbordige).
(Groene).-
(Roodbekkige).
Gans (^^rabifche).
(Oodindifche).
(Kleine).
Mannctjes#
m
m
r-wifiwB?'-
{-^C
'i>*
Wyfj
Trek'Duif van Karolina.
Trek'LyJter (Karolinifche),
a
■
t^7 (Kleine Valken->
m
V.
1
^^ — L_
^alk CBlaauwe), . - ^ -
(Zwarte). -
p^alkje (Klein) van Bengale.
yeldhoen (Peufylvanifche gekraagde).
F'erkeerd ■ Snavel. , -
Fink (Afchgraauwe). . .
(Bahamafche). -
(Biaauvvbuikige). - -
(Orieklcurige Mexikaanfche).
(Gekraagde). - i,
(Geichilderde) Mannetje en Wyfje.
(Purperkleurige).
(Rood en Blaauwe Brafiliaanfehe).
(Zwarte roodborftige). ^ ' .
Vinkr Mees (Amerikaanfche).
Fifcb (Gehoornde). -
Fifchje (Chineefch). - -
Flasvink (Blaauwe Mexikaanfche).
(Bruine).
(Mexikaanfche) met een geele Kop
Vlasvlnken (Tweederlei) van Angola.
Fledermiiis (Groote) van Madagaskar.
Fledermiiiz'en (Kleine).
FUegende Fifcb. -
Fliegenvanger (Blaauwe). ^ - - '
(Geelftaartige en gevlakte geele).
(Gekuifde) met een geclen Bulk.
(Goud-gewiekte). - -
(Goudkruinigc) Mannetje en
Wyfje. . - -
(Graauw en geele}
VI.
IX.
I.
VII.
VI.
I.
VI.
li.
VIII.
II.
VIII.
85
14
20
19
108
34
8<S
79
15
71
49
V. 47, 48
IV.
IV.
IX.
V.
II.
IV.
I.
II.
III.
IX.
IX.
VJI.
I.
VII.
VII.
in.
III.
I.
87
85
88
40
64
99
38
42
18
20
21
IS
4CJ
4?
34
3^
3<5
\
II. 47
III.
15
VII.
I.
V.
VII.
IV.
VI.
■ II.
V.
V.
VI n.
VIII.
II.
. VI.
IX.
III.
VIII.
VIII.
II.
- VIII.
II.
V.
VI.
VI.
VI.
VII.
VII.
III.
VIII.
2
6
4
42
■ 70
^77
^7
31.
30.
II
12
<55
90
74
23
.50
71
29
7^
100,
iir
48'
52
3
4^
«
VIIL
VIII.
f .
40
2
Flic-
I. '
A L G E M E E N
i^ger (Groene Blaauwkopj
(Groene Indiaanfcho}
(Groene) met den Zwart^
(Kleine blaauw graauwe)
netje en Wyfje.
(Kleme Bruine).
met de Geele Stuit.
(Olyfkleurige). ,
(Roode).
(Rood Geflreepte). . •
(Roodkeelige^Mannetje c
(Rood Oogige).
(Zwarte).
(^Zwart gekeelde gi
(Zwart gekruinde)
(Zwait en Witce)
Deel.
Bl.
- I.
39
IV.
46
- I.
39
vin.
43
1 r.
6
VIl.
51
VII.
49
II r.
10
III.
-L
8
Vlll. 43
ni. 7
ill. 5
VUI. 42
III. 27
yioo (Zeer kleine Amerikaanfchc}
J
/^' alvtS'Pok met Polypen. ^ ' -
JVanddend Blad. ■ . -
Waterbaagdis, - - ■
Waterben (Kleinfle).
Waterbom raer Gefpoorde Wieken.
(Kieine Amerikaanfche}.
(Spoorwiekige^ van Brafil.
Water - Kwikjiaart (Afchgraauwe).
Geele).
Water -Rail (Amerikaanfche),
Water ' Salamander (Amerikaanfche)
'Waterffiyder.
Weewwtje. ' - •
Wefp (Groote Bafterd). -
Whip 'Poor 'Will. EeaVogeltje.
WielewaaL - - ■ ^ -
(Roode).
Wint er honing] e (Geel).
(Gckuifd).
Witje (Bruin gevlakt Chineerch).
t Chineefcb)
HI.
s
Ifbeer (Amenkaanfche}
m
■ IX.
70
IV.
L
y8
VIII.
27
, VII.
54
VII.
55
VIII.
17
II.
74
V.
43
IX.
79
VII.
55
VII.
53
VIII.
r
18
IV.
98
IV.
70
IV.
,56
IV.
102
16. IV.
.104
VI.
84-
II.
62
VIII.
17
IV.
102
II.
5^
- V.
19
IV.
89
REGIS
Worm-Eeter van Penfylvanie.
Wouwotiwen (Koning der).
Wt^lp (Bruine Amerikaanlche)
(Kleine).
(Roode Amerikaanfche),
(VVitte Amerikaanfche).
Deel.
VIII.
. VIII. 48
2
-**-^
• -
,IV
IV,
58.
54
/
Y.
