(navigation image)
Home American Libraries | Canadian Libraries | Universal Library | Community Texts | Project Gutenberg | Children's Library | Biodiversity Heritage Library | Additional Collections
Search: Advanced Search
Anonymous User (login or join us)
Upload
See other formats

Full text of "Nederduitsch-Maleisch en Soendasch woordenboek: Benevens twee stukken tot oefening in het Soendasch"

Google 



This is a digital copy of a book that was prcscrvod for gcncrations on library shclvcs bcforc it was carcfully scannod by Google as part of a project 

to make the world's books discoverablc onlinc. 

It has survived long enough for the copyright to cxpirc and the book to enter the public domain. A public domain book is one that was never subject 

to copyright or whose legal copyright term has expired. Whether a book is in the public domain may vary country to country. Public domain books 

are our gateways to the past, representing a wealth of history, culture and knowledge that's often difficult to discover. 

Marks, notations and other marginalia present in the original volume will appear in this file - a reminder of this book's long journey from the 

publisher to a library and fmally to you. 

Usage guidelines 

Google is proud to partner with libraries to digitize public domain materials and make them widely accessible. Public domain books belong to the 
public and we are merely their custodians. Nevertheless, this work is expensive, so in order to keep providing this resource, we have taken steps to 
prevent abuse by commercial parties, including placing lechnical restrictions on automated querying. 
We also ask that you: 

+ Make non-commercial use of the files We designed Google Book Search for use by individuals, and we request that you use these files for 
personal, non-commercial purposes. 

+ Refrainfivm automated querying Do nol send aulomated queries of any sort to Google's system: If you are conducting research on machine 
translation, optical character recognition or other areas where access to a laige amount of text is helpful, please contact us. We encourage the 
use of public domain materials for these purposes and may be able to help. 

+ Maintain attributionTht GoogXt "watermark" you see on each file is essential for informingpeopleabout this project and helping them find 
additional materials through Google Book Search. Please do not remove it. 

+ Keep it legal Whatever your use, remember that you are responsible for ensuring that what you are doing is legal. Do not assume that just 
because we believe a book is in the public domain for users in the United States, that the work is also in the public domain for users in other 
countiies. Whether a book is still in copyright varies from country to country, and we can'l offer guidance on whether any specific use of 
any specific book is allowed. Please do not assume that a book's appearance in Google Book Search means it can be used in any manner 
anywhere in the world. Copyright infringement liabili^ can be quite severe. 

About Google Book Search 

Google's mission is to organize the world's information and to make it universally accessible and useful. Google Book Search helps readers 
discover the world's books while helping authors and publishers reach new audiences. You can search through the full icxi of this book on the web 

at |http: //books. google .com/l 



Google 



Dit is ccn digitale kopie van een boek dat al generaties lang op bibliothcckpl anken heeft gestaan, maar nu zorgvuldig is gescand door Google. Dat 

doen we omdat we alle boeken ter wereld online beschikbaar willen maken. 

Dit boek is na oud dat het auteursrecht erop is verlopen, zodat het boek nu deel uitmaakt van het publieke domein. Een boek dat tot het publieke 

domein behoort, is een boek dat nooit onder het auteursrecht is gevallen, of waarvan de wettelijke auteursrecht termijn is verlopen. Het kan per land 

verschillen of een boek tot het publieke domein behoort. Boeken in het publieke domein zijn een stem uit het verleden. Ze vormen een bron van 

geschiedenis, cultuur en kennis die anders moeilijk te verkrijgen zou zijn. 

Aantekeningen, opmerkingen en andere kanttekeningen die in het origineel stonden, worden weergegeven in dit bestand, als herinnering aan de 

lange reis die het boek heeft gemaakt van uitgever naar bibliotheek, en uiteindelijk naar u. 

Richtlijnen voor gebruik 

Google werkt samen met bibliotheken om materiaal uit het publieke domein te digitaliseren, zodat het voor iedereen beschikbaar wordt. Boeken 
uit het publieke domein behoren toe aan het publiek; wij bewaren ze alleen. Dit is echter een kostbaar proces. Om deze dienst te kunnen blijven 
leveren, hebben we maatregelen genomen om misbruik door commerciële partijen te voorkomen, zoals het plaatsen van technische beperkingen op 
automaüsch zoeken. 
Verder vragen we u het volgende: 

+ Gebruik de bestanden alleen voor niet-commerciële doeleinden We hebben Zoeken naar boeken met Google ontworpen voor gebruik door 
individuen. We vragen u deze bestanden alleen te gebruiken voor persoonlijke en niet -commerciële doeleinden. 

+ Voer geen geautomatiseerde zoekopdrachten uit Stuur geen geautomatiseerde zoekopdrachten naar het systeem van Google. Als u onderzoek 
doet naar computervertalingen, optische tekenherkenning of andere wetenschapsgebieden waarbij u toegang nodig heeft tot grote hoeveelhe- 
den tekst, kunt u contact met ons opnemen. We raden u aan hiervoor materiaal uit het publieke domein te gebruiken, en kunnen u misschien 
hiermee van dienst zijn. 

+ Laat de eigendomsverklaring staan Het "watermerk" van Google dat u onder aan elk bestand ziet, dient om mensen informatie over het 
project te geven, en ze te helpen extra materiaal te vinden met Zoeken naar boeken met Google. Verwijder dit watermerk niet. 

+ Houd u aan de wet Wat u ook doet, houd er rekening mee dat u er zelf verantwoordelijk voor bent dat alles wat u doet legaal is. U kunt er 
niet van uitgaan dat wanneer een werk beschikbaar lijkt te zijn voor het publieke domein in de Verenigde Staten, het ook publiek domein is 
voor gebniikers in andere landen. Of er nog auteursrecht op een boek mst, verschilt per land. We kunnen u niet vertellen wat u in uw geval 
met een bepaald boek mag doen. Neem niet zomaar aan dat u een boek overal ter wereld op allerlei manieren kunt gebruiken, wanneer het 
eenmaal in Zoeken naar boeken met Google staat. De wettelijke aansprakelijkheid voor auteursrechten is behoorlijk streng. 

Informatie over Zoeken naar boeken met Google 

Het doel van Google is om alle informaüe wereldwijd toegankelijk en bruikbaar te maken. Zoeken naar boeken met Google helpt lezers boeken uit 
allerlei landen te ontdekken, en helpt auteurs en ui tgevers om een nieuw leespubliek te bereiken. U kunt de volledige tekst van dit boek doorzoeken 

op het web via |http: //books .google .coml 



dby Google 



dby Google 



dby Google 



t 



NEDERDÜITSCH- 

MALEISCH EN SOENDASCH 

WOORDENBOEK. 



/ 



ïGpogle 



Hostedby Google 



NEDERDUITSCH- 

MALEISGH EN SOENDASGH 

WOORDENBOEK. 

SOENDASGH; 
A. DE WILDE;- 

T." R o o R D A , 



AMSTKIIDAM, 

au JOHANÜES MiJLLKH. 

1841. 



dby Google 






vGoogle 



VOORBERIGT. 



iJij (kn ijver, waarmeS in ohiq dagen de iilgcmcenc eii bijzondere taal- 
kunde allei-wcgc beoefend wordt , en ]>ij de in ons vaderland steeds 
meer en meer ontwakende belangstelling in de kennis der talen van 
onze Oostindischc bezittingen, mag men met rede verwachten, dat de 
bijdrage , die in dit werk daartoe wordt aangeboden , met welgcïallen 
zal ontvangen worden. Het dient in de eerste plaats, en vooral, om 
ons nader bekend te maken met cene taal , waarvan ons tot hiertoe 
slechts weinig, en ook dat nog gebrekkig, bekend was; de taal namelijk, 
die door do inboorlingen gesproken wordt in dat westelijk gedeelte van 
het cibind Java , hetwelk , in onderscheiding van het oostelijk gedeelte 
des eilands, Soenda, of de Soendalanden , genoemd wordt; eene taal, 
die van het eigenlijk gezegd Javaansch zoo wel als van het Haleisch, 
de taal der vreemdelingen in den Indischen Archipel , zeer aanmerkelijk 
verschilt. Geheel zuiver wordt het Soendasch gesproken in do gcheele 
uitgestrektheid der Preangcr Regentschappen, alsmede in Bantam en Che- 
ribon, uitgezonderd alleen in het Bantamsche de strand bewoners naar 
den kant van straat Soenda, en in het Cheribonsche die, welke naar 
het noorden en digt aan het Tëgalsche wonen, daar in beide deze stre- 
ken, gelijk veelal in grensgewesten, een gemengde tongval gesproken 
wordt. Gelijk liet dus in het algemeen voor de kennis van deze taal in 
haar gcheelen omvang van belang is, het onderscheiden spraakgebruik 
van bijzondere gewesten te kennen; zon ïs inzonderheid vnor liem, i\[i: 



dby Google 



deze taal wenscht te leeren , om daarin met den inlander te kunnen 
spreken , de kennis van dat bijzonder spraakgebvulk zeer nuttig , ja noo- 
dig : en hij , die zich het Maleisch wenscht eigen te maten , zoo als dat 
in de Prcanger Regentschappen gesproken wordt, zal van dit werk een 
nuttig gebruik kunnen maken. 

Om echter dit werk wel te beoordeelen , moet men weten , hoc het 
ontstaan is, en wat den Heer db Wilde tot het zamenstellen van dit 
Woordenboek , — of, wil men liever ? deze woorden verzameling , — de 
eerste aanleiding gegeven heeft. 

Toen de Heer db Wiide, in het jaar 1808 tot opzigter over de koffij- 
teelt in de Preanger liegen tschappen was aangesteld, gevoelde hij weldra 
de behoefte, om, ten einde aan zijne verpligting als ambtenaar wei te 
voldoen, ztch met de taal en het schrift, ïooowel als met de zeden en 
gewoonten, van het volk, waaronder hg verkeerde, bekend te maten. 
Met behulp van het onderrigt van een bekwamen inboorling leerde hij 
een en ander spoedig aan, en ondervond daarvan het groote nut. Maar 
hij wenschte zijne verkregene kennis ook anderen tot nut te doen strek- 
ken; nam tot dat einde den zoon van den regent van Bandong en 
cenige andere voorname inlandsche jongelieden als zijne tinderen aan, 
en onderwees hen in het schrijven van Maleisch en van Soendasch met 
Europeesch en met Javaansch letterschrift, zooals dit laatste door de 
inboorlingen tot het schrijven van het Soendasch gebruikt wordt. Op 
zijne inspectiereizen door zijne kweekeliiigen bestendig vergezeld , ge- 
liruiktc hij die gelegenheden, om hen ook in de kennis van de teelt der 
koffij en van andere voortbrengselen op te leiden en bekwaam te maken, 
eu kon hen zoo ook weldra voor eene wijl als opzigters aanstellen over 
onderscheidene werkzaamheden , wanneer hij daar zelf niet bij tegenwoordig 
kon ïijn. Dit gaf aanleiding tot briefwisseling, waardoor zij ook hierin 
zich oefenden; en zoo had hij het genoegen, binnen weinige jaren ver- 
scheidene bekwame jongelieden te vormen, zooals onder anderen den 
tegcnwoordigen regent van Bandong Adipati Nita Koesoema, die als een 
der bekwaamste, en tevens braafste regenten van de Preanger Regent- 
sch.Tppen bekend staat. — Om nu deze zijne kweelelingen te vormen , 



dby Google 



was de Heer oi WiiOE gewoon , hun dagelijks tot oefening eenige woor- 
den op te geven, om die van de écne taal in de andere over te zetten 
en in verschillend sohrift te schrijven : daar echter dit opgeven van woor- 
den met der tijd moeijelijk werd, loo gaf dit aanleiding, dat hij eenc 
verzameling van woorden maakte^ waarvan hij hun dagelijks tot genoemde 
einde een gedeelte kon opgeven, 

Zietdaar dan, hoe deie woordveriameling tot stand gekomen is, en 
zietdaar ook het oogpunt, waaruit zij Jieoordeeld moet worden. Het een 
letterkundig doel is zij niet zamengesteld ; en ook als letterkundige ar- 
beid wordt zij hier niet aangeboden. Den Heer dk Wilde heeft met 
dezen letterarbeid, indien men het zoo noemen wil, oorspronklijk geen 
andere bedoeling gehad, dan de hoven vermelde. Wel besefte hij na 
zijne terugkomst in het vaderland, dat dit zijn werk., indien het in 
druk wierd uitgegeven, ook anderen van nut zou kunnen zijn; daar hij 
echter hiertoe niet genoegzaam werd aangemoedigd , bleef het werk in 
handschrift liggen. Maar, toen, nu omtrent twee jaren geleden, de Heer 
J. F. C. GïRicKB, afgevaardigde van het Nederlandsch Bijhcigenootscbap 
op Java, die zich daar gedurende elf jaren met den meesten ijver en 
het gelukkigst gevolg op de kennis der Javaansche taal en letterkunde 
had toegelegd, Lij zijne overkomst in het moederland met dit werk van 
den Heer de Wilde bekend was geworden, overtuigde deze zich weldra, 
dat het tot de kennis van de Soendaschc, en ook zelfs van de Maleischc 
taai, een zeer belangrijke bijdrage kon opleveren; moedigde den Heer 
D< WiiDB ten sterkste aan, om het door den druk hekend te maken; 
en, niettegenstaande er reden bestond om te vreezen, dat bij een werk, 
als dit, de kosten der uitgave door den verkoop niet zouden kunnen 
bestreden worden, was echter de Heer db WitDB edelmoedig genoeg, om 
aan het aanzoek van den Heer Gericke gehoor te geven. Inmiddels liad 
de Heer Gebickb mij aangezocht, om de verdere bezorging der uitgaaf van 
het werk en het toezigt daarover op mij te nemen , daar hij het voor 
wensehelijk hield, dat vooral het met Javaansche letters geschreven 
Soendasch door een taalkundigen , die met de Javaansche taal bekend 
was , wierd nagczien : en , toen ik ook mij zelven bij nadere inzage 
hoe lang zoo meer van de nuttigheid van het werk overtuigd had, lii'l 



dby Google 



— ïlll — 

ik mij overhalen, om die tuak op nüj te nemen3 meenende, dat ik uit 
aanmerking van het nut, dat de uitgaaf van het werk zou kunnen 
hebben, de moeite, die daaraan verbonden zou wezen, niet mogt ontzien. 
De Heer be Wilde gaf daarop hot werk in mijne handen over, om 

daarmede naar welgevallen te handelen , tegelijk met twee in het Soen- 
dasch opgestelde stukken , ten einde ook het Socndasche spraakgebruik 
in zanienhangende rede te doen kennen ; behelzende het ééne eenc be- 
schrijving van het aanleggen van koffijplantaadjes en van de koffijteelt, 
het andere ecne beschrijving van de gebruiken en plegtigheden , die bij 
huwelijks verbintenissen in de Soendalanden plaats hebben ; beide geheel 
in den stijl en trant der inboorliugen opgesteld. 

Ik zal hier niet treden in een breedvoerig verslag van de wijze, 
waarop ik nüj van ,de op mij genomen taak getracht heb te kwijten. 
Genoeg, het werk verschijnt hier zoo goed, als de Heer de Wiid» en 
ik het hebben Luimen maken; en wij wenschen niets meer, dan dat 
het anderen tot een hulpmiddel strckke om zich meerdere en hetere 
kennis van het Soendascb te verwerven, zoodat zij het gebrekkige van 
dit werk zullen kunnen verbeteren, en iets beters leveren. Dit moet ik 
echter hier aanmerken, dat ik het Maleisch gedeelte van deze woordver- 
zameling geheel onveranderd gelaten heb. Bc Maleische taal ïs reeds 
genoegzaam bekend: het hier meegedeelde moet slechts dienen, om te 
doen zien, hoe deze taal in, de Preanger Regentschappen gebruikt wordt; 
en tot dat einde is het van belang, de ïïaleische woorden zoo te hebben, 
als de uitspraak er van door den Heer ee Wiide in Nederduitscb schrift 
is uitgedrukt. Mijne zorg heeft zich alleen tot het Soendascb bepaald , 
vooral tot de schrijfwijze der Socndasche woorden met Javaansche let- 
ters. De Socndasche woorden zijn hier in Javaansch letterschrift geschreven 
naar de spelling en schrijfwijs, die tegenwoordig door de kundigsle 
Javanen gevolgd wordt. Maar met Nederduitsche letters zijn die zelfde 
woorden door den Heer db Wilde zóó geschreven, als het best geschikt 
scheen, om de ware uitspraak zoo naauwkeurig als mogelijk uit te 
drukken. Zoo wordt bij voorbeeld kollat (oud) en doisa (zonde) gesrbrc- 
ïen, ofschoon deze woorden in Javaansch schrift slechts met eenc / en 
ccnc « geschreven worden: want op die wiJ7,c wordt te kennen gegeven, 



dby Google 



dat de klaiik der o ïii die woorden kort en scherp, gelijk in cenc door 
eeuen medeklinker geslotene lettergreep, wordt uitgesproken. Daarente- 
gen, wanneer in een Soendasch woord, met Juvaansche ietters geschre- 
ven, eene lettergreep op een Tjëljëk eindigt, terwijl de volgende letter- 
greep met eene AksarS NgA begint, wordt het woord in Mederduitsch 
schrift slechts met ééne ng geschreven , — bij voorbeeld an^en, niet 
angngen, omdat op die wijze de klank en uitspraak het eenvoudigst en 
duidelijkst wordt uitgedrukt. Men spreke namelijk de ng in dat woord, 
en altijd, eenvoudig zoo uil, als in het Nederduitsche hangen: -~ waarbij 
ik echter moet waarschuwen, dit niet te doen, zooals velen dit thans 
doen, die van den schoolmeester geleerd hebben, dit woord te spellen 
en uit te spreken, als ware het han-gen, en niet weten, dat de ng eeu 
zamengesteld schrijfteeken is, om ecnen neusklank uit te drukken, die 
in de Indische talen door een schrijfteeken wordt uitgedrukt, itleii spreke 
de ng altijd zoo uJt, als de enkele n voor eene k, bij voorbeeld in 
klanken. — • Voorts moet men opmerken , dat de g in het Soendasch , 
gelijk in het Javaansch, niet als de HoUandsche , maar ongeveer zoo, 
als de Hoogduitsche en Fransche g, b. v. in Gott en g&ter, moet wor- 
den uitgesproken. Ook moet men den klinker i in eene door eenen. 
medeklinker geslotene lettergreep, b. v. in koeüt (vel, huid), niet zoo 
scherp uitspreken, als onze i in schip en wrt, maar zooals de Iloogduit- 
sche in ich en bitter. Om dit aan te duiden, heeft de Heer di Wilde, 
in de Malcische woorden dien klinker dikwijls door ie uitgedrukt, of- 
schoon dit anders minder verkieslijk geoordeeld mag worden, daar toch 
die klinker geen tweeklank is, zooals de Hedcrduitsche ie. Den klinker 
Soekoe kan men echter in Nederduitsch schrift voor Nederlanders niet 
wel anders uitdrukken , dan door den tweeklank oe. Daarom is dit dan 
ook gedaan : men houde echter in het oog , die oe niet als tureeklank 
uit te spreken, maar als de lloogduitsche m, b. v. in Ruhe en rund. — 
Eindelijk wordt het Javaansche en Soendasche klanktecken , Pepet ge- 
naamd, wel dikwijls in Hederduitsch schrift door onze e uitgedrukt, 
dew^l er een korte, onbestemde en dolle klank door beteekcnd wordt, 
die met onze e in ons genade en genoeg , en in de woordjes de en te, 
overeenkomt: maar dikwijls, vooral in lettergrepen, waar de toon op 
valt, is daarvoor e geschreven, b. v. in bèrèm (rood) en hidèng (ewart). 



dby Google 



Zoo wordt men namelijk gewaarschuwd, de « in die woorden niet uit te 
spreken, ab de e in nering en streng. En dan moet men weten, dat 
de Pepet in het Socndasch, -vooral wanneer de toon er op Tait, een 
dofie en onbestemde klinker is, die minder naar den klank van de e 
Eweemt, dan naar diea van de Nedecdultsche u ïn hmnen, gunU en 
dergelijke woorden; of liever, dat het een middelklank is tusschen de 
Lort« e en de korte w, en dus veel overeenkomst heeft met den klank 
van de Hoogduitsche ö in woorden ah kannen en völlig. Zoo hoort 
men ook in Hederduitsche woorden de korte en onbestemde e wel eens 
2.66 uitspreken, dat bij voorbeeld het woord genoeg bijkans luidt, als 
ware het gunnoeg. Zoo spreke men dus in het Soendascli de Pcpet uit, 
wanneer zij door e wordt uitgedrukt , en dus bérëm en hidëng ongeveer 
zoo, als stond er hurrum en hidung. 

Over den inhoud der twee reeds boven genoemde Soendasche stukken , 
welke bij dit woordenboek gevoegd zijn, vergelijke men het werkje van 
den Heer de Wiidb : De Preanger Regentschappen , op Java gelegen (Amst. 
1830), hl. 64 vlgg. en M. 153 vlgg. Wij hebben getracht er eene zoo 
veel mogelijk woordelijke vertaling van te geven, opdat men zoo uit de 
vertaling de beteekcnis van ieder woord kunne opmaken. 

Woordverzamelingen alleen kunnen ons eene taal niet doen kennen. 
Een vrij aanzienlijke veriameling van Soendasche woorden had zieh ook 
BiFFLEs, gedurende het Britsch bestuur op Java weten te verschaffen: 
hij heeft ze uitgegeven in het tweede deel zijner Hialon/ of Java: en 
het is van belang, die met deze woord verzameling van den Heer de Wildb 
te vergelijken, daar heide geheel onaOianklijk van elkander ontstaan 
zijn. Maar, behalveii dat zulke woordverzamclingen , wanneer zij niet 
gemaakt worden door iemand, zooals de Heer de Wildi, die in der tijd 
het Soendasch schier zoo goed als zijne moedertaal sprak, meestal zeer 
gebrekkig en onnaauwkeurig zijn, -— men kent ook eene taal eerst in 
waarheid, wanneer men haar kent in haar gebruik in de zamenhan- 
gende rede: en daarom zijn die twee bij deze woord verzameling gevoegde 
Soendasche stukken voor de kennis der Soendasche taal zeker niet van 
het minste belang. — Wij hchhen aan deze twee stukken benevens de 



dby Google 



Woord verzameling nog wel niet genoeg , om er eene volledige Soendasche 
spraakleer uit af te leiden, maar het meesfe en voornaamste van hetgeen 
de Soendasche taal met de andere meest verwante talen yan denielfden 
stam gemeen lieeft, en van hetgeen haar bijzonder eigen is, leeren wij 
er toch genoegzaam uit kennen. — Wal RiFFiES in het boven genoemde 
werk {-vol. I p. 358) zegt , dat ook in het Soendasch een onderscheid in 
het taalgebruik in acht genomen wordt, wanneer een mindere tot een 
meerderen spreekt, zoodat ook in het Soendasch het onderscheid van 
KrSma en Ngoko beslaat, doch op lange na niet in die uitgebreidheid, 
als in het Javaansch ; dat wordt door den Heer »b Wiide volkomen be- 
vestigd. Hel voornaamste onderscheid bestaat in een harderen of zach- 
teren toon. 

Van eene eigene Soendasche literatuur heeft de Heer db Wildb, gedu- 
durende zijn veeljarig verblijf in de Prcangcr Regentschappen nimmer 
iels vernomen, zooda( het niet waarschijnlijk is, dat er zulk eene be- 
staat. — De regenten in de Soendalanden maken in hunne brieven aan 
elkander bij voorkeur gebruik van het Javaansch: ook het opschrift van 
cenen in het Soendasch geschreven brief aan eenen regent behoort in 
het Javaansch te zijn. Men ziet daaruit, dat door de vooomameren het 
Soendasch meer als volkstaal beschouwd , en geenzins met het Javaansch 
op gelijken rang gesteld wordt. Daarom is de kennis, van het Soendasdi 
ecliler niet van minder belang, niet alleen voor het verkeer met de be- 
woners der Soendalanden , die het Javaansch niet verstaan , maar ook 
uit een taalkundig oogpunt besciiouwd. Het Soendasch is , zoowel als 
het Javaansch, een eigene, bijzondere taaltak, en daarom uit eeu taal- 
kundig oogpunt beschouwd van hetzelfde belang. 

Tot het schrijven van het Soendasch wordt het Javaansche schrift gc- 
liruikl. De Javaansche schrijfteckens en het gebruik daarvan kan men 
leeren uit de Eente gronden der Jaraaitscke taal van 3. F. C. Gehicke, 
{Bat. ISitl), uit de Proeve eener Javaansche spraakkunst door G. Bbdckneb, 
(Serampore 1830), uit de Jacaamcbe spraakkunst van A. D. Cornets de 
Ghoot, ttilgegeven door J. F. C. Gerickb, in het 15^" deel der Ferhan- 
delingen van het Bataviansck genootschap van kunsten en tvelenscii^pen 



dby Google 



(flat. i833), en uit «Ie Janaamche tpraakkwtsi van P. P. Roixiua vtn 
Ëïsinoji (Amst. 1835). — Bij hetgeen men dfiar vinden kan, voeg ik 
hier de volgende opmerkingen. Er bestaat in het Jaïaanschc schrift ceti 
tweeërlei onderscheid. Want, hohahen het onderscheid tusschen het 
slaand en loopend schrift , is ook de gedaante van sommige letters niet 
overal, in alle gewesten, dezclfUc. liet slaande schrift, door de Javanen 
OJirKKHl-ATlOIWliK)!] \ aks&rA watjan, t\. i. gezangen-ickrift genoemd , 
omdat het doorgaans tot het schrijven hunner dichUoerken gebezigd wordt, 
is de ware gestalte der Javaanschc letters , en wordt gehriükt tot het 
schrijven van boeken en andere belangrijke stukken , zooals brieven van 
vorsten, die waardig gerekend worden, om er de meerdere moeite, die 
het staande schrift kost , aan te heslcdcn. Het loopend schrift wordt 
door de Javanen (Unimil-ATIon nrïlTKKin \ aksArd ibërran, d. i, vlie- 
gend achrift, genoemd, en verschilt eigenlijk van het staande schrift in 
niets anders, dan dat men de letters tot meerder gemak meer of min 
naar de regter ïijde laat overhellen , en daar, waar in het staande schrift 
digt achter eenen neerhaal de pen weer opgehaald wordt, deae ophaal 
niet achter, maar m dien ophaal geschiedt. Het loopend schrift wordt 
gebruikt loo dikwijls, als men iets met jnecrderen spoed en vlugger wil 
schrijven, en natuurlijk altijd door hen, die, zooals met velen het geval 
is, het staande schrift niet dan zeer gebrekkig kunnen schrijven. Gelijk 
de Javaansche taal , zooals die in het Solosche te Soerakarta gesproken 
wordt, over geheel Java, en zelfs op Madura , voor de zuiverste wordt 
gehouden, zoo wordt ook het scQirift, zooals dat te Soerakarta aan het 
hof van Solo in gebruik is, algemeen voor het beste gekeurd. Daarom 
is dan ook het staande Soerakartasch schrift in de nieuwe Javaanschc 
druklelter, waarmede ook dit werk gedrukt is, gevolgd. Maar, dewijl 
het tckrijven van dit staande schrift voor ons Europeanen, vooral met 
onze pen, hetzij ganzeveder of stalen pen, zoo moeijelijk is, zoo heb ik 
gemeend velen ecne dienst te doen met de Javaansche letters en schrijf- 
teckens, zooals die in loopend schrift geschreven worden, in steendruk 
hier nevens te voegen; — zoo goed, als de gravenr dit hem geheel 
vreemde schrift heeft kunnen nabootsen ; en dat hrj hierin vrij weJ ge- 
slaagd is, zal ieder, die der zake kundig is, moeten toestemmen. — 
Eerst worden op het hierbij gevoegd blaadje alle de Javaanschc letters 



dby Google 



Ml sehiijfteckcns gegeven, zooals zij in Socrakartascli loopend schrift be- 
haoren geschreven te worden. Maar in vlug schrift wordt veelal aan 
het hegin dei" letters do eerste ophaal verkort , en daarenboven worden 
sommige letters in vele gewesten imders geschreven, dan in het Soera- 
Lartascb schrift. Die verkortingen en de voornaamste van die afwijkin- 
gen zijn op het beneden gedeelte van het blaadje aangewezen. — Be- 
schouwt men die afwijkingen van naderbij , dan ziet men, dat er in de 
Aksaras geen aanmerkelijk, geen wezenlijk, verschil bestaat. Onder de 
Pasangans hebben de tFa en de Dha (de palatine d) hare oorspronklijke 
gedaante faetcr bewaard , dan in het Socrakartasch schrift : want bel is 
duidelijk , dut deze Pusangans niet anders dan verkortingen van de Ak- 
sSras W& ((UI) en Dha (OJi) lijn. De laatste neerhaal, die in het Soe- 
rakartasch schrift weggelaten wordt, behoort dus oorspronkelijk tot de 
gedaante van de letters. — Ook de Pasangan Th& (de palatine t), als 
men ze met de Aksara Th& (iljl) vergelijkt, heeft in het Socrakartasch 
schrift meer van hare oorspronklijke gedaante verloren, dan zoo als die 
elders geschreven wordt, Be eerste van de beide op het beneden gedeelte 
van het blaadje opgegeven figuren wordt echter ook door velen in Soc- 
rakartasch schrift gebruikt; en het behoort zeker niet tot de oorspronklijke 
gedaante van deze Pasangan , dat zij van achteren even hoog , of nog wel 
een weinig hooger, dan zij van voren is, opgehaald wordt, ilet schijnt, 
dat men de Pasangans Dkó. en Th& hoe lang zoo meer, en te veel, naar 
elkander gevormd heeft. — De van het Socrakartasch schrift afwijken- 
de gedaante der Pasangans Tja en T& (de dentale (} zijn eigenlijk de- 
zelfde, als die, welke in het Socrakartasch schrift voor Pasangan gëdhé 
gebruikt worden / on V De Tj& is namelijk slechts een weinig 

meer verkort. En de Ta is de Pasangan WA met een streepje er door 
aan de regtcr zijde, even als in het Soerakartasch schrift; en dat over- 
eenkomstig met de Aks3ra T& gëdhé (M)> die ook niets anders dan een 
lf& is met een streepje er door, dat echter hier gewoonlijk in het mid- 
den beneden door de letter gehaald wordt, opdat zij niet verward worde 
met . de Aksarü S& gëdhé ((M.). — Ook de van het Soerakartasch schrift 
^tfwijkende Pasangan BA is niets anders dan de Aksar3 B& gëdhé van 
bel Soerakarlasch schrift (^j, slechts vlugger in ccnen trek geschreven. 



dby Google 



Ook in het Soerakartasch schrift gebruikt tnoii Je BA gldhè wel als 
Pasangaii, doch niet als gsKone Pasangan BA. — Omtrent de Sandhan- 
gans wil ik alleen aanmerken , dat onder de aangcgevene afwijkingen 
van het Soerakartasch schrift de tweede gedaante van de Pateii eigenlijk 
niets anders dan eene verbastering is van II | , zooals in gezangen aan 
het einde der versregels de Paten dikwijls geschreven woi-dt met een 
streep in plaats van de P5d5-lings3 er achter; en dat in de tweede 
Wignjan de oorspronglijkc gedaante, looals die in het Indisch schrift is, 
nog het best bewaard is gebleven. 

Omtrent bet gebruik van bet Javaanschc schrift in het Soendasch 
moet men weten, dat in bet Soendasch het onderscheid tussehen de 
dentale en palatinc d en ( niet bestaat, en dat dus voor de d altijd de 
laatste (ilJl), en voor de ( altijd de eerste {(Bil) gebruikt wordt; loo 

somtijds ook wel schrijft, doch londer dat men tnsschen beide Pasang- 
ans / en ■\ eenig onderscheid in klank kent. — In plaats van de 

^/^ CJ' 

Akséra pandjeti Q-.*, waarmee de klinker a beteckent wordt, gebruikt 
men de un met drie stippen (Tjétjëks) er boven, b. v. in nrinOnfN allah; 
en zoo schryft men de klinkers e, o en «ook we! m ü M] ari 3 \ en (TIN 
in plaats van de Aksara- pan dj éns c\0\eniKJ\ De AksarS pan- 
djén 01\ voor t wordt wel gebruikt, doch schrijft men daarvoor ook 
wel ICIN met de Hoeloe er boven. 

Ten slotte moet ik nog aanmerken, dat rcnige Sandhangans in hel 
Soendasch anders , dan in het .lavannscll , genoemd worden. De Pang- 
JlOK ( bV in Ngoko Paten, in KrSmS Kita» genoemd, beet in het 
Soendasch Pomoffia» ^lUliElOJin f (Ln!i(Kll[\"\ ; At Wignjan <>{ Sagnjan /f"! 
wordt WUat /oaJinsnj] \"] , de Tj&kra {(.) Këkër fiHiniKïlx), de TA- 



vGoogle 



/,W/«]"l Telleng i afiaïm m(inj(\~j oiirle 7'aroetig' (3 ) ToHon^ i'a]a51(l3(l|mi3\"^ 
eenoemd. Deze Iicide lienamingcn Telleng en ToUong drukken ïoo ilooi- 
hare klinkers in beide lettergrepen de klanken e en o uit, die zij bctec- 
kenen. Ook de Tjerëk / ^ wordt zeer eigenaardig rërë , lU lUI \''i , eu 
dus de PA-tjërëk iM^') Pa-rërë, genoemd. Eindelijk noemt men de 
Pasangan iVy ( "] in het Soendascli ^iViK ("(UKianEni \V wanneer zij 
met de O verbonden woi-dt, om de Ngd-lëtël Ie \ 
klank lë te beteekenen. 

AsifiTEItDAM , 



vGoogle 



VEUBETKRINGKN. 



. 7, lese men achter Bevelen, gebieJeii: 
è, litaii, piwiira 


"ê- 


O ü 
1Sl!|(Bin?MU(UlTl 


. 9 achter Bcvclscluili: 







r.n, 

r.lfi, 
r. 3, 



. 189, 
. 211, 



@. ser.itparoeHtuh, (ÏJnniBÏI— IHlTniKlfN 

.- ajï. hamba, amba. 
pcpegat'an (in plaats van pcgcgat'an). 
Gelogen [in plaaU van Gebogen). 
Kweller, plager [in plaat» van Kwellen, plagen), 
pangabies'an, Jang 
Lijn, koord: aie Koord. 



haj (in plaats vau 


itaj). 


sisih laut. en IMa^ 
S";. niata, kaloewas 


riiamLiii(t5ïij|\ 


@. ërënnan. 




@. mikendelan. 




OT. kris, badi. 




S. sisih la-oet. en 
@. parahoc. 


(}j|(kifïuiiuirinsïi| 


@. kocmpuel. 




tjampoerkaii {in plaats con tjamlwerk 


tambah (m plaala r 


an sambah). 


@. toekang djagal, 




■n.isam (.» plaat» r 


fl« masap). 



dby Google 



j n 90 *-; 77 tn) /ui lai dji o «j 

ajl lU V^ UJ rCTTI ft Qll IITI «^ tZ) 



om KL/ 



(fU, IL% th\ 



irLJ 'v^ 



T 



IJG. '^'\É V ""'CD UJ-^m^ &~^ 

J J ^ dl "^" 7 "11 ' 

■ ''^'■""r"±'-\ ... ... .. 

'i-yt, c d'» (IJ) »') Ml 1/1 lu é^ on 

un ic-j iin/j n (sj f\ in/i «.^ dU o 



on UI jji 7/ y ?/; m <M K)> .f 1411 aj a m 
LI 1.1 1.1 i^ icfii ,f Km -1-/1 m icn 1// fc/ 

^"cT'Sr '-n ^i ^ g:-{^ ^ a c ~' 



: /„„y/^„ 



ü 



J^'-dJ^rr- C^^''J^fj\^f p 



vGoogle 



dby Google 



A. 



Aal. ÜBaUièct); ikan lendong, beloet. ©üenöaéc^: beloet. . . Ol afUi un j| \ 

Aalmoes, liefdeelft. üB. derma, sedekah. @. derma, si-|C>/ QC>- 

dekah! l.aj|OMM(Ölliai^x 

Aalmoe zcnicrsh ujs : aie Weeshuis. 

Aanbeeld. 3B. liendosan, landSsan. @. tahanan JïmiUïUKI a<1[] \ 

Aanbeveling: 21e Aanprijzing. 



Aanbreken van den dag. 50?. sinar, din-arie. S- barang bijar. . Cll Til O) [| \ 

Aanbrengen: aie Verklikken. 

Aandacht. 5W. ka-ingat~an, iengat. S. kaingattan, , , Bfln Ojfl an liïUKl 1) \ 

"EU dl 
Aandeel, gedeelte. 50?. baeian, bahacian.l ,. .„, , .^ „Q 

©. doe-oemman, bagian. Q J Ö ^1 , 'A 
Aandoenlijk. SJff. rasa aLi, hati lemah. @. kawatir.i „.9i, S^ 

welaas. f ^J^ 

Aaneenheehlen. 9)1. sambong, menjambong. @. toemboeh. , . . dSlll SJI J % 

Aangekomen. 50Ï. sampej, soedah datang. g. "<^P'> *"*'""! Sï"fiïi\ (11.1:11 '^■^ 
ping. f ^ 

Aangenaam. 5R. soeLakan, sedap, inak. ©. ngënah üiKl (\ 

Amgename pUaU 3». t.mpal nimat, t.mpal i^ll SSi«|af>ll^m (^ 

Aangenomen lind <». anak pHr., anak .ngk.l.. ^ ^ ^^ ^^ „ 

ü. anak poepoeloengan. [ (--t ^ J ^ cJ[ 

Aangeven; st e Toedienen. 

Aangrijpen, aanvatten: «te Aannemen en Vatten. 

Aanhalen: sie Lokken. 

Aanhitsen: aie Opstoken. 

Aanhangen, aankleven. TO. toeroet, ber-ka -hendak. ©. "i^"?'! ^(i3o,m\ 
awoela. f ^ 

Annhebb™, dr;igea. OT. mcmakcj, bci-pakcj. S. nganggo. . , . a:nft[tOi3\ 



vGoogle 



Aanhechten, aan voegen. SW. boboh, sambong. 0. ocmboh. . mojiH on FJia ï\ 

Aanhitsen: sie Opstoken. 
Aanhoogen: aïe Ophoogen. 

Aanklagen. Wl. menoedoh. ©. goegat imn™lKïl[l^ 

.Zie ooA Klagen en Verklagen. f ^ (j[ 

Aiinklager. ïïf. panggocgat, penoedah. 0. panggocgat. . , oJl tiilT «fïl lEïl [1 "v 

Aankleven. 9)1. likat, lekat. ®. likat. — (Zte ooi Kleven). . . aOJl Kil nsm | "v 
Aankleving, tezamenvoeging. 9M. taiigkopan. ©. Iin§-1 ^(KIl(U|^atl■^ 

Aankoinetf.9^.datang,sampeJ. ©.ëkërdatang. (Zie aoi Komen). OJïl Hm) lU Et'l % 
Aankomst: aie Komst. 



Aanjnoedigen, aanzetten. 5)f. tantpng, brihati, ^, tangtang ikd'i ei'l \ 

Aannemen,ontvangen.ïOï.tarima,tnma.t5,narima. (ZieooA Nemen). wif)iEll\ 



Zie ook Hemen. 
Aanprijzing, aanbeveling, m. Poedji-an, memoedji-an. 8 . poe-|" ^ [^ ^t, , ^ 

djian. _ }J Jl 

Aanraken: 2te Kaken. 

Aanranden, aanvallen. ÏÏ?. meianggar, rampok. g. doep.ik. . . (o lU nni 1] N 

Aanschouwen. SR. pandang. @. ngabandang icnaiïlKiN 

Aanspreken. Tl. meng'ata. S. leemeek, om| t^„e«ïl|N«l^Jfl3«jÖ3N 

Aansteken ontsteken. ÏOI. P'^sang, menjala^kan.. ^ ^ ^^C^ ^ 
e. soendoet, seagget. \ JQ M 'A 

AanstoKen; it> Stoken. 

Aijnstonds, dadelijk, m. sab«ntar, sakarang H ^„„s, ^ ft;LiS:iiq(l^lSi ï% 
m. e. mangkee, ajëna ijeh. \ \ ' Ü ' 

Aqntai. 9)?. banjak, ka-banjak-an. @. «*ea,l ^^^^ ^^^^ 
ka-reea-an. f ( ( J| 

Aantoonen; *ie Wijzen. 

Aanvallen, aanranden. 5DI. langgar, inelanggar. @. docpiik. . . OfUI^Kl^F|^ 



Aanvallen : «e Aangrijpen. 
Aanvoegeii: sie Aanhechten. 

Aanwas, toeneming. SB. toeniboeb-an, tambah-ai 
wih, nambah. 


■■*«'|ga^.«.^. 


Aanwezen, bestaan. SB. ka-ada-an. @. ka-aya-ai 


1. . . , iKniuïiiuuiaiinKi|\ 



Hostedby Google 



lanzieii. m. paiidaiig. ®. djè-êiig, iiingali ig (UIH \ Ki O lOB \ 

A.i..;«., goede nau.n. 211. nam« taik«/bajik. e. "g^^iil ^^f,^^ 

hadee. ƒ ( 

Aanzienlijk: «ie Voornaam. 

Aap. ÜK. monjct, karra. @. moiijet «] BI 3IÏ^ iCTIRX 

Slingcraap. 3)1. oea, oewa. ©. owa miunaaJlN 

Aardachtig. Sffi. bei-tanah. ©. kawas tanéh IMI(U1^MK^?^ 

Aardakcr. 501. kombicli. ©. lioewi ken tang !UïllUliKll(H^\ 

Aardappel. 5K. oeb ie, kombicli wal anda. ©. koemcli MmOmjlx 

Aardbeving. Wt. gojang tanah, goempah. ©. lini anj|*Ci\ 

Aardbezie. SW. biroerong, ©. bing beerec teeja. . . ammamünTi(n(Kin(UUI\ 

Aardbodem. SR. tanab, bocini. ®. taiiëh ttSïiH\?\ 

Aardbol. Tl. doenieja. ©. boemi a:'mial^ 

Aarde. ÜH. tanab. S. taneh nSïlK1?\ 

Vlakte der aarde. 21?. mocka boemi. <S. rarai tanéh. . . THTnftmoSïl W?\ 

Aardolie. 3)1- niiiijak tanah. ©, ininjak laneh {tiHKlldniMl f \ 

Aardlor. 3)1. kadjoewa tanah. ©. .soemindal IVJ itJI Ml flOB 1 \ 

J Ca) ^A 
Aanivloo. 2R. koetoe tauah. g. koetoe taneh iKïiaai] (STliKl f \ 

Aardworm. 2)7. tjatjïeng tanah. ©. Ijatjingkaloeng iMMOOiaflS ^ 

Zie ookVf orm. f ^ 

Aai-s, aarsgat : iie Fondament. 
A,b,c. S)!. alicpLata, @. h a-na -tj a-ra-ka urei Wl Min Kïl \ 

.\cacia (seicT'e p/an(). 5ffl. toerej, tocri. @. loeii cB1^n^ 

Ach,och. 3)1. adoh,adoehi. ©. ahaw . flfionajll 3 J\ »ƒ nimi^llN 

Acht {g-e(oi). !m. delapan, dalapan. S. dalapan (U|finjl(Ul(Kl|N 

Acbü.aat. Sm. moelieja. @. Nadeel ^ g^^^ ^ ^^ 

temmen, tjaramcenak, ƒ ( tJ| ( Q tJl 

Achtbaarheid. 'SR. kamoelieja-an. ©. djencr>gan ilë^iaail|\ 



vGoogle 



L(ïiJi(0iitiï|iinfflniU3it]O\ 



Achteloosheid, Terïuim. «Dl. lalej, locpa. S. hanle rëgèp. (Uïl W o (ina (Ui l) \ 

Achten, eerbewijzen. Tl. berindah, mene-hormat-i / 

la„.S. meere, hormat. |^a^-n^M2 HHljN 

Aehte„t„i,„i6. ffl. doew. p„loel, dcl.pan, ©. <i.l«P«..l „ „ „ fi ' ^ 

Achter. SU. diblakang. S. di toekang H;| asiii Jtiï \ 

Achtcrblimn. ïffi. ticDceal dl blakane. S. tineeaieiii a <:> C ü 

pander.. j" ^l. OJ , 

Achterdochtig, mistrouwend. S)ï. goendah, tlda pertjay... ^ ^o. ^ ^^. ^ 

<ö, koewatir, Lwatir. ƒ 1 ^^ 

Achterhalen. 9?). hamb.tt, sampal. ©. kaljnndcl (KniWIflil II5II1 \ 

Achterhoofd, 501. balakang kapala. @. hocloc di toekang. iLTfianJl (IJliiSïi nniN 

Achterklappen: ste Kwaadspreken. 

Achtermiddaa. 3B. liwat tenaneah ari, tenenffahi _P ,.,'3> „^ ,„ . , 

arilaloe. @. liwat tengah powee. J (ISI, > ( 

Achterover, op zijn rug liggende. 9R. telentang. S. iiangarak. «ll(imr|fl™| \ 

Achteruitschoppen. ï?. sipak, sepak, 6. scpjiak lï] (KD IJl (Kïr | \ 

Achterwaarts: sie Terug. 
Achting: eie Eer. 

Achttien. SR. delapan belaas. ®. dalapan wclaas. . . M omi tUlntJ ÏU lïJl 11 \ 

Adam. Ti. nabï adani. @. nabbi ndam fltl (OI ü (l-l (E.1 il > 

Adder. Tt. oelar biloedak. €. oerailemah lliinTnilLnfio tEil ï\ 

Adem. !W. napas.nafas. @. ambakan imiEit»Ol(Klil\ 

Ademen. Ti. bemapas. ®. neambekan an(tiiaCTi(K1fl\ 

Aderen, bloedvaten. Sffi. oerat d.irah, ©, oeratecltih lUiFlTn itnn iiElil? \ 

J im \ 
Aderlaten. SK. sangr:ih, lepas darah. @. di tandoc trettih.l ü O- Q 

Z>..<,tBl„e(laft.pp„. luraWOTM^N 

Aderlating: «e Lating. 
Adres: «e Opschrift. 

Afbreken, afknappen. 3?;. patah, poetoes-kan. S. patéh-han. mibTHUin K)n\ 

Afdak aan fen huis. SR. piiiggicr rocmah, tepas rocmah.i <> Q 

e. i.p..imJ,. |«UM-ma^v 

Afdanking: aie Ontslag. 

Afdeeling, 800 o/ï non ee« ioe*. Sff. bah. @. bah OI01j]\ 



Hostedby Google 



A Wil 1 gen, Lieden. TO. tawarhargy, tawar. iz). tawar ^ïiDOJl \ 

Aldruipcii, druppelen. 2R. be-tcctces. g. ujaktjclak. . , . ia«i imi Wl «11 il \ 

\fe-aaii, af klimmen. !£)(. locrocii. S. toeroen.ka-l 
? , I.IKÏI n (Kil MKtKUin (Klim ||\ 

\(gaiig, de stoelgang. OT. taï. @. tai, t;ilii 01 (Uil \ 

.Vfgebrokcn, gestuit. 3S. raiiipos mocloet. Ê. di tjegat. . . . (IJl 001 (im asïl 1] \ 

Afgedaan, ïïfl- soedali aliïes. @. gés anggës niTniïJUiTiaiïKlJId \ 

Afgedankt. Tl. lepaskan. @. lecsotkëii iIj(imiï](KnïÈïiiKlji \ 

Afgeknipt. 3H. bergoenting. €-. ngagoenting (innniilii'\ 

\fgctoiidigd, bekend gemaakt. 2f. di tjaiiang. ©. oewaroe-j / / 

Afgelegen, veraf, Sff, dja-oeh, djaiili. S. djaoeb, anggang. ÜS l/ill ! Mmüinï \ 
\%clegener; *ie Verder. 

Afgelegenheid, afstand, Wl. Iwi-djauh-aii. ë. djaoehan. . . OKililIl ?(uin Wl] N 
Afgesneden, doorgesnedcit. 2H. poetoes, soedah di potong. @. pe-i O- 

Afgezant: »»e Gezant. 

Afgod, afgoden. 9B. bcr-ala. <5. berliala onunorux 

Afgunst. SR. dcngkie. €■. dcngki. — Zie ook Nijd. -- I&]IK1I1\ 

Afgunstig: siV Nijdig. 

AlW,.t,ch,iw.aj.djemo.-™,)«a,,,e.bos.8,, Ua„SwHV 

Zte 00* Walg. ( [ (J[ 

AfklimiT.en:a»e Afgaan. 
Afknappen : eie AlTireken. 
Afkomst. 9B. asal, bangsa. S. asal. — Z( e ooi Geslacht. — . (UlllWlinilJI \ 

Afkondigen. 3)ï. me-warta-kaa. ®. oewarkèn am(piftïl(Kl|]\ 

.^fkooping, lossing. 501, teboes-an. @. teboesan iiïf|(01lM~AlKlj|x 

Afkorten, afsnijden. 2S. ranljong, potong. €■. di decngdeeng. OJl m HJi «i HJI \ 

Afloopen : £ie Ebben. 

Afmaaijen. Wt. meng'atam, potong. €>, njaljar,babal. ciï|(KI|\ OlOlEïlJ] \ 

Afperser; «cKnevetaar. 
Afpersing; «ie Kncvelavij. 



vGoogle 



— 6 — 
ifrika. tot. taiiah inaghi-iili. @. tanèh maghrab lemiKl !EII?TnCïl|] "v 

Ati'osseu: xïe Slaan. 

Afschaffen, vernietigen. ÜJI- ampoes, tiejada-tan. 'S. i 



Afsclirapcn. tfl. mcng'aris. ©. ngerik mnimni 



.(wi 'inJiwi -Jin ffji osïi n ^ 
Afscheren. 3B. menjoekoer. ©. njoekoer, di paras. .OillKïl \ 'UliundD-Jlil \ 

o./ '^I^' 

Afschrift. 3B. soeratsalien. @. serat salin {Kin,T(iSïl.^(imi(Klf| \ 

Afschrijven. SM.salicn,sa!iensoerat.©.nia-i _„ Q o o/ 

.. ■'. ,. . '„■ ITI-. L ■■ l.artna[uiW|]\on«uiiKi.JkTnflSïi|i\ 
lin,nja[iaserat,~Zie(JO* Uitschrijven. f J Jj 

Afschrikken, den moed benemen. Tl. iiang iiti, per-i n-^tuin 

takot-kan. ©. owahangcn. ƒ" I ^ (J| 

Afschuijeren. 9)1. menjapoc, meniapoe. @. jijapoe Olll(lJl\ 

Afschuimen: sie Schuimen. 

Afschuw. !m. bosan, bientji. @. bossen 91 «TBI 1 [k)l iW II \ 

Afsnijden, afkorten. fW. rantjong, memindik. ©. di deeng-i ^Q ^^^ . ^ 

dccng. f j ( 

Afstand: aïe Afgelegenheid. 

Afstand doen, afzien, ^l. tobat.serik. g. toLat l]«Sl)ia(aiflSil|[|\ 

Af.lijgen, va,, hel pa.rf slijgc, !». tococ. <lcri P^"! ^„'.^«1™ HV 

koeda. ®. locngsoer tinu kotda. f ^ J^ O ^ 
Afetroomen. 3)!. ilier,alier. ©, palid (UI omi itH |] \ 

Afstroopen; aie Stroopen. 

Aftrekiinc, vermindering. 50?. tiaboet bilanean. @. tia-l „ Q ^- „_„„„ , 

boetbilangan. ƒ JcQ <j\ 

\fvaren (A, c. eewe Mpter). Sf. milier. S. kahilir, milir. . (Kin(Uinanj|\ 1EI1«1JI\ 

.\fwezigzijn: aieUit. 
Afzien: sie Afstanddoen. 

Afeweren, verzaken, 37(. balik soempah. ©. ''«1:^1 „^^ jtn^e-fl?\ 
soempali. f" J ^ 

.\gaat (ee» jicCTi}. 50!. aklet. ©. ba toe aki L iim[Ol{LHniKin(Ml|\ , 

Agelhout. SB. garoe. ©. kahi garoet (mnnJï)a[n'TJ«Sll|]\ 

Akelte. dJï. ngari, heibanoe. ©. eë-i Cv o O O- 

ëmman, matak sien. \ O '-X '4 

^Ler, emmer. ÜR. tiemba, embct. @. timba-an Eïl (Hl (UR IKI |) % 

Akker. 3)!. bcndang, pettak. ©. kottak in(ltlliaieïl'KlIl[|% 



Hostedby Google 



- 7 — 

Alkerhouw. m. p.r-oe«h-t.„,l,. S. p.6."e»" '«j „ .^ „,„„ „g^^ 

Akte: sie Arnbtsbrid'. 

Albast, aJhastcr. ÜJï. LmIol' poe-alitni. £. Utociiellel. . . lOl itTI aJl «flil HSÏ1 J N 



. ÏW. disitoe,disaiia. i5. dïilinja OJl lUl 



Aldus. as. bagiciii. @. kijëh na|[UUl?\ 

Aleer. 9)1. lebih di hoeloe. @. lihéla aia;nami\ 

Algemeen, SB- sidjatie. 6. gakaLeehna QJliKin ïl(Ol?(Hl \ 

Alhoewel: *('e Ofschoon. 

Alikruik. SB. oeiiam kitjicl. ©. toetoet (blJl asïj KBl | ^ 

Alkoran. SU. koraan. ®. koraan. . . . . i . . «IMÏl 3Tn9Cll|\ 

Alk. SK. samoca,samQca-nja. @, kabeoh HOlïliOlfX 

Alle damn. ÏÏH. sa hari ari, sa sari. @, oeneeal po-i . 

wee. — Zie ook Van dag tot dag. i J \ I 

Allécil. ÜB. Kcndiérl. Ê. sorangan m (1 Jl a Tf'l iQ (KI Ij \ 

Alle lof zi) san God. 9)?. scirala poedji akanK „„. ™ , , ,9 ™ * „,„ 

allah. £;. sakcehec poedji kaallah. \ \ \ \ J ^-^ 

Allerbest. 1Sl. jan^baik sakali. <Z. pang-hadcena OJliaill] OJn\ 

Allerhoogste. ^. ta allah, jaiig tcrtinggie. ê. allah taaln. (Cl ïUljnsmiUlil ïin "v 

Allerlei. 2S. segalaroepa, S. Warna warna k'abcch. . O (Kl(L1iKl(hiin anartlf % 

Alles. 2B. samoea, samoeünja. ©. kabcch (Kin II om f "v 

Almagt. 9» mc„B.as.. ja„s «"1>»«M „„„amn N ö aaM^ 
S. iigawasakën, mangawasa. j (J[ 

Almagttg. 5!B. maha kawasa,terkawasa. S. maha kawasa. lEJI ÖJlfl IKTI (Ui IWI ^ 
Mmogcnd. ÏO!. maha besar. 6. malia besar (EllinnoiWx 

Aloë. SW. poeljoek, alwab. S. poetjoek lllfKftiKTllJI % 

Aloëhoiit. SSi. kalainbak, ealiroe. È. kalambak-K™ ^, „.,™. ... 

' " 'l(Kii|Limi(ïJi(Kini\ (inriTf \ 

gahroc. f fxi Jl _i 

Alphabct. SB. alif-ba-la. (5. ha-na-tja-ra-ka {Um (KI (WiTl KW \ 



vGoogle 



Aireede, alreeds. 3)1. soedah. ©. anggës. — ZieoojtReeds, — (Uin W (Kil Ij > 

Als, gelijk, an. kaloe, seperll, @. kaya raiaiUl> 

Alsmede, insgelijks. 3)1. djoega. S. dèhi MIUÏ1\ 



Q Q 



Altaar. 9». tampat sambilih. @. palagi sidekah. . . . (UliïUiaiiniMMïnilf % 

Altcmet. aK. barang kalic, brang kalic. @. soegan (Wl tui «Cl | \ 

Al teveel. «SI. banjakamat. S. loba telling «1 mJI 3 OlOSBl CUEt \ 

Altijd.a:)ï.selama-lama-nja.©.samimindeng. - (Zie ooi Steeds). IWlOiïJI Kl\ 

Altoos. ÏW. salamaiija, santiasa, S. sa mi minde iig (Wl(EII£ilfll> 

Altoosdurend, ecuwig. tUl. kakal. 6. kekal (Kïl Kïi arui (] \ 

Aluin. as. tawas. ©. tewas «5in(UlIM|]\ 

Alwetend. !». mah, tj,«, j.ng ter lebih t»l™-l „„, „„jSi WH ^ 

©. nganiahawken. _ f tjl I <-'[ 

Amandel. SM. katapaiig walanda. ©. kalapangwalanda, Kïl OSII flj O omi iKl \ 

Amaril. ÏK. permata idjoe, 0. permata bcedjo. . . , aJKEllBini«|lUin»(|flK3\ 

Ambacbt. SOi. per-kerdja-an. ©. paeaweean i , ^„,,.„^..,. 

Zto oo« Beroep en Handwerk. ƒ I cJI 

Amber. OT. ambar. @. amber tUin&IN 

Ol 

Ambt. 5B. pegang-an. @. tjeljckelan MMlKllltitUllK)fl> 

Ambteloos. 5ffi. jang tiada poeiijal eoo 

pegang-an. @. anoe hantë boga !ilJn(KiaJiriiRimOl3afïl(KilQJl(iai'ianiKl|">. 

tjetjekelan. J .^ "^ ( ""k cJl 

.\inbtenaar. ÏOI. jang ber kedmat, pcn-dja-> ^ ^„^^ ^^ aji^iïu Kl| ^ 

bat. @. anoe njekel padamelan. f ^ "^ c4 

Ambtsbrief, akte. ïf. roerat mcngangsocr, soerat aktle.i ^^^^^^^ 

@. seratakli. f nSL, 

.Amen. SPI. amien. ©. amin lél (E)l IKI [[ -v 

Ametist {edelgesteente). OT. per mata oengoe. S. ^a-l^ 

toe koctjoeboen. ƒ ^ ^ _^ Ji i-\ 
Ananas. !W. anas, nanas. (£. danas ^-. . . (liHHl KJI |] x 

Ander, een ander. Sffl. lain,lajin. ©. scedjcen iï](ki|l]asiKl|\ 

Andcrcndaagscb. 5Pt. laln hari. ©. seedjeen powce, »] Ovtl lï] «E m iKl _;i 3 «] O n 



vGoogle 



l.-,..* Prikkel. ' '^ ^ Jui^|«M|V 
Anstig, benaauwd. 3)!. lisah, ber-lakot. @. sijën (W| ojLi IKI |1 \ 

Angstvallig, onzeker, 2K. bimbang. ©, bimbang oil(EJl\ 

AngstvalIieheiJ. 501. soekar-an berat. ©. acdee kasoc-i O- O/ 

Anijs, anijszaad. ÜK. adasmanies. @. hadas amis. . . . flJimUl (kl -in EH (M n \ 

Anker, scheepsanker. 50). sauh, ©. saub, saöeh (kll(Uirif\ 

Ankerplaats. TL laboeh-an, pe-laboeh-an. ©. palaboe-l ^ 

Antwoord. ^. diawab, wanesoel. ©. diawab.i » 

wangsoelan. f ^[ ^ ML, cJl 
Antwoorden. 9JI. menjawoet, sahoet. @. ncmbal S^l(EllamlJ|^ 

Apostel. 9J!. rasoel. ®. rasoel Tnik)lïUl[|> 

Apotheek. 5K. roemah oebaf, @. imahoebar dJïUHl J[UlljDn\ 

Appel, appelen. 50ï. j.imhoc.jamboc jamboe. S. djamboe (lK(ïJI\ 

April. ÏOÏ. rabial-akhier,rabijoel-akhier. tS. rabijoclakJcr.TniCiiniiy ianKIIl\ 

Arabië. 501. negriearab. @. nagaraarab iKl flTÏI Tl O Tl fCIl [1 \ 

Arbeid. SIK. kerdja, pekerdja-an. S. pasaweean. ... 1 

Zi,ootW,A '^ ^^ ^.Ji™.|aM,KljN 

Arbeiden, 3B, kerdja, kardja, meng-ardja. @. gawee i 

2('s ook Werken. ( I 

Arbeider: ste Werkman, 
Arbeidzaam. 50?. radjien, ocsah. @. radjin T|(KK)n\ 

A reek, betelnoot. 5ffi. pinang. ©. djambee «Kiïjf&ilX 

Argwanen: sie Twijfelen. 

A,^, behoeftig. 5ffl. miskien, papa. S. «"«l^rat,) ^^^ ^ ^^ 

Arm (linker of regter). M. tangan, lungngen.l^ ^^ e^^ 
(£>. panangan, lengen. la cJl O »-Jl 
ttZnanilMtlN 

a 

ojin t(i ? tuin (KI (EJ| imn asm n % 



Arak. 50). sopiearak. @. sopi arak «]IWI3(uè"ïlJtin 



Armee. 5W. balatantara. ©. balad ttZnaHilMI 

Armhuis. 501, roemah miskieii. ©. imah 



ararat. 



JlïajïKKlt 



vGoogle 



Armoede. 3S. iapapa-aii, ka-loerane-aii. ®. kamara-l 

Armringeii. m. gelang, glan^,galaijg. g. gelang ^tïOi\ 

Arts. SU. doekoen. ©. doek<ten (UMI «1 jl \ 

Artsehg : sie IHedicgn. 

Arlseiiijdrank. 53!. ajeroehat. ©. tjahi oebar CKJl (un lUn Ol \ 

Asch, 5». aboe. g. leboc iQoi\ 

Aspcrsic. 2R. akker perei. S. akker per si (Uïl iWBl (U IM 'x 

Autheur: at'e Schiüj\er. 

AvdHd. g», patang, petalig, sorrej. ê. peting Oaïin\ 

A-voiidniaal. W. makaii'an malam, ©. dadaharati pe-l ^„J^„^'^^ 

t.ng. f 

Ailjli. SB. tjoeia. @. tjoeka (NS,Bnii\ 



B. 

Baai, inham zeeSnli. 9B. lelock.©. tjeloek.—(Zte<JoA Zeehaven). ftJl«UllHtrj|% 

Baal{eene). SW. boengkoeshesar. ©. toengkoes gedee, . . . flSlS Ktj IKIH] lUl \ 
Baar: «.e Golf. 

Baard (de). 5ÖÏ. djanggotjanggoct. ®. djanggot ils dj niTfi 3 Ml | \ 

Biiartlscherett : ai'e Scheren. 

Baarmoeder. SOi. tampat aiiak, pcr'uiiak-an. ê. pianaknn.i ö . , „„-^, 

Zie ooA Lijfmoeder. ƒ O "^ M 

Baatzuchtigheid, inhaligheid, 9)!. Ioba,kikier. ©. korreet. iniHin ionTnaïBll] \ 

Babbelaar. 5Bf. moeloet irangiïoe.lidapanlang. ^. attell ^^ „ 

spengoet. f ^__^ (J( 

Babbelen: aieKwaai' 



Baden, wasschcn. SR. mandi, mcmandi. @. siram (UlTIKUjlN 

B.g..dje, reitós *. Wttg-b.r.ng, pokcj.n t.I«<l-l „ « „ ^ „ m, „, ^ 

@. pakccan balad, ƒ [ CCI <Jl 

Baker. 3K. pmg'asoeh, doekoen. @. pangasoeh (U(ClIMf> 

BakkeVj broodbakker. 51R, loek.ing rooti, ©. toekangrooti. (Bïl (KÜ Hl Tl 3 ll?¥i \ 



Hostedby Google 



_ ii __ 

.Hal, prop. 9R. sampal. g. golongaii ï]am2 m>n)i ïta W| \ 

Ballast. SH, toclakbara. @. toelakbara Tsïi nrU KIlTfl \ 

Ballen (de). 3R. tontol, bidji peleer. ©. koiitol m(iS¥l3lj [Itl3flmiij\ 

Balsamina {ten bloém). ÜJl. boënga patjar. @. patjiirberëm. iUI(J-)l01(Ul(ElI||'\ 

Bah™. 311. mi,^ak,.,np.r.mpa. S. mnj"k ram-, Q __ ^ ^ ^ ^ 

parampa. f ^| 11 
Balstfnik. 9)!. klicdji. ®. matahiüng til (tsm Uifl «*Ü "v 

BalTak scrotum. 591. t^»P«tI'«>'«hpele^r. ©. wa-, ^^ ^^ ^^^ 
(lah kontni. f > ( (ïïL, Jj 

Bamboesriet. ÜJi. Lamboe. 6. awi I1JÏ10\ 

Bang: aj'e Vervaard. 

B angmak en, iemand dpen schrikken. SB. gertak. 'S. gertak. , . (inn nSBUKm | \ 

Bankgbaukje. SB. ba ngko, tampat-k a-d oedoek-an. 3. bangkoe. , . arftatll\ 

Baren, verlossen. 9». ber'aiiak. 6. ngadjocroe rniETn^ 

Barmhartig. SS. rahmun. i£. rahman TflfiEHMll'^ 

Barrevoets. 9S. kaki tatanjang. ©. soekoe taraiijaiig, . . . M KTJ asm Tfl dflll % 

Basilicumkriiid. 9K. soelasi. ©. solasi aniWtïacUlltJI"* 

Bast: st'e Schors. 

Bataljon: sie Bende voetvolk. 

Batavia, SK. batawih, ©. batawi Ol nïïl O \ 

Baviaan. Ti. karra,monjetl>esar, ©. monjetgedee. . . . «](ei3M]jliEifi«jilJ|\ 

Bedaard; si'e Gerust 
Beddelaken: sie Laken. 

> al 

Bedelaar. SR. orang minta min'ta. ©. djalma inoesapir. . . . BK ilfUi ïll M HJl \ 

Bedelen. 3ff. pinta, minta minta. ©. mocsapir ïlJ[kn(Ul\ 

Bedenken: «e Overleggen. 

Bederven, vunzig worden. 9)). meroesak, djadi I*oesock,l _. „cj^,,^.^ -^. , 

©. djadi bocroek. ƒ ï ^ c\ 

Bederven, vernielen. !W. bek ien roesak. ©. rocksakën. . . . Tfinni-AlKlll Mlfl ^ 

Bedevaart, üff. pcrgidjarah, naikbadji, @. ngendKiog HSiÖl\ 

Bediende: a'c Dienaar, 



vGoogle 



— 12 — 
Bediening OT. pekardja-ai., p^gang-an. @. ,,adamal-ai..l ^^ ^^ 

Zte ook Dienst. ƒ aL, Jl 

Beding: «e Voonvaarde, 

Bedorven lucht, als van verrotte spijs. SJf. hamber. @. hiöck. . . (an(UUi(KlII| N 
Bedreven: aie Ervaren, 
Beikecn m. kaïdja bodo, üp»».! „^oiJ^tTimNnoSaaKIlN 

@. naboboda, ngoeljiwelkéii. ( [ | ^ ^ c-l[ 

Bedrieger, ajj. orang bertipoe. ®. djalma iigakal liS dfUl «^ «ffl KUl [1 \ 

Bedrieglijk. 5ïi. berdaja, tjoelas. è. padaya aJlIUlaJln^ 

Bedrijf, feïigheid. ». pek.,dja-,„. g. B»»"»,! ^„„„^ „bi,™^ 
damalna. J l cJ O 

Bedroefd, trcnrig. Tt. doeka,soesah ati. ©. "j^rihangen.i O^ a c> ^ 
Zte 00 A Droevig. , ƒ ) lJ( 

Bedrog, schelmerij. 501. per boewal'aii djahat, metiipoc. S. ngarah. . üTlfN 

Bedrogen: sie Misleid. 

Bedstede, ledik.nl. ». >»i»P«l ödoor, pertidoor^. ^ ^^ „ . 

an. ®. pasaree-an, ranjang. ) ( tJl cTl 

Bedwingen, in toom houden, ÏÏH, tatian,pantang,tegali. ©, tuhan,«5ïi(Lnn (mj|\ 

Beck.beekjc, Sïï, anak soengia, kalie feitjiel. ©, ijai lettik,lianuiniU)(151IiKï)||% 

"tel^kf' """' '""''''"• ®-6''""='''''~-Uonnjm«ui™nvt.S;mN 

Beeldhouwer. SOI, peng'ockier, Ê. tockang ngoekir lEiii miTl o (Kïi \ 

Been, beeiien. SW. toelang. ©, toelaiig (OIKIJI'x 

Been (het), do voet. !0;. bities,kaki. i5. bitis (0101(KI||\ 

Beenbreuk. SR. pi tj ah toelang, ©. pépSs toelang «JlUlMafUlN 

J 
Beenderen. 5B. toelang toelang. (g. toelang toelang asïl mJUKIl mJt \ 

Beer. SR. beroeroeng, barocwaiig. ©. baroewang OniaJJN 

Beest, 9K. binatang. ©. sato aj|(l|(l?[lï\ 

Beeslevoedcr : sieVoêr, 

Begaafdheid: sï'e Talent. 

Begeerlijk, gretig, 50?. kikicr,loba. £. korrect «1 (K1I1 3 tl Tl Wl | \ 

Begeerlijkheid. SBf. gloedjo, ka-ingin'an. i5. rampoes TT] B|_J1M|1 \ 

flegeerl. aS^kepi„sie„,i„6i.n. S. k.hnj.ne Xmmm-. 



dby Google 



Begeerte, \erlaiigen : zie Verlüiigfii. 
Begeercii: «ie Willen. 

Begieten, natmaken. iM. siram. ©. siram n5i-ïliöl[|% 

Besraafpluat^. 9J!. pa-Locboer-an, kia-i _ / 

Ll.S.p.ko.l,ocr.u,p...,ec-a„. ["KJ-g-" «^l^ "M^-nMnMlJjN 
Begrafenis. 9B. ketanam'an, meng-anter. ka-koeboer. @. roc-1 

w„,ga„. j-joa-yN 

Begrijpen; aie Bevatten ««Verstaan. 

licgioeten,ccrhewijzcn. 3R. brisalam,poc(]ji. S. alam (Un^ttUlej|^ 

Behalve. lÖJ. meliiinkan, @. ngan (tllKiri \ 

Beheksen, betooïcren. M. memboe wat liob at. ©. ne-i O O 

rapkenpamakee. \ flinflM W-<ie «jmi v 

Behoeftig, arm. SK. papa, mi ski en. (£. papa, my rara t. ttJi(U\(aTmnisin[|\ 

Beide, alle beide. 9)t. doewa doewa, ka-docwa. S. doewa-an. o(ütam(Kli|% 

Beitel {werktuig). ISl. pahal, prabot. g. tatah aïïms¥l!% 

Bejaardheid : sie Ouderdom, 
Bek : are Smoel en Snavel. 
Bekend ; sie Ruchtbaar. 
Bekendgemaakt: zic Afgekondigd. 

Bekendmaken. tSi. bri tahoe, meiigata-kan. ©. mecrcci 
beedja. U tl i| Tl m oi (IK % 

Bekentenis, belijdenis. S>;. akoc-an. S. ngakoe-an Cl Mll lUï) (KI |[ \ 

Bekkencel; aie Hersenpan. 

Beklagen. SU. sayang-kan. ©. karoenja-an Kunijfmi mm KIJ] \ 

Bekomen; «e Verkrijgen e» Ontvangen. 

Bekommerd : ste Verlegen. 

Bekrompen, kleinvan verstand. SDf. gawairasa.i ü o' 

koerang pikier'an. @. pondok pikir'an. |«|'^3i|jr,arai^Kï)TnH)jp 
Bekroonen, bclooneii. 5ffi. makoetakan, balas. @. makoe-i <:> 

taken. |.fJlMÏ|llfB|lHlIliKl|p 

Bekwaam. ïOï. bijasa, tjerdick. @. djasa, toetoer (K !M MEIT H5ï[ ^ 

Bekwaamheid. Tl. aripan kapintar'an. ©. was-1 Q 

p.d.,k.,-.dji„.a„. -Z.>,.iTerfie,„te. }"" J"^M■^l•!g■n^^ 

Beladen, bevrachten. 5)1. ber-moewat. ©. di moewat MiEJl oasïljl \ 

Beleedigen. 50?. membri sakiet ati. @. ni'i-ëni QOO a .o 
njerihangen. I.OÏI Mi| ^ TH ^ fel (Kl| % 

Beleedigende laai, scheldwoorden. 501. mak! mak'an. ©. tia-i 

reek'an. ^WH|Tn JmiKlJ> 



Hosledby Google 



— 14 — 

BcJcelil. Wt. soepaii, Iwrkata-inrtiiies.i / • „'^ „ 

e. ho™..,„g.i.™g8«.ke„. ^p.HM|Noiij<n3™K^x 

Seloefdheidj iKSchaafdhcid. 9B. soepaii, adab. @. adep iU(|((JiMj|\ 

Seleg, belegering, 28. kapociig, kepoeng, meng'apoeiig. @. kepoeiig. ikbiilan 

Belegeren, omringen. SB. kepoeng. ®. kepoeng iKïl(LS\ 

Belegering: ste Beleg. 

Beletten : sie Stremmen en Weren. 

Belijdenis, bekentenis. SOf, akoe, akoc-an. 6- iigakoo iriiKin\ 

Belofte, verdrag. Sffi. djanji, perdjanjiaii. S. soebaya liwiOliUUIN 

ZieookO\cr<xnkomiten'\VooTd. f^ 

Belofte verbreken, m. oetah djanji,meng'oebabkanjanji.l ^ ^^^ 
@. oewab soebaya. f ) J > J* 

Beloonen. 2U, balas, mem-balas. ®. balas Ol «fin (Kil | > 

Belooiiing, vergelding. 2K. balas-an, meng'oepah. @. P™g-1 ^ [p^^^. ^ 
balas. f J[ 

Beloven. 3». berdjanji, g. papadon. (ZteooiVcidragmaken), UI (U (Hl rtJia IKIII \ 

Bemiddeld: ste Gegoed, 

Bemiddeling: ste Tusscbenkomst. 

Bemind, geliefd, ffl. tcr-kaseh,di birahi. @, katresna ütinCTO^N 

Beminnen. ^. meng'asili, tjjnta, birahi. @. nja-ab l ouKum (\ 

Zie ook Liefhebben. f \ 

Bonaauwd, angstig. SDI. llsah, soesahati. ©. soekcr angen. GJIOftltum (CIWIIN 
Bende voetvolk, bataljon. Sffi. balad. @. haJad onnnrUKUi 



T 



Zie ook Onder. t r \ Jl, 



Beneden, om laag. 9J). dibawah. ©. di^andap. . 
Zie ook Onder. 

Bonyfjgn. ÏW. dengki, dangkj. ©. gèlëh tociïn 

Benïuin (g9m). SR. menjan, minjan. ®. mcnjan iEJ| [KIJ] IKI || \ 

Beoefenen : zie Oefenen. 
Bepalen: «e Vaststellen. 

Bepiding, VMtiteiling. Wl. kstantoe-an. ©. ttatangtocwan. om tóiiSï] xJIIKIjI \ 

Bcpalins dei' inkomsten. 9B. djanji ber-oe-l „ . ^^,~.^.. ™,,'^„ , 

r . ^ , .. '^ "^ 1(1^1 oi lUuiflitJim Tl imiM aan i\ 

peti- ©. soebaya meeree asil. fj^ ( [ (J| 

Beplanten. SDI. tanain, bertanam. @. melak QanjlKngN 

Beproeven : eie Wagen, 

Baprcving ,.„„„„ heschddigJen door '""'■!„« jfTiSiHSSl^ 
9JJ.soempahoedjiapi.@.sopmpaliranggemseneh.( J ) ^\ 



dby Google 



- 15 _ 

Ikprocing vm reuen bo.ohuldigd,,, doo, "«l»-! „ ^ J IlS D « n ^ 
9B. soempahmeiijilam. ©. soempahsilem. f^ \ O t-A 

perg, gebergte. 9H. goeiiong. ©. goenoeng, af(liKi\ 

Bergen, bewaren. 501. simpaii, paliara. ®. «^pih'an.i ^^_ü ^^ 
Zie ooi Wegleggen. f ) cJl 

Zich bergen: sie Schuilen. 

Büvflhoen. 9JJ. ajam goenongj ajamoetan. ©. kasintoe iKinWiKl\ 

Boigje, heuvel. 9J!. boekiet. ©. passirj hoenjoer iUllKn\ (imMlJl \ 

Bergolic: aic Aardolie. 
Bcrigt : sie Tijding en Verslag. 

Beroemd, verheven, aS, ter-nama, raoelln. @. moelija ESlElJ)||^ 

Beroep, ambacht. ïtR. pe-kardja-an. ©. ilamitlna (UKHIittlJN 

Beroerte {de mekte). 50!. sawan bangkej, tipok. ©. *awain^^^|^^^ 
bangkai. f a\ 

Berooven, ontvreemden. Sïfi, rampas, ber-aboet. ®. '"'""P^*'-! -,r,^„ nfinix 
Zie ook Bestelen. f ^J^ 

Berouwen, berouw hebben, aï). menjasiil, toekar i\ti. €". ha-i 

njakal. — Zie ooi Leedwezen. f S\ ^ )| 

Berst: si'e Scheur. 

Beschaafdheid: st e Beleefdheid. 

Beschaamd, verlegen. iOï. bermaloc, maloc. ®. ka-eera «rmm [umn \ 

Beschaamd maken. 9)!. brï inaioe, iadi mocka merah.l A„,„„^'^ ,^, 
©. dieerakën. f [ t-A 

Beschadigen : sie Schenken. 
Beschaduwen. 5Dï, teiloclikan, melindong-kan, ®. ïjoehkën. ajili iiin Jmi BCl 1 ^ 

Bescheiden, voorzig tig. 3U. ber-boedi, bijaksana. ©. ngaboedi. . . [CIOJIUIN 

Bescherming. 9?!. Ijendqng'an, ®. lindgoiigiii) ümnqimwij \ 

"™Sii:r"'"- ^- '"""""" [«5<a.ïï««|^ 

Beschouwen, bezien. Sff. teng'ok, libat, pandang. S. djë-^ng riS (Uln \ 

Bescbreijen: s»eBewcenen, 

Beschuit, SR. rotlgarceng. ©. roti rangoe ijTTliliSlilTrilON 

Beschuldigen, bc tig ten. 5W. meng'adoe, menoedoeh, @. i)ih*-l ^'An-wiSïïinnn 
I ^ " ^. tKl uTlr iKiJl (KI n \ 

Beschuldiger, hetigter. m. orang meng'adoe, penoedoeh.l ^ dOll i^ Ol^ «lil ^ 

@. djalmanibakën. f O 'J 

Be.schuldiging, betigting. W. meng'adoe-an. S. libakën. , . osniniiKït Wll| \ 



vGoogle 



- 18 - 
BesiJtulting : «ia ileining. 
Beseffing: st'eZiii. 

Beslissen, vonnissen. 'St. hoekoem. ©. di tigas MiOT(inniWli|N 

Beslissing. 5)1. poctoea'an. ©. tigas CTtinn(Mj|\ 

Besluit, slot, einde. 3?). kasoedab'an, per-abis'an. @. na-l . » 
Besluit, voornemen : «te Voornemen. 

Besmettelijk. 501. lamper, jangki et. @. pageboeg iUlTOOinnn[| \ 

Besnijdenis. Tl. soenaUn. @. soenatan aaiqiKin Kil] \ 

Besnijding. 9K. soenat. ©. soenat (KBiq (Gin[|\ 

Bespeuren, gewaar worden. 3B. kalihatan, nampali. ©, kadje-ëng. IKTI (i2; nJll \ 

Bespieder: «('e Spion. 

Bespitlen, omspitten. SK. patjocl. 'S. matjoel laiuojnmijjN 

Bespoedigen; ste Verhaasten. 

Bespotten: 3»eUitlagchen. 

Besproeijen: aie Sprengen. 

Bestaan: «e Aanwezen. 

B.rteki„g,klruipmg. »-<«p.-.j"t™, lja-1 „ M, w , Noi, q o, n, „ . n 

riakal. «).roeroeba-an,pang-oel>alan.|^^ Jl J "Ci-, J 

Bestelen, berooven. SOi. rampas,nieiitjocri. ©. rampas TmEn-JlfkflilN 

Bestrijken, bewitten {zooaU eenen muur).] 

Tt. sapoe, sapoe kapoor. @. oesap, di|inn(lJiaJl|\ iLJliUïlfMMlJïlllJl\ 
ocsap koe apoe. J -^ ' ^ J ^ 

Bestrooijen: eie Bezaaijen. 

Besturen : ste Regeren. 

Betaald: aie Voldaan. 

Betalen, ■voldoen. SW. bayar. ©. bajar,niarai OHiUillN (BITflOLKIN 

Betasten, bevoelen. 93ï. djabat, sentoeli,rabali. ©. tjabak aoi(OliKllljl\ 

Betelblad: «t'eSirie. 
Betelnoot : zie Areek. 

Beteren, herstellen. 331. baiki,djadibaik. ©. Êtkertjagër. . . OfiMKWtmrii 

Beteugelen: sie Terughouden. 

Betigten: «e Beschuldigen. 

Betigter: «te Beschuldiger, 

Betigting: «te Beschuldiging. 

Betooeen, bewijzen. SR. meitg'arti-kan, trang-kan. @. har-l / Q O 
.,' ' J o '5 IdjïiasïiiKinimjIN 



vGoogle 



— 17 — 
Botooverd. 5ïf. ter kcn:i iiobat. @. këiia kocpaniakcc. . inniltiKTj U (EJliliKiliN 

Bctooveren: aze Beheksen. 
Betrapt; aiV Gevangen. 

Be uzelach tig, gering. ïOl. tida bergoena. ®, tëpoegoeh iiSï|iL1(Tï]?\ 

Bevatten, begrijpen. Wl. meng'arti, dapat arti.. ©, ngartï IC1IIS11)\ 

Bevel: ai'eOrde. 

Bevelen, gebieden. SM. soeroeh, tilah. S. serat ua-i '^/' 

reentah. f j ^j^^ 

Bevelschrift. 5Jf. soerat titaJi. ©, titah, piwarang (15ïi(Gif[P\ nJiaJiifi \ 

Beven, trillen. SU. gemetar o/"ffoemetar,calieih. 'S. nga-i 

decgdccg. Z»eoo«Siddei-cn. f I rj ^_\\ 

B«™Bge„, getuigcnii gcwn. «. bri s.k». S. "WWl „ 5, „^^MK„5,^ 

Bevestigen, staande houden. Sf. menagoehkan. ©. kéliéh lmI^9Ï■|^l?^ 

Bevlekt; «e Gevlakt. 

Bevochtigen: .ate Natmaken. 

Bevoelen, betasten. 9JJ. rabah, raba raba. ®. Ijahak nJiOfiKiIli|\ 

Bevolen, gelaat. ïï!t. bcr titah, soeroeh. &. di titah (Wl «ïii nsn f v 

Bevolkt land : sie Bewoond. 

Bevordering, verheffing. 3». tamWhan, tiiiggian. ®. »"'g-l ^ft-, ^i jSïi fKlfi \ 

gahkén. f J \ ,J\ 

Bevrachten: «ie Beladen. 
Bevredigen: aie Verzoenen. 
Bewaren, iets wegleggen ; ate Opsluiten, Sparenen Wegleggen. 

Beweegbaar. Wi. gerak, begeruk. @. owah lf]iim3(Lll?\ 

Bewcenen, besclireiien. 3ïi. tancies, inenaneies. ®. tiëne-i 'i^OO .„„^, 
tjénkan. ; iKl, c..| 

Bewegen, in beweging brengen. SR. gerak, bergerak'an.1 ^ ^ ^^^ ^ ^^ 
©. ngowahkën. [ j \ (Ij 

Bewegen, schudden. 9K. katjoë, gooijang. ©. gedag arifliuiim|\ 

Bewegen der vingers op een muziekinstrument. 5W. petik, «, <>™ m iKït O fl \ 
gamat. @. teengkeep. I | ,J| 

Bewegen, verplaatsen. ÏW. ber-alih, piendah. @. ngalih iCiaaii)\ 

Beweging. 50ï. gera-an. Ê. obah mojnaoifx 

Bewijsstuk. SH. tanda kaniatan. ©. tjiri boekti [WlTflioilKTIN 

Bewijzen: aie Beloogcn en Waarmaken. 
Bewitten: «te Bestrijken. 

2 



dby Google 



~ lÖ — 
Bewolkt. 9». beraw«ng, @. meega-uii al ü n tirin OJïl KI il % 

Bcwoiideren. Wl. herawn, hejran, @. hceran «1 (UlHTiT iKl ^ \ 

Bcwooinl, bevolkt land. 2)1, taiiahhcrisi. '5. la-i _0, O a 

iiéhkaësthandjalma. ( ,^J) <^ CJ 

BcKaaijen, bestiooijen. 3S. anibocr, taboer. @. awoer [UïlO\ 

Br zeeren, kwetsen, !K. kena-sakit, bekicn sakict (lianjn.i O .tt,'-^, ^Q^ 
e. këna kanjérih. f™ ^ "^l > 

Bezien, aanschouwen. 3ÏÏ. nie-liat,ber-lihat,pan(iang. 'S. djé-éiig.i S^~jl _ 
Zie ook Beschouwen. ƒ 

Bezig: zi"e Werkzaam. 

Bciighcid, hedrijl". fflt. ka-lakoe-an. S. ka-la koe-;, ii. . . . (lOI ÏUI 'KïJ ,U1 W f] \ 

Bezitten, hebben. W. poenja, adapoenja. ©. boga Ofj/Otsanrix 

Bezittinge», vermogen. ISt. kaija-an. @. bëngharna OiOfHl\ 

Bezoeken, gaan zien. ^. .inggah, tengok. è. "-«'U KIOH ^ Snatn 0)«;n N 

ang.geratecang. f \ \ 

Bezoeking : zie Plaag. 
Bezwijken: sie Flaauw worden. 
Bezwijming; sie Flaauwtc. 
Bezweren, ceneed opleggen. 3)?. basocmpah. €■. socpatn (kliUHSIlN 

Bidden. SM. ber-doa. i?. batja doü lOiM ïlttJlïHJn \ 

Bidden, verzoeken : zie Verzoeken. 

Bieden: sw Afdingen. 

Biet, bietwortel. ÏÏH. akar mcrah. ®. akkar bërëiri. on IKII Si lU (BI n \ 

Biezen. Ti. karsoet. @. tottorroppangan. . i(](iSïl3m (CT^mm 3iU-ll(liniKl|] > 

Uij,honigbij. 9)J. tawon,lcbab. 6. odeeng flft ttJïl 3 at] flJi > 

Bijaldien: aVe Zoo. 

Bijdoen : sie Toevoegen en Verzamelen. 

Bijeenkomst, kollegie. Wi. mendai-.sa, her 'e-noe-an., ^ ^^ 

©. koempocl-an. f J J «H^ <j\ 

Bijeenkomst, ontmoeting: sjeOntmoeling, 
i: sie Z-mcrm. 



Bijgevoegd. 5B. bertambah. @. kacemboh (Kïlï|lfïHnBI3?\ 

BiiGod! a». demiallah. @, demi allah MEiloornifN 

Bijkans: «e Bijna. 

Bijkorf. Tl, roeinahtawon. @. imah odeeng (Uï| <ïlt ? m (Uïi 2 ï] lA \ 



vGoogle 



- 19 _ 

Byl. ÏW. kaïiipak, kapak. (5. k a inpak, ba lioeng. . IHTISI JI»(Bll| \ omnnjllUU \ 
Bijna, bijkans. W. ampier, hainpier. @, ekkër. — Zie ook Schitr. , . i;HKiii\ 
Bijnaam, toenaam ; aie Toenaam, 

Bijna all), scheldnaam. SÏT. namasindir. @. ngarangorrecng. nmn m iKl 3 m Vl \ 
Bijspriueen, Lijslaan. zOI. ber toelone. I&. ïioeloeiie.i » 

bantocwan. } J J ''^3 <-i\ 

Bijstaan; sie Helpen. 
Bijstand; steHiilp. 
Bijstander: ste Helper. 

Bijten. 2H. gigict, meug-gtgit. ©. gcegeel il aTiatl tim ïLl | n 

Bijtend: ate Soherpaclilig. 

Bijvoegen, toevoegen. 50ï, tumbah, menainbah, @. nambah (KHBl?\ 

Bijvoorbeeld. 3R. seperti. S. sa oepama (MlJIII'UllïJIX 

Bijweg: aie Weg. 

Bijwijf, bijzit. SR. goendiek. 6. goendik tll^WKln|^ 

Bijziende ; sie Stikiicnde. 

Billen(de}, 3». poenggoeng, pantat. ©. boewahbiril, . . (OjiT.:il?0)l"n flSEi[| \ 

Billijk, regt, juist. SJI. kabcnar-an, adid. ©. adiJ (Uül iUi|(ï)nf| \ 

/ 

tlHl(Hl\ 



Billijkheid. SP), benar'an. ©. benarnu (Ö1h1(H1\ 



Binden. W. Meng'ikat. ©. bëngkët smiKïia5ï|j|\ 

Binden, vleugelen : ate Vlcugcien. 

Binden, tezamen binden. OT. sambong, ikat, S. taüan [ISII firU lAJI W | > 

Binden, zamenknoopcn. Sïf. samboiig. @. toeinboeb flEïjiïJiJN 

Binnenplaats. ÜB. kientEd. S. tcngah roeinah I^CIJTI til ? \ 

Bitter. 501. pahiot,pait. ©. pëhër lUlfinx 

Bitteraclitig. SR. pedar. ®. keeras onimnTniKlin N 

Bittermoes (seiere groente). Wl. saijoorpeepee. ©. a"gëni 0^^_Q ^^ 

paria. | 
Blaam, schuld. W. salah, ijda. @. sallah iMimj)?^ 

Blaar, bldn. OT. bintod. S. nidentoeng itJiiin W\ 

2' 



vGoogle 



-. 20 - 

Blaas.depisblaas, TQt-tfunpatkintjine,ari-ari.®. khiski-i Q. Q Q 

■< f j 6' ^ s vrKi)KHiniLnn!(uifiw|\ 

Blanspijp, blaasstok. ?ffl. soempitan. ®, soempitan fM(EJ|_A«5in (HIJ \ 

Blnauw. 9R. biroe. ®. paöel ngora (Ul/lJwmJiaTflx 

Blaauw (hemels-) sffi. biroe kngngi et. €. rijoek l-^ijUimnr- 

Zie ook Hemelsbiaauw. ƒ J tJ| 

Bladen van een bock. 9B. kepiona, latnbar. @. lambar IDJIMN 

CU 

Bladder, blaar, 3)1. melatoes, tepanggang. S. melentoeng ËllTl W\ 

Bladwesp. 9K. lalar gargadjoe. ®, hilët ajnoiisinn \ 

Bladzijde. 9ff. bidang, la^oer. ©. sa katja MfftmttJIN 

Blaffen, kefTen. 3B. salak, gonggoiig. ®. iigagogog. , . O «llfdaiïjfinnSfiTiiJ \ 

Blank etwortel. 9W. paljar tjoclaiig. ©. Ijoclan (KaiïUl»Ci|]\ 

^\a7i:n, Booals op een instrument. OT. tijoep, fiocp. 'S. tijocp, , . OSïl HUIIUIII^ 

Blazen, waaijen. 'SfS, amboes, tijoep, S. tijocp lElKUlJllUinx 

Bleek, flets. 5ffi. poetjat. ®, pijas aJHAjl[M|\ 

Blcin: aie Blaar. 

h\es( een paard meteene witte plek aan het hofi f d). Wi. koedaber-i/ 

Blijde, verheugd. ISl. soeka,fioekaati. @. atoh,soeka. . . (Un ijOl 3f Mkii[iai \ 

Blijmoedig. W. soekaati, @, ngënali angcn 0!KJ_!iUin iQKin \ 

Bliksem. ?M, kilap.kilat ©. gelap (ïïiimtfUll \ 

Bümbing (eene vrucht). ÏK. blimfcing, bclimbing. ©. tjiilinljiiig. . M iiTU (KI x 
Blinde, een blinde. Ti. orangboeta. @, djalmapectjak. iKTTlli an (UliKJlfffffijN 
BHndbeid. 5R. boeta-an. ®, meram tenn 



Blinken, glinsteren, W. kilau,kil,ap. @. gilap HTüTflJKUjIX 

Bloed. 501. darah. ®. gettih nmoif\ 

O, Q 

o 



Blocdaftappen, aderlaten. OT, bcr darah. @. dr bndoogetlib, 001 [isïl (KI OiTn'tólt J\ 



vGoogle 



— 21 ~ 
Bloedbad: aie RloürJei'ij. 
Bloedhoest. 501 balokduriih. ©. hatoyk gcttih .OKiSïjSïiCTj'N 

Bloedioop: sie Roodcloop. 
Bloedvaten: 3(e Aderen. 

Bloedzuiger. 50). lintall. @. leeiitah ïHruHK)y\ 

Btoeij en, bloesemen, TO. toeiias, ber boeiiga. ©. sJioeDg'aii. ... , ikin,'JüK1il \ 

Bloemen. SB. kanibaiig, boenga. ê. keinbang iKïl ÏJI \ 

• Bloesem. ÜH. maijang, S. majaiig , , . IBUrS \ 

Bloesemen : sie Bloeijcn. 
Bloot: zie Naakt. 

Boei, kluister, 5K. rantej, pasocng. ®. rantee TliBini\ 

Boejjcn (hand-). SOI. rantej taiigan. S. tambaloeug flïin Eirü \ 

Boeijen (voet-). 3R. rantej kaki. S. rantee soekoe Tl m WfJ^lifCm \ 

Boeijcn, kluisteren : zie Kluisteren. 

Bock. 3)1. kitab, ©, kitab (Kï| (BUI 031 j| N 

Boekbinden. SW. mciig'oebongkitab. @. ngapoctkitah. . . CliUI asil oumjj \ 

Boekvcrkooperffliorangberdjoewal kitab. ®.djal-^^Q 

inadagimg kitab. f Q Z\ 

Boer, landman. 5!R, ra-uyat, orangdoeson. ®. rahayat TH tUïl lUul asm ,1 x 

Boersch, lomp, SJI. ga mam, adat kas ar, ®, adatdocsoen. . . aJï^^Ll|^li^n(k^^Kl|j \ 

Boete, in de boete slaan. 3Jt. dinda, denda. ®. dengda (iJlilJt\ 

Boezem, borst 3)!. dada,soesoe. ©, harigoe, dada mifl Til dfil \ OJI ïJi \ 

Bogchel , bult, SK. boengkoel , orang \ 



Mgcne , Bult. a. hocngkoc , orang 1 -(„,„, , „d|,„.d„^ 

bongkok. S. bong kok, bong tong. ƒ 1 I Jl | | 

Aogtig: sie Krom. 

