(navigation image)
Home American Libraries | Canadian Libraries | Universal Library | Community Texts | Project Gutenberg | Children's Library | Biodiversity Heritage Library | Additional Collections
Search: Advanced Search
Anonymous User (login or join us)
Upload
See other formats

Full text of "Natuurkundig tijdschrift voor Nederlandsch Indië"

m 



r^\ 



»;: 



h 



% 





•JIJ* 



^^ 



I . 



I 



XM ./urt 



v'j^ 







^EHEfYÖRKBOTANI^^^ 
'dd I 



NATUURKUNDIG TIJDSCHMFT 



VOOR 



NEDERLANDSCH INDIË. 



NATUURKUNDIG ÏIJDSCHIUFT 



VOOR 



NEDERLANDSCH INDIE, 



UITGEGEVEN DOOK UE 



NATUURKUNDIGE VEREENIGING 



IN 



MBMILAHBSGIEI IHHDIIE, 



ONUKR HOOFURKDAKTIE VANDV. P BLEEKER 



l»E:i£ri 3KI3K. 



VIERDE SERIE. 



LANGE & CO. 
1 S 5 9. 



«SW 19VL 



I ü H o U D 



VAN 



HET NEGENTIENDE DEEL. 

;^ VIJFDE DEEL DER VIERDE SERIE). 



BLADZ. 

G. J. Filet, De inlandsclie plantennamen bijeenverzameld 

en in alphabetisclie orde gerangschikt 1 

D. W. Rost Van Tonxixgex , Rapport over de aanwezigheid 
van grondstoffen in den Nederlandsch-Indischen Archi- 
pel, geschikt tot bereiding van papier 281 

CORNS De Groot, Een woord aan het publiek betreffende 

eene beschouwing over de koolformatie van Borneo, naar 

aanleiding van de 18e en 19^ der Bijdragen tot de geo- 

«^ losfische en mineralo^ische kennis van Nederlandsch In- 

S dië door S. Bleekrode. 313 

ca 



VI IXHOUD. 

BLADZ. 

P. Bleek ER, Over eenige visclisoorteu van de Zuidkust- wa- 
teren van Java 329 

H. A. Bernstei:^, Over eene merkwaardige anomalie in deu 
oorsprong der Arteriae Carotides, waargenomen bij Pitta 
cyanura Vieill. (met afbeelding) . 353 

Fr. Walker, Catalogue of the Homopterous insects coUec- 
ted at Sarawak, Borneo, by Mr. A. R. Wallace, witli 
descriptions of new species 361 

H. VoN RoSENBERG, Beschrijving van eene reis naar de 
Zuidwestkust en Noordoostkust van Nieuw-Guinea. Ie 
Gedeelte. Reis naar de Zuidwestkust en verblijf al- 
daar 399 

J, C. Berxelot Moe-Vs , Scheikundig onderzoek van den bast 

van Nauclea orientalis, 423 

P, Bleeker, Derde bijdrage -tot de kennis der virfclifauna 

van Soembawa, 431 

J. Hagema-X Jcz., Over de uitbarsting der vulkanen in 

Oostelijk Java in het jaar 1586 141 



Berigten van verschillenden aard. 

Vulkanische verschijnselen in den Indischen Archipel. . , 453 
Verrigtingen der ingenieurs van het Mijnwozen in Neder- 

landsch Indië , . . . , 458 



INHOUD. VII 

BLA.DZ: 

Personaliën 462 



Index specierum Animalium in Volaminibus XV ad XIX 
Diarii Societatis Scientiarum Indo-Neerlandicae descrip- 
tarum 46B 



(Bij dit deel is gevoegd de Geologische Kaart van de Wes- 
terafdeeling van Borneo, behoorende bij de 20e Bij- 
drage tot de geologische en mineralogische kennis vau 
Nederlandsch Indië door R. Everwijn (Dl. XVII) welke 
kaart, wegens gebrek aan steendrukkers en papier, niet 
vroeger is kunnen afgedrukt worden). 



DE 

INLANDSCHE PLANTENNAMEN, 

BIJEENVERZAMELD EN IN 
^LPHABETISCHE ORDE GERANGSCHIKT 

DüOll 

O. s. ^ I li ë: V, 

Officier van gezondheid '^' klasse: 



Gedurende een tienjarig verblijf in deze geAvesten de 
botanie in mijne vrije uren als liefhebberij wetenschap be- 
oefenende, hoofdzakelijk echter om door de kennis der 
inheemsche gewassen ook tot die van haar geneeskrachtig 
nut te kunnen geraken, viel mij al spoedig het aantal en 
de gelijkheid soms der inlandsche plantennamen in het ooe^, 
zoo mede de noodzakelijkheid om met deze grondig bekend 
te zijn. Yaak toch heeft eene en dezelfde plant een groot 
aantal synonymen , omgekeerd ook hebben vele planten 
denzelfden of wel eenen algemeenen inlandschen naam, zoo 
als bijv: bijna alle Laurussoorten die van Hoeroe in het 
Soendaneesch , enz. — Daar bij het groot aantal boekwerken, 
v^aarin men tot nog toe de inlandsche planten moest op- 
zoeken om tot eene juiste diagnosis te kunnen komen, welk 
gebrek eerstdaags door den verdienstelijken arbeid van 

DL. XIX. 1 



Prof. Miquel, liet verscliijnen zijner Flora van Nederlandsch 
Indiö, waarschijnlijk zal opgeruimd zijn, voornamelijk 
echter dcor de onmogelijkheid om zich soms deze werken 
te kunnen aanschaffen of ter inzage te krijgen , het mij al 
spoedig bleek doelmatig te zijn om met de kennis der in- 
laudsche synonymen toegerust te zijn, begon ik langzamer- 
hand, zoo uit de bestaande boekwerken , als door opgaven van 
inlanders , alle bestaande plantennamen , niet alleen van Java 
maar ook van alle tot deze bezittingen behoorende eilanden, 
bijeen te verzamelen , ten einde deze zoo mogelijk later tot 
een doelmatig geheel te kunnen rangschikken. — Bij gemis 
van een of ander toch moet men dikwerf, wanneer de in- 
lander deze of gene plant of wel een deel daarvan als 
van huishoudelijk, geneeskrachtig of algemeen nut aanprijst , 
deze met een schouderophalen voorbijgaan , daar men toch 
tot geene juiste onderkenning kan geraken. Kiet ieder ge- 
neeskundige is daarbij zoo ervaren in botanie, dat, al bezit 
hij de noodige hulpmiddelen , hij dadelijk tot eene juiste 
diagnosis der planten kan geraken. Het is daarom, dat ik 
besloot dezen bundel te verzamelen en openbaar te maken , 
daar het door deze, hoop ik, gemakkelijk zal worden, spoe- 
diger omtrent eene aangewezene plant te kunnen oordeelen , 
vooral echter ook om een beter overzigt te kunnen krijgen 
over die menigte synonymen , welke soms eene en dezelfde 
plant in de verschillende residentiün van Java of op de 
overige eilanden draagt. Thans mij op Borneo bevindende, 
had ik ^^aarne ■ hierin oD2;enomen de namen , welke door 
de hier te huis behoorende Maleijers en Dajaks voor de 
mij bekende planten gebezigd Avorden. Dienstbezigheden ver- 
hinderden mij echter de door deze bewoonde streken op 
te zoeken, waarom i-: mij alleen heb moeten bepalen tot 
het opteekenen van eenige Chinesche benamingen , welke 
volkstam sedert jaren deze landstreek reeds bewoont en 
langzamerhand de oorspronkelijke bevoiliing schijnt ver- 
drongen te hebben. 



'Wa.t de spelling der inlandsclie namen aangaat , volgde ik 
steeds die, welke ik aangegeven vond, schreef de nieuwe 
naar de uitspraak volgens het gehoor op en veranderde 
slechts zelden de bestaande, wanneer deze mij foutief voor- 
kwam ; zoo veranderde ik soms aij in ai, u in oe , üja eu. 
tscha in sja en ija, enz. 

Achter den inlandschen naam jjlaatste ik zoo mogelijk de 
nieuwste kunsttermen en gemakshalve , voor latere naspo- 
ringen, den familienaam, waartoe elke plant behoort. 

De achter eiken inlandschen naam geplaatste kapitale 
letter of letters duiden verkort de streek of taal aan , waarin 
deze gebezigd wordt; zoo beteekenen; 



Alf. 


Alfoeroesch. 


Dj. 


Djambie. 


Amb. 


Amboina. 


Ht 


Hitoe. 


Ar. 


Ar oü -eilanden. 


Huah. 


Huahomel. 


BL 


Bali. 


J. 


Javaansch. 


Bd. 


Banda. 


Lamp. 


Lampongsch. 


Bk. 


Banka. 


Lar. 


Larika. 


Bat. 


Batavia. 


Lt. 


Leijtimor. 


Btt. 


Battak. 


Lh. 


Loehoe. 


Btj. 


Batjan. 


M. 


IMaleisch. 


Benk. 


Benkoelen. 


Mak. 


Makassaarsch. 


Bi. 


Bima. 


Man. 


Manipa. 


Bg. 


Boegineesch. 


Mand. 


Mandhelingsch. 


]3r. 


Boeroe. 


Men. 


Menado. 


Boet. 


Boeton. 


N.G. 


Nieuw Guinea. 


Bon. 


Bonoa. 


O.Cel. 


Oostelijk Celebes. 


Bo. 


Borneo. 


O.Cr. 


Oostelijk Ceram. 


Bo.zo. 


Borneo's zuidoostkust. 


O.J. 


Oost-Java. 


CeL 


Celebes. 


Om. 


Oma. 


Cr. 


Ceram. 


Pal. 


Palembangsch. 


Ch. 


Cliineesch. 


Phil. 


Philippijusche eilanden 


Ch.Bo, 


. Cliineesch van Borneo, 


. E; 


Eiouw. 



s. 


SuiulaneesclL 


Td. 


Tidore. 


Saw. 


Sawoe. 


Ti. 


Ti mor. 


Sol. 


,Solor. 


Tond. 


Tondano. 


Slim. 


Sumatra. 


UI. 


Uliassers. 



Sum.o.k. Sumatra's Oostkust. Zo.Ar, ZuidOoster-Arcliipel. 
Sum.w.k. Sumatra's Westkust. Zo.Bo. ZuidOostelijk Borneo. 
T. Ternate. 

Achter eenige schreef ik de afkomst voluit ; bij andere, 
Avelker oorsprong onduidelijk of onbepaald was opgegeven , 
heb ik een (?) geplaatst. 

En hiermede hoop ik iets verrigt te hebben tot verge- 
makkelijking der beoefening der Botanie , hoofzakelijk echter 
tot het beter opsporen van het algemeen huishoudelijk of 
geneeskrachtig nut der planten. 

Monirado, Mei 1858. 



p 



Inlaiulsche 
Naam. 



Botanische benamino;. 



Natuurlijke 

Familie. 



Aaiitingan S. 
Abo-abo S. 
Aboebo Mak. 
Adal-adal J. 
Aclas M, J, & K. 

„ -adassan J. 

„ manies M, J, 
[& R. 

„ ollanda J. 

„ tjina M, J. 
Adjeran oetan J. 
Affi-affi Cr. 
Afil ïi. 

Aforo Bg. 
Agar-agar M, R. 
„ „ koening M. 

Agila M. R. 

Aha Ht. 

Ahaan Amb. 

„ abbal Amb, 
„ malonaAmb. 

Ahaijr An^. 

Ahamahoe Lt. & 
[Amb. 

Aheij Amb. 
Ahoe ila Amb. 
Ahuë maun Amb. 
Ahuelloe Cr. 
Ahno Amb. 
Ahtès M. 
Airi koekoen S. 



Acrocephalium diffusum Hsskl. 
Callicarpa cana L. 
Dioscorea pentaphylla L. 
Croton tiglium Hmlt. 
Foeniculum vulgare Grtn. 
Gomphrena globcsa L. 

Pimpinella anisum L. 
Anethum graveolens L. 
Foeniculum vulgare Grtn. 
Illicium anisatum De. 
Bidens pilosa L. 
Avicennia tomentosa Wld. 
Hy menodyction timoranum 

[Span. 
Dioscorea pentaphylla L. 
Plocaria candida Necs. 
Sphaerococcus lichenoides, v. P 

[tenuis Ag. 
Aquilaria agallocha Lam ? 
Excoecaria agallocha L? 
Gossypium indicum Lam. 
Curculigolatifolia Dryand, 
Epidendrum tuberosum Lour. 
CaLanthe veratrifolia R. Br. 

id. id. id. 

Uncaria lanosa De. . 

Gossypium indicum Lam. 
Eriodendrum anfractuosum De. 
Dioscorea pentaphylla L. 
Dolichos catjang L. 
Phaseolus ladiatus Lour. 
Diospyros ebenum Rtz. 
Dioscorea bulbifera L. 
zie Adas M, J. & R. 
Kn^ma glaucum BI. 



Labiatae. 

Verbenaceae. 

Dioscoreae. 

Euphorbiaceae. 

Umbelliiera*:^. 

Amarantaceae. 

IJmbelliferae. 



Magnoliaceae. 

Compositae, 

Avicennieae. 

Rubiaceae. 

Dioscoreae, 

Floridae. 



Aquilarineae. 

Euphorbiaceae. 

Malvaceae. 

Hypoxideae. 

Orchideae. 



Rubiaceae. 

]\Ialvaceae, 
Sterculiaceae, 
Dioscoreae. 
Papiiionaceae, 

Ebenaceae. 
Dioscoreae. 

Myristiceae, 



Inlandsclie 
Naam. 


Botanische benaming. 


JNTjatuurlijke 
Familie. 


Ay-alya Amb. 


Eucaleptus versicolor Bh 


Myrtaceae. 


Aijam bakoekoe M. 


Rubus acuminatissimus Hsskh 


Eosaceae. 




„ raoluccanus Emph. 


?> 


Aijapanna S. M. 


Eupatorium aijapana Vnt. 


Compositae. 


Aijassa Om. 


Evodia latifolia De. 


Diosmeae. 


Aijessi Amb. 


Bassia longifolia Lam. ? ? 


Sapotaceae. 


A ij e wan Ht. 


Podocarpus ebracteata Herit. 


Taxineae. 




„ Rumphiana Bh 


!» 


Aijhau maclelle Ht. 


Pimela oleosa Lour. 


Burseraceae. 


Aijhoit Amb. 


Coix agrestis Wld. 


Gramineae. 


Aij hosso Amb. 


Hernandia ovigera L. 


Hernandiaceae. 


Aij huaa Ht. 


Euphorbia neriifolia L. 


Euphorbiaceae. 


,, ., ketjil Amb. 


Kalanchoë laciniata De. 


Crassulaceae. 


„ „ mahinaAmb. 


5» )> JJ 


?» 


„ hua ette Amb. 


Neuburgia tuberculata Bh 


Apocijnaceae. 


„ „ niette Amb. 


3> il ?) 


5> 




Cerbera musciiliformis Encych 


5; 


Aijkaijn Lt. 


Stadtmanniasideroxylon De. 


Sapindaceae. 


Aijkaru laun maun 






[Amb. 


Nelitris rubra Bh 


Myrtaceae. 


Afjkauboppo Amb. 


Jambosa bifaria Wght, 


»> 


„ laun elaAmb. 


„ alba Rmph. 


>j 


„ „ maun Amb. 


ISTelitris alba Bh 


;> 




„ rubra Bh 


)> 


of kapoel. 


,, bracteata Bh 


>» 


„ toea Amb. 


Syzygia cymosa De. 


?j 


Aijlaloe Amb. 


Adenanthera pavonina L. 


Mimoseae. 


Aij laloen Ht; 


Abrus praecatorius L. 


Papilionaceae. 


Aij ianoe hosso Ht. 


Hernandia ovigera L. 


Hernandiaceae. 


., „ seloe Ht. 


Actinodaphne Rumpbii Bh 


Laurineae. 


„ „ soenoe Amb 


Acalypha mappa Wld, of 


Euphorbiaceae. 




Eottlera tanaria Hsskh 


5J 


Aijlaroe Amb. 


Adenanthera pavonina L. 


Mimoseae. 


„ pi dj ar Amb. 


Abrus praecatorius L. 


Papilionaceae. 


„ pohon Amb. 


Pongamüa? corollaria Miq. 


5» 


Aijlassalinoe Amb. 


Dillenia elliptica De. 


Dilleniaceae. 


Aylatoe Amb. 


Hernandia sonora "Wld? 


Hernandiaceae. 




Aylauessi Amb. 
Aylau njld Amb. 

„ sala Amb. 

„ toeban Amb. 
Aylaun aliussen Ht. 

„ „ toani Ht. 

„ hitoe Amb. 
„ kapepoeli Lli. 
mahav Amb. 



mamuliu Lh. 
manoek Ht. 

marua Amb. 
marva Ht. 
niwel Amb. 



., nya Ht. 
,, oerita Amb. 
„ payamatta. 
Amb. 





peu peu Ht. 
poetie Amb. 
ribute Amb. 


3» 


sehu Jit. 


)) 


seron Lt. 


y) 


tahina Amb. 


5» 


tabur Amb. 


M 


ua massari Lt. 


5J 


uyn Amb. 
wakkan Amb. 


Avli 


in Amb. 


Ayloaha Amb. 



Bassia longifolia Lam? 
Medinella macrocarpa BI. 
Cissus carnosa Kxb. 
Vitex trifblia L. 
Yernonia cinerea Less. 

„ leptopbylla De. 

Biclens AYallicbii De. 

„ peduncularis Gaud. 
Coleus aromaticus Bntb. 
Hydrocotyle asiatica L. 
Piiyllanthus iiuriri L. 

„ urinaria L. 

Ruellia alternata Brm. 
Cassia sopbera L. 

„ tora L. 
Mussaencla glabra A''bl. 
Dartus perlarius Lour. 
Notbopanax cochleatum Miq. 

,, pinnatam Miq. 

Ruellia alternata Brm. 
Trevesia moluccana Miq. 
Bonnaya veronicaefolia Sprg. 

Gratiola lucida Rxb. 

Dentella repens Frst. 

Yernonia cinerea Less. 

Lawsonia falcata L. 

Hydrocotyle asiatica L. 

Yernonia cinerea Less. 

Tetrantbera angustifolia BI. 

Coleus aromaticus Bnth. 

Conyza balsamifera BI. 

Pi per subpeltatum Yv'ld. 

Yernonia cinerea Less. 

Curanga amara BI. 

Graptopbyllum bortense Nees. 
Ruellia repanda L. 



Sapotaceae. 

Melastomaceae 

Ampelideae. 

Yerbenaceae. 

Compositae. 



Labiatae. 

ÜmbeUiferae. 
Eupborbiaceae. 

Acantbaceae, 
Papilionaceae. 

)» 
Rubiaceae. 
Solanaceae. 
Araliaceae, 

Acantbaceae. 

Araliaceae. 

Scropbularineae. 

Rubiaceae, 

Compositae. 

Lytbrariae. 

Umbelliferae. 

Compositae. 

Laurineae. 

Labiatae. 

Compositae. 

Piperaceae. 

Compositae. 

Scropbularineae. 

Acantbaceae. 



Inlandsclie 
Kaam. 



Botanisclia benamin; 



Natuurlijke 
Familie. 



A yloaha oetan Arab. 

Ay lolioy Amb. 
,, lohun oebi Amb. 

Aylou aha Lt. 

Aylouha poetie Lt. 

Aymaün abbar Lt. 

Ay-mabala Amb. 

Ay mahoe Arab. 
makianinoeAmb 
makkaloelanHt. 
makuninoe Amb 
maloe Amb. 
manoe Amb. 
massaninoe Amb 
inette Amb. 

nietten Br. 
„ laun maun 
[Amb. 
,, palehu „ 
miei Lt. 
miri Br. 
miten Br. 
„ Lt. 
moesien Cr. 
naliu Amb. 
Aynkka Amb. 
Ayoelan Amb. 
Ayoelit Amb. 
Ayokkol ketjilAmb. 
Ayokkoli Ht. 
Ayokkor Lt. 
Aypakka Amb. 

„ ja va Amb. 
Ay passa Lt. 

,j poetie Amb. 



Ruellia repanda L. 
Nothopanax cochleatum Miq. 
Cissus cordata Bxb. 
Peristroplie tinctoria Nees. 
Hypoëstes purpurea R. Br. 
Mangifera laxitiora Desrouss. 
Albizzia Dur. Sp. 
Lansium domesticum Jck, 
Billenia serrata De. 
Jxora amboinica BI. 
Billenia elliptica De. 
Ficus Eurnphii BI. 
Elaeocarpus serrata L, 
Diilenia serrata De. 
Commersönia echinata Frst, of 
„ javensis G. Don. 

Ebenoxylon verum Lour. 

Guatteria Eampbii BI. , 
Artabotrys odoratissima BI. 
Stadtmannia sideroxylon De. 
Hernandia sonora Wld. ? 
Ebenoxylon ver ara Lour. 
Stadtmannia sideroxylon De. 
Quercus moluccana Rmpli. 
Melastoraa polyanthum BI. 
Aralia chinensis L. 
Sandoricum indicum Cav, 

V » » 

Plumba£:;o rosea L. 
Croton pavana Ham. 

Cordia myxa L. 
Ficus Rumphii BI. 
Deliaasia media BI. 
Machiius odoratissimus Nees. 
Melaleuca leucodendron L. 



Acantbaceae. 
Araliaceae. 
Ampelideae. 
Acantbaceae. 

5» 

Anacardiaceae. 

Mimoseae. 

Meliaceae. 

Dilleniaceae. 

Rubiaceae. 

Dilleniaceae. 

Moreae. 

Tiliaceae. 

Dilleniaceae. 

Bïittneriaceae. 

Ebenaceae. 

Anonaceae. 

Sapindaceae. 

Hernandiaceae. 

Ebenaceae. 

Sapindaceae. 

Cupuliferae. 

MeJastomaceae. 

Araliaceae. 

Meliaceae. 

Plumbagineae. 
Euphorbiaceae. 

Cordiaceae. 

Moreae. 

Laurineae. 

Mvrtaceae. 



Inlandsclie 
Naam. 



Botanische benam in ir. 



Natuurlijke 
Familie. 



Aj polat Amb. 
„ samara Amb. 
„ sana Amb. 

„ tette obte Huali. 

„ „ oliteHuah. 

„ „ toeban Amb. 
Aytiba Amb. 
Aytimon Amb. 
Aytoea Lh. 
Ay toeban Amb. 

Ayukka Amb. 
Aywahaöe Lli. 
Aywara Lt. 
Aywel Amb. 
Ajam-ajam J. 
Ajer M, E. 
Ajong-ajong S. 

Akat Cr. 
Akel Men. 
Akkar binassa M. 

„ koessoe M. 

„ marai M, Sum. 
[Wh 

„ koekoetjino-an 
[M. 

„ pouloron M,M. 

„ tikoes M. 

„ tjamakka S. 



„ treba M. 
„ waiigie M, 
Alabobo T. 



Pisonia Plum. Sp. 
Urtica ovalifolia BI. 
Casuarina equisetifolia L. 
Spaerococcus lichenoides, fi. 

[tennis Ag'. 
Codiaeum variecratam L. 

o 

Yitex trifolia L. 
Nepen thes phyllampbora Wid. 
Timonius Kumpliii BI. 
Aegiceras ferreum BL 
Vitex trifolia L. 

„ paniculata Encycl. 
Leea sambucina "Wld. 
Acorus terrestris Rmpli. 
Flaf'ellaria indica L. 
Dioscorea pentaphylla L. 
Croton flavens L. ? 
Aralia cliinensis L. 
Quamoclit coccinea Mnch. 
Ipomoea luteola Jcq. 
Bruguiera gymnorrhiza BI. 
Sacro-uerus saccharifer BI. 
Pluinbao'o rosea L. 
Polypodium quercifolium Wld. 

Leuconotis anceps Jck. 

Cibotium glaucescens Kaulf. 
Aristolochia indica L. 
Ophioxylon trifoliatum Grtn. 
Dianella montana BI. & var. 
[latifolia. 
Pardanthiis cbinense Ker. 
Rhinacanthus communis Nees. 
Andropogon muricatus Ktz. 
Kalanchoe laciniata De. 



Nyctao-ineae. 

Urticaceae. 

Casaarineae. 

Floridae. 
Euphorbiaceae- 

Verbenaceae, 

Nepentbeae, 

Pubiaceae. 

Aegicereae. 

Verbenaceae. 

Ampelideae. 

Orontiaceae. 

Flagellarieae. 

Dioscoreae. 

Euphorbiaceae; 

Araliaceae. 

Convolvulaceae, 

Kbizophoreae. 
Palmae. 
Plumbagineae. 
Polypodiaceae. 

Apocynaceae. 

Polypodiaceae. 
Ariötolochieae. 
Apocynaceae. 

Liliaceae. 

Irideae. 

Acanthaceae. 

Gramineae. 

Crassulaceae. 





10 




Inlandsclie 


Botanisclic benaminjï. 


Natuurlijke 


o 


Familie. 


Aladie Mak. 


Colocasia vera E,raph. (C: anti- 






quorum Schott). 


Aroideae. 


Al al oen Bd. 


Sesamum indicum L. 


]3ignoniaceae. 


Ala manay Amb. 


Mvristica salicifoiia Wld. 


-Jyristicaceae. 


Alaun raahay Ht. 


Oxalis sensitiva Wld. 


Oxalideae. 


., pinan Arab. 


Scindapsus ? E-umpbii Miq. 


Orontiaceae. 


Alea M. (Mol.) 


Zingiber officinale L. 


Zingiberaceae, 


., oetan M. (Mol) 


„ marginatum Kxb. 


>5 


'„ paddl M. (Mol.) 


„ gramineum BI. 


3» 


A Uialla ambon Amb. 


Tmpatiens balsamina L. 


Balsamin eae. 


Alla-antong S. 


Tabernaeraontana javanica Miq. 


Apocj'naceae. 


Allaar Amb. 


Momordica subangulata lU. 


Cucurbitaceae. 




Trichosantbes trifoliata BI. 


?) 


Aila-ng-allang M. 


Tmperata koenlgii Pis. 


Gramineae. 


Alligoeroea banga T. 


Tabernaemontana divaricata E,, 






[IJr. 


Apocynaceae. 




,, coronarla It, Br. 


37 


Al lor da won J. 


A triplex llttoralis L. 


Chenopodeae. 


Aiossul UI. 


Cedrela febrifuga BI. 


Cedrelaceae. 


Amadyeli Tvfand. 


Bridelia stipularis BI. 


Euphorbiaceae. 


Amakin abbal Lli. 


Commersonia ecliinata Frst, of 


Buttneriaceae. 




-t javensis G. Don. 


i> 


Aniakir Amb. 


Artocarpus incisa L. 


Artocarpeae. 


Amale Amb. 


l^laeocarpus serrata L. 


Tibaceae. 


Amassi Amb. & Br. 


Cubilia Rumpbii BI. 




Amltatsjan j\ï. 


Mangifera foet.ida Lour. 


Anacardiaceae, 


Aml)i T. 


Artocarpus integrifolia L. 


Artocarpeae. 


Ambiet S. 


Naucleae Sp : div : 


Eubiaceae. 




Elaeocarpus angustifolias BI. 


Tiliaceae. 




Monoceras lanceolatum llsskl. 


j) 


Amboelan J. 


Metroxylon llumpbii Mrt. 


Palmae. 


Am bol J. 


Gynopachys tomentosa BI. 


Rubiaceae. 


Araies mata S. M. 


Ticus rlbes Ilwdt. 


Moreae. 




„ coronata Kwdt. 


?; 


,. „ lumboetS 


„ Tnft. 8p. 1. 


?> 


Amiri Br. 


Hernandia sonora Wld. ? 


Hernandiaceae. 



11 




Amme Amb. 


Chavlca (Piper) betle Miq. 


Piperaceae. 


Ammelau abber ma- 








[mare Amb. 


Piper 


diffusum Yhl. 




Ammelau taiian ina- 








[liina Amb. 


?> 


j» ?» 


' jj 


Ammelaun mailke 








[Amb. 


TJ 


arborescens Kxb. 


7? 


„ nitoe Amb. 


?> 


majusculum BI. 


5> 


„ tallan laun 








[maun Amb. 


,, 


arborescens Rxb. 


jr 


Ammelaun tallan 








[mamoeri Amb. 


J» 


majusculum BI. 


7j 


Ammelaun tallan 








[poetie Amb. 


M 


BL 


51 


Ammo Arab. 


Cbavica betle Miq. 


;» 


,, etteetteAmb. 


)> 


Roxburghii ^Miq. (Piper 








long urn Dtr). 


5> 


Ammolaun Amb. 


iy 


betle Miq. 


?? 


Ampadoe broeancT 








[M, E. 


Brucea Sumatrana Exb. 


Xanthoxylaceae. 


Am pak M & Bali. 


Evodia latifolia De. 


Diosmeae. 


Ampalam M, E. 


Mang 


fera indica L. 


Anacardiaceae. 


Ampas-ampas Mak. 


Convolvulus peltatus Frst. 


Convolvulaceae. 




? 


cymosus Desrouss. 


?» 


Ampel J. 


Barabusa mitis Poir. 


Gramineac. 


Ampelas Mak. 


Tragia volubilis L. 


Eupliorbiaceae. 




ï) 


scandens L. 


„ 


„ S, M. & E. 


Ficus 


politoria Lam. 


Moreae. 




j> 


ulmifolia Lam. 


;> 


-, aroy S. 


IJ 


obtusa IIsskL 


J> 




5» 


recurva BI. 


•J 




J) 


trichocarpa BI. 


J» 


badak S. 


J> 


melinocarpa BL 


?J 




?) 


coronata fewdt. 


• ) 


.j lumboet S. 


!J 


politoria Lam, 




Ampetoe tana M. 


Curanga amara BI. 


Scropbularineae. 


Ampiri Bg. 


Aleurites moluccana Wld. 


Euphorbiaceae. 



12 



Inlantlsclie 
Naam. 



Botanische benaming. 



jNTatuurlijke 
Familie. 



Ampoelat-poelat M. 
Amproe badak S, 
Am t jou Ch. 
Amulen Amb. 

Ana ewan Amb. 
Anahan Amb. 
Anapoel Ht, en 
Anapoer Lt. 
Anappoer aijer Amb 

Anasser Amb. 
Anau M. K. 

„ koetari M. 
Andahan J. 
Andawab'e M. 
Andi-andi J. 
Andjang-andjang J. 
Andjir M, R. 
Andoedoe BI. 
Andong M, J. 
,, bidjoe M. 

„ meirab M. 

„ watoe J. 

Andormata i\I. 
Aridrowalli BI. 
Andur mangan Btt. 
Angnjin Mak. 
Ano-o-roenii; S. J. 
Ano;i-ang;in Mak. 
Angien-angienan J. 
Angin M. 
Angin-angin M. 
1» ». J« 



Urena lappago De. 
Lasiantlius tomentosns BL 
Micbeba parviflora Deless. 
Verbesina moluccana BL 
Wollastonia strigulosa De. 
Oclma squarrosa L. 
Artocarpus laca L. 

Homalonema al ba Hsskl. 
Aglaonema oblongifolium Kntb. 
Calladium ovatum Wld. 
Pittosporum Kumphii PutterL 
Arenga saccbarifera Lab. 

„ Westerboutii Grift. 
Alcbemilla villosa L. 
Cissus papillosa BL 
Grewia oblongifolia BL 
Elaeocarpus L. Spec : 
Ficus carica L. 
Carijota Rumpbiana BL 
Dracaena terminabs L. 

„ férrea L, A rubens 

[IIsskL 

„ „ L , B atrosan- 

[gainea IIsskL 
Sanseviera fruticosa WbL 
Pavetta leucoxylon Miq. 
Freycinetia scandens Gaud. 
Cocculus crispus De. 
Casuarina sumatrana Jngb. 
Inocarpus edubs L. 
Sponia orientabs EndL 
Casuarina equisetifoHa L. 
Cardiopteris quinqueloba IIsskL 
Leucocnide alba Miq. 
Eanunculus probfer Rwdt. 
Alcbemilla villosa Jnüb. 



Malvaceae. 
Itubiaceae. 
Magnoliaceae. 
Compositae. 

Ocbnaceae. 
Artocarpeae. 

Aroideae. 



Pittosporeae, 
Palmae. 

Rosaceae. 

Ampelideae. 

ïiliaceae. 

7? 

Moreae. 
Palmae. 
Liliaceae, 



Rubiaceae. 

Pandaneae. 

Menispermaceae. 

Casuarineae. 

Ilernandiaceae. 

Celtideae. 

Casuarineae. 

Sapindaceae. 

IJrticaceae. 

Ranunculaceae. 

Rosaceae. 







13 




Inlandsclie 
Naam. 


Botanisclie benarainii- 


Natuurlijke 
Familie. 


All o 


keb-augkeb J. 


Walilenbergia laven dnkiefolia 








[DC. 


Campanulaceae. 






Gentiaiia quadrifaria BL 


Gentianeae. 


An^ 


koa Ch. 


Dolichos bulbosus Lour. 


Papilionaceae. 


An<_ 


oeri M. 


Abutilon hirsutum Empli. 


Malvaceae. 


Ano 


or oetan M. E. 


Yitis sijlvestris BI. 


Ampelideae. 


Aiif 


rek M. S. 


Orchideae E. Br. 


Orchideae. 






Aerides arachnites LindL 


j> 






Eheitrophyllum subverticillatuEn 








[Hsskk 


)> 






Gramraatopliyllum scriptum 








[BI. 


V 






„ speciosuin BL 


5) 






Phrynium capitatum Hrsfd. 


Zingiberaceae. 






Hedychion Eoxburghii BL 


1) 






Viscum articulatum Brm. 


Yiscaceae. 


5) 


andjing M. 


Epidendrum caninum Brm. 


Orchideae, 


3) 


bcner S. 


Phajus Blumei LindL 


j) 






Cymbidium bicolor LindL 


j) 




betoel M. E 


J5 JJ 5) 


>» 






,5 cuspidatum BL 


if 


i) 


bobotjangan S. 


Cakanthe veratrifolia E. Br. 


j) 






Cryplostylis arachnites LindL 


i» 


5> 


dioek S. 


Aerides acuminatissimmn LindL 


» 


3; 


geligehben- 








gan S.] 


Xephelaphyllum tenuifolium El. 


if 






Acanthopliippium javanicura BI. 


1) 


„ 


grimis tana S. 


^Hysteria veratrifolia Ewdt 


i) 


'>) 


kadakka S. 


Pteroceras radicans HsskL 


55 


■)1 


kassian M. 


Cymbidium ovatum Wld. 






katongg;ing M. 


Arachnante moschifera BL 


JJ 




ketjil M. 


:^iaLixis Eheedii Wld. 


)» 






Orchis strateumatica L. 


>? 


,, 


V glap M. 


Cymbidium furvum Wld. 


J> 






Vanda furva BL 


JJ 


3) 


kokin BL 


Grammatophyllum scriptum BL 


J> 


n 


kringsing BI 


}) )) )) 


?J 



14 



Inlandsche 
Kaam. 




Natuurlijke 
Familie. 



Ang] 


'ek krinojsino; 
ketnl M.1 


GrammatophijUum speciosum BI 
Van da lisscliinoides Lindl. 


Orchideae 


j» 


lama M. 


Cymbidium cuspidatum BI. 


?> 


j) 


lema M, E. 


,, bicolor Lind. 


7J 


j) 


mei rail M. 


Renanthera moluccana BI. 


J» 


;j 


7J 'J 


Limodorum spathulatum Wld 


)J 


J> 


oentjal S. 


Cymbidium aloëfolium Sw. 
llhynchostylis praemorsa BL 
„ retusaBl. 


JJ 


j) 


oetan M. 


Plocoglottis javanica Bk 


j? 


jj 


plembaiig S , 

M.] 


Dendrobium angulatum Bk 
Cleiseostoma spathulatum Bk 


5> 




poetih besaar 
M.l 

„ ketjil m: 


Cypripedium javanicum Kwdt. 

Phanaelopsis amabilis Bk 
Cymbidium ovatum Wld. 


?7 


il 


potjongan S. 


Calautlie veratrifolia E. Br. 


;j 


}) 


ringit boemie 








S, M.] 


Hysteria veratrifolia Ewdt. 


)i 


)) 


taua M. 


Habenaria susanna Bk 
Malaxis cornua AYld (?). 
Epidendrum tuberosum Lour. 




5> 


warna S. 


Yanilla Sw. Spec. 


>» 


Angriet ^. 


Naucdea lanceolata Bk 


Rubiaceae. 






Quercus lineata Bk 


Cupuliferae. 






Cephalanthus orientalis Bk 


Rubiaceae. 


An groen g J. 


Grev;'ia orientalis L. 


Tiliaceae. 


Angsana S. 

„ laut S, M. 
Aiigsoka S. 


Pterocarpus indicus Wld. 

„ Aubk Spec: 
Pavetta indica DO. 


Papilionaceae. 
Rubiaceae. 


Aniboiig M. R. 


Caryota urens L. 


Palmae. 


Anipan doerein 

Amb.i 


Amomum villosum. Lom'. 


Zingiberaceae. 






„ echinatum Wld. 


j> 


;> 


wakkan Amb. 


Alpinia pigantea Bk 


?> 



15 



Inlandsclie 
Naam . 



Botanische benaming 



Natuurlijke 
Familie. 



Any Amb. 

,, in lala Amb. 
Anys kastela T. 

,, oetan T. 
Anjang-anjang J. 
Ank-tsjoei-kun Cii. 
Annipa %Yakkan Amb 
Anoer M. K. 
Anrore Mak. 
Anruda Mak. 
Antannan S. 

„ bener S. 

,. gedeh S. 

„ gedeh S. 

„ leu',vung S. 

„ lumboet S. 
Antap kajoe loe- 
[moet J. 
Anthau Ch. 
Antimon M , R. 

„ tikoes M. 
Antjal S. 

,, beurriet S. 
Antjar S. 
Antowalli BL 
Antralia moegri J. 
Antsjak J. en BL 
Appa-au Amb. 
Apan-apan J. 
Apapa Lt. 

,, karbou J. 
A})pau Amb. 
Apepe dawon ketjil 
[Amb. 
ApL'Soong Mand. 
Api-api S. 



Pangium edule Rwdt. 
Trichosanthes trifoliata DC. 
Zanthoxijlon armatum DG. 

Elaeocarpus redjosso L. 

Hibiscus rosa sinensis L. 

Alpinia malaccensis Ilxb. 

Cocos nucifera L. 

Guraira integrifolia Hsski. 

Peristrophe tinctoria Nees. 

Hydrocotyle L. , Spec. omn : 
., asiatica L. 

„ raniuiculcides L 

„ asiatica L. 

Henckelia Eoxbur^diiana Dtr. 

Geophila reniformis G. Don. 

Hydrocotyle splendens BI. 

Sterculia nobilis Kth. 

Soija liirsuta De. 
Cucumis sativus L. 
Aechmandra indica RBr. 
Calla montana BL 
Scindapsus angustifolius HsskL 
Antiaris toxicaria Lescli. 
Cocculus crispus De. 
Volkameria acaleata L. 
Ficus Rumphii BL 
Colocasia humilis Ilsskl. 
Flemingia latifolia Ibith. 
Periploca mauritiana Poir. 
Conyza indica BI. 
Zie Appa-au Amb. 

Cynanchum tenellum Encycl. 
Flacourtia cataphracta Kxb. 
Avicennia alba De. 



Pangiaceae. 

Cucurbitaceae, 

Zanthoxyleae. 

Tiliaceae. 

Mahaceae. 

Zingiberaceae. 

Palmae. 

Yerbenaceae. 

Acanthaceae. 

Umbelliferae. 



Gesneriaceae. 
Kubiaceae. 
Umbelliferae. 
Sterculiaceae. 

Papilionaceae. 
Cucurbitaceae. 

Orontiaceae. 

Artocarpeae. 

Menispermaceae. 

Verbenaceae. 

Aiorea e. 

Aroideae. 

Papilionaceae. 

Asclepiadeae, 

Compositae. 



Asclepiadeae. 

Bixaceae. 

Avicennieae. 



IG 



Iiilandsciie 


Botanisclie benamin£c. 


Natuurlijke 

P'amilie. 


Naam. 


ö 


j 


Avicennia tomentosa L. 


Avicennieae. 


Api-api M. 


Scyphiphora livdropliijllacea 






[Grtn. 


Eubiaceae. 


Apit J. 


Drymispermum Blumei Dcsn, 


Dapbnoideae. 


Apoe S. 


Polyosma integrifolia BI. 


Saxifragaceae. 


Apoekat (M?) 


Persea gratissiina Grtn. 


Laurineae. 


Appa-appa besaar J. 


Dicerma pulcliellum De. 


Papilionaceae. 


Appya Lt. 


Aleurites laccifera Lour. 


Eupborbiaceae. 


Arak M, E. 


Croton mauritiaiium Lam. (?). 


?> 


Arang M, E. 


Yitei pube.scens Vhl. 


Verbenaceae. 


Arareet M, J. 


Diospyros L, Spec: 


Ebenaceae. 


Arau ]\I, E. 


Maranta indica L. 


Cannaceae. 




Casuarina rauricata Exb. 


Casuarineae. 


Arog henglif* S. 


Aren ga saccbarifera Lab. 


Palraae. 


Aren J , of 


Cardiospermum lielicacabum L. 


Sapindaceae. 


Aren:: M. 


Arenga saccbarifera Lab. 


Palmae. 


Arcng J. 


Mimosa bamata Wld. 


Mimoseae. 


Ares M. 


Eauwolfia sumatrana Jok. 


Apocynaeeae. 


Areu Lt. 


Pandanus conoideus Lam. 


Pandaneae. 




„ montanus Miq. 


?) 


Arian Bg. 


Cissus glauca Exb. 


Ampelideae. 


Arile Amb. 


Dolicbos catjang L. 


Papilionaceae. 


Aringin J. 


Cassia divaricata iSr & BI. 


?j 




„ montana He3-ne. 


j) 




„ timoriensis I)c. 


» 


Ariotton S. 


Zie Aroy jutton S. 




Ari ptychiuri Ti. 


Typbonium cuspidatum BI., 






[var. ptycbiarum. 


Aroideae. 


Aroy S. 


sign. Ojot M (elke slinger- 
[plant) 




., astrawoeloe S. 


Cissampelos birsuta limit. 
Stepbaniae Lour. spec. di- 


Menispermaceae. 




versae. 


}> 


;, babaliengbien- 






[gan S. 


Modecca cordifolia BI. 


Passifloreae. 


,. badoejoet S. 


Tncbüsantbes villosa Bk 


Cucurbitaceae. 



17 



Inlandsche 
Naam. 



Botanische benaminir. 

o 



Natuurlijke 
Familie. 



Aroi 


' baget S. 


Toxocarpus macropbyllus Dcsn. 


Asclepiadeae. 


j) 


baliengbieiigS. 


Combretum latiiblium BI. 


Combretaceae, 






„ neurophyllum Miq. 


■1 


)j 


bali landak S. 


Cissus obovata Vlil. 


Ampelideae. 






Modecca Lam Spec. 


Passifloreae. 


?) 


baloempaugS. 


Convolvulus peltata Frst. 


Convolvulaceae. 


?> 


bapa keboh S. 


Aristolocbia acuminata Lam. 


Aristolochieae. 


)> 


barikbik S. 


Dalbergia L. Spec. 


Papilionaceae. 


»» 


belehgetehpeh 








[S. 


Xantboxvlon scandens BI. 


Zanthoxylaceae. 






Toddalia aculeata BI. 


1} 


?> 


biliembie S. 


Modecca cordifolia BI. 


Passifloreae. 


5» 


bobonteng-anS. 


Bryonia scabrella L. 


Cucurbitaceae. 


>) . 


bodo landak S. 


Ci^sus nodosa BI. 


Ampelideae. 


5J 


boeboeloet S. 


Bradleya lucida Ilsskl. 


Eupliorbiaceae. 


1> 


boeboeloet. S. 


Spermacoce hispida L. 


Rubiaceae. 


n 


boeboe S. 


Convolvulus angularis Endl. 


Convolvulaceae. 






Lepldostemon flavescens BI. 


5> 






Argyreia capitata Cbois. 


J> 


J» 


boeloestroe S. 








[M. 


LniTa foetida Cur. 


Cucurbitaceae. 


» 


boengboeroe- 








[toe S. 


Cissus L. spec. diversae. 


Ampelideae. 


)) 


bobol kebo S. 


Argyreia speciosa Sw. 


Convolvulaceae. 


5; 


bojokkol S. 


Rubiaceae 8pec. incertae. 




)) 


bokray laut S. 


Papilionaceae Spec. incertae. 




J> 


bungburuma- 








[ni assam S. 


Cissns discolor BI. 


Ampelideae. 


}> 


burrie S. 


Hiptage javanica BI. 


Malpighiaceae. 


J) 


da^Yon koen- 






, 


[toet S. 


Paederiae L. spec. diversae. 


Eubiaceae. 


>» 


djaroedjoe S. 








[M. 


Dilivaria ilicifolia Prs. 


Acanthaceae. 


» 


doedoerenan S 








[M. 


Elaeagnus latifolia L. 


Elaeagneae. 






„ rigida BI. 


;> 






„ L. spec. incerta. 


?» 



DL. XIX. 



I'S 



ge- ■ ;■ ■■!■ '■'■■■ . ..':■■■■: 

Inlandsciie 


Botanische benaming. 


Natuurlijke 




IN aam. 


o 


I^mihe. 


Aro} 


' o-adel of £^a- 








[tel S. 


Milletia sericea W. ■& Arn. 


Papilionaceac. 


?) 


„ laut S. 


Dalbergia L. Spec. 1 


5) 


?; 


ga dong S. 


Dioscorea liirsuta BI. 


Dioscorieac. 


5> 


gagaboesaii S. 


Jussiaea L., spec. multae. 


Oenothereae. 


5) 


gambas S, 


Momordica subangulata BI. 


Cucurbitaceae. 


7> 


gambier S. 


Chilocarpus suaveolens BI. 


Apocynaceae. 


?J 


garoet S. 


Mimosa caesia L. 


Mimoseae. 






Acacia pennata Wld. ' 


iy 






Albizzia rubiginosa Miq, 


» 


7> 


„ gedeli S. 


Mimosa asperata Wld. 


5> 






Caesalpinia Plm. spec. 1. 


Papilionaceae, 


?ï 


„ peutjang 








[S. 


Acacia scandens Wld. 


Mimoseae. 


J> 


gatel S. 


Milletia sericea W. <& Arn. 


Papilionaceae. 


J? 


glaga S. 


Salacia oblongifolia BI. 


Hippocrateaceae. 






Hippocratea indica L. 


)> 






L., Spec. 2. ^ 


» 


3? 


goensieng S. 


Mucunae Adns, spec. pkrimae. 


Papilionaceae. 


)) 


goerahit S. 


an Toddalia micrantba Hsskl. .^ 


Zanthoxylaceae. 


?? 


irontanc: S. 


ïrichosanthes pubcra BI. 


Cucurbitaceae. 


?? 


gurreut S. 


Ziziphus napeca Lam. 


Rhamneae. 


» 


gurrug S. 


Calonyction speciosum Cbois (?) 


Convolvulaceae. 






Stephania discolor Sprgl. 


Menispermaceae. 


« 


„ boddas 




» 




[S. 


„ acuminatissima Sprgl. 




;> 


„ burrum 




» 




[S. 


„ rotunda Lour. 








„ renosa Sprgl. 


■>y 


7» 


hailsman S. 


Abrus L. spec. 1. 


Papilionaceae. 


7f 


hamproe bógó 


Bryonia stipulacea Wld , (3 per- 


Cucurbitaceae. 




[S. 


[pusiUa DC. 




5» 


barendong S. 


Marumia muscosa BI. 


Melastomaceae. 


)J 


bariang S. 


Cissus repens Lam. 


Ampelidcae. 


!J 


„ burrum 








^^- 


,, discolor BI. 


» 


:> 


ha$,scum o. 


?? }f '} 


f) 



19 





Inlandsclie 


Botaniscbe benaming. 


Natuurlijke 
Familie. 




Naam. 




Aroy lioeiit bank on a' 








[S 


Erythropalla scandens BI 


Cucurbitaceae. 


» 


„ goeleng 








[S. 


Calonyctlon diversifollum HsskL 


Convolvulaceae. 






„ tricbospermum Cbois. 


5J 


)» 


lioei ^Yalleh S. 


Karivia (Brjonopsis) Rheedii 








[M. I. Roemer 


Cucurbitaceae. 


7> 


hoenjoer boe- 








[oet S. 


Kadsura scandens BL 


Scbizandraceae. 






Sphaerostema axillare BL 


5> 


J> 


jan tang S. 


Tricbosantbes globosa BI. 


Cucurbitaceae. 


J) 


jinjing koeliet 








[S. 


Zizipbus thnoriensis DC. 


Rbamneae. 


?) 


juttong S. 


Ipomoea bifida VbL 


Convolvulaceae. 


)> 


„ bener S. 


Convolvulus turpetbum L. 


;> 


» 


jutton bocldas 








[S. 


Pbarbltls bispida Cbois. 


Convolvulaceae. 


9) 


„ gedehS. 


Convolvulus polyantbus Endl. 


}» 


)> 


„ lumb. S. 


„ parviflorus Ybl. 


)) 


)) 


kailit beussie S. 


Naucleae L., spec. diversae. 


Hubiaceae. 






Pisonia limonella BL 


Kyctagineae. 


M 


kabawatangS. 


Sabia meniscosta BL 


Anacardiaceae. 


)) 


kabi toetan ba- 








[dak S. 


Paederla verticlllata BI 


liubiaceae. 


)) 


„ gedeb S. 


„ tomentosa BL 


>» 


» 


„ lumboet 








[S. 


„ „ BL,var. nngus. 


jj 






[tifolia HsskL 


if 


J» 


kajorangan S. 


Luffa cordifolia BL 


Cucurbitaceae. 


)J 


kukawatan S. 


Convolvulus filicaulis VbL 


ConvolvLilaceae. 


5) 


'.f n 


Secamone lineata BL 


Asclepiaaeae. 


1) 


kakapassan S. 


Dalecbampia bidentata BL 


ICupborbiaceae. 


?J 


kalayar S. 


Tricbosantbes macrocarpa BL 


Cucurbitaceae. 






„ globosa BL 1 


',f 


;5 


„ bener S. 


Luffa mucronata BL 


u 






iHryonia scabrclla L. 


5» 






Zebneria exasperata Miq. 


?» 



20 



Inlandsclie 
Xaam. 



Botanisclie benaminrr. 



Natuurlijke 
Familie. 



Aroy kalayar beur- 
[riet S, 



„ burrum 
[S. 

„ gecleli S. 
kali a geil S. 
kamauden S. 



kangkoeng S. 

kar oe wang S. 
karoh r on ton 

[embeli S. 

[kambing S. 

karokkot S. 

kasoenirka S. 

„ beur- 

[riet S. 

„ gedeh 

[S. 

kasoenokaoen- 
[tjal S. 
katilang S. 
katjambang S. 



gcdeli 

rs. 



Bryonia pedata Hsskl. 
Trichosanthes tricuspidata Leur 

„ laciniosa Klein. 

Luffa cordifolia Bi. 

Trichosanthes pubera BL 
,, pilosa Lour. 
Capparls L., spec. 1. 
Jasminum glabrum AYhb 

„ undulatum Wkl. 

„ glabriusculum BI. 

5, . elongatum L. 

„ subelongatum Bi 
Elaeamius ferruo-inea Bch. 



ConA'olvulus reptans L. 
Pipêr majusculum BL 

Bryonia marginata BI. 



Cissus repens Lam. 
Gnetum funiculare L. 

edule BL 



L. spec. 1. 



„ edule BI. 
Quamoclit vul garis Cliois. 
Ardisia ten ui Hora BI. 
Samarae L. spec. 

Ardisia? scandens BI. 
Samara racemosa lisskl. 



Cucurbitaceae. 

5» 



Capparideae. 
Jasmineae. 



Elaegneae. 



Convolvulaceae. 
Piperineae. 

Cucurbitaceae. 



Ampclideae. 
Gnetaceae. 



11 

11 

Gnetaceae. 
Convolvulaceae. 
Myrsineae. 
Eliamnae. 

jMvrsineae. 
Ehamneae, 



21 



Inlnndsclie 
Kaam. 



Botanisclie benamincf. 



Natuurlijke 
Familie. 







Samara scan den 3 ïTsskl. 


Aristolocliieae. 


Aroy katjapi S. 


Sabia 


meniscosta BI. 


Anacardiaceae. 


jj 


katoek S. 


Tylo 


phora villosa BI. 


Asclepiadeae. 


j) 


„ peutjang 


Aristolocliia indica L. 


Aristolocliieae. 








„ acuminata Lam. 


jf 


1) 


kattam kattam 










[lumboet S. 


Conv 


olvulus tbalassicus Std. 


Convolvulaeeae. 


» 


kawaoli S. 


Dalb 


ergia L. spec. 


Papilionaceae. 


i} 


kawojaiig S. 


Con\ 


'olvulus angularis Endl. 


CoiiYolvulaceae. 






Ipomoea dasjsperma Jcq. 


tf 






» 


tuberosa L., volisjantba 
[Hsskl. 


j? 


V 


kedjo S. 


Cissus thyrsiflora BI. 


Ampelideae. 


>j 


keekeecljormS. 


ConocepLalus suavealeiis BI. 


Artocarpeae. 


?> 


kehkep S. 


Pipei 


; malamiri L. 


Piperaceae. 


>) 


kiassahan S. 


ïetraceras L. spec. muit. 


Dilleniaceae. 


1} 


„ lalakki 










[S. 


Delima intermedia BI. 


iy 


jj 


klbadak S. 


Capp 


aris L. spec. 


Capparideae. 


}> 


kibara S. 


Muldera baccata Miq. 


Piperaceae. 






Piper arborescens BI, 


j; 


1) 


kibarera S. 


Cissus javana BI. 


Ampelideae. 






» 


compressa Bi. 


j} 


ii 


j, bener S. 


7f 


mutabilis BI. 


}f 


5) 


„ boddas S. 


IJ 


nodosa BI. 


if 


;j 


j, boelet S. 


5> 


5> 5> 


17 


3} 


„ gedeh S. 


)) 


rhodocarpa BI. 


J7 






}} 


scariosa 131. 


)• 


i) 


„ lalakkina 










[S. 


5? 


L., spec. 1. 


)J 


)j 


„ kut S. 


?J 


L., spec. 1. 


J> 


}j 


j, leutiek S. 


)) 


pergamacea BI. 


J> 


3} 


„ leutiek 










[burrum S. 


J) 


serrulata Exb. 


)} 


» 


„ tjoetjoek 










[S. 


11 


papillosa BI. 


}} 


>» 


kibattarah S. 


Willughbeia javanica BI. | 


Apocyiiaceae. 



22 



Inlancisclie 
Naam. 



Botanische benaming. 



Natuurlijke 
Familie. 



Aroy kidang S. 
„ kikadantja S. 
„ lautS. 
„ kikalindan S. 

kikandel S. 



badak S. 
ialakkiS. 

sabran2:S. 



kikan^reran- 

o 

[gan S. 
kika^vat S. 
kikoeja S. 
klkoepoe S. 
kikonneng S 



kikontjang S 
kikottok S. 
kiladja S. 



,, lalakki S. 
:ilanipalian S 



kinan^render. S 



PoItozus latifolia BI. 
Ecliites bantamensis BI. 
Mimoseae incert. spec : 
Melodinus orientalis BI. 
Apocynaceae spec : incert. 
Convolvulus übscurus Vhl. 
Dischidia rhombifolia BI. 
Hoja diversifolia BI. 
., macrophylla BI. 

)j ^ ft >j 

„ coriacea BI. 

., carnosa E. Br. 

„ laurifolia Dcsn. 

Salacia L. spec. div. 
Secamone lanceolata Bi. 
Clematis Leschenaultiana DC, 
Myxopyrum nervosum BI. 
Cocculus acuminatus BI. 

j, radiatus DC. 

„ rimosus BI. 
Erythropalla scandens BI. 
Pothos scandens L. 
Abrus melanospermus PIsskl. 
Uvaria bumilis BI. 

5, longifolia BI. 

„ argentea BI. 

„ raultiflora Ts. & Bndk. 
Unona hamata BI. 
Artabotrys hamatus BI. 

„ suaveolens BI. 
Tylophora villosa BI. 
Hüja coronaria BI. 
„ clandestina BI. 
„ macrophylla BI. 
Marsdenia villosa Hsskl. 
Anonaceae spec. incert. 



Rubiaceae. 
Apocynaceae. 
Mimoseae. 
Apocynaceae. 

Convolvulaceae, 
Asclepiadeae. 



Hippocrateaceae. 

Asclepiadeae. 
Rannnculaceae. 
Oleaceae. 
Menispermaceae. 



Cucurbitaceae. 
Aroideae. 
Papilionaceae, 
Anonaceae. 

>» 

t} 
>» 

» 



Asclepiadeae. 



23 



Iiilandsche 
Naam. 


Botanische benaming. 


Natuurlijke 
Familie. 


Aroy kingkilaban S. 


Mussaenda L. spec. div. 


Rubiaceae. 


jj 


kirapat S. 


Loganiaceae spec. incert. 








Combretuni latifolium BL 


Combretaceae. 






„ neurophyllum Miq. 


j) 


i) 


kisebeli S. 


zie A. syoeh S. 




)j 


kisioech S. 


Cissus Blumeana Std. 


Ampelideae. 






„ repanda VliL 


7> 






„ adnata Exb. 


w- 


yy 


„ bener S. 


j, tliyrsiflora Li. 


JJ 


j) 


kissioe S. 


„ Blumeana Stol. 


)? 


;j 


kitjaün^ S. 


Erytlirostigma diversifolia 








rilss-kl 


Anacardiacene. 


:> 


kitjantong S. 


Uvaria acuta F. & Bndk. 


Anonaceae. 


)) 


kitjarang S. 


Connarus Hasseltii BI. 


Connaraceae. 


ji 


kitjau S. 


Cissus hirteUa BL 


Ampelideae. 


yi 


kitjembang S. 


Samarae L. spec. diversae. 


Khamïieae. 


j> 


kitjepot S. 


Sakccia javcnsis BI. 


Ilippocrateaceae. 






„ macrophylla BL 


}f 






„ prinoides BL 


V 


ir 


„ goenong 








[S. 


„ mellttocarpa BL 


)J 






Strychnos colubrina Wld. 


Asclepiadoae. . 


;» 


kitjiencleh S. 
[of 






)i 


kitjlnti S. 


Crudya orientalis HsskL 


Papilionaceae. 


M 


kitjoeboeloe S. 


Cissus L. spec. div. 


Ampelideae. 


J> 


kitjoebong S. 


Zanonia macrocarpa BL 


Nhandirobeae, 


)> 


kitjontjoraiig 








[S. 


Pothos scandens L. 


Aroldeae. 


5) 


kitongerret S. 


Derris uliginosa 13nth.. 


Papilionaceae. 


?ï 


koait beussiS. 


Naucleae spec. div. scandentes. 


Rubiaceae. 






Pisonia limonella BL 


Nyctagineae. 


7» 


koejapoe S. 


Argyreia moUis Chois.. 


Convolvulaceae. 






„ nitida Chois. 


ji 


;s 


koekoe hoe- 








flang S. 


Oxyanthus multiflorus HsskL 


Rubiac?ap. 






Ziziphus. javanensis BL 


Klininne,ip, 



24 



I 


iilandsclie 


Botanische benaming. 


Katuurlijke 
Familie. 




Xaam. 


o 






Zlziphus celtidifolia DC. 


Bhammeae. 


Aro\ 


' koekoe lioe- 








[lang gedeli S. 


„ rufula Miq. 


J9 






„ Horsfieldii Miq. 


5) 






Nauclea L. spec. incert. 


Hubiaceae. ' 


7) 


„ lum- 








[boet laut S. 


Salacia L. spec. incert. 


Hippocrateaceae. 


j) 


koekoentoeno- 








[S. 


Convolvulus angularis L. 


Convolvulaceae. 


5> 


koekoepoe S. 


zie Aroy koepoe-koepoe S. 




j; 


koeloek leu- 








[keut S. 


Salacia radula Dtr. 


Hippocrateaceae, 






Cliilocarpus L. spec. 


Apocynaceae. 




koernper S. 


Par^^onsia javanica BL 


j» 


;; 


küepoe-koepoe 


Phanera (Bauliiniu) corymbosa 






• [s. 


[Korth. 
„ ( „ ) purpurea 


Papilionaceae. 






[Bnth. 


it 






Bauhlnia L. spec. inc. 


if 


7J 


koetjoeboeng 








[3. 


Calonyction longiflorum Hsskk 


Convolvulaceae. 


; j 


koDJal S. 


picus laevis Bi, var. pubiner- 








[vis BL 


Moreae. 






„ strigosa BL 


V 






„ villosa BL 


7J 






„ asperrima Ts. c^ Bndk. 


i> 


iy 


korre^:^ kottok 








[S, 


Bryonia scabrata BL 


Cucurbltaceae. 


;; 


korro ronteng 








[kambing S. 


,, marginata BI. 


?> 


?? 


krawatan S. 


Phyllanthera bifida BL 


Asclepiadeae. 


j) 


killan S. 


Gynaecura sarmentosa DC. 


Compositae. 


?) 


landoek S. 


Ampelopsis heterophylla BL 


Ampelideae. 


jj 


„ ben er S. 


Cissus japonica Wld. 


1} 


5> 


., gedeliS. 


„ genicukta BL, var. inae- 




?> 


., leutlek 


[qualis. 


)> 




[S. 


„ crenata VhL 


?> 



25 



Inlandsclie 
Kaam. 



Botsnische benaminir. 



Katuurlijk 
Familie 



Aro} 


'' lida bebek S. 


Rubiaceae spec. incertae. 




jf 


lokkot mata S. 


Artemisia L. spec. divers. 


Composltae. 


j) 


lopaiig bong- 








[kok S. 


Tricbosantbes costata BI. 


Cucurbitaceae. 


)j 


luksa S. 


Boebmeria repanda HsskL 


Urticaceae. 






Conocepbalus B\. 


Artocarpeae. 


j) 


malatti S. 


Jasminum L. spec. plur. 


Jasmineae. 


}j 


mandja S. of 






»> 


mand] el S. 


Medhiella radicans BI. 


Melastomaceae. 


)) 


mangender S. 


Combretum puiictatum BL 


Combretaceae. 






Salacia oblongifolia BI. c. var: 


Hippocrateaceae» 






Hippocratea indica L. 


jf 






„ L. spec. 2. 


>> 


1) 


mangoenang 








[S. 


Ecbites carYopbyUata Rxb. 


Apocynaceae. 


iy 


mata biang S. 


Caesalpinia L. spec. 


Papilionaceae. 


l> 


„ peutjang 








[S. 


Salacia L. spec. 


Ilippocrateaceae. 


;) 


moending dia- 








[loe S. 


Spatbolobus littoralis Hsskl. 


Papilionaceae. 






Combretum latifobum BI. 


Combretaceae. 






Kandia scandeus DC. 


Rubiaceae. 


^ï 


[Laut S. 


Papilionaceae incert : spec. 




1) 


mongel S. 


Medinella radicans BL 


Melastomaceae. 


V 


oeiit bangkong. 








[S. 


Erytbropala scandens BL 


Cucurbitaceae. 


;> 


„ goelmg S. 


Calonjction tricbospermum 








[Cbois. 


Convolvulaceae. 






„ diversifolium HsskL 


» 


?» 


oebie djawa S. 


Convolvulus batatas L. 


?» 


?> 


OTOllg S. 


Lufia cordifolia BL 


Cucurbitaceae. 






„ catbupicinna Ser. 


}> 


?> 


ommas S. 


zie Aroy ojong S. 




}} 


palembang S. 


Dendrobium anguLatum BL 


Orcbideae. 






Cleiseostoma spatbuLatum BL 


)f 






Cypripedium javanicum Rwdt. 


j> 



20 



Ie — s: 

InLniiclsclie 
Naam. 


Botanische benaming. 


Natuurlijke 
Familie. 


AroT j^apareh S. 
„ papassan S. 


Momordica Charantia L. 


Cucui/bitaceae. 


Coccinia guandis M. J. Eocmer. 


» 


„ paria gingeli 






[S. 


i» ?) 7> 


j» 




Bryonia laciniosa BI. 


ir 


„ patoek ma- 






[noek S. 


Thunbergia javanica BI. 


Acantbaceae. 


» jy ?> '^^ 


ïjlophora villosa BI. 


Asclepiadeae». 




„ tennis BI. 


1*- 




Modecca populifolia BI. 


Passifloreae. 




„ obtusa BI. 


7» 




„ palmata Lam. 


)) 


' 


„ macrophylla BL. 


7> 




„ acuminata Bi. 


»» 




„ integrifolia Lam. 


J> 




„ oblonga Hsskl. ' 


>»- 




„ cardiocarpa Hsskl. 


>> 




„ lobata Jcq. 


n 


J> ï» ï» 

[iumboet S. 


„ heterophylla BI. 


j> 


;, pitjoeng tjel- 


Gynaecocephalium macropliyl- 




[leng b. 


[lum Bi. 


Artocarpeae. 




Trichosanthes coriacea BI. 


Cucurbitaceae. 



;; » " ^^- 

[bener S. 
„ poelassarie S, 



., pubjlet ajam 

' rs 



„ grandiflora BI. 

„ bexasperma BI. 

Cocculus radiatus DC. 

„ acuminatus DC. 

Phytocrene glgantea Wall. 

„ macrophylla BI. 

Cocculus bantamensis BI. 

„ flavescens DC. 
Alyxia stellata E. & S. 
Airanosma Blumei A. DC. 
j, elegans G. Don, 

Tvlophora cissoides BL 



Menispermaccae, 



Apocynaceae. 



Asclepladeae, 







27 


- 


] 


nlandsclie 


Botanische benaminc;. 


Natuurlijke 
Familie. 




Naam. 


o 






Tylophora cuspidata Zip. 


Asclepiadeae. 






Heligma javanicum Bi. 


Apocynaceae. 


kroy purrles S. 


Connarus javanicus BI. 


Connaraceae. 






Roarea javanica BI. 


9 


}> 


rebabangonS. 


Mimosa pudica L. 


Mimoseae. 


j> 


sagaleutiekS. 


Abrus precatorius L. 


Papilionaceae. 


5) 


sahagi S. 


Gouania ferruginea Rwdt. 


Rbamneae. 


J) 


sambangan S. 


Phaseoleae incert. 


Papilionaceae. 


J> 


san ga langit 








[S. 


Cassyta filiformis L. 


Laurineae. 


1 




„ pubescens E,Br. 


:y 


)f 


sariboe S. , of 
seboe S. en 


Dalbergia sissoo Rxb. , en 
„ pseudo-sissoo Miq. 


Papilionaceae. 




sewoe S. 


}) 


» 


seuseurehan. S. 


Modecca Lnm. spec. 


Passifloreae. 


' i> 


si-haijam S. en 


Abrus melanospermus Hsskl. 


Papilionaceae. 


» 


si-kottok S. 


Capparis L. spec. 


Capparideae. 


7» 


sijoek boddas 








[S. 


Cissus adnata Exb. 


Ampelldeae. 


» 


„ gedeh S. 


„ thyrsiflora BI. 


it 


J> 


„ hiedjoeS. 


„ Blumeana Std. 


n 


ï> 


„ lam poen o- 








. [s: 


Vitis cymosa BI. 


jj 


» 


„ leutiekS. 


Cissus repanda Vhl. 


»> 


>> 


sirareb S. 


Vitis sylvestris BI. 


)» 






Gouania leptostachya DC, 


Ehamneae. 






„ retinaria DC. 


}) 


>» 


si va rail S. 


Zie Aroy sirareb S. 




;; 


siwoeroengan 








[s- 


Mussaenda L. spec. div. 


Rublaceae. 


JJ 


soesoë-an S. 


Cissus papillosa BI. 


Ampelideae. 


j> 


soesoe- moen- 








[ding S. 


Elaeagnus javanica BI. 


Elaeagneae. 






Parsoiisia javanica BI 


Apocynaceae, 


>» 


sowaghi S. 


Gouania L. spec. div. 


lihamneae. 


j; 


taai kottok S , 








[M, J.? 


Euphorbiaceae spec. incertae. 





23 



Iiilaiidsche 
!Naam. 



Botanische benamins;. 



Katuurlijke 
Familie. 



AroT 



takal laut S. 
tali ayoenan S. 
„ kientjier S. 
„ landak S. 

tamman S. 

taiio-taiio- an2;in 

o o o 

[S. 

tarav>'oeloe S. 



taiToem S. 
tatapaijan S. 
;, gedeh S. 

tataroeman laut 
[S. 

tawoeloe S. 

temberkidans: 
[S. 

terongoetanS. 

tiliel S. 

tiwoek S. 

tjaliengtjieng 

tjaloentjoen S. 
tjang-tjouw 

[mienjak S. 
tjannar babiS. 

tjannar bok- 

[kor S. 

tjapoe toelioer 

[S 



Papilionaceae spec. incertae. 

Abrus melanospermus lisskl. 
Convolvulus obscurus YhL 
Cissus obovata BI. 
Modecca acuminata BI. 
Eambusa Thouarsii Kth. 
Pterococcus glaberrimus HsskL, 

tof 
Hydraiostjlus corniculat. Hsskl. 

Cissampelos hirsutus Hmlt. 

„ convolvulacea Wld. , var 

[^. liirsuta. 

Marsdenia parvlflora Dcsn. 
Argyreia moUis Cliois. 
speciosa Chois. 






„ tiliaefolia "\Yght. 



Cassia L. spec. 

Zie Aroy tarawoeloe S. 

Acacia scandens Wld. 
Plelygma javanicum BI. 
Phanera (Bauhinla) debills Miq. 
Tricliosanthes ovigera BL 
Lufia petola Ser. 

Modecca cordifolia BI. 
Melastoma pudibundum BI. 

Stepbania capltata Sprg. 
Dioscoreae Plum. spec. divers. 
Smilax Trnf. spec. divers. 

Smilax Trnf. spec. divers. 

Mikania volubilis Wkl 



Papilionaceae. 

Convolvulaceae. 

Ampelideae. 

Passiflorae. 

Gramineae. 

Eupliorbiaceae. 

Ampelideae. 



Asclepladeae. 
Cenvolvulaceae. 



Papilionaceae. 



Mlmoseae. 

Apocynaceae. 
Papilionaceae. 
Cucurbitaceae. 



Passiflorae. 
Melastomaceae. 

Menlspermaceae. 

Dioscoreae. 

Smilaceae. 



Compositae. 



29 



Inlandsche 
Naam. 



Botanische LenamiiiG:. 



Natuurlijke 
Familie. 



kroj 


tjarayoeng S. 


?j 


tjaroelang S. 




tjatjabehan S. 


)> 


tjetjer S. 


» 


tjetjereli S. 


j> 


tjietjer S. 


i) 


tjoech lam- 




[pong S. 


jj 


tjoekil an- 




[djieng S. 


» 


tjoengkaiig- 




[kaïig S. 



„ burriet 

[S. 

V u leu- 

[wung S. 

„ lalakki 

tjoentjoen S. 

tjoetjoek go- 
[raït S. 

tjoetjoerian S. 

tJLillie mëong. 

tjumpal ki- 
[kies S. 

toekkoel tak- 
[kal S, 



Raphistemma HooperinnumDc. 
Convolvulus peltatus Frst. 
Phaseoleae spec. incert. 
Quamoclit phoenicea Cliois. 
Eourea javanica BI. 
Dalbergia Bluraei Hrt. Bog. 
Connarus javanicus Bi. 

Vitis cymosa BI. 

Dalbero;ia sissoo Kxb. 

Parsonsia javanica BI. 
Chilocarpus d( nu latns BI. 
Strychnos colubnua Wil. 
Coelospermum scandens BI. 

Centrostemma moltilionim Bcsii 
Cvstidianthus campanulatus 

[HsskI 
Hoya campanulata BI. 
Gynaecopaclius acuminatus BI 

Apocynaceae spec. inc. 

Vallaris laxiflora BI. 

Cliilocarpns suaveolens BI. 
Clematis Lessclienaultiana DC, 
„ aurea Ii\Ydt. 

Toddalia micrantha Hsskl. 
Hippocratea indica Wld. 
Pi per mollissimum BL 

Ecliites coriacea BI. 

Croton dentlculatum BI. 



Asclepiadeae. 

Convolvulaceae. 

Papilionaceae. 

Convolvulaceae. 

Connaraceae. 

Papilionaceae, 

Connaraceae. 

Ampelideae. 

Papilionaceae. 

Apocynaceae. 

Loo;aniaceae. 
Eubiaceae. 

Asclepiadeae. 



Eubiaceae. 

Apocynaceae, 

?) 
Eanunculaceae. 

Xantlioxylaceae. 
H i p poe ra te a c e a e . 
Piperaceae. 

Apocynaceae. 

E]upljorbiaceae. 



30 



Inlandsche 
Naam. 



Botanische bcnamin£]i;. 



Natuurlijke 
Familie. 



Aroy toekoel takkal 






[mien-jak S. 


Corabretum Wallichü DC. 


Combretaceae. 


,, \\'alen S. 


Phyllanthera bifida BI. 


Asclepiadeae. 


,, wareng S. 


Canthium scandens BI. 


Rubiaceae. 


,, wat S. 


Zie Aroy oëat S. 




„ •\Yohwel oetan 






[S. 


Spermacoce hlspida L. 


Rubiaceae. 


Asam besembi M. 


Oldenlandia Teysmanniana. 




[Sum. 


[Miq. 


„ 


Assa 0. 


Evodia latifolia DC. 


Diosmeae. 


„ wali Cr. 


Pterocarpus flavus DC. 


Papilionaceae. 


Assaihe toenie Amb. 


Smilax zeylanica L. 


Smilaceae. 


Assam hollanda M. 


Hibiscus sabdariffa L. 


Malvaceae. 


„ djawa M. 






., kiranjie M. 


Tamarindus indica L. 


Papilionaceae. 


,, kranjie M. 






,, tambiloengan J. 


Begonia L. spec. 


Begoniaceae. 


Assar Amb. 


Sesuvium portulacastrum L. 


Portulaceae. 


Assem asseman J. 


Polygonum L. spec. 


Poljgoneae. 


Assior Mand. 


Kaempferia galanga L. 


Zingiberaceae. 


Assiwoeng radja 






fmantrie S. 


Typha angustifolia PtBr. 


Typbaceae. 


Asso T.^ 


Ilernandia sonora Wld. 


Hernandiaceae. 


„ kaloet Amb. 


Achyranthes bidentata BL, B. 






[elongata. 


Amarantaceae. 


„ telina Amb. 


Desmoscbaeta postrata D(J. 


?> 


„ „ laun Amb 


Ilydrocotyle asiatica L. 


Umbelliferae. 


Assum aroy S. 


Dalbergia Blumei Ilrt. bog. 


Papilionaceae. 


„ djawa S. 


Tamarindus indica L. , var : 






[macrocarpa Nees Jr. 


Ji 


„ rangie S. 


„ „ var: platvcarpa 






[Nees Jr. 


'» 


„ zevlon S, 


Garcinla cambogia L. fs. 


Clusiaccae. 


Atalai T. 


Atalaya salicifolia BI. 




Atis T. 


Anona asiatica L. 


Anonaceae. 


Atjoeng S. 


Amorphophallus bull/ifer BI. 


Aroidoac. 




., campanulatus BI. 


» 



31 



Inlandscbe 


Botaniscbe benaming. 


Natuurlijke 
1^ • 1 ■ 


Xaam. 


Ö 


1^ amilie. 




Amorpbopballus giganteus BI 


Aroideae. 




Bracbyspatba Muelleri Scbott. 


j) 




„ variabilis Scbott. 


)j 


Atjoeng Loddas S. 


„ „ „ var. im- 






[macuktus. 


11 


Atoon laut M. 


Heritiera littoralis DC. 


Sterculiaceae. 


Attehoe Br. 


Jagera spcciosa BI. 


Compositae. 


Attihoe seloe Amb. 


Polypodium quercifolium 'Wld. 


Polvpodiaceae. 


Aule Ht. 


Bambusa verticillata Wld. 


Gramineae. 


Aupaloelan Ht. 


Ixora amboiuica BL 


Kubiaceae. 


.„ niahina 






[Amb. 


Clerodcndrum infortunatum BL 


Yerbenaceae. 


„ poetie Ht. 


Piper subpeltatum Wld. 


Piperaceae. 


Auparoelan Lt. 


Ixora amboinica BL 


Rubiaceae. 


Aussi abbal Amb. 


ïropbis spniosa Kxb. 


Artücarpeae. 


„ pipis Amb. 


Citrus limonellus HsskL 


Aarantiaceao. 


„ woloe Amb. 


„ bvstrix DC. 


)> 


Avi-avi M. 


Ficus avi avi BL 


Moreae. 


A^var-awar J , BI. 






[& Bat. 


„ septica Sprg. 


if 




„ allutacea BL 


?» 


Awi S. 


Bambusa Scbreb., spec. omn. 


Gramineae. 


„ apiis S , M. 


„ apus Scblt. 


;> 


„ attei' S. 


„ verticlüata BL 


J> 


„ bitoeng S.,M. 


„ iiigro-cibata Büse. 


)> 


„ gedeb S. 


„ Scbreb., spec. 


J> 


„ gombong S. 


)> 5> J> 


J» 


j, bauer gading 






fS., Pal. 


31 » j; 


» 


„ bauer geiüies 






[S. 


„ fera Miq. 


J» 


„ bauer konneng 






[s. 


Bambusa Scbreb., spec. 


5» 


,, „ tjoetjoekS. 


Scbvzostacbium Blumei K ab. 

[Es. 


JJ 


„ liiedung S. 


Bambusa iii<2;ra Lodd. (?) 


5, 


;, kriesiek S. 


Becsba fax Schlt. 


J) 



32 




Awi tali S. 

„ tamiang S. 

„ tam man S. 

„ tjangkorreh S. 

„ tjangkoettoek 

[^- 

„ t'oetjoek S. 
„ toetoel S. 
„ ülül S. 
„ M'oeloeng S. 
Awakkal Amb. 



Baayawie S. 
Ba-a-lo S. 
Babadatan J. 
Babadottan boddas S. 

„ burrum S. 



„ lieedjoh S. 

Babangngan Kawl. 
Babawan2;an S. 

„ trisua S. 
Babie M, E, 
l^abing J. 
l^aboeta Cr. 
Babon BI. 
Badjang badjang "BI, 
Badjoele T. 
Baclo Mak. 
Badüpjoet S. 



Bambusa apus Schlt. 

vertlcillata BI. 



Dinocblo'i tjangkorreb Scblt. 

Bambusa Scbrob spec. 

Schijzostaclilam durie Rupr. 

Bambusa Scbrb., spec. 

„ elegantissima HsskL 

„ nigra Lodd (?) 

Pterocarpus flavus DC. 



B. 

Acer cassiaefollum BL 
Eicus bengalensis H & S. 
ITyptis suaveolens Poit 
Anisomeles malabaricum R. Br, 
[fiore albo. 

[rubro. 

Ageratum conijzoides 1^., caule 

[rubro. 

[vïridi. 
Areca catecbu L. 
Pancratium cordatum L. 
Haemanthus puniceum Jcq. 
Cr^qoterrbonia paniculate BI. 
Sauropus rhamnoides BL 
Excoecaria agallocha L. 
Gumira integrllblia Ilsskl. 
Andropogon acicularis Trin. 
Melaleuca leucodendron L. 
Schlelcliera trijuga BI. 
Trichosauthös villosa BL 



Gramineae. 



Papilionaceae. 



Acerineae. 

Moreae. 

Labiatae. 



Compositae. 



Palmae. 
AmarijUideae. 

?) 
Khamneae. 
Eupborbiaceae. 

5) 

Yerbenaceae. 

Gramineae. 

M^^staceae. 

Sapindaceae. 

Cucurbitaccac. 





a3 




Inlandsclie 
Naam. 


Botanische benaming. 


Natuurlijke 
Familie. 


Badoel S. 


Amorpliophallus campanulatus 

[BI. 


Aroideae. 




„ giganteus BI. 


)» 


r)adok banlvon J. 


Anisomeles ovata Br. 


Labiatae. 


Badoerie S, M. 


Calotropis gigantea H. Br. 


Asclepiadeae. 


Bao-oe M, R. 


Gnetum gneinon L. 


Gnetaceae. 


Baiioes VA. 


Oryza sativa L. (Semina denu- 






[data). 


Gramineae. 


Rahoct Br. 


EngeJhardtia selanica BI. 


Juglandeae. 


Balioeta Sum. 


Tacca montana Kmpli. 


Tacceae. 


Baya Mak. 


Morinda citrifolia L. 


Rubiaceae. 




„ bracteata Exb. 


;j 


Bayam lolior J. 


Sdimiedelia cobbe DG. 


Sapindaccae; 


Bajang Mak. 


Intsia amboinensis Thrs. 


Papil ionaceae; 


„ bali J. 


Moscliosma poljstacliya Bntii. 


Labiatae. 


Bajau tjina M. 


Ruellia repanda L. 


Acanthaceae, 


Bajem M. BI. 


Amaranthus oleraceus L. 


Amarantaceae. 




,, polTgamus Wld. 


5» 




„ tristis Lour. 


tj 


„ badoerie M. 


„ spinosiis L., var. viri. 






[dicaub's Hsskl. 


i} 


„ besaar M. 


Cladoytacliys muricata Don. 


jj 


„ betoel M. 


Amaranthus retroflexiis L. 


^» 


„ doerie M. 


„ spinosus L. 


■} 


„ ejkor koet. j ing 






[M. 


Celosia cristata L. 


j j 


„ loelioer BI. 


Cladostachys muricata Don. 


1? 


„ meirali M. 


Amaranthus tricolor L. 




„ moiijet M. 


„ polystacliyus ^Yld. 


:! 




„ prostratus Bib. 


i* 




,, spinosus L, 


1f 


„ oetan M. 


„ „ L., var.Tiri- 






[dicauiis Ilsskl 


13 


„ poll on M. 


Zie Bajem besaar M. 




,, sajor M. 


Amaranthus oleraceus L. 


}f 


„ salassie S. M. 


1 ,, cruentns L. 


J7 


Bavn Java T. 


i Thesposia miacrophylla BI. 


Tiiiaceae. 



DL. XIX, 



34 



Iiilandsche 
Naam. 


Botanische benaming. 


Natuurlijke 
Familie. 


Baynan Mak. 


Averrlioa carambola L. 


Oxalideae. 


,, tiada Mak- 


„ bilimbi L. 


j» 


Bayngiri BI. 


Ficus nitida Thnb. 


Moreae. 


Bajoe I. 


Nipa fruticosa Thnb. 


Palraae. 


Bajoer S. M. J. & K. 


Pterospermum lancaefolium' BI. 


Büttneriaceae. 




„ suberifolium Wld. 


}> 


J> 1} )? J> /? J7 


Acer cassiaefolium Bi. 


Acerineae. 




Engelhardtia serrata BI. 


Juglandeae. 


Bakar Mak. 


Artocarpus laevis HsskL 


Artocarpeae. 


Bakattak S. 


Piper malamiri L. 


Piperaceae. 


Bakaö Phill. 


Bruguiera parviilora W. & A. 


Rhizophoreae, 




„ cylindrica BI. 


}) 


Bakawan Pliill. 


j> j> >» 


it 


Bakkor M. 


Rhizophora conjugata L. 


)> 


Bako M. J. 


n ,y L. 


» 




Bruguiera Kumphii BI. 


» 




Sonneratia acida L. 


Myrtaceae. 




„ alba Smith. 


1} 


„ katjang J. 


Rhizophora mucronata Lam. 


Rhizophoreae. 


Bakoeng S. M. 


Crinum asiaticum L., & aliae. 


Amaryllideae. 


Bak-ti-hoë Cli. 


Jasminum sambac L. 


Jasmineae. 


Balabi Dd. 


Gumira integrifolia Hsskl. 


Verbenaceae, 


Balakkatoa S. 


Zingiber cassumunar Rxb. 


Zingiberaceae. 


Balam tambaga Sam. 






[WK. 


Isonandra gutta Hk. 


Sapotaceae. 


„ tandoek Pal 


Azaola (Ceratophorus) Leerii 






[Ts. & Bndk. 


j; 


Baleloetan M. 


Homalonema rubescens Kth. 


Aroideae, 


Baleor S. 


Cucurbitaceae Jss. spec. divers. 




Baliego S. M. 


Cucurbita farinosa Bi (Benincasa 




o 


[cerifera Sv. 


Cucurbitaceae. 




„ villosa BI. 


j> 


Baliek soempa S. 


Aralia javanica Miq. 


Araliaceae. 




„ montana Bi. 


)> 



Ballntette BI 
Buli:S bukkoi Mtik. 



Wissadula zeylanica Mdk. 
Convolvulus peltatus Frst. 
Ziziphus jujuba L. 



]\Ialvaceae. 

Convolvulaceac. 

Rhamneae. 



35 




Botanische benamino-, 



Natuurlijke 
Familie. 



Balla balla M. 
Balletjaai pagger Btj 
Ballo Mak. 

Balobar Phill. 
Baloen anjoek S. 
„ injoek S. 

Baloengboeug S. 
Baloeng kajoo M. 
Baloer Mak. 
Baloestroe M, 

Balong-balong S. 
Barna Mak & T. 

Bambaloe Bg. 
Bamban S. M. R 
[J. & T, 



Bamboe M. 


?} 


ampel Bat 
adong M. 
andor M. 




apoes M. E 
atter M. 


)) 


bitoeng M. 


» 


[R 
boeloe M. 




djawa J. 
doerie M. J 




gading J. 
iraton J, 


;, 


itam M. 



Pontederia vaginalis L. 
Curcas purgans Mdk. 
Arenga saccharifera Lab. 

[(succus) 
Jambosa domestica Emph. 
Polyalthia subcordata Bi. 
Schizochiton patens BI. 
Djsoxylon longifolium BI. 
Barringtonia excelsa BI. 
Antidesma fililbrme BI. <z major 
Jasminum sambac L. 
Luifa foetida Cav. 

„ petoio Ser. 
Viscum articulatum Brm. 
Enhalus Koenigii Rich. 
Plumbao;o rosea L. 
Entada pursata DC. 

Maranta Jacquini R. & Scli. 

„ dichotoma Wld. 
Phrjnium dichotomum Rxb. 
ïhalia cannaeformis Wld. 

„ geniculata L. 
Bambusa Sclireb. spec. omn. 

„ fera Miq. 

„ verticillata Rupr. 
Dendrocalora us strictus JNF. ab Es. 
Bambusa apus Sclilt. 

j, verticillata BI, 

„ nigro-ciliata Büse. 

„ Schreb. spec. 1. 

„ vulgaris Wld. 
Schyzostachium durie Rupr. 
Bambusa Schreb. spec. 1, 
zie B. doerie M. J. 
Bambusa ni^'ra Lodd. 



Pontederaceae. 

Euphorbiaceae. 

Palmae. 

Mvrtaceae. 
Anonaceae, 
Meliaceae. 

Myrtaceae. 

Antidesmeao; 

Jasmineae. 

Cucurbitaceae. 

VIscaceae. 
Plydrocharideae 
Plumbagineae, 
Mimoseae. 

Cannaceae 
j> 

?> 

Gramineae. 
ji 
?> 
>> 

n 
j> 

i% 
?> 

j? 

;» 



36 



Inlandsclie 
Xaam. 



Botanische benamini 



Natuurlijke 
Familie. 



Eamboe krisiek S. 


SchyzostacliTum Blumei N. au 






[Es. 


Gramineae. 


,, lengka M. 


Bambusa nigro-ciliata Büse , 






[var. iS. 


n 




Schvzostacbyum Blumei N. ab. 






[Es. 


» 


„ maj-ang M. 


'5 5> » 


;j 


„ oelar M. 


Bambusa Schreb., spec. 1. 


j> 


„ talie M. 


,, apus Schlt. 


;> 


„ tjina M. U. 


Arundinaria glaucescens Bich. 


)> 


„ „ alocsM. 


Iscliurcclilöa floribunda Büse. 


j> 


Eamboelan poeian 






"[S. 


Pavetta subvelutina Miq. 


Eubiaceae. 


Bana BI. 


Smilax zeylanica L. 


Smilaceae. 


Bandira 0. J. 


Ficus Bumphii BI. 


Moreae. 


Baiio-ian J. & BI. 


Giuelina viliosa Exb. 


Verbenaceae.| 


\ lalakki M. 


Phoberos chinensis Lour. 


Bixaceae. 


Bnngkal R. 


jS'acuiea orientalis D. 


Eubiaceae. 


Bangkoeang. M. & 


. 




[BI. 


Tpomoea mammosa Chois. 


Convolvulaceae. 




Pachyrrhizus angulatus Bich. 


Papilionaceae. 


„ hollsTida M. 


Convolvulus sidaefolius Bngl. 


Convolvulaceae. 


Banska J. 


Ilernaridia sonora L. 


Hernandiaceae. 


Bangko J. & BI. 


lihizopliora candelaria BC. 


Eliizophoreae. 




„ mucronnta Lain. 


?> 


Baiigkoedoo M. R. 


Morinda citrifolia L. 


Eubiaceae. 




„ umbellata. 


>> 


., badak M. B. 


Fagraea morindaefolia BL 


Loganiaceae. 


.j dawoii besaar 






[IL 


Morinda citrifolia L. 


Eubiaceae. 


„ lakki lakki M. 


„ bracteata Rxb. 


j> 


■.„ oetan M. E. 


Fngraea morindaefolia Bi. 


Loganiaceae. 


Banglaai M. J. & BI. 


Zingiber cassumunar Exb. 


Zingiberaceae, 


„ lalakki M. 


Alpinla malaccensis Exb. 


i) 


BaiiiroeiiiT J. 


Barrinirtonia acutan^-ula Grtn. 


Myrtaceae. 




„ raceniosa Bi. 


i> 


Bang-'n baiigon M 


Cüleiis aromaticus Bnth. 


Labiatae. 



37 



Inlandsche 
Naam. 


Botanische benamincr. 


Natuurlijke 
Familie. 


o 


Bangoii bangon na- 


Celosia cristata L. 


Amarantaceae. 


[bara Man. 






Baniream J. 


Phaseolus farlnosus L. 


Papilionaceae, 


Bankal S. M. & R. 


Nauclea purpurea Ilxb. 


Kubiaeeae, 


„ lakki lakki 


}) )j n 


}; 


[M. 








„ orientalis DC. 


J> 


„ parampoean 


Cadamba nocturna Ham. 


J> 


[M. 






Bankil M. 


Rliizophora conjugata L. 


Rhizoplioreae'; 


Bantjet J. 


Turpinia sphaerocarpa Hsskl. 


Staplivleaceae. 


Bantji leuheur S. 


Deeringia indica Sprg. 


Amarantaceae. 


l^apasay Lli. 


Ventilago mad<?raspatana 'WlCi. 


Rhamneae. 


Bapassoiigan S. 


Sonneratia acida L. 


JMelastomaceae. 


Barakkattak S. 


Piper malamiri L. 


Piperaceae. 


Barang J. 


Polygonum rbizocaulon Bi'. 


Palygoneao. 


Barang-barang Mak. 


Pülypodium qaercjfoiium ^Vld. 


Polvpodiaceae. 


Baroboi J. 


Gvnaecotroclius axillaris BI. 


Ciusiaceae. 


Baroe M. & E. 


zie Waroe M. 




T 


Caryota Pbumphiana BL 


Palmae. 


„ gaUam Mak. 


Mekaleuca leucodendrou L. 


IMjrtaccae. 


„ laat M. 


Cordia Rumphii BL 


Cordiaceae. 




ïbespesia macrophjna BL 


Tiliaceae. 


„ parte\^ M. 


j> jj n 


?> 


„ tjina'M. c^E. 


Artemisia moxa Berses. 


Compositae. 




„ Yulgaris L. 


jr 


Baroenai (?). 


Crataeva L. cpec. bantam. 


Cnpparideae. 


Baros J. 


Fagraea morindaefolia BL 


Jjoganlaceae. 


Barus Lh. 


Cassla javanica L. 


Papilionaceae. 


Baso Amb. 


Dipkarium maLabarlcum Sprg. 


Polypodiaceae. 


Basse Bk 


Piper betle L. 


Piperaceae. 


Bata Cr. 


Mangifera altissima BL 


Anacardiaceae. 


Batakka Uen. 


Kaempferia galanga L. 


Zingiberaceae. 


Batar Mak. 


Sorghum saccharatum Wld. 


Gramineae. 


Batatas M. 


Convolvulus batatas L. 


Convolvulaceae. 


Bate M. & Lt. 


Inga saponaria DC. 


Mimoseae. 




Mangifera foetida Lour, 


Anacardiaceae, 



l 



Inlandsche 

Naam. 



Botanische benamiüir. 



Natuurlijke 
Familie. 



Batel M. & BI. 
Bati-bati BI. 
Eatiang M. & Bd. 
Batoe S, M. & E. 



„ lientjar S. M. 
., ,j boddas S. 

j^ ., burrum S 

;, „ leutiekS. 

;, malakka M. 

5, seetan i\L 
Batsjam-batsjam BI. 
Batsjanfr-kiano; Ch. 
Battari M. 
Batteka M. 
Bauvra appoer Am.b. 

„ foeroe T. 
Bawang M. S. 

., boddas S. 

,, burrum S. 

„ kladie J. 

„ koetjeyM. Ch, 

,, oetan J. 

j, meirah M. 

., poetih M. 

5, „ oetan Lt. 

., prey S. M. 

„ rakk'joo M. 

,, timor M. 

,, tjina M. 
Bawangar I. 
Bawraka T. 



Manmfera foetida Lour. 
Leucas linifolia Sprg. 
Maugifera foetida Lour. 

„ altissima BI. 
Amorphophallus campanulatus 

[BI. 
Blumea lacera DC. 

„ , var.Com- 
[mersonii. 
„ ,, „ , var. Bur- 

[mannii. 
,; „ „ , var. Blu- 

[mei DC. 
Mangifera foetida Lour. 
Hymenophallus daemonum Ns. 
Begonia tuberosa Drjand. 
Pancratium zeylanicum L. 
SorMium saecharatum AYld. 
CitruUus edulis Spch. 
Amaryllis rotundifolia Lam. 

Allium L. spec. divers. 

., sativum L. 

., ascalonicum L. 
Scirpus juncoides Ilxb. 
Allium L. spec. chinens. 
Amaryllis rotundifolia Lam. 
zie Bawang burrum S. 
zie Bawang boddas S. 
Tacca montana Rmph. 
Allium porrum L. 

., rakkjoo Siebld. 

„ L. spec. 

„ cepa L. 
L^rostigma modestum Miq. 
Aleurites laccifera Lour. 



Ariacardiaceae. 

Labiatae. 

Anacardiaceae. 



Aroideae. 
Corapositae. 



Anacardiaceae. 

Gasteromycetes. 

Begoniaceae. 

Amaryllideae. 

Gramineae. 

Cucurbitaceae. 

Amaryllideae. 

Liliaceae. 



Cyperaceae. 

Liliaceae. 

Amarvllideae. 



Taccaceae. 
Liliaceae. 



Eupliorbiaceae. 



Sd 



Inlandsche 
Naam. 



Botanisclie benaminf^. 



Natuurlijke 
Familie. 



Bea-bsa S. 
Bebeak S. 
Beberet S. 
Bebesahran S. 
Bedas S. 
Bedh R. 
Bedok-gil S. 
Bedek-gih S. 
Behdji J. 
Bejettan J. 
Belawa Bg. 
Belehkehtehpeh S. 
Belyong M. 
Beloedroe J. 
Belondottan J. 
Beloo itam Amb. 
Bemban M. R. 
Benang M. R. 
Beiidah S. 
Bengang S. 
Beno-ano-an J. 
Benüberettian S. 



Benger (?). 



Mak. 



Bengkoedoe 
Bengok M. 
Benoh S. 
Berel Lt. 
Berobdjo S. 



Besieran J. 
Bessa magoemi 
Betau Mak. 
Beteh beti M. 



R. 



Sao-ittaria hiruudinacea BI. 
Fagraea obovata-javana BI. 
Fragaria chrysantha Z. & M. 
Morus indica L. 
Piper nigruiü L. 
Carica papaya L. 
Spbaeranthus microcepli. AYld. 
Dicbrocephala paniculata Miq. 
Cynoglossum L. spec. 
Lansium domesticum Jck. 
Stagmaria verniciflua Jck. 
Ecbinocarpus sigun BI. 
Kibessia azurea DC. 
LufFa petola DC. 
Lycopersicum esculentum Mll. 
Maba ebenus Sprg. 
Mangifera tbalpa. 
Justicia purpurca L. 
Artocar])us pubescens "\Yld. 
Neesia altissima BI. 
Polygonum rliizocaulon de Br. 
Rubus rosaefolius Sm. 

„ fraxinifolius Poir. 
Cratoxylon BI. spec. nov. 
Lagerstroemia ovalifolia T. & 
[Bdk. 
„ reginae Rxb. 
Morinda bracteata Rxb. 
Ottelia javanica Miq. 
Pancratium cordatum L. 
Pandanus humilis Wld. 
Amarantus cruentus L. 
Celosia argentea L. 
Drapieza multiflora (BI ?). 
Aristolocbia indica L. 
Calopbyllum inopbyllum L. 
Carica papaya L. 



Alismaceae. 

Loganiaceae. 

Rosaceae. 

Moreae. 

Piperaceae. 

Papayaceae. 

Compositae. 

)» 
Asperifoliae. 
Meliaceae. 
Anacardiaceae. 
Bixaceae. 
Melastomaceae. 
Cucurbitaceae. 
Solanaceae. 
Ebenaceae. 
Anacardiaceae. 
Acanthaceae. 
Artocarpeae. 
Laurineae. 
Polygoneae. 
Rosaceae. 

Ilypericineae. 

Lytbrarieae. 

Rubiaceae. 

Hydrocharideae, 

Amaryllideae. 

Pandaneae. 

Amarantaceae. 

Melanthaceae. 
Aristolocbieae, 
Clnsiaceae. 
Papayaceae. 



40 



1 

Inlandsche | 

Xaam . i 


Botanische benaming. 


Natuurlijke 

Familie. 


Te teil melrah Men. 


Homalonema rubrum Ilsskl. 


Aroideae. 


papaja M. R. 
., rawang M. R. 
Bet-zy Cli. 


Carica papaya L. 
Dioscorea aculeata L. 


Papayaceae. 
Dioscoreae. 


Bi Cii. 


Oryza sativa L. (semina). 


Gramineae. 


Bia S. 


Alocasia indica Scliott. 


Aroideae. 


Bia-bia BI. 


Pontederia vaginalis L. 


Pontederiaceae. 


Biahoet Br. 


Engelhardtia selanica BI. 


Anacardiaceae. 


Biarera ï. 


Oryza sativa L. (semina cocta). 


Gramineae. 


Bias M. 


Areca borrida Griff. 


Palmae. 


Biawas Mak. 


Janibosa alba Ptmph. 


Myrtaceae. 




„ celebica BI. 


?> 


Biclibier (?). 


Antidesma L. spec. 


Antidesmeae. 


Bidak bankong J. & 


Bradleja Bnks, spec. 
Yernonia cinerea Less. 


Euphorbiaceae. 
Compositae. 


[BI. 
BidaraM. S. 


Ziziphus jnjuba Lam. 


Ehamneae. 


„ goeno-flg J. 
„ laut M. 


Diospyros L. spec. 
Ziziphus HoTsfieldii Miq. 


Ebenaceae. 
Ehamneae. 


„ lentiek S. 
„ pahit J, 


,, rufala Miq. 
Strychnos colubrina Wil. 


5f 

Loganiaceae. 


„ patis S. 


„ nux vomica L. 


?) 


Bidata M. J. 


Sonneratia acida L. 


Melastomaceae. 


Bidjan Ivl. S. en 


„ pagatpat Blanco. 


}f 


Bidjin M. E. 


Sesamum indicum L. 


Bignoniaceae. 


Bido-bido T. 


Rilizophora candelaria DC. 


Rhizophoreae. 




„ mucronata Lam. 


1} 


„ marau T. 


Piper betle L. 


Piperaceae. 


., masoffo T. 


„ siriboa L. 


» 


„ ritsja T. 


., longum Dtr. 


5» 


Bidoer S. 


Pandanus latissimus Bi. 


Pandaneae. 


Bidoerie M. E. 


Calotropis gigantea R. Br. 


Asclepiadeae. 


Bidoto J. 


zie Bidata M. J. 




„ oedang J. 


Sonneratia alba Smith. 


Melastomaceae. 


Bidjietan M. 


Lansium domesticum Jck, var. 






[/S biedjietan Hsskl. 


Meliaceae. 





41 




1 Inlandsche 
Naam^ 


Botanische benaming. 


Natuurlijke 
Familie. 


Bieno-bien S. 


Pinanga Kuhlii BI. 


Palmae. 


o 


„ latisecta BI. 


)> 


Blentaroh S. 


Cerbera odollam Hmlt. 


Apocynaceae. 


„ leutiek S. 


„ lactaria Hmlt. 


?> 


Bientaus J. 


Wriglitia pubescens E. Br. 


)> 


Bintienoe S. 


Yisenia iimbelkta Houtt. 


Büttneriaceae^ 


Biesietan M. 


zie Biedjietin M. 




Biet boddas S. (?). 


Bèta Yulgaris L., alba. 


Chenopodeae. 


., bnrrum (?). 


„ , rubra. 


jj 


BIfi mafalla T. 


Hernandia sonora AVld. 


Hernandiaceae^, 


Bihaun BI. 


Dioscorea aculeata L. 


Dioscoreae. 


Byo BI. 


Musa paradisiaca L. 


Musaceae» 


„ loetton BI. 


„ acuminata Coll. 


>> 


Bikoro M. 


Mounda citrifolia L. 


Eubiaceae. 


Bila Mak. 


Aegle niarmelos Exb. 


Aurantiaceae. 


Bilak M. E. & BL 


7) iy " 


»> 


Bilimba T. 


Averrhoa carambola L. 


Oxalideae. 


Bilimbing M. J. 


IJ jj '> 


»> 


Bilio maman Bon 


Panax fruticosum DC. 


Araliaceae. 


Biloek S. 


Melia odorata llwdt. 


Meliaceae. 


Biloeloe BI. 


Arenga saccharifera Lab (Pruc- 






[tus.) 


Palmae. 


Bimbini? S. J. 


Pinanga costata BL 


71 


o 


Ptychosperma Latisecta Miq. 


J» 




„ Kuhlii Miq. 


J* 




„ costata Miq. 


)» 


Blnan Ch. 


Areca catechu L. 


1} 


Binang M. E. 


zie Binong M. 




Biiidatoin Mak. 


Cajanus flavus DC. (?). 


Papilionaceae. 


Bmdjei M. E. 


Mangifera foetida Lour. 


Anacardiaceae. 


Biiwkawan M. 


Gleichenia Hermanni E. Br. 


Gleicheniaceae. 


Binoiig M. 


Bucida nitida ïlsskl. 


Combretaceae. 




Tetrameles Horsneldii E. Br. 
Pterocymbium javanicum. 


Datisceae. 


„ peiitjang S. 


Eottlera affinis Hsskl. 


EupLorbiaceae, 




„ indica "Wld. 


5) 


Bintan besaar M. E. 


Cerbera odollam Hmlt.. 


Apocynaceae. 



42 



Inlandsclie 

Xaam. 



Botanische benaming. 



Katuurlijke 
Familie. 



Bintan ketjil M. E. 
Bintangor laat J, 

„ oetan M. 
Bintaroh Bi. 
Bira T. 

„ M. E. 

„ aver M. Pu 

„ boddas S. 

„ burrum S. 

„ kaladi M.R. 

„ ketjil M. R. 

„ negrie M. R. 

,, oetan 3.1. E. 
Birani Mak. 
Birara J. 
Biring simolal Z\I. 

[Sum. AYk. 
Birindjene Mak. 
Biroe S. 



Biroeroeng M. R. 
,, itam M. R. 

,, meirah M.E 
Biroug S. 
Bisoroh S. 

,, hiedung S. 
Bissi mattan Bd. 
Bissoela Mak. 
Bitau Mak. 
Bit-kam Cli. 
Bitoe lientjar S. 
Biioele Men. 



Cerbera lactaria lïamlt. 
Calopbyllum inopliyllum L. 
„ sulatri Brm. 

Cerbera lactaria Hmlt. 
Oryza sativa L. (seai. denudata) 
an Colocasia indica Hsskl? 
Aslaonema oblon2:ifolium Kntb. 
Calladium ovatum AYld. 
Alocasia variegata C. Kocb & 
[Bouché. 
,, metaHica Schott. 
Colocasia antiquorum Schott. 
Typhonium divaricatum BI. 
Alocasia macrorrhiza Schott. 
Calladium sagittifolium "Wld. 
Ficus benglialensis L. 
Quamoclit vulgaris Chois. 
Argostemma Teijsmannianum 

[Miq. 
Clcrodendron Inerme Grtn. 
Colocasia odorata Brgu. 
Pimela hispida BI, o scabra. 
Canarium hispidum BI. /S majus 

[Hsskl. 
Melastoma Brm. spec. divers, 
j, polyanthum BI. 

., asperum L. 
Ficus toxicaria L. 

,, fecunda BI. 

., hispida BI. 

., scaberrima BI. 
Hydrocotyle asiatica L. 
Licuala ? bissula Miq. 
Calophyllam inophyllum L. 
Citrus aurantium Lam. yariet. 
Blumea lacera DG. 
Bioscorea hirsuta L. 



Apocynaceae. 
Clusiaceae. 

Apocynaceae. 

Gramineae. 

Aroideae. 

V 

» 

1) 
1f 



1t 

Moreae. 
Convolvulaceae. 

Rubiaceae. 
Yerbenaceae. 
Aroideae. 
Burseraceae. 



Melastomaceae. 



11 
Moreae. 



Umbelliferae. 

Palmae. 

Clusiaceae. 

Aurantiaceae. 

Compositae. 

Dioscoreae. 





43 


• 


Inlandsche 
Naam. 


Botanische benaming. 


Natuurlijke 
Familie. 


Bi toerong itam M. 


Melastoma polvanthum BI. 


Melastomaceae. 


Blaboe S. 


Begonia papillosa Rwdt. 


Begoniaceae. 


Bladong Bi. 


Euphorbia neriifolia L. 


Euphorbiaceae. 


Blakka toepoe J. 


Croton polot Brm. 


)> 


Blankondang S. 


Cyclostemon macrophyllum BI, 


); 


Blantoy S. 


Artemisia indica Wld. 


Compositae. 


Blarong 0. J. 


Mappa denticulata BI. var. to- 






[mentosa Mor. 


Euphorbiaceae. 


Bleketoepoek J. 


Claoxylon indicum Endl. 


>» 


Blendreng S. 


Hymenodyction Holsfieldii Miq. 


Rubiaceae. 


Bliembun^ bessie M. 






[BI. 


Averrhoa carambola L. 


Oxalideae. 




„ bilimbi L, 


}) 


j, boelat M. 


}) ).* j> 


. }» 


„ voeloe M. 


IJ )» »» 


» 


„ kris M. 


„ carambola L. 


V 


„ manies M. 


»> )» »i 


?> 


„ cetan M. 


Cylindria rubra Lour. 


Proteaceae (?). 


Blino-o-it J. 


Sonchus malajanus Miq. 


Compositae. 


Blykko J. 


Cucurbita farinosa BI. 


Cucurbitaceae. 


Bloemboeng-dalangJ. 


Cassia marginata Exb. 


Papilionaceae. 


Bloentas S. M. & J. 


Pluchea indica Less. 


Compositae. 




Microglossa volubilis DC. 


jj 


Blontas S. M. 


zie Bloentas. 




Bloentas tjina J. 


Senecio biflorus Brm. 


5» 


Boa J. BI. 


Areca catechu L. 


Palmae. 


Boangit BI. 


Cleome pentaphylla L. 


Cappïirideae. 




Polanisia icosandra DC. 


j) 


Boar massa J. 


Ipomoea vitifolia S\y. 


Convolvulaceae. 


Bobalong J. BI. 


Melaleuca leucadendron L. 
[(fructus). 


Mvrtaceae. 


Bobli T. 


Pangium edule Rwdt. 


Pangiaceae. 


Bobo T. 


Mpa fruticosa Thnb. 


Palmae. 


Bobolawa T. 


zie Boegoelawang M. 




Bobossaren S. 


Morus indica L. 


Moreae. 


Bodjo-bodjol Mak. 


Andropogon nardus L. 


Gramiueae. 


Boeaii Lt, 


Lansium domesticum Jck, 


Meliaceae. 



44 



Inlandsclie 
Xaam. 



Botanisclie benaming. 



Natuurlijke 
Familie. 



Boeiin J. 
Boeboeai S. 
Boeboeken Mak. 
Boeboekoeün S. 

Boeboe koeion S. 
Boeboelawan Amb. 
Boeboeni Ti. 
Boeda S. 
Boedjangoet S. 
Boeo-oelawano; M. 
Boejoe-boejoe J. Bali 
Boelang M. R. 
Boelangan M. 
Boeleyen Amb. 
Boelie-boelie Bg. 
Boelillo Mol. 
Boeloe J. 

„ s. 

„ badoerie M. 

„ boeloe M. R. 

„ beumtjeut ni- 

[ni doekoen S. 

* „ karissa Mak. 

„ key Bd. 

„ mappa J. 

„ potong M. J. 
[et BI. 

„ seri Bd. 

„ sorangi M. Bd. 

„ toei M. 

„ swangi M. Bd. 

„ tombor Bd. 

„ wani M. J. BI. 

„ „ besaar M. 
Boeloen J. 
Boeloeng S. 



Plectocomia elongata BI. 

Dillenia serrata DC. 
Peristropbe albiflora Hsskl. 
Gendarussa adhotoda Hsskl. 
Ruellia viscosa Ewdt. 
zie Boegoelawang M. 
Cassia fistula L. 
Artocarpus elastica Rwdt. 
Mentha javanica BI. 
Caryopbyilum aromaticum L. 
Vernonia cinerea Less. 
Alocasia antiquorum Scliott. 
Gmelina villosa Rxb. 
Nipa fruticosa Thnb. 
Caropa volubilis DC. 
Metroxylon filare Mrt. 
„ sagus E,ttb. 
Urostigma bicorne Miq. 
Bambusa teba Miq. 
Tragia birsuta BI. 
liolüstemma laeve BI. 

J3ambusa verticillata BI. 

„ mitis Poir. 
Potbos pinnata Wld. 
Bambusa aspera Kxs. 

„ f era Miq. 



longinodis Miq. 

aspera R. et S. 

f era Miq. 

aspera R. et S. 
„ excelsa Miq. 
Sagus iaevis Rmpb. 
Solanum Blumei Nees. 



Palmae. 

Dilleniaceae. 
Acantbaceae. 

?» 

if 

Papilionaceae. 

Artocarpeae. 

Labiatae. 

Myrtaceae. 

Compositae, 

Aroideae. 

Verbenaceae. 

Palmae. 

Meliaceae. 

Palmae. 

Moreae. 
Graraineae. 
Eupborbiaceae. 
Asclepiadeae. 

Gramineae. 

Aroideae. 
Gramineae. 



Palmae. 
Sülanaceae. 



45 



Inlandscbe 

"KT 


Botanische benamino;. 


ISTatuurlijke 


JNaam. 


o 


1< amilie. 




Solanum denticulatum Bi. 


Solanaceae. 


Boeloestroe M. 


Luffa foetida Car. 


Cucurbitaceae. 


Boelong ba\vans J. 


Crocon sebiferani L. (?). 


Euphorbiaceae. 


Boelong J. & BI. 


Sphaerococcus lichenoides p 






[tennis Ag. 


Floridae. 


Boembroen S. 


Polygonum baccatura Prs. 


Polygoneao. 


Boemit BI. 


Ficas racemosa Vlil. 


Moreae. 


Boenda S. 


Artocarpus elastica Kwdt. 


Artocarpeae. 




„ pubescens AVld. 


>» 


Boenga baliktjagaM. 


Hibiscus nnitabilis L. 


Malvaceae. 


„ biroe M. 


Clitoria ternatea L. 


Papilionaceae. 


„ bissu Mak. 


Hibiscus rosa sinensis L. 


Malvaceae. 


„ bokki M. 


Grammatophyllum scriptum BI. 


Orchideae. 




„ speciosum BI. 


IJ 


„ gambir M. 


Jasminum grandifiorum L. 


Jasmineae. 


„ goeloengtjoe- 






[tjoe M. 


Plumieria acutifolia Poir. 


Apocynaceae. 


„ liaramtsjada J. 


Pentapetes phoenicea L. 


Büttneriaceae. 


,, lioUanda Amb. 


Quamoclit vulgaris Cliois. 


Convolvulaceae. 


„ japon M. 


Nerium oleander Lam. 


Apoc3-naceae. 


„ Java M. Bd. 


Quamoclit vulgaris Chois. 


Convolvulaceae. 


„ kalente M. 


Clitoria ternatea L. 


Papilionaceae. 


„ ■ kambodja M. 


Plumieria acutifolia Poir. 


Apocynaceae. 


,, kananga M. 


Uvaria odorata Lam. 


Anonaceae 


'„ kastela ï. 


Pentapetes phoenicea L. 


Büttneriaceae. 


„ knop M. 


Gomphrena globosa L. 


Amarantaceae. 


„ koeboeran M. 


Plumieria acutifolia Poir. 


Apocynaceae. 


„ landak K J. 


Barleria prionitis L. 


Acanthaceae. 


„ lawan j\[. 


Caryophyllum aromaticum L. 


Myrtaceae. 


5, manila JM. 


Tabernaemontana divaricata 






[EBr. 


Apocynaceae, 




„ coronaria RBr. 


j> 


5, mandoeroeMen. 






j, manoeroe Btj.j 


Jasminum sambac L. 


Jasmineae. 


„ nianoor M. j 






„ mata hari T. 


Pentapetes phoenicea L, 


Büttneriaceae: 


., merak M, 


Caesalpiiiea pulcherrima h 


Papilionaceae. 



46 



Inlandsclie 
Naam. 



Botanische benaminfr. 



Natuurlijke 
Familie. 



Boenga njingin BI. 



nassi M. 
penjaton M. J. 
p e tang M. 
poetri M. 

pitja pingang 

[M. 
raja M. 
„ poetie Bat. 

siam M. 
soessong M. 

susanna M. 
tali M. 
tancljong M. 

tenga liarie T. 
tiga lapis M. 
tjakar bebekli 

[j. 

tsjana M. 
tsjoepo M. 
wak toe M. 



■ [M. 
„ ketjilM 
„ "warie J. 
„ woengan BI. 
Boengang S. 
B o en ir b o elan o; S. 



Boeiigboeng dallang 



[S. 



ïabernaemontana coroiiariaRBr. 

„ divaricata E Br. 
Clitoria ternatea L. 
Clerodendron siphonanthus EBr. 
Abutilon hirsutum Emph. 
Grammatophyllum scriptum BI. 

„ speciosum BI. 

Clerodendrum infortunatum BI. 
Hibiscus rosa sinensis L. 
Tabernaemontana coronaria RBr. 

„ divaricata EBr. 

Pergularia odoratissima BI. 
Tabernaemontana coronaria EBr. 

„ divaricata RBr. 

Habenaria susanna BI. 
Quamoclit vulgaris Chois. 
Calophyllura inophyllum L. 
Mimusops elengi L. 
Pentapetes phoenicea L. 
Calanthe veratrifolia RBr. 

Voyria uniflora Lara. 
Caesalpinia pulcherrima L. 
Pentapetes phoeuicea L. 
Hibiscus mutabilis L. 

Abutilon hirsutum Rmph. 
Mirabilis jalappa L. 
zie B Soessong M. 
Jasminum sambac L. 
]\Iemecylon nigrescens Hk & Ad, 
Premnus tomentosus Wld. 
Verbenaceae Jss., spec. diversae, 

Cassia javanica L. 
j, marginata Exb. 



Apocynaceae. 

Papilionaceae. 
Verbeneaceae. 
Malvaceae. 
Orchideae. 



Verbenaceae. 

Malvaceae. 

Apocynaceae. 

Asclepiadeae. 
Apocynaceae. 

Orchideae. 

Convolvulaceae, 

Clusiaceae. 

Sapotaceae. 

Büttneriaceae. 

Orchideae. 

Gentianeac. 
Papilionaceae. 
Büttneriaceae. 
Malvaceae. 



Nyctagineae. 

Apocynaceae, 

Jasmineae. 

Memecyleae. 

Verbenaceae. 



Papilionaceae, 





47 




Inlandsche 
Naam. 


Botanische benaming. 


Natuurlijke 
Familie. 


poengboeroetoe S. 


Cissns aracbnoidea Hsskl. 


Ampelideae. 


iBoenglo J. 


Calosanthes indica BL 


Bignoniaceae. 


'Boeiigoer S. 


Lagerstroemia ovalifolia Ts. & 






[Bndk. 


Lythrarieae. 




„ reginae Rxb. 


iy 


„ SUTD. 


Gangium edule Rwdt. 


Pangiaceae. 


Boenie karambau J. 


Autidesma bunias Sprg. 


Antidesmeae. ' 


„ karbau Mak. 


" . . " '* 


j> ^ 


Boenjoen-boeiijoeu J. 


Vernonia cinerea Less. 


Compositae. 


Boekaloenga BI. 


Convolvulus peltatus Frst. 


Convolvulaceae. 


Boenoet S. 


Eicus conica Rwdt. 


Moreae. 


„ kaladja S. 


„ religiosa L. 


j» 


Boentak S. 


Guettarda speciosa L. 


Rubiaceae. 


Boentalie oyot S. 


Tylophora cissioides Bi. 


Asclepiadeae. 


Boentieries S. 


Kalanchoë laciniata DC. 


Crassulaceae. 


„ konneng S. 


Brjophyllum calycinum Slsb. 


5» 


Boentoet andjing M. 


Saccharum cannum Ewdt. 


Grarnineae. 


„ nionjet M. 


Gymnotrix elegans Büse. 


Gramineae. 


„ oetjing S. 


Uraria picta Dsv, 


Papilionaceae. 


if » 


„ crinita Dsv. 


» 


j, seroh S. 


)> ?> ?j 


»> 


., siegung S. 


StrobiLmthes moscbifera BI. 


Acanthaceae. 


„ tikoes S. M. 


Heliophytum parviflorum DC. 






Tiaridium velutinum Lehm. 


Asperifoliae. 


Boerahol S. 


Uvaria boerahol BI. 


Anonaceae. 


Boeraiig Bd. 


Ficus benghalensis L. 


Moreae. 


Boero malakko T. 


Cissus glauca Rxb. 


Ampelideae. 


]3oeroet S. 


Artocarpus rigida BI. 


Artocarpeae. 


Boer on Mak. 


Maranta dichotoma AVld. 


Cannaceae. 


Boerong randa S. 


Ceramanthus gracile Hsskl. 


Euphorbiaceae. 




Melanthes rhamnoides BI, 


7J 


Boesso Ht. 


Zingiber gramineum BI. 


Zingiberaceae. 


Boessoe-boessoeMak. 


Ocimura gratissimum L. 


Labiatae. 


Boetoe kawanes M. 


Stachytarpheta indica Vhl. 


Verbonaceae. 


Boetoe seetan M. 


Hymenophallus daemonum Tr. 


Gastoromycetes. 


Boeton galë Cek 


Irina glabra BL 5 alba. 


Sapindaceae. 


„ laut M, 


Barringtonia speciosa L, 


Myrtaceae. 



48 



Inlandsclie 
Naam. 



Botanisclie benamino;. 



Natuurlijke 
Familie. 



Eoewa assoesenc; M. 


Neuburgia tuberculata BI. 


Apocynaceae. 


j> 


JJ 


Cecbera musculiformis Ene. 


JJ 


7J 


batoe M. 


Arenga saccharif. Lab" (fructus). 


Palmae. 


7> 


boeton M. 


Barriugtonia spcciosa L. 


Myrtaceae. 


Jl 


djarong Bd. 


Diospyros ebenum Rtz. 


Ebenaceae. 


?) 


djoedjaroe M. 


Uvaria tripetaloidea Dun. 


Anonaceae. 


j) 


frangi Amb. 


Anacardium occidentale DC. 


Anacardiaceae. 


i) 


gore M. 


Guilandina bonduc L. (fructus). 


Papilionaceac, 


Jt 


hatie. M. T. 


Soularaea amara Lam. 


Soulameae. 






Anona asiatica L. 


Anonaceae. 


}} 


koan M. 


Dracontomelon sylvestre BI. 


Orontiaceae. 


7> 


kras M. 


Aleurites moluccana \Yld. 


Euphorbiaceae. 


J> 


langhit M. 


Sapindus rarak DG. 


Sapindaceae. 


jj 


malakka M. 


Emblica ofScinalis Grtn. 


Euphorbiaceae. 


}) 


massieM.Amb. 


Cubilia Kumphii BI. 




)) 


j, J. 


Rhamnus yitis idaëa Brm. (?). 


Rbamneae. 


j) 


nira M. 


Carapa volubilis DC. 


j\Ieliaceae. 


J> 


nona M. 


Anona reticulata L. 


Anonaceae. 


}J 


j; 


„ squamosa L. 


j> 


j> 


radja Ti. 


Isora corjlifolia Hsskl. 


Sterculiaceae. 


}> 


rau M. 


Dracontomelon mangiferum BI. 


Orontiaceae. 


j> 


,, oetan M. 


„ sylyestre BI. 


?j 


}) 


rembang M. 


Sonneratla acida DC. 
„ alba Sm. 


Melastomaceae. 
JJ 


J> 


saauw S. 


Acliras sapota L. 


Sapotaceae. 


JJ 


sawoh S. 


Mimusops kauki L. 


5» 


JJ 


saboeii M. 


Sapiudus rarak DC. 


Sapindaceae, 


JJ 


si ma Mak. 


Elaeocarpus serrata L. 


Tiliaceae. 


;j 


tator M. 


Carapa yolubilis DC. 


Meliaceae. 


Bo^em J. 


Sonneratia acida DC. 


Melastomaceae. 


Bohk BI. 


Dracontomelon BI. s])cc. diy. 


Anacardiaceae. 


Boliolawa T. 


Caryophjdlum aromaticuni L. 


Myrtaceae. 


Boisua T. 


Inocarpus edulis L. 


Hernandiaceae. 


Boy- 


oil-boë Ch. 


Caesalpinia pulcherrima L. 


Papilionaceae. 


Boïdma kotele T. 


Clitoria ternatca L. 


JJ 


Bokl 


:aay S. of Bo- 
[kray S. 


Elateriosperma tokbrav BI. 


Euphorbiaceae. 





49 


« 


Inlandsclie 
Kaam. 


Botanische benaming. 


>Tatuurlijke 
Familie. 


Bollani^ S. 


Alocasia antiquornm Schott. 




o 


[var. intermedia Hsskl. 


Aroideae. 


nollonoj J. BI 


Melaleuca leucodendron DC. 


Myrtaceae. 


Bunberettian. 


Kubus fraxinifolius Poir. 


Sosaceae. 




„ rosaefolius Sm. 


)> 


Bombo terbang M. 


Plialaenopsis amabilis BI. 


Orcliideae. 


]3omboelang S. 


Premnus L. spec. diversae. 


Verbenaceae. 


Bombom S. M. 


Mangifera foetida Lour. e bom- 






[bora. 


Anacardiaceae. 


Bombori Bd. 


ConYolvulus bilobatus Exb. 


Convolvulaceae. 


Bondor S. 


Cucurbita farinosa BI. 


Cucurbitaceae. 


Bondot S. J. 


Dichrocepliala latifolia DC. 


Compositae. 




Cardiospermum helicacabum L. 


Sapindaceae. 




Lycopersicum esculentum Mll. 


Solanaceae. 


Bonelau Amb. 


Zingiber marginatum Hxb. 


Zingiberaceae. 


Bongok alas J. 


Cassia fistula L. 


Papilionaceae. 


Bongol bas M. 


Corypha unbraculifera L. 


Palmae. 


BongoL' S. 


Lagerstroemia indica L. & aliae. 


Lytlirarieae. 


Bonteng S. 


Cucumis sativus L. 


Cucurbitaceae, 


„ soerie S. 


Lagenaria vittata Sering. 


i> 


Bontjo S. 


Tetrantliera oppositifolia Miq. 


Laurineae. 


„ soedoli J. 


Jasminum quinquenervium BI. 


Jasmineae. 


Büongiiio; tagal S. 


Covellia subopposita Miq. 




Büotsja ï. 


Roxburgbia gloriosoides Jon. (?) 




Boppo tzeda T. 


Scaevola Plumieri L. 


Apocynaceae. 


Boproön J. 


Cocculus lacunosus DC. 


Menispermaceae. 


Bori T. 


j> j> }} 


51 


„ M. 


Croton pavana Ham. (?). 


Euphorbiaceae. 


Boroero T. 


5» ?) ?> 


}) 


Borottjoh blaauw S. 


Celosia argentea L. b fastigiata 






[Hsskl. 


Amarantaceae. 


Borotjoh blaauw S. 


„ „ „ b ervthro- 






[pbylla Hssk. 


j> 




Amarantus craentus L. 


3> 


Borra-boie S. 


Gynaecotroches axillare BI. 


Clusiaceae. 


„ burriet S. 


Mephitidia stipularis Bi. 


Tlubiaceae. 


Botolina T. 


Ebenoxylon verum Lour. 


Ebenaceae. 



PL. XIX. 



50 



liilandsclie 
Naam. 



Botanische benaming. 



Natuurlijke 
Familie. 



Bossi S. 
Eotor J. 
Ijou batati J. 
Bragma S. 



Brambang M. E. 

„ oetau M. 
Brappa BI. 

Brappat M. 

„ gelang M. 
„ ketjil xAI. 

„ poetih M. 

„ toedong M. 
Brawas Pal. 
Breo-edieno' Bi. 
Brembets J. 
Brengbang S. 
Bretowalli J. 
Bringin M. R. 
Brodjo wing J. 
Broetaka BI. 

Brogo-%\'engi J. 
Buah Amb. 
Buhbubsahran S. 

„ gedeh S, 
Bunbuu S. M.. 

Bungburruman S. 
„ heedjoh S. 

Bungo-bungo-pa- 
[rampoean M. 
Bunjieng S. 



Wendlandia iaevigata Miq. 
Psophocarpus tetragonolob. DC 
Qiiamoclit vulgaris Chois. 
Guatteria macrophylla, b Brag- 

[ma BI. 
Allium cepa L. & alia. 
Pancratium zeylanicum L. 
Soneratia acida DC. 

„ alba Sm. 

„ acida DC. 
Pempliis acidula DC. 
Aegiceras minus Wkl. 

„ majus L. 
Sonneratia acida DC. 
Aegiceras minus Wld. 
Tetranthera brawas BI. 
Gyrocarpus asiaticus Jcq. 
Eübus moluccaniis Rmph. 
Polyosma inteo-rifolia BI. 
Cocculus crispus DC. 
Ficus indica L. 
Amaracarpus pubescens BI. 
Semecarpus anacardium DC. , 

[var. an gust! fob' um. 
Mikania volubilis Wkl. 
Areca catechu L. 
Morus javanica BI. 

„ indica L. 
Mangifera foetida Lour, e 

[bombom. 
Cissus discolor BI. b ovata Hsskl 
„ „ , c concolor 

[Ilsskl. 

Ilypoestes purpurea Pt Br. 
Balanophora Frst., spec. omn. 
Ficus iiispida L. 



Hubiaceae. 

Papilionaceae. 

Convolvulaceae. 

Anonaceae. 
Liliaceae. 
Araaryliideae. 
Melastomaceae. 



Lythrarieae. 
Aegicereae. 

Melastomaceae. 

Aegicereae. 

Laurineae. 

Gyrocarpeae. 

Rosaceae.. 

Saxifragaceae. 

Menispermacea^ 

Moreae. 

Ptubiaceae. 

Anacardiaceae. 
Compositae. 
Palmae. 
Moreae. 



Anacardiaceae, 
Ampelideae. 



Acantbaceae. 

Balanophoreae. 

Moreae. 



51 




Botanische benaniii 



Natuurlijke 
Familie. 



Bunjieng ben er S. 
„ liappa S. 
„ tjaai S. 

Bunjiroön BI. 



Daban J. 
Dabat <zoena J. 
Dudap ^S. , M. , R, 

,. bilindoensc. S. 



blem J. 
blincloeng 



s. 



„ bong J. 

„ doerie M. 

„ katteh S. 

„ inelaroe Mand 

„ mienjak M. 

V ,y tjoetjoek 

,, serop J. 

„ sungiit S. 

„ tiit S. 

j, tis J. 

„ tjoetjoek R. 



„ -vvangie M. R 
Dadauw Bk. 
Dao-lidagksch BI. 
Dahiii^ora T. 
Daho 8. 
Balimali S. 



Eicus fistulosa Rwdt. 

j, latifolia Rwdt. 
„ lepicarpa BI. 
Cocculus lacunosus DC. 



D. 

Ardisia purpurea Miq. 
Yernonia leptophylla DC. 
Erythrina L. spec. div. 

„ divica DC. 

5, lithosperma BI. 

„ lübulata Miq. 

„ indica Lam. 

,, spathacea DC. 

„ lithosperma BI. 
Micropteryx crista galli Wip, 
zie Dadap doeri M. 
Erythrina secundiflora BI. a 
[inermis. 

[aculeata Hsskl. 
„ fusca Lour. 
zie Dadap bong J. 
Erythrina lithosperma BL 

5, secundiflora BI , ö acu- 
[leata Hsskl. 

„ spathacea DC. 
Jsonandra gutta Hk. 
Pisonia sylvestris T. & Bnnd. 
Codiaeum varicgatum L. 
Dracontomolon mangiferum BI 
Tunica ia'anatuui L. 



Moreae. 



Menispermaceac 



Myrsineae. 

Compositae. 

Papilionaceae, 



Pülypodiaceae. 
Papilionaceae. 



Sapotaccae, 

V 

Euphorbiaceae. 

Anacardiacoae, 
Granateae. 



52 



Inlandsclie 


Botanische benaming. 


Natuurlijke 


Naam. 


.^V^CV.^^»^V.**V> VV.*^«i**^*.j^. 


Familie. 


Dalimali konneug S. 


Punica granatum L. i albes- 


« 




[cens DC. 


Granateae. 


„ soessoen S. 


,; „ „ , c ru- 






[bra DC , plena. 


j> 


Daloendoeng BI. 


Er y tbr in a dioica DC. 


Papiliouaceae. 




,, indica Lam. 


5) 


Dama J. 


Dam m ara alba Rmph. 


Abietiuae. 


Dam mar M., Cet. 


j) >i )> 


)j 


„ batoe M. 


j> ?» )» 


j) 


„ galla galla M. 


Pimela acutifolia BI. 


Burseraceae. 


„ itam. M. 


j» ?) j> 


11 


„ malayoe M. 


Engelhardtia selanica BI. 


Juglandeae. 


5, poetjli M. 


Dammara alba Kmpb. 


Abietinae. 


„ selan Ht. 


Pimela glabra BI. 


Burseraceae. 


>J V M. 


F.ngelliardtia selanica BI. 


Juglandeae. 


„ sila M. 


5) ?) 7> 


5) 


Daiigan dangan M. 


Carica papaya L. 


Papayaceae. 


Daiiiixlang-gendies 






[S. J. 


Beloperone fulgida Hssld. 


Acanthaceae. 


„ goela S. 


Alternantbera strigosa Hsskl. 


Amarantaceae. 


„ monjet S. 


Myrtaceae spec. inc. 1. 




Daiigdur S. 


1 Salmalia malabarica Scbtt. & 
[Endl. 


Storculiaccae. 


,, gedeli S. 


Sterculia foetida L. 


5» 


Dangloe S. 


Engelhardtia aceriflora BI. 


Juglandeae. 


Dangora M. 


Graptoplndlum hortense Nees. 


Acanthaceae. 


Dansidan M. 


Cassytha filiformis L. 


Laurineae. 


Darangdaiig S. 


Ficus obscura BI. 


Moreae. 


„ aroy S. 


„ subulata BI. 


}» 


„ leas vS. 


„ scaberrima BI. 


j? 


„ bener S, 


„ obscura BI. 


1) 


„ kajoe S. 


j „ beteropleura BI. 


)» 


„ lessang S. 


„ parictaiis BI. 


',> 


„ lletjien S. 


5J ( '» 


j) 


,, mieiijak S. 


„ „ „ var. a ova- 
[lis BI. 


5» 


Darengdeng S. 


i Panicum ullginosum Eth. 


Gramineae, 



Inlandsche 
Naam. 



Botanische beiiamina" 



Natuurlijke 

Familie. 



Dareu Dajak. 
Daringgo M. R. 
Dau-bande-daue BL 
Dau-dau ï. 
Dau-lassi T. 
Dauro-apapa J. 
Daussa BI. 
„ Lt. 

Dawoep M. R. 
Dawou api M. 

„ apoe M. 

„ assam M. R. 



ketjilM. 



baggêa M. 
bali landak M 
[R. 
baroe la ut M. 



batoeM.Amb. 



benang M. 



besaar M. 
bidji katjangM 
bisol M. 



„ bisól-an J. 
„ blibinam M. (?) 
„ boba M. ■ 



Viscaceae spec. div. 
Acorus terrestris Emph. 
Dracontomelon maugiferum BI. 
Bruguiera cylindrica BI. 
Urtica ovalifolia Bi. 
Desmodium heterocarpum DC. 
Gendarussa vulgaris Nees. 
Crinum toxicarium Herbert , 
an Crinum asiaticum L. ? 
Bauhinia L., spec. 1. 
Tragia volubills L. 

„ scandens L. 
Pistia stratiotes L. 
Garcinia cocliincliinonsis DC. 
Bignonia obliqua Wil. 
Diplocinium tuberosum Miq. 
Oxalis repens Rxb. 

„ corniculata Wld. 
Pandanus fascicularis Lam. 

Cissus obovata Vhl. 
Croton tiliaefolium Lam. 

„ aromaticum Wld. 
Irina tomentosa BI. 

„ glabra BI, h solida. 
Peristrophe tinctoria Nees. 
Justicia purpurea. 
Morinda citrifolia L. 
Eupborbia hirta Wld. 
Vernonia cinerea Less. 
Convolvulus cyraosus Desvss. 
Cissus repens Lam. 
Graptophyllum hortense Nees, 
[var. rubra. 
Drymispermum Biumei Dcsn. 
Dais dubiosa BI. 
Cüllvris iinijor Vhk 



Orontiaceae. 

Anacardiaceae. 

Rüizophoreae. 

Ürticaceae. 

Papilionaceae. 

Acanthaceae. 

Amaryllidcae. 

Papilionaceae. 
Euphorbiaceae. 

Orontiaceae. 

Clusiaceae. 

Bignoniaceae. 

Begoniaccae 

Oxalideae. 

Pandaneae. 
Ampelideae. 

Euphorbiaceae. 

Sapindaceae. 

Acanthaceae. 

}» 
Kubiaceae. 
Euphorbiaceae. 
Compositae. 
Convolvulaceae. 
Ampelideae. 
Acanthaceae. 



Baphnoideae., 

Asclepiadeae. 





5-i 




Inlandsclie 


Botanische benaming. 


Natuurlijke 
Familie. 


Xaam . 




i 


Pbysalis indica Lam. 


Solanaceae. 


Dawon boeiiya M. 


Dendrolobium umbellatum Y\^ 






[Sc A. 


Papilionaceae. 


., ooelan M. 


Cocculus flavescens DC. 


Menispermaceae. 


,. .. baboeioe 






[M. 


„ glaucus DC. 


ï» 


., Loeroeng J. 


Rhinacanthus communis Xecs. 


Acanthaceae. 


bonkoes M. 


Curcnligo latifolia Dryand. 


Tlypoxideae. 


daloewaiig S. 


Psychotria rhinocerotis Ewdt. 


llubiaceae. 


dammarauc'oes 






[M, 


Bidens peduncularis Gaud. 


Compositae. 




„ VraUichii DC. . 


5> 


,. dj ar on g M. 


il '1 '> 


5» 


., doedoek M. 


Pothos scan den s L. 


Aroideae. 


„ doelang M. 


Acalypha mappa Wid,, of 


Euphorbiaceae. 




Rottlera tanaria Hsskl. 


» 


., fransman M. 


Gendarussa vulgaris Nees. 




„ gabbagabbaM. 




Acanthaceae. 


" [Amb. 


Irina glabra BI., j alba. 




<^almf;£5am M. 


• 


Sopindaccac. 


[R. 


Bixa orellana L. 


Bixaceae. 


,, gatel M. 


ürtica ardens BI. 


Urticaceae. 




., ovalifolia BI. 


?> 


„ „ aijer M. 


IMucuna pruriens DC. 


Papilionaceae. 


, „ besaar M. 


Boehmeria interrupta AYld. 


Urticaceae. 


„ „ matti M. 


Tragia mercurialis L. 
„ urens L. 


Euphorbiaceae. 


.. rretah £!;ambir 






[M. 


L'ncaria acida Rxb. 


Rubiaceae. 


'* 1 3 J ! J 


,. lanosa DC. 


5> 


: boeloe boeloe M. 


Nepenthes pbyllamphora "\Vkl. 


Nepentheae, 


., gindi M. 


,, gymnamphora llwdt. 


)> 


., goendik M, ïi. 


„ destillatoria L. 


?) 


,. gorita M. 


Trevesia moluccana Mlq. 


Araliaceae. 


., gossok ^I. 


Ficus politoria Lam. 


Moreac. 


.,. grisok. 


Nothopanax cochleata Miq. 


Araliaceae. 


,; grissik M. 


„ pinnata Miq. 


?? 







55 




r 


Inlandscliö 

TLT 


Botanische benaming. 


Natuurlijke 
1 -\ - 1 • 


f 


JSaam. 


o 


iamihe. 


Dav>' 


on hati-hati M. 


Coleus aromatlcus Bnth. 


Labiatae. 


)) 


lieiran M. K. 


Leonurus javanicus BI. 


T, 


7> 


hellebardiesJ. 


Codiaeum variegatum BI. 


Euphorbiaceae- 


if 


lieran M. 


Leucas linifoiia Sprg. 


Labiliatae. 


J) 


hidop M. R. 


Oxalis sensitiva Wld. 


Oxalideae. 


•)■) 


hode M. 


Pacliyrrhizus angulatus Rich. 


Papionaceae. 


i) 


ila-ila J. 


Rueliia alternata Brm. 


Acanthaceae. 


» 


inggat M. R. 


Achyrantlies aspera BI. 


Amarantaceae= 


)} 


kajo6 M. 


Exocarpus phyilantoides Endl, 


Antlioboleao. 


7) 


kaki koeda M. 


Hydrocotyle asiatica L. 


Umbelliferae.- 


)» 


kali dabat J. 


Rhamnus oenoplia L. (?). 


Rhamneae. 


» 


kallak S. 


Unona dasymaschala BI. 


Anonaceae. 


i) 


kam bat Bo. 


Jambosa peregrina BI. 


Myrtaceae. 


}) 


kambing M. 


Gumira integrifolia Hsskl. 


Verbenaceae. 


5» 


kamoening J. 


Murraya paniculata DC. 


Aurantiaceae. 


7> 


kandal M. BI. 


Cordia my:^a L. 


Cordiaceae. 


5» 


kapialoen M. 


Cissus carnosa Rxb. 


Ampelideae. 


7> 


kapoer laut M. 


Croton tiliaefolium Lam. 


Euphorbiaceae. 






„ aromaticum Wld. 


)> 


i} 


kappal J. 


Iloya macrophylla BI. 


Asclepiadeae. 


JJ 


kardamon M. 


Limnophila piuictata B. 


Scrophularineae. 


?) 


kassise M. 


Colocasia humilis HsskL 


Aroideae. 


5J 


katsjo M. 


Uncaria acida Rxb. 


Rubiaceae. 


7> 


kattam S. M. 








[R. 


Convolvulus bilobatus Rxb. 


Convolvulaceae. 






„ pes caprae L. 


j> 


J) 


kemadoe M. 


zie Da won gatel M. 




J> 


ken tal M. R. 


Cordia suaveolens BI. 


Cordiaceae. 


1 ■■ 


ketjil M. 


Pliyllanthus nuriri L. 


Euphorbiaceae. 




„ urinaria L. 


j» 




J^auclea purpurea Rxb. 


Rubiaceae. 






Melaleuca cajeputi Rxb. 


IMyrtaceae. 


r> 


koekoeran S. 


Hydrocotyle asiatica L. 


Umbelliferae. 






Curanga amara Ylil. 


Scrophularineae. 






Scutellaria indica L. 


Labiatae. 


Dawon koentoet S, 








[E. 


Faedsria fcetiJa L. 


Rubiaceae. 



56 



Inlandsche 


Botanische benaming. 


Natuurlijke 


Xaam. 




Familie. 




Paederia tomentosa BI. 


Rubiaceae. 




Apocynum foetidum (L?). 


Apocynaceae. 


Pawön koepan J. 


Cassia alata L. 


Papilionaceae. 


,, koerang M. 


Curanga amara Vhl. 


Scrophularineac- 


, koerap M. 


Cassia alata L. h "Rumphiana DC. 


Papilionaceae. 


.. kidji Bat. 


an Geissomeria distans Nees, 


Acanthaceae. 




aut Lagophilura spicatamNees? 


?j 


;, koyn M. 


Nothopanax cochleatum Miq. 


Araliaceae. 


j, kopo-kopo M. 


j . Cardiospermum belicacabum L. 


Sapindaceae. 




Phjsalis indica Lam. 


Solanaceae. 


,, korra-korra M. 


Epidendrum tuberosura Lour. 


Orchideae. 


., „ Amb. 


Curculigo latifolia Dryand. 


Hypoxideae. 


., laTang-lavaner 






[M. 


Poljpodium quercifolium TVld. 


Polypodiaceae, 


„ lakka M. 


Lawsonia alba Lam. 


Lythrariae. 


.. lakki-lakki M, 






[Amb. 


Irina tomentosa BI. 


Sapindaceae. 




„ glabra BI., h sólida. 


?> 


;^, lakoem M. 


Cissus carnosa Rxb. 


Ampelidcae. 


,, lida-lida M. 


Phanera lingua Miq. 


Papilionaceae. 


, litti J. 


Neptunia javanica Miq. 


Mimoseae. 


lobaii moeloet 






[M. 


Phanera lingua Miq. 


Papilionaceae. 


,, loda M. 


Spilanthcs pseudo-acmella L. 


Compositae. 


ioclooan karbo 






[j. 


Panicum palmaefolium Koen. 


Gramineae. 


, maniran karbo 






[J. 


Cailicarpa cana L. 


Yerbenaceae. 


., mangkok M. 


Nothojjanax cochleatum Miq. 


Araliaceae. 


manka J. 


Crassula? scutellaria Brm. (?) 


Crassulaceae. 


matapannasM. 


Achyranthes bidentata BI., var. 






[elongata. 


Acanthaceae. 




Desmoschaeta prostrata DC. 


» 


nieirab Amb. 


Irina glabra BL, var. c rubra. 


Sapindaceae, 


moeka manies 






[xAI. 


