(navigation image)
Home American Libraries | Canadian Libraries | Universal Library | Community Texts | Project Gutenberg | Children's Library | Biodiversity Heritage Library | Additional Collections
Search: Advanced Search
Anonymous User (login or join us)
Upload
See other formats

Full text of "Naar Zuid-Afrika met de Castle-lijn"

Google 



This is a digital copy of a book that was prcscrvod for gcncrations on library shclvcs bcforc it was carcfully scannod by Google as part of a project 

to make the world's books discoverablc onlinc. 

It has survived long enough for the copyright to cxpirc and the book to enter the public domain. A public domain book is one that was never subject 

to copyright or whose legal copyright term has expired. Whether a book is in the public domain may vary country to country. Public domain books 

are our gateways to the past, representing a wealth of history, culture and knowledge that's often difficult to discover. 

Marks, notations and other marginalia present in the original volume will appear in this file - a reminder of this book's long journey from the 

publisher to a library and fmally to you. 

Usage guidelines 

Google is proud to partner with libraries to digitize public domain materials and make them widely accessible. Public domain books belong to the 
public and we are merely their custodians. Nevertheless, this work is expensive, so in order to keep providing this resource, we have taken steps to 
prevent abuse by commercial parties, including placing lechnical restrictions on automated querying. 
We also ask that you: 

+ Make non-commercial use of the files We designed Google Book Search for use by individuals, and we request that you use these files for 
personal, non-commercial purposes. 

+ Refrainfivm automated querying Do nol send aulomated queries of any sort to Google's system: If you are conducting research on machine 
translation, optical character recognition or other areas where access to a laige amount of text is helpful, please contact us. We encourage the 
use of public domain materials for these purposes and may be able to help. 

+ Maintain attributionTht GoogXt "watermark" you see on each file is essential for informingpeopleabout this project and helping them find 
additional materials through Google Book Search. Please do not remove it. 

+ Keep it legal Whatever your use, remember that you are responsible for ensuring that what you are doing is legal. Do not assume that just 
because we believe a book is in the public domain for users in the United States, that the work is also in the public domain for users in other 
countiies. Whether a book is still in copyright varies from country to country, and we can'l offer guidance on whether any specific use of 
any specific book is allowed. Please do not assume that a book's appearance in Google Book Search means it can be used in any manner 
anywhere in the world. Copyright infringement liabili^ can be quite severe. 

About Google Book Search 

Google's mission is to organize the world's information and to make it universally accessible and useful. Google Book Search helps readers 
discover the world's books while helping authors and publishers reach new audiences. You can search through the full icxi of this book on the web 

at |http: //books. google .com/l 



Google 



Dit is ccn digitale kopie van een boek dat al generaties lang op bibliothcckpl anken heeft gestaan, maar nu zorgvuldig is gescand door Google. Dat 

doen we omdat we alle boeken ter wereld online beschikbaar willen maken. 

Dit boek is na oud dat het auteursrecht erop is verlopen, zodat het boek nu deel uitmaakt van het publieke domein. Een boek dat tot het publieke 

domein behoort, is een boek dat nooit onder het auteursrecht is gevallen, of waarvan de wettelijke auteursrecht termijn is verlopen. Het kan per land 

verschillen of een boek tot het publieke domein behoort. Boeken in het publieke domein zijn een stem uit het verleden. Ze vormen een bron van 

geschiedenis, cultuur en kennis die anders moeilijk te verkrijgen zou zijn. 

Aantekeningen, opmerkingen en andere kanttekeningen die in het origineel stonden, worden weergegeven in dit bestand, als herinnering aan de 

lange reis die het boek heeft gemaakt van uitgever naar bibliotheek, en uiteindelijk naar u. 

Richtlijnen voor gebruik 

Google werkt samen met bibliotheken om materiaal uit het publieke domein te digitaliseren, zodat het voor iedereen beschikbaar wordt. Boeken 
uit het publieke domein behoren toe aan het publiek; wij bewaren ze alleen. Dit is echter een kostbaar proces. Om deze dienst te kunnen blijven 
leveren, hebben we maatregelen genomen om misbruik door commerciële partijen te voorkomen, zoals het plaatsen van technische beperkingen op 
automaüsch zoeken. 
Verder vragen we u het volgende: 

+ Gebruik de bestanden alleen voor niet-commerciële doeleinden We hebben Zoeken naar boeken met Google ontworpen voor gebruik door 
individuen. We vragen u deze bestanden alleen te gebruiken voor persoonlijke en niet -commerciële doeleinden. 

+ Voer geen geautomatiseerde zoekopdrachten uit Stuur geen geautomatiseerde zoekopdrachten naar het systeem van Google. Als u onderzoek 
doet naar computervertalingen, optische tekenherkenning of andere wetenschapsgebieden waarbij u toegang nodig heeft tot grote hoeveelhe- 
den tekst, kunt u contact met ons opnemen. We raden u aan hiervoor materiaal uit het publieke domein te gebruiken, en kunnen u misschien 
hiermee van dienst zijn. 

+ Laat de eigendomsverklaring staan Het "watermerk" van Google dat u onder aan elk bestand ziet, dient om mensen informatie over het 
project te geven, en ze te helpen extra materiaal te vinden met Zoeken naar boeken met Google. Verwijder dit watermerk niet. 

+ Houd u aan de wet Wat u ook doet, houd er rekening mee dat u er zelf verantwoordelijk voor bent dat alles wat u doet legaal is. U kunt er 
niet van uitgaan dat wanneer een werk beschikbaar lijkt te zijn voor het publieke domein in de Verenigde Staten, het ook publiek domein is 
voor gebniikers in andere landen. Of er nog auteursrecht op een boek mst, verschilt per land. We kunnen u niet vertellen wat u in uw geval 
met een bepaald boek mag doen. Neem niet zomaar aan dat u een boek overal ter wereld op allerlei manieren kunt gebruiken, wanneer het 
eenmaal in Zoeken naar boeken met Google staat. De wettelijke aansprakelijkheid voor auteursrechten is behoorlijk streng. 

Informatie over Zoeken naar boeken met Google 

Het doel van Google is om alle informaüe wereldwijd toegankelijk en bruikbaar te maken. Zoeken naar boeken met Google helpt lezers boeken uit 
allerlei landen te ontdekken, en helpt auteurs en ui tgevers om een nieuw leespubliek te bereiken. U kunt de volledige tekst van dit boek doorzoeken 

op het web via |http: //books .google .coml 




)( Dirrchi gtifl aU> trritri MitUiugn. Usn mnde dch tot 

De HeereD DONALD CUBBIE & Go. 

3 4' * FeachnTck-ilntt, 
tot: LOHDONX. C. 

<le StoomraArtmaatBohkppIJ „Zeelkud" — VLIBSINGEN 
de NederlaudBuhe Staar sa poomegmMitacliappl] — UTRECHT 
Brolnler & Co. - AHSTERVIM 
Cb. Carneltler & Ztiaeo - ROTTERDAM 
Prins & Zwanenbarg — GRONIStiEN en HARLINGEN 

Pnlvk & On. ! 



HiaRVRG 



F. Hus<^r ] 
R. BeriDt j 



ANTWERPEN 

itheuslelu ~ BERLIJN. 



H & Tak Dtthi*. - 



-§« 




R. M, S. ■■ NORHAM CASTLE.' 





NAAR 



ZUID-AFRIKA 



MEÏ DE 



castle-lijn: 



Volgens den Engelschen tekst van 

EDWARD P!*MATHERS,r*i.o 

Lid der Boy al Geographical Society , 
VOOR NEDERLAND BEWERKT DOOR 

H. TIEDEMAN. 



•!•§• 



ROTTERDAM , 

NIJGH & VAN" DITMAR. 

1889. 





/ 






» 




\ 



ILLUSTRATIÊN, 



Een Stoomer der CW^^c-lijn Tegenover het Titelblad. 



Dartmoiit];^ ." 14 

Plymouth; Lissabon; Fünchal op Madeira 20 

De dokken in Kaapstad en de Tafelbaai 34 

De St. George-street te Kaapstad; "Wijn hoeve te Constantia; 
Gouvernementöhuis in Kaapstad 3G 

De invaart van Port Natal ; het Postkantooi' te Kimberley ; 
de Diamantbeurs te Kimberley 58 

Uit Pearson's broeikas; Port Elizabeth 65 

Havenwerken te East London 74 

De Witte Oemvaloesirivier in Zoeloeland ; Waterval te llowick ; 
De Oemkomasrivier in Natai; een „drift" in Natal 130 

Gezicht op de De Beers-mijn; een "Waterval op de Oempoeloesi- 
rivier in Swazieland; Brug te Barkley over de Vaal 146 

Snelwagen naar de Goudvelden; „Moodie's" (goudvelden van 
De Kaap); de Komatierivier bij de grens van Swazieland .. 166 

Een Straat te Barberton; de Sjebaberg 176 





VOOBEEDE DES SCHRIJVERS. 



Eenige blikken op den inhoud van dit boekje verraden 
zijn strekking en zijn inhoud. Zuid- Afrika trekt, van 
maand tot maand , meer en meer, het kapitaal en de 
arbeidskrachten van het Moederland (en van het Moe- 
derland niet alleen) tot zich. Het ontwikkelt zich gaan- 
deweg ook tot één der meest geliefkoosde kuuroorden 
ter wereld. Onder deze omstandigheden hebben de 
eigenaars van de Ca^^Ze- Stoom vaartlijn het zaak geoor- 
deeld, om een ietwat haastig saamgevat, maar laat ons 
hopen vrij volledig en leesbaar, handboekje voor het 
Goud- en het Diamantenland, alsook voor de plaatsen, 
door de stoomers hunner Maatschappij aangedaan , ter 
vrije beschikking te stellen èn van het publiek, èn van 
de passagiers op haar vaartuigen. 

Stippen wij aan, dat dit werkje slechts als de inlei- 
ding moet worden beschouwd tot een grooter werk, 
hetwelk zich reeds ter perse bevindt. 

Voor veel van hetgeen men in de volgende bladzijden 
te lezen krijgt, is de schrijver zijn dank verschuldigd 
aan het Official Handhook voor de Kaapkolonie van den 
heer John Noblë, zocmede aan het jaarboek van de 
Argus — beiden belangr^kc uitgaven, die elke kolonie 
eer zonden aandoen. 

Londen, Februari 1889. 




\ 



>10AOCM:]k 







INHOUD. 



Blz. 

Op reis naar de Kaap 1 

Lissabon 17 

Madeira 21 

De Canarische Eilanden 27 

Andere rustpunten 31 

St. Helena 33 

Ascension 34 

Kaapstad 34 

De Kaapsche spoorwegen ... 50 
Spoorwegrontes naar de Kalk- 

baai over Wqnberg 52 

Idem naar Stellenbosch en 

Malmesbory 53 

Idem naar Kimberley 54 

Kimberley 59 

Van Kaapstad naar de Algoa- 

baai 64 

Port Elizabeth 65 

Van Port Elizabeth naar Graaf 

Eeinet 68 

Idem naar Grahamstown en 

Port Alfred 70 

Idem naar het binnenland ... 72 
Van de Algoabaai naar East 

London 74 

Idem naar King Williamstown 76 
Idem naar het binnenland ... 77 
Verdeeling der Kaapkolonie.. 80 
Natnnrkundige eigenaardig- 
heden der Kaapkolonie ... 84 



Blz. 
Instellingen der Kaapkolonie 92 
Hulpbronnen „ „ 99 

Fabrikaten „ „ 102 

Landbouw „ „ 105 

Wie emig^eeren moet 119 

De Kaapkolonie als gezond- 

heidsoord 125 

Nuttige statistieken der Kaap- 
kolonie 127 

Van East London naar Natal 130 

Natal 131 

Basoetoland 145 

Britsch Bechuanenland 146 

De Oranje- Vrijstaat 148 

De Zuidafrikaansche Bepu- 

bUek 152 

De Zuidafrikaansche goud- 
velden 166 

De Oostelqke havens 186 

Korte geschiedenis en be- 
schrijving der Cadle-l^n . 189 

Spösljjsten 203 

Inlichtingen voor passagiers. 207 

Passagegelden 203 

Verschillende inlichtingen ... 215 

Tabellen der afstanden 216 

Hoofdagentschappeu der 

Ca«ile-lgn 224 

Register 207 



êHÊ- 

trens 




r 



■ 









\ 





NAAR 



ZUID-AFRIKA 



MET DE 



CASTLE-LIJR 



OP REIS NAAR DE KAAP! 

De reiziger, welke van zijn voornemen, om naar het 
zonnige Afrika of naar de naburige eilanden te ver- 
trekken, blijk gegeven heeft, door zijn biljet te nemen 
in No. 3 Fenchurch-street, naar een verafgelegen be- 
stemming — die reiziger zal vermoedelijk begeerig wezen 
op inlichtingen over de oorden, welke hij nu gaat zien, 
al vóór het aanvaarden der reis naar de Kaap. Op reis 
naar de Kaap! Beteekenisvolle woorden, beteekenisvol 
bovenal voor hen , die bezig zijn hun laatste toereidselen 
te maken, alvorens zich in te schepen op één der zee- 
kasteelen der öastleAi^n, dat fier zich wiegelt op den vloed 
in de Oost-Indische dokken. Boer of edelman, kajuits- 
jongen of gezagvoerder — zij allen hebben in het ge- 
moed het dichterwoord: Anticipation forward points the 
view. Mogen hun rooskleurigste verwachtingen haar 
verwezenlijking vinden in dat groote land, werwaarts 
zij thans den steven wenden ! 

Onze bedoeling met het schrijven van dit werkje ia 




\ 




/ 



Naar Zuid-Afrika met 




zekerlyk het reizende publiek de vooniaaniste gegevens 
te verstrekken nopens Znid- Afrika en de oorden , welke 
de reiziger met de booten der Ca^tleAiju bereiken kan. 
Maar men zy niet bedupht ! Wij b ebben geen plan deze 
bladzijden te overladen met geschiedkundige of philoso- 
phische byzonderheden. Neen ! Eerder zullen wij er 
naar streven dezen gids tot een handboek te maken voor 
den reiziger en den landverhuizer. 

De doorvorscher van het verleden , de onderzoeker 
van het beden kunnen elders veel breeder inlichtingen 
vinden over een land dat, naar mate de jaren voort- 
rollen, zich steeds reusachtiger en reusachtiger voor 
onzen blik opdoet. 

Authony Trollope heeft, door zijn belanorrijk paar deelen 
over Zuid-Afrika, veel gedaan om den Engelschen lezer 
met dat werelddeel bekend te maken. John Noble, de 
geleerde griffier van het Kaapsche Huis der Afgevaar- 
digden, vervult waardiglijk de plaats van hedendaagsch 
geschiedschryver dier onmetelijke landen. Zijn even 
voortreffelijk als goedkoop boek: South Africa, Past and 
Present, bekleedt een eereplaats op de boekenplanken 
der kolonisten , terwijl het officieele handboek , dat hy 
uitgeeft en dat alle bijzonderheden verstrekt nopens de 
geschiedenis, de hulpmiddelen en voortbrengselen der 
Kaapkolonie, een ware goudmijn is, wat volledigheid 
betreft. Silver & Co.'s handboek voor Zuid-Afrika 
heeft een zeer goede faam. Het jaar- en adresboek 
der Kaapkolonie, door de Argus uitgegeven, doet der 
vlijt en der zorgvuldigheid des bewerkers alle eer 
aan. Het is de Afrikaansche „Whitaker". De boeken 
die George Maccall Theal geschreven heeft, als daar 
zijn: de History of South Africa, de Hi^iory of the Boers in 



<r=^ . - 3|b 





de Castle-L^n. 



South Africa en Kafir Folk Lore, prikkelen de belang- 
stelling en getuigen van een oordeelkundige navorschiiig. 
Aiistral Africa van den Reverend John Mackenzie be- 
helst vele wetenswaardigheden. Onder Zuidafrikaansche 
letterkundigen verdient ook A. Wil mot, lid van het Kon. 
Aardrijkskundig Genootschap, genoemd te worden. 
Voor het naslaan, hebben zijn History of the Cape Colonyy 
Oeography of the Gape Colony en History of the Zulu 
Wary haar eigenaardige waarde, ofschoon laatstgemeld 
werk allicht voorvallen staaft, die de Engelsche lezer 
gaarne zou willen vergeten. Nog verdienen hier een 
eervolle vermelding : de geschriften van mejuffrouw 
Colenso en Thomas Fortescue Carter's voortreffelijk 
Narrative of the Boer War, alsook J. Rider Haggard's 
Gefywayo and his White Neighbours, Van de beste 
boeken in koutstijl over de levenswijze in Zuid-Afrika 
zouden wij, onder meer, willen noemen: Incwadi Yami; 
or, Twenty Years* Experience of South Africa, door J. 
W. Matthews, med. dr.; The Farm in the Karoo, door 
mevrouw Hobson ; Six months in Cape Colony and Natal, 
etc., door J. J. Aubertin; Twenty-five years in a wagon 
in the Gold Begions of Africa, door A. A. Anderson ; 
South Africa; A Sketchhook of Men and Manners, door 
J. Stanley Little ; Among the Cape Kafirs, door Ernest 
Glanville; A Year*s Housekeeping in Natal, door Lady 
]3arker; en The Alien Transvaal, door mejuffrouw Annie 
Russell. Wat betreft de kleine maar dappere kolonie 
Natal, men vindt betrouwbare gegevens daarover vooral 
in Davis & Son's jaar- en adresboek, alsook in Walter 
Peace's Our Colony of Natal, terwijl de Annals of Natal, 
die nu geregeld voortkomen uit de geleerde pen van 
John Bird, hoogst zaak- en leerrijke bundels zullen 






Naar Zuid-Afrika met 



/ 



worden bovonden. Vergeten wij voorts niet gewag te 
maken van BrooWs Natal, noch ook van de talr^ke ge- 
schriften, die wylen den bekwamen Dr. Mann tot 
antenr hebben. 

De herzamelde redevoeringen van Lord Carnarvon, 
Sir Bartle Frere en Sir Donald Cnrrie, over Zuid- 
afrikaansche aangelegenheden, bezitten veel méér dan 
een bloot voorbygaande waarde, terwijl talrijke reizigers, 
in den ouden en nieuwen tijd, reisbeschrij vingen hebben 
achtergelaten, welke op zich zelf een omvangrijke biblio- 
theek vormen, te gader met de monografieën over 
bijzondere onderwerpen : landbouw of mijnwezen, enz., 
die van schryvers ter plaatse uitgaan en bij Zuid- 
afrikaansche boekverkoopers kunnen besteld worden. 
De omvangrijke en zich steeds uitbreidende goud- 
velden van Zuid- Afrika hebben reeds een eigen literatuur 
voortgebracht. Langen tijd was het boek van wijlen 
Thomas Baines , lid van het Kon. Aardrijkskundige 
Genootschap : The Gold Begions of South Eastern Africa 
het éénige vermeldenswaardige werk nopens het reusach- 
tige, goudhoudendo gebied van Zuid- Afrika. Sedert heeft 
echter schry ver dezes het zelfde hoogst gewichtige onder- 
werp wederom opgevat en verder uitgewerkt in zijn 
Golden South Africa, De tijdschriftsartikelen , die over 
Zuidafrlkaansche aangelegenheden handelen zyn een- 
voudig niet op te noemen. Vele goede kaarten zijn 
verkrijgbaar gesteld, en één er van hebben wij bij dezen 
gids gevoegd. 

De nuttige gegevens , welke wy aan sommigen der 
bovenstaande werken hebben ontleend, zullen wg 
aanvullen met persoonlijk waargenomen bijzonderheden 
betreffende de hierna te beschrijven plaatsen. Wy zul- 








de Ca$tle-Lijn. 



len den vertrekkenden reiziger begeleiden op zijn tocht 
naar en door Znid- Afrika. Eerst zullen wy , na de 
stranden van „Old E ngland" achter ons te hebben gela- 
ten , met hem Lissabon bezoeken en hem vertellen , 
wat hij er dient te zien , is hij aan tyd gebonden. 
Daarna zullen wij een kijkje nemen in dat bekoorlijke 
gezondheidsoord : Madeira, en ook een poos verwijlen op 
de Canarische eilanden — het paradijs van eeuwigen 
zonneschijn en zoete briezen. Vluchtig zullen wy As- 
cension bezoeken en St. Helena , laatst verblijf van den 
groeten Napoleon, en vervolgens stilhouden in Kaapstad. 
Van hier zullen wij den reiziger een schets geven van 
de spoorwegen naar het binnenland , van de hulpbron- 
nen en de nijverheidstakken in dit groote Kaapland. 
Wy willen hem pas weder verlaten , wanneer wij den 
gulden eindpaal zullen hebben bereikt , werwaarts hij 
ongetwijfeld de schreden zal hebben verhaast. 

Blykbaar zal het zijn nut hebben , wanneer wij , in 
onze reis naar Zuid- Afrika , zooveel mogelijk ons beroe- 
pen op hen , die ons zijn voorgegaan. Aan keuze der 
bronnen zal het ons hierbij niet ontbreken. Zeer vele 
hoogst lezenswaardige schetsen , door allerlei voldane 
reizigers, over uitstapjes en tochten in „Currie-booten", 
gelijk ze in den wandeling heeten, vullen de kolommen 
der periodieke geschriften. Op den voorgrond stellende, 
dat de passagiers alle verdere wetenswaardigheden , die 
zij noodig hebben, zullen aantreffen in het tweede gedeelte 
van dit boekje, willen wij hen eens kennis laten maken 
met één der vele , aangenaam geschreven opstellen over 
de stoombooten der (7as^Ze-lijn en haar lange , doch altoos 
interessante vaarten op den Oceaan. Nemen wij hierbij 
aan , dat de lezer zijn reis aanvaard hebbe te Londen ^ 






6 Naar Zuid-Afrika met 



instede van te Dartmonth , van waar vele reizigers ver- 
trekken, voor wie een dag langer aan wal een zaak 
van overwegend belang is. 

Alles is klaar, en het laatste „Vaart wel"! weerklinkt 
op de kaden van het Oost- Indische Dok, waarnit hefc 

bevallige gevaarte, met name „ Castle" ^) langzaam 

te voorschyn gebracht wordt tot in de Theems , alwaar 
twee sleepbooten het op sleeptouw nemen. 

Dus schildert een pikant schrijver in London Society 
het schouwspel, dafc zich aan hem voordeed b\j den aan- 
vang der reis : 

„Het vertrek uit Engeland van een dezer groote 
zeekasteelen behoort almede tot de meest belangwek- 
kende en indrukwekkende tafreelen, die men bedenken 
kan. Mocht de schim van Dr. Johnson dezen glivipses 
of the moon een bezoek kunnen brengen en het hem 
vergund worden na te gaan , welke maatregelen Sir 
Donald Currie treft, om in al de gerieven der op zijn 
prachtige vaartuigen vertrekkende reizigers naarbehoo- 
ren te voorzien , dan zou de beroemde dokter en woor- 
denboekschrijver buiten kijf, en zonder eenig voorbehoud, 
zijn ietwat afgesleten verklaring, dat een schip een 
kerker is , waarin men alle kans heeft van te verdrin- 
ken , gaan intrekken. De stoombooten van het kaliber 
der Ca^^Ze-liju zijn bij lange na geen gevangenissen, 
integendeel drijvende monsterlogementen , voorzien van 
alle hedendaagsche gemakken , zelfs electrisch licht en 



1). AJ de booten van de Casile-lfln, ten minste de meesten , zijn 
jfedoopt naar bekende kasteelen in het Vereenijfde Koninkrijk : 
Hawarden CastlSf enz. Vandaar de naam der 8toomvaartl\jn. 

Noot des Vertalers, 









de Gastle-Lyn. 



electrische schellen. Haar geheele uiterlijk , zoowel als 
haar inrichting, verraadt een echt Engelsche degelijkheid 
en verfijnde gerief el ijkheid. 

„Stel u voor , dat gij u bevindt aan boord van één 
der nieuwste vaartuigen dezer lijn, op weg naar de 
Kaap. In het grauwen van een herfst morgen sluipt het 
groote schip langzaam uit het bassin der East India- 
dokken te Blackwall , en zakt geruischloos de Theems 
af , te midden der vaartuigen van allerlei aard , wier 
masten woud en want hier oprijzen voor ons oog, soms 
maar aan den neveligen gezichtseinder. Nóg blinken 
de straatlantaarns op de kaden en werven ; nóg straalt 
hier en daar aan een hoogen scheepsmast het seinlicht , 
dat er den geheelen nacht gebrand heeft. Op het ver- 
dek staan eenige lieden , warm ingepakt , die de 
gpoote wereldstad zien wegsterven aan den horizont. 
Wie weet, wat er in hen omgaat, doch overigens hebben 
de matrozen en sjouwers het dek vrij wel tot hun 
beschikking. Hard zijn zij aan het werk , om het schip 
klaar te maken tegen den komenden strijd met de breede 
baren, werwaarts het voorwaarts ijlt. Een half dichter- 
lijk waas houdt het landschap gehuld in het chiaro oscuro 
van den morgenstond te Londen : 

"Now doth like a garment wear. 

The beauty of the morning — silent , bare ; 

Ships , towers , domes , theatres and temples He 

Open unto the fields , and to the skj. 

All bright and glitteriug in the smokeless air.,, 

„Maar de schroef wentelt voort en voort met een nog half 
verholen gezucht en geweeklaag, en de stoomer vaart ge- 
stadig door, tot de groote stad eindelijk verloren gaat 






8 Naar Zuid- Afrika met 



voor den blik. Zij, die op net dek staan, werpen haar 
in de gedachte een laatst vaarwel toe en wenden het 
oog van achteren naar voren, met een zucht, waarin 
leedwezen en verlichting samengaan. Inderdaad valt er 
veel waar te nemen in dit grensgebied van den silent high- 
way: den Oceaan. Daar ligt Greenwich met zijn hospitaal, 
welks blanke wallen u tegenstralen van den overkant, 
en zyn nauwgezetten chronoloog: het beroemde Observa- 
torium op gindschen heuvel; Greenwich en de white- 
feaiï-herinneringen , onafscheidelijk daaraan verbonden. 
Langs de scherpe kronkelingen der rivier stoomt ons schip 
den lagen oever aan den kant. van Essex voorbij. Rechts 
aanschouwt men de groenende hellingen van Kent. In 
het verschiet: Gravesend. Dra laten wij ook dit achter 
ons, met Rosherville : „de plaats, waar men een geluk- 
kigen dag kan doorbrengen". In het toenemende dag- 
licht stevenen wij voorwaarts. Steeds breeder wordt de 
Theems, steeds kaler en leelijker lijken haar modderbanken. 
Nu en dan brengt een eenzaame fabriek eenige afwisse- 
ling, doch haar reusachtige naamborden wijzen maar al 
te duidelijk aan, welke onverkwikkelijke werkzaamheden 
er binnen verricht worden. Onze aandacht wordt nu echter 
niet zoozeer door den vasten wal meer gaande gehouden. 
Rondom ons breiden de wateren zich uit en , met hen, de 
vaartuigen , die komen en die gaan : kleine vaartuigen 
en groote , logge en ranke. Wij komen stooraers tegen , 
welke ons bijkans even kolossaal toeschijnen als ons eigen 
schip. Hun passagiers en han bemanning staan aan de 
bak boord zij de, om ons te verwelkomen en een „God zy 
met u" ! toe te roepen. Wij beantwoorden hen en vra- 
gen ons daarna af, wie die lieden wel zijn mogen en 
waar zij vandaan komen. Vermoedelijk zouden onze 









de Castle-Lyn, 9 



manschappen , die alles er van afweten , ons knnnen in- 
lichten , edoch de zaak prikkelt onze belangstelling niet 
genoegzaam , om hen er naar te vragen. 

„Bij het genaken van den Theemsmond, worden wy 
gewaar , dat een stoomsleepboot ons , dicht in de buurt , 
gezelschap houdt. 

„Dit blijkt ook uit de omstandigheid , dat zij even snel 
gaat als w\j en haar vaart schijnt te regelen naar de 
onze. Voor het overige evenwel handelt geen schepsel 
aan boord der tug er naar, alsof men er kennis droeg 
van het bestaan onzer groote stoomboot. De felle rader- 
slagen der sleepboot, die het water schuimend opzweepen, 
verraden een groote bedrijvigheid , maar niet alzoo de 
verweerde zeebonk, welke de wacht houdt op de rader- 
kast ter rechterzijde en, mot de hand, zijn onderhoorigen 
geheimzinnige signalen toewerpt; noch ook die smerige 
onderhoorigen zelven. Al deze lieden nemen geen de 
minste notitie van ons. Zóó stoomen wij door, mijl achter 
myl, in de grootste gezelligheid, langs Fort Tilbury, 
waar wij een schietgebedje ter eere van Queen Bess op- 
laten, naar de Nore, en het Kanaal in. Daar naderen de 
karnende raderen der sleepboot ons nog meer. Plotse- 
ling houden de groote boot der Gastle-Mln en de kleine 
tug tegelijkertijd stil. Men heeft ons feitelijk ingehaald 
en geënterd, maar men wil ons niets ergers doen dan 
ons een loods aan boord zetten. We trekken ons dus de 
zaak niet bijster aan. Spoedig gaan wij tot een ruil 
over. De eerste loods en een opzichter gaan, met de 
sjouwers, op de sleepboot over. Zij geven ons een luid 
hoezee en onze matrozen beantwoorden het met een even 
luid hoera. Dan gaat de ^w^ terug, en wij varen door, en 
aanvaarden de eerste dagreis in het Kanaal. 



\ 






10 Naar Zuid- Afrika met 



„Reeds lang vóór dien hebben onze tweehonderd pas- 
sagiers der eerste klasse teekenen van leven en bedrij- 
vigheid gegeven. Men ziet hen gesprekken aanknoopen 
met elkaar. Vry onverwachte vriendschapsbanden wor- 
den gestrengeld in onbewust schilderachtige groepeer- 
ingen. De gezelligheid der ontbijttafel werkt er toe 
mede de kilheid der beleef dheids vormen te verwarmen. 
Het luncheon versterkt dit verwarmings proces en kweekt 
een nog aangenamer geest der harmonie. Dan komt 
het prettige middagmaal, met zijn breede verscheiden- 
heid van aangename dingen in de gedaante van visch , 
vleesch , gevogelte en dranken , en voltooit de zegepraal 
der gezelligheid. Van nu af vormen de passagiers der 
eerste klasse als het ware één gelukkig gezin. Hoe zou 
het ook anders kunnen zijn onder zulke aangename 
omgeving? Sir John Hautboy is misschien een hoogst 
stijf en stijfselachtig personage binnen den engen kring 
zijner voorvaderlijke woning; Don Pistachio Comporto, 
met zijn donker gelaat en puntschoenen, allicht een 
dwingeland der dwingelanden onder zijn slaven op den 
wijnberg in Portugal; Generaal Rigid Bampart, die 
zich op weg bevindt naar een hem toe te vertrouwen 
militairen post in Zuid- Afrika, allicht de ongemakkel^'kste 
tuchtmeester der geheele armee , als hij de wacht heeft , 
terwijl mejuffrouw Dazzle , de riche héritière y welke 
airede de stelling eener scheepsschoonheid veroverd heeft , 
misschien allerongenaakbaarst is in haar maatschappe- 
lijke vormen, als de oogen eener deftige samenleving op 
haar gevestigd zijn. Maar hier aan boord, verre van 
alle maatschappelijke voorschriften, en in aanraking ge- 
bracht met wat een nieuwe menschheid schynt te wezen, 
hier zegeviert het hoogere bewustzyn , hier worden allen 






de Castte- Lijn, 11 



saamgestrengeld door de geneugten der geïmproviseerde 
samenleving. Geestelijke heeren, vermogende boeren, 
speculanten in wijnen, avonturiers van beroep, corres- 
pondenten van nieuwsbladen, jachtmakers op gezond- 
heid , en nog vele andere menschensoorten meer der 
beide kunnen, vindt ge hier bijeen aan boord van dit 
drijvende gevaarte , zonder dat zij zich te bekommeren 
schijnen om de toekomst of om het verleden. 

„Dus vordert de dag: en, met den dag, de groote 
stoomboot. Voort gaat het langs Herne Bay, Margate, 
Bioadstairs , Ramsgate en Dover. Beurtelings bieden 
de witte kalkklippen of de steile hoogten der kust stof 
voor bewondering. Brighton , Hastings en Portsmouth 
laten wij achter ons, en dra verbleeken ook aan den ge- 
ziclitseinder de boorden van het schoone eiland Wight. 
Ku valt allengskens de duisternis, en het schitterend 
verlichte salon wordt het middenpunt der verstrooi- 
ing voor de meeste passagiers , ofschoon het weel- 
derige damessalet en de rookkamer, met haar tal- 
looze spiegels , het een felle concurrentie aandoen en 
ook haar of hun trawanten hebben. Zóó verloopt de 
avond , gelijk hij verloopen zou in een logement van 
den eersten rang. Steeds omzweven u de net gekleede 
gedienstige geesten van den hofmeester. Hoogstwaar- 
schijnlijk vindt men geen stoomers ergens ter wereld, 
die u de gerief elijke inrichting aanbieden van dezen. 
Op geen enkele afdeeling valt het allergeringste aan 
te merken. En wat de bemanning betreft , van den 
gezagvoerder af, tot den minsten kajuitsjongen toe , is 
zij van zessen klaar, hetgeen een compliment is voor 
hen, die haar hebben uitgepikt. De machinisten zijn 
altegader Schotten. 






12 Naar Zuid- Afrika met 



„Den volgenden dag worden wij wakker in een ge- 
heimzinnige stilte. De schroef draait niet meer on het 
geklots der baren wordt nergens -vernomen. Wij be- 
vinden ons in de haven van Dartmonth , ter ééne zijde 
omsingeld door bebouwde heuvelen, met hier en daar 
pikante gevels, die op elkaar gestapeld schijnen, 't Is 
een schilderachtig panorama. Hier schepen zich nieuwe 
passagiers in > en omtrent het middagsuur vertrekt de 
stoomer weder naar het Kanaal en richt den boeg naar 
de baai van Biskaaien. Binnen vier dagen zal het schip 
Madeira aandoen, en Kaapstad bereiken , eer drie weken 
verloopen zijn. 

„Het geheele jaar door, vertrekken de stoomers der 
Ca8tle'\i]r\. op deze manier, alle veertien dagen, naar 
Zuid- Afrika, nu eens over Lissabon en dan weer over 
Madeira. St. Helena wordt van tijd tot tijd ook aan- 
gedaan. De uitrusting van een vloot, benoodigd voor 
het volhouden van zulk een belangrijken stoomvaart- 
dienst, moet een reuzentaak zijn geweest. Wanneer wij 
nu verder nagaan, dat dit alles volbracht is binnen het 
betrekkelijk korte tijdsverloop van vijftien jaren, na 
een eervolle medediging met de maatschappij, welke 
eertijds het monopolie bezat van dezen maildienst, dan 
kunnen wij niet anders doen dan een eereplaats inruimen 
onder de prinsen der scheepvaart aan den man, die de 
held is geweest dezer koene en schitterende zegepraal." 

Luister eens naar hetgeen de welluidende stem van 
den heer A. Wilmot verkondigt in zijn The most JDelightful 
Voyage in the World: Bngland to the Cape of Good Hope: 

„Een groote stoomer is metterdaad een drijvend stedeke. 
Als men dit wil beseffen, behoeft men slechts te 
wandelen langs de gangen of straten, die aan boord de 



oWb~~ 






de GaaÜe-Lijn. 13 



gemeenschap onderhouden. Reeds hebben wy een blik 
geworpen op de kajuiten der Upper Ten in ons „Bel- 
gravia", met zijn talrijke, deftige ingezetenen. Laat 
ons thans eens opwandelen in tegenovergestelde richting, 
het buffet en de badkamers voorbij , waar de reizigers 
zich steeds de weelde eener indompeling in zeewater 
mogen veroorloven. Hier komen wij aan de wijk der 
tweede klasse. Dit is Camden Town. uitmuntende 
kajuiten omgeven een salon, waar komfort met proper- 
heid wedijvert. De hoofdkaraktertrek der eerste klasse 
is weelderigheid , die der tweede klasse is gerieflykheid. 
Nu gaan wij verder en bereiken eindelyk ons quartier 
ouvrier^ het arbeiderskwartier, waar de landverhuizers 
wonen. Alles is ordelyk en net in de derde klasse. De 
kooien bevinden zich in luchtige kajuiten, en zoowel de 
rantsoenen als de geheele dienst zijn puik. Nóg eenige 
schreden en wij staan in de matrozenbuurt, vanwaar 
wij weder oprijzen naar het boven verdek en de scheeps- 
brug. Op sommige schepen zweeft de kapiteinshut 
hier hoog in de lucht — aloft in atoful state! Per slot 
van rekening is het dek, op een zomerreis van Engeland 
naar Zuid- Afrika, des passagiers waar tehuis. Die breede 
tenten vormen een uitstekende verdak king, waaronder 
sofas, stoelen en banken hem als het ware uitnoodigen 
te gaan zitten. Welk een verkwikkelyke , welk een 
gezegende rust kan de afgematte man van zaken, kan 
de uitgeputte kranke hier genieten. Niets te doen dan 
in te ademen de leven hergevende ozoon van den 
onafzienbaren oceaan, dan te ontvangen de zoete stree- 
lingen der zomerkoelten, zwevende over de zilte diepten ! 
Hier is rust zonder vadsigheid, verandering en afwis- 
seling zonder vermoeienis. Touristen en herstellenden 







14 Naar Zuid-Afrika met 



zonden bij honderden tegelijk naar Zuid-Afrika tijgen, 
konden zij slechta halverwege gissen, welke voordeelen 
aan zulk een reis verbonden zyn. 

„Ieder Engelschman kan nu zijn waterkasteel hebben, 
zoo goed als zijn landkasteel 1). Eenmaal gezellig 
genesteld aan boord der Orantully Gastle of der Roslin 
Castle, kan hij gaan zitten op het dek en zich ver- 
lustigen aan het schouwspel der tallooze vaartuigen, 
welke den voornaamsten waterweg der wereld gebruiken. 
De rivier zakken wij af, langs Gravesend, langs Sheer- 
ness, naar zee ! Hier hebt gy Noordforeland, Znid- 
foreland, Deal en Dover. Voort stoomen wij langs de 
kust, soms zóó ver verwijderd, dat zij zich in den nevel 
schijnt op te lossen en dan weer zóó naby, dat de 
bekende kapen en voorgebergten zich in hun volle om- 
trekken vertoonen. Dinsdag verlieten wij de Theems, en 
Donderdag vroeg laten wij het anker glippen voor een 
der bekoorlykste havensteden op de Zniderknst: Dart- 
mouth. Heerlijk ligt het ingesloten door groene 
heuvelen, en de blik wordt er vergast door een rijk 
landschap, bevallige villas en al de sporen eener hooge 
beschaving. De brief malen zullen eerst morgen (Vrijdag) 
aan boord gebracht worden. Wij hebben derhalve volop 
tijd, om nieuwe verstrooiing te zoeken, en hoe zouden 
wij de ons vergunde oogenblikken beter kunnen beste- 
den dan aan een pleziertochtje op de heerlijke Dart? 
Na den geheelen dag op die rivier te hebben doorge- 
bracht, rest ons nog tijd genoeg, om de curieuse oude 



1) An Englishman^s House is his Castle behoort tot de bekende 
gezegden. 

Vertaler. 



ÊÊP- 






de Caatle-Lijn. 15 



hoizen van het eerwaardige Darmouth te gaan bekijken 
en de inkoopen te doen, welke een overhaast vertrek 
nit Londen misschien heeft doen vergeten. De Mewstone 
ligt aan de Costknst, bij den ingang der haven 
van Dartmouth. De buitenste en de binnenste Froward 
Points liggen het verst in zee. Er tnsschen ligt het 
kasteel Kingswear. Een boven alles uitstekende acht- 
hoekige vuurtoren uit graniet, tachtig voet hoog, kroont 
den kam achter den Mewstone. Eindelijk is de groote 
dag daar en de briefmalen zijn er ook. Het sein wordt 
gegeven : voorwaarts! en wij glijden over de baren. 

„Met volle kracht voorwaarts !" Elke minuut komt 
nu in tel voor de overeenkomst met de briefmalen. Snel 
fitoomen wij den Eddjstone langs en zetten koers naar 
de baai van Biskaaien. Die koers is een Zuidwestelijke, 
in de richting van den Noord westelij ken hoek van 
Frankrijk. Vaarwel , laatst voorgebergte van Old 
England ! Is het een zeer fraaie en heldere dag, dan 
doemt aan den gezichtseinder reeds op de verre kustlyn 
van Bretagne. 

„Wij steven de baai van Biskaaien in — een bespot- 
telijk schrikbeeld voor den onervarene! De groote stoo- 
mers der Z7mow-lijn en der Castle-\{]n zijn zóó hecht 
gebouwd, dat zij met volmaakte zekerheid waar dan 
ook varen kunnen en eiken storm trotseeren. De schrijver 
dezer regelen is acht malen door de baai gestoomd, 
op verschillende tijdstippen des jaars , en bij geen enkele 
gelegenheid heeft hij slecht weder getroffen. Al mocht 
men een storm onl moeten, dan kunnen de genoemde 
mailbooten het best uithouden en , in het ergst geval, 
is men het onvriendelijke weder te boven zoodra men 






/ 



16 Naar Zuid- Afrika met 



Madeira bereikt, d. w. z. binnen twee of drie etmalen. 
Maar over het weder op deze reis in het algemeen kan 
men met niet genoeg lof uitwijden, 't Is een vermkkelyk 
zomerreisje : Meeressttlle und glüchliche Fahrt ! Een kalme 
oceaan en zoele windjes maken het tot één der pret- 
tigste zeetochten ter wereld... Wij tarten wie dan ook 
ons een reis te noemen , waarin gerief , geringe kosten, 
een gezonde lachtstreek en genot, harmonischer samen- 
gaan dan hier. De tonrist en de jager vinden haar 
alleraangenaamst en , b^' haar einde , maken zij kennis 
met een land, dat een prachtland is, of men er reizen 
wil dan wel jagen. Maar het \% hoofdzakelijk nnttig 
voor hen, die herstel vangezondheid zochten, om te 
weten , welke gemakken en gerieven de reis naar Zuid- 
Af rika hun biedt. Zij biedt hun rust , komfort , afwis- 
selend genot in overvloed ; tydens den tocht, warme , 
zoete briezen en , aan de Kaap , een land van belofte. 
Voor lijders aan longkwaal is de verheven en droge 
Karroe-streek — thans gemakkely k per spoor te genaken — 
van de hoogste waarde. Het is ook voldoende bekend, 
welk een uitstekend gezondheidsoord de Oranje- Vrij staat 
voor soortgelijke lijders moet worden genoemd, ofschoon 
het zeker beter ware , indien 't feit nóg wereldkundiger 
kon worden gemaakt, Het klimaat is er uiterst gezond 
en boven beschrijving aangenaam. Den longlijder zouden 
wij ook de schoone voorsteden der Kaapstad of zulke 
bekoorlyke plaatsen als Worcester en Graham's Town 
willen aanbevelen, ware het niet dat het bijna hatelijk is, 
namen te noemen. Zaid- Afrika heeft duizend bekoringen, : 
duizend welkoms in reserve. ' 

„Na de baai van Biskaaien te zijn doorgestoomd, zal j 
men allicht land zien nabij Kaap Ortegal in Spanje. 






de Gastle-L^n. , 1 7 



Corunna, dat men nooit vergeten kan , al is het enkel 
om Sir John Moore , ligt in de buurt. Thans omsteveneii 
wij Kaap Finisterre en passeeren , van uit de verte , 
Yio^o , Oporto , Coimbra , Torres Vedras , Lissabon en 
Kaap St. Vincent. Europa laten wij achter ons , met 
de Straat van Gibraltar, en volgen nu, ter linkerzijde, de 
Noordafrikaansche kust. Wij zetten koers naar Madeira, 
dat 400 E. mijlen afligt van het naastbijgelegen voor- 
gebergte in Marokko. 

Ten nutte van hen , die de gelegenheid , hun door de 
Castle-li^n geboden , willen aangrijpen en Lissabon be- 
zoeken , zullen wij nu even teruggaan, en enkele bijzon- 
derheden nopens deze hoofdstad bijeenvatten. 



LISSABON. 



Lissabon (in het Portugeesch Lisboa), de hoofdstad 
van Portugal, ligt op 38 graden, 42 min. N. B. en 90 
graden , o min. W. L. , aan deu Noordoever van den Taag, 
op een punt , waar de stroom zich verwijdt tot een breedte 
van negen mijlen , acht of negen mijlen van de plek , 
alwaar hij zich uitstort in den Atlantischen Oceaan. Lis- 
sabon maakt een verheffend en indruk op hen , die het 
van den zeekant genaken. Het ligt op een reeks van 
lage heuvelen , ir et den hoogen granieten kam van Cin- 
tra als achtergrond , en uitgestrekt langs den zoom des 
wijden Taags. In schoonheid van ligging kan Lissabon 
aanspraak maken op den derden rang in de reeks 
der Europeesche hoofdsteden. Slechts Konstantinopel 
en Napels gaan het in dit opzicht vóór. De Taag biedt 
aan een zeer groot getal schepen een veilige ankerplaats 



t 



I 






18 Naar Zuid- Afrika met 



en over de zandplaat , welke de monding ondiep maakt, 
komen zij gemakkelijk heen, zelfs in onstuimig weder. De 
uitgestrektheid der stad langs den oever der rivier bedraagt 
wel vier of vijf mijlen en wel drie mijlen over de heuvelen. 
In de oude wijken zijn de straten hoogst onregelmatig 
gebouwd, maar de buurten, die na de groote aardbeving 
van 1755 herbouwd zijn, bestaan uit lange, rechte stra- 
ten met booge huizen. De plaats biedt eenige zeer mooie 
pleinen , met name de Pra^a do Commercio, welke, aan 
den éénen kant, op den Taag opent , tegenover een schoo- 
nen triomfboog , en dan de Avenida da Liberdade. 
Lissabon boogt op enkele fraaie standbeelden , alsook op 
vijf openbare tuinen, welke 's avonds druk bezocht wor- 
den. Het heeft voorts zeven schouwburgen, en het had 
ook een arena voor stierengevechten , totdat de Koningin 
zich er tegen verklaarde. De logementen zijn er goed 
en, in het seizoen, bestaat er een keur van puik ooft. 
Gewuonlyk houdt de koning verblijf in het paleis van 
Ajuda, op een heuvel achter de voorstad Belera. 

Het is in den Italiaanschen stijl opgetrokken en was 
oorspronkelijk bestemd om één der grootste paleizen van 
Europa te worden , maar het bleef onvoltooid. Er zijn 
verscheiden andere paleizen te Lissabon en in één daar- 
van, de Necessidades, plachten de oude koningen te resi- 
deeren. Twee of drie forten , waarvan één de rots kroont 
aan den mond des Taags , zouden weinig tegen de ope- 
ratiën eener vijandelijke vloot kunnen uitrichten. 13 ij 
het opvaren der rivier, ontwaart men den schilderachtigen 
toren van Belem op den Noordoever, dicht bij den water- 
kant. Hij werd omtrent het einde der vijftiende eeuw 
gebouwd. De citadel van St. George verrijst op een rots- 
heuvel , omgeven door de oudste stadshuizen van 








de Castle-L^n. 19 



Lissabon, di(3 enge, kronkelende straten vormen. Deze 
wijk heeft den ouden Moorschen naam, Alfama, behouden. 
Er is geen gebrek aan kerken in Lissabon , maar 
allen zijn in den zelfden smakeloozeu Italiaanschen stijl 
opgetrokken. Van binnen vertoonen zy geen bijzondere 
vermeldenswaardige schilderijen. De kathedraal is somber, 
zonder indrukwekkend er bij te wezen. Alleen het 
gedeelte achter het altaar is het bekijken waard. De 
grootste kerk der stad is de naar St. Vincent genoemde. 
Zij meet 222 by 82 voet. De Estrella-kerk zal, onder 
de Lissabonsche tempels, vermoedelijk het sterkst de aan- 
dacht trekken. Haar koepel , waarop men een omvang- 
rijk panorama geniet, haar twee torens en haar geheele 
aanleg , zullen den bezoeker de St. Paul's te Londen in 
herinnering brengen. In de kerk van St. Roque be- 
vindt zich de beroemde kapel van Johannes den Dooper, 
door Vanoitelli ontworpen en te Rome gebouwd voor 
£ 120,000. Verreweg het meest belangwekkende ge- 
bouw te Lissabon is de onvoltooide Hieronjmieten- 
kerk met klooster te Belem, in 1500 aangevangen nabij de 
plek, waar Vasco da Gama drie jaren te voren scheep was ge- 
gaan, op zijn beroemden tocht naar Indië. In het Engelsche 
kerkhof ligt de romanschrijver Fielding begraven. Het 
Lazaretto aan den Zuidoever des Taags heeft plaats 
voor duizend verpleegden. Tot de in het oog vallende 
voorwerpen van het landschap behoort ook de groote 
waterleiding. Zij is negen mijlen lang en bezorgt Lis- 
sabon bijna al zijn drinkwater, uit bronnen, die ten 
Noordwesten der hoofdstad gelegen «ijn. Deze water- 
leiding behoort tot haar merkwaardigheden. In 1738 
aangelegd, was zij zóó hecht gebouwd, dat de verschrik- 
kelijke aardbeving haar ongedeerd liet. De vallei van 






20 Naar Zuid-Afrika met 



Alcantara overschrydt zij op 35 bogeii, waarvan de grootste 
een span heeft van 110 voet, bij een hoogte boven den 
grond van 263 voet. Het water stroomt in 31 fonteinen , 
die over de gansche stad verspreid zijn. Van die fon- 
teinen, wordt het in vaten naar de huizen overgebracht. 
De volks tel hng van 1878 staafde voor Lissabon een 
bevolking van 253,000 zielen. Zij zoude gestadig moeten 
krimpen, aangezien het getal sterfgevallen het cijfer | 
der geboorten overtreft, maar gestadige aanvoer uit de | 
provinciën houdt dit tekort in evenwicht. Daaruit ! 
blijkt reeds , dat Lissabon , spijt zijn zacht klimaat, voor i 
geen gezonde verblijfplaats kan doorgaan. Dit is hoofd- 
zakelijk het gevolg eener gebrekkige sanitatie. De sterf- ! 
gevallen bedragen er 36 per duizend. Vele eeuwen ! 
achtereen had de stad onder min of meer hevige aard- ! 
bevingen te lijden gehad, maar dezen waren bijna vergeten , j 
toen Lissabon, op den eersten November 1755, binnon 
weinige oogenblikken, in een puinhoop verkeerd werd. 
Tegelijkertijd brak er een ontzettende brand uit, en de 
vlammen voltooiden , wat de aardbeving nog gespaard 
had. Tusschen de 30 en 40 duizend menschen verloren 
het leven. Het fraaiste gedeelte der tegenwoordige stad 
werd spoedig herbouwd , doch , tot op den huidigen dag, 
zijn er gebouwen, welke welsprekende sporen der groote 
ramp dragen. Bezoekers van Lissabon, die een herin- 
neringsteeken willen medenemen, kunnen dat doen door 
„caldhas"-fabrikaten te koopen in de vele winkels, waar 
ze verkrijgbaar zijn. Reizigers zullen tenauwemood tijd 
kunnen vinden voor een zelfs vluchtig bezoek aan Cintra , 
ofschoon het oude kasteel der Mooren en hun andere gebou- 
wen het bekijken overwaard zijn. Het uitzicht van Cintra 
is ook in waarheid prachtig te noemen. De gelegenheid. 





de Castle-Lhjn. 



21 



welke zich nn biedt om Lissabon te zien , behoort al- 
mede tot de groote voordeelen eener reis naar Zuid- 
Afrika, in deze dagen van geriefelijke zeereizen. 



MADEIRA. 



Dit eiland, hetwelk de stoombooten der Cdstle-lijn 
vaak op haar uitreizen aandoen, wordt gaandeweg een 
geliefkoosde , tijdelijke verblijfplaats voor zieken en ge- 
zonden. In dit heerlijke klimaat worden kranken spoe- 
dig beter. Op een afstand van 4 dagen stoomens, kan 
men, gedurende den Engelschen winter, een warmen 
dampkring en onbewolkte hemels vinden. Een corres- 
pondent van de World , die in Januari 1886 uit Madeira 
aan zijn blad schreef, getuigde het volgende : „Het 
verwondert mij ten zeerste, dat niet méér Engelschen 
hier overwinteren. Het klimaat immers is ontzaglijk 
veel beter dan dat der Riviera en betrouwbaarder zelfs 
dan dat in Egypte. 's Nachts valt de thermometer 
nooit onder 47 en overdag is het heerlijk warm. Van 
Plymouth duurt de overtocht gemiddeld slechts drie 
dagen en negentien uren. De Engelsche kolonie is 
gastvrij. Haar burgers wedijveren met elkaar in het 
onthalen van alle bezoekers, die behoorlijk geïntrodu- 
ceerd zijn. Dientengevolge gaat er geen dag voorbij , 
of er is een pic-nic , een uitstapje te paard of te voet, 
dan wel een partij „tennis." Op Madeira rijdt iedereen paard, 
en de paarden zijn er uitmuntend. In de Portugeesche 
club wordt er alle Donderdagen gedanst. Telt men 
de liefhebberij-tooneelvoorstellingen, de diners en de 



\ 





22 Naar Zuid-Afrika met 



danspartijen a la cinderella 1) mee, dan behooren de 
avonden, dat er niets te doen is, tot de uitzonderingen." 

Nog vertelt kapitein Marryat: „Mij is geen plek ter 
wereld bekend , die zulk een verrassenden en streelen- 
den indruk maakt op dHn aankomeling dan het eiland 
Madeira. De reiziger gaat scheep , en allicht moet hij 
zijn hut houden, daar hij lijdende is onder een zeeziekte, 
die hem aan zijn kooi kluistert. Misschien heeft hy 
Engeland verlaten toen de sombere herfst teneindeliep , 
of toen de kille Engelsche winter zijn intrede begon te 
houden. Binnen een week aanschouwt hij weder het 
va«?teland , dat hij verre achter zich liet en , in zijn 
lijden, gaarne zou hebben terusrgekocht met de helft 
zijner aardsche bezittingen. Nu zet hij op dit eiland 
voet aan wal. Welk een verandering wacht hem ! 
De winter is zomer geworden. De naakte boomen , die 
hij achterliet hebben plaatsgemaakt voor weelderig 
loof in tallooze schakeeringen ; sneeuw en ijs , voor ver- 
kwikkelijke warmte; het landschap der gematigde lucht- 
streek, voor de prachtige planten weelde der tropen. Het 
oog laaft en verlustigt zich aan het blauwe uitspansel , 
aan de bewingerde heuvelen, waarop de warme zonne- 
stralen koesterend nederdalen, aan den diep-blauwen 
Oceaan — op het oogenblik zelf , dat men zich geluk- 
kig zou hebben gewaand, om den voet te zetten op een 
onbewoonde klip." 

Ware het kapitein Marryat vergund geweest Madeira 
te bereiken aan boord van één der stoombooten der 
Gastle-M^n, dan zou zyn schildering hoogst waarschijn- 



1) In Engeland zyn „oinderoUas" danspartgen, die te middernacht 

afs^eloopeu zijn. 

Vertaler. 

JÉP 






de Gastle-Lijn. 23 



lyk een nog warmer tint hebben verraden. Het macli- 
teloos daarnederliggen nit zeeziekte is heden ten dage 
een zeldzaam verschijnsel en , in den regel , heeft de 
passagier alle gelegenheid, om het schouwspel gade te 
slaan en te bewonderen , dat zich voor hem opdoet , 
zoodra hij Madeira bereitt. Nog vóór de passagiers 
tijd hebben gehad de heerlijkheid van het vergezicht, 
met Funchal en zijn blanke huizen in de indieping der 
bergen, naar waarde te schatten, wordt hun aandacht naar 
elders gelokt door de jongens, die in booten op eiken 
stoomer afkomen, om ijverig te duiken naar het kleingeld, 
dat men hun toewerpt en dat zij met groote behendigheid 
weten te vangen en naar boven brengen. Later wordt het 
dek der stoomboot in een bazaar herschapen, waar men 
stoelen, manden, borduurwerk, kleinooden en andere artike- 
len van inlandsch fabrikaat koopen kan. Er bestaan lijvige 
gidsen over Madeira 1) en daaraan ontleenen wij eenige 
bijzonderheden. Madeira is het grootste eiland in een 
gelijknamige groep. Het ligt tusschen 32 gr. 37 min. 



(1) 1. Yate Johnson's „Madeira". Dulau & Co., 37 Soho-square 
(lOi sh.) (Engr.) 

2. „Madeira, zijn natuurlijk schoon en de manier om het zien", 
door mej. Taylor. E. Stanford, Charing Cross (7^ sh.) (Eng.) 

3. „Handboek voor Madeira". C. Kegan, Paul & Co., 1 Pater- 
noster-square (1^ sh.) (Eng.) 

4. „Madeira, beschouwd als winter- en als zomerverblijf", door 
Dr. Julius Goldschmidt. Delahaye, Parijs. Donald Currie & Co., 
3 Fenchurch-street, Londen (2 s/i.) (Fransch.) 

5. „Madeira", door Mittolmaier en Goldschmidt. Vogel, Leipzig 
(6 sh,) (Duitsch.) 

6. „Handboek voor Madeira", door Prof. Dr. Langenhaus. 
A. Hirschwald, Berlyn (8 sh.) (Duitsch.) 

Er bestaan nog andere gidsen, o. a. die van Dr. Grabham, maar 
zjj zqn allen uitverkocht. 






24 Naar Zuid- Afrika met 



en 32 gr. 51 min. N.B. en 16 gr. 37 min. en 17 gr. 16 
min. Westerlengte. De overige eilanden in de groep 
— allen onbewoond behalve Porto Santo — zijn Porto 
Santo, 23 mijlen ben oord oosten, de drie Desertas-eilan- 
djes, ]1 mijlen bezuidoosten, en de groep der Sel vagen s, 
ruim 100 mijlen bezuiden Madeira. 

De hoofdstad van Madeira is Fnnchal, met 21,000 inwo- 
ners. Het ligt aan de Zuidzijde des eilands, dat, in 1883, 
132,261 zielen telde. Het heeft een geheel vulkanischen 
oorsprong. In Pico Ruivo bereikt het een hoogte van 
6,050 voet. De grootste lengte heeft Madeira tusschen 
Ponta de San Lonren^o en Ponta de Tristao, nl. ongeveer 
38 Eng. mijlen, en de grootste breedte, tusschen Ponta 
da Cruz en San Jorge, nl. ongev. 16 Eng. mijlen. 