Bok. as, kambing djantan. ê. embee. — Zie ook Ilain (Dln «i (ïji \ 

(ui 

Bolrond. 2n. bengkoeng. @. pelengkoeng Cl hSku \ 

Bolster, 9S. koeliet, koelitboewah. @, kwiit «in nnn Bïl n n 

Bondgcnootscbnp. 5Bi. banlocwan. £. buulocwaii oiW10K)f|\ 

^3 <J\ 



vGoogle 



— 22 — 

Boodschap. 9)J, kasoeroeh'an. ©. piwaraiig (UUUlTIN 

Boodschaplooper, Tl. socroeh'an, penjocroeh. ©. piwarang'aii.Ul O Tl (Cl (KI [1 \ 

Boog; ste Schietboog, 

Boc^schuttcr. ÏÏH. pcoianah. S. pamanuh 1U|IEJ1(K^!^ 

BootnJjlad, waarop de Indianen schi-ijvcu, Iffl. *''"'" ^'•"'■"'■1 [ti] uin dl (KI a (Hl \ 

@. daöcn lontar. f J {^K 'i^ 
Boomen. 3S. poehon,pohn. @. tangJtal QSïUHin iiait | \ 

Boomsap,suguëer. Ti. ayer poehoii, aycr pohu, toewak. ©. loewak. (Etl UI ïtïl | ^ 

Boomwol. Sffi. kapok. S. kapok raiidoc !HTH)nj)2iKnitl\ 

Boon, boonen. ISl. kaljang. @. katjang Mïlü^ > 

Boor, een boor. SK. peiig-girik. @. djerëh dSïJiïx 

Boord: ste Rand. 
Boos : zie Kwitad. 

Boosdoener. ?W. uraiie; nicmboewat diuhat.i „„ .,,„,„ ..„,-,« .r.n ».-^> 

e. djaJina kalakoewan-gorreong. 10 ^ l""'' I 
Boot:3JeSchuit, 
Borax. 5)!. patari, tiiigkal. ©. pidjer aj|(ts\ 

Bord, schotel. !Di. pirieng, pinggan. @. piriiig nJlTI\ 

Borduren, 501. soelam, inenjoelam. ©. njoelani Oll imi (tl n \ 

Borduurraam. !DÏ. pabidaiigan. @. pabidangan aJiamMCHHlil \ 

Boren, een gat boren. 3R. gerek,girik. ©. rarik TnTniKïl|\ 

O/ 
Borg. as, jangaiiter,pengakoe, ©. noenganlër, . , iKlflTifttlN 

Borst, borsten. 211. soesoe, inang, <B, soesoe, ïnaiig 'M'H^ H/tum"^ 

Borst, boezem; lie Boezem. 

Borstel; ste Schuijer, 

Borstrok. 3B, koetang. @. koetang (Ktiosrix 

Q 
n f ajïi "m w ^ 

Borstels van een varken, SM. boeloebabi, @. bocloe bedoel. (iTïl 

Bos, schoof; ste Schoof. 

Bosch, witdeniis. 9M. orlan, hoetan. S, lëwciig ^iLil \ 



rstpijn. 50!. sakiet dada. ©. njerih harigoe Cïlinn ! ftJH "S 0-11 



. (irïi (ifui (oi O «Til n \ 



vGoogle 



— 23 — 

Boschmcnsch. ïlï. oraHgoRtaTi, ©. a-oRl, atil (tJïi«jnLimi,i| \ 

Bot: sie Stomp, niet schci-p. 

Bot,i1om. 551. LoJo. ®. I>iko Iim(nim3\ 

Boter. 9!K. mantega. €\ maiiteega ieH O Ml (ïil \ 

Botjiiuil : zie Weetniet. 

Botterik, dommerik. 3B. bcbiil, babal. S. Mot ictict aaiil] ■> 

BoTcn. 3B. atas, diatas. S. ]oehoer,(li iMlmer mJ]m> fÏJmJldJii ^ 

Bovenmate. 501. tcrlaioe, (£. tëliitig ™snui:i\ 

W. baris di at;i,s. S. Iiiiris di Inchoer lOI T| lU m m \ 



Boveiistreep. 50f. baris di at;i,s. S. biiris di Inchoer IOIT|iOmm\ 

B,,.r,.i.H„p»h. "^-^ 

BifiJik ; aie Onbebouwd. 

Braakmiddel. 5OT. ocbat moeritah. ©. oebaroetah (im arïl fuïl Kd ? \ 

Br.d.„,„...n.^.p™,,„.„„„,„.a„«™ Sgep 

Brak, brakkic. ff!, aiilah, rasa earam. @. niita (Uil Ml \ 

" " (ISl, 

Brak,ziltig: sic Zillig. 

Eraken, spuwen, ÏH, moentah. ®. octah (imosTJiJx 

Branden, verbranden. 9K, biikkar, liangos. @. belëm iCïirn 011 \ 

Brandhout. ÏK, kajoe hakkar, kajoe api. @. soeloeh (M(ian)"i 

Brandig : zie Vurig. 

lJrando]ie,lanipo1ie, 2f, ininjak passang. @. miniaki Q 

Brmdstichter W. orang oq,al apic. ®- Jj»!"» "g-1 « „, „ orriS ö ^ 

hoeroeimah, f Cl J J' 1 

Breed. ffl. leehar, loewas, ®. roebak ^lanl(^alll^ 

Breedte. ÏW. leehar-an. ®. roebakua -noi(KlJl\ 

Breeuwen: sie Kale/a te reu. 

Breken, in stukken breken. ®(. petjah, pitjah. ©. pépÉ.s njliUiMilV 

Breken, knappen : sie Knappen. 

Brengen. 9M. bawa.iiiem-hawa. <3. niawa lEll^JlX 

Bricl'. W<. soerat. ©. seiral !M"ïl'l^il\ 

Bloeden : sie liroeijen. 



vGoogle 



UMmm \ 



— 24 — 

liroedcio/ïusLer. 5R. soedara. ©. doel oer, sndee-i / 

Broeder, m. soedara laki] / q o 

laki, ©. doeloer laUki,(iJ|ii'ti]jru(imi(Kiri\(kiin«JimTjn9aij|oannoi|^ 

südecrcfk pamegat. \-^ -^ ' ^ ' 

Brocder{oudcr},aR. abang laki laki. @. kakang, kntjël,. WlllldiMïU|iKt(Kin| \ 

Broeder (jonger). W. adie laki laki. @. ayi, adi mtri dJLTi. OiH O \ 

Broeijen, broeden, ffl. meiig'arani. S. iijilëniglëni IOII|(q,q,'E-1|| ^ 

Broek. 5)). tialaiia, serawal. @. serwaal.sa-lO/ 

roengtjagak. f J| ^^ j| 

Brok: sie Stuk. 
Brommen : zie Knorren. 
Bron,fontcin. 9». mata aijer. ©. ^ocmber'an,. ^^'^ ^ 

hoeloctjai. ( J^CCI Jl ;]* J 

Bron, wel : Ji.'e Wel. 

Brood. SW. roti, rooti. @. roti «iTiaiGfix 

Broodbakker: ste Bakker. 

Broodboom, OT. poehon soekocn. @. tangkal sockoen, , osïl «naad -^ÏCÏJ afl Ij \ 

Bros,broos. 'm. rapoeh. ®. rapoeli TnfLnf\ 

Brug. 5)?. diainbalan. ©. djambataii, sasak. . . . UK Bi flSïl (KI H MWI UJl (Kïl R \ 

■^ j ' ai 1151, 4 a 

Bruid. m. panganteen parampoean. ®. P"»S«"-i ^ ^^„^^ „^^^^ 

leeng aweewee. ƒ I "^ I I 

Bruidcgon. M. p.„g,„tee„ l.ti laki. 6. P'-S-nte^'Sl „„.IMIlJiraMiN 

ialaki. f [ 115U, 

Bruikbaar: ate Nuttig. 
BmloK. 5». j>n.»"n, pe«t. or.„6 k.wim.1^^ ^^^ ° 

@. rarammee-ankawiiman. f ( ""^ G 4 

Bruin. 5)?. -wocngoe, merah toewa.®.woeng-> ^- , Si..,-,.ri,-,««„n,r.n%, 

oe, bërem koUot. O^ "^ |*^^ ( J 

Bruinachtig : aie Getaand. 
Bruineren, polijst/^n. 501. oopam. @. g^beg.di sang-i O^O ^ Q^ Q.^ 

Img- f cJ| «U 

Buflel. 5)?. karbo,karbau. @. moending IEJ11KI\ 

BufFclskar. "SSi. pedati. @. padati (UKlJlïSïlx 

Buigen, iets krombuigen. 3ff. moleiigkong , membantok. ©. "i^"! S'nJi |^ , 
longkoeng. \ ^^ 

Buigen, lich buigen. OT. toendoek. e. toengkod l (Klfl Mn «ui [l \ 

Zie ook Nedcrbuigen. f J/ J^ tJI 



iiigiaam, Iccnig. 5ffi. leinas. (5, leles. — ZieookT:i.< 



stedbyGoogle 



— 25 — 

Biiik, Sm. proet,prut. @. bÊltÈiigjlamboet oi lól \ onjl lEA (SU tl v 

Buikloop. 3)1. hoe-ajig boe-ang ajer. ®. moeroes (tll'ïlliai|% 

Buikpijn. 5K, sakit proet. @. njerih bette iig (oninfnCTBinN 

Buikïulyci'ïiig: ste OiitlastiniddeL 

Buit, buitinakeii. SER. rampas'an, reboet-an. S. djarah'aii. . o^TfliiUïl KIJ "* 

Buiten, daarbuiten. Ti. loewar, di lotwar. S. dilocwar ilJiiMldl\ 

Buiten, naarbuitcn. 3K. kalocwar. @. ka loewar (KïlMuiOx 

Bnitcngaan: Me Uitgaan. 

Buitensporig: iie Ongerijmd. 

Builemporigheid. ffl. liw^t patoet. @. üwat ti, ^^^Q ^-^ ^ 

oekocr'an. ( ^ ^ _J tJ\ 
Bukken, neèrbukken. Wt. toendock. ©. toengkoel osiri mi lOJl | ■>. 

Bul: 2ie Stier. 
Bulken: eieloeijen. 
Bult:3teBogcbel. 

Bultig, gebogcheld. SU. boengkoe- 1 
' an, boengkok'an. ©. dadangkok- 1 IIJI «Ji d] (Kïl 3 ICT Ml | \ ïj (rfl 3 dl IKÏI 3 «OHj > 
an,bongkok. ) ' , ' l l 

Bundel: «te Pak. 
Bunsing. ÏR. moesaug, tanggaloeng. ®. tanggaloeng raiOIüinAN 

Buskruid. ÜM. oebatbedil. @. obatbcdU mimaoi «lllJlflmi| \ 

Buur, buren. a». tatangga, oraiig tetangga. @. batoer «». ^i ™ wo Si> 

pipir. { J ^ 

Buurt. 501, tetangga, kampong, S. leniboer Hm^ 

c. 

o/ 

Cel, kamertje. Wt. pertapa-an. ©. pertapa-an iUIKlliU(UinMl|\ 

Chits: iieSits. 

Christus. ÏW. nabi isa. gj. nabbi isa «lOlOiaJtX 

Cijfer; «eNommer, 
Cijferen; ai'e Rekenen, 
Cijferkunst: «e Rekenkunst. 



Cijther, guitar. SB. keljapi. S. katjapi. . 



. . (K1U(MIU\ 



vGoogle 



Citroen. ÏW. djeroek assam. ©. djeroek luipis » O Q Q 

2« .«« Limoen. ' ^ |<KTJi™^W|n 

Citroensap. Wi. ayer djeroek. ©. tji djeroek. [Zieook Limociis;ip). aJi iK IT Kïl 3 x 



Daad, verrigting, !0I. kakkoe-aii, boewat-an. S. kalakoe-iin. ftOl «UIMIl O «Clil \ 
Daar. SR. saiia, sitoe,djsana. ©, di dinja fl-ilffJl 



D. 

1. S. kalakoe-iin. ftOl «UI MI] O 

Daar is niet aan gelegen. SW. tida meng'apa. S. mokaha.. . . m BI 3 iKBI aill \ 

Daarmede. ïf. dengan itoe. S. djÈng ectla iè;i(lfljiiiaail\ 

Daarna, dan. SD!- kamoediaii, koemdian. @. sa angeëskilocl „ ' Ü 

Zte oo« Vervolgens. ( HÏ, 1 

Daiiroin, derhalve. 9R. tegal itoe, tagal itoe. S. s^wab eetta. lï^TUIin Oi -JTl CCTI \ 

Daarop. -W. a tas itoe. ©. tina eetta < O 

n ■. m. j - I -.. ffl: .- .i l«SïI1>'l(l|iUllia5in> 

Daaruit. 9R. den pada jtoe. ©. tma eetta f ^1 

Dadelboom; si« Palmict. 

Dadelijk: ste Aanstonds. ' 

Dader, uitvoerder. SK. dalaiig, pem boewat. @. dalaug UliirUN 

Dag, een dag. 9)1. hari, sa hari. @. sa powec !kiiïl(Ul3ino> 

Daeeliiksch. 3B. tiaptiap hari, sari sari. 'S. oonReali •. „„„,-.. 

powee. ' ^ I I 

Dag des oordeels. SO?. harikiamat. 6. kiaiii.i! (Kïl lUUi t)l iBm |] \ 

Dagteekening. 501. riwasa,diwasa. @. taiiggaijjowee. ^ Tfm onomi-jlinnaJI \ 

Dagvaarding. SK. soerat titah. ®. serrat ondang. . . . WTTl m «Sïl -Jïl 3 *^ \ 

( CJ 

Dakpannen: aie Pan. 
Dalen ; zie Zakken. 
Dam, dijk. as. bandoeng'a.., pe.nalang, S. tam-. ^1 «ïi M) 1 -v CT tó ü (KI || N 

bakan.bandoeng'aii. f aV^L, J| Q ü\ 

Dammen, damspclen. 3)!. mainapietapiet'an, 6. niaiii tjatocr.iBliUII (HUSii \ 

Damp, wasem. OT. oew^.p, hawap @. ii"li'«oen,l o 

soe-oeb.- Zie ooA Smook en Walm. f ) J\ J J U( 

Dampig: «*e Vochtig. 
Dan: a.*e Daarna. 
Dankbaarheid. 50!- balas'an Iwedi. @. kannelioenkên. . . (Kïl Klliln (fil W| S 

Hostedby Google 



— 27 — 

. 9K. tiindak, )jala,menan. ©. ngigel [ütïlfi«: 



D.ipper,moedig, manhaftig. Tl. Larani, braiii. ©. wani,tënëiig.l ü O Qv 

ZieookStout. j.OgMlSI!ig\ 
Dapperheid, fö?. barani-an, ka-Lraiiian. @. loedënean, . , .1 ^i^ 

Darm, darmen, fflï. proetaii, lali proet. @. pédjit lUl UK (Kïl n \ 

Dartel: «eDcrtcl. 

Diiniiworm. 5C;. kriiiii, @. kremmi 



™iH\ 



Dauw. Tl. oeinbocii, asep emboen. @. iboen arm Ol HO n \ 

Dauwdroppel. 5K. cniboen sa tiliek. 6. iboen sa tjclak. tUïi (isï) (KI ^(Wi «IJl aoil \ 

Dauwworm, ÜK. dampa. @. dainpa Mö-Jl'v 

Dfiïid (de profeet). Sffi. nabt dawoed. ©. nabbidaoed. . . (KI azil W) lUï) M i] \ 
December. ïOI. moeloed, rabial'awal. ®. moelocd tljiïiii lL;l||^ 

Jkeg, zooaU brooddeeg. W. ragee,ragi. @. kadoiman, . , BOl ï] HJ1!M1IH1I|\ 

Deolcii: 3t'e Verdeelen. 

Deeünff, vcrdeelinff. SD!. bagian, bhaeiaii.1 Q 

@. doe-oemai., bagian. (J JO'-^i ^l 

Deernis, modelijden. SP!, kassih'an, saiianc. fe- ka-i 

. . , > j o ImnnfmdMCTraiflJiiiJN 

roenja,iija-ah. / ji cf I \ 

Deernis hebben: si'e Mededoogen. 
Deftig, voornaam. 9K. moelia. @. moelija (Ei1HflJ)||\ 

Legen. 9ÏI. pcdaiig. S. pedang lUIM'v 

Delven : sie Graven. 

Denken, overwegen. Wl. pikier, mengira. @. plkir MiHïl\ 

Derde, ÜK. ka tiga. ©. katiloe amoïïi.inJlN 

,Derde gedeelte. S». sapertiga. @, sapcrtiloe fUr fül KVHUI \ 

Derhalve, daarom. Wl. Icgal itoe, sabab itoe. ©. sawabi 

eetta. f 1 

Dertel, wellustig. Sffi. djenaka, gattal. ©. ranjeedan. . . . TH «1 KMI ([JliH)!| \ 

Dertien. SK. tiga bias. @. tilocwelaas asïmaJliUianjlQJlll \ 

Dertig. 9R. tiga poel och. @. ti loc poel och «Sfl -Kil) o imi » -v 



vGoogle 



Derwaarts. ÜB. kasi 



. kaditoe '. imilMiB 



Deugd, deugdzaam. SEt. baikkan, benar. ®. ka-hadee-an. (HTTion «1 WliUlf|iK1|| \ 
Deugniet : sie Schavuit. 

Beur. at. piento, pinto. ©. panto aJl«[(Kl3\ 

Dewijl: 3»e Wijl. 

Deze,dit. m. ini. @. ijëh [Ulll(lA.n!\ 

Diamant, juweel. ^. batoeintan. @. batoe inten. . . . Ol (iSïl (un Wl W 11 \ 
Dichtkunst. SU. ilmoesjar. ©. eelmoegoeritan. . . . ijtunamioniiTtasill Kin \ 

Die, dat. SB. itoe. ©. eetta m(miiSïl> 

Dief. 9)1. malieng, pentjoeri. ©. maling (EJinruiN 

Diel'stal. 5fft. pentjoerian. pamaling'an «JltniimiClW||> 

Dienaar, bediende 9)1. hambaumba. ©. abdi. — Zie ott* Knecht. . . lumoriN 

CJ 

Dienst, bed.en.ng. _5ffi pekardja-Rn , pe-1 ^^O^ «^UlKl|1^0ïl»OÏOM1^ 

giing'an. @. tjctjekel'an, njangling'an.f OO, J( J\ 

Dienstig: aie Noodig. 
Dienstmaagd; aie Meid. 
Diep. OT. dalain. 6. djero te;m-ïl3\ 

Dier.dleren. ÏW. tinatang. @. sato aJnl«sina\ 

Diéi-baar: »ie Waard. 

Biereml™, .on-.cirU. SU. ««".po»'» l»..l™e-i „™ « .„^rt N 

ë. pakoempoel'an bmtang. ' ^ ^ "l-,CCtKL, 
Dieverij: ate Rooverij. 
Digt, digt lijn. SW. toetoep, rapat. 6. toeroep (Eïl^^^Uj|^ 

Digt,digtbijeen. m. dekat,krap,lebat. ®. krap («^(U|\ 

Digterbij komen: «e Naderen. 
Digtmaken: «e Sluiten. 

Dij,dije. 5R, paha. @. pingping (UQJlx 

Dijk: BteDam. 

Dik,erof. Ut. tahal,kasar. @. kandel (KTI «fl'injll \ 

. CJ 4 

Dik wordon : aie Stremmen. 

Dikwijls. 5W. banjakkalijserecng. @. iniiidciig (tlUKlN 



vGoogle 



— 29 — 

Dingsdag. OT. salasa, hari doew;.. ©. sahsa .- (kSiimiiW|\ 

Dit: aieDezc. 

Dobbelaar, speler. W. oranffpatoppan.pendjoedi.l „. « ™.„», ,,^, 

e. djalma patoppnii. f O l '-'l 

Dobbelen. SB. raain dadoe. ®, tnain dadoe lEimiKION 

Dobbelsteenen. 5ff. dadoe. ©. dadoe iUto\ 

Doch: are Maar. 

Dochter. M. anak per'ampoean. ]fUII IKJ, MH Jïlïj O BI UI \ (Ul((OT «] (Uin (o^ % 
®. anak aweewee, poctra ecstri, );-vt§ I I --^ l 



Jijajininfu 



Doek, zakdoek: ste Zakdoek, 

Doen, iets verrigten. 5W. berboewat. @. ngadamel Ino^iniir 

2te ooi Handelene» Maken. f cJ\ 

Dog,grootclion<). üff. anjingbesar. &. anjinggodre. . . . (Uïl iKJJj lïin fl] «Jl 

Dojer; sf'e Eijcrdojer. 

Dol,dolheïd. W. kakl',gendang,lakoeoranfi» ^^^ .. 

gila. @. eedan, djalma boeroeng. f [ ii\ O _^ -* 

Dolheid : ai e Uitzinnig]) e id. 
Dolhuis: sie Gekkenhuis, 
Dolk: sVePook. 

Dom : zie Bot, Onvernuftig ew Plomp. 
Domkop: *ie Botterik. 
Dommerik, domoor. Tl. babal, kfgoeh. ©. belet &] 



Donder. 3ff, goentoer, gocroeh, ®. goegoer ._ cnnddlN 

Donderdag. 3JÏ. kamies, hari kcmies. @. keniïs MtliEJKMIlN 

Dondersteen. Sffi, gigi goentoer. @. hoentoegelap OJin (Hl ofni (tUi (U [1 \ 

Donker, duister. 9Jï. kelam, gelap. ®. poweek anoJlllllÜliKlFIIX 

Donkerheid: «te Duisternis. 

Dood{de). W). kamati-an. 3, kapaëeh-han KIKUl Wmmf IflKKlll \ 

Dood, overleden. 501. mcnineeal, mati.) fX 

©. pa-eeh,ninggal,poepoes. f | 1 tJ\ J J ü\ 
Doodcl ijk, gevaarlijk. 3R. sabar, pajah. S. payah (Ulil*Ji)\ 

Dooden. 9K. memboenoeh, mati-kan.l ,, Q „.„. ,,,„ „ 

S. ™ih»,ma-.el,-ha„. f HM pKlj|N B.|™ pK^N 

Oo^iklerf. ». k.p.a, k,ji„ k.fa„. S. p,™oeng., . ^ ^ 

koeianocpa-eeh. ! Jj J [ \ 



dby Google 



Dood ligchaam, een lijk. 501. inajiet,baiigkej^ ©. mayid OlSo|N 

DooiUIag: eie Moord. 

Doof. Ti. tocli, @. torreek mnsïl3iï]THKii[|.\ 

Doofheid. 3K. toelian. ®. torrcek'an m KI 3 ïj Tl (KIIIKI n \ 

Doopdochter. tSl. anak sarani per'am- 1 

poean. @. aiink poepoeloeng'aii imtKlimn-JlilJtim 0(Kl.Jïimo«|0 \ 

Door van een ei ; «c Eijerdojer. 

Doordien. 5W. dcri pada itoc. ©. tinaeetta aan»!] «lafïliCTi \ 

Door, doorheen. ïOï, toeroes, troes. ®. parat unn[ISinj\ 

Doorgaans: 3fe Gedurig. 
Doorgesneden: zte Afgesneden. 
Doorluchtig: sieG/oot. 

Doorn, doornen. ÜJI. doeri. @. tjoctjock IWI (Wj fltlfl [| \ 

Doorschijnend. 9)f. trangtrocs. ê. tja-ane parat i 

Zie ooA Klaar. f Jl 

Doorslikken: s»e Slikten, 

Doorsnijden. SU!, potong troes. ^. keiëtpegat Küi fUliMI~infVHSini| \ 

Doorsteken, doors toeten. SB, tikam. @. tëwëk. (Zie ouf Steken). Öl (Ui [Kil 11 N 

Doorwaadbaar. ÜS, parong, jang tiada dalam. S. parneiig. . 

Zie ook Waadbaar. 
Doorwaden; iie Waden. 

Doonijgen, uitdrukken. Tt. tapies. @. saring iWlTix 

Doos, doosje. 39. selepa, salepa. S. tjepoek HJ|HJ|IKïll| \ 

Dorp. 311. kampong, doesoen. @. lemhoer, doekoe 0(EiiMi:niK» \ ■ 

Dorst. SOt. awoes , hawoes. @. haiabhab iunïUTmin(Kll[|N 

Dorstig, Tl. ber-hawoes. @. haiabhab [UinttUianri-jl[iOli||\ 

Draad : AiV Garen. 

Draagstoel (koninklijke) : zi« Koninklijke. 

Draaijen, oradraaijen. Tl. halJek. @. halik, (^leoo^ Wenden), onnfuidfrij] \ 



JU-JN 



IMIjjN 



Jhaaijen, sooah r^ een draaibank. Tl. poetar. S. boeboet. . . 

Draaikolk. Tl. aijerpoesar. 6. Iwedjaltjai t oi ik nu (mn % 

Z.> ooi Maalstroom. (J' (J^ 



vGoogle 



— 31 — 

Drabbig, onklaar. OT. kroeh, boctak. ©. kiroeh (HI^^^F^ 

Dragen, aanhebben. ÏDI. pakej, memakej. S. iiganggo (Ö(nn!(lï\ 

Dragen, iets aan een' stok dragen. ÜM. pikoel. @, nanggoeng *ftnnft\ 

Dragen, opdeiischouclerdrageTi. 9)!. ocsoeng, oesoiig. ®. paiig-1 ■■ 

gooi. — Zie ook Op schouder dragen . f J tJI 

Driinkeit, zooala wijn, bier enz. ?51. muioeni'an.i Q Cl 

©. niocminoem'an. f ) JO^i 

Drek, vuilnis, 3R. ioempoer, kotlor. S. balah a::ri'ifui?\ 

Drek, stront; sie Stiont. 

Drie. SK. tiga. ©. tiloe ^£lnï^Jl^ 

Driehonderd : at'e Honderd. 

DricvicrdedccJcn. 3B. tiga per ampat. @. tilocprapat. . (Kin 1111 iU IJl nSïl| \ 

Driftig: ste Oploopend. 
Drijfsteen : zie Puimsteen. 

Drijven, ophctwaterdi-ijveii.. 5JI. hanjoet, anjoc-t. ë. paJit. . . (UI ofUl (iSïl (1 \ 

. O Q 



Drinkbaar. ïïfi. jang boclih di minoem. S. anoel ,„„„Sï„a .-^«Bi.n ,,.. 
benangdiiigniocm. f J ^J- J ^4 

Drinken. 511. minoem. ®. nginoem, ngalë-ët. . . üiKliEil[|N OClÖllilSï|[| \ 

Drinkglas, 3S, gelas minoem, piala. @. loemoer (ïUlïJj\ 

Droefgeestig. 59Ï. rin doe, moe rong. @. ninéng, kangeh. . . lKlm^^KïlCl?^ 
Droefheid. ^. sedi, ka-doeka-an. ®. ke-ëng OÏÏliUiflN 

Droefheid ki^emng5)ï.socsahati,soekar'an.®.ka,soekar'an../.^^ 
Zie ooi Bouw. f J M 

Droevig, bedroefd. 9K. soesah, doeka. ©. soesah,doeka. , 1 ((juji i-, ojffi \ 
Zf'e ooA Weemoedig. \ } \ Jl 

Dronkaard. SR. pemabokkan. S. pangwërëhan (UiiunJlïttJiniKin \ 

Dronken. 1W. mabokh. ®. wërëh (UlMf\ 

Dronkenschap. 2K. mabokkan, pe-mabok-an. ©. -wërëhan. utt-ll ?iuin Mijl "v 
Dronkenmaken. 501. ntemabokki. ®. ngawërëhkën. . . . inblfUI?iiïïl WIN 

Droog. SW. kring.kcring, ©. toch oer, sa-at nsm IJUJ n (kl im en 1 % 

Droogen, luchten. SK. djoemoer. @. poweeken m lUl 3 ai (UliKin W j| > 



vGoogle 



~ 32 — 

Droogmaken. 5K. keiingkan,bek.ienkriiig. ®. toehocrkën. . Ol lm atm (KI n \ 

Droogcvisch, Ti. ikandjoemoer,ikan kring. ©. iaöck toe hoer. oa/l fllIJ KïHUïl \ 

Droom(cen). 9B. nimpi, mimpi. ®. ngimpi Cl(ai~Jl\ 

Droomen. SS, bemimpt. @. nimpi (Kl[tn_Ji\ 

Drop, druppel. ÏDÏ. titiek. @. tjaktjelak (Wi Kin (imi iKïi fl > 

(> cj| 
Brosser, weglooper. 3)1. palarian. @. paminggatan. . . . lUi iLlinn 15ÏHH1 II > 

/ 
Druiven. SW. bocwah anggoor. @, boewah anggocr [OJ (Cl ? (Uifi !["Ï1 \ 

Drukken, kneedeii : ate Kneedeii. 

Drukken, neerdrukken. 3)1. takan, tiendies. @. të-el Hsn (Lüli .laJl I] \ 

Druppel: sieDj-op. 
Druppelen : lie Afdruipen. 

Dubbel. 3)ï. doewa lapies, docwa kali. @, doewa lapis. . o o ifUl OJIOJI [1 ^ 
Dubbeltje (nieuw). ÏDt. sawang baroe. S. sa baroe WnnmiN 

Dubbeltje (oud), ÜK. sawang. @, sa wang (kllÖ\ 

Dubbelzinnig, raadzelachtig. 3)1. katadengani / j^^.,^ 

doewaartinja, arti doewa. @. kasa-oe^^•tn'IKIl Wlm^fl(H^O(UlllaI «04"* 
djëng doewakarcpna. J - tsi >) q 

Duf; «e Muf. 

Duidelijk, klaarblijkeliik. 551. niata, tantoe, teranff.i O ,, „ , 

■v5. niata,poegoen. j ^ Jl 

Duif. 50!. boerong darah, merpati. S. manock djapati. . . . (Eli (KI (Kï| OJl Oi n 

Duiken, in het water duiken. 55!. seliatn, seloeloep. @. tëlëm. . . (ü,T!i'n tJI| \ 

Daiket [water vogel). SU, blibies. @, walilis Oiïlll(imi*Jl(| n 

Duim. 5K, iboetangan. S. indoeng lengen (Ull.'Hl'd (tüdfll N 



Jhiim[eeieremaat). 5W. sadiem, djari, B. sa dim [M(^j|Eill^ 

Duislernis, donkerheid, m. gelap, kelam, S. poweek, . . «1 O ï (Ij O fltin (1 \ 

Duit(een). Tl. sa doewit. ®. sa doewit WO.Ul Knil \ 

"1-o!'rir'"' ^' '^''"' ''^*™' '*''''""■ ^" ''"'" j «l^' CT (mj ^ K -3 ^1 ^ 



vGoogle 



nipies, tipics. ©. ipis tLnnM(M||N 



— 33 — 
Duivclsdrek. 9B, hieng'goe/ingoe. ©. inggoe Uinonnv 

Duizelig : sie Suizellg. 

Duizeligheid, ijlhooftJigheid. 2?. poesieiig kajiala. i£. toc-j Q a. 

djoe koerüjng. I ^ !5 ^ 

Duizend. ?iS. sariboc. ©. sariwoe (KljTniUl^ 

Duizendbecn. SH. lipaii.tjabaii, kaki sariboc. S.tabbaka-oer.l „ / 

a...iiHiUioe„poot. lararaujN 

Duizendmaal. ÏÏH. sariboekali. S. sariwoekali (KD Tl O aflrr nnj \ 

Dukaat. ISi. satoedockat. ©. sadoekat (lJ|OKrnïin|]\ 

Dukaton. 50!. kcton. ©. ketton !Kr|fflrisin3[Kl[|"v 

Dulden, verdragen. 3JJ. bijar, tahan. ©. iiigkën OJUlKiniKlIjX 

ai 

Dun, tenger, rank. Sffl. lemah, lemboet. ©. ipis.KQQ^,, ^^ tX 

raramping. — Zte ook Mager. f J 

Dus; sie Zoo. 

Duur. Tt. mahal, laraiig. S, larang, varaiig (injnn\"mjn\ 

Duurzaam, \an langen duur. !0i. kakaijtidaticr-poetocs'an, S. '^"S'1 nnn^v 

Duwen, voortschuiveii. 97t. toelak. ©, socroeng (Mit^ 

Duwen, stooten: jsie Stooteii. 
Dwaas : xie Gek en Mal. 

Z)e opA Gekheid en Zotheid. f | J[ 

Dwang. na. paksa. ©. paksa aJHKin~'it\ 

BwarMnd m po^r'an ■"gi».! ^^^ g„, ^ ^ g„ j„,.^ 
to, bocdjal angm, angin pocjoeh, f J cJ[ _^ \ 

Dwars, o-verdwars. 5tR. lintang. ©. malang (EJlïU\ 

Dwerg, m orangiateh. @. djalma tjabol (KamnkT ïjOl aïui| \ 

Dwingen, noodzaken. 3JI. paksa, di paksa. ©. di paksa IM OJl WW -!lk\ 



E. 

), ebbe, laagwater. 3B. soeroet. ©. sorotsagara. il]nJHinTn3nsn-A(imTn\ 



vGoogle 



- 34 - 

Eblien, afloopcn. 50f. socroet, bersocroct. ©. sorot «] (k(l 3 lï] TH 3 (KH n \ 

Ëbbciihout. Sffl. kajoearang. ©, kahi arang itOi lUlia;iinj''i \ 

Echo. gji. raka, balasbocnji. ©. haiidaroc OjeilHlTp 

Echtbrcekstcr : zie Overspeelster, 
Echtbreker: «i'e Overspeler, 
Echtbreuk: si'e Overspel. 
Echter: aie Niettemin. 
Echt kind laie Wettig. 

pegegat'an. f J[ asi, <j| 

Edel. 3B. bangsawan, bcrhangsa. ©. mecnak aiiH!Kl'T™[| N 

Edelgesteente. SW. permata. ©. batoe intiïn OlflSIJflJin WiKin \ 

Eed, eed doen. 5OT. soempah, bersocmpah. ©, soq>ata aj(Ui(tSBl\ 

Eed opleggen: eie Bezweren. 
Eckhorcn: zielnkhoren. 

Eelt, harde huid. 59!, koeliet kras. @. sasansffalÈn IU| (i-i'l tim orui (KI n \ 

Eén, e'éne. SK, satoe, soewatoe. S. hidji , {um (K \ 

Een en een kwart. SOï, satoe sa prapat.®, hidji sa prapat.0Jill(l^0J|((Ll(ui(l5in!|\ 
Een en een half. 37t. satoe satengah. ®. hidji satengab, , . OJïldSlknasïKinf > 
Eend, eendvogel. ÜH, bcebck, itiek. @. merih (Einn9\ 

Eendenei. 3)ï. teloor beebek, ®. endogmerih iUi(|(r]iK12arlnTn ?\ 

Eenentwintig. 931, doewa poeloch satoe. 1 Q Q a / 

„ , ° . 1 >..j-. ^-1 loo(uanjiïiuiniiK\(MfirCiiKni\ 

©. doewa poeloch hidji, sa ükoer. j J ^ ^ i J^ J^ 

Een geheele nacht, 9Jf. sanialaman. @. sa puting. , UJlÜiasiilN 

Een geheelc dag. 93ï. sasiang'an. @. sahërang [Ki|lbmn\ 

Eenigo sommis,. 5». «ta'anS b""*-! kim,„m,„i;„„^,„,^ 

©. nahaon nahaon. J 1 tw I cJl 

Eeniglijk. UB. sadja. 6. ngan iaiKl||\ 

Eenmaal. 3K. sa kali, satoe kali, ©, sa kali (K.liKïlïUl\ 

Eenoog. S8I. mata sablah. @, pcetjak m[LflOJ|iKini|\ 

Een paar: ei'e Paar. 



vGoogle 



— 35 — 

Eens, oj) een zekeroii dag. ¥DJ. saii,baranghari. ®. sakali !kl| (KÏJ orui \ 

Een tiende deel. SIB, sa per poeloeh. ©. sa doe-l Q 

oeman tma sapoeloen. f / 'jC)'<^Qj ^ ^Py 

Eentoonig: aie Gelijkluidendlieid. 

Eenzaam. 93!. soenji,langang. @. soenji 'Hl'^"^ 

Eer, achting. 9S. hormat, ormat. @, Iiorniat miuin ïlBlKHin \ 

Eerbaarheid: ate Kuischhcid. ' 

Eerbewijzen, begroeten. 5)J. lier indah, bvi ^"^'"■1 «i^r, m-jf.^^^'laTnrjrmii 
©. meeree hormat, — Zt'e ooi Achten. ) ( I I <-\ 

Ecrbcwijzing : 2ie Hulde. 
Eerder: aie Liever. 

Ecren. 50!. Lrihormat. ©. meereehormat lïj (B I] TfHï] flJlil 3 (EJl itSTl 11 \ 

Eergisteren. 501. Lalmarien dauloe. ©. pageeto nJiminfliï](Kl]a\ 



Jl ï] rinn lï] dï 
Eerlijk; zie Rcgtschapcn en Vroom. 

Eerlijkheid. SB. iman, kabenai-'an. ®. kabenar'an (KnaiKiTniKll|> 

Eemaam: a»e Eertitel. 

Eerste, eerstelijk. ïffi, mocla moela, pertama. @. awal aJïlOtKl|]\ 

Eerste, ■voorste ; 3te Voorste, 

Eerste dag der maan, 33!. sa hari boelan. S. tanggal pisan. (l5V|(l^fl(rul^BJl(K1||^ 

Eerstelijk: ste Eerste en Vooreerst. 

Eertijds. SÏB. dahoeloe kala, dauloe kala. @. baliëla nm luln «Hl \ 

Eertitel, eemaam, titel. 5ffi. galar. @. djenang Bgïj|_N 

Eetbaar. JU. boelih di makan. ©. mënang di hakan. . . (tiKKl (Ul(UïliKlllK]||\ 

Ee^arcn spij™. m. ■"*»'■", I>"«ng ■".kan-an. 1^ 

©. kadahar'an, ( ^ 

Eeuwig: zie Altoosdurond. 

.Eeuwigheid. 33!. kakal'an, ter kakal. ©. langgengan aflJiSÏÏa*n|j \ 

Effen, glad, gelijk. 9R. litjien, rata, ©, lessarg. — Zie ooi Vlak. . (n«tf|(lJi\ 

Egel. 931. landak. @. landak, dongkcc ffr[|(t£liKlj]|j Mïl (lJ|3a]iKin\ 

Egge. art. sisiertanah. ®. garoe nrïllix 

Eggen. ÜB. menjisier tanah. ®. ngagaroe 0<lfinn\ 

Ei, eijeren. 3)1. teloor, teloer.. ©. eiidog (Dln I] Ml^atmnj 



»mjx 



vGoogle 



— 36 — 
Eiboom. 5)?. kajoeraja, kajoesoemoet. @. kahisirSm. . . Kiniim(MftJliBI|] N 
Eiierdoier, doorvaneenei. ÏOÏ. koenina teloor.ï O- _ _„Q.O _ 

©. kekonnmgendog. f ( ^^ (CJ Jj 

Eijerschaal. ÏIÏ. koeliet teloor. @. tjangkaiigendog. . M ïilT min Hl iKl 3 nnn ^ \ 

Eigen, eigendom, 3JÏ. poeiija. ig, hogaj bogana. . BJiin 3nmMlliai3(iiïim \ 

Eigenwijs; «ie Waanwijs, 

Eieenzinniff, vol kuren. SU. kras kapala,auekara. S. ban-l 

taüan. f ||51,) tJ[ 
Eiland. 5?f, poeloc,poclow. ©, noesa (KJiM\ 

Einde,zooa]svaneenboek. 'St. tamat. ©. tamat (Ml BI IISTI [| \ 

Einde.cind. Tl. kasoedah'an, Ê. panganeeësiia i ,ii,'^ „ 

«...JBeduil. }«r,™y 

Eindeloos. OT. tiada poetoes'an. ©. te aya pegatna. . . Ö1 (um OJUi lui ofïi M \ 
Eindigen, eedaan maken. Tl. abies, bekicn abtes.l .O ■■O-'Q' 

te. angges, anggesken. f ij[ HO, tJ( 

Eirond, ovaal. 3)7. soes at teloor. ©. lonjod «1 ITU 3 (T (m B (Ml jl % 

Eischen: üie Vragen. 

Eiwit, 2B. poetih teloor. @, bodas cndog, . . . lnl^m3IlJllKJl~^^|*lll^^2tln^!|^ 

Eklips. SR. garahan, gerhana, ©. samagaba IKJI ïJl Oflfl HJld \ 

El,elle. 5ffi. casa, oekocv'an sa ibe. @. saello ...lkDiïj(LHi|m(imia\ 

■ { (^ 
Elefant:a»e Olifant. 
Elefandstand; zte Elpenbeen. 

Elf. aJï. sa'blas. 6. sawelaas. l}JlfcliiruinJl|j\ 

Elleboog. Tt. sikoe. S. sikoe [kliKHlN 

EUende. 31?, soekar, ka-soekar-aii. ©. soeker (kliKii!\ 

Elpenbeen. Tl. gadieng. ®. gading nmitJIN 

Emmer. 3H, timba, tahang. ©. tahang a5ï|[Uili\ 

Engborstigbeid. Tl. sesakdada. ©. meng! .SiipN 

Enecl, an. bidadhari, malaikat. ©. wida-l ,Q„,,^ a ,, ,, 

dan, mala-cekat. ƒ I cJ 

Engeland. SW. tanab inggries. @. tanShinggris flSïlKl ?(Lnn((OlilJII|\ 



Hostedby Google 



Enkel, enkla au w. ïffl. matakaki. ©, moemoeiitjaiigan. . . OiEJi tfflori Wil \ 

Enkel, enkelvoudig, 9K. salapies. g. sa lapis lKJlilinjiUlïJl[|\ 

£nook. ÏSt. lagïpooii. ©. djëngdëhi IfewiUïlv 

Erfdeel. 3K. liarla poesaka. 1 

@. banda wowarisan, banda fol(Kl(niUI3iUnn9JI -Aïfl i) MOl (Hl HJIIKII Kïl \ 
poe.al.. 1 CJ( 4 CjJ 

Erfgenaam, erven, Sffl. waries, jangber-oleh-poesaka. S. wams. (Unn'M|> 

Erfgi ft, legaat. 3?!. pesen'an. ©. telatahan EiriaailiBin »njli|(Hlj|\ 

Ergens, 5JI. ilimana mana. ®. dimanamana il3 ïJI jq tJl Kl \ 

Eris,erzijn. SK. adajang. ©. aya anoe ajïl (UUI im KI \ 

Ervaren, bcdi'c ven. 9B. ariep,pandej. ®. waspada. (Zie ooA Sliiii). OiKH—lKUl \ 

Erven: ai'e Erfgenaam. 

Erwt, erwten. SR. katjang. @. katjang iKintl-JI\ 

Eten.aff.makan,sentap. @.dahar,loewang,njatoeh. (l.iHfin\(Kï](tJl\ OïKEnf \ 

Etmaal, 24 uren. 5W. liraii, 6. sapoweesapËttJng. . IWI m oJi 2 i] O IM M KR \ 

Etter. 3M. nanah. ©. nanah "'""1(~^ 

Ettergezwel. 3)ï. bisoelnanah. ©, bisoelnanah Oia^omiMl r\ 

Even, gelijk getal. ÏW. ganap. ©. djangkap nêKTlftJlJI \ 

Evenaaar; sie Middellijn. 

Evenccn. n s.madjo.5.-.. S. ,.ro.w. ba-ee. ...'. .I^tjoct^^^ 
Zie 00* Gelijk. j ^ ( 

Evenredig. ïW. sikap,samarata. ©. sa roewa r!JiTi]0% 

Evenwel: «ie Toch. 

Ezel. 2)(. kaldcj. S. kaldce iH¥|il(iait\ 

F. 

Eakkel: sie Toorts. 

Fakkeldrager. !«. jang memikoel damar, @. «noel ^^^ -(^„(^j^ j» j^^^ 

nanggoeng obor. i J J \ I . 

Fakkellicht. SU. trangdamar. ©. tja-angobor w (UÜ ïj (Lm 3 ïj Ol a \ 



dby Google 



— 38 — 
Fart, een wind: sie Scheet. 
Februarij. ÏOI. rabijoelaüerj rabi'al-akhicr. ©. rabijoelakicr. TTl am (ISJI (imi (Km \ 

Feest, feestdag. SU. diamoean, hari radja.» o C?- O O 

®. sidekah, powee sideiah. j ' ( ( ' 

""'S""' ^' P"'"'J"'"""''J"- ®- P'-S'-^Soi janaiHMSmilN 

Fenegriek. SU. klabut, kelabut. ©. kelabèl atiil(njll£ïiaSï|F|\ 

Fijn, a». aloes, tipis. @. aloes njïi aail (UI |] \ 

Fijnhaliien: st'e Hakken. 

Fiskaal. 59t. djaksa. @. djaksa ae:mi_*\ 

FlaauWj magleloos. SJJ. lemah, letih, ©, leempcer manu ïl (E)1~J1\ 

Fiaauwte, bezie iimiiis. 9B. panaisan, kalene-cr.i ,„ -.CtV „ , Q _ 

@. kalenger, kapaihan, f O l cj| 

Flaauw worden, bezwiiken. ÏW. panKsan, kalencer.) ,^„ „,Q „,,, ,^, 

@. kapaihan. f 1 Jl 

Flambouw: we Fakkel. 

Flets: «> Bleek. 
Flikkeren: «ie Scbitteren. 

Fluim, fluimen. Tl. dahak. ®. rëhak QJl (UI) iHïl j[ % 

Fluit. 35. soelicn, bangsi, ©- eoeling wmj|\ 

Fluitje: we Pijpje. 

Fluweel. SW. kaïn soctra ber boeloe, kaïn bcldoewa, ^^'*'"^™^'1 ™(nji(o-i 

©. beloedroe. f ^Z^ 
Foei. a». tjih. ©. hih (UU f ^ 

Foeli (Amtifcry). SK. bocngapala,kambaiigpala. S. kembangl O^^^^^ 
pala. ƒ Cq 

Foltering. SDt. sangsara. S, siksa (kilKïl-A^ 

Fondament, aars. fffi. pantat, tomboi.g. ©. bocdjoer,» / ^^. ^.^^^ 

liangtai. f ^^ 

Fonkelnieuw. SO!. baroc sakali. ®. we'tëh (Ül «sin f % 

Fontein. SW. mata aijcr, pantjoer'an ajjcr. @, Ji-'^S '■j=''- 1 (irSuij)(Wiam\ 
Zte ooi Bron. f 

O 
Fontenel op het hoofd, !0ï. oeboen oeboen. @, embocn boenan, (Uin ^fliKI (KI (KI | \ 

Fornuis. W. t.inocr, dapor. ©, dapoer IU|0JI\ 



vGoogle 



- 30 — 

Fout. 9J), salah, ka-salah-an. S. salah , lKllïlfl(\ 

Fraai, helder, sooaU het teeder. W. kamaroe, trane. i 

s. h.lodo. Ji™^im.|Ui% 

Fraai, schoon : zie Mooi^ Schoon en Schilderachtig. 

Frankrijk, 231, tanah prans, @, tanëh pras (ISÏIIKI ^((UIMJ] \ 

Froïiscl: xite Rimpel. 

Fronsen, rimpels trekken. aB. karna-it, inelial asami ©. djcmc-l S^^ . 

noeng. f ^ 

Fruit: ste Vrucht, Vruchten. 
Fraiherkoopc,-. «. j.ng mejocwal bocwah. S. '>>>oa ^^ 

dagang bocwah. ] _J ^ ' 



G. 

Ga weg, pak u weg f 9?). pergi lah. S, los,hiling. . . . (narU3iM| \ QJïliaJl \ 

Gaan, heengaan. 501. laloc, pergi, ©. los.lémpang, , mnaDiUJll % (OOI-Ji \ 

Gaan, treden: sj'e Treden. 

Gaar, gekookt, 3Jf. matang, ©. assak (Ulf|3JlKll|]\ 

Gaarae, met genoegen, SH, socka, dcnean socka,! ^ ,„ „„,, „„,n_„, 

(3, rampees, soemangga. f J <JI ^ 
Gaauw, 9B, lakas, ticpat, ®, teereeh, seeki ' _ , 

Gal. ïO!. ampadoe, ©. hamperoe lUinEj|~Jl-n > 

Galblaas. 5ffi, tampat ampadoe, S. kanjoet,.^ ^ ^^^^ 

hamperoe, / CF ^l ^ 

Galerij. OT. harandah, warandiih, ®. tepas nslIllUiM[|^ 

Galg, de galg. SU. gantocngan. ©. pagantoengan lUIOiïl (hCliriMlIt \ 

Galm, geluid. 9K, bocnji, socwara. ©. sada llJna\ 

Galopperen: zie Rennen. 

Gangbare munt. ÜJI. wanglakoe. S. wang lakoc il5l ami [Kïl \ 

Gans,gan2cn, Sffi. gangsa, angsa. ©, socwaan,gangsa. . 'M UI im l \ ot'i M \ 
G.ansche: aic Geheel. 



vGoogle 



. 40 - 



Ganscheüjk, teiiceiicraale. ïffl- sakali, lielaka. @. tabeeh. . . 



Zïe 00* Geheellijk. J [ > 



Ganschelijl niet. ïïf. boekan satali. <5. haiitëpïsan. . . . lLnfl^liUllMllfl| 'x 

Gantang {aeiere maal). 3Jt. gantang. @. gantang üfïl^N 

Gapen. W. nganga. ^. tjalangap {«lïLnan«Jljj> 

Garen, draad. SUÏ. bcnang. ®. bcnang, kalindcn. . . laimMKimaJlKHKljjN 
Garnaal, garnalen. S!7f. oedang kitjiel, @. liocrang léttïk. oreiTiia asinMïl|\ 

Gast, genoodigde. SW. orang mcnoempang, orang panggil-an. l«gj,(ei^ 
e. seema. ƒ [ 

Gastheer, onthakr. M. jang mciidjamoei ^ m«]Oi3anKin-?immKI^% 
orang. ©, anoeboga feana-an. 1 J \ M 

Gasthuis zickcnUuIs. ffl. roemah sakiet.i ^^ g, ^^ ^^ O^ Oj^ 
@. imah henggon anoe gering. J 1 I ^ 

Gastereren, iemand onthalen. OT. raendjamoe. ®. karija-an. nonn UUKUïl Mijl \ 

Gastmaal. 50t. djamoc-an. ©. dahardikarija-an. (UUUnMMlinfiaJUKUin (Hljl \ 

Gat, een gat. SK. Jobang, loeLang. ©. liang la:S[UlJi\ 

2i'e ook Aars, Aarsgat e« Kuil. j 

Gayeraie Gunst. 

Gebabbel, gesnap, m ganggoc-an, pe-toctocr-an. 1 

g. oppcen'an. f ( I d ^i 

~ Q 

wmar 

Gebed, gebeden. ^. doü, sambaijang. ®. dowa (tjOaON 

Gebergte. I3i. goenong goenong. ©. goeno eng goei loeng. . . . tiTH tó cirïl iiïj \ 
Gebeten, i.p.fioor een Aonrf. ?W. digigict. S. digeegccl. (tJl in nm «Ij finri lïUl il \ 

Gebeurd. SW. djadi. ©. djadi (lg;il.ii\ 

Gebeurtenis. SK. djadian, ka-djadi-an. @. djadian tlK iUldlUUKl n \ 

Gebieden, bevelen. Sf. titah, me~marintah. @. titah osin KSïl ï ^ 

Geblaf (van een kond). ïK. salak, raeneeoneeone. 1 „ ^ 

©. ngagogog. f I I J| 

Gebod. ISt. pendjoeroe, titah. ®. parecntah loimnimj\ 

Zie ook Instelling en Wet. f [ nSL,\ 

Gebogen. 5J|. eroet, bingkok. ©. melengkong fe|Ö«jiid)a\ 

Gebogcheld: ^le Bultig. 



Gebakken. Tl. soedah di gorring. ®. ges di gorring. . . . nmiïJ KIonnaTn 



Hostedby Google 



— 41 — 

Gebonden. Tl. ikat, ter itat. S. ditêngket lUl oi ^ Ol n \ 

Geboomte. SH. poehon poebon. @. tetangkal'an asïKeilKïiiKUUKtilN 

Geboren worden. 9ff. branak, ber-anak. ©. ngadjocroo ariaCTnv 

Geborgen. Tl. tersimpen. ©. di ainpihan aJiaJïKEH-JltdJïl (Kl| \ 

Gebraden. 5M, bakar, panggang. S. bélëni ionqa|l\ 

Gebrek, on tbi-eking, Tt. koerang, ka-koerang-a n. ©. koeruiig. . . . KTlTflx 

Gebrek hebben: si'e Ontbreken. 

Gebroken. SJf. patah. S. pingges (Uiamaj||\ 

Gebruik, as. bijasa, adat. @. toetoer.adat 1™ ^N "Ji^^CTjlX 

Zie oojE Gewoonte en flut. ) ^ ^ 'Jt 

Gebrul {sooaU van een wild beegi), 3H. te-riak, tangob, g. nga-i ^ ^^ 

gero. f I 

Gedaan. 591. abies, soedah. @. anggës,beeak. . (trfi«iM(jMf|Ol[mJliKïl|\ 

Gedaan maken: «e Eindigen. 

Gedaante. SDÏ. roepa. ©. roewa, — Zie ooA Vorm ^^0^ 

Gedaante "veranderen: sie Herscheppen. 

Gedachte. OT. ingngat'an. S. ingetan (UV1Q"^M1|N 

Gedaclitenis. 3». tanda ingngat'an. ©. Undaingctan. (tsm (KI (Uïl flZi CT iKI | \ 

Gedarmtc. SW. taliproet. ©. pedjet, pëdjit Sk OSITI | MU «K flSïl | \ 

Gedeelte: Xie Aandeel. 

q/ 
Gedicht. Sï. s!ar,panton. ©. sa-ir lïJItUülN 

Gedierte. 5K. biuataiig binatang. ©.satosato IM ïj «ffl 3 M itl osn 3 N 

Gedood. ïï»). soedahdiboenoch. ©. ges di paceh'an. lïlTliïJI [Ulir|(Un!nJin Kl| \ 

Gedogen, toelaten. 3M. bijar lah begitoc, bïjar-kan. @. ing"! g^^ (,na^% 

kënbai. ƒ 6C1 

Gedragen. S». socdah dipakej. S, gcsdianggo cnniMlÜ il|inna% 

^ O q/ 

Gedraaid. 51». ter poctar. ©. di poentir lUUU^IN 

Gedrocht ; aie Monster en Wanschepsel. 

Q O 

Gedroogd, gelucht. W. berorrak. S. dipoweeken. . lU|«liU3maJlKSiatl|\ 

Gedroogde visch. ÏDJ. ikankriiig. ©. lawoek tochoer (ttUlOl^lfinv 



Hostedby Google 



_ 42 — 

Gedroogd vleesch. 2?. dinding. ©. dee-ing m(Ulftn(l\ 

Gedroomd. OT. mcnimpi, ber mimpi. ©. ngimpi (üiai^lN 

Gedrtilt. Ti. ter IjiUk. ©. di tjitak IUlMiKïirai|l \ 

Geducht, ijsselijk. 2». heibanoc. @. katjida (iaiMllJl\ 

GcdtUd, verdraageaainheid. ^. sabar tahaii. <S. sabar ikflCTN 

Geduld hebben. aK. ber sabar. @. ka sabar dSlUKJlKllN 

Geduldig: aie Lijdzaam. 

Gedurig, doorgaans. ïïft. santijasa, salamanja, @. sa lalawas. lïJl dm mui lL)l(K,n n \ 

Geëerd, vereerd. ÜR. bermoelia, ©. kamoelïja ™iinoa[jJl|l \ 

Geëindigd. Tt. tei' poetoes, socdah abies.l „ O . O 

@. parantas'an,gesangge5. ƒ "SI, j| j[ 

Geel. aff, koning, koenieng. @. konneeiiff, kon-i . <X 

iiinff }.'nlKï|^lI|(KV^|']Kl^a(^f|,^ 

Geelkoper: sie Koper. 

Geelzucht, geehiek te. 5B. sakict koeniene. ©. kasakiti Q O. 

Gcenzins, ajï, boekan, sa-kali tiada. ©. la-een (iaitB](UJiilKl|]\ 

Geeseling. ïOl. rangkil, sapoehblakan. ©. rangkit Tri (Mïi Oi J] \ 

Geeseh-oede. 501. tjambeti, pemoekoel. @, sapochi , , , , Q OO 

*■ ■■ -1.J- T ■ l(lJIiUt?(U'niKi(tJ|fU?(lS(imi-v 

paranti mepeh djalma. f _/ \ [tt__ ^ (• j 

Geest: iïie Schim. 

Geeuwen. Tt. mengoewab, nganga. ©. hëwaj aS) lUltum S 

Geectcn. 9B. soedah makan. @, angaës dahar.i ^ O / C* t. 

gés tocwang. f OJ ^ 

Geglansd, glanzen. Wl. groes, geroes. ©. gerocs aTTiTllkljlN 

Geeoed, bemiddeld, tOl. harta-an. ©. harta-an.i / ,^ _ O / 
bënghar. f ij[ 

Gehangen. 9ÏÏ. soedah digantong. ©. gesdigantoiig. . . . mlfXil fim m (m a \ 
Geheel. Tl. enteero, Ijelaka. @. sa kabeeh. (Zie ook heel). . . IM (Kin ï] lOl ? \ 



l (kJi (KT) m inii ï Kïi m rai 



m inii ï Kïi m rai ï \ 



Geheel, het gansche. "Tl. 
beeh kabeeb. 

Geheele som, optelling. SM. hiempoen'an liilangan. S. djocmlah. . (tC(Eil?\ 
G ch cellij k, ga n schel ijk. Ti. sakalikali. ®. kabcehna «liimoi!iKi\ 



vGoogle 



— 43 — 

Geheim, onbekend. SB. semboeni. ®. njoempoel anill[Ell.Jiaïrj] \ 

Gehemelte van den mond. ^. lang'itlang'ïtnioeloet. 6. ^^M (^jf^iKin aflii\ 
lakan. f oa, IKl, J[ 

Geheugen. SR. ingngatan. ©. ingetan amiB™sïllil|\ 

Gehoor (hel). !K. pandenger'an, penangar. ©. P^^g-,^ . ^^^ 

dcengee'an. lil tJ| 

Gehoorzaam, onderworpen. St, soepan, l ~_ 

jang menoeroct-kata. ©. noeroct ka ji>nT']™'UliijTn W|7% oanamux 

pareentah, mcngawoela, j^^ l 

Gehucht: sieDorp. 
Gehuil, gejank, huüen, gehuil maten. OT. marawang,! ^^^ . ^ ^^^^ 

maraung, loelong. S. ngonaöeng, ngabawocng. i ^ ^ 

Gehuurd. 5ffl. ber seewa. @. njcewa man ON 

Gehuwd. 3B. soedah kawien. @. gè'snika, gëskawin. aÜdftJliKïl > omM O (Kl| \ 
Geit. m. kamhing perampoeün, hiri biri. ©. ««ibeelgj ^^ 

aweewee. ƒ [CCI | { 

Geitje, een jonge geit. SB, anakkamhing. @. anakcmhee, (Uïi iKi (Km -JÏl I] BI \ 
Gejank; aie Gehuil. 
Gejuich, vreugdegeschrei. ÏOJ. gemoeroeh. ®. ng^'-l |Clam^^;^(a™(u(^ 

goeroeh, ngagedar, J J^ J^ i 

Gek,dwaas. g». bodoh,gilagila. @. biko. (Zie ooft Mal) OH]imil3\ 

Gekakel, eooals van eene ken. %. kokottak, koekoek. 



Imrmna'ïliK 



®. kokottak. f I ( ^t 

Q Q.' 
Gekerm. Sffl. tangis'an, ralap. 6. ngiiharinng !iniUï1''mn% 

Gekheid, dwaasheid. ïOf. gila-an,kagila-an. ®. eedan'an. . ffllUUIMiKl mij \ 

Gekkenhuis, m. roemah orang gila. S. in^^hl j^^ ïl^tmiltuillO W[|> 

djalraaeedan. f 1 (j I '-'t 

Gckko (soort tJffl» Ao^edw). SB. tokkee, gokcc. @. tokkee. . . . on eïi 2 «i {Km % 

Gekleed. Wl. bepakej, ©, nganggo iü«lirn3~v 

Gekletter, geraas. S)I. ingar hangar, hingar. @. gandeeng (ïïlijKiN 

Gekloofd, gespleten. 2». tcrbclah. @. kabëlah Klliaiamiïx 

Geknor, sooah van een varken. Ti. koerkoer, khoer-»0^/^^^ 

khoei. @, njcgrokkaii. f [^—J ^ cJl 
Gekocht. ÏDI. mcmLeli, mem-büi, @. mËÜ ^ami\ 

Gekomen. S». socJoli datang. S. S" <'«».& S&lSi„Ki,^™M^a3i^ 
. .oempii,;,.. f (J J 



dby Google 



— 44 — 

GetooktlDI.soedahdimasak. ®.gËsdiollah,{Z(eooiGaar).[inrilMm(Ulll3(nj|f -1, 

Gekozen, verkozen, !9f. terpilih, @, kapiiib iHinaj|a:ui?\ 

Geixaai, sooals vaneen^ haan. Tt. koekoek aiam. 1 _ •■ j;.„™»»™,., 
@.l»Sk.„60k. ' l.^W,..|™J^D.KyN 

Gekraakt. Tl. retah, merka. @, rënghat M(inasiiin\ 

Gekregen. 9JI. soedah dapat. ©. gësmënang nmifclllflx 

Gekreukeld. 9K. ter karoel. ©, kakaroet «m aoiTjl asin || \ 

Gekwetst, gewond, aj). berloeka. ©. kënarahët atin W, IH um llSïl [1 \ 

Geladen, isooals een schip ens. ïïli. soedah di moewat.i -C>q^^^^,^, 
fci. hangges dl moewat. ƒ CJ J <-'l 

Geladen, zooo/aeeng'eweer, 9JI, soedah di isi. @. kaësi aCï|&n[Kl|\ 

Gelaat: steGezigt. 

Gelaatkunde. 3ff, ibnoe pirasad. @. eelmoe wirasat. !n(Lnn[iruiaJlTniK!|iKini|\ 

Gelach, het laechen. 5». ter tawa-au, tatawa.i S>J> Q ,^, ^^.S^-T 
S. sesenan, gemoedjeng. f (J\ J 

Geland, aan land gekomen. Wl. naikdarat. 6. na^ekl ^ ^^^^^ 
kadarat. f f atL, (j[ 

Gelast: ai'e Bevolen. 

Gdastigde, zaakwaarnemer. 5B. wakiel. ©. wawakil o O Mli mn ,1 "^ 

Geld, gangbare munt. 3K. wang,oewaMg. ®. wang IIJ|% 

Geldkist. SW. peti wang. S. peti wang. iUKisnaJi\ 

Geldslaan, munten, OT. mengambar oewang. ©, njitak wang. . (Cim (lïïl ™ N 
Geleend. 2B. kasih pinjam. 0. meeree nginjëm. . , . ïl E/l aijTnn^ Öj] \ 

Geleerd. S!)ï. aliem,hakim. ©. alim (Ulll tUl IBI ] \ 

Geleerde, een geleerd man. 50?. pandita. @. pandita (UiatliKïlN 

Gelezen. 2t. batja. @. watja (UIM^ 

Gelegenheid, gelegen tijd. ÏÜ. w ak toe be teel. S. waktoebenar. O WïlOlKlX 

Geleibrief: a«e Pas. 

Geleigeest. 5!J1, gargasi, raksasa. @. djaksa, boeta (K Kil -AMOl «Sï| \ 

Gelid der vingeren. Wl. roewas jari. S. roewas'anramo.l'10[kl|~AfHliï]Efla\ 

HostedbyGoOgle 



— 45 — 
Geliefd; sieficTniiid. 

Geliefd, geliefde. Tl- kekaschjangdibirahi. @. kaïija-ah. . . KXi [lClj| (UU ! \ 

Gelijk, effen: 510 Effen. 

Gelijk, als. m. seperti. ®. -perti, k.wa.. OO/^^ ^^^ ^ ^^^ 

kaïja. i J| 
Gelijk, eveneens, 2K. bersamasama, saroepa. ®. saroewa IMTIIIÜIN 

Gelijk in grootte. ïïft. samabesar. @. saroewa gedec. . . . twi "Tfl UI ™ «1 «01 \ 

Gelijk in hoogte. OT, samalinggi, ©. saroewa djangkong.OJlTliató aildiSN 

Gelijk in lengte. Tt. sama pandjang. ©. saroewa pandjang. (JJl Tl O üJl Jfl \ 

Gelijk, gelijk maken. 501. meratakan. ®. ngaralakën. . . . itnTKiSïliHïl (Kllj \ 

Gelijkheid. SR. scpertian, saroepa. ©. djiga-an IIK tuin ajin (KI [1 \ 

Gelijkluidendheid, centoonig, Tt. samalagoe. ©. salagoe. . . . (kn Hin UTIJ N 

Geloei, \an koeijen. JSl. bertangoh. S. sadasapi (KJI (IJl (J-H (Ui \ 

Gebogen. ïlf. berdoesta. ©. ngabohong fln((]OiaiïiaJïia\ 

Geloof(het}. 3J!. pertjaja-an, ©, ngandel, pertjaija. , ori KinnJljlN (UM(l)Ul\ 

Geloof, vertrouwen. SW. i man, pertjaja-an. ©. iman (UïtBl(Kl[|\ 

Geloo ven, vertrouwen. 9R. pertjaja. S. ngandel ttunMU mJll] \ 

GJ 'Jt 
Gelucht: aie Gedroogd. 
Geluid: ai'e Galm en Stem. 



Geluid, scherp geluid, ffl. nijaring, mersiek. ©. njaring,! a.^ 

haroes. f Ji J[ 

Geluk, kans. 2R. ontong. ®. mënang, papasten (til [iq_\ OJl (U W Ui) | \ 

Geluk, voorspoed, zegen: «ie Voorspoed e» Zegen. 
Gelukken: 4.e Slagen. 

Gelukkig. SR. baik ontonenia, ber-ontonff. S. hadeel ,„„„,,Q,„..,,™,. 
hidayat. — Zte oo« Gezegend. j i J 

Geluk wen schen. 3Jt. mcmhri salam. ©. sasalam'.m OJKM «UI C!KK1 a "v 

ü4 

Gelukzalig. 551. bhagia, ka suntama an. @. Ï^«««M ,KI,M^ea^mit^ 

niat'an. f na, Jt 

Gelukzaligheid. Tl. ka senang'an. ©. kasenang'an. . . . iKïlKniqa^ *'1| > 

Gemaakt. SB. soedab bekien, @. gësnjiën (mniMJjliül Kllj \ 

Gemak : sie Sekreet. 



Hostedby Google 



Gemakkelijk. SR. gampaiig, @. babari Ol(Onn\ 

Gemalen. Sffl. socdah di gilicng. @. giïsdi giling ^(MnmiW\ 

Gematigd: ateülalig. 
Gematigdheid: aie Matigheid. 

Gemeen, gering. 3JJ, dina,hina. ©, hina.nista (UliiatlMKlllJ|\ 

Gemeen, laag: sieLaag. 

Genaaid. 'SU. soedah di jahiet. ©. kapoet Kil lUI asïl II \ 

Genade. ïïï. rahiem, kasih-an. ©. karoenja iKBlTfJ IHIJI \ 

Geneeskunst. SOf, ilmoo doekoen. ®, cclmoe dockocn. . ïinJn ïUiOiim IK1||\ 

Geneesmiddel: eie Middel. 
Geneugte : aie Vermaak. 
Genezen: sjVHeclen. 

Genezing, m. semboh, djadi haik. ©. ëkkcrtjagër S(omMOTi\ 

Gengber. SB. djahec, alia. ®. djahce iKltiUin'v 

Genoeg. Tl. sampej. ©, mahi (Ell!Lnn\ 

Genoegen, vergenoegd. EK. kaboel,sedapatti. 9JI. kabocl. . . . iHm {Cïl «UI II % 

Genoeg hebben; aie Gevoed zijn. 

Genomen, 5P, racng'ambil. ®. ditjokkot rtJim[W|3inKïi3(MI|]% 

Genoodigde: steGast. 
Gepraat: «te Gesprek. 

Geraamte. 9K, bangkej, toelang-toelang~an. ©. Iwegang ioi(ïin\ 

Geraas, geruisch. SU. ri-oeh,gcmoeroh, ©. ngagedar 1 '-^,/ 

Zie ook Gekletter. f 
Geraas maken. SK. inger, roesoch. @. gandccng anflUiatiN 

Geraden, raadzaam : «te Raadzaam. 
Gereedschap: a»e Werktuig. 

Geregtelljk onderzoek. tOI. bitjara. ©. padoe [Ulo\ 

Geregtigheid : aieRcgt. 

Gering : sie Gemeen en Beuzelacbtlg. 

Gerookt. SW. terassap. @. oenoem (Uln(K^lElll[^ 

Gerust, bedaard, zeker zijn. g)J. senang, san tausa. ®. senang. . , , i C?' ., 
Zie ook Kalm en Verzekerd. ^M g,\ 

Gerust, vreedzaam. SK. soenji, tatap. @. i-eehee, tetep. ll]^^lI]lUln^ ÈKlfetllUlJN 



dby Google 



— 47 - 

Gerustheid; sieRusl. 

Geschenkbrief. tSl. pcmbnan. ©. paparinnan ilJHlJnflM|(Ki|N 

Gescheurd. 5)1, tcrsowcck. @. tibcebeck (i5B|maniloriiOl(Hïl|l"v 

Geschiedenis. W. tjcrita, sejarah. @. sarsila iisJKkJl onn \ 

Gescbrecuw. SM. gampar. ©. iigagero (QUllnlï|■^^3^ 

Geslacht. 9H. bangsa. ©. tocroennan. — 2je ooi Af komst. . OSïlTfjlHl iKljl \ 

Geslachtrekcitinff. 101. tocroen mciioeroen. @. toerocni 

° •~' ^ '^ l(Ml^^Ml(K1Tl^Kl||^ 
manoerocn. ■ f JJOJJ '-i 
Geslagen worden. Tt. tcrpockocl. ©. kapepëh om (uojl ï N 

Gesloten. Wi. tertoetoep. ©, kapëtidüt. — ZieookToe. . . , (Km UW QSïi 1 \ 
Gesnap; sïe Gebabbel, 

Gesneden. SR, socdah di potong, ©. kaierët. »CïiiKii|ilJHElUj|\ 

Gesnedene (een). SB, sida.oranff ianedikabiri. S. djalmal o Q 

kabiri. ' BJ s J ^KmiiMiamx 

Gesoldeerd. Ti. soedah dipatari. ®. gësdipatri (ïïiikJl aj)f(t5in\ 

CJ 
Gesp, gespen. SDÏ. sambat. @, katiman atïl»5Vi(EI|J[l[|\ 

Gespannen: ^i'e Spannen, 

Gespeend, -van de borst. 3H. soedah lepas soesoe. ©. i^^ttëngiO^ 

njoesoe. ^ 'J^ 

Gespikkeld. ÏK. berintiek. ©. katottol (KTl l] flsn 3 *] iKm 3 nrui il \ 

Gespleten. 50;. terbelah. @. bëlah. — 2fe ooi Gekloofd oiim!\ 



Gesprek, gepraat. SDt. bitjara,berkatakata, @. omongan. mOJin 3aniEnaanilfl|| \ 

■ar 

Gestamel, stamelend. Tl. gagap. ©. galap anflïU(Ul||\ 

Gestorven, overleden. Tt. mati, meninffal. i a o- 



Gesprek, onderhandeling, 2)1. Litjara-an. ©. sasa-oer'an. WWiUïlTniKl 

Gesprek, redeïoering. ÏM. tjerita-an. @. tjerita-an ^-^ igm tun [KI 

Gest: zie Gist. 



Gestraft. ïDt. socdabdisiksa. @. gcsdisiksa Si(MMKll_A\ 

CJ 
Gestreept. Tl. tjoreet, bcrtjoera-tjoera. ©, tjoreet 

Gestreng: sie Streng. 



. d] OOI a «] in Eïïl H \ 



Hostedby Google 



— 48 — 
Gestuit; «e Afgetroken. 
Getaand, bruinachtig. 591, pirang, peeraiig. ©, kajeii 'KIlULFl IWJI \ 

Getal. 3H. fcilang'an. ©. bilang'an lOl anJi ü M |] \ 

Getij'. at-B Tij. 

Getrokken, uitgetrokken. 5ffi. ter oenoes, @, kabatak. . , . ntin OU Ol iKin [| \ 

Getrouw, trouw. 5J!. setijawan. S. temen, anoet. . «sm EJI fltl [1 \ aJïl (KJ asïl | \ 

Getrouwheid. ÏW. sctija, ka-pertjaja-ati. ©. ^''P'^r-^^eJ^^^^ ^ 

tjaja-an. f J( 

Getuige. SK. saksi. ©. saksi (Mflai_*\ 

Getuigenis. SK. ta saksi-an. @. kasaksian (Kin !M (Kïi -JUdAJI (KI | \ 

Getuigenis geven: sie Bevestigen. 

Geut: sie Sloot. 

Gevaar. 3ÏÏ. behaya, bhaija, sangsara, S. balangsak OHnnJtfMMïll \ 

Gevaarlijk. Tt. haybat,bcr-bahaja. ®. goda. ( Zi e ooS Doodelijk). ï] tion 3 (U)l \ 

Geval: aieZaak, 

Gevangen, betrapt. ÜR. her-tangkap. ®. ka-tjerek (KmiUliUUKnil \ 

Gevangene (een). 3R. orang ter tangkap,, ^ ^ „ f^üi 3 a «1 » ^ OI Ol »fl (KI II x 

tawan. ©. bojongan, babandan. ƒ | j cJ| Ci) '-'l 

Gevangcnhuis. SOI. panjara, pasoeng, ©, panjara iU[KlJ]Tn\ 

Gevangenschap. 50?. tawanan, berpanjara. ©. bojongan. «10l2JtHJtJl3lin(Kl|X 

Gevecht: ste Strijd. 

Geven, iets geven, 3)!. tasih,bri. ©j^beeree, meeree. .(narnillTnMl]iHl'«|TI\ 

Gevlakt, gevlekt, bevlekt. SM. ber bintang, toetol. ©. toetoel. . l!ïl OiamtjlN 

Gevloekt, vervloekt. 501. bertohbat. @. tohbat «101 ï?Ol(lSin|\ 

Gevoed zijn, genoeg hebben. Tl. kinjang. @. sëbëh ft3|Öl)% 

Gevoel (het). 50ï. rasa-an, per-rasa-an. 6. ra-os TimiUïiaiKIjl \ 

Gevoel, beseffing : «te Zin. 

Gevoel, iets gevoelen. Ti. rasa,inerasa. @. kara-os. . . . iKtnntl]iUlfiaWj'| \ 

Gevoelloosheid, vers tij fdheid, 50(. tiada merasa, '^^§"'^^'^"■1 [ft,^, ^^ipn ,. 
®. singsirëmëm. f "^ (J( 



vGoogle 



Gevraagd. 3». soedah di tania. ©. ggs nanja ^»JI «U] \ 

Gevuld: «e Vol. 

Gewaar worden : sie Bespeuren «t Voelen. 

Gewapend. 9K. pakej sinjata, S. njoreenpakarang, mon3(nTn»n~Jlliai"ïi\ 

Gewas, plant. 9J?. tanam'an, nohon litiil.i O OO 

6. pcpl.ka„,p.pel.la„. }iQuM W|v u,«™raKl|N 

Geweer: si'e Wapen. 

Gewecst.ffcweest zijnde. OT. soedah, soedah ada.1 -O- .o 

e. anggës.anggësaya. |a;iiaiVlMJM/.n(imWl JnoiUN 

Geweldig, zeer sterk. 2)ï. sabarjdoras. E. tarik oi-^atï]n\ 

Gewennen: ai'cVVennen. 
Gewest: aie Luchtstreck. 
Gewigt. Ti. anak timhangngan, batoe tïinbang'an. i Q * 

®. a„.kti™i„„g.„. " }"'gïï;,g,'-"'"2jr 

Gewigt, zwaarte van iets, Tl. timbang.bratnia. 1 Q ^* _ 

®. Umb.„6,boLol. }Bia^.jO,!.^01.EyX 

Gewis, wis, vast, zeker. 2)1, tantoe, pasti, soengcoh. i ,^ 

®.l.nglo=,p„,g«eh. |o.KJNU,ai|^x 

Gewisheid: ,Bie Zekerheid. 

Gewond: sie Gekwetst. 

Gewonnen, aS. ber ontons. ®. hidavat, 1 Q „ , v 

ontong. ; J( ( (iia. 

Gewoonlijk. a)J, bijasa, kadang kadang. 6. toeman asilEJIWilv 

Gewoonte. 50!. tjara.adat. ®. adat. — Zi'eooA Gebruik tum IJl Ol ] v 

Geworden, fffl, djadi, nicndjadi. Ê, djadi «KMn 

Gewricht van de hand. IK. boekoel 

tangan, roewas tangan. @. boekoeJoniKin MiKl Ü^KI|j^ [!nilKï](iriariafl[| \ 
panangaii, boekoe lengen. J >* ^ O '4 JJÖ U 

*^l't^oÏel'^hol1uan^' °'^'^' °'^'^ °'^'^ ' lojSormN 

Gewurgd. Tl. meng'ejoet, tjekeet. ©. tjekeek M ((] (Kïl «Tl n \ 

Gezaaid. Ti. ber-amboer. S. di awoerkën lJlinnil]jKtlKl|| \ 

Gezag, inagt, vermogen. M. parentah, kwasa. 1,.-,-,-,-.. ,_.,,., 

6S. pareentah, kawasa. ( ( iia_,i 

Gezamentlijk : zie Zamen. 

Gezang: «ie Zang. i 
Gezant. Tl. oetoes-an, soeroeh-an, ®. piwarangan OJIOillanMlj \ 

Geregend gdulkig. M. bcr-..hm.t, kr-ontong. . „^^^^^ 

to. kasalaniat'an. ( "S^ iJl 



111 (Biri aan KI I] 



dby Google 



igt,gclaat. OT. moela. ©. pamirëngëh'an OJKtilfui (P?<lJli|iinj|\ 

igt. Tl. panglihatairi ©, païigdelëhaii (UiiöiO!inniKi|l\ 

igteïnder (j/'Kim. SOt. kaki laiJgrf. ®. soekoe langit. . ftJlitniJjnj|(ailïïll|N 

Gezocht, sn. soedah tjari. @. gës nceaiig'aii nfVl (fl (M (UTl tCl Ml II \ 

Gezond. SUÏ. denéan liaik, deiigaii saJamat. ©. waras, i O-/, 

Gezondheid. ÏÏÜ. salamat, ada dciiffan hoik, somhoh. i ^^, ^„ , .,^, 
ö. kawaras an. ( J 

Gczondcgestcldhcid Sffi.senang'an.. O 0| ^^ > a^T(o-«]™j|] % 

@. Lehegohan,ekker-waras. f ( ) Jj tJl 

Gezonken, SR. tenggalam, tocron. ©, titëlëm (Mi (lbin(ir)ltJl|| \ 

Geioulen, 3)1. meng garam-i, jangdi taroh garam. \0 .^nr.,, 

©. dioejah'an. f J \ (j\ 
Gezuiverd. Sffi. soetjikan. ©. ngabersihken iniOliWI !Kn(Kl[l \ 



Gezwel. 97t. baiigkak. @, barëh 01iui?\ 

Gezwind, 9)?. lekas.laioe, S. tcereeh, eëwat. . .1„,^„„^, O' ,.„, 

Gezwollen. SB. bangkak, bnngkn. @. barëh '. . . . OlllUir\ 

Gids, leidsman, 9K. antar,jangantar. ®. anoengantër {Uil fl^ ü (KI \ 



Gier, roofvogel. SH. noersoer, nasocr. ©. alapalap. . . Uïl anji lU ~niHTJHUi n % 

Gierigaard: ii'eVrek. 

Gierigheid. 5W. kikier'an. ©. koireet'an miKinaiïiTnaïniKljlX 

Gieten, uitgieten. ï»?. loe-ang, tjoetjoer. S. tjitjikën iKil(}JtSïilKlj|N 

Gift, venijn, SW. ratjocn. ©. barocwang onitt^N 

Giftboom. Wl. ipoh, pohn ocpas, ©. fangkal baroewang. . (t5ïi(Klltï:iinrt(l5\ 

Gij zelf. Sm, diri mo^, sendiri moe. ©. «^akl^^ ^^^^^^^^ 
sorangan. f j J[ 

Gillen, een gil geven, 9)ï. teriak, tampiek. ©, gerro. , . , , 



non TT 



vGoogle 



— 51 — 

Ginds en weder (Iraaiien. 9)1, baliujï'aran, poctar kamari kal v cl 

~ 1 .■ '^ .llUltOjaJïHKl\ 

sana. ©. poclang anting. ^ i 9S^ 

Gissen, Termoedcu. SOI. sangka, tïrakira. 0. kirakira HlinnKimn,\ 

GistjgesL 3IÏ. khamir,ragi. ©. ragi TflfimN 

Gisteren. SOï. kalamarïn. ©, powee kamari il fUiam OKlllEJl^\ 

/ / 

Glad, e/Ten. aff. rata. ©, hantar, datar iUlf1iKl\ilJ|llSïl\ 

Ra, 

GladjSlibJjerig; ai'e Glibberig. 

Gladmakcn. SU. belien!itjien,beroepam. ©. njiënleesang. 0(liUuiin(Kl^''l\ 

Glans, schittering. 2)1. gilang, gocmilang. ®. gocmilang. . . . i <^ 

Zie ook Weit. ^ Ji 

Glanzen: zie Geglansd. 

Glas. at. katja,gclas. ®, katja,gelas «OliKilN andffiUlikll 



.annEJiïTJiN 



"JC 



God, ffli. allab, tocbnn. ©. panecc- i„,„„_^. -„. „ ■■ „ , 
rang, aIlan,!iongcewatig. ƒ [ oa,^ j [ 



Glibberig, glad. SH. litjicn. @. lé-cr nanojiriN 

Glijden, sullen. 931. galientjier. @. ti soleed at. . . . Ol(l](M3iï)tinJl(taifEïlj| \ 

Glimlagclien. 5R. sini-oem, sienjocni. ©. imoet InmT:» ncinii 

Zie ook Grimlachen. ƒ 'J cJ[ 

Glinsteren. 'JSi. gilang, goeinilang. ©. kilap. (Zie ooi Blinken). ffOl HTUI (UI [| % 

Glinsterworm. 931. koenang. S. tjikatjika OJI IKÏIDJI (KUl \ 

llUlltl[mfi^ iaa[uiiMiiajih3Biftzi(ui\ 

Goddelijk, hcmelsch. 3JÏ. koedoes, ilahi, ©. tiallali 010acifi;\ 

<\ 

Godeeleeidheid. 931, ilmocillahi. ©. eelmoe illabi. . . 91 (UU ami OT tïUI ? OJïl \ 

Godheid. OT. katoeWan. ©. ^M j(^^„ ^~,Y,a Hl» % W.m(un2K|andN 
pangcerangan, kahongeewang, ƒ I cJI I 1 

Godsdienst. 2)1. agama, iman. ©. agama ,. . ftJUl fim iBl \ 

Godsdienstige verrigtingen. 501. sembaijang. @. =^- 1 ^^ij^^^,n,o,[t% 
baijang.salat. , f CO Jl 

Godslasterine. 9JÏ. hoiatakan allah, ©. niareekan 1 „,„ -„,™,^,i,^.. 
ka allah. ( | (Ki^ mi^^ 

Godvruchtig, TTOom. 3)1. bakti, her agama. ©. bakti i)::inai\ 

Godszeaenine. 3B. bismilah. ©. Lismiliab am'MïUl[^ 

Goed. 9S. bail:,bajik,bai. S. hadee ftJïlOnuiN 



Hosledby Google 



— 52 ^ 
■Goed, middelen. ïtH.barangbarang, arta. S. hartajpakaija.nJïiilSin N lUI Kn (UU \ 

Goedaardigheid. Wi. baiibócdi. ®. areisboedi iDïl lEll (M lUI N 

Goedertieren: 21e Mild. 



Goedertierenheid. 5ÖÏ. rahmat. ©, rahmat TH (Edasm |] ' 

min IJ 



O! (E) 
Goedheid. 9». ka-bait'an. S. kahadec-an (Kïliuin ir|ilJl(ULTKl|] ' 



GoedLeui-eii; sic Toestemmen. 

Goedkeuring. SOJ. tanJa ka-soeka-an, S. kaeaiëhan. . 1 

a...JL!f],p™t. ^ |™»Ilgp.<l|N 

Goedkoop. Sffl. moerah. @. moerah (E.'l^^?^ 

Goejawa -appel. SR. djamboe Lidji. Ê. djamboebatoe iK BI om liSï] \ 

Golf, baar. 50!. ombak,aloen. 0, oempal imiEluiKUillx 

Gom. 9ff. getah. ©. geltah, Higét, ■ nin.tsm ?MCimnasï]|]\ 

Gommen, met eom bestriikeii, !ffi. ber-getah. 1 CiO- _ O O 

s. ■ligcucMilêsei. |u«ii™^xug™CT|N 

Goochelaar. 2??. orang socinp, penjoclap. £-. toekangsoelap, (raflCHiïJ|iinil[U||% 

Goojjen, werpen. SR. leinpar, loentar, lontar. S, pangpeeng, . . i • •. 
Zie ook Smijten. f 

Goot, dakgoot, 5B. pantjor'an. 'S. pantjoeran. (Ui WTI (KI |[ \ 

Gordel. 37f. tali pinding,peng-ikat. ©. tali pending OSDl (iru lül iKi \ 

Gordelgcsp. OT. pinding. @. pending (DliKÏ\ 

CJ 

Gordijn. 9R. kalamboe, tirej. @. koelamboe MIJftlJKBlX 

^ J ^ 
Gorgeldrank. SOÏ. koemor moeloet. S. oebar kakemoe, . , «Jïi dl (Wl IHIH lEJl \ 

Goad. ISl. amas,maas. @. amas, maas OJBl (H(MI| \ (EJKMjIN 

Goudmoor, gouden stoffe. ïïÜ. kain benans maas. 1 , , ,, "^Qi ' 

'P ,. ° l.(l4(En-JlOiiiq(a(Ell(M^\ 

te, sampingbéoangngamaas. f fj M 

Goudcnmunt, ?ÏÏ, wang maas. ©. wang maas ilS(EJIQJ1[|\ 

fioudsmid. 9JI. pandcj amas,toekangmaas. ©. kamassan. . iKïi(EJIOv(l_")|,(Kl||\ 

Goudvisch, Tl. ikanmaas. 0. lawoekmaa». lïTjKUiiKiniKllil \ 

Graat: ai'eVischheen, vischgraal. 

Graauw. SS. kl.iboe,warna itambertjampoerpoetib, <?. h:iwocfc. iULi)0[Ki;il| \ 



Hostedby Google 



— 53 — 

Grafj grafstede, tombe. 2U. koeboer. ©. as1a«a fUnWIKl\ 

Grafbloem. SJ!. karahodia. ®. këmbanesambodia. . . . cRii EJI IKH ïl lül a i»K > 

Grafstede, tombe: st'eGraf. 

Gramschap, ffl. eoesar'an, amarah. S. poendoeiie'au. ... 1 

z.-..,sroo,„. ö3°^' 

Gramstorig, üff. gocsar, beiigis. @. poendoeng OJlfl^ix 

Granaatappel. 3)1, daüma. S. dalima OJiafUiOX 

Granietsteen, 2?!, batoebetoel. S. batoetjai QHn ECJ [}J| (UU \ 

Gras. üff, rompot, roempoet. @, djoekoet (lE (lO) iKm (1 \ 

Graszode: sie Zode. ' 

Graveel, met den steen gekweld zijn. T\. sakiet batoe. 1 /QiC* O 
_. ' „ „.",,, .■', ,, l((irïlTiinilJI,Ji,M11\ 

©, gregessen. — Zie oö* Stceiun de blaas, f^— ^ tJ( 

Graveren, SS. oekier. ©, oekir. — Zie öoi Snijden lUV^^'Kn^ 

Graveerder, SJÏ, pen-oekicr, S, toekangockir asij Kli uin kïI ^ 

Graven, delven, Sfl. gali, ©. kali, ngaii KmmiMriïUiN 

Greep, handvol, 9)?. saganggam, 2,. sakëpel iMiiinÖidaJll] \ 

Grensscheiding. 5!R, tepi tanah, watas, S. ivates 1 fr-n''^ 

Zie ook Scheiding, ƒ ' ' (Jl 

Gretig: s te Begeerlijk. 
Grifjeengriflfel, 3)1, kalambatoe. ©. kalambaloe Mll lOJl (El iSïl \ 

Grijpen, vatten, ÏÏK. tangkap, menangkap. ®. tjerrek lW(Uil[ni> 

Grijs. "SU. warna itam ber-tjampoer poe-i ' „ ^^ '^ O _.^ / 

tih.S.warnahidengditjampoerbgdas.^ J I ^Jt 

Gnjshaar. 3ff. oeban, ramboet poetih. ®. hoc-is, hoeivis iuil M lïJlJ] n 

Grimlagchcn. fOI, scnioem, sienjoem. @, mcesem I m fti'?irff 

Zie ooi Glimlagchen. ƒ I Jl 

Groei, groeij en. ?0f. toemboe, djadi. ©, djadi. — Zie ooi Wassen. . . (i^ lU] \ 

Groen. aJï. ijoc, idjoe. @. heedjo H] ïJlT Hl OK 3 \ 

Groenmarkt. 3)1. passer sajoor. ©, passarsayoer fLI (UI (M tui \ 

Groo„crkooper ï?. l"«t>»8 djoüw.! s.yoor. , ^^ ^^_^ /^ 

©, anoengadjoewal sajocr. f ,* ^ ^' 



Hostedby Google 



— 54 — 
Groenteiïs. 9JJ. sayoor eayoor. @. angenangën ftnhÈ1(Kl-rfilP(Kl|N 

Groeten, eerhiedig groeten. 5??. scinbah,menjimbah. ®, njeniLah, OliilEf|?N 

Groeve: sie Mijn. 

Grof. Sm. kasar. ®. badag. — ZieookJi'ik iat[Uiafïl|\ 

Grond, aarde. !W. Ianah,boemi, @. tanëh, , , ft5ïl9{l?\ 

Grondeloos. SR, tobir, toebir, ®, anoe te ava 1 O _ , C„r,.. 

Groot. 5f. bcsar. ®. gedce tinn«]aJl\ 

Groot, zwaar; ïie Zwaar. 

Groot, deftig, voornaam. SR. moelia, jang besar. 6. moeljja £lliiïlJ)|N 

Groot, doorluchtig, Wi. ""^^j ^^r-bangsa. 1 ■ 

©. niaha, toeroen-anmeonak. f J ^O \0o '-A 



Groofer. 3ff, Icbihbesar. @. lëwihgedee oojimain; 

l.Sii]ïJiQJiiJJi(m|N 



Grootheid. 5^. kabesar'an. S. kagegedeen aoiannain 

Grootmoeder: ai'e Hoeder. 

Grootst, allergrootst. 2t. bcsar sekali, ter laloc besar. 1 Sï^ ^ Tiioiiji 

©, gedeepisan. 
Grootvader: sï'e Vader. 
Guit: aie Schelm. 
Guitar:steCyther. 
Gulzigheid. 2JÏ. goelodjo, demap. ©. gelor. cifini]ami3\ 

Gunst, gaye. SU. peng'asib-an, kasih. ®. pameeree (Ui at] Eimj TH \ 

Gunstbewijs. SJI. kasih'an, karoenja. ©, karoenja dsmn (m |] x 

Gunsteling. SSK. kakasih. @. kadehè's [KlI|(En(Uriaj||j% 



Q. 

Haagdis. aft. tjitjak. ©. tjatjak, tjaktjak (Wiaj|lKlll|M3Jl(KïliKIin\ 

Haai,haaivisch. 3)ï, ikan ijoetjoet. @, lawock tjoeljoct. . anjOimntKll 01[|\ 

ll.m. W. cy.m l.li laki, .j.m <lj.nlm.l ^ «, a «. wi N Ml M « ^ OT J N 

@. hayamlalakijhajamdjago. f üiL, <St ( 

Haar: steHeni. 



sr,hoofdhaarenz, 9B. ramboet, boeloc. ©. boe-oek. . 



HostedbyGoOgle 



Haar der oogleden. Tl. boeloe inata. i 

e. h„.loepa„o„,™m.sotj.. }^«lj""|g,>'fl|^ •|Tn>U«|M>MN 
Haarkam: stVKani. 
Haarlok. SK. jamboel. ©. kockocntjoeng (KI)iKI)irfi\ 

M 1 - u . -^ -^'^ 

naar zelve : sie Hen zei ven. 