/
svogel (Amerikaanfche). •
(Gekuifde). - -
(Gevlakte).
(Groote Africaanfche).
(Kleine Indiaanfche)
met een gevorkce Staart.
(Weft-Indifche).
(Zwarc en Witbonte ).
Tsvogehje (Groene en OraDJekleuri
ffi
V.
IX.
I.
I.
I.
III.
I.
VIL
13
57
57
12
16
15
31
I
* '
Z.
^
ee-Hond (Joogen van de Groote)^
Zee ' Knorhaan. - •
Zee ' Leeuwrik.
Zee-MorneL
Zee - Pappegaay. - - ■
Zee-^ Polypus (Een Zonderlinge),
Xee ' Scbilpad. • - " "
Zee^Slak (De>
Zee ' yiedermuis, - -
Zee^Zwaluw met den Witten Kop«
Zegellak- Beh
Zomer - Eend {GekniH^^ van Catesby«
(Gekuifde) van Karolina.
Zomer - F^ogel (Roode). - -
Zuigvisch of Remora. ^
Zwaan (Wilde).
Zvoahiw (Amerikaanfche) met eene
Staart. - ^ -
Zwaluw (Groote Strand J. -.
(Purperkleurige).
(Purpere) van Kanada.
VIII.
VIII.
III.
III.
IX.
IX.
VL
VIII.
VIII.
3X
38
80
7
27
24
m
IV. 67
- 78
elige
IV.
IV.
VII.
VI.
V.
IV.
II.
III.
V.
^
83
33
111
9?
43
2,
19
-*•
_■
\
J h
*^
^
/
"N
t^
r
\
X
/
•>
\
)
/
I
V
\
\
von miff e (map t^er
/-'
J
t
1
'■■i
\
\
')
I
I
i
/ .
• I
\
/ 1
t \
y"
f
m I,
\.
i(
6^- EdTfards ad yir. detin.
I . cJi . S ctw TTiann excud.
^ I
' \^'\
I
imia
nigra, mag-nitadinis ,
niedi
i£e .
CuTTL Jy'iT. Sac Ca.es. <:Majestat.
W.. 1.
e
iriTe noir
I
V4
f -.
moyenne
\
■!f
rosieur.
-:tl A"- :.
/
--'-'•.
'. \ ^
■--.w^ -■ x,-.^_A.->*v-'ft.
' '
^
^
\
, -I
I-
\
y
-1.
■ L
■
tarn
tfc^
^
e
s . .
Tab. II,
//
at)])ao(er)
fc » '\ ■ '
\
J ri
■ -t
f
\
J'H
/
'v
<
h
I
t
i
e
"}
;i
/
r
r
i
/
6^. Hdfjforcls aiviv. dclin.
Ps 1 tt acus
e
mannas viriiis ,
h
h ■
Cu7?L Jrir. Sac. Caes. ^Jta/'estai-.
ejccu
e Gros Arras Vert
-""%*
«t
* '
-i'
^i
Jl-
an
Tab, III.
//
pa^ei)
\
/
4
•I •
<
\
S
1 .
'
\
^
' '*',--T*>
\
\
I
'\
f
;
/
' y
I
r
^'\-
1
.; '
y
<^.^^
4*ft-
ftr '
2^^/'/£f ^z/ Tir, idtn .
/
I^ <M. Seli^Tnann excudit.
f
■■>■'
c
urrh
/Prir. Si
ac
\ '
a^s.
e tatis ,
r.
M 0. /ZS"
H,
' I
. . . -.i:
'. .E-.V-
r ."
Ps iti ;
v.;
/
icus ca
,^
t^
apite cceruleo.
"N
< I
erro
auet
a tete
eue
1
k
« '*
tf"
■■**- ■- 1^ 4'~
"*»
■«-*■>■*- -h-. ■, ■ ■_-_, . _...
I-
*
.*
etne
♦
.* fjf
- -
>v
(}n)drt5ucf)e
Tal) . l\c
//
ax)P
I I
a^et)
\
. 1
t-
-i.
/
r
r
n
\-
' F
"^
%
"■
V
/
"'-^■i.
■■J**^,
*■ - fc
' X
■J'
^ -
*'
>-^-v
(S^. 2'/.
^'^r
aaTi7
V. ait.
-rt ^- ' ■
W
^ ^J^x Jl^bAflV
ff
-»*»fertWrt(*i*i«*p*f^-*-»W-^ ^
r
y^ -^. tf e Itoman/t excaatt .
1 9
Cu
m
Jrtr. Sac. Caes.
* \
^.i-
V
> '
N?
^ 1
■ \
1
\
\
/
.' -
Psittacus
parvus Fuscus
/
i
'i
V -
■ i
- ,
I
1-
■ -.
h ■'
> '-
e
* ►•
ri q
petit Per roquet
noiratre
.1^
F H
* - 1. ■
V-
»F
k , < '
P -
-'I -
r
p '
ll l» *!■
\
1
V
^1
■Si
> ■
V
I r
. 1
/
i .
bem
ci)voaxS
/
Tab . V.
r*
X
>'
/
'/
/ .