Vernonia ieptophylla DC. 


Compositae. 


., ngassi T. 


Dracaena reflexa Lam, (?) 


Liliaceae. 



57 



Inlandsclie 


Botanische benamin^r. 


Katuurlijke 
Familie. 




JNaam. 


o 


Da won oebie M. 


Cissus cordata Rxb. 


Ampelideae. 


j> 


ottot J. 


Plantago major L. 


Plantagineae. 


j) 


pakoe J. 


Polypodium pabistre L. (?) 


Polypodiaceae. 


jj 


papeda J. 


Crassula ? scutellaria Brm (?) 


Crassulaceae. 


7J 


„ M. 


Nothopanax cochleatum Miq. 


Araliaceae. 


?; 


„ pandjaiifr 








[M, 


„ pinnatum Mlq. 


• 


)> 


„ papoea M. 


„ fruticosum Miq. 


j> 


j) 


panoe M. 


Jussiaea angustifolia L. 


Oenothereae. 


;j 


param poean 








[M. Amb. 


Irina glabra BI. 


Sapljidaceae. 


J> 


patma J. 


Plumbago rosea L. 


Plumbagineae, 


» 


patjie-patjie. 








[M,E. 


Leucas linifolia Sprg. 


Labiatae. 


>» 


pegagan Bat. 


Hvdrocotyle asiatica L. 


Umbelliferae. 


3J 


petola M. 


Keottia petola BI. 


Orchideae. 


?> 


pittis M. 


Hoya Rumphii BI. 


Asclepiadeae. 






„ macrophylla BI. 


}» 


7» 


„ ketjiUT. 


Discbidia Gaudichaudii Dcsn. 


>j 






„ Eafilesiana AYall. 


?> 


); 


„ pittis M. 


Dioscorea nummularia L. 


Dioscoreae. 


)) 


poeding M. 


Graptophvllum hortense Ns. 


A canthaceae. 


It 


poetat M. 


Barringtonia acutangula Grtn. 


Myrtaceae. 






„ racemosa BI. 


?> 


JJ 


poetih Amb. 


Irina glabra BI, var. d alba. 


Sapindaceae. 


» 


„ ketjilM. 


Metrosideros soligna Sm. 


Myrtaceae. 


)f 


poe tri M. 


Mussaen!la glabra Vhl. 


Eubiaceae. 






., frondosa L. 


7f 






Graptopliyllum hortense Xees. 


Acanthaceae. 


>» 


prada M. 


J> 5> 5> 


)> 


»» 


prasmanM,B. 


Eupatorium ajapanna Vent. 


Corapositae. 


?) 


ramboet M. 


Convolvulus peltatus Frst. 


Convolvulaceae. . 






Ophioglossum pendulum L. 


Ophioglosseae. 


J> 


ringang (?). 


Iledysarum trifoliatum Rwdt. 


Papilionaceae. 


Jl 


roessa M. 


Alternanthera sessilis EBr. 


Amarantaceae. 


Jf 


sabrang M. 


zie Dawon bode M. 




7> 


sakko ^M. 


Semecarpus cassuvium Sprg. 


Anacardiaceae. 



58 




Da won salawar M. 
., saleli j\r. 
„ salier S. 
., sambang J. ^ 
•„ sariboe Benk. 
„ sarong boeroiig 
[M. 
,, sasappo M. 
., sedjoek M, E. 
„ seetan M. 



sciitak M. 
setjang S. 
sipat M. 



5, sjoerare J. 
„ soebat M. 



5, soeggi M. 
soerroe J. 
., sombong J. 
„ soiupitau M. 
[Zo. Bo. 
„ sompittang M. 

., ■ sopatie J. 

„ tayoiiam J. 

„ taii M. 

„ tam man J. 

„ tangtaug J. 

., tapalewan 

[Mand. 
„ tarita Bd. 



Semecarpüs anacardium DC, var. 
[aiigustiiolium. 
Lawsonia falcata L. 
Opiiioglossam ovatum BI. 
Acronychia laurifolia BI. 
Polypodium scolopendria Brm ? 
Adiuandra Jackiaiia KtLs. 

Khinacanthus communis Nees. 
Sida acuta L. 
Kalanchoë laciniata DC. 
Urtica ardens BI. 

„ ovalifoiia ]3l. 
Leucas linifolia Sprg. 
Hydrocotjle asiatica L. 
Caesalpinia sappan L. 
Eclipta erecta L. 
Sida acuta L. 
Ruellia alternata Brm. 
Epidendrum distichum L , of. 
Oxystophyllum caruosum BI. 
Sanseviera fruticosa Wld. 
Euphorbia antiquorum L. 
Critonia dalea DC. 

XepentLes Boscbiana Khs. 
Crinum toxicarium*Herbert , of 

,5 asiaticum L. 
Wollastonia bifiora DC. 
Meuispermum glabrum Brm. (?). 
Cassyta filiformis L. 
Codiaeura variegatum Rmph. 
Polygonum corymbosum Wkl. 

[var. 

Nothopanax coclileatum Miq. 
Eclipta erecta Hsskl. 



Anacardiaceae. 

Lythrarieae. 

Ophioglosseae. 

Xanthoxylaceae. 

Pülypodiaceae. 

Terustroemiaceae. 

Acantliaceae. 
Malvaceae. 
Crassulaceae. 
Urticaceae. 

Labiatae. 

Umbelliferae. 

Papilionaceae. 

Compositae. 

Malvaceae. 

Acanthaceae. 

Orchideae. 

Liiiaceae. 

Euphorbiaceae. 

Compositae. 

Ncpentheae. 
Amaryllidcae. 

Compositae. 
Menispermaceae. 
Laurineae. 
Euphorbiaceae. 

Polygoneae. 

Araliaceae. 
Compositae. 



t)[) 



Inlandschc 
Naam. 



Botanische beiia 



miiio; 



Natuurlijke 
Familie. 



Da won tidoran M. 


Mimosa pudica .1^. 


Mimoseao. 


„ tidor-tidor M. 


11 »f !J 


1} 


„ tikar M. 


Pandanus conoideus T.am. 


Pandaneae. 


„ tlnta M. 


Eclipta erccta L. 


Compositae. 


„ tjie-tjiap S. 


Leucas linifoHa Sprg. 


Labiatae. 


„ tjinta M, 11. 


Phylianthus nuriri L. 


Eupliorbiaceae. 




,, urinaria L. 


?j 


„ toelak J. 


GraptoplivUum liortense Nees. 


Acantliaceae. 


., tokol manoe- 






[sia M. 


Oxalis sensitiva Wiel. 


Oxalideae. 


„ tsjoe-tsjoe ram- 






[boet M. 


Hibiscus surattensis L. 


Malvaceae. 


„ -svedoessan J. 


Lantana mixta L. 


Acantliaceae. 


Debat goena M. 


Vernonia linifolia Sprg. 


Compositae. 


Dedelani2;an S. 


Bonnaya veronicaefolia Sprg. 


Scrophularineae. 


Dedesh M. 


Saraca aruorescens Brm. 


Papilionaceae. 


Delimah M. 


Punica granatum L. 


Granateac. 


„ kattej M, R. 


,, nana DC. 


„ 


„ laut M. 


Carapa moluccensis DC. 


Meliaceae. 


„ meirali ^I, R. 


Punica granatum L. 


Granateae. 


„ poetili M, 11. 


,, „ „ L., h al- 






[bescens DC. 


jj 


Delongdoug dadap 






[BL 


Erytlirina vespertillo Bnth. 


Papilionaceae. 


,, betoel BI. 


„ spontanea ? (au indica 






[L). 


1} 


Demong J. 


Graptopliyllum hortense Nees. 


Acanthaceae. 


Den gen Mak. 


Diilenia serata DC. 


Dilleniaceae. 


Denro Mak. 


Pandanus humilis Wld. 


Pandaneae. 


D erin go e M. 


Acorus terrestris Rmpli. 


Orontiaceae. 


„ laut M. 


Enhalus Koenigii Piicli. 


Ilydrocharideae. 


Dilem S, M, R. 


Pogonostemon mentlioides BL 


Labiatae. 


Diloewak J. 


Grewia microcos L. 


Tiliaceae. 


Diloe^Yang S. 


Broussonetia papyrifera Vent. 


Moreae. 


Dinga-dinga T. 


Polypodium quercitblium AVld. 


Polypodiaceae. 


Dingding andaun 






[padjing J, 


Ruellia repanda L. 


Acanthaceae, 



60 



Iiilandsche 
Naam . 



Botanische benamino:. 



Natuurlijke 
Familie. 



Dingding arie J. 

„ hay J & BI. 
Pingin-dingiu Mand. 
Disau sajo ï. 



Djaat blaauw S. 



„ boddas S. 

., bidung S. 

„ konneng S 

„ monjet S 



j» 



j> 



putoi blaauw 

[S. 

j, boddas 

[gedeh S. 

» M leu- 

[tiek S. 

„ ,, biedung 

[S. 
„ „ konneng 

^^- 

Djabon J. 
Djadam J. 
Djadjaway S. 
Djadjawie M, R. 
Djago moetri J. 
l^jagol kedang J. 
Djagong M, R, S. 

„ gedeh S. 

„ hawarah S. 

„ tjoopak ge- 
[deh S. 

j, „ leutiek 

Djagong tjeutriek S. 



Ruellia discolor Xees. 

„ alternata Brm. 
Bryophyllum Calylinum Slsb. 
Commersonia Frst, ectinata 

„ javensis G. Don. 
Psophoc. tetrahonolob. DG. var 
[macropterus pellospermus Hk 






leucospermus Hl 
„ melanospermus „ 
„ xanthospermus „ 
longepedunculatus Hk 
„ tetragonolobus DC, var 
[micropterus pellosperm. Hk 



[ „ leucosperm. maj. Hk 



[.. 



minor Hk. 



[ „ melanospermus Hk. 

[ „ xanthospermus Hk. 
Nauclea grandiflora DC. 
Aloë vulgaris DC. 
Ficus Rumphii BI. 

Sorghum saccharatum Wld. 
Jödes ovalis BI. 
Zea mays L. 

„ „ L., pallida Hsskl. 

„ „ L., hawarah „ 

„ „ L., minor „ 

., „ L., minima „ 

Andropogon sorghum L. 
„ cernuus Ilxb. 



Acanthaceae. 

5) 

Crassulaceae. 
Büttneriaceae. 



Papilionaceae. 
>» 

ir 
tt 



Rubiaeeae. 

Liliaceae. 

Moreae. 

Gramineae. 

IMenispermaceae. 

Gramineae. 



Gramineae. 



6i 



1 


alandsclie 
Naam. 


Botanische benaming. 


Natuui-lijke 
Familie. 


Dj aha 


o:adiiio[ S. 


Cyanodaphne cuneata BI. 


Laurineae. 


Djaliej S, M. 


Zingiber officinale Kxb. 


Zingiberaceae. 


Djai-soe Ch. Eo. 


Cocos nucifera L. 


Palmae. 


Djalam garo ï. 


Hibiscus surattensis L. 


Malvaceae. 


Djalatroeng S. 


INIichelia montana BI. 


Magnoliaceac. 


Djali 


J. 


Eleusine coracana Prs. 


Gramineae. 


Djalie 


; J. 


Coix lacryma L. 


j> 


)> 


batoe J. 


5) ^ )l 5> 


j» 


Djallo-djallo T. 


Sesuvium portulacastrum L. 


Portulaccaceae. 


Djamakka S. 


zie Akkar tjamakka S. 




5) 


kon n eng S. 


RhuacophiL^ javanica BL 


Liliaceae, 


Djam 


ban S. 


Coelospermum scandens EL 


Rubiaceae. 


Djam 


beh M, S. 


Areca catechu L. 


Palmae. 


5J 


benei' S. 


„ L. b alba El. 


}> 


Djam 


behloengloeiii? 


jf „ L. c oblonga 






[s: 


[Hk. 


Palmae. 


5> 


rendeh S. 


„ triandra Rxb. 




?J 


soesoe S. 


„ catechu .L. 


j> 


Djam 


blang M. 


Syzigium jamboL^num DC. 


Myrtaceac. 


Djam 


boe S. 


Vangueria latifolia Miq. 


Rubiaceae. 


i) 


ajer M, E. 


Cerocarpus aquaeus Hsskl. 


Myrtaceae. 






Jambosa malaccensis DC. 


)» 


if 


„ mawar 








[ji. 


„ vulgaris DC. 


jj 


i) 


alfoeroe M. 


Syzigium caryophyllifolium 








[DC. 


j» 


)f 


aroeng S. 


Psidium guajava L. 


)» 


» 


aroy S. 


Sageretia parviflora Don. 


Rhamneae, 


5» 


ayer M, R. 


Jambosa palembanica BI. 


Myrtaceae. 






„ formosa Wght. 


M 






„ ambigua BI 


)> 






„ vulgaris DC. 


» 






„ alba Rmph., e am- 








[bigua. 


)» 






„ aquaea Emph. 


ii 


}f 


„ Tond, 


V 1. „ - c angus- 
[tifolia. 


, 



Iiilandsclie 
Xaara. 


Botanische benaming. 


Xatuurlijke 
Familie. 


Djamboe aver ketjil 














[M. 


Jambosa aquaea Rmph. 


Myrtaceae. 


/) 


,, oetan M. 




)f 


laeta BI. 




7} 


;> 


„ poetili 














[M. 




jt 


aquaea Rmph.. b limbat 




JJ 


if 


„ tjeribon 














[M. 




1) 


samarangensis DC. 




5» 


.j 


bidü-biüji M, 














[K 


Ps 


idium guajava Rdd. 




?} 


TJ 


lioerong M. 


Ja 


mbc 


sa densiflora DC. 




?) 


?> 


bohol M, of 












?; 


bol M, E. 


Psidium macrophyllum DC. 




•j 


;> 


bol S, M. 


Jambosa domestica Rmph. 








„ besaar 
[M. 

„ meirali 
[M. 

„ poetih 
[M. 






,, „ , d ca- 

[lapparia. 

,, , c rosea 
„ „ ,Z>miuor 




•i 
!) 


?> 


da jan Bd. 




5J 


;> j» > 




J> 


/V 


diepa S, M. 




>7 


[purea. 




V 


j» 


5» »» 




/•J 


pnrpurasccns DC. 




5» 


?> 


>» !> 




;> 


malaccensis DC. 




5? 


?> 


dj ene i\Iak. 




)» 


aquaea Rmph. 






>f 


goeiampok S. 






samaranirensis DC. var. 

o 

[microcarpa. 
„ • J)C., var. ob- 
[obtusisissima. 






;> 


lioUanda M. 


Perse 


o^ratissima Grtn. 


Li 


lurincac. 


;) 


irocng M, 11. 


Anacardium occidentale DC. 


A 


lacardiaceac. 


?» 


itam M. 


Jambosa domestica Rmph., e 














[nigra. 


U 


yrtaceac. 




kadjoe M. 


zie 


Ai 


. iroens: M. R. 






. j 


koenen o- 131, 

o 


Jambosa guaja^-a Rdd. h PJi'i-i 














[ferum. 




?» 




kllDgM. R. 


M; 


v'rtus comnnuiis L. | 




M 



63 



I 


nlanclsche 


Botanische benaming. 


Natuurlijke 
Familie. 




Naam. 




Djamboe kloetoek 








[S, M. 


Psidium guajava Kdd. 


Myrtaceae. • 


j) 


klonkong Mak. 


Jambosa domestica Kmph., d 








[calapparia. 


M 


j> 


lumboet S. 


Psidium pumilum Vhk 


j» 


)f 


malabar M. 


Jambosa formosa Wght. 


5> 


j) 


masson J. 


Anacardium occidentale DC. 


Anacardiaceae. 


;> 


mehdeh ]M. 


5> J? }> 


j> 


53» 


moDJet M. 


?J ?> ?> » 








[6 indicura DC. 


)» 


» 


meirah M, E. 


Psidium purpurascens DC. 


Myrtaceae. 


J} 


oetaii M. 


„ guajava Kdd. 
Jambosa domestica Pi.mph., e 


5) 






[nigra. 


5> 


5> 


„ poetib 








[M. 


„ alba Emph. 


J» 


5> 


oewer BI. 


„ aquaea Emph. 


?l 


?J 


portugaal ^lak. 


Psidium guajava Edd., b py- 








[riferum. 


;) 


i) 


sakekat M. 


Syzigium caryophyllifolium DC. 


)} 


?> 


samarangbock 


Jambosa samarangensis DC, 






[das S. 


[var. fructu albo. 


}) 


?> 


j. burrum 


j; 5> 5» ? 








[ „ „ rubro. 


}) 


7? 


„ meirah 


Jt M 5> > 






[M 


[ '> 5> 5J 


)i 


J) 


„ poetih 


» J» ?) 5 






[.\i. 


[„ „ albo. 


?> 


J> 


söor ]\rak. 


Anacardium occidentale DC. 


Anacardiaceae. 


1» 


tjina M, R 


Psidium pumilum Vhl. 


^lyrtaceae. 


D jam ma. J. 


Lichen capillaris Brm. 


Lichenes. 


Djamoer bangkong 








[J. 


Agaricus tuber regium Tr. 


Hymen omycetes. 






Pachyina tuber regium Tr. 


Gasteromycetes. 


?> 


tombon g J\r, 


Lycoperdon L., spec. 


'? 


Djamor M. 


Agaricus djamor Tr> 


Ilymenomycetes, 



VA 



Inlandsclie 
Naam. 


Cotanisclie benaming. 


Natuurlijke 
Familie. 


Djanipaiig S, of 






-[Djambang S. 


Eleusine indica Prs. 


Gramineae. 


„ koeda S. 


?> '» '> 


» 


„ kahi S. 


Hypoëstes Forskaöli Soland. 


Acanthaceae. 


„ manggong S. 


Eleusine caracaiia Prs. 


Gramineae. 


Djangkang J. 


Sterculia foetida L. 


Sterculiaceae. 


Djaiiglüt J. 


Gelonium glomerulatum BI. 


Euphorbiaceae. 


Djankar meirah IVI. 


Salsola indica L. 


Chenopodeae. 


Djankorang M. 


Heptaplenrum rigidum IIsskL 


Araliaceae. 


„ gompongS. 


Arthrophyllum Binmeanum Z. 






[& M. 


)» 


Djapoengan S. 


Siegesbeckia orientalis L. 


Compositae. 


Dj arak !M. 


Eicinus communis L. 


Euphorbiaceae. 


„ gorito J. 


„ speciosus (Brm ?) 


1» 


„ kalappa M. 


„ rugosus MU. 


)> 


„ kapri M, K. 


Curcas pur gans Mdk. 


j> 


., malakka M. 


Ricinus ai'ricanus AYkl. 


)) 


Dj arak meirah M. 


„ Wld. 


3Ï 


„ selassielalakki 






[M. 


„ spectabilis Wld. 


)) 


„ tjina E. 


Jatropha multifida L. 


11 


Djaram M, II. 


Pavetta, indica BI. 


Eubiaceae. 


Djaran J. 


Odina gummifera L. 


Anacardiaceae. 


Dj ar en J. 


Galium L., spec. 


Eubiaceae. 


Djaringgan M, E. 


Acorus terrestris Empli. 


Orontiaceae. 


Djaroem-djaroem M. 






[E. 


Ixora incarnata DC. 


Eubiaceae, 


Djarong S, M, J, E. 


„ bandhuca Exb. 


1) 




Xomaphila corymbosa BI. 


Acanthaceae. 




Achjranthes bidentata BI. 


Amarantaceae. 




Eranthemum E. Br., spec. div. 


Acanthaceae. 




Lepidagathis Wld., spec. div. 


» 




Euellia anagallis L. 


>> 


j, awelnveli S. 


Ebermeyera Nees , spec. 


)i 


„ blaauw S. 


Barleiia cristata L. 


5> 


5, boddas S. 


.. multifiora Ilsskl. 


» 


j, boeboekocan S 


Eranthemum viscidum BI. 


;) 



65 



Inlandsche 
Naam. 



Botanische benamin2C- 



Natuurlijke 
Familie. 



Djarong boen ga 
[landep M. 
„ boentoet oe- 
[tjieng S. 

., djarong M. BI. 

,, gedeh S. 

„ kon n en O' S. 

,. lalakkiS. M. 



„ woengoe b. 
Djatang S. 
Djattie S. M. 
arov S. 



hollanda S. M, 



Djaungdjaung BI. 
a^Ye^ burrum S. 



Dj 



o-edeli S. 
ooenceno; S. 
kon n eng S. 
kottok S. 



,, j, meirah 

[S. M. 
Djawie-djawie M. R 
Djawora S. 



Djeankong S. 
Djebis oetan M. 
Djegeng M. 
ÖL. XIX. 



Barleria prionitls L. 
Crossandra infundibulaeformis 
[Nees. 
,, undulaefolia Slsb. 
Ixora amboinica BI. 
Strobilanthes glandulosa BI. 
Ruellia lupulina Wld. 
Achyranthes aspera Wkl. 
Stachytarpheta indica Vhl. 
Oxalis sensitiva Wld. 
Barleria cristata L. 
Spilanthes acmella L. 
Tectonia grendis L. fs. 
Gumira parasitica Hsskl. 
Guazuma Blumei G. Don. 
j, cumanensis Ktli. 
„ tomentosa Ktli. 
Wendlandia Brtk, spec. 
Coleus Blumei Bntli. 

„ macrophvllus Bntli. 

„ galeatus Bnth. 

„ bicolor Bntli. 

„ Ingratus Bnth. 

,, laciniatus Bnth. 
Sonnerila tenuifolia BI. 
Moschosma polystachya Bnth. 

Plectranthus scutellarioides BI. 
Ficus Rumphii BI. 
Garcinia cornea BI. 

„ divica BI. 

„ laterifolia BI. 

„ longifolia BI. 
Polygonum torquatrum De Br, 
Yitis indica Bk 
Sorghum Tulgare Prs. 



Acanthaceae. 



Rubiaceae. 
Acanthaceae. 

Amarantaceae. 

Verbenaceae. 

Oxalideae. 

Acanthaceae. 

Compositae. 

Verbenaceae. 

Büttneriaceac. 



Rubiaceae. 
Labiatae. 



Melastomaceae. 
Labiatae 



Moreae. 
Clusiaceae. 



Polygoneae. 
Ampelideae. 
Gramineae. 



GG 



1 
InlaiiJsclie 
Naam. 


Botanische benaming. 


Natuurlijke 
Familie. 


Plekken J. 


Sonclius asper Wld. 


Compositae. 


Djela-djela T. 


Oplismenos bromoides R. & S. 


Gramineae. 




„ Burmanni R. & S. 


5» 


D ieletong karbau M. 






[E. 


Urtlca ovalifolia BI. 


Urticaceae. 


Djeloe menjan S. 


Scindapsus sylvestris Kntb. 


Aroideae 


Djendini M. 


Aegiceras ferreum Bb 


Aegicereae. 


Dj end j er takko S. 


Allopbyllus javensis BI. 


Sapindaceae. 


Djeiigkol S. M. E. J. 


Albizzia lucida Bnth. 


Mimoseae. 




Pitiiecolobium bigeminum Mrt. 


i} 




,, lobatum Bnth. 


;» 


Djengkot M. 


Bassia sericea BI. 


Sapotaceae. 


Djenggot S. 


Mimusops acuminata BI. 


5» 




Sapotaceae Endl. spec. 2 incert. 


?) 


f Djepan J. 


Corchorus olitorius L. 


Tiliaceae. 


Djepoen J. 


Acacia Farnesiana Wld. 


Mimoseae. 


Djereniie Mak. 


Daemonorops draco BI. 


Palmae, 


Djeroedjoe M. R. J. 






[BI. 


Dilivaria ebracteata Jss. 


Acanthaceae. 




„ ilicifolia Prs. 


5> 


Djeroek S. IL J. 


Tupeia umbellata Kths. 


Loranthaceae. 


., amies S. 


Citrus aiirantium Risso. var. h 






[limettiforniis Risso. 


Aurantiaceae. 


, balie S. 


,, decumana L. 


}> 


„ b&liek M. 


„ L., spec. 


)> 


„ djepoen leu- 






[tiek S. 


„ aurantium Risso. 

., nobilis Lour., var. nilcro- 


}} 




[carpa Hsskl. 


7} 


' 


,, „ „ » chryso- 






[carpa „ 


yy 


., biedmig S. 


„ 5, 7, j, „ melauo 






[carpa „ 


j> 


j, hcnjeli gedeh 






[S. 


,, crassa TTsskl. 


?) 


.., kapas M. R. 


.,, llmo nellus Hsskb 


» 


IsavbauM.R. 


:> niedica L. 


" 



67 



Inlandsche 
Naam. 


Botanische benaming. 


Natuurlijke 
Familie. 


Djeroek lekki J. 


Citrus nobilis Lour. 


Aurantiaceae. 


,, liemoh S. 


„ limonellus Hsskl.- var. am- 






[blycarpus Hsskl. 


?> 


„ llmoh gedeh 






[S. 


„ amara Hsskl. 


?> 


„ matjan S. M. 


„ decLimana L. 


5> 


,, niepies S. M. 


„ limonellus Hsskl, var. 
[ox^rcarpus Hsskl. 


;> 


.. pandjang S. 


„ pyriformis Hsskl. . 


3> 


„ papaija M. 


,, L. spec. 


ï> 


j, poeiToet S. 






[E. 


Papeda Eiiinpliii Hsskl. 


.j 


,, post S. M. E. 


Citrus amara Hsskl. 




„ tandjoiig 






[boerah (?). 


„ ovata Hsskl. 


>» 


„ tangan M. 


„ sarcodactylis Sieb. 


» 


„ tiepies M. 


zie Dj. niepies S. M. 




„ tjoetjoek S. 


Citrus macracantlius Hsskl. 


J> 


„ tjoplok S. 


„' nobilis Lour., var. cliry- 






[socarpus Hsskl. 


5? 


Djeroeki S. 


Cliariessa suaveolens Miq. 




Djerring M. E. 


Mimosa Adns. spec. 


Mimoseae. 


Djeudjeroekan S. 


Limonia spinosa Sprg. 


Aurantiaceae. 


Djewor J. 


Commelyna paludosa BI. 


Commelynaceae. 


njidakaoon M. 


Celosia argentea L. 


Amarantaceae. 


Djierak S. 


S^nnplocos L. spec. 


Ayraceae. 




Dicalyx Lour., spec. 


Ternstroemiaceae. 


„ boddas S. 


J) 5> ' ?? 


jj 


.„ lumboet S. 


." " . ' *^ 


'i 


Djiging J. 


Indigofcra hirsuta L. 


Papilionaceae. 


Dj ij anti S. 


Sesbania aegyptiaca Prs, 


5) 


Pjikoer (?). 


Tacca montana Kmen. 


Taccaceae. 


Djingi S. M. 


Cucurbita acutangula BI. 


Curcubitaceae. 


Djinka M. 


Hibiscus rosa sinensis L. 


Maivaceae. 


Ojintam oetan M. 


Chrysopogon aciculari? Trin. 


Gramineae. 


Djinten M. E. 


Carum carvi L. 


ümlieiliferac.' 


„ itam J, 


Nigella sativa L. 


lianuncalaceae. 



68 



Inlandsche 
Naam. 


Botaniscbe benaming. 


Natuurlijke 
Familie. 


Djintan poetih. J. 


Cuminum cyminum L. 


Umbelliferae. 


Djoeiir (?). 

Djoeat M. J. & BI. 


Diospyros L. spec. 
Syzigium jambolanum DC. 
„ pseudo-jambolanum Miq. 


Ebenaceae. 
Myrtaceae. 


Djoedjaroe T. 
Djoeél M. J. & BI. 


Cycas pectinata Ham. 
Syzigium jambolanum DC. 


Cycadeae. 
Myrtaceae. 


Djoekoet S. 

., babawangan 
[S. 


Dentella repens Frst. 
Scirpus juncoides Exb. 


Rubiaceae. 
Cyperaceae. 


., baba kebob 


Xyris L. spec. 


Xyrideae. 


[S. 
„ biedrie S. 


Bucbnera eupbrasioides BI. 
Pbarnaceum strictum Endl. 


Scropbularineae, 
Portulaccaceae. 


,, biiigbing 

[kassir S. 
„ boe-boe-oet 


Paspalum sumatrense Rotb. 


Gramineae. 


[S. 
., boeloe-mata 


Fimbristylis efoliata Std. 


Cyperaceae. 


[S. 
„ boeloe mata 


,, Vbl. spec. div. 
Isolepis KBr: spec. div. 
Cyperus compositus RBr. 


5» 


[S. 


j, tenuiflorus Rttb. 


5Ï 




„ diapbanus Schrad. 


>» 


-5) 5) ?> 

[lumboet S. 
,, „ kebob 


j, pennatus Lam. 


J> 


[S. 


Scirpus cbaetanus Rtz. 


•/1 




„ congestus Sprg. 
Lobelia succulenta BI. 


Lobeliaceae. 


,, boengboeng- 


j, Heyneana Ktz. 


5> 


[delan leutiek S. 
5, boentoet se- 


Cyperus parvus ITsskl. 
Kyllingia brevifolia Ettbl. 


Cyperaceae. 


[rob S. 


Justicia ocbroleuca BI. 


Acantbaceae. 


,, bohraijg S. 


Mimosa pudica L. 


Mimoseae. 



69 



Inlandsclie 
Naam. 



Botanische benamins;. 



Natuurlijke 
Familie. 



Djoekoet djaran S. J. 



„ djoedjoeloek 
[M 
„ gehwor S. 



kakawatan S. 
kamaloean S. 
kapolloh S. 
kassimboekaii 

[S, 
kawassa (.^). 
lakki lakki S 
lari lari S. 
lida aijam M. 

[S. 



„ loeloet S. 
„ lokkot mata 
[S. 

,j maas S. 

„ malela S. 



mam arakan 



[S, 



mandel S. 
„ bodd 



as 



[S. 

„ mata boeiig- 

[boengdelan S. 

., „ keujiip S 



Polygonium fissum BL, c gla- 

[brescens De Br. 
Anthistliiria ciliata L. 

Panicum auritum Prsl. 
Anilema nudiflorum EBr. 
Commelvna DilL, spec. 
Tradescantia L,, spec. 
Campelia liich., spec. 
Panicum rigens Sw. 
Mimosa pudica L. 
Dentella repens Frst. 

Drymaria driandra BI. 
Ardisia pumila BI. 
Yerna indica L. 
Spinifex squarrosus L. 

Spermacocs scaberrima L. 



Parietaria Trnf., 



spec. 



Indigofera liirsuta DC. 

Artemisia indica L. 

,, lavend ulaefolia DC. 
Ruellia repanda L. 
Peristrophe salicifolia L. 
Sporabolus elongatus KBr. 
Polygala densiflora BI. 

„ hypericifolia Kwdt. 

Hoplismenus stagninus Kntli. 
Adenostemma fastifriatum BI. 
„ parvifloriira , var. di- 
[varicatum DC. 

Scirpus aphyilus Hsskl. 
Mimulus'javanikus B\, 



Polvii'oneae. 



Gramineae. 



Commelvnaceae. 



Gramineae. 

Mimoseae. 

Rubiaceae. 

Caryopliylleae. 
Mjrsineae. 

Gramineae. 

Rubiaceae. 

IJrticaceae. 

Papilionaceae. 

Compositae. 

Acantliaceae. 

Gramineae. 

Polvgaleae. 



Gramineae. 
Compositae. 



Cyperaceac. 
Scrophularineae. 



iyj 



Inlaudsche 
Naam. 



Cotanisclie benaminir. 



Natuurlijke 
Familie. 







Lobelia tetragona BI. 


Lobeliaceae, 


Djcel; 


.oet raata keu- 








[jup S. 


„ caespitosa BI. 


?> 






Torenia obtusa Bi. 


Scrophularineae. 






„ crustacea Ciiam. & Scbltd. 


)) 






Bonnaya Lk., ,spec. 


iy 






Mazus Lour., 'spec. 


J> 




• 


Euphorbia reniformis Bi. 


Eupliorbiaceae. 


7; 


1) 5; 
[boddas S. 
meurriet Sof 


Hyogetlios nervosum ïlsslvl. 




>> 


moeria S. 


Diclirocepliala latifolia DC. 


Compositae. 


j> 


«jariengiet S. 


Microcarpaea alternifolia BL 


Scrophularineae. 


;; 


oerien^ ari- 








[eng S. 


Lantaiia stricta L. 


Verbenaceae. 


)> 


pepereh peh- 








[tan S. 


Hedyotis lierbacea L. 


Eubiaceae. 


J> 


piengpieng 








[kassier S. 


Paspalum pulcliellum Ilmb. 


Gramineae. 






,, orbiculare Erst. 


j) 






„ sumatrense Eth. 


j> 


>5 


prasman M. 
ramboekas- 


Eupatorium ayapanna Vnt. 


Compositae. 


[san^ leutiek S. 


Xerociilöa latifolia Hsskl. 


Gramineae. 


j) 


roengiet S. 


Oldeiilandia paniculata L. 


Eabiaceae. 


^; 


sarroenie S. 


Acalypha hispida Wld. 


Euphorbiaceae. 


5) 


seetan M. 


Leucas linifolia Sprg. 


Labiatae. 






Polanisia viscosa 1)0. 


Capparideae. 


;j 


seketie S. 


Nasturtium iiidicum DC. 


j> 


•!J 


seriawan S. 


Ficus serpillifoiia BI. 


Moreae. 


TJ 


siraroe S. 


Ophioglossum petiolatum ITssld. 


Opliioglosseae. 


■ 3» 


sisier S. 


Opbiorrliiza neglecta Bi. 


Eubiaceae. 


i) 


soemboe S. 








[M. 


Panicum auritum Prsl. 


Gramineae. 


?) 


sorosottic S. 


zie Dj. seetan M. 




?J 


tjalieng- 




• 




^ L^ieng S. 


Oxalis L., spec. dir-"*" . 


Oxalideae. 



71 



Inlandsche 
Naam. 



Botanische benaming. 



Natuurlijke 
Familie. 



Djoekoet tjarang S. 
„ tjarenjeh S. 
,, tjeutriek S. 

j, tridi S. 

„ -svalet S. 
Djoe malj T. 
Djoengitan J. 
Djoerang S. 
Djoerei S. 

„ boddas S. 

„ burrum S. 

Pjoeroe poerroet T. 
Djoe-tse Cli. Bo. 
Dj oh hok J. 

Djokoe Bk 

,, karbau Amb. 
Djojomoetri J. 
Djokka sawoor J. 
Bjoko toewa J. 
Dj oio madjiko T. 
Dj on gek S. J. 

,j boddas S. 

„ burrum S. 
Dj ui e M. 
Djuntier S. 

„ badak S. 
„ burrum S. 
Djungdjieng S. 

Dliesem J. 
Dodeko Cel. 
Doedoeitan S. 



zie Dj. djaran J. 
Pkyllantkus anceps Okk 
Andropogon sorgkum Ertk 

„ cernuus Endk 
Lindenbergia urticaefolia Lekm. 
Lourea vespertilionis Dsv. 
Mussaenda glabra Vkl. 
Jödes ovaks Bk 
Oreocnide sjlvatica Mlq. 
Ricinus salicinus Hsskk 
Nerium odoratum L., flore albo. 

„ oleander L. 
Citrus kjstrix DC. 

„ decumana L. 
Terminalia laurinoides Ts. & 

[Bnndk. 
Citrus limonellus Hsskk 
Papeda Kumpkii Hsskk 
Sorgkum sacckaratum Pers. 
Pimpinella javana DC 
Artemisia vulgaris L. 
Dodonaea triquetra DC. 
Gynura divaricata DC. 
Gvnaecura Css., spec. div. 
Emilia sagittata DC. 

„ sonckifoka DC. 
Dolickos unguiculatus Lour. 
Globba maculata Bk 

,, niarantina L. 
Hellenia bracteata BI. 
Globba maculata Bk 
Inga purpurascens Hrt. Bog. 
Albizzia stipulata Biitk. 
Blackwellia spiralis (Comm,?) 
Man gif era foetida Lour. 
Acrostichum nummularifolinm 131 



Eupkorbiaceae. 
Gramineae. 

Scropkularineae. 
Papilionaceae. 
Rubiaceae. 
Menispermaceae» 

Eupkorbiaceae. 
Apocynaceae. 



Aurantiaceae. 



Combretaceae. 

Auratiaceae. 

»> 

Gramineae. 

Umbelliferae. 

Compositae. 

Sapindaceae. 

Compositae. 



Umbelliferae; 

Zingiberaceae, 

» 

Mimoseae. 

Homalinea. 

Anacardiaccae, 

Poh-podiac^ae. 



72 



Inlandsclie 
Kaam. 



Botanische benam in £:. 



Natuurlijke 
Familie. 



Doedoelam M. E. 

Doedoek S. 



Doedoerenan M. E. 
Doedoewave J. 
Doelioe S. 
Doehon J. 
Doek BI. 
Doekdoek J. BI. 



Doekoe S. M. E. 



3:)oelang M. K. 



Doelen sentak S. 
DoeniToenix M. S. 
Doengoer M. 
Doe-oet S. 
Doerein Mol. , of 
Doeren M. , E. 
Doerie entong J. 

„ geretan J. 

5, karbau M. 

,, radak J. 

„ roekan J. 
Doeriban J. 
Doeroekoenam J. 
Doetra M, Mol. 
Doe we BI. 
Dohlok S. 
Doka T. of 



Notoclilaena piloselloides Kif. 
Niphobolos carnosus BI. 
Dischidia nummularia E Br. 
Platea excelsa BI. 
„ latifolia BI. 
Pemphis acid ui a Frst. 
Ludwigia trifolia Brm. 
Lumitzera racemosa Wld. 
Platea excelsa BI. 
Horsneldia aculeata DC. 
Ptychosperma noxa Miq. 
Sizigium Zippelianum Miq. 
Arenga saccharifera Lab. 
I Otanthera moluccana BI. 
Melastoma polyanthum BI. 
Scypliiphora bydroph^dl. Grtn, 
Lansium domesticum Jck., var, 

[duku Hsskl. 
Cassia javanica L. 
Scaevola Plumieri L. &. 
Sanicula montana Ewdt. 
Heritiera littoralis DC. 

Syzigium jambolanum DC. 

Durio zibethinus L. 
Opuntia polyaltlia liaw. 
Ehamnus nummularis 
Artabotrys suaveolens BI. 
Gmelina asiatica L. 

,, indica (Brm ?) 
Hlbiscus rosa siiiensis L. 
Eanunculus prolifer Ewdt. 
Datura L. spec. plur. 
Syzigium jambolanum DC. 
ïricliospermum javnnicum BI 



'Brm ?) 



Polypodiaceae. 

») 
Asclepiadeae. 
Icaoineae. 

5) 

Lytbrarieae. 

Oenothereae. 

Combretaceae. 

Tcacineae. 

ümbelliferae. 

Palmae. 

]\Iyrtaceae. 

Palmae. 

Melastomnceae. 

Eubiaceae. 

Meliaceae. 

Papilionaceae. 

Goodeniaceae. 

Ümbelliferae. 

Sterculiaceae. 

Myrtaceae. 

Sterculiaceae. 

Cacteae. 

Rhamneae. 

Anonaceae. 

Yerbenaceae. 

]\Ldvaceae. 

Eaimnculaceae. 

Solanacea'e. 

Myrtaceae. 

Eanunculaceae. 



73 



Inlandsche 
Naam . 



Botanische benamiii! 



Natuurlijke 
Familie. 



*Dokkoe T. 

Domar Lt. -j 
Domu Arab. » 
Dom ui Amb. ^ 
l^onda medaiig (?) 
Dondo Mak. 
Dongdong Mand. 
Don o-i- don m Mak. 



Dotaga T. 



Dotto doekkoe Amb. 
Dowora T. 
Drano-dano; S. 

„ angin S. 

„ aroy S. 

., kajoe S. M. 
Dregël J. 
Drowak S. 



Eboel M. 

Eggel S. 
Ejk Ar. 
Evlan tassi Ht. 
Eyparehu Amb. 
Eytale Huah. 
Eytassi Ht. 
Ejkor andjing M. 
„ koetjing M. 
., oetan M 



Areca 



idifoi 



BI. 



Ptychosperma Rumphii BI. 

Bambusa mitis Poir. 

Crotallaria verrucosa L. 
Tacca montana Kmph. 
Covellia hispida Miq. 
Sphaerococcus lichenoides Ag. 
[var. b tenuis Ag. 
Cardiospermum helicacabum L. 
Physalis indica Lam. 
Ventilago maderaspatana Wld. 
Intsia amboinensis 'DC. 
Ficus rostrata Lam. 
Calpandria quisco.saura Ktlis. 
A^illaresia scandens Hsskl. 
Ficus cerasiformis Rudt. 
Capellia multiflora BI. 
Grewia affinis Hsskl. 

,, oppositlfolia Hskl. 
Columbia javanica BI. 

E. 

Oranla macrocladus Mrt. 
Xerospermum A^oronhianum B]. 
Cinnamomum culitlawan BI. 
Garcinia cochinchinensis DC. 
Dicalyx cochinchinensis (Law?) 
Cedrela febrifu^ra \l\. 
Garcinia cochinchinensis DC. 
Tiaridium indicum Lehm. 
Acalypha densiflora BI. 

5, betulina Wld. 

., caturus BI, 



Palmae. 

Gramineae. 

Fapilionaceae. 
ïaccaceae. 

Floridae. 

Sapindaceae. 

Solanaceae. 

Rhamneae. 

Fapilionaceae. 

Moreae. 

Meliaceae. 

llicineae. 

Moreae. 

Dilleniaceae. 

Tiliaceae. 



Palmae. 

Sapindaceae. 

Laurineae. 

Clusiaceae. 

Ternstroemiaceae. 

Cedrelaceae. 

Clusiaceae. 

Asperifoliae. 

Euphorbiaceae. 



74 



Inlandsclie 


Botanische benaminsj. 


Xatuurlijke 


Kaam . 


o 


Familie, 


Ejkor meöng J. 


Desmodium siliquosum DC. 


Papilionaceae. 


Ekana Lt. 


Acalypha mappa Wld., of 


Euphorbiaceae. 




Rottlera tanaria Ilsskl. 


j> 


Elan Amb. 


Dioscorea bulbifera L. 


Dioscoreae, 




Melaleuca leucodendron DC. 


Myrtaceae. 


Ella M, S, en 






Elok M^ R. 


Hellenia bracteata BI. 


Zingiberaceae. 


Emmes S. 


LutFa acutangula Ser. 


Curcubitaceae. 


Endok-endok J. 


Grumilea divergens Miq. 


Kubiaceae. 


Entjeng-entjeng J. 


Kiesera minor Miq. 


Papilionaceae. 


Entjeng-entjengan J 


Gynandropsis affinis BI. 


Capparideae. 


Entoe Men. 


Indigofera tinctoria L. 


Papilionaceae. 


Epay Amb. en 






Epay salay Amb. 


Astronia papetaria BI. 


Melastomaceae. 


Erang J. 


Areca nibung Mrt 


Palmae. 


Erek ZO. Arch. 


„ catecliu L. 


5> 


Essoyr Amb. 


Podocarpus Rumplni BI. 


Taxineae. 




„ ebracteata Herit. 


>» 


Etjeëng S-, M. 


Monochoria vaginalis Prsl. 


Pontederaceae, 




„ pauciflora Kntli. 


)> 




Sagittaria birundinacea BL 


Alismaceae. 




,5 Blumei Knth. 


?7 




Hydrospond ylus submersus 






[Hsskl. 






Hydrilla najadifolia Z. & M. 


Hydrocharideae. 




Pontederia bastata L. 


Pontederaceae. 


gedeh S. 


Ottelia javanica Miq. 


Hydrocharideae. 


liai hai S. 


Pontederia linearis Hsskl, 


Pontedereraceae. 


lumboet S. 


Imperata koenigii Palist. 


Gramineae. 


Euri S. 


Saccbarum spontaneum L. 


?i 




Tetranthera Rumphii BI. 


Laurineae. 


Ewassa Amb. 


;, monopetala Kees. 

F. 


jf 


Fala Br. 


Cordia Rumphii BL 


Cordiaceae. 


Fana Br. 1 


;? 7> -f 


;> 





75 




Iiilanclsclie 


Botanische benamino;. 


Natuurlijke 


Naam . 


o 


Familie. 


Fetoel Br. 


SandoricLim indicam Cav. 


Miliaceae. 


Fan-choe-tin Ch. B. 


Coiivolvulus batatas L. 


Convolvulaceae. 


Fan-njiu-tsoi Ch. B. 


Sauropus rhamnoides BI. 


Euphorbiaceae. 


Fan -lij in- won Ch. B. 


Fagraea auriculata Jck. 


Loganiaceae. 


Fette-fette T, 


Criuum toxicarium Herbert,an. 


Amaryllideae. 




„ asiaticum L. ? 


5> 


Fidakka T, en 






Fitakoe T. 


Calophyllum inophjllum L. 


Clusiaceae. 


Fie-giong-seu Ch Bo. 


Foenicnlum vulgare Grtn. 


Umbelliferae. 


Fissa-foeroe T. 


Ficus racemosa Vhl. 


j\Ioreae. 


Flekke-natoor Bd. 


Bryonia grandis Leur. 


Cucurbitaceae, 


Foela-sapatoe Bat. 


Hibiscus rosa sinensis L. 


Malvaceae. 


Foeng-fa Ch. Bo. 


,j 5, n L- 


?» 


Foe-tho Ch. 


JugL^ns regia L. 


Juglandeae. 


Fokki-fokki T. 


Solanum melongena L. 


Solaiiaceae, 


FüUe-aaros J. 


Jasminum undulatum. "Wld. 


Jasmineae. 


„ kotte J. • 


Aërva lanata Jss. 


Amarantaceae, 


„ malaga J. 


Lochnera vincoides Echb. 


Apocynaceae. 


Fortago ï. 


Eleusine aegvptiaca Evb. 


Gramineae. 




„ indica Trin. 


j) 


Foui2:ul Bat. 


Sterculla foetida Wld. 


Sterculiaceae. 


Fuo^T. 


Phaseolus radiatus Lour. 

G. 


Papilionaceae. 


Gabi-gabi T. 


Actinodaphne Eamphii BL 


Laurineae. 


Graboes M , E,. 


Alstonia scholaris E. Br. 


Apocynaceae. 


Gadel J. 


Pong-aüiia L. spec. 


Papilionaceae. 


Gada-gada Sum. OK. 


Nepenthes phyllamphora Wld. 


Nepentheae. 


Gadag S, E. of 


■^ 




Gadok S, R. 


Bischoffia javaiiica BI. 


Xanthoxylaceae, 


Gradong M, E. 


Dioscorea trifoliata L. 


Dioscoreae. 


„ loemoet J. 


Muldera baccata Miq. 


Piperaceae. 


jragaboessan. 


Jussinea L. spec. 


Oenothereae. 




Aeschynomene indica L. & var. 


Mimoseae. 




Scaevola Koenigii Vhl 


Goodeniaceae. 



76 



Inlaiidsche 
]Naam. 



Botanische benamins:. 



Natuurlijke 
Familie. 





Scaevola Plumieri L. 


Goodeniaceae. 




Pentapetes phoenicea li. variet. 


Büttneriaceae. 




„ angiistifolia Sprg. 


j> 


Gaga-meirah S. 


Pthododendruinjavanicum U\vdt. 


Ericaceae. 


Gagang-goenong J. 


Viola alata Bgdk. 


Violaceae. 


Gagaway S. 


Ficus benjamina L. 


Moreae. 


Gaharoe M, E. 


Aquilaria agallocba L. 


Aquilarineae. 


Gailoeni^-djangoengS 


Wendlandia glabrata DC. 


Rubiaceae. 


Ga jam S, R. i 






Gajang M. <^ 


Inocarpus edulis L. 


ïlernandiaceae. 


Gajim^ Bd. ( 






Gajati T. 


Aeschynomene indica L. 


Mimoseae. 


Galatrang S. 


Michelia montana BI. 


Magnoliaceae. 


Galiassa T. 


Alpinia galanga Sw. 


Zingiberaceae; 


Galieboeiig S. 


Cyrtandra rostra BI, 


Gesneriaceae. 


,, boeloe S. 


Leonurus javanicus BI. 


Labiatae. 


„ peutjaiigS. 


Pubiaceae Jss. incert spec. 1. 




Galiengum S. 


Bixa orellana L. 


Bixaceae. 


Galingang Mand. 


Cctssia alata L. 


Papilionaceae. 


Galing-galing S. J. 


Vitex trifolia L. 


Verbenaceae. 


, 


Cissus vitiginea L. 


Ampelideae. 




Serjania sinuata Brm. 


Sapindaceae. 


Galli-galli S. M. 


Dili varia ilicifolia Prs. 


Acanthaceae. 




„ ebracteata Jss. 


jy 




„ robusta Nees. 


5) 


Galoegoe M. 


zie Gloegó M. 




Galoema M. K. 


Pubia cordifolia L. 


Rubiaceae. 


Galoempiet S. 


Cyclostemon cuspidiatum BI. 


Euphorbiaceae. 


Gamat M. BI. 


Cocculus glaucus DC. 


Menispermaceae. 


Gambas S. M. R. 


Coccinia grandis Roemer. 


Cucurbitaceae. 




„ Whightiana Roemer. 


)j 




Bryonia cordifolia BI, 


)> 




Cardiopteris lobata Wall. 


Sapindaceae. 


Gambas kawong S. 


)» iy Jj 


)> 


Gamba 0. Cel. 


Urtica nivea L. 


Urticaceae. 


Gambier E,. 


Nauclea gambir Hunt. 


Rubiaceae. 


Gambir Cel. 


Periploca mauritiana Poir. 


Asclepiadeae. 



77 



Inlandsche 
Naam. 



13otanische benamin; 



Natuurlijke 
Familie. 



Gambir J. 


Clerodendrum inerme Grtn. 


Verbenaceae. 


laut M. 


'J :» ?j 


11 


tjaai S. 


Jasminum spec. plur. 


Jasmineae. 


„ toepai M. 


Uncaria ferruginea L. 


Rubiaceae. 


Gambohan ? 


Pavetta obtusa E^vdt. 


Rubiaceae. 


Gammat M. 


Hibiscus radiatus. 


Malvaceae. 


„ oetan M. 






[R. 


„ surattensis L. 


;j 




Echinocaulos perfoliatus Msn. 


Polvgoneae. 


Gamomoug Sum. 






[Ok. 


Diospyros ebenum Rtz. 


Ebenaceae. 


Gamongan BI. 


Zingiber amaricans BI. 


Zingiberaceae. 


Gandapoera M.R. J. 






[BI. 


Hibiscus abelmoscbus L. 


Malvaceae. 


Gandarassa S. 


Gaultheria punctata Endl. 


Ericaceae. 


GandariaM.RJ.Bl. 


Bouea oppositifolia Msn. 


Anacardiaceae. 


Gandaroessa M. R. 






[J. BI. 


Gendarussa vulgaris Ns. 


Acantbaceae. 


„ besaar M. 






[BI. 


Evodia trlphylla DG. 


Diosnieao. 


., koen ing 






[Bd. 


Codiaeum variegatum L. 


Eupborbiaceae. 


5, oetan M. 


Geniostoma lasiostemon Bi, var. 






[ö moluccanum. 


Loganiaceae. 


Gandja M. R. 


Cannabis sativa L. 


Cannabineac. 


„ rameh tji- 






[na M. R. 


Corchorus capsularis L. 


Tiliaceae. 


Gandoi Mak, of 






Gondoi Mak. 


Entada pursata DC. 


Mimoseae. 


Gandoh J. 


Mimosa scandens Wld. 


IJ 


Gandolisohlie S. K. 


Hedycbion Kon. spec. div. 


Zingiberaceae. 


Gandok M. Sum. 


Argostemma macrosepalum Miq. 






Basella alba L., var. subcor- 


Rubiaceae. 


Gandoola S. 


[data Hsskl. 


Chenopodeae. 


,, burrum S. 


„ cordifolia Lam. 


?> 


Gandroeng S. 


Andropegon saccbaratus Ryb. 


Gramineae. 


Gan^rano; S. M. 


Blj-xa javanica BI. 


Hydrocharideae. 



78 



Iiilandsche 
Naam. 



Botanische benamin<x. 



Natuurlijke 
Familie. 



Gan^rauo: lumboct S. 
Gangangün BI. 
Gangh J. 

Ganirlot S. 
Gangsalan J. 
Ganiter M. J. BI. en 
Ganitrie S. M. J. en 
[BI. 

R. 

Gangoe M. 
Ganja M. 

„ oetan M. 
Ganjoeng tjai S. 
Ganrot J. 
Ganti J. 
Garano;-bauw S. 

„ goenong J. 
Garoe M. E. 

j, niienjak M. 

,, tjoempeka 
[M. E. 
Garoet baclak S. 

„ peutjang S. 
Garo kominjam M. 

„ mataboetaT. 
Garong-garong J. 
Gatel M. R. of 
G.atep M. E. 

„ pait M. 

Gattak J. 
Gebang S. E. 
., palen g J, 



Limnopbila pinnatifida BI. 
Jussiaea repens L. 
Microcarpaea alternifolia BI. 
Gyrocarpus asiaticus Jcq. 
Vitis • indica L. 

„ sylvestris BI. 
Gelonium glomerulatum BI. 
P unica crranatum L. 



Elaeocarpus serratus DC. 
„ angustifolius BI. 

Convolvulus reptans L. 
Corchorus capsularis L. 

„ olitorius L. 

Hydrilla najadifolia Z. & M. 
Polvgonum punctatum Don. 
Lisiusticum striatum Exb. 

o 

Blumea lacera DG. a Bur- 

[manni DC. 
Aralia montana BI. 
Ficus elastica Exb. 
„ procera E^Ydt. 

Agalloclium spurium (lignura) 
Lantana mixta L. 
Endespermum scandens BI. 
Agallochum ofdcinarum Ham. 
Excoecaria agallocha L. 
Odina gummifera BI. 

Tnocarpus edulis L. 
Niota Lamarckiana BI. 
Samadera indica Grtn. 
Iledxsarura strobiliferum DC. 
Corypha uml^raculifera L. 



Scropbularineae. 

Oenothereae. 

Scropbularineae. 

Gyrocarpeae. 

Ampelideae. 

Euphorbiaceae. 
Granateae. 



Tiliaceae. 

Convolvulaceae. 

Tiliaceae. 

il 
ïlydrocbarideae. 
Polygoneae. 
Umbelliferae. 



Compositae. 

Araliaceae. 

Moreae. 



Verbenaceae. 
Papilionaceae. 

Euphorbiaceae. 
Anacardiaceae. 

Hernandiaceae, 
Simarubaceae. 

Papilionaceae. 
Palmae. 



79 



Inlandsclie 

"VT 


Botanische benaming. 


INTatuurlijke 
Familie. 


JNaam. 


o 


Geclang S. J. 


Musa paradisiaca L. 


Musaceae. 




Carica papaya L., mas. 


Papayaceae. 


„ ganteel S. 


T 


11 


„ kastella Bat. 


,1 11 L., 


11 


Gebumbo J. 


Piper peltatum (Bi?) 


Piperaceae. 


Gedebang S. 


„ subpeltatuni R. S. 


•> 


Ge dong dj en gal J. 


Urostigma Hasseltii Miq. 


Moreae. 


„ itari J. 


Ardisia laevigata BI. 


Myrsineae. 


„ oelar J. of G 


Dactyloctenium ae^vptiacum 




[oelo J 


^[Wld. 


Gramineae. 


Geger bintin S. 


Castanea javanica BI. c monta- 






[na BI. 


Cupuliferae. 


„ takko S. 


Glycosma cyanocarpa Sprg. 
Kubiaceae Jss, spec. incert. 1. 


Aurantiaceae. 


Gehgelibengan (?). 


Pardanthus chinensis L. 


Irideae. 


Geja-an J. 


Heliophytu.n indicum DC. 




Gelam S. M. 


Gordonia Ellis, spec. incert. 1. 


Ternstroeraiaceae. 




Melaleuca minor Sm. 


Myrtaceae. 




„ leucadendron L. 


11 




,. Tiridiflora Sm. 


11 


Gelala ayer M. 


Erytlirina fusca DC. 


Papilionaceae. 


„ hitam. M. 


„ divica DC. 


11 




„ indica Lam. 


11 


„ laut M. 


?» 5J 11 


11 




„ dioica DC. 


11 


Gelang S. J. E. 


Portulaca oleracea L. 


Portulaccaceae. 




Sesuvium portulacastrum L. 


11 


„ ayer M. 


OldenL^ndia nudiflora Thnb. 


Rubiaceae. 


laut M. 


Sesuvium portulacastrum L. 


Portulaccaceae. 


Gelatrang S. 


Michelia montana BI. 


Magnoliaceae. 


Geloepak J. 


Morinda polyneura Miq. 


Ptubiaceae. 


Gembang M. 


Corypha umbraciüifera L. 


Palmae. 


Gembas J. 


an LuiFa cardifolia BL ? 


Cucurbitaceae. 


Gembos J. 


Sonchns fallax Wild. 


Compositae. 


Gen doeree J 


Carjota furfuracea BI. 


Palmae. 


Geniestrie J. 


Acronoda pnnctata BI. 


Tiliaceao. 


Genkot S. 


Mimnsops acuminata BI. 


SapotaceaC: 



80 



Inlandsclie 
Naam. 



Botanische benamin<:. 



Natuurlijke 
Familie. 



Gentoeiigan J. 
Gentonga n J. 
G ering-geriiigau BI. 
Geroeboet Pal. 
Geroro mavalla T. 
Gertok patok S. 



Gestu J. 

Getah njantji ±\L 
[Sum. "VVk. 
„ gitan geclong 
[M. Sum. Wk. 
Geta-gitan gedang 
[M. Sum. 
Getel J. 
Giba T. 
Gigi-gadja ISl. 
Gigiel S. 
Gis-irano; J. BI. 

Gilig J. 
Ginalloea M. 
Gindapoera oetan J. 
Gindi seetan M. 
Giiigiang S. 

., burrum S. 

„ lumboetS, 
Ginja Cli. 
Ginjeli S. J. 

Gintoengan J. 
Giong-meöng Ch. 



Girang J. 



[Bo, 



Zebneria deltoidea Miq. 
Biscboffia javanica BI. 
Crotalaria retusa L. 
Amorpliopballus giganteus BI. 
Itelastoma polyanthum l^l. 
Stalagmites javensis Endl. 

„ dulcis Don., var. d 

[sylvestris Hsskl. 
Conoceplialus suaveolens BI. 
[ (femina). 

Cbilocarpus ? costatus Miq. 

Melodinus orientalis BI. 

AYilluü-bbeia firma BI. 
Derris multiflora Bnth. 
Evodia triphylla DG. 
Aegiceras majus L. 
Adamia sylvatica Msn. 
Stapbylea indica Brm. 
Aralia cbinensis L. 
Hunteria sundana Miq. 
Viscaceae Mrs. plur. spec. 
Jpomoea vitifolia Sw. 
Nepentlies pbyllamphora Wld, 
Leea birta Hrn. 

„ rubra BI. 

„ L., spec. inc. 1. 

„ javanica BL 
Artemisia moxa Besses. 
Tbevetia neriifolia Jss. 
Cannabis sativa L. var. indica BI 
Stylodiscus perfoliatus Bnnt. 

Andropogon scboenantbus L. 
Leea rubra BI. 



Cucurbitaceae. 

Xantboxylaceae. 

Papilionaceae. 

Aroideae. 

Melastomaceae. 

Clusiaceae. 



Artocarpeae. 
Apocyneae. 



Papilionaceae. 
Diosmeae. 
Aegicereae. 
Saxifracvaceae. 

o 

Stapbyleaceae. 

Araliaceae. 

Apocynaceae. 

Convolvulaceae. 

Nepentbeae. 

Anipelideae. 



Compositae. 
Apocynaceae. 
Cannabineae. 
Eupborbiaceae. 



Gramineae. 
Ampel ideae. 



81 



Inlandsche 
Naam. 



Botanische beiiamiiiiï. 



Natuurlijke 

Familie. 



Giring lanclak M. K. 
Girmot J. 
Gitan M. Sum. Wk. 
,, ketjilM. Sum. 
[AVk. 
Gitta gambir BI. 
Glaga S. M. R. 

,. proemboeiig 
[J. 
Glam M. 

„ betie M. R. 

Gledok pan tok S. 
Glengang M. E. 
Globba boppo loelo. 

„ durioen M. 

„ oetan besaar 
[M. 

„ papoea iedjoe 
[M. 

„ „ meirahM. 
Glodok pantoh S. 
Gloegeh (?). 
Gloego M. R. 
Glom pan tita Dj. 
Gnemon T. 

„ oetan M. J. 
tali M. 
Goa-tschau Ch. 
Gobbang N. 
Gobbo T. 

Godam BI. en 
Ge dom BI. 
DL. XIX, 



Crotalaria retusa L. 
Saussurea amara DC. 
Vahea ? angustifolia Miq. 

Leuconotis augenifolia Miq. 
Uncaria acida Rxb. 
Saccharum spontaneum L. 
Phragmites Roxburghii Std. 

Elalia japonica Tr. 
Melaleuca minor Sm. 
Gordonia Eliis, spec. nov. 

„ excelsa BI. 
Pavetta odorata BI. 
Cassia alata L. 
Amomum villosum Lour. 

„ echinatum Wld. 

5» V 7> 

„ villosum Lour. 

Alpinia gigantea BI. 

Amomum echinatum Wld. 

„ villosum Lour. 
zie Gertok pan tok S. 
Bixa orellana L. 
Broussonetia papyrifera Yent. 
Sterculia urceolata Sm, 
Gnetum gnemon L. 

Thoa edulis L. 
Emilia soncliifolia DC. 
Corypha umbraculifera L. 
Commelyna Rumphii Kostel. of 
„ benghalensis L. Brm. 

Eleusine coracaua Prs. 



Papilionaceae. 
Compositae (?), 
Apocyneae. 



Rubiaceae. 
Gramineae. 



Myrtaceae. 
Ternstroeraiaceae. 

Rubiaceae. 
Papilionaceae. 
Zingiberaceae. 
j> 

j; 
:; 



Bixaceae,, 
Moreae. 
Sterculiaceae. 
Gnetaceae. 



Compositae. 

Palmae. 

Commelynaceae. 



Gramineae. 



I 



Inlandsclie 
Naam. 



IJotanische Lencimiucr. 



Natuurlijke 
Familie. 



Godong J. 

„ djoerang J. 
„ luweh S. 

„ lema J. 

„ poeloe J. 

„ saroeni J. 

„ sengani J. 

., sikel S.- 

„ AvidodarieJ. 

Goe T. 



Goede' J. 

. s. 

Goedosari S. 
Goec^o;onfr BI. 

Goelong-jangoeng 
[S. 
„ tjoetjoe M. 
[B. 

Goema-goeraa J. 

Goemaroe hoesoe L. 
Goemere-laut M. 
Goemi-ginati Lt. 

oekkoe T. 



5, rotto-rotto 

Goemira T. en 

laut M. 
Goenarjah S. 
Goenda S. 

., leutiek S. 



Eanunculus prolifer Rwdt. 
Potlios scandens Ij. 
Dais dubiosa BI. 
Drymispermum Blumei Dcsn. 
Munronia jaranica Bunt. 
jMacrosolen tetragonus BI. 
"Wollastonia strigulosa DC. 
Jambosa rubricaulis Miq. 
Lasiantlius sylvestris BI. 
Agrimonia javanica Jngh. 
Dendrolobium umbellatum W. 

[& A. 
Parkia africana KBr. 
Cajanus indicus Spr. 
Heterostemma acuminatum Dcsn 
Eubus acuminatissimus Hsskl. 
„ moluccanus Ruiph. 



Wenlandia glabrata DC. 



Plumieria obtusa L. 
Odina gummifera BI. 
Spodias Wirtgeuii Hsskl. 
Andropogon schoenanthus L. 
Premna serratifolia L. 
Cocculus glaucus DC. 
Tragia volubilis L. 
„ scandens L. 

Cissus repens L. 

Gumira integrifolia Hsskl. 
Bouea oppositifolia Msn. 
Pongatiam zeylanicum Jss. 
Spbenoclea pongatium DC. 
Herpestes spatbulatus BI. 
Hvogathos spbaerocarpus Hk. 



Ranunculaceae. 

Aroideae. 

Daphnoideae. 

Meliaceae. 

Lorantbaceae. 

Compositae. 

Myrtaceae. 

Kubiaceae. 

Kosaceae. 

Papilionaceae. 

Mimoseae. 

Papilionaceae. 

Asclepiadeae. 

Rosaceae. 



Rubiaceae. 

Apocynaceae. 

Anacardiaceae. 

Spodiaceae. 

Gramineae. 

Verben aceae. 

Menispermaceae. 

Eupborbiaceae. 



Ampelideae. 

Verbenaceae. 

Anacardiaceae. 

Pongatieae. 

Scrophularineae 

9 



Inlandsclie 
ISaam. 



83 



Botanische benam ing. 



xSatuuriijke 
Familie. 



Goencroeroetoe S. 
Goensieno; S. J. 



„ gedeli S. J. 
Goentalian S. 
Goentoel M. 
Goepo-£rate] J. 
Goera-batoe T. 

,y wilang S. 

Goetjingan J. 
Gofrb-liayran T. 

., miskien T, 

Gofïoroe T. 
Golii M. ï. 
Golioeno'ono; BI. 

Gomassi Mak. 
Gom o T. Men. 

,, landoekS. 

Gomoetoe M. 
Gomolia papoëa T. 
Gomote T. 
Gompang S. J. 
Gompohr S. 
Gor.dal M. 
Gondang kassé J. 
Gondo J. 



rondopoero J. 
Gr on gay Bd. 



Cissus Blumeana Hsskl. 
Ampelopsis indica BI. 
Papilionaceae Endl. spec. div 
Canavallia virosa W. & A. 
Mucuna monosperma DC. 
,, gigantea DC. 

j> ?) ?> 

Boelimeria pilosiuscula Hsskl 
Trichosanthes tricuspidata BL 
Hyc'rocotyle nepalensis Hs. 
Ncthopanax cochleatum Miq. 

„ fruticosum Miq. 

Ziziplnis napeca Lara. 
Triumfetta cana BI. 
Leucas linifolia Sprg. 
Phyllantbus nuriri L. 

„ urinaria L. 

Ficus nitida Tbn 



3. 

„ glomerata Tbnb. 
Eubus acuminatissiinus Hsskl 

„ nioluccanus Rmph. 
Artocarpus incisa L. 

„ laevis Hsskl. 

Barleria bystrix L. 
„ prionitis L. 
Aren ga saccbarifera Lab. 
Lygodinm microplijdlum RBr. 
CarTophyilum aromaticum Ju. 
Horsfieldia aculeata DC. 
^fangifera macrocarpa BL 
Ficus bengalensis L. 
Aërva sancTuinolenta BL 

o 

Guilandina bonducella L. (se- 

[mina). 
Gaultberia punctata J3l. 
Caesalpinia micropbylla DC ? 



Ampelideae. 



Papilionaceae. 



CJrticaceae. 
Cucurbitaceae. 
Umbelliferae. 
Araliaceae. 

nhamneae. 
]Malvaceae. 
Labiatae. 
Euphorbiaceae. 

?? 
Moreae. 



Eosi: 



iceae. 



Artocarpeae. 



Acanthaceae. 

Palmae. 

Scbizaeaceae. 

Myi;isticaceae. 

Umbelliferae. 

Anacardiaceae. 

Moreae. 

Amarantaceae. 

Papilionaceae. 

Ericaceae. 

Papilionaceae. 



st 



Iiilandsclie 
Naam. 



Botanische benamino;. 



Natuurlijke 
Familie. 



Gora Td. 
T 

„ jadi T. 
Goraka T. Btj. 
Go rang ir eng J. 
Goratschi ï. 

on mailio j.. 
Goro T. 

Goro-goro T. j 

Goroemi-dodo T. 
Gosouw-roeri Btj. 
Gossoiigi T. 
Gossouw madoengi 

Gou T. 
Gowok IVI. 
Gozora ï. 
Grenggoetoe J. 
Grimtario; M. 
Griiuing kawa J. 
Grung J. 
Guajava M. 

„ ketjil M. 

5, lakki lak. 

[ki M- 
Gu-kak-tji Cli= 
Gumpolil S. 
Guntalian S, 
Gurruiig S. 



Haat BI. en. 

„ adam BI. 
ilabeam Br. 



Acacia Hooperiana Zipp. 
Zingiber officinale L. 
Jambosa domestica Rmpli. 

„ aquaea Rmph. 
Zingiber officinale L. 
Horsfieldia aculeata DC. 
Curcuma longa L. 
Grammica aphj'lla Lour. 
Cerbera lactaria Ham. 

;> )) 5» 

Kuellla alternata Brm. 
Eupaterium triplinerve Ylil. 
Enhalus Koenigii Eich. 

Phyllantus iiuriri L. 
Desmodium umbellatum DC. 
Jambosa cauliflora DC. 
Mvristica fragrans Houtt. 
Vitis stercoracea Hrsfd. 
Premnus seratifolins L. 
Gautiera repens Endl. 
Rubus pruinosus (BI?) 
Psidium guajava Ilddi. 
„ pumilum Vhl. 



Phoberos cliinensis Lour. 
Nauclea grandifolia 1)C. 
zie Goentalian S. 
Menispermum lanuginosum Bi 



H. 



Ficus glomerata Pxb. 
Bassia lojigifolia Lam, 



Mimoseae. 

Zingiberaceae. 

Myrtaceae. 

Zingiberaceae. 

Umbelliferae. 

Zingiberaceae. 

Cuscuteae. 

Apocynaccae. 

>j 
Acanthaceae. 
Compositae. 
Hydrocharideae. 

Euphorbiaceae. 

Papilionaceae. 

Myrtaceae. 

Myristicaceae. 

Ampelideae. 

Yerbenaceae. 

Ericaceae 

Ivosaceae. 

Myrtaceae. 



Bixaccae. 
llubiaceae. 

Menispermaccae. 



^Torene. 
Sapotaceae. 



85 



Inlanclsche 
Naam. 



Botanische benamiii£:. 



Natuurlijke 
Familie. 



Haëas S. 
HafFoe T. en. 

„ haffoe xula T 
Ilaliay-moeli Ht. 
Ilahanjieran S. 
Hahappailn S. 



I 



Haliaüan S. 
Ilahoeöl Ht. 
Hahoeroe Amb. en. 

„ riri oelan 
[Amb. 

„ yar Lt. 
Ilahumalossey Man. 
Haliaoëwau S. 



peutjang S. 
Hajara Bd. 
Haylale Amb. 

Hayoele Ht. 
Hayoero Lt. 
Hay-tsjau. Cli. 
Hakka levlu Amb. 



Hakoer Cr. 
Hala Amb. 
Halale Amb. 

Halaul Amb. 



Clavimyrtus virens BI. 

Pimela clecumana BI. 
Cassia javanica L. 
Erythrostigma di versifolla Hssk 
Flemingia strobilifera Ait. 
Crotallaria macrophylla (Rwdt) 
Pbyllodium pulchellum Dsv. 

„ elegans Dsv. 

Dicerma DC, spec. 
Daphnidium macropbyllum BI. 
Ficus bengalaensis L, 



Cyatbea arborea Wld. 
Poly podium quercifolium Wld 
Pimela hirsuta BI, 
Elaeöcarpus glaber BI. 

j, floribundus L. 

„ serratus L. 

„ longifolius BI. 

„ floribundus BI. 

Inocarpus edulis L. 
Ipomoea mammosa Chois. 
Convolvulus peltatus Frst. 
Dioscorea hirsuta BI. 

j> >» ?> 

Sphaerococcus gelatinus Ag. 
Achyranthes bidentata BI. var. 
[elongata BI. 
Desmoschaeta prostrata DC. 
Metroxylon filare Mrt. 
Oryza sativa L. 
Convolvulus peltatus Frst. 
Tetranthera laurifolia Jcq. var. 
[tersa. 
ff monopetela, $ minor Ns. 



Myrtaceae. 

Burseraceae. 

Papilionaceae. 

Anacardiaceae. 

Papilionaceae. 

;> 
it 

5) 

Laurineae. 
Moreae. 



Polypodiaccas 

5» 

Burseraceae. 
Tiliaceae. 



Hernandiaceae. 
Convolvulaceae. 

Dioscoreae, 

Floridae. 

Amarantaceae. 

Palmae. 

Gramineae. 

Convolvulaceae. 

Laurineae, 



8G 



Inlandsclie 
Naam. 




Natuurlijke 
Familie. 



llalaur Amb. 



,, Iceijil Amb. 
Haleky lau muri Amb 
„ lauuoeloeAmb, 

„ laut Amb. 
„ meirali Amb. 
„ poetili Amb. 
Halery Loh. 

Plalya Amb. 
Hamberaiig S. 
„ badak S. 

„ boddas S. 
„ meirah M. 
., mienjak S. 

Hambiroeno; S. 
Hamerang S, 
Hami Br. 
Hampelas S. 



aro}^ S. 
badak S. 



leutlek S. 



„ lumboetS, 
Hamperoe S. 

badak S. 



„ leu- 
[wung S. 



Tetranthera monopetala, b mi- 
[nor Ns. 
5, laurifolia Jcq., var 

[tersa. 
„ glabraria Xees. 

Aleurites laccifera Lour (?) 
Croton tiliaefolium Brm. 

„ mauritianum Lam. (?) 
Aleurites laccifera Lour. 
Croton mauritianum Lam. ? 



)l 5> 5) 

Aleurites laccifel-a Eour. ? 
Zingiber ofncinale L. 
Ficus nivea BI. 

j, setifera Std. 

„ Reinwardtiana Std. 

„ elegans Hsskl. 

„ fulva Ewdt. 

„ elegnns Ilsskl. 
Vernon ia javanica DC. 
Sterculia colorata Kxb. 
Pangium edule Kwdt. 
Ficus rostrata Lam. 

5, ulmifolia Lam. 

,, obtusa Hsskl. 

„ Tnft, spec. 1. 
Yiburnum sambucinum Kwdt, 
Nicus ïnft, spec. 1. 

,, politoria Lam. 
Brjonopsis ? leucocarpa Miq. 
Tabernaemontana sphaerocar- 

[pus BI. 
Orchipeda foetida L. 

Chasalia robusta Miq. 



Laurineae. 



Euphorbiaceae. 



)i 

ZIngiberaceae. 
Moreae. 



Compositae. 
Sterculiaceae. 
Pangiaceae. 
Moreae. 



Lonicereae. 
Moreae. 

Cucurbitaceae. 

Apocynaceae. 

Rubiaceae. 



87 



Iiilandsche 
Kaam. 



Botanlsclie benamin; 



Xatuiirlijke 
• Familie. 



Hamperoe bogo S. | 
„ „ lautj 

[S. jNlj 
,, bogor S. 
Haiidaroessa lieedjol] 
[S. 
„ LiedungS, 
Handehenng. S. 
Handëono; S. 



Handiwoeng S. 
Handja soïino J. 
Handjeulieh S. 
HanduUum boddas 
[S 
burrum S. 



Cephaêiis stipulacea BI. 

Mephitidia Rwdt , spec. 
Cissus pedata Lam. 



1. 



heedjoli S. 



Han<ro;assa o-edeli S 



„ lumboetS. 
Hangi T. 
Hanile oöa Amb. 
Hanjah S. 
Han-jarak ? 
Hanjawaar S. 



Hanjereb S. 

„ leutiek S 
Hanjoewang S. 



burrum S 



Gendanissa vulgaris Xs , Ij vi- 
[ridis Hsskl. a atra Hsskl. 
Abutilon suiidaicum G. Don. 
„ atropurpureum Ivnth. 
Commersonia echinata Frst. 
„ javeiisis G. Don. 
Areca nibung Mrt. 
Cocculus glaucescens BI. 
Coix lacryma L. 
Graptopli jUum hortense Ns, var. 
[album Hsskl. 
?/> •)•) )) ? var. 

[rubrum Hsskl. 
?j ?» j» 5 var. 

[viride Hsskl, 
Amomum maximum Rxb. 

„ dealbatum Rxb. 
Elettarla cardamomum Wgbt. 
Alstonia scholaris RBr. 
Sterculia urceolata Sm. 
Kauclea grandifolia DG. 
Strobilaiithes glandulosa BI. 
Ptychosperma Kuhlii Miq, 
Pinan<ia no;eiio;a BI., var. ba- 

[njawaar. 
Coix lacryma L. 

„ ,, „ , var. minor Hk. 

Dracaena ferrea L. var. rubens 

[Hsskl 
Cordylina cannaefolia Prs. 
Dracaena ferrea L., atrosangui- 
[nea Hsskl. 



Rubiaceae. 

Ampelideae. 

Acanthaceae. 

Malvaceae. 

Büttneriaceae. 

Palmae. 

Menispermaceae. 

Gramineae. 

Acanthaceae. 



Zino;iberaceae. 



Apocynacene. 

Sterculiaceae. 

Rubiaceae. 

Acanthaceae. 

Palmae. 



Gramineae. 



Liliaceae. 



88 



Inlandsclie 
Xaam. 



Botanische benamiiiir. 



Katuurlijke 
Familie. 



n:iiiioe"^'ang Icassin- 

[toe S. 

., tüciis, 

[s.! 



merak S, i 



Haïi-a Am Ij 
H:iiitap S, 



ba dak S. 
badang S.j 
batoe S. 1 

boiis S. 
hoelansü: S 



„ pnssoeiigS, 
llan-ioi Cli. Bo. 
Ilapoüng S. 

llarnMi-ba^rh S. 
Tloraniav S, 



awehv;eL S, 
lalakki S. 



Ilarendons; S. 



aroy S. 



Sanseviera flexuosa BI. 
., javanica BI. 

'• ^'- .. I 

., „ BL foliis macu-j 

[latis. 
., flexuosa El. 

„ fruticosa BI. 
Rottlera tanaria Hsskl, 
Tetrameles rufinervis Miq. 
Sterculia subpeltata BI. 
„ urceolata Sm. 

„ rubiginosa Vent. 

„ cordata BI. 
,, javanica Bnnt. 

„ lanceolata BI. 

., coccinea Rxb. 

., grandiflora Vent. 
„ javanica 13nnt.. 
„ urceolata Sm. 

„ colorata Kxb. 

„ subpeltata BI. 

„ nobilis Sm. 

Amaranthus oleraceus L. 
Dodonaea Candolleana B., var 

[minor 151. 
Pandanus moschatus Rmph. 
Procris latifolia Kwdt. 
Boehmeria javanica Hsskl. 
„ palmata Hsskl. 

„ candicans Hsskl. 
Ardisia speciosa BI. 
Rhodomyrtus tomentosa DC. 
Medinella verrucosa BI. 
jMelastoma Don., spec plurim 
Marumia muscosa r>l. 



Liliaccae. 



Euphorblaccae, 

Datisceae. 

Sterculiaccac 



Amarantaceae. 

Sapindaceae. 

Pandaneae. 

Urticaceae. 

?) 

5» 

Myrsineae. 
Myrtaceae. 
Melastomaceae. 



89 




ITarciidoiig aroy 
i poetih S. M. 

I 
„ badak S. I 

., boeloe S. 
;j dioek S. 

,, iioeiiono; S 



;, niengandoe 



[S. 



„ sabrang S. 

„ tapok S. 
Haren oh S. 
liariang S. 

„ aroy S. 

„ boeloe S. 

„ burrum S. 

„ dioek S. 



„ doenkoek S. 
„ limna S. 
„ jentjang S. 
„ oyot S. 

peutjaiig S. 
Harikoekoen S. 



Creochiton bibracteata BI. 
Poironanthera reflexa BI. 



Melastomaceae, 



of 



IMelastoraa album Kwdt. 
Dissochaeta gracilis BI. 
Melastoma sanguineum Don. 
Marumia muscosa BI. 

Medinella crassifolia BI. 
Pogonanthera reflexa BI. 
Melastoma eximium Jck, 

„ polyanthum BI. 

,, svlvaticum BI. 



setigerum 



BI. 



BI. 



Medinilla quercifolla BI. 
„ hvpericifolia BL 
Lvsionutns longiflorus BI. 
Proscephalium javanicum Kortli. 
Rhodomyrtus tomentosa DC. 
Medinilla javanensis BI. 
Grewia oppositifolia Hmlt. 
Begonia L. spec. plur. 
Cissus quadrangularis. L. 

„ repens L. 
Platycentrum robustum Mlq. 
Mitscherlichia coriacea KL 
Diplociniuin longifolium Miq. 

„ repandura KI. 

Begonia latifolia Nor. 
Diplocinium tuberos urn Miq. 

„ lepidum Miq. 
Cissus discolor BI. 
Diplocinium tuberosum Miq. 
Pterospermum suberifolium Wld. 
Cvclostemon mucronatum BI. 



Gesneriaceae. 

Rubiaceae. 

Myrtacetie. 

Melastomaceae, 

Tiliaceae. 

Beo'oniaceao. 

Ampelideae. 



Begoniaceae. 



Ampelideae. 
Begoniaceae. 
Büttneriaceae, 
Euphorbiaceat?. 



90 



Inlandsclie 


]5otanisclie benaming. 


Natuurlijke 
Familie. 


Naam. 






Sclioutenla ovata ktlis. 


Püttneriaceae. 


Ilaringin S. 


Cassia timorensis DC. 


Papil ionaceae. 




„ setigera DC. 


j> 




„ pubescens Jcq. 


?» 




„ sufl'ruticosa Kth. 


>j 




„ tomentoya Lam. 


?» 




„ exaltata (Rwdt). 


ji 


Haripingkoe S. 


Epicharis sericea IJL 


Meliaceae. 


Ilaroe Amb. 


Paritium tiliaceum Hil. 


Malvaceae. 


„ layn Amb. 


Thespesia macrophylla BI. 


Tiliaceae. 


Harras S. en. 






Ilarrassas S. 


Vitex pubescens VbL 


Verben aceae. 


„ gedeh S.^ 


Pandanus caricosus Kmph. 


Pandaneae. 


., leutiek S. 


„ bumilis Rmpb. 


j? 


„ lalakki S. 


Hypolytrum myrianthum Miq. 


Cyperaceae. 


., tjaai S. 


Pandanopbvllum palustre Hk. 


?> 


Harreuëus S. J. 


Kubus L. spec. div. 


Rosaceae. 


,, badak S. 


., moluccanus Rmpb. 


j> 




,, alcaeilefolius Poir. 


?7 


„ leutiek S. 


Adenilema fallax BI. 


Saxifragaceae, 


„ mienjak S. 






[j. 


Rubus elongatus Sm, 


Rosaceae. 




,, glomeratus BI 


5> 


Ilarruga S. 


Bidens cliinensis Wkl. 


Compositae. 




„ leucantha Wkl. 


)j 




„ Wallichii DC. 


?> 


Hassat Amb. 


Tragia volubilis L. 


Euphorbiaceae. 




„ scandens L. 


j> 


Ilasseum S, 


zio Assam S, M. 




Hataul lau muri Amb. 


Calophyllum sulatri Brm. 


Clusiaceae. 


Ilataula Amb. 


„ inophyllum L. 


j» 


Hataur Amb. . 


?) 5? ?J 


j) 


Hate bessie T. 


Blackwellia foetida Wall. 


Homallneae. 




Metrosideros vera DC. 


Myrtaceae. 


„ boela T. 


Pisonia Plm. spec. 1. 


Nyctagineae. 


„ Java T. 


Ficus Rumphii BI. 


Moreae. 


„ kelang T. 


Melaleuca leucadendron L. 


Myrtaceae. 



91 



Inlandsche 


Botanisclie benaming. 


Natuurlijke 


In aam. 




Lamilie. 


Hate papeda T. 


Arab'a chinensis L. 


Araliaceae. 


„ sasoae T. 


]3assia longifülia Lam. 


Sapotaceae. 


Hategou T. 


Desmodiiim umbellatum DG. 


Papilionaceae. 


Hatoe ehu Amb. 


Diplocinium tuberosum ^Lq. 


Begoniaceae. 


„ liaiial Amb. 


>> if » 


)j 


„ kallan Amb. 


5) V J» 


)» 


Hatta bëas S. 


Lygodium mlcropliTllum DC. 


Scliizaeaceae. 


„ gedeh S. 


„ circinatum Sw. 


)) 


„ leutiek S. 


„ niicrophyllum DC. (aut 






[BI.?) 


j> 


Hattau ui Amb. 


Calopbyllum inophyilum L. 


Clusiaceae. 


Hau ettoet Lt. 


Paederia foetida L. 


Kubiaceae. 


Hauer tjoetjoek S. 


Schvzostachium durie liupr. 


Gramineae. 


Haul amuret lit. 


Actinodaphne llumphii BI. 


Lauriiieae. 


Haun lavmeelan Amb. 


Pandanus dubius Sprg. 


Pandaneae. 


„ pantej Amb. 


J> 5» 5> 


5» 


„ tayn Amb. 


„ conoideus Lam. 


)f 


„ Avassi Amb. 


„ bagêa Miq. 


^f 


Hawalinjan J. 


Typha angustifolia L. 


Typliaceae. 


Hea kawa Amb. 


Calamus equestris Wld. 


Palmae. 


„ muli Ilt. 


Cassia javanica L. 


Papilionaceae. 


Hëas S. 


Jambosa Rmph. spec. 


jMyrtaceae. 


Heet Amb. 


Commelijna Kumphii Kostel. of 


Commelijnaceae. 




„ bengalensis L. Brm 


jy 


Heli Ht. 


Dioscorea alata L. 


Dioscoreae. 


Hena T 


Areca catechu L. 


Palmae. 


„ hena T. 


Calyptrocalvx spicatus BI. 


5) 


Henna jM. I\. 


Lawsonia al ba Lam. 


Lythrarieae. 


Hentjali S. 


Eottlera Blumei Dcsn. 


Euphorbiaceae. 




„ miiltiglandulosa BI. 


j> 




5, l\xb. spec. 1. 


7> 


Heri Amb. "j 






„ assapin Lt. f 
„ malonaAnib. ( 


Dioscorea alata L. 


Dioscoreae. 


„ manu Amb. j 






Hermang (?). 


Cratoxylon Hornschucbii BI. 


Hypericineae, 


Heuer djamoedjoe S. 


Podocarpus cupressinus KBr. 


Taxineae. 



92 



Inlandsclie 
!Naam. 



Botanische benamincr. 



Natuurlijke 
Familie. 



Ilila Amb. 

„ abbal Amb. 
Iliiiam Lar. 
Hiny Br. 
Hiroeng S. 
Ilissa Amb. 
Hitjoe J. 

Hitta oessi layn Amb. 
Iloëa Amb. 

., alang Ht. 

,, ewan Amb. 

„ keker Amb. 

„ nivel Amb. 

., niwel Amb. 
Ploeiis S. 

Hoeboel katjoe S. 
Koeda T. 
Hoe S. of 
Hoëh S. 

j^ baloekboekS, 

„ boeboeai S. 

„ boeboean S. 

,, boeboet S. 

„ boeloe S. 

., bogo S. 

'„ gelang S. 



goerong S. ) 
gorot S. j 
kamoerang S. 
karokrok S. 
kassoer S. 
kidang S. 
klssoer S. 
korrot S. 



Alocasia macrorrhiza Schott. 
Calladium sagittifolium "Wid. 
Rottlera tanaria Lam. 
Encrelhardtia selanica BI. 

o 

^Agathisantbes javanica BI. 
Andropogon schoenanthus L. 
Kerria japonica DC. 
Ziziphus napeca L. 
Areca catechu L. 
Caljptrocalvx spicatus BI. 

Areca <rlandiformis Htt. 
Ptychosperma ? calapparia Miq. 
Calyptrocalyx spicatus BI. 
Jambosa virens Miq. 
Agapetes varingiaefolia BI. 
Sagus genuina Rmph. 

zie Rottan M, J. 
Daemonorops oblongus BI. 
Calamus L. spec. 
Plectocomia elongata BI. 

Calamus Keinwardti Mrt. 
„ L. spec. 
„ adspersus BI. 
„ L. spec. 
Daemonorops crinltus BI. 
Calamus heteroideus BL 
pallens BL 
L. spec. 



ornatus BI. 
L. spec. 
ornatus BI. 
vi minalis AYld. 
pallens BL 



Aroideae. 

Euphorbiaceae. 

Juglandeae. 

Combretaceae. 

Gramineae. 

Rosaceae. 

Rhammëae. 

Palmae. 



Mvrtaceae. 

Ericaceae. 
Palmae. 



93 



I 


iilandsclie 
Naam. 


Botanische benamino*. 


Natuurlijke 
Familie. 






o 






Calamus lieteroideus BI., b pro- 










[cerus. 


Palmae. 


Hoëli krokkot S. 


j> 


L., spec. 


j> 


i) 


leilan S. 


?> 


melanoloma Mrt. 


5) 






)> 


anceps BI. 


J> 


V 


lielien S. 


11 


1» II 


11 






ff 


melanoloma ^lv\. 


)l 






)j 


lieteroideus Bk 


)) 


J) 


Icles S. of 






;i 


11 


lüliis S. 


5J 


asperrimus Bk 


J» 


J) 


moeka S. 


}| 


ciliaris Bk 


)» 






)1 


heteroideus BI. é spissus. 


)l 


J» 


om as S. 


)> 


equestris AVld. 


5» 






1t 


ja ven sis Bk 


;t 






11 


spcctabilis Bk 


11 


5) 


paisan S. 


11 


L. spec. 


11 


5) 


pella S. 


'> 


rudentum Lour. 


11 






Daemonorops accedens BL 


M 


3) 


perlan S. 


Calamus gk^ucescens BL 


)> 


J* 


perlas S. 


il 


;» 11 


1) 


7) 


pait S. 


11 


ciliaris BI. 


»> 


)> 


sa m pang S. 


V 


rhomboideus Bk 


11 






Korthalsia robusta BI. 


)> 


)> 


seël S. of 






S) 


>} 


sellaiig S. 


Doemonorops mekanochaetos BI. 


}} 








„ ruber Mart. 


?» 








„ accedens IM. 


}J 


'> 


segeli S. 


Calamus heteroideus 1^1. c re- 










[fractus. 


11 


)> 


bGti S. of 






)) 


5) 


soetiie S. 


11 


ornatus Bk 


n 


» 


tertas S. of 








)> 


Irattas S. 


i) 
11 


oblongus R\Ydt, 
heteroideus Bk c re 
[fractus. 


11 






Daononorops plat yacaiitlius I\Irt 


ii 


?/ 


ijatjiiig S. 


(valainus lieteroideus Bk, c yq- 


1 








FtVactuS: 


! 



94 



Inlandsche 
Naam. 



Botanische benamiiio;. 



Ka tuur] ijk e 
Familie. 



IToëh 


■vvalat S. 


Calarnus L., spec. 




Palmae. 


Iloei 


badak S. 


Dioscorea spiculata BI. 




Dioscoreae. 


; j 


dangdur S. 


IManihot utilissima Pohl. 




Euphorbiaceae. 


J) 


gadoeng S. 


Dioscorea hirsuta BI. 




Dioscoreae. 


)J 


kawoyang S. 


„ aculeata L. 




» 


• j 


üelien S. 


„ alata L. 




?» 


»l 


oepas S. 


„ bulbifera L. 




j» 


?> 


poetoeng S. 


„ alata L. 




j» 


J» 


sawoet S. 


„ pentaphylla L. 
„ nTollissima Bi. 






?> 


„ djahej S. 


„ triphylla L. 




5> 


J> 


tjekker S 


;» ?) L. 




?» 


5» 


tjoeroek S. 


„ filiformis BI. 




J» 


J> 


toedoeng S. 


„ pubera BI. 
Hippocratea indica L. 




5J 

Hippocrateaceae. 






,, evonymoides Yhl. 


7) 


tl 


trohoiio; S. 


Dioscorea aculeata L. 




Dioscoreae. 


Tloelon;::; Amb. 


Leptospermum amboinense BI. 


Myrtaceae. 


Pioen 


oer boeöet S. J. 


Sarcocarpon scandens BI. 




Schizandraceae. 


Iloenie S. M. 


Antidesma bunias Ij. 




Antidesmeae. 


•1 


passier S. 


„ montanum BI. 






Hoerek 'Bd. 


Evia acida lU. 




„ 


lloeri 


p tjaai S, 


Strobilanthes crispa BI. 




Acanthaceae. 


Iloeroe S. 


Tetranthera Roxburghii 


Xs., 


Laurineae. 






[var. parviflora 


iS's. 








Daphnidium pulcherrimuin Ns. 


il 


5> 


S. 


,, acuminatum . 


131. 


i> 


J) 


batoe. 


Gordonia 'Wallichii DC. 
Polvadenia polyanthes Ns 




Ternstroemiaceae. 
Laurineae. 






Beilschniiedia javanica M 


iq. 


)> 






Bhoebe ? cuspidata BI. 




if 






Tetranthera chrysopleura 


BI. 


?) 






5, laurifolia Jcq., 


var. 








[niiiltifi 


ora. 


)i 






„ monopetala BI, 


var. 








[cl. alni 


tolia. 


>i 


;? 


bessie .'*^. 


Cryptocarya ferrea BI. 




?i 



05 



Iiilaiidsclie 
Xaain. 



Botanische benaminii. 



Katuurlijk-e 
Familie. 



Hoeroe beurriet S. 
,, dapoeng S. 



den gek S. 
gadieng S. 



„, heedjoh S. 
., iiieries S. 



, kapas S. 

, kapok S. 

,, kidang S. 

,, kimëong S. 

,, kisebreh S. 

„ koening S. 

., konneng S. 



Tetranthera amara BI. 
jMachilus ? macropbylla BL 
Monoceras obtusum Hsskl. 
Tetranthera multitiora iS's. 
„ robusta Xs. 

„ laurifolia Jcq. , var 

[platyphjUa. 
„ monopetala Jcq. var. 

[d alnifolia. 
„ dengek Miq. 

Polyadenia gemmiiiora Xs. 
Actinodaplme procera Xs. 
Aperula macropbylla BI. 
Tetranthera geminata Xs. 
„ o'labraria Xs. 

„ laurifolia Jcq., var. 

[platyphylla. 
„ monopetala BI, var. 

[(/ alnifolia. 
^lastixia Jungbiibniana Miq. 
Cry})tocarya ferrea Xs. 
Tetranthera lucida Hsskl. 

,, amara Xs. 

Machilus rimosa BL 
Cryptocarya reticulata BI. 
Actinodaphne areolata 131. 
A])erula polyacantha BI. 
Liisaea angustifolia BI. 
Platea latitolia BI. 
Actinodaphne macropbylla Xs. 
Litsaea macropbylla BI. 
Dictyodaphne macropbylla BL 
Cryptocarya oblongifolia BI. 
Actinodaphne glomerata Xs. 
Tetranthera diversifolia Hsskl. 
Aperula polyantha BL 
Cryptocarya acutiflora BL 



Laurineae. 

Tiliaceae. 
Laurineae, 



Corneae. 
Laurineae. 



Olacineae. 
Laurineae. 



96 



•Inlandsche 
Naam. 



Botanische benaminf};. 



Natuurlijke 
Familie. 



Iloeroe kroet S. 
„ lemoh S. 

,. leuheur S. 



„ lielien S. 
„ lohor S. 
„ madaniT S. 



„ lalakkina 
[S. 

madoen S. 



j, mandalaksa S. 
,, manga S. 

„ mangarawaiig 

[s: 

manoek S. 



5, moirali S. 
,^ meliraiig S. 



Tetranthera resinosa Ks. 
Actinodaphiie glomerata Ns. 
Laurus verticillata (Rwdt). 
Iteadaplme confusa BI. 
Tetranthera citrata Ns. 
Laurus subumbelliflora BI. 
Phoebe declinata BI. 
Tetranthera rimosa (Ns). 
Mastixia pentandra IM. 
Urophyllum corymbosum Korth 
Machilus madano; ]^1., an 
Laurius madang BI, aut. 
Beilschmiedia madang BI. ? 
Aperula macrophylk Bk 
Tetranthera vestita Ns. 
„ elliptica Ns. 



Cryptocarva retlculata BL 
„ glaucescens RBr. 

„ tomentosa lU. 

Daphnidium caesium Ns. 

Platea laurifolia BI. 

Aperula lucida BI. 

Tetranthera anc[ulata Ns. 

,, macrocarpa Ns. 

Litsaea macrocarpa Ns. 
Daphniphyllum glaucescens BL. 
Cryptocarya mentek BI. 
Laurus rimosa 1^1. 
Phoebe parviflora BI. 

„ ? incerta Bi. 
Acer niveum BI. 
Cinnamomum iners Bk 
Cryptocarya oblongifolia BI. 
Tetranthera angulata Ns. 



Laiirineae. 



Corneae. 

Hubiaceae. 

Lauriueae. 



Olacineac. 
Laurineae. 



Bhamneae. 
Laurineae. 

5) 
» 

Aceiiiicae. 
Lauiiiieac, 

;i 



97 



Inlaiidsclie 
Naam . 



Botanische benaminoj. 



Natuurlijkv 
Familie. 



Hoeroe meiiek S. 
„ mentek S. 



„ mentek S. 

5, mienjak S. 

,, mogol S. 

,, mugmal S. 



„ ngoengoek S. 



,, oenjoek S. 



„ „ law S. 

; „ payong S. 



j, „ aloes S. 

., „ ben er S. 

., „ bodclas S 

„ gecleli S. 

„ leütiek S. 

i „ pantjar S. 

\ 5, passau S. 



Endiandra rubescens BI. 
Polyadenia paiiciflora Ns. 
Partenoxylon pscudo-sassafras BI, 
Cyanodaphne cuneata BI. . 
Crjptocarya ferrea BI., var. a. 
Laurus pseudo-sassafras Bi. 
Tetrantliera angulata Ns. 

resinosa Ns. 

moool BI. 

o 

rubra Ns. 

vestita Ns. 

laurifolia Jcq., var. 
[platyphyHa. 
DIctyodaphne macroplivlla BI, 
Actinodaphne glabra 131. 
Cylicodaphne Noronhiana Ns. 
Litsaea tomentosa BI. 
Cryptocarya costata BI. 
Tetrantliera nitens BI. 
Elaeocarpus stipularis BI , var. 
[distans BI. 
Cryptocarya costata BI. 
Dehaasia cuneata BI. 
Cyanodaphne cuneata BI. 

Actinodaphne procera Ns. 
„ glomerata Ns. 

„ quercina BI. 

„ sphaerocarpa Ns. 

Litsaea latifolia BI. 
Actinodaphne procera Ns. 

,, glomerata Ns. 

Tetrantliera pantjara BL 
.. angulata Ns. 
.;, monopetala BL^ var. 
ld alnifoiia. 



Laurineae, 



Tiliaceae. 
Laurineae. 



98 



Jiilandsclic 
!Naam. 



Botanische benam 111^2;. 



Natuurlijke 
Familie. 



iloeroe passeng S. 
,, passoen g S. 

„ paul S. 

„ peutjang S. 

sariawan S. 
selireli S. 
scttano; S. 
tungkallak S, 

» s. 

tjangkringS. 



^, toelang S. 

„ waleh S. 
iloerong Amb. 

Iloessoer Amb, 
Iloctaulo Amb. 
floettoem Amb. 
„ darat Amb. 



„ leymuri Amb. 

Iloewit kelopo J. ) 
„ ketjambiUA 
„ krarabil J. ) 

Ilohotu aman Amb. 

Iloi-16-tjoeng Ch= 
[Bo. 
Hoi-mwali Ch. 
Hokilam Ch. 
Hülau'fan-sjoe Ch. 
[Bo. 



Lelocarpus arboreus BI. 
Tetrantbera monopetala BI. var. 

[minor Ns. 
Carvodaphne dcnsiilora BI. 
Acer niveum BI. 

„ laurinum Hsskl. 
Beilscbmiedia madaiig BI. 
Tetrantbera diversifolia Hsskl. 

}} ^ » t) 

Litsaea feruginea BI. 
Knema laurina BI. 
Tetrantbera pantjara BI. 
Laurus obtusa (Ilwdt). 
Actinodaphne procera Ns. 
Litsaea pruinosa BL 
Aperula poljantha BI. 
Poa amboinensis R. & S. 
Leptospcrmum amboinense BI 
Garcinia cornea DC. 
Calophjilum inophyllum L. 
Barringtonia speciosa DC. 

„ acutangula DC. 

„ rubra J5l. 

„ racemosa BL 
zie Hoettoem darat Amb. 

Cocos nucifera L. 

Eleusine aegyptiaca Rxb. 
„ indica Trin. 

Casuarina muricata Rxb. 
Cannabis sativa L. 
Aloexylon agallochum Lour. 

Maranta indica L. 
Solanum tuberosum L. 



Euphorbiaceae. 
Laurineae. 
Acerineac. 
Laurineae. 



Myristlcaccae. 
Laurineae. 



Gramincae. 
Myrtaccac. 
Clusiaceac. 

5) 

Myrtaceae. 
» 

i) 



Palmae. 
Gramineae. 

Casuarineae. 

Cannabineae. 

Papilionaceae. 

Cannaceae. 
Solanaceac. 



99 



Inlandsche 
Naam. 


Botanische benaming. 


Natuurlijke 
Familie. 


Holo-holo Ilt. 


Ilernandia ovigera L. 


Hernandiaceae. 


Iloiijeli S. 


Carjodaphne densiflora BI. 


Laurineae. 


„ bener S. 


Elettaria speciosa BI. 


Zingiberaceae, 


„ boeöet S. 


j, anthodroides T. 6c 






[Bnndk. 


)i 


„ burrum S. 


„ pallida BI. 


}> 


„ lakka S. 


» j> )> 


1» 


a^ „ leuwung S. 


„ haemisphaerica BI. 


}> 


P „ warak S. 


„ solaris BI. 


if 


Hottong beiigala 






[Amb. 


Eleusïne coracana Prs. 


Gramïneae. 


Hua Amb. 


Areca catecbu L. 


Palmae. 


„ keker Amb. 


„ glandiformis BI. 


if 


„ soil Amb. \ 






„ tette Amb. j 


Ptychospernia saxatilis BI. 


if 


„ „ ewan Amb. ) 






Hulire Lh. 


Aleurltes laccifera Lour. 


Eupliorblaccao. 




Croton mauritianum Lam. ? 


5> 


Humelen Amb. 


Cadamba nocturna Hmlt. 


Kubiaceaa 


„ maloiia Lt. 


Nauclea purpurea Rxb. 


i» 


Huntjiet S, 


Adenocrepis javanica BI. 


Eupliorbiaceae 




Cheilosa montana BI. 


if 


Hutta ahuae Amb. 


Eupborbia hirta DC. 


lt 


„ giudam Amb. 


Fimbristylis polytricbloldes K. 






[& S. 


Cypcraceae. 


„ laussa Lt. 


Bidens Wallichii DC. 


Compositae, 


„ urutta Amb. 


Urena lappago DC. 


Malvaceae. 


„ won in Amb. 


Gleichenia Ilermanni RBr. 


Gleicheniaceae 


llwük-dieng Cli. 


Iris florentina L. (radix). 

I. 


Irideae. 


IboG tjengkü M. 


Caryophyllus aromaticus L. 


Myriaceae, 


Iboel M. Br. 


Pholidücarpus sylvestris BL 


Palmae, 


Ide-idc-malukko 1\ 


Abrus praecatorius L. 


Pa])iliünaeGae. 


Ido mahoe T, 


Saccliaruin cdule HsskL 


Gramineae. 



100 



Inlandsclie 
Naam. 



Botanische benaming. 



Natuurlijke 
Familie. 



lent<aran J. 


Azadirachta iudica A. Juss. 


Meliaceae. 


Igo T. 


Cocos nucifera L. 


Palmae. 


Jgo-igo T. 


Oxnlis sensitiva AA'ld. 


Oxalideae. 




Phyllanthus nuriri L. 


Eupborbiaceae. 




,, urinaria L. 


1) 


iLoer Amb. 


Pbolidocarpus ihur BI. 


Palmae. 




„ sylvestris BI. 


?» 


ilam Amb. 


Melaleuca leucodendron L. 


Myrtaceae. 


llat S. J. 


Schoenus paniculatus Brm. 


Cyperaceae. 




Scleria Brgn. spec. div. 


j> 




Ehyiicbospora aurea Vbl. 


» 




Cjperus diluvialis R, & S. 


)) 




„ distans L. 


» 




„ expansus Poir. 


5J 




Xerotes avenaria E Br. 


Juncaceae. . 


.; boeloe mata S. 


Cyperus spinulosus Rxb. 


Cyperaceae. 




„ Scliottii Don. 


)> 


,y gedeh S. 


Xerotes longifolia RBr. 


Juncaceae. 


,, tjaai S. 


Eriantbus glaucum Hsskl. 


Gramineae. 


lla-a-un Lt. 


Ficus politoria Lam. 


Moreae. 


iler J. 


Celosia cristata L. 


Amarantaceae. 


Ilus S 


Arum proliferum Ewdt. 


Aroideae. 


„ S. 


Arisaema filiforme BI. 
Amorphopbailus campanulatus 


» 




..tfii- 


jj 




Bracbyspatba variabilis Scbott. 


?; 


„ iemali S. 


Typbonium divaricatum BI. 


?> 




„ cuspidatum BI. 


>> 


,, leutiek S. 


Tacca montana Kmpb. var. maj. 


Taccaceae. 


„ tanah S. 


zie ilus lemab S. 




na T. 


Dioscorea alata L. 


Dioscoreae. 


., sierum ?. 


iMyrmecodia Jck. spec. 


Rubiaceae. 




Hyduopbytum Jck. spec. 


j> 


lua Aüib. er; 






Tiiarü Auib. 


Colocaöia vera ïimiMi. cum. var. 


Aroideae. 


jAÜ^ J. 


Mella azadiracbta L, 


Meliaceae. 


.ameija Li- 


MaiJ gifera laxiiiora Desrouss. 


Anucardiaceae. 



101 



Inlanclsclie 
Naam. 



Botanische benam in o\ 



Natuurlijke 
Familie. 



Inan Amb. 
Indiapara J. 
Inei Mand. 
Ino'as J. 
Ingoe J. 



Ingomaas M. 
Injarra Mak. 
Inne ayer Amb. 
Inrore Mak. 
Intsji Bi. 

Intarram sesse J. 

Ipë J. 

Ipi Bg. 

Ipies koeliet S. 



Isse Amb. 

„ poetie Amb. 

„ poeter Amb. 

„ seloe Amb. 
Issela Amb. en. 
Isser Amb. 
Tssipoean Lt. 



Itllat Lot. 
Itit biroe S. 
Ittil M. 
Iwak BI. of 
IJwak BI. 
Iwoel S. 



Urtica nivea L. 
Oxalis sensitiva AYld, 
Lawsonia alba Lam. 
Stagmaria verniciflua Jcp. 
Ruta graveolens L. 
Ferula asa foetida Kmfr (gum- 
[mi resina). 
Dolichos bulbosus Lour. 
Gumira integrifolia HsskL 
Impatiens balsamina L. 
zie Injarra Mak. 
Evia acida BI. 
Poupartia mangifera BI, 
Melia azadlraclita L, 
Ficus brevipes Miq. 
Intsia amboinensis Tlirs. 
Memecylon intermedium BI. 

„ urnbellatum BI. 
Jambosa acurainatissima HsskL 

„ lineata DG. 
Dam m ara alba Rmph, 
Ficus tsjela Hnilt. 

>> 1) »i 

Pimela acutifolia BL 

Tntsia amboinensis Thrs. 
Desmoschfieta prostrata DG. 
Acliyranthes bidentata BL, var. 
[elongata. 
Ficus politoria Lam. 
Geniostoma montanum Z. & M. 
Ficus nitida Thnb. 

Coleus nromaticus Bncli. 
Areca L. spec. 
Calyptrocalyx spicatus Bi. 



Urticaceae. 

Oxalideae. 

Lytbrarieae. 

Anacardiaceae= 

Rutaceae. 

Umbelliferae. 
Papilionaceae, 
Verbenaceae. 
Balsamineae= 



Anacardiaceo.'?: 

Meliaceae, 

Moreae. 

Papilionaceae. 

Memecyleae 

Myrtaceae. 

Abietineae. 
Moreae. 

Burseracer.e, 

Papilionaceae. 
Amarantaceae. 



Moreae. 

LoÊjaniaceae 

Moreae. 

Labiatae. 
Palmae. 



102 



Inlaiidscho 
Naam. 



Botanische beiiaminor^ 



Natuurlijke 
Familie. 



J. 



(NB.). Vele woorden , welke met deze letter beginnen , moe- 
ten waarschijnlijk met Dj of Tj gespeld worden). 



Ja Ch. 
Jabbal Mol. 
Jagan bajam J, 

Jahaka BI. 
Jajamboan ^S, 
Jaie J. 
Jalen J. 
Jambinoer Btt. 
Jamblang J. 



„ sabrang S. 
Jamboil M. 
Jambon S. 

Jamper ender S. 
Jamrool Bengal. 
Jam-tsja Ch. 
Janale Cr. 
Jan ir i Man. 
Janjan marap J. 
Jankar merak S. 
Jar & Jal Amb. 

Jar-& Jal-amin Amb. 

„-& „-halat Amb. 

„-& „-motte Amb. 
Jara mahoe Amb. 
Jarak kalappa S. 
„ kaliki S. 



Cocos nucifera L. 
Cerbera lactaria Hmlt. 
Amarantus polygamus Wld. 

„ tristis Lour. 
Areneia saccharifera Lab, 
Evonymus javanicus BL 
Coix lacryma L. 
zie Jajamboan S. 
Dacrydium elatum WIL 
Methonica superba Lam. 
Calophyllum inophyllum L. 
Syzigia jambolana DC. 
Mimusops imbricaria Wld. 
Citrus decumana L. 
Coelospermum scandens BI. 
Jambosa densiflora DC. 
Areca pumila BI. 
Jambosa domestica Rmph. 
Metrosideros vera DC. 
Canarium sylvestre Grtn. 
Pimela oleosa Lour. 
Stipa arguens Brm. 
Salsola indica Wld. 
Canarium commune L. 

„ moluccanum BI. 
Pimela decumana BI. 
Canarium zephyrinum Rmph. 
Pimela acutifolia BL 
Aleurites moluccana Wld. 
Ricinus rugosus Mll. 
ff spectabilis BI. 



Palmae. 

Apocynaceae, 

Amarantaceae. 

Palmae. 

Xanthoxylaceae. 

Gramineae. 

Taxineae. 

Liliaceae. 

Clusiaceao. 

Myrtaceae. 

Sapotaceae. 

Aurantiaceae. 

Ilubiaceae. 

M^-rtaceae, 

Palmae. 

Myrtaceae. 

Burseraceae» 

Gramineae. 
Chenopodeae, 
Burseraceae, 
j) 



Euphorbiaceae.' 



103 



Inlandsche 
Naam. 



Botanische 



benaming. 



Natuurlijke 
Familie. 





Ricinus communis L. 


Euphorbiaccae, 


Jarak kosta S. 


Curcas purgans Mdk. 


}) 


„ peutie (?}. 


Kicinus spectabilis BL 


» 


f, salassie laLnk- 




)i 


[ki S. 


if ft j> 


i) 


„ selassar S. 


„ communis L. 




„ „ buiTum S. 


„ „ „ , var. li- 
[vidus Sprg. 


V 


„ tjina M. 


Jatropha multilida L. 


5> 


Jariengoe S. 


Acorus terrestris Kmph. 


Orontiaceae, 


Jasesel Bon. 


Pimela oleosa Lour. 


Burseraceae. 


Jasia (?). 


Leiocarpus fruticosus BL 


Euphorbiaccae. 


Jattie M. 


Tectonia grandis L. fs. 


Verbenaceae. 


Jawer S. 


Celosia comosa Ktz. 


Amarantaceae, 




„ cristüta L., var. humih's 






[Hsskl. 


» 


„ ajam S. M* 


zie Jawer S* 




„ gedeh S. 


Celosia cristata L. var. diversae. 


)) 


„ kottok S. 


„ „ L., var. humilis 






[Hsskl. 


5> 


Jejengkolan aroj S. 


Papih'onaceae Eudl. spec. iü- 
[eert. 1. 




Jelamprong J. 


Ficus ollgosperraa !Miq. 


jMoreae. 


Jena-jena Mol. 


Pandanus bagea Miq. 


Pandaneae. 


Jen-tjoe Cli. Bo. 


Mirabilis jalappa L. 


Nyctngineae. 


Jcradjo (?) 


Clci-odendrum inerme Grtn. 


Verbenaceae. 


Jeroekie S. 


Pleuropetalon suaveolens BI. 




Jets ï. 


Croton pavana Ham. 


Euphorbiaceae. 


JidjoeboG BI. 


Uncaria acida Rxb. 


Rubiaceae, 


•lierliiiengoh M. 


zie Jariongoe S. 




Jiiijieng koelit (?), 


Ziziphus L. spee. 


Khamncae. 


Jin-sjo-huli Ch. 


Papaver somniferum L. 


Papaveraceae. 


Joe-kam Ch. Bo. 


Cicca disticha L. 


Euphorbiaceae 


Joere S. 


Clerodendrum fortunatum L. 


Verbenaceae.. 


Joenglaiig J. 


Methonica superba Lam. 


Liliaceae. 


#«1 oeroe dcm moong J. 


Monechraa violaccum Ns. 




Jukoe temocHh J. 


Covellia subopposita, Miq. 


Moreae. 



101 



Inlandschc 
Naam. 



Botanische benaming. 



Natuurlijke 
Familie. 



Jombirrit S. 


Tabernaemontana fagraeoides 






[Miq. 


Apocynaceae. 


Jombo J. 


Carapa moluccensis Lam. 


Meliaceae. 


Jongheh S. 


Gyiiura sarmentosa DC, var. 






[longipes DC. 


Gompositae. 




Emilia sagittata DC, var. son- 






[chifolia DC. 


?) 


Jottang S. 


Plectranthus punctatus T Herit. 


Labiatae. 


„ gedeh S. 


Opliiorrhiza sanguinea BI. 


)> 




Spilantlies oleracea L. 


Corapositae. 


,f goenong S. 


Wollastonia montana BI. 


» 


j, lumboet S. 


Spüantlies-pseudo-acmella L. 


» 


Jukam Ch. 


Emblica officinalis Grtn. 


Euphorbiaceae. 


Juro Mak. 


Arenga saccliarifera Lab. 


Palmae. 



Ka Amb. & 
Kaii Amb. 
Kaao BI. 
Ka ba T. 
Kabnnbara S. 
Kabi-kabi ï. 

„ mangoe T. 
Kaboe-kaboe M. 
Kaboeko Mol. 
Kaboeng 11. 
Kaboer-kaboer J. 

„ moeda J. 
Kabuwo T. 
Kadaka soesoerroe M 
„ tjoean S. 

Kadatoean J, 



iv. 



Gleichenia Hermanni EBr. 
Dioscorea pentaphylla L. 
Alcasa macrorrliiza Schott. 
Casearia velutina BI. 
Graptophyllum liortense Ns. 
Kalanchoê laciniata DC. 
Otanthera moluccana BI. 
Metroxylon filare Mrt 
Borassus flabelliformis L. 
Poljgonum oriëntale L. 
„ barbatum L. 
Dioscorea bulbifera L. 
Grammatopyllum speciosum BI. 
Smithia sensitiva Ait. 

„ javanica Bnth. 
Hedysarum reflexum Rwdt. 
Dendrolobium umbellatum W. 
[c^ A. 



Gleicheniaceae. 

Dioscoreae. 

Aroideae. 

Samydeae. 

Acanthaceae. 

Crassulaceae. 

Melastomaceae. 

Palmae. 

Polygoneae. 

?) 
Dioscoreae. 
Orchideae. 
Papilionaceae. 
>) 



105 



Si- ■■ .-., ■ . -, ^ 

Inlanclsche 
Kaam. 


Botanische benaming. 


Natuurlijke 
Familie. 


Kadelee M. J. & BI. 


Soya liirsuta DC. 


Papilionaceae. 


Kadjaii J. 


Coelachne infirma Büse. 


Gramineae. 


„ Icelan S. 


Clematis smilacina BI. 


Ranunculaceae. 


Kadjang M. 


Uvaria purpurea BI. 


Anonaceae, 


Kadjar J. 


Remusatia vivipara Sclitt. 


Aroideae. 


„ kadjar J. S. 


Arum maximum Rwdt. 


j) 




Colocasia macrorrliiza Sclitt. 


jj 


Kadjou M. 


Anacardium occidentale DC. 






[var. b indicum DC. 


Anacardiaceae. 


„ kajoe Mak. 


Agati grandiflora DC. 


Papilionaceae. 


„ oetan M. 


Semecarpus cassuvium Sprg. 
„ anacardium DC, var. 


Anacardiaceae. 




[angustiiblium. 


)> 


Kadoe S, 


Durio zlbethinus L. 


Stercuiiaceae. 


Kadoekdoek J. BI. 


Otanthera moluccana BI. 


Melastomaceae, 




Melastoma octandra L. 


}> 




„ polvanthum BI. 


» 


Kadoerenan (?). 


Anonaceae Don., spec. incert. 




Kadoet-doet Ceylon. 


Melastoma Roveni BI. 


j) 


Kadoja S. 


Pimela hispida 131, var. JscaLra. 


Burseraceae. 


Kadok Mak. 


Oryza sativa L. (semina cocta). 


Gramineae. 


Kadomaas S. 


Codiaeum variegatum Kinpli. 


Euphorbiaceae. 


Kadongdong S. M. R. 


Nothopanax obtusum BI. 


Araliaceae. 




Evia acida BI. 


Anacardiaceae. 




„ amara Commers. 


j> 




Spodias Wirtgenii Hsskl. 


Spodiaceae. 




Rhus pubiger BI. 


Anacardiaceae. 


„ aroy S. 


„ nodosus BI. 


)) 


„ assam M. S. 


Evia acida BI. 


)i 


„ goenoengM. 


Rhus retusa (L ?) 


j> 


„ laut M. R. 


Panax fruticosum L. . 


Araliaceae. 


„ malakka M. 


Evia acida Commers., var. b 






[tuberculosa. 


Anacardiaceae, 


Kafawo T. 


Dioscorea bulbifera L. 


Dioscoreae. 


Kaharaaisso T. 


Agaricus tuber regium Tr. 


Hymenomycetes. 




Pachyma tuber regium Tr. 


Gasteromjcetes, 


Kahil Cr, 


Bruguiera Runiphii BI. 


Rliizophoreae: 



106 



Iiilandsche 


Ijotauisclio benaming. 


Natuurlijke 
Familie. 


Naam. 




Kaliitoetan S. 


Laslantlius pnrpurcns VA. 


Pi,ubiaccae. 




Saprosma arboreum BI. 


» 




„ fi-uticosa BL 


it 


„ kai S. 


„ dispar Ilsskl. 


?» 


Kaibobo Cr. 


Cassia mimusioidos L. var. h 


Papilionaceao» 


Kait-kait M. 


Uncaria pediceData. 


Ilubiaceae. 


„ „ toepai M. 


„ ferruginea. 


j> 


Kajan S. 


Quercus Korthalsii BI. var. l 




•/ 


[kajan. 


Cupuliferae. 


Kajiketoelan S. 


Lepionurus sylvestris BI. 


Olacineae. 


Kay-kayl Amb. 


Uncaria acida Ryb. 


Rubiaccae. 


Kaymoni M. 


Murraya paniculata Wld. 


Aurantiaceaa 


Kajoe M. 


Confr. Ki. 




„ ajer-laki-laki M. 


Staphylea indica Brm. 


Staphyleaceae. 




Aralia chinensis L. 


Araliaceae. 


„ „ parampoean M. 


Leeii sambucina Wld. 


Ampelideae. 


„ anggring S. 


Dammara alba Rmph. 


Abietinae. 


„ angin Mak. 


Casuarina equisetifob'a L. 


Casuarineae. 


„ angriiig J. 


Paraspon ia pa vvi flora Miq. 


Celtideae. 


„ angrit J. 


Jambosa rhynchophylla Miq. 


Myrtaceae. 


„ api-api M. 


Aegiceras majus Grtn. 


Aeo-icereae. 




Avicennia tomen tosa Wld. 


Avicennieae. 


„ apoen L. 


Pistia stratioides L. 


Aroideae. 


„ arah J. 


Vitex pubescens Vhl. 


Verbenaceae. 


„ araug M. 


Ebenoxylon verum Leur. 


Ebcnaceae. 




Maba ebenus Sprg, 


»> 


„ „ oetan M. 


Diospyros ebenum Rtz. 


»» 


„ assam besaar M. 


Garcinia cochinchinensis DC. 


Clusiaceae. 


„ auwaran ]3d. 


Plumbago rosea L. 


Plumbagineao. 


y, babi S. 


Ilenslovia paniculata BI. 


Phamneae ? 


„ bakkat M. J. 


Cassia javanica L. 


Papilionaccae. 


„ bako M. 


Carapa molnccensis DC. 


Meliaceae. 


„ balangeran M. 






[& L.Bo. 


riopea balangeran Klis. 


Styraceae. 


„ ban in J. 


Aegiceras majus Grtn. 


Aegicereae. 


„ bappa Br. 


Engclhardtia selanica BI. 


Juglandeae, 


„ barito M. 


Tetrauthera varians BL 


Laurineae. 



107 



Inlandsche 
Naam. 



Botanische benaming. 



Natuurlijke 



FamiJ 



ie. 



Kajoe baroedan M. 
„ bawang M. 
„ belo M. 

j, besaar M. 
„ bessie M. 



„ bener M. 
bidara laut J. & 

„ pait J. 
bobata T. 
boddij\LMak. 
boelan T. 
boclocng S. 
boeton M. 
branak M. 
dawar M. 
djaran S. 

„ s. 

djepoen M. 
doel au g BI. 
fassoe M. 
gaboes S. 

„ leutiekS 
galedoepa Mol. 
goeroe S. M 

gedoiig ares S. 
gelam M. 
gitta J. 
goerda M. 
gorita M. 
gretje M. 
hollanda M. 
hoiln Bd. 



Flindersia amboinensis DC. 
Dysoxylon alliaceum BI. 
Stadtmannia sideroxylon DC. 
Timonius Kumphii BI. 
Morus indica L. 
Jntsia amboinensis Tlirs. 
Blackwellia foetida WH. 
Stadtmannia sideroxylon DC. 
Syncarpia Vertholenii T. & Bk. 
Nania (Metrosideros) vera Miq. 

Strycbnos ligustrina BI. 
Cocculus flavescens DC. 
Ficus Rumphii BI. 
Pisonia Plm., spec. 
Casearia subcuneata Miq. 
Barringtonia speciosa DC. 
Castanea ? sessilifolia BI. 
Costus speciosus Sm. 
Spodias Wirtgenii Hsskl. 
Spatliodea Kheedii Spr. 
Parkinsonia aculeata L. 
Cassia fistula L. 
Vitex cofassus Rwdt. 
Alstonia scholaris RBr. 
Blaberopus sericeus A. DC. 
Derris Forsteniana BI. 
Ficus elastica Rxb. 
Aloëxylon agallochum Leur. 
Zebneria deltoidea Miq. 
Melaleuca leucodendrum L. 
Excoecaria agallocha L. 
Guazuma tomentosa Kth. 
Trevesia moluccana Miq. 
Cerbera lactaria Ham. 
Quercus moluccana Rmpli. 
Phaseolus radiatus Lour. 



Codrelaceae. 

Meliaceae. 

Sapindaceae. 

Kubiaceae. 

IMoreae. 

Papilionaceae. 

Ilomalineae. 

Sapindaceae. 

Myrtaceae. 



Loganiaceae. 

Menispermaceae. 

Moreae. 

Nyctagineae. 

Samydeae. 

Myrtaceae. 

Cupuliferae. 

Zingiberaceac, 

Spodiaceae. 

Bignoniaceae. 

Papilionaceae, 

Verbenaceae. 
Apocynaceae. 

Papilionaceae. 

Moreae. 

Papilionaceae. 

Cucurbitaceae. 

Myrtaceae. 

Euphorbiaceae. 

Büttneriaceae. 

Apocynaceae. 

Cupuliferae. 

Papilionaceae, 



108 





Iiilandsclie 


Botanisclic benaming. 




Natuurlijke 
Familie. 




Naam. 






Kajoe ikan manassin 










[13d. 


Ocimum gratissimum L. 




Labiatae. 


',} 


itam M. 


Diospyros ebenum Etz. 




Ebenaceae. 


1) 


Japan J. 


Poinciniana pulclierrima 


L. 


Papilionaceae. 


)) 


kantekka J. 


Avicennia officinalis L. 




Avicennieae, 


?) 


kant] il M. 


Ilaloragis disticha Jok. 




Halorageae. 


»> 


ka pal M. 


Excoecaria agallocha L. 




Euphorbiaceae. 


?; 


karbori M. 


Tntsia amboinensis Thrs. 




Papilionaceae. 


)j 


kawan J, 


Engelliardtea selanica BI 




Juglandeae.. 


j) 


k en dj eng S. 


Barringtonia Rein wardtii 


Miq. 


Myrtaceae. 


)) 


kilan M. 


Melaleuca minor Sm. 




V 


j> 


i> » 


„ cajepati Rxb. 




» 


j» 


kilang M. 


„ leucodendrum 


L. 


?) 


>j 


koeda M. 


Spodias Vfirtgenii Hsskl. 
Excoecaria agallocha L. 
Spathodea Eheedii Sprg. 




Spodiaceae. 

Euphorbiaceae. 

Bignoniaceae. 


5) 


koekoen M. 


Heritiera littoralis Ait. 




Sterculiaceae. 


J) 


koembang mo- 










[lak S. 


Lasianthus lucidus BI. 




Eubiaceae. 


J) 


koening M. 11. 


Cadamba nocturna Hmlt. 
Nauclea orientalis DC. 






>J» 


koetana M. 


Pittosporum Eumphii Pütterl. 


Pittosporeae. 


» 


korang S. M. 


Aralia javanica Miq. 




Araliaceae. 


?) 


krenjer S. 


Polyosma serrulata BI. 




Saxifragaceae. 


J> 


lalakki M. & 








$; 


lanang M. 


Calosanthes indica -"BI 




Bignoniaceae. 


j> 


lale Bd. 


Abrus praecatorius L. 




Papilionaceae. 


j; 


landak M. 


Barleria prionitis L. 




Acanthaceae. 


;i 


lantjang S. 


Litsaea acerina BI. 




Laurineae. 


/> 


lassi M. 


Echinus trisulcus Lour. ? 




Euphorbiaceae. 


?) 


lengoa Amb. 


Pterocarpus indicus Wld. 




Papilionaceae. 


3> 


lebe M. 


Bassia longifolia Lam. 




Sapotaceae. 


)> 


maas M. 


Codiaeum variegatum Rmph. | 


Euphorbiaceae. 


;> 


madjannang 










[Mad. 


Erylhrina dioica DC. 




Papilionaceae. 


f) 


manies M. 


Cinnamomum zeylanicum 
. „ kiamis Ns. 


Brm. 


Laurineae. 



109 



Inlandsche 
Kaam. 



Botanische benaming. 



Natuurlijke 
Familie. 



Rajoe 


manies dja\va M. 


Cinnamomum iners BI. 


Laurincae. 


., 


„ tjina M. 


„ aromaticum Ns. 


?> 






Glyzirrliiza glabra L. (radix). 


Papilionaceae. 


5> 


mata boeta M. 


Excoecaria agallocha L. 


Euphorbiaceae. 


5> 


menoerang J. 


Tetranthera elliptica Ns. 


Laurineae. 


)} 


meirah M. 


Pterocarpus indicus Wld. 


Papilionaceae. 


)) 


merak BI. 


Casuarina equisetifolia L. 


Casuarineae. 


>J 


m era wak M. 


Castanea ? sessilifolia BI. 


Cupuliferae, 


J) 


moni M. 


Murraya paniculata AVld. 


Aurantiaceae. 


)) 


morea M. 


Albizzia Dar., spec. molucc. 


Mimoseae. 


f) 


moron M. 


Commérsonia eclnnata Frst., of 


Büttneriaceae. 






„ javensis G. Don, 


j» 


» 


nassa Bd. 


Ananassa sativa Lindl. 


Bromeliaceae. 


)J 


nassi M, 


Dartus perlarius Lour. 


Solanaceae. 


i) 


„ T. 


Stryclinos colubrina BI. 


Loganiaceae. 






„ ligustrina BI. 


j) 


i) 


obi M. Sum. 


Fagraea latifolia Miq. 


?> 


)) 


oedjan J. 


Rubus Horsfieldii Miq. 


Rosaceae. 


■)) 


oelar M. 


Strychnos ligustrina BI. 


Loganiaceae. 






,5 colubrina BI. 


11 


i) 


oerib J. 


Euphorbia tirucalli L. 


Euphorbiaceae, 


)) 


passier M. 


Catha montana lïsski. 


Celastrineae. 


)f 


„ Bat. 


Scypbiphora bydrophyllacea 








[Grtn. 


Rubiaceae. 






Lumnltzera racemosa Wld. 


Combretaceae. 


}> 


patehak J. 


Ilymenaea verucosa L. 


Papilionaceae. 


)) 


poekon M. 


Aegiceras ferreum BL 


Aegicereae. 


» 


poeriiig S. 


Codiaeum variegatum BI. 


Euphorbiaceae.. 


3; 


poetie JM. 


Myrtus communis L. 


Myrtaceae. 






Melaleuca leucodendron L. 


» 




• 


„ cajeputi Ryb. 


» 






Eucaljptus alba Ewdt. 


)■> 


)) 


„ M. 


Leptospermum amboinense DG. 


yf 


)> 


poetie dawon 








[ketjil M. 


Melaleuca minor Sm. 


Myrtaceae. 


;j 


„ ketjil M. 


„ saligna BI. 


)) 






Leptospermum amboinense Y)^, 


/> 



110 



Inlaiidsche 
Naam. 



Botanische benaminc;. 



Natuurlijke 
Familie. 



Kajoe poettar M. 
)} popoan M. 
„ purries S. 
„ radja M. Mak, 

„ rono J. 

„ sabo M. Sum, 
„ salowakko mei- 
[rah M. 



„ poetie M 
sanga M. Mak 
sappan M. 
sarassa Mol. 
sawaii M. 
sawo M. J. 
semoet M. 
simboG J. 
socmang M, 
soesoe M. 



sökó J. 
soloakko M. 
söno M. J. 
soreli M. 
stingie O. J. 
swangie I3d. 

taai M, 

tain S. 
tanaiig Mak. 
taugan J. 
taiigar S, 
tawa J. 
temboe sirem J 



Isora corylifoHa Ilsskl. 
Phoberos rhinanthera EndL 
Discostigma rostrata HsskL 
Ilernandia souora Wld. 
Cassia fistula L. 
Sonchus mala^^anus Miq. 

„ oreopliilus Miq. 
Fagreae sumatrana Miq. 

Pitbecoloblura clypcaria Bnth, 
Adenanthera circinata DC. 

falcata DC. 
Sta o-mar ia verniciflua Jck. 
Caesalpinia sappan L. 
Eucalyptus sarassa BI. 
Isora corylifolia Hsskl. 
Mimusops obtusifolia L. 
Hernandia sonora 'Wld. 
Vernonia javariica DC. 
Spalanthus confertum Jcq. 
Cerbera lactaria Hmlt. 
Bruguiera Rumphii BI, 

„ parviflora W & A. 
Saraca ZoUingeriana Miq. 
Oxalis sensitiva Wld. 
Pterocarpus indicus L. 
Quercus moluccana Rmpli. 
Pempliis acidula Frst. 
Acorus terrestris Kmph. 
Eucalyptus deglupta BI. 
Saprosma arborea BI. 
Geniostoma montanum L. & M. 
Ficus racemosa Vhl. 
Eaphorbia tirucalli L. 
Parati'opia rigida DC, 
Scindapsus macrostychia Z óo M. 
Jambosa aromatica Miq. 



Sterculiaceac. 

Bixaceae. 

Clusiaceae. 

Ilernandiaceae. 

Papilionaceae, 

Compositae. 



Loganiaceae. 



Mimoseae. 
i> 

Anacardiaceae. 

Papilionaceae. 

Myrtaceae. 

Sterculiaceac. 

Sapotaceae. 

Ilernandiaceae. 

Compositae. 

Apocynaceae. 
Ehizophoreac. 

» 

Papilionaceae. 

Oxalideae. 

Papilionaceae. 

Cupuliferae. 

Lytlirarieae. 

Orontiaceae. 

Myrtaceae. 

Kubiaceae. 

Loganiaceae, 

Moreae. 

Eupliorbiaccac, 

Araliaceae. 

Aroideae. 

Myrtaceae, 



111 



Inlandsclie 
Kaam. 



Botanische 



benaming. 



Natuurlijke 
Familie. 



Kajoe tepang J. 


Tetranthera elliptica Ns. 


Laurineae. 




tikoes M. 


Albizzia Dur., spec. molucc. 


INIimoseae. 




tingie M. 


Bruguiera parvifiora W. & A. 


Eliizoplioreae. 




tinjang. {?). 


Uvaria glauca HsskL 


Anonaceae. 




tittie M. Amb. 


Vitex moluccana BI. 


Yerbenaceae. 




tjakrah J. 


Paratropia Junglmlmiana Miq. 


Araliaceae. 




tjina oetan M. 


Smilax zeylanica L. 


Smilacineae. 




toessam Btt. 


Pinus PinLiysoniana Wil. 


Abietineae. 




tola J. 


Sambucus canadensis L. 


Loniccreac. 




tombor Bd. 


Ficus septica Sprg. 


INIoreae. 




totorra M. 


Commersonia echinata Prst, of. 


Büttneriaceae. 






„ javensis G. Don 


>> 




tsjammara M. 


Casuarina equisetifolia L. 


Casuarineae. 




ulassi M. 


Echinus trisulcus Lour. 


Euphorbiaceac 




woena Avoena 








FBd. 


Hibiscus rosa sinensis L. 


Malvaceae. 


Kakadoean S. 


Elaeagnus L. spec. 


Elaeagneae. 






Anonaceae Dun., spec. incert. 




Kakae mea Lt. 


Stadtmannia sideroxjlon De. 


Sapindaceae. 


Kakahil Ainb. 


Uncaria acida Rxb. 


Kubiaceae. 


Kakaliir Amb. 


„ gambir Rxb. 


)) 






„ lanosa DC. 


j» 


Kakailo Ilt. 


» )» )> 


>» 


Kakajar J. 


Polypodlum laciniatum L. 


Polypodiaceae. 


j» 


kki-laki J. 


Acrostichum lanceolatum L. 


5» 


Kakalapaan S. 


Oxalis sensitiva Wld. 


Oxalideae. 


Kakantjiengan S. 


Morinda sarmentosa BI, 


Rubiaceae. 


Kakapassan S. 


Drymispermum Blumei Dcsn. 








Drymispermum laurifolium Dcsn. 








Flemingia strobilifera EBr. 


Papilionaceae. 






Dais dubiosa BI. 


Dapliniodeae. 






Abelmosclius mutabilis WIL 


Malvaceae. 


Kakapassan kon- 








[neng S. 


Hibiscus callosus BI. 


1) 


>j 


salaudiar S. 


Abclinoschus venustus Wld. 


>j 


Kakara M. 


Dolichos altissimus Lour, 


Papilionaceae 






„ Hgnosus L. 


}} 



112 



InlaiKlsclie 
Kaam. 



Bütanisclie benaming. 



Natuurlijke 
Familie. 



Kakara dj oei e M. 


Doliclios unguiculatus L. 


Papilionaceae. 


„ gattel J. 


Mucuna pruriens DC. 


» 


„ laut M. 


Lablab microcarpus DC. 


j) 


,, locngsir J. BI. 


„ perennis DG. 


V 


„ parrang M. 


Canavallia gladiata DC. var. h 






[maciieroides DC. 


» 


„ poetie ]M. 


Lablab perennis DC. 


7f 


Kakatjangan S. J. 


Crotallaria L. 


?J 




Neurocarpus cajanifolius Prsl. 


51 




Peristroplie albifiora llsskl. 


Acantliaceao. 


„ aroy S. 


Shuterla vestita ^Y. & A. 


Papilionaceae. 


pollong S. 


Crotallaria striata DC. 


5) 




„ verruccosa L. var. acut. 


i? 


Kakatoean djaran. S. 


Hydrocotyle splendens Bi. 


Umbelliferae. 


Kakau M. 


Theobroma cacao L. 


Büttneriaceae. 


Kakawatan S. 


Cynodon setigerus llich. 


Gramineae. 




„ stoloniferus Rich. 


5> 


Kakera-kikera M. 


Melia azedarach L. 


Meliaceae. 




„ sambucina BI. 


j> 




„ japonica Don. 


iy 


Kakerang Lamp. 


Mappa trichocarpa Z. & M. 


Euphorbiaceae. 


Kakil Bon. 


Bruguiera gymnorrliiza BI. 


Rliizophoreae. 


Kakkas J. 


Hiptage madablota Grtn. 


Malpighiaceae. 


Kakoeti-koeti Boet. 


Yitis indica L. 


Ampclideae. 


Kala-antong J. 


Tabernaemontana L. sp. (an 






[macrocarpa?) 


Apocynaceae. 


Kalabassa M. S. 


Lagenaria vul garis Ser. 


Cucurbitaceae. 


Kalabbe Boet. 


zie Kalabassa M. S. 




Kalagansa M. J. BI. 


Cleome pentapbylla L. 


Capparideae. 




Polanisia icosandra DC. 


5!» 


Kalayar J. 


Tricliosanthes tricuspida Lour. 


Cucurbitaceae. 


„ badak S. 


,, grandifolia BL 


)> 


Kalak J. 


Saccopetalum Ilorsfieldii Bnnt. 


Anonaceae. 


, „ s.; 


Polyosma integrifolia ]>1. 


Saxifragaceae. 


Kalakambieng J. 


Sarcolobus dicliotonus KBr. 


Asclepiadeae. 


Kalakatrie (?). 


Kliapis L. spec. 


Palmac. 


Kukikkai sigoeng S, 


Kaempferia rotunda L 


Zingibcraceac: 



Iiilnndsclis 
Naam. 



Eotanische Ijeiiamiii <r. 



Natuurlijk^ 
Familie. 



Kalakoetjet J. | 

Kalalayoe S. \ 

„ boddas S. ! 

,, 2;edeh S. 
Kalam^LMak.óiT. 
Kalambak M. 
Kalanibau Mak. 
Kalamojang M. 

M Sz T. 
Kalampoak BI. 
Kalaii keboe M. 
Kalapa S. M. R. 

., babi M. 

., bali S. R. 



besaar ]\1. 
bülioe B. 

burrum S. 

i^adiiio; M. S. 
„ heedjühS 
„ konneng 

[S. 
ginja S, 

liiedjoeM. R. 
kasoemba M. 
ke taping M. 
koening M. 
lansa M. 
laut R. 
loepa J. 
manies M. 
meirah M. 



., parang 

DL. XiX. 



M. 



Rubus lineatus Rwdt. 
Erioo-lossum edule BI. 

o 

,, ,, ., , var. album. 

„ „ ,, , var. subcorymbosum 
Gleichenia Hermanni RBr. 
Aloëxylon agallocclium Lour 
Piper difFusum Vhl. 
Typlicnium divaricatum 131. 
Homalonema alba lïsskl. 
Jambosa alba Rmph. 
Lomaria scandens Wld. 
Cocos nucifera L. 

„ „ L., var. pumila. 

„ „ L., var. maxima. 

„ „ Li., var. macrocarpa. 

„ ,, L., var. cistiformis. 

„ „ L., var. macrocarpa. 

,; j, L., var. paclivphlus. 

„ „ L., var. stupposa. 

„ „ L., var. rubescens. 

„ „ L., var. eburnea. 

„ „ Li., var. viridis. 



L., var. alba. 

L., var. cistiformis. 

L,, var. microcarpa, 

L., var, viridis. 

L., var. rutila. 

L., var. cistiformis. 

L., var. alba. 
„ ., L., var. lansiformis. 
Ladoicea Secliellarum. 
Barringtonia speciosa DC. 



xtosaccae. 
Sapindaceae. 



Gleiclieniaceat 
Papilionaceae. 
Piperaceac. 
Aroideae. 

Myrtaceae. 

Polvpodiaccae. 

Palmae. 



Myrtaceae, 



Cocos iiucifcra L, var. saccliarina.! Palmae. 



,, ,, , var. rubescens. 
,, ,,,var. machacrcidos 



lU 



Inlandsclie 
Naam. 



Botanische benaming. 



Natuurlijke 
Familie. 



Kalapa pinang M. 


Cocos nucifera L., var. pinang. 


Palmae. 


V 


poejoe S. R. 


„ „ „,var. pumila. 


>» 


V 


poetie M. 


„ „ „ , var. alba. 


}f 


J) 


radja M. 


„ „ „,var. regia. 


» 


5) 


sikat M. 


„ „ „, var. stupposa. 


)> 


)» 


tawar M. 


„ „ „ , var. fragilis. 


j» 


» 


teboe M. 


,, „ ,,, var. saccharina. 


5» 


» 


tenja S. 


„ „ ,,, var. pumila. 


»» 


)j 


tjindana M. 


Santalum album 8. 


Santalaceae. 


JJ 


tjoen S. 


Pyrrhosa globularia BI. 


M} rticaceae. 


J» 


„ ben er S. 


,, glabra BI. 


)> 


)) 


„ heedjohkS. 


Pj-renaria serrata BL 


Ternstroemiaceae. 


)) 


tjotjok S. 


Cocos nucifera L. var. oblonga 








[Hsskl. 


Palmae. 






„ ,, var. machaeroides Hsskl. 


»» 


Kalawara S. 


Rliinacanthus communis Ns. 


Acanthaceae. 


Kalawassan J. BI. 


Leea sambucina Weid. 


Ampelideae. 


Kalen 


bemba M. 


Entada pursata DC. 


Mimoseae. 


Kaleroengan J. &. 






Ka Ier on kon J. 


Aegiceras ferreum BI. 


Aegicereae. 


Kali Ti. 


Borrasus flabelliformis L. 


Palmae. 


Kaliageh S. 


Triphasia sarmentosa BI. 


Aurantiaceae. 


n 


goenoeng S. 


Capparia flexiiosa L. 


Capparideae. 


Kaliageh laiit M. S. 


Catha montana Don. 


Celastrineae. 


Kalidoeno;- S. 


Gomphostema javanicum Wld. 


Labiatae. 






Oapparis flexuosa L. 


Capparideae. 






Diospyros melanoxylon Kxb. 


Ebenaceae. 


r» 


laut S. M. 


Meliaceae Jss., spec. incert. 


. 


Kaliki 


E. 


Carica papaya L. 


Papayaceae. 






Kicinus communis L. 


Euphorbiaceae. 


Kal 1-1 


oemoet M. J. 


Hydrocotyle Zollingeri Mlkb, 


Umbelliferae. 


Kalimborrot J. en 






Kaliraorrot J. 


Castanea javanica BI. 


Cupuliferae. 






„ montana Hsskl. 


>♦ 


Kullal 


I S. X 


Artabotrys intermedius Hsskl. 


Anonaccae. 






U varia javana BI. 


)> 






„ riifa BI. 


»» 





115 




Iiilandsclie 
Naam. 


Botanische benaming. 


^Natuurlijke 
Familie. 




Uvaria florida Hrsfd. 


Anonaceae. 