Haas. 3?. kari'el. 6. kalintji hoerik '..... (Kil «[9 (KI (Uin TTliKBi j| \ 

Haast,spoed. SK. bang'at,lakas. ©. angkur, teerceh. . [Uil (HU M») asm ml TT) f \ 

Haastig, spocdie, ffl. coepoeh.lakas. ©. kasok i 

Z.WGa.u,..GoJi„d. ° J™^™iKJ|N 

Haat. as. bieiitji, iri. ©, gcllëh, tjëtjëp ailnnmif\Q01[Kiiaj|»'\ 

Had, hebben. Ti. ada, ada poeiija, ©. aya, boga (Uinil»llMï)tim2afln\ 

Haeel, haaclstecncn. Tl. oedianbaloe.ramboen.i 

©. lioedjanbatoe,hoedjanboewah. f J^ (xij| J CXf ) 
Hagel. OT. mimies. @. mimis (el^ll(JJlj|^ 

Hakken, kappen. ÜS. tcbaitg, tatak, ©. mapas Eiaj|(ïJl[l"v 

Hakken, fijn hakken, Tl. tjintjang, tjintjang loemat. @. Ijaljag. («)M(inn[|\ 

Halen, iets halen. Tl. djeppoet, ambil. @. tjokkot. . . . fflW3i!imn3a5ïl|\ 

Half. een half. Tl. sateng'ab. @. sa paro iM[U«]Tn2\ 

Hals (de). Tl. leheer. S. bëhëng ■....[izïnüiil'v 

Halskuil. Tl. tjekocng leheer. ©. lelegok heheng. . . . nri(CTK|niin a(Kliia}inN 

Halskwab van een os. Ti. joembel. ®. gagabeeran 1 „„ /^^ ^ , Q 

sapi. f ( 

Halsregt strafoefening. SDï. Loenoe-an, hoekoem'an i Q ^ 

mati. ö. dipa-eeh-an. ƒ ( \ Jl 

Hamer. Tl. martel, pc moekoel. @. palloe (U(i[lJl\ 

H>m™, met «en h.mr .la.n. 3)1. limpa, poeloel. 1 gSJSJlKIi «n.% 

@. dl pepëh koe palloe. J ' ..^^ ^ 

Hand,dehanden. ffl. tang'an. @. IënsËn,panang| .e^^ ^ ^^^ 

Hand (regier). SM. tang'ankanan. ©. panangan ka toehoe. (LilK|''^'l "^"^"^"^ 
Hand(linker). gjï. tang'an kiri. @. panangankakeentja. U-iq (o'fKl an(Kïl(Kl\ 



vGoogle 



gongpanangan. f [ \ - O D[ 

Hand (vlakte der). ÏK, moeka tane'an. ©. bëneet i S;S-,^ - 

panaiigan. f (7 'Jt 

Handboeijcn. SH. loenggoc tang'aii. ©. tambaloeng l oi Bi (ITÜ \ 

Zie ook Bacijen. ( (xi i 

Handbreed (eon). üff. lebarsaloo taiig'an. ©. eaUmpa (M ISÏKBI -Jl N 

Handdoek. HR. kaïn meniauoe tanir'an. 1 "^ C> 

Ö. Uiuakpanjoesoetleugen. ( cpj"^^ M 
Handelen, doen. !ÏÏ. bocwat, kardja. @, nji-ën OüH aui KI n \ 

Handelen, haiideldrij ven. Tl. bedagang,beniaga. (£, dagang. . . . MfinfiN 

Handgeld. Sf. tiempahan. ©. timpahan oiO-il ïiUin Kil] \ 

Handig, gaauw. ÏOt. tjepat, ladjoc. ©. tcerceb iraïïifflTntN 

Handlijkerg waarzeggerij ». .."gl.l p.<l. 1 „™ ^-„^gtBH, ^ 

tang an. ü. toetoeiisan lengen. f ^ ^ ''^K <^[ 

Handmolen. 3B. kisar'an. ®. pangreendos fUl m(ig(i[(Htï[Mi'j\ 

Handschoenen. SW, sarong tang' an. ®. saroengpanaiig'an.OJn'iiujm a:nKl|\ 

Uandvatsel: zfc Steel. 
Handvol: if e Greep. 

Handwerk. SS. per kardja-an. ®, pa<lainmal-an ) 

Z.>»i Ambacht. "^ {.«HHMMp 

Hanceekraai, -ïf, koekoek ayam. S. kone-i - , _ j _ 

,",,.. •' " ° U Kïi3(n«ai2ma3Hin-niuuiiEiij|\ 

Hanegevecht. EDï. saboengan. ©. panc'adoewan, 1 - „„ 

ngabocng. f J}! j| J^ 

Hanekam. Ti. janggar,balong. ©. djawecr fig^moji^ 

Hansen, ophangen, SJI. gantong. ©, eanteel, san- 1 ^„ 

tocng,ganloMg. f [nsi, J[ ffi^ 

Hangslot. aS. kontji gantong. ©. koentji gantoeng Kil W arm HÓ N 

Hard, stijf: aie Stijf. 
Hard, vast: «c Yast. 

Hare,bnnne. fW. dijapoenja. ®, bogana mtimSnnn 

Hardheid, hardigLeid. SJI. ka kras'an. 1 ^.g; 



mtll 



(iiiiiiisïiajiiW-A(i{iii\ niinoikas> 



W 



ig. tetè'as'an, tëwas. 
Hardhoorend. Sf. bang' al , tiiida bagitoe menenc'ar. \ _ , 

6. lorreck. | .,| M . .|T, «l|p 

Hardlijvigheid. SB. proctkras,emliet @. boenghak [rfirnKDjlN 

Harig: «e Ruig. 



Hostedby Google 



- 67 — 

Hark, (toiflg'ereeiïcAfflp). S!K. peiiggaroe. ©. garoe nnflTflN 

Harp. Tl. harpa, ketjapi, ©. harpa OJmoJiN 

Hart (het). ÜK. djactongati, ©. djajaiitoeiig «SUI/IWIN 

Hartstogtig, vol gemoedsbeweging. 3)1. beng'is. ©. tereng {SïllUl^ 

Haten, iemand haten. M. niatan djahat, biufü. 1 Q 

(a. niatim gorreeng. ƒ rs^ (att I 

Haven, baai: aie Anierplaats. 

Hebben. Ti. ada. @. boga. — 2t e ooi Bezitten iHOiannn"v 

Hebzucht, ■vrekheid: ai'e Gieiigheid. 

Hecht, sterk. 9Jf. tcgoeh, koewat. ®. pagëh ■ (Ul(ïln!\ 

ÜechljZooalsvaneeninea. 501. ocloe, tang'an. ®. peerah il]iunn!% 

Hechtenis, in hechtotiis nemen. fSt. dalem tan gang k o, pecgang'an.l 

ë. panjara, ) ^\ 

Heden, deze dae. 3JJ, ini hari-barii O O O" 

. . ' °.:z, ■ tiilMairioinnajiiifMififuaïlottnnaJun^x 

:ni. @.poweeijeh,poweeajena./ [ ( i I l O 

Heeljgeheel. Sf. boelah, interoh. ©. sa kabeeh'na iJJlRaimai JiK1\ 

Heelcn, genezen. fflJ. heüen haik, soemboeh. \ ü C» ,„ Q^ ,,„Q,.„ « ,„ 
@. ïijienmasingdjadihadee. j M | 

Heen, heengaan, m. pergi, laloe. ©. los,hilins 1 mmJiaM^ ^ (iMoSlN 

Zi'e ooi Gaan e« Weggaan. f [ <__][ 

Heer, meester. 9)1. tocwan. 6. djoeragan flt;mnniKl|l\ 

Hecreweg: sie Weg. 

Heerlijk. 9);. moelija. ©. moelija .* (ïJl[ni)l]\ 

Heesch: aie Schor. 

Heester, kortgcwas. fW. tanam'an, pohoon kietjiel. 1 ^ Q ^^ 

©. kailalëtik. f O -^X 

Heet. 9R. pannas. ©, pannas (U 13,(W 



g«|x 



Heetmaken. 3S, ang'atkan, bekien pannas. ®. hanëtkén. . . UnMi (isïia-njjN 

Heetwater. M. ayerpannas. ®. tjai anet MflJinflJiH'Kl 01|\ 

Hegjhegge, 2)ï. pagar. ©. pager iLnnfVlN 

Heilige (een). 2S. awlia,jangsoedah her oelihbakti, ©. awlia. «Jll (UHJ KIJ) [| \ 

Heiligegeest. 3ÏÏ. deewa. @. deewa iïjMiüi\ 

Heinidijk: sie Stilletjes. 



vGoogle 



"tntn "■''''''"■ ™' '""""^ """^ '°"*°''' ®' """"j " 1 «1' «I «J* "--""1 ^ 

Heining, beschutting. ÏO!. pagar. @, kikis (HBHKlllftJ)j|% 

Heirbijl, strijdhamer. SC. kapakprang. ©. kampak prang, lKlHI&il~IliKIlnJ\ 
Hel (de). ïïï. noraka, narka. ©. noraka [tl(m3Tn[ini\ 

Helaas. 3B. adohd @. adoeh ftJino?\ 

Helder, klaar, SK. tjaya, jerneh, trane. ©. tjahia,! ^.,,,,„ „„ „.„ ■ 

. ,' . ■> J 'i > o j ' 1 001 !ftjLii\Qoi tuin (uiii\ 001 iuin% 
tjahaya, Ija-ang. f ) 

HeldeFj van hel weder: at'e Fraai. 

Helm, stormhoed. 50!. katoepong. @. blakoctak (Oll^CB^(i5^JlKlIl|j^ 

Helpen, bijstaan, gjl, toelong, menoclong. ©. bantoe OlKl\ 

Helper, bij>t.nder. «. orang toeloog'un S. <lj»lmM ^„01 KiaKlIN 

bantoe wan. I O "^ <-! 
Hem, haar. aK. di orang, dianja, ©. maiicebna ieim[tn?W\ 

Hemd. ït. kamecdja. @. koetang [fnil[ISïi> 

/ -7 

Heniel(de). SOt. sorga, kiangan. ©. saworga,soerga. . lUI BI O i nUD \ 'M nfUl ^ 

Hemelsblaauw. m. biroelangit. ©. biroelangit ) o^, 1.^0 01 !|^ 

ZieooABlaauw. f J <J1 

Hemelsch: jsie Goddelijk. 

Hemorrhoïdes, 't speen. 50!. poeroe sambilik, ê. medoc Si ON 

Hen, eene hen. 53!. ayam biang, ayam betina. Ê. hayam bikaiig. (UKl UUl (H| drfi \ 

Hen zelven, haar .elvc. SM. di orang sendiri. . ^ ^^ ^^^^ ^^ 

@. maneeh'nasorang'an. ƒ \f^\ [ J[ 

Hengel. 5K. pantjieng, ajil, S. oesocp. — 2ie ooS Viscbbengel. , ajill(M(UII]\ 

Hengst, springbengst. 5ffl. koeda laki laki, koeda jantan 1 ^^^^^ 

o/djantan, @. koeda panglati. ( ^ 

Herberg. 50!. roemah jang jocwal minoe.n'-» ^ Bl.tuïimwi<tnfia^«q(B|W[lN 

an. e?, imah anoe dagang inoemman. ƒ ) ^ ^'CJ «Jl 

Herder: aie Veehoeder. 
Herfst, 50!. waktoe poengoet boewah, moesim barat. i^^^ 

©, waktoe moepoeboewah. J (Öj^^ ^ ^ 

Herkaauwen: aieKaauwen. 
Herroepen, intrekken. 50!, oebah'kan. ©. owah'kËn. . 1 ^(u^^O?™ 1K!1 n 

Zte ooi Inhalen e» Wederroepen. f | 1 cJl 

Herscheppen, van gedaante veranderen. !0!. balikroepa,! a ^ ^^^^ 

gantirocpa. ©. dJ secdjeentÈn. f ( | l^l. cJl 



Hostedby Google 



Kersen, hersenen. a)ï. oetak, bena, @. pol]o,oetëk. maj|ï!l]HfLia\ (Lm(isniKill[|\ 

Hersenpan, I)ckkenecl. SB. tanskoerak,! „.^„^ „ ,^ , _, ,^-,™^^ ,„ 
batoctapala. @. babatok, tangkocrak. ƒ j ^Jj ^ (J| 

,. ™ ,. ^ , , ^ , , ,, liïUKeuinji-JiamnmiSN 
HcrscnyJies. SJf. sciimoet oetak. S. lamad polio, I ( | 

lamad octÈk. ƒ C> 

i «unEjinoi-Jin(i5ïnKn|\ 

Hersteld (soodfo ca» eene «leA(e). ïPI. soedah talk, djadj bajik. iSXn.'S^''^ 
6. gëstjagër. f ^j^ 

Hersteld, verbeterd. SJt. soedah dibekienlaei. @. di) Q_, ,_,^, ^ 

oinmee-an. I ( I tJ| 

Herstellen: zie Beteren. 

Hert, hertebeest. SM. mindjangan, @. oentjal nJiniK5aail|\ 

Hertevleesch. 9JÏ, dagien minjangan ©, dagingocntjal, , lUlinnaJli) Wafinjl \ 
Hervorming verbetering. M. '»toek.n, mcmbaiki. , ^ ^^^ ^^ g ^ 

@. ngahadeekën, I ' t tJ( 

Herwaarts. 5B!. kamarijdisini,mari. ©. kadijëh Mn (UlftAIl !\ 

Hcidsap, 3JI. apioen.madat. ©, madat OMEnr|\ 

Heupjicht. W. panjakietpienggang. ®, njcrih tjangkeeng. ECÏinTII ! W «llKïiN 
Ifeuyel. OT. lK.ckh,goenDngkitjiel. S. P^ssir, 1 ^o/^ ^ O^ 
goeiiocnglétik. — Z»e oofc Bergje. ƒ jJÓ '-\ 

O'S* 
Hiel, ocAfergerfee/te can (/en coet, ?0ï. toemit. ©. keneng (ltïliKl~v 

Hier. 9». sini,disini. 6. di dijëh. . . , [IJ|iaiUUl!> 

Hierendaar. üïï. sinisana, ©. didijëhdiditoc itJiMOJUf fuiiuniïill ^ 

Hij. SB. dija. ©. manceh (HïlW!\ 

Hijgen. 931. ber-dabar. ©. nganandjoe (P Ml «TIN 

Hikjhikken. ïf. sedoe, ber-sedoe. @. sisidoewen (klilMo DliHlj|\ 



Heup, hcupen{de). !0ï. pangkalpaha. @. poehoe pingpïiig. . . (UlimniUOJl 
— -".izi^asïinoniiv 



Jio(DnHij|\ 



Hintende, mank gaan. SR. pintjang. ®. pintjang aJiafi\ 

Hinneken a/»ee«joaofrf. OT. berteriak, tjarit. @. sadakoeda. . [}J|MiniO\ 

Historie. 3Jt. hikaijat, kissat. ®. hikaijat fLnrr(millAll(iSïl(|\ 

Hitte, üooffl/sdoorAeipwar. SB. ang'at, pannas. ©. hanët. . , . ainiHl»!in[|% 



vGoogle 



-- 60 - 

UUie, aooah door de ton. 9B. paniias. ©. pannas (UI9<irM{]\ 

Hobbelig, onefFen. 5R. kasap,gasap. ®, pararenjoel. . . . nJlTKUliKlJliïUll \ 

Hoe?opwatwijze. SM. begimana. ©. koemaha araEjitUinN 

Hoed. W. toppi, toedoeng, kopia, tjipiio. ©. doedoekoei .... 00(KTjaj|\ 

Hoedanigbeid, 5ffl. roepana, rocpania. ©. roewana ■Ti'lOl(Kl\ 

Hoedenmaker. » toek.ng toedoeng, loek.ng tjipéo. 1 ^ „^g^ 

@. toekangciocdoekoewi. fj }^ ^ 

Hoef, paardehoef. SDI. koekoe kaki koeda. S. talapok. . [lïillïUlin(Ul3aai[|\ 

Hoek, kant. OT. penjoeroe, per-sagi. ®. joevoe 110^11% 

Hoen. Wl. ayam. S. haijam (un (UUl EJII] \ 

Hoenderei. ?DJ, teloorayam. 6. endogbayam. . . (Ull|ir| Mianfll-Jnnill EJII] \ 

Hoenderhok. 3)1. tampat ayam. ©, enggonhayam. OJli innnflilitl~m(lllll(UJj\ 

Hoer,ligtekooi. SW. soendal,kandakh. ©. daijang,socndal. «01(lIlJi\!KJ) (K)iani| \ 

Hoer (alle mans). 3JI, socndal jobong. S. soendal djobong. (kfl dtl in ïDi 3 on idi 3 \ 

Hoererij. 9Ï!, ber soendaJ-an. S. ngaranjeet O Tï 1] IKI 1 dSïl [1 \ 

Hoerewaatd, 2t. tjomblang. ©. panglayar dJilinuuix 

Hoest. ffl. batok. ©. batoek ann lOj (Km jl \ 

Hoesten. 3H, babatok,bcr-batok. ©. ngabatock on O) iKïl IKÏI 1] \ 

Hoeïeelmaal? 3)1. barapakali. ®. sabarahakali. . . , lUi onri um KH omi \ 

Hoewel; si'e Ofschoon. 

Hofstede. 935. kcbon besar,tamaii. @. kebongedee. . . . Si m om 2 Kl"m HCi \ 

Hol, bolrond. 5R. lengkoeng. ©. njangkroeng. Oïl^|m^ 

Holland. Sm. tanahwalanda, negri wolanda. S. ''•"ëli 1 ^O- ^^^^^^ 

walanda. f Cj^ CJ 

Heiligheid, m liang, lobang, garonggong, 1 „«.^j,^, ^ „^2 üi% 

e. Icgokjlombang. [fj- ( cJl | Ctl 
Hond. SK. anjing. ©. anjing (imiKl|l% 

Hondje, een jonge hond. M. anakanjing. @. anak anjing. anniKliKin~rïliKlj|> 



vGoogle 



Honderd (twee). 3K. doewa ratoes, @. docwaratoes. ! . . , OiunniE 



- 61 - 
Hond (jagt-). Sffi. anjing pemboeroe. aff. anjing pamoro. a/ll(K]J|(Llianfiiaï]Tn3\ 

Hond(bosch-ö/'wUde). ÏK, anjing oetan. @. adjag om as dm II \ 

Honderd. 5?!. sa'ratoes. @. saratoes (MTia; 

. o iunn KïJ (W 11 \ 
Honderd (drie). SJI. tigaratocs. ©. tiioeratoes [ra(tDiTnni-j(Mj| \ 

Honderdduizend. 3». sa ratoes riboe, sa poeloeh laksa. ©. sa keti. (M aSi CT \ 

Honger. ÏK. lapar, la) 
lapar'an. @. ponjo,|«|(U3aj(im 2\ajl jruajlll\(KlIiaiCtIli«] IH~I13 ïajïlini] \ 
palai,kaleenipoli'an.) l l a I ( ( > Jl 

Hongei-ig. ÜJÏ. lapar, ber-lapar. €. ponjo,palai. iintJi2iïlKif|a\nj|oanm\ 

Honig. ïOï. madoe, goelamadoe. ©. madoe oon 

Honigbij : zie Bij. 

Hoofd(het). kapala, oeloe. ©. hoeloe, mastaka inn«ui\ tü'MiKlllN 

J J '^ 
Hoofd(hetyoor-):s(e Voorhoofd. 
Hoofddoek, fO!. snpoetanff'ïin kapala, ikatl O 

lap.ia. S. il.t,lotopo„s. |wira™|N^CT)l^™.^U.% 

Hoofdgeld. SSI. waiitr kapala. ©, wanffl > / 

° i_ ''loann(ïJi-(iMUi(n(jji3EJi!(unini\ 

ganipai-,-vrangsomahan. f I 1 tjl 

Hoofdhaar. 3K. ra inboet kapala. 1 

©. Loe-oek mostaka , reema mas- > arïliUïliKinnJKKïiMïliniEiii-EliMdaiN 
taka. j JJü=l, ( '-^ 

Hoofdkussen: ate Kuisen. 

Hoofdluis:£ieLtti8. 

Hoofdpijn. 50?. sakitkapaIa.®.riethoeloe,1 OC^ „ O ü 

njerihhoeloe. '|T^«JU1CT^^^ OV,-«i ^li^nO^N 

Hooldplaats. SDï. kampongraja,kampongpalingbesar.i ^ Q ^ ^^ 

©. nagari, nagara. | 

Hoofdstuk: sieKapittcl. 
HoofdTÜes. aJl. koelitkapala. ®. koeiitl^^ <3 ,™ „ „ ™ Q 

hoeloe, koeiit mastaka. (^ ^^ ^ Ó^ 
Hoog. 5W. tinggi. ©. loehoer nrutiniiN 

Hoogepriester. SR. pangocloe, imam besar. ©. pangoeloc fUtiClOJlX 

Hoogmoedig: aie Hoovaardig. 

Hoogte, de hoogtp. !W. tinggian. £. loehoer, ioebocina. ttOJI UUI MTJJ (Uil ïf| \ 

Hoogte, verhevenheid. 3)1. tinggian, ka-tinggian. 'S. loehoer'an.afUliimTHKl^N 



vGoogle 



Hooi. as, roempot kring. @, dj oekoct toehoer OS«lJ(GSl(Uil\ 

Hoon,smaad. M. bri maloe. @, i$iii,ecrah llllti(MKli| MniUinTl?\ 

Hoop, yerwachtiiie. SR. harap , mcnaharap. @. haren 1 

harep. i^' B F P l(Uin 11^ [U^1U!U| \ 

Hoop, stapel : sie Stapel. 

Hooren, ik hoorde enz. tfl. dongar. S. ngadecngce (Cl ï] HOI ï] KH % 

Hooren, toelu! stèren. Ti. deiigar, pasaiig kocpieng. ©. neadee- 1 
nggg_ 5 'i- ö f e 5 t(i::i8ij([oimn\ 

Hooyaardig, hoogmoedie. 5W. tjoenekak, bonekak. @, boen e- i . 
]^a\ J e > e ^ b |,oi(KT]Mit||\ 

Iloovaardii, trotscliheid. SV. angko, ka-dioemawa-aii. 1 OO Q 

© hiië-a-iii j,[U!l(ULfl(LnniiftliHljj\ 

Hopeloos, a)I. poctoos asa, asa poctoes. @, ces bceiaki O 

daradjat. f Icq CJ 4 

Horen {zooals van een' os). SW, tandoek. ©. tandoek. aïn!m(Kï((|\ 

Q J[ 
Horen van eenen Rhinoceros, Tl. tjoela. @. tjoela iMjirUN 

ie Vee. 



Horenvisch. 59!, ikanayam. ©. laöektiai i ü 

ngaranhayam. f J {k 4 

Horzel, a». lalarkrabo, taboewan. ©. pittëk. (/ie ooA Wesp). U (iSïl IKÏ) [i \ 

Houden, vasthouden. SB!, pegang. ©. tjekkel OJiiKBIfflUljl \ 

Hout. SR. kayoc. S, kai, kahi imn Uil N 

Hout van een pijl: atePijI. 

Houtskool. Wi. arang, ©. keler, — Zie oo£ Kool nraO\ 

Houtzagen. SR. ragadji kayoc. ©. ragadji kaij in ini (K (Min lun \ 

Houweel. 9K. pangkoer, patjol. @. patjoel lU (Wj (TUI (| \ 

Huichelarij. iOJ. tjoelas atï, pocra-poera. @. ; ^" 

poerah-poerah. 
Huid, vel; sie Vel, 
Huid, de huid. 501. koelitdada. S. koelit harigoe. , . . IKXI (HUI lEill -Jimn fïll \ 

Huig(dc), 9K. anaklidah, ©. anaklcttah 0:11(151 '']'fniliKil|!\ 

Huilen: zie Wcenen. 

Hudcn, gehuil maken; sie Gehuil. 

Huis, woonhuis. 2R. roemah, gedong, @, imah, gedong. dill itflf \ OUrnijltSaN 



[luichclarij. Wl. tioclas ati, poera-poera. @. semoc, l S^^, .„•.„.,, ^^ 
poerah-poerah. f J J \J \ 



vGoogle 



— 63 — 
Huisbraak. !ïï. malieng-an. ©. maling, ngabahah. , . (EU omi MCn Oi Oi ? \ 
Huisduif. Wl. boerong darah. ©. djapati aK (Ui ssn ~i. 

Huisgezin. SB!, kalocwarga, isih-roemah, S. kaloewarga. . . (KmamifUianriV 

Huisraad. ïOï, serba roemah, per-kakas. ©. prabot 1 ƒ „„ _ ü 

. , ' ' ' t(n-ginoi3(isiii~nno!\ 

Hulde, eerbe wijzing. Wt. pocii poeiiün, bór- 1 - „„„, ^, _, /^^,,_, 

matkan. @. niangawoela, hormat. f ^ I «--^1 

Hulp, bijstand, SW- bantoe, toelong-an. ©. bantoe, nocloeng. Ol M \ on JTU ^ 

Hunne, hare, Sf, di orajig pocnja. S. bogaiia, i „,„„„„, ^ ,..,,„,.,. 

Hups ch, braaf. W. baik, benar, adap. @. hadee,benar. , , OJtliriHJlN OlKl \ 

Huren. 9Jï. seewa,sejwa. ©, njeewa onarïTKUiN 

Huurling. 5K. orang per oepah. ©. djalmaboe- 1 «^aaiioinnf WW^WIl x 

Huwelijk, SOJ. kawien'an, kawien, @. kawin,ngawin. anilOlltl|^iiniDIKlj|\ 

Huwelijksgoed. SÏB. isiekawïen. S. sesarahan BaaJITn?amK]||> 

Huwen: s»'e Trouwen. 



I. 

Ieder. 3)1. sa satoe, masieng masieng, ©. sahasaha M aJil (Wt mn \ 

Iegelijk, 2ft. segala. @. segala (KJIonniïUN 

Iemand. 3K, orang s'orang,si.ipasiapa. S. saha sata (kil rum IM 0U(| N 

Iels «. bar.„g»pa,apaapa. @. „ahaon 1 „Ml«aiï|lKiaiIUl«nimnN 

nahaon. [ ( O l ^l 

lever, ijver, Tuur. 3)!, radjingan. ©. gctol (i(in«|15ï13a(Uin \ 

leverig. ÜH. radjien. ®. gctol flnfllllCT2«^Jl|^ 

IJlen. S)ï. berkatagilagila. @. ngatjo (CimM3\ 

IJlhoofdigbeid ; sie Duizcliglieid. 

IJs. 3S. ayerbakoe.aycrbatoc. S. tjaib.itoe ^WIttmO|lEïl^ 



Hostedby Google 



IJsseÜjk: zie Geducht. 

IJver: aielever. 

IJzer. SK. besi,bissi, ©. hësi oniMN 

IJzerrocst. SOI. taibcsi, karat-anbesi. S. taibesi i QCi O 

Zie ooi Roest. f 

IJiersraid. Wl. pandai besi, toekang Iwsl. S. pandai 1U1IK)(U(1> 

Ik. SOï, akoe,5aja. ©. ka woel a, ka mi (KmoaaK\auniE)l\ 

Ik zal. Sf. nanti, sava nanti. ®, maiiektc, l„t:„,^ • _ _„, ^ 
mangkee kawoela. ( | { J 

Ikzelf. ^. diri koe, saya sendiri. 9ff. kawoela 1 .„^oimimMïVlClMljlN 
sorang'an. ijl <-'{ 

Ik zie. fOt. akoeliat, sayaliat. @. kawoela një-Eng. . , . (Kïi lUl nrU OlTirnuin \ 

Immers, voomker. 5W. nUtjaya.sesociiggoeh. ©. tem-l0^g|-^ 

men,pocgoeh. f <„»| J!/ _J^ 

Impost. HK. hasil, Ijoeke. ©. asil,tjoekee ajlllOJl(imi|\ (KJi dlBOlN 

In. W. dalam, di dalam. S. di djero M^ïjTnaN 

Inademen, fffi. bernapas, tariknapas. S, ngambakan. , . . lO EJl (Kil Mijl % 

Inboedel, 2K. isiroemah. ©, prabotimah (omioi3ssïl-JiriElIf\ 

Inboorling. Tl. orangnegri, anaknegri. @. djalma djinis. (IS .ïUl df; (I<1 M 1] \ 

Inderdaad. 3JÏ. soenggoeh soenggoch, pasti. ©. temjnen l^gf^^Tatlfl 

temmen. — Zie ooi Voorwaar. J [EL, Jl'" 

Indiaan. 9)1. orane hindoe. ©. dïalmahindoc fKoruiiniKlN 

Indien. !K. djika, kaloe, lamoen. ©. lamoen tiafKEn(Kl|l\ 

Indicntijd. 93!. padawaktoe itoe. ©. alamharita. . , (Un lïU (BI -Jlinn dSïl \ 

Indigo. 9)1. nila, taroem. @. taroem, nila «SUITI (Ei| ij % Ml «Ui \ 

Indiesch bitter. ïffl, paparee. @. paria aJ|TnfL'Ul> 

Indoi^en: aie Verwen. 

Indrijven, inilaan. ». lant.k, poekoel ma.op. & di 1 afJSJiaJnMUlN 

pëpëh asoep. ( 1 _^ tJ| 

Ingaan. Tl. masoek. ©. asoep, abocs iuHW IU| \ OJllCTI Wp 

Ingaarderderaccijnsen. Tl. memeega ng hasil 1 SH„^_;n^^TjomTn% 

negri. S. njekal asil nagara. ( f^ 

Ingang. 9)!. ka masoek'an,pintoe. @. ka-asoep'an. . . (Kin(Uïllkil(Ltl~l aoi] \ 

Hostedby Google 



— fl5 — 

Iiigcbceid, verwaand. 9». katjak, tjocngka. 5. leiigoes .'^^!1JI|\ 

Ingewand. ^. isiproct. @. ësilwttËng ^iwi'Oièn\ 

Iiigeïamcid, inzamelen. ÜK. pocngoel, mcmocngoet. S. moeloeng. . ^'i'lj^ 

Inhalen, onthalen. Tl. samboet. ©. mapag (HliUOfTljp 

Inhalen, MJn gezegde herroepeii. 5K. Lalik Hda, tiada 1 i^^^glmTon en ! \ 

pcgangperkata-an. €. haliklcttah. ( [ -lI^ > 

Inhallgheid: zie Baatzuchtigheid e» Schraapzuchl. 
Inham, baai: «e Baai. 

O, 

Inklioren. 5B. sondjab, badjieng. <S. badjing arïl«e;\ 

Inhoud -vaneen geschrift. ISl. boenia soerat. 6. saësi-i uj,gjj^,^^^-j,^,p 

ningserat. f U '-'l 

luhuis. aB. di roemah, dalam i'ocmah. ©. di imah ([Jl(Liine^\ 

Inkomen, intreden. Tl. masoek, datang masok. @. asoep (Uin'Mnj||> 

Inkrimpen: z»> Krimpen. 

Inkt. as. dawat, tinta, mangsi. ©. mangsi 

Inkt(roode). Tl. dawat mirrah. ®. mangsi hërem è!MSlnJle|^ 

> Q 
Inktkoker. 9?!. tampat tinla, tampat dawat. @. wadahmaugsi. OWl^EJllUN 

Inladen: sie Laden. 

Inlaten. SK. brimasoek. ©. meeree asoep (i|aïjiniM»jU|\ 

Inleiding, voorrede : «e Voorrede. 

I.iluisteren, zaehtjes spreken. Ti. bisick,ber bisik-hisik. Kt_t „Tn «]«3 W| n 
©. hareewos, ) ( I '- l 

innemen, ik nam in. ÏÏI. miiioem. ®. i.galë-ëL ag.(L™i,«1|\ 

a Q 
Innemend, vriendelijk. SB, adat manies. ®. amisboedi aJïl (tn W itJl> 

. OT. katam,meng'atam,toewi. ©. di boewat. . . IJlt™ iUI!lsn| \ 






Inroepen. SB. panggil masock. ö. tjiloek'an "^"J^^^^^ 

Inschenken; atVSuhenken. 

Insgelijks: at'e Alsmede. 

Inslaan: zie Indrijven en Slaan. 

Inslokken : st« Slikken. 

Insmeren: «i'e Smeren. 

Insteken : at'e lunetten. . / 

Instelling, gebod. 50!. oendang oendang, parentah. ©. oewarj /^^^ 



vGoogle 



Instemmenj toestemmen. OT. kabocl, bri niohon. i 
6. katarima,kaboeI. f 

Interest: sie Rente. 

iTitreden : sie Inkomen. 

Intrekken : sie Herroepen. 

In waarheid. Wt. demisabeniirnja. ©. .srtbcnani; 
sanjana. 

Inwoner. 3R. orang bcroemah. ©. djalina imahir 

Inzamelen: a te Ingezameld. 

inzetten, insteken. 3)1. boeboeh. @. sok 

Inzouten: «ie Zouten, 
hoor: ai'e El|)enl>een. 



liM oi (KI KI \ (ka orm Ml \ 



. (ï[(Kll3(Km||\ 



j. 

Ja. ^. ija. ®. nja fUn \ 

Jiiar, eenjaar. 3H, taöen,3a-tahoen. ©. taöcn, talioen (Ml lUin (Ki 11 \ 

Jaarboeken. SDï. hikaijat ©. hikaijat flJin(KlIlllU)iEin||\ 

Jaarscld. 3K. eadji, eadji taöen. Ê. eadji, wane t;ioen. ) Q i 

zlooill'AJi,. ' ^ }mKvo™in|«|v 

aargetij,sdizoen. . nioeMin. fc. P'"'"»g-l (unfj,^ as^» -^ ajjn,^, ^j ^ aJltkS\ 
kat,oesoem,mangsa. f tj[ ^ ^ ij\ 

Jaarlijks. 501. saban taoen, tiap tiap moedm. e. "«nggall .^^ 

taöen. f Ji «^ü, ^ tJ| 

J.gc„,j.gt.S)l.bo.,oe,b,boer„e.S.mor„,, 3^ ^^ ^,^^ 

morowan. f \ [ | i tJ' 

Jager. 3B. orang pem-boeroe-an. ©. pitmatang ttJKEa«ïïl\ 

Jagt:a«e Jagen. 
Jagthond; sie Hond. 

Jagtplaats. 3H. per-boero«-an. @. pamorowan. .. . iUiiï](B3l]TnïOWn\ 

Jaloerschheid. 9ff. tjiemboeroe-an. ©. timboeroe-an. . . . (Km (EfniOJIKIfl N 

Jammer. 9B. saijang, kasejhan. ©. hanjakal (U(l Mlfj (Kïl oru |] \ 

Janken ; sie Tjanken. 

Japon (proBice i/eed). Wi. kabaija, badjoe. @. kabaija IKWOHUUIV 

Java, het eiland Java. 5W. tanahdjawa. @. noesa djawa.\ . , . sOtMIKOV 



Hostedby Google 



— fl7 — 
iüueAjjonBelinesciiap. Tl. kainoeda-an.1 0>C>/ 

@. ngora-aiijékkeriigora. f \ Jl I 

Jeuking, jeukte. 501. gatai,ber koedis. ®. «tel (UülusunnjiD \ 

Jezus Christus. 9)1. nabbiisaj. @. mbbiisa Miciionikix 

Jicht. Tt. sangalkaki. @. loempoeh (iro(a-J|?\ 

Jong. aïf. moeda. ©, ngora,anoiii m aSTriMUn NtjKl aOj] \ 

Jonge dochter: ^ie Maagd en Vrijster. 

Jongeling: a:ie Kn;iape« Jongman. 

Jongelingschap: aie Jeugd. 

Joneen.knaapje. 5^. anaklakilaki.i Q / O- 

Jongman, vrijer : sie Vrijer. 

Jongman, jongeling, m. orang-moeda, boedjang. @. «e-i ^m flK\ (0ine\ 

djang, boedjang. f J J 

Jongvrouw. Ti. nj ei moeda, par i wan. @. ^^^«wee> 

ngora. r I ( l 

Ju^hcn, trmmfgesdirci. m soerakh, ber-soerakh. 1 ^^t^^^, ^ ,^^n«a,0 v 

©. scnggak,soerak. f <J[ J iJ[ 
Juist,zeerjuist. Wl. benar, betoclsekali. ©, benar iS^s 

^iVooA Billijk e^Rcgt. l.Oig% 

Jupiter (planeet). 5W. bintang mocstan. 6. l^intang i ^ ^. jj^^,^^ 

mostari. I "^ I "^ 
Juweel, diamant. 5)!. permatSj intan. ©. iiiten !imfi1(Klj[\ 

Juwelier.».or.„gm»„j„ew.lpcrm.t..&.non^ ^^ ^,^_OS;„ 
ngadjocwal mten. i J J *^ t_H 



K. 

Kaaiman, krokodil. 50?. boewaijao/ boeaija. ®. boehaija (Cïj (Uin «All \ 

Kaakbeenderen. 2B. toelang gigi. S. toelanggoegoesi. . . (isï) tfliainniiniui \ 

Kaal, kaalhoofdig. SH. boetak, goeudoel. @. boetak lOl IKITI (Km | \ 

Kaalhoofdigheid. Ti. goendoel, soelah. @. goendoel ™»C(ïlfl|l\ 



Kaap: «iel 

Kaars, kaarsen."?!?;. iilien,dian. ©. damarmalam l^Tt(oïuran 

Zie ook Waskaars, f Jj 

Kaart, landkaart. OT. peta, pata, @. gamb.tr tanèh i 
tanêh. ( 



ll.tlltellïiri ?I1S!JIW?\ 



vGoogle 



- (18 — 
Kaarten, spedkanvteii, SK. kaïtoe main. ©. karfoc maiii. (Kïl Ol (BI (Uin W [] v 

Kaas. !ffi. keejoe, kidjoe. (S. kidjoe walüiKla . .. . .. . . . m\9K3JiSVlK\\ 

J GJ 

Kaau wen, hcrkaa uwen. ■ S(. koeniali, mamah. S. bëweng ^lIIllaJl^ 

Kakelbont (aemengde kleur). Tl. hei selane selane. | 

®. patoernpang-toempang. f J } 

Kakelen, zooaU een heti. 2)1. kokotlak, koctit. 



' l((iiaiïiï](Kt!i2(ta)iKïi.i\ 



©. kokottak. 
Kakken, zijn liehoefte doen. SR. boewang aiier, bceiak. i Q Q.. 

». ngismg, dadoet. ( ^ <J( 

Kakkerlak. T\. kutioeajioas. @. socmindaLl Q 

tjoetjoenggoek. ]J, {;j J| ;5 ;^ Ji 4 
Katketoo-^'ogcl. üK. bocrong kakatoewa. S. kakkatocwa. . . am Mli (Ktl O \ 
Kalebas; «e Kauwoerde. 
Kalebas pompoen. 'SR. kalebassa, laLoe. @. waloeh fUinJl?\ 

Kaletateren, breeuwen. 501. pakal. ©. pasék (U(U(Kinj]\ 

Kalf. 5K, anaksapi,anaklemboc. S. anak sapi (ulillfl(Kïl-JlllJl\ 

Kalfeïleesch. 9J1. dagien sapi moeda. @. laöek i ^,,„^,„^ „ ,^ , ci 

anak sapi. ij Q 
Kalk. OT. kapoer, kapor. ®. apoc dJiniUlN 

Kalksteen, 3H. batoe kapoer. @. batockarang azï) dïin (Kim") \ 

Kalkoen. Tï. aijam sabrang,liajaniwolaiida. ®. haijai 
sabrang. 

Kalm, gerust. 971. senang, ledoh. ©. senang (Rlin\ 

Kalmus. SU. driengoe, daringoe. @. daringgo (tJITnijdnfiax 

Kam, haarkam. SS. sisicr. 6. pameerces, sisir. . . OJIItiEllttlTnfM^MMI-JiN 

Kameel. Sf. oenta. ©. onta a|aJ112a-£l\ 

Kamer: eieVeitrck. 
Kamertje: at'eCel. 

Kamfer. SH. kapoer baros. @. kapoer ba roe iKïl(U10l'yi> 

Kamizool. 5B. kamsool, badjoe pendek. ®. badjoe senting. . . Cï|(K(MMlv 
Kammen, het haar kammen. 5W. sisier ramboet, meniisir. i a o/ 

Kampcrnoelje : Jiie Paddestoel. 



lOJIKlIUItBl, 



#.|a::fl\ 



vGoogle 



Kuiiiphaali , wchtliaan. Tl. niium saboiiü'iui. 1 

S h.y.m.do.wn. |™ MH Jnr|J«Kl,p 

Kaïijkoffijkan. 2R. tampatkopi. ®, tikoek Oi im Km il \ 

Kanaal, waterleiding, ffl. loerone aiicr, selokan.» _ / 

@. soesoekan,waioer'an. ^ |y™^«I,«fl|Mi..^TlGfl|p 

Kanangablocm. 2B. kembang kanang.. e. ketnb.ng ka- 1 ^ ^ ^ ^. ^ ^ 

Kandelaar. !Dï. tampat lillen. ©. tampat lilin astl (tH -fl .CT ÏU) (KI fl \ 

Kandijsuiker. Tl. goelabatoe. ê. goelabatoe rm mjoi ti5ïl \ 

Kaneel, Tl- kaijoe manies walanda. S. ki amis waianda. «ïiOJniElUWiami KI \ 

^ 3^ cj 

Kanker, 5W. iiasoer, tjerana. ®, serahën ikfiTTI ïttiiil Kil \ 

Kanon. OT. mariam. @. mariam (ï.ni I UUI CJl i] \ 

Kans: =.e Geluk. 

Kant (naafciewer*). ïïf, rinda. ©. reenda mTliKlN 

Katitj zijde : sie Zijde e» Hoek. 

Kapel,kapelletje: «ie Vlinder. 

Kapittel, hoofdstuk. !ffi. pasal,fasal. ©, pasai iU|lMimin-v 

Kapoen. Tt. aijam kabiri. ©. baijam kabiri (Um lUUl CJI (OlTl \ 

Kappen: sie Hakken. 

Kar: 3ie Wagen. 

Kardaraom. ?B(- kardamoeiiggoc, kapoelaga. S. kapel. . . . Mïl Hl (UI 3 ÏU [1 \ 

Karmezijnrood. ÏR. wamaambaloe. ©. warna ambalo. aJliKliUllltJimïUia\ 

Karnemelk: sieKememelk. 

Karper. tSI. ikantambra. ©. laöekkantiera lïU HJll iKTi Cw \ 

Ji KI. ^ 

Kassia. Tl. toeri. ©, toeroe~i iKtl Til (Uïl \ 

Kast. Tl. almari. @. almari tuil'iajnil\ 

Kastanjes. SOI. bocwah sanintan. @. saninlen ((J| KI iffl KI i ■• 

Kaslreren: sie Lubben. 

Kastijden, straffen. SM. siksa. ®. siksa (MKui-A\ 

Kat. Tl. koetjieng. @. oetjing 1J'J1!M\ 

Katoen. a)i. kapas. é, kapas (HDliUnJlil \ 



vGoogle 



amenoos (zekeTV slee»). Wi, iatoe mata koetjicng. » ^^ ^^ Qj^ 

@. batop mata octjing. i ^ ^ 

Kauwoerde, kaleLas. SDI, koendoer. ©. koeinloer ftOl Kv\ 

Keel. 3». koengan, rongkoiig. ©. li korro (Ml nn Kil 2 Hl TH 2 "v 

Kcelietter. OT. hocrocpdirengkong. @. aksara. ^^^^ ^O ^^ ^ ^ ^ 

tl korro. ( I [ 

Keelontsteking. Tl. goewam. @. iiaroesoe iCTITiIIKjIX 



Keffen, Maffen. Wl. gonggong, menggo.iggoiig. . ^^ ^ ^^ 

@. ngagogog. f ( ( J) 

Keizer. üK. maha radja, eulthan. @. soesoenaii (klirijim Kip 

Kennen. ïffi. kenaal. @. wawoeh (UliUf\ 

Kennis, kundigheid, m. meng'a.ti, pang'atawan. g. P"- 1 aJin:nO|iWI\ 

ngalisa. f 
Kennis hebben. W. berUmoc. ©. eelmocna majininjl«l\ 

Kennis, kennissen. SK. kenal'an. @. kawawoeh'an. . . . iHïlOO raJïliKlj] \ 

Kennis geven, waarschuwen. 3ff. brikabar,! q^ 

britaöe. ©. beebeedja, beedjakSn [noimoilKMi] oi(lKiKiil(Kl| \ 

ZteooAMedcdeclen. ) ' ^ " 

Kerfbank, tabak-kerCbank. ïOï. lam pat meng'! ries tambako. I -?. (rnonfllKlU \ 
@. rimbagan. f" M^n Jj 

Kerk. m. greedja, roemah sanAaijang. ©. masigit iiaiiMamiisnfl \ 

ZieooÉ Tempel. f Jl 

Kerkboek. 5»!. kitab samtaijang. @. kitab masiglt. . iKin ilSïl Ol iJJl nm flïin II \ 

Kermen, gehuil maken. 5D?. meng'aloeh. ©. ngoejoeng «TiilJlJlX 

Kermis: «e Markt. 

Kern van een vrucht. !ffl. isi boewah, bidji. ©. ësiboewah. . IUillOJl(^^nO!^ 

Kern van het hout: ate Pit. 

Kernemelk. 5». aijer manlega, soesoe asam. ®. ^jai man-^ ^ ^ ^ ,, ;ki tim -v 

teega. f ( na. 

Kers, waterkers. 3)1. daöenpedaspedas,salada aijer. @- sa- l^^^^^^a ^ 

ladatjai. f 
Kerven, kleinhakken. UK; ditjintjang. ©. di tjatjag (LH lïJl W «ü | x 

Kerven, snijden. 5». iries, meng'! ries. ®. njiksik KWl(Kïl-dHKï)|| \ 

Ketel. m. kittei,tjirek. ©. killel, ijerect li^Mnifll \ M «lTrntSïl|-v 



dby Google 



— 7i — 

ketddeksel. 5H. peiioe toep tittel. @. toeroep kittei. . , . iSïl "ïl (UKiiïiitajl^ \ 

Keteltrom: sieTrom. 

Keten, ketting. 501. rantej. ©. rantec TTl m itfl \ 

' / 
Keuken. SW. dapor. @. dapoer. (Zie oo* Kombuis) ([J|0\ 

Kcukcnzuur. ÜM. atjar. ©. atjar ^LFïi(Kll^ 

Keurig, iets uitgezoclits, Tl. pilian, pilihan. @. pilihaii. . . oJiiUUiJiLnn (K1| \ 

Keus, keuze. Sffi. pilian. ©, milihan (U«UI JflJd (Klll \ 

Kieken, kuiken. fW. anakaljam. ©. anakhaijam. . . iUïia{l(HEi_J«(Uin itJI[| N 

Kiel.^ndic{{sekere roofvogel). Tl. eulang,balang. @. belang. . . . ajlil(n.'i\ 

Kies. gB. gigiasoe. ©. tjareeham ao) m TTiajiD iHi ij \ 

Kiespijn. Wt. sakietgigi. ©. njerib hoen toe onnTTlHJBl (Hl\ 

Kieuw, kieuwen, vischkieuwen. Tl. isang, hisang. @. asang muiSJIN 

Kieien, uitkicren. SOI. pilih, memilih. ©, milih (£namif\ 

Kijatehout. Tl. kajoejatti. ©. kaliidjatti (Kïi lum «é; (ei'l > 

Kijken. Tt. Jiat, tengok. ©. djë-èng feiïnv 

Kijkgat. Tl. lobang hoewat liat Iroes. @. pano-ong'an.OJimiKlïinnjfl on (Klj|\ 

Kijven, ruïie maken. M. berbautah. ®. ngabantah ananilKiïx. 

Kikvorsch. 501. kodok, kalak. ®. bangkong Oi m [Kfi ï \ 

Kim: Jiie Gezigteinder. 

Kin. Tl. dagoe. ©. gado irïUjfLJiï\ 

Kind. Tl. anak. ©.anak.i i 

Kind (onecht): sie Onecht. 

Kinderachtig. Tl. seperti anak kit j iel. ©. kawas 1 „,,,.,, __3.™, 

bo.d.klëftik. ^ ' |™aM«^r„ra|v 

Kinderloo,. ü». j.„g ti.d. poenj. anak, boe- ■ g ^ , ^ ^ 

loes. ©. anoe tehogaanak. ( J \ O ^\ 

Kinderpokjes; «ie Pokken. 

Kindje, zuigeling. Tl. anaksoe*oe,l ^ 

anakkitjiel. ©. orok,nginaiig,J«]aJ"3fj Ti39ffl|^ ü^^ '"Jïl^a'i'^jl'M^ 



vGoogle 



Kindschheid.üR.prianak, 
masi anak anak. S. ek- 
ker orok, ekker boedak 
kecnec. 



lm ïim in am a «] Tl 3 anii I] \ lur (Kïi on (ïJi «] stil m fKi \ 



Kitteleii. SP). geli,gli. £, gectcek ï] nm «1 OSïl Mïi ,1 \ 

Klaar,doorschijneiid, ïffl. tjaijpr, traiig, 0. tjahitij.t ] 

Z.VotvE Helder. jWimilMv 
Klaarblijkelijk ; aie Duidelijk. 
li.ia.Ruv!,zooal» van een beest. SR. kockoc. ©. kwkoe IKÏ1MI1\ 

Klaau wen, krabben. SOï. tjakar, meiig-garis. ©. ditjakar (UtOJiamx 

Klagen, stenen. SS. kaloh, peng'aloh'an. @. hoemandëwar. . . (Uïl{EJliiTiaj|\ 
klagen, aanklagen. SR. meng'adoeh, toedoh. @. nibakën. . . IK1 OliHlUfttll] \ 

Klagt,klagte. ïït. ratap, meng'adoeh. @, nibakén IKI Cïl (Un IKI jl > 

Klam: at'e Kleverig- 

Kl ander, torretje. SSt. boebock, ©. tokko m Kï| ï m MTi 3 > 

Klank, uitspraak. Tl. tandasoewara,boejiji. 6. tandasawara. «Sm (K1M(U1T(1 \ 

Klank, toon: aie Toon. 

Klap, iemand eenen klap geven. 3S. tampar, tabok. ©, tjabok. Ml] 0(21101 [|\ 

Klappemoot, kokosnoot. Tt. bocwah kalapa. ©, boewahi^' 

kalana J.!C:ïlO?imilïlflU \ 

Klapperolie. ÏO). miiijakkalapa. S. miiijakkeletik. . O mjliKiiio (i^iKun \ 

Klappertanden. SJ. menealatok eiffi. @. ngadecs-i 

Klapwieken. OT. mclayang. @, ngalajang (i:n(injlUlli\ 

«lir 

Klecderen, kleedine. 9JÏ. pakci-an. 1 v . 

° , *^ ■' l (UI mm arm 3 MUI u 01 (Kin uui Mijl \ 
■». panganggo, papake^an. f | | J[ 

Kleermaker, klederraaker, SR. toekans jait, peiiiait. ) . 

S. toel.„ek.poot. (a, .,J Snijder) . . . . .}j""^^'^-' 

Klcerkas. 3». almari pakej-an. S. aliiiari pangatiggo. OJïimmniiJiiifujiimï 

Klei, kleiaarde. 5R. tanah liat. 1 _0- QO O 

e. t.rfh liicl, t.„a porang. } CTgpMMJN Hl^^^ «»T1 ^ 

Klein. M. kitjicl. ë. ]éttik,lëtik nflsitliïl|]\ 



Hostedby Google 



„ 73 - 
Ktein van postuur: «ie kort. 
Kleinachliiig, minachting. 2)7, meiie'hinakÈn. 6. iwahi-i ,„ O^^O _^^ 

, g ° " " ^ i on tuil wam m n \ 

Klein iah ei tl. ÏW. koeman, perkara iani; sla, ©. nsan i O 

kitoe ba-ce. ( IKL, __^ ( 
Kleinkind. W. tjoetjoe. ©, intjoe ajiaiHl\ 

Klepel van een klok. SiS. anakginta. @, anakgenta OJlüHlfliïl Kl% 

Kletsen: xte Slaan. 

Kleur. as. wama. @. warna (Ulïri\ 

Kleven, aankleven. ïïï. lekat, @. rakat Tl IKII 95Ï1 il \ 

Kleverig. 3». lekat,janglikat. @. rakat Tfl IHÏI OSïl II \ 

Kliergczwel. 3K. ka ayer'an. S. oe-oesëpen (LmomfWl (Lil-Jin(l|]\ 

Klieven: =.e Splijten. 

Klimmen. ïffl. panjat, memanjat. @. ta-eekan (Kin «1 om iKti «1 j| \ 

Klip : eie Rots. 

Klok. 5ffi. ginla. ©. genta (]I1I1M1% 

Klont: Sf e Kluit. 

Klonteria, kliiiterig. 3f. bereoempal, kipal. ©. djadi 1 „ O 3 ^^„ 

, . °' ° e r ! f J (dKiUTl»(inöl-JHOJI|N 

Kloppen : sie Slaan. 

Kloven: sie Splijten. 
Kluchtig niensch ; zie Snaak. 

KluistercMj boeijcn. 3H. be rantee, rantej-kan. @. di rantee. . . . HOI "ïl ïj IKl \ 

Kluisters, boe ij en. 5öi. rantej, beloenggoe, ®. rantee Tl«[iKlN 

Kluit, klont aarde. 3)1. goempal. @, kimpel MmiBl— iamil|\ 

Kluiterig; ate Klonterig. 

Kluizenaar. 50f. bctapa, bcrtapa. @, bertapa lOn(Bïl[UI^ 

Kluw een kluw s.ren. 5». s. goempj hen.ng. S. .. boen- 1 „ ™ ^„ „ „ ^ 
teifcantee. f ^ kl,(kl, [[bi. 

Knaap, iongelina. 2R. anak laki laki, i Q O 

boeaak. S.anaklalakijboedaklalakj. f ^ (in^ J OIU, 

Knaapje: zie Jongen. 

Knaeen,ln*bel,n. ». kilicl, n,ens'iki.l. S. "e-e-l „«„„Tn„omKn, ^ 
peegeet. f | | , J| 

Knappen, breken, aooab touw. Tl. poetoes. ©. pegal M tïifl Km |] \ 

Knarrebeen : •>« Kraakbeen. " 



vGoogle 



— 74 • 



Knarsen, als met de tanden, m garatgigi. @. ti kerke t. . . iCTMmnSiien 



ïl^ 



Knechl, dienaar. SW. hamlia, boedak. ®. ahdi ajinOl> 



Kneden, drukken. 2fl. ramas. ©, ramés Tri^sor 



Kneden, tot deeg maken. Ti. giliciig, ramas. ©. ri-«s Ti | uui (kl [| ' 

Knellen. fOl. mcnjepiet. ©. njapit annniU»Sïin\ 

Kneukels der vingeren: st'e Knokkels. 

Kneuzing. SOI. labam, mamar. @. rëng'at (UidruïHDN 

Knevel, knevels. 3R. kocmies, misai, ©. koemis (Kï) aiKllil \ 

Knevelaar, afperser. ^J!. orane mcrampas. @. djalina ) 

rampas. f (>j j[ 

K ne vel arij, afpersing. SJJ. rampaskan. ©. rampassan. . . TniEil-JUKJl-AïKin n 

Knevelen. SM. merampas. @. ngarampns aziiniEil—niMa ^ 

Knie, kniën. ÏPf. loetoct. ®. toe-oer isin(Uï]\ 

Knielen. !St. doedoek i>er loctoet. 0. ngadekoe (inwKTl\ 

Knieling: »ie Voetval. 

Knieschijf, üïf. kapala loetoel. @. tjatjerriwoan. . .(l0lMnfliriO3aj]llKI[|\ 

Kniezen, kwijnen. Ti. ngangoet, menjadi mocrong. Ë. sedih. . , . iïjiiij|»\ 

Knijpen. Ti. tjoebief, pidjit. ®. tjiwit. (Zte ooi Nijpen) aJi O asïi n \ 

Knikken, slaperig worden. Ti. meng'antok. ©. noendoetan. IKI KI (KI] Ml 11 \ 
Knippen, tegen den neus knippen. 3)t. djindit, pictik penticl. l,"^,-,™, 
. sintrek. f f^ tJj 

Knods, knuppel. ïOJ, batang kaijoe. @. dahan kai HJHUïHtiHUm \ 

Knoflook. 2B. bawartg poetih. ©. bawangbodas. . . . oioinani|3ii.TiaJ|[i\ 
Knokkels, kneukels der vinccrcn. Ti. boekoe jari. @. boc-l _ 

kperamo. fjj{ 

KnoopiB, sooaU roksknoopen, ette. 3K. kantjieng. ©. kanfjing. . . .fKllllKl\ ' 

Knop. Tl. boengkoel. @. boengkoel 



m. Tl. soeng'oel, tjoriiel. (£. ngitjimih üiwitn 



. OlKnirUïN 



o Q 



jyGoogle 



- 75 — 



Knorren, brommen. Wt. soeiie'oet, ineruioek. | ci q/ c* 

_ ,.'. .. s ' j tamoajinnflJiiilOdjfliKiiN 

©, liiwir awee-wee-eii. ƒ I I J 

Knorren, brommeni-eliikeenhonJ. 3R. moiig'arone , eieier i„ / C> 

seperti anjing. @. ngahargem. ƒ Jj 



Knorren, als een vai-ken. 9», koerkoer. ®, njegrokkan. (tin KI Utfï] a 



'Hs'ïï^'jj^ 



Knuppel, stok. 9)?. toenekat. ©, itek, tetekan. 1 Q O- _ O- Q- 

Koe,koeijen. SR. lemboe betina, sapi parampoëan. ®. sapi i^^^ Q ^^ ^ 
bikang. ƒ 

Koek, zoete koek. 3Ï(. dodol, koewec. S. djawada, koewee. (iK.lülWlMKllimON 

Koekepan: «ie Pan. 

Koel. iW. sedjoEk,ber-aiigieii-an, @. ti~is OiuniMIlx 

Koemelk: ate Melk. 

Koemest, koedrek. 9S. taisapi, tjcrttjawi. @, tai sapi lEm lUin 'M fIJt \ 

Koestal. 9B. kandangsapi. ©, kandang sapi (KHi^M^iruiN 

Koesteren, opbrengen. 3^. pijara, piara. @. njo-o 0(1 Ofl 2 (Ij üjlil 3 \ 

Koets. 3)1. karetta besar. ©. kareetagedee a(nan^>^^CT|(lfïlIl(M^ 

KofRj. 5ÏÏ. kawah,kopi. ©. kopi (n(^at^tlJI^ 

Koffijboom. Sffl. pohoonkopi. S. tangkalkopi iKii «m ï) (ÏTJI 3 UI ^ 

Koffijboonen. 9Jt. boewahkopi. @. boewahkopi OIO JïlKH aiUl\ 

Koffijkan:aieKan. 

Kogel. aH, peloeroe, pilor. S. pcelor fflinjimmiiSN 

Kok. SM, toekang raasak, koki, ©. toekang olah usiltttlTi mnjinamjisx 

KfAen, eooals eetbare waar. SJi. reboes, @, koeloeb lKTltifiji(aiij% 

Koking, opborling als Tan kokend water. m. mendidih. U-, m «, J KUl «Tl S % 
@. ngagolak. f | J| 

Kokosboom, 5)?. pohnkalapa. ©. tangkal kalapa iGifi Kil ffiUl orui (UI "» 

Kokosnoot; zie Kiappernoot. 

KoKjk. SB. tjika,ranggut. ©. tjika MIKUIN 

Kollegie: nie Bijeenkomst. 

Kom, Moali van porcelein. 50?. mangkok. ©. pinggan OJinmntllN 

Kombuis, keuken. W. dapoor. ®. pawon njimoawn-v 



vGoogle 



Komen, aankomen. W. datang, mari. ©. dalai.g, 1 ^^ ^ „^^^^^ 
kadijëh. f 1 

Komen, vooruitkomen. tOÏ. meng'adap. @. njangharëp. . . UZïn min dJl lUI || \ 

Komfoor, Yuurtest. SU. kompoor api, dapoer besi .> O^ ^ ^ ^^ ^ OO 

©. hawoeüësi,wadahsenëh. i ^ ' O' 

Komijnzaad, Wl. djintan. ©, djinten aK«|Ml|\ 

Komkommer. 5R. timocn, katimoen. ®. bontccng nnini3i(|fti*i> 

Kommer. 5B1. soesah af i, kadoeka-an. S. socker angcn. . . 0^1 imn (Uil aïllKI | > 
Komme£e. W. ^^ngkok kitjicl tja--^a^^^^ ^ ^^^^ . ^^ 

waii.®.pmgganlettik,tjompclong.f B Jl ( l 

Kompas. SK. padoman. @. padoman aJiir|HJ13£.1Kl»\ 

, Komst, aankomst. 3JÏ. sampai, soedahsampej. S. suemping. . . . (K|aJI_JI\ 

Konfijt. SOI. manis'an. 6- maiiisan eJiaq,(M_*Kl|\ 

Konijn. Tt. kalicntji. @. kalintjï *finami(Ki\ 

Koning. 3H. radja, raja. ©. radja TTiaSX 

Koningen. 9JI, radja radja. ©. radja radja Til (IS. Tii UK \ 

Koningin. SK. faitii radja, ratoe. @. ratoe TidSHlx 

Koningrijk. 9?). ka-radja-an. ©. wewcngkon oÖniiKini «flij \ 

Koninklijke draagstoel. Tt. ocsongan. ®. tandoewan «ïui (Hl (UI KI [| \ 

Koninklijke zonnescherm. SDï. payone ka-radia-an. i .,,,s,™,,,™. 

@. pajoengbawat. ( J d\ 

Kookketelo/ pot. SW. prijoek, tampat masak. @. dalocng (lJinS\ 

Kool, als tcilte, roode enz. 2??. koebies, kool. i _ o 

e. ko,bi.,ko.l. ^K50,MJ|^^™l«.J|^ 

Kool(liouts-}. ÏK. arang. @. roehak TI(L;iiiikïI|| \ 

Koon: sie Wang. 

Koopen. 9S. beli,bili. @, mëli £liami\ 

Koopmanschap. Tl. dagangan, perniaga-an. @. dagangan. 1 jj, „ffi o (Kil \ 
Zie ook Waar. ƒ j_| 

Koopplaats, markt. 9JI, pal>etian, passar. @, passar ruiVJI% 

Koord, lijn, snoer. '31. taÜ. £. tali.rar;] ïSïi uru \ TTin \ 



Hostedby Google 



— 77 — 
KoürU. 501. dcmam. @. moemng OITOAJIN 

Koorts (koude). 9B. dcmam dingïii. ©, mocriang tiries. El ^^(lJtji01'^^lM[l^ 
Koorts (anderdaaescheV 5R. demam aanti i ü , O 

han. to. moeriangheletsapowcc. f J ^ II 

Ki)orts(derdendaasschc).2'I.demammenieai Q .C> 

hari. ©. inoenang nelet iloewa powce. j J O Cj I 1 

Koorts (heete), 2)1. domampanas. ö. tnoeriaiig panas. . itil ifl dJU lUi W (KJI |] N 

Koper. SH. tamLaga, limbaga. @. tamaga, tambaga, «Sïioanni(i!inO(Klf1\ 

Koper(gecl). SV. tambaga konicng. ©. kociiingaii Kïliq CKKljl \ 

Kopergroen: aie Spaaiisoh groen, 

Koperrood. SJ?. troesi, teroesi, S. trocsi (mjOJIX 

Koperslager, 3M, tockang tambaga. ©. paleedang (UinaU|(lA\ 

Koppig: st'e Stijfhool'dig. 

Koraal, koralen. 3JI. marjan, mani mani. ©. mardjan iH^iHl|]\ 

Koraalstccn. 3Jt. batoekaraug. ®. karanglaÖet iKlll''n(nil«Jin flSïlll \ 

Korianderzaad. SW. katoembar. S. katoentiar (W(i Kil (KI \ 

KoiTel, korrels. M. bidji. S. siki *JIIK1U\ 

}Lor^t, zooah aan eebak ens. Wi. karak.karak 1 „p o „ / ^ ^ 
nasi. e. mtip, krak kecdjo. f S3, Jj Vj | kl, j 

Kort,metlang. ÏOI. pcndik, pindik. ®. pondok ïlOJiam MlJOCïlD \ 

Kort, klein van postuur. 5R. pindik, ren-i ^ ,^ ,„ „ /„ 

dahan. ©. andap'an, asor'an. i G^ <-\ I <-A 

Korten, in lengte veruiinderen. SR. memindik. 1 ,Q „,„„„,„„,_„„ . 
S. dipondok'an. f | (fj w, J| 

Kort-o/ bijziende. 9B. kaboer, lamoer. ©. lamoer ami[Eil\ 

Kostbaar, hoog in waarde. 3R. ber arga, mahal. ©. rarang TTTTi') » 

Kosten, vertering. 5K. balanja. ©. balajija Ol omi VM \ 

. W. koos, sarong kaki. ©. ka-os,kos, . MHHnuifiaO-JIFI > lltKïiaoJII] 



Koud. SW. dingien. ©. ti~is, tiris asïHUr[M|\aïin'ïinJl»\ 

Koude, die men gevoelt. ?9t. ka-dinsien-aii. @. ka- 1 ,™ O 0„, , „. 
. .] " ° L KïKlSlinnoJl-AiKI^N 



Hostedby Google 



-78 - 

Kouscbitiid. ajl. saniJnng kuLi. S. lüli kos (iSïmfSflfi.HnaWi] \ 

Kouter: «ie Ploegijzer. 

Kraai. Tl. gagak. @. gagü' nfin om iKïl i] \ 

Kraaijeii, mooaU een haan. ?!K, kockok, koekocroc- 1 

j«k. k k...6k«„s„l. ' }^™i.|™2^n.»||v 

Kraakbeen, kiiarrebeeti. 9?.. toelang moeda. @. toelang iigora. (15111 iflfl Hl m 3 Tl x 

Kraam; aieWinkel. 

Krab(aeAerepi»cA). ÜB. kapiting, katain. ®. kéjëp ffllinjUliU|j \ 

Krabben, met de nagels. SU. garoc, tiakar. iS. earro l 

JJie oo« Klaauwen. f j 

Kracht. Wi. katagoh'an, koewat. @. koewat iKïlSJlKin|j\ 

Krachtelijk, ki-achtig. ÜM. denguii kocwat. ©. kabc- i ,^0- „^„ 

Krakeel, ruzie, twist. SW. bekalahi, bantah. @. pasee-a. - - - 1 
Zie ook Oiicenigheid. i 

Kramp, kramppijii. 3H. paiiiakit kakoe, ka-ki'as-an. \ „ . ™,.™. 

@. oeratmaroenigkoet. f J^ CJ ^ J J ' 

Kramp in de voeten of banden. 5H. soemoet'an, @. singsi-) Ck Q O- 
remëii.. ƒ "^ tJ| 

Krank, ziek, ongesteld. OT. sakiet, @. gering aJïiT(l\ 

Krankzinnig. SK. gila, pcr-^ila-an. S. eedan ïj (Uïl HJl W n \ 



It013(imi\ 



Krans van bloemen, W, kembangbolta,boengasakai;ang.|0- - 
©, kembangbolta. ƒ [Xl { 

Ki-eeft (aeAere «McA). ïW. oedang satan. ©. hoerang satan g. . . (UïlTniKJIKïlX 
Kreeft (A<me/«(eeAen}. SPt. bintang sertan. ®. bint ang sertaii. cnKfiaJl asnatljlN 

Kreng. 59). bangkee boesoek. @. bangkee. lüfi «] flOil \ 

Kreupel: sieMank. 

Kreupel, .o, kreupele. 3». orang limpang. S. dj.lm. I KraMffluil-. 

Krib,.<,»rf»«rf™.,.. a». t,u,patm.kanbi„a- 1 ü„o,„„,u j„,^ 

tan. @. pangokoppan. I I ( f-A 

Krijg: alfl Oorlog, 
Krygen(ik kreeg): af> Verkrijgen. 
Krijgsbehoeften. Wl. pakakas prang. @. rarangkin prang, . TlTn IHÏI W (-j "v 

Krijt (iciHeaarrfe). !W. kapoer walanda, ©. kapoer walanda. (K81 UJ i^ fflUI IKI > 

Kriinpfln,inkrim|>en. ÏK. karoekoct. S. maroengkocl EÜTiMllt lünjl % 

Hostedby Google 



Kring, triiigsgewijic. ïOf. boelat, @, boelècl (OlClMjlN 

Kris, indische dolk: sie Ponjaard. 
Krokodil: sts Kaaiman. 

KroUen, als de katten. 3ft. ngagaiJr, ber.boeiiji-sepcrti-koetjing.» ^ lïlfl W om i \ 
@. ngagaör. ] [ 

Krom, hogtig, M. bingkok. @. Lingkciig Ofiaiülv 

Kroon, (koninklijke). 3)ï. makoeta, @, makocta lEJliKtl asïlx 

Kropgezwd. 501. peniakitt baka, gondok. e. e<""l«- i „^ji, ^aS^j{,,, ^ 

Krulde £tp Buskruid. 

Ki-uidnagelen. SÖJ. tjiiigkcc. ©. tjengkeeh. (Zt'e «o* Nagelen). . (WHnflOlJN 

Kruin: sie Top. 

Kruipen. 5K. mcrangkok, melata. @. iiGsiraiab, \ _ 

'^ . e ' s" j ' ifpinaiuiioijMaTniiJuiaJi; 



"3' 



Krul, kruUen. 3B. ikal,bcrikal. ©- gaiing nnninjiv 

Kuch: zie Hoest, 

Kudde, troep vee. SK. kawan. ©. ngoempoel. (ZieooATiop). laiEH-nonJljl \ 

Kuddchocder, veehoeder. SS. gombala, orang me..J»e» 1 „ „, „', „ n J «1 1 N 

domba. m. toekang angon. f J I tJ| 

yiaii,sooaUvaneenvoget. 3H. jambocl. @. jambod (Uül EJlimi [1 \ 

soekoe,bedarat. (Zie ooi Wandelen). Jjj J J tJ| 

Kuiken: üie Kieken. 
Kuil, gat in de aarde- 3)ï. lobansr tanah. @. lombanKi _ » a O, 

dinataneh. (■ ( UI rf tj* 

Kuischheid, eerbaarheid. 9)1. sitiawan.kasoetjian. 6. berseeka. (Ol ï] SJI IKTI > 
Kuit, vis chkuit. SOT. teloor ikan, tei-oeboe. ©. endot; 1'^„.^„ ^^,.„,^„ 

Kuiten, de kuiten. ÜH.proet kaki, jan- ) a a c^ o. o Q 

tonebities. S. boewahbitis, bèn- J OlOÏO|iiSï|(U[tMOl Kianiaai|[kll(| \ 
tjingbiti,. i ' 4 * 4 

Kunde. 5W. peng-atau-an. ©. pangaweroeh [Ulinüni?\ 

Kundig. SM. pandej, bisa^biasa. S. toctoer iElllOl\ 

Kundiglieid: ate Kennis. 

Kumt. ^. pandej-an, ilmoe. @. bisa-ttii, eelmoe. (i::i1lKiiain<K)j|~v in[Uinann\ 



dby Google 



Kunstenaar. ÜR. orancpandci. ©. diaima toe- i / Q / 

toer,djalmapintar. f ij J J (J "^ 

Kuren, potsen, St. tingkah. ©, leeleewa mimimiailOV 

Kurkuma. fÖI. koenjiet, @, konneeng gedee oniKinamiri "fïlïliuix 

Kus: zteZoen. 

Kussen, zoenen. 3». tji-om, tjic>em,menljiöcm. ©, njiÖem. . . OU (ULT CEÜ j| \ 

Kussen, hoofdkussen. 'SU. bantal, saraea kauaia. ) iO> 

©. angge],anggal. / j[ J[ 

Kussensloop. SOï. saronghantal. ©. saroeng anggel, , , . IkmTnjiTOfnaang \ 

Kussensloop (lang). 9R. sarong bantal ■■ — 



saroengl * f 

,. ^IfM'naTfinnnï 

gocgoeling. ƒ■ J J J 



Kustjieeoever. 5If. darat,pasisir, tepilaut ©. basisir on(MlU\ 

Kivaad, boos, 3B. marah, goesar, djahat. ©. poendoeng ^"^"^ 

Kwaad, nadeel; aie Nadeel. 

Kwaadaardig. 9JI. bengis. S. bengis iiininin(kni|\ 

Kwaadaardig, als een wild beest. SB. bo was, djahat. S. galak. tlfin ^ttUl (Kin j > . 

Kwaadheid, slechtheid. 501. djahatan, boewat~an 1 

,.,.-, ■' ' {.(mnntïïiamTnarnKiiiN . 

djahat. @. ka-gorreengan, f I I tJl 

Kwaadspreken, achterklappen, babbelen. UB. meng'oenipaf, i 

niaija. SU. ngoepat. \ J Jp 

Kwaadspreker. Sffl. orang jang meng'oempat. ©. djalma l^^^^^^,^ 

ngoepat. ^ f ^^ ^( 

Kwaadwillig : sie Vuilaardig. 

Kwaadworden. 501. djadimarah. ©. dj adi poendoeng (ie; KJi 111 (KÏ \ 

JO ■ 

Kwaal, onsemak. Sïï. peuiakit. ®, kasakit, i Q O- Q 

.' ..^ ^ •* ' l!KIllMlKïiafiH|MKllstlj]TH\ 

Kwalijk, mis: aieTcrkeerd. 

Kwart, een vierde: at'e Vierde. 

Kwartel. SK. poejoeh. ©. poejoeh (U1(IUJ!\ 

Kwast,zooalsinhout. üffi. niatakayoe,boengkoel. S?. mala kalii. (EU CT (Kil «^ > 

Kwellen, plagen. 9JI. hoewataniaya, ga- 1 __ q^(;->. cxqv 

doeh. @. kanjaija, tëïnglèing-èn. . ( (KÏKKTJI ilJUt\ (liTKinii [lsinOLn;i!&iKl|\ 
{Zie ook Onderdrukken). ) ^ I <J| 

Kwellen, plagen. 9K. pansiksa. @. anoekanjaya a;illHliKniKl| 1IL1I\ 

Kwelling : %ie Di-oefheid. 
Kwetsen: aieBezeeren en Wonden. 
Kwetsuur: >ie Wond. 



vGoogle 



- 81 — 

Kwylcii. 9K. IiÖr,I)er-lijor. 6. ngadahdir laiUlfSf* 

Kwijnen: zie Kniezen. 
KwytraLcn: aio Verliezen. 
KnijtEchelden, vergcTcn : sie Vt-rgcvcn. 
Kwiitscheldiiie, kwitantie. tSl. soera t lapus. iC>/ 

®. .eratWhoelang. | WTl^CT ^M.B, JJCTV 

Kwik, levendige kwit. 9K- rasa, ayer pecrak. ©. rasa Tn(M> 



Kwispedoor. SJt. tampalloedith. ©. tampolong. 
Kwitantie: we Kwijtschelding. 



m«|£ii~Ji3(niïi5a\ 



L. 

dap.dihai.d.p. f CJ4 Cj4 

Laag, niet hoog. 9B. pendek,reiKli(h. @. poti-i 

d„L,ha„dap P • . P }^«.^K,,™|Nm«ujV 

Laag, gemeen. SR. rcndah, hina. ®. koering iimTfi\ 

Laagwater: aieEb,ebhe. 

laan. 3Jï. loerong. @. loeloerocng onJlJOJJ^Iii 

Laarzen. SR. sapatoepanjang. ©. sapatoc pandj.ing (M MKS] lU IKI \ 

Laat. SSI. pctang. B. kaliwat na|(injlO(i5üll|"n 

Laat (te), ïoorbli. ïW. soedah liwat. ®. gés ï Q:;,<^,,^ .^, C> O O. 

liwat, ges lat te-iüg, f ffli^ ^j| aL^iifil, 

Laatst, onlangs. 5Ï), tadi.helomlama. ®. tii- I O „ Ö 

ke.™.,lalja„ma. ' }"1™igN «IMg;™^ 

Laatste. 3R. kasoedahan, paneahies'anianedi hlakangl (.„^O*, „ Qi 

sakali. K>. paiig'anggesna, akir. J i^ 

Laatste dag der maan. 2)1, pana'aLis'an boelan. S, parËm i ,..,,„.„„, 

boelan. f '' O) Jl 

Laatstleden. 5»). kapanhari.Jangdiblakangsakaü. ©. ba-i^j^ ^^^^ 

reetto. ƒ [ { 
Laauw. ÜR. soeam, sedang panas. ©. hangët (Uil! «Tl Kïl il \ 

Laden, in-o/ op-)aden. 28. moewat. @. moewat EllO(Ellll> 

Lading. 9R. moewal'an. ©. moewat'an lEfl (UlOliKIjlN 

Laf, smakeloos. 3)ï. tawav, ambav. @. bari. . OdTÏN 



vGoogle 



tafhartig. !PI. tjubar ati, takoel. ©. 8i-«n [MflljiiKl|p 

lafhartigheid. ÜB. panakoet'an. @, borangaii »] lOl 3 Vim W | \ 

Lagchen. 9B. tatawa, tertawa. @. sëri (Ï3|Tn\ 

Lagchen^hellagchen: «teGelaiih. 

Laken. Tt. sakelat, lakan, S, sakelatjlakan. , lki|«ïl«aj|«SintlMimt«BlMl||-i. 

Laken, beddelaken. Iffl. slimoct. @, sim boet, kam- \P 

Lam. ÜR. timpang. @. locmpoeh arui (E!|-J1 J\ 

Lam, ione schaap. 3R. anak kambine, anak domba. » _ ,„Q"„,, 
S. anakembec. Ja ["^ 

Lammetje: jei« Schaaplam. 

Lamp. 5DJ, palita,lampoh, ©, palita ui «ui asï! \ 

l.n,pclk.n,w.teik.n. ü». tamp.laijcr. S. P'ng'k"- 1 aSa„CT .„„p 

Lampolie: ït'e Brandolie. 

tand. 2)?. benoea, Unah, negri. 6. nagara.taneli. . . . flfl(inaTnMCTl«l,?N 

Land (een st«k), gedeelte grond.. ^. ^«P^tong . ^^ ^ O 

tanah. ©. su pot tong taneh. f ( j ^\ 

Landbouw, m. tanam tanain'an,per-oosah-an tanah. lO^^^g^ 

@. pcpelakan. f "^ t-fl 

Landen, aan land komen. ^. naik darat, toeroen» _ ,nn,f,~T,.,, 

k.d.r... 8.l.d.r..,h.„dj.,. }™«-«™jp™««JV 

Landkaart: sie Kaart. 
Unam.„,bo.r. ». „r.„g m.n.n.m.r.j.t,. ^ «, iT™ ™ H N T, M UI M H ^ 

ra-ayat. @. djalma melak, raliajat. f CJ ij\ (J\ 

Lang. Wt. panjang. ©. pandjang IUIïAn 

Lang, over lang, reeds lang. ÜP. lama, soedah lama. l„° ^^^^,^„^ 

©. lila, gêa lila. ƒ ffill, 

Langdurend: aie Sterk. 

Langsheen. 2». sulaloe. @. salïwat fkJlïUlimraiIIN 

Langzaam, traag. ^, lanibat, perlahun, malas. @. laÖcn. . . . orUliUiniKlil \ 

Langzaam, zacht: sie Zucht. 

Lap, een lap linnen. SS. tampal kain. @. lamak .rtjlOiKTn|\ 

Lappen: ste Verstellen. 



l..t,em™cht. m. pikoelan,tan8go™g-.n. S. >" '"ne-lMrfrtl „„, ^ 
goengan. f J fA 

Hostedby Google 



Lastdier. Wt. momot, binatang-moewa.t-an. 0. momot . l|Ell3i||Cü|3ii!?na ^ 

Lasten, opbreng sten. Wl. oepatïe. ©, tjoekce dOlBlltllN 

Laster, 501. ompat, oepat. @. ngoq)at anaJliMl|\ 

o/ 

Lastig. SBt. lisah,sockar. @. soeker iKnnölN 



Laten, toelaten. ïïlt. bijar, bri mohon. ©. ingkën [Un feïl i 



mi\ 



Lating, aderlating. 501. boeangdarah,kratoerat. ©. di tandoe. . . MOIKIN 

Ledekant. tfft. tampat tidoor,gari. ©. raranjangan mn mnjj iQ KI [| "v 

Ledemaat, lidmaat {aU armen , beenen ens.). 3J[. anggoeta. 
@. roewas. 



Ledematen, lidmaten. 3B. roowassan. @. rocwassan TliiUKM-AiKir 



. TnaJllM.^iKl||\ 

Leder,leêr. 9)1. koclietjamg'at. @. koclit !iCinnaii™5ni|\ 

Ledig. SK. kossong, ampa. @, kossong, apah. . . . ïlKBiainoJi ÏMUm tUl!\ 

"'t™ Ito'''* """""■ "■ '*''''° '""'"'«■ ®- ''"' l«|ran«1«Ji™mjN 

Leedwezen, berouw hebben. SOI. sasal, sasalati. @, hanjakal, aniliHli|!itlIlïlJl||'>, 

Leeftijd. Tt. oemoer. ©. oemoer "^'^"^ 

Leenen. ?m. pinjam.meminjam. S, namboet,min- » ^^^ O^^ 

djëm. (Zie ooft Voorschieten). f C9 <j[ <Si tJl 
Leenig, buigzaam. 551. locmboel, lembck. ©. lëlës friClKJl|j\ 

Lcer,leering. W. peng'adj.ir'ai., ibnoe. ©. pamapa- » ^^^ jg^, jo^nMiji^ 

tahan. f > J[ 

Leer; «e leder. 

Leeraar. SK, pandita, peng-adjar. ©. goeroe "^^"'jl"^ 

Leeren, 501. meng'adjar, beladjar. S. mapatahan lïJiaj|{Ein)i;niltl| \ 

Leergierig, leerzaam, 9)1. radjieng baladjar. ®. g^ltol 1 ^ « (gi, 3 ïung > 
ngadji. f { m 

Leerling. OT. orang peladjar. ©. anoedïadjar 1 ojnKlMUIKIKN 

Zie 00* Student. f J 

Leermeester; stV Onderwijzer. 

Leerplaats, leerschool. 9)i. madrasch, tampat beladjar. 1 ^mnmiacuï)ac\ 
©. enggon adjar. (Zie ook Schoot), J [ 

Leerzaam : zie Leergierig. 

Leeuw. SDI. singa. @. singa MX^^ 



vGoogle 



Leeuw (hemehteekciO- Tt. bmlai>g«sad. ©. bintang a^ad. CT -HHmiMMp 

Legaat: «VErfgift. 

Leger. 3». tantara, bala-tantara. ©. taiiüira CT«Cnn\ 

Legerplaats. M. tampat tantara. ©. pang'ëvëiman O nOJtg.lin|% 

Legerstede, slaapplaats. SOI. tampat tidoor, per adoewaii. l^njinTn UUKKig \ 

®, pasaree-an. f '_,^_,^'^ 

leggen, Iets neerleggen. SBl. taroh.simpaii. ©. tëndÊn "^^"^^ 

Leggen, eijcreu leggen. Ti. berteloor. @. endog'ai, ^"|W3™«^p 

Leguaai.. ÏK. menjawa. @. baijawak a3WO»«l|^ 

Leiden, iemand bij de hand leiden. ^. pimpin. @. "en-! ^^.^.^ 

teetan. f 1 ("^^^^Jl 

leiden, wegvoeren, ffi. toentoen, meng'antar. ©. toentoen. . . '^^H'^^ 
Leidsman: «ie Gids. 

Lekken,l.k.ijn. a». tiTO.,botjor. S. irk U.™»JI|% 

<:> 
lekker, wclimakend. ü». iiiak.ras.iijain.k. S. nsénah CIKJ^N 

lelijk, an. toepa boeroek. S. roepagorring ^J^JI^mnnn^ 

Lenden, lendenen. ». pinggang,bal.k.ng. ®. tjangkeeng. . . . M«|™x 

lengte. Wl. kap.njangm.p.nj.ng. 6. pandjangna uriKIN 

Lengte(inde). SS. boejocr. S. ngoedjoer ^■^^ 

lente, voorjaar. 3». rabia. g. mangkal halodo. ÖlKlirai-nHjIM! OHSN 

lepel. S». .■ndok,.edoek. S. >indoek, tes.i mm™|^«.1I|MN 

les, lessen in onderwijs, ffl. peng"adjar'an,adj.ar'an. ©. woe-» ^^^^-^ 

^ek■a„. f.JJ-t,4 
Letter, een letter. «. hocroep. S. .ksar. omKIUl-inN 

letleroefenaar, student. !0I. mcntjari ilmoe,pel-adjar. j «Jq^^m9^un^^^ 

@. nee-angau-celmoe. f \ I U' 

Letterietler. 3». pengarang hoeroep. ». tockang h«;roep. IISJ M UJ TJ IJll N 

leagen,logen. 3». djoesla, ber-doesta, bobong. 6 bohong. . «jaiJI|miV 
leugenaar. IDI. orang bohong, pcndoesta. ®. djalma Vsk «UI «1 Ol a «1 tUÜ 3 \ 

bohong. 1 O l I 

Leugentaal: «e logentaal. 



< 



vGoogle 



- 85 — 



Lciiiien, tegen iets leunen. ÜS. sandar, besinder. @. "j^'"*""^'*-! n-m-jr, *, -u,.. 

Zie ook Rusten, ƒ j rj 

leven, levend. W>. idopp, hidoep. ©. hi roep, i roep Inm-nnnn 

ZieooHTnsch. t.amT^ruij> 

Leven (het). 2K, ka hidoep-an, idoep-an. S. kahiroep'an. iK(llUitlTjflJl-J|(K1j|\ 

Levendig, vlug, 3)!. pantas, tjepat, S. gasik fimiW|iKTIli| \ 

Levenloos. 9)1. lalai. S. lati, polio imimJlVtllJlïiflfUïlïN 

Lever (jnjeioand), 311. ümpa, limpah. ®, baija annftAJI"v 

Lezen. 331. batja. @. malja,watja IÏJIQ0|MU1M\ 

Licht, glans. Wl. tjaja, tjahaija. ©. tjahaya (WKUllilJUfv 

Licht(liet). fSfi. tjahia, trang. ©. tjahia, tja-aiig Ba?[UJl\OJiaJlfi \ 

Liclitemaan : ste Maneschijn, 

Lichlsfraal, zonnestraal. Wi. sinar, panar. @. seerab 1 „n »-«n~w,n > 

Z(..<.iStr,.l. JilM-moiix 

"■'L™ "'' "° '"' "^*"°'- "■ "ee°">- ®- '°''^°' IuwjoSkijx 

Lidmaat, lidmaten : eie Ledemaat, ledematen. 

Lidtecken ecner wond. SJi. tandalocka. @- tjeeda m3J|M\ 

Lier, waard: ste Waard. 

Liefdadig. 9Jt. ati loemboet, dermawan. S. karoenja aoiTl ltljl\ 

Liefde. 5W. kasih, pens'aaih'an. @. hemman, nia-ah. |^,,,„., ,m™,m. 
Zte ook Mm. ( (J[ ) 

Liefdegift: aie Aalmoes. 

" ©"tet".' "b*""™' "■ ""'''' '"™'''"'"'' i«iam™ijNOinra«ij\ 

Liefkozen: aieStrcelen. 

Liegen, onwaarheid spreken. 3». bohong, katai „(u^ijm^aomiKiaminnax 

katadoesta. @, omongan bohong. ƒ | ( [CO | 

Lies, liezen. 3». kontji paha, kontjï pauh. Ö. pingpee- lgi„^^oio[,^ 

ïangan. f [ d 

Liever, eerder. ÜJI. angoor, angoran, angar. ®. ang»""- lan)ic(-in jq»^ 

angoeran. f J <j\ 

Ligchaam. ÏX. badan, awak. @. djasmani, 1 j^ ü ^ ^ ^ ^ ^ Ij^ 1^ 

Liggen, ter rust liggen. Wl. refaah, barring, tidoor. @. ngedeng. . . . oSll\ 
Ligt, niet zwaar. OT. ring an, tiada brat, S. hampang aJïiei-J\ 



vGoogle 



_ 86 — 
Ligtekooi: «e Hoer. 
Ligten, opligten, Wl. aiigkat. @. djoengdjoeiig "^"^"^ 

liglgeloovlg. m. moeda pertj«j-a,jang gampang pertjaija.i ^ -^''qj, oiji ^ 

ê. babaripertjaya. ƒ 

Lgden, uitstaan, m bïjar, tahan, tanggong. ©. kadjëii. . . . Ijf^ig-^n^ 

ZfeooA Verdragen. f (j[ 

Lijdzaanijgeduldig. Wf. sabar, jang inenahan atiwia. @. sabar. . . 1^,^^ 

Zie ook Verdraagzaam, f 

Lijf,ligchaam. Tt. awak, badan. ©. djasmaiii IIK*JI!K1\ 

Lijfeigene: 2te Slaaf. 

Lijfluixen. VI. tocma. @. toema asïlSJIx 

lij fnïoedo-, baarmoeder, 3ÏÏ. per-anak-an, papoejoe. ®. ariari. OJinn Uïnn "v 
tijk, dood ligiihaam. SW, baiigkej, batigkej mqnoesia. a. bangkee. arflï][lfVl\ 

Lijm. af. prakat, galoh, ©. pangrapat riJi(_a2aJiaïn|\ 

Lijn,streep 9K. baris, masto. e. bam.djadjaï'^n. 1 ^ O^ ^ ^ ^^ ^^ 

Zte ooh Koord. J tj| tJ( 

Lijnwaad. ÜR. kamkain. @. lamaklnmak amilBl*ra(H|Mïlj|\ 

likie», opjikkeu. Spl. djilal.loeloem. @. lectak 9] mJl asïUKin 11 \ 

Limoen, citroen. ïtB. djcrock, djerock assam. ©. djerock l^S^!^Ml!|^ 

limoeraiip 5». ayer Jje.oek tiple.. 6. tj.idjeroek. . . . I„^S>^,™,^ 

Zie ook Citroensap, ƒ Ji t_H 

Linker: »eSlinker. 

Links. ?0f. kiri, ka sa-blah kiri. ©. kccntia iï][Kin(Kl\ 

' ^1 o- 

Linksom. ÜH. balikkiri. ©. niidcr keciitia OÜJl «1 Md Ml \ 

Linnen. SV. kain. &. lamak iimi(EJIKSl|j \ 

Linnen weven. mteno«nkain, ber^tenoenkajin. ®- «""oeni Q ^^^ 

boi. f J (ai 
Lint. 3». pita. ®. plta (UiasilN 

Linzen {eekere peulvrucht). Tl. katjang idjoe. ©. kayang 1 „(y, (^j| « „„-^ .^ 
hcerang. ƒ j, 

liptUppen, 331. bibier. @. biwir, lambee (CïHUlMïUiai tflx 

"■'Sr' ™' *"''"^' '■"'■'"'■■ ®- *'"'■''• ^SuaraJ^'a'M«y^ 

HostedbyGoOgle 



- 87 — 

Loeijeii, bulken, zooaU een koe. ÏW, batangoh, ber tangoh. lnB,7,nn»5-. 
©. sada sapi. ƒ 

Loensdi, loeiisch kijken. ïDi. joelieug, Iier-djoeling. @. tileng. . . , ■SI)Ö\ 
Loeren, zooals uit nieuwsgierigheid. 5M. inticp, tïngok. ©. ngititip. tn atl M 11 ■^. 
Lofj prijs. 5W. poedjïan. ©. pocdji Uias\ 

Lofspraak, goedkeuring. W. poedji, memoedji. ©. ngalem. . . . OlUlEJi|\ 

Logcli: Jfi'e Leugen. 

Logcntaal, IcugcntaaL W. per kutahan 1 

doest^, kata kala doesla. €. kaoniong'^ii [Mi)li]tUin31IJiES)iniI]M13«|iuftl\ 
Lohong. ) ' f '"■ ' 

lok keuj aanhalen. 3)1. boedjoek. ©. woedjoek 0|(IGIK1I1[| \ 

Lokvogcl. 5W. bocrong decnak. @. manoekpamikat, OiKl»nn~JllEJl(iaiasirij| N 

Lommer, schaduw. SK. tedoch, lindong. ©. ijoeh CUnilllfv 

lomp.boei-sch. SR. bedawi.koerangpantas, ^ ^ ^ ^^ ^^^ 

koerangadat. ®. doesoen, adat docsoen. f J^ (j[ C^^ *-j{ 

Lompe, vodde : sie Vodde. 
Lompheid: are Onbeschaamdheid. 
Long(in^eiPanJ). %. ra boe, pa paroen. 6. paparoen ' (UI(UnriiKl||\ 

Lonk (een), lonkje. m kedjapmata. @. sa kedep metra. . tMKln(fJo(Kn\ 

Lonk, wenk; aieWenk. 

Lonken, met de oogcn lonken. 9JI. nieng'arling,men-djoeling.i ^^jOjijq^^ 

®. main maU. f Q 

Xoocheneö, ontkennen. SDI, moengkier, sangkaL ©. moengkir. , . . tiaoii\ 

iuns3[\ 



Lood. as. timahitam. ©. timahhidëng asiifilft 



Loom, traag. SK. lalai,malas. ©. moemoelan (Ea(En«UlKlj|\ 

Loon: zie Salaris. 

Loon,jaargeld. SM. gadji,oepahtaun. ©. gatlji I nm^oiuiflinilflimwi] \ 
bajar'an ta-oen. J ISU,^ cJJ 

Loon yoor een regtsgeding. 9ÏÏ. beeja bitjara. 6. penaksi. . . . aj|«lKlIl-A\ 

Loopen, rennen. W. iarilari. @. loempat «Ln|EI-Jiasill|\ 

Loopgraven. M. ioerong tanah. @. parigi [Lil'ïiaiïl% 

Loos: «'e Listig. 
Loot: .Kie Spruit. 



dby Google 



— 88 — 

Loibandig, ongebonden. 9)ï. perleiitee,kanji. ©. gimlhig mriMN 

Loslaten. SM. lepas, me-locpoet. S. Igpas. (ZJeooASlaken}. , . . nniUfki||\ 
Losmaken, ontbinden. 581. meiig'oerej,lepaskan, ©. oedar [UinwJlN 



Lossen, ontladen. ïSi. bongkar moewat'an. @. toeroen 

moe wat' an. 
Lossing, vrijkooping ; zie Afkoopïng. 



Loven, roemen, 2». memoedji. <S. djikir ilS»tm% 

Lubben, kas trcren. EEf. kabiri, kambiri. S. kiiLiri lwin[ni"^\ 

Zie ook Ontmannen. f 

Lucht, wolkenhemel. OT. lang'it. @. lungit oa]iiirniSï|1\ 

Lucht, sooaU van gedroogde visch. tW. hapak, S. hapek imi lUI (Kil | \ 

Lüditen, droogen. Tt. djemoer, oerak. ©. po-eekën. . . I] (Ll|3«jiUlM| WIIN 
luchtei.,ictsindeluehthangen. Wl. djocmoer, meng'- t O^ ^^^ 

oerak. ©. po-eekén. J ( ( '-A 

Luchtig, winderig. ÜB. ber'angien. ©. kawas angin. . OtumiKJI-moMljlN 

Luchtpijp: sie Strot. 