' ■ '1 ■.
\'
■;^
l>
Id
i^.t^
'*-*
Jt
. (f ^:
-'
X
J
12
\
t
I
f
war
e<^aiai
uum
h
fPrvv. SoLC. Cats. cMajeJtaiis,
"V
"^
imia. cau
A
"■
cotnata.
-/
Sin<^
e a
iteue
el
' *
\
■ i.-'--r
\
f
n
y
i
*
i
t
f
t
f
I
I I
I
}
I
/
/
/
I
/
y
^coiPortSe
Ta.t . V]
'* '
4 ^
v
1
1
, 1
■
I
i
f
I
I
*
«
I
./
a a
r- B
Psitt acus
.-
/
'
' ■
'" V
/
/
J
-r
X
7'ar
uz^rrianrv ^xcudit.
^■-
cri
ifiatus
ma<riitis
er.
Le Gra-iia, Cacatiia. Noir.
"v
\
■ *
» '■
' **
/
N V
'^
>*-
V "n >
i
^
Tal.VIl.
;>.-:^^
• I
' I
r
\':
f:
■'-
N'
.,1
\
L
^iTard aiviT,det
-TV
'■'^ i Wi ^
Cu
m
fPr
I.Jfl, ScliomajiTi
umt
\
Psittacus
albas crista flava
ac. Gats. JfLm eft Otis
UllTlO
IX
ter
Petit Cacattia ~
Blanc a Crete iaitne
h
57
Jf
«
\
\
(■
V
\
\
;*
r 1'
I ■
Jl
xaxu
s
rafifiamfc^
e
\mb Vit
« «
Tab.VIH.
^
7ITo ti t
/\
■/
•
»H-
h^_ Lf ' "L"-
^/ L^iward
vtr
'v. de-L
-
Cum J/rm Sac. Cacs. cMaieftaiis
I. cAl. Seli^rridTuh exculvt
• \
.■
R
W.8. 11^
W ^F
• ^-
ica
ienfis; <&c.
a
Grifi
e
res
I L
il, S£c.
* -t
■*'^.-
r \
■N^.- -.. •..
\
' '
y
Hub
rafilmm|c
-*
■ \
y
Tab . IX . ;
I
\
i
/
/
f
^N
(0)
1 \
^ ■
*
L
/
Q-^Cm'ardj advtv. deluh.
>
/I
/
■
■ i*
^^ *
I
mTTLanii cjzcu
dlt.
'^riT. Sac. Caej. .Am't
\
*.'..'
w.
^^#
IX
ttr
et £1.'
rxva
ill enfi
s
I J
i
noire etiaune
'
--, llMi.s> -^4J,
i-, ^-
■ 1«
r*
r
11
nine
Tab X .
■ J
>;
/
I
J
*^s
t h
J'
;
i',.
'^ ■;
■
J ^
i'
/
S
1
t
f
/
\ ^
;
• I' *
■ ^
/
v^..-.
{r, Lih'ardf ad tIt. (kluL,
I. Ji. Se lii
Ctmt J'7-ir Sac. Caes, ^a/e/hit.
ejcc^
Uditr
N° lo. IX
\
:ica C£eriuea etvinais.
• 'I ♦
idi
/
eue et verte'
-: lO
- -fc J
-■
,*
V
■
4
/
SL
b.XL
flriiae
^V_^/
von
htt
r
!
V
/
i
'\
V
%.
^
Q. Cihards ad. riv deltn.
1 -
I.
I. ^. jetiomarub oxcudit,
■ .;'■
■^
-■^.1^
Cum Jytir. Sac. Caes. jHa/i
N." n .
i
\
ica viriais
idi
on.
La Pie verte de Tlsle de Ceylon
-*
■ : -r —
i
.1 f 'J
f ■
%
I
r 1
'1
tcr lit
Tab.-Xlii. I
■i
4
J,
^
I
■ '
/
, F
*' '
, r
\
, i
■
'! I
;;■-■;■■
■ ' '' '
■ '
+
\
\
^
'
h B
1 T
\
-
p
L
, \
■
n
/ .
' ;.;.
■
1
*
\-:
\'\^.
■ * V
' ly
'
1
1
4
*
■
-V. ..
■n
,1:;
h
!i
1
J
\'i
1 ' ■
q
■ ■:■ i
1
h
■
1_
r
■ r
iir
■
J "■
-
^ '
I .
r
1 ■ '
I
, ■
/
/ *
i^an
'OS ad Tty. de/t7
tn.
I.^A.Selt^manrh ejcat
/
'- •
- • . •
■ * .
F n
;■■■
I *
I .
■ ¥
Cum. c^nnr. Sac. Caes. J^ajest.
- ' --I-
X
I I
♦ s
4ca
alls
- - ^ ' .■ 1
'-
avis
. k
>.
etl
1 —
a
ocuita maxima
V
■,*!, .— -^,
etla
le aux aiies jaxmes,
.->
^■■\- \
- \
■ «i'
rande Sauterel
e.
