(navigation image)
Home American Libraries | Canadian Libraries | Universal Library | Community Texts | Project Gutenberg | Biodiversity Heritage Library | Children's Library | Additional Collections
Search: Advanced Search
Anonymous User (login or join us)
Upload
See other formats

Full text of "Nieuw plantkundig woordenboek voor Nederlandsch Indië. Met korte aanwijzingen van het nuttig gebruik der planten en hare beteekenis in het volksleven, en met registers der inlandsche en wetenschappelijke benamingen"

Nieuw Plantkundig Woordenboek 

VOOR NEDERLANDSen iNDIÊ 



DOOR 



F.S.A.DE CLERCQ 



NIEUW PLANTKUNDIG WOORDENBOEK 

VOOR 
NEDERLANDSCH INDIÉ 



I«)t 



liet Jluteursrecht is verzekerd overeenkomstig de Wet van 
28 Juni 188], Staatsblad ISo. 124. 



-:- DIT WERK IS GEDRUKT OP -:- 

NEDERLANDSen NORMAALPAPIER 

3 B'. 

(SamemteUing uit plantenvezels met toevoeging 
van 2^pCt.houlceJluIose. Joch zonder houtstijp.— 
Gemiddelde breeki^ngie ^000 Meter ; rekbaarheid 
j pCt. — Aschgehatte ten hoogste t o pCt.J 

"By het binden is niet gebruikt in de tropen snel 
verterend metaaldraad, doch stevig garen, van 
3V2 K'^- breekg^^icht. 






Nieuw Plantkundig Woordenboek 
voor Nederlandsch Indië 



Met korte aanwijzingen van het nuttig gebruik der 
planten en hare beteekenis in het volksleven 

en "fy^iNv.itii. 

Met registers der inlandsche en ***»«i3 
wetenschappelijke benamingen, 

DOOR 

F. S. A.( DE CLERCQ, 

in leven Oud-Residem~ van Ternate en van Riouw. 



Na het overlijden van den schrijver voor den druk 
bewerkt en uitgegeven 



DOOR 



Dr. M. GRESHOFF, 

Directeur van het Koloniaal Museum te Haarlem. 



DID 

d13 



Druk van J. H. DE BUSSY - Amsterdam 
1909 



PRIJS voor niet-inteekenaars: in Nederland, 
ingenaaid /'12.50, ineebonden /'13.50 — voor 
Indlë verhooed met vracht- 



.15 



INHOUDS-OPGAVE. 



Inleiding van den schrijver VII 

Voorbericht van den uitgever XIII 

Naar aanleiding van het overlijden van G. J. Filet, door Dr. M. Greshoff, 1891 XVI 

Inlandsche plantennamen, door F. S. A. De Clercq, 1892 XVII 

Rondschrijven betreffende de uitgave van dit woordenboek XIX 



Verklarine der verkortinsfen en andere namen i 

Register der inlandsche namen 7 

Woordenboek, alphabetisch gerangschikt naar de latijnsche 

plantennamen i55 

Inlandsche namen van plantendeelen 35 ^ 

Stelselmatige rangschikking der plantengeslachten .... 379 
Alphabetische lijst der in de aanteekeningen vermelde 

plantennamen 392 



Aankondiging 397 

Verbeterblad 399 

Aanvullingen 400 




INLEIDING VAN DEN SCHRIJVER. 



Nuliir tliiit allzeii mchr als 
Demonslralion . 

Lkssing. 




De ontzaglijke uitgebreidheid der Indisehe Flora is ook aan 
hen, die zich op botanisch terrein weinig bewegen, niet onbekend; 
terwijl het plantkundig onderzoek voortdurend nieuwe bouwstollen 

aan het licht brengt, waaruit ten 
duidelijkste blijkt, dat van een vol- 
ledig overzicht der plantenwereld van 
den Maleischen Archipel nog geen 
sprake kan zijn. Men moet zich der- 
halve voorloopig tevreden stellen met 
het vele, dat reeds algemeen eigen- 
dom werd; en het toejuichen, indien 
met onvermoeiden ijver naar uitbrei- 
dine onzer kennis wordt gestreefd. 

11*' 

Naast deze erkende leemte op 
botanisch-systematisch gebied, ligt het 
voor de hand, dat ook de bij in- 
boorlingen bestaande kennis van 
inheemsche gewassen en hun gebruik, 
voor westerlingen veelal terra incog- 
nita is; al mag met reden worden 
aangenomen, dat deze volks-botanie 
evenveel recht heeft op onze belang- 
stelling, daar, om maar iets te noemen, dat niet begrijpen van de 
inlandsche plant-lore en het bezigen van niet ter plaatse gebruikelijke 
namen, in den dagelijkschen omgang met de bevolking natuurlijk 
tot veelvuldig wanbegrip aanleiding geeft. 

Niemand minder dan de beroemde G. E. Rumphius is de 

eerste geweest, die te dezen aanzien als baanbreker optrad, door 

in zijn Amboinsch Kruidboek bij eene in bijzonderheden afdalende 

beschrijving der door hem onderzochte gewassen telkens de inlandsche 

namen en het nut voor de inlandsche huishouding op te teekenen. 

Na hem is een lange tijd van schromelijke verwaarloozing gevolgd ; 

maar nu jeugdiger beoefenaren der plantkunde opnieuw in het voet- 

£S> spoor van hun vermaarden voorganger zijn getreden en ook hun 

^ voordeel doen met de studie van taalkundigen, mag worden ver- 

*"" wacht, dat de verwarring in de Indische plantennamen langzamcr- 

^^ hand tot het verledene zal behooren. 

^ De opgave der inlandsche synoniemen van wetenschappelijk 

53; gedetermineerde planten heeft met velerlei bezwaren te kampen, 
S zooals herhaaldelijk door meerdere schrijvers is uiteengezet. Hoofd- 



VIII INLEIDING. 

zakelijk waren het plantkundigen, die deze inlandsche namen gedu- 
rende hunne reizen opteekcnden ; doch, hoezeer voor hun eigenHjke 
taak berekend, ontbrak hun de noodige taalkennis ter controleering 
van door inboorlingen opgegeven plantennamen. In den laatsten 
tijd heeft men te dien einde de hulp van bevoegde taaibeoefenaren 
ingeroepen, met het gelukkige gevolg, dat omtrent de juiste uitspraak 
en spelling van tal van namen reeds zekerheid werd verkregen ; — 
de hoofd factor ter verbetering echter, l)estaande in deskundige 
plaatselijke controle der namen, bleef nog ontbreken. 

Niettemin is dit feitelijk de alleen betrouwbare handelwijze, die 
bij het verzamelen van inlandsche plantennamen dient gevolgd, hoe 
moeilijk de uitvoering in de praktijk ook zij. Want het zijn niet de 
min of meer beschaafde hoofden, dan wel in ontwikkeling boven 
hunne landgenooten uitmuntende inlanders, die in deze als vraag- 
baak kunnen dienen, doch nagenoeg uitsluitend de onvermoeide 
betreders van het ongerepte woud, door langdurige rondzwerving 
in de wildernis vanzelf vertrouwd geraakt met elk gewas, en door 
oefening tot scherpe waarnemers gevormd, met een goed geheugen voor 
hetgeen zij van oudere geleiders over den aard en het voorkomen 
van verschillende planten vernamen. 

Dat deze echte plantenkenners niet steeds aan de geleerden 
hun bijstand en voorlichting verleenden, zal wel door niemand be- 
twijfeld worden ; maar evenzeer is het duidelijk, dat elke poging tot 
groepeering der inlandsche plantennamen nu nog slechts als eene 
voorloopige te beschouwen is, als het ware een uitgangspunt : immers 
voortdurende aanvulling en verbetering zijn onmisbaar. Waar ik bij 
't verzamelen somwijlen meende te mogen hopen op een tamelijk 
volledig geheel, daar bewezen de lange lijsten van onbekende planten- 
namen, uit allerlei werken samengebracht, spoedig genoeg, dat er 
nog zeer veel te doen overblijft. 

Als beknopte toelichting over de in dit woordenboek voorko- 
mende Indische talen en dialecten diene het volgende: 

De reeks verkortingen, aanvangende met de letters Alf. voor 
Alfoersch, zou allicht doen vermoeden, dat dit tongvallen zijn eener 
zelfde taal, en toch is deze gevolgtrekking op het tegenwoordig 
standpunt onzer kennis hoogst gewaagd; daar met evenveel recht 
de meening kan verdedigd worden, dat alle talen van den Archipel 
één moedertaal tot grondslag hebben. V^oor zoover doenlijk is bij de 
aangenomen verschillen rekening gehouden met het plaatselijk ge- 
bruik, omdat in het Oosten van Nederlandsch Indië, misschien wel 
als gevolg van westersche invloeden, algemeen de eigenlijke lands- 
talen als Alfoersch bekend staan, als gesproken door bewoners der 
binnenlanden, welke de strandbevs'oners met den naam van Alfoercn 
betitelen. Hoezeer nu deze naam door den overgang van velen tot 
het Christendom zijn oorspronkelijke beteekenis heeft verloren, daar 
die gewoonlijk doelde op niet-AIohamedanen of godsdienstlooze 
wilden, zoo bleef hij toch allerwege behouden ; zelfs op die plaatsen 
waar, als in de Minahasa, de Oeliasers, en het zuidelijk schiereiland 
van Ambon, reeds teekenen van een langzame uitsterving vallen 



INLEIDING. IX 

waar te nemen. Niettemin wachte men zich uit de talrijke onder- 
linge afwijkingen te veronderstellen, dat die talen en dialecten in 
voldoende mate bekend zouden zijn. Het is al veel dat wij weten, 
dat er verschil bestaat, maar hoever dit zich uitstrekt is tot heden 
slechts voor enkele streken van niet te grooten omvang nauwkeurig 
Onderzocht. Omschrijvingen van namen als Alf. Cer., Alf. Halm., 
enz. dienen derhalve te worden opgevat als in betrouwbare bronnen 
voor de eilanden Ceram en Halmahéra aangetroffen, zonder aan- 
duiding van het district of de plaats, waar zij gangbaar zijn. De 
mogelijkheid bestaat, dat zij een uitgangspunt vormen bij navraag 
naar synoniemen in meerdere dialecten. 

Wellicht zouden voor een gelijke afscheiding in aanmerking 
moeten komen de Aroe-, Babar-, Banda-, Batiggai-, Goroin-, Kei-, Ki- 
sar-, Leti-, Romang-, Serviata-, Soela-, Teiiimèar-, Watoebela- en Wetar- 
eilandengroepen, alle gelegen in de oostelijke wateren, en waarvan 
sommige aan het strand een Mohamedaansche bevolking hebben, 
ware het niet dat deze in nog veel mindere mate bekend zijn; en 
sluiten zich aan het Alfoersch aan de in Boladng-Motgoiidow, de 
landschappen om de Tominï-goM, Makian- en 5«;/o/-eilanden ge- 
sproken talen, benevens het TcntataanscJi, Tidoreescli en de vele 
dialecten van het uitgestrekte eiland Nicmv-Guinea, door velen reeds 
tot een onderwerp van taaistudie uitgekozen, en in elk geval nauw 
verwant aan den taaistam, die zich over de Philippijnsche eilanden 
uitbreidt. 

Het Dajaksch is de taal der inheemsche bevolking van 
het groote eiland Borneo, met afzonderlijke dialecten voor schier 
eiken volksstam, die zich in het een of ander deel heeft gevestigd. 
Voor Zuidoost-Borneo bezitten wij een woordenboek van wijlen den 
zendeling A. Hardkland, wiens gebrekkige kennis van het Maleisch 
echter herhaaldelijk tot vergissingen met de volkstaal heeft geleid ; 
terwijl alle andere taalkundige bijdragen binnen den kring van ons 
gebied zich slechts tusschen enee «'renzen bewesen. Voor sommiee 
plantennamen is het mogelijk geweest te vermelden, tot welk dialect 
zij behooren ; bij de meeste echter mag men niet uit het oog ver- 
liezen, dat zij wellicht slechts als aanwijzingen kunnen gelden. Aan 
de noord- en noordoostkust werden voor de staatjes Koctci en Tidoeiig 
plantennamen aangehaald, zonder nadere vermelding of zij aan de 
landstaal zijn ontleend. 

Het Javaansch wordt gesproken in geheel Midden- en een groot 
gedeelte van Oost-Java, en bezit twee taaisoorten, Krama en Ngoko, 
gebezigd naar gelang de toegesprokene een hoogeren of lageren 
rang in de inlandsche maatschappij inneemt. Volgens velen mag dit 
onderscheid zich niet uitstrekken tot plaats- en plantennamen, welke 
tot een beter begrip steeds onveranderd moeten blijven; maar de 
gewone inlander meent in dit opzicht geen uitzondering te mogen 
maken en vooral de dorpsbewoner (wong desa of tijang doesoen) 
wijzigt in dien geest vele woorden ; zij zijn door mij uit Walbeehm's 
studie over de Javaansche taaisoorten overgenomen. Men zou wel 
is waar kunnen zeggen, dat zoodanige namen pour Ic besoin de La 
cause verkramaniseerd zijn, doch, als in de binnenlanden veel tegen- 



X INLEIDING. 

over vreemdelingen in gebruik, kunnen zij in een plantkundig woor- 
denboek gemist worden. 

De kennis der dialecten van het Javaansch is nog gering; tot 
grondslag der studie heeft men de taal der Vorstenlanden gekozen 
en dit was zonder twijfel juist ; echter zijn de plaatselijke afwijkingen 
vele, vooral in de oostelijke gewesten, en van daar dat afzonderlijk 
het Oost-Javaansch is vermeld, hetgeen evenwel in eenigszins ruimen 
zin moet worden opgevat. De als onderzoeker der Javaansche boom- 
flora zoo verdienstelijke houtvester Dr. S. H. Koorders heeft ge- 
tracht dit te verhelpen door voor de Javaansche boomnamen 
uitdrukkelijk aan te geven, waar die alleen voor deze of gene 
soort gelden ; maar zulke opgaven kunnen eerst waarde krijgen, 
zoodra de grenzen der dialecten behoorlijk zijn omschreven. 

Hetzelfde is het geval met het Socndaasch, zijnde de taal van 
West-Java, met uitzondering der noordkust, alwaar voor Bantam 
en Cheribon dialecten van het Javaansch in zwang zijn, en het 
strand om en nabij Batavia, dat een mengelmoes van meerdere 
talen tot spreektaal heeft verheven. Natuurlijk is het te Buitenzorg 
gesproken .Soendaasch voor plantennamen het best bekend, door de 
hulp van het inlandsche personeel aan 's Lands Plantentuin ver- 
bonden. De verschillen met de taal der gewesten Krawang, Cheribon, 
Preanger, Zuid-Bantam en Bataviasche Ommelanden zijn evenwel 
te onbestemd om van een splitsing in dialecten te gewagen. 