Luchtsgesteldheid : ate Weder. 

lud.lit«ek, gewest. 3». rocwong pat.k, „cgri. U°n™M5r,MKimTnx 

©. hilattanéh,nagara. f "-^Ol 
Lui, traag. 3)1. malas, segan. ®, moemoclan fEilEl1imi*Cl|]\ 

Luid, oTcrluid. SOI, garang, ©. haroes UinTfl(M||"v 

. Luidkeels,. oïerluid. Sffl. niaring. @. haroes mri TJ] lïJl il \ 

Luiheid 1 traagheid. Tt. malas'an, ka malas'an. 1 ,^ „ ^ „,/,-,„,^, 

@. tpleedor'an. f I | <-\ 

Luis,luizen. Tl. koetoe. ©. koetoe. (Zie ooS Lij/luizen) anjKïjN 

Luizen der koeijcn, schapen enz. ÏPl. kcrpati. ©. péti aJl(Ol\ 

Luister: «e Pracht. 
Luisterrijk: 21e Prachtig. 

Lusfig, vrolijk. 9R. itaj, soeka tjila. S. hayoe, ranimee. . . (L;iniiUI> TH] 0\ 

M. 

Maag(ilc). aïl. ampedal. ©. wadahtjadoc (UMÏMOV 



vGoogle 



— ay — 

Maagd, jonge dochter, 3)J. anak prawan, aiiaL \ l Q 

dara. ©, tjaweence, madjapootn. f j L-l J^Ci 

Maagd (hemehteeken). hinlioie sanbla. @. biiitang sanbe- i Q ■ 'S- 

Maaedenschcimis. OT. menefiaeah-i. @. maksa i 

° bö & ^ liBliKlI-AILmnijOiijO'v 

Maagdom. 9JI. prawan, par'a wan. @. tjawcercp I30H]0«|IK1\ 

Maaekuil. 5W. ocloe ati. ®, hoeloe angcii, 1 C^ 



ip, verwantschap. 9JÏ. saiiak, bangsa-aii. ©. baraija, , . orBITIiUUIN 

Maal, maaltijd. 501. makan'an, santap'an. @, dedahar'ën, M'lMfUBl'UiKin \ 

Maalsti-oom, draaikolk. 9S. poesar'an ajer. S. Iwedjal ijai. . lOj iK iflJl (UU \ 
Maaltijd: aieMaal. 



Maan (de). Wl. boelan. ©. boelan lOinruiiKl| 

O 

(ïuii|\ii5incififi(ia(t~Ji[KiifKi[j> 



Maan (nieuwe). SB. boelan baroe, 1 ^ ^ 

sa harie boelan, boelam timboel. f OlTn{tSTiaTn(ïlJl[] \ iirficiflfinnJt-JlfKllfKIji 
@ . barang tanggal, tanggal pisa 
Maan (volle). SW. boelan bcsar,i _^ 

boelan peraama. ®. bocian)Ol!imiKi(n(Ul\ in[uin2iUiisii)anj|(l4''^''M ^0 "^ 
6.dce,op.t„eka,„.boel.„.j>' ™l I Ó Ó J J. 

Maan (einde der), !M. abies boelan. ©. parëm boelan, . . , (UI UI O trui «lil \ 

Maan (verwisseling der). 3», ganUboelan. S. tanggali ^. ^^^^^^ 

boelan. ƒ CC) cJ| 

Maan (eerste dag der), ffli, sa hari boelan. ©, tanggal 1 b^^«i,i_3(k™ WjlN 

pisan. f J[ 

Maan (tweede dag der). !K. docwa har! boelan. ©, tanggal 1 ^niïl(miUl\ 

doewa. f Q 

Maan (derde dag der), 5BI, tiga harie boelan. @. tanggal tiloe, (KVi cuiTl OfUl TTDI \ 

Maaneklips: ai'e Maansverduistering. 

Maand, een maand. 3B. boelan, sa toe boelan. @. saboelan. , aj|(CB11[UIMl|jN 

Maandag. SK. arieseneen, isneen, ©, senneen lÖldlK) Mig \ 

Maandstonden, maandelij ksche zuive- \ 

ring. ». Ijemar kain, dapal lernpo, L ^^ , . „ '"' 

boelan boelan. ®. bolon, karëseb'an. (1 I 

(Zie oö* Stonden), ) 

Maansverduistering, TO. p^ahan boelan, k-pangan»^ ^^^^^ 

boelan, ©. samagaha boelan. ƒ ^ cJ| 

Maar, doch, 5W. lakin, tatapi. @, tetapï lblF|»Sï|iU\ 



m013ï]il[l!l3KlD\)Kll|fU1(M01Hir 



vGoogle 



Muat, ofn te me<en. W. soekat'an, takar'an. ©. takar'an, . . . (Kïl [Kn Tl IKI [t \ 

Maal, makker. fPï. sohbat, tcman, kawan. ©, batoer (Oi nsii \ 

Maauwen, als de kaften. K!t. soewarakoetjiciiff, @, sawara i O. 

ocijing. ' ^ |Ma-nujM^ 

Mag: 2t« Mogen. 

Mager, dun, schraal. OT. koeroes. @. koeroo (KÏITTIX 

Magerheid. SU, koeroes'an. @. koeroe-an iKlilTniUïllK1||\ 

Magncetsteen. ÜR. batoe Jjarani. ©. batoe wani flmusïjOKlN 

' Mag t, vermogen, aïï. kwasa, kwasa-an.j ^ 

6. kasaktian, kawasa-an t IKiniKII(Kïi(UJ| afij) \ amtUlOJli:!! Klfl \ 

Magteloos: sie Flaauw. 

Mag dg, vermogend. 2B. kwasa,sakl;i. ©. koewasa IKÏJOIMN 

Maïs : zie Turkscli toom. 

Mak, lam. fSi. jinak, djinak. @, ]nidëk iï»Jliiri(Kin[|\ 

Maken, doen. Tl. boewat, kardja. ©. dji-ën. {P'erg. Handelen). KilJUIKll|\ 

Makkelijk: *t'e Gemakkelijk. 

Makker; sie Maat. 

Mal, gok, dwaas. lÜI. gila, bodoh. ®. eedan [|](inn(U|(Kin\ 

Mxlcn, zooah koom. TW. kisar, gilieng. @. giling anmmJlN 

Malsch,week. 9fl. loomboet, loenak, lembeek. @. oedoeb. 

Vi. orane iaki iaki. @. di'al- 1 .„ „ , Q C> 

megat. f (J 

Man, een gehuwd man. 3B. Iaki lakijangsoeda tawien, 

©. sa Iaki. 
Mand, mandje. ÜB. bakoel. @. boboko. 



7" "7 "";"'" "" "' "■'■" l.iiKiniiamnian(Hïii\(uiÈft"mdEïi!|\ 

lalaki, pamegat. f O tj| 

E gehuwd man. 3R. Iaki Iaki jangsoeda kawien, swami. i Q 

and, mandje. Tl. bakoel. @. boboko, 1„„™„„._„„„ ^. , Q 
..' ■• ' Linioi3aqoiai(|iKii3MlJiii;iiiuin\ 

Mand, sluitmand : zie Sluitmand. 

JSineiifZooa!» van een paard. SÏÏ. gamboeng,rainJtoctleheerkoeda.l Q 

@. socsoeri. f^^ 

Manen, om betaling vragen. Wl. toentoetoetang,inenagi. @. nagih, lKinnD!\ 
Maneschijn. ïf. trang boelan, tjaija boelan. @. tiaane 1„,.j; ^„ 

Manga-vrucht. SB. mangga. @. mangga (dfïïlN 

Mangcs tang- vrucht. 3S. manggoestan, manggies. @. manggoe. . . . tfl nTfl \ 



vGoogle 



Ül — 



Manhaftig: Jii'e Dapper. 

Manier, manieren. 5B. roepah, adat. @. roewa, adatna. 



""■"■\3"^ 



«jïKUins 



Zie ook Mode, Trant en Wijze. 
Mank,kreupel, mank gaan. !Dt. pintjang. ©. pjntjang (UfitfJN 

Mannelijk. 9B. djantan, laki laki, ®. djaloe, lalaki. . . (Kim>afUI«UHKin \ 

Mannelijkheid,roede. ïü. boetoe kamaloewanl ^ -^Enf|Mn->nOWWl«ai> 
laki laki. to. sjnt, rarangan lalaki. f tJ( ül. 

Mantel. Tl. djoeba, salindaiig. ©. badjoedjoebah OlltKilKOlf \ 

Maria, moeder gods, 2R. niardjam. @. mardjam. ...■ (ül[iS(Ell|j\ 

Markt, kei-mis. SOI. pasar, per-bel ian. ©. passar. (Zi'eooiKoopplaats). iUl[kll\ 

Marktdag. SOI. han' pasar. @. poweepassar mifiailOiUlMX 

M™i.».l,.loepoe-alam.6.t.-l^ „^^ ^ ^^ 

toe kosta, batoe peeleet. f y [ "^ -^ I ( "-^ 

Mars(depkneet). 9». bintang marik, ©. bin tang ma rik, . (ümtó (Efl Tl(Kït,lN 

Harsch, op marsdi gaan. m. angkat'an joeros, bcr-djalan. 1 ^^ ^ jj^ |, .^ 
©. Indit. i Q 4 

Martelen, pijnigen. SOI sangsara, meniang sa- IqOj^t^^ «i,oitó(M«.l| N 
rakan. @. sangsara, kabalangsak. ƒ (J| 

Martevaan, potora water in te bewaren: ate Waterpot, 

Masker. SOI. toppeeng. @. kedok. {Zie ooklflom) iai«]Mïïfïl[jN 

Mat, vloermat. SDI. tikar. @. sammak (kliSJIKmn \ 

Mat, moe : sie Moede, 

Matig, gemagtigd. SW, sedang,jiman. S. mè'djëhna 1 

Matig, sober : stie Sober, f ^|^,--^ 

. ., ., ™ , , ^ ,. , )Éi|Kilfl\ 

Hadgheid, gematigdfieid. SOt. scdang, sadarana. Zi. medjehna. i ) 

Hatiglijk. Tl. Gedang,jiman. ®. mëdjêhna. . 

Matras. SOI- kasoer. @. kasoer lKïllkl\ 

Mazelen. SOI. tampok, tjampek, katoemboeh'an. ®. lanipek. . tlS¥lltn'3l(Kll||\ 

Mede,meê. SDI. dengan, sama. ®, djeng ^\ 

Medebrengen, !0I. bawa aama sama. @. bawarïdjéng OlOlui^\ 

Mededeelen, kennisgeven. SOI. bri taöe, bri maloera. ] ._„„_. ..C): ,„„ 
fc, ngabcedjakeii. [ [ iJ[ 



vGoogle 



Mededeelzaam, mild. gjj. dermawan, nioerah ati. @. karocnja. . KïlTjmBx 

Mededooecii, deernis hebben. @. kasiti'an, saiiaiiff'kan, i 

e. k,,oe„j.-.„. , ^ }™-lJKj|™.fl|X 

Medegaan. SK. pergisamasama. 'S. rëdjëng, miloe (UI (ik \ lEJUTJl \ 

Medelijden. 3R, saijang, raliim, kasili'an. ©. karoenja i 

ZiVooA Deernis. ^ IKI! Tj rg^j \ 

Medemakkcr, metgezel. ÜS, teman, kawan. ©. l);itoer Ol [I5il :>. 

Medeminnaar. SW. jang samaj 

birahi satoe P"'ampoean. fj;j,|^^||^,^,nj^^^^^ „^^ jj^,,^^.^ 
6. anoe miloe balecg ka J* J ('^'^11 
awee^ee hidji. j 

Medicijn, artsenij. SS. obatobat, penawar. ©. oehai- oelK-r. . (uui ofl «Jlil iCïl \ 

Meel, bloemmeel. 9B. tepoeng, tepoong loei nat. ©. tipoeng (KïiiLfl\ 

Meenen, veronderstellen, ïlt. saneka, kira. ®. kira.» Q o/ 

taksiran. ƒ jjj 

Meening, waan : ate Waan. 
Meeniiig, oogmerk. 5)1. sangka, artiiija, ptkier-an. S. artinja. . OJmHbiil Kl|| \ 

Meer, meerder. 9H, lcbili,lagi, @, lëwih CIIDIJN 

Meer, meir. üfi. danau, tasek. @. siloe iwiisiil\ 

Mees (A/«n üog-e/f^'e), 9Ï!. tjcroetieng. @, djingdjing teiëp. OS ns ftsti M M | \ 

Mecsl, meer. SB, teriebih. ©. lè'wih'an iTl O ? OJin wil] \ 

Meester: aielleer, 

Mectkonst. iffl. ilmoe oekoer'an. ®. eelmoeockoer'an. i(jiinn(iaj|(Uin«i!jTnKi||\ 

Heid,die„.tm.ag<l. M. h.mb. poi'ampociin, dujung. 1„^° ^ 

S. .bdi.wecwec. ■ f CJ I I 
Meineed, valsdie eed. EDï, soempahan doesta. @. soc- ^ „ , „ 

patabohong. f^ I I 

Mejuffrouw. 9)1. toewan par' ampoean, nonja. ©. njei,njahi. . . . (mnaji|\ 

Melk. SOI, ayer soesoe, dadi. S. tjisocsoe WlM'klv 

Melk, koemelk. 9B. ayer soesoe sapi. ®. tjisoesoesapi (UKMiUIOOiU \ 

Melkweg (Aeffiei«teeien). SS. büna sakti. ©. bima sakti. . . . omiBillJlsatX 
Welk van kokosnoten, 50). santan. ®. tjipati [H|[Umsm\ 



vGoogle 



— 93 — 
Melken, koeijen melken. 5W. j(i:ih socsoe, €. mcrrcs tjisocsoc. O UUWKMIklN 

Meloen-komkommer. Wl. katiinoensoen.S.bontcengsoeri. l|oria I] »flOJlTl]> 

Meloen, watermeloen ; zie Watermeloen. 

Meneen, vermcncen. 2J;. tjatiipuer, bawocr. @. baöer.l ,_„ / _ '''^.r,, 

Kcnit [venoslof), 5R. sidalinggam. @. galiiiggem (inflCÏJlOTliHIjl \ 

Heiisch (de). ÏR. oraiig, manoesia. @. dj:Jma neafUt\ 

Mensclidom (het). 3Jf. manoesia, insan. @. maiioesa m TO IM \ 

MeKsclielijli. 3JI. tjara manoesia. (S. ijaramanoesa (WlTnitliiKlIKJl \ 

Merg der beenderen. 2B. socmsocm, oetak toelanc. 6. soenj' i ^ 

Mergel (aarde). 59t. tanah lilieiig. @. tanëh poning. . . . OSïl K| ? «] WI 3 Tl"] \ 

Merk, teeken. ïffl. tand a, bak as. ©. tanda «sïliKiN 

Merken: zie Teekencn. 



Merkurius (planeet), 9S. bJnbing atarad. S. bintang oetara. iO| HÏ HJlfl OITl \ 

Merriepaard. Sït. kocda parampoean, koeda betina. S. koeda i S. * 

, ., ^ f r I 1 1Kjj jiji oi Klll \ 

Mes (een). ?7(. pisau,pisoh. ©. peeso m[U«|(Wï\ 

Mest, mist. 591. tjirit, tai. ®. tai, taj {EïiO/TN 

Met. m. dengan,sama. ®. djëiig. (Z»"e ooi Teffens) S"\ 

Metaal. SB. loijang, @. loijang «JiBTJIJiuSn 

Metaal smeltea. 50T. leboer gangsa. @. leboer ; ici ortl \ 

Meten, Iets moten. lOï. oekoer, soekat. ®. oekoer, i „ / 

,. '. ' ' l.iJin[iniiMiGtinn'inaiKi|i\ 

djoegdjoegan. f J J J <k>'^ J| 

Meten, peilen cener diepte. W. doega-an. ©. djocgdjoeg'an. OK TOonn Wijl \ 



Metgezel: «ie Medemakker, 
letselaar. 3R. toekangatoerbatoe. Ê, toekangatoer 



l asïi (Kiü [Uil «sïj 



ann[isïi\ 



Metselen. ÏK. bekien timbok. ©, niiën timbol OllllUliHt(niFJ3aai|l \ 

Metverlof. W. minta molion, djangan goesar. ©. "«^-IM S;-^^ia;i,a.l|l N 
ma-ap. j" J| 

Middag. SOÏ. tengah ari. @. tengahpowee [êin*n?il(jUJmO\ 



Hostedby Google 



— 84 — 

Mi.Id«gfnaal. ÏOï. makai.'.n tengah ari. l SÏ^^^^^^.m ^,„aN 

ö. dedahar'ëii tengah powee. f ^ lïL, 1 ( ( 

Hiddagrnst. 9». antoet. ©, ebog aituniit] cnufmni \ 

Middagzon. 9S. mata ari di tciigah. @. mantjer'an EIKKlTliKiai. 

Middel, middellijf. 3R. pinggang. ©. tjangkeeng B^ljUlÜV 

' / 
Middel, geneesmiddel. OT. pcn'awar, obat, ©. oebar (Ulfl01\ 

middelen r sie Goed. 

•Hdddlii„^c™..r M. e.™..Mgah > ^^^ ^^,j^ 

docTiia. to. goerat saboladoenia. f ^ l ^ Cj\ 

Middelmatig: sta Tamelijk. 
Middelpunt. 5». poe.at, tengnh tcngah. 6. leng.h 1 aniglaillinKinx 

tengahan. ( 1 > cJl 

Middelschol in den neu,. ü». toelangjangdi, ^^ Og- ^,^^^ 
dalamidong.ö.toelanganoedidjeroiroeng.J ^ ^ { ^ 

Midden. ïOï. tengah. 6. tengah «sm an f \ 

Middernacht. Tt. tengah raalam. ©. tengah petting ÖlÜfbliSmN 

Mier, mieren. 5PI. semoet, soemoet. ®. sirëm (kJl(UllEI[|% 

Blieren (roode), SJÏ. kerangan, krangga. ©. kararanggce. . . (Kmmnnnfinx 

Mieren (witte). Wl. rajap,scmoctpoetilï. ©. rinjoeh '"^'Ül^'* 

Miereneter. SPf. panggoeling. ©. pëssing ^U(KJI^ 

™ , . Q a 

Mierenest. 3». tann pat soemoet. @. iroahsirem (UiniölJiMiUllEJip 

Blij. Tt. akoe,saija. @. kawoela mnomJIN 

Mgdcn, ontgaan. ïW, mcLiIoe, loepoet. ®. iijimpang aiïBO-Jl\ 

Mijding: sie Onthouding. 

Mymeren: «e Suffen. 

Mgmering. S». pikier'an, brat kapala. ©. pikir'aii iuaaiT)9fl|> 

Mijn, groeve, m. fambang, mariau. S. lombang 1 „ ^ 3 1^;! ^j,, mH^mKIl itS \ 

anoemënangkali. f { CCl ^ Q 

Mijn,mijne. 3». akoeo/ saijapoenja. @. anockawoela. . . (umiKliKïïlO anjl> 

Mgngraver. 9JI. orang menamtang. ©. djalmakal! 1 ^^(KT,aaasï|^^^ 

tanëh. ƒ O a' 

Mijnheer. 3)1. tocwan,toc-ankoe. ©. djoeragan OETHdm (Kli|> 



Hostedby Google 



— 95 — 
Hün huis. 3TF- rocmah koe, saya poenia i Q. O O 

roemah. ©. imah kami, imah kawocla. f ) i J 

Mijt, klein torretje. 5W. nat nat, bobok. g. tokko l](Bin3it|(mi3\ 

Mikken, op iets aanleggen. OT. kcsad. ©. keetjeeiig m(^ClII^I]M^ 

Mild, goedertieren. Tl, tangan inoerah. @. bceredi'an. l-,,™--)^ twiKiii 

Zie ook Mcdedeehaam. I I I <-\ 

BUlddadig, OT. dennawaii, moerah ati, @. karoenja-an. . rmn-ïj KlJlUin (Kl^ \ 

Mildheid. ÜR. moerah ati, ka moerah'an, ©. moerah angen. (O Tl ) (Uin a IKIII \ 

MiUioenpoot, duizendWn. tSI. alipan. ©. babakha-oer. . . (Oi Ol flOl r ■" 



«llt(de).«. a„.kli,np.,t.w.ij.. 8. l.lilip.l,,. ^ 



■5" 



tawaija. ƒ ^ 

Miii,liefdc. 9JÏ. tjintah,peng'asih'an,kasooka-aii. @. iija-ah. . . icimiUlVv 

Min, zoog ster. Wl. haboo, pcngocsoe-i.' S. pangasoeh 1 n ü in rk.i f -\ 

. Zie ook Voedster. f }\ 

Min, weinig. !ffi. ketjiel, sadikitt. ©. sahetik 0J19!fn!KTniKlD|| \ 

Min,niinder. 5DI. koerang deri pad a, koerang, ©. koerang iKïlTn> 

Hinacliting. 3K. tiadahormat, koerang hormat, ®. ^jos'^^^Soeng.j v^ 

ZieooiKleinachting. f J J 

Blinder, 2)ï. kocraiig.lebih koerang. @. kocrang \KllTfi\ 

Minnaar, wijer. SV, peng'asih, orang mcminang. @. melamar. . 0|(inj|(Hl\ 

Minnedicht. 9B. rindoe, siarper-rindoe. ©. ninëng IK11{J\ 

Minst, het minst. !W. jane ketjiel sa kali, 1 ,„,„,,^^,9., 
@. anocsahëtikpisan. 



oiïi KI (M ajm asniKin -/i w »o D % 



Minuut, een minuut. 3Jf. napas, sa minoet. @. saambakan. iWiaJKlWKïliKlil 

ai ïO, Jl 



} 

Minzaam. EW. ka5ih,kasih'an ati, manies atinja. 6. ka- , ^^,„,,..,n^, 

roei.ja-an. i J cfl 4 

Minziek, verliefd. SB. birahi, asick. @. anoehalecg. . . mnMlOilïl KiJinnni| \ 

Mirakel. 5W. tjanang'an. @. tjanangan,heËran. . Wm ClfKlIl \ ï|(Uimn(K)[| \ 

Mis: si'e Verkeerd. 

Misdaad, wanbedrijf. Tl. dosa,salah,kasaIah'an. ©. dossa in(U|3(ïJl\ 

Misdadig. ïOï, bersalah.haram. @. boga dossa, . , .1„,^„ „ ... 

a.»SSclmldig. |^o,«™.|a,„x 

«.Jadiger J». ora„g her ..lah, orang memboewal. ^„„..„„„.„^ 

djahal. @. anoe boga dossa. f J [ l 



vGoogle 



Misdragt: zie Niskra.itn. 

Misgeboorte. Sffi. anak goegocr-an. @. anakoedoel. . «mHliKminOitmn > 

MUguiineii. 9H. dengki, sedoet. ©. dengki i&i(KHl\ 

Mishagen. W}. bri sakitati. ®, iijiën njerihiirigen. OliOlLT rtiTl"*! ïtUlTi OWB \ 

Mishandelen. SH. maki, nista. @. njareekan ïnm «1 ifl iKTi IKI 11 \ 

Miskraam, misdragt. ÏOT. goegoer'an anak. ©. oedoel imoanjIllN 

Misleid,l>edrogen. SB. kena tipoe, bcr-tipoe, S. ka-arah. . . . (KmajiriTflf \ 

Misleiden, vervoeren. SW. antar sasat, menlasat. @. ngadiak i _ CX 

gorrmg. f [ rjnn 

Mislukken. ïffi. tiada djadi. @. hantédjadi aJin(fri(KÏ(lJ|\ 

Misnoegd. 9». soesaati,sakiet ati. @. soeterangen lïJiiKiniUin aJOil \ 

Misschien. SW. barangkali, sijipa tau. ®. socgan iMnnfltKl[|\ 

Misselijk, walgend, 9K. sakiet, midoe. @. terab (iïin'ïlon!]x 

Misslag, misvatting. Wi. salah,salahmeng'arti. S, salah a.!|(irU?\ 

Mist, nevel. 2K. kaboet, awap. @. halimoen dm ïLl o fltl | \ 

Mist, mest: sei'Mest. 

Mistrouwen, wanti'ouwen. Wt. koerang pertjaija. 6. lioc-l .^^^ 

rang ngandel.^ ^ ( ji GJ j[ 

Mistrouwend: at'e Achterdochtig. 
Misvatting: s»e Misslag. 

Misverstand. 2B, salah meng' arti. @. salah ngarti UJinrUlf (inasï|\ 

Mits. SK. kaloe,djika. @. lamoen amiO(Kl|j\ 

Mitsgaders. SW. sertadengan. @. serta lK)|Km\ 

Modder, slib. 9Jf. loempoer. @. lëtak «Tl dSïl aai il \ 

Mode, manier, Tl. tjaca,adat. ©. tjara,adat aonn\a:inïJI(15inj]-v 

Moed, dapperheid. ?ffl. barani.ber'ati. ©. ténëne, 1 O- <I> ^,^„,,^, 
' ^^"^ ' °' lasïiKlN ffiUl wmatljlN 

Moed geven: «te Verstouten. 

Moede, mat, moe. ïf. lelah, tjapej. ©. tjapee aj|(l|(lj|\ 

Moeder. 331. ama, ma, iboe, iendoe. @. indoeiig, ilioe. . . . flJn*fl^% (Liïl Ol N 



vGoogle 



— Ö7 — 

Moeder (groot-). Sf. nÓJié pjranipoeaii. @. iicCJiei.- ui Kim «IN 

Moederkoek. 3)(. oori. ?. bali Oiiafl\ 

Moedig, dapper. 2S. biirani, ber'itti. ©. w;mi,loodëiig. 



LJiiS \ riJi(ui\ 



Moeiielijk, zwaar. 9JJ. sockar, soesah, brat. S. soeker. | O-/ O 

Moeite. 55?. soesah. €-. heesec iBiUïU)iïJl\ 

ïloercis: zie Poi'l. 

Mocrbezie. Tl. kratau, €>. babasar'ati ïzncnsjnnn)|i ^ 

Moestuin, aroeiiteluin. SW. kelionsavooi'. B. kcboti 1 O- / 

sayoer. f [ J 

Mogelijk. 5W. baraiigkali, siapafau. ®. socgaii (IJlTm Kl|j\ 

Mogen. ÏB!. boclih. @, niênang feit«j\ 

fflohammcJaanseh geloof. ?R. agamaishm, S. "g-'^n^M ^^ ^^Ol W Ol x 
■slam. ^ _ f ''ta.,J( 

Mol (een). 9JI. tikoesmondok, tikocsmoeudoc.i „ '^-9., ■ 

©. tjoeljoe-oct,berittja]itocng. / >* ^ J <j| d^"^ 

Molen. SJ;. pciiggilieng-an. S. paiiggiliiigim (Ui«innaJnaKl| \ 

Mom, masker. 9Ï). loping. 's. kedok «lil «1 (UI 3(KIit|l \ 

Mond. ffli. inoeloet. @. soengoet iMOOi|l\ 

Mondbehoeften, ffl. bakal, jiiakan'an. S. bckrl 9;inmiiimi|l \ 

Mondvol, Wt. soewrtb. 3. hocwap 

" 'It. 1 CX. 

l tLmKJT.']OKiïinnn3ii1\ 



Mondkost. ISt. bakal. Ê. hekel OlTOHnrnii 



ruinoiJi|l\ 

Monster, gedrocht. 9H. jang her ropp.i dj.'d 

■5. anoeroewanagorring. 
Honstcr,staa]tjc; si'e Staaltje. 
Mooi faaf <ohoo,,. 5». «lol, »loc,, l,»6«„ ia^„,^,^„„^,„„,^ 

sukah. ©. gëlis, alocspisan. f iJj ^ tJ| 

Moord, doodslag. 5ffi. boenoeh'au. ®. pa-ech-haii OJl m^JnJaanWliP \ 

loorden. M. toonocli, mem-bocnoch. , ^ ^ ^ ^Q ^ ^ 

@. pa^eeh-han, païhan. f | 1 Jt 1 'Jt 

Moordenaar. ». pom l»moch. S. anor in.ilian 1 ^ „ f,,S, ,am kitu\ 
djal.na. t J \ &0 



Hostedby Google 



Moordcpij, alscmeen UoedbaJ. ». k. hra.reli'an. l™u„im.™„„^ 

©. kapa-cch-haii djalma. f 1 ' ^^^ t^ 
Morgen. 2»?, bisoek, besock. ®. isock aJiHl^iKmijN 

Morgen (tot). ÜB, sampi bcsock. @. iiapi kaisock;in. W lU «¥1 Oft (KjJ im KI jj i 

Morgen namiddag, 9B. besoek Icewntl ^ ^^ 

tcngah ari. ©. isoekan Icewat tcngah (Lnnfl-|iKïl ^ W O ^ïi ICT » Jij (U ï ïj lU \ 

Morgen oclitenil. ?W. Lesockpagi. £. isoekan mtl WIKÏ|(K1|1 \ 

Morgenschemering. 9)!. illiii hari. '.5. baiaiig bijar 8nHTnO)^\ 

Morgenstonil. 5S(. pagi, siüng, piigi ari. ©. isoek «JU (kj (KIT jl \ 

«lorgeudenJag ». I.cock h.ri jocsa. 1 „ „ , . „^„ „ „,^, „ „ ^ 
g. p-wcoimckogco. f I I J I ( 

Morsciutcr. M. l)iiilai,g kayofra, liiutang balii. B. Iiiuting 1^„'|||3^^ 
>i5iig. f Cl, 

Muraciizoii. 5PJ, mata ari nyiji. ®. iianaii 1 Q 

poweeisock. f o" 1 [ J' '->{ 

Morinda (verwwortel). Sf. tj.aiigkooiiijc, baiiskocdoc. 'ï . tjaiigkocdue. ikl lOl O \ 

Morren: 3«c Knorren. 
Morsig ; zie Vuil. 

Moskee. 2)?. mcsi(Ijicd,roemalisambaijaiig. ©. maiigit. , . . (EJlltJrrïniKTil \ 

Mossel. 50?. kocpang, moe)oct Lehck. ©, moeloctbeelwA. O KDI Ji] (Eti Oi MUI || \ 

Mostaardzaad. Wl. sasawi, bidji sasawi. @. sasawi OJHUiajlx 

Motregen. SK. oedjan rinlik rinllk. Ê. ïioedjanngari,.-. ^^ „^ Q O ^ 

Mouw, een paar mouwen. Wi. leng'an badjoc, tangan badjoc. ï ri^^„K^ 

e. lengen badjoe. f^ a\J 

Mozes. SK. mosai, nabt mocsa. ©. nabbi moesa K10100sJ|\ 

Mnf,duf. 5B. basi, hanjier. S. assëi» iiret(MiEJI|j > 

Mug. as. niamok, niamoek. ©. rcngit M!inasin|\ 

Muil,muilen. SU. kasoet, tjenellaj ©. kassoot Kti rj ji iSi tl \ 

Muil: sie Smoel. 

Muill>and. W). menoetoep moeluet. S. bcrongsong 
anjing. 



Ira ï] ^'t 3 11 lïA 2 uïl «H ^ 



dby Google 



Hullen, .p,oc™«k..^ Wl. gampart,,, g<«ah. ®-k-la-l„™,H,ailKnïix 

JIuitcr,mailcli„g.3J.j.ng,Io.r,k.,o,a„g,ll,ahat.S.dialma,^^ a^ 

gomng. ] Q \ 

Muiui.k oprocrig. ïl. S™P"'. '"»»1'<«»« Joc- , „ ^ „ 

raka. to. kalakocwan kraraan. i Ji ^^ J| 

M«,l,dcmun.. ». ™™ah meng.mbarocang. , ^ ^^ O ,0^0,^ ^ 

ü. imab paranti njién wang. ) ^ HL, ^ 

Muntcu: sie GcJdsIaan. 

Miiii f stempel . 3J!. caiiibai'. g. tjilak'an wmia *31(MliKnW\ 

Muntstuk.: zie Specie. 

Murw, weck. 2!ï. locinboct, lociiak. @. ocdoeh ïlirid.Vx 

1\a^rh{aeher vogeltje). 3ff. bocroiig grco.lj;i. S. m.iiiock ltiiHi)Kïii]-KliK\ 
g;.rcedja. f J^Ofin j 

Muskaatnoot. Sf. boewahpala. S. bm w/.hpala O10minil\ 

Muskcttenvuiii-. 3)1. p.iniiiibak,piLiiil)C(lil. &, paiiiiiggiiran. Ullrf^l^lTf^jl "^ 
Muskus, as. kücbt (Iccdcs, k.istori. 3. koetat dccdces. 10100)11] eHï] (UliMIj \ 

Miiskusdicr, 5M. kastocri. S. dccdccs onn-T] mM(WI| \ 

Muts. OT. karjiocs. @. tergos fe« H) mi 2 (M 11 \ 

Mufir.waiid. SB, timltok. S. timbok itaiUnïlSWDJ \ 

51,mkale mstrumo^tei,. W. bocuyi bo«,ji:,n. ^- '■'ta^l ^ ^^.^ «,, ^ 

hëh'an. f > cJ\ 

Hluïijk. 2R. boenytragam. e. ti.labéb inE¥lfen»\ 



Sa.iialiij. 3H, ilckal, hainpicr. K. dektt blItlTn^lil \ 

Na, daarna: 3ie Daarna. 

^üftAjSOOnU aan een kleed. 2)1. iljiiitau.jiiitaii. £. kaj)i>rlnn, «tfl M ^=11 «tl | \ 

Pfaaijon. 5K. menjait,jahif. @. ngapoet iniuasinjl \ 

Naaigarcn. 3». benang djahit-an. @. bcnang, k.- (g^^W „.^.^STwifl ^ 

\aaistcr. OT. paramporin tockang minj.Ü. 1 ,^^^,^^,1» ™ .'H ^|^^*|0^ 
©. t(>.'kang kapocl awpcwfc. f J J. \ [ 



Hostedby Google 



— 100 - 
Naakt, bloot, ^l tdmJH.ig. ©. t.randjuug.satrau- \ ^^^^^^^L^^-^^ 

djang. ( cS^ ^-^&i 
Sa;tl(l, een naaiiiaald. 931. jaroem.djarom. S. djaroei.» (K-ïl(£II|\ 

Naam, ec;ii naam. T). iiama. ®. iigaran inTlfltinN 

Naamwoord. Tl. patah iiama. ©. pokngaran m (U ï KinTl KI [l > 

Naar, tot: steTot. 

Naar, naiiTloe. 3J), kasiuia. ©. kaditoe flfïiilJlfm\ 

Naar binnen. Sffi. kadaiam. @. ka djcro aaifemTriaN 

Naar de andere zijde. 9R. kasabclah. @. kainja «lüUnKlIX 

N.a,-gi.^»B. 3». ,.li„ki,.. 8. „lir-kir. Im^'^TiAtIX 

Zte ook Umtrcut. | 

Naarstig: si's Vlijtig. 
Naarstigheid. ÏOT. radjin'an, ®. getollan nmm(CT3«fU|(Klj]\ 

Naast, naastvolgend. SR. jangdatang. &. anoedittaiig (UVl Ml (Lil tiSïi \ 

^■d&uw , sooals kleederen. Ti, scsak, koerang loiiggar, è. screk. . !MnJllKïl|]\ 

Naixuvi, sooala een doorgang. !0f. soempiet, pitjaL €>. rocpek. . . Tl lUl aiïl Ij \ 
Naauwkeurie. 501. betocl, bai bai. S. bcnar.manekai O; / .^t,,™,„„,„ 

Naauwelijks. SK. jarang. ©. tjarang (J^TIN 

Naberouw. 9K. sasal, penjesal. @. hanjakal lUïl K]J| Mïl nmi II % 

Nabestaande. SOi. sanaksanak. S. baraija OFnniUUl\ 

Nabij, nabijheid. SOt. anipior, dekal. @. dékêt IIJI (Hlll «ïlT j| \ 

Nabijheid. OT. berdekat'an. @. diïkëtna ((J|(K1^H5I1^ 

Nabuur, naburen, m. orangsa kampong, orangsa t.iigga. 1 j^ ^^,3^,^^^^ 
@. djalmasalembocr. f Q) CT^ 

Nacht. !ffi. malam. ©. pëtting (Ld asm \ 

NachluihatcUil. 

Nachtwacht. Wl. kawal pada malam. @. kemit ti pëtting. iKïl flifi »5in IJl aïFi \ 

Nadat. ^. kamadiaji, koemdiandaripada. ®. saanggës. . . flJiajin WlMIjx 
Nadeel, schade. Wi. roegi. ®. tombok «1 iKTl 3 Tl !t.l 3 iKïl jl \ 

HostedbyGoOgle 



— 101 - 
Nadeel, kwiiad. ?J). ilji.hal, bcntjana. ©. gomiig, , ., ijfimailN 

O^ Q C> Q O 

Na liezen. a)J. di balakang inie. @. panJëriËn ijëh. .(UIMiTnuui(KUïi(ULnT\ 

Nader, naderbij, fflt. lebih dckat. g. léwihdëkct qo ?Mfl?in»"iliil \ 

Naderen, digterbij komen. OT. ampierkan, datanglebihdckat.1 C>0-0- 

€>. dëkëtkén, ƒ HO. ^4 

Naderhand, in het vervole. 50!. kamadian, kocradian. ©.sai„,, -O- ü „ 

anggës kitoc. f KI, J 

Nagel, nagels. 5tfi. koekoc jari. S. koekoe ramo, 1 ^ ^ -^ „ ^ 3 N rf -.in i^l x 

tanggai. i J J \ 

Nagelen, kruidnagelen. SD!.tjingké,boengalawang. &. tjcngkeeh. aJimaaiJx 

Nageslacht. 3)1. toeroeii lamoerocii. S. toeroen tamoeroen. '^ "^1 't^ ^1 "^1 *^ B "* 

Nagezien. 53?. socdahdipriksa. <S. gus di tecüng (ün fkim «5»l (üiü a 

Nakomen: sie Navolgen. 

Nakomelingschap. SOf. anak tjoetjoe. S'. djanga warccng. . . aèoOïjT<^\ 

Nalaten: xite Verzuimen. 



»al.tcn.oh.p. <!». po...k.,»„ies. S. wa.iat, 1 „^„j b„, ^ „„„ ^ 
poesaka. f cJ\ ^ 

Nalatig. SB. lali, koerang ing at. @. hantëinget fljïlffU 



fljïi ül om (a r" 



. (EU HUI \ !Ki "11 asm |] \ 



Naloopon, ÏOI. ikoet, tocroet. ®. miioe, nocroct. 
Namiddag. !M. liwat tcn-> 

ga an, enga an 'i of'-Iiij^^j™ „ «uisjkIiI \ mirnioöia! fn U3.ï] O v 
©. Imgsir koeion, leewat/ j\ tj| | IISL. 1 | l 

tcngah powce. } 
Nangka-vrucht. 9». nangka. S. nangka WfH¥i\ 

Nangka-boom {met lange bladen). SB. tjainpeda. ©. nangka | ^i^. ^^ g, -£1 jj^, n ^ 

bërit. { (.J| 

Nat. 5ÏB. basah. ©. baseh mM?\ 

Natie, volk. ïffi. bïngsa,orang,maiita. @. assal ajll[KIl«ll|| \ 

Natmaken, bevochtigen. 2». basah'an. o. basëhkën. . . . lo,^,^wpx 

Zie ooi Begieten. f 1 c-)| 

Nattig: stVVochlig. 
Nattigheid : zie Vocht. 

O/ 
Navel. ït. poesar, poesat. ©. hoedjal, poesër iOjaK-lfUI|| MUIM % 

Navelstreng. ÏR. taliariari, ©. tali ari nri i6ïl imnudTl irti ">Tv 



vGoogle 



— loa — 

Xiivo!gon,niilomcn. OT. iUel, tocioet di balakaii. @. noc-l O _ . 

ioctditockaiig. f J JCJ J 

Sayorschen.navrjaen. 3^. priksa, tiari, tania, Ê. pa-i _ 

vceksa.iiaiya. ƒ | ^[ 

Nazien. !W. priksa, pi lut. ®. pai-eeksa, tcc-ang, . lU nn-^^lHlll.Jl.^ ^j^lS1^KUlJl^ 

Naztlteii: aie Vervolgen, 

NodcrbuiecLi, iets ombuiseii. 'SR. iiicIanekoDi!. ©. iH ' QO - ^ '^ 
peleiigkoHgkeii. 'al J 

Nt'deidi-ukkcii. fflt. bci- tiiidih. ©. te-ël. (üw ooi Drukken). . (Kmimaanjl \ 
NedOTduiken, aooaU in hel water. 3fi. mcnicllam. S. teiërti, . . Ein on 



g«jp 



Nederig. 9R. rcndali, socpan. ®. handap asor OJinMirui-nruiWïN 

Nederigheid, ootinoedighcid. Sffi. karendah'ai.. ©. t^^'-UmoJn iini3TrHKin ^ 

Nederlaag. 3». kalah, moiig'alah'kaii. 6. ecleeh «nm atj timi M 

Ncderleggcn: aie Leggen. 

Nederwaarts. ÜJI. kabawah. g, nangkoefc iKi(iCin01fl\ 

Ncderwerpen. ^. a inpas, boe wang di ba w ah. ©. :ilociigl.éit. ttJnil[ÜHïllKl|j \ 

Nederzetten. 3JÏ. taroh. ©. tëiidËii biniftliKinx 

Neef. ?R. kaponakanlakila-l a i O Q 

ki,auaLsocdura. ©. iJohla- [mm It (imi 3 ! nru mfl (Kn \ (UI iiCT «ftl Ki nfiJi lan (Kul n 
lay,sahraiiialaiaki. ) ^ ^ ^ 

Necii.niet. 9)). tida, tidük, tiada. ©. haute, cntu UU nfl ■> mn KI n 

Neep, Jiijpeii. 3B, tjoebict, tjoebit-an. g. tjiwit WOas\^|^ 

Neèrhukken: 3je Bukken. 

Ncêrslagtig, SW. rcndah ati.mocrong. ©. lëLik hatee, . . Cl iMl arui -JU ttl (Bïl ^ 

Neérslikken: si e Zwelgen. 
Neerstorten: ate Vallen. 

Neet, neten. 931. teloor koetoe. @. lisa ifUllWl i 

Negen. SC!, samliüan. @. salapan W(njiaJl(Kll|\ 

Negende. 5». kasambilan. 6. kasalapan «mWI omi OJl IKI (l \ 

Négcncntwiiitig.Sïf.docwapoc- i / 

lohsambilan.S.doewapoeloch.ff^OWlimfOJimiUKiriMJirilomwi \ 
..»lnp.„,..l.p™lil..cr IJ ^ ^^ .J| » .^ 



vGoogle 



— 103 — 

Wtgcii maat. W. smnLihii kali. @. suJapaiitali (Kji armui IKI oru \ 

(KI, 

Negentien. Sf. samltifan bias. ©. salapan wclaas. , , . 84 ofUl (UI KJ OOJI M |] \ 
Negentig. SW. sambiliin pocloeh, @. salnpnn podoeh. . Q4mj|ajliKl.J)(iriJl » \ 
Neger. SOJ. orangpapoeiijkodjah. &. iljalma papoewa. . . . Dg lOJlOJI O O \ 

Hek, achteilials. 2S. butan Ichcer, i2- poendoek ui iKl iKin i] \ 

Nemen, aannemen. SB. ambiJ, (;mma. ©. tiok-i 

kot,tj.ud.k. |^M!.|«.12«Jl|XM«i™jX 

Nust, vogclncst. 2K. sarang bocrong. g. saijang IMOJIN 

Net, schoon. ÜJt. paiites, brisih. (g. pantes (UlKlOJljjx 

Neus, fSt. idong, hidong. ®. hirocng, puiigamboeng. . . , (mi Vi % (Ü m O \ 

Neusbeen, 2)!. toelang iiiong. S. toclang iroeng nsïl itiJlflJn Tl ■> 

Ncusdock. Slt, sapoch tangati, @. tjareetjcct ajjmTnnniUIKinjjx 

Neusgiiten. ÏB. lobaiïg idong, lïaiig idong, @. lijangirociig. . (ÏUI OIUI ajElT.'j \ 

Nevel, mist. afl. awup, ocmboeu. @. ibüer» KTr itTl «n 1] \ 

Nevciis. 3H. dcngan. @. djtiig ^\ 

NirJlt. SK. kapoenakan parampoeUii, kamanakau parampocan.l ^ |,,^, ^^ j^ , ^ 
ii£. dahocwan. f J J 

Niemand. 3)). satoopoenjatiada. (5. cwëhpisan MiOjnJin^atli] \ 

Nier, niei-cn. 5Jt, eillifiilli.bocwabpineeana. @. ka-i , ^,r.. 

Niet: 2)6 Neen. 

Niet, niets, 9JÏ. tiada, tidak, satoe apa tidak. ©. liantë.) O- „O-^^i ^ ^ „„ , 
' „ , ' ' '^ 'Imm ilfl MJïl (KI (UI (KJI KI n \ 

hanté pisaii. ƒ na, OSi, tJ( 

Niettemin,e.Jitcr. 9B. tetapi. ®. tctapi ^iKinnJi> 

Nieuw. 5ffl. baroc, bharoe. @. anjar (Uiri(Kin\ 



Niet anders, 9M. mcleinkan. ö. ngan (Tl HO 



Nieuweling, fflt. oraiig bharoe . ©. djalma anjar HS; arui aJVl W |j \ 

Nieuwjaar. S». taiin bharoe. @. lebaran ariiinnniKl[|> 

Nieuwigheid. 2». jai.gbharo.'. @, anoeanjar (Un'HllUH»nj1 \ 



vGoogle 



— 104 — 
Nieuwsgierig. 9». kalaiiggjra. 6. hajangaiiiijaho. . ajïl MJl Cl W 1 mifln ï N 

Nieuwstijding. 3JJ. kl.abar Lha.oc, wcrta. i ,^ ^ ^ / CV^ ^^ / 
®. bcedja anjar, werta anjar. ( j ^j ^| 

Niezen. 3». bcrsin. ©. bresin 0]IM1K1| \ 

Nijd, algunst. Ti. dengki, sedoet. @. djail. (ZieooAWaiigunst). )isanil(nj|| > 
Nijdig, afgunstig, 5W. ber-damdam. @. drngki. (Zie ooi Vuil). . . . ÖIKB1\ 

Nijdigaard. 3». maumakandarah, ©. djalmadeiigki IK imi (UI imi "- 

Nijdigbeid, 5Df. damdairi,dengki-aii. @. dengki lÓliKïlx 

Nijpen, knijpen. ÏOI. tji>el)iet,mciiji|)iet. @. rjiwit MOasmiN 

Nijptang: aie Tang. 

Nijverheid, ajf. radjin'an. @. getlollan oüri m oi 3 umi (KI g \ 

Nimmer. SW. tiada pcrnah, tiadasakali. ©. hanté i „,,C> ^ _ P,n-^,5'„ 
,,.,,. "^ ' l (uid (Ri (M MUI 'ïui (^Eln aan \ 

sakah-kali. f nsi. 



Kognict. 3». beloem, bcloni. ©. tatjan (l5ïl(WiiKl| x 

Noglans. 9». tetapi. g. tatapi (iSï|(BinaJl\ 

Nommcr, nummer. 9J!. aiigka. @. angka imiMin-v 

Nooden.tcneetcnnooden. m. P^i'ggü.'-djak maka,..l Q^ / J,^ 

©. dl batoer'anan dahar. f J (^^j 

Noodig, iels noodig bebben SR. Wang,kakoe-i -^^ .^^ 

rang an. ©. koerang, ka kocrangan. ) J J f-A 

Nood ig, dienstig. SM. bergoena, baroes. ©. mcnditig (B|K1> 

Noodzakelijk. aS, haroes, paloet. ®. patoct (UHBïJ ïSïl 11 \ 

Noodzaken: *ie Dwingen. 

Nooit. gj(, tida sa oenioer oemoer. @. hantë sa ocniopri ^S"^, ,r(,™,-if, 

oemoer. f ibL, J J J J 

Noord. "SR. octara, ©. kaleer KïKnonJIN 

Noordoost. 9)?. timorlaut, oetaratimor. 1^ „ O „' „,„ ,„,.,■ 

„ , , ... ' lojnimioi(Eiiwin(nmjnïi((Ji(isBiiKift\ 

©. s a la boemi kaleer weetan. f ^ Il tJ| 

Noordpool, fffi. bintang oetara. ®. bin tang kaleer (C¥| (h;i KBi it| iiOJl \ 

Noordwest. SK, barat laut. @. sula l Q / 

. ., , , , t.().il'TRnoi(!Jtii,iiKi|iin)i(iramnii3(n;i[]\ 

ÏKiemi taleer koeion . ( ~^ \ } \ l.\ 

Koolinuskaat: sieMuskuatnool. 



vGoogle 



- 105 - 

Norsch, sluursch. SR. beiig'is, prang proes. @, bcngis ËnÖW 



5P 

cv a c 

Hl MUÏl dJUl Hl aio 1 
eerst. ÏOI, bharoe saltavaitg. @. katar 



Hu, tcffenwoordje. SW. sakarane, sakarans iiii.i „ „, O" ^ .~^ '-^ 9. '-^ , 
@. ajena.ajËnaijgh. f d (J 1 



l (Kin Kii Til (un aju in \ 

ajena. f ^ 

Nu en dan. Tl. kadang kadang. ®. kalankalan SOI ïin (KI onJI IHI |] \ 

Nu terstond. aB.sakarangini.sakarangdjoega. S. ^j^nai i;i,S^ j^^^a^,, ^ 

Nulö/ gebruik van iets. ÜB. goena,goenaiija. ®. gaweena. . . . onfltl Oütl > 

Nutteloos.onbrujkbaar. SR, siasia.tiadai Q O O- 

iiuiiciuy ,«iiu.u..>,» .u. .i^i. , l[kqi]U]()j|(iAii\i&in(uiniLiiJitinniitioui\ 

bcrgocna.©.siasia,tcayagaweena. f | ^ 

Nuttig, bruikbaar. aX. bergoeiia, haroes dl pakej. ®. Nadeel ^^^^ ^^^^^^^^ 

gawee. _ ^ ( ( t 

Nuttig, voordeelig : zie Vooidcelig. 

Nuttigheid, as. gooiianja, pcr-gociia-au, ê. gawccna nfïnnOKl> 



O. 

Occa:in. 9ff. lautbcsar. g. sagara gedec. (ZteooAZcc). . (kil tiim,! (ilin «tl K4 ^ 

Och, ach! m. adoh,ah. g, adeh (UïlW!\ 

Ochtend : aie Morgenstond. 

Oefenen, beoefenen. 3)!. biasa'kan. È. di adjav'an (lOll/nneTn Wl] ^ 

Oefening: aie Studie. 

Oefenschool. 5R. madrasch. @. enggonadjar'aii, aJnmfmïiKI-Jïlifiin Kl| \ 

Oester. SU. ti ram, si poet. 'S. iJram (iSinTn('OB\ 

Oever, wai, zeekant, 3)1. paiitei', pingitr laut. i ü ü/ Q Q 

^ ',.'., ., r Ji f B llCTIKI (M\W(kl^ami(Lrai(Kin^N 

©. basisuvsisilaut. f J <-A 

Of, ofte. SW. atau, at-tuwa. ®. atauwa (UHISIKUIN 

OiTcr, offerande. Tl. pürsambah'an.sambilih'an. ©. korban, ïl IKïl 3 lOI W 1] \ 

Ofschoon, alhoewel. SJI. m.iski. S. kadjen iKïliiS;iKlf|\ 

Oksel, oksclen. Tt. katiak,katijak. ®. kecleck (Ij IKÏI lï] CU «Tl (| \ 

Olir. Tl. iviinj^t.miniak. '5. niiuj^it tflHVIKinjI^ 



dby Google 



— lOfi — 

ÜJifaiit. Sm. gadjaii. 6. gadjah rmmt^ 

Olijfolie. ïïlt. iiiiniaksejloti,nuenjakwalaiida. g. mlajaki Q 

Om. 9JI. Lraria, sakab. ©. kraiia (MiifKiN 

Om, rondom. 3». meng'oclilicng, bci'JioeliJicng. g. kocnling. . (MTI-^imN 

Omarmen, omyatten. m. pdok, dakap. 6. tangkëp Oirai(Ui|x 

Ombrengen : sie Vermoorden. 

Ombuigen. 9K. melangkocng, @. melciiakocna i C> . . 

ZieooiJfederbuigcn. ^ l^™% 

Omdat: aieWiint. 

Omdraaijen, 9S. poctar. S. pocnlir. (2i>oo* Drauijcn ewOmioopen). OKI \ 
Omgang, verkcering. Si;. Leloetocr'aii. ê. rcciitpctan. . . tf] TH «1 (Hl (tsïïi Hl ji % 

Omhakken, aooa/» bootncn enz. 3R. tabana;, inciiabane, uottonir.i / 

@. lo.w.r'm. "^ S:^rajaTlM|x 

Omlialen, huizen omhcJoii. 31t. roeboch, roeboeh'kan roemah. i O- O 
«.ünjêh. }™^\^ 

Omhangen. !ffl. seJindangk.m, ®. sampj.iketi UJl fcn_F|un(Hlll Kil \ 

Omheinen, omhegecn. SR. hor »aa;ar'iik:in, mcFnaiiar. i Q 0/C> 

S. dip=B.rUn. J««™k«W|N 

Omhelzen: zie Omarmen. 

Omkeeren, omwentelen. SK. halik, goei i eng, @. balik ann MUI (FETl 1 \ 

Omkiiken, ÜB. lengok ka balakane. (5. nitali-ëkka i Q C> 

^ -^ ^ SS l nmUlltLDIKinilSniKlllN 

tockang, f "il, ^ 

Omkoopen. 3JI, hri socwab. @. meng'ocbal (BI (Cl om «IJl j] \ 

Omkooping. SM. socwab. @. roeroeba,pang'ocbal. 'ïlT.'iarïl ^ iüncjOirinjll| \ 

Omlaag: «> Laag e» Beneden. 

Omloop, uitslag. 3R, koerap. ©. kociap 



•5'"^1- 

Om\ooY<, iiooals die van het bloed. SR. mcng'aJir. g. ngooriiing. . dq irj ooil \ 

Omloop, sooaU die der son. Wl. ptr'ider'an. @. iiKucriling-i ci Q^ 

^' f & *> InnilKKUCliKip 

Dmloopen, omdraaijen. 9K. idar, idarkolilicng. ©. idcr ajïliiJ)\ 

Omploegen. 50!. tanggala, loekoe. ©. ngaloekoe OnTUlMtlN 

Omringen. Sffl. kapong.meng'apong. @. ngp|ioe(tg az\l^\ ' 



vGoogle 



T 



Omiiiigcti, belegeren. ÜJt. pciig'apong'aii. 0. iigapoeiigUii. rt::iaJlIKï|Kl| > 

Oinroerca. lÖI. odej,adok. @. galo. {Zie ook Koeren) (im «j «UI 3 N 

Omsuhudden. ISl. gojajig, goentjaiig. @. tnpi asin(U> 

Omslag, omslagdoek. SB. slindaiig, kmjnboiig. @. *'«'eem-l ^^^^ ,^3 ^ 

bo.ig. f ( [M 
Omslag van een bock. 50!. djilit. @. djïlid BKamiiIJ||N 

Omspitten. Wl. gali. @. kali. (Zie ooi BespittcJi) iKlI|iiaJI\ 

■ Omstandigheid. a)(. perkara. S. perkara (UmmiN 

Omti-enl, naar gissing, ffll. tadav,sukira. g. s. kim,, ^^^^^,a ^ 

Omvallen. ?ffl. djatoh, roeboeti. S. enjeh (Uns<l[|f\ 

Omverhalen: s»e Slechten. 

Omvatten: aie Omarmen. 

Ümwentelen: aie Omkeoren. 

Omwinden. SH. babat,]>alit,niemI)oeJigkücskan. <£. i>elit. . . . azli lïui (Ml | \ 

Ojnzigtighcid. SM. ka jaga-an, ©. ati ati inniism (inn (K«l '■ 

Onaangckleed. 2K. belompakej, tanggalpekain. g. '""l osïiMiKl-jnmwi- 
tjananggo. f I 

Onaungenaan,. Slf. jangtiadu scdap, tiadadengan ^oe-l ^OO O-^ ^ 
kalan. ». hantë ngenahen. f asi, ,^1 tJl 

Onachtzaam, zorgeloos. ïflï. lalcj, Ucrang pikiv'an. l^,. y, Oi^-„«o|| x 
©. koerang pikir'an. f ^ tJ| 

Onbebouwd, braak. SW. siimiap, kossong, | «](KIIT3'<j»jl^^ OKWIiKl-ai 
tiada herbendang. ©. kossong, tatjan aya 1 ' OO / 

pepelakan, brah. (UUlOJtaamiM^lKlp (3? \ 

Onbedacht. Ti. koerang ing'at,lalej. @. koe rang ing at. . ttOj Til (UKI on aan fl -v 

Onbedreveii, onervaren. OT. kocrang pa.idcj, koeiang radjien. 1,^^^^^^^ 
S. kocrang piutai". f Jt aa. 

Onbegrijpelijk an.j'-e '»'i«.<i«p«f»™e««i-l i;„ «lÜ «n ü «m i m m m ^ 

e>. anoetekapanggihhartma. \ J ' tJ 

Oidjebendig. SB. koerang tjepat.kocrangbijasa. e. koerang 1(^11 Til M infl \ 

pintar. ] ^ PSl, 

Onbekend. SH. tiada terkana],jang liada ler-tau-i. @. li^i''^I nm ^Toofx 

waw-oeh. (Zie 00* Geheim e« Vreemd). f ^ j\ 

Onbekwaam. 5R. koerang bijasa, tiadaboclih. »^^^^ ^O- 

e. hantédjasa.hanteloctoe. f «51, ^^ J J 

0„bele<-(d. m. koevaug ormal. kooranfïsoepan. t .^Ti-imU^ J OO.^ ^ 

e. koeianghi)i-iii:il, > J \ "-Jl 



Hostedby Google 



- 108 - 
Onbepaald: zie Vols tieU. 



Onberispelijk, onschuldig, 3)]. tidabcidosii, soetiii O- 

<Jeripada..lah. 6. ha„M bog. do»a. [m to ^o,>aiirH|«lM s 

Onbeschaafdheid, lompheid. W. koerang soenan. tiada tam 

ad... S. k«cra„sk.-e.ra. |k1J-.1K.1 IjimmiN 

Onbcschaamd.9N.moekapapan,l gv rv rv 

jang tiada tau maloe. ©. kan-JiWll iKl^ll!ö(isnjl\asinmon2fm(Kirn](Uïm\ 

dalbengët,tchogaka-eera. ) CJW cJ| ( | 



Ondankbaar. SB- jans tiada tanma kasih. e. te ava 1 ^> 

^ . '* " ■' iflSHiJiJiiiinionno 

tanma. ' 



Onbeschoft, onvoorzigtig in hetspreken. aff. lanei . . 

liada tau patoet. @, omong pangang pocra. J I J 

Onbesneden. SR, her koelop, helom lepas maloenja. i Q 

®. tatjandisoenat. j CJJO 4 

Onbevolkt, woest land. Wi. tanuh ampa, tanah kossone. i _0 

S. lauSh „ewoeng. ' P9\°j3^ 

OiibciTeesd. 9H. b;iiani, ber ati. S. wani iljlKl\ 

Onbewoond; sie Woest. 

Onhillijk, SW, tiada patoet. S. hanté patoet, . , . 

Onbruikbaar : sie Nutteloos, 

"}' 

Ondankbaarheid. SB?, balas'an djahat, koerang tariina.1 Q- O 

©. teayatanmana. f A 

0„dep,be™de„. JJ. l>«"l>.'iil>'wl>- ehandap,! ^„ a^„„ 

d'liand.p. f Cj4 Cj4 

Onderdaan. 5D!. raijat,hala. 2. rahayat Tfl OJïl flJUl Oi il \ 

Onderdrukken, kwellen. ïffl. aniay.i,mcnias;ik, paksa. @, kaniaya. !HIIIKU| WUl^ 

Ondergang, verval; ,aie Verval. 

Ondergang der zon, SR. mata ari toeroen. 1 „.^,,,„ „ ^^ 

©. soeroep panan powee. i J^ ^ fj ( I ■ 

Onderhandeling: sie Gesprek. 

Onderhoud, 9)?. ka idocp'an. @. kahirocp'an «nn OJH "n lU ..^il (KI |l \ 

Onderlijn; ste Onderstreep. 

Onderlip. ÏU. bihirdi bawah. ®. biwir dibandap. . . (Ol (üi iP tUin (Hl U fl \ 

cj4 

O udcmein ing, poging. SU. tjoha. ®, tjolia ei(MI3!OnN 

Onderpand : sie Pand. 

Onderrigt, onderrieten. 9K. adjar'an, ka adjar'an, i „,„.,,, „„„„™, ,^ . 

©. pamapatahan. ( 1 iJ| 

Onderrigten: sie ooi Vermanen. 

Onderrigter, leermeester : zie Onderwijzer, en Raadgever, 
Onderscheid. 9JI. per bidah'an, sclisih. ©. sccdjcri 

Zie ooi Verschil, 
Ondersteunen: aieStnlfen. 



"■ li]!Kiit|if;tq*iijj\ 

Hostedby Google 



— 109 — 
Ümlerslreci), oiiiki-Jiin, 5B. liarls di bawiili. g Iwrisdii Ct □ 

handap. |""'*'cJ*^Cj'^r 

OtKicrteelencn. 9J). menaroh tapak taite'an, 6. tën(]emC>C> 

Undcrtrouwen : ete Veiioven. 
Ondervragen: sie Verhooren. 
Onderwijzer, leermeester, sohoolincestcr. 7}t. goeroe, peiig'adjar. j 

®. goeroe. ' f 13^ 

Onderwijzing. g>f. kaadjar'aii. g. paijafuhaii 1 

Zi.»rf Opvoeding. ' ' |««MpK^|N 
Onderworpen: 2i e Gehoorzaam. 
Onder iteil gaan. ffll, bclayar. 6. layar inj|(lUi\ 

Onderzoek, Tl. prcksa-an. (?. pareeksa-an aJlïlTnKTi-AiUlll [Kl|l N 

Onderzoek, gertgteJijk onderzoek : zie Gcregtelijk, 

Onderzoeken, navorschcn. ÏÏÏ. preksa, tjari, g. pareeï,sa. . . UHnTKira^N 
Ondeugd. 9Jï, djahat'an. ©. kagorrecng'au. , . .•. iKTl f([ dllil 3 KI Til KI W !| \ 
Ondeugend. Tt. dj ah at, na kal. ©. gorreeng. (Zie oo* Snood). «] Tfïi a (Il TTI > 
Ondiep. OT. tjectcck,dangkal,kocraiigdaiain, '.£. dee-it. . . . K] (l J| (UU| (tSTI |] \ 

Ondiepte.doorwaadbarcplaats.aK.avcrdanL'kaJ.i . Q Q 

fc. pnroeng,t|aidec-it. f ) I tJI 

Onecht: ateValsch. 

Onechtkind. SU. anak soendal, | 

aiiak gampang. ®, anakha- [''Jïl^^fïl-'nTn OM% imimiKina) Kj||flfillj| \ 

ram djada, anak ranjeet. 'O "^^ O ^ I Cf I ■Jl 

Onedel, slecht. 3». koerane Lanssa, hina, li'. kooraiiK 1 „ • - 

Oneenigheid, krakeel. Wt- per bantah'an. @. bantah'an. . . (CfHKlJ!Uïl(Kl|l \ 

Oneer, schande. Tl. Lermaloe. @. eera-an Jni;iilTiaJïl'K]|j> 

Oneerbiedig. 33!. koerani; hormat, ®, te boca i O- „ _ / 

, '^ ^ ^ tasïiï^aistinniïjtbinaE^ioijix 

Oneeilijk, trouwloos. SD?. koerang'an iman, doraka. 1 . O / 

©. koerang kabenar'an. }k^-.i™,0,^11«^ X 

Oneffen, oneven. ®I. ganjil, gasal. @. gangs;d ImfilKinajllx 

2te (wA Hobbelig. |rimMKUj|x 

Onervaren : eie Onbedreven. 

Onfeilbaar. 9J!. tantoe. ©. tangtoe (KifiiMix 

Ongaar, niet genoeg gekookt. I 

ïffl. mantah. beiom sainnei l 

masak. @. tatjan assak, koe- 1 i i{ J \ \ 

rangoilah'na. ' 



vGoogle 



KOOT 



Onganghmtr, iooah vahc/i geld. 5W. tiiidalakoc. !5. lijiule paijoo. uil «i UI (LüJ * 

Oiigehonilcn, losjbaiidig. 9J?. paralentej. @. giniJing ai¥|iKt\ 

OngedulJ, sterk Tei-Iangen.ïOf.kocraiigsabar.ig.kocraiigsaltar. WTJ 11 [K)| Ol \ 

Ongehoorzaam. 3K. janff mclawantoewaimia, ianei O' ,„_^ .^.^...^ r. 

tiaua toeroctprciita. ©. tonocroct ka paiccütaii. ƒ J fi *'■'-. i "^1 
Ongehuwd, ongetrouwd. 50!. jaiigbcJomkawiPii.boedjang. 'S- '>"e-( ^^ ^^ ^ 

Ongekookt, raauw. 9JJ, mciitah, manLih. l£. atlah tuiasïiyv 

Ongelijk: «e Ruw. 

Onsc)ykheid,gebrckaangdijkc„i.. ffl. bcr-lain'an, fiada I „^„^^^,^ 

Ongeluk, ramp, ÜB. tjiluku. ®, kaliwas'uii lKinEinaJl!Klt-A(ltlj| \ 

Ongelukkig. aS, tjilakakan. ©. haiitë djamoegu un Jïl UK SI nnti 

Ongemak: s.eKwaal. 
Ongcmauierd: aie Ongeschikt. 
Ongemeen :a<e Zeldzaam. 
Ongenegen: »i e Onwillig. 
Ongepast: aieOnvoegzaain. 

Ongerijmd, buitensporig. fSI. tiadapatooE, tolaloc. 1^,^^™ jj^,, ^ ^ 
O. lepatoet, lëhing. | ^ c il 

Ongeschikt, ongemanierd, m. tiada patoct, tiada tau "mtlof-l ^ Y] wbUI dJimn \ 
@. kocrang ka-eera. f "j | 

0.g..lcld,zkk.lijk. ï» ..kie^tinJ.cc„.kb.d.„.,ejQ g^^j 
©. njerih, te waras. (Zie ooA Krank). f i clil 

Ongetrouw, ontrouw. 3K. kocrang saliii, tiada ka pertjaj'a-iiu. JiyK,,,^ , ^ 
@. alpa. f 

Ongetrouwd: aie Ongehuwd. 

Ongeval: «ie Ramp. 

Ongevoelig. Ti. tiadamerasa. ©. liantekarasa OJll W ^Kimn (Wl ^ 

Ongewapend. 5R. tiada pafeoj sinjata, tiada ber km. \ ^ „ ,, ^^ ^ (Kïn'l •. 

&. te niakee pakarang. f ( 

Ongewis: sie Onzeker. * 
Ongewoon. Sï. tiadabijasa. <5. haute toetoer UU ^HCTj (Ml \ 

Onheil : zie Ramp. 
Onklaar: zie Drabbig. 

Onkosten, uitgave. 501. Lalanja. £. balanja OHa]lKl|\ 

Onkunde ; Eie Onwotendhoiil, 



vGoogle 



Onkundig. Tl. babal, kocrang boedi, tiaila tau. (=. koeraiig ij^n'lOlÖ 



iii - 

latau. S. koersKg 1 ^_^ ^^ 
Jioedi. (Zie ook Onwetend), f ^ ^ 

0„l.„g., zoo .,™. SI ladi baroc, Wom l.ma. U^S ,N«?1 BK» ««N 
g. hijëh, tjikeencc. (Zie ooA I,aatst). f > (1(7 

OnlccsLaar. Oïi. jangtiadaboelih dibatja. ö. tebéuang.O^O^ . Q ^^^ 
diwatja. f ^ 

Onlusten, tweespalt. OT. Ijidera, j)ei- Iwntah'aJi. ©. iigalwntah. ülCnWI?. 

Onmatigheid, overdaatl, OT. ter laloe amat. Ê. tënglëngën. . ^ïiÓlÖWjiN 

Oninaglig, oiilickwaani. 5DÏ. koei-ang kocwasa, tiada boclih. 1 nm^^riAs 

©. ïiantëlteiiang. ƒ ia, .^ 

Onnicnsohclijkhcid, wreedheid. SU. I)eng'is,tjengi. S. Iiciigis. . oi!irnM|\ 
Onmogelijk, m. lia.Ia l.o.lil., tia.la boelil. sakali. I a«,^S^«4ÖM,,i,| ^ 
Onnoodig. SP!, trom, tiada liarocs. S. mon- (_„ ^,3 „^tj^ „^^lon ïlliïl X 



Onnoozel, sii.ipcl. SUï, bodoli, kocraug tjcrdihJjiLiigong. S. Liko. Ol 
Onnut. as. tiadagocnajaiig liadabcrgoena. 6. ^c^^y^lSlin. 



(tliKïiax 



gawcc. f I 

Onpavtijiligbeii!. ?»?. loerocs'an. <&. moelucsaii (£.l!imillJ|-A(Kin ^ 

Onpeilbaar: si'e Grondeloos. 

(hircJolijl. S». tol-lo=amM,ü.,J.paloc..,S-Ug,^ „5>„ 

@. têngléngén, hanlepatoct. ( (Jj ü^L, J tj 

ÖO /' 
Onregt. ®. aniaya, tiada betoel. & hantébenar (immoiiq\ 

Onrein. 5W. koerang soctji,tjoeinar. @. koeraii^'bcrsib, . . . (Kil Tl aiH flJl ? \ 

Onreinheid. 50Ï. tjocmar'an, kotor'an. @. ohdohan. , m inil 3 al M 3 (UU (KI fl \ 

Onrijm.pioza. ÏW. hikayat. ©. hikayat XraiitCïüliUIKmij \ 

Onrijp. 5J!. mentah,mantah. @. attah. (Zt> ooft Raauw) iuin(isn?\ 

Onrustig, woelig. 3Jf. lisah, ganggoc. (?. ngahcrëai TTHJXI M IJUI (KI jj \ 

OjiSjonec. Tt. brad sareeiial. ©. wrat sa rocaai. . . . (oa5i.n-*«jTniiAn(imi[l \ 

OiiSjonze, SR. kamipocnja, kilapoenja. ®. anoekawocla. BJin (KI Mï] (UI (irui \ 

Onschadelijk. ÏOÏ. janff tiada berboewatsalah.l ,,^ ^^.„O'^, ,_ — 

@. anochantëmataksalah. ƒ ^ HSL, 

Oiuchuldig a». soctji, tjoelji deri p.da .al.h. 1„,S;„o,j™«1 
@. hantëhogndossa. {Zteoo* ünbenspeiijk). ( ffil, j [ 

Ontl}icdeii,roepen, 9fi. paiiggil. S. "" 
kadijëh.liiloekan. 



TOJIH 'Hl (Uïl W EU (15Ï1 HBl .JUtfUl » \ 

■^ ■ lajvifiliï|on3(inn«i(ijiaw\ 

saöcrl / CtC> a 

l.T-iin_i(iwimom)i;iJ\o.Ttmmi«i[| \ 



Hostedby Google 



— 112 ~ 

Ontbijt. ^. makananpagi iiii. @. dahai'Èii iioek. . aoiajïl tUl Ml^VlMiKfiin \ 

Ontbinden, ontslaan. 5I)ï.lopafikan,meloe- 1 —. —, 

poet. ©'. lecsotkëii, lëpasken (manJinfl W ïiCTi Mijl \ (Q iH|itll(Kl|r> 

{Zie ook Losmaken). j ' ' ^W-, iJl Q *^ iJ( 

Ontbroken, gebrek hebben. 3}t. kocrana'.in, aibi koci Jine. 1 ,„-,. 

©. kakocrang'an. \ J cJ( 

Ontbreking: zie Gebrek. 

Ontdekken, iets van TCrre zien. Wt. meliat. ©. iijë-éng (tiiiiajiil \ 

Ontdekking: a ie Openbaring. 

Ontelbaar. 55!. tliidakabilang'an. @. liante kabitang. . . flJin KI (tuil OtTCÜ x 

Onterven. 2ff. hociine deri poesaka, @. diala-ani O ci „ 

" ' liununanjiiuiiiaqt!Jiuui'i5ïi\ 

wasiatna. f ( 1 (w 

Ontgaan: a»« Mijden. 

Onthalen, iemand te gast hebben. 3)f. mcnjamoe, meng'idiiiig- \ 

kanorang. @. disoegoeh til.T|(Ki|in.il ? > 

[Zie ook Castreren, Inhalen, Ontvangen e« Vojgasten). ) J' ^ ^ 

Onthaler: aie Gastheer. 

Onthoofding, onthaking. m. pantjong kapala, potoiig'an. 1^^^^,^ 
@. ditogel. ] j| 

Onthouding, mtjding. 5ft. saboer. ®. tapa (BUliiJlx 

Ontkt'nnen,lüochcnen. OT. basangkal, moenkicr. @. iw'ioiig. Tl OF| a B] njti 3 \ 

Ontkenning, weigering. ÏP!. sangkal'an, moengkier. S. te ngakoe. fct!10(KIJ~i 

Ontkleeden. 9)J. kaloewar piikcjan, talanekan.) _ _ ... 

to.ala-anpanganggo. (Zie 00* üitklceden). ( | 

Ontkomen, ontvlugten. ïDï. loepoet,lari. ®.loem-i ,,^„ ^, C), 

pat,mmggal. f J J[ J| 

Ontladen. ?!?!. bonakar moewa tan, nonestah. @. neala-i 

anmocwatan. (Zie oo* Lossen). { (Jt ''Sil, (J| 

On tl astmiddel, buikzwive- 1 

ring. 2R. obatboewane I / O-O 

^ . , , , ? l(imoniaioia)(iaii(Kif|\njtma3mimM(if(jij|x 

lan, pang-o-ccdal. | 

Ontmaagden, schenden. 'JW. per oegoel,meng'gagahi. ®. maksa. ÏJ|iKïl.Jl.\ 

Ontmannen, lubben. 5ffl. kasim, kabiri. 3. kabirt IKTIOITIV 

Ontmoeten, tegenkomen. 3)1. katamoe, bertemoe.i ^ (',,.„,,„, ??■-•■ ^ , 
@. aprok,pepanggih. f (^ tJ( \ 

Ontmoeting, bijeenkomst. ÏH. bcrtemocan. @. napane- 1 „, ï 9 , ,„, 
., ^' ■' I f & t rui M flirt ïwniKl IN 

gih'an. f \ J| 

Ontmoeting, wedervaren : ate Wedervaren. 
(Inlroiiw: ot'e Ongetronw. 



vGoogle 



- ns — 

Omslaan, ^^ijstcllen. m. lepaskati. S. iëpasken i O- 

Zie ook Onthmien. }3'^S,'^]p 

Ontslag, afdanking. W. petiat, Icpas-i 

ka«. ©. .garorod,potjot. }a«jTia«|Tn3(.Jl|N «|IU3«|Ma(lsy ^ 

Ontsloten, opengemaakt. ÏK. teboeka. ®. kaboeka (KirjOJiKïiN 

Ontsteken: «iV Aansteken. 

Ontsteking. 3B. hara. S. baiëh panas lOl IUimiH)lM|] \ 

Ontsteld, verschrikt. ÜJJ. ter kec]joet,kagit. ©. rëwas. ...... OJIflJlWlJIX 

Ontsteltenis: aie Schrik. 

Ontiangen, bekomen. Sffi. terima.dapat. @, tampa » 

2«ooÉ Aannemen. t.01©t~1\ 

OnlTangen, vrienden onthalen. 331. samboet.meniamboct sohbat.i 

Ontvlugten: zf e Ontkomen. 
Ontvreemden: sie Borooven. 

Ontwaken, zooaU uil den slaap. Tt. nialana, haneoeii. » O. » 

@. njanng,hoedang. ^ Jl 

Ontzag, SK. hormat. ®. hormat ï](Un3tli(Mig\ 

Ontzcgclcn. SW. hoekatjap. 6. ngala-antjap O mil ajll Ml U1 1 \ 

Ontzeggen: sie Weigeren. 

Onverdragelijk. SR. tida hoelih nicnahan. ®. hantë 1 O 

katian. . 1.M WM M M «Ij X 

Onvcrduwd, onverteerd. 5W. makanan tida 1 _ '^^>Q- 

_ , , , , ^ „ !.(mit[uinKi;iK)(Ki-jïiKiQuiui|i\ 

moesara. ©. kahakanan hante ngerep. ( /j "^ ^ il 

Onvermogen. M. W.ng koe.at, koerang kocwa.a. , ^^^^^^^ 

vO. koerang Santos a. f h lusi^ 

Onvernuftig, dom. 3R. ting'on, bodob. @. biko Oli[)J0)3\ 

Onverteerd: sj'e Onveiduvpd. 

Onverzadeliik. 9?i. tiadadapatdikenniana. @. tekënaiO-O _C>0> 
k -fiph l«5in!mji«)WiiiiKj|otf\ 

Onvoegzaam, ongepast. 3?ï. tiadapatoct, tiada katoedioe. i Ö 

S.hanl^ato* ^ ' |™W,«5B«|N 

Onvolkomen onvoltooid. -Di. tjada tjoekoep, blom abies. 1 SS;^-.,,^,,, 
e.tetjoekoep. ^' ^^«^«^UJX 

Onvoltooid, niet afgedaan. üJl. belomabies,belomsoe-. ^ ^^C-^ 
dah. @. tatjan anggës. ( tJ| 

Onvoorïigtig. 3)1. boeta toell, koerang boedi. @, gagabah. . . cinn ainioi f \ 

Onwaar: «t'eValsch, 

Onwaarheid. 2», doesta-an, ®. hohongan «] CD 3 ï] OJti 2 Ci IKI |1 \ 

Onwaarheid spreken: aie Liegen. 



dby Google 



Onweder, oiiwffr. ÏW, Hbuet, tampias. i^'. hoeiiiiin i a 

tehbdi. (Z.i..iStor,„). ^«JKWWOIWN 

Onwetend, onkundig, tOl. todoh, gawal. S. bilio (ai(l]Ml3\ 

Onwetendheid, onkunde. ?J!. kocranapanK'etawan, ka- 1 . . Q 

babal-an. @, kocriing pangabisa. ƒ J 

Onwillig, ongenegen, m. tiuda mau, tiada soeka. @, te i O Q O 
d„ikto. (l(..,JWar,). ^™M™™m|x 

Onzigtbaar. 3K. tiada ka]iatan,liniap, ©. te kadjë-ëng. . . . aiinaiXHJ^£nn \ 

Ooft, boomvrucht. 3B. Loewah, boewah boewah-an. ©. bocwah. . QryiimT\ 
Oog o ogen. Wl. mata. S, inüta, panon i _ 

Oogappel.üJï.bidiimata.anakmata.i ^ 9. 

^ "., , .■' , ,, iiKii(mntii(KïiMjrïiio)(ioi(Kirt(rifm-d.a!Kii\ 

@, sikimata, boeboedakansotja. ( J J ^L 1 

Oogenblik. !M. sasa-at, sa kcdjap mata. @. sakcdjcp wikinKdJII] \ 

Oogenblikkeliik, nu aanstonds. SJJ. sekarane ini, sekavangi O- Q O _ 
djocga. e. ajenaijèh. ƒ ^ >\ 

n 1 1 -i,- 1 cm K . f- ■ UU Tl (EJl (CTl^m -in3\ 

O ogliock (binnen). Tt. poehnraata. ©. joeroe f ^ ^ | 

matadjera,tocngto™gpanondjero. oj ™ O fflin 3^«Tn3% 

Ooghoek (buiten), ffli. «^kkor mata. S. joeroe mata loe-,^^/^ 
war. , i jj J 

1 Q a/ 

Oogleden. SK. kaloepak mata, kalipat QmiOïJlOlNanJUlOiljfM 3IWI\ 

mata. @. biwlr mata, lainbce sotja, \ ' ^ 

tapokkan panon. iMl(nnJiaOTiK)-JHj»n3a(l|j\ 

Oogmerk. 3R. ka-andak, sahaja. @. kahayang. (Z»V ook Meening). Mlil aJïl MÜ N 

Oogsten: sie Inoogsten. 

Oogwater. Ti. ayermata. ©. tji mata, tji sotja. . IÏJ1(EJ1(IS1)1MW1Ï11M3M \ 

Oogwenk. ÏW. ketjapmata. @. ngltjep (na3liUl[|% 

Ooit, te eeniger tijd. SR. brangkali. (5. soegan (kjinnfliKin \ 

Ook, als ook. SM. djoega,lagi. @. ogee «tdJinailinfllX 

Ook, tcflbns: «eTeffens. 

Oom, vaders broeder. ÜB. soedarabapa. ©, paman l^JlCJllK^|]^ 



:n. 3N. telinga, koepieng. ®. tjëli, tjepil iki|inJl\^aJ|inilB' 



Oorbaggc: «te Oorkrabbe. 



Hostedby Google 



— 115 — 
Oordeeleii, veroorJeeleri. OT- niene'hQekocmkan. S. nsahoe-l _ 

loem. * \"")'J'^'^ 

OordeeJsdag: a»e Diig des oordeels. 
Oorgat, giiten in de ooren. SM. lobangkoepieHg.liang tciinga. i Q -O- □ 

@. liangtjèli. f 

Oorhangers. ÏER. antiiig anting, ©. auting ajiting iUlil m (Um iHl \ 

Oorkrabbe, oorbagge. 3K. karaboe. ®. karaboe ftOiTnCïlv 

Oorlel. aH. oedjong telinga. 6. da-oeti tjëli OJiruiij Ml5fUl\ 

Oorlog, krijg. ÏÏH. prang, bermoesoeh. ®. prang l"^"^ 

Oorlogen. S»!. ba parang, bcr prang. @. prang, ba prang. . . («J\Ol(o\ 

Oorpijn. Sn. sakiet koepieng. ®. iijerihtjëli anraiT-T ? (Ï3l (lOJI \ 

Oorrand, buitenrand van het oor, 3)!. per-lioat-an teliiiea, i O q/q- Q 
,' . -...„. '^ '^ ° ' vtimaiiriiMnji\ 

piengier koppieng. ©. gigirtjeli. f 

Oorsmeer. 3Jf. tai telinga, tai koepieng. ®. tai tjéü 1511 (UIH SOI ÏUI \ 

Oorzaak. Ti- sabab.krana. @. sawab,krana | _„, / 

Oost. aïl. timor. Ê. weelanj limoer mLÜlfEEiailjlN (KiTtll \ 

Oostewind, fOi. angin tiiiior. @. anginwcetan Uin anai ïfJïïïliKIJl \ 

Oostzijde. ÏS. satelah timor. 6. sabelah wcetan. . iMOlïU? l]OKïllK(il\ 

Ootmoodigheid : «te Nederigheid. 

Op, hoyenop. tfl. atas, diatas. ©. diloehocr (lJHïU(Lnl!^ 

Opbinden, opknoopen. aS. ikat, sieinpoclkan. S. geloeiig iSiifih-v 

Zie ook Opschorten. f i 

Opborling: sie Koking. 

"'"'"boeïii"' ^'"'•'^'^'^'^'- ®- "«"'""'■■liQrmuilll^MQMIv 

Opbrengen: sie Koesteren. 

Opbrengst: »t'e Pacht. 

Opbrengsten: aie Lasten. 

Open,Jede»r/sopen,ef.3. OT. hoeka, taboeka. ©. ™o-l „ ^Jl 2(nmJiï«j(L-l3\ 

Openbaar, openbaar maken. Ti. niata kaloewasan. ®, iiiata. . . (Kl(lAIIKin\ 

Openbaarlijk. 3)1. dengan niata. ©. gës niata am(K|!UUliSïl% 

Openlaring ontdckkms. ™. k" l»; <1-U „ ^ t, « O K V « Ol K S KI | N 
pattaoe. ». mcereelweiljajhncdjaken.J | [ ( [ '~i\ 



vGoogle 



~ 116 — 
Opendoen. Tt. boekakan. S. hoekakèn Ol KH !hll| Ifl tl \ 

Opengemaakt: ci'e Ontsloten. 
Ophangen: sVeUangen. 

OpheÉFcii, opligten. OT. angkat, djoengjocng. @. angkat. , . . un IKTl (EIl ij N 
Ophoogcn, aanhoogen. ïOï, nieninggi-kan. ®. lochoerkën. . ttUllPJliuin Wij] \ 
Opl.oopc„,.e™melen !».himj,«„,kocm-, '^, „g;„ 

poel, '£i. toempoek, kocmpoelken. I J* ^ '-'l ^ ^ "^'^ '-'l 
Ophoudenj stilhouden : sie Stilhouden. 
Ophouden, verpoozen. !0f. singgah, bcrhcnti. @. sindang (Mih'ïn 

Ophouding. Sf. barentian, berhentian. ©. crënnan Oiimunil Kin \ 

Opklimmen, opstijgen. !W. memanjat, naik. @. ta-eekan. > ^^:^^ 

Zie ook Stijgen. ( ( «iL, Jj 

Opknoopen: sie Opbindcii. 

Opkomen, uitbotten, éf. djadi, timboel. S, djeboel feoi(nj|\ 

Opladen : zie Laden. 

Opletten. 501, djaga,ing'at, ®, djaga,niangkahadee. HSonflN itJI(m)iaji(l«|ilOl\ 

Oplettendheid. SM. kaing'attan. @. kaingettan imJUUliaasiniKlIl \ 

Opligten, in de hoogte ligten. SOI, djoengjoeiig. e. djocngdjocng, \^^-^ 

Zie ook Ligten, Opheffen en Tillen. f 3 ^ 

Oplikken : sie Likken. 
Oploofi, oproer. Tt. hiroehara,haroe biroe. S, hocroehjira. . im Tl on "ïl % 

Oploopend, driftig, 93!. garaam, goepohgoepoh. Ê. garang finnTi''|\ 

Opnemen, iets oprapen. 23?. ang'kat. S. tjokkot aiMaaiafflïasiilIx 

Op nieuw: «ie Wederom, 

Oppassen. Sffi.djaga,nanti.©.toenggoewan. (Zie ooi Waken), nsïj ciTH O W |) \ 

Oppronken; «e Versieren. 

Oprapen, b. v. iels van den grond oprapen, SBT. pongoet, angkat, \ [.„«ijj., 

©. poeloeng. (Zie ooA Opnemen). f } J 

Opregt, braaf. Tl. betoel, adil, benar, ©. bcnar OIIKIN 

Opregten, OTCrelnd zetten. Wl. ï»adiri-kan, mendiri-kan. i j^^.. . ^^ 

@. tangtoengkën. ƒ ^ (J[ 

Opreetbcid. ?ifi, betoelnia, kaloeroes-anati, ka-benar~an.lS;,/,,„ „ „.,^,^. 
' @. benar hateena, f O { (J 

Oprigten (zich): ste Opstaan. 
Oprijzen: «e Rijzen, 



Hostedby Google 



- 1!7 — 

Ojjrispeii. 501. sirdawah, S. tërab QSliinOl|[\ 

Oproer. 2H. gampar, haroei.iroe. ®, roesoeli. {Zie ook iyplooy,). . . '^'iHV^ 

Oproerig r aie Muitziek. 
Oproerigheid: aie Opstand. 
Oproer maken: 3ï'e Muiten. 

Oprollen, m. menggoelong. @. goeloengkën. (Zie ook Roller.), nai tlSiKfl Klfl \ 
Opschorten, opbinden. ^f. singsing, djingdjing. ©. ngadjingdjing. KTiflKlKN 

Op schouder dragen, m. nienjoengjoeng. @. panggoel. . . - \^™Tnji(i> 

Zie ook Dragen. f J tJ( 

Op._chiift, «dre. ™n een brief. Tl. .lam.l soerat. 1 ^ „ « M Sn nsi» | ^ 

O. iigalamat serrat. j tJ| 

Opsluiten, bewaren, m meng'andang, simpan. ©■ "-n- 1 ^e-J!(L™i iKl^ \ 

pihau. f \ ij[ 

Opslurpen: aj'e Slurpen. 
Opsporen : ste Opzoeken en Sporen. 
Opstaan, zich oprigten. SB. bangkil, bangoen, 6. tjiiigkat, . 1 0|^^.^ 

Zie ook Rijzen, Oprijnen. ( tJt 

Opstand, oproerigheid. Tl. gampar'an, gogah. S. roesoch'an. TlftJ fiUin (Kljl \ 

Opstapelen: iie Stapelen, 

<X<X 
Opstel, schels, m. rantjana, toelies-an. ©. ringring-an. . . . TnnüiKl|-«. 

Opstijgen: 8te Opklimmen. 

Opstoken, aanhitsen. 9B. ajok, tocsoek toesock, mem bieiitja- l|LTo(cno\ 

nakan. ®. ngadoengadoe. i J' .J' 

Opstoppcn, een gat vol stoppen, SW. 'si.djolok, toetoep, i jj, 

@. tjotjokkan. Ml "^'^4 

Optelling ; 3ie Vermeerdering. 
Opvaren, b. v. eene riïier : aie Varen. 
Opvatten, vangen: ate Vangen, 
Opvoeding, onderwijzing. Wi. paliara,meng'-l ^^^ ^ ^^T^^^.^ 

adjar. ®. woeroekan,adjar'an. i^J^^A '^1 

Opvouwen: aie Vouwen. 

O- Q 
Opvullen. ?m. isi,penoh-i. @. ësi ajlliWi\ 

Opwroeten, uitgraven. 3». soengkoer.gall. ©. socngkocr, 1 (^mn M^ïiaSlN 

Opzoeken, opsporen. 3J1. tjan,bersoea. S. tee-angan. . . «1 OidJLliüaflj] \ 

Opzwellen. SM. menjadibangkak. @. dj ad i bare h lofiMolUtN 

Zie ook Zwellen. ƒ '' ) 

Oranjc-appcl. Tl. jeroek manis. @. djeroekamis. . . . È; -i'lKiii JlliUlM| -v 

Orde.liCïel, OT. soeroehjpe-san, tilah. 6- parecnLah IDI ai Tfl !K1 J > 



vGoogle 



— 118 _ 

Os. 931. ïapikasiem, sapikabiri. ©. saptkabiri iWi (Ui OTl «Ttl "SI \ 

Ossirïleesch, 2Jï. dagiensapi. ©, iawoeksapi omiOiKin.Jl.llJl'v 

Otter. 3)f. .injingaiier. ©, seero mnJimTTlSN 

Oud. 2S. toewah, lamah. S. scpoch, koUot. . 1 C^. ., , „ _ 

Oudbakken. 5ffi. lama, kring, basi. S. tari. . lOi'ïlx 

Ouderdom, bcjaardheid.OT.toe-| ^_,, OO-/ 

wah'an, ka-toewah-an. @. ka-/iKïl 1*^1 «Jl ! rLm ï(ipimiKnï|iKïi3ii|o;i2il5Tn[|\ 
sepoeh'an, ëkker koUot. | .^^ » --Jl [ ( ül 

Ouderdom, leeftijd: sie Leeftijd. 

Ouderloos, ffl. piatoe. @. piatoc (Ui (UU) iKïïJ \ 

Ouders. gK. ma bapa, iboo bapa. @. iiidocng bapa a;i| WÏ im fUl \ 

Oudheden, overblijfsels. SK. poerba iala, daulo kala. » ,^ ^nr^,. 

te. kaboejoetan. ( i J> ^ü tJ 

Oudste, afl. jang loewah, ter toewah. ©, pangkollot, lUi ï] [Kï| 3 *] mji 3 0511 fl \ 
Ovaal: s»e Eirond. 
Overal, 9B. koclilicng, di maiiamaiia. ©, sakoerÜing (UI KT] Tl rti \ 

Over, aan de overzijde. 9K. dlsabraiig. ©. dipëntas (UO wnJljt \ 

Overblijfsel. 50ï. sisanja, pcninggal. @. oeroelna (1111111111511% 

Overblijfsels ra»e Oudheden. 

Overblijvend getal. OT. tinggal'an. S. tinggalen (isirann€lJHKl|] \ 

Overdaad. 'St. kalebih'an. @. kaléwih'an i ^ Q 

Zie oöA Onmatigheid en Verkwisting. f O < ^\ 

Overdenken. SW. meneiraiidra.pitier. ©. niriraneira. . . . 1 Ci,„,S^- 
iïie ook Overwegen. f 

Overdenking. ©. kira-an, pikier-an. ©. ëkkerpikicr (Um iHIllUKKin N 

Overeenkomen, overeenkomst, 9)1. perdaraian, pcid janiian.) „,,™,,,,„,_,, 
@. soebaya-an. (J( J( 

Overeenkomst, belofte. 3)?, berdjanji. ®. soebaija (k| (Ol aiLl "x 

Overeenkomstig. W. sama,saroepa,scperti. @. saroewa (U|T!1(U1> 

Overgave, overgaaf. SK. sarah, scrah-kan. S, asrah OJl\ [bJ f \ 

Overgeven. 50i. sarayin, sarah'kan. @. serahkén (VJ|TnfiKll|lKlj|\ 

Overhalen, stoken : sic Stoken. 



vGoogle 



uverkantj oTerzijde. 3». di sahrang.sablahlain. ®. dj pèiit;is. (UiSTmIIKIJN 
Oïcrlang: sieLang. 

Overleden. SDI. mati, soedalimati. S. pai^ch, \ O 

8e.p.-e.h. (Zi.«.*Dood.«Gestorvc„). f ««j™ ^v ™M-J•|™^^ 

Overleggen, bedenken. 5)ï. berpikior,tiembang. @. mikir'yn. EU (Kïi 11 ici I] \ 

OvcrleTen.aW.tineealliidocp.S.karihiroeüi _Q Q , 

sorangan. f Ji j ' ' J| 

Overleveren. ?0!. sarahkaii. @. serahkëii a3lTl!Kïi(KlJ) \ 

Overlijden : sie Sterven. 
Ovcriuid : sie Luid e» luidkeels. 