Aporosa frutescens BI. 


Artocarpeae. 


Kallar Bd. 


Agati grandiflora DC. 


Papilionaceae. 


Kallas J. 


Conocephalus siiaveolensBI. mas. 


Artocarpeae. 


Kalleli BI. 


Aleurites moluccana AYld. 


Euphorbiaceae. 


Kallokane Amb. 


Sphaerococcus lichenoidcs , var. 






\_b tennis Ag. 


JLivoridae. 


Kalobkob Pliil. 


Jambosa domestica Kmph. 


-^ryrirceae. 


Kalodjo M. 


Ficus Kumj)hii BI. 


Ivlor^ae. 


Kaloekoe Mak. 


Cocos nucifera L. 


Falmac. 


Kaloewie S. R. 


Artocarpns incisa L. 


Artocarpeae. 


Kalük tsjeko J. 


Nepenthes destillatoria L. 


Nepen tlieae. 


Kalompon Mak. 


Sterculia foetida AVld. 


Sterculiaceae. 


Kalonkan BI. 


Psophocarpur tetragonolobus DC. 


Papilionaceae. 


Kalo^Yay M. Amb. 


Actinodapbne Rumphii BI. 


Laiirineae. 




„ moluccana BI. 


»> 


Kaltiade M. Mol. 


Cassia tagera L. 


Papilionaceae. 


Kam BI. 


riacourtia jaagomas Gmel. 


Auacardiaceae. 


Kama Amb. 


Dammara aiba llmpb. 


Abietineae. 


1 „ niette Ht. 


Pimela acutifolia BI. 


Burseaceae. 


„ lilaii Amb. 


Engelbardtia selanica BI. 


Juglandeae. 


Kamadjara betoel J. 


Alpinia malaccensis Bxb. 


Zingiberaceae 


Kamadoe J. 


Boehmeria intcrrupta AVld. 


Urticaoeae. 


Kamadoean S. 


A^iscaceae Mrs. 






Dendrophtoë lepidota BI. 


Loranthaceae. 


Ka mal Amb. 


Dammara al ba Ilmph. 


Abietineae. 


„ J. 


Tamarindus indica L. 


Papilionaceae. 


Kamalandiengan S 






[iAl. J. 


Leueaena glauca Bntb. 


Mimoseae. 




Albizzia montana 13nth. 


»» 




Salicornia brachiata. 


Chenopodeae. 


Kamalenga M. 


Benincasa ceritera Savi. 


Cucurbitaceae. 


Kamakoiin Amb. en 






Kam.an silan Ht. 


Pimela (Boswellia) glabra BI. 


Burseraceae. 


Kaftiaiiden oetan S. M. 


Dapbne chlorantha ilwdt. 


Dapbnoideae. 




Eriosolena montana BI. 


55 


Kamandre Mak. 


Croton pavana Ilam, 


Euphorbiaceae, 



IIG 



Inlandsche 
Naam. 


Botanische benaming. 


Natuurlijke 
Familie. 


ICamaiiga S. AÏ. 


Mangifera kemanga BI. 


Anacardiaceae. 


Kamanilang (?) 


Sinapis indica RAvdt. 


Cruciferae. 


Ka mar Amb. 


Dammara aiba Rmph- 


Abietineae. 


Jvamara koessoe T. 


Andropogon schoenanthus L. 


Gramj'neae. 


Kamaras S. 


Sarcostigma Horsfieldii EBr. 


Hernandiaceae. 


Kambehrong J. 


Astronia spectabilis BI 


Melastomaceae, 




., raacrophylla BI. 


;> 


Kambiroen (?) 


Eiipatorium arboreum Rwdt. 


Compositae. 


Kameian Ht. 


i\leialeuca leucodendram DC. 


Mvrtaceae. 


„ Amb. 


Zanthoxylon armatum DC. 


Zanthoxylaceac. 


., (lav.ou ketjil M. 


Leptospermum aniboinense BI. 


Myrtaceae. 


Kamelaun Ht. 


Piper betle L. 


Piperaceae. 


Kami Amb. 


Pimela decumana BI. 


Burseraceae. 


Kamibela Bd. 


Ficus Rumphii BI, 


Moreae. 


Kamilene Lh. 


Verbesina moluccana BI. 


Compositae, 


Ivamirie M. R. 


Aleurites moluccana AVld. 


Eupliorbiaceae= 


Kammang Mak. 


Cordia mjsa L. 


Cordiaceae. 


Kamoe mailte Lh. 


Piper arborescens Exb. 


Piperaceae. 


Kamocboet Amb. 


Derris Forsteniana DC. 


Papilionaceao. 


Kamoekoe S. 


Piper cubeba L. fs. 


Piperaceae. 


Ka moei Ht. 


., betle L. 


?? 


Kaïn oei oe hahooa Ht 


Cüccuius hicunosus DC. 


Menispermaceac. 


Kamoeninc^ S. M. J. 






[Mak. 


Murraya L. 


Aurantiaceac. 




,. paniculata Wld. 


?) 


doGsscn R. 


,, exotica L. 


j» 


Kaïiioeniiigjapan M. 


., „ L. 


75 


,, oetan R. 


ï^aniculata ^\ ld. 
Aglaya odorata Lour. 


;? 


,, tjina M. 


Meliaceae. 


Kamolcnga M. 


Ciicurbita farinosa BI. 


Cucurbitaceae. 


Kam pak (?). 


Hernandia sonora L. 


Hernandiaceae. 


Kampang-garang J . 


Dais octandra L. 


Daphnoideae. 




,, dubiüsa BI. 
Di-ymispermum Blumei Dcsn. 


?> 


Kampies {:). 


Hernandia sonora L. 


Hernandiaceae. 


Kam-sc Cli. Bo. 


Citrus aurantium L. 


Aurantiaceae, 


Kaïn-sia Ch. 


Saccharum officinaruin L. 


Gramineae, 



11 



Inlandsclie 
Naam, 



BotaiiiscJio benamin*};, 



Natnurlijke 

Familie, 



Kam-tjiéh Ch. 
Ivam-tjo Ch. 

Kam-tjong Ch, 
Kananga S. 
Kananga M. R. I\[a1 

„ aroy S. 

,, oetan M. 

,, prit J. 

„ reges S. 

,, wangie M. 
Kanara M. 

„ hiut M. 

,, poetie j\I. 
Kanarie S. M. R. 



baojo-êa M. 
barat M. 



)y 



besaar M. 



,, itam M. 
„ ketjil M. 

„ oetan M. 

„ pandjang M, 

,, pendek M. 

„ wolanda J. 

,, xula M. 
Kanawan M. Amb, 
Kandajakkan S. 
Kandaka nassi M. 



Kandal M. S. BI 



Citrus aurantium L. 


Aurantiaceae. 


Glyzyrrhiza laevis Pall. 


Papilionaceae. 


,, echinata L. 


,, 


Aspidiuni filix raa.s Sprg. 


Polypodiaceae. 


Lasianthus rigidus Miq. 


Rubiaceae. 


Uvaria odorata Lam, 


Anonaceae, 


Artabotrys intermedius Hsskl. 




„ suaveolens BI. 


55 


Uvaria tripetaloidea Dun. 


) 5 


,, odorata Lam. 


,, 


Lasianthus rhinocerotis BI. al. 


Rubiaceae. 


Uvaria odorata Lam. 


Anonaccae. 


Dolichos lignosus L. 


Papilionaceae, 


LabUib microcarpus DC. 


55 


,, perennans DC. 


" 


Engelhardtia serrata BI. 


Juglandeae. 


Canarium commune L. 


Burseraceae. 


,, microcarpum Wld. 


5 > 


,, moluccanum BI. 


35 


,, zephyrinum limph. 


?) 


,, moluccnnura BI. 


55 


Pimek decumana BI. 


il 


,, acutifülia BI. 


J J 


Canarium commune L. var. min. b 


J> 


,, zephyrinum Rmph. 


55 


5 5 !■> 5 ' 

„ sylvestre Grtn. 


55 


,, commune L. 


55 


„ , var. min. 6 


55 


Amygdalus communis L. 


Amygdaleae. 


Pimek decumana BI. 


Burseraceae. 


Cordia liumphii BI. 


Cordiaceae. 


Piliostigma acidum Bnth. 


Papih'onaceae 


Edizophora mangle L. 


Rhizophoreae. 


Kanilia (Bruguiera) carvophyl- 




[loides BI. 


55 


Quercus ? aporosa (Z. & M.) 


Cupuliferae> 



118 



Inlandsclie 
Kaam. 



Botanische 



Lenaming. 



Natuurlijke 
Familie. 







Cordia bantamensis BI. 


Cordiaceae. 






,, myxa L. 


»> 


Kan dal en J. 




Frejcinetia scandens Gaud. 


Pandaneae. 


Kan dar J. 




Paratropia elliptica Miq. 


Araliaceae. 


,, loetoeng 


S. 


Taraktogenos Blumei Hsskl. ol. 








Iljdnocarpus lieterophylla BI 


Pangiaceae. 


Kandel J. 




Elatostemma (Procris) frutes- 








[cens Hsskl. 


Urticaceae. 


Ivandelang J. 




Urostigma crassirameum Miq. 


'5 


Kandeli Mol. 




Phaseolus radiatus Lour. 


Papilionaceae. 


Kandis boerong 


R. 


Garcinia variegata (L?) 


Clusiaceae. 


Xandoeng S. 




Helicia serrata Ptwdt. 


Proteaceae. 






,, javanica BI. 


?> 






,, Lour., spec. 1. 


j> 


„ peutjang 


S. 


,, robusta BI. 


5> 






Brucea sumatrana Ptxb. 


Xanthoxylaceae. 


Kandoeroe J. 




Caryota proplnqua BI. 


Palmae. 


Kandong batoe 


M. 


Panax fruticosum L. 


Araliaceae. 


Kandori S. M. 


R. 


Adenanthera pavonina L. 


Mimoseae. 


Kangliong R. 




Convolvulus reptans L. 


Convolvulaceae. 


Kanigara R. 




Nymphaea stellata DC. 


Nymphaeaceae. 


Kanjaloet M. 




Roxburghia gloriosoides Jon. 


Roxburghiaceae. 


Kar.jar ka^vang 


J. 


Cardiopteris lobata "\Y11. 


Sapindaceae. 


Kanjehreh S. 




Phyllanthus stellata Prs. 


Euphorbiaceae. 


„ badakaroTS. 


Bridelia tomentosa BI. 


)» 


„ lumboet 


S. 


,, stipularis BI. 


5J 


Kanjoeng J. 




Uvaria purpurea BI. 


Anonaceae. 


Kankong J. 




Aniseia medium Cliois. 


Convolvulaceae. 






Cassyta filiformis L. 


Laurineae. 


,, oetan M 




Commelyna Rumphii köstel. of 


Commelynaceae. 






,, beiighalensis L. Brm. 


>? 


Kannakoer I3d. 




Piper siriboa L. 


Piperaceae. 


Ivanne Mak 




Erythrina fusca DC. 


Papilionaceae, 


Kano kano M. & T. 


Arundo L., spec. 1. 


Gramineae. 


Kanoer Mak. 




Ervtgrina fusca Lour. 


Papilionaceae. 


Kan re oelar Mak. 


Momordica subangulata BI. 


Cucurbitaceae. 






Bryonia grandis Lour. 


j> 



19 





Inlandsclie 

Kaam. 


BotanisoLe benamins:. 


Natuurlijke 
Familie. 




o 


Kapa J. 


Ficus tricolor Mip. 


Moreae. 


?) 


T. 


Gossvpium indicum Lam. 


Malvaceae. 


5> 


0. CeL 


„ vitifolium Lam. 


•5 


Kapai R. 


Ophioderma pendulum Endl. 


Ophioglosseae. 


Kapalan M. J. 


Clemates Leschenaultiana DC. 








[var. grosse-serrata. 


Eanunculaceae. 


KapasS.M.J.Mak.& 


Gossypium L. 


Malvaceae. 






,, indicum Lam. 


)» 






,, arboreum Wld. 




j> 


anggries J. 


,, Titifolium Lam. 




)7 


antoe JM. 


Pavonia zeylanica Cav. 


55 - 


?> 


ben gala S. R. 


Gossvpium vitifolium Lam. var. 
[maculiflorum Hsskl. 




jr 


besaar M. R. 


„ arboreum Wld. 


5» • 






,, vitifolium Lam. 


5»- 


55 


betoel M. 


„ javanicum (L?) 


5 J 


5» 


burrum S. 


j, anguineum Hsskl. 


)> 


55 


gedeh S. 


,, vitifolium Lnm. et var. 




55 


hiedung S. 


„ nangking xMeyen. 


'5 


55 


hoema S. ) 






55 


lumboet S. > 


,, indicum Lam. 


55 


55 


meirah IsL ) 






55 


mobrie S. R. 


,, micranthum Cav, 


'5 


55 


oemah S. 


„ indicum Lam. 




55 


oetan S. M. R. 


HibiscDs callosus BI. 


5? 


55 


tauu S. 


Gossvpium micrantbum Cav. 
,, vitifolium Hsskl. 








,, sanguineum Hsskl. 


5 5 


55 


tjiendeb S. 


Asclepias curassavica L. 


Asclepladeae,' 


Kapassa J. 


Gossvpium vitifolium Lam. 


Malvaceae. 


Ka passan g M. 


Asclepias curassavica L. 


Ascle|iladeae. 


Ivapawarita Lt. 


Uvaria odorata Lam. 


Anonaceae. 


Kapeping badak S. 


Kiesera sericea Rwdt. 


Papilionaceae» 


Kapev gorita M. Ab. 


Lygodium circinatum Sw. 


Scbizaeaceae. 


55 


])apoea M. 


,, micropbyllum RBr. 


55 


Ka pi 


L'iet lumboet S. 


Boelimerla sanguinea, var. gla- 








[brata Hsskl. 


Urticaeeae. 



120 



Inlaiidsciie 
Naam. 



Botanische benaminii. 



Natuurlijke 
Familie. 



Kapinango S, 

s. 

Kapintan J. 
Ka- pi-hut Ch. 
Kapoean J. 
Kapoe-laga M. E. 
Ivapoendoeng J. 

Kapoer antjak S. 
,, baroe M. 
,5 baros S. M, 
„ gading J. 

Kapoesihan ketjil J, 

Kapok M. J. K. 
,, oetan R. 

Kapo-kapo Bi. 

Kappa torroh S. 

Kappal S. J. 



Kappel S. 
Kappoel Amb. 



Kappol S. 

ientiek S. 



Karag (?). 



l\a 



:amandijn Mak. 



Karambau dinar Bd. 
Karamböa^ Bd. 
Karandang R. 
Karaneang J. 
Karanfr-karaniï M. 
"Karassa-dangdang S. 
Karbanixa T. 



Dysoxylon laxiflorum BI. 


Meliaceae. 


Epicharis altissima BI. 


?> 


Knoxia moUis RBr. 


Kubiaceae. 


Entada pursata DG. 


Mimoseae. 


Ficus ieucoptera Miq. 


Moreae. 


Amomum cardamomum L. 


Zingiberaceae. 


Ardisia decus-montis Miq. 


Myrsineae. 


Pierardia racemosa J^)L 


Euphorbiaceac. 


Caiophyilum inophyllum L. 


Clusiaceae. 


Laurus camphora L. 


Laurineae. 


Amomum cardamomum L, 


Zingiberaceae. 


Litsaea tenuiramis Miq. 


Laurineae. 


Gymnema lactiferum K.Br. 


Asclepiadeae. 


Eriodendrum anfractuosum BC. 


Sterculiaceae, 


Salvnalia malabarica Schtt. 


;; 


Pistia stratiotes L. 


Aroideae. 


Jussiaea repens L. 


Oenothereae. 


Excoecaria agallocha L. 


Euphorbiaceac. 


Cyrtoceras mnltiflorum Bnnt. 


Asclepiadeae. 


Symphysanthus Hsskl. 


j> 


Hoya polystachya BL 


?j 


Sarcocephalus cordatus Miq. 


K.ubiaceae. 


Antherura rubra Lour. 


j> 


Nelitris rubra BI. 


Myrtaceae. 


„ bracteata BI, 


>» 


Amomum cardamomum L. 


Zingiberaceae. 


Donacodes tomcntosa BI. 


57 


Ficus L., spec. 


Moreae. 


Melastoma polyanthum BI. 


Melastomaceae. 


Otanthera moluccana BI. 


j» 


Euphorbia neriifolia L. 


Euphorbiaceac. 


Gossypium indicum Lam. 


Malvaceae. 


Carissa ca rand as L. 


Apocynaceae. 


Zanthoxylum armatum DC. 


Zantlioxylaceae. 


Polypodium quercifolium AYld. 


Polypodiaceae. 


Yallaris perqulana Brm. 


Apocynaceae. 


Curcuma zerumbet Rxb. 


Zingiberaceae. 



121 



Inlandsclie 
Naam . 




Bütanlscke benaming. 


Natuurlijke 
Familie. 




Karcli-o S. 


Colocasia macrorrliiza Schott. 


Aroideae. 


Karet S. M. E. 


Ficus elastica lixb. 


Moreae. 


,. andjieng S. 


Chrysophyllum rliodoneur. Hsk. 


Sapotaceae, 


„ moending S. 


Kakosmantli. macropbyll. Hsk. 




„ pantjal S. 


Sideroxvlon attenuatum (L ?) 


Sapotaceae. 


„ tapok S. 


Ficus elastica lixb. 


Moreae. 


Karoendoeiig S. 


Solanum flavescens Dun. 


Solanaceae. 


Karoenroen Mak. 


Poupartia dulcis lU. 


Spodiaceae. 




„ mangifera BL 


11 


Karondong S. 


SoLanum ferox L. 

„ involucratum BI. 


Solanaceae. 




,, trongum Poir. 


)> 


Karondono; badak S. 


„ ferox L. 


j> 


„ goenoiig S. 


») 5) 1) 


/•) 


„ sa pi e S. 


„ involucratum BI. 


?) 


Karpoo ï. 


Tournefortia argentea L. 


Asperifoliae. 


Karughang (?). 


Piper muricatum. 


Piperaceae. 


Karumbie S. 


Homalanthus Leschenault. Jok. 


Eupborbiaceae, 


„ sabrang S. 


Stillingia sebifera Ilmlt. 


ii 


Kasedcl J. 


Cordia mvxa L. 


Cordiaceae. 


Kasimboekan S. J. 


Eclipta L. 


Compositae. 




Paederia foetida L. 


Kubiaceae. 


Kasingsat S. 


Cassia occidentalis L. 


Papilionaceae, 


Kasoenka S. 


Gnetum latifolium BI. 


Gnetaceae. 


,, aroy S. 


)5 5> •)■) 


M 




^y funiculare BI. 


11 


„ beurriet S. 


J> M 1i 


;j 




edule BI. 


5» 


Kasse sekan BI. 


Crinum toxicarium Ilerbert. 


Amaryllideao. 




„ asiaticuui L. ? 


•)•) 




Pancratium zeylanicum L. 


11 


Kassoli S. 


Saccliarum spontaneum L. 


Gramineae. 


' 


Anthistiria ciliata L. 


}f 


Kassongket S. 


Pbragmitis iiliformis St. 


)> 


Kassoemba S. 


Bixa orellana L. 


Bixaceae. 


„ Siimbaw. 


Cartbamus tinctorius L. 


Compositae. 


., dja-\Ya Iv. 


?j •) ?? 


•i 



12-2 



Inlnndsclie 
Xaam. 



Botanische benamin<r. 



Katuurlijke 
Familie. 



Kassoemba kling K. 
Kassooran J. 
Kastela BI. 
Kastoerie M. J. 

Katappang S. M. E 

„ boddas S. 

„ burrum S. 

„ gedeh S. 

,, goenong S, 
Kateja M. 
Kateng (?) 
KateppengS. J.Bl. E 

„ badak S. 



„ kebo J. 
,, laut S. 
„ lumboet S. 

Kates gamblo J. 
„ gantoel J. 
Katio^arrono; S. 
Katigret J. 
Ka-tija Ch. 
Katilan Bat. 
Katilang J. 
Ivatileng S. 
Katinfrano; J. 
Katja M Singap. etc 



Blxa orellana L. 
Blephilia hirsuta (Raf?). 
Convolvulus batatas L. 
Ilibiscus surattensis. 

„ abelinoschus L. 

Terminalia catappa L. 
,. cbebula Btz. 

„ catappa L, var. chlo 

[rocarpus Hsskl. 
j, catappa L., var. rho- 

[docarpus Hsskl. 
„ catappa L., var. ma- 

[crocarpus Hsskl. 
jMonoceros obtusum Hsskl. 
Bruguiera parviflora W. & A. 
Grev>'ia tementosa Jss. 
Cassia alata L. 
sophora L. 
tora L. 
filauca Lam. 
indecora H. B. , & K. 
Reinwardtiana Hort. Bog 
„ alata L., var. liuraphiana BI 

„ L. spec. 1. 

„ obtusifulia L. 

„ humilis CoUa. 
Carica papa va L. (femiua). 

„ ' L. (mas). 
Crataeva tapia BI. 
Mirabilis jalappa Jj. 
Bruf^uiera ^vmnorrhiza BI. 
Amomum maximum Rüb. 
Brucea sumatrana Kxb. 
H^'dnocarpus Leterophylla BI. 
Oxalis sensitiva Wld. 
Uncaria gamblr Hunt, 



Bixaceae. 
Labiatae. 
Convolvulaceae. 
Malvaceae. 

Combretaceae, 



IJ 
Tiliaceae. 
Rhizophoreae, 
Tiliaceae. 
Papilionaceae, 



Papayaceae. 

Capparideae. 

Nyctagineae. 

Rhizophoreae. 

Ziniriberaceae. 

Xanthoxylaceae. 

Pangiaceae. 

Oxalideae. 

R'dbiaceue, 



123 



Iiilandsclie 
Naam. 


Botanische benaming. 


N 


atuurlijke 
Familie. 


o 




Katja piring M. 


zie Kembang katja piering M. 






>ï ?) ^• 


Echites trifida L. 


Apocynaceae. 


„ oetanJ. 


Tabernemontana divaaicata R Br. 




)> 




„ coronaria E Br. 




)> 


Ka-tjang-ma Ch. Bo. 


Leonurus javanicus Bh 


Lab 


iatae. 


Katjang baley M. 


Cajanus flavus DC. 


Pap 


ilionaceae. 


„ boedjithayamM. 


Vigna sinensis 8v. var. c. 




)) 


„ boelet J. 


Phaseolus nanus L. 




>> 


„ boeloe S. 


„ radiatus L. 




M 




Soya hispida Mnch. 




>) 


„ aroy S. 


Khynchosia viscosa DC. 




1f 


„ boontjes bod- 








[das S. 


Phaseolus sphaericns Savi. 




» 


„ boddas gedeh S. 


„ vulgaris Savi, var. 1. 




JJ 


„ hiduiigS. 








„ „ leutiek 8. 


„ vulgaris Savi, var. 2. 




}) 


„ djariedji S. M. 


Labhib vulgaris Savi, var al- 






[R. 


[biflora DC. 




}> 


„ djalelier boe- 








[riek S. 


Phaseolus compressus DC. 




>) 




„ humilis DC. 




f1 


„ djepoeu S. M. R. 


Soya hispida Mnch. 




J> 


„ „ boddas S. 


„ „ „ , vaL\ leu- 








[cosperma Hsskl. 




i) 


„ „ burrumS. 


„ „ „ , var. rhodo- 








[sperma Hsskl. 




1) 


„ „ heedjo S. 


„ „ „ , var. chloro- 








[sperma HsskL 




7) 


„ „ hiedung 


„ „ „ , var. mela- 






[S. 


[nosperma Hsskl. 




JJ 


„ djingkok J. 


Desmodium reniforme DC. 




J) 


„ djohgoh S. 


Phaseolus compressus DC. var. 








[humilis DC. 




>> 


„ gar J. 


Dolichos Junghuhnianus (sp. 








[nov.) 




» 


„ gatel J. R. 


Mucuna pruriens DC. 




JJ 


„ gendja M. 


Phaseolus lunatus L. var. 




JJ 



12 i 



Inlandsche 
Naam. 



BotaniscliG benamino;. 



Natuurlijke 
Familie. 



Katjang girgadji M. 

',, glLija S. 
., cfoedeli S. 



o-oenon'^:^!. Pt 
goren g K. 
heedjoli S. 
„ arov S. 



liehrang S, 
liiedjoe M. R. 
hieries S. 
jappan M. 
'iat S. M. 
kaas (?) 
kadalee M. R. 
kajoe R. 
kakara M. S. 

katèpes M. S. 
kembang ka- 
[ra M. 
ketjil M. R. 
laut M. 
maas S. M. R, 
manilla S.M.R 
mei rail M. 
ml en jak S. 
mojijelS. M.E. 



«jong S. 
oetio S. 



Vigna sinensis Sv. var. h. 
Phaseolus lunatns L. & varlet. 
Cantharospermum parvitioriim 

[W. c^c A. 
Desm odium gangeticura DC. 
Arachis hypogaea L. 
Phaseolus radiatus Lous. 

„ Hernandesii Savi. 

„ Xuarezii Zucc. 

„ radiatus Lour. 

!) 5) ?J 

Cajanus indicus L. 
Arachis hypogaea L. 
Psophocarpus tetragoiiolobus ÜC. 
Dolichos villosus Rwdt. 
Soya hispida Mnch. 
Cjtisus catjang. 
Lablab vul garis Savi, var. mi- 
[crócarpus Hsskl. 
„ » Savi. 

zie Kt. kakara M. S. 
Phaseolus radiatus Lour. 

,j marinus Brm. 

„ lunatus Lour & variet 

Yoandzeia subterranea Thrs. 
Dolichos catjang L. 
Arachis hypogaea L. 
Phaseolus caracalla L. 

„ trllobus Rtz. 

j, Hernandesii Savi. et var. 

„ Xuaresii Zucc. 

„ zonalis L. 
Dolichos scabriusculus HsskL 
Neustanthus javanicus Bnth. 
Phaseolus atropurpureus DC. 
chrvsanthus Savi. 



Papili 



lonaceae. 



125 



Inlandsclie 
Naam. 



Botanische benaming:. 



Natuurlijke 
Familie. 







Pliaseolus liispidulus Ilsskl 


Papilicnaceae. 


Kntj 


mg oetjing leu- 








[v>'ung S. 


., clirvsanthus Savi. 
Doliclios scabriusculus Ilsskl." 


?) 


Katjj 


ing pandjangM. 


„ sesquipedalis HsskL 
Vigna sinensis Savi, var. d 




',} 


peda S. 


Doliclios bilobus Kwdt. 
Lablab vulgaris Savi, var. pur- 


'f 






[pureus DC. 


;) 


^• 


pendek M. R. 


zie K. djohgoh, K. djaleher, 
[K. porehek en K. boelet J. 




5) 


poetie M. U. 


Vigna catjang Endl. 


J> 


,V 


porehek (?). 


Phaseolus conipressus DC. var. 
[humilis DC. 


?j 


•> 


prang li. 


Doliclios ensifonnis Thnb. 


JJ 


:) 


roay S. 


Phaseolus lunatus L. & variet. 


!J 


■;) 


sapoli S. 


„ radiatus Lour. 


n 


JJ 


soeöer S. 


Arachis prostrata Bnth. 


M 


J> 


soëoek S. 


,, hypogaea L. 


'» 


)) 


tana M. 


„ prostrata Bnth. 




5J 


tandoe J. 


Cassia tora L. 


5J 


?» 


tjina S. M. 


Phaseolus lunatus L. & variet. 


?) 






Vigna sinensis Savi. 


Jl 


;> 


tjorang M. 


Pteroloma triquetrum Bnth. 


?» 


5» 


toen gak S. 


Dolichos callosus BI. 


}» 


'J 


toeroes S. 


Vigna sinensis Savi & variet. 


M 


KatjoLi M. 8 in gap. etc. 


Uncaria gambir Hunter. 


Rubiaceae. 


Katoelioiin (?}. 


Procris baccifera Rwdt. 


Urticaceae- 


Katoek S. 


Melanthes virgata BI. 


Euphorbiaccae. 






Sauropus albicans BI. 


i} 






,, indicus Whgt. 


,7 






„ macranthus Hsskl. 


?) 


M 


Laut S. 


Vitex L. spec. 


Verbenaceac. 


Katoeka kekani^ S. 


Bridelia stipularis L. 


Euphorbiaceae. 


Katoelampa BI. 


Elaeocarpus oblongus DC. 


Tiliaceae. 


Katoelang J. 


Campelia glabrata Knth. 


Commelynaceac, 



126 



liilaiidsclie 


Botanisclie benaming. 


Natuurlijke 
Familie. 


jN'aani. 




Katoemba S. 


Glochidion littorale BI. 


Euphorbiaceae. 


„ lemang S. 


Pliyllanthus nuriri L. 


» 


Katoeinbang S. 


Phvllanthus nuriri L. 


»> 


Katoembar J. 


Coriandrum sativum L. 


Umbelliferae. 


Katoenipang S. M. 


Callica)-])a oblongifolia, var. acu- 






[minatissima Hsskl. 


Verbenaceae. 




„ longlfolia lAim. 


it 




„ acuminata 11 mb. 


>» 


„ bener S. 


„ oblortgifolia Hsskl. 


11 




„ cana L. 


11 


„ biirrum S. 


Aërva sanguinolenta BL 


Amaranthaceae. 


„ lameh S. 


„ lanata Jss. 


5» 


„ lanang S. 


Dicliptera pectinata Jss. 


Acanthaceae. 


„ leuwung S. 


CordJa L. spec. 


Cordiaceae. 


„ oetan M. 


Calllicarpa virens Rwdt. 


Verbenaceae. 


,, tana M. 


Hedyotis prostrata BI. 


Rubiaceae. 


Katoendeiig Mak. 


Vitex cofassus BL 


Verbenaceae. 


Katüe-toeiigkal S. 


Badiera venenosa Hsskl. 


Polygaleae. 




„ pulchra -Hsskl. 


11 




Chamaebuxus viscosa Hsskl. 


11 


Katoe- toetoen S. 


Polj^gala venenosa BI. 


11 




„ pendula Rwdt. 


11 


Katos S. J. 


Mimusops kauki L. 


Sapotaceae. 




Protium javaniciim Brm. 


Spodiaceae. 




Icica dentata DC. 


Burseraceae. 


„ gamblo J. 


Carica papaya L. femina. 


Papayaceae. 


„ gantoel J. 


„ " L. in as. ^ 


11 


Katópo J. 


Alysicarpus bupleurifolius DC. 


Papilionaceae. 


Ivatï^em-sjem BI. 


Poupartia dulcis Bi. 


Sapodiaceae. 




„ mangifera BI. 


11 


Katsji Mak. 


Begonla tuberosa Dryand. 


Begoniaceae. 


Katsjoer «T. 


Piper terrestre (L?) 


Piperaceae. 


Katsjong-broe M. 






[Singapore. 


Nepentlies pbyllampliora Khs. 


Nepentbeae. 


Kattaramon Mak. 


Jambosa alba Kmph. 


Myrtaceae. 


Kattari M. 


Curculigo latifülia Dryand. 


Hypoxideae, 


Katta mala BI. 


Kleinhovia hospita L. 


Büttneriaceae, 



127 



Inlandsclie 
Kaam. 


Eotanische benaming. 


Natuurlijke 
Familie. 


Katti-katti M. 


Guilandina bonduc L. 


Papilionaceae. 


„ „ besaar M. 


„ bonducella L. 


51 


Katti-katti gora T. 


Zanthoxylon armatum DC. 


Zanthoxylaceae. 


„ „ ketjil M. 


Caesalpinia microphylla DC. 


Papilionaceae. 




„ nuga 1)C. 


)> 




Acacia Ilooperiana Zipp. 


Mimoseae. 


„ „ panteh M. 


Caesalpinia nuga DG. 


Papilionaceae. 


„ koeta Bat. 


Antidesma bunias Sprg. 


Antides meae. 


., lajoe J. 


Titenia edulis Std. 


Sapindaceae. 


„ inahar J. 


Kleinhovia hospita L. 


Büttneriaceae. 


Kattimbaii Mak. 


Glübba uviformis L. 


Zingiberaceae. 




Alpinia gigantea 131. 


M 


Kau Amb. 


Pithecolobium clypearia Bnth. 


Mimoseae. 


Kan dal lam. M. 


Cordia niyxa L. 


Cordiaceae. 


Kaut-echöa Ch. 


Cassia alata L. h Humphiana DD. 


Papilionaceae. 


Kauwas Mak. 


Kleinhovia hospita L. 


Büttneriaceae. 


Ka^Yah K. 


Coffea arabica L. 


Kubiaceae. 


Kawakkal Amb. 


Pterocarpus liavus Lonr. 


Papilionaceae. 


Kawan M. 


Sideroxjlon nitidum BI. ? 


Myrtaceae. 


Ka wies J. 


zie Kawosta S. 




Kawoeng S. 


Arenga saccharifera Lab. 


Palmae. 


Kawoh S. M. 


Saccharum spontaneam L. 


Gram in ea e. 


Kawohroh S. 


Malacha diversifolia Hsskl. 
Abelmoschus pseiido-abelmo- 


Malvaceae. 




[schus WH. var. longif. Hasskl. 


)> 




„ ficulneus Wil. 


j» 




„ vitifolius WU. 


>) 




,, escnlentus WU. 


n 


„ gedeh S. 


„ Vrieseanus Hsskl 


5> 


Kawojang S. 


Pygaenm parviflorum T. Bk. 


Amygdaleae. 




Prunus javanica Miq. 


M 


Ka WO-ka WO Mak. 


Eriodendrum anfractuosum DC. 


Sterculiaceae. 


Kawosta S. 


Feronia elephantum Corr. 


Aurantiaceae. 


Kebag J. 


Ficus tricolor IMiq. 


Moreae. 


Ke-bak-tji Ch. 


Flacourtia jaagomas Gmel. 


Bixaceae. 


Kebaiig j\I. 


Corypha gebanga BI. 


Palmae. 


Ivedang J. 


Musa paradisiaca L. 


Musaceae, 



UZ 



InlandsciiG 
Naam. 



Botanische benamino;. 



Natuurlijko 
Familie. 



Keclawoong J. 
Kedelé J. 
Kedoe Bd. 
Kedjih 8. J. 
Kedoe S. 
Kedoel S. 
Kedojo J . of Kadojo J. 
Kee Men. 
Keer S. 
Keil pas (?). 
Kei ba J. 

Kekegoan arov S. en 
Jvekcjoan S. 
Kekel Amb. 

., ela Amb. 

„ maan Ht. 
Keker Amb. 



., CAvan Amb. 

j, lej'nulun Amb. 
., moni Amb. 
,, ^Yassi Amb. 

Kekil S. 
KeLambar 11. 
Kelan l'd- 
Kelangissan BI. 
Keledek E. 
Keleh-baheh S. 
Kelempang 11, 
Keleuëur S. 
Keli-assapin Lt. 
Kelingkeng 11. 
KellorS.J.M. &K. 



Parkia intermedia Hsskl. 
Grumilea divergens Miq. 
Colocasia vera ilmph. & variet. 
Ebermayera subpaniculata Hk. 
Polyosma mutabih's BI. 
liidens leucantba Yvld. 
lied era nodosa Ilsskl. 
Arcnga saccliarifera Lab. (succ.) 
Lasiantbus sylvestris BL 
Pardantbus cbinensis Ker. 
Güssypium arboreum L. 

Conocephalus suaveolens BI 
Pandanus bumilis Wld. 
Marquartia globosa Hsskl. 
Pandanus bumilis AVld. 

„ spurius Kmph. 
Ptycbosperma punicea Miq. 
Pandanus conoideus Lam. 

„ montanus Miq. 

,, liumilis Wld. 

„ latifülius Rmph. 

„ conoideus Lam. 

,, sylvestris Rmph. 

Dicbroa cyanitis Miq. 
Cocos nucifera L. 
Melaleuca leucodendron L. 
Maranta dicbotoma A71d, 
Convoivulus batatas L. 
Nauclea scandens Sm. 
Stcrculia foetida L. 
Diplücinium tuberosum ?>Iiq. 
Dioscorea alata L. 
Ncplielium litcbi Don. 
Moringa pterygos])erma Grtn. 

., polygona DC. 



Mimoseae. 

llubiaceae. 

Aroidcae. 

Acantbaceac. 

Polyosmeae, 

Compositae. 

Araliaceao. 

Palmae. 

Rubiaceae. 

Ivideae. 

Malvaceae. 

Artocarpeae. 
Pandancae. 



Palinao. 
Pandaueac= 



Mimoseae. 

Palmae. 

Myrtaceac. 

Cannaceae. 

Convolvulaceac. 

Rubiaceae. 

Sterculiaccae. 

Begoniaceae. 

Dioscoreac. 

Sapindaceae. 

Morin ü;eac. 



129 



Inlandsche 
Naam. 


Botanische benaming. 


Natuurlijke 
Familie. 






Caesalpinia nuga DC. 


Papilionaceae. 


Kellor ^oenoen.o; S. 








[M. E. 


Thalictrum javanicum BI. 


Ranunculaceae. 






Adenanthera circinata DC. 


Mimoseae. 






Pithecolobium clypearia Bntli. 


?j 


jt 


oetan M. 


>» j> ?> 


jj 






Adenanthera circinata DC. 


>j 


Kelo 


T. 


Moringa pterygosperma Grtn. 


Morin geae. 






„ polygona DC. 


)f 


Kemadoe J. H. 


Urtica aestuans (BI?) 


Urticaceac. 


Kern 


alon J. 


Maesa Frslr. spec. 


Myrsineae. 


Kemaiio' S. M. R. 


Mangifera foetida Lour. 


Anacardiaceae. 






„ kemanga BI. 


)y 


?) 


bada S. M. 


?) 5) )' 


if 


Kemaiitan Madura. 


Conyza lactucaefolia Wik 


Compositae, 


Kern 


bagoelingtsjoe- 








rtsjoe Amb. 


Plumieria acutifolia Poir. 


Apocynaceae. 


Kern ban .£2; ajer ma- 








[war M. 


Rosa L., spec. diversae. 


Rosaceae. 


V 


[hollaiida M. 


„ centifolia L. 


>; 


7) 


[pers M. 


„ damascena Mik 


?) 


J5 


baiigkeh M. S. 


Brachyspatlia variabilis Schott. 


Aroideae. 


V 


„ boddas S. 


JJ )J )5 








[var. immaculata Hsskl. 


)> 


)f 


boegang S. 


Clerodendrum foUax Lindl. 


Verbenaceae. 






„ infortunatum Bk 


ff 






„ paniculatum L. 


v 






„ villosum Bk 


)> 






„ calamitosum Bk 


j> 






Siphonanthus RBr. 


?) 


5) 


bockoe boekoe 








[M. 


Limnophila gratissima Bk 


Scrophularineae. 


51 


dehdesh M. 


Saraca indica L. 


Papikonaceae, 


» 


djangot M. óc 






3» 


dwang J. 


Poinciania pulcherrima L. 


ii 



DL XI M, 



130 



Iiilnndsche 
Kaam. 


Botanische benaming. 


Natuurlijke 
Familie. 


Kembang foettoe 








[bawa J. 


Hibiscus mutabilis L. 


Malvaceae. 




ciedang J. 


Canna coccinea Ait. 


Cannaceae. 




ö 


,, flavescens Lk. 


?> 




gennl J. 


Plumbago rosea L. 


Plumbagineae. 




kaijrano Bd. 


Uvaria odorata Lam. 


Anonaceae. 


') 


kojoemai^ies J. 


lUicium anisatum DC. 


Magnoliaceae. 




kantil J. 


]Miclielia Biumei Std. 


)> 


>) 


kantjing J. 


Gomphrena globosa L. 


Amarantaceae. 


j) 


katja pierino' 








ni s. 


Gardenia florida L. 


Eubiaceae. 






„ grandiflora Lour. &c. 


ji 


;) 


kepeeting J. 


Rhododendruni javanicum K\Ydt. 


Ericaceae. 




küëh gecieh S 


Canavallia virosa W. & A. 


Papilionaceae. 




„ leutiek S. 


„ gkadiata DC. 


1) 




koening M. 


Cassia chinensis L. 


jt 






„ planisib'qua L. 


i) 




mante2:a S. M. 


Tabernaemontana coroiiaria llBr. 


Apocynaceae. 


J) 


„ --M.S. 


„ pauciflora BI. 


V 


*5 


naa'assarie M. 


Acacia Burmanniana DG. var. 






[S. 


[tridora Ilsskl. 


Mimoseae. 


• ) 


Dorotja J. BI. & 






)) 


pageli-soreh j*I. 


Mirabilis jalappa L. 


Nyctagineae. 


•') 


patrakombala 








[S. of 






;; 


patramancrala 








[M^S. 


Poinciania pulcherrima L. 


Papilionaceae. 


• ; 


rlentjiek-rien- 








[tjiek S. M. 


Hoya lacunosa BI. 


Asclepiadeae. 


J) 


riiigit-ringitS. 


5> J) '» 




)) 


santeiiboddas S. 


Ixora incarnata DC. flore albo 


Eubiaceae. 


}) 


„ djaroeng S. 


;, » » ,y i'c^^'-o. 


i) 


yy 


,, D:ieirali S. M. 


„ grandiflora Ker. 


)> 






„ stricta Exb. 


;> 






Pavetta indica L. 


:) 




„ poetie ^l. 


i zie kb. santen boddas S. 




)) 


sapatoe M. 


Hibiscus rosa sinenbis L. 


i Malvaceae. 



131 



Inlaiulsclie 
Naam. 



Botanische benaminfr. 



Natuurlijke 
Familie. 



Kembang sapatoe 
[blaauw S. 
„ „ gedeh S. 

„ sari tjina M. 
,, sewoe J. 
„ siesier S. 
,, sisitbessieS. ei) 
., siesietpeussiiig- 

[S. 
„ Sii'ih ?tl. 
,, soendal inalam 

[M. of 
„ sedepmalam J. 
„ soreh M. J. BI. 

„ ,, ketjil 'M. 

., talang S. 
;, ta'.iibaga S. M. 
,, tam ba gaan a- 
[je,- M. ^ 
5, taiuljoeiigS. M. 
„ tel lang M. 
„ tongkeng S 
„ waribang BI. 
Kembes Tond. 

Kembodja R. 
Kemeroekoep 131. 
Kern i ren J. 
Kern Qi al J. 
Kemoonong J. 
Kenay Lh. 
Kenaï Ht. 
Kenassal Lt. 

Kenau Bd . en 
Kenawan Amb. 



Hibiscus sjriacus L. 

„ ficulnoides Lindl. 
Lochnera vincoides Kchb. 
Gnaplialium saxatile BI. 
ïournefortia tetrandra BI. 
Collyris major Yhi. 



Gasparinia mirabilis Endl. 



Polyantbes tuberosa L. 
Mirabilis dicbotoma L. 
Abutilon hu'sutura Rmpb. 
Sida indica Lour. 
Clitoria ternatea L. 
Lochnera vincoides Rclib. 
Jussiaea fiuviatilis BI. 

Mimusops elengi L, 
zie Kb. talang S. 
Pergularia odoratissima Sm. 
Hibiscus rosa sinensis L. & variet. 
Jambosa aquaea Rmph. var. g 

[angustifülia BI. 
Plumieria acutifolia Poir. 
Gyrocarpus asiaticus BI. 
Hernandia sonora L. 
Tamarindus indica L. 
PterocymbiuQi javanicum Bnnt. 
Timonius Rumphii BI. 
Kleinhovia hospita L. 
Barringtonia acutangula Grtn. 
j, racemosa BI. 

Cordia Rumphii Bi. 



Malvaceae» 

Apocynaceae. 

Compositae. 

Asperifoliae. 



Asclepiadeae. 
Gesneriaceae. 



Liliaceae. 

Nyctagineae. 

Malvaceae. 

Papilionaceae, 
Apocynaceae. 
Oenothereae. 

Sapotaceae. 

Asclepiadeae. 
^lalvaceae. 

Myrtaceae. 
Apocynaceae. 
Gyrocarpeae. 
Ilernandiaceae. 
Papilionaceae. 
p 

Rubiaceae. 

Büttneriaceae, 

Mvrtaceae. 



Coiduiceac. 



132 



Inlandsclie 
Kaam. 



Botanische bena 



mi 11 2 



Katuurlijke 
Familie. 



Ivendajaan J. 


Casparea castrata Hsskl 


Papilionaceae. 


Kendal S. 


Elaeocarpus floribundus BI. 


Tiliaceae. 


„ aroy S. 


Derris n.liginosa Buth. 


Papilionaceae. 


Kendiroe J. 


Caryota ureus L. 


Palmae. 


Kendit monjet S. 


Cocculus bantamensis BI. 


Menispermaceac. 


Ken doen g J. 


Helicia javanica BI. 


Proteaceae. 


Kendong J. 


Broussonetia papvrifera Yent. 


Moreae. 


Kendor J. 


Aërva sanguinolenta BI. 


Amaranthaceae. 


Kenehoene Lli. 


Ficus nitida Tlinb. 


Moreae. 


Keninga J. 


Cinnamomum zeylanicum Ns. 


Laurineae. 


Kengkeng J. 


LasYolepis paucijuga Bnnt. 


p 


Kentang M. 


zie Oebie M. 




„ djav.-aM. J. 


Ocimum tuberosum L. 


Labiatae. 


„ liollanda M. 


Solanum tuberosum L. 


Solanaceae. 


Ken tong awar J. of 






„ samaar J. 


Nepentlies gymnamphora Kwdt. 


Nepen tlieae. 


Kepa Lt. 


SizTgia cymosa DC. 


Myrtaceae. 


Kepet-kepet-au J. 


PardantLus cLinensis Ker. 


Irideae. 


Kepini of kepinis E. 


Opa metrosiderus Lour. 


Myrtaceae. 


Kepitoe S. 


Fagraea litoralis 1^1 


Loganiaceae. 


Kepoe oetan J. 


Gynura aurantiaca DC. 


Compositae. 


Ivepoeë doeren Sawoe. 


Borassus flabelliformis L. 


Palmae. 


„ ngiejoe Sawoe. 


Cocos nucifera L. 


)f 


K-epoh S. 


Sterculia foetida L. 


Sterculiaceae. 


Keppa J. 


Ficus tricolor Miq. 


Moreae. 


Keppel J. 


Cynometra ramifFora L. 


Papilionaceae. 


Keppo-jangkang J. 


Sterculia foetida L. 


Sterculiaceae. 


Keriëssan S. 


Carex curvirostris Kntli. 


Gramineae. 


Kerassar S. 


Spermacoce hispida L. 


Pubiaceae. 


Kerink^-kerinsfan M. 






[Mak. 


Crotalaria retusa L. 


Papilionaceae. 


Kerjangoe M. 


Acorus terrestris Rmph. 


Orontiaceae. 


Kesekking S. 


Psychotria aurantiaca Wil. 


Rubiaceae. 


Kessasye Lli. 


Garcinia cochinchinensis DC. 


Clusiaceae. 


Kesse J. 


Dodonaea Burmanniana Bi. 


Sapindaceae. 


Kelal S. 


Dasyloma javanicum Miq. 


Umbelliferae. 


Ketau S. M. 


Oryza sativa L.var. glandul.Lour 


Gramineae. 



Inlandsclie 
Xaam. 


Botanische benaming. 


Natuurlijke 
Familie. 


Ketapag J. 


Desmodium capitatum DC. 


Papilionaceae. 


Ketebonan J. 


PülygoRum corvmbosum Wld. 






[var. c densitlorum BL 


Polygoneae. 


Ketella knjoe J. j 






„ pohou J. 1 


Manihot utilissima Polil. 


Euphorblaceae. 


„ rancloe J. ) 






Ketepong J. 


Polygoniim corrmbösum Wld. 






[var. h tenuifulium de Br. 


Polygoneae. 


Ketimo J. 


Kleinhovia hospita L. 


Büttneriaceae, 


Ketimou M. E. 


Cucuinis melo L. 


Cucurbitaceae. 




„ sativus L, 


j) 




„ conomon DC. 


5> 


Ketip Men. 


Pardanthus chinense Ker. 


Irideae. 


Keti^Yoe S. 


Meliosma angukita BI 


Meliosmeae. 


Xetjée J. 


Mimusops elengi L. 


Sapotaceae. 


Ketjeklok J. - 


Quisqualis pubescens Brm. 


Combretaceae. 


Ketjoeboeug E. 


Datura alba L. 


Solanaceae. 


Ketoedang S. J. 


Viburnum sundaicum jNIiq. 


Lonicereac. 


Ketoeinbar R. 


Coriandrum sativum L. 


Umbeiliferae. 


Ketoembaran J. 


Lvsimachia Mnch., spec. 


Primulaceae. 


Ketoemboran S. 


Galium innocuum Miq. 


Rubiaceae. 


Ketohprak J. 


Cyrtandra Frst., spec. 


Gesnerlaceae. 


Ketol (?) 


Falcaria javanica DC. 


Umbeiliferae, 


Ki aboeben S. 


Viburnum sundaicum Miq. 


Lonicereae. 


Ki-acijak S. 


Ardisia fuliginosa BI. 


Myrsineae. 




., semidentata Miq. 


)> 




,, parviflora Rvrdt. 


5» 


Ki-ambau M. 


Pistia stratiotes BL 


Aroideae. 


Ki-amis S. 


zie Kajoe manies M. 




Ki-aiigier S. 


Melicoccus amoenus Hsskl. 


Sapindaceae. 




Otophera spectabilis BL 


p 


Ki-angin S, 


Knema kiurinum BI. 


Myristicaceae. 


Ki-antjak S. 


Ficus Rumphii BI. 


Moreae. 


Ivi-apa S. J. 


zie Ki-amban M. 




Ki-apiet S. 


Petunga variabib's Hsskl. 


Rubiaceae. 


Ki-apoe S. 


Viburnum coriaceum BI. 


Lonicereac. 




., sundaicum Miq. 


v 



134 



Inlandsclic 


i 
Botanische benamiuo-. 


Natuurlijke 
Familie. 


Kaam. 




1 


Ki apoe gedeli S. 


Yiburnum sambucinum Ewdt. 


Lonicereae. 


„ 1 urn boet S. 


?j 


sundaicuni Miq. 


»» 


Kiara S. 


Ficus 


, crenulata Ilsskl. 


Moreae. 


„ attoei S. M. 


., 


niagnoliaefolla BL 


?; 




?j 


pubiuervis BI. var. h ïo- 
[His lanceolatis. 


M 


,, bëas S. 


'1 


virgata BI. 


7J 




j» 


roï^trata Lam. 


)> 




;) 


glabella BI. 


>> 




;; 


trinervis Ewdt. 


M 


, boea S. 


•>) 


pruniformis BI. 


?> 


., boenoet S. 


/') 


pubescens BL 


?i 




;; 


glabella Bi. 


)> 


buiijur S 


»7 


sundaica BI. 


5> 


,, (Ijienkang S. 


J) 


altissima BL 


5> 




1i 


nitida Thnb. 


»1 


.; drangdang S. 


;i 


obscura VliL 


JJ 


, gattul S. 


zie K. attoei S. M. 




gin gang S. 


Uros 


tigma (licus) tjiela ]\Iiq- 


It 


,, goenoeng S. 


Ficus consüciata VA. 


» » 


, jajava S. 


)> 


benjarnina L. 


ï> 


., jinjang S. 


IJ 


sundaica BL 


)> 


j, karet M. 


» 


procera Kwdt. 


)♦ 




;j 


elastica Rxb. var. beng- 








[halensis BL 


M 


,, koang (?) 


?) 


L. spec. bantam. 


>^ 


., koeping S. 


'> 


marglnata Rwdt. 


., 


,, konneng S. 


Urostigma (Ficus) flavescensMiq. 


)» 




1 Ficus valida BI. 


)» 


„ aroy S. 


1 " 


fiavescens BL 


>) 


., koppeng S. 


j> 


pubinervis BL 


>» 


„ s. 


)> 


L. spec. bantam. 


)) 


,, leles S. 


?? 


petrophila Hsskl. 


>) 


„ mier.jak S. 


i 'j 


rubra Yhl. 


>t 


., payoeug L. 




5J »» 

procera Rwdt. 


1i 


:i ;. gccleh S 


1 


consociata BL 


;> 



Oo» 



Inlandsch( 



Botanische benam in o;. 



Natuurlijke 
Familie. 



Kiara peer S. 


Ficus rigida BI. 


Moreae. 


„ perreng S. 


„ rubescens BI. 


j> 




„ diversifolia BI. 


}) 


„ poerroet S. 


„ tvlophylla Hsskl. 


?» 


„ rambay S. 


„ nitida Thnb. 


j> 




„ gUiberrima BL 


ii 


., tapok S. 


„ invülucrata BI. 


n 


„ tj aiodas S 


„ pubcscens BI. 


V 


j, walen S. 


„ gibbosa BI. var. angustifo- 






[lia Hsskl. 


J> 


Kiassalian S. 


„ angustifülia Bi. 


?> 




Tetraceras L. spec. 


Dilleniaceae. 


„ lalakki S. 


Delima intermedia BI. 


»> 


„ kajoe S. M. 


Sponia annulata Tsm. & Bndk 


Celtideae. 


Kiattoel S. 


zie Kiara attoel S. M. 




„ laut S. M. 


Ficus L.j spec, bantam. 


Moreae. 


„ niienjak M. 


» -L'? jj :? 


,, 


Kibabi S. 


Crypteronia paniculata BI. 


rJiamneae 


Kibadak S. 


Fagraea fragrans Rxb. 


Loganiaceae. 




Sizjgium laxiflorum DG. 


Myrtaceae. 


Kibaddoe S. 


Memecylon intermedium BI. var. 






[b longipes. 


Memecjleae. 


Ivibajawak (?}. 


Philagonia sambucina BL 


Zanthoxylaceae. 




Anonaceae. Dun. spec. bantam. 




Kibalanak (?). 


Hedysarum DG. spec. bant. 


Papilionaceae. 


Ki banen J. 


Plenslovia paniculata Miq. 


Kbamneae. 


Kibangbara S. 


Vitex L. spec. bantam. 


Verbenaceae. 




Clerodendrum laevifolium BI. 


jj 




„ disparifolium BI. 


)> 




„ eriosiphon Schauer. 


>i 




„ calamitosum L. 


»j 




Pavetta sylvatica BI. 


Kubiaceae. 




Eubiaceae Jss. spec. bantam 




„ lumboet S. 


„ Jss. ,, „ 




Kibantalli S. 


Ficus L. spec. bantam. 


Moreae. 


Kibantjet S. 


Xanthoxylum montanum BI. 


Zanthoxylaceae. 




Turpinia sphaerocarpus PIsskl. 


Staphyleaceae. 



136 



Inlandsche 
Naam. 


Botanische benaming. 


Natuurlijke 
Familie. 


Kibara S. 


Sciadicarpus Brongniartii Ilsskl. 


Monimiaceae. 




Zuccarinia macrophylla BI. 


Rubiaceae, 


„ lalakki S. 


Ardisia scandens BI. 


Myrsineae. 


Kibaraclima S. 


Diospyros melanoxjlon Hxb. 


Ebenaceae. 




Picrasmus javanicus BI. 


Xanthoxylaceae. 


lautS.M. 


Ebenaceae Vent. spec. bantam, inc. 




Kibarera S. 


Gynostemma Blumei Ilsskl. 


Cucurbltaceae. 




Cissus nodosa BI. 


Ampelideae. 




„ quinata Ait. 


j; 


„ lalakki S. 


„ nodosa BI. 


?> 


„ lalakkina S. 


„ dicliotoma BI. 


>f 


Kibaroeangan S. 


Mepliitidia Il^Ydt. spec. bantam. 


Eubiaceae. 


Kibatalli S. 


Kixia arborea BI. 


Apocynaccae. 


Kibatara S. 


Polyozus acuminata BI. 


Eubiaceae. 




„ latifolia BI. 


»> 




Echites bantamensis BI. 


Apocynaceae. 


Kibatarrali S. 


Willugbbeia javanica BI. 


•>i 


Kibatjeta S. 


Tetraceras L. 


Dilleniaceae. 


„ boddas S. 


Micromelum pubescens BL 


Aurantiaceae. 


Kibawang S. 


Hartighsea mollissima Jss. 
Meliaceae Jss. spec. bantam. 


Meliaceae, 


,, boddas S. 


Dysoxylon alliaceum BI. 


)i 


Kibedas (?). 


Tetranthera diversifolia Hsskl. 


Laurineae. 


Kibelang S. 


Quercus pseudo-molucca BI. var. b 


Cupuliferae. 


Kibessie S M. of 






Kibcussie S. 


Myrtaceae Jss. spec. 1 bantam. 






Kibessia azurea DG. 


Melastomaceae. 




Memecylon oligoneurum BI. 


Memccyleae. 




„ ferreum BI. 


j> 




Melastoma echinata Ewdt. 


Melastomaceae. 


Kibeurrlet S. 


Cbionanthus montricola BI. 


Oleaceae. 


Kibewok S. 


Aglaja odoratissima BI. 


Meliaceae. 




Schmiedelia racemosa L. 


Sapindaceae. 




„ javensis BI. 


;; 




Allophyllus javensis BL 


;; 




„ fulvinervis BI. 


» 




Aperistlimium javense Endl. 


Euphorbiaceae, 



137 



Inlandsche 
Naam. 


Botauische benaming. 


Natuurlijke 
Familie. 




Glycosma cranocarpus Sprg. 


Aurantiaceae. 


Kibewok S. 


Parthiostema javense J^l. 




„ gedeh S. 


Schmiedclia Knth. spec. bantam. 


Sapindaceae. 


„ peutjong S. 


Aglaja odoratissima BI. 


Meliaceae. 


Kibiema S. 


Podocarpus agathifolia BI. 


Taxineae. 


„ a^Tehweh S. 


latifolius BI. 


jy 




Dammara alba Rmph. 


Abietlnae. 


Kiboddas S. 


BlackwelHa tomentosa Vent. 


Homalineae, 


Kiboeaya S. 


Aralia montana BI. 


Araliaceae. 




Euchresta Horsfieklii Bnnt. 


Papilionacc^G, 




Leea aculeata Bk 


Ampelideae, 


Kibocloe S. 


Leonurus oblongifollus Bk 


Labiatae 




„ javanicus BI. 


)) 




Hedyotis venosa Korth. & ak 


Eubiaceae. 




Mepkitidia cyanocarpa DC. 


)) 


„ lemab S. 


„ sanguinea Ilsskl. 


57 


Kiboentar S. 


Urtica alba Bk 


Ui'ticaceae, 


Kiboenting S. 


Mastixia trickotoma BI. 


Corneae. 


Kiboero J. 


Ardisia polyneiira Miq. 


Myrsineae. 


Kiboeroei S. 


Memecylon nudtim Bk 


Memecyleae, 


Kiboiiteiig S. 


Trevesia sundaica Miq. 


Araliaceae. 




Knema laurinum Bk 


Myristicaceae. 




„ Lour. spec. bantam. 


7> 


Kibiintalle S. 


Kixia arborea Bk 


Apocynaceae. 


Kibuntur S, 


Leucocnide (Picus) candidissiran 
[Miq. 


Moreae. 




Boehmeria cinerascens Hsskk 


Urticaceae. 




j, candidissima Hsskk 


7) 




„ dickotoma PIsskk 


1} 


Kiclildl S. 


Adamea cyanea PIsskk 


SaxifragaceaOo 


Kidahoe S. 


Mekaceae Jss. spec. bantam. 




Kidjaliej S. 


Eubiaceae Jss. spec. bantam. 






Aglaja Lour. spec. bantam. 


Meliaceae. 


Kidjaleli S. 


Hypericum javanicum Ewdt. 


ITypericineaGi 


Kidjiiloonano- laul S. M. 


Meliaceae Jss. spec. bantam. 




Kidjainbaüg badak S 


Memecylon excelsum Bk 


Memecyleae, 



138 



Inlandsclie 
Naam. 



Botanische benamino'. 

o 



Natuurlijke 
Familie. 



KidJamLeh S. 



„ awelnveh S. 
Kidjaugoean S. 
Kitijunjuan 
Kidjantong S. 
Kidjiroek S. 



Kidjingkau koelitJ 
Kiem pol S. 
„ lieedjoh S. 



„ konnens; S. 

5) O 



Kierman J. 
Kiesiek Mand. 
Kigaboes S. 
Kigandik S. 
Kigangarongan S. 
Kiiran£i;oiln S. 
Kiganjoon o. 
Kigerok S. 
Kigingan S. 
Xigkiel S. 
Kigorai S. 
Kigurrung S. 
Küia T. 
Kihadjeroe S. 

Ivihadji S. 

Kilianjoerang S. 

Kihapiet S. 



Jambosa corvmbosa Miq. 
Memecjlon costatum Miq. 

„ laurifolium Naud. 

„ excelsum BI. 

?? ?} )j 

AVendlandia glabrata DG. 
Yangueria dicocca Miq. 
Anona acuminata Rwdt. . 
ïetranthera citrata Nees. 
Liüionia dubia BI. 
Aurantiaceae Corr. spec. bantam. 
Jambosa acuminatissima likl. 
Colocasia antiquorum Scliott. 

„ „ „ var. po- 

[lyrliizus Hsskl. 

„ „ „ var.pal- 

[lida Hsskl. 
Fragaria L. spec. 
Panicum palmaefolium Koen. 
zie Kajoe gaboes M. 
Henslovia panieulata Miq. 
Capparis flexuosa BI. 
Stylocoryna laxiflora BI. 
Tetrantliera mollis BI. 
Glycosma cyanocarpa Sprg. 
Jambosa acuminatissima Hsskl, 
zie Gigiel S. 

Sponia amboinensis Dcsn. 
Jambosa ? kigurruno- BI. 
Colocasia indica Hsskl. 
Memecylon intermedium BI. var, 

[b longipes. 
Mappia montana Miq. 
Pygeum latifolium Miq. 
Canthium fasciculatum BI. 
AVendiandia glabrata DC, 
Petunga DC. spec. 1. 



Myrtaceao. 
Memecyieae. 



Kubiaceae. 

Anona ceae. 

Laurineae. 

Aurantiaceae. 

^Tyrtaceae. 
Aroideae. 



Kosaceae, 
Gramineae. 

Henslowiaceae. 

Capparideae. 

liubiaceae. 

Laurineae. 

Aurantiaceae. 

Myrtaceae. 

Celtideae. 

Myrtaceae. 

Aroideae. 

Memecyieae. 
Dilleniaceae. 
Amygdaleae. 
Eubiaceae. 



139 



Jnlanilsclie 
Xaam. 



Botanisdie benaming' 



Natuurlijke 
Familie. 





Ilubiaceae Jss. spsc. bantam. 




Kiliarendong S. 


Astronia spectabilis VA. 


Melastomaccae. 




,. macrophylla BI. 


5J 




Kibessia azurea DG. 


?) 


Kiharoeman S. 


Pitbecolobium montanum Bnth. 


Mimoseae. 


Kiharoepat S. 


Maba ebenus Sprg. 


Ebenaceae 


Kiharpan S. 


Canarium altissimum BI. 


Burseraceae. 


„ kiliarrepaug S. 


Pimela altissima BI. 


j) 


Kihaüer (?). 


Erythrostigina diversifolia Ilsskl. 


Anacardiaceae, 


Kiheur S. 


Quercus acuminata Rwdt. 


Cupuliferae. 


Kihiaug S. eJ. 


Acacia odoratissima Wld. 


Mimoseae. 




Albizzia procera Bnth. 


j) 




„ lebekkoides Bntli, 


j» 


Kihierisau S. 


Buddleja salicina Don. 


Scrophularineae. 


Kiiiiloet S. 


Xepeta disticha L. 


Lubiatae. 




Anisoraelos malabaricum KBr. 


'j 


Kihioer S. 


Quercus sundaica BL 


Cu})uliferae. 


Kihoedjang S. 


lioppea selanica Exb. 


Juglandeae. 




Engelhartia aceriilora BI. 


}) 




„ rigida BI. 


» 




„ spicata Bk 


); 


Kihoeo'aiio; S. 


ji 1) V 


»> 


Kiliüëh S. 


Sorindeja madagascariensis Thrs 


Anacardiaceae. 




Xerospermum Noronhianum Bk 


Sapindaceae. 




Mischocarpus fuscescens Bk 


'j 




Arjtera littoralis Bk 


? 


Kilioeüet S. 


Geunsia farinosa Bk 


A^erbenaceae. 




Bradleja lutescens Bk 


Euphorbiaceae. 




„ obscura Bk 


»» 




Antidesma paniculatum Rxb. 


Antidesmeae. 




Dicalyx Lour. spec. bantam. 


Ternstroeaiiaceae. 


Kihoera S. J. 


Orania regalis Bk 
Wallichia porphvrocarpa Mrt. 


Palmae. 


Kilioeroe S. 


Parthenoxyloii pseudo-sassafras lil. 


? 


Kilion eh S. 


Cupanla Lessertiana Cmsd. 


Sapindaceae. 




„ diplopetala Hsskk 


)> 




Sorindeja glaberrima Hsskk 


Anacardiaceae, 



140 



InlandscliG 

Naam. 



Botanische Lenamiii^. 



Natuurlijke 
Familie. 



Kihonjeh S. 


Pseuditea javanica ITsskl. 


Ericaceae. 




Olea lancea Lam. 


Oleaceae. 




Pittosporum javanicum BI. 


Pittüsporeae. 




„ floribunduin W. & A. 


5) 


Kihor S. 


Endiandra rubescens BI. 


Laurineae. 


Kijalltric S. 


Wrightia pubesceiis llBr. 


Apocynaceae. 


Kijambe S. 


Engenia alata liwdt. 


Myrtaceae. 




Cryptocarja ? obscura BI. 


Laurineae. 


Kijangkar S. 


Eugenia minima BI. 


Myrtaceae. 


• 


Jambosa lineata DC. 


)> 


Kijangkoran S. 


Sciadipbyllum palmatum BI. 


Araliaceae. 




Arthrophyllum diversifolium BI. 


i> 




„ ellipticura BI. 


5) 


Ivijapoe S. 


Pistia stratiotes L. 


xiroideae. 


Ki-jingkan S. 


Jambosa acuminatissima llsskl. 


Myrtaceae. 


Ki-jo Ch. 


Solanum melongena L. 


Solanaceue. 


Ki-joejoela S. 


Aphanamixis grandifolia BI. 


Meliaceae. 


„ lalakki S. . 


ïridiilia ? rufinervis BI. 


)} 


Kikadoe S. 


Anonaceae Dun. spec. bantam. 




Kikamanden S. 


Myxopyrum nervosum BI. 


Oleaceae. 


Klkanhoong (?) 


Stylocoryna laxiflora BI. 


Eubiaceae. 


Kikankoeran S. 


Arthrophyllum diversifolium BI. 


Araliaceae. 


Kikapas S. 


Polyalthia macrophylla BI. 


Anonaceae. 


Kikarossak S. 


Sterculiaceae Vent. spec. bantam. 




Kikatjambang S. 


Bonicera Loureiri DC. 


Lonicereae. 


Kikatjaiig S. 


Strombosia javanica Bi. 


Rhamneae. 




Evonymus javanicus 151. 


Celastrineae. 


Kikatjapie S. 


Sandoricum nervosum BI. 


Meliaceae. 




„ glaberrimum PIsskL 


i) 




Elaeocarpus tomentosus BI. 


Tiliaceae. 


Kikatoempang S. 


Sambucus javanica Kwdt. 


Lonicereae, 




Viburnum sambucinum Kwdt. 


i) 


Kikawat leutiek S. 


Myrtaceae E Br. spec. bantam. 




Kikelilus S. 


Cargilia maritima Hsskl. 


Ebenaceae. 


„ leutiek S. 


Ebenaceae Vent. spec. bantam. 




Kikeler S. 


Diospyros pendula Ilsskl. 


)) 


Kikelle baheh S. 


Nauclea hirsuta Ivwdt. 


Rubiaceae. 



141 



Inlandsche 
Naam. 


sa ■ ■ 

Botanische benaraina. 


Natuurlijke 
Familie. 


o 


Kikekoeppo S. 


Bauhinia birsiita K\Ydt. 


Papilionaceae. 


Kikerossoh J. 


Sterculiaceae Vent. spec. bant. 




Kikeujup S. 


Strombosia javanica BI. 


Rhamneae. 




Sauravia crenulata DG. 


Ternstroemiaceae. 




Sauraya nepaulensis DC. 


') 


„ goenoeng S. 


Polyosnia velutina BI. 


Saxifragaceae. 


Kikiliissan S. 


Rottboellia exaltata L. 


Rottboelliaceae. 




„ trichanthes Rth. 


5) 




Ophiura corymbosa Grtn. 


Gramineae, 


„ buiTum S. 


Mnesitbea laevis Knth. 


5) ' 


KIkil J. 


Ardisia villosa Exb. 


^IvrsincaG. 


Kiklor S. 


Diospyros mehnoxylon Exb. 


Ebenaceae. 


Kikoeja S. 


Strophanthus scandens R & S. 


Apocynaceae. 




Goniochiton arborescens BL 


Meliaceae. 


Kikocjali S. 


Strophanthus dichotomus DC. 


Apocynaceae. 


Kikoejoeiln S. 


Mimulus javanicus BL 


Scrophularineae. 


Kikoekoeran S. 


Carallia (Sjinmet.) symmet. BL 


Lythrarieae. 




Symmetria obovata BL 


)) 




Polyosma ilicifolia BL 


Saxifragaceae. 




Viburnum sundaicum Miq. 


Lonicereae. 




Helicia Lour. spec. bantam. 


Proteaceae. 


Kikoekoepoe S. 


I^auliinia tomentosa L. 


Papilionaceae. 




Pterisanthes cissloides BL 


Ampelideae. 


Kikoel J. 


Covellia stictocarpa Miq. 


IMoreae. 


Kikoempaai S. 


Goniochiton arborescens BL 


Meliaceae. 




Ophioderma pendulum BL 


Ophioglosseac. 




Lycopodium L. 


Ljcopodiaceae. 


„ lumboct S, 


„ phlegmaria L. 


j; 




„ „ L. var. rigidum BL 


jj 


Klkoeöct S. 


Mastixia ? cnneata ]^L 


Corneae. 


Kikoepa S. 


Memecylon appendicuL^tum BL 


Memecyleae. 


Kikondal S.^ 


Dischidia sagittata Dcsn. 


Asclepiadeae. 


Kikonneng S. 


Berberis xanthozylon HsskL 


Berberideae. 




Cocculus lucida Tsm. & Bndk. 


Menispermaccae. 


„ kajoe S. 


Daphnidium macrophyllum BL 


Laurineae. 




l{hi])hidostigina ZolJiiigeri Ilsskl. 


p 


Kikoppi S. 


Canthium glabrum BL 


Kubiaceac. 



I 



142 



Iiilandsclie 


Botanisclie beiiamiiio-. 


Natuurlijke 


iS'aam. 


o' 


Familie. 




Plypobatlirum frutescens BI. 


Rubiaceae. 




Coifea deiisiflora Bk 


)> 


Kikoppi bener S. 


SiTlocorj'iia fragrans BL 


)> 


Kikoppian S. 


JJ ?) V 


55 


Kikorres S. 


Chasalia expansa Mip. 


JJ 




„ robusta Miq. 


)> 




,. montana Miq. 


>) 




Grumilea viridiflora Miq. & al.sp. 


)» 


„ woengoe S. 


Chasalia robusta Miq. 


55 




„ lurida ^lip. 


55 




Psychotria geiidarussaefolia 131. 


5) 


,. boddns S. 


Apocynaceae Liudk spec. bant. 




„ lalakki S. 


55 5» 5) 5) 




Kikottok S. 


Euphorbiacear. spec. bantam. 




Kikoweli S. 


Diospyros kaki L. 


Ebenaceae. 




„ cliinensis Bk 


}} 


KUaden ZBo. 


Antlioceplialus moriiukjefülius Rlli. 


Rubiaceae, 


Kiladja S. Ti. 


Coiniarus grandis Jcq. var. kiladja. 


Connaraceae. 




U varia timoriensis BI. 


Anonaceae. 




„ reticulata BI. 


55 




„ argentea BI. 


55 




„ polypyrena Bk 


55 




„ inacrantba Hsskl. 


55 


„ boeloe S. 


Anonaceae Dun., spec. bantam. 




„ ketjil S. M. 


Guatteria littoralis Bk 


5) 


Kiladjeroe S. 


Memecjlon iimbellatum Bk 


Moinec}'leae. 


Kilagiday S. 


Arbutus coriacea Bk 


Bricaceae. 




Thibaudia coriacea Bk 


}) 


„ boeloe S. 


Ampliicalyx pilosus Bk 


5) 


Kilahi Bo. 


Echinus trisul cus Lour. 


Eu|)liorbiaceac. 


Kilaketan S. J. 


Yiburnum sambucinum Kwdt. 


Lonicereae. 




Aglaja sulingi Bk 


Meliaccac. 




Anonaceae Dun. spec. bantam. 






liubiaceae Jss. spec. bantam. 




Kilakkataiig S. 


Nycteristion lanceolatum Bk 


Siipotaccac. 




Grumilea viridiflora Miq. 


Rubiaceae. 


Kikikki S. 


Grewia oblongiiblia BI. 


Tiliaceac. 



14; 



Inlandsclie 


T 




Natuurlijke 


Naam. 


botaniscue ibenamiiifr. 




o 


Familie. 




Grewia glabra BI. 


Tiliaceae. 




5) 


odorata BI. 


51 


Kllalayoe S. 


Lepisantlies confinls BI. 


Sapindaceae, 


„ boddas S. 


Frio 


lohssum BI. spcc. bantam. 


7) 


„ gedeh S. 




5? ?> ;) V 


J> 


„ hiedung S. 


VItenia edalis Std. 


>> 


Kilaloiipoiig S. 


Tina 


rupestris BI. 


n 




Har 


)ula confusa Bi. 


5) 


Kilam Amb. 


Mei. 


ileuca leucodendrou L. 


Myrtaceae 


." ^^^^• 


Aloëxj-lon agallocbum DC. 


Papilionaceae. 


Kilambüetang S. 


Premna iuodora Ewdt. 


Verbenaceae, 




Allophyllus javensis BI. var. ro 


Sapindaceue. 






rbusta. 






Schmiedella Ktb. spec. baiitaiiL 


)» 


Kllampajaiig S. 


, 


liitoralis BI. 


j) 




Allo 


pbyllas littoralis BI. 


',) 


Kilam paiiie S. 


Ardi 


sia L. 


Myrsineae. 




j» 


purpiirea BI. 


)j 




jj 


punctata BI. 


5> 


„ badp.k S. 


)) 


macrophylla BI. 


•) 


„ gedeh S. 


;> 


liumilis Vbl. 


'J 




j) 


speciosa BI. 


?) 




11 


saiiguinolenta BI. 


)) 




j) 


marginata BI. 


5) 




j) 


L. spec bantam. 


V 


„ laut S. M. 


j> 


obovata BI. 


}} 


„ leutiek S. 


}) 


L. spec. bantam. 


;» 


„ lumboet S. 


)) 


pumila BI. 


>i 




jj 


Blumeana Hsskl. 


j; 




1} 


glabrata BI. 


1) 




)j 


lurida BI. 


5> 




1} 


anceps 131. 


>) 


Kilangliit S. 


Epic 


laris sericea BI. 


Meliaceae. 




Hedera nodosa Hsskl. 


Araliaceae. 




Arthropbyllum diversifollum BI. 


)) 




Aral 


Ia longifolia Kwdt. 


>> 


Kilangier S, 


Dipt 


srosperma personatum lik. 


Bignoniaeae, 



144 



Inlandsche 

Xaam. 



Botanische benaming. 



Natuurlijke 

Familie. 



Ki-laroe Ti. 


Caesalpinia ferruginea Dcsn. 


Papilionaceae. 


Kilaroek S. 


Albizzia rostrata BI. 


Mimoseae. 


Kileiit S. 


Claoxylon longifolium Endl. 


Euphorbiaceae. 




Gumira integrifolia Hsskl. 


Verbenaceae. 


Kilelio S. 


Sauraja crenulata BI. 


Ternstroemiaceae. 




,. cuneata J)C. 


)» 




„ nepaulensis DC. 


5) 




.j bracteosa DC. 


>» 




„ cauliflora CC. 


i) 




„ liirsuta BI. 


i) 




„ pendula BI. 


j) 


5, Ladak S. 


„ nudiflora DC. 


}> 


5, „ boeloe S. 


„ mollis Hsskl. 


J; 


„ kon n eng S. 


„ Keinwardtiana BI. 


7> 


j, lalakkina S. 


„ pendula BI. 


>> 


„ laut S. M. 


„ Wld. spec. bantam. 


)J 


„ lumboet S. 


„ micrantlia BI. 


>> 


>; it y) 


„ cauliflora DC. 
„ spadiaea BI. 




„ moending S. 


„ gigantea BI. 


?) 




Marumia macroplijlla Ewdt. 


Melastomaccae. 


Kilielien (?) 


Meliaceae Jss. spec. bantam. 




Kilihoet S. 


Nepeta disticha L. 


Labiatae. 




,, malabarica L. 


?5 


Ivili-kill Cr. 


Cassia sophora L. 


Papilionaceae. 




„ tora L. 


i) 


Kiloengliit S. 


Spathodea glandulosa BI. 


Rignoniaceae. 


Kilocngloeng S. 


Aromadendron elogans BL 


Magnol iaccae. 




Guatteria pallida BL 


Anonaceae. 


Kiloctoeng S. 


Kopsia arborea BL 


Apocynaceae. 




Calpicarpum lloxburghii G. Don 


j) 




Marlea tomentosa EndL 


Alangieae. 


Kilong layong S. 


Bryonia sagitta BL 


Curcurbitaceac. 


Kimadoean S. 


Loranthus lepidotus BI. 


Loranthaceae. 


Kimalakkian S. 


Itottlera 151 urn ei Dcsn. 


Euphorbiaceae. 




Cr ton tiglium Ilmlt. 


ff 


Kimalakk. gocng- S 


,j tiglioides HsskL 


it 



115 



Inlandsche 
Naam . 


Botanische benamino;. 


Natuurlijke 
Familie. 


Kimalela S. 


Polvgala thea Brm. 


Polygaleae. 




Leptospermiim Frst. spec. 


Myrtaceae. 


Kimaiidel ketjil S. M. 


Asclepias odorata Ewdt. 


Asclepiadeae. 


Kimangal S. 


Anteëisch. (Gorden.) excelsa BI. 


Ternstroemiaccac. 


Kimaiigle S. en 






Kimaiigoe S. 


Fagraea kimangoe BI. 


Loganiaceae, 


Kimaniila S. 


Mastixia kimaniila BI. 

Cassia alata L. var. Rumpbia- 


Corneae. 




[na DC. 


Papilionaccae. 


Kimaiijel S. 


Gordonia BI. 


Ternstroemiaceae, 


Kim bok J. 


LufFa pen tan dra Rxb. 


Cucurbitaceae. 


Kimëong S. 


Rottlera Blumei Dcsn. 


Eupborbiaceae. 




Lasiantbera secundiflora Miq. 


Ampelideae, 




Wendlandia densiflora DC. 


Rubiaceae. 


Kimerak S. 


Leucoxylon buxifolium BI. 


Ternstroemiaceae. 




Scepasma buxifolium BI. 


Euphorbiaceae. 




Podocarpus Jungbubniana Miq. 


Taxineae. 




„ amara BI. 


V 




„ neglecta BI. 


JJ 




„ bracteata BI. 


)> 




j, cupressina RBr. 


/•; 


„ palt S. 


„ amara BI. 


IJ 


Ki-merto J. 


Caesalpinia nuga Ait. 


Papilionaceae. 


Ki-mienjakli S. 


Fagraea speciosa BI. 


Loganiaceae. 




„ obovata Wall. & al. 


5) 


Ki-moeka S. 


Bradleja rubra Hsskl. 


Eupborbiaceae. 


Ki-moekla S. 


Knema gin ca BI. 


Myristicaceae. 




„ laurina BI. 


JJ 




„ Lour. spec. bantam. 


)i 


Ki-moelak ketjil S.M. 


Psychotria asiatica Rwdt. 


Eubiaceae. 


Ki-moentiLan S. 


Opbiorrbiza Jungbubniana Miq. 


;j 


Ki-mogmal S. 


Tetrantbera rubra Ns. 


Laurineae, 


Ki-mokla J. 


Yiburnum sambucinum Rwdt. 


Lonicereae. 


Ki-monjeiijen S. 


an Brucea sumatrana Rxb ? 


Xantlioxylaceac 




Bradleja salicina Lam. 


Eupborbiacae. 


Ki- nam eau Lt. 


Mangifera laxiiiora Desrouss. 


Anacardiaceae. 


Kinar Lt, 


Kleiuboyia hospita L, 


Büttneriaceae. 


DL: XIX. 




10 



146 



Inlandsche 
Naam. 



Botanische benaming. 



Natuurlijke 
Familie. 



Kinauk S. 

K in dj a rong BI. 

Kindog S. 



Kin dra J. 
Kingkilaban S. 
Kingkit S. M. 
Ki-nitjing S. 
Kin -j in Oh. 
Kintjoer M. R. 
Kintjoeran J. 
Ki-oera K 
Ki-oerai S. 
Ki-oerat S. 
Ki-oeter J. 
Ki-omboet? 
Ki-ompong S. 

Ki-on Ch. 
Ki-oraij S. 

„ s. 

Ki-oroi S. 
Kipadalli S. of 
Kipadella S. 
„ lalakki S. 

Kipaho S. 
Kipayong S. 

Kipainjar S. 
Kipait S. 



Gelonium glomerulat BI. var. d 
Ocimum tenuiflorum L. 
Xanthophyllum vitellinara Ns. 

„ excelsum BI. 

„ longifolium BI. 

„ Exb. spec. bantam. 
Securidaca inappendiculat. Hsskl. 
Basella rubra L. 
Mussaenda L. 
Triphasia aurantiaca Lour. 
Nelitris polymorpha BI. 
Amygdalus communis L. 
Kaempferia galanga L. 
Exocarpus latifolia RBr. 
Orania regalis BI. 
Commersonia javensis G. Don. 
Plantago L. 
Quercus lineata BI. 
LufFa acutangula Ser. 
Artlirophyllum ovalifolium Jngh 

[& De Vr. 
Zingiber officinale L. 
Commersonia echinata Frst. 
Bombycideudr. grewiaefol. Z.&M. 
Cordia L. spec. bantam. 
Grewia Jss. spec. bantam. 
„ tomentosa Jss. 

Spathodea gigantea BI. 

J) » V 

„ glandulosa BI. 
Polyosma integrifolia BI. 
Scepasma buxifolium BI. 
Mahonia nepaulensis BI. 
Clavimyrtus glabrata BI. 
Picrasma javanica BI. 
Brucea L. spec. (an dysent. Kxb?) 



Euphorbiaceae. 

Labitae. 

Polygaleae. 



Chenopodeae. 

Rubiaceae. 

Aurantiaceae. 

Myrtaceae, 

Amygdaleae. 

Zingiberaceae. 

Anthoboleae. 

Pal ma e. 

Büttneriaceae. 

Plantaglneae. 

Cupuliterae. 

Cucurbitaceae. 

Araliaceae. 

Zingiberaceae. 
Büttneriaceae. 
? 

Cordiaceae. 
Tiliaceae. 



Bignoniaceae. 



Saxifragaceae. 

Euphorbiaceae. 

Berberideae. 

Myrtaceae. 

Xanthoxvlaceae, 



147 



Inlandsclie 


Botanische benaming. 


Natuurlijke 


JS^aam. 




Familie. 


Kipantjar S. 


Pterospermum Sclirb. spec. bant 


Bütneriaceae. 


Kipaö^S. M. 


Dipterocarpus Grtn. spec. bant. 


Dipterocarpeae. 




Polyosma integrifolia 131. 


Saxifragaceae. 


Kiparaiiga S. 


Cyclostemon longifolium Bi. 


Euphorbiaceae. 


Kipareh S. 


Boehmeria candicans Hsskl. 


Urticaceae. 




Lepisanthes frutescens BI. 


Sapindaceae. 




Lepidanthes montana BI. 


)» 




Bradleja mollis Hsskl. 


Euphorbiaceae. 




„ glauca BI. 


j» 




Melanthes virgata BI. 


j> 




Euphorbiaceae RBr. spec. bant. 




„ awehweh S. 


Bradleja rubra , var. acutiuscula 






[Hsskl. 


j) 


„ gedeh S. 


Euphorbiaceae HBr. spec. bant. 




„ leutiek S. 


Melanthes rubra BI. 


)) 


Kiparellek aroj S. 


Dalbergia L. spec. bantam. 


Papilionaceae. 


Kipassan S. J. 


Quercus induta BI. 


Cupuliferae. 


„ soesoe S. J. 


„ placentaria BI. 


?j 


Kipella S. 


Canarium pimela Korn. 


Burseraceae. 




„ denticulatum BI. 


)) 




Pimela kipella BI. 


>> 




Engelhardtia serrata BI. 


>> 


Kipetjil S. 


Uvaria argentea BI. 


Anonaceae. 


Kipeurrles S. 


Anonaceae Dun. spec. bantam. 




Kipeut S. 


Stephania acuminatissima Sprg. 


Cucurbitaceae. 


Kipiiet S. 


Maesa virgata DC. 


Myrsineae. 


„ beurriet S. 


Celastrus alpestris BI. 


Celastrineac. 




Catha montana G. Don. 


>) 




Maesa mollissima Hsskl. 


Myrsineae. 




„ lanceolata Frsk. 


?) 


;, djongoet S. 


„ virgata Hsskl. 


)j 




„ membranacea A. DG. var. 


V 




[b muscosa. 




„ lumboet S. 


„ latifolia Hsskl. 


)» 


Kipieriet S. 


Buddleya asiotica Lour. 


Scrophularineae. 


Kipinnang M, 


Myrtaceae RBr. spec. bantam. 




,, laut M. 


Memecylon DC. ,, „ 


Memecyleae. 



lis 



Inlandsche 
Naam. 


Botanische benaming. 


Natuurlijke 
Familie. 


Kipinnangau M. 
Kipoeak S. 


Memecylon DC, spec. bantan. 
Engelhardtia serrata BI. 


Memecyleae. 
Burseraceae. 


Kipoetrie S. 


Podocarpus discolor BI. 


Taxineae. 


„ avvehweli S. 


„ neriifolius Sprg. 
„ bracteatus BI. 






„ amarus BI. 


J) 


„ lalakki S. 


Dacridiura imbricatum Rich. 


Laurineae. 


Kipoik S. 


Pithecolobium montanum Bnth. 


Mimoseae. 


„ ketjil S. M. 
Kipool S. 


„ clypearia Bnth. 
„ angulatum Bnth. 
Prasium phlomoides Ewdt. 


V 

Labiatae. 




Gomphostemina phlomoides Bnth. 


?) 


Kipores S. 


Solanum ardisioides BI. 


Solaneae. 


Kiposseng gedeh S. 


Ficus L. spec. bantam. 


Moreae. 


Kira kira S. 


Xylocarpus granatum König. 


Meliaceae. 


Kira rawe? 


Mucuna pruriens DC. 


Papilionaceae. 


Kiradjoen S. 


Sciadiphyllum scandens DC. 


Araliaceae. 


Kirahut bandang S. 


EhTnchocarpus glaber Rwdt. 


Compositae. 


Kiraij S. 


Metroxylon sagus Rttb. 


Palmae. 


„karbauberdoeriM. 


„ Rumphii Mrt. 


}) 


„keboh S. 


„ sagus Rttb. 


j> 


„ „ tjoetjoek S. 
„ 5, mienjakh S. 


„ Rumphii Mrt, 
5, Mrt. spec. 


5) 


„ „ tjnriengnaoS. 
Kirambetoek (?). 


Dalbergia L. spec. bantam. 


Papilionaceae. 


Kiramboetan S, en 






„ oetan S 


Nephelium Noronliianum Cmbsd. 


Sapindaceae. 


Kirandja S. 


Cyaiiodaphne cuneata BI. 
Machilus macrophylla Ns. 


Laurineae. 




Phoebe excelsa Ks. 


j» 




Viburnum sundaicum Miq. 


Lonicereae. 


Kirappat. S 


Talauma Candollei BI. 
„ mutab. 131 var. g longifol. BI. 


Magnoliaccae. 


Kirarauntho S. 


Gandarussa adhatoda Std. 


Acanthaceae. 


Kiras Cel. 


Garcinia celebica DC. 


Clusiaceae. 


Kirendang S. 


Iledera aromatica DC. var. lon- 


- 




[gifolia Hsskl. 


Araliaceae. 



140 



Inlaiulsclie 


Botanische benaming. 


Katuurlijke 
Familie. 


Naam. 






Croton argyrotum var. ovatum BI, 


Eiiphorbiaceae. 




StiUingia sebifera L. 


3> 




Ostodes paniculata BI. 


;; 


Kiribadoe. S. 


zie Kilacljeroe S. 




Kiribigit S. 


Arnoldia pinnata BI. 


Saxifragaceae. 


Kiringit S. 


Weinmannia Blumei Plancli. 


it 


Kirintjong S. 


.Nelitris parviflora BI. 


Myrtaceae. 


Kiroehak S. 


Stjiocoryna laxiflora BI. 


Rubiaceae. 


Kisambie S. 


Schleichera trijuga BI. 


Sapindaceae. 


Kisampang S. 


Evodia Frst. 


Diosmeae. 




„ aromatica BI. 


>» 




Berrja ammonilla Rxb. 


Tiliaceae. 




Fagara (Xanthoxylon Sm.) tri- 






[piiylla Wld. 


Xanthoxylaceae. 


„ goenoeng S. 


Wendlandla densiflora DC. 


Rubiaceae. 


Kisampie S. 


Leiocarpus arboreus BI. 


Euphorbiaceae. 


Kisamplak (?). 


Ardisia speciosa BI. 


Myi'sineae. 


Kisangat S. 


Premnus pubescens BI. 


Verbenaceae. 


Kisaor S. 


Poljosma integrifolia BI. 


Saxifragaceae. 


Kisapie S. 


Gordonia exeelsa BI. 


Ternstroemiaceae. 


„ bener S. 


Hvmenaea verrncosa L. 


Papilionaceae. 


Kisaria"\van S. 


Dicalyx odoratissimus Bi. 


Ternstroemiaceae. 


Kisarira (?). 


Acronychia arborea BI. 


Xanthoxylaceae. 


Kisauchun S. 


Guatteria macrophylla BI. 


Anonaceae. 


Kisaubiuiig S. 


Oropbea heyandra BI. 


j> 




Uvaria rugosa BI. 


?> 




„ Tirgata BI. 


)j 




„ octiisa BI. 


,, 




Guetteria lateriflora BI. 


jj 




Anonaceae Dun. spec. bantam. 


)> 


„ badak S. 


j> j; j> jj 


)> 


„ beurriet S. 


j) » }) }> 


3? 


„ hiedung S. 


Uvaria obtusa BI. 


» 


„ lalakki S. 


V J} JJ 


J> 




Oropliaea corymbosa DC. 


i> 


„ laut^ S. M. 


Anonaceae Dun. spec. bantam. 





leutiek S. 



150 



Inlandsche 

Naam. 


Botanische benaming. 


Natuurlijke 
Familie. 


Kiseggel S. 


Capellenia multiflora BI. 


Dilleniaceae. 


Kisehür S. 


Antidesma velutinosum BI. 


Antidesmeae. 




„ montanum Bi. 


» 




„ L. spec. bantam. 


)) 


., bener S. 


„ tetrandrum BI. 


it 


„ dioek S. 


„ littorale BI. 


1} 


„ gedeh S. 


„ L. spec. bantam. 


)) 


„ monjet S. 


„ oblongifolium BI. 


j) 




„ filiforme BI. 


11 


Kisekking S. 


Grumilea aurantiaca Miq. 


Rubiaceae. 


Kiseroh S. 


Lonicera Dsf. 


Lonicereae. 




Claoxylon minus Endl. 


Euphorbiaceae. 




Prinos cymosa Hsskl. 


llicineae. 




Ilex spicata BI. 


ft 


Kisemoet S. 


Jambosa acumlnatissima Hsskl. 


Myrtaceae. 




Sizygium purifolium DC. 


>» 




Epicarpurus orientalis Bi. 


Artocarpeae. 




Erycibe glomerata Wil. 


Convolvulaceae. 


Kisengat S 


Aparisthmium javense Endl. 


Euphorbiaceae. 




Guatteria littoralis BI. 


Anonaceae. 




Anonaceae Dun. spec. bantam. 




Kisepat S. 


Memecjlon DC. spec. bantam. 


Memecyleae. 


Kiseriii S. 


Marlea tomentosa Endl. 


Alangieae. 


Kiseroet S. 


Epicarpurus orientalis BI. 


Artocarpeae, 


Kiserogol S. 


Antidesma oblongifolium BI. 


Antidesmeae. 


Kiserro S. 


Poljosma velutina BI. 


Saxifragaceae. 


Kisüeur S. 


vide Kisehür S. 




Xisierurn S. 


Sizygium pyrifolium DC, 


Myrtaceae. 




Jambosa acuminatissima Hsskl. 


>) 




„ lineata DC. 


?) 




„ densiflora DC. 


it 




„ carjophyllifülia DC. 


1) 




Myrtaceae EBr. spec. bantam. 


v 


„ lumboet S. 


>? 5> >> ?J 


» 




Eugenia minima DC. 


7) 


Kisigoeng S. 


Hartighseia Forsteri Jss. 


Meliaceae. 


Kisijiing S. 


Bergsmia javanica BI. 





151 



Inlandsche 
Kaam. 


Botanische benaming. 


Natuurlijke 
Familie. 


Kisikep S. 




Monoceras obtusum Hsskl. 


Tiliaceae. 


Kisirum S. 




Stylocorjna hirsuta Korth. 


Rubiaceae. 


Kisoekkel S. 




Prinus cymosa Hsskl. 


Hicineae. 


Kisojon S. 




Jambosa melanosticta Miq. 


Myrtaceae. 


Kisokka S. 




Cyclandrophora glaberrima Hk 


Chrysobolaneae. 






„ scabra Hsskl. 


?> 






Jonesia asocca Eyb. 


Papilionaceae. 






„ declinata Jck. 


}j 






„ confusa Hsskl. 


)j 






„ monopetala Hsskl. 


jj 






Cyclostemon longifolium BI. 


Euphorbiaceae. 


„ gedeh 


S. 


Pavetta arborescens Hsskl. 


Rubiaceae. 


„ lalakki 


s. 


Cyclostemon macrophyllum BI. 


Euphorbiaceae. 


„ poetih 


S. M. 


Pavetta inoarnata BI. 


Rubiaceae. 


Kissaör S. 




Polyosma integrifolia BI. var. g 








[gibba. 


Saxifragaceae. 


Kisurrielie S 




Diacicarpium tomentosum BI. 


Lorantliaceae. 


Kitaai S. 




Gumira domestica Rmph. 


Verbenaceae. 






„ foetida Hsskl. 


j> 






Saprosma arboreum BI. 


Rubiaceae. 






Axanthes macropbylla BI. 


M 


Kitakki J. 




Albizzia tomentella Miq. 


Mimoseae. 


Kitalang boeloet S. 


Lasianthus inaequalis BI, 


Rubiaceae. 






„ attenuatus Jack. 


)> 


Kitallus S. 




Phoebe declinata Ns. 


Laurineae. 






„ multiflora Ns. 


)} 






Actinodaphne glomerata Ns. 


?j 






Tetranthera vestita Ns. 


j) 






Alseodaphne excelsa BI. 


)i 


„ badak 


s. 


Phoebe cuneata BI. 


j) 


„ bedas 


s. 


Tetranthera vestita Ns. 


?) 


„ bener 


s. 


Machilus cuneata Ns. 


?i 






Phoebe cuneata BI. 


ff 


„ boddas 


s. 


Polyadenia grandis Ns. 




., gedeh 


s. 


„ gemmiflora Ns. 


V 






Daphnidium gemmiflorum BI. 


7 f 



152 



Inlandsche 
Naam. 



Botanische benamini]:. 



Natuurlijke 
Familie. 



Kitallus inehrang S. 
,, kirandjali S. 



songong S. 



Kitalsie S. 
Kitambaga S. M. R 



lutamia S. 
Kitamiaug S. 

„ gecleli S 
Kitanah S. 
Kitandoh S. 

„ laut S. 
Kitapang R. 
Kitapog J. 
Kitarrietie S. 
Kitehdja S. 



Kitehroüg S. 



M. 



Kitelan^ 
Kitelon* 



badak S. 
S. 



Phoebe umbelliflora Ns. 
Notaplioebe umbelliflora BI. 
Phoebe macrophylla BI. 

„ elliptica BI. 
Alseodaphne excelsa BI. 
Memecylon costatum Miq. 
Jambosa cerasiformis Hsskl. 

„ densiflora DC. 
Syzigium caryophyllifolium DC. 

„ pyrifolium DC. 

„ rostratura DC. 
Caryophyllum fastigiatum BI. 

„ floribundum BI. 
Myrtaceae RBr. spec. bantam. 
Uvaria multiflora Rwdt. 
Sponia amboinensis Endl. 
Styrax villosa BI. 
Podocarpus agathifolia BI. 
Xanthoxylaceae Lindl. spec. bant. 
"Wendlandia densiflora DC. 
Kubiaceae Jss. spec. bantam. 
Callicarpa japonica Thnb. 
Desmodium capitatum DC. 
Tarrietia javanica BI. 
Kibessia azurea DC. 
Cinnamomum nitidum Hsskl. 

n ,) „ ^-ar. sub- 

[cuneatum 
Caryodaphne densiflora BI. 
Fagraea obovata BI. 
Prosthesia javanica BI. 
Fagraea oxyphylla Miq. 

„ litoralis BI. 

„ auriculata Jck. 
Lasianthus attenuatus Jck. 

., hexandrus BI. 
Haematosperma arborescens Kwdt 



LaurJneae. 



Memecyleae. 
Myrtaceae. 



Anonaceae. 
Celtideae. 
Styraceae. 
Taxineae. 

Rubiaceae. 

Yerbenaceae. 

Papilionaceae. 

Sapindaceae. 

Melastomaceae. 

Laurineae. 



Loganiaceae. 

Violarieae. 

Loganiaceae. 



Rubiaceae. 



Loganiaceae, 



153 



Inlandsche 




Botanische benaminc^. 


Xatuurlijke 


Kaam. 




o 


Familie. 


KItelor S. E. 




Xanthophyllum vitellinura BI. 


Polygaleae. 






Salacia L. spec. bantam. 


Hippocrateaceae. 


Kltengo S. 




Pimela kitengo BL 


Burseraceae. 


Kiteroes S. 




Capparis L. spec. bantam. 


Capparideae. 


Kitespong S. 




Sambucus javanica Ewdt. 


Lonicereae. 


Ivitlkoekoer S. 




Polyozus acuminata BI 


Eubiaceae. 


Kitipies koelit 


S. 


Syzigium costatum Miq. 


Myrtaceae. 


Kitiwoe S. 




Meliosma BL spec. bantam. 


Meliosmeae. 






„ angulata BI. 


j; 






„ lanceolata BI. 


); 


;, bener S 


1. 


„ ferriiginea BI. 


j> 






„ lanceolata BI. 


if 


„ boeloe 


3. 


1) }) j> 


}f 


„ lalakki 


S. 


5J 1) » 


5J 


Kitjaaiig S. 




Stereospermum chelonoides DC. 


Bignoniaceae. 






Pithecolobium fasciculatura Bnth. 


Mimoseae. 






„ fagifolium BI. 


)} 


Kitjabeh S. 




Corniis ilicifolia Z. & M. 


Corneae. 






Eurya serrata BL 


Ternstroemiaceae. 






,/ trlstyla W. & A. 


)) 






Eiichresta Horsfieldii Bnnt. 


Papilionaceae. 


Kitjala S. 




Memecylon costatum Miq. 


Meraecyleae. 


Kitjalietrie S. 




Antidesma L. spec. 


Antidesmeae. 


Kitjalikket S. 




„ heterophyllum BL 


j> 


Kitj allo eng S. 




Trewia macrophylla BL 


? 






Diospyros macrophylla BI. 


Ehenaceae. 


,, aroy S. 




Combretum trifoliatum Yent. 


Combretaceae. 






Gynaecopachys acuminatus BL 


Eubiaceae. 


Kitjambang baclak S. 


Memecylon excelsum BL 


Memecyleae. 


Kitjambeh S. 




„ tinctorium AYld. 


jf 


Kitjandana S. 




Glycosma simplicifolia Sprg. 


Aurantiaceae, 


„ laut S. 


M. 


Aurantiaceae Corr. spec. bantam. 




Kitjangkeh S. 
„ goenon^ 


-S. 


Urophyllum glabrum J. & W. 


Eubiaceae. 


Kitjangkoedan 


J. 


Odina gummifera BL 


Anacardiaceae, 


Kitjangkoedoe 


s. 


Fagraea morindaefolia BL 
Rubiaceae Jss. spec. bantam. 


Loganiaceae. 



154 



Inlandsche 
Naam. 




Natuurlijke 
Familie. 



Kitjanting S. 
Kitjantoeng S. 

„ aroy S. 



Kitjapie S. 
Kitjarirang S. 
Kitjaroeloek S. 
Kitjatjankier S. 
Kitjauw. 

Kitjelang aroy S. 
Kirjenkeh S 
Kitjepot S. 
Kitjerelang S. 
Kitjetja 8. 
Kitjidana S. 
Kitjileijouw S. 
Kitjili badak S. 
Kitjitap S. 
Kitjitjap S. 
Kitjongtjorang S. 



Kitoeak S. 



Kitoelang gedeli S. 

Kitoembilali S, 
Kitoengila S. 
Kitoetoengkal S. 
Kitokkeh S. 



Picrasma javanica BI. 
Anonaceae Dun. spec. bantam. 
Polyaltliia subcordata Bi. 
Uvaria sphaerocarpa BL 

„ subcordata BI. 

„ littoralls BI. 
Polyalthia Kentii BI. 

„ elliptica BI. 
Elaeocarpus glaber L. 
Epicharis altissima BI. 
Canthium glabrum L. 
Abroma auij-usta L. 
Pisonia excelsa BI. 
Gynaecopachvs acuminatus BI. 
Lasiantlius laevigatus BI. 
Polyalthia Kentii BI. 
Pterospermum diversifolium BI. 
Laurus ti'iplinervia Rwdt. 
Glycosma pentapliylla Clbr. 
Erioglossum edule BI. 
Ficus peltata BI. 
Picrasma javanica BI. 
Fagara dioica ? Rwdt. 
Desmodium triquetrum DC. 
Dodonaea Candolleana BI. 

„ viscosa L. 
Canarium pimela Koen. 

„ commune L. 
Pimela kipella BI. 

„ hispida BI. var. h axillaris. 
Parinariam corymbosum Miq. 
Polyalthia elliptica BI. 
Xanthophyllum Rxb. spec. bant. 
Pygaeum parvifloram T. & B. 
Pyrrhosa glabra BI. 
Chamaebuxus venenosa Hsskl. 
Antidesma L. spec. bantam. 



Zantlioxylaceae. 



Anonaceae. 



Tiliaceae. 

jMeliaceae. 

Rubiaceae. 

Büttneriaceae. 

Nyctagineae. 

Rubiaceae. 

Anonaceae. 

Büttneriaceae. 

Laurineae. 

Aurantiaceae. 

Sapindaceae. 

Moreae. 

Xanthoxylaceae. 

Papilionaceae. 
Sapindaceae. 

Burseraceae. 



Chrysobalaneae, 

Anonaceae. 

Polygaleae. 

Amygdaleae. 

Myristiceae, 

Polygaleae. 

Antidesmeae. 



155 



Inlandsche 
Naam. 



Botanische benamincr. 



Natuurlijke 
Familie. 



Kitokkeh sabrancr S. 

o 

Kitongerret S. 

Kitroes (?). 
Kitsjing J. 
Kittikoekoer S. 
Kitjuhhai S. 
Klabangan J. 
Kladong S. 
Kladie i\I. E. J. BI. k 
[Mak. 
„ ajer M. 

„ kandhati M. 
Klagoe J. 
Klajoe J. 
Klakka sijang J. 
Klampies S. 

„ J. 

Klampok J. 

Klappa. 

„ tjoen S. 

„ „ heedjoe S 

„ wanga Cel. 
Kleedoiig J. 
Kleho J. 
Klepo J. 
Kliinosodo J. 
Kiinting J. 

„ biroe M. J. 
Klitsji M. 

„ besaar M. 

„ laki laki M. 
Klobang J. 



Albizzia latifolia Boivin. 

Stemonurus javanicus BI. 
Tetranthera resinosa Ns. 
Capparis L. spec. bantam. 
Guilandina bonduc L. 
Polyozus acuminatus BI. 
Turpinia spbaerocarpa Hsskl. 
Potbos Horsneldii Miq. 
Urtica interrupta L. 

Colocasia antiquorura Schott. 

„ „ „ var. b 

[nympbaeifülia Miq. 

„ ,, ^ „ var. b. 

Petunga variabilis Hsskl. 
Allophvllus fulvinervis lil. 
Kaempferia rotunda L. 
Acacia tomentosa Wld. 

„ melanocbaetes Zoll. 
Jambosa densiflora DC. 

,, klampok. Miq. 
zie Kalappa. 
Myristica javanica BI. 
Pjrrhosa javanica BI. 
Knema glaucum BI. 
]\Ietroxylon elatum Mrt. 
Diospyros melanoxylon Ryb. 
Ardisia tcnuiramis Miq. 
Nauclea grandifolia DC. 
Cordia subcordata (L ?) 
Clitoria ternatea L. 
Schmiedelia racemosa L. 
Guilandina bonduc L. 

„ bonducella L. 

» jy jj 

Gnaphalium involucratura Trst. 



Mimoseae. 

5» 

Olacineae. 

Laurineae. 

Capparideae. 

Papilionaceae. 

Rubiaceae. 

Staphyleaceae. 

Aroideae. 

Urticaceae. 

Aroideae. 



Rubiaceae. 
Sapindaceae. 
Zingiberaceae. 
Mimoseae. 

Myrtaceae. 



Myristicaceae. 



Palmae. 

Ebenaceae. 

JMyrsineae. 

Rubiaceae. 

Cordiaceae. 

Papilionaceae. 

Sapindaceae. 

Papilionaceae, 



Compositae. 





156 




Inlandsche 


Botanische benaming. 


Natuurlijke 
Familie. 


Kaam. 




Kloewoer J. 


Cassia fistula L. 


Papilionaceae. 


Klomboe J. 


Caryota furfaracea BI. 


Palmae. 


Klom pang M. 


Sterculia foetida AYld. 


Sterculiaceae. 


„ boerong M. 


„ urceolata Sm. 


j) 


„ ketjil M. 


V J> » 


jt 


„ oetan M. 


V V )l 


)t 


„ tsjendab Mak. 


?> ?> 5> 


yy 


Kloppo wan ga Cel. 


Metroxylon elatum. Mrt. 


Palmae. 


Klo^Yuk J. 


Pangium edule Rwdt. 


Pangiaceae. 


Klumba J. 


Rheum palmatum L. (radix). 


Polygoneae. 


Koait bessie S. 


Uncaria glabrata DC. 


Eubiaceae. 




„ pedicellata Rxb. 


)> 




„ ovallfolia Exb. 


ty 




„ acida Exb. 


j? 




„ ferruginea DC. 


fy 




Griffitbia fragrans W. & A. 


it 


Koiie tzaijn Ch. 


Diplazium malabaricum Spr. 


Polypodiaceae» 


Koal Cel. 


Licuala Eumphii BI. 


Palmae. 


Koang J. 


LTrostigma superbum Miq. 


Moreae. 


Kübanbara S. 


Casearia A'elutina BI. 


Samydeae. 


Kodiha tjina M. 


Nerium oleander Lam, 


Apocynaceae. 


Kodiho t. 


Codiaeum variegatum L. 


Eupborbiaceae. 


Kodjajanti J.&Bl.of 






Kodjanti J. & BI. 


Aeschynomene indica L. 


Papilionaceae. 


Kodong seroeni J. 


Verbesina moluccana BI. 


Compositae. 


Koeban abbal Amb. 


Uvaria tripetaloidea Dun. 


Anonaceae. 


„ badja Amb. 


Caesalpinia pulcherrima L. 


Papilionaceae. 


Koeda koeda J. E. 


Odina gummifera BI. 


Anacardiaceae. 




Spodias Wirtgenii Hsskl. 


Spodiaceae. 


„ kras M. 


Stylocoryna Cav. spec. 


Rubiaceae. 


j> » "• 


Morin da bracteata Rxb. 


»> 


Koedrang M. J. 


ïrophis spinosa Exb. 


Artocarpeae. 


Koejang kotteng J. 


Cassia mimusoides L. 


Papilionaceae, 


Koekera kakeri S. 


Melia azedaracli L. 


Meliaceae. 




„ sambucina BI. 


iy 


Koekoehoelang S. 


Ziziplius xyloj^yrus Wld. 


Ehamneae. 




„ javanensis BI. 


?; 



157 



Inlandsclie 


Botanische benaming*. 


_ _ — 

Katuurlijke 


Naam. 


-^^..^vxi wv,xav^ ^y^-xi^^i^ii^x^J^. 


Familie. 




Griffithia fragrans W. & K. 


Rubiaceae. 


Koekoejaaii S. 


Schmledelia Kntb. spec. bant. 


Sapindaceae. 


Koekoek M. 


Lagenaria idolatrica Soc. 


Cucurbitaceae. 


^„ jaiijang S. 


Trichosanthes anguina L. 


?j 


Koekoen R. 


Heritiera littoralis Ait. 


Sterculiaceae. 


Koe-kwa Ch. Bo. 


Momordica charantia L. 


Curcubitaceae. 


Koela Amb. & Bd. 


Musa paradisiaca L. 


Musaceae. 


„ bey Amb. 


„ aeuminata Coll. 


jy 


„ hatoean Ht. 


„ Berteroniana Coll. 


)> 


Koekm Mak. 


Thoa edulis L. 


Gnetaceac. 




Gnetum gnemon L, 


}? 


„ bantam. 


5J >» ;; 


/•) 


„ besaar Mak. 


„ edule L. 


>j 


„ oetan Mak. 


„ gnemon L. 


)j 


Koelat batoe M. 


Agaricus tuber reglum Tr. 


Hymenomycetes. 




Pacbyma tuber regium Tr. 


Gasterombcetes. 


„ sendokh M. 


Polyporus amboinensis Tr. 


Hymenomycetes. 


Koele Sol, 


Schleichera trijuga BI. of 


Sapindaceae. 




Stadmannia sideroxylon DC. 


)) 


Koelebet Bd. 


Psophocarpus tetratroiiolobus DC 


Papilionaceae. 


Koelit-lawa]! M. 


Laurus carjophyllata Kwdt. 


Laurineae. 




Cinnamomum culilawan BI. 


)) 


„ „ betoel M. 


?) j) iy 


j> 


„ nipis M. 


Memecylon coeruleum Jek. 


Memecyleae. 


Koelloer M. U. 


Artocarpus incisa L. 


Artocarpeae, 




„ laevis Hsskl. 


jy 


Koeloes oetan ? 


„ lacucha Ryb. 


5> 


Koelombo Bd. 


Dolichos altissimus Lour. 


Papilionaceae. 


Xoelong tsjoetsjoeT. 


Plumieria acutifolia Poir. 


Apocynaceae. 


Koemarogan S. 


Gjmnopetalum leucostictum Miq. 


? 


Koembielie R. 


Arachis hypogaea L. 


Papilionaceae. 


Koemies badak S. 


Urtica heterophylla Yhl. 


Urticaceae. 




„ macropbylla Wld. 


?j 


„ oetjleng S. 


Ortosiphon stamineus Bntli. 


Labiatae. 




Atacca integrifolia Prsl. 


Taccaceae. 


Koemiclie djawaM.E. 


Coleus tuberosus Bnth. 


Labiatae. 




i Plectrantlms tuberosus BI 


;; 



158 



Inlandsclie 


Bütanisclie benaming. 


Natuurlijke 
Familie. 


Kaam. 




Koempaai M. 


Lycopodium javanicum Sw. 


Polyp'odiaceae. 


Koempait S. 


Tryphera prostrata BI. 


Amarantaceae. 


Koenang koenang? 


Oxalis sensitiva Wid. 


Oxalideae. 


Koendang kassi J. 


Aërva lanata Jss. 


Amarantaceae. 


Koenil Bd. i 






Koen) Il g ^J. J. i\rak. > 


Curcuma longa L. 


Zingiberaceae. 


KoenjirM. Mak. 11. \ 






„ paddi K. 


„ zerumbet Rxb. 


j> 


„ san tan R. 


„ purpurascens BI. 


' j> 


Koentang J. 


Ficus subracemosa Hl. 


Moreae. 




Sjcomorus capensis Miq. 


» 


Koen tja J. 


Kaempferia galanga L. 


Zingiberaceae. 


Koentje S. 


„ rotunda D. 


>; 


Koentjiet S. 


L. spec. 


j) 




Panicum marocbaëton Jcq. 


Gramineae. 


Koentsoe J. 


Kaempferia galanga L. 


Zingiberaceae. 


Koepa S. 


Jarabosa cauliflora DO. 


Myrtaceae. 


„ dessa S. 


Sizjgium laxiflorum DC. 


j) 




Jambosa cerasifurmis Hsskl. 


?» 




Ciipadessa fruticosa BI. 


Meliaceae. 


,, gatal S. 


Hydrocotvle nepalensis Hk. 


Uiiibelliferae. 


j, landak S. 


Flacourtia sapida Rxb. 


Bixaceae. 




„ catapbracta Rxb. 


?» 




„ jangomas Gmel. 


?> 




„ spec. bantam. 


» 


„ manok S. 


Sizygium costatum Miq. 


Myrtaceae. 


Koeping minjangan 






[M. R. 


Plantago asiatica L. 


Plantagineae. 




„ L. spec. 


M 


Koepoe-koepoe R. 


Baubinia tomentosa L. 


Papilionaceae. 


Koeray S. 


Grewia tomentosa Jss. 


Tiliaceae. 




Sponia andaressa Cmrs. 


Celtideae. 




Metroxylon sagus Rttb. 


Palmae. 


Koerandjle J. R. 


Dialium indum L. 


Papilionaceae. 




Galedupa arborea (?). 


» 


Koerang koerang M. 


Oxalis sensitiva Wld. 


Oxalideae. 


Koerdoe M. 


Ptjchosperma malajana Miq. 


Palmae. 



159 



Inlandsche 
Kaam. 


Botanische benaming. 


Natuurlijke 
Familie. 


Koeroe-kekoe Amb. 


Rubus acuminatissimiis Hsskl. 


Rosaceae. 




„ moluccanus Rmph. 


!) 


Koeroelak S. 


Ipomoea bona nox L. 


Convolvulaceae. 


Koesa-koesa R. 


Panicum colonum L. 


Gramineae. 


Koessoe T. 


Imperata Thunbergii R. & S. 


?j 




„ aHang Jngh. 


}t 




Pennisetum setosum R. & S. 


jj 


Koessoe-koessoe M. & 






[Mak. 


Chrjsopogon aciculatus Trin. 


»» 


Koetet-gamong J. 


Yaleriana javanica BI. 


Valeriananeae. 


Koeti-kotta Bat. 


Antidesma bunias Sprg. 


Antidesmeae. 


Koetil S. 


Colocasia aiitiquorum Scliott. var. 






[polyrrhizua Hsskk 


Aroideae. 


Koetjoeboeng S. M. 






[BI. & Mak. 


Datura L. spec. omn. 


Solanaceae. 




„ alba L. var. viridis Hsskl. 


ff 


„ bocklas S. 


„ alba L. 


11 


„ kassian S. 


„ nigra Rmph. 


11 


„ soesoem S. 


„ fastuosa MU. 


11 


Koewo J. 


Monenteles tomentosus Schultz. 


Compositae. 


Kofassa T. en 






Kofassoe ï. 


Vitex cofassus BI. 


Verbenaceae. 


Kaheba magolotsiffi T 


Aralia palmata DC. 


Araliaceae. 




Uncaria lanosa DC. 


Rubiaceae. 


Koblehlet S. 


Ficus elastica Rxb. var. bengha- 






[lensis Bi. 


Moreae. 


Kojo T. 


Musa paradisiaca L. 


Musaceae. 


Kojoor J. 


Alchemilla villosa Jngh. 


Rosaceae. 


Kojorono J. 


Sonchus javanicus Sprg. 


Compositae. 


Koka Amb. 


Caesalpinia pulcherrima L. 


Pnpilionaceae. 


Kokin Amb. 


Heliconia bihai I3rm. 


Musaceae. 


Koko assan S. 


CannavaUia gladiata DC. 


Papilionaceae. 


Kokoejoehan S. 


Torenia scabra RBr. 


Scrophularineae. 


Kokontolon S. 


Isora corylifulia Wght. 


Sterculiaceae. 




Helicteres hirsuta Lour. 


11 




j, viscida BI. 


}f 




„ oblonga Wil. 


11 



li)0 



Inlandsclie 
Kaam. 



Botanisclie 



benam in 0^. 



Natuurlijke 
Familie. 



Kükossan S. M. II. 

„ monjetS M. R 
Kolaka Cel 
Kolang koetjet J. 
Koli Mol. 
Kollo tala T. 
Kolobbe Boeton. 
Koloditi manoora T.& 

„ maseu T. 
Kolopale Boeton. 
Komadas J. 
Kornak J. 
Komang S. M. 
Komaniiie M. J. BI. 

o 

„ o e tan M. 
Kombag koening M. 
Kombilie J. 

„ wolanda J. 
Komessoe J. 
Kom.i-komi T. 

Komlentoro J. 
Kon dal S. 
Kondang J. 

Kondan g J. 

„ koening M. 

„ Avaroe J. 
Kondondong M. 
Kondor M. Bd. 
Kondorin J\I. 

„ ketjil M. 



Oudemansia hirsuta Miq. 

„ javensis Hsskl. 

„ virgata Hsskl. 
Lansium domesticum Jck. var. 

[kokosan Hsskl. 
Didymocliiton nutans BI. 
Artabotrys odoratissima BI. 
Eubus pulcherrimus Hk. 
Borassus flabelliformis L, 
Lcea sambucina Wld. 
Lagenaria vulgaris Ser. 

Hydrocotjle asiatica L. 
Tacca pinnatifida Frst. 
Thibaudia microcarpa BI. 
Lablab vulgaris Savi. 
IMangifera kemanga BI. 
Ocimum tenuiflorum L. 
„ basilicum L. 
„ gratissimum L. 
Cassia glauca L. 
Dioscorea aculeata L. 
Solanum tuberosum L. 
Elaeocarpns lobusta BI. 
Cadamba nocturna Hmlt. 
Morinda bracteata Exb. 
Alangium hexapetalum L. 
Ficus variegata BI. 

„ bengalensis L. 

„ tylophylla Hsskl. 

,, allutacea BI. 

„ chrysocarpa Rwdt. 
Paritium tiliaceum Hil. 
Poupartia man gifera BI. 
Benincasa cerifera Savi. 
Adenantliera pavonina L. (sem.) 
Abrus praecatorius L. 



Sterculiaceas. 



Meliaceae. 

Anonaceae. 

Eüsaceae. 

Palmae. 

Ampelideae. 

Cucurbitaceae. 

Umbelliferae. 

Taccaceae. 

Ericaceae. 

Cucurbitaceae. 

Anacardiaceae. 

Labiatae. 



Papilionaceae. 

Dioscoreae. 

Solanaceao. 

Tiliaceae. 

Rubiaceae. 

Alangieae. 
Moreae. 



Malvaceae. 

Spodiaccac. 

Cucurbitaceae. 

Mimoseac. 

Papilionaceae. 



161 



Inlandsclie 
Naam. 



Bütanisclie beiiamiii; 



Na t uur i ijl 
Familie 



Koiijal S. 


Ficus radicans Kwdt. 


Morene. 


„ bëas S. 


„ villosa BI. 


)> 




„ microcarpa BI. 


M 


., boenjoer S. 


„ leptocarpa Std. 


J» 




,, rupestris BI. 


V 


., poutjaiig S. 


„ puiictata Timb. 


J» 


Konneng gedeh S. 


Curcuma longa L. 

„ aeruginosa Rxb, 


Zingibcracoac. 


„ „ parie S. 


„ zerumbet Rxb. 





,, santen S. 

„ „ tamman S. 

„ „ tienggang S. 
Kun rol ]\Iak. 
IContjor IM. 
Kontol moending S. 

., monjet J. 
Kontsja Bi. 
Kool banda Mol. . 
Koom bonko soecen! 

[N. Guinea. 
Kopa ]jL 

„ poetie Amb. 
Kopaill J. 
Kopabbar xVmb. 
Koping J. 
Kopjjan S. 
Koppanabbal Amb 
Koppi M. S. J. 

,, koppi rimbo 
[Sum. AYk. 



., leuwung S. 



Kuppo S. 



\ 



„ beurriet S. 
„ injar vS. 
„ lalai S. ]\L 
DL. XIX, 



purpurascens BI 
,, longa L. var. minor Hk, 
„ viridiflora Rxb. 

Cucurbita farinosa BI. 

Kaempferia galanga L. 

Ficus macvocarpa BI. 

Anacardium occidentale L. 

Cadamba nocturna Hmlt. 

Fisonia svlvestris F. & Bndk. 

Opilia Pentitdis BI. 
Carapa moluccensis DC. 
Jasminum sambac L. 
Dillenia serrata DC. 
Uvaria odorata Lam. 
Litsaea triplinervia Bi. 
Gynaecura sarmentosa DC. 
zie Kopabbar Amb. 
CotFea arabica L. 

Uropbyllum corvmbosura Kortli. 
Rubiaceae Jss. spcc. bantam. 
Barringtonia speciosa L. 
Jambosa acutata Miq. 
,, cauliflora DC. 
SizA'gium Zippelianum Miq. 
Jambosa glabrata DC. 
Memecvlon nudum BI. 



Cucurbitaceae; 

Zingiberaceae. 

Moreae. 

Anacardiaccae. 

Rubiaceae. 

Nvctao-ineae. 

Olacinoao; 

Meliaceae. 

Jasmineae. 

Dilleniaccae. 

Anonacéae. 

Laurincae. 

Compositae, 

Rubiaceae. 



Myrtaceae, 



Memecvleag. 



11 



162 



IiilaiKlsche 
Naam. 


Botanische benaming. 


Natuurlijke 
Familie. 




Jambosa formosa Walp. var. l 






[ternifolia. 


Myrtaceae. 




„ hypericifolia DC. 


;; 




„ tetragona DG. 


3> 


Koppo lalar S. 


j, densiflora DC. 


yy 


,; laut S. 


„ littoralis BI. 


)> 


Koran S. 


Trevesia sundaica Miq. 


Araliaceae. 


Korap R. 


Cassia alata L. 


Papilionaceae. 


Kore BI. 


Calotropis gigantea RBr. 


Apocynaceae. 


Korma M. 


Phoenix L. 


Palmae. 


Korres S. 


Psjchotria alba R. & P. 


Rubiaceae. 




Grumilea aurantiaca Miq. 


57 


j, koeda S. 


Bryonia perpusilla BI. 


Cucurbitaceae. 


„ kéiié S. 


Grumilea divergens Miq. 


Rubiaceae. 


Korro ronteng S. 


Bryonia epigaea BI. 


Cucurbitaceae. 


Kosambie S. K. 


Stadmannia sideroxylon DC. 


Sapindaceae. 


Kotifro raarau T. 


Polypodium quercifolium Wld. 


Polypodiaceae. 


Kou-koae Ch. 


Momordica charantia L. 


Cucurbitaceae. 


Krak R. 


Ruellia anagaliis (?) 


Acantliaceae. 


„ la wok J. 


Bonnaya grandiflora Sprg. 


Scrophularineae. 


„ nassi M. J. 


„ veronicaefolia Sprg. 


j) 




Gratiola lucida Ryb. 


>» 




Dentella repens Frst. 


Rubiaceae. 




Vallaris pergulana Brm. 


Apocynaceae. 




Pergularia accedens BI. 


Asclepiadeae. 


„ „ foela aros J. 


Cupia corjmbosa DC. 


Rubiaceae. 


Krandang M. J. 


Citrus limonium Risso. 


Aurantiaceae, 


Krandjang J, 


Canavallia obtusifolia DC. 


Papilionaceae. 


Krandji J. 


an Pongamia glabra Vnt. 


jj 


Krang goenong J. 


Dianella oborata BI. 


Liliaceae. 


Kras R 


Aleurites moluccana AYld. 


Euphorbiaceae. 


j; toelang M. 


Chloranthus spicatus Sw. 


Chloranthaceae. 




„ inconspicuum Sw. 


7> 




„ officinalis BI. & var. 


ij 


• 


., brachystacliys BI. 


IJ 


Kratau M. 


Morus indica L. 


Mcreae. 


Kra'witan J, 


Cassyta L. spec. 


Laurineae. 



163 



Inlandsche 
Naam. 


Botanische benaming. 


Xatuurlijke 
Familie. 


Krema goenoeng S. 


Nertera depressa Banks. 


Rubiaceae. 


Krenjes J. 


Polyosma ilicifolia BI. 


Saxifragaceae. 


Kribesa Ti. 


Acacia quadrilateris DC. 


Mimoseae. 


Krissan S. 


Scirpus macrotlivrsa Miq. 


Cjperaceae. 


Kroay J. 


Phaseolus Mungo L. 


Papilionaceae." 


Kroeboet J. 


Rafflesia Arnoldi RBr. 


Rafflesiaceae. 


Krodoe-kras J. 


Hunteria sundana Miq. 


Apocynaceae. 


Krols ket J. 


Trianthema poljandrum Sauv. 


Portulaccaceae. 


Krokot J. R. 


Sesuvium portulacastrum L. 


y) 


Krotjé Mak. 


Ficus bengalensis L. 


Moreae. 




„ glomerata Rxb, 


)f 


Krowang J. 


Chavica frustrata Miq. 


Piperaceae. 


Kuge T. 


Convolvulus peltatus Prst. & var. 


Convolvulaceae. 


Kullehur Bd. of 






KuUewur Bd. 


Casuarina equisetifolia L. 


Casuarineae. 


Kupessa Ht. 


Acaljpha densiflora BI. 


Euphorbiaceae. 


„ abbal Amb. 


„ betulina Wld. 


j? 




„ caturus BI. 


)> 


Kwas bakkol S. 


Canavallia ensiform., var. alb. DC. 


Papilionaceae. 


„ boddas S. 


Mucuna capitata AY. & A. 
„ velutïna DC. var. imma- 


>» 




[culata Hsskl. 


j) 


„ boerik S. 


„ „ DC. var. maculata 






[Hsskl. 


11 


„ heedjoli S. en 






„ liiedung S. 


„ „ DC. var. immacula- 






[ta Hsskl. 


}} 


Kwi^pha Ch. Bo. 


Helianthus annuum L. 

L. 


Compositae. 


La (?). 


Stemodia cordifolia Rwdt. 


Scropliulanneao. 


Laban M. R. 


Vitex pubescens Vlil. 


Verbenaceae. 


„ leutiek M. S. 


„ L. spec. bantam. 


;> 


Labo Mak. 


Lagenaria vulgaris Ser. 


Cucurbitaceae. 


Laboe M. E. J. 


;> ;? ;; 


;; 



IiilantlscliC 
Xaam. 



in4 



Botanische benam in ; 



Natuurlijke 
Familie. 



Laboe ayer 'M. 

., ambon M. 
frangi M. 

,, kastela M. 

,, pandjang M. 

., poetie M. 
Labok Bd. 

Latla M. 

„ andjing M. 

., berejkor R. 

,, djawa M. 
itam iM. 

., ketjil R. 

., paiuljang M. E. 
Ladja S. M.'' 

y benei' S. 

',, gedeb 8. 

„ goa S. 

,, lobbe Mak. 
Lac Lh. 
Laei-kong-kicnCli. 

[Ba 
Lagansa M. 

Lage-lage T. 
LajioendieS. M. R.J.I 
Lagoendie S. M. 11. J. 
„ ' laut S. J. 



laut iakki M. 



Lagogo Cel 



Laliang J. 
fjtdii Boet. 



LUkicl nimbolo Mvn.'. 



Lagenaria idolatrica Ser. 
Cucurbita melopepo L. 



Amarantus polygamus Wld. 

„ tristis Lour. 
Piper nigrum L. 

,f caninum BI. 

., cubeba L. 

„ longum Dti\ 

,, nigrum L. 

J» 3) >> 

„ longum Dtr. 
Alpinia cernua Bot. reg. 

„ galanga Sw. 

^j pv ra mi data Hl. 

,, malaccensis Rss. 
Globba uviformis L. 
Dioscorea pentaplij'lla L. 

Ilydrocotyle asiatica L. 
Cleome pentaphylla L. 
Polanisia icosaudra DC. 
Lomaria scandons ^^'Ul, 
Vitex ti'ifuliata L. 
Vitex incisa Lam. 

„ pubescens Yhl. 

„ L. spec. bontam. 

„ paniculata Encyd. 
Cycas Thouarsii lil3r. 

„ circinalis L. 
Arenga saccharifera Lab. 
Dioscorea pentajjhylla L, 
Canna coceinea Ait. 



Cucurbitaceae. 



Amarantaceae. 
Piperaceae. 



Zinaibcraceae. 



Dioscoreae. 

ümbelliferae. 
Capparideae. 

»> 
Polypodiaceae. 
Yerbenaceae. 

51 

J> 

Cycadeaceae.. 

Palmae. 

Dioscoreae. 

Cannaceae. 



1G5 



Inlandsclie 
Naam. 



Butanlsciie beiiamiivo- 



Niituurlijke 
Familie, 



Laikou Amb, 
Lajaiig-hijaiig sim- 
[pai M. 
Layn Amb. 

„ moeboe Lb. 
Lak ka S. JX. 

,, ambon M. en 
„ ketjil M. 

Lakkin Cr. 

Lakong M. 

Lakwas Amb, 

Lalamoet Amb. of 

Lalanuit Lh. 

Lalang M. J. Bk 



Lalar S. 
Lalego ? 
Laleri Mak. 
Lali J. 
Lalinn J. 
Laloekkoe Boet. 
Lama Lli. 
Lamarang S, 
Lambeubeutaiig S. 
Lam beu tan S. 
Lamboetaiig S. 

Lamboeto Mak. 
Lameh S. 

;; aroy S. 
,. a'vvehweb S. 



boddas S. 



Caima flavescons Lk. : 

Lomaria scandens AYld. 

Diplocinium racemosum Miq. i 
Jambosa domestica Kmpb. var. el 
[nigra. | 
Sjzigiara carj^opbjllifbiium DC.I 
Myristica iners BL ! 

Knema kiurinum BL 1 

Impatlens balsamiiia L. 
Ervtbrina dioica DC. 
Cissus carnosa Kxb. 
Alpinia galanga Sw. 

Enbalus Koenigli Rlcb. 
Imperata Tbuiibergii E. c^ S. 

,, allang Ligb. 
Pennisetum setosuin 11. & S. 
Dipterocarpus littoralis BI. 
Vitenia edulis Std. 
Convolvulus bilobatus Kxb, 
Barringtonia speciosa DC. 
jMediniila javanensis Bi. 
Cocos nucifera L. 
Rottlera tanaria Hsskl, 
Catbormion moniliferum Hsskl 
AUopbyllus fulvinervis Bi. 
Sclimiedelia bantamensis BL 
Allopbvllus fulvinervis BI. 

„ javensis BL var. robusta. 
Cerbera lactaria Hmlt. 
Alstonia scholaris RBr. 

„ spatluilata BI. 
Allamanda catbartica L, 
Alstonia spectabilis I\Br. 

j, E Br, spcc. bantam. 



Cannaceae. 
Polypodiaceae. 

Begoniaceae. 

Mrrtaceae. 

MvL'isticaceae, 



Balsamineae. 
Papilionaceae. 
Ampelideae. 
Zingibereoceae. 

Hydrocbarideae, 
Gramineae. 



Dipterocar|)eae. 

Saj)indaceae. 

Convoivulaceae 

Myrtaceae. 

Palmae. 

Eupborbiaceae. 

Sapindaceae. 



ApocynaceaCi 



IGG 



Inlandsclie 


Botanische benaminfir. 


Natuurlijke 
-i-, ... 


Kaam. 


o 


Familie. 


Lameli lalakki S. 


Rauwolfia sumatrana Jck. 


Apocynaceae. 


„ laut S. M. 


Blaberopus sericeus DC. 


5) 


Lami Mak. 


Dioscorea alata L. 


Dioscoreae. 




Tacca montana Rmpli. 


Taccaceae. 


„ lioeta Dj. 


r; 5» ?J 


5? 


La moe M. 


Enbalus Koenigii EIch. 


Hydrocharideae. 


Lamoejan ? 


Zingiber zerumbet R. S. 


Zingiberaceae. 


Lamraoeta Amb. of 






Lammoet M. Amb. 


Cynometra caulifiora DC. 


Papilionaceae. 


„ abbal Amb. 


„ L. spec. amboin. 


jj 


Lampayaiig ? 


Schmiedelia littoralis DC. 


Sapindaceae. 


Lampauie S. 


Ardisia obovata BI. 


Myrsineae. 




„ glabrata BL 


i) 




„ YÜlosa Ryb. 


» 


„ peutjang S. 


„ solanacea Wld. 


>» 


Lampas J. 


Ocimum tenuiflorum L. 


Labiatae. 




„ basilicum L. 


1) 


,, hitam J. 


„ „ L. var. oblon- 






[go-lanceolatum BI. 


5> 


Lampoein Mak. 


Zingiber amaricans BI. 


Zingiberaceae. 


Lampoejang M. J. 


Amomum zerumbet Ryb. 


i) 




Zingiber amaricans BI. 


i» 




„ truncatum Rwdt. 


:> 


„ oetan E.. 


Globba marantina L. 


j> 


„ „ ketjil M. 


Zingiber marginatum Rxb. 


ii 


„ pait M. R. 


„ cassumunar Rxb. 


j> 


Lampoejangan S. 


Panicum antidotale Rtz. 


Gram in ea e. 


Lampoejanjang S. 


Juncus prismatocarpus EBr. 


Juncaceae. 


Lamtassij Bonoa. 


Aegiceras raajus L. 


Aegicereae. 


Landap R. 


Barleria prionitis L. 


Acantliaceae. 


Landja-badak S. 


Solanum rhinocerotis BI. 


Solanaceae. 


Landoek S. M. en 






„ ganjang S. 


Jussiaea repens L. 


Oenothereae. 


Landok S. 


Cissus thyrsifolia BI, 


Ampelideae. 


Landul J. 


Barleria prionitis L. 


Acanthaceae. 


Langa R. IMak. 


Sesamum indicum L. 


Bignoniaceae. 


„ langa Mak. 


Yernonia cinerea Less. 


Compositae. 



167 



Inlancisclie 
Naam. 



Botanische benamiiiir. 



Natuurlijke 
Familie. 



Langir M. J. Mak. 
Langkab S. M. 

Langké-jangkaDg (?). 
Langsep J. 
Langkwas M. R. 

„ lakki-lakki M. 

„ malakka M. 
Lano-Iano Mak. 
Lanra Mak. 
Lansa M. R. J. Bd. en 
Lanseli M. 
Lansak BI. 
Lanteboe Mak. 
Lantinor Mand. 
Lanupa S. 
Lapi-apan J. 
Lapia Amb. 

,, abbal Amb. 

„ ihoel Amb. 

„ loeli-oewe Amb. 

„ makanaloe Amb. 

„ molat Amb. 
Larak J. 
Laronan S. 
Tiassa T. en 
Lassata Amb. 
Latang M. J. 
Late M. 
Latiang M. 
Lau Amb. en 
Lauesiij Amb. 
Lauewul lAi. 
Lau-hau Ch. 
Lau-hio Ch. 
Lau-lassi T. 



Inga saponaria DC. 
Arenga obtusifolia Mrfe. 

„ AYesterhoutii Griff. 
Yiscum oriëntale Wld. 
Lansium domesticum Jck. 
Alpinia galanga Sw. 

„ gigantea BI. 

„ malaccensis Rxb. 
Heritiera littoralis DC. 
Yitex trifolia L. 

zie Langsep J. . 
zie „ „ 

Arundo L. spec. 
Solanum verbascifolium L. 
Facrraea fastimata BI. 
Lasianthus densifolius Miq. 
Metroxvlon Rumphii Mrt. 

„ " iilare Mrt. 

„ sjlvestre Mrt. 

„ micracanthum Mrt. 

„ longispinum Mrt. 

„ sagus Rttb. 
Sapindus rarak DC. 
Macropanax oreophilum Miq. 

zie Langsep S. 
Urtica interrupta L. 
Scleria flabellum Sw. 
Urena lobata L. 

Dracontomelon mangiferum BI. 
Casuarina equisetifolia L. 
Myristica fragrans Hoatt. 
Piper betle L. 
Semecarpus Forstenii BI. 

„ anacardium DC. var 
angustifolium. 



Mimoseae. 
Palmae. 

Viscaceae. 
Meliaceae. 
Zino-iberaceae. 



Sterculiaceae. 
Yerbenaceae. 



Gramineae. 

Solanaceae. 

Loganiaceae. 

Rubiaceae. 

Palmae. 

7> 
1) 
V 



Sapindaceae. 
Araliaceae. 



Urticaceae. 
Cyperaceae. 
Malvaceae. 

Spodiaceae. 

Casuarineae. 

Myristicaceae. 

Piperaceae. 

Anacardiaceae. 



1C3 



Jnlnndsrlio 


''otanisclic ben am in o- 




Natuurlijke 


-Naai];. 


o 




i^ amilie. 


■ nnlau torn ma wan- 








[ga T. 


Scleria lithosperma AVld. 




Cyperaceae. 


i^aun-maun Ht. ^ 


Mcdinella crispata BI. 




Melastomaccae. 


Laupa Amb. 


Cyperus rotundus L. 




Cyperaceae. 


Laus J. 


zie Lawas Amb. 






La-ulit Lt. en 








Lau-urit Lt. 


Cedrela febrifnga BI, 




Cedrelaceae. 


Lau-T\'assin Amb. 


Garcinia cocbinchinensis 


DC. 


Clusiaceae. 


Lawas x\nib. en 






~ 


Lawassa Amb. 


Alpinia gaknga Sw. 




Zingiberaceae, 


j, wakkan Amb. 


„ malaccensis Rsb. 




jj 


Lawé J. 


Dais octandra L. 




Daphnoideae. 


Lea Cel. 


Zingiber officinale L. 




Zingiberaceae. 


Leeker M. 


Amorphophallus sativus 


Bk 


Aroideae. 


Legetang J. 


Spilanthes Jcq. spec. 




Compositac. 


Leha Amb. 


Dicalyx aluminosus Bi. 




Ternstroemiacp.-.- 


J.eka-leka T. 


Zingiber aniaricans BI. 




Zingiberaceae, 


Lekat S. 


Styiocoryna polycarpa Miq. 


llubiaceae. 


Leketan J. 


. Myriactis javanica DC. 




Compositae. 


Leko Mak. 


Piqer betle L. 




Piperaceae. 


„ boeloeboeloeMak. 


Commelina Rumphii Kostel. of 


Commelynacea»' 




., bengbaiensis L. 


Brm. 


») 


Lek-tau Ch. 


Phaseolus radiatus Lour 




Papilionaceae. 


Lele Amb. 


Leptospermum amboinense DC. 


Myrtaceae. 


Leieba M. 


Bambusa verticillata BI. 




Gramineae. 


Lt'les aroy S. 


Ficus laevis Bi. 




Moreae. 


liemo of Lemon M. 


Citrus L. spec. divers. 




Aurantiaceae. 


Lemo boeleijn Mak. 


„ limonellas H^ïskl. 


& var. 


j) 


^, itam M. 


! „ fusca DC. 




„ 


„ jabba T. 


! Papeda Rumphii llsskl. 




?) 


„ java T. 


Citrus liraonellus Hsskl. 




)} 


„ kabi T. 


1 Papeda Eumpbii ïisskL 




j) 


., kaloekoe Mak. 


Citrus decumana L. 




j) 


,. kambar 3Iak. 


Papeda Rumpbii Hsskl. 




j) 


j, ka pas Mak. 


Citrus limonellus Hsskl 






,, karbou ISL 


Papeda Rumphii Hsskl. 




w 


;, kassoembaS.M. 


Citrus decumana L. 




}> 



1G9 




1 

Leiiio koeramas M. 


Citrns hystrix DC. & var. 


Aurantiaceae. 


„ maas M. 


„ limonellus Hsskl ói var. 


5) 


„ madura M. 


„ madurensis DC. 


}> 


„ manies besaar M. 


„ aiirantium Lam. & var. 


J» 


„ „ tjina IL 


„ nobilis Lour. 


M 


„ oetan bersagi M. 


„ aiigidata DC. 


>> 


„ papeda M. 


Papeda Kumphii Hsskl. 


>» ■ 


„ papoea M. 


Citriis hystrix DC.^ 


'» 


j, poerroet M. 


71 ?> >J 


?) 


„ seiigalea IMak. 


„ nobilis Lour. 


)J 


„ soesoe M. 


„ medica L. 


?> 


., swangi M. 


„ hystrix DC. 


>» 


,, taai hiijam M. 


J) 5) J> 


» 


,, tinigara T. 


„ limonellus Hsskl. 


>) 


„ titigela T. 


„ hystrix DC. 


)» 


„ tjina M. 


„ aurantium Lam. 


;; 


Lempoeng S. 


Argemone mexicana L. 


Papaveraceae. 


Lenat Amb. 


Semecarpus cassuviura Spr. 
„ anacardium DC. var. 


Anacardiaceae, 




[angustifolium. 


IJ 


„ frangi Amb. 


?) j) M }) jj 


?j 


Leiiga J. BI. 


Sesamum indicum L. 


Bignoniaceae. 


Leiigkeng (?j R. 


Neplielium loiiganum Cmbss. 


Sapindaceae, 


Lengoeng 131. 


Marlea Exb. spec. 


Alangieae. 


Leiigsar S, 


Irina glabra BI. 
„ tomentosa BI. 


Sapindaceae. 


Lepoer (?) 


Embelia clusiaefolia Miq. 


Myrsineae, 


Leuntja S. 


Solanum nigrura L. var. pu- 






[berulum Hsskl. 


Solanaceae. 




,; „ L. var. g mela- 






[nocerasum Dun. 


?» 




„ lycopersicum Dun. 


'j 


„ badak S. 


,j pubescens Wld. 


?) 


, ., bonglot S. 


„ denticulatum BI. var. d 


>j 


„ komier 8. 


,, uliginosum BI. 


?> 




Lycopersicum esculentum Mill. 


V 




„ Humbüldtii Dun. 


?J 



170 



Inlandsclie 
Naam. 



Botanische benamin;:^. 



Katuurlijbe 
Familie. 



Lewer Bd. of 
Lewier Bd. 
Liada O.Cr. 
Lian M. Amb. 
Libe haloen Bon. 
Lida aijam M. ü. 



„ andjing Bd. 
„ bebekS.M.R. 



„ boeaifa R, 

„ lida R. 
Lien Ch. 
Lijitohoe Ht. 
Liketan J. 
Lili T. 
Liluwi T. 
Lima toerie Alf. 
Limoes M. 