Heel wat beter is het dienaangaande gesteld met het Madocreesck, 
dat binnen kleiner kring gesproken gemakkelijker kan worden over- 
zien en waarvan Kiliaan de drie dialecten en het Kangcjaiisch met 
veel zorg heeft nagegaan. Van dezen uitnemenden kenner der met 
onze karakters zoo moeilijk terug te geven Madoereesche taal is de 
spelling geheel overgenomen, met het geringe verschil, dat de 
kritische teekens werden weggelaten ter wille der eenvormigheid, 
om in een Nederlandsch werk slechts die klanken te behouden, 
welke voor Nederlanders volkomen verstaanbaar zijn. 

De meest verbreide taal in Nederlandsch Indië, die overal optreedt 
als middel tot wisseling van gedachten met vreemdelingen, is het 
Malcisch; het gevolg hiervan, dat de Maleiërs, als zijnde een zee- 
varend volk, vooral in vroeger tijden hunne tochten langs de kusten 
van nagenoeg alle eilanden uitstrekten, en bij het aanknoopen van 
handelsbetrekkingen hen, met wie zij in aanraking kwamen, noopten 
tot aanleering hunner taal. Dat zulks tot groote verbastering moest 
leiden, ligt voor de hand; en als op dit oogenblik Maleisch het 
zuiverst gesproken wordt op de Bangka- en Riouw-groepen, de 
noord-oostkust van Sumatra en het zuidelijk deel van het schiereiland 
Malaka, daar onderging het elders, hool'dzakelijk door den invloed 
van plaatselijke talen, groote wijzigingen, waarmede men echter 
rekening moet houden om verstaan te worden. \'oor zoover die 
afwijkingen in de plantennamen konden worden nagegaan, zijn zij 
telkens opgegeven. 

Bovendien ontstond langzamerhand, wel het meest ten behoeve van 
westerlingen, een idioom dat, alleen gegrond op gebrekkige woorden- 
kennis, de vormveranderingen der taal zoo goed als geheel ver- 



INLEIDING. XI 

waarloost. ca zich als Vulgair-Maleisck een plaats wist te veroveren, 
daar inboorlingen het vaak moeten overnemen om door Europeanen 
te worden begrepen. Ofschoon uit een taalkundig oogpunt van 
geringe waarde, kan het toch niet worden voorbijgegaan ; zij het 
dan ook tot de grootere strandplaatsen beperkt en, als te weinig 
inlandsch gedacht, zelden tot meer binnenwaarts gelegen streken 
doorgedrongen. Men verwarre dit \\\QX.\n^\.\\&\. Bataviaascli-Male2sch, 
dat tot de vorige categorie behoort. 

Als zich aan het Maleisch aansluitende, komen voor Sumatra in 
aanmerking het Bataksch, MiiuDigkabaocsch en Lanipoiigsch, benevens 
de talen der staatjes Atjeh. üjambi en Koi-intji, der omliggende 
eilanden Eiigano, Niasew Moitcnoci, en van eenige kleine volksstammen 
als de Koeboe en Loezvoe. Somwijlen bleek het ondoenlijk de aan- 
getroffen plantennamen tot een dezer onderdeden terug te brengen, 
en werd eenvoudig Midden-Siimatra of Sitmatra s Westkust als 
bepaling bijgevoegd. Dankbaar is door mij gebruik gemaakt van 
H. N. RiDLEv's List uf Malay Plant JSjames, verschenen te 
Singapore in 1897. 

In Zuid-Celebes heeft men het Boegineesch en Makasaarsch als 
meest verbreide volkstalen, het laatste met de dialecten van Bantaëiig 
en Si/a/ara, welke overeenkomstig het schrijfgebruik der Nederlanders 
door Bonthai)i en Saleijcr zijn teruggegeven, terwijl voor het nabij- 
gelegen eilanden Boeton evenzoo menige afwijking is aan te wijzen ; 
doelende de namen Baiineesch, Bimaneesch, EndcJi, Kazvi, Lio, 
Maiio^garai, Rotinccsch, Sasaksch, Sawoe, Sika, Socmba, Soembawi, 
Solor en Tivior op de talen der Kleine Soenda-eilanden, waarover 
valt op te merken, dat de meeste nog onvolledig beoefend zijn. 

De gevolgde spelling behoeft niet uitvoerig te worden toegelicht, 
daar spoedig genoeg blijkt dat steeds getracht is de uitspraak 
zooveel mogelijk nabij te komen. Uit die talen, welke een eigen 
letterschrift hebben, zijn de namen overeenkomstig de beste inlandsche 
schrijfwijze nauwkeurig getranscribeerd, met uitzondering van het 
Bataksch en de taal van Atjeh, waarvoor afwijking van dien regel 
soms noodzakelijk werd geacht, als ze niet door voorbeelden bij 
VAN üER TuLJK en Snouck Hurgronje waren toegelicht; vandaar 
voor deze en sommige talen, welke geen eigen karakters bezitten, 
nu en dan tweeërlei vorm, als er grond was voor de waarschijn- 
lijkheid, dat beide in het dagelijksch gebruik voorkomen. Verdub- 
beling der medeklinkers is als overtollig beschouwd, vooral omdat 
bijzondere klanken der klinkers in het inlandsch register door accenten 
zijn aangeduid en daar de dofte c door (' is teruggegeven. Zoo werd 
ook ter vereenvoudiging voor het Javaansch en Baiineesch de voor- 
stelling van den ao klank door d in open lettergrepen achterwege 
gelaten, ten einde de noodelooze herhaling van gelijk gespelde 
namen in andere talen te vermijden, en omdat er eenige gewesten 
op Java zijn, waar men dien klank niet hoort. Ook heeft de /alge- 
meen de kracht van onze ie, tenzij alweder voor het Javaansch en 
soms elders in gesloten lettergrepen, waar zij naar den klank der 
i in ons pit overhelt. 

De haltklinkers j en zv .^ijn als overgangsletters behouden, ten 



XII INLEIDING. 

deele in navolging van de inlandsche spelling, en voor talen zonder 
letterschrift als aanwijzing dat ze duidelijk worden gehoord; de ch 
heeft den r/^-klank van ons knc/icn ; en ten opzichte der sluitende k 
zij er aan herinnerd, dat die herhaaldelijk zoo gezegd wordt opge- 
slokt, hetgeen voornamelijk bij het Javaansch en Minangkabaoesch 
sterk uitkomt. 

Vele namen zijn in gelijkluidenden vorm tweemaal opgenomen, 
eens in den grondvorm en bovendien verbonden met a/:ar, daocn, 
kaj'oe, ki en andere namen van plantendeelen, welk laatste den 
schijn heeft van onnoodig te zijn. Inderdaad is echter die verbinding 
onmisbaar, daar het oorspronkelijke woord meermalen iets geheel 
anders beteekent, maar ook in het spraakgebruik heeft de op den 
voorgrond tredende eigenaardigheid van het deel den naam van het 
geheele gewas naar den achtergrond gedrongen, en wordt dit hierom 
dikwerf onafscheidbaar geacht. Betrouwbare opgaven van dien aard 
mochten derhalve niet weggelaten worden. 

Met de vermelding van de geographische verspreiding der planten 
heb ik mij niet bezig gehouden, daar men herhaaldelijk stuit op het 
bezwaar van in botanische werken voor bepaalde streken gewassen 
te missen, welker aanwezigheid uit een taalkundig oogpunt met groote 
waarschijnlijkheid kon worden vermoed, en ook omdat dit woorden- 
boek voor dat doel slechts bij hooge uitzondering zal worden nage- 
slagen. Evenzoo zal men zelden de bron zien aangegeven, waaraan 
eenige naam of toepassing werd ontleend ; ik heb nagenoeg de 
geheele Indische literatuur moeten doorwerken. Zonder gelijktijdige 
kritiek, waaraan niet te denken viel, hebben dergelijke aanhalingen 
trouwens slechts betrekkelijke waarde. Het doel is geweest de ver- 
zameling van iuiste inlandsche plantennamen met vermelding van 
de rol, die de plant in de Indische huishouding volgens geloof- 
waardige berichten vervult, zoodat de raadpleger in den regel 
vertrouwen kan op hetgeen hij dienaangaande vermeld vindt. Moge 
de hierbij somwijlen te ondervinden teleurstelling voor velen een 
aansporing zijn tot het bijeenbrengen van nieuwe en betere gegevens ! 



VOORBERICHT VAN DEN UITGEVER. 



Door den loop der omstandioheden belast geworden met de uitoave 
van DE Clercq's Plantkundig- Woordenboek, wensch ik, in aansluiting 
met vorenstaande inleiding van den overleden auteur, eenige toe- 
lichtinoen te eeven, al ware het slechts om in dit boek de grens tusschen 
de verantwoordelijkheid van schrijver en van uitgever aan te wijzen. 

Het overlijden van den heer G. J. Filet, samensteller van het 
eerste „Plantkundig Woordenboek voor Nederlandsch Indië", gaf 
mij in 1891 aanleiding eenige opmerkingen over de deugden en 
gebreken van dat werk te maken in het te Batavia verschijnend 
maandblad „Teysmannia", uitgaande van 's Lands Plantentuin te 
Buitenzorg, aan welke instelling ik destijds tijdelijk verbonden was. 
Dat artikel werd door den heer de Clercq, kort te voren als oud- 
resident in 't vaderland teruggekeerd, opgemerkt, en door hem 
beantwoord met de toezegging, dat hij bereid was medete werken tot het 
verzamelen van materiaal voor een nieuwe uitgaaf van een verbeterd 
woordenboek van inlandsche plantennamen. Ik kan niet beter doen 
dan de toen in 1891 — 92 ter zake in „Teysmannia" gevoerde 
gedachten wisseling hier achter, met mijn rondschrijven uit 1907, 
af te drukken: de lezer zal er uit ontwaren dat de Clercq's 
Plantkundig Woordenboek niet in Indië, doch in Nederland ontstaan 
is. Daarmede is tegelijk de zwakke èn de sterke zijde van dit werk 
aangewezen, nl. dat de inlandsche namen geenszins ter plaatse zijn 
bijeengebracht en er van den begeleidenden tekst aangaande het nuttig 
gebruik ook weinig van inlanders is afgehoord, het veeleer een 
literatuur-e.xcerpt is — wat ik een nadeel noem, maar dan ook, dat de 
volijverige schrijver uit de voortreffelijke Indische bibliotheken te 
's Gravenhage, Leiden, Delft en Haarlem al die Indische woordenboeken, 
boeken en tijdschrift-artikelen ter raadpleging bij elkaar heeft gehad, 
welke eene zeer soliede taalkundige basis aan zijne namenverzameling 
konden geven, wat een groot voordeel is, en voor hem als resident 
op een Indische buitenpost iets geheel onbereikbaars zou geweest zijn. 

Toen ik in 1892 Indië verlaten had en mij aanvankelijk ophield 
in mijne vaderstad 's Gravenhage, ontmoette ik daar natuurlijk weldra 
den heer de Clercq, en is er menig uur in diens woning overleg 
gepleegd aangaande een nieuw Plantkundig Woordenboek. Over 
één ding waren wij het spoedig eens, nl. dat bij een „nieuwe Filet" 
ook weder korte aanwijzingen van het nuttig gebruik der planten 
noodig waren, maar daarbij nu eens minder het zwaartepunt moest 
vallen op de inlandsch-geneeskundige toepassingen, die toch eigenlijk 
vaak gansch onbelangrijk zijn, en waardoor de beminnelijke Flora 
gehuld wordt in een lugubere ziekenhuis-kleedij. Geheel kan men 



XIV VOORBKRICHT. 

die ine(lisclic aanwijzin^-en, waar zoo era- veel hiji^eloof en kwakzalverij 
tusschcn schuilt, niet missen, maar zij behoorden ccniyszins op den 
achtcrorond jrezet te worden, en dat kon het best geschieden door 
de Indiiiche /o/^-/ore, die bij Fii.kt geheel ontbreekt, en die zulk een 
mooien kijk geeft op 't leven van den inlander in verband met de 
hem omringende plantenwereld J) Ik zelf bracht uit Indië eene 
kostelijke verzameling botanische spreekwoorden, raadsels, gezegden 
enz. mede, en de heer dk Ci.i:kc(j wist er nog andere uit de rijke 
literatuur van Indische taal- en letterkunde op te diepen. Het ver- 
heugt mij, dat te dezen opzichte dit werk van den beginne af zóó 
geworden is als 't nu is. In andere opzichten liepen echter onze 
meeningen over een „Filet-deClercq" uiteen: de schrijver wilde van 
Filet niets weten en zou er een groot werk in meerdere deelen van 
maken, eene verlustiging der lexicographen, met de tallooze inlandsche 
namen bij iedere plant kolomsgewijze gedrukt. En mij stond een 
beknopt handboek voor den geest, in één deel, de namen in 
gesloten regels; een werk dat voor het dagelijksch gebruik van 
geheel het Indisch publiek even handig zou zijn als de oude bilct, 
maar dat de werkelijk grove fouten van dat boek en zijne onvol- 
ledigheid niet zou deelen. 

Daarover, d. i. de wijze van opvatting en uitvoering, zijn wij 
het nooit eens geworden, en wilde ik den oud-resident niet ontstemmen, 
dan moest ik, als ik hem later van mijne nieuwe woonplaats Haarlem 
uit bezocht, maar liever zwijgen over de vorderingen van het Plant- 
kundig Woordenboek, dat /ny met trots en il' met angst zag groeien 
tot een omvang, die wel hemzelven en anderen imponeerde, maar 
die ongelukkig ook ten gevolge had: dat geen uitgever het aan- 
durfde tot drukken over te gaan — eene bittere ervaring tlie den 
schrijver geenszins is bespaard gebleven. 