Overmorgen, 9Jï. loesa. ©. pageeto iU«](inrin(|(i5ïl3\ 

Overrijp. OT. ranoein. ©. daloc (UtiTUIx 

Oversciiaduwen, 3)1. menawong. @, kaijoeh-han. . . . (KïiajVKLlflJtUïl Wil \ 

Overschot, 9J!. peniiiggal,lebinja. (£. leivihna lOiUiïlKlN 

Overspel, echtbreuk. 2)1. raoekah, pcr-kandak-an. @. djina flKiKlV 

Overspeler, echtbreker. Tl. orana bamoekah, <5. lalaki i „ Q Q 

Overspeelster, echtbreekster. OT, parampooUnbamoekah.i ,„„,„_, ,„ü „ 

©. a wee wee dj ma, (Il O 

O ver strooming. Sïf. ajer bah, bandjier. ©. tja-ah OJiiUïlfX 

Overtollig, verkvristend. 501. horos, jang boewang artanja. @. hanihoer. lUïl tJl \ 

Overtreding, schending. 2?1. ka salah'an, boc-1 r, » n n (n-iri iv ivrm nnnnaonwiii 

watsalah. S. ioepoet, kaloepoel'an. 1 J J Jl J^lt^tJl 

OvertreiFen, te boven gaan. 2K. terlaloe. ®. kaljida IKÏI [Wi lU] \ 

Overvaart, veer, SBJ. panjabrang'an. ®. pameiitassan. . . (UiajllKifkü-Aatl^ \ 

0\etvaten, sooah eeiw rivier. 9Ï(. menjabrang. @. niËntas. . . . [0]]tlïjl|\ 

Overvloed. 9K. banjaksekali, limpah. @, reejapisan. . . «i Tfi UUi «Jl (kl Hl | \ 

Oi-crvloedig. OT. kabanjak'an. @. kareeja-an (Kïlï]TniUUliUHlKl||-v 

Overwegen, overdenken. SOÏ. tiembang, meng'ïra.pikier. ©.tim-i O ^ Q » 

bang tinibang. (Zie ooA Denken). f CCI Ctl 

Overweging. 531. pikier'an. @. pikir'an. (Zie ooi Aanmerking). HJlKdll Kijj \ 

Overweldigd. lOf. lerghaiib, liwas. S. tiwas Kïio:M|]\ 



vGoogle 



[ir, 3K. orauginenaiig'an. ®. anoe mïnang O/ïl (Hl (EU »fl \ 

Overwinnen: si'e Veroveren, 

OTerwinning. ÜJÏ. la menang'an. @. gës niëiiaiig. (Zie ooAZcge). niiDtWI W "v 

Overzetten, vertalen, translateren. 1 - ~^ 

m. saliu dalam bhasajang lain. ( (UliHl !ii^ WMlOlikliïjnJI yK(Kl| \ 
<£. pindahkënkanabasa seedjeen. ) ^ -' lil 

Ovcrzettcr: ste Vertaler. 

Overzetting: «e Vertaling, 

Overïijde : ste Over en Overkant, 



P. 

Paaijen te,rede.telkn. «. menat.p, menjen.ng. I °„„SrmW|x 
O. inikeendcl.ii. f ( CJ «U iJ| 

Pa^, ». houten paal 91. tiSng, ü.ng kaijoe. , ^^^°,^„éi,^ 
fs. tihang, tihang kam. ( 

Paar, een paar. Sffl. pasang. sa pasang. ®. .a pasang, 1 gj, ^ ^"i ^ ^ -^ „^ ^ p 
sa ralit. f J| 

Paard. üB. kocda. ®. koeda KïlMN 

Paardehaar. 3». boeloe koeda. (g. boelockoeda oimJliKin iui\ 

Paardeklaauw. 3)1. koekoekoeda. (5. koekoe kocda ftcniKljKSl (Ul\ 

Paardemest. SB. tai koeda, ©. tai koeda aEinimi(K]ll(!Jl\ 



Paardestaart, tW. ekkor koeda. @. bocntoct kocda. 
Paardcstal. 93!. roeniah koeda, istal. ©. aedogang. 



Z.-..«4Stal. - ■ ■ ■}™«|M3nnfi> 
Paardctuig. 501. pakejan koeda. @. pakeejan koeda. . . . lU al IKIJI HJUt M IJl \ 
PaardevlJeg. TO. laiatkoeda. <S. pilëk OJUSin (KTl [1 \ 

Paardewed: ^ieWed. 

Paarl: «e Parel. 

Paarlemoer. ÜK. indong moetiara. ©. indoeng inoetiara. . (UU ivflBI (EI)[|Tn\ 

Paars, paarsche kleur, purper, violet. 9K. oengoe. ©, ivoengoe. . . . ft^(0\ 

Paauw. !W. boerong marak. @. manockmerak (BI(K1{KBnn'Knj| \ 

Paauwin. !W. marak betina. ®. maraklnkanc 'E/mKUUKTix 

* ■ ai 



vGoogle 



— 121 — 

Pitcht, opbrengst. !V!. tjoekej. S. tjoekee (K]JOiKïi\ 

Piicht, pachten. 3R. seewa. ©. njeewa IIOIIION 

Pk<1, weg voor voetgangers. SK. j^.lankitjiel, sïmpangan. \^,r^^^^.. 
e. djalaniettik. J «K aaJI W (ISïl (KïlJ \ 

I'iid, padiic. 3R. kankong, katak pocroe. @. baiikoiig iCïi«liKïii\ 

I'adaii (soort cona/oë). 3i. pandaii. ©. pandan aJlWl(Klj|\ 

Paddestoel, ka mpernoclj e. ÜB, djamoor. ©. soepa ftJl(U)\ 

Pak, buiulcl. 3R. boeiigkocs, S. boenakoes, toeiie-l • 

Pakuwcgl sieGawcg. 

Pakhuis. 3JÏ. goedaiig. ®. goedaug (moJlN 

Pakkaadje, reiseoed. ?IK. scrbadjalan, barang ba-1 ■■ •■ „, Q 

rang. S. pangai.ggodidjalan. ƒ | ^[ 

Paleis. S^ï. maiigej, <S, padalam'an rui M «1)1 tfl KI il \ 

Paling. OT. nialang, ikan moa. ®. loehang (iCUIOi\ 

F^ln, [zekere !^e,ler). m. patjar tjoelan. ©. ^embang 1 C^ ^- ^^ ^ 

tjoelan. f 0:\ J cJ| 

Palm van de hand. 3». tapak tanga n. @. aan,pu] ]ëngÊ,..i _^^e^^ 

Zte ooA Handpalm. ( § M 



O a 



Ïalma-Ghristi, SSI. djarak. ©, kaliki miKUIiHïl 

Palmboom, gjt. areen. 6, kawoeng nfBlOV 

(EI1\ 

o^ïönfuiiïJijiN 



Palmiet, dadelboom. 9H, pohoon koertna. ©. tangkal korma. cii (Kit I] iltlil 2 (EU \ 
Pampel (seAere pticA), 9?ï. ikan baul. @. laöek bawal. . KUI ftJïJ (Km O aOJl l| % 
Pampoenen. SU. laboemerah, ©. waloehberëm Oin^ïCnn_ 



Pan.koekepan. OT. kwaü, pabikangan. @. panggor- i aJi„,Tnn3^ü(K11% 
nngan. f [ ^| 

P:in, dakpannen. 5B. ginting. ®. kcntecng, kenting. . . . iKï} ï] [KI \fltin Ml \ 
¥^nA,sooah van een kleed. M. tcpt badjoe. @. sisi kaway. . MlWIMïl tIl(Ull\ 
Pand, onderpand. 501. gadcj, petaroh, S. gadeean (ïïHn (Wl OM (KI [1 N 



Pannekocken. 50t. koewej dadar. @. koewcedadah (Kil m OWldJlfX 

Pantalon, lange broek. 3JI. tjalana panjang. ©. serwaai »'^''jj,^^ji 
pandjang. 



vGoogle 



Panter, gjf, matjan kambang. @. meejong loetoel. BfïJtmiuSaaSïlJKïl «Ulj| \ 
V.ip.aooalivati brood, njatem. 5R. bocboet. ©. ïwebocr,: / 

Papaya-vTucht. Tl. pepaya. ®. gedang (ïïi(lJ(\ 

Papegaai. Tt. noeri,]oeri. S. noerï JtlTn\ 

Papier, schrijfpapier. SB. kartas, kertas toeüs. ©. ker-iO/ _„ „_ „^ „„* 
tas, d aioewang. f üt ^ 

P.pie,(..„Td) 5». ,aI™b.rkarta,,k.rt.,..kepi„B. iMq^Sa'^Miv 
@. sa lembar kertas. ( (^JO.! <J( 

Papieren geld. gJI. wangkartas. 6. waiigkerlas oiSna5Fi(M[[\ 

Paradijs. 9H. pierdoes,jennat. ©. kakebonnan omilKllH] OüJ^n (Kl[[\ 

Parel, paail, tK. moetiiira. ©. raoetiara. . (fij iKl)]|Tn\ 

Parelöeslcr. St. loekan moctiara. @. kimamoctiara, . . . «miOiïJl (lïl)|]''nN 
Varen, sooats de togeh. ^. gockan. ©. pakan koendang, , . . (UI (KTl WIKI \ 
Pars, pers. OT. apiet'an, kampa. @. katnpa-an iKm(EJI-JHUinMl|\ 

o/ 

Pas, paspoort. W}. soera t padaiig, 6. seratpadang OJI TH .isin -Jl nJI ^ 

Vutattci [aaTdtTtichi). gjj. oebi. (5. hoewi ilJno\ 

Patattes(chinesehc}. SW. oebitjina. S. hoewi Ij ina ajlil lüi M iq, \ 

Patattes (geele). 5W. oehikoening. ©. hoewi bolleed. iim (UI K] Oia of] iiailiU| \ 
Patattes (roode). SM. oebimerah. @. hoewihëi-Èm (Lfiij iO oi (UI O | \ 

Paternoster: ««e Rozekrans. 
Paviljoen: si'e Verhemelte. 
Peinzend, Yol gedachten, m. her kira kira, pinoe i ^^^Qfg-^ ^^ 

ingat'an, ©. recja ingetan. f ( "^ c4 

Peen, wortel: aie Wortel. 
Pees, snaar: ste Snaar. 

Pees, pezen. Sffi. oerat. ©. oerat (UïlTn(lïn|j \ 

Peilen: st'e Meten. 

Pekel. m. ayergaram,masin. ©. tjaioejah (Wl «Jin mn lUJt ! > 

Pelgrimaadjc. 5». naikhadji. @, deekkahadji «j (UI PKfl min «K \ 

Prluw. m. hantal. ®. anggal amann«fU|\ 



vGoogle 



— 123 — 

Pen, schrijfpen. Tt. kal,im,kalam toelies. @, kallam itmmiKEni] \ 

Pennemes. SB), pisohkulam. S. peesokallam, . , . a](U«JiMaKïtanj|iEnf| 



. a](U«jiM3KïtanjiiEnf[\ 



Vens, osaepens,ena. Ti. proel, ampedal. ©. pedjtt lUl IK aSBI g \ 



Peperplant. Tl. pohtilatlailam. ®. tangkal pedes. . . nsiiatmaaJUiÜlUJI; 

1'ers: sj'ePars. 

Persen, digt in een diukken. SR. apit, takaii, menaka] 



Peper. OT. lada, lada itam. ©. pedes lui^3lOJt|l^ 

rsen, oigi m een aiuiten. VJi. apit, takaii, menakan. 1 

S. deemp.,t. (Zi. ..i P„.en). '^ J.|«^a-ii™|N 

Pest. gjï, sampar, S. sampar (IJl Eli ^N 

PeuhTuchten. 3». katjang katjang. ©. katjangtaljaug. . . . iltïl (M IKII a4 "v 
Piaster («paanscA w«n(iif«ft). Tl. sapasraal, @. sapasmat. . . QJ|flJl(Uiasin[t\ 
Pijl, een pijl. üff. anakpanah. S. anakpanah ajuinirai-JliKl f \ 

Pijl (de punt van een'), m. oedjong anak 1 

panah"^©. tongo anak panah. ^ f ^CT2 «|a3aji.g™ jg^x 

Pijl {de veders van een'), m tjabang anakpanah.) _„ 

e. tja6a6»n«lp™.l>. (.««ïlTO-mg», JKJ^N 

Pijl (de steel ofhet hout van een'). Tl. batang anak i OO/ 

pa„.h. e. djajêr.„.kp.,„h. |K««ig™j»J^N 

Pijlboog: aie Schietboog. 
Pijlkoker. Tl. sarong anak panah. ©. saraneka i - „ 

..mkp,„.h. jMiiMomgrajg^x 

Pijiijsmart. 5ÏÏ. sakiet, pedih. ©. nierih, kaïiierih. KO- ü o Q 

Pijn in het wateren. 3H. sakietkintjine. iC>a QQ aaoo. 

y. njerihki-i,djnigdji-rihhen. f \ \ J| 

Pijnigen. Tl. siksakan, sanesarakan. @. siksakè'n. . , . i O O- 

zL.iM.,i.l„. }»j™jimi«i|n 

Pijpjej fluitje. Tl. bangsi,soelien. @, bangsing Q:niki|\ 

¥ihhen,xooali een vogel. Tl. pegoet, ©. matjok iElU]Wï(HHj|^ 

Pikol(125ftoudgewigt). 31?. sapïkoel, bratsarafoesdoewa i o 

poeloehlimapon. Ê. sapikoel. j.aJl -UI ï(J ïtIJ \ 

Pilaren,stijlenïancenbuis. Tl. fiarig rocmah. ®. tihang i Q ^^ Q^„. 

Pillen, om in Ie nemen. Tt. obat hidii. S. ocbar 1 / ü o/ 

galmtiran ^J HO, J| 
Pink, kleine vinger. 50!. jan ka lingking. @. tjlriggir Mmi> 



vGoogle 



— 124 — 

Pie. 9ff. ayer kintjiog. S. tji ki-ih, . ._ aonmilflJd !\ 

Pisang vrucht. Ti. pisaiig. @, tja-oe, tjauw 3J|[UI1\ 

PIsblaas. SW. ariari. @. kingkiïhan. (Zie ook Blaas). . iKïl (Kit mn f njïl Hl Ij \ 

Pislucht. afl. hantjieiig. ©. hangsèr [UlfiiMN 

Pissen. 2R. kintjing. @. ki-ih (KSimniN 

Pit, kera van het hout, 3K. atikajoe. @, hateekahi. . , , mn *] llSïl (Kïl OJili \ 
Pitvanwuchten, Tl. bidji.isiltoewah. @. sikibocwah. . . i O 3. _ 

Plaag, hezocling. ÏÏW. bela. ©. sasalad (U (M "flll M I] \ 

Plaats. 5!?7. tampat. S. enggon lUdlinnna'KljIx 

Plaatsen, iets op zijn plaats zetten- ïK. taroh,tarohiii tampatiijit.l c>0 
®. lêddën. (Z.> ooi Zetten). ƒ CJ j] 

Plagen, kwellen, aH. gaJoch. ©. otteel miuin 2*1 dsninftjj \ 

Plager: aie Kweller. 

Planeet. 3B. bintang berjaJlan. ©. bintang lëmpang. . . . on ïfloiH-Jli 

Plank, planken. 3R. papan. @. papan dJliUKlIlx 

Plant,gewas, OT, tanam'an, te tanam-an. g. P'^pel^k'an. . e^e^ 

Zie ook Struik. f (KL, J( 

Plantaadje, tuin. 5W. kebon,kobon. ©. kebon ami IIOIS IK1J| > 

Planten iets planten. Sffl. tanam, menanam. 1 C^^^ C;-^^^ 

@. pe!ak,pe];ii'an. f Jj «O, lJ| 

Piasregen: aie Slagregen. 
Plat, vlak. 5m. rata. ©. datar (UliMix 

Platdrukkcn. 2». apit,takan. ®. të-Sl ast!l(LmnfUJ]\ 

Platneus, een platte neus. OT. kempih, idong tjipper. ©. gccpeeng. (ïj tiTïi on nS \ 

Plegtig, statelijk. 50ï. bersoenggoehsoenggoeh. ©. temen i^g^^jfl^x 

temen. ( «SL, cJ( 

Pleidooi : zie Pleit. 

Pleister, trekpleister ena. 5W. obat | ^ ƒ 

tampal. ©. oebar taplok, oebar | (Uqicnffiinil] U2(Kinj| (lJlilOi(UlLflJ«l| \ 



dby Google 



— 125 — 
Pleister, pleisterkalk. ÜJJ. kapoeraloes. <S. apoealoea. . . amoafnmiïJlp 

Pleisteren, b.v. een muur. m. lepok, lalxwr. (3. pocUs iuimJlM[|x 

Pleisteren, toeven. 2JI. süiggah, toempang. ©, sindaag [Mllfi\ 

Pleit,pleidooi. SB. gawam. ©. dipadockën M nJI U Si Otl | \ 

Pleiter, TOorwender. ÏK. djocrobelata,pcgawam. ©. djuksa, . , iKKin..i(l.\ 

Plengen: iie Storten. 

Pligt-verpÜetine, 2ff. kaharoes'an. ®. paloet, i 

Ploeg. SK. loe koe, tanggala. ©. woeloekoc OaafliKTl\ 

Ploegen. SDI. mcnanggala. @. ngaloekoe daruiiKïl\ 

Ploeger. Tl. pcnanggala. @. toekan g woeloekoc nsïl KTlOMinMllN 

Ploegijzer, kouter. SH. naijam. S. landjam nmt «1 Hl il -v 

Plomp,doin, Tl. kagoeh,ljingong, bodoh. @. doesoen 0(kiiiHljj\ 

Piotselijk, schielijk. 3!. l)angat,deiiganlakas. ©. ngagcntak. (atiTl [ifl»ra| N 
Pluim: aie Veder. 

Plukken, iets uithalen. ?l». tjaboet. ©. doedoet o O asm j| "v 

Podagra. 2K. sangal kaki. ©. loenipoeh «ui (EJI_J1 J\ 

Poeder, poeij er, stof. 5ffi. serbok,loemat, loeboeh. ©. peledoeg, (UlO_Ofinn(|\ 
Pocilcr, artsenij-poeder, üfl. olwtloemat. @. oebardi 1 / Q QO 



ri-ës. 



b' 



on lunn (UU M 1] ■ 



PoÖet, a)!. pcngarang siiir. ©, anoe nji-en sa-ir. . . Oun fltj OTfl lUUl tKl -AOJH \ 
Poel, moeras. Tl. raivah, rawane, bantiah. @. raiitiah.i 

Poep, poepen, een wind. ÏK. ken toet, koen toet, ©. hitoet. . , . iUliasi)JOip\ 
Poezelig- Tl. hoendar, gommok. ©. montok BI O 2 H ntl 3 Kil li \ 

p „.. I ('^ 4 

Poezij,iijm: sieRijm. 



Poëiij, dichtkunst. Tl. siar, ilmoe siar. ©. eelmoe sa-ir. . . ïl fum Mjn (1J| Wl \ 



o/ 
. s — 

dirinja. ©. gedee ommong, lengoes. j^ïlifllJIipaJinail] e5 ï\ ooaJljlN 
tien e« Zwetsen). I ' ' ' ^i-^ ^ 



Pogchen, snoeven. Tl. gah, membesarkanl^ 
dirinja. ©. gedee ommong, lengoes.Jf 
[Zie ook Roemen en Zwetsen). | 



vGoogle 



— 126 - 
Pogcher, snoever. OT. orang tjoepar. @. djalina leiigoes. . itE(lfUclo»J|j| \ 

Pogen, trachten iets te doen. ÏÏI. lioba. @, tioha, . / 

°j. , ■' ■' ' lfflfwiao)MinnnKTna(t||\ 

Poging : sie Oude rueiii ing. 

Pokdalig, as. boppiiig. ©. boweek inoi3liii:iKfil|\ 

Pokken, kinderpokken. SOi. katoemboch'an , tiatiar. 1 „ O . / 

©. koeris, hangsar. 



'''■'^^' l IKIJ-l'KU 



(M 1 \ Ol IM \ 



PolijsHad. Sf!, daun nmpclas. @. daöen ampelas. lUldJin iKl-lïiiCUUfUl Wjl \ 

Polijsten. 5W. oepam.eilin. ©. kedap, di saneline. i O O . a 

Zie 00* Bruineren. f ^Jl it^, 

Pollepel, potlepel. 5S. sindokbesar. S. sindokgedee. . . M ti Hl 3 iKli m (UT) x 

Pols, slagader. Sff, oeratnadi. (£, kckeleggan iKiiliKlJlJSinTOMl||\ 

Pompelmoesvrucht. SW. jeroek matjang. ®. djeroekbali. . . , È;tikiikiji\ 

JCX\ 
Pompoenen: st'e Pampocnen, 

Pond (zeker gewigt). aji. sa pon. S. sapon (U it) lUI ï (K1 1 \ 

Ponjaard. 3B, kais, badi. ©, kris f(Kinil41^ 

Pookjdolk. OT. kris,8ewar,badibadi. ©. kris.badil/ O O Q 

Poort. 50!. pintoeh. ®. panto, lawang iUinK13\(iaimJi\ 

Poortwachter; a»e Portier. 

Poot, voet van een beest. ffl. kaki. ®. sockoe OJlMïlN 

Porselein, aardewerk. 3fi. pirieng mankok. S. piring I ^-^^„ jnnaami % 
mangkok. f" ( Jl 

Porselein, postelein. 3K. geelang, sayoor geelang. ®, gcclang. . . ï] nnfi afOi 'v 

Portier, poortwachter, ffl. penoenggoe pintoeh. ©. P^" \^^cinn™io\ 

noenggoe lawang. ( J J 
Postelein; a»e Porselein. 
Pot, een aarden pot. SK. prijock, balanga. @. daloeng liniiinn\ 

Zie ook Kookkctel. ƒ Jl 

Potlepel: a*'e Pollepel. 
Poüood. m. timah itam, potlot. U^^^ „«^ aaïïi,,^ „.^^ « .i^S-x 

©. pottclot, timah hidè'iig, f l "^ l <A < 

Potsen: sie Kuren. 
Praatachtig. 9)1. moel«et ganggoe, panjang iidah. i ^^^^^^ ^^ 

S. attël Wengoet. f ^^ t-^i 

Pracht, luister. 5B. kamoelïan, ka besar'an. 0. pariassan. OJmOJUlM-AlKi™ \ 



dby Google 



— 127 — 

Piaclitie, luisterrijk. SDI. ] nad lelies, moei iU. S. pasa- i .„„„_,„,«„ ,„, 
moali. f ( J| 

Praten; aie SpreJteii, 

Prei, lang soort van uijeii. Wl. bawangpanJHng. @. bawang UT,öt1«iH 
pandjaijg. f ^^ 

Prent, print, Sffi. gambar, pjgoera. ©. gambar cinriEll^ 

Pressen, persen, tezamen drukken. ÏK, takan, apit. @. të-e'l. . (iil)inj(tnaJl||\ 

Priester. W. moclana, santari, @. lebee. (ïlflOtiarflN 

Priester (hooge-); sie floogepriestev. 

Prijs, waardij : zie Wuardc. 

Prijs, lof: «e Lof. 

Prijzen. 9J1. memoedjikan. ®. inoedji. (ZieooARopiiieii) (EIJIKN 

Prik, steek. 5H. tjoetjock, toesoek, ®, tëwak (lï))l(UlïnilJ|\ 

Prikkel, angel »«/. een Èy. W. -'^"g^t. petil^^g^'t- ©■ pa- 1 ^^^^.^ 

Prikkel, spoor; aie Spoor. 

Prins. 3)1. poetra,anab radja. S. poetraradja aJl[o)"TmK\ 

Prinses. Tt. poetri, anak radja parampoeSn. ©. poctri (LJl[ffiin% 

Vroegen, de smaai onderzoeken. Tl. tjoba, rasa. S. asa (UU HOI \ 

Proleet. M. nabi. ®. niibbi SflOIiN 

Profijt: aie Voordeel. 

Prooi.roof. SPÏ. rampas'an. <S. rainpasan Tl B1~JlfU-AlKlj| \ 

Prop,eenstop. !K. sampal, soerebat. S. tjotljok iTfïOismiHiaiKinn \ 

Provisie-kamer o/kast. ïïf. tampat lj__ ^ _^ r 

simpan makanan, S. enggonjfün IjnmaiHl-jnEII-ilf im klttOlCUtfinJIiKIp 
ampihan deda haren. ) ' ^ 

Proza: aieOnrijm. 

Puimsteen, drijfsteen. Sffi. batoe limboel. ©. batoe ngambang. am nSïJ O SÏI \ 

Puinhoop. SW. roeboeh roeboeh'an. ©, oeroet roenloeh. , . . lUï]TfJliS8lM'!\ 

Puist, puisten. 9)1. bisoel. @. bisoel aZï1!Mrui|]\ 

Puistjes, uitslag: «eUitslag. 
Punt: *ie Spits, Stip e« Tip. 
Punt van een pijl : aïe Pijl. 

Puntdicht. SW. pantoen. @. pantocn OWWlIjN 



vGoogle 



- 128 
Puntig: ate Spits, 
Purper: ai'e Paars. 

Pu.t, waterput. 5K. soemoet. @. soemoer. , 



R. 

Ilaad, raadgeving. 3ff. djamat biljara, to€-\ 

long dengan bitjara. S. di woeroek pi- JtJl O THMnuimuiiaïlEJiaiiniKiriN 
ommoiigën . j ^ ^ \ [ <^ 

Raadgever, ondeiTÏffter. ïïft. iana di bvïl 

, .,. " J \ . i,(iiin(maoiMiiuini(Ki-nna«i(Eii3\ 

hitjara, ü. anoengabantoewanommong.j i lÈm 

Raadpleaen, raadhoudeii. ïïft. mem J>i-i O-O/ 

.■ f G^ïiu j .> InjïUKinmtLmamiEiisiuiuiKilïuiMliiA 

tjarakan. to.ekterommongpadamai'an.f I iii^ Jj 

Raadsel. Tl. penarka, bitjara balik. ©. ommonei . Q 

, ... ^ ' ■J ^i.miun3iflEJl2 0ninji>nini|\ 

Raadselachtig ; sie Dubbelzinnig. 

K.ad™r6.dcri„g. 9)1. i>"l«>«P»fI>ilJ™,l „ « .„„ ji„4t„„, ^ 

sidang. @. kocmpoeilan sasaocr'an. { ^ ^ '^ ^ <J[ 

Raadvragen, iemands ceyoelcn vraeen. 9fi. mintadia-1 ,^,„, S'„^,™,,.„ii 

mat, pmfa toeJongbietjara. @. nanjBjneda toeloeng. | ^j i ^ 

Raadzaam, geraden. Wt. sepcrtj patoet,ber-gocna. ©. sa p;^- l^ju,;™,™.^ 

toetna. f J/ tJ 

Raaf,rave. SJf. gagaw, gagak itam. S. ka-ak naiOHKnil \ 

Raar, zeldzaam. 5)1. djarang, laraiig. ©. tjarang QJnn\ 

Raauwjonrijp. 9)1. mentah, mantah. ®. kesët «m (fJ| Km | > 

Raa uw, ongekookt: ate Ongekookt. 
Rad; z.> Wiel. 

Radeloos. 971. sabar, tijada terLitjara. @. soempeg (kJiïJl JianfljlN 

Radijs. OT. lobak. 6. lobak Il (inil 3 Ol ïfïi | \ 

Rag,spinrag. 3)f. sarang lawa lawa. @. raraatlantjah. . . . TT) ti](lsin Kif \ 

Raken, aanraken. SK. kena.jaraab. ©. këna IHTI'KIN 

Raken, treffen; sm Treffen. 

Ram, bok. ÏDI. domba laki laki. ©. dombalalaki. . . . aflMatUïlJnmiimDN 

( CU 

^ata{hemehteeken). ^. bintang hamil. @. bintang gamal.a:JitK)anri&lliirU||> 

Ramp, onheil, ongeval. SS. tjelaka, ontong djabat. ®. tjÜaka. iQn|nnü||™\ 
Zi« ook Ongeluk en Tegenspoed. ƒ 



vGoogle 



— 129 — ■ 
Kunipspoed. Wt. soetar'an, tjelaka. @. soeker, ecwoeh. . MiKm \ (iniiiinof \ 
Rand, boord. aW. tepi, pinggier. @, sisih o3iM?\ 

Raiig,staat. fflï. pangkat, mertabat. @. padjei.anga». . . i „ .S-^™^, . 

Zie ook Waardigheid. f '^ '^ g"^ "^ ^ 

Raak: sie Dau en Tenger. 
Ras.spoedic, ffl. baiic'at, deneanlakas, tie-i 

p.t ®. £er,eh.„et«,k. iL^tsJ). Jl"^ ^ \--^" y^ -^t^^ 

Ras,soort. 3B. bangsa,asal. @. asal aJïlfflJIiltUID \ 

Rasp, SSt. koot oer, kik ier. @. kikir 50i)IKit\ 

Ratraï'eRot. 

Rattekruid: sieRottekruid, 

TS. "„.]!". :Z^""' "■""• } ■««.^--^^"«.^^ 

Rede, redevoering, ?!R, perkata-an. (£, kasaoer'an (KïKMIUliJTfliKljl \ 

Rede, oorzaak. W. tagal, sabab. S. sawab (MOOin\ 

Rodenaar: aie Spreker. 
Redevoering: ate Gesprek e» Rede. 

Reede, eoortcAepeM. gM. laboehan. S. palaboehan. . . . UlonJlJOj jnjiii (KlB \ 

Reeds, aireed e. 5ïi. soedah, telah. ®. eneoés,hans-| ^,0- ^ „, ,0 

' ' bo I o l(Uii|(ïirnKi|,iMuilalïllM|\ 

Reet, scheur, spleet. 3B. tjela,belah. ^. bëlah oiinjlJN 

Regel(»cfirt/'iso/'rfr»is). SM. baris. ©. baris (Onn3JI[|\ 

Regeling; si'e Schikking. 

Regen. SBI. oedjan, hoedjan. ©. hoedjan OJMdgiKlflx 

Regenboog. 3Jf. koeng palangi, biaug lala. ®. katocmbiri. . . nol USÏI (EJIin > 

Regendrop. Tl. titekoedjan. Ê. tjaktjelakhoedjan. MiKTnvuiKiJUin UK (KljiN 

Reeentiid, Ti. moesim oedian, @. parane-l ■ □ Q » 

°, ■'.,.. , ,^ te j. lu in ntm t6ïmK> EU iwiiJii)«K (Kil \ 

kat iigidji,mangsa hoedjan, [ (Cl Ji J 

Regenwater. 3JJ. ajer oedjan. ©. tjai hoed jan (Ui miiHJïl (ig; KI il \ 

Regeren, besturen. SB, meniai-entah,pefiangparentah. ©. ma-) 

Regt,(tegenovergest. van krom). 3H. loeroes, bctoel, jaiig i ^^-'^ ^^ '' 
tiadabingkok. @. lempeng, benar, f^ J- 

Hegt,juist. ÏBI. bptopl,patoet. S. benar, temmen. . , . (CTIKI \ (CTi tfliKh] \ 



vGoogle 



- 150 - 
Regt, billijk, geregtigheid. OT. adil, kabenar'an, tf. adil, . . . njniU)|«UI|] N 
Regter, regters. S!ïi. hakimjaiig memegang bitjura, S, papatih. OJliUiBïlfN 
Regtop staan: sr« Staan. 
Regts, aan de regterhand, ena. ÏW. kaïian. ®, ku tochoc (KTl CT (UUI \ 

H.6t.d..pen eerlijk. M. fcn.r, ..tiw>„. 1 S '^ k»Um™m, wn ^ 

®. bcnar, kapertjaja-an. f O iJl 

Reiger («flAweeo^ei), 50ï. boerong banga, ®. bango OHInnSN 

R.j„,.j,i,.5,ci„o.. a. .Cj! be™h.b,»lh, , „„U^„^^a'a.^ 

bnsih. ta. seetra, soetji.beraih. ƒ | ^— J ^ \ 

Reioheid: ste Zuiverheid. 
Reiniging, zuirering. Sffl. soetjian. ®. soetjian (UlMlAJlKt|N 

Reis,reizen. S». perjalan'an. ®, padjalanan UUKCUim Kljl % 

Reisgoed; ste Pakkaadje. 

Rcistuig: iie Bagaadje. 

Remge,. ». oi.ng p.rjJan'.n. 6. Jj»!»» 1 Krniü.niHl WJOKII N 

p.ngl.otjoiig.n. r 1* 4 

Rekenen, cijreren. 3». bil.ng, per mana-i. S. hil.ng.l.i- 1^^^^^^ 

toeng. f ^ 

Rekenkunst. «. ilnioe angka, ilmoe hesab. S. eebnoe 1 „^„,t,ji„,^ 

angka. f | Q 

Rennen galopperen.» I.ri,oensgoel.e.loempaM_^^.,^^ 

tjongllang. (^te oo4 Loepen). f J Jl | ^ 
Rente, interest, ffl!. boengawang. ®. anakwang MnqMtfi\ 

Rcuk(«W«^g). m. bau, pentjiöeman. e. ambS, l^^^^, ^„^Tm Wl ^ 

pangambë-an. f Ol (Xl c^ 
Reukwerk, re uk goed. !W, doepa, iestanggi. S. doepa oaJl\ 

Reus. 3K. rakshasa. ®. djaksa 1C;IH1[].^^ 

Rhinoceros, 9K. badak. ©. badak OllJliKnfl\ 

Rhinoceroshoren. 5!K. lioela badak, tandok badak. i --,„,„— .-,^. 
S.tjoel, badak. }»5™CT«m,|x 



Rhinocerosvogel. 5UI. boerong taun, boerong anggang, @. rangkong, Tft tj IKH 3 \ 

Rib, ribbe! ^. toelang roesoek. ®. toelang iga. 1^ <rui CUTI (ITI \ 

Rieken: ste Ruiken, 

Riem, een strook leder, 5S. jangat, santadji, ©. djanget H^a(ElIllj\ 

I. 5W. dayong. S. dajong (lOiII JitJl 3 v 

Hostedby Google 



— 131 - 

Bift, bümboesriet; a»B Bitmbopsrïet, 

Rijden te p«anl rijde,,, ffl. faer-koeda, nuit koeda. 5. toem-, ^^^^^^^ 

pak koeda. f ^ ofij 

Rijglijf". 3Jï. koctaiig, tjocli. @. koetang IHTICTN 

O / / 

Rijk, ïennogetid. 9».. kaija, harta-wan. @. bënghar, bandar. iCïl (Cl \ Ol (Ki \ 

/^ 
Rijkdom, schatten, SM. ka-kaya-an, harta. @. arta. (Zie ook Vermogen). (Uïl (Eïl \ 

Rijkelijk: ai'e Volop. 

Rijksbcst ierder, eer.sle staatsdienaar. SK. mangkoeboemi. @. pa- 1 ^ 

patih. f > 

Rijksdaalder (48 ïiuicer»). SBt. satocreaal. @. sa-rce-aal. . MB]TnUUlWll\ 

Rijksdaalder (hahe). !0I. doewasoekoe. @. docwasoekoe. . . , OUKMWïl: \ 

Rijkszctch sie Troon. 

Rijm, pocïjj. ffl. sajak,siar. @. sa-ir MiniN 

Riif, xooaU vruchten. ïpf. matang. ©. asak (UïUWUKSlflN 

Rijpaard. SR. koeda na ik-an. S. koeda thihan. . . . fKïl M aSïi OSH f on Ml | \ 

Rijpheid, rijpe ouderdom. 5W. akalbaligh,ramaja-poelri.i ^^i^^^ ^ . 
@. djadjaka,lanjang. f ^| 

Rijp overleg, overweging. 3K. denganpikier. ©. djeng pikir. . . . ^(UlMlï^^ 

Rijst in den bolster. SB. padi. @. paree OOflTTIN 

Rijst uit den bolster, ffl, bras. @. bceas «J oHJUlOJljj % 

Rijst (gekookte). 3ÏÏ. nasi. ©. kecdjo m atBl Ij K 3 \ 

Rijst (roode). ÏH. ketanmerah. 3. ketanbërem Kni6inkl(UlEII|\ 

Rijst {-witte). 5ïi. kctanpoeti. @. ketmbodas aaiiE«(ll (KiailJ|OJI|x 

Rijst (zwarte). 5H. ketaniUm. ©. keUinhidëng Kil Ol KI -«i M \ 

Rijstbloem, IPI. kraknasi. ®. sekar dangan fcü aól M ü fHl (| \ 

Riistebrii. 9H. boeboer soesoe-nasimasak soesoe. @. boebocr l,™,,-£ln,™, 
■* ■' ' l.i01lClnQjJ(M\ 

Rijstwater. 3J[. ayerkanji, ©, tjitadjeen QOHtSïim JK Wl | \ 

Rijstzaad. 3)1. jali, simporan, @. djali «S ïl3 \ 

Rijtuig. 3)1. kretta, karetta. ©. kareeta Kïim "11 asn \ 



vGoogle 



- 132 - 

Rijzen, oprijzen, opstaan. 9S, baugkit, bangocn. 0. hoedaiig (LiTl(lJi\ 

Rillen, trillen. SM- goeraetar. ©. ngadecgdccg O on lUl dl 0)1(1 fïïl [1 \ 

Rimpel, fronsel. 9K. karoet, @. kerdjoet jai(iG(liï1Ilj| \ 

Rimpels trekken: zie Fronsen. 

Ring, eeri ring. ^K. tjintjin. @, ali UïltinJiN 

Rinc fzecel-). 5Bt. tjintjin tjap. ®. ali tjap ) O 

Zie ook Zegelring. f ^Jj 

Ringen(arm-): «ie Armringen. 

Ringworm, ÏK. koerap. ©. koerap !Kl)lTna.rij]% 

Rivier, stroom. Tt. soeneei,kali,batanE ayer. @. tjiwa- i O 

Rivieroever. OT. pinggier kali. ®. tembing,sUih tjahi. OSII OMklIMfQOItum \ 

Roede {aeiere maat). ïïfl. satoe toembat. ©. satoe toemliak. (KltiiEïl osïi ia[(KlIl|l \ 

Hoede, mannelijk lid. W. boetoe, kamaloean laki i O _^ Q Q 

laki, S. pelaat, sint. (Z»e OoA Mannelijkheid), f J| tj[ 

Roeijen,aooa/si«ee««oA((t(. Sffl. berdajong. ©, ngabossee. . O «I O) 3 m fkH \ 
Roeiriem: «te Riem. 
Roemen, prijzen, ^. poedji, memoedji. ©. poedji. (Zie oot Loven). UI9K^ 

Roemen, poech en. ffl!. gah, mene-eah-kan, metn-lw- i C> „^_ „„„ •, 

sarhandirinja. ©, gedee ommong. ƒ ( \ ( 

Roepen, fflt. panggil, saroe. S. tjilockan. (Zie ooA Ontbieden), ooi rui Ttll (KI (1 x 

Roer (ean een noaf/Hig'). 9H. kamoedi. S. kamoedi IKÏ1EBI1.T1N 

Roeren, omroeren. SR. aroe.oepak. @. galo (lfïl«|«lJI3\ 

Roest, ij zerroest. 3R. karaf anbesj. ©. taihi-angëu. . iBïltUinfLmiUlJiitniKljjN 

Roet, schoorsteenroet, 3K, arang para para. @. harangasoe. . , aJinTnO*-fl\ 

Rog(»e*erefi»cA). 3K, ikanparej. ®. laöekpari iTUi im [KIIU Tfi \ 

Rok,mansrok. ÏOI. badjoc. ®. kawai,badjoe (KTHOOflX imnsx 

Rollen, wentelen. 3K, goelieng. ®, goeling mnifuiN 

Rollen, iets oprollen. 5J!. goeïong. ©. mëlit fel omi (Bïl i] \ 

Rond, iets dat rond is. 5)!. boelet.boendar. @. boeled OiannJl 



Hostedby Google 



— 133 — 
Ronde Ufel: ««Tafel. 

Rondom. Wt. kolilieng. @. kocriliiig. (ZieookOin) Min-^«U\ 

Ronken, snorken. SOt. rakin, dangkoer. ©. keereek mMBimTliKn] \ 

Kood. SM. merah, abang, serah, @. hérSm oiiU[Ei||]\ 

Roodaarde. 501. potlotmerah. ©. poUelot bërèm. muausininauaSliU tfln \ 
„ . ( nsL, ( ao dl 

Roodcloop. 9R. tjirildarah, boewang boewangl 

ajer darah. @. tadjam, ngisingkè'n getih. (lSin«KIiJlI]Ma(MMÏlli?l(Ml!\ 
(Z.e ooJt Bloedloop). ) <~A m ), 

Koodlak, Mgellak. SB. lok merah. S. lakbërëm oaSKBiiUlOll \ 

ca -> 4 

Rooi: aie Prooi. 

Rook, damp: ste Smook. 

Rookvleesch. 33!. daging as ap. ©. iawoekhasép. . , . (OJloiKin~rinrai njl,] \ 

Room van melk. ïSi. kapalaayersoesoe. ®. hoeloe tjLsocsoe. njijifUMfMiKil \ 
Roos (bloem). 9)!, boenea mawar, kambaiig mawar. i C> c 

©■ kentliaug goclo. ƒ■ (X\ J \ 

Roos (roode). 9H. boenaa mawar merah. @. kein-i O- . „ O- 

banggoeloberem. f (M J \ "^ J| 

Roos fwitte). SB. boenea mawar poetïh. \ O- * 

@. kembang goclo bodas. ] <^ J \ \ tJ| 

Roosten, braden ; zie Roosten, 
Rooven, stelen. 33!. ramp as, ma Heng. ®, beegal sn(0|(irï]iini|l|\ 

Roover, struikrooïer. 3)!. pcniamoen, meinaliengdidialan. J „„^, ,„ ^,„ 

@. pambecgal. f (o) J| 

Roover (zee-). fSt. roem pak, badj.ig. @. badjo artiI]iK3^ 

""Tw'T"'' "■ •"°'""''°- ®' ■■"»-t-«l^Hj.«i|^«ra«n«iijx 

Roovig, vol rooven. SB, goerak, kalamoemoer. @, bocdoek. . . arïlUiKai|\ 

Ropij (/wdwcAe «[*«(). S)!- roepia. @. roepia TinJHlUI\ 

Roskam. 'SR. krok, pcng garok, @. kekroi WVi ii[](H^2(KH|| \ 

Rotjratö/rauis. 9fi. tJ koes, mintj iet. ©. berit OiTn(Gllj|\ 

Rots, steenrots, klip. 93!. karang. ©. karang iKlinn\ 



Rottekruid, rattekruid. M. warangan, barangan poelih. » .^^^i^^ 
®. w..rangan. f J[ 

Rottig, verrot. 931. boesoek, boe rock. S. boeroek I01'Ï1HÏ1[IN 



vGoogle 



— 1S4 — 

RoUiitg (in bel aigemeen). OT. rutau. @. huwee iinjirijm 

Kolting, wandelstok, a)(. tongkat. ®. teteken oi «sm kii (KI 



Rouw, droefheid. Stf. soesahati, doeka. ©. soeker angen. . (lv1ihlfi(UifieiMl|] ' 



(ivj ihïi m (Cl Ml II \ 

Rozekrans, paternoster. ?0ï. tasljih. ©. taslweh. Kul niku f \ 

\(Xi\ 
Rozeolie. 5)1. mieiijak boonca niawar. @. miiiiak 1 Q O . 

kcmbanggoelo. f ^\ üULZ} J \ 

Roïiiiien, 3M. boewah angffoi' krine. @. hoewah ane-i ^ / / 

•' . , ee 6 '-' B loi«Ji((Lniiinrii5i!iinn\ 

goer toehoer. f J \ J J J 

. Ruchtbaar, bekend. 5R. niata. S. niata aflojuidsinv 

Rug (van een' mensch), 9B. balakaiig, ponggong, ë. tonggong. ffl Oi 3 «] tm 1 \ 

Rug, ruggcgraat. 3). toelang balakang. @. toeiang l' ^^ „^^fl j„ ^,^ 

tonggong. f J \ [ 

Ruig.harig. 2)[. berboeloe, baramboet. 6. boeloean OJ^UllBdjlN 

Ruiken, rieken. ïf. tji-üein,men-tjiöein. @.'tji~oem [KJUMtBlilN 

Ruilen, verruilen. SB. toekar,ganti. ®. toekcr ISIIIHIIN 

Ruim, wijd. SB. loewas, longgxir. @. logor miiail3«|a[ri3\ 

Ruimte, plaats. 9R. tampat. ©. ënggon dJinjnnnïiKljl > 

Rukken rate Trekken. 

Rand, nmderen. 5Di. lemboe.sapi.sapi kabïri. ©. lemboe, sapi. (tn (EJl -i. lïJl (U ^ 

Rundvleesch. ffl. dagicngsapi. @. laoeksapi «uiftJUliKïl-AMN 

Rups, rupsen. 5B. riang. @. hÜët. (Ztc ooi Worm) ajii|(iri (CTlIl n 

Rust, uitrusting. SUi. adoew, ber'adoew'an. ©. ëkker éren, OUÏliKirHiin OJl Mij] \ 

Rust, slaap. 9)1. baring, adoew. ©. ërën,saree {UlfmJllHl||\{k(iï]Tl-i. 

Rust, gerustheid, stilte. Wt. tatap, san-i O- . -S- Q O O- 

tausa. ©. ngénah angen, ti-is-en. ( ^\ Jl Jl 

Rust, Trede. 2t. sautausa, @. senangan Mfq^lWax 

Ruitehoi (sooali door xieiten). üff. lisab, belisah. @. samarrasa. OJItllTinJlx 

Rusten, uiti-us ten. 9)1, berhenti,ber adoew. ©. eren (Uïi OJl afl | 

Rusten, slapen ; lie Slapen. 



ïïr 



vGoogle 



Rustplaats, slaapplaats ; zie Lcgerslede. 

Rustplaats, verwisselplaats.aK. tampat Iwrheiitiaii, ©. erën'an. (Uin IJIKI Mllj \ 

Rusttijd, stakine der bezigheden. 3B. waktoe berhenti. | „ _Q:,,,^, 

J ' ^ s l O (Kg on (UI Win \ 

@. waktoe ÈiÊn. f "^ ^ cJI 
Ruw, ongelijk. 3K. ga sap, ka sap. S. kasap IKH 'M UI jl \ 

Ruzie. SSI. bantah, perbantah-an. ©. roesoe, tjiktjok. 

Zie ook Rrakeel. 
Ruzie m..keii:s>e Kijven. 



IttiasA \ ooi Ij ihti 1 ikh I \ 



s. 

latdagderMahomcdanen. 9M. aridjoemat. @. po- 1 



, - '"IndJiimoneoftJinf-v 

Sabel, turksche sabel, ena. ÏÏÜ. pcdane binekok. ©. pedane(C> .O- 

Saffier(5eieres(ee«). 3)1. batoeitilam. ©. batoenila ITFI Ol (K) ofU \ 

SaSloer {roode venottof). SDï. kasoemba. ®, galinggam. . . . om rui nflfl til a \ 

Sago (Mekerboommeel). SM. sagoe. ©. sagoe [Wmn> 

Sagueer: xieBoomsap. 

Saguëei'boom. 9Jf. pohoonareen. ©. taiigkal kawoeng. . . . Bsri MT ïUI tdj % 

SaizoeurstVJaargetij. 

Salak-vmcht OT. salak. @. salak aj|ami(KII|] > 

Sidaris, loon. IDl. gadji. @. gadji orniex 

Salie. IW. daöen samboeng. S. daöeu semboeng flJl[UlilKI_i)|.(EJ|\ 

Salpeter, 2t. sandawa,garam walanda, ®. sendawa ÖJIMON 

Sandelhout. ^. kajoe tjindana. @. kai tjandana iKïliUnilJIiKIKI \ 

Sap, booms ap r aieBoomsap. 

Sapanhout. Ti. kajoe sapaiig. ©. kaisetjang MI|!UinfclI»A\ 

Sassefras. SJIi-kajocpedas. ®, kaipedes iKïl(lLnnOM[Mi| \ 

Satan: s«e Duivel. 

S:.tijn. mi. anlelas. @. attelas a/ïl «imBIÏJID \ 



vGoogle 



— 136 — 

S«turnus {hemeUteeken). SW. bintang sahil. @. bintaz.g U^ „;, ^ ^^ j^ ^ . ^ 
joeghal. f i'^J J| 

Schaaf. üK. littam. ©. soegoe 'Hl'*™!"^ 

Schaakbord. 9?ï. papan tjatocr. ©. papan tj.-itoer ajinJlKlUSIlN 

Schaakspel. 1W. tjatocr, main tjatoer. €-. tjatoer OJIOIN 

Schaal: ai'e Weegschaal. 

Schaamdeelcn. 3B. kamaloean. ®. rarangan Tn'Tna:n*n^> 

Schaamte. 9S. maloe, @. isin,ecra tUlTlftJI Kil] > mamTlx 

Schaamteloos, SB.inockapahan.koeraiiffinaloc.l „^„ „ _„ „,.,.,-,n 

@. hantébogakaeera. | ffil, I 

Schaap. aJÏ. domba, hirihiri. Ê. domha snitJl30\ 

Schaaplani, lammetje. 3». anakdomba. ©. anakdomba. . (UlUW IlKinaiölN 

Schaar. 9W. goenlieng. ©. goenting onniKt> 

Schaarsch, niet algemeen : sie Raar en Zeldzaam. 

Schade, m toegi, ka-ro.gi-a». S. Unggit djini. 1 dnSlMKlM.^ 

Zie 00* Nadeel en Verlies. f ^J (S^fJ cJ[ 

Schaduw,schadawbeeld. ■!)). baijang. <5. kelangkang lOTl «nS (KÏi \ 

Schaduw, lommer. SW. lindong,nawong,tedoeh.©.ijoeh-han. (UinsJUl ?infl(Klj|\ 
Schaking, vervoering. SN. gagahan. ©. rongkahan. . . «ITllaïaiïiinniKlJI ■» 

Schamen, zich schamen. 2fi. maloe. ©. eera m(Uïn(]\ 

Schande, oneer. Sffi. maloean, ©. eera-an m (umTl «Jin Uil |] \ 

Schans, vesting. SW. kota, koeta. ©. koeta ïCiria5in\ 

Schapcvleesch. 3M. dagieng domba. @, laöek domba, . . . (iRJlinn «i dOi ï ffl \ 

Schatting, lol. ÏÏÏ. tjoekej, bcja. @. tjoekce, padjag. . (Kil mïai"v lUiaS irnn \ 

Schaven (sooo/s AoM(). 5)1. tara. @. njoegoe azïlH(ni|\ 

Schaven, schavielen. Vft. meng'adjok. ®. ngaleelced. . . Cl(nilfUHI'nitiIJI]|\ 



Schatten, rijkdommen. 2?). kakaja-an. S. kabënghar'an. Mm Öl omn IKI] 



Schavuit, deugniet. SÏR. risau, orang djahat. ®. djalm 



f ol I 



vGoogle 



— 137 - 

Schecde, schee. !öï. sarong. ©. scrangka. 



Scheef, schuins. Ï!R. iroct, mirieng. @. deengdeek (r|(tJiiritJliKï)(|-v 

Scheel, scheelzien. 3JÏ. joelieng, joe-l rt / n 

teeleeng. P™ 4 I I 

Scheenbeen. OT, toclans kring, adepanbitics. @. toclana 1 _ . Q 

bmtjoerang. f ^ ^ 

Schee^es. OT. penjoekoer, pisoh tjoekoer. @. P«sotjoe-| /^ 

Scheet, wind, fart, 3)ï, koentoet, boemata. ©. hitoet flJil Cïl asïi [| \ 

Scheiden, zooah in hel kurcelijk. m. tjerrcj, U tjerrej. iST^f^CTttOIIN 

@. pepegattan. f aïL, Jl 

Scheiding, grensscheiding. ÏOï, wates, peminggier. ©. watas. . . 01IBHI1J||\ 

Scheidsman, beslisser. ^. orang ber'antara. @. djaksa aSlKlH,Jl.\ 

Schelden, SK. maki, ©. njareekan OllinTniKm(Kl[j\ 

Scheldnaam. 371. nama siendicr. @. nja- ] 

reekan, ngarangorreeng 'arm jnTniKll|(Kin\ (imn(niHl3in Vi^ 

(Z« 00* Bijnaam). (1^1 («Il 

Scheldwoorden : si'e Beleedigende taal. 

Schclllinkend : aie Scherp, 

Schelling. SR, satalian. ©. satali IM a^ïl dOII V 

Schelm, guit, schurk. ïOï. risau, orang dj aha t. ®. '1J''I"'M ^amimdma'nTftN 

gorreeng. _ f O t l 

Schelmerij : ifV Bedrog. 
Schelp: a»e Schulp. 
Schemeravond. SK. petanghari. ®. megrip (B(finnM|\ 

Schenden, beschadigen. SM. roesak. @. roeksak IIIKII JLMUjjN 

Schenden, ontmaagden: 3»e Ontmaagden, 
Schending: a ie Overtreding. 

Schenkblad. 3B. talam,pawan. ©, talëin «SïHiq,lBl| 



Schenken, inschenken. SDI. isi,saboekan.'®. ësian aJllllVJia*jliKl(|- 



Schepping (de), 2». kajadian. ©. kadjadian iKïlliKltTiajinMin \ 

Scoren, baardscheren. 3». tjoekoer, menjookoer.. ^^ / ^ ^ 

to. paras, njoekoer'an. ƒ iJl ^ _Ji (J| 

Schermutselen. 3JJ. mamantja. @. mentja lÖliKlV 

Scherp, punlig: aiVSpits. 



dby Google 



■lmarfifi«|(im\ 



— 188 — 

Scherp, sclicrpuch tig, bijlend. S)I. pedas, padas. @. Udah. . 

Zie ook Wrang. 
Scherp o/scheltJüikend. aS. niariiig, mcrsiek. ©. njeeiigkreeiig. 1 ^i^ 

Zie ooA Geluld. ^ ' 

Scherpen, sd.erpmaken. Slï. tadjamkam. ©. sëkëtkën. . ■ ■ 1 qT, ffj, Èin (Ki » -. 

Zie ook Slijpen. ' f IKI, tJ( 

St:herprcgtcr. 2JI. pemboenoe. Ê. algodjo (UïimtryiïiflflKSx 

Schets, op'.tel. ÜK. patah, bakal, ©. reengreengan m tti ïl Tii m IKI n \ 

Schetsen: «te Teekenen. 

Scheur, berst. ÏOt. blah, ter belah. @. bëlah. {Zie oo^ Reet) Sj<ifUir% 

BOicurea, verstoeuren. .y(. soweeK, 1 „iw jmoflOUl \ asïl«l!CïIllOHKïl||% 

robcek. 'iT. soweek, ti beebcek, ( | ( tJ| ( ( tJ| 

Suheut, scheutje: sie Spruit. 
Schichtig: sie Schuw, 
Schielijk: sie PJotaeÜjk«M Vaardig. 
Schier, bijkans, m. ampier, niarics. ®. harib-harib. . OJIl "ÏIOI Jïl Tl Ol | \ 

Schietboog, pijllxiog. ÏM. panah. ®. panah (U|H1Ï> 

Schieten, met tchielgttoeer. OT. tiniiak, menimbak. ®. hediilan. Ol HJl onJl Hl 1 \ 

Schietspoel (-wevers). Wt. troepong. @. tropong m(^i(ï](U3\ 

Schijnen, blinken. 3». gilang, bertjaya. ©. tjahaja M Uïl OM \ 

Schijnheiligheid. Sf. tjoelasati. ®. hoema-iwa iisniB|Uino\ 

Schikken, toestellen. SK. atoer, mcng'atocr. ©. atoer [Un asFI \ 

Schikking, regeling. SDI. atoev'an. S. atoer'an OitHSIt TflWI] \ 

Schil, de schil van een vrucht. "SR. koeliet, koeliet boewah. ©. ^""êia^Kfl^ 

kang. f 

Schild, wapenschild. SPf. tamin, taming, soeloekong. ©. taming. . . asïlEll-v 

Srfiilder. 9». toekangtjat. @. toekangtjeet (KïlMinaiQOia^p 

Schilderachtig, fraai. 2)(. hagoes sakali, eelok roep«. 1 a/^j^w JIMMIIIN 

®, alocspisan. f ^ tJ| 

SchJlderg. SB. gambar. @. gambar omcilx 

Schilderkunst. 3B. ilmoegamlar. ©. eel moe gambar. . . . «1 (un tm om til % 

Schildpad. W>. pinjoe, koera koera. ®. penjoe IUIK^\ 

Hostedby Google 



_ 159 - 
Schildpad, van sfchüdpadgcm.iaU. ?X. «isiekkoora kocia, . C^ ^^^g- 

koeliet pi ei ij oe. 'S. koclit pcnjve. ï Ji <^ 

SchildT arken. OT. tenggüÏDg, taiiggiüiig. ©. pësing !UI*JI"\ 

Schildwacht, SOt. ovang cljaga,peng'awal. ©. kemiet iïlfl (EJUKTI Ij \ 

Schilfer, schub. Tl. sisiek. ®. sisit 84lkll(ffll|j% 

Schillen,* ...... .™«S,. n. koep">AJoepa..,g ^^ ^„^^„ 

VS. peseek, pasijaii. f | <J| iJ| 

Schim, geest. 3)?. haijung, aiitoe. 3. hantoe OJHIKIX 

5>.'himniel,heschiittmeld. 9R. lapoe,l>asi. €>. boeloekan. . . 01(iflJ|(Kili(Kl| \ 

Schimmel (paardekleur). 9)1. dawoek, itambertjampoerpüetili. 1 (o o iim n \ 
@. dawock. f ^ (.J( 

Schip. m. kapa], prilhoe. @. kapal,prahoe mil(UianJll|N (a^MI\ 

Schipper. Wl. nakoda, joeroe rooedi. @, natigkoda aflmiaiaiW\ 

Schitteren, flikkeren. Wt. gilang, gamilang. @. gilap fnmJ|(lJljl\ 

Schittering: a»e Glans. 
Schol>:«eSdiub. 

Schoenen. ÏOI. 6apatoe,kasoet, S, sapatoe IM1JlilSn\ 

Schoenmaker. Sffl. toekang sapatoe. S. tockang supatoe. . iBï] (Kfi M M M \ 

Schoft, vlegel, m. orang kagoe, orang koerang pantas. , ^^(j,oruW|l% 

©. djalma doesocn. f C) J J (J{ 

Scholier, schooljongen. 3J1. peladjar,orai.gbcladjar,anak I n^^9n,'-^jj,, ^ 

moericd. @. anakmoertd. f ^j <~>i 

Schoof, een schoof o/hos rij.l. !». paJi .. gccding. lu„Tn„S,™M|N 

@. paree sa geges. f | Jj 

Sch.>ol, leerplaats, ffl. Un.pathel'adjar,pel-adj«r-an. ï^n^j^^/^ 

6. enggonadjar. f ( 

Schooljongen: oie Scholier. 
Schoolmeester: «e Onderwijzer. 
Schoon, fraai. ÜB. permi, bisej, baaoes. '5. aloes, r . Q" <^ , „. 

gaU:(Zfe.rf/et). ■' ' ■ }«.aj-MjpSv,«,MJx 

Schoon, rein ; zie Rein e« Zuiver, 
Schocgoed, .choon linnen. W. 1»"»S tce.ih. ■ ^ ^^ ^ , ^ „ Q 

®. panganggo baresih. ƒ I ^ ^ 

Schoonheid. 9?). bagoesnja, 6. aloesna, gëlisna. . , mmnJlOJlx nmiïUUHX 

Schoonmoeder. 3R. mertoewa parampoean. 1 i^ „ _,,™ ,„ „,,„,.,, 
'S, mitoha aweewee. { j I ( 

Schiionvadcr. SU. mertoewa laki laki. ©. mitoha i Q „, _ 9,, 

lalakj, ( 



vGoogle 



— 140 - 
Schuoiivegen: «e Vegen. 
Sthoonioon. SB. minantoc laki iaki. @. mïnaiitoe (£f|KliKl\ 

Schoonzuster. OT. ipar parampoean. @. bibi , adi i O Q ü cS tjv 

hetteng. {£te ook Laster). f 

Schoorsteen. iBl. tampat kaloewar asap. i <i* / O 

«. enggon kaloewar hasëp. f l ^\ J tJl 

Schop, spade. SM. soedok, ieskop. ®. sikoep ikUMlJoJlJIx 

Schop, een schop, trap : sie Trap. 

Schoppen, vooruitschoppen. 3S. tendang. @. djcdjek (ÈCiÈi Kin 1] \ 

Schor, heesch. 3)ï, serak, parau o/paroe, swaranja paroe. ©. pejëli. OiLlil)\ 

Schorpioen. 5ffi. kala, kala tjingking. ®. kala lKlIt(imi\ 

Schors bast van cenen hoorn. ÏW. koelitkayoe. ©, papagani ,„ O 

kahi. f nnn «ft. 

Schorseneer, schors cneerwortel. 3B. akar itam, ®. akker hiüéiig. CUïl IKUI IKi !ÈJ| \ 

Schotel. Tt. pirieng besar, bassie. @. piring gcdee liUTlOTimdJIN 

Zte ook Bord. f [ 

Schoteltje, ü». pirieng kitj iel. @. piring lëttik iUTniirilKïiMlfl|l \ 

Schotel (een schotel met spijs), m. hidangan, sa toe pirieng l (^ji^-jjoftt,,^ 
dengan makan'aii. ®. sisihan. f i tJ( 

Schouders 3S. poendak, baöeh.bahoe. @. tal't^l',! ^mimi ^ o (KIOT1|1^ 
poendak. f «^V Jl ^GJ Jl 

Schouderblad. Hfl. balikat. @. walikat O omi IKÏI »5ïl | \ 

Schouplaats; ste Toneel. 

Schraal: «eM^iger, 

Schraapzucht, inhaligheid. aR. kikicr'an, S. korrcetan. iï|(Kin3«]TnilSfl«lJ\ 

Schrander, verstandig, m. pandej, bijasa. @. bi5a,jasa. . . 1 ^„j,^ (uu,,^^ 
Zie ook Snedig. ƒ 

Schrapen, iets afschrapen. SDI. kities,krik. @. di krik itJi(«miKlll|] \ 

Schreeuwen. W. teriak, tanipiek. ®. ngagero (üoflflllTn J> 

Schrei) en, ween en. 3K. langis, meiiangis, ©. tjërik (tinn«ai||\ 

Schrift, beschreven papier. HB. toelies'an, soerat. ©. iioelisan. iKl inj|iW|-A*Ojl ^ 

Schrijdbeenen, wijdbeens gaan. 501. kangkang", kaki bingkok. 1 jn-»,™j,™n\ 
©. ngadeegaiig. f { 

Schreden, over iets heen stappen. 9H. langkah, melangkah. ®- '""ëi wijj™ j ■, 
iah. f \ 



vGoogle 



_ 141 _ 

Schrijfkunst. Wl. il moe toelies. 6. eelmoenoelis. . . . mnjïttiJUKjiinjllkill) N 

Schrijfpapier : ai'e Papier. 
Schrijfpen : sie Pen. 

Schrijfpen (stalen). 3B. kalambesi. €. kalambësi OTIÏ1(|Sr(W\ 

Schrijftafel. 3)1, meedja toelics. ©, raeedja noolis aitlKK [Kl(inj|M| \ 

Schrijfverlrek. ÏW. pang keen toelies. @, enggon noclis. nJïianomS'HinrUKWIj) ^ 
Schrijïen. 9)1. toelies, menoelics. @. noelis, njerat. (KiamilM| \ onTnOil] \ 

Schrijver. Wl. joeroe toelies. @. dj oeroe toelis (ET.n(Kin ami»J|[] \ 

Schrijver, authcur. 5R. mcnff'araiia. @, neangeit, •■ Q 

Schrik, ontsteltenis. "BI. katakoet'an, kacet-an. ©. kasieu-i a O- 

' " l.«lII3J|ilJUKl(«in \ 

Schroef, een schroef. Wl. peleer itiek, poctar'an. ©. oeril iLilijTfUfU)'! \ 

ScliToeiJEii [h.v. met heet tjzer). gjf. tjotjoehjbakardcnganbesi i C> 

p.„... S. tjact. |MgBlj|V 

Schroeien, zengen ; si'e Zengen. 
Schroom, vrees. ïT)l, takoet, pcnakot-an. @. si-ën [KI|1UU|(K1[|\ 

Schub, schob, schubbe. Wl. sisiek. @. sisik, sisit. . . (kl|ik[HKlll|]\(MiïJ|(lSï|l|\ 

Schudden, heen en weer bewegen. Wt. eovanK, i ^ C> 

gocntjang. @. gojang, gedag. f \ J[ 

Schudding, trilling. Wl. her gojanggoyang,goemetar. l ,„ „ ^ ïlOTiam™ N 
©. ngadecgdeeg. ƒ , ( ( (j cj| 

Schuijer, borstel. !ffi. sikal.sapoe. i». sikat aJ|fl«10l|]\ 

Schuilen, ai ch bergen. Wl. berlindong, semboeni. @. njelindong. Oi] anji aö > 

Schuilhouden, zich schuilhouden : eie Verbergen. 

Schuim, vuiligheid. Wl. boedah, boehi. @. boedah ami ft-H ? > 

Schuimen, afschuimen. Wl. tjidok, soedoe. ©. sijoek [MUU1ikbij|\ 

Schuins: «e Scheef. 

Schuins, schuins afsnijden. Wl. secrong. ©. seerong HlMinTnix 

Schuinsafloopende. Wl. mirieng. ©. deengdeek m(lJnni(Jl(Klli|\ 

Schuit, boot. Wl. sampan, prahoe,praw. ©. pnrahoe (fj) in HJIIJ N 

Seh ui te voerder. Wl. toekangpraw. S. tockangparnhoe. , IBI] iKfl aJITfl (Uïl \ 



vGoogle 



— U2 - 

Sdiuiven, YOOftduiru). OT. sorong, tockk. 6. sorroeng Hl"'!^ 

ScKuld. Sffl. oetang. @. hoetang ILFIII aïri \ 

Schuld, fout m. salah. ©. saüali. {Zie ooi Blaam) (M mJI f \ 

Schiüdeischor, OT. oranc ians aimpocnja oetane. ©. ui-i O »0 

... _ öJSfj s'-^jj liu[Lnni£ïi(KïnKi|\ 

ScJiuldenaar, ÜJÏ. orang beroetang. @. anoe ngaiijoek. . HJïl atl ültllliKïlIN 

Schuldig, geld schuldig zijti. 5DJ. ber-oetang. @. iiganjoek. . . (iniKl]l(|cn|| \ 

Schuldig, misdadig. OT. salah, faerdossa. @. sallah j 

Zte ooi Strafwaardig, f \ 

Schulp, schelp, SB. kodithija. ©. tapokkrang iCTi il (UI 3 (Kïl I ™ > 

Schurft, uitslag. 571. koedies, bcrkoedics. S. hoodoek OlOMnix 

Schurk: st'e Schelm. 

Schutter. W. toekang nimbak. @. paninggaran Uliri (mTliirr|\ 

Schattei (fiemehteeken). ïït. bintang kos. ©. bin tang koes. . HTBl KJ (Kil flJl [1 \ 

Schuur, voorraadschuur. ^. ioelapane, eoedanff. i Q _ <^ ™. , 

6. ]ëjit,k-.,t. f^ 4 ^ J| 

Schuren, Kooalt loper, tin en». 3R. oq)am, gosok. @. di kedap. (LilumdJl nJI| \ 

Schuw, schichtig. tH. liïr.penakot. ©. linghas ". . iailKnWj]\ 

Sedert, W. dcri pada. @. ti (EU \ 

Sedert gisteren. 2T. dcri kalainari. @. tikamari asmJai itfl "ïl S 

Sekreet, gemak. 3R. junban, tandas. @, patjiringgan. , . (UiajlT](i(lf|iKl|j \ 

Selderij. Ti, sladri, 'S. saladri (MïUt(tt^\ 

Serret, servetten. Wi. serbetta. S. serboeta [ki|iI10lii5in\ 

Sidderen, beven. ÏK, goemetar.goentjang. ig. ngadeegdeeg. IC| »1 (Uimfmonill V 
Sikkel {tMrkluig). 5DÏ. peng'atam, parang. @. parang tUITlÏN 

Smpd,gcte„Ui„dehcr,eR™ ïl. e"». S. erf.,>, !„„„„, ^„-,»^ 

boeroeng. (ZieooA Unnoozelj. ƒ | (Jj i^ 
Sinees, Sinezcu. SJI. orangtjina. ©. tjina 001IK1\ 

SIrie, o/betelblad. SN. daunsiri. ®, sërëh m'iI)I\ 

HostedbyGoOgle 



Siroop, stroop. SW. ayergoela. 'S- pS-et iD|i 



unasi] 



ïl^ 



Sits,chits. SW. kalamkari, tjiel. S. intjit (UliliKl[i5ïi[|\ 

Slaaf, lijfeigene. Tt. saija, boedak. @. boedak, koeriug. (0liUin>lFl|] \ Kmil . 

Slaan, kloppen, afrossen. ^. poekoel, paloc, brih. \ Q-O o O _ 

S. pëpeh,gltlL ƒ \ ^J| 

Slaan, iets inslaan. SB. poekoel masop. S. ketok, \ O; _ O-O 

Slaan, kletsen. Sf. banting, hempas. è, gebot oiiTfliOiaEinil > 

Slaap, slapen (syrfet>anAe(Aoq/(/). fW. papi-1 a Q O O a (X 

lies, pal ipies. ®, pipihs,pipimigan. ƒ iJl tJl 

Slaap, slapen, rusten. 9B. tidor, ber'adoew. 'S. sarce, ; „.,^ ^ 

Slaapkamer. OT. per-t idor'an, per-adoew'an. ©. pasaree-an. nJl (ïJI al TH «JUIKI jl \ 

Slaapplaats : aie Legerstede. 

Slaapzucht, slaapziekte. fK. letih.letah. g. lesoe,tè'i O-, , S:„„,^«„, 
nangan. f J <A 

Slagader : aie Puls. 

Slagaderen. 5B. oeratiiadi. @. oeratkaketcg aJllinilSBliKiiidSiiarni] \ 

Slagen, gelukken. 50!. ber'ontong,djadi. @. djadi IK^-v 

Slager: sieSlagtcr. 

Slagregen, stortregen, piasregen. ffl. oedjan lebat, oedjan bcsar.i ^ g^ ^ ^ 
S, hoedjangedee. ( ^ «ij 

Slagtand, «ooa/»en« een aipy» «na. ÜB. sijoeng. ©. siiioeng rkilfljii\ 

Slaeten, een os slapten, 9». potone.pütoniïsapi.l ?>■ O ^, OQ _ Q 

©. mëntjit,n)enljitsapi. f t> -Jl t> 

Slagter, slager. M. toekangpotongsapï. ®. '«'^"'«"gl ™ «n^WOT-AO> 

mgntjitsapi. f J (> 

Slak,slek. aïï. oenam. 6. toetoet asiiiaan| osnil \ 

Slaken, loslaten. W. lepas, lepaskan. ®. Icesotkën. . . Ultunnflaïnsr! tai \ 

Slang. 5K. oelar. S, oraj,orai. mfunaT|(Uïl\ 

Slaolie, m. nunjak salada. ©. minjaksalada ïll Kjjl (Km -*arui (U| \ 

Slap, niet stijf. ÏÏH. tcroeloer. @. lëlês iCTnHJia\ 

Slap, week: «e Week. 

Slapen, 3)1. tidoor, adoew. ©. hee-ecs,i „,^ _.„^ „, , .,„.„ .„, _. 
saree.koelém. H I 4 I JÖ 4 



dby Google 



— 144 — 

Slaperig, 5W. antok, mauw tidoor. @. toendoeh. (Zie ooi Vakerig). iisilliK)f\ 

«I ■ i ■ V -.1 -^'^' 

hlapeng worden: ste Eiiikkeii. 

Slaperigheid, SM. meng'antok. ©. noeiidoetan, 1 ,^„„ _ 

toendoeh. f JO«SkJ{ Jc^\ 

Slayin. SS, boedak parampoean. @. koedak aweewee. (CTi].(U)liKïi-nn«l(Lnin(Ul\ 

Shcbt,xoaaUi,an gedrag. 5)1. djahat,nakal. 0. g""- 1 «j™, „-^^ ^,,a , 
reeng, hëlëng. (Zie ooi. Onedel). |«jnm3«jTnMÜing.\ 

Slechten, omverhalen. SR, roeboeh'kan. ©. ënjÈh'ken. . . CD) mfi fiKiKKlfl \ 

Slechtgeaard. 2K. djahatboedi,adat djahat. ©. g«-U ^s^t,',^^^» ^ 

reeng adat. f I I J( 

Slechtheid: si'e Kwaadheid. 
Slek:aieSlak. 

Slenken, slinken. 9K. karoekoet. S. maroengkoel EmnMïjaïïljl \ 

Slepen, voortslepen. 3JI. tarik, heela, iriet, ©. këmbing »ïïl(tn\ 

Sleutel, an. anakkontii. ®. sorokkoentji m lUl 3 «1 Tfl 3 iKm «tl \ 

Sleutelbeen- ÏDI. saselangen. ©. kiiigkeerangan WTl m [Kïi Til ttZl «l f| \ 

Sleutelgat. 3R. lobangkontji. @. liangkocntji fflUl luui IKII (Hl > 

Slib: üie Modder. 

Slibbcrig: zie Glibberig. 

Slijk, slik, vuiligheid. SDI. loempoer, sampah. 0. lëtak (Cl^Bïl(KI)[]^ 

Slijm. as. dahak. ©. koekoemoer lKTIÏt11i£(l\ 

Slijmerig. Tt. linder. 0. koekoemoer 8^11Kïl(aj^ 

Slijpen, scherp maken. 9H. asah, meng'asah. 0. ngasah anilJt?\ 

Slijpsteen. SW. batoe asah-an. @, batoe asah'an. . . . lOiraiaJlllWlJnjri iKin \ 

Slik: 8.'e Slijk. 

Slikken, doorslikkenj inslokken. 5R. tel an, loei oer. 0. tërëj. . ... OIIUOJTIN 

Slim, ervaren. SB. l>erakal,pandej. ©. pinter iUKI"v 

Slinger, om «letfc ie werpen. Wt. ali ali,linggangan. 0. bandring. . iCTlC'KlX 

Slingeren. 2ÏI. linggang. ©. ajoen lLn(HJUIiKlj|\ 

Slinken : sie Slenken. 

SI inker, linker. 9J1. kiri, jang kiri. 0. keentja l«J^KBlWt^ 

I t> 



vGoogle 



— 145 - 
Slok: zieTeag. 

Slokdarm. SDï. korongkoengaii, ©. t! koroh aan I]iHin2inT(13f \ 



:e Kusscnsli 






aiijT(i3f\ 



Sloot, geut. COJ. pariel. ®. parigi (UITfimriX 

Slot, een deurslot erts. Sffl, koiitji. S. koentji IKTI W N 

Slot,Lesluil: s(e Besluit. 

Sluijer. SDI. salindang, tatampan. ©, karimbong (KfnnK]tói3\ 

Sluimeren. 5CT, ber'adoew. ©. leléjëpan (nüTl lUUtHJI— nWIl % 

Sluiten, digt maken. aK. toetoep. ®. pèndët, toeroep. Öia?iisini|\ O] Tnuii \ 
Sluitmand. 5», rangking, kranjatig jang boelib di toetoep. l,,,^»™-, 

©. doemk. l^g^Jl^ 

Slurp van een olifant; ate Snuit, 

Slurpen, iets opslurpen. SR, iroep. S. teloloiO- 
Ij '^ '^ '^ Iii5iiiinfifui2inna(i3in(imiaijmji3\ 

Smaad: sie Hoon. 

Smaad, iemand smaad aandoen. 5)t. hoiat, men«-l Q O-O Q .O 

hojat-kan. @. njjen njenh angen. f cfj ) jj 

Smaak (sinft»^). ÜR. peng'rasa-an, pe-rasa-an. 6- rarasa-an.TTlTnWmïl Wn \ 

Smaak, de smaak van iets. Ti. rasa. @. rasa Tn(ïJI\ 

Smaak, mode. SU. tjara, adat, roepa. ©, tj ara, adat. . . iwnnMUüiaJl«Sinj|\ 

Sinakelijk. SW. enak, sedap, namat. (5. ngênah itniq?\ 

Smakeloos, sooaU tcalerenz. Tl. lawar, ambar. @. tiaweet'an. ( / 

Z,„.iL.f. ^M^OTnmip 

Smal, niet breed. STf. tabir, koerang leeW. @. liè'rët ajnuil5l!i™\ 

Smaragd (seAere s(Ben). OT. batoefiamroed,per-mataijoc.i _„ f 

S. Ll0.j.»].r„ed. ' -^ ^a,«JUL.(g^«jp 

Smart : aie Pijn en Wee. 
Smeden {mei den hamer). Sffl. timpa, menimpa. ®, dipaloe. , . . aj|Ulsnj\ 

Smeelen, verdelen ». mlnta d.ng.n soe.ggoeh 1 gf „ g^S SSfSwN 
soenggoeh. to. neda se temmen temenna. J "^ O" 

S„e.l.chria. m. .oeratpe,mi„la-,„. ®. .eratpa- VSTt, Ol J «1 W] w, N 
noehoen. ( J J <i 

Smeer, zacht vet. SM. lemak. ©. gadjih nnn«Sf\ 

Smerig, vettig, gjl. rasa lemak. ©. assa lë-ër (Uï! fl^ Cl Uil \ 

10 



vGoogle 



ï4e — 



Smelten, sooah metaal. W. lebocr, hboer. ®. adji 
Zie ook Rctaalsmcltcn. 



Smelten, o/ï 6o(we«s. 3R, tjaijerLan, malele. ®. ngalaj, ngalai. iÖ(nJI(Ulll\ 

Smeltkroes, 9K. tjawan leboer'an. ©. pangleboer'an. . , . (iSÖOlTniinilN 
Smeren, insmeren. SIK. boboh lemak. @, di oesap-i o o- 

aiikoepelem. f J «3 CJ J 

Smerig: ate Vetachtig. 
Smert : zie Pijn en Wee. 

Smet, vlak. aM. tjoriiig, moeting. ®. tjolat ïl IWI 3 dOJl (CTl [1 \ 

Smet o/ algemeene ziekte. 9)!. jangkit, ka-l 

sakiet-an djahat. <S>. se salad, panjakit [M(MimKUI|]MUiKlJ|(H-il|Onoi[UI\ 

Smid: «tsIJzersiuid. 

Smijten, gooijen. 3)?. melempar, boewang. S. mampiiig (£l1(tl^-Jl^ 

Snioel>bek. SW, moeloet. ®. aoengoet Q^nr][Ginj|\ 

Smoot, damp, rook. OT. asap. ®. asëp, hasëp (l/in(JJliUn\ 

Ij ïmnKTIl fl \ 
[.flKïUiiriinnnJiON 
Snaar,pees. 9B. tali, tali proet. ©. talt aïïianjl\ 

Snaphaan. fSl. bcdil, snapang. ®. bedil (CII lUl nmi I] A 

SnaTcl, bek van eeh toeél. Üïï. paroh, pa- 1 

matoek. @. pamatjoek, pamaljok. ( J (Jl 1 cJl 

Snede, snee, wonde. 9B. loeka. ©, rahël TfHuinKO]''' 

Snedig, schrander, au. bijaksana, ber-akal. ©. biiiangkit. , dl aq^mm oSEi j] \ 

Sneeuw. Tt. ga}joe,oedjan kapok. ®. hoedjankapoek. . . (tlin(K(Kl(Ul(Killll% 
Snel, ras. 3IÏ. tjcpat, bangat, lakas.. @. tccrech, i 



Smoren, verstikken. 3)?. mati lemas. @. pa-eeh l„,«,n^. ~.'^ 

Snaak, kluchtig mensch. ïf. orane bcr-tinekah. ©. dial-i „ 
maleleewa. f CjfJ I 



,,S>„^- 



Snep.anip. 3t. kedidi. kandidi. ©. entot lëntiang OU l] atl 3 am im > 

Siieyen, verongelukken, ÜR. Hans dengan. tiilaka. i » Q o 
S. W„gi.ko.ljil.k.. Uia«!Mn.™v 

Snijboonen. SOi. katiane; panianK walanda. ©. katiane i _ . 

pandjangwalanda. f G^ CJ 

Snijden, aoofflfeiBefeetunea). SDI. pof ong, krat. ©. këret. . , . 1 O- 

Z.>ooJ Kerven. j.iKnsn«ï!j> 



' liniBinmTnt\(im9jifl[ïij]\ 
. . . innii 



vGoogle 



- 147 — 

Snijden, graveren. 9P. jries, ockicr. ©. ngoekier OKUN 

Snijder, kleermaker. 9B. penjait, penjahict, toekanp me- 1 v ,, 

njtót. S. ,„ek.„gk.poi iBjrniOTUJCTJv 

Snik, snikken. W. sedoe, sadoe. @. sisidoe-ën (Mn^oOiHl||\ 

Snip: aieSnep. 

Snoepen{eooah kinderen doen). Tl. tjerobo. @. tjelimit. . . ttJi mui £) aSBl n 's 

Snoer: aie Koord. 

Snoeven, zwetsen. S!ÏI, ber-katjak, besaromniong. @. rahoel. . 1 ^^ 

Zi. ..JPogchen. JTnuiJ«lIl|\ 

Snoever: siePogchcr. 
Snood, ondeucend. SB. pcr-boewal'an diahat. | ^ ^..-_ ,-„_,„o«.«-^> 

@, kalakoewan gorreeng. ( ^ (nnfi | 

Snorken, ronken. ïf. meng'aroeh, dangkoer. ®. kccrcek. . dl IHTI (fl 11 «fin Ij \ 

Snot. Wt. ing'oes. ©. leeho m «UI Ij (um 3 \ 

Snuiftabak. HH. tamiako idoeng. ©. bakoiroeng CT «] flfïl 3 mm Tp 

Snuit, slurp van een olifant. ÜJf. belalai, boelalej. @. toclalce. lETj «lil l] ïlfl \ 

Snuiten, de neus snuiten. ïf. sanga ingoes. ©. njïngsering. . . . ioniMTn\ 
Snuiten, kaars muiten. W. gocnti.ig lilieng o/ djan. . a^^ ^ 

@. gocnting lilin. ( ^"-^ i-il 

Snuiter, kaarsesnuiter. ÏM. goci.tinglilieng. @. goentiugl Oj ^ ^^ ^ 

lilin. 1 J/ "^ ^1 

Snuiven. 331. tiiöem. @. amlehan am(Bl(un Kiil > 

Sober, matig. fOI. jiman, sedang. ©. tapa ajn(UI> 

Soldaat, a». orangbeï'parangjsoldado, ©. soldadoe. . . . ^]l^Jlï(nJlm(tJl^^ 

Solderen. tOt. patari,patri. @. patri (Ui(ki^N 

Som.somme. 93Ï. joemlab. ©. djoemlah "^m*^"^ 

Somber, treurig. Ü». doeka, doeU tjita, moerong. 1 |^Q.j^g-^.^ 

@. njerih angen. J ) tj| 

Sommige, eenige. ÏK. barang. @. sakitoe (Wl(MTniBiJ> 



TO-wijlen. aB. barangkali, kadang. ®. soegar 
Zt'e öoA Veelligt. 



■ l(kannn(Ki[|\ 



vGoogle 



— 148 — 

Soort, soorten. S». Jjonie,, perkm. S. ,van„, P"l»l"».l d! KI \ U M Ml in N 
Zie ook Bas. I 

Q / 

Sorteren. 3fi. meng'atoer, püih, ©. diatoer aJltUllltilN 

Souverein. ÏW. jangdi per-toewaii,raadja. ©. radja TiaKN 

Spa, spade: iiB Schop. 

Spaak van een -wiel. SW. anakroda. ©. anakroda aJin(KV«]iKin3«J)\ 

Spaan: ate Splinter. ^ 

Spaansphgroen, kopergroen. 3». troesi, tai tatnbaga. ®. *«'! gj^,!^ ^e^^^ 

tambaga. f (X\ 

Spaansehe mat : ««Piaster. 

Spaansche peper. SW. tjabej. @. satrang llJIUrn> 

Spaarzaam : tie Zuinig. 

Spade; s>e Si;hop. 

Span, een handspan. m. jengkal. ®. djëngkal flKKnOTJI|N 

Spannen, gespannen. 3». ragang. S. kintjang OOI (KI \ 

Spanirerk {«t>oa/f van een A«ii«). SK. toenjok langit. ©. ^^^ÏMnmiKi (Kil \ 

lioenan. \ ^ ^(J '—'1 

Sparen, bewaren. 5B. simpan, menaroh. ©. ampihan. . . (Um Bl~f||(Lnn KI» \ 

Specerij, specerijen. 331. rampah, boemboe. @. boernboe OJEJI\ 

Specht(een»o^e/). Tl. beiati, bclatok. ©. tjaladi aJUOIIMN 

Specie, munUtuk. ÏM. wang ter timpa. @. wang di tjitak, ÖlJlMliail»tin| \ 

Speeksel, spog. 9B. loedah^lior. @. tjidoeh (WI(Ufï\ 

Speelkaarten: «e Kaarten. 
Spcen(het): «te Hemorrhoïdes. 

Speenvarken. SW. babi kitjlel, anak babi. ®. babi lëttïk. Ollirïl.a(isïl(Ktl,']> 

Speer, spies, lans, 9)1. toembak, pandahan. ©. toeinbak QTïl (Ef|in!ljl\ 

Spek, varhens vleesch. SB. dagienghabi. ©. laöekbedocl. (ii:u|iUliiaï^(0(inJI[|\ 

Spetooord. 2» koelie. aogle„gb.bi. & koeli. 1 ^j ^HiunSoMn N 

laoek bedoel. (Zie ook Zwoord). \ ^ ^ _J (X\J> cJ| 

Spel, tijdverdrijf. ÏR. pamain'an, main-an. ©. oelinnan. . . mnaOHKI Hl||% 

Speld, spelden. Sf. peniti, piniti. @. panitih (UllKltt5ïl^^ 

Spelen, een spel spelen. 2H. ber'joedi, ber-majin. @. ma-een.. OinOLnn(K1||\ 



vGoogle 



— 14Ö _ 

Spelen, aooah kinderen. SM. main, majin. @. oeliii lUnimJIiKll] \ 

Speler, (lol}]>elaar : ate Dobbelaar. 

Spelonk, holte in een rots. S)!. goe-ah, garong'gong. @. goeliah. . . nTfiojniJN 
m,v.„debor.t„.me„. 3». lep...oe,oe. S. «rtokfa l^uS;^ 



'\" 



Spersie, aspersie. 591. akkarpersi. ©. akkarpersi lUïlMïliUiaJIx 

Sperwer (een po^;), gff. pipiet. @. pi-it-A^^ (UI flJïl HSïl |] \ 

Spiegel. Wl. tjermin, katja. @. entëng iïfiaiHl\ 

Spier, .pieren. W! •im^'''iï'-e-\„^am&«Jl^a&S,n^U,-. 

©. daging tigalapis, daging lieras. f i\ J| 

Spierwit, geheel wit. 3». poetih ..kali. ®. l>oda> , „„,„„^„„,., 

Spies, lans : xte Speer. 

Spijker. Wl. pakoc, pakoebesi. @. pakoebesï (U MTl Oi M \ 

Spijs, eetwaar. 3)1. makan'an, santap'an. @. dedahar'ën. . tol M (UIH (UIW | \ 

Spijl, wrevel. aW. damdam, karat-anati. ©. moeroe koesoenoe- til TflMïlikSiK1> 

Spijtig, ajï. mauw inakan darah. ©. pocndoeng. [Zie ook Vui[). . . l^''Q^ 

Spijzigen: .aie Voeden. 

Spikkel: sic Stippel. 

Spil, aan een spinnewiel. 3)!. kisiek. @. kisik 1KÏHMIKV1JI\ 

Spin, spinnekop. SR. lawalawa. ©. lantjahT «UHKIJN 

Spinazie. ^. sayorbayant. ®. siiiggang iïJ|iniï\ 

Spmhuis. m. roeniah par.mpoein dj*". 1 ^ ^ ™ „ „ „ „ „ ^ , „ ,., ^ 

©. nnah aweewce goireeng. j 'lil I 

Spinnen (a o oo/s goren). ?0!. anteh, meng'anteli. @, nganteet. . . Oin(W»> 

Spinneweb. SOf. saraiig lawa lawa. ©. roem ah lan ij ah. . . TriBitoruiIlfl !\ 

Spinnewiel. 9K. jantra, jantaraauteh. ©. kinljir lKïifm\ 

Spinster. !OT. toekang anteh. ©. toekang nganteeh aanarfiiQï] (ki?\ 

Spion, bespieder. '331. nampah, matamata. ®. matamata. . . ffiJI ïïifi IHIKSVI ^ 

Spit, braadspit. 3K. penoesoek uanaaanc dagieng. l,,,'3 f^^ - - O. 
Sp, pani-irpanggang daging. ƒ (j 



vGoogle 



— 160 — 

Spiti, puntig, scherp. 5». tadjam. S. sëtët S'^l(51l|\ 

Spits, punt. SS. oedjong. @. tjongo moAamnnïN 

Spitsbctef. Wl. risau,orangdjahat. 6- djalma gorreeng. llS(nJlincim3iï]Tfi% 

SpHsneas{eentpihe of lange neut). 3B. mantjong. ©. mantjoeng. . . EJI9fi\ 

Spleet, scheur: aieReet, 

Splijten, kloven, klieven. Ti. b«H, mem-blah. ©. belah OiaOHJN 

Splinter, spaan. ffl. tatal.doeri. @. tatal iKïieniïUjj \ 

Spoed, haast. ÏSt. lakas, segrah. ®. teereeh m «Sïl «] Tl t > 

Spoedig. 2n. lajoe,lakas. @, teereeh. .{^te öoA Haastige» Ras). m«Sinin')nf% 

Spoel, weverspoel. S0(. troppong. @. troppong *|(ii5il)3 ï]aJ13\ 

Spoelen, wasschen. 3)1. tjoetji, raem-basoh kajin. ©. njësëh. . . . olliM!> 

Spog ; zie Speeksel. 

Spons, spongie. Wt. hocnga karang. ©, boenga karang (CfioiKIlTn'K 

Sponsacbtig. 3R. tjendawan. @. lelés ino(lJ||]\ 

Spook, spooksel. 9R. antoe, baijang. ®. hantoc OJTIIKIN 

Spoor, prikkel. 3R. peng-garlak. ©. sepoor [Ki|iï|iU13\ 

Spoor, voetstap, 9ff. bekas kali, djidjak. ®. tapak HSTt (UI Ml [l \ 

Sporen, opsporen. Tt. dapat, ber-soewa, 'S. neeaiigan,. . . il](Kiarfi(ir)(Kl|l\ 

Sport o/'ti'ede vaneen trap. Ü^. anaktatisca. @. hambal ] 

taraadjee. f Cqnsi, ( 

Spot, spotternij. 9fl. sindir, menjjndir. ©. sesindir'an. , . . oDl 9J1 WïUH 11 % 

Spraak: at'eTaal. 

Spraakkunst. UK. ilmoe sarip alnahoe, ilmoe bhasa, j ^_ _ ,„.„ „, 

e. eeunoe sarap nahoe. j ( Qjf (j ^ 

Spraakvermogen. 2». soewara. @. sawara, sorra. . . . IMOTHMinJl 3Tn\ 
Spr..lz.=n,,„!.nJelijk. ». ««P-A.t.m.nis. ,^^ /^^^ 

É5. kasaoer-an sareeh. f ^ [ • 

Sprakeloos, stom. ÏW. bisoe. ®. boedëg 01M'nnr^fl^ 

Sprank: ifV Vonk. 



Hostedby Google 



— 151 — 
2R, ^alimoct. 'S. simoet OJHB|Kll|]\ 

Spreken. SW. ber-kata, katakaii. @. leemeek sn «UU) ïJl iKïl II \ 

Spreker.redenaar.ÜR. jansher-kata,oranepan-l Q / / 

dejoerkata.ö.djalmapmtarkflsa-oer-annaTia.j fj dii^ j rnri 

Sprengen, Lesproeijen. 3)1. siram, iroes. ©. siram. . : GMTfKBJjN 

Springen. 5JI. Jocmpat, mc-loetnpat. ©. loentjat anJl IW IBUI II \ 

Springheiigst: sie Hengst. 

Springvloed. 9K. pasaogbosar. S. U^i ëkker . ^^^O/^^^ 
pnsang gcdcu. f \ 

Sprinkhaan. 9Jt- belalang- &■ timit (lJlïi|Kïl|j \ 

Sproeten, vlekken. 3f, intik intik, tai lalat. ©. karang iKïnn\ 

$pTong (de daad van springen). 3)!, loempat. ®. loentjal nilJl *n asïi 11 \ 

Spruit, loot, scheut, scheutje, spruitje, m. poetjoek, toenas. 14j,(j^,kiii[| \ 

e. poetjoek. fj" J J| 
Spuiten (6. c. mei ipofer). Ti. tjoetjocr. @. dt engserot. ttJlOd W «1 "illfiSini] \ 
Spuwen, braken : sie Braken. 
Staal (we toa/). 21). wadja, badja. ®. wadja OlK\ 

Staalsleen. ÜÏÏ. amas'oerong. @. maas oeroeng (lJl(KJUiiJTn> 

Staaltje, nionsfer. 3S. tjoiito. ©. pola, tjonto. . . . «1 UI 3 im > I] HOI 3 tï| Ml 3 \ 

Staan, regt op staan. SW. bediri. ®. nangtocng ttft asin ^ 

Staande houden: st'e Bevestigen. 