„Funchal", schrijft de auteur van The most Deltghtful 
Voyage, etc, „heeft een open reede, die blootgesteld is 
aan de winden uit het Zuidoosten en het Zuidwesten, 
welke echter niet aanhoudend waaien. In den regel valt 
het landen gemakkelijk. De ligging der stad, vlak aan 
zee, met een prachtigen bergachtergrond, is zeer schoon. 
Het Lazaretto bevindt zich ten Oosten van haar, dicht 
bij zee. Het fort Pico ligt op een hoogte boven Fun- 
chal. Het paleis is een groot, geel gebouw, dat geen 
aanspraak maakt op schoone bouwvormen. Niet ver 
er van af, staat de hoofdkerk met haar toren. Zij is ruim 
en werd in 1508, in half Italiaanschen, half Gothischen 
stijl opgetrokken. Onlangs nog heeft zij een verfraaiing 
ondergaan. Zij bezit onderscheiden olieverfschilderyen 
en is, als een Portugeesche tempel, alleszins het bezich- 
tigen waard. Een wandeling door Madeira's straten 
moet den gang des pelgrims met de erwten in zijn 
schoenen in het geheugen terugroepen. Zij zijn immers 



^ 
J^- 




I 



geplaveid met kleine steenen, die, door de schoenen 
heen, in de voeten dringen, hetgeen nog al pijnlijk is, 
ten minste over een afstand. In sleevoertnigen, die elk 
vier plaatsen hebben, en door twee ossen worden voort- 
getrokken, kan men tamelijk goed vooruitkomen. Paarden 
zijn gemakkelijk en goedkoop te huren. Slechts te 
paard kan men trouwens de natuurschoonheden van 
het eiland naar waarheid genieten, en in alle richtingen 
kan men verrukkelijke rij toertjes maken. Er zijn drie 
Engelsche logementen , alle goed en comfortabel in- 
gericht. Voor commensalen wordt 60,000 reis (£ 13 : 
6 : 8) per maand en hooger in rekening gebracht. Een 
geriefelijk Duitsch hotel bestaat er ook, nevens onder- 
scheiden Portugeesche logementen van den tweeden rang 
en ordentelijke commensalenhuizen, waar men, voor £ 5 
per maand en hooger, goed terechtkomt. Wat de Ameri- 
kanen a good time noemen, kan men erin doorbrengen. 
De twee openbare wandel plaatsen zijn de Pra9a Constitu- 
cional en de Pra9a Academica, beiden met schaduwrijke 
boomen aan weerskanten. In de Pra9a Constitucional laat, 
op twee avonden per week, een militair orkest zich hooren. 
„Een prachtig schouwspel — één der prachtigsten ter 
wereld — kan men zien in de „Corral" van Madeira, 
weinige mijlen benoordwesten Funchal. 

Admiraal Owen beschrijft de „Corral" of Schapenweide 
als een reusachtige vallei, van alle kanten ingesloten 
door letterlijk loodrechte rotsen , die ten minste duizend 
voet hoog zijn. Langs een deel dezer rotsen voert een 
smalle in haar uitgehouwen weg naar de plantages. 
Daarop voortrydende , lijkt ons de „Corral*' een bodem- 
looze afgrond , gevuld met dampen en wolken , die 
onophoudelijk over elkaar glijden en rollen. 






26 Naar Zuid- Afrika met 



„Levensmiddelen op Madeira zijn overvloedig. Vooral 
vruchten : o. a. oranjeappelen , citroenen , appelen , peren , 
vijgen, druiven, mangas, granaatappelen, moerbeziën , 
Kaapsche klapbessen, loquats, guavas, fleschappelen , alli- 
gatorperen on ananassen , zijn er te kust en te keur te krij- 
gen. In de Engelsche sociëteit , waartoe een goede boekerij 
behoort, kan men slechts na ballotage toegang krijgen. 

„De reiziger, die slechts over weinige uren aan wal 
te beschikken heeft , dient de kathedraal en de wandel- 
dreven te zien. Zoo mogelijk , bezichtige hij ook het 
klooster. Hij ga in een slee voertuig zitten en neme een 
kijkje in de borduur- , vruchten- , veeren- en stoelen- 
winkels. Tegen zeer billijke prijzen kan men vele 
souvenirs, zoowel fraaie als nattige, aankoopen. Het 
dek eener mailboot ziet men , gedurende den tijd dat 
zij voor Madeira ankert, herschapen in een kleinen bazaar, 
waar aan den stelregel van geld bij de visch en geen 
rabat, nooit streng de hand gehouden wordt. Immers, 
vaak kan men artikelen krijgen voor de helft der som, 
welke allereerst er voor gevraagd was. Ouder de te 
koop aangeboden zaken, ziet men ook massief gouden 
ringen van de Afrikaansche Westkust, waarop de tee- 
kenen van den Dierenriem staan afgebeeld , allerschoonst 
borduurwerk , vederbloemen , lessenaars , doozen enz. in 
houtmozaïek, eierdoppen met zijde geborduurd, kant, 
stoelen en ooft. De fruitmarkt is een bezoek overwaard 
en de vischraarkt insgelijks, maar men moet 's morgens 
in de* vroegte gaan." 

Na de boderavoortbrengselen van Madeira sfekocht en 
zijn nectar geproefd te hebben, spoedt de reiziger weder 
verder naar de Zuid. Ditmaal wendt de stuurman den 
boeg naar de Canarische eilanden. 






de Castte- Lijn. 27 



DE CANARISCHE EILANDEN. 

Deze eilanden behooren thans tot de steeds sterker 
in populariteit toenemende gezondheidsoorden der wereld. 
Gedurende het jongste „seizoen", het tijdsbestek , dat 
overeenkomt met het Engelsche winterseizoen, hebben 
niet minder dan vijftienhonderd personen Gran Canaria 
bezocht, om er eenige maanden te vertoeven. Naar 
mate het gezonde klimaat dezer eilanden beter bekend 
raakte , is ook de vraag naar goed logies grooter geworden. 
Dit verklaart het plan, om te Las Palmas een zeer 
groot logement neer te zetten , een plan , dat sedert ten 
uitvoer gebracht is. Las Palmas is de hoofdstad van 
Gran Canaria en zij verrast den nieuweling door haar 
omvang en haar fraaie ligging. Allicht heeft hij zich 
verbeeld te zullen zien een klein dorp , omzoomd met 
palmboomen , geheel naar den trant der gehuchten op 
de Noordoostkust van Afrika. "Wanneer hij komt aan- 
stoomen op één der mailstoomers der Gastle-VijiXï , ont- 
waart hij niets van dat alles. Zijn oog rust op een 
groote , uit witten steen opgetrokken stad ; op een fraaie 
kathedraal , die er bovenuit steekt ; op de schijnbaar 
bloeiende , ofschoon boomlooze , nederzettingen aan de 
kusten van het eiland , welke hij reeds ten deele langs 
gevaren is. 

De Canarische eilanden , eertijds bekend als de Ge- 
lukkige eilanden , liggen tusschen de 27 en 29 graden 
N. B. en de 13 en 18 graden W. L. Zij behooren Spanje 
toe. Het naastbijgelegen punt der Afrikaansche kust 
is 50 mijlen er van verwijderd. Ongerekend de kleinere 
eilanden, gelijk Santa Clara , Allegranza, Graciosa , 
Lobos , enz. , zijn er zeven eilanden , waaronder Gran 



\ 






28 Naar Zuid- Afrika met 



Canaria en Teneriffe de voornaamsten zijn De andere 
heeten Fuerteventura, Hauzarote , Palma, Gomera 
en Ferro. Gran Canaria is ongeveer 34 mijlen lang bij 
een breedte van 29 mijlen. Het hoogste punt zijner 
vulkanische bergen, El Cumbre, heeft een verheven- 
heid van 6648 voet boven den zeespiegel. De éénige 
landingsplaats op Gran Canaria is bij de hoofdstad Las 
Palmas. Somwijlen staat er een hevige branding op 
de kust. Om dit te verhelpen , is men nu bezig een hech- 
ten havendam te bonwen vóór de hoofdstad , d. w. z. 
bij de drie mijlen van daar verwijderde landingsplaats 
De volle naam der stad is La Real Ciudad de Las Pal- 
mas de Gran Canaria. Een diep ravijn , waarover een 
flink uitziende brug , splitst haar in twee deelen. In 
het ééne staat de kathedraal van Santa Anna. Zij is 
een indrukwekkend gebouw en, van binnen, zeer fraai. 
Het onter en de communiebank zijn uit gedreven zil- 
ver vervaardigd, terwijl ook vele der sieraden de aan- 
dacht zullen trekken. Aan den anderen kant des ravijns 
liggen sommige woonhuizen, verscholen in boschjes van 
oranje-, banaan- en palmboomen. Tot de aantrekkelijke 
gebouwen van Las Palmas behoort het paleis van justitie. 
De hoofdstad kan ook op twee schouwburgen bogen. 
De ananasheester, palm, wilde olijf, laurier, aloë en doorn- 
peer zijn hier inheemsch , maar overigens is er het klimaat 
zóó gelijkmatig, dat er de vruchten der gematigde 
luchtstreek even goed gedijen als die der verzengde 
luchtstreek. De land wijn van Gran Canaria is niet 
zóó smakelijk als die, welken Teneriffe voortbrengt. 
Naar Engeland en naar Noord-Amerika worden jaarlijks 
zoowat 20,000 pijpen verzonden. Tot de andere voort- 
brengselen des bodems behooren cochenille, orchilla, 









de Gastle-Lijn, 29 



suiker, graan, tabak en barilla. De vischvangsfc 
bloeit. 

De dorpspelonk van Atalaya, waar vele honderden 
gezinnen van Spaansche parias in holen nestelen, be- 
zoeke men enkel raet groote gezelschappen , daar de hol- 
bewoners een verre van gunstige faam genieten. Op 
korten afstand van Las Palmas is de bezichtiging van 
het uitgebrande bed eens kraters, hetwelk 500 voet 
diep is , zeer aan te bevelen. Er omheen vindt men 
een weelderigen plantengroei. 

Men zegt, dat de Canarische eilanden ontdekt zijn 
door de Carthagers, 250 jaren vóór Christus. Zij 
zouden die eilanden onbewoond hebben bevonden , 
maar, volgens Plinius, zouden zij integendeel, op vele 
plaatsen , hebben ontwaard de bouwvallen van paleizen, 
door vorige bewoners gesticht. De Spanjaarden kregen 
de eilanden pas in hun bezit na langdurige oorlogsvoe- 
ring, tegen het einde der vijftiende eeuw. Curiositeiten 
zijn hier haast niet te bekomen. Een soort van goed- 
koop aardewerk , nogal mooie inlandsche wandelstokken 
en het breiwerk der vrouwen zijn zoowat de zaken, die 
men koopen kan. Kanarievogels , die bijna elk stede- 
ling onder de eilanders er op nahoudt, kosten in Las 
Palmas evenveel als in Engeland. 

TenerifEe is het grootste der Canarische eilanden 
en vooral beroemd om zijn verheven puntberg, dien men 
al op geruimen afstand in zee bespeuren kan. Bij de 
aankomst voor de hoof dstad , Santa Cruz, ziet men links 
het vierkante fort St. Philip. Een korte wandeling, 
langs eenige pakhuizen, tolkantoren en koffiehuizen, 
brengt den vreemdeling naar het voornaamste plein der 
plaats, de Plaza de la Constitucion. De straten van 





o^£\P. 





/ 



30 Naar Zuidr Afrika met 



Santa Cruz maken een somberen indruk, doordien de 
vensters der huizen in de onderste verdieping klein en 
voorzien zijn van zware ijzeren bonten. De donkere 
steen , waaruit de gebouwen opgetrokken zijn , draagt 
tot die somberheid het zijne bij. Santa Cruz heeft een 
druk bezochten openbaren tuin, en de hoofdkerk is be- 
zienswaardig , althans voor Engelschen , die daarin ten- 
toongesteld zullen vinden twee kleine bootvlaggen, aan 
land gespoeld na den zeestrijd , gedurende welken de 
groote Nelson zijn arm verloor. De u rond voerende 
gids zal u vertellen , dat men de waarde van meneer 
Nelson als zeeheld sterk overdreven heeft , want de 
dappere, ei landelijke militie kon met gemak over hem 
zegepralen en hem deze tropeeëu afnemen. De naam 
Teneriffe is ontleend aan twee woorden in den ouden 
tongval van Pal ma : thener (berg) en ife (wit). Dit 
doelt op de verschijning der Piek, als zij besneeuwd 
is. Haar hoogste spits heet La Kambleta en ligt 
11,680 voet boven den zeespiegel, maar de punt zelf 
is nog 512 voet hooger. De meeste beklimmers der 
Piek zijn Engelschen , die gidsen bij de bestijging mede- 
nemen. Wie interessante schilderingen dezer beklimming 
wil lezen , neme ter hand het boeiende werk van Majoor 
Ellis : West African Islands^ met zijn breedvoerige doch 
aangenaam gestelde hoofdstukken over de Canarische 
eilanden en de andere Westafrikaansche eilandgroepen, 
of de prettige leisindrnkken van wijlen Lady Brassey. 
Boven op do Piek geniet men een verrukkelijk pano- 
rama over de geheele eilandzee. Men heeft er een 
140 yards langen en 110 yards breeden krater. In de 
jaren 1704 — 1705 werd het eiland door geduchte aard- 
schokken geteisterd. Een groot aantal nieuwe vulkanen 









de Caatle-Lijn, 31 



kwamen toen in uitbarsting en braakten vuurstroomen 
uit , die bliksemsnel gelijk stortbeken langs de glooiingen 
voortrolden. 

St. Sebastian biedt een goed beschntte haven en is 
de hoofdplaats van Gomera, dat vijftien mijlen van 
Teneriffe afligt. 



ANDERE RUSTPUNTEN. 

Na de Cauarische eilanden achter zich te hebben 
gelaten, ontwaart de reiziger naar Kaapstad weldra 
Kaap Verde , of de Groene Kaap, het Westelijkste punt 
van Afrika. Geschiedt de tocht er langs gedurende 
den nacht , zoo kan hy een wit licht zien , dat alle 
halve minuten verschijnt, en tevens een onbewegelijk 
rood licht. Van land waait somwijlen een witte stof, 
vele honderden mijlen ver, over de voorbijgaande sche- 
pen , die ook , bij storm weder, vaak tot schuilplaats 
dienen voor talrijke, uitgeputte vogelen. De, voor Euro- 
peanen schier onbewoonbare , Fransche eilanden Goree 
en Dacar liggen in de buurt van Kaap Verde. Goree 
is slechts driekwart mijl lang en één kwart mijl breed. 
De citadel, met een tamelijk sterke bezetting, is her- 
haaldelijk in Britsche handen geweest. De Kaap Ver- 
dische eilanden, die aan Portugal toebehooren, zijn 
van de stoomboot niet zichtbaar. De voornaamsten dezer 
eilanden heeten St. Vincent, San Antonio, Santa Luzia, 
St. Nicolas , Isle de Sal, Boavista, Mayo, Santiago, 
Fogo en Brava. De zetel der Regeering bevindt zich 
op Santiago. Fogo heeft een 9,157 voet hoogen vulkaan. 
De voornaamste haven van het onvruchtbare eiland St. 
Vincent, dat met de buitenwereld in telegrafische ge- 






82 Naar Zuid- Afrika met 



meenschap staat, gelijk Gran Canaria, is Porto Grande. 
Naar beweerd wordt, zou de kleiaarde op Santiago 
goudhoudend wezen. De inboorlingen op San Antonio 
praten van een nitgebranden vulkaan , waarvan de kra- 
ter een onmetelijke diepte zou hebben. Fernando Po , 
St. Thomas en de Isles de Los zijn de andere eilanden, 
die men' langs komt, eer men de Evennachtslijn bereikt. 
De Clarence-berg op Fernando Po, 1200 voet hoog, 
maakt een grootschen indruk. De Spar jaarden gebruiken 
het eiland voornamelijk als verbanningsoord voor hun 
politieke gevangenen, ofschoon het zeer vruchtbaar is. 
De verbitterde strijd in 1813, tnsschen het Engelsche 
krijgsfregat Amelia met 38 en het Fransche oorlogsfregat 
Aréthuse met 40 stukken, had plaats nabij de Isles de 
Los. Naar mate wij de regioenen der passaatwinden 
doorkomen, wordt het heeter. Het passeeren der Even- 
nachtslijn gaat tegenwoordig met minder opgewonden- 
heid gepaard dan weleer. Maar voor de onervaren rei- 
zigers plaatst men nog een touwtje in een telescoop , 
laat hen er doorkijken, en verzekert hen dan, dat die 
lijn de Equator is. Het leven aan boord der mailboot 
is echter gaandeweg zeer aangenaam geworden. Zij, 
die de rustigste der rusten willen genieten , mogen 
haar deelachtig worden zóó veel zij slechts verlangen. 
Anderen kunnen genot , afleiding en vermaak vinden in 
gezelschapsspelen , danspartijen en liefheb berij-tooneel- 
voorstellingen , die elkaar onafgebroken volgen. Dra 
laten wij het anker vallen voor St. Helena, alwaar 
reizigers , die naar Ascension willen gaan , op de mail- 
boot moeten wachten , welke , op weg naar Engeland , 
genoemd eiland aandoet. 







de Oastle-Li^n. 33 



ST. HBLENA. 

Dit eiland zal yoornamelgk ieders aandacht boeien als 
de plek, waar de groote Napoleon zyn laatste levens- 
jaren in ballingschap eindigde, en waar allereerst zijn 
stofEelijk overschot begraven lag. Het eiland ligt op 51 gr. , 
56 min. , 41 sec. Z. B. en 5 gr., 40 min. , 28 sec. W. L. , 
en werd in 1501 door de Portngeezen ontdekt. Thans 
dient het den Engelschen als een militair dépót. De 
Hollanders trachtten in de zeventiende eenw te vergeefs 
zich er neer te zetten. In 1668 droegen zij het formeel 
aan Engeland over. Den naam ontleent het aan de 
omstandigheid, dat het ontdekt werd op den 21»*®'^ Mei, 
den geboortedag van Helena, echtgenoote van Con- 
stantijn en moeder van Constantijn den Groote. James- 
town, de hoofdstad, is klein, want het beslaat slechts 
de engte van een nauw ravijn, dat één straat vormt 
en pas bespeurd kan worden, wanneer de mailboot in 
de nabijheid der steile, het eiland omzoomende, rots- 
bergen gekomen is. Napoleon zette hier den IS^en 
October 1815 voet aan wal. Hij overleed te Longwood 
op 5 Mei 1821. Het huis , waar hij woonde en stierf, 
ligt zes Eng. mijlen van Jamestown verwgderd. Langs 
een steilea weg kan men het binnen een nur, te paard, 
bereiken. Het omhekte graf van den grooten krijgsheld, 
waarover een Fransch sergeant de wacht hondt, bevindt 
zich op een afstand van één mijl van Longwood. Wij 
allen weten , dat Napoleon*s gebeente in 1840 naar de 
Invaliden te Parijs overgebracht werd. Als curiositeiten 
van St. Helena kan men koopen en medenemen : vogels , 
veeren en ebbenhouten wandelstokken. Men hoede zich 
voor „echte" souvenirs van den grooten Nap. ! 




l5* 






ftrNc 








34 Naar Zuid-Afrika met 



ASCENSION. 

Dit dorre, zwak bevolkte, eiland dankt zijn faam voor- 
namelijk aan de keur van fijne schildpadden, die men 
er vindt. Het werd ontdekt op Hemelvaartsdag van 
het jaar 1501 {Ascension), door den zelfden Portugeeschen 
zeevaarder, die St. Helena het eerst aanschouwde. Het ligt 
850 E. mijlen ten Noordwesten van laatstgenoemd eiland 
en wordt, als militair dépót der Engelschen, wel eens 
schertsenderwijze „Harer Majesteit's oorlogsschip Ascen- 
sion" gedoopt. Metterdaad komt Ascension voor op de 
lijst van Britsche oorlogsschepen als een soort van toe- 
voegsel van Harer Majesteit's oorlogsschip Flora, George- 
town heet de plaats, waar een klein garnizoen gedoemd 
is verblijf te honden. Ue vrouw van Dr. Gill, den 
astronoom der Kaapkolonie , heeft ons een prettig ge- 
schreven boek gegeven, onder den titel van Six months 
in Ascension, 



KAAPSTAD. 



Nog eenige dagen stoomens, en wij aanschouwen het 
vasteland van Zuid-Afrika. Alvorens het te genaken, 
varen wij het eiland Dassen langs, en komen vervolgens 
aan het eiland Bobben, met zijn vast torenlicht , dat men 
20 E. mijlen ver zien kan. Dit eiland wordt gebruikt 
als een kolonie voor leprozen en krankzinnigen. 

Lang vóór dat wij langzaam de dokken der Kaapstad 
instoomen, hebben wij haar zeer fraaie natuurlijke lig- 
ging al aanschouwd en bewonderd. De Tafelberg, die vol 
majesteit 3800 voet oprijst, vormt, in het statige gezel- 
schap van het Leeuwenhoofd , — een kleine „Arthur's 





de Castle-Lijn. 35 



Seat" — en de Duivelspiek, een indrukwekkend schoenen 
achtergrond voor de schilderachtige stad, die zich aan 
zijn voet uitspreidt. Geen twintig dagen zyn verloopen, 
sedert wij Dartmouth vaarwel zeiden, en reeds wiegelt 
ons drijvend logement op de wateren der Tafelbaai, 
welke, in haar prachtigen halfkring, met recht de verge- 
lijking met de baai van Napels kan doorstaan. Wij zullen 
hier geen geschiedkundige beschrijving der Kaapkolonie 
beproeven.. Het onderwerp is te breed voor het kader van 
dit boekje. Wij hebben zooveel te beschrijven van het 
tegenwoordige Zuid- Afrika, dat wij de behandeling van 
het verleden moeten overlaten aan hen , die haar zoo goed 
verstaan. Hun namen hebben wij in onze inleiding ge- 
noemd en er rest ons nu enkel, de aandacht der lezers in 
het bijzonder te vestigen op de geschiedkundige kijkjes 
op Zuid- Afrika, in den oudsten en in den jongeren tijd, 
welke de fijn versneden en oordeelkundig bestierde pen 
des heeren John Noble ons veroorloofd heeft. 

Alvorens de reiziger naar het binnenland vertrekt, 
zal hij de merkwaardigheden van Kaapstad en haar 
voorsteden willen bezichtigen. Plaatselijke handboeken 
zullen hem hierin kunnen voorlichten. Wij zullen ons 
thans bepalen tot enkele bijzonderheden, nopens de hoofd- 
stad der 230 jaren geleden gestichte Kaapkolonie, en wel 
aan de hand van den alleszins bevoegden heer Noble. 

De HoUandsche grondleggers der Kaapstad hebben 
haar met wiskunstige nauwgezetheid in pleinen en 
straten verdeeld. De voornaamste verkeerswegen loopen 
evenwijdig met elkaar, van den berg naar de zee. 
Zijstraten van een mindere breedte snijden hen recht- 
hoekig. De centrale hoofdstraat is de Adderley-street, 
vroeger de Heerengracht genoemd. Links daarvan zien 



w ^ 

36 Naar Zuid-Afrika met 



wij de stationsgebouwen van den spoorweg, de Benrs 
en het Leesmasenm , het monamentale gebouw der 
Standard Bank, en, verder, de ruime Hollandsche Her- 
vormde kerk, met haar curieusen, oud-Vlaamschen toren, 
waarop een vaantje. Rechts heeft men de tallooze 
pakhuizen der kooplieden, de Bank der Kaap de Goede 
Hoop, andere magazijnen, kantoren en winkels. Som- 
migen der laataten zijn groote gebouwen, met een indruk- 
makend uiterl^'k en spiegelruiten, kortom met den aan- 
trekkelgken st^'l der hedendaagsche bouwkunde. De St. 
George's-street, dicht bij do Adderley-street, is mede 
een fraaie en breede verkeersweg, waarin men zal aan- 
treffen het Postkantoor, de City-club, de kantoren der 
Zuid-Afrikaansche Bank, der BanJc of Africa, der Union 
Bank, der Cape Times en andere bladen. De hoofdkerk 
van St. George, met haar Griekschen gevel en haar 
sierlyken toren, staat aan het uiteirde der straat. 
Be west en deze centrale verkeerswegen loopen de Loop- 
straat, de Burgstraat en de Breestraat. Hier staan nog 
de ouderwetsche woningen der oud- Hollandsche kolo- 
nisten. Zij zijn hoog en ruim, en hebben allen platte 
daken, massief witte kalkgevels, talrijke vensters met 
kleine ruiten, en stoepen, die, van de straat, toegang tot 
het binnenhuis verschaffen. Achter deze huizen heeft men 
veelal kleine tuinen of hoven, met wingerden versierd. 
De Oostzijde der stad, betrekkelyk nieuw en bewoond 
door de Engelsche kolonisten, bezit ook een eigenaardigen 
stempel. Hier volgen lange rijen van landhuizen in den 
cottage'Sti}\ en villas, die, met haar leien daken en tuin- 
tjes, ook voor villas willen doorgaan, een steeds ver- 
meerderende bevolking over het geheele Tafoldal, naar 
de voorsteden Woodsfcook, Maitland en Mowbray. 







1 




^{1 


V\ 




•«6 


) ^^st 




ff 


1 ^ 


%^ 







de Castle-Lyn. 87 



De StaatstniDen, b^' het niteinde der Adderlej-street, 
Tervnllen de rol van een openbaar park. De middenlaan 
loopt door de rijen van oude prachteiken, over een 
afstand van bijkans een m^'1. Hier komen de burgers 
zich vermeien onder het vriendelijke lommer der boomen. 
Dicht bij den ingang dezer heerlijke laan, staan het 
Parlementsgebouw, de Bibliotheek en het Museum. In 
de naburige New-street vindt men, tegenover den 
Plantentuin, de Gallerij der Schoone Kunsten. De 
Plantentuin is slechts veertien acres groot, smaakvol 
aangelegd met grasperken, heestergroepen en fraaie 
kassen, doch daarentegen is hij rijk te noemen. Hij 
bevat ruim 8000 verschillende boom- en plantensoorten 
en zeldzame exotische gewassen , alsook proeven der 
inheemsche flora. Aan den Plantentuin is een herba- 
rium verbonden, waar de student een uitgebreide verza- 
meling van Kaapsche planten, welker echtheid gewaar- 
merkt is door Harvey, Sonder en andere deskundigen, 
tot zyn beschikking heeft. 

Links van den Plantentuin, met een ingang voor het pu- 
bliek aan het uiteinde der Grave-street, staat het „Govern- 
ment House'*, de officieele residentie van den vertegen- 
woordiger Harer Majesteit in de Kaapkolonie. Het is 
een log, in trant onregelmatig opgetrokken gebouw, 
dat, door de ambtenaren der Hollandsche Compagnie, 
meer dan 150 jaren geleden aangevangen werd, doch 
sedert herhaaldelijk omgebouwd en vernieuwd is. De 
aiidere openbare gebouwen, door de onderscheiden hoofd- 
departementen van den burgerlijken dienst ingenomen, 
vormen, met de gerechtshoven, een massieven vierhoek 
met platten gevel, die, van het ééne uiteinde der Grave- 
street naar de Adderley-street loopt. Hier zijn vereenigd 






\ 





38 Naar Zuid-Afrika met 



de kantoren der Thesaurie, der Rekenkamer, der Akten- 
registers, der Landmeting, des Advocaat- Generaals, der 
gewone en der opperrechters. 

Verreweg het fraaiste openbare gebouw in Kaapstad 
is echter het Parlementsgebouw, dat een indrukwekkend 
en bouwkundig fraai geheel uitmaakt, tusschen de laan 
van den Plantentuin en de Grrave-street. Het werd ver- 
leden jaar voltooid en in dienst ger.teld. De voornaamste 
voorgevel, die tegenover de Grave-street, meet in de 
lengte 264 voet. Door een poortgewelf, in het midden, 
komt men aan het groote portaal , toegang gevende 
tnt de twee vergaderzalen en de getorende zij vertrekken. 
Het poortgewelf heeft reusachtige afmetingen. Een 
fraaie trap van graniet loopt langs drie zijden er van. 
Pilaargroepen met Corinthische kapiteelen, koepels en 
sierlyke ventilators tooien de zij vertrekken. De onderste 
verdieping is geheel en al uit Paarl-graniet gebouwd, 
en vormt derhalve een uiterst hechten grondslag voor 
den bovenbouw in rooden baksteen. De zuilen en 
vensterversieringen in Portland-cement maken, met het 
overige, een zeer aangenamen indruk. De stoffeeriug en de 
inrichtingen van binnen, voor de leden der twee takken 
der Volksvertegenwoordiging, zijn even volledig als smaak- 
vol en gerief el ijk. Buiten de vergaderzalen, elk 67 voet 
lang en 36 voet breed, dus slechts tien voet minder 
in lengte en breedte dan het Engelsche Huis der Ge- 
meenten, is een fraaie, ruime hal, met marmerzuilen 
en mozaïekvloer. Dit is de groote vestibule of lohhy. 
De Parlementsboekerij belendt daaraan — een schoone 
zaal, 53 voet lang en 32 voet breed, met boven elkaar 
geplaatste galeryen, die tot aan den nok van het ge- 
bouw loopen. Voor den President, den Speaker en 









de Castle-Lijn, 39 



de beambten, zijn er een aantal spreek- en vergader- 
lokalen, terwijl in de overige behoeften der volks- 
vertegenwoordigers voorzien is door koffiekamers , 
eetzalen, rookkamers en biljartzalen. Het publiek is 
ook niet over het hoofd gezien. Dames hebben haar 
eigen tribune, gelijk de strangers, de „hooge bezoekers", 
de vertegenwoordigers der pers de hunnen. Alles is op 
groote schaal ingericht. Voor de verlichting bij avond 
is er gas en ook electrisch licht. Het Volkshuis is 
voorzien van smaakvolle gloeilampen naar het stelsel 
van Edison, welke in convolvulusvormige glazen bollen 
van gepolijst- koperen pendanten neerhangen. Het eerste 
Departement van Staat, dat van den Colonial Secretary, 
of minister van binnenlandsche zaken, is in de benedenste 
verdieping gevestigd en hieronder vindt men de 
brandvrije gewelven, waarin geborgen zijn de parle- 
mentaire bescheiden, mitsgaders de archieven der Kaap- 
kolonie. Het geheele gebouw, met den grond en het 
meubilair, — dit laatste geleverd door de firma Gillow 
te Londen — heeft £ 220,000 gekost. Architect was 
de heer H. S. Greaves, bouwmeester van het Departe- 
ment van openbare werken der Kaapkolonie. De heeren 
Buil and Sons, Southampton, waren de aannemers. 

Ook het hoofdkantoor der voornaamste bankinstelling 
aan de Kaap : de Standard Bank of British South Africa, be- 
hoort tot de indrukwekkend fraaie gebouwen der stad. Het 
ligt op den hoek der Adderlev-street en der Darling-street. 

Het hoofdkwartier van den opperbevelhebber, alsook van 
zijn generaleu staf, is gevestigd in het Kasteel, een curieus 
staaltje van den citadelstijl in den goeden ouden tijd. Het 
is vijf hoekig en heeft bolwerken, glacis, grachten , poort, 
ophaalbrug, en al de overige elementen der oude vesting- 




werken. Keeds io 1672 werd dit kasteel ontworpen en 
begonnen, terwijl de klok in den toren der poort het 
jaartal 1697 draagt, maar de bestaande zalen, kamers en 
inrichtingen schyncn grootendeels tusschen de jaren 1780 
en 1785 te zijn gemaakt of vernieuwd. Benige jaren 
geleden werd het Kasteel door de Engelsche regeering 
aan de Kaapsche te koop aangeboden. Als vestingwerk 
heeft het natuurlijk weinig waarde en de plaats, die 
het inneemt , zon men beter kunnen gebruiken , om de 
stad te Terbeteren en te verfraaien. Voor de troepen 
is er ruimte genoeg in de groote kazerne van het 
Caledon-square , of in het gezonde kamp te Wijnberg. 
Vergeten wij niet, dat Kaapstad een goeden schouw- 
burg bezit. 

Een ander overblijfsel uit den ouden tijd is het Stad- 
huis in Green market-sqa are, waar de Burgemeester en 
de Baad de gemeentezaken beheeren. Het Stadhuis, 
is een eenvoudig, maar tevens een massief gebouw, 
waarin de zalen en kantoren luchtig en ruim zijn. 

Kaapstad is voorzien van goed drinkwater en heeft een 
voortreffelijke gasverlichting. Met een nieuwe bestrating 
en met het rioolstelsel wordt flink voorgang gemaakt. 
Beiden zullen, wanneer zij voltooid zijn, veel bijdragen tot 
een verbeterden sanitairen toestand. De middelen van 
vervoer zijn omnibussen, tramwagens en h uurrijtuigen. 

Op de ruime markten vindt men doorgaans een flinken 
voorraad visch, fruit en groenten. Openbare veilingen 
van producten, wol, veeren, enz. vinden wekelyks 
plaats. De „parade- veilingen*' behooren tot de curiosi- 
teiten der Kaapstad. Hier worden de meest uiteenloo- 
pende artikelen onder den hamer gebracht : beurtelings 
land, aandeden in ondernemingen, vee, horens, wilde- 









de Castle-Lyn. 41 



beestenvellen , voertuig, meubilair en gedragen kleeren. 
Scharen van burgers en buitenlui wonen deze geïmpro- 
viseerde veilingen bij , hetzij als koopers, of bloot als 
nieuwsgierigen. 

De omstreken van Kaapstad zijn allerliefst. Met 
de tram gaat men naar Green Point en Sea Point, 
voorsteden, die aan zee gelegen zijn. Hier kunt g^' 
dus, ieder oogenblik van den dag, na de blakende 
hitte en de stoffige straten der stad te hebben ver- 
laten, verademing en verkoeling vinden bij de aardige 
villas aan het strand , in de verkwikkende zee bries , die 
u tegenruischt over de prachtige Bothany- of de Campbaai. 
Doch de volkrijkste en tevens deftigste voorsteden zijn 
Rondebosch , Camp Ground, Newlands, Claremont en 
Wynberg , beoosten den Tafelberg. De kooplieden en 
de beambten hebben hier, te midden der lommerrijke 
groepen eiken , populieren , sparren en gomboomen , hun 
geliefkoosde buitenverblijven. En hun keuze in alleszins 
verklaarbaar. Vooreerst is het er 's zomers veel koeler. 
Te Wijnberg noteert de thermometer wel tien graden lager 
dan te Kaapstad ; dit staat in verband met de hoogere 
ligging, welke Wijnberg blootstelt aan de Zuidenwinden, 

Zij , die gesteld zijn op nóg grootere afwisseling in 
luchtgesteldheid en landschap, kunnen de stranden van 
Muizenberg en de warme wateren der Kalkbaai bezoeken, 
laatstgenoemden dan met den thans voltooiden spoorweg. 
Iedereen, die daarvan gebruik maken mocht, zal bekoord 
worden door de groene lanen tusschen Mowbray , Rose- 
bank en Claremont , de schilderachtige bosch- en rots- 
landschappen boven Rondebosch en Newlands, en de 
koele grasvlakten , welke zich uitstrekken van Kenil- 
worth tot aan de heuvelen van Stellenbosch. 




De rit langs den straatweg in de zelfde richting is 
zelfs nog bekoorlijker. Hij voert door de prachtige 
pijnen- en eikenlaan , welke van Mowbray rechtuit loopt, 
langs de dorpskerk en de boschjes van Rondebosch, 
langs de lommerrijke booragroepen van Newlands, de 
schaduwrijke hellingen van Protea , waar de bisschop 
van Kaapstad zijn residentie houdt ; over den heuvel van 
Wijnberg, dichtbegroeid met zilverpopulieren, naar 
Cogill's of Rathfelder's hoeven , naar de gastvrije wonin- 
gen en rijke wijnbergen van Constantia. Langs dezen 
straatweg is het afwisselende vérgezicht op heuvelen en 
dalen, bedekt met landhuizen , villas en cottages, waarvan 
sommigen verandas toon en ; dan weer op den heerlijken 
achtergrond der bergen , wel zoo liefelijk als men het in 
eenig gedeelte der Kaapkolonie te genieten krijgen kan. 
Een andere geliefkoosde rit voert langs de Oostkust, 
met haar steil oprijzende kapen en een ongeëvenaard 
panorama naar zee, waar twee wereldoceanen zich tot 
een onmetelyke watervlakte vereenigen. 

Op weg naar de Twaalf Apostelen — dus heeten eenige 
reusachtige kloven — rijden wij langs een gedeelte der 
verdedigingswerken , die Engeland te elfder ure laat 
oprichten. Hoort eens , wat Lord Carnarvon onlangs 
daarvan zeide in zijn pittig artikel in de Fortnightly 
Beview: „De Kaap in 1888." 

„Kaapstad is nog niet de r ijksveste, welke zij behoorde 
te wezen. Wij hebben duizenden ponden sterling weg- 
geworpen op Gibraltar, maar in onze verblinding heb- 
ben wij nog niet even zoo vele shillings aan de Kaap be- 
steed, en de sleutel onzer handelswegen naar het verre 
Oosten ligt open en bloot, zoo maar voor het wegne- 
men. Ziedaar de fout, de schande, waarvoor opvolgende 






de Castte- Lijn, 43 



Britsche regeeringen, haar tijd verkwistend met partij- 
krakeel en nonsens wetjes, de verantwoordelijkheid moeten 
dealen." 

Op dit oogenblik is de verdediging van Zuid- Afrika 
tegen de aanvallen van een nitheemsehen vijand geheel 
opgedragen aan Harer Majesteit's zeemacht in de Kaap- 
kolonie. Haar voornaamste station is te Simonsbaai , 
maar, in het plan eener rijksverdediging , speelt het 
gansche Schiereiland der Kaap een hoofdrol. Tafelbaai 
komt er in voor als één der gewichtigste stations voor 
schepen in de vaart, om kolen in te nemen. Haar droog- 
dok zou ook , bovenal in oorlogsty d , van groote waarde 
zijn voor welke zeemogendheid dan ook. In de jongste 
jaren zijn er groote sommen gelds uitgegeven ten behoeve 
dei' verdedigingswerken, zoowel aan de Tafelbaai als 
aan de Simonsbaai. Gelijk echter in een nuttig hand- 
boek: het Argus Annual, opgemerkt wordt, zyn die wer- 
ken nog op verre na niet als voltooid te beschouwen. Zij 
zullen evenwel een geduchte versterking ondergaan, ter- 
wijl de kosten verdeeld worden tusschen den Engelschen 
Staat en de Kaapkolonie. Op dit oogenblik zijn de hoofd- 
fortificatiën in de Tafelbaai deze ; Craig's-toren , met 
drie stukken; Fort Knokke, insgelijks met drie stukken; 
de batterij van Imhoff en het Kasteel , met 44 stukken ; 
de Amsterdamsche batterij , met twee stukken ; Fort 
Wynyard, met vier stukken; Fort Hercules ook met 
vier stukken. Houtsbaai krijgt eerlang eveneens eene 
batterij , die de landingplaats aan den inham zal bestre- 
ken. De werken aan de Simonsbaai bestaan uit de 
navolgenden: Noach's-ark-batterij , met vier stukken; de 
„Cemetery "-batterij , ook met vier stukken ; de Noord - 
batterij, Long Beach, met zes stukken, terwijl er een 




kanon van zwaar kaliber zal worden geplaatst op den 
zigzagsge wijze loopenden weg naar de Elsjiesbaai. Vóór 
het Admiraliteitsgebouw heeft men een batterijtje voor 
het salaeeren. 

Nu wij bezig zijn over dit onderwerp te schrijven, 
willen w^ eenige bijzonderheden meedeelen nopens de 
koloniale verdedigingswerken in het algemeen. Toen de 
Kaapkolonie een eigen verantwoordelijke regeering ver- 
kreeg, nam de Rijksregeering aan , dat z^', van dit oogen- 
blik af, niets meer te maken had met het in stand- 
houden eener kr^'gsmacht, om in het gebied der Kaap- 
kolonie de openbare orde te bewaren. Van lieverlede 
werden de regimenten der Rijkstroepen naar huis gezon- 
den. Thans vindt men zulke troepen enkel in het Kaap- 
sche Schiereiland. Daarentegen beschikt de Britsche 
Regeering over een sterke krygsmacht in Natal en Zoeloe- 
land. Ook bestaat er, sedert nu twee jaren, een ongeregelde 
krijgsmacht, onder het bevel van legerofficieren, in Britsch 
Bechuanenland en in het Protectoraat aan gene zijde 
er van. 

De linietroepen der Kaapkolonie zijn thans veel minder 
sterk dan tijdens en na de onlusten met de Kaffers aan 
de verschillende grenzen. Het regiment Kaapsch voet- 
volk, dat dienst deed als een bezetting der negerterri- 
toriën, is opgegaan in het korps der bereden Kaapsche 
fusiliers, hetwelk reeds in zich opgenomen had de 
Kaapsche veldartillerie. De Kaapsche Regeering onder- 
houdt thans geen andere staande legermacht, doch er 
zijn in de Kaapkolonie verschillende vrijwilligerskorp- 
sen opgericht. Zij worden bijeengehouden krachtens de 
tiende Parlementsakte van 1882, alsook krachtens de 
verordeningen, op grond dier wet, van tijd tot tyd ge- 









de Castle-L^n, 45 



maakt. In 1878 kwam er een ingrg pende wet tot 
stand, waarbg de samenstelling en de organisatie der 
Kaapsche bnrger-militie geregeld werden, maar door 
de vierde akte van 1884 werd de toepassing dier wet- 
geving feitelijk geschorst. De akte van 1884 bepaalt, 
dat de Gouverneur het opmaken van lysten der bur- 
ger-militie gelasten kan, wanneer hij 't goedvindt, en 
niet j a a r 1 ij k s , gelyk de vroegere wetgeving be- 
paalde. In de handhaving der krijgstucht, onder de 
troepen der Kaapkolonie te velde, vogrziet de elfde 
akte van 1880, welke ook de gewone bepalingen 
inhoudt nopens de schending dier krijgstucht. Politie, 
tot handhaving der rust en veiligheid onder de burgery , 
wordt aangesteld en in standgehouden krachtens de 
twaalfde akte van 1882. De onderhoorigen der politie 
(met uitzondering alleen van de commissarissen) hebben 
niet de vryheid om, zonder vergunning, dadelijk bun 
ontslag te nemen. Zij moeten het drie maanden van te 
voren vragen. Ook kunnen zij , te eeniger tijd, desvereischt 
in dienst gesteld en gehouden worden by de verdediging 
der Kaapkolonie. Op de begrooting van het loopende 
dienstjaar staan de kosten dier verdediging uitgetrokken 
tot een beloop van £ 131,424. Hierin was begrepen : 
voor departementale onkosten, £ 8455 ; voor de bereden 
Kaapsche fusiliers, £ 104,375; en voor de vrijwilligers 
£ 18,594. In de diverse uitgaven van dit Departement 
zijn begrepen £ 1000 , als uitkeering aan de verschillende 
scherpschuttersvereenigingen , en £200, als prijzen bij 
schiet wedstrijden in de Kaapkolonie. De politie der Kaap- 
kolonie kost £ 99,250 's jaars. De loonen en wedden 
der plaatselijke politiekorpsen zijn hierin niet begrepen. 
Met betrekking tot de voornaamste dokinrichtingen 






46 Naar Zuid-Afrika met 



der Kaapstad, knnnen wij hier nog mededeelen , dat 
nagenoeg £ 2,000,000 ten koste is gelegd aan de ver- 
schillende Kaapsche havenwerken. 

De gebleken noodzakelijkheid, om de ankerplaatsen der 
Tafel baai te beschntten tegen de verderfelijke stormen 
nit het Noorden en Noordwesten , waaraan zij was 
blootgesteld, had, op verschillende tijdstippen , gevoerd 
tot het ontwerpen van plannen , ten einde daarin te 
voorzien. Znlks had, in verband met de toenemende be- 
hoefte aan dokken, ten gevolge, dat in 1860 een Haven- 
bestunr der Tafelbaai benoemd werd. Dit bestuur 
heeft zich later vereenigd met de plannen van Sir John 
Goode, als zijnde de besten voor Kaapstad, onder de 
bestaande omstandigheden. 

Allereerst heeft men, van het strand, een havendam 
in Noordoostelijke lichting aangelegd. Blokken steen 
van verschillende grootte, gehouwen uic de steengroeven, 
welke gedeeltelijk innemen de plaats der oude batterij 
van Chavonne, zijn daarbij te pas gekomen. De eerste 
wagenvracht dezer steenen is den 7^^^ Juli 1860 door 
Z. K. H. Prins Alfred te vereischter plaatse gestort. 
Terwijl men bezig was den havendam te maken, is er 
besloten, om de allengs uitgeholde steengroeven in een 
bassin te veranderen, waartoe de vorm er van een 
wijziging ondergaan heeft. 

De havendam was, in Juli 1868 , ter lengte van 1870 
voet, tot een diepte van 5^ vaam water, voltooid. Hij 
leverde inderdaad een goede beschutting op voor een 
deel der ankerplaatsen, voor het dok en de buitenste 
havenwerken. Dezen werden gevormd door het Alf red- 
dok, zynde het binnenste bekken , groot 8^ acres , en door 
het buitenste bekken, hetwelk een bijzondere beschutting 









de Casth'L^n, 47 



vindt in een havenhoofd, dat, van de Zuidz^'de des 
havendams, op een afstand van 970 voet van de 
plek waar hy aanvangt, 610 voet ver in zee, is uit- 
gebouwd. 

Deze werken werden op 20 November 1869 voor het 
verkeer geopend, terwyl de plechtige inwyding plaats 
vond den Uden JqH 1870, in de tegenwoordigheid van 
Z. K. H. Prins Alfred. Nog alvorens zulks geschied 
was, had het Havenbestuur van de heeren De Pass & Co. 
gekocht hun Talent Slip, die vervolgens naar de Zuid- 
zijde van het Alfred-dok werd overgebracht. 

Nog ontbrak de gelegenheid, om grootere zeeschepen 
te herstellen. Ten einde hierin te voorzien, werden er met 
de Engelsche Admiraliteit financieele schikkingen ge- 
troffen , waardoor zij bijdragen zou in de kosten van een 
groot droogdok van voldoende afmetingen, voor het op- 
nemen van het grootste Engelsche oorlogsschip, dat ver- 
moed worden kon de Kaap te zullen aandoen. Sir 
John Coode ontwierp de noodige plannen, welke door 
het Britsche Gouvernement goedgekeurd werden. Daarop 
ontstonden nochtans moeiel ij kheden aangaande de geld- 
quaestie en zekere beperkingen in het prioriteitsrecht 
der regeeringen. Onder deze omstandigheden, nam het 

i Havenbestuur op zich, het dok uit eigen middelen te 

I bekostigen. Terwijl de bouw voortschreed, onderging 
zijn omvang in de lengte nog een vergrooting met 
honderd voet. 

i Dit dok, geheel uit graniet gebouwd, afkomstig van 

De Paarl, dat 36 mijlen van Kaapstad verwijderd ligt, 
kan gerust de vergelijking met éénige andere dokinrich- 

j ting ter wereld doorstaan. De grondsteen werd, op 24 
Augustus 1867, gelegd door Z. K. H. Prins Alfred, en 

li ..- -^, 







48 Naar Zuid- Afrika met 



het dok plechtig ingewyd op 20 October 1882 , door 
Zyn Excellentie den Gouverneur , Sir Hercules Robinson , 
naar wien het gedoopt is. 

Sedert zijn voltooiing hebben schepen, die hersteld 
of schoongemaakt moesten worden , een druk gebruik 
er van gemaakt. Tusschen den 4A^to. en den 5<ien No- 
vember 1885, werd het schroefstoomschip öopttc, van de 
White Star-lijn, groot 4448 ton en lang 438 voet, daarin 
opgenomen. Het had één der bladen zyner schroef ver- 
loren. Het dokken, aanbrengen van een nieuw blad en 
het ontdokken duurden te gader slechts 24 uren. 

Terwijl men bezig was met den bouw van het droog- 
dok, heeft men 500 voet lange en 68 voet breede houten 
steigers aangelegd, die, op een afstand van 1630 voet, 
van het begin gerekend, van het havenhoofd uitloopen. 
Hier worden de groote stoomers, welke zich op weg 
bevinden van Engeland naar Australië en Nieuw-Zeeland, 
en kolen wenschen in te nemen , vastgelegd. Het water 
heeft hier een diepte van 28 voet en het is gebeurd, 
dat een stoomschip 1300 ton kolen ingenomen heeft 
binnen den ongelooflijk korten tyd van 12 uren. Een 
600 voet lange kade, die evenwijdig loopt met den 
havendam, vormt, tusschen dezen en het havenhoofd 
voornoemd, de Oostelijke afsluiting van het buitenste 
bekken. 

De voortdurende ontwikkeling des handels iu de Kaap- 
stad, maakte een daaraan geëvenredigde verdere uitbreiding 
harer haveninrichtingen gewenscht, waartoe Sir John 
Goode dan ook de noodige plannen in gereedheid bracht, 
welke plannen de goedkeuring mochten verwerven. 
Dit geschiedde in 1880. Om de nieuwe werken te be- 
veiligen, en om aan de gelegenheid tot ankeren de 







de Gastle-L^n. 49 



noodige uitbreiding te geven, werd er besloten, den 
ha vendam te verlengen. 

Nadat die verlenging de bekrachtiging der Volks- 
vertegenwoordiging had verkregen, werd daarmee een aan- 
vang gemaakt. De dijk zal in het geheel 1700 voet 
langer worden gemaakt, in de zelfde Noordoostelijke 
richting , tot men een waterdiepte van 7^ vademen zal 
bereikt hebben. Op dit oogenblik heeft men 660 voet 
der verlenging voltooid en arbeidt men onafgebroken 
er aan voort. Reeds is de ha vendam afgebouwd tot 
een afstand van 2530 voet in zee, hetgeen aan schepen 
een sterk vermeerderd getal ankerplaatsen in de Tafel- 
baai verschaft. 

De verlenging is bijkans tot op de helft voltooid en, 
naar mate de werkzaamheden vorderen , wordt ook de 
geheele beschutte oppervlakte water binnen de kromming 
van don havendam grooter, doch de vergrooting neemt 
thans natuurlijk met eiken voet , die klaar komt , veel 
sneller toe dan aanvankelijk. Overeenkomstig het oorspron- 
kelijke plan wordt er aan de steengroeven, waaruit het 
bouwmateriaal voor den havendam gehaald wordt, zoo- 
danigen vorm gegeven , dat zij , met betrekkelijk ge- 
ringe onkosten, in een nieuw bassin van 8 acres kunnen 
worden herschapen. Dit dok zou, bij laag water, ten 
minste een diepte krijgen van 27 voet. Zoo het ge- 
maakt werd, zou de ingang komen aan de Westkade, 
bezuiden den ingang van het droogdok. 

Het op 2 Februari 1883 door Sir John Goode inge- 
diende plan van een buitenhaven , ter grootte van 62 
acres , is ook goedgekeurd, en de werken worden thans 
uitgevoerd in nauw verband daarmede. Met den Zuider- 
dam , die evenwijdig met den havendam loopen zal , op 






50 Naar Zuid-Afrika met 



een afstand van 1650 voet ten Zniden daarvan, zal 
eerlang een aanvang worden gemaakt. Deze dijk zal 
de kade , tusscben den havendam en het havenhoofd , 
beschutten tegen de windvlagen en zeeën uit het Zuid- 
oosten , waardoor de veilige aanlegplaatsen voor schepen 
zullen vermeerderd worden. 

Al deze dokinrichtingen worden doeltreffend verlicht 
door boog- en gloeilampen naar het Engelsch-Ameri- 
kaansche stelsel van „Brush." Ook heeft men er een 
goed georganiseerde brandweer met volledige blusch- 
middelen. Drinkwater is even overvloedig als uitmun- 
tend. Aan boord der schepen wordt het bezorgd voor drie 
shillings de ton. Met de vermeerdering van het haven- 
verkeer, zyn de dok- en havengelden aanzienlijk verlaagd. 



DB KAAPSOHB SPOORWEGEN. 

Het getal mijlen der Kaapsche staatsspoorwegen , 
thans voor het verkeer geopend, beloopt 1599. Zij 
werden aangekocht, of voor eigen rekening gebouwd. 
De gezamenlijke uitgaven hebben £ 13,407,385 bedragen. 
Ziehier een overzicht der verschillende hoofd- en zijlijnen : 

Westernet. 

Mijlen. Totaalgetal 
mijleii. 

Dokstation Kaapstad — Kimberley 648 

Zijlyn naar Stellenbosch 26 

Zijlijn naar Malmesburj 29 

Lyn Zontrivier — Kalkbaai 15 

— -- 718 



a'^b 





1 

de Castle-L^n, 51 



Middenlandsch Net. 



Mijlen. Totaalgetal 
Mijlen. 

718 



Lijn Port Elizabeth — De Aar-junction ... 338 

Lijn Naauw poort — Colesberg 38 

Lijn Zwartkops — Graaf Reinet 178 

Lijn Micedale — Grahamstown 35 

589 

Oosternet. 

Lijn Dokstation East London — Aliwal 

North 282 

Lijn Blaney — Kins: Wüliam's Town 10 

^ '^ "^ 292 

Totaal generaal 1599 

De spoorbreedte (tusscben de rails) is allerwege de 
zelfde: 3 voet 6 duim (Eng.). Van Kaapstad naar Wijn- 
berg, en op de eerste zeven mijlen van de lijn Port 
Elisabeth — Uitenhage, heeft men dubbel spoor, elders 
overal enkel spour. De lijnen van het Western et loopcn 
over het algemeen in Noordoostelijke richting, met over- 
brugging der rivieren, die het land besproeien , en der 
tusschenliggende kloven. De bruggen zijn hier derhalve 
even talrijk als gewichtig. De lijnen van het Midden- 
landsch net loopen in een Noordelijke richting en volgen 
meerendeels de irrigatie-lijnen. Het hoofdkenmerk der 
Oostelijke lijnen bestaat in koene bochten en stijgingen. 

Nevens de Staatsspoorwegen heeft men andere spoor- 
wegen in de Kaapkolonie, door particuliere raaattschap- 
pijen aangelegd. Één er van, in het mijndistrict van 
Namaqualand, is gebouwd door de Cape Copper Mining 
Company, Hij wordt door muilezels bediend en loopt 
over een afstand van 92 Eng. mijlen, tusschen Port 
Nolloth en Ookiep. Een andere lijn verbindt Grahams- 






52 Naar Zuid-Afrika met 



town met Port Alfred. Voor dezen 43 mijlen langen 
spoorweg heeft echter de Staat, als subsidie in de bouw- 
kosten, bijgedragen tot een bedrag van £ 50,000. Het 
zelfde stelsel van geldelijken bijstand aan particuliere 
spoorwegondernemingen van openbaar nut, heeft de 
Kaapsche regeering gevolgd brj de ongeveer 40 mijlen 
lange lijn der Centraal Spoorwegmaatschappij, tusschen 
Worcester, Robertson en Roodewal. De genoemde 
maatschappy is nu bezig, dezen spoorweg af te bou- 
wen en voor de exploitatie gereed te maken. Van den 
Staat ontvangt zij daartoe een subsidie van £ 75,000. 
Op de zelfde wijze zal een maatschappij , die een lijn 
wil bouwen en uitrusten tusschen de Indwe en Imvani , 
aan het Oosterspoorwegnet, een schenking ontvangen 
van 1000 acres land en een subsidie in geld van £ 50,000. 
Voor de helft dezer som kan de maatschappij een land- 
schenking van 25,000 morgen ontvangen. In dit geval 
strekt de gouvernemenlshulp, om de waardevolle steen- 
koolmijnen aan de Indwe tot haar volle ontwikkeling 
te brengen. 

Spoorwegroutes naar de Kalkbaai over 

W ij n b e r g. 

Wij zullen nu de spoor wegl ij nen volgen tot haar 
eindstations en, onderweg, een vluchtigen blik werpen 
op de gewesten, die wij doorsporen. Ons biljet nemende 
voor Kalkbaai , over Wijnberg , passeeren wij eerst 
Woodstock en Zoutrivïer. Dan houden wij stil bij de 
navolgende stations : 

Observatory Road (3^ mijlen). — Koninklijk Ob- 
servatorium en drie oude Hollandsche forten. 






de CasÜe-Lhjn, oo 



Mowbray (4 mijlen). — Geliefkoosde voorstad der 
Kapenaars. De Kafferhoofden Cetywayo en Langali- 
balele werden hier geïnterneerd. 

Rosebank (4^ mylen). — Vele kerken en scholen, 
benevens goede woonhuizen. 

Rondebosch (5 mijlen). — Een geliefkoosde voor- 
stad. Hier bevindt zich een hoogere school. Vele 
bijzondere scholen. Hoogst vruchtbare bodem. 

New land 8 (6 mijlen). — Talrijke distilleerderijen en 
brouwerijen. Bekoorlijke plek voor pic-nics. Vele zil- 
verheesters. 

Claremont (6^ mijlen). — Woonplaats van zeer 
vele Maleiers. Moskee. 

Kenilworth {7\ mijlen). — Lokaal voor lezingen, 
concerten, enz. Goede woonhuizen. 

Wijnberg (8 mylen). — Verscheiden gerieflijke loge- 
menten. Vele fraaie villas. Geliefkoosde en zeer gezonde 
verblijfplaats der kolonisten en vreemdelingen. 

Plumstead (9 mijlen). — Naas tb ij gelegen station 
voor Constantia. 

Dieprivier (10 mijlen). — Flink logement. 

Retreat (12 mijlen). — Goed beschutte ligging bij 
de zeebaden. 

Muizenberg (16 mijlen). — Goede zeebaden. Twee 
comfortabele logementen. Veldslag tusschen de Engel - 
schen en Hollanders in 1796. 

Kalk baai (18 mijlen). — Eindstation en halte voor 
Swantown. Goede zeebaden. 

Naar Rtellenbosch en Malmesbury. 

Na Durban-road Junction in de richting van Mal- 
mesbury te hebben verlaten, komen wy allereerst te 



\ 






/ 



t 

f 



54 Naar Zuid-Afrika met 



Kraaif ontein , 19 mijlen van Kaapstad. Daarop volgen 
Klipheuvel (30 mijlen) en Kalabaskraal (40 mijlen). 
Men is hier midden onder de boeren. 

Malmesbury (49 mijlen) , met wonderbaarlijke 
zwavelbronnen , die door lijders aan rheumatiek druk 
bezocht worden. Jagers stappen hier uit, om hun tocht 
naar de Saldanhabaai over den straatweg te vervolgen. 
Malmesbury is het type van een Hollandsch dorp, het 
middenpunt van een gewichtig landbouwdistrict. 

Op de route van Durban-road naar Stellenbosch , 
passeert de spoorwegreiziger allereerst Kuilsrivier, 16 
mijlen van Kaapstad. Voor de stad worden hier groen- 
ten op groote schaal gekweekt. 

Eersterivier (21 mijlen). — Station voor West- 
Somerset, Caledon, Bredasdorp, West-Somerset Brand. 