Niet op den vorm van dit boek is dus tijdens het leven van 
den heer de Clercq door mij veel invloed uitgeoefend, doch. . . even- 
min op den inhoud, ofschoon ik hem trouw de gegevens ter inzage 
zond, die in de boekerij van het Koloniaal Museum over planten- 
namen inkwamen. Toen ik overeenkomstig zijn wensch het hand- 
schrift na zijn overlijden van zijne weduwe ontvangen had, zoo 
mogelijk ter uitgave, was de tekst mij vreemd, en moest ik weldra 
constateeren dat het taalkundig gedeelte mij bijzonder goed ver- 
zorgd scheen, doch het plantkundig deel veel te wenschen overliet. 
Bij al zijn accuratesse en het streven zijn groot W'oordenboek zoo 
goed en zoo volledig mogelijk te maken, was de schrijver uiterst 
moeilijk toegankelijk voor raadgevingen van anderen, en zoo had 
hij in den botanischen tekst der boekwerken, die hem ten dienste 
stonden, zonder zaakkundige hulp veel minder den goeden weg weten 
te vinden, dan in de hem beter vertrouwde linguïstische werken. 
Fouten, die elk botanicus hem gaarne verbeterd had — eene plant 



1) Voor eene inleiding tot de Indische botanische folk-lore, verwijst schr. naar 
de voordracht over „Plant-lore" in het Albi/m der A'atuur 1899, blz. 141. Voorts 
naar zijne artikelen „Plantlore" en „\'\MAiir\i\\xmtn" 'm At Encyclopacdie van Ked. Indië, 
1)1. III, blz. 275 en 267. 



VDORBKKICIIT. XV 

als Lycopodium bijv. stond nu eens als varcnsooyf, dan weder als 
wockcrplant te boek, en onder laatstgenoemde categorie had hij 
ook alle orchideeën gerangschikt — maakten nu een integreerend 
deel uit van den tekst, en de verwarring in zijne keuze der 
latijnsche plantennamen was zeer groot. Ik heb een en ander 
naar mijn beste weten in het handschrift verbeterd vóór het ter druk- 
kerij ging, en heb zooveel mogelijk de nomenclatuur gezuiverd en 
in overeenstemming gebracht met den Index Kewensis l) — maar 
moet toch uitdrukkelijk zekere reserves maken wat aangaat mijne 
verantwoordelijkheid voor dit Woordenboek. Ook heb ik angst- 
vallig vermeden het karakter van dit werk te veranderen, wat be- 
treft de bijschriften over het gebruik der planten enz.; liever geef 
ik later een supplement uit dat naar eigen inzichten is samengesteld. 
Gelukkig zijn des heeren Dii Clercq's verdiensten in de verrichting 
van den reusachtigen arbeid voor dit geschrift zoo groot en zóó 
evident, dat ev. gebreken niet zwaar kunnen aangerekend worden, 
temeer daar 't wel steeds ondoenlijk zal blijken in één persoon een 
even degelijk taaikenner als plantenkenner vereenigd te zien. Waar 
en wanneer zal men weder een man van zijne eruditie, van zijne studie 
en ervaring, aantreffen die met volledige toewijding tien jaren zijns 
levens geeft aan een soortgelijk Woordenboek? 

Wat verder mijn redactie-taak betreft, heb ik er naar gestreefd 
den tekst waar daartoe zéér dringende behoefte was aan te vullen, 
maar vooral, waar zulks zonder nadeel doenlijk was, in te krimpen. 
Daardoor en voornamelijk door de wijze van typographische 
uitvoering is het mogelijk geworden den inhoud saam te vatten in 
één band, wat mij voor het practisch gebruik van dit werk absoluut 
noodzakelijk scheen. Men leest in zulk een woordenboek 2) niet als 
in een roman, doch slaat er gewoonlijk alleen een bepaald artikel 
van weinige regels in op: compacte druk is dus geen bezwaar, mits 
deze duidelijk zij, en hierin heeft de firma J. H. de Bussy werkelijk 
al het bereikbare geleverd. Nu het mooie boek er eenmaal is, wil 
ondergeteekende gaarne den eindeloozen stroom van uiterst be- 
werkelijke drukproeven vergeten, waarvan de correctie, letter na 
letter, vooral op donkere herfst- en winterdagen tot een harde geduld- 
proef en tot eene ware oogen-pijniging werd. Maar niet mag hij 
hen vergeten die hebben medegewerkt dit boek zoo goed mogelijk 
te maken, in de eerste plaats zijne trouwe medewerkers en mede- 



1) Bedoelde latijnsche namen, die in het gebruik de voorkeur verdienen, zijn 
door naij in dit Woordenboek met een * geteekend. Gelijk op blz. 379 uiteengezet 
is, heeft ondergeteekende ook een systematisch overzicht der plantennamen, als 't ware 
eene inlandsche Flora, aan dit werk toegevoegd. 

^) Wat de gevolgde indeeling betreft, deze wijst zich vanzelf uit. Vooraf gaat 
het groote inlandsche register, met kloeke letter gedrukt. Hierin ziet men welk 
nummer bij den inlandschen naam in een zekere taal of dialect is aangewezen, en 
slaat dan in het latijnsch hoofdregister bij dat nummer die plant op; haar latijnsche 
naam is almede vet gedrukt. Men kan dan de vele andere inlandsche namen over- 
slaan en komt zoo direct tot de gewenschte inlichting aangaande de plant en haar 
gebruik. Alle uitspraakteekens bij de inlandsche namen vindt men wèl in het eerste 
register, doch zij zijn in 't latijnsch register om de moeielijklieid van typographische 
uitvoering niet herhaald. 



XVI VOORBERICHT. 

werksters op het bureau van het Koloniaal Museum, en voorts den 
heer Dr. S. H. Kookdlrs te Leiden, die de schoone proeven nog 
eens kritisch doorlas en op verschillende plaatsen verbeterde en 
aanvulde, en den heer H. L. Gkrth van Wijk te Middelburg, 
aan wien de lezer de vele engelsche, fransche en duitsche planten- 
namen dankt, die ongetwijfeld in Indië welkom zullen zijn. Neder- 
landschc namen van geslachten en soorten in dit boek, zijn zooveel 
mogelijk die, welke in 1906 voor algemeen gebruik gekozen werden 
door de plantennamen-commissie onzer Natuurhistorische Vereeniging. 
Eenige biologische gegevens verschafte Dr. W. Burck te Leiden. 

Ten slotte nog een woord van dank aan allen, die het tot stand- 
komen dezer uitgave door hun inteckening steunden, in 't bijzonder 
aan de Geneeskundige Vereeniging voor Ned-Indië te Batavia en 
aan de Kon. Natuurkundige Vereeniging aldaar, die voor resp. 25 
en 10 exemplaren inteekenden. Eene kostbare en voor den boek- 
handel onbevredigende uitgave blijft een dergelijk werk met be- 
perkten afzet steeds, en zij die dit boek «;'?«</- vinden mogen bedenken, 
dat zij toch nog slechts weinig meer dan de drukkosten betaald hebben. 

Intusschen, het boek is tot stand gekomen, niet door Staatshulp, 
doch propriis viribus, en gesteund door veler belangstelling. Ik hoop 
dat die belangstelling zich verder ook daarin zal uiten, dat velen 
in Indië mij toezenden de aanvullingen en verbeteringen die noodig 
blijken bij het dagelijksch gebruik van dit boek in verschillende deelen 
van den Archipel. Daarvan zal dan, overeenkomstig hetgeen op 
blz. 397 en 399 te lezen is, een dankbaar gebruik gemaakt worden 
tot samenstelling van een Supplement. 



^^^. -^ 




„Filet's Woordenboek verscheen in het jaar 1876, en vulde ongetwijfeld eene 
leemte aan, die in de literatuur over Indische planten viel op te merken. Wil men 
eene inlandsche plant nader leeren kennen, dan is de rechte weg tot die kennis, 
haar volgens de regels der botanische systematiek te determineeren. Maar deze 
rechte weg is, voor de meeslen ten minste, ditmaal nu eens niet de kortste, en zij 
zien dus naar een eenvoudiger en gemakkelijker middel uit : willen hun doel langs 
een omweg bereiken. De gewone manier is, dat men aan een inlander den inlandschen 
naam der |ilant vraagt, en nu in een botaniscli boek de gegevens opzoekt, die bij 
die plant, of juister bij dien naam, te vinden zijn, en die in vele gevallen wel een controle 
aan de hand geven of de medegedeelde inlandsche naam de juiste is. Dat dit in 
de praktijk zoo gaan zou, hebben alle botanische auteurs begrepen ; van den een- 
voudigen Ru.mphius tot den geleerden Blume toe. en daarom hebben zij allen 
getracht, op het spoor der juiste inlandsche namen te komen. 

Dit is echter gemakkelijker gezegd dan gedaan, en de verzamelaar van planten- 
namen heeft meer dan 50% kans, dat hij een fout begaat; omdat hij een verkeerden 
inlandschen naam hoort, of een inlandschen naam verkeerd hoort. 

Het comble van verwarring ontstaat natuurlijk, als de inlander, dien men raadpleegt, 
een onjuisten naam opgeeft, en men zelf dan nog een fout bij het determineeren 
begaat: dan is er geen touw meer aan vast te knoopen, en toch zijn er vele namen 



VOORBERICHT. XVII 

van dat gehalte geboekstaafd. Er heerscht dan ook op dit gebied eene niet geringe 
verwarring. 

De verdienste van Filet bestaat nu hierin, dat hij alle namen, die hij in de 
botanische literatuur vond of van zijne omgeving vernam, in alphabetische volgorde 
gerangschikt heeft, en er de latijnsche benaming, de plantenfamilie en korte aan- 
teekeningen aangaande de toepassingen der plant, heeft bijgevoegd. Hij heeft die 
allesbehalve gemakkelijke taak met geringe hulpmiddelen en zoo goed als mogelijk 
was volbracht, en daarmede een werk geleverd, dat nog lang na zijn dood zijn naam 
in dankbare herinnering zal houden bij allen, die het Woordenboek als een der 
nuttigste geschriften over inlandsche planten hebben leeren waardeeren. 

Dat het boek niet volmaakt is, geef ik gaarne toe. Filet was te weinig plant- 
kundige, om kritisch te werk te kunnen gaan. Ook de indeeling van zijn woorden- 
boek is niet gelukkig : het zoude te vermijden geweest zijn, dat men, om bij een 
javaanschen of maleischen naam te komen, vaak eerst een boegineeschen, en dan 
een van Leytimo of Haroekoe, en de hemel weet welke negorij meer, moet opslaan, 
gelijk nu het geval is. Maar men mag die gebreken niet al te breed uitmeten, 
zooals vaak geschied is. „Voor het groote publiek heeft Filet"s boek geen waarde", 
lees ik o.a. in een kritiek, kort na het verschijnen van het Woordenboek geschreven. 
Welnu, het groote publiek heeft er blijkbaar anders over geoordeeld, en men viildt 
Filet's boek bijna overal, ook daar, waar een nu'cr wetenschappelijk, maar minder 
handig werk, waarschijnlijk geen ingang zoude gevonden hebben. 

Voorloopig is er voor een beter Plantkundig Woordenboek, dan Filet geschreven 
heeft, nog geen materiaal aanwezig. 

Tóch kan daartoe de hand aan het werk geslagen worden, indien ieder, die 
plantennamen verneemt, welke hij niet in Filet vindt, of die fouten in dat boek 
opmerkt, zulks noteert. Eene dergelijke bijdrage werd voor eenige jaren door den 
heer Berkhout gegeven, en 't is zeker wel onnoodig te vermelden dat „Teysmannia" 
aan zulke opgaven van nieuwe of verbeterde plantennamen, steeds recht gaarne eene 
plaats wil inruimen, en zoo noodig, ook den latijnschen naam wil determineeren, als 
men slechts een gedroogd takje zendt der plant, waarvan men alleen den inlandschen 
naam weet. Het zoude ook zeer toe te juichen zijn, indien de beoefenaars der 
inlandsche talen hun goede zorgen aan de plantennamen wilden wijden : de juiste 
schrijfwijze en zoo mogelijk ook de beteekenis en afleiding wilden aangeven. 

Dan zoude door vereende krachten later wellicht eene derde uitgave van Filet's 
woordenboek het licht kunnen zien, die met meer recht dan de onlangs verschenen 
tweede, zich als een vermeerderde en verbeterde kon aankondigen !" 

Naar aanleiding van het overlijden van G. J. Filet, door 
Dr. M. Greshoff, in „Teysmannia" Dl. II (1891), blz. 170 — 172. 



„De bestaande opgaven van inlandsche plantennamen zijn nog zeer onvolledig 
en bovendien verre van juist; ten deele veroorzaakt door gebrekkige taalkennis van 
plantkundigen en aan den anderen kant het gevolg van onbekendheid met de 
systematische benamingen van taaibeoefenaren en verzamelaars. Toch hebben vele 
botanici, overtuigd van het nut, dat daaruit in d'; praktijk is te trekken, zich 
herhaaldelijk beijverd naast den wetenschappelijken ook den inlandschen naam van 
menig gewas op te teekenen, en vandaar, dat in verschillende geschriften ± 10.000 
namen van planten voorkomen, door wijlen den Off. v. Gez. G. J. Filet onder den 
titel „Plantkundig Woordenboek voor Nederlandsch Indië" tot een geheel bijeen gebracht. 

Door sommigen is hem deze arbeid als een bepaalde verdienste toegerekend; 
een gevoelen, dat ik niet deel, om reden hij zonder nader onderzoek alles wat hij 
aantrof onveranderd overnam. De uitgaaf van een tweeden druk van dat woordenboek 
is niettemin een bewijs, dat er behoefte bestaat aan een dergelijk werk en, bekend 
met de teleurstelling door menigeen bij de raadpleging ondervonden, geef ik gaarne 
gehoor aan de uitnoodiging van Dr. Greshofk iDl. Il, blz. 172 van dit tijdschrift), 
om mede te werken tot verzameling van materi.ial voor een nieuwe uitgaaf van een 
verbeterd Woordenboek van inlandsche plantennamen. Eigenlijk dienden tevens de 



XVni VOORBKRICHT. 

door Filet vermelde aanwijzingen omtrent liet gebruik te worden herzien, aangezien 
dit bij de inboorlingen van den archipel verbazend uiteenloopt. 

Wil de vermelding van plantennamen eenig nut hebben, dan moet daarbij 
vernield worden de taal, waaraan zij ontleend zijn, daar iedereen begrijpt, dat men 
in Oost-Java al heel weinig aan den Soendaaschen naam heeft ; en dient er ook 
eenige gelijkvormigheid te bestaan in de schrijfwijze van inlandsche woorden, in 
verband met de zorg aan een goede spelling der woorden bij oude en moderne talen 
besteed. De best.iande woordenboeken kunnen te dien einde als een goede leiddraad 
strekken, en de door Dr. (Jrksiiokf op den voorgrond gestelde samenwerking van 
taal- en plantkundigen zal zonder twijfel tot eene gewenschte uitkomst leiden". 

Inlandsche plantennamen, door F. S. A. de Clercq, in „Teys- 
mannia" Dl. III (1892), blz. 341 — 343. 



RONDSCHRIJVEN 

betreffende de uitgave van dit Woordenboek. 