,/,
r n - f * k T \^ ■
-\
-^
JP-
I
r
,1
p-
I
*
f
}
\
4
L
f
r
t
t
I
r
f
f
t
■ /
3 ^
•■ Ifc
/ '
■-*-
k
\ *
iaat;
\)tT
ag avTc
A
aum
Tal) .
■
p
' t
• X
it
J '
. >
/
\
jp-
f
■J
ad TZT.
L
^
Cum. ^rtr. Sac. Caes. J^a^ eftatis .
■o
m^mub excud
tS
iN,. 13 , 1/X ==:z
e/iiy .
St
umiis ca
apite
avo
,6Cq.
Et
ourneau a tete jattne,
(^'(^
s
t -
■(.
- -
*>-/-;
1 -
ifttr mit
uroem
{)ixioctto
s
Tai). xiv:
1
■< -
■ ■
1 .
'i
t
f
i
.r
f
'J
/
i
f
1' '
;. '.
■^V^
i
f
' r
h t
3
I ;
I
,1.
if
.
/
I
/
If
i
I
Cd^'ord ad yh^. dean.
I,^. Set^Tuann
excudzt.
Cum (PriT.. Sax:. Caes ^UajeftatLf.
■
N? TA . IXT
(Thiu,
i
''\
ica can
revi
■-.
— \
a
Pi
le a la courte aiteae
k «
c,
t\
,..'->.,
fV
V
/
1
F
/
etnem
>.
\
\
&■
Tab. XV^.
i
j L
I
/
/
I
m
^^4:^
:i^''^r^
'^^Z ad ny. detuh.
-■-.
CuTTi JPrzy, Sac.
N°. r^ .
I .
'
^n. Jeli^fnajin cjccujxt.
I
Pi
ica cri
iftata
V
cauc
a
Pi
/
/ /
le
a
t •
on<2;'ue queue.
■ir
^^f
\
Ta.l).XVI,
U
I
I
/
'fr
I
/
>•
■ -v^ -.
o
Q-f cdwara. ad ^yzy.
\
i
»»■-'
r'
^
\
'-V ■(»
deiin.
_i
I
*
trni
^/rty. Sac, Laes.
W.i6.
€(n'e/t.
G a rrulus caerule as
iiaicus .
eai
w
eii
n de s
I
lentales
* E '
\
f
>?v
iTbiantfc(j
e
mib ef -'
Tat.XVJL
m if em em
/
T
It) Oil
h
Cr. CdTari
-'
>-
\
\
/
■\
, ^j
V-
\
r -
J
\
..«<■'
/:/^ I.
.^/^ e!a!.c
'ud
MTulus Arg^entoratenris
'^^. rr.
caiL
A.
on
a.
;
Hi
es
\
2l
* ^
qixeue
ironae
e.
V
- V-
. f- vr ju*; . t -^- i
1^ - I afT'. ^^ V
-,'
- -.
1 ■
^^-.
/
r a f i iian if e i^e'man'bei- •]
4
nif
l\ab
^
\
V
' I
I
"N
\
(r. CiZ7j^ard advtv deL
t
'
■■\
aes.
^laUft-
t^mAnn ejcciid..
-../ ^
I
Oarrulixs Braiilicnfis
w:r8, W^- c
f-
erratu.
au
edeiitele du Bre
■
^
*V 1- ■ *--
* J
; '
mif
/
^ ♦
'4
■
*
■
Tat . JCIX .
y
* '* v-y
I.
"
t -
' I
V-
^'
/
\ -■
#'
^
1
\
, \
F t"
l '.
i
I
'I
i
t
i *
r
'S
fr
L
W
J
• -
i
/
L
1
V
t_
F
4
.
'
'v ■
Fl
^ y
"v
t
^
\
I
\
1
1
X
- k
/
V
t
(.
1
' ,' ■ ■
A
t
F ■
I
(t. Cdi;^ari£ adrtv. <^et.
oucan
p e ctor
e
laro
r
Cunt J^h. Sac^ Caes- ^^^ft.
MJH., Selt^maim^ exatdzt
'
n
y
f
oiica;n a ^org*ejaane
\ '
.-.^.tVt
.** - ■•• -
/
' I
Tab . XX .
ft
grurte
/I
uto^n
, »
»»
/
- 1
/
t
*'s
■ '
^ .
'*.
N
t'
\
->
\
, h f
/
N,.
■v
L h
- I
/
x^
\
, t
&. Cd'U'ard adra
rrinjitb e:tcud.
Ct
um
O^iv Sac. Caes^ Jaajeft',
\\
ft
N" ao. IXT^Thdl .
S
oucan viriais.
idi
jL-j
e
oucan ver
■ ^
»■..
^
\
I t
^-
;r»
.■^' '-
I
- '
''
Tab . XXI .
//
rixtte
-*■/ ■
AAA
xtcf^nc
mtf
A
avic
■ (
- ■
J
<
1 1
I H
-'
/'
I
1
i ^
/
: ■
■j
l>
.*\
/
1
/
F
S
>
-L
ll
(?. T^dT^-ar^dj ad ^vty, del.
^^3*^^^i^>:^^fc#*^-^-'
-*j
^^.^^ i^rtr. Sac. Ca£S. ^.Majest.