Lynedoch (24| mijlen). — Halte. Belangrijke 
ooftkweekerij. 

Vredenberg (26 1 mijlen). — Halte. In het seizoen 
worden groenten en vruchten hier in het groot gekweekt. 

Stellenbosch (31 mijlen). — Gewichtig wijn- 
district, met een groote hoogere school. Vruchten 
worden ook hier in het groot gekweekt. Prachtig gelegen 
Hollandsch dorp, met ongeveer 4000 inwoners. 

Naar Kimberley (647 mijlen). 

De hoofdlijn der Westerspoorwegen doorloopt ten 
deele een zeer fraai landschap. De dagelijks naar de 
goud- en diamantvelden loopende trein vormt een sterk 
contrast met den ossenwagen van weleer, terwijl hy tevens 
een welsprekende getuigenis aflegt voor den grooten 
vooruitgang der Kaapkolonie. Eiken Vrijdag vertrekt 
een sneltrein uit Kaapstad naar Kimberley , voor 






de Castle-Lijn. 55 



reizigers der eerste klasse alleen, die £ 8:1:9 te be- 
talen hebben. Tweede klasse betaalt £ 5 : 7 : 10 en derde 
£ 2 : 13 : 11. Voor eten en slapen wordt onderweg gezorgd. 

Zou tri vier Junction (2 mijlen). — Werkplaatsen 
voor locomotieven en herstellingen aan het materieel. 

Maitland (4 mijlen). — Klein dorp. 

Dnrban-Road Junction (12 mijlen). — Ligt 
op een afstand van vijf mijlen van het dorp Durban- 
Road. Graandistrict. 

Klapmuts (29 mijlen). — De Kaapsche jachtclub 
maakt hier jacht op jakhalzen. 

Paarl (36 mijlen). — Zóó geheeten naar den 
vorm van zijn bergketen, die op een snoer paarlen 
gelijkt. Paarl levert het graniet voor de gebouwen der 
Kaapstad en is tevens een vermaard wijndistrict. Ver- 
scheiden industrieën bloeien in dit nijvere stadje. Men 
ziet om zich heen geheele reeksen van flinke boeren- 
woningen. 

Wellington (45 mijlen). — Stapelplaats van een 
landbouwdistrict. De straatweg naar den Oranje- Vrij- 
staat en Kimberley scheidt zich hier af van den spoorweg, 
om een omweg te volgen langs de bergketen van Tulbagh. 

Her m on (60 mijlen). — Kleine halte. 

Pike tb erg Boad (71 mijlen). — Postkarren rijden 
van hier op de Clanwilliam-districten. De Boschjesman- 
rots, in de Tulbaghkloof, is vermaard uithoofde der curi- 
euse wandteekeningen op de rotsen in de spelonk, door 
Boschjesmannen. 

Tulbagh Boad (75 mijlen). — Het station ligt 
drie mylen ver van de plaats. 

Ceres Boad (85 mylen). — Het groote district der 
wolwasscherij. De plaats ligt 9 mijlen verderop en een 






56 Naar Zuid- Afrika met 



postkar rijdt daarheeo. Hier in de buurt is het land- 
schap verrukkelijk. 

Breederivier (93 mijlen). — Goede jacht. 

Goudini Road (101 mijlen). — Een Duitsche ko- 
lonie ; warme mineraal waterbronnen. 

Worcester (109 mijlen). — Een opkomende stad 
in een zeer belangrijk district, dat nog belangrijker be- 
looft te worden. Hier heeft men insgelijks heete mine- 
raalwaterbronnen, op negen mijlen afstands van het sta- 
tion ; zeer doeltreffend tegen huidziekten. Goede jacht- 
groud en eertyds een vermaard jachtdistrict. 

Hexrivier (124 mijlen). — Het betreden der 
Karroe over de bergketen der Hexrivier verdient bo- 
venal des reizigers aandacht. Van de stad Worcester (780 
voet boven deze zeespiegel gelegen) loopt de spoorweg 
door de schoone vallei der Hexrivier en begint vervolgens, 
in bochten en zigzagsgewijze, de bergen te bestijgen 
langs de hellingen. Sommige heuvelkammen doorboort 
men met tunnels, en ravijnen overschrijdt men op 
viaducten. Aldus bereikt de locomotief eindelijk, na 36 
mijlen , een hoogte van 3193 voet. Van den top dezer 
hoogte heeft men een verrukkelijk uitzicht op het dal, 
dat 2000 voet lager ligt, en dan eerst beseft men hoe 
grootsch de arbeid was, dien de ingenieurs van den 
spoorweg te verrichten hadden. Over een afstand vnn 
twintig mijlen hadden zij met aanmerkelijke technische 
hinderpalen te* worstelen : steile hellingen (stijgingen van 
1 op 40 en 1 op 45), scherpe krommingen, koene uit- 
hou wingen in de rotsen, afgronden, die nauwelijks plaats 
lieten voor de ijzeren baan. Het hoogste punt wordt 
bereikt te Pieter Meintjes Fontein, op een afstand van 
77 mijlen van Worcester. waar de hoogte 3588 voet be- 









de Castle-Lyn. 57 



draagt, iets hooger derhalve dan de kruin van den 
Tafelberg. Dit oord is een waar jagersparadijs. Zij 
vinden er gevogelte en springbokken in overvloed. Hier 
groeien zeer fraaie palmboomen. 

Oost-Hexrivier (129 mijlen). — Het plaatsje 
ligt aan den voet van den berg. 

Tiiangle (145 mylen). — Krnin van den berg. 

Touwsrivier (160 mijlen). — Een aanbevelens- 
waardig gezondheidsoord voor herstellenden en tevens 
een flinke jacht. De Staatsspoorwegen hebben hier 
werkplaatsen en magazijnen. 

Constable (177 mijlen). — Klein station. 

Matjesfontein (195 mijlen). — Halteplaats voor 
de omliggende buurt. 

Buffelrivier (213 mijlen). — Handelaren hebben 
hier hun magazijnen en boeren hun schapeu fokkerijen. 
De spoorweg overschrijdt de rivier op een fraaie ijzeren 
brug van zes bogen, elk met een span van 100 voet. 

Grootfontei u (238 mijlen). — Kleine halteplaats. 

Prins Albert Road (265 mylen). — Het dorp zelf 
ligt op een afstand van 28 mijlen. 

Fraserburg Road (290 mijlen). — Het dorp zelf 
ligt op een afstand van 67^ mijlen. 

West Beaufort (339 mijlen). — Deze belangrijke 
plaats ligt 2778 voet boven den zeespiegel, aan do rivier 
de Gamka. Het Gouvernement heeft hier plantages. 
De beesten- en schapen markt is van groote betee- 
kenis. West Beaufort ligt schilderachtig, en het be- 
vat de gewone openbare gebouwen van een volkrijk 
centrum. 

Rhenosterkop (358 mijlen) en Nelspoort (371 
mijlen). — Kleine stations, gelijk ook 



\ 




Braakpoort (434 mijlen), Kichmond Koad (452 
mijlen), Deelfontein (471 mijlen) en Mijnfontein 
(482 mijlen). Vooraf passeerde men 

West Victoria Koad, waar het dorp zeven mylen 
van het station ligt. 

De Aar Junction (501 mijlen). — Een druk station. 
De lijn naar Port Elizabeth, dat 339 mijlen ver afligt, 
sluit zich hier aan by die naar Kimberley. 

Houtkraal (520 mijlen), Potfontein (533 mijlen), 
Pauwpan (544 mijlen) en Kr ank uil (556 mijlen), 
zijn kleine halten. 

Oranjerivier (570 mijlen). — De „Good Hope'*- 
brug voert over de Oranjerivier. Zy is een hecht en 
bevallig bouwwerk. Haar totale lengte bedraagt 1230 
voet , verdeeld over negen bogen , elk met een spanne 
van 130 voet, ongerekend de breedte der hoofden. De 
rails liggen 56 voet boven de oppervlakte des waters. 
De overspanningen wegen elk 95 ton, zoodat het ge- 
heele gevaarte 855 ton zwaar is. De hoofden werden 
in Juli 1884 begonnen, en tegelgkertyd legde men de 
grondslagen der pylers. Met de plaatsing der dragers 
werd in Juli 1885 een aanvang gemaakt, en , op 28 No- 
vember 1885, werd de brug voor het verkeer geopend. 
Haar kosten hadden, volgens raming, £ 60,000 be- 
loopen. 

Witteputs (581 mijlen), Belmont (591 mylen) , 
Graspan (600 mijlen), Honeynestkloof (610 mylen), 
Modderrivier (623 mij len) en Spijtfontein (633 
mijlen) zijn kleine halten, waar de meeste treinen slechte 
desgevorderd stilhouden. 

Beaconsfield (644 mijlen). — Een voorstad van 
Kimberley. 

jif 9k 



4' * 



* ' ' * 



c^C 




de Casile-L^H. o(^ 



KIMBERLET (647 mijleB^, 

De hoofdstad van het rijkste diamant m\JQeQdist riet 
der wereld ligt mim vier doisend voet boven de oppor* 
vlakte der zee. Van Kaapstad kan men haar met den 
spoorweg binnen dertig nren bereiken. Onse plaata- 
rnimte laat niet toe hier meer dan eenigo hoofd- 
cijfers en bijzonderheden, betreffende deze inderdaad merk- 
waardige plaats, die reeds in het bezit is van eloctrisoh 
licht, mede te deelen. 

Beschrijvingen van Kimberley on van do nitoi*8t 
belangwekkende diamantmij nenindastrie heeft mon al 
zóó vaak gelezen en zoovele boeken beholzcn mode- 
deelingen nopens beiden, dat wij hier mot het volgondo 
volstaan kunnen. 

Van 1867 af, toen de eerste diamant gevonden word, 
tot heden toe hebben de diamantvelden oen gestadig en 
enorm ontwikkelingsproces ondergaan. Thans vortogon- 
woordigt de jaarlijksche opbrengst der diamantmgnon 
te Kimberley een geldswaarde van vier k vijf millioen 
pond sterling. Voornamelijk worden de stoenen ge- 
vonden in de vier mgnen Kimberley, De Beors, Du- 
toitspan en Baltfontein. Een kring, drie-en-een-halro 
myl in doorsnede, zon alle vier mijnen, waarvan Kim- 
berley en de Beers de rijksten zgn, in zich slaiten, 
I Sir Donald Cnrrie, K. C. M. G. en lid van het Parlement, 

heeft, in zijn lezing April 1888 voor de leden van het Ti/jyal 
Colonial Instüute gebonden , de volgende belasgwekkefidi^ 
schildering der diamantvelden van Kimberley geger^ri ; 

De in 1887 gevonden diamanten hadden te zameo een 
geldswaarde van rnim £ 4,000,000, Allereerst rond 1 
men deze edelgesteenten te Kimberley in Let jaar 1870, [ 

MÊ -- - '^ 




In het daaropvolgend jaar kan men zeggen , dat de De 
Beers-mijn ontdekt werd. Vier jaren te voren had een 
handelaar, van een boer in het Hopetown-gebied, een 
steen gekocht, die, naar zijn schatting, niet veel 
waarde bezat. Die steen was opgeraapt door een 
Bosch jesman nabij de Oranjerivier. Hij woog 21j 
karaat en werd geschat op £ 500. In 1869 verkocht 
een Hotten tot aan een boer voor £ 400 een steen, die 
83^ karaat woog. In Kaapstad werd de zelfde steen 
daarna overgedaan voor £ 10,000. Deze steen is de 
beroemde „Ster van Zuid- Afrika", welke, na geslepen te 
zijn, nog 46 J karaat woog. Geen wonder, dat zulk nieuws 
een wedloop van avonturiers naar de diamantvelden ten 
gevolge had. 

Nadat de diamanten gevonden waren, werd het land, 
onder staatstoezicht, in mijnpachten of claims verdeeld , 
die later, gedeeltelijk of in haar geheel, in het bezit 
van vennootschappen overgingen. 

De Kimberley-mijn had tot eigenaars de Kimherley Cen- 
tral Company , de Standard Gompany , de Fransche maat- 
schappij en nog eenige anderen. De De Beers-mijn ging ook 
in de handen van vennootschappen over. Het aandeelenbe- 
zit in deze mijncompagnieën is nu zoozeer geconcentreerd 
dat feitelijk twee maatschappijen de beide mijnen contro- 
leeren. De Central Gompany had tot onlangs nagenoeg de 
gehcele „Kimberlej"-mijn, terwijl de „De Beers"-maat- 
schappij de gelijknamige diamantmijn onder zich had. 
Maar in den allerjongsten tijd zijn de Central Company en 
de „De Beers"-maatschappij vereenigd onder den titel 
van „De Beer9 Consolidated, Limited^\ en thans is deze ver- 
eenigd e maatschappij de eigenares der beide groote 
mijnen. 

jÉp g|Ê 





ds Gastle-L^n, 61 



De besloten oppervlakte der Kimberley-diamH,ntmijii is , 
rondom het rif, ongeveer elf acres groot. De inslui- 
tende rotsen loopen zamen uit in een dip. Naarmate de 
diepte der mijn toeneemt, vermeerdert ook de laag der 
diamanthoudende rots. Deze rots wordt harder op een 
diepte van 270 voet van de opening der schacht. Men 
heeft echter een punt bereikt, waarop de insluitende 
rotsen niet langer samenkomen , maar wederom uiteen- 
loopen. Hier wordt de hlue rock wijder. 

De populaire theorie ter zake van het ontstaan der 
diamanten is deze. Te eeniger tijd in de wereldgeschie- 
denis heeft er een uitbarsting van hitte en kracht nit 
de diepte naar boven plaatsgehad. Daardoor is nit 
kool een kristal vorm geperst, dien wij diamant noemen. 
De Kimberley-m\jn wordt thans ontgonnen op een diepte 
van 500 voet. Van het uiteinde der schachten gaan 
de onderaardsche werken nog 150 voet dieper. De gan- 
gen loopen allerwege door den diamanthoudenden blau- 
wen grond. Het „blanw" wordt naar de oppervlakte 
gebracht, en vervolgens in tramwagens vervoerd naar de 
uitgebreide velden rondom de mijn. Honderdduizenden 
tonnen worden hier gedurende eenige maanden aan de 
lucht blootgesteld. De blauwe aarde moet verweren. 
Nadat de zon, de lucht en de regen het verwerings- 
proces hebben volbracht, wordt de aarde wederom van 
de velden naar de mijn teruggetransporteerd en daar 
gewasschen. De Kimberley-mijn bracht, van 1871 tot 
einde 1885, ongeveer £ 20,000,000 aan diamanten op. 
In 1887 alleen was de productie ruim £ 1,400,000. 

In de De Beers-mijn is er, evenals in de Kimberley- 
mijn, een uiteenloopend verschil in de waarde van den 
grond, maar het lijdt natuurlijk geen twijfel, dat er 




3i 





62 Naar Zuid-Afrika met 



zeer groote en rijke „claims" bestaan. De De Beers-mijn 
bracht, tusschen de jaren 1881 en 1885, voor £ 9,000,000 
aan diamanten op. In 1887 alleen werd daarin voor 
ruim £, 1,000,000 aan steenen gevonden. In deze mijn 
heeft de nitgraving van diamanthondenden grond op 
minder groote schaal plaatsgehad dan in de Kim- 
berley-mijn , waar de omdelving van rif en aarde een 
totale massa van twintig millioen ton moet hebben voort- 
gebracht. De onderaardsche exploitatie dezer diamant- 
mijnen, door middel van schachten en gangen, gelyk 
in de steenkoolmijnen, geschiedt met veel vernuft en 
geestkracht. Het wordt echter niet geloochend, dat de 
open ontginning der mijnen, indien het bovenop liggende 
rif verwijderd kon worden, veel minder kostbaar en der- 
halve voor de eigenaars winstgevender wezen zou. Aan 
loonen enz. wordt 's jaars wel niet minder dan £ 2,000,000 
door de verschillende mijn vennootschappen uitgegeven, 
waartegenover staat een zuivere opbrengst aan diaman- 
ten, die geschat wordt op ca. £ 4,000,000. 

Er bestaan alluviale diamantmijnen aan de boorden 
der Vaal. Hier worden de edelgesteenten, die sterk 
gezocht worden uithoofde hunner bijzondere kleur en 
marktwaarde, gevonden , hetzij onder de kiezels, bedekt 
door kolossale rotsblokken , hetzij in de dunne lagen van 
rood zand, over die rotsblokken verspreid, of ook in den aan- 
geslibden grond, onder de met rood zand , klei en rots ver- 
mengde kiezels, door het water in de rotsblokken geperst. 

In de drie jaren , geëindigd met Augustus 1885 , 
hebben de alluviale diamantgroeven £ 130,000 aan 
steenen opgeleverd, en wij mogen aannemen, dat de 
gronden aan de Vaal tot op dit oogenblik wel twee 
millioen pond sterling aan diamanten opgebracht hebben. 









de Castle-Lijn, 63 



Ongeveer vier jaren geleden, toen, door de droogte, 
het rivierwater laag stond, werd de stroom gedeeltelijk 
afgedamd , waarop men voor £ 300,000 aan diamanten uit 
de bedding wist te halen. Nu en dan komt een del ver 
onder het oude rivierbed, en hier vindt hij alsdan rijke 
diaraantlagen. De grootste aan de Vaal nog gevonden 
diamant was £ 6000 waard, terwijl de Kimberley-mijn 
een diamant van de tienvoudige waarde heeft opge- 
leverd. Ongeveer 2300 Kaffers zijn , onder het toezicht 
van 250 blanken, aan de verschillende diamantgroeven 
der Vaal werkzaam. In de mijnen van Kimberley 
arbeiden er over de 12000 Kaffers en 1500 blanken. 
In 1867 was er de waarde der opgedolven diamanten 
£ 500; in 1870, £ 153,000; in 1872, £ 600,000; in 
1878, £ 2,150,000; in 1886, £ 3,261,000; in 1887, 
£ 4,033,332, 

Behalve de bergmijnen en de alluviale groeven, waar- 
van wij gesproken hebben, bestaan er gewichtige dia- 
mantmijnen in den Oranje- Vrijstaat. De mijn, genaamd 
Jagersfontoin, is vooral rijk in de qualiteit der aldaar 
gevonden steenen. De nog niet ontgraven lagen van 
het uitgebreide diamantdistrict in de zelfde republiek, 
dat den eigenaars van Koffiefontein en Klipfontein 
toebehoort , zullen eerst later haar waarde kunnen 
toonen. Kimherley is een zeer gezonde plaats en heeft 
een bevolking van ongeveer 20,000 zielen. 









64 Naar Zuid- Afrika met 



VAN KAAPSTAD NAAR ALGOABAAI. 

De reis van de st&atkundige hoofdstad van Zuid- Afrika 
naar zijn handelshoofdstad, gelijk Port Elisabeth somwijlen 
gedoopt wordt, kan men ondernemen in een dergroote 
zeebooten der Ga8tleA\}n , of anders in de geriefelijk 
ingerichte en flink bestuurde kuststoomers der genoemde 
maatschappij. Bij het verlaten van het dok en het 
langzame wegstoomen uit het vaarwater der Kaapstad, 
heeft men alle gelegenheid , om de verschillende plaatsen 
van aanbelang, rondom de stad gelegen, nogmaals gade te 
slaan. Langs Duikerpunt en Slangkoppunt bezuiden de 
Houtbaai, bereikt men de wereldberoemde Kaap de Goede 
Hoop. Het groote voorgebergte heeft een vuurtoren , 
die 816 voet hoog ligt , en een draailicht vertoont, dat 
men 36 mylen ver in zee ontwaren kan. De Valsche- 
baai , met Simonsbaai en Simon's Town , waar het 
smaldeel der Elaap de Goede Hoop zijn hoofdkwartier heeft, 
laat men weldra achter zich. Het ongeveer 1500 voet 
hooge voorgebergte, dat de Simonsbaai ten Oosten be- 
grenst, is Kaap Hangklip. Met de Sandownbaai en 
de Walkerbaai genaakt men Danger Point, waar vele 
schipbreuken den naam verklaren. Birkenhead Rock 
wordt dus geheeten naar de treurige schipbreuk, die 
er in Februari 1852 plaatsvond, toen het Engelsche 
oorlogsschip Birkenhead, met 450 soldaten, op reis 
naar het oorlogsveld , verging. De gelatenheid , waar- 
mee deze helden den zekeren dood tegemoet gingen , 
terwijl zij op het dek geschaard stonden , zal steeds 
in de herinnering voortleven als een verheffend blijk 
van Britsche heldhaftigheid. 

Kaap Agulhas is het Zuidelijkste punt van Afrika 







de Gastle-Lijn. 65 



en wordt door een vuurtoren gekroond. De geheele 
kustlijn is duidelijk zichtbaar en sommige gedeelten 
hebben een eigenaardig wilde schoonheid. 

De blinde klip „De Blinder*' ligt nabij kaap Infanta. 
In do St. Sebastiaansbaai nestelt de kleine havenstad 
Port Beaufort. Kaap Barracouta, Leven Point, de 
KafPirkuilbaai en rivier, de Goritzrivier, de Fleshbaai 
en de Fishbaai worden gepasseerd, en steeds stoomt ons 
vaartuig door, langs Kaap St. Blaize , met zijn rood 
licht. Nu bereiken wij de veilige Mosselbaai , met 
haar naburige plaatsen Aliwal South, George en Oudts- 
hoorn. Het schilderachtige Knysna-gewest , waar de 
jacht goed en het bosch- en rivierlandschap heerlijk is, 
komt daarna aan de beurt. Kleine vaartuigen kunnen 
de nauw ingesloten haven van Knysna binnen loopen. 
Dicht in de nabijheid liggen de goudvelden, welke 
allengs op den voorgrond treden. De reiziger geniet 
een verrukkelijk bergpanorama , terwijl zijn schip hem 
voert langs Kaap Seal en de Plettenbergbaai , Kaap St. 
Francis en de St. Francisbaai. Glassen Point, Chelsea 
Point , Kaap Recife , met haar vuurtoren , worden achter- 
eenvolgens zichtbaar, alvorens de boot voor anker komt 
in de Algoabaai. Hier licht de bloeiende stad Port 
Elizabeth, het Zuidafrikaansche Liverpool. 



PORT ELIZABETH 

maakt aanspraak op den titel van voornaamste stapel- 
plaats der Kaapkolonie. Het heeft een bevolking van 
ongeveer 18,000 zielen. De meesten zijn Earopeanen. 
De bezoeker zal hier al de uiterlijke blijken vinden van 






66 Naar Zuid-Afrika met 



ondernemiDgsgeest en geestkracht, en van voorspoed, 
als gevolg van beiden. Lange reeksen van pakhuizen, 
magazijnen, fabrieken, winkels, kantoren, woonhuizen, 
kerken, scholen, gasthuizen, villas en meer andere 
gebouwen van verschillenden aard en afwisselenden bouw- 
trant, bedekken het strand over een breedte van twee 
of drie mijlen; de henvelglooiïngen , die van het strand 
oprijzen , en de heuveltoppen daarachter. In de Jetty- 
street, vlak bij de voornaamste landingsplaats, staat 
het spoorwegstation. De lijn, welke Port Elizabeth 
verbindt met Grahamstown , Uitenhage en Graaf Reinet , 
alsook met Colesbcrg en Kimberley , begint hier op 
een dam, die langs de zee loopt. De centrale, d. w. z. 
dü handels wijk van Port Elizabeth , spreidt zich boven 
dezen dijk uit. De Main-street bevat de voornaamste 
handelskantoren en banken , winkels en magazijnen. 
Zij loopt van het Marktplein naar de gevangenis en naar 
het park, aan het Noordelyke uiteinde der straat, en 
snijdt de Queen-street en Princess-street. Onder de 
openbare gebouwen vermelden wij het Stadhuis ; de 
ruime en zeer uitgestrekte markthallen , niet lang ge- 
leden door het stedelijk bestuur opgericht voor £ 70,000 ; 
de pas voltooide gouvernementsgebouwen ; het post- en 
telegraaf kantoor, en het gasthuis. 

Het raadhuis op het Marktplein is een statig en 
breed gebouw, in quasi-Italiaanschen stijl opgetrok- 
ken , maar met een zuilen-portiek in den Corinthischen 
stijl. De bureaus van het Stedelijke bestuur zijn hier 
gevestigd , met die der Handelskamer, met de boekerij, 
de leesinrichting en een klein museum. De hal , voor 
openbare vergaderingen en vermakelijkheden, is ongeveer 
tachtig voet lang en veertig voet breed. Zij behoort 






de CastU'Lyn, 67 



ongetwijfeld tot de fraaiste zalen van die soort in de 
Kaapkolonie. De deftige banrt in Port Elizabeth heet 
„de Hiir', wèl te onderscheiden van de „town belo7v'\ 
een vlak teiTas boven de Maiu-street. De „Hill'* is 
niet enkel deftig, hij is ook aangenaam en maakt een 
streelenden indruk. Op deze hooete krijgt met het volle 
genot der koele zeebriezen. Om zich heen ontwaart 
men vele fraaie woonhuizen en aardige villas, te midden 
van sierlijke kerken, gelijk de Roomsche, aan St. 
Augnstinus gewijd, de Schotsche (Presbyteriaansche) en 
de Holy Trinity. Hier staan ook een goed beheerd , ge- 
westelijk gasthuis; een flinke hoogere school , met 
ruime middelen: het instituut van Grey; eindelijk een 
fijne sociëteit, waar de kooplieden doorgaans samen- 
komen na de werkzaamheden van den dag, om zich te 
verpoozen , en waar zij den vreemdeling gaarne verwel- 
komen. Op het open terras, aan gene zijde van den 
„Hill", bevindt zich het aantrekkelijke St. George's- 
park, dat op kosten van bet stedelijke bestuur aangelegd 
is en onderhouden wordt. Het heeft aangename wandel- 
dreven , met lanen , heestergroepen , bloemperken , vijvers 
en grasperken. Een fraaie broeikas vult dit alles aan. 
De Algoabaai — voornaamste ha ven plaats der Oostelijke 
en Middellandscbe districten , en trouwens van het 
gansche binnenland der Kaapkolonie , — is een open , 
doch volkomen veilige reede , met flinken ankergrond. 
Het laden en ontladen van schepen gaat zeer vlug in 
zijn werk , door middel van sleepbooten , lichters en 
kustvaartuigen , dusgenaamde „surf hoats'\ met de hulp 
van inlandsche daglooners. Deze wijze van doen had 
echter het nadeel , dat de werkzaamheden wel eens 
door de hevige branding vertraagd of verijdeld werden. 






68 Naar Zuid-Afrika met 



Daarom heeft men onlangs ijzeren steigers gebouwd , 
die tot ver in zee nitloopen. Daarop aangebrachte 
stoom- en handkranen vergemakkelijken voortaan in 
hooge mate het laden en lossen van zeeschepen. Boven- 
dien heeft Sir John Goode ook voor Port Elizabeth het 
plan ontworpen eener buitenhaven , waar schepen van 
allerlei kaliber een veilig toevluchtsoord zouden kunnen 
vinden. Op het oogenblik wordt evenwel aan deze 
grootsche onderneming niets gedaan. 



VAN PORT ELIZABETH NAAR 
GRAAF REINET. 

Wij zullen thans uitstapjes ondernemen langs de 
spoor weglijnen, die, van de Oostkust der Kaapkolonie, 
naar het binnenland loopen. Onderweg zullen wij met 
het ijzeren ros even stilhouden bij de voornaamste stations, 
en een blik werpen op hetgeen zy merkwaardigs bieden 
mochten. 

Met den Midland-spoorweg naar Graaf Reinet (185 
mijlen) vertrekkende, komen wij vooreerst langs N o r t h- 
end (1 mijl), dan Zwartkop*s Junction(7 mijlen). 
Het volgende station is : 

Red House (10 mijlen). — De zoutziederijen van 
Great Zwartkop liggen vijf mijlen van het station 
verwijderd. 

Despatch (16 mijlen). — Struisvogelfokkerijen , 
landbouw , wolwasscherijen , steenbakkerijen. 

Cuyler Manor (17 mijlen). -- Bekend wegens 
zijn struisvogels, zijn vee en zijn paarden, alsook we- 
gens zijn puik wild. 






de CasÜe-Lyn, 69 



Uitenhage (21 inijlen) . — Een schilderachtig 
gelegen stadje met eenige duizenden inwoners. De Staat 
heeft hier een locomotievenfabriek. De wolwasscherij 
op groote schaal geschiedt in dit district, van waar 
Port Elizabeth ook zijn groenten en vruchten betrekt. 

Sandfontein (28 mijlen). — Beroemde warme 
mineraal waterbronnen. Goede jacht. Steenkolenmijnen, 
met kolen van redelijke qnaliteit. 

Centlivres (32 mijlen), Blue C 1 i f f (43 mijlen) 
Kar ie ga (57 mijlen), zijn kleine stations; evenzoo 

Glen Connor (64 mijlen) , nabij Krompoort; 
Sapkamma (71 mijlen). 

Good Hope (JQ mijlen). 

Kleinpoort (82 mylen). — Een vruchtbaar dis- 
trict , maar met weinig drinkwater. Dicht in de buurt: 
Wellfonnd en Two Waters. 

Wolffontein (87 mijlen). Haasfontein (94 
mijlen) en Bar roe (103 mijlen). Dicht in de buurt 
liggen Heuvelkraal, Henley, Steytlesville, Groot Won- 
terhoek en Willowmore. Dit district heeft veel van 
droogten te lijden. 

Mount Stuart (113 mijlen). — Nabij Jansenville. 
Goed drinkwater. Schapen , vee en struisvogels over- 
vloedig. 

Klipplaat (123 mijlen) , S a x o n y (133 mijlen) 
Oatlands (138 mijlen), dit laatste een tamelgk 
groot dorp. 

A berdeen Boad (145 mijlen), Marais (157 mijlen). 

Kendrew (165 mijlen). — Een groot warmoeze- 
niersdistrict. 

Charlwood (172 mijlen) , Adendorp (182 
mijlen). 






/ 



70 Naar Zuid-Afrika met 



Graaf Reinet (185 mijlen), is de oudste en 
grootste stad der Middellanden. Zy ligt nabij het centrum 
der Kaapkolonie , aan den voet der heuvelen , waar de 
Zondagsrivier van de Sneenwbergen op ce vlakten uit- 
mondt. Achter Graaf Reinet bereiken sommigen dezer 
heuvelen een hoogte van duizend tot vijftienhonderd 
voet. De straten der stad zijn wijd en enkelen er van 
zijn ware boulevards , aan weerszijden met boomen be- 
plant. De hoofdgebouwen zijn: de Nederduitsch Her- 
vormde kerk , met haar klokketoren en haar naald , 
een fraaie Engelsche kerk , de gouvernementskantoren , 
het stadhuis, de hoogere school, de vrymetselaarsloge 
ea de openbare boekerij. De scherpe tegenstelling, die 
Graaf Reinet biedt, met de dorre vlakten der Karroe er 
om henen, verklaart zijn reeds eerwaardige titel: Gem of 
the Desert, het „kleinood der woesteny." 



VAN PORT BLIZABETH NAAR GRAHAMS- 
TOWN EN PORT ALFRED. 

Naar Grahamstown reist men van Port Elizabeth 
eveneens met den Midland-spoorweg. Men verwisselt 
eehter van wagens te 

Alicedale Junction (72 mijlen). — Dépót van 
locomotieven. 

Springvale (81 mijlen). — Onbeduidend station. 

Highlands (88 mijlen). Hier bloeien landbouw en 
veeteelt. 

Atherstone (94 mijlen) , Coldstream (99 my- 
len), Westhill (105 mijlen). 

Grahamstown (106 mijlen). — Zondert men de 
schoone omstreken der Westelyke hoofdstad uit, i^.an is 







Grahamstown ongetwijfeld de prettigste verblijfplaats 
in de geheele Kaapkolonie. Ter hoogte van 1760 voet 
boven de oppervlakte der zee gelegen, aan den voet 
van groene heuvelen, de voorloopers der Vnurbergen , 
biedt Grahamstown met zijn breede , beplante straten en 
zijn oratuinde woonhuizen , het beeld eener echt En- 
gelsche stad op vreemden bodem. Het is een erkend 
en geliefkoosd gezondheidsoord. Midden in de High- 
street staat de kathedraal van St. George, waarbinnen, 
voor de communiebank, zich een gedenkteeken bevindt 
ter eere der nagedachtenis van kolonel Graham, naar 
wien de stad heet. 

De Commemoration Ghapel, de voornaamste tempel 
der Wesleyanen, staat een eind weegs verder inde zelfde 
sti*aat, en werd opgericht als blijk van de erkentelyk- 
heid der Britsche landverhuizers in 1820, voor de door 
hen genoten weldaden onder de zoogenaamde Settlement 
of Alhany. (1) 

Ofschoon Grahamstown, wat bevolking betreft (onge- 
veer 7000 blanken en 3000 kleurlingen) , veel kleiner 
is dan Port EHzabeth, zoo staat het toch bekend als 
de hoofdstad der Oostelijke districten en grenslanden. 
Het is een bisschopszetel, zoowel wat de Roomsche als 
wat de Anglikaansche staatskerk aangaat. Het hoofd der 
Wesleyanen heeft er mede zijn ambtelijke woonplaats. De 
rechtbank der Oostelijke districten is er ingelgks geves- 
tigd, met de er toe behoorende rechters, procureur- 
generaal, advocaten en praktizijns. Onder de inrichtin- 
gen van openbaar nut te Grahamstown vindt men een 



(1) Dit was een landschenking aan Britsche landverhuizers , 
waartoe de Engelsche regeering J^ 50,000 bqdroeg. — Vertaler. 






72 Naar Zuid- Afrika met 



mnseum, een natuurkundig genootschap en een open- 
bare boekerij. Ook heeft men er een voortreffelijk 
gasthuis en een provinciaal gesticht voor krankzinnigen. 
Gelijk wij reeds op blz. 45 gemeld hebben, is Grahams- 
town sedert korten tijd in het bezit gekomen eener 
spoorwegverbinding met zijn natuurlijke haven, aan den 
mond der Kowierivier: Port Alfred, een vrij druk 
bezochte zeebad plaats. 



VAN PORT BLIZABBTH NAAR HET 

BINNENLAND. 

Op deze routen, met den Midland-spoorweg, zullen 
wij den reiziger allereerst begeleiden tot het aanslui- 
tingspunt voor Kimberley : de Aar en daarna tot Coles- 
berg, het tegenwoordige eindstation van die lijn. 

North End (1 mijl), Zwartkops Junction (7 
mijlen). 

Coega (16 mijlen). — Uitgebreide schapenteelt , 
veeteelt en struisvogelfokkerij. 

Taukatara (23 mijlen), Addo (82 mijlen). 

Coerney (39 mijlen). — Goede jacht. 

Mimosa (47 mijlen), S and flats (54 mylen), Bel- 
le vue (60 mijlen). 

Alicedale Junction (72 mijlen). — Hier is, 
gelijk wij reeds vermeld hebben, een depot voor locomo- 
tieven. De veeteelt, struisvogelfokkerij, wolwasscherij, 
fokkerij van Angora-geiten, enz., bloeien hier. De lijn 
doorloopt hier de pasengte der Zuurbergen. 

Bushman's River (80 mijlen), Saltaire (87 mijlen), 
Commadagga (93 mijlen). — Station voor Zuurberg. 

Sheldon (103 mijlen). 



M~ 






de Castle-Lijn. 73 



Middleton (110 mijlen). — Deze plaats ligt aan de 
Groote Vischrivier. Vee, schapen, struisvogels komen 
hier tot hun recht. Long Hope (120 mijlen). 

Cookhouse (127 mijlen). — East Somerset, Pearston, 
Bedford , Adelaide en Fort Beaufort liggen in de buurt. 
Een groot wol- en veerendistrict. 

Thorngrove (136 mijlen), Witmoss (149 mij- 
len). — Hier is het goed jagen en visschen. Veeteelt, 
schapen- en geitenfokkerij. 

Drennan (158 mijlen), Mor timer (165 mijlen), 
Halesowen (174 mijlen). 

Cradock (182 mijlen). — Het station van dit schoon 
gelegen plaatsje staat op den Westelijken oever der 
Groote Vischrivier en het bloeiende dorp ligt daartegen- 
over. Een fraaie ijzeren brug verbindt de beide oevers. 
Cradock is reeds in het bezit van al de instellingen , die 
tot een bloeiend centrum behooren. Terecht wordt de 
streek aanbevolen voor lijders aan longkwalen Van 
enkele heete en koude zwavelbronnen weet men ook 
veel goeds te verhalen, wat betreft het genezen van 
jicht en rheumatiek. Groot en klein wild is in over- 
vloed hier te schieten. 

Marlow (188 mijlen), Baroda (196 mijlen), Visch- 
rivier (207 mijlen). — Het laatste is ook een gezond- 
heidsoord voor teringlijders. 

Cypress Grove (215 mijlen), Conway (222 my- 
len), Tafelberg (232 mijlen), Middelburg Road 
(243 mijlen), Sherborne (255 mijlen), Ludlow (261 
mijlen), Carlton (264 mylen), Bosworth (265 mij- 
len), Naauwpoort Junctioü (270 mijlen). — Hier 
sluit de lyn naar Colesberg zich aan. 

Vischgat (280 mijlen), Dwaalfontein (289 






74 Naar Zuid- Afrika met 



mijlen), Hanover Road (300 mylen), Taaibosch- 
fontein (312 mijlen), Riet fontein (325 mijlen). 

De Aar Junction (339 mijlen). — Hier sluit de 
spoorweg naar Kimberley zich aan. 

Tusschen Naauwpoort Juno tion en Colesberg 
heeft men de navolgende halten : 

Tweeddale (279 mijlen van Port Elizabeth), 
Arundel (288 mijlen), Rendsburg (296 mijlen), 
P 1 e w m a n (301 mijlen). 

Colesberg (308 mijlen). — Het centrum van een 
district, waar de schapenteelt en de struis vogel fokkerij 
op groote schaal gedreven worden. Het stadje heeft 
goed drinkwater. Jacht in overvloed. 



VAN ALGOABAAI NAAR BAST LONDON. 

Kort na Algoabaai te hebben verlaten, en de kustlijn 
volgend naar East Londen, komen wij langs het eiland 
St. Croix , waar Diaz een kruis in den grond moet heb- 
ben gebracht. Op de Vogeleilanden staat een vunrtoren. 
Voorby Kaap Padrone en de Bosch jesmanri vier, komen 
wij aan den mond der Ko wierivier, waar Port Alfred 
gelegen is. Op de buitenree is er goede ankergrond. 
Door middel eener sleepboot en lichters worden schepen 
geladen en gelost. Kleinere vaartuigen met een matigen 
diepgang (negen a twaalf voet) worden, op de zelfde 
wijze, de rivier opgesleept naar de kaden , welke op een 
mijl afstands van de monding gelegen z\jn. Hier bevinden 
zich magazijnen, een pakhuis in hond en de lijn naar 
Grahamstown. Bast London, aan den mond der Buffel- 
rivier, wordt bereikt na nog 75 mylen met den spoor- 







de Castte- Lijn, 75 



weg te hebben afgelegd. Het gezicht op de rivier be- 
neden en boven de stad is zeer schoon. East London 
ligt aan de twee oevers der schilderachtige BufPelrivier 
en de gemeenschap tusschen beiden wordt onderhouden 
door een pont en een veerschuit. 

East London behoort almede tot de belangrijkste en 
gezondste steden van Zuid -Afrika. Het is een gezochte 
zeebadplaats en, dicht in den omtrek, zijn er allerliefste 
plekjes voor„pic-nic"-partijen. De stad is flink uitgebouwd 
en heeft een stedelijk bestuur , dat weet wat het wil. 
Sommigen der openbare gebouwen zijn in degelijken en 
sierlyken stijl opgetrokken. In de voornaamste logemen- 
ten is het logies voortreffelijk. De fabriek van spoor- 
wegmaterieel en locomotieven is een bezoek overwaard. 
East London boogt op twee goed geredigeerde couranten. 
De kerken en scholen zijn naar de eischen des tijds 
ingericht. De spoorweg loopt door naar de kaden en 
het havenhoofd. 

Vermelding verdienen de belangrijke havenwerken, 
waaraan men onder leiding van Sir John Coode nu met 
ijver bezig is. Zij hadden de bedoeling de zandplaat 
aan den ingang weg te ruimen en de geul naar de 
diepere plaatsen der rivier op de vereischte diepte te hou- 
den. Sir John Coode heeft kaaimuren gebouwd , zoodanig , 
dat zij het vaarwater der rivier vernauwen en de schu- 
ring van den stroom langs den bodem vermeerderen. Een 
havendam , gebouwd uit blokken „concrete", evenals die 
te Portland , in de gedaante van een arm , zal de zee 
beletten de uitvloeiing der rivier tegen te houden en 
het zand op de plaat terug te dry ven. De riviermon- 
ding was m. a. w. verzand en de nieuwe havenwerken zul- 
len verzanding voor het vervolg onmogelijk maken. Een 









76 Naar Zuid-Afrika met 



geweldige stoomdreg of zand pomp is nu aan den gang 
met het wegruimen der plaat, en, als die taak volbracht 
is , zullen schepen van grooteren diepgang gebruik kun- 
nen maken van de ruime ankerplaatsen aan den mond 
der rivier. 



VAN EAST LONDON NAAR KINil- 
WILLIAMSTOWN. 

Treinen loopen dagelijks op den Oosterspoorweg van 
East London naar Kingwilliamstown. Voorbij Blaney 
Junction, 32 mijlen van East London, komt men aan 
de kleine halte Yellowwoods (36 mijlen) en aan het 
station Breid bach (39 mijlen), alvorens de locomotief 
stilhoudt te 

Kingwilliamstown (42 mijlen). — „King", gelijk 
de stad in de wandeling soms kortweg heet, gaat voor 
een belangrijke stapelplaats door. Het ligt aan de 
natuurlijke route tusschen East London en het binnen- 
land en tusschen de Oosterdistricten en Transkei en 
KafEerland. Het beheerscht ook den handel met de 
inboorlingen tot aan gene zijde der grens en, ten Noor- 
den, tot Basoetoland. Behalve vele goede openbare ge- 
bouwen, is er een indrukwekkend Grey Native JSospital, 
dat Sir George Grey voor de inboorlingen gesticht 
heeft, boofdzakelijk om hen te genezen van hun bij- 
geloof aan tooverartsen. Daartoe worden hun hier 
voortreffelijke geneeskundige hulp en behoorlijke ver- 
pleging kosteloos verstrekt. Dit Kaffer- hos pi taal be- 
staat nu al meer dan 25 jaren , en dat het groot 
nut onder de inlanders sticht, wordt reeds bewezen door 
het feit, dat zeer velen hunner honderden mijlen ver 



^^h^ 






de Gastle-L^n. 77 



komen, om hier genees- en heelkundige hulp te zoeken. 
A 1 i c e ligt op een afstand van twee-en-dertig mijlen 
van East London. Dicht in de buurt vindt men het 
vermaarde Kaffer-instituut van Lovedale. 



VAN EAST LONDON NAAR HET BINNENLAND. 

Het Oosterspoorwegnet bestaat voornamelijk uit de 
hoofdlijn van Bast London naar het snel in bloei toene- 
mende Aliwal North , een afstand van 280 mijlen. 
Onderweg, de volgende stations: 

Chiselhurst (3 mijlen), Cambridge (4 mijlen), 
Amalinda New (8 mijlen), Amalinda (10 
mijlen). — Waterwerken. 

Fort Jackson (18 mijlen). — Het middelpunt 
van een landbouwdistrict. 

Lone Tree Loop (23 mylen), Berl in (27 mijlen). — 
Hoofdplaats eener Duitsche kolonie. 

Blaney Junetion (32 mijlen). — Dicht in de buurt 
ligt Hanover, een geliefkoosd plekje der pretmakers. 
Landbouw en veeteelt bloeien alhier. 

Peelton (38 m\jlen), Kei Road (46 mijlen). — 
Landbouw, schapen- en struisvogelfokkerij, veeteelt. 

Amabele (51 mijlen), Koeboesie (60 mijlen). — In 
de buurt ligt Stutterheim. 

D o h n e (67 mijlen), ook een station voor Stutterheim. 
Een volkrijke streek, met Greytown, Emgiwali, Bolo en 
Transkei. 

Greytown (72 mijlen). 

Toise River (78 mijlen). — Het landschap is hier 
verrukkelijk en de bodem uiterst vruchtbaar. Toise 






78 Naar Zuid-Afrika met 



River is het centrum van een belangrijk district der 
wolindustrie, met Havelock en Quanti. 

Thomas River (88 mijlen). — Scbapenfokkery. 

Surbiton (97 mijlen). 

Catbcart (109 mylen). — Middenpunt van een ge- 
wichtig landbouwdistrict. Catbcart is een stadje in de 
opkomst. De graislanden zijn er puik : vee, schapen en 
paarden gedijen er uitstekend. 

Wakoe (119 mijlen). — Malsche weiden. 

Tylden (128 mijlen). — Een goed besproeide streek, 
uitermate geschikt voor den landbouw, de veeteelt, de 
schapenfokkerij, enz. Het berglandschap is schilder- 
achtig en het wild overvloedig. 

lm van i (137 mijlen). — Dit is het station voor 
Temboeland. Een maatschappij, die een lijn wil bou- 
wen en uitrusten tusschen de Indwe en Imvani, aan het 
Oosterspoorwegnet gelegen, zal daartoe een schenking 
ontvangen van duizend acres land en een subsidie in geld 
van £ 50,000. Voor de helft dezer som kan de maat- 
schappij een landschenking bekomen van 25,000 morgen. De 
gouvernementshulp heeft de strekking, de waardevolle 
steenkoolmijnen aan de Indwe tot haar volle ontwikke- 
ling te brengen. Zij bevinden zich in het Wodehouse- 
district, op een afstand van 50 mijlen. 

E s s e X (144 mijlen) . 

Queenstown (154 mijlen). — Een stad met een 
bevolking van 5000 zielen ; zij ligt op een vlakte en 
heeft fraaie straten, met boom en beplant. Onder ver- 
scheiden goede openbare gebouwen, trekt vooral het 
Stadhuis de aandacht. Het heeft £ 20,000 gekost. Na- 
genoeg de zelfde som werd besteed voor het waterreservoir 
van BaiTy, waaruit de stad haar drinkwater ontvangt. 



M- 






de Caatle-Lijn, 



79 



Dit is een uitmnntende landbouwstreek, met schapen- 
en veefokkerij. De ongeveer 6900 voet hooge Hanglip 
boeit zonder twijfel den bewonderaar der natunr. Hier 
in den omtrek kan men wel eens kennis maken met 
tijgers en bavianen. 

Fowler's Halt (162 mijlen). 

Bowker's Park (163 mijlen). 

Lesseyton (165 mijlen). 

Bailey (170 mijlen). — Klein stedeke. 

Putterskraal (184 mijlen). 

Sterkstroom (190 mijlen) . — Een goed besproeide 
streek, tevens een belangrijk steenkoolmijnendistrict. 

Sterkstroom Halt (191 mijlen). 

Cyphergat (205 mijlen). — Dit is het station voor 
de welbekende gelijknamige steenkolenmijn. Van den 
spoorweg loopt een verbindingslijn naar de mijn. 
Met kleine tramwagens worden de steenkolen uit de 
mijn gevoerd naar de spoorwagens en vervolgens daarin 
gekanteld. 

Mol ten o (211 mijlen). — Een klein stedeke. 

Twist Niet (218 mijlen), Rayner (228 mijlen). 

Burg hersdorp (244 mijlen). — Een aardig Hol- 
landsch plaatsje. 

Isidigimi (253 mijlen) , Brand (263 mijlen) , 
Amasango (272 mijlen). 

Aliwal North (280 mijlen). — Dit is thans het 
eindstation van het Oosterspoorwegnet. Het is tevens 
de grensstad der Noordoostelijke provinciën en telt 
tusschen de 1000 en 2000 inwoners. Van Aliwal North 
rijdt een diligence naar de goudvelden van Wit- 
watersrand. 



\ 





o 




80 



Nciar Zuid' Afrika met 



DE PROVINCIËN, AFDEELINGEN, HOOFD- 
PLAATSEN EN DORPEN DER KAAPKOLONIE. 

Ziehier een opsomming der verschillende provinciën 
en afdeeliugen, der hoofdplaatsen en dorpen in de Kaap- 
kolonie. 

Westelijice Provincie, 



Afdeelingen en Districten. 



Steden en Dorpen. 



Kaapstad 



Kaap Af deeling ., 
W\jnberg. 
Simon's Town. 



Stellenbosch 
Paarl , 



Kaapstad en Green Point. 

Woodstock, Maitland, Mowbray, Bonde- 
bosch, Newlands, Claremont, Kenil- 
worth,Wijnberg,Con8tantia,Mmzenberg, 
Kalkbaai, Simon's Town, Kuilsrivier, 
Blueberg en Durban. 

Stellenbosch , Eeraterivier , Somerset 
West en Strand. 

Paarl, Wellington, Drakenstein, French- 
hoek. 



Malmesbury 



Piquetberg 

Namaqnaland .... 

Port NoUoth. 
Clanwilliam 

Calvinia. 
Worcester 

Tulbagh. 

Ceres. 



Noordwestel'^ke Provincie. 



Malmesbury, Darling, Hopefield, St. 

Helenabaai, Riebeek West, Mamre, 

Groenekloof. 
Piquetberg, Porterville en Goedverwacht. 
Springbokfontein, Hondeklipbaai, Port 

NoUoth, Bowesdorp en Leliefontein. 
Clanwilliam, Troe Troe, Calvinia, Bran- 

deley en Katkop. 
Worcester, Ceres, Tulbagh, Steinthal, 

Gouda, Bergville, Hermon, Wolseley 

en Prince Alfred. 



Zuidwestelijke Provincie. 



Swellendam 
Bobertson 



Riversdale 

Ladismith. 
Caledon 

Bredasdorp. 
Oudtshoorn 



Swellendam, Heidelberg, Zuurbraak, Mala- 
gas. Port Beaufort, Robertson, Montagu 
en Lady Grey. 

Riversdale, Ladismith en Almalienstein. 

Caledon, Genadendal, Villiersdorp, Grey- 

ton, Bredasdorp, Elim en Napier. 
Oudtshoorn, Ce^ngo en Calitzdorp. 







de Oastle-Lijn. 



81 



Zuidwestelijke Provincie, 



Afdeelingen en Districten. 



Steden en Dorpen. 



George 

Unioudale. 

Mosselbaai. 

Knyana. 



Graaf Reinet 

Murraysburg. 

Aberdeen. 
Beaufort 

Priuce Albert 

Willowmore. 
Victoria West .. 

Prieska. 

Fraserburg. 

Sutherland. 

Camarvon. 
Bichmond 

Hopetown. 



Albany 

Bathurst. 
Victoria East 

Peddie. 
Uitenhage 

Jansen ville. 

Humansdorp. 

Alexandria. 
Port Elizabetli . 



Fort Beaufort ... 
Stockenstrom. 



Albert 



Somerset East 
Bedford. 



Cradock 

Steynsburg. 



Colesberg 



Hanover. 
Middelburg. 




George, Blanco, Hopedale, Uniondale, 
Schoenberg, Pacaltsdorp, Lyon, Aliwal 
South, Plettenbergsbaai, Melville, Bel- 
videre, Newhaven, Redbourne en Ed- 
mundton. 

Middenlandsche Provincie. 

Graaf Reinet, Potersburg, Aberdeen en 
Murraysburg. 

Beaufort, Prince Albert, Petersburg, Wil- 
lowmore. 

Victoria West, Prieska, Fraserburg, 
Onderste Doorns, Kenhardt, üpingon, 
Sutherland en Carnarvon. 



Richmond, Britz Town en Hope Town. 



Zuidoostelijke Provincie, 

Grahamstown, Salem, • Sidbury, Riebeek, 
Bathurst, Port Francos en Port Alfred. 
Alice, Aberdeen en Peddie. 



Uitenhage, Jansenville, Humansdorp, 
Hankey, Alexandria, Paterson. 



Port Elizabeth, Zwartkops en Walmer. 

Noordoostelijke Provincie. 

Fort Beaufort, Post Retief, Adelaide, 
Heald Town, Elands Post (Seymour), 
Hertzog, Balfour en Philip Town. 

Burghersdorp, Molteno, Sterkstroom en 
Ventersberg. 

Somerset East , Groote Vlakte , Been 
Leegte, Pearston, Bedford en Glen- 
lynden. 

Cradock, Steynsburg en Maraisborg. 



Colesberg , Phillipstown , Hanover en 
Middelburg. 



\ 





82 



Naar Zuid-Afrika met 



Oostelyke Provincie. 



Afdeeling^en en Districten. 



Steden en Dorpen. 



King William'8 Town. 

Stutterheim. 

Komgha. 
East London 



Queeu's Town , 

Cathcart. 

Tarka. 
Aliwal Noi-th..,, 

Herschel. 
Wodehouse 

Barkly East. 



King William's Town, Berlin, Breidbach, 

Braunsweiffh, Frankfort, Stutterheim, 

en Eomgha. 

East London , Panmnre , Potsdam en 

Maclean. 

Queen's Town , Whittlesea , Tarkastad , 

Lady Frere , Glen Grey en Cathcart. 

Aliwal North, Lady Grey, James Town 

en Herschel. 
Dordrecht en Barkly East. 



Provincie Oriqttaland West. 

¥imberley, De Beer's, Beaoonsfield, Du 
Toit's Pan, Herbert, Barkly West, 
Pniel, Douglas en Griqua Town. 



Kimberley 

Herbert. 
Barkly West. 
Upper Hay. 

De binnenlandsche grenzen der Kaapkolonie zijn 
tegenwoordig dezen : aan de Oostkust volgt de grenslijn de 
Oemtata-rivier, van haar mond tot aan de stad Oemtata, 
en loopt, van daar, langs den weg, die Griqualand 
East van Pondoland scheidt, tot een punt aan de Oem- 
tamvoena-rivier, dat de grens van Natal aanraakt; van 
daar loopt zij naar de Oerazimkoeloe-rivier en Noordwaarts 
naar het Drakengebergte, hetwelk de grenslijn volgt 
tot de bronnen der Teilerivier; van daar naar haar 
samenvloeiing met de Oranjerivier en langs die rivier 
tot een punt, Bamah genaamd. 

Dan loopt de grenslijn in een Noordelyke richting, 
langs de grens van den Oranjc-Vry staat, naar Plat berg 
aan de Vaal; vervolgens langs de Vaalrivier, tot haar 
samenvloeiing met de Oranjerivier, welke laatste zij 
trouw blijft tot do monding aan de Westkust. 



t^B^~ 





CJ* 




de Castle-Lyn. 83 



De totale oppervlakte der Kaapkolonie, binnen deze 
grenzen , beslaat 213,636 vierkante mylen — dubbel 
den omvang van Groot Britanje met Ierland. De ge- 
zamenlijke bevolking wordt thans op 1,252,347 zielen 
geschat. Die bevolking kan men verdeelen in de vol- 
gende drie hoofdcategorieën: vooreerst, de kolonisten 
van Europeeschen oorsprong , als daar zijn : Engelschen , 
Hollanders , Franschen , Dnitschers en anderen ; ten 
tweede, de bewoners, die tot een gemengd ras behooren 
en die in de Kaapkolonie de klasse der dienstboden en 
der daglooners vormen in de steden en dorpen; en ten 
derde, de inboorlingen: Kaffers, Fingos, Basoetos en 
Bechnanen. 

Het kan zijn nut hebben, hier een tabel in te lasschen , 
waarin de bevolking der Kaapkolonie vergeleken wordt 
met die der omliggende staten en territoriën. 

Bevolking'. 
Europeesclie. Inlandsche. 

In de Kaapkolonie 340,000 662,347 

Transkei (onder de Kaapsche Etegeering) — 250,000 

Oranje-Vrqstaat, volgens de verbeterde volks- 
telling van 1881 62,000 74,000 

Natal 40,000 400,000 

Transvaal 85,000 500,000 

Basoetos (onder Engelsch Gonvemement) — 150,000 

Pondos (onafhankelqk) — 200,000 

Totaal 527,000 2,236,347 

In dit staatje zijn niet begrepen de onafhankelyke 
stammen benoorden Natal, noch ook de stammen aan 
gene zijde der Noordergrens van de Kaapkolonie en van 
Natal, wier handel thans reeds door de Britsche kolo- 
niën Zuidwaarts gaat en ook meer en meer gaan zal. 
In de inlandsche bevolking van Natal zijn begrepen 
30,000 Indiërs. 







84 Naar Zuid-Afrika met 



Volgens een zeer globale raming heeft Zuid-Afrika 
een totale oppervlakte van een half millioen vier- 
kante m^'len. 



DB NATUURKUNDIGE EIGENAARDIG- 
HEDEN DER KAAPKOLONIE. 

Wilde het kader van dit werkje zich er toe leenen, 
dan zonden eenige breedvoerige aanteekeningen , gelijk 
de heer Noble ze geeft, in het officieele handboek der 
Kaapkolonie, onder den titel: Physical aspects of the 
Golony , zeer belangwekkend zijn. Onze plaatsruimte 
is echter te beperkt, dan dat wij de poging zonden 
kunnen beproeven. Wij moeten ons derhalve bepalen 
tot de opmerking, dat de voornaamste eigenaardigheid 
van het Kaapland in natuurkundigen zin gezocht moet 
worden in de bergketenen, welke de kolonie in ver- 
schillende richtingen, onregelmatig, doorsnijden; van 
grooten invloed zyn op haar klimaat en voortbreng- 
selen en , door dalen en vlakten gescheiden , een 
reeks van terrassen vormen, die als het ware natuur- 
lijke verdiepingen vormen tusschen de zee en de midden- 
gedeelten des lands, waar zij de grootste hoogte be- 
reiken. 

De Groote „Karroe" — het woord beteekent : een droge 
of verschroeide bodem — is een reeks van golvende 
vlakten, met kleine kreupel boschj es hier en daar, doch 
overigens gekenmerkt door een algemeene afwezigheid 
van lommer, van groen en van oen bestendige be- 
sproeiing. Achter de Groote Karroe verheft zich een 
keten van plattoppige heuvelen, die ten Westen als de 









de Castle-Lijn. 85 



Roggeveld- of Nienweveld-bergen en ten Oosten als de 
Sneeuwbergen bekeod staan. Deze hoogten vormen het 
hoogland der Opper-Karroe en dalen trapsgewijze neer 
naar de vallei der Oranjerivier. Hier worden de breede 
vlakten met haar struikgewas min of meer afgewisseld 
door hoogten uit zandsteen of lei en kleine piramiden, 
zoogenaamde kopjes, uit donkere angietrotsen. De 
bergen in de Roggeveld-keten bereiken een hoogte van 
5150 voet. De hoogste spits in de reeks der Sneeuw- 
bergen heeft de Kompasberg of Spitskop in het district 
van Richmond, die zich 7800 voet boven den zeespiegel 
verheft. 