Wijlen de heer F. S. A. de Clercq, in leven oud-resident van 
Ternate en van Riouvv, die zijn langjarige Indische loopbaan begon 
als officier van gezondheid I. L., daarna inspecteur werd van het 
inlandsch onderwijs, controleur B. B. enz., heeft nagelaten het 
handschrift voor een nieuw Plantkundig Woordenboek voor Neder- 
landsch Indië, aangevende alle hem bekend geworden inlandsche 
namen, samengesteld bij den botanischen naam van soort, geslacht 
en familie der plant, en ook zorgvuldig opsommende het nuttig 
gebruik in de inlandsche en Europeesche huishouding : een werk dus 
als F"ilet's Plantkundig Woordenboek, doch oneindig veel rijker van 
inhoud, meer betrouwbaar, en botanisch en linguïstisch geheel up to date. 

De overledene heeft na zijn terugkeer hier te lande een groot 
deel van zijn' tijd aan de teboek.stelling van dezen arbeid besteed, 
en dien verricht met de pijnlijke nauwgezetheid, die hem kenmerkte. 
Al voortwerkend en steeds nieuw materiaal verzamelend, zoowel 
uit plantkundige als uit taalkundige geschriften, heeft hij echter zijn 
handschrift een zóódanigen omvang zien aannemen, dat de uitgave 
als boek moeilijk werd: circa f 3000. — is naar matige raming 
daarmede gemoeid. ') Hij is dan ook niet geslaagd in de herhaalde 
pogingen om deze uitgave tijdens zijn leven tot stand te brengen. 

Na het overlijden van den schrijver is, overeenkomstig diens 
wensch, door de weduwe het handschrift toevertrouwd aan den 
ondergeteekende, directeur van het Koloniaal Museum te Haarlem. 

Ook hem is het nog niet gelukt, een uitgever te vinden, die 
op eigen risico dit kostbaar werk ter perse wil laten gaan ; de 
beperkte geldmiddelen van het Koloniaal Museum laten niet toe 
het voor rekening dier instelling uit te geven, terwijl het ook niet 
gerechtigd schijnt Regeeringssteun voor deze wel wenschelijke doch 
geenszins noodzakelijke uitgave te vragen. 

Ondergeteekende wil echter, met voorkennis en medewerking 
der Commissie van het Koloniaal Museum, eene laatste poging doen 
om DE Clercq's Plantkundig Woordenboek door inteekening tot 
stand te brengen als eene zelfstandige uitgave. 

Het is zijne bedoeling den omvangrijken tekst zoo beknopt 
mogelijk samen te vatten in een voor 't practisch leven geschikt 
woordenboek, uit te geven op soortgelijke wijze als „Filet" en bij 
denzelfden uitgever (J. H. de Bussy, te Amsterdam). 



') Inderdaad zijn de kosten dezer uitgave nog aanzienlijk hooger gebleken. 



XX RONDSCHRIJVEN 

De uitgave geschiedt onder zijn persoonlijk toezicht; ev. te 
behalen winst zal worden uitgekeerd aan de weduwe van den schrij- 
ver. Voor eene keurige wèlverzorgde uitgave op goed papier staan 
genoemde firma en ondergeteekende borg. 

Het is duidelijk, dat deze uitgave alleen dhn zal kunnen ge- 
schieden, indien allen, die iets voor de studie der Indische planten- 
wereld gevoelen, en de beteekenis dier studie voor Indië's welvaart 
en voor den bloei der cultures erkennen, dit goede en nuttige werk 
willen bevorderen door in te teekenen op een of meer exemplaren. 

De inteekenprijs is gesteld op slechts ƒ lo. — per exemplaar. 

Ondergeteekende doet in het bijzonder een beroep op de mede- 
werking der besturen van welvarende Indische cultuur-ondernemingen 
om deze zaak te steunen door voor meerdere exemplaren in te 
teekenen. Zij kunnen hun personeel moeilijk een nuttiger geschenk 
doen toekomen dan dit Woordenboek, en mochten zij geen goed 
gebruik voor hun overtollige e.\emplaren weten, dan wil onder- 
geteekende dat gaarne aan de hand doen. 

Voor een spoedige toezending der inteekenbiljetten houdt hij 
zich aanbevolen, opdat een besluit kan genomen worden of het 
nieuw Plantkundig Woordenboek al of niet zal verschijnen. 

Haarlem, September 1907. 

Dr. M. GRESHOFF. 



VERKLARING 

der verkortingen en andere namen. 



1. Alf. Amb Alfoersch van het eiland Ambon. 

2. Alf. Asil Alfoersch der negorijen Seit, Lima, Oering en Asiloeloe 

op de noordkust van het eiland Ambon. 

3. Alf. Boer Alfoersch van het eiland Boeroe. 

4. Alf. Cer Alfoersch van het eiland Ceram. 

5. Alf. Halm Alfoersch van het eiland Halmahéra. 

6. Alf. Har Alfoersch van het eiland Haroekoe (Oeliasers). 

7. Alf. Hila ... Alfoersch van Hila op het eiland Ambon. 

8. Alf. Min Alfoersch der Minahasa van Menado. 

9. Alf. Min. Bant Bantik-dialect van id. 

10. Alf. Min. Bent Benténan-dialect van id. 

11. Alf. i\Iin. Ponos Ponosakan-dialect van id. 

12. Alf. Min. T.B Toöemboeloedialect van id. 

i:?. Alf. Min. T. L Toöeloöer-dialect van id. 

H. Alf. Min. Tonsaw Tooensawang dialect van id. 

l'). Alf. Min. T. P Tooempakëwa-dialect van id. 

IG. Alf. Min. T. S Toöenséa-dialect van id. 

17. Alf. N. Laoet Alfoersch van het eiland Noesa-Laoet (Oeliasers). 

18. Alf. N. O. Halm Alfoersch van Noord-Oost Halmahéra. 

18((. Alf. N. O. Halm. K. ... Alfoersch van de Kaoebaai in Noord-Oost Halmahéra. 

18ii. Alf. N. W. Halm Alfoersch van Noord- West Halmahéra. 

19. Alf. Oei Alfoersch der Oeliasers. 

'20. Alf. Sap Alfoersch van het eiland Saparoea (Oeliasers), 

21. Alf. Tom Alfoersch der ïomini-golf in Midden-Celebes. 

22. Alf. W. Cer Alfoersch der Westkust van het eiland Ceram. 

23. Alf. W. Halm .\lfoersch der Westkust van Halmahéra. 

24. Alf. Z. Cer - Alfoersch der Zuidkust van Ceram. 

25. Aroe Aroe-eilanden in de Banda-zee. 

26. Atjeh Staatje in het Noorden van Sumatra. 

27. Babar Babar-eilanden in de Banda-zee. 

28. Balin Balineesch. 

29. Balin. Kr Krama-dialect van id. 

30. Balin. Semb Sémbiran dialect van id. 

31. Banda Banda-eilanden. 

32. Banggai Banggai-eilanden. 

33. Bat Bataksch. 

34. Bat. Dair Dairi-dialect van id. 

35. Bat. Mand Mandailing-dialect van id. 

36. Biman Bimaneesch. 

37. Boeg Boegineesch. 

38. Boeton Eilandengroep ten Zuidoosten van Celebes. 

39. Bol. Mong Bolaang-Mongondow op Noord-Celebes. 

40. Bonth Boiithain (Bantaëng)-dialect van het Makasaarsch. 

41. Daj Dajaksch. 

42. Daj. B Biadjoe dialect van id. 



43. Daj. Kat '. . . Katin^an-di.ilcct van id. 

44. Daj. Law Lawangaii-diali'ct van id. 

45. Daj. M Maimjan-dialect van id. 

46. Daj. Ng Ngadjoe-dialect van id. 

47. Daj. S • Sijang-dialect van id. 

48. Daj. Sanij) 8ampit-dialoct van id. 

49. Daj. W. Born Dajaksch van WestHornoo. 

50. Daj. Z. O. Biiru Dajaksch van Zuidoost-Bornco. 

51. Djambi Staatje in hot Oosten van iSunialra. 

52. Endeh Eiland aan de Zuidkust van Flores. 

53. Enggano Eihiad bewesten Sumatra. 

54. Gajij Gajo landen, grenzende aan Atjeh. 

55. Gorom Gorom eilanden in de Bandazee. 

56. Goront Gorontaleesch. 

57. Jav Javaausch. 

58. Jav. Indram Indramajoo-dialect van id. 

59. Jav. Kr Krama- of Hoog-Javaausch. 

60. Jav. Kr. D Krama- Doesoen of IIoog-Dorp-s-Javaanscli. 

61. Jav. Ng Ngoko of Laag-Javaansch. 

62. Jav. Teg Tegal-dialect van 't Javaansch. 

62ff. Kang Kangèjan-eilanden beoosten Madoera. 

63. Kawi Oud- Javaansch op het eiland Bali. 

64. Kei Kei-eilanden in de Banda-zee. 

65. Kisar Kisar-eilanden in de Banda-zee. 

66. Koeboe Wilde volksstam in Midden-Sumatra. 

67. Koetci Staatje in Oüst-Borneo. 

68. Kor Staatje Korintji in Midden-Sumatra. 

69. Lamp Lampongsch. 

70. Lamp. Ab Aboeng-dialect van id. 

71. Lamp. B. Ag Boemi Agoeng-dialect van id. 

72. Lamp. Pab Pabéjan-dialect van id. 

73. Lamp. Pam Pamiuggir dialect van id. 

74. Leti Leti-eilanden in de Banda-zee. 

75. Lio Volksstam op het eiland Flores. 

76. Loeboe Volksstam in Midden-Sumatra. 

77. Madoer Madoereesch. 

78. Madoer. B Bangkalan-dialect van id. 

79. Madoer. P Pamökasan-dialect van id. 

80. Madoer. S Soemën&p-dialect van id. 

81. Makas Makasaarsch. 

82. Makian Eiland van het Sultanaat ïeruate. 

83. Mal Maleisch. 

84. Mal. Amb Ambon-dialect van id. 

85. Mal. Bandj Bandjèrmasin-dialect van id. 

86. Mal. Batav Bataviaasch-dialect van id. 

87. Mal. Bengk Böugkoeleu-dialect van id. 

88. Mal. Bill.' Billiton-dialect van id. 

89. Mal. Men Menado-dialect van id. 

90. Mal. Mol Moluksch dialect van id. 

91. Mal. Pal Palèmbang-dialect van id. 

92. Mal. Tel. Bet Tèloek-Bètoeng-dialect van id. 

93. Mal. Tim Timor dialect van id. 

94. Mal. W. Born Maleisch van West-Borneo. 

95. Mal. Z. O. Born JNIaleisch van Zuidoost-Borneo. 

96. Manggarai Westelijk deel van Flores. 

97. Mentawei Eilandengroep bewesten Sumatra. 

98. Midd. Sum Midden-Sumatra. 

99. Minangk Minangkabaoesch. 

100. Niaa Eiland bewe.sten Sumatra. 

101. N. Guiii. Ilunib Humltoldt-baai in Nieuw-Guiuea. 

102. N. Guin. Jaoer Landschap Jaoer in id. 



103. N. Guiu. Mor Eiland in de Geelviiikbaai iu id. 

104. N. Guin. Noeraf Gebicil der Noeiuforen in id. 

105. N. Guin. Roemb Landschap Roembati in id. 

106. N. Guin. Sèkar Landschap Sökar in iii. 

107. N. Guin. Tan. Mer. . . . Landschap Tanali-Mi'rah in id. 
107n. N. Guin ïoeroe Volksstam op Japen in id. 

108. N. Guin. i R Gebied der Vier Radja's in id. 

109. N. Guin. Wand Landschap Wandamèn in id. 

1 10. ü. Jav • . . Oüst-Javaanseli. 

111. Roniang Rouiang-eilanden in de Randa zee. 

112. Rotin Rotineeacli. 

113. Saleijcr Eiland bezuiden Celebes. 

1 14. Sangi Sangi-eilanden in de Celebes-zee. 

115. Sas Sasaksch. 

IIG. Sawoe Eiland in de Timor-zee. 

1 17. Serinata Serniata-eilanden in de Banda-zee. 

1 18. Sika Volksstam in Midden-Flores. 

1 18f(. Simaloer Eiland in den Ind. Oceaan, bewesten Sumatra. 

119. Soela Soela-eilanden in de Moluksche zee. 

120. Soemba Eiland in de Timor-zee. 

121. Soemba wa Een der z. g. kleine Soenda-eilanden. 

122. Soenda Soendaasch. 

12.3. Solor Eiland beoosten Flores. 

124. Suni. W. K Westkust van Sumatra. 

125. Tenimbar Tènimbar-eilanden in de Banda-zee. 

120. Tern Ternataansoli. 

127. Tid Tidoreesch. 

12H. Tid. Born Landschap Tidoeng in Noord-Borneo. 

129. Tim Timareesch. 

130. Vuig. Mal Vulgair-Maleisch. 

131. Watoeb Watoebéla-eilanden in de Banda-zee. 

132. Wetar Wétar-eilanden in de Banda-zee. 



REGISTER 



der inlandsche namen. 



A. 



Aa, Balin . 1 t32. 

Aa adan, Balin., 1523. 
Aa. nasi, Balin , IKiO. 

Aafa, S, rniata, ltiS6. 
AfilÓWÓlÖ, Kisar, 484. 

Aantingan, Socnd.. 21. 

Aan, .VU. Boer, 1K89, 
Aat, .\ll'. Z. (Vr., 2'.)BS. 
Ababa, Knsjgano, l.'il. 

Ababang, Makas., 3521. 

Abaoe, Snior. 1111. 

Abar, -lav., 1183. 

Abas, Kntin., Tim., 1686. 

Abeba, Bcmth., 3026. 

Abhal, Mailücr., 1108. 

Aboe, Mailoer., 1816. 

Abóki, Alf. Tom., 108. 

Abroe, X. Guin. Xoernf., 2661. 

Acha, .\1C. Min. Tonsaw., 2883. 

Achai, Simalocr, 2512. 

Aché, Nia^^, 322. 

Achéra, .\ir. Aliu. Tousaw., 891. 

Achéra boedó, Alf. ilin. Tonsaw., 2118. 

Achéra lika, .^If. ilin. Tousaw., 891. 

Achéra méha, Alf. Min. Tonsaw., 2118. 

Achlèm, Alf. Min. Tonsaw., 2771. 

Adal-adal, Balin., Jav., 918. 

Adan, Balin.. 1523. 

Adap-adap, .Mal.. 2361. 
Adap-adap boekit, Mal., 2365. 

Adas, Balin.. 1560. 