Limoh S. 

Linat of Linata Amb. 



Lingoa ]M. of 
Lingoo M. 
Linjal J. 
Linrapa Mak. 
Liong-sjong-hoe Ch, 
Lipo M. 
Lipa S. 
Lipoeng S. 
Lire T. 
„ -lire T. 



zie Lenat Amb. 
Pterocarpus flavus DC. 
Ventilago maderaspatana Wld. 
Yitex indica L. 
Polygala (Blepharid.) javana ÜC. 
Pachycentron constrictum BI. 
Spermacoce scaberrima BI. 
Vernonia cinerea Less. 
"Whitea oblongifolia BI. 
Renanthera matutina BI. 
Aërides matutina BI. 
Opuntia magnifolia. 
Agave vinifera (L ?) 
Bauhinia corymbosa Rxb. 
Nelumbium speciosum Wld. 
Alstonia scholaris RBr. 
Spilanthes rugosa BI. 
Basella rubra L. 
Casuarina equisetlfolia L. 
Exocarpus phyllantoides Endl. 
Mangifera indica L. var. 

„ foetida Lour. 
Tetranthera citrata Ns. 
Semecarpus cassuvium Spr. 
„ anacardiura DC. var. 
[angustifolium. 

Pterocarpus indicus DC. 
Colocasia anti quorum Schott. 
Emilia sonchifolia BC. 
Caesalpinia pulcherrima L. 
Eicus septica L. 
Nipa fruticosa Thnb. 
Phrynium L. spec. 
Bueilia repanda L. 
„ alternata Brm, 



Papilionaceae. 

Rhamneae. 

Ampelideae. 

Polygaleae. 

Melastomaceae. 

Rubiaceae. 

Compositae. 

Gesneriaceae. 

Orchideae. 

)) 
Cacteae. 
Amaryllideae. 
Papilionaceae. 
Xelumboneae. 
Apocynaceae. 
Compositae. 
Chenopodeae. 
Casuarineae. 
Anthoboleae. 
Anacardiacoae. 

Laurineae. 
Anacardiaceae. 



Papilionaceae. 

Aroideae. 

Compositae. 

Papilionaceae. 

Moreae. 

Palmae, 

Cannaceae. 

Acanthaceae. 



171 



Inlandsche 
Kaam. 


Botanische benaming. 


Natuurlijke 
Familie. 


Lisoe lalakki (?). 


Hedycarpus Jck ? , spec. nova. 


Sapindaceae. 


Lite Ht. 


Alstonia scholaris E Br. 


Apocynaceae. 


Litchi M. E. Ch. 


Nephelium litchi Cmbs. 


Sapindaceae. 


Loa S. 


Ficus lucescens BI. 


Moreae. 




„ infectoria Ewdt. 


7» 


Lobak S. E. 


Eaphanus caudatus L. 


Cruciferae. 


Lobe-leijposso Amb. 


Nepenthes phyllamphora Wkl. 


Nepentheae. 


Lobi-lobi assam M.ll. 


Flacourtia sapida Eyb. 


Bixaceae. 


„ „ manies M.R. 


„ cataphracta Exb. 


?> 


,. „ sepot M. E. 


„ jangomas Gml. 


5> 


Loeffe-loeffe T. 


Ocimnm gratissimum L. 


Labiatae. 


Loelioe Ht. 


Arenga saccharifera Lab. 


Palmae. 


Loekoet tjai S. 


Lemna minor L. 


Lemnaceae. 


Loelajo T. 


Graptophyllum horten se Ns. 


Acanthaceae. 


Loeleba T. 


Bambusa verticillata BI. 


Gramineae. 


Loeloean saple J. 


Sisyrinchium latifolium Sw. 


Irideae. 


Loeloehan Mak. 


Ocimum gratissimum L. 


Labiatae. 


Loeloen Ht. 


Heritiera littoralis DC. 


Sterculiaceae. 


Loeloena toa Bd. 


Clerodendrum infortunatum Bk 


Yerbenaceae. 


Loemis Bg. 


Mangifera minor BL 


Anacardiaceae. 


Loemboe J. 


Dioscorea alata L. 


Dioscoreae. 


Loemboei Jl. 


riagellaria indica L. 


Flagellarieae. 


Loemoe Mak. 


Heritiera littoralis DC. 


Sterculiaceae. 


Loeraoet J. E. 


Limnophila sessiliflora BI. 


Scrophularineae. 


„ meragan J. 


Licranum nanum Müll. 


Brjaceae. 


„ Avarakas J. 


Fissidens filicinus Dz. & Mb. 


}; 


„ watoe. 


Schlotheimia gonorrhyncha Dz. 






[& Mb. 


?j 


Loenga tarabang J. 


Acaijpha densiflora BI. 


Euphorbiaceae. 


Loentas M. E. 


Pluchea indica Less. 


Compositae. 


Loessa-radja M. 


Brucea sumatrana Exb. 


Xanthoxylaceae. 


Loetoe Bd. 


Dioscorea alata L. 


Dioscoreae. 


Loetröa Amb. 


Datura L,, spec. plurim. 


Solanaceae. 


Loettoen Ht. 


Jambosa domestica Emph. 


Mjrtaceae. 


Lofitti T. 


Acaijpha densiflora BI. 


Euphorbiaceae. 


„ saloe uhi T. 


„ betulina Wld. 


>; 




„ caturus Bi. 


JT 



p 



172 



Inlandsche 
Naam. 


Botanische benaming. 


Natuurlijke 
Familie. 


Lolioessool llt 


Garcinia cornea DC. 


Clusiaceae. 


Lokan lokan M.Sum. 






[Wk. 


Vangueria spirostylis Miq. 


Rubiaceae. 


Lokhsa S. 


Conoceplialus suaveolens BI. (fe- 






[mina). 


Artocarpeae. 


Ijolan Amb. 


Caesalplnia sappan L. 


Fapilionaceae. 


,, all uk Ht. 






laijnulii Ht. & 






., panteij M. 


Sopbora beptapbYlla L. of 


?; 




„ tomentosa DC. 


J> 


Lalaroe M. Mol. 


Ivhizopliora conjugata L. 


Rhizophoreae. 




Bruguiera Rurapliii VA. 


5> 


„ tommabangaT 


Mangifera laxiiiora Desrouss. 


Anacardiaceae, 


Lol in Amb. 


Diospjros ebenum Ktz. 


Ebenaceae. 


LoUoh-hener S. 


Monstera cannaeformis Schott. 


Aroideae. 


„ keboh B. 


Scindapsus pertusus Scliott. 


?j 


„ moending S. 


}) >j 


?j 


,, moujet S. 


„ Schott. spec. 


., 


Loloro T. 


CouYolvulus bilobatus Ryb. 


Convolvulaceae. 


Lom 0. J. 


Cathormion moniliferum Ilsskl. 




Lomba J. 


Pi per peltatum L. 


Piperaceae, 


Lombok J. 


Capsicum anniium L. 


Solanaceaco 


„ seetan J. 


., fastigiatum L. 


?j 


Longpon o; ? 


Colocasia antiquorum Schott. 


Aroideae, 


Lontar M. R. 


Rorassus flabelliformis L. 


Palmae, 




Saribus rotundifolius Bi. 


» 


„ oetan M. 


Corypha sylvestris BI. 


7> 


Loo-oetan J. 


Banisteria benghalensis L. 


IMalpighiaceae. 


Lopan S. M. 


Trichosanthes costata BI. 


Cucurbitaceae, 




Bryonia scabrella L. 


5J 


Lo-pit Ch. Bo. 


Raphanus caudatus L. 


Cruciferae. 


Loré-mingarot J. 


Polygonum rhizocaulon de Br. 


Polygoneae. 


Lorin Lt. 


Diospyros ebenum Rtz. 


Ebenaceae. 


Löro-setoe J. 


Andropogon muricatus Rtz. 


Grainineae. 


„ -wedoe J. 


Adhadota beton i ca Ns. 


Acanthaceae. 


Lorok J. 


Sapindus rarak DC. 


Sapindaceae. 


Los§a-loss£i Amb. 


Bonnaya veronicaefolia 3prg. 


Scrophularineae» 



173 



Iiilandsclie 
Naam. 



"Botanische benamino; 



Natuurlijke 
3^\"imilie. 





Grntiola lucida Rxb. 


Scropbularineac. 




Dentella repens Frst. 


j> 


Lossal UI. 


Cedrela febrifuga BI. 


Cedrelaceae. 


Lotü-lüto M. 


Carniosperniuirx helicacabum L. 


Solanaceae. 




Physalis indica ]jam. 


j) 


Lottu-lottu Amb. 


Sphaerococcus lichenoides Ag. 






[var. b tenuis Ag. 


Florideae. 


Lou-lite Amb. 


Lactaria salubris Rmph. 


Apocynaccac. 


J.ou-lou-idje T. 


Arundo L. spec. 


Gramineae. 


Lour lit. 


Casuarina equisetifolia L, 


Casuarineae. 


Louw T. 


Melocanna humilis Rupr. 


Gramineae. 


LuDga tambaiig J. 


Acalypha densiflora BI. 


Euphorbiaceae, 


JAingsir S. 


Nepbelium altissimum T. & Bndk. 


Sapindaceae. 


Luiiijar J. 


Urtica longifolia L. 

M. 


Urticaceac. 


i\[aa kikiri Amb. 


Cyathea arborea AYld. 


Polvpodiaocae. 


]\lannuno Amb. 


Corypha sylvcstris 1)1. 


Falmae. 


Mtiboa pantey Amb. 


Mucuna gigantea DG. 


Papilionaccae. 


Mada kakka '^T. 


Bauhinia lingua DG. 


f) 


Madang dammar 






[Sum. Wk. 


Mappa moluccana Sprg. 


Euplioi'biaceae, 


Madikapo T. 


Conyza balsamifera BI. 


Composit.'ie. 


Madja J. M. R. 


Feronia elephantum Corr, 


Aurantiaceae, 




Aegle marmelos Rxb. 


j) 


„ bun wila Mak. 


?J 5) )> 


}) 


Madjanang Mak. 


Erythrina indica Lam. 


Papilionaccae» 


Madjo ï. 


Barringtonia speciosa L. 


]\[yrtaccae. 


Madjono;-oetan T. 


Cycas pectinata Ilmlt. 


Cy cadeaceae. 


Madori^M.J. ifiBl. 


Calotropis gigantea RBr. 


Apocynaceae. 


Magay S. 


Solanum pseado-saponaceuin BI. 


Solanaceae. 


]\Tagori tonkin M. 


Pergularia odoratissima 8)n. 


Asclepiadeae. 


Muhee Ti. 


Aioorphopliallus cam])anulat. BI. 


Aroideac. 


I^Ialioa. pantey Amb. 


INlucuna nigricans S(d. Nom. 


Papilionacoae, 


Mahoe-lapia Amb. 


Astronia papetaria Bi. 


Mclastomaceac, 



174 



Inlandsche 


Botanische benaminsr. 


Natuurlijke 
Familie. 


Kaam. 


^wu ** «V- ^ s^ *"0* 


Malioen S. 


Pavetta indica L. 


Rubiaceae. 


Mahuëwan Ht. 


Sterculia urceolata Sm. 


Sterculiaceae. 


Maja J. 


Aegle marmelos Rxb. 


Aurantiaceae. 


Majana J. 


Coleus scutellarlodes Bnth. 


Labiatae. 


„ boessoek. 


Pogonostemon auricularia Hsskl 


j> 


„ cetan M. 


»> » » 


IJ 


Majassa Man. 


Corypba sylvestris BI. 


Pal ma e. 


Majoerat T. 


Garcinia cochinchinensis DC. 


Clusiaceae. 


Makelan Ht. 


Dehaasia media BI. 


Laurineae. 




Machilus odoratissimus Ns. 


}) 


Makila Lt. en 






Makilan Lt. 


zie Mak elan Ht. 




„ dawonketjilM. 


Tetranthera angustifolia BI. 


IJ 


Makka Mol. 


Aren ga saccharifera Lab. 


Palmae. 


„ foeta Br. 


Excoecaria agallocha L. 


Eupborbiaceac. 


Makka hita Cr. 


5J ?) ?) 


IJ 


Makkaë Amb. 


Arenga sacckbarifera Lab. (ha- 






[rig weefsel). 


Palmae. 


Makkalium Bd. 


Arerrlioa carambola L. 


Oxalideae. 


]\[akkanoenoet Amb. 


Corypba sylvestris Bi. 


Palmae. 


Makkey Amb. 


Zingiber cassumunar Rxb. 


Zingiberaceae. 


jNlakkou M. 


Eclipta erecta L. 


Compositae. 


Makoei M. 


Globba uviformis L. 


Zingiberaceae. 


„ malakka M. 


Alpinia malaccensis Rxb. 


11 


Makoepa PhiL 


Jambosa vulgaris DC. 


Myrtaceae. 


Mak -se Ch. Bo. 


Lactuca vulgaris L. 


Compositae. 


Ma-k Hu ah. 


Broussonetia papyrifera Vent. 


Moreae. 


Malahuol Ht. 


Ficus bengalensis L. 


jy 


Malahuur Lt. 


?j 11 IJ 


)j 


]\Ialaka J. 


ürophyllum corymbosum Kortb. 


Rubiaceae. 


Mak.kkaS.M.R.Mak. 


Garcinia cornea BC. 


Clusiaceae. 




Emblica 'officinalis Grtn. 


Euphorbiaceae. 


Malamnhoelo Lh. 


Ficus bengalensis L. 


Moreae. 


Malaparie M. 


Pterocarpus flavus DC. 


Papllionaceae. 


Malataul Amb. 


Carapa moluccensis DC. 


Meliaceae. 


Malatti S. M. R. 


Jasminum sambac L. 


Jasmineac. 


., aroy R. 


., crassifolium BI. 


>; 



175 



Inlandsclie 
Naam. 


Botanische benaming. 


Natuurlijke 
Familie. 




Jasminum scandens Ylil. 


Jasmineae. 


Malatti gambier oe- 






[tan M. R 


„ glabruisculum BI. 


;) 


„ goeiioeiigS.M.R. 


„ tindulatum ^Yld. 


j) 


„ kosta S, 


Guettarda sgsciosa L. 




„ leuwung S. 


Tabernaemontana L. spec. bant. 
Apocynaceae Lindl. spec. bant. 


Apocynaceae. 


„ oetan M. 


Clerodendrum fragrans Vent. 






[pleniflora. 


Yerbenaceae. 


„ soesoen S. R. 


Jasmin. sambac L. flore pleno. 


Jasmineae. 


„ toempoek M. 


zie Mal. oetan M. 




,. toenkat M. 


Pergularia odoratissima Sm. 


Asclepiadeae. 


„ toDgkeng S. 


» » j) 


j) 




5, minor Andrs. 


}> 


„ T^'olanda M. 


zie Mal. oetan M. 




Malepinan Amb. 


Pothos gracilis Rxb. 


Aroideae. 




Scindapsus macrostycbia Z. &M. 


M 


Malgi M. (?) 


Hibiscus syriacus L. 


Malvaceae. 


Maling-maling Bg. 


Aralia chinensis L. 


Araliaceae. 


Malisa-kamoel Ht. 


Piper longum Dtr. 


Piperaceae, 


Maloe Amb. 


Evia amara Commers. var. h tu- 






[berculosa. 


Spodiaceae. 


Ma-li-pha Ch. Bo. 


Jasminum sambac L. 


Jasmineae. 


Malorie Amb. 


jj »j jj 


fi 


Mamacli Men. 


Leea rubra BI. 


Ampelideae. 


Mamaniran S. M. 


Hedyotis coerulea Rwdt. 


Rubiaceae. 




Aeschynomene indica L. 


Papilionaceae. 




Euphorbia thymifolia Wld, 


Euphorbiaceae. 




Phyllantus nuriri L. 


)> 


„ poetie R. 


Portulaca quadrifida L. 


Portulaccaceae. 


Mamankokan M. & 






Mamanoekan R. 


Notliopanax cocbleatum Miq, 


Araliaceae. 


Mam el en Amb. 


Cadamba nocturna Hmlt. 


Rubiaceae. 


Mamiki panté Bel. 


Dendrolob. umbellatum W. & A. 


Papilionaceae. 


Mampelaan M.R.Bd. 


Mangifera indica L. 


Anacardiaceae. 


Manaër J. 


Ixora alba L. 


Rubiaceae. 


Manas BI. 


Aiianassa sativa Lindl, 


Bromeliaceae. 



17C 



iDlandsclie 
Naam. 



Bolanisclie benam in 2:. 



Natuurlijke 
Familie. 



Mandakakki (?). 

jVIandalaksa S. 
Mandalika S. R. 
IMandiki R. 
Mandira R. 
Manga M. II. 



., ambatjang M. 

., aijer M. 

., bappang M. S. 

„ bembem M. S. 
5, ben gala M. 
., benjala (?). 
j, besaar M. S. 
„ betoel M. S. 
,, bomba M. S. 
., brava J. 
., budjo M &. 
„ buzjo M. 
., daging M. 
j, deropong M. S. 
,, doedol M. S. 
„ gedeli M. S. 
., hattie M. 
., kaaijer M. 
„ kalapa M. 
,, kawelineh M. 8 
,, kawini S. M. J. 

,, maas S. M 
., kidang M. 
i koekoeloeS.M 



Tabernaemont. divaricata l\Br. 
„ coronaria RCr. 

Platea excelsa l5l. 

Artocarpus rigida L, 

Citrullus edulis Spch. 

Ficus Rumphii BI. 

Mangifera Linnaei Kths. 
,, foetida Lour. 
„ indica L. 

., „ L. var. b domestica. 
,. foetida L. var. b sphae- 

[roidea. 
;, laurina BI. var. o aquosa 
„ „ BI. var. c marunga. 
,. indica L. var. e bapang, 
,, laurina BI. var.p bembem 
,, indica L. var. c compressa. 
., L. var. maxima Ilsskl. 

„ foetida Lour. var. cl kawini 
,. laurina BI. var. th niela 
,. foetida Lour. var. e bombom 

Cerbera lactaria Hmlt. 

Man£ïifera laurina BI. 

„ foetida TiOur. var. cmollis 

„ laurina Bk var. d deropong. 

,. indica L. var. c doedol. 

„ foetida Lour. var. d kawini. 

„ laurina BI. var. z teloor. 

., indica L. var. i kayer. 

„ „ L. var. d kalapa. 

j, foetida Lour. var. d kawini. 

5j !> Lour. ,, „ „ 
Cerbera odallam Hmlt, 
Maiigif foetida Lour. var. d kawini 

., indica L. var. (h kidang. 

., laurina BI. var. d deropong. 



Apocjnaceae. 

Olacineae. 

Artocarpeae. 

Cucurbitaceac. 

Moreae. 

Anacardiaceae. 



Apocvnaceae. 
Anacardiaceae. 



Apocvnaceae, 
Anacardiaceae. 



177 



lulanclsclie 
Naam. 


Botanische benaming. 


Natuurlijke 
Familie. 


Man^j^a maroen^a M. 


Mangifera laurina BI. var z. ma- 




[S. 


[runga. 


Anacardiaoeae. 


„ marunda S. 


„ „ BI. var. /: marunda. 


?) 


„ meiijala M. 


,, indica L. var. c compressa. 


7> 


,, moDJet M. 


„ laurina BI. 


>5 




Anacardium occidentale L. 


)) 


„ niela M. S. 


Mangif. laurina BI. var. tli niela. 


n 


,, oedang M. 


„ ., BI. var. 6microcarp. 


j.» 


„ oetan M. R. 


„ membranacea L. 


}> 




„ macrocarpa BI. 


)) 




„ giauca BI. 


)» 


„ pappan E. 


„ indica L. var. q bapang. 


?> 


,j parrie M. S, R. 


„ laurina BI. 

„ macrocarpa BI. var. par- 


?j 




[rie BI. 


)» 


„ pilt S. M. 


„ laurina BI. var. ij piit. 


j» 


„ sangier M. S. 


„ „ BI. var. V sangier. 


j> 


„ sentok S. M. 


„ „ BI. var. 2? sentok. 


jj 


„ taai koeda S. M. 


„ „ BI. var. ^ globularia. 


?> 


„ temoe lawak S. 


„ „ BI. var. z teloor. 


j» 


„ telor M. 


j> i> 1") :: >> ^1 


♦> 


,, Avangie M. 


,, indica L. var. c gratissima. 


)» 


Mangana meirali ? 


Loranthus sphaenoideus BI. 


Loranthaceac. 


Maiigarawang S. 


Polyosma velutinum BI. 


Saxifragaceae. 


Mangandoe S. 


Loranthus L. spec. 


Loranthaceae. 


Mangender S. 


Salacia oblongifolia BI. 
Hippocratea indica Wld. 


Hippocrateaceae. 


Mangi-mangi M. R. 






[Amb. 


Bruguiera Ruraphii BI. 


Rhizophoreae. 


., „ akkai' i\l. 


Rhizophora mucronata Lam. of 


?) 




„ candelaria DC. 


5> 


„ „ bonga M. 


Aegiceras floridum R. & S. 


Aegicereae. 


„ „ goenoDgAmb 


Acacia mangium L. 


Mimoseae. 


,, „ ketjil M. 


Aegiceras majus L. 


Aegicereae. 


„ „ laki-laki M. 


zie Mangi-mangi akkar M. 




„ „ oetan M. 


Mangifara laxiflora Desrouss. 


Anacardiaceae. 


„ „ ,, Amb. 


Acacia mangium L. 


Mimoseae. 



DL. XIX. 



12 



178 



InlandscliG 
Naam. 


Botanische benaming. 


Natuurlijke 
Familie. 


Mangi-mangi pado- 






[mara M. 


Sonneratia acida L. fs. 


Myrtaceae. 




„ alba DC. 


>» 


„ „ poetle M. 


Avicennia tomentosa Wkl. 


Avicennieae. 


„ ,j tjengkej M. 


Kanilia (Bruguiera) caryophyl- 






[loides BI. 


Rkizopkoreae. 


Mangiet M. 


Ehizophora conjugata D. 


5> 


Maiigies M. R. 


Garcinia mangostana L. 


Clusiaceae. 


„ laut M. 


„ L. spec. bantam. 


)> 


„ leuwung M. S. 


„ javanica BI. & aliae. 


)) 




„ L. spec. bantam. 


1) 


„ oetan S. 


„ javanica BL 


» 


Mangkoedoe M. E. 


Morinda bracteata Rxb. 


Kubiaceae. 




„ citrifolia L. 


>» 


IManglar S. 


Quercus Jungkuhnii Miq. 


Cupuliferae. 


Mangliet S. R. 


Michelia Doksopa Buch. 


Magnoliaceae. 




„ glanca Bi. 


j> 


„ bener S. 


„ pubinervia BI. 


1) 


„ betoel S. 


„ BI. 


V 




„ rufinervis BL 


7f 


„ boddas S. 


„ montana BI. 


1) 


Maiigoe S. 


zie Mangies M. 




„ leuwung S. 


Fagraea morindaefolia BI. 


Loganiaceae. 


Man gong S. 


Stalagmites javensis Endl. 
„ dulcis Don. var. b syl 


Clusiaceae. 




[vestris Hsskl. 


;/ 


Mangostan Europ. 


zie Mangies M. 




„ oetan M. 


Garcinia celebica DC. 


» 


jManguba Jkl. 


Mucuna pruriens DC. 


Papilionaceae. 


]\Ianienjoh M. J. 


Gnetum gnemon L. 


Gnetaceae. 


„ oetan M. J. 


)) ii >) 


>» 


Manila Amb. 


Hibiscus rosa sinensis L. 


Malvaceae. 


jNIanis ridjo J. 


Thibaudia vulgaris BI. 


Ericaceae. 


Manja S. J. 


Androscepia gigantea Brngt. 


Gramineae. 


„ boddas S. 


?? ?) »i 


1) 




Antkistheria mutica HsskL 


)) 


,, burrum S. 


„ ciliata L. 


;; 



179 



Inlandsche 
Naam. 



Botanische benawin; 



Natuurlijke 
Familie. 



Maujil S. 
Manoa M. 

„ papoea Amb. 
Manoe taijn Amb. 
Man ta ij 11 Amb. 
Manjarakan gedeh S, 
Mantjiro Sum. Wk. 
Maoen J. 
Maobobo Amb. 
Maoha Amb. 

„ abbar Amb. 
Mar J. 

ALaramia Mak. 
Maranginang S. 



„ bocldas S. 
Marassi S. 

Marboo M. of 
Merbouw R. 
Mardeni T. 
Mare Lh. 

Marela Ilt. 

Maremeh aweweh S 
„ lumboet S. 



„ mienjak b. 

Maridjan J. 
Marisa ammo Lt. 
Maritja M. 
„ amme Lt. 



Eriocaulon octangularc Rwdt. 
Auona reticulata L. 

„ asiatica L. 
Lorantbaceae Mrs. 
Pandanus conoideus Lam. 
Poa chinensis ï. 
Mappa stricta R. & Z. 
Pavetta macrophjlla 131. 
Mucuna prurita Hk. 
Dolichos uno;uiculatus Lour? 
Mucuna pruriens DC. 

J» 5» JJ 

Melanthes rubra BI. 
Ficus nitida ïhnb. 
Canarium donticulatum BI. var. 

[b latifülia. 
Epicharis densiflora BI. 
Dysoxylon simile BI. 
Curculigo recurvata Drjand. 
„ minor Kwdt. 

Intsia amboinensis DC. 
Impatiens balsamina L. 
Commersonia echinata Trst. of 

„ javensis G. Don. 
Deliaasia media BI. 
Machilus odoratissimus Ns. 
Bradleja macrocarpa Ilsskl. 
Aganaya multiflora Ilsskl. 
Melantlies racemosa BI. 
Bradleja rubra Std. 

,. arborescens Std. 
Gentiana quadrifaria BI. 
Piper longum Dtr. 

„ nigrum L. 

,; longum Dtr. 



Eriocauloneae. 
Anonaceae. 



Pandaneae. 

Gramineae. 

Euphorbiaceae. 

Kubiaceae. 

Papilionaceae. 

)> 
1) 

Euphorbiaceae. 
Moreae. 

Burseraceae. 
Meliaceae. 

Hypoxideae. 



Papilionaceae. 

Balsamineae. 
Büttneriaceae. 

Laurineae. 

)» 

Euphorbiaceae. 



Gentianeae. 
Piperaceae. 



180 



Iiilandsclie 
Naam. 



Botanische benamine:. 



Natuurlijke 
Familie. 



Markisat gedeh S. 

„ lêtik S. 
Maroerang Amb. 
Marokka T. 

„ nonau T. 

Maron Sum. 
Marong S, 
Marra S. 

., boddas S. 



5, burrum S. 

„ mienjak S. 
Martahul Amb. 
Massen Cr. 

Massoessoe Amb. 
Massooi M. 
Mata au we Amb. 

„ bagoes M. 

,, boeta R. 

,, lüaiig S. 

„ „ koetjlngS. 

„ hoeli Amb. ói 

,, lioeri Amb. 

j, kantjil M. 

,. koetjing M. R, 

„ mata Mak. 



„ oedang 



M. 



„ soetji J. 
„ tekel Men. 
Matjaiin J. 



Passiflora alata Ait. 
„ laurifolia L. 
Clerodendrum infortunatum BI. 
Sterculia urceolata Sm. 

foetida AVld. 
Acalypha mappa AYld. of 
Kottlera tanaria lisski. 
Tridesmis foamosa Khs. 
Cratoxylon Hornschuchii BI. 
Kottlera tanaria Hsskl. 
Mappa tomentosa BI. 

5J 5J ?> 

„ d^nticalata BI. 

„ albicans BI. 
Pachjstemon trilobum BI. 
Hernandia sonora L. 
Carapa moluccensis DC. 
E via amara Commers, var. h tu- 

[berculosa. 
Citrus nobilis Lour. 
Cinnainomum xanthoneurum BI 
U varia tripetaloidea Dun. 
Ficus pilosa Rwdt. 
ExcoGcaria agalloclia L. 
Caesalpinia nuga Ait. 
Mepliitidia cyanocarpa DC. 

Excoecaria agallocha L. 
Salacia prinoides DC. 
Labianthus oculus cati Rwdt. 
Cardiopteris moluccana BI. 
Dioscorca Cliffortiana Lam. 
Cissus glauca Rxb. 

5, crcnata BI. 
Kaempferia rotunda L. 
Cassia alata L. 
Quercus infectoria L. (nuces) 



Passifloreae. 

» 
Verbenaccae. 
Sterculiaccae. 

Euphorbiaceae. 

Ilypericineae. 

IJ 
Euphorbiaceae. 



Hernandiaceae> 
Meliaceae. 



Aurantiaceae. 

Laurineae. 

Anonaceae. 

Moreae. 

Euphorbiaceae 

Papilionaceac. 

Rubiaceae. 

Euphorbiaceae. 

Hippocrateaceae. 

Rubiaceae. 

Dioscoreae. 
Ampelideae. 

Zingiberaceae. 
Fapih'onaceae. 
Cupuliferae. 



181 



Inlandsche 
Naam. 


Botanische benaming. 


Natuurlijke 
Familie. 


Matjang meelang an- 






[toe R. 


Mangifera foetida Leur. 


Anacardiaceae. 


Mattahe Lh. en 






Mattahoe malamaho 






[Lh. 


Ficus bengalensis L. 


Moreae. 


Mattoea massin Bel. 


Sophora tomentosa DC 


Papilionaceae; 


Maulanit Ht. 


Verbesina moluccana B\. 


Compositae. 




AYoUastonia strigulosa DC. 


>j 


Mebinso M. 


Gnetum gnemon L. 


Gnetaceae. 


MedangkoeningPal. 


Phoebe? nitida BI. 


Laurineae. 


„ lessoe Pal. 


Parthenoxylon porrectum BI. 


;j 


„ sroc Pal. 


Phoebe ? liolosericea BI. 


JJ 


Menahoe koehoe Lt. 


Adenanthera circinata DC. 


Miraoseae. 


Menampa Cel. 


Dillenia elliptica DC. 


Dilleniaceae. 


Medja R. 


Heliconia blhai L. 


Musaceae. 


Medjawa S. 


Macropanax oreophilum Miq. 


Araliaceac. 


Medini J. 


Gre\Yia oblongifolia BI. 


Tiliaceae. 


Medinjo J. 


Gnetum gnemon L. 


Gnetaceae. 


Medsoeardan J. 


Hedjotis venosa Korth. 


Rubiaceae. 


Méh-tjien Ch. 


Strychnos nux vomica L. 


Loganiaceae. 


Meha hatole Lh. 


Bidens Wallichii DC. 


Compositae. 


Mehana M. 


Coleus ingratus Bnth. 


Labiatae. 


Mehoe hoa Lh. 


Cocculus lacunosus DC. 


Menispermaceac. 


„ huae Lh. 


Sanseviera fruticosa AVld. 


Liliaceae. 


„ mamulin Lh. 


Ruellia alternata Brm. 


Acanthaceae. 


Mehoelato Ht &. 






Mehoetana hane Ht 


Plumbago rosea L. 


Plumbagineae. 


Mehuaul Lh. 


Peristrophe tinctoria Ns. 


Acanthaceae. 


Mehulepia Amb. 


Astronia papetaria BI. 


Melastomaceae. 


Melen Amb. 


Cadamba nocturna Hmlt. 


Rubiaceae. 


Melinjoe J. 


Fagraea subreticulata BI. 


Loganiaceae. 


Memeuigran S. 


Psychotria rhinocerotis Rwdt. 


Rubiaceae. 




Chasalia montana Miq. 


?) 


Memmaniran S. 


Aeschynomene puraila DC. 


Papilionaceae. 




Euphorbia thymifolia L. 


Euphorbiaceae. 


„ leutiek 8. 


Portulaca quadrifida L. 


PortuLiccaceae. 




,, meridiana DC. 


7 f 



182 



Inlandsclie 
Naam. 



Botanische 



benaming. 



Natuurlijke 
Familie. 



Memeöngan S. 

Mcna-toeli-toeboeli 
[Lt. 
Mciulo J. 
Mengando M. S. 



badak S. 



„ katjibang S. 
,, koetjoewoengl 
„ manjal S. 



seringan S. 
taai boerono-S 



Menger Bantam. 
Men-zkoewan K. 
]\Ieninga 11. 
Henjom boeloe Mak 
Menfi'koedoe Rd. M. 

o 

„ gantong Sum. 

j, padangM.Sum 
[Wk 
Menona Bd. 
Menteng S. 
Meöng dandang S. 

„ „ lietjie S. 
Merak (?). 
Merocn-T-iii K. 
Metsje Loeboe. 



Sophora crassifolia DC. 
Uraria crinita DC. 

Pithecolobium clj^pearla Bnth. 
Wallichia Horsfieldii BL 
Lepeostegeres gemmiflorus BI. 
Dendropbtoë fasciculata BL 

„ praelonga BI. 
Dentropbe umbellata Miq. 
Viscum articulatum Brm. 
Macrosolen sphaerocarpus BI. 
Fragraea minor Rwdt. 

yj auriculata Jck. 

„ javanica Rwdt. 
Elytbrante albida BI. 
Macrosolen formosus BI. 
Aeschjnanth. purpurascens Hk 

„ albida DC. 
Viscum oriëntale Wld. 
Dendropbtoë atropurp. G. Don. 

„ pcntandra L. 

Cratoxylon BL spec. bantam 
Pandanus furcatus Rxb. 
Gnetum gnemon L. 
Tropbis spinosa Bxb. 
Morinda citrifolia L. 



„ Teysmanniana Miq. 
Anona reticulata L. 
Pierardia racemosa BL 
Freycinetia Gaud. spec. 
„ imbricata BL 
„ strobilifera BI. 
Podocarpus Junghubniana Miq 
INIoringa pterygosperma Grtn. 
Licuala bissula Miq. 



Papilionaceae. 



Mimoseae. 

Palmae. 

Lorantbaceae. 



Viscaceae. 

Lorantbaceae. 

Loganiaceae. 

Lorantbaceae. 

Gesneriaceae, 

Viscaceae. 
Lorantbaceae. 

Hypericincae. 

Pandaneae. 

Gnetaceae. 

Artocarpeae. 

Rubiaceae. 



Anonaceae. 

Eupborbiaceao. 

Pandaneae. 



Taxineae. 

Moringeae. 

Palmae. 





183 




Inlandsclie 
Naam . 


Botanische benaming. 


Natuurlijke 
Familie. 


Miana M. 


Coleus bicolor Bntli. 


Labiatae. 


„ boessoek M, 


Dysopliylla auricularla BI. 


)) 


„ maas M. 


Coleus scutellarioides Bntli. 


» 


Miendrie J. 


zie Mindi S. 




Mienjan M. R. 


Styrax benzoin L. 


Styraceae. 


„ meirah M. J. 


Calamus draco L. 


Palmae. 


Miga-miga M. 


Ligusticum striatum Ptxb. 


Umbelliferae. 


Mi-jit Amb. 


Cyathea arborea Wld. 


Polypodiaceae. 


Mika-mikan Amb. 


zie Miga-miga M. 




Miloe Btj. 


Zea majs L. 


Gramineae. 


Miloe-miloe J. 


Canna indica L. 


Cannaceae. 


Mimboo M. 


Melia azedarach L. 


Meliaceae. 




„ azadirachta L. 


>) 


^Ilmiran S. 


Oreocnide (Urtica) sylvatica Miq. 


Urticaceae. 


Mindi S. 


Melia excelsa BI. 


Meliaceae. 




„ japonica Don. 


)> 


„ boddas S. 


Meliosma lanceolata BI. 


Meliosmeae. 


Miendoengan J. 


Xyris L. spec. 


Xyrideae. 


Minibatoe ketjil Lli 


Begonia tuberosa Drjand. 


]>egoniaceae. 


JNlinjalilen J. 


Cupania minjalilen BI. 


Sapindaceae. 


Minjassal oenting T. 


Cyperus kyllingiaeoides R. & S. 


Cyperaceae. 


MIan-sjoe Ch. Bo. 


Asclepias curassaA'ica L. 


Asclepiadeae. 


Mo-a Ch. 


Sesamum indicum L. 


Bignoniaceae. 


Moa T. & 






Moan T. 


IMaranta dichotoma Wld. 


Cannaceae. 


Modoessan J. 


Gnaplialium javanicum DC. 


Compositae. 


Modjo J. 


Aegle marmelos Rxb. 


Aurantiaceae. 


T 


Barringtonia speciosa DC. 


Myrtaceae. 


]\Iodori M. J. & BI. 


Calotropis gigantea RBr. 


Asclepiadeae. 


Mo e dj a J. 


Plumbago rosea L. 


Plumpagineae. 


Moedoe T. 


Evia amara Commers, var. h 






[tuberculosa. 


Spodiaceae. 


Moelioen S. 


Grumilea divergens Miq. 


Pubiaceae. 




Pavetta indica L. 


j> 


„ boddas S. 


„ macrophylla BI. 


j; 




Psycliotria L., spec. bantam. 


if 


„ gedeh S. 


Ixora L. spec bantam. 


7) 



184 



Inlandsche 
Kaam . 



Botanische benamiiiir. 



Natuurlijke 
Familie. 



Moehoen goenong S. 
[M. 

„ kahoeroeangS. 

„ lalakki S. 

„ lalakkina S. 

„ poetie M. 

„ woengoe S. 
Moek-wa Cb. Bo. 
Moelebuüe Ht. 

Mpeloet gagga M. 
Moemeniram J. 
Moendoe S. 
„ alias S. 

„ amies S. 

Moengsie J. 
Moentjang S. 
Moessoe of Mussu A, 
Mobutoe T. 

Mokal Amb. 

„ abua Amb. 
Mondong sapie J. 
Montsjonna Mak. 

Mora toppen S. 
Moral Amb. 
„ Lh. 

„ boboeloe M. 
Moran S. 
More-more Mak. 
Morfalla T. 
Mormosodo J. 
Mou Amb. 



Pavetta montana RT\'dt. 

,, javanica BI. 
Psychotria L. spec. bantam. 
Pavetta L. spec. bantam. 
Tabernaemont. sphaerocarpa BI. 
PsYchotria robusta BI. 
Carica papaya L. 
Commersonia echinata Frst. of 

„ javensis G. Don. 
Momordica subangulata BI. 
Urtica candicans Brm. 
Stalagmites dulcis Don. 

„ „ ^ „ var. a 

[edulis Hsskl, 
„ ',, „^ var, h 

[sylvestris Hsskl. 
Anethum graveolens L. 
Aleurites moluccana Wld. 
Ficus hispida BL 
Commersonia echinata Frst. of 

„ javensis G. Don. 
Scaevola Plumieri L. 
Toiirnefortia argentea L. 
Solanum involucratum BI. 
Arenga saccharifera Lab. (het 
[harige weefsel). 
Xanthoxylon rhizinoides BI. 
zie Mokal Amb. 
Crinum toxicarium Herbert. 
an „ asiaticum L. 
Tournefortia argentea L. 
Commersonia echinata Frst. 
Vitis indica L. 
Echinus trisulcus Lour ? 
Ccrdia subcordata L. 
Scindapsus macrostychia Z. & M. 



Rubiaceae. 

7) 

if 

Apocynaceae. 
Rubiaceae. 
Papayaceae. 
Büttneriaccae. 

j) 
Cucurbitaceae 
Urticaceae. 
Clusiaceae. 



Umbelliferae. 
Euphorbiaceae. 
Moreae. 
Büttneriaccae. 

Goodeniaceae. 

Asperifoliae, 

Solanaceae. 

Palmae. 
Zanthoxylaceae. 

Amaryllideae. 

5) 

Asperifoliae. 

Büttneriaccae. 

Ampelideae. 

Euphorbiacea. 

Cordiaceae. 

Aroideae. 



18! 



Jnlandsche 
Naam. 


Botanische benaming. 


Natuurlijke 
Familie. 


Mugraal S. 


zie Hoeroe mugmal S. 






Tetrantliera nitens BI. 


Laurineae. 




Litsaea Noronhae BI. 


5) 


„ aroy S. 
„ buiTum S. 


Erycibe paniculata Rxb. 
Cylicodaphne rubra BI. 


Erycibeae. 
Laurineae. 




Tetranthera rubra Ns. 


)j 


Mureila Ht. 


Dehaasia media BI. 


]; 




Machilus odoratissimus Ns. 


7» 


Muri-muri Lh. 


Costus speciosus Sm. 

N. 


Zingiberaceae. 


Na Ti. 


Pterocarpus indicus DC. 


Papilionaceae. 


Nadoe Bi. 


Amarantus polvgamus Wld. 


Amarantaceae. 




„ tristis Lour. 


>) 


NagassarieS.R.J.Bl. 


Acacia pedunculata L. 


Mimoseae. 




„ Farnesiana Wld. 


)i 




Achillea condensata Miq. 
Mesua ferrea L. 


Compositae. 
Clusiaceae. 


Nagassi J. 
Nakkil Cr. 


Erythrina dioica DC. 


Papilionaceae. 


Nala kiri Amb. 


zie' Na Ti. 




Naloer Bd. & 






„ naloel Amb. 


Commelina Rumphii Kostel, of 


Commelynaceae. 




„ bengalen sis L. Brm. 


•j 


Nam -nam S. M. R. 


Cynometra cauliflora L. 


Papilionaceae. 


„ „ oetan M. 
Nam poe S. 


„ L. spec. amboin. 
Schismatoglottis latifolia Miq. 


? 




Mitscherlichia Junghulmiana Miq 


Begoniaceae. 


„ J. 


Homalonema rubrum Hsskl. 


Aroideae. 


Nampong S. 


Xanthium inaequilaterum DC 
AYollastonia DC. spec. divers. 


Compositae. 


Nam-tjau Ch. Bo. 


Kaempferia galanga L. 


Zingiberaceae. 


Nanangka-an S. 
„ gedoh S. 


Euphorbia pilulifera L. 
„ tbymifolia L. 


Eupliorbiaceae. 


Nanas of Nannas M. 






[R. J. T. & Amb. 


Anauassa sativa Lindl. 


Bromeliaceae, 



186 



Inlandsche 
Naam. 


Botanisclie benaming. 


Natuurlijke 
Familie. 


Nanas idjoe M. K. 


Ananassa sativa Lindl. var. vi- 






[ridis Hsskl. 


Bromellaceae. 


„ kondeli M. E. 


„ „ „ var. poly- 






[cephala Hsskl. 


yj 


„ sabrang M. R. 


Agave Rumphii Hsskl. 


Amaryllideae. 


„ soerat M. R. 


Ananassa sativa Lindl. var. scrip 






[Hsskl. 


Bromeliaceae. 


„ tambaga M. E. 


„ „ „ var. rubens 






[Hsskl. 


1) 


„ toempangME. 


„ „ „ var.pyrami- 






[midalis Hsskl. 


» 


„ wolanda J. 


zie Nannas sabrang M. R. 




Nane Mak & Bi. 


Mimusops obtusifolia L. 


Sapotaceae. 


Nangka S. M. R. 


Artocarpus integrifolia L. 


Artocarpeae. 


„ beurriet S. 


» » ,, var. 


IJ 


„ boegang S. 


„ spec. bantam. 


» 


„ hollandaS.M.R. 


Anona muricata L. 


Anonaceae. 


NangkaïLii S. 


Phyllanthus nuriri L. 


Euphorbiaceae. 


„ lumboet S. 


„ quadrangulare Klein. 


j> 


Nangpong S. 


Siegesbeckia orientalis L. 


Compositae, 


Kangsi S. 


Boehmeria sjlvatica Hsskl. 


Urticaceae. 


o 


„ rubescens Hsskl. 


» 




Oreocnide (Urtica) sylvaticaMiq. 


it 


„ aroy S. 


Boehmeria repanda Hsskl. 


» 


„ lumboet S. 


Acalypha densiflora BL 


Euphorbiaceae. 


Nani Amb. 


Nania vera Miq. 


Myrtaceae. 


„ hoea Amb. 


Baccourea ramiflora Lour. 


Euphorbiaceae. 


„ merak Amb. & 






„ wajer Amb. 


Nania vera Miq. 


Myrtaceae. 


Nantahoele Amb. & 






[Huah. 


Lactaria salubris Rmph. 


Apocynaceae. 


Narawastoe R. 


Andropogon muricatus L. 


Gramineae. 


Narawatoe Bi. 


Pterocarpus obtusatus Miq. 


Papilionaceac. 


Nar in talie J. 


Tylophora laevigata Dcsn. 


Asclepiadeae. 


Narkol Bengal. 


Cocos nucifera L. 


Palmae. 


Narra Bi. 


Pterocarpus indicus DC. 


Papilionaceae. 


Nassi-nassi M. 


Dartus perlarius Lour. 


Solanaceae. 





187 




Inlandsche 
Naam. 


Botanische benaming. 


Natuurlijke 
Familie. 


Xau Amb. 


Otnntliera moluccana BI. 


Melastomaceae. 




Melastoma polyantlium BI. 


)) 


Nann BI. en 






Nawa Amb. Bd. 


Arenga saccharifera Lab. 


Palmae. 


Nela Lt. 


Tournefortia argentea L. 


Asperifoliae. 


Nenge S. 


Areca pumila Mrt. 


Palmae. 




Ptychosperma costata Miq. 


j) 


Nenoe Amb. & 






„ kerie Amb. 


Morinda bracteata Exb. 


Eubiaceae. 


Nepoe T. 


Tacca pinnatifida Frst. 


Taccaceae. 


New-djap Ch. Bo. 


Piper betle L. 


Piperaceae. 


Ngaro T. 


Kleinliovia hospita L. 


Büttneriaceae. 


Ngassie T. 


Dracaena terminalis L. 


Liliaceae. 


„ kototldi T. 


Sanseviera fruticosa AYld. 


IJ 


Ngauloe T. 


Poupartia mangifera BI. 


Spodiaceae, 




,, dulcis BI. 


;) 


Ngemblong S. 


Urostigraa odoratum Miq. 


? 


Ngenné S. J. 


Kibessia sessilis BI. 


Melastomaceae. 


Nhingeh S. 


Pinanga nenga BI. 


Palmae. 


Ngoe^soe T. 


Terminalia moluccana Lam. 


Combretaceac, 


Naiiari Bd. 


Canarium commune L. 


Burseraceae. 


„ Amb. 


„ sylvestre Grtn. 


1} 


„ mienjakli M. 


Pimela oleosa Lour. 


j) 


Km T. 


„ decumana El. 


jj 


Niamboe BI. 


Jambosa domestica Rmph. 


j\ryrtaceae. 


Kiboeng M. E. 


Areca nibung Mrt. 


Palmae. 




Caryota urens L. 


1) 




Calyptrocalyx spicatus BI. 


j) 


„ besaar M. 


Caryota Rumphiana BI. 


jj 


„ ketjil M. 


Ptychosperma Rumphii BL 


>; 


„ mei rail M, 


„ punicea Miq. 


>y 


„ „ ketjil M. 


„ saxatih's BI. of 


j; 




Pinanga oryzaeformis Emph. 


1} 


Niewel baboe Amb. 


Cocos nucifera L. var. pumila. 


11 


„ latoe Amb. 


„ „ L. var. regia. 


V 


„ loepoe Amb. 


„ „ L. var. pumila. 


11 


„ lopoe Amb. 


,. „ L var. machaeroides 


w 



188 



Inlaiidsclie 
Naam. 



Botanische benaming. 



Natuurlijke 
Familie. 



Nioera Cr. 
Niha T. &, 
Nija T. 

„ saniia Amb. 
Nijeri J. 
Nila M. R. 

Nini Ht. 

Ninipattoe Amb. 

Nioe BI. 

Nioli Bi. 

Nior R. 

Nipa M. R. Mak. 

Nirie S. 

Nitoe Amb. 

., alaii Lt. 

„ atoay Amb. 
Niwer Mol. 
Njam pioen g M. R. 

„ sabrang M. R 
Njam poog J. 
Njarang M. 



Njata S R. &. 
Njatoe S. 

Njatoech S. 
Nj en ging J. 
Njoema Ch. Bo. 
Noedjar J. 
Noeno anahan Amb 

„ assan Amb. 

j, hauesse poetie. 
[Amb 

„ launmauuAmb 



Cocos nucifera L. 

Canarium commune L. 
Otantliera moluccana BI. 
Carapa moluccensis Lam. 
Indigofera tinctoria L. var. a 
[macrocarpa. 
Maranta dicliotoma Wld. 
Averrliea carambola L. 
Cocos nucifera L. 



Nipa fruticosa Thnb. 
Carapa obovata BI. 
Pavonia zeylanica Cav. 
Nepenthes phyllamphora Wld 
Maranta dicliotoma AYld. 
Cocos nucifera L. 
Calopbyllum inophyllum L. 

„ Blumei. 

Imbricaria maxima Poir. 
Homalonema rubrum Hsskl. 
Achyranthes bidentata 151. var. 

[elongata. 
Desmoscliaeta prostrata DC. 

Sideroxylon nitidum BI. 
Pterospermum Schrb. spec. bant. 
Mimusops acuminata BI. 
Areca pumila Mrt. 
Sesamum indicum AYld. 
Tradescantia crassifolia Cav. 
Picus racemosa Vhl. 
„ nitida Thnb. 

„ tsjela Ilmlt. 
„ nitida Thnb. 



Palraae. 

Burseraceae. 

Melastomaceae, 

Meliaceae. 

Papillonaceae. 
Cannaceae. 
Oxalideae. 
Palmae. 



Meliaceae. 

Malvaceae. 

Nepentheae. 

Cannaceae. 

Palmae. 

Clusiaceae. 

Sapotaceae. 
Aroideae. 

Amarantaccae. 



Sapotaceae. 

Biittneriaceae. 

Sapotaceae. 

Palmae. 

Bimioniaceae. 

Commelynaceae. 

]\Ioreae. 



189 



Inlaiidsclie 
Naam. 



Botanische benaming. 



Natuurlijke 
Familie. 



Noeno mattakau Ht. 
Noessoe T. 

Nogosarin J. 
Nono T. &. 
Nonoe T. 
Noinio M. 
Noolihoe Ett. 
Kopal J. 

Nopu Ht. 

Notja J. & BI. 
Nua-huii Ti. 



Oar S. 

„ lettik S. 
„ naga S. 



„ tambang S. 
Obat dingin Amb. 
,y pamali Amb. 
„ papeda M. 
„ papeda M. 
„ radja K. 
„ ramboe Lh. 
„ rede M. 
„ swangi M. 

Oea J. 

Oebar R. 
Oebie M. J. BL 



Ficus citrifolia AYld. 
Terminalia moluccana Lam. 

„ catappa L. 
Jambosa lineata DC. 

Mussaenda glabra Vhl. 
ïacca montana Rmph. 
Cocos nucifera L. 
Opuntia monacantha AVld. 

,, coccinellifera Mll. 
Crinum toxicarium Herbert. 
an „ asiaticum L. 
Mirabilis jalappa L. 
Cocos nucifera L. 

O. 

Flagellaria indica L. 
„ minor Sclilt. 

„ indica L. 
Vanilla albida BI. 
zie Oar S. 

Euphorbia neriifolia L. 
Soulamea amara DC. 
Astronia papetaria BI. 
Tabernaemontana bovina Lour 
Smilax zeylanica L. 
Sanseviera fruticosa Wld. 
Cyminosma resinosa Laur ? 
Ruellia repanda L. 
„ alternata Brm. 
Korthalsia robusta Brm. 
Tanarius major Rmpli. 
Solanum tuberosum L. 
Dioscorea alata L. 



Moreae. 
Combretaceae. 

Myrtaceae. 

Rubiaceae. 
Taccaceae. 
Palmae. 
Cacteae. 

Amaryllideae. 

)> 
Nyctagineae. 
Palmae. 



Flagellarieae. 



Orchideae. 

Euphorbiaceae. 

Polygaleae. 

Melastomaceae. 

Apocynaceae. 

Smilaceae. 

Liliaceae. 

Xanthoxylaceae. 

Acanthaceae. 

Palmae, 
? 

Solanaceae. 
Dioscoreae. 



I 



190 



Inlandsche 
Naam. 


Botanische benaming. 


Natuurlijke 
Familie. 


Oebie ajam M. 


Dioscorea alata L. 


Dioscoreae. 


„ alea M. 


jy >ï L. 


» 


„ ara R. 


Arum L. spec. 


Aroideae. 


„ baboewa M. 


Dioscorea bulbifera L. 


Dioscoreae, 


„ badak E. 


„ spiculata BI. 


>; 


„ boetong R. 


„ alata L. 


j) 


„ djari M. 


yy yy L. 


» 


„ djawa M. E. 


Convolvulus batatas L. 


CouYolvulaceae. 




Batatas ? glaberrima lisskl. 


)> 


„ gadoeng E. 


Dioscorea hirsuta L. 


Dioscoreae. 


„ gorita M. 


Eoxburghia gloriosoidcs Jon. 


Eoxburghiaceae. 


„ kastela M. 


Convolvulus batatas L. 


Convolvulaceae. 


„ ketang E. 


Ocimum tuberosum L. 


Labiatae. 


„ kepas M. 


Dioscorea alata L. 


Dioscoreae. 


„ laki-laki M. 


yy )) L. 


yy 


„ lielien M. 


jj » ^' 


» 


„ oepas E. 


„ bulbifera L. 


yy 


„ oetan M. 


„ pentaphylla L. 


yy 




„ hirsuta BI. 


yy 




Eoxburghia gloriosoides Jon. 


Eoxburghiaceae. 


„ pariaman M. 


Dioscorea pentaphjlla L. 


Dioscoreae. 


„ prantjis Mand. 


Manihot utilissima Pohl. 


Euphorbiaceae. 


„ radja M. 


Agaricus tuber regium Tr. 


Plymenomjcetes. 




Pachyma tuber regium Tr. 


Gasteromycetes. 


„ soefFoe J. 


Ipomoea mammosa Chois. 


Convolvulaceae. 


„ taun taun M. 


Dioscorea spiculata BI. 


Dioscoreae. 


„ torana M. 


» ?J 5> 


>j 


„ wolanda E. 


Solanum tuberosum L. 


Solanaceae. 


Oebar Mand. 


Sizygium jambolanum DC. 


Myrtaceae. 


Oedani J. 


Quisqualis indica BI. 


Combretaceae. 


Oedar-oedar J. 


Cassia pumila Lour. 


Papilionaceae. 


Oedelan J. 


Eriocaulon Gron. spec. 


Eriocauloneae. 


Oedjen sapi J. 


Euhus javanicus BL 


Eosaceae. 


Oedjong atap M. 


Baeckea frutescens L. 


Myrtaceae. 


„ rahab M. 


» » L. 


yy 


Gedoe lada S. & 






Oodoel-adal S. 


Baliospermum axillare BI. 


Euphorbiaceae. 



191 



Inlandsche 
Naam. 


Botanische benaming. 


Natuurlijke 
Familie. 


Oeët Bd. 


Dolichos sinensis DC. 


Papilionaceae. 


Oega T. 


Saccharum officinarum L. 


Gramineae. 


Oega-oega T. 


Costus speciosus Sm. 


Zingiberaceae. 


Oege-baja T. 


Amarantus polygamus "\Yld. 


Amarantaceae. 




„ tristis Lour. 


jj 


„ bira T. 


Basella rubra L. 


Chenopodeae. 


„ ginotti T. 


Agaricus djamor Tr. 


Hymenomycetes. 


„ jabba T. 


Cardiopteris moluccana Bk 


Sapindaceae. 




Bryonia grandis Lour. 


Cucurbitaceae. 




Dioscorea ClifFortiana Lam. 


Dioscoreae. 


„ kelo T. 


Moringa pterygosperma Grtn. 


Moringeae. 




:» polygona DC. 


» 


Oehij Amb. 


Dioscorea alata L. 


Dioscoreae. 


„ kastela Amb. 


Convolvulus batatas L. 


Convolvulaceae. 


Oeja-oejaLln J. 


Ficus poljcarpa Kxb. 


Moreae. 




„ coronata E\Ydt. 


)> 


Oekka Amb. 


Aralia ckinensis L. 


Araliaceae. 


Oekken Amb. 


Erythrina dioica DC. 


Papilionaceae. 


„ ewan Amb. 


Ochna squarrosa L. 


Ochnaceae. 


„ laki-laki Amb. 


Tabernaemontana bovina Lour. 


Apocynaceae. 


Oekkoe manjofFoe T. 


Poa plumosa Rtz. 


Gramineae. 


Oekoe-oekoe BI. 


Ocimum gratissimum L. 


Labiatae. 


OeLang-oelang H. 


Ficus racemosa BI. 


Moreae. 


Oelat Amb. 


Agaricus sajor kajoe Tr. 


Hymenomycetes. 


„ hatoe Amb. 


„ tuber regium Tr. 


j> 




Pachyma tuber regium Tr. 


Gasteromycetes. 


Oelerum Amb. 


Dracontomelum sylvestre BL 


Spodiaceae. 


Oelet J. 


Boehmeria diversifolia Miq. 


Urticaceae. 


Oellt Amb. 


Poupartia dulcis BI. 


Spodiaceae. 


Oeloelon Ht. 


Dracontomelon sylvestre BL 


» 


Oemare Amb. 


Artocarpus incisa L. 


Artocarpeae. 


Oembel-oembellan J 


Sauraya bracteosa DC. 


Ternstroemiaceae. 


Oemboe-endoeroe J. 


Carjota urens L. 


Palmae. 


Oendi BI. & 






Oendis BI. 


Cajanus flavus DC. 


Papilionaceae. 


Oendor-oendor J. & 


Acliyranthes bidentata Bk var. 




[BI. 


[elongata. 


Amarantaceae. 



192 



InlandscliG 
Naam. 



Botanische benaming. 



Natuurlijke 
Familie. 



Oenglien R. 
Oenik Mand. 
Oeuin Amb. 

„ pakkey Amb. 
Oenti Bg. 

„ djawa Mak. 

„ oenti Mak. 
Oenting Mak. 
Oentj-oetj Mak. 
Oe-oejahan S. 
Oepan-oepan J. 
Oeparim Lh. 
Oepas antjar S. 

„ bidji M. 

„ kamaroengi T. 

„ laki-laki M. 

„ massou T. 

„ poetie Amb. 

„ radja M. 

„ tieute M. 
Oerang-oerangan J 

Oerëan J. 
Oereul Cr. 
Oeri Bd. 

„ bengala Ilt. 
Oerioma T. 

Oeris-oerisan (?). 

Oerit Amb. & 

„ -elioe Amb. 
Oero-oroet S. 
Oeroe pikkal UI. 

„ weroe Amb. 



Desmoschaeta prostrata DC. 
Memecylon trinerve DC. 
Curcuma longa L. 

>? 1) ij 

Zingiber cassumunar Kyb. 
Musa paradisiaca L. 
Carica papaya L. 

Musa paradisiaca L. 
Aegiceras majus L. 
Elatostema laevigatum Hsskl. 
Diclirocephala DC. spec. 
Croton pavana Ham. ? 
Antiaris toxicaria Lesch. 
Sopliora tomentosa DC. 

}> ?> )) 

Lactaria salubris Kmph. 
Soulamea amara DC. 

Antiaris toxicaria Lesch. 
Strychnos tieute Lesch. 
Leucocnide dichotoma Miq. 
Pouzolzia pentrudra Bnnt. 
Tacca pinnatifida L. 
Casuarina equisetifolia L. 
Musa paradisiaca L. 
Ananassa sativa Lindl, 
Calamus pisicarpus BI. 
Flagellaria indica L. 
Grewia glabra BI. 
„ odorata BI. 



Poupartia dulcis BI. 
Paederia densiflora Miq. 
Agaricus tuber regium Tr. 
Pachyma tuber regium Tr. 
Pittosporum Rumphii Pütterl. 



Amarantaceae. 

Memecyleae. 

Zingiberaceae. 



Musaceae. 
Papayaceae. 

Musaceae. 

Aegicereae. 

Urticaceae. 

Compositae. 

Euphorbiaceae. 

Artocarpeae. 

Papilionaceac. 

)> 
Apocynaceae. 
Polygaleae. 

Artocarpeae. 
Loganiaceae. 
Urticaceae. 

Taccaceae. 

Casuarineae. 

Musaceae. 

Bromeliaceae. 

Palmae. 

Flagellaricae. 

Tiliaceae. 



Spodiaceae. 

Rubiaceae. 

Hymenomycetes. 

Gasteromycetes. 

Pittosporeae. 



193 



Inlandsche 
Naam. 


Botaniscbe benaming. 


Natuurlijke 
Familie. 


Oesi-oesi J. 


Hibiscus surattensia L. 


Malvaceae. 


Oesoeng-boegang S. 


Ixora salicifolia DC. 


Rubiaceae. 




„ fulgens Exb. 


}) 




Psychotria robusta BI. 


)) 




„ lurida BI. 


)j 


Oesse ala Bd. 


Citrus medica L. var. 


Aurantiaceae. 


„ krawo BI. 


„ limonellus Hsskl. 


)) 


„ mettin Bd &Amb 


„ fusca DC. 


jj 


Oessi ela bal Amb 


Papeda Eumpliii Hsskl. 


j) 


„ helawan Amb. 


Citrus limonellus Hsskl. var. 


>) 


„ lapia Amb. 


Papeda Rumphii Hsskl. 


j> 


„ meloemëit Amb. 


Citrus bystrix DC. 


}) 


„ wale Amb. 


„ medica L. var. 


>j 


Oeteren Amb. 


Dracontomelon sylvestre BI. 


Spodiaceae. 


Oeteri NG. 


Cocos nucifera L. 


Palmae. 


Oetji-oetji J. 


R.ubus parvifolius L. 


Rosaceae. 




Ilydrocotyle L. spec. 


ümbellifolliferae. 


Oetta aman Amb. 


Acbyranthes bidentata BI. var. 






[e Ion ga ta. 


Amarantaceae. 




Desmoscbaeta prostrata DC. 


)> 


„ aul Ht. 


Bambusa verticillata AYld. 


Gramineae. 


„ aux Lt. 


)» M ?? 


3) 


„ baën Amb. 


Amarantus polygamus Wld. 


Amarantaceae. 


,, baja Amb. 


„ tristis Lour. 


)j 


„ batoe Amb. 


Dodonaea triquetra DC. 


Sapindaceae. 


„ bira Amb. 


Basella rubra L. 


Cheuopodeae. 


„ batoe Ht. 


Begon ia tuberosa Dryand. 


Begoniaceae. 




Agaricus tuber regium Tr. 


Hymenomycetes. 




Pacliyma tuber regium Tr. 


Gasteromycetes. 


„ lala Amb. 


Dioscorea ClilFortiana Lam. 


Dioscoreae. 




Cardiopteris moluccana BI. 


Sapindaceae. 


,, lapia lari Amb. 


ïrichosanthes trifoliata DC. 


Cucurbitaceae. 


„ lau kana Amb. 


Calamus equestris Wld. 


Palmae. 


., maboe Amb. 


Cardiospermum helicacabum L. 


Sapindaceae. 




Bryonia grandis Lour. 


Cucurbitaceae. 


., manoek Amb. 


Cassia fistula L. 


Papilionaceae. 




„ sophora L, 


?» 



DL. XIX. 



I 



194 



Inlaiidsclie 
Kaam. 


Botanische benaming. 


Natuurlijke 
Familie. 




Cassia tora L. 


Papilionaceae. 


Oetta niwel Amb. 


Helminthostachys dulcis Kaulf. 


Ophioglosseae. 




Cycas pectinata Hmlt. 


Cycadeaceae. 


„ nuër Amb. 


J> 51 5» 


j} 


Oetta poetie Amb. 


Agaricus tuber regium Tr. 


Hymenomycetes. 




Pachyma tuber regium Tr. 


Gasterdmycetes. 


„ renoet Amb. 


Basella rubra L. 


Chenopodeae. 


,, sasuum Lt. 


Ficus glom era ta Rxb. 


Moreae. 


,, soa Amb. 


Giietum gnemon L. 


Gnetaceae. 


j, toboe Amb. 


Desmodium umbellatum DC. 


Papilionaceae. 


„ tuër Amb. 


Cardiopteris moluccana BI. 


Sapindaceae. 




Dioscorea ClifFortiana Lam. 


Dioscoreaa. 


„ waiii Amb. 


Bambusa aspera R. & S. 


Gramineae. 


„ waïi Amb. 


Diplazium malabaricum Spr. 


Polypodiaceae. 


Oewer Bd. 


Jambosa aquaea Rmph. 


Myrtaceae. 


Oboepaë tanab Cr. 


Neuburgia musculiformis Miq. 


Apocjneae. 


Ohopaë Mol. 


Cerbera lactaria Hmlt. 


» 


Oi-mo-a Ch. 


Corchorus capsularis L. 


Tiliaceae. 


Oyoiig S. J, 


LufFa foetida Cav. 


Cucurbitaceae. 




„ pentandra Rxb. 


)) 




„ cordifolia Bi. 


)t 


Ojot M. 


zie Aroy S. 




„ djambai M. 


Dorstenia Plum.? spec. nov. Z. 






[& M. 


Moreae, 


„ gember S. 


Yahea gum mi fe ra Lam. 


Apocyneae. 


„ jaha S. 


Combretum punctatum BL 


Combretaceae. 


„ ketjil M. 


Ipomoea obscura Chois. 


Convolvulaceae. 




Convolvulus parviflorus Yhl. 


j> 


„ lomboë (?). 


Stepliania capitata Sprg- 


Cucurbitaceae. 


„ poetie M. 


Mikania volubilis Wld. 


Compositae. 


„ sisier M. S. 


Tournefortia tetrandra BI. 


Asperifoliae. 


„ tjoempolkikisS. 


Anodendron coriaceum Miq. 


Apocjnaceae. 


„ tjoetjoerian M. 


Hippocratea indica L. 


Hippocrateaceae. 


Okkir Lt. 


Cyminosma resinosa Lour. 


Xanthoxylaceae. 


Olaar Amb. 


Cissus glauca Rxb. 


Ampelideae. 


Ola-ola Ht. 


Gumira integrifolia Hsskl. 


Verbenaceae. 


Oiassi M. 


Ecbinus trisuicus Lour. 


Euphorbiaceae. 



195 



Inlandsche 
Naam. 


Botanische benaming. 


Natuurlijke 
Familie. 


Oli-oli T. 




Entada pursata DC. 


Mimoseae. 


Oloeloe Amb. 




Guniira integrifolia Hsskl. 


Verbeiiaceae. 


Ompo-ompo Mand. 


Haemanthus puniceum Jcq. 


Amaryllideae. 


Ondo Boet. 




Dioscorea hirsuta BI. 


Dioscoreae. 


Onjam S. 




Antidesraa paniculatum Eyb. 


Antidesmeae. 


Opossy Cel. 




Pinaga orjzaeformis Rmph. of 


Palmae. 






Ptychosperma saxatilis BI. 


>} 


Oppa Boet. 




Dioscorea aculeata L. 


Dioscoreae. 


Orang-aring J. 




Wollastonia biflora DO. 


Compositae. 


Orang-orang J. 


M. 


Ageratura conyzoides L. 


)> 






Pouzolzia (Urtica) ovalis Miq. 


Urticaceae. 


»> ï> i) 


» 


» ( jj ) glomerata Hsskl. 


)) 


Osjegoe J. 




Quisqualis pubescens. 


Combretaceae. 


Ossil Ht. 




Entada pursata DC. 


Mimoseae. 


Ou Ch. 




Alocasia indica Schott. 


Aroideae. 






Colocasia antiquorum Schott. 


j> 


Ou-bak Ch. 




Ebenoxylon verum Lour. 


Ebenaceae. 


Oudjanjan Bo. 




Calamus caesius BI. 


Palmae. 


Ouw Amb. 




Mangifera membranacea BI. 
„ glauca BI. 


Anacardiaceae. 


Ouw-mwah Ch. 




Linum usitatissimum L. 


Lineae. 


Owa NG. 




Cocos nucifera L. 

P. 


Palmae. 


Padang biloelang 


BI. 


Eleusine aegyptiaca Rxb. 


Gramineae. 






„ indica Trin. 


jj 


„ jerak BI. 




Oplismenos bromoides R. & S. 


n 






„ Burmanni R. & S. 


57 


„ pingiris BI. 




Scleria flabellum Sw. 


Cyperaceae. 


Paddie M.R.J.& BI. 


Oryza sativa L. cum variet: 


Gramiueae, 






b parêh róhgol. 








c „ goendil. 


^ 






d ,y majang poetie. 








e „ „ burrum. 








/ ;, angsana. 





10(5 



Inlandsche 
Naam. 


Botaniscbe benaming. 


Natuurlijke 
Familie. 




g parêb syngoel. 






h „ salak. 






i ,j mataram. 






k „ landoeng. 




Paddie djawa M. 


Pennisetum macrocbaëton Jcq. 


Gramineae. 


„ ketan kadoet M. 


Oryza glutinosa Lour. 




„ „ poetih M. 


V j> >j •> ^^^v. 




„ rawa M. ) 

., songonegoroS. ) 






„ montana Lour. 




„ tjerreh S. ) 






„ poeloet R. 


Oryza glutinosa Lour. 


jj 


Padosarie M.Sum AVk. 


Opbioxylon quinata Miq. 


Apocyneae. 


Paepe sfijor J. 


Gymnema sylvestre RBr. 


Asclepiadeae. 


Pagatpat Phil. 


Sonneratia pagatpat Blanco. 


Myrtaceae. 


Pahce R. 


Mangifera membranacea Bk 


Anacardiaceae. 


Pa va mata Amb. 


Kyllingia monocepbala Wld. 


Cyperaceae. 


Paydoh BI. 


Hydrocotyle asiatica L. 


Uiiibelliferae. 


Pay-\vong Ch. 


Rheum emodum Wall. (radix). 


Polygoneae. 


Pajong la ut Malabar. 


Aegiceras minus Wld. 


Aegicereae. 


Pa-kho Gb. 






Pi-kba Ch. 


lUiciura anisatum L. 


Magnoliaceae. 


Pakka ketjil M. 


Lycüpodium plumosum L. 


Lycopodiaceae. 


Pakkies M. 


Filices L. 


Pilices. 




Cycas L. 


Cycadeaceae. 




Diplazium malabaricum Sprg. 


Polypodiaceae. 




Polypodium papillosum BI. 


?; 


„ galen J. 


Cyathea leucophaês Hsskk 


y) 


„ oetan M. 


„ arborea Wld. 


» 


„ taai J. 


Cycas revoluta Thnb. 


Cycadeaceae. 


., tjeboek J. 


Gleicbenia liermanni RBr. 


Gleicheniaceae 


Pakoe S. M. J. BI. 


Pilices L. 


Filices. 




Cycades li. 


Cycadeaceae. 




Diplazium malabaricum Sprg. 


Polypodiaceae. 


„ aloes M. 


Cbeilanthes tenuifolia Wld. 


}j 


„ andam S. 


Mesosurus dicbotomus Hsskl. 






[var. c pubiger. 


» 


., badak S. 


Cycas circinalis L. 


Cycadeaceae. 



19' 



Iiilandsche 
Kaam. 


Botanische benaming. 


Natuurlijke 
Familie. 




Cycas pectlnata Hmlt 


Cycadeaceae. 


Pakoe bangkong S 


Marattia sambucina L. 


Marattiaceae. 


„ besaar J. 


Polypodium simile L. 


Polypodiaceae. 


„ dibatan BI. 


Cyatbea arborea Wld. 


)) 


„ dioek S. 


Helminthostacbvs dulcis Kaulf. 


Opbioglosseae. 


„ djoekka S. 


Filix L. spec. in eert. 


Filices. 


„ hadjie S. M. E 


Cycas circinab's L. 


Cycadeaceae. 




„ pectinata Hmlt. 


» 


„ bantam J. 


Polypodium lineare L. 


Polypodiaceae. 


„ haroepat S. 


Taenitis blecbnoides Wld. 


)) 


„ boerang S. 


Blecbnum pyropbilum BI. 


ft 




Kepbrodium exaltatum RBr. 


}> 




Blechnum oriëntale L. 


)) 


„ kadal S. 


Davallia pentapbylla BI. 


)j 




„ mucronata BL 


j) 




„ flaccida EBr. 


)f 


„ kapal S. M. 


Nepbrodium lanuginosum Hsskl 


ir 


„ katakka S. of 






„ kadakka S. 


rilicum spec. permultae pseudo- 
[parasiticae ; Acrosticbiim , 
[Grammitis, jN' ipbobolus, Vit- 
[taria, Polypodium Asple- 
[nium , etc. (Hasskarl). 




„ kawat S. 


Polypodium pbymatodes L. 


)} 


„ ketjil M. 


Cbeilantbes tenuifolia Wld. 


IJ 


„ kidang S. M. 


Alsopbila laurida Eudl. 


)i 


j, koempaai S. 


Vittaria intermedia BI. 


}) 




„ angustifolia BL 


)} 




„ pusilla BI. 


ff 


„ lebat S. 


Polypodium fecundum Hsskl, 


>> 




adfine EBr. 


)« 


„ meirab M. 


Lomaria scandens Wld. 


;> 


„ menjanganS.M. 


zie P. oentjal S. 




„ moeiidinggedeh. 


Anglopteris erecta Kaulf. 


Marattiaceae. 


„ „ leutiek S. 


Marattea sylvatica BI. 


j> 


„ njereb S. 


Nepbrodium ensifolium BI. 


Polypodiaceae. 


1 


Aspidium exaltatum Sw. 


j> 



19S 



Inlandsclie 
Naam. 


Botanische benaming. 


Natuurlijke 
Familie. 




Aspidium Schkuhrii BI. 


Polypodiaceae. 


Pakoe njereli leuwung 






[S. 


Davallia biserrata BI. 


>; 


„ oedang M. 


Lomaria scandens Wld. 


)» 


„ oentjal S. 


Acrosticlium alcicorne L. 
Nephrodium musaefolium BI. 


17 
)7 


„ oetan M. 


Cyathea arborea Wld. 


>r 


); ?j J- 


Polypodium glabrum Brm. 


jj 


„ pohon M. 


Cyathea arborea Wld. 


5) 


„ ram bat BI. 


Lygodium microphyllum EBr. 


Schizaeaceae. 


„ tihang S. M. H. 


Cyathea arborea AVld. 


Polypodiaceae. 




„ javanica Bi. 


jr 




Nephrodium pallidum Hsskl. 


7> 




Alsophila extensa EBr. 


?> 




Cycas circinalis L. 


Cycadeaceae. 


~ ., boddas S. 


Alsophila glauca Endl. 


Polypodiaceae. 


„ „ burrumge- 






[deh S. 


„ lurida Endl. 


» 


„ „ „leutiekS. 


Polypodium ferox Hsskl. 


7) 


,, „ hiedung S. 


Cyathea medullaris Sw. var. g. 






[tripinnata Hk. 


17 


„ „ itam S. 


,', javanica BI. 


i> 


„ „ tambagaS. 


„ Walkerae Hk. 


77 


., sorok radja S. 


Nepenthes gymnamphora Wld. 


Nepentheae. 


Paia S. M. K. 


Myristica fragrans Houtt. 


Myristicaceae. 


„ alamanayAmb. 


„ salicifolia Wld. 


71 


„ foeker Bd. 


„ fatua Houtt. 


J» 


„ laki laki M. 


;j jy ?> 


7» 


„ oetan Arnb. 


» ?> ?» 


» 


» „ M. 


„ salicifolia Wld. 


J> 


Palaglar S. 


Dipterocarpus trinervis BI. 


Dipterocarpeae. 




„ gracilis BI. 


?? 


„ beurriet S. 


„ Grtn. spec. bantam. 


17 




Sponia annulata F. & Bndk. 


Celtideae. 




Mastixia trichotoma BI. 


Corneae. 


., mienjak S. 


?> )» r> 


17 




Ditperocarpus trinervis BI. 


Dipterocarpeae. 



1^9 



Iiilandsche 
Xaam. 



Botanische benaming. 



Natuurlijke 
Familie. 





Dipterocarpus retusus BI. 


Dipterocarpeae. 


Palaglar tengo S. 


„ gracilis BI. 


ij 


Palala Amb. 


Myristica fatua Houtt. 


Myristicaceae. 


., boerong M. 


„ salicifolia AYld. 


IJ 


„ da\Yon ketjil M. 


„ tingens BI. 


11 


., kanari M. 


,, canariformis BI. • 


11 


;, ketjil M. 


„ globularia Lara. 


11 


„ laun maun Amb. 


„ tingens BI. 


11 


Palangontan S. 


Leiocarpus arboreus BI. 


Euphorbiaceae. 


Palas Bo. 


Calamus ciliaris BI. 


Palmae. 


Palawan Bk. \ 
„ boeboer Bk. f 
,, toedak Bk. / 
„ toengouwBk.) 






Tristania oboyata Bnnt. 


Myrtaceae. 






„ S. 


Combretum trifoliatum Yent. 


Combretaceae. 


Pale Amb. 


Yitex cofassus BI. 


Verbenaceae. 


Palean Amb. 


Ni pa fruticosa Tlmb. 


Palmae. 


Paloe-dengen J. 


Chloranthus spicatus BI. 


Chloranthaceae. 


Pdoen Amb. 


Ptjchosperma Kumpbii BI. 


Palmae. 




Bruguiera Eheedii BI. 


Rhizophorae. 


Pa'.oenen paroen Amb. 


Caryota Kuraphiana BI. 


Palmae. 


Panbong J. 


Dasyloma laciniatura Miq. 


Umbelliferae. 


Pa^;a^Ya soffo T. 


Sophora heptaphylla L. of 


Papilionaceae. 




„ tomentosa DC. 


;; 


Panawar M. 


Luffa catou-picinna DC. 


Cucurbitaceae. 


,; bëas S. 


Prosthesia javanica BI. 


Yiolarieae- 




Stematura javanica Hsskl. 


? 




Lepionurus sylvestris BI. 


Olacineae. 




Gelonium glomerulatum BI. 


Euphorbiaceae. 




Euphorbiaceae KBr. spec. inc. 






[bantam. 




7, pittis M. 


Soulamea amara DC. 


Soulameae. 


Pan-dan Ch. Bo. 


Pandanus odoratissimus L. 


Pandaneae. 


Pandan aren J. 


„ bagea Miq. 


11 


„ bebaauw M. 


„ latifolius Emph. 


11 


„ boeboe M. 


,j odoratissimus L. 


11 


;, goenong M. 


,y conoideus Lam. 


n 



200 



Inlandsche 

Naam. 


Botanische benaming. 


Natuurlijke 
Familie. 




Pandanus montanus Miq. 


Pandaneae. 


Pandan kastoerie A. 


„ moschatus Kmph. 


?> 


„ ketjil M. 


„ humilis Wld. 


j» 


., laut gedehS.M. 


„ spurius Rmpli. 


?) 


., lawoet S. 


„ repens Rmph. 


>> 


„ lengis BL 


„ moschatus Rmph. 


>) 


„ laut leutiek S. 


„ littoralis Jngh. 


j> 


„ matti M. 


„ spurius Rmph. 


j> 


„ meirah M. 


Frevcinetia strobilifera BI. 


;i 


„ oetan M. 


Pandanus conoideus Lam. 


?» 




„ sylvestrls Pmph. 


)> 


„ oraiig J. 


„ samak Hsskl. 


>> 


„ passir J. 


„ littoralis Jngh. 


?) 


„ poedak R. 


„ inermis Rwdt. 


T) 


„ poetie ?t. 


„ leucacanthus Tlsskl. 


n 


„ rampeh besaar M. 


j, latifolius Rmph. 


}} 


„ ketjil M. 


„ „ Rmph. var. minor 






[Hsskl. 


it 


„ rie J. 


„ samak Hsskl. 


» 


„ sarnmak. S. 


j) n »> 


>> 


,, sarenseng S. 


„ humilis Wld. 


f) 


[, tali M. 


Frevcinetia strobilifera BI. 


j) 


„ tjaiiM.Sum.^Vk. 


Morinda rigida Miq. 


Rubiaceae. 


„ tikar M. R. 


Pandanus samak Hsskl. 


Pandaneae. 


„ wang J. 


„ bagea Miq. 


>j 


Pandjal kidang Ban- 






[tam. 


Elaeocarpus L. spec. bantam. 


Tiliaceae. 


Pandjoe kitar J. 


Hyrtanandra (Urtica) hirta Miq. 


Urticaceae. 


Pandohga S. J. 


Pandanus samak Hsskl. 


Pandaneae. 


Paiidotan J. 


Polygonum reticulatum de Br. 






[var. e macrophyllurn. 


Polygoneae. 


Pangais rnonjet J. 


Lygodium circinatum Sw. 


Schizaeaceae. 


Pangang S. 


Hedera glomerulata DC. 


Araliaceae. 




Macropanax glomerulatum Miq 


)> 




Trevesia sundaica Miq. 


» 


„ pilt S. 


Aralia javanica Miq. 


7) 


„ poejoe S- 


Macropanax floribundum Miq. 


» 



201 



Inlandsche 
Naam . 



Botanische benam in er. 



Natuurlijke 
Familie. 



Pangang poejoe S. 

Pan gang tapok S. 
Panggaga J. 
Pangi M. BI. Mak. 
Panglaai S. of 
Pangleh S. 
Panglar S. 



Pangran Mak. 
Panicrawono; J. 
Pany Boet. 
Pankolang J. 
Panrang Mak. 
Pantjahan (?). 
Pentjahar M. 
Pantsja J. & 

„ lolio J. 

5, sonno J. 
Papadjaran S. 
Papaya M. E. 

„ oetan M. Anib. 
Papayta T. 
Papareh oetan M. 
Paparehan S. 

Paparihan Amb. 

„ abbar Amb. 
Papassan g M. BI. & 

,y lalakki S. 

„ kali S. 
Papeda R. 

,. papoewa R. 
Papey aloes M. 
Papi Amb. 



Paiatropia serrata Miq. 

„ aromatica Miq. 

„ tomentosa Miq. 
Hydrocotyle asiatica L. 
Pangium edule Rv^'dt. 

Zingiber gramineum BI. 
Aglaja argentea BI. 
Melia argentea BI. 
Dysoxj'lon BI. spec. 
Ananassa sativa Lindl. 
Hjdrocyle asiatica L. 
Pangium edule Rwdt. 
Alpinia gigantea BI. 
Pandanus h umilis "\Yld. 
Baliospermum axillare BI. 
Croton tiglium Hmlt. 

Cladostachys muricata Don, 
Menispermum cordifolium Wld. 
Actegeton sarmentosum BI. 
Carica papaya L. 
Eupteron nodosum Miq. 
Curanga amara DC. 
Momordica balsraina L. 
Blepharocbloa Endl. 
Hygrorhiza ciliata Nees. 
Momordica cliarantia L. 
„ balsamina L. ? 

Coccinia Wigbtiana Roemer. 
Knoxia moUis RBr. 
Dialium indum L. 
Nothopanax fruticosum Miq. 
Lygodium microphyllum RBr. 
Periploca mauritiana Poir. 
Cynanchum tenellum ? Encycl. 



Araliaceae. 



Umbelliferae. 
Pangiaceae. 

Zingiberaceae. 
Meliaceae. 



Bromeliaceae. 

Umbelliferae. 

Pangiaceae. 

Zingiberaceae. 

Pandaneae. 

Euphorbiaceae. 



Amarantaceae. 

Menispermeae. 

Celastrineae. 

Papayaceae. 

Araliaceae. 

Scrophularineae. 

Cucurbitaceae. 

Gramineae. 

Cucurbitaceae. 



Rubiaceae. 

Papilionaceae. 

Araliaceae. 

Schizaeaceae. 

Asclepiadeae. 



202 



Inlandsche 


Botanisclie benaming. 


Natuurlijke 
Familie. 


Naam. 




Pappe pauna Amb. 


Cassia fistula L. 


Papllionaceae. 


Pappetale Lh. 


Paritium tiliaceum Hil. 


Malvaceae. 


Papari Cr. 


Aegiceras minus Wld. 


Aegicereae. 


Parahoe loe gedeh S. 


Amomum aculeatum Rxb. 


Zingiberaceae. 


,, leutiek S. 


,, gracile BI. 


?ƒ 




„ ciliatum BI. 


)> 


Paralli Mak. 


Papeda Rumphii Hsskl. 


Aurantiaceae. 


Parang Amb. 


Entada pursaetha DC. 


Mimoseae. 


„ ]Mak. 


Pandanus humilis Rmph. 


Pandaneae. 


Paranjeli J. 


Canthium glabrum 131. 


Kubiaceae. 


Parrassi S. 


Curculigo recurvata Dryand. 


Hypoxideae 


Pare T. 


Areca catechu L. 


Palmae. 


Pareh S. 


Oryza sativa L. 


Gramineae. 




Endiandra rubescens BI. 


Laurineae. 


„ ayam M. J. 


Momordica kharantia L. 


Cucurbitaceae. 


., djambang S. 


Oryza sativa L., var. subulata. 


Gramineae. 


„ rogol S. 


„ „ 5,,var. calvescens. 




,, goendil S. 


,j „ „,var. submutica. 




„ raajangburrum 






[S. 


„ „ „,Tar.rubra. 




„ „ boddas S. 


„ „,var. alba. 




,, angsana S. 


„ „ „, var.haematelytra. 




„ singoel S. 


„ „ „,Yar.rhodosperma. 




„ salak S. 


„ „ „,var. acutiligula. 




„ mataram S. 


„ „ ., ,var. flaviseta. 




„ landoeng S. 


., „ „,var. flavescens. 




Parena Amb. 


Xipa fruticosa Thnb. 


Palmae. 


Pareng E. 


Mimosa scandens Wld. 


Mimoseae. 


Parengpeng S. 


Rottlera javanica Hsskl. 


Euphorbiaccae. 


Pari boddas S. 


Alocasia ? variegata C. Koch & 






[Bouché. 


Aroideae. 


Parialian kalak S. 


Zehneria exasperata Mip. 


Cucurbitaceae. 




„ mucronata Miq. 


?) 


Parianom J. 


Cardiopteris lobata Wall. 


Saplndaceae. 


Paritjutó J. 


Medinella speciosa BI. 


Melastomaceae. 




j, intermedia BI. 


}} 




„ javanensis BI. 


}} 



203 



Inlandsche 
Naam. 


Botanische benaming. 


Natuurlijke 
Familie. 




Medinella Horsfieldi Miq. 


Melastomaceae. 


Paroen Amb. 


Bruguiera Kheedii BI. 


Rhizophoreae. 


„ maun Amb. 


Ptjchosperma Rnmphii BI. 


Palmae. 


Parran Amb. 


Entada pursaetha DC. 


Mimoseae. 


„ ketjil M. 


Muciina nlgricans Std. JN'om. 


Papilionaceae. 


„ mette M. Amb. 


'» yy iy ?j 


j> 


Parria gingie S. 


Bryonopsis mucronata BI. 


Cucurbitaceae, 


Parrie S. 


Mangifera indica L. var. par. BI. 


Anacardiaceae. 




„ laurina BI. var. e parrie. 


)j 


„ koerang S. 


„ „ BI. var. b macrocarpa. 


>j 


„ kembang S. 


„ „ BL var. i pallens. 


ij 


Paschaga oetan ke- 






[tjil J. 


Ipomoea reniformis Chois. 


Convolvulaceae. 


Pa-sjoe Ch. Bo. 


Jambosa domestica Rmph. 


Myrtaceae. 


Paspassan M. BI. 


Bryonia giandis Lour. 


Cucurbitaceae. 


Passal Amb. 


Yitex cofassus BI. 


Yerbenaceae. 


Passan J. 


Brvonia grandis Lour. 


Cucurbitaceae. 


„ s. 


Quercus L. spec. plurimae. 


Cupuliferae. 




„ smidaica BI. 


j> 




„ spicata Sm. 


)i 




„ pruinosa BI. 


j> 




„ sphacelata BI. 


)> 




„ Korthalsii BI. 


)> 




,, glutinosa BI. 


1) 




„ pallida BI. 


V 




„ turbinata BI. 


}} 


j, batoe S. 


Lithocarpus javensis BI. 


Jf 


„ betoel S. 


Quercus pseudo-molucca BI. 


i) 


„ gedeh S. 


„ pinanga BI. 


?» 


„ hieries S 


„ gemelliflora BL 


1f 


„ kajang S. 


„ pruinosa BI. 


)> 




„ daphnoidea BL 


Jf 


„ kapot J. 


„ elegans BL 


iJ 


„ kalimborot S. 


„ pseudo-molucca BL 


)y 




„ thelecarpa Miq. 


7J 


„ kihioer S. 


., sundaica BL 


}} 


„ koppia S. 


5, rotundata BL 


;; 



20i 



Inlandsclie 


Botanische benaming. 


Natuurlijke 
Familie. 


Naam. 




Passan lalakkl S. 


Quercus elegans BI. 


Cupuliferae. 




„ spicata Sra. 


>i 




„ glutinosa BI. 


jt 


„ laut S. 


„ littoralis BI. 


f) 


„ mienjak S. 


„ pruinosa BL 


u 


„ pinang S. 


„ pinanga BI. 


}) 


„ soesoe S, J. 


„ thelecarpa Miq. 

„ pseudo-moluoca BI. var. 






„ „ b incrassata. 


J} 


„ tapok S. 


„ rotundata 01. 


» 


„ tjotjok S. 


„ costata BI. 


?> 


Passisir M. 


"Daemonorops liystrix Mrt. 


Palmae. 


Patada. Mak. 


Sonneratia acida DC, 


Myrtaceae. 




„ alba EC. 


1) 


Patakkar T. 


Kaempferia galanga L. 


Zingiberaceae. 


Patala moedi J. 


Sphaeranth. microcephalus Wld. 


Compositae. 


Patat S. 


Dehaasia cuneata BI. 


Laurineae. 




Plirynium latifolium BI. 


Cannaceae. 


„ lipoeng S. 


5) ?; j) 


» 


„ sagoa S. 


Maranta indica L. 


5J 


Pate-abbal Ht. 


Inga saponaria DC. 


Mimoseae. 


Pati-ati J. 


Tridesmis formosa (BI ?) 


Hypericineae. 


Patikan J. 


Euphorbia thymifolia Wld. 


Euphorbiaceae. 


Patina J. 


Hibiscus mutabilis L. 


Malvaceae. 


Patjar S. J. BI. 


Murraya exotica L. 


Aurantiaceae. 




Lausonia alba Lam. 


Lythrarieae. 


„ aijer M. 


Impatiens balsamina L. 


Balsamineae. 




Jussiaea repens L. 


Oenothereae. 




Aeschymenes sesamoides DC. 


Bignoniaceae? 


„ baiijoe J. 


Impatiens cornuta L. 


Balsaminae. 


j, djawa M. J. 


Lausonia spinosa L. 


Lytlirarieae. 


„ goenong S. 


Pachyderma javanicum BI. 


Oleaceae. 


„ koekoe S. 


Balsamina hortensis Dsv. 


Balsamineae. 


„ „ M. K. 


Lawsonia alba Lam. 


Lythrarieae. 


„ leuwung S. 


Balsamina latifolia Bi. 


Balsamineae. 




„ javanica BI. 


V 




„ micrantha BI. 


}7 



205 



Inlandsche 
Naam. 


Botanische benaming. 


Natuurlijke 
Familie. 


PatjarpetokJ. &B1. 


Lausonia alba Lam. 


Lythrarieae. 


„ tjalong J. 


„ inermis L. 


j; 


„ tjiiia S. M. R. 


„ alba Lam. 


11 




„ spinosa L. 


?j 




Impatiens balsamina L. 


Balsamineae. 




Aglaja odorata Lam. 


Meliaceae. 


Patjee J. 


Morindo citrifolia L. 


Rubiaceae. 


Patjieng S. J. 


Gostus speciosus Sm. 


Zingiberaceae. 




,y sericea Bi, 


)) 


„ ciawar (?). 


„ globosa BI. 


n 


„ leutiek S. 


„ minina Hsskl. 


)j 


Patma J. 


Rafflesia patma BI. 


Rafflesiaceae. 


„ R. 


Nelumbium speciosum Wld. 


Nelumboneae. 


Patoek gagak S. 


Commelijna paludosa BI. 


Commelijnaceae. 




Thunbergia javnnica Grtn. fs. 


Acanthaceae. 


Patoekoe Cel. 


Cycas Tiiouarsii RBr. 


Cycadeaceae. 




„ circinalis L. 


?> 


Patok bebêk J. 


Bryopbyllum calycinum Slsb. 


Crassulaceae. 


Patrakombala S. 


Poinciania piilcherriraa L. 


Papilionaceae. 


Pa-tse GhBo. 


Psidium guajava Rdd. 


Myrtaceae. 


Patta-kamoedi M. 


Eniilia sonchifolia DC. 


Compositae. 


„ toelaiig R. 


Euphorbia tirucalli L. 


Euphorbiaceae. 


Pattal J. 


Phrynium capitatum BI. 


Cannaceae. 


Pattene Mak. 


Pterocarpus indicus DC 


Papilionaceae. 


Patti lalar J. 


Picrasma javanica BI. 


Xanthoxylaceae. 




Brucea Mill. spec. 


5) 


Pattl-oelar J. 


Ophiorrhiza mungos L. 


Rubiaceae. 


Pattikan J. 


Sonirila heterophylla Jck, 


Melastomaceae. 


Pattong S. 


Flemingia stricta Ejb. 


Papilionaceae. 


Pau Bd. 


Mangifera altissima Blanco. 


Anacardiaceae. 


Pawan R 


Clerodendrum inerme Grtn. 


Verbenaceae. 


Pedas J. 


Piper nigrum L. 


Piperaceae. 


Pedalen S. 


Macropanax floribundum Miq. 


Araliaceae. 


Pedij BI. 


Ptychosperma Pumphii BI. 


Palmae. 


Peding poetie Mand. 


Graptophyllum hortense Ns. alb. 


Acanthaceae. 


Peher S. 


Picus saxatilis BI. 


Moreae. 




„ ribes Rwdt. 


;; 



20G 



Inlandsclie 
Naam. 



Botanische benaminoc. 



Natuurlijke 
Familie. 



Peh-sjia-ljoe Ch. 
Pehtekan J. 
Peijlale Lli. 
Pekan R. 
Pele-tjedanganM.B] 
Peloetan M. 
Penaga Mand. 
Penawar-bëas S. 
Pendjalinan J. 
Pengan M. 
Penggaga J. 
Penjalin J. 

„ -tjatjing J. 
Penjalinaa S. 

Pentis J. 

Pepatisan (?). 
Pepe-oetan S. 
Pepe-pepe Mak. 
Pepere-pepetan S. 
Pepinjo-tikoes M. 
Peren g S. 



„ gantong 



„ lumboet S. 
Perkottat S. 
Peron J. 
Perpat-ketjil (?). 
Pertjah R. 
Petasi J. 
Pete Ilt. 
Peteb 



Ficus beteropleura Bi. 
Punica granatum L. 
Nertera depressa Bks. 
Ficus tsjela Hmlt. 
Jasminum grandiflorum (BI ?) 
Vallaris pergulana Brm. 
IJrena lobata L. 
Ficus elastica Rvb. 
Urtica spinosa BI. 
Prunus Jungbubniana Miq. 
Scindapsus ? Rumpbii Miq. 
Hydrocotyle asiatica L. 
Daemonorops melanocbaetes BI. 
Calamus ciliaris BI. 
Cyperus melanocepbalus Miq. 

„ Jungbubnii Miq. 
Morinda citrifolia L. (fructus 
[immaturus. 
Bignonia carnosa Rwdt. 
Oxjstelma esculentum RBr. 
Avicennia tomentosa AVld. 
Justicia coerulea BI. 
Aecbmandra indica RBr. 
Ficus rigida BI. 

„ cuspidata Rwdt: 

„ ribes Rwdt. 

„ saxatilis BI. 

„ diversifolia BL 

„ disticba BI. 

„ cuspidata BI, 
Viburnum Jungbubnii Mi. 
Menispermum cocculus L. 
Aegiceras majus Grtn. 
Isonandra gutta Hk. 
Cbamaebuxus venenosa Hsskl, 
Dioscorea pentapbylla L. 
Parkia africana KBr. 



Moreae. 

Myrtaceae. 

Rubiaceae. 

Moreae. 

Jasmineae. 

Apocynaceae. 

Malvoceae. 

Moreae. 

Urticaceae. 

Amygdaleae. 

Aroideae. 

Umbelliferae. 

Palmae. 

Cyperaceae. 



Rubiaceae. 

Bignoniaceae. 

Asclepiadeae. 

Avicennieae. 

Acantbaceae. 

Cucurbitaceae. 

Moreae. 

» 

j) 
)> 
Lonicereae, 

Menispermaceae. 

Aegicereae. 

Sapotaceae. 

Polygaleae. 

Dioscoreae. 

Mimoseae. 



207 



Inlandsche 
Naam. 


Botanische benaming. 


Natuurlijke 
Familie. 




Parkia speciosa Hsskl. 


Mimoseae. 


Peteh zeilon J. 


Leucaena glauca Bnth. 


^f 


Peteka R, 


Citrullus edulis Spch. 


Cucurbitaceae. 


Petola R. 


Momordica charantia L. 


ji 


„ bengala M. 


LufFa acutangula DC. 


)j 


„ oelar M. 


Trichosanthes anguina L. 


;> 


„ oetan M. 


LufFa pentandra Rjb. 


» 




„ sylvestris Miq. 


rt 


„ pandjang M. 


„ petola DC. 


1) 


„ tjina M. 


j» ?> )> 


)> 


Pettet-soreh S. 


Desmodium polycarpum DC. 


Papilionaceae. 


Peupeutjangan-laut 






[S. M. 


Peliosanthes javanica Hsskl. 


Ophiopogoneae, 


Peurries S. 


Leiocarpus fruticosus El. 


Euphorbiaceae. 




Antidesma L. spec. bantam. 


Antidesmeae. 




Anonaceae Dun. spec. bant. inct. 




Peusong S. 


Dichrostachjs cinerea W. & A. 


Mimoseae. 


Pidada S. 


Soneratia acida DC. 


Myrtaceae. 


Piedji J. 


Pinanga Rmph. spec. 


Palmae. 


Pie-ma Ch. Bo. 


Ricinus africanus Wld. 


Euphorbiaceae. 


Pietjietan M. 


Lansium domesticum Jck. var. 






[b piedjetan Hsskl. 


Meliaceae. 


Pietjong S. 


Pangium edule Rwdt. 


Pangiaceae. 


Pigagan J. 


Commelijna agraria Krth. 


Commelijnaceae. 


Pih-pholh Ch. 


Piper longum L. 


Piperaceae. 


Pikkat BI. 


Entada pursata DC. 


Mimoseae. 


Pilang S. J. 


Pithecolobium umbellatum Bnth. 


j) 




Acacia leucophlaea Wld. 


71 


„ gedeh S. 


Inga umbellata Wld. 


Jt 


„ leutiek S. 


Dichrostachjs cinerea W. & A. 


)J 


Pinang M. R. 


zie Djambeh S. 




„ besaar M. 


Calvptrocalyx spicatus BI. 


Palmae. 


„ boeboe S. 


Areca alba Rmph. 


}i 


„ boerong. M. 


Ptychosperma malayana Miq. 


}) 


„ gomoetoeAmb. 


Areca glandiformis BI. 


}) 


,, kalappa M. 


Ptychosperma ? calapparia Miq. 


j} 


,; lansa Amb, 


Areca glandiformis BI. 


?; 



^0P> 



Inlandsclie 
Kaam. 



Botanische benamiiicr. 



Natuurlijke 
Familie. 



Pinang loelloeng S. 
,, loendoeng S. 
„ oetan M. J. 

,, „ ketjil M. 



pandang Amb. 
pandjawar J. 
rambeh M. 
renda M. 



,, rendie S. E. 

j, saleb S. E. 

„ sinagaar M. 

„ tjinaga M 

„ \Yangie E, 
Pinango S. 
Pindis E. 
Pingar oetan J. 
Pining S. 

5, kiessie S. 

„ randja (?). 

„ tottot S. 
Pinka T. 
Pinkoe S. 
Pinten J. 
Piroe Cr. 
Pisang M. 



,, ayer M. 
„ alfoeroe M. 
„ batoe M. 
„ biokaykek BL 
„ ceram M. 
„ jakki M. . 
.j kipas M. 
-, toendjoek langit M. 



Areca alba Emph. 

Pinanga Kuhlii BI. 
Calyptrocaljx spicatus BI. 
Piuanga oryzaeformis Emph. 
Ptjchosperma saxatilis BI. 
Areca gland.formis BI. 
Ptjchosperma sylvestris Miq. 
Iguannra geonemaeformis Mrt. 
Ikntinckia renda Mrt. 
Areca triandra Rvb, 

zie P. oetnn ketjil M. 
Areca alba Emph. 

V i) )) 

n >J JI 

Didymocheton nutans BI. 
zie Kepinis E. 
Calotropis gigantea EBr. 
Elettaria minor BI. sericea BI. 
Douacodes paludosa BI. 
„ pininga BI. 

viUosa T. & Bndk. 
Crotalaria retusa L. 
Epicharis ca uh flora BI. 
Dicliptera chinensis Ns. 
Cynometra ramiflora L. 
Musa Trnf. 

„ paradisiaca L. 
Ravenala raadagascariensis Adns 
Musa Berteroniana Coll. 

„ trolodytarum L. 
Heliconia bihai Brm. 
Musa Berteroniana Coll. 

„ acuminata Coll. 
zie P. aijer M. 
zie P. batoe M. 



Pal ma e. 

J» 
?> 

>» 
5) 
?) 
?> 



Melif 



laceae. 



Asclepiadeae. 
Zingiberaceae. 



Papilionaceae. 

Meliaceae. 

Acanthaceae. 

Papilionaceae, 

Musaceae. 

)) 
?) 
j) 



209 



Inlandsclie 
Naam. 


Botanische benaming. 


Natuurlijke 
Familie. 


Pisere kekil S. 


Dichroa cyanitis Miq. 


Hydrangeaceae. 


Pitada Mak. 


Sonneratia acida DG. 


Myrtaceae. 




„ alba DC. 


)j 


PItlsan J. 


Acrostichum nummulifolium BI. 


Polypodiaceae. 


Pitpisan. S. 


Vangueria latifolia Miq. 


Rubiaceae. 


Pitjoeng S. 


Hjdnocarpus inebrians Vhl. 


Pangiaceae. 


„ -tjelleng S. 


Trichosanthes coriacea BI. 


Cucurbitaceae. 


Pitoe-liiitjar J. 


Blumea lacera DC. var. Bur- 






[manni. 


Compositae. 


PItsjo T. 


Cycas pectinata Hmlt. 


Cycadeaceae. 


Pittis-pittisan BI. 


Hoya Rumpliii BL 


Asclepiadeae, 




„ macrophylla BI. 


)) 


„ „ ketjil BI. 


Dischidia nummularia RBr. 


>T 




„ Rafflesiana Wall. 


jf 


Plam djiewa Pal. 


INIangifera mdica L. ö domestica. 


Anacardiaceae. 


PliUak S. 


Bradleya Blumei Std. 


Eupliorbiaceae. 


Plisse-dangan M. BI. 


Vallaris pergulana ]3rm. 


Apocynaceae. 


Plosso J. 


Butea frondosa Rxb. 


Papilionaceae. 


Pluman J. 


Pogonostemon Dsv. sp. 1. 


Labiatae. 


Po J. & BI. 


Man gifera indica L. 


Anacardiaceae. 


Po-angoes BI. 


„ minor BI. 


)i 


Poboan S. 


Urtica leucopliaca BI. 


Urticaceac. 


Pochpoclian S. 


„ glaberrima BI. 


3) 




j, cataracta Std. 


iy 




„ angulata BI. 


>> 




., lutescens BI. 


»j 


Poe Cel. 


Quercus raolucca Empli. 


Cupuliferae. 


Poea Ikl 


Areca cateclm L. 


Pahnae. 


Poean-bonga J. 


Clerodendrum calamitosum L. 


Vcrbenaceae. 


Poedak S. K. 


Pandanus laevis Rmph. 


Pandaneae. 




„ inermis Rwdt. 


)} 


Poedja Mak. 


Barringtonia alba Hsskl. 


Myrtaceae. 


Poeding rimbo Sum. 


Polyphragmon bydrangeaefo- 




[Wk. 


[lium Miq. 


Rubiaceae. 


„ oetan M. Sum. 






[Wk 


Wendlandia Teysmanniana Miq 


?> 


Poe -jong Cii. 


Hibiscus mutabilis L. 


1 Malvaceae, 



u 



210 



ïnlandsclie 
Naam. 


Botanische benaming. 


Natuurlijke 
Familie. 


Poekie andjieng M. R. 


Cynometra cauliflora Wld. 


Papilionaceae, 


Poelas R. 


zie Poeloes S. 




Poelassan S. R. 


Nephelium glabrum Cmbsd. 


Sapindaceae. 




„ mutabile BI. 


j) 




„ longanum Hk. 


?) 


„ boddas S. 


„ glabrum Norh. var. a 


» 


„ hiedung S. 


„ „ „ var. h 


>> 


Poekssarie S. M. R. 


Aljxia stellata R. & S. 


Apocynaceae. 


„ gedeh S. 


„ „ var. latifolia BI. 


» 


„ labi R. 


Chilocarpus suaveolens Bi. 


» 


„ lalakki S. 


if yy il • 


)) 


„ poetie M. 


„ denudatus BI. 


>? 


Poelë M. J. 


Alstonia scbolaris RBr. 


ii 




Blaberopus villosus Miq. 


yy 




Tabernaemontana citrifolia L. 


it 


„ pipiM.Sum.Wk. 


Alstonia calophylla Miq. 


yy 


„ batoe M. 


ïimonius Rumpliii BI. 


Rubiaceae. 


Poeleh M. Sum. 


Fagraea imperialis Mig. 


Loganiaceae. 


Poeleh-pandak M. J. 


Opliioxylon serpentinum L. 
„ trifolijxtum Grtn. & ob- 


Apocynaceae. 




[versum Miq. 


» 


Poeli J. 


Alstonia spectabilis RBr. 


)> 


Poeloe-lata J. 


Thalictrum javanicum BI. 


Ranuiiculaceae. 


Poeloengan J, 


Cardiospermum helicacabum L. 


Sapindaceae. 


Poeloes S. 


Urtica ovalifolia Bi. 


Urticaceae. 




„ confinis BI. 


>» 




„ stimulans Thnb. 


}) 




„ „ „ ., varrob- 






[tusa Bi. 


>> 




„ javanica BI. 


»> 


„ aroy S. 


Tragia hirsuta BI. 


Euphorbiaceae. 




Cnesmone javanica BI. 


jf 


„ besaar S. 


Urtica spinosa BI. 


Urticaceae. 


„ djalatong S. 


,y ovalifolia BI. 


yy 




„ sinuata BI 


)i 


,, gatel S. 


5, ovalifolia BI. 


y> 


„ heedjoh S. 


1 „ stimulans Thnb, 


y) 



211 



— ; .... i:::^ ■■ — 

Inlandsche 

"IVT 


Botanische benaming. 


Natuurlijke 


Naam. 




Familie. 


Poeloes malaba S. 


Urtica ardens BI. 


Urticaceae. 


j, malehla S. 


„ obnoxia Hsskl. 


jj 


„ moending S. 


„ aestuans Wld. 


it 


Poeloet beurriet S. 


Kopsia arborea BI. 


Apocynaceae. 


Poeloetan J. 


Corchorus javanicus Bam. 


Tiliaceae. 




Urena lappago DG. 


Malvaceae. 


„ laut M. 


Abutilon striatum Hk. 


)) 


Poelot M. 


Urena lappago DC. 


it 


Poenanga boeg Mak. 


Calophyllum inophjllum L. 


Clusiaceae. 


Poenggang S. 


Barringtonia racemosa BI. 


Myrtaceae. 


Poepoeloetan M. 


Urena heterophylla Sm. 


Malvaceae. 


Poerasane Amb. 


Alyxia stellata R. cfe S. 


Apocynaceae. 


Poerdoppo wali J. 


zie Poetat Avaleh J. 




Poeroet S. 


Artocarpus rigida BI. 


Artocarpeae. 




Ficus tjlophylla Hsskl. 


Moreae. 




„ L. spec. bantam. 


)» 


Poerwo djamboe J. 


Gautiera punctata BI. 


Ericaceae. 


„ genni J. 


Agapetes varingiaefolia BI. 


iy 


„ iki J. 


Elatostemma Prst. spec. 1. 


Urticaceae. 


„ koening J, 


Hypericum javanicum Rwdt. 


Hypericineae. 


„ koetjet J. 


Rubus lineatus Rwdt. 


Rosaceae. 


„ sottoh J. 


Gautiera leucocarpa Endl. 


Ericaceae. 


V yeng J. 


Pimpinella pruatjan MIkb. 


Umbelliferae. 


Poespa S R. 


Schim a Noronhae Rwdt. 


Clusiaceae. 




Gordonia Wallichli DC. 


j> 




Tetranthera multiflora Ns- 


Laurineae. 


„ lumboet S. 


Acronoda punctata BI. 


Tiliaceae. 


„ mida S. 


Calpandria lanceolata BI. 


Meliaceae. 


„ nidra J. of 






Posponidro J. 


Canna coccinea Ait. 


Cannaceae. 


Poespa tja rang S. 


Dehaasia microcarpa BI. 


Laurineae. 


Poetag (?}. 


Acronoda punctata BI. 


Tiliaceae. 




Sizygium racemosum DC. 


Myrtaceae; 


Poetar S. 


Ixora corylifolia Wght. 


Rubiaceae. 


Poetat S. J. 


Planchonia sundaica Miq. 


Myrtaceae. 




Barringtonia spicata BI. 


)> 




,, racemosa BI. 


}) 



212 



Inlandsche 

Naam. 



Botanische benaming. 



Natuurlijke 
Familie. 



Poetat gedeli S. 

„ goenong S. 

„ lakki S. 

„ "\^'Rlell J. 
Poetir S. 
Poetjoek J. 

„ soelang S. 

Poetjoeng oetan M. 
Poetjoengan J. 
Poetoen Bantam. 
Poetrawalli J. 
Poetria R. 
Poetsja Mak. 

Poetsjoeng J. 
Poewan i\. 
Poe war R. 
„ lald K. 

Pohodoelang S. 
Pohon da\YOn sago Bd. 
„ ban ja war S. 

„ hidop J. 

„ kerambaiigM.& 

„ kerambil M. 

,. kiara S, 

,, knitni J. 

,, krangean J. 

„ kot J. 

„ manggir J. 

,, mar ra M. 
,, mienjan M. 
„ uior M. 



Barringtonia rubra BI. 

„ alba BI. 
Myrtaceae RBr. spec.bant. incert. 
Plancbonia sundaica Miq. 
I^arrrngtonia spicata BI. 
Cocculus crispus DC. 
Parkia intermedia Hsskl. 
Corypba umbraculifera L. 
Typbonium ? discolor Ilsskl. 
Adeiiosacme cauliflora Miq. 
Clerodendrum paniciculatum L. 
Campelia glabrata Knth. 
Barringtonia speciosa BI. 
zie Poetat Avaleb J. 
Mussaenda frondosa L. 
Barringtonia acutangnla Ortn 

„ racemosa 131. 
Hydnocarpus inebrians Vbl. 
Clerodendrum inerme Grtn. 
Amomum cardamomum L. 

„ gracile BI. 
Scaevola Plumieri L. 
Albizzia Julibrissin Boiv. h moUis 
Ptycbosperma sylvestris Miq. 
Pinanga nenga BI. var. h haiijawar. 
Eupborbia tirucalli L. 

Cocos nucifera L. 
Ficus procera Rwdt. 
Elaeocarpus angustifolius BI. 
Tetrantbera citrata Ns. 
Albizzia tenerrima Vriese. 
Pitbecolobium Jungbubnianum 

[Bnth. 
Rottlera tomentosa Hsskl. - 
Styrax benzoin Dryand. 
Cueos nucifera L. 



Myrtaceae. 



Menispermaceae. 

Mimoseae. 

Palmae. 

Aroideae. 

Rubiaceae. 

Verbenaceae. 

Commelijnaceae. 

Myrtaceae. 

Eubiaceae. 
Myrtaceae. 

Pangiaceae. 

Verbenaceae. 

Zingiberaceae. 

Goodeniaceae. 

Mimoseae. 

Palmae. 

Eupborbiaceae. 

Palmae. 

Moreae. 

Tiliaceae. 

Laurlneae. 

Mimoseae. 



Eupborbiaceae. 

Styraceae. 

Palmae. 



213 



Iiilandsclie 
Naam. 



Botanische benaming. 



Natuurlijke 
Familie. 



Pohon oepas M. 

„ pait M. 

„ pikng J. 

„ plebber J. 

„ sadang S. 

„ sengon J. 

„ sikat Bd. 

„ tjap M. 

„ weroe M. J. 

Pohpohan J. 
Pohung S. 
Poko J. 
Pokor koepan M. 

„ „ wassi Mol 
Pokroe J. 
Polat Amb. of 
Polot Amb. 
Polendo darat BI. 

„ laut BI. 
Pollo-keijou J. 
Polloe S. 
Pollong M, S. 
Polomit-sjoe Ch. Bo, 

Polong M. 
Polto-polto Mand. 
Pompohrang S. 
Pompoeloetan lalak- 
[ki S.^ 
„ param poean S 
I Ponipoeroetan. S. J 



Antiaris toxicaria Lesch. 
Laurus angustifolia Rwdt. 
Acacia ? alba B.,wdt, 
Viburnum coriaceum BI. 
Saribus rotundifolius BI. 
Albizzia stipulata Bolv. 

„ ? moluccana Miq. 
Rhus succedaneus L. 
Albizzia procera Bnth. 
Daphnidium caesium Ns. 
zie Pochpochan S. 
Dichrostachys cinerea W. & A. 
Peperomia javanica Miq. 
Talauma Rraphii BI. 

Stryclmos tieuté Lesch. 

ürtica ovalifoHa BI. 
Trevesia moluccana Miq. 
Scaevola Plumieri L. 
Dais octandra L. 
Zehneria exasperata Miq. 
Pisum sativum L. & variet. 
Artocarpus integrifolia L. 
Anona muricata L, 
Carvophyllns aroraaticus L. 
Callicarpa cana L, 
Calosanthes indica BI. 

Triumfetta glandulosa Lam. 

„ sufFruticosa BI. 
Corchorus javanicus Brm. 
Melochia erecta Brm. 
Xanthium indicum Kxb. 
Urena lobata L. 

„ L. spec. plurim. 
Triumfetta humifusa Hsskl, 



Artocarpeae. 

Laurineae. 

Mimoseae. 

Lonicereao.- 

Palmae. 

Mimoseae. 

5) 

Anacardiaceae. 

Mimoseae. 

Laurineae. 

Mimoseae. 

Labiatae. 

Magnoliaceae, 



Loganiaceae, 



Urticaceae. 

Araliaceae. 

Goodeniaceae. 

Daphnoideae. 

Cucurbitaceae. 

Papilionaceae. 

Artocarpeae. 

Anonaceae. 

Myrtaceae. 

Verbenaceae. 

Bignoniaceae. 

Tiliaceae. 



Büttneriaceae. 

Compositae. 

Malvaceae. 

Tiliaceae. 



214 



Inlandsclie 
Xaara. 



Botanische benaminfr. 



Natuurlijke 
Familie. 



Pompoeroetan bod- 
[das S. 

„ bunjer S. 

„ burrum S. 

„ koiineng S. 
Poncho-soedo J. 
Pong J. & 

„ pahang J. 
Pongokau J. 
PontjoUok J. 
Pop o Men. 
Popoeloetan J, 
Popongan BI. 

Popotjangan laut S. 
Poppya oetau M. 

Porang J. 
Porono-jiwa J. 
Possi-possi ï. 

Potong M. J. BI. 
PottoDgkoedjaugS.M 

Pradak poeding R. 
Pradjitan J. 
Prakkoe-toepoe J. 
Pran J. 
Prappat J. 
Prellak S. 
Prending S, 
Prya Pv. 
Pringgat R. 
Pringgi K. 
Priokra M. Bintang. 
Proeatjan J. 



Triumfetta L. spec. plurim. 

„ cana BI. 
Sida viscidula BI. 
Urena heterophylla Sm. 

„ villosiuscula BI. 
Jasminum multiflorum Etli. 

Dicrostachys cinerea W. & A 
Crypteronia paniculata BI. 
Piliostigma acidum Bnth. 
Cocos nucifera L. 
Urena sinuata L. 
Dioscorea ClifFortiana Lam. 
Cardiopteris moluccana BL 
Psychotria bantamensis Miq. 
Peliosanthes javanica Hsskl. 
Momordica subangulata BI. 
Trichosanthes trifoliata BI. 
Scaevola Plumieri L. 
Euchresta Horsfieldii Bnnt. 
Sonneratia acida DC. 

„ alba DC. 
Bambusa aspera R. & S. 
Desmodium DC. spec. plur. 
Catenaria laburnifolia Bnth. 
zie Handullum burrum S. 
Crotalaria retusa L. 
Acalypha virginica L. 
Dichrocephala paniculata Miq. 
Sonneratia acida DC. & var. 
Diospvros cauliflora BI. 
Hydrocotyle hirsuta DC. 
Momordica charantia L. 
Yitis sylvestris BL 
Cucurbita pepo L. 
Xepenthes phyllamphora Wld. 
Pimpinclla pruatjan Mlkb. 



Tiliaceae. 
Malvaceae. 



Jasmineae, 

Mimoseae. 
Rhamneae. 

Palraae. 

Malvaceae. 

Dioscoreae. 

Sapindaceae. 

Rubiaceae. 

Ophiopogoneae. 

Cucurbitaceae. 

ïj 
Goodeniaceae. 
Papilionaceae. 
Myrtaceae. 

>» 
Gramineae. 
Papilionaceae. 
Confervaceae ? 

Papilionacea. 

Euphorbiaceae. 

Compositae. 

Myrtaceae. 

Ebenaceae. 

Umbelliferae. 

Cucurbitaceae. 

Ampelideae. 

Cucurbitaceae. 

Nepentheae. 

Umbelliferae. 



215 



»= ' ■ ■■ ^ 

Inlandsche 
Naam. 


Botanisclie benaming. 


Natuurlijke 
Familie. 


Proet S. 


Tliibaudia floribunda BI. 


Erlcaceae. 




Vaccinium latifolium Rwdt. 


jj 




Balanophora Frst., spec. omn : 


Balanophoi'eae. 


Proetak M. 


Hydnophytum Jck. 


Rubiaceae. 




Myrmecodia Jck. 


}> 


Promosodo J. 


Cordia subcordata (BI?). 


Cordiaceae. 


Prono-djiwa J. 


zie Porono-jiwa J. 




Protak S. 


Pachycentria constricta BI. 


Melastomaceae, 


Pu Cel. 


Quercus molucca Kmph. 


Cupuliferae. 


Pua Amb. 


Areca catechu L. 


Palmae. 


Puhtak S. 


Mjrtaceae KBr., spec. bantam. 




Piihüng S. 


Dicrostachys cinerea W. & A. 


Mimoseae. 


Puntoi S. 


Parkia africana RBr. 


ti 


Pussaar S. 


Artocarpus integrifolia L., var. 






[ a runcinata. 


Artocarpeae. 


Putlr S. 


Parkia intermedia Hsskl. 


Mimoseae. 


Putoi S. 


„ speciosa Hrt. Bog. 


n 



Rabey Lli. 
Rabassa J. 
Rabna bakadja J. 
Raboeset M. 
Radja R. 

„ (kajoe) R. 
Radna poetie J. 
Eadjoen S. 

„ lalakki S. 
Raggi J. 
Ragoeló J. 



,, goenong 
Rajana S. 
Ray-ray T. 



S. J. 



R. 

Lygodium circinatum Sw. 
Plydrocotyle asiatica L. 
Gomphrena globosa L. 
Disemma Horsfieldii Miq. 
Hernandia sonora L. 
Cassia javanica L. 
Gomphrena globosa L. 
Sciadiphyllum scandens DC. 
Lasianthus lucidus BI. 
Ichnocarpus frutescens RBr. 
Abelmoschus pseudo-abelmosc- 

[hus Wil. 
Hypericum coriaceum Bi. 
Lactuca indica L. 
Achyranthes bidentata BI, var ; 
[elongata. 



Schizaeaceae. 

ümbelliferae. 

Amarantaceae. 

Passifloreae. 

Hernaudiaceae. 

Papilionaceae. 

Amarantaceae. 

Araliaceae 

Rubiaceae. 

Apocynaceae. 

Malvaceae. 

Hypericineae. 

Compositae. 

Amarantaceae. 



216 



Inlandsche 
Naam. 


Botanische benaming. 


Natuurlijke 
Familie. 




Desmoschaeta prostrata DC. 


Amarantaceae. 


Eakat R. 


Abrus p 


raecatorius L. 


Papilionaceae. 


Eakka J. 


Pteris L 


. spec. 


Polypodiaceae. 


Rak-nassi M. J. 


Pergularia accedens BI. 


Asclepiadeae. 


„ "^'ek J. 


Mucuna 


prurita Hk. 


Papilionaceae. 


Ptamai S. 


Boehmeria sanguinea Hsskl. 


Urticaceae. 


Bamak dacrlnorlalak- 








[ki S. 


Clerodendrum macrophyllumBl. 


Verbenaceae. 


„ lakki S. 


Ruellia 


3icolor BI. 


Acanthaceae. 


Rambang J. 


Bruguiera gymnorbiza Lam. 


Rhizophoreae. 


Rambia M. R. 


Metroxy 


ion sagus Rttb. 


Palüiae. 


Ramboeset Madura. 


Passiflora Horsfieldii BI. 


Passifloreae. 


Ramboet daauwn R. 


Opbioderma pendulum Endl. 


Ophioglosseae. 


„ kaloga M. 


Jussiaea 


repens L. 


Oenothereae. 


„ poetrie M. R. 


Cassytha 


filiformis L. 


Lauriueae. 


Ramboeta T. 


Bixa ore 


ilana L. 


Bixaceae. 


Ramboetan S.M.J.R. 


Neplieliumlappaceum L. cum var : 


Sapindaceae. 




a rair 


iboetan atjeh leutiek. 


j» 




b 


„ „ gedeh. 


» 




c 


„ „ boddas. 


11 




d 


„ „ konneng. 


if 




^ 


„ „ goendil. 


>i 




f 


„ goendil. 


y) 




<j 


„ „ pïit. 


)> 




h 


„ atjeh hoerong. 


>; 




i 


,, boeloe toentoen. 


jj 




k 


„ gedeh. 


if 




l 


„ „ leutiek. 


)) 




m 


„ ramantan. 


1} 




n 


„ serógol. 


J) 







„ leutiek hiedung. 


)? 




P 


„ lengsar. 


» 


Eameh S. of 








Rami M. R. 


Boehmeria sanguinea Hsskl. 


Urticaceae. 




Urtica diversifolia BI. 


)) 




„ nivea L. 


j> 




„ aestuans BI? 


)f 



217 



Inlandsche 
Naam. 


Botanische benaming. 


Natuurlijke 
Familie. 




Corchorus olitorlus L. 


Tiliaceae. 


Rameli boeloes S. 


Urtica rugosisima Rwdt. 


Urticaceae. 


Rami tjina M. 


Corchorus capsularis L. 


Tiliaceae. 


Ramen J. 


Boehmeria candicans Hsskl. 


Urticaceae. 


Ram is Mak. 


Carjota Rumphiana BI. 


Pal ma e. 


Ramnia R. 


Bouea oppositifolia Msn. 


Anacardiaceae. 


Ramok daging S. 


Leiocarpus arboreus BI. 


Euphorbiaceae. 


„ gellang S. 


Portulaca oleracea L. 


Portulaccaceae, 


„ giling S. 


Sciadiphyllum scandens DC. 


Araliaceae. 




Paratropia divaricata Miq. 


)> 




„ longifolia DC. 


IJ 


;, „ huntje S. 


„ parasitica Miq. 


j> 


„ goendie S. 


„ elliptica Miq. 


?> 




„ tomentosa Miq. 


j> 




„ polybotrya Miq. 


» 




„ corono-sjlvae Miq. 


>? 




„ parasitica Miq. 


>> 


Ramókêkesli J. 


Ficus japonica BI. 


Moreae. 


Rampai R. 


Pandanus latifolius Rmph. 


Pandaneae. 


Rampanei R. 


Ardisia coriacea BI. 


Myrsineae. 


Rampoe-kassang S. 


Anthisthiria arguens ^Yld. 


Gramineae. 


Randa-katissan S. 


Jussiaea fluviatilis BI. 


Oenothereae. 


Randjeh-bakoeng (?). 


Susum anthelminthicum BI. 


Xerotideae. 


Randoe M. R. J. 


Eriodendrum anfractuosum var. 






[indicum DC. 


Sterculiaceae. 


„ agoeng J. 


Salmalia malabarica Schtt. 


jj 


„ alias S.M.R.J. 


if j> » 


)» 




Crataeva magna DC. 


Capparldeae. 


„ badak S. 


Psychotria rhinocerotis Rwdt. 


Rubiaceae. 


„ kapok J. 


Gossampinus alba Hmlt. 


Sterculiaceae. 


„ lawang S. of 






„ leuwung S. 


Salmalia malabarica Schtt. 


)i 


Raneh S. M. R. J. 


L^xopodium ornithopoides L. 


Lycopodiaceae. 




„ planum Dsv. 


V 




„ javanicum Sw. 


n 




„ Wildenowii Esv. 


}> 




„ canaliculatum L. 


1) 



218 



Inlandsche 
Naam. 



Botanische benaminsr. 



Natuurlijke 
Familie. 



Kaneh gampang J. 
Kangas R. 
Ranjie S 

Ranteh peutjang S. 
Rapa djawa Mak. 
Rap o Mak. 

„ leko Mak. 
Rappotsjidoe Mad. 
Rara Mak. 

„ ajam M. 
Rarak S. 

Rarawéha S. 
Rare T. 
Rass S. 
Rassak ZBo. 
Rassamala S. R. 
Ratjom ratjam BI. 
Rau M. & 
Rauhitoe Mak. 
Rauparoro T. 
Rawü J. 
Rawong (?). 
Raijana S. 

„ boddas S. 

„ burrum S. 
Rebut Br. 

Reluksa aroy S. 
Remang S. 

„ poetoen S. 
Remblas J. 
Rendang M. 
Rende Sum. 
Rendeng J. 
Rendoe S. 



Lvcopodiura cernuum L. 
zie Renirlias S. 
Dialium indum L; 
Rivina purpurascens Schrd. 
Svzi2;ium iambolanum DC. 
Areca catochu L. 
Piper siriboa L. 
Artocarpus integrifolia L. 
Erythrina dioica DC. 
Celosia crisrtata L. 
Otophera spectabilis BI. 
Sapindus rarak L. 
Mucuna pruriens DC. 
Adenanthera falcata DC. 
Vitex pubescens 71il. 
Retinodendrum rassak Khs. 
Liquidambar Altingianum BI. 
Diplocinium tuberosum ]Miq. 

Dracontomelon mangiferum BI. 
Nüthopanax cochleatum Miq. 
Mucuna pruriens DC. 
Oei mum viscosum Roth. 
Lactuca indica L. 
Sonchus fallax Wil. 

„ sundaica BI. 
Crinum toxicarium Herbert, an. 

„ asiaticum L. 
Boehmeria repanda Hsskl. 
Cratoxjlon Hornschuchii BI. 

„ BI. spec. nov. bantam 
Ficus remblas Miq. 
Carissa carandas .L. 
Bentinckia renda Mrt. 
Hydrocotyle hirsuta DC. 
Pinanga Kulilii BI. 
Cyrtandra Frst, spec. plur. 



Lycopodiaceae. 

Papilionaceae. 
Phytolaccaceae. 
Myataceae. 
Palmae. 
Piperaceae. 
Artocarpeae. 
Papilionaceae. 
Amarantaceae. 
? 

Sapindaceae. 
Papilionaceae. 
Mimoseae. 
Verbenaceae. 

Balsamifluae. 
Begoniaceae. 

Spodiaceae. 

Araliaceae. 

Papilionaceae. 

Labiatae. 

Compositae. 



Amaryllideae. 

» 
Urticaceae. 

Hypericineae. 

Moreae. 

Apocynaceae. 

Palmae. 

Umbelliferae. 

Palmae. 

Gesneriaceae. 



219 



Inlandsclie 


=5' ■■■•■■ -.■ ■ , ■■■■■ ' r= 

Botanische benaminof. 


Natuurlijke 


Naam. 


o 


Familie. 




Ruellla L. spec. plurira. 


Acanthaceae. 


Ren doe badak S. 


Cyrtandra glabra Jck. 


Gesneriaceae, 


„ burrura S. 


Rucllia Hamiltoniana Std. 


Acanthaceae. 


„ lalakki S. 


Cyrtandra pendula BI. 


Gesneriaceae. 


„ poetjang S. 


Ebermeyera iucana lisskl. 


Acanthaceae. 


Rendoel ribatan S. 






[Sum. 


Chasalia lurlda Miq. 


Rubiaceae. 


Eengbas S, M. 


Glata benghas L. 


Anacardiaceae. 




Semecarpus anacardlum L. 


» 


„ manoek S. 


Coniogeiton arborescens BI, 


)j 


Reiijoe S. 


Rhodaüinia (Myrtus) spectabih's 






[BI. 


Myrtaceae. 


Riang-riang Mand. 


Vitis sylvestris BI. 


Ampelideae. 


Ribadien J. 


Rubus alpestris BI. 


Rosaceae. 


Eibey Lh. 


Lygodiura cu'cinatum Sw. 


Schizaeaceae. 


Ribes J. 


Ficus gibbosa BI. 


Moreae. 


Riboe-riboe M. 


Helminthostachys dulcis Kaulf. 


Ophioglosseae. 


Ribua Lh. 


Crinum toxicarium Herbert. 


Amaryllideae. 


Rijmbam Br. 


Bassia longifolla Lam. 


Sapotaceae. 


Ri-larat J. 


Hibiscus surattensis L. 


Malvaceae. 


Ri-in Amb. 


Heliconia buccinata Rxb. 


Musaceae. 


Rinat Amb. 


Semecarpus cassuvium Sprg. 
„ anacardium DC. var. 


Anacardiaceae. 




[angustifolia. 


)i 


Rindengan J. 


Cardiopteris lobata Wall. 


Sapindaceae. 


Rindoh S. 


Ebermryera elongata Hsskl. 


Acanthaceae. 


Eingan-ringan J. BI. 


Hedysarum strobiliferum L. 


Papilionaceae. 




Dodonaea triquetra DC. 


Sapindaceae. 


Ringis S. 


Rhodamnia spectabilis BI. 


Myrtaceae. 


Rinjoeng S. 


Melastomaceae RBr. sp. incert. 




Rinoe S. 


Cubeba officinalis Miq. 


Piperaceae. 


„ leuwung S. 


Piper recurvum BI. 


jj 


„ manoek S. 


„ baccatum BI. 


» 




„ arborescens BI. 


» 


Rintjik-rintjik R. 


Hoya lacunosa BI. 


Asclepiadeae. 


Rioed Amb. of 






Rioen Amb. 


Heliconia buccinata Rxb. 


Musaceae. 



220 



Inlandsche 
Naam . 


Botanische benaming. 


Natuurlijke 
Familie. 


Riseseer J. 


Berberis asiatica (BI ?) 


Berberideae. 


Rita Mak. & 






Rite Amb. 


Alstonia scholaris RBr. 


Apocynaceae. 


Ri-Avonno J. 


Smilax china Ju. 


Smilacineae. 


Roaay S. 


Phaseolus lunatus L. 


Papilionaceae. 


Roe R. 


Gasuarina llttorea BI. 


Casuarineae. 


Roekem S. R. 


Flacourtia Cms. spec. divers. 


Bixaceae. 




„ jangomas Gml 


jy 




„ rukam Z. & M. 


>ï 




Phoberos rinanthera Endl 


j) 


„ assam S. M. 


Flacourtia sapida Rxb. 


»r 


„ badak S. 


Capparis L. spec. bantam. 


Capparideae. 


„ kembang M. 


Phoberos rhinanthera Endl. 


Bixaceae. 


„ manies M. 


Flacourtia cataphracta Rxb. 


iy 


„ sepat S. 


„ jangomas Gmel. 


j) 


Roekoe Mak. 


Cyperus rotundus L, 


Cyperaceae. 




Oplismenos bromoides R. & S. 


Gramineae. 




„ Burmanni R. & S. 


j) 


„ teker M. 


Eleocharis tuberosa Schlt. 


Cyperaceae. 


Roekoem S. 


Sphaerocarya moschifera BI. 


Santalaceae. 


Roekoe-roekoe M. Bd. 


Ocimum gratissimum L. 


Labiatae. 


Roema-semoet M. 


Hydnophytum formicarun Jok. 


Rubiaceae. 




Myrmecodia tuberosa Jck. 


)> 


Roemboeta S. 


AUophyllus javensis BI. 


Sapindaceae. 


Roemoet Lt. 


Ophioglossum pendulum L. 


Ophioglosseae. 


Roempoet M, 


zie Djoekoet S. 




„ assap M. 


Poa plumosa Rtz. 


Gramineae. 


„ bengala M. 


Paspalum mollicomum Kth. 


5) 


„ boeloe babi M. 


Pimbristylis polytrichoides R,&S. 


Cyperaceae. 


„ „ mata M. 


Spinifex squarrosus L. 


Gramineae. 


„ boewang M. 


Commelijna benghalensis L. 


Commelijnaceae. 


„ dj in tam M. 


Pimbristylis polytrichoides R.&S. 


Cyperaceae. 


„ emboen M. 


Lepeocercis pertusa Hsskl. 


Gramineae. 


„ kakarendengan 






[M. 


zie R. kasan J. 




„ karbou M. 


Eleusine indica Trin. 


>? 


„ kasan J, 


Anthisthiria ciliata L. 


}t 



221 



Inlandsclie 
Naam. 



Botanische benaming. 



Natuurlijke 
Familie. 



lloempoet koeda M 


Oplismenos bromoides K. & S. 


Gramineae. 




„ liurmanni K. & S. 


jj 


„ koekoehoelang 






[M. 


Limnoqhila villosa BI. 


Scrophularineae. 


„ kras M. 


zie K. karbou M. 




„ laut M. 


Stipa littorea Brm. 


Gramineae. 


„ malela M. 


Panicum limnaeum Steud. 


»> 


„ maimi-maimi M. 


Coix agrestis Wld. 


jj 


„ oedang-oedano- 






[M. 


Diplocinium bombycinum KI. 


Begoniaceae. 


„ oetan M. J. 


Scirpus miliaceus Brm. 


Cyperaceae. 


„ paket J. 


Argyreia ? mollis Chois. 


Ccnvolvulaceae. 


„ palias J. 


Panicum polystachium Brm. 


Gramineae. 


„ ploemboen J. 


Ischaemum barbatum Ktz, 


)5 


„ seret J. 


Galium barbatum Ktz. 


Kubiaceae. 


„ seriboe ayer J. 


Ulva javanica DC. 


Ulvaceae. 


„ takki S. 


Kyllinga fuscata Miq. 


Cyperaceae. - 


„ tali sait {?). 


Cyanotis axillaris Schlt. 


Commelijnaceae. 


„ toeAvan Schil M. 


Turnera sericea H. B. & Kth. 


Turneraceae. 


„ walanggenni J. 


Polygonum pulchrum BI. 


Polygoneae. 


Koenoen Lt. of 






Koeroen Lt. 


Heritiera littoralis DC. 


Sterculiaceae. 


Koeremoe T. 


5) 5» >» 


j> 


Roeroe-teker M. Mak. 


Eleocharis dulcis Trin. 


Cyperaceae. 


Koeroekoe S. 


Ocimum aristatum IH. 


Labiatae. 




Teucrium viscidum BI. 


)) 


Koeroh NG. 


Cocos nucifera L. 


Palmae. 


Koessimal NG. 


zie Rasamala M. 




Koessoe-lajn UI. 


Sophora heterophylla L. of 


Papilionaceae. 




„ tomentosa DC. 


?> 


Koettoe maun Amb. 


Jambosa aquaea Kmph. 


Myrtaceae. 


„ roettoekajoeM. 


Lycopodium phlegmaria L. 


Lycopodiaceae. 


Koetsjarra T. & 






„ goffo T. 


Bidens AVallichii DC. 


Compositae. 




„ peduncularis Gaud. 


5) 


Koettoen Amb. 


Jambosa domestica Kmph. 


Myrtaceae, 


., layn Amb. 


,, „ ,, var. e nigra. 


lt 



222 



Inlandsche 


Botanisdie benaming. 


Natuurlijke 
Familie. 


Naam. 




Roettoen moelaAmb. 


Jambosa domestica Rmph. 


Myrtaceac. 


„ oar Amb. 


„ var. e 






[nigra. 


ii 


„ tsapeo Amb. 


„ aquaea Rmph. 


»» 


Rogare Mak. 


Guilandina bonduc 1/. 


Papilionaceae. 


Rombia Mak. 


Metroxylon sagus Rttb. 


Palraae. 


Romiho Bd. 


?) ?) j» 


» 


Romo J. 


Lactuca indica L. var. g sub- 






[mtegerrima Miq. 


Composïtae. 


Ronden g M. J. 


SufFrenia dichotoma Miq. 


Lythrarieae, 


Rong R. 


Garcinia cambodja Desr. 


Clusiaceae. 


Ronggot S. 


Elettaria alba BL & aliae. 


Zingiberaceae. 


Roossan J. 


Saccbarum officinale L. 


Gramineae. 


Ropal deda J. 


Dischidia punctata Dcsn. 


Asclepiadeae. 


Roppo-rappo-djawa 






[Mak. 


Sizygium jambolanum DC. 


Myrtaceac. 


Rorako T. 


Parkinsonia echinata Sprg. 


Papilionaceae. 




Dipbaca cochincbinensis Lour. 


}> 


Roraka Td. 


Caesalpinia sappan L. 


»i 


Rosamala ? 


zie Rasamala M. 




Rosmarijn ambon M. 


Hedjotis crateogonum DC. 


Rubiaccae. 


Rüttan M. R. 


zie Hoofeh S. 




„ ayer M. 


Calamus littoralis BL 


Palmac. 


„ aleii M. 


„ rudentum Rxb. 


j) 


„ alea M. 


Calamus graminosus BI. 


u 


„ assam M. 


Daemonorops barbatus Mrt. 


» 


„ boeloe M. 


„ strictus BI. 


5> 


}) 


Calamus pisicarpus BI. 


ï> 


„ boeboet M. 


„ Rumpbii BI. 


» 


j, djerenang M.R. 


Daemonorops draco Bk 


» 


„ gelag M. 


Calamus horren s Bk 


7> 


„ goenong M. 


„ exil is Grift'. 


)» 


j, itam M. 


Daemonorops niger BI. 


J> 


' 


,, melanochaetes BL 


)> 


„ jawa M. 


Calamus viminalis Rwdt. 


}) 


., kalappa M. 


Daemonorops calapparius BL 


» 


., kav>'a M. 


Calamus cawa BI. 


1t 



223 



Inlandsclie 


Botanische benamino;. 


^Natuurlijke 
Familie. 


JS^aam. 


o 




Calamns equestris Wld. 


Palmae. 


Rottan koro S. 


„ heteroideus BI. 


)> 


„ korwaër J. 


Flagellaria iiidica L. 


Flagellarieae. 


„ latong M. 


Calamus caesius BI. 


Palmae. 


„ leilan M. 


„ heteroideus BI. 


)> 


j, lellang Pal. 


Daemonorops palembanicns BI. 


j» 


„ leumeus M. 


Calamus asperrimus BI. 


j> 




„ melanoloma Mrt. 


„ 


„ lilin M. 


yy )> ^ M 


yy 




„ heteroideus BI. 


jy 




„ calolepis Miq. 


yy 


„ loemoes M. 


„ anceps BI. 


yy 


„ njappa M. 


Ceratolobus glaucescens BI. 


iy 


„ oetan M. K. 


Flagellaria indica L. 


Flagellarieae. 


, „ ohat ZBo. 


Calamus marginatus Mrt. 


Palmae. 


„ pella M. S. 


Daemonoraps accedens BI. 


?> 




„ oblongus BI. 


j> 


„ poetie M. 


Calamus rudentum Rxb. 


yj 


„ sabote M. 


Daemonorops hystrix Mrt. 


1} 


„ sa lak M. 


Salacca edulis BI. 


;) 


j, sanipai S. 


Korthalsia Jungliuhnii Miq. 


M 


„ segah R. 


Calamus viminalis BI. 


}i 


„ selaiig J. 


Daemonorops melanochaetcs BI. 


}f 


,, „ M. 


„ palembanicus BI. 


yy 


„ teboe. 


„ niger BI. 


n 


. 


„ melanochaetes BI. 


>i 


„ tjatjleng S. 


Calamus javensis BI. 


>» 




„ ciliaris BI. 


j> 


jy yy ^^ 


„ heteroideus BI. var. l 






[procerus. 


yy 


„ tjetjeret J. 


„ Eeinwardtii Mrt. 


j> 


„ toeni M. 


„ Rumphii BI. 


J7 


j, tratas M. 


., hetroideus BI. var. b 






[prucerus. 


}i 


„ tsavoni M. 


„ equestris Wld. 


yy 


„ turn daun be- 






[saar M. 


Daemonorops strictus BI. 


V 



221 



Inlaiidsclie 
Naam. 


Botanische benaming. 


Natuurlijke 
Familie. 




Calamus pisicarpus BI. 


Palmae. 


Eottan way-ory M. 


)) )) »> 


») 




Daemonorops strictus BI. 


» 


„ ^Yanitette M. 


Calamus viminalis BI. 


» 




„ buroënsis Mrt. 


» 


„ zalak M. 


Salacca edulis BI. 


>» 


Run Ch.^ 


Oryza sativa L. (semina cocta). 


Gramineae. 


Kuiidoe S. 


Cyrtandra Frst. spec. plur. 


Gesneriaceae. 




Ruellia L. spec. plur. 


Acantliaceae. 




Ebermayera subpaniculata Hk. 


»> 


Rungang S. 


Memecylon tinctorium AYld. 


Memecyleae. 


Runglias S. M. 


Gluta benghas L. 


Anacardiaceae. 




Semecarpus lietrophylla BI. 


». 




Buchanania arborescens BI. 


V 


„ boerong M. 


» » )> 


)» 


„ manoek S. 


5> » ?> 


)> 


Rungkeng J. 


Lasyolepis paucijuga Bnnt. 


p 


Ruün Amb. & 






„ moela Amb. 


Jambosa domestica Rmph. 


Myrtaceae. 



Saay S. 

Sa ar S. 

Saauw-manila M. 

Saba-saba T* 

Sabbeh S. 

Sabe Bi. 

Sabücr nekker Amb. 

Sabrang BI. 
Sadab R. 
Sadajiori S. 



aroy 



: R. 



S. 

Broussonettia papyrifera Vent, 
Sorgsum tropicum Spr. 
Sapota achras Mll. 
Trevesia moluccana Miq. 
Canna L. spec. plur. 
Pisonia Plm. spec. 
Colocasia antiquorum Schott. 
[var. b nymphaeifolia. 
Pachyrrbizus angulatus Rchb. 
Ruta graveolens L. 
Abutilon DC. spec. plurim. 
Riedleya DC. spec. plurim. 
Sida L. spec. plurim. 
j, bederaefolia Cass. 



Moreae, 

Gramineae. 

Sapotaceae. 