Hier is dan het groote waterbekken der Kaapkolonie , 
van waar de wateren aan den éénen kant Noordwaarts 
naar de Oranjerivier, aan den anderen kant Zuid- 
oostwaarts naar den Indischen Oceaan vloeien. De 
vlakten der Karroe gelijken in geenen deele op de 
zandvlakten der Sahara. In tyden van droogte is de 
bodem verschroeid en dor , de plantengroei schijnt op te 
houden, gedood door een meedoogenlooze tropische zon ; 
maar nauwelijks stroomen de regens neer, of de woestenij 
wordt in weelderig bloeiende graslanden herschapen, 
waar tallooze kuddden schapen, runderen en paarden 
een overvloedig en geurig voer vinden, en prachtig zich 
ontwikkelen in een droge en gezonde lucht. 

Groote wilde beesten worden tegenwoordig zeldzaam 
in de Kaapkolonie meer gezien, doch de springbok 
graast nog troepsgewijs en kalm op de weiden of ijlt 
over de vlakten , terwyl zebras nog in het bezit zijn 
van de berghellingen , in de onmiddellijke nabyheid 
van Cradock. In andere staten der Kaapkolonie hou- 
den particulieren statige koedoes en bevallige bonte- 







86 Naar Zuid-Afrika met 



bokken op hun erf. In de bosschen van Knysna en 
rondom Addo zijn olifanten en buffels talrijker dan in 
Transvaal. 

Aan den voet der Zwartebergen , welke keten geacht 
wordt te behooren tot het Devonische tijdvak, dat van den 
ouden rooden zandsteen, vindt men een soort van kalk- 
steen, die tot de schieferformatie van Namaqualand schijnt 
te behooren. In dezen kalksteen bevinden zich de 
vermaarde spelonken van Cango , zeer merkwaardige en 
belangwekkende stalactiet-holen of grotten, welke in 
1874 door Sir Henry Barkly , in gezelschap van 300 in 
de buurt wonende kolonisten, bezocht werden. Deze 
spelonken zijn nooit ten einde toe onderzocht , ofschoon 
men wel een mijl ver daarin doorgedrongen is. De 
verwijderde uithoeken blijven derhalve nog een ver- 
leidelijke terra incognita voor den avontuurlijk ge- 
zinden navorscher. De heer Shirwell, luitenant in 
Britsch-Indischen dienst, heeft in een pikante beschrij- 
ving dezer grotten verklaard, dab Elephanta en andere 
Indische spelonken minder indruk op hem gemaakt 
hebben dan dezen. 

Sommige Engelsche lezers zullen misschien verbaasd 
wezen te vernemen, dat het Zuidafrikaansche landschap, 
wel verre van eentonig en vervelend te wezen , gezichts- 
punten aanbiedt, die nu eens uiterst schilderachtig en 
liefelijk, dan weer grootsch en indrukwekkend zijn. 
De spits oprijzende bergkolossen van de Oostel:yke 
districten, de Stormberg en de Drakenberg, kunnen 
de vergelijking met hun broeders in Wales, West-Ierland 
en de Schotsche Hooglanden best uithouden. Het heuvel- 
achtige landschap, de bosch- en meergezichten in George 
en Knysna komen eenigermate overeen met hetgeen 









de Gastle-Lljn. 87 



Oamberland en Westmoreland bieden. De dichtbegroeide 
ravynen en maagdelyke bosschen, waar 

Nature reigns suprème in awful loneliness , 

hebben een eigenaardige en woeste sclioonheid. In hnn 
verafgelegen nithoeken, onder den bladerendos der 
koninklijke Yellowwoods , knnt ge uren ver ronddolen, 
zoo lang het netwerk van heesters en klimplanten het 
u veroorlooft. Nergens een geluid. Slechts het ruischen 
der zefiers onder de twijgen, het schuchtere gezang 
eens eenzamen vogels of het gegons eener bij , verbreken 
de groote stilte. Welke bekoringen ook nog in den fijnen, 
doorschijn en den tropendampkring van Zuid- Afrika; in 
zijn vreeradsoortigen en kenrigen plantentooi ; in de 
schitterende tinten, welke de liefelijke glooiingen of rijke 
woudopeningen bieden in het purperlicht van den mor- 
genstond, of in den goudgloed der avondzon ! 

Geheel het gewest, dat eenmaal Kafferland heette, 
doch tegenwoordig meer bekend staat als Kaffraria of 
als het Transkeiaansche grondgebied, is een heerlijke 
streek, hier en daar verhoven in haar natuurschoon, 
doch overal vruchtbaar en aantrekkelijk. Het Draken- 
gebergte, dat in de wintermaanden veelal besneeuwd 
ligt in de hooger gelegen punten, biedt prachtige vér- 
gezichten. Tallooze, daaruit ontspringende beken en 
stroomen , dartelen omlaag langs de steile hellingen naar | 
het halverwege de kast gelegen terras, waar zij zich ! 
met andere wateren vereenigen en versterken tot mach- j 
tiger rivieren, gelyk de Basjie, de Oemtata en de Oem- \ 
zimvoeboe. In deze gewesten zijn de watervallen niet | 
te tellen, en zij komen ook talrijk voor op de Oostelijke 
berghellingen der Kaapkolonie. Één der grootste en 



\ 






88 Naar Zuid- Afrika met 



prachtigste watervallen wordt door de Tsitzarivier ge- 
vormd, nabij het zendelingenstation Shawbniy, aan den 
straatweg tusschen Oemtata en Kok stad. 

Het schitterende groen der Oostelijke knstterrassen 
moet geweten worden aan de hun door de passaten van 
den Indischen Oceaan toegevoerde vochtigheid. De 
Kaapsche jaargetijden volgen elkaar, naar men weten 
moet, in een volgorde op, die de omgekeerde is dergene 
in het Noordelijke halfrond. Aan de Kaap duurt de 
zomer van December tot Februari , de herfst van Maart 
tot Mei, de winter van Juni tot Augustus en de lente 
van September tot November. 

Het bestaan van twee zeestroomingen op de kusten 
oefent een gewichtigen invloed op het klimaat der Kaap- 
kolonie. De eene, de tropische, komt door het kanaal 
van Mozambique, langs de Oostkust en om Kaap TAgulhas 
heen. De andere is de koude Zuidatlantische zeestroo- 
ming op de Westkust. De Tafelbaai en Valschebaai geven 
het warmteverschil in beide stroomingen zeer wel aan. 
Het water in de laatste is vaak 15 graden warmer dan 
dat in de eerste. 

Een andere merkwaardige tegenstelling is deze: In 
den herfst en in den winter geven de equatoriale of 
„refcourwinden" hun vochtdeelen af in overvloedige 
regens, die op de Westelijke districten, tot aan de 
grenzen der K^rroe en der Goritzrivier , nederdalen. 
Op het zelfde tijdstip zijn de landen in het Oosten 
en in het midden der Kaapkolonie meerendeels zonder 
regen. Daarentegen besproeien de vochtige winden 
uit het Zuidoosten, in de lente en in den zomer, de 
bergterrassen der Oostelijke districten en de hoog- 
vlakten tot het binnenland der kolonie, als wanneer 









de Castle-Lijn, 89 



de Westelijke gedeelten der Kaapkolonie betrekkelijk 
droog zijn. 

Do heer Gamble , de hydraulische deskundige der Kaap- 
se he Regeering , vat de uitkomsten zijner weerkundige 
waarnemingen aldus samen : 

„Tn het Noordwesten is de Kolonie nagenoeg zonder 
regen. Het Zuidwestelijke gedeelte heeft daarentegen 
overvloedige regens des winters. Aan de Zuidkust 
regent het alle maanden. In de Midden landen , alsmede 
in het Noorden en Oosten, vallen de regens gewoonlijk 
in Februari en Maart , maar nabij de kusten is de regen 
ook overvloedig in October en November. 

„Droogten komen in het zelfde jaar zelden over de 
geheele oppervlakte der Kaapkolonie voor. Integendeel : 
het schynt te gebeuren , dat een droogte in het binnen- 
land dikwerf gepaard gaat, in het zelfde jaar, met 
stortregens in het Zuidwesten. 

„Men hoort vaak de opmerking maken, dat Zuid- Afrika 
aan het opdrogen is. Wordt daarmede bedoeld , dat de 
stroomen en bronnen minder bestendig vloeien dan weleer, 
dan moet de opmerking volkomen juist worden genoemd. 
Wordt daarentegen bedoeld , dat er tegenwoordig minder- 
regen valt dan in vroegere tijdperken, dan moet ik de 
bewering onbewezen verklaren en is zij vermoedelijk ook 
onwaar. De vroegs te rei s verh alen ge wage n van d roogte n i n 
het binnenland. Sfjarrmann sprf.-ekt van een groot e dr^/ogte 
in het jaar 1775. De recfenstatistiek van het Koninklijk 
Observatorium, die over 45 jaren loopt, steunt het be- 
weren geenszin.s, dat de regen massa in de Kaapkolonie 
afneemt. Doch ongetwijfeld werken het omhakken van 
boomen en het veld branden er toe mede het Veestend ijre 
vloeien der .stroomen en bronnen tf-jren te honden. Z'^xiwel 



o^n 

o^^ 



C^ 'S 





90 Naar Zuid- Afrika met 



blanken als inboorlingen handelen in deze roekeloos. Zij 
vernielen boschjes voor hun kraals en om als brandhout 
te dienen. De inlanders vooral misbruiken groote hoe- 
veelheden jong hout, om hutten er uit te vervaardigen. 

„Het toenemende getal kudden oefent ook invloed op 
de stroomen en bronnen. Waar het kreupelgewas en de 
grashalmen kaal gevreten worden, daar verdorren de 
zonnestralen den grond en loopt de regen in de rivieren. 
Hij vormt nieuwe „sluits" en gaat in de zee verloren, 
zonder den voorraad grondwater te hebben aangevuld." 

De regenmassa wisselt af, gelijk men uit het navol- 
gende bespearen kan : 

Te Pella, aan de Noordwestelijke grens, bedraagt zij 
gemiddeld 2J duim (Eng.) 'sjaars, waarvan één vijfde 
gedeelte in Mei valt. Gedurende vijf jaren heeft men 
er geen enkelen droppel gedurende de maand November 
gehad. Op het Koninklijk Observatorium, nabij Kaap- 
stad, constateert men gemiddeld 25 duim 'sjaars. Drie- 
vijfden van deze hoeveelheid vallen in de wintermaan- 
den : Mei, Juni en Juli, neer. Augustus is ook een 
regenachtige maand. Aan de Mosselbaai , te Port Eliza- 
beth , en in de meeste kustplaatsen , is de regenverdeeling 
gedurende het jaar zeer onregelmatig: 16 duim 'sjaars 
is de gemiddelde regenmassa in eerstgemelde, 23 duim 
in laatstgemelde stad. Februari en Maart zijn de regen - 
maanden voor de Mosselbaai; voor Port Elizabeth Mei 
en October. 

In beide oorden is Januari de droogste maand. Te 
Carnarvon, een stadje in het Noorden der Karroe, dat 
een goed denkbeeld geeft van hetgeen de Karroe is, 
bedraagt de gemiddelde regenhoe veelheid 8 duim , waar- 
van één vyfde gedeelte in Maart neervalt. 






de Castle-Ljjn, 91 



Van Juni tot December bedraagt de gemiddelde hoe- 
veelheid er slechts een halve duim 's maands. Te Graai 
Reinet, in het Oostelijke centrum der Karroe, beloopt 
de gemiddelde hoeveelheid 14f dnim. De regenachtigste 
maand is daar Maart. 

Queenstown en Aliwal Nortli, plaatsen aan de Noorder- 
grenzen der kolonie, hebben een gemiddelde jaarlij ksche 
regenmassa van 20| en 24| duim. De overvloedigste regens 
vallen er meestal in Februari en in Maart. Juni, Juli en 
Augustus zijn er de droogste maanden. In dit opzicht 
gelijken deze steden op die in de Karroe. Tijdens het 
winterseizoen bedekt de sneeuw de kruin van menigen 
berg, althans gedurende eenige dagen. 

Wat aangaat den warmtegraad des dampkrings, zoo 
kan men de Kaapkolonie over het algemeen geen heet 
klimaat noemen. Gedurende enkele dagen der maand 
Januari is de hitte buitengewoon groot, maar zelden 
langdurig. De grootste zomerwarrate is niet drukkender 
dan die in de heetste gedeelten van Europa. Bovendien 
wordt de hitte getemperd door de briezen en de droge 
atmosfeer, hetgeen den warmsten dag dragelijk maakt, 
terwijl de geurige koelheid der nachten alleraangenaamst 
en genotrijk is. 

Door den heer Gamble is de opmerking gemaakt, dat 
„de temperatuurswisselingen op kustplaatsen , zoowel ge- 
middeld per dag als gemiddeld per jaar, minder hevig 
zijn dan op binnenlandsche plaatsen. De zomers en de 
middagen zijn heeter binnenslands dan bij de zee. De 
winters en de ochtend vroegten vóór den dageraad zijn 
koeler aan de kust dan binnenslands." 



\ 




STAATKUNDIGE EN BURGERLIJKE 
INSTELLINGEN. 

Gedurende verschillende perioden is er een beweging 
ontstaan in de Kaapkolonie, met de strekking om haar 
te bezorgen de zelfbestunrs-instellingen van het moeder- 
land. Dit moederland ging echter eerst in 1872 tot het 
bewilligen dier instellingen over. De Kroon heeft het pre- 
rogatief behouden, om haar eigen landvoogden te benoe- 
men en het vetorecht uit te oefenen over alle wetgeving. 
In Engeland blijft ook gevestigd de hoogste rechtspraak, 
op welke men zich beroepen kan, van arresten in de kolo- 
niale gerechtshoven. Het Rijksparlement handhaaft tevens 
zijn almacht over dit gedeelte van het rijk, gelijk over 
elk ander. Maar de Engelsche regeering heeft niets 
te zeggen over de Kaapsche ambtenaren , met uitzonde- 
ring alleen van den Gouverneur. Het bestuur der binnen- 
landsche aangelegenheden, het beheer der verschillende 
departementen, de benoeming der verschillende beambten, 
berusten bij de ministers, die het uitvoerend bewind vor- 
men. Het ministerie of kabinet, dat, in gemeen overleg 
met den Gouverneur en den plaats vervangende n Gou- 
verneur, den Uitvoerenden Raad uitmaakt, bestaat uit 
een minister van binnenlandsche zaken , een advocaat- 
generaal, een schatm eester- generaal , een commissaris 
voor openbare werken en domeinen , en een minister voor 
de aangelegenheden der inboorlingen. 

De Wetgevende Macht bestaat uit twee takken. Het 
Lagerhuis, het House of Assemhly , telt vijf-en-zeventig 
leden ; zij worden voor vijf jaren gekozen , ten ware het 
Parlement vroeger ontbonden mocht worden. Het Hoo- 
gerhuis, de Wetgevende Raad, telt twee-en- twintig leden. 









de Oastle-L^n, 93 



Zij worden afgevaardigd door de zelfde kiezers als de 
leden van bet Lagerhuis. Het Parlement moet ten min- 
ste éénmaal 's jaars vergaderen en méér dan eenmaal , 
zoo 't noodig is. De beraadslagingen kunnen in bet 
Engelscb of in bet Hollandscb gevoerd worden , maar in 
geen andere taal. 

Het recbt der Kaapkolonie is in boofdzaak nog bet 
Romeinsch-HoUandscbe recbt , gelijk bet gewijzigd is , 
door de wetten en wettelijke gebruiken der Hollanders , 
door plakaten en proclamatiën tot 't jaar 1824, daarna 
door de verordeningen van den Raad en van den Wetge- 
gevenden Raad , eindelijk door de akten van bet kolo- 
niale Parlement. Het opperste gereebtsbof der kolonie 
is bet Hooggerecbtsbof , dat zijn zittingen in Kaapstad 
boudt. Van de arresten, door dit gereebtsbof gewezen, 
kan men in booger beroep komen bij de Koningin in 
raadkamer, zoodra zoodanig arrest een eiscb geldt ^an 
ten minste vijfbonderd pond sterling, of middellijk dan 
wel onmiddellijk, burgerrechten betreft. Voor een appèl 
moet bet Hooggerechtshof allereerst zijn toestemming 
geven. 

Ommegaande rechtbanken f ungeeren tweemaal 's jaars 
op de plaatsen en tijden, door den Gouverneur vast 
te stellen. Deze rechtbanken hebben in baar res- 
pectieve ressorten de zelfde rechtsmacht , die bet Hoog- 
gerechtshof over de gansche kolonie bezit. 

Behalve de hoogere rechtbanken , zijn er kantongerech- 
ten, met vaste kantonrechters in elke stad of district 
der kolonie; ommegaande, plaatselyke rechtbanken voor 
verafliggende oorden ; eindelijk speciale vredeger echten , 
bestaande uit bezoldigde vrederechters. Dezen hebben 
een beperkte rechtsbevoegdheid. Vrederechters worden 







94 Naar Zuid-Afrika met 



door den Landvoogd benoemd. Zij handhaven de open- 
bare orde, dagvaarden overtreders en getuigen, doen 
misdadigers aanhouden en houden instructie. Zij vragen 
gedag vaarden borgtocht af, voor een goede gedraging 
in de toekomst, en attesteeren verklaringen. 

Veldkornetten worden medo door den Landvoogd be- 
noemd. Dez alken zijn gehouden, zonder bevel van aan- 
houding, alle personen te arresteeren en naar den kerker 
te brengen, die zij een vergrijp zien plegen, of die zij 
redelijkerwijze meenen, dat een vergrijp gepleegd hebben. 
De koloniale politiemacht telt 800 koppen. 

Het Departement van dienst, dat bekend staat als 
het Aktenkantoor, bezorgt, in een zeer eenvoudige en 
tevens zeer doeltreffende wijze, de inschrijving van alle 
landtitels en kustingbrieven. 

Landtitels worden allereerst door de Regeering, als 
vertegenwoordigende de Kroon, uitgegeven en de uit- 
gifte geregistreerd op het kantoor der Opperlandmeesters. 
Elke overdracht of ruil van landerijen moet daarna 
ingeschreven worden op het Aktenkantoor. Het be- 
zorgt tevens de inschrijving van hypotheken. De houder 
van een kustingbrief kan zijn rechten als preferente 
schuldeischer tegenover andere crediteuren slechts dan 
doen gelden, als hij den kustingbrief laat inschryven 
op het dusgenaamde „hypothekenboek", dat dagelijks, 
tegen betaling van een kleine geldsom, door het publiek 
kan worden geïnspecteerd. Hypotheekbrie ven moeten 
afbetaald of overgeschreven worden, alvorens landerijen 
kunnen worden overgedragen. Door de overschrijving 
wordt gestaafd, dat de geldschieter de overdracht goed- 
keurt of er in toestemt, zijn rechten te doen gelden 
tegenover den nieuwen kooper, instede van tegenover 






de Castte- Lijn, 95 



den ouden bezitter. Onder dit stelsel heeft de kapitalist 
derhalve de meest mogelijke zekerheid en wordt de 
overdracht van onroerende goederen bewerkstellio:d op 
hoogst eenvoudige, doeltreffende en goedkoope wijze. 

Ben ander gewichtig ambt is dat van den „M aster*', 
wiens functiën overeenkomen met die van den grifl&er 
in het Kanselarij hof, terwijl hij bovendien de adminis- 
tratie van insolvente boedels in handen heeft. 

In al de kantons of afdeelingen der Kaapkolonie zijn 
er plaatselijke raden, die door de belastingschuldigen 
gekozen worden. Bovendien hebben de meeste steden 
gemeenteraden, belast met het beheer der plaatselijke 
aangelegenheden en bestaande uit afgevaardigden der 
huisbezitters. Ten plattenlande fuiigeeren dorpsraden 
en hier en daar heeft men gezondheidsbesturen. De 
belastbare waarde der onroerende goederen in de Kaap- 
kolonie is £ 37,799,508. De Transkeiaansche districten, 
Temboeland en Griqualand East zijn daaronder niet 
begrepen. 

De leden der verschillende godsdienstige lichamen in 
de Kaapkolonie (ongerekend de Transkeiaansche distric- 
ten) zijn, volgens de jongste statistiek, 383,765 sterk ; 
232,046 hunner worden tot de blanken, 150,719 tot de 
inboorlingen gerekend. De Hollandsche hervormde kerk- 
gemeente telt 162,739; de Wesleyaansche 68,814; de 
Anglikaansche 57,895; de Congregationalistische, de 
gemeente der Independenten en het Londensche Zende- 
lingengenootschap 33,056; de Moravische broeders 
10,053 ; de Rijnsche zending 10,011 ; de Roomsche 
kerk 9,694; de Presbyteriaansche (Schotsche vrije kerk-) 
gemeente 8,646 leden. Behalve de bovengenoemd en 
zijn er Doopsgezinden , Lutherschen , Fransche Protes- 





tanten, vrije Protestanten, Joden en Mohammeddanen, 

Verschillende Christelijke zendelingsgenootschappen 
hebben hun missiën onder de inlandsche stammen. Zij 
allen , die de werkzaamheden dezer zendelingen kunnen 
nagaan , zallen toestemmen , dat hun streven een uiterst 
weldadigen invloed oefent op de inlanders , zoowel 
lichamelijk als zedelijk. Duizenden der heidenen in 
het Kafferland hebben een eerste schrede gedaan in de 
richting der beschaving : ambachten geleerd , neringen 
ondernomen en onroerend goed verworven. Velen onder 
hen kunnen wijzen op kerken en godshuizen , welke 
door hnn eigen streven verrezen zijn , en waar talrijke 
gehooren, fatsoenlijk gekleed en ordentelijk, geregeld 
samenkomen op het geklep der zondagsklok. 

De nieuwe wetgeving in zake het openbaar onderwijs 
voorziet in de behoeften der burgerij in die richting. 
Krachtens haar zijn er: 

1*. Openbare dag- en kostscholen in de verschillende 
districten. Zij staan onder het beheer van plaatselijke 
schoolbesturen ; 

2°. De zendelingsschol en , welke beheerd worden 
door de godsdienstige of zendelingsgenootschappen; 

3°. De inlandsche dagscholen, ambachtsscholen en 
opleidingsgestichten , die mede van de zendelingsgenoot- 
schappen uitgaan. 

Op deze openbare (lagere) scholen , wordt men opge- 
leid voor de hoogere scholen of „colleges", waar men een 
onderwys geniet, voldoende voor het verkrijgen van 
graden aan de Kaapsche hoogeschool, na examens, door 
bevoegde professors afgenomen. Deze universiteit ver- 
volledigt en kroont het onder vsrijsstelsel der Kaapkolonie. 

De Regeering bevordert onderwijs, door, in overleg 







de Castle-Lijn. 07 



met de burgerij , subsidiën toe te kennen uit de kolo- 
niale staatskas. 

Deze toelagen worden , krachtens de bepalingen der 
akten tot regeling van het lager en van het hooger onder- 
wijs in de kolonie, voor de moest uiteenloopende doel- 
einden verstrekt. Lager onderwijs voor allen , zonder 
onderscheid van gezindte of kleur, staat op den voor- 
grond. Maar, tegelijkertijd , wordt de hoogere opleiding 
van hen , die de uitoefening van nuttige maatschappelijke 
beroepen en universiteitsgraden begeeren, niet over het 
hoofd gezien. Aan de opkweeking van inlandsche jongens 
voor zekere ambachten : timmerraanswerk , wagenbouw , 
druk- en boekbinderswerk , enz. enz. , wordt evenzeer de 
bijzondere aandacht gewijd, als aan de opleiding van 
inlandsche meisjes tot dienstboden. 

Met inbegrip der administratiekosten , beliepen de 
uitgaven der Regeering voor openbaar onderwijs , in het 
jaar , geëindigd met Juni 1885 , £ 95,000. Van dit 
bedrag vergden de Hoogeschool en de Colleges £> 8000 ; 
de openbare (lagere) scholen £ 28,010; de zendelings- 
scholen £ 18,000; de inlandsche dag- en ambachts- 
scholen £ 21,000. 

Het Departement van Openbaar onderwijs staat onder 
een Opperopzichter-generaal van onderwijs. Hij is ver- 
antwoordelijk voor het richtige beheer der subsidiegelden, 
in overeenstemming met do besluiten, door beide takken 
der Kaapsche Volksvertegenwoordiging te dier zake 
genomen. Het toezicht op alle inrichtingen van onder- 
wijs in de Kaapkolonie geschiedt door een korps van 
bijzondere schoolinspecteurs. 

Er bestaan openbare boekerijen , museums , planten- 
tuinen en een vereeniging tot bevordering der schoone 



l 






98 Naar Zuid-Afrika met 



kunsten. Deels heeft de burgerij die instellingen tot- 
standgebracbt en gehandhaafd, deels de Staat. Iets, 
waarop de Kaapkolonie o. a. terecht fier zijn mag is 
het schoone gebouw in Kaapstad , waarin het Zuid- 
af rikaansch e museum en de openbare boekerij vereenigd 
zijn. De leeszaal is er fraai. Zij heeft een lengte van 
80 voet , bij een breedte van 40 voet , is goed verlicht 
en voorzien van gaanderijen en niesen , met kasten en 
planken vol boeken. Deze bibliotheek heeft een 40,000 
banden, verdeeld over het gansche , ruime veld der 
kunsten en wetenschappen , behalve nog de kostbare 
verzameling, door Sir George Grey geschonken. Deze 
bestaat uit zeldzame handschriften , oorspronkelijke uit- 
gaven van vroege drukken en vele werken , die over de 
inlandsche talen van Afrika, Australië en Nieuw- 
Zeeland handelen. De gewestelijke boekerijen zijn 51 
in getal. De meest bekenden zijn die te Port Elizabeth , 
Grahamstown, King Williaro*s Town , Graaf Reineten 
Alice (Lovedale). 

In de Kaapkolonie worden er tegenwoordig uitgegeven 
42 nieuwsbladen in de Engelsche taal , 22 in de 
Engelsche en Hollandsche talen , 7 in het Hollandsch, 
1 in het Hoogduitsch , 1 in het Kaffersch en 1 in het 
Engelsch en Kaffersch. Tien dezer couranten zijn dagbla- 
den, negen verschijnen er driemaal *s weeks, veertien twee- 
maal, acht-en-dertig eenmaal; één blad komt alle veertien 
dagen uit en twee organen verschijnen maandelijks. 

Er zijn zeer vele weldadigheids- en andere instellingen 
in de Kaapkolonie. De talrijke spaarbanken verdienen 
gemeld te worden. De geheele postdienst is op uitste- 
kende wijze georganiseerd. De raailbooten voor Engeland 
vertrekken thans alle weken. 






m 

de Castle-Lijn. 99 



Ruim vier duizend mijlen straatweg verbinden alle 
uithoeken , gelijk ook alle centrums, terwijl zij aangevuld 
worden door de buurt wegen, de zoogenaamde divisional 
roads , welke nog ruim 4300 mijlen meten. 

Bij zulk een uitgestrekt mijlen tal van wegen bestaan 
er natuurlijk een groot getal bruggen , en sommigen 
daarvan zijn groote en gewichtige bouwwerken. Tot de 
voornaamsten behooren die over de Oranjerivier. Deze 
stroom , welke het Kaapland bijna in zyn geheel snijdt, 
van het Oosten naar het Westen , ontspringt by de 
hoogste spitsen van het Drakengebergte, en stort zich 
op de Westkust in den Atlantischen Oceaan uit. Haar 
stroomgebied is enorm en wordt op 400,000 vierkante 
mijlen geraamd. Dit verklaart de uitgestrekte over- 
stroomingen , welke zij vaak ondergaat. De daardoor 
veroorzaakte verkeersstremmingen met het binnen- 
land , telkens wanneer de rivier buiten haar oevers treedt, 
waren zóó lastig , dat het koloniale Parlement eindelijk 
er toe overging haar overbrugging op vier punten met 
ijzeren bruggen te autoriseer en, 

Het telegrafennet der Kaapkolonie is zeer uitgebreid, 
en slechts weinige plaatsen hebben te huidigen dage 
geen draadgemeenschap met de hoofdstad. 



MINERALE EN ANDERE HULPBRONNEN 

DER KOLONIE. 

Diamanten. Over de kolossale productie van dia- 
manten in de Kaapkolonie zal men het een en ander 
vinden op blz. 59 — 60 v.v. 

Steenkolen. Dezen nemen, onder de minerale hulp- 









]Ö0 Naar Zuid- Afrika met 



bronnen der Kaapkolonie, een eersten rang in. In de 
Stormberg-keten , over de districten Albert, Aliwal . 
Wodehouse, Xalanga en Maclear verspreid, zijn er 
reusachtige lagen. Op één of twee punten, met name 
te Molteno en Indwe, heeft men sedert eenige jaren de 
kolenmijnen ontgonnen , voornamelijk ten behoeve der 
nabuurschap , binnen een omtrek van tachtig mijlen 
van de schacht. Daarbuiten werden de kosten van 
vervoer te zwaar. De aanleg van spoorwegen in de 
onmiddellyke buurt dezer mijnen heeft echter verande- 
ring hierin gebracht. Haar economische beteekenis is 
sedert op den voorgrond getreden en airede begint, op 
het net der Oosterspoorwegen , de inheemsche steenkool 
de Engelsche te verdringen. 

IJzer. Op dit oogenblik blijft de Kaapkolonie, wat 
ijzer betreft , van den invoer afhankelijk. Desniettemin 
worden ijzerertsen van groot en afwisselend rijk gehalte , 
sommigen van zeer rijk gehalte, overvloedig in sommige 
gedeelten der kolonie gevonden. Lood heeft men ge- 
vonden nabij de Oranjerivier en op andere plaatsen. 
Zinkblende evenzoo. Man gaa nerts is voorhanden 
in het Drakengebergte en in de bergketenen van het 
Kaapsche Schiereiland. 

Koper wordt in groote hoeveelheden door de Kaap- 
kolonie uitgevoerd. Het bestaan van kopermijnen in 
Namaqualand was reeds twee eeuwen geleden bekend, 
maar pas voor 36 jaren begon een firma uit Kaapstad 
met de ontginning. De jaarlijksche productie te Spring- 
bok bereikt tegenwoordig 20,213 ton erts. Het hoofd- 
station voor deze mijnen is Ookiep, vijf mijlen benoorden 
Springbok en negentig mijlen van Port Nolloth gelegen , 
waarmede het in spoorweggemeenschap staat. Dit is 





.<-'•- 





de Gastle-Lijn. 101 



het gewichtigste mijncentrum der Ga/pe Gopper Mine 
Company. Zijn bevolking is ongeveer 1800 zielen groot. 
Gedeeltelijk werkt zij in de mijn, gedeeltelijk er buiten, 
aan verschillende onderdeelen der exploitatie. Vele 
werklieden zijn mijnwerkers nit Cornwall en kunst- 
vaardige ambachtsmannen nit Europa , maar met en 
onder hen arbeiden ook aan de mijnen : Hottentotten , 
Bastards, Damaras en andere inboorlingen ; zooook dag- 
looners uit St. Helena. De Gape Gopper Mining Gompany 
is wel de grootste en belangrijkste, doch niet de éénige 
mijn vennootschap dezer streken. De Namaqua Mining 
Gompany is mede druk bezig met de methodische ont- 
ginning der mijnen te Concordia, waartoe de Hester 
Maria, de Wheal Julia en de Tweefontein behooren. 
Er bestaan nog andere kopermijnen in het zelfde district, 
die haar grond van den Staat gepacht hebben. De twee 
genoemde maatschappijen zijn echter tot dusverre de 
éénigen, welker mijnen productief gebleken zijn. 

Zout. Omvangrijke en waardevolle zoutketen worden 
overal in de Kaapkolonie gevonden. 

Guano. Wij zullen de guano onder de exportarti- 
kelen rekenen, ofschoon zij tot de dierlijke producten 
behoort. Kostbare lagen guano bestaan er op de eilandjes 
langs de Westkust der Kaapkolonie, waaronder zij ressor- 
teeren. Zij worden bij openbare inschrijving verpacht 
en deze guano vindt een gereeden aftrek, zoowel in de 
kolonie zelve als in Engeland. 

Edelgesteenten, enz. Behalve diamanten, vindt 
men in de Kaapkolonie granaten en agaten in overvloed. 
„Crocidiliet", dat zich in het bijzonder er toe leent, om 
tot verschillende voorwerpen van smaak te worden ver- 
werkt, wordt tegenwoordig in groote hoeveelheden gewon- 



\ 






102 Naar Zuid-Afrika met 



nen. Kwartsdelfstoffen zijn overvloedig en worden in den 
vorm van bergkristal, kwartskristal, amethist, roodkwarts, 
enz. , jaspis (rood en bruin, gestreept en „wolk") gevon- 
den. Langs den loop der Oranje- en der Vaalrivier wordt 
veel melksteen aangetroffen. Aan de Oranjerivier is 
bloedagaat ook ruim voorhanden. „Prehniet**, een delf- 
stof met schitterend zeegroene klenr en vol effect in 
sieraden, is overal in de Kaapkolonie te vinden. 

De voor het bouwen onmisbare zandsteensoorten zijn 
rijkelijk aanwezig en veel verspreid, gelijk ook de fraai 
gespikkelde en gestreepte marmer variëteiten. Het gra- 
niet uit Paarl geniet een wijdvertakte faam, om zijn 
fijnheid en zijn hardheid. Zand- en kwartssteenen , ge- 
schikt voor molensteenen, slijpsteenen, enz. enz. worden 
in groote hoeveelheden gevonden , bovenal in de hoog- 
landen, gelyk die rondom de Stormbergen. Kleiaarde 
van groote waarde, en geschikt om te worden verwerkt 
tot alle soorten van aardewerk en porselein, van het 
allerfijnste tot het allergrofste, tot klinkers en pannen, 
is wel zeer ruim voorhanden, doch heeft tot nu toe 
niet die aandacht gekregen, welke zij verdient. 



FABRIKATEN DER KOLONIE. 

De meeste uitvoerartikelen der Kaap zijn ruwe grond- 
stoffen, die naar Engeland worden verscheept, om daar 
te worden verwerkt. Er zijn echter inlandsche producten , 
die tot voorwerpen van dagelijksch en huiselijk gebruik 
worden omgewerkt, ter plaatse zelve en aldus den handen- 
arbeid en het kapitaal der kolonisten ten goede komen. De 
wijnbereiding, de fabrieken van gedistilleerd en de 












c?e Gastle-Lijn. 103 



bierbrouwerijen, zijn inheemsche industrieën der Kaap 
geworden en hebben groofce afmetingen verworven. 
Stoommolens van eenigen omvang zijn op vele plaatsen 
opgericht , ten einde tarwe te verwerken tot verschillende 
soorten van meel , of ten einde Engelsche biscuits eener 
puike qualiteit te vervaardigen. Meubelen , uit inlandsche 
houtsoorten gemaakt, zijn reeds sedert vele jaren alge- 
meen in gebruik. Het fabriceeren van wagens en 
rytuigen geeft werk aan vele ambachtslieden, want met 
het binnenland wordt er een belangrijke handel gedreven 
in transport- en reiswagens, lichte tentwagens op veeren 
en karren. Er is ook geen gebrek aan ijzer gieterijen en 
machinefabrieken , welke in staat zijn naar de eischen 
des tij ds te werken. 

De aanmaak van wolartikelen is nog niet gevorderd 
tot het stadium eener goed gevestigde industrie, De 
Waverley Woohvashing Gompany is echter ernstig er mee 
begonnen in haar fabriek nabij het spoorwegstation Ceres. 
Leerlooierijen bestaan al sedert vele jaren en verscheiden 
groote etablissementen van dien aard werken te Kaapstad, 
Port Elizabeth en Grahamstown. Het ontbreekt in de 
Kaapkolonie niet aan ossen- , paarden- , kalfs- , geiten- en 
schapenvellen , evenmin aan goede grondstoffen om ze te 
bereiden. 

Zeepfabrieken zijn beginnen te werken en haar pro- 
ducten verdringen zoetjesaan de geïm por teerden. Schoe- 
nen- en laarzen fabricage, het maken van zadels en tuig, 
van baksteenen, ijzer- en tingoed, van tabak , sigaren en 
snuif, van minerale wateren enz., hebben reeds een grooten 
omvang verkregen. De suikerbakkerij en de aanmaak van 
jams hebben in den allerlaatsten tijd een stoot gekregen, 
doordien de Volksvertegenwoordiging besloten heeft een 





104 Naar Zuid- Afrika met 



verlaging der invoerrechten op do suiker toe te staan, waar 
deze in het groot verbruikt wordt in de vervaardiging 
van snikerbakkerswerk, jams en conserven. De Kaapsche 
jams, uit klapbessen, „naartjes", oranjes, citroenen, limoe- 
nen, guava, kweeën, meloenen, perziken, vygen, abrikozen 
en andere vruchten, worden door velen op één lijn ge- 
steld met de Engelschen. Zij worden dan ook in vele 
gevallen op grooto schaal voor den uitvoer gefabriceerd. 

Minerale bronnen zijn over de gansche Kaapkolonie 
verspreid; zij worden in wel dertig of veertig districten 
aangetroffen. Meerendeels zijn ze warm, ijzerlioudend en 
zwavelhoudend. Zij 't in gevallen van chronisch rheuma- 
tisme of bij huidziekten, wordt het gebruik dezer bronnen 
beschouwd als min of meer baatbreugend ondoeltreffend. 
Proeven van het minerale water uit de bronnen bij Cale- 
don waren op de Indische en koloniale tentoonstelling 
(te Londen) aanwezig. 

De geneeskundige planten der Kaapkolonie zijn velen 
en velerlei. Wijlen Dr. Pappe heeft een honderdtal dier 
gewassen, welke gewoonlijk als artsenij aangewend wor- 
den door Europeanen en inboorlingen, opgenoemd. Bij 
die gelegenheid heeft hij *t tevens gestaafd, dat er anderen 
zijn van onmiskenbare waarde, welke hij 't geenszins de 
moeite waard geoordeeld heeft te vermelden , dewijl de 
inwoners ze nog niet benutten. Te oordeelen naar den 
rijkdom en de verscheidenheid der Zuidafrikaansche flora, 
lijkt het ontwijfelbaar, dat er nog vele nuttige en 
werkdadige geneeskruiden zullen worden ontdekt, om 
bij de pharmacopoea te worden ingelijfd. 

Do visscherij wordt uitgeoefend in alle baaien op de 
kust. In sommige plaatsen bestaan er groote particuliere 
etablissementen voor het inmaken en uitvoeren van het 









de CasÜe-Lyn. 105 



keurige zeebanket, hetgeen aan tallooze inboorlingen werk 
verschaft. Een 335 vaartuigen en 1800 menschen houden 
zich onledig met de viscb vangst ter zee. In 1884 bedroeg 
de hoeveelheid der ingemaakte of zouten visch, door de 
Kaapkolonie uitgevoerd, 2,741,966 pond, ter waarde 
van £ 16,206. 



HULPBRONNEN DES LANDBOUWS. 

In de Kaapkolonie, met haar afwisselende toestanden 
van velerlei aard, is er plaats voor elk herdersbedrijf 
en landbouwberoep. Kudden schapen en geiten, troepen 
vee en paarden, vinden een uitmuntend natuurlijk voedsel 
in overvloed. Tarwe en andere graansoorten tieren we- 
lig op den dankbaren bodem en geven goede oogsten. 
De meeste grond voortbrengsel en der gematigde en der 
halftropische luchtstreek kunnen, zonder bijzonder veel 
moeite of zorg, hier met goed gevolg gekweekt worden. 
Mits werkzame en oordeelkundige menschen het uitoe- 
fenen , is derhalve het pachtersbedrij f aan de Kaap een 
onafhankelijk, tevens een winstgevend handwerk. 

Maar voor lieden, die langs dezen weg hun geluk wil- 
len beproeven , is het volstrekt noodig de eigenaardighe- 
den der kolonie in klimaat, bodem , veldgewassen , vee- 
teelt en, laat ons er bijvoegen, inheemsche werkkrachten 
grondig te leeren kennen. Bovendien heeft het zijn nut 
het Kaapsche Hollandsch meester te zijn , dat door een 
groot deel der plattelandsbevolking gesproken wordt. Een 
zelfs korten tijd, doorgebracht met het bespieden van en zich 
gewennen aan de Kaapsche manier van doen, krijgt men 
ruimschoots door de verkregen ondervinding vergoed. 

De waarde eener Kaapsche hoeve hangt nauw samen 



\ 




met de hoedanigheid harer graslanden , den omvang en 
de bestendigheid harer bronnen, den aard der daarop 
aangebrachte verbeteringen in den vorm van dammen , 
gebouwen, enz. enz. Zij is mede afhankelijk van de 
nitgestrektheid harer bouwlanden en van den afstand , 
waarop de markten gelegen zijn. De beste, hoogst 
aangeschreven pachthoeven, waar „wol, horen, koren 
en wijn" samengaan , zijn tegenwoordig van £ 1 a 
£ 3 per morgen waard. Anderen gelden tot 10 shillings 
per morgen, terwijl landeryen der mindere soort voor 
zelfs één en anderhalve shilling het morgen van twee 
acres te krijgen zijn. In enkele buurten, bv. in de vrucht- 
bare irrigatielanderijen rondom Oudtshoorn , worden on- 
derdeeleu van boerderijen soms verkocht tegen £ 50 a 
£ 250 de acre. 

Hoewel de grootste oppervlakte der Kaapkolonie reeds 
verdeeld en in het bezit van particulieren overgegaan is , 
bestaan er nog uitgestrekte woeste gronden, die der Kroon 
toebehooren. Deze landerijen worden van tijd tot tijd 
afgebakend en aan den hoogsten bieder bij openbare vei- 
ling verkocht, tegen betaling van een eeuwigdurenden 
grondcijns , welke overeenkomt met een jaarlijksche 
pachtsom. Kan ter openbare veiling de inzetprijs , voor 
eenige landery vastgesteld , niet worden bedongen , dan 
kan een persoon, die overigens aan al de voorwaarden 
voldoet, alsnog, en binnen den termijn van één jaar na 
den veildag, tegen zoodanigen prijs kooper van den grond 
worden. 

In het beschikbaar stellen van kleine oppervlakten , om 
dienstbaar te worden gemaakt aan den akkerbouw, voor- 
ziet de 378te akte van 1882, gewijzigd door de 40ste 
akte van 1885. Het blijkt, dat deze methode , om kleine 






de Gastle-Lyn, 107 



landergen in eigendom te verwerven, popnlair wordt, 
zoowel onder Europeanen als onder inboorlingen, die de 
voordeelen er van inzien. Ziehier een kort overzicht der 
voornaamste wetsbepalingen. 

„Beschikbare woeste staatsgronden , mits geen bosch- 
land zijnde, kannen, in stukken ter grootte van ten 
minste vier en van ten hoogste twee-honderd-en-vijftig 
morgen , aan personen , die aan alle gestelde voorwaar- 
den voldoen , op de navolgende voorwaarden worden ge- 
gund. 

„De gegadigden moeten zich wenden tot den burgerleken 
commissaris der afdeeling, waarin de gronden, die zij 
willen verwerven, gelegen zijn. Zij behooren hem te 
verklaren : dat zij den 21-3arigen leeftijd hebben bereikt ; 
niet reeds zijn grondeigenaars van landerijen, ter grootte 
van 250 morgen of meer; de grondstukken begeeren, 
uitsluitend ten eigen gebruik en profijt; niet handelen 
in overleg met andere personen, ter zake der grond- 
stukken, en geenszins al landeigenaars zijn krachtens 
deze akte. De grondstukken moeten reeds opgemeten 
zijn en gegadigden behooren ze te kunnen beschrijven, 
in zoodanige algemeene doch juiste termen, dat men de 
grondstukken er nit onderkennen kan. 

„Bij hun aanvraag, behooren gegadigden te voegen 
een inlage van één shilling per morgen, die later wordt 
afgetrokken van den grondcijns van het eerste jaar. 
Mocht de aanvraag worden geweigerd, dan zullen ge- 
gadigden de inlage terug ontvangen. 

„Elke in orde bevonden aanvrage om land wordt in 
handen gesteld eener landerijen-commissie, speciaal voor 
elke afdeeling benoemd en bestaande uit drie personen, 
van wie de burgerlijke commissaris van ambtswege er 






\. 





108 Naar Zuid- Afrika met 



één moet wezen. De landerijen-commissie geeft verslag 
van haar werkzaamheden aan den minister van openbare 
werken en kroondomeinen. 

„Een gegadigde, wiens aanvraag toegewezen wordt, 
ontvangt een patent, dat nem de vergnnning geeft het 
hem toegewezen land te nemen en te beboawen, voor 
den tijd van vijf jaren, gerekend van den 1^^^^ Januari 
of 1^*^^^ Juli na de dagteekening van het patent, en 
wel tegen storting eener som, die gelijk staat met het 
twintigste gedeelte van den prijs, voor het grondstuk 
te betalen. Binnen zes maanden moet hij persoonlijk 
op dit grondstuk huizen; binnen twee jaren tenminste 
een twintigste gedeelte er van hebben omheind of ont- 
gonnen. Bij niet-nakoming dezer voorwaarden kan het 
patent worden ingetrokken. 

„Te allen tijd kan de overheid het gegunde grondstuk 
betreden en de gemaakte vorderingen nagaan. Na afloop 
van den patent- termijn, en onder nakoming van alle 
voorwaarden, is de minister van openbare werken en 
kroondomeinen gemachtigd een verklaring af te geven, 
krachtens welke een geregelde titel met grondcijns kan 
worden verstrekt, volgens de bepalingen der veertiende 
akte van 1878. Die grondcijns komt in bedrag met Let 
patentgeld overeen." 

Tot de streken der Kaapkolonie, welke het gunstigst ge- 
legen zijn voor den akkerbouw, worden die gerekend, waarop 
overvloedige regens geregeld neervallen, en waar derhalve 
kunstmatige besproeiing onnoodig is. De kustlanden, 
bovenal genen in de nabijheid der Kaapstad, hebben dit 
groote voordeel. Zy vormen de voornaamste graan- 
schuur der Kaapkolonie. Het getal landeryen was in 
1875,16,166, met een oppervlakte van 39,947,734 morgen 



4fWb 






de Gastle-Lijn. 109 



van twee acres. Daarvan was bebouwd een oppervlakte 
van 274,472 morgen. 

Haver en tarwe. Haverhooi en tarwe zijn de stapel- 
prodncten der afdeeling Kaapstad. De nabunrschap 
eener groote markt stelt de landbewoners in staat hun 
oogst met eigen wagens derwaarts te brengen, het 
hooi in bossen, gelijk het ingezameld werd. Haver, voor 
hooi bestemd, wordt dik gezaaid en afgesneden, zoodra 
zij aanvangt te rijpen en terwijl het sap nog in de 
stengels zit. De haveraren of hooi, aldus bewaard, 
worden door paarden en runderen , als een geurig 
en malsch voedsel , met graagte gegeten. In puiken of 
goeden toestand, brengt zulk voer van 3 tot 6 en 7 
shillings per centenaar op , naar gelang van het seizoen, 
en van vraag en aanbod. 

Gerst groeit welig, vooral de Kaapsche, die beter 
tiert dan Engelsche moutgerst, maar goed bevruchten, 
maagdel ijken grond noodig heeft. Op twee boerderijen, 
welke wij zouden kunnen noemen, bedroeg, op drie 
schepels , de oogst 330. De gemiddelde opbrengst be- 
loopt veertig schepels per acre. Gerst geldt van negen 
tot vyftien shillings per zak van drie schepels. 

Rogge wordt niet zooveel geplant als andere 
graangewassen. Zij wordt meestal gebezigd voor paar- 
deuvoer en het stroo voor rieten daken. De oogst is 
overvloedig. Rogge heeft lichten zandgrond noodig. 

Tarwe. In de districten Kaapstad en Malmes- 
bury groeit er tarwe , die 200 a 212 pond per mud van 
3 schepels weegt , d. w. z. gemiddeld Q7 a 70 pond per 
schepel. De heer John Eaton uit „Droog vlei" , in het 
Malmesburysche , een goed ervaren boer , berekent den 
gemiddelden tarweoogst der jongste vijf jaren op 7\ 







110 Naar Zuid- Afrika met 



schepels per acre en dit sluit in twee der slechtste oogst- 
jaren in de Kaapkolonie. De heer Eaton zegt: „Mijn 
ervaring in den graanbouw aan de Kaap , d. w. z. in de 
districten Kaapstad en Malmesburj, leert mij, dat wij 
hier slechts de helft zaaien der hoeveelheid tarwe, welke 
in Engeland gezaaid wordt.'* Dit is natuurlijk ; trou- 
wens, alle graangewassen worden in Zuid- Afrika dun 
gezaaid ; anders toch zouden zij , zoo snel groeiend onder 
een blakende zon , de neiging krijgen om strooachtig 
te worden. 

Werkkrachten. In het ploegseizoen verdient 
een inlandsche daglooner per maand ongeveer vijftien 
shillings aan loon en zijn kost, d. w. z. één schaap, 
ter waarde van (zegge) achttien shillings; één schepel 
meel, ter waarde van (zegge) 6^ shilling; 30 zouten 
„harders'' (zeebarbeel , ter groote van een haring en 
sterk daarop gely kende) , ongeveer kostende 10 a 12 
shillings de honderd, zegge dus waard 4 shillings ; wijn, 
driemaal 's daags , zegge 6 shillings 's maands — te 
zamen derhalve ongeveer 50 shillings in de maand, be- 
halve vrij onderkomen. Dit laatste beteekent, in het 
geval van gehuwde mannen, een of twee kamers ineen 
bggebouw, en een slaapplaats, waar dan ook, in het 
geval eens vrijgezels. Op het stuk van behuizing, 
zijn de inlanders niet moeielijk tevreden te stellen. 

Maïs. Turksch koren of mais , in de wandeling 
„mealies" geheeten , groeit aan de Kaap overal en welig. 
Mensch en dier vinden baat bij de overvloedige oog- 
sten van dit puike voedsel. De teelt vereischt slechts 
weinig zorg en de groei wordt niet geschaad door „mst" 
en dergelijke ziekten. 

Gierst. „Kaffer koren" of gierst wordt door de in- 







de Castle-Lijn. 111 



boorlingen veel gezaaid; zij eten het gierstemeel gekookt 
als voedsel of drinken gierstebier. 

Aardappelen, enz. Aardappelen , en alle soorten 
van Enropeesche moesgroenten en keukengroenten, ge- 
dijen goed aan de Kaap en groeien het geheele jaar 
door. Yams , pompoenen en meloenen worden bij 
wagen vrachten tegelijk voortgebracht en verkocht. Biet 
wordt ook veel gekweekt. Uit genomen proeven is ge- 
bleken, dat het suikergehalte daarvan in alle opzichten 
overeenkomt met dat in Franschen, Belgischen en 
anderen Europeeschen beetwortel. Het nabij komende 
plantf^ewas, de mangelwortel , is, na oiiderzoek, mede 
gebleken goede oogsten af te werpen , gelijk ook de 
koolrapen. 

Tabak. De tabaksteelt vindt men in verschillende 
districten der Kaap terug, van Clanwilliam en Piquetberg 
in het Westen, tot aan 't Kafferland , langs de Oostkust. 
De Zuidafrikaansche bodem schijnt zich goed er toe te 
leenen , maar de manier om de bladen voor het verbruik 
te bereiden , is nog voor groote verbetering vatbaar. 

Irrigatie. In zake besproeiing , heeft het aan ad- 
vies zoo voor particulieren als voor vereenigingen en 
publieke lichamen , geenszins ontbroken. Onder toezicht 
van het Kaapsche Departement van Waterstaat zijn 
zeer vele besproei ings werken aangelegd. De Irrigation 
Act van 1877 bepaalt, dat er irrigatiebesturen kunnen 
worden gevormd in districten , waar ten minste drie 
landeigenaren verklaren zich te willen vereenigen tot 
het doen uitvoeren van irrigatiewerken en het bouwen 
van waterdammen. De zelfde wet behelst bepalingen, 
betreffende bijstand aan particuliere grondeigenaars en 
boeren, die water afdammen of hun land besproeien 






112 Naar Zuid- Afrika met 



willen. De Regeering is gemachtigd dezulken te helpen 
door een voorschot, mits zij zich willen binden een 
pachtcijns er voor te betalen van acht ten honderd over 
een tijdperk van uiterlijk 24 jaren. In 1882, heeft het 
Kaapsche Parlement het ontwerp goedgekeurd eener 
leening , om besproeiings werken uit te voeren op eenigs- 
zins breede schaal te Stolshoek, nabij Beaufort West, 
en te Van wijks vlei , in de af deel ing Carnarvon. Bij 
Vanwyksvlei ziet men de verreweg belangrijkste irriga- 
tiewerken, in de geheele kolonie nog ondernomen. Het 
daarmee beoogde doel is het verzamelen van regenwater , 
om, met behulp daarvan, een groote uitgestrektheid 
vruchtbaar land, dat, zonder water, feitelijk geen 
waarde heeft , te besproeien. 

Veefokkerij. Het voornaamste landbouwbedrijf van 
den Kaapschen boer is het fokken van paarden, vee, 
geiten, struisvogels en schapen. Men kan ook beweren , 
dat ten minste één derde der geheele bevolking zich 
met -die fokkery , of met werkzaamheden , welke daar- 
mee in verband staan , onledig houdt. 

Paarden. Bij de jongste telling, waren er in de 
Kaapkolonie 205,985 paarden , 29,318 muilezels en 
ezels. Sedert zijn deze getallen vermoedelijk tweemaal 
grooter geworden , maar tegenwoordig wordt er in 
paarden niet veel handel gedreven. De Kaapsche paar- 
den zijn beroemd om hun gehardheid en taaiheid. 
Goede rijpaarden zijn £ 15 a £ 20 , trekpaarden £ 10 a 
£ 15 het stuk waard. 

Vee. Tot het tegenwoordige vee behooren de af- 
stammelingen der inlandsche langhorens , die de Hotten- 
totten in van Riebeek's dagen bezaten en met de 
Hollandsche runderen, door de vroegste kolonisten aan- 





gebracht, kruisten. Hun cijfer is vermeerderd dooi- 
de telgen van bijna elk ras, in Engeland en Nederland 
bekend: „kortgehorenden," „Herefords,** „Ayrshires ," 
„Alderneys" en „Kerries". 

Een groot deel der graslanden aan de Oostkust is tot 
het weiden van vee uitermate geschikt, met name die 
van het dusgenaamde „Zuurveld," of zure grasland, 
waar de runderen tot kolossale afmetingen geraken. 
De prachtigste trekossen komen van daar. Vele boeren 
uit Albanj, Peddie, Victoria en King William's Town 
zijn niet alleen veefokkers, maar ook „kurveyors" (leve- 
ranciers van trekossen.) Steeds hebben zij karren en 
eenige span trekossen beschikbaar. Bij de jongste telling, 
werd het getal trekbeesten in de Kaapkolonie aange- 
geven met 421,762, dat der andere beesten met 689,951. 
Voegt men aan deze cijfers toe het getal beesten in de 
Trans keiaansche gewesten (thans bij de Kaapkolonie 
ingelijfd), namelijk 218,931, dan stygt het totaal in 
1875 tot 1,330,644. 

De gemiddelde marktwaarde van trekossen aan de 
Kaap, gedurende de laatste vijf jaren, heeft gedobberd 
tusschen de ^ 9 en de £6^ het stuk. In de Transkei- 
aansche gewesten gelden ze zoowat £ 6 het stuk. 

Geiten. Zeer vele boeren hebben kudden geiten, 
doorgaans bestaande uit de gewone inlandsche geiten , 
maar somwijlen gekruist met Angoras, in verschillende 
graden. Deze inheemsche geiten vormen een gehard ras. 
Zij bestaan, waar schapen het leven niet houden kunnen 
en leveren een vleeschsoort die, wel is waar geenszins 
wedijveren kan met het vleesch van den Zuidduinschen 
hamel, doch niet te min zeer goed eetbaar en, op boer- 
derijen, hoogst bruikbaar is. 






114 Naar Zuid-Afrika met 



Deze viervoetige antocbtlionen vermenigvuldigen zich 
snel. Sommige wijfjes werpen wel vijf jongen bij elke 
dracht en nooit minder dan twee. Over het geheel zyn zij 
zeer brnikbaar en zij leveren een bnid, die, b^ de be- 
reiding van de pnikste ledersoorten, onovertroffen blijft. 
Ter markt gelden deze geiten vellen nn en dan b\jna 
£ 5 per dozign. De schoone Angoras, die ons het prach- 
tige wol bezorgen, werden allereerst aan de Kaap in- 
gevoerd door kolonel Henderson van Bombay. Ofschoon 
mohair pas in 1862 onder de Kaapsche artikelen van 
uitvoer voorkwam en destyds slechts voor 1036 ponil , is 
die gezochte wolsoort sedert gestadig in hoeveelheid, maar 
ook in hoedanigheid , vooruitgegaan. In 1885 werd 
5,251,301 pond uitgevoerd, tot een aangegeven waarde van 
£ 204,018. Met eenig overleg en eenige zorg , zal Eiiapsch 
mohair later de Turksche wol , in de be voorkeurde soorten , 
kunnen evenaren , ja overtrefEen. In Engeland staat 
mohair al zeer hoog aangeschreven. In 1875 bedroeg het 
cijfer der geiten in de Kaapkolonie 3,065,202. Daaronder 
waren er 877,988 Angoras. 

Schapen. De schapen teelt behoort almede tot de 
voornaamste industriën van het Kaapland in het alge- 
meen en van de Kaapkolonie in het bijzonder. Zelfs de 
graanboeren houden eenige schapen, zegge 50 a 1000, 
Dezen lammeren omtrent de maand Juni , als wanneer de 
grashalmen beginnen op te schieten , en komen goed 
vooruit, ook al wordt er geen zorg aan besteed. Twee- 
maal per jaar worden zij geschoren : in September en 
October en in Februari en Maart. De schapen leveren 
allicht 5 a 10 pond onzuivere wol bij elke schering, doch na 
het wasschen , gaat er 60 a 70 percent dezer hoeveelheid 
verloren. De prijs hangt natuurlijk af van de qualiteit. 









de Castle-L^n. 115 



De gewone schapenboerderij is om en by 3000 acres 
groot. Aan knnstvoer wordt nimmer gedacht of ge- 
daan , hoe slecht of droog een seizoen ook wezen moge. 
Velen der knddenopzichters aan de grenzen hebben on- 
langs een aanvang gemaakt met het invoeren van 
ooien en rammen nit Australië , die daar op het stam- 
boek der schapen staan ingeschreven. Zij oordeelen , 
dat het in Australië geakklimatiseerde Merino- schaap 
nit Spanje , in het klimaat en met het voer der Kaap- 
kolonie, zeer goed aarden zou en verder, dat het er 
door een zorgvuldige keuze en fokkerij , zijn faam zal 
weten te handhaven, wat betreft gelijkmatige vachten en 
een wol , die bekend staat als de fijnste ter wereld , en 
die daarom den hoogsten prijs kan bedingen. In 1885 
bedroeg de woluitvoer der Kaapkolonie 34,432,562 pond, 
ter waarde van £ 1,426,108; in 1886, 34,134,503 en in 
1887, 31,582,854 pond. By de jongste telling, in 1875, 
beliep het getal wolschapen der Kaapkolonie 9,986,240 
en dat der andere schapen 990,423. 