Staalt, van een dier. SB. ekkor. @. boentoet. oifKinsinilx 

Staartpcper, 5!R. timoekoes. ©. ladaheekor tfui 101 f lïl Kïl ï] [KTI 3 \ 

Staartster. ÏM. bintang ber ekkor. ©, tai ) ,^.,9, 3.,' _ ^ - 

bmtang, sorat bmtang. ( nsi, j 60"^ 

Staat, toestand. 2ïi. pri, hal, kalakoe-an. é. tiiigkah i CL 

' . t ' ' 6 l(Eiri(Kiii»0f][Ui3(in;if-v 

Staat, aanzien. Wl. pangkat. ©. djeneng. (Üre OoA Bang) IIKJÏ1\ 

Staatsdienaar. ÏU. mantri. @. pandakawan (U IKI Kï) OlfKl n \ 

Staatsiekleed. an. pakeianhariradia. ©. panganggoi .. . __ ac» 

Stad, steden. 9K. negri, kota. @. nag,:ii flqTfinTrTv 



vGoogle 



— 152 — 

Stadshuis. SS), roem ah bi Ij ara. @. imahpadoe OJn £11 f U O \ 

Stadswal: zie Wal. 

Stal, paardcs tal. 3fi. kaïidang.roeraahkoeda. ©. gedogang. . (ïlfl ï] ilJ) ï tïA \ 

Sl.,n, boom.lam. 3». h.t.ng, tonggol. S. ««t'-S. 1 „ rf^rf iinm.N 
toenggool. ƒ J J fJ\ 

Staml.ar, sloltenaar. !». oraiij gagap. ®. Jj«l™« 1 Km«m «M.N 
tjadeel. f O I 4 

Stameren ,1.™,™,!. M. g.goean, 6«6«P- ®- ««"«t,! ^ „ „„ , ^ „ t, „, ^ 
garap. (Zte ooi Gestamel). ( tj[ cJ| 

Stampen, met den voet stampen, 9)1- injakjirielt. ®. irïk. (umn Kïl 11 % 

Stainptt,zooal»vaneenvyeeL tSt. aloë. ©. haloe ajï1fflin\ 

Stand, waardigheid. PK. pangkat. ë. doedoekna OOiKïlx 

Standaard, -vlag. ÏW. pandji, panji panji, bandeera, bandejra. jg_^ .^^ 

@. bandeera. ( [rj 

Standvastig. SJt. satiwan. ©. menahan ÊüanoJin Ml] \ 

Stank, vuile reuk. SW. bau boesoek, bau anyier. ®- l»^*>e 1 ^^^ j_j||gj^ 
batjing. f J 

Stap, Stappen. Üï). berdjidjuk. @. tintjak a5ï|(Hl(!nn|] \ 

Stapel, hoop. Wi. tamboen. ©, toempoek ann (EIl-J1!milj| \ 

Stapelen, opstapelen. 'Si. menamhoen. ©. toempoekkën. . aSDl lïJI -J) (Km Btl n \ 

Stappen, tiedcn : sie Treden. 

Over iets heen stappen : sie Schrijden. 
Star, ster. ïSï. bintang, nadjam. ©. bintang (inrKK)\ 

Staroogen, stijf op iets zien. 9)1. pandang. ©. ngabandeng (üOlKl\ 

Statelijk; stVPlegtig. 

Stedeling. SK. orang negri, orang kola. ©. djalma nagara. (KUfül (Klfl^lr^^n^ 

Steeds, altijd. SÖÏ. santiasa, salamanja. ®. saoenioerna. . . . ftJl (Ulfl iBI KI \ 

Steek, steken. ÜJI. tikam, toesoek. ®. ti-ir nsuiOJtlN 

Steek, prik ; «ie Prik, 

Steel,stengel. SK. tangkej. @. tangkee urfiiniKIIN 

Steel, haiidvalscl. !OT. oeloe, tangan. ©. pceiah mtUlTnïN 

Steel van een pijl : 21e Pijl. 



vGoogle 



— 153 — 
Steelswijze. SR. tjoeri tioeri, ber-semhoeni. 1 

Steen, steenen, 3R. batoc, batoebatoe. ©. batoe Oiasill\ 

Steenbakker. 3B. toekane bakar batoe. ©, toekane 1 •■ C> 

bMé^h.,.. e^ï^MragöHiN 

Steenbakkerij. ït. tampat bakar bata. @. eneffon \ '3> O 

melembata. /■ | ^JoC^ 
Steenbok. SR. kantjiel. ©. pÈtjang (U(lJi\ 

Steenbok {hemeUteeken). SM. bint^ngjadJ. ®. bintangjadi. . Ol tfj lUUl (tJl > 

Steengruis, fijne steen. Sff. batoe aloes, aboebata. ©. leboe l „-^ „-nn im fi-^ \ 
bata. 1" J J 

Steenhouwer. M. toekane potone batoe. ©. toekane 1 • '^ _ 

kMlbatoc. " ^ 8}«,™™^.«,»3^ 

Steenpuist{g'eawe/). ÜB. bUoel, ©, bïsoel arïlW«Ul[|\ 

Steenrots: sieRots. 

Stekelvarken, 3JI, landak. ©. landak nnJlKHttmil' 

Steken, doorsteken. 5K. tikam, tjoetjoek. @. tëwëk asTioiniin' 

1 O- 

i,ieiïu\ 



Stelen, diefstal plegen. 5R, tjoeri, nialierig. ©, maling. . . 
Zie ooi Rooven. 



'^^' liïjMl 



Stem,geluid. 501. soewara, bocnji soe-ai^a. ^. ™.„, ^^^j-^^^^-^^ 

soewara. 
Stenen: aie Klagen. 
Stengel: siè Steel. 
Ster: aieStar. 

Sterfelijk. 2)!. kaïnatian, @. anoe mënang pahceh. . HJïUKl OJq lUIHjaim !\ 
Sterk, hecht: s« Hccbt. 
Sterkjlawgdurcnd. ÜR. tagoh, koewat, @, bedas OlIUl»Jl||\ 

Steik (van ligchaam). 9S. tagap, koewat. ©, tegap KinmnoJljjN 

Sterk (ron jMfloA). 2». pedas,padas, @. ladah tenmien. . iimiM!(6mSliKl[|\ 

Sterk, zeer sterk : «ie Geweldig. 

Sterkedrank. ffl. arak, sopi. ©. arak,sopi anflTflMmijN ll]^MïHJl^ 

Sterkw.tor. 3». «j»' "■•■is'»'ii»" »"'■ 1 „,aiunn«Sqc;aM|% 

©. tjai parantt iigeleboer mas. f ^ O ^ >~A 

Stcrrekykerij, astrologie. Wl. pantja-lima. ©. pantja-üma. . . (LnlK^ïUlS)l^ 



vGoogle 



— 164 — 

Sterrelunde, astronomie. 5S. ilinoe paUia. @. eelmoei _ „ _ Q 

, ,. ' "^ i n tuin BUI lu ofi» (Kif) luui \ 

palakta. f | y 

Sterrenhemel, vol sterren. SK, laneït ber-bintane. i , □ Q , 

©. langitbmtangan. f aiül, cj| 

Sterven, overlijden. ÏW. mati, Uitne njawtt, @. pa-eeh, 1 . ™ . O. 

. ' ■* ' BM f 'l(umajinf\ atinm«ui|]\ 

Stiefbroeder o/ zuster, SW, soedaral / 

tiri. ë. doeloerteeree,sadcreek ilJ|iru«|(M|(nTn\lKllin(UimTn(I](KW«jTn\ 

Stiefdochter, m anak tiri parampoeai.. lajn»^nn™i|Tl[U««]Oiqox 

S. anak teeree aweewce. ( (J { "^"U ( [ | 

Stiefmoeder. 501. ma tiri, iboe tiri. ©. indoeng leeree. . . . UJin ifl al iCTi Hl TTl \ 

Stiefvader, 501. bapatiri. ©. bapa teeree Oi|[Uiiï|tCTi«jTn\ 

Stiefzoon. W. an.k tiri l.ki kki. & an.k tem. „„.„„^„^.^^ 

lalJei. f CJ I '1, ( 

Stier, bul. «. .«pi j.ntan, lemboe j.nl.n, »pil„a„„^^„aK„^ 

lakilaki. 6. sapilalaki.sapidjaioc. f J 



Stier {Aeme/,(ee*e«). SR. biiitang thoer. @. bintaiigsoer Oi KI 

Stuf, strak: «> Strak. 



BI, 



Stijf,hard. 2)ï. tagar,kras. @. téwas (&ln(UM|j^ 

Stijfworden: aie Stollen. 

Stijfhoofdig, koppig, m. tagar, krasij^^ ^^ Cv^^^^^ 
kapala. ®. bantahan, tëwas adat. / na,\ tJ( tJl 

Stijgbeugel. SK. sangawedi. @. sangawcdi [ï^imnoiUlv 

Stijgen, opklimmen. 'SR. naik,panjat. @. la-eet,|^ ^^ ^ ^^ ^^^ 

Stijlen; aie Pilaren. 

SÜkdonker. SK. gclap sakaU, klam kaboet. g. powcek ( „^j m^oiriJK^^ 

nakar. ƒ ( ( O" 

Slikken, verstikken. SW. tjckek, mati lemas. S. tjekeck. . . . OJi (nflnnant| \ 

Stikiiende, bijziende. Sffl. matakaboes. S. boe-. ^ ^^.^^^_^^j^^^ 
takboetakhaijam. ) J ^ '-A 

Q O, 
Stil,sti]te, SB. diain, sepi, senang. ©. tjitjiiig lia)BJl\ 

Stilhouden, ophouden. 3)1. berhenti. @. eren ajïi(UllHl|\ 

Stillen: a»e Verzacbten. 

Stilletjes, heimelijk. SB. bersemboeni, @. njempoet 0^ (fcll ~JI IBII p 



Stilstaan. 2S. 



diam,benti. ©. tjitjing,ërën M M > im (UI KI n \ 






Cl Q. 



Stilte, stiUwijgen. SW. kadiam-an. ©. tjitjing, icepech. na [Ka Mij 10 «I UI ?\ 

Hostedby Google 



— 155 — 

Stilte, geriuthcid; »eRust. 

Stilzwijgen. Wl. diam,berdiain. @, leepeeh, tjitjing. . . iTTn ï] tUlïMMIM \ 

Stinken, stinkend, 2B. boesoek, ber-bau-boesoek. ®. ba-oe (Oliinn\ 

Stinkend, yunzig: sie Vuniig. 

Stinkende boonen. ÏK, petee. ®, pgtëj aJiasïiajn\ 

Stinkhout. 231. kajoe boesoek. ©. kitai KB Cïl lUïl \ 

Stip, punt. Wt. noktah. @. tjetjck 33l03i(mil|\ 

Stippel, spikkel, an, ientiek, ber-ientiek, @. toetoel EU] (Kil anjijl \ 

Stipt stiptdijk. m. tantoe, djangan tida. 5. poegoeh, 1 ^™ . ^ ^m mji «Jn S"^ 



oela hanté. 



Stoeijen. 9W. ber-sanda. ©. oelin iLnninJl(Kin\ 

Stoel, een stoel. üff. karossi, krossi, ©. korsi aniiat2IU\ 

Stoelgang: sie Afgang. 

Stof, asch. 3Jf. doeli, locboe, aboe. ®. leboe. [Zie ook Voeder). . . . 001^ 

Stofregen. aH, oedjanrientiekrientiek. @. hoedjanlëttik. luniKttTl asffllKTlijN 

Stok,eenstok. ¥Jl. tongkat, batang kajoe. S. itek l„9.S,«r-».. 

Zie ook Knuppel, ( J[ 

Stoken, het vuur aanstoken. 9B. pasane, inenialakan. i „ ■'^,„'^^. . 

g. ó.,c„gu„.é„a. • ^ *' JM3■>j™«i^|^^ 

Stoken, over lialeu. ^. koekoes, ©. sëpan 03aJIIKII\ 

Stokviscli,droogcyisch. 9». ik au kajoe, i kan kring. ©. l«öeki^^ ^^ 

toehoer. f ^ M) J 

Stollen, stijf worden. ïOï. bakoew, haJsoe. ®. kiJiipel iKïHQl^iifUIBN 

Stom, sprakeloos: «ie Sprakeloos. 

Stom, een stomme. SK, hisoe, orane bisoe. @. djalma i „„, ^„,„., 

„gaborfa. ' JK^^OJis«3^^ 

Stomp, niet scherp, ÏB, toempoel, koerang tadjani. ©. minloel. , tnWtruilX 

Stomp, stoot. M tampar, toelak. ®. toembock OSll iEniKTIJ|'v 

Stonden, nia;uidstonden, Sït. tjemar | _^ ___ 

kain, dapat tempo. ©, bolon, | «1 OiaMimiMjl \KÏT(lJlSli01«l| \ 
kereseban. J l i '-'i l 

Stoot: £t> Stomp, 



dby Google 



Stooten,duw,n. 8». loel.l, mng. 6. djonske- U^ia™»^™^ 

Stooten, W.«.<*A.^,. 3». ■»»Jok,toe-l„^a^ , ^ 

broek. Ö. ngagadil, iioebrook. f Jj ^T^ <^ 
Stop,prop. ïffl. soembat, sampal, @. soempal IM(E)I-Jmmi[[\ 

Stoppen, iets vullen. 551. isi, memoenoeh-ï. ©. di tjotjok. ((J|«]Mïa]'}Jl2atll[|\ 

Stoppen, al» kouten ens. M. djaroemat, tisi. @. djaro«mat.-. . Hfi;TJEi|«Sin| \ 

Storm, onweer. ÏW. riboet, tainpias. ©. bocla bali lOl mjl Oi arui \ 

Stonnboed : ste Helm. 

Stormwind. ïïfl. angienbesar, ©, angin gedce. . . ...... il/in oniRi I] M\ 

Storten, plengen. 3)1. toempab, boe wang. @. bahee OH](Uin\ 

Storten, vallen; eie Vallen. 

Stortregen. 57t.oedjanbesar,hoedjan dras. ©. hoedjaugedee.l ^^ ^^ 

.Zte ooi Slagregen. f J nm I 

Stotteraar: «te Stamelaar, 

Stotteren, stameren. 5Bt. gagap. @. gallat, garap. . 0nn'ïUlle1n[|^ afinTlOJljj \ 

^'""eSrteenf' '"'"'''*""''■ ®- ""'' low vSi «UM « «!«% 
Stoïing, warme omslag. 3S. toewam, mem-basah dengan ayer soeaiii. I • 

©. lëhang. J (J 

Straal, lichtstraal. 9M. sinar,sinarmata-arl. ©. secrab snOJnnn;[in\ 

Straat. ïf. loerong,djalan. ©. locloeroeng (mnJITilV 

O 
Straathoer. !W. s oendal besar. @. soendalgedee ikiinflCUOnaJlN 

Straatroover. 5K. peniamocn. 6. pambeegal oaj i£J|(innaai|[|\ 

Straf, wreed: ste Wreed. 

Straf, straife. ÏK. siksa, hoekocm. @. hoekoeman (ijin MTI CU IKI | \ 

Straffen. 3K. menjiksa, menghoekoemkan. @. dlhoekoem. 1 [^ nm iKm o il \ 

Zte ooi Kasüjdcn. f ' J J ij{ 

Strafoefenlng. 3)1. siksa. S. siksa, hoe koeman. . . W(Hïl,A\ MTIIOJ tniHlp 

Strafplaats, geregtsplaats. 3)1. tampat hoekoeman.i ^^ (iinm3iHl-Jïi™0(Hn[|x 

©. enggoQ hoekoeman. ( j ^ ^ CJ '-'l 

Strafwaardig, schuldig. 2)1. salab, ber-dosa. ®- patoet » ^^,^ 

Strak, stijf. SK. kagob, tagar, kintjang. @. kentjang iiï\m\ 



vGoogle 



157 — 



Stram, verstijfd. SPt. tagar,kakoe. ©, këkker iKiUKKlN 

Strand, zeekant. SJt. darat, tepi laut. ©. sUi la-oct. . . . BJI (M aüJl UUJ IKUI j 



Straks, zoo even. ÜÏI. tadi,tahadi, 6, bijeh Crim/iïN 

. IKiUKKIN 

StrandbcTConcr. SOI. orangjang tingalj a Cl Q a a 

di piengicr laut. @. djalma anoejofitiruiini MlMikï(U)lkiinJlieill(UinaEiri||\ 
tjitjhigdisisila-oet. ■ \ O J J <A 

Stranden. SS. ter sakat, dampar. ©, katambïas KïlSïHIiHUJlltBJin > 

Sfreelen, strijken: sj> Strijken, 

Streclen, lief kozen. SK. boedjoek, berljoemboe. ®. woedjoek. , . 0(ie(Kïi|\ 

Streep, een streep, m. baris. 6. baris. (Zie ooi Lijn) (am^aJl[|^ 

Stremmen, dikworden, 3)1. bakoew, djadi kental. @. kimpel, 1KIH ED-JKEUIjlX 
Stremmen, beletten. 9H. ambat, menahan. ®. di tjaram. , . , lUKWiTfl Ojl \ 
Streng, gestreng. SB. kras, anyaya. S. koewat ni 






hdjifKniriTiwifiH: 



^Tetr"'*''"^^''"^"' ^' '"'^'^'•^'^^"Ssa-toekal ®. s«l„,™^^p 
Strengelen: ai'e Vlechten. 
Strijd, twist; zie Twist. 

Strijd, gevecht, ffl. ber-prang,ber-kalah;. @. dil Q ^ ^^ ^^^ 

hoeroep, pasecja. \ J! J <A \ 

Strijden, m. melawan. ®. ngalawan (PÏUföl Wil] \ 

Strijdhamer: sieHeirbijl. 

Strijken, streelen. 3)!. gosok, oeroet. ©. oeroet . . . (UljTflffimilV 

Strijkijzer. Wt. striekabesi. ©. sttika n(K^(KllI\ 

Strijkstok. OT. peng'isiel. ©. pengeeseet igajarUltU I^B \ 

Zteook Vioolstok. \ \ \ <1\ 
Sti-!k, gestrikte knoop. SH. siempoel. ®. siempoei (klIO~ll(tUl\ 

^KtW, om wild te vangen. W). djirat. @. ërad (UiinoiIJlj|\ 

Stront, drek. SB. tai, ©. tai asmiUïlX 

Stroo. Ti. jerami, marang. ©. jarami,merang (UUlTfl (til \ snifj \ 

Stroohoed. 3)1. toedoeng. ®. doedoekoewi o o Ml mi > 

Strooijen. SM. amboer, teboer. ©. awoer OfllOx 



vGoogle 



Sltoom,aooals van een rivier. SDI, aroe3,alier'anayer. @. palit. nj)art]|isnjj> 

Slroom, rivier: s»> Rivier. 
Stroom, vloed r ate Vloed. 
Stroop; zie Siroop. 

Slroopeii, afstroopen. ÜK. tanggal, koepas. @. sisit (Mfl-ll(lïn|\ 

Stroozak. SK. karong. ©. karoeng (Kïl"Vl\ 

Strot, luchtpijp. Ti. koengan. ©. tikoro asmi«¥l35(l-ïil\ 

Str ai k, plant. 9J(. pohoon kitjiel, tanam-an. ©. pcpelak'aii. OiiUmJliKïl ntlflN 
Struikelen, vallen. a)t. antock,kalintjoh,djatoh. @. ti tailjong. asm imn I] (lÈ 3 % 
Struikroover. 3JI. penjamoen, S. badog. (ZieooiRooTcr). . (Oi m (U) 3 nnfl | \ 

Student, leerling. 501. pel-adjar, orang mcng-adji. @. anoe i Q 

ngadji. (ZtV o o A Letteroefenaar). f J 

Studie, oefening. 9)1. nieng-adji,inem-batjakitab. ®. mengadji. . EftiailSN 
Stuip, stuiptrekkingen. SM. ka -k ras 'an, sa wan. @. sawan aJlOiKli 



Stuit (ondêrgedeelte des ruggegTaaU). 3K. ponggong, pantut. ] 



■31^ 

Stuiten, teeenhouden, SB. menahan, sangkoet. ©. di pe- ) QÖ- 

gattan. f «a, J| 

Stuiver (A(>//anrf«cAe motK). 50), tengawang. ©. sateeng, . , . , . ffJl «j asïi % 

Stuivers (twee). 3)1. sa wang. @. sa wang *JHLS% 

Stuivers (drie). 5K. sa wang sa tenga. @. sa wang sa teeng. , lUIÖQJI innsïi> 

Stuivers (vijf). SW. doewabaroe,llina tenga wang. ©. doewa l ,■„,■■■—, -^ 
baroe. \ J J 

Stuk, brok. VOt. sapotong,sakrat. ©. sapotong iknnniJtSinildilN 

Stulp,faut. fOf. taratak, roemahkitjie). @. pondok.. . . . n (UlïS] ^3MI)I|\ 

Stutten, ondersteunen. 3)J. joengiocne, menonekat. 1 „_ ^•- „ 

e. djoL-gang, toelak. f^^ j;i J[ 

Stuurman. 3)1. joero moedi. ©. djoiii-oe moedi aCTn(E]|(lJl> 

Stuursch, norsch. iW, mo€kaasani,beng'is. S. bengis OKpiWlflv 

Suffen, mijmeren, 9)!. ngangoet. ©. ngahoelang. ........anfljnaOJlN 

Suiker. 3R. goela, sakar, ©. goela mnTUi'v 



Hostedby Google 



Suikemet, 91. teboe, toebboe. ®. dwoc 9Sii'Ul> 

Suikerzoet. 331. manies seperti eoela. ©. amis tiara 1 ü 

goela. f ()>■ } 

Suizclig,duizelig. an. poesie.ig,poesingkapaIa. @. 'o«ljoel ^^^ 

Sulfer: st'e Zwavel. 
Sullen: ste Glijden. 
Sultan, an, toewan sultan. ®. socltan (lJ1inJl(Hl|l\ 

Sultane. SDI. biiii sultan. @. ratoc TTKiStlN 



T. 

Taai, buigzaam. 9JI. Iiat,limbck. ©. lial inJUUüiamijN 

Taal, spraak. 311. basa, bhasa, bahasa, ®. basa l^m(kll^ 

Taalkunde. SK. iliiioenahoc-i, ilmoesarnoe. ©. eelmoobasa. ((iajin(ïUliim*jl\ 

Tabak. Sffl. tambako. ®. bako amoq 

Tabaksdooa. SD!. tainp.'ittambako, saleppa. ©. wadah 1 
bako. j 

Tabaksplantaadje. SU. kebontambako. ©, kcbonbako. KllH]lirïiaiKH|lKr3\ 

3i aan KïH] (Km 1 \ 



n(nKn3\ 



[K^|3^ 



i W I 
Tabaksplanter, ÜS, jang tanam tambako, @. anoe \ rnK\% 

melakbako. f J 

Tachtig. 9». delapaai poeloeh. ©. dalapan pocloeh. . . dJlïUinJllKl—iJflfUl J\ 

Tachtiemaal. 531. delapan poeloeh kali. ©. da- 1.,_ _ ° 

lapan poeloen kali. ƒ J> i\ 
Tafel. SB, meja, meedjah. @. mecdja ni£I|iti;\ 

Tafel (ronde). 9JI. meedja boendar. ©. meedja boendar. . . . lïl (E)t «K OJ W \ 

Tafel (speel-), 5R. mecdjamain. @. meedjamain «] itn K (BI lUïl Ml i| \ 

Tafelbord. 2R. pirieng. @. piring lUlTlN 

Tafeldekken. 3B. toetocp mecdja. ©. jijadiaken nieedja. Omn (UI [Uui (lïïn] !K1 aS % 

Tafellaken, tafelklpcd. 9R, kain toetocp mecdja, ©. kaecn i 

mecdja. f ( |q 



yGoögle 



Taïl (sekergetaigt). 3», satoctaïl. S. sa tahil (M»SïtlJinirU||\ 

Tak, boomtak. 501. tjaLang, dahan. @. dahan HJl (um (Hl j| % 

Talai {zekere aardvruchl). !M. talas. ©. talës 0103J|]\ 

Talent, begaafdheid. SM. boedi, bijasa. ©. radjin-an TTm^lKimgN 

Taling: «e Teling. 

Talmen, langzaam. 2B. ber-lambat, ber-llna. ©. laoen aruiUlTKl 



l^«|V 



Talrijk. ÜS. banjak, baniak. @. reeja,loba inTHUill>«]tiaJl3fOl\ 

Tam, niet wild : at'eMak. 
Tam maken; si'e Temmen. 

Tamarinde. M. assamjawa. ©. hasem.assem (Uïl M (EJI j| % 

Tamboer, aJi. toekang tamboer. @. toekang tamboer (iSïl ïrfi Ol (EU \ 

Tamelijk, middelmatig. ÜJf, boelih djoega, sedang. @. mëdjëhna. tJlifefiHlN 

Tand, tanden. 9)1. gigi. @, hoentoe,wa-os iujii(Hl\ (Clil]!Uïl3fM|\ 

Tandeloos. ÜB. roempang gigi. ©. ompong (ïiajïi3!l|(lJI— j13\ 

'^'bf^nS''''"'' ^' *-'°"'^''''^ ^'^'' ®- P^^J*^'' lM^aaiia«Jin«v 

Tandpijn. 351. sakietgigi. ©. njerih hoen toe OlïlTH ? lUlll K) \ 

Tandscbuyertje. 3R. boender gigi, pesoegi. ©. soesoer (JJQJI\ 

Tandvleesch. 3)1. goesi,dagienggigi. ©. goegoesi nmnrïlfkllN 

Tang,yuurtang. 931. penjïpiet, jipitang api. ®. P^nja-l jj,„ ^ ^^^j-O- 
pitsëneh. f ^l cf^ 

Tang, nijptang.. JR. septet, kakatoewa. @. kakatoewa. . . . iKlil KH OJ O \ 

O-/ O 

Tapijt. gJl. permadani. ©. permadani nJl(EnlUI«l^ 

Tarwe, tarw. Tl. trigoe, goendoem. S. trigoe (leqti'ïj'x 

Tasten, ïoeleti. SW. ter raba rafea, merasa. ©. tjabak OOjOindlIIN 

Te boven gaan: sie Overtreffen. 

Teeder, gevoel hebben. SB. loemboet ati, kasïb-an. ®. karoenja. lHm'nlK1Jj^ 



vGoogle 






Teef, teTen. W. anjieng betina, anjieng parampocwan. » jj„ftu„Q,^^ 
Teelten, teekena ; aie Merk. 



Teekenen, merken. ÜH. meiianda. ©. di tanda-an (UiasïlMliUïl (Iflrl \ 

Teekenen, schetsen. Tt. toelies gambar. 1 ü / Q O- ü 
_ ,. ,..„." l,Kianjiiwi(Hi% om luuKKi -Ji fïïi Tl \ 

©. noel]sganïbar,njienpigoera. ( J ™"ICCI J 

Teekenkunst, 5S!. ilmoe Kamhar. @. eelmoe cambar. . . . ïl ojïi (iiji oflfl (Efl \ 
Teelballen. SK. boewah peleer, kontol. @. kontol. . ..iniKiiamMl3aaBIl\ 

I (na, 4 

Teellid. fSl. boetoe, kamaloewanlakilaki. @. sirit OJlTn(tSiri|| \ 

Teeivocht. 9B. meni, benih. ®. meni (ti|l(|\ 

Teen, toon, teenen. 9S. jari kaki. @, tjingir soekoe ooi «zilKnJnHN 

Teen (groote). ?ffl. iboe kaki, iendoe kaki. ©. iboesoekoe. . . tUïKCïlflJl'Kll \ 
Teer, vloeibaar pek. QK. eala gala loemboet. ) / 

Teffens,met, ook, 3K. sambil, dengan. @. djeng. (Zi'eooA Tevens). . . . flK\ 
Tegel, gebakken steen. Ti. batoe,batoebakar, bata. ©. batta. . . . Oiaïïl\ 

Tegelbakker. ÜB. toekangbata. S. toekangbatta asïl iHÏi Ol ÏEïl \ 

Tegengift, tegengif. SBI. penawar. @. panawar OJIKliUlN 

Tegenhouden. 9)1. menahan. ©. nahan lKllLn^llKln^ 

Tegenhouden, stuiten; ste Sluiten. 

Tegenkomen, ontmoeten. SR. ber-temoe. ©. papanggih (Ut (lü (ifïl ! \ 

Tegenover. 9B. adepan. ©. diharSppan ilJiiLnnnJliU~l)»ni|\ 

Tegenpartij: ai'e Tegenstrever. 

Tegenspoed, ramp, 3ff.ka-soekar'an,tjilaka. @. kasoeker'an. iKfiMKïiTn.Klii \ 

Tegenspreken. 9K. lawan kata, sangkal. ©. ngabantah. ... 1 

Zie ook Wederspreken. |.a Ol Kl^^\ 

Tegenstrever, teeenpartij, 9)t. di'oero malawan, 1 CS 

S. pe,eb«to„oL„ |«l,a)™jl3-|JM^,J|x 

Tegenwind, ffl. salah angien, a-) ^ qo o 

ngientabaliek, S. salahangin, (MoanJlfin OKlil \ OJnciKlOirruiMlll ^ 
angintebaük. j > ^ ^ ^\ 

Tegenwoordig, thans. 371. sakarang, sekarang, waktoe ini. ©. ajëna. OJH (uui KI \ 

11 



vGoogle 



Tegenwoordig ïijn. SR. ber-hadler, lagi ada. @. ëkkeraya, . Lfif) Kit un UJUI % 
Tegenwoordigetijd. Tl. waktoe sekarang. @. mangsaajëiia. ïJl^JHUlfl iDi/lKl \ 
Tegenwoordigheid, in tegenwoordigheid : sie Voor. 
Tegenzin. OT. hintji, ka-güli-an. @. gëlëh, (Zte ooi Weerzin). . . iimtnf\ 

Telcn,™orttelei.. 5ffl. djadikan, mendjadikai.. 6. djedja- 1^^£1^^„^ 
dikën. f Jj 

Teleurstelling. OT. poetoes harep. ®. pegatltarep (Uinnnffiïl UM|■j^ 

telgang (aooah tan een pam-d). ÏOï. djallanpas. ©.hadee-an.dJllUl HJlllïl «111 > 

Teling, taling. 3». blihies. ©, walJilis (UlïUlticuilMn \ 

Tellen, geld tellen eiM. SB. bilang. @. iigitoeng iEna5in% 

Temmen, tam maken. SS. bekien diinak. ©. dilindëkke'n. M nnji oïl kh KI (1 % 

cj K. 4 

Tempel, kerk. 3JÏ. mesidjid, roemah samhaijang. ©, masigit. (UI il.i| tm (tsn l| \ 
Tenger,rank. 59). larapej,ramping. ©. '"'eroe,raram-» ^^^^ a^ 

ping. f JJ 

Tepel, borsttepel. 9)1. oedjong soesoe, maU soesoe, pientoel l(M^^a,t»j|\ 

soesoc. @. Iwcloe soesoe. f J JJJ 

Tergen, 50). meng-oesiek. @. ërëj flïi iJi CUII "v 

Terstond. Wi. sebantarini.sakarangini. ©. aiënapisan.l „^ ,., '^^ .„. 

a...iVoo,.. ^ "^ Jmk,guw«|x 

Terug, terug waard s. ÏM. oendoer. ©. oendoer ajin»q\ 

Terug, terugzenden, !DJ. laloe, poelang. ©. hiling, oendoer. min nmi \ dJlil W \ 

Teruggaan, teruekeeren. ^. poelang, balik kombali. 1,™^,»™,,^ ^, P,, 
© balik, mSih. ^O, «^ OTIJ N ^ W ^^ 

Teruggekeerd. 501. soedah poelang, soedah halik. ©. ê«l^(K„j^^,^ 
balik. f CCl ^4 

Teruggeven. fBI. kasih kombali, komhalihkan, poelangkan. \™3,S^S'[i9,^ 
@. bikëndéhi. | /-J 

Terughouden, beteugelen, 3K. pantang. ©. pantrang HJl/*fl\ 

Terugkeeren. teruggaan. SK, poelang, balik. @. balik, 1 oHH^i M, 1. MUI Tl anS X 

paroelang. f Jj ^ 

Terugkrijgen: ««Vinden. 
Terugnemen: ate 'Wedcrnemen. 
Teruglenden: «e Terug. 

Terzijde. 9H. sabelah. 6. sabëlah (1^J1ÈÏ1'1H1H^ 



Hostedby Google 



Testament, uiterste wil, ÏPt. wasayat ©. serattelatih. , . W^Tn 15111 QfU «sn ( ^ 

Teug.eenslok. Tt. togoek,sa toegoek. @, salegoek MnrifflflKït[| \ 

Teugel, toom. SK. kakang, tali kakang. ©. kadali arïlHJliKlll> 

Tevens, teffcns. Wl. dengan, serta. S. djeng fe\ 

Tevredenheid. Wl. ka-senaiigan. ©. ngenah angeii. . . . üaq ïUfieiKljt \ 

Te vrede stellen: siePaaijen. 
Thans: aie Tegenwoordig. 

Thee, SJt. daunteeh. @. daöenteeh lI.^llLmlnl^C|^^ 

Theeboom. SB, pohntech. ©, tangkal teeh a5ïinnnï['ltUI! ^ 

Theepot: eieTrekpot. 

Theeschenken. TS. salienteeh. ©. païranteeh (mtUinn«](KI?\ 

Theewater. 3K. ayerteeh. ©. tjiteeh aOIMft5llIf^ 

Tien. tSI. sapoeloeh. g. sapoeloeh (klHJltlf^Jlï^ 

Tiende, het tiende gedeelte. Tl. sa per-poeloeh. @. •""'»P"p-1 n™[ij,(ir,*ii. . ^ 
loeh. [Zie ook Een tiende deel). f J j\ 

Tiende (aeiere opfircMg-st). 231, tjoekej. @. tjoekee (Kn (ï| (HUI \ 



Tienduizend. 9R, sa poeloch riboe, sa laksa. 1 — 

@, sapoeloehriboe, salaksa. | J J\ J 



Tienmaal. 3)1. sa poeloeh kali, ©, sa poeloeh kali WIUMIJI )(Klliilia\ 

Tij, getij, Tt. pasang. ©. pasang sagara ajiojiwi'ïïnn n 

Tijd, 3H. masa, seman, waktoe, S. dj aman, waktoe, , ,iKïllK1j|\!UllKïl\ 

Tijdelijke goederen, Tt. artadoenia, ©. artadoenia niuieïl lUI KIJI \ 

oi «s \ O (BUI \ oJtin m Euul 3 w II \ 



Tijding, berigt. SM. khabar, werta. !„ „ O-/ 

1,1 Q O 

'|.(uiiiaaj|(Kij\ lUI^^ttUl(K)lt^f|^ 



Tijdkorting, fBt. main, per-m ain-an, @, oelin, 

Tijdverdrijf: «te Spel. 

Tijger, 211, maljan, harimau. ©. mecjong, ma-oeng. . (r(tfr(l]tóa%(y(Ul!l 

Tijgerin. 5H. barimau betina, matian parampoewan, 1„,„„,,\„ Q,^ 
©, meejong bikang, J I I 



vGoogle 



— 184 — 

Tijgerroyal. SW. hariinautoenggal. @, meejonggedee. «IfEJI tiwuiaiiïlnill WIV 

Tilbaar, iets dat draagbaar is. 3». jangboelih angkat. ©. '«H ^jA (Q(^tó\ 
nang di djocngdjoeng. i O JJ 

Tillen, opligten. 3JI. angkat, djocngjocng. ©. djoengdjoeng '^^'^ 

Timmeren. Wl. peroesah, bot-wat, hcjkien. ®. dji-eti lKaJUliKl|\ 

Timmcrgereedschap. m pagawej toekang kaijoe. \(o m Ol 3 osn (KÜ Kil am % 

®. prabottockangkai. (^ | '^j} 

Timmerman. ^Sl. toekang kaijoe, S. toekang kahi OJ )K¥i Kïl löd \ 

Tin. an. timapoetih, @. timah Lodas iKm (EJIf «lOl a(U[Mj|% 

Tip, de punt van iets. Wl. oedjong. @. tjongo flnn.n3l]'nï% 

Tiran. a)ï. jang menggagab. ®. ngarah «mnJ\ 

Titel, eernaam: sieEertilel. 

Tjampakabloem. SR. kambang tjampaka. ©. kembang 1 ^ ^„^ e~l)«Il\ 

tjampaka. f CTI 

Tjanken, janken, als een hond. m. rawong, loclong. g. ngnba-i (p ^i (UlIJ lïUI | \ 

Tiïlpen, nooals de vogeltjes. 59). tjiljict. ©. tjitjit M(W1(lSin|N 

Toch,evenwe). !W. tetapi. S. tatapi SSïl asïl nJl \ 

CJ 

Toebebooren, toekomen. 9)J. poenja. ®. boga inonï'Vin\ 

Toebereiden. Sf. sadia-kan. ©. sadijakèn [KI|itJlitJU|iKn(Kl|]\ 

Toebindei». SOI. ikat, kabat. ©. bëngkët öimiiGin|\ 

Toedekken. SW. toetoep, salimoet-kan. ®. toeroep, 1 O ^ ^ 

snnoEtkén. ) J J i-A }'>^<A 

Toedienen, aangeven. 9)1. bri, kasifa. ©. meeree, U£„„^rl^^^a(Kl|^ 

Toegenegenbeid OT. niaUn baik, soeka-an, kasih-an. 1 ^ ^ ^ „1 ^ „ ^ ^ 
®. niatanhadcc. (Zie ooA\ riendelijkhcid). ( \ 

Toejuiching, vreugdcgcschrei. ïïï. socrak, bc r- soera k. S, socrak. (knTnafin|\ 

Toeknikkcn. Sff. Icmbej,Iambej. ©. ngitjep (aa3i(U|l^ 

Toekomen: sic Toebebooren. 

Toekomend. iW. jimab, janglagi akandatang. ©. mangkeena. euidOKKlN 



Toe, gesloten, ïtt. toetoep, ter toeloep. @, pëndèt OWOljlN 



vGoogle 



- 165 - 

Toekomende tijd. 311. waktoe datawg, '£. mangsata i , 
,. " " l.(afKita(ri(U]n(un_)i[|\ 

Toekomende week. ÏS. lain mineeo, iiiiiiffgo dataiie. 1 cl 

@. laeen iiiioggoe. f { O J 

Toelaten: sie Laten en Gedogen. 

Toeluisteren, ïf. mendenfr'ar. S. Jieadeeiisee i 

a...JHoor.„. * " |a^«^^^ 

Toen, te dier tijd. ÏÏH. koetika itoe. @, manesa 1 . ^ 

eeta, hanta. j 

Toenaam, bijnaam. Tt. namasindir. S. ngaran boedak. . KmjtmMKïli] 

Toeneming, aanwas, 931, tambah, menambah. 'S. lëwih, 



lEJifljmfunatmN imTnaïuiN 



nambah. fa t CQ) 

/ O- 

fflj Oïi 3 ïj aj| 3 «ïl Ml » \ 

KTIIKI 



Toereiken, uitsteken. SBI, ber-oendjoek. ©. njodorkSn. (IjOïi3ï]aj|3flffl Mll 



Toeroepen. 50f. saroe-an, panggil, @. aökkan iimi](Uinï(KiriiKl|]\ 



Toerusten: iie Uitrusten. 

Toerusting, uitrustina. 59!. langkapan, sediiakan. ©. sa- 1 O O- 

dijakën. ; ^1 

Toestaan, vergunnen. OT. bri-mahon, kasih blbas. S. di igT^^^^ï,^,^ 

wjd<au. f J\ 

Toestand, staat, 3)1. kalakoe-wan. @. kalakoewan. . . . JOH mJl IHIJJ O Ml j] ^ 

Toestellen: «e Schikken. 

Toestemmen, goedkeuren. 3B. bri niahon, i Q O Q _ „ „ ,, 

ber-kanan. te. di widian, nja nadee. ƒ J I 

Toestemmen, van één gevoelen zijn. ffl, ka.\ / 

roewan, sa-icngat-an. ©. karoelian, sa HtDTIÏinn »tl|lMM«JllKlinniKIjl \ 
pikir'an. (Zte oo* Instemmen), j J* '^\ '-'I 

Toetsen(iO(Wi/«^i>»(/). 3rt. oedji. ®. oedji (Lnn,(K\ 

Toetsteen. 2B. batoe oedji, peng-oedji. @, batoeoedji (Ol eïl njiii (is \ 

Toeven; aie Pleisteren. 

ToeYoecen, bijdoen. Wt. tambali, me-iebih-kau. 1 „ „„.,,», ,n^,, 
te. eemboli, nambali. (Zie ooA Bijvoegen). ( [ |CU l Cfll 

Toevouwen, !W. lipat. @. tilep (Kin!iriiUl|] \ 

Toezenden ; sie Zenden. 
Toezien, zorgen: aie Zorgen. 
Toezigt, zorg : sie Zorg. 

Tol, schatting. 5OT, oepeti,beeja, ©. padjeg (Ulfefimijx 

Tombe : iie Graf, 

Tondel, Tonder. ÜB. rabok. @. kawoel iKïl O fïUl I] \ 

Tong {ipraaktid). 3». iidah. ©. leetah, ilat mnanann JMJll «UflSDfl n 



dby Google 



Toom : «e TeugeL 

Toon, klank. SB. boenji, soewara. ®. satia IMIIJ|\ 

Toon vaneenlied; «e Wijs. 

Toon, teen : st'e Teen. 

Tooneel, schouwplaats, üfi, roemah main waiianc. 1 ^^ Q » 

@. enggon mam waijang. (I Ö CJ 

Tooneelist. SOï. orang main waijang. ©, dalang MOOJiv 

Toonen, Tertoonen. SS. toendjoek, oenjoelt. @, toedoeh (Cïjof \ 

Toorn, gramschap. St- marah, ka-goesar'an. ©. poendoengj i . O 

bendoe. (Zw ooi Woede). \ ^^^ "^3^ 
Toorts, fakkel. 50). damar, sigi. ©. obor (tl ajin 3 ï] Ol 3 \ 

Toovcreo. M, mciig-hobat-kan. ©. njiën pamakee. On UUIKI -Jl tit «] Kil \ 

Tooverij. OT. soewanggi, hobat-an. @. pamakee lUll^ajllllN 

Tooverkunst, Sf. ilmoe hikmat, liobat-an. @. eelmoe 1 „ 

pamakee. f^ Q | 

Top, kruin, opperste gedeelte. ÏW. atas, poentiak. 1 ..^ _ / 

to. poentjak,lochüer-na. fJÓ^ M >* J^ 

Topaas (acAere *(een). 3Jt. maiiikam koeniiig. ©. intan i 9., ^„, „«„„'■ 
konnceng. ƒ nsi^ (diV, (j^' 

Tor (aeier ittHht). SK. koembang. ë. faangbara, koembang. (cJt (OITfl MKTJ (Öi \ 

Tornen, een naad losmaken, 3K, boeka iaitan. ®. alaani _ „_„ 

kapoetna. j^ dO,^ Q 

Torretje: aieKlander. 

Tortelduif. SB. koeloer, boerong te koekoer, @. manoek 1 ,£„ fjq ^^ m, «ïi \ 
ti koekoer, ƒ Ji ^^ ^ 

Tot,iiaar. SU. pada, akan, ka. S. ka. . . . .' fliïl \ 

Tolebel(«fef fi>cftt«e(). üff. warieng. @. sirib [kinnOf|n\ 

Touw. Ti. tali. ©. tambane iemiH\ 

^ cq 

Touwslager, 9)1. toekangtali. ©. toekang tambang asïl iKïi flSïl itl \ 

Traag ; zte Langzaam, Lui en Loom. 

Traagheid: zie Luiheid. 

Traan, walTischolie. SW. minjak ikan. @. minjak \ Ci,,„ ™«™ ™,. 

Traan, tranen, ÜB. aijermata. S. tjimata MOUStlN 

Trachten: nie Pogen, 

Trakteren. Stt. menjamoe, meng-idaiig-kan orang. @. di iiemlang. M9mirfi\ 



Hostedby Google 



- 167 — 
Tralie, traliewerk. 3)1, kisï kisi. @. rarantjang TlTnïfix 

Tralievenster met rotting. 9)1. janella rotUn,) 
janella lier kisi kisi. ©. djaneelakraritjaugj IK «]Mian»(flmiflmaJïlliI](Ul\ 

Translateren, vertalen: st'e Overzetten, 

Trant, manier. Tl. tj ara, adat. @. adatna OJïl (UI OSÏl \ 

Trap, trede. ÏÏ!t. tangga. ©. taraadjce a5ïn(U|ilK\ 

Trap, een schop, 5R, tendang, ©. djedjek fe^iiai||\ 

Trapsgewijae. SB. berpangkatpangkat. ©, oendak | ^ 

Trechter. ïOï, tamboes'an. ©, tjorong (ï]HJ|3inTn3\ 

Trede: steTrap. 

Trede van een trap : »t> Sport, 

Treden, stappen, gaai I, ÏW, ber-djidjak,bcr-djalan. ®, lÊmpang, . (nt(l_Ji\ 
Treden, iemand op den voet treden. 50ï, injiik, ®, tmtjak. , . . mm Jtl iHïl j| > 

Treffen, raken. Ti. antok, Lena. @, tidagor dfinHJIilJiinnaN 

Trekken rukken. 9)1, tareek.tarek.tariek.heela, @. kemtine, i O cv __ / 
' ' ' ^' La«io\(im(»0|\ 

goesoer. f CQ JJ 

Trekpleister : «e Pleister. 

Trekpot, theepot. 501. tampalayertéh. 6. wadah tji teeh. , (L!lllJlflHH| iSfi ! \ 

Treurig, hedrocfd. SW. socsah ati, doeka. ®. soekeraniren.l O-/ -O- 

«(/«.iSomber. |»JK«imiia W|^ 

Trillen: aie Beven enRillen. 
Trilling : sie Schudding, 
Triomfgeschrei : zie Juichen. 

Troebel (sooa/ïipa(er). W. boetak, karoh. «5. kiroch ■ , , nninitx 

Troep ïee: ai'e Kudde. 

Trom, trommel. ÏÏt, tamboer, rabana, S. t;imboer ...,.iKïllE)l\ 

Trom (dubbelde). Sf, gendang. ©, kendaiig (KUi (Ki \ 

Trom (ketel-). 3)1. rebana, rabana, @. terbang (I5)i|8in\ 

Trommelen, 3)1. memaloe tamboer. @. tabëh tamboer. , . , OïVl 0| f osn IBI \ 

Trompet, 3ft. napiri, boeri. @. tarompeet llS)nin')ni(ni£il„Jll^||N 

Ti-oon, riikszetel. SM, singghasana. @. pangtjalikan i .i,_ o 

radja. j lKl,Tn 



vGoögle 



Troost. SDi. iboer. ©. di lemperkën «Jlin tll-a^Kl| \ 

Troosteloos. 2B. poetoes asa, roesak at;. 6. rëntas a- i ^^^^^ 
iigen. f 1 ttil, i]\ 

Trop, kudde. SDt. kawati. ©. sa gebroellaii (KJi tim (jgB ''"^""1 [I "^ 

Trotsch, verwaand, SK. katjak, ati besar. S. leiigoes i^iacM|\ 

Trotschheid: ite Hoo\aardij. 

Trouw, getrouw. M. l«-p«'lj«J«-".l ™'ïy„ raiMKin%«aw-ïlKll\ 
satia. ®. kapertjaja-aHjkabenar anj Jj ^-j tJ| 

Trouwbelofte. 3R. isikawien. @. seserahan (M (M Tl ? irïi KI |] \ 

Trouweloos. SK. tjoelas, doeraka. S. doraka ImosTniKinN 

Zie ook Oneerlijk. ( ( 

Trouweloosheid, valschbeid. SK. doeraka. @. tjadocheerang. IWIO «junmn^ 

Trouwen, huwen. ES!, kawien. ©. nika,kawin IKI iVCUi \ «ïl O (KI | \ 

Tuberraos (seinere A/oem). Tl. sedapmalem, 

soendal m; 

dal malem. 

Tuin. 3». kebon,kabon. ©. kebon. (Zte ooi Plantaadje). . IKIIB] OIÏBtip 
Tuin (groente-) : «e Moestuin. 
Tuin(koffij-). 9JI. kebon kopi. ©. kebon kopi «^«jOlsmfKUaN 

Tuinman. «01. toekang kebon. ®. toekang kebon. . . (enMlfiKlJHl|0|3Kl!j > 

Tulband, hoofdomslag. SB. destar, serban. ©. sorban .ÏÏO(OIKI|\ 

Turksch koorn, Maïs. 3?I. jagong. S. djagong (K ïl nnh 2 \ 

Tusschen. 9». antara. S. hëlët uifi (O iCTl n \ 

Tusschenbeiden. üff. di tengah, antara doewa. @. nengahan. aflClflirtKKia \ 

Tussclienlomst, bemiddeling. SPf. pel-anlara. ©. ï»'"!*»''-! oi(K10Mi_Jio\ 
wanpadoe. f OEÏJ ^ 



soendal malem. ©. sedapmalem,soen-IW(Ul tno Oil \M Wtimin t^ 



Twaalf. W. doewablas. 6. doewawelas o OttJlunjlMjl' 

O 

ïio(uioiiii(Mn\ 



. oottJinnjiMjiN 
Twaalfde. SM. kadoewablas. @. ka doe wa welas. . . . (KïlO(UIOllll(M||' 



Twee. SW. doewa. ©. doewa oo\ 

Tweede. SB. ka doewa. ®. ka doewa iKIiOO\ 

Twee derde deelen. 3R. doewa nertiga. ®. doewatina i ,^^ O 



vGoogle 



— 169 — 
Tweederlei, SW. doewa lapis, doenabagi. @. doewa lapis. ttJlO«l!lUliVJlj|"v 
Tweedraet. ISi. tjidera, per-bantah'an. @. paeor- i 

reengan. ƒ ( ( J| 

Twee en een half. 2P. doewa sateneah. @. doewa saté- i 'S*- 

ng.h. ^^UIMBHD^N 

Twee en drie kwart. 3)1. doewa tiea prapat, i O / 

e.doew.lilo.p,.pal. ^ ^aK,.nj(3«.™|V 

Tweehonderd. 581. doewaratoes. @. doewaratoes OOT|(EI1[MI|\ 

Tweeling, tweelingen. 3)i. kambar. @. iembar .IKIKEHV 

Ol 
Tweelingen (Ae»»eAtieefon). Tl. bmUng joesa. @. •''"tang i ^^ ^^ 
joesa, f »5l,^ 

Tweemaal. 3)!. doewa kali, @. doewakali 001ffliinjl\ 

Tweespalt: aie Onlusten. 

Twijfelachtig. Tl. tiadatantoe. @, h ante tang toe (Un K| asn eil \ 

Twijfelen, argwanen. 9», koerang pertjaija. S. koerang li™TifJ;,''aj,a,u,^ 
pertjaija. f J 

Twintig, aïl. doewa poeloeh. ®. doewa poeloeh o mi lU ttUI ! \ 

Twintigste. ÏK. ka doewa poeloeh. ©. ka doewa poeloeh. . iKïlO OUlilJlf n 

Twist, stiijd. 9S. bantah, lawan. ©. bantahan i 

2t£ ooi Krakeel. ƒ asi^\ J 



U. 

U,ulieden. 331. koe,angkaw. S. manneehna. EDïjKlfKlV 

üijen. SM. bawang. @. bawang iCnÖN 

ügelucht. 3)1. haring. @. pengar oJian\ 

Cijer, aoooIseoBeeneAoe. !ÏT, goesoe. @. soesoe [kinjl\ 

UU, nachtuil. 3B, koekoekbloek, boeronganloe. @. koe-) „ O" 

Uit, afwezig zijn. SM. loewar, lagi di loewar. @. sepi, ) C* Q 

reehee. f ( t 

Uitademen. ÏM, ber-napas, tarik napas. @. ngambëkan. . . , UTlfeliHlF) Kil] \ 

üilbJijven, vertoeven, SM. tienggal. S, tjitjing (KJIMn 



vGoogle 



— J70 — 
üitblusschen.vuuruitblusschen, 9». padam, uadai» ani 1 C>C> 

s. p.rt™„.„«„a. ^ "^ "^ |u<yiHw3^^^ 

Uitbotten, uiüoopeji. SB, toenas, timboel. 1 o O-o/q . 

.djadi,Èfckerwrw;ngan.{Zie(W*Opkomen). f J cj\ 

Uitbreiden. Jffi. mcm-besar-kan, loeaskan. @. gedeean. . . tl)Jn«]MlUlfliHlj|\ 
üilbroe^et),! uitbroeden. SW. meng'aram. S. njilénglêm. . . oW lü tCT tJI [1 \ 

Uitdiepen, dieper maken. 501. dalamkan,) C- Q- a O 

gaK-k™. l djSrok,-„,kdikê„. )«1->n'iïnMJN™««™'JHx 

Uitdrukken, uitpersen. ?St. prah, pras, takan. ©. uérët. ... i O- 
Z,.»il)„„„ijg... ' "^ "^ ^uul™^^ 

Uilerlijk, uitwendig. SW. di locwar. ©. di loewar WiaruiaJlS 

Bilermate, zeer, verbazend. Wl. amat, ter laloc, ter laloc amat. l C^ 1 

®. «hing. f*"™^ 

Uiterste wil: «e Testament. 
Uitgaaf, uitgaTC: atie Kosten en Onkosten. 
Uitgaan, buiten gaan. Wl. pergi di locwar, @. anekatka l.,^"»™™, r,,,l 

loewar. I^ ïü, ^ 

Uitgebreid: «ie Uitgestrekt. 
Ditsedrooed, ..rmagerd. ». t»™" 1 ™„„„™, ^™-,„ SmWH V 

kring. ©. toelaleet, koeroe pisan. f ^ ( tJl _^ ^ tJ( 

UilRebons;erd. 5B(. kalapar'an, mati denean ka- i _ o ^„ r.,i,,.n^n^, 

lapar-an. ©. kalimpohan. f ( 1 tJ| 

Uitgeleide, uilleiden. 3». antar, meng'antar. ©. antar,!^^^ ü(m^Wl% 

ngantarkën. ƒ "^ HSL, tUi 
Uitgesteld, uitstellen. 9)1. lambatkan. @. lUakën aana[iiiJtin(Kin\ 

Uitgestrekt, uitgebreid. Wl. loewas^Joenjoet. @, lega . 0,niïl> 

Üilgetrokkcn: ,Ete Getrokken, 

Uitgetrokken, sooo/s een itooord. Tl. ber-tjaboet. 'S. batck. . 

'Uitgewezen: «e Gevoniüsd. » 

.Uitgezocht: iite Keurig. 
Uitgieten: aie Gieten. 
Uitglijden, uitgljppen : «ie Glijden. 
Uitgraven: «e Op wroeten. 
Uithalen: *ie Plukken en Uittrekken. 

Uithongeren. SW. matilapar. ©. pa-eeh ponjo. . . (Uimtüï) !«] MaïlKlJI ï\ 

Uitkiezen : eiV Kiozen, Uitzoeken e« Verkie/en. 



(KUI|]\ 



vGobgle 



©. ngaia-an panganggo. f ( 

Ui tlagch en, bespotten, Sffl, sinder, adjock. @. pojok. . . moJiainaJUlliKïin \ 



ïlidander, yreemdeling. Wt. orang asing,orangkaloewar-an.l / 



S. djalma anjai 



UiÜeenen, ter leen geven. ÜR. kasih pinjam. @. meeree 1 mEnmTr,^Sï"iBi™ \ 
mindjem. f \ [ ^ J( 

Uitleiden; «ie Uitgeleide. 

üitloopen: ate Uitbotten. 

Uitmuntend, zeer eoed, ÜB. ter baik, baiik sekali. 1 ,„Q ^., 

©. badeepisan. f { cJ( 

Uitpersen: sio Uitdrukken. 

üitrocijen. ÜH. toerapas, tjaboet. ©, tocmpoerken oail Ell^iKlDBflfl'x 

üiti-usteji, toerusten. M. nielangkap,nienjadi akan. ®. y^~l|.-on^nd jkih'i 
wisan. f J| 

Uitrusten, zijn eemak nemen, 3)ï. bcr bariue, Ler adoew. ) ,„. 

S. e.I.og. |^«l^a)arjl|N 

Uitrusten, rusten; ste Rusten. 

Uitrusting, rust; sieRust. 

Uitrusting, toerusting r aie Toerusting, 

Uitschieten, uitspruiten. SW. terbit, toemboeh, toenas. 1 STim aSi IKT n \ 

e. meletik. f O 4 ' 

Uitschrijven, afschrijven, m. salien toelisan. ©. "j^^ 1 onaSlMlSTlCTfr % 

lin serat. ƒ J 

Uitslag, puistjes. Tl. koedies, korrine, 1 „„^„„„„„^, ,„._.„, ^, 

e. r;iek,m^ngan.(Z.>.oiSchurrt^ } «|-V.ï«|lt^«gN gg«n«|jx 
Uitspanning verlustiging. JB!. main, per-main-a„. , j^t^^^j.^»^ 

a. ka-oelinnan. (Zie ook Vermaak). f J O '-A 

UiUpoelen uitwasschen. Wl. tj'-etji , basoh. 1 ^O ^ ^ ^^^ 

e. njeseh,manjowan. f \ \ cfi Ul 

Uitspraak: a»e Klank. 

Uitspreiding, verspreiding. SB. rampak. ©. dampiak njlO -J) Ij KH ri \ 

Uitspruiten: ««Uitschieten. 

Uitstaan, verdragen. 3K. tahan, menahan. @. nahan liuinraiiwi 

Zw ooi Lijden. ^iKiajii|Kl|> 

Uitsteken, toereiken: aie Toereiken. 

Uitstel: zie Verschuiving. 

Uitstellen, verschuiven. 9B. lambatkan. ©. di lilakën. i Q o„ ^„S>^^, 

Zte ook Uitgesteld. f ^4 

Uitstelling. Wt. nanti nanti, kaiambat-an. ©. mangkee 1 ,s„,_ '„,,„ 

mangkee. f | | 

Uitstrekken, zijne hand uitstrekken. 9K. bentang. ©. dipentang. aJl£j|lHfi\ 
Uitstrekken, uithalen. 3». tjaboet. ©. tjaboet, 1 ^^,^ ,^, ^r, ™ ,™ 



hoc. ' ■ ■ ■■ 'pCJ^JN-^C^WJX 

Hostedby Google 



— 172 — 

üitveiitcM, met iets te koop loopeii. 9)1. ber-j 

djalaii djoewal. & dagang iocrüiiig,!Mtnnï01Xlinj|\ iin^EJI JillJ|(ïVi\ 

lêttipung dagang. I 

uitvinding. SDI. dapat'an, pendapat-an. Ê. papanggihan. lUoAdTtlf miHKlIjN 

Uitvoeren: «te Volbrengen. 

Uitvoerder: «ïe Bader. 

Uitwannen. 3H. tampi. @. tapi JSÏlflJIN 

Uitwaseming. 511. oewap, hawap. ê. sa-ab lïJ!(unOl|]\ 

Uitwasschen, schoon wassclien. 3R. membasoh, tjoetji brisih. i C:* ^^, 
@. njësÊh. (Zie ooi Uitspoelen). \ ^'^'^y 

Uitwendig. 5R. loewar. S. di loewar. (Zt> ooi Uiterlijk). , . , , IWHÏUI(U\ 

Uitwerpen, wcggooijen. 3B. boeïvang, tj;nnpak. <r. pïtjëii. . . . (U30iïClf|\ 

Uitwringen, zooali linnen. 2R. uoeJas, pciih. @. pérËt lO _, 

Zte ooi Wringen. ƒ ^ J 

Uitzenden ; sie Zenden en Verzenden, 

Ui tzigt, verwachting.: ate Verwaclitiiig. 

UiUigt, een schoon uitzigt. Wt. kalijatan, kalijatan bagoes. 1 |^g^^^ 
©. kadjË-ëng. ( 

Uitzinnig: zie Zinneloos. 

Uitzinnigheid, dolheid. ÏB. ka-gila-a«,lukoeoranggila.i ^^^ 

@. ka-eedan-an. f [ (J <-{ 

üitzoeken,uitkiezen. 2K. püih. ©. milih lEJiaailïv 

Uur,eenuur. OT. jam, sa sa -at. ©. sadjain BJ1JKIH1!1^ 

Uw, uwe. 5B. angkoe, kamoe. ©. sampec-an OOI m (BI -JlHAJUKl n \ 



V. 

Vaardig, schielijk, m tjepat, lakas. 0. teereeh, U ^ OTIJN ™[M«ni|> 

Vaart, zeevaart, Wl. pel-layer'an. @. anoelajar aiïl (KlffiUlAilN 

Vaartuig. 5ÖI. pra uw, sampan, parahoe ajnn(Ulil> 

Va^el 331. tabej, sakmat tinggal. 1 ^oOdM W^ X(MIMimiO«lj| x 

@. pilëlëjan, sasalaman. f ^^f <_J( QJ J\ 

Vaatwerk : sie Vat. 
Vadem, vaam. SW. depa, kabong. ©. sa dëpa OJjWlO'v 



Hostedby Google 



— 173 — 
Vader. ÏOT, bapa, ayah, avanda. ©. ajah, ama.t _ .„_ ■ 

kaïigrama. f ^ 

Vader (eroot-). aB, neiie laki laki, orane toewa i Q 

lakiiaki. ©. ati, amba, ee-aiig. f (XI | 

Vaderloos. Stf. pialoe, iansr tiada poenja bapa. 1 .„, --.'^ -, ,™„ ^.,— », , n. 

S. anoe tehogahapa. j J I 

Vakerig, slaperig. ÜR. meng'aiitok,mau tidoor. @, toeniJoeh. . . . IKS1(K1)\ 

ï,l („.r*<.,;S .« ,. ,.„5«). M. p.r.„6l.p, r.ljil. , „^,ri,MUi^ 
©. wadah tangkap. f ) cJ| 

Vallen, storten, neerstorten. SK, tjatoh, djatoh, toeinbang. » -jnfdnnnfïiii-v 
e. ragrag. f '^ J 

Vallen, struikelen; si'e Struikelen. 

Vallende ziekte. SOÏ. sawangila. ©. sa-wan eedan, . .tkiIlüi»]'KlJïlMWl|\ 
Valsch, onecht, onwaar. Tl. doesta, bohong, ®. bohong. . . ïl Ol 3 fl l/Ó 3 \ 

Valschaard. 9Jï. djoemawa, ovang diaiat ati. \ „ „ ,^, „-x,™ „ ,™. 

@. djalma gorreeng hatee. f C) I I ( 

Valsche getuigen. SR. mcng'ambil 1 

soewapan, makan soempah. ©. njoc (oij m on 3 II ïffl 3 iKin Ji in Ol mjl (KI 11 \ 
njokot pang'óebailan. ï 

Valsche munt, 5P(. wang lantjong. ©. wangpalsoe fÜinJliïU-A\ 

Valschheid; st'e Trouweloosheid. 

Van altoos, vanouds. Ti. deri salamanja. @. ti alam 1 ^aJïldOJteSïl VUIN 
bahëla, ( CCl 

Van beneden. Tt. deti bawab, ©. tihandap (i5Btiun!Hl(UI[|\ 

CJ M 
Tanbinnen. Tl. deri d alam. ©. tidjero aaüteïjTnïN 

Vandag totdag, alledagen. ÜH. saharïjen.saharian.i ^ ,„„,^ 

_, ^ ,^' ° ■> ' I. (Lm ruin in 1111 -Jl 3 m (UI N 

@. ocnggalpowee. ijl ( 

Vaneenscheuren: *ie Verscheuren. 

Van ouds : £ie Van altoos. 

VanTerre. SB. den dj au. ®. tikadjahoewan asïl KI) «K am mi Kl | \ 

Vanwaar? Tl. deri mana. @. ti mana ^^5ln(tllMl^ 

Vangen, opvatten. Ti. tangkap, nienangkap. @. tjerek OOIIUKFIIN 

Varen, varenkruid. SU. daunpakoe. ®. da-oen pakoe, . . , OJKUin 9il.jaïTJ\ 

Varen, zeilen: ate Zeilen. 

Varen,eenrivieropvai*n. Tl. moediek. ©. "^oedik, i Q^ ^ ^^^^ 

kagirang. fj i]\ 
Varken, zwijn. Tl. babi, ©. bedoel OKtJÏUl|]\ 



dby Google 



Vwkenikop. SDI. kapaJababi. ©. hoeloe Moei (uniRJloioimnx 

VarkeDspoatjea. ÏSf. kaki babi. @. soekoe bedoel OJi Kïi cïi o umi a \ 



Varkens vleesch : a»eS] 

Vastjhard. SM. tutap, tagoh. ©. tetep l5llMïillJlJ|\ 

Vast, zeker : sie Gewis, 

Vastbinden. 5». ilat, tambat. g. di i „Q'S^iO;^ 



bëngkét/ditalian. ' __ " ' f MO,™0||N aj,CT«l.aW«ljN 



Vaaten. vastenma^d. aft. poeasa, boelan poeasa. 1 oawiMMOiW O» V 
@. poewasa, sahocm. f J J '^\ 



Vasthouden: zieUuudeti. 

Vaststellen, bepalen. SPI. pnetoeskan, payoe. @. djadikën. . . lt£ilJ|ma(Klj|\ 

Vaststelling: 3t« Bepaling. 

Vat, vaatwerk. 971. tang,tahang. @. tahang asïiain\ 

Vatten, aangrijpen. SU. pegang. @. njekel. (ZteooA Grijpen). OBlkiliïUl|\ 

Vechten. ÏPI. berkalahi. ®, pasee-a ; (Uimwiiu\ 

Vechthaan.kamphaan. Tl. ayamsabong. ©■ hajam. ^^^ ^^ 
adoewan. J ^ U\ 

Veder, veer. gjl. boeide. ©. hoeloe "^"^"^ 

Veder van een pijl ; zie Pijl. 

Vee, horen vee. SK. binatang,jawi, aapi. @. sato (MïlKïUv 

Veehoeder, kuddchoeder. m gombala, pang-ngangon. i ^^ ^ ^jj^ 
@. pangangon. f ( (j\ 

Veel. SDI. banjak, baniak. ©. reeja.loba inTniMMnïlllSOlx 

Veelligt, somtijds. 3». barang kali, siapa tau. ®. soegan (kJl(in(lM|] \ 

Veer, veder: sieVeér. 

O 
Veer, overvaart, Wl. menjabrangan. ©. pamentassan. . . lUl iai(Kl(M.-AlHl| \ 

Veennan,veerschipper.mtoekangnien;a].rangan.ï ^^g^^^^j^ 
6. toekang pamëntassan. f ^ "Si, ^Jl 

Veerschnit. 5W. penambang , sampan meniabrang. Woim loi dn m.l \ 
S. prahoctambangan. t ^ ^ ^\ 

Veertien. 9)1. ampatblas. @. opatwelas. ., m[Ull|3(UOTiinjlWI| \ 

Veertig. 371, ampat poeloeh. S. opalpoeloeh ï|(i;n3ajI(Bïl~Jji9Uï\ 

Vegen, schoonvegen. Wi. sapoe, menjapoe. @. njapoe-an. . ormuiaiïl MIJ N 
Veilig, zeker: sie Zeker, 



Hostedby Google 



Veiligheid. Wt. katatapan, sajah- . ; 

tra. @. kerta, te aya kagor-ji™ilfn\ CT(imailfllKll«(irin3ïl Vi iriKlMl\ 
reengananna. ) \ l OO 

Veinzen, 9B. poerapoera. @. api api {um (Li (im nJI \ 

Veinzerij, verMocming. 3». ati benekok, tioelas ati, i 

©.gorreenghatee. | «j OT i «| TH aJïH| «sr, ^ 

Vei,dehiiid. 2». koeliet. 6. koelit miTSnKït|1> 

Veld, vlakte : eie Vlakte. 

Veld (een gedeelte lands). 2P. tanah 1 
sapotong, pejtak. @, kottak, tanëh ■iI|iiai3(ininKyi|\as»iafl»iKJU]iU13«jKr|3\ 
sapofong. ^1 *-Jl a' I l 

Velfigewas. 3», hasiel, lanam-an. @. pepelakan oJq aOJl Kïl (KI ] ^ 

Veierhaiide, velerlei. Sft. lainlainroepa.roeparoeua. 'S. wamai / / 

w.r„a. "^ '^ |ama«iv 

Venijn, 2». bisa, @. pËrah. [ZieookGiil) &Tn!\ 

Venkelzaad. SR. indeer. @, indeer aJll(n(Kl\ 

Venster, a)ï. jandeela, tingkap. @. djaneela as i)iKl(iail\ 

Venus (planeet), ffl. bintang saharat, bintane babi. i a . 

te. Jjintangjoehara. f aSL, J 

Venuskwaal, venusziekte. 9B. beneanKan-i O- .O- O Q G Q 

rastongkotji.®.l)engangen,njerihki-ih;f ^^ l ) 

Ver, verre, veraf. ÏK. jauli,djahoeh. 6. djaöeh, anggang. i 

Z« ooi Wijd. ^(iR«Ji|^>«. 

Veracht, versmaad. Sff. berhina. @. berhina icihjï|iki\ 

Verachtelijk. SOL meng'hina. ©. menghina (ti|Qni<l> 

Verachten, versmaden. Tl. menghinakan. @. menghinakën. £giin'Kl,iHlI|iK1| V 

Verachting. Tl. hinakan. @. hinakën imKTfiïianji \ 

Veraf: 3w Ver. 

Veranderen. 9ff. lainkan,lajinkan,ganti. S. seedjecnkën. m IKJIK] K iS\ (KI 11 \ 

Veranderen, verwisselen. SOI. ganti, toekar. ©. toekër [BIJKll^ 

Verandering van plaats. Wl. oebahan, pindah. @. isar'an. . . liin (M ifl aCi g \ 
Verantwoorden. 9B. joewab, me-lindong-kan, @. nimballan. (KliEHoailBilll \ 
Verbaasd. SÏI. hejran, ter-tjangang. @. heernn *] (wnTfl (KI l] \ 



>!Uïl(lHflN 



vGoogle 



- 178 - 

Terb.n„.n 5, «.mg'do., bo«.ng. 6 di iaaS^a„(riam|\ 

pitjerig, dl sabrangken, f ^— ? (_^ 

Verbazend, aitermate : zie Uitermate, 

Verbergen, zich schuil houden. Üïï. semboeni. @. njoempoet. ioil (EU _J1 KTi | % 

Verbergen, iets versteken. 5!ff. semboeni, @. soempoet Ikl tJI-J|n5Tl[| ^ 

Verbeteren. !lïl.membaiki,bekienbetoel. @. ngahadeekën. mi/ïl W lUlKïl Kl^ \ 

Verbeterd : sie Hersteld. 

Verbetering : xie Hervorming. 

ïerWrf ,.rU.ari. 3J meramp.. .rl. 1 StoB JM-;^ni™ Vi Cl W| ^ 

larangan. ©. merampashartalarangan. [ cJ{ 

Verbeurdverklaarde goederen. 9», arta merampas. 1 -^j» iii}ji_A(Kll\ 

@. rampas-an, f tJ| 

Verbieden. SB. larang, tagah. @. tjaram OJiTliHljjV 

Verbitterd: st'e Vertoornd. 

Verblijd, verblijden. 9JI, bersoeka, soeka ati, ©, ngënah 1 g^^.jj^g-afl» ^ 

angen. i . O) (-J| 

Verbloeming : sie Veinzerij. 

Verbod. ÜB. larang' an,haram. ©. larangan amiK'iCliKlp 

Verboden, sooaU door de godsdienst. 9». ber-haram. ©. di haram. OJl un Tl (EU il \ 

Verbond, verdrag. tOI. perjanjian. ©. soebaya-an lkilOiaJUiuiniKl| \ 

Verborgen, verstoken. SM. semboeni, ter semboeni. ©. soempoet. OJI tü ~f| Kï) n \ 
Verborgenheid des geloofs. 3B. rahslya, @. kasimpen. . . . MWlKHitJl-ïl «Ojl \ 

Verbrand. SDI, angoes, tcr-bakar. S. toetoeng iKDjas^N 

O 
Verbranden, ü». bakar, ter-bakar. ©. bëlÈm aznoiH|\ 

Verbreken, te niet doen. SM. ampoes, oebah-kan. 1 ^„ojnaojBJinmiUU \ 
@. di owab soebaija. f [ }^ 

Verdcdiffcn,aooai«t«Meten. 3)1, toelong bi tiara. Sf. ban- i _,„ 

toewan padoe. (KA 1 

Verdedigen, voorstaan : sie Voorstaan. 

Verdedigen, verweren : •te Verweren. 

Verdediger, voorstander, SPI. djoero bekata. S. djaksa lKï[Tl-A\ 

Verdeelen, uitdeelen, SW. bhagi,ber-bahaci. ©. doe-oem,) „,,,,_.„ „„ Q 
, ' " ' o 'lo(Lmïiin\ (oiann> 

Verdeeling : «te Dceling. 

Verd..lmg™ncrfBoeder.n. ». meml.gi poe.al.. 1 „„„^„j^ki,^ 
@. doe-oem wan san. t ^ ^ó '-^ 



vGoogle 



— Ï77 — 
Verdeeling van een setal. OT. baai büanean. > Q Q . 

@. ngabagi bilangan. f J( 

Verder, afgelegener. SJ. djaulagi,lebihdjahoe. ®. djaoeh l^(UI,,S(lm^ 

dëhi. f ^\ 

Verder, voort; aw Voort. 
Verders, ïcrder. SIR. saliadan, koemdiandcriDadaitoe. 1 ■■'^ O 

©. saaiiggesnatitoc. (Zie ooft Wijders). ƒ O ^ 

Verdienste, bekwaamheid, 5K. pahala, goena. @. pangabisa. , lÜüiOKMN 

Verdienstelijk ; nie Waardig. 

Verdieping, PO» eewAutï. 3)1, tiiigkat, panglat. ®. para nJITflX 

Verdoemenis. SÖ!- lioetoek-an, ©. doraka aiIJtS'Tninil'v 

Verdolen, verdwalen. 5)ï. sasat, bcr-sasat. ©. sasab Qvll(MO)lj\ 

Verdonkeren: ai'e Verduisteren. 

Verdorren. SBI. djadi boeroes, layoe. ©. djadi tochocr,! 
peerang. 

Verdouwen, verteren. W. loeloeh. ©. adjoer (Lnri(K\ 

Verdraagzaam, lijdzaam. Sffl, sabar,derita, menahan. ©. sabar. . . . IÏJ!Ol\ 

Verdraagzaamheid : sie Gteduld. 
Verdraaid: sic Verrekt. 
Verdrag r Jsie Belofte en Verbond, 

Verdra sen, lijden. SB. tahan.derita. ®. tahan i 

ZwooADulden CM Uitstaan. f Jj 

Verdrag maken, beloven. 91, bcr-janji, ber-kaul, ®. soebaya. , . (kflO|ftJUi\ 

Verdriet. SR. doeka, ka-soes ah- an. 'S, njerih angcn, . , CTniTfl ?ajïi(c|(Kl| 



|KMiCT](Liin\ij)LJiTn\ 



Verdrijven. verjagen, SB, oesier, ©. disijëhken fWlQ-iaJiilïflfln iKlj 



? OJin (Cl (KI [[ \ 

"" O 

JflfiniKllN 

Verdrinken. Wi. tinggalam. @. titëlëm OSIIOICI (ei[[\ 

Verduisteren, verdonkeren. W, Eelapkan,diadi i O'^/,^ ,Q „ 

I /-^■^1 j- j- ^ . t(U8iiKij|(K(U(r(uii(r[[j|iKini|\ 

geiap, (5. ekker djadi poVeek. f | I cJI 

Verduislerins (der zon of niaan). ÏOi. earahan, kapanean. \ 

ffi. samagaha. f 

Verdwalen : «te Verdolen. 

Verdwijnen. 2H. linniap, ilang, @. ngabiang, moesna, . dOJnJlAjix iBlfMx 

Vereeiiigen. Tt. ber-oebong,be-rapat, @, koempoellan. . Kï]B]_iiTmi wij|\ 

Vereerd : «ie Geëerd. 

Vereeren, 9ff. brihormat, memoeliakan, ©, mecrecl „,.„__„,/.,. _ 
h«r™t. Jlja^Tn^MI.BHUp 

12 



vGoogle 



-VereeuwigeD. 3». kalalkan. ©. pagehken [UlOTl (iKïl Mil \ 

Verf: »ie Verw. 
'Verllaauwcu : ate Verslappen. 

Verfoeijen. SÖI. bientji,deiigki. ©. gëJéh cÈllflriïN 

Verfraaijen. Wt. membisikaii, aloes-kan. @, <Ii alocskeii. . MOJHami^lKlilN 

Vereaan, veron e elukken. SOI, ïlane, binasa. ©. moestia, i l o 

Vergaderen, verzamelen. 2ff. koempoeJ, koempoelkan. i 
loempo.1. f'5";j«ïï|^ 

-Vergadering, ^. koempoel'an. ©. koempoellan , Kïl EJl_jinnj|9QI|\ 

Vereaderplaats. ÜS. pabitjara-an. @. eiiaaon i cïN _ 
," *^ ., ^ •' "^ IftminmnafKna-JinaiiKinN 

koempoellan, ƒ j ^3 J ^L, (j| 

Vergasten, onthalen. 3J!, menjamoe,mengi-] / , 

dang-kan oiang. ®, njoegoeh.ngahatoer- |on (inil?\iütUlDii£«Tn«1ilfKinn\ 

-VragebJing, beloooing. ÏK. pem-baias'an, @. balas'an. . amaOltW-AttOn \ 
'Vei^geKjking. SS- oepama-an. ©, oepama JimaJllEJI\ 

Vergenoegd. SOI, tatap ati, sedap ati. @. sciiantM O- ^ O 

ngënahhatee. (Z.>«o4 Genoegen .« Voldaan). ^'j^t^N ^ngp^j^x 

Vergenoegdheid. OT. sedap at!, ka-.enang-an. » gTfKI ïwanqtom WIIX 
©. ngenah gagalehan. f Q\ ^\ J^ 

Vergetelheid, vergetenheid. OT. ka- 1 „,,„„.„„ ,^ 
loepa-an. ©. poho, kapohowan. f [ ( ( ( lÜI 

Vergeten. Sf. loepa,loepaingat. ©. po]io,Iali.. . . m (U 3 I] tl/ifl 3 N ilfUl (inj \ 

•Ver6e»en^toijt.chelde„.!n.mc,.6'™p„c.,,a,»i>oc„-, ,^ 

kan. S. mem. «mpoen. f ( | ^ J| 

Vergezellen: «»'e Verzeilen. 

Vergiffenis. SW. anipoen, ©. hajnpoera. . ._ (Uin(EJl_ilTn\ 

Vergift, Tergif : sits Gift. 

Vercoden. verïodiiiK. ÏDJ. ber-alUh.i Q -- C> Q / o 

^. diaUah-ken,dihor-matken, ( itil^^ ^ j '*"-, iJl 

Vereoeden. 2)1. balas, kombalikan, ©. balas, 1 „^ - , ,, ''^ 

° - ' ' lOnnJKMjMUlïUlïlïIMIflN 



poelangken. ƒ cj| J 

•Va-gpoeten. 2H. tnembesarkan. ©. ngagedcekën- ■ ■ ■ JTimflinnJUKïlSfln \ 

■Vergulden. SDI. loemasdcnganajer amas. 'S. diaycriiiaB. lIJlaJïllUUIEfl^KJli[^ 

Vergunnen; «ie Toestaan. 

-Verbaal, een \«rbaal. SB. tjerita, pe-toetocr-an. ®. tjarita MTtffiHN 



vGoogle 



179 - 



Verhaasten, bcspoediecn. Tt. baneatkan ï > c>/o o 

^ l.-,k..-k,„. S »„gkcrk«„, tcerJh-k»:}-"™ " «" ^ ^ ■[ "-^ .| TH ^5» mj| N 

'"'''t 



Verhalen, vertellen. 2B- tieriteiakan. toctoer-an. ë. <ti i O d ^ 

tjantakën. (WiWnnoiiKiiiiKIp 

Verheffine tot eenc waarJiffheid. 9K, mcmbesarkan,» O OO 

tier-galar.to. dl taikenngarana. (Zie oot Bevordeiiiigj.j aö,^ /-+ 

Verhemeltc, paviljoen. 2)1, langitlangit. @, loclochoer. 

Verhemclte (het). 3R, langit lang! t moei oct. ®. laklitkan. . , (ïUUKin Kïi (KI il \ 

Verbeusd. OT, bcrsocka, soeka ati. @. atoh.soeka. . , i 

Z.V,..t Blijde. }«n.|™,^X^™x 

Verheugen; aie Ver vrolijken. 
Verheven : xte Beroemd. 
Verhevenheid: aw Hoogte. 

Verhongeren. 9n. m ati la par. ®. pa-eehponjo. . . (Uimojn jm fUiaiI Kil] 3N 
Vcrhooren, ondervvagen. 9)ï, tanja, priksa. @. recksakén. I] TTI Km -AiiüniKl | \ 
Verhulzen. Sffl. pi nd ah, men g-al ie. S. pïndah, ngalih. . . fLliKl )\ «n^Ul ?\ 

Verhuren, verpachten. 5W, bri seewajsejwa-kan. 'S. discewa. , fUitlMO"*. 

o/ 
Verjagen. SW. oesier. ©. oesir, (Zie oo4 Verdrijven). . . IU1H(KJ1\ 

Verkeerd, kwalijk, mis. 5fll. salah, @. salah (Mlflliy'v 

Verkeering; . 



Verkiezen, uitkiezen. Ï3!. pilih. @. milih CJimr 



Verklagen, aanklagen. ?Bt. toedoh, mcnocdoh. ®. goegat. . . . tïlfl tnn CT i] N 

■ . . 1 _ . . ^ Q 



Verkleeden. 5)ï. gantipakejan, toekarpakejan. ©. sa^ 

lin panganggo. 
Verkleinen, verminderen, 9)1. bor-koerang, mengoerangkan. ] , CJ- 



koerangkcn. ƒ j;* J[ 

Verkleumd. 5R. kasoeh. @, ba-al, te pati 1 _ O a 

Verklikken, aanbrengen. SK. semoekan. ©. nibakën (H> Ol iKïl «1 fl N 

Ver kond iffen, verhalen. 9S. mentieriforakan, me-warta-1 Q -.-,Q„^'^,„ 
kan, @, ditjantaken. j (^ 

Vcrkoopcn. 9JI. joewal, mcnjoewal. @. ngajoewal RTl (lUl OlTOll [1 \ 

ï»k„oper. 511. orang b.r.jo.wd. S. «-1 ^^ „ „ ^ ^ ^ ^^ „-, ^ 

noengajoewiil, aiioengabantj.ing. ƒ ^ J J( J ^i. 

•Verkooping. SM. Wang, pcr-joew.P.n. ®. joewaUan,, „,„„„, ^ „„-, ^ 
bantjang. f J «1,14 ^ 

12* 



vGoogle 



Verkoren, verkozen. Ti. ter-piUh. ®. mênang inilih t^«l(g|ami[N 

Zieookdckoimi. f O ) 

Verkoudheid. Wl. pilak, salémah. <S. salecsma IM m (rui (kil ^ 

Verkrachten. 2». mengagah-i. 6. rongkah «jiriatfïl?N 

Verkrijgen, bekomen. SW, ber-oelih, ber-olaii, dapat. 'S. mënang. . . S|ih1% 

Verkwistend. 5IÏ. boewang arta, ©. hamboer. [Zie ookOveitoUig). 0/1(1 1E(1\ 

V,rkwi«ing,ove,d..d 3» t«rocs'a„, bc- 1 „„,.-„ ^ „o, „t„^„, ^ 

wang arta. ». baiaba, heereehan. f | [ cJ[ 

Verlamming. Tl. timpang. S. pintjang aj|itfl\ 

Vertogen, bcg«rlc. ». riidoew, ka-andak-ati. 1 fiS^ ^ M«-m«M-, 

@. mnËng, karep natee. f O "^ [ 

Verialen. Ti. tinggalkan. ®. tinggallën dSiiiaiirHfUHHl|j \ 

Verleden: zie Voorleden. 

Verlegen, bekommerd. 2)?. «o^^A takoet. 6. soeker, I O/^^O ^ 

Verlegen : zie Beschaamd. 

T.,l.ide„. «. m.nia<..ka„, m.m-boedjo.k. S. di 1 ao,aq"l! BTi ^ 

bawfl gorreeng. ( j | 

Verlengen, langer maken. ÏCT. pandjangkan. @. pandjang- laJUHlraiWBX 

kën. f &■ J( 

Verleppen. ÜJf. jadihocroes,lajoo. ®. djadi pceraiig OK HOI «] dJl Vi \ 

Verlepte, yerwelkte kleur. fflï. poeder, poedar. @, kolcwoes. , JiïiriO[Mil\ 

V.rli,td,,erlim„. 5». b!,ahi, aslek. g. bdeeg loiqraOTHN 

Zteookma-neV.. f [ J[ 

Verlies, schade. SR. roegi, ilang-an. @. tombok (ïj(isil|3ill (EJ12ailIij| \ 

Verlieven; an'e Verliefd. 

Verliezen, kwijtraken. 5ffl. ilang, hilang-kan. ©, lëiigit nri [tnnsïil N 

Verlof, met verlof: ai'e Met verlof. 



Verloren. SR. soedah ilang, loe^'oet. ®. gëslËngit fïïli3-mnasin| 



Verlossen: st> Baren, 

Verloven, ondertrouwen. 5!?!. ber-toenang. £. becbee-l „,_„„,_„„ „,, 

Verlustigen, zich verlustigen : eie Vermaken. 

Verlustiging: «te Uitspanning. 

Vermaak, geneugte. ÏW. soeka-an, soeka ati. ©, soekakén. . . (KI Iffl iKïl Ml [1 \ 

Vermaak, uitspanning. !W. pamain-an, ka-soeka- 
©. kaoelinnan. 



aai(uin(ifi.nMiiKinN 
Hostedby Google 



— 18! _ 

Vermaardlieid. ïOï. ter-iiama. ©. kasohor iKiliiniMï«jtUïH\ 

Vermagerd: zie Uitgedroogd. 

Vermaken, zich verlustigen, 9)?. menjoeka, main raain. @. oelin. llTinaruiiKl]]\ 

Vermanen, onderricten. 501, adiarkan. \ /o 

S. adj.rk8„,p.p.t.W ^Ut,^™ K||^ UU CTp Wjp 

Vermaning. 50). mengadjaran. @. kapapntahan. . . . (HTIIUI (Uia3in?(UiHKl|] \ 

Vermeenen: sie Wanen. 

Vermeerderen, TermenigTuldigen. 501. tamhah, per-baniak- \ 

.n. ®. eemboh. }"l"'1g!,'\^ 

ïermeerderiag, optelling. 3». djocmlnh-an, S. i!j«™l»l'-l „ „,^5>„, ^ 



vermeerdermi;. UU. tambali-an, mc-lebi i-kan. 1 
®. «mhoh a„. } 1""«|H»p-2JlN 

Vermengd («tedefsaiwiers). 501. tjampoer. @. tjainpoer lWliHl™n\ 

Vermengen. 9R. tjamhoerkan. ®. haÖerkén \ ..^.L'-^,^, 

Z*e oöA Mengen, J ^ uJl 

Vermenigvuldigen, bijdoen. 2ff. sambab menambah. i i,™ mnnn m [Fnaj-v 

©, ka-eemboh, (ZjbooA Vermeerderen). f ( (cci \ 
Vermids. SR, kama, karana, sebab, tagal. ®. sawab (kaoonj]\ 

Vermiljoen, gjï. kambajat. ©. tjeetbërem m{WiasiflO{tJin\ 

Verminderd. 3B. ber-koerang. ©, koerang-an KlliTn(cnilfll|\ 

Verminderen, verkleinen ; zie Verkleinen. 

Verminderen, kmaiid in zijn rang verminderen, m •"«^«g-1 ^(,^«,^00.^ 

bina-kan. 'S. dihinakën. | /J cJl 

Vermindering: sie Aftrekking, 

Verminkt. !ffl. kocdong. S. boeiitoeng li:il]ïfl\ 

Vermoeden: zie Gissen. 

Vermogen, magt. SBt. kwasa, ka-kwasa-an. ©. kawasa l(Klloajl\ 

Zie ook Gezag. ƒ 

Vermogen, bezittingen, rijkdom. 3K. ka-kaya-an. @. bgnghama. OIC]«l\ 

Vermogend; aieHagtigenRijk. 

Vermommen. 2B. toping, salienroepa. @. salin roewa (M aan (tn UI \ 

Vermoorden, ombrengen. ^. boenoeb. 1 ^ ,^, 

to. pa-eeh-an, kaniaja. ) ( 1 (J| ^\ 

Vernacbten. 3B. ber-malam. ©. mondok m (EJiaai M13Kïtp 

Vernemen, te wetenkomen. SOI. ka-tan-i, da-1 ^^^ j^ g^^_ ^^^ 

pattau. @,mënangnjaho,mënangbeedja./ Q \ Q \ 



dby Google 



Vernielen, bederven. Slt. roesak, mem-binasa-kan, @. roelsak. T-TMU-AIOII 



,d a-kan, binasa-kan. is. iéiigitkün. ■ . 
Zie ook Uitdelgen. 



. m. tijada-kaii,bmasa-kan. ®. lëngitkên. . . l^ig^jnu^ 



Veruieuwd. St. ber-baroe. ®. anjarkfin um E-ilj] (Kin ïtl g \ 

Vernieuwen. SK, baroc-akan. ©. dianjarkén lU) cun ntljl timiKl il \ 

Vernis, !K. minjak reng'as. @. getah reng'as ninoi f (iJiaziIMi|\ 

VËmissen, 9R, mereng'as. ©. ditjeet «JllliWliElljj^ 

Vernomen, -vernemen. SDI. ka-tau-i, dapat khabar. ®. ^^"""§1 S",.'; «i rj-n (k- -, 

beedja. f J 1 

Vernuft, vinding. SDI. alalboedi. @. kapintar-an lKlliaJliKnniHt[jx 

Vernuftig, vindingrijk. ÜJt. ber-boedi, l>er-akal. S. pintar iuin\ 

Veronderstellen : sie Meenen, 

Veroneelukken. SB. ilane, kcna tjilaka. ©. leneit, 1 - O ,^„ , a _ 

tjilaka. (Zie ooi hneven e» Vergaan), ■ ff^ ^4 

VerooUcbuldigen. SÖl. miiita ma-ap, meng-ampoen. i ^^^^^ 

@. neda ma-ap. j J 

Veroord eelen : aie Oordeelen. 

Veroveren, overwinnen. 3B, menang. ®. menaiig ti|9fi\ 

Verpachten: aie Verhuren. 

Vci-panden. Ti. gadej,nieng-gadej. @. gadee annB]U\ 

Verpander. 331. mcng-gadej, janggadej. 0. ngagadee CltinflinuiN 

Verplaaben. 5R. pïndahkan. ©, oendjal VjlMifUinN 

iJie ooA Bewegen en Vervoeren. f J<S> iJ[ 

Verplanlen. »! mmindah ...am.B. S. pi-1 ^„ .awSSTraMKll V 
dahkën pepelak-an. 'J CJ ' "^ cJ( 

Verpoozen: sie Opbouden. 

Verraad. SR. doeraka, kbianat. @. doraka m OOI 2 TT 1 501 "\ 

Vefrader. Tt. orang doeraka. @. dj alma doraka iKornioniJliTniKlIIN 

Verrassing. 9B. meng'ajoet, bri hejran. ë. rëwas fLJlO(M[|% 

Verre: aie Ver en Wijd. 

Verrekt, verdraaid. 9B. salalako. ©. pateh nj|CTf\ 

Verrigten; «ie Doen. 

Verrigting, daad, OT, per-boewal-an, ka-i«koe-an. . ^ ^ ^ ^ 
é. kalakoewau. ( Jj i\ 



dby Google 



— 183 — 

Vsrroest. SW, kiir.it, bcr-karaU ©. tui hijaugSn KmaffiaSmMÖMlSV 

Vprrot: zie Rottig. 

Vprruilen: eie Huilen en Verwisselen. 

Vers, verzen, a». siar, panloen, ajat. ©. sa-ir !M(Uï|\ 

Vcrsch, niet oud. ÏDl, segar.baroe. @. segar. OJnnn\ 

Versehei den, verschillend. S)I. lain,lajin. S. seedjeen. . . . «1 iwt ifl IK (KI n \ 

Verscheuren, -van een scheuren, üff. eowek, koeyat. ©. so-1 , 

weck. (Zie ook Scheuren). ƒ1 | Jj 

Verschijnen, voor den dae komen. W. tiemboel, i ü „S,..9,^n», 

kaloewar: ®. „Mk^bidjil. fa^M^jN a,«.a.|V 

Verschil, onderscheid. 3)ï. per-bidah-an,selisih. ©. beeda m(irnilJt> 

Verschillend: ai'e Verscheiden. 

Verschoonen schoon goed aandoen. fSl. ganti pakeian. ) _*^ t.ji_.„„n, 

<SP. tooker panganggo. f J l 

Verschrikken, schrik aanjagen. 3». '^«tato«l.un,meng-ejoet.ï ^^^ ^^^ 

®. ngareendjag. f ( G> J( 

Verschrikt: are Ontsteld. 
Verschuiven: i»e Uitstellen. 
Verschuiving, uitstel. 3B. tanggohan. ©. ondan'an. . . . (ï|(Lnni(K11fl Kljl \ 

Versierd. 2B. ber-tatak. ©. ditatakën aJ|«SïllKllllKïliKl|\ 

Versieren, oppronken. 3B. bagoes'akan. ©. aloeskÈn BJïiamiÏJl IW 



niim(ÏJl»fl[l\ 



Versiersels. 3K. pariahsan, pcr-hias-an. ®. pariahsan. . . li:)Tnil»lI!iWliKlj|\ 

Verslag, berigt. 3)ï. tjerita-an, tjerita. ©. ngalapor lnmJ)(r|nJI3^ 

/ 
Verslappen, verflaauwen. !K. oeloer, lambat. £. oelocr OJllJinJl^ 

Versleten, oud. Tl, abies, roesak, boerock. @. bobo ï] ICT) 2 ï] CF 3 \ 

Versmaad : we Veracht. 

Versmaden: Sf'e Verachten. 