Adas landi, -lav. Kr., 1560. 
Adas londa, .lav. Xg., 1560. 
Adas mania, Jav., 2701. 
Adas pèdas, .Mal.. 1560. 
Adas poelasari. Mal. Batav., 188. 
Adas tjina, -lav., Vuig. Mal., 1871. 
Adas wëlandi, Jav. Kr., 1560. 
Adas wèlonda, Jav. Xg., 1560. 
Adas-adasan, Jav., 1678. 

Adasa, Makas., 1560. 

Adasa manisi, Makas., 2701. 
Adasa padasa, .Makas., 1560. 
Adasë, B..1-., 1560. 
Adasë nianisë, Boeg., 270l. 
Adasë padasë. Boeg., 1560. 
Adé, Bn.i;., i.-,(;o. 
Adë pësö, Bi"g., 1500. 
Adö tjöning. Boeg., 2701. 
Adem ati, Jav., 2066. 

Adhas, Mail. .ir., 1560. 

Adhas inanès, Madocr., 270l. 
Adhas tjèna, Madow-., 1871. 



Ading, Boeg., 3067. 

Adja, Sika, 3550. 

Adjawa, Sika, 3550. 

Adjó woea, l.io, 539. 

Adjoe anggóro. Boeg., 3187. 

Adjoe anging. Boeg., 698. 

Adjoe bakë. Boeg., 3012. 

Adjoe biti, Boeg., 3165. 

Adjoe boetoeng. Boeg., 125. 

Adjoe dadi-dadi. Boeg., 56. 

Adjoe déwataë. Boeg., 68. 

Adjoe kamanjang. Boeg., 3262. 

Adjoe kamënjang, Boeg., 3262. 

Adjoe kaminjang. Boeg., 3262. 

Adjoe këwawo, Endch, 152. 

Adjoe lasoena. Boeg., 1185. 

Adjoe lótong, Boeg., 1139. 

Adjoe mapaï, Boeg., 1395. 

Adjoe maroengga, Sawoe, 2315. 

Adjoe oenji. Boeg., 937. 

Adjoe pali. Boeg., 1901. 

Adjoe rada, Boeg., 1301. 

Adjoe taloenia, Boeg., 3110. 

Adjoe tana, Boeg., 3358. 

Adjoe tjëning. Boeg., 707. 

Adjoe WOna, .Sawoe, 2345. 

Adoerija, Biman., 1180. 

Adoöe, Alf. .Min. Bant., 2291. 

Aëlan, Alf. Z. Cer., 1107. 

Aèng mabai', Kang., Madoer. S., 2986. 

Aèng mawar, Madoer., 2986. 

Aëpisin, Alf. Amli., 1889. 

Afasi, Xias, 1295. 

Afl, Tim., 2174. 

AfÓ, Tern., 1785. 

Afoat, Tim., 161. 

Aga, Alf. Min. T. P., 2883. 

Aga, Alf. X. O. Halm. K., 1983. 

Aga-agara, Boeg., Makas., 1694. 

Agar-agar, Jav., Mal., Soend., 1094. 

Agaroe, Balin., 283. 

Agër-agër, Jav., Soend., 1094. 

Aha, Alf. Min. Bent., 1520. 

Aha kian, Alf. Z. Cer., 1686. 

Aha kolai, Alf. Z. Cer., 1686. 

Aha watoe, Alf. Min. Bent., 1520. 

Ahaja, .\lf. fer., lOSO. 

Ahan laoeï, Alf. Z. Cer., 910. 

Ahei, Alf. Amb., 3200. 
Ahës, .Ml. Min. Bent., 1175. 
Ahoeë, Alf. Z. Cer., 2603. 
Ahoohoe, .Uf. Har., Z. Cer., 1110. 
Ahoesi, Alf Uel., Z. Cer., 785. 



Ahoesi binsi, AH. Oil., Z. (Vr., 7SC. 

Ahoesi bintji, Alf. Ocl., 'L. Or., 78fi. 

Ahoeai halawan, Alf. Ocl., Z. C'er., 7Hfi. 

Ahoesi kanaroe, Alf. Z. Cer., 794. 

Ahoesi lëpia, Alf. Z. ('er., 796. 

Ahoesi tahoei, .Vlf. Z. CVr., 792. 

Ahoesi wókoe, Alf. Z. (Vr., 791. 

Aholal, Alf. .\. I.iiuii, W\. 

Ai aha, Alf. Z. (er., liisfi. 

Ai alija, Alf. Amb., 1311. 

Ai arita, Alf. Z. (Vr., i;ii)u. 

Ai asa, Alf. Mar., 1-102. 

Ai atoen, Siku, ai20. 

Ai bapa, Alf. Amb., ilnr., ;ii;!i. 

Ai bapa kaoo, Alf. Ilin., 3i:!l. 

Ai bapa poeti, Air. lliu., ;u.il. 

Ai bótèk, U.itin.. 139.5. 

Ai élan, Alf. Z. (Vr. 2218. 

Ai ólanó, Alf. Hilo, 221H. 

Ai ówan, Alf. Amb., 2793. 

Ai galihoo, Alf. Amb., 831. 

Ai hédoe, Hotiu., 139.5. 

Ai hoeroe, Alf. (Vr., SSk 

Ai idjoe, Sucnibn, 937. 

Ai kasabar, .Sicmlra, 2358. 

Ai kélanó, Alf. Asil., 2218. 

Ai kënawa, Sucmba, 2883. 

Ai këndara, .Socmba, 1302. 

Ai kor, -\. (iuiii. Noomf., Waml., 220.Ï. 

Ai kor knam, N. Guln. Noomf., 2205. 

Ai kóri, N. (Juin. Noi-mf., 2205. 

Ai laloe, Alf. Amb., 42. 

Ai lanit, Alf. '/,. tVr., 114. 

Ai laoe mahai, Alf. Z. Cer., 458. 

Ai laoe manoe, Alf. Z. Cer., 2967. 

Ai laoe nia, Alf. Z. ('er., 2215. 

Ai laoe nial, Alf. Har., 2215. 

Ai laroe, Alf. Amb., 42. 

Ai latoe, Alf. Amb., Har., 641. 

Ai mahoea, Alf. Cer., 1983. 
Ai malaha, Alf. Z. Cer., 130. 
Ai mamina, Alf. Amb., 2703. 

Ai mété, Alf. Har.. 2120. 

Ai méten, Alf. Amb., 2120. 

Ai meting, .Soemba, 2120. 

Ai mité, Alf Asil., Hila, 2120. 

Ai miting, Soemba, 2120. 

Ai nisat, Alf. Amb., 2424. 

Ai nitoe, Alf. Z. Cer., 2150. 

Ai nitoe, Rotiu., .Soemba. 3029. 

Ai oelita, Alf. Z. Cer., 1309. 

Ai ori, \. (iuin. Jaoer, 2205. 

Ai palaka, Alf. Z. Cer., 2478. 

Ai pasa, Alf. Amb., 2140. 

Ai poeti, Alf. Amb., Cer., Har., 2748. 

Ai raoe sapoö, -Vlf. Har., 94o. 

Ai ratoe, Alf. Amb., Har., ()41. 
Ai rita, Alf. Z. Cer., 1309. 
Ai rora, Gorom, 760. 

Ai salé, Wetar, 1686. 

Ai saloen, Alf. Amb., Har., 3029. 

Ai samal, Alf. Amb., Har.. 2409. 

Ai samar, Alf. Amb., Har., 2409. 

Ai saniara, Alf. Asil.. Hila, 698. 

Ai sapar, Alf. Amb., 862. 

Ai saroen, .\lf. Amb., Har., 3029. 

Ai sawa, N. (iuin. Niiemf., 665. 

Ai soewa, Soemba, 1671. 

Ai tai, Alf. Cer. Har., 2854. 

Ai tiërhé, Sermata, 1785. 

Ai toeban, AH. Amb., 3473. 

Ail bapa, Alf N. I.aiut, Sap., 3131. 

Ail bapa kaoeïl, Alf. N. Laoet, Sap., 3131. 



Ail bapa poeïl, Alf. .\'. Laoet, 3131. 

Ail bapa poetiël, Alf. Sa|i.. 3131. 

Ail laniol, Alf. N. Laoet, 114. 

Ail lanitol, Alf. .Sap., 114. 

Ail laoo nial, Alf. X. Laoet, Sap., 2215. 

Ail latoe, Alf. .\. Laoet, Sap., 641. 

Ail lawanjo, Alf. N. l,aoet, 760. 
Ail méteïl, Alf. X. Laoet, .Sap., 2120. 
Ail oerita, Alf. X. Laoet, Sap., 1309. 
Ail poeïl, Alf. X. Laoet, 2748. 
Ail poetiël, Alf. Sap, 2748. 
Ail saloen, Alf. X. Laoet, Sap., 3029. 
Ail samal, Alf. X. I-aoet, .Sap., 2409. 
Ail samar, Alf. X. Laoet, Sap., 2409. 
Ail saroen, Alf. X. Laoet, Sap., 3029. 
Ail tai, Alf. X. Laoet, Sap., 2854. 
Aïm, l'iiii.. 26()6. 

Air mawa, Baliu., 2986. 

Aja, Alf. Miii. Bant.. 705. 

Ajaman, Alf. Min. T. H., T. L., T. 1'., T. S., 974. 
Ajaman in taloen, Alf. Min. T. P., 989. 
Ajaman kawèsar, Alf. Min. T. B., T. r.,T.S., 984. 
Ajaman sela, Alf. .Min. T. L., 984. 

AjÓ, 'run., 6'.)S. 

Ajoe damahoe, Goront., 1037. 

Ajoe doeïtó, (ioront., 1139. 

Ajoe ètang, Sab.ijer, 1139. 

Ajoe loehi, (ioront., 535. 

Ajoe molingo, (ioroni., 767. 
Ajoe taning, Saleijer, 767. 
Ajoem, Lamp.. 191. 

Aka, Buei;., 887. 

Aka ampalèh rimbó, Minangk., 3323. 

Aka game, .Minan^'k.. 2879. 

Aka inangó, Miimufck.. 3425. 

Aka kalimpanang, Minan^k., 3076. 

Aka kamijan, Minan.itk., 1111. 

Aka koebang, Minani;k.. 3425. 

Aka koemajan, Minangk.. 1111. 
Aka koemojan, Minansik., 1111. 
Aka koemojèn, -Minangk., 1111. 
Aka koeniëng, -Minangk., 1431. 

Aka larè, -Minungk . 3403. 

Aka larè batoe, Minangk., 3421. 
Aka larè poetiëh, Minangk., 3423. 
Aka laró, Minangk.. 3403. 

Aka laró batoe, Minangk., 3421. 
Aka laró poetiëh, -Minangk., 3423. 
Aka mantjik, Minangk.. 3544. 
Aka mató alih, .Minangk., 3343. 
Aka pakan, Mi";ingk., 1935. 
Aka rijang-rijang, Minangk., 770. 
Aka sitaba, Mmiingk.. 1837. 
Aka sitaba rinibó, Minangk , istl. 
Aka sambang, -Minangk., 2281. 
Aka sanam, Minangk., 1885. 
Aka södjangkè, Minangk., 3197. 
Aka tali soemangè, Minangk., 1731. 
Aka tampoeëng ari, Minangk., 1298. 
Aka tamtam, Minangk., 1885. 
Aka tandoeïk, Minangk., 864. 
Aka tjinó, Minangk., 2047. 

Akadjëng, \Vk«.. 1889. 
Akaniè, Bn(g , 475. 

Akan-akan, Lamp. l'am., 353. 

Akar api-api. Mal., 1265. 
Akar ara. Mal.. 329. 
Akar ara boeloe, Mal., 1521. 
Akar ara sipadèh. Mal.. 1521. 
Akar asam rijang-rijang. Mal.. 770. 
Akar babaoe. Mal. Men.. 228. 
Akar bagan. Mal., 186. 
Akar balik adap. Mal., 2997. 



Akar batoe, "^1:11. ■'>-'*^- 

Akar bölimbing, Mal., 'i. 

Akar bëroenoes, Mul., (>."). 

Akar bèroewas, Mal.. is.ïT. 

Akar bërombong. Mal., i.'(i4T. 

Akar binasa, Mul., ;;7s.i. 

Akar bisa, Mal., S;l'(is. 

Akar boelang, Mal . :!.')4s. 

Akar boelang pëlandoek, Mal., (i.'i?. 

Akar boeloes, Mal., -'-'3. 

Akar boeloh, Mal., uuri. SOfi.i. 

Akar boentat oelar, Vul}?. Mal., 1.")1U. 

Akar boewas-boewas, Mal., 28.57. 

Akar damak-damak, Mal. 1'J.ji). 

Akar darah, Mal,. 3HI.S. 

Akar darah bëloet, Mal., 221)2. 

Akar dödaloe boekit, Mal., isot. 

Akar dëdoelang, Mal , 12(i4. 

Akar djaniboe këlawar, ^lal., 3.Ï58. 

Akar d'jangkang, Mal.. 22.)1. 

Akar djari bijawak, Mal.. ;itT"). 

Akar djari boewa.ia, Mal . 347,">. 

Akar djoeloeng hitam, Mal., 223. 

Akar doedoek kidjang, Mal., 3258. 

Akar doelang-doelang, -Mal., 1264. 

Akar doeri, Mal. 2946. 

Akar gamat, Mal., 2879. 

Akar gambir-gambir, Mal.. 8öi.. 

Akar gambir-gambir hoetan, .Mal., 33U8. 

Akar gambii'-gambir paja. Mal., 3398. 

Akar gasing-gasing, .Mal , 768, 2645. 

Akar gëgambir. Mal . s.it. 

Akar gëgambir hoetan, Mal., 3398. 

Akar gëgambir paja. Mal, 3398. 

Akar gëgasing. Mal., 768, 2645. 

Akar gerip. Mal . 3515. 

Akar gërip bësi. Mal., 3515. 

Akar gërip mérah. Mal, 3411. 

Akar gèrip nasi. Mal., 3411. 

Akar gërip poetih. Mal., 3408. 

Akar gërip tëmbaga, .Mal., 34in. 

Akar gërit-gërit, .Mal., 3515. 

Akar gërit-gërit mérah. Mal., 3411. 

Akar gërit-gërit nasi, .Mal., 3411. 

Akar gërit-gërit poetih, .Mal., 3408. 

Akar gërit-gërit tëmbaga, .Mal., 3410. 

Akar hidjaoe. Mal . 1771. 

Akar hitam. Mal.. 3-144. 

Akar ipoh poetih, .Mal., 2988. 

Akar kait-kait. Mal. 3399, 

Akar kait-kait besi. Mal.. 3392. 

Akar kait-kait boekit. Mal., 3395, 

Akar kait-kait darat, -Mal , 3400. 