Struisvogels. De struis vogel teelt, thans een der 
voornaamste industrieën der Kaap, is in de laatste 35 
jaren ontstaan. Over haar ontwikkelingsgeschiedenis 
kan men met vrucht raadplegen : Mosenthal Sd Harting's 
Ostriches and Ostrich Farming (Londen , Trübner & Co), 
en C. Douglass' Ostrich Farming in South Africa (Londen , 
Cassell & Co). Het cijfer der tamme struisvogels, in 
1865 slechts 80 , wordt tegenwoordig op niet minder 
dan 150,000 geschat. In 1884 was het pond struis- 
veeren gemiddeld £ 4:2:0 waard. In 1887 voerde 
de Kaap 268,832 pond stmisveeren nit, ter waarde van 
£ 365,587. Één der schrijvers over dit onderwerp raamt 
de waarde der stmisveeren, gedurende de jongste dertig 



oVb 





jaren uit Zuid- Afrika verzonden, op ca. £ 10,000,000. In 
de laatste tyden is de prijs van struisvogels belangryk 
gedaald. Een jonge struis is voor twee of drie pond te 
krijgen, terwyl niet vele jaren geleden een paar vogels 
allicht £ 250 golden. 

Het gezamenlijke gewicbt der struis veeren, in de jongst 
verloopen vijftig jaar door Zuid- Afrika verzonden, be- 
draagt 2,280,155 pond, zijnde ruim duizend ton. 

Wijnbouw. De Kaapscbe wijnbouw heeft belang- 
rijke afmetingen verkregen. De jongste statistiek be- 
treffende de Kaapsche wijnbergen dagteekent van het 
jaar 1880. Zij toont aan, dat er destijds 60,000,000 
wingerden bestonden, verdeeld over 20,000 acres land. 

Sedert 1880 heeft men den aanplant sterk uitgebreid 
en hoogst waarschijnlijk overtreft het getal wingerden 
der Kaapkolonie thans de zeventig millioen. De voor- 
naamste wijnstreken vindt men in de af deelingen Kaap- 
stad, Stellenbosch , Paarl, Malmesbury, Worcester, 
Robertsen, Montagu, Ladysmith, Prince Al bert en 
Oudtshoom. In deze districten worden verreweg de meeste 
druiven geteeld , die in den handel komen als Zuidaf ri- 
kaansche wijn. Het productie vermogen der Zuidafri- 
kaansche wijngaarden overtreft verre dat van eenig 
ander wijnland der wereld. Nergens kan er zulk een 
hoeveelheid wijn worden getrokken, geëvenredigd aan 
de bebouwde oppervlakte. Het sapgehalte der Kaapsche 
druif is ook oneindig beter dan dat der Europeesche 
druiven. Het is ondoenlijk hier méér er van te zeggen, 
maar de bovengenoemde feiten zijn welsprekend. Hun, 
die verdere bijzonderheden begeeren nopens de Kaapsche 
druiventeelt en wijnbereiding, bevelen wy aan de vele 
opstellen te lezen, welke er over handelen. Sommige 









de Oastle-Lyn. 117 



wetenswaardigheden komen voor in het officieele handboek 
der Kaapkolonie en in het jaarboek der „Argns." 

Znivelbereiding. Het zni velboeren nabij de volk- 
rijke centrnms is zeer winstgevend voor hen , die de 
kunst verstaan. De gemiddelde boterprijs is 2 shillings 
het pond, maar er zijn tijden geweest, dat boter vier 
en vijf shillings het pond gold. 

Boomkweekerij. De groote wouden der Kaapko- 
lonie zijn te vinden in de gematigde luchtstreken der 
Zuidelijke bergketenen, nabij de zee en bijna evenwijdig 
loopende met de kustlijn. Te gader bedekken deze bos- 
sohen een oppervlakte van om en bij 350 vierkante 
mijlen. De Transkeiaansche districten, onlangs bij de 
Kaapkolonie ingelijfd , bevatten ettelijke , zeer fraaie 
wouden. In dezen vindt men het stinkhout der Weste- 
lijke en het snieshout der Oostelijke bosschen. De in- 
specteur van het bosch wezen schrijft, in zijn rapport 
over 1886, dat de wouden van Knysna alleen desnoods 
alle jaren 150,000 dwarsliggers zouden kunnen fourneeren. 
Ruim een millioen stekken werden in 1886 door de boom- 
kweekers te Tokai afgeleverd. 

Op de vlakten der Kaap heeft men 470 acres nieuw 
beplant èn met groot succes. De voornaamste boomen 
voor timmerhout in de Oostelijk gelegen bosschen zijn 
het snieshout , het rechte geelhout , het basterd-geelhout , 
het Outeni qua- geelhout, het witte ijzorhout , het zwarte 
ijzerhout , de rooi els , de rooi peer, de wit peer, de harde 
peer, de doorn peer, de kafferpruim , de boerboon, het 
kamdeboe-stinkhout , het safEraanhout , het esschenhout, 
de olijnboom, de paardepram, het wit melkhout , het 
rooi hout , het boekenhout , het rooi melkhout , de wilde 
lemoen, het assegaaihout, de paardepis, het „buig- mij -niet" 



9W0 




(galagala), de zwartbast, deboschgwarre, hetkieriehout, 
de wilde kastanje, de wilde >»perske" (het dusgenaamde 
Natal mahogany), de blinkbaar, het rooi stinkhont of bit- 
tere amandelhout, het ondehoat, het kajatenhont (Kaapsch 
teak), het kersehont (candlewood) , de elzendoorn, de 
„qnar", de els, het without, de zijbast, het zwarthout, 
de rotsels, het terblanche hout, enz. 

De helft van het lange Kaapsche timmerhout wordt 
geleverd door twee soorten van geelhout (podocarpus 
latifoUus en podocarpus elongatus) . De handelsbeteekenis 
van het geelhout is niet altoos tot haar recht gekomen. 
In vele oude Kaapsche huizen was de vloer, de zolde- 
ring en waren de ramen uit geelhout gemaakt, en het 
ontbreekt niet aan gevallen, waarin het hout gedurende 
120 jaren flink weerstand bleek te hebben geboden aan alle 
aanvallen van weer en wind. Het kostbaarste timmer- 
hout in de bosschen van Knysna is ongetwijfeld het 
stinkhout (oreodaphne hullata). Een achtste gedeelte 
der boomen, die tot omhakking gemerkt worden, bestaat 
uit stinkhout. Men heeft deze houtsoort het Zuidafri- 
kaansche tedkhoui genoemd. 

Stinkhout groeit snel, misschien sneller dan eenig 
ander inheemsch hout der Kaapkolonie. Het nieshout is 
een andere kostbare houtsoort in het Kaapland en één 
der kostbaarsten. In duurzaamheid wedijvert het met 
greenheart, het yarrah- en het kamferhout. De best ge- 
akkiimatiseerde woudboom der Kaapkolonie is vermoe- 
delyk de gewone eik (quercus pedunculata) , die door 
de vroegste HoUandsche kolonisten ingevoerd werd. 
Het overplantoD dezer boomsoort gaat zeer gemakkel\jk 
en de goede groei vereischt slechts weinig zorg. In 
vele steden der Westerprovinciën ziet men de straten 







met eiken beplant. ' De zwarte acacia (acacia saligna) 
gevoelt zich in het Kaapland blijkbaar ook goed thais. 
Leerlooiers waardeeren den bast zeer en betalen 
£ 7 : 10 : — er voor per ton (droog). Als brandhout 
is de ontbaste stam oneindig veel beter dan sparren- 
houfc , dat nu bijna algemeen daarvoor gebezigd wordt. 
Tot aanmoediging der boomkweekerij en der aanplan- 
tingen , hebben af deelingsraden en gemeenteraden de be- 
voegdheid om zoodanig gedeelte van de hun toevertrouw- 
de fondsen der burgerij , als hun oirbaar lijken mocht , 
te bestemmen voor het vormen van beplantingen , voor 
het uitloven van prijzen aan goed geslaagde boomkwee- 
kers , of voor andere wegen en middelen , die tot het 
beoogde doel kunnen voeren. 



WIE BMIGREEREN MOET. 

Het valt gemakkelijker de categorie van lieden te 
omschrijven , die zouden behooren te emigreeren , dan 
de klasse van menschen aan te duiden , die liever 
thuis moesten blijven. Men kan het als een axioma 
beschouwen , dat er altoos vraag naar nuttigen ambachts- 
arbeid bestaat in een snel vooruitstrevend land als 
Zuid-Afrika, met al de kenmerken eener zich ontwik- 
kelende beschaving in alle middenpunten der bevolking. 
Klerken en winkelbedienden behooren eerst te gaan als 
zij reeds een betrekking gekregen hebben, of anders 
enkel dan, als zij eenig kapitaal bezitten, voldoende om 
hun den kost te bezorgen , tot zij werk vinden kunnen . 
Tegenwoordig overtreft het aanbod der zoogenaamde 






120 Naar Zuid- Afrika met 



fatsoenlyke betrekkingen de vraag daarnaar verre. Jacks- 
of-all-trades zijn niet in trek, ofschoon anders juist de 
man met dertien ambachten dikwerf den besten koloüist 
vormt en sneller een vermogen byeen gaart dan zijn 
minder handige bnnrman , die slechts één pees op zijn 
boog heeft. Deugnieten kunnen in Zuid- Afrika even- 
min vooruitkomen als elders, maar wij willen ook 
nadrukkelijk er byvoegen , dat de ordentelijke , kunst- 
vaardige ambachtsman beter in Zuid-Afrika vooruitko- 
men zal dan waar ook. Gelijk al onze groote volkplan- 
tingen , heeft de Eiaapkolonie het meest behoefte aan 
een uitgebreide landbouwbevolking. Waaraan anders 
dan aan gebrek van de wetenschap , onder hoe gunstige 
voorwaarden het boeren aldaar kan worden uitgeoefend, 
moet het worden toegeschreven , dat betrekkelijk zoo 
weinige landbouwers , die het in Europa niet breed 
hebben , hun geluk gaan beproeven aan de Kaap ? 
Hebben zy een gezin , des te beter ! Daar kan geen 
quaestie van zijn, dat er in de onmiddellijke nabijheid der 
grootere marktplaatsen, ruimte in overvloed bestaat 
voor gezinnen , welke zich er willen neerzetten , om 
zich te wijden aan graanbouw, wijnbouw en schapen- 
teelt. Doch die gezinnen moeten van het goede slag 
wezen , met voldoende middelen om het een wijl vol te 
houden , arbeidzaam , en niet te koppig of te trotsch om 
te leeren, want zelfs de meest schrandere man, al is 
hij nóg zoo ervaren, kan vele hoogst nuttige, neen nood- 
zakelijke inlichtingen ontleenen aan plaatselijke gebruiken, 
welke hy verstandig handelt met niet te ignoreoren , hoe- 
zeer ze hem vreemd of verkeerd toeschijnen mogen. Gaat 
de aankomeling met de noodige omzichtigheid te werk; 
weet hij zich te voegen naar zyn nieuwe omgeving, 









de Castle-Lijn» ]21 



zyn ondervinding slechts in toepassing brengende dadr, 
waar hy overtuigd is, dat zy betere uitkomsten zou 
opleveren dan het stelsel of de methode , door zijn 
nieuwe buren in toepassing gebracht, dan lijdt het 
geen den minsten twijfel, dat de zelfde hoeveelheid 
geestkracht, doorzicht en kapitaal, in de Kaapkolonie 
aangewend, veel hoogere winsten zal afwerpen dan in 
oudere, meer ontwikkelde en daarom door mededingers 
overstelde landbouwcentrums. En de zelfde opmerking 
is van toepassing op eiken tak der nyverheid in de 
Kaapkolonie. 

Er bestaat altoos vraag naar daglooners, veldwerkers 
en knechts op de boerderijen, terwijl ook zekere cate- 
gorieën van ambachtslieden zeker kunnen zijn emplooi 
te vinden. Over het geheel genomen, is het leven aan 
de Kaap slechts luttel duurder dan in Engeland , terwijl 
daarentegen de loonen , in vele gevallen , hooger komen 
dan in het moederland. Dienstboden kunnen steeds 
goed loon krygen. Timmerlieden kunnen bijna altoos 
staat maken op flink betaald werk , bovenal in de steden 
van het binnenland. Het zelfde geldt voor metselaars, 
leidekkers, stukadoors, kleermakers, schoenen- en laar- 
zenmakers, leerlooiers, zadel- en tuigmakers, smeden, 
huisschilders, loodgieters, enz. 

De volgende tabellen, behelzende het bedrag aan 
loonen en huur , de prijzen der levensmiddelen , enz. , 
in de opgenoemde afdeelingen der Kaapkolonie betaald , 
stonden in een onlangs verkrygbaar gesteld blauwboek: 



2ic ^^^ 





122 



Naar Zuid-Jfrika met 



Haxdwxbk. 



Per maand met host en 
inwoning. 

Opzichters yan boerdergen, 
opperherders, enz 

Boerenkneohts , yeehoeders 
en herders 

Mannelijke dienstboden 

Vrouwelijke „ 

Daglooners, per dag met den 
kost 

Dagloon f zonder host. 

Boekbinders 

Steenbakkers 

Timmerlieden en kabinet- 
werkers 

Metselaars 

Hnissohilders 

Dmkkers 

Zadelmakers 

Zagers 

Steenhouwers 

Kleermakers en schoenen- 
makers 

Blikslagers 

Wagenmakers 

Smeden 



Paarl. 



8. d. 



60 O 



7 6 



5 O 



9 O 

4 O 

• • • 

8 O 

8 O 

7 O 

7 6 

7 6 



Caledon. 



8. d. 

100 O 

20 O 

30 O 

12 O 

1 6 



5 O 

8 O 

7 6 

6 O 

• • • 

6 O 

7 6 



10 O 

10 O 

10 O 

10 O 



Port 
Alfred. 



s. d. 

60 O 

35 O 

60 O 

25 O 

2 6 



6 O 

6 O 

7 6 
7 6 

7 O 

8 O 
7 6 

6 O 
12 6 

9 6 

7 6 
10 6 
10 6 



Aliwal. 



8. d. 



35 O 

60 O 

40 O 

3 O 



10 O 

12 O 

12 O 

10 O 

10 O 

10 O 

10 O 

15 O 

16 O 

11 O 
15 O 
15 O 







3^ 




de Castte- Lijn, 



123 



Maandhuub. 

Baglooner's „cottage" 

Stadlog^ea yoor den hand- 
werksman, met z\jn gezin. 



Pbuzen deb Levens- 
middelen. 

Brood per pond. 

Schapeyleesoli ... 

Osseyleesoli 

Spek 

Boter, yersche ... 
Do., grezonten ... 

Kaas 

Thee 

Koffie 

Sniker 



Klebben, enz. 

Hemden per doz. 

Schoenen per paar. 

Broeken elk. 

Buizen „ 

Vesten „ 

Calioo per yard. 

Flanel „ 

Sokken per paar. 

Dekens „ 

Matrassen elk. 



Paarl. 



s. d. 
15 O 

50 O 



8. d. 



O 
O 
O 
1 
2 
1 
1 
3 
O 
O 



2 
6 
5 
O 
O 
6 
6 
O 
9 
4 



s. d. 

30 O 

6 O 

6 6 

7 6 



2 
O 
2 
O 
18 
18 



6 
6 
O 
9 
O 
O 



Galedon. 



8. d. 
15 O 

40 O 



8. d. 



O 
O 
O 
1 
1 
1 
1 
3 
O 
O 



3 
7 
7 
1 
9 
3 
3 
O 
8 
4 



8. d. 

36 O 

10 6 

13 O 



16 
7 
O 
2 
O 
18 
20 



O 
6 
6 
O 
9 
O 
O 



Port 
Alfred. 



8. d. 
30 O 

50 O 



8. d. 



O 
O 
O 
1 
2 
1 
1 
2 
1 
O 



3è 

5 

6 

2 

O 

3 

3 

6 

6 

5 



8. d. 

30 O 

8 6 

22 O 



25 

10 

O 

2 

1 

18 
40 



O 
O 
3 
6 
6 
O 
O 



Aliwal. 



8. d. 
30 O 

60 O 



8. d. 



O 
O 
O 
1 
2 
1 
1 
4 
O 
O 



3 
5 
5 
O 
O 
6 
6 
O 
9 
5 



8. d. 



24 

10 

10 

18 

6 

O 

2 

2 

16 

40 



O 
O 
O 
O 
O 
6 
6 
O 
O 
O 







Wat betreft de bijzondere behoeften der landverhuizers, 
zoodra zij in Zaid- Afrika aankomen , zoo is het misschien 
beter hier geen willekeurige voorschriften te verstrekken. 
In het tweede deel van dit werkje geven wij eenige 
wenken , maar de omstandigheden loopen voor de lieden , 
die een nieuw vaderland gaan zoeken aan gene zijde 
des oceaan», zoodanig uiteen, dat geen handboek, binnen 
de grenzen , die w ij trekken moeten , al de wetenswaar- 
digheden behelzen .kan, welke ieder afzonderlijk zou 
willen begeeren. 

Van harte bevelen wij echter den emigrant aan , Sir 
Charles Mills, den hofEelijken Agent- Generaal der Kaap- 
kolonie, in zijn kantoor, No. 8 Albert Mansions, Victoria- 
street , Londen , te gaan raadplegen. In 1879 kwam er 
een akte tot stand, waarbij de Regeering gemachtigd 
werd een leening aan te gaan van £ 100,000, om , met 
het provenu, boeren en andere landverhuizers naar Zuid- 
Af rika te brengen. Krachtens de bepalingen dier wet, 
worden zeer vele Schotsche en andere emigranten er 
heen gezonden. Men gaf hun landeryen der Kroon , 
om er zich neer te zetten , of bezorgde hun ambachten. 

In de laatste vier of vijf jaren heeft het Parlement 
geen verdere geldsommen voor dit zelfde doel meer 
beschikbaar gesteld. Dientengevolge heeft men het 
agentschap eenigen tijd geleden gesloten. Alle land- 
verhuizer squaestiën worden thans door den Agent- 
Generaal der Kaapkolonie afgehandeld. 









de GaaÜe-Lijn. 125 



DB KAAPKOLONIE ALS EEN 
GEZONDHEIDSOOED. 

Zoodra de groote voordeelen, welke zekere categorieën 
van zieken kunnen trekken uit een verbluf in vele 
districten van Zuid- Afrika, beter bekend raken en waar- 
deering vinden , zal er nog gebrek aan scheepsruimte 
ontstaan op de drijvende gevaarten, die thans den 
maildienst naar en van de Kaap waarnemen. In het 
uitmuntende officieele handboek der Kaapkolonie, dat 
voor de Indische en koloniale tentoonstelling te Londen 
bewerkt werd, vindt men vier opstellen, aan ^,De Kaap 
als een Gezondbeidsoord" gewijd. Dr. Herman , Dr. 
Atherstone, Dr. Saunders en Dr. Baird waren de schrij- 
vers er van. Eerstgenoemde schreef over het Kaapsche 
Schiereiland , Dr. Atherstone over Grahamstown en de 
Oostelijke districten, Dr. Saunders over de midden- 
af deelingen en Dr. Baird over de streek der Opperkarroe. 
Deze opstellen zijn zóó belangrijk voor hen , te wier bate 
zij geschreven werden, dat wy ze in een afzonderlyk 
boekje uitgegeven en aan ons kantoor in de Fenchurch- 
street, kosteloos verkrijgbaar gesteld hebben. In het 
belang der lezers in het algemeen, willen wij hier echter 
aanduiden , wat de geneeskundige autoriteiten ons mede- 
deelen. De faam van het gezonde klimaat der Kaap- 
kolonie is eeu lang gevestigde. Vele reizigers hebben 
met geestdrift er over geschreven. De South African 
Medical Association, eenige nauwkeurige eindgegevens 
nopens dit belangwekkende onderwerp willende bijeenza- 
melen, heeft, onder goedkeuring der E^apsche Regeering, 
een commissie benoemd, met de taak om inlichtingen 
dienaangaande te verzamelen en te ordenen. Aan al 






126 Naar Zuid- Afrika met 



de geneeskundigen der Kaapkolonie werden daartoe 
circalaires gericht, waarin hun medewerking ingeroepen 
werd. De zeer talrijke antwoorden behelsden hoogst 
leerr\jke bijzonderheden , die zonder uitzondering gunstig 
luiden en geen twijfel toelaten nopens de weldadige 
uitwerking, welke deze luchtstreek heeft op lijders aan 
borstkwalen. De rapporten , vervat in het bovengemelde 
werkje , zijn opgesteld door deskundigen , die de distric- 
ten , waarover zij schry ven , uit persoonlijke waarneming 
hebben leeren kennen en die bovendien de inlichtingen 
benut hebben, door de commissie voornoemd bekomen , in 
antwoord op haar circulaires. De rapporten kunnen dus 
gebezigd worden als medische handboekjes voor de groote 
districten der Kaapkolonie, waarin men haar, van het 
standpunt des geneesheeis , heeft ingedeeld. Hierbij dient 
men in het oog te houden, dat het klimaat noodzakelijker- 
wijze sterk afwisselen moet, naar gelang der plaatsen 
waar men zich ophoudt, in een land als de Kaap, zóó 
uitgestrekt en met zoovele afw^'kende bodemken merken : 
verheven bergen, nevens diepliggende dalen en hoog- 
vlakten, met hier en daar een woestijn tusschenin. 
Het is daarom gewenscht de climatologische bijzonder- 
heden van elke streek nauwkeurig na te gaan , alvorens 
dit of dat gewest voor den patiënt aan te bevelen. De 
jaargetijden zijn hier minder scherp afgebakend dan in 
Europa. De lente gaat geleidelijk in den zomer over 
en , tusschen herfst en winter, valt er weinig verschil 
waar te nemen. 

Omstreeks den Engelschen Kersttijd blaakt aan de 
Kaap de volle zomer. De lente is er een overheerlijk 
seizoen; dan pronkt en schittert een verbl^de natuur; 
dan bedekt een glinsterend groen do gansche aard- 









de Castle-L^n, 127 



korst; dan volgen elkaar op de bloemlezingen , deééneal 
fraaier dan de andere. De velden lijken bloemen korven, of 
in schitterend rood , wit en geel gestikte tapeten , zoo- 
ver de blik slechts reiken wil. Nergens is de hette 
drukkend , ofschoon de zonnestralen 's zomers loodrecht 
nederdalen. De droge, doorschijnende dampkring 
maakt de warmte alleszins dragelijk. De gemiddelde 
jaarlij ksche thermometerstand in de schaduw is 61.26 
graden Fahrenheit, hetgeen in waarlijk merkwaardigen 
trant overeenkomt met den gemiddelden warmtegraad 
des zomers in Engeland. Voegt men bij deze omstan- 
digheid de eigenaardige kenmerken van het Kaapsche 
klimaat : de buitengemeene droogheid, fijnheid en 
doorzichtigheid des dampkrings, bij een maximum 
van zonnesch^'n, dan zal men zien, dat Zuid- Afrika bijna 
éénige climatologische voorwaarden voor de behandeling 
van borst- en longenlijders biedt. In het meergemelde 
vlugschrift , zal men een opgave vinden van merkwaardige 
genezingen van verschillende kwalen, bloot door een 
verblyf in de Kaapkolonie. Wij vestigen daarop de aan- 
dacht der belanghebbende lezers. Hij zal daar bijeen- 
vinden al de inlichtingen , welke hij zou kunnen wenschen, 
over de geschiktheid der verschillende locaiiteiten in de 
heeling der kwalen our fleah is Jieir to. 



NUTTIGE STATISTISCHE GEGEVENS BE- 
TREFFENDE DE KAAPKOLONIE. 

Een gemaakte berekening aangaande den omvang en 
de bevolking der Kaapkolonie, met inbegrip van Gri- 
qualand West , de Transkeiaansche districten en Griqua- 



e9o 



m 




128 



Naur Zuid'Afrika met 



land East, geeft de volgende uitkomsten. De opper- 
vlakte bedraagt 213,636.1 vierkante mijlen , de bevolking 
1,252,347 zielen, waarvan 340,000 Europeanen of blanken, 
de overigen inboorlingen of kleurlingen zijn. 
Ziehier eenige andere statistische gegevens: 

Staatsinkomsten 1886-7 £ 3,039,280 

Staatsuitgaven 1886-7 £ 3,384,287 

Staatsëohuld ^21,171,854:9:9. 

Schuld van het Havenbestuur £ 1,289,438 : 16. 

Belastbare waarde der eigendommen 

(naar raming) £ 37,799,508 

Oppervlakte der nog onverkochte 

Kroondomeinen 45,298,808 acres. 

Spoorwegen in exploitatie 1599 m^len. 

Telegrraaflijnen in exploitatie 8663 mijlen draad. 

Straat- en buurtwegen 8400 m\jlen. 

Getal wingerden der kolonie 70,000,000 wingerden. 

Tonnenmaat der Britsche schepen, in 

1885 in- en uitgeklaard 5,106,328 ton. 

Do. van vreemde bodems 275,789 ton. 

De volgende tabel van de uitvoeren der Kaapkolonie 
omvat de bedragen van den Isten Januari tot 30 Sep- 
tember 1887: 





Hoeveelheid. 


Waarde. 








£ 


Kopererts 


ton 


22,458 


455,396 


Koren, graan 


en meel , nl. : 






Gerst 


pond 


39,791 


85 


Boonen en 


erwten. „ 


176,959 


486 


Zemelen... 




427,755 


893 


Meel 


,, . 


64,604 


415 


Mais 




1,556,775 


1630 


Haver ... 




697,733 


1848 


Tarwe 




4,969,172 


9186 






Hoeveelheid. 


Waarde. 


stmisveeren pond 

Gezouten visch „ 

Gedroogd ooft „ 

Angora-wol „ 

Ossen- en koevellen getal 
Ossen- en koehorens „ 
Edelgesteenten : 

Diamanten karaat 

Geitenvellen getal 

Schapenvellen „ 

Brandew^n gallon 

Wgn: Constantia ... „ 
Andere wgn „ 


205,341 

2,958,799 

49,623 

5,352,898 

149,580 

229,174 

2,654,229 

723,008 

1,717,525 

8608 

4228 

67,810 

2,456,123 
14,832,506 
14,294,225 


£ 

295,519 

15,844 

459 

213,182 

77,901 

3839 

3,120,163 

70,795 

128,517 

1862 

1240 

12,243 

84,852 
824,625 
330,763 

7,719,335 


Gezuiverde schapen- 
wol pond 

Do. „scoured" , 

Vet „ 

Totale waarde der uitvoeren 
in 1887 





Om te doen zien, hoe sterk bet Kaapsche handels- 
verkeer bijdi-aagt tot de Britsche handelsbeweging, 
geven wij hier een statistiek van de gezamenlijke 
waarde der in- en uitvoeren gedurende de eerste vijf 
jaren van ons tegenwoordig tiental, d. w. z. van 1880 
tot 1885. 



Totale waarde der uitvoeren 1880-85 £ 45,852,234 

M » » invoeren „ 

„ „ „ in- en uitvoeren 1880-85 

Invoeren van het Vereenigd Koninkrqk 1880-85 

Britsche koloniën 1880-85 

vreemde landen 



„ 44,473,151 
„ 90,325,385 






>> 



»> 



, 34,336,637 
5,696,352 
3,444,112 
Exporten naar het Ver. Koninkrqk 1880-85 „ 43,292,750 



}) 






>» 



)) 



Britsche koloniën 1880-85 
vreemde landen 1880-85 . . 






821,110 
1,738,374 



Behalve deze cyfers geven wij nog een overzicht der 
jongst ontvangen statistieken. Do waarde der wol, ge- 
durende het jaar 1888 door de Kaapkolonie verzonden, was 






130 Naar Zuid-Afrika met 



£ 2,182,000, tegen £ 1,675.000 in 1887. De totale in- 
voeren gedurende dat jaar, uitgezonderd specie , bereikten 
een gezamenlijke waarde van £ 5,678,000, tegen een van 
£5,036,000, in 1887; de totale uitvoeren, uitgezonderd 
specie, een van £ 8,732,000, tegen een van £ 7,720,000 
in 1887. De staatsont vangsten der Kaapkolonie in de 
maand Januari jl. beliepen £ 360,000, tegen £ 310,000 
in de zelfde maand van het vorige jaar. 



VAN E AST LONDON NAAR NAT AL. 

De vaart met de stoomboot van East London naar 
Natal opent, op vele punten, een vergezicht op een 
kustlaudschap van ongekende schoonheid. Langs de 
Groote Keirivier volgen wij de kustlijn van Transkei. 
Daarna bereiken wij het nog onafhankelijke gebied Pon- 
doland. Binnen betrekkelijk korten tijd zal de anomalie 
van dit rijkje, hetwelk zijn barbaarsch negergouver- 
nement behoudt te midden van Engelsche koloniën , 
moeten ophouden. Reeds staat de geheele kust onder 
het Britsche beschermheerschap, en de éénige haven 
welke als zoodanig erkend wordt, — Port St. John — 
die tot een prachthaven zou knnnen worden gevormd, 
maakt deel uit van de Kaapkolonie. De bochten der 
St. Johnsrivier bieden een panorama van stroom- en 
berglandschap, dat verrnkkel^k schoon is. De beroemde 
„poorten" der St. Johns- of Oemzimvoeboe- rivier kan 
men van de stoomboot zien : 

„Like g^iant sentinels on either hand, 

The stately portals of the river stand. 

Their ragged crests, and headlands bold and f ree, 

Bising in silent grandeur o'er the sea, 








2P 




de CasÜe-Ljjn, 131 



Whose foaming waves engird wlth silvery showers 
St. John's grand cliffs and castellated towers. 
Low at their feet, in deep etemal shade, 
The riyer flows past monntain, krantz, and glade. 
Qnward and onward from its distant sonrce, 
TUI, midst tliis scène sublime, it ends its conrse." 

Het oog blijft zich verlustigen aan de ryke beemden 
van Pondoland, totdat men het bekoorlijke Natal genaakt. 



NATAL. 



Deze Britsche kolonie heeft een bernchtheid verwor- 
ven, die geen gelijken tred schijnt te houden met haar 
betrekkelijk geringen omvang. Het is een onverkwik- 
kelijke beruchtheid, waarvoor de geestkrachts volle, voor- 
spoedige en getrouwe kolonisten in geenen deele aanspra- 
kelijk zyn — een faam, waarvoor zij een z wijgenden 
doch diep kankerenden wrok gevoelen tegenover de 
Britsche Regeering, wier noodlottige en vernederende 
flaters , in de handelingen der Departementen van 
Oorlog en van Koloniën , oorzaak zijn , dat Natal zulk 
een kwaden naam draagt. 

Naarmate echter ons tegenwoordig tiental jaren ten 
einde spoedt, grim-visag^d war smootJis Jiis wrinMed front. 
Het nog nabijgelegen , sombere en schandelijke ver- 
leden wordt gaandeweg vergeten; de gevolgen van 
jammerlijke dwalingen in het nationaal beleid worden 
nitgewischt, of blijven enkel nog zichtbaar als dreigende 
vingerwijzingen op de toekomst. 

Dank zij haar geographische ligging, die de kortste 
gezonde route biedt naar de groote republiek, welke 
zich nitstrekt van de Vaal naar de Limpopo , verrijst 






132 Naar Zuid-Afrika met 



de kolonie Natal met hoop en kracht nit een stormach- 
tige zee van tegenspoeden , welke andere, minder dappere 
en minder gelukkig gelegen, nederzettingen gewis zou 
hebben verzwolgen. Door de ontwikkeling der Trans- 
vaalsche goudvelden , zijn de staatsinkomsten van Natal 
in de laatste jaren met groote sprongen vooruitgegaan. 

Zijn de groote havenwerken en de spoorwegverbin- 
dingen aan de grenzen der beide gemeen ebesten eenmaal 
voltooid, en de onuitputtelijke ertslagen binnen de grenzen 
der kolonie tot ontwikkeling gebracht, dan zal zij den 
landverhuizers een ongeëvenaard veld van werkzaamheid 
openen. 

De emigrant, die reeds bij voorbaat de schreden 
derwaarts zou willen richten, zal, nopens alle punten, 
waarover hij inlichtingen mocht wenschen te ontvangen , 
de noodige gegevens krijgen , door zich te vervoegen bij 
den heer Walter Peace , den onvermoeibaren agent van 
Natal, wiens bureel gevestigd is No. 21 Finsbury-circus , 
Londen. Hier ter plaatse , zullen wij de voornaamste 
bijzonderheden betreffende dezen gewichtigen voorpost 
van het Ryk mededeelen. 

De naam „Natal" is ontleend aan de omstandigheid, 
dat de kolonie ontdekt is , op den eersten Kerstdag van 
het jaar 1497 , door den wereldberoemden Portugeeschen 
zeevaarder Vasco da Gama. Natal ligt aan de Zuid- 
oostkust van Afrika. Z\jn kustlijn , aan den Indischen 
Oceaan, heeft een lengte van ongeveer 180 mijlen. Zy 
reikt van de Oemtamfoenarivier, ten Zuidwesten , tot 
aan de Toegelarivier, ten Noordoosten. 

De baai en de haven van Natal zijn ongeveer 800 
mijlen van de Kaap de Goede Hoop, 400 mijlen van de 
Algoabaai, 280 mijlen van East London en 126 mijlen 






de Gastle-Lijn. 133 



van de nieuwe havenstad aan de St. Johnsrivier ver- 
wyderd. 

flet gebied van Natal ligt tusschen den 27^*®^ en den 
Sisten graad Z.B. en den 29»^^ en 32«ten graad O.L. 
Zijn oppervlakte beslaat 20,000 vierkante mijlen, of on- 
geveer 12,000,000 acres. Ten Noordoosten wordt het 
begrensd door het gereserveerde Zoeloegebied , ten 
Noorden door de Transvaal ; ten Noordwesten door den 
Oranje- Vrij staat ; ten Westen en Zuidwesten door Ba- 
soetoland, Griqualand East en Pondoland; ten Oosten, 
eindelijk, door den Indischen Oceaan. In 1843 werd 
het allereerst verklaard te zijn een gedeelte van het 
Britsche Rijk en den 15^®^ Jnli 1856 tot een afzonder- 
l^ke Britsche kolonie geconstitneerd. Maar pas in de 
jaren 1848 — 1851 begonnen die landverhuizers aan te 
komen, welke sedert met recht aanspraak hebben gemaakt 
op den titel van Father s of the Colony, 

In de genoemde jaren was de immigratie als volgt: 

uit DnitscUand : uit Engeland, Schotland enz. : 

1848 189 personen 39 personen. 

1849 — „ 622 

1850 — „ 2942 

1851 -- „ 579 

Het blijkt reeds nit het vorenstaande , dat de kolonie 
pas ongeveer 40 jaren bestaat. Wanneer men nn verder 
bedenkt, dat zeer velen onder de vroegste kolonisten 
naar de goudvelden van Australië gelokt werden, kort 
nadat zij in Natal waren aangekomen ; voorts , dat er , 
in de jaren 1869 — 1871 , een nieuwe groote nittocht van 
Natallers naar de diamantvelden der Kaapkolonie plaats- 
vond , dan moet men erkennen , dat de kolonie Natal , 



\ 






/ 



134 Naur Zuid-Afrika met 



zoo door haar bevolking en haar handel, als door haar 
landbouw en haar algemeene welvaart , één der gewich- 
tigste Britsche volkplantingen belooft te zullen worden. 

Het tegenwoordige cijfer der blanke bevolking wordt 
op nagenoeg 40,000 begroot , dat der inboorlingen op 
375,000 en dat der Britsch-Indiërs uit Borabay en Madras 
op ruim 30,000. 

De koelie-bevolking is hoofdzakelijk werkzaam aan de 
kust, maar de onzekerheid, die er bestaat, omtrent het 
in dienst houden van Kaffers , maakt dat koelies ook in 
het binnenland meer en meer in trek komen. Bovendien 
worden er tegenwoordig arbeiders, vooral ambachtslieden 
en dienstboden, uit Engeland aangevoerd, sinds het 
stelsel der kostelooze en der ondersteunde immigratie 
in werking getreden is. Dienstboden krijgen een loon 
van £ 10 tot £ 20 's jaars , terwijl de eersten van 8 a 
10 shillings daags verdienen. De loonstand in Natal 
komt vrijwel overeen met dien in de Kaapkolonie, welken 
wij reeds vermeld hebben. Ook de prijzen der levens- 
middelen, en andere prijzen meer, zijn in beide koloniën 
nagenoeg de zelfden. 

Als reserve voor de inboorlingen, zijn ruim twee 
millioen acres land aan de openbare ontginning ont- 
trokken, terwijl zes millioen acres, door schenking 
of koop, aan Europeanen toebehooren. De resteerende 
acres land worden in reserve gehouden voor de aan- 
komende landverhuizers. In 1880 werden er nieuwe 
bepalingen gemaakt in zake het verwerven van woeste 
Kroonlanden, welke bepalingen nog thans kracht van 
wet hebben. 

De voornaamsten dier bepalingen luiden aldus : 

Alle Kroondomeinen, waarover niet op andere wijze be- 




schikt wordt, kunnen — behalve de hierna te noemen — 
door verkoop in eigendomsrecht overgaan , en wel in " 
kavelingen van ten hoogste 2000 acres elk, betaalbaar in 
tien jaarlijksche, rentelooze termijnen, behoudens zekere 
erfdienstbaarheden, in verband met straat- of spoorwegen, 
mijnrechten en „uitspan", behoudens ook de gedwongen 
nederzetting daarop. De vastgestelde modus procedendi 
is deze. Zoodra een persoon de landerijen heeft uitge- 
zocht , welke hij begeert te koopen , moet hij , onder 
storting van zekere gelden , zich wenden tot den Land- 
meter-Greneraal. Daarna wordt de opmeting, op kosten 
des koopers , voltooid ; de openbare veiling van het des- 
betreffende stuk land aangekondigd en de inlegprijs 
vastgesteld op tien shillings per acre. De kooper, d. w. 
z. de persoon , die kooper wil worden , moet deze vei- 
ling aandachtig volgen. Koopt hij het perceel dan 
moet hij één tiende deel der kooppenningen in klinkende 
munt dadelijk betalen en de resteerende negen tiend en in 
negen jaarlijksche, rentelooze termijnen. Na afloop der 
tien jaren kan de kooper alsdan krijgen een wettigen eigen- 
domstitel, tegen betaling eener som van veertig shillings, 
en nadat de Land meter- Generaal zich zal hebben verge- 
wist , dat de voorwaarden van bet bezit nagekomen 
zijn. Mocht eenig kooper de geheele koopsom in eens 
willen afbetalen, dan mag hij dat, behoudens enkele uit- 
zonderingen, doen, maar een veiling moet in elk geval 
plaatsvinden. In dat geval bedraagt de inzetprijs twintig 
shillings de acre, en vervsAi de occupation clause. Zekere 
klassen van - anderijen zijn van deze voorwaarden vrij- 
gesteld. Dezulken kunnen als weilanden worden ver- 
pacht of gegund, in perceelen van 500 a 5000 acres, voor 
termijnen van ten hoogste tien jaren en met één jaar 




3ik 





136 Naar Zuid- Afrika met 



opzeggens aan weerskanten. Naar deze pachtovereen- 
komsten moet men dingen , geheel op de zelfde manier 
als naar de verkoopcontracten. De verpachtingen wor- 
den ook in veiling gebracht , en de pachter moet de 
pachtpenningen van het eerste jaar vooruitbetalen. De 
landerijen, waarover onder deze bepalingen beschikt wordt, 
zijn „de Kroondomeinen , die bij het Drakengebergte ge- 
legen en tot akkerbouw ongeschikt bevonden zijn , zoo- 
ook de gronden in het Newcastlesche , die als koolhou- 
dend bekend staan." 

Er vergadert een commissie van tijd tot tijd , om de bepa- 
lingen der land- en immigratie- wei ten te helpen uitvoeren. 

De handelsvorderingen dezer kolonie zijn voornamelijk 
te danken aan de ontdekking, dat haar klimaat en 
de gesteldheid haars bodems uitermate geschikt zyn 
tot het voortbrengen eener groote verscheidenheid 
van stapel producten der hoogste marktwaarde. Het 
klimaat van Natal is, ondanks zijn half- tropische lig- 
ging, voor den Europeaan zeer geschikt, en daarom biedt 
deze kolonie den ondernemenden Europeeschen landver- 
huizer een goed veld van bedrijvigheid. Tot haar tegen- 
woordige bodemvoortbrengselen behooren suiker , thee , 
koflGie , maïs , arrowroot , cayennepeper en tabak. De teelt 
van suiker en thee is er overal goed geslaagd. De thee- 
plantages krijgen een steeds grootere handelsbeteekenis 
en schijnen , binnen een kort tijd verloop, van werkelijk 
aanbelang te zullen worden. Vooralsnog wordt de 
Katalsche thee enkel in de kolonie zelf verbruikt , doch 
in de Mincing-lane hoadt men zich overtuigd, dat er 
daarvoor wel plaats is op de Engelsche markt. De oogst 
van het jongste seizoen werd op 130 a 150 daizend 
pond geschat. Tot op twaalf mijlen van de kust , 









de Castle-Lijn. 137 



levert de theeboom het maximum aan thee, d. w. z. 
20 a 22 „flüshefl" per seizoen. Rijst, gember, spece- 
rijen, indigo, Chineesch gras, vlas, enz. enz. kunnen, 
in sommige districten , ook geteeld worden , en binnens- 
lands tieren alle soorten van Europeesche landbouw- 
producten, groenten en veldvruchten. De bodemgesteld- 
heid van Natal is, met andere woorden, van dien aard, 
dat het moeiel ijk gaat een grens te trekken voor haar 
productiviteit. Zuivelbereiding en hoenderteelt worden 
in deze kolonie zeer winstgevend bevonden en enkele 
gedeelten zijn alleszins geschikt voor de struisenfokkerij. 
De inboorlingen vormen een vreedzaam en gelukkig Aolkje. 
Het getal acres, door hen bebouwd, is ongeveer 300,000. 
Bovendien zijn zij de eigenaars van zeer vele runderen , 
schapen , geiten , paarden , ploegen , wagens , enz. De 
Britsch- Indiërs planten tabak, vruchtboomen en groenten 
in groote hoeveelheden, en venten dan hun producten 
in de steden. 

Tot de voortbrengselen van het delf stofFenr ijk behooren 
voornamelijk steenkool , ijzersteen , kalksteen en marmer. 
Men gelooft echter, dat goud een groote rol in de lotge- 
vallen der kolonie spelen zal. !N abij de Oemtwaloemerivier 
heeft men goud gevonden, en goudsporen zijn ook ont- 
dekt in vele andere lokaliteiten , met name in den om- 
trek van den Tafelberg , ongeveer twintig mijlen van 
Pietermaritzburg, zoomede dichter bij de stad. Door de 
Regeering was een prijs uitgeloofd van £ 1000 voor 
de ontdekking van een winstgevend goudveld. Die som 
werd onlangs uitbetaald aan de mijnwerkers, welke 
bezig zijn met de ontginning van goudgronden in de af- 
deeling Oemsinga der kolonie Natal. In het reservegebied 
van Zoel oei and heeft men almede gouderts gevonden. 



\ 






138 Naar Zuid- Afrika met 



Proeven der uitgedolven steenkool zijn , na een nauw- 
kenrig onderzoek, gebleken te behooren tot een zeer 
bruikbare soort. Men weet nu , dat er uitgebreide lagen 
dezer steenkool in Natal gevonden worden; hoofdzakelijk 
in de Noordelijke districten. De kolonisten voeren ettelijke 
houtsoorten uit, en daaronder is er hout , geschikt zoowel 
voor het fijnste schrijnwerk, als voor grof timmerwerk, 
molens en gebruik onder water. 

De bewerker van Davis' Almanac beeft terecht de 
opmerking herhaald en bevestigd, dat Natal een land 
is van heuvelen en dalen. Het landschap wordt er 
nooit eentoonig . terwijl het op sommige plaatsen be- 
paald schilderachtig is. Al de rivieren hebben water- 
vallen. Die der Oemgenirivier te Ho wiek heeft een hoogte 
van 350 voet. De hooger gelegen heuvelen zijn in den 
regel boomloos, doch dan bedekt met dikke smaragden 
grasvelden. 

In het midden van den winter worden de halmen grof 
en dor, reden waarom men ze in brand steekt, om plaats 
te maken voor de jonge scheutjes. In de hoogdalen en 
op enkele berghellingen groeien doornige kleine mimosas, 
in onregelmatige boschjes verspreid. Eeuwig groene hees- 
ters bedekken de geheele oppervlakte der heuvelen nabij 
de zee. In de hooglanden blijft het dichtbegroeide kreu- 
pelgewas beperkt tot de meer verheven spitsen en ravij- 
nen. Het bestaat er grootendeels uit aldoor groene heesters, 
met kale stammen, en bereikt somwijlen een flinke hoogte. 

Het klimaat der kolonie is rijk aan afwisseling, doch 
over het geheel is het zeer gezond. In Europa geven 
geneeskundigen huu patiënten, die aan longziekte lyden, 
niet zelden den raad naar Natal te gaan. Onder de 
tegenwoordige bewoners zijn er dan ook velen, die de 



/ 






de Gastle-Lijn. 139 



verlenging hunner levensdagen aan de opvolging van 
dit advies danken. In de wintermaanden (Mei tot 
November) valt er maar weinig regen. Midden in den 
winter vriest het doorgaans een weinig, 's nachts, bin- 
nenslands en op de hoogvlakten. In sommige jaren strekt 
de vorst zich tot aan de zeekust uit. 's Zomers wordt 
de hitte getemperd door koele briesjes, piasregens en 
donderbuien. De gemiddelde jaarlijksche temperatuur 
van. Natal is 64 graden F. , tegen 50 in Londen , 70 in 
Brisbane en 76 op Mauritius. 

Vruchten groeien in groote hoeveelheden, in grooter 
hoeveelheden dan de bevolking gebruiken kan. Massas 
oranjeappelen , perziken en abrikozen laat men eenvoudig 
op den grond liggen en verrotten. 

De vruchtenuitvoer naar Engeland, die zeer winst- 
gevend zou kunnen gemaakt worden , moet nog ont- 
wikkeld worden. 

Tot de voornaamste vruchtsoorten , die in overvloed 
te krijgen zijn , behooren : oranjeappelen , limoenen , 
citroenen , ananassen , guavas , papajas , pompelnioezen , 
flesch appelen , pisangs , platanen , abrikozen , perziken , 
granaatappelen , pruimen , mangas , appelen , peren , 
druiven, aardbeziën , bessen, „amatungulu", klapbessen, 
vijgen, grenadillas , loquats , avocada-peren , okkernoten , 
amandelen, tamarinde, moer bezien , enz. enz. 

Groenten van allerlei aard worden, zonder eenige, of 
althans zonder veel moeite, in. alle hoeveelheden, die 
men begeert, gekweekt. 

Het klimaat van Natal kan men in dier voege indeelen ; 

1°. Langs de zeekust, over een breedte van 25 a 30 
mijlen, is de bodemontginning een geheel tropische. Hier 
groeit het suikerriet; hier wordt de rietsuiker vervaar- 



\ 






140 Naar Zuid- Afrika met 



digd. De koffieteelt bloeit er en koffie wordt er voor 
de markt bereid. Hier vindt men katoen en arrowroot. 
Deze geheele streek is goed besproeid en begroeid. 
Bonwsteenen en kleiaarde zijn overvloedig en er is vol- 
doende grasland, om de trekbeesten, gedurende het 
grootste gedeelte van het jaar, te voeren. 

2°. De middenstrook kan geacht worden te beginnen , 
waar de tropische strook ophoudt: ongeveer 30 mijlen 
van den zeeboord , en eindigt ongeveer ter breedte , waar 
de dorpen Lidgetton en York gelegen zijn. In dit ge- 
deelte van Natal vindt men het Engelsche stelsel van 
akkerbouw en weilanden terug. Tarwe, haver, gerst, 
„mealies" (Turksch koren) , rapen , aardappelen en kool 
— ziedaar de gewone voortbrengselen van dezen grond. 
Op de graslanden vinden runderen , paarden en schapen , 
bijna het geheele jaar door, een uitmuntend voer en 
's winters leveren die graslanden een voortreffelijk hooi. 
De middenstrook heeft water en timmerhout in overvloed , 
zoo ook zand- en anderen bouwsteen, alsmede potten- 
bakkersklei. Het klimaat is hier, met den gemiddelden 
thermometerstand der seizoenen, hoogst aangenaam en 
wordt misschien slechts overtroffen door dat der aan- 
grenzende zonen. 

3°. De derde of opperstrook is het gewest, dat het 
verst van de zee gelegen is. Het wordt begrensd door 
het Drakengebergte en bestaat hoofdzakelijk uit wei- 
landen , hoewel tarwe en andere graangewassen, op vele 
plaatsen, goed kunnen gedijen. De inwoners leggen 
zich hoofdzakelyk toe op de schapen teelt. Ook worden 
er zeer vele paarden en runderen gefokt. De eersten 
vinden gereeden aftrek in de Zuiderdistricten der kolonie , 
zij 't om ter plaatse te worden benuttigd of voor export. 









de Gastle-Lijn, 141 



In deze landstreek vindt men insgelijks steenkool en 
kalksteen. 

Van spoorwegen zijn er 216f mylen in de kolonie 
geopend. Tusschen de hoofdstad Maritzburg en de 
havenplaats Durban , werd de lijn in het jaar 1880, 
onder openbare feestviering, in dienst gesteld. De 
spoorweg is nn open tot Elandslaagte , zestien mijlen 
voorbij Ladysmith. Dit punt ligt 190 mijlen van Dur- 
ban. Eerlang zal het stoomros tot aan de Noordgrens 
van Natal loopen en eveneens langs de kast, van Veru- 
lam naar Zoeloeland. Waar het nog ontbreekt wordt de 
gemeenschap voor reizigers onderhouden door postkarren, 
die tevens de brief malen vervoeren, tot naar de verst- 
af gelegen streken. De uitgangspunten dier postkarren zijn 
Maritzburg, Ladysmith, Estcourt, Verulam, Newcastle, 
Stanger, Richmond, Greytown en andere plaatsen meer. 
Het Havenbestuur van Durban bestaat uit zeven 
leden. Zijn streven is het, de haven te allen tijd toe- 
gankelijk te maken voor vaartuigen van eiken diepgang. 
Tot de havenwerken behooren twee havenhoofden , waar- 
van het Noordelijke begonnen werd op 7 September 
1882. Het daarmee beoogde doel is de ebstrooming te be- 
perken tot het Zuidelijke vaarwater. De twee kaai wallen 
van het Zuidelijk havenhoofd beginnen bij de dusge- 
naamde „Bluff"» op een afstand van 191 voet uit elkaar, 
waarna zij zoetjesaan samenkomen en eindelijk vereenigd 
raken toe één dam. Met den bouw van dit havenhoofd 
is bedoeld : het opvangen der zandmassas, welke langs de 
kust schuren. Er bestaat alle hoop, dat het plan eindigen 
zal met te gelukken. Gedurende al twee jaren heeft 
men reeds een minimumdiepte van ongeveer twaalf voet 
water bij eb in de Zuidelijke geul kunnen handhaven. 









142 Naar Zuid- Afrika met 



De stad Pietermaritzburg , 54 m\jlen van Durban , is 
de hoofdstad , de zetel der burgerlijke en militaire regee- 
ring. Haar bevolking telde 15,767 zielen in 1887, waar- 
van ongeveer twee derden blanken waren. Op een hoogte, 
die de stad bestrgkt, staat Fort Napier: een krijgspost. 
De haven der kolonie is Durban, een reeds groote en 
snel zich ui tbreidende'stad, welke goede macadamstrat en 
heeft , gelijk Maritzburg,' bovendien omnibussen en trams , 
alsmede een spoorweglijn, die naar het binnenland en 
naar Yerulam voert. Het laatste is de derde stad der 
kolonie en ligt, in de richtiog der Lagere Toegela, op 
een afstand van twintig mijlen van Durban, De bevol- 
king dezer laatste stad was , in 1887 , 16,943 zielen 
groot. Daarvan vormden blanken ongeveer de helft , een 
vierde inboorlingen en een vierde Indiërs. In Verulam 
is de bevolking veel kleiner. Er zijn ook de volgende 
steden en dorpen: Ho wiek, Weston, Estcourt , Colenso , 
Ladysmith , Newcastle , Pinetown , York , Nottingham , 
Stanger , Richmond , Greytown , Oemzinto , Harding, New 
Hanover, Willow Fountain, Marburg en Hermansburg. 
Sommigen worden beheerd krachtens de bepalingen 
der Small Towns Act van 1881. De andere dorpen en 
voornaamste spoorwegstations in Natal z^'n de navol- 
genden : Congella, Oembilo, Bellair , Malvern, North- 
dene , Botha's Hill , Camperdown , New Leeds , Zwartkop, 
Dargle , Mooi River , Frere , Isipingo , Oemgeni , Avoca , 
Phoenix, Mount Edgcumbe, Ottawa, Edendale, Lidgetton , 
Mid Illovo , Boston , New Germany , Illovo , Sydenham , 
Helpmakaar , ])undee, Biggarsberg , Sunday*s River , 
Tongaat, New Guelderland, Noodsberg, Ifafa, Oemko- 
manzi , Port Shepstone , Oemzimkoeloe , Ixopo , High 
Flats, Ipolela en Oemsinga. 









de CastIC'Lijn, 143 



Er bestaat een telegrafische gemeenschap over de 
gansche kolonie en zij strekt zich ook nit tot de Kaap- 
kolonie, den Oranje- Vrij straat en de Zuidafrikaansche 
Republiek. Een telegraafkabel verbindt Durban tevens 
met Engeland, langs de Delagoabaai, Zanzibar en Aden. 
De maildienst op Engeland is thans een wekelijksche en 
wordt , volgens overeenkomst , om beurten waargenomen 
door de Castle Mail Packets Ccmpany en de Union Steam- 
ship Goinpany, De verdediging der kolonie is opgedragen 
aan Britsche troepen en een kleine bereden politiemacht. 
Het stelsel van onderwijs op de Europeesche scholen 
heeft heel veel overeenkomst met het Engelsche. In de 
godsdienstige behoeften der bevolking wordt ruim voor- 
zien: kerken en kapellen 1) zijn buitengemeen talrijk 
in de centrums der bevolking , terwijl zij ook voorhanden 
zijn in bijna alle plattelands-districten. 

De staatsvorm van Natal is niet die eener gewone 
Kroonkolonie , noch ook die eener kolonie met zelfbe- 
stuur, gelijk de Kaapkolonie : het is iets tusschen beiden. 
Natal wordt beheerd door een landvoogd. Hij wordt 
hierin bijgestaan door een Wetvoerenden Raad, bestaande 
uit den Opperrechter, de Ministers van binnenlandsche 
zaken en van financiën, den Advocaat- Generaal, den 
Eersten ingenieur , den Minister voor de aangelegenheden 
der inboorlingen , den Opperbevelhebber des legers , en 
twee niet-ambtenaren , door den Landvoogd aangewezen. 
Laatstgenoemde wordt verder bijgestaan door een Wet- 
gevenden Raad van 30 leden , waarvan 23 door de 
kolonisten gekozen worden, en vijf namens de Kroon 



1) Aan dit woord hechte men niet te veel de zuivere Hollandsche be- 
teekenis. Een Engelsche k ap e 1 is dikwerf de kerk der n i e t-Anglikanen. 

Vertaler. 








144 Naar Zuid- Afrika met 



zitting nemen. Dezen zijn de Advocaat-Generaal , de 
Eerste ingenieur en de ministers van binnenlandsche 
zaken, van financiën, en van de aangelegenheden der 
inboorlingen. De twee overige leden van den Wetgevendeu 
Raad worden aangesteld door den Landvoogd. De afge- 
vaardigden der kolonisten worden gekozen voor het 
tijdvak van vier jaren, ten ware de Landvoogd den 
Wetgevenden Raad wenscht te ontbinden. Stemgerech- 
tigden zijn degenen, die een eigeodom bezitten ter 
waarde van £ 50, of een jaarlij ksche huurwaarde betalen 
van £ 10. Feitelijk is echter het stemrecht in Natal 
een algemeen stemrecht, daar ook alle in wonenden het 
mogen ni toef enen. 

In 1886 beliepen de tolontvangsten van Natal 
£ 140,403 : 16 : 4, een jaar later £ 231,406 : 18 : 9, een 
vermeerdering , die moet toegeschreven worden , ge- 
deeltelijk aan de ontwikkeling der goudvelden, gedeel- 
telijk aan de invoering van transietrechten voor zekere 
categorieën van goederen, met bestemming naar de 
beide Boerenrepublieken ; transietrechten , welke de in- 
voerrechten op bedoelde artikelen vervangen. In 1887 
bedroegen de totale staatsontvangsten £811,925: 19: 4 
de totale staatsuitgaven £ 622,175: 16: 7; de gezamenlijke 
uitvoeren der kolonie, 1886, £ 960,290, terwijl zij in 1887 
tot £ 1,056,959 stegen. De jongste cijfers der invoeren 
toonen insgelijks een verrassende toeneming aan. In 1886 
waren de invoeren £ 1,367,506, in 1887 £ 2,263,920. 
Ziehier eenigen der voornaamste uitvoerartikelen : 

Wol £ 601,171 Angora- wol £ 12,664 

Suiker... „ 114,162 Huiden „ 8384 

Huiden .. „ 59,100 Arrowroot .. „ 4615 
Granen... „ 13,973 Veeren „ 3414 






de Cdstle-Lijn. 145 



1 



De tonneninhoud der te Darban aangekomen schepen 
wees, in 1887, tegenover 1886, een vermeerdering aai 
van 54,63? ton. De tolontvangsten en de spoorwep- 
inkomsten van Natal toonen, in het tijdvak van 1 Januai i 
tot 1 October 1888, vergeleken met het zelfde tijdvak 
van 1887, den belangrijken vooruitgang der kolonie aan: 

1887. . 18S8. 

Invoeren £1,653,841 £2,093,579 

Uitvoeren „ 744,948 „ 955,216 

Rqw goud (in de uitvoeren 

begrepen) „ 88,435 „ 273,831 

Tolontvangsten „ 170,105 „ 208,626 

Spoorwegen „ 178,600 „ 227,300 



BASOETOLAND. 



Britsch Basoetoland wordt begrensd door den Oranje- 
Vrijstaat, de Kaapkolonie en Natal. Het bevat het 
stroomgebied der Caledonrivier aan dien kant en het 
opper bekken der Oranjerivier. Eerstgenoemde rivier 
scheidt, gedurende de eerste 130 mijlen van zijn loop, 
Basoetoland van den Oranje- Vrij staat. Het land, dat 
tusschen haar en het D rakengebergte ligt — door de 
Basoetos Maloeti genaamd — was den Europeaan al 
sedert 50 jaren bekend. 