Araliaceae. 

Cannaceae. 

Nyctagineae. 

Aroideae. 

Papilionaceae. 

Rubiaceae. 

Malvaceae. 

Büttneriaceae. 

Malvaceae. 



99: 



Inlandsclie 
Naam. 


Botanische benaming. 


Natuurlijke 
Familie. 


Sadagori lalakki S. 


Sida acuta Brm, 


Malvaceae. 


Sa dan g S. J. 


Licuala peltata. 


Palmae. 


Sadangan S. 


Saribus subglobosus Hsskl. 






„ olivaeformis Hsskl. 


^} 


Sadingin R. 


Kalancboë laciniata DC. 


Crassulaceae. 


Sa dj eng J. 


Livistonia rotundifolia Mrt. 


Palmae. 


Saga S. M. K. 


Abrus praecatorius L. 


Papilionaceae. 


„ aroy S. 


» j> >» 


)» 


„ kajoe M. R. 


Adenanthera pavonina L. 


Mimoseae. 


„ polion M. 


>> j> j» 


5> 


5> ?» 5) 


Pongamia ? corallaria Miq. 


Papilonaceae. 


Sag9 man e J. 


Freycinetia Gaudichaudi ÉBr. 


Pandaneae. 


Sagoe M. Amb. 


Metroxylon Rumphii Mrt. 


Palmae. 


„ doeri rottan M. 


5, micracanthum Mrt. 


}i 


j, oetan M. 


„ filare Mrt. 


}} 


5, papeda M. 


„ sagus Rttb. 


?; 


„ param po eiiii Amb. 


j> »> ?> 


}f 


j, rottan M. 


„ fiLare Mrt. 


» 


Sagoena Bantam. 


Anonaceae Dun. spec. inc. bant. 




Saha-saha T. 


Aralia palmata DC. 


Araliaceae. 


Sahit-nietten Ui 


ü varia argentea BI. 


Anonaceae. 


Sahoe J. 


Guilandina bonduc L. 


Papilionaceae. 


„ Amb. 


Dioscorea aculeata L. 


Dioscoreae. 


„ nakkoer Amb. 


Calladium nymphaefolium Wld. 


Aroideae. 


Saihe-maruani Lb. 


Smilax zejlanica L. 


Smilacineae. 


Say-se-sjoe Ch. Bo. 


Man gifera indica L. 


Anacardiaceae. 


Saja-baki T. 


Gram matophy Hum speciosum BI 


Orchideae. 




„ scriptum BI. 


)) 


„ balitsjaga T. 


Hibiscus mutabilis L. 


Malvaceae. 


„ kananga T. 


Uvaria odorata Lam. 


Anonaceae. 


„ kotele T. 


Clitoria ternatea L. 


Papilionaceae. 


„ mamj T. 


Ixora amboinica BI. 


Rubiaceae. 


5, manoere T. 


Jasminum sambac L. 


Jasmineae. 


„ ngalli-ngalli T. 


Hibiscus mutabilis L. 


Malvaceae. 


„ ngawan T. 


zie Saja baki T. 




„ tjma ï. 


Poinciana pulcherrima L. 


Papilionaceae. 


Sajor M. 


Amarantus polygamus Wld. 


Amarantaceae. 


DL. XIX. 




15 



22C) 



Jiilandsclie 
Naam. 



Botanisclie benamiiic!;. 



Katuurlijke 
Familie. 



Sajor aijam M. 
., babi M, 



,., bandan M. 

„ hengala ketjilM 

„ bintor N. 

„ boeloe ketjil M, 

„ gebe Mol. 

„ kajoe M. 

„ kalappa M. 

„ kaïnbing M. 

„ karang M. 

„ koddak J. 

,. kodokh J. 



lomba M. BI. 
mamma M. 



„ manies M. 

„ moekamaniesM 

,y morsego M. 

,, oedang M. 

„ pakoe M. 

,, pan ga ij o e M. 

,, paijoe I\I. 

„ poetie M. 

„ poppija M. 

,, radja M. 



Amarantus tristis Lour. 
Cassia sophora L. 

„ tora L. 
Coiocasia liumilis Ilsskl. 
Borreria ocimoides DC. 
Vernonia cinerea Losch. 
Coiocasia Immilis Hsskl. 
Alternanthera sessllis KBr. 
EUübocarpus oleraceus Kaulf. 
Commelijna Eumphii Kostel. of 

„ benghalensis L. Brm. 
Gossypium vitifoliura Lam. 
Agaricus sajor kajoe Fr. 
Cycas circinalis L. 
„ pectinata Hmlt. 

Gumira integrifolia Hsskl. 

Sphaerococcus lichenoldes Ag. 
[var : b tenuis Ag. 

A triplex littoralis L. 

Ulva javanica Dll. 

EUobocarpus oleraceus Kaulf. 

Ceratopteris thalictroides Brgn. 

Pi|>er subpeltatum Wld, 

Cleome pentaphylla L. 

Polanisia icosandra DC. 

Ilelmintliostachys dulcis Kaulf. 

Emilia soncliifolia DC. 

Tricliosanthes trifoliata DC. 

Alternanthera sessilis RBr. 

Diplazium malabaricum Spr. 

Ophioglossum ovatum BI. 

Jussiaea angustifolia Lam. 

Agaricus sajor kajoe Tr. 

Pisonia sylvestris T. & Bndk. 

!\romordica subangulata IM. 

Trichosanthes trifoliata BI. 

Cycas pectinata Ilmlt. 



Amarantaceae. 
Papilionaceae. 

Aroideae. 

Kubiaceae. 

Compositae. 

Aroideae. 

Amarantaceae. 

Polypodiaceae. 

Coramelijnaceae. 

Malvaceae. 

Hymenomycetes. 

Cycadeaceae. 

Verbenaceae. 

Floridae. 
Chenopodeae. 
Ulvaceae. 
Papilionaceae. 

Piperaceae. 
Capparideae. 

Ophioglosseae. 

Copipositae. 

Cucurbltaceae. 

Amarantaceae. 

Polypodiaceae. 

Ophioglosseae. 

Oenothereae. 

Hymenomycetes. 

Nyctagineae. 

CuGurbitaceae. 

Cycadeaceae. 



227 



Inlandsclie 
Naam . 


Botanische benaming. 


Natuurlijke 
Familie. 


Sajor selar J. 


Bryonia laciniosa L ? 


Cucurbitaceae. 


„ songa M. 


Verbesina moluccana BI. 


Compositae. 


j, telorikan M. en 






„ troeboe M. 


Saccliarum edule Hsskl. 


Gramineae. 


.„ Avassa Ht. 


Ficus glomerata Rxb. 


Moreae. 


Sakandal M. 


Cordia myxa L. 


Cordiaceae. 


Sakelan Gr. 


Mekaleuca leucodendrum DC. 


Myrtaceae. 


Sakka Lt. 


Ficus bengalensis L. 


Moreae. 


Sak-iijoiig-pliaCh.Bo. 


Pardanthus cbinense Ker. 


Irideae. 


Saksak 131. 


Verbesina moluccana BI. 


Compositae. 




Wollastonia strigulosa DC. 


j) 


Sak-sok J. 


Adenostemma erecta Bk 




Sakti 11. 


Nasturtium indicum L. 


Cruciferae. 


Saki Amb. 


Boehmeria interrupta Wld. 


Urticaceae. 


„ lakoe M. K. 


Cissus quadrangularis L. 


Ampelideae. 


„ sala Mak. 


Bruguiera Rumphii BI. 


Kbizophoreae. 


Sala}^ Amb. 


Astronia papetaria BI. 


Melastomaceae. 


Salakkal of 






Sahikkar Amb. 


Cinnamomum culilawan BI. 


Laurineae. 


Sakuil J. 


Eugenia lucidula Miq. 


Myrtaceae. 


„ aiuljieng S. 


Jambosa saligna Mtq. 


5Ï 


„ badak S. 


Syzlgium nodosum Miq. 


:) 


„ garo T. 


Hibiscus surattensis L. 


Malvaceae. 


„ peutjaiig S. 


Myrtaceae RBr. spec. bant. inct. 


Myrtaceae. 


Salamang J. 


Syzlgium subdecurrens Miq. 




SaUik S. M, 


Salacca edulis BI. 


Palm a e. 


Sakissie S. M. 


Ocimum basilicum L. a album. 


Labiatae. 




„ „ L. /> purpurasc. 


>ï 


„ boddas S. 


„ j, L. 51anceolato- 






[ ovatum BI. 


}} 


„ burrum S, 


„ „ L. c oblongo- 






[lanceolatum BI, 


>> 


Salattan ïkl. 


Urtica ovalifolia BI. 


Urticaceae. 


Sahiwat J. 


Ocimum sanctum L. 


Labiatae. 


Salea Omd. 


Ilydnocarpus inebrians Vhl. 


Pangiaceae. 


Sa lek M. Amb. 


Coix lacryma L. 


Gramineae. 


Saleijt Br. 


Piychosperma vestiaria Miq. 


Palmae. 



228 



Inlandsclie 
Naam. 



Botanische benamino;. 



Natuurlijke 
Familie. 



Salekong M. 


Acrostichon auritum Spr. 


Polypodiaceae. 


Salempat S. 


Cülocasia humilis, var. minor 






[Hsskl. 


Aroideae. 


„ toelies S. 


„ „ var. picta Hsskl. 


)j 


Salier ? 


Acronychia laurifoliu BI. 


Xanthoxylaceae. 


Salifou Amb. 


Bauhinia lingua DC. 


Papilionaceae. 


Saligi J. 


Saribus rotundifolius BI. 


Palmao. 


Salim S. 


Aglaya Lour. spec. bantam. 


Meiiaceae. 


„ lalakkl S. 


„ speciosa BI. 


51 


., batok Mand. 


Pardanthus cinense Ker. 


Irideae.' 


Salimoeri T. 


Cordia Kumphii BI. 


Cordiaceae. 


Salioe Ch.&Ch.Bo. 


P unica granatum L. 


Myrtaceae. 


Sallam M. E. S. 


Syzigium cymosum DC. 


» 


Salleh oetan M. 


Coix agrestis Wld. 


Gramineae. 


Salo T. 


Dammara alba Rmph. 


Abietinae. 



„ garo T. 

„ koklu T. 
Saloengeri T. 
Saloempang S. 
Salonjowo J. 
Salua Amb. 
Samaë M. T. 
Samay Ch. 
Samal Amb. "j 

„ batoe Amb. & 
Sa mar Amb. ) 

Samangi J. 

„ goenong J. 

Samangka S. J. BI. 
[T. Amb. & Bd. 
Sambal J. 
Sambaroeka Bd. 

Sambang tjoUok J 
Sambeng J. 



Enc^elhardtia selanica BI. 
Pimela acutifolia BI. 
Cordia Rumphii BI. 
Scindapsus pothoides Miq. 
Pouzolzia pentandra Bnnt. 
Desmodium umbeUatum DC. 
Rottlera tanaria Hsskl. 
Kaempferia galanga L. 

Blackwellia foetida Wall. 

Hydrocotyle latisecta ZoU. 
„ Zollingeri Mikb. 
Desmodium microphyllnm DC. 

Citrullus edulis Spach. 
Agati grandiflora Dsv. 
Verbesina moluccana BI. 
Wollastonia strigulosa DC, 
Pouzolzia pentandra Bnnt. 
Colocasia humilis Hsskl. 



Juglandeae. 

Burseraceae. 

Cordiaceae. 

Orontiaceae, 

Urtlcaceae. 

Papilionaceae. 

Euphorbiaceae. 

Zingiberaceae. 

Homalineae. 

Umbelliferae. 

IJ 
Papilionaceae. 

Cucurbitaceae. 

Papilionaceae. 

Compositae. 

Urticaceae. 
Aroideae 



229 



Jnlandsclie 
jNiaam. 



Botanisclie benamin^?. 



Natuurlijke 
Familie. 



Sambi Bi. 
Sambodja J. 
Samboe J. 
Samboeta Mak. 
Samboiig BL 
„ toelang BI. 

Samie BI. 
Saminta S. 

Samirin Cr. 
Samkok-kwa Ch. Bo, 
Samöan BI. 
Samparandoe. J. 

Sample S. 



„ gedeh S. 

„ leutiek S. 
Sampoeng S. 
Sampohra S. 

Sam-su-eiig Ch. 
Sana Ti. 

Saudagori lalakki S, 
Sandori M. 
San-ga-hap Ch. Bo 
Sanga-boeana S. 



,, langlut S. 
Sangal M. ZBr. 
Sangang-burrum S 
Saiiggar J. 



Schleichera trijuga BI. 
Plumiera acutifolia Poir. 
Cillenia elliptica DC. 
Excoecaria agallocha L. 
Pothos pinnata AYld. 
Cissus repens Lam. 

„ glauca Kxb. 
Saribus rotundifolius BI. 
Tetranthera amara BI. var. c 

[glauca. 
Zanthoxj'lon armatum DC 
Psophocarpus tetragonolob. DC 
Dioscorea pentaphylla L. 
Myrsine avenis A. DC. 

„ aftinis. 
Typhonium Reinwardtianum d( 

[Vr. & Miq. 
Lasia hetropbylla Schtt. 
„ Merkusii PIsskl. 
„ aculeata Lour. 
Vernonia eupatorioides BI. 
Columbia javanica BI. 
Grewia Juss. spec. divers. 
Verbesina moluccana BI. 
Pterocarpus indicus DC. 
Sida lanceolata L. 
Sandoricum indicum Cav. 
Melastoma polyanthum BI. 
Heptapleurum rigidum Hsskl 
Paratropia tomentosa Miq. 
„ divaricata Miq. 
„ longifolia DC. 
„ rigida DC. 
Hedera decomposita Kwdt. 
Hopea sangal Khs. 
Amarantus tricolor L. 
Myristica glabra BI. 



Sapindaceae. 

Apocynaceae. 

Dilleniaceae. 

Euphorbiaceae. 

Aroideae. 

Ampelideae. 

Palmae. 

Laurineae. 

Zanthoxylaceae. 

Papilionaceae. 

Dioscoreae. 

Myrsineae. 



Orontiaceae. 



Compositae. 
Tiliaceae, 

Compositae. 

Papilionaceae. 

Malvaceae. 

Meliaceae 

Melastomaceae. 

Araliaceae. 



)) 

>» 

1) 
Styraceae. 
Amarantaceae, 
MyrJsticaceae. 



230 



Inlandsclie 
Naam. 



Botanische benamiiio;, 



Natuurlijke 
Familie. 



Sangi Cel. 


Dlllenia serrata DC. 


Dllleniaceae. 


Sangklappa R. 


Garden ia florida L. 


Rubiaceae. 


Sangoway Tond. 


Medinilla celebica BI. 


Melastomaceae. 


Sanienten S. 


Castanea argentea BI. 


Cupuliferae. 


Sanka S. 


Tetranthera amara BI. var. c 






[glauca. 


Laurineae. 


Sanko-hidong M. 


AchyrantliGS bidentata BI. var. 






[elongata. 


Amarantaceae. 




Desmoschaeta pr ostra ta DC. 


M 


Santoel, of 






Santoor Mak. & T. 


Sandoricum indicum Cav. 


Mcliaceae. 


Santen S. 11. R. 


Ixora L. spec. plurim. 

& Pavetta L. spec. plurim. 


Rubiaceae. 


San-tiau-sjoe Cli. Bo, 


Capsicum annuum L. 


Solanaceae. 


Saoentjoen S. 


Panicum palmaefolium Koenlg. 


Gramineae. 


Saöwa NG. 


Metroxylon fiiare Mrt. 


Palmae. 


Sapa Mak. 


Caesalpinia sappan L. 


Papilionaceae. 


Sapanon S. 


Ophiorrhiza filistipula Miq. 


Rubiaceae. 


Sape-lajnng-lajang 






[Sum ^Xk. 


Mappa? bypoleuca R. & Z. 


Eupliorbiaceae. 


Sapie S. 


Myristica tomentosa Tlinb. 


M}'risticaceae. 




Knema laurinum IM. 


?) 


Sapiri jMak. 


Aleurites moluocana Wld. 


Eupliorbiaceae. 


Sappa lalawa BI. 


Ficus pumila Thnb. 


Moreae. 


Sappar Lt. 


Commersonia echinata Frst. of 


Büttneriaceae. 




„ javensis G. Don. 


?? 


iSarabang J. 


Pouzolzia ovalis Miq. 


Urticaceae. 


Sarabboeng J. 


Ranunculus prolifer Rwdt. 


Ranunculaceae. 


Sara brassa Mak. 


Anona reticulata L. 

Sanicula montana Rwdt. var. h 


Anonaceae. 


Sarakaden J. 


[ javanica. 


Um1)elliferae. 


Sarangan J. 


Castanea argentea Bi. 


Cupuliferae. 


Saraiig-boerong J. 


„ BI. var. è 


?) 


Sara wang M. 


Ocimum monacliorum Ji. 


Labiatae. 


Sari-bollong J. 


Melaleuca leucodendrum L. 






[(fructus). 


JMyrtaceac. 


Suri -gading J. M. 


Nyctantbcs arbor tristis L. 


Jasmineue. 



231 



Iiilandsche 
Naam. 



Botanische bcnamins:. 



Natuurlijke 
Familie. 



Sariboe M. E. 
Sarila halat Amb. 
Sario-sit J. 
Sarodja R 
Saroi S. 



Sarral S. 
Sarronie S. M. 



„ goenongS.M.K. 
„ hollanda S.M.U 
„ laut S. M. 11. 

Sasakka seliy Lh. 
Sasawie K. en 

„ leuwung L. 

„ oetan S. 

„ sabraiigT, 
Sasoeroe BI. 
Sassa banten S. 
Sassa bener S. 

„ lumboet S. 
Sassea Man. 
Sassoerroe Amb. 

„ oetan BI. 
Sasulen Amb. 
Satore Lh. 
Sattoel M. 
Sauchun S. 



Saribus rotundifolius BI. 
Nothopanax fruticosum ]\Ii|. 
Acacia Farnesiana Wld. 
Nelumbium speciosiim "Wkl. 
Areca pumiia Mrt. var, b han- 

[ jawar. 
Wallichia porphyrocarpa Mrt. 
Caryota f'urfuracea BI. 
Dryinophlaeus Zippelü llsskl. 
Urtica cymosa Ilsskl. 

„ javanica BI. 
Acalyphes indica L. 
„ liispida A\ ld. 
Chrysanthemum DC 
Woilastonia DC. 

„ urticaefolia Hsskl. 
Triantheraa pol3-andra DC. 
Woilastonia DC. 
Pyrethrum indicum Cas^. 
"Woilastonia asperrima Dcsn. 
Clerodendrum inerme Grtn. 
Fiindersia amboinensis DC. 

Gynandropsis affinis BI. 
Cardamina trifoliata Ji. 
Gynandropsis speciosa DC. 
Stagmaria verniciflua Jck. 
Dicalyx Lour. spec. bantam. 
Leiocarpus fruticosus BI. 

Evodia latifolia DC. 
Hedera umbellata DC. 
Cerbara lactaria Hmlt. 
Cyathea arborea Wld. 
Entada pursata DC* 
Sandoricum indicum Cav. 
Panicum palmaefolium Koen. 



Palmae. 
Araliaceae. 
jMimoseae, 
Nelumboneae, 

Palmae. 



Ürticaceae. 

?» 
Euphorbiaceae. 

Compositae. 

?> 
Porlulaccaceae. 
Compositae. 



Verbenaceae. 
Cedrelaceae. 

Capparideae. 



Anacardlaceae. 

Ternstroemiaceae, 

Euphorbiaceae. 

Diosmeae. 

Araliaceae. 

Apocynaceaei 

Polypodiaceae,\ 

JMimoseae. 

Meliaceae. 

Gramineae. 



532 



Inlandsche 
Kaam. 



Botanische beiiamino;. 



Natuurlijke 
Familie. 



Sa 



uunoc 



(?)• 



Sawakkal Amb. 
Sawala S. 
Sa wam T. 
Sawaroi S. 
Sawé J. 
Sea-kan Amb. 
Sa WO M. 



„ manila M. 
Seappa Mak. 
Sebeh M. R. 
Sedah J. 
Sedap malam R. 
Seganen J. 
Segel S. 
Seghan S. 
Segoelan J. 
Sehit Amb. 

„ ela Amb. 

„ ketjil Amb. 

„ rara Amb. 
Sebij Amb. 

„ lale Amb. 

„ rara Amb. 
Seho T. 
Sehreli S. 

j, goenoeng S. 

8ekoel Amb. 
Sekur Lt. 
Sel BI. 
Selalassor S. 
Selangkar S. 
Selantom Mand. 



Prejcinetia graminifolia BI. 

„ spec. divers. 
Agarlcus djamor Fr. 
Licuala spectabilis Miq. 
Hydnocarpus inebrians R^Ydt. 
Caryota furfuracea BI. 
Sinapis sativus L. 
Adenanthera pavoiiina DG. 
Mimusops manilkara. 

„ Bojeri DC. 

„ kauki DG. 
zie Saauw manilla S. 
Dioscorea hirsuta BI. 
Canna pulchra Hsskl. 
Chavica betle Miq. 
Polyanthes tuberosa L. 
Astronia macrophylla BI. 
Xerospermum Noronliianum BI. 
Ficus alba Rwdt. 
Maesa indica A. DC. 
Guilandina bonduc L. 
„ bonducella L. 
Caesalpinia nuga DC. 

11 11 u 

Zingiber officinale L. 
„ gramineum BI. 

i> 11 11 

Arenga saccharifera Lab. 
Andropogon schoenanthus L. 
Schoenus paniculatus Hsskl. 
Pharsellanthus multifiorus. 
Sandoricum indicum Cav. 
Diospyros ebenum Rtz. 
Pisonia Plm. spec. incert. 
Jussiaea fluviatilis BI. 
Leea sambucina Wld. & aff. 
Graptophylliim hortense Ns. var. rubrum 



Pandaneae. 

Hymenomycetes. 

Palmae. 

Pangiaceae. 

Palmae. 

Cruciferae. 

Mimoseae. 

Sapotaceae. 

Dioscoreae. 

Cannaceae. 

Piperaceae. 

Liliaceae. 

Melastomaceae. 

Sapindaceae. 

Moreae. 

Myrsineae. 

Papilionaceae. 



Zingiberaceae. 



Palmae. 
Gramineae. 



Meliaeeae. 

Ebenaceae. 

Nyctagineae. 

Oenothereae. 

Ampelideae. 

Acanthaceae. 



Inlandsche 
Naam. 



Botanische 



benaming. 



Natuurlijke 
Familie. 



Selassie J. E,. 

Selendap K. 
Sellang passier (?). 
Seloan badakLamp. 



SemangkaS.J.M.R. 
Se man gen J. 
Semaran poeloe M. 
[Sum. Wk. 
Semboeng S. R. 



„ awebweh S. 

„ dedak J. 

„ koeöek J. 

„ lalakki S. 

j, lanang S. 

„ langoli S. J. 

„ leutiek S. 
Sempoer M. 
„ ayer R. of 
„ tjaai S. 

Se-meon£C Ch. Bo. 



Sempobl BI. 
Sendang J. 
Sendoero J, 



„ besaar J. 
ang S. 
bener S. 



Sengang S. 



Ocimum basilicum L. ' 
„ gratissimum L. 

Crinum asiatcum L. 

Portulaca quadrifida L. 

Chasalia montana Miq. 
„ robusta JNIiq. 
„ expansa Miq. 

Citrullus vulgaris Scbrd. 

Parocbaetüs communis Ham. 

Rhombosp. Commersonii Ktlis. 
Arthroisma viscidum Z. & M. 
Anaphalis longifolia DC. 
Gnaphalium javanicum Rwdt. 
Pluchea balsamifera Less, 

Vernonia javanica DC. 

„ Schrb. spec. 
Blumea macropbylla DC. 
Buddleja acuminatissima BI. 
Antennaria javanica DC. 
Inula salviodora Schultz. 
Blumea DC. spec. div. 
Colbertia obovata BI. 



Labiatae. 

Amar^'llideae. 

Portulaccaceae. 

Rubiaceae. 



Cucurbitaceae. 
Papilionaceae. 

Rubiaceae. 
Compositae. 



Sengan burruin S. 



Dillenia raacrophrlla Rwdt. 


;> 


„ speciosa Thnb. 




}t 


Imperata Koenigii Palis. 




Grainineae. 


Hedjchium Koen. spec. 




Zingiberaceae. 


Hydrocotyle asiatiea L. 




Umbelliferae. 


Gnaphal. Relnwardtianum 


Miq. 


Compositae. 


„ javanicum Rwdt. 




)) 


„ longifolium BI. 




n 


Amarantus oleraceus L. 




Amarantaceae 


„ retroflexus L. 




>> 


„ tricolor L. 




j> 



Soropbularineae. 
Compositae. 



Dilleniaceae. 



2U 



Inlandsche 
Naam. 



Botanische benamin; 



Natuurlijke 
Familie. 



Sengan monjet S. 

Sengang tjoetjoek S. 
Senggani J. 

Sengkam Cli. 
8engo J. 
Seugon O.J. 
Sente (?). 
Senteh S. J. BI. 

„ boddas S. 

„ heedjoli S. 
„ itam J. 

„ "woelong J. 
Senteng S. 
Sentigi Mak. 
Sentoel M. R. 
S en tol long Karimon 
[Java. 
Sepang R. 
Sepra besaar J. 

„ ketjil S. J. 
Seradan kajoe S. 
Seré lampoeng S. 
Serei R. 
Sereti besaar S. 
Serewoeng Men. 
Sergadieng (?). 
Serientiel J. 

„ ientiel J, 
Seri wan M. 
Serjawan S. 
Seroe J. 



Amarantus polystachyus AVld. 

„ prostratus Bib. 

,, spinosus L. 
Melastoma polyanthum BI. 

„ asperum BI. 
Citrus aurantium Lam. 
Kerria japonica DC. 
Artbrosprion stipulatum Ilsskl. 
Heliconia indica Rwdt. 
Homalonema alba Hsskl. 
Alocasia macrorrhiza Schott. 

[pallida. 

» if '5 ^^^^'• 

[atroviridis. 

[rubra. 
Homalonema rubrum ïlsskl. 

„ cordata Schott. 
Aegiceras ferreum BL 
Sandoricum indicum Cav. 

Pisonia sylvestris T. & B. 
Caesalpinia sappan DC. 
Dichrocephala latifolia DC. 
Duchesnea sundaica Miq. 
riacourtia sepiaria Rxb. 
Apluda aristata L. 
Andropogon schoenanthus L. 
Calophyllum sulatri Brm. 
Celosia cristata L. 
Nyctanthes arbor trlstis L. 
Pratia montana HsskL 
Cupanumoea javanica Bi. 
Plumbago auriculata Lam. 
Dicalyx odoratissima Lour. 
Sanseviera fruticosa Wld. 



Amarantaceae. 



Melastomaceae. 

)) 
Aurantiaceae. 
Rosaceae. 
p 

Musaceae. 
Aroideae. 



Aegicereae. 
Meliaceae. 

Nyctagineae. 

Papilionaceae. 

Compositae. 

Rosaceae. 

Bixaceae. 

Gramineae. 

)> 
Clusiaceae. 
Amarantaceae. 
Jasmineae. 
Lobeliaceae. 
Campanulaceae. 
Plumbagineae. 
Ternstroemiaceae. 
Liliaceae. 



235 



Inlanclsche 
Naam. 



Botanisclie benamlno;. 



Natuurlijke 
Familie. 



Sereen ie ajer M. J. 


Jussiaea erecta L. 


Oenothereae. 




Vcrbesina moluccana BI. 


Compositae. 




AY edel ia calendulacca Less. 






Triantliema polyandra VA. 


Portulaccaceae. 


„ _ „ ketjil J. 


Ludwigia perennis L. 


Oenothereae. 


,, tjina M. 


Verbesina moluccana BI. 


Compositae. 


Sei'oenen J, 


Spilanthes pseudo-acmella L. 


n 


„ Avalang J. 


Bigelovia mitracarpoides Miq. 


Ivubiaceae. 


Seroet S. J. 


Claoxylon minus Endl. 


Euphorbiaceae. 


„ tjina M. J. 


Ehretia buxifolia Exb. 


Asperifoliae. 


Seroja Bk. 


Isonandra gutta Hk. 


Sapotaceae. 


Serok radja mantrieS. 


Nepentbes L. spec. div. 


Nepentheae. 


Serroli J. 


Piciis tricolor ]Miq. & variet. 


Moreae. 


Sesaloeng boddas S. 


Gaertnera Zollingeriana Miq. 


Loganiaceae. 


Sesobeh Mand. 


Canna coccinea Ait. 


Cannaceae. 




„ flavescens Lk. 


?5 


Sesoerie tjina J. 


Sisymbrium indicum L. 


Crucifcrae. 


Setabali rimbo Sum. 






[Wk. 


ITova Tevsmanniana INIiq. 


Asclepiadeae. 


Sc-too Cli. Bo. 


Lablab vulgaris Savi. 


Papilionaceae, 


Setja-atan (?). 


Dolichos alatus L. 


)) 


Setjang S. 


Acacia pennata Wld. 
Mimosa caesia L. 


!Mimoseae. 

IJ 




Caesalpinia sappan L. 


Papilionaceac, 




„ nitlda Hsskl. 


jj 


,, Inmboet S. 


„ sepiaria Rxb. 


j) 


Setoel Amb. 


Sandoricum indicum Cav. 


Meliaceae. 


Seuëur badak S. 


Antidesma stipulare BI. 


Antides meae. 


„ bener S. 


„ L. spec. bant. 


;> 


„ dioek S. 


,,, littorale BI. 


7) 


„ gelang S. 


„ L. spec. incert. 


JJ 


Seureu S. 


zie Siri M. 




Seurisatie S. 


Calophyllum sulatri Brm. 


Clusiaceae, 


Siafibe T. & 






Siaho Amb. & 






Siavoe Bd. 


Dioscorea~acuIeata L. 


Dioscoreae. 


Siawaho Amb. óc 







2;jG 



Inlandsche 
Xaam. 



Botanisclie benammsf. 



Natuurlijke 
Familie. 



Siawaro Amb. 
Sibak-langa BI. 
Siboe of Siboet Br. 
Sidagorie J. 

„ lanang J. 

„ pandjang J. 

„ par urn paon J. 
Sidawaija J. 
Sidowaija BI. 
Sië Amb. 
Siegun S. 
Sieo;unD^ S. 
SiemboekankebouS 
Sienagaar M. 
Sienie M. 
Sientok bener S. 
Sieroet S. 
Siger Br. 
Sifi-ga'sve J. 
Sija of sijë Amb. 
Sjak-son Cli. Bo. 
Sjampar-ingat Sum. 
Sjoeng-ko Ch. 
Sjoe-oe Ch. Bo. 
Sjoe-sjie-kwa Ch.Bo. 
Sjoe-tjie-kap-pbaCh 
[Bo. 
Sjok-ma-foe Ch.Bo. of 
Sjong-ma-foe Ch.Bo 
Sjong-meong Ch.Bo 
Sjuggi-lida T. 
Sikappa BI. 
Sikat Bd. 
Sikattan S. 

Sikattang S. 



Zingiber amaricans BI. 
Momordica subanirulata BI. 

o 

Aleurites moluccana ^Yld. 
Calotropis gigaiitea KBr. 
Sida .L. spec. plurim. 
Urena repanda BL 
Sida spinosa L. 
„ retusa L. 
Kerium oleander L. 
Grislea tomentosa L. 
Oxalis sensitiva Wld. 
Echinocarpus siguii BI. 
Kottlera lixb. spec. incert, 
Metabolos BL spec. 
Pinaiiga coronata BL 
Capparis foetida BL 
Cinnamomum sintok BI. 
zie Seroet S. 
Corypha sjdvestris BL 
Melastoma polyanthum BL 
Adenanthera falcata DC. 
Crinum asiaticum L. 
Otonthera moluccana BL 
Agaricus allutaceus Prs. 
Dioscorea alata L. 
CitruUus edulis Spch. 

Impatiens balsamina L. 

Lacrenaria idolatrica L. 

o 

Andropogon schoenanthus L. 
Euphorbia neriifolia L. 
Dioscorea hirsuta BL 
Adei^anthera falcata DC. 
Gynaecopachys corymbosa BL 
Ardisia Blumei DC. 
Savia actephila Hsskl. 



Zingiberaceae. 

Cucurbitaceae. 

Euphorbiaceae. 

Asclepiadeae. 

Malvaceae. 



Apocynaceae. 

Lythrarieae. 

Oxalideae. 

Bixaceae. 

Euphorbiaceae. 

Rubiaceae. 

Palmae. 

Cpparideae. 

Laurineae. 

Palmae. 

Melastomceae. 

Mimoseae. 

Amaryllideae. 

Melastomaceae. 

Hymenomycetes. 

Dioscoreae. 

Cucurbitaceae. 

Balsamineae. 

Cucurbitaceae. 

Gramineae. 

Euphorbiaceae. 

Dioscoreae. 

Mimoseae. 

Rubiaceae. 

Myrtaceae. 

Euphorbiaceae. 



237 



Inlandsche 


Botanische benaminfr. 


Natuurlijke 


Kaam. 


o 


Familie. 


Sikeli-sikeli-roembo 






[M. Sum. 


Gaertnera Junghuhniana Miq. 


Loganiaceae. 


Sikkey Lh. 


Lygodium microphyllum RBr. 


Scliizaeaceae. 


Siko-hajate Ht. 


Evodia latifolla DO. 


Diosmeae. 


Si-ko-a Ch. 


Citrullus edulis Spch. 


Cucurbitaceae. 


Sikoep burrum S. 


Ehretia javanica BL 


Asperifoliae. 


Silagoeri M. 


Sida retusa L. 


Malvaceae. 




„ acuta L. 


;; 


Silagohi M. 


)} 1) ?> 


>> 


Silar Cel. 


Corvpha umbraculifera L. 


Palniae. 


Siloar S. 


Knema Lour. spec. 


Myristicaceae. 


Silong doewa Mand. 


Homalonema rubrum Hsskl. 


Aroideae. 


Simbar J. BI. 


Ophioglossum pendulum L. 


Ophioglosseae. 




Polypodium quercifolium Wld. 


Polypodiaceae. 


„ lajangan M. J. 


M jj j) 


j) 


Simboean lemna J. 


an Oldenlandia foetida Frst. 


Rubiaceae. 


Simboe badak S. 


Cvrtosiphonia sumatrana Miq. 


Apocyneae. 


Simpeurum S. 


Phyllanthus verrucosa AYld. 


Euphorbiaceae. 




Fluggea microcarpa BI. 


jj 


SInagaar S. E. 


PtTchosperma coronata Miq. 


Palmae. 




Areca pumiLi Mrt. var. b lianjawar 


?j 


Sindoekan S. 


Rottlera viscida BI. 


Euphorbiaceae. 


Singa-dapoer J. en 






Singa-depah S. R. 


Bragantia tomentosa BI. 


Aristolochieae, 


„ „ laut S. M. 


Munronia javana Bnnt. 


Meliaceae. 


„ rono J. 


Gnaplialium longifolium BI. 


Compositae, 


Singoegoe S. R. 


Clerodendrum serratnm Sprg. 


Verbenaceae. 




Cyclonema serratum Hsskl. 


? 


Sinkoer batoe Mand. 


Coix lacryma L. 


Gramineae. 


Sinkti T. 


Crotalaria retusa L. 


Papilionaceae. 


Sinsim J. 


Pothos Zollingerianus Schott. 


Aroideae. 


Sintaka R. 


Plumbago rosea L. 


Plumbagineae, 


Sintok J. R. 


Cinnamomum culitla\Yan BL 


Laurineae. 


„ latjan S. 


„ camplioratum BI. 


5; 


„ monjet S. 


Litsaea polita BI. 


}) 


Sioe hunaë Lt. en 






,; humate Lt. 


Evodia latifolia DC. 


Dioscoreae; 



238 



a.' ' . '■ .... — ^ 

Inlandsche 


Botanische benamins;. 


Natuurlijke 
Familie. 


Xaam. 


o 


Siri M. R. 


Cliavica betle Miq. 


Piperaceae. 


,, bipar tJ. 


FicLis septica S])r. 


Moreae. 


., boddas S. 


Chavica betle j\[iq. 


Piperaceae. 


„ boewa M. 


„ siriboa Miq. 


?) 


„ boppar Arab. 


Ficus septica Spr. 


jMoreae. 


„ burrum S. 


Chavica siriboa Miq. 


Piperaceae. 


„ dingin M. 


Piper diffusum Y\\\. 


>) 


„ karoewang S. 


„ majuscLilum BI. 


j> 


„ konneng S. 


,, maculatum BI. 


)> 


„ gading S. 


Xyctanthes arbor tristis L. 


tfnsmincae. 


., leuwung S. 


Piper sulcatum B 1. 


Piperaceae. 


,. nioiijet J. 


„ caninum Rwdt. 


)> 


„ oetan M. 


„ arborescens Ilwdt. 


?) 


., „ bebaauwM. 


?> _ ?> )j 


?j 


,; „ dingin M. 


„ diffusum Yhl. 


jf 


„ pait J. 


„ medium (PIsfd ?) 


)) 


„ seetan M. 


„ majusculum BL 


j> 


„ swangi M. 


!J )J » 


j> 


SIrea BL 


Pisonia Plm. spec. 


Nyctagincac. 


Siree oetan M. T. 


Poa amboinensis 11. & S. 


Gramineae. 


Sirijawan J. 


Pais octandra L. 


Daphnoideae, 


Sirikaija M. 11. T. 


Citrus aurantium Lam. 


Aurantiaceac. 




Anona squamosa BI. 


Anonaceae, 




„ asiatica L. 


j> 




„ impunctata Dun. 


j) 


Sirikaijnona T. 


,, retculata L. 


»> 


Siringin M. 


Ficus nitida Tlmb. 


Moreae. 


Sirit-oentjal S. 


Sphaeria alutacea Prs. 


Pyrenomjcetes. 


Sisangkil Mand. 


Gendarussa vulgaris i>s. 


Acanthaceae. 


Sitang-gadani^ Sum. 






nvk. 


Stylocoryna dasyphylla Miq. 


Kublaccae. 


Siii-boppal Ilt. k 






Siti-boppo Amb. 


Ficus septica Spr. 


Moreae. 


Si va rail J. 


Gouania retinaria DC. 


Khamneae. 


Siwalen J. 


Borassus flabelliforniis L. 


Palmae. 


Si we Amb. 


Zingiber officinale L. 


Zingiberaceae. 


„ lale Aaib. 


„ gramineum lU, 


jj 



230 



Iiilandsclie 
Naam. 



Botanische benaming. 



Katuurlijke 
Fam 



ilie. 



Slacla M. 

Slada ayer M. of 

„ tjaai S. 
Slangking J. 
Suil abbai Amb. 

Soa '^vali Amb. & 
„ wari Amb. 

Sobak Ch. 

Sobe leijposso Amb. 

Soë weijer Waija. 

Soeba goratsji T. 

Soedoe J. 

„ soedoe M. It. J. 

Soeka-doeka M. 
,. rameh J. 

Soekan M. 

Soekat kremi J. 

Soskat-an-jari J. 

Soekat srep J. 

Soeketkolonjoiio J S 

Soekkoen S. E. 

„ bidji M. K. 

„ oetan Bd. 

,, radja Bd. 
Soekmo deliiwi J, 
Soelabé Lh. 
Soelamoe M. T. 

„ ambon Amb. 
„ kjoe M. T. 
Soelangkar S. 

Soelankino; M. 
Soelangono J. S. 
SoeLissic M. 



Lactuca sativa L. & aliae. 

Nasturtium officinarum KBr. 
Anisomelos ovata BL 
Gnetum funiculare BI. 
„ edule BL 

zie Soa abbal Amb. 
Caesalpinia sap pan L. 
ISepenthes pbyllampliora Wkl 
Pimela hirsuta BL 
Spilanthes pseudo-acmella L. 
Euphorbia antiquorum L. 

,, neriifolia L. 
Cassia angustissima DC. 
Sambucus javanica Rwdt. 
Coleus aromaticus Bnth. 
Cassj'tha filiformis L. 
Campanula cinerea (L ?) 
Rubia cordifolia L. 
Astaxia Ilorsfieldii RB. 
Artocarpus laevis IIsskL 

,, incisa L. 



„ Lievis UsskL 
Gunncra macrophylla BL 
Pesmodium umbellatum DC. 
Süiüamea amara DG. 
Heritiera littoralis DC. 
Cocculiis flavescens DC. 
Soiüamea amara DC. 
Leea robusta Rxb. 

„ aculeata L. & aliae. 
Pogonostemon auricularia lid 
Galium javanicum BL 
Ociraum iriatissimum h- 



Compositae. 

Cruciferae. 

Labiatae. 

Gnetaceae. 



Papib'onaceae. 

Nepentheae. 

Burseraceae. 

Compositae. 

Euphorbiaceae. 

Papilionaceae. 

Lonicereae. 

Labiatae. 

Laurineae. 

CampanuL^ceae. 

Rabiaceae. 

Gramincae. 

Artocarpeae. 



Gunneraceae. 

Papilionaceae. 

Soukimeae. 

Sterculiaceae. 

Menispermaceae. 

Soulameae. 

Ampelideae. 

Labiatae. 

Rabiaceae. 

Labiatae. 



240 



iDlandsche 


Botanische benaming. 


Katuurlijke 


Kaam. 




Familie. 


Soelïissieajer M. 


Anisomeles malabaricum RBr. 


Labiatae. 


„ ketjil M. 


Limnophila punctata BI. 


Scropbularineae. 


„ ketjil M, 


Ocimum menthoides BI. 


Labiatae. 


„ niihik BI. 


5, sanctum BI. 


5) 


Soelatrie M. R. 


Calophyllum sulatri Brm. 


Clusiaceae. 




„ spectabile Wld. 


?? 




,, lanceolatum T. & Bk. 


)j 




Mesua speciosa Choissy. 


» 


Soelo-wakko J, 


Adenanthera falcata L. 


Mimoseac. 


Soembel "^'oeboe J. 


Sanicula montana Rwdt. var. c 






[divaricata. 


Umbelliierae. 


SoemLoe S. 


Hymenachne interrupta Büse. 


Gramineae. 


Soemboeiig S. 


zie Semboeng S. 




„ kebo J. & 






„ koealot J. 


Yeruonia javanica DC. var. c 


Compositae. 


„ langoe J. 


Blumea salviodora Z. & M. 


j» 


Soeminta S. 


Tetrantliera amara BI. var. g 






[glauca. 


Laurineae. 


Soemon M. 


Sonerila erecta Bnnt. 


Melastomaceae. 


Soempal woewoe J. 


Elatostemma Frst. spec. 


Urticaceae. 


Soempoe S. 


Juncus communis E. Meyer. 


Cyperaceae. 


Soenia T. 


Caesalpinia sappan L. 


Papilionaceae. 


Soentie J. 


Zingiber gramineura BI. 


Zingibcraceae. 




Kaempferia pandurata Rxb. 


;> 


Soepa Amb. 


Bicus citrifolia Wld. 


Moreae. 


Soepa djeroek S, 


Lycoperdon giganteum BatscL 


Gasteromycetes. 




„ Trnf. spec. 


jj _ 


Soepan Bi. 


Caesalpinia sappan L. 


Papilionaceae. 


Soerawoeng S, 


Ocimum sanctum L. 


Labiatae. 




Coleus carnosus Hsskl. 


t) 


,, löiigit S. 


Moschosma polystacliys Bntb. 


>> 




Plectrantus javanicus Bntb. 


?) 


Soeren S. E. 


Cedrela febrifuga BI, 


Cedrelaceae. 


Soerian S. 


Pimela hispida BI. 


Burseraceae. 


Soero J. 


Chavica bet Ie Miq. 


Piperaceae. 


Soeroe M. J. 


Eupliorbia neriifolia L. 


Euphorbiaceae. 


Soerob diëng J. 


„ javanica (BI?) 


/*; 



2U 



Iiilandsche 
Naam. 


Botanische benaming. 


Natuurlijke 
Familie. 


Soeso karbou J. R. 


Tabernaemontana floribunda BI. 


Apocynaceae. 


„ moending S. 


11 >i " 


}; 




„ multiflora Sm. 


}> 




Beaumontia multiflora T. & Bdk. 


>> 


Soesoeroe S. 


Euphorbia nerifolia L. 


Euphorbiaceae. 




„ antiquorum L. 


j) 


Soe-tjoen Ch. 


Quisqualis indica L. 


Combretaceae. 


Soewala J. 


Licuala spectabilis Miq. 


Palmae. 


Soe walen J. 


Borassus flabelliformis L. 


» 


Soewalie S. 


Engelhardtia spicata BI. 


Juglandeae. 


Soe^Yankong J. 


Caryota propinqua BI. 


Palmae. 




„ maxima BI 


jj 




„ furfuracea BI. 


?5 


Soffo manni manni T. 


Dartus perlarius Lour. 


Sülanace<ie, 


„ moetiara T. 


Yernonia linifolia BI. 


Compositae. 




„ leptophvlla DC. 


)) 


Soge mane J. 


Frejcinetia Gaudichaudii Bnnt. 


Pandaneae. 


Süggoli J. 


Caesalpinia ferruginea ? 


Papilionaceae. 


Sügmodeloewi J. 


Gunnera macropliyUa BI. 


Gunneraceae. 


Soo'o toentong J. 


Abrus praecatorius L. 


Papilionaceae. 


Soiiij Bd. 


Zingiber officinale BI. 


Zingiberaceae. 


Soliwoh J. 


Engelhardtia spicata BI. 


Juglandeae. 


Sokka S. 


zie Santen S. 






Ixora laxiilora Sm. 


Rubiaceae. 




Pavetta pauciflora 1^1. 


j) 




Ixora mutabilis R^Ydt. 


jj 


j, boddas S. 


Pavetta incarnata BI. ; tl. albo. 


)j 




Ixora L. spec. bantam. 


>i 


„ bkaauw S. 


Pavetta incarnata BI. 


?j 


„ burrum S. 


„ coccinea L. 


" 




„ stricta Rxb. 


IS 


„ djaroeng S. 


„ incarnata BI. 


)» 


„ doeka M. 


Cassia mimusoides L. 


Mimoseae. 


,, goenong S. 


Pavetta salicifolia BI. 


Rubiaceae, 


,, koniieng S. 


>; 5J '» 

„ amboinica BI. 


}j 




1 Ixora fulgens Rxb. 


>T 


DL. XIX. 




H3 



242 



Jnlandsclie 
Naam. 



Botanische benaming. 



Natuurlijke 
Familie. 





Pavetta javanica DO. 


Rubiaceae. 


Sokka koening M. 


Ixora pallida Ptwdt. 


j) 


„ oetan M. 


„ rosea Wall. 


„ 


„ poetie M. 


Pavetta subulata T. & Bk. 


jy 




„ nigricans EBr. 


it 


Sükko T. & 






Sokoer Bd. 


Kaempferia galanga L. 


Zingiberaceae. 


Sükkoen M. J. & 






„ kapas M. 
Süloelo pohon M. 


Artocarpus laevis ITsskl. 
Parkinsonla orientalis Spr. 


Artocarpeae. 
Papilionaceae. 




Dipliaca cocliinchinensis Lour. 


j> 


Somangen J. 






Somangie goenong J. 


Parodietus communis Hmlt. 


>» 


Somanggi J. 


Oxalis corniculata L. 


Oxalideae. 


Som bang Bd. 


I^icus racemosa BI. 


Moreae. 


Sombok Bd. 


Dracaena terminalis L, 


Liliaceae. 


Sombong beaar. 


Pluchea hirsuta Less. 


Compositae. 


„ oetan J. 


„ odorata Cass. 


:y 


Sompoer S. 


zie Sempoer S. 




„ ajer S. M. 


Lillenia elliptica Rwdt. 


Dilleniaceae. 


Sondak BI. 


Uvaria odorata Lam. 


Anonaceae. 


Songgom S. 


Barringtonia insignis Miq. 


Myrtaceae. 




„ macrocarpa Hsskl. 


j) 




„ alba Hsskl. 


» 




„ racemosa Bi. 


)) 




„ Vriesei T. & Bk. 


)» 




„ ? macroplijlla Miq. 


» 




,5 acutangula Grtn. 


)» 


„ andjieng S. 
„ lalakki\S. 
„ laut S. M. 


)j ?> )) 

„ speciosa L. 

„ macrocarpa Hsskl. 






„ BI. spec. bantam. 


i> 


Songi Cel 


Dillenia serrata DG. 


Dilleniaceae. 


S on gin Bg. 


„ elliptica DG. 




Songo M. 
Songkam Cli, Bo, 


11 5> )J 

Citrus limonellus L. 


Aurantiaceae. 



24; 



Inlandsclie 
Kaam. 



Botanische bene 



aminor. 



Xatuurlijke 
Familie. 



Songket lanang J. 


Scutellaria L. spec. 


Labiatae. 


Sonko J. 


Lasiantlius purpureiis BI. 


Kabiaceae. 


Sono kling J. 


Pterocarpus indicus Wld. 


Papilionaceae. 


Sonoeboe-woeboe J. 


Urtica oreopliila Miq. 


Urtlcaceae. 


Sontol M. 


Sandoricum indicum Cav. 


Meliaceae. 


Soö J. 


Gnetum genemon L. 


Gnetaceae. 


So-oelo nt. en 






So-oer Lt. 


Kaempferia galanga L. 


Zmglberaccae. 


So-or S. 


Antidesma pubescens Rxb. 


Antidesmeae. 




„ tetrandrum BI, 


}> 




„ sylvestris Wld. 


j? 


„ poetih S. M. 


„ montanum BL 


)» 


Sorok radja mantrie S. 


Nepentbes L. spec. plurim. 


Nepentheae. 


Soroni S. 


Boehmeria javanica Hsskl. 


Urtica cea e. 


Sosa Arab. 


Gendarussa vulgaris Ns, 


Acnnthaceae. 


Sosal Ht. 


Codiaeum variegatum L. 


Euphorbiaceae. 


Sosoelioe J. 


Eupborbia neriifolia L. 


)> 


Sosoroe T. 


Boehmeria interrupta Wld. 


Urticaceae. 


„ boboeto T. 


Tragia mercurialis L. 


Euphorbiaceae. 


Sou T. 


Acalypha mappa Wld, of 


?) 




Rottlera tanaria Hsskl. 


)j 


Soun Amb. 


Artocarpus laevis Hsskl. 


Artocarpcae. 


Souniba laut biberrai 






[T. of 


Sophora heptaphylla L. of 


Papilionaceae. 


„ „ boubouT. 


„ tomentosa DG. 


)j 




Gouania javanica Miq. 


Ehamncae. 


Sownglii aroy S. 


j, leptostachya DC. 


?> 




„ microcarpa DC. 


n 


Sowangkong S. M. 


Ptychosperma appendiculat. BI. 


Palmae. 




Caryota furfuracea BI. 


?> 




„ propinqua BI. 


)> 




„ maxima Bh 


5J 


„ besaar M. 


?) jj j) 


)> 


Suelen Bd 


Melocanna humilis Eupr. 


Gramineae. 


Sughang S. 


ITicus setifera Std. 


Moreae. 




„ Reinwardtiana Std. 


f} 


Snij u-kam Cli. 


Citrus limonellus Hsskl, 


Aurantiaceae. 



^41 



Inlandsche 
Naam. 



Botanische benamiii";. 



Natuurlijke 
Familie. 



Summon M. 
Sunda assam J. 
Suue Amb. 
Sussuela M. 



Taa Amb. 
Taai angin M. 
„ boeroiig M. R 



„ „ meii'ah M. 
„ glgi M. & Mak. 
„ ha^'am M. R. 

„ (kajoe) R. 

„ manoek S. 

,, oetan M. 
Tabako laut M. 

„ oetan M. 
Tabakoeli T. 
ïabalissa M. 

Taban Lingg, 
Tabat ïluali. 
ïabatiko nani T. 

„ toei T. 
TaLoeng-broe M. 

Tacljam M. 
Tadjoe S. 

Ta ë wan Amb. 
Taüaliinama T. 
„ oetan T. 



Sonerila erecta Jck. 
Tamarindus indica L. 
Artocarpus laevis Hsskl. 
Hoya coronaria BI. 

T. 

Amorphopliallus sativus Bi. 
Grammica aphjdla Lour. 
Viscum articulatum Brm. 
Hydnophytum montanum BI. 
Loranthus pentandrus L. 
„ longiflorus Rwdt. 
Elaeocarpus oblongus DC. 
Tagetes patuia L. 



Sterculia foeiida L. 
zie Taai boeroni? M. 
Mephitidia stercoraria BI. 
Touruefortia argentea L. 
Lawsonia falcata L. 
Cjathea arborea L. 
Kyllingia monocepbala Wld. 

„ inono-cepbala L. 
Isonandra gutta Hk. 
Bambusa verticillata Wld. 

5, fera Miq. 

„ longinodis Miq. 
Nepentbes ])liyllamplioi'a Wld. 

„ destillatoria L. 
Ficus tadjam Miq. 
Cinnamomum nitidum Uk. var. 

[oblongifolium. 
Ocbna squarrosa li. 
Atbistbiria arguens Tr. 
Poa amboincnsis li & S. 



Melastomaceae. 
Papilionaceae. 
Artocarpeae. 
Asclepiadeae. 



Aroideae. 

Cuscuteae. 

Viscaceae. 

Kubiaceae. 

Loranthaceae, 

» 
Tiliaceae. 
Compositae. 

Sterculiaceae. 

Eubiaceae. 

Asperifoliae. 

Lytbrarieae. 

Polypodiaceae. 

Cypcraceae. 

Sapotaceae. 
Gramineae. 



Nepcntheae. 

Moreae. 

Laurineae. 

Ochnaceae. 

Gramineae. 



245 



Inlandsche 
Naam. 


Botanische benaming. 


Natuurlijke 
Familie. 




Scleria lithosperma Wld. 


Cyperaceae. 


Tagallo T. 


Ficus septica Sprg. 


Moreae. 


Ta gg ar ei J. 


Cassia tora L. 


Papilionaceae, 


Tagoelela Amb. & 






Tagoerela Amb. 


Averrhoa bilimbi L. 


Oxalideae. 


Tagogak S. 


Flemingia stricta Rxb. 


Papilionaceae, 


Tagoggan S. 


„ congesta Rxb. 


?? 




Desmodiuim siliquosum DC. 


yy 


Tagorela abbal Amb. 


Cylindria rubra Loiir. 


Proteaceae. 


Tagorera Bd. 


Averrhoa bilimbi L. 


Oxalideae. 


Tahalale Ht. 


Agaricus tuber regium Tr. 


Hymenomycetes. 




Pachyma tuber regium Tr. 


G asterom ycetes. 


Talii Amb. 


Bruguiera Rumphii BI. 


Rhizophoreae. 


Taiba Amb. & Mak. 


Mangifera indica L. 


Anacardiaceae. 




„ „ L. ódomesticaBl. 


i} 




„ membranacea BI. 


}f 




„ glauca BI. 


jj 


„ bonka Mak. 


„ indica L. d kalapa BI. 


}) 


„ pali pali Mak. 


„ minor BI. 


j> 


Tai-soi Ch.Bo. 


Diceros longifolius Prs. 


Scrophularineae, 


Takka M. 


Amorphophallus sativus BI. 


Aroideae. 


„ besaar M. 


„ companulatus BI. 


7J 


„ goenong M. 


Tacca montana Rmph. 


Taccaceae. 


„ koelat 5l. 


Amorphophallus campanulatus BI. 


Aroideae. 


„ laut M. 


Tacca pinnatifida Frstn. 


Taccaceae. 


„ 06 tan M. 


zie T. besaar M. 




„ „ ketjil M. 


Tacca montana Rmph. 


)f 


Takkari laut M. 


Cyperus kyllingiaeoides R. & S. 


Cyperaceae. 


Takki T. 


„ rotundus L. 


}) 


Takoassa Lt. 


Crinum toxicarium Herbert, an 


Amaryllideae. 




„ asiaticum L. ? 


j> 


Takoet manoesija R. 


Oxalis sensitiva L. * 


Oxalideae. 


Takokkak S. 


Solanum saponaceum Dun. 


Solanaceae. 


„ boddas S. 


„ pseudo-saponaceum BI. 


j> 


„ lumboet S. 


„ saponaceum Dun. 


j? 


„ oetan M. 


Clerodendrum fragrans Vent., 






[var. pleniflora. 


Yerbenaceae. 



240 



Inlandsclie 

Naam. 



Botanische benammoc. 



Natuurlijke 
Familie. 



Takkari M. 
Tal J. 
Tala Mak. 
Tal üe Amb. 
Tali aijer M. 
„ andjieug M. 

„ api M. 

„ baboenie M. 
„ bakompol M. 
„ boeboet Amb. 
„ gnemon M. 

,, liismoe M. 
;, kaffa J. 
„ kandeh S. 
„ kandjoe S. 
„ „ burrum S. 
„ karbou M. 
,, koening M. 
,, koepan M. 
„ koessoe M. 

„ morea M. 

„ oebie oetan M. 
„ pisang M. 
,. sait S. M. J. 



„ tali R. 
,, toakka M. 

Taliengkoep S. 

., mienjak S. 

Talio batoe Bd. 



Dianella odorata BI. 
Borassus flabeliiformis L. 

Trichosanthes trifoliata DC. 
Uncaria lanosa DC. 
Acaljplia densifiora BI. 
Amarantus frutescens Rwdt. 
Tra^ria volubilis L. 

„ scandens L. 
Cissus cordata Kxb. 
Derris montana Bnth. 
Ventilago maderaspatana Wld 
Gnetum edule Bk 

„ funiculare BI. 
Cissus trifoliata Lour. ? 
Polypodium laciniatum L. 
Cissus L. spec. bantam. 
Bauhinia tomentosa L. 
Phanera variegata Bnth. 
Artabotrys suaveolens BI. 
Cocculus flavescens DC. 
Dioscorea nummularia L. 
Pothos digitata Jcq. 
Aglaonema ? cuscuaria Miq. 
Medinella crispata BI. 

,j macrocarpa BL 
Cissus trifoliata Lour. 
Uvaria argentea BI. 
Commelijna agararia Knth. 

„ bengalensis L. 
Aneilema lineolatum Knth. 
Quamóclit \ulgaris Cliois. 
Pagraea Thnb. spec. (v. BI, 

[Emph. II p. 28). 
Claoxylon indicum Endl. 

„ Jss. spec. bantam. 
Terminalia catnppa L. 



Liliaceae. 
Palmae. 

Cucurbitaceae. 

Rubiaceae. 

Euphorbiaceae. 

Amarantaceae. 

Euphorbiaceae. 

?? 
Ampelideae. 
Papilionaceae. 
Ilhamneae. 
Gnetaceae. 

Ampelideae. 
Poljpodiaccae. 
Ampelideae. 
Papilionaceae. 

Anonaceae. 
Menispermaceae. 
Dioscoreae. 
Aroideae. 

Melastomaceae. 

Ampelideae. 

Anonaceae. 

Commelijnaceae. 



Convolvulaceae. 

Loganiaceae. 
Euphorbiaceae. 

Combretaceae. 



247 



Inlandsche 
Naam. 


Botanische benaming. 




Natuurlijke 
Familie. 


Talipoe Mak. 


Villarsia indica Vent. 




Gentianeae. 


Talisseij Mak. 
Taljabo sula bassa 
[Xula. 


Barringtonia speciosa DC. 
Quercus moluccana "^Yld. 




Myrtaceae. 
Cupuliferae. 


Talk Bd. 


Pisonia Plm. spec. 




Nyctagineae. 


Tallahoho Amb. 


Sida acuta L. 




Malvaceae. 


Talla-talla J. 


Smilax ze^danica L. 




Smilacineae. 


Tallam Mak. 


Melocanna liumilis Rüpr. 




Gramineae. 


Tallak S. 


Diospyros frutescens BI. & 


var. 


Ebenaceae. 


TallasM.of Tallus S. 


Colocasia antiquorum Scliott & 






[variet. 




Aroideae. 


;, banteng S. 


„ „ „ atrosangul- 
[nea Hsskl. 


}} 


„ boengboelan S. 


V », V minor 


Hk. 


}j 


„ heedjoli S. 

„ kangkaring S. 

„ ketan S. 
„ koekoek S. 


„ j, j, atroviridis 
[Hsskl. 
„ variegata 
[Hsskl. 

„ „ „ scripta Hk. 

,, „ „ lurida Hk. 


11 

11 
11 


„ rommah S. 


„ „ „ rubrinervis 




„ s oer at S. 
Talli-wal KG. 


[Hsskl. 
„ „ „ scripta Hk 
Pittosporum chelidospermum BI. 


11 
Pittosporeae, 


Taloekka Amb. 


Bixa orellana L. 




Bixaceae. 


Taloetoe Mak. 


Aralia chinensis L. 




Araliaceae. 


Talok S. J. 


Grewia inaequalis BI. 




Tiliaceae. 




„ tomentosa Jss. 




)j 




„ celtidifolia Jss. 




?? 


Talom BI. 


Eottlera dispar BL 
Indigofera tinctoria L. 




Euphorbiaceae, 
Papilionaceae. 


Tamalakki Bd. 


Tamarindus indica L. 




}j 


Tamalla BI. 


zie Tallam Mak. 






Tamalasse Amb. & 








Tamaloessel Amb. 


Dysoxylon alliaceum BI. 




Meliaceae. 


Tamandilang S. 


Antidesma heteroph^dlum 


BI. 


Antidesmeae, 


Tamatta M. Mak. 


Cardiopteris moluccana BI. 




Sapindaceae. 



24.^ 



Inlandsche 
Naam. 



Botanische benamino;. 



Natuurlijke 
Familie. 



Tamatta bon tal M. 

„ tavris M. 
Tambaga S. 
Tambakan J. 



Tambakkoiin S. 
Tambakko M. 
Tam bang J. 

„ tambang Sum 
[Wk. 
Tambar Mak. 
Tambatlko ake T. 
Tamboe Mak. 

„ noeno Bg. 
Tamboen taai R. 
Tambos S. 
Tamma lassin Amb. 
Tampak behla BI. 
Tam pal baclak S. 
Tam par kidang S. 
Tam poe song T. 
Tampoeran M. ZBo 
Tampoeti T. 
Tampoi Phil. 
Tam pok belah M.Bl 
Tandjang J. 
Tandjong M. J. 

„ kauki J. 
Tandoek menjangan 

[M. 
Tangalak S. 
Tanggogo S. 



Tan gin oer Bat. 



Dioscorca Cliffortiana Lam. 
Lycopersicum esculentum Mll. 

Jambosa tenuicuspis Miq. 
Polygonum corymbos. Wld var. 

[ i floribuedum de Dr. 
Tournefortia argentea L. 
Nicotiana L. 
Acalypha hispida Brm. 

Polyphragm. compressicaule Miq 

LufFa catou-picinna DC. 

Bambusa aspera 11. & S. 

Carapa moluccensis DC. 

Guilandina bonduc L. 

Myristica iners BI. 

Cyperus haspan L. 

Garcinia cochinchinensis DC. 

Musaenda Teysmanniana Miq. 

Cyrtosiphonia sumatrana Miq. 

Antidesma tomentosum BI. 

Panax fruticosum DC. 

Dipterocarpus tampuran Klis. 

Kaempferia pandurata Rxb. 

Jambosa domestica Rmph. 

zie Tampak belila BI. 

Bru<Tuiera cylindrica BI. 

Mimusops elengi L. 

Calophyllum calaba L. 

Dicerolepis (Periploca) paludo- 
[sa BI. 

CylicodapLne sebifera BI. 

Castanea tungurrut BI. 

„ javanica BI. var. parvifolia 
„ „ BI. var. frutescens 

Castalia (Nymphaea) stellata BI. 



Dioscoreae. 
Solanaceae. 



Myrtaccae. 

Polygoneae. 
Asperifoliae. 
Solanaceae. 
Euphorbiaceae. 

Rubiaceae. 

Cucurbitaceae. 

Gramineae. 

Meliaceae. 

Papilionaceae. 

Myristicaceae. 

Cyperaceae. 

Glusiaceae. 

Rubiaceae. 

Apocyneae. 

Anti des meae. 

Araliaceae. 

Dipterocarpeac. 

Zingiberaceac. 

Myrtaceae. 

Rhizopboreae. 
Glusiaceae. 



Asclepiadeae. 

Laurineae. 

Cupuliferae. 



Nympliaeaceae. 



249 



Inlandsciie 
Naam. 



Botanische benamlnir. 



Natuurlijke 
Familie. 



Taiigkallak S. 


zie Taniralak S. 

Tetranthera Koxburghii. var. ra- 






[cemoso-umbellata Ns. 


Laurineae. 


,5 goenong S. 


„ robusta Ns. 


i) 


Tanggiling S. R. 


Tacca montana var. mnjor. Umpli. 


Taccaceae. 


TaiiiXiioelie S. J. 


Cassia fistula L. 


Papilionaceae, 




„ javanica L. 


1) 


Taugkal mienjan S. 


St3-rax benzoin Dryand. 


Styraceae. 


Tangkoerat J. 


Ficus diversifolia BI. 


Moreae. 




Hydnopbytum montanum BI. 


Rubiaceae. 


Tangkoerak S. 


zie Tankoerak S. 




ïangkoeloeng S. of 






Taiigoeloeng S, 


Amyrrbis dentata Wld. 


Amyrideae. 




Icica dentata DC, 


Burseraceae-. 




Mimusops kauki L. 


Sapotaceae. 


„ ketjil M. 


Schinus terebinthifoHus Rdd. 


Anacardiaceae. 


Taugkoiloh S. 


Kleinhovia hospita L. 


Büttneriaceae. 


Tangoelong M. S. 


Protium javanicum Bvvn. 


Burseraceae. 




Amyris protium DC. 


Amyrideae. 


Tangkoelo M. 


Aegle marmelos Ryb. 


Aurantiaceae. 


Tanglar S. 


Canarium littorale BI. 


Burseraceae> 




Aglaya argentea BI. 


Meliaceae. 




„ inaequale F. & Bk. 


it 


„ monjet S. 


„ sulingi BI 


)» 




Dysoxylon acuminatissimum BI. 


j» 


Tang-tang angien S. 


Sporobolus ? gigas Miq. 


Gramineae. 




Phragmites Ptoxburghii N. ab Es 


j) 




Deeringia indica Sprg. 


Amarantaceae. 




„ celosioides Rl3r. 


)y 


Tankal raijana S. 


Lactuca indica L. 


Compositae. 


„ sauci S. 


Pratia zeylanica Hsskl. 


Lobeiiaceae. 




Lobelia nummukaria Prs. 


?j 


Tankari Amb. 


Dianella odorata BI. 


Liliaceae. 


Tanidri Mak. 


Convolvulus reptans L. 


Convolvulaceae 


Tanjoerah S. 


Myrmecodia echinata Gaud. 


Rubiaceae. 


Tankil S. 


Gnetum gnemon L. 


Gnetaceae. 


„ assoe S. 


„ edule Bh 


;, 



250 



Inlandsclie 


Botanische benaming. 


Natuurlijke 


Kaam. 




Pamilie. 


Tanldl beurriet S. 


Gnetum edule BI. 


Gnetaceae. 


Tan-ko-é Ch. 


Cucurbiia ftirinosa Bk 


Cucurbitaceae. 


Tankoerak S. 


Pacbycentria constricta BL 


Melastomaceae. 




Hydnophytum Jck. spec. 


Rubiaceae. 




Myrmecodia Jck. spec. 


?> 


Tankokkak S. 


Solanum L. spec. div. 


Solanaceae. 


Taiikelle S. 


Ivleinhovia hospita L. 


Büttneriaceae. 


Tan-kwoh Ch. 


zie Tjan-kwoh Ch. 




Tapanawa Amb. 


Pothos gracilis Rxb. 


Aroideae. 


„ bediri M. 


Aglaonema marantaefolium BL 


)) 


„ ketjil Amb. 


Pothos scandens L. 


)» 


„ tairis Amb. 


„ pinnata Wld. 


?> 


Tapa pokang Solor. 


Cocos nucifera L. 


Palmae. 


Tapen S. J. 


Rottlera tiliaefolia BL 


Euphorbiaceae, 




Croton L. spec. 


» 




Rottlera Rxb. spec. 


;; 


„ laut S. R. 


Meliaceae Jss. spec. bantam. 




„ sayong S. 


Rottlera Rxb. spec. bantam. 


ii 


„ „ boddas S. 


?J !) » ")■) 


j> 


Tapeussa Lt. 


Crinum toxicarium Herbert. 


Amaryllideae. 


Taping J. 


Lasianthus inodorus BI. 


Rubiceae. 


Tapoes S. 


Elettaria coccinea BL 


Zingiberaceae. 




„ alba BI. 


j) 


Tapok jallak J. 


Phanaelopsis amabilis BI. 


Orchideae. 


Tapos S. 


Elateriosperma tapos BL 


Euphorbiaceae. 


Tappa gadja M. 


Convolvulus peltatus Prst. 


Convolvulaceae. 


„ rawa-rawaMak. 


Mangifera minor BL 


Anacardiaceae. 


Tappal inam M. 


Convolvulus peltatus Prst. 


Convolvulaceae. 


Tarattas S. 


Calamus oblongus Rwdt. 


Palmae. 


Taratteh S. M. 


Nelumbium speciosum Wld. 


Nelumboneae. 


y, biroe M. 


Nymphaea steHata DC. 


Nymphaeaceae. 


„ gedeli S. 


Nelumbium speciosum Wld. 


Nelumboneae. 


„ goenong S. 


Gunncra macrophylla V>\. 


Gunneraceae. 


„ ketjil S. M. 


Nymphaea pubescens DC. 


Nymphaeaceae. 




„ stellata DC. 


i) 




„ coerulea Sav. 


» 




Villarsia indica Vent. 


Gentianeae. 



251 



Inlandsclie 
Naam. 



Botanische benamiiio;. 



Katuurlijke 
Familie. 



Tarattch leutiek 


S. 


Villarsia indica Vent. 


Gentlaneae. 






Nj-mphaea stellata DC. 


Njmphaeaceae. 


„ sajor M. 




Villarsia indica Vent. 


Gentianeae. 


Tarna poetie Pal. 


Amorphophallus campanulat. BI. 


Aroideae. 


Taroe lAI. 




Indigofera tinctoria L. 


Papilionaceae. 


Taroem S. 




„ divaricata Jcq. 


j; 






., galegoides DC. 


j> 






„ leptostacliya DC. 


» 


„ aloes 




„ tinctoria L. 


>; 


„ akkarSum.Wk. 






[ 


& 






„ aroy S. R. 




Marsdenia parviflora Dcsn. 


Asclepiadeae. 


„ goenong S. 




Parsonsia javanica 131. 


Apocynaceae. 


,j kajoe S. R, 




Indigofera tinctoria L. c. var. 


Papilionaceae. 






„ macrocarpa DC. 


ii 


5, kembaiig S. 


E. 


„ anil L. var. poljpbylla DC. 


jj 






„ coerulea R^ydt. 


jj 


Taroes poetie Sum. 


Amorphophallus campanlat, BI. 


Aroideae. 


Tarrietie S. 




Tarrietia javanica BI. 


Sapindaceae. 


Tarrissie S. 




Albizzia odoratissima Bnth. 


Mimoseae. 






„ rufa Bnth. h similis. 


jj 


„ aroy S. 




„ rufa Bnth. 


» 


Tasbeli burrum 


S. 


Canna coccinea Ait. 


Cannaceae. 


„ kon n eng S. 




„ flavescens Lk. 


5J 


Tatambagan S. 




Poa indica L. 


Gramineae. 






„ cillata Hsskl. 


j; 


„ aloes S. 




Spartina glabriuscula Hsskl. 


J? 


„ boddas S. 




Ataxia javanica RBr. 


V 


^ , gedeli S. 




Sporabolus pulchellus RBr. 




Tatapajan S. 




Ipomoea sericea BI. 


Convolvulaceae, 


Tataroe maa J. 




Derris montana Rwdt. 


Papilionaceae. 


Tataroeman S. 




Polyozus acuminatus BL 


Rubiaceae. 






Melodinus laxiflorus BL 


Apocynaceae. 






„ scandens BI. 


57 






Dendrocharis inflata ]Miq. 


>J 






Cassia nodosa BI. 


Papilionaceae. 


Tatempéan J. 




Adhatoda vasica Ns. 


Acanthaceae. 



95)9 



Inlandsche 
Xaam. 



Botanische Lenaminü 



Natuurlijke 
Familie. 



Taténar Amb. 
Tatepal Amb. 



Tatupele Amb. 
ïatter S. 
Tat-wel BL 
Tau Ch. 
Tau-hijo Ch. 
Taunui Amb. 
Tawar-tawar Mand 
Tawas BI. 
Tawas M. 
Ta^awe T. 
Teba-tebaAmb.c^'T 
Tebe-pussa Lh. 
Teboo Bd. 

, M. E. 

„ assap M. of 

„ asrap M. 



„ meirahpendekh 

[M. 
„ rottan J. 

„ troeboe S. M. 

„ toettoenoe Bd 
Teboel tiboel S. 
Tedjo Cr. 
Tehe Ht. 
Té-hit-sjoe Ch. Bo 

Tehtehan J. 
Tehij Amb. 
Tehoe-lepoe Amb. 



Barleria lupulina Lindl. 
Andropogon nardus L. 

Arundo L. spec. 
Scleria lithosperma Wld. 
zie Tatepal Amb. 
Solanura verbascifolium L. 
Artocarpus integrifolia L. 
Dolichos catjang L. 
Cyperus rotundus L. 
Ruellia alternata Brm. 
Costus speciosa Sm. 
Wrightia pubescens TtCr. 
Polypodium quercifolium AA'ld. 
Aegiceras ferreum BL 
Bambusa teba Miq. 
Costus speciosus Sm. 
Pentapetes phoenicea L. 
Sacharum officinarura L. 

„ „ L. var. viola - 

[ceum Prs. 
„ „ L. var. i fumo- 

[sum. 
„ „ L. var. g ru- 

[brum humile. 
„ „ L. var.rZcalami 

„ edule Hsskl. 
Aristolochia indica L. 
Hoya coronaria BI. 
Cinnamomum culitlawan "BI. 
Stadtmannia sideroxylon DC. 
Dracaena ferrea L. var. atro- 
[sanguinea Hsskl 
Eupatorium celebicum BI. 
Bruguiera Kumphii BI. 
Costus speciosus vSm. 



Acanthaceae. 
Gramineae. 



C^'peraceae. 

Solanaceae. 

Artocarpeae. 

Papilionaceae. 

Cyperaceae. 

Acanthaceae. 

Zingiberacae. 

Apocynaceae. 

Polypodiaceae, 

Aegicereae. 

Gramineae. 

Zingiberaceae. 

Büttneriaceae. 

Gramineae. 



Aristolochieae. 
Asclepiadeae. 
Laurineae. 
Sapindaceae. 

Laurineae. 

Compositae. 

Rhizophoreae. 

Zingiberaceae. 





253 




Inlandsche 
Naam. 


Botanische benaming. 


Natuurlijke 
Familie. 


Tekabbal Lli. 


Crinum toxicarium Herbert. 


Amaryllideae. 


ïekari J. 


Dianella odorata BL 


Liliaceae. 


Teker M. Mak. 


Eleocharis dulcis Trin. 


Cyperaceae. 


Tekie S. M. 


„ erjthochlamjs Miq. 


?» 




Cypperus rotundus L. 


» 




„ tuberosus Rttb. 


>j 




Andropogon duloe Hrsfd. 


Gramineac. 


„ keboli S. 


Cyperus rotundus L. 


Cyperaceae. 


„ laut M. 


„ kyllingiaeoides R. & S. 


}i 




„ longus L. 


IJ 


„ laki-laki M. 


„ hexastichus R. & S. 


j) 


Tekkini J. 


Hydrocotyle asiatica L, 


Umbelliferae. 


Telang M. R. 


Clitoria ternatea L. 


Papilionaceae. 


Teleij Bd. & 




•i 


Telijo Bd. 


Terminalia moluccana L. o 


Burseraceae. 


Telioe Sum. 


Cardiospermum helicacabum L. 


Sapindaceae. 


Telin-hahoeloe Amb. 


Bambusa aspera R. & S. 


Gramineae. 


Telinga-tikoes M. 


Concharia pertinens Ts, 


p 


Telontaga ? 


Alternanthera denticulata RBr. 


Amarantaceae. 


Telontaja S. 


lUecebrum sessile L. 


Caryophylleae. 


Teklam S. 


Pogonostemon Dsv. spec. 


Labiatae. 


Tema Cr. 


Musa paradisiaca L. 


Musaceae. 


„ tenallalanitCr. 


„ troglodytarum L. 


» 


Temboeloe J. 


Metroxylon sagus Rttb. 


Palmae. 


Temiki E, 


CitruUus edulis Spch. 


Gucurbitaceae. 


Tem man J. 


Graptophyllum hortense Ns. 


Acantliaceae. 


Temo koentjie M. 


Kaempferia pandurata Ryb. 


Ziiigiberaceae. 


Temoe R. 


Curcuma zerumbet Rxb. 


)> 


„ giring R. 


„ vindiflora BL 


;i 


,, tis J. 


„ zerumbet Rxb. 


5? 


Tempo triüiig J. 


Gynura aurantiaca DC. 


Compositae. 


„ ^viijong S. 


Emilia sonchifolia DC. 


5) 


Tempoeja bali BI. 


liyptis suaveolens Poit. 


Labiatae. 


Tenarroin Bd. 


Indigofera tinctoria L. 


Papilionaceae. 


Tengkel S. 


Tylophora tennis 131. 


Asclepiadeac. 


Tengljektjaa S. 


Nauclea orientalis L. 


Rubiaceae. 


Ter.jo S. 


Mastixia pentandra Bl= 


Corneae. 



254 



Inlandsclie 


Botanische benaming. 


Natuurlijke 
Familie. 


Naam. 




]\Iastixia tricliotoma BL 




Corneae. 


Teo-koli Ch. Bo. 


Vigna sinensis Sav. 




Papilionaceae. 


Tepoeri Lh. 


x\egiceras ferreum BL 




Aegicereae. 


Tepoes S. 


Elettaria coccinea BL 




Zingiberaceae. 




„ alba BL 




5) 


„ Lener S. 


„ coccinea BL 




if 


Tepohot Bo. 


Memecylon appendiculatum BL 


Memecyleae. 


Te pon J. 


Campelia glabrata Knth. 




Commelijnaceae. 


Teponang J. 


Commelijna paludosa BL 




5; 


Terap E. 


Artocarpus elastica Rwdt. 




Artocarpeae. 


Terin rahoeroe AmL. 


Bambusa aspera E. & S. 




Gramineae. 


Teroes J. 


Gendarussa vulgaris Ns. 




" Acanthaceae. 


TerongS.M.RJ.&BL 


Solanum L. spec. plurim. 




Solanaceae. 




„ invokacratum BL 




)) 




„ melongena L. 




j; 


5; nndjing M. 


„ pressum Dun. 




.. 


j, blanda J. 


Lycopersicam esculentum MIL 


j? 


,; Loddas S. 


SoLanum pseado-undatum. 


var. 






[leucocarpa ] 


BL 


?> 




„ esculentum Dun. var. te- 






[res-album. 




7) 


„ galattiek S. 


zie T. boddas S. 






„ gatta M. 


Solanum pressum Dun. 




17 


„ gedeh S. 


„ ovigerura Dun. var 


. in- 






[sanum BL 




V 


„ lioemboet S. 


„ „ Dun. var. viola- 






[ceum BL 




Solanaceae. 


„ kaplpit J. 


Cliamaebuxus venenosa Hsskl. 


Polygalcae. 


„ kendie S. 


Solanum esculentum Dun. 


var. 






[teres-violaceum. 


Solanaceae. 


,, koepa S. 


„ pseude-undatum., 


var. 






[atropurpurascens 


BL 


j? 


„ korric boddas S. 


Calonyction speciosum Chois., 






[var. muricatum Ch. 


Convolvulaceae. 


., „ burrum S. 


„ longiflorum HsskL 




7) 


,j ,j hecdjoh S. 


,, speciosum Chois. 


var. 






[grandiiloruiï 


iCh. 


j] 



255 



Inlandsehe 
Naam. 


Botanische benaming. 


Natuurlijke 
Familie. 


Teroug lelies S. 


Solanum pseudo-undatum BI. 

[var. albiflorum. 


Solanaceae. 


„ oetan M. 


j, trongum Poir. 


?7 


„ pait M. 


„ undatum Lam. 


7) 


„ paiidjang S. 


zie T. boddas S. 




„ pangang S. 


Solanum ovigerum Dun. 


11 


„ piiïet S, 


„ album Lour. 


V 


„ pra M. 


„ pressum Dun. 


» 


„ puhhur S- 


„ undatum Lam. var. sphae- 






[rocarpum Hsskl. 


)7 


„ rangoe S. 


„ pseudo- undatum BI. var. 






[albiflorum BI. 


5) 


„ tjinnang S. 


„ trongum Poir. 


1} 


Ter 011 ga n S. 


5, paiasiticum BI. 


}> 


Tespong S. J. 


Dasyloma javanica Miq. 
Gymnopetalum piperifolium 


Umbelliferae. 




[Miq. 


p 


„ poetie J. 


Dichrocephala paniculata Miq. 


Compositae. 


Tetengoran S. 


Grewia tomen tosa Jss. 


Tiliaceae. 


Teteroiigan S. 


Glycosma chlorosperma Sprg. 


Aurantiaceae. 


Tette palehoe Amh. 


Dicalyx cochinchinensis DC. 


Ternstroemiaceae. 


Tewer Bd. 


Alstonia scholaris E Br. 


Apocynaceae. 


TewoeS.Amb.&Bd. 


Saccharum officinarum L. 


Gramineae. 


Thé ambon M. 


Sida retusa L. 


Malvacaeae. 


„ oetan M. 


'» j> )) 


»> 




Lagerstroemia indica L. 


Lythrarieae. 


Thl-see Ch. 


Metrosideros vera DC. 


Myrtaceae. 


Thiüi Ch. en 






Thim-hio Ch. 


Agallochum officinarum Ham. 


Papilionaceae. 


Thoiig-se-3oe Ch.Bo. 


Aleurites moluccana ^Yld. 


Euphorbiaceae.' 


Thou-thau Ch. 


Arachis hypogaea L. 


Papilionaceae. 


Tiau-tsoi C. Bo. 


Solanum esculentum Dun. 


Solanaceae. 


Tiba BI 


Morinda bracteata Exb. 


Rubiaceae. 


Ti-boeaya S. 


Leea aculeata BI. 


Ampelideac. 


Tiemboel M. R. J. 


Artocarpus incisa L. 


Artocarpeac, 


Tigel-kio J. BI. 


Gynura pseudo-china DC. 


Compositae. 




Emilia sonchifolia DC. 


;; 



vnb 



Iiilaiidsclie 
Naam. 



Botanische benamino:. 



Natuurlijke 
Familie. 



Tigo T. 

Tilling ampel Bi. 
Tij BI, 

Tijng-kam Cli. 
Tikal baloeng S. 

„ toelang J. 
Tikoessan J. 
Tilging S. 

Tim oen R. 

„ baloe M. 
Timo-timo T. 
Timolio J. 
Tim on Amb. 

„ passir M. 
Tiinpule Lh. 
Tmat Amb. 
Tini]^ kassan J. 

Tinggeeling meiitikS, 
Tingi lakka Bel. 
Tingoelong M S. 
Tin-sjong Ch. 
Tintinga BI. 
Ti pies koelit S. 



Tiri-makke Amb. 
Tiroe boddas S. • 

„ makii' Lt. 
Tiserc-'j;i<]:;o-il S. 
Tissoek S. 
Titawcy Lb. 
Titikoc^an M. J. 



Sida acuta L. 
Bambusa mitis Poir. 
Amorphophallus sativus BI. 
Citrus nobilis Lour. 
Euphorbia tirucalli L. 
Cissus quadrangularis L. 

») » >j 

Platycentrum tenuifolium Miq. 

„ rupicolum Miq. 
Cue u mis sativus L. 
Trichosanthes tricuspis Miq. 
Lif^usticum striatum llxb. 
Kleinhovia hospita L. 
Timonius Rumphii BL 
Cucumis conomon DC. 
Aegiceras ferreum VA. 
Glaucena excavata Brm. 
Maranta dichotoma AVld. 
Zehneria hastata Miq. 

„ connivens Miq. 
Atacca integrifolia Prsl. 
Lawsonia alba Lam. 
Protium javanicum Brm. 
Carjophyllus aromaticus L. 
Clerodendrum infortunatum BI. 
Nelitris parviflora BI. 

„ polymorpha BI. 
Jambosa lineata DC. 
Chiliocarpus compositus BI. 
Concharia pertinens Tr. 
Calladium giganteum BI. 
Collyris major Yhl. 
Aamia cyanea Wld. 
Hibiscus spathaceus BI. 
Ficus Rumphii BI. 
Typhoniuin divaricatum Bi. 

„ cuspidatum 131. 



Malvaceae. 

Gramineae. 

Aroideae. 

Aurantiaceae. 

Euphorbiaceac. 

Ampelideae. 

? 
? 

Cucurbltaceac. 

Umbelliferac. 

Büttneriaceae. 

Rubiaceae. 

Cucurbitaceae. 

Aegicereae. 

Aurantiaceae. 

Cannaceae. 

Cucurbitaceae. 

?? 
Taccaceae. 
Lythrarieac. 
Burseraccac. 
Myrtaceae. 
Verbenaceae. 
Myrtaceae. 



Apocyneac. 

Aroideae. 

Asclepiadeac. 

Saxifragaceae. 

Malvaceae. 

Moreae. 

Aroideae. 



257 



Inlandsche 
Naam. 


Botanische benaming. 


Natuurlijke 
Familie. 




Arum diversifolium BI. 


Aroideae. 


Titiwoean S. 


Loxotis obliqua EBr. 
Polygonum corymbosum, var. 


Gesneriaceae. 




[densiflorum BI. 


Polygoneae. 


Tiwada T. 


Artocarpus laca Encycl. 


Artocarpeae. 


riwera Bd. 


Crinum toxicarium Herbert. 


Amaryllideae. 


riwoe S. 


Saccharum officinarum L. 


Gramineae. 


„ aboe S. 


„ „ „ var. commune E. 






[& S. 


j> 


„ asrap S. 


„ „ „ var. fumosum. 


)j 


„ burrum gedeli S. 


„ „ ,, var. nigrum. 


» 


,, „ leutiek S. 


„ „ „ var. rubrum-hu- 






[mile. 


?i 


„ „ tingi S. 


„ „ „ var. rubrum al- 






[tum. 


» 


„ hiedung S. 


„ „ „ var. nigrum. 


)> 


„ hoe-ota-heite S. 


„ „ „ var. otaheitense. 


j> 


„ japara S. 


„ „ „ var. litteratum. 


j> 


„ konnengamóS. 


„ „ „ var. luteum-molle. 


» 


„ „ kras S. 


„ „ „ var. luteumdm-um. 


j> 


„ landoek S. 


Meliosma nitida BI. 


Meliosmeae. 


„ landoe S. 


Artocarpus glauca BI. 


Artocarpeae, 


„ aroeboek S. 


Saccharum edule Hsskl. 


Gramineae. 


„ lilin S. 


„ officinarum L. var. can- 






[delaria. 


il 


„ pek es S. 


5, „ L. var. litteratum. 


jj 


„ rapoe S. 


„ „ L. var. luridum. 


)) 


„ soerat S. 


5, „ L. var. litteratum. 


)i 


„ „ pendekh S. 


„ „ L. var. litteratum- 






[breve. 


?l 


riwoek S. 


LufFa cordifülia BI. 


Cucurbitaceae. 




Trichosanthes ovigera BI. 


yj 


Tja Ch. I3o. 


Saccharum officinarum L. 


Gramineae. 


r'jabé S. 


Stylocoryna polycarpa Miq. 


Pvubiaceae. 


rjabeh M. S. J. 


Capsicum L. spec. divers. 


Solanaceae. 




Piper L. spec. divers. 


Piperaceae. 




„ Ion gum Dtr. 


" 



EL, XIX, 



n 



258 



Inlandsche 


Botanische benaming. 


Natuurlijke 
Familie. 


Kaam. 


1 
Tjabeh atjoengM.E. 


Capsicum frutescens L. 


Solanaceae. 


„ aroy S. 


Piper Ion gum L. 


Piperaceae. 




„ densum BI. 


» 


„ bedat S. 


Capsicum frutescens L. 


Solanaceae. 


j, besaar E>. 


„ incurvum BI (var. frutes- 






[cens L. 


iy 


„ betoel S. 


„ sinense Jcq. 


» 


„ djawa M. 


Piper longum L. 


Piperaceae. 




Chavica officinarum Miq. 


?) 


„ gedeh S. 


Capsicum annuum L. 


Solanaceae. 




„ macrocarpum Fngrh. 


» 




„ vulgatum Pngrh. 


)> 




j, frutescens L. var. in- 






[curvum BI. 


9t 


,, kling J. BI. 


„ pendulum var. torulosum 






[Fngrh. 


)» 


„ oetan M. 


Piper arborescens Rxb. 


Piperaceae. 


„ rawiet M. R. 


Capsicum fastigiatum BI. 


, Solanaceae. 


„ sabrang S. 


„ frutescens L. 


57 




,, longum L. 


>J 


„ salassie M R. 


„ bicolor Jcq. var. mela- 






[nocarpum Hsskl. 


ȕ 


„ tjangek M. R. 


„ longum L. 


J> 


„ woengoe S. 


zie Tj. salassie M. R. 




Tjai S. J. 


Adenanthera pavonina L. 


Mimoseae. 


TJajoer S. 


Pterospermum lancaefolium Rxb. 


Büttneriaceae. 


Tjaka S. 


CoiFea salicifolia Miq. 


Rubiaceae. 


Tjakra-tjikri Bat. 


Acacia Farnesiana Wid. 


Mimoseae. 


Tjakku mabido ï. 


Piper majusculura BI. 


Piperaceae. 


Tjak-tjok-boGwoe S, 


Elatostemma rostratum Hsskl. 


Urticaceae. 


Tjaliek-anglen S. 


Rottlera oppositifolia BI. 


Euphorbiaceae. 


,y „ boddas S. 


„ Zippelii Hsskl. 


;; 


„ „ bnrnim S. 


,, paniculatum Jss. 


>f 


Tjaliengtjieng S. 


Averrhoa carambola L. 


Oxalideae. 


„ lait S. M. 


Elaeagnus L. spec. bant. 


Elaeagiieae. 


Tjalla kanjing S. 


Rottlera paniculata Jss. 


Euphorbiaceae. 


Tjaloeng J. 


Garcinia cornea \)Q* 


Clusiaceae. 



250 



Inlandsche 
Naam. 



Botanische benaming. 



Natuurlijke 
Familie, 



Tjaloengtjoeng S. 

„ aroy S. 
„ burrum S. 

Tjaloepangpang S. 
Tjamara M. 



„ laut M. 
Tjamarra Lb. 
Tjamóró J. 
Tjamakka moloe S. 
Tjambang BI. 
Tjaming-tjaming E. 
Tjammoen S. 
Tjampahoe S. 
ïjampakka S. M. K. 

„ boddas S. 
,, boeloe M. S. 



„ goenong M. K. 



„ gondokS.M.R. 
„ „ oetan S ^^ 
„ leuwung S. 
„ loeutoen 



„ „ oetan S.M. 
„ leuwung S. 
„ loeutoengaroyS. 
„ moelia S. R. 



Tjampakka oetau M. 

„ poetie M. 

„ zevlon S. R. 
TJampedak S. M. R. 
ïjamplong J. 



Marumia muscosa BI. 
Creochiton pudibunda BL 
Dissochaeta cjanocarpa BI. 
Melastoma ferugineum Rwdt. 
Marumia muscosa BI. 
Scindapsus pertusus Schott. 
Podocarpus cupressina RBr. var 
[6 curvula Mip. 
Casuarina equisetifolia Erst. 

„ muricata Rxb. 
Clerodendrum infortunatum BI 
zie Tjamara M. J. 
Dianella montana BI. 
Erythrina fusca Lour. 
Averrboa carambola L. 
Boebmeria incana Hsskl, 
Tamarindus indica L 
Michelia Blumei Std. 

„ cbampacca L. 

„ longifolia L. 

„ cbampacca BI. 

„ velutina BL 

„ montana BI. 
Liliodendrum liliferum ? 
Talauma Rumpbii BI. 

„ pumila BI. 
Capparis callosa BI. 
Talauma mutabilis BI. 
Capparis flexuosa L. 
Plumieria acutifolia Poir. 
Parkinsonia aculeata L. 
Dianella nemorosa Prs. 
Talauma Rumpbii BL 
Micbelia longifolia BI. 
Pyrrbosa(Knema) Horsfieldii BI. 
Artocarpus polypbema Prs. 
Calopbyllum inopbyllum L. 



Melastomaceae. 



Orontiaceae. 

Taxineae. 
Casuarineae. 

Verbenaceae. 

Liliaceae. 

Papiiionaceae. 

Oxalideae. 

Urticaceae. . 

Papiiionaceae. 

Magnoliaceae. 



Capparideae. 

Magnoliaceae. 

Capparideae. 

Apocvnaceae. 

Papiiionaceae. 

Liliaceae. 

Magnoliaceae. 

Myristicaceae. 

Artocarpeae. 

Clusiaceae. 



Inlandsche 
Kaam. 


Botanische benaming. 


Natuurlijke 
Familie. 


Tjamporang S. 


Manihot utilissima Pohl. 


Euphorbiaceae. 


Tjanar S. 11. 


Sniilax Trnft. spec. plur. 


Smilaceae. 




Dioscorea salicifolia BI. 


Dioscoreae. 




Smilax odoratissima BI. 


Smilaceae. 


„ babi S. M. R. 


Zanonia indica L. 


Khandirobeae ? 




Smilax odoratissima BI. 


Smilaceae. 




„ repanda Bh 


j> 


„ betoel S. 


t) 1} >; 


» 


., beurriet liiedun 2 






[S. ^ 


„ Trnft. spec. 


» 


,, bokkor S. K. 


„ nummularia L. 


iy 




„ leucophylla BI. 


5> 




„ macrocarpa BI. 


>J 




„ zeylanica L. 


» 


„ lalakki S. 


j, glvcyphylla Sm. 


J> 


,. ,, mienjak S. 


„ latifolia>^Br. 


)> 


„ peutjang S. 


Dioscorea Trnft spec. 


Dioscoreae. 


Tjaiig BI 


Caesalpinia sappan L. 


Papilionaceae. 


Tjanging BI. 


Erjthrina fusca DC. 


» 


Tjangkeoh S. 


Mvrtaceae Jss. spec. inc. 




Tjangko S. J. 


Quercus spicata Sm. 


Cupuliferae. 


Tjangkoeang S. 


Pandanus furcatus Kxb. 


Pandaneae. 


Tjangkoedoe S. 


Morinda citrifolia L. 


Kubiaceae. 


,, badak S. 


Nauclea grandifolia DC. 


» 




Fagraea morindaefolia BL 


Loganiaceae. 


„ kantjil J. 


Morinda bracteata Exb. 


Kubiaceae. 


„ lalakki S. 


Kauclea j^randifolia DC. 


il 


„ oetan S. 


zie Tj. badak S. 




Tjangkorreh S. 


Dinochloa tjangkorreli Büse. 


Gramineae. 


\, dioek S. 


Nastus ? humilis HsskL 


^i 


Tjaugoeloe kras S. 


Ficus lepicarpa BI. 


Moreae. 


Tjangtjejig iS. 


Elephantopus L. spec. omn. 


Compositae. 


Tjauigarali J. 


Cochlosperraum gossypinum DC. 


Ternstroemiaceae 


Tjangkier S. 


Abroma augusta L. 


Büttneriaceae. 


Tjankoerang S. 


Trevesia sundaica Miq. 


Araliaceae. 


'J jank ie M. J. 


Erythrina fusca DC. 


Papilionaceae. 


Tjaukri-ng K. J- 


^J ty Vj 


;; 



2Ö1 



Inlands<ïlie 
Naam. 


Botaniscbe benaming. 


Natuurlijke 
Familie. 




Frythrina indica Lam. 


Papiiionaceae. 


Tjan-kwoh CIi. 


Iris florentina L. (radix). 


Trideae. 


Tjantekkeh S. 


Bouea oppositifolia Msu. 


Anacardiaceae. 


Tjantiegie S- 


Thibaudia BI. 


Ericaceae. 




Rhododendrum L. 


;j 




Gautiera Kim. 


rr 




Leptosperma Frs-t. 


Myrtaceae. 




Acronoda 1^1. 


Büttneriaceae. 




Dodonaea viscosa L. 


Sapindaceae. 




Amphicalyx latitblius BI. 


Ericaceae. 




Agapetes floribunda G. Don. 


j; 




„ lucida G. Don. 


)) 




Scepasma buxifolium Bi. 


Eaphorbiaceae. 




Dodonaea Oandolleana BI. 


Sapindaceae. 




Leucoxylon buxifolium BI. 


Ternstroemiaceae. 


„ betoel S. 


Thibaudia varingiaefolia BI. 


Ericaceae. 


,-,- boddas S. 


Gautiera leucocarpa Endl. 


}) 


„ boeloe S 


Rhododendron tubiflorum K\Ydt. 


jj 


„ gedeh S. 


Thibaudia floribunda BI. 


}j 


„ leutiek S. 


„ lucida BI. 


j) 


„ wangieS. M.E. 


Gautiera punctata Endl. 


?; 


Tjamtjauw S. 


Elephantopus D. 


Compositae. 


Tjantjerrettan S. 


Nauclea excelsa El. 


Rubiaceae^ 




Anthocephalus indicus Rich. 


)j 




„ raorindaefolius Kths. 


)) 


„ badak S. 


Nauclea glabra Rxb. 


j> 


„ beurriet S. 


„ mollis B-l. 


)t 


„ mieiijak S. 


„ obtusa BI. 


)> 


Tjantokkeh S. 


Bouea oppositifolia Msn. 


Anacardiaceae. 


Tjapa R. 


Conyza balsamifera Less. 


Compositae. 


Tjapoe-toeboer S. 


Cjnoctonum muricatum DC. 


Asclepiadeae. 




Blumea DC. spec. div. 


Compositae. 


Tjaptjek meirab(?). 


Nerium odoratum Lam. 


Apocynaceae. 


„ poetie (?). 


„ „^ „ flore albo. 


?) 


Tjarehan S. 


Rubia javauica DC. 


Rubiaceae. 


Tjariaroe S. of 






Tjarieang S» 


Aglaonema simplex BI. 


Aroideae. 



2C2 



Inlandsche 
Xaam. 



Botanische benaming. 



Natuurlijke 
Familie. 



Tjarieang boddas S. 
., beurriet burrum 
[S. 
., buri'um S. 

Tjariengien S. 

Tjarioe S. 
Tjariwoe S. 

„ boddas S. 
,, gedeh S. 

,, leutiek S. 

„ peutjang^S. 
Tjatjabehan S. 
Tjatjandie S. 
Tjatjang S. en 
Tjatjeng S. 
Tjau S. 
Tjawenné soreh S. 

Tjeboeno;an J. 
Tjehreh^M. 
Tjeiska S. 
Tjekok J. 
Tjelegor J. 
Tjembaul J. 
Tjengkeh S. M. R 
Tjengkeh laut M. 
„ oetan daun ke- 
[tjil M. 



- „ ketjil M. 
,, papoea T. & 
„ radja Amb. 



Homalonema album ITsskl. 

Aroideae Jss. spec. incert 
Homalonema rubrum Hsskl. c 
[majus Hsskl. 
Ficus pisocarpa BI. 

„ benjamina L. & aliae. 
Entada monostachya DG. 
Colocasia ? humilis Hsskl. 
Alocasia indica Schott. 

Colocasia ? humilis Hsskl. var. 
[c major. 
„ „ „ var. b minor. 
Aglaonema pjgmaeum Hsskl. 
Euchresta Horsfieldii Bnnt. 
Sesbania cochinchinensis DC. 

Elephantopus scaber L. 
Musa paradisiaca L. 
Pthododendrum javanicum Rwdt. 
Ficus lutescens Rwdt. 
Flemingia involucrata Bnth. 
Oryza sativa L 
Urostigma strictum Miq. 
Quisqualis pubescens Brm. 
Commelijna paludosa BI. 
Solanum macranthum Dun. 
Caryophjllus aromaticus L. 
Dodonaea triquetra DC. 

Nalitris bracteata BI. 
,. alba BI. 



rubra Br. 



Aroideae. 



Moreae, 



Mimoseae. 
Aroideae. 

7) 



Caryophyllus aromaticus L. 



Papilionaceae. 



Compositae, 

Musaceae. 

Ericaceae. 

Moreae. 

Papilionaceae. 

Gramineae. 

Moreae. 

Combretaceae. 

Commelijnaceae. 

Solanaceae. 

Myrtaceae. 

Sapindaceae. 



Myrtaceae. 





2C3 




Inlandsclie 
Naam. 


Botanische benaming. 


Natuurlijke 
Familie. 


Tjenettan S. & 






ïjeDtJenettan S. 


Physalis angalata llsskl. 


Solanaceae. 


Tj eraken J. 


Croton tigliiim L. 


Euphorbiaceae. 


Tjereboet J. 


Amorphophallus giganteus BI. 


Aroideae. 


Tjerian S. 


Calladium pendulum BI. 


j» 


Tjering 0. J. 


Pithecolobium lobatum Bnth. 


Mimoseae. 


Tjerlang S. 


Pterospermum diversifolium BI. 


Büttneriaceae. 


Tjermeh S. R. 


Cicca disticha L. 


Euphorbiceae. 




„ nodiflora Lam. 


IJ 


„ leuwung S. 


Scepasma buxifolium iïsskl. 


ï; 


Tjentjektjaa S. 


Nauclea pallida Rwdt. 


Rubiaceae. 


Tjeroggol monjetS. 


Xerospermum Noronhianum BI. 


Sapindaceae. 


Tjetjan kahan S. 


Mephitidia tomentosa BL 
Ophiorrhizos mungos L. 


Rubiaceae. 


Tjetjang koecloean S. 


Sciadocarpus Brongniartii Hk. 


Araliaceae. 


Tjetjer ketjepet S. 


Rourea javanica BI. 


? 


Tjetjerennean S. M. 


Bradleja glauca HsskL 


Euphorbiaceae. 




Melanthes rhamnoides Bi. 


n 




Scepasma longifolium HsskL 


V 


„ aroy S. 


Dalbergia Blumei Hrt. Bog. 


Papilionaceae. 


„ „ laiit S. 


Cassia L. spec. bantam. 


V 


„ leutiek S. 


Euphorbiaceae RBr. spec. bant. 




Tjetjerobet S. 


Loxonia ? decurrens BL 


Gesneriaceae, 


Tjettek S. 


Strychnos tieute Lesch. 


Loganiaceae, 


Tjeulie badak S. R. 


Opuntia decumana DC. 


Cacteae. 


,, ,. bener S. R. 


„ tomentosa Sim. Dk. 


J5 


„ ., tjeribonS.R. 


„ cochinillifera Mll. 


if 


„ „ tjoetjoek S. 






[R. 


„ monacantha Wld. 


iJ 




Opuntia poljaltha Haw. 


Cacteae. 




„ elatior DC. 


)) 


Tjeurrie S. 


Garcinia lateriflora BL 


Clusiaceae. 




„ dioica BL 


w 




„ L spec. bant. incert. 


i} 


Tjiboeang S. 


Grewia tomentosa Jss. 


Piliaceae. 


Tjiboelan J. 


Agrimonia javanica Jngh. 


Rosaceae. 


Tjie-teo Ch. Bo. 


Arachis hypogaea L, 


Papilionaceae, 



204 



Inlandsche 
Naam. 



Botanische benamino:. 



Natuurlijke 
Familie. 



Tjigau J. 
Tjigige J. 
Tjingrerem S. 
Tjinga tjinga T. 
Tjintekka S. J. 
Tjinti Btj. 
Tjipait S. 

Tjiploek-an J. 
Tjipohkak J. 
Tjitjabëan oetan S. 
Tjitjap S. 

Tjijhe badak S. 

„ kandoeriketjilS 
Tjoebang dari oetan S 
Tjoejer ? 
Tjoekilan J. 
Tjoelakketan S. 
Tjoelang S. M. K. 
ïjoengoelan J. 
Tjoeni S. 

Tjoeng-neo Ch. Bo 
Tjoenjoen baauw S 

„ goenong S. 
„ wangie S. 
Tjoenkankang S. 



Tjoentanhng goenong S. 



Quisqualis indica L. 
Viola serpens Wall. c genuina, 
Duchesnea sundaica Miq. 
Wollastonia strigulosa DC. 
Plumbago rosea L. 
Zingiber cassumnar Exb. 
Agalmyla staminea BI. 
Cyrtandra straminea R & S. 
Phjsalis angulata HsskK 
Gynura Cass. spec. 
Leonurus javanicus BI. 
Ficus venosa R. & S. 

„ allutacea BI. 
Glycine javanica L. 
Abrus praeeatorius L. 
Jodes tomentella Miq. 
Ricinus salicinus Hsskl. 
Schmiedelia racemosa L. 
Psychotria L. spec. bant. 
Aglaya odorata Lam. 
Ethulia megacephala Schlt. 
Gynotroches axillaris BI. 
Piper longum L. 
Magnolia odoratissima Ewdt. 
Talauma CandoUei BI. 
Magnolia fragrans Rwdt. 
Talauma Candollei BL 
Chilocarpus denudatus BI. 
Salacia melittocarpus BI. 
Cyrtoceras laurifolium Miq. 
^Coelosperraum scandens BI. 
Tabernaemontana polyantha Bi. 
Ecbites densiflora BI. 
Parsonsia barbata BI. 
Centrostemma multiflorum Dcsn 
Cystidianthus campanulat. Hk. 
Echites inflata BI, 



Combretaceae. 

Violarieae. 

Rosaceae. 

Compositae. 

Plumbagineae. 

Zincriberaceae. 

Gesneriaceae. 

Solanaceae. 
Compositae. 
Labiatae. 
Moreae. 

Papilionaceae. 

)) 
Menispermaceae. 
Euphorbiaceae. 
Sapindaceae. 
Rubiaceae. 
Meliaceae. 
Compositae. 
Clusiaceae. 
Piperaceae. 
Magnoliaceae. 



Apocynaceae. 

Hippocrateaceae. 

Asclepiadeae. 

Rubiacea,.e. 

Apocynaceae. 



Asclepiadeae; 
Apocynaceae, 



265 



Inlandsche 
Naam. 


Botanische benaming. 


Natuurlijke 
Familie. 


Tjoenkankang lalakki S. 


Chilocarpus suaveolens BL 


Apocynaceae. 


Tjoen-seu Ch. Bo. 


Apium graveolens L. 


Umbelliferae. 


Tjoen-tjiou Ch. Bo. 


Musa paradisiaca L. 


Musaceae. 


Tjoen-tjon J. 


Magnolia pumila BI. 


Magnoliaceae. 




Talauma pumila BI. 


1) 


Tjoeran rambat S. 


Urtica alba BL 


Urticaceae. 


Tjoerei S. 


Gynotroches axillare BI. 


Clusiaceae. 




Crypterrhonia paniculata BI. 


Rhamneae. 


Tjoetjoek kaliageliS. 


Trophis spinosa Rxb. 


Artocarpeae. 




Canthium Rheedii DC. 


Kubiaceae. 


„ lamaran S. 


Gardenia Blumeana DC- 


}) 


„ „ badak S. 


„ tomentosa BI. 


j> 


Tjoewawoet J. 


Pennisetum macrochaëton Jcq. 


Gramineae. 


Tjok Ch. Bo. 


Bambusa Schreb spec. div. 


?j 


Tjokai S. 


Polyosma integrifolia BI. 


Polyosmeae. 


Tjokkot toewa J. 


Cocculus DC. spec. 


Menispermaceae, 


Tjoklat S. M. R. 


Theobroma cacao L. 


Buttneriaceae. 


Tjomplongan J. 


Prenanthes Yaill. spec. 


Compositae. 


Tjomu toeffa T. 


Ophioglossum ovatum BI. 


Ophioglosseae. 


Tjong Ch. 


Zingiber officinale L. 


Zingiberaceae. 


Tjongkok S. 


Curculigo recurvata Dryand. 


Hypoxideae. 




„ latifolia Dryand. 


>» 


Tjonkodo kir J. 


Melastoma polyanthum BI. 


Melastomaceae. 


ïj on tjong beloet J, 


Melanthes rhamnoides 131. 


Euphorbiaceae, 


Tjontsjo Ch. 


Abrus praecatorius L. 


Papilionaceae. 


Tjoppi toehoer S. 


Crawfurdia trinervis Hsskl. 


Gentianeae. 


Tjotjok boewoe. 


Boehmeria scabra Hsskl 


Urticaceae. 




Hypopteron speciosum Hsskl. 


Gesneriaceas, 




Elatostemma rostrata Hsskl. 


Urticaceae. 




Sonerila heterophylla Jck. 


Melastomaceae. 




,. pauciflroa BI. 


1) 


„ boewoe leut lek 






[S. 


Rphiorrhiza trichocarpa BI. 


Rubiaceae. 


„ „ romangS. 


Euphorbiaceae Brtl. spec. bant. 




Tjotjor bêbekh J. 


Spermacoce hedyotidea DC. 


Rubiaceae. 




Bryophyllum calycinum Slsb. 


Crassulaceae, 


Tjotjorokkot S. 


Solanum canescens BL 


Solanaceae, 



2CÖ 



Iiilandsclie 
Naam. 


Botanische benaming. 


Natuurlijke 
Familie. 




Solanum saponacenm Dun. 


Solanaceae. 




„ japonicum Dun. 


)) 


Tjotogo T. 


Diplocinium tuberosum Miq. 


Begoniaceae. 


Tjou-njok Ch. Bo. 


Plumbago rosea L. 


Piumbagineae. 


Tjouw S. 


Musa Trnf. spec div. 


Musaceae. 


„ tjai S. 


Kavanala rnadagascariensis Adns. 


;; 


Tjulang S. 


zie Tjoelang S. 




Tjurei S. 


Buddleia L. spec. omn. 


Lognniaceae. 


Toan T. 


Metroxylon sagus Rttb. 


Palmae. 


Toansing Men. 


Costus speciosa Sm. 


Zingiberaceae. 


Tobba toko Y. 


Abutilon hirsutum Rmph. 


Malvaceae. 


Tobo-tol)0 Mak. 


Ficus septica Sprg. 


Moreae. 


Toeahoe Rtt. & 






Toeahoea Ti. 


Borassus flabelllformis L. 


Moreae. 


Toeangau ZBo. 


Eurya nitida Khs. 


Ternstroemiaceae, 


Toeba aweweh S. 


Dalbergia heterophvlla Wld. 


Papilionaceae. 


„ bidji M. 


Cocculüs lacunosus DC. 


Menispermaceae, 




„ crispus DC. 


if 


„ djenoe S. 


Dalbergia purpurea Rwdt. 


Papilionaceae. 


„ gatel S. 


Milletia sericea W. & A. 


1) 




„ rostrata Miq. 


?> 


„ kajoe R. 


Dalbergia heteropbvlla Wld. 


5) 


„ lalur S, 


„ angustifolia Ilsskl. 


)) 


Toebe abbal Amb. 


Derris Forsteniana DC. 


)> 


Toebi-sira Mand. 


Vitenia cdulis Std. 


Sapindaceae. 


Toeboe-sala M. BI. 


Arundo L. spec. 


Gramineae. 




Andropogon nardus L. 


»> 


., toeboe M. 


Costus speciosus Sm. 


Zingiberaceae. 


„ „ waat-ketjil 






[Amb. 


Aegiceras majus L. 


Aegicereae. 


Toedjoe J. 


Argemone mexicana L. 


Papaveraceae. 


Toedong laut M. 


Aegiceras minus W]d. 


Aegicereae. 


Toebe Bd. 


Cocculüs lacunosus DC. 


Menispermaceae. 


Toejoncpon^jorMand. 


Datura alba Ns. 


Solanaceae. 


Toeka^doeffa T. 


Musa troglodytarum L. 


Musaceae. 


Toekoel takkal M. 


Berrya ammonilla Rxb. 


Tiliaceae. 


Toelak tan gal S. 


Heptapleurum rigidum Hsskl. 


Araliaceae. 



267 



Inlandsclie 
Naam. 



Botanische benaminfr. 



Katuurlijke 
Familie. 



Toelalot J. 


Wendlandia tinctoria DC. 


Rubiaceae. 


Toeloek Bel 


Bambusa longinodis Miq. 


Gramineae. 


Toeloewodji Btj. 


Ophioxylon serpentinum L. 


Apocynaceae. 


Toem boeloen J. 


Metroxylon sagus Rttb. 


Palmae. 


Toemboencj-kanjoet 




Rubiaceae. 


^ [S. K. 


Cantbium Rheedii DC. 






„ Len. spec. bantam. 


iy 


„ „ lltjIn S. 


„ horridum BI. 


ji 


„ boeloe S. R. 


„ cornelia Ch. ü Sch. 


IJ 


„ lietjien S. R. 


„ horridum BI. 


1) 


Toem on telong J. 


Geniostoma montanum Z. & M. 


Loganiaceae. 


Toendjoek langit M. 


Ophioglossum ovatum BI. 


Ophioglosseae. 


Toen dj oen g S. E. 


Talauma Candollei BI. 


Magnoliaceae. 




„ mutabilis BI. & varlet. 


7> 


„ barak BI. 


Nymphaea rubra Rxb. c purpur. 


Nymphaeaceae. 


„ dado BI. 


„ „ h rosea. 


;j 


„ poetie Bi. 


„ „ „ p albiflora. 


5J 


Toen doen M. 


Nephelium lappaceum L. 


Sapindaceae. 


Toengerreh S. 


Castanea tungurrut BI. 


Cupuliferae. 


Toeugtoeng monjet? 


Discostigma rostratum Hsskl. 


Clusiaceae. 


„ sajoeng ? 


Rubiaceae Jss. spec. inc. bant. 




Toepak T. 


Barringtonia acutangula Grtn. 


Myrtaceae. 




„ rubra BI. 


>j 




j, racemosa BI. 


,, 


Toeri S. M. R. 


Agati grandiflora Dsv. 


Papilionaceae. 


„ boddas S. 


„ „ „ flore albo. 


)) 


„ burrum S. 


„ „ „ flore rubro 


)> 


„ rawa J. 


Aeschjnomene aspera L. 


» 


Toeroejan S. 


Cassia glanduliflora Rwdt. 


n 1 


Toeroe muksa S. 


Ruellia Blumei Std. Nom. 


Acanthaceae. 


Toerroep aroy S. 


Picus annulata BI. 


Moreae. 




„ depressa BI. 


)) 


„ boëoek S. 


Artocarpus elastica Rwdt. 


Artocarpeae. 


Toetoe massoniha T. 


Carapa moluccensis DC. 


Meliaceae. 


Toetoekekoe Bd. 


Scaevola Plumieri L. 


Goodeniaceae. 


Toetoep BI. 


Pavonia zeylonica Cav. 


Malvaceae. 


jy antjoer BI. 


Ricinus maj^pa ? 


Euphorbiaceae. 



2QS 



Inlandsche 
Naam. 


Botanische benaming. 


Natuurlijke 
Familie. 


Toeton M. J. 




Barringtonia speciosa L. 


Myrtaceae. 






Polvtoca bracteata RBr. 


Gramineae. 


Toetop M. 




Abutilon indicum G. Don. 


Malvaceae. 


Toewa S. M. 




zie ïoeba S. M. 




„ J. 




Leëa sambucina "Wld. 


Ampelideae. 


Toggare J. 




Dracaena ensifolia Haw. 


Liliaceae. 






Dianella nemorosa Lam. 


)) 


Tohon Amb. 




Solanum melongena L. 


Solanaceae. 


Tohong BI. 




)) ?5 i) 


j) 


„ kanji BI. 




,. trongum Poir. 


>) 


Toja Bd. 




Amorphophallus sativus Bk 


Aroideae. 


„ oetan Bd. 




Typhonium divaricatum BL 


» 


Tokbraai S. 




Ekteriosperma tokbrai BL 


Euphorbiaceae. 






Croton L. spec. bantam. 


1) 


Tokee 0. J. 




Albizzia lebbek Bnth. b leuco- 








[xylon Hsskl. 


Mimoseae. 


Tokokka S. 




Solanum giganteum Jcq. 


Solaneae. 


Tola topolo T. 




Kyllingia monocephala AVld. 


Cjperaceae. 


Tolak tangol S 




Paratropia longifolia DC. 


Araliaceae. 


Tolong S. 




Aracium laevigatum Miq. 


Compositae. 


Toloen Ht. 




Pandanus conoideus L. 


Pandaneae. 






„ montanus Miq. 


j' 


ToLasion Bangaai. 


Quercus moluccana Wld. 


Cupuliferae. 


Tom J. BI. & 


T. 


Indigofera tinctoria L. 


Papilionaceae. 


Tomandellan J 




Ixora longifolia Hsskl. 


Rubiaceae. 


Tommo M. J. 


BI. 


Curcuma zerumbet Rxb. 


Zingiberaceae. 


Tommon Mak. 




V J? )> 


j) 


„ j. 




Graptophyllum hortense Ns. 


Acanthaceae. 


Tomon gering 


S.J. 


Curcuma longa L. 


Zingiberaceae. 






„ viridiflora Rxb. 


»> 


Tomoemoe T. 




Ae^riceras ferreum BL 


Aegicereae. 


Tondjo poetie M. J. 


1 ° 




[BI 


& 






Tondjongtedjal 


orM 






. lJ- 


BI. 


Villarsla indica Vent. 


Gentianeae. 


Tonggoeli J, 




Protium javanicum Brm. 


Spodiaceae. 


ïongkeng M. 


R. 


PerguLaria odoratissima Sm. 


Asclepiadeae. 



269 



Inlanclsche 
Naam. 


Botanische benaming. 


Natuurlijke 
Familie. 




Pergularia minor Amdrs. 


Asclepiadeae. 


Tongfak (?). 


Zingiber ovoideum BL 


Zingiberaceae. 




„ amaricans BL 


)) 


Tongtoet (?). 


Canthium L. sp. inc. bantam. 


Rubiaceae. 


Tonjo Mak. 


Nelumbium speciosum Wld. 


Nelumboneae. 


Tonkat-langit M. 


Quamoclit Yulgaris Chois. 


Convolvulaceae. 




Ophioglossum ovatum BI. 


Ophioglosseae. 




Musa troglodytarum L. 


Musaceae. 


,j sec tan M. 


Maranta dicliotoma AYkk 


Cannaceae. 


ToDkia S. 


Dischidia num mularia KBr. 


Asclepiadeae. 


Tonke M. 


Bruguiera Eumphii BL 


Rhizophorcae. 


„ parampoean M. 


„ cylindrica BL 


)) 


Tonkin S. 


Yallaris ovalis Miq. 


Apocynaceae. 


Tonkollo S. 


Kleinhovk hospita L. 


Büttneriaceae. 


Tonkon Dajak. 


Loranthaceae Mrs. 




Tonokoeko llt. 


Hedera umbellata DC. 


Araliaceae. 


Too-kokki-tjaptjkeCh 


Neriura oleander Lam. 


Apocynaceae. 


Toppa-lima S. 


Elephantopus scaber L. 


Compositae. 


Toron Amb. 


Solanum melongena L. 


Solanaceae. 


Toropatti Bd. 


Dracontomelon sylvestre BL 


Spodiaceae. 


Totarre palekoiig Mol. 


Acalypha mappa Wld. of 


Euphorbiaceae. 




Rottlera tanaria Hsskl. 


}) 


Totebo T. en 






Toteho T. 


Cordia myxa L. 


Cordiaceae. 


Totokbrai S. 


zie Tokbrai S. 




Totongoiln S. 


Salvia coccinea L. 


Labiatae. 


Totorra itam M. 


Commersonia echinata Frst. 


Büttneriaceae. 




„ javensis G. Don. 


)j 


Totou-o-an S* 


Boehmeria dichotoma Hsskl. 


Urticaceae. 


TowacLa T. 


Artocarpus laca Encycl. 


Artocarpeae. 


Tower J. 


Pongamia Lam. spec. 


Papilionaceae» 


Tran J. 


Metroxylon sagus Rttb. 


Palmae. 


Trang-doenijaM.Amb 


Caesalpina pulcherrima L. 


Papilionaceae. 




Aeschynomene indica L. 


j> 


Trasen S. 


Ceropegia Horsfieldiana Miq. 


Asclepiadeae, 


Tragen g J. 


Sanicula montana Kwdt. var. c 






[genuina. 


Umbelliferae. 



270 



Inlandsche 
Naam. 



Botanische benamino;. 



Katuurlijke 
Familie. 



Trassen J. 


Gjnura aurantiaca DC. 

Elatostemma paludosum Miq. 


Compositae. 




[var. forma rubro stipuhi. 


Urticaceae. 


Tra\Yalot J. 


Brucea L. spec. (an dysent. BI) ? 


Xanthoxylaceae. 


Treba djapan S. M. 


Rhinacanthus nasutus Ns. 


Acanthaceae. 




Andrographis paniculata AYld. 


)) 




Crossandra infundibuliformis Ns 


» 


Treliam ajam S. 


Kubia cordifolia L. 


Rubiaceae. 


Trembaloe J. 


Cassia sulphurea DC. 


Papilionaceae. 


Trembel S. 


Diospyros melanoxylon Kxb. 


Ebenaceae. 


Trembiloegan S. 


Platycentrum robustum Miq. 




Trigoe hoUanda (?) 


Triticum vulgare Yaill. 


Gramineae. 


Troeëp S. 


Artocarpus elastica Ewdt. 


Artocarpeae. 


Troena malam M. 


Polyanthes tuberosa L. 


Liliaceae. 


Troentong M. E. 


Aegiceras obovatum Bk 


Aegicereae. 




„ majus Grtn. 


jj 


Troes goenong S.K. 


Hartighsea excelsa Jss. 


Meliaceae. 




Elaeocarpus L. spec. 


ïiiiaceae. 


Trong-ngor J. 


an Solanum undatum Lam ? 


Solanaceae. 


Tropongan J. 


Valeriana javanica BL 


Valerianeae. 


Tsampé J. 


U varia odorata Lam. 


Anonaceae. 


Tschamba Mak. 


Tamarindus indica L. 


Papilionaceae. 


Tschau-po Ch. 


Acorus terrestris Rmph. 


Orontiaceae. 


Tscheën Ch. 


Indigofcra tinctoria L. 


Papilionaceae. 


Tschi-jo Ch. 


Musa paradisiaca L. 


Musaceae. 


Tschili-meirah M. 


Capsicum pendulum c torulo- 






[sum Fngh. 


Solanaceae. 


Tschira Bi. 


Trophis spinosa Ritb. 


Artocarpeae. 


Tschó Ch. 


Scaevola Pluraieri L. 


Goodeniaceae. 


Tsja-tsji-tsji Ch. 


Phoberos chinensis Lour. 


Bixaceae. 


Tsjay Ch. 


Amarantus polygamus Wkk 
„ tristis Lour. 


Amarantaceae. 


■„ koaë Ch. 


Luffa petola DC. 


Cucurbitaceae. 


„ tau Ch. 


Dolichos sinensis DC. 


Papilionaceae. 


Tsjakka magoli T. 


Scleria flabellum Sw. 


Cyperaceae. 


Tbjakkar bebekh J. 


Kalanchoë laciniata DC. 


Crassulaceae. 


ïsjali-mocri T. 


Cordia ilumphii Bk 


Cordiaceao. 



271 



Inlandsclie 
Naam. 


Botanische benaming. 


JSI"atuurlijke 
Familie. 


Tsjam-poelan J. 


Calophyllum inophyllum L. 


Clusiaceae. 


Tsjamarkijen T. 


Croton pavana Ham. 


Euphorbiaceae. 


Tsjampadaha M. 


Artocarpus Laca Encycl. 


Artocarpeae. 


„ oetan M. 


Ochna squarrosa L. 


Ochnaceae. 


Ti>jampé J. 


Michella Blumei Std. 


Magnoliaceae. 


Tsjangkok J. 


Calophyllum inophyllum L. 


Clusiaceae. 


Tsjappo- tsjappo M. 


Pontederia vaginalis L. 


Pontederiaceae. 


Tsjauw-tsjeer Ch. 


Murraya paniculata Wld. 


Aurantiaceae. 


Tsjavoni M. 


Calamus equestris Wld. 


Palmae. 


Tsjek Ch. 


Oryza sativa L. 


Gramineae. 


Tsjendana M. Bg. 


Santalum album L. 


Santalaceae. 




Pterocarpus indicus DC. 


Papilionaceae. 


Tsjerekan Bg. 


Cissus glauca Rxb. 


i\.mpelideae. 


Tsji-tik Ch. 


Bambusa agrestis Poir. 


Gramineae. 


Tsjia-lioe Ch. 


Punica granatum L. 


Myrtaceae. 


Tsjilli abbal Arnb. en 






„ oetan M. 


Tabernaemontana bovina Lour. 


Apocynaceae. 


Tsjin-ka-hoe Ch. 


Lawsonia alba Lam. 


Lythrarieae. 


Tsjin-khi Ch. 


Barringtonia speciosa DC. 


Myrtaceae. 


Tsjln-tsjau Ch. 


Sphaerococcus gelatinus Ag. 


Ploridae. 


Tsjiiiga-tsjiiiga T. 


Verbesina moluccana BI. 


Composltae. 


Tsjioe-lang Ch. 


Aglaya odorata Lour. 


Meliaceae. 


Tsjioe-tsjat Ch. 


Stagmaria verniciflua Jck. 


Anacardiaceae. 


Tsjit-tsjit Ch. 


Oxalls sensitiva Wld. 


Oxalideae. 


Tsjonkor M. 


Kaempferia galanga L, 


Zingiberaceae. 


Tsjoo- hoaë Ch. 


Sphaerococcus gelatinus Ag. 


Floridae. 


ïsjopelon ï. 


Calophyllum inophyllum L. 


Clusiaceae. 


Tsjorro T. 


Ficus bengalensis L. 


Moreae. 


„ boboa, T en 






j, mamma T. 


Cleome pentaphylla L. 


Capparideae. 




Polanisia icosandra DC. 


?> 


Tsjot-tsjo T. 


Begonia icosandra DC. 


Begoniaceae. 


Tsoi-teo Ch. Bo. 


Eaphanus caudatus L. 


Cruciferae. 


Tube Bd. 


Cocculus lacunosus DC. 


Menispermaceae. 


Tubi pokkol Amb. 


Sida acuta L. 


Malvaceae. 


Tueijl Mak. & 






Tueijlo Amb. 


Spathodea Ptheedii Spr. 


BIgnoniaceae. . 



272 



Iiilandsclie 
Naam. 


Botanische benaming. 


Natuurlijke 
Familie. 


Tulia toeiii Amb. 


Cocculus lacunosus DC. 


Menispermaceae. 


Tuhe tuttuiiu Bd. 


Aristolochia indica L. 


Aristolochieae. 


Turu pensjeng J. 


Loxotis obliqua KBr. 

U. 


Gesneriaceae. 


Ua aliun tayn Amb. 


Calamus rudentum Wld. 


Palmae. 


„ ela Amb. 


?) j> >» 


j> 


,, hahoela Amb. 


Daemonorops calapparius BL 


)) 


„ helite Amb. 


Calamus Rumphii Bi. 


1) 


„ kawa Amb. 


5, eqiiestris Wld. 


» 


„ lalun-sehi Amb. 


5, rudentum Wld. 


)> 




„ pisicarpus BI. 


j> 


„ lau kana Amb. 


Daemonorops strictus BI. 


)> 


„ manima Amb. 


„ calapparius BI. 


}» 


j, niwel Amb. 


}) >; V 


i) 


„ mette Amb. 


„ niger BI. 


» 




„ melanochaetes BI. 


}} 


„ orij M. 


Calamus pisicarpus BI. 




„ poetie M. 


„ rudentum Wld. 


)> 


„ tehoe Amb. 


zie Ua mette Amb. 




Ubo-ubo T. 


Hibiscus rosa sinensis L. 


Malvaccae. 


Uhe-talla Lt. 






„ walea Lli. 


Boxburghia gloriosoides L. 


Koxburghiaceae. 


Uhulibita Lli. 


Dioscorea hirsuta BI. 


Dioscoreae. 


Uin-kion Ch. 


Curcutna longa L. 


Zingiberaceae. 


Ula pala pala Amb. 


' Calamus equestris Wld. 


Palmae. 


Ulassa Ht. 


Cedrela febrifuga BI. 


Cedrelaceae. 


Ulibite Lh. 


Dioscorea hirsuta BI. 


Dioscoreae. 


Unas Br. of 






Unos Br. 


Cedrela febrifuga BI. 


Cedrelaceae. 


Ung-sjong Ch. Bo. 


Ocimum basilicum L. 


Labiatae. 


Une-bime Mak. 


Maranta dichotoma Wld. 


Cannaceae. 


Uöt Bd. 


Dolichos catjang L. 


Papilionaceae. 


Upessa Ht. 


Acalypha densiflora BI. 


Euphorbiaceae. 


Urri BI. 


Pterocymbium javanicum. 


? 


Ussasye Lh. 


Garcinia cochinchinensis DC, 


Clusiuceae. 



273 



Inlandsclie 
Naam. 


Botanische benaming. 


Natuurlijke 
Familie. 




V. 




Vale topo J. 


Dendolobium (Desmodium) ce- 






[phalotes AA". & A. 


Papilionaceae. 


Varoe-ranoe Bd. en 






Varook Bd. 


Paritium tiliacGum Hil. 


Malvaceae. 


Yilloeroe J. 


Entada pursata DC. 


Mimoseae. 


Virahi Mak. 


Ficus bengalensis L. 

w. 


Moreae. 


AYaan semane Huah. 


Bambusa mitis Poir. 


Gramineae. 


AVaanwaanan J. 


Capparis L. spec. 


Capparideoe. 


AYaiit Amb. 


Briiguiera Rumphii BI. 


Rhizophoreae. 




Sonneratia acida L. fs. 


Mjrtaceae. 




„ alba Sm. 


j) 


„ maliina Amb. 


Aegiceras majus Grtn. 


Aegicereae. 


„ teliy Amb, 


Rhizopliora mucronata Lam. 


Rhizophorenc. 




„ candelaria DC. 


jj 


Wabba mevt Amb. 


Lactaria salubris Rmph. 


Apocynaceae. 


■\Vabbal Amb. 


Cerbera lactaria Hmlt. 


)) 


Wabo goenong Cr. 


Neuburgia tuberculata BI. 


)) 


Wadanie S. M. E. 


Quisqualis Rmph. 


Combretaceao. 


Waddorie (?}. 


Calotropis gigantea RBr. 


Asclepiadeao. 


AYaddran J. 


Urtica oreophik Miq. 


Urticaceae. 


Waderan J. 


Elatostemma cyrtandraefol. Miq. 


?> 


AYaëtor Lh. 


Tacca montana Rmph. 


Taccaceae. 


AYay-way Amb. 


Mangifera glauca Bh 


Anacardiaccae. 




„ membranacea BI. 


)) 




„ indica L. 


M 


AYayle Amb. 


Clerodendrum inerme Grtn. 


Verbenaceae. 


AA^^ylo hittoeta llt. 


Paederia foetida L. 


Rubiaceae, 


AYaivkat Amb. 


Bruguiera Rumphii BI. 


Rhizophoreae. 




Kanilia caryophylloidcs BI, 


? 




Sonneratia acida L. fs. 


Myrtaceae. 



in., XIX. 



IS 



57-4 



Inlcindsclio 
Naam. 



Botanische benaming. 



Natuurlijke 
Familie. 





Sonneratia alba Smith.. 


Myrtaceae. 


Wakkat bessie Amb. 


Aegiceras ferreum BI. 


Aegicereae. 


Wakoen ranoe 13d. 


Pandanus bagea Miq. 


Pandaneae. 


AYala Ilt. 


Flagellaria indica li. 


Flagellarieae. 


T\- aian j\L 


Pterospermum diversifolium BI. 


Büttneriaceae, 


Walang S. 


Ficus ribes Rwdt. 


Moreae. 




Hedychion gracile Rwdt. 


Zingiberaceae. 


„ hiedung S. 


Ficus L. spec. bantam. 
Anonacceae Dun. spec. bantam. 


Moreae. 


Walantakka Men. 


Erythrina aculeata BI. 


Papilionaceae. 


AValat Br. 


Caryota Rumpbiana Bi. 


Palmae. 


Walebissi Ilt. 


Iloya coronaria BI. 


Asclepiadeae. 




„ Rumpbii BI. 


it 




„ macrophylla BI. 


» 


„ ketjii Amb. 


Discbidia nummularia RBr. 


jy 




„ Raftlesiana Wall, 


?> 


VValc makel Ilt. 


Po tb os digitata Jcq. 


Orontiaceae. 


Vv'ale pinan Amb. 


Scindapsus ? Rumpbii Miq. 


i) 


Walen S. 


Covellia paniculata Miq. 


Moreae. 




Ficus L. spec. divers. 


77 


„ badak S. 


„ scaberrima BI. 


it 


., leutiek S. 


„ L. spec. bantam, incert. 


tl 


"Wall J. 


Boebmeria diversifolia Miq. 


Frticaceae. 


„ alioeöen Amb. 


Derris montana Bntb, 


Papilionaceae. 


„ angin J. 


Boebmeria diversifolia Miq. 


Urticaceae. 




„ odontopbvlla Miq. 


j) 


„ hoelan Amb. 


Cocculus flavescens DG. 


Menispermaceac. 


„ „ hakoeloe Ilt. 


„ glaucus DG. 


5J 


„ maloehoe At. 


Medinella crispata }M. 


Melastomaceae. 




„ macrocarpa BI. 


?? 


„ „ lauu ellallt. 


,, crassinervia lil. 


?> 


,, niaua Ht. 


Uvaria argentea BI. 


Anonaceae. 


,, metten Ilt. 


5» ?) JJ 


7) 


., poet ie lol aha Amb. 


Clerodendrum inerme Grtn. 


Verbenaceae. 


Walieran S. 


Cissus scariosa JU. 


Ampelideae. 


Waliekatoepoli J. 


Desmodium BC. spec. 


Papilionaceae, 


Waliklar J. 


Cupania Lessertianu Cmbsd. 


Sapinduceae. 



575 



Inlandsche 
Naam. 



Botanische benaminor. 



Natuurlijke 
Familie. 



Walingi J. 
Walisaa Amb. & 
AYalisoit Ht. 
Walisana J. 
■\Yallas J. 
AValli-kaddeb J. 
Walo Ht. 
Waloe M. 

„ BI. of 
Walok BI. 
Waloer S. 
Wana J. 
Wanga Cel. ' 
Wangi malakko T. 

„ „ tali T. 

„ wangi-maihoT. 
AYaiigkoedoe J. 
AYaiiD-oncr laut M. 

o o 

Wanie Bi. en 
AYanné BI. 
Wannat Amb. 
Wan ij er Bd. 
AYanlekoe Lh. 
"\Yan-ong S. 
AYant-choaë Ch. 
Wara of Waro Lt. 
AYareng S. 
AYargoe S. 

„ gedeh S^ 
„ leutiek S. 
Wari J. 

„ hismoe Amb. 
„ hoelan Amb. 
,, lottoelottoeAmb 



Acer javanicum Jss. 

„ niveum L. 
Typha angustifolia L. 

Gnetum edule BI. 
Tylophora E Br. spec. 
Aristolochia indica L. 
Mussaenda frondosa L. 
zie Wala Ut. 
Lagenaria hispida Ser. 

„ vul claris Ser. 
Sauromatum llorsfieldii Mlq. 
Smilax xejlanica L. 
Metroxylon elatum Mrt. 
Emilia sonchifolia DC. 
Conyza pubigera L. 
Eclipta erecta L. 
Morinda bracteata Bxb. 
Moschosma polystachya Bntli 

Mangifera foetida L. 
Melücanna humilis Eupr. 
Ptevocarpus flavus DC. 
Phanaelopsis amabilis BI. 
Olax obtusa BI. 
Datura L. spec. 
Flagellaria indica L. 
Graelina asiatica L. 
Rhapis javanica BI. 
Licuala Rmph. spec. divers. 

„ pumila BI. 

„ elegans BI. 
Hibiscus rosa sinensis L. 
Cissus trifoliata Lour ? 
Cocculus flavescens DC. 
Cissus repons Lam, 



Acerineae. 

Typhaceae, 

Gnetaceae. 
Asclepiadeae. 
Arislolochieae. 
Rubiaceae. 

Cucurbltaceae. 



Aroideae. 
Smilaceae. 
Palmae. 
Compositae. 



Rubiaceae. 
Labiatae. 

Anacardiaceae^ 

Gramineae. 

Papilionaceae. 

Orchideae. 

Olacineae. 

Solanaceae. 

Flagellarieae. 

Verbenaceae. 

Palmae. 

?> 

Malvaceae. 
Ampelideae. 
Menispermaceae. 
Ampelideae. 



2Th 



Inlandsche 
Naam. 




Natuurlijke 
Familie. 



Wan metten Amb. 
„ sahoe Amb. 
„ soa. Lt. 
„ toea Amb. 

„ nnenar Lt. 
„ wari poetie BI. 

„ waroelioe Lt. 

"Waribang J. 
AVariengien S.M.J.T, 



., dawon besaar !M 
„ ketjil M. 
„ malatta M. 
,, tsjampadaha M 
"Waroe M. 
„ dügoiig M. 
., goenong S.M.Pt 
!, landak S.M.E, 

,. laut M. E. 



,, lót J. 
Waroema koessoe T 

Waron J. 
"Warren J. 
Wassa Ht. 
"Wateran J. 
"Watoetan S. 
„ gedeh S. 
Watta Lt. 



Artabotrys suaveolens BI. 
Convolvulus cymosus Dsvs. 
Gnetiim edule BI. 
Fagraea Thnb. spec. (z. Blunie 

[Rumph. II. p. 28). 
Conyza pubigera L. 
Hibiscus rosa sinensis L. flore 

[albo. 
Medinella crispata BI. 
„ macrocarpa BI. 
Hibiscus rosa sinensis L. 
Ficus benjaraina L. 
„ pisocarpa BI. 
„ racemosa Vhl. c^c. 

» ') '> 

„ nitida Thnb. 

„ pumila Thnb. 

,, racemosa Vhl. 
Hibiscus elatus Sw. 
Clerodendrum paniculatum L. 
Paritium simile AYU. 
Abelmoschus mutabilis "VYll. 

„ venustus Wil. 
Paritium tiliaceum Wil. 
Cordia Rumphii BI. 
Thespesia macrophylla Sprg. 
Abelmoschus venustus Wil. 
Bidens Wallichii DC. 

„ peduncularis Gaud. 
Trigonella foenum graecum. 
Gmelina villosa Rxb. 
Picus glomerata Rxb. 
Sonerila heterophylla Jcq. 
Paspalum coromandeiinum Lam 
Milium tomentosum Rttl. 
Sonneratia acida L. fs. 
alba Sm, 



Anonaceae. 

Convolvulaceac. 

Gnetaceae. 

Loganiaceae. 
Compositae. 

Malvaceae. 
Melastomaceae. 

IJ 
Malvaceae. 
Moreae. 



Malvaceae. 

Verbenaceae. 
Malvaceae. 



Cordiaceae. 
Tiliaceae. 
Malvaceae. 
Compositae. 

Papilionaceae. 

Verbenaceae. 

Moreae. 

Melastomaceae. 

Gramineae. 

Myrtaceae. 



277 



Inlandsche 
Naam. 


Botanische benaming. 


Natuurlijke 
Familie. 


"Watta boehoe lawan 






[Amb. 


Kanilia caryophTloides Bh 


Rhizophoreae. 


„ e wan Amb. 


jNIangifera laxiflora Desrouss. 


Anacardiaceae. 


., koembangAmb. 


Aegiceras floridum R. & S. 


Aegicereae. 




Avicennia tomen tosa Wld. 


Avicennieae. 


„ lepoe Amb. 


Bruguiera Kumphii Bh 


Rhizophoreae. 


„ mahiiia Amb. 


„ cylindrica Bh 


7) 




Kanilia caryophylloides Bh 


7f 




Bruguiera Rbeedii Bh 


J) 


,, tube- tube Cr. 


Aegiceras minus ^\\d. 


Aegicereae. 


Wawalingian S. 


Fuirena pentagona Wight. 


Cyperaceae. 




Scirpus mucronatus L. 


?» 




Typha angustifolia RBr. 


Typhaceae. 


Wawaloehan S. 


Bryonia gpminata Bh 


Cucurbitaceae. 


Wawaloetan S. 


Anisonema dubia BI. 


Euphorbiaceae. 


Wawaran J. 


Abehnoschus pseudo-abehnos- 






[chus Bh 


jNIalvaceae. 


Wawateran S. 


Spartina pubera Hsskh 


Gramineae. 


Wawoie XG. 


Metroxylon filare Mrt. 


Pal ma e. 


Wawoeloetan S. 


Anisonema dubia Bh 


Euphorbiaceae. 


Weddor Lt. & 






Weddule Ht. 


Convolvulus bilobatus Rxb. 


Convolvulaccae. 


Weenong J. 


Tetramelos nudiilora EBr. 


Datisceae. 


Weligi S. 


Cyperus elatus L. 


Cyperaceae. 


AYelihissa Amb. 


Scleria lithosperma Wld. 


5) 


Wellat Ht. 


Ficus politoria Bh 


Moreae. 


Welluaijt abbal Ht. 


Sanseviera fruticosa "\Yld. 


Liliaceac. 


Welluang Amb. 


Dracaena reflexa Lam. 


5> 


Welluga Ht. 


„ terminalis L. 


;) 


Weri Amb. 


Imperata Thunbergii E. & S. 


Gramineae. 




„ allang Ingh. 


j> 




Pennisetum setosum R. & S. 


jj 


Wering ampel BI. 


Bambusa fera Miq. 


>> 


Weringie J. 


Urostigma benjam in eum Miq. 


Moreae. 


Weroe J. 


Albizzia odoratissima Bnth. 


Mimoseae. 




„ procera Bnth. 


)) 


,, kebo J 


Tetranthera alnoides Miq. 


Laurlueae. 



278 



Inlandsclie 


Botanische benaminer. 


Natuurlijke 
Familie. 


Naam. 


< 


3 


Weroesiffi Lt. 


Dracaena terminalis L. 




Liliaceae. 


Wersingan Amb. 


j> " j) 




» 




„ reflexa Lam. 




») 


Weul Cr. 


Metroxylon filare Mrt. 




Palmae. 


Wewéan J. 


Pontederia vaginalis L. 




Pontederaceae. 


Wida-darie M. 


Melastoma polyantlium 


BI. 


Melastomaceae. 


Widara S. M. E. 


Zizyplius jujuba Lam. 




Ehamneae. 


„ leutiek S. 


„ xylopyrus AYld. 




y> 


"Widasarie S. of. 








\'Viddo-sarie J. 


Canthium scandens BI. 




Rubiaceae. 


Widjojo-kesoemo J. 


Pisonia sylvestris T. & 


Bk. 


Nyctagineae. 


Wiedje T. en 








Wiedjien S.M.R.J. 








[& Mak. 