Akar kait-kait mérah, -Mal., 3393. 

Akar kait-kait poetih, Mal, 2988. 

Akar kait-kait toepai, Smn. Vi. K., 3401. 

Akar kajoe manis. Mal, 9. 

Akar kaloeng. Mal, 2721. 

Akar kaloeng gadjah. Mal, 2739. 

Akar kaloeng oelar, Mal, 2739. 

Akar kangkoeng gadjah, -Mal, 3482. 

Akar kapang, .Mal, 2059, 

Akar kapoek. Mal. 6. 

Akar katjang. Mal, 75. 

Akar katjang djantan. Mal, 76. 

Akar këkait, M.l. 339'.i. 

Akar këlëmbai. Mal, lo.iö. 

Akar këlimpanang, -Mal, 3076. 

Akar këlintit köra. Mal, 299o. 

Akar këlitji. Mal. 532. 

Akar këlitji rimba, .Mal, 2292. 

Akar këlona, .Mal . 1 1 16. 

Akar kèmënjan, .Mal, 1118. 



Akar këniënjan hantoe. Mal. 1743. 

Akar këniënjau paja, -Mal. 1118. 

Akar këmoenting. Mal. 115S. 

Akar kënanga hoetan, Mal. 3403. 

Akar këntjing kërbaoe, .Mal, 143 L 

Akar këpajang. Mal, 1805. 

Akar këpijaloe. Mal, 1699. 

Akar kërandji, -Mal, 1845. 

Akar kërmak. Mal, 1891. 

Akar këtangkil. Mal, 1669. 

Akar këtjoeboeng, .Mal, 528. 

Akar kirai. Mal, |si).|,. 

Akar koekoe badjang. Mal, 1779. 

Akar koekoe balani, .Mal, 3560. 

Akar koekoe baning. Mal, 640. 

Akar koekoe lang, .Mal, 2946, 3560. 

Akar koekoe lang bëtina, .Mal, 3558. 

Akar koekoe lang rimba, .Mal, 3558. 

Akar koekoe toepai. Mal, 3560. 

Akar koening. Mal, 1431. 

Akar koenjit, .Mal. sss. 

Akar koenjit-koenjit. Mal , 2048, 

Akar koenjit-koenjit babi, Mal, 888. 

Akar koetjing-koetjing, Sum. W. K., 3345. 

Akar koewajah, .Mal, 2309. 

Akar lada. Mal, 2737. 

Akar laha. Mal Pal, 3424. 

Akar lakoem. Mal, 3481. 

Akar lakoem boelan. Mal, 3478. 

Akar lakoem gadjah. Mal, 3484. 

Akar lakoem laoet. Mal, 3478. 

Akar lakoem tëbëraoe, .Mal. 3485. 

Akar langkap. Mal, 3342. 

Akar larak, .Mal, 2249, 3403. 

Akar larak api. Mal, 2251. 

Akar larak batoe. Mal, 3421. 

Akar larak mérah. Mal, 2250. 
Akar larak poetih, Mal, 3423. 

Akar loemoet, .Mal, 1939. 

Akar lokan. Mal, 3365. 

Akar mali-mali. Mal, 1724, 3208. 

Akar maloeng, .Mal, 874. 

Akar manggoel. Mal. Pal, 2310. 

Akar mëloekoet. Mal. 1261. 

Akar mëlor hoetan. Mal . 1931. 

Akar mëmpëlas, .Mal, 3321. 

Akar mëmpëlas gadjah. Mal, 3323. 

Akar mëmpëlas hari. Mal, iss. 

Akar mëmpëlas hari bëtina, .Mal, 3322. 

Akar mëmpëlas harimaoe. Mal, 3323. 

Akar mëmpëlas poetih, .Mal, 3322. 

Akar mëmpëlas tikoes. Mal, 3322. 

Akar mëmpëlas wangi. Mal, 137. 

Akar mëmpisang boekoe. Mal, 3403. 

Akar mëmpisang hitam, Jlal, 2524. 

Akar mëndjoeloeng. Mal, 223. 

Akar mëngkoenjit, .Mal, 888. 

Akar mentadoe, .Mal, 1670. 

Akar mérah, .Mal, 866. 

Akar mërajit. Mal, 1665. 

Akar mërlimaoe, Mal, 2591. 

Akar merpisang boekoe. Mal, 3403. 

Akar merpisang hitam, ^lal, 2524. 

Akar minjak, .Mal, 2046. 

Akar moerai, .Suni. W. K., 2029. 

Akar nasik-nasik, .Mal, 2870. 

Akar oelam, .Mal , 2282, 3336. 

Akar oelam boekit, .Mal, 2025. 

Akar oelam djantan. Mal, 1299. 

Akar oelam gadjah. Mal, 2281. 

Akar oelam poetih. Mal, 1900. 

Akar oolani tikoes. Mal, 230(1 

Akar oelar. Mal, 1564. 



10 



Akar ooloo-ooloe, Sm». \v. K., 777. 

Akar oonak, M;vl.. :f55S. 

Akar oongoo, Mal , 870. 

Akar padang, Mal., S2fi. 

Akar pahit, Mal . liUS. 

Akar pala-pala, Mul, IIH. 

Akar pantat böroek, Mal., liil'J. 

Akar pökan, Mal , l'.i:!."i. 

Akar pökan hootan, Mal., lU^il. 

Akar pölawan, Mal., 1770. 

Akar pölawas, Mal., .592. 

Akar pöloeroen, Mal., 127S. 

Akar pöngalasan, Mal., fi!i2. 

Akar pörijook köra, Mal., 24,37. 

Akar përoet ajani, Sum. \V. K., 43."). 

Akar pöroet gagak, Mal., •")2S. 

Akar pèroet körbaoe, Mal., 1299. 

Akar pöroet kidjang, -Mul , 1299. 

Akar pisang-pisang boekoe, Mal., :um. 

Akar pisang-pisang boeloh, Mal., 2099. 

Akar pisang-pisang djantan, Mal., 312.'>. 

Akar pisang-pisang hitam, Mal. 2.ï24, 3422. 

Akar pisang-pisang koening, .Mal., 342.). 

Akar pisang-pisang tandoek, Mal., 3.125. 

Akar poeloet, Mal , 732. 

Akar poontijanak, .Mal., 293(). 

Akar poesat boedak, .Mal., 17S0. 

Akar poetat. Mal , KKiu. 

Akar ranibai daoen, MiJ.. (>■'. 

Akar ranibai padang, Mal., 2S74. 

Akar rarak, -Mal., 2249, 3403. 

Akar rarak api, Mal., 2251. 

Akar rarak batoe. Mal., 3421. 

Akar rarak mérah, .Mal., 2250. 

Akar rarak poetih. Mal., 3423. 

Akar roesa-roesa, Mal , 75. 

Akar saboet, Mal., 1743. 

Akar saga bètina, Mal., 3. 

Akar saga molèk, Mal., 2ü2fi. 

Akar sandang padi, .Mal., 872. 

Akar saoet, -Mal.. 2332. 

Akar sarang poenei, Mal., 1086. 

Akar sari. Mal. l'al., 2341. 

Akar sëdjangkat, Mal., 3197. 

Akar sëkarang, Mal., 2249, 3425. 

Akar sëkarang batoe, .Mal., 3423. 

Akar sëkarang boeboe, -Mal., 2251. 

Akar sëkarang clang, -Mal., 2525, 

Akar sëkëntoet. Mal.. 2533. 

Akar sëlgoeri, Mal, 1071. 

Akar sëndjarang, Mal., 9f)l. 

Akar sëndoedoek, Mal., 2204. 

Akar sëngkarang, Mal., 2249, 3425, 

Akar sëngkarang batoe. Mal., 3423. 

Akar sëngkarang boeboe. Mal., 2251. 

Akar sëngkarang èlang, .Mal., 2525. 

Akar sërapat, Mal , 25'.iii, 

Akar sërapat djantan, .Mal., 3413. 

Akar sërapat hitam, -Mal. W. Bom,, 3409, 

Akar sërapat koening, Mal.. 1717. 

Akar sërapit. Mal., 259o. 

Akar sëtöbul, Mal., ls37. 

Akar siboewéh. Mal., 1()93. 

Akar siboewéh api, .Mal., 1717. 

Akar sidingin djambi, .Smn. W. K,, 60. 

Akar sijak, Mal,, 2ii94. 

Akar sijak naga. Mal., 2()33. 

Akar sijal mènahoe. Mal,, 1939. 

Akar sijantan hoetan, Mal., 2947. 

Akar sisik naga. Mal., 1072. 

Akar soebang. Mal., 3207. 

Akar soeloh. Mal , -Kil, 293r., 

Akar soeloh hoetan, Mal,, 3414. 



Akar soosoor paja, Mal., 2005, 

Akar songsong haroos. Mal., 856. 

Akar tali ainbin, Smu. \V. K., 3477. 

Akar taloer, .^um. W. K., 3227. 

Akar tamboesoe, Sma. \V. K., 778, 

Akar tampoong ari. Mal,, 1298, 

Arak tanak i-iniaoo, Mal., 3207. 

Akar tandoek, Sm,>. w. K.. 3289. 

Akar tandoek-tandoek, .Mal., 3258. 

Akar tapak roesa, Mal., 2025. 

Akar tëbing ajoe, Mal., 216. 

Akar tebing paja. Mal,, 2952. 

Akar tèlinga tikoos. Mal., 1072. 

Akar tölor boodjok. Mal., 75. 

Akar tóngkok bijawak hitam. Mal., 1441. 

Akar tëntawan, -Mal., Mi9, s7i. 

Akar tëroeng-tëroeng, .Mal., 2o24. 

Akar tëtöroeng, Mal . 202l. 

Akar tiga tjabang, .Mal., 3370, 

Akar tikoes. Mal., 2957, 

Akar tjabang lima. Mal., 3206, 

Akar tjarëk mérah. Mal., 3478. 

Akar tjarëk poetih. Mal., 2161. 

Akar tjarëk-tjarëk, .Mal., 3483. 

Akar tjëlëgoeri, .Mal , 1074, 

Akar tjöndërai, -Mal,, 1699, 

Akar tjina, Mal., 2047. 

Akar tjina poetih, .Mal., 2454, 

Akar tjinta moela, Mal., 2870. 

Akar tjirit moerai, .Mal., 1665. 

Akar toeba. Mal , 2310. 

Akar toeba-toeba, -Mal., 1063. 

Akar toekas, -Mal., 3444, 

Akar toekoe-takal, .Mal., 914. 

Akar toepai, Mal., 3561. 

Akar wangi, .Mal.. 228. 

Akël, Wf. -Min-, 322, 

Akèl im bolai, Alf, Min. T. L., T. IV, 674. 

Akëlè, Siu.iri, 322. 

Akéra, .\lf. -Min. T. P., 891. 

Akèrë, -\lt'. Min. Bant., 322. 

Akilènak, Uotin,, 3473, 

Akit, .Mal, 2968. 

Akol, .\ll'. .Min. Ponos., 322. 

Akor, Mailocr. S., 962. 

Ala, Alf. .\*il,, Ccr., Hila, 2512. 

Ala poeloeti, Alf. dr., 2513. 

Ala-alara, Huog., Makas., 974. 

Alaat, Air, Od,. Z, Cer„ 2004. 

Alaba, .Maka?., 3374, 

Alaban, Smn. M . K., 3470. 

Alaban koenjit, ï^llnl. W, K,, 3470, 

Aladën, Air, .Min, T, P,, 677, 

Aladi, liucg., 847. 

Alai, Mal, 2634. 

Alai batoe, -Mal, 1843. 

Alakang, «...;;., 419. 

Alakang radi, IWg., 419. 

Alakang tjawa. Boeg., 419. 

Alalang, Balin,, Miuangk,, 1883. 

Alang-alang, üaliu., Jav. Ng,, Vuig. Mal., 1883. 

Alaug-alang këmangi, Jav., 229. 

Alapoal, .\li'- /.. Vcv.. Uis6, 

Alapoeal, AH', .\. Laoil, tjai)., 1686. 

Alara, Hm;;., Makas., 974. 

Alèba, Hotï., 3374. 

Alei, Mal, Hanilj., 2634. 
Aléló, All'. Min. T. 1,., 502. 
Aliag, N. tiuiu. 4 U., 178, 
Ali a'ljë, Minangk,, 2465. 
Aliboek, Minlawci, 2487. 

Aligoeró, l'cni., 3274. 
Aligoeró banga, 'iVni., 3274. 



11 



Aligoeró ngoló. Torn., 'i27i. 
Alija, M;il . Sofinliii. 3551). 
Alija bara, Mal., Sösii. 
Alija hoetan, Mal., 16i2. 
Alija kèra, Mal., KiS'.i. 
Alija padi, Mal., 3.5.i3. 
Alija tikoes, .Mal , Hits. 
Alikoekoen, Balin., 3fi. 

Alim, Hal,, Enggauo, 1414, 

Alingè, H".ï., ■■iior,. 
Alipéga, \\{. Min. T. B., T. S., 7(11, 
Alitjópèng, Boi?., yi-2'.i. 
Aliwerhé, Kisar, 2.")U'. 

Aliwówas, .\lf. Min. T. B., 1'. I,., Tiinsan, T, P,, 

373, ISlü, 
Aio, .Vlf. X. O, Halm., 3U'J, 
Aloban, Bai., 3470, 
Aloempang, Boeg., 3234, 
Aloepang, Bui-j;., 323 !■. 
Aloer, -iiu , 32ti3. 

AloeWÓWOS, Alt', Min, T, B,, 1'. I.., Tunsaw, 

T, 1'., 373, ISIO, 
Aloi, .\l.j.h, 2634. 
Alom, .\lf. .Min, BcnI., 2158, 
AlÓsi, Boes., 315, 

Alósi bisoe, Buig.,- 203S, 
Alósi töngë, Boeg., 2038, 
AIÓSO, .\ll, .Min. T. B., 1649, 
Alóso, .\ll'. Min. T. S,, 502. 
Altjaltjal, Bat., 1987. 
Alwah, Mal., 283. 
Amajok, Kngganu, 3011, 
Ambai-ambai, .Mal., Minangk., 2939, 
Ambal, Jav., 2938. 
Ambalaoe, .Minangk-,, 1184, 
Ambalo, .Madoei-, P., 1190, 
Ambar mritja, O. Jav., 509, 
Ambar wëstoe, 8as., 228, 
Ambasang, Bat , 2175. 
Anibatjang, Daj. Sanip., Minangk,, 2175, 
Ambatjang rimbó, .Minangk. ,2177. 
Ambawa, .\lt'. Tom., 2175, 
Ambawang, Balin., 2175, 
Ambèlai, Socmlia, 2112, 
Ambëtan, Jav, Kr. D., 1180. 
Ambhërta, MaJocr, P., S., 217. 
Ambin boe-wah, .Mal., 2690, 
Ainboeëng-aniboeëng, Minangk., 3056, 
Amboeloe, Balin., 1495, 
Amboeloeng, Balin., 2289. 
Amboen, Minangk., 2791, 

Amboeng-amboeng, Balin., 573, 

Amboeng-amboeng, Mul , 3056, 

Amboeng-amboeng laoet. Mal., 2851. 