J.Jn.. uetwrrimzrL e^citdit.
N^ Bn /X
<y net
\
V ■
CtLCtillus viridis ventre ilavo .
_Le
Coucou vert au ve ntr e j at^ie
*
^ t '
'
V.
t -
a CXI
/
auxvdjdcicr
■ ' !
Tab. XXII ,
"\
J '
t.
—.-P
{
0-, Mdwards
/
\
♦
Cl
■M
^tv
V^ d£L.
- ' J^-'A
> ri^Wittf^^ ^iri^HfQpl.
Jeli^
manTV eaietL
l£.
Cicrrv JTi^. Sac. Caes.
W £2.
\
f"
'
'/
f
R
ICUS
ems ru
tris .
iverd oil Gf itnpereau a rou^ejoue.
I
. \
V
' H
f
\
%.
•"?
I r
/•
O^ A
ober Vdrnn
tr m
' #
tf fc^
tpa
ett
^i^
Tab.XXlII,
. •*
X
\
-I
\
v
1-
*
V
V
G.Edv^ardj
■ i
.\
■*-
«
1r
/
/
Z^^jfTz. ^&. Sac. Caes. i^Jnmejt
■ L
r
^
w. ^z.ir:'^hd
\
1CU8
avus tnacuiis ni
V
.^
IS
f I
6 PivercL
ou
y'
avec
es
tAch
r imp ereau ja^utie
es noires .
\
\
%
*
\
/ w
, \-,
Q mm a ttrt ht&
t .
/'
i\h . X XIV
I
/''
s
/■
/
-.'}
\-
\
'
■<
J
^ . .
;■■
y
/"
\
(x. £d7/
s
''
i
(
I •
• •
■ - h
h ■ ■
Ctirn 'L^h^i^' ^ Sac. Caes. ^M^Je/tatu,
I
\
I ^
w
a
4:
. IX
ter
\\
' /
Ja
camaciri
Ma
4 «
r c p: r avi i
acatnacin ae iVL
arc
<rrave
X
.V
/
r
r
VTcn
I
Tat. XXV
V
tc aa e
I
1
I
r
.. *
/
-■
I
/
S
\.
t
s
I
i
\-
. r
\.
^
f
>y-*' ■■" "'•' ^ —
*f _,
&&_
5: --:r<-r*^-C'-*<^
■^'^
.^._ '
' '
/
Gr Edwards' ad ^ny^ del
- 1
J
Cum ^riT, Sac. Caes. tMaieft^
-/ . ^- oel^ifitmw e:^cti4^
, I '
H '
■ '?■■
V
on macu
loXoy
W. %5. IX^^hcil .
''J,
JVIartin
eui"
^^
c.
^ ■ '
r
J.'
I — ^ F
' - fci
/
.-^
■ — -
r
c^
/
\
■■.
/
/
C
'I
V
/■
I
urrh
^.
r/r,
ac.. uaes.
1 '.'
' . *
cri
ifiata :
/ -
V
w.. . 16. ir^
I'-
■ ^
-I
1-
-,
''.->'=.
r ri A.
•-
>,'
L e JVtaxtixt Pe ckeur
V
-r rb
__ 1
-V
1^
.:>
. f
' J
/'K'-- ■'
f
-\
't - r
' • . ' ' .
J -
upe.
I -
- V
\
L I
I r
'' -
I. •
V.'
.1'^
.' .' -^ *■ '
-' -
>.
■ h
.*
H -
^ ■
■ "-'»
1 -
:-*'-.*>
;'.^^'*'
,*^ - *■■
/
nm
Hk
^
erne
t)enrtx
Tab XXVII.
afiun
^
/
\
^*
*
\ I
/
■,
\
G.Hdwardj ad ^ytv.
dti.
«r -
Avis quae dam (pecici
mixt^, ex Gallo Indico
I. Ck. r. Jldyr Junior fadp.
€
Bi
maon
W.
%T.
IX',''Uliei
Kj\j
pii
ece
Hiele
e
\
aiiano natae.
\
V
i-
4
^.
\ \
h
\
!
I
0rope
vcCxi
\
tarn
etner
Tal) XXVIII
iroxte
^
G:Ed?/^ards ad. tit, dit
-- -^^i^
-^•-*f**
.;,„;j^-*.;i^_:.-.s
^.a^-
J,^- SelioTnaTUh
ura
m ag*n a
6^. ^.. J^. C. cJL,
^
i^.r^.
^
criftata Indie a
N^ ^^, irf-^J^bdl
ros
eon
/
ouronne
HT
es .
' h
V- - V*-'^
\
\
/;
\
/
/
»■
voxx
■'
Jnfti
y
J*-'
1,
s
■--
-1
►-
J
Tab.
- «
^
\ '
\ •
y
&. ^Sr.
•ards a.
C' Jrir. jC Ca£.s.Jlaj'eft.
I. Jt. S iti^ nmniL exc.
«/ ^-^
r
Columta InlulsNicotar.
N ° 5^ A JITJM
Yx
eon
I'm
e
Ni
icoDar
> T
/ .