Sesamum indicum L. 




Bignoniaceae. 




„ oriëntale L. 




)) 


„ alias S. J. 


5) J> )) 




?» 




Artanema sesamoides Bntli. 


Scrophularineae. 




Hedyotis prostrata BI. 




Rubiaceae. 




„ latifolia Rwdfc. 




)) 


„ leuwung S. 


Artanema sesamoides Bntli. 


Scrophularineae. 


"VViedjor J. 


Sesamum oriëntale L. 




Bignoniaceae. 


Wielodo J. 


Covellia didyma JNIiq. 




Moreae. 


Wiewiedjienan S. 


Artanema sesamoides Bnth. 


Scrophularineae. 


Wilingi J. 


Scirpus sundanus Miq. 




Cyperaceae. 


Wining J. 


Pterocymbium javanicum 


]3nnt. 


5) 


AVi rangging badakS. 


Psychotria rhinocerotis 


Rwdt. 


Rubiaceae. 


Wiroe S. 


Licuala spectabilis Miq. 




Palmae. 




„ Rumphii BI. 




» 




„ spinosa AVurmb, 




1) 




„ pumila Pwdt. 




)) 




„ ^ „ var 


ff 


?> 


„ gedeb S 


Rhapis javanica BI. 




u 


„ lalakki S. 


j) » )) 




1) 


,, leutiek S. 


„ L. spec. bant. incert. 


i) 


„ prassé (?). 


J5 >J » » 


IJ 


» 


AVierangon S. 


EUobum montanum BI. 




Acanthaceae. 


Wit-krambil J. 


Cocos nucifera L. 




Palmae. 



Inlandsche 
Xaam . 



Botanische benamiii. 



Xatuurlijke 
Familie. 



AVitjenang S. 
Wode J. 
Wodoesan J. 
Woedelan J. 
Woedelang S. 
Woeka oetaii M. 

'\Voengli J. 
"Woegoe J. 

Woeng-soi Cli. Bo. 
"Woenie S. 

„ tjaai S. 
Woe-tse Ch.Be. 
Woh-han J. 
Wokka Cel. Sc T' 

„ ^Yokka jNEol. 
Vrok-sjong Ch. 
Wonelau Amb. 
Vrong-kjoek-pha Ch. 
[Bo. 
"\Tono;-lie Ch. llo. 
Wong-ski Ch. Bo. 
AVonuth J. 
Woo Cel. 
AYora - wari toem- 

poek J. 
Woraka T. 

Worssa J. en 

Wrassa J. 

Wotel of AVotele 

[Noessa-laut. 
Wowo S. 



Zagar J = 



Hedyotis rugosa korth. 
Pipcr medium Hrsfd. 
Hibiseus surattensis L. 
an Scaevola Koenigii Vhl. 
Kyllingia bifolia Mir. 
Pholidocarpiis ihur BI. 

„ svlvestris Bi. 

Calosanthes indica 151. 
Lagerstroemia reginae Rxb. of 

,, speciosa Prs. 

Convolvulus reptans L. 
Antidesma bunias L. 

„ L. spec. bantam, inc. 
Calladium giganteum BI. 
Areca catechii L. 
Saribiis rotundifolius BI. 
Corypha sylvestris BI. 
Solaniim dulcamara L. 
Zingiber marginatum Rxb. 
Pyretrum indicum Css. Üore 

[luteo pleno. 
Ananassa sativa L. 
Gardenia granditlora Lour. 
Cynometra ramiflora L. 
Broussonetia papyrifera Vent. 
Clerodendrum frafirans Vent. 

[var. pleniflora. 
Zingiber officinale L. 

„ gram in e um BI. 



Amomum maximum Exb. 

Urena lappa go DC. 
Flagellaria indica L. 

Z. 

Beilsclimicdia lancifolia Miq. 



Rubiaceae. 

Piperaceae. 

Malvaceae. 

Goodeniaceae. 

Cyperaceae. 

Palmae. 

Bignoniaceae. 
Lythrarieae. 

Convolvulaceae. 
Antidesmeae. 

Aroideae. 
Palmae. 



Solanaceae. 
Zinsriberaceae. 

o 

Compositae. 

Bromeliaceae. 

Rubiaceae. 

Papilionaccue. 

Moreae. 

Verbenaceae. 
Zingiberaceae. 



Malvaceae. 
Flagellarieae. 



Laurincac. 



280 



■ ' — ■■ 

Inlanclsclie 
Naam. 


Botanische benaming. 


Natuurlijke 
Familie. 


Zalak S. M. J. 
Zenka Mak. 
Zong-zay Ch. 


Salacca edulis Rwdt. 
Dioscorea aculeata L. 
Morus indica L. 


Palmae. 

Dioscoreae. 

Moreae. 



RAPPOR ï 



OVER DE 

AANWEZIGHEID VAN GRONDSTOFFEN 

IN DEN 

NEDERLANDSen INDISCHEN ARCHIPEL. 

GESCHIKT TOT BEREIDING VAN PAPIER, 

DOOR 

E», ^v. HOST va:v x o .^ :% i ^' o k :v. 



De scliaarsclite aan geschikte lompen tot papierbereiding , 
welke zich reeds gedurende langen tijd heeft doen gevoelen , 
had vooral in de jongst verloopene tijden, de aandacht der 
gouvernementen , en van deskundigen tevens , tot zich ge- 
trokken. 

Hoe dikwijls men ook heeft aangekondigd , dat eene goe- 
de grondstof, in overvloed voorkomende en gemakkelijk te 
verzamelen zijnde, was ontdekt, zoo schijnt het echter, dat 
geene daarvan, tot heden toe, aan de zich dagelijks ver- 
meerderende behoefte in genoegzame mate konde voldoen ; 
althans de aanvragen en uitloovingen , zoo wel door gouver- 

DL. XIX. 19 



282 

nementen als door partikulieren gedaan, schijnen zulks te 
bewijzen. 

Ook de minister van koloniën in Nederland , heeft zich 
deze zaak aangetrokken, en een onderzoek hieromtrent ge- 
last, waarvan als uitvloeisel dit rapport het licht ziet. Door 
den direkteur der kultures hiertoe uitgenoodigd , hebben 
de verschillende hoofden der gewestelijke besturen in Indie 
zich beijverd om stoffen te verzamelen, Avelke volgens hunne 
wijze van zien, waardig konden geacht worden, om tot 
proefnemingen te dienen. Deze in mijne handen gesteld 
zijnde, werden aan eenige bewerkingen onderworpen, ge- 
schikt om eene schifting daar te stellen tusschen diegene, 
welke mogelijk dienen konden tot eene goede papierberei- 
ding, en andere die, als hiertoe ten eenenmale ongeschikt, 
moesten worden verworpen. Die stoffen, welke in de eerste 
kategorie vielen , waren bestemd om naar Europa tot het 
nemen van meer volledige en juiste proeven , door deskun- 
diiien , verzonden te worden. 

Ter bevordering van een gemakkelijk overzigt, zal ik dit 
rapport in drieën splitsen , namelijk : 

1°. aanwijzen , uit w^elke residentiën of gouvernementen 
grondstoffen gezonden zijn, met aanhaling van hetgeen van 
deze bekend is. 

2°. eene beschrijving geven , hoe de proefnemingen zijn 
ingerigt, en welke resultaten deze gegeven hebben. 

o^. aantoonen, wat volgens mijn oordeel van eene alge- 
meene toepassing dezer proeven, voor de papierfabrikaadje 
te wachten is. 



I. 



Door zes gewestelijke besturen op Java, en door vierder 
buitenbezittingen, werden verschillende papierstofïcn aan het 



283 

laboratorium te Buitenzorg toegezonden; namelijk van die der 
residentiën Batavia, Samarang, Bagelen, Madioen, Tagal 
en de adsistent- residentie Patjitan op Java,- van het gou- 
vernement der Molukken , de residentiën Banka , Timor 
en de adsistent-residentie Benkoelen buiten Java ; terwijl door 
den resident der Wester-afdeeling van Borneo, een rapport 
dienaangaande toegezonden werd van Dr. Croockewit , zijnde 
evenwel de in dat stuk beloofde zelfstandigheden om tot 
proefneming te dienen , tot heden toe nog niet alhier aan- 
gekomen. 

Ik zal thans residentie 's gevrijze de namen der ontvangen 
stoffen doen volgen , met (zooveel van deze bekend is) eenige 
ophelderingen vergezeld. 

SAMAKANG. 

Uit deze residentie werden verzonden monsters van Kapok 
en Widoeri. 

De kapok, zijnde 'de wol der vruchten van den kapok- 
boom (Gossampinus alba) wordt veel op Java aangetroffen ; 
hare wol is van eene grovere hoedanigheid en w^ordt tot wei- 
nig anders aangewend, dan om kussens, matrassen, enz. 
mede op te vullen. In de berigten , welke de resident van 
Samarang geeft, komt ook voor, dat de pikol kapok (Q2^^ 
kilogr.) in den bolster , gemiddeld voor ƒ 1 aldaar zoude 
kunnen verkregen worden. 

De widoeri of de wol der vruchten van de Calotropis gi- 
gantea , komt van eene aan de stranden van Java veel voor- 
komende plant, welker zijdeglanzige wol even als die van 
de kapok dienen kan. 

BATAVIA. 

In deze residentie werden verzameld. 

1. Kapok (zie boven), van welke p. m. 1500 pikols tegen 



2S1 

f 10 de pikol jaarlijks geleverd zouden kunnen worden. 

2°. Talie alar (nom . spec. ?) , waarvan gemiddeld per jaar 
zouden kunnen verkregen worden, 800 pikolsa ƒ 6 de pikol. 

3\ Reboeng betoeng (Bambusa spec?), eene bamboesoort, 
v,-elke door de Chinezen als grondstof voor de papierberei- 
ding gebruikt zoude worden. 

Men scbatte de produktie per jaar, op p. m. 1500 bam- 
boezen, tegen 15 tot 30 duiten het stuk. 

4°. Koeliet kajoe waroe (Paritium slmile) ; de buitenbekleed- 
selen (schors, bast enz.) van den waroeboom, vraarvan jaar- 
lijks 500 pikols , a, ƒ 5 de pikol , verzameld zouden kunnen 
worden. 

ö"". Rambega (nom. spec)?, de vezelen van eene katoenach- 
tige plant. 

6^. Soemboe (nom. spec?) het produkt van een gewas dat in 
de moerassen van het Oosterkwartier van Batavia voor- 
komt, en op den duur te bekomen is. 
Yan deze l)eide laatste was het echter te betwijfelen, 
of zij wel in genoegzame mate zouden geleverd kunnen 
worden. 

BAGELEN. 

Uit deze residentie werden de volgende basten tot proef- 

nemins aanbevolen. 

1°. Gloegoe of Lantjang (Broussonetia papyrifera), de zoo- 
genaamde papierplant der Javanen ; de bast van dezen 
boom levert, na geklopt, geweekt en gespleten te zijn, 
eene soort van papier op. 

2°. Bliendjoe (Gnetum spec?}; van den bast wordt touwwerk 
vervaardigd, dat door de Javanen zeer gewild is. 

3°. Randoe: deze naam wordt ook gegeven aan de kapok 
(zie boven) \ ik kan evenwel niet beslissen of ook in 



285 

Bagelen deze twee namen denzelfden boom aanduiden. 

4°. "\Yoeroe (nomen spec?). 

5°. Timolio (Kleinbofia hospita) ; men gebruikt liet hout tot 
het maken van scheden voor krissen. 

C^ Bendo (Benda?) waarschijnlijk de bast van Artocarpus 
Blumei of Entada monostachia Dec. 

7^. Pisang (Musa paradisiaca). Over geheel Java voorkomen- 
de , levert de stam van deze plant , welke zich gemak- 
kelijk laagsgewijze afstroopen laat, eene geschikte touw- 
soort op, w^elke echter, naar de variëteit der plant (en 
dat aantal is zeer groot) in hoedanigheid verschilt. 

8°. Raméh (Boehraeria candicans). 

Van de vezelen dezer plant wordt zeer deugdzaam touw- 
T\^erk bereid ; zelfs kan men er tafellakens kleederen enz. 
van maken , zoo als dit in de laatste tijden genoegzaam 
in Europa bekend is geworden. 

9°. Poeloeton (waarschijnlijk eene Urena of Desmodiumsoort) , 
van welke eene vlassoort verkregen wordt , welke zich 
zeer sterk glanzend en zacht op het gevoel voordoet. 

10°. AVisnoe (nomen spec?) 

11°. Nanas (Ananassa sativa). Van de bladeren dezer om hare 
vruchten zoo bekende plant, wordt door afschrapping 
en behandeling met water, een zeer bruikbaar naaigaren 
bereid. 

12°. Oeris Oerlssa (Grewia odorata). 

Van deze plant is mij alleen bekend, dat hare bast, ge- 
droogd zijnde, aangewend wordt , om de rijstbossen mede- 
zamen te binden. 

Volgens de berigten van den resident van Bagelen , zijn alle 
deze gewassen aldaar genoegzaam voorhanden, of zouden 
het ten minste zeer spoedig door aankweeking kunnen 
worden. Dewijl derzelver basten of vezelen echter nim- 
mer op de bazaars te koop worden aangeboden, zoo. wa- 
ren de prijzen er van ook niet bekend. 



2SG 
MADIOEN. 

Uit deze residentie werd de aandaclit op de basten of 
vezelen der volgende planten gevestigd. 
r. Bendo (zie boven), a ƒ2.60 de pikol. 
2°. Boeloe (waarschijnlijk eene Ficussoort), mede h. /"2.60 

de pikol. 
3^. Loo (Ficus lucescens) , a ƒ 1.80 de pikol. 
4°. Loewing (nomen spec?), a ƒ 3,40 de pikol. 
5^. Mentalios (nomen spec?), a, ƒ 3.40 de pikol. 
(V, Widoeri (zie boven), a ƒ2.10 de pikol. 
7°, Gloegoe (zie boven), a ƒ 2.60 de pikol. 

Alle deze planten, zoo meldt de resident, zijn in grooto 

hoeveelheden voorhanden , met uitzondering van de Men- 

tahos, welke vrat schaarser voorkomt. 

TAGAL. 

Uit genoemde residentie werden aanbevolen, de 

1°. Embet (nomen spec?). Dit is eene van Oktober tot 
December bloeijende, rletachtigo plant, welke in menigte 
in het wild op moerassige gronden en langs de stranden 
zoude voorkomen , en welker bloem eene katoensoort , 
gelijk aan die der kapok , voortbrengt. 

2°. AVisnoe (zie boven) ; de bast. 

3°. Lawee (zie boven) ; de bast. 

4^. Bendo (zie boven) ; de bast. 

Deze gewassen worden in deze residentie in toereikende 
mate aangetroffen , om op den duur eene zekere hoeveel- 
heid te kunnen afleveren; dewijl er echter geen handel 
in gedreven wordt, zoo is hunne waarde moeijelijk te be- 
palen , en zouden de kosten weinig meer bedragen, dan 
die der inzameling?. 



287 

PATJITAN. 

In deze aclsistent-rcsidentie werd opgegeven, dat voorhan- 
den Avaren de 
1°. Bamboe (Bambusae spec?), de vezels van nog jeugdige 

stekken. 
2®. Nanas (zie boven); de vezelen. 

3°. Gebang (Corj-pba gebanga), eene palmsoort, welke ech- 
ter niet overal veelvuldig voorkomt; uit de jonge, nog 
onontwikkelde bladeren wordt eene vezelstof bereid, ge- 
schikt tot het maken van duitenzakken , kleedjes, enz. 
4°. Waroe (zie boven). 

Verder had de heer Boers , kontroleur aldaar , zich de 
moeite gegeven , om pisangvezels en nog eenige andere 
vezelstoffen (zooals van kloetoek , lonjok en sobo) aan 
eenige bewerkingen te onderwerpen, en had tevens bij 
zijn verslag over de uitkomsten dezer, eene vertaling ge- 
voegd van een programma eener Fransche maatschappij, 
genaamd: „Compagnie générale pour Texploitation des fila- 
ments du bananier a Paris.'' 

Op een en ander zal later worden teruggekomen. De 
meeste der reeds genoemde planten zoaden in voldoende 
hoeveelheid geleverd, of ten minste de kuituur er van 
uitgebreid kunnen worden ; iets wat vooral bij de Kapas en 
AVidoeri-planten zeer noodzakelijk is. 

MOLUKKEN. 

In de missive van den gouverneur der Moluksche eilanden 
wordt niet aangewezen, welke soort van voorwerpen van 
daar verzonden zijn of zouden worden ; er is alleen mel- 
ding gemaakt, dat, met uitzondering der Eoenoet ka- 
lapa en de Gandal laki, de overige stoffen in dat ge- 
deelte van den Archipel niet veel voorkomen; dooreen ge- 



288 

rekend zonde de prijs per pikol de som van ƒ 5 niet te bo- 
ven gaan. 

BANKA. 

In deze residentie zijn , volgens het verslag van den 
resident , geene planten aanwezig, welker vezelen als grond- 
stof tot het vervaardigen van papier zouden kunnen dienen. 
Buiten den kapokboom , welke in het distrikt Muntok zeer 
welig groeit , bestaat er nog te Koba eene boomsoort , 
Menkuras genaamd, welker bast mogelijk tot het beoogde 
doel zoude geschikt zijn, doch waarvan de resident den uit- 
voer ontraadt, uithoofde hij door de bevolking wordt ge- 
bruikt tot het maken van touw. 

TLMOR. 

Ook op dit eiland werd weinig aangetroffen, wat oppervlak- 
kig beschouwd , geschikt zoude kunnen geoordeeld worden , 
tot het bereiden van papierstof; behalve de kapok, kapas, 
waroe en bamboe (deze laatste tegen den prijs van / 20 
de honderd stuks) , welke niet eens in groote hoeveelheid voor- 
komen, zond de resident tot proefneming over de bladeren 
van den bebak, gawang genaamd, en welke plant aldaar 
in het wild overvloedig aangetroffen wordt; de prijs dezer 
bladeren is gemiddeld/ 2 per 100 stuks. 

BENKOE LEN. 

Uit deze adsistent-residentie werden gezonden twee bast- 
soorten, verkregen van de Terio poetie en Terio mera 
(nomen spec?), van welke vermxcld werd, dat zij waar- 
schijnlijk geschikte grondstoffen tot de vervaardiging van 
papier zouden opleveren , en in genoegzame hoeveelheid al- 
daar voorkomen. Later zond de adsistent-resident van dat 



289 

gewest nog een monster vezelen van de Pisang oetang, 
"welke boom veel op bergruggen , bij kreken of rivieren 
in deze streken gevonden wordt. Zoowel door den overvloed 
dezer boomen , als door de gemakkelijke voortplanting en de 
geschikte gelegenheid tot vervoer , zoude de prijs dezer vezel- 
stof zeer luttel zijn. 



II. 



Het waren deze, in het kort aangestipte plantensoorten, 
welke tot het nemen van proeven voor papierbereiding 
overgezonden zijn geworden. De bewerking, waaraan zij in 
bet scheikundig laboratorium te Buitenzorg onderworpen 
werden , komt hierop neder. 

Na de stoiFen (hetzij basten of vezels) , eenigzins verdeeld 
te hebben, werden zij in houten kuipen geplaatst, met water 
overgoten en in dezen toestand eenigen tijd aan zich zelven 
overgelaten. Wanneer de ontbinding goed ingetreden was> 
iets wat zich zeer Yi^t door den stinkenden reuk aangeeft, 
werden zij met houten stampers zoo lang geklopt , tot dat 
de mechanische verdeeling, op deze wijze ten minste, niet 
verder meer voort te zetten was. Gedurende dit kloppen , wer- 
den de stoffen meermalen in stroomend water afgewasschen en 
ten laatste op groote zeeften verzameld. Nadat nu dit ge- 
deelte van den arbeid volbragt was , werd eene kleine hoe- 
veelheid der nu zooveel mogelijk gezuiverde stof, behandeld 
met kalkmelk , waardoor een aanhoudende stroom chloorgas 
gevoerd werd , en daarin zoo lang gelaten , tot dat de ve- 
zelstof ontkleurd was, of wel zich niet verder ontkleuren 
liet. Vervolgens werden de nu met chloorkalk gebleekte 
zelfstandigheden , goed afgewasschen , op bamboezen horden 
(tetampa's) uitgespreid en in de zon gedroogd, waarna zij 
door handenarbeid zoo fijn mogelijk uitgerafeld werden. 



290 

liet is duidelijk, dat bij liet nemen dezer proeven, twee 
zaken in liet oog moesten gxdiouden worden , als : 

1°. dat de middelen, om eene goede papierstof fabriek- 
matig te bereiden, niet aanwezig waren. Het komt er hier 
vooral op aan, om op meclianischen w^eg , eene geschikte 
papierpap te kunnen maken, en dit is alleen door eene 
uiterst fijne verdeeling met gelijktijdige afwassching in stamp- 
of cilindermolens te bereiken, en 

2^ dat, terwijl het minder moeijelijk valt, om eene ze- 
kere aldus bereide massa , voor eene geschikte papierstof te 
erkennen, echter het oog van een' kenner vereischt ^Yordt, 
om te bepalen , of eene stof geheel verworpen moet wor- 
den , dan wel of zij als inmengsel (halfgoed genaamd), 
bij eene goede papierstof, nog bruikbaar zijn kan. 

Als een natuurlijk gevolg dezer tv/ee beschouwingen zijn 
dan ook alleen diegenen teruggehouden , van w^elke men 
met bepaalde zekerheid melden konde, dat zij stellig tot 
het beoogde doel geheel ongeschikt waren. 

Isa den afloop van het onderzoek, dat zeer veel tijd weg- 
genomen heeft, door de langzame wijze van werken, welke 
men verpligt was te volgen, en ook daardoor, dat de 
behandelde stoffen met ruime tusschenpoozen werden aan- 
gevoerd (de laatste eerst op den 19^ December 11.), is ge- 
bleken, dat de hier ondervolgende planten vezelen , waardig 
waren, om aan het oordeel van deskundigen in het moeder- 
land, te worden aangeboden. 

1'^. Raméh; welker vezelen, nadat de mechanische bewer- 
king voleindigd was, door chloorkalk zuiver wut zijn 
geworden. 
2°. jS'anas ; de vezelen dezer plant werden door de chloor- 
behandeling geel ; vooraf echter met kalk of potasch uit- 
getrokken zijnde , werden zij witter. 
3^ PIsangvezelen ; verhouden zich in alles gelijk aan die 
der Xanas. 



291 

4^ Gloegoe ; de bast van dezen boom , zooals die aan het 
laboratorium ontvangen Avas, is moeijelijk sclioon te ma- 
ken en eerst na langdurige trekking met chloorkalk, 
begint zij eenigzins witter te worden. 

5°. Wisnoe; verlioudt zich als de Gloegoe. 

G^. Bendo; door chloorkalk worden de vezelen van dezen 
boom duidelijk witter. 

7°. Bliendjo; verhoudt zich als de Bendo. 

8°. Poeloetoen vlas; neemt door chloor eene schoonc en 
zachte gele kleur aan. 

9^ AYaroe; de vezelen van den waroeboom worden door 
chloor sterk geel gekleurd. 

10. Terio poeti; zoo als deze bast hier ontvangen werd, 
was hij nagenoeg wit, lederachtig en zeer vezelig. 

11. Terio mera; een roode bast, die door koking met pot- 
aschloog, en daarna gevolgde behandeling met chloor, 
zuiver wit is te verkrijgen. Het mogt mij evenwel niet 
gelukken, hieruit eene goede papierpap te vervaardigen. 

12. Kapok; de wolachtige vezelen, waarmede reeds meer- 
malen proeven ter papierbereiding genomen zijn, wer- 
den verzonden zoo als zij ontvangen waren ; door kalk , 
potasch en chloor worden deze vezelen sterk geel gekleurd. 

13. Widoeri; verhoudt zich als de kapok. 

14. ïimoho; geeft door de mechanische bewerking reeds eene 
schoone graauwachtige vezel, welke door chloor geel 
wordt. 

15. Eanjoe; levert eene minder schoone vezel en verhoudt 
zich overigens zoo als de Timoho. 

IG. Nussawwe; als boven. 

17. Poeloep bago; als boven. 

18. Ganemo; als boven. 

Verder zijn, daar de hoeveelheid te gering was, tot ver- 
werking , verzonden zooals zij alhier ontvangen werden , de 



2'J2 

19. Soemboe. 

20. Bendo (eene soort uit Madioen) , zijnde de boombast in 
den ruwen toestand, en tevens een monster papier hier- 
van bereid. 

21. Boeloe; als boven. 

22. Loo; als boven. 

23. Loewing; als boven. 

24. Mentahos; als boven. 

25. Widoeri; als boven. 

26. Gloegoe; als boven. 

Voorts had Z. E. de heer gouverneur generaal tijdens 
zijne reis naar de Moluksche eilanden , eene hoeveelheid 
boombast doen verzamelen (de naam er van is mij onbe- 
kend), welke door mij aan dezelfde reeds genoemde bewer- 
kingen is onderworpen. Evenmin als van de andere basten, 
konde ik hiervan eene papierpap verkrijgen; het grootste 
gedeelte ging onder de behandeling verloren , terwijl door 
chloorkalk de vezelstof sterk geel gekleurd werd , zooals 
blijken kan uit no. 27. 

Het is mij niet mogen gelukken , om van alle toegezondene 
plantenstofFen , de wetenschappelijke namen uit te vorschen; de 
hierover handelende werken geven van slechts enkelen den wa- 
ren naam aan ; zulks vindt zijne gegronde reden daarin , omdat 

1^. de meeste gewassen in de Maleische , Soendasche en 
Javaansche talen , eenen anderen naam voeren , en 

2°. omdat buitendien in verscheidene residentiën deze 
planten zelfs nog in naam verschillen. 

Bit is echter eene zaak, welke later, als sommige der 
toegezondene boombasten of vezelen toepasselijk voor de pa- 
pierbereiding mogten geoordeeld worden, ligtelijk uit te ma- 
ken zal zijn. 

Naar eene aanwijzing in het Eepertory of patent inven- 
tions, heb ik ook eenige proeven genomen, met het doel 
om van het rijststroo eene papierstof te maken , en wel 
naar de volo-ende methode. 



293 

Eene hoeveelheid van dat stroo "werd in kuipen gedaan , 
met water bevochtigd en eenige dagen aan zich zelve over- 
gelaten ; na het duidelijk intreden der rotting, "werd het ge- 
stampt en met water schoon gewasschen. Nadat dit afgeloo- 
pen was, werden de vezels verzameld, en met eene sterke 
potaschloog gekookt. Daarna de thans papachtige massa in 
zeeften gebragt zijnde , werd zij met water afgewasschen en 
vervolgens in water, waarbij een weinig zoutzuur gevoegd 
was , geweekt. Vervolgens werd deze pap door middel van 
chloorkalk ontkleurd , met water op nieuw gezuiverd en ten 
laatste in de zon gedroogd. Het produkt dezer bewerking 
was eene schoone, zeer witte en vlokachtige massa, naar het 
mij toescheen uitermate geschikt, om als papier te dienen; 
de opbrengst uit ruw rijststroo bedroeg van 35 tot 50 pCt. 
Dewijl ik dit stroo op verschillende tijden van het jaar bewerkt 
heb, ben ik tevens in de gelegenheid geweest op te mer- 
ken , dat hoe verscher het stroo bij de mechanische behan- 
deling is, des te beter de scheikundige bewerking gelukt. 
De eerste proeven geschiedden met stroo , dadelijk nadat het 
gesneden was; eene andere proef met stroo dat eenige maan- 
den oud, en de laatste proef met stroo hetwelk reeds tien 
maanden oud en zwartachtig geworden was. De vervorming 
tot pap had in alle deze tijdperken gelijkelijk goed plaats , 
maar de witte kleur, vooral van de laatste proef, was veel 
minder, dan die van de papierstof uit versch rijststroo ver- 
kregen. Gelijksoortige proeven zijn genomen met de Al- 
lang allang (Imperata Koenigii) , met het zoogenaamde Gui- 
neagras (Paspalum mollicomum) , en eene zeer op Java ver- 
spreide soort van Varens (Filices spec ?), doch van gene de- 
zer plantensoorten waren de resultaten zoo gunstig als die 
van het rijststroo. De stof uit de allang-allang verkre- 
gen , zoude mogelijk geschikt wezen tot het bereiden van 
grove papiersoorten , waarbij het niet zoo zeer op witheid 



294 

van kleur aankomt. Het Gulneagras konde ik met de werk- 
tuigen, welke ter mijner beschikking waren, niet genoeg- 
zaam fijn verdeden , om de massa homogeen te maken ; 
buitendien was het produkt zeer stijf van vorm. 

De varens werden door de werking der potaschloog voor 
liet grootste gedeelte van hun organisch weefsel beroofd , 
en er bleef na het eindigen der bewerking bijna niets an- 
ders over dan het hardste gedeelte (de anorganische deelen 
der plant, ongeschikt om tot papierstof te dienen). 

Wat nu betreft de vezelstoffen der verschillende planten- 
basten of stengels, welke bij dit rapport overgelegd worden, 
merk ik aan, dat de raniehvezelen boven alle anderen uit- 
munten in witheid van kleur en zachtheid van vezel , en dat 
zij de eenige onder zoovele waren , welke zich , nadat het 
mechanisch gedeelte van den arbeid afgeloopen was, door 
het chloor regt goed en snel ontkleuren lieten. De gele 
kleur, welke vele vezelen aannamen als zij met potasch-kalk 
of chloor behandeld werden, neemt waarschijnlijk haren oor- 
sprong uit de aanwezigheid van proteïne-verbindingen , welke 
in deze voorhanden zijn. Het is evenwel te verwachten , dat 
eene meer volkom ene rotting en stamping, hierin verbetering 
aanbrengen zak Verder moet ik opmerken , dat wezenlijke 
boombasten , ook na eene langdurig voorafgegane bewer- 
king, niet gemakkelijk te ontkleuren zijn; zelfs zeer sterke 
chluorkalkbaden waren in de meeste gevallen niet voldoen- 
de , om de vezelen wit te maken. Het nadeel , hierdoor ver- 
oorzaakt, springt dadelijk in het oog; de vezel zelve aange- 
tast wordende, is nu te zv/ak van zamenhang en onge- 
schikt, om als eene goede papierstof te dienen. 

In het algemeen kan ik dan ook als mijne, op ervaring 
steunende meenino; aan'i'even , dat de vezelstoffen der een- 
jarige en meer nederige gewassen (zoo als die der Grami- 
neae, Musaceae, Bromeliaceae enz) veel beter mechanisch 



295 

verwerkt en ontkleurd kunnen worden dan die, welke van 
boom en of meer hoogere planten vormen verkregen zijn. Dg 
vorming tot eene pap, welke de planten, tot de familie der 
Gramineae belioorende , veelal aannemen, als zij met potascli- 
loog gekookt worden , schrijf ik toe aan den oplossenden in- 
vloed dezer loog op de kiezelaarde (vorming van oplosbare 
kiezelzure potasch), welke, zooals men weet, een groot ge- 
deelte van het anorganische weefsel der stengels dezer plan- 
tenfamilie uitmaakt. 

III. 

Ik zal thans overgaan, om mijn gevoelen aan te geven, 
over de waarschijnlijkheid, welke er bestaat, dat men eene 
stof zal vinden, zoo goed tot de papierbereiding geschikt, 
als de gewone lompen. Drie zaken zijn er, waar hier bij- 
zonder op dient te worden gelet; als 

Ie. de hoedanigheid en hoeveelheid dezer stoffen. 

2<^. de middelen tot derzelver vervoer, en 

3^. de prijs waarvoor zij aan de fabrieken of aan de op- 
koopers moet worden geleverd. 

Zonder mij te begeven in het geschiedkundig gedeelte van 
de papierbereiding en het papierverbruik, merk ik toch, 
als ter loops , aan , dat de schaarschte aan goede papiergrond- 
stoffen, zich reeds sinds lang heeft doen gevoelen. Er was 
een tijd, dat men nagenoeg in geheel Europa volstrekt geen 
katoen meer gebruikte bij de papier fabrikaadje; maar reeds 
voor veertig jaren werd men wel gedwongen , door het steeds 
toenemend gebrek aan lompen van vlas en hennip , en de 
zich toen reeds snel vermeerderende behoefte aan papier, om 
weder gedeeltelijk tot de oude methode zijne toevlugt te 
nemen , en thans kan men zeggen dat katoenen lompen 
voor de papierbereiding onmisbaar geworden zijn. Het is 
dan ook van vroege dagteekening, dat men naar geschikte 



296 

middelen heeft gezocht, "v^'aa^door de lompen Vcan vlas of 
heiinip , zoo al niet vervangen , dan toch gemengd met deze, 
een goed papier zouden kunnen opleveren. 

Men moet evenwel erkennen , dat het groot getal stoffen, 
welke te dien einde onderzocht zijn , in aanmerking genomen 
de uitkomsten voor eene algemeene toepassing , verre van 
bevredigend te noemen zijn. Zoo ver ik heb kunnen nagaan 
zijn (behalve de in dit rapport aangeduide stoffen), in be- 
trekking tot derzelver geschiktheid voor papierstoffen , reeds 
onderzocht het stroo, het hooi, de brandnetels, de hop , de 
maluwe , het hondsgras , het zoethout , verschuilende biezen, 
de lindebast, de twijgen van beuken, wilgen en populieren , 
de varenkruiden, de kastanjebladen , het zeewier, de sten- 
gels van aardappelenloof, het moes der beetwortelen , de sten- 
gels van mais, de wortels van lucerue, en zeker nog vele 
andere gewassen. Het algemeene resultaat dezer proeven was, 
dat alle de opgenoemde planten of plantendeelen , een pa- 
pier opleverden , verre beneden dat , wat uit lompen van vlas, 
lieunip of katoen was bereid geworden. 

Uit de adviezen over deze zaak van de Eni^elsche ireleer- 
den , de heeren Dr. Forbes Eoyle en Dr. Lyon Playfair , 
uitgebragt ten gevolge eener korrespondentie tusschen de 
ministerie n van financiën en koophandel in Engeland (en 
welke door de zorg van Z. E. den minister van koloniën 
in Nederland ook alhier bekend zijn gemaakt) , meen ik 
het volgende te moeten aanhalen. — De heer Forbes Royle 
geeft een ruim overzigt der stoffen , waarvan in verschillende 
landen al papier wordt bereid. Hij haalt als zoodanig 
aan, het papier, dat uit het rijststroo en de bamboe door de 
Chinezen gemaakt wordt ; hij merkt op , dat in Indie uit de 
vezelen eeniger lelie en aloëvormige planten , zeer goed pa- 
pier verlangen wordt , terwijl de vezelen der ïiliaceae , Mal- 
vaccae en Lcguminosac, tut hetzelfde doel aannewend wor- 



297 

den. Zulks is ook liet geval met den bast van den moer- 
bezieboom in China en de netelgewassen in Plolland. De 
steller noemt vooral deze planten op , omdat zij, in "vyarmere 
landen overvloedig voorkomende , aldaar de gelegenheid ope- 
nen tot het maken van zeer goede grondstoffen voor de pa- 
pierfabrikaadje. Daar, waar de kleur aan de bereiding in 
den weg staat , kan deze vernietigd worden , hetzij door de 
natuurlijke bleeking, hetzij door chemische middelen , hiertoe 
aan te wenden. Volgens hem , bestaat er , als de Chinezen 
papier kunnen maken van rijststroo en de jonge bamboe- 
uitspruitsels-, en de Hindoes touw van verschillende gras- 
soorten , dat sterk genoeg is voor hunne Perzische raderen, 
zoowel als voor hunne touwslagerijen , alle waarschijnlijkheid, 
dat er meerdere vezelachtige stoffen , geschikt voor de papier- 
bereiding, aldaar zullen aanwezig zijn. De heer Forbes 
Rojde merkt hierbij op, dat men de aangekweekt wordende 
koorngewassen niet in rekening kan brengen , dewijl der- 
zelver stroo het voornaamste voedsel voor den veestapel 
zoude uitmaken. Verder wijst genoemde heer aan , dat in 
Indië , bruggen van touw , vervaardigd uit de Eriophorum 
cannabinum , over bergstroomen gelegd worden , en hoe in 
de vroege oudheid reeds de Egyptenaren papier uit de pa- 
pierplant (papyrus) maakten , door deze laatste in kleine re- 
pen te snijden , en door drukking aan elkander te verbin- 
den , • — haalt hij ook nog aan de Cyperus legetum , waarvan 
evenzoo in Indië matten worden gefabriceerd , van welke 
planten , daar zij in groote hoeveelheden voorkomen , het te 
wachten is, dat de uitvoer eenmaal van vele plaatsen met 
voordeel zal kunnen geschieden. Vele streken der wereld 
bieden , volgens hem, een schat van lelie- en aloëachtige plan- 
ten aan , vooral die van de geslachten Agave , Aloë , Yucca , 
Sansiviera, Bromelia enz. Van de Sansiviera wordt onder 
anderen in Trichinopoly papier gemaakt, even zoo ook 

DL. XIX. 20 



298 

van de Agave. Onder alle deze gewassen echter zegt de 
schrijver, is er wel geene, welke zoo veel voorkomen en 
zoo ruimschoots vezelen kan opleveren voor de papierberei- 
ding, als de Pisang (Musa paradisiaca) , een gewas dat in 
de tropenlanden om deszelfs nuttige vruchten algemeen wordt 
aangekweekt, en van welker vezelen nog weinig partij ge- 
trokken is. De vruchten , welke op vele plaatsen het brood 
vervangen en in voedende waarde het naast met de aardap- 
pelen te vergelijken zijn , leveren een meel op , dat in za- 
menstelling veel overeenkomt met dat van rijst. Elke wor- 
telstok brengt van zes tot acht stammen voort , welke meest- 
al ieder jaar afgesneden worden , en dan van drie tot vier 
ponden vezelen kunnen opleveren. De onkosten der kuituur 
door de opbrengst der vruchten vergoed wordende , zouden 
dus de vezelen tot eenen zeer gematigden prijs kunnen in- 
gezameld worden, vooral daar het eene plant is, welke groo- 
tendeels uit water en vezelen bestaat, welke laatste zich zon- 
der moeite laten scheiden. Alle de planten welke de schrij- 
ver thans genoemd heeft, hebben geenen eigenlijken bast; 
eene eenvoudige drukking tusschen cilinders, en het was- 
schen met water zal dus waarschijnlijk bij de meesten vol- 
doende wezen, om de vezelen van een te scheiden. 

Doch andere nu volgende plantenfamiliën , welke in het 
bezit van wezenlijke basten zijn , v/elke door afstrooping ver- 
zameld worden, moeten gewoonlijk eerst in water geweekt 
worden, voordat de vezelen van de overige deelen , kunnen 
worden bevrijd. 

De vlasplant bezit vezelen in overvloed , doch heeft te 
veel waarde om haar tot de papierbereiding te gebruiken. 
In Indiö echter groeit eene menigte soortgelijke planten, 
welker zaad in vele streken aangewend en in zeer groote 
hoeveelheden uitgevoerd wordt , doch in weerwil daarvan is 
de vezelstof tot niets dienstbaar gemaakt. De oorzaak hier- 



£99 

van schijnt hierin te moeten gezocht worden , door dat het 
klimaat de vorming van zachte vezelen niet begunstigt , doch 
deze korte vezel , welke zeer gemakkelijk afgezonderd wor- 
den kan , heeft altijd waarde voor de papierbereiding. Zoo 
worden er vele Malvaceae aangekweekt , alleen om de vruch- 
ten, welke tot spijs dienen, te verzamelen, zooals de Okhro 
(Hibiscus esculentus) der West Indien en der Yereenigde 
Staten, terwijl van eene andere Hibiscus-soort papier in Ja- 
pan gemaakt wordt. Tallooze soorten van Hibiscus , van 
Lida en nog andere geslachten dezer familie, groeij en over- 
vloedig in warmere klimaten ; verscheidene daarvan worden 
evenzoo op verschalende plaatsen aangekweekt, zooals de 
Hibiscus cannabinus en de Hibiscus sabdarifFa in Indië, de 
Lida tiliaefolia in China, en meer anderen. De familie der 
Tiliaceae is evenzoo gekenmerkt, door het overvloedig en 
fijn vezelgehalte , welke velen van dezelve bezitten. Ver- 
scheidene soorten van Grewia leveren eetbare vruchten, en 
geven meest alle eene goede vezelstof. Ook de familie der 
Leguminosae is rijk hieraan ; de vezelen der Banlernia race- 
mosa worden in het Himalaya-gebergte gebruikt tot het 
maken van touwbruggen, en de vezelstof der Parkinsonia 
aculeata w^erd naar de tentoonstelling van 1851 gezonden , 
omdat zij geschikt w^as tot de papierbereiding, alhoewel de 
vezelen gekleurd en niet zeer sterk waren. Nadat de schrij- 
ver nog heeft aangehaald de bereiding van papier uit de 
Broussonnetla papyrifera door de Chinezen , de aanplant 
van dezen boom in Bengalen aanbevolen en de opmerkzaam- 
heid op de plantengeslachten Urtica en Boehmeria gevestigd 
heeft , eindigt hij zijn rapport met in het algemeen te wijzen , op 
den rijkdom aan vezelen opleverende planten der tropische 
gewesten. Hij is er voor, dat eenvoudige werktuigen , geschikt 
om de vezelen van de basten enz. te scheiden, ter plaatse zelve 
gcbragt worden, wat veel tot vermindering van onkosten 



300 

zoude Ivunnen bijdragen, en twijfelt alsdan niet, of vele goede 
papierstofTen zullen in Europa aangevoerd , en tevens de plan- 
ten of kolonisten in verwijderde streken, door een gunstig 
-debiet aan2;emoedifrd worden. 

Plet rapport van Dr. Lyon Playfair begint, met als eene 
onbetwistbare waarheid voorop te zetten , dat er sinds eenigen 
-tijd een groot gebrek aan geschikte grondstoffen voor de pa- 
pierbereiding bestaat. De oorzaak van deze schaarste , in 

T7eerwil der vermeerderde aanvraao;, zal vol n-ens hem waar- 
om o 

schijnlijk hierin zijnen oorsprong vinden , dat de grondstof- 
fen voor de papierfabrikaadje niets anders zijn dan de af- 
gesletene overblijfselen eener reeds in hoogen graad bewerkte 
stof, waarvan de voorraad afhangt van bijkomende oorza- 
ken , welke de produktie dezer laatste grooter of kleiner 
kunnen maken. Van hier is de stremming of gedeeltelijke 
ophefnng van den handel in linnen en katoenen manufak- 
turen , voldoende ter verklaring van eene tijdelijke en be- 
paaldelijk van eene paatselijke schaarschte van lompen. Al- 
dus hebben de papiermolens den invloed moeten ondervin- 
den van het afsluiten van Wigan en Preston , en het op 
half tijd werken van Bel/ast en de omliggende distrikten. 
liet schijnt ook , dat afgescheiden van eene tijdelijke prijs- 
verlaging der manufakturen , waarvan de afval de hoofd- 
grondstof voor papier levert, ook de vraag der papierfa- 
brikanten grooter is geweest , dan de verhouding der toe- 
name in het verbruik dezer manufakturen. 

Daarenboven zijn er meerdere verbruikers van papier- 
grondstoffen ontstaan , zoo als b. v. de stoombooten en spoor- 
wegen , welke groote hoeveelheden van katoenen en andere 
stoffe ubelioeven, om de machineriën schoon te maken. Doch 
de meest gewigtige van alle mededingers zijn ontegenzeg- 
gelijk de Amerikanen, welke niet alleen op groote schaal 
hebben aangekocht op de Engelsche markten, maar ook 



301 

in die vreemde landen, waar een geregelde handel in lom- 
pen gedreven wordt. Het dient ook vermeld, dat deze han- 
del in het bezit is van eenige weinige kapitalisten , welke de 
lompen van kleine verzamelaars opkoopen en invoeren , en 
dat deze beperking van den handel hen gemakkelijk voor eeni- 
gen tijd in staat stelt om de markt te drukken; doch deze 
invloed kan slechts tijdelijk en nimmer van langen duur zijn. 

Het schijnt verder , dat er voldoende redenen zijn waarom 
de aanvoer van vodden niet in verhouding staat tot de ver- 
meerderde aanvraag, kunnen gevonden worden, 1". in het 
nadeel, dat de grondstof voor de papieraiakers, moet gele- 
verd worden door manufakturisten, die geen onmiddellijk be- 
lang hebben in derzelver aanvoer en de vraag welke er 
naar bestaat, en 2'^. ook daarin , dat de zucht naar litteratuur 
in grootere mate is toegenomen , dan de manufakturen van 
katoen en vlas. De heer Playfair zegt verder, dat reeds 
vele pogingen in het werk gesteld zijn, om nieuwe papier* 
grondstoffen te leveren , doch tot heden toe slechts met een 
gedeeltelijk goed gevolg. Deze mislukking hanot volgens 
hem, van drie oorzaken af, als: a. Dat sommige vezel- 
stoffen zoo veel kosten , om ze in den gevorderden staat 
aan de papiermakers te kunnen aanbieden , dat zij niet met 
de gewone lompen kunnen mededingen, h. Yurscheidene 
vezelstoffen verliezen zoo veel aan gewigt, voor dat zij toe- 
bereid zijn , dat deze geen voordeel meer opleveren , en 
c. Andere vezelstoffen, welke men om hare zamenstellins: Pe- 
schikt acht voor de papierbereiding, veroorzaken zoo vele 
zwarigheden bij het bleeken , dat zij ongeschikt zijn , om 
er wit papier van te maken. 

De prijs welke de kamer van koophandel op 10 a 12^/2 
cent het Engelsch pond (1121/0 Engelsche ponden ^100 Am- 
sterdamsche) voor gedeeltelijk bereide papierpappen had ge- 
steld , komt aan de meeste papiermakers te hoog voor ; mezi 



302 

zoude niet meer dan 5 ti TVj ^^^t voor de ongebleekte pap 
kunnen besteden. AYanneer evenwel de papierstof even goed 
van vezel en evenzoo gemakkelijk wit te maken is , als de katoe- 
nen of linnen lompen, dan zouden zij van IS'/^ cents tot 20 
cents waarde per pond hebben. De hoeveelheid welke tot proef- 
nemingen verzonden mogt worden , moet niet minder zijn 
dan een halve ton (500 kilogr). De heer Playfair eindigt 
met een volledig onderzoek naar de statistiek van het ver- 
bruik der verschillende stoften , welke bij de papierberei- 
ding aangewend worden , ten zeerste aan te bevelen. 

Tot dusverre gaan de rapporten der lieeren Eorbes , 
Royle en Playfair. Ik heb gemeend uit de adviezen dezer 
geleerden liet voornaamste gedeelte alhier te moeten inlas- 
ïichen , omdat hun oordeel van belang kan worden geacht 
in de onderhavige zaak, en van invloed zal wezen op het 
besluit, dat, van mijne zijde, uit alles zal getrokken wor- 
den. Vooraf echter wil ik nog kortelijk het meest gewig- 
tige aanstippen uit het programma eener Fransche maat- 
schappij , getiteld : „ Compagnie génerale pour Texploitatlon 
,y des filaments du bananier a Paris j-"" hetgeen , door de 
zorg van den heer Boers, kontroleur te Patjitan, mij ge- 
worden is. Dezelfde oorzaak welke de stukken der boven- 
genoemde Engelsche geleerden te voorschijn riep, had ook 
in Frankrijk ten gevolge, dat zich na eene menigte van 
proefnemingen, een genootschap vormde, met het doel om 
den banaan of pisangboom op groote schaal in de West-In- 
dien aan te kweeken , en de vezelen , tot het bereiden van 
papierstof, in den handel te brengen. 

In dit programma wordt, nadat het uitgestrekte nut en 
gebruik der banaanvruchten is aangetoond, op den voor- 
grond gesteld, dat door de opbrengst dezer vruchten , reeds al- 
le de onkosten der maatschappij zouden worden vergoed, en dus 
de vezelstof (het eigenlijke doel der aanplant) nog als zuivere 



303 

winst zoude overschieten. Daarna geeft men aan , dat deze 
boom, na eenmaal geplant te zijn, vijftien jaren lang, zonder 
eenige andere zorg dan het wieden van den grond, van zelf we- 
der zoude opschieten en voortgroeijen. Elke boom zoude na de 
voorafgaande bewerking op de groeiplaats, vier ponden vezel- 
stof opleveren , welke in hoedanigheid de gewone lompen verre 
overtreffen en veel minder kosten zouden. Onder vele andere 
berekeningen, welke ik echter niet opnemen zal, komt ook 
voor, dat 100 kilogr. tot den staat van lompen gebragte ba- 
naanvezelstof, in Frankrijk 12 franks waarde zouden hebben , 
terwijl lompen van gelijke hoedanigheid, als uit de banaanve- 
zelstof kan worden verkregen, in laatstgenoemd land met 
45 a 50 franks , te Londen met 70 franks , en in de Vereenigde 
Staten met 80 franks de 100 kilogr. zouden v/orden betaald. 
Men ziet uit het aangehaalde, dat het aantal gewassen, 
welke aanbevolen worden , als eene goede papierstof te kunnen 
opleveren, zeer groot, en er geene moeite gespaard is, om 
de tegenwoordig in gebruik zijnde lompen door andere 
daaraan gelijke stoffen te doen vervangen of er mede te 
vermengen. Aan de andere zijde evenwel, is de dringende 
vraag naar goede papierstof niet verminderd, maar zelfs 
zeer toegenomen. Hieruit is dus duidelijk gebleken, dat 
ondanks alle gedane onderzoekingen het tot heden toe nog 
niet is mogen gelukken , deze door eene algemeene toepas- 
sing te kunnen bekroonen. De heer Playfair verklaart 
de tegenwoordige schaarschte vooral uit de groote aankoo- 
pen van vodden en lompen , door de Amerikanen en eenige 
kapitalisten gedaan , waardoor deze als het ware in staat 
gesteld worden de markt te dwingen, en ook door de groote 
zucht, welke er tegenwoordig naar litteratuur bestaat. De 
eerste oorzaak kan, volgens de eigene verklaring van den heer 
Playfair, niet van langen duur zijn, maar toch zien wij het 
gebrek aan goede papierstofFen sedert jaren bestaan. Het is 



S04i 

daarom dat, volgens mijn gevoelen, vooral aan de laatst- 
genoemde oorzaak als hiertoe zeer krachtig medewerkende, 
eene eerste plaats moet toegekend worden. Deze toch is 
c'elefren in den toestand en de inri^-tino- der hedendaao;- 
sche maatschappij, en hare gevolgen zullen zich ongetwijfeld 
meer en meer doen gevoelen. Ik bedoel de verbazend 
toenemende behoefte aan schrijf- en drukpapier in de laatste 
tijden; zoo wel veroorzaakt door de zucht tot lezen en 
schrijven, welke veel meer dan vroeger bestaat, als door 
de voortgaande uitbreiding van het onderwijs en vooral 
van het lager onderwijs in meest alle landen. Men sla 
b. V. de statistiek van Noord- Amerika op, en men zal 
verbaasd staan , hoe aldaar het aantal schoolinrigtingen , bin- 
nen korten tijd, veelvoudig is vermeerderd. Om te weten 
hoeveel meer papier na het jaar 1848 de maatschappij be- 
hoeft, zal het slechts noodig wezen, om weder de statistiek 
ter hand te nemen , welke ons b. v. van het eiland Java leert : 

dat in de jaren 1846, 1847 en 1848, aldaar gemiddeld 
verbruikt werden, 17 a 19,000 kilogr. papier, ter waarde 
van ƒ 44 a 47,600. 

dat in 1849 die behoefte meer dan verdubbeld was; men 
verbruikte toch dit jaar 43,000 kilogr. welke eene waarde 
hadden van ƒ 107.600, en 

dat in 1850 de behoefte reeds gestegen was tot 56.700 
kilogr. a /■ 141.800 waarde. 

Maar er zijn nog meerdere verschijnselen op te noemen, 
uit welke die langdurige schaarschte aan lompen, met meer 
regt, dan uit eene voorbijgaande handelsspekulatie te ver- 
klaren is. Ik bedoel het kolossaal getal brieven , dat ge- 
schreven wordt, nadat door verschillende Gouvernementen 
de briefport is verminderd, en in het algemeen het vervoer 
van brieven en drukwerken veel gemakkelijker en zekerder 
is geworden. Ik zal uit de statistiek hierover, slechts die 



305 

van Engeland als voorbeeld nemen. In dat land , waar tegen- 
•\voordig per jaar voor vijftig millioen gulden aan papier be- 
reid wordt, waarvan slechts voor eene waarde van drie a 
vier millioen wordt uitgevoerd , was, na de vermindering der 
briefporto's , het verbruik van postpapier verdubbeld. Ook in 
Nederland is, zoo als men weet, door deze vermindering 
eene beduidend grootere behoefte aan genoemde papiersoort 
ontstaan. Wanneer ik nu bij alle deze feiten nog zamentrek 
den reeds door Dr. Playfair aangehaalden dorst naar lek- 
tuur, welke zich vooral vertoont, door het onnoemelijk aan- 
tal dagelijks uitkomende nieuwsbladen , zoo wel als in eene 
ware overstrooming van romans , brocliures enz., dan geloof 
ik met reden te kunnen vaststellen , dat de behoefte aan ge- 
schikte grondstoffen voor de papierbereidiiig zich meer en 
meer zal doen gevoelen. 

Voorondersteld echter, dat het bestaande gebrek aan deze 
grondstoffen zal ophouden en men deze dus weder voor 
dezelfde lage prijzen als vroeger zal kunnen inkoopen, dan 
nog moet het vinden eener andere grondstof dan linnen lom- 
pen enz. van het grootste gewigt beschouwd worden. Het 
schijnt toch wel, dat het papier niet meer zoo deugdzaam 
bereid wordt als vroeger. Bij de meest in alle landen stij- 
gende prijzen der dagloonen en hooge markten van nage- 
noeg alle levensmiddelen, kan de winst der fabrikanten op 
hun papier, niet meer evenredig zijn aan die van vorige 
tijden , en van daar een zooveel mogelijk goedkoop werken , 
ten koste van het fabrikaat. Het meeste papier en in de 
eerste plaats het zeer witte schrijfpapier, dat door sterke 
chloorkalkbaden is ontkleurd, wordt niet genoegzaam schoon 
gewasschen of op chemischen weg van het aanhangende 
chloor bevrijd (antichloren) genaamd , door potasch, kalk, enz. 
De pap wordt dus gedroogd en verwerkt vóór dat zij den 
noodigen graad van zuiverheid bezit ; de vezelstof van het 



30a 

pnpier wordt door het nog aanklevende chloor aangetast niet 
alleen, maar hetzelfde ligchaam , dat het papier ontkleurde, 
ontkleurt (dat -svil zeggen vernietigt) na eenige jaren, delet- 
ters, -welke er met inkt opgeschreven waren. Reeds langen 
tijd, hoorde men ook op Java klagen dat de tegenwoordige 
inkt niet meer zoo goed en van langen duur is, als die 
van vroegere, jaren ; doch het is niet de inkt, vv'elke slechter 
is geworden , maar wel het papier , dat dikwerf eene stof 
in zich hevat, welke dien inkt met ter tijd ontleed. Ik heb 
mij hiervan dezer dagen nog overtuigd, met twee papier- 
soorten, de eerste gelijk aan dit, waarop mijn rapport ge- 
schreven is, de tweede van eene eenigzins mindere hoedanig- 
heid. Beiden met eene overvloedige hoeveelheid chemisch rein 
water afgewasschen, toonde dat duidelijk eene zure reaktie 
aan, waarna later door de gewone herkenningsmiddelen, het 
bestaan van zoutzuur met zekerheid aangetoond werd. Zoo 
als ik reeds opmerkte, blijft das het vinden eener geschikte 
papierstof, ook indien de prijzen der lompen weder mogten 
dalen , eene zaak van het uiterste gewigt. 

AYanneer ik nu al de planten naga, welker vezelen tot het 
vervangen der lompen aanbevolen worden, dan komt het 
mij voor, dat aan de meesten daarvan, al kunnen hare pro- 
dukten ook tot goed papier worden verwerkt, een bedui- 
dende invloed , op liet aanhoudend voortbrengen van papier- 
stof, moet worden ontzegd. Volgens mijn oordeel, kunnen 
de basten van boomen of andere gewassen , tot de hoogere" 
plantenfamiliën (dikotjledonen) behoorende, als ongeschikt 
beschouwd worden, om in het groot deze stofte blijven leveren; 
en dat wel om eene en dezelfde reden, namelijk: die van 
te groote kostbaarheid van aanvoer en bereiding, onver- 
schillig of zij in het wild groeijen , of wel door eene 
geregelde aanplant verkregen worden. Is het land toch, 
waar men die boomen in het wild vinden zal, al met eene 



30T 

rijke vegetatie begunstigd, doch onbevolkt, dan b'gt bet 
reeds in den aard der zaak , dat eene exploitatie van boom- 
basten veel te veel onkosten na zich zoude slepen, dan dat 
deze met voordeel de gewone lompen zouden kunnen ver- 
vangen. Is echter de streek , v/elke men gunstig gelegen oor- 
deelt tot den aanbouw van die boomen, enz. al bevolkt, 
dan kan de grond , welke voor het aanplanten der benoodigde 
boombasten geschikt geacht wordt, en welke natuurlijk van 
eene zeer groote uito;estrektheid zal moeten wezen, veel 
meer winsten opleveren door andere kultures. Men zal 
b. V. op Java en Sumatra, beide groote eilanden en be- 
deeld met den weligsten plantengroei, eene aanplant van 
boomen daarstellen, en drie, vijf of meer jaren moeten 
wachten , voor dat men derzelver basten afnemen kan. Wel- 
nu, de boom sterft, bij het afstroopen van den bast, ook 
al wordt hij niet omgehakt, meestal af, en men heeft nu, 
na zoovele jaren arbeids en verlies van eenen belangrijken 
interest, van eiken boom verkregen, eenige ellen boombast, 
welke na de eerste en grove bewerking ondergaan te hebben, 
een nog veel minder aantal ponden aan vezelstof zullen af- 
werpen, die men verkoopen kan, wel te verstaan daar , waar 
papierfabrieken zijn, voor 5 a. 71 centen het pond en wan- 
neer zij reeds zoo ver bewerkt zijn , dat men er dadelijk 
papier van kan maken, voor 12 1 a 20 centen het pond. 
Het is eenigzins moeijelijk, om zich van eene dergelijke 
spekulatie vele winsten voor te stellen. Men bedenke hier- 
bij wel, dat wat in het wild groeit, spoedig ophoudt zulks 
te doen als men maar steeds voortgaat, de produkten van 
dien w^eligen groei w^eg te nemen. De kinaboomen in Zuid- 
Amerika, welke vroeger aldaar overvloedig in het wild 
groeiden, en thans zeldzaam worden, zoodat alleen door 
eene kostbare en geregelde aanplant, de geheele vernieti- 
ging dezer boomen zal te voorkomen zijn, bewijzen zulks. 



SOS 

Ik Avorcl dus als van zelf teruggebragt tot de beschouwing 
dier ge^Yassen, "svelke minstens binnen elk jaar hunnen 
vollen Avasdom bereiken, "weinig plaats beslaan, en Avelke 
ter verkrijging hunner vruchten als een volksvoedsel aan- 
gekweekt worden, zoodat de vezelstof als een zuiver bijpro- 
dukt kan worden beschouwd. Onder deze rubriek behooren 
in de eerste plaats de pi5df7?^^öOwz^;i en het rijststroo , 
welker vezelen voor het grootste gedeelte thans elk jaar 
onbenut verloren gaan. Ik druk hier voornamelijk op deze 
beide stoffen, omdat, zoo als uit de aangehaalde rapporten 
blijkt, zij ook in Europa het meest de aandacht tot zich 
getrokken hebben. Of zij volkomen aan het doel, dat 
men voor de papierbereiding er zich van voorstelt, geschikt 
zullen zijn, kan ik natuurlijk niet beslissen. Zoude men 
afgaan op hetgeen in het programma der genoemde Fransche 
maatschappij hieromtrent over de pisang-vezelen voor- 
komt, dan ware dit eene reeds uito;einaakte zaak. Doch 
daargelaten dat niet alles wat oprigters van ondernemingen 
aangeven, als strikte waarheid kan aangenomen worden, 
(eene Fransche fabriek, ter bereiding van papier uit maïs- 
stroo , welker gunstige vooruitzigten even zoo sterk opgehe- 
meld waren als bovengenoemde zaak, moest, reeds een jaar 
na de oprigting, den arbeid staken, omdat deze grondstof 
te kostbaar was) , schijnt vooral uit een finantieel oogpunt , 
hieromtrent nog geene bepaalde zekerheid te heerschen; zulks 
blijkt genoegzaam uit het verschil in prijs per pond, opgege- 
ven door de kamer van koophandel in Engeland en door 
Dr. Playfair. Eene kommissie in Frankrijk heeft de pa- 
pierstof uit pisangvezelen bereid, verklaard te zijn zeerge- 
schikt tot het maken van een deugdzaam machine-papier, 
dat goeden w^eerstand zoude kunnen bieden aan de chloor- 
bleeking. De Academie des Sciences heeft van dezelfde stof 
getuigd, dat zij allezins geschikt is om de lompen te ver* 



309 

vangen^ doch dat en liet transport en de verwerking te vele 
kosten na zich sleept. In het bekende Polytechnisch Cen- 
tralblad schrijft men hieromtrent het volgende: „Proeven 
5, hebben allezins de mogelijkheid bewezen, om de lompen 
„van linnen en hennip door andere stoffen te vervano;en; 
„er bestaat stroo, hooi en aardappelstroopapier ; papier van 
„hout, maïsbladen en vezelen der bananen, maar welk 
„papier is dat? Het kan alleen met lompen vermengd, 
„gebruikt worden, en is tot nu toe, in w^eerwil van allo 
„proeven, veel duurder. Er bestaat geen twijfel meer, 
„ of uit alle planten vezels kan min of meer goed papier gemaakt 
„ worden ; het papier der bananen is zelfs zeer vast en wit, maar 
„ de vraag is om het goedkooper en dus met voordeel te 
„ maken, terwijl dit laatstgenoemde papier zelfs eens zooveel 
„kosten moet, als dat uit lompen." Men zoude uit deze 
beoordeelingen kunnen afleiden, dat de vraag tegenwoordio* 
niet meer is, om eene stof te vinden, geschikt voor de pa- 
pierbereiding , maar wel om de middelen te zoeken, welke het 
mogelijk maken, op eene meer voordeelige wijze papier uit 
die stoffen te maken ; met andere woorden : het vraagpunt 
is zuiver technisch geworden. 

^Vat aangaat de proef, om van rijststroo papier te berei- 
den, zoo verkeert deze onder nog gunstiger omstandighe- 
den, dan die met pisangvezelen. Dit stroo toch komt zoo 
menigvuldig voor , dat het te dien opzigte alle andere ge- 
wassen overtreft, en deszelfs geschiktheid tot papierberei- 
ding acht ik vooral niet minder, dan die der pisangvezelen. 
Het is hierbij echter al weder de vraag, of het voor den 
zeer geringen prijs , welke reeds meermalen aangegeven 
werd, zal kunnen verwerkt en afgeleverd worden. Ik 
bedoel hiermede niet zoo zeer de onkosten van aankoop, 
als wel die van de bewerking en het vervoer uit de binnen- 
landen naar de strand- of afvoerplaatsen. Een groot voordeel 



310 

dezer zaak ecliter mag niet uit het oog verloren worden, 
en wel, dat beide genoemde stoffen de overblijvende pro- 
dukten zijn van eene zeer uitgebreide volks-kultuur , zoodat 
tot derzelver verzameling geene afzonderlijke aanplantingen 
zouden belioeven aangelegd te worden. Van de rijst is dit ge- 
noegzaam en algemeen bekend, en wat de pisangboomen be- 
treft, in geene kampong worden zij gemist, geen inlander, 
welke er niet eenige om zijne woning heeft staan. Tevens 
moet ik hier geheel beamen , hetgeen Dr. Forbes Koyle aan- 
beveelt, om namelijk deze stoffen op of nabij de groeiplaatsen 
aan eenige mechanische en zeer eenvoudige bewerkingen te 
onderwerpen, zoo wel de pisangstammen als het rijststroo, en 
wel 1*^. aan eene rotting in water, en 2^ aan het stampen, 
schoon maken en droogen der vezelen. Aldus toebereid, zal 
de vezelstof eene veel mindere ruimte beslaan , en dus ook 
minder aan vervoer kosten , terwijl genoemde arbeid geens- 
zins zoo omslagtig of moeijelijk is, dat men het aan de 
inlanders niet gemakkelijk en snel zoude kunnen leeren. 
De prijs per pond, waarvoor de dus bereide stoffen zouden 
te leveren zijn , is nog moeijelijk te bepalen , en zal natuur- 
lijk veel van plaatselijke omstandigheden afhangen. Het 
zoude daarom eene doelmatige en zeer onkostbare proef- 
neming: wezen, om van Java naar Nederland te verzenden 
500 a 1000 kilogr. pisangvezelen en even zoo veel kilogr. 
rijstsroo, welke tot eene zoogenaamde ruwe grondstof zijn 
verwerkt. Zulks is te meer noodig, omdat Dr. Playfair deze 
hoeveelheid als de minste aangeeft, welke tot eene volledige 
proef voor de papierbereidihg vereischt wordt. Tevens zoude 
men alsdan, na de inzameling, verwerking en het vervoer 
dezer beide stoffen, eenigermate kunnen berekenen, tot wel- 
ken prijs het pond dezer ruwe grondstof, uit Indië aan Xe- 
derland zoude te leveren zijn, en in laatstgenoemd land zou 
dan voor eens en altijd kunnen uitgemaakt worden , of 



Sll 

deze stoffen bruikbaar zijn voor de papierfabrikaadje, en 
zoo ja , hoeveel vaarde dan , bij den tegenwoordigen stand 
van zaken , daaraan per pond kan worden toegekend. Al- 
dus handelende, kan er geen t\vijfel bestaan, of de gewig- 
tige vraag, waarover in dit stuk sprake was, zal tot de 
noodicre klaarheid worden gebrao-t. 

Ik zal thans niet handelen over den invloed, welke da 
onttrekking aan den grond, van een gedeelte der pisang- 
stammen en van het rijststroo , op de vruchtbaarheid van 
deze zal uitoefenen. Dit is eene vraag, welke voor alsnog 
niet met eenige juistheid te beslissen is, omdat de maat 
dier onttrekking, met geene mogelijkheid kan vooruit- 
gezien worden. Het komt mij voor, dat er geen bezwaar 
bestaan kan om, wanneer deze stoffen geschikt zullen zijn^ 
bevonden voor de papierbereiding, dan met den uitvoer 
een begin te maken. Welligt dat ook daardoor de par- 
tikuliere industrie van Indië, binnenkorten tijd met papier- 
fabrieken vermeerderd wordt. 

Wanneer ik thans al de in dit rapport ontwikkelde za- 
ken te zamenvat, dan meen ik mijn gevoelen in de volgende 
stellingen kortelijk uit te drukken. 

1°. Het is niet waarschijnlijk, dat de prijzen der grond- 
stoffen voor de papierbereiding, tot den normalen toestand 
zullen worden teruggebragt. 

2^. Al is dit evenwel het geval, dan nog blijft het op- 
sporen van andere grondstoffen, van het grootste belang. 

3°. De grondstoffen , welke van éénjarige en lagere plan- 
ten afkomstig zijn , hebben meerdere kans om de gewone 
papierstof te zullen vervangen, dan die welke van meerja- 
rige gewassen of boomen zijn verkregen. 

4^. De vezelen der pisangstammen en van het rijststroo 
bieden , wanneer zij op hunne groeiplaatsen aan de eerste 
bewerkingen onderworpen en dan vervoerd worden , d^j 



312 

meeste waarschijnlijkheid aan, dat zij de thans gebruikte 
papierstofien, zooal niet geheel dan toch gedeeltelijk zullen 
kunnen vervangen. 

Buitenzorg, 10 Maart 1856. 



EEN AVOORD AAN HET PUBLIEK, 

BETREFFENDE; 

EENE BESCHOUWING OVEll DE KOOLFOHMATIE VAN BOR- 

NEO, NAAR AANLEIDING VAN DE XVIIFe EN XlX^e DER 

BIJDRAGE TOT DE GEOLOGISCHE EN MINERALO- 

GISCHE KENNIS VAN NEDERLANDSCH INDIË, 

DOOR S. BLEEKRODE. 

DOOR 



Weinige da2:en geleden "woonde ik te Batavia eene be- 
stuursvergaderiiig bij der Natuurkundige Vereeniging in Ne- 
derlandscli Indiö. 

Bij die gelegenheid meende ik eenige inlichtingen te moe- 
ten geven aangaande de klagt van den heer Bleekrode (1) : als 
zouden noch door ZEd., die aan de Koninklijke akademie 
tot opleiding van burgerlijke ingenieurs te Delft belast is 
met het geven van ondervrijs in eene reeks van vakken, 
waaronder de geologie en mineralogie, noch bij het onder 
zijn opzigt staand kabinet dier akademie, delfstoffen uit Indie 
ontvangen zijn. Die klagt toch, schijnbaar tot het gouver- 
nement gerigt, is gebonden aan eene beschouwing over het 
werk van mijningenieurs en in de klagt zelve wordt het- 
geen van het mijnwezen ontvangen is verkleind voorgesteld 
„ een twaalftal van Biliton , een kistje van Jeboes. " 

Het was mijn voornemen de beantwoording der ,,beschon- 
wing'^ te bepalen bij de gegevene inlichtingen nopens de 
mineralen, doch mijne medebestuurderen achtten het van 
belang, dat zij in haar geheel werd beantwoord. 



(») XVI 1 de deel van het Nat. Tijdschr, v.. X. I. bladz. 219. 
DL, XIX, 21 



— 314 — 

Aan (lat gevoelen toegevende verzoek ik daartoe gehoor ; 
ik zal mededeelen wat aan het mineralen kabinet der Delftsche 
akaderaie werd gezonden en er op laten volgen eene beant- 
woording der bemerkingen van den schrijver. 

De mijningenieurs voor Nederlandsch Indië worden te 
Delft opgeleid, waarom ik, die bij de instelling van het 
mijnwezen in Indië met de leiding dier dienst werd belast, 
er van den beginne af aan op bedacht ben geweest om , 
voor het onderwijs der toekomstige mijningenieurs, delf- 
stoffen te doen verzamelen en naar de Delftsche akademie 
over te zenden. Had ik zulks niet gedaan, dan zoude ik 
mij aan pligtverzuim hebben schuldig gemaakt en het is 
vooral daarom , dat mij de klagt van den heer Bleekrode 
heeft getroifen. 

Aan die klagt van den heer Bleekrode, onder aan op 
blz. 249 en op 250 bovenaan, is geene andere beteekenis 
te hechten dan: het gouvernement vertelt u wel, Nederlan- 
ders, telken jare in het algemeen verslag, dat men uit Indiê 
mineralen zendt aan de Delftsche akademie, doch ze zijn 
in het mineralen kabinet niet voorhanden en ook niet ont- 
vangen „ tenzij een twaalftal van Biliton ; eerst in Juny 
„1858 werd mij een kistje van Jeboes, op Banka, ter 
„hand gesteld .'' 

Waarom de heer Bleekrode uitgaat van het einde van 
1857 begrijp ik niet; mij dunkt ZEd. behoorde uit te gaan 
van den dag, waarop hij zijne beschouwing schreef, dien 
hij ons wel niet mededeelt, doch welke zeker later is dan 
„Junij 1858." 

Jammer is het dat de heer Bleekrode, die toch reeds 
in 1852 een twaalftal van Biliton , behoorende tot eene eerste 
bezending mineralen voor het kabinet te Delft, van het mijn- 
wezen in Indië ontving, zich bij het ministerie van koloniën 
te 'sGravenhage niet heeft geïnformeerd, naar hetgeen door 
het mijnwezen na dien tijd werd gezonden, ZEd. ware dan 



— 313 — 

in de gelegenheid geweest om de zaak tot klaarheid en in 
het ware daglicht gesteld voor het publiek te brengen ,• zulks 
"Ware immers beter geweest dart op het gouvernement en het 
mijnwezen eene verdenking te leggen. 

Het mijnwezen , dat zoo als blijken zal geijvetd heeft om 
delfstoffen , geschikt vool' het onderwijs , naar Delft te zen- 
den , had geloof ik Iets beters verdiend, dan tot belooning 
in verdenking te worden gebragt : weinig of niets te doen , 
voor de akademie waaraan al de mijningenieurs hunne we- 
tenschappelijke opleiding erlangden. De heer Bleekrode heeft 
dit zeker zoo niet ingezien ; ZEd. had bij het departement 
van koloniën alles kunnen vernemen, wat ik hier over het 
Verzamelen en verzenden der mineralen zal mededeelen. 

Wanneer de mijningenieurs bij hunne onderzoekingen 
rotssoorten, enkelvoudige mineralen en ertsen ontmoeten, 
welke geschikt zijn voor het ondel: wijs aan de Delftsche aka- 
demie en om naar elders in Europa verzonden te worden, 
dan zijn zij Verzocht om daarvan de noodige monsters te 
willen verzamelen ; aan dat verzoek wordt door allen met 
welwillendheid voldaan. Een dier exemplaren blijft in het 
mineralen kabinet Van het mijnwezen te Buitenzorg, aan 
de overigen wordt door mij de bestemming gegeven , welke in 
het meeste belang van het mijnwezen is te achten. 

De inpakking geschiedt door den aan mij toegevoegden mijn- 
ingenieur, of door mij, of door ons gezamenlijk, doch: 
eigenhandig. Met elk specimen wordt een genummerd 
plankje ingepakt, waarvan het nummer verwijst naar eene 
met de delfstoffen verzonden wordende lijst, houdende de 
bepaling van het specimen, zijne vindplaats en waar het noodig 
is verdere inlichting. 

In mijne kwaliteit schrijf ik bij elke verzending van 
delfstoffen een ambtsbrief, aan de inrigting of aan den 
persoon, waarvoor de mineralen bestemd zijn, waarbij ze 
namens het gouvernement worden aangeboden , terwijl ik er 



^ 310 -=- 

bijvoeg lerigten» beschouwingen of vragen in het belang der 
■\vetenschap cu van het mijnwezen in Nederlandsch Indië. 

De kisten , welke de mineralen bevatten , worden door 
de zorg van den direkteur der produkteu en civiele maga- 
zijnen naar Nederland verzonden en aan mij de scheepsge- 
le^^enheid opgegeven , waarmede de verzending heeft plaats 
gehad. De schrifturen verzendt de Gouverneur Generaal, 
per overlandmail , aan den Minister van koloniën, door 
wiens departement de verzending van een en ander aan 
de belanghebbenden geschiedt. 

De mineralen zijn aan mijne zorg ontnomen zoodra ze 
aan boord zijn van het Kederlandsche schip ; dan begint 
de zorg van den belanghebbende, voor wien het geschenk 
bestemd is. Deze toch ontvangt den geleidebrief van den 
Minister , met de lijst der mineralen ; hij kan bij het depar- 
tement van koloniën informeren aan boord van welk schip 
ze zijn en zoo doende, indien hij werkelijk belang in het 
geschenk stelt, er het oog op houden. Naar ik vermeen 
wordt, op deze wijze, het zoek geraken eener bezending 
mineralen genoegzaam onmogelijk. 

Zie hier ecne opgaaf der delfstoöen, welke aan de Delft- 
sche akadcmie, voor het mineralen kabinet, ten geschenke 
werden gezonden; 

monsters, 
l'^. Bij brief van 26 January 1852, zeven en twintig 
stuks (niet een twaalftal zoo als de heer Bleekrode 
zegt) afkomstig van Biliton ; met eene fiktive door- 
snede van den goenoeng Tadjem laki, om de be- 
trekkelijke ligging van gezondene mineralen aan 

te wijzen, 27 

en een van de Padangsche bovenlanden. ... 1 
(Met dezo bezending werden gelijktijdig verzon- 
den zes monsters mineralen bestemd vuor den heer 
DinnadieU; destijds belast met het scheikundig 



— 317 — 

moiistors. 
onderwijs te Delft, opdat ton Lelioeve van dut 
onderwijs, de voor het mineralen kabinet bestem- 
de kollektie, niet zou worden geschonden). 

2^ Bij brief van 4 January 1854, acht en vijftig 
stuks , afkomstig van de Zuid- en Oosterafdeeling 
van Borneo en de Padangsche bovenlanden. . . 58 
benevens een staaf koper op Sumatra uitgesmolten. 1 
(Dit is de bezending, welker gemis de heer Bleek- 
rode bij zijne „beschouwing" zal gevoeld hebben). 

3^ Bij brief van 4 Juny 1855, twaalf stuks afl.:omstig 
van Banka , "Westerafdeeling van Borneo , Sara wak , 
Celebes, Ternate en Kaseroeta. ..... 12 

4°. Bij brief van 29 December 1857, vieren veertig 

stuks afkomstig van het distrikt Jeboes, op Banka. 44 
(Dit is de bezending welke de heer Bleekrode zegt 
eerst in Juny 1858 te hebben ontvangen, in een kistje. 
ZEd. had wel mogen zeggen in eene kist, want 
het -vvaren allen groote monsters en vulden eene 
kist. De heer Bleekrode had toch bij dat ver- 
kleind voorstellen in de eerste plaats Vv'el gedaan te 
bedenken, dat het hier een geschenk gold en in 
de tweede plaats, dat het mijningenieurs zijn, 
welke die specimens hadden verzameld , op exkur- 
siën in de wildernissen van Nederlandsch Indie, 
aan duizend ontberingen blootgesteld , onder den 
invloed van het vernielend klimaat en niet zelden 
uitgevoerd met levensgevaar). 

5*^. Bij brief van 26 November 1858, een en zeventig 
stuks af komstlfi^ van Buitenzoro:, de Preano:erreo:ent- 
schappen, Bawean , de Padangsche bovenlanden, 
Negri tapong, Benkoelen , Palembang, Banka, de 
Westerafdeeling van Borneo , de Zuid- en Oostei'- 
afdeeling van Borneo, Celebes en Japan. , . , 71 



-— 318 ^ 

monsters. 
Zooclat vóór den 11" December, den dag waarop ik 
kennis maakte met de „bescliouwing'"' van den heer 
Bleekrode, aan het mineralen kabinet waren ge- 
zonden ' 214 

(tv/ee honderd en veertien) monsters van delfstof- 
fen; terwijl er tijdens die heer zijne „beschouwing" 
schreef een honderd drie en veertig monsters in 
zijn bezit hadden kunnen zijn. 
Nadat de toekomstige mijningenieurs te Delft hunne op- 
leiding hebben ontvangen, zoo ver zulks aan de akademie 
aldaar kan geschieden, worden zij naar de mijnlanden in 
Europa gezonden voor hunne verdere, vooral praktische, 
oefening. Op die reizen ontvangen zij belangeloos hulp en 
raad van geologen, mineralogen en mijnbouwkundigen van 
algemeen erkenden naam : Sir Henry de la Beche (sedert 
overleden en opgevolgd door Sir Roderick Murchison) , 
Wilhelm Von Haidinger , Bernard Cotta , A. Breithaupt en 
anderen. De persoonlijke kennismaking in Europa wordt uit 
Indië levendig gehouden en zoo doende eene voor het mijn- 
wezen hoogst nuttige betrekking met die heeren onderhout 
den , waartoe hun ook veelal voor de instellingen , welke aan 
hunne zorg zijn toevertrouwd, delfstoffen worden gezonden. 
Op last der regering worden aan H. R. G oppert te 
Breslau , wiens verhandeling over de koolvorming in 1846 
door de Haarlemsche maatschappij der wetenschappen met 
goud is bekroond , bergsoorten en versteeningen toegezon- 
den, betrekking hebbende op de koolformatiën in Neder- 
landsch Indië. 

Van hier uit kan ik niet nagaan , wat er met de mine- 
ralen is gebeurd , welke naar de Delftsche akademie zijn 
gezonden en volgens verklaring van den heer Bleekrode bij het 
onder zijn toezigt staand kabinet niet zouden zijn ontvangen. 
Maar het zal toch niet te sterk zijn uitgedrukt als ik zeg, 



— 319 — 

dat het zeer bevreemdend is dat, terwijl de kisten met delf- 
stoften door het ministerie van koloniën aan de bestemmingen 

o 

zijn verzonden, die welke uit 'sGravenhage naar Londen, 
Weenen, Ereiberg en Breslau gerigt waren, aldaar in be- 
hoorlijke orde weerden ontvangen , doch dat van de naar 
de Delftsche akademie (op 1^- uur gaans afstand) gezondene 
alleen een „ twaalftal van Biliton'' en „ een kistje van Jeboes" 
hunne bestemming zouden hebben bereikt. 

De heer Bleekrode erkent in zijne „ beschouwing" de ont- 
vangst, bij het kabinet der Delftsche akademie, van 12 -t- 44 
dat is 56 monsters en bedankt voor dat ongevraagd ontvan- 
gen geschenk op geene andere wijze dan door hetgeen in 
zijne „ beschouwing" te lezen staat. 

Sir Koderick Murchison , om alleen dien grooten geoloog 
te noemen, schrijft mij over 51 monsters, de eenige welke 
ooit aan het „ Museum of practical geology and geological 
survey" te Londen zijn gezonden, in dato „13 Julyl858" 
eenen alleraangenaamsten brief, om dank te zeggen voor do 
ontvangene mineralen , daarbij voegende zijne aanmoedigende 
en leerrijke opmerkingen en zich aanbevelende voor het vervolg. 

Ik laat aan het publiek over in deze te oordeelen en zal 
overgaan tot de beantwoording der bemerkingen van den 
heer Bleekrode. 

Blz. 249. Dat de heer Bleekrode „ te huis" de pen opvatte, 
om wat ZEd. noemt „eene beschouwing over de koolforaia- 
„tie van Borneo's zuid- en ooster-afdeeling " te schrijven be- 
vreemdde mij niet. Zijne beschouwing is niet van die 
koolformatie, maar eene kritische van hetgeen anderen in 

dit tijdschrift mededeelden omtrent die kool vorming , 

van hun werk. Om zoodanige „beschouwhig'' te schrijven^ 
is men immers aan geene plaats gebonden. 

Blz. 250. De versteeningen, vooral die \velke betrekking 
hebben op de koolformatie, worden bij het mijnwezen niet 
over het hoofd gezien. Zij worden met de betrekkelijke 



— 320 — 

rütssoorUni, zoo als boven gezegd is loGgezonden aan a^n 

hoogleeraar II. R. Göppert te Breslau ; zouden 

zij , in bet belang der wetenschap ter bearbeiding aan beter 
handen kunnen worden toevertrouwd? Den 4^^ January 1854 
werd de eerste, den 31^ Mei 1855 eene tweede en den 29"^ 
December 1857 eene derde bezending aan dien paleonto- 
loog toegezonden. Wanneer men den ijver kent, waarmede 
de heer GOppcrt arbeidt , die zijn leven er geheel aan 
wijdt en men weet dat er omtrent deze bezendingen nog 
niets gepubliceerd is, dan zal men kunnen nagaan, dat 
daaraan no^f al iets te arbeiden valt en dat zoodanior werk 
door de mijningenieurs in Indië niet te ondernemen is. 

De werkkring der mijningenieurs in Indië is bepaald bij 
het besluit van den Gouverneur Generaal van 3 Juny 1852 
no. 5. Daartoe behoorcn volgens art. 1 , 2^, a „ geologische , 
mineralogische en mijnbouwkundige onderzoekingen.' De 
XVIII'^^^ bijdrage bevat mijne bevinding bij mijnbouwkun- 
dige onderzoekingen , ik heb getracht haar daarvan den 
stempel te doen dragen. 

De heer Bleekrode schrijft uit de XVIIIde bijdrage af, 
dat ik verklaarde „dat het niet mogelijk was eene opgedra- 
., gene onderzoeking verder uit te voeren dan het werkdadig 
„nuttige vorderde; uit een wetenschappelijk oogpunt afge- 
„ werkt, vindt men derhalve ook in deze bijdrage geen 
enkel gedeelte." Die verklaring is door mij nimmer afgelegd. 
Mijne verklaring, waarvan de heer Bleekrode alleen het 
laatste gedeelte en onjuist afschrijft, komt voor op blz. 2, 
van regel 12 — 18, waar staat: „Bij de vele werkzaamheden, 
,. met betrekkelijk klein personeel, welke de mijningenieurs 
„ in Indië , sedert hunne aankomst in deze gewesten te doen 
„hadden, is het geen hunner nog mogelijk geweest eene op- 
•j gedragene onderzoeking verder uit te voeren , dan het werk- 
,. dadig nuttige vorderde. " Voor : „ is het nog mogelijk geweesV 
geeft ds heer Bleekrode mij iu den mond ^^liet niet mogelijk 



^ 321 -~ 

ivas" CR Jie lieer laat de door mij gegevene reden , wanr- 
om het nog niet mogelijk is geweest, maar weg; terwijl 
het juist die reden is welke deed zien, dat de mijnin- 
genieurs er wel op bedacht en wel toe gezind waren, om 
hunne onderzoekingen verder uit te strekken dan het werk- 
dadig nuttige vordert, doch dat hunne dienstverrigtingen het 
hun nog niet veroorloofden zulks te doen. Het laatste ge- 
deelte mijner verklaring geldt mijn eigen werk, waarvan ik 
de wetenschappelijke waarde laag stelde , den lezer vrijla- 
tende deze naar eigene bevinding te bepalen. 

Blz. 251 en 252. Indien de heer Bleekrode niet alleen blz. 
5 — 11 maar ook blz. 12 en 13 had gelezen en op den titel 
liad gelet, waaronder de beschrijving der aardhagen voor- 
komt „6. De kolenmijn Oranje Nassau, in goenoeng Pen- 
garon'\ dan vermeen ik zonder aanmatiging te mogen ver- 
trouwen , dat ware die heer een mijnbouwkundige , zijne be- 
oordeeling gunstiger zoude zijn geweest. 

Toen de XVIlFe bijdrage door mij geschreven werd , had 
ik gaarne gezien dat de heer Guppert zijnen arbeid, be- 
treffende de twee eerste der bovenvermelde bezendino-en , 
reeds had in het licht gegeven. Op aanraden van Sir 
Henry de la Beche was ik voorzigtig om niet te spoedig 
parallellen te trekken, tusschen de in Indië en in Europa 
voorkomende Avatervormingen. Door mijne eigene onder- 
zoekingen met zekerheid geleid, w^as ik evenwel de eerste, 
die de kalkvorming aan de Klam kiwa en de Kapoeas rivier 
bestemde, als „de welbekende nummulieten-kalkstecn'' , (blz. 
49, 5°) en eveneens de eerste, die uitmaakte dat de kool vor- 
mingen van Oranje Nassau ónder dien nummulieten-kalk- 
steen lag en dus ouder was dan deze (blz. 49. 6°). Deze 
uitspraak is bevestigd door het onderzoek van den inge- 
nieur Van Dijk, die destijds aan mij toegevoegd en op het 
bureau van het mijnwezen werkzaam was. Die mijninge- 
nieur toch schreef, ruim eene maand na mij, in de XlX^^e 



^ 322 ~ 

bijdrage, blz. 7; „De eerste vraag (de geologische ouder- 
derdom) is, voor zoo ver betreft de formatie, waarin de 
, zwartkool der Zuid- en Oosterafdeeling van Borneo voor- 
„komt, voor een deel door den ingenieur De Groot in- de 
„ reeds aangehaalde XVIIIde bijdrage beantwoord. De daar- 
j»hij gevoegde kaart toont ten duidelijkste aan, dat de zwart* 
„ koolformatie aldaar onmiddellijk onder den nummulietenkalk- 
„ steen ligt, en dus stellig niet jonger is dan oud tertiair 
„ (D'Orbigny's étage suessonien)." Het overige deel der vraag 
„ of de kool vorming nog een lid uitmaakt der oud tertiaire 
„lagen, dan wel of zij tot het krijt (D'Orbigny's période 
„ crëtacée) of nog oudere geologische tijdvakken moet ge- 
„rekend worden;'' bleef voor hem te beantwoorden. Met 
dien arbeid hield de ingenieur Van Dijk zich bezig, om zijn 
werk te doen aansluiten op de XVIlIde bijdrage, waarmedo 
zij een geheel uitmaakt en waarvan zij niet mag gescheiden 
worden. De schrijvers van de XVIIIcie en XlXde bijdra- 
gen hebben elk hun eigen werk geleverd, hetgeen de in- 
genieur Van Dijk op blz. 7 zeer duidelijk heeft bepaald; 
hij wist zelf het best wat door mij gedaan was en wat hij 
ondernam en tot mijn groot genoegen uitvoerde, bevestigen- 
de daardoor mijne uitspraak en er aan toevoegende de be- 
antwoording van het door mij onbeslist gelatene. Om niets 
aan de waarde van het werk van den ingenieur Van Dijk 
te ontnemen, dat hij zoo als uit het bovenstaande blijkt in 
overleg met mij ondernam , is in de XVlIIde bijdrage slechts 
in algemeene bewoordingen van de versteeningen gewag ge- 
maakt , want ware ik daarmede verder gegaan , dan had ik 
mij bediend van het werk van den heer Van Dijk, hetgeen 
ik vooral wilde vermijden. 

Reeds den 31» Mei 1855 had ik aan den hoogleeraar H. R. 
Göppert geschreven ; „ Deze specimina , afkomstig van het 
„ oostelijk en van het westelijk deel van Borneo , geven , 
,^ dunkt mij, het bewijs voor de voortzetting der uitgebreide 



— 323 — 

^, niimmulieten-vorming ook over Jit deel van Azia.'' Daar- 
op was nog geen antwoord ontvangen, toen ik de XVIIF^ 
bijdrage schreef, het eerste stuk waarin het bestaan van den 
nummulieten-kalksteen op Borneo en het daaronder liggen 
der Borneosche koolvorming als uitkomst van eigene naspo- 
ringen aan het publiek werd kenbaar gemaakt. 

Blz. 253 en 254. Dat op Borneo evenzeer als op al de 
buitenbezittingen van den Nederlandsch-Indischen archipel 
nog veel te onderzoeken valt, stem ik den heer Bleekrode 
gaarne toe, doch ZEd. zal ook mij even gaarne toestemmen 
dat elke bijdrage tot dat onderzoek hare waarde heeft, mits 
zij met juistheid en eerlijkheid wordt gegeven. Daartoe 
strekken de bijdragen door de mijningenieurs geleverd. Geen 
onzer deelt omtrent geologie en mineralogie iets mede , dat 
hij niet zelf gezien en bevonden heeft , terwijl ook op de 
kaarten, welke sommige bijdragen vergezellen, geene geo- 
gnostische gesteldheid wordt aangewezen als van de plaatsen , 
"welke persoonlijk bezocht zijn ; van daar dat er op die kaar- 
ten zoo veel wit en zoo weinig gekleurd is. Indien men , 
gebruik makende van berigten , gevolgtrekkingen wilde af- 
leiden , dan kon tienmaal meer werk geleverd worden en 
niemand zou het ware van het onzekere, het rijp& van het 
groene kunnen onderscheiden. Daarvan zoude evenwel het 
gevolg zijn, dat men, in lateren tijd, landstreken als op- 
genomen zoude beschouwen, waarvan inderdaad nog maar 
een oredeelte onderzocht is. Zoo als het werk nu wordt se- 
leverd, kan hij, die later komt, het werk van zijn' voor- 
ganger vervolgen ; hij zal met juistheid w^eten , wat vóór hem 
is gedaan en wat aan hem is overgelaten. Op deze wijze 
heeft elke geïsoleerde onderzoeking waarde en behoort, naar 
mijn gevoelen, publiek te worden gemaakt, om daardoor 
voor goed aan het verloren gaan onttrokken te worden. 

Op eenen togt naar de oostkust van Borneo, waar ik 
yoor het gouvernement een speciaal mijnbouwkundig onder- 



— 324 — 

zoek te doen liaJ , passeerden wij met de Tjlpannas poeloc 
Datoe, waar dat stoomadviesvaartuig op mijn verzoek ge- 
durende een dag ten anker bleef. Dien dag van 's morgens 
5J- tot des avonds 5 uur liep, sprong en klauterde ik, met 
de gloeijende zon, zoo als zij op de stranden van Indië 
branden kan, boven het lioofd, over boekit ïimah en poe- 
loe Datoe , om te weten te komen , wat ik in de XVIII^^ 
bijdrage van blz. 57 tot GO daarvan aan het publiek me- 
dedeelde en kwam daarbij (zie blz. 60 regel 15 — 17 van 
boven) tot het besluit dat het van belang was, om later, 
als daartoe gelegenheid zal bestaan, de daar voorkomende 
serpentijn-formatie in haar geheel te doen onderzoeken. 
Het aanwijzen van den serpentijn op poeloe Laut , dat 
eveneens bij w^ijze van uitstap onder het langs varen ge- 
schiedde, kostte mij bijna het leven door het omslaan, in 
de branding, der giek, waarmede ik de boven water uitste- 
kende klippen onderzocht. 

Tot eenige belooning voor dat werk , eigener beweging 
uitgevoerd, zonder daartoe geroepen te zijn en dat wel met 
levensgevaar, daarvoor, waarde landgenooten , wordt op blz. 
253 en 254, gezegd, wat nog wenschelijk ware geweest te 
onderzoeken , vooral het verband tusschen de eruptive gesteen- 
ten en het Meratoes-gebergte. Dat zoodanig onderzoek moest 
plaatshebben had ik immers zelf op blz. 60 te kennen gege- 
ven ; want liet Meratoes-gebergte, is voor zoo veel aan iemand 
bekendis, de serpentijn-formatie, door mij daarop regel 16 
genoemd. 

Tot geruststelling van den heer Bleekrode diene, dat van 
het door hem bedoelde onderzoek, reeds voor drie jaren 
aan het gouvernement de wenschelijkheid uit een mijnbouw- 
kundig oogpunt, door mij is aangetoond. Uit eeii mijnbouw- 
kundig oogpunt, omdat de bevordering van den mijnbouw 
door de partikuliere nijverheid bedreven, bij mij in al mijne 
handelingen op den voorgrond staat. Doch ZEd. bedenke wel , 



^ 325 — 

dat zoo lang geoiiG meerdere mijningenieurs naar Indic wou- 
den gezonden, aan dat, door mij zoo gewenschte, onderzoek 
geene uitvoering kan worden gegeven en ZEd. dus even 
als ik , zijn verlangen om er meer van te v/eten nog wat 
zal moeten opschorten. 

Blz. 255. In het algemeen heeft het eruptive gebergte, 
bij zijn ontstaan , zeer zeker op de kolen gewerkt. Dit ge- 
tuigen de ligging der koollagen en de hoedanigheid der 
kolen , welke in de zoogenaamde bruinkolen-vorming voor- 
komen en toch zwartkolen zijn , volgens de onderscheiding 
van Naumann, welke door de mijningenieurs als tot nog toe 
de beste geoordeeld en gevolgd wordt. 

Van de werking door den heer Bleekrode , naar ik gis , 
bedoeld , hebben Rant en ik, tot dus ver op Borneo niets gezien. 

Tot narigt van den heer Bleekrode, diene, dat de zamen- 
stelling der gesteenten niet zoo gel ijkvorming is als ZEd. 
zich schijnt voor te stellen ; zulks loopt op een klein bestek 
dikwerf zeer uit een. Van daar dat ik (blz. 47) aan itakolu- 
miet heb gedacht, doch volstrekt niet gezegd heb dat ik dit 
gesteente gevonden had; ergens „ aan te denken "was, dacht 
mij , niet sterk uitgedrukt. 

De benaming „ klappersteen ^■' schijnt de heer Bleekrode, 
in engere beteekenis te nemen , dan door mij gedaan wordt. 
A'oor mij beduidt klappersteen niets anders dan een steen, 
een natuurlijke steen, welke eene klappervormige gedaante 
heeft. Juist omdat ik er aan dacht dat velen , met den heer 
Bleekrode , eene meer begrensde beteekenis aan „ klappersteen"' 
zouden hechten, heb ik de zamenstelling van den klapper- 
steen vermeld , waardoor elke vergissing onmogelijk was. 

Voor den ijzererts (XIV^^ bijdrage) is reeds eene mijn kon- 
cessie gevraagd , in verband met eene andere onderneming 
in Nederlandsch-Indie. Als deze tot stand komt zullen de mijn- 
werken dier onderneming gelegenheid geven , om uit een geo- 
logisch oogpunt meer van dien ijzererts te w^eten te komen» 



^ 32G — 

Clz. 25(3. Dat het mijmvezen zijne oogcn niet sluit vool' 
de toepassing der paleontologie op Borneo's neptunisclie for- 
matie , is reeds voldoende aagetoond. Göppert wijdt daaraan 
zijne krachten en de mijningenieur Van Dijk heeft in zijne 
XlX^e bijdrage, welke kort na de XVIIFe aan de pers werd 
gegeven , bepaald de fossielen , welke zich nog bij het bureau 
van het mijnwezen bevonden , voor zoo verre zij daartoe ge- 
noeüzaam waren gekonserveerdé 

Indien de heer Bleekrode eenö betere, meer algemeeiiö 
onderscheiding in benaming weet dan die van Naumann , 
die de benaming van zwartkolen of bruinkolen geeft , naar 
mate de eenvoudige beproeving van de tot poeder gebragtö 
kool door eene verv/armde potasch-oplossing uitvalt, zal 
ZEd. het mijnwezen in Indië verpligten, door die methodö 
in dit tijdschrift publiek te maken. Het mijnwezen zal zijne 
methode , indien zij beter wordt bevonden , gaarne gebruiken. 

Blz. 257. De mijningenieur Van Dijk heeft niet vermeld ^ 
lioevele proeven door hem met elke kolensoort zijn genomen, 
doch ik kan den heer Bleekrode ook hier weder gerust stellen. 
Van alle beproevingen , welke bij het bureau van het mijn- 
wezen worden uitgevoerd, wordt door den onderzoeker aan- 
teekening gehouden , in een daarvoor bestemd boek (niet op 
losse bladen papier) , dat tot het archief behoort en daaruit 
blijkt , dat hij meer proeven dan drie heeft genomen om het 
middengetal te verkrijgen ; de heer Bleekrode zal zulks ook 
wel van de naauwgezetheid van den mijningenieur Yan Dijk 
hebben verwacht. Maar buitendien kan ZEd. gerust zijn : 
bij het bureau van het mijnwezen bepaalde men zich nim- 
mer bij eene enkele proef. 

Blz. 258. ,jHet bevreemdde te lezen, dat bij het mijnwe- 
zen een wel ingerigt laboratorium onbreekt." 

Indiende heer Bleekrode metde omstandigheden bekend ware 
geweest, alsdan had zijne bevreemding opgehouden. Het is mij 
aangenaam om aan den lezer kenbaar te maken , waarom dat 



— 327 — 

„wel ingerigt laboratorium " ontbrak tijdens de heer Van Dijk 
den 8" April 1857 schreef, dat hij door dat gemis in de keuze 
der wijze van onderzoek gebonden was geweest. 

Toen de mijningenieurs in Indië , in de tweede helft van 
1850, hunnen arbeid aanvingen, was de dienst van het mijn* 
wezen, voor Nederlandsch-Indië , geheel nieuw. 

Bij gouvernements besluit van 3 Juny 1852 No. 5 werd 
die dienst geregeld en aan mij definitief de leiding daarvan 
opgedragen. 

In Maart 1853 werd door den Gouverneur Generaal het 
bureau van het mijnwezen ingesteld , doch nog zonder stand- 
plaats; het was voorloopig te Buitenzorg, in het door mij 
bewoonde en aan mij toebehoorende huis gevestigd, dat ik 
er half voor had afgestaan. Mineralogisch-chemische onder- 
zoekingen werden, zooveel daartoe de middelen voorhanden 
waren, bij dit bureau uitgevoerd door den mijningenieur 
Huguenin , na hem door Van Dijk en worden er thans door 
Schlosser gedaan. 

Voor dien tijd geschiedden de mineralogisch-chemische 
onderzoekingen bij het laboratorium van het militair depar- 
tement, door Maier, en na de instelling van het mijnwezen , 
wanneer de daar voorhanden middelen te kort schoten , door 
Dr. Croockewit bij het landbouwkundig-chemisch laborato* 
rium te Buitenzorg. 

Reeds den 21» Maart 1855 , slechts twee jaren na de 
instelling van het bureau van het mijnwezen , dat evenwel 
nog geen vaste standplaats had, betoogde ik aan het gou- 
vernement , dat bij het mijnwezen behoefte ontstond aan eene 
eigene werkplaats, tot het doen van chemische en metallur- 
gische onderzoekingen. 

Weldra zou bij het mijnwezen evenzeer behoefte ontstaan 
aan lokaliteit voor bureaux , mineralen- en modellen-kabinet^ 
school tot opleiding van Indische kinderen voor opzieners- 
personeel en steenzagerij ; welke toch niet altijd in mijn 



•' .1 u 

woonhuis koiulen gevestigd blijven en dat ook daartoe te 
klein zou worden. 

De Gouverneur Generaal droeg ten gevolge van mijn 
betoog den direkteur der burgerlijke openbare werken op, 
om na overleg met mij het terrein aan te wijzen en , onder 
overlegging van projekt en begrooting van kosten, een voor- 
stel te doen, tot de oprigting der voor het mijnwezen noo- 
dige gebouwen. 

In Janunry 185G leverde ik aan genoomden direkteur 
een projekt en memorie van toelichting, waarmede deze zich 
niet kon vereenigen wat den bouwtrant betrof, doch dat 
door ZEd. verklaard werd een volledig programma te bevat- 
ten, waarnaar bij zijn departement, door den ingenieur der 
1<^ klasse voor den waterstaat Beijerinck, het door de rege- 
ring verlangde projekt werd gemaakt. In December van dat 
jaar was dat projekt bij het gouvernement ingediend , waar- 
op bij besluit van den Gouverneur Generaal van 23 November 
1857, no. 10 magtiging w^erd verleend, tot den bouw te Bui- 
tenzorg van een bureau, kabinet, school, laboratorium, enz. 
voor het algemeen beheer van het mijnwezen in Nederlandsch- 
Indie. 

Dat etablissement wordt thans gebouwd door den aspi- 
rant-ingenieur van den waterstaat A. Th. Sorillon en naar 
het zich laat aanzien zal, nog vóór het einde van 1860, 
het algemeen beheer van het mijnwezen daarin zijn gevestigd. 

liet bureau van het mijnwezen werd dierhalve eerst den 
25" November 1857 eene vaste standplaats aangewezen en 
kon moeijelijk vóór dien tijd van een „ wel ingerigt laborato- 
5;riuni"' worden voorzien. 

Buitenzorg ^ de?i 7" January 1859i 



OVER 
imm VISCHSOORTE^ VAN DE ZIIDHISTWATERE^ 

V A.N 

JAVA, 

DOOK 

P. BEiBKIiBR, 



Toen ik, tlians ruim een jaar geleden, eenc lijst open- 
baar maakte (1) van alle mij toen van Java bekende visch- 
soorten, drukte ik mijne overtuiging uit, dat die lijst, of- 
schoon zij niet minder dan 1038 soorten vermeldde, op verre 
na niet teruggaf het wezenlijk aantal op en om Java leven- 
de vischsoorten. 

Deze overtuiging werd weldra versterkt door cene ver- 
zameling visschen van Anjer (2) en door eene andere van 
het in een geographisch opzigt tot Java behoorende eiland 
Bawean. Meerdere soorten, tot die verzamelingen behoo- 
rende, komen niet voor op de aangehaalde lijst, zoodat het 
daarin voorkomende cijfer van 1038, in mijn artikel over 
Bawean (3) reeds tot 10G8 gestegen was. 



(1) Euumeratio specierum pisciura Javancusium Iiucusque coguilanim , in Nat. 
Tijdsclir. voor NeJerl. ludië Dl. XV p. o59~45G. 
\2) Visclisooiteu van Aujer, 1. c. XVI p. é24. 

(3) Bijdrage tot de keimis der viscUfauna van Bawean, 1. c. XVIII p. 331— Sb8. 
DL, XIX. 22 



330 

Sedert ontving ik nog twee verzamelingen vissclien van 
Java's zuidkust, welker onderzoek op nieuw een niet onaan- 
merkelijk aantal soorten heeft doen kennen , welke nog niet 
als Javasclie waren ingeschreven. 

Een dezer verzamelingen bevatte soorten van Patjitan. 
Ik had haar te danken aan den heer D. C. Noordziek , 
adsistent-resident van Patjitan, dezelfde verdienstelijke hoofd- 
ambtenaar aan wien de wetenschap reeds de kennis van 
talrijke soorteuvan de zuidkust van Java, uit de omstreken 
van Prigi (residentie Kediri) verschuldigd is. Deze kollck- 
tie was zeer belangrijk en bestond uit niet minder dan 
115 soorten t. w. 

Yischsoorten van Patjitan (Verzamelincj van den 
heer J\oordziek). 

1* Holocentrum melanoto- 17"^ Mesoprion bottonensis 
pterus Blkr. Blkr. 

2 „ oriëntale CV. 18 „ decussatus CV. 

3 „ punctatissimum CV. 19 „ erythropterus CV. 

4 Myripristis hexagonus CV. 20 „ lutjanus CV. 

5 Grammistes orientalis BI. 21 „ marginatus Blkr. 

Schn. 22 „ monostigma CV. 

6 ApogonhypselonotusBlkr. 23"^ „ quadriguttatusBlkr. 
7* „ Noordzieki Blkr. 21<^ Diagramma oriëntale CV. 
8 „ novemfasciatus CV. 25 Therapon servus CV. 

9"^ Cirrhites pantherinus CV. 26 Pristipoma paikeeli CV. 
10 Serranus hexagonatus CV. 27 üpeneus Russelli CV. 



11 


7) 


marginalis CV. 


28^ Mulloides flavolineatus 


12 


?J 


microprion Blkr. 


Blkr. 


13 


5) 


myriaster CV. 


29 Upeneoides vittatus Blkr. 


14 


}» 


nebulosus CV. 


30 Pterois volitans CV. 


15 


J> 


pardalis Blkr. 


31 Scorpaena bandanensis 


16 


)} 


urodeius CV. 


Blkr. 



331 



32 Scorpaena polyprion Blkr. öO^Antennarius iiummifer 

33 Scorpaeuopsis diabolus Blkr Blkr. 

34 „ polylepis Blkr. 61 Pseudochromis fuscusMülL 



35 Chaetodon auriga Forsk. 
86 „ biocellatus CV. 

37 „ citriuellus Brouss. 

38 „ decussatus CV. 
39* „ lunatus CV. 

40 . „ vagabundus BI. 

41 Zanclus cornutus CV. 

42 Holacantbus semicircula- 

tus CV. 

43 Equula bindoides Blkr. 



Troscb. 

62 Plesiops coeruleolineatus. 
Küpp. 

63 Glyphisodon antjerius K. 
V. H. 

64 „ modestus Sclil. Müll. 

65 „ rabti CV. 
6Q „ unimaculatus CV. 

67 Labroides paradiseus Blkr. 

68 Cheilio hemichrysos CV. 

44 Ampliacanthus marmora- 69'^Anampses coeruleopunc- 

tus QG. tatus Küpp. 

45 Acanthurus liueatus Lac. 70 Julis (Julis) cupido T. Scbl. 



46 „ matoides CV. 


71 


j> 




„ ) dorsalis QG. 


47 „ melanurus CV. 


72 


j) 




„ ) Jansenii Blkr. 


48 „ triostegus CV. 


73 


» 




„ ) javanicus Blkr. 


49^Naseus annulatus Blkr. 


74 


5) 




„ )lunaris CV. 


50 Mugil "svaigiensis QG. 


75* 


» 




„ ) quadricolor 


51"^Percis cancellata CV. 








Less. 


52 „ tetracanthus Blkr. 


76 


jy 




„ ) Souleyeti CV, 


53*Salarias arenatus Blkr. 


77 


» 




„ ) urostigmaBlkr. 


(var. piuna aiiali iiigro 


78 


;> 


(Halichoeres) annu- 


marginata, caudali et mem- 






laris K. V. H. 


brana nigro macülata). 


79* 


)f 




„ ) binotopsis 


54 „ lineatus CV. 








Blkr. 


55 „ melanocephalusBlkr, 


. 80 


n 




., ) casturi Blkr, 


56"^ Gobius padangensis Blkr. 


81 


1) 




, ) HarloffiBlkr. 


57 „ petropliilus Blkr. 


82 


)) 




„ ) Hyrtli Blkr. 


58 Culias niger Blkr. 


83 


;) 




„ ) leparensis 


59 Echeneis neucrates L. 








Blkr. 



332 

8-1 Julis (Ilaliclioores) minia- 0'J^' Muraeiia Agassizi Hlki\ 

tus K. V. II. 100 ,, buroensis Blkr. 

S5 ., ( M ; notopsis K. 101 ,, Lullata Riclids. 

V. IL 102"^ „ cancellata Ricluls. 

^^^ :) ( }) ) pardaleoce- 103 ,, colubrina Kichds. 

plialus Blkr. lOli ,, isingteena Eiclids. 

87 „ ( „ ) pseudomini- 105^ ,, javanica Blkr. 

atus Blkr. 106"^ „ niicropoecilusEichds. 

88 ., ( ., ) pliekadopleu-107 ,, pantherina McCl. ;=: 

ra Blkr. Mur. lita Riclids. 

89^' „ { n ) kallosoma 108"^ „ polvzona Kiclids. 

Blkr. 109^ „ prosopeion Blkr. 

00 „ ( „ ) ReicheiBlkr.110 ., variegata J. E. 

91 Cheilinus decacanthus Blkr. Forst. 

02 Scarus Diissumieri CY. 111"^ ,, zebra Cuv. 

93 Moringua microchir Blkr. 112^ L'ropterjgius xantliopte- 

94 Conger Xoordzieki Blkr. rus Blkr. 
95"^ ., vulgaris Cuv. 113^ Balistes lineatus BI. 
Oö"^ Leiiiranus LacepedüBlkr. 114 ., verrucosus L.:=: Ba- 
97"*^ Ophisurus celubrinus listes praslinus Lac. 

Riclids. 115 Monacanthas pardalis 

98^ ,, maculosus Lac. Ptüpp. 

Alle üGze soorten zijn nieuw voor de kennis der plaat- 
selijke fauna van Patjitan, doch niet minder dan 30 daarvan, 
de in de lijst met een ^' gemerkte, zijn tevens nieuw voor 
de kennis der fauna van Java, en daaronder tevens nieuw 
voor de wetenschap Apogon Is^oordzieki , Muraena javanica 
en Uropterygius xanthopterus . terwijl Anampses coeruleo- 
punctatus Rüpp. vroeger niet van den Indisch en archipel 
bekend was en ook nieuw is voor mijn kabinet. 

De tweede verzamelino* bestond uit soorten van Karan^;- 
bOilong, ocne plaats, van waar reeds vroeger een aantal 



soorton zijn bekend gemaakt naar vissclien , nangeboaen 
door den heer T. J. Schultze en wijlen den verdienstelijken 
entomoloog Dr. C. L. Dolescliall, van wiens te vroeg ver- 
scheiden de nieuwsbladen dezer dagen het treurige berigt 
hebben gebragt. De laatstelijk van Karangbollong ontvan- 
gene soorten ben ik insgelijks verschuldigd ann den heer 
r. J. Schultze, adsistent-resident van Anibal en zijn de 
hier onder genoemde. 

Vischsoorten van Karangbollong {rcrzamoling van 
den licev Schuit ze), 

1 Ilolocentrum oriëntale CV. IS Chaetodon vao-abundus Ek 

o 

2 ,, punctatissmum CV. IV) Ilolacantlms semicircula-. 
o Grammistcs orientalis BI. tus CV. 

Schn. 20^ Amphacanthus guttatus 

4 Apogon novemfusciatus BI Schn. 

CV. 21 „ marmoratus QG. 

5 Dules taeniuras CV. 22 Acanthurus lineatus Lac. 
C)"^. Serranus JiexagonatiisCV. 23"^ „ matoides CV. 

7 „ Hoevenii Blkr. 24 „ triostegus CV. 

8 "" „ microprion Blkr. 25"^ Mugil axillaris CV^ ? 
9^ „ Sebae Blkr. 26"^ Platycephalus malayanns 

10 Mesoprion monostigma CV. Blkr. 

:ll"^Upeneus Russelli CV. 27'^ Gobius petrophiUis Blkr 
12^Mulloides flavolineatus 2b"^ Salarias epalzeocheilos 
Blkr. Blkr. 

13 Scorpaena polyprion Blkr. 29"^ ,, lineatus CV. 

14 Scorpaenopsis polylepis 30 „ melanocephalus Blkr. 

Blkr. 31^ „ Oortii Blkr. 

l5*Pterois volitans CV. 32^ „ Schultzei Blkr. 

16 Chaetodon biocellatus CV, 33 „ sumatranus Blkr. 

17 ,, decussatus CV. 34 ,, vermiculatoidesBlku 



334 

35 Glyphlsodon antjerlus K. 47 Julis (Haliclioeres) Hyrtli 





V. H. 




Blkr. 


30 


„ bengalensis CV. 


48^,, 


( „ ) kallosomaBlkr. 


37^ 


„ loucozona Blkr. 


49^- „ 


( „ ) leparensis Blkr. 


38 


„ modestus Schl. MüU. 


50 „ 


( „ ) notopsis K.V.H. 


39 


„ rahti CV. 


51 „ 


( „ ) phekadopleura 


40 


„ septemfasciatus CV. 




Blkr. 


41 


„ sordidus CV. 


52^ „ 


( „ ) polyoplithalmus 


42^ 


„ unimaculatus CV. 




Blkr. 



43^ Julis (Julis) celebicus 53^ Cheilio hemichrysos CV. 
Blkr. 54^ Scarichthys naevius Blkr. 

44 „ ( » ) Souleyeti CV. 55"^ Conger vulgaris Cuv. 

45 j, (Halichoeres) banda- 56^ Muraena bullata Kichds. 

nensis Blkr. 57^ „ prosopeion Blkr. 
46^ ,, ( ,,, ) Harloffi Blkr. 58^ „ xanthospilos Blkr. 

Oik van deze soorten zijn meerdere nieuw, hetzij voor 
de kennis der plaatselijke fauna van Karangbollong, hetzij 
voor die van Java , hetzij voor de wetenschap. 

De soorten, nieuw voor Karangbollong, zijn met een * 
gemerkt en ten getale van niet minder dan 28. Daarvan 
zijn nieuw voor Java, voor zooverre ze niet reeds in de 
hier boven gegevene lijst van Patjitan zijn vermeld, 9 soor- 
ten, t. w. Serranus SebaeBlkr, Mulloides flavolineatus Blkr, 
Platjcephalus malayanus Blkr, Salarias epalzeocheilos Blkr , 
Salarias Schultzei Blkr, Gljphisodon leucozona Blkr, Julis 
(Halichoeres) kallosoma Blkr, Scarichthys naevius Blkr en 
Muraena xanthospilos Blkr. Van deze 9 soorten zijn die 
van Salarias , Glyphisodon en Muraena tevens nieuw voor 
de wetenschap. 

Door beide verzamelingen is alzoo de kennis van Java's 
vischfauna met die van niet minder dan 39 soorten verrijkt 
geworden , zoodat het aantal van Java bekende soorten de- 



335 

zer klasse er door gebragt wordt tot 1107. Van dit cijfer 
echter moeten ecnige soorten worden afgetrokken, welke mij 
in den jongsten tijd gebleken zijn in mijne Enumeratio twee 
of meermalen te zijn aangehaald, t. w. Svstomus (Barbodes) 
niaculatus Blkr, aldaar als Barbas binotatas Kuhl vermeld, 
welke soort meerdere variëteiten aanbiedt , welke er als 
eigene soorten zijn opgebragt onder de namen Barbus bili- 
tonensis, Barbus kusanensis, Barbus oresigenes en Barbus 
polyspilos , terwijl voorts ook Barbus sarananella Blkr en 
Barbus orphoides CV. tot Sj^stomus (Barbodes) rubripinnis 
(Barbus rubripinnis) zijn terug te brengen , evenals Leucis- 
cus cyanotaenia tot Rasbora argyrotaenia Blkr (Leuciscus 
argyrotaenia Blkr), Dangila leptocheila CV. tot Danglla 
Cuvieri CV., Rohita erythrurus CV. tot Rohita vittata CV., 
Rohita AYaandersii Blkr (nomen tantum Enumcrat. nee des- 
cript. alibi) tot Rohita microcephalus CV., Rohita chryso- 
phekadion Blkr en Rohiti* koilogeneion Blkr tot Chrysophe- 
kadion polyporos Blkr (Rohita polyporos Blkr) , en Cobitis 
suborbitalis CV. tot Cobitis fasciata CV. 

In plaats van deze 13 nominale, moeten daarentegen 
nog op de lijst der Javasche visschen gebragt worden Sil- 
lago macrolepis Blkr,Sillago japonica T Schl., Systomus (Sys- 
tomus) Waandersi Blkr, Crossocheilos (Crossocheilichthys) co- 
bitis Blkr (in de Enumeratio onder den naam van Lobo- 
cheilos cobitis ten onregte als synoniem van Crossocheilos ob- 
longus V. Hass. opgebragt) en Hymenophysa MacClellandi 
Blkr, te zamen 5 soorten, zoodat, naar den tegenwoordigen 
stand der kennis, voor Java zouden overblijven 1099 of na- 
genoeg 1100 soorten. 

Van de soorten van Patjitan en KarangboUong , nieuw 
voor mijn kabinet of nieuw voor de wetenschap , laat ik de 
beschrijvincfen hier vol P-en. 



DESCKIPTIONES 8PECIERUM DIAGNOSTICAE. 

ClIEJLODirTEROIDET. 

Aprgon Noordzieki Blkr, 

Apog. corpore oblongo compresso, altitudine 3J- circiter in 
ejus longitudine, latitudine 2 circiter in ejus altitudine; ca- 
pite 4 fere in longitudine corporis, paulo longiore quam alto; 
oculis diametro 3 circiter in longitudine capitis, diametro 1 
fere distantibus; orbita edentula lineam rostro-frontalem de- 
clivem concaviusculam superante; osse suborbitali edentulo ; 
maxillis aequalibus, superiore sub oculi parte posteriore de- 
sinente; dentibus minimis, vomerinis in vittam ^ formem , 
palatinis utroque latere in vittam gracilem dispositls; praeo- 
perculo rotundato, marglne posteriore et inferiore leviter 
denticulato, crista intramarginali edentulo; operculo spina 
plana bene conspicua; osse suprascapulari edentulo; squa- 
niis lateribus 37 vel 38 in serie longitudinali, 15 vel IG 
in serie transversali ; linea laterali subarborescente; linea 
dorsali linea ventrali multo convexiore ; pinna dorsali spino- 
sa dorsali radiosa multo bumiliore spinis mediocribus pun- 
gontibus 3^ ceteris longiore corpore nlus duplo Immiliore; 



337 

dorsali radiosa acutiuscula cönvexa, corpore multo Immllio^' 
re, spiiia radio 1^ minus duplo breviore; pinnis pectoralibus 
obtusiusculis rotundatis et ventralibus acutis 5]- ad 5^ in 
longitudine corporis, caudali emarginata lobis obtusiuscule 
rotundatis 4J circiter in longitudine corporis; anali acutius- 
cula convexa dorsali radiosa vix humiliore ; colore corpore 
roseo, pinnis miniato; vittis utroque latere p. m. 13 longi- 
tudinalibus fuscis , latitudine aequalibus, lis supra lineam la- 
teralem lineae dorsali parallelis; rostro capiteque superne 
violascentibus ; iride flavescente fusco cincta; pinna dorsali 
spinosa superne late nigra; dorsali radiosa basi vitta longi- 
tudinali fusca. 

B. 7. D. 7—1/9 vel 7—1/10. P. 2/13. V. 1/5. A. 2/8 
vel 2/9. C. 1/15/1 et lat. brev. 
Hab. Patjitan , in mari. 
Longitudo speciminis unici 115"'. 

Aanm. De diagnose, in de groote Histoire naturelle des 
Poissons van Apogon multitaeniatus Ehr. gegeven en ook 
die van mij zelven , van dezelfde soort, voorkomende in 
mijne Bijdrage tot de kennis van de Percoïden van den 
Malajo-Molukscben Archipel (181'8), zouden zeer goed op 
liet boven besclireven voorwerp passen , niettegenstaande 
dit tot eene geheel andere soort behoort. Een nieuw bewijs 
van de noodzakelijkheid van meer uitvoerige diagnosen der 
soorten. 

Apogon multitaeniatus Ehr. (volgens mijne voorwerpen) 
verschilt van Apogon Noordzieki, doordien de overlangsche 
bandjes des ligchaams er afwisselend dunner en dikker zijn 
en alle regtlijnig verloopen , terwijl er bovendien twee dun- 
ne overlangsche lichtblaauwe bandjes op den kop zich be- 
vinden, van welke de bovenste van den achterrand des oogs 



338 

naar liet operkel en de onderste van onder liet oog naar 
liet onderste gedeelte der borstvinbasis verloopt. De schub- 
ben zijn er bovendien aanmerkelijk minder talrijk (slechts 
24 of 25 op eene overlangsche rei). 

POMACENTKOIDEI. 

Gli/pldsodon leucozona Blkr. 

Glyphis. corpore oblongo compresso, altitudine 2| ad 2\ 
in ejus longitudine, latitudine 2^ ad 2J in ejus altitudine; 
capite obtuso convexo , 4|- ad 4^ in longitudine corporls , non 
vel vix altiore quam longo; oculis diametro 2|- ad 3 in lon- 
gitudine capitis; linea rostro - dorsali convexa; rostro oculo 
multo minus duplo breviore; ossibus suborbitalibus anteri- 
oribus alepidotis porosis angulo oris oculi diametro plus du- 
plo ad duplo humilioribus , posterioribus squamosis ; naribus 
rotundis oculi margini antero-inferiori approximatis ; ma- 
xillis aequalibus, superiore sub oculi margine anteriore desi- 
nente; dentibus utraque maxilla p. m. 32 truncatis; praeo- 
perculo subrectangulo, angulo rotundato ; squamis lateribus 
medio corpore 28 p. m. in serie longitudinali ; linea laterali 
sub pinnae dorsalis radiosae dimidio posteriore interrupta ; 
pinnis dorsali et anali valde squamosis, angulatis, elevatis, 
dorsali anali paulo ad non altiore altitudine 2 circiter in al- 
titudine corporis ; dorsali spinosa dorsali radiosa humiliore 
spinis mediis et posterioribus longitudine subaequalibus 2J- 
ad 3 in altitudine corporis , membrana inter singulos spinas 
parum incisa; pinnis pectoralibus obtusiuscule rotundatis 5 
circiter, ventralibus acutis radio 1° producto 4]^ ad 4 J , 
caudali sat profunde emarginata lobis acutiuscule rotundatis 
4 ad 4J in longitudine corporis; colore corpore olivascen- 
te-violaceo; fascia corpore transversa diffusa flavida; dorso 



339 



sub spinis 6a et 7^ inciplente et ante anum desinente; iride 
coeruleo et aureo annulata; squamis capite, ventre basibus- 
que pinnarum singulis guttula vel puncto margaritaceis, squa- 
mis cetero corpore singulis macula oblonga transversa mar- 
garitacea; pinnis fuscescentibus, pectoralibus basi superne ma- 
cula trigona profundiore ; cauda dorso prope radium dorsalem 
posticum macula nigra. 

B. 6. D. 12/15 vel 12/16 vel 12/17. P. 2/18. V. 1/5. 
A. 2/12 vel 2/13. C. 1/13/1 et lat. brev. 

Hab. KarangboUong, in mari. 

Longitudo 5 speciminum 56'" ad 77'". 

Aanm. De onder werpelijke Glypbisodon is kenbaar aan 
haar hoog, midden over de zijden met een' lichten band 
geteekend ligchaam , zwarte vlek op den rug van den staart 
en voorts aan de for muien der tanden en vinstralen , enz. 

Zij is de 32^ soort van het geslacht, welke mij van den 
Indischen Archipel naar de natuur is bekend geworden. 

Men kan zich een denkbeeld vormen van den rijkdom van 
dezen Archipel aan Pomacentroïden, wanneer men nagaat 
dat in de registers der wetenschap reeds meer dan 90 ar- 
chipelagische soorten dezer familie zijn opgeteekend , dat is , 
ruim 20 meer, dan Cuvier op het einde zijns levens van 
de geheele aarde kende. 

Labroidei. 

Julls (JuUs) quadricolor Less., Zool. Voyage Coquill. II 
p. 139 Atl. Poiss. tab. 35 fig. 1 , CV. Poissons XIII 
p. 324,Blkr, Act, Soe. Ind. Neerl. I Vissch. Menado 
p. 55 (varietas). 



34ü 

Jnlis (Julls) corporo oljlongo compresso, nltltudlne 3J^ 
ad 4 in ejus longitudine , latitudine 2^ circiter in ejus al- 
titudine; capite obtuso convexo 4| ad 4 J in longitudine cor- 
poris, vix longiore quam alto; oculis diametro 4? ad 5 et pau- 
lo in longitudine capitis; linea rostro-dorsali convexa; denti- 
bus maxillis mediocribus anticis 2 caninis mediocribus curva- 
tis, intermaxillaribus inframaxillares recipientibus; angulo oris 
dente prominente nullo; labiis valde carnosis; naribus parvis 
val vatis ante medium oculum perforatis; regione suboculari et 
regione interoperculari tubulis transversis pluribus , operculo 
tubulis 3 longitudinalibus aequidistantibus notatis ; squamis la- 
teribus 28 p. m. in serie longltudinali; squamis thoracicis squa- 
mis lateribus multo minoribus ; linea laterali ramosa ; pinnis im- 
paribus basi squamosis ; pinna dorsali spinis pungentibus postror- 
sum magnitudine sensim accrescentibus pósteriore corpore plus 
triplo humiliore, membrana interspinali vix emarginata; dorsali 
radiosa dorsali spinosa paulo altiore postice quam antice humilio- 
re angulata; pinnis pectoralibus acute rotundatis 5| ad 5 et pau- 
lo , ventralibus acutis 7| ad 8|, caudali extensa medio postice 
convexa angulos versus leviter emarginata angulis acuta 5| ad 5^- 
in longitudine corporis: anali dorsali non altiore postice quam 
antice humiliore angulata; capite dorsoque violaceo-viridibus 
vel violaceis , lateribus pulchre rubris, vel fasciis o longitu- 
dinalibus rubris notatis; corpore inferne roseo; iride rosea; 
capite vittis vel fasciis conspicuis nullis vel vitta postocula- 
ri rubro-violacea curvata postice bifida operculo et suboper- 
culo desinente vel usque sub basi pinnae pectoralis producta; 
rostro medio interdum fascia lata transversa post angulum oris 
desinente; lateribus mediis maculis oblongo-tetragonis trans- 
versis magnis pulchre viridibus ornatis , maculis longitudina- 
liter biseriatis seriebus fascia rubra separatis utraque serie p. m. 
25 approximatis vittula transversa rubra separatis , iis serie su- 



011 

pcriore ex partc usqiic ivl lineam dursaicm prodiictis; piiiiia 
dorsali spinosa violascente-rubra flavo marginata , anticc ma- 
ciila magna nigra; dorsali radiosa maxima parte violascente- 
rubra margine lato triplice, rubro, flavo et coeriilescente; 
pinnis pectoralibus dimidio basali aurantiaco-flavis, dimidio api- 
cali margine superlore vittaque basali transversa nigro-vio- 
laceis ; pinnis ventralibus flavescente - roseis ; pinna anali dimi- 
dio basali violascente-rubra, dimidio libero flava, medio vit- 
ta longitudinali coerulescente; pinna caudali maxima parte vio- 
lascente-rubra superne et inferne flavo marginata, postice ma- 
culis trigonis elongatis longltudinalibus apice antrorsum spec- 
tantibus flavis hinc inde coerulescentibus. 

B. 6. D. 8/13 vel8/U. P. 2/14. V. 1/5. A. 3/11 vel 3/12. 

C. 1/12 /l et lat brev. 
Syn. Girelle pao Less. Zool. Voy. Coq. II p. 139 Atl. tab. 2-1. 
35 fig. 1 , CV Polss. XIII p. 324. 
Scaonis Georgii J. ^Y. Bennett, Geyl. Fisli. p. 24 tab. 24. 
Scarus? ''qidiiquevittatus Lay Benn. Zool. Voy. 
Blossom p. G6 tab. 19 fig. 3. 
Lena Girawa Cingal. 
Pao Otait. 
Hab Patjitan , in mari. 
Longitudo 4 speciminum 182'" ad 225 ". 

Aanra. Een mijner voorwerpen beantwoordt , wat kleurtce- 
kening van kop en ligchaam aangaat , zeer goed aan de aan- 
gehaalde afbeelding van Lesson , doch de overige drie mis- 
sen alle vlek- of bandteekening op den kop, hoezeer zij zonder 
twijfel tot dezelfde soort behooren. 

Onder den naam van Julis (Julis) quadricolor , doch als 
variëteit daarvan , heb ik vroeger , ter boven aangehaalde 
plaatse, een paar kleinere voorwerpen beschreven, welke 



342 

eeiiio-e verschil len aanbieden ten opzigte der plaatsing van 

o 

de kopbanden en de kleurteekening van ligchaam en vinnen , 
doch overigens geheel aan de grootere, hierboven beschre- 
vene voorwerpen beantwoorden. 

Ajiam2:)ses coeruleopimctatus Rüpp. Atl. Keis. N. Afric. F. 
Koth.M. p. 42 tab. 10 fig. 1, N. AYirbelth. F. Abyss. 
F. Eoth. M. p. 20 , CV. Poiss. XIV. p. 4. Eègn. 
an. éd. de luxe, Atl. Poiss. tab. 87 fig. 2. 

Anamps. corpore oblongo compresso, altitudineS^ ad 3t 
in ejus longltudine, latitudine 2| clrciter in ejus altitudine ; 
capite obtusiusculo 4 et paulo in longitudine corporis, vix lon- 
giore quam alto ; oculis diametro 5| circiter in longitudine 
capitis, plus diametro 1 a linea frontali remotis, diametris 2 
fere distantibus; linea rostro-frontali declivi rectiuscula, an- 
te oculos concaviuscula ; naribus parvis, posterioribus patulis, 
anterioribus brevitubulatis; dentibus maxilla superiore com- 
pressis, margine externo angulatis angulo rotundatis, margi- 
ne interno concaviusculis ; dentibus maxilla inferiore antrorsuni 
et deorsum curvatis, basi conicis apicem acutiusculum versus 
depressiusculis ; labiis carnosis ; operculo radiatim et suboperculo 
transversim valde striatis; squamis lateribus 26 vel 27 in serie 
longitudinali ; linea laterali singulis squamis tubulo simplice no- 
tata , sub pinnae dorsalis radiosae parte posteriore angulatlm 
deflexa; pinnis dorsali et anali basi alepidotis, dorsali spinis me- 
diocribus pungentibus postrorsum longitudine sensim accres- 
centibus , parte radiosa parte spinosa paulo altiore convexa pos- 
tice anguluta; pinnis pectoralibus acutis 5| circiter, ventralibus 
acutisT.V circiter, caudali extensa convexa ano;ulIs acutiuscula 
7 circiter in longitudine corporis ; anali dorsali radiosa non vel 
vix hiimiliore, convexa, postice angulata,* colore corpore su- 



343 

perne laterlbusqiie viülascente-fiisco, inferne fuscescente-ru- 
bro; iride margaritaceo et fiisco tincta; capite vittis numero- 
sis dilute coeruleis violaceo limbatis ornato , vitta unica trans- 
versa ceteris ex parte transversis ex parte longitudinalibus , 
ex parte curvatis; squamis corpore singulis guttula dilute 
coerulea annulo nigricante- violaceo cincta; guttulis regione 
tlioracica ex parte in vittulas confluentibus ; pinnis pectoralibus 
radiis aurantiacis membrana coerulescente-bjalinis basi fascia 
transversa fusca vittula dilute coerulea cincta; pinnis ceteris 
coifeis, anali ceteris profundiore, dilute coeruleo marginata, 
caudali superne et inferne dilute coeruleo , postice albo mar- 
ginata; dorsali et caudali ocellis dilute coeruleis nigricante- 
violaceo annulatis, dorsali irregulariter longitudinaliter 4- ad 
6- seriatis , caudali ocellis iis pinna dorsali paulo majoribus 
irregulariter transversim 5-seriatis; anali maculis vel vit- 
tulis longitudinalibus brevissimis in series 2 longitudinales 
dispositis. 

B. 6. D. 9/12 vel 9/13. P. 2/11. Y. 1/5. A. 3/12 vel 
S/13. C. 1/12 /l et lat. brev. 

Sjn. Anampses aiix points hlcus CV. Poiss. XIV p. 4. 
Anampses Morosiigma Elir. CV. 1. c. p. 7. 

Ilab. Patjitan in mari. 

Longitudo speciminis unici 236"'. 

Aanm. Volgens den heer Valenciennes ontdekte Peron de- 
ze soort bij Mauritius. Later werd zij teruggevonden in de 
Roode zee en door de lieeren Rüppell en Valenciennes be- 
schreven en afo-ebeeld. 

o 

De afbeelding van den heer Rüppell is beter dan die in 
de prachtuitgave van de Règne animal. 



3U 

Bl.ENXlOIUEI 

Salarias epaUeocliellos Blkr. 

Salar. corpore elongato compresso, altitudlne vix plus quam 
6 in ejus longitudine, latitudiiie antice vix plus quam 1 in 
ejus altitudine; capite truncato-convexo 5J circiter in longi- 
tudine corporis ; altitudine et latitudine capitis 1 et paulo 
in ejus longitudine ; fronte convexa ; rostro obtuso truncato- 
convexo , paulo ante frontein prominente; oculis diameto3J 
circiter in longitudine capitis ; vertice cristis vel cirris nullis sed 
poris valde conspicuis longitudinaliter seriatis; nuclia utroquc 
latere cirro membranaceo plurifimbriato oculo breviore ; or- 
bita cirro membranaceo simplice oculo multo longiore ; na- 
ribus anterioribus cirro membranaceo plurifimbriato oculo 
multo breviore; labio superiore valde conspicue multicrenu- 
lato; maxilla inferiore caninis 2 bene conspicuis; regione 
suboculari et operculari poris valde conspicuis verticaliter 
bi-ad tri-serïatis ; cute laevi , dorso striis numerosis oblique 
postrorsum descendentibus parum conspicuis; linea laterali 
antice e tubulis simplicibus contiguis composita , post apicem 
pinnae pectoralis valde curvata, post anum recta poris distan- 
tibus ex parte parum conspicuis composita ; pinna dorsali par- 
tem spinosam inter et radiosam profunde incisa, parte spinosa 
parte radiosa humiliore radio producto nullo, parte radiosa 
corpore sat multo humiliore postice obtuse rotundata non 
cum pinna caudali unita ; pinnis pectoralibus obtusis rotun- 
datis 5 fere, caudali extensa convexa 6 et paulo, ventrali- 
bus acutis 8 circiter in longitudine corporis; anali dorsali 
radiosa humiliore , membrana inter singulos radios valde 
incisa; colore corpore superne violascente-olivaceo , inferne 
roseo-margaritaceo; iride aurantiaca; capite et corpore guttulis 
et vittulis brevibus longitudinalibus aurantiacis; mento fasciis 



345 

8 longltiidinalibus viridi-violaceis, internis 2 postrorsiun iini- 
tis; lateribus insuper fasciis 12 p. m. transversis diffusis vi- 
olascentibiis ; pinnis roseis vel aurantiacis , dorsali spinosa 
niaculis irregularibus violascentibus , dorsali radiosa vittis 
obliquis violascente-fuscis postrorsum adscendentibiis , pec- 
toralibiis basi olivaceis aurantiaco guttiilatls, anali dimidio 
libero fuscescente , caudali radiis maculis difFusis fiiscescen- 
tibus in series 5 transversas dipositis. 

B. 6 D. 12/16. P. 14. V. 2. A. 18 vel 10 C. 8 simpl. 
+ 9 fiss. + 6 simpl. (rad. brev. incl.) 

Hab. KarangboUong, in mari. 

Longitudo speciminis unici 85"'. 

Aanm. De onderwerpelijke soort is gemakkelijk herkenbaar 
aan hare gekartelde bovenlip, hondstanden , poriënreijen op 
kruin wangen en operkels, nekdraadjes, diep ingesneden^^ 
riigvin, eigenaardige kleiirteckening des ligchaams en de for- 
muien der vinstralen. 

Salarias Schultzei Blkr. 

Salar. corpore elongato comprc-sso, altitudine 7 tere in ejus 
longitudine, latitudine 1^ ad 1| in ejus latitudine; capite 
truncato-convexo , 6 et paulo in longitudine corporis; altitu- 
dine capitis 1^ ad !{ , latitudine IJ fere in ejus longitudine; 
fronte convexa; rostro obtuso , truncato , non ante frontem pro = 
rainente; oculis diametro 3 circiter in longitudine capitis; ver- 
tice nuchaque cristis vel cirris nullis; orbita cirro membra- 
naceo simplice oculo breviore; naribus anterioribus cirro qua- 
drifimbriato oculo breviore ; labio superiore nee crenulato nee 
ümbriato; maxilla inferiore caninis 2 bene conspicuis; cute 
laevi ; dorso striis numerosis oblique postrorsum descendentl- 
bus parum conspicuis; linea laterali paulo post apicem }un = 

DL: XIX. 23 



34u 

nae pectoralis deorsum curvata , post anum inconspicua ; pmna 
dorsali partem spinosam inter et radiosara profande incisa, 
parte spinosa parte radiosa humiliore radio próducto nullo , par- 
te radiosa corpore sat multo humiliore , postice obtuse rotun- 
data , nou cum pinna caudali uiiita ; pinnis pectoralibus ob- 
tusis rotundatis et caudali obtusa convexa 5| circiter, ventra- 
libus acutis 9 circiter in longitudine corporis; anali dorsali 
radiosa humiliore, membrana inter Bingulos radios niediocriter 
incisa; colore corpore superne lateribusque violascente-roseo, 
ventre roseo-margaritaceo ; iride rubra fusco annulata; rostro 
capiteque inferne profunde violaceis ; vertice , genis operculis- 
que guttulis majoribiis et minoribus sat numerosis miniatis; 
operculo superne macula oblonga verticali profunde coerulea 
rubro annulata; dorso lateribusque maculis numerosis majori- 
bus et minoribus rotundis et oblongis miniatis; lateribus ma- 
culis oblongis longitudinalibus dilute coeruleis violaceo cin- 
ctis, in series 2 longitudinales distantes dispositis; lateribus 
postice caudaque insuper punctis sparsis nigris vel fuscis; 
pinna dorsali spinosa roseo-hyalina maculis parvis irregula- 
ribus rubro-fuscis ex parte coalescentibus variegata; dorsali 
radiosa rosea arena fusca plus minusve variegata ; pinnis pec- 
toralibus aurantiaco-rubris , inferne fuscescentibus; ventraii- 
bus, anali caudalique aurantiacis, anali inferne, caudali su- 
perne et inferne fusco diffuse marginatis. 

B. 6. D. 12/20. P. 14. V. 2. A. 20 vel 21. C. 5 simpl, 
+ 9 fiss. -I- 6 sim pi (rad. brev. incl.) 

Hab. Karangbüllong, in mari. 

Longitudo speciminis unici 98"'. 

Aanm. Van de mij bekende soorten van Salarias is de 
onderwerpelijke , door haren habitus en kleurteekening, het 
naaste verwant aan Salarias periophthalmus CV, en Salarias 



Oii 

cyaiiostlgma Blkr; onderscheidende zij zich daarvan voor- 
namelijk door eenige bijzonderheden in de kleurteekening van 
ligchaam en vinnen en lagere doornachtige rugvin. Ik heb 
haar genoemd ter eere vanden heer F. J. Schultze, adsistent 
resident van Ambal , aan wien de vischfauna der zuidkust van 
Java de kennis van meerdere nieuwe soorten te danken heeft 
en aan wien men ook de kennis dezer soort is verpligt. 

MüRAENOIDEI. 

Mitraejia javanica Blkr. 

Muraen. corpora elongato compresso, altitudine 16 ^ cir- 
citer in ejus longitudine; capite acuto 8^ ad 81 in longitu- 
dine corporis, duplo fere longiore quamalto; oculis diametro 
11 ad 12 in longitudine capitis; linea rostro-dorsali fronte 
concava; naribus posterioribus non tubulatis marginibus non 
elevatis, anterioribus brevitubulatis; poris regione supramaxil- 
lari tantum conspicuis , parvis, uniseriatis; rostro valde con- 
vexo, oculo duplo fere longiore, elevato, non ante maxil- 
lam inferiorem prominente; rictu post oculum producto, Sf 
circiter in longitudine capitis; maxillis ore clauso hiantibus; 
dentibusacutis; dentibus palatinis uniseriatis compresslusculis 
utroque latere p. m. 14; dentibus nasalibus periphericis uni- 
seriatis p. m. 14 plurimis subulatis dentibus palatinis lono-i- 
oribus, medils 2 elongatis subulatis mobilibus posteriore den- 
tibus ceteris omnibus longiore; dentibus vomerinis conicis 
brevibus aequalibus p. m. 18 anterioribus biseriatis seriebus 
antrorsum divergentibus , posterioribus 4 vel 5 uniseriatis; 
dentibus inframaxillaribus anterioribus biseriatis, lateralibus 
uniseriatis, lateralibus compressiusculis , anterioribus conicis, 
serie externa utroque latere p, m. 21 , serie interna utroque 
latere 3 vel 4 tantum dentibus inframaxillaribus ceteris longi- 



S4« 

orlbiis ; a])crtiu'a Ijranchiali oculo niajoro, paulo infra mediam 
altitudincm cornoris perforata; ciite laevi; linea laterali in- 
conspiciia; pinna dorsali ante apertiiram branchialem incipicnte 
corpore duplo circiter humiliore; anali in media longitudine 
corporis incipiente dorsali plus duplo humiliore; corpore pin- 
nisque fuscescentc-umbrinis; capite maculis nigris majoribus et 
minoribus rostro , frontc , verticeque plerisque confluentibus 
varicgato; regione postmaxillari macula majore trigona nigra ; 
apertura brancliiali macula magna rotunda nigra cincta;dor- 
so , lateribus superne , cauda tota pinniscjue maculis nigris mag- 
nis oblongis et quadratiusculis polymorpliis spatils intermediis 
maculis ipsis valde multo gracilioribus; lateribus inferne ven- 
treque maculis nigris parvis rotundiusculis et angulatis spar- 
sis numerosis liinc inde confertis et ex parte coalescentibus \ 
iride flavicante vel coerulescente. 

D. 333 p. m. C. 10 p. m. A. 215 p. m. 

Hab. Patjitan , in mari. 