Versmading. SR. hina, tjampa. ©. tjampa (UitFl-JIN 

VersineIten(3O0abmetaa^. ÏOI. leboerkan. @. leboerkën. . . OtCFiKniKll] \ 

Versmoren, verstikken. 3)ï. tjekek,lemas-kan. ®. tjekeek. . . isi (1 Kïi iKni | \ 

Verspreiding: ste Uitspreid ing. 

Verstaan, begrijpen- 3fl. meng'arti. @. kaharti HU UT] IKIII \ 



vGoogle 



Verstand. 9J1. pcng'atauwan, boedi. ©, pang'aweroeli (Üianö'ïir\ 

Verstandig, wijs, ïOt. bocdiman, bijaksana, ber-hoedi, @. pintar. , IfRj^, 
Zie ook Schrander, f na. 

Versteend hout. Sffi. kaijoe jadi batoe. ®. batoe sempoer. . . SClliüin Kü tll-Jl'v 

Versteken, verbeiden, SB. scmboenikan. ©. soenipoet (KJl(EJl~JliSil|| \ 

Verstellen, iets lappen. ïffi, ber-tampal. 'S. tanvbal 15111 SJI (ttUl || > 

Verstijfd: a ie Stram. 

Verstij fdheid : aie Gevocüoosbeid. 

Verstikken, Terwureen. 5J!. tjekek. ©, tiekeel 1 O- _ _ 

Z«e 00* Smoren, Stikken en Versmoren. ( j (_J[ 

Verstoken, verborgen: st'e Verborgen. 
VeriloppingPneenigingcwaiiil). ». kawaija. S. """kl oilUli™o.MX 

kawaija, f "i \ 

^Tatr°' ""^^"'"'' ^' '" ""' '"■" *"■ ®' """} atlBTlWIBMIX 

Vertalen, overzetten. ?W, salindalamhhasa jang J ^ 

lain, ©, salin secdjeen basa-na JlUlfflUmjiKl-AinnS i>fl WK1\ 

(Zie ooi Translateren). | ' f "I CJ 

Vertaler, oveizetter. m. joero salin bhasa. 0, djoeroe 1 ^^^^^ 

salin basa, i^^ (^ 

Vertaling, overzetting, ®. salin'an,persaljn. @. salinnan. . . OJlumifKl *n|]\ 

Vertellen, verhalen, ïffi. tjeritara-kan, tjeritera. @. di 1 ^„j,-^ [gifi^jf,.^ 

tjaritakën. f Jl 

Verteren, verdouwen: a*e Verdouwen. 

Verteren, aoooi»(ioorAe(cu«r, fffi. angoes, bakar. ©. toetoeng. . . . aïïiHEm\ 

Vertering ; aie Kosten. 

Vertoeven. Uil. nanti,tinggal, toenggoeh, ©, dagowan, . 1 aj,„^3aJl(K1» ^ 

Zie ook Wachten. f ( Jl 

Vertoeven, uitblijven ; sie uitblijven, 
Vertoonen, toonen : «leToonen. 
Vcrtoonen, voorleggen. SB. oenjoek, tocnjock. ©. tem- 1 g,^ ^Ju^ik,» ^ 

bongkën. f (Ol J[ 

Vertoornd, verbitterd. ÏPI. goesar, morka. ©. poendocng. . 



■^5^ 



Vertrek, kamer, ÏW. pangkeeng, tampat. @. pangkceng «Ji on (Kït 

Vertrekken, gaan, m pergi, pegi, jalan. ©. los, U^ ja^,^ ^-,^ J 

lémpang. f [ <A Q_ 

Vertroosten. Wl. meng -iboer -kan. @, ngalalemas 

angcn. 



Oïtui in iHi ffJi -lïi ozi iKi 11 \ 

Google 



— 185 — 

Vertrouwen. OT. pcrtjaiia. @. neandel, pertjaiia. . i C- O/ 

a,..*Gd„of,VG:io„ve„. ^' }nfem|xJnmv 

Vervaai-d, bang, Sfl. tiaiig ati, takoet. ©. si-<ii OJMuui in|]> 

Verval, ondergang. 9B. roeboeh, ka-binasa-an. @, roengkat. , , TlflOiasïlBN 
Vervangen, verwisselen. Wl. ganti. @, ganti,hilikën. Tm (K1\ iLrai<imiil£ï|imH\ 
Vervellen. ït. ganti koeliet. ©, megar . , , fil (Kïl "v 

Vervloeken. 9H. ioetoek, meng'oetock, @. koctoek Kïl (BUI iMl B \ 

Vervloekt: sieGevloekt. 

Vervoeren, verplaatsen. W. piiidah, pindah lain tampat. 1 Q Q . 

e. pindah.ngalih. ï CJ» » 

Vervoei-en, misleiden: s(e Misleiden. 
Vervoering : zie Sehaking. 

Vervolgen, nazitten. SN, toeroet, boeroe, 6. toefoerkën. . , . oSïjKli iKW Kil] \ 

Vervolgens, daarna. 5ffi. koemdianderi uadaitoe,abies K j^'^ 9, 

bagitoe. @. sa anggÉsna kitoe. ƒ Q -^ 

Vervrolijken, verheugm. SB. meiijoeka-kan, bri-gamar ati. Ij^,^^^,-^ 
@, soekaken. ƒ J (J| 

Vervullen, volbrengen. ÏW. me-lakoe-kan,me-i mn^floi ([eoSniKKiv 
jadl-kan. @. toelocskén, djadi-kèn. ƒ J ^IKI, J| J| 

Vervalling, volbrenging. SR. langkapan, &. sanggem iiJiai1n(Ell|\ 

VerWjVerf, schilderverf. SJI. tjat, janang, jenang. ©. tjeet iiaj|(6ii|l\ 

Verwaand, trotsch ; sie Ingebeeld ewTrotsch. 

Verwachting, hoop : ai'eHoop. 

Verwachting, uiteigt. Wl. kan.nli»,, .r.h. g. di iai^„„j„uM|N 

harepharep. f 'i "^ t-il 

Verwantschap. 501. bersanak.kodawarga. ©. ^^''^«j"'! jtnonmiUiUïl IKI|| \ 

an. (ZVe ooi Maagschap}, ( tJ| 

Verward, uit orde, 3)!, hegewoel. ®. paboerantak (UiniTI W!Kïl!j\ 

Verwarren, in de war brengen. ïïï. koesoet,! ^ ^^ 

meng'oesoct, ©. koesoet, di koesoet-kën. «ïlM^^lt "* '"'*"1'H'S*^Ï"^ 

(ZiLt Warren). ( J J 4 J?^^ 

\eiwclktn,zooaU bladen. Sff. lajoe. @, peejot, 1 „^ „1^3^.^ mo Vl\ 

peerang. 1(1 <A ( 

Verwelkomen. OT, salamat sampcj, slamat datang. 1 ^^ jj^^j^U^j^^.^ 

®. bageeja soemping. f ( _^ 

Verwelkte kleur: a»e Verlept. 

Verwen, indoopen. 311. tjelop, menjclop. ®. telëm ibin(qtl|\ 

Verwer, 5K. toekang tjelop, pen-tjelop. @. tockang te- 1 ^^ 



dby Google 



Verweren, verdedigen. ÏW. la wa», me -la wan. ©. lawan aanoatllj^ 

Verwisselen, vervangen: «te Vervangen. 

Verwisselen, Tcrruilen. OT. toekar, menoekar. @. t**^''^''''^"-! |rv[,S/Sï;(i(i)i s 

Zie ook Veranderen en Wisselen. f } J 

Verwissciplaats : sie HustplaaU. 
Verwoesten. 3)!. binasa, me-roesakh. @. lelËboer-an. . . . ariirioiTn a-Cl| \ 

Verwonderen. ÏK.bri hejran,tjaiigang-kan. ®. djadi hecran. iKOiïj[IJlinniKll[\ 

Verwulf, verwulft. Wl. langkoiig. Ë. melengkoeng, kerocng. Èl <'^Kf\ \ fWd Vi > 

Verwurgen ; «te Verstikken. 

Verzachten, stillen. 3S. pocwas. ©. poewas oaJltlJl||\ 

Verzadigd, zat: «»e Zat. 
Verzaken: ai'e Afzweren. 

Verzameld. 3R. ber-koempoel, ber-hiempoen. @. koempoel. . Kil tmi itUl [1 \ 

Verzamelen : «te Ophoopen en Vergaderen. 

Verzegelen. Sff. tarohtjap. 6. tjap,ditjap M(UI|\ OJIOJinJIIlN 

Verzekerd, gerust. 97t. ni e-na tap, senang. ©. tegar [isï|tifin\ 

Verzeilen, vergezellen. 50). meng'ikoet, meng'irieng. @. miloe,! «« otji ., nji ^-v 
rëdjëng. f J ■> 

Verzenden iemand uitzenden, fflt. ter-soeroeh, , a^ Q^ 

kirim. e. nitah,njtah-an. f } \ ij{ 

Verzengen. ÜR. bakar, lajoer. ©. lajoe tanoAilN 

Verzoeken,bidden. SR. pinta,minta. @. peenta, moen-, ^ ^ ^ ^ ^ 
doet. (Zte 00* Smeeken). f j "^ ^CJ c4 

Verzoenen, bevredigen. 2H. damejkan. ©. sarcch £M91T1!% 

Verzorging: aie Voorziening. 

Verzuim, achteloosheid. !Bf. lali, loepa-an. ®. hantë^ëgep.aJïI^ll^^ïh(Ula^ 

Verzuimen. Sm]oepa,lali,lalej.l 3 ^^^^ 3^^.^ 

@. poho, kapoho-an. J I ( ( l , ^1 

Verzwijgen, voor zich houden. Tt. semboeni-kan, slmpan. 1 ;w, ^n»^ «,11^ 
ë. soempoetkën. f Jl ^ «l, t-Jl 

Vcst(i/edift^«(»*). 2^1. koetang. ©. badjoe Ol(ie;\ 

Vesting : zie Schans, 

\et, een tKl beest ens. SW. gomok,sapiejanggomok. @. lintoeh, . . a[UtMt> 

Vet, smeer. 9». lemak,gomok. @. gadjih ^^naKI^ 



vGoogle 



— 1S7 - 

Vetachtig, smerig. 9». lomak. ©. l^motjir iruiF)|iUli> 

Vettig: «e Smerig. 

Veulen, jong paard. ffl. anak koeda. ©. toedabelo. . . . mïl IM Ol «] (ïUl 3 \ 

Vier. Üï). ampat. ©. opat «lOUliaLr. aStiIjN 

Vierde, een kwart, vierde part. SB. per-ampat, sa-per-ampat. i , ,/ „ ^ 
e. .aprapat. P ' P P |™Jl(y<UCT^|X 

Vierduizend, ffl. ainpat riljoc, ©. opatriwoe iï]inna(U1«Sï]'Ul\ 

Vieren, een feest vieren. 591. me-mocliif-lan. €. karija-an. lonn KU) (UKl Ml II \ 
Vierentwintig. ïOt. doewaj . 

poeloeh ampat. ö. doewa OOOnflJl ?II](UI13(UIBÏ1|1 \ miUinaiUiiisinKïl \ 
poeloch opat, opat Hkoer. }J J J'' \ ^11 "^^ ^ 

Vierhoek, vierkant, ?K, ampat per-sagie. S.opatpasagi. ïl tun 3 (Ui (üin-iliM HiHlN 

Vierhonderd. SK. ampat ratoes. ©. opat ratoes ill(Uïl3tLn(lSïlieill(M[|\ 

Vierkant: s»e Vierhoek. 

Viermaal. g)I, ampat kalie. ©, opat kali iilirïl3!UiBinanj|\ 

Viervoetig. ÜS, her kaki ampat. ©, soekoena opat. QJIKïjsq aiuïiaiUflSïin \ 

Vijand, as. satroe, mocsoeh. @. satroe : . . . [m(oin 

Vijandelijk, 13t. ber-satroe, her-mocsoeh. @. ba-moesoch Ot(El|fkBï\ 

Vijandschap. Wl. satroe-an. ®, mocsoeh-an EII(Mf(Lnn 90n \ 



Vijfde, een vijfde. Wi. ka lima, sa-per-lima. S. 



Vijf. Wi. lima. ©. lima afuiiEJlN 

1 O Q Q 

l M aiïi nm (t5in iw mji EU \ 

Vijfduizend. SS. limariboe, S. limarïwoe unjlEJnnOX 

VijtatwmMg. a». doewapocWhlima. 1 „„„„ .£ ^^„„„a^ 

to. doewa poeloeh lima, saiawee. fj ^ J\ I 

Vijfhonderd. ÏÏH. lima ratoes. ©, lima ratoes arui iBITUra M i] N 

Vgtmaal. 3!t. lima kalie, ©. lima kali QaJI(BlKlHanj|\ 

Vijftien. 3J), lima bias. @. lima welas inj|(EllOami(M[|\ 

^'^IkJ^' ^'""^ ^**'^*^''' ®' ^'"" ^"'^'"''' l™eo™?N «JWIKHOIJN 
Vijl(sei*rioei-iit(ig'}. 5!l, Likicr, @. kikïr iKiil!Kin\ 



vGoogle 



— 188 — 

Vijver. 2)1. koelam, talaga. ©. koelah Kll«lflf\ 

Vijzel, 3R. lisoeng, loempang. ©. lisoeng iinj|[KJ"\ 

Villen, het vel afhalen. !K. toepas koelit,kaloepas. @. di sisit. M(ïJllKliasïl|| \ 

Vin, yisch vinnen. ïW. sierip. @. tjeetjcepeet S|aoilj[)J|(nilJlOl|\ 

Vinden, iets vinden. 9)1. dapat, ka-dapat-an. ©. mënang tJ]tn\ 

Vinden, terug krijgen, gjt. dapatkoml)alie,ber-temoel ^^^^ Q ^^Qj^ 

lagie. @. manggih, nimocdëhi. f I J 

Vindingrijk: aie Vernuftig. 

Vinger. 5)1. djarie. ©. ramo "ïimeiSN 

Vinger (voor-). ïffi. djarie toenjoek, teloenjoek. @. panoenjook. OJl IHJ Kljl «ïllj \. 

Vinger (middelste). 3)1. djarie manies, djarie tengah. @. ü 1 5^ jj^ „ jrf; j -^ 
jangkong. f ( 

Vinger (kleine). ïDl. kalingking, djarie kietj iel. @, tjinggir HJiafn\ 

Vingerhoed. 3)t. tjintjinmendjahit,saroiigdjane. ®. hidal. . . iniHJlïUl|\ 

Violet: ate Paars. 

Viool (speehwig'). 3R. rabab, arbab, bijola. @. rabat ■)nata:31l|\ 

Vioolspeler. 9)?. toekang eosok rabab. ©. toc-i _ . „ „ ^ ,. ,-,^ ,™ ,-.„ - . 

kang keescet rabab. f 1 [ (TH J| 

Vioolstok, strijkstok. 3)1. gosok. @. go-] 

sok, keeseet. 

Visch (in bet algemeen). ïM. ikan. ©. laöcktjai itflflO/nanitLfinx 

Visch (rivier-). SM. ikankalie. ©. laöekljai «mi lUllj Mïl ftJ"! \ 

Visch(zee-). fSt. ikan Ia woet, ikan laut, @. laöeksagara. (imiiUifJiiai,Jl,annTnN 
Vischbeen, vischgraat. ïffl. toelang ikan. ©. tjoetjoek laöek. (K^ (Kil fltm (Ulll (Kïl J| % 
Vischhengel. Tl, gagang panljieng. ©. djëdjër. [Zie ook Hengel). . fe (IK \ 

Vischboek. 9)t. mata pantjieng. @. roeroebit oesep. TjTnaJïliEin-Jin W UIS % 

Vischkieuwen: sie Kieuw. 
Vischkuit: aie Kuit. 

Viscblncbt. Wl. anjicr. @. banjir OJïl 



' lin(m3«](kii3iiai|\ïj™™ï]HJiiKïi|\ 



W 



Visdimarkt. SD). pasarikan. &. pasar laoek [Uilsi)ar\i|(Un(KinnN 



vGoogle 



Visclmet. gjl. jala,poekat. ©. hëriipjaring SJj-ïiOJlijMUinnx 

Vissclien, vischvmgcn. 50). P«"tjii.g, taDgL-v 1 ^^^^^j^^,, ^ .TSlfti^A 
ikan. ©. ng;dii laöck, liiitar. f J ü\ "^ 

Visscher. JOï. orai.g memantjing, lookai,g 1 „.^^^^^ js^, ^^i^.rain N 
secro. @. pahta, tockaiig laöck. ƒ J Jl <J\ 

Vischschuhben. m sisit. ®. sisitköek njiwoiiUllltKïlp 



Vischwortcl [zeker gewa», waarvan de loortel, in hel water geworpen, ^e\ 
oisch bedwelmt), SVJ. tooba. 0. tocwa, f J^ 

? Q 
Vitriool. 5». troesic, teroesic. 6. troesi \KBiW% 

Vlag: ai'e Standaard, 

Vlaggestok. aïl. tihangbaiidejra. 6. tihi.ng bandeera. . osn Uïi Ol «] «KlTn \ 

Vlak, effen. 501. tjïppcer.rata. ©. datar H-IOIX 

Vlak, smet: zteSjneten Vkk. 

Vlakte, veld, vlakvelJ. 2B. padaiig,iiiecdiin. ©. ti'gal (lSïlmlnnfUjj^ 

Vlam. m. niala,njaia. @. hoeroeng '^VV' 

Vlam, flikkermg van het vuur. 3r;. kUat api. @. g^^b^^-'l ^a:ijSi OTll^^ï^ 

geboersënëh, ( ^ ^ O ' 
Vlechten, strengden. 9». anjatn, siroet. ©. anjam (Ui(l»fl|0|N 

Vledermuis(groote). 9». kalong, kalocwang. S. kalong KïtïjBlJlJN 

O 
Vledermuis. ÜR. bocrong tikoes. @. lalai,Ialaj fltUfinJ|(im\ 

a 

VJeesch. g)J. dagleng. @. laöek, daging aaiKUllJWïl|MlJlcm\ 

Vleeschhouwcr. 9B. toekang potoiig\ ,-^ q q 

sapie. aÜ. toekang djagal, toekang Usijttm ris Tlliami|\[lsmOTlO(l0CTm 
mÊntjit moending. J -''^ \ ^ Li 

Vleeschig uitwas. OT. rastoeng. ©. sanawan IW| "ïl OJU O IKI| \ 

Vlegel : nie Schoft. 

Vleijen. 3f. boedjoek, poedjic, tncmbocdjock. @, woedjoekën. OilGiK^tKin N 

Vleijerij. 5)1. pem-boedjoek-an. ©. woedjoek 0(IS[Kïl|> 

Vlek, vlak, vlakken. 9B. tjoring, moeting. 6. toltol. . . iIl(Kin3'ria5ifi3fiail|\ 

Vlekken, sproeten ; zie Sproeten. 

Vlerk, vlerken :aMVViek. ' 

Vleugel, vleugels : zie Wiek. 

Vleugelen, binden, m ïkat, ikat taiigan. ©. bëngkët iëngëna. OlSOt M ÖMl % 



vGoogle 



— 190 — 
Vlieden, vlugten. ÜR. lari, men-<ijauh-kaii. ®. loempat, . . aan CU -Ji Kïi | \ 

Vlieg. ffl. laiat,Ialar. @. lalSr anJ10\ 

Vliegen, SOi. terbang. @. hiber [L;lna^ïl^, 

Vliegende hagedis. 5M. tjitjak terbang. @, Wpliap ajliaJI-fïliU||\ 

Vliegende Tisch. 9JI. itan terbang, ©. laöekhiber irui(Uin»rïl-JltlOl\ 

yn^ger(j»,pier.n.peelti.ig). W. layang-an. @. langla- ïrt^aA!liPW1^ 
jangan. f J( 

Vlier, ïlierboom. 3B. tjaman, kajoe tola. 6. woewoekkoewang. OOaraoJlN 

Vlies, dun velletje. !W. kc«l!ttipies. ©. lamat arm O lOTl 11 \ 

VlietcUj Tloeijen. Tl. alicr, ngalier. @. paJit. . ,. (UI ÏUI (Cm I] N 

Viijt,iorg. OT. oesaha, radjien-an. @. getoUan iïiilin(lSïl3«ll|iKl| % 

Ttijtig, naarstig. SB. radiien, iniat, ©, eelol, 1 Q^ _ „ *^ , , 

■'J'.; * J ' o ^ ' lOTiflKiniiinji||\Tn«eiH)|\ 

Vlinder,kapellefje. 9K. koepoekoepoe,ramarama. ©■ koekoepoe. IHTI inj o \ 
Vloed, wassend water. gjl. pasangnaik. 6. paaang sagara. nj|(MaJ|<Trïnn\ 

Vloed, Btroom. Sïï. soengej, kali, @. tji waloengan ttJi Ulffllfl raOClil \ 

Vloeibaar, 5B!. ampoh-an, tjaijer. @, adjoer flJïUKx 

Vlocijen: sie Vlieten, 

\]otójcndj«„,p,a,k. ». pandgb,r-k.t.. S. pi-l"! fl ^„„„ h™, ^ 

lecntcek. f 061, [ ( ,Jj 
Vloek. Sm, koetoek. S. koetoek Kï] m iKlO ij > 

Vloeken, 5K. meng'oetoek, ber-soempah. @. njareckan. . cm II TTHKïl iKl 1 \ 

Vloer. 3JI, dasar, paloepoe, @, paloepoe (UliTJllUlx 

Vloermat: «e Mat. 

Vioo. SSl. koetoe anjing. ®, koetoe anjing imi Ol Uin atjl \ 

Vloobeet. Ti. eieait koetoe anjing, S. tiotio 1 „ ,„ .„ "^ 

Vlooijevangen. ÏÏT. tjarie koetoe. @, siarang öJIWU'ïIn 

Vlot (vlot Tan hout of bamboe). !W. raLiet, getteek, ®, geeleek, «1 lïïl «] Kïl iKïi 1 ^ 
Vlug: «te Levendig, 



Hostedby Google 



- J81 — 
Vlugten, vlieden. Wt- lari.ppeilari. @. loempat.i O. 

Voctt, nattigheid. tOS. ajer,bu5nh. @, b;isëh (al|(kJ|!^ 

Vochtig, nattig, dampiar. ÜJÏ. ombal, ber-lengas. » O Q Q- 

©. mi-is,rembes. J- J( -, ai cJJ 

Vodde, lompe. Sffi. kajiii boeroek, tampal, ncrtia. i 

S. l.m,U.«kWoek. J™H™a™TJ«lljN 

Voeden, spij ai gen. SOI. brlmakanj^ / 

minoem, paliara. S. di soegoeh, (ilJHWi™i)j?\(i;|inamfnTnMaJ|iun(UIM1j[\ 

dl beerce dedaharën, J ^ -^ ' Il '-'l 

Voeder, voer. ÜB. matananblnataüc,bakulbina-l O OO _ 

tang. ©. bCDCKClaii sato, ƒ üiL^ I 

Voedsel; aie Spijs. 

Voedster, min. 53?. baboe, peng-o*soe^. ®, baboe (inil01\ 

Voedaterling. Wt. anakpiara. S. anakpoeloeng (UinciiKlll^aiUX 

Voegen, zaïüoivoègen. OT. rapat, sambong. @. rapat TiaJia5ïl|]\ 

Voelen, gewaarworden. Wl. raba, me-rasa, ®. karasa KfiTflMx 

Voelen, tasten : sie Tasten. 

Voer, beestevoeder. 3B. mocsara, bakal binatang. i O 

®, bakannén sato. (2»e ooi Voeder}. ƒ ^ ! 

Voerman, k.r- .ƒ wagen-voerder. S». toek.ng p.d.lie, djoc.i ^^, „ „ ^ ^ 

pedatie. @. toekang padati. f J 

Voet, de voet. 2S. kaki, kaki orang. ©. soekoe, dam- In-,™, 

pal. fj^'^ 

yoet{sekerEinaat). 591. satockaki. S. sakaki Bvl aoi ann \ 

Voetboeijen : sie Boeijen. 

Voeteren, te voet gaan. ÜK. ber-djalan kaki, ©. badarat. . . . nmiuma^ljN 

ïoetgangor. ffl. „rang her-djda„ k.ki. 6. dj'1»" 1 ^ ™, oi U -ïl M i N 
badarat. ' ü "^l 

Voetpad, m. dj.i.„kitji.i,dj.i.„,.-pii. g. dj.i.„ i^^s;^, 

lettlk. f 



S\-\ [[JlBl-JHnj||l 



f 'Ut. (- 

Voetspoor, ÜR. bekas kaki, tapak kaki. ©. tapas socLoe. . . asnoitJI. 



:J'5^ 



Voetstap. 2ft, djedjak. @. tintjak. (2ie ooi Spoor) as¥l (KI Kït [| \ 

Voetval, knieling. Tl. sedjoed ka tanah. ©. soedjoed iMdKdJljlN 

Voetvolk, infanterie. 3». b^lat, soldado. . / 



letvolk, inlantene. 3«. nalat, soldado. i „,^ ,,.»» '„ 

6. b.id,,o,d.do. }aW«jV.|M.«^H3N 



Voetzool: ste Zool. 

Vogel. 3)1. boeroiig. ©, manock UlfClKIl 



vGoogle 



Voldaan, vergenoegd. !K. poewas, senang 'an. @. senangan. . lKJinÖ(CniKl[[\ 

Ifpii Win \ omwi oAJi \ 



Vogelgeiang. 3». soewara boerong, @, sadamanocL. . . , 0J|9J|iB|MiKni|N 

Vogelnest, Ti. sarang boerong, ©. sajang boeroeng "ïldJinonTl'ix 

Vogelvanger. Wi. pemngkap boerong. 6. t-etang , ^^ ^^ ^ ^ 

ngala manoek. ( J^ J ^\ 

"Vogelzaad. !K. jajawoet. ©. koenjit iKïl Kljl «sm J N 

Voljgevuld. 3ff. pocnnoch, penoh. S. pinoeh (IJ|IKJ?\ 

Volbreneen, uitvoeren. 3)7. mc-Iakoe-kan.l .OO OO 

poeloes-kan. ®. anggÈsken,nga(ljadikën.j (KI, J( (J| 

Volbrengen, verT uil en : zie Vervollen, 
Volbrenging; st e Vervulling. 

Cv . 

■\jinöicnim[[ 

Voldaan, betaald. Ti. soedah bayer, ©. bayar, ges 1 ..j, A, SSlnnn,^ 

Voldoen, betalen: ste Betalen, 

Voldoen, genoegen geven, ïl?. senang-kan. @. katarimn. , . . IKH (ETl 'M] BI \ 

Tolj™, .chtera.n komen m. iloet.ber-to.ro.... ^ ^ „^.„^^ O ^ 

®. noeroetjdatang panden. ] J^ (-JI CJ 

Volgens. 9S, sepertie. @. siga iMtifïlV 

Volk,natie. SR. orang, marika,kauni,bangsa. ®. djalina (IK(inj|\ 

Volkomen, m langkap, Ijoekoep. @. tjoekoep 1 a.inKm i rui x 

ZU ook Volmaakt en Voltallig. f^^ T[| 

^"Sa ^' "'"^■'' '"'"■''^ **'""^" ^' '""''' '"^' l-ni[eNï]Tim«eoan> 

Volmaakt, volkomen. 2)!. semporna, langkap. ©. langkap. . , ailJi(KlIia-l|j|'v 
Volmagt. SOJ. soeratkocwasa,soerat tjap. S. scratkawasa, . WTIOIOOJIN 

Volmaken, vullen. 9K. isie, memonnoeli-i. @. èsi (Lni|»JI\ 

Volop, rijkelijk, m. banjak,ka-banjak-an. ©. loba, U ^ 3 oi MI] Tn tUUl \ 

Volschenken. Ti. isie penoh. S. ësi pinoeh On (MU (KI ?^ 

Volsloppen: ai'e Opstoppcn. 

Volstrekt, onbepaald. 50!. songgoh songgoh. ®. temmen l^gj"^^^,^ 
temmen. ƒ H^L, cj( 

Voltallig, volkomen. 3ff. tjoekoep, langkap. 6. langkap (ÏU|IKIHUI|% 



vGoogle 



— IM — 

Voltooid. Tl. abiosjsoeduhabies. ©. güsdjaili '. . ^IK)tM\ 

Volwassen, volgroeid. 9K. sempomabosaraia.ba-i '^ '^ ciC> 

hgh. @. djadi, ges djadi gcdee. f öi | 

Vondeling. 33ï. anak anckat, anak poeiieoel. ©. aiiak i 

Vonk, sprank van bet Tuur.\^,.^_^ c-vr>. r-^.r-v 

Tl. boeng-api, apimeletop.[i'^ig,!(&IM'imi|lN fe|(in tmonna mTna(tïini)\ 
@.s8nëhniëtjel,séiiëhnjorot.j O > «Jl OU I U 

VonnU. SK. hoekocm, poetora-anfaitjara. g. hoekoem ^m^^™EJ||]^ 

Vonnissen: 2te Beslissen. 

Voogd. 'S/I. w.ilie,bapapijara. ©. bapapoeloeng On iUliO(t(lS\ 

Voogdessc. SW, ma pijara. @. 



Voor, in teeenwoordiirbeid. 9)ï. diehadep-an, @. dï i Q 

hareppan. f *■ iJl 

Voor jTooraan, SK. dahoeloe, daboeloe-an. @. ti hela osüt Hïl mJl \ 



Vooraf. P3ï. lebih dahoeloe, ©. bëla-an, .. tGil(iaj|[Ul[l(m||\ 

Vooral, Toomamelijk. 9K, istimi-wa. @. mangka temmen. ftS KBi öi ö (K1 1 \ 

Vooralnict 9K. djangan sakalie. @. oelapisan ftmanjiruilM (K]]] \ 

Voorbeeld. 5J!. tjonto, oepama, @. tjonto (inaJ)3iï|iKll\ 

Voorbij, verbii. ÏÏ!t. liwat, soedah laloe. S. liwüt.i O o 

gësliwat. (Zie 00* Laat, te laat). f cj[ i 'ÏL, J 

Voordeel.profijt.winst. a)!.ontong,laba.@.mënane,iO- j. Q 

,.. '*^ ■* ' ^' °'lïJi(mMm(Li(uji(isïi|]\ 

Voordeel ïoek en, 2ff. tjari ontong. @. tjari oentoeng lM^^I(LnIJ(^^^ 

Voordeelig, nuttig. 3K. jangbriontong.ber-goena., ^ ^^ 

©. goena,ajagoenana. f Jd JOO 

Voor den dag komen : aie VerschijneTi. 

Voordeur. EW. pintoemoeka. @. panlobarKp lUl ïl IKl 3 ftJïl flJl UI [1 \ 

Voordezen, voorheen, SI?, dahoeloe, dauloe, poerba kala. \ ci O _ 

®. tl hela. ƒ 

Vooreerst, eerstelijk. 9H. sc-bermoela, per-tama. ®. awaliia. . . . aJll(Ul(m\ 

Voorcaan, eerst gaan, ^. flahocloe-kan.pergi i O- ,^„„„,„^, QO 
dahoeloe, e, hël a-a n, ti hela. ƒ ^( 

Voorganger. SM. jang ter-ganti. ©, anoekaganti miri IKI atBl Hfïl KI \ 

J «51, 

Voortwberele, kaap. ÜJ!. lida tanah, tandïong. @, letah i _ O 



y Google 



— 194 — 

Voorgeven, voorweiulsel. 3)ï. poera poeia. @. api ap! um (UIUÏI M \ 

Voorheen ; £ie Voordenen. 

Voorhoofd. Tl. dahi. ®. tarang, ta-ar. asï1TflvKBt«Jïl"v 

Voorhuid. SDt. koclop. g. koeloep (K111ïlJIUI]\ 

Voorjaar: xieLente. 

Voorkamer. 3f. paiigkeeng mocka. S. pangkoengharep. (utoniKïïimiiUaJlJI \ 

Voorkeur. 2R. angoor, pil«jh-aii. S. angoer (Uïio> 

Voorkind, 9H. anaktirij, S. anak kawalon OJH'KiiKïKm ïITUJlKlfl \ 

VoM'lcden, verleden. fSl. kapaii hari, dahocloc. ©. bareeto. (ai l) T| o iSïi i \ 

Voorledene tijd. SH. kotiekalaloe. @. inangsa barceto. (ïJlfMOl anTTIiilEïiax 

Voorleggen: aie Vertooncri 

Voormaals. Tl. dahocloe. 

Voormiddag. Tl. pagiearï, belomada teiij 



als. au, dahocloe, poerba kala. ®. ti lielii !li):i (Uin CUI \ 

I a Cl 

, ^ . , , , , l. un iiJi [mn 1] \ ajiii (1^1 (ï| rmi (ïi «1 \ 

L. @. isoek, jsoek keenee. ' ( J iJ J \ *il, 1 -J 

Voornaam, doopnaam. Tl. nama dagieng. 6. ngaran boedak. «mn !K1 1,1 IKÏI j| \ 

Voorndam, aanzienlijk, 5K, tinggi, besar, maha besar. ©. "lotilija.i 

Zie öoA Deftig, ("^ ^Jj] 

Voornaamste des Tolks. Tl. panggawa, jan g besar. ©. meenak, af] (tLJl'Kl'mii|]\ 

Voornamelijk: sf'e Vooral. ■ 

Voornemen, besluit. Tl. ka-andak,bcr-sahaja. S. i.ihnjang. . . ormtuinm-v 

Voorouders. Ti. nejnek mojang. @. akkiboejoet (um «ïl Ol lUU nïBl Ij \ 

Voorraad. Tl. bakal.sawadah. ©. bebekellau Ol Ol (Kïl ilOJl IKI fl \ 

Voorraadschuur : 3t'e Schuur. 

Voorrede, inleid in e. Tl. mocla pcr-kata- 1 ^„„„/^ „ _ „, 

an. ©. kasaoer-an awal-awalna. f J H 



l«jaim-n(irt^iBi|]\ 



Voorschieten, leenen. SOï. kasih pinjam, pinjair 

©, beerce nginjein. 
Voorspoed, seluk. Tl. saiahtra, salamat, on-l ,0 ,^,,, ,^, ^„„,^,,,™., 
tongbaik. ©. hidajat, salamat. ƒ Jj cJ[ 

Voorspraak. Tl. toclong bitjara. ®. noeloeng iitoer-an. KJi'UnjllliEïlTn IKljl \ 

Voorstaan, verdedigen. Tl. melindong, paliarn-kan. @. ngalindoeng. «Zl Oflfl (tfl^N 

Toor.t»J. m. kot«m<«k.,l.™pongn,oek,. S. l™''"'! „ ijJa^ „„, ^ 

dl h„M|,. j-yaj ^ 4 

HostedbyGoOgle 



— 1Ü5 — 

Voorste, eerste. SR.moela, perlama. (g. mi- 1 Q Q Q „ „ „ 

mitma, awaï awaliia, f "^'7 (l! 

Voort, verder, 5ffi. pegi, pergilebihdjau. @. toeloewi, ..... . (KlIjanJliU\ 

Voort, terstond. SM. sebantar, sekaraiiK inie-i „O- O- Q„„,„„ 

@. ajëna,ajëiiapisai.. I Ü O" 4 

Voortanden. 9S. gigiesarej.gigiemoeka. S. hoen toe hij as, IU11 (KinjiiiiUIjiMj| \ 

Voortbrengsel. Wi. hasiel. ®. asil (Un(MifU|] \ 

Voortduwen. EW. toclak, sorong. @. socroeng, toelak. . (kn "ïi \ lUBl *TJi itoi | \ 
Voorteanff , voortgiian. 50!. ladi'oe, madjoe. @. madioe, \ , _ ü 

toeloewi. i J J J 
Voortgeteeld, voorttelen, 9S. djadikan. ©, djadiken IK ÏJ] [H^ 8tl 1] \ 

Voorthelpen. 2)5. toclong, bantoe. S. hantoewan l^l(Kl(Ul(Kl[|^ 

Voortplanten. 9?!, tanam. ®, peiak, melak [Uliini|*CBl|l\ SliOJilCïlJ] \ 

Voortreffelijk, 3JÏ. elok, ter-baiik, indah. ©. aheeng, i __ •■ 

, ■' ' j ) 51 1 njn Ij ijin \ [LjTnrimi^n\ 

Voorts. 3)1. tambahan, lagïepoen. @, djëngdehi nkiGliUHIN 

Voortschuiven : sie Duwen. 
Voortslepen: sie Slepen. 

Voorttelen. 3», djadikan. ©, djadiken. (Zie oo/t Telen). . . . itK M iKlt rui jj N 

Vooruit, ïooruitffaan. 501. lebih dahoeloc, di 1 Q O O 

moeka. to. ti hela, hela-an. ƒ J( 

Vooruitkomen: sie Komen. 
Voor uitschoppen : sie Schoppen. 

Voorvechten. 5"!. palawan. ®. pamoek IU1EIJ(KT1|1\ 

Voorvinger. ÏK. jarie toenjoek. @. panocnjoek nJl [KI (Kjll Hïl Ij \ 

Voorwaar, inderdaad. ÏÏW. satenarnja, sesoeneaoh. ©. sabc- » O- / 

"'»»■ f a- 

Voorwaarde, beding. 9B. djandjie. S. soebaija (M'0]ajljl\ 

Voorwendsel; si'e Voorgeven. 

Voorzegging. SB. tanoeng-an. ®, tanoeng-an asnn^(PKin\ 

Voorzeker. !M. se soenggoh. ©. sa tcmmenna WnSii^im 

Zie ook immers. f A 

Voorziening, verzorging. Sffi. memaJiara. @. ngaraksa iCfTlKti-Ax 

13* 



Hosledby Google 



— 196 — 

Voorïigtig, ÏW. bidjaksana, bai bai. j 

tg. maiigka hadcc, mangta hatce '[ÏJi(Kïl(UII|(I|iUI\itJi(KBiajifiiij(Bin(uiiHf]iBïi> 
hatee. (Zie ook Bescheiden). ; ^ ' ' 

voorzorg. 2B. ka-ingat-an. ©. kaïngetan WïiimiQKIlflflnN 

Voriï. vorige SPf. iaiie dalioeloe. uoevba. S. li i Q O- O 

hëla,hela-an. f Jj 

Vork. 2)1. toesoek-an, peii-tjoctjoek, garpo. @. §ar|)0 iinfH](lJia\ 

Vorm, een vorm. 9)1. tjitat-an, atjawan. ©. tjital-an. . , . dJl CTHKm afl jl \ 

Vorm, gedaante. 9)1. roepa. @. roepa, roewa ^l^«J1^^.^0^ 

Vorstelijk. 9)1. inaha inoelia, ter-nama. ©. mahamoelija, , . £J1 lUIl (BI liflJj II % 

Vos, een vos, 9)1. tjerdie, roebah. ®. oesoeiig eesang njïllklmoJlfl W ^ 

Vos (kleur van een paard). 9)1. napas, boeloe i ,^ 

^ - .1 ^,lKl^J^M^^OlIL^Jl(Kl^JlMn^ 

napas. ©. napas, boeloe napas. f Jl J^ j> (_]( 

Vouwen, opvouwen. 9)1. liepat. ©. tilëp iKllia^iLI|||"\ 

Vraag. 9)1. minta, tanja, per-tanja-an. S. pananja (UiljliK)|]\ 

Vraat, Teeleter. SB. goelodja, pen-demap, ©, gclor fUïl lïj mJl 3 % 

Vracht, 9)1, moewat-an, ©. moewatan, (Zie ooi Last). . . . (til o Ol W | \ 
Vragen. 9)1, priksa, tanja. ®. tanjaken [lSTiiKlf[(Kï|iKlj| \ 

Vragen, ei schen. 3)1. minta,pohon. ©, peenta «|(U19C1\ 

Vrede. 9)1. da mei , per-damej-an. ©. sareh, i Q 

badamta. (aio.JRu,t). |M^Tn^N a,«H.J.MJN 

Vreedzaam: s»c Gerust. 

Vreemd, onbekend. 9)1, asing. @. saliwang IM 'ïlil (dl "v 

Vreemd, wonderlijk ; sie Wonderlijk. 

Vreemdeling. 9)1. orangbaroe, orang asing, orangderijajlni^^^^^ 
negri. @. djalmangoembara. (Zie ooi ïlitlander). ƒ CjJcQ 

VreeSjVreeze. 9)1. taloet, ka-takoet-an. ©. sijën.(Zte ooi Schroom). QJllÖUlliriHN 

Vrek, eieriffaard. 5Ifi. orane kikier. ©. ilialma kor- i 

Y ° ° ■• (,(isamtïi(Kiii3mTniBni|N 

Vrekheid: aie Gierigheid. 

Vra6d,vreusfc 5». ka-o,k...„. 1 ,.„„ j.^ „,^,„^„a^ „^ 

©. soekansoekan,raramee-an. [^ jt cJj [ tJl 

Vreugdegesohrei : ste Gejuich en Toejuiching. 

Vriend. 9)1. sohbat. @. sohbat aiiUlJ JnnHBin[|> 



Hostedby Google 



— 187 _ 

Vriendelijk. 3B. lakoetiiiidis, rnoeloetnianis, ber-sohbat. 1 aal a 
6. biwir ami,. {Zi, ml Inaemead »■ Spraakzaam). I" ö M ölMj V 

Vrieadelijkbeid loegeiieeenheid. SR. kasiian, penKasüi-an. ® ka-i 

roenja. 1 -V S >= [«"TJ^p 

Vriendschap. 2B. sohbat ber-sohbat. S. sa sohbataa. flJIïlfkii 3f OIOSÏI Mlfl \ 

Vrij, vrij zijn. SB. mardika. ©. niardika tJi(uliKlll\ 

Vrijdag. 2)!. aridjoema-at,harilima. ©. djoemahah HG iEf|(uin»\ 

Vlijen, uit vrijen gaan. aff, mienanff. ®, beebee- i 
net-an. laionnoi «iKiamiHljj \ 

Vrijer, minnaar. 2K. orang mcmienang, pemienang. S. ngalamar. n «UiaJl \ 

Vrijer, jongman. 9ff. boedjang, taroena. (». boedjang lOldKN 

Vrijheid. 3K. mardlka-an. ©. mardika ÊilManil\ 

Vrijstellen: a»e Ontslaan. 

Vrijster jonge dochter. 3Jf. anakdara, anaknrawan 1 

@. aweeweengora. JttJlfl «|0«|aJl«i|üïTl% 

Vroedvrouw. ÏW, bidan,dockoenparampoewan. 6. paradj!. , . . iUiTn(^\ 
Vroeg, -ïToegtijdig. SU. sijang, sijang harie> ©. isoek keenee. (l^ (kn a] Mifi m iq \ 

Vrolijk, lustig, ÜB. ber-soeka,soekatjita. ®. resep M&(U^\ 

Vrolijkheid. Ti. karameh-an,kasoekasocka-an, ©. k 






lanmnïiBiiinrKKi 



niBiiinrKKijjv 

Vroom, eerlijk, 53!. bajik, baik, benar. S. benar hadce i O- / 
Z« 00* Godvruchtig. l.oig% araajax 

Vrouw, wijf. SB. parampoewan, orangbetina, iestri. 1 Q O 

6. aweewee, islri. |m Ij « «| O, N M, g v 

Vrouwelijk. 5B. betina, tjara parampoewan. @. aweewce. . mm ï] Ui W O \ 

Vrouwelijkheid. ÜK. kamaloewanpar-j_^ _^ 

ampoewau. ©. hëntjët, rarangan [nJH^fKBmjlNimnciOCl-nniïjOïlON 
aweewee. ) & 'A { ( 

Vrucht, vruchten, fruit. 3fl. boewah, boewah boewah-\ 

an. @. boewab, boeboewah. \ J l J J \ 

Vuil, morsig. 9?t. tjcmar,tjemer, kotor,kottor,nedjies. ©, gëiëh. . iiVlin!\ 

Vuil, nijdig, spijtig. 3)1. dengki, mautnakandarali, ©. dengki. . . . CIiikiH"* 

Vnilaardie, kwaadwilliff. 2K. maumakandarah, diahat. 1 

« ,". ° '' Liuniui(i]Kna«iTn\ 

©, adat gorrceng. ( (ïïj 

Vuilicheidfop Aei Aoo/y ena.) 50?. eoerak, (laki. 1 O 

ö. totoinbcc-Ën. (ZteooAScbuim en Slijk). f | I l^j^ J 



vGoogle 



VuüuJ». Wt. sampah, tahie, kotor. Tt. roentah, balah. . 
Zie ook Drek. 



lTnKl!\oiiinji!\ 

\aht. ffl. ganggam. tendjoe. S. P^rép, 1^^^ O^ ^^^^ ^^ 

kepalpanaugan. jf "^ J O ^i 

Vuistslag. aK. goetjoeh, bcr-tendjoe. @. tonJjok inasïlH] (KlSaailj i. 

Vulleiij volmaken, 2)1. isi, penoh-ie. @. ësipiuoeli ! ajïi*JiO(Klf \ 

VuiitigjStinkenil, 9ït. opak,bau, @. Hapëk aJïllUlM^j]^ 

Vanzig worden: zie Bederven. 

Vurig, brandig. 3ÏÏ. Lcr-apie, aiigat. @. kawassënèh. . . . (KmUIQJJl.'Kl f\ 

Vuur. m. apie ©. sëii^ Mm J\ 

Vuurpof: zie Vuurtest; 
Vuurproef: aie Beproeving. 

VuurUag, 9ff. panitiek, besi apie. S. gandawësï (inri(Kia3]HJI% 

Vuursfeen, ffl. batoeapie. @. batocsënëh CïlQSinfciiail f % 

Vuurtang, 9??, penjiepict apie, @. sepiet iM(U|«5iri|N 

Vuurt.,l,vunn,ot m t.rap.lapie,ko™poor. ®. p.roe- 1„t,„„„,^ 
poejan. (Zie ooA Komfoor). f ^J (Jj 

Vuurvlam. üJl. niala,njala. @. oeroeng iU!lTn\ 

Vuurvlieg, ÜR. koenang apie apie. @, tjikatjika MsaiaoiKlllN 

Vuurwerk. 211. rabok, pelasan. ©. pepetassan lUliÜl JSiniWl-*atl^"\ 



W. 

Waadbaar, doorwaadbaar. ?K. parong, ka-arong-an. ®. paroeng. . iUTA|\ 

Waag(de),A.Me/*i«*e«. S». bintang mi rsan. @. Wntang l ^ü ^W^ ^ 
merdjan. J HSL, tJ( 

Waaijen. O», tijoep, meniöep. ®. ngagebar-an IciSviOlTHHlilN 

Zie ooi Blazen. ( (J[ 

Waaijen, zich waaijen, !ffl. meng-ipas. @. kipaskën (mniuiw acin > 

Waatjer. 3B. kipas. ©, kepet Sïi O «SU O ■>■ 

Hostedby Google 



Waakiaaiii. SK. radjicii.berdjaga. @. ngadjuga (CliKnm\ 

Waan, meeuing. 9K. kira-an,pikier-an. ©. taksir-an. . . Oi acfi ^71 (KI 1 \ 
Waanwijs, eigenwijs. SPI. djoemawa,katjal,tjoeijgka. @. leugoes. 0,03 [M| \ 

Waar, koopmanschap. Wl. barane baiaiiG, dacaiie-an, i 

Ï2, dadagangan. f ^ i 

Waar, waarachtig. SR. benar, soenggoh. 6. benar CltiKl> 

Waarachtig, Ti. soenggoh soenggoh, betoel. ©. temmen osil (Bi (KI j] > 

Waar? waar zoo? SM, mana.dimana. @. di mnna [Stnu-riN 

Waard, lief, dierbaar. Tt. ka-kasih, ter-kasih. @ ' ' 






ItunmiUlN 



Waarde, waardij, prijs. 9J!. kadar, harga, arga. S. harga njUl^innx 

Waarderen. SS. harga-an,kirakira, taroh harga. ©. arga-ari. (UniiïKDin iKl|| \ 

Waardig, verdicnslelijk. 2». sempoma, indah. S.hadee \^„„.^^^„r 
teiTimcn. 



Jajïiiï|(UïiasiiiiEaiin|\ 

o ■/ 
. . (oiT^inw 

Wa^arlijk, zekerlijk. 5». soenggoh soenggoh, se-soenggoh. i^g^^^ 



Waardigheid, rang. m. ka-besar-an.pangkat. @. '^jenengaii.| S<^^^, ^ 

Zie ook Stand. f rf <J( 

Waarheid, SS. ka-hcnai--an, betoel-an. £. benar'an (OlKl Tl Wil] \ 



5. temmen temmen. j. ^i. .^ji j^>^ ^j 
Waarmaken, bewijzen. 3Jf. tan toe-kan, benar- kan. (5. oe- 1 „ 

njoek.„. ngj-^-ai^ 

Waarmede. 9». dciiganapa. @. djëng nahon ™kim(niLnn2m|l\ 

Waarna. 3J!. kocmdian. @. sa-anggesna kitoe (Miuin mndJl WiiO]\ 

Waarnemer, zaakbezorger, zaakwaarnemer. SB. wakkiel. i 

6. wakkil. 
Waarom? om welkerede? ïït. meng-apa, scbab apa, Icgal apa. 

®, kocnaha. 



i.onaiiïUüj'v 
'-'t 

111(K1(UÏ1\ 



' llKXlIK 
Waarschijnlijk. 3)1, brangkalie. ©. soegan (K«tinriMfl\ 

Waarschuwen. 3)1. mens-inaat-kan. S. nRineetkën i O.OO 

„. , i, . = s 6 6 y(Cl(CiKiniKll\ 

Zie OOK Kennisgeven. f iki^ ^ jl 

Waarschuwing. SIM, ka-ingat-kan. @. kaïnget iKï|iriniinte»l[|\ 

Waarvandaan, tW. derimana. ®. timana asinEn[Kl\ 

Waarwoonteij? 3)1. di mana tineeal. 1 „9, ^ P. ™ O oa 

e. dl mana tjalik,di mana tj.tjn.g. f ,-^ J ^ 



vGoogle 



— 200 — 

Waarzeggen. IK. tanong. ®. peetangan Bn[U(iSïiCl(Kll|\ 

Wa.™gg.r. a or.„sp.-t,„one,op.„gp.„dcj 1 „„„„_,„-, „„.^ 
ber-tenong. to, doekoen peetaiigan, ( "^ j I J 



Waarzeggerij. 5f. petanong, tanoeiig-an. ©. peetangait'. . Hl (UI Ot (Cl 9CI fl \ 
Wacht wachthouden. SM. djaga. mendjaga. @. temiu ^ ^ ^ Jl % O IS om N 

Wachten , vertoeven, 5W. nantie , toenggoe. 1 • 

©. dagowan, mangkee. [I iJ| ( 

Waden, doorwaden. 9W. ber-djalan troes ayer, meiijebrang. l^^na,ini\ 
S, mëntus. ƒ "^ cJ} 

Wagen.kar. 3R. pedatie. S. padati lLrtaj|lKïï\ 

Wagen, beproeven. SB. tjoha. ©. njoba-adjar- 1„,,™^,,™ ,,„ ,i -,.,»„-■ 

Wagenspoor. !9f. hckas pedatie. S. oeroetpadati. . . . mniTi a5in~ll([JlBin\ 

Wagenvracht. SJT. moewat-an pedatie. ©. moewatanl „„..„.^ ,,, ,9. 
padati, ^ J na. 

Wagenweg. iW. dj alan pedatie. ®. djalan padati IIK lïlit IKI ~J1 (UI K»! \ 

Waggelen, niet vast staan. 2IÏ. gojang, kalinljoh. ©■ §"^-1 O-^ej- 
tjcigitjel. ] J W J{ 

Waken, wakende zijn. SB, te banc'oen, ber-diaa-a. @. nia-i^^^Of ,^\„9 
ring.laiigi. (• 

Waken oppassen 5W. ^jaga. tocnggoe, i ^^ ^^^^ O ^^ 

mendjaga, ö. dagowan, koemitan. j I iJI J "^ c-'[ 

Wakend, waakzaam, SR. jang berdjaga, ®. djaga «KonflN 

Wakker, wakende. 2H. djaga, te bang'oen. @. njajing lOïnn% 

Wal, stadswal. 2B, hiiiting,tindK)bkawta. ©. binleeng lOUnw'i\ 

WaLoever, ÏK. darat, teui laut, ©. darat, ! _ Q D, ..„»™,, 

.'. ' ^ ' J.njtinoinMiJiaj|!iiaj|(ui!(tsinn\ 

Walg, afkeer. OT. bosan, djemoe-an, mawal, @. bosen. . . , ï]iaiï«l iKI| \ 

Waim, damp. Söf, awap, asap. @, hasep (Uïl(Win_(ll|\ 

Wan, wanne. SK. tetampah. @. tampir ilSlll lEll -Jl ^ 

Wand: zie Muur. 

Wanbedrijf: zie Misdaad. 

Wandelen, kuijeren. 9K. djalan, ber-djalan kakie, pasejar, 1 n~\if.j, \ 
@. le'mpang. J /A 

Wandeling. ÜB. bedjalan djalan. 0. lëtiipang le'mpang. . o £fl ~Ü (IH 5rJI ~JI \ 



Hostedby Google 



— 201 — 

Wandelstok., fflf, tonckat per-Jjalan-an. @. itèk i Q O 

Wandluis, weegluis. Si. koetoe boeso«k,pie(ijad. S. tocmbila. . nsq EH ami S 
Wanen, vermeenen. Wi. kirakira,saiigka,pitier. ©. kirakira.iKlfnnMlinn\ 

Wang, koon. SBÏ. pipie. S. pipi (UM% 

Wuiigimst,nijd. 3K. dengkie, sedoet. ©. dengki ^i^m^ 

Wanhoop. OT. poctoes-asa. @. ngaiéngis OOiCllMII \ 

Wankelen, weifelen, ffl. bimbaug, goendah. @. ccwoeh «](unOf> 

Wanluidend.valschc klank. Wl. dianefi'aLbcr-salali-anlioeniie.i . 

3.J..S8.I. }m™™jv 

Wanneer. SB. kapan, apa Iiila. 6. anraha,iraha, (UIH "n "ïl (Uifi MWITl Om \ 
Wannen, «ooaisn/Xews, 9ff, tampie. ©. tapi aïil|(UI\ 

Wanorde. 2)i. koeso€t,gawoel, koerang atoer. ©. koesoet. , . , (Kïil(kfliKin|l\ 

Wanschapen. 9». bcngkok, roepa dielik. ®. eor-i 

rangp„t«t. l^nmiyiMIJB^x 

Wanschepsel, gedrocht. 501. jangberoepadjahat,\ 

jang oodoh roepa-nja. ©. anoe gorreeng pa- JflJïl 



ïKKisninnamTniU'isii oi \ 
toetna. ) ^ ^ ' -^ O 

....jak. Tl. jang tiada baik n.^ .„^„, , — . ^ „ ^ 

koerang-rasa, ©. anoe te ngënah, toifUffKinidiüaq f \ ISBUWKI f THlKlx 
ngënahrasa. ( ^ tJ' (Jl 

Want, omdat. 3ff. krana, karana, sebah. @. Larana, i 

, ' ' ' l(Kïn.l[KlMïJ|OlOl[|\ 

Wantrouwen, ffl, goendah, kocrane pcrljaya. @. te ntrandel. i O- O- 

„,,>,. ^^ ' orjj -o liisvioiKlimiil \ 

Zte ook Mistrouwen. f f ) Jl 

Wapen, geweer. !Dï. sindjata, @, pakaiang (UliHÏI"irl\ 

Wapenen, zich wapenen. Tl. pakej sindjata. @. inakee 1 ,, _ » 

pakarang. f ( 

Wapenschild; aie Schild, 

Warm. Ti. ang'at, panas. ©. hanét aJïKKlilïiilD-!. 

Warmen, warm maken. 2K. P^nas-kan.angat-kan. @, ha- 1 O^ 
nÊ^ën. f J- Ml, d( 

Warmte. !Pf. angatan, panas-an. 0. hanetna iU»|WiEïl\ 

Warren, vei-wan-en. SDI. meng-oesoet, koesoet-kan, ©. dil Q ^^^^ 
koesoetkèn. f Ji^l^^tJl 

Wars, onwillig. Tl. mclawan, tiada muu. ö. embocngcn. . . Mn[E/lQ(Hin\ 



vGoogle 



- 202 — 
V/ui (een bekende ilof). 501. lilien. (5. nialaiii (Eiiafll|iEJ|I| \ 



Waskaars. S"?, diatilüïen, lilien betoel. 0. damar malarn. lU til lEfl «Ui (EJI l) ' 



Wasdibeliken : 3ie Waschkom. 

Wasscheii: aie Baden, 

Wasschen {zooah linnen). ÏÏH. Ijoetjl, tjoetji kajiii, ®. njésÈh,. . I^^bJ;^,. 

Zie ook Spoelen . . ƒ \ 

Wasscher. OT. toekang tjoetji barang, toekang miuatoe. l^i^g^^.^ 

©. toekang njëséh. f J \ 

Waschkoin, waschbekken. 2S. bok or, tampat tjoetji tang an, i « (ot a «1 am 3 \ 

®, bokor. ( [ 1 

Wassen, groeij en. 3K. toeniboeh, djadie. ©. djatii (lK(tJl\ 

^mJ„r"'' "■ ''"•"''''"- '"■ "'"'»'"~ lKl^mlM|NM.«jamN 

Watrede? SB. apasababnja. @. nahoii sababna. . . KimaJlia !K1.^ICTCT\ 

Water. ïïï. ajer,ajer. @. tjai, tjabi waJlil\ 

Water (urien). m. ayer kintjing. €>. tjiki-ih iMim;ia-in!\ 

Waterachtig. Tt. ber-ayer, Q. kawas tjai (Kïl O W Kïl \ 

Waterbel. SB. galambang,ari ari. @. melcntoeng tjai. . . . £)|.amM(Uin\ 

Waterbreuk. fOt. pelcr geinboeng, Wrot. ©, bocrot lOl ïlTiaaünjI \ 

Waterdroppe], ?W. titikajcr. @. tjelaktjai UJi atui iKïl (Ufl \ 

Wateren , zijn water maken. 9K. kintjine. 1 Q Q . _^„ \,.^„r,«-. 

@. ki-ih, kahampangan. f \ (j| 

Watergoot. SK. pantjocr-an. @. pantjoer'an OJI (KI "«HKI ij > 

Waterkan: at'e Lampetkan. 

Waterkers: steKers. 

Waterkruik, stecncn kruik. Sf. gendi, kendi. g. eendi, kendi, «ïl IIO \ Kïi IKI \ 

, CJ CJ 

Waterleiding. 9B, seloeran ayer, saloekan. ©. söesoekan. . 1 nj|ij|finri(mi(\ 

Zie ooi Kanaal. \ ^ J^ Jl 

Waterman {hemehteeken). 3K. bint^ng daloe. @. bintang daloe. Ol ^ lUI <m \ 

Watermeloen. ÏOf. samangka, mandiki. ©. samangka OJl !E/i (Kul % 

Waterpot. TO. tampayang ajer. ©. gentong (im(IJ(I^ï\ 

Waterjiroef: aie Beproeving. 



Hostedby Google 



Waterput: «e Put. 

Waterslang. 3K. oclarajer, ©. orai tjai «] (U(l 3 TH Uïl M «Jlfl \ 

Watertoom. ïtR. kadalie ayer. S, ka-l Q O. ü ^ 

dali tjatjing, kadali paiigon. f ( Jj 

Waterval. ïSl. tjoeroet, pantjoer-an aijer, ©, tjoeroek (l-:TlT.'lWffli| > 

Waterzucht, water ziek te. SB. sakit aijcr, boesoeng, peiijakïtbankak 1-_,q^|,, 
aijer. S. boesoeng. f ij2 

Wcd,paardewed. TW. tampatper-maiidl-aiikoeda.®. pa- 1 ^^ ^^^^^ 
mandi-aii koed». ( ^ BÓJ 

Wedde, jaargeld. 5R. gadji. €. gadji , dlHHKN 

Wedden, weddingst^hap. ÏOT. taroh^be-facoh. ©. toempang. . . . (BiniBl J\ 

Weder,w«f.r,luchl.se«ddhdd. 3». "i.ra.wkloc.moe- i ^ ^ ^^j,^ 

siem. ©. oesoem, maiigsa. ( ^^ cJj 
Weder, wederom. ?5f. kombalie. ©. menangdëlii EJliq^liIlN 

Wederbrciigcn. 2R. bawa koinbalï, kombali-kaii, poelaiig-kau.i o^im \ 
£. bawa dehi. ( 

Wcdereischen. 51B. mintakoiiiLali. @. peentadëhi «](U|(KlMaj(l\ 

Wederga ; sie Weerga. 

Wed ergabn, weergalm. SR. raka,ba!asboenji. @. handaroe. . . (UnMlTfl^ 

Wedergeven. 3)i. kasili kombali, kombali-kan. S. bikendëhi. OTI aoi Ml ajïi \ 

Wedergeëischt, 2K. minla kombali. ©. di peenta debi. . . JJltt] M »flM(Uin\ 

Wedergekeerd. 2». poelang kombali, @. ges balik dë!ü, . ïmiMiruiMÏllUïl ^ 

Wedergek regen. TO. dapatkombali. ®. bëiiangdëlii 0|i4,Majifi\ 



T|in(U 



Wedergenomen. ffl. ambil kombali. ©. tjokkot dehi. m (KK 3 II «m i MttUifl \ 
Wederkeeren. 9». balik kombali, poélang. ©, balik dëhi. . iim«llHKTinjn\ 
Wederkomen. 33?. dalang kombali, ©, kadijÊhdehi. . , «flfl lUl dJUl f il3i JJH \ 

Wederleggen. SR. lawan bitjara. ©. lawanpadoe ittUl O Ml -Jl O \ 

W.demem.n, terugnemen. ™- ""Wl l»'nbdi. ®. tjok-l g; ^ 

kotdèhi f I I CJ 

Wederom, weerom. 3)[. komJiaJi. ©. dehi iEJkuïin 

Wederom, op nieuw. 2B. poela, sakali lagi. ©. dëhi, ^^ jUïI V (M «ÏI OÓJl öl aSl V 
sakalidëhi. ^ 



'llÖIEUÏT» 



vGoogle 



— 204 — 
Wederroepen, herroepen. SW. me-roinbak, 6. hajite loeloes. lUïl W (Kïi auiOJI II N 

Weilerspaiinig. SM. me-lawan. ©, «gala-wan anïUl(UIIKIj|\ 

WederspretLen, teeenspreken. 501. lawan kata, sane- 1 

kal. è. l.w.„o,n.„B. |»i«a^m-nii^ai% 

Wederstand, weerstand. 9B. lawaii-an. ©. bantalian. . . , om IKI t (Um KI 11 \ 

Wedervaren, ontmoeting. 2». koenions-an, ahoewal. i 

8. k.kl„ew.„. ^Mi™KjaKl|N 

Wederzien. S»!. ber-temoelagi, lihat kombali. @, Daüane-I ^ Q <:> Q 
gihdéhi. öluiaJlom^ttSlfUïlx 

Wedloop, 9Jï. pel-lari-an, per-Iomba-an be-taioh. ®. ballap. am«UIM|\ 

Weduwe, weduw. Tl. janda, baloe per-ampoean, randa 1 

parampoean. @. eewee randa, r I 1 / i 

Weduwenaar. 2». randa laki laki, baloc laki laki. @. lalakii O 

randa. ^nrui^iKinn Wl^ 

Wee, pijn, smcrt. ÏW. pedih,antak,penjakiet-an. ®, përili IUT|?\ 

Weefgetouw, weeftouw. W. pisa, pekakas tenoen. i Q 

&l,.kar.,i„,.„. ^ '^ '•l««■.•,«««J^ 
Weegluis: SI. Wandluii. 
Weegschaal. 9ÏÏ. limbang-an, datjiiig. ©. tara<ljoc (l5inT1flK\ 

Week, slap. m, ioemboctjloenak. 0. Mgs. , , r 

Zie ook Malsch en Murf. ( ^S*^ "" 

Wceken, te weeken leggen. SW. rindam-kan. ©, kë-èm-lOO Q>J3> 

.j!ng.j«„8. |«iJr,aJ|^«„^ 

Weeklagt. W. ratap-an, tangis-an, 6. tjerik-i O- O O i 

an,katjepangan. ^ f Ml, JJ ^ J( 

Weemoedig, droevig. 3Jï. doeka, soesah ati. ©. soeker i '-^■/„_ 

angen. f " 

Weenen,huilen,schrcijen,tranenstorten.3R,jnena..-i -^ - 

gis, tjoetjoer ajer mata, @. tjerik, tangis. f (j| tJ[ 

Weer, luchtsgesteJdheid : zie Weder. 

"'r.kwar'''"^''°''''''''''°°''^'"°°'°'°''°''}"™"5'^3°™""a^ 

Weerga, wederga. ÏW. joedoe, tara, tamania, 0. saroewa SJITHON 

Weergalm, wederfralm, weerklank. 3K. raka.balasboenii. 1 ,„, ,^,...„^„„. 
0. handaroean, f CjJ^ M 

Weêrgalming. SR. dengoeng, balasbocnji. ®. handaroe inflKlTTlX 

Weerklank : »« Weergalm. 

Wtêrlicht. 9JI. kilat. @. kilat,gclup MBl dOJI «Sïl I] \ iim OfUKUl n \ 



vGoogle 



- 205 — 
Wei-rom: s»e Wederom. 

■Weerschijn, terugstraling. Wi. tjaya, gomirlap-an, S. gilap. . ninam|iui|\ 

Weerstand; aie Wederstand. 

Weerzin tegenzin. W. tiada mau, tiada soeka, gilHe. I^^^g, ^^„^ 

Wees, weeskind. 5JI. piatoo, anak piatoc. ©. anak pihatoe. (um iq iKïl — 1| OJBI asil \ 

Weeshuis. 9)). roemah piatoe. @. imah pihatoe (um itn ïOJHUHiasil > 

Weetgierig. SR. kalanggara, rindoe-akan pengatahoc-an. 1 Tj[y«^|,^ 

©. soehoed. { ^ J i-A 

Weetniet, botmuil. SOI. orang bod o, koerang boedi. @. bito. . . Qzm ï| IKBI ) N 

Weg, heereweg. ^. djalan, djalan radja. @. djalan gedec. , KaOJiWï] 
Weg, kleine »ƒ bij-weg. Wi. djalankitjicl. ©. djalanlëttik. aS(inj|^(Kïia«lj 



.IL, 






Wegblijven. ÏM. tiada datang, tinggal. @. hantë datang. . . . aiïimiJlKïi\ 

W.ge,.,i.t.«gm 3J. timb.ng,b,r-d.ljicn6., ,0 ö, ^ fi „ „ ï « O J M n x 

©, tiinbang,dibobot. f (XI [ ( iJ[ 

Weger. SM, toekang timbang. ©. toekang timbang Eïl «ïi asïl itJl ^ 

Weggaan, heengaan. 3Jt. pcgi, pergi, laloe. @. los, hiling. ajami3lKi||]\(Un(inj\ 

Weggejaagd. fSl. dlocsier. S, di oesir (UülKlIMX 

Wcggooijen, wegsmijten. SU. lempar, loentar, boewang, ©. bentoer. Ol *ü\ 

Weggooijen, uitwerpen: zie Uitwerpen. 

Wegjagen. Sffl. oesier. ©. oeslr (UinWN 



O. ainpihan, tendén. f 1 cJt Cj cJI 

Wegloopen. Tt. lari, ©. minggat EJlcirïiiiSïl9% 

Weglooper : me BrosSer. 

Wegnemen. 3». angkat, ka-Ioewar-kan. ©, tjokkot. . . Qn(iJ|2)nnill3(lSïlj|\ 

Wegraken. 3». ilang,hielang. ©. lëngit (l4(CICïl|\ 

Wegsmijten : sie Wcggooijen. 

Wegvoeren: ai'e Leiden. 

Weide, weiland, m. tegalroempoet.padang. B. tegid 1^^^;,™,^^^ 

Weifelen: aie Wankelen. 

Weigeren, ontzeggen. 5D(. sangkal, moenkier, anggan. @. tjidra, . , IW|(fl^\ 

Hostedby Google 



Weigering: si>OiitkeiiiHiig. 

Weilaii<I:*ie Weide. 

Weinig: sieMin. , 

Welken, wakkermakeii. 351. bangoen-kaii. ®. hoedang-kïn. lUliliuliKïliKlI] \ 

Wel, bron. SR. talaga, mata ayer. @. talaga tt!in!imi(rïl\ 

Wel, hetiswel. SOI. baiklah, baiik-lah. @. hadee, 1 ,„ _ „,, 

nja hadee. f ( ( 

Welbehagen. 211. tanda ka-soeka-an. @. tandaka-^ ^^ ^^^ 
soeka-an-. f CJ J 4 

Weldaad. Ü», ka-bidjiek-an, derma. ®. karoeiija iKïïn.'l!Hnjl\ 

Weldadig. 9??. dcrmawaii. @. karoenja-aii (Kuni (ifijjfüït Wij \ 

Welk, welke, Wl. sijapa,jaiigmana. ®. saha OJIOJIHN 

Welkom. ^. salamatsainpej, salamat dataiie, €. ba-i ^„ ,,,,n,^n'^, 

geejasocmping. f J 

Welks: ïtfi Wiens. 

Wellevend, ïOï. soepan, manies lakoe. @. loenggoeh - (tOjiaTnf^ 

WeUustig, dartel, m. gattal, penohhawaiiafsoe. @. ra- U^ „ atnnji'^,,^ 

njeedan. f | (ƒ( 4 
Welriekend. SS, wangi,bauinak. ©, sËngit IM ü asïl [I N 

Welsmakend : sie Lekker. 

Wehprekend. ». pmd.j be.-kM., modoet m.ni.. I Q ^ j,,^ 

5. pintar omong. ( (ISL, | { 

Wenden, draaijen, 3)1. balik.poetar. @. poentir,balik. O (KI MOl «IJl Kin [1 N 

Wenk, lonk. ÏW. ketjap,kojapiiiata.. S. kiljëp uaiMiUIlN 

Wenkbraauwen. SM. kening, alies. ©. halis, roembah. iuntiai|[U|\ IIIEU !\ 

Wennen, gewennen. 3)1. bijasa, bijasa-kan. @. toeloer llSïl(^SB^^ 

Wens ch, begeerte. 50!. ingin.handak, man. @. hajang HJïlttMN 

Wentelen: ate Rollen. 

Wereld. SH. doenia. ©. doenia, doenja OKIjj'v 

Weren, beletten. 3)1. tegah-kan. @. fjegah »Jinmf\ 

Work, arbeid. 3)J.kerdia,per-kcrdia.an.l ,„,-,„.^,,„., .,,.~,„,,,nn»r.(i^ 

6. padamanan,pagawee-an. j "^L, t-l( ( cJl 
■Werken, arbeiden. ». l>Tk"<lj-,"'™-boew.t, , Q ^ ^^ ^„^^ 

meng'ardja. @. migawee, ngadainal. ( [ iJ[ 



vGoogle 



— 207 — 

Werkman, arbeider, ST. oranc ocpah-an, oraiia makaii i 

gadji. ©. djrilmapagawee. f ^ [ 

Werkplaats. 3M. roemalj pa-kerdja-an. ©. enggongawee. ajï|«]*inil3(icii](ui\ 

Werktuig, gereedschap. ÜB. pagawej, pekakas, prabot. S. P^'i oiKmMajiiN 
kakas. f J[ 

Werkvolk, as. orang ber-kardja. g. djalmapagawee. . oe; imi M Ofltl «1 (UI \ 

Werkzaam, bezie. SR, radiin.pantes. ©. eetol, i C> <:> 

,^,., " j 'f o 'Iaiiiiili5ïl3anji|> riiKiiKij-x 

Werpen, gooijeti : SfeGooijen, 

Wei-velJwen. TK. toelang roesokh, @. toelang tonggong. (Eti on i ([! asii 3 dl am 3 \ 

Wcrwaarts. ïW. ka-inana, di mana. ©. kamana Kntl|a<i\ 

Wesp, horsel. 2». angkoet angkoet, taboewan. ©. papantliig. , . !U11UI110\ 

West. Ti. bar at, koeion . @. koclon iKini|ïii|ï(K1il% 

Westcwind, SOI. anginbarat. @. angiii ti koeloii. , OJifi ü Wl Kil (11 irui 3 (KI n \ 

Westwaarts. ïffl. ka-sablali Iwrat. S. sabelahi „ ,0; „,,_ ^„ „„,„ 
kakoelon. jwfencuyai.r^ ï| W2 ïfljx 

Wetboek, f91. kttaboendaiig, khoran. ©, kora-aii. . . . KI (lOi a TJl njn W [1 \ 

Weten, lA wist ens, TO. tahoe,tauw. @. njaho on <il (mi 3 \ 

Wetenschap. Tl. iimoe, penga-tahoe-an. ©. eelmoe (D(Lnnifl)l"\ 

Wetsteen. Wl. hatoe peng-asah, S. batoe asah'an. . imojdmiM fam atl|\ 
Wettig d/ echt kind. ÜB. anak betoel. ©. anak temmen. . UJl 'Ki M Öl IKl l \ 

Weven. 9B. tenoen, ber-tenoen. @. tinoen asïliKl(Kll|\ 

Wever. SÏÏ. toekang tenoen. ®. toekang tinoen ^?lll^Kln^£ln'KllHll|^ 



Weversspoel: «ie Spoelen Schietspoel. 
Wezen, zijn: sï'eZijn. 
Wicht,eenkleiiikind.5CT.nnakkitiiel.l S: ^ „, 

S. i«d.kln,ik,„„.k. }i^n&»oiMi|NY.i.i.i|-n.m|v 

Wie? 3)1. sijapa. ©. saha 1K;1(Uï!\ 

Wieden, van onkruid zuiveren, ÏDI. kor-1 



red, gaJi roompoet. ©. korreed, kali «[«lllï«jTnil.1|l\ «uioaJiaSKll BSTij] \ 



Hostedby Google 



— 208 — 
Wieg,eonwieg. TO. pang-ajoen'an. @. pang-ajocn-an. . . nSraaJinKl l^fl|^^ 
Wiegen. 9». ujoen-an. ®. ajoen-an aJïlOJUafiatip 

Wiek, vlerk, vlerken, vleugel, vleugels. Tl. sayap, @. liljangdjang. . akaê,\ 
Wiel,rad. 211. djantara,j,intara,djantarapedati,rodü.i ^^ a^ ^ ^^^ 

©. kikiping, roda. ( { 
Wien? Ti. sijapa. ©. saha MüJïW 

Wiens?wclks? 9)1. sijapapoenja. ©. anoesalia ajmiHliWKUnN 

7 / 

Wier, zeegras, 211. agaragar. ©. agaragar mm ann Uïl (ïïl ^ 

Wierook. SDf. labaii, minjan, docpa. ®, monjan (öiscijl IK1||\ 

Wicrooken. ÜS. ockoep. ©. oekoep imiiKTlj aJljlx 

Wierookvat. 9K. oekoep-an, pa-docpa-an. @. padoepan. . . . QJI O M IHl [1 \ 

Wij. 3J1. kita.kami. @, kawoela IHÏI O tiCUI N 

Wijd, ruim :*»> Ruim. 

Wijd, verre. 9)1. djawoeh, djauh, @. dja-oeh iie[UllJf> 

Wijdbeens gaan ; sie S^^h^ijdbcenen. 

Wijders, verders. 3)1. lagi poen, den-lagï. @. djéngdéhi È;[E3|(UI|\ 

Wijf, vrouw: a»e Vrouw. 

Wijken, uit den weg gaan. 9)1, oendoer, laloeh, @. hiling ajin'injl> 

Wijl, dewyl. ÏK. krana, sebab. @. sawab (kl|U|iol|j\ 

Wijn. 3)1. anggor, sharbat. ©, anggoer iLn(iorfn% 

Wijnruit. 9)1. aroeda, sadab. @, daÖcnLa-oe lUltLilllKinjïlx 

Wji„.tol ». pohon<./po.hn.i,gsor. S. t.i,gk.l («^„„„.^.^^ 

bocwah anggoer. f ^ ^ ^ 

Wijs, verstandig: si'e Verstandig. 
Wijs, toon van een lied. 3Jt. ragam,lagoe, hoenji-an. ©. l;igoe. . . . nnjtïin'v 

Wijsheid. 9)1. boedi, akalboedi. @. pintar-an lUWTflKinN 

Wijsvinger. ;K.jaritocnioek,teloenjoek. @. ^amo»^ ^^^ 

panoenjoek. f ( J S u[ 

Wijwater: «e Zuiveringswater, 

Wijie, manier. 3)1. tjara,adat. @. adat 0/111.71019% 

HostedbyGoOgle 



— 2oa - 

WiJMti, aantoonen. m. oeiijoel,toetijoek. @. toedoeh iBïlo»\ 

Wil,Legeer(e. 501. mau, haiidak, ©. kahayang iKmmndAJix 

Wild, woest: we Woest. 

Wild, wilde fceesten. 2B. liar,binatangjanglijar. @. linghas. . anainiMj|> 

Wilde hond ; «e Hond. 

Wildernis, ffi. oetan, rimba. @. lëwëng. {Zie ook 'Bosch) (naj|\ 

Wild varken, wild zwijn. Tl. babi octan, babi hoetan. @. be-i "^ O '3> 
dodWwêng. Jbl-lJMiax 

Willen, begeren. 3K. mau.miestie, S. koedoe imilo\ 

Wind. ÏBl. angin. ©, angin (UlÜanfKlijx 

Wind,fart: «e Scheet en Poep. 

Winderig: sie Luchtig, 

Windhond. üM. aniiiiÉ' anfiin, aniine per-boeroe- an. 1 CX . □ 
@. anjingangin. f ^\ J| 

Winkel, Tertoopplaats, 5)1. warong, barong, kadeh. @. waroeiig. . . (Unp 

Winkelier. 2t. toekang warong. ®. toekang warocng Ol flrfi (U1 11 \ 

Winnen. SPI, on tong, ber-on tong. ®. menang ; Biaq\ 

Winst. ïDi. ontong, @. oentoen g, bad. (Zie ooA Voordeel). (UBl 1K^\ Ol aïül \ 

Winter. SOI. moesiem dingicn. @. parangkat tiris. . , . MTlllKll onntkljlN 

Wis, gewis : Mie (Jewis. 

Wisselen, verwisselen, Sff. toekar,ganti, lain-kan. g. tockër. . , . rai(K!|\ 

Wisselaar. ÜJI, orang menoekar, @. anoe noekërkè'n. . lUïKKl (mMiiiMiKl|| \ 

Wit, as, poetih. ©. bodas iï]onï(U|*Ji[|\ 

Woede, toovn. 501. marah, morka. ©. poendoeng M*^^ 

Woedend. fSl. amarah, garam, ©, amarah, i„„^,,^, . ■ 'ü 

poendoeng ka tj ld a. ƒ ) JC3 

Woelig: si'e Onrustig. 

Woensdag. 3JI. hari rebo. ®. powee rebo «laJlJmoi-m] 

Woerd (A«( mannefte rd» «en ee«d). SR. bcjbeklaki laki, i Oa 

e. m.,ihl.l.k[ ' [«""V 

Woest, onbewoond. 501. bel-antara, oetan. ©. tanëh i „C* , 

k™.„„g. (Z.-.<,<,SO„be,olkt). }o,^^.,|™.^ri. 



013\ 

ËiTnianiiïuiKïiN 



vGoogle 



— 210 — 

Woest, wild, 511. Iioewus, iiakdl. ©. gakang omiKriN 

Wol, wollc. SOI. hoeloe domba. ©. boeloe domha oi MUI «| rtJl 3 fEJl \ 

J J { cn 

Wolk. an. awaii, meega. @. awan, meega (U110(Kl[|M|EIianri\ 

Wolkenhemel: «e lucht. 

Wond, wonde, kwetsuur. 2B. loeka. ©. rahët TniUl!iaEin|]\ 

Wondarts: ete Wondheeler. 

Wonden, kwetsen. SOJ- me-Ioeka,pottong. @, karahët-an. immn ojil ICTI iHl 11 \ 

Wonder. SB. tjangang, hejran. ©. heeran (niUïiTniKli|\ 

Wonderbaar. 2(1. indahindah. @. heeran temmen. . . . «t «üilTfl W tJI «tl ü \ 

Wonderbaarlijk. 5ÏR. istagahperillah.adiab. S. astacaDcri O/ 

, ,. ■■ ° *^ ■• ^ ^ i(U!!ii)Jitimnji«ifl(\ 

lah. j- nsi, \ 

Wondcrdaad, 2B. tjanganean. @. tianeangan,! j. 

heeran 'lMannïCI|Mil(UinTnïClj|\ 

WoTiderliik, Treemd. 507. tïaneranff, asing. 1 O- ... O 

©. béth,.ra„,,j.,,„gm.„sgfh. " f™ "j « -""" W| N M T, a om ^N 

Wondheeling. SK. rcpoet-an, meniomboh. ©, hoemapoer ftj>'iiaiQ-ll\ 

Wondheeler, wondarts. SK. doekoen darah. S. doekoen i O- 

rahët. }lj™)M«lK«|> 

Wonen. !CT. titiggal, doedoek. ©. tjitjing ftJlMN 

Woonhuis. aK. roemah, tampat tinggal. @. imah,gedong. (un (&!i!% am»l (Uia\ 



Jl ! % om »1 (U 



Woonplaats. 3JJ. t.irapattinggal, tampat ka-docdoek~an. 1 O O <X 

S..„ggon.ji.ji„g.' }.^^™.»«N 

Woord, een woord. 9ÏÏ, kata, katasapatah. S. sapatah ttJlfuiiBinïN 

Woord, belofte. 331. janji, per-janji-an! @. soebaija QJI OldlJI N 

Woordenboek. üK. kitab bhasa, kitab pada me-niata-kan fchasa.l o 

S. kitab b..,. |K»ra|01MN 

Worden. 501. djadie, men-jadje, @. djadi ilg;(lJl\ 

Worm, wurm. ÏDt, oclat, tjatjieng, ®. tjatjing a01M\ 

Worm, aardworm. 3t. tjatjieng, tjatjieng tanah. ©. tjatjing O0l(kl\ 

Worm, ringworm: «i'e Ringworm. 

Worm, rups. SR. oelarLoeloe, @. hilët. , ii;i|izi(Kïl^> 

Wormen, buikwormen. 3B. tjatjieng, peniakiet tjatjieng. i ao- 
■5. tjatjingën. |(Wl(WlielIKl|^ 



vGoogle 



— 211 7- 

Wormstekig. ?B(. di mukan oclat. @. diakan hilët. (^ajïiKi|iKl~)n(Cllfc"tl| > 
Wortel (i. e. fan een' fioom). 9)1. akar, roem poen, @, akar lm KID \ 

Wortel, peen. 3». akkar, akkar konmg. ©. akkarkon- 1 ^„ii „kïI J<t|iq X 

neeng. , f [ Ij 

Wouw {roofvogel). Ti. ëlang. ©. hëlang CUïianJiN 

Vlml {ee« verongelukt achip). Wi. praujang ter-petjah,sisa 1 (f,iaJlHilïU!\ 
kapal jang kena karam. ®, kapal bëlah, J CCl ) 

Wrang, scherp. ?BI, asam, masap, pedas. ®. ladah. «UIHJI f \ 

Wrat(A«tdM(ticoï). m. ka-koewat. S. koetil nCBl nsinaail| s 

Wreed, straf. ajï. beng'is,kras atï. 6. kaniaja Kïi Ofl (1 HJU ^ 

Wreedheid: «e Onmenschelijkhcid. 

Wrevel: aie Spijt. 

Wrijven. 3)1. gosok. ©. kosok msrïïi3miMlBtin|\ 

Wringen, uitwringen. Wl. per-as an, prah. ©. përettan. , . . MdJUKTI Mijl \ 



Z. 

Zaad, zaden. 501. bidji, @, siki 

Zaad, teelvocht, het mannelijk zaad. ISl. meni. @. meni. . . 

Zaag. Sn. garagadji,girgadji. ©. ragadji •nonfU^N 

Zaagmeel, zaagzel. 5!)f. taigaragadji. ®. taïragadji. . . . Oiïl ftjrnn onn OK x 

Zaaijen. ÏW. teboer, men-ahoer. ©. nawoer iKlo> 

Zaaijer. 3)1. pen-aboer, @, anoenawoer (UHIKIWÓ^ 

o/ 

Zaak, geval. 3S. hal,prihal. ©. perkara lUKunnx 

Zaakbezorger, Zaakwaarnemer: «ie Gelastigde e» Waarnemer. 

Zacht, niet hard. m. limhek,locnal. @. lëlës inoiM||\ 

Zacht, langzaa,m. ^. palahan, per-lahan. ®. la-oen oan (Uil IKI n \ 

Zachtjes, zoetjes: si'e Zoetjes, 



O Q 



, 0lia\ 



vGoogle 



_ 212 — 
Zachtjes spreken, inluisteren : aie Inluis tcicii. 
Zudel. 3)?, paiana, secl». @, seella aiMmj|\ 

la^cn[kout zagenens.)..^. meng-garagadji. @, ngaragadjï. (aTfinnmiKV 

Zager. SW. toelang garagadji. ©. toekang ragadji aSBl Btinn ani SS "x 

lia\{eengroote sak). 2». karong. ®. karoeng unini^V 

lak [in den rok enz.). 3K. sakoe, kandoeng. ©. peesak «] (U (M umi | > 

Zakdo«k. Wl. sapoe-tangan. S. tjareetjcet asoflTfUnM '^SïlD^ 

Zakhorologie. JK. orlodji,jam. ®. orlodji, jam. dl (Un a m (ïUl 3 dS % (tlUI ES | \ 

Zakjcj klein zakjft SM, kandoeng. ©. garabelok (iTllfel ï]ittl)l3iKn|| \ 

Zakken, dalen. 9R. toeroen. ©. tocroen ICÏ[TI1IK1J]\ 

Zal, ik zal. 3)1. nanti. S. mangkec (djil]iKl]% 

Zalig. Wt. barkat, bagia. @, berkat c:iiMHilSllll|\ 

Zalven, met olie besmeren, !W. miniakej , meng-oerap 1 Q Q „,„_.^ 

denganmmjak. @. diminjakan. f ,^^1 iw!, Jj 

Zamen, gezamentlijk. ÜR. sama s^na, ber-sama. @. rêrè- 1 S^™ 

dj«„sa„. }iu,ijlisn«i|x 

Z ant inbinden : xte Binden. 

Zamendrukken: zie Pressen. 

Zamengesteld woord. 9». patah ber-soesoen. » 

@. pokpok-an. f I [ ^^<A 

Zamenknoopen : 21e Binden. 

Zamenstel, aamenstelljng. Wi. karangan, ©, anggitan. . . , Uïinnfl 0190(1% 

"SU J| 
Z amen voegen : zie Voegen. 
Zamenvoeging: Me Aankleving, 

'^' 

Zang, gezang, SW. ojanji-an, pan toen, @. ngatri cnflJl\ 

Zanger. "Si. orangmenjanji,bedoewan. S. anoengavi. . . . mn tn m (LD > 

Zangkunst. SM. ilmoe njanji, ilmoe moefiki, ®. ^^^""'^ 1 «(innmiiSriFSN 

nembang. f ( Q W 
Zark.zerk. SJI. koeboer, batoe koeboor. @. astana (UII1(M(K1\ 

Zat, vemadigd. SK, kenniang, kinjang. ©. sebëh Sl|oif% 



Zand. SPI. pasier. ©. kësik MïlOJlKll 



vGoogle 



Zaturdag. Tl. hari saptoe, ari aiidra. @. po wee sap toe. . . s(j (UI 1 11 (Kil QJl \ 

Zeddeer. SR. ümoe adap, tata ierma. S. cclmoe 1 „(uv,«u, ^ct(mi CflN 
tatakraina. ' [10 ^"^ 

Zrf.lijko .chriftm. a». kilab .dj.r-.„. 3. kii.b USi^o, Jï,k't,K|x 
anjaran, f tJ| 

Zedig. Tt. ber-manoeng, soepan. S. djalmaagama. . . . aS arui OLm cm IBI \ 

Zedigheid. 9R, soepan, maloe-an, @. eera,isin miUlllTn\flJïinJ|!Kl[|\ 

Zee, oceaan. Wt. lawoet, laut. @. .segara Sjcinfl'ï|\ 

Zeef. 3B. ajatan, tainbocs-an. ©, ayakan iuïiajiiniC!iiatl[| \ 

Zeegras : zie Wier. 

Zeegroen. Tl. senam, ijoe moeda. S. heedjo ngora. . inflJnin(lK3ïlKiaTn\ 

Zeehaven, baai. SW. laboeh-an, teloek. @. palalweh-an. , UldOJlOJf nm Kl|j% 

Zeekant: ai'e Oever en Strand. 

Zeep. ÜM, saboen. ©. saboeii ilJIOlMli|> 

Zeer, zeerdoen, ÏOt. sakict, pedih. ©. njerih an<nn?\ 

Zeer, uitermate; sie TJilermate. 

Zeeroover. 9)J. orang per-oempat, badjak. ®. budjo 1 . m ,» ^ 

Zie ook Roover. f I 

Zeerooverij. Tl, per-oempak-an. @. pambadjo-an. . , (UHFJlHltlKiaJiniKlj] \ 

f ffluuun (Ein n \ 

Zeevaart: sie Vaart. 

Zeewater, SK. ajerlaut. @, tjlla-oet OO lU inn HfiTi II v 

Zeeziek, Tl. mabok laut, saki et lawoet. @. wërëh la-oet, ClUlf nmmildSinjI \ 
Zege, overwinning, Sffl, ka-raenang-an. @. kabënangan. iKïHmJniin[Hl[|\ 

Zegel. Tl. tjap, soerat tjap. €i. serattjap (KJinffilltHJI|l'\ 

ZegeUak: ^leRoodlak. 



Zeestrand. Tl. tepiiaut, pingier lawoet. ®. sisihla-oet. iMfkJlfittUI 



. Tl. tjientjien tjap. @, tjap. (ZieookRmg) 00tiut]|\ 

^12™'"'" ^' '■"'"'■ '"^"°""- ®- '"''"'• iSlMiMIx wanna CTJ^ 
Y"«. «. brihorm,l,mem-b„kat. S. <« hor.nat- , g / ,^g 
lè». f I KI, 4 



ïeggen. 3)1. kata, bilang. @. pok, leemcek. . , 



^n^Jl^KTl|^^]M^JlmEJlM^na^ 



vGoogle 



— 214 — 

Zeii, scheepszeil. 53?. layar. @. layar iïlJI!lilfi\ 

Zeilen, varen. ÜB. laijer, her-layer. ©. ëkker layar iJïnKïi mit lAJl \ 

Zeker; aie Gewis. 

Zeker zijn; ai'e Gerust. 

Zekerheid, gewisheid. Wt. ka-taiitoe-an, soenggoeh-nja. 1 j^.^ 

©. poegoeh-an. (^ Jl\ cJ| 

Zeker, veilig. fSl. tatap, salamat. ©. Mep itsin«SiniUl|N 

Zekerlijk: ste Waarlijk. 

Zelden. SW. djarang. ©. tjarang ms'w 

Zeldzaam, ongemeen. 331. indah, djarang, è. tjarang. {Zt'e ooi Raar), MT^N 

Zelf,ïelye. 9K. dierie, sendirie, kendirie. @. awak, ^^^ ^^^^^^^^ 

sorangan. f | <J( 

Zelfde, Sffi. samadjoega,djoega. ■©. «aroewa ilJniitII% 

a □ 
Zelfkant. SB. pinggicr. ©. sisih uaikSJN 

Zelfmoord, ^.pem-boenoh-an die-1^^ ^ ^ ^ ^ J3, ^^3 T^H ^.j^, , ^ 

n. @. pa-eeh-lianawak sorang an.j I ^ ( <J[ 

Zemel. W. dedak. @. oeöet OJll tUll OiFl | \ 

Q 
Zendeling. 931. socroeh-an, pe-soeroeh-an. @, piwarangan. UlOTtiaKia \ 

Zenden, ieta toezenden. lOÏ. kiriem. ©. anterkÊn (UïnKlKÜHKljlN 

Zenden, uitzenden. 93). menjoeroeli, kiriem. ©. nitah IKI asïl f \ 

Zengen, schroei] en, ïïï, hangoes, lajoer, ©, kareerab. . . . Otïliï|TmnO[t|\ 

Zenuw. a». oerat. @. oerat (Lm TH iKï] B > 

Zerk : me Zark. 

Zes. aH. (utara. @. gennep aiïiklUI|\ 



Zesde. ÏW. ka-anam. ©. kagennep ntlUïnKl (Un \ 

Zestien. 211, anam-Has. @, gennepwelas nrïlKt uamiiM| \ 

^'lofh ïwidaT"^"'^"''' ®' ®'""'""'" l™5u^«f.j^^^M<a<Mml|^ 

asmm 
Gj 



Zetten, plaatsen. SW. taroh, ator, @, tëndën asmmï^iKlIjN 

Zeug, zog. 93ï, babi betina. @. bedoel bikang l^nI^lmKfl^ 



vGoogle 



- 215 — 

Zeven, tSi. toedjoch. S. toedjoeh , . . iCïihsjn 

Zevende. 50). ka toedjoeh. @. katoedjoeh iKTlMiiEfv 

Zeven en twintig, OT. docwa poelohj , 

toedjoeh, @, doewa poeloeh toe-M UlUlim JMflS ï> (CTIOK tiïUiKïïl \ 
djoeh, toedjoeh ükoer. K --^ -^>JJ' J J^ J 

Zeventien. 5W. toedjoeh bias, @. toedjoeh welas aSïi OC f S^omilklll > 

Zeventig. SK, toedjoeh poeloh. ©, toedjoeh poeloeh BSnAK ?flJIl^ijï> 

Zie, ziet, SB, liatlah, @. djë-ëng S^ \ 

Ziek, krank: zie Krank. 

Zieke, een zieke. 9)1. orangsakiet. ©, anoegering amnflWTflN 

Ziekenhuis, gasthuis. M. roemah sakiet. 6. tmahanoel O O Q. 

gering. liun (EJI?iUïl WtmTn\ 

Ziekelijk: aie Ongesteld. 
Ziekte, ziekten, SR, peniakiet, ka-sakief-an. i O Q. O- Q 

8. 6.ri„6a„,k.„jcr!h. J™.-., c Kl^^ M ^J|•X,^^ 

Ziel. ffl. (Ijiwa, nja-wa. ©. njawa,soekma ani)l(U\Winai\ 

Ziels vermogens. 3ÏÏ. maripat kalima, penti'indar. S. mare- i Q 

pathma. f ^ fflL, 

Zien, beschouwen. SB. liehat, pandang. ©. djë-ëng a6Öin\ 

Ziet; aieZie. 