^
■
: '. i. , ■
/"
^
*f<t •-
/
I
axtatin txtxt
war
nxii
et
Tab. XXX.
■i
1
enin
fi:'-t
•- -
-^i.^^
\
I
I
I
1
' '
t ■
^
i '
/
/
«
\
&. cdyjards adviv^ dit
i
^-^
JMLanacus mas pectorepurpureo.
Cum JPrir. Sac. Caes. ^Uaje/t.
J.^.Seii^maTm exaid.
1 X
e
M
anafein a g-or^epourpre, &>..
%
/
\
\
^
ova
i)abottr
^^
<-
"K
Tat . XXX I
?
r
I
I
■>
^
■' -■.
I
\.
J
■ ^
»
/
■'-t T'i'^ *•* "-"■"^
. /'
^^.J*^"—
r
\
om
our.
.'
r
-W.T,!: irr:f he.il.
J.M.SeR^maTtn exc
.r
om
our.
1
L,
— --Jr
/
\
■A .
\
\
* ( 'f A V
xneitetdm mit ^ em Se:^ n) a:ft mfc^tt) clt 5
Tab -XX XI I
■. )
\
)
*■■■/
1
N
W
\
; ^
\ ..
/
h
t
f
./
I,.'
/
V^
/
-■-■
^
f .
h ^
V
^- tdfH^ardf adriy, detT"
^^^WAStf-
iTiei
eius.
^z^r/2 ^rmSacCJiq/e/tatif
^i^aruii
-
1
/
Shirl
/
ee, A'c
-./
\
V
N
y
t
[-^
vtxix
vcCxt ^eart
/
rt7a
rpctn
Tat)
i
?
/
-'Bf
/
\
J -I
J?
i
^
1/
-'
7
.I*
/
\
,■
/
t
\
\
Cr, CcUards ad rir ^ del -^"^
!&•
- . *" b
J? --VSHK-
« /
f
Cum ^rir- Sac. Caes. ^a/^Jtatis.
I.^. Seliqmann exc.
I
t-.
Paff.
/
er
ruDer.
o
00. ixi'Jhdt.
J
e iVloineau ecarlat,
^
■^
- ^
^
#
\
^
\
1 * ft
aviaixn mit
cm
wtx^tm
t^unh
^S'
/
xnit
exn
XXXIV
\
\
\
. !!
y'
X
• '■■
\
--H
, h
^, €d:ip*ards adTiy,deL
F ,
I
■■
I. ^. StUomaTtn cpcc.
'K'^. -^
^ii
'/
M
\
anacus lacie rubro, et
Mellifi
u<ra cri
Lita
le iHanalvm avt vilar e tlanc, et le
■*i
lit
ri
ruDea.
a Crete couleui
e
riit)i .
/
/
» -
l:
I
4
/
■■i!--i' "
--.
iebeipvf.
<
r>
Tah.XXXV.
r
^
*
X
1
\
/
■
.1
h
■i
k
*
.(
/
r
i
L
i
I.
■'>
r
1
i
J
f/-
6^
1
i^
1
f
i
w
1
'4
: .1
■?,
\
*■
'/.
\
i
f
»
-/.'
?/;7z J^riv. Sdt. Cats, \Ma^'eft.
]Nr° 5i- IX'
I.^. Jeli^ntanTi
ex^c.
«*
\
^
f -^!
t r,.
'J'L
V
\
y-
".*
« b
ll ■ ^1 1
''L
X'f '
^ >
--
*■,-
nnnami
. •
f
\
f
■ - ■
\
I-
^ •-,
t
6
?.
^
I h
Tab. XXXVI.
' - /
/
s
i.
I
t
I-
■'i
t-
■I
fi
/
f
i
/*'
.If
'I
C-. Ciwards ad ru' del
J . ^Jn.. JcLi^'tnanTt exc.
-^
t
i
—
Picus SurmatnenTis.
Cuw.J'rh. Sac. Caes . Jia^'pyt.
W. 36. IXffhdl.
\
e Grimpereau de muraille
e
\^
urinaxn, ^c.
* ,'
.1
v,v,
' ■- ■
\
j;
/,
* L
"■^ j*rV-=*^
-«^Mi,a:^V«t;4#;.
.* ^ ;
■s.
^
f
/
• I
«
'I
i
'I
'I
I
!4
I I
I 1'
■V
r 1
■h
I
I
f
J
'■i
I
7
J
';
.^ ■■•
/
r
7
/
-/
;
I,
-I
'/
- 7
-i
/
\
J
% '
'■^
amxii cmjer
1
//
rmte
\
Cr; C^
\
wardj' aiyiy dcL
\
\
i cus viri dx s p e ctor e niW o ^
Pictis Tiri Ais mactilatus ,
6^/72 l^riy. Sac - <^^*f, .jfU^'est.
N ? 2(7; JX's:77uil;
J.Jt. Sttlwrnann^ciTc.
e Grimperea^uvert ala ^^or^^e roup^e
et ie Griiixpereau Tert tachete^^c
1
\
■■f
t .