Amboeng-amboeng poetih, .Mal., 572, 

Ambon, s^^, ls92. 

Ambon dja-wa, Sa.-;,, 1892, 

Ambong bagoe. Sas,, 1671. 

Amësa, licn-g., s53, 

Amiroe, \U'. W'. Cer,, 55, Cer,, 135, 

Amis mata, Soend., 1474, 

Amis mata beureum, Socml., 1501. 

AmÓ, .\ir .\. o. Halm , Mal, M.Mi., T.-i-n., 340, 
Amoe, -Ml". .\ml)., Ilai-., llila, Z, Ci-r., 2717, 

Amoe apar, Alf. Aml)., 2731, 
Amoe isi, Alf. llila, 2719, 
Amoo isin, .\lf. Har., Z, (Vr., 2719, 
Amoe isiné, Alf, Har., 2719, 
Amoe laoe, Alf. Z. (.'er,, 2717. 
Amoedja, Hocg,, 2648, 

Amoel, Air. S. Laix;!, Sa|)„ 2717. 
Amoel isin, Alf, N. f.aoit, Sap.. 2719. 

Amoeroeng, Alf, .Min, 'I'. B., l", P., 1573. 



Anioosi, Air. Z. (Vr„ 785. 

Amoesi binsi, -\lf, Z. Cer,, 786, 

Amoosi halawan, Alf, Z, ('er., 786, 

Amoosi lëpia, Alf, Z. Cer., 796, 

Amoet, Alf. Min. T. P., 217, 

Amoet kamondor, Alf, Min. T, P,, 880. 

Amoet körëmbit, Alf, .Min. T, P., lo. 

Amoet olci, Alf, Min., 1885, 

Amoet póti-i, Alf. .Min. T, P., 692. 

Amoot riri, Alf. Min. T. P„ 824, 

Amoet tamboeroek, Alf. .Min, T. P., 3361, 

Amoet tampoenei, Alf, .Min, 3, 

Amoeté, Bdg , 7s.-,. 

Ampadoe tanah, .Minangk., 939, 

Ampalana, Minangk., 2169. 

Ampalasa, Makas", 1511. 

Ampalèh, Minangk., 1102, 1514. 

Ampalèh batang, .Minangk., 1514. 

Ampalèh oela, Minangk., 1I55, 
Anipalèh rimbó, .Minangk., 3323, 
Ampampaoe, Boeg., 464. 
Ampas tëboe, Mal,, 1634, 23S6, 
Ampëdal ajani. Mal., 3018. 
Ampëdoe, .Mal, W. Bom., 1137, 
Ampel, Balin., .Tav,, Sas., 412, 
Ampëlah, Aijeh, 1514. 
Ampëlam, Mal, Bamlj., 2169. 
Ampëlas, .Maduii-. P, S., Vuig, .Mal,, 1514, 

Ampëlas lëmboet, Vnlg, Jlal., 1514, 

Ampele, Bueg., 1514, 

Ampère, Mailoer,, 1505. 

Ampët, Jav., 897. 

Ampët, O. Jav. 374, 

Amping, Alf. Jlin, Bent,, 2475. 

Ampiri, Boeg,, 135, 

Amplas, Baiin,, 1514, 

Amplëm, Balin., 2169, 

Ampoeladjëng, Boeg., 2343, 
Ampoerëtó, Boeg., 2978. 
Ampolas, Bat., 1514, 
Ampompaoe, Boeg., 464, 
Anaa, .Uf, Har., 348, 
Anaal, Air, N, Laoet, Sai)., 348. 
Anaalo, Air. N. Laoet., 353. 
Anaamahoe, Alf. Z. Cer,, 348, 
Anaan, .\ir. Z. Cer., 353, 
Anaan -walanda, Alf, Z. Cer., 245. 
Anaané, AH. llila, 348, 
Anaano, Air. Har., 353, 
Anaa-wakan, Alf. Z, Cer., 348. 
Anana, Kndeh, 218, 

Anaoe, Lamp., Minangk,, 322, 
Anaoo sampië, Alinangk,, 322, 
Anasilo, Air. Sap., 218, 

Anasoel, Alf, N, Laoet, Sap,, 218. 
Anat, Air. Z. Cer., 2239, 
Andalèh, Minangk., 2347, 

Andaliman, Bat., 2739. 
Andamali pari. Lamp., 217. 
Andassa, Hat, Mand,, 2056, 
Anda-wè, Balin., 2709, 
Andëlas, Snm. \V, K,, 2347, 
Andëroe-w-ang, Lamp,, 884, 
Andëroe-wang bësi, Lamp., 884, 
Andëroewang oedjaoe, Lamp,, 884, 
Andëroewang poejoeh, Lamji,, 884. 
Andëroewang soeloeh. Lamp., 884. 
Andi-andi, Jav., 2iU. 
Andihit, Bat., 695. 
Andikit, Bat., (i95, 

Andilaoe, MiTiangk., 862. 

Andilaoe roesó, Minangk., 1699. 
Andilo, Bat., 862, 



12 



Andilo oersa, Bnt., IfiH'.». 
Andjalai, MiimiiRk,, 835. 
Andja pajoeng, Mal., 24S4. 
Andjiloewang, MininiKk.. sst. 
And.jiloewang rimbo, Minangk., 27'J7. 
Andjing-andjing, MA., U72. 

AndjÓlai, Minangk., H3.'). 
AndjÓrÓ, Salncr, b30. 

Ando, N. (iuiii. NoL'iiif,, 1277. 
Andoedoe, Halin., 074, 
Andoedoer, Hut., (ifiö. 

Andooi, Halin , .Ia\.. 1218. 

Andoelpak, Hai.. isos. 
Andoelpak sidari. Bat., 1807, 
Andoeng, Sum. \\ . K., 2711, 
Andoerijan, Hat., «25. 
Andoeroe, Halin. Ki-., fi74. 
Andong, Halin., Jav.. Mal, Batav,, 884, 

Andong, Halin., iri!i7. 
Andong bang, Bulin.. 884. 
Andong bönëh, Halin., 884. 
Andong idjoo, Mal. liatav., 884. 
Andong loengsir, Balin., 884. 
Andong mèrah, .Mal. B.itav., 884. 
Andong sili, .lav.. kS4. 
Andong tjöniëng, Balin., 884. 
Andong watoe, .'av., 11)22. 
Andong woengoe, Jav., 884. 

Anè, Tim., 2."il2. 

Anè poeloe, Tim., 2513. 

Anèl, Tim.. i'.-,l2. 

Anèl poeloe, Tim., 2513. 

Anèkahwa, Knfigaiio, 77. 

Anös, .Mjili, 218, " 

Anès, Mal. .Mol., 2704. 

Anga, .Vlf. Miu. T. 1,., T. S., 507. 

Angcn-angèn, Madoti-., 3213. 

Anggara wastoe, Balin., 228, 

Anggèrik, .Mal., 2.")01. 

Anggërik boelan, Mal., 2(;.)S. 

Anggërik gading gadjah, -Mal., 12'JO. 

Anggërik kastoeri, .Mal., 21)03. 

Anggërik mërapati, Mal., 1055, 

Angghroeng, .Mailuir., 3355, 

Anggra, N. (.uin. Nuemf., 785, 

Anggrèk, Halin., ,lav., Socnd., 2504, 3441. 

Anggrèk andjing, Sutud., 1271), 
Anggrèk asoe, Halin., 1271). 
Anggrèk boelan, .Sücml., 205s. 
Anggrèk daa, Halin., 3430. 
Anggrèk dijoek, Surm\.. 59. 
Anggrèk garingsing, Balin., 1096, 
Anggrèk katoenggeng, .Fnv„ 2902. 
Anggrèk katoenggjang, Balin., 2902. 
Anggrèk kërisan, .lav,, 2U02. 
Anggrèk lëmah, Socnd., 2057, 
Anggrèk lilin, Sucnd., 3013. 
Anggrèk mënoer, Jav., 2058, 
Anggrèk oelan, Balin., 2058. 
Anggrèk oentjal, SoimuI., 908. 
Anggrèk pandan, Socml., 3437. 
Anggrèk pópótjongan, .Socnd., 570. 
Anggrèk sa.sih, Balin , 1279. 
Anggrèk tanouh, .Socnd., 2057. 
Anggrèk tèboe, lav., 1090. 
Anggrèk tjambra, Balin., 1279. 
Anggrèk tjamra, Balin.. 1279, 
Anggrèk tjitjing, Balin., 1279, 
Anggrèk woelan, Jav,, 2658. 
Anggrit, s... nd,, 5ii. 2417, 
Anggroeng, Jav,, 3355. 
Angka, .\ll Min., 348, 
Angkaëng, Makas., 1889, 



Angkamè, Makas., 475, 
Angkatan, Balin., 2314, 
Angkëb, Jav., 3495. 
Angkèt, Balin., 2093. 
Angkora, .\lf. Min. T. I'., 902. 
Angkorang, Alf. Min. T. P., 962. 

Angkrèk, <'. Jav., Socnd., 2504. 
Angsana, Balin , Jav., Madocr., Socnd., 2883. 
Angsana këlèng, .Madocr., 1030. 
Angsoeka, Mal, mu. 
Angsoeka mérah, Mal., 1918. 

AngSOka, Halin., .lav., Madocr. B., 1914. 

Angsoka djaoem, Balin. 202o. 
Angsoka natar, Balin., 1929. 
Angsoka woengoe, Balin., 1918. 
Ani, Bucj;., 074. 
Anin taïn, Alf. Z. CVr., 3419. 
Aninó, Tim., 257. 
Anitéï, l'im., 23C3, 
Anitoe, Boeg, 1302. 

Anjang, Jav . Madmr., 3022. 

Anjang-anjang, .Mal. Batav., 3022. 
Anoedja, Balin., 2319. 
Anonang, All'. .Min. Tonsaw., 878, 
Anroeda, Maka.«„ 2048, 
Anroeda boesoe, Makas., 3000. 
Antaboga, Ja\. 081. 
Antaladan, Bat., 104. 
Antanan, Soi'nd., 1S52. 
Antanan bënër, Socnd., 1852, 
Antanan gëdè, Socnd., 1854. 
Antanan lëmboet, Socnd., 1857. 
Antanan leuweung, Socnd., 1619, 

Antap, Balin. Sinili-, Sas., 2661. 

Antarasa, Bal., 2008. 
Antawali, Balin., 217. 
Antènion, Madoir. s.. 934. 
Antènion aèng, .Madocr. S., 934. 

Antèmon batang, Madocr. S.. 934. 

Antènion boekó, Mad.nr. S., 934. 

Antèmon ghadjhi, Madocr. s., 934. 
Antènion ghaloedhroe, Madocr. S., 934. 
Antèmon ghadhing, Madocr. S., 934, 
Antèmon ghaltèk, Madocr, S., 934. 
Antènion nialokok, Madocr. S„ 934. 
Antènion niósëng, .Madocr. S., 934, 
Antènion naghara, Madocr. S., 934. 
Antèmon tjarëniè, Madocr. s., 934. 

Antènion tjatjèng, Madocr. S., 934, 
Antèmon tódjóek, .Madocr. S., 934. 
Antinioe, Boeg., 934, 

Antimoen, Balin. Kr., Minangk., Sas., 934. 
Antimoen dandang, Minangk., 2615. 

Antjak, Balin., .Mal. Batav., Socnd., 1510, 
Antjal, Sn,nd.. 3074. 

Antjal beurit, Socnd., 3077. 
Antjami, All'. Tom., 2175, 
Antjar, Ifalin.. Jav., 255. 
Antjimoen, Bat. Dair., 934. 
Antó mónjok, .Madocr., 1553. 
Antoe, Mal. Men , 2544, 

Antoei, Mal, 1171. 
Antoei hitam. Mal., 1170. 
Antoei poetih. Mal., 1171. 
Antoemboes, Bat.. 600. 
Antoerboeng, Bat. Minangk., 211, 
Antoerboeng baloe, Bat. 211. 
Antoerboeng bójok. Bat., 211. 
Antoermangan, Bal., 700. 
Antoi, Mal., 1171. 
Antoi hitam. Mal.. 1170. 
Antoi poetih, Mal., 1171. 
Aoe, Alf. Z. (.er., 2109. 



13 



A06, Fjulch, Sueinba, Solor, 404. 

Aoe binè, Mükas.. 1. ">.")(), 
Aoe kramat, Solur. 409. 
Aoe manoe, Kisju-, 1^95. 
Aoe nioli, Kisar, 33U1. 
Aoe pëtoeng, Solor, 1622. 
Aoe taring, Sonuba, 1622. 

Aoeg, Bul. Mniii;., 404. 

Aoeg taraki, Bul. Muug.. 411. 
Aoeg toling. Bul. Mou?., 2528. 
Aoehénó, .\lf. W . C'iM-./21(i9. 
Aoelo, All. .Sap., Ifi2;?. 

AoelÓtÓ, Air. .\. o. Halm., 411. 
Aoer, Mal., Sika, 404. 
Aoer doeri, Mal., .'ioCiü. 
Aoer gading, .Mal., 411. 
Aoer-aoer, Mal., 858. 
Aoesi, Alf. Z. (Vr., 78). 
Aoesi halawan, AH'. Z. CVr., TSfi. 
Aoesi pipis, Alf. Z. Cer., 780. 
AoeWÖ, Miüaiij;k., 404. 
AoewÖ batoe, Minangk., 10.58. 

Aoewë doeri, Minangk., 3üfi0. 
Aoewë gadiëng, Minan'rk, ill. 
Aoewë koeniëng, Minangk., Hl. 

Aoewë tjinó, Minansjk., 408. 
Aoewë-aoewë, Minangk., 858. 
AÓg, All". Min. Tunsaw., 408. 
Aohé, Kisar, 1()8(). 
Aor, Bat., 404. 

Aor doeri, Bat., 3000. 

Apa-apa, .lav., 1552. 2091. 
Apa-apa këbo, .Tav., 404. 

Apalija, l.amp., 2330. 

Apak, Jav., 1532. 

Apè, Alf. Min. l'onns., 023. 

Apè, Bocsj.. loso. 