Hier begonnen , onder de bescherming van Mosjesj , 
het Basoetohoof d , de Fransche Protestantsche zendelin- 
gen de taak , welke zij sedert zoo ernstig en onverdroten 
voortgezet hebben. Hier vindt men de plaats van menig 
gevecht tusschen de zwarten en de Boeren, sedert de 
dagen, toen de souvereiniteit over het gebied der Oranje- 




^ö 





146 Naar Zuid- Afrika met 



rivier prijsgegeven, toen de Oranje- Vrij staat opgericht 
werd; tot de inlyving plaatsvond van hetgeen Sir 
Philip Wodehonse, Commissaris der Britsche Regeering 
in 1868 , nog van Basoetoland had kunnen redden. 
Sinds die aanhechting, is liet land verdeeld geworden 
in magistraatschappen, door wegen doorsneden. Het is 
nu dicht bevolkt en, voor een goed deel, bebouwd. Het 
grootste gedeelte van Basoetoland , met het opperbekken 
der Oranjerivier, is nog maar weinig doorvorscht tot 
dusverre. Basoetoland werd in 1868 Britsch grondgebied 
verklaard en , in 1871 , formeel bij de Kaapkolonie in- 
gelyfd. Op grond echter der herhaalde onlusten bin- 
nenslands, in den jongsten tgd, heeft de Kaapsche Re- 
geering de Engelsche weten te bewegen het gewest 
weder van haar over te nemen en te beheeren , waarvoor 
eerstgenoemde een jaarlijksche bijdrage van £ 20,000 
betaalt. De Resident-Commissaris Harer Majesteit in 
Basoetoland is Luitenant- Kolonel Sir Marshall James 
Clarke, der Boy al Artillery, Ridder- Commandeur der Orde 
van St. Michel en George. 



BRITSCH BECHUANBNLAND. 

Nevens Zoeloeland, is de gewichtige landstreek bewesten 
Transvaal, die bekend staat als Bechuanenland, de éénige 
andere Britsche bezitting bezuiden de Evennachtslyn. 

In de jaren 1882 — 1883 verkeerden de districten aan 
gene zijde der Tranvaalsche Westergrens in een alge- 
meenen toestand van wanordelij kheid. Massouw en 
Mosjette, twee hoofden in bondgenootschap met de 
Boeren , voerden krgg tegen Mankoroane en Montsioa , 







de Castle-Lijn, 147 



die, by den jongsten Transvaalschen oorlog, de zijde 
der Engelschen gekozen hadden. 

Aan weerskanten werden blanke vrijwilligers in den 
arm genomen. Dezen werden voor hun diensten beloond 
met landschenkingen, en beproefden nn twee onafhanke- 
lijke gemeenebesten te grondvesten, het ééne Stellaland, 
het andere Goosenland geheeten. 

Het Britsche Gouvernement kwam echter tusschenbei- 
den en stelde de Trans vaalsche Regeering grootendeels 
aansprakelijk voor hetgeen er geschied was. Daarop ver- 
trokken President Kruger, Generaal Smit en Ds. S. P. J. 
Dutoit naar Engeland, ten einde van de Engelsche 
Regeering een wijziging der grenslijn, in de Conventie 
vastgesteld, te erlangen. Op 27 Februari 1884 werd een 
nieuwe Conventie gesloten, en, krachtens haar bepalingen, 
werd het grondgebied van Mossouw en Mosjette bij dat 
der Trans vaalsche Republiek gevoegd. Later, in het 
zelfde jaar, werd de streek, be westen de nieuwe grens- 
lijn, verklaard te staan onder het protectoraat der 
Koningin, die daarmede een einde maken wilde aan de 
nog heerschende wanordelijkheden. Daarna werd het 
geheele gewest formeel ingelijfd onder den titel van 
Britsch Bechuanenland. 

Krachtens de in 1885 gemaakte voorschriften en ver- 
ordeningen, werden Resident- Magistraten aangesteld in 
de districten Vrijburg, Taungs, Mafeking en Koeroeman, 
met de macht om, in alle strafrechtelijke en burgerlijke 
gedingen, behalve die in zake faillissementen en gevallen 
van moord, getuigenissen aan te hooren en recht te 
spreken. Voor strafprocessen worden geen bepaalde 
perioden des jaars aangewezen, maar de rechtbanken 
zijn het geheele jaar door geopend. De Bestuurder 






148 Naar Zuid- Afrika met 



oefent, als opperrechter, het appèlrecht uit, telkens 
wanneer dit noodig is en zonder speciale tydsaanwijzing. 
Hij presideert ook over twee andere magistraten in alle 
strafzaken wegens moord. Er zyn ^een jurjs. Voor 
de rechtsprocedure in Bechuanenland geldt die in de 
Kaapkolonie. Landvoogd over de kolonie is Sir Hercules 
Robinson, de Oppercommissaris voor Zuid- Afrika; Be- 
stuurder en Opperrechter, Sir Sidney Shippard, Ridder- 
Commandeur der Orde van St. Michel en George. Sir 
Frederick Carrington voert het opperbevel over de politie- 
macht in Bechuanenland. Gelijk wij reeds gemeld hebben, 
gelooven deskundigen , dat sommige gronden dezer streek 
sterk goudhoudend zijn. 



DB ORANJB-VRIJSTAAT. 

De Oranje- Vrijstaat wordt ten Zuiden en ten Westen 
door de Kaapkolonie, ten Oosten door Basoetoland en 
Natal, ten Noorden door de Transvaalsche Republiek 
begrensd. 

In 1835 begonnen de Boeren uit de Kaapkolonie hun 
eersten „trek** naar deze streek. In 1843 hadden zij 
reeds een afgeronde gemeente gesticht. De wanordelijk- 
heden, die er plaatsvonden, noopten Sir Harry Smith, 
op 3 Februari 1848, een proclamatie uit te vaardigen, 
waarbij het gewest benoorden de Oranjerivier onder 
de souvereiniteit der Koningin van Engeland geplaatst 
werd. De Boeren wilden dit decreet niet eerbiedigen, 
en er had een worsteling plaats t-e Boomplaats, tusschen 
hen en de Engelsche troepen, waarbij dezen de overwin- 
ning behaalden. De Boeren vloden Noordwaarts over 
de Vaalrivier. In Maart 1849 vaardigde Sir Harry Smith 






de Castle-Lijn, 149 



een nieuwe proclamatie uit, waarin het nieuwe grond- 
gebied, gelegen tusschen de Vaalrivier, de Oranjerivier 
en het Drakengebergte , als de Sonvereine Staat der 
Oranjerivier omschreven werd. In 1854 evenwel trokken 
de Engelschen het land weer uit , na het aan de Boeren 
te hebben teruggegeven. De laatsten vormden alstoen 
hun eigen bewind, onder den bijstand der Britsche Re- 
geering. Van dien tijd af, heeft de Oranje- Vrij staat, 
tot op den huidigen dag, zijn onafhankelijkheid weten 
te bewaren. 

De Yolksraad oefent de wetgevende macht uit en 
controlleert het geheele beheer van den Vrijstaat. De 
56 leden van den Volksraad worden voor vier jaren 
door het volk gekozen. De gezamenlijke kiezers kiezen 
ook den Staatspresident , by wien de Wetvoerende Macht 
van den Staat berust. De hoofdambtenaar in elk district 
is de Landdrost, die de functiën van burgerlijk com- 
missaris en magistraat in zich vereenigt. Verder heeft 
elk district zijn sheriff en ondercipier, alsook een korps 
politiebeambten. Al de af deelingen of wijken van een 
district hebben stem by de verkiezing van een comman- 
dant, die het krijgshoofd is van het gansche district in 
ty d van oorlog of onlusten , en die het opperbevel voert 
over al de burgers der onderscheiden veldkornetschappen 
in zijn district of „commando.*' 

Het oppergerechtshof bestaat uit drie rechters. Staats- 
burgers zijn blanken, binnen de grenzen van den Vrij- 
staat geboren; blanken, die één jaar binnen de grenzen 
van den Vrijstaat ingezetenen geweest zijn en die onroe- 
rend goed, ter waarde van £ 150, op hun naam hebben 
staan; eindelijk blanken, die drie achtereen volgende jaren 
in den Vrijstaat hebben gewoond. Burgers, die den 



\ 




achttien] arigen leeftijd hebben bereikt en burgers boven 
dien leeftijd, bezitten het kiesrecht bij de verkiezingen 
van een veldkornet of van een commandant. Zij moeten 
echter meerderjarig zijn en andere burgerschapsrechten 
bezitten, alvorens zij hun stem kunnen uitbrengen op 
den Staatspresident hunner keuze. 

Het staatsartilleriekorpa is sterk en heeft twaalf 
Armstrong-kanonnen van het nieuwste model. Verleden 
jaar stonden de kosten van het staatsonderwijs op de be- 
grooting uitgetrokken voor £ 12,000. Een groot deel 
dezer som is benoodigd voor de twee hoogere scholen: 
het „Eunice'*-Instituut en het College van Grey — beiden 
in Bloemfontein. De Hollandsche Hervormde kerk is 
de staatskerk van den Vrijstaat. Zijn oppervlakte wordt 
globaal op 70,000 vierkante mijlen geraamd. 

Volgens den census van 1880, telde de Vrijstaat des- 
tijds een bevolking van 61,022 blanken en 72,496 inboor- 
lingen. Zij bewoonden 13,497 huizen en 16,088 hutten. 
Het getal pachthoeven is bijkans 6000, met een totaal 
gronds van 11,796,205 morgen (23,592,400 acres). Slechts 
57,458 morgen daarvan zijn bebouwd. De veestapel 
omvat 131,594 paarden, 4117 ezels en muildieren, 147,436 
trekossen, 464,575 fokbeesten, 131,846 Kaapsche scha- 
pen, 5,056,301 Merino-schapen, 426,535 Angora- schapen, 
247,489 geiten, 13,227 varkens en 2253 struisvogels. In 
1879 werden gezaaid: 9011 mud tarwe, 7358 mud haver, 
1458 mud gerst, 53 mud rogge, 4638 mud Turksch 
koren („mealies"), 931,255 tabaksplanten, 87 mud boonen 
en erwten en 2342 mud aardappelen. De Vrijstaat heeffc 
3048 ooftgaarden, 868 wijngaarden en 512,866 wingerds. 
Er werden opgebracht 92,780 mud tarwe, 16,149 mud 
haver, 16,030 mud gerst, 561 mud rogge, 99,118 mud 






de Gastle-L^n. 151 



„mealies'* (maïs), 20,818 mud aardappelen, 621 mud 
erwten en boonen, 4,952,995 bundels voer (haver), 146,836 
pond tabak , 291,310 pond gedroogde vruchten , 48,665 
balen wol, 138,425 huiden en 1057 pond struisveeren. 

Op 28 Februari 1888 beliep de staatsschuld £ 143,100. 
Voor het dienstjaar, geëindigd met dien datum , werden 
de inkomsten op £ 176,545, de uitgaven op £ 171,441 
begroot. In laats tgemeld bedrag was begrepen £ 37,000 
voor verdere delging der staatsschuld. 

De grond is grootendeels in HoUandsche handen , maar 
er zijn ook enkele Engelsche hoeven , en die schijnt het 
het best te gaan. Over het algemeen is het land vlak 
en de wegen zijn er goed. De straatweg van Kaapstad 
naar Natal loopt door den Oranje-Vrijstaat. Te Jagers- 
fontein in het district Fauresmith, in het Zuidwesten , 
treft men diamantgroeven aan en hier heeft men , 
eenige jaren geleden, een steen van 582 karaat gevon- 
den. In het Noorden van den Staat worden tegen- 
woordig belangrijke goudmijnen ontgonnen. 

Het klimaat van den Vrijstaat is uiterst gezond en 
zeer dienstig voor longzuchtigen. Bloemfontein, met 
een bevolking van 3000 zielen , ligt 4750 voet boven 
den zeespiegel. Het is de hoofdstad en de zetel der 
Regeering. Een andere belangrijke plaats nabij de gren- 
zen van Natal is Harrismith, dat ongeveer de helft 
heeft van het zielental van Bloemfontein. De Staat is 
verdeeld in de volgende zeventien districten: 

1. Bloemfontein (hoofdstad, met de dorpen : Redders- 
berg, Brandfort, De Wetadorp); 2. Caledonrivier 
(Smithfield); 3. Fauresmith (Fauresmith, Jagersfon- 
tein, Edenburg) ; 4. Harrismith (Harrismith, Frankfort, 
Vrede); 5. Winburg (Win burg. Ventersburg, Senekal); 6. 






152 Naar Zuid- Afrika met 



Cronstadt (Cronstadt, Vredefort); 7. Boshof (Boshof); 8. 
Philipolis (Philipolis); 9. Bethulie (Bethnlie); 10. Jacobs- 
dal (Jacobsdal); 11. Rouxville (Ronxville, Zastron); 12. 
Bethlehem (Bethlehem, Lindley); 13. Lady brand (Lady- 
brand, Ficksburg); 14. Heilbron (Heilbron, Parijs); 15. 
Hoopstad (Hoopstad, Buitfontein); 16. Wepener (Wepe- 
ner); 17. Thaba'nchu. 



DE ZUIDAFRIKAANSCHE REPUBLIEK. 

De Transvaalsche of Zuidafrikaansche Repnbliek be- 
looft eerlang te zullen worden het gewichtigste land van 
Zuid- Afrika on tevens het rijkste ertsgebied der wereld. 
Bij onze beperkte plaatsruimte , zou het ons niet mogelijk 
wezen ook maar de voornaamste gebeurtenissen in de 
geschiedenis dezer republiek saam te vatten. Laat ons 
volstaan met de vermelding eeniger data : Het is al bijna 
zeventig jaren geleden, dat de Boeren allereerst hun 
„trek" naar het I^oorden begonnen. Dezen waren echter 
slechts pioniers. Een meer belangrijke landverhuizing 
begon in 1836. Potchefstroom werd in 1839 gebouwd. 
Engeland erkende de onafhankelijkheid van het nieuwe 
gemeenebest in 1852. In 1853 heette het, wat het nu 
heet: „Zuidafrikaansche Republiek". Op 12 April 1877 
verklaarde sir Theophilus Shepstone, uit naam der Brit- 
sche Regeering , het land voor ingelijfd. 

Maar op een groote volksvergadering, in December 
1880 door de Boeren te Paardekraal gehouden, besloten 
zij hun onafhankelijkheid met geweld te herwinnen. 
Den 16deïi December heschen zij hun vlag te Hei- 
delberg. Daarop ontbrandde de bejam meren s waardige 
oorlog, die eerst eindigde met de ramp van Amajuba 









de CasÜe-Lijn, 153 



Hill. Den 23steii Maart 1881 werd tnsschen de Enp:el- 
schen en Boeren de vrede geteekend , krachtens welken 
de eersten den laatsten hun land teruggaven. De Boeren 
zijn nu weer heer en meester in het gemeenebest. 

Ten Noorden grenst Transvaal aan Matabeleland ; ten 
Oosten aanGazaland, Swazieland, de nieuwe Republiek 
Van Zoel oei and (met de hoofdstad Vrijheid) en Zoeloe- 
land; ten Zuiden aan den Oranje- Vrij staat en Natal; ten 
Westen aan Bechuanenland. De Zuidergrens der Trans- 
vaalsche Republiek, de Vaalrivier, ligt 698 mijlen van 
Kaapstad , 536 mijlen van Port Elizabeth en 220 mijlen 
van Port Natal. Haar Oostergrens is slechts 40 of 50 
mylen van Louren^o Marquez aan de Delagoabaai 
verwijderd. 

De Transvaal reikt Noordwaarts , over een afstand 
van ruim 400 mijlen, tot aan de Limpoporivier, haar 
Noordergrenslijn. Deze stroom ligt onder den 228teii 
graad Z.B., ca. driehonderd mijlen bezuiden de Zambesi. 
De afstand tusschen de Ooster- en Westergrens der 
Transvaalsche Republiek bedraagt ongeveer 700 mijlen , 
van den 25sten tot aan den 32sten graad O.L. 

Volgens Jeppe's Almanac beslaat het grondgebied der 
Republiek globaal een oppervlakte van ongeveer 119,000 
vierkante mylen (Eng.). Vermoedelijk is de ware opper- 
vlakte veel grooter. Vergelijkt men dezen omvang met 
dien der naburige staten, dan zal men zien, dat de 
Transvaalsche Republiek half zoo groot is als de Kaap- 
kolonie, driemaal grooter dan de Oranje- Vrij staat en 
zesmaal grooter dan Natal. Bij Europeesche landen 
vergeleken is Transvaal nagenoeg even groot als Groot- 
Brittanje en Ierland, en circa 5000 E. vierkante mylen 
omvangrijker dan het koninkrijk Italië. 



\ 






/ 



154 Naar Zuid- Afrika met 



De constitutie der Zuidaf rikaansche Republiek berust 
op de „drie-en-dertig*' artikelen, die op 23 Mei 1849 
aangenomen werden, zoo ook op de „Grondwet'* van 
19 Februari 1858. De meeste artikelen voornoemd zijn 
sedert door den Volksraad gewijzigd. Deze Volksraad 
vormt de wetgevende macht in den Staat. Zijn 
leden worden voor den tijd van vier jaren door de bur- 
gers gekozen. Hun getal beloopt 34. Twee afgevaardigden 
worden voor elk der elf districten benoemd , terwijl de 
vier hoofddistricten der Republiek, te weten Potchefstroom, 
Pretoria, Rustenburg en Lijdenburg, elk drie leden kiezen. 
De uitvoerende macht, de „Uitvoerende Raad*' geheefcen, 
bestaat uit een Staatspresident, die, door een algemeene 
volksstemming in den Staat, voor den tijd van vijf jaren, 
wordt aangewezen ; een Staatssecretaris, dien de Volks- 
raad voor den t^jd van vier jaren benoemt en vier niet- 
ambtelijke leden, voor drie jaren door den Volksraad 
gekozen. De hoofdambtenaar in elk district is de Land- 
drost, die in zich vereenigt de functiën van burgerlijken 
commissaris en van magistraat en die in deze functiën 
bijgestaan wordt door een klerk, welke tegelijkertijd amb- 
tenaar van het Openbaar Ministerie en zegelbeambte is. 
Voorts heeft elk district een baljuw of sheriff, een 
cipier en een korps politieagenten. De éénige gewa- 
pende macht der Republiek bestaat uit een korps 
bereden artillerie en politie, ongeveer zestig man 
sterk, en aangevoerd door drie officieren. De Pre- 
sident verklaart den oorlog, na den Uitvoerenden 
Raad te hebben gehoord: hij roept een „commando** 
op, waarby de burgers dienst doen onder de veldcor- 
netten en commandanten van elk district. De opperbe- 
velhebber staat aan het hoofd dezer legermacht. De 






de Gastle-Lijn, 155 



burgerij kiest hem voor den tijd van tien jaren. Alle 
burgers van den Staat, tusschen de 16 en 60 jaren oud, 
en niet vrijgesteld volgens de wet, zijn verplicht dienst 
te doen onder een „commando." Krachtens tractaten, met 
Portugal, Nederland, België, Duitschland, Frankrijk, 
Italië en Zwitserland aangegaan, zijn onderdanen dier 
staten in de Zuidafrikaansche Republiek van den 
militairen dienst vrijgesteld, maar, voor het overige, 
moeten zij de zelfde belastingen betalen als de Transvalers. 
Van den persoonlijken dienstplicht zijn mede vrijge- 
steld alle lieden, door de Londensche Conventie speciaal 
vermeld en voorts alle aankomelingen, gedurende de 
twee eerste jaren van hnn verblijf, behalve wanneer de 
krijgswet mocht afgekondigd worden. 

De zevende wet van het jaar 1882 bepaalt, dat men 
staatsburger der Transvaal is, indien men geboren werd 
binnen de grenzen der Republiek en den 6én-en- twin- 
tigjarigen leeftijd bereikt heeft. Personen, die zich 
in den Staat komen vestigen, kunnen het burgerrecht 
erlangen door naturalisatie, hetgeen £ 25 kost, en door 
het afleggen van den eed der getrouwheid. Zij even- 
wel die, krachtens eenig tractaat, van persoonlijken 
dienstplicht in oorlogstijd vrijgesteld zijn, mogen dien 
eed niet afleggen. 

Naar de Transvaalsche Republiek gekomen vreemde- 
lingen kunnen naturalisatiebrieven alleen dan bekomen, 
als zij overleggen een akte van den desbetreffenden land- 
drost of veldkornet, waarin getuigd wordt, dat de vreem- 
delingen gedurende vijf jaren ingezeten geweest, 
en al dien tijd de landswetten gehoorzaam gebleven zijn. 
Onlangs is de duur van dat ingezetenschap nog aan- 
merkelijk verlengd, doch men mag de hoop voeden, dat 



\ 






/ 



156 Naar Zuid- Afrika met 



meer vrijzinnige denkbeelden, aangaande de uitbreiding 
van het burgerrecht, eerlang de bovenhand zullen ver- 
krijgen in den Volksraad. Geen zwarten kunnen de 
hoogere burgerschapsrechten verwerven of onroerend goed 
bezitten. Koelies, Arabieren, Maleiers en Mohamnieddanen, 
onderdanen van het Turksche Rijk, mogen, krachtens 
een bijzondere wetgeving, evenmin hoogere burgerrech- 
ten erlangen of onroerend goed in de Republiek bezit- 
ten. Komen zij in het land, om er handel te drijven, 
of voor andere doeleinden, dan moeten zij hun namen 
doen inschryven en tegelijkertijd £ 25 storten. Geen 
zwarte, kleurling, koelie of Chinees mag een mijn brief op 
de goudvelden hebben, noch ookTransvaalsch goud of edel- 
gesteenten verkoopen of ruilen. Zij mogen alleen delven 
als onderhoorigen van blanke belanghebbenden. 

De Grondwet verklaart, dat het recht der Republiek 
het Hollandsch-Romeinsche recht is, naar de tekst- 
boeken van Van der Linden, Hugo de Groot en Van 
Leeuwen, zoolang zij niet strijden met de rechtsprak- 
tijk in andere Zuidafrikaansche landen. De arresten 
van het Hooggerechtshof der Kaapkolonie worden als 
rechtsprecedenten aanvaard, zoolang zy niet strijden met 
Transvaalsche wetten. Handelsrechtsquaestiën worden 
beslist naar de jongste rechtspraak dienaangaande, in 
Europa en Noord- Amerika. 

In Transvaal heeft nog nimmer een volkstelling plaats- 
gehad. Men meent echter te weten, dat de blanke be- 
volking op dit oogenblik ten minste 85,000 zielen telt. 
Op die 85,000 zijn er dan 50,000 Afrikaanders en de 
35,000 overigen behooren tot de Engelsche , of tot eenige 
andere vreemde nationaliteit. De getalsterkte der in- 
landers of inboorlingen wordt geschat tusschen de 



M- 






de Gastle-Lijn. 157 



400,000 en de 500,000. Jeppe*s Almanac van 1887 becij- 
fert, dat er onder de Transvaalsche beambten zijn : 242 
Afrikaanders , 57 Nederlanders, 22 Engelsohen , 13 
Duitschers , 1 Deen en 1 Franschman. De meeste aanko- 
melingen waren, hetzij door geboorte of door een lang 
verblijf, kolonisten uit de Kaap en uit Natal. 

De twee voornaamste rivieren, welke het grondge- 
bied der Republiek in het Zuiden en in het Noorden 
besproeien, zijn de Vaal- en de Limpopo- of Krokodil- 
lenrivier. De Vaal ontspringt op de hoogvlakte , bezui- 
den Nieuw Schotland. Deze vlakte, het „Hoogerveld" 
genaamd, doorsnijdt het land over zijn geheele breedte 
en vormt de stroomscheiding tusschen de rivieren, die 
Zuidwaarts van de Vaal en Noordwaarts van de Lim- 
popo af wateren. Het Draken gebergte maakt de stroom- 
scheiding uit voor alle rivieren, welke naar de kust loopen, 
van de Natalsche grens, tot aan de Olifantsrivier benoorden 
Lijdenburg. Na al de Transvaalsche stroomen aan den 
Noord- en al de Oranje-Vrijstaatsche stroomen aan den 
Zuidkant in zich te hebben opgenomen , vere enig t zich de 
Vaal met de Oranjerivier , een weinig benoorden Hope- 
town. Als één machtige watermassa. Oranje-rivier of 
Kigariep geheeten , storten zij zich uit in de Alexander- 
baai, aan de Westkust van Zuid- Afrika, na een afstand 
van ruim. duizend E. mijlen, in een stroomgebied van 
325,000 vierkante mijlen , te hebben doorloopen. De 
Limpopo ontspringt mede op het hoogland in het hart 
der Transvaalsche Republiek. Zij stroomt Noordwaarts 
door het Magaliesgebergte , dan Noordwestwaarts, weder 
Noordwaarts, en eindelijk Zuidwaarts. Zij neemt een 
groot aantal nevenstroomen in zich op en ontlast zich 
op de Oostkust van Zuid- Afrika, op 25 gr. 2 min. Z. B. 



\ 






158 Naar Zuid- Afrika met 



en 33 graden, 45 min. O.L. Geen dezer rivieren is 
over groote afstanden bevaarbaar. Mauch nochtans , 
die , in een platboomd vaartuig , een tocht op de Vaal 
ondernam over 300 mijlen, tusschen Potchefstroom en 
Hebron, is van oordeel, dat de stroom, met zeer ge- 
ringe onkosten, voor kleinere vaartuigen over tweehon- 
derd mijlen bevaarbaar zou kunnen gemaakt worden. 
Daaronder zouden dan nog begrepen zijn tachtig mijlen 
stroom, die te Bloemhof eindigen en reeds dadelijk ge- 
bruikt zouden kunnen worden , zonder eenigerlei onkos- 
kosten. Kapitein Elton heeft ook pertinent beweerd, 
dat de Limpopo wel degelijk met kleine rivierstoomers 
van geringen diepgang kan bevaren worden , nl. tot het 
punt, waar zij zich vereenigt met de Limvoeboe of 
Pafoeri , zijnde een afstand van 356 mijlen. Erskine 
heeft zulks echter tegengesproken. Volgens hem is de 
Limpopo slechts bevaarbaar over 60 mijlen, zijnde een 
afstand van 25 mijlen in een rechte lijn. Bovendien 
is de monding, zegt hij, moeielijk binnen te loopen. 

Aan de Oostergreus ontspringen de Sabie, de Kroko- 
dillen- en de Komatirivierin het Drakengebergte , en ver- 
eenigen zich in de St. Georgesrivier , die zich nabij 
de Delagoabaai in zee uitstort. De Oemboloesi en de 
Mapoeta ontstaan in Nieuw Schotland en vloeien, na 
een menigte zijrivieren te hebben opgenomen , in de 
Delagoabaai. De Tembe, die in de zelfde schoone baai 
valt , is over een afstand van ongeveer 50 mijlen bevaar- 
baar. Kleine zoet watervlakten of kreken, door de Boeren 
pans geheeten, vindt men allerwege in het land ver- 
spreid. Eén er van, groot genoeg om den naam van 
„Chrissie-meer" te ontvangen , bevindt zich in de neder- 
zetting van Nieuw Schotland. Dit meer is, in omtrek. 




o 





de Castle-Lvjn. 159 



36 mylen groot en, op sommige plekken, zeer diep. 
Het water is brak en onaangenaam van smaak. Nog 
treft men in Transvaal een groot getal zontwaterkreken , 
warme bronnen en baden aan. De „warme baden*' in de 
buurt van Barberton verdienen een bijzondere vermel- 
ding , daar zij niet alleen een warm bad veroorloven , 
maar tevens genezing aanbrengen in sommige kwalen. 

Drie bergketenen doorloopen het Jand van het Westen 
naar het Oosten , nevens de reeds vermelde hoogvlakte , 
waarop de stroomscheiding gelegen is der rivieren, die 
Noordwaarts en die Zuidwaarts vloeien. De eerste dier 
bergketenen is het Magaliesgebergte , tusschen Rusten- 
burg en Pretoria. De tweede wordt gevormd door den 
D warsberg , den Witfonteinberg , het Marikelegebergte , 
de Hanglip of Waterberg, het Makapan gebergte, het 
Zebedelie- of Strijdpoortgebergte en het Masjimala- 
gebergte. De derde keten bestaat nit den Blauwberg 
en de Zoutpansbergen, welke laatsten zich, in drie bij- 
zondere rijen, tot aan de Limpopo uitstrekken. Andere 
zelfstandige berggroepen bevinden zich in verschillende 
gedeelten des lands. Daaronder noemen wij de Maquasi- 
bergen, de Gatsrand en de Suikerboschrand, de Pilands- 
bergen en enkele kleinere ketenen in het Maricosche. 

Een voortzetting van het Drakengebergte loopt, van 
de grenzen van Natal , tot aan de Olifantrivier , benoor- 
den Lijdenburg. De onderdeel en dier voortzetting heeten 
Verzamelberg , Randberg, Slangapisberg , Ingwenya- 
gebergte, voorts eenige hooge kammen in het Lijden- 
burgsche : Khamsjoebanaberg , Kaap Plateau, enz., die 
een hoogte bereiken van 6000 a 7000 voet. De voor- 
naamste spitsen van het Drakengebergte zijn : de Mauch- 
berg (7177 voet); de Klipstapel (6020 voet); het Chrissie- 






160 Naar Zuid- Afrika met 



meer (5755 voet); de Spitskop (5637 voet); de Hol nek 
(5600 voet); deM. W.-Stroom (5300 voet); de Lianwarne 
(5750 voet); Kaap Plateau (5800 voet); de Moodiesberg 
(4600 voet); het Ingwenyagebergte (7600 voet); het Forbes 
Reef (6000 voet) en Lijdenburg (4900 voet). 

De aardoppervlakte der Transvaal is bedekt met een 
dik grasveld van bijzonder goede qualiteit, dat over- 
vloedig en puik voer levert voor paarden, schapen en 
runderen. Binnen de grenzen der Republiek zijn er 
ee^iige uitgestrekte bosschen. Groote hoeveelheden hout 
worden hier verzaagd en voor bouwwerk of wagens ge- 
bruikt. Het Pongolobosch , in het Utrechtsche, en 
het "Woodbosch in het district Zoutpansberg zijn de 
gewichtigsten dezer wouden. 

Eigenlijk gezegd zou Transvaal de graanschuur van 
Zuidoostelijk Afrika moeten zijn , want geen staat of 
land in dat wereldgedeelte heeft vruchtbaarder bodem 
of biedt grooter faciliteiten voor den graanbouw dan dit 
gemeenebest. Maar zijn akkerbou wende bevolking is 
veel te klein, en de hoeveelheden graan en veldproduc- 
ten, die er ter markt komen, blijven verre onder de 
de vraag , vooral sedert de immigratie eener uitgebreide 
del verskolonie naar de goudvelden van Witwaterrand 
en de Kaap. Vandaar dan ook, dat aanzienlijke hoe- 
veelheden graan en meel (vooral meel uit Noord- Amerika 
en Australië) ingevoerd worden, ofschoon Transvaal de 
prachtigste tarwe voortbrengt, die ergens ter wereld 
groeien kan. 't Is niet twijfelachtig, dat de Zuidafri- 
kaansche Republiek dringend behoefte heeft aan een 
landbouwbevolking, en dat haar immigratie derhalve 
aanmoediging verdient. In de Zuiderdistricten, zooals 
Bloemhof, Potchef stroom, Pretoria (gedeeltelijk), Heidel- 






de Gastle-L^n, 161 



berg, Nieuw Schotland, Middelburg, Wakkerstroom en 
Utrecht, wijdt men zijn hoofdopmerkzaam heid aan de 
schapen teelt, alsook aan het fokken van runderen en 
paarden. De andere districten , in het hart der Transvaal 
en in haar Noorden, zooals Marico, Rustenburg, een 
groot gedeelte van Pretoria, Lijdenburg, Waterberg en 
Zoutpansberg , schijnen daarentegen bijzonder geschikt 
voor den graanbouw, de tabaksteelt, den wijnbouw, de 
ooft- en groentenkweekerij en (in sommige gewesten) 
de teelt van subtropische voortbrengselen , zooals : koflBe, 
suikerriet, katoen, enz. Granen kunnen tweemalen per 
jaar geoogst worden. Het fokken van beesten is, in de 
meesten dezer districten , ook winstgevend, uitgezonderd 
paarden en schapen. Geiten kunnen echter goed gefokt 
worden en schapen in enkele plaatsen. Er zijn ongeveer 
14,000 boerenplaatsen of hoeven ingeschreven, de meesten 
niet in openbare registers. In het Waterbergsche en 
Zoutpansbergsche bestaan er uitgestrekte landerijen, 
die den Staat toebehooren, en noch onderzocht, noch 
opgemeten zijn. Het Gouvernement bezit ongeveer 
1800 hoeven, die opgemeten zijn, daaronder 300 in de 
De Kaapvallei, waar nieuwe en gewichtige goudvelden 
ontdekt zijn. Dr. Clark, lid van het Rijksparlement, is 
de Consul- Generaal voor de Zuidafrikaansche Repu- 
bliek in Engeland. 

Wg schreven reeds, dat er heel veel kans bestaat, 
dat Transvaal blijken zal één der rijkste ertslanden ter 
wereld te wezen. Naderhand zullen wij verdere bijzon- 
derheden nopens de goudvondsten mededeelen. Hier 
willen wij onderwijl van eenige andere metalen, die 
in de Republiek gevonden worden, melding maken. 

Zilver wordt op onderscheiden plaatsen aangetrofBen 




\x 



f^p 

Hl 162 Naar Zuid-Afrika met 




en reeds heeft de ODtginning der zilvermynen grooten 
omvaDg gekregen. De voornaamste onder haar is de 
„Albert," op de pachthoeve Roodepoortje , naby Rhe- 
noster Poort , zoowat vijftig mijlen benoordoosten 
Pretoria. Het rif loopt door het geheel e eigen- 
dom heen, hetwelk een omvang heeft van nagenoeg 
8000 acres. De erstader heeft een wijdte van 21 voet. 
Een groot aantal tonnen best erts , naar Engeland gezon- 
den , werden op een waarde van £ 50 de ton geraamd. 

Kopermijnen bestaan in verscheiden districten van 
het land, in groeven ter diepte van 20 a 40 voet , die weleer 
door de inboorlingen geëxploiteerd werden. Koperen siera- 
den van velerlei aard worden door de Kaffers , die de 
Noordelijke streken der Republiek bewonen, gemaakt 
en gedragen. Zij weten het metaal te halen uit het 
erts en versmelten het dan tot staven van bijkans zuiver 
metaal. Blanken hebben tot dusverre nog geen aanvang 
gemaakt met de ontginning dezer kopergroeven Het 
laatste rapport betreffende de koperertsen uit Transvaal 
is afkomstig van den heer Kitto, die de lagen heeft 
onderzocht, welke men de zekerheid bezit, dat in den 
omtrek der Roodebergen, benoorden de Aapjesrivier en 
40 mylen benoord westen Pretoria , gevonden worden. 
Kopererts is ook ontdekt op de hoeve van den heer 
Strnben , nabij Pretoria. 

Lood wordt allerwege in overvloed aangetroffen, en 
het erts is in sommige gevallen rijk aan zilver. In het 
Maricosche is de ontginning der loodmyuen aldaar met 
goede winsten gepaard gegaan en het gewonnen metaal 
vindt in het land zelf gereeden aftrek. Men treft het erts 
aan in een donkerbruine , zachte en gemakkelyk bewerk- 
bare aardmassa, in zakken of kluiten , wegende van 



JÉP- 






de Castle-Lyn. 163 



één pond tot een ton toe. De uitgestrektheid der aderen 
of lagen is nog niet vastgesteld, maar men onderstelt, 
dat die zeer groot is. Een essaai , in Engeland verkregen, 
gaf 84 pet. galena van het ruwe erts , met 18 ons zilver 
per ton. 

Kobalt werd in 1871 door Manch ontdekt, in het 
district Middelburg, bij de Salonsrivier, een kleinen neven- 
stroom der Olifantsrivier. Een Engelsche vennootschap 
heeft aldaar mijnoperatiën verricht , totdat de oorlog met 
Sekoekoeni uitbarstte. Sedert zyn die werkzaamheden 
niet hervat , omdat de vraag naar dit erts, bij levendige 
mededinging, zeer beperkt is. Tusschen de jaren 1876 
en 1879 (beiden inbegrepen) bedroeg de uitvoer van 
kobalt Q>7\ ton, ter geraamde waarde van £ 10,890. 

IJzer in alle variëteiten wordt in bijna elk district 
des lands gevonden. De inboorlingen versmeden het 
tot sieraden en wapenen van uitmuntende hoedanigheid, 
bovenal in het Lijdenburgsche en Zoutpansbergsche, waar 
de ijzerlagen enorm zijn. De IJzerberg bij Eersteling, en 
de gel^knamige berg in het district Zoutpansberg, worden 
gevormd door bijna zuivere massas yzererts. Steen- 
kool is voorhanden in reusachtige lagen, uitgestrekt 
langs de Oostergrens der Republiek, van de grens van 
Natal tot Lijdenburg. Ware het niet, dat er rijke goud- 
mijnen ontdekt zijn, dan zouden de steenkolenmijnen 
vermoedelijk als de voornaamste bron van welvaart in 
de Republiek beschouwd zijn geworden. De steenkool 
in den Belelasberg , tusschen Utrecht en Wakkerstroom, 
is voor het oog zichtbaar op de hellingen, en vertoont 
een dikke laag, welker gehalte voortreffelijk is. Deskun- 
digen verzekeren ons , dat deze steenkool voor stoom- 
machines even goed is als die uit Cardiff, dewelke 








164 Naar Zuid-Afrika met 






verstookt wordt op de Kaapsche spoorwegen. Men 
heeft steenkool ook gevonden in het Lobombogebergte 
en evenzoo in de onmiddellijke nabnurschap van de Zuide- 
lijke goudvelden der Republiek , hetgeen een belangrijke 
factor worden moet bg haar toekomstige ontwikkeling. 

Als een gevolg van de ontginning dezer goudmijnen , 
is het gemeenebest in een toestand van grooten en snel 
nog grooter wordenden financieelen voorspoed geraakt. 
Twee of drie jaren geleden nog verkeerde het in een 
staat van faillisement. Volgens de jongste begrooting 
had de staatskas een overschot van £ 250,000. Blijkens 
de ramingen voor het dienstjaar 1886 — 1887, was de 
staatsschuld der Republiek £ 425,800, en het daarop ver- 
schuldigde rentebedrag £ 26,631 : 2 : 6 groot. Daaronder 
is begrepen de schuld van £ 250,000 aan het Engelsche 
Gouvernement, af losbaar in 25 jaarlijksche termijnen , 
met £6:0:9 percent , hetgeen de amortisatie in zich 
sluit. Gedurende gemimen tijd werden er hooge invoer- 
rechten geheven voor alle levensbehoeften enz. maar zy 
werden zóó drukkend bevonden voor de mijnwerkers- 
bevolking, dat het tarief voor sommige belangryke arti- 
kelen verlaagd is geworden. Desniettemin is het leven 
in Transvaal duurder dan elders in Zuid-Afrika. Bovenal 
in de middenpunten van het mynwezen is de huishuur 
buitensporig. 

De vorderingen, welke het land ook in geestelijken 
zin gemaakt heeft, z^'n van dien aard geweest, dat men 
er thans een twintigtal nieuwsbladen aantreft, waaronder 
een of twee dagbladen. 

De godsdienstvrijheid is er zeer groot. Fraaie kerken 
en kapellen (vgl. blz. 143, noot), waar gemeenten van alle 
gezindten bijeenkomen, treft men in de steden aan. De 

ég 9k 





de Castle-Lijn. 



165 



zendelingsgeDootscliappen zijn overal werkzaam en doen 
heel veel goed. In de behoeften van het onderwijs wordt 
ook op ruime schaal voorzien en goede scholen bestaan 
in alle steden, alsook in vele dorpen. Het klimaat der 
Transvaal is uiterst gezond, hetgeen verklaard wordt 
door haar hooge ligging (gemiddeld ongeveer 4000 voet 
boven de oppervlakte der zee). De republiek is thans 
ingedeeld in de navolgende vijftien districten: 



Districten. 


Hoofdstad. 


Andere plaatsen. 


Pretoria. 


Pretoria (zetel 
der BHBgee- 
ring). 


Geene. 


Potchef stroom. 


Potchef stroom. 


Ventersdorp , Klerks- 
dorp. 


Eustenbtirg. 


Eustenbtirg. 


Geone. 


Waterberg. 


Nylstroom. 


Nartingsburg. 


Zoutpansberg. 


Pietersburg. 


Woodbnsh , Eersteling , 
Marabas Stad en Up- 
sal. 


Lijdenburg. 


L^denbnrg. 


Pelgrim' 8 Best, Barber- 
ton (gewichtige stad), 
en andere m\jn-cen- 
trums. 


Middelburg. 


Middelbtirg, 


Boos Senekal. 


Heidelberg. 


Heidelberg. 


Johannesburg (belang- 
rijke stad.) 


Wakkerstroom. 


M. W. Stroom. 


Amersfoort, PietBetief. 


Utrecht. 


Utrecht. 


Luneberg. 


Bloemhof. 


Chris tiana. 


Bloemhof. 


Marioo. 


Zeemst. 


Jacobsdal. 


Lichtenburg. 


Lichtenburg. 


Geene. 


Standerton. 


Standerton. 


Bethal. 


Ermelo. 


Ermelo. 


Amsterdam. 



\ 




Lb 







166 Naar Zuid- Afrika met 



DE ZUIDAFEIKAANSOHB GOUDVELDEN. 

Het ontbreekt niet aan goed ingelichte profeten, die het 
voorspellen, dat, binnen korten tijd, het goud een even 
belangrijk artikel van uitvoer in Zuid-Afrika worden 
zal als de diamant. 

De tegenwoordige productie der diamanten bereikt een 
totale waarde van tusschen de vier en vijf millioen 
pond sterling. Gaan de goudvelden voort zich te ont- 
wikkelen op de schier ongeloofelijke schaal, die hen 
in de laatste paar jaren vermaard gemaakt heeft, dan 
kan het nauwelijks twijfel lijden, of de profetie zal 
ruimschoots bewaarheid worden. 

De geschiedenis van het Zuidafrikaansche goud gaat 
in een grauw en duister verleden te loor. Er zijn vele 
schrijvers geweest, die de meening verkondigd hebben, 
dat het Ofier, waaruit Salomo zijn schatten haalde, de 
streek was, thans liggende tusschen de Zambesi en de 
Limpopo. De bewering is zeker niet nieuw, wanneer men 
Josephus en den schrijver des Korans als autoriteiten 
er bij te pas brengen kan. Het is thans onnoodig ons 
te verdiepen in de studie der bewijsstukken, welke men 
ter zake bijgebracht heeft , en welke hoofdzakelijk bestaan 
in oude bouwvallen en nog oudere groeven. Ons houdende 
aan een minder verafgelegen en dubbelzinnig tijdperk, 
wijzen wij op de hoogst breedvoerige en interessanto 
getuigenissen, die de vroegste Portugeesche zeevaarders 
ons nagelaten hebben, aangaande de goudmijnen van 
Zuidoostelyk Afrika, die zij bezochten. 

In onzen tegen woordigen tijd hebben onderzoekers, door 
hun navorschingen, gedurende de jongste twintig of 
dertig jaren aangetoond, dat gouderts, in grootere of 







7'. 



o 



" t 





de Gastle-Lijn, 167 



kleinere hoeveelheden, over zeer uiteenliggende districten 
van Zuid- Afrika gevonden wordt. Een uitgestrekte, goud- 
houdende strook lands, die in wijdte en gehalte afwisselt, 
doorloopt het geheele Zuidafrikaansche vasteland be- 
noorden de Oranjerivier, van de Delagoabaai naar de 
Walvischbaai. Riffen en alluviale aanslibbingen vindt 
men ook zóó ver in zuidwaartsche richting als Knysna 
en het Kaapsche Schiereiland. Ernstige pogingen, om 
deze vondsten winstgevend te ontginnen, dagteekenen 
eerst van twintig jaren geleden. De goudkoorts brak, 
zoo het lijkt, periodisch uit. Alleen werden de perioden 
telkens korter en nam tegelijkertijd de koorts in hevigheid 
toe. Reeds in 1854 werd er een goudontdekking uit 
het tegenwoordige district Witwatersrand gemeld. 
Omtrent den zelfden tijd werden er, op verschillende pun- 
ten der Kaapkolonie, goudbrokken en klompen gevonden. 
De aanwezigheid van goud in Knysna werd tien jaren 
geleden geconstateerd. 

Ten gevolge der berichten nopens rijke vondsten van 
stroomgoud aan den voet der bergen , tusschen de Diep- 
rivier en de Homtinirivier, werd de streek, welke bekend 
stond als het district Karatara, voor de mijnwerkers 
opengesteld verklaard. De laatsten waren spoedig in 
groeten getale ter plaatse aanwezig. In 1880 vaardigde 
de Regeering den geoloog E. J. Dunn, derwaarts af, 
ten einde rapport uit te brengen nopens de vooruitzich- 
ten eener winstgevende ontginning der goudvelden. 
Zijn verslag luidde niet gunstig. Desondanks duurden 
de werkzaamheden eenigen tijd voort. Te vergeefs werd 
het stroombed der Karaf ararivier gedregd : er werden daar 
geen hoeveelheden goud aangetroffen, voldoende om de 
kosten te dekken. Latere onderzoekingen voerden evenwel 






168 Naar Zuid- Afrika met 



tot de ontdekking van talrijke goudrifEen en dezen be- 
vatten, naar men gelooft, voldoende erts voor een winst- 
gevende ontginning. Verscheiden maatschappijen zijn 
sedert gevormd, om het kwartsgoud en het stroomgond 
te winnen. Herhaalde malen heeft men ook goud van 
daar afgezonden , hoewel de hoeveelheid tot dusverre niet 
zeer groot is. 

Op de velden heeft men verscheiden batterijen opgericht. 

In de richting der Oranjerivier hebben exploitatiën 
reeds tot eenige goede uitkomsten geleid. Verdere 
pogingen kunnen allicht een groote ontwikkeling van 
ertsrijkdommen, ook in die streek, ten gevolge hebben. 
Griqualand West, befaamd om zijn diamanten, kan 
misschien in goudproductie insgelijks een flinke troef- 
kaart uitslaan. Goudvondsten in Britsch Bechuanenland, 
zoowel in den omtrek van Mafeking als in dien van 
Vrijburg, zijn oorzaak geweest, dat er een proclamatie 
is uitgevaardigd op 21 October jl., waarbij de rechten 
en verplichtingen van prospecteurs nader geregeld zijn. 
Men is eerst onlangs tot de ontdekking gekomen, dat 
er goudhoudende riffen worden aangetroffen in Damara- 
land, hetwelk thans staat onder het beschermheerschap 
van Duitschland. Één dier riffen werd gevonden op 
een afstand van dertig mijlen van de Walvischbaai , en 
het hoofdrif moet zich bevinden op een afstand van 
70 mijlen van daar, d. w. z. in een rechte lijn, hoewel 
men allicht honderd mijlen moet doorloopen op den 
zoogenaamden weg er heen. In Damaraland zyn er drie 
of vier duidelijk onderkenbare riffen, die een winst- 
gevende ontginning belooven. Het gewest is gras- en 
waterrijk, goed voorzien van hout, en een groote 
bevolking zou er gemakkelijk kunnen bestaan. 









de Castle-Lijn, 169 



In 1864 ondernam Carl Mancb, de Dnitsche ertskenner, 
een tocht door Matabaleland, dat tusscben de Limpopo 
en de Zambesi inligt. By zijn terugkeer vertelde 
hij , dat bij twee ryke goudvelden van enormen om- 
vang ontdekt had. Het ééne was, zeide hij, tachtig 
mijlen lang en drie mijlen breed, het andere 22 mylen 
breed en zonder meetbare lengte. Zoowel in de Kaap- 
kolonie, als in Transvaal en Natal , werden speur- 
tochten naar de nieuwe goudstreek ondernomen, waar- 
van het Zuidelijke gedeelte Tati, het meer Noordelijk 
gelegene Masjonaland genoemd werd. Een nader onder- 
zoek ter plaatse zelf voerde tot de ontdekking van oude 
groeven in Tati, gelijk ze mede aan het licht worden 
gebracht op al de velden, in den jongsten tijd in ont- 
ginning gebracht. In 1868 zond do London and Limpopo 
Mining Company, in welker bestuur Sir John Swinburne en 
kapitein Arthur Lionel Levert zitting hadden, een expe- 
ditie uit, die in den herfst uit Engeland vertrok en een 
kostbare uitrusting medenam. Op 27 April 1869 kwam 
deze expeditie in Tati aan. Reeds was er, op den 
Noordoever der Tatirivier, een klein dorp ontstaan. 
Verscheiden schachten waren vijftig voet diep. Maar 
hoewel 150 ton schijnbaar rijk gouderts te voorschijn 
gehaald was , konden de geïmproviseerde stampers niets 
goeds uitrichten. Desniettemin werden er proeven naar 
Engeland opgezonden en de heeren Johnson en Mathey, 
essayeurs der Bank van Engeland, attesteerden dat enkele 
daarvan 5, 10, 4, 40, 20, 52 en zelfs 65 ons per ton 
inhielden. In 1872 werden er 1500 a 2000 ons goud 
van Tati naar Engeland verscheept. Vele mijnen moes- 
ten echter verlaten worden, daar de delvers geen mid- 
delen hadden , om de exploitatie voort te zetten. 






170 Naar Zuid- Afrika met 



Thans evenwel begint de populariteit der goudvelden van 
Tati weder toe te nemen. Omtrent 1872 , had Sir John 
Swinburne, uit naam der London andLimpopo Mining Com- 
pany, een concessie gekregen van Lo Bengula, den koning 
der Matabeles, in wiens gebied Tati gelegen is. Den heer 
Nelson liet hij als zijn gevolmachtigde achter. Genoemde 
heer had een mijnwerker, Hugh H. Dobbie geheeten, 
die later, toen de concessie in 1839 afliep, zelf een 
concessie machtig werd voor de landstreek, tusschen de 
rivieren Sjasi, Tati en Ramoqueban gelegen. Hij en 
zijn vrienden ontgonnen , met afwisselend succes, de oude 
groeven. Er was geen gebrek aan goud, maar zij kon- 
den de talrijke riffen niet exploiteeren met de daartoe 
noodige machinerieën. 

Dobbie en de zijnen rustten, voor eigen rekening, een 
expsditie uit, terwijl één hunner, de heer D. Francis, 
de vroegere directeur der Standard Diamond Mining 
öompany, naar het heette, machinerieën kocht voor de 
combinatie, tot een beloop van £ 10,C00. Zij konden 
echter niet slagen. In den loop van den volgenden 
zomer werden zij door koortsen geteisterd. De heer 
W. Francis werd het slachtoffer er van en anderen 
volgden hem , gelijk men vernam , in het graf. In de 
veelbewogen tijden , die het geheele gewest beroerden 
tijdens de reeks oorlogen, welke toen volgden, word 
Matabeleland geen veilig oord voor mijnondememers 
geacht. Dan. Francis en Sam Edwards hervatten de 
operatiën evenwel , zoodra de proclamatie der Koningin , 
in zake het Engelsche protectoraat in Bechuanenland , 
verschenen was. Die werkzaamheden zyn sedert met 
alle kracht voortgezet en men kan eerlang een ver- 
meerderde goudproductie uit Tati verwachten. De con- 






de Gastle-Lyn, 171 



cessie, op 24 Februari 1887, door Lo Bengnla aan 
den heer S. H. Edwards bewilligd , omscbryft de 
grenzen van het geconcedeerde gebied in dier voege : 

„De grenzen van het district Tati , binnen welken ik 
n jurisdictie verleen, zijn de zelfden als genen, vervat 
in de ratificatie van den afstand vroeger aan u gedaan , 
namelyk : van den oorsprong der Sjasirivier tot haar 
vereeniging met de Tatirivier en de Ramoquebanrivier ; 
van daar, langs de Ramoqueban rivier , tot haar oorsprong ; 
van daar, langs de stroomscheiding dezer rivieren." 

Men beweert , dat de Koning der Matabeles een alge- 
meene mijnconcessie, over zijn geheele land, aan een 
Engelsche maatschappij gegund heeft, maar zulks wordt 
door anderen tegengesproken. 

Naar men verneemt zal er eerlang een deputatie van 
Matabeles, ter zake der concessie, naar Engeland ver- 
trekken. Middelerwij 1 worden er, zoo in Engeland als 
in Zuid- Afrika, expedities uitgerust, met het plan om 
concessiën van Lo Bengula te bekomen. 

In een Noordoostelijke richting van het district Tati 
loopt er een granieten bergketen, de Masjonabergen ge- 
naamd. Aan gene zijde dezer keten , d. w. z. in het 
stroomgebied der Zambesi, ligt er een gewest, dat de 
onversaagde Baines doorvorscht, en over een gedeelte 
waarvan hij van Lo Bengula een concessie gekregen 
heeft. De ontdekking dezer velden, in 1886 en 1887, 
volgde die der goudvelden in Tati binnen slechts weinige 
weken, d. w. z. binnen den tijd, welke benoodigd was 
om, in Noordoostelijke richting, 350 mijlen verder door 
te dringen. De hinderpalen der exploitatie namen bij 
elke schrede toe. Desondanks, was Mauch in staat ge- 
weest verscheiden riffen, in de buurt der rivieren Oem- 







172 Naar Zuid- Afrika met 



voete en Saroea, zooook tusschen de Qnae-quae en de 
Bembesi , te zien en baastiglijk te onderzoeken. 

Bezigen wij zijn eigen woorden bij deze gelegenheid : 
„De uitgestrektheid en de rijkdom dezer goudvelden 
waren van dien aard , dat ik als verstomd stond en, ge- 
durende eenige oogenblikken , het werkgereedschap moest 
laten liggen. Duizenden menschen zouden op deze goud- 
velden kunnen arbeiden, zonder elkaar in den weg te 
zitten." 

Tegen het midden van het jaar 1869 , kwam de heer 
Edward Button, uit Natal, vergezeld van den heer 
Sutherland , een mijnwerker uit Californië, en van den 
heer Parsons, te Lijdenburg, de eenige plaats van be- 
teekenis in het gelijknamige district, aan. Zij slaagden 
in zooverre, dat hun ontdekkingen tot een proclamatie 
voerden van den Staatspresident op 14 Maart 1871 , 
door de Staatscourant openbaar gemaakt, in welke pro- 
clamatie bekend gemaakt werd, dat op den uitgeloofden 
prijs, voor de ontdekking van gouderts te Spitzkop, 
in het district Lijdenburg, aanspraak gemaakt werd 
door Thomas Mac Lachlan, James Sutherland en Edward 
Button. Spitzkop werd voor een wijl vaarwelgezegd en 
Mac-Mac werd het middenpunt der Nieuwcaledoniaansche 
goudvelden. Vermelden wij hier, dat Mac-Mac, aanvan- 
kelijk Nieuw Bendigo geheeten, gelegen is op de pacht- 
hoeven Geelhoutboom en Graskop, ongeveer 45 mylen ten 
Oost-Noordoosten van Lijdenburg. Het werd Mac-Mac 
gedoopt door wijlen President Burgers, uithoofde der vele 
Schotten, welke hij er, tijdens zijn eerste bezoek aan de 
goudvelden, tegenkwam. Tegen het einde van 1873 ont- 
stond er een wedloop naar de kreek van Pelgrim's Rest 
en Mac-Mac werd door vele mijnwerkers verlaten. Om- 







streeks dezen tijd waren er wel 500 mijnwerkers aan den 
gang in de kreken te Mac-Mac en Pelgrim's Rest, welke 
nn als zoodanig bekend stonden. In Februari daaraan- 
volgende waren er 300 a 400 man werkzaam te Pelgrim 's 
Rest alleen. Hun mijn pachten lagen 5 a 6 mylen ver- 
verspreid over het Jand langs de kreek. Het zware ex- 
ploitatiewerk, aan de kreek te Pelgrim's Rest verricht, 
bleef niet geheel zonder resultaat. Velen, wel is waar, 
zwoegden voort en kregen geen belooning er voor. Doch 
daarentegenover stond, dat er anderen waren, die veel 
succes hadden, en de nieuwsbladen van dien tijd gewaag- 
den herhaaldelijk van goede vondsten. Er werden kluiten 
gevonden , waarvan de zwaarste 213 ons goud inhield , 
en sommige del vers gingen beladen met een rijken buit 
naar Engeland. 

Er zijn pogingen beproefd, om de waarde van het 
stroomgoud, in het Lijdenburgsche verkregen, te ramen, 
doch dat bedrag kan nooit met juistheid bekend raken. 
De aankoopen van het edele metaal door banken, enz. ge- 
ven den juisten omvang niet t^rug, daar de mijnwerkers 
niet altoos de hoogste prijzen voor hun product maakten, 
en velen de voorkeur er aan gaven het te axporteeren 
en aldus een beteren prijs te bedingen. Voeg daarbij de 
welbekende ongeneigdheid, die er bij delvers bestaat, om 
de waarde hunner vondsten bekend te maken, dewijl 
zij vreezen, dat anders de schatten hun ontstolen zul- 
len worden. Goud is in goede hoeveelheden aan de 
Blijderivier gevonden. Daar heeft men almede de sporen 
van oude groeven ontdekt. Tot dusverre is „reefing," het 
exploiteeren van kwartsgoud, in het Lijdenburgsche 
niet gelukt. Veel Britsch kapitaal is er verloren ge- 
gaan door het overkapitaliseeren van maatschappijen. 




3^ 





174 Naar Zuid- Afrika met 



gevormd om het gondkwarts aldaar te toetsen en te 
bewerken. 