Longitudo speciminis unici TSO*', 

Aanm. De bovenhelft des ligchaams en de staart dezer soort 
is bijkans op d-ezclFde wijze gevlekt als die bij Muraena can- 
cellata Richds. en Muraena tessellata Kichds. doch de kleur- 
teekening van kop , benedenhelft der zijden en buik -svijkt aan- 
merkelijk af van die bij beide genoemde soorten, zoodat het niet 
moeijelijk is haar daarvan bij den eersten oogopslag te onder- 
kennen. Zij is overigens herkenbaar aan hare in twee naar 
voren vaneenwijkende reijen geplaatste ploegbeenstanden , 
eenreijige gehemeltetanden , tweereijige voorste onderkaakstan- 
den , de lengte der bekspleet , enz. 

]\Iiiraena xantliospilos Blkr, 

Muraen. copore elongato oompresso, altitndine 13^- ad 14^ 



in ejiis longltucliiie; capito acuto 7^. ad 7 1 in loiigitadine cor- 
poris, duplo fere longiore qiiam alto; oculis diametro 13 ad 13 
in longitudine capitis; linea rostro-dorsali fronte concava; nari- 
bus posterioribits non tubulatls sed marginibus elevatis , ante- 
rioribas brevitiibiilatis; poris rostro , regione postoculari et re- 
gionibiis siipramaxillari et inframaxillari conspiciiisseriatis; roS' 
tro valde convexo, oculo duplo circiter longiore , elevato,non 
ante maxillam inferiorem prominente ; rictu post ocalos produC' 
to 3^ circiter in longitudine capitis; maxillis ore clauso non 
hiantibus; dentibus conicis obtusis; dentibus palatinis junioribus 
biseriatis serie externa 7 ad 9, serie interna 2 ad 4 , aetate pro* 
VGctioribus uniseriatis 7 vel S mediis quam anticis et posticis 
paulo majoribus; dentibus nasalibus triseriatis dentibus palatinis 
et vomerinis majoribus 11 ad 13 in thurmam oblongam antice 
rotundatam dispositis; dentibus vomerinis p. m. 23 ad 25 
anticis subtriseriatis, mediis biseriatis vel subbiseriatis, posticis 
uniseriatis; dentibus inframaxillaribus p. m. 24 ad 28 biseriatis 
serie externa quam serie interna minoribus, anterioribus utraque 
serie conicis posterioribus graniformibus , anterioribus serie in- 
terna ceteris conspicue majoribus; apetrura branchiali oculo vix 
vel non majore, paulo infra mediam altitudinem corporis perfo- 
rata ; cute rugosula ; linea laterali stria parum conspicua nota- 
ta; pinna dorsali longe ante aperturam brancliialem incipiente, 
crassa , corpore plus duplo humiliore ; anali antice in dimidio 
corporis posterlore incipiente dorsali sat multo humiliore ; cor- 
pore pinnisque pulchre fusco-violaceis , maculis aurantiaco-fla- 
vis rotundis et oblongis et vittulis aurantiaco-flavis transversis. 
ornatis ; maculis in series 4 longitudinales dispositis , serie su- 
periore in pinna dorsali , serie inferiore gulo-ventrali et post 
anum in pinna anali; maculis distantibus aetate provectiori- 
bus quam junioribus crebrioribus, cephalicis ventralibusque ex 
parte elongatis et coalescentibus et interdum etiam maculani 
nigricantem cingentibus; iride flavicante. 



350 

D. 290 p. m. C. 10 p. m. A. 18G p. m. 
Ilab. Karangbolloiig, in mari. 
Loiigitudo 2 speciiiiinum 225"' et 334"'. 

Aanm. De vinstralen heb ik slechts bij het kleinste der 
beide voorwerpen geteld, om het grootere niet te beschadi- 
gen. De vinnen zijn zeer dik wegens het tusschen de huiden 
de stralen liggende vetcelweefsel , even als bij Muraena zebra 
de stralen eerst door wegneming der huid zigtbaar woorden. 

Alhoewel mijne beide voorwerpen zonder den geringsten 
twijfel tot dezelfde soort behooren en zelfs in grootte niet 
aanmerkelijk verschillen , heeft het grootere stellig slechts een- 
reijige en het kleinere duidelijk tweereijige gehemelte-tanden, 
terwijl ook de schikking der tanden op de neusplaat bij het 
kleinere meer langwerpig-eirond en bij het grootere meer 
zuiver driereijig is. Hoezeer deze verschillen in de dentitie 
naar den leeftijd des diers niets wegnemen van het gewigt 
van het tandenstelsel voor de bepaling der soorten , leeren 
zij , evenzeer als dergelijke verschillen , bij vele andere soor- 
ten reeds waargenomen , dat eene splitsing van het geslacht 
Muraena in verschillende geslachten, naar de verschillen in 
het tandenstelsel alleen , niet dan met de uiterste omzigtig- 
heid zal mogen plaats hebben. 

Kleuren en vlekteekening van onderwerpelijke soort her- 
inneren die van jonge voorwerpen van Varanus bivitta- 
tus DB. 

Ui'opterygius xantliopterus Blkr. 

Uropter. corpore elongato compresso, altitudine22 circiter 
in ejus longitudine; capite acuto 9|- circiter in longitudine cor- 
poris, paulo plus duplo longiore quam alto; oculis diametro 10 
circiter in longitudine capitis; linea rostro-dorsali fronte conca- 



351 

va naribus posterioribus non tubulatis marginibus non elevatis, 
anterioribus tubulatis tubulo oculo breviore ; porls regione su- 
pramaxlllari et regione inframaxillari bene conspiculs longi- 
tudinaliter uniseriatis; rostro convexo, sat elevato, oculo minus 
duplo longiore, non ante maxillam inferiorem prominente; 
rictu post oculum producto 2j circiter in longitudine capi- 
tis,' maxillis ore clauso non hiantibus; dentibus acutis, pa- 
latinis, nasalibus periphericis et inframaxillaribus biseriatis , 
serie externa brevibus serie interna elongatis subulatis mobi- 
libus; dentibus palatinis utroque latere serie externa 20 p. 
m. serie interna 7 vel 8 p. m ; dentibus nasalibus peripheri- 
cis serie externa p. m. 20 confertis serie interna p. m. 8 , 
mediis 2 vel 3 subulatis mobilibus posteriore dentibus ceteria 
omnibus longiore; dentibus inframaxillaribus utroque latere 
serie externa p. m. 28, serie interna 7 ad 9 p. m.; dentibus 
vomerinis uniseriatis conicis leviter curvatis p. m, 8 ; apertu- 
ra branchiali oculo non niajore, paulo infra mediam altitu- 
dinem corporis perforata; cute laevi ; linea laterali inconspi- 
cua; ano postice in dimidio corporis anteriore perforata; pinna 
dorsalicapite duplo circiter breviore cum pinna caudali et pinna 
anali capite triplo circiter breviore caudae partem posetrlorem 
tantu[n cingentibus , dorsali et anali corpore multoties humilio- 
ribus; corpore violascente-fusco nigricante dense arenato ; iri- 
de coerulescente ; pinnis pulchre flavis ; poris regione maxil- 
lari albicantibus. 

D. 30 p. m. conspic. A. 20 p. m. conspic. C. 10 vel 12. 

Hab. Patjitan, in mari. 

Longitudo speciminis unici 275"'. 

Aanm. Deze soort Is de tweede van het geslacht Uropte- 
rygius, welke mij onder de oogen gekomen is. Zij verschilt 
van Uropterygius micropterus Blkr (Muraena micropterua 



352 

Blkr ol.) door slankeren kop, grootere bekspleet, minder 
talrijke tanden der buitenreijen en grootere tanden van de 
binnenreijen , donkerbruin ligchaam, fraai gele vinnen met 
nog goed herkenbare stralen , enz. 

Ik moet hier nog aanteekenen , dat de heer Kaïip in zijn 
j, Uebersicht der Aale" geheel ten onregte mijne Miiraena 
micropterus voor dezelfde soort houdt als Uropterjgiiis con- 
color Küpp. De afbeelding dier soort van den heer Küppell, 
tenzij zij zeer onjuist mogt wezen, wat niet aannemelijk is, 
geeft het beeld van een' zeer verschillenden visch met veel 
spitser profiel van den kop en veel slankeren staart, ter\Yijl 
bij Uropterj-gius concolor ook volstrekt gemist wordt het 
fraaije netvormig gemarmerde des ligchaams. 

Ook de hier beschrevene soort kan niet dezelfde zijn als 
Uropterygius concolor , biedende zij dezelfde verschillen in 
liabitus aan, terwijl bovendien hare grootere bekspleet , wel- 
ker achteroogsgedeelte langer is dan de snuit, en hare fraai 
gele vinnen, haar gemakkelijk doen onderkennen. 

Scripsi Batavia Calendis Martii 1859. 



OVER 

EENE MËRKWAAEDIGE ANOMALIE 

IN DEN OOKSPKONG DER 

ARTERIAE CAROTIDES, 

WAAEGENOMEN BIJ 

PITTA CYANURA VIEILL. 

DOOR 

Dr. H. A. BERNSTEIN, 

[mei eene plaat,) 



Eenigen tijd geleden deed ik de opspuiting der slagaderen 
van eene Pitta cyanura Vieill. en liad zoodoende gelegenlieid 
eene merkwaardige bijzonderheid in den oorsprong en liet 
verloop der art. carotides bij dezen vogel waar te nemen. 
Door herhaalde onderzoekingen overtuigde ik mij, dat deze 
bijzonderheid, hoofdzakelijk daarin bestaande, dat de linker 
carotis uit de regter zijde en de regter carotis uit de linker 
zijde der carotis communis haren oorsprong neemt , geene 
indivuële anomalie is, maar aan genoemde vogelsoort schijnt 
eigen te zijn. Zulk eene verhouding der genoemde slag- 
aderen is, zoo ver mij bekendis, tot nog toe niet bekend , en 
ik zal dus in de volgende regelen de nadere beschrijving 

DL. XIX. 2o^ 



354 

daarvan , als ook van het gelieele slagaderstelsel van dezen 
vogel, geven. Intussclien is de opspuiting bij geen der door 
mij onderzochte vogels volkomen gelukt, doordien deze, 
toen ik ze ontving, reeds eenigzins in bederf waren over- 
gegaan en de wanden der fijnere aderen dus aan de heete 
wasmassa niet meer den noodigen tegenstand konden bieden. 
Het was mij dus onmogelijk , al de fijnere vertakkingen naauw- 
keurig na te gaan. 

De aorta lieeft eenen zeer korten stam en verdeelt zich , na 
alvorens twee arteriae coronariae cordis te hebben afgegeven , 
onmiddellijk na haar uittreden uit het hart , in de art. ano- 
nyma (sinistra.) , art. subclavia dextra en aorta descendens. 

I. De art. anonyma (sinistra) is aan haren oorsprong 1 mm. 
dik en verdeelt zich omtrent 6 mm. van daar in de art. ca» 
rotis communis en art. subclavia sinistra. 

1. De carotis communis toont in haar benedengedeelte de 
meeste overeenstemming met de type van andere verwante 
vogels. Zij geeft op geringen afstand van haren oorsprong 2 
takken af, liggende met hunne wortels onmiddellijk aan el- 
kander, de art. oesophagea descendens en art. vertebralis. 

a. De arteria oesophagea descendens loopt naar het bene- 
dengedeelte van den slokdarm en geeft enkele fijne tak- 
jes aan de trachea en de glandula thyreoïdea. 

h. De arteria vertebralis geeft nabij haren oorsprong de art, 
transversa scapulae en art. cervicalis descendens af, welke 
laatstgenoemde in de halsspieren eindigt , terwijl de art. 
transversa scapulae in de huid en het bovenste gedeelte van 
den schouder uitloopt. Bij één der door mij onderzochte 
vogels zijn beide aan haren oorsprong in één gemeenschap- 
pelijken tak vereenigd. Hierop dringt de art. vertebralis 
in de canalis vertebralis en vereenigt zich eindelijk, zon- 
der de schedelholte in te gaan, met de art. occipitalis. Ge- 
durende haar verloop in de canalis vertebralis geeft zij bo- 



vendlen versclieidene fijne takjes af aan de lialsspleren en 
het ruo'cremero:. 

Hierna loopt de carotls communis aan het voorste gedeelte 
van den hals in den sulcus caroticus naar boven en ver- 
deelt zich voor den o^^^ halswervel in de carotis dextra en 
sinistra. Evenwel is deze verdeeling niet, gelijk bij andere, 
van eene carotis communis voorziene , vogels vorkachtig , maar 
de carotis sinistra ontspringt, gelijk wij reeds boven hebben 
aangetoond, op de regter zijde, de carotis dextra daarente- 
gen op de linker zijde der carotis communis, liggende te- 
vens de oorsprong van deze eenigzins meer naar achteren 
dan die der carotis sinistra. Deze loopt in het begin regt 
omhoog en alsdan zich links w^endende over de carotis dex- 
tra heen , met deze dus zich kruisende, naar de linker hoofd- 
zijde. Dg carotis dextra heeft hetzelfde verloop, behalve 
dat ze beneden de carotis sinistra heen regts loopt. Beide 
carotiden verdeelen zich spoedig weder in twee nagenoeg 
gelijke takken, de carotis externa s. facialis en de carotis 
interna s. cerebralis. 

A. Uit de art. carotis externa ontspringt onmiddellijk na- 
bij haren oorsprong en soms reeds uit de carotis zelve als 
een zelfstandige tak: 

a. de art. occipitalis. Zij loopt na een' fijnen ramus ascen- 
dens te hebben afgegeven gekronkeld naar achteren en ver- 
deelt zich in 2 takken, een' buitensten ramus cervicalis, welke 
in de oppervlakkig gelegen spieren van het achterhoofd en 
den nek eindigt, en een dieper gelegen' ramus occipitalis, 
welke zich met de art. vertebralis vereenigt. 

Omtrent 4 mm. van haren oorsprong verdeelt zich de ca- 
rotis externa gelijktijdig in 4 takken. 

a. art. auricularis posterior, welke in de spieren achter 
den meatus auditorius externus eindio-t. 

b. art. lingualis, welke, na de art. laryngea superior to 



3oü 

hebben afgegeven, als een vrij stevig vat langs den buitenrand 
van het tongbean naar voren loopt en zich in den hoek van 
de onderkaak met de art. lingualis van de andere zijde ver- 
eenigt. Gedurende haar verloop geeft zij talrijke kleine tak- 
jes aan het benedengedeelte van de mondholte. 

c. art. pharyngea ascendens, een fijn dun takje; loopt 
in de spieren van het verhemelte uit. 

Cl. art. maxillaris interna; de stevigste van de genoemde 4 
takken der carotis externa. Zij verdeelt zich spoedig in 2 na- 
genoeg gelijk dikke vaten , de art. infraorbitalis en art. pa- 
latina. De eerstgenoemde loopt achter het os quadratum 
naar het benedenste gedeelte van de oogholte en staat door 
cenige fijne takjes met het rete mirabile ophthalmicum in 
verband. De art. palatina verspreidt zich in de spieren van 
het gehemelte, terwijl een harer takken, art. alveolaris , 
tot aan de punt van den snavel loopt. 

J3. De carotis interna verdeelt zich 6 mm. van haren oor- 
sprong , nabij de opening van de canalis caroticus in de ei- 
gcnliike carotis cerebralis en de art. ophthalmica. 

ev. De carotis cerebralis loopt door de canalis caroticus 
in de schedelholte, staat achter de sella turcica door een ra- 
nius communicans met die van de andere zijde in verbinding en 
verdeelt zich eindelijk in verscheidene takken , van welke 
de rami corporis callosi en rami cerebelli zich in de herse- 
nen verspreiden, een fijne tak door het foramen opticum 
zich naar de achterzijde van den bulbus oculi wendt, ter- 
wijl een derde eindelijk door het foramen olfactorium loopt 
e•^ zich met de art ethmoidalis vereenigt. 

b. De art. ophthalmica loopt, slechts door eene dunne 
beenplaat bedekt , rondom den achter- en bovcnrand van den 
meatus auditorius externus en achter den processus orbi- 
talis posterior de oogholte in. Hier vormt zij een zeer aan- 
zienlijk rete mirabile ophthalmicum , waaruit de volgende 
vaten hunnen oorsprona: nemen. 



S57 

aa. art. ethmoidalis ; stijgt langs den margo orbitalis omhoog, 
vercenio;t zich met den ramus olfactorius der art. carotis ce- 
rebralis en eindigt in de neusholte. 

bb. ramus ophthalmicus ; loopt aan de achterzijde van den 
bulbus oculi, omgeeft den nervus opticus met een net van 
fijne vaatjes en vormt hier het rete mirabile pectinis , waaruit 
fijne takjes door de spleet der sclerotica in de kam van het 
oog komen. Bovendien ontspringen uit dit wondernet nog 
verscheidene rami ciliares. 

2. De arteria subclavia sinistra is zeer kort, naauwe- 
lijks 1 mm. lang en verdeelt zich in de art. axillaris, art. 
thoracica externa en interna. 

II. De art. subclavia dextra is natuurlijk veel langer , 
omtrent 10 mm. lang, en geeft, alvorens zich in voormelde 
3 takken te splitsen, nog de arteria vertebralis dextra af, 
welker verloop hetzelfde is als die der art. vertebralis sinistra. 

A. De art. thoracica interna , de kleinste der voormelde 3 
takken, geeft nabij haren oorsprong eenen naar beneden loo- 
penden ramus costalis af, en eindigt in den musc. coraco- 
brachialis inferior (pectoralis tertius auct.) en musc. coraco- 
brachialis superior. 

B. De art thoracica externa, een stevig maar slechts 2 
mm. lang vat, verdeelt zich in eenen ramus superior en 
inferior, die in de borstspieren uitloopen. 

C. De art. axillaris loopt, na de art. subscapularis te heb- 
ben afcceo'even , als art. brachialis lano;s de binnenzijde van 
den opperarm , aan den binnenrand van den musc. biceps , be- 
neden , en verdeelt zich even boven het ellebooggewricht in 
de art. radialis en art. ulnaris. 

a. art. radialis; de dunnere tak loopt langs het spaak- 
been naar beneden en eindigt, alvorens den carpus te heb- 
ben bereikt. Uit haar ontspringt de art. interossea, wel- 
ke zich in verscheidene takjes verdeelt, die tot aan het hand- 



SüS 

gewricht uitloopen. Buitendien ontspringen uit de art. ra- 
dialis nog kleine vaatjes voor de vleugelhuid. 

h. art. ulnaris ; loopt , na eenen ramus recurrens aan den 
elleboog te hebben afgegeven , langs de ulna benedenwaarts 
en verdeelt zich aan het handgewricht in eenen ramus radia- 
lis en ramus ulnaris. De eerstgenoemde gaat, na eenen ramus 
pollicaris aan den duim te hebben afgegeven, langs den voor- 
sten rand van de hand tot aan de punt van den tweeden vinger 
en vereenigt zich hier met den ramus ulnaris. Deze loopt 
daarentegen langs den achterrand van den carpus naar be- 
beneden en voorziet elke der groote slagpennen van een 
klein vaatje. 

HL De aorta descendens, zijnde aan haar oorsprong om^ 
trent 2 mm. dik, geeft, behalve eenige kleine rami oeso- 
phagei , de volgende grootere slagaders af. 

A. art. coeliaca; ontspringt voor den zesden ruggewervel 
uit den voorwand der aorta en verdeelt zich tusschen voor- 
maacij en milt in een reorter en linker tak, art. ventriculi 
dextra en art. ventriculi sinistra. 

a. art. ventriculi sinistra; geeft eenen tak aan de voormaag, 
loopt in de sleuf tusschen deze en de eigenlijke maag naar 
voren en verdeelt zich eindelijk in verscheidene kleine vaatjes, 
die in de maagspieren uitloopen. 

h. art. ventriculi dextra ; geeft vooreerst eenige takjes aan 
den regter leverkwab en de milt en loopt alsdan als art. pan- 
creatico-duodenalis tot in de lis van het duodenum en het 
pancreas. 

B. art. mesenterica superior; neemt haren oorprong zeer 
nabij de art. coeliaca en voorziet het grootste gedeelte van 
het darmkanaal van takken. 

C. arteriae renales (superiores en inferiores) ; ontspringen 
aan weerskanten van de aorta en verspreiden zich in de nieren. 

D. arteriae iliacae: ontspringen in de lendenstreek, evenwel 



aan weerskanten van do aorta. Elke van haar verdeelt zich 
nog binnen de buikholte in de art. epigastrica en art. cruralis. 
De eerstgenoemde loopt in de spieren van den buik en het 
bekken uit , de art. cruralis daarentegen gaat achter de laatste 
rib naar buiten en vertakt zich in de spieren van de dij. 

E. arteriae ischiadicae ; zijn de aanzienlijkste takken der 
aorta. Elke van haar gaat , na een klein takje aan de nieren 
te hebben gegeven, tegelijk met den nervus ischiadicus door 
het foramen ischiadicum en aan de achterzijde van het dij- 
been, tusschen deszelfs buigspieren naar beneden. Gedurende 
haren loop geeft zij kleine vaatjes aan de omliggende spieren 
en verdeelt zich achter het kniegewricht in de art. tibialis 
antica en art. tibialis postica. Yan een rete mirabile tibiale 
heb ik echter niets kunnen opmerken. 

a. art. tibialis antica ; dringt dadelijk tusschen het boven- 
einde der tibia en fibula door het lig. interosseum heen, 
loopt langs de voorviakte van genoemde beenderen naar be- 
neden tusschen de spieren , "waaraan zij takken afgeeft en 
gaat eindelijk op de voorzijde van den tarsus tof aan de 
teenen , die zij van takken voorziet. 

b. art. tibialis postica ,• daalt langs de achterzijde van de tibia, 
tusschen de spieren in , naar beneden en verliest zich in het 
gewricht van den tarsus. Behalve verscheidene kleine vaatjes 
geeft zij nog eenen vrij aanzienlijken ramus peronaeus af. 

F. De arteria sacra media , eigenlijk de verlenging dei* 
aorta descendens, loopt regt naar beneden tot aan het stuit- 
been en van daar, onder de benaming van art. coccygea, tot 
aan den laatsten staartbeenwervel. Uit haar ontspringen de 
art. mesenterica posterior en twee zijdelingsche art. sacrales 
laterales. Evenwel waren deze vaatjes in de door mij on- 
derzochte vogels niet goed opgevuld geworden en was ik 
dus buiten staat, hunnen loop naauwkeurig na te 



6 '■''■'■ ^^ ö' 



lan. 



Verklaring dek tl aai 



A. 


Arteria carotis coiufmoiis. 


a. 


ir verielralis. 


b. 


ir cervicalis ascendens. 


c. 


II transterm scapulae. 


d. 


II carotis sinisira. 


e. 


II II interna sinisira-. 


f- 


II 1 externa sinistra. 


9- 


ir occijjitalis. 


h. 


II o.uricularis postericr. 


i. 


tl ophthalmica . 


k. 


ir ramus eerehralis ariër, carot: intern 


l. 


rr infraorhiialis . 


m. 


// palatina . 


n. 


Il lingualis . 


0. 


ir oesophagea descenden:. 



CATALOGUE OF THE HOMOPTEROUS INSECTS 

COLLECTED AT SARAWAK, BORNEO, EY 

M^ A. R, WALLAGE, ¥ITH DESCRIP- 

TIONS OE NEAV SPECIES, 

BY 



[Read January 20tli 1857] 

Ord. CICADINA Burmeisier. 

Fam. STRIDULANTIA Burm. 

Gen. PLA.TrPLEURA Amyot et Scvv. 

1. riatypleura semiluciJa IJ'allc. 

Geo. Tacüa Amyot et Serv. 

2. Tacua spcciosa lUlgcr (Tettigonia). 
InliaLits also HinJostan. 

Gen. DüN^DüBiA Amyot et Serv. 

3. Dundubia immacula Walk. Cat. Homopt. pt. 1. 50. 
Inliabits also Tenasserim. 

4. Du dubia pliaeopliila Walk. Cat. Eomopt, pt. 1. 52. 
Inliabits also Corca. 

5. Dimdubia Tlialia Walk. Homopt. pt. 1. 72. 

6. Dundubia intemerata Walk. 

7. DuNDUBiA DECEM, n. s., focm. Ferrugmeo-lulea lata, mcsothoracis scuto 
viiidi, scutello fascia lata interrupta nigricante. abdominis segmentis uigro 
marginatis, tibiis supra tarsisque nigris , alis vitreis; auticarnmarcolis margina- 
libus fuscesceiite vittatis , venis viridibus nigro variis, venis trausversia apice 
venulisqiie transversis nigricante niacuiatis. 



(1) Overgenomen uit: Journal of the Proccedings of the Liuueau Society. VuK I, 
Zool. No 4. 

DL. XIX, 24 



362 

Temale. Fcrrnginous lutcoüs, broad. Scntnin of tlic mcsuthorax green; sciitel- 
lum \Yith a broad diffuse blackish band consistinp; of four parts, and with 
the npical ridgcs partly black. Hind borders of tlie abdominal scgments, tibiac 
above and tarsi black. 'Wings vitreous. Fcre wings with an indistinct pale 
brown streak on each marginal areolet ; veins green , partly black ; transversc 
veinlcts and tips of the marginal veins clouded with blackish- brown. Lcugth 
of the body 18 Unes , of the v.'ings 53 lines. 

8. DuNDUBiA DUAKUM u. s., liKis. 1'iilva , cp})ite vittis tribus angulosis fas- 
ciaqne antica prothorac; vittis quatuor mcsutlioracis scuto vittis dnabus scu- 
telloque vittis quinque nigris, tyrapanis abdominis apicera attingentibus apices 
versus nigris, abdominis segmentis testaceo aut viridi marginatis, pedibus ni- 
gro variis, alis vitreis, anticarum venis nigris ex parte rufescentibus, veuulis 

' transversis la et 2^ nigricante maculatis. 

Male. Tawny. Head above with tbree angular black stripes , and in front with 
a black band. Prothorax with four black stripes, which are dilated in front. 
Scutuni of the mesothorax green, with a black stripe on each side; scutellum 
with üve black stripes , the inner pair interrupted , the outer pair broad. 

Opercula green; druius black towards the tips and along the inner border, 
cxtendiug to the tip of the abdonien. Legs testaceous , feniora and tibiae striped 
withblnck; tarsi black; hind tarsi testaceous. "Wings vitreous. Fore wings green 
at the br.se; veiu3 black, reddish along the costa and towards the base; Ist 
and 2iul transverse veinlcts clouded wilh blackish- brown. Length of the body 
]5 lines , of the wings 4G liues. 

Gen. FiDiciNA Anujot et Serv. 

9. Fidicma Aquüa Wal/c Caf. Homopt. pt. 1. 84. 
Inhabits also Corea. 

Gen. lIuECDYS , Amyot et Serv. 

10. Hucchys spcndidula Fabr. Sijst. Hhynch. 42. 49. 
Inhabits also lliudüstan and Java. 

11. lIuEcriYS FACiALis, n. s., mas. Atra , fronte facie mesothoracisque maculis 
duabus testaccis, pcctoris maculis duabus et segmentorum abdominalium mar- 
ginibus rufis, alis anticis fuscis, posticis subcinereis. 

Male. Deep black, shiuing. Front and face testaceous. Scutellum of the mesothorax 
with a very largo testaceous spot on each side. Pectus with a red spot on each 
side. lliud borders of the abdominal segmeuts red. Fore wiugs brown. Hind 
win"? slighlly greyish. Lengih of the body O lines; of the wings 23 Unes. 



3G3 

Fam. FÜLGORINA Bamu 
Subfam. Fülgorellae Spinola. 

Trib. FüLGORiTES Spinola. 
Subtrib. Fulgoroides Spinola. 
Gen. HoTixus Amyot et Serv. 

12. Ilotiuus siiltana W/iife, Froc. Zool. Soc, Loncl 1847, 83; Ann. Nat.. 
Eist. XX. 204. 

13. IIoTiNus iNTRiCATus, n. s. , mas. Ferrugineus, rostro ascendeute albo punc- 
tato apice iuteo corpore vix breviore, abdomine nigro scgmentornm margiuibus 
viiidibus, tibiis tarsisqne uigris, alis anticis viridi-veuosis fasciis iuterioribus 
testciceis, maculis esterioribus luteis , posticis lacte cyaneo- viiidibus, raargine 
latissiino purpurascente nigro. 

Male. Ferruginous. Kostruin sliglitly cuvvcd and ascending, sprinklcd with Avbitu 
flccks, i'üunded and luteons at tbe tip, a iittle sborter tban the body, 
Abdomen black; hind borders of tlie segmenls green. Tibiae and tarsi black, 
Fore wiugs black, witli tbree testaceous intcrior bands, and with twelve ex- 
teiror luteous spots; 3rd baud interrupted ; veins green, brigbter on the iu- 
terior part than on the exterior part, where they are differently arranged. 
llind wiugs bright bluish- green, ^Yith very broad purplish- black borders. 
Length of the body without the rostrum 11 lincs; of the wings 33 liues. 

This species is closely allied to //. maculaius Oliv., but in the latter species 
the rostrum is wholiy black aud more slendcr at the tip; the fore wings have 
green spots and no bands, and the blue part of the hind wings exleuds more 
towards the bordors in front and less so liindward. 

14. HoTiNrs CüLTELL.VTCS, u. s. , mas, Paliide viridis, roslro comprcsso snbas- 
eendente corporis fere longitudine, abdomine testaceo, alis anticis guttis non- 
nulis testaceis fnsco raaiginatis, posticis luteis. 

Male. Pale green. Rostrum compressed, keeled, hardly ascending, acuminated at 
the tip, testaceous above, a Iittle shorter than the body. Abdomen aud legs 
testaceous. Fore wings with a few testaceous brown-bordered dots of various size. 
Hind wings luteous. Length of tlie body without the rostrum S liues; of tho- 
wings 28 liues, 

Subtrib. Lystroides, Spinola. 
Geil. Apiiaexa , Guérin. 

15. /\pliaena scutcllaris White, Ann. Nat. Rif-t. xvii. 330, 
1{>, Aphaenn Snundcrsii White, 



3G4 

17. Aphaena basirufa Walk. Cat, Homopt. pt. 2. 278. 

It differs slightly fi'om the three Silhet specimens in the British Museum, 
wliich are exactly alilce. 

18. Apuaena saturata, n. s., mas. Nigra, thoracis lateribus fcrugineis, 
«lis anticis viridi-nigiis e liuea transversa arcuata lutescente in areas daas 
divisis , area interiore longiore semicirculis rufescentibus ornata, exteriore 
subrotunda creberrime luteo-venosis, posticis linea recta divisis, marginis 
interioris dimidio basali flavo plagiato. 

Male, Black. Ferruginous piceous , black beneath. AVings grcenisb-black, 
divided into two areas by a transverse line, whicb is curved and pale luteous 
in tbe fore wings, straight and rather darker in the hind wings ; interior arca 
ïonger than the other one, adorned in the fore wings with various little lu- 
teous half-ringlets which are accompanied by dots, in the bind wings with 
pnrtly green veins , and with a yellow patcli towards the base of the interi- 
or border; exterior area nearly round, most thickly crowded with luteous 
veins ; a glaucous bloom covering the interior area on the under side , and 
formiug a semicircle on the exterior one. Length of the body 11 lines ; of 
the wings 30 lines. 
This species and A. rosea Guér., are closely allied in structure and in the 

disposilion of the colours, and are distinguished from the two preceding species 

by their ranch more ample wings. 

19. Aphaena veris-amok, n. s., mas et foem. Nigra, facie pedibusque ferru- 
gineis , abdomine rufo , alis anticis saturate et laetissirae viridibus , costa li- 
nea arcuata exteriore maculaque basali flavis, subtus tomento albo variis, pos- 
ticis niveis apice fulvis. 

3lale and Temale. Black. Face and legs ferraginous. Abdomen red. Fore wings 
intensely grass-green, with the costa, a basal spot, a few dots in the disk , 
and an exterior cnrved transverse line yellow ; tips tawny ; under side with 
variüus marks of white tomentum, which also appears on the costa above 
at the base. Hind wings snow-white, with tawny tips. Length of the body 
11 lines; of the wings 26 lines. 

This species has narrow fore wings like A. scuteUaris , but belongs to a dis- 
tinct group, 

20. Aphaena uniformis, n. s., foem. Fusca, capite thornce antico pedibusque 
fulvis , alis fulvo venosis , anticis basi nigris fascia contigua flava. 

Temale. Brown. Head, fure part of the thorax and legs tawny. Abdominal seg- 
ments with red borders. Wings with tawny veins. Fore wings narrow, black 
at the ba?e, near which there is a yellow band. Length of the body 8 lines; 
of the wings 22 lines. 

This species will form a fourth group in the genus. The veins of the fore 
win°-s have the same structure over the whole surfac*. 



3G5 
Subtrib. Dictyopiiokoides Spinola. 

Gen. DiCTroPHOKA. Germar. 

21. Dictyopliora speilinea, Walk, 

22. DicTYOPiioaA sPEiCARiNA, n. s, , mas. Testacea, capite thoraceque vii-idi 
cariuatis, capite lanceolato tiicarmato subasceudente apice fusco, thorace 
septem-cariuato, tibiis tarsisque rufis, alis hyalinis venis fulvls apice fusco 
nebiilosis, stigmata fulvo. 

Male. Testaceous. Head and thorax Avith green keels. Head lanceolate, very 
slightly ascendiug, Avith three ridges , brown at tbe tip, as long as tbc 
breadth of the thorax. Thorax vvith seven ridges, three dorsal and four lateral. 
Tibiae and tarsi red. ^Vings Lyaline; veins and stigma tawnyj apical trans- 
verse veinlets clouded with brown. Length of the body 5 Unes j of the \^iugs 
12 Hnes. 

Gen. Leusaba, n. g. 

Dictt/opliorae aflinis. Caput arcuatum , breve , vertice margiuato , fronte plana 
longi-subquadrata antice latiore , facie lanceolata fronte pauUo breviore. Pro- 
ihorax marginatus, valde arcuatus , margine postico excavato et intus angu- 
lato. Mesothorax tricarinatus. Fedes longi. Alce anticae extiis Lntiores , a- 
reolis basalibus longissimis, discolibus et marginalibus brevioribus, veais mar- 
ginalibus nonnullis furcatis , venu lis transversis costalibus et submarginalibus 
nullis. 

Allied to DicfijopJiora. Head short, arched ; vertex with an elcvated border , 
about four times broader tban long ; front smooth , subquadrate , much lon- 
ger tban broad, sligbty widening in front, with tv.'o indistinct farrows wich 
converge forwards ; face lanceolate, a little shorter than the front. Protho- 
rax much arched, with an elevated border , excavated and much arched on 
the hind side. Mesothorax whit three keels. Legs long. Fore wings widening 
towards the tips; five basal areolets very long; six discal areolets a little 
longer than the marginal areolets, the latter numerous , and four of them forked ; 
no transverse costal or submarginal veinlets. 

23. Leusaba. marginalis. n. s., mas. Yiridis, capitis thoracisque marginibus 
et carinis ex maxima parte testaceis, thorac3 guttis nonnullis nigro-fuscis, 
alis hyalinis, anticis apud marginem exteriorem fuscis, venis nigris basi 
fulvis, stigmata fusco. 

Male. Green. Borders and keels of the head and of the thorax for the most 
part testaceous. Thorax with a few blackish-brown dots. "VYings hyaline. Fore 
wings brown along the exterior border; veins black, tawny towards the base; 
stigma brown. Length of the body 5 line; of the wings 14 lines. 



30G 

Gen. IspORiSA, d. g. 

Leusahne aPiiiiis. Caimt breve, valae arcuatuni, verlice poslice excavato et mar- 
ginato, früutc facieque niarginatis et medio carinatis, fronte subquadrata 
antice latiore, facie trigoiia. Thorax brevis. Trothorax et mesoiliorax tri- 
carinati , cariuis lateralibus valde obliquis. Alae anticac angustae, areolis basalibus 
lougissimis, discalibus et marginalibus brevioiibus , veiiis marginalibus simplici- 
bus, venulis trausversis costalibus nonuullis exterioribus , submarginalibus nullis. 
Aied to Leusaha. Head short, much arched; vertex with three angles in front; 
Liud part excavated, and with an elevated border ; front and face with elevatcd 
borders and with a middle keel; front subquadrate, a little longer than broad , 
slightly widening iu front, its siJes iudistinctly concave; face triangnlar, 
a little broader and longer than the front. Thorax short. Prothorax and 
niesotliorax with three Iceels, the lateral pair very oblique. Wings narrow, 
Tore wings with the five basal areolets very long; six discal areolets hardly 
lunger than the marginal areolets, which are rathcr more nnraerons; all the 
latter are simple, and forra a continuous row A\ith the few very oblique 
exterior costal veinlets; no submarginal vciulets. 

24'. IspoiusA APiCALis, n. s., foera. Yiridis , capite thorace pcctorcque nigro maculatis, 
abdomine nigro, segraentorum margiuibus posticis viridibus, pedibus nigro notatis, 
alis subluridis, anticis apice fuscis, vcnis nigris basi fulvis, stigmate nullo. 

Female. Green. Head with three black spots in front of the vertex ; front and 
face with reddish borders , each with two black spots. Prothorax and mesothorax 
with a black dot on each side. Peclus with black spots. Abdomen black; 
Lind borders of the scgments green. Legs marked with black. Wings slightly lurid, 
Fore wings with browntips; veins black, tawny towards the base, no stigma. 
Lengt of tbc body 3 lines; of the wings S Unes. 

Gen. Epora, u. g. 

Z>ic/yö/;/iö?-fl5 affinis. C^^;zi/ tricarinatum , supra transvcrsura ; vertex conicus; frons 
longissima, linearis; facies brevior , lanceolata, Prothorax quadricarinatus, valde 
arcuatus. J/^5o//^o;Ya- tricarinatus. P^^/é-^ longiusculi. Alae anticae sat angustae, 
areolis basalibus longissiniis , longitudiuis bis trienten occupantibus, discalibus et 
marginalibus subaequalibus, venulis transversis costalibus obliquis parallelis, 
submarginalibus nullis. 

Allied to Biciyojihora. Head with three keels, transverse above; vortcx conical ; 
front very long, with parallel sidesj face lanceolata, much shorter than the 
front. Prothorax much arched, with four keels. Mesothorax with three kcels. 
Legs rather long. Pore wings rather uarrow; basal areolets as long as two-thirds 
of the length of the wing; marginal areolets a little Jonger than the discai 
areolets, all of them simple: transverse costnl veinlets oblique, parallel exfopt 
towards tho tip. 



367 



25. Epoüa bUBiiLis, u. s., uias et Ibem. \'iridis (mas) aut testacea (foem.), alis 

hj-alinis , veuis viriJibus , stigmate nullo. 
31ale. and Femcde. Green {male) ox testaceous {femalé). Wings liyaline; veins green j 

no stigma, Lengtk of tbe body 2^ — 3 lines; of the \Yii:g3 6—7 lines. 

Gen. Dakadax Walh. 

2Ö. Daradax ackis, n. s. , mas. Yiridis, mcsotborace tricarinato, abdoniiiie 
albo-tomentoso , alis anticis fuscesccnte margiuatis, posticis albis. 

Male. Green. Head much longer than broad ; vertcx and front lanccolate, with 
a keel in the niiddle and one on each side. Mesüthoras with 3 keels. Abdomen witii 
wliitish tonientum, Pcrc Nvings with brownisli borders. Ilind Avings Avbite. 
Length of tbe body 3 lines; of the wings 7 lines. 

Subtrib. Cixioides. 
Gen. Cixius Latr. 

27. Cixius pustiilatns , Jfal/ci 

28. CiXius Fi':RB]i;us,n. s.^ mas. C, efjerato valdc üffinis, Fernigineus, fruntc. 
facieque subcarinatis , pedibus fnlvis, alis subcincrcis, anticis macula, discali 
interiore gnttaqne costali exteriore fuscis, vcnis fulvis. 

Male. Very uearly allied to C. eff eralus. Ferruginons. Head convex botwccu the 
eyes , front and face Avith a slight middle keel ; front ranch broadcr than long; 
face lauceolate, nmch longer than tbe front. Abdomen with tlie apical appen- 
dages niuch dcveloped. T.cgs tawny. ^Viugs sligbtly greyish. Fore wings slightly 
greyish , with a brown sputh in the disk before tbe middle, aud -vvith a brown 
dot on the costa uear the tip ; veins tawny. Length of the body 3i lines ; 
of tlic wings 7 lines. 

29. Cixius L'Iffinis , n. s. Fnscus, suLtus testaceous, fronte perangusta, thorace 
vitta dorsaii fusifonni interliueata straminea, pedibus testaceis , alis fuscis, 
anticis fasciis duabus inlerruptis gnttisque nonnuUis pallide viridibus. 

Brown, testacous beneath. Head narrow; vcrtex slightly concave ; front very long 
and narrow, with tliree keels. 1'hornx w'th a fusifurm strawcoloured dorsal 
stripe , divided longitudinally by a brown line. Logs testacous. AVings brown. 
Fure wings with two pnle green bands, and with a few pale green dots , of 
which thelargest is on the costa near the tip ; Ist band quite interrupted; 2nd 
slightly interrupted. Length of the body 3ï lines ; of the wings 7 lines. 

30. Cixius guttifer, n. s., fcem. Tcstacens, capite supra subquadrato subtus 
hmceolato, pectore guttis duabus anticis lateralibus nigris, alis anticis pallide 
testaceis subhyalinis nigro triguttatis, venis testaceis, posticis cincreis, venis 
nigricanlibus. 



368 



Female. Tcstaccous. Ilead wïth elevated borders; vcrtcx subquadratc; frout and 
face with a middle keel; front fiiU thrice longer tlian broad, slightly inerc- 
asing in breadth towards the face, wbicb is lauceolate and shorter than the 
front. Peclus uith a black dot on eacb side in front. Fore \vings pale testa- 
ceous, nearly liyaline, with a slightly darker spot near the tip of the costa, 
and with three black dots \\\\\c\i form a cnrved line in the disk; veins tes- 
taceous. Hind wings grey with black veins. Length of the body 3 lines ; 
of the wings 7 lines. 

31. CixiL'3 ^Q,uus , n. s. , mas. Testaceus rufo varius , albido tomentosus, capite 

tüto valde angusto lateribus valde elevatis , alis cinereis, anticarum venulis trans- 
versis costalibus duabus , exterioribns paucis. 
Male. Testaceous , "svith some red marks, slightly covered with whiiish tomentum. 
Vertex, front and face very narrow; their borders mucli efevated. Wings greyish, 
with two obliqne costal veinlets , and with a few discal esterior vciiilets. 
Length of the body 2-2i lines; of the wings 6-7 lines. 

32. Cixius PERPLEXUS, n. s., mas. Niger, capitis lateribus elevatis cariuaque 
testaceis, froute testaceo conspersa , vertice perangusto, abdomiuis segmcntis 
testaceo marginatis, pedibus testaceis, alis anticis cervinis fusco conspersis , 
costa raargineque interiore pallidioribus guttis nigro-fuscis magis determinatis, 
posticis nigricantibus. 

Mede. Black, llead with testaceous elevated borders: vertex very narrow; front and 
face forming an elongated fusiform compartment with a testaceous keel and 
testaceous marks. Hind borders of the abdomiual segments and legs testaceous. 
Fore wings fa-.vn colour , spriukled with brown , paler towards the tips; costa 
and interior border pale testaceous, with blackishbrown dots. Hind wings blac- 
kish. Length of tlic body 2 lines; of the wings 5 lines. 

33. Cixius iKCLiNATüs, n. s., mas. Niger, capitis lateribus elevatis carinaque testaceis, 
vertice perangusto, froutis lateribus nigro punctatis, abdominis segmentis testaceo 
marginatis, pedibus testaceis, alis anticis testaceis fusco conspersis et nebulosis, 
stigmaté obscuriore , posticis cinereis. 

Ilale. Black; like the preceding species in structure. Borders of the licad and middle 
keel testaceous; borders of the front with minute black dots. Borders of the 
abdominal segments and legs testaceous. Fore wings testaceous, sprinkled r.nd 
clouded with brown ; stigma darker. Hind wings grey. Length of the body 
11 line; of the wings 3| lines. 

34. CiXTüs siMPLEx , n. s. , mas. Niger, carinis pedibusque piceis, thorace tricarinato', 

abdomine subtus testaceo, apice albo dense floccoso, lais cinereo-hyalinis, 
venis nigris, stigraats fusco. 
Male. Black. Kidges of the head and of the thorax, and legs piceous. Hcad with 
the borders much elevated; vertex subquadratc, a little narrower in front; 
front and face together fusiform, with a rather dcep keel. Prothorax extre- 



360 

niely short. Mesotliora^ ^viül tlirec parallel keels Abilunien teslaceous beneath, 
tij) tliickly covereJ \vitl» Mliitc flecks. AViugs hyaliue, sliglitly cinereous; veins 
black; exterior transverse veinlets aud tips of the a])ical veius of the fore 
vings clouded uith broAvn; stigma brown. Length of the body 3 liu.cs; of 
the ^\iTigs 7 lines. 

35. Cixius "ViLis, n. s. , foera. Niger, frontis lateribus femoribusque fulvis, tho- 
race tricarinato, scgmeutoruui abdorainaliiim margiiiibus albidis , tibiis tarsis- 
que testaceis , alis iiyaliuis apice fuscis, veuis iiigris basi fulvis, stigmata sor- 
didc testaceo postice nigro. 

Female. Black. Head wit h elevatcd borders; vertex very narrowj front with tawny 
sides, forming with the face a fusiform compartmeut which has a middle ridge. 
Prothorax extremely short. Mesothorax with three parallel keels. Segments of the 
abdomcn \Yith whilish borders. Legs testaceous; femora taAvny. "Wings Iiyaline, 
slightly greyish, ^ith browa tips; veins black, tawny at the base; stigma dingy 
testaceous, black hindward. Length of the body 2 lines; of the uings 5 liues. 

36. Cixius MODicus, n. s., mas. Testaceus, capite snpra angusto subtus fusiforrni; 
thoracis disco abdomineque supra fuscis, thorace tricarinato, alis subhyalinis , 
anticis fusco vix trifasciatis apice fnscescentibus , venis nigris basi testaceis. 

Male. Testaceous. Head with elevated borders; vertex narrow; front and facetogether 
fusiform T^ith a middle ridge. Mesothorax with three parallel keels ; its disk brown. 
Abdomeu above brown; hind borders of the segments testaceous. AVings nearly 
hyaliue; fore wings with three slender and very incomplete brown bands; tips 
brownish ; veins black, testaceous at the base. Length of the body 2 lines ; 
of the wings 5 lines. 

37. Cixius NF.XUS, n. s., foem. Testaceus, capite subtus peraugusto, abdomine nigro 
marginibus testaceis, alis hyalinis, anticis testaceo fasciatis , fasciis interiuribus 
nigricanti marginatis exterioribus fusco nebulosis. 

Female. Closely allied to C. 3Ieander\ydXk. Testaceous. Head with elevated bor- 
ders, slightly ascending and conical above ; front and face very narrow. Abdomeu 
black; bind borders of the segments testaceous. "Wings hyaliue. Fore wings w'ith 
irregular testaceous bands, ofwhich the interior have incomplete blackish borders, 
and the exterior are partly clouded with brown; veins testaceous. Length of 
the body 2 lines; of the wings 41 lines. 

38. Cixius despectus, n. s., foem. Nigricans, carinis abdomine subtus pedibus- 
que testaceis, alis cinereo-hyaliuis , anticis latis, fasciis plurimis trausversis 
intus nigricantibus extus fuscis, venis nonnullis marginalibus furcatis. 

Female. Blackish. Ridges of the head, abdomen beneath and legs testaceous. Head 

slightly conical and ascending above : front and face together almost lanceolate, 

with a rather high middle keel. Wings hyaline, slightly cinereous; fore winga 

broad , with several slender and interrupted bands , w hich are blackish towards 

DL. XIX. 25 



370 

tlie bsae and brown tüwnrds the exterlor border; veins lestaccous. Lenglh 

of the bodj 2 lines; of the wings 5 Unes. 
TLis,anJ sonie of the fullowing species differ slightly from the typical Cixli in 

the veins of the wings , hut hardly sufficieutly to form new genera. 
30. Cixiüs DEDUCTUS , n. s. , foem. Piceus , capitis marginibus pedibu3qne testaceis , 

vertice subqnadrato, fronte breviuscula, facie lanceolata, alis siibcinereis, antica- 

ruin veuismaginalibiis apice venulisqne trausversis iufiiscatis, margine exteriore 

albo punctato. 
Female. Piceous. Head with elevated testaceous borders ; vertex short; front and face 

w'ith a testaceous keel, the formcr short, tlie latter lanceolate. Legs testaceons. 

AA'ings greyisli; veins of the fore wings black, piinctured with testaceous; 

transverse veinlets and tips of the marginal veins clouded with brown ; a row 

of whiüsh dots along the exterior border. Length of the body l^. line; of the 

wings 4 lines. 

40. Cixius MUNiTus, n. s., fueni. Ferruginosus, capite perangasto laterlbus elevatis 
nigro gutlatis, alis fuscis, anticis cbalybeo-ciuereo quinque-fusciatis. — Var 
Tronte facieque nigris. 

Female. Perniginous. Vertex, front and face very narrow, with elevated black 
dotted borders. Wings brown; fore wings with five incomplete grey bands, 
which are shining and have a chalybeous tinge; veins black, ferruginous 
towards the base. — Var. Front and face black, with fcnuginons borders 
Length of the body 2 lines; of the wings 5>- lines. 

41. Cixius TKAHENs, u. s. , mas. Niger, subtus ferrugineus, capite perangusto 
lateribus elevatis, peJibus fermgineis, alis nigricantibus, venis nigris. 

3Lale. Black , ferruginous beneath. Vertex, front and face very narrow, with 
elevated borders. Legs ferruginous. Wings blackisli ; veins black. Length of 
the body H line ; of the wings 4 lines. 

42. CixiL's PALLEN3, u. s., mas. Tcstaceus, capite sat lato , vertice brevi , front 
longi-sudquadrata , facie lanceolata, alis h^'aliuis, auticis subtestaceis, venis 
pallidis, areolis basalibus longissimis, discalibus uullis , marginalibus sat longis. 

Male. Testaceous. Head nioderately broad , with elevated boaders; vertex very 
short j front and face with a middle keel, the former elongate-quadrate , the 
latter lanceolate. Wings hyaline, with pale veins ; fore wings with a slight, 
testaceous tinge , and with only one row of transverse veinlets ; basal areolets 
very long; marginal areolets nioderately long, some of their veins forked. 
Length of the body \\ line; of the wings 4 lines. 

43. Cixius finitus , n. s. , foera. Testaceus , capite thorace pedibusqnc testaceis; 
vertice transverso, fronte longi-subqaadrata, facie lanceolata, alis nigro-fuscis albo 
gnttatis , anticis latis , vcnulis trausversis vix uUis , venis marginalibus versus 
costam flexig. 



371 

Female. Teslaceous. Ilead with an elevated border; vertex transverae ; front and 
face with a vcry sligtb keel; front elongate-subquadrate; face lanceolate. "Wings 
blacldsh-brown, with several whitish hyaline spots in tbe disk and along the 
exteiior border ; fore wings broad ; veins black , ferriiginous at the base , 
mostly siiuple; subcostal rnarginal veins curved ; only one transverse veinlet. 
Length of the body 2 lines ; of the •nings G lines. 

44. Cixius DILECTUS, n. s., mas et fuem. Testaceus , C. finiii structuraj alis 
liyalinis , anticis latis fusco subfasciatis , venis nigris basi testaceis. 

Like C. finitus and C. nexus in structure. Male and Female. Testaceous. 
AVings quite hyaline; veins black, testaceoüs üt the base; fore -wings broad, 
Avith sorae irregular and incomplete pale brown bands. Length of the body 
]i line; of the wings 4 lines. 

45. Cixius dotatus, n. s. , mas et foera. Nigricans, facie pectore pedibusque 
albidis, alis fuscis, anticis basi fascia lata interiore maculis quinqiie exteri- 
ciibus apiceque hyalinis, stigraate fusco, posticis basi late hyalinis. 

Male and Female. Blackish. Face, pectus and logs whitish. Yertex short; 
front and face with a middle keel; front elongate-subquadrate, with whitish 
elevated borders; face lanceolate. AYings brown; fore wings with the base, 
a broad baud, five exterior dots and the tips hyaline; veins black, several of 
Ihem forked; one row of transverse veiulets ; stigma black; hind wings hyaline 
for nearly one-third uf the Icu^iLh from the base. Length of the body 1 line; 
of the wings 3a lines. 

46. Cixius insuütus, n. s., mas. Testaceus, froute facieque longis p3rangustis, 
alis hyalinis albo toraeutosis, venis albis. 

Male. Testaceoüs. Head with an elevated border, transverse above; front and 
face long and vcry narrow, 'n ith a slight middle keel. AVings liyaline, bufe 
thickiy covered with white tomentum; veins white, much like those of 
C. dilecfus in structure. Length of the body I line ; of the wings 3 lines. 

Gen. BiDis Walh, 

47. BiDis PICTULA, n. s., mas et foem, Yiridis rufo nigroque vittata, verticis 
apice, pectoris maculis duabus abdomineque nigris, alis hyalinis, anticis striga 

apicali guttisque marginalibus fuscis, venis nigris albo fasciatis. 
Male and Female. Green , with red and black stripes. Head with much elevated 
borders; vertex narrow in front, black at the tip; front and face narrow and 
very long, with red disks. Anteunae long, filiforra ; 2nd joint much longev 
than the Ist; seta much longer thau the 2nd joint. Pectus with two black 
spots. Abdoinen black. Wings hyaline, with brown marks along the borders, 
and with a brown streak wliich extends from two-thirds of the length to the 
tip; veins black, with white bands. Length of the body 3 lines; of the 
wings 7 lines. 



372 

48. Bir)i3 PUNCTIFB053, n. 9., nin3 et foem. Testacea rufo vittata, fronte nl- 
■gro punctata, -thoracis carinis palliuioribns, alis subhyalinis, aiiticisguttisraar- 

ginalibus strigaque apicali dilatata fnscia, venis nigris testaceo fasciatis. 
3Iale and Female. Testaceous, with red stripes, in strncture like B. piclula. 
Tront with Ihree rows of black transverse dots; face with black dots at the 
base. Thorax with three brown stripes. "Wiugs nearly hyaliae; fore wings 
with marginal hrown dots, and with an irregular brown streak, which ia 
öilated towards the tip of the wing ; veins black, with testaceous bands, 
Length of tlie body 3-31 lines ; of the wings 7-7i lines. 

49. BiDis coNTiGUA, n. s. , mas. Testacea, rufo vittata, fronte nigro pnnctata, 
alis subhyalinis, anticis vitta postica nigra, venis testaccis. 

3Iale 'J "estr.ceous ; in structure like B. pictula. Ilead and thorax with red stripes. 
Front with three rows of black transverse dots. Prothorax with black dots on 
each side. ilesothorax with three pale brown stripes. "Wings nearly byaline; 
fore wings with a black stripe along the interior border j veins testaceous. 
Length of the body 3 lines; of the wings 7 lines. 

Gen. OsTAMA., n. g. 

Caput breve; vertex subquadratns laterib-.is subelevatis; frons plana, longi-sub- 
quadrata, antice latior; facies lanceolata. Antenae longiusculae, filiformes; 
articalus 2^5 1° non longior ; seta bre^is. Mesoiliorax tiicarinatus. Alartim 
anticaruai areolae basales marginal ibns multo longiores; venae marginales 
plurimae, nonnullae furcatae. 

Head short; vertex sabquaJrate, with elevated borders; front sraooth, elonga- 
te-subquadrate; face lanceolate, a little shorter than the front. Antennae fili- 
form, rather long; 2uJ joint as long as the Ist; seta short. Mesothorax 
with three slight parallel keels. Pore wings with a row of transverse veinlets 
which divides the basal veins from the marginal veins, the former nearly twice 
the length of the latter, which are rather nuraerous, and some of them forked. 

50. OsTAMA. JUNCIA, n. s. , mas. Ferruginea subtus nigra, abdominis dorso 
tibiisque rnfis , alis hnticis fuscis testaceo conspersis , apicis versus hyalinis vitta 
srcuata strigaque nigro-fuscis , posticis cinereis. 

Male. Ferrnginous, black beneath. Borders of the thorax testaceous. Abdomen 
above and tibiae red. Fore wings brown, with numerous testaceous punctures ; 
part beyond the tranverse veinlets byaline, with a curved strip and a streak 
of a blackish-brown hue; bind wings grey. Length of the body 2\ lines; 
lines. 



873 

Gen. Ekas^\, u. g. 

Ca^^ut lateribus clevatis caiinaque uieJia; veitex subconicus; frons subqnaJrata, 
faciem versus latior; facies lauceolata. Antennae longae, valiJae, filiformes- 
articulus lus brevis; 2"^ longus; setn nulla. Mesoihorax carinis tribus paralle- 
lis. Alarum aiiticarum areolae basalcs discalibns et margiualibiis triplo lougio; 
res ; venulae transversae costales paucae perobliquae. 

llead witlx elevated borders and witli a middle keel ; vertex nearly Cüuical ; frout 
eloogate-subqnadrate , broader towards the face ^bich is lanceolate. Autennae 
elongated , stout, filifornr; Ist joint short; 2nd long; no arista. Mesothorax 
uith three parallel keels. l'ore Aviugs with the bnsal areolets fuU thrice longer 
than the discal and niarginal areolets together; the marginal areolets as long 
as the discal areolets and not more uumerous; costal trausverse veiulets few 
and very oblique. 

51. Erana oPEiiosA, foem. Ferrugiuea j alis auticis apud venas cbalybeo uo- 
latis, posticis nigricantibus. 

Temale. Terruginous. Tore wings Avith chalybeous spangles on the veins; Liud 
wings blackisli. Lengtii of the body 2*- lines; of the wings 6 liaes. 

Gen. RiiOTAL.v, n. g. 

Caimt supra conicum, lateribus elevatis, fronte facieque planis, elongatis, pnuc- 
tulatis. Antennae breviusculae, filiforraes; articulus 2«3 1° longior; arista 
longa, gracilis. FroÜiorax sat magnus; area media conica, tricarinata. Alae 
anticae areolis basalibus longissimis , venulis trausversis plurimis exterioribus 
nonnuUisque costalibus. 

Vertex conical, wilh elevated bordars; front and face forming a fasifurm com- 
partment uhich is flat and punctured. Antennae cylindrical, rather short; 
arista long, slender. Prothorax v<^\ developed; middle part conical, with 
three keels. Fore wings with very long basai areolets, and with several 
transverse veinlets on the marginal areolets; exterior part of the costa with 
some obüque parallel veinlets. 

52. Rhotala DLLixiiATA, n. s.,mas et foem. Testacea, ver'ice thorace alisque 
anticis crebre ferruginco conspersis , fronte facie pectoreque nigris, pedibus 
ferrugineis nigro variis, anticis testaeeo fasciatis, alis posticis nigricantibus 

Male and Female. ïestaceous. Vertex , thorax and fore wings thickly covered 
with ferrugiuous dots. Fore wing uith three short black streaks forming an 
oblique transverse line. Ilead beneath and pectus black. Legs ferrugiuous, 
■with black marks; fore legs \vith testaceous bands. Hiud wings blackish, 
Length of the body 4 lines; of the wings 10 lines. 



S74, 

Trib. IssiTES Spinola. 

Gen. Issus Fabr. 

53. Issus PRAECEDENS, D. s. , focDJ. Piccus , capitis latcribus elevatis, vevtice 
loDf^i-subquadrato, fronte antice dilatata testacea, pectore peJibusque tcstaceü 
notatis, alis anticis nitentibus testaceo subobsolete guttatis, posticis nigricantibus. 

Nearly allied to /. sinensis. Female. Piceous. Head with elevated borders ; 
vertex elougate-subqnadrate ; front broader and testaceous in front. Pcctus 
and legs with testaceous raarks. Fore wings sliiuing, with indi<tiuct testa- 
ceous dots. Hind wings blackish. Length of the body 3 lines; of tlie wings 
6 lines. 

54. Issus coMPOsiTus, n. s., mas. Obscure testaceus, capite thorace alisque 
anticis nigro confertissirae conspersis, capitis lateribus elevatis, vertice trans- 
Terso, fronte tricarinata, alis anticis latis jjlaga nigra suLniarginali, angulo 
interiure acuto, posticis cinereis. — Var. Alis anticis pallidionbus plaga nulla. 

Male. DiiU testaceous. Head , thorax and fore wings thickly sprinkled with 
black. Head with elevated borders; vertex transverse; front with th ree keels, 
slightly broader in front. Legs with a few black raarks. Fore wings broad, 
with a black patch naer the interior border; interior angle prominent, al- 
niost acute; hind wings grey. — Var. Pore wings paler, with no black patch. 
Length of the body 4 lines; of the wings 8 lines. 

55. Issus BETRACTUS, n. s. , mas. Piceus latus, capitis laeribus elevatis fulvis, 
vertice transverso, fronte lata, carina media subobsoleta carinaqne tranversa 
postica, facie, mesothoracis disco pedibusque fulvis, alis anlicis non angula- 
tis, poiticis nigro-cinereis. 

Male. Piceous, broad. Head with elevated tawny borders; vertex much broader 
than long; front hardly longer than broad, very slightly broader in front, 
with a sligbt middle keel and a more distinct tranverse keel towards the 
vertex; face, disk of the mesothorax and legs tawny. Pore wings not an 
gular, conical towards the tips; hind wings blackish grey, with many trans- 
verse veinlets. Length of the body 3 lines; of the wings 6 lines. 

56. Issus PURTivcs, n. s., foem. Cervinus, capitis lateribus elevatis, vertice 
subquadrato, fronte antice latiore lateribus tuberculutis concavis carina media 
subobsoleta, alis anticis fusco variis non angulatis, posticis nigro-cinereis. 

Temale. ra^\-n-colour. Head with elevated borders; vertex a little longer thau 
broad, indented behind with a corresponding angle in front; front elongate- 
subquadrate, broader towards the face, with concave minutely tuberculated 
sides and with a nearly obsolete middle keel. Fore wings with various browa 
marks, not angular; hind wings blackish-grey. Length of the body 2i lines; 
of the v^■ing3 5 lines. 



375 

57. Issus PATULUs, mas. Piceo-ferruglueus, capltetestaceo, mnrgiuilju selevatis , 
vertice parvo qua d rato , froute louga caiinata autice latiore, pedibus fulvis, 
alis postidis Digro-cinereis. 

Male. Pitchy ferru.^iuous. Ilead testaceous, ^\ith elevated borders; vertex sraall 
quadrate; front more than twice longer than broad, a little broader toward, 
the face, with a distinct middle keel. Legs tawuy. Hind wings blackish-browns 
Leagth of the body 2h lincs; of the wings 5 liues. 

58. Issus iNEBs , mas. Piceo-ferruginens, capite fulvo hiteribus testaceis, mar- 
ginibus elevatis, fronte longa carinata antice dilatata, pedibus fulvis, alis 
posticis nigro-ciüereis. 

Male. Pitcby fernigiuous. Head tawny, ^vith elevated borders; sides testaca- 
ous ; vertex small, quadrate, dilated towards the face, with a distinct middle 
keel. Legs tawny. Hind wings blackish-grey. Length of the body 2è unes; 
of the wings 5 liues. 

59. Issus GKAVis, n. s. , mas. Ferrugineus, capitis margiuibus elevatis, vertice 
conico, fronte carinata obconica , facie transversa disco nigricante, alis anticis 
venulis trausversis nullis, posticis subhyalinis, venis veuulisque perpaucis. 

Male. Perruginous. Head with elevated borders; vertex conical , with a brown 
mark on each side; front obconical, with a distinct middle ridge andaslight 
oblique ridge on each side; face transverse, blackish , with a testaceous bor- 
der. Legs tawny, with some ferruginous marks. Pore wings with no trans- 
verse veinlets; hind v.ings subhyaline, with very few veins and veinlets. 
Length of the body 3 lines; of the wings 6 lines. 

60. Issus ARCTATUS, D. s., fcem. Perrugiuens, capitis marginibus elevatis, 
vertice trausverso , fronte carinata subquadrata antice latiore , facie carinata 
brevi-lanceolata , pedibus testaceis, alis posticis ciuereis. 

Female. Ferruginous Head with elevated borders; vertex much broader than 
long; front a little longer than broad, slightly wider in front, with a slight 
keel; face keeled, short-lanceolate. Legs testaceous. Ilind wings grey. Length 
of the body 3 lines; of the wings 7 lines. 

61. Issus SOBKINUS, n. s., mas. Fulvus, capitis lateribus albidis, margiuibus 
elevatis, vertice transverso minimo, fronte longa carinata antice latiore, facie 
lanceolata carinata , alis posticis nigro-ci ereis. 

Male. Tawny. Head with whitish sides and elevated borders ; vertex transver- 
se, very small; front twice longer than broad, slightly widening in front, 
with a distinct keel j face keeled , lanceolate. Hind wings blackish-grey. Length 
of the body 2 liues j of the wings 5 lines. 

62. Issus ovALis, n. s., mas. Sordide testaceus, capite latissimo lateribus eleva- 
tis, vertice transverso punctis duobus nigris, fronte transversa carinata alis 
anticis plaga costali sordide albida, posticis nigro-cinereis. 



S7G 

Ilale. Dingy teslaccous. Ilead very broad; vertcx, frout and face trausversc, 
with elevated borders; vertex twice broadcr than long, witb a miniite blnck 
dot on eacb side in front; front and face with a slight keel , the forraer a little 
broader than long, the latter lanceolate. Fore wings with a dingy Avhitish 
patch by the middle of the costa; hind wings blackish-grey, Length of the 
body 2 Unes; of the wings 5 lines. 

C3. Issus LiTKRosus, n. s., mas. Testaceus, capitis marginibus elevatis , ver- 
tice transverso, fronte quadrata cariuata, carina transversa guttisque duabus 
posticis, facie lanceolata , alis anticis nigro plagiatis posticis fusco-cinereis. 

Zlale. Testaceous. Head with elevated borders; vertex inuch broader than long; 
front sulKiuadrate, with a slight middle keel , and a more distinct transverso 
keel near the vertex, where there is a black dot on eacb side; face lanceola- 
te. Tore wings vsith a fen black patches; hiud Nviugs browuish-grey. Length 
of the body 3 lines; of the wings 6 lines. 

64. Issus LiNEATUS, n. s., nias. Testaceus nigro variiis, capitis marginibus 
elevatis, vertice conico depresso, fronte longa subcarinata antice latiore, facie 
lanceolata, abdominis dorso rufo, segmentis testaceo marginatis, alis testaceo 
reticulatis, anticis nigro-fuscis, poslicis rufescentibus. 

Male. Testaceous, witg black marks. Head with elevated borders; vertex co- 
nical, depressed, with a black spot on each side; front twice longer than 
broad, with a slight middle keel, mucb wider towards the face which is lan- 
ceolate. Aüdomen red abovc; hind borders of tlie segracnts testaceous. Wings 
with testaceous veins and veinlets, the latter numerous; fore wings blackish- 
brown. Hind wings reddish. Length of the body 4 lines ; of the wings 
8 lines. 

Gen. HiRACiA, u. g. 

Corpus ellipticura, convexura. Caput marginibus vix elevatis; vertex conicas, 
tricarinatus; frons faciesque carinis tribus vix conspicuis , Laec lanceolata. 
illa obconica antice excavata. Frothorax transversus, quinque-carinatus, 
antice angustior. Mesothorax trigouus , tricarinatus , apice acutus. Alae 
anticae venis venulisque transversis plurimis elevatis, apice acuminatae. 

Body elliptical , convex. Head with the borders hardly elevated ; vertex coni- 
cal, with three distinct keels; front and face with three iudistinct keels, the 
former obconical, excavated next the face, which is lanceolate. Prothorax 
full twice broader than long, narrower in frout, with live keels. Mesothorax 
triangular, acuoiinated, with three keels. Fore wings acuiuinated, witb 
numerous rugulose veins and transverse veinlets. 

65. IIiKACiA lüNAVA, u. s., focm. Cerviua, veilicis apice nigro, pedibus et 



377 

alic anlicis nigro gtiUaüs, nlis posticis iiigvlcautibus. 
Ihnale. Fawn-culüiu-. Vcrtex black at tbc lij). Lcgs and loi'e wings with a 
few black dots. lliiul wings blackisli. Leiigih of tbc body 5 liues,' of the 
wiugs 10 liues. 

Gen. HEmspiLERius Schaum. 

6G. IIüTiiisPHAERius NIGER, 11. s. , iiias ct foeiii . Niger uiteos subtus ful- 

vcsceiis aut tostaceus, alis auticis confertissiine cribratis, posücis uigi-o-ciiic- 

reis. 
Male and TFemale. Black, sbiniug, tnwny or testaceous bencatb. Forcwiugs 

tbicldy covercd ^itb mimite pimctures; bind Avings blackisli-grey. Leugtb 

of the body 1 — 1-J. line; of the \YiDgs 3 — 3i liucs. 
C7. lIüMisPUAiiKius TYPicus, n. s., mas. Testaceus, alis anticis fusco bifas- 

ciatis, fascia 2^1 arcuata, posticis subcinereis. 
3lale. Testaceous. Forc ^viugs with two brown bands, the hiud one uudulating; 

hind wings greyish. Length of the body 1 line; of the wings 3 liues. 
G8. HEiirspiiJiRius torpidus, u. s., mas. Testaceus nitens, alis anlisconfer- 

tissjuie cribratis , posticis suLciuercis. 
Male. Testaceous, shiuing. Fore wiugs thickly covered with vcry iniuiite j)imc- 

turcs; hind wings greyish. Lcigth of the body ^—1 line; of the wiugs 9.'- 

— 3 liues. 

Gen. EüRrBRACHYS Gucrhu 

69. Eurybrachys insignis Westio. Ann. Nat. Hisi. 1842 , 119 , Ilujie, Trans. 
Linn. Soc. xix. 134. 27. pi. 12. f. 9. 

luhabits also Manilla. E. rdulticolor may bc a varicty of this species. 

70. EuKYBRACHis coNSERTA, n. S-, fccm. Testacea j capite truncato-conico, fron- 
te ohcoiiica, subcariuata sulco antico transverso, facie basi sulcata, pruthorace 
vittis diiabus obliquis nigris, alis anticis reticulatis nigro variis costa diUitata, 
posticis albis. 

Clüsely allied to E. tuherculosa? Female. Testaceous. Ilead abovc truucate- 
conical; front obcouical, with a short keel behiud and with a transverse fur- 
row in front; face lanceolate , with a short furrow behind. Prothorax with two 
black oblique stripes. Fore wings with various black marks, reticulated witli 
uumerous transverse veinlets , slightly tuberculated ; costa dilatcd,with very 
niimcrous transverse veinletsj hind wings white. Length of the body 7 liucs ; 
of the wings 16 liues. 

71. Eurybrachys vetusta, n. s., foem. Viridesccns subtus testacea , capilc lruu« 
cato-conico, fronte obconica cariuata, facie carinata, mesothorace fusco nota- 
to, alis anticis reticulatis, posticis subcinereis. 

Female. Tale duU green, testaceous bencatb. JIcad abovc truncalc-coüical, front 

Dh. xix= 2(3 



373 

elüDgate-obcoüical , ',vith a keel wliich does not extend to the forc border; 
face lanceülate, witli a keel ia front. Mcsothorax witli sorae brown marks ou 
each siJe. Fore wings reticulated with nutuerous traosverse veinlets, sligbtly 
tuberculated; costa slightly dilated , with very nunierous trausverse veiulets; 
liiud wings pale greyish. Length of the body 5 linesj of the wings 14 lines, 

72. EüRYBRACHYS iNTEKCLPrA, n. s., mas. Paliide viridis snbtus testacea , ca- 
pite brevi-Cünico snbtus lanceolato plano lateribus elevatis, alis anticis striga 
lasali guttisque duabus apud margiuis interioris apicem nigris , posticis albi- 
dis. 

Male. Pale green, testaceous beneath. llead above short- conical; front and fa- 
ce together lanceülate and with elevated 'borders, but not keeled. Fore wiugs 
\vith a black basal streak and with two black dots near the end of the inte- 
rior border. Hind wings x\-hitish. Lenglh of the body 3^ lines ; of the 
wings 9 liues. 

73. EuKTBRACHYS suRRECTA,D. s., mas. Paliide cervina subtus paliide testacea, 
capite kiteribus elevatis, veitice conico cariuato, fronte faciecjue planis, illa 
lineari, alis anticis macula basali guttisque duabus discalibus exterionbas ni- 
gris, costa undulata, posticis albis. 

Male. Pale fawn-colour , pale testaceous beneath. Head uith elevated borders; 
vertex conical, with a middle keel; front and face uot keeled, tlie former 
Jinear. Fore wings ^vith a black basal spot, and with two bhick discal dots, 
costa unduhiliug; hind wings white. Length of the body 3* lines; of the 
wings 9 lines. 

Subtiib, Flatoïdes Splnola. 

Gen, Flatoïdes Guénn. 

74. Flatoides guttatus JFal/c, Cat. Honiopt. pt. 2. 40S. 9. 
luhabits also China. 

75. Flatoïdes marginalis Walk. 

76. Flatoïdes discalis Walk. 

77. Flatoïdes veteratoii, n. s., mas. Niger, capite thoracisque lateribus les* 
taceis, alis anticis apud margines nitentibus, fascia interiore plagaque exteri- 
cre cinereis, gutta discali atra, posticis nigro-cupreis. 

Male. Black. Head and sides of the thorax testaceous. Fore wings shiuing 
about the borders, with an inner cincreous band , and an outer cinereouspatch, 
the latter iucludiug a deep black dot. Hind wiugs blackish cupreous. Length 
of the body 4 lines; of the wings 10 lines. 

78. Flatoïdes posterus, n. s. , raas. Piccus, pedibus fiilvis, alis nigricautibus , 
anticis apud margiuein interiorera nigro-fuscis, fascia brevi antica strigisque 
duabus margiualibus liyaliuis. 



379 

ilafe. Piccous. Legs tawny. AYiugs blackisli; fore -wings blackisli-browii aloitt 
the iulerior borJcr , with a liyaline baud exteuJing from the iniddle of the 
costa to tlie disk, and with two marginal hyaline streaks, Leugth of the body 
8 lincs; of the wiiigs 8 lines. 

79. rLATOÏDES LiMiTARis, 11. s. , mas. Piceus subtus testaceus, alis anticis apud 
margiues iiiteutibus, plaga cinerea maculaque nigra discalibus, niacula costali albaf. 

Ulale. Piceous; under side and legs testaceous. Thorax ^Yith three keels. Fore 
wisgs shiniiig about the borders; niiddle of the disk ciaereous, and including 
a black spot; a ^Yhite spot on the middlc of the costa. Length of the budy 
3-4 lines; of the wings 8-10 lines. 

80. FlatoÏdes stupidus, n. s., foem. Fulvis siibtns testaceus, alis nigro rcneis, apud 
margiues nitentibus, anticis guttis duabus (una costali, altera subcostali) albi- 
bis, subapicali nigra. 

Female. Tawny, testaceous beneath. "\Yiugs blackish Eeueous, shining about the 
borders; fore wings with a black subapical dot, Avith two indistiuct whitish 
dots, one costal, the othcr subcostal. Leugth of the body 3 lines; of the 
Avings 8 liues, 

This species and the preceding and F. vaterator are very closely allied. 

Gen. EiCAXiA Germar. 

81. RiCANiA osMYLOiDEs, D. s., mas. Testacea, capite thoraceque nigro macu- 
latis, alis hyalinis, anticis maculis marginalibus fasciisque duabus inconipletis 
nigris, stigmate albido, posticis nigro margiuatis. 

Male. Testaceous. Vertex arched, with two black stiipes; front with five black 
stripes, the middle one and the extmor pair shortened in front; four spots 
in front and the borders also black; face with a black stripe. Prothorax 
with two black stripes; mesothorax with eight black spots. ^Viugs hyaline, 
with two incomplete black bands; veins black; fore wiugs with black marginal 
spots, and with a whitish stigma; bind wings with black borders. Lengthof 
the body 4 lines; of the wings 12 lines. 

82. EiCANiA suuACTA, u. s. , fccm. Testacea, fronte carinata, abdominis apice 
nigro nitido, alis hyalinis nigro-venosis, anticis stigmate nigro. 

Female. Testaceous. Head with elevated borders; vertex arched; front with a 
middle keel. Abdomen black and shining at the tip. AVings hyaline; veins 
black; fore wings with a black stigma. Length of the body 3 lines; of 
the wings 8 linea. 

Gen. Bekxa 'Walk. 

83. Benna canescens, n. s., *mas et foem. Testacea, cnpitis margiuibus ele- 
vatis, fronte facieque perangustis , halteribus apice albis, alis snbcinereis, 
nuticis gutta basali nigra, stigmate albido. 



380 

Mnlc nnJ F>nnale. Tt-str.ccous. llcaJ willi elevnlej J)ortlers; front aml face vcry 
iiarrow. llalteros with white tips. Wingsvcry pale cinercous; veins blacldsli 
testaceous at the base; forc wiugs uith a black basal dot and with a \Yhi- 
tish stigma, their transvcrse veinlets fewcr than those of B. capiiulata, 
Length of the body 3 lines; of tlie vyiiigs 8 lines. 

SI. BiiNNA CLAREscENs, n. s. , Tcstacca , halteribus apicc albis, alis subciucreis, 
anticis extiis albido lituratis , fascia interiore fusca. 

Male. Tcstaceous; like tlie preceding species in structure. Halteres with wliite 
tips. ^Vings greyish ; fore wiugs witli a brown band before the niiddlc, and 
with extcrior wliitish marie.?; veins testaccGus. Length of the boJy 2\ h'ncs; 
of the wings 7 lines. 

^>5. Bknna puAiiSTAKS, n. s., fccm. Fcrniginea sultus fulva, alis subhyalinis, 
anticis tiiente basali fermginea fiisco marginata. 

Temde. Ferniginous, tawny beneath ; like the tv^'O preceding species in struc- 
ture. AViiigs nearly hyaliuc; tliird part froni the base of tlie fore wings fer- 
rn-riuons with a brown border; veins tcstaceous, Length of the body 2i li- 
nes; of the wiugs 7 lines. 

Gen. Serida, n. g. 

Coput subascendens , lateribus elevatis angulum acutum utrinque fingentibns ; 
vertex linearis ; frons angnsta, carinata, antiee dilatata; facies lanceolata , 
snbcarinata. Thorax tricarinatus. Alae anticre angnlis rotundatis, vennlis cos- 
talibiis vcnisque margiualibus plurirais. 

Ilead slightly asccnding, with elevated borders, forniing a slightly acute angle 
on each sidc in front of the vertex which is linear; front narrow, witli a 
distinct keel, widening lowards the face which is lanceolate, and has a slight 
keel. Thorax with three süght keels. Fore wings moderately broad , with 
ronnded augles \ marginal veins and costal veinlets very nunierous , the latter 
obliquc and parallel. 

SG. StRiDA lATEHS, n. s., mas. Fulva, frontis lateribus basi pvothoraceque 
nisro guttatis, alis anticis guttis paucis discaübus costa lineisque transvcrsis 
exteriovibus nigiicantibus, apice cinereo-hyalinis lincolis duabus obliquis ni- 
gricantibns. 

Male. Tawnv. Sides of the front at the base and prothorax with black dots. 
Fore wiugs with the eosto, some discal spots, and some exterior tranverse lines 
blackish ; tips cinereous hyaline, with two short oppositely oblique black li- 
nes. Length of the body 4 lines ; of the wings 10 lines. 

87. StRioA FEr.vKNs, n. s, mas. Fulva, fronte viriJi sat lata, marginibus cari- 
naque fulvis, alis npice fuscis, auticis fiisco bifasciatis. 

Male. Tawny. Front green, moderately broad, with the borders and the keel 
tawny. AVings with browu tips; forc wings with two brown bands, one near 



3S1 

the bnsp, ilie other obliqiic irrcgnlar and bcjoiul tlic niiJdle. Lengtli of tlie 
body 3 lines; of the wings S lincs. 
This species difTers iinicli iu tlie structure of the front from .S'. lalens, whicli 
is the type of the genus. 

Gen. Paricaxa, n. g. 

Ccqmt Ircvc, plannm; veitex brevis ; frons longi-snbqoadrata; faeics lanceolata. 

Anlenniv arista longa gracili. Thorax tricarinatns. Ala anticcc apice latre vo= 

tandatcc, aveolis mediis et mavginalibns longitudine subrequalibus. 
TIead sinoüth , not kccled nor uith elevated borders; vertex short; front clon- 

gate-snbquadrata; face lanceolate. Antenna3 with a long and slender arista. 

Tiiorax ^\ith three keels. Fore wings broad and rounded towards the tips; 

basal areolcts about half the length of the wiug; middle and apieal areolcta 

of nenrly equal lengtli ; a few oblique costal transverse vcinlets beyond the middle. 
SS. Pakicana dilatipennis, n. s., fccm. Testacea , frunte facie apice pcctorisquo 

fascia uigris, alis hyalinis, anticis fasciis duabus (una basali, allera media) fuscis. 
Female. Teslaceous, llead sbining; front and tip of the face black. Tectus with 

a black band. Wings hyaline; veins black, tawny at the base; fore v.ings 

with a black baud near the base and another acruss the middle. Length of 

the body 2i lines ; of the wing: 7 lines. 

Gen. NiCEPvTA, n. g. 

Corpus gracüa. Caput compressuni, perangustuni; vertex Intcribus valde elevatis. 
frons cultrirornns ; facies lanceolata. Antennae articulo 2° longo , cylindrico 
Alae angnstcC; autica) venis paucis, venulis nounullis trausversis cxterioribus 
postcrioribus. 

Body sleuder. Head much conipressed, very narrow; vertex with the borders 
mncli elevated ; front forming an acute edge ; face lanfceolate. Antenncc uitli 
the 2nd joint long and cylindrical. AVings narrow; fore wings with few veins; 
liind part beyond the middle with some transverse veinlets. 

89. NiCKRTA suBMENTiENs, u. s., mas. Albida, oculis fulvis , alis albo-hyali- 
nis, venis albis. 

Male. AVbitish. Eyes tawny. "Wings whitish hyaline; veins white. Length of 
the body 3 lines ; of the wings 7 lines. 

90. NicEKTA FLAMMULA, D. s., Laïte ct saturate rosea, tarsis albidis. 

Very brigth rosy-red. Tarsi whitish. Length of the body li linej of the 
wings 5 lines. 

91. NiCERTA PERVENS, n. s. Tcstacea, capite elongato strigis rufis, alis autieis 
rufis hyalino gnttatis, posticis hyalinis. 

Tcstaceons. Ilcad much elongated, couical when viewed laterally, streaked with 



332 

reJ. Fore wings reJ, wiili very mimeroiis livfiline spots TTind wiugs hyaliuc. 
teuütli of the body 2.]- lines; of the wiugs 7 liues. 

Gen. EccARPiA, n. g. 

C.'Jjnit breve, marginalibus valde elevatisj vertex transversus subquadratus; frons 
et facies carinatre, hccc lanceolata, iila subquadrata. Thorax brevis, bicariuatus. 
redes breves, tenues. Alae angustce; antic» areolis discaiibus perpaucis , 
marginalibus plurimis. 

Jlead short, with the borders much elevated; vertes and front subquadrate, the 
former transverse; front and face keeled, the latter Janceohite. Thorax short ; 
scutum with two parallel keels. Legs short, slender. AVings narrow. Fore 
wings slightiy wiJening froni the base to the tips Avhich are rounded; discal 
areolets large, numerous. 

93. EucARPiA U5IVITTA, n. s. Ferruginea subtus testacea, capitis thoracisqne 
carinis pedibusque testaceis, alis anticis fuscis, disco margineque tenui flavis, 
posticis cinereo-hyalinis. 

Ferruginous, testaceous beneath. Borders and keels of the head and of the tho- 
rax and legs testaceoms. Fore wings brown; the middle of the disk and a 
slender stripe along the border yelfow. Hind wings greyish hyalinc. Length 
of the body 1| line; of the wings 4 lines. 

Gen. RHOTAXA, n. g. 

Ctqjiiis vertex cultriformis : frons trigona; facies lanceolata, ProtJwrax brevissi- 
mus. Mesothorax carinis duabus vix conspicuis, lateribus elevatis. Alae lats^; 
anticie venis venulisque transversis paucis. 

Vertex of the head forming a sharp edge; front triangular, acuminated towards 
the vertex; face lauceolate. Prothorax very short. Mesothorax with elevated 
borders and with two indistinct keels. Wings broad; fore wings with a few 
veins, some of which are forked, and with only one line of transverse veinlets. 

93. Rhotaxa latipenkis, n. s., Testacea, capitis margine rufo, alishyaiinis, 
anticis cervino nebulosis macula postica subapicali nigra, posticis macula mag- 
na apicali nigra, 

3Iale. Testaceous. Head red along the edge. Wings hyaline; veins testaceons ; 
fore wings slightly clouded with fawu-colour, with a black posterior subapical 
spot; hind wings with a large black apical spot. Length of the body 2 liues; 
of the wings 5 lines. 

Gen. PocnAziA Amyot et Serv, 

94. Puchazia funiata Amyat. 



385 

05. PociiAziA C0NVERGLN9, 11. s. , mas. Nigva, fronte latissima, abJominis apice 
albo fluccoso, alis anticia vitla discali arcuata byalina, posticis byaliuis ex parte 
nigro margiuatis. 

3Iale, Black. Frout very broad. Abdomea with wbite flccks at tbe tip. Fore 
wings \vith a curved hyaline discal stripe wbich is attcnuated at eachend: 
liind w'ings liyaliiie, bordered with black except along the costa and at the 
tips. Leugth of tbe body 4 lines; of tbe wiugs 15 lines. 

Gen. Nephesa Aimjot et Serv. 

96. Nepiiesa. grata, n. s. PalliJe viriJis, pedibus testaceis, alis anticis pnvpii- 
reo marginatis angulo exteriore rotun.lato interiore acutiore, posticis albis. 

Pale green. Legs testaceous. Fore wings with narrow purple borders; apical 
angle roulided ; interior one reclangular, welldeQned; hind wiugs wbite. Lcngth 
of tbe body 4-5 lines; of tbe wings 12-] 4 lines. 

97. NEP£iESA GUTTULARis, n. s. Palüde tcstacea , alis albis, anlicis nigro gutta- 
tis angulo exteriore rotimdato interiore subobtnso. 

Pale testaceous. "Wiugs white; fore wings witli about eighteen black dots; api- 
cal angle ronuded , interior one sligbtly obtuse. Lengtb of the body 3 lines ; of 
the wings 10 lines. 

98. Nephesa volens, n. s. Pallide testacea, alis anticis subobsolete luteo mar- 
ginatis angnlo exteriore rotuudato interiore snbobtuso, posticis albis. 

Pale testaceous. Fore v.-iugs indistinctly bordered with luteous; apical angle rounded; 
interior one sligbtly obtuse. Length of the body 3 lines; of tbe wings 9 lines. 

99. Nephksa luteAj n. s. Lntea, alis anticis angulo exteriore valde rotundato 
interiore producto acuto, posticis albis. 

Luteous. Fore wings with fewer veins than those of the three preceding spe- 
cies; apical angle very mach rounded; interior one produced, acute. Hind wings 
white. Leugth of the body 3 lines ; of the wings 8 lines. 

100. Nephea raarginella Guér. Icon. 'Règne Anhn. Ins. pi. 58, f. 6. texte y 
859 (llicauia). 

Inhabits also Cüchin China. 

Tlve acute front of this species distinguishcs it frora every other in the genus. 

101. Nephesa deducta, n. s. Viridis, alis anticis luteo marginatis, angulis 
rotundatis, posticis albis. 

Green. Fors wings with luteous borders; apical angle much rounded; iuterior 
one sligbtly rounded. Hind wings white. Length of the body 2i liues; 
of the wings 7 lines. 

102. Nephesa tripars, n. s., mas. Viridis subtas pallida, alis anticis deflexis 
luteo marginatis angulo exteriore rotundato interiore vix rotundato, posticis albis. 

Male. Green, pale green beneath. Fore wings with luteous borders; apical angle 
rounded; interior one almost rectangular, hardly rounded. Hind wings white. 
Length of the body 3 lines; of the wings 11 lines. 



381 

The forc wincrs of this species are dedcxctl in repose, not vcrlical as in the 
otber species of the genus. 

Gen. Flata Fair. 

103. Flata obscura Fal)-. 

Gen. CoLOCESTiiES Amyot et Serv. 

104. Colobcstlies albiplana IFalk. 

Gen. PfECiLOPTERA Latr. 

105. Pccciloiitera circulata Gaér. Icon. T*.c'jne Anim. taxle, 3C1. 
luIiaLits also Java. 

106. Pccc-iloptcra macnlata Gaér. 

Far. Move lilce the Java specimens than tliose from Malacca, lut diffcring 
from both. 

107. PoiiCiLOPTERA KORIDA, D. s., mas. Tcstacca subtus albiJa, alis niiticis 
subfuscis albo guttatis, vitla undubita palliJissime purpurasccnte, niarginc in- 
teriore albiJo punctato, posticis albis. 

31alc\ Testaceous, wbitish beneath. Abdoraen nnd bind wings white. Pore wing? 
very pale brown, with many minute white dots, and with a forked, much 
curved, very pale pnrplisb stripe which includcs a spot, and is internipted 
along the exterior border; interior border darker, with white points toward 
tbc base. Length of the body 5 lines ; of the wings 20 lines. 

lOS. PoECiLOPTÉRA DEPLANA, n. s., mas. Pallide testacea, capite angusto late- 
ribus clevatis, antennis tibiis tarsisque anticis nigris, alis albis, anticis lineis 
tribus exterioribus nigris fasciisque duabus arcuatis (una submarginali, altera 
niarginali) fxiscis. 

3Iah. Pale testaceous. llead narrow, witb the borders much clevatcd. Antennrc, 
fore tibiic and fore tarsi black. ^Vings white. Fore wings pale testaceous at 
the base, with three exterior black lines, of which two are by the iuteriur 
border, and the ihird is discal, angular, and mucb longer than the othcrs; 
two \yz]e brown curved bands, one submarginal, parallel to the other which 
is marginal. Length of the body 4 lines; of the wings 12 lines. 

Gen. FiCAKASA, n. g, 

Caput lateribus elevatis; vertex arcuatus; frons subcariuata j lateribus angulatis, 
facies lancsolata. Prolhorax valdc arcuatus. Mesoikorax tricarinatus. Mae 
auticte arcolis basalibui luugissimis, mediis et marginalibus suba^qualibus , ve- 
nulis plurimis trausvcrsis custulibus et exterioribus pluriwis. 



385 

Head with eJev^ted borders; vertex transverse, arched ; fiünt elongate, with a 
sligiit middlc keel , with a sliglit groove along each side , and with very ob- 
tusoly angular borders; face lanceolate. Fore \Yiugs rather uarrow, rouüded 
to^Yard3 the tips; basel areolets more than half the length of the wing; mar- 
ginal areolets very liltle loiiger than the middle areolets, sevoral of which 
are forlced ; costal veiulets and exterior veinlets numerous , the former obliqua 
and parallel. 

109. EiCARAsA PALLIDA, D. s., luas. PalHdc testacea, alis hyaliuisj veuis tes- 
taceo-nlbidis. 

Male. Pale testaceous, "Wings hyaline; veins whitish testaceous. Length of the 
body 3 linea ; of the wings 10 lines. 

Gen. EüPiLis Walk. 

110. Enpilis albilineola Walk. Length of the wings 12 lines. 

lil. EüPiLis HEEES, n. 3., mas et foem. Testacea, fronte maculis dmbua pos- 
licis vittaque nigris, vcrtica thoraceque nigro gultatis, alis subcinereis , venia 
ferrugineis. 

Male and Female. Testaceous. Vertes with two black dots; front with two 
black spots towards the vertex, and with a black stripe v.hich extends to the 
face. Thorax with a few black dots. "Wings very slightly greyish; veins fer- 
ruginous. Length of the body 3—1 lines ; of the wings 8—10 lines. 

Fam. MEMBRACINA Burmeister. 



Gea. CEXTRorus Fabr. 

112 Centrotus taurus Fabr. 

113. Centrotus subsimilis, n. s., foem. Niger obscurus, thorace scabro gib- 
boso, cornubus lateralibus rectis acutis, cornu postico abdominis apicera su- 
perante, scutello pectorisque maculis duabns albidis, alis subluridis, costa 
venisque nigris. 

Female. Black. Thorax scabrous, elevated,- lateral horns acute, estecding at 
right angles to the body; scutellurn, and a spot on each siue of the pcctus 
whitish. Wings slightly huid; costa and veins black. Length of the body 
3 lines; of the wings 7 lines. 

Very nearly allied to C- taiirus, from which it is distiuguished by its shorte.v, 
straight, and horizontal lateral horns. 

114. Centroius lamiuifer Wcdk. 

Exceeding in size the specimen from JMalacca. 

115. Cejitrotus vicarius Walk., Cai. Homopt, pt. 2. G05. 
Inhabits also Java. 

X>L. XIX. 27 



380 

116. Cextrotus LiMBATL'S, H. s. ^is^ev, tboi'acis vitlis tiilius, abdominc snUus 
pedibusque albidis, cornubus iateralibus parvis, cornu postico abdoniiuis apicem 
vix attiiigente. 

Black. Thorax Avitb tbree wLite stiipcs which are united in front and beliind; 
ilie lateral pair cnrved, including the Jateral horns, and dilated at the base 
of the bind hom; lateral horns acute, as long as half the space between 
them; bind horn estendiug nearh'tothe tip of theabdomen, which is whitish 
bcneath. Legs whitish. ^Vings greyish hyalin.e, \\ith black veins. Length 
of the body 3i liues; of the wings 8 Unes. 

117. Centrotus latimargo, n. s. Ater, tlioracis comubns Iateralibus latis 
planis acnminatis bicarinatis, cornn postico abdominis apicem non attingente , 
tarsis posticis albidis, alis testaceo-hyalinis, anticis apud costam late nigris. 

Deep black, scabrons. Lateral horns of the thorax broad, fiat, ecumiur.ted, 
with two riuges, slightly inclined backward, each as long as the space be- 
tween thera; hind liorn extending nearly to the tip of the abdoraen. Hindtarsi 
whitish. Wings testaceous byaline. Fore wings with a broad black costal stripe. 
Length of the body 3 lincs; of the wings 7 lines. 
Nearly allied to C. assamensis Fair ra. 

118. Centrotüs densus, n. s. , mas. Kigcr obscnrus scabrosus, thoracis cor- 
nubus Iateralibus acnminatis carinatis subascendentibus, cornu postico abdomi- 
nis ariccra superante, scutello maculis duabus albiuis, alis posticis crnereo- 
hyalims. 

Male. Black, duUj scabrons, stout, Lateral horns of the thorax acute, rid- 
gcd, obliquely ascending, each a little shorter tlianthe space between thera; 
hind horn extending a little beyond the tip of the abdomen; sciitellum witli 
a whitish spot on each side. Hiuxl wiugs greyish hyaliuc. Length of tiie 
body 2| lines; of the wings 7 lincs. 

119. Centrotus varipks, n. s. , fcera. Kiger obscnrus scabrosus, thorace 
carinato, cornubus Iateralibus acnminatis carinatis subrecurvis, cornu postico 
brevi, tibiis tarsisque posterioribus albidis, his apice nigris, alis subcluereo- 
liyaliüis, anticis costa nigra. 

Female. Black, dull, scabrose. Thorax with a slight keel; lateral horns acute, 
ridged , slightly curved backward and ascending , each as long as the space 
between them. Hind tibite and hind tarsi whitish , the latter black towards 
the tips. AVings hyaline, slightly ciuereous ; veins black j costa of the fure 
wings black for two-thirds of the length from the base. Length of tlie bo- 
dy 2i lines; of the wings G lines. 

120. Centrotus caliginosus IFallc. 

121. Centrotus cicadiformis, n. s., fcem. Niger obscurus scabrosus, thorncis 
cornubus Iateralibus subobsoletis, cornu postico nullo, abdominis apice supra 
pedibusque fulvis, alis subciuerco-hyaüui.:., anticis costa basique nigris. 



387 

Female. Clack, tliiU, scabröuif. Latcral Iiorns of the tliovax almost ubsoletc; no 
liind hom. Abdomen tawny towanls the base above. Lcgs tawny. "Wings hy- 
aline, siightly greyish; veins black; fore ^^•^ngs black at tlie base and along 
the Cüsta. Lcugth of the body 1^ line; of the wings 4 lines. 

123. Centrotus consocius, u. s., fcem. Kigei- obscurus punctulatus, thorace 
antice inermi, cornu postico abdominis dimidium superante, pedibus fulves- 
centibus, alis hyaliuis, anticis basi fasciis duabus maculaque subapicali nigris. 

Female. Black, dull, minutely punctured. Thorax unarmed iu front; Liud hom 
extending to a littie beyond half the length of the abJonien. Legs dingy ta\vny. 
Wings hyaline; veins pale; fore wings with the base, two ivregnlar bands, 
and a siibapical spot black. Length of the body 1 line; of the Aviugs 2^ line. 
Very nearly al lied to O. semifascla Walk. 

Gen. IMiCREüSE ]Y(dh, 

123. Micreune formidanda IFalk. 

124. MiCRiiUNE METUEND.v., n. s. , mas et focni. Atra, thoracis ninciilis duabus 
lateralibus posticis testaceis, cornu erecto spinis duabus latevalibus acutis sub- 
arcuatis, cornu postico abdominis apicera superantc, alis cinereo-hyaiinis , 
venis nigris. 

3Iale and Female. Deep black. Thorax with a testaceous spot on each siJc liind- 
ward; the erect hom armed with two acute, liorizontal, siightly eurved spi- 
ncs; hiud hom extending a littie beyond the tip of the abdomen. 
Wings cinereous hyaline; veins black. Length of the body 3 lines ; of the 
Avings 6 lines. 
G. dama Germar and G. gazella Iloffm. probably belong to this genus. 

Fam. CICADELLINA Burm. 

Trib. Laevipedes Amyot en Serv. 

Subtrib. Cercopides St. Farg. et Serv, 

Gen. Cercopis Fahi\ 

125. Cercopis tricolor St. Farg. 

12Ö. Cercopis submaculata TFalk. Gat. Eomoiit. pt. 3. G57. 27. 
Inhabits also Java. 

127. Cercopis flavifascia Walk. Gat. Eomoj^l. pt. 3. 634. 16. 
Inliabits also Java. 

128. Cercopis costalis Walk, 

The marks on the thorax and on the fore wings are occasionally white, 

129. Cercopis dorsimacula Walk. 



383 

130. Cercopis nigulosa Walk. 

131. Cbkcopis sEMiPARnALis, n. 9. Cuprea piibescens, abJomine snbtiis rufo 
uitrro maculfito, peiubus rufis, alis auticis fulvis oigro luaculatis apice cu- 
preis, poslicis cinereis. 

Cupereons, pubescent. Ab(]onien beueatli reu , wit black spots. Legs reddish. 

3''ore \^■i^gs towny, with nicc black spots; apical third part cnpreous, Hinil 

wings cinereoiis. Lengtli of tbe body 5 liues ; of the wings 14 lines. 
3 52. Cercopis delineat.v, n. s., focra. Kigro-cyanea pubescens, capitis 

vitta thoracisqiie fascia postica flavis, pedibus rufis, alis anticis purpureo 

cupreis luteo trivittatis, posticis cinereis. 
Temde. Elpckish , pubescent. Head with a lanceolate yellow stripe in front. 

Scutr.m with a cnrved yellow band. Abdqmen tawny beneath. Legs red. 

Fore wings purplish cnpreons , with three luteons bands, one along the 

basal part of tlie interior border, the other two at right angles to the costa. 

Ilind wings grey. Length of the body 4 line?; of the wings 10 lines. 

133. Cercops SE3IIR03EA, D. s. Eufo-liitea, alis anticis testaceis basi costa- 
que rufescentibus apice roseis , posticis albidis. 

Jïeddish iuteons. Fore wings testaceous, rosy towards the tips, reddish at 
the base and along the costa. Hind w^ings whitish. Length of the body 
3 lines; of the wings 8 lines. 

134. Cercopis unpulifera, n. s. , foem. Nigva, frontis macula thoracis fascia 
et alarum anticarum lineis duabus tiansversis undulatis testaceis , tibiis tar- 
sisque fulvescentibus , alis posticis cinereis. 

Temale. Black. Vertex piceous, with a testaceous border; front with a testa- 
ceous spot behind. Thorax with a broad testaceous band. Tibise and tarsi dark 
tawny. Fore wings with two nndulating transverse testaceous lines. Hiud wings 
cinereous. Length of the body 3 lines ;' of the wings 8 lines. 

135. Cercopis suüdollns, n. s. . Eufa, capite peetere pedibusqne nigris, fe- 
moribus tibiisque posticis rnfis, alis posticis cinereis. 

Eed. Head j pectus and legs black. Hind femora and liind tibire red. Hind 
Aviogs grey. Length of the body 2 lines ; of the wings G lines. 

Subtrlb. ApnROPHOPJDES Amyot et SeriK 
Gen. Ptyalus St. Farg et Serv. 

136. Ptyelus amplns WaUc. Cat. Hpmopt. pt. 3. 706. 11. 
Inhabits also Java. 

137. PiYET-Os INKFFECTUS, n. s. , fcem. Piceus, tibiis poslicis fulvis , alis anti- 
cis linPH transversa antjulosa snbobsoleta fnlva, posticis nigro-cinereis. 

Temale. Piceous. Pectus with a tawny spot on each side. Hind tibire dull tawny. 



389 

Tore vings w\\]\ nn Inilistioct transverse zigzag tawny line. Tlincl wings llae- 
Idsh-grey. Leiigth of tlie body 3|. lines; of the wings 8 lines. 

Gen. Amarüsa, n. g. 

Corpus longiini. Cojnit breve, fircuatnm, lateribus vix brevioribiis; frous sulcis 

transversis. SaiUon antice impressum, margine postico excavato; scutelliim 

oblanceolatum. Fedes brevissimi. Alae longi-fiisiformes. 
Body long. Head slioit, convex in front , concave bebind , hardly longer in the 

iniddle tban on each side; its breadth more thau fourtimes its length. Scutum 

impressed in front; middle part of the hind border excavated; scutellum ob- 

lanceolate. Legs very sliort. Wings elongate-fusiform. 
138 AiiARi.'SA. PiCEA, n. s. Kigra, capite supra tlioraccque obscure fnlvis, tho- 

race maculis duabus lateralibus pjiceis, alis anticis piceis, posticis nigro-cincreis. 
Black. Head above and thorax dark tawny. Thorax with a piceous spot on 

each side. Fore wings piceous. Hind wings Llackish-grey. Length of tlie bo^ 

dy 4 lines; of the wings 10 lines. 

Gen. Pepjn-oia ]Yalh, 

139. Pehinoia excla:mans, n. s- , foem. Fiisca, cnpite supra thoraceque tcs- 
taceo septem-vittatis, caj)ite sultus pectoreque testaceo bivittatis, alis anticis 
nigro-fascis vittis tribus basalibus duabusque apicalibus maculisque qnatuor 
intermediis testaceis, posticis cinereis. 

Temale. Brown.^ Head above and scutum with seven testaceous slripes which 
extend to the scutum and to the interior base of tlie fore wings. Head be- 
neath and pectus with a testaceous stripe on each side. Fore wings blackisb- 
brown, pale brown like the thorax at the interior base, with three basal 
and two apical testaceous stripes, and with four intermediate elongated tes- 
taceous spots. Hind wings cinereous. Length of the body 31 Unes; of the 
wings 8 lines. 

140, Pêrinoia signitera, n. s., foeio. Kigra, capite supra thoraceque testa- 
ceis cervino sex-vitttatis, capite subtus pectoreque testaceo bivittatis, pedibus 
testaceis, alis anticis margine interiore vitta basali arcuata vittisque duabus 
apicalibus testaceis, posticis cinereis. 

Temale. Black, narrower than the preceding species, and with a more conical 
head. Head above and thorax testaceous , with six fawn-coloured stripes 
whicb extend to the scutum and to the interior border of the fore wings. 
Head beneath and pectus with a testaceous stripe on each side. Legs testa- 
ceous, Fore wings with the interior border, a curved basal stripe, and two 
ajiical stripes testaceous. Hind wings cinereous, Length of the body 3 lines j 
of the win<;rs G lines. 



300 

141. Pjïrinoia exprkssa. n. s., fcem. Nigvü, cnpite suLlns pcctoreque albiJü 
bivittntis, veutre jjcdibusque obscure fulvis, alis anlicis maculis duabus stri- 
gaque exteriore subarcuata albido-testaceis , posticis cinereis. 

Temde. Black. Head piceous above, under si Je and pectus 'nith a wbitish 
stripe on each side. Abdonien beneatli and legs dark tawny. l'ore wings 
wiih two whitish testaceous spots, and with an exteiior somewhat palcr 
slightly carved streak \Ybich joins the costa and extends nearly to the tip of 
the wing. lïind \Yings blackish-grey. Length of the body 3^ lines; of the 
\^•ings 8 liues. 

Subtrib. Sereipedes Amyot et Serv. 

Coh. Tettigoxides Amyot et Serv. 

Gen. Tettigoxia Germar. 

142. Tettigonia fariuosa Tahr. 

143. Tettigonia ferruginea Tabr. 

144. Lettigonia suavissima IFalk. 

143. Tettigonia. elongata, n. s, Fulva subtas testacea, capitis disco fasciis- 
que dwabus anticis nee non scuti macula antica margineque postico scutellique 
disco nigris, abdomiue nigro, margine fasciisque subtusrufis, pedibus albidis, 
tibiis tarsisque apice nigris, alis anticis ferrugineis basi fulvo uigro glaucoque 
maculatis apice posticisque nigricantibus. 

ïawny, testaceous beneath. Disk of the head and two bands beneath , a spot 
in front of the scutura and its hind border, and the disk of the scutelluni 
black. Abdomen black ; under side with red bands and a red border. Legs 
whitish; tips of the tibias and of the tarsi black, l'ore wings ferruginous, 
blackish towards the tips, with three spots at the basc; Ist spot tawny, 2nd 
black, 3rd glaucous. Hind vvings blackish. Length of the body 6 lines ; of 
the wings 14 lines. 

145. Tettigoma LiNKOLATA , n. s. Glauco-nigra, capite subtus fasciis duabus 
flavis, pectoris abdominisque lateribus flavis, ventre subtus fascia postica {la- 
va apice albo, pedibus piceis, anticis flavo variis, alis posticis basi cinereis. 

Black, \^ith a glaucous tinge. Head beneath with two yellow- bands. Pectus and 
abdomen yellow along each side; the latter with a yellow band near the tip, 
\Yhich is wliite. Legs piceous ; fore legs niarked with yellow. Hind wings ci- 
nereous hyaline towards the base. Length of the body G lines; of the 
wings 14 iiiies. 

147. TuTTiGONiA. ANGULAim, U.S. Nigra albo tonientosa subtus picea, thorace 
cnpreo, vittis obscurioiibus guttisque albis , margine antico uigro, alis anti- 
cis cupreo-ruös apice cinereis, posticis nigro-cinereis. 



301 

Elaclc, wiih wliiÜsh tonicntum, piceoiis bencath. Tliornx cnpveons , uilli dnr- 
ker stripes and with white düts , black aloag the fore border, Fore wings cu- 
preous red, grey towards the tips, with a dotted pa!e lilac baud at the ba- 
se, llind wings blacidsh-grey. LeIl^th of the body 5 lines; of the wiijgs 
10 liiies. 

148. Tkttigoxia invadt-ns, n. s., foem. Ochracea, tibiis anticls intns nigro 
liueatis , alis auticis apice posticisque cnpveo-cinereis. 

Female. Ochraceous. Fore tibifc with a bU^ck line on the inner side. Fore wings 
at the tips and bind wiugs cnpreous-cinercous. Length of the body 4 lincs; 
of the wings 10 lines. 

149. Teïtigonia scriiPENNis, n. s., nins. Lccte flava, snltns nïgra, abdomiuo 
nigro apice albido, peclibus flavis, alis anticis macnlis quataor fasciaque ex- 
teriorc nigris, apice cinereis, posticis nigro-cupreis apice ciuereis. 

3[ale. Brigth yellow , black beneath. Abdomeu black, whitish at the tip. Lcgs 
yellow. Fore wings with four black spots and with an exterior black band, 
grey at the tips. Hind wings blackish-cupreous, with gry tips. Length of 
the body Si. lines j of the wing 8 lines. 

150. ÏETTiGüNiA LEPioiPiïNftis, mas. Flava,. thorace ochraceo-vittato , abdo- 
mine pedibusqiie albidiis, alis anticis Ecneo-testaceis subhyalinis, maculis 
qiiinqne elongatis ochraceis, posticis albo-hyalinis. 

Male. Yellow. Thorax Avith an ochraceous stripe. Abdomen and legs whitish, Fore 
wings rcneous tcstaceous, subhyaline , with five elongated irregular ochraceous 
spots the subapical ene indistinct. liind wings white, hyaline. Length of the 
body 4 lines ; of the wings 10 lincs. 

151. Tettigonia EBUKNEA, n. s, , mas et focra. Albida, cnpitc conico, alis 
Licteo-albis. 

Male and 'Female. AVhitish. Vertex of the head conical. "Wings milk-white. 
Length of the body 2^ lines; of the wings 7 lines. 

152. TjiTTiGONiA siGNiFERA, n. s, Aeneo-cincrea , capitis maculis quatuor, 
thoracis vittis duabus alisque auticis vitta iuterrupta rufis, alis posticis 
ciuereis, 

Aeneous-cinereous. Head conical, with four red stripes. Thorax with two red 
stripes and a red dot on the bind border between them. Fore wings with 
a red stripe coraposed of five streaks, Hind wiugs greyish-liyaline. Length 
of the body 34 lines; of the wings 7 lines. 

153. Tettigokia polita, n. s. Ochracea subtns albido-flava, capite guttis 
septein thoraceque duabus atvis, alis anticis uigris costa testacea margiue in- 
teriore ochraceo, posticis nigricantibus. 

Ochraceous, whitish-yellow beneath. Head wilh sevcn black dots, tliree in 
front and four behiad. Thorax wilh two black duts. Fore wings black; 
costa testaceous; interior border ochraceous. Hiud wings blackish. Length 
of the body 2»- lines; of the wiugs 5 lines. 



592 

154. Tlttigonia. glabra, n. 9. ïestaceo , capite giitlis dnabus lateralibus ui- 
gris, thorace fulvo, abdoraine nigro, alis anticis cupreis, guttis duabus mar- 
ginalibus testaceis posticis nigro-cinereis. 

Testaceous. Head with a mlnute black dot on eacli side near tbe eye. Tborax 
tawny. Abdomen black. Fore wings cupreous, sbiuing, with two elongated 
testaceous dots; oue on the costa, opposite to the other \Yhich is on tbe iu- 
terior border. Hind uiugs blackish-grcy. Length of the body 24 Huesj of 
tbe ^Ying3 6 lines. 

155. TüTTiGoNiA. iNCLiNANs, n. s. Cuprca , capite peclibusque testaceis, capite 
subtus vittis duabus rufis, abdomine nigro, alis posticis nigricantibus. 

Cupreous. Head testaceous; front with two red stripes. Abdomen black. Legs 
testaceous. Hind wings blackish. Length of the body 2^ lines; of the wings 
6 lines. 

15G. TiiTTiGONU DiFFiciLis, u. s. Kigro-Ecnea subtus testacea , capitis fascia in- 
terrupla tboracis vittis duabus angulatis scutellique guttis ochraceis, pedibus 
testaceis, alis cinereo-hyalinis , anticis nigricante guttatis. 

Blackish-Ecneous , testaceous beneath. Head with an iuterrupted ochraceous 
baud. Scutum with an angular ochraceous stipe on each sidc; scutellum Avith 
ochraceous dots. Legs testaceous. AVings greyish-byaline; fore wings with a 
blackish dut on each areolet. Length of tbe body '6 lines ; of the wings 6 lines. 

Coh. Sc.VKiDES Amyot et Serv. 

Gen. Ledra. Fabr. 

157. Ledra TUBP:ncuLiFROi\'s, n. s. , foeni. Ferruginosa, capite lato tubercu- 
lato, scuto quadricarinato , alis cinereo-subhyaliuis, auticis ferrugineo variis 
tuberculis duobus nigris, areoiis pluriinis. 

Female. Fcrruginous, paler beneath. Head short-conical, tuberculated, sligbtly 
keeled, much broader than long, with a short oblique ridge on each side 
bebind. Scutum transverse subquadrate, with four keels. Wings cinereous- 
Lyaline; fore wings varied with ferruginous , sligbtly tuberculated at the base, 
and with two more distinct black tubercles in the disk; areolets inregular 
and very numerous. Length of the boJy 6 lines; of the wings 10 liues. 

158. Ledra PiLATRiFoNSj n. s., fcem. Obscure ferruginea confertissime punc- 
tata subtus nigra, capite latissiuio subtus antice testaceo , facie flava, scuto 
quadrirugoso, femoribus apice tibiisque albitlis, alis posticis ciuereis. 

Female. Bark ferruginous, very tbickly punctured, black beneath. Head and 
thorax wih a sligbt middle keel. Head a little broader than the thorax , 
twice broader than long, very obtusely angular in front; disk on each side 
Avith an impression containing a black forked liue ; under side testaceous along 
the fore border; face yellow. Scutum more than twice broader than long, 



393 

a little broader in front, witli foiu- broad riilgcs. Legs black, femova te- 
wards the tips, tibiaj and posteriüi' tarsi whitish. Fore wiu^s uith lidgod 
veins. Hiud wings cinereous. Length of the body 5 lines; of the wings 
8 liues. 
Iö9. Ledra TENUiFBONs, u. s , nias. Cerviua allido varia subtus albiiio-testa- 
cea, capite transverso brevi-conico, augulis tribus anticis perobtusis, scnto 
antice convexo macuüs duabus lateribus fuscis, scutello maculis duabiis fiis- 
cis nitidis, abdoniine supra pallide luteo, alis hyalinis, anticis cerviuo-veuusis 
bnsi cervinis puuctulatis, posticis nigro-venosis. 
JLde. Fawn-cülour, whitish testaceoiis beueath. llead and thorax partly whitisli. 
Ilead very Üiin, with a sligth keel, nearly twice broader tban long, witii 
three very obtuse angles in front. Scatem cunves and with a brown spot 
OU each side in front; scutellam convex and with a brown spot on each side 
in front; scutellura with a brown shiuing spot on each side. Abdomen pale 
ititeous above. Legs whitish. Fore wings byaline, with fawn-colonrcd veins, 
fawu-coloured and panctured at the base. Hind wiugs with black veins. 
Lcugth of the body 4è lines ; of the wiugs 7 lines. 
IGO. LiiDRA LOKGiFKONS, u. s. , foem. Ferrnginea subtus sordide albido-testn- 
cea, capite thorace alisque anticis apud costam testaceo guttatis , capite lungi- 
Cüuico, scuto antice convexo, abdomine longo, suturis chalybeo-albidis ni- 
tentibus, alis anticis vitta discali apicibasque subhyaliuis, posticis hyaliuis 
nigro-venosis. 
Female. Ferrugiuous, dingy whitish testnceous beueath. ïlead, thorax and 
fore Aviugs abng two-thirds of the costa witli ttstaceons uots. Ilead elon- 
gate-conical, rather broader thau long, with an almost obsolete keel. Scutunï 
convex in front. Sutures of the abdonien chalybeous-Avhite, shiniug; tip t^s- 
taceous, Legs whitisli. Fore wings with a discal stnpc and with the ajü- 
cal third part nearly hyaline. Hiud wiugs hyaline, with black vtius. T '■•■_•' 
of the budy 5 lines; of the wiugs 8 lines. 
IGl. Ledra cünicifrons, u. s. Pallide fulva subtus sordide albido-testacea , ca- 
pite thoraca alisque anticis confertisisme puuctulatis, ca])itc conico , scuto an- 
tice couvexo, pedibus albi.iis, alis anticis testaceis, apicib'is posticisque hyaliuis. 
Pale tawny, dingy whitish testaceous beneath. Head, thorax and fore wings a- 
long two-thirds of the length very thickly and minutely puncturcd. Head and 
scutuiü with an iudistinct keel ; head conical , a little shorter than that of the 
precediug species; scutum convex in front. Legs wliitish. Fore wings testa- 
ceous, liyaline towards the ti{)Si veins testaceous. Hind wings hyaliue, \uth 
black veins. Length of the body 4^ lines ; of the wiugs 8 lines. 
102. Ledra planifuons, n, s. , mas. Testaceo- viridis sububsolete pnnctulafa 
subtus \iiidi-alba, capite scutoqne ferrugineo margiuatis, illo brevi , hi:jii3 
lateribus angulatis , abdomiue paiiiderufo, pedibus albidii, alis posticis albido- 
Lvalii.is venis aibis. 

IJL, XIX. 28 



394 

Male. Testaceous-green, very minutely pucctured, grecnish-white beneath. 
Head and scutura \\ith a ferruginous border, Head rounded in front, full 
thrice broader than long, indistictly keeled, Scutum hardly convex in front, 
siightly concave behind, with a distinct angle on each side. Abdoraen pale 
red. Legs whitish. i"ore wings more green than the thorax. Hind wings whi- 
tish- hyaline, with white veins. Length of the body 4|. lines : of the wings 
8 lincs. 

163. Lkdra ARCUA.TIFR0XS, H, s. Pallidc viridis sabobsolete punctulata siib- 
tus albida, capite conico, scuto antice non convexo postice vix concavo, pe- 
dibus albidis, alis posticis albo-hyalinis venis albis. 

Pïle green, whitish beneath, Head and scutam with an almost obsolete fur- 
row. Head conical, very mucb broader than long. Scutem not convex in 
front, very slightly concave behind. Legs whitish. Fore wings greyish to- 
■n-ards the tips; hind wings whitish-hyaline, with white veins. Length of 
the body 4 lines ^ of the wings 7i lines. 

164. Ledka. ranifrons, n. s. , mas. Ferruginea, capite subtus abdomineque 
rufis , thorace fascia postica viridi piceo marginata , pectore pedibusque tes- 
laceis, alis anticis fulvis, margine postico viridi striga exteriore fusca, pos- 
ticis cinereis- 

Ilale. Ferruginous. Head short-conical, much more than twice broader than 
long, red beneath. Scutum hardly convex in front, green along the hind 
border, and with an interraediate transverse piceous line, Pectus and legs 
testaceous. Abdomen red. Fore wings tawny, green along the hind border, 
and with a brown streak towards the tip which is paler, Hind wings ci- 
nereous, with black veins. Length of the bodys 3 lines; of the wings 6 
lines. 

Ledra OPTUSIFRONS, n. s., fcem, Viridis lata subtus testacea, capite brevi 
subtus ferrugineo , scutello fusco , alis anticis linea basali aream paliidam 
includente fasciaquc subapicali fuscis, posticis hyalinis nigro-venosis. 

Temale. Green , broad, testaceous beneath. Head much more than twice bro- 
ader than long, rounded in frout, ferruginous beneath. Scutem hardly con- 
vex in front and as little concave behind; scutellum brown. Fore w^ings 
with a brown basal line including a pale space along the hind border , and 
with a brown subapical band. Hind wings hyaline , with black veins. Length 
of the body 2| lines; of the wings 5 lines, 

166. Ledba TRUNCATiiROKS, n. s. , mas. Picea lata punctulata subtus nigra, [ca- 
pite perbrevi, abdomine basi pedibusque testaceis, alis anticis apice pallidi- 
oribus, posticis cinereis nigro-venosis. 

Male. Piceous, broad, black beneath. Head, thorax and fore wings very mi- 
nutely punctured. Head about four times broader than long. Scutum short. 
Abdomen at the base and legs testaceous. Fore wings paler at the tips. Hind 



395 

wings greyish-hyaliue, with black veins. Letigth of the body 1 [ line; uf tbe 
\Yings 3 lines. 

Gen. Epiclixhs Amyot et Serv. 

167. EpicLÏNES OBLiQUA, II. s. Viridis subtus testicea , capite conico, scuto fas- 
ciis duabus anticis nifis postice fusco , «cntello et alanira anticarum margiae 
postico basi vittaque discali obliqna luteis, alis posticis cinereo-hyalinis nigfu- 
venosis. 

Green, testaceous beneatli. Head conical, indistinctly keeled, ueavly twice bro- 
ader than long. Scutum obtiisely angulai* en each side, ^-ith two red bands 
in front, brown olong the hiud border. Scutellum Inteons. Fore wings lute- 
ous along the bind border towards the base, and with an übliquü luteons band 
which extends frora the base of the costa to nearly two-thirds of the length 
of the hind border. Hind wings cinereous-hyaline, with black veiu». Length 
uf the body 7 lines ; of the wings 14 lines. 

Gen. IsACA, n. g. 

Coi'jnis breve. Cajpui transvcrsiim , convexum ; frons transversa: facies transversa, 
trigona. Antennae brevissimse; arista gracillima , corporis diniidio longior. 
Pedes antiores breves; postici longi , tibiis spinosissiniis. Alae sat angustse, 
venis paucis. 

Body short. Head transverse, convex; vertcx short; front and face transvcrse, 
the latter triangular. Antennse very short; arista veryslender, more than half 
the length of the body. Anterior legs short; hind legs long; their tibia: ve» 
ry spinose. Wings rather narrow , with fcAv veins. 

168. IsACA BiPARS, n. s. Nigra nitens glabra, facie pectore abdominc pcui- 
busque albidis, alis hyaliuis , anticis stiiga lata basali fasciaque ]alissiina ex- 
teriore nigro-fnscis , posticis disco nigro-fusco. 

Black, shining, smooth. Face, pectus, abdomcn and legs whitish. Wings hyaline. 
Fore wings with a broad blackish- brown basal streak, and with n very broad 
esterior blackish-brown band. Hind wings with a blackish-brown disk. Length 
of the body 1-*. line; of the wings 4 lines. 

Coh. Iassides Amyot et Serv. 

Gen. Acocephalus Gennar. 

169. Acocephains olivaccns Walk. 

170. Acoce[)haius straunneus IFalk. Cat. Homopl. \A. 3. 847. 2. 
Inhabits also Java. 



396 

171 AcocEPHALUs DisciGUTTA , n. s. , Hias. Testacca brevis, abdominis dorso 
ni<»ro, alis auticis albis fusco reticulatis, macula discaii uigra, plaga postica 
testacea, posticis hyalinis albo-venosis. 

Jlale. Testaceous, short. Abdomen black above. Fore wings white, with browu 
transverse niarks which are mobt frequent at the tips; a black discal spot 
aud a püsterior testaceous patch. Hind wings quite byaline, with wLite veins. 
Leugth of the body li line; of the wings 3 Unes. 

Gen. CoELiDiA Germar. 

172. CoEÜDiA DiiiiGENS, n. s. , fcem. Fusca subtus albo, veitice albo antice 
nigro, capite subtus fasciis ferrugineis, scuto albo consperso, abdomine nigro- 
vario, tibiis tarsisque apice albis, alis auticis maculis nigvis allisque, venis 
albo punctatis. 

Fanale. Brown, white beneath. Vertes white, black along the fore border; 
frunt with three ferrugiuous bands. Scutum sprinkleJ with white. Abdomen 
varied with black. Tibise and tarsi with black tips. Forewings slightly mot- 
tied, with black costal spots, and wiih white hyaline discal spots; veins wilh 
white duts. Length of the body 8^ lines; of the wings 7 Unes. 

173. CotLiDiA PARDALis, u. s. Fulva subtus testacea, froute facieque viltis 
duabus riitis, alis anticis fuscis macuHs variis luridis, posticis cinereis. 

Tawny, testaceous beneath. Front and face with two red stripes. Fore wings 
brown , with lurid spots of various size and shape. Hind wings grey. Length 
of the body 3 lines ; of the wings 6 lines. 

174f. CoELiDiA ALmsiGNA, u. s. Nigra , capite albido, facie nigra, abdominis 
segmentis albido marginatis , tibiis anterioribus albidis, alis anticis nigro-fus- 
cis, guttis plurimis luridis maculis quatuor marginalibus albis, posticis 
cinereis. 

Black. Head whitish; face black. Segments of the abdoraen with whitish 
borders. Tarsi whitish, with black tips; anterior tarsi whitish; hind tibise 
partly whitish. Fore wings with several lurid dots, with two irregular 
white spots on the costa, and with two more on the interior border. Hind 
wings grey. Length of the body 2^ lines ; of the wings 5 lines. 

175. CoEumA cupuABiA, n. s-, foem. Testacea, capite subtus fulvo bivittato, 
pectore plagis quatuor nigiis, alis auticis nigro-cupreis costa testacea posti- 
cis nigro- cinereis. 

Female. Testaceous. Front and face with two tawny stripes. Pectus black; 
segments witb t«st^ceous borders. Legs tawny. Fore wings blackish-cu- 
preoiis; costa testaceous. lli"- v.i, g. blacLish grey, Length of the body 
4 liueSj of the wings 8 liii< 



397 

GüD. BrTHOSCüPUS Germar. 

Croiip. 1. Arista hreiis. Arista short. 

176. Bythoscopus fenugiueus Ifalk. Cat. Roviopt. pt. 3 SG5. 31. 
Iiihabits also Java. 

177. Bythoscopus ïestackcs, u. s. , inas. Luteo-testaceus uitens snWiis pal= 
lide testaceus, capite brevi, thovace subpunctulato , abdoniiuis segmentis lufo 
marglnatis ajiice rufo, alis auticis apice cineveu-Iiyaiiuis , posticia uigru- 
ciipreis. 

Mule. Luteous-testaceoas, sbitiiug, pale tcstaceous beneatli. Head very littte 
longer ia the middie tlian ou eacli side. Thurax very minutely pnuctiired. 
Abdoininal segments witU red borders; tip red. Forc uiiigs greyisli-hyaiiue 
towards the tips. Ilind wings blackish-cupreous. Length of the body 4 
lines; of the wii>gs 8 liues. 

178. BïTHoscoPUS METALLicus, n. s. , fociii. Cupveus subtns ferrngiriens, ca- 
pite fulvo brevissinio latis imo , veitice scutoqne antice testaceis , illius mar- 
gine autico uigvo, alis auticis fascia inacuiaque esteriore discaU albidohy^ 
alinis, posticis uigro-cinereis. 

Female. Cupreuus; ferrugiDOus beneath. Head tawny, very short and broad ; 
vertex with a black line along the fore border wliich is testaceous. Scutum 
testaceous in front. Fore v\ings v\'ith a ^\hitish-hyaline band , and ^ith au 
exterior discal spot of the same hue. Hind wiugs blackish-grey, Length 
of the body 4i lines \ of the vi'ings 9 lines. 

179. BïTHOscoPUS LATERALis, n. s. Cuprcus subtns fulvus, capite brcvi- 
couico linea antica transversa nigra, alis anticis apices versus cinereo-notatis, 
strigis duabus costaüFus hyalinis , posticis nigro-ciiiereis. 

Ciipreous, tawny beneath. Head short-conical , rather longer tlian in most 
species of the genus; vertex with a transverse black line in front. Fore 
wings towards the tips with some cinereous marks and with two more dis- 
tinct hyaline coatal streaks. Hind wings blackish grey. Length of the body 
2 lines; of the wiuga 4 lines. 

Bythoscopus cephalotks, n. s. Pallide flavus , capitis disco testrceo, pnnc- 
tis duobus auticis nigris, strigis duabus subtns facieque nigris , abdomitie 
testaceo, alis anticis fulvis, margiue postico basi paliide Havo, posticis cine- 
reu-hyaliuis. 

Pale yellow. Head testaceous in the disk above, with two n^innte black dots 
in front, and with two black streaks towards the face, which is also black. 
Abdomen testaceous. Fore wings tawny, pale yellow at the base of the 
hind border. Hind wings greyish-hyaüne, Length of the body l-i liüe; 
of the wings 3 liues, 



;i98 

Group 2. Avista 'perlonga. Avista very long. 

181. BïTHOscoPUS EiAUCUATUS, D. s. , fcem. Albido-testaceus, vertice scutoque 
linea transversa arcuata rufa , alis anticis macualis duabus costalibus exteri- 
oribus apiceque fuscis, posticis subbyaliuis pallido-Tenosis, 

Female. Whitish-testaceous. Head arched , aboutfour times broader tban long, 
a little more convex ia front tban concave behind. Vertex and scutura each 
with a transverse red arclied line. Arista, about three-fourtbs of the length 
of the body, Tore wings with brown tips, and with two cxterior brown 
costal spots. Hind wiugs nearly hyaline, with brown tips. Length of the 
body 2^. lines: of the wings 5^ lines. 

182. Bi'TUOscüPUs LAETisiGNA, n. s. , mas. et feera. Cinereo-cupreus suUus 
ciuereus, capitis linea antica thoracis fascia antica interrupta arcuata macu- 
lisque posticis ocliraceis, tibiis' anticis ochraceis, alis cnpreo-hyaünis, anticis 
costa ochracea macuiis duabus esterioribus costalibus apiceque nigro-fuscis. 

Idale and Female. Cupreous, with a cincreous tinge; cinereous beneath. HeaJ 
with an ochraceous line in front of the vertex. Arista about half the lengtli 
of the body. Thorax with an arched interrupted ochraceous hand and some 
hinder ochraceous spots. Fore tibiee and tips of the fore femora ochra- 
ceous. Wings cupreous-hyaline. Fore wings with the costa and tbe interior 
border cclirnceous, wilh two exterior blacldsh-brown costal lines, with blac- 
kish-brown tips, and with a blackish-brown dut by the interior border. Length 
of the body 3 lines; of the wings 7 lines. 

183. Bythoscopus kiguilinka, n. s. Acneo-fulvus, capite lineis duabus trans- 
versis nigvis, alis anticis jeneo-luridis, guttis tribus apud marginem posticuni 
■fiigris. 

Aeneous-tawny. llead with two black transverse lines. Arista a little more 
than half the length of the body. Wings lurid , with an feneous tinge; in- 
terior border of the fore wings with three black dots. Length of the body 
2^ Unes; of the wings 6 lines. 

184. Bythoscopus igmcans, n. s. Ochraceous subtus testaccus, scutello albo, 
alis anticis guttis discalibus maculisque marginalibus albis , macuÜs apioalibus 
fuscis, posticis ciuereis. 

Ücliiaccous, testaceous beneath. Arista longer than the body. Scutellum white. 
Legs testaceous. Fore wings with white brown-bordered discal dots, and with 
some white spots or the costa and on the interior border ; disk of the ex- 
terior areolets brown. Ilind wings grey. Length of the body l^line; of the 
wine:s 4 liue^. 



BESCHRIJVING VAN EENE REIS 

MAAK 

DE ZUIDWEST- EN NOOEDOOSTKUST 

VAM 

NIEUW-GUINEA , 

DOOB 



Jls Olijk van bijzondere hoogachting opge- 
dragen aan Dr. F. Jünghüun. 



iste GEDEELTE. 

Iteis naar de Zuidwesthist en verblijf aldaar. 

Van gouvernementswege toegevoegd geworden zijnde , aan 
eene in het laatst van 1857 benoemde kommissie voor een 
onderzoek op Nieaw-Guinea , vertrok ik in January 1855 
van Batavia, mijne toenmalige standplaats, naar Amboina, 
alwaar Z. M. stoomschip Etna gestationneerd lag, welk 
vaartuig voor de zending was beschikbaar gesteld geworden. 
Later werd een tweede vaartuig ingehuurd , de partikuliere 
bark Atuat-ul-bari , op welken bodem ik mij op den 15<^en 
Maart embarkeerde, met den kapitein F. Beekman , een der 



400 

leden vnn de kommissie en den luitenant TIssot van Patot , 
komniandant van het detachement geëmbarkeerde troepen. 

Den 20ii Manit, met het krieken van den dag, bevon- 
den wij ons vlak onder kaap Van den Bosch (tandjong Ka- 
timoen) aan de westkust van Kieuw-Guinea, passeerden ver- 
voio-ens straat Nautilus, tusschen Poeloe~Adi en de vaste 
kust en kwamen in den namiddag ten anker aan de noord- 
kust van laatstgenoemd eiland, circa een mijl uit den wal, 

In den vooravond van den 22steii Het de Etna naast de 
Atuat-ul-bari het anker vallen. De Etna was drie dagen 
later dan wij van Amboina vertrokken. 

's Anderen daags bezocht ik het armoedige aan het strand 
liggende dorpje Adi. De weinige bewoners, uit een men- 
gelmoes bestaande van afstammelingen van Ceramers, Tido- 
rezen en Papoea's, waren bij onze komst naar het bosch 
gevlugt, doch kwamen spoedig naar hunne haardsteden te- 
ruo- , toen ze zich van onze goede bedoelingen overtuigd 
hadden. Zij ontvingen mij vrij onverschillig. Het geheele 
dorp bestaat uit een zestal morsige van bamboe en palm- 
bladen zamengestelde en ordeloos langs het strand gebouw- 
de hutten. 

Mannen en vrouv/cn leven voornamelijk van de vischvangst 
en het kvreeken van weinige aardvruchten , op kleine , ruw 
gezuiverde plekken boschgrond, die echter naauwelijks met den 
naam van tuin kunnen worden bestempeld. Hunne wapens 
bestaan uit messen , boog en pijlen ; de beide laatstgenoemde 
ruilen zij van de tegen overliggende vaste kust in. 

Het eiland zelf is circa 25 palen lang en 5 palen 
breed bestaat uit opgeheven terrein, wat uit de koraal- 
stukken blijkt / w^elke men tot op de kruinen der weinige 
heuvels vindt, dio , nog geen 100 voet hoogte bereiken- 
de, vooral aan de noordkust van het eiland oprijzen. Vlak 
achter het dorp Yerheft zich de grond tot een plateau. 



401 

hetwelk hoogstwaarscliijnlijk de gelieele breedte en een groot 
gedeelte der lengte des eilands zal beslaan. Zoet water 
is schaarsch. ^Feinige , naauwelijks noemenswaardige, beekjes 
ontlasten hun half brak water in zee. Middelmatig: hooi»- 
boomgewas, waaronder enkele hoogstammige boomen (voor- 
al kalossale artocarpen) overdekt geheel Adis. Yruchtboo- 
men vond ik geene andere dan kalappa (Cocos nucifera) , pi- 
sang (Musa paradisiaca) , papaja (Carica papa^^a) en eene 
limoensoort (Citrus) met zeer langwerpige vruchten. De 
tuin- en aardvruchten , die als handelsvoorwerpen aan boord 
■worden gebragt , bestonden in khidi (Colocasia) , terong 
(Solanum), obis (Convolvulus) , lombok (Capsicum) en wa- 
termeloenen (Citrullus). De fauna is , niettegenstaande de 
nabijheid der vaste kust, tamelijk arm. Ik ontmoette geen 
enkel zoogdier op mijn exkursie, maar wel eenige vogels 
(Psittacus galeritus, Psittrcus lori, Corvus orru , Columba 
perspicillata en Megapodius rubripes), van welken laatsten vo- 
gel de eijeren in menigte ons te koop werden aangeboden. De 
zee moet zeer vischrijk -wezen, tusschen het strand en het 
koraalrif, dat Poeloe Adi voor meer dan twee derden insluit. 
Tusschen Adi en de vaste kust, lio-o-en de kleine, onbe- 
woonde eilanden Oerobi, Oenaga, Moestika, Kalimala en 
Karawatoe; zij zijn van hoegenaamd geen beteekenis. 

In de kampong een' bekwamen loods geëngageerd hebbende 
voor den verderen overtogt, verlieten wij in den ochtend 
van den 25sten de reede , door het stoomschip gesleept, 
noordwaarts naar de vaste kust koers nemende, en anker- 
den 's middags op circa drie mijlen uit den wal, terwijl de 
Etna, na een oppervlakkig onderzoek van het hier bijzonder 
ondiepe vaarwater, verder noord opstoomde en vlak voor 
de monding der Karoefa-rivier het anker liet vallen. In 
den morgenstond van den daaropvolgenden dag, kwamen 
"wij daar ter plaatse insgelijks ten anker. 



402 

Het voor ons liggende gedeelte van Nieuw-Guinea ver- 
toonde zich als geheel vlak land. Alleen in het noordoos- 
ten rijst uit het binnenland eene bergketen op tot circa 2000 
voeten hoogte, welke tot aan kaap Van den Bosch zich 
uitstrekt, aldaar een tamelijk hoog en veelal steil kustland 
vormende. 

In noordwestelijke strekking verheft zich binnenlands eene 
tweede bergketen , welker scherp gehakkelde kruin , duidelijk 
kalkformatie te kennen geeft. Nog dieper landwaarts in 
vertoont zich, in eene insnijding dezer keten, een schijnbaar 
geïsoleerde , spits toeloopende bergtop , mogelijk een oude 
eruptie-kegel. Een uitgestrekt donkergroen woud overtrekt 
heinde en verre het land ; ginds en daar blinken glinsterend 
witte kalkrotsen (dolomiet) uit het sombeFe groen. 

Den dao; van den 28sten Maart w^erd besteed, tot het doen 
eener onderzoeking van de rivier. 

AYij roeiden haar met twee sloepen op, vergezeld van 
een gewapend detachement; hielden middagrust in de klei- 
ne, door de gevlugte bewoners verlaten kampong Kom- 
kom en bereikten laat in den avond een punt , van waar 
uit het niet mogelijk was verder op te roeijen. Dien ten 
gevolge overnachtten wij in de sloepen en namen 's anderen 
daags de terugreis naar boord aan. 

De rivier heeft haren oorprong in de voornoemde, bij 
kaap Van den Bosch het strand bereikende, bergketen , loopt 
in zuidoostelijke strekking door hoog, meest alluviaal land 
en ontlast zich in zee met vijf mondingen , die echter, met 
uitzondering der hoofduitwatering, niet noemenswaardig zijn. 

De rivier zelve neemt slechts enkele zijtakken op van wei- 
nig beteekenis en heeft , wegens de onmerkbare helling van 
het terrein, maar weinig stroom. De hoofdtak heeft bij de 
monding eene breedte van on geveer 450 nederl. el, bij 
het aan den regteroever liggende dorpje Kom-kom omtrent 



403 

vier uren oproeijens van de monding verwijderd , eene breed- 
te van 300 nederl. el en op liet punt, waar ^Yij genoodzaakt 
werden terug te keeren , eene breedte van 13 ek Eene 
zandsteenlaag, ^Yelker scherpe punten bij laag water geheel 
droog vielen, vormde daar ter plaatse eene afsluiting. Het 
water heeft eene vuilgele kleur, is tot op een' afstand van 
zes a zeven uren opvarens brak en de vloed laat zich nog 
aan het uiterste door ons bereikte punt bespeuren. De diepte, 
vooral benedenwaarts, v/as nog al aanmerkelijk en het oproeijen 
vindt nergens belemmering door omver gevallene of afdrijven- 
de boomstammen. Voor de hoofduitwatering ligt een zandbank, 
waarop steeds branding staat, waardoor het inloopen met 
schepen onmogelijk en het inroeijen met sloepen gevaarlijk 
wordt. De oevers ziin voor nao-enoeo- drie vierde gedeelten ha- 
rer lengte hier laag en moerassig; ginds en daar rijzen ze op 
enkele punten omhoog tot heuvels, van twintig tot vijftig 
voeten hoogte, en vormen aan den bovenloop nu en dan steil 
afgestorte wanden van 100 voeten hoogte. Ze bestaan ge- 
deeltelijk uit vette, zwartachtige aarde, gedeeltelijk uit zand 
en klei. 

Een middelmatig hoog bcsch bedekt beide, meest onder 
water staande, oevers. Het is zamengesteld uit Heritiériën , 
Sonneratiën , Bruguiëriën en Xylocarpen en op de drooge 
plaatsen uit Mimosen , Euphorblaceën , enkele palm- en Ei- 
cus- soorten, meest allen weelderig begroeid met een tal van 
parasiten. Langs het drooge zandstrand groeijen veelvul- 
dig knodsboomen (Casuarina) en eene Sophora. 

Een groote verscheidenheid van diersoorten uit de ver- 
schillende klassen bewoont dit eenzame woud. Vooral rijk 
vertegenwoordigd zijn vogels en vlinders; Psittaciden (Psit- 
tacus goliath, galeritus, tricolor, grandis , capistratus) en dui- 
ven (Columba coronata, Pinon , perspicillata, luctuosa) vlogen 
in menigte rond en een enkele Paradisea papuana liet zich 



404 

nu en dan zien. Prachtig gekleurde Lepidopteren zwier- 
den door het \voud heen, vooral de schitterende Ornithopt- 
era Poseidon en Ul^'sses, die daar alles behalve zeldzaam 
waren. 

Zoo als dit op vele plaatsen langs de westkust van Nieuw- 
Guineahet geval is, heeft de landstreek, die de Karoefarivier 
doorstroomt , verschillende benamingen ; dan eens heet ze naar 
de rivier Karoefa , dan eens Tangeri en eindelijk ook Sibekor. 
Zij is weinig bewoond en het strand wordt door binnen 
's lands wonende Papoes alleen bezocht, wanneer ceramsche 
handelspraauwen bij Poeloe Adi ten anker liggen. De in- 
boorlino-en zakken in dit o-eval de rivier af met een hoeveelheid 
van massooi (zekere, bij den Javaan gretig gewilde soort 
van boomschors) en wilde muskaatnoten, die ze, door tus- 
schenkomst der Adiërs, verruilen tegen katoen, boslemmer- 
messen, koralen en tabak. 

liet ellendige dorpje Kom -kom , bestaat uit een zestal, 
los uit boomschors opgebouwde hutten en strekt maar tot 
tijdelijk verblijf. Boom- en struikgewas was tot op een dertig 
tal ellen afstands van den oever afgekapt en , zonder den 
grond verder te zuiveren , had men ginds en daar papaja 
(Carica), kladi (Colocasia) en obie geplant. 

De bevolking w-as, zooals reeds is aangemerkt, gevlugt 
en de hutten stonden ledig. In de grootste daarvan vonden 
wij een zakje met wilde, noten en naast den ingang was 
een staak geplant, waaraan een krans hing van uitgeblazen 
krokodilleneijeren. 

s' Morgens den dertigsten Maart, zetten wij, onder gelei- 
de van het stoomschip, de reis verder door, noordoostelijk 
opkoersende en ankerden 's avonds in de bogt van Kai- 
mani, op een' halven mijl afstands uit den wal, tegenover 
een paar kleine , op het strand staande hutten , waarin de 
bewoners onbevreesd en rustig verbleven. In den ochtenstond 



405 

van den Isten April aan wal stappende, werden wij, zon- 
der teekenen van wantrouwen ontvangen en in de hutten toe- 
gelaten , die van een gelijk ruw en eenvoudig maaksel waren 
als die, welke te wij Karoefa en Adi hebben gezien. 

Het strand vervolgens oostwaarts opgaande , langs steile , 
uit schelpkalk bestaande rotswanden , kwamen wij, ten zuidoos- 
ten van de kleine , in de bogt gelegene Tandjong Bosweri , aan 
eene ondiepe grot, die door de natuur is gevormd en die van uit 
onze ankerplaats duidelijk kon worden gezien. AVij vonden 
daarin eene soort van doodkist , met menschenbeenderen 
gevuld ; en buiten de grot , een honderdtal passen verder 
op een uitspringend gedeelte van den rotsmuur , circa 30 voet- 
ten boven den grond, eene tweede , ingelijks met beenderen , 
gevulde kist, op vrelker deksel vijf doodshoofden, zonder 
onderkaaksbeen , waren gelegd. 