Ziften. 9Jï. ajak. ®. ayak.' (UU mui Kil i] % 

Zij(e«ie.). 9ff. dieja. ©. manneehna ttimKitlKlN 

Zij [meerv,). 'SI. marika itoe, di-orang. ©. manueehhanana. El| m KI ?a;n«l aq > 

Zijde, kant. SB. belah.satlah, pineeier. @. eieir, i Q a/ 

kanplong. " . J,„^^ „^ BI j,^ 

Zijde, spinsel van zijwormen. 501, soetra, bcnang soctra. @. soetra. . 301 (otv 
Zijdeworm, zijworm. Jü. oelar soetra, oelat ber soetra. 1 Q ,/ 

®. hilütioett.. Ji«ng,ra^{gN 

Zijn, het zijne. SR. dieja poenja, ®. anoena ljin«l(Kl\ 

Zijn,Trezen. 5R. ada. ®. aja (Ulll«JUl> 

Ziltig,brak. as. mas!n,as;n, @. asin lUimSiïini[\ 

Zilver. St. pcjrak. @. perrak SjfmKïijlx 



vGoogle 



- 216 — 
Z,tl verdraad. ïffl. talipeirak.kawatpeirak. @. tali per- 1 ^ P^y-,r,,r-^. , 

, f j ' f j f I jsBi aiii a_n "ïi Mïi I % 

Zilvergeld. SB. waiigpejrak, oewangpejrak. @. wang perrak. (Ül (UI ■ïlKïl|]^ 

Zilversmid, 9?!. toekangpejrak, ©.kamas-i, „^. „ „ „„^, ™,„^^'' ,,,,^, 
au, tockang perrak. f t-A J tJ 

Zin,gevoel,beseffing. 5m._pengatawi,rasa- ^ ^^^^^ Q^e^ 

an. @. kanjahowan, mirengeh. ƒ cjl | tJl ) 

Ziadelijk. SK. bresih, bersih. @. bersih ii::¥i(Mf\ 

Zingen. SW. iijanji,mcnjanji,din(lang. ©, nembang ftfiidi'v 

Zinken. SK. tlnggelam. ©. titëlëm OSïl asütOlEnfl \ 

Zinneloos, uitzinnig. SOI. ka-gila-an. @. ka-eedanan. . «ÏKniUïHUIiKl IKIIIN 
Zitten, a». doedoek, ber-doedoek. 6. dijoek.tja- 1 aiM(KT^%QOiaa!KTi|% 

Zode, graszode. 3B. roempoet satoe petak. ©. «Ijoekoetl ^ Jt^Ol onfi N 

saringbagang. ƒ J Ji 

Zoeken. W- tjarie. @. tee-angan, necang. . . . in«ïnufi «n M n \ «1 dtl (Ulfi % 

Zoen, kus. SH. tji-oem, koetjoep. ©. nji-joem arranJUiO|\ 

Zoenen, kussen. SK. mcn-tjioem, mcngoetjocp. ©, nji-joem. . mnn lo SJI j[ \ 

Zoet. Tl. manies. ©. amis (UinEl|»J|\ 

Zoetbout. SR. kaj-oe manies tjina. @, kahi amis Cjina. . iKlliajiiliun£DHJ|i'n % 

Zoetjes, ïach Ij es. 9)1. per-lahan. ©. lala-oenan (ïUl(nj(Uïl(Kl Klll \ 

Zog, zeug : zie Zeug. 

Zog, vrouwenmelk. 9Jï. soesoe, ayer soesoe j - na 

perampoewan. S. tji soesoe aweewee,(Mlkn(Miljiniroi]iDI\ MOJlilïqN 

Zogeling, zuigeling. SM. anakj 

jang lag! di soesoe-i. ©. orok, «]iun2mTnaOTl| \01 M WIW i]Kll«]'iq,">. 

Zogen: jite Zuigen. 

Zolder. EW. tingkat, lotting. ®. paradiloehoer rtJnn(UHirill(Uïl\ 

Zomer. SB. moesim panas, moesimtie-1 q 

mor. @. pa^angkatkatiga,mangsaJu^i^«lIl(Em^^Slltlm^êOJlU»q,lWI|^ 
panas. ) O *-4 

Zon. 5ii. matahari, @. matapowcc Eli asm «j O 3 m O \ 

Zondaar. Wl. orang ber-dosa. @. djalmadossa K iimi on(lJ|a[M\ 



vGoogle 



— 217 — 
Zondag. 3Ï(. hariemiiiffffo, harieahad. » 

s. .h.d,pow..ah,d ^ainma||x^u>^aMnMi.yv 

Zonde, zonden, gjj. dosa, ka-salah-an. ©, dossa ii]aji3(kn\ 

Zonder. UU. tiadadengan. @. hantëdjeng (Lnnwfe'\ 

nsi. 

Zonderling. ÜM, indah. ©. heeran m(UiiiTrnKl|] \ 

Zondigen. SK. ber-dosa, ber-boewat dosa. @, nji-ëndossa. on fuui (I) Ml 3 UJI \ 
Zondvloed. ïDl. ampoh-an, tocfan, @. kelem IK1)1ÜEI1[|\ 

Zonëklips, zonsverduisterine. SOï. earahan i 

. u ■ ^ L liwi lai (inn fUHi (UI iKi m (KI ~Ji 3 m o \ 

niata-harie. @. samagaha panan powee. f H { l 

Zonnebloem. 2B. kamiane raata-harie. @. kcmbane VO . * 
srengeengee. ƒ■ COp ( l 

Zonnecirkel; sie Dierenriem. 

Zoniienondergang. Effi, mata-barie toeroen. i „., 

@. soeroep panan powee. I^J/ rf t 

Zonnenopeane. 503. mata-barie naïk. iQ- a 

■ s. ™ï.iikp.„.„p„„». fisg,™™ jg.j«j„jaN 

Zonnescherm (koninklijke): st'e Koninklijke. 

Zonneschijn. 5"!, tjaya mala-harie. ©. tja-ane i„,,„* ,„ „,„ ,,„ 

panan powee. f ^^ | ( 

Zonnestraal, Sffl. si nar mata-barie, @, sinarpa-l O ^ „,., »-„„ 

naji powee. (Zteoo* Lichtstraal). i O O \ I 
Zonsverduistering : nie Zon-eklips. 

Zoo, dus, 5ÖI. bagictoe, bagini. ®. kijëh iKlIliUUIfN 

Zoo, bijaldien. SK. djika, kaloe,djikaloe. S. lamoen anJlO iKljl \ 

Zoo, wanneer? Wl. kapan, apa bila. @. ariraba OJïnn TTl 1/Ï1 % 

Z.0 ™„e,c„ m. ,el.r.„Blnie,Udi.. S. bijêh XASils 

ZteooA Onlangs en Straks. ( ^ 

Zoodanig, ïulk: ^leZiilk. 

Zoogbroeder. 9H. soedara sa-soesoc-an. @. doelocr sa socsoe. OOJUIfMOxJOJX 

Zoogster : aie Min, 

Zool,Toel.ool,voM.olim. 3». tap.k kaki , tal.pak kaki. l„j,j^ ^^^ 

@. dampal soekoe. j S '^ 

Zoom (zooa/s aan /innen enï). S!B. peng-oebongkain,jait-an. 1^ Q 

S. kelin. ( Jt 

Zoon, ^ooïitje. an anak laki laki. 1 aj„,^KI, 01^(81 N^ÏU, «0111.8. N 

@. anak lalaki, sËwËh lalaki, f (J "'U l 

Zooveel. IK. begitoe banjak. ©, sa kitoereeana. . , . iMoniiBn llTnftAJiiKl \ 

Zorg.tomgt. m. paliara.djaga. @, «"l ^g^-^^^^^, ^ s^j^^^ „„j,^ 
iigen angcn, mangka hadec. ƒ iJj [ 



vGoogle 



— 218 — 
Zotg, vlijt: «ie Viijt 
Zorgeloos. Sffi. lalej,loepa. ©. waja. (Zie ooi Onachtzaam) (Ul'llL'rx 

Zorgen, toezien. 3B. djaga, menoeiiggoe. @. mangka djaga. . lE/i QOi iK lïïl \ 
ZorgTuIdig. 3ÏÏ. radjin,ibertjitita,ber-iiigat. @, gettol. . . aüfl "] Kï| i ïUl ij \ 

Zorgvuldigheid. Wi. tjinta-an, imat-an. @, heeman ïl (UU IB KI [1 \ 

Zot,dwaas. UU. gila,bodoh. @. eedan, boeroeng. . . . KlinnnJUHin \ onn\ 
Zotheid, dwaasheid. Tl. eila-an, bodoh-an. 1 

©. eedaii-an,ï)oeroeng-an. ( ( Q '-i S^J ^ 
Zout. 9K, garam. ©. ocjah (Ulijiiiuif \ 

Zoutachtig. Tl. ber-asien, masien sediekit. ©, pangseet. , . , aÜ Hl nJI BSm J % 
Zouteloos. 9H. tawar, ambar. @. fcari, koe-i O _ .. Q 

rang dl oejah-an. f J^ ^ 1 tJ( 

Zo,iJen>ïouten. SOI. taroh garam, meng-«aram-i. e. "e-l 

Zoutvaatje. !BT. tampat garam. ®. wadahoejah OM? aJïJdllllf \ 

Zucht, zuchten. SOI, kaloh, meiig-aloh. ©. hoemandewar, . . . (Lm EJI inilJl\ 

J CJ 
Zucht, gezwollenheid. 2B. bangkak. @. barëh 01fUif\ 

Zuid. ■SR, kidoel, salatan. ©. kidoel lK¥iiUl«ui|l \ 

Zuidoost. SDï. kidoel wettan, toeneeara. 1 ü O ,^ 

45. salaboemi kidoel wcelan. f j ^ I O tJI 

Zuidpool, aïï. bintang salatan. @. bintang kidoel ümi (KI «« O «UI | \ 

Zuidwest. 3ÏÏ. kjdoel koeion, baratdara. 1„._ ^ 9, _. „ ,,.,■ 

0, salaboemi kidoel koelon. f "/ ^ "'Q ( '-A 

'"IÏm ™' '■"""''''"'' '"°""'""- ®- '"S"" lMOT-inKionii|x 
^"sÜbêirkid'ër"''''^ '"'""' "^"'^ '"''°''' }"Sn.iKiom|N 



Zuigeling. SPI. anak jang menjoesoc, anakjang lagi di 

' ' " ' '" r: ^, 



6. boédaknjoesoe, (Z«oÓ4 KindjeenZogeling), |tJaJl«^j(Ij^ 

Zuigen. SK. isap,lisoet. ©. sesëp 1U|[M1U1II\ 

Zuigen, zogen, te zuigen geven. SI», bri soesoe, menjoesoe. I^b^ukkih^ 
©. soesocwan. (JJ 4 

O o 
Zuinig, spaarzaam. SU. djieman. @. parimpen ajnn£fl-JliKl||\ 

Zuiver, schoon. 2». bresih.soetji. @. bersih, soetji 1 Sl'^W ? MM wl \ 

Zie ook Rein. ( i ^ 



Hostedby Google 



— 218 — 
^ui\erheidj reinheid. SJt. ka-soetjie-an. @. eeetra-an. . . «IMUBïlfUïl Kin\ 
Zuivering: «e Reiniging. 

Zuiirerings water, wijwater. Tt. ayer sambayang. ©. woeloe OonJI% 

Zulk, zoodanig. 5B. seperti, bagietoe. ©. seperti (M lU Mi \ 

Zullen, wij zullen. SU. nanti, ©. mangkee , . . lEÜonKlllN 

Zuring. 5ffi. daunasam. ©, daöenhasem (lJl(Ul(1ilfl-JllME^J|\ 

Zuster, 101. soedara perampoewan. ©. doe loer a- 1 oeUtUinijOiïjOVftJl 

, weewee, sadeereek eestri \ ^ ^ i l ^ 

(Zm ooA Broeder). m(UH]Tnmwifl-Jï1('W> 

Zuster (jonger). 3M. add perampoewan. ®. adi aweewee. (Uïl dJ) UfHI Ö «] (Ui ^ 



Zuster (ouder). SW. kaka perampoewan. ®. tittee, 1 Q _ O- 

.„,'■ ' r f ■- I laïinin(Kïi\[uinaoi»tiii|> 

Zuster (schoon-), SD), ipar perampoewan. @. da-l , .„_,-, 

hoeWan aweewee. {Zie ooA Schoonzuster), f J I ( 

Zuur. 3J[. asam,masam. @, hasëm ftJln[KI|l£l|j|^ 

Zuurdeeg, Sfl. ragie. ©, ragi Tnrtrïl\ 

Zuurzak {zekere vrucht). ÜB. nangka. ©. nangka llilKn\ 

Zuurzien. 9K, mocka asam. @. djemenoeng (Èflll^'x 

Zwaaijen: sie Zwenken, 

Zwaar. SK. brat. ©. biïrat (irrTnasn|\ 

Zwaar, moe ij elijk, ÏD!. ka-soesah-an. @. kasoesab-an, , . fl(lli*JliJJif (LnniKTj|\ ■ 

Zwaar,groot, 501. bral,besar. @. beral,gcdee OlTTt a5T(j|\ SïimM> 

Zwaar,zwanger: aieZwanger. 

Zwaard, SB. pedang, golok. @. pedang (Ü(lJi\ 

Zwaarlijvig. Tl. fforaok, besar badan. 1 O ,^. .„ „.'^ _»-:,n, -, .^ 

©. lmtoeh,djalmagedeeawak. J (êj) f) | ^-Jl 
Zwaarmoedig. ISl. docka, doeka tjita. @. soekerangen. , (kin^Uïi C)(KI|1 \ 
Zwaarte. Wt. hratnja, ka-brat-au. ©, bëratna 1^ „ 

z.-..<,JC.wigi. p^n^N 

Zwager. 5U. ipar laki laki, ©. daboewan lalaki (Ull/BJO a(|(injl»tst\ 

Zw,gcri„. m. ip.rp„„„p<,wa„. S. J"!-"»"" I „„„„ j„„„ .„ 



awcewcc. 



iuiij(üiiHi-jin(noa|iDi\ 

Hostedby Google 



— 220 — 
Zwak, niet sterk. !W. lemah, loerang koewat. @. ^^i^^^ 1 nmS'jn oniiqn^ 

nangan. | asu, (J[ 

Zwakte («ooaff na een ai'eAte). 2D. lesoe, pratoe. ©. Unoe *uiatl\ 

Zwaluw, aïf, layang layang. ©. momonot «jEli3ï]IEil3iili;q,3ti£ïlj] \ 

Zwanger, aff. boenting. ©. rënëh, bobot. . . . (Ul«Y)Mniiniï9ianiï lSïl|\ 

Zwarigheid, zwarigheden. SDI. soekar-an, ka-soesah-aii. 1 (iiiSyinji(Ki(i\ 

&. soeker'ën. f ^ '' Jl 
Zwart. M. itam, hletam. ®, hidëng omiÖlN 

Zwavel, 9ÏÏ. balejrang, baleerang, tjolok. ©. warirang O Tl Ti \ 

Zweep. au. tjabok, tjamoti. ©. tjaboek, petjoeL . iïJ|(CIlKllj|MUI(Knasin[| > 
Zweer. 3». toekah, toekok, poeroe. ©. bolongen. . . . moianiimJiaiKlp 
Zweet. ÏM. peloeb, kriengal. ©. keesang ijiHBmJi'v 

Zweeten. ©, ka-loewar kriengat, ka-loewar peloeb. ©. ^''■"i^^'mtminj^ 
ker keesang. ƒ I 

Zweelgaten. Wt, lobang kriengat, @. lij ang keesang. . . . aaj|(UJioniKlllM> 

Zwelgen, neêrsiikten. fSt. telan, loeloer. ©. tèrëj asï)CUIiun\ 

Zwellen, opzwellen. ÜJi. menjadie bangkak, ©. bareb arw lU f \ 

ZTrenunen. Wl. bemang, brennang. @, ngodjai, ngodjaj. . . on ni] 3 iië; atn \ 

Zwenken, zwaaijen. Wl. balik,lajam. @. balik,poen- 1 oi aSl KTl 1 MJl W N 
tir. f J| JldSL, 

Zwerm, Kjwwerm. OT. madoe madoe-an, rata- lm e-Jl^«] (Kl-maifa> 
rata. ©, koerapoelan odceng. f ^ ^ "^ \ \ 

Zwetsen, pogchen. 3)!. gah, mem-besavkan diri. @. lengoes. infitrilMIl% 
ZieookSnenn. fO^ '-A 

Zwijgen. SW. diejam, ber-dijam. ©. reepeeh mTlitjiLflfN 

Zwijn: aie Varken. 

Zwijn (wild-): «e Wild varken. 

Zwoord, spekzw oord. W). koelïtbabi. ©. koelitbedoel. . KiiamiiMi(UlïUl|\ 



Hosledby Google 



STUKKEN 



TOT OEFENING 



SOENDASCH. 



dby Google 



cinn UfmnioaJiniH 



UlrEilttTinaifil 



(KI, [ _ (iKl, 



anj)(i-iiiiKi-m[i!iFi(Uiöionn(nji||\ ojntasBionjiiiJiuinoKUici, 



ïöi\ (iJi(MiniiJiniKi(iTi(itïiizmftlJiirifloi3in9tiJö\ cEJioaöiCTmjKKi 

QQQ/ a QvO o/ o 

onnJ^B|(lSlnMlIUl^n(K)^nnILnnlKl'mI]Onfl^«|M^ gjiasmwiojinuïUKiarui 

Q o Q Q o J 

asïi lïnri «1 iM 2 ojïi -fl \QJi jffl m om im [KI (Hl IISI1 iKTi M 03 omi f \!Hin o M 



tM om iMM M sJi Of] im CT ani on öJii IK] inji o (Eïi KiJi j] 



-V fel 



(KiiiniiJiiMiisinftJl 



uibian 



GO /' QcS'o-o o '^ "^ ' "^ 

3 IJl iiJi (U aan ïn \ (Uil Tl firn iM -Jin oi aan (U flzïj iT iHT n \ m (un iM OT 



(uajinM?iKiaaiiKiiiaiiiKi?N ajti'ïimajiiiisiniK^nnnaruiimooaJiitaiflnjiiiJui 



Pagawëan njiJn iebon kopi. 

Lamoen gës inënang lahan, atta- 
wa tegai, attawa passir, attawii 
lëwëng, di-mana aiioe rek di-njién 
kebon kopi, moedoe di koclan Sa- 
wal mi 1111 ti nocwarran kahi anoe 
gedë gedé; serta kahi anoe lalëttik, 
kasso, ëri, sakahé anoe, mattak djadi 
ballah, koedoe di-tjatjar. 



Sa-gësna di-ljatjar , etta kahi 
anoe lalëttik , djëng kasso serta 
sakéhé djoeloet djoekoet koem- 

{loelkën, koedoe di-doeroek: etta 
cboe doeroek'an atja tnapahatna 
mattak djadi lintoeh kana tannëh. 
Ari etta kahi anoe galaledé di-pe- 
takkennanna dina oenggal 



:»«■ 



kopi di-palarna, Ari gËs 
hëbël , djani hoeroek : etta gedé 
pa-ëdahna kanna tannëh. Ari etta 
tocnggoel kahi moedoe di -kali- 



Het werk van het aanleggen van een 
koflij tui tl. 

Indien men heeft bekomen bouw- 
land of eene vlakte, of een heuvel of 
woud, alwaar men verlangt, dat ge- 
maakt worde een koflijtuïn, moet men 
in de maiind Augustus beginnen te vel- 
len het onderscheidene groote hout ; en 
hetkleinehout,dekasso(ee«rie(je«iiM), 
de ëri (een toort van hoog gras), en al 
wat daar is, dat veroorzaakt het groei- 
ien van vuiligheid (onkruid),moet met 
net hakmes worden weggeruimd. 

Als het weggeruimd is, brengt men 
dat kleine hout, aJsmede de kasso en 
al het onderscheidene gras bijeen, en 
moet het verbrand worden: die asch 
van het verbrande heeft de eigenschap 
te veroorzaken, dat vet wordt de grond. 
Dat groote hout nu maakt men, dat 
in elk vak koffij uit elkander gelegen 
wordt. Na verloop van eenigen tijd 
wordt het rottig: en dit is een groot 
voordeel voor den grond. Die boom- 
stammen nu moeten bedolven wor- 



dby Google 



mS^iui 



K\n\ oji om loi JU «Tl [um <] aJi «u (&[ IK1 -im at 



asBiïtiiBi ïtliwi-/i(iaAfliuiiia^iKi[|N öioii5iiüO*^iKnlMn£nMiV3iiïijir|\ajiJ) 

Q o o ,, ÖO- .. .. o- Q Q 

TniiKiï|Tiiafioni-q^sji(K)j|iiajij|\ (motuiinuiei WKti th *ji cun asritoi ki iw 

Ü Q Q a CD- 

(Kïi Min \ iiïin oïin fu iq,o f ftJin iMi (BI iM wil Mïi w oi o ? \ (w (u oAii 1] ïm 
lKl!ll^JllnnlK^m^^(KlnMï]lO|J^ «iiio ari(ivii'T|(KïniJi(nonf(un(mn(Ki\ iï|tuïi 



(iSïi(ijiMir|iEn~ii5l3fl?iii)ïi\ (Kïisrniöiijiiq'qKïi'^EiniutJOf 



~xT"^-j- 



mjiojiDN 



Ju 



ajïi w wm .^oi (Hl iu( «jïi 



"}?I^ 



ojj oi TH ojin oi «I ojin fls flf; Tl m (KI 3 u ojn ifl «I M aoi oji «mi (mn KI n \ (^ 

QC> Q / Q o * 

ojilTnarTintTiiMïraiEiionKiiiiuatiiKiN {LmTnaiinwraioiiKinaji(Kin(ifl<mTi) 

.Oo / /qqoq /' 

immTi\ (kToma-JiMiiifiiKiiiN aiojniKnanniiiCBiwojiiitieikiajiiiiiKifiiiKaKTn 



, -Si 



am) ia ajïine oji iKïi an ftoi m afin 3 oji \ 



asi. 



«i. 



11 han- 



an; s.ibab haute hiidé, h 
te di-kali. 

Sa-gesna titoe, lamoen ges aja 
hocdjan, mimiti iigawocloekoe, ser- 
ta patjoel, Ari djerona beönang 
matjoel j koedoe haute 'mËnnang koe- 
rang sahëttik tina sa-kakki: tatappi 
léwih oetanta sa-kökki sa~tengah, 
soepaija etta akkar £ri karoengkad 
katéh. Lamoen gës karoengkad ka- 
béh akkama , etta di-koempoelkën 
dëhi ; toeloewi di-doeroek , serta 
patjoel déhi, massing assak, serta 
massing aloes. 



Sa-gesna kitoe, toeioewi di-kentja 
sabaraha bahé djadjaran kopi auoe 
dek di-palakkën, sa-koemaha roe- 
bakna , sa-koemaha kapandjangna. 
Ari gËs kitoe, oekoer pikSn loeloe- 
roeng loeloeroeng. Sa-gësna di-oe- 
koer, etta oekoer sa-hidji sa-bidjina 
dj adjaran kopi, ka pandjangna, djëng 
ka roebakna, Toeloewi di-kentja sa- 
koerilingna, serta di-adjir pikëh tang- 
kal kopi: ari gës kitoe, adjir pikëii 
dadab. 



QO Cl O/QO 

ojiinnmniMffiiiiajinnsnjitKïiiKiiui 
'^^J CJ 

den; want het is niet goed, indien ïij 
niet bedolven worden. 

Als dit afgedaan is, en indien het 
bereids regent, begint het ploegen en 
het omwerken van den grond met het 
houweel. De diepte nu, tot op welke 
de grond met het nouweel omgewerkt 
wordt, moet volstrekt niet minder dan 
een voet zijn: doch beter is een voet en 
een half, opdat die wortels van de ëri 
alle verdorren. Indien bereids verdord 
lijn al de wortels, worden die wederom 
verzameld; vervolgens worden zij ver- 
brand , en wordt de grond op nieuw 
met het houweel omgewerkt, terdegen 
murf enterdegen fijn. 

Als dit gadaan is, wordt vervolgens 
met lijnen afgemeten, hoeveel reijen 
koffij men maar wil, dat er geplant 
worden: hoe de breedte en hoe de 
lengte zal zijn. Dit nu gedaan zijnde, 
meet men voor de padeü. Zoodra zij 
afgemeten zijn, meet men eike rei koffij 
af, in de lengte en in de breedte. Ver- 
volgens wordt met lijnen afgemeten de 
geheele rondte, en worden er bakeiitjes 
gezet voor de koffijboomeu: en, als dit 
gedaan is, zet men bakentjes voor de 
Sadabs [êckadwwboomen). 



dby Google 



t:Ttj-%. M'(^Mi^dssia^mimi!n!m9Jn^€j\-^aJtnm'f\xvi3^\ 



d HSL, (ïti. 



LflmifrmJiiJix (UïnnOTiM"inJimiKïia[L]ïtf 

inn jen iiJt oi n \ fe M ojin m fl;in oi lUi m oi oi (KI ,jïi nc] 9] lui ™ 

(ifnoiEJi(ifU!iuiiiKi_mwann(r[[JHKiMi\ '^iKmiumiKiaTnïlinïmiKia^ 

anjintn~Ji\ iwioioioiKiTnTiiiaia;iiiiriiK((Jia;ï|.i!iJi(üiKri«ui\ miiisïiïi 

O '^J(X\ «SU J'^ a J \ 

«lajïiaajafinïjimaïnOimasmasrtfmoxnijtmajnMiieiin nmjoait 

Q o a Q Q ■^''^ -"^ / Q n 

ttJïiKiiiriiKïiMKunx ïonTiiKïiTnttJirriKiafuajïiiiKiiMimiiiKnajiiiCTioüMr 

[MajiiasïiiKii>ji\ «jdJïiasiiiiuiiiiKidJiiininrtJiMi A aruioim wumanjSTm 

oj|_rinmiiJi«](KT(aQjiasï)i[oiKi\ tuinn oJi ü aan KI «i (un osn m'h] dssi oi(ki o 
l^alO(ell|^ iminaïnKimniTnTnMinTiiMfeiKinianinCTmft^ 
fl;j| ann iKW o M w I] Tn a w M (Lm Bfl I \ (kn (u ann iJin 1^ 
ima(UianjnKïiMiSiiii(aiaiKn'i\ ïuiiEii(Ki-jii^(U)(nSriii](M3iKii-Jn 

Sa^ësna kitoe, di manna aija Als dit afgedaan is, maakt men d.iar, 

adjir barris tangkal kopi, di dinja waardebakentjesvoordekoffijboomen 

njiên lombang, djerona sa-kakki, staan, gaten, een voet diep en een voet 

roebakna sa kakkï. Di manna gës wijd. Wanneer bereids d^^r isdcre- 

aija hoedjan, ti dinja mellak kopi j gen, van dien tijd af plant men de kof- 

ari gës mellak kopi , mellak dadab. fij ; en als gedaan is het planten der 

Djëng dëhi , etla petétan anoe dek koffij , plant men de dadabs. En we- 

di-palakkën, koedoe milihan anoe derom, die blanten, welke men wil d.it 

bade naker, serta anoe mararontok geplantzuDen worden, men moet ait- 

djëng lalempang ; sabab, lamoen ba- kiezen die bg uitstek goed zijn, en die 

rarinkeng, liantë djadi aloes tang- saprljk en regt zijn; want, indien ze 

kalna. Kitoe og^, etta petétan koedoe krom zijn, groeijen de boomen niet 

oel^anoegedétëhing,oel^anoelëttik mooi op. Dit ook nog; die planten 

tëhing: kïra-kira anoe loeHoerna sa- moetenniettegrootnochtekleinzijn: 

kakki, attawa lëwih »a-ëttik, etta die ongeveer een voet hoog zijn, of een 

anoe panghad^n^, weinig meer, die zijn de besten. 

Lamoen de'k ngala petétan, koe- lndienmenplantenwilhalen,rooel 

doe ngala ti kebon kollot, kebon men ze halen uit een oude tuin, een 

anoe gës hade kopi tadina. Ari tuin, waarvan de kol&j te voren goed 

pangalanna etta petétan, koedoe geweest is. Bij het halen nu van die 

di-poeter; ari tanëhna kira-kira planlenmoetenzij meteenkluituilge- 

sa-djëngkal boeiëtna etta tanëh ; stoken worden j met ongeveer een span 

serta koedoe di-paros koe daoen , aarde rondom ; en het moet omhuld 

nocpaija oel!k ra-grag tanëhna: toe- worden met bladen, opdat de aarde er 

loewi di-pelakkën ka kebon baroe. niet afvalle: vervolgens worden zij ge- 



dby Google 



iHiiUüsiKKfiJiv (MOioi^riiiniKi!K|!iKii|inioiïmMi2(Liic:ii"ni;iiiriiMTi 
asi, y «SL,^\ { w, J ^K J 

Q> o □ Q o Q 

OHKaïïlM1f(KU10(M|\ 'S (IJl 1] im Ka «I imil 3 M ïj Cri 3 TH EJI M ntl T,T El| a3 (U 

Q; o o ü ó/ o a -^^ CJ 

i[iii[Kïi(Ki(i;|ftjimnsiKifiY?\ (i[UiBi(KTuiaii!i(imHi(U(tsï]aT.'i(eniJi(|\ imitïi 

Olia|(m(lJïl(KlnMI0nTnKïl-JTlKït'in!UTJ[U--*Klfl\ 115ïllLiiK"«Sl!l^faJID 

/ .. c>0>aa/oo oo. o '"/ 

iim \ o I iKïi «y^ (m w 90 iiii iru (1.11 ojii (En iKin ji \ tm [^ 

MKi(™j(iaiTia5fiiKinTfi)iMOiomiKio'ioifl-mMinjiiio oi uiij iki ji 

asïi(in)iuiniBin(uooiisii|iLfïi{Hi|j\ (uiniKirüiiKf iKionniniiJiit-naSiuKiiKim 

a Q Q' o c> a Q 

anajiiaajiiisiniKinN ojinTionmoJiaiiniKifiiniiruinriiiiiïiifHi-jinKiasïiffiiJirKiiiiKiri 
t «il. J 'i^^ J J 

~ L Q Q o o Q aoo 

iji(Ci\ lUïiTionna^oifuifliïi wioftoiKnïidJiwTr" "" — 



iïii(Ci\ lUïiiloiTneMÖinjifiVim^uiÖKnqMmfM ini^ 



jiKii)(KioMinfi(im(nwmTn(Ki[ai[M(M«)aajiaflanwïl*fi(ui|]\ w 






(ï^ u M]^ (i£ m Tn 2 uïH] üïTi a{]_ \ 



Lamoen hante di poeier, sok haiite plant in de nieuwe fuin. Indien zij 

Eatti djadi; sabab soegan tanëh ke- niet meteeiikluituitgestoken worden, 

on kopi baroc hantè saroewa djêng ligt groeijen zij dan niet best: want 

taiiêh lawas, djadi etta kop! ngora misschien is de aarde van de nieuwe 

mërën agaroemas di palakkeii di koffijtuin niet gelijksoortig met de 

sëdjën taneh. Lamoen di-poeler , aarde van de vorige tuin, en gebeurt 

hantë patti ngaroemas ; sabab, di het, dat die jonge koffij gaat kwijnen, 

manna akkarna rék parat tina pa- als zij geplant wordt in andere aarde, 

roesan, tepoeng djeng taneii aniar. Indien ïij met een kluit uitgestoken 

tangkaliia gës mënang iilir sa-nÊt- worden, kwijnen zij niet erg; want, 

lik, gës mënang hoerip akkarna. wanneerde wortels door het omhulsel 
heen reiken en zich vereenigen met de 
nieuwe aarde, hebben de booinen reeds 
een weinig schot gekregen en zijn de 
wortels reeds aanhet leven. 

Dina prakara tangkal dadab, koe- Wat betreft de Dadabboomen, men 

doe néangan anoe oemoer sa-taoen moeter zoekendiedenouderdomheh- 

sa-tengah, attawa doea taocn; anoe ben van één jaar en een half, of van 

mèdjÈhna gedéna, djëng pandjang- twee jaar; die middelmatig van grootte 

na oppat kakki: ari anoe sa-kakki zijn, en van lengte vier voet, waarvan 

kapelalkën, anoe tiloe kaJtki di dan één voet in den grond gezet wordt, 

loewar. Ari baris kapelakkëu, koe- metdrievoeter buiten. Omnugeplant 

doe di-kadék massing sëkët; ari di teworden,moetenzijafgekaptworden, 

pelakkën, koedoe etta serongna mas- vooral schuins : en, als zij dan geplant 

sing tjelok di handap, soepaija pau- worden, moet dat schuinsche vooral 

nas attawa hoedjan oelk mënang onder gezet worden, opdat de hitte of 

assoep dina djero hattéua. Lamoen de regen niet in kunne dringen in het 

pi-hadcën melak dadab, di sang hart. Indien het planten der Dadabs 

narepkën ka kidoel attawa ka ka- met zorgvuldigheid geschiedt, worden 

lér; sabab lamoen di sang harcpkën zij voorovergezet naar het Zuiden of 

ia 



dby Google 



(U|(KïtlKlllfl|(ÏU|V (MIOlCIlOIKtlK^afflllUM'KimilJiaSïliKl-.nntTïlOMIJ'KIIlin 

miinjii(Kiii\ iaiii](Kn!inuK3(MiajinwiiaJi ™q_*] w~ia«|o\ (uinikamuniKi 

Kt\ KI (UU m Eïi Ml X omi (BI w iM -ia itVr ï] ikii -Jïi (Kin (UI riTi «j ;üi aji.1 (KI 3 ^ 

Q o ■ O-/ Q ' O, O- O e* O O 

iKïi(ij|onnojuiW-j|tiiiri(i,i|(Kii]Tn(iaji!iq(Hïi((]OiïKi|j\ iKiinii(Kïiaii_ji(mjiM 

.'q-.qo . a Q a o/ 

oooitJiKiQsiniKïjN llJlHiïl'R^-iln!Kn[Ul1Jlw^^^ (UïiTnicïniKM-fliUiiiïi 

BJIIKI Jïllï|'lJllfl(Kll(LnnMir!ÏJI!|"\ flK Tfl «I IKin i (M Cl "■' 

a Q a a qo- oo- 

oi(iji»oj|«im(unaiKimojii(ijnfhjoiii(r|ajimTimns(WaAfl(Hin\(uinTn^ 

(nTn3iqfiianiiiHmKno(Misiii(iriïKnMiniMisïia;ninii5n^ ik¥1(U|,(eii 

'" o Q <3> e- ' 

(n(KBiii5ïiQ[Uisii(nirïiajuiita ifuiHïi \ [Kijd^'MiKiiKHinikiKisiiKüïitsfnTna 'Kiftm 

(iJU(U(m!\M(a*q_!ïïiiM(rai)0(|ajinii5ïiikfliKin«|O)m (isïi«uioMii^ 

qÓ- ,o a a o 

mtfl~.iiasnaJïiooiwSiiïi 

o a Q <:> ^ ^ „-^-, 

(KT -AKii n5in«uiuiniJi(uin(iiiiUKiJinjifïii)!'~^ (uiinn(ïïi(M(i5ïi(Kin(uniafi((; 

Q / O/ Q O o/ O a / 

uj] iKi (KI (UI iiiLi aj (U (Vïi i>zm uli »n aan iEji ^ 04 (u ijijI cj (ui'i (Lm uk ki .™ o rmi 

ka wettan attawa ka koelon, ka- naar het Noorden; wirnt indien lij 
todjo tèhing koe panaii-powë , as- voorovergezet worden naar het Oosten 
soep kéné kana hnténa. of naar het Westen, dan worden zij te 

veel beschenen door de zon, en dringt 
die nog iii het hart. 
Lamoen gés anggës ctta pagawcnn, Indien aigodaan is dit werk, racet 
koedoe njic'n pager sa-koerilingna men een heining maken rondom de 
kebon, karikën pikën lawang doewa tuin, plaats overfatcTide voor twee in- 
dina toengtoeiig, pikën assocp ka gangen aan de einden, om in de paden 
loeroeroong. Ari biivis pi-paggcrSn, 'te komen. Voordeomheining nuwor- 
hadena koe handèUém, djarak kosta, denhet bestgebruiktdeHandellem,de 
babasaran , sadjaba tidinja iiahon P:dma Chrisli en de Ulocrbezie, behal- 
baijé anoe baris téreh pi-djadifin. ven andere welke maar spoedig groei- 
Ari djerona melakua koedoe sa-te- jen. Dedieptenuvanhetplantenmoet 
ngah kakki, serta Këlet sa-depa: koe- «ijn een halve voet, en de tusschen- 
doe makk^ taloetocg teja melakna : ruimtceenvadem^enmenmoetstaken 
koedoe sa-kakki sa-tengah djerona gebruiken totdieplanting: een voeten 
aija pagëh. Di manna ges nang- eenhalfmoet de diepte zijn, om vastte 
toeng etta sa-kabéh pager, toeloewi staan. Wanneer bereids overeind staat 
di-dempét koe awi bënang melah- deze gebeele heining, wordt het vervol- 
ban. Ari talina injoek: lamoen si gens tezamen geknepen jnet bamboe, 
koe tali awi, hantë patti pagêh. die men gespleten heeft. Hettouwnu 

moet van den Aren zijn. Indienhctge- 
schiedt met touw van bamboe, is het 
niet zoo stevig. 
Ari gës kitoe, kahadeitnanna di Dit nuged.ian zijnde, is bet dienstig 
loewar pager njièn kantalir , soe- buiten de heining te maken een sloot, 
paija ^ahi hoedjan ti loewar oelii opdat het regenwater tan buiten niet 



dby Google 



(IfMUlOJIflSfflUKflTTna 



iKïi at] oi a HO n \ iM fui lun teil iHi f omi «l f (iJBi iTfiJi 



aniiEJ|(Ki^»r[^asiiiït]^^ibifiïJi_> ow um «sï] «] tum a i] ar 



mTi3iKiii(narï)ïMiM3Ji!ienmiwi-Jii(M(ui(iJiiTJiajiTpiKT|o ctn mh omi 

Tntni\ ii5ïia5au»]iuïi(Mi(uinami«iij'ïiï5uiioi:nfl(iaii«iajï!nniiWKiitïq 

Q Q ae^^o a / o o ^ 

TH 1KII-A.II1 iKi 3 o Miaii o iKl -AÖ Mnft5iiiiuiiia;ifiM(im(KiiiiaJiii£aoiii|iKi3miKiii 



fMiKitOTiuinnfii 



[ïJtijM I*™ Tl iu»j ~i'iM _■*«!"«] (oi 1 on (K 



jl 1] TiaiuiH] w: 



Q Q/ o Q o- o i:> 
" ■-•■ iRiitJing: 



o- oo' o o o 

> &ü J Cf 4 !5 I "1,^ I 



IU(KI1?KÏI(K1 



?Kïl(Kl|Nlliaj|3ï™~IT|(Kl«a'UIOflnjUKlflJillTl(»Jl ,^«1 (KI -JO «5111 \ 



!jj| aai (Kjiuifi (Kj tu Cl oi Ksi -m (lAii ofin Ij (Eïi iKi ki wm mmïïq\ wriajflii't: 



„. jitJiMtiiCTJuSTomifmiifKiiunmimiKi ajïi ma. 



(HU (Il oi 3 Kir 



iKii]\ a;in(Kiii]iCTiB|Tiïiaiaqim[Miiana)n(i5iniua«i(Hi.ï|isïia(iTi» 

s_» . OO Q QCS 

it;i K\m\ (uniKïiMi||\iki[LiiituiüiaaiiïJi'i-.iiïaafu«i™«i3iiJi^aiKii}ijicii3iKi|\ 

o a'Q Q Q Q a Q 
(Kin (Jiïi fli M aAii m im M w M ? w M ? !wi M (O offl o irui 

assoep tëhing kii djcro kebon , soe- te zeer in de tuin binnendringe, opdat 
paija taiinéh lititoeh oeia kapalitken, de vette aarde niet weggespoeld worile, 
liimoen dina tannëh tembing. Hja indiciilietopeetiai'helïcndengrondis, 
kitoc ogé , di djero kebon di sisih Ja dit ook: binnen in de tuin aan den 
djallan, iitüwa di loeloeroeng, koe- kantvandelaan,ofvandepaden,moctl 
doe njiën parigi. Tatappi etta oela inen grep|>en maken. Doch deze moe- 
koerang tl tiloe kakki anggangna ten niet minder dan drie voet vei-wij- 
lina barisan kopi. Lamoen si de- derd zijn van de rcijen koffij. Indien 
ket tëhing, akkar kopi djadi nong- zij tcdigtbijrijn,wordeiidcwortelsdcr 
kérak. ktrfïij ontbloot. 

Sa-kitoe anggësna prakara oeroes- Hiermede is gedaan de zaak van het 

an kebon kopi; tatippi réja kené in orde brengen der koffijtutn; doch 

fjüiranën ka harepna. Lamoen si veel is er nog vooraf te bwïénken. Bij- 

lanté di-djedjehkëii djelrna anoc la- aldien de gemcene man niet vermaand 

iettik, socpaija gettén kana kebon wordt, opdat hij veel op hebbe met de 

ngabaressibkën, sok hantê di-pa- t ui n en ha ar schoonmake, ligt bekreunt 

doeli dina ocroesan etta. Di sang- hij zich niet aan het in orde houden 

kanna anoe lalëttik aija getten kana derzelve. Om te maken dat de gemeene 

kebonna , kahadcannaiia koedoe di man veel ophebbe met de tuin, is bet 

titah papelakkan nahaön nahaön best, dat hij bevolen wordt het een of 

baijë dl kebon, anoe téreh mënang ander inde tuin te planten, WJi ar van 

asiina, attawa anoe teréb mënang hij spoedig voordeel oekomt, of Waar- 

kabakkan. Sa-oepama lamoen gës van hij spoedig te eten krggt. Bijvooi- 

melak kopi di kebon, kahadéan- beeld, indien het planten dcrkoffijin 

nana di sisih siiih sa-loewoek doea detuiugedaanis jshetheslaandeiiecn 

15' 



dby Google 



_ 228 - 



rar 



□ Q . Q Q d 

(HUI oi in [Wil i \ lil luïi (Eïioiiii am T( I »n k ji ajin (U oh. 

I I ;? «i. 1 . 

iKïi oi Jïi (Gin o M o lU «] wn ^ a Ij o Q icïi Kïi (E)i iiK f (KI w lu ati ? atïi iKi 1 ■ 

QOOO a Q o o o Q Q 

injio W-Annri(knnKf(m(i~'iu W(ntin(ï|(m-m(Miariiioi(Einiï]Mïia\ asruui 



«j,V 



CJ^ 



(Hl II ïitïi w om (im M (isin KT OT iicin 1(1 onji ï (u «ri [voi (M (Ml ü ? (Ufl (is^ 



o Q o ÜO » Q o u 

i;ïloion5ï|iKi[irnT(l(r|(M3U(KiiuimnrKiflsinaiiliaji([JiO[iariii<infiitTil 

^ a J""- „ a GJ CJ _ 

\iMiiKï]Ti)fK|(i|(unii£ïiiuiaii»aiiociixi(Wim«aia\[uarïi(ini(8i)(Ki(Kti 
^ „ I a I ^ t) ai «n,5cj 

cnitm*mwiiii(Hina(uoiiwajnin(iJi(i^iiJin\woiiirfi«i(uin«sBarn(n(Kïiï'iru 

^"^ ri l ^^1 öi { 



^y^ 



«uiaoii 



^«(K'nnioiiiün-nmiim'TiruïjitJiami 
(KsinTHïiaajiA arnifeiKiiwiimnmm. 



nniiN iM (ifin Hioi (KTi w wn KI iTïi 



M f (KI .kh jq 



ami [Eii w iwi imi iKTim iiiiD 3 in (Uiri KïKEJi KI nm «1 

Jl\ (ÏJi™n|lZl!lM(tFlMl(UiriIUUIEmin(Kl(U 

'^^ d "^^ , . . 

(KÏJ(UMl(k:tj|\ nKllJI(Kl(Ulll(Kn(ï|»lJ|3(U|(fcJ|lK]^(KJl(ïïl\ «K ((J| GJin 



3T 



m IJl (u «] «m 
(U ÖI ir¥i (] urn 3 (Il 

_ J (UI (fcJI IKI UK (Hin "1 i>e ((.II n 

d " " i "^^ 3 

(iJB«jnnjinEih(mi(n(irnainaTiaf(m(Kinnq_ï|(uiiiimuiuii^ (Miui 

ioii(HTiTii(M(ua](K)iiiK(iKïiO(n(mt(Kiito(Ui!Kifi^iWiïiii|]\ (injKïJian ^vm 

loewoek titah ngipoek siki bakko. 
Etta ti barangna di-ipoekk€n di ki- 
ra-kira sekat attawa sa-widak 
datang ka medjehua di-pind; 



uf anderen kant op een oltwee plekken 
te bevelen tabakzaad te zaaijen. Dit 
komt van het tcgin af aan, dat het ge- 
zaaid wordt,inongcTeer vijftig of zestig 
Lamoen si gBs mëdjehna di-pin- dageiitoteen tamelijkegrootteoraver- 
dahkËn etta bibit bakko, ti dinja plantte worden. Bijaldien die tabaks- 
kentja anggangna tina tangkal kopi plantjes bereids groot genoeg zijn, om 
sa-kakki sa tengah attawa doea kak- verplant te worden, dan meet men met 
ki: attawa tina baris kopi napi ke- delijneenafstand vande koflijboomen 
na tangkal dadab di-bagi tiloe; sa- vaneen voetenecn halfoftweevoeten; 
djerona etta melak doea baris bak- ofvandereijenkoffij tot aandeDadab- 
ko. Sabab lamoen dëkët tëhing hoornen verdeelt men (de tusschen- 
kana kopi, hantë hadë dëhi : sa- ruimte) indrieënicn daar binnenplant 
habna etta bakko, lamoen di-raboet men twee reijen tabak. Want, indien 
1 gës kollot , soegan mattak roe- het te digt aan de koflij is , is het w 



sak kat 



akkar ki 






Lamoen gïs melak bakko , etta 
mënang gedé pae'dahna kana kopi : 
sahab djadi menang hiëm, hantë 
patti katodjo tëhing koe pannas , 
djadina tangkal kopi mënang segar. 
Djëng dëhi anoe lalëttik kabc^ohna 
kana etta papolakkan: sa-palakara 
di-pakké ka koemanneh, kado 



derom niet goed: omdat die tabak, in- 
dien hij uitgetrokken wordt, als hij be- 
reids oud is, veelligt veroorzaakt, dat 
men de wortels der koffij beschadigt, 
alant heeft, be- 



Indi< 



tahakgi 
komt men daardoor een groot voordeel 
voor de koffij: want zoo geschiedt het; 
dat zij schaduw krijgen en niet al te 
zeer verschroeid worden door de hitte, 
waardoor de koffijboomen frischheid 
bekomen. En ook is de gemeene man 
zeer ingenomen met die planting: in 
djoewal. Lamoen si kitoe dl-petak- deeersteplaatswordthetgebrniktvoor 



dby Google 



_ 229 — 

itiij:iJi(ui«ïïiiH.TiKi(Ki \ ann'M~Jiiwi(E!|(iaiiiKinm(K(ia«j|fKiiiflftorniiHi3iJi^ «t 

o <5: QQv , Q e* 

«]iiJviii5iniisiicu(HiuiKiiri9:aiitijiiïio3(Kii)ïiJioin(n3m tti oi m nni ï sq 

^ " Q üO . ^ Q 

(UH]ÈIHm(K¥l(K)l(Kn(Ml(W(Klniïl(Kin3lïl(Ki2iU\ 

aji(im(iij)(Ki[]\iKinnJLi(fnnoJi'OitK3miTin3(HïiiM(ÈiiJiin(Ki-jTi(Kn«^ 

^ > a o a . 

anantJiWiTnj|Kri(ioiajiiirm(Lnn(L[i(miajuiKi«\ inMïwiKiainiSïnqtCTiiai 



w iia ■" ' - ,^ -^ ~ . 

o 

HUI 3 «ui > iiiJinasiniimiJiononowiunmfO'ïïnCTïiiKïiamö 



1 , 

(isi, asi, J i ( I I 

o O ^C^ Q » QC" Q 

itiiiKUïiKiTinKiKiii\ ÈnnqiÈlijnJi(KinO(LJïi«JiJiariïtiraimari3m(i{i3(ij|\ü 
J ^ ^ ^ J| (^ p CJ ( P^ d 

01(WIJin£JIIKiasinMl wijl % fimiKllflKÏM"' ""'""' 

m (KTi a (inn 'M dl fu \ (Kïim ™ ^i ihtj a Ji lui mi'} it OJi ^k 



1n(WIJIfJ£JjIKiasinMJW)j|% fimiKI|^flK(KlIUinil)L1[Ul[\ «UltllKHKlUÏUKWHUn 
^ _, „ „ _ 0,0 

iBin (UI on (ï| (KTi a (inn 'M fnm \ Kifi m ™ r] i) iktj a3| im lui') "i^] ly^fwi asin itii jn oi lui 

Q o •-- - -^ - 

iM!iKin'Ki«liïjii«iii£iii'H)n<ïjOi3m wiaaj|\ (McmomKiKiajif mKnmjqam 

kënana , gës pasti mclak hukko di Leiii zelveii, en tei» tweeden verkoopt 

kebon kopi , clta djeinia mërëii hij het. Indien dit bewerkstelligd 

mindeng ngalongok , toeloewi ngor- wordt, en het zeker is, dat men tabak 

rét keboft bakko: sekalian kopi dja- zal planten inde koffijtuin, zullen die 

di menang tjaiing. Sadjalia tina menschen dikwijls naarde tabakstuin 

bnkko mSiiang melak katjang ka- omzien, en die vervolgens wieden; eii 

tjang di kebon kopi; ngan ocla anoc koo krijgt men meteen de koffij schoon. 

baris arëjan: kaija katiang djogo, Buiten de tabak kan men ook peul- 

katjang ojepoen, etta nade: sabab vruchten plantenindekoffijtuin;dorh 

lamoen melak katjang anoe ,ai-ejan, hetmoetennietzulkenzijn,dieranken 

sok melit kana tangkal kopi, etta krijgen. Zooalsdeöf'ögoendeöï'cpoen, 

arëï bawaning pagëh melitna, mat- diezijngoed. Wantjindienmenpeul- 

tak djadi gararenleng, hantê patti vruchten plant, die ranken, slingeren 

moeloes etta kopi. 7.ijzichligt(.mdekoflijboomen,eaver- 
oorzaken die ranken, doordien zij er 
zich stijf omheenslingeren, dat die kof- 
fij aan het kwijnen gaat en niet zoo 
voorspoedig groeit. 

Etta papclakkan, lamoen anoe 1) ie plantingen, indien men arbeid- 

railjln, ménang mclak doca hiangan zaamis.kanmeiilweemaalindekoilij- 

di kebon kopi. Lëwih ti doeii ni- tuin planten. Meer dan tweemaal is 

angan hanté patti hade: sababna niet zoo goed: want, indien de Dadab- 

lamocn tangkal dadab ges oeinocr hoomen reeds een jaar oud zijn, is ei' 

sa-tahoen , ges mëdjehna hiem. La- reeds genoegzaam schaduw. Indiende 

moen tangkal katjang atlawa bakko boonstmiken of tabaksplanten uitgc- 

g8s dl-poepoe, ti dinja di-oeroes plukt zijn,dan moet verordend worden, 

massing temman ngaharessihkënan- de koffijtuin vooral goed s<!hoón tenia- 

na etta kelwn kopi: sabab radjën ken: want dikwijls zijn ei- nog steeds 



dby Google 



— 230 - 

oiiii oflii Ml [KW ï) w 3 u 3& oJïi Tl \ ftm (rq (iffl ot rm 1^1 w loi TH [tJi ïJi abïi lui IK 
I ■- } ■kLKK 'tl, 

aan«iimiOiaw[l\ mojïiamÈilinwiU'nflïilM-maTiM'TiiKïi-Ji.asFiEiiffl 

a a a oo 

1K1 1 o \ im KI <EJI KI W llïn OiUl (Kïl (KI _ii lu mi il ■ 
^^ ^\ a J , 

)'^^ , 

,_ oo Ü 0.0 

(U nq rim IKll Jll (UU aJïl (IK B I iiK ! KI lUI fU 'KIJ «lil [KJ[ (IK ' 

iKii^(w*](Ki.jinm(k)i(nKinm(uinftnnMïi(ui(i((tii 



Osji(onTniun(Kiiiiniioim.Dui> «ïiTnuonn 



n Hl oj (onTniun(Kiiiiniioim.i 



Ij (cn -m isn (611 K 
o- o 




im «) (UU (KI KEI ftci fl-1 (J-31 (imi n \ w (cn m (c 

Q o o- - , -. 

[M!«|KtiinKi(ijnaiuiajiii(Ki(ai(U!()^(UiiMi(KiiinrinoaKM(K]n«) nJi ï m (t 

Q <x Q / Q o o 

im\ «1 om asm (oi (UI H^ ''J' ^y,™^ (uasïiuiiiKiajiKïiüëiiTnafllïdi'ïiaKiN 

ntassih kéné aija akkar kasso, re- wortels vaii kitsso, benevens ëri, die 

(Ijéng ëri, mioe katinggallati tl ba- oveigebleveii zijn sedert de tuin het 

rang mimiti di-djién kebon, ctta eerst werd aangelegd, en die zullen 

insrén djadi, lamoen hantè' di-raksa opgroeijcn, indien niet zorgvuldig 

temman-teinman. wordt opgepast. 

Ari dina oesoem-oesoemannana nga- Wat nu betreft de tijden van het 
bareseihkën kebon kopi, hantë mé- schoonmaken der koDijtuinj die kun- 
nang di-tangtoekSn pisan: di mun- ncn niet bepaald worden eens voor al: 
na djadi djoekoetna baije, InUppi wanvieer ér maar gras groeit. Evenwel 
etta, lamoen kebon kopi oeisoer sa dit: indien de koüijtuin eenjaar oud is, 
tahoen, di mmnft gtts aija hoedjan, wanneerhetbercidsregent.ishetgoed, 
mëdjéhjia di-patjoel massing djero, dat zij terdege diep omgewerkt worde, 
aija béjak pisan etta sakéhé akkar zoodat alle die wortels geheelenal ver- 
akkar. Sa-kltoe Litana massih kcné nictigd worden. Zoolang als het nog 
aija hoedjan, kahadéanannn koedoe regent, is het best dat er steeds schoon- 
di-baressiakSn kené, sabaraha kalï gemaakt worde, zoo dikwijls als het 
haijé. Kira-kira medjéhna kéné maar kan. AJs men denkt , dat er nog 
di-jwtjoel, koodoe di-patjoel baijé. een genoegzame hoeveelheid met het 
Sabab lamoen oesoem hulodo, ban- houweel om te werken is, dan moet er 
tè' hade nakar di-patjoel ; sabab etta met het houweel omgewerkt worden. 
taiiËh anoe di djero massih kéné aija Want, als het het drooge saisoen is, 
anoe basSh sa-hettik kagoewar djadi is het niet zeer goed, dat er omgewerkt 
kapowé dëhl, etta bawaning koe wordt, omdat de aarde, waarin nog 
paonas djadi toehoer napi ka djero een weinigvochtigheidis.doorhetom- 
djerona, hanté ménang lilir akk;ir werken wederom aan de lucht wordt 
kopi. Lamoen dina oesoem halodo blootgesteld , en dit ooraiiak is, dat lij 
mangka kebon kopi ballah, koedoe doordehittewordtuitgedroogd toteen 



dby Google 



ïtlKllÈJlRi 



Kïi atüim oi 3 «] m 3 lu oi amt ? \ M 

ajui win tJi UKiTi UIT mji (IK « Ji A 
ai ) 

Q 

fljH m T(i iM «.m (UI £( M (iq, on ikïi 

'q Q Q o i 
mtïiiiiinwiï(HïiiBi(isn»ait)i(aiiti 



ji M oi am «11! 



on urn) 3 «1 'M 3 ibii 

lOJ] (UÏJ iKl (Oldj ILHn Mï-J UI 



J,X. 



o 

IKïKKll 



JIIJl 



lun (151II uifi ntioi i4 " Ji "sfi 1"^ 



ai) 



««, d 



mn \ 'rvojtuinmtJKiiou 



ti,i 



lMOl(ot{omm<nT^?cIlSJ|^lJ^|lW|\(el'|(fcïl(nlMlm^^?^r|Tlï(ï|lKla 

IKS) lUl K) [| lOl m «Jl OSïl ra Tl (Kin IKl jl ■ 



JiKinK 



,M|p, 



mnïiïa 



■an' 



mh 3 uitim KI w (Ml üj 



oi o f a«i fiAHfiici «UI iHïi nsm (ion asm uï] iKi j 

o/ a' ü 
(Ki,Ji,(Ui (EiFi (i;t mn m aii Wj \ m tun imi m iM a kit (ui ! «jm [KiaruiKnmdJiianjiasïi 

^ Q Q C^C>/C> ^ O Q a 

[Uil Ml Ij •^*. nan tn m (m a (U M inJi lïïi tuin Win Hïi itn ri ifl |] \ tïn M Kiri (tn [Kfl 

CXC> QO» OQQ QC> ~ O- 

fljïi n »™ il uu (Ht ïtn lu iKin iKi (UI dl Kn a (U ->. i6 (u aii iin (Ki -ji (ki niïi w j ikïi 
9K M (un it>l (oi iimi (KI -Aio ïUKun oji ï) (GUI .Jka 



K!(tjHKinmï(U|lKll 



iKianjOiCTio (inwin 31 

i-babut ti loelioema ba 
ciiibang êri oela iljadi. 



, soepai 



diepe diejJtc, ende worteJsvan de kof- 
fij gocn schol krijgen. Indien het in 
het drooge jaargetij isendekoffijluiii 
vuil is , moet hel afgeslagen worden 
van hoven af maar, opdat de ëri-bloe- 
sems niet voorlteleii. 

_. Indien een koffijluin op een tienen 

arê, sti-oepaiiia di lebak, hing did- grondstaat, bij voorbeeld in eene vlak- 
lein oetaoer docivn lahoen ogé sok te, begint ligt het blocijen ook binnen 
niimiti kembanean. Tatappi etta den ouderdom Tan twee jaar. Edoch 
hantè benang o i-tang toeken. Lé- dit kan niet vast bepaald worden. Be- 
wih hadé ogé anoc hante téréh ter ook zijn die , welke niet spoedig 
boewahan; sabab lamoen téréh boe- vrucht dragen; want, indien rij spoe- 



L si kebon kopt di tanneh 



wahan , tangtoe téréh rontog. 

dinja benang di-tang barakken. Ke- 
bon auoe ili tan eb are boewaha- 
nauna i^,':tla ka-tiloe tahoen: kopi 
anoe di tanël» dc«soeii, sapcrti di 
goenoeng-gocnoeng , etta sok boe- 
wahan ngala ka-oppat tahoen. 



dig TruchtBragen, is het zeker, dal rij 
spoedig verkwijnen zuDen. Hierop kan 
men rekening mukcn. Van een tuin, 
die op een openen grond staat, haalt 
inenaevrucht met het derdejaar : tui- 
nen, die op bclommerden grond staan, 
zboals op gebergten, van die haalt tnen 
gewoonlijk vrucht met het vierde janr. 
Lamoen k»pi sa-lagi ëkkSr ketn- Indiendekoffij zoover is, datzijaan 
bangan, ti dinja massing hinget hetldoeijcnis,danmoetmenvooralbe- 
njiën djangka, paken mipit kopi, dacht zijn op bet maken van ladders. 
djëng pandagan pandagan , paken om daarmee de koffij l« plukken , ais- 
mowé boewan kopi. Djéng dëhi , mede van schuurtjes,omdaartn<k kof- 
di boelnn S^iwal djéiig' llapil sok fijvruoht te droogen. Voorts, in dr 
bidjil kcmlKing kopi: tatappi clla miiand Augustus en Suplcmberontlui- 



dby Google 



Q QO . a ü oo . Q a ^ c 

iHi)iiK«unHi(HiKïiiiui\ (isinïTfi(uanajïiiBinajiriW(tniMi«Ji8JHKi(isiiia5ï|(KTi 



mini; 



iioniMiiKni^oDif^n 



ïi«fu-jn3uasii!~naii!ïiOfiaJiEnKïiaiu\ 



ü o Q o * "o . - 

1 ,^r-,,-,,n.-, „ , ■" (Un aSn IKIJI Itll iKïl 



«unHij(Uiikii»nji\ ■ïunfïiiM(infiKi(UiiaiiiKiii(£i|[a(Kiaq \ maj 

TtiKiiTniuiMfiriO-Aumii?ii]iU3«]oafuo(H«iiJiiiiu^>nJion a ij 

/ d Q o Q/cK a 

ii|iunnuimcinfi[|\ Kniloniji?ijr«i«Ji(inijnjiMii<niuj)iimiiKiniK^tiiiuJi 

Q Q Q o- ÜO 

GO Ü 

(bïi IJl ïqjl on «1 nn ,xj| orui inji [Kil ioi T( Tl IJl Ml To "iT M iKii .^itin oiiai ! ^ «il 

O a ' a o o 

o(KiiiiH¥H|Dnï(Hioanflnii3[Lji'i.tia!iasin(ui mum an (uin asm k(1 lu (kij] «ti ilui ojïi 

Q o o a / Q Q 

iHjKiiiJ|aJi(uiii'ï](MiKi|\ [wonuooio!«](FoiauouiriiKjM(m.iji!iiiJiiLJi 

iu«5ït\ iKiiji(o(f:iimiKiii«KKiii\ lantn Ki-Aiivi(uifl)'K>3(nfl(Kimnjin \ «lojinasin 

n j) om «1 (Hl 3 (UI flJi osïi (HTi (u nm (kn n \ m (un (isïïi (nn o ! Ml iJïi (KI iJïi M 

o/ o Q o Q a G*- 

«](uiii]iiK)af|atiiimBri\ iuaïiiiiuW'irui~inMi htji w iKmaaiiUJKitiiuiwijiiKiiuiij 

Q- o Q Q 

iH\\ £JiiuiKiiJ)iï]m3(njti]K:ïi!\ iieMajijiniiSïitnfitïiaufLrniioiEJiBJifmann 

hantë bënang pisan di~tangtoekcii. ken veelal de koffijbloesems : edoch dit 

Di manna oesoem halodo baijé, etta is onmogelijk vast te bepalen. Wan- 

kembang bidjil oppat attawahma ka- neer het maar het drooge jaargetij is, 

li: kaija kopi dina tanêh anoe lintoch ontluikcndiebloeinenvicrofvijfmaal: 

pisan, lagi si gennap kali kembang- zulke koffij, als op zeer vetten grond 

annana. £tta kemoang kira-kira di staat,bloeitzeirswelzcsmaal.Diebioe- 

dalerasa-poeloehpowcjla'wasnaoppat sem valt ongeveer binnen tien da gen, op 

welas powé ra-grag; kari boewah, zijn langst veertien dagen, af, en over 

anoe di boelan Rabijoei-akir djéng blijftdcvruchtidieindemaandFebru- 

Djoemadil-awal mimiti bérëm. arij en Maart begint rood te worden. 

Lamoen si ges reja anoe assak, Indien er reeds veel rijp is,danmoe- 

ti dinja awewé, lalakki, bararoe- ten vrouwen, mannen, kinderen, alle 

dak bararoedak sakabch, koedoe ka naardetuinomkofSj teplukken. Doch 

kebon moepoe kopi. Tatappi nja dan is er ook veel, dat geregeld moet 

etta ti dinja réja anoe koedoe di wonden. Bij voorbeeld, wordt de koifij- 

oeroeskën, Sa-oepama boewah kopi vrucht, dieboven aan zit, geplukt, dan 

anoe di toehoer ai-pipitna , koedoe moet men ladders gebruiken. Indien 

maké diangka. Lamoen si di-pe- zij maar afgestroopt wordt, dan wor- 

nolken baije, etta dahan kopt dut- dende takkenderkoiBj ontbladerd. De 

tang kapënggas. Etta boewahna a- rijpe vrucht, en die noe groen ij 



noe assak, anoe hedjo kéne, serta iongevrucht,alsmedcdeDladeren,zul- 
;ntil-pentilna , sakalian djëng da- lenalleafgestroopt worden, en zoo ge- 
Den-dahoena , mërén kapanol ka- 5chiedthet,datde koffij, dienog groen 



béh, djadi etta kopi 'anoe massih is, niet ingeoogst wordt; want zij wordt 
bedji. hantë ka-alla , sabab djadi wit. En ten anderen, nadat de blade- 



dby Google 



n «E 3 (Uïi iKi Kïi (uin (ïu \ M «nu am M IQ oi 3 xji (M II \ unTHMuiiiiJUKmiM 



ifimi 



in 01 3 XJ1 (M II \ i 



njifiSiin(Kaiyj|iKiniK|([Jiiun(i-n\ «eM(«i(Hi|(limJi3(iJi(EJiiKi(iriaiuiikjiiKiii'Uï| 

jm [fxi «sL.^ ei I «i^ ao J 

Q Q Q a 

Q Q Q QO 



^ o 00 QO 

ïcn ijn iiT [U osïi (u ojin iiJi iKTi (m -Jiii Tl M -A w -Ji om flj o ttiui ao I ■ 



lOToniftlöiJniiJiiuituinsïiTiLnnanilN anijomiiiJinJUiTnaii 



orui ~nn asm mn o 



omjo? 



o Q a o oaoQ-o 

fMiJt»fiiiai3(U\asin,imiofl-jianiO[H¥i(uino!«i\iLmiHiaj)a5n(K)(Kiiu[inim 

Cl!? I JJ ^ "^ „ tjcj cj , 



\ m ojïi fem m (Kïi 3 , ._, - 

I JJ CJCJ CJ 

o 
(Kil mi MD lun nsm o om (ULJl(Hln«laJlaflalu^^ 

c? o e- o n n 

— -"■ iiKinjuiitiKi: 



njia5ii|Kiwaji»(i(tfnKi||\ (uimimiiM-J 



fl«l,lE:ïllHI|llJllÈin(Ll(^JnlULJl(Hln«)aJlafl]lUl^ amTniiinniiM-AaanTniüiins 



-. ^ e- o 

dJl Ml II \ lUI OJÏI IKl nji '■ ' 
IHl, J| 



MiüTiiK)(Ki^a?i»\ an ati jn (iru ttfïi on rtJi (611 

imi\ (wa:::nSiiuati(Knian-riaq(H[Eil(iïinm!(iJi'eii)™\ Mi] ojh iku (Ui) (uin *) 

«l ijn 3 (Tj Tm ïj ftJii asin «] Min 3 u w aïïi nq Tl f as (M icin im \ ifu (y 

eës ren geheelenal van de takken af zijn, 
geschiedt het, dat de kofSJboomen een 
jaar ten achteren raken; want in het 
eerste jaar begint het groeijen der hla- 
deren, in het tweede jaar eerst begint 
het vruchtgeven. Door den gcmeenen 
man nu wordt dikwijls uit domheid 
niet goed gelet op den regel van het 
ï/erkj alzoo kan niet genoeg vermaand 
worden; Niet afgestroopt worden moet 
de koffijvrucht; geplukt moeten wor- 
dea alleen die rijp zijn ! 

Indien de koffij geplukt is, wordt zij 
terstond gebracht naar de huizen, en 
wordt niet neergelegd in de schuurtjes. 
Namelijk dit is de gewoonte van den 
gemeenenman. Men moethen volstrekt 
te verstaan geven: die koffij moet neer- 
gelegd worden in de schuurtjes. Des 
morgens nu worden de rietdaken ge- 
opend, en zoo wordt gedroogd; des 
avonds worden zij gesloten, en er onder 
wordt een vuur gestookt; doch niette 
groot; want de hitte zou te sterk wor- 
den, en veroorzaken, dat het verbrand 



(ii](uin3(nr(m«t|ftJiiiasïi«]tc 

bodas. Ari sapalakara dahoeu gës 
bcjak tina dahanna, djadi tangkal 
kopi mënang lejir sa-tahoen; sabab 
tahoen kaharep mimiti djadi da- 
hoenna, kadoewa tahoen kakart'k 
mimiti boewahan. Ari djelma anoe 
lalëtlik panték koe bikoe hante patti 
di-estikén oeroesan pagawejanj nja 
etta hantë benang di-papatahan : 
oela di-parol etta boewan kopi: 
koedoe di-pipit •-"''" =""" '""^ ' 



Lamoen si ges moepoe kopi, toe- 
ioewi di-bawa ka imahna , hantË 
di-tëndën di pandagan. Nja etta 
adat anoe lalëttik. Koedoe di-béréh 
mengharti; etta kopi moedoe di 
téndën di pandagan. Ari ges isoek, 
di-boeka atepna, aija kapowc; ari 
gës sorré, cfi-toetoepkf 



i assak! 



deppennana di-pn-oennan 



sënëh; 



ngan oeli gedé tihing ; sabab me- 
ren katjida panasna, matlak djadi 
toetoeng. Koe hasÊp haije ogé etta 
kopi terch djadi toehoer. Lamoen 



dby Google 



o Q 



— 234 — 
iKïl ÏUl Ol o lU M t fiïl KI fe «1 Tl 



QO . / Q O O Q Q 

aK([.TiEii*qCTnjiniuiiMiKi|]'^ OJiona w 'mn (EtidJiEJimumiajiïinitinïui 

.o'/"QQ QooQ ^ a a. 

(Lm om iKi ftjifi \ esiiiji(Kij]Hoiisi)i(ijio]nj|imiKar3nsïio«|[H.iaiJiiaiajii^ 

o Q a a Q af Q q"c- QO Q 

IU(U!\ IEIltJl(l5!n£llamH,llOllfl»(I|lK13 0(\ lUieiKlW W«\llin 01ïttJ|n(| 
1 M ami (KTi ftfl il \ iKïi o lu "" 

CJ ^, <JI JJ 

iiiiiJii[i5ii-i».[uiiisnfuiMnsiii\ dB;ftJii]nfin^«|(imiuin(Kjitji(U«]iKnia!nn()ji 

q/ o o/ a o ü q q/ _. ^ 

(ïUl^a;lnl«^(E.^oa™EJlïu«tlKln)aJl^ «kkuiim'^'i "^^ ofi fisri rui M fKii *>■"« il ^ 

■^^ I O Ja jöjO J J| 

o a Q Q ao ^ .c^ 

iKïnu)ioiKïiaai|!U(ti|(ï|(fti3\ iisïii^(Ki(i(nji(ttitisi)ni£ui\ ajioiïïiiy^'ui'fciifliï] 



maji«niittJiami(KiniKiii\ iKïioiLiuflOiKi)i*tiM*JlMiiiJitriJi«l'CTai|(Kïi3«i 
. — ,„..,.,„,. dÈQvftijnfiii jmiJViiiJintKiicJiiUBiiKuiiaiiTnaji 



d 



(m* 






m(KB)_ran[iüinjiJi(Ki|j-ï» 

_ a Q . a 

r m ojii oi ^nj «UI Mii lUi u, firiJi ! Min iim «t I «Tïi lUi KI -i iun m luui m (Kt m «tii -m m 

si gës toehoer etta boewah kopi , wierd. Boorden rook aUccnook wordt 

toeloewi di piiidahken ka djero i- de koffij spoedig droog. Indien de ktd- 

mah , cli-tëiidèn di parra ; ti dinja, fijvruchtfcereidsdroogis,wordtzij vei- 

sabab hoenggal powd kahassép'au, volgens overgebracht naar de huizen 

djadi mënang toehoer pisan. en op zolder gelegd; waarna zij, dewijl 

zij eiken dag berookt wordt, geheclenid 

droog wordt. 

Sa-gësna kitoe, di manna boe- AJs dit afgedaan is, wanneer de kof- 

wah iopi hanggSs toehoer, ti di- fij vrucht droog ïs, alsdan begint men 

nja mimiti di boelan Radjab noe- indemaand Meide koifij teontbolste- 

toewan kopi , massing baressih. ren, vooral schoon. De aiVoer begint in 

Hirniti milir di boelan Rowah. Di deinaand Junij. Wanneerhetnabij is, 

manna ges dÉkkët kopi dek di datmeadekomj gaat afvoeren, moet 

pilirkïn, koedoe di-bingettan nias- men vooral bedacht zijn, dat er voer- 

siiie sadija prabot momot, saperti tuig in gereedheid is, zooals karren, en 

padatti, diSng sakdié anoe di-pake alles wat gebruikt wordt voor het af- 

baris milir. Tiëkër mimiti milir voeren. Wanneer men begint met den 

kopi, djelma Soenda njaboetna poe- afvoer der koffij , noemen de Soendaörs 

poctjock ; kadocwa kali pamindo , dat de Doorgangen, den tweeden maal 

liloé kali ningteUoe, panghangges- AerAnft'n^, den derdenmaal Aettfen^, 

na pamoetoep. het einde 4e/ Ae«/ut(. 

ijëh sa-widji tjarita ti. barang Dit is een verhaal vanden tijd af aan, 

mimiti lalakki bog« niat ka awcwé dateenman planheett op eei»e vroaw 

rek cwéan. en begeert haar te trouwen. 

Etta lalakki poepoelih ka in- Die man geeft aan zijn moeder en 

doeng bapana, ijcn rék éwötn ka vader te kennen, dat bij verlangt te 



dby Google 



m (UI itJi/i iHi CTBifr (UifiHiN iinTfi(itajiniinti|i<rn'iJiiKiiuïia^iKi\(iJi[i<|Wiiïij(E(i 

I "U J II ^ o ■ \ 1 

BmasïïKfcJiiKimn-ciJiKundriiaomiKKiiuiasïi -Mm asij \ o m mniiii iii n-ci nsvi f tuvi 



iuimTi|(uin(isinoiiM«]an3mïi)i3ciiK|[|\ «snraitTna-JiiBiitsïimTimiujiiHri 
^ ^ (Hl(i;iH\ ojïi 

-, , - CL a Q 

a Q a ^ oo- 

(KBHjTiai(tj)3ii,iiiuinaK\ luioM f (Uïi [KI an iKi] iHi (i-ti tji _n fl[| [1 ">. ftmm ciVi 

a Q a o Q Q 

[k'iasi))™(njiiuiuiionoKïiiuiniHiy[uiuin«]o«|o\ (mncimttOKinimMiiim 

a a a a 

mami3!üimj|\ laiTifiJiiBniKiniuinEJlfWtMiijïiinooioiraiiiaiiiuiiJiiJiJi 

ao o / o a . ' 

iK¥ig\ iunTnnmMM«i(M3«ionoi(Kim t^l-J|K^lunou~Jln^^lloa^ 

Q QO- Q Q Q 

lui (iq ftJi ajii«]oin(a\iiinTiaTiiMoj(niJi3inflnimiEiiKin-JiiiKi(uiasviaïïif\ 

Q Q a o . 

wïioaruiij|(umnM(Ki(i<un(K]\ (KuninsiïJiiKi ~A.<m !K1 nm m «m (eïj o ui 

Usn (En w w ~nn OM anti KI o tu nji Ml -Jii [ifiji \ laiiKiowiTjnKftcui-Am ti^ji 

iiji anoe. Ari ommong hapaiia in- trouwen juffer die. Dan zeggen zyn 
doeiigna: hade, lamoen nja tem- vader en moeder: nGoed, indien gij in- 
meii manéhna boga niat sa-kitoe, derdaad datplan hebt, zullen wij zen- 
mangké oeraiig nitahan patnan ma- den uwen oom of uwen ouderen nroe- 
ncihna, attawa kaka manéhna, ma- der^omzorgvuldigonderzocktedoen." 
siiigna ngolongan. Ari clta basa li\tnahixtngolimsan(^onderxoekdoen). 
ngolongan, Ti barang mimiti rek Van het begin afaan, dut er plan ge- 
niat, nitah ka iiiiah awiiwc. Sa- maakt wordt, zendt men naar het huis 
ocpama lamoen di djalma anoe van de wouw. Bij voorbeeld, indien 
inaiii ; ari warnaiinnana babawa- het door welgestelde menschcn ge- 
annana doewit sa-pasmat, samping 5chiedt,danisdesoortdergeschenken, 
sa-hidji, karembong sa-hidji, di aan geldeenspaan3chemat,eensarong 
wadah'annana koe nanampan, Ari en een sluijer, en het wordt, geplaatst 
gës kitoe, toelocwi di-bawa ka i- op een presenteerblad. Als dit gedaan 
mah si awéwe, anoe dek di-ko- is,wordthelgebrac;htnaarhethuisTaD 
longan. Barang datang ka imah- de vrouw, naar welke men onderzoek 
na si awéwé, toeloewi dijoek. Ari gaat doen. Zoodra hij Komt aan het 
gës kifoe, sor etta nanampan di huis van de vrouw, gaat hij terstond 
narcppanana indoeng bapana si zitten. Als dat gedaan is, wordt neér- 
awcwc. Ari gSs kitoe, pok lémék gezet dat presenteerblad voor de moe- 
anoe di-titah : kawoeJa di-hiras koe der en vader van de vi-ouw. Alsdatge- 
ki anoe , narosken. Soegana baijé daan is, begint te spreken de gezonde- 
toewang poetra tatjan aija anoe ne: ulk word verzocht door den heer 
ngarepkënninja. Hunawanna roe- dt'e, om een voorstel te doen. Misschien 
djoek sampéjan soegan milëJehëng- heeftuwedochter nog niemand die zin 
ken ka anoe }>ettan sa-kitoe , anoe aan faaar heeft. Bijaldien het uw goed- 



dby Google 



WJiw_AamW'CT,iq_üii»tïiiKi(Uin(KiiiiiiasiiiKi JkiKïiOT mm »n tHinn(CTi|-n 

Q' ':^ Q a 1 ü 

ajinTnin[U3(CTiJndnajfioiammoi(L/i(Kiikj|(iniiioiï|0\ wii ami m Tn ojui 

L CJ I o d I J l „ 

I Q Q 

Hïi iM luin TT] KI II \ IM (UI ofu ï iKii o nji or Kin CT ai am «1 i!fl M Tl m 

Q<:>i Q * o/ c> Q 

iEn\ lUïiTniKiiiflJiKinfuniKimTriiaiiiiuaiKiniuintKiajïiiuix iwiieinninM-nM 

Q o- ^o- . .o-a a o- 

TnajuÈiniKiKiim(isiniKinoimi!tii3jiriiiT(r*JiiiJiasi(i\ asïiiiïiiiiuirnKiiuïituui 

■^a J J ' ^ 

oamKnaiiunMitKinx (umnajii'miunraiEJKEïiMMi-nnajui'^ iw 

nm(Mii5ijojmjioainafU(Hïi jin(KiMKn(™ïonTnwci[in|jow i™^ 

0*C5vQ o QQ-Q QO 

ofuiitil-JUMiKiiiafintLnnEn f (irn oji aq oji nruifuiiKiiiN iifïiiKïiojiKïi-JirifKjMisin 

Q ü c> . o . _ 

«sïitN mnjiaiKTniuifljiami f iKm wi-Aann mimiiiiiïJiïMiiïjuinKBiiuifi aii on 

(Lil (iq oj (im «1 o «I o > on ■»! m luin 3 ai (Eïi 3 Qfl (uri *(i M (HÓ 5J1 «^ 

üo/ o- a __ 

sumniKiniMEiifliinannKjonisïiafl -jr-kh ioti\ aaiajïiiHiOTmn nsTt,] ai icn a 

ao' . o a o 

oiimjtn am oi M »n \ (cm m itii nm "^ oji otiih*™ mi m loi ski 

mararat , ka sa-doeloer kawoela ; keuriQg wegdraagt en gij misschien ge- 

etta kawasna boga niat ka toewaiig noegenneemtiniemand,diezoogeriiig 

poetra. is, en die arm is, in mijnen broeder; die 

schijnt plan tehebben op uwedochler." 

Ari pok dëhi etta indoeng ba- Dan antwoordende moeder en vader 

pana si awówé : Oelk réja kasa- van de vrouw: Niet ¥?el rede ! nade- 

tioer'an, sa-dalah kawoela nja k 1 wj ch in hetzelfde geval ver- 

loe kéné parandéne kitoe. Ari kc k n V langt men nu eeneonnoo- 

ka anoe bodo, ka anoe iréng, se 1 n ne behoeftige, terwijl hare 

eës pidoeriattennana atoe kawoc w 1 nd ze gedachte geweest is dag 

la-ma tjang bèrang tjang pétting h aar wij nogtans niet heb- 

tatappi ngan të aija pikën ngab b n d ben oodigdh eden ? Iemand 

hannan. Ari anoe dattang-ma d bj om haar gekomen is, is er 

tjan aija. nog niet geweest." 

Sa-gés kitoe, toeloewi balik anoe Als dit gedaan is, keert vervolgens 

di-titah barina ngoenjoengan , bral terng de uitgezondene tot onderzoek, 

lémpang, daltang ka imah bapana gaathecn en vertrekt, en komt aan het 

si lalakki. Gek diöek anoe di-titah, huis van den vader des mans. Terstond 

pok di-poepoelihken sa-kaömongna gaat hij zitten, neemt hetwoord en ver- 

etta indoeng bapana si awéwe. haaltal watdevaderenmoedervande 

Ari omungna: Anoe dattang-ma ta- vrouw gezegd hebben. Zij nu zeggen: 

tjan aija, Arï kersa-ma ka anoe niemand die om haar gekomen is, is er 

uettaii sa-kitoe , ka anoe mararat , nog niet geweest. Als men begeerteene, 

nja bodo, tË aija kabisana , nja die zoo gering is, eene, die arm is, en 

soemangga, voorwaar onnoozel, zonder bekwaam- 
heden, nu, dan mag het geschieden! 

Sa-gésna kitoe, di-toenda hélaan Ditgedaan zijiide,taalmen vooreerst 



dby Google 



funï)JiiLnni|fKi~m(sn»fnin(uin3n^iianiKi|j\ a3ii£ii^^aJiiaiik,i(Ern«ui 

cjv o-e» o a 

flciBN moïinii'nf ïflMioimfoi*ifl«iwn«%0!M!Hi(Kfi]iui3«|0> ftjun 

jC> Q o a ' Q 

masiiajinMajiiiKiniuiiiiHï wi(MOJiri«io«](Ui\ icn)i«]fUïi(isïiiuloiftJiaJiri(Ki 

o Q o Q . . 

iKv\\ ajï)TiinniKiMi|oi3TmiMOMajinoofi"ïi(i](Lfiiiïfuiiisïi~ji(Masin[[\ 

aao o QQQ- □/ 

Kn«]inii|Eii3ajiuii(K\ ojiiOKKiun Jtl-Aanl(K^ iCiiuiïoninwTiïannttJiv 

(un o i^ «e; ï) (BI "*« löianfriiuiïBiHïiTiiifViMCTTiinJioijiiJiairoaJiii 

a Q a I Q 

(Bïiooi(iK?m(U3momj|flnjim\ a3i|[isïiMMij||O)(iaji(LnnEl!(uiiiii]0fl] 

miUi(U(uii\ njiafln(iru(iAiian~JiiKamimfl::iiij|0(imiïtim(iJïiasïiiwitnii(inji 

I , •■ o JJ i 

Q O/ Q <X . 

/ ^ O ad l («1 

flEiKTniu\ (unnmariii j»,0!Kiii-A.iiloii3n.Tnt]aziiannnaq> Kiiiuui(M«]Oia 

'q Q .o .nnnn 

ii5i!iii|tifïi3oajnniiAJi(Kiiij|\ oMiinjnwnji-Ji»n[|\ majiiliu 

-^"^ Q _ . 

m (LH «1 UI \ um (LJUi ! iksi o ïia oü ti f 



. o. a<> Q o . 

9ii (UI nnn wi d N ojïitio/Viqjioi «iiuamiHsimiEJiiiiKïi-JiiiaTffiiLnnMiirïiiu 



etta kaomongan. Demi ges nepi do zaak rusten. £ti als dit een. maand 

ka sa-boclan, térdina sa-fengah geduurd heeft, — als er spoed gemaakt 

boelan, dëkëtna pisan toedjoeh po- wordt, een halve maand, — op zijn 

wé , di-teang dëhi ka imahna si minst zevendagen, wordt er weder- 

awcwé. Mja etta di-basaan noekoe. om ccn bezoek afgelegd aan het huis 

Ari anoe di boga mawa déhi wang van de vrouw. Dit nu wordt genoemd 

barang opat pasmat, karembong sa- noekoe (koopen). Dan. brengen zulken, 

hidji , pi-badjoe-ên sahidji , sëreh , die iets bezitten, wederom ten gescheii- 

bakko, gambir, apoe djëng djam- ke,aangeIdTierSpaanschematten,eeii 

bé. sluijer, stof voor een kleedje, betelbla- 
den, tahak,gambir, kalk en hetelnoot. 

Demi ges kitoe, kira gSs watara Enalsditgedaanisenerongeveervijf 

lima powé, attawa toedjoeh powe dagenof zeven dagen op zijn langst ver- 

lilana, nja ti dinja bral ka imah loopen zijn, dan gaat hij wederom naar 

awcwé débi, sakalian rëdjëng in- hetnuisvandevrouw,ennugaanmede 

doeng bapa doeloeriia etla si lalak- de moeder, vader en broeders van den 

ki, serta bari mawa sa-banda-ban- raan,alsmede,om ten geschenke te bren- 

dana , kaïja saraping , karembong , gen, onderscheidene goederen, als sa- 

badjoe, kasoer, anggel, samak, sa- rongs, sluijers, kleedjes, matrassen, 

boga-bogana, kaija prabot di-gowa kussens, matten en allerlei zaken, 

parioek, doelang haseppan, seeng, als keukengcreedschap , potten en 

piring, pisin pandjang, pinggan, pannen, presenteerbladen, rijstketel, 

Ari gês kitoe, pok lémék etta in- schotels, borden en kommen. Ditge- 

doeng bapana si lalakki ka indoeng daan zijnde, nemen hel woord op en 

bapana si awéwc; Ijëh kawoela spreken de moeder en vader van den 

njerahken toewang poetra sa-ra- man tot de moeder en vader van de 



dby Google 



QCS o o a Q , a Q 

TnmfiiKiiEnmuïiKiiiajiiajaiiiiisïliuinïficniu uw ajïni(i:ui|o\ ikikhsi 

aa o o ao- Q 

«1 .jïi jtjjj \ on tjimaïfluioiiMiuïiKiflTn y iiiii ki i] -^ inmn mn iM 

Q a a . c*o Q o/ Q> 

io]ojnoj»m!Ki oiortMWfmamoiojiMüiKian wimi(im\ iMoiufe 

C^ " o Q Q Q 

luuiri W 9tl -iii II UI m lUl \ (i5ïiïU(UiJiiJiiiitJUiiiJi--A(Hi jiotüiinx ajïno 
■:> o o . "o, iQ o 

amiwicïiCTimoiMMW)m(KiniM[EJi-jia«i(Kin(kiiiniiiKiii «i iKin ukii lui -n an 

«HKnE[iwj|\ miinnniiriiKJiojie 

(WiMO(Kiiani5iii|i'^ iöiffiliTiM9si|ajifimo(Eji_nojiim(in.iiiimfKiiaiTji 
Q c>/ Q Q a a o Q 

»nniioioajn(Kijj\ imnrifmMiisiiidjaïi'U'U-jKUi oai atn im im oi o on 

n / n Q Q o 

:)1 (Ui asïi -JkT.! (U OM (un dsin o in, bsh 

■ Q a Q- 



woch sa-boga-boganii aiioc inanirnt. \touw: «Dit bieden wij uwe dochter 

Ari gés kitoc, pok déhi clta in- aan, alle bezittingen van een arme." 

doeng bapana si awéwc ; nariniii- Dit gcdüan zijnde, nemen wederom hel 

ken hinja, Rja etta di biimÜii woord de moederen vader der vrouw: 

iijarahkën. nWij nemen dit aan." Dit nu wordt 
genoemd tyarahkën (overgeven). 

Ari gËs kitoe, isoekkana baba- Dit gedaan lijnde, reinigt menden 

ressih ctta pipangantënnën lalaliki, volgenden morgen den Iffuiacgom, »1»- 

serta rëdjéng pang-anten Rwéwe, mede de bruid, en vervolgens worden 

toeioewi di-hiassan Ba-^oewaita. beide opgetooid. Dit gedaan zijnde, 

Ari gés kitoe , toeioewi dangdan kleedt Bij zich vervolgens aan met een 

makke samping, makke saboek, sarong, mctcengordelenmetecnpon- 

mnkke kri» pendokna maas. Ari gés jaardmcteengoudenschedejenditge- 

kitoe , makke badjoe anoe alocs , daan zijnde, trekt bij een (ijn baaïtje 

makke stng aarwa cëngit, aan, en wendt het welriekend poeder 
aan oui si/'n Hgchaam in te lort/ven. 

Demi gës kitoe , haijoe ngoem- En dit gedaan zijnde, roept en ver- 

poelkén djalma anoe baris pi-ngan- zamelt men menschcn, die gereed zijn 

ÏÉrën ka masigit, kira-kira sa-koe- ter begeleiding naar de moske, onge- 

maha baijé Hiahina pi-barang ba- v«erïooveelalsermaargenoeg zijn tot 

wa-^n. Ari gë$ kitoe , top padt het dragen van de geschenken. Dit na 

nj.ingking ea-babawaSnnana. Ari gedaan zijnde, nemen zij dadelijk alle 

varnana anoe di-bawa doewit sa- de geschenken in handen. Hetgeen na 

roepija, attawa lêtikna sa-lapa» lengescbenfce gebracht wordt, bestaat 

irang, bom pi^n ipekah: sa-djaba uiteen ropij aan geld, of op zijn minst 

ti doewit sëreh lepit, Ari wama negen duHwitjes, om te doen strekken 

«tla sëreh »a-djabana ti lepil, !oe- tot geschenk voor den priester: bwitcn 

boen gantal tektek ngarana etta het geld f>etelbladim in pakjes ««amge- 



dby Google 



- 239 - 

o Q / O Q a __ 

lUiEïip ftmTnoiKii]ijn(isï)fljajiïiMKOiJn«5ïiiiriiuiEïi|\ «fiiaoi sci (ki 

oo c Q a CU 

tel, IbL. ü 2f I M (f\ { (^ J 



a Q -QOO OQQ QÜ- 

(HïiJïiiK\ iK¥i(ai[Liii(Ktuii|tn tfi-JiaWTnï(uim.iinji~nnie;\ snw 

cii I a ^ J 



JKKlJIIKÏI^Iim 

_ _ aó- ,, c^ Q ~Q o <:> o'::> Q q> 

M (un Til lioi w (KI iirii Tl oi tui nJi ffi; «Ji o «IJl ijui iKi !Ki \ «SiowiïJiCTiMflïïi 

Q a ■ Q o o QO Q Q . 

aai(EjiftJifinnflSïi.ifUioiuiiui(Kin-a).«u\ luinndnniMicïi muiaiKinuiianJiKi 

- ~ - - / QO Q 



^-rT,"^-^ 



J 
■"JJ 



oiiï|gjiiH¥inJio(in)i\ o im u iSiii asïi | \ imnjioiuiiMEJi^iiwiiMiojiMmi 
iuiinnam(wiasï((<[(uia(ii»«i-fin 

Q Q QO 

fljinMmoanjinnjïnniMiuiKt 

J IHl, [Hl, 



lllafl^ icmniuinriniMi 



KV\I\[ 



I (Kïl HUI I 



39 



sërëh. Sa-djaba ti dinja hiiko , 
gambir, apoe, tjon^tjot rëdjëiig 
bakakak, haijam bidji, djaro iiidji, 
saniak hidji , tambaiig hidji , e]>i- 
pos , merih hiroep ludji , minjak 
soeöek sa-mangkok. 



Demi ges trap , bral lémpnng ti 

imahna, scrta di-iringken toe noe 
barang bawa, redjung pi-waliëiuia- 
na. l)emi gës kitot^ , dattang ka 
masigit, toelocwi dijoek sila. Art 
ges kitoc , pok ki panghoeloe , na- 
nja : anoe ti mana ijen ? Aii : ka- 
woela ti lemboer anoe. Ari ges 
kitoe, tjek ki panghoeloe: masing 
di'kët. Toeloewi di-sampërken ma- 
siiig dëkët, serla sila d! harëppën 
ki panghoeloe. Ari gës kitoe, pok 
etta walina lémék ka ki panghoe- 
loe : kiahi , kawoela nganiras ka- 
winken anak kawoela nji anoe ka 
ki anoe. Nji anoe soeka lakian- 
nana ka ki anoe; ki anoe soeka 



ïouwen. De vorm Tan betelbladen nu 
buiten de zaamge vouwene, Loekoen- 
ganlal-teklek noemt men die betelbla- 
den. Buiten dat, tabak, gambir,kalk, 
tjongtjot met bakakak (een ïcker ge- 
regt), een hoen , een eendvogel , een 
matje, een touw, lont, een levende 
eend en een kom lam pol ie. 

En nadat dit !n orde is, vci-trekt men 
en gaat van huis, en wordt vergezeld 
door de dragers der geschenken alsme- 
de de getuigen. En als dit gedaan is, 
kojnt incn aan de moskee en gaat ver- 
volgens met de beenen kruislings on- 
der zicb zitten. Als dit nu gedaan is, 
neemt de priester het woord en vraagt; 
"Vanwaar zijn deze." Dan (antwoordt 
men): iiwij zijn van dof dorp." En als 
dit gedaan is, zegt de priester: nlïeel 
digtbij!" Vervolgens wordt er opge- 
schoven heel digtbij, en zit men met de 
beenen kruislings onder zich voor den 
priester. Dit nu gedaan zijnde, nemen 
de getuigen het woord en zeggen tot 
den priester: Mijnheer, wij verzoeken u 
te doen trouwen ons kind julFer die met 



jdby Google