In 1872 trokken de heer Batton en de zijnen nit 
Lydenburg in een Noordoostelyke richting. By Ma- 
rabastadt en Eersteling begonnen z\j naar gond te speuren, 
en hun werk werd met voldoenden goeden uitslag be- 
kroond, om hun geloof te wettigen, dat zij duurzame 
en winstgevende goudaderen ontdekt hadden. Zij vroe- 
gen om een mijnpacht-concessie op Eersteling en die con- 
cessie werd hun, op 28 December 1872, door de Begee- 
ring gegund. De hoeve kochten zij voor £ 15,000 en 
er werd een genootschap gevormd, met een kapitaal van 
£ 50,000, in aandeelen van £ 10, om de riffen te ontginnen. 
Men richtte kostbare gebouwen op en bracht machinerie 
van het laatste model naar het terrein. Maar tusschen 
de jaren 1872 en 1875 had de maatschappij bijna haar 
gansche kapitaal verbruikt in deze machines, in het 
transport daarvan, in gebouwten en in operatiën aan 
de m\jn. Toen bleek , dat de maatschappij , onder de 
sterk gewijzigde omstandigheden van het oogenblik, met 
een dreigenden oorlog niet Sekoekoeni in het verschiet, 
tot een verdere verschaffing van geldmiddelen niet kon 
of niet wilde overgaan. Het bewys was echter geleverd, 
dat er goud in winstgevende quantiteiten daar ter 
plaatse bestaat , en het is waarsch^jnligk , dat het zelfde 
gebrek aan kennis nopens de geologische eigenaardig- 
heden van het land, op Eersteling tot de zelf de teleur- 
stellingen voerden als elders. De ontdekking der goud- 
riffen aldaar had echter tot het vinden gevoerd van 
andere riffen te Mount Mare en op andere punten bij Mara- 
bastadt, alsmede te Buffelspoort, en op verschillende 
punten meer nabij de stad Nylstroom , in het Water- 









de Castle-Ljjn. 175 



bergsche. De heer Verdoom kreeg zijn mijnpaclit op de 
hoeve Buffelspoort den 23^*®^ Juni 1875. Maar de zelfde 
oorzaken , die het falen der pogingen op Eersteling ten 
gevolge hadden , verhinderen ook de geschikte ontwik- 
keling der goudvelden in het Waterbergsche. Sedert 
echter mijnondernemingen weder meer in trek gekomen 
zyn, is het district goed doorspeurd, en deskundigen uiten 
de meening, dat het tot de rykste goudregioenen der 
Transvaalsche republiek behoort. Dit jaar vertrekken er 
groote troepen speurders naar Waterberg en Zoutpansberg. 
De wereld hoort evenwel tegenwoordig veel meer over 
Witwatersrand en De Kaap , reden waarom wij nu ook 
eenige nadere bijzonderheden dienaangaande willen mede- 
deelen. In 1882 gaf de welbekende pionier Thomas 
Mac Lachlan officieel kennis aan de Transvaalsche 
Regeering , dat hij winstgevend goud in de De Kaapvallei 
ontdekt had, waarom hij nu aanspraak maakte op de 
toegezegde belooning van £ 500. Dit geschiedde nadat de 
heer Chomse goud gevonden had in een myn achter het 
voorgebergte van De Kaap, waar hij aan het speuren 
was voor rekening des heeren Albrecht, eigenaar eener 
naburige hoeve: Berlin. Anderen gingen aan den gang, 
aan het graven, en vonden veel goud in de gedaante van 
korrels, niet enkel doormengd met stroomzand en kiezels, 
maar ook aan de oppervlakte, vaak verborgen onder 
vervaarlyke rotsblokken , van waar men het te voorschijn 
haalde met y zeren haken , messen en ander soortgelijk ge- 
reedschap. Dra onstond er een groote opgewondenheid , 
niet enkel in Transvaal , maar ook op de Diamant velden, 
waar het nieuws bijzonder welkom was, uithoofde van 
den stilstand in alle takken van nijverheid aldaar, en 
door gansch Zuid- Afrika heen. 






176 Naar Zuid- Afrika met 



De Transvalers hadden echter natnurlyk den voor- 
sprong. Spoedig bevonden zich ettelijke honderden mannen, 
meerendeels Boeren , op de nienwe velden , waar zij al 
de beste plaatsen in bezit namen. Toen de uitlanders 
kwamen opdagen, bevonden zij , dat de tijd voor het op- 
rapen der gondkorrels en klniten aan de oppervlakte des 
terreins reeds voorbij was. Dat oprapen was trouwens 
beperkt gebleven en had niet lang geduurd. Toen 
het eigenlijke delven begonnen werd , stiet men op 
«rustige hinderpalen. Al het uitgegraven erts moest 
men een eind weegs transporteeren, om water te vin- 
den voor het wasschen, en slechts in eenige weinige 
gevallen dekte de goudproductie de kosten van exploi- 
tatie. Desondanks werkten de mijnondernemers voort, 
in de hoop op betere dagen. Zij gingen aan den 
arbeid in de naburige kreken, sommigen op practi- 
sche, anderen op onregelmatige manier. De uitkomst 
is nu voldoende bekend. Zeer enkelen behaalden met 
hun claims een klein winstje; anderen dekten hun on- 
kosten , doch verreweg de meesten derfden èn hun tgd , 
èn hun geld. Men zal de werkelijke onkosten per ons, 
in geld en arbeid, op de 'velden van De Kaap, gedu- 
rende de eerste tyden , wel nooit te weten komen. Zij 
worden niteenloopend geraamd. In sommige gevallen 
bedroegen zij honderd pond of meer, en men kan met 
zekerheid aannemen , dat tien pond per ons de gemid- 
delde uitgaven over het geheele ontgonnen terrein niet 
dekte. Maar te Jamestown in de De Elaapvalei slaagden 
sommige mynwerkers tamelyk goed, en op dit oogenblik 
worden er flinke vondsten gedaan bij het Kantoor op de 
bergvlakte van God waan. Verleden jaar werd er een 
kluit , wegende zeventien pond , uit den grond gehaald. 










• • •• • 



* * 





de Gastle-Lyn. 177 



Aan het Kantoor wordt tegenwoordig een nieuwsblad 
uitgegeven. 

De bergvlakte van Godwaan is een hooggelegen veld , 
vier a vijf mylen breed en gelegen binnen den hoek , 
gevormd door de vereeniging der EJaudsspruit met de 
Krokodil! enri vier. Ten Oosten eindigt het in een stei- 
len rand of „krantz," 1500 voet hoog, die de Westergrens 
uitmaakt der De Kaapvallei. Deze wordt door twee 
rivieren besproeid , welke bij de De Kaappoort samenko- 
men, alvorens Noordwaarts te vloeien naar de Krokodillen- 
rivier. Een eigenaardige verhevenheid in den hoogen 
rand gelijkt op een kaap of voorgebergte. Vandaar de 
naam van het district: „De Kaap". Voor hem, die 
daarhenen opwandelt van het Kantoor, biedt gemelde 
verhevenheid één der schoonste gezichtspunten in gansch 
Znid-Afrika. Vijftienhonderd voet onder hem strekt 
zich het soms zeer ongezonde dal uit: kalm, vredevol 
en oogenschijnlijk nog onaangeroerd door den men- 
schenvoet of de menschenhand. Van deze hoogte lyken 
de verafgelegen omtrekken en voorwerpen in het land- 
schap veel nader aan het oog dan z\j inderdaad zijn. 
De heuvelen en de dalen komen den beschouwer voor 
als molshoopen en als onbeduidende geultjes , verre 
onder hun werkelijke afmetingen. Hier en daar kron- 
kelen de rivieren als zilveren linten door het groene 
veld en de smaragden eentonigheid hiervan wordt nog 
verder afgewisseld door roode en gele vlakken , wat 
rotsoppervlakten zijn, blootgelegd door „sluits" en don- 
gas, die soms honderd voet diep zyn en soms nog die- 
per. Van dit punt kan men den Spitzkop, Mauchberg, 
Pretoriuskop , Tafelberg, het Oemgwonyigebergte en de 
voornaamste hoogten van Swazieland goed onderscheiden. 




-^^ 





178 Naar Zuid-Afrika met 



De eerste goudzoekers werden , gelyk wij reeds ge- 
meld hebben , naar de De Kaapvallei gelokt door de hoop 
van goed stroomgoud meester te worden. Naar mate 
de vooruitzichten in dit opzicht minder werden , 
verbeterden die betreffende het vinden en ontgin- 
nen eener winstgevende kwartsstreek. Het eerste myn- 
vverkerskamp van eenigerlei beteekenis werd gevormd 
op hoeven van den heer G. P. Moodie, die een opper- 
vlakte lands van 80,000 acres in concessie gekregen had. 
In 1884 waren ruim duizend del vers op dit grondstuk 
bijeen. Hevige geschillen kwamen dikwerf voor tusschen 
hen en de maatschappij, aan welke de heer Moodie z\jn 
rechten had overgedragen. Het gevolg dezer twisten 
was, dat vele mannen den grond in den steek moesten 
laten, om elders hun fortuin te zoeken. Het waren hun 
speurtochten in den omtrek , welke in 1886 tot de ont- 
dekking voerden der riffen , die zulk een toeloop naar De 
Kaap veroorzaakten. Moodie's-veld werd toen, betrek- 
kelijkerwijze gesproken, onbeduidend, nadat het in con- 
currentie gekomen was met den ertsrijkdom van den 
vermaarden Sjebaberg. Tusschen dezen en Moodie*s-kamp 
ontstond Barberton als met een tooverslag: het werd 
tijdelijk en eensklaps het voornaamste bergwerkscentrum 
van gansch Transvaal. 

Barberton ligt ongeveer drie duizend voet boven de 
oppervlakte der zee, op de helling van een berg. Voor 
een mijn werk ersplaats is het een goed gebouwde stad, 
waarin men flinke logementen aantreft, benevens twee 
beurzen, een sociëteit, verscheiden tempels en kerken, 
alsook courantenbureels. Op een gegeven oogenblik rees 
de bevolking dezer stad tot nagenoeg 4000 zielen. Thans 
is zij tot ongeveer de helft geslonken. Doch de geheele 



êif- 






de Castle-Lyn. 179 



buurt begint zich te herstellen van de gevolgen der 
reactie , die er ontstond , toen de beweerde grootere aan* 
trekkingskracht van Witwatersrand haar invloed deed 
gelden. 

Te Barberton zijn de hinderpalen, bij het vervoer van 
machinerie, uiterst groot geweest. Verscheiden maat- 
schappijen zijn nu er echter eindelijk aan het werk en waar 
werkelijk stampei'swerk verricht is, zijn de uitkomsten 
van dien aard geweest, dat de vooruitzichten op het 
vestigen een er duurzaam winstgevende industrie, zeer 
bemoedigend moeten worden genoemd. De gemiddelde 
goudproductie heeft bedragen 1^ en 2 ons per ton erts. 
De batterijen , die reeds begonnen zijn te werken in 
De Kaap, Komati en Swazieland, hebben gezamen- 
lijk nagenoeg 500 stampers , terwijl er maatregelen ge- 
nomen worden , om dat cijfer aanmerkelijk op te voeren. 

De goudvelden van Komati zijn dicht bij de grenzen 
van Swazieland en ontleenen hun naam aan de Komati- 
rivier. Steynsdorp, het voornaamste middenpunt dezer 
velden, dat thans bijna 500 inwoners telt en reeds een 
nieuwsblad rijk is, ligt ongeveer 45 mijlen bezuidwesten 
Barberton. De velden werden in Februari 1887 voor 
de openbare ontginning opengesteld. Vóór dien datum 
hadden er reeds , gedurende bijna achtien maanden , 
ciijnoperaties plaatsgevonden. Ouder gewoonte , was 
men begonnen met het speuren naar stroomgoud. Kwarts- 
goud kreeg eerst daarna een beurt. Tallooze manschap- 
pen zijn er reeds aan het delven, maar weinigen werken 
alsnog met stampers en batterijen. 

Gedurende achtereenvolgende jaren is Swazieland be- 
schouwd als het TJltima Thule van den goudzoeker, 
misschien wel om geen betere reden , dan dewijl het tot 







182 Naar Zuid- Afrika met 



kon liggen in de rotssoorts, banket genaamd, die aller- 
wege in massa voorhanden is. 

Omstreeks December 1885 badden de heeren gebroeders 
Struben van hun ondernemingsgeest en vertrouwen blijk 
gegeven, door de oprichting eener batterij van vijf 
stampers. De achtereenvolgende stampingen, met erts 
nit Roodepoort en Yogelstruisfontein , gaven zeer be- 
moedigende uitkomsten. Op 18 Juli 1886 werden de 
negen pachthoeven Langlaagte, Driefontein, Roodepoort, 
Randjeslaagte, Doornfontein, Yogelstruisfontein, Paarde- 
plaats, Turffontein en Elandsfontein, by proclamatie der 
Regeering, verklaard te zijn een openbaar goudveld. Het 
gevolg was, dat er ijlings goudspeurders kwamen opdagen 
uit alle hoeken van Zuid-Afrika. 

De sedert dien tijd gedane ontdekkingen op een terrein , 
hetwelk zich uitstrekt van Pretoria tot de Vaalrivier, 
aan den éénen , en van Heidelberg tot Klerksdorp, aan 
den anderen kant, zijn, zoo in getal als in karakter, 
ongeëvenaard en grenzen aan het fabelachtige. Drie 
jaren nadat de eerste speurbatterij haar fanctiën was 
begonnen, twee jaren na de verschijning der bovenge- 
noemde proclamatie, waren er in deze streek duizend 
stampers aan den gang. In het zelfde tijdvak was de 
bevolking , woleer slechts honderden sterk , tot ton minste 
30,000 zielen aangegroeid. Deze mijnen z\jn bijna allen 
in het bezit van vennootschappen. Het gezamenlijk 
maatschappelijk kapitaal der Zuidafrikaansche goudmijn- 
maatschappijen is ongeveer twintig millioen pond sterling 
groot. 

Kort na de uitvaardiging der gemelde proclamatie , 
werd door de Regeering de standplaats voor de nieuwe 
hoofdstad Johannesburg aangewezen. Den 8^^^^^ December 









de Castle-Lyn. 181 



de vooruitzichten gfoed. Klerksdorp wordt almede een 
gewichtig centrnm van het mijnwezen en Malmani, ver- 
der Westwaarts , niet minder. De geoloog Manch heeft 
voorspeld, dat Malmani één der rijkste Znidafrikaansche 
goudvelden zal blijken te zijn. Gondhondendo riffen 
heeft men geconstateerd over een afstand van vele 
mijlen langs de Malmanirivier , in een streek, waar er noch 
aan water, noch aan hout gebrek is. Deze riffen hebben 
een ongewone wijdte en enkele dalen tot een diepte van 
honderd voet. Hoe lager men ze zoekt, des te rijker wordt 
het erts, dat men zien kan op alle levels, gelijk schier 
nergens anders. 

De meestbelovende goudvelden in de Transvaalsche 
republiek zijn die te Witwatersrand : een licht golvend 
terrein , dat ongeveer zes duizend voet boven den zee- 
spiegel ligt en, van den omtrek van Pretoria, naar 
dien van Potchefstroom loopt. Reeds in 1854 moet, 
volgens geloofwaardige berichten, goud in dit district 
gevonden zijn, maar in elk geval heeft het dertig 
jaren geduurd, alvorens deze ontdekking tot ernstige 
practische uitkomsten voerde. 

In 1884 vertelde een man , Arnold genaamd , aan zeke- 
ren Geldenhuis, dat hij op zijn erf goud gevonden had. 
In den loop van gemeld jaar ging dat erf over in het 
bezit der heeren Struben. Hun speuringen hadden de 
ontdekking van het „Confidence"-rif ten gevolge, het- 
welk fabelachtige uitkomsten opleverde, doch welks loop 
over een slechts geringen afstand kon worden nagegaan. 
Goudsporen werden , kort daarop , te Kromdraai en op 
andere hoeven van Witwatersrand gevonden; het werd 
echter Maart 1885 alvorens men op de gedachte kwam, 
dat gouderts in winstgevende hoeveelheden verscholen 




3^ 





184 Naar Zuid- Afrika met 



der Australische „goudftoom" gold het voor iets bniten- 
gewoons, als zeven ton gouds in één jaar verscheept werd. 

De goudvelden van Witwatersrand toonen, van maand 
tot maand, een grootere productie aan edel metaal aan. 
Binnen korten tijd' zal er het stampingsvermogen ver- 
dubbeld worden , als wanneer wij mogen aannemen , dat 
ook de goudproductie tweemaal grooter worden zal. 
Thans komt er per maand gemiddeld 30,000 ons van daar, 
ter waarde van ruim dB 100,000. Met een zoo sterk opge- 
voerd 8 tampings vermogen zal de jaarlijksche goudpro- 
ductie uit Witwatersrand, naar wij meenen te mogen 
voorspellen , eerlang £ 3,000,000 beloopen. In het district 
De Kaap heeft één mijn alleen — de vermaarde Sjeba- 
mijn — per maand ongeveer £ 10,000 aan goud opge- 
bracht. Haar stampingsvermogen is onlangs ook ver- 
meerderd , en het zou ons niet verbazen te hooren , dat 
die productie verdubbeld , verdrie- of verviervuldigd is. 

De Zuidafrikaansche goudvelden hebben een kwijnenden 
handel enorm opgebeurd. De invoerrechten en de staats- 
ontv angsten , zoo van de Kpapkolonie als van Natal, 
toonen in 1888, tegenover de jaren 1886 en 1887, een 
zeer stérke vermeerdering aan. Door de zelfde goud- 
velden hebben de spoorwegen in Natal het hoogste divi- 
dend opgebracht van eenigerlei lijuen in eenigerlei Britsche 
kolonie. Wat de Transvaalsche Republiek betreft, zoo 
beteekenden de goudvondsten eenvoudig leven instede 
van nationalen dood. 

In 1887 ontving de Transvaalsche thesaurie £ 70,000 
aan mgnwerkersvergunningen alleen; twee jaren te voren 
had zij even vele sixpences geïnkasseerd. De gezamen- 
lijke staatsontvangsten der Republiek in 1885 bedroegen 
nog geen £ 162,000, daarentegen ruim £ 700,000 in 1887. 







de Castle-Lijn. ]85 



Hetgeen de ontwikkeling dezer goudvelden méér nog 
dan iets anders tegengehouden heeft, is geweest het 
vormen en aan de markt brengen van vennootschappen 
te hunner ontginning, zonder behoorlijk werkkapitaal. 
De titel verkoopers zijp dom gulzig geweest. Hadden zij 
er voor gezorgd, dat het werkkapitaal grooter was, dan 
zouden de aandeelen, die zij in vele gevallen in ruil 
voor hun aanspraken moesten nemen, tegenwoordig veel 
meer geld waard geweest zijn. Vele maatschappijen 
moeten thans, uit gebrek aan kapitaal, haar operatiën 
staken, doch zij zullen weder flink aan den gang kunnen 
gaan, zoodra haar geldmiddelen op een oordeeik undigen 
grondslag geregeld zijn. 

De Transvaalsche goudwet, Baines' leerrijk en onmis- 
baar boek over de Gold Begions of South-East Africa^ 
zoomede Mathers' Golden South Africa zullen aan land- 
verhuizers, die het plan hebben deze goudvelden te 
bezoeken, alle noodige verdere inlichtingen kunnen ver- 
schaffen. Wy willen nu echter eenige wenken ten beste 
geven nopens de wegen, die naar de groote goudmijn- 
districten van Zuid- Afrika voeren. 

Wil de reiziger Wifcwatersrand van de Kaap uit 
bereiken, dan kan hij dagelijks per trein naar Kimberley 
vertrekken, een afstand van 647 mijlen. Van daar per 
post naar Johannesburg, dat 300 mijlen verder ligt. Is 
Barberton het oord zijner bestemming, dan moet hij 
per as nóg een 270 mylen doorloopen. Over Port Eliza- 
beth vermag hij zijn doel almede zeer gemakkelijk te 
genaken, evenzoo over Natal. De afstand tusschen Dur- 
ban en Johannesburg is 414 of 434 mijlen, naar mate 
de weg over Harrismith of die over M ewcastle ingeslagen 
wordt. Van Durban naar Barberton is de afstand zoo- 






186 Naar Zuid- Afrika met 



wat 470 mylen. Tusschen Darban en Ladjsmith loopen 
er treinen eiken werkdag. Vijf postwagens per week 
bemiddelen het raderverkeer in beide richtingen, tnsschen 
Ladysmith en Johannesburg, drie postwagens per week, 
in beide richtingen, tusschen Ladysmith en Barberton. 
Van Durban tot Johannesburg duurt de rechtstreeksche 
reis, per spoor en postwagen, 72 uren; die, tusschen Dur- 
ban en Barberton, 119 uren. In deze tijdbestekken is 
begrepen het oponthoud om uit te rusten, te eten en te 
drinken. Bij het kiezen zijner reisroute moet de passa- 
gier te rade gaan met zijn bevoorkeuring der land- of 
der zeereis. Daar de stoomers der Gastle-Wya. terstond van 
Kaapstad doorgaan , weegt het grootere gerief , dat zij 
onmiskenbaar bieden, allicht op tegen de kortere land- 
reis. Daartegenover staat, dat de treinen, op het net der 
Kaapsche spoorwegen, zeer geregeld loopen en deze 
binnenlandsche reis heeft één onmiskenbaar voordeel : 
men wordt er door in staat gesteld dat wereldwonder : 
Kimberlej, te aanschouwen. In de kosten is het verschil 
niet groot. "Wij nemen daarbij aan, dat de reiziger uit 
Engeland gekomen is. 

Ofschoon er een spoorweg bestaat op een gedeelte van 
den weg, is er nog geen rechtstreeksche gemeenschap 
voor passagiers langs de route over de Delagoabaai. De 
goudvelden van Knysna bereikt men het gemakkelijkst 
met de stoombooten der Gastle-\\]Vi. Zij toch doen die 
haven aan, gelijk wij reeds zagen. De afstanden naar 
andere plaateen kan men te weten komen door de tabel, 
aan het einde van dit boekje, te bestudeeren. 






de Castte- Lhjn, 187 



DE OOSTELIJKE HAVENS. 

De Delagoabaai is één der Portngeesche koloniën, die 
Noordwaarts zicli uitstrekken langs de kust tot aan lbo. 
De hoofdstad Loarengo Marqoez is, voor de Transvaal, de 
naastbijgelegen haven. De Portngeesche Regeering is 
bezig de haven te verbeteren en men heeft een spoorweg 
aangelegd, van daar naar Komati Poort, op de Trans- 
vaalsche grens. Lourengo Marquez is het eerste station 
op de verlengde Oostafrikaansche route, dat de mail- 
stoombooten der Castle-li^n aandoen. De andere aanleg- 
plaatsen op die route zijn Inhambane, Chiloane, Quili- 
niane, Mozambique, lbo (allen Portugeesche havens) en 
Zanzibar (onafhankelijk.) 

Inhambane ligt in één der best besproeide districten van 
de Afrikaansche Oostkast. Verscheiden rivieren monden 
onmiddellijk bezuiden de stad uit, wier schoone haven ook 
gevormd wordt door den mond van een groeten stroom, 
welke een vruchtbaar gewest over een belangrijken afstand 
doorloopt. Timmerhout, goud-, koper- en ijzererts, noten, 
ooft, kofl&e, indigo, katoen en suiker zijn de voortbreng- 
selen dezer streek. 

Chiloane is een laag liggend en dicht begroeid eiland, 
dat ongeveer 16 mijlen in doorsnede meet en bijna ge- 
splitst wordt door een inham, uitloopende van de straat, 
die het eiland en het vasteland scheidt. 

Quilimane ligt aan den Noordoever der Noordelijkste 
uitmonding van de gelijknamige rivier. Het bestrijkt 
één der ingangen van de Zambezi. De gesteldheid des 
bodems in deze buurt komt overeen met die te Inhambane. 

Mozambique verrijst op een eilandje van den zelfden 
naam, dat, met twee andere eilandjes, San Jago en San 




George genoemd, een veilige haven vorm fc. Methetnaby- 
liggende Mokambo — den mond van drie rivieren — 
maakt Mozarabiqne vermoedelyk de schoonste ligging nit 
voor een nitgebreiden handel met Midden-Afrika. Reeds 
komen de inboorlingen goud, zilver, yzer, malachiet, ivoor, 
sesamekraiden, was, olie, sago, arrowroot, schildpad en 
indigo aandragen te Messoeril, een vastclandsch dorp, 
dat vlak tegenover Mozambique gelegen is. 

lbo is een eiland op 12 gr. 20 min. Z. B. en 40 gr. 38 min. 
O. L. Voor den handel ligt het zeer gunstig. De hoofdstad 
St. Jodo , met haar fort , bevindt zich aan de Oostzijde 
van den inham, b\j de Noordspits van het eiland. Dit 
is de meest Noordelijk gelegen Portugeesche kolonie, 
de voornaamste na Mozambique. 

Zanzibar is de hoofdplaats van een onafhankelijk rijk. 
Haar ejfportartikelen komen in karakter overeen met 
die van Mozambique. 

Mauritius, of Isle de France, is een groot eiland, 
welks voornaamste ny verheid gezocht moet worden in de 
teelt en de bereiding van suiker , vanielje en aloëvezels . 
De voornaamste plaats is St. Louis. Het heeft een goede 
haven met een binnenhaven en een droogdok. 

Madagaskar behoort alsmede tot de gewichtigste Afri- 
kaansche eilanden. Zijn hulpbronnen zijn onmetelyk, 
gelijk zijn wouden , en zijn ertsr^kdom is feitelyk zonder 
grens. Onder een inlandsch bewind zyn de goud- en 
zilvermijnen van Madagaskar niet of nauwelijks ontgonnen. 
Niettemin heeft men er een aanvang gemaakt met de ont- 
ginningsoperatiën en de vooruitzichten zijn uitmuntend. 
In de laatste jaren zyn de in- en uitvoeren sterk vooruit- 
gegaan. De voornaamste haven is Tamatave, de hoofdstad 
Antananarivo ; deze ligt biunenslands. 



€^P- 






de Castle-Lijn, 189 



Tweede Gedeelte. 

KORTE GESCHIEDENIS EN BESCHRIJVING 

DER OASTLE-LIJii . 

Hefc is nu welhaast 20 jaren geleden , dat deze stoom- 
bootdienst tussclien Engeland en Zuid- Afrika, een 
aanvang nam. De eerste stoomers, door de heeren 
Donald Currie & Co. naar de Kaap gezonden , waren de 
Icelayid, die Januari 1872 uit Londen en Dartmouth 
vertrok , en de Gothland , die , in Februari van dat zelfde 
jaar , uit beide genoemde havens volgde. Destijds werden 
deze vaartuigen echter niet uitgerust met het voor- 
nemen, dat zij tusschen Engeland, de Kaapkolonie en 
Natal in de vaart blijven zouden. Zij waren in dienst 
genomen door een stoomvaartmaatschappij , welke toen 
bekend stond als de Natal Steam Navigation Company, 
en in mededinging voer met de Union Steamship Com- 
pany ^ voor het overbrengen der brief malen tusschen 
Engeland, de Kaapkolonie en Natal. De Natal Steam 
Navigation Company was de opvolgster der Diamond 
Steamship Navigation Company , welke laatste den bij zon- 
deren steun genoten had der Oostafrikaan sch e koop- 
lieden. Zij had echter geen gouvernementshulp kunnen 
krygen en dientengevolge was zij genoodzaakt haar 
booten uit de vaart te nemen. Tusschen de jaren 1868 
en 1870 had een andere stoomvaartmaatschappij , de Cape 
of Good Hope Steamship Company, beproefd de concur- 
rentie met de Union Steamship Company vol te houden, 
doch te vergeefs. Gelijk haar voorloopsters, moest laatst- 
genoemde onderneming, tegen het einde van December 
van het jaar 1871, den strijd opgeven, en een paar maanden 
later verdwenen ook haar stoomers uit de vaart. Het 









190 Naar Zuid- Afrika met 



laatste voorstel om de lijn te handhaven , tegenover het 
monopolie der Union Steamshijp Company, was een 
voorstel tot pachting der twee schepen , de Iceland en 
de Qoihland, van de heeren Donald Currie & Co. Maar 
toen de maatschapp^' niet langer in de vaart blijven 
kon, moesten de Iceland en de Gothland voor eigen 
risico op de 'K.as.p en Natal blijven varen. 

Daar de Zuidafrikaansche handel sterk aan het toe- 
nemen was, vooral ook als een gevolg der ontdekking 
van diamanten en der ontwikkeling, die daarvan het 
gevolg was in het gewest der diamant velden, achtten 
de kooplieden van de Kaapkolonie en van Natal het in hun 
belang de heeren Donald Currie & Co. aan te moedigen 
den nieuwen dienst vol te houden. Er werd een schik- 
king getroffen tusschen den chef dier firma en de direc- 
teuren der ZJmow-Stoomvaartmaatschappij , welke de 
waarschynlijkheid erkennen moesten, dat het niet langer 
mogelijk wezen zou baar handelsmonopolie te handhaven. 
Bij deze overeenkomst werd bepaald, dat de stoomers 
der heeren Donald Currie & Co. en die der Union- 
Stoom vaartmaatschappij om beurten varen zouden, wat 
betreft het overbrengen van passagiers en goederen, 
tusschen Engeland en Zuid- Afrika. Andere Londensche 
reeders, die gaarne wilden deelnemen aan deze nieuwe 
handelslijn, stelden hun schepen er toe beschikbaar. 

Doch dit duurde slechts korten tijd. In de lente van 
1872 namen zij hun vaartuigen weer terug. 

In den zomer van 1872, slaagde de ï7wzow-Stoomvaart- 
maatschappij , na onderhandelingen met de Britsche 
B»egeering, er in haar mailcontract, dat in 1876 zou zijn 
afgeloopen, met eenige jaren te verlengen. Deze ver- 
lenging werd bewilligd met het oog op een schikking, 









de Castle-Lyn, 191 



die de Z7mow- Stoom vaart maatschappij met de Britscbe 
Regeering had aangegaan, waarbg eerstgenoemde aan- 
nam de briefmalen te vervoeren tussohen de Kaap en 
Zanzibar, in overleg met de British India Steamship 
Company, die de mails zou overbrengen tusschen Zanzibar 
en Aden. Voor dezen dienst zon de Britsche Regeering 
een subsidie betalen van £ 25,000 's jaars. Daaruit zou 
de Ï7m07i- Stoom vaartmaat schappij ontvangen £ 15,000 
en de Britsch-Indische Stoomvaartmaatschappij £ 10,000. 

Toen deze voorwaarden bekend werden, hebben de 
Kaapkolonie en de kooplieden van daar en van Natal, 
als ook de tegenwoordige eigenaars der Castle-lijn , een 
krachtig protest daartegen ingediend, met het gevolg, 
dat er een comité benoemd werd door het Lagerhuis. 
Dit comité kreeg tot taak een onderzoek in te stellen : 
1®. naar de voorgestelde verlenging der overeenkomst 
met de ï7wion-Stoomvaartmaatschappij , ter zake der 
Kaapsche briefmalen; 2®. naar de overeenkomst, ter 
zake van het vervoer der briefmalen van en naar Zanzibar. 

Het gevolg dezer enquête was, dat het Lagerhuis 
weigerde te bekrachtigen de voorgestelde verlenging der 
overeenkomst, betreffende de Kaapsche briefmalen, en 
tegelijkertijd besloot de toelage uit de schatkist aan de 
i^mon- Stoom vaart maatschappij te verminderen. 

Kort daarop bewilligde het Kaapsche Parlement aan Sir 
Donald Currie, een subsidie voor de stoomers, die hij in 
de vaart had gebracht, om concurrentie te maken met 
de Ï77110W- Stoomvaartmaatschappij, en wel als een bewijs 
van waardeering der diensten, door Sir Donald bewezen. 
Het subsidie werd toegekend op voorwaarde, dat hij zyn 
stoombootdicnst zou handhaven tot 1876, tegen welk 
tijdstip de Ocw^Ze- Stoomvaartmaatschappij de toezegging 



\ 




m 




192 Naar Zuid- Afrika met 



kreeg, dat zij op gelijken voet met de ÏJmon-Stoomvaart- 
maatscliappij zon kunnen dingen naar het contract voor 
het vervoer der Kaapsche briefmalen. 

De termen der overeenkomst, tusschen de Kaapsche 
Regeering en de heeren Donald Currie & Co. van de Gastle- 
Stoom vaartmaatschappij aangegaan, golden voor het tijd- 
vak 1873- -1876 en luidden in hoofdzaak als volgt: De 
Regeering nam aan den heeren Currie & Co. te betalen 
een subsidie van £ 150 voor spoed, voor eiken dag, dat 
laatstgemelden hun mailbooten in de vaart zouden houden 
op de Kaap, in mededinging met die der Union-Stooin' 
vaartmaatschappij, tijdens den duur harer overeenkomst, 
met dien verstande nochthans, dat de heeren Currie & Co., 
de verplichting op zich nemen zouden de brieven te ver- 
voeren voor een port van vier pence per brief van -2 ons, 
instede van één shilling per brief van ^ ons, door de Union- 
Stoomvaartmaatschappij berekend. De spoed nu, door de 
booten der Gastle-Wln, op haar vaarten van en naar de 
Kaap verkregen, was van dien aard, dat de Stoomvaartmaat- 
schappij, in drie jaren tijds, gemiddeld £ 1000 per reis aan 
„spoed"-gelden maakte, terwyl zij den dienst verrichte 
op een manier, die de volle goedkeuring der Regeering 
wegdroeg. Deze concurrentie deed heel veel goed aan 
de Kaapkolonie. Zij noopte de Umon-Stoomvaartmaat- 
schappij ook de snelheid harer mailbooten te vergrooten. 

In 1876 was er méér dan één dinger naar hot mailcon- 
tract. De Kaapsche Regeering verdeelde den maildienst 
tusschen de Z7w^on-Stoomvaartmaatschappij en de Gastle- 
Stoomvaartmaatschappij van de heeren Donald Currie & 
Co. In 1881 werd de overeenkomst, voorziende in een weke- 
lijkschen maildienst van en naar de Kaapkolonie en Natal, 
wederom, op den zelfden voet, hernieuwd en andermaal, nu 









de Castle-Lijn. 193 



eenige maanden geleden , voor den tijd van vijf jaren. 
Dit laatste loopt derhalve af in het jaar 1893. 

Het is belangwekkend om waar te nemen, hoezeer , 
in de ontwikkelingsgeschiedenis der Cas^Ze- Stoom vaart- 
maatschappij , de omvang der schepen gelijken tred ge- 
houden heeft met hun snelheid. De Gothland en de Iceland 
maten ongeveer 1400 R. T., terwijl de tonneninhoud der 
tegenwoordige mailbooten op de Kaap 3600 a 4250 G. R. T. 
bedraagt. De duur der mailreis was, volgens de over- 
eenkomst met de [Jmow- Stoom vaart maatschappij, tot 1876, 
37 dagen en nu (volgens contract) 20 dagen , 12 uren. 
Destijds werd de reis doorgaans volbracht in 32 a 34 
dagen, terwijl de mailbooten der Oa^^Ze- Stoom vaart- 
maatschappij haar nu doen in gemiddeld 18 a 19 dagen. 
Het brief port was in 1872, toen de Ccw^Ze-lijn haar 
dienst begon, één shilling per half ons, en tegenwoordig 
slechts vier pence per half ons. De ï7»i(w-Stoomvaartmaat- 
schappij en de Cas^Ze-Stoomvaartmaatschappij krijgen een 
vast subsidie voor den wekelijkschen maildienst, dien haar 
booten om beurten wekelyks verrichten, terwijl de 
Kaapsche Regeering de risico der porti op zich neemt. 

Behalve haar overeenkomst met de Regeeringen van 
de Kaapkolonie en van Natal , betreffende den maildienst, 
van en naar haar grondgebied , heeft de (7a5^Ze-Stoom- 
vaart maatschappij , al sedert eenige jaren , een contract 
gehad met de Portugeesche Regeering, dat nu nog in 
werking i». Dit laatste voorziet in het vervoer der 
brief malen , tusschen Lissabon en de Portugeesche havens 
in Oost- Afrika, te weten: Louren90 Marquez, Inham- 
bane, Chiloane , Quilimane, Mozambique en lbo, over 
Kaapstad en Natal. 

De booten der (7as^Ze-Stoomvaartmaatschappij ver- 




X5» 





194 Naar Zuid- Afrika met 



voerea mede de briefmalen tusschen Engeland, Manri- 
lins en Madagaskar, over Kaapstad. De kustvaart, 
welke de maatschappij tasschen Kaapstad en ^N^atal onder- 
houdt , bewijst goede diensten, in het vervoer van passa- 
giers en goederen langs de geheele kuststreek,waar de boo- 
ten der Oastle-Ï^n geregeld de Mosselbaai, Port Elizabeth, 
East Jjondon , Knysna , St. Johnsrivier en Natal aandoen. 

Het kapitaal der Cas^Ze- Stoom vaart maatschappij beloopt 
nagenoeg één millioen pond sterling. 

Als proeven van scheepsbouwkunst kunnen de schepen 
der Cflw^Ze-Stoomvaartmaatschappij de vergelijking met 
welke andere stoombooten dan ook zeer wel doorstaan. 
Een beschrijving van één der drie grootste vaartuigen 
in de vloot der maatschappij zal die bewering staven. 
De Norham Castles de Hawarden Castle en de Boslin 
Castle zijn allen naar het zelfde model gebouwd en vor- 
men de laatste uitbreiding, welke de vloot heeft onder- 
gaan. De Hawarden Castle ^ dus gedoopt als compliment 
aan den vriend van Sir Donald Currie , den heer Glad- 
stone, lid van het Parlement, werd in Januari 1883 van 
stapel gelaten op de werf der heeren John Elder & Co. 
te Fairfield, Glasgow. Het was mevrouw Gladstone, 
die de doopplechtigheid volvoerde, in de tegenwoordig- 
heid van een deftig gezelschap. 

De afmetingen dezer mailboot zijn de navolgenden : 
Lengte op de waterlyn : 380 voet; totale lengte: 393 voet 
en 6 duim; breedte: 48 voet; diepte (hol): 33 voet; inhoud: 
4300 ton G. R. Het schip is een driedekker, met een groot 
voorkasteel, ten behoeve der onderofficieren en der beman- 
ning; het heeft voorts enkele gemakken. Een breed brug- 
huis, ter lengte van honderd voet, is midden scheeps aange- 
bracht en bergt de machines , de ketelluiken , de kajuiten 









de Castle-Lyn, 195 



der officieren en machinisten, de kombuizen, de wasch- 
plaatsen , de bakkerij , de werkplaatsen , de magazijnen , 
enz. enz. Twee dekhuizen zijn ook op den achtersteven 
aangebracht, waar zich de saloningang, de rookkamer, 
het damessalet, de kapiteinskamer, enz. enz. bevinden. 
Bij den f okkemast is de nitkijkbrag en middenscheeps de 
kapiteinsbrug boven de stuurkamer en het compartiment 
der kaarten. Het vaartuig heeft brikstnig; de masten 
en ras zijn van staal. Het is ingedeeld in negen water- 
dichte afdeelingen, die tot aan het opperdek reiken. Vier 
zijn voorzien van waterdichte en brandvrije deuren, door 
de welken men van het ééne gedeelte des stoomers 
naar het andere gaan kan. Deze inrichting belet de ver- 
spreiding der vlammen over het schip, mocht er in 
eenig gedeelte brand ontstaan. Zij verhoogt ook zijn 
veiligheid en de veiligheid der passagiers, in geval van 
beschadiging aan de kiel, lek met onderlooping, of be- 
smettelijke ziekte, als wanneer men één of meer vakken 
afsluiten kan. Verscheiden der laats ten hebben onder- 
af deelingen met gedeeltelijk waterdichte beschotten, welke 
tot aan de ruim balken loopen. Daardoor worden zoo- 
genaamde hallast tanks gevormd. Ettelyke honderden ton 
waterballast kunnen meegenomen worden, om een goed 
evenwicht in het schip te verzekeren. 

Door de bijzondere zorg, die er gewigd wordt aan de 
zekerheid van het vaartuig en aan die der menschen- 
levens, welke zich aan boord bevinden, hebben deze bodems 
aanspraak er op, te worden gerangschikt onder de beste 
passagiersbooten ter zee. Z^* staan ook op de lijst der 
Admiraliteit. Zg zijn namelijk, gelyk haar voorgang- 
sters, er op gebouwd, om desnoods dienst te doen als 
oorlogsschepen. De drie dekken zijn van yzer of staal, 






196 Naar Zuid- Afrika met 



overdekt met teakhout, en er op berekend kanonnen van 
het zwaarste kaliber te dragen. Alle ingangen, gangen, 
het salon, de rookkamer, het damessalet, de kapiteins- 
kamer, het vertrek der kaarten, de machinekamer, enz. 
enz. hebben electrisch licht, in den vorm van gloeilam- 
pen, waardoor het schoone effect der versieringen 's avonds 
nog verhoogd wordt. Het opperdek, boven het dekhuis 
aan den achtersteven, biedt, uitsluitend den passagiers 
der eerste klasse, een prachtige wandelplaats. Het salon 
en de andere publieke vertrekken der tweede klasse be- 
vinden zich vóórin bij de machinekamer, en zijn allen op 
even keurige als gerief el ijke wijze voor het gebruik dezer 
reizigers ingericht. Nóg meer naar voren vindt men het 
„Government"-salon enz. der tweede klasse — een 
nieuwe afdeeling voor passagiers op deze stoom vaartlijn. 
Er is plaats voor 190 passagiers der eerste en voor 160 
passagiers der tweede klasse. Elk schip heeft niet min- 
der dan tien scheepsbooten, waarvan acht zeer groote 
reddingbooten zijn. De samengestelde machinerie is naar 
het veel verbeterde „invert^d", rechtstreeks werkende, 
stelsel ingericht en duidt 4000 P. K. aan. De hoogdruks- 
cjlinder heeft een doorsnede van 50 E. duim, de laag- 
drukscylinder er één van 90 E. duim, met een slag van 
60 E. duim. De pompkracht is zeer groot. Elk schip 
heeft Grwjnne's centrifugale en andere stoompompen van 
het donkey engine-sjateem met groot vermogen, behalve 
nog de machinepompen, die in staat zijn 40 ton water 
per minuut overboord te werpen. 

Onder de vele breedvoerige en vleiende schilderingen, 
gewyd aan de Oa^^Ze-lijn en aan het hoofd, den leider, eener 
grootsche onderneming, die van tyd tot tijd in druk 
zyn verschenen, zij het ons veroorloofd de aandacht te 









de Gastle-Lijji. 197 



vestigen op het volgende uittreksel uit een belangrijk 
handboek, betiteld Modern London: 

„Een prachtige ondernemingsgeest heeft gewaakt over 
de organisatie en de ontwikkeling der vele flinke stoom- 
vaartlynen voor passagiers en goederen, welke heden 
ten dage Groot-Brittanje verbinden met dat grootere 
Brittan je, hetwelk in alle werelddeelen bestaat en bloeit, 
en evenzoo met de andere gewesten, waarmee ons vader- 
land, op grond van handelsbetrekkingen of om politieke 
redenen, een bestendige stoomgemeenschap moet onder- 
houden. Nooit heeft die ondernemingsgeest, wij durven 
het gerust te zeggen, betere, meer tastbare uitkomsten 
opgeleverd dan bij de mailstoomers der Castle-Vijn , 
wier merkwaardige dienst, tusschen Engeland en Zuid- 
Afrika, de tegenwoordige, kolossale afmetingen verkregen 
heeft, binnen den betrekkelyk koi'ten tijd van zestien 
jaren. De levensloop der groote maatschappij, die in 
den handel bekend staat als de Caslle Mail Packets 
Company (Limited) y onder het beheer der firma Donald 
Currie & Co., Fenchurch-street, City, is onafscheidelijk 
verbonden en vereen igd met dien haars beroemden 
stichters, Sir Donald Currie, lid van het Parlement, 
Ridder-commandeor der orde van St. Michel en George. 
Sir Donald Currie is geboortig van Greenock, waar hij 
in 1825 het eerste levenslicht aanschouwde; zijn vroegste 
levensjaren bracht hij door in de sfeer van handel en 
scheepvaart, waarin hij zoo spoedig blijken geven zou 
van die bekwaamheden welke hij, op lateren leeftijd, 
met zulke schoone uitkomsten te benutten wist. Nog 
eer hij den twintigjarigen leeftijd had bereikt, ging hij 
de wereld in, op jacht naar avonturen, en op den uitkijk 
naar gelegenheden, om zijn naam en zijn fortuin te 







198 Naar Zuid-Afrika met 



grondvesten. Hij trok naar Liverpool, dat destijds reeds 
een belangrijk scheepvaartscentram was en nog belang- 
rijker beloofde te worden. Hier ving de jonge Currie 
zijn merkwaardige loopbaan aan : vooreerst als klerk in 
dienst bij de Ow/iarf^-Stoonivaartniaatschappij , toen al 
een maatschappij, welker ijverige bestuurders bezield 
waren met de begeerte om groote dingen te doen in 
reedersondernemingen. Gedurende een tijdsverloop van 
twintig jaren wijdde Currie al zijn geestkracht en ver- 
nuft aan de behartiging der hem toevertrouwde, vele en 
velerlei belangen. Toen hij in 1862 een langdurige, 
eervolle, winstgevende en niet onaangename betrekking 
neerlegde, had hij een goed, tot rijpheid gekomen plan 
in zijn hoofd. Dat plan was geen ander dan het vesti- 
gen eener nieuwe stoom vaartlijn, uitgaande van Londen 
en Liverpool, en staande onder zijn eigen en uitsluitend 
beheer. Thans kwam hem, ter bevordering der eigen 
belangen, uitstekend te stade de langjarige ervaring, 
welke hij , nopens de ondernemingen, waarmede hij in 
betrekking gestaan had, in het belang van anderen, 
zorgvuldig in zich opgevangen en bewaard had. De 
grondslagen van Currie's onderneming waren met karak- 
teristiek en oordeelkundig overleg gelegd, en dat fun- 
damenteele werk had tien jaren gevergd, maar in 1872 
waren eindelijk alle voorbereidende maatregelen, lang- 
zaam, doch gestadig, steeds breeder opgevat, steeds 
omvangrijker en doeltreffender, met meesterhand getroffen. 
„Toen, op 23 Januari van gemeld jaar, het schroef- 
stoomschip Itéland naar de Kaap gezonden kon worden, 
begon Donald Currie's ambitie zich verwezenlijkt te 
zien, in wat wy zouden kunnen noemen de larve der 
onderneming. In Februari 1872 werd de Iceland gevolgd 









de Gastle-Lijn. 199 



door de Gothland en deze, een maand later, door de 
Penguin. Laatstgemeld vaartuig slaagde er in drie 
dagen te winnen op den destijds snelsten overtocht naar 
Zaid-Afrika. De Walmer Castle, in September 1872 
naar de Kaap vertrokken, wist echter nóg harder over 
het water te vliegen dan de Penguin. De Walmer Gaslle 
was de eersteling in de prachtige reeks der Oas^Ze-schepen, 
welke thans door de heeren Donald Currie & Co. beheerd 
worden. Haar aanvangsreis werd gekenmerkt door de 
omstandigheid , dat zij , ten eersten male , telegrafisch 
nieuws, d.w.z. nieuws per telegraaf aangebracht, van 
Madeira naar de Kaap medenam. De kabels, tusschen 
Engeland en Madeira gelegd, en het overbrengen der 
berichten, door deze kabels verzonden, naar de Kaap 
met de booten der Ca^^Ze-lijn, vormden den grondslag voor 
de naderhand gevestigde draadgemeenschap, tusschen 
Eageland en zijn Zuidafrikaan sche koloniën. De bijzon- 
derheden der latere ontwikkelingsstadiën in den stoom- 
vaartdienst der Cas^Ze-lijn zijn zeker gedenkwaardig, 
doch liggen buiten het beschikbare kader eener nood- 
zakelykerwijze beknopte monografie als deze. Het zij 
voldoende hier aan te stippen, dat de ontwikkelingsgang 
der Cas^Ze-lijn sedert 1872 een onafgebroken vooruit- 
strevende en voorspoedige geweest is, geheel in den 
energischen trant, dien men Sir Donald altoos ten toon 
ziet spreiden bij de behandeling van zaken, persoonlijken 
of van openbaren aard. Yan tijd tot tyd, en vaak, heeft 
de vloot een uitbreiding ondergaan. Thans telt zij 
veertien stoomers der eerste klasse, voor de groote vaart, 
en vijf kleinere, doch alleszins voldoende stoombooten, 
voor den Zuidafrikaanschen kustdienst. De Cas^Ze-lijn 
onderhoudt de stoomgemeenschap met geregelde diensten. 






200 Naar Zuid- Afrika met 



tnsschen Engeland, Lissabon, Madeira, St. Helena, 
Ascension en al de Zaid- en Oostafrikaansche havens 
tot Mozambique, Madagaskar en Mauritius. Haar stoomers 
of aansluitende booten loopen ook naar Zanzibar , Aden , 
Indië, tot het verre Oosten en Australië, over Mauritius. 

„Kort nadat de Gastle-liln gevestigd was , werd den 
heeren Currie & Co. de helft gegund van het mailcou- 
tract tnsschen Engeland, de Kaap en Natal. Die over- 
eenkomst is sedert hernieuwd en bestaat nog. In 1883 
sloot de Portugeesche Regeering een contract met de 
maatschappij, voor het brieven ver voer tusschen Portugal 
en zijn Oostafrikaansche bezittingen. 

„Weinig mannen hebben zich beter op de hoogte 
kunnen stellen van Zuidafrikaanscbe aangelegenheden 
van den meest uiteenloopenden aard dan Sir Donald 
Currie. Bij meer dan één gelegenheid heeft hij zyn 
oordeelkundige adviezen, in hun scherpzinnigheid sterker 
gelijkend op diplomatiek beleid dan op gewone zaak- 
kennis, aan de Engelscho Regeering verstrekt en wel be- 
trefEende quaestiën van het allerhoogste belang, in verband 
met de politieke verwikkelingen, welke dikmaals voor 
Engeland in Zuid- Afrika, met name in Transvaal, ont- 
staan zijn. Welken raad hij gaf in 1878, ten tijde van 
den naderenden Boerenkrijg , is zóó welbekend , dat het 
onnoodig is , dien hier te herhalen. Genoeg zij 't thans 
in herinnering te brengen , hoezeer het opvolgen van 
dezen raad, gebaseerd op alleszins oordeelkundige pre- 
missen, tot een spoedige oplossing der moeiel ij kh eden zou 
hebben bijgedragen. 

„Of het wijs was of niet van Engeland , om te trachten 
zyn souvereiniteit in Transvaal met kracht van wapenen 
te handhaven, willen wij hier nu niet onderzoeken. 



M- 






de Castle-Lyn. 201 



„In een vroeger geschil, tussclien de Britsche Regeering 
en den Oranje- Vrijstaat gerezen, bewees Sir Donald 
Cnrrie zulke gewichtige diensten aan beide staten, dat 
hij van den Volksraad dier Zuidafrikaansche republiek 
een dankvotum, van Engeland's koningin het ridder- 
kruis der orde van St. Michel en George ontving. Zijn 
prachtige vloot van oceaanstoomers is steeds ter beschik- 
king der Regeering, wanneer zij die ook maar noodig 
hebben mocht, en dat dit geen ijdele phrase is, bleek 
immers voldoende tijdens den veldtocht in Zoeloeland 
tegen Cetewayo. Het was als blijk van erkenning der 
vele gewichtige staatsdiensten , die Currie in verband 
met gemelden oorlog bewijzen kon , dat hi^j in 1881 het 
commandeurskruis der zelfde hooge orde van St. Michel 
en George deelachtig werd. Voorheen had hij reeds 
een innige belangstelling voor de Engelsche politiek aan 
den dag gelegd, en in 1880 was hij lid van het Lagerhuis 
geworden als afgevaardigde der vrijzinnige partij in 
Perthshire. De kieswet, die drie jaren geleden aange- 
nomen werd , splitste dat graafschap in twee districten , 
waarvan Sir Donald thans het Westelijke vertegenwoor- 
digt. In beginselen is hij een vurig liberaal, doch tevens 
een onwrikbare Unionist. Slechts hierin is hij het glad 
oneens met zyn persoonlijken vriend , den groeten aan- 
voerder eener eenmaal onverdeelde parti^j. 

„Aan Sir Donald Currie zyn vele en velerlei eerbewijzen 
verstrekt bij gelegenheden, dat hij vernuft of ijver, 
een bekwaamheid in het bevorderen der openbare be- 
langen, in de één of andere richting, betoond heeft. Als 
stichter eener groote nationale en industrieele onderneming 
heeft hij in 1880 van de Society of Arts de gouden 
medaille van Fothergill ontvangen , speciaal als gedenk- 






202 Ndar Zuid- Afrika met 



waardig blijk van waardeering der verbeteringen, door 
hem ingevoerd bij het vervoer van reizigers, waardoor 
ook hun veiligheid ter zee, bij brand of rampen, zooveel 
grootere waarborgen verkregen heeft. De Oas^Ze-lijn 
heeft nog nimmer het verlies van eenig men so.henl even te 
betreuren gehad. De grondgedachte en de geheele dienst- 
organisatie der Gastle-\\in bedoelen in de allereerste 
plaats het gerief en de veiligheid van het reizende 
publiek te verzekeren. Elk schip in deze nobele vloot 
vereenigt in zich, zoowel wat bouw, uitrusting en 
stofEeering betreft, al de verbeteringen en vervolkomin- 
gen, die de kenmerken zijn van den heden daagschen 
stoom vaartdienst voor reizigers. Een uitstapje naar 
Zuid- Afrika, of naar eenige andere haven onderweg, 
door deze stoombooten aangedaan, moet, ondernomen op 
één der schepen van dezen zoo uitstekend georganiseerden 
en bestuurden maildienst, een prettig aandenken achter- 
laten bij den reiziger, die zoo verstandig is geweest 
gebruik te maken van de hem zoo ruimschoots geboden 
voordeden en faciliteiten. De keuken der Castle-\^VL is 
vermaard wegens haar voort refEel ijkheid , en reizigers 
hebben hun oprechte bewondering te kennen gegeven 
nopens de bewonderenswaardige wijze, waarop die twee 
voorname dingen: hoedanigheid en afwisseling, gedurende 
elke reis , ten einde toe volgehouden werden ! Daarbij 
komt, dat de passagiersgelden zoo matig mogelijk ge- 
steld zijn, hetgeen verdient gewaardeerd te worden, 
vooral als men de uitstekende inrichting aan boord in 
het oog houdt. Dit hoofdpunt dienen reizigers, welke, 
hetzy in de eerste, tweede of derde klasse varen willen, 
in gedachte te houden. Aan landverhuizers naar de ko- 
loniën biedt de Oa^^Ze-lijn niet te versmaden voordeden 



ML 






de Castte- Lijn, 203 



in prijs en in een onovertroffen dienst, vol gerieven. Sir 
Donald Oarrie bezocht het Kaapland, voor de eerste 
maal, op het einde van verleden jaar, en is onlangs naar 
Engeland weergekeerd. Hij ging het binnenland door 
en de Boerenrepublieken zien. Eerst begaf hy zich naar 
Kimberlej, daarna naar Pretoria, Johannesbnrg en Natal, 
vanwaar hij de kust volgde, langs East London en Port- 
Elizabeth, tot Kaapstad. Overal bereidde de Zuidafri- 
kaansche burgerij een zeer hartelijk onthaal aan den 
man, die zulk een groot en duurzaam aandeel genomen 
heeft in haar welvaren." 

Ten einde een nog beter denkbeeld te verschaffen van 
den voortreffelijken mondkost, welken de reizigers aan 
boord van de mailbooten der öastle-li^n voorgezet krijgen, 
en, over het geheel van de wijze, waarop men hen op reis 
bejegent, — willen wij den lezer eenige spijslijsten laten 
zien. Daaruit zal hem blijken, welk afwisselend en goed 
voedsel den passagiers verstrekt wordt. Deze spijslijsten 
zijn afschriften van menus, welke in den jongsten tijd 
op de booten gediend hebben ; de eersten waren die voor 
de maaltijden op den eersten Kerstdag. 



SPIJSLIJSTEN. 
Salon. 



Ontbijt. — Porridge, gebakken sardellen, biefstuk met 
champignons, gebraden ham, roerei, kalfsgehakt, kluif- 
jes a la Diable, kerri met rijst, lersche hutspot, gebak- 
ken aardappelen, koude ham en koud vleesch, f ruit, koffie, 
thee en chocolade. 



\ 






204 Naar Zuid- Afrika met 



Lunch EON. — Soep, kreeft, versche haring, schaaps- 
coteletten met doper w ten, pa tr^' zen pastei, galantine van 
kalkoen, zwijnshoofd, koud ossevleesch, koud schape- 
yleesch, koude ham, kaas met salade, gebak, krenten- 
brood jes, „scones" (zeker gebak), koek en vruchten. 

Middagmaal. — Hazesoep, gekookte kabeljauw met 
kreeftensaus, oesterpasteitjes, salmi van patrijzen, pilan 
van kalfsvleesch, gebraden ossevleesch met „Yorkshire 
pudding", gebraden schapebout met gelei, gekookt schape- 
vleesch met kappersaus, gekookte ham van York, osse- 
vleesch met penen, gekookte kalkoen met oestersaus, ge- 
braden patrijzen met broodsaus, kerri met garnalen, 
plumpodding, appeltaartjes, macédoine van vruchten, 

tipsy cake" (gebak in raadeirawijn, enz. gedrenkt), 

mincepies", dessert en koffie. 



y» 



Tweede Klasse. 

Ontbijt. — Porridge, biefstuk met uien, zouten visch, 
en eiersaus, lersche hutspot, brood en boter, jams, thee 
en koffie. 

Middagmaal. — Soep, kippenpastei, gebraden gans met 
appelsaus, gebraden ossevleesch, gekookte ham, plumpod- 
ding, „mincepies," geleien en nagerechten. 

Avondeten. — Gebraden vleesch (koud), met zuur, 
„scones", koek, brood en boter, jams, thee en koffie. 

Derde Klasse. 

Ontbijt. — Porridge, lever en ham, lersche hutspot, 
zouten visch, brood en boter, jams, thee en koffie. 

Middagmaal. — Soep, gebraden gans met saus, ge- 
braden ossevleesch, aardappelen, groenten, plumpodding, 
„mincepies", nagerecht (oranjeappelen, appelen, noten.) 









de Gastle-Lijn. 205 




Avondmaal. — Kond vleesch met zuur, gebak, brood en 
boter, jams en thee. 

De volgende spyslijsten nemen zij op de gis, zonder 
ze nit te zoeken. 

Salon. 

Ontbijt. — Porridge, gebakken makreel, schaapscote- 
letten, omelet „aux fines herbes", rolpens (gestoofd), 
gebraden spek, zouten visch met eiersaus, kerri met 
rijst, lersche hutspot, gebakken aardappelen, koude 
ham, koud ossevleesch, vruchten, thee, koffie en chocolade. 

LuNCHEON. — Soep, kreeft, versche haring, ansjovis 
op geroosterd brood, konijnen pastei, koud schape vleesch, 
koud ossevleesch, koude ham, koude ossetong, rook- 
vleesch, koud wildzwijnsvleesch van Oxford, taas met 
salade, gebak, krentenbrood j es, „scones" en vruchten. 

Middagmaal. — Schotsche „broth" (een soort van 
soep), oesterpasteitjes, eendenragout met jonge doppers, 
schaapspooten „au gratiu", gebraden ossevleesch, ge- 
braden schapevleesch , rookvleesch, gekookt schapevleesch, 
ossetong , kerri van ossevleesch , gestoofde patrijzen , ge- 
kookte kip met peterseliesaus , gemberpoddiug, pruimen- 
taart, pannekoeken, „mincepies", jam taart, oranjeappeleu, 
appelen , peren , noten en koffie. 

Tweede Klasse. 

Ontbijt. — Porridge, biefstuk met uien, gestoofde 
rolpens, zouten visch met eiersaus , lersche hutspot , brood 
en boter, thee en koffie. 