De bogt van Kaimani wordt aan de westzijde bepaald 
door Tandjong Smora en aan de oostzijde door Tandjong 
Bosweri ; eerstgenoemd voorgebergte is laag , het laatstge- 
noemde is een uitspringende hoek van eene steile bcrgketen , 
die langs de noorzijde der baai heentrekt, in hare hoogste 
punten circa 300 voet hoogte heeft en op de meeste plaat- 
sen steil naar het strand afloopt. De hoofdmassa van dit 
gebergte bestaat uit kalksteen en in de nabijheid van het 
strand uit schelpkalk. De geheele noord westzijde der baai is 
lang, moerassig boschland. Enkele kokosboomen verheffen 
hunne kruin boven het lao;ere o-eboomte en strekken met 
de twee hutjes van het dorp tot het eenige kenmerk Vcin 
het aanwezig zijn van menschelijke bewoners in deze on- 
herbergzame streek. 

AYat de baai zelve aanpraat, men heeft daar o:oeden an- 
kcrgrond tot op 1700 ellen uit den wal. Eene breede zand- 
plaat, maar waar een paar voet water str.at, trekt langs 
de geheele west- en noordzijde tot voorby de kampong 



406 

heen, terwijl een ver in zee loopende koraalbank de noord- 
oostzijde omboordt, verre voorbij Tandjong Bosweri. Tot 
in de nabijheid der beenderengrot zijn de oevers vlak , 
echter van hier af niet meer begaanbaar, aangezien het 
voornoemde gebergte hier het strand bereikt, daar langs 
heen strijkt en loodregt in zee daalt. Noordwestelijk van 
het dorpje, op eenige honderden ellen daarvan verwijderd, 
stort zich een bsekje in de baai, een uitmuntend drink- 
water opleverende en cene overheerlijke gelegenheid tot het 
nemen van een verfrisschend bad aanbiedende , twee gerieven , 
die men , op het door ons onderzochte gedeelte van Nieuw- 
Guinea, maar zelden vereenigd aantreft. 

Wat de fauna aangaat, zoo werd ons als eenig zoogdier 
een kleine, bruin- en wit- gestreepte Phalangista aan boord 
gebragt. Van vogels zag ik Psittacus galeritus en capistratus , 
Falca pondicerianns , Cvpselus mystaccus, Edolius carbo- 
narius, Gracula Damonti, Graucalus papuensis, Muscicapa 
thelescophthalma , Columba Pinon, Megapodius, Alectelia en 
langs het strand eenige Charadriïden en Scolopaciden. In- 
sekten waren veel minder in soort en getal voorhanden , dan 
aan de Karoefa- rivier. 

In hoogere mate trekt de vegetatie, door kracht en rijkdom 
van vormen, het oog van den beschouwer tot zich, al is de- 
ze ook geen kruidkundige. Het woud bestaat hier niet, zoo als 
in de gematigde luchtstreken het geval is , uit enkele boom- 
soorten , die aan hetzelve een bepaald , typisch karakter ver- 
leenen, maar eene massa der meest verschillendste boomsoor- 
ten , uit alle mogelijke familiën, staat hier en in alle tropische 
gewesten bijeengeplaatst. Alleen de kasuarinen geven een ver- 
re uit zee reeds merkbaar karakter aan het landschap. Regelma- 
tig naast en achter elkander opschietende en geeue andere boom- 
soorten tusschen zich duldende , groeijen ze in lange reijen langs 
het strand, als het ware een' kolossalen . in den ouden franschen 



407 

tuinierstijl geschoren heg vertoonende. De voornaamste planten- 
soorten, waaruit het bosch is zamengesteld , behooren tot de 
familie der Mimosen, Eleococarpen , Artocarpen , Sterculiën , 
Melastomen, Urticeën, Mj^risticeën , Pandaneën en Aegice- 
reën. Yooral menigvuldig, aan alle berghellingen, was de 
schoon e Arausiaca excelsa , die ziclï hier voor het eerst aan 
mij vertoonde. Op het zandige strand zelf groeljen vooral 
Convolvulaceên (Convolv. cymosus en peltatas) en vooral 
het zonderlinge Spinifex squarrosus, welke laatste min of 
meer gelijkenis heeft met het hoofd eens Papoes. 

Het land is ook hier nao-enoeo' onbewoond. Het aan het 
strand liggend dorpje dient tot tijdelijk verblijf voor uit het 
binnenland naar het strand afkomende personen , hetgeen óns 
daaruit bleek, dat wij lederen dag andere menschen zagen. 

Do dag van den 2den April werd besteed aan een on- 
derzoek van de Speelmansbaai, oostelijk van Kaimani ge- 
legen, op circa 1 mijl afstands daarvan. 

Bij de Ceramsche handelaars heet ze Telok-Bitsjaroe en zij 
is op de, in 1853 door Melvill \aïi Carnbee uitgegevene, 
kaart van Nieuw-Guinea verkeerdelijk boven de Kamran- 
baai, dus westelijk van Kaimani geplaatst. De strekking dezer 
schoone baai is noordnoordwest. Zij beslaat omtrent 2|- mijlen 
lengte en heeft twee toegangen , gevormd wordende door het 
aan hare opening liggende langwerpige eiland Namatotte. 

De oostelijke ingang is niets dan een naauwe kronkelende 
straat, terwijl de westelijke een groot open vlak daarstelt , 
van niet geheel een mijl breedte. Met uitzondering van 
zuidelijke, is de baai tegen alle winden beschermd en 
heeft in haar middengedeelte goeden ankergrond. Het oost- 
waarts langs de bogt van Kaimani heenstrijkende gebergte 
scheidt als een smalle landtong de Speelmansbaai van de bogt 
van Kaimani. Eene andere, iets breedere , strook bergland 
scheidt haar aan de oostzijde van de bekende Tritons-baai, 



408 
aan welker uiteinde liet sedert jaren reeds ges;loopte Türt du Bus 



vroeger stond. 



liet strand loopt op de meeste plaatsen steil op. Op enkele 
plekken ontwaart men een smal, vlak strand, hetwelk zijn 
ontstaan verschuldigd is aan gedurige zandaanspoeling. De 
circa 5000 voeten hooge berg Ganafa vormt den achtergrond 
der baai , is echter daarvan gescheiden door eene strandvlak- 
te , hoogst waarschijnlijk alluviaal land. Xaar het uiterlijk 
voorkomen te oordeelen , bestaat de hoofdmassa van dezen 
bergtop uit zandsteen. 

Het eiland Namatotte is niets anders dan een lange berg- 
rug , eene hoogte van circa 1000 voeten bereikende , daalt 
nagenoeg overal steil in zee af en bestaat, gelijk het om- 
ringende gebergte, uit kalkgesteente (dolomiet). 

Naar de oostzijde de Speelmans-baai oproeijende, zagen 
wij aan het strand een woonhuis, veel steviger en ruimer 
gebouwd dan al de hutten , die wij tot nu toe gezien hadden. 
Het w-as blijkbaar voor verscheidene huisgezinnen tot een vast 
verblijf ingerigt en bestond uit een ruim, aan drie zijden door 
kanieriJGS omsloten hoofdvertrek. Vlak ter zijde, onder een 
dak, bevond zich in eene omheining een verscli graf met 
eene sierlijk besnedene pilaar van vier voeten hoogte ver- 
sierd. De bewoners w^aren gevlngt. Eerst scheen het, als 
of zij rustig onze bezoeken wilden afwachten en nieuwsgierig 
gluurden ze van achter het huis naar ons. Zoodra v,dj echter 
voet aan wal zetteden, liepen zij, alles in den steek laten- 
de, het bosch in. Wij vonden in het huis ruw bew^erkte 
kookgofeedschappen , werktuigen tot vischvangst en bogen 
met pijlbuudels, alsmede een zvraar stuk ijzer, hoogstwaar- 
schijnlijk afkomstig van een of ander schip. Ook zagen 
we hier voor het eerst huisdieren, een hond en ecnige hoen- 
ders en aan een der deuren zat een kastori (Psittacus 
graudis) op een stokje vastgebonden. Een aanplanting van 



409 

junge kalappa (Cocos iiucifera) bevond zich acliter het Luis , 
en ter zijde daarvan wezen hopen van geopende oesterschel- 
pen de soort van voedsel aan , waarvan de bewoners zich 
het meest hadden bediend. 

Na eenige geschenkgoederen te hebben achtergehiten , werd 
de terugreis naar de sehepen aangenomen. 

Van onzen gids vernomen hebbende, dat westelijk van Kai- 
mani een groote inham , de zoogenaamde Ari;^'oeni-baai , 
zoude liggen, waarin zich een groote, verre uit het binnen- 
land komende rivier zoude uitstorten , welke laatste verschei- 
de dagreizen zoude kunnen worden opgeroeid, werd besloten 
zulks nader te onderzoeken. 

Dientengevolge vertrokken wij 's ochtends van den vijfden 
April met drie sloepen van boord , passeerden Tandjong- 
Smora en landden 's middags op een der Sirotta-eilanden , 
drie kleine hier en daar van een smal strand voorziene 
zandsteenrotsen. Een kleine handelsschoener lag achter het 
grootste eiland ten anker en verscheidene papoesche huis- 
gezinnen waren ter zake van ruilhandel van den vasten wal 
overgekomen. Zij toonden zich volstrekt niet bevreesd en 
lieten met zich praten. Het middagmaal genuttigd heb- 
bende, zetten wij de reis in noordnoordoostelijke vigtixig 
voort, naar den reeds zigtbaren ingang der Arigoeni-baai. 

Omstreeks ten vier ure bereikten wij de opening en roeiden 
een breed kanaal in, van circa een mijl lengte. Wij over- 
nachtten hier, en 's anderen daags verder oproeijende, zagen 
wij in eens dit kanaal zich tot een uitgestrekt meer ver- 
breeden , waarin aan de noordzijde een tweede kanaal uilliep. 
Dezelfde merkwaardige formatie vonden wij nog twee koeren 
en dit gaf ons de overtuiging , dat de gezegde rivier niets 
anders is dan eene aaneenschakeling van meertjes, door 
breede kanalen onderling verbonden. 

's Avonds van den tweeden dag, na cuxa ^even düitsche 

üL. XIX, 29 ' 



. 410 

mijlen oproeijens, bevonden wij ons voor den ingang van een 
nieuw meertje, doch moesten helaas het verder doordringen 
staken , wegens gebrek aan levensmiddelen. AYij overnachtten 
op een klein elLnnd, in den laatst door ons bereikten inham 
gelegen, in gezelschap van den radja van Kamatotte, die, 
te Tandjong Smora aan boord genomen, ons tot hier, met 
een getal van volgelingen, getrouw was bijgebleven. Hij 
nam echter midden in den nacht en zonder dat wij het minste 
er van bespeurden , stilletjes met ui zijn volk de wijk , om ons 
onbekend gebleven redenen. Den volgenden dag begaven 
wij ons op de terugreis, hielden op Sirotta nachtverblijf en 
kwamen den achtsten April behouden aan boord terug. 

De Arigoeni-baai heeft eene strekking van zuid naar 
noord. Hare regteroever is laag en vlak, met uitzondering 
aan den ingang van zee uit, waar lage heuvels steil uit het 
water oprijzen. Langs het grootste gedeelte van den linkeroe- 
ver echter strijkt eene circa 1000 voet hooge bergketen, 
die zich aan den reeds vroeger genoemden Gansfo aansluit en 
vervolgens in noordoostelijke strekking binnenslands verloopt. 

Prachtig is het gezigt op die keten in het tweede ka- 
naal, dat in eene regte lijn, gelijk eene kunstwaterleiding, 
loopende , door haar als door een' kolossalen muur wordt 
begrensd. 

Ook hier bestaat het gebergte uit kalk , waardoor hier 
en daar zandsteen is heengebroken. Berg en vlakte zijn met 
boomgewas begroeid, dat achter aan de berghellingen iets 
schraal is uitgevallen. Eene menigte vogelstemmen , voor- 
al die van Buceros ruficoUis en van verscheidene Psittaciden , 
verlevendigden de anders doodsche , door menschelijke schep- 
sels zelden betredene landstreek. Deze laatste werd door de 
inboorlingen Lorissa genoemd en de aaneenschakeling van 
baaijen moet zich zooverre binnenslands uitstrekken , dat een 
met te breede strook land overblijft, de afscheiding vormende 



411 

tusschen den laatsten inham en een der zijtakken van den 
grooten golf van Mac-Cluër. Tot aan het verste door ons 
bereikte punt bespeurden vv'ij eb en vloed en ^vas dien ten ge- 
volge het bruingele water brak. Schepen van middelraatigen 
diepgang kunnen zonder hinder opzeilen. Een tal van eiland- 
jes ligt in de kanalen en meertjes verspreid, die, in verband 
met de weelderige vegetatie, nu en dan fraaije gezigteu 
opleveren. De stroom is middelmatig sterk en bij sterken 
wind staat een vrij zware , kort gebroken golfslag. 

De landstreek is even dan bevolkt, als alle de vroeger 
door ons bezochte distrikten. Op het eilandje, waar wij over- 
nachtten, stond een vijftal hutten , welker bewoners zich, voor 
een gedeelte , in het nabij liggende bosch hadden verscholen. 
Een ander gedeelte was wel is waar gebleven , doch vlugtte 
insgelijks met den radja van Namatotte , toen deze ons in 
het holste van den nacht in den steek liet. 

De handel is van Aveinig beteekenis en beperkt zich ook 
hier tot wilde noten (van Myristica dactyloides) en massooi- 
schors (een Laurus). 

De Arigoenibaai ligt zuidelijk van de groote Kamran- 
baai en is in geheel niet vermeld op de voornoemde kaart 
van Melvill van Carnbee , waarop over het algemeen de strek- 
king en gedaante der kust, van af Kaap van den Bosch tot 
aan Ïandjong-Boeroe , geheel foutief is opgeteekend , natuur- 
lijk wegens gebrek aan zuivere bronnen. Voor den ingang 
der Kamran-baai liggen' verscheidene kleine eilanden, alle 
van weinig beteekenis. Madoeis-besaar , Madoeis-ketjil en 
Domal zijn nog de belangrijkste. 

Na onze terugkomst van boord , werden de noodige voor- 
bereidselen gemaakt tot het voortzetten der reis verder oost- 
waarts, naar Lakahia en Tandjong- Boeroe en gingen wij, door 
het stoomschip gesleept, op den twaalfden April onder zeil , 
zuidoostelijk koers nemende. 



412 

Wij bevonden ons 's middags tegenover den ingang der 
Tritonsbaai en wierpen 's avonds het anker uit aan de west- 
zijde van het kleine eiland Lakahia, een halve mijl uit den 
wal. 

Dit eiland is nagenoeg vijftien geographische mijlen van 
Kaimani verwijderd. Ten hoogste schilderachtig vertoonde 
zich gedurende het geheele trajekt van dezen dag de vaste , 
menigvuldig ingesneden , kust , met de daarvoor liggende, door 
de Iris -straat daarvan afgescheidene eilanden, waarvan het 
reeds voren genoemde Namatotte, Saghil, Scmee, Aidoema, 
Dramaai en Kajoe-merah de voornaamste zijn. 

Bergen- en heuvel-reeksen van achthonderd tot twee dui- 
zend en meer voeten hoogte, hier aaneengeschakeld, ginds 
door scherpe insnijdingen gescheiden , nu eens spits toeloopen- 
de en gehakkelde kruinen , dan weder en dit voor een groot 
gedeelte tafelvormige toppen vertoonende. Tot Aidoema 
bestaat het kustgebergte , zoomede de meer binnenslands 
liggende, in oostelijke strekking loopende bergketen , uit kalk , 
welke formatie vooral aan den zuidkant van Aidoema scherp 
in het oog valt door de kale, omtrent honderd voeten hooge 
loodregt in zee stortende rotswanden. Van hier af verdringt 
roode zandsteen den kalk en vormt nu als het ware de 
hoofdmassa van het strandgebergte. De bergachtige eilan- 
den , die wij hier voren opgenoemd hebben , hebben alle 
een' schralen plantengroei. De schoone Arausiaca excelsa 
tiert daarop in groote hoeveelheid en schenkt daardoor aan 
het landschap een bijzonder eigenaardig karakter. 

Van de reede van Lakahia uitgezien, trekt het strandge- 
bergte in noordwestelijke riging landwaarts en zal eene gemid- 
delde hoogte bereiken van tweeduizend voeten. Hierdoor 
ontstaan vele kleine baaien en inhamnen , door steil oploo- 
pend en digtbegroeid kustland omzoomd , en meestal voor- 
zien van een blinkend wit, smal, zandstrand , de geliefkoosde 



413 

plekken voor enkele Papoesclie huisgezinnen, ^Yelke kier 
van de buiten^Yereld als het ware afgescheiden en een rus- 
tig, aan jagt en vischvangst toegewijd leven leiden. 
' In noordwestelijke strekking van onze ankerplaats ont- 
waarden wij eenen ruimen door twee steil oploopeude berg- 
toppen scherp begrensden ingang van eene baai , die tot 
voorwerp van een onzer onderzoekingstogten zoude strek- 
ken. De geheele westzijde der bogt van Lakahia wordt 
bepaald door geheel vlak alluviaal, meest verdronken, land, 
waarboven eiken morgen kort vóór en na zonsopgang een 
dikke nimbus zweefde, boven welke het hoogere gebergte 
in de heldere lucht opblaauwde, gelijk een kolossaal eiland 
uit zee. 

Het eiland Lakahia zelf, ongeveer een mijl lang en een kwart 
mijl breed, is met boomgewas begroeid en onbewoond. Het 
behoort tot eene merkwaardige geologische formatie. De kern 
van het eiland bestaat uit roodachtigen zandsteen , die aan 
de west-, zuid- en oostzijde op vele plaatsen langs het strand 
in horizontale lagen ontbloot ligt, op andere plaatsen echter, 
vooral langs den geheelen noordkant , door een laag drijf- 
zand is overdekt. Dwars door het eiland heen, gaan, van 
noordwest naar zuidoost, drie banken van steenkool (eigen- 
lijk bruinkool) van zeer jonge formatie, die bij eb aan het 
noorderstrand op tamelijke uitgestrektheid bloot ligt. Yan 
Delden, voor jaren belast geweest met eene zending naar 
Kieuw-Guinea, maakt reeds in zijn rapport gewag van deze 
'bank , als een gerucht , hem door inlandsche handelaars ter 
oore gekomen. Aan den zuidwesthoek des eilands vond ik 
nog een menigte brokken van een grof korrelig konglome- 
raat, bestaande uit stukjes, door kalkmassa verbonden , veld- 
spaath, kwarts en kiezel, alsmede, in de nabijheid der zand- 
Eteenbanken , rood- en bruinijzersteen. 

In het binnenste verheft zich een omtrent veertig voeten 



4U 

lioo^o lieuvel , aan \velks zuidelijke helling eenc zoetwaterwei 
zich bevindt. 

Een oppervlakkig onderzoek nopens de kwaliteit der kolen 
leverde geen zeer gunstig resultaat op. AYare dit al anders 
geweest, dan zou toch het terrein te beperkt zijn, om van 
eeno exploitatie behoorlijke vruchten te kunnen verwachten. 

Het eiland is aan drie zijden door de bogt omgeven, 
als welks punten men zoude kunnen beschouwen Tandjong- 
Amoera aan de west- en Tandjong-I>atia aan de oost-zijde, 
welke twee mijlen van elkander verwijderd zijn. Als kleine 
banijen en inhammen noem ik die van Oeariboe in het 
uiterste westen ; de Limawabaai, door Tandjong-Amoera van 
eerstojenoenide afeescheiden ; den inham van Simanewa; 
Telok-Borra-borra en Telok-Beijer of Timbona, beiden na 
de opname Etnabaai gedoopt,* Telok-Oeimata en Telok-Be- 
saroeaka , de beide laatsten in het moerassige alluviale land 
liggende, dat den oostkant der bogt vormt en in Tandjong- 
Bojitia eindigt. 

De landstreek is, in vergelijking met de door ons vroeger 
bezochte , tamelijk bevolkt. Buiten en behalve enkele hier 
en daar verspreid staande huisjes , bestonden er toen de na- 
volgende kampongs: het dorp Tarera in de Etnabaai; het 
dorp Beik, nabij het eiland Bawia; het dorp Wausekai, bij 
aanwezigheid van handelsvaartuigen tot tijdelijk verblijf strek- 
kende, en eindelijk het dorp Besaroeaka. Alle liggen oostelijk 
van het eiland Lakahia. 

Ceramsche handelaars bezoeken nog al dikwijls deze streek , 
de uiterste zuidoostelijke grens hunner handelsspekulatiën. 
Op het eiland vonden wij overblijfsels van losse, uit palm- 
bladen zamengestelde schutsels en aan het oosteinde staat een 
vroeger overdekt geweeste houten paal, van ongeveer twaalf 
voeten hoogte, aan welks topeinde een grof , bontkleurig chi- 
neesch bord is bevestigd. Het is denkelijk een grafteeken 



415 

van een' hier overleden handelaar. 

De dagen van den dertienden tot den zeventienden April 
werden gewijd aan een onderzoek der steenkolenlagen en 
den achttienden werd een onderzoekinc:;sto2;t gedaan naar de 
Timbona-baai, op twee en twee derde mijlen, in noordoos- 
telijke rigting, van onze ankerplaats verwijderd liggende. 
Wij bereikten spoedig den ingang , die nagenoeg twaalf hon- 
derd ellen breed is en door twee hooge, steil opluopende voor- 
gebergten begrensd wordt , waarvan het oostelijke op het klei- 
ne eiland Bawia ligt. Den westelijken hoek omgeroeid zijn- 
de, zagen wij eensklaps regt voor ons uit een' prachtigen 
waterval, van uit een hoogte van omtrent zeshonderd voeten, 
zich langs een berghelling van plus minus vijftig graden, in 
vijf verschillende trappen, met donderend geweld in ^ee stor- 
tende. AYestwaarts loopt de baai omtrent een mijl het 
land in en het is dit gedeelte, dat onder den naam van Te - 
lok Borraborra bekend is. Daarentegen opende zich oostwanrts 
een breed kanaal met een uitgestrekt verschiet, dat ons op 
het eerste gezigt de Arigoeni-baai met hare kanalen en meer- 
tjes voor den geest riep. Na in de nabijheid van den water- 
val het middagmaal te hebben genuttigd, werd de reis ver- 
der oostwaarts naar Telok-Beijer of Timbona voortgezet. De 
linkeroever rijst overal tot steile bergruggen op, die eene hooo-te 
van plus minus tweeduizend voeten bereiken en aan welker 
voet een smalle regtlijnig afgesneden strook verdronken land 
zich uitstrekt. Voorbij het uit twee bergtoppen bestaande 
eiland Bawia, wordt de regteroevcr (altijd de baai opvarcude) 
daarentegen geheel moerassig, uitgezonderd dat hier en daar 
geïsoleerde heuvels uit het verdronken land oprijzen. 

In den laten avond nog altijd op dit onherbergzaam 
strand geen geschikt plekje gevonden hebbende, tot het 
daarstellen van een bivoeak voor het geheele relsgezelsclinp, 
werd besloten in de sloepen te overnachten. 



41G 

Een klein gedeelte der heeren zoclit en vond zAïidelijk 
in het duister langs de helling van een henveltje eene eenig- 
zins drooge plek, onder hoog geboomte verscholen, waar 
Lij gebrek aan beter een klein getal personen nachtverblijf 
kan houden. 

's Anderen morgens nam onze sloep uit een misverstand 
de terugreis aan , terwijl de tweede sloep de baai verder 
oproeide. Tegen den middag bereikten wij den uitgang en 
werkten nu naar het dorp AYansekai op , waar een paar 
handelspraauwen ten anker lag. Langs het strand roeijende 
ontwaardden wij hier voor het eerst, in de kampong Baaik, 
een dier lange huizen , een tal van huisgezinnen tot woning 
strekkende, waarvan de heer Sak Muller in zijne beschrijving 
der kampong Oetanata zoo dikwerf gewag maakt. Wansekai 
zelf bestaat uit eene tiental ellendige afdakken , die aan allo 
kanten open zijn ; in het eenige bewoonbare huis , had 
een handelaar zijn magazijn opgeslagen. Wegens het na- 
bij liggend moeras , moet een verblijf alhier stellig hoogst 
nadeelig op de gezondheid werken. 

Den negentienden keerden wij naar boord terug, en het 
onderzoek langs de zuidwestkust afgeloopen zijnde, namen 
wij de noodige voorbereidselen tot het voortzetten der reis 
naar Doreh. 

De hoofdstrekking der Timbona of Etnabaai is van west 
naar oost. Zij heeft een lengte van nagenoeg vier duitsche 
mijlen, eene breedte van duizend tot drie duizend ellen, 
en staat aan de regterkust door middel van eenige zijtak- 
ken in verband met verschillende kanalen, welke het aan 
de oostzijde der bogt gelegen moeras doorkronkelen. De 
baai ligt verder aan het smalste gedeelte der landtong, 
welke de beide schiereilanden van Nieuw-Guinea verbindt 
en heeft waarschijnlijk aanleiding gegeven tot het geloof, 
aan het bestaan eener doorvaart of opening van de Geel^ 



417 

vinksbaai , gelijk eene zoodanige nóg op de kaart van Derfel* 
den van Ilinderstein aangeteekend staat. Een dergelijke 
doortogt of een kanaal bestaat niet. Een lage bergrug 
trekt over de landtong heen en sluit zich, hooger en hoo^ 
ger opstijgende, aan het zoogenoemde sneeuwgebergte aan , 
dat voor ons helaas onzigtbaar bleef. De geheele land^ 
streek is ook hier zwaar begroeid. Hier en daar sche-? 
meren witte dolomiet-wanden uit het sombere groen. Rhi-? 
zophoren, Avicenniën en Sonneratiën bedekken het moe-? 
rassige land ; Arausiaca excelsa en Barringtonia speciosa wa^ 
ren niet zeldzaam op het eiland Lakahia, zoo mede kolos^ 
sale exemplaren van Calophyllum inophyllum, welke laat^ 
ste met een kleed van parasieten waren o vertogen. Van 
dieren zagen wij vooral vele vogelsoorten (Buceros ruficoU 
lis, Alcedo dea, Falco pondicerianus, Cypselus mjstaceus, 
Eurystomus gularis , Psittacus galeritus, Columba Pinon, enz.), 
Van Lamprotornis metallicus verkreeg ik hier drie exempla^ 
ren en ik kan derhalve deze species als nieuv/ voor de fauna 
van Nieuw-Guinea opnoemen, die tot heden bekend was 
als alleen in de Mol ukken te huis te behooren. Op boven 
zee uitstekende rotsen zaten troepen van Sterna, in gezelschap 
eener witte Ardea, die zich echter niet onder schot lieten 
brengen. De schoone Ornithoptera Poseidon, was op het 
eiland in overgroot getal aanwezig. De bogt is op vele 
plaatsen uitermate vischrijk en Tvij vingen van 's morgens 
zeven, tot 's avonds zes ure, met een vijftigtal kleine hen^ 
gels aan boord der bark bij de elf honderd ponden visch. 

De weersgesteldheid was gedurende een anderhalf maan-^ 
delijks verblijf langs deze kust tamelijk gunstig geweest- 
zelden kon men de warmte drukkend noemen en nu en dan 
kwamen regenbuijen opzetten , als voorloopers van de op- 
handen zijnde regenmoesson , die hier van April tot Sep- 
tember heerscht, terwijl dan de noordoostkust juist drooge 
pioesson heeft. 



418 

Wat de oprigting van een nieuw gouvernements etablis- 
sement aangaat, aan het door ons bezochte gedeelte der zuid- 
westkust, zoo zoude men naar mijn gevoelen niet een punt 
kunnen vinden, wat de noodige vereischten daartoe bezit. 
Nergens ziet men eene ook slechts eenigzins uitgebreide vlak- 
ten, die niet uit verdronken land bestaat; daar waar de grond 
drooo- is rijzen steile kalkheuvels op, die wel is waar klei- 
ne inhammen met een smal, droog en vlak strand in- 
sluiten, maar ook alle toestrooming van versche lucht 
tegen houden. Daarbij is volslagen gebrek aan goed drink- 
w^ater en weinig gelegenheid tot het aanleggen van voor 
de gezondheid zoo onmisbare badplaatsen. Het voornaamste 
beletsel echter is (altijd naar mijn gevoelen), daarin gelegen , 
dat hefc land niet genoegzaam bevolkt is; want de weinige, 
hier en daar verspreide, dorpen kan men volstrekt niet in 
aanmerking nemen. En wat beteekent eene vestiging in 
eene landstreek , waar het aan haar schoonste sieraad , aan 
menschen ontbreekt? Wil het gouvernement aan de West- 
kust eene vestiging hebben , die niet louter een politiek doel 
zoude hebben, maar tevens ook langzamerhand tot kennis 
van het binnenland en tot meerdere beschaving der bevol- 
king moest leiden, zoo moeten wij verder noordwestwaarts 
in de Mac-Cluc=r-golf eene plek tot een etoblissement kiezen. 
Daar is eene sterke bevolking, die wij door het overwigt 
onzer wapenen gemakkelijk in bedwang zouden kunnen 
houden en van lieverlede aan bebouwing van het land zouden 
kunnen gewennen. De golf snijdt eindelijk ook diep het 
land in en het zoude derhalve welligt niet zeer moeijelijk 
zijn , het geheele noorderschiereiland van hier uit te onder- 
zoeken. 



419 

Op liet punt staande deze kust te verlaten, zoude een 
schets van de zeden en gewoonten der bewoners stellicr van 
groot belang zijn voor de etlmologie dezer gewesten. Ons 
kort verblijf echter en het weinige verkeer met deze ruwe 
natuurkinderen, gaf weinig gelegenheid, berigten dienaan- 
gaande in te winnen. Bovendien heeft de verdienstelijke 
natuuronderzoeker, de heer Sak Muller, reeds eene wel is 
waar niet zeer uitgebreide maar zeer naauwkeurige beschrij- 
ving geleverd van de bewoners der Tritonbaai (Natuurkun- 
dige A^erhandelingen, Ethnologie), die in allen deele toepas- 
selijk is, op de door ons gade geslagen individu's. 

Ik zal mij derhalve, ter vermijding van nuttelooze herha- 
lingen, alleen bepalen eenige weinige toevoegsels en aan- 
teekeningen te leveren, op de schets van den heer Muller. 

Hij zegt op pag. 89 der uitgaaf in 8° (Koninkl. Inst. voor 
Ind. T. L. en Y.) dat de Papoes nimmer hunne gezigten 
beschilderen, terwijl wij toch ^■erscheidene mannen op Siratta 
zagen , die zich het gezigt met eene zwarte , olieachtige 
verw hadden besmeerd, eene gewoonte, die wij te Doreh in 
hoogere mate terugvonden. 

Yerder beweert de heer Muller, op pag. 65, hoegenaamd 
geene huisdieren gevonden te hebben, zelfs geene honden 
en varkens. Wij zagen evenwel verscheidene dezer dieren, 
vooral honden, meest zwart van kleur, met regtopstaande 
ooren en hangenden staart. Zij waren volstrekt niet bevreesd 
voor hunne blanke bezoekers en liepen stout weg lano-s onze 
voeten , de enkele hier en daar verspreid liggende overblijf- 
sels onzer tafel gulzig verslindende. 

Op pag. 96 merkt de heer Muller zeer juist aan, dat de 
Papoes de beenderen hunner dooden in rotsholten neerleggen. 
Hiertoe bezigen zij echter niet rotsholten alleen , maar ook nabij 
het strand geïsoleerd boven zee uitstekende steenblokken en 
uitspringende hoeken aan rotsachtige oeverwanden. Yoor- 



420 

beelden liicrvan zngen wij, langs de kust roeijende, menig- 
Averf , vooral bij den ingang van de Etna-baai. De schedels 
liggen steeds met het aangezigt naar buiten gekeerd. 

AYat eindelijk de namen aangaat van landschappen en ge- 
huchten , welke de heer Muller opsomt , daaraan is slechts 
geringe waarde te hechten, vermits de nomadisch rondzwer- 
vende Pa poe zelfs aan eene enkele hut een' naam geeft. 
Verlaat hij dit zijn tijdelijk verblijf, dan vervalt natuurlijk 
ook de naam. Buitendien voeren vele landschappen twee en 
meer verschillende namen, gel ijk bij de beschrijving der Karoe- 
fa-rivier is aangemerkt. 

Ten slotte zal ik een kleine lijst van woorden geven uit 
de landstaal. Vergelijkt men ze met die van den heer 
Muller , dan zal men tusschen beiden eenige verschillen be- 
speuren, die men meerendeels kan toeschrijven aan een an- 
dere opvatting door het gehoor der schrijvers, anderendeels 
aan de moeijelijkheid, om zekere, aan de taal eigenaardige 
klanken , door middel van onze letters weder te geven. 



Mensch , 


MaJiri. 


Buik , 


Amhbo. 


Man , 


3Ioeianjki. 


Voet, 


Elle. 


Vrouw , 


MaisoidcL 


Boog, 


Larregai. 


I^ind, 


Titmeneitoe. 


Pijl, 


Eeuwah. 


Hoofd, 


OemoeJi. 


Lans, 


Oerehtoe. 


Haar, 


Oemoeh-oeloe. 


Vischlans , 


Woarrei. 


Oog, 


Matei. 


Mes , 


Toeroe. 


Neus, 


Sikai. 


Haarkam , 


Soear. 


Mond , 


Oehroe. 


Armband , 


Kadeli. 


Hals, 


Gahravg. 


Kano , 


Dageh. 


Borst, 


Gienga. 


Hoeispaan , 


Hosse-icraai, 


Oor, 


Taringa. 


Schotel, 


Linggang. 


Arm, 


Kiemhba. 


Zakdoek , 


Simboedadn. 


Vinger, 


Niakmba-tjorok, 


Huis , 


Tsaring, 



421 



Kanggoeroe , 


Wangorieja. 


Koüd,- 


Dieluidie. 


Kasuaris , 


Kasowari, 


Schoon, 


Mengewiehi 


ParadijsYOgel , 


Tsiamjhar. 


Leelijk, 


Namasouwa, 


Kroon duif, 


Titie. 


Oud, 


Toearing. 


AYitte kakatoea, 


Wariejah. 


Jong , 


Boelah. 


Zwarte „ 


Sanggijah. 


Ver, 


Sohroe. 


Vogel. 


Manoeh. 


Nabij , 


Kenggelsa, 


Vogelei, 


JManoeh-ivoeto 


Eood , 


Oamha. 


Visch, 


DoJindi. 


Wit, 


Raha. 


Slang, 


Karoï. 


Geel, 


Oeimin. 


Vlinder, 


Kawa, 


Blaauw, 


Meiéa. 


Parel, 


Behima, 


Zwart , 


Raga-raga^ 


Hout , 


Kaai. 


Ik, 


La. 


Pisang, 


Eoendoe. 


Gij, 


Wei, 


Kokospalm , 


Nijoe. 


Hij, 


Laho, 


Bamboe , 


Ovoreloe. 


Slapen, 


Dedoem-doemha, 


Pinangpalm , 


Bojelca, 


Drinken 


, Teinoem. 


Collocasia escul. 


Kedoe. 


Eten , 


TeikcL 


Dioscorea alata, 


Oiüie. 


Zien , 


Teiüe. 


Turksclie tarwe, 


Wasinen. 


Hoeren, 


Teiwenang. 


Steen , 


Lang er all. 


Gaan, 


Teitanghi. 


IJzer , 


Oesse-issi. 


Ylugten 


, Teiweraroe, 


Koper , 


Bilimbali. 


Staan , 


Teimeriedi. 


Aarde , 


Tanamoe. 


Zitten, 


Teimataron, 


Water, 


Oealar. 


Lagehen 


, Teiwerküi. 


Kegen , 


Kamah. 


Vrezen, 


Te'wiatato. 


Vuur, 


Lawie. 


Kuilen , 


TeimongoeroCy 


Wind, 


Looli. 


Een , 


Simoksi. 


Bliksem, 


Kinang. 


Twee , 


Hoeeiti. 


Zon, 


Olira. 


Drie , 


Tohroe, 


Maan , 


Oeran. 


Vier, 


Bahd'u 


Ster, 


Omnia, 


Vijf, 


Rimi. 


Heet, 


Ohngang, 


Zes, 


Bim-ümokëh 



422 



Zeven , Rem-rceeiti. 

Acht , üim-ioUroe. 

Xeo-eii, Blm-lahdi. 

Tien , Poetja. 

Vijftien. Poetja-runi. 



Twintig , 
Vijftig, 
Honderd , 
Tweehonderd 
Vijfhonderd , 



SiueuLhoöt roeeiti, 

Sioemboet-rimi. 

Paht. 

RachtroeeitL 

Pald-rimi. 



De -woordenlijst is zamengesteld onder medewerking van 
den radja van Aidoema , die het gewoon maleisch tame- 
lijk magtig is. 



SCHEIKUNDIG ONDERZOEK 



VAN DEN BAST VAN 



NAUCLEA ORIENTALIS 



J« C\ IIUUM£IiOV ÜIOKMIS (1). 



Batavia, den 27 April 1859. 

,> Ik heb de eer bij deze aan te bieden een scheikundig 
onderzoek van den bast der Nauclea orientalis Lam. (kajoe 
mas), het^Yelk de heer J. C. Bernelot Moens, apotheker der 
3de klasse bij het scheikundig laboratorium, op mijn ver- 
zoek bewerkstelligd heeft. 

Reeds in 1857 ontving ik vanden heer Teysmann , hono- 
rair inspekteur der kultures te Buitenzorg, een hoeveelheid 
bast van Nauclea orientalis , afkomstig van den resident van 
Manado den heer A. F. J. Jansen , ten einde den bast aan 
een scheikundig onderzoek te onderwerpen. Toen ik desüjds 
vernomen had, dat door u reeds zulk een onderzoek bevo- 
len was, wachtte ik daarmede tot de uitkomsten van dat 



(1) Overgenomen uil het Gcueeskundig Tijdschrift voor Nederlandsch ludié 7a 
Deel Afl. 1 en 2. 



424 

onderzoek bekend zouden zijn. In het 6de deel vaii het 
Geneeskundig Tijdschrift voor Nederlandsch Indië zijn die' 
dan ook vermeld. Echter kwam de therapeutische aanwending 
van dien bast niet overeen met de uitkomsten van dit schei- 
kundio" onderzoek, weshalve ik vermeende een nieuw onder- 
zoek van dezen bast niet overbodig te zijn. 

In 1858 stelde ik reeds eenige proeven in het werk ter 
opsporing van een alkaloïde-gehalte in den bast, verkreeg 
echter geene uitkomsten. Veelvuldige bezigheden , voorname- 
lijk het nemen van lichtproeven van onderscheidene inlandsche 
lampoliën op eene meer uitgebreide schaal , hebben mij geen' 
tijd overgelaten , dit onderzoek vaü den nauclea-bast te beëindi- 
gen. Toen later de heer Bernelot Moens ter mijner beschik- 
king gesteld werd , heb ik door hem dit onderzoek doen opne- 
men en eenige proeven daarmede doen nemen ter opsporing 
Van een alkaloïde-gehalte en zoo ook deze negatieve uit- 
komsten mogten geven, den bast vervolgens met kalkmelk 
te behandelen, op overee-nkomstige wijze, als zulks bij de 
bereiding der santonine geschiedt, ten einde langs dien weg 
een eigenaardig organisch zuur te vinden ; of de bittere stof 
van den bast in eenen meer zuiveren staat daar te stellen , 
zoo als men zulks in dergelijke gevallen met goed gevolg doet, 

De uitkomsten van deze proeven zijn vermeld in het nevens- 
gaand verslag. 

Ik hoop w^eldra ruime hoeveelheden van dit nauclea-zuur 
te kunnen aanbieden , aangezien ik binnen korten tijd voor 
zien zal worden van nieuwe hoeveelheden nauclea-bast.'^ 

Tje 1^ Apotlielcer ^ 1^ Laborant bij kei 
Scheikundig Laburatoriam , 

Aan (w, g.) MA IER. 

den Chef over de Geneeskundige dienst. 



425 
Batavia, den 2(j^ April 1859. 

lugevolge uw mondeling verzoek oin den bast van Nau- 
clea orientalis Lam. aan een scheikundig onderzoek te on- 
derwerpen , vooral met liet oog op de mogelijkheid , om 
daaruit een alkaloïd of ander eigen bestanddeel af te zonde- 
ren , heb ik de eer den uitslag van genoemd onderzoek be- 
leefdelijk aan te bieden. 

De aanvankelijk gunstige uitkomsten der therapeutische 
proeven, door de heeren officieren van gezondheid der 1ste 
klasse Reiche en Hartzfeld met dezen bast in het werk ^e- 
steld , (zie Geneeskundig Tijdschrift voor N. Indic , nieuwe 
serie deel I, aflev. 3 en 4, pag. 375 — 393) maakten eene 
voortzettino; en verdere uitbreiding; van het onderzoek van 
den heer Altheer (loc. cit. pag. 367 — 375) hoogst wenschelijk. 

De bast , die tot het onderzoek bestemd was , bestond uit 
platte of meestal eenigzins gootvormig gebogen stukken van 
4 — G pahiien lengte, 5 — 6 en somtijds meer duimen breedte 
en l — 2 duimen dikte. 

De meeste stukken zijn nog bedekt met hunne schors- en 
kurklagen , die echter bij sommige schijnen wegenomen te zijn. 

De buitenste oppervlakte is zeer oneffen , met overlangsche 
en dwarsche spleten voorzien; vuilgrijs met lichtere en donker- 
der vlekken, hier en daardoor afschuring van het buitenste 
laagje donkerbruin, op vele plaatsen voorzien van wratvormige 
verhevenheden. 

Bij verwijdering der schorslaag, neemt men een zeer licht- 
gekleurd, bijna citroengeel dun laagje waar, dat de schorslaag 
van den eigenlijken bast (liber) scheidt. De buitenste laag van 
den bast blijkt, op de dwarsche doorsnede meestal donkerbruin 
gekleurd te zijn , waarop dan de lichter geelbruin gekleurde 
liigcn volgen, die het grootste gedeelte van het liber zamen- 
stellen. Ecnigc donkerbruine, zeer dunne laagjes, die in de 

DL. XIX, 30 



426 

rigting van don omtrek loopen, geven aan dit gedeelte op de 
dwarsche doorsnede een gestreept aanzien. De binnenopper- 
vlakte is overlangs gestreept en gegolfd door de vele losse re- 
zels, en meestal iets donkerder gekleurd dan de onmiddellijk 
daaronder gelegen lagen , die eene licht kaneelbruine of dikwijls 
goudgele kleur bezitten. Zoowel in de schors- als bastlagen 
ziet men vele glinsterende stippen, als zoovele plaatsen, waar 
ontbloote bastvezels aan het licht komen. De breuk is grof 
vezel ig. Eene dunne dwarsche doorsnede van kurk- en schors- 
laag, onder het mikroskoop gebragt, deed zien: 

dat de buitenste of kurklaag bestaat uit tafelvormige , hier 
en daar meer hoekige cellen, die meestal licht geel of groen 
gekleurd en met korreltjes of somtijds met eene bruine vorm- 
looze stof gevuld zijn ; dat de daarop volgende schorslaag be- 
staat uit parenchymateus weefsel , waartusschen zich donkergele 
vlekken bevinden , die alle kenmerken dragen van doorgesneden 
bastvezels, zooals ook uit de overlangsche doorsnede blijkt, 
waar zeer lange gele bastvezels tusschen het parenchiemweefsel 
voorkomen. Dit laatste is lichtgeel gekleurd; de cellen heb- 
ben een' korreligen inhoud of zijn ook dikwijls met bruine, 
vormlooze stof gevuld. 

Het citroengeel gekleurde laagje, de grens tusschen schors- 
-en bastlaag, bestaat uit zeer dikw^andige , tafelvormige licht geel 
groen gekleurde cellen. De daaropvolgende donkerbruin ge- 
kleurde laag bestaat uit paren chymateuse en onregelmatige 
cellen, die bijna alle met eene bruinroode stof gevuld zijn; 
het verdere lichtbruine gedeelte is uit rondachtige lichtgele 
cellen gevormd, die een zeer los weefsel uitmaken, waarin zeer 
vele bastvezels, gemakkelijk ook aan hunne donkergele kleur 
kenbaar, verstrooid liggen. Op de overlangsche doorsnede 
vertoonen de bastvezels zich als zeer lange, dikwijls vertakte, 
en in elkander inmondende cellen , die tusschen de losse dikwijls 
van eenen bruinen inhoud voorziene parenchiemcellen ver- 
strooid liggen. 



427 

De smaak van het kajoe-mas is zuiver, niet onaangenaam 
bitter, en zetelt voornamelijk in het liber. 

Scheikundig onderzoek op alkaloïden^ 

Tot het onderzoek op alkaloïden, liet ik eene hoeveelheid bast 
snijden en zooveel mogelijk tot een grof poeder stampen en 
nam daarvan 2 pd. in bewerking. 

Na gedurende een paar dagen met water geweekt te zijn , 
werd hij met door zwavelzuur aangezuurd water herhaaldelijk 
uitgekookt; de door doek gefiltreerde vloeistof was donker- 
bruin gekleurd en bezat den bitteren smaak van den bast. 
Kalkmelk bij het aflvooksel gevoegd , bewerkte daarin een bruin 
neerslag, dat na bezonken te zijn afgefiltreerd werd. A. 

Daar het filtraat nog bitter smaakte , werd het op een zacht 
vuur verdampt, en ter verwijdering van een eventueel in de 
kalkmelk opgelost alkaloïd, een weinig zoutzuur en daarna am- 
monia toegevoegd en het bruine neerslag dat daardoor ontstond 
afojefiltreerd. B. 

Hoewel het filtraat dok nu nog bitter smaakte , werd het niet 
verder behandeld , daar het alkaloïd , indien het aanwezig was , 
in een der beide neerslagen A of B moest teruggevonden worden. 

Het neerslag A werd, na gedroogd te zijn , met alkohol van 
0.828 sp. gew. uitgekookt; de oplossing was bij doorvallend 
licht helder geel , bij opvallend licht blaauwachtig groen. Dit 
verschijnsel, dat ook door den heer Altheer werd waargenomen, 
bij zijn onderzoek van dezen bast , (*) kan het best vergeleken 
worden bij het bekende fluoresceren van het uranium glas , 
waarmede het inderdaad de grootste overeenkomst heeft. 

De vloeistof werd op een waterbad der destillatie onderwor- 
pen, en daarna op gelijke wijze verdampt. Intusschen had zich 
eene hoeveelheid eener bruine stof afgezet, die eenigzins 



(*) Lüc. cit. png. 371. 



428 

bitter smaakte , en onder teruglating van weinig kalkhoudende 
ascli met vlam verbrandde; ze scheen uit een harsachtige 
zelfstandigheid te bestaan. Verder uitgedampt , wordt de vloei- 
stof geleiachtig, terwijl zich een geelachtig poeder afzet, dat 
in v/ater weder oplosbaar is , onder teruglating van een weinig 
anorganische stof. Deze oplossing smaakt bitter, doch vertoont 
hoegenaamd geene alkalische reaktie. 

Ammonia bewerkt daarin een neerslag, dat magnesia bleek 
te zün. In de afc^efiltreerde met ammonia verzadi<:i;de vloei- 
stof, die donkergeel gekleurd is en nog bitter smaakt, wordt 
door zoutzuur een bruinvlokkig neerslag bewerkt, dat een' 
bitteren smaak bezit, door alkohol en alkaliën gemakkelijk 
opgelost, uit de laatste oplossing door zuren weder neder- 
geslagen wordt , en bij verhitting bijna volkomen verbrandt. 

Deze stof vertoonde dus geene hoedanigheden ; zooals ze 
den r.lkaloïden eigen zijn, en de hoeveelheid was zoo ge- 
ring, dat ze mij geene verdere proeven veroorloofde. 

Het neerslag B mede met alkohol van 0.828 s. g. uitge- 
kookt, deelde daaraan eene lichtgele kleur mede. Na ver- 
damping van den alkohol bleven er sporen eener bittere 
bruine stof terug, in te geringe hoeveelheid echter om er 
verdere proeven mede in het werk te stellen. 

Evenmin dus als de heer Altheer, ben ik er in geslaagd 
uit het kajoe-mas een alkaloïd af te zonderen; en toch mogt 
ik de moeite daaraan besteed, niet als verloren beschouwen, 
daar de weinige hoedanigheden , die de geringe hoeveelheid der 
bovengenoemde stof mij toeliet te konstateren, het volgende 
onderzoek zeer veel gemakkelijker maakte. 

Onderzoek op een indifferent of zuur eigen hestanddccl. 

Eene hoeveelheid van 1.5 ned. pd. fijn gesneden en ge- 
stooten bast, werd met water en kalkmelk uitgekookt, tot de 



420 

tei'ugblijvende bast niet meer bitter smaakte ; de vloeistof door 
doek gefiltreerd was donkerbruin gekleurd en smaakte sterk 
bitter. 

Gedachtig aan de eigenschappen der stof, verkregen bij 
het onderzoek op eene plantaardige basis , voegde ik bij een 
proefje van het afkooksel zoutzuur, tot zure reaktie , waardoor 
het vuil p-eelwit vlokkio- neerslao; ontstond. 

Xadat het afliooksel een weinig verdampt was voegde ik 
hij I gedeelte er van, azijnzuur tot sterk zure reaktie; het 
vuil geelwitte, vlokkig precipitaat dat daardoor ontstonl, 
werd op papier gebragt en eenige malen met koud water uitge- 
wasschen. A. — Het filtraat werd , daar het nog bitter smaakte, 
bij zachte warmte verder verdampt. B. 

Het overgeblevene -J- werd oorspronkelijk bijna tot droog 
wordens uitgedampt, doch later evenzoo behandeld als het 
overige credeelte. 

A was bijna smakeloos in het begin, later sterk, niet onaan- 
genaam bitter; door droogiug werd het donkerbruin en 
de bittere smaak is dan bijna niet meer waar te nemeii. 
Gedroogd en tot poeder gebragt werd het met alkohol van 
0.852 s. g. herhaaldelijk uitgekookt, waarbij eene geringe 
hoeveelheid eener bruine stof terug bleef, die bleek te be- 
staan uit anorojanische stoffen, £2;emen2:d met een weinio; van 
een harsachtig ligchaam. 

De alkohol had eene donkergele kleur aangenomen en 
vertoonde het fluorescerings verschijnsel, hoewel in veel ge- 
ringere mate dan zulks bij het onderzoek op alkaloïden het 
geval was. De oplossing bezat een sterk bitteren smaak. 
Bij verdamping bleef er eene tamelijk aanzienlijke hoeveel- 
heid van een geel poeder terug, dat mikroskopisch kristallijn, 
in vochtigen toestand bitter, volkomen gedroogd bijna sma- 
keloos is. 

Het donkergele poeder werd weder in alkohol opgelost en 



430 

en met dierlijke kool behandeld, waardoor eene lichtgele 
oplossing verkregen werd, die bij verdamping een eve- 
neens gekleurd poeder terugliet, Daar de kleur door deze 
bewerking zooveel minder geworden was, lag de hoop 
voor de hand, dat, door ze te herhalen, de gele kleur 
spoedig geheel zoude weggenomen worden , doch steeds 
bleef er nog eene tint van overig, zoodat ik besloot eenen 
anderen weg in te slaan, die mij een zeer goed resultaat 
opleverde. 

De met dierlijke kool behandelde alkoholische vloeistof werd 
tot bijna op de helft verdampt en toen met 5 a 6 malen zijn 
volume water vermengd; terstond werd daardoor een hel- 
derwit neerslag veroorzaakt , uit zeer kleine naaldvormige 
kristalletjes bestaande. Gedurende de bekoeling zette zich 
deze stof nagenoeg volkomen af, zoodat de verdamping der 
waterige vloeistof, waaruit de witte stof afgefiltreerd werd, 
nog slechts eene uiterst geringe hoeveelheid daarvan oplever- 
de, die echter genoegzaam was geweest om aan deze oplos- 
sing een' bitteren smaak mede te deelen. 

Deze witte zelfstandigheid, gedroogd zijnde, bleek volko- 
men te verbranden en dus uit organische stof te bestaan. 
De smaak is alleen waarneembaar aan het drooge poeder, 
wanneer men het lang op de tong laat, en doet zich dan 
meestal slechts als een zeer flaauw bittere kennen; gedu- 
rende eenigen tijd met water bevochtigd is het bitter dui- 
delijker w\aar te nemen. 

In alkohol van verschillende sterkte van 0,906 — 0,828 
s. g. is het zeer gemakkelijk oplosbaar en deelt daaraan een' 
sterk bitteren smaak mede, die lang aanhoudt. Door veel 
water wordt het uit de oplossing nedergeslagen. In koud 
water is het weinig , in warm water eenigzins meer oplos- 
baar. Chloroform en ether lossen het mede op, doch niet 
zoo gemakkelijk als de alkohol. 



431 

Een stukje op Llaauw lakmoespapier gelegd en met zui- 
veren alkohol bevoclitigd, vertoont eene sterk zure reaktie. 

Het smelt bij eene temperatuur van 225° C, doch wordt 
dan tevens ontleed; bij 215° begint liet reeds geel gekleurd 
te worden. 

Met chromas kalicus gemengd en sterk zwavelzuur toege- 
voegd, ontstaat er eene groene verkleuring, zooals trouwens 
door meerdere organische ligchamen geschiedt. 

Door sterk zwavelzuur wordt het opgelost, waardoor dit 
zich lichtbruin kleurt ; water bewerkt daarin een wit neerslag. 

Salpeterzuur werkt er in de koude weinig op in; bij ver- 
hitting lost het daarin op, schijnbaar zonder ontleding. 

De alkoholische oplossing geeft met basisch azijnzuur 
loodoxyde een neerslag, dat, afgefiltreerd zijnde, blijkt een 
bitteren smaak te bezitten; alkohol onttrekt het zuur niet 
aan de verbinding, die echter door hydrogenium sulfuratum 
ontleed wordt, zoodat het loodhoudende neerslag met alko- 
hol gemengd en aan een' stroom van zwavelwaterstofgas 
blootgesteld, aanleiding geeft tot het ontstaan van zwaveliood 
en van eene oplossing van de bitterstof in den wijngeest. 

In het filtraat konde ik alleen den zoeten smaak der lood- 
acetaten waarnemen. 

Door ijzeroxydezouten wordt geene bijzondere kleuring 
te weeg gebragt. 

Door ammonia wordt het uiterst gemakkelijk opgenomen. 
Bij verdamping schijnt het echter de ammiOnia niet gebon- 
den te houden, daar het drooge poeder dan in water niet 
meer oplosbaar is. Een paar droppels ammonia zijn echter 
voldoende om onmiddellijk eplossing te bewerken. De am- 
moniakale vloeistof wordt aan de lucht niet gekleurd. 

Door kaliloog wordt het mede zeer gemakkelijk opgelost. 

De alkoholische oplossing gedigereerd en gekookt met ba- 
sisch koolzuur koperoxyde, bleek daarvan niets opgenomen 



432 

te hebben , zoodat langs dezen weg geen koperzout kon ver- 
kregen worden. ^ 

Dezelfde oplossing met koolzuur baryumoxyde gedigereerd , 
had eene hoeveelheid van dit oxyde opgenomen. Bij ver- 
damping zetteden zich kleine zuilvormige kristalletjes af, 
die in water oplosbaar waren , en zoo wel baryumoxyde als 
oro:anische stof bleken te bevatten. 

Met barietwater behandeld , en de overvloedige bariet door 
koolzuur verwijderd zijnde , bleek de organische stof daarin 
opgelost te zijn. Bij verdamping bleef een in water ge- 
makkelijk oplosbaar kristallijn, bitter smakend poeder terug, 
dat zoowel bariet als organische stof bevattende, het bariet- 
zout schijnt daar te stellen. 

Op dezelfde wijze met kalkwater behandeld, ontstond er 
eene zeer bitter smakende vloeistof, die bij verdamping een 
wit kristallijn in water en alkohol oplosbaar poeder achter 
liet, dat zich door zijne reakties als een kalkzout met or- 
ganisch zuur deed kennen , waaruit het laatste door azijnzuur 
of verdunde minerale zuren wordt nedergeslagen. 

De vloeistof B waaruit de organische stof oorspronkelijk 
door azijnzuur was nedergeslagen, geeft bij verdamping nog 
eene hoeveelheid van eene bruine stof, die op dezelfde wijze 
behandeld als het door azijnzuur nedcrgeslagene, deed zien, 
dat ze uit volkomen hetzelfde ligchaam bestond, dat in de 
waterige met zouten en extraktstoffen bezwangerde vloeistof 
Avas opgelost geweest. 

De geringe hoeveelheid van het kajoe-mas, waarover ik 
te beschikken had, liet niet toe, meer van deze organische 
stof te bereiden, en haar grondiger te bestuderen. Hetgeen 
ik er van vond moet slechts beschouwd worden als een eer- 
ste stap tot hare volledige kennis, die onder anderen inde 
eerste plaats de kennis yslu hare zamenstelling vereisclit. 
De toezeo'o'ino; eener iijroote hoeveelheid van dezen bast , geeft 



433 

mij hoop dat ik spoedig liet mijne zal kunnen bijdragen om 
deze meerdere volledigheid te bereiken. 

De eigenschappen nu , "waargenomen aan de bovenbe- 
schreven stof, geven mij aanleiding om te besluiten tot het 
volgende : 

Dat deze organische stof alle eigenschappen heeft van een 
organisch zuur, hetwelk volgens zijn scheikundige geaardheid 
waarschijnlijk in de nabijheid van de santonine (eigenlijk 
santonine-zuur) zijne plaats zal vinden. 

Dat dit zuur in den bast aan kalk of magnesia , misschien 
aan beide verbonden, voorkomt. 

dat de bereiding zeer eenvoudig en weinig kostbaar is en 
betrekkelijk veel oplevert. 

Eindelijk , dat de bittere smaak van den bast voldoende 
terug gevonden wordt in het door mij bereide kalkzout. 

In hoeverre nu dit zuur , waarvoor ik den naam van Nau- 
cleïne-zuur voorsla, geneeskrachtige eigenschappen bezit, waag 
ik niet a priori te beslissen. Alleen mag ik hier nog aan- 
merken, dat de bittere smaak en de overeenkomst, die het 
in vele punten met acidum santonicum bezit, wel geschikt zijn 
om de hoop levendig te houden, dat de geneeskracht van 
den bast van Nauclea orientalis aan het Naucleïne-zuur 
moet worden toegeschreven. 

Zoodra het bezit eener ruime hoeveelheid bast mij de 
bereiding van dit zuur op groote schaal mogelijk zal maken , 
zullen therapeutische proeven spoedig over dit punt beslist 
hebben. 



DERDE BIJDRAGE (i) 

TOT DE KENNIS DEK VISCHFAUNA VAN 

S O E M B A W A, 

DOOR 



De heer P. L. Van Bloemen Waanders, thans adsistent- 
resident van Banjoewangi en gouvernements kommissaris 
voor de zaken van Bali en Lomhok , aan wien de ichthyolo- 
gie reeds zoo groote verpligtingen heeft door zijne rijke ver- 
zamelingen van Oost-Sumatra en Bali, heeft onlangs de 
vi^elwillendheid gehad , mij eene verzameling vischsoorten van 
het eiland Soembawa te doen toekomen. Aan die verzame- 
ling heeft deze bijdrage haar ontstaan te danken. 

De visschen van Soembawa van den heer Yan Bloemen 
Waanders behooren tot 32 soorten. Ik heb daaronder slechts 
ée'n zoetwatervisch aangetroffen, de ver verbreide Anabas 
scandens CV , welke alzoo tot nog ver oostwaarts in de reeks 
der kleine Soenda- eilanden voorkomt. De verzameling was 
overigens zamengesteld als volgt. 



(1) Mijue vroegere Lij<]ragen tot de icLtbyologie van Soembawa zijn getiteld: 
A Coütn'bulion to the knü\Yledge of tbe ichthyological fauna of Snmbawa, 

Journal of the Intlian Archipelago and Eastern Asia Vol. II 1848 p. 632 — 639. 
Nieuwe Bijdrage tot de kennis der ichthyologische fauna van Sumbawa, Na- 

tuurk. Tijdschr. voor Nedcrl. Indië Dl. XI 1855 p. 113—115. 



435 

1 Serranus celebicus Blkr. 17 üpeneoiJes vittatus Blkr. 

2* Mesoprion dodecacanthoi- 18"^ Polynemus microstoma 
des Blkr. Blkr. 

3 „ lineolatus Blkr. 19^ Anabas scandens CY. 

4^ „ raiigus CV. 20* Chorinemiis tol CY. 

5* Scolopsides Yosmeri CY. 2i^" Megalaspis Rottleri Blkr. 

6* Dentex sumbawensis Blkr. 22* Selar torvus Blkr. 

7* „ tolu CY. 23 Caranx ekala CY. 

8^ „ zysron Blkr. 24* Carangoides citula Blkr. 

9 Therapon servus CY. 25* Gazza minuta Blkr. 
10^ „ theraps CY. 26* „ tapeinosoma Blkr. 

11-^ Pristipoma basta CY. 27* Equula bindoides Blkr. 
12* Ambassisbatjanensis Blkr. 28* „ interrupta CY. 
lo* Gerres filamentosus CV. 29* Trichiurus savala CY. 
14 Sillao;o malabarica Cuv. 30* Culius nio-er Blkr. 
15* Upeneoides moluccensis 31* Harengula moluccensis 

Blkr. Blkr. 

16* „ sulphureus Blkr. 32* Engraulis Zollingeri Blkr. 

Yan deze soorten zijn niet minder dan 26 , de met een 
* gemerkte , nieuw voor de kennis der fauna van Soemba- 
"vva. Slechts Dentex sumbawensis is tevens nieuw voor de 
wetenschap. 

In mijne jongste bijdrage tot de vischfauna van Soembawa 
bragt ik het aantal van dat eiland bekende vischsoorten op 
57. De 26 boven gemerkte daarbij gevoegd, erlangt men 
als cijfer der thans van Soembawa opgeteekende vischsoor- 
ten 83 , t. w. 

1 Holocentrum sammara CY., Nat. T. Ked. Ind. III p. 555. 

2 Lates nobilis CV., Yerh. Bat. Gen. XXII Perc. p. 27. 

3 Serranus celebicus Blkr, Nat. T. Xed. Ind. lY.p. 217. 

4 „ crapao CY, Yerh. Bat. Gen. XXII Perc. p. 37. 

5 „ marginalis CY., ibid. p. 34. 



43G 

6 Serranus pardalis Blkr , ibid. p. 37. 

7 Mesoprion erytbropterus CV., ibid. p. 46, 47. 

8 „ lineolatus CV., ibid. p. 46. 

9 „ dodecacantboides Blkr , Nat. T. Ked. Ind. VT i^. 489. 

10 „ raiigus CV., ibid. XVII p. 154. 

11 Scolopsides Vosmeri CV., V. Bat. G. XXIII Sciaen.p. 27. 

12 „ lycogenis CV., ibid. p. 27. 

13 Heterognathodon bifasciatus Blkr, ibid. p. 30. 

14 Dentex sumbawensis Blkr, Nat. T. Ked. Ind. XIX p. 439. 

15 „ tolu CV., A'erb. Bat. Gen. XXIII Spar. p. 13. 
IG „ zysron Blkr, Nat. T. Ned. Ind. XII p. 219. 

17 Cbryspbrvs calamara CV., Verh. Bat. Gen. XXIII 

Spar. p. 10. 

18 Apogon melas Blkr, Verh. Bat. Gen. XXII Perc. 

p. 29, Act. Soc. Scient. Ind. Xeerl. I Vissch. 
Amb. p. 27. 

19 .„ multitaeniatus Ehr., Verh. Bat. Gen. XXII Perc. 

p. 28. 

20 „ hyalosoma Blkr :d Apogon thermalis CV? (nee 

CV.), ib. p. 27, Nat. T. Ned. Ind. V p. 329. 

21 Therapon servus CV., Verh. Bat. Gen. XXII Perc. p. 49. 

22 „ theraps CV., ibid. p. 50. 

23 Pristipoma basta CV., ibid. XXIII Sciaen. p. 20. 

24 „ nageb Rüpp., ibid. p. 21. 

25 Caesio erythrogaster K. v. H., ibid. Maen. p. 9. 

26 Gerres filamentosus CV., Verh. Bat. Gen. XXIII 

Maen. p. 10. 

27 Ambassis batjanensis Blkr, Nat. T. Ned. Ind. IX p. 196. 

28 „ nalua CV., Verh. Bat. Gen. XXII Perc. p. 

29, Nat. T. Ned. Ind. IV. p. 453. 

29 Sillago malabarica CV., Verh. Bat. Gen. XXII Perc. 

p. 61, Nat. T. Ned. Ind. XVII p. 157. 

30 üpeneoides moluccensis Blkr, Nat. T. Ned. Ind. 

VIÏI p. 409. 



437 

31 Upeneoides sulphureus Blkr, Act. Soc. Scient. Ind. 

Neerl. II 8e Bijdr. Amb. p. 45. 

32 „ vittatus Blkr, ibid. p. 42. 

33 Polynemus microstoma Blkr, Nat, T. Ned. Ind. II p. 217. 

34 PteroisvolitansCV.,VerlL Bat. Gen. XXII Sclerop.p.7. 

35 Apistus ZoUingeri Blkr, ibid. p. 8. 

36 Anabas scandens CV., Nat. T. Ned. Ind. XIII p. 329. 

37 Chaetodon lunula CV, ib. VI p. 57. 

38 „ octofasciatus BI. Verh. Bat. Gen. XXIII Chaet. 

p. 16. 

39 5, princeps CV., ibid. p. 19. 

40 „ vagabundus BI. ibid. p. 18. 

41 Heniochus maerolepidotus CV., ibid. p. 21. 

42 Platex teira CV., ibid. p. 28. 

43 Toxotes jaculator CV., ibid. p. 31. 

44 Chorinemus tol CV., ib. XXIV Makr. p. 43. 

45 Megalaspis Rottleri Blkr, ibid. p. 49. 

46 Selar torvus Blkr, ibid. p. 51. 

47 Caranx ekala CV., ibid, p. 59. 

48 „ Forsteri CV., ibid. p. 57. 

49 Carangoides citula Blkr. , ibid. p. 05. 

50 Gazza minuta Blkr, Nat. T. Ned. Ind. IV p. 259. 

51 „ tapeinosoma Blkr, ibid. IV p. 260. 

52 Equula bindoldes Blkr , Verh. Bat. G. XXIV Makr. 

p. 83. 

53 „ gomorah CV., ibid. p. 82. 

54 „ interrupta CV. , ibid. p. 85. 

55 Trichiurus savala CV. , ibid. p. 41. 

56 Ampliacantbus dorsalis CV., ibid. XXIII Teuth. p. 9. 

57 „ hexagonatus Blkr, Nat. T. Ned. Ind. VII p. 41. 

58 Mugil oligolepis Blkr ^ Mugil Dussumieri Blkr (nee 

CV.), Journ. Ind. Arcb. II p. 637 -n Mugil macro- 
lepisBlkr (nee Smitb), Nat. T. N. Ind. XVI p. 275. 



43S 

59 AtLerina bimanensls Blkr, Journ. Iiid. Arclilp. lip. 637. 

60 „ duodeciinalis CV., Nat. T. Ned. Ind. Il p. 485. 

61 GoLiodon erytlirophaios Blkr, ibld. X p. 409. 

62 „ quinquestrigatus Blkr ^ Goblus quiiiquestriga- 

tus CV., ibid. V p. 82. 

63 Culius niger Blkr cir Eleotris nigra QG. , Yerh. Bat. 

Gen. XXV Kal. ichth. Bengal, p. 105. 

64 Pomacentrus fasciatus CV., Nat. T. Ned. Ind. IV p. 482. 

65 „ trlfasciatus Blkr ^ Pristotls trifasciatus Blkr, 

Journ. Ind. Archip. II p. 637. 

66 „ vanicolensis CV. ^ Pristotis fascus Blkr, Verh. 

Bat. Gen. XXII Ichth. Bali p. 9. 

67 „ violascens Blkr ^Pristotis riolascens Blkr, Nat. 

T. Ned. Ind. XII p. 222. 

68 Dascyllus amanus CV., ibid. ÏI p. 247, VI p. 108. 

69 Glyphisodon bengalensis CV., Verh. Bat. Gen. XXI 

Labr. eten. p. 11. 

70 Heliases frenatus CV.?, Nat. T. Ned. Ind. III p. 710. 

71 Cossjphus macrodon Blkr, Verh. Bat Gen. XXII 

Gladsch. Labr. p. 10. 

72 Julis (Halichoeres) modestus Blkr, ibid. p. 26. 

73 Scarus micrognathos Blkr, ibid. p. 56. 

74 „ sumbawensis Blkr, Journ. Ind. Archipel. II p. 

638, Nat. T. Ned. Ind. XI p. 104. 

75 Ilarengula moluccensis Blkr, Nat. T. Ned. Ind. IV 

p. 609. 

76 Alausa brevis Blkr, Journ. Ind. Archip. II p. 638. 

77 Engraulis Zollingeri Blkr, Verh. Bat. Gen. XXIV 

Har. p. 38, Nat. T. Ned. Ind. XVII p. 172. 

78 x^mphisile scutata Cuv. , Nat. T. Ned. Ind. H p. 245. 

79 Anosmius striolatus Blkr tn Tropidichthys striolatus 

Blkr, ibid. VI p. 503. 

80 Balistes aculeatusBL, Verh. Bat.Gen. XXIVBallst.p. 15, 



439 

81 Alutarius laevis Cuv. , ibicl. p. 21, Xat. T. Ned. Ind. 

II p. 304. 

82 Ostracion cubicus L., Verh Bat. Gen. XXIV Balist. 

Ostrac. p. 35. 

83 „ cornutus L., ibid. p. 32. 

Dentex sumlawensis Blkr. 

Dent. corpore subelongato compresso, altitudine 4| ad 4^ 
in GJus longitudine cum, oj circiter in ejus longitudine 
absqiie pinna caudali ; latitudine corporis 1 f circiter in ejus 
altitudine; capite mediocriter convexo 4^ circiter in lonoi- 
tudine corporis cum, 3^- circiter in longitudine corporis abs- 
que pinna caudali; altitudine capitis 1^ circiter in ejus lon^^i- 
tudine; oculis diametro 3 fere in longitudine capitis, plus 
diametro -J- distantibus; linea rostro-frontali ante oculos me- 
diocriter convexa; rostro obtusiusculo, oculo multo sed mul- 
to minus duplo breviore; osse suborbitali granulato rugoso, 
inferne emarginato, postice obtuse rotundato, supra angu- 
lum oris oculi diametro triplo humiliore ; maxillis aequali- 
bus, superiore sub oculi parte anteriore desinente, 3 fere 
in longitudine capitis; dentibus maxillis pluiriseriatis parvis, 
serie externa seriebus internis majoribus maxilla superiore 
utroque latere p. m. 30 aequalibus, maxilla inferiore utroque 
latere p. m. 25 inaequalibus; maxilla superiore antice utroque 
latere insuper caninis 3 vel 4 parvis inaequalibus, angularibus 
ceteris majoribus; maxilla inferiore caninis nullis; praeoper- 
culo squamis in series 3 dispositis, margine posteriore den- 
ticulato, angulo inferneque edentulo, limbo alepidoto parte 
squamata duplo circiter graciliore; operculo spina plana vix 
conspicua; squamis ctenoideis, lateribus 50 p. m. in serie 
iongitudinali , 3 vel 4 in serie transversali supra lineam la- 
teralem sub initio pinnae dorsalis; linea laterali lineae dor- 



440 

sali subparallela ; pinna dorsali spinis gracillbus, totis osseis, 
sat validis, non productis, posterioribus sex subaequalibus , 
corpore non multo plus duplo humilioribus, membrana inter 
singulas spinas vix emarginata ; pinna dorsali radiosa dorsali 
spinosa vix altiore postice angulata ; pinnis pectoralibus acutis 
4^, ventralibus acutis radio 1° in filum pinnam analem non 
attingentem producto 5 et paulo, caudali profunde incisa lobis 
acutis superiore inferiore longiore 4|- circiter in longitudine 
totius corporis; anali spina 3^ spinis ceteris longiore , parte ra- 
diosa non vel vix emarginata postice acutangula paulo liumi- 
liore; colore corpore superne roseo, inferne argenteo; lateribus 
superne vittis 3 vel 4 longitudinaiibus flavis ; iride rosea vel 
flava; pinnis roseo-Lyalinis, dorsali flavo marginata et vittis 
2 '-'^racilibus pulcbre flavis paulo oblique postrorsum adscen- 
tibus tota longitudine parrallelis. 

13. 6. D. 10/9 vel 10/10. P. 2/16. V. 1/5. A. 3/7 vel 
3/8. C. 1/15/1 et lat. brev. 

llab. Sumbawa, in mari. 

Longitudo specirainis unici 154'". 

Aanm. Van de talrijke soorten van Dentex mijner verza- 
meling is de onderwerpelijke liet naaste verwant aan Dentex 
nematopus Blkr van Celebes. Zij onderscheidt er zich echter 
van door minder verlengde buikvinnen , lager van onderen uit- 
gerand onderoogkuilsbeen, aanmerkelijk kortere bovenkaak 
en daardoor kleinere bekspleet , minder bol profiel van den 
kop, slechts 2 smalle fraai gele bandjes over de rugvin, enz. 

Scrlpsi Batavia Calendis Julii 1850, 



OVER DE UITBARSTING 

DER 

OOSTELIJKE VULKANEN OP JAVA 

IN- 1586 (A. Jav. 1506). 

DOOR 



Soerahaja, 7 Aijril 1S59. 

Ik bied de navolgende vragen en antwoorden der redak- 
tie van bet Natuurkundig tijdschrift voor Xederlandscli Indië 
aan , ten einde eene poging aan te wenden , om , zoo moge- 
lijk, tot meer vruchtbare nasporing te geraken, op de wijze, 
als in de Amsterdamsche Navorscher de aangenomene en 
lofwaardige gewoonte is. 

De vragen zijn gedagteekend Eogodjampi, 21 Maart (5 
April 1859); de antwoorden van Soerabaja 28 Maart (1<3 
April 1859). 

De geoloog Dr. Stohr, die mij onlangs heeft bezocht, is 
op de gedachte gekomen, de lokaliteiten zelve met de bron- 
nen bij den heer Junghuhn (Java, enz. IV, 945) xerge- 
lijkende, dat niet de Ringgit de „brandende bergh '' van 1586 
kan ziju , mnav dat die eerder in den Kaung te zoeken h- Ik ben 

DL XiX: 31 



U2 

dit mei hem eens, te meer daar gij in uwe gcscliicdenis van Ja- 
va van eene uitbarsting van den Raung gewaagt. Zou die uit- 
barsting niet in 1586 hebben plaats gehad, in stede van 
omstreeks 1638? Behalve het verhaal van Houtman, van 
vele jaren daarna, is er, meen ik, maar ëén javaansch ver- 
haal , dat van het barsten van den Ringgit spreekt, of van 
ccne zoo ontzagchelijke verwoesting, als die gebeurtenis 
noodzakelijk zoude hebben medegesleept. Ik kan mij niet 
voorstellen , dat van Panaroekan of Bezoeki of eene an- 
dere plaats in die buurt een steen op den anderen zoude 
gebleven zijn; maar wel hebben wij hier, oost van den 
Raung, 9 voeten in den grond, sporen van menschen, die- 
ren en karren in de verharde paras gevonden, (vide deel 
VII, Batav. Tijdschr. T. L. V., Uitbarstingen van den 
Idjcn en Raung, van C J. Bosch). Ik ben zeer verlangend , 
hieromtrent uw gevoelen te weten. 

Ad § 1. De meening, dat de „brandende bergh'' van 
Houtman, niet de Ringgit, maar de Raung is geweest, deel 
ik niet met u , met Dr. Stohr,met Dr, Muller, of met wie 
ook, die er aan mogt twijfelen, of wel de Ringgit die „ge- 
barste berg" zou geweest zijn. Ik ben het hierin geheel met 
den heer Junghuhn eens (Java , enz. deel IV, 945). Ik heb dit 
mijn gevoelen reeds geopenbaard in mijne schriften, als in 
het Indisch Archief, HL 20 ; IV, 490, en in de Handleiding tot 
de kennis van Java, 1,71,72,117; terwijl in het uitgebreide, 
nog onuitgegevene , handschrift van de Algemeene Geschie- 
denis van Java, in het IP boek, IIP hoofdstuk, § 37, 
de gronden voor mijn gevoelen meer omschreven zijn. 

Uwc meening, dat door de uitbarsting van 1586 de oos- 
telijke of Blambangan - afhellingen der gebergten met eene 
dikke laag zouden zijn opgehoogd, is voor mij niet aanne- 
melijk, vooral omdat de engelsche zeevaarder Tom Can- 
dish (Cavendish), die vóór Banjoewangi heeft geankerd gele- 



443 

gen. van den eersten tot den negentienden Maart 1588, 
hoegenaamd 7iiets van berguitbarsting, noch va^n bergen 
spreekt , en hij Blambangan in zeer welvarenden toestand 
vond, bij den vorst is geweest, het verbranden van wedu- 
wen heeft vernomen, zelfs met ophef spreekt van de ver- 
schillende vruchten die Blambangan (Balamboan zoo als hij 
schrijft), opleverde. Daar nu de javaansche kronijk de uitbar- 
sting vermeldt van een' berg in oostelijk Java, in A. J. 1506, 
en dit jaar, volgens mijne methode herleid, overeenkomt 
met A. D. 1586, (1506, af: 3 percent, blijft 1461; bij: 125, 
zamen 1586, A. J. 1506 begon 23 Dec. lo85 A. D.), 
zoude Cavendish de uitwerkselen van die uitbarsting wel 
medegedeeld , en de natuuromwenteling, door de uitbarsting 
van een' zóó nabij liggenden vulkaan als de Kaung ver- 
oorzaakt, wel opgemerkt hebben. Dit dient ook tot ant- 
woord op het voorkomende op bl. 281 , deel VII , Bat. Tijdschr. 
Taal-, land- en volkenk. (gevoelen van den heer C. J. Bosch). 
Mijne stelling, die ook de welbewezen meening van den heer 
Junghuhn is, dat de Ringgit die uitgebarste berg van 1586 is 
geweest, grondt zich, behalve op de bronnen en berigten bij den 
heer Junghuhn aangehaald , almede op de bekende historische 
omstandigheid , dat Panaroekan , alwaar te voren zoo veel Por- 
tugezen w^oonden, en alwaar zulk een omvangrijke transito-han- 
del gedreven werd, als zijnde de stapelplaats tusschen Malakka 
en de Molukken , sedert (1523, 1586) bij Portugezen niet 
meer als zoodanig wordt genoemd, en geheel omgekeerd of 
verlaten schijnt te zijn geworden, zoodat die plaats zich niet 
alleen nooit heeft kunnen herstellen, maar ook, doordien 
er eene Balische historie bestaat , waarin van eene nieuwe 
stichting van Panaroekan, en van eene nieuwe verwoesting-, 
door oorlog, wordt gewag gemaakt, omstreeks het midden 
der IT^lc eeuw, westersche, of het begin der 17^^^ eeuw, 
Javaschc tijdrekening- In de javaansche historiën omtrent 



444. 

de oorlogen met Blambangan onder sulthan Ageng en Soc- 
nan Tegalwangi van Mentaram , (A. D. 1636 — 1648) vindt 
men ook niet van Panaroekan , maar wel van Blambangan 
gewag gemaakt ; en een gewest, dat geheel omgekeerd, en, 
onder vele voeten diepe uitgebarste stoffen begraven is ge- 
worden , zoo als van Blambangan wordt voorondersteld, zal 
zich in een tijdvak van vijftig jaren zoo spoedig niet her- 
stellen , dat het de aandacht , de hebzucht van een vreemd 
vorst (zoo als van Mentaram) zou kunnen opwekken. Pa- 
naroekan was alzoo verwoest door de uitbarsting van den 
Iviucrfiit in 1580; Panaroekan was eene even voorname 
handelplaats in oostelijk Java , als Bantam in het westelijk 
Java. Te Panaroekan hadden de Portugezen faktorijen , 
missiën voor hunne eeredienst, stapel-gebouwen; dit alles 
is vernietigd geworden, en geen enkel Portugeesch schrijver 
vermeldt iets daarvan na 1586 (vergelijk het Indisch Ar- 
chief IV, 499, over Panaroekan). 

De Pinggit zelf met zijne hoornen en gebroken wanden, 
levert het zigtbaar bewijs voor de aannemelijkheid en de 
iïeloofwaardio;heid van eene zoodanige uitbarstino^. 

De tegenwerping welligt, dat Houtman van . Panaroekan 
spreekt, kan, dunkt mij , hier niet in de weegschaal gelegd 
worden; want wat de eerste hollandsche zeevaarders in 1596 
van „ Sierra da Pagoda'\ van „ Panarucan'' wisten , hadden 
zij vernomen van de Portugesche schrijvers. Barros, Pinto , 
Mafeo , Jarricus , en het kaartje van Levanto van 1524. 

De door u bedoelde uitbarsting van 1638 of daaromtrent, 
betreft waarschijnlijk de opgegevene van 1641 , als wanneer, 
volgens de javaansche kronijk, zekere berg, Adlksa genaamd, 
moet zijn uitgebarsten. Deze naam is niet meer bekend; 
welligt wordt cle Keloed bedoeld. 

Ik deel geheel de zienswijze van Dr. Junghuhn , dat de 
,, brandende bcglr' van Houtman niet do Keloed kan geweest 



445 

zijn; maar daarmede is de kwestie- niet beslist, tusschen den 
Kinggit en Kaung. üwe bewijzen zijn meest alle negatief; 
daar tegenover staan bezwaren van positieven, geologischen 
aard. Dat Cavendish zwijgt, is een zwak bewijs, om te be- 
palen dat de Ringgit, en niet de Raung, eene eruptie heeft 
geleden. Cavendish kwam in 1588. Zijn de jaargetallen uit dien 
tijd der Javasche geschiedenis zoo zeker , dat geene eruptie 
kan hebben plaats gevonden, na het bezoek van het Cavendish ? 
Waar is het positief bewijs, dat de Ringgit werkelijk in 1586 is 
uitgebarsten? Alle berigten komen op Houtman's primitief 
berigt terug. Houtman heeft de noordkust niet aangedaan , 
heeft de plaats niet bezocht; hij spreekt van Pauaroekan niet 
als van eene vernielde plaats, en hij zegt, dat „ eenige stee- 
nen tot in het stadje zijn gevallen.'"' Dit kon toen wel vol- 
doende geweest zijn om de Portugezen te doen verhuizen ; 
maar nu komt er bij, dat, naar het gevoelen van den heer 
Stohr , de Kinggit en zijne gesteenten geene sporen van nieu- 
we eruptie-produkten vertoonen. Dit bewees ik ook, van 
het binnengedeelte van den berg, dat ik zelr (en vermoe- 
delijk ben ik de eenige) , bezocht heb. Een gebarsten berg, zoo 
als Houtman berigt, die na tien jaren tijds nog zóó rookte, 
moet noodwendig of eenen krater of eene solfatara bezitten , 
en deze vormen een zoodanig gesteente , als na eeuwen nog 
te herkennen is. Van dit alles is bij den Ringgit geen zweem 
voorhanden of overgebleven. 

De Ringgit is degelijk gebarsten ; maar hetgeen is staande 
gebleven, zijn deelen van het binnengedeelte, en niet van de 
noordelijke buitenhelling. De zuidelijke helling, de G. Ranoe , 
is overgebleven. Eene eruptie , die eenen berg, van zoodani- 
ge uitgestrektheid , zoodanig doet barsten , moet van een zoo 
verschrikkelijk geweld geweest zijn , dat rondom ook geen 
steen op den anderen zal hebben kunnen blijven staan , en zelfs 
de eruptie van den Tambora zou daarmede niet te vergelijken 



440 

zijn. — Van Panaroekan, naauwelijks een uur gaans van Jen 
haard der eruptie, zou geen steen op den anderen zijn gebleven. 

Maar nu komen de teekensclietsen van Houtman zelven 
niet wel overeen met de meening, dat de Einggit bedoeld 
werd , en meer nog zoude men den Eaung voor den „bran- 
dende bergli" moeten houden. Profiel I , genomen van om de 
noord van Straat Bali , kon den Einggit onmogelijk anders 
geven, dan als een paar tanden \ciu eenekam, onmiddellijk 
uit zee oprijzende, zoo als bij den heer Junghuhn zeer juist is 
geschetst. Maar ook de tcekening geeft dien „brandende bergh" 
als een zadelberg met rook, en, daarvoor drie trappen op- 
rijzend land. Deze zouden, van n. o. gezien, zeer juist zijn. 
No. 1 het lage land met heuvelen, van Panaroekan. No. 2 
het Kendang gebergte. No. 3 de G. Soeket, en ten laatste, 
de tegenwoordig nog zadelvormige G. Eaung. Op deze 
wijze zou de teekening met de natuur strooken. Houtman 
zegt ook niet de „brandende bergh" bij Panaroekan, maar 
wel bove7i Panaroekan. Maar nu maken de 2de en Sdo 
teekeningen van Ploutman het volstrekt onmogelijk om te 
denken, dat hij den Einggit kan hebben bedoeld, en op het 
derde profiel wordt de berg, die als de „brandende bergh" 
beteekend w^ordt, zeer duidelijk als den Eaung herkend. 

De Eaung heeft nieuwere eruptie's gehad ; dit leeren 
geschiedenis en geologie. Hij rookt nog altijd door, en zijn 
top is vegetatieloos. De vlakte van Eogodjampé is door 
den vulkanischen stroom van 9 tot 10 voeten opgehoogd ; 
sporen van menschen, paarden, buffels, karren, die in die 
streek zijn opgedolven, bewijzen de vroegere uitbarsting. Noch 
Matjan-poeti , noch Blambangan, is door die uitbarsting ver- 
nield geworden, daar de stroom een paal bezuiden Matjan-poe- 
ti is gebleven. De tijd , voor die uitbarsting aan te nemen , valt 
in het tijdvak van de vermeende uitbarsting van den Einggit. 

Dus blijf ik nog aan de gedachte vastkleven, dat de EIng- 



44 T 

git in 1586 is uitgebarsten, en niet de Ringgit door Houtman 
is bedoeld geworden. 

Antwoord ad § 2. Na de bij den heer Junghuhn (Java 
IV. 864. 983) aangehaalde bronnen, voor zoo verre zij in 
mijn bezit zijn, nog eens te hebben nagelezen , als ook, het 
Tijdschrift voor Nederlandsch Indië, deel I van jaar Vin,bl. 
173, 184: — Natuur- en geneeskundig Archief voor Neder- 
landsch Indië deel II , bl. 548 ; Bosch , in het Tijdschr. voor 
Taal-, land- en volkenkunde van het Batav. Gen. deel YII, bl. 
278, en, na rijpe overweging met mijne nog levende bron- 
nen voor navraag, moet ik blijven volharden bij mijn ge- 
loof, dat de Einggit in 1506 der javaansche, of 1586 der 
gewone telling, is uitgebarsten, en dat Panaroekan toen verwoest 
is geworden ; — geheel vrij en onverlet latende de voor- 
onderstelling, dat de Raung (Raun , Eawoen) eveneens, 
vroeger en later, vreesselijke uitbarstingen moet hebben 
geleden. 

Behalve de, vroeger aan gegevene, negatieve gronden, staan 
natuurkundige en historische beschouwingen en overleverin- 
gen ter mijner hulpe, om de vermoede zware uitbarsting, 
van den Ringgit, in 1586, voor zeker aan te nemen, — even 
zeer, als om buiten twijfel te laten, dat zware uitbarstingen 
van den Raung het zuiderdeel van Blambangan hebbeu 
verwoest. 

De persoonlijke bevinding bij het bezoeken van den Ring- 
git in de laatste jaren, — en het gemis van teekenen eener zware 
uitbarsting, zijn vrij stelllig; en even stellig kan men aannemen 
de uitbarsting van den Raung, waarvan de historische over- 
levering zegt, dat Matjan-poeti daardoor zou zijn verwoest, 
tijdens Tawang-aloen (A. D. 1638); dat er onder en tijdens 
Pangeran Danoe Redjo (A, D. 1730 c. c.) en onder of 
tijdens den kommandant Clemens de Harris (na 1788), even- 
eens zware uitbarstingen van den Raung hebben plaats gevon- 



4iS 

den (Bosch, Tijaschr. Tnd. Taai-land. en volkenk. VII 279). 
Uw vermoeden, en dat van Dr. Stohr, is alzoo wel aanne- 
melijk, en heeft veel voor zich, maar dit geldt de oostelijke 
helling der lilambangan-vulkanen. Mijne vroegere negatieve 
bewijzen zal ik daarvoor ontvouwen, ten einde de noord- 
oostelijke bergen regt te doen wedervaren. 

De Javaansche historie of kronijk meldt eene uitbarsting 
der oostelijke vuurbergen in 150G. A° Java 1506 begon 
23 December 1585, en eindigde 12 December 1586. — - Des- 
tijds ging het rijk van Padjang ten onder, en kwam het rijk 
van Menteram, onder Senopati, in opkomst. — Van Senopati, 
en de gebeurtenissen onder zijn bestaan, hebben de Java- 
nen nog al ruime aanteekening gehouden. Ik vind daarom 
geene reden de opgave van A. J. 1506, te betwijfelen. 
Yan Portugesche aanteekeningen uit dit tijdvak is mij niets 
bekend op heden, — wat begrijpelijk is, daar de hoofdzetel 
der Portuo-ezen verwoest was. 

o 

Voorzeker was hier geen Portugesche Plinius aanwezig. 
Alhoewel allerwege sporen van Portugesche vestiging op 
Java, vóór de komst der Hollanders, zich voordoen, is 
er echter na het midden der 16® eeuw, bii Portuo-ezen, 
weinig van die vestiging vermeld. — Houtman was vóór 159G 
meermalen met portugesche schepen in den Archipel ge- 
weest en kon dus van Panaroekan , en den brandenden berg 
en diens uitbarsting, weten. 

Cavendish hield koers van het oosten, langs Timor, Flores , 
Soembawa, Lombok, Bali, de straat Balamboan binnen, zoo- 
dat hij denkelijk den Ringgit niet zag. Hij meldt, dat erin 
het Blambangansche, binnenslands, Portugezen woonden , die 
handel dreven in nagelen, peper, suiker; twee hunner kwa- 
men aan boord , vertelden veel van het land , niets van ber- 
gen. Hieruit leid ik af, dat de Kaung destijds in rust was. 

De overlevering in noordoostelijk Java, thans Bezoeki 



449 

en Panaroekan , spreekt van eene uitbarsting, eenige ge- 
slachten geleden, en waarvan zeker bergje, Klattakkan 
genaamd, een paar palen bewesten Panaroekan, bij Patjaron, 
benoordoosten den tegenwoordigen Einggit, het middelpunt 
moet zijn geweest. Evenzoo zouden zeker bergje, G. Patjoro, 
en zeker stuk land, Pasier- poeti , bewesten den Ringgit, 
eveneens punten van vuuruitbarsting moeten zijn geweest. 
— De instortinsc of uitbarstins; van het Eincrcrit-orebero-te is 
onder de landsbewoners zeer levendig in herinnering bij 
overlevering. • — Een mijner nog levende historie-bronnen, 
een man, die te Bezoeki in 1770 geboren, in 1S02 tot 1816 re- 
gent van Poeger, Bondowosso en Bezoeki is geweest, en wiens 
geheugen nog zeer juist is , — kan die overleveringen tot 
drie vierden eener eeuw teruo-brencjen. Deze zegsman heeft 
echter het terrein, tnsschen den Ringgit (kartelberg) en 
de Ranoe niet bezocht , doch verklaart , dat alles daar dooreen 
ligt, als in een chaos van verwarring. — Ook hij verklaart, 
nooit zwavel, asch, kraters of stilstaande poelen (ranoe) ont- 
waard te hebben in deze streken ; doch de instorting en 
verwoesting van dit gebergte, is, volgens de overlevering, 
buiten twijfel. 

De door Houtman genoemde „ Sierra da Pagoda'' (tempel- 
berg) is de tegenwoordige Baloeran (kaap Sedano), aan 
welks noordoostelijken, in zee nederdalenden voet, weleer een 
tempeltje stond, Tjandi-bang, alwaar de legende de begraaf- 
plaats stelt van Angrenné , de vermoorde vrouw van Pandji 
van DjengoUo (A. D. 1250—1500.) 

Uwe erkenning , dat de Ringgit wel kan zijn gebarsten , 
gesprongen of vernield door eruptie , maar dat eene derge- 
lijke gebeurtenis het geheele omliggende land moet omge- 
keerd hebben , als onvermijdelijk en natuurlijk stellende , 
beaam ik A^olkomen. — De overleverincr zeo;t , dat Pana- 
roekan weleer eene zoo voorname plaats was. dat er circa 



450 

4000 Chinezen woonden, en de chlnesclie djonken en wan- 
kangs aldaar regtstreeks uit China aankwamen. Nog ten hui- 
digen dage vindt men in de straat Madoera, op den Ja va- 
wal, de namen: „ Tandjong Tjina," nabij Panaroekan: „ Tan- 
djong-Djong'' bij Probolinggo , ,.Kali-djong," rivier van Ban- 
gil, als overblijfselen der vroegere liandelsvermaardheid. Do 
groote weg, tusschen Panaroekan en Modjopait, liep van 
Panaroekan om de zuid , door de tegenwoordige streek van 
Bondowosso en Pradjekan, over Djember, om de west op 
Laraadjang, en van daar om de noord op Banger, thans 
Probolinggo. — En in 1770, tijdens deze streken onder be- 
heer van de Kompagnie kwamen, w^as alles rondom den Ring- 
git ééne enkele, bijna ondoordringbare, woestenij. Dit ver- 
klaart mijn zegsman, door wien Bondowosso (het tegenwoor- 
dige), gesticht is; dit getuigt de heer Bosch, Batv. Tijdschr. 
Taal-, land- en volkenk., deel VI, bl 470, volgens ouden 
van dagen. — De stelling, dateene zware uitbarsting van den 
Ringgit noodwendig het land moet omgekeerd hebben, is 
daarom volkomen aanneembaar. — Wie levert ons een enkel 
bewijs, dat Panaroekan, de groote handelsplaats , onafgebro- 
ken 25 blijven bestaan, na 1586 ? — Wie levert e'en enkel 
bewijs, dat het omliggend land van Panaroekan, Pradjekan, 
Bondowosso en Bezoeki niet omgekeerd, maar steeds wel- 
varend gebleven is ? Noch Javanen , noch Portugezen , noch 
eenige schrijvers, ooggetuigen, van welken landaard ook, 
maken van Panaroekan gewag, sedert het laatst onzer 16de 
tot het midden der 17de eeuw. — Wel vinden wij op bl. 
248, deel I, Ned. Reizen, 1784, in eene reisbeschrijving van 
Houtman in 1596 (ook vroeger door ,ons overgenomen, 
Indisch Archief, deel IV. bl. 499) , dat Panaroekan eene 
ommuurde plaats was, maar deze beschrijving ziet voorzeker 
op vroegere jaren, vóór 159G, en 1586, toen de Portugezen 
nog deze plaats konden ophemelen, — In onzen tijd heeft 



451 

men nog beschrijvingen van Java, van 1816—20 — 30, 
voor den tegen woordigen tijd opgedischt; en in een weten- 
schappelijk maandwerk wordt noordoostelijk Borneo , van 
Dalton in 1785, door Gronovius aangeduid, als den staat 
van zaken in 1810; — Ja, de kustlanden van Beron, Boe- 
loengan en Tedoeng, op, Borneo's noordoostkust, die door 
den heer Von Dewall reeds in 1818 tot op 4 graden 20 
minuten n. 1. onder het Hollandsche Gouvernement ccebrairt 
waren, en ten deele er reeds in 1834 onder behoorden, — 
werden in het Tijdschrift voor Nederlandsch Indië 1849, deel 
I. bl. 76, als onder Solokh behoorende aangeduid. — De 
mededeeling over Panaroekan, in de reis van Houtman, is 
van evenveel w\aarde te achten , als de daarin tevens voor- 
komende beschrijving van Surubaya, van Johortan,van Der- 
maïo , Moncaon , Cravaon , en andere , als steden opgegevene , 
maar onbekende plaatsen op Java, zoo als de zeevaarders 
dit kunnen hebben vernomen of gelezen. — De landsover- 
leveringen zijn van meer waarde; (vergelijk Bat. Tijdschr. 
Taal-, land- en volkenkunde, deel YI, bh 4G9). Uit 
niets blijkt stellig, dat Panaroekan in 1597 en later jaren 
werkelijk nog bestond; en uit niets blijkt, dat de land- 
streek Bliendoengan, thans Bondowosso, tot voor nu eene 
eeuw geleden , bevolkt , bebouwd of bezocht is geweest. 

— Het bed der kali Sampean , en de allerw^ege gevondene 
overblijfselen uit oude tijden , bedolven onder vulkanische bed- 
dingen , leveren eveneens overtuigende bewijzen , voor de een- 
maal plaats gehad hebbende verwoesting door berguitbarsting. 

— De heer Bosch zegt daarom teregt , dat hij de bew-ering 
niet kan aannemen, dat dit bergland, rondom den Ringgit, 
eerst sedert de laatste honderd jaren , en nooit te voren is be- 
volkt geworden, en dat hier w^elligt zich de omstandigheid 
voordoet, van eene bevolking, door verschillende oorzaken 
geheel vernield of verloopen. 



452 

AYat aangaat liet voorkomen al of niet van overblijfselen 
dier groote uitbarsting, die dit land zoodanig heeft omge- 
keerd, — geef ik u in overweging, wat er over 250 jaren 
van de uitbarsting van den Tambora en den Galoenggoeng 
als getuigenis overig zal v^^ezen. — Wat is er overig als ge- 
tuigenis van den Broeboe, den weleer zeer hoogen berg 
bezuiden Modjokerto, bewesten het Ardjoeno-gebergte? Eene 
massa bergpuinhoopen , even als tusschen den Kinggit en 
den Ranoe, ondoordringbaar en onbezocht. — Wat kan 
men nog zeggen omtrent de berguitbarsting , die het rijk van 
Djengollo omkeerde (1250 — 1300) en waarvoor de Keloed 
wordt aangeduid? — Het niet aanwezig vinden van kraters 
of solfataren , dient, dunkt mij, door een meer opzettelijk, 
naauwlettend onderzoek, door geheel het tusschenland , tus- 
schen Kino^git en Eanoe , — te worden bevestio;d. De naam 
Eanoe, stilstaand water, brengt zelfs eene naamskwestie 
in het spel. 

Eindelijk is de bij Houtman gebezigde uitdrukking „bo- 
ven" Panaroekan , en niet „ bij " Panaroekan eene oud-hol- 
landsche gewone uidrukking, om „ verderop ■•' aan te duiden. 
— Zoo zegt men in Holland nog : Soerabaja „ boven " Ba- 
tavia ; Bantam ; „ boven " Batavia ; Makassar „ boven '' Ba- 
tavia, enz. 

Op grond van dit alles blijf ik bij mijn geloof, dat de 
Ringgit, in A. J. 1506 of A. D. 1586, is uitgebarsten, 
en dat door die uitbarsting het omliggende land verwoest 
en omgekeerd is. 

Latere ontdekkingen kunnen dit gevoelen welligt doen 
wankelen. Er is niets zoo historisch waar aangeduid, dat 
het geene wijziging zoude kunnen ondergaan. 



BERIGTEN VAN VERSCHILLENDEN AARD. 



Yidkanische verscMjnselen i7i den Tndischen ArcJiijJel. 

Ternate. — Door de hevige regens is op den lO^^n April 
jl. het bergwater met zooveel geweld komen afstroomen, dat 
geheele stukken gronds en geweldige rolsteenen door den 
vloed werden medegevoerd, en het water ter manshoogte op 
den weg tusschen de hoofdplaats en het fortje Kajoe-mehra 
stond. 

De weersgesteldheid was , niettegenstaande de vele regens , 
zeer drukkend. 

Op den ö'leTi, 4.Ien^ 7(len^ gdeti^ 10<^en^ ll^cn^ 17'^en en 25sten 

April zijn ligte schokken van aardbeving waargenomen. 

De berg wierp aanhoudend dikke, donkere rookkolommen 
uit, en deed van tijd tot tijd een' dreigenden onderaardschen 
donder hooren. 

Banda. — In den morgen van den ö^^n op den G'ïen en 
in den nacht van den T^en op den 8sten Maart, hebben vrij 
hevige aardschuddingen plaats gehad. 

De ri^tino; w^as horizontaal van het n.w. naar het z.o. 

De weorso-esteldheid kenmerkte zich gedurende de maan- 
den Maart en April door zvrare regenbuijen , vergezeld van 
sterke winden. 

Tlmor. — Volgens borigt van den gezaghebber te Beloe 
(midden Timor) , zijn in den nacht van den 8sten op den 
9 Jen April jl. te Atapoepoe , twee hevige schokken van aard- 
beving waargenomen. De rigting der beweging was hori- 
zontaal van he!; n. o naar het z w= Omtrent den duur der 



454 

schokken werd niets gemeld. Ongelukken hebben er niet 
bij plaats gevonden. Te Koepang heeft men van deze aard- 
schudding niets bespeurd. 

(Javasche Courant 28 Mei 1859 N^ 43). 

Ternate. — Gedurende Mei zijn twee aardbevingen waar- 
genomen : de eerste den 17den des voormiddags, en de 
tweede den oOsten des nachts. 

Hoewel de schokken vrij lang aanhielden, waren ze niet hevig. 

De eerste helft der maand kenmerkte zich door koel en 
aangenaam weder : na volle maan vielen zware stortregens , 
vero"ezeld van hevige w^inden, waardoor op sommige plaat- 
sen schade is aangerigt. 

Menado. — Ofschoon gedurende April aan de stranden der 
Minahassa droogte heerschte, nu en dan door regenbuijen 
afgewisseld , regende het hevig in de bovenlanden : de brug- 
gen en weegen hebben daardoor iets geleden. 

Den Uden April nam men in de Minahassa ligtc aard- 
bevincfen waar, evenals den 21 sten en 23sten van die maand 
en den (3den, Oden, 29sten en SOsten Mei. 

Die van den 29sten Mei was zeer sterk. 

(Javasche Courant 6 July 1859 N^ 54). 

Banjoemas. — Den 5den July jl. is des morgens te zes 
uren eenige minuten eene allerhevigste aardbeving gevoeld, 
welke in eene horizontale, van het noorden naar het zui- 
den gekeerde rigting, ruim vier sekonden aanhield. 

Voor zooverre bekend is , hebben de lands- en partikulierc 
gebouwen geene schade hierdoor geleden. 

(Java-Bode 13 July 1859 IS^ 56). 

Kadoe. — Den 5den July jl. is te Magelang omstreeks 
kwartier over 6 ure in den morgen eene aardbeving gevoeld, 
welke, hoewel kort van duur, nogtans niet onbelangrijk 
was. De beweging was van het oosten naar het westen. 
In den nacht woei het vrij hevig, zonder vergezeld te zijn 
van regen. Geene schade is aangerigt. 

(.Javasche Courant IG July 1559 N^ 57)-. 



455 

' PatjiLan, — In den vroegen morgen van den 5Jcn July 
is ten 6} ure te dezer hoofdplaatse en, voor zoo ver de be- 
rjgten reeds zijn Ingekomen , op verschillende andere plaat- 
sen in deze afdeeling, eene vrij hevige aardschudding waar- 
genomen. 

Het verschijnsel werd voorafgegaan door een dofromriie- 
lend onderaardsch gedruisch , terwijl de schok zelf, die 
ongeveer zeven sekonden aanhield, van eene trillende, zoo 
als zij zich aanvankelijk deed gevoelen, in eene golvende 
overging , en in eene trillende beweging eindigde. 

De rigting was van het z. t. o. naar het n. t. w. 

Hoewel de te weeg gebragte ontsteltenis groot was, zijn 
er echter geene ongelukken voorgevallen. 

Alleen is het muurwerk van de adsistent-rcsidentie's wo- 
ning hier en daar gescheurd, en is zulks met het zout- 
pakhuis te Pangool het geval, doch is van andere of meer- 
dere schade tot dus verre niets vernomen. 

Kediri. — In den morgen van den ö^cn Julj, omstreeks 
zeven uren , hebben zich in deze residentie vrij hevige schok- 
ken van aardbeving doen gevoelen. 

Het scheen, dat de schokken, die eenige sekonden aan- 
hielden , meer vertikaal dan horizontaal waren , voorts van 
het oosten naar het varesten liepen. 

Voorts zoover bekend is, hebben er geene ongevallen met 
menschen , vee of gebouwen plaats gehad ; ofschoon soliede 
gebouwen in de schudding deelden. 

(Javasche Courant 20 July 1859 N^ 58). 

Soerahaja. — In den morgen van den 5den dezer om- 
streeks ten 6|- ure zijn te Modjokerto vrij hevige schokken 
van aardbeving gevoeld geworden. 

De rigting dezer aardgolving werd waargenomen plaats 
te hebben van het zuiden naar het noorden. 

Ook hier ter plaatse zijn door sommige personen, omstreeks 



456 



*^i ^ ure . bewegingen van den grond , hoewel zeer zwak , 
bespeurd geworden. Wij meenen te mogen vooronderstellen 
dat aan beide verschijnselen eene en dezelfde oorzaak ten 
grondslag strekt. 

(Oostpost 7 July 1859 N°. 54). 
Soerahaja. — Partikuliere berigten deelen ons mede, dat 
de aardbeving , waarvan wij in ons vorig nummer gewag 
maakten , ook dezelfde verschijnselen heeft veroorzaakt , te 
Madioen, Toelong-agoong en Trengalek. 

Te Toelono;-ag;oon£!: Avas de schuddino; zoo sterk, dat de 
bijgebouwen van het door den heer Portier aldaar bewoon- 
de huis zijn ingestort; terwijl vele bamboezen w^oningen daar- 
door uit verband zijn gerukt. 

Te Trengalek is het regentsgebouw met bijgebouwen 
daardoor onbewoonbaar geworden. 

(Oostpost 14 July 1859 N°. 56). 
Ternate. — Plet weder w^as gedurende een groot gedeelte der 
maand Juny onstuimig en regenachtig en de moesson zeer 
on2;ereo;eld. 

De berg van Ternate rookte in den aanvang dezer maand bij- 
zonder sterk, terwijl hij na den 20sten geen rook meer uitwierp. 
Den 28sten Juny , des avonds te 8 ure 7 minuten , had eene 
vrij sterke en zeer langdurige aardbeving plaats. De bewe- 
ging was eene golvende, van het n. w. naar het z. o. en 
ging van een rommelend , onderaardsch , geluid , gelijk aan 
dat van een' ver verwijderden donder, vergezeld. 

Den 29sten en SOsten Juny hadden bij herhaling ligte 
schokken plaats , ten gevolge waarvan de aarde nagenoeg niet 
tot rust kwam , hetgeen velen eene herhaling van den vrees- 
sciijken ramp in February 1840 deed vreezen, welke zich 
op dezelfde wijze aankondigde. 

In den avond van den SOsten Juny bespeurde men weder 
rook uit den bero'. 



45T 

De aardbeving van den 2Ssten v^as van eene ligte zeebe = 
ving vergezeld. Op de schepen ter reede gevoelde men 
eerst eene trilling, alsof het schip rakelings over een koraal- 
rif liep en daarna vingen deze vaartuigen aan te slingeren, 
nagenoeg met de potdeksels te water. 

Twee met hout geladene praauwen, nabij het havenhoofd 
liggende , werden met eene sterke vaart naar het strand ge- 
zet en daarna weder hevig teruggeworpen , zoodat de beman- 
ning haar behoud in eene overhaaste vlugt naar de reede zocht. 

Te Sedang-oli , aan den overwal , liep het water een der 
tigtal voeten op het strand; en bij het terugloopen viel de 
baai voor een groot gedeelte droog. 

De huizen in de het chinesche kamp werden bijna alle 
door de verschrikte bewoners verlaten. Echter was de aan- 
gerigts schade van weinig beteekenis. 

Manado. [Minahassa), — Ofschoon de z. o. wind reeds 
vrij sterk doorblies, bleef in de maand Juny deregen, zoo- 
wel in de boven-, als in de benedenlanden aanhouden. De 
afvoer van produkten werd daardoor zeer belemmerd. 

Evenals in de voorgaande maand, hadden in Juny aan- 
houdende en buitengewoon hevige aardbevingen plaats. Zij 
veroorzaakten echter geene beduidende schade, maar wel 
veel angst en ongerustheid onder de ingezetenen. 

(Javasche Courant SO July 1859 W, 61). 



Patjitan. — Volgens een' brief van den adsistent resident van 
Patjitan , den heer Noordziek , aan den gouverneur generaal , 
is in den nacht van den 2^1 July 1859, even vóór twaalf 
uren , te Patjitan eene aardschudding gevoeld , geheel in 
dezelfde rigting en gepaard met dezelfde verschijnselen ah 
bij de in den morgen van den 5" July j. 1. aldaar plaats 

DL. XIX, 32 



458 

gehad hebbende aardbevhig, met dat onderscheid evenwel, 
dat de duur korter was (4= sekonden). Ongelukken zijn niet 
voorgevallen. 



Kort overzigt vafi de verrigiingen der ingenieurs vmx 
het Mijnwezen, 

Sumatra's Westkust, — De ingenieur P. Van Dijk vol- 
tooide in het begin der maand Maart zijn rapport over het 
afgeloopen onderzoek naar het voorkomen en de ontgin- 
baarheid van kolen in en nabij de baai van Tappanoeli. 
Den lln daaraanvolgende verliet hij Tappanoeli en kwam 
eerst in het laatst der maand te Padang-pandjang aan. 

Eiland Batjan, — De ingeuieur der 3e klasse O. F. 
U. I. Huguenin was sedert het begin van dit jaar blijven 
voortgaan met noodige reparatiën te doen uitvoeren aan wo- 
ningen , loodsen , enz. , en verschillende wegen in bruikba- 
ren staat te doen brengen. . Den 23n February ging ge- 
noemde ingenieur de ajer Mambia op tot buiten het kolen- 
veld. Op dien togt werden aangetroffen schiefers, zand- 
steenen , kalksteenen, groensteenen, syeniet en rooden porfier, 
doch geene enkele koollaag. Een gelijk onderzoek werd 
in Maart door hem in de ajer Damar uitgevoerd, doch met 
even ongunstig gevolg. Bij het nasporen der verschillende 
beekjes, welke zich na de splitsing der ajer Damar in ajer 
Dama besat en ajer Damar ketjil in die rivieren uitstorten, 
bleek, dat het algemeen karakter der gesteenten meer en 
meer mergelachtig wordt. In die mergels komen hier en 
daar kooldeeltjes en dunne onregelmatige adertjes van bruin- 
kool voor, alle van geene waarde. Voorts deed de inge- 
nieur Huguenin op de hoogten tusschen ajer Damar en 
ajer Mambia drie putten graven, waardoor hij de overtui- 



459 

gmg verkreeg , dat overal in den omtrek , de hoogste heu- 
vels door een uitgestrekt oud alluvium van eruptieve ge- 
steenten worden bedekt en de koolformatie, behalve in de 
rivieren , hier nergens aan den dag bloot komt. 

Wcsterafdeeling van Borneo. — De ingenieur R. Everwijii 
was op den 13n April met de putgraving te Wang-phin-san 
tot eene diepte van 33 ned. el gevorderd. Op deze diepte 
begon men een' gang te drijven, ten einde de ader te snij- 
den, en had dien op het einde der maand tot eene lengte 
van 13 ned, ellen uitgewerkt. De ader, die op 9 ned. ellen 
afstands van den put werd gesneden , was 0,35 ned. el zwaar 
en bestond geheel uit een' donker grijzen kleisteen , ver- 
mengd met fijn verdeelden ijzerpyriet, terwijl de insluitende 
witte kleisteen eene geringe hoeveelheid kopererts (koper- 
glans) met ijzerpyriet bevatte. Op den 30'^ April begon 
men een' gang in de rigting der ader zelve te drijven, ten 
einde die zoover mogelijk noord- en zuidwaarts te onder- 
zoeken en te gelijker tijd van den beganen grond een adit 
door het gebergte, in de hoop om daardoor tot nadere be= 
kendheid met de ader en welligt tot andere ontdekkingen 
te geraken. 

Den 6den April vertrok de ingenieur Everwijn naar Mand- 
har en van daar naar Liongkong, op welke plaats in den 
alluvialen grond fijn verdeeld gedegen koper wordt gevon- 
den. Hij gaf de uoodige bevelen tot het schoonkappen van 
het terrein en het oprigten van een tijdelijk verblijf, met 
het voornemen om daar een onderzoek in te stellen. In- 
middels bezocht hij Saloetong en vond daar eene betrekke- 
lijk groote hoeveelheid gedegen koper eu eenige adersteenen, 
zijnde kwarts met kopererts (koporglans en malachiet). Te Li= 
anzcpi, waar volgens opgaven sporen van gedegen koper 
waren aangetroffen , leidden de nasporingen vaii den ingenieur 
Everwijn echter tot geenc uitkomst. 



460 

Zuid- en Ooslerafdeelijig van Borneo. — De boring, die 
door den ingenieur Eant in de vlakte van Padang- kraton 
wordt uitgevoerd, had op den IGden April eene diepte van 
101,11 ned. ellen bereikt. 

(Javasclie Courant 18 Juny 1859 No. 49). 

Sumaira's Westkust, — De ingenieur P. Van Dijk hield 
zich gedurende de maand April bezig met eene uitvoerige 
opname van de kloof der Anee, waarvan hij een geologisch 
kaartje vervaardigde. Verder bragt genoemde ingenieur het 
mineralogisch onderzoek ten einde van de bergsoorten, door 
hem op de reis van Padang naar Siboga verzameld , en 
ving hij aan met het zamenstellen van een verslag der op- 
gedane kennis over de geologie en den mineralogischen rijk- 
dom van dit gedeelte der kust. 

Eiland Banha, — Door den ingenieur J. E, Akkerlnga 
werdev. in de maand April de werkzaamheden aan soengei 
Sekah vervolgd en aangevangen met het kappen van een 
pad naar het strand in ïeloh-sekah en een ander naar soen- 
gei Pedjim of Kedjim, Onderwijl werden door een gedeel- 
te van het werkvolk eenige onderzoekingen met den tsjam 
in het terrein van soengei Pandji verrigt. De geheele maand 
kenmerkte zich door menigvuldige regens , en er heerschten 
vele ziekten onder het werkvolk, zoo Chinezen als ketting- 
gaugers. 

De adspirant-ingenieur P. H. Van Diest bezocht den heu- 
velrug, uitmakende het oostelijk gedeelte van het gebergte 
Maras, de rivieren Pri^ I en Doeren en eenige zijtakjes , die 
in Soengei Lajang uitmonden. De boringen , in de rivie- 
ren uitgevoerd, deden geen' tinerts vinden. Het onderzochtte 
terrein bestaat hoofdzakelijk uit zandsteen, waartusschen en- 
kele lagen kleischiefer en ijzergesteenten. In de eerste helft 
der maand Mei begon het v/erkvolk eene boring in de ri- 
vier Simpana, de grens tusschen de distrikten Soengei-liat 



401 

en Bllnjoe, aanvankelijk met gunstige resultaten. Den 22'^ 
Mei nam genoemde adspirant ingenieur te Blinjoe de dienst 
over van den ingenieur Akkeringa, voor den tijd van diens 
afwezen naar Biliton. Hij stelde het Blinjoeoclie werkvolk 
in de zijtakjes van bovengenoemde soengei Simpana werk- 
zaam. 

(Javasche Courant 20 July 1859 No, 58), 



462 
Fersonaïièn. 

Te Batavia aangekomen het Lid der Verceniging , de heer 
C. F. BouDRiOT, Kesident van Tegal. 

Vertrokken naar Riouw en Lingga het Lid der Vereeni- 
ging de heer J. H. G. Jordens, Inspekteur van het 
Boschwezen in Nederlandsch Indië. 

Vertrokken naar Nederland, het Lid der Vereeniging de 
heer Dr. J. K. Van den Broek. 

Benoemd tot Resident der Lampongsche distrikten het Lid 
der Vereeniging de heer R. Wijnen, wd. Resident 
dier distrikten. 

Te Batavia aangekomen het Lid der Bereeniging de heer 
A. W. F. H. Tuckerman» Kapitein der Infanterie. 

Benoemd tot Groot-Officier der Orde van de Eikenkroon 
het Lid der Vereeniging de Generaal-majoor A. Meis^ 
Gouverneur van Sumatra's Westkust te Padang. 

Benoemd tot President van het Bataviaasch Genootschap 
van Kunsten en Wetenschappen het Lid der Vereeni- 
ging Zijne Excellentie de Luitenant Generaal J. Van 
SwiETEN, Kommandant van het Indisch Leger, 

Benoemd tot Leden van het Kollegie van Kuratoren van 
het Gymnasium Willem III te Batavia, de President 
der Vereeniging de heer Dr. P. Bleeker en het Bestu- 
rend Lid der Vereenignig de heer G. F. De Bruyn 
Kops. 

Benoemd tot Eere-Voorzitter van het Kollegie van Kura- 
toren van het Gymnasium Willem III, het Lid der Ver- 
eeniging de heer Mr. A. Prins, Lid in den Raad 
van Kederlandsch Indië. 

Benoemd tot Ridder der Orde van de Eikenkroon het 
Besturend Lid der Vereeniging de heer M. Th. Reiche, 
Officier van Gezondheid der 1^ klasse te Batavia. 



463 

Benoemd lot Besturend Lid van het Bataviaasch Genoot- 
schap van Kunsten en Wetenschappen, het Lid der 
Vereeniging , de heer Mr. A. Prins , te Batavia. 

Te Batavia aangekomen het Lid der Vereeniging de heer 
E, A. Lange, Inspekteur der Hospitalen van de Bui- 
tenbezittingen. 

Van Batavia te Muntok aangekomen het Lid der Vereeni- 
ging de heer C. F. Mogk, Officier van Gezondheid 
der Ie klasse. 

Benoemd tot Eidder der 3de kl. van St. Anna van Kusland, het 
Lid der Vereeniging de heer Jkhr J. L. C. Pompe van 
Meeederyoort , Officier van Gezondheid der 2de 
klasse bij Z. M. Marine, te Desima. 

Benoemd tot Korresponderend Lid van de Asiatic Society of 
Ben2:al te Calcutta, de President der Vereenisincr de 
heer Dr. P. Bleeker. 

Te Batavia aangekomen (van Banka) het Lid der Veree- 
niging de heer F. W, Dolge, Officier van Gezond- 
heid der 1ste klasse. 

Van Batavia naar Makassar vertrokken het Lid der Ver- 
eeniging de heer E. A. Lange, Dirigerend Officier 
van Gezondheid der 2de klasse, Inspekteur der Pospi- 
talen van de Buitenbezittingen. 

Benoemd tot Lid der Hoofdkommissie van Onderwijs in 
Nederlandsch Indië het Lid der Vereeniging de heer 
G. AY. Fredzess, Luitenant Kolonel der Genie te 
Batavia. 

Benoemd tot President der Hoofdkommissie van Onderwijs in 
Nederlandsch Indië het Lid der Vereeniging , de heer Mr. 
A. Prins, Lid in den Raad van Nederlandsch Indië. 

Op verzoek eervol ontslagen als Leden der Hoofdkommissie 
van Onderwijs in Nederlandsch Indië , onder dankbe- 
tuiging voor de door hen als zoodanig bewezene dien- 



464 

sten , het Lid der Vereeniging de heer Dn. G. Was- 
siNK, Chef der Geneeskundige dienst in Nederlandsch 
Indië en de President der Vereeniging de heer Dr. 

P. ELEEKErw. 

Tan Bataria naar Salatiga vertrokken het Lid der Veree- 
niging» de heer F. W. Dolge, Officier van Gezond- 
heid der 1^ klasse. 

Van Tjilatjap te Batavia aangekomen het Lid der Vereeni- 
crins: de heer A. IL Ku^'ZE, Officier van Gezondheid 
der 2e klasse. 

Overleden op de terugreis naar Nederland, bij de Kaap 
Verdische eilanden, het Honorair Lid der Vereeniging 
Zijne Excellentie de Vice-admiraal J. F. D. Bouricius. 

Te liatavia van eene inspektie in Oost- Java terug gekomen 
liet Lid der Vereeniging Zijne Excellentie de Luite- 
nant Generaal, Komraandant van het Indisch leger J. 
Van SwiEïEisr. 

Eervol uit 's lands dienst ontslagen met behoud van aan- 
spraak op pensioen, het Lid der Vereeniging de heer 
C. F. BouDRiOT, Eesident van Tegal. 

Van Batavia naar Bandjermasin vertrokken, het Besturend 
Lid der Vereeniging, de heer Corns De Groot, Chef 
van het Mijnwezen in Xederlandsch Indië. 

Van Batavia naar Soerabaja enz. vertrokken in het gevolg 
van don Gouverneur Generaal, het Lid der Vereeni- 
ging de heer E, Netscher, Referendaris ter Alge- 
meene Sekretarie. 

Bevorderd tot Officier van gezondheid der 2e klasse en 
overgeplaatst van Batavia bij de Civiele en Militaire 
Geneeskundige dienst te Kediri, het Lid der Vereeni- 
o-inST de heer T. II. Eisinqer. 

op verzoek eervol uit "s lands dienst ontslagen het lid der 
Vereeniging IL A. F= De Vogel, Kontroleur bij de 



405 

Landelijke inkomsten en Kuituren te Bodjoneo-oro. 
A^erlof verleend naar Nederland aan liet Lid der Vereenï- 

ging den heer ü. F. Schaap , Gouverneur van Celebes 

en Onderhooriglieden. 
Overgeplaatst van Willem I naar Serang het Lid der Vereeni- 

ging de heer C. Helfeich , Officier van Gezondheid 

der 2de klasse. 
Verlof verleend naar Nederland aan het Lid der Vereen i- 

ging den heer J. H. ToBiAS , Kesident van Riouw 

en Onderhoorigheden. 



INDEX 

SPECIERUM ANIMALIUM IN YOLUillNIBUS XV-XIX 

DÏARII SOCIETATIS SCIENTIARUM INDO-NEERLANDICAE 
DESCRIPTARUM. 



INSECT A. 

Dipt er Cl, 



Culex variegatus Dol, Dl. XVII p. 77. 

„ subulifer Dol, Dl. XVII p. 78. 
Sciara femoralis Dol. , Dl. XVII p. 7-8. 
Limnobia aurantiaca Dol. , Dl. XVII p. 78. 
Tipula longicornis Dol., Dl. XVII p. 79. 
Megistocera atra Dol., Dl. XV lip. 80. 
Cylindrotoma ornatissiina Dol., Dl. XVII p. 80. 
Epliippium nigerrimum Dol, Dl. XVII p. 81. 
Wallacea argentea Dol. , Dl. XVII p. 82. 
Sargus rufus Dol. , Dl. XVII p. 83. 

„ ferrugineus Dol., Dl. XVII p. 83. 
Tabanus furunculigenus Dol., Dl. XVII p. 84. 

„ cinnamomeus Dol., DL XVII p. 84. 

„ monoculus Dol. , Dl. XVII p. 85. 
Subuia flavipes Dol. , Dl. XVII p. 85. 

,; Yittata Dol., Dl. XVII p. 8C. 



AQ7 

Xiphocera rufithorax Dol, Dl. XVII p. 86. 
Laphria puer Dol. , Dl. XVII p. 87. 

„ dissimilis Dol, Dl. XVII p. 87. 

„ Bleekeri Dol., Dl. XVII p. 88. 
Ommatius spathulatus Dol., Dl. XVIt p. S9. 
Gonypes unicolor Dol., Dl. XVII p. 89. 

„ annulipes Dol., Dl. XVII p. 90. 
Damalina laticeps Dol., Dl. XVII p. 91. 

„ erythrophthalmiis Dol, Dl. XVII p. 91. 
Atherix nigritarsis Dol, Dl XVII p. 92. 
Antrax aterrima Dol, Dl XVII p. 93. 

„ angustata Dol, Dl XVII p. 93. 
Psilopus longicornis Dol, Dl XVII p. 94. 

„ palmetorum Dol, Dl XVII p. 94. 
Baccha semilimpicla Dol , Dl XVII p. 94. 
Graptomyza melliponaeformis Dol, Dl. XVII p. 95 
Eristalis refulgens Dol, Dl XVII p. 96. 
Syritta amboinensis Dol, Dl XVII p. 97. 
Eumerus bimaculatus Dol, Dl. XVII p. 98. 
Syrplius villosulus Dol, Dl XVII p. 99. 
Pipiza moerens Dol, Dl XVII p. 99. 
Conops bipartita Dol, Dl. XVII p. 100. 
Eclnnomyia monticola Dol, Dl XVII p. 101. 
Eurygaster setosa Dol, Dl XVII p. 102. 

„ strigosa Dol, Dl. XVII p. 102. 
Senometopia sphingum Dol, Dl XVII p. 103. 
Masicera morio Dol, Dl XVII p. 104. 

„ aurifrons Dol, Dl XVII p. 104 
Zambera Walkeri Dol, Dl XVII p. 105. 
Clytia modesta Dol , Dl XVII p. 105. 

„ nigroanalis Dol, Dl XVII p. 106. 
Gonia exigua Dol, Dl XVII p. 106. 
Spiroglossa typus Dol, Dl XVIT p. 107. 



468 



Prosena moluccana E)ol. , Dl, XVII p. 108. 
Eutila nigrocostalis Dol., Dl. XVII p. 108. 
Omalogaster ruféscens Dol. , Dl. XVII p. 109. 
Sarcophaga aurifrons Dol., Dl. XVII p. 109. 
. „ frontalis Dol., Dl. XYII p. 110. 
Musea (Lucilia) bivittata Dol., Dl. XVII p. 111. 

„ ( „ ) azursa Dol., Dl. XVII p. 111. 

„ (Pollenia) flavicans Dol., Dl. XVII p. 112. 
Aricia quadripunctata Dol., Dl. XVII p. 113. 

„ gramiüicola Dol., DL XVII. p. 113. 
Spilogaster pusilla Dol., Dl. XVII p. 114, 
Hydrotaea bicolor Dol, Dl. XVII p. 114. 
Ophyra riparia Dol., Dl. XVII p. 115. 
Pachycephala Molmikei Dol., DL XVII p 116. 

„ albifacies Dol., Dl. XVII p. 117. 
Zygaenula paradoxa Dol., Dl. XVII p, 118. 
Sapromyza punctlgera Dol., DL XVII p. 118„ 
Ortalls regularis Dol., Dl. XVII p. 119. 

„ flaviscutellata Dol., DL XVII p. 120. 

„ trifasciata Dol., DL XVII p. 121. 
Bactrocera conformis DoL, Dl. XVII p. 1S2. 

„ maculigera DoL, DL XVII p. 122. 

„ ? verpoides DoL, DL XVII p. 123. 
Themara alboguttata Dol., Dl. XVII p. 124. 

„ nigropunctaluta DoL, Dl. XVJI p. 124. 
Herina clialybea DoL, DL XVII p. 125. 

„ limpidipennis DoL, DL XVII p. 12G. 

„ grandis DoL, DL XVII p. 126. 

„ nigrocostata DoL, Dl. XVII p. 126. 
Micropeza tenuis DoL, DL XVII p. 127. 
Drosophila ananassae DoL, DL XVII p. 128. 

Homoptera. 

Dundubia decem Walk,, DL XIX p. 361. 



469 

Dundubia duaruin Walk., Dl. XIX p. 362. 
Huechys falcialis AYalk. , Dl. XIX p. 362. 
Hotlnus intricatus Walk. , Dl. XIX p. 3^3. 

,, cultellatus Walk., Dl. XIX p. 363. 
Apliaena saturata Walk., Dl. XIX p. 364. 
„ veris-amor Walk. , Dl. XIX p. 364. 
„ uniformis Walk., DL XIX p. 364. 
Dictyopliora speicarina Walk. , Dl. XIX p. 365. 
Leusaba marginalis Walk. , DL XIX p. 365. 
Isporisa apicalis Walk. , Dl. XïX p. 366. 
Epora subtilis Walk., Dl. XIX p. 367. 
Daradax acris Walk., Dl. XIX p. 367. 
Cixius ferreus Walk., Dl. XIX p. 3&7. 
diffinis Walk., Dl. XIX p. 367. 
guttifer Walk., Dl. XIX p. 367, 
„ aequus Walk., Dl. XIX p. 368. 
„ perplexus Walk., DL XIX p. 365. 
„ inclinatus Walk,, Dl. XIX p. 368. 
„ simplex Walk., DL XIX p. 368. 
„ vilis Walk. , Dl. XIX p. 369. 

modieus Walk., DL XIX p. 369. 
„ nexus Walk., DL XIX p. 369. 
„ despectus Walk., Dl. XIX p. 369. 
„ deductus AYalk. , Dl. XIX p. 370. 
munitus Walk., Dl. XIX p. 370. 
traliens Walk., Dl. XIX p. 370. 
„ pallens Walk., Dl. XIX p. 370. 
finitus Walk., DL XIX p. 370- 
„ dilectus Walk., Dl. XIX p. 371, 

dotatus Walk., DL XIX p. 371. 
„ insuetus W^alk. , DL XIX p. 371, 
Bidis plctula Walk., DL XIX p. 371. 
„ punctifrons Walk,, Dl. XIX p. 372. 



470 



Biclis contigua Walk., Dl. XIX p. 372. 
Ostama juncta Walk., DL, XIX p. 372. 
Erana operosa Walk., Dl. XIX p. 373. 
Ehotala delineata Walk., Dl. XIX p. 373. 
ïssus praecedens Walk., Dl. XIX p. 374 

compositus Walk., Dl. XIX p. 374. 

retractus Walk. , Dl. XIX p. 374. 

furtivus Walk., Dl. XIX p. 374. 

patulus Walk., Dl. XIX p. 375. 

iris Walk., LI. XIX p. 375. 

gravis Walk., Dl. XIX p. 375. 

arctatus Walk., Dl. XIX p. 375. 

sobrinus Walk., DL XIX p. 375. 

ovalis Walk., DL XïX p. 375. 

literosus Walk., Dl. XIX p. 376. 

lineatus Walk. , Dl. XIX p. 376. 
Hiracia ignava Walk., DL XIX p. 376. 
Hemlsphaerius niger Walk., DL XIX p. 377. 

typicus Walk., DL XIX p- 377. 

torpidus Walk., DL XIX p. 377. 
Eurybracbys conserta Walk., DL XlX p. 377. 

vetusta Walk. , DL XIX p. 377. 

intercepta Walk. , DL XIX p. 378. 

surrecta Walk., DL XIX p. 378. 
Flatoides veterator Walk. , DL XIX p. 368. 

posterus Walk. , DL XIX p. 379. 

llmitaris Walk., DL XIX p. 379. 

stupidus Walk, DL XlX p. 379. 
Pücania osmyloides Walk. , Dl. XIX p. 379. 

subacta Walk. , Dl. XIX p. 379. 
Benna canesceus AYalk. , Dl. XIX p. 379. 

clarescGDs Walk. , Dl. XIX p. 380. 
„ praestans Walk., DL XlX p. 380. 



471 



Serida latens Walk. , Dl. XIX p. 380. 

fervens Walk., Dl. XIX p. 380. 
Paricana dilatipennis AValk., Dl. XIX p. 381, 
Niserte submentiens Walk., Dl. XIX p. 38L 

„ flammula Walk., Dl. XtX p. 381. 

„ fervens Walk., Dl. XIX p. 381. 
Eucarpia univitta Walk. , Dl. XIX p. 382. 
Rhotana latipennis Walk., Dl. XIX p. 382. 
Pocbazia convergens Walk. , Dl. XIX p. 383. 
Nepliesa grata Walk., Dl XlX p. 383. ' 

„ guttularis Walk., Dl XIX p. 383. 

„ volens Walk., Dl. XIX p. 383. 
lutea Walk., Dl. XIX p. 383. 

„ deducta Walk., Dl. XIX p. 383. 
tripars Walk. , Dl XIX p. 383. 
Poeclloptera rorida Walk. , Dl XIX p. 384. 

„ deplana Walk., Dl XIX p. 284. 
Ficarasa pallida AYalk., Dl XIX p. 385. 
Eupilis bebes Walk., Dl. XIX p. 385. 
Centrotus subsimilis Walk., Dl XIX p. 335. 
li;nbatus Walk., Dl XIX p. 386. 

„ densus Walk., Dl. XIX p. 386. 
„ latimargo Walk., Dl. XIX p. 386. 

varipes jYalk. , Dl XlX p. 387. 
„ cicadiformis Walk., Dl XIX p. 386. 
„ consocius Walk. , Dl XIX p. 386. 
Micreune metuenda Walk., Dl. XIX p. 387, 
Cercopis semipardalis Walk., Dl. XIX p. 388, 
delineata Walk., Dl XIX p. 388. 
„ semirosea Walk., Dl. XIX p. 388. 
undulifera Walk. , Dl. XIX p. 388. 
„ subdolens Walk., Dl XIX p. 388. 
Ptyelus ineffectus Walk., Dl. XIX p. 388. 
Amanisa picea Walk. , Dl XÏX p. 380, 



47: 



Perinoia exclamans Walk., DL XIX p. 389, 
slgnifera Walk., Dl. XIX p. 389. 

expressa Walk-, Dl. XIX p. 390. 
Tettigonia elongata Walk., Dl. XIX p. 390, 

lineolataWalk., Dl. XIX p. 390. 

angularis Walk., Dl. XIX p. 390. 

invadens Walk., Dl. XIX p. 391. 
„ scltipennis Walk. , Dl. XIX p. 39J. 

lepidipennis Walk., Dl. XIX p. 391. 

eburnea Walk., Dl. XIX p. 391. 
], signifera Walk., Dl. XIX p. 391. 

polita Walk., Dl XIX p. 391. 

glabra Walk. , Dk XIX p. 392. 

incllnans AValk., DL XIX p. 392. 
., difficilis W^alk., Dl. XIX p. 392. 
Ledra tuberculifrons AYalk. , DL XIX p. 392. 

dllatulfrons Walk., DL p. XIX 392. 

tenuifrons Walk., Dl. XIX p. 393. 

longifrons W^alk. . DL XIX p. 393. 
„ conicifrons Walk., Dl. XIX p. 393. 

planifrons Walk. , Dl XIX p. 393. 
„ arciiatifrons Walk., Dl. XIX p. 394<. 

ranifrons W^alk., Dl. XIX p. 394. 

obtusifrons Walk., DL XIX p. 394. 

truncatifrons Walk. , Dl. XIX p. 394. 
Epiclincs obllqua Walk., DL XIX p. 395. 
Isaca blpars Walk., Dl. XIX p. 395. 
Acocephalus disclgutta Walk. , DL XIX p. 396 
Coelidia dirigens Walk., Dl. XIX p. 39C. 

pardalis Walk., Dl XIX p.'39G. 

albislgna ^YvAk., Dl. XIX p. 396. 

capraria Walk., Dl. XIX p. 396. 
Bythoscopus testaculs Walk., Dl. XIX p. 397 



473 

Bjthoscopus metalllcus Walk., Dl. XIX p. 397. 

lateralis Walk., Dl. XIX p. 397. 
„ ceplialotes Walk., Dl. XIX p. 397. 
„ biarcuatus Walk., Dl. XIX p. 398. 
„ laetisigna Walk., Dl. XIX p. 398. 

nigrilinea Walk., Dl. XIX p. 398. 

ignicans Walk., Dl. XIX p. 398. 

PISCE3. 

Holacentrum binotatum QG. , Dl. XV p. 207. 
Heterophthalmus katoptron Blkr, Dl. XVI p. 253- 

„ palpebratus Blkr, Dl. XVI p. 253. 
Cirrhitichtliys oxyrhynchos Blkr, Dl. XV p. 205. 
Serranus Waandersi Blkr, Dl. XVII p. 152. 
Mesoprion rangus CV, Dl. XVII p. 154. 
Dentex balinensis Blkr., Dl. XVII p. 155. 

„ sumbawensis Blkr, Dl. XIX p. 
Apogon Xoordzieki Blkr, Dl. XIX p. 330. 
Ambassis Kopsi Blkr, XV p. 253. 
Sillago malabarica CV., Dl. XVII p. 157.- 
maculata QG., Dl. XVII p. 161, 

„ japonica T. Sclil, DL XVII p. 163. 

„ chondropus Blkr, Dl. XVII p. 166. 

„ macrolepis Blkr, Dl. XVII p. 146. 
Holacanthus pseudannularis Blkr, Dl. XV p. 169. 
Osphromenus Deissneri Blkr, Dl. XVIII p. 376. 
Acantlmrus goramensis Blkr, Dl. XV p. 208. 
Mugil oligolepis Blkr ^ Mugil macrolepis Blkr, Dl. XVI 
p. 275. 

„ vaigieusis QG. ;=: Mugil melaiicchir K. v. H., Dl. 
XVI p. J17G. 



474 

Mugll Rossll Blkr, Dl. XVI p. 276. 

„ parmatus Cant. , Dl. XVI p, 27G. 

„ sundanensis Blkr n:; Mugil brachysoma Blkr, Dl. 

XVI p. 276. 
„ ceramensis Blkr, Dl. XVI p. 277. 
„ A^^lencieiinesil Blkr, Dl. XVI p. 277. 
„ Troschelii Blkr, Dl. XVI p. 277. 
„ cephalotus Cant. , an et CV ? , Dl. XVI p. 277. 
„ Engeli Blkr, Dl. XVI p. 277. 

cunnesius Blkr, an et CV? DL XVI p. 278. 
„ bontah Blkr, Dl XVI p. 278. 
;, labiosus CV., Dl. XVI p. 278. 
,, borneënsis Blkr :=^ Mugil adustus Blkr, Dl. XVI 

p. 278. 
„ coeruleomaculatus Lac, Dl. XVI p. 279. 
„ borbonicus Cant., an et CV?, Dl. XVI p. 279, 

XVIII p. 375. 
„ Ophuysenii Blkr, Dl. XVI p. 279. 
„ Speigleri Blkr, Dl. XVI p. 279. 
„ axillaris CV?, Dl. XVI p. 280. 
„ macroclieilos Blkr, Dl. XVI p. 280. 
heterocheilos Blkr, Dl. XVI p. 280. 
Pseudopleslops typus Blkr, Dl. XVI p. 280. 
Glyphisodon leucozona Blkr, Dl. XIX p. 338, 
„ xanthonotus Blkr, Dl. XVIII p. 375. 
Crenilabrus leucozona Blkr, Dl. XV p. 238. 
Tautoga leucomos Blkr, Dl. XV p. 239. 
Anampses coeruleopunctatus Rüpp. , Dl. XIX p. 342. 
Julis (Julis) GIrardi Blkr, Dk XVII p. 168. 

„ ( „ ) quadricolor Less. , Dl. XIX p. 339. 
Noracula tetrazona Blkr, Dl. XVII p. 169. 
Gobius notacantlms Blkr, Dl. XV p. 210. 

stethophthalmiis Blkr, Dl. XV p. 236. 



475 

Eleotrlocies Helsdlngenli Blkr, Dl. XV p. 212. 
Calllonymus goramensis Blkr, Dl. XV p. 214. 
Petroskirtes kallosoma Blkr, Dl. XV p. 227. 

„ Heyligeri Blkr, Dl. XVI p. 340. 
Trlpteryglon trigloides Blkr, Dl. XV p. -234. 
Salarias tetradactylus Blkr, Dl. XV p. 228. 

„ decussatus Blkr, Dl XV p. 230. 

„ bilitonensis Blkr, Dl. XV p. 231. 

„ Hendriksl Blkr, Dl. XV p. 233. 

„ epalzeoclieilos Blkr , Dl XIX p, 341<. 

„ Schultzel Blkr, Dl. XIX p. 345. 
Anteniiarius urophthalmus Blkr, Dl. XV p. 237. 

„ tuberosus Blkr, DL XV p. 463. 
Micronema plialacronotus Blkr, Dl. XVI p. 386. 
Systomus Waandersi Blkr, Dl. XVI p. 358. 
Cohitis Art. Blkr., Dl. XVI p. 303. 
Lepicïocephalus Blkr, Dl. XVI p. 303. 
AcantJiopsis v. Hass., Dl. XVI p. 303. 
Acanthophthalmus v. Hass., Dl. XVI p. 304. 
Cobitichthys Blkr, Dl. XVI p. 304. 
Eymenophysa McCL, Dl. XVI p. 303. 
Hemiramphus ballnensis Blkr, Dl. XVII p. 170. 
Engraulis Zollingeri Blkr, Dl. XVII p. 172. 
Muraena chlorostigma Blkr, Dl. XV p. 160. 

„ jaranica Blkr, Dl. XIX p. 347. 

„ pardalis T. Schl. , Dl. XVI p. 205. 

„ xanthospilos Blkr, Dl. XIX p. 348. 

„ Brummeri Blkr, Dl. XVII p. 137. 
Uropterygius xantliopterus Blkr, Dl. XIX p. 850. 
Sphagebranchus polyoplitlialmus Kp ^zü Dalopliis polvoplithal- 

mus Blkr, Dl. XVI p. 211. 
Oxybeles gracilis Blkr^ Fierasfer gracilis Blkr, Dl. XV p. 163. 
Monacantbus penicilllgeriis Cuv., Dl. XVII p. 173. 



470 

DoiTramplius melanopleura Blkr :=^ Syngnathus mclanoplcu- 

ra Blkr, Dl. XV p. 465. 
Svngnatbus Andersoni Blkr, Dl. XY p. 465. 
„ tetrophtlialmus Blkr, Dl. XV p. 467. 

REPTILIA. 

Hemidactvlus Ludekingi Blkr, Dl. XVI p. 27. 

„ platurus Blkr, Dl. XVI p. 31. 

„ Meveri Blkr, Dl. XVI p. 47. 
Lycodon ophiteoides Blkr, Dl. XVI p. 436. 
Ablabes baliodeiroides Blkr, Dl. XVI p. 359. 
Euicognatbus javaiiicus Blkr, Dl. XVI p. 437. 
Gonyosoma Jansenii Blkr, Dl. XVI p. 242. 
Homalopsis buccatus Fitz. , DL XVI p. 311. 
Aipysurus margaritophorus Blkr, DL XVI p, 49. 
Bufo gymnauchen Blkr, Dl. XVI p. 46. 
Epicrium monocbrous Blkr, DL NVI p. 188. 

AVES. 

Pblyctolophus galerita, XVII p. 361. 

Tricboglossus cyanogrammus "Wagl. , Dl. XVIII p. 3G0. 

Cractlcus varlus Gm., Dl XVII p. 361. 

Pbonygama viridls L. . DL XVII p. 361. 

Paradisea apoda L. , Dl. XVII p. 377. 

Casuarius galeatus VieilL, DL XVII p. 364. 



New York Botanical Garden Librar 




3 5185 00240 3499 





.••»' 




• • 



'-i 



> 



%W^ H 






,/^#rS -l 



^s>i^:iÉ