*
V
I *
er
wavi mt
von^e
rune
\ ■
nat^rerAWr -^mtS Tab. XXXVIIE
auxvixaxtXtv
4
I
^
/.
I ■
-J
/
\
^
J
/
f
'7
\
&, CaT^'ardj aJ.'ym ^L
X Jti, Seeli^Tnanri e;xc .
Col
[ft
umoa criitara ma
<^na
CuiTL Trir. SacrCojss. .Jlafest
N? 58,
ra
M
nnica.
oucherola laoire et Uaxiclie
et le Grimpereait tout verr .
■ '.V
' L
V
<
/ -
-*-!.■ V -, , -^*^
^-r
«. q L
- '^.t^'-^
**■* r
b I
'
Tab, JCXXIX.
^
V
/
' \
f
V
p
<r.'
^
fc
■ *
'^ ■. ^ .J
'.' < 1^
*\-
•\
\
i \
^
I
'»
/
■ .'^
■^^
^ ■: l .>X,ia.
■■'>
^ -
is.
Cd^aras ad^ry. deL
^'--j
TivflK^TTuatssQ^'^'*'-
b' '. r^
arus
B.X*£t
difi
lacus ,
r
/J^^^ ^/^- Jac^ Cats rjn^' eft ^
J
N? 59.. IlTTkltZ
I
xa
ar
adi
IS
c.
^ «
V
^-
T
/
*
\'
4f
■V-
bk
^1-.
I '
N
V
-f -H
L C- -
-T^
A
aite
.' ' ' »
• I
* \
Tab. XL.
n
\
\
I
I-;'
'_
\'
s
■/
. I
-•l-
/
^
~\
">
I^-cM^ Jeel^mariTV exa
■5.
r
. o
;
N p 'jorixj^cjfwitr
\
e noire
ettl
eue
N
\
L ^--
I I
s
b a^ dcxx- , mxb h cr Quito. Gucicnb eraS a bes
Tab.XLI.
t
'f ' .
y
%
^
r
h ;
/,
;;
\
-'
'V
r.
i
I
I
i
I
I
K
-J
/'
J
■:)■
'n
'I
J
■r
'I
/
/
-t.
^r
/
V
..v^
v':'
G-, ^d^ards ctd. ^rir.
■ -mm-
^'
' 1
ac.
a
aes
r
i
ayacu; et Guira
4 Jm/,
J'
uACuDeraca
WAl.
M
\ -.
arcp^ravii
e b scysiCUf et le Gidaxa &uacub erat a
e M.arc^rave .— ^ - -^
■ * i
^ -v, I —■ ^
. — ' 1
r\
T '-**. ■* *
■^
' r
1^
' I '■
rf^ .^ -V-X>
^J .X
■r-^ - -T»?r >^ <Otv.'^r«-- ' r-WT*^'
.':.-i>-^«r*^'?-^ -^:-i,— '
'^^
/
JU-^
I,'
■s
-*
. \
K_ I ^ b -^^
\
#
s
■<
A
mu
nb
\
wavDc
JKtXXl
Tal3,XLII
'V
f
\
V
\ ,
- \
^f
j
- JP^diyards
I
-. /
': /
\
. Jee^liamann ejzc^
um !Friv, Sl
dc. Caes. cMajat\
/
,1
, J
Pafrertlavus capiterubro
et C c c otliratiites ni ^er .
N°42. iZf^T^
£Z
* s
/
F
e
otig-e-tete jjaune, etle
Cr
OS
ec noir
■' <#
- --"s-at
%'-
« ■
ji
lat
}
XL III
^ '
%
■-^
/
V
I
i:
(i
^
\
/
\
^^
^. ^dij^ards adyh'. delff
fJ.Jn.. S^elwrrimzTV e^XC
Paffi
eres
nig^
ri ve
1 ftifci
Glim cZ/w J^. Caej'.
P
^^/^//
\
/
L.i
es
M
omeatix iiom«
4
Oil iioiratx'es .
%-
-J
■'
./
iiti
dnt^ycv
A
i-iit
ev
4^
Tixh . XLiv;
^i
^
f
\
i
\
i
^
\
-\
J
1^-
r
I
t
f
I'.
*.
I.
I
I
f
I-
I,
/
i
/
\
y- -,^
J f
LurrL Jrt7^. Sac. Ca£s,jftajest
J , Jfl . S e elwTTiann e^ctiA,
ttr /Tl_
p ar vus , e t S ene <r^lus
w. 4^1. . ixi: a hei
'^ *.
^
' ^.
itriatus .
■^
e petit -Aloineati; et
e
--.
\
oene 9^a
)
o
y
ra^^e.
\
'-
^ .
»r
0-'(
'N^
;>
-'--. ^.
iT
ava
unb
noimilnt
mx( weiftr
\
Tat , m^,
I
;
^
. I
y
I
I
\
'/
I
-.
\
•
\
^ Cduanlf adyty,^e!m^,
\
1
/
t
a
tan
riy <) dc > Casj' , Mai eiT
> umamann, e^oud/
X
/
W^^JX^a^eil
' •
engtilui' piuadtalattt^^Tafier
Jiii(!tt$
UA:
ectore woo
Poi trifle tiahche te Indes ,
V .