Middagmaal. — Erwtensoep, schaapskop met hersen- 
saus, gebraden schapevleesch, konijnenpastij , rookvleesch, 
aardappelen, groenten, gebak, brood en kaas. 

— — «S5^ 





206 Naar Zuid- Afrika met 



Avondeten. — Koud vleesch met zuur, „scones", jams, 
kaas , brood en boter , thee en koffie. 

Derde Klasse. 

Ontbijt. — Porridge, haché, lersche hutspot, brood 
en boter, thee en koffie. 

Middagmaal. — Erwtensoep, gebraden schapovleesch , 
aardappelen, groenten, gebak, brood en kaas. 

Avondeten. — Koud vleesch met zuur, marmelade, 
brood en boter, thee en koffie. 

Al de mailbooten nemen een goeden voorraad wijnen, 
likeuren en tabak mee. Ziehier een lijst der gewone 
artikelen van dien aard, maar wijnen van zekere mer- 
ken worden ter beschikking gehouden van passagiers, 
die ze begeeren mochten: Sherry, portwijn, Bordeaux- 
wijn, Collares (Portugeesche roode wyn), Bucellas 
(Portugeesche witte wijn). Rijnwijn, moesseerende Moezel- 
wijn ; Champagnerwijnen (Moet en Chandon's hlanc mous- 
seux; Doe de Montebello; Heidsieck's Dry Monopole), 
Kaapsche wijnen (droge sherry; F. C. Pontac; witte 
wijn) brandewijn (Hennessey's met één ster en met 
drie sterren) , Schotsche en lersche whisky (eerste qua- 
liteit) , jenever (Engelsch en Hollandsche) , rom (eerste 
qualiteit), sodawater, seltzerwater , limonade gazeuse, 
gemberbier , gingerade , „tonic water" , Engelsche bieren , 
stout, lagerbier, maagbitter, likeuren (noyeau, cura9oa 
en maraschino) , sigaren (Havana en Manilla) , tabak 
(„Cavendish", „Gold Leaf Twist" en „cut'*). 

Kinderen worden aan afzonderlyke tafels bediend en 
krijgen volop van alles te eten. 









de Castle-Lyn. 207 



INLICHTINGEN VOOR PASSAGIERS. 

De koninklijke mailbooten der Custle Mail Packets 
Company (Limited) , contractante der Engelsche , Portu- 
geesche en koloniale Gonvernementen , vertrekken om de 
veertien dagen , des Woensdags, van het East India- 
dokbekken, Blackwall, Londen; en des Vrijdags, daar- 
opvolgende , van Dartmouth , naar Kaap de Goede Hoop 
en Natal, over Lissabon en Madeira. 

Al deze stoomers doen Lissabon aan en hebben, op 
vastgestelde tijdstippen , aansluiting op den Oostafri- 
kaanscheu stoombootdienst. Éénmaal in de acht weken 
doet een stoomer St. Helena aan, en ontscheept er 
passagiers voor Ascension. Stoombooten naar Mauritius 
en Madagaskar worden, met gelijke tusschenruimten , 
geëxpedieerd. Bovendien vertrekken er buitengewone 
stoombooten nit Londen , over Vlissingen, Las Palmas en 
Gran Canaria, naar Kaapstad. Andere stoomers zullen 
worden verzonden , naar gelang der behoefte. 

De booten der Oa*^ Ze- lijn laden in het Uast India^ 
dokbekken , op een afstand van 200 yards van het station 
Blackwall, aan de lijnen der Great Eastern- en North 
üowdon-Spoorwegmaatschappyen, waardoor het recht- 
streeks verbinding heeft met de netten der London and 
North Western en der Qreat A^or^^ern- Spoorwegmaatschap- 
pijen. Passagiers kunnen Blackwall ook bereiken van 
de andere hoofdlijnen, over de stations Bishopsgate en 
Broad-street. De stations Fenchurch-street en Broad- 
street, eindstations der spoorwegmaatschappijen, wier 
lijnen naar Blackwall loopen, z^n midden in het hart 
der City gelegen. 

Passagiers met de mailbooten kunnen zich te Londen 






208 Naar Zuid- Afrika met 



inschepen, of kosteloos spoorwegkaartjes krijgen tot 
Dartmouth. Naar Engeland terugkeerende reizigers mogen 
de Theems opvaren naar Londen, of te Plymonth landen, 
en krygen in het laatste geval (kosteloos^ biljetten per 
spoor naar Londen. 

PASSAGEGELDEN. 

De passagegelden van Londen en Dartmouth zijn 
goedkoop te noemen. In alle drie klassen zijn in die 
passagegelden begrepen : een ruime eettafel , het gebruik 
van bedden , beddegoed , handdoeken en meubilair. 

Retourbiljetten worden verkrijgbaar gesteld met een 
reductie van tien percent. 

Retourbiljetten tusschen Londen en Lissabon worden 
uitgegeven tegen een bijzonderen, verminderden prijs, 
nierover raadplege men het speciale tarief. 

Kinderen worden in rekening gebracht naar gelang van 
hun leeftijd. Voor gezinnen gelden daarom uiteenloopen- 
de passagegelden, die men te weten komen kan, door de 
bijzonderheden van elk geval aan de heeren Donald Currie 
& Co. bekend te maken. 

Dienstboden mogen overdag hun meesters en meeste- 
ressen bedienen. Vrou wel ijken dienstboden is het ver- 
gund met de kinderen der passagiers eerste klasse mee 
te eten. Wordt voor haar tweede klasse betaald, dan 
kunnen zij, in den regel, in de zelfde kajuit als de kin- 
deren slapen. Wordt voor haar alleen derde klasse be- 
taald, dan moeten zij ook in die klasse slapen. 

Passagiers kunnen een kajuit, die méér kooien heeft, dan 
het gezelschap of de familiën leden tellen, afhuren, mits 
extra betalende voor de onbezet blijvende slaapplaatsen. 








de Castle-Lijn, 209 



Om een passage te nemen moet men de helft vslu het 
passagegeld deponeeren. Het saldo is, vóór het vertrek, 
betaalbaar aan het bureel der Maatschappy. 

Tegen betaling van het verschil in de prijzen der 
directe biljetten kunnen reizigers, die de reis willen voort- 
zetten verder dan het punt, tot hetwelk zij aanvanke- 
lijk wenschen te gaan, met den zelfden stoomer doorgaan, 
of wel met een volgenden, mits binnen een maand na 
hun landing. Dat verschil is vooraf betaalbaar en wordt 
door den hofmeester aan boord in ontvangst genomen, 
of wel door de agenten der Maatschappij in de kolonie, 
zoo de reizigers reeds geland waren. Wenschen reizigers 
hun reis af te breken, door aan wal te gaan op een 
station, vóór de plaats hunner bestemming, zoo mogen zij 
dat doen en met een volgende boot der Maatschappij 
verder gaan. 

Passagiers kunnen ook overgaan van een lagere tot een 
hoogere klasse, mits betalende het verschil in prijs, hetzij 
vóór het aanvaarden der reis, aan het bureel der Maat- 
schappij, of, zoo de reis reeds aanvaard was, aan den 
hofmeester aan boord, vóór het overgaan. 

Passagegelden kunnen in Engeland of in Zuid- Afrika 
worden betaald, voor vrienden, daar of hier. Van aldus 
ingeschreven passages kan, desverkiezende, per kabel wor- 
den kennis gegeven, tegen een kleine extra-betaling. 
Remise van kleine geldsommen aan passagiers kan op 
de zelfde wijze worden gedaan. 

Op elke raailboot bevinden zich een scheepsdokter en 
een hofmeesteres, wier diensten kosteloos aan de passa- 
giers verstrekt worden. De passagiers der eerste klasse 
hebben nog de vrije beschikking over een rookkamer 
(op dek), een damessalet, badkamers (met warm en koud 



o L/o 



T> 



\ 








210 Naar Zuid- Afrika met 



water), een boekerij, een piano, in sommige gevallen ook 
een orgel. De passagiers der tweede klasse hebben mede 
een piano in hun salon. Zij hebben ook een boekerij 
en badkamers, met koud en warm water. 

Voor versche melk wordt zorg gedragen door het 
medenemen eener melkkoe. 

In alle kamers en salons voor openbaar gebruik bestemd 
is, op deze mailbooten, het electrisch licht aangebracht. 
Versch vleesch kan dagelijks, met behulp der koelkamers, 
opgedischt worden. 

Passagiers schepen zich naar believen in te Londen 
of \g Dartmouth. 

Het uur van vertrek uit de Londensche dokken hangt 
van het getijde af, maar Dartmouth verlaat de mailboot 
precies ten drie uur in den namiddag, en passagiers 
behooren één uur te voren aan boord te wezen. Zij, die 
naar Dartmouth gaan van Londen, kunnen den vorigen dag 
(Donderdag) de hoofdstad verlaten. De Maatschappij 
heeft echter schikkingen getroffen , volgens welken een 
buitengewone trein, 's morgens ten 8 u. 55 min., het 
station Paddington verlaat op den ochtend van den dag, 
dat de stoomboot uit Dartmouth vertrekt. Deze trein, 
bijgenaamd de „Oas^Ze-exprestrein", komt ongeveer ten 
twee uur 's middags te Dartmouth aan. Passagiers met 
de boot worden kosteloos vervoerd. 

Op vertoon van hun passage-biljetten of re9ns, krijgen 
passagiers der derde klasse met de mailbooten der Castle- 
lijn, derde klasse spoorwegkaarten tegen een verminderd 
tarief van Liverpool, Manchester, Edinburg, Glasgow, 
Huil, en andere hoofdsteden, zoo in Groot-Brittan je als 
in Ierland, terwijl zij mede aanspraak li ebben op een 
buitengewone hoeveelheid vrij-bagage. 









de Castle-L^n. 211 



Op ontvangst van het gewone telegram — „All well" — 
waarbij de goede aankomst van elke mailboot geseind 
wordt, kunnen vrienden van passagiers, die zulks begeeren 
te weten, bericht van zoodanige ontvangst krygen, als 
hun adressen daartoe opgegeven worden aan het kantoor 
der heeren Donald Cnrrie & Co. 

Naar Dartmouth gezonden passagiersbrieven moeten 
geadresseerd worden aan de agenten der Maatschappij , 
de heeren E. M. Tumor & Sons, The Quay, Dartmouth. 
Tot Zaterdagmorgen 7 uur kunnen brieven ook verzon- 
den worden voor passagiers te Lissabon. Zulke brieven 
moeten aangeteekend en geadresseerd zijn als volgt: 

Mr. (Den Heer) 

„On board the Mail Packet 

ijFor the Cape of Oood H.(ype, care of the Commander of the Packet, 

Voor het gemak der reizigers, en tot een beperkt beloop, 
geven de heeren Donald Currie & Co., tegen den pari- 
koers en kosteloos, credietbrieven af, betaalbaar by al 
hun agenten in Zuid- Afrika. 

In de Kaapkolonie en in Natal is het Engelsch geld 
in omloop. Het is ook in zwang op Madeira. Het is 
over het algemeen niet geraden Engelsche bankbiljetten 
mee te nemen. In Lissabon kan men alleen terecht met 
Portugeesch geld, dat ook in de Oostafrikaansche 
havens circuleert. Op Mauritius gelden de ropy en de 
andere Britsch-Indische munten. 

De koloniale banken , die agentschappen of kantoren te 
Londen hebben, zijn : de Standard Bank of South Africa, 
10 Clement*s-lane, Lombard-street, en de Bank of Africa^ 



1 






212 Naar Zuid- Afrika met 



113 Cannon-street. De London and Westminster Bank, 
Lothbury, Londen, is de Londensche agente der Natal 
Bank en der Cape of Good Hope Bank. De New Oriënt al 
Bank Corporation (40 Threadneedle-street , City) heeft 
een agentschap op Mauritias. 

Elke niailboot voert een brandkast met zich mee en de 
kapitein zal daarin plaatsen alle waarden, die hem daartoe 
door de pasagiers mochten toevertrouwd worden. 

Alle inlichtingen, aangaande den Zaidafrikaanschen 
maildienst, ook in verband met de aansluitingen door 
de schepen der British India 8 team Navigation Com- 
pany en der Messageries Maritimes , met Oostersche 
havens ; voorts de meest volledige informatiën, betreffende 
rechtstreeksche passagebilletten naar Zuid* Afrika van 
vastelandsche plaatsen , zijn op aanvraag te bekomen 
aan de bureels der CastleAiju , 3 Fenchurch-street, City. 
Daar zijn tevens verkrijgbaar inlichtingen , rakende 
mede te nemen bagage, vracht voor reisgoederen boven het 
minimum en assurantie, zoomede rakende de manier van 
die goederen te verpakken , te adresseeren en te verzenden. 

Spoorwegkaarten, voor stations aan de Staatsspoorwe- 
gen in Natal en de Kaapkolonie, kunnen aan het bureel 
der (7flt5^Ze-lijn genomen en de officieele dienstregelingen 
dier spoorwegen daar ingezien worden. 

De éénige nitrusting, welke een reiziger naar de Kaap 
in werkelijkheid noodig heeft, is eenige warme kleeding 
voor het Kanaal en het begin der reis, alsmede eenige 
lichtere kleedingstnkken voor den tocht voorbij Madeira. 
Maar linnengoed, voldoende voor de geheele reis, dient 
medegenomen te worden. 

Licht Engelsch zomergoed, licht zoowel in aanmaak 
als in kleur, wordt ook het meest gedragen in de Zuid- 







de Castle-Lijn, 213 



afrikaansche steden. Kleederen van bijzonder maaksel 
zijn enkel noodig voor hen, die het binnenland willen 
ingaan. In zulke gevallen zijn niet gemakkelijk te scheuren 
stoffen zeker gewenscht. 

De meeste menschen nemen een dekstoel mede, die, in 
vele gevallen, een nuttig gerief uitmaakt. Klapstoelen 
beantwoorden het best aan het doel, dewijl men ze later 
gemakkelijk overal meenemen kan. Allerhande dekstoelen 
zijn verkrijgbaar bij de Madeira Wicher Gomjpany, Bast 
India Basin, Londen. Deze maatschappij bezorgt ze aan 
boord der mailbooten, na desbetreffende instructiën te 
hebben ontvangen. 

Een enkel woord zij hier tot den landverhuizer gericht. 
Op dit oogenblik (Februari 1889) geeft de Kaapsche 
Regeering geen vrije overtochten meer. Waar zij ge- 
geven mochten worden, moet de landverhuizer zijn 
eigen passage betalen tot de haven van inscheping. 
Hij heeft voor zich zelf aanspraak op tien kubieke voet 
ruimte voor bagage; desgelijks voor elk lid van zijn 
gezin, boven de zestien jaren of zestien jaren oud, en 
bovendien op een geëvenredigd mindere plaatsruimte voor 
jeugdiger kinderen. Hij mag alles medenemen, wat hij in de 
voor hem beschikbare plaatsruimte bergen kan : kleeren, 
beddegoed, dekens, potten, pannen, enz. enz. Maar bed de- 
goed is op de reis overbodig, daar elke kooi haar 
volle uitrusting van beddegoed heeft. Niettemin heeft ket 
zijn nut beddegoed mee te nemen, om te worden gebruikt, 
zoodra men voet aan wal zet. De landverhuizer neme 
ook een goeden voorraad kleeren mede, waarbij hij 
nochtans in het oog behoort te houden, dat lichtere 
stoffen verkieslijk zijn, daar het Zuidafrikaansche kli- 
maat warmer is dan het Engelsche. De meeste bagage 



\ 






214 Naar Zuid-Afrika met 



verpakke hij in sterke kisten, met flink touw er omheen. 
Kleeren, enz. voor den overtocht bestemd, houde hij 
bij zich in zakken van linnen- of tapijtgoed, gemak- 
kelijker weg te bergen in de kajuiten dan houten 
kisten, terwijl zy bovendien minder onpleizierig en 
gevaarlijk zijn gedurende storm weder. 







de Gastle-Lijn, 



215 



INLICHTINGEN VAN VERSCHILLENDEN AARD. 



KOLONIALE MATEN EN GEWICHTEN. 

KracMens de elfde akte van 1858, welke in werking trad op 
1 Januari 1861, wordt bepaald, dat de matsn en gewichten der Kaap- 
kolonie zullen zijn overeenkomstig de maten en gewichten, in Groot- 
Britfcanje en Ierland gebruikelijk. 

Bq de vergelijking der verouderde Hollandsche gewichten met de 
Engelschen, werd doorgaans 92 pond Hollandsch gelijk gesteld met 
100 pond Engelsch, maar de ware verhouding is 91/jj|j pond Hollandsch 
tot 100 pond Engelsch avoirdupois-gewicht. 

DROGE MAAT. 

1 schepel is gelijk ^^f oude Winchester-schepel, of j'ööü Eyksschepel. 
1 mud is 4 schepel, of ^gf 
1 load is 10 mud, of Wt" 



j» 



j> 



)> 



2 £12. 
5> looo 



)» 



)» 



j» 



n 



2PJL2 
ÏOü 



>» 



Dus zgn 107 Holl. schepel gelyk 8 Winchester-schepel, of 4 sche- 
pel gelijk 3 schepel (Rykamaat) en 11 schepel zyn ongeveer gelijk 
1 „quarter". 



Een „leagner" ... = 
halve „leaguer" = 

PflP = 

halve pijp ... = 

„aum" = 

half „aum"... = 

anker = 

half anker ... = 



NATTE MAAT. 



152 Holl. gallons, of ongeveer 1267x'r Rijksgallons. 

76 
110 

55 

33 

19 






63^ 

91A- 

45A- 
31| 



Er is in het gebruik geen vaste verhouding tusschen gallons en 
flesschen, omdat de laatsten, ofschoon veelal „quarts" geheeten, van 
verschillende afmetingen zjjn en uiteenloopende benamingen dragen. 
Doorgaans echter wordt gerekend: 1 gallon = 4 flesschen. 




m- 



Naar Zuid- Af ril-a mH 



LENGTEMAAT. 

Ds Terhoudmg van de Kaapscho lengtemsiat, den voet, tot den 
Britscbeu Ëi]kflToet werd onderzocht door de LandmüatcomniiaBaFiaEen, 
door den LandToogd benoemd op 19 Juni 18j3. Zij stelden Tast, dat 
lOOO Xaapeche vnot gel\]k zijn 1033 Britnthe Rijksvoet. 
12 Toot zyn grelyk 1 Lftapsche roe ; derhalve is 

1 Engelache mijl nagenoeg gelijk aan 125 94d Kaapsehe roe ; 
141 KaupBchn vierk voet zyn golijk 1 &.aapEche vieck. roe, derhalve 
«00 Tierk roe geluk ! iaaps he morgen, 

1 morgen ib geiijk 2 11654 F gclaoho acres. 

100 Engelaohe aorcs zqn oi geveer geluk 4" 2*7 Kanpfichc morgen, en 
1 iierk mi]l ie gelijk 302 380 Kaap hohe morgen. 



TABELLEN DER AFSTANDEN. 



ZUIDAFEIKAANSCHB DIENST. 
Van DiRTMOCTH 



,r Madbiba 'l225 

Sr. Helena 

Kaapstad 

d£ uosselbaai. 



Madeira. 

1052 9t. Hele Ni. 
4075I 11)88 Kaapbtau. 
49341032' 24i DE MoasELBAii. 
r(V21l8 430 18ti DE ALÜOABAi 



f.tt(i'2!33j 500 250 70 
East Londom ...;653o'53052053l 565' 3Sl' 135 



Natal 10782 5557 2505 81ï| 573] 387 



65 E. IiONDON. 
3171 253 Natai,. 



Jf- 



aro 



de Casile-Lijn. 



OOSTAFEIKAANSCHE DIENST. 
Van Nat AL. 



DK DeLAGOABAAI 


300 


DE 


DK.AaOABAAI 


Ikbasbane 


580 


m 


Ine 


*"=*"« 








,11 










Quil™a«e 


9»*i6M 


43*1 318 


QUILIMANB 


MOZAUBIQDE 


1280 
1456 


■"» 


m 


565 


aSö! MOZSMDIQÜB 


IBO 

Zakzibar 


1638 


1378 


681 
1163 


462, 176 iBO 

344 658 48a! Zakïibje. 



DIENST OP MAURITIUS. 
Tan Natal naar MAORiTins, 1600 
Van Londen naar Mozambiijüe, via 







„ Adan 


, Lamoo 


.. 1550 


„ Lamoe 


, Mombasaa 


... 140 


„ MombBBsa 


, Zanzibar 


.„ 110 


„ 7Fin'ibR,r 


, Kilwakivinje 


... 170 


„ Kilwakivinje 


, Lindi 


... 75 


,. Lindi 


. lbo 


... 170 


„ lbo 


, Mozumbique 


... 170 

7213 


Afstanden otbb land y 


AN DE TIEB BOOEDSTSDEM 


DEH, 


Kaapkolonie kaa 


ï TIBN HOOEDPLAATBEN. 


Mülen. 












..,. 85 




, Graaf Reinet 


.,„ 150 



■ Zuid-Af rika met 



Van King William's Town i 



Piotormaritïbure' .. 



Potcbefstroom . 



Mglen. 

r Kaapstad 680 

Port Elizabath 166 

Qraham'a Town 80 

Graaf Eeinet 230 

Kaapstad 1136 

Port Bliiabeth 910 

GpaJiani'H Toi«Il 836 

Üraoi Eeinet 790 

Kaaiistad 6S0 

Port Klizabetd ... 470 

Graliam'B Town 385 

Graat Esinet 280 

Kaapstad 696 

Port Eliiabeth 336 

Graham'fl Town 246 

Graaf Keinet 226 

Kaapatad 960 

Pott Elizuboth 720 

Graliim'a Town 640 

Gmaf Bsinet 560 

Kaapstad 1300 

Port Eliiabeth 1160 

Grahaui's Town 900 

Graaf Eeinet 980 

Kaapstad .., 870 

Port Elizabeth 560 

Graham's Town 540 

Graaf Heinat 390 

Kaapstad 1150 

Port Eliiabeth 810 

Graham'B Town S20 

Graat Reinet 670 

Kaapatad 1700 

Port Elisabeth ,. 1390 

Graham'a Town... 1370 

Graaf Eeinet 1220 



EU—- 






de Castle-Lijn, 



219 



Van 



Van DuRBAN naar de Goudvelden van Tati. 

Mylen. 
Dnrhan naar Pietermaritzbnrg 54 



5) 
>> 
5» 
>» 
)> 

>) 



Pietermaritzbnrg .... 

Ladysmith 

Newcaetle 

Wakkerstroom 

Heidelberg 

Pretoria 

Nylstroom 

de Krokodillenrivier. 



}j 



)> 



j) 



)> 



>> 



>} 



>) 



)j 



Ladysmith 99 

Newcastle 55 

Wakkerstroom 36 

Heidelberg 180 

Pretoria 60 

Nylstroom 72 

de Krokodillenrivier.. 60 
Mauch's Station 144 



700 



Van DuRBAN naar de St. Luciabaai. 
Van Dar ban naar Vemlam 






Verulam 

Compensation 

de Oemvotirivier 
Toegelarivier 



„ Matakoeloeriyier 
„ Oemlalazirivier... 



)> 



Oemhlatoezirivier 



>» 



}i 



)i 



>> 



jj 



9 

Compensation 13 

de Oemvotirivier 12 

„ Toegelarivier 16 

„ Matakoeloerivier.. 15 

„ Oemlalazirivier ... 18 

„ Oemhlatoezirivier. 20 

„ de St. Luciabaai.. 43 



156 



Van Pietermaeitzburg naar de Vaalrivibr, 

via Harrismith. 

Van Maritzburg naar Estcourt 



5) 
>» 
5» 
1) 
5> 



Escourt 

Colenso 

Dodds' 

Good Hope 

de Wilgerivier 

Harrismith 

Bothlehem 



)) 



i> 



5» 



)l 



J> 



>J 



)) 



62 

Colenso 22 

Dodds' 17 

Good Hope 20 

de Wilgerivier 20 

Harrismith 12 

Bethlehem 60 

de Vaalrivier 270 



483 



Van 



» 



Van Ladysmith naar Witwatersrand. 

Ladysmith naar Bluebank 18 

Bluebank „ ünderberg 12 





220 



Naar Zuid-Afrika me 



Van 



ünderberg naar 

J. J. Sinidt's 

Harrismith 

Bow's Drift 

De Lange's 

Snsanna 

Zwartkopjes 

Frankfort 

Lourens 

Itossley 

Doig 

Heidelberg 



Mijlen. 

J. J. Smidt'8 15 

Harrismith 12 

Bow's Drift 15 

De Lange's 12 

Susanna 12 

Zwartkopjes 18 

Frankfort 12 

Lourens 15 

Eossley 

Doig 18 

Heidelberg 9 

Witwatersrand 30 



Van KiMBERLEY naar de Delaöoabaai. 



Van Kimberley naar Christiana 



Christiana 

Bloemhof 

Klerksdorp 

Potchefstroom 

Pretoria 

Middelburg 

Kantoor 

Barberton 



)> 

5» 
>> 
)) 
)> 
?» 



57 

Bloemhof 33 

Klerksdorp 90 

Potchefstroom 31 

Pretoria 106 

Middelburg 88 

Kantoor 110 

Barberton 45 

de Delagoabaai 160 



720 



Van Kimberley naar Goeboelawayo 
(Matabeleland). 



Van Kimberley 

Barkly 

Taungs 

Mamoeza ... 
Biietfontein 

Kanye 

Molepolele 
Machadie... 
Sjoshong ... 



>> 

»> 



i> 



naar Barkly 24 

Taungs 97 

Mamoeza 51 

Rietfontein 98 

Kanye 88 

Molepolele 61 

Machadie 44 

Sjoshong 169 

Goeboelawayo 300 



M- 






de Oastle-Lj^n. 



221 



Van 



>> 
>> 
)> 

)) 

M 
)> 

)J 
>> 



Barkly 

Taungs . . 
Vryburg . . 
Sitlagolie 
Mafeking 

>} 
Kanze 



Mafeking 



)> 



5> 



)) 



Van 



5> 



Pretoria 

Heidelberg... 
Standerton... 
Ooldstream .. 
Newcastle ... 



Van Barkly naar Sjoshong. 

Mylen. 

naar Taungs 79 

Vrybarg 47 

Sitlagolie 52 

Mafeking 47 

Kanze (Gatsesibi) via den Oosterweg ... 64^ 

Kanze, via Westerweg • 49 

Molepolele (Secheli's) 40 

Sjoshong (Mangwato), via Oosterweg... 146| 

„ via Westerweg 199^ 

Zeerust 36 

Malmani 30 

Van Pretoria naar Ladysmith. 

naar Heidelberg 57 

Standerton 58 

Coldstream 56 

Newcastle 29 

Ladysmith 65 



>) 



)) 



>» 



j> 



265 



Van LouRBN<jo Marqdez naar Pretoria. 
Van Louren^o Marqnez naar Komati Poort (Lobombo) 63 



>) 
>> 

» 

>) 
»> 



Komati Poort 

de Krokodillenrivier. 
„ Leeuwenrivier .... 

Joubert's Nek 

Nelsspruit 

Houtboschloop 

Sterkspruit 

Viljoen's Hoeve 

Minnaar' s Poort 

Bergendaal 

Hartogh's Hoeve .... 

Middelburg 

Doornbuit 

de Hondenrivier 



n 



j> 



>> 



>> 



5> 



») 



>> 



>> 



5> 



)> 



>J 



?J 



)> 



}f 



de Krokodillenrivier 20 

„ Leeuwenrivier 19 

Joubert's Nek 19 

Nelsspruit 15 

Houtboschloop 13 

Schoeman's Hoeve, Sterkspruit 16 

Viljoen's Hoeve 21 

Minnaar's Poort 15 

Bergendaal 14 

Hartogh's Hoeve 29 

Middelburg 15 

Doornbuit 32 

de Hondenrivier 29 

Pretoria 28 



343 






ciWb 




222 



Naar Zuid-Afrika met 



Van Louren90 Mar.iuez... 

Pesini 

Matala Poort 

daar 

de Komatirivier 

„ Krokodillenrivier 
McLachlan's 



Van LouEEN<jo Marquez naar De Kaap. 

M^len. 

naar Pesini 20 

Matala Poort 14 

het !•*" water bewesten Lobombo. 18 

de Komatirivier 6 

„ Krokodillenrivier 16 

McLachlan's 50 

De Kaap 34 



» 



jj 



»» 



?> 



JJ 



JJ 



158 



Diverse Afstanden volgens verschillende Eeizioers. 



Van Potchef stroom... 
Witwatersrand . 

Ladysmith 

Harrismith 

Luuze's Drift.... 
Potchefstroom 

Rustenburg 

Marico Junction. 
Bamangwato .... 

Tatin 

Manyami 



j> 



naar Witwatersrand 80 

Pretoria 30 

Harrismith 57 

Luaze' s Drift, Vaalrivier 131 

Potchefstroom 86 

Rustenburg, via Wonderfontein... 89 

Marico Junction 122 

Bamang^ato 96 

Tatin 156 

Manyami 70 

het Zendelingsstation te Inyati ... 88 
Gibbeklaik (Lobengoela's Hoofd- 
kraal) 46 



JJ 



JJ 



j) 



j> 



ji 



JJ 



JJ 



JJ 



JJ 



JJ 



JJ 



Van Potchefstroom 

Ventersdorp 

Van Dykfontein. 

Grobler's 

Jacobsdal 



JJ 



JJ 



j» 



j» 



naar Ventersdorp 33 

Van Dykfontein 44 

Grobler's 24 

Jacobsdal 34 

Zeerust 8 



j> 



JJ 



» 



JJ 



Van Pretoria naar Warmbad (Waterberg) 



70 



Warmbad 

Pretoria 

Nylstroom 

Makapan's Poort 

Eersteling 

Marabastadt 

Rhenosterpoort .., 



JJ 
JJ 
JJ 
JJ 
j> 
j» 
JJ 



Nylstroom 18 

„ (directe weg) 81 

Makapan's Poort .. 57 

naar Eersteling 22 

Marabastadt 11 

Rhenosterpoort 21 

Spelonken (Albasini's Hoeve) 70 




de Caatle-Lyn. 



Van Potohefstrooin 

HnrtsbeeetfoDttna ... 

Bloemhof 

CliriBliana 

FotcliefBtroom 



Blftttuwbttnlt 

PotohetBtroom .... 
Wonderfontein ... 

Brandiley 

Sterkfontein 

Pretoria. 

Van Pretmia 

Hamilton 

Klipetapel 

Hamilton 

Hamilton 

. Derby 

, Barberton 

, het ChriPBie-meei 

, Kolfoatein 

, M W Stroom . 

, Utrecht 



Mijlen. 

.r PaUlft 60 

da DwarsriTier 45 

KUasnek 59 

r Harfebeestfontein 45 

Bloemhof .,. 83 

SaltpBQ (Lynx) 22 

MamOBIB, (Hartsriïier) 53 

Heidelberg 85 

Bodenetein ... 23 

Mooirivier Oi^ 3S 

Eland sf on tain 52 

Blaauwbaot 85 

Sterkfontein 23 

Pretoria 69 

Wonderfontein 35 

Brandvley 19 

Sterkfontein 12 

Pretoria 40 

„The Willows" 9 

.1 Hamilton 174 

Lourenfo Marquei 207 

Hamilton 18 

het eindstation Trui UbU'b spoor- 

weg^pmeting,.. 77 

Looranfo Marqnez 107 

Derby 50 

Lnnebecg 60 

het Chriasie-meer 92 

Bolfontein vta Ermelo 60 

Eiet Monnment, Llanwama 31 

Utrecht 36 

Luneboi^ 30 

Greytown 115 

Newcftstle 25 



m~ 



-3*. 





224 Naar Zuid- Afrika met 



HOOFDAGENTSCHAPPEN VAN DE CASTLE-LIJN. 



ENGELAND. 



Edinburg T. Cook & Son. 

Leith James Currie & Co. 

Dundee David Alexander. 

Aberdeen John Cook & Son. 

Arbroath Alexander Duncan. 

Banff James B. Webster. 

Oban Alex. Browne. 

Dalkeith John Carment. 

Elgin Thomas Smith. 

Greenock J. M. Macfarlane & Co. 

Stromness John Eae. 

Birmingham W. H. Hayward. 

Bristol Mark Whitwill & Son. 

Newcastle James Currie & Co. 

Bradford T. Cook & Son. 

Leeds T. Cook & Son. 

Nottingham T. Cook & Son. 

Leicester T. Cook & Son. 

Sheffield T. Cook & Son. 

Walsall T. Cook & Son. 

Wolverhampton T. Cook «& Son. 

Huil Jackson & Tarbolton. 

Dartmouth E. M. Turnor & Son. 

Plyraouth Smith, Sundius & Co. 

Southampton Smith, Sundius & Co. 

Dublin Wells and Holohan. 

Cork J. Scott & Co. 

Belfast Samuel Gowan & Co. 

„ Henry Gowan. 

BUITENLAND. 

Parys John M. Currie. 

Havre John M. Currie. 

Bordeaux Th. Mayer & Co. 





M 



: Gaatle-Lyn. 



Charente E. D'Abbadie. 

Hamburg C. Hngo en Falk * Co. 

B«rlöa Bragoh A Rotbenstein. 

Stattin F. Ivera. 

EopenliaKea C. E. Haneaa. 

Antwerpen F. Hi^ac. 

Kotterdam C. Comelder & Zn. 

Amsterdam Brninier * Co. 

VliBBingan StoomTaartmaatscliBppi] „Zepland". 

ütreoht De >Jederluudsoljü Staataspootwagen. 

HanritinB Ireland, Fra.Ber & Ca. 

Madagaacar Prooter Brothera. 

Calontta Jardine, Skimiar & Co. 

Liasabon E. Pinto Baato A Co. 

New-Tork W. D. Morgan. 

Madeira Blandj Brotiera & Co. 

Gtran Canaria (laa Palmaa) Hiller &. Co. 

St. Helena .. Solomon Moea & Co. 

KAAPKOLONIE. 

Port EHisabeth f ^® Agentschappen dar Caatle Maü 

Eaat London .Z.^^^^:":'Z) ^■^'^" Companj,. 

MoHselbaal Prinoe, Viatcent & Co. 

Knjana Thaaan &, Co. 

Port Alfred ■ F. Olivier & Sona. 

Grahamstoma J, Gan. 

, , f „Board of Eiecutora": aeeretarïa : J. 

'^'^''^ l p. 0'Ramr. 

King WiUiam'a Town W. Haj. 

Kokatad A. H. Wiliiams. 

QneenBtown W. A. Berry. 

Graaf Keinet O. Brenner A. Co. 

Someraal Eaat H. David. 

Cradock A. Zierrogel. 

Eiohmoud • J. E. Willa. 

Colesberg Draper &, Plewman. 

Bargharadorp Anamiith & Co. 

Paarl T. Shaldon. 

Swallendam Daniël & Co. 



NATAL. 

Dnrban The Castle Mail Packets Co. 's Agency. 

Pietennaritzburg J. Barnes. 

Ladysmith Walton & Tatham. 

NewcAstle Parker, Campbell & Co. 

TEANSVAAL. 

Johannesbarg Jones & Lawrence. 

Barberton (goudvelden) G. Bowness. 

^ ^ , CTransvaalsolie „Board of Executors." 

Eustenburg J 

Potchef stroom Glen Scorgie. 

Heidelberg Pagan and Maben. 

Lödenburg^. ) W. Fraser. 

Pelgrims Rust ) 

ORANJE-VRIJSTAAT. 

Bloemfontein M. Leviseur. 

Harrismith Campbell & Co. 

Fauresmith Stephen Rorich. 

Jagersfontein J. J. Wilson. 

Winberg D. J. de Villiers. 

Cronstadt Coulson & Co. 

Vredefort McEwan & Co. 

OOST-AFRICA. 

Delagoabaai ^ 

j , V (A Empreza Africana de Cargas e 

r. -T \ Desca/rgas. 

Quilmiane J " 

Chiloane M. F. Amiel. 

Mozambique Mendon9a & Silva. 



jÉp Qjég 



é. ... 





REGISTER. 



Aankomst (Bericht van) 211 

Aansluiting met de stoomers 207, 212 

Aberdeen Road 69 

Addo 72, 86 

Adelaide T3, 81 

Aden 143 

Adendorp 69 

Afstanden (Tafel der) 210 

Agoelhas 64 

Albany 71, 81 

Albert 81 

Alexanderbaai 157 

Alexandria 81 

Alfred (Prins) 47 

Algoabaai 64, 65, 67 

Alice 77 

AUcedale Jnnction 70, 72 

Aliwal North 77, 79 

Aliwal South 65 

Amabele 77 

Amalienstein 80 

Amalinda 77 

Amasango 79 

Amersfoort 165 

Amsterdam 165 

Antananarivo 188 

Arundel 74 

Ascension 34 

Ascension (Stoombooten naar) 32, 207 

Assurantie voor bagage 212 

Atherstone 70 

Avoca 142 



213 



Bailey 79 

Baines 171 

Balfour 81 

„Banket" 182 

Banken (Koloniale) 211 

Barberton 169, 178 

Barkly 82 

Baroda 73 

Barracouta (Kaap) 65 

Barroe 69 

Basjie 87 

Basoetoland 145 

Basoetos 145 

Bathurst 81 

Beaconsfleld 58, 82 

Beaufort 81 

Beaufort (Fort) 81 

Beaufort West 57 

Bechuanaland 146 

Bechuanas 146 



Bedford 73 

Been Leegte 81 

Bellair 142 

Bellevue 72 

Belmont 58 

Belvidere 81 

BergviUe 80 

Berlin 77, 82 

Berlin (Hoeve) 175 

Bethal 168 

Bethlehem 152 

Bethulie 152 

Biggarsberg 142 

BiQetten 208 

Biljetten (verminderde prijzen 

van) 210 

Birdeilanden 74 

Birkenhead Rock 64 

Biskaaien (Baai van) 15 

Blanco 81 

Blaney Junction 76, 77 

Bloemfontein 150, 151 

Bloemhof 158 

Blueberg 80 

Blue Cliff 69 

Boavista 31 

Bolo 77 

Bosch jesmanri vier 72, 74 

Bosch jesmanrots 55 

Boshof 152 

Boston 142 

Bosworth 73 

Bothajiybaai 41 

Botha's Hill 142 

Bowesdorp 80 

Bowker's Park 79 

Braakpoort 58 

Brand 79 

Brandfort 151 

Brandvley 80 

Braunsweigh 82 

Brava 31 

Bredasdorp 54 

Breederivier 56 

Breidbach 76, 82 

Brieven 211 

Britz Town 81 

Buffelrivier 57, 74 

Buffelspoort 174 

Buffelsrivier 57 

Bultfontein 59, 152 

Buitfontein Myn 69 

Burghersdorp 79 

Button 174 



0^ 




Register. 



c 



Caledon 54, 80 

Calitzdorp 80 

Calvinia 80 

Cambridge 77 

Oampbaai 41 

Camperdown 142 

Canarische eilanden 27 

Canarische eilanden (Stoomboo- 

ten naar de) 207 

Cango ^ 

Cango-holen 86 

Cape Copper Co 51, 101 

Carlton 73 

Camarvon 81 

Castle-ljjn (Schets der) 189 

Castle-lijn (Beschrijving van de 

stoomers der) 12, 13, 194, 196 

Castle-lyn (Agentschappen) 224 

Cathcart 78 

Centlivres 69 

Central Railways Maatsch 52 

Ceres 55 

Ceres Road 55 

Charlwood 69 

Chelsea Point 65 

Chiloane 187 

Chiselhurst 77 

Chrissie (Het meer) 158 

Christiana 165 

Clanwüliam 55 

Claremont 41, 53 

Coega 72 

Coemey 72 

Coldstream 70 

Colenso 142 

Colesbdrg 66, 74 

Commadagga 72 

Confidence-rif 181 

Congella 142 

Constable 57 

Constantia 42 

Conway 73 

Cookhouse 73 

Cradock 73 

Cronstadt 152 

Currie (Sir Donald) 197 

Cuyler Manor 68 

Cyphergat 79 

Cypress Grove 73 

Dacar 31 

Damaraland 168 

Danger Point 64 

Dargle 142 

Darling 80 

Dartmouth 12, 14, 210 

Dartmouth (Treinen naar) 210 

Dassen (Eiland) 34 

De Aar Junction 58, 72, 74 

Deal 14 

De Beer's-myn 59 



Deelfontein 58 

De Kaap (Goudvelden van) 175 

Delagoabaai 187 

Delagoabaai-spo jrweg 187 

Despatch 68 

De Wetsdorp 151 

Diaraantvelden 59 — 63 

Dieprivier 53, 167 

Dohne... 77 

Dordrecht 82 

Douglas 82 

Dover 14 

Drakengebergte 82, 86, 87, 145, 157 

Drakenstein 80 

Drennan 73 

Duikerpunt 64 

Duivelspiek 35 

Dundee 142 

Durban (Kaap) 80 

Durban (Natal) 142 

Durban Road Junction 53, 55 

Dutoitöpan 59 

Dwaalfontein 73 

Bast India Doek 7, 207 

Bast London 74, 130 

Bddystone 15 

Edenburg 151 

Edendale 142 

Bdmundton 81 

Eersteling 163, 174 

Eersterivier 54 

Blands Post 81 

Elands Spruit 177 

Blim 80 

Emgiwali 77 

Ermelo 165 

Essex 78 

Estcourt 141 

Fauresmith 151 

Pemando Po 32 

Ficksburg 152 

Fingos 83 

Pishbaai 65 

Fleshbaai 65 

Fogo 31 

Forbes-Rif KM), 181 

Poreland 14 

Fort Beaufort 73 

Fort Jackson 77 

Fowler's Halt 79 

Frankfort 82 

Frankfort (Vrystaat) 151 

Fraserburg .*)7, 81 

Fraserburg Road 57 

Freiichhoek 80 

Frere 142 

Funchal 2^3, 24 

Gamkarivier 57 








Register. 



229 



Grazaland 153 

Geelhoutboom 172 

Glenadeiidal 80 

George 65, 81 

Gteorgetown 34 

Glasaen Point 65 

Glen Connor 69 

Glen Grey 82 

Glenlynden 81 

Godwaan 176, 177 

Goede Hoop (Kaap de) 64 

G^oedverwacht 80 

„Golden South Africa" 185 

Goosenland 147 

Goree 31 

Goritzrivier 65 

Gouda 80 

Goudini Road 56 

Goudmij nmaatscliappijeu 166 

Gtoudvelden 166 

Goudvelden (Wegen naar de)... 185 

Graaf Reinet 66, 68, 70 

Grahamstown 66, 70 

Graskop 172 

Graspan 58 

Gravesend 8 

Green Point 11, 80 

Greenwich 8 

Grevtown (Kaap) 77, 80 

Greytown (Natal) 141 

Griqualand East 133 

Griqualand West (Provincie) ... 82 

Griqua Town 83 

Groenekloof 80 

Grootevlakte 81 

Grootfontein 57 

Guano 101 

Haasfontein 69 

Halesowen 73 

Handboeken over Zuid- Afrika 2, 3 

Hangklip (Kaap) 64 

Hankey 81 

Hanover 77 

Hanover (Nieuw) 142 

Hanover Road 74 

Harding 142 

Harriemith 151 

Havelock 78 

Heald Town 81 

Heidelberg (Kaap) 80 

Heidelberg (Transvaal) ... 152, 180 

Heilbron 152 

Helpmakaar 142 

Henley 69 

Herbert 82 

Hermansburg 142 

Hermon 65, 80 

Herschel 82 

Hertzog 81 

Heuvelkraal 69 



Hexrivier 50 

High Flats 142 

Highlands 70 

Holnek 160 

Hondeklipbaai 80 

Honeynestkloof 58 

Hoogvlakten 84 

Hoopstad 152 

Hopedale 81 

Hopefleld 80 

Hopetown 81, 157 

Houtbaai 6J. 

Houtkraal 58 

Howick 138 

Human^dorp 81 

lbo 187, 188 

Ifafa 142 

lUovo 142 

Imvani 78 

Indische koelies 134 

Indwe 52, 78 

Infanta (Kaap) 65 

Ingwenya 159, 160 

Inhambane 187 

Ipolela 142 

Isidigimi 79 

Isipingo 142 

Isle de Sal 31 

Isles de Los 32 

Ixopo 142 

Jacobsdal 152 

Jagersfontern 151 

Jamestown (Kaap) 82 

Jamestown (Transvaal) 176 

Jansenville 69, 81 

Johannesburg 182, 183 

Kaap (Afdeeling der) 80 

Kaap de Groede Hoop 64 

Kaap de Gk)ede Hoop (Stoom- 

booten naar de) 207 

Kaapkolonie (Agent generaal)... 124 
„ (Als gezondheidsoord) ... 125 
„ (Belastbare waarde der 

grondeigendommen) 95 

„ (Besproeiing) 111 

„ (Bevolking der) 82 

„ (Boomkweekeril] in de) ... 117 

„ (Delfstoffen in de) 99 

„ (Droogten in de) 89 

„ (Fabrieken in de) 102 

„ (Flora der) 127 

„ (Fokkerij van vee, enz. 

in de) 112, 113 

„ (Grenzen der) 82 

„ (Handel ia de) 128, 129 

„ (Huren in de) 122, 123 

„ (Industrietakken der) ... 102 
„ (Instellingen in de) 92 






230 



Register. 



Kaapkolonie (Invoeren der) ... 128 

„ (Jaargetijden in de) 88 

„ (Klimaat der) ... 88, 89, 126 
„ (Kroondomeinen inde)... 106 

„ (Landbouw) 105 

„ (Landverhuizing naar de) 

119, 124 
„ (Loonen in de) 110, 121, 

122, 123 
„ (Natuurlijke gesteldheid 

der)^^ 84 

„ (Prijs der levensmiddelen 

in de) 122, 123 

„ f Pryzen der kloereu in de) 123 

„ (Begeering der) 92 

„ (Regenmassa) 89, 90 

„ (Schuld der) 128 

„ (Spoorwegen in de)... 50, 51 
„ (Staatsinkomsten der) ... 128 

„ (Staatsuitgaven der) 128 

„ (Statistieken der) 95, 128, 129 

„ (Steenender) 101 

„ (Stoombooten naar de)... 207 

„ (struisvogels) 115 

„ (Telegrafen) 99 

„ (Warmtegraad in de) ... 88 

„ (Wegen en bruggen) 99 

„ (Wijnbouw in de) 116 

„ rWüd in de) 85 

„ { Wolindustrie der) 103 

„ (Wouden in de) 117 

„ (Zuivelbereiding in de) ... 117 

Kaapstad 34 

Kaapstad (Dokken te) 45 

Kafflrkuilbaai 65 

Kafferland 87 

Kaffers 134 

KafFraria 87 

Kalabaskraal 54 

Kalkbaai 41, 53 

Kantoor 177 

Karatara 167 

Kariega 69 

Karroe 8'4, 90, 125 

Katkop 80 

Keirivier 130 

Kei Road 77 

Keodrew 69 

Kenhardt 81 

KenUworth 41, 53 

Kimberley 54, 69 

Kinderen 208 

Bling Georgesrivier 158 

King William's Town 76, 80 

Klapmuts 56 

Kleeren (Mee te nemen) 212 

Kleinpoort 69 

Klerksdorp 166 

Klipheuvel 64 

Klipplaat 69 

Klipstapel 159 



Knysna 65, 81, 186 

Koeboesi 77 

Koeroeman 147 

Kokstad 88 

Komati 158 

Komati (Grondvelden van) 179 

Komati Poort 187 

Komgha 82 

Kowierivier 72, 74 

Kraaifontein 64 

Krankuil 58 

Krokodillenrivier 157 

Kromdraai 181 

Krompoort 69 

Kuilsrivier ...• 54 

Ladybrand 152 

Lady Frere 82 

Lady Grev 80 

Ladysmitn (Kaap) 80 

Ladysmith (Natal) 141 

Landverhuizers (Wenken aan).. 

202, 210, 213 

Las Palmas 28 

Las Palmas (Stoomers naar) ... 207 

Leeuwenhoofd 34 

Leliefontein 80 

Lesseyton 79 

Leven Point 65 

Lichtenburg 165 

L^denburg 154, 160 

L^denburg (Goudvelden v.) 172, 173 

Lidgetton 140 

Limpopo 131, 153, 157, 158 

Limvoeboe 158 

Lindley 152 

Lissabon 17 

Lissabon (Stoomers naar) 207 

Lizard 15 

Llanwame 160 

Lo Bengoela 170 

Lone Tree Loop 77 

Long Hope 73 

Lourenco Marquez 187 

Lovedale 77 

Ludlow 73 

Luneberg 166 

Lynedocn 54 

Lyon 81 

Maclean 82 

Mac Mac 172 

Madagascar 188 

Madagascar (Stoomers naar) ... 207 

Madeira 21 

Madeira (Stoomers naar) 207 

Mafeking 147, 172 

Magaliesberg 157 

Maitland 36, 55 

Malagas 80 

Malmani 181 



Jf- 





Register. 




231 



Malmesbury 54 

Malvern 142 

Mamre 80 

Mapoeta 158 

Marabastadt 165, 174, 175 

Marais 69 

Maraisberg 81 

Marburg 142 

Marico 161 

Maritzburg 141, 142 

Marlow 73 

Mashonaland 160, 170, 171 

Matabeleland 153, 169 

Maten en gewichten in Zuid- 

Afrika 215 

Mathers' „Golden South Africa'' 4 

Matjesfontein 57 

Mauch 158, 16'^, 169 

Mauchberg 159 

Mauritius 188 

Mauritius (Stoomers naar) 207 

Mavo 31 

McLachlan (Tom) 172, 17ó, 180 

Melville 81 

Menus der mailbooten 203 

Messoeril 188 

Middellandsche Provincie 81 

Middelburg Road 73 

Middelburg (Transvaal) 165 

Middleton 72 

Mid Illovo 142 

Mynfontein 58 

Munosa 72 

Modderrivier 58 

Mokambo 188 

Molteno 79 

Montagu 80 

Moodie (G. P.) 178 

Moodie's 178 

Mooirivier 142 

Mortimer 73 

Mosselbaai 65. 81, 90 

Mount Edgcumbe 142 

Mount Mare 174 

Mount Stuart 69 

Mowbray 36, 53 

Mozambique 187 

Mozambique (Zeestrooming) ... 88 

Muizenberg 41, 53 

Muntwezen 211 

Murraysburg 81 

M. W. Stroom 160 

Naauwpoort 73 

Namaqualand 101 

Napier 80 

Nartingsburg 165 

Natal 131 

„ ^Bevolking van) 134 

„ (Constitutie van) 143 

„ (Delfstoffen in) 137 



Natal (Grenzen van) 133 

„ (Klimaat van; 139, 140 

„ (Kroondomeinen van) ... 134 
„ (Londensche agent van). 132 

„ Producten van) 136,140 

„ (Spoorwegen en haven- 
werken in) 141 

„ (Statist. betreffende) 14i, 145 

„ (Stoombooten naar) 143 

Nelspoort 57 

Newcastle 141 

Newhaven 81 

Newlands 41, 53 

New Leeds ,... 142 

Nieuw Duitschland 142 

Nieuw Grelderland 142 

Nieuw Hanover 142 

Nieuw Schotland 158 

Nieuwveld 85 

Noodsberg, 142 

Noordoo8tel^ke Provincie 81 

Noordwestelijke Provincie 80 

Northdene 142 

North End 68, 72 

Nottingham 142 

Nylstroom J65 

Oatlands 69 

Observatorium (Kaapsch) 90 

Observatory Road 52 

Oembandine 1 80 

Óembolosi 158 

Oembüo 142 

Oemgeni 138, 142 

Oemkomanzi 142 

Oemsinga 137, 142 

Oemtamvoena 82 

Oemtata, rivier en stad 82, 88 

Oemzimkoeloe 82, 142 

Oemzimvoeboe 130 

Oemzinto 142 

Olifantsrivier 157 

Onderste Doorns 81 

Ookiep 51 

Oostelijke Provincie 82 

Oranje- Vrij staat 148 

„ „ (Bevolking) ... 150 

(Land) 148 

(Regeering) ... 149 

„ „ (Statistiek) 150, 151 

Orangerivier... 58, 82, 85, 99, 102, 

146, 157 

Ottawa 142 

Oudtshoom 65, 80 

Paarl 56 

Pacaltsdorp 81 

Paddington (Treinen van) 210 

Padrone (Kaap) 74 

Pafoeri 158 

Panmure 82 






232 



Register. 



Parijs 152 

Passagegelden (Beloop der) 208 

Passagiers (Inlichtingen voor).. 207 

Paterson 81 

Pauwpan 58 

Pearston 73, 81 

Peddie 81 

Peelton 77 

Pelgrims' Rust 165, 173 

Pella 90 

Petersburg 81 

Philipolis 152 

Philip Town 81 

Philipstown 81 

PhcBnix U2 

Pieter Meintjes Fontein 56 

Pietersburg 165 

Piet Retief 165 

Pigg's Peak Co 180 

Pinetown 142 

Piquetberg 80 

Piquetberg Road 55 

Platberg 82 

Plettenbergbaai 65 

Plewman 7'i 

Plumstead 53 

Pniel 82 

Pondoland 130 

Pondos 130 

Port Alfred 72, 74 

Port Beaufort 65, 80 

Port Elizabeth 65, 90 

Porterville 80 

Port Frances 81 

Port Louis 188 

Port Nolloth 51 

Port St. John 130 

Port Shepstone 142 

Porto Grande 32 

Portugal 17 

Portugeesche bezittingen 187 

Post Retief 81 

Potchefstroom 152 

Potfontein 58 

Potsdam 82 

Pretoria 154 

Pretoriuskop 177 

Prieska 81 

Prince Albert 57 

Prince Alfred 47 

Protea 42 

Putterskraal 79 

Quanti 78 

Queenstown 78, 82 

Quilimane 187 

Ramah 82 

Rand (Hoeven op de) 182 

Rayner 79 

Becife (Kaap) 65 

Redbonme 81 



Reddersburg 151 

Red House 68 

Reis eener mailboot , 5 

Remises .• 209, 211 

Rendsburg 74 

Retreat 53 

Rhenosterkop 57 

Richmond (Kaap) 81 

Richmond (Natal) 141 

Richmond Road 58 

Riebeek 81 

Riebeek West 80 

Rietfontein 74 

Riversdale 80 

Robben (Eiland) 34 

Robertsen 52, 80 

Roggeveld 85 

Rondebosch 41, 53 

Roodewal 52 

Roos Senekal 165 

Rosebank 41, 53 

Routes naar de goudvelden 185 

Rouxville 152 

Rustenburg 154, 161 

Sabierivier 158 

St. Blaize (Kaap) 65 

St. Croix 74 

St. Francis (Kaap) 65 

St. George 158, 187 

St. Heleua 33 

St. Helena (Stoomers naar) ..., 207 

St. Helenabaai 80 

St. Jago 187 

St. Jodo 188 

St. Johnsrivier 130 

S. Luzia 31 

S. Nicolas 31 

St. Sebastian 31 

St. Sebastiaansbaai 65 

St. Thomas's 32 

St. Vincent 31 

Saldanhabaai 54 

Salem 81 

Saltaire 72 

Salt River Junction 55 

San Antonio 31 

Sandflats 72 

Sandf ontein 69 

Sandownbaai 64 

Santa Cruz 30 

Santiago 31 

Sapkamma 69 

Saxony 69 

Schoonberg 81 

Schotland (Nieuw) 158 

Sea Poini 41 

Seal (Kaap) 65 

Sekoekoeni 163 

Senekal 151 

Seymour 81 






Register. 



233 



Shawbury-missie 88 

Sheemess 9 

Sheldon 72 

Shepstone (T.) 152 

Sherbome 73 

Sidbury 81 

Simonsbaai 43, 64 

Simon's Towd 64 

Sjeba 179 

Slangkoppunt 64 

Smithfield 151 

Sneeu wbergen 70 

Somerset Bast 73 

Somerset West 54 

Spanje 17 

Sprjtfontein 58 

Spitzkop 85, 160 

Spoorweg naar de Delagoabaai 187 

Spoorwegen (Kaapsche) 50, 51 

Spoorwegen (In prys vermin- 
derde en kostelooze biljetten op) 

208, 209 

Springbok 100 

Springbokfontein 80 

Springvale 70 

Standerton 165 

Stanger 141 

Steinthal 80 

Stellaland 147 

Stellenbosch 41, 54 

Sterkstroom 79 

Steynsburg 81 

Steynsdorp 179 

Steytlesville «9 

Stockenstrom 81 

Stoomschepen der Castle-li^n ... 189 

Stormberg 86 

Strand 80 

Struben (De heeren) 181 

Stutterheim 77 

Sundaysrivier (Natal) 142 

Sundaysrivier (Kaaj)) 70 

Surbiton 78 

Sutherland 81 

Swazieland 179, 180 

Swazieland (Goudvelden van) .. . 180 

Swellendam 80 

Swinbume (Sir John) 169 

Sydenham 142 

Taaiboschfontein 74 

Tafel der afstanden 216 

Tafelbaai 34, 35, 46 

Tafelberg 34 

Tafelberg (Kaap) 73 

Tafelberg (Transvaal) 177 

Tamatave 188 

Tarief der passagegelden 208 

Tarka 82 

Tarkastad 82 

Tati 169, 171 



Taukatara 72 

Taungs 147 

Telle 82 

Tembe 158 

Temboeland 78 

Teneriffe 29 

Thaba 'Nchu 152 

Thomasrivier 78 

Thorngrove 73 

Toegela (Beneden) 142 

Toiserivier 77 

Tongaat 56, 142 

Touwsrivier 57 

Treinen van Paddington 210 

Transkei 77, 87 

Transvaal (Bergen) 159 

(Bevolking) 134, 156 

„ (Bosschen^ 160 

„ (Constitutie van) 154 

(Delfstoffen) 161 

„ (Financiën in de) 164, 184 

„ (Greschied. van) 152, 153 

„ (Goudvelden in de) .. 166 

„ (Grenzen van)... 133, 153 

„ (Instellingen van) ... 161 

„ Ojandbouw in) 160 

„ (Het recht in de) ... 156 

„ (Rivieren) 157 

„ (Steden en districten) 165 

Trianglo 57 

Troe Troe 80 

Tsitza 88 

Tulbagh 55 

Twaalf Apostelen (De) 42 

Tweeddale 74 

Twist Niet 79 

Tylden 78 

Uitenhage 66,69, 81 

Uniondale 81 

Upington 81 

Upper Hay 82 

Upsal 165 

Utrecht 161 

Vaalrivier 62, 63, 82, 157 

Valschebaai 88 

Venterberg 151 

Venterburg 81 

Venterdorp 165 

Verde (Kaap) 31 

Verulam 141 

Victoria Bast 81 

Victoria West 58 

Villiersdorp 80 

Vischgat 73 

Vischrivier 73 

Vogeleilanden 74 

Vrede 151 

Vredefort 152 

Vredenberg 54