; '.
/ V-
■TV
,X ^/
-
-Ml
^
\
e\m
his', xinb
n^.
^u
On
"V
4
ur\}\ia\\7t'
/
Tal, XI
y
1
V
*
S
-^
•
/
f-
^
^
;
s
u '
H' -
1 ■ ■ » 1'
t
r
/
i..-
■
c
r
1
1
a
A
<t
G oduaf-^dp aLi£ vtv .^sltrt ,
^
r
Jti.
J^M, Seltaniajrvz enticwd ,
s minor et
-^
Po^pii3- .
e
N
Aiitiiiaie
petit Jt»j
15 etlaPlcint
e
oil le
Pol
ijp
e
.-''
S
mmi
I *
/
' m 1 1 ham
mruv
oi)er Wi
/
U . XOTI ,
N
' b
\
r
- r
J
1 ^
i
/
■I.
i
I
I
%
^
\ -
. \
. F
^x
'^ ■
Jr cdtuiT^^' ad ^/V ^^/ '
t^rnarm:. exetcd .
\ ■
\-
A
.u
'JNT^ 4; A^" ^^i^tl^
a Caim armata mi>ra et m hni
e
o
itrurtJieu aa
Jreit
I
<
;i
^
(
t
.f
I
,3'
^r
*
fi
I
V
.'V
-J
I
If
I
- J^
'{
>>
<
/
^
<^i
' -Mvir* ■
., . .»a n »i.'^
^-*
-*
^
t b
' '
'
\
/
/
*' '
N
er
-^
itnauQer urn
!■■
■^■
V
i^
•I
xJ V V
%lilU
Idl, ILVIK
.1
-y
V
^
f
I '
' '
^ r
.■k
' '
*w
Jl
^
/
.->'^
H^
' ,
■
I ' '
I /
p'
/,
r
1
'I J
A
)
\
t
cmardiP' ad^ytvx^etf
' .-. ■''"*>taL.'
H'
'■^^J-^
■.*:■-'
C^fiV
■^*Viyi
'-J'
6i^//^2, \/rt^, <Jae, Ca^iP\Jffjafi
■I--
J.JfL uetianiaMfL mivud ^
W- 48 IX^'jheil
\
Trater cula et -Ald4 .
eux eie xijigojii
t
r
/
\
i'
\
-^j"-- .
- -^ ->'
.J^J'>.*f ^■—w^--'-'-- .—
•--
*n. ;— " ,.*»»^ -K -^ 1 - —
f -
-^'k
^
^
\
^1
I
-1>
mc^iwii
j^
\
iin
mi
'A
Tab . , XL IX ,
\
\
I
/
i
!?.
t ^
*'
r'
■. 9
\
1 '
1
I
\,
h
I*
i
I
^
IT
J
V
I
i
4
1
I
X^*^ — ^ £^*4^wruo^ cui'i^-vi' ' cZe€^
Cyti.m\y^%y. J/zcCa^S.
mayf^n. ecccs
Nl, R
l/^lCf
c
-^z,
Z&L
r-'
inag iupeiiie fiifcixS , ef Uriel,
A'Jlle deKan ef leCuillemof
t
\
-.- '■
\
/■
■-■^J
.^'
■"V
aiicDc^tiic
-rt
r
V
■II
f 4
^
rr/^e-. tmi
(1
1 ^v
^r
'iiri'^ ariine <L init>i- 1 .
./'
7
-;■—
J — /
*. :r
/
\
\
\
s
N
i
^ds
l
L
er^a,iijfer cri(fa i^ofiuicLo. C
■,
o
c
l/nAus
a Ja ci
i£oe
r
r 6 n ae
enfi<
a. gxoiie
iiJ verf
r
■ J h
\
v_
I*
/
A
auer
Tab. LI
■
4- .
\
\'
\
if
i.
I
/
\ ,
Cunt jPrtT. Sac. Caej,
ajestatu -
- Jcitffmmin: 'c^^ccud.
mdi.ix
ter
< .
■ ■
i
er
thi
la muT£i
«#
rininereau cie
M
*-
ur ai 1 if
ill
\^
"V .
«.
/
-
mfimg
e
. Tab. IvII
X
ara axis
A *
u tit e t
XV tmOT
tttt mxt emem
jt
mxc
r
ji
■-L ,
^
/^^V,
^
-■
s?
I
I'
;
»
I
1
f^
/
1
Q. (Ldi
uar
dr ad ytv. del.
Zf^'^cttorrmTTTh^ c:K.ctid£t
r B
Ctart ^rty. Sac. Caes. ^>4[a^'eft.
f
I •
/
N
o
4^. M
rter
^^^heit
^
/
/
/
/
/
' I
an
g^ara
ni <rr a
/
umeen
lis.Tan
r-
■^
r H
iridis, et Certliia ventre ilavo .
ara
^r^i^
e
an<2;"ara. tioir
a
uinecie
^e,l
anr^ =
ra olive, etle Grimpereau oule Sucricr.
i
A
- r..