Apë-kapë, Bucg., 170I. 

Apëdoe, Alf. Miu. T. s., 1403. 

Apëroe, Alf. Min. T. B., T. I,., 1403. 

Api-api, Bucg., .lav., Mal., .Sas., 381, 2109, 3lss. 

Api-api, Mal! Men., 705. 

Api-api, Vuig. Miü., 2096. 

Api-api goenoeng, Sum. W. K., 53. 

Apit, .lav.. 2052. 

Apjoen-apjoenan, O. Jav., 079. 
Apoe-apoe, Mal. Z. O. Bui-n., 2751. 
Apoe-apoe, Socml., 573. 
Apoe-apoean, Sucnd., 2813. 

Apoeh, Balin., 2S01. 

Apoeh asoe, Balin., 2801. 
Apoeh mëmédi, Balin., 2soi. 
Apoeng-apoeng, Sas., 2751. 
Apoes, .lav., io.-i. 
Apokat, -Mal., 2051. 
Apolaï, Boeg., 2452. 
Apolos, Alf! Min. 1'unos., 1502. 

Apólos kahoejangan, Alf. Min. Ponos., 1507. 

Apon-apon, .Jav., 2751. 

Apow, Alf. Min. T. L., T, S., 2310. 

Ara, Alf. \V. Ccr., 2512. 

Ara, Bu,.g., Makas., Mal., Sas., 1432. 

Ara akar, Mal., 1443. 

Ara batoe. Mal., 14S7. 

Ara boeloe, Mal , 1521. 

Ara boeroetèh. Mal., 1433. 

Ara daoen lébar, .Mal., 1524, 

Ara d.iangkang. Mal., 809. 

Ara djawi-djawi, Mal., 1510. 

Ara djëlotèh, Mal., 1430. 

Ara djoeloeteh, Mal., 1430. 

Ara gadjah, M.il . 1460. 

Ara gatèl, -Mal. l'al., 1435. 



Ara këlalawar. Mal., 1472. 

Ara këlëboek, .Mal., 1508. 

Ara këtjil, .Mal., 14S5. 

Ara koebang, -Mal, 1438, 1460. 

Ara koebangan, .Mal., 1438. 

Ara koewap, Mal., 1460. 

Ara lampong, -Mal., 1487. 

Ara lidah riniaoe. Mal , 1490. 

Ai'a loemoet, Mal., 914. 

Ara nasi, -Mal., 1409. 

Ara paja, -Mal., 1472. 

Ara pérak, -Mal , 1434. 

Ara sijalang, Mal., 1963. 

Ara sipadèh, -Mal., 1521. 

Ara soeboeroetèh, Mal., 1496. 

Ara soepoedèh, -Mal., 1490, 1519. 

Ara soepoedèh paja, Mal., 1496. 

Ara tampok pinang, Mal., 1476. 

Ara tanah, Mal., 1387. 

Ara tandoek, .Mal., 1470. 

Ara tanoh, Atjch, 1387. 

Araboa, Alf. Z. Ccr., 1686. 

Arah, Ma.lucr., 1477. 

Arak, Balin., Madoer., 844. 

Arakan, Alf. :Min. T. L., 2363. 

Arakan né kasidi. Alt'. Min. T. S., 1849. 

Arakan né kasili, Alf. .Min. T. 1,., 1849. 

Aram-aram, Balin., .lav., 2763. 

Araoe, l'aj. Sani|]., 098. 
Araran, Alf. -Min. Tonsaw., 932. 

Arareet, Vuig. Mal., 2188. 
Aras, Alf. Min. Tonsaw., 1175. 
Arasó, Boog., 3012. 
Arawa, Boeg., 3042. 
Arbila, -MaK Tim., 1162. 
Aré, Knck'li, Sawoe, 2512. 
Aré laka, Sawoc, 2513. 
Aré mëda, Sawuc', 2512. 
Arèjangó, Boeg., 22. 

Aren, .lav., ilailuei-., 322. 

Aren ampal, .lav., 322. 

Aren bantèng, Jav., 322, 

Aren blèrèng, .lav., 322. 

Aren brama, lav., 322. 

Aren djingga, -Jav., 322. 

Aren glégar, .lav., 322. 

Aren gontol, -lav., 322. 

Aren idjo, .lav., 322. 

Aren rantèng, .lav., 322. 

Aren ritjik, <>. Jav., 322. 

Aren tjèbong, Jav., 322. 

Arëng-arëng, Jav., 1134. 

Arëpa, Boeg., 972. 

Arës, All'. Min., 1175, 

Arès, Jav., 2749. 

Arët, Alf. Min. T. I,., T. 1'., 1175. 

Arèta, Boeg., 2805. 

Arètan, Alf. Min. T. .S., 2501. 

Arëtës, Alf. Min., 1567. 

Areuj babah këbó, Soeml., 329. 

Areuj babalingbingan, Soend., 2330. 

Areuj balingbing;, Soend., 2330. 

Areuj bëlëkëtèbèk, Soend., 3345. 

Areuj beubeureuman, Soend., 3479. 

Areuj beulit gëdè, Suind., 3537. 

Areuj beurit, Soend,, lso2. 

Areuj bóbontèngan, Soend., 1719, 2255. 

Areuj boeloe, Soend., 325. 

Areuj bóól këbó, Soend., 2985. 

Areuj bódas, Soend., 2300. 

Areuj darówak, .Soend., 1699. 

Areuj djantoeng, Soend., 3364. 

Areuj djótang, Suend., 2489. 



14 



Areuj 

Areuj 

Areuj 

Areuj 

Areuj 

Areuj 

Areuj 

Areuj 

Areuj 

Areuj 

Areuj 

Areuj 

Areuj 

Areuj 

Areuj 

Areuj 

Areuj 

Areuj 

Areuj 

Areuj 

Areuj 

Areuj 

Areuj 

Areti' 

Areu 

Arou" 

Areu 

Areu 

Areu" 

Areu 

Areu' 

Areu 

Areu 

Areu 

Areu 

Areu] 

Areu 

Areu 

Areu 

Areu 

Areu, 

Areu, 

Areu, 

Areu. 

Areu. 

Areuj 

Areuj 

Areuj 

Areuj 

Areuj 

Areuj 

Areuj 

Areuj 

Areuj 

Areuj 

Areuj 

Areuj 

Areu," 

Areu, 

Areu, 

Areu, 

Areu, 

Areu 

Areu, 

Areu, 

Areu 

Areu 

Areu, 

Areu, 

Areu 

Areu 

Areu 

Areu 



djótang bönër, Sociul., 21>*9. 
djótang bódas, Sminl.. is".i5. 
djótang gcdè, SimikI., 2277. 
djótang lömboet, Sonul., S73. 
doedoorènan, Sonid.. 12 lU. 
garoet, s.mikI., y, 21)94. 
garoet gèdè, Socml., 2312. 
garoet peutjang, Soeml., 127S. 
gëmbor, s.mmhI.. I'.is2, 
geuroung, s,,iimI , 2(ji."). 
gaureung beureum, Suoml., 322S. 
geureung bódas, Smiiil, inü. 
goenggooroetoe, Soeud., 3481. 
gongseng, s<,iiui., 028. 
gongsèng gödè, Soiml., 2.'!.")l. 
hampëlas, s...nil , 14'J2. 
hanipöroe, Siniid., 2255. 
hampöroe bógor, Socml., 2259, 
harèndong, Scrncl, 900. 
harèndong badak, Soiiul., 2204. 
harèndong bódas, .Soond., 1150. 
harijang, .Smnd.. 770. 
harijang beureum, Soond., 347'.i. 
haseum, Soi-iid., 1032. 
hoemboet, Scicnd., 1950. 
hoenjoer boeöet, Si.eiul., 1949, .{204. 
kahitoetan, Sni-mi, 2533. 
kahitoetan badak, Sncnd., 2535. 
kahitoetan gödè, .'^omd., 2534. 
kahitoetan lëmboet, Sornd., 2534. 
kakait beusi, Socnd., 3399. 
kakantjingan, Sorad.. 23-14. 
kakapasan, .Supnd , 1035. 
kakawatan, Suond.. 3351. 
kakèdjóan, Soiiul.. s7i. 
kalajar, Sui-nd.. 3303. 
kalajar badak, Suiud.. 1805. 
kalajar bcnër, Soind., 3303. 
kalajar beureum, SuL-nd.. 3300. 
kalajar beurit, ïSotnid., 3335. 
kalajar gëdë, Socnd., 3307. 
kalijagè, Socnd,, 042. 
kananga, Socnd., 331. 
kasoengka, Socnd., 1069. 
kasoengka beureum, Socnd., 1670. 
kasoengka beurit, Socnd., 1070. 
kasoengka gëdè, Socnd., I070. 
kasoengka oentjal, Socnd., 1070. 

katilang, Socnd., 2910. 
katjapi, Socnd., 3008. 

katjëmbang, Socnd., 1202. 
katjëmbang gëdè, Socnd., 1263. 
katoek, Socud.. 3388. 
katoek peutjang, Socnd., 329. 
kawójang, Socnd., 2283. 
kèkèb, .ShiuI, 2731. 
ki-asahan, Socnd., 3321. 
ki-asahan lalaki, Socnd. 
ki-bara, Sucnd., 2715. 
ki-barèra, Srjcnd., 773. 
ki-barèra bódas, Socnd.. 
ki-barèra boelëd, Socnd. 
ki-barèra gëdè, Socnd , 781. 
ki-barèra lalakina, Socnd., 769. 
ki-barèra leutik, Smnd., 776. 
ki-barèra leutik beureum, S., 782. 
ki-barèra tjootjoek, Socnd., 775. 
ki-batara, Si.. nd , ls70, 3515. 
ki-ganggarangan, Socnd., 3019. 
ki-kadal, s.,cnd . 527. 
ki-kadantja, Socnd., 2246. 
ki-kandël, Socnd., 183U. 
ki-kandël badak, Socnd. 1839. 



3322. 



774. 
774. 



Areu, 

Areu, 

Areu 

Areu; 

Areu 

Areu. 

Areu] 

Areu. 

Arou] 

Areu] 

Areu. 

Areu] 

Areu] 

Areu] 

Areu] 

Areu] 

Areu. 

Areu. 

Areu. 

Areu 

Areu 

Areu 

Areu] 

Areu] 

Areu. 

Areu] 

Areu] 

Areu. 

Areu, 

Areu 

Areu] 

Areu. 

Areu. 

Areu, 

Areu 

Areu. 

Areu] 

Areu 

Areu, 

Areu 

Areu. 

Areu, 

Areu] 

Areu] 

Areu] 

Areu] 

Areu] 

Areu] 

Areu] 

Areu] 

Areu] 

Areu] 

Areu] 

Areu] 

Areu] 

Areu] 

Areu] 

Areu] 

Areu] 

Areu, 

Areu] 

Areu] 

Areu] 

Areu; 

Areu] 

Areu] 

Areu, 

Areu] 

Areu. 

Areu] 

Areu] 

Areu]j 

Areuj 



ki-kandël lalaki, .Somd., 1H36. 
ki-kandcl leutik, Si«nd.. oi. 
ki-kandël sabrang, Socud., 1838. 
ki-kOOJa, Socnd., 810, 3258. 

ki-koepoe, Socnd,, 2408. 
ki-kóneng, s.jcnd., 1431. 

ki-ladja, Socnd , 332, 3425. 
ki-ladja gëdè, Socnd., 3402. 

ki-ladja lalaki, Socnd., 332. 
ki-lalaki, s,.iMd., 1099,;. 
ki-tjaang, Socnd., 805. 

ki-tjaloeng, Socnd., 856. 
ki-tjantoeng, Socnd., 2252. 
ki-tjaoe, Sornd., 771. 

ki-tjongtjórang, Socnd., 2845. 

ki-tonggerèt, Socnd., 1004. 
kingkilaban, So.nd., 2304. 
kOOkOO heulang, Socnd., 35G2. 
koekoe heulang gëdè, Socnd., 3561. 
koekoepoe, s.icnd., 434. 
koepoe-koepoe, Socnd., 434. 
koetjoeboeng, Soi'nd., 570. 
kondang, Socnd., 1492. 
kónjal, Socnd., 1521. 

kónjal bèjas, Soiml., 1521. 
kónjal leutik, Socnd., 1500. 
leuksa, Si,cuil., 2740. 

lópang, So(-nd., 1719. 2250. 
mandjèl, Socnd., 2216. 

mangèndèr, .Socnd.. 852, 1801. 
mata peutjang, Socnd., 3019. 
matahijang, Somd., 532. 
matahijang goenoeng, Socnd., 530. 
moending djaloe, Socnd., 2947. 3198. 
palasari, Soi-ml., iss. 
palasari bódas, Socnd., 731. 
palasari gëdè, .Socnd., 188. 
palasari lalaki, Socnd., 734. 
papasan, Soind., 827. 
papasan lalaki, Socnd., 828. 
parija, Socnd., 2330. 
parija djënggè, Socnd., 1518. 
patoek gagak, S(jcnd.. 3337. 
patoek manoek, Socnd., 2333. 
patoek manoek lëmboet, s., 2331. 
peudjit hajam, Socnd., 3387. 
pitjoeng tjèlèng, Socnd., 2695. 
poelasari, Socnd , 188. 
poelasari bódas, Socnd., 731. 
poelasari gëdè, Socnd., 188. 
poelasari lalaki, Socnd., 734. 
sahagi, Soiml., 1092. 
sangga langit, Socnd., 692. 
seuseurenhan, Socnd., 2333. 
si hajam, Socnd., 2. 

si kótok, Socnd.. 2. 

siwoeroengan, Socnd.. 2363. 
soesoe moending, Socnd., 438. 
tali ajoenan, Soind., 2. 
tali kintjir, So( nd., 1896. 
tangtang, angin, Socnd., 2784. 
tatapajan, Socnd., 326. 
tatapajan gëdè, Socnd.. 3247. 
tataroeman, Socnd., 1203, 2245. 

t.iabè, Socnd,, 2718. 
tjalingtjing, Socnd., 2330. 

tjaloengtjoeng, Socnd., 900. 
tjaloengtjoeng beureum, S., 2204. 
tjamtjaoeh, Socnd., 768. 
t]]amt]iaoeh minjak, Soend., 8227. 
tjanar, Socnd.. 3159. 
tjanar beureum, .Soend., 3155. 
tjanar bókor, Socud., 315». 



15 



Areiij tjanar bókor lalaki, Socml., 31G0. 
Areuj tjanar bókor minjak, Sm-nd., 3157. 
Areuj tjanar wangi, Soin.l., Sltil. 
Areuj tjantèl, s.x'ml., :v,i\)li. 
Areuj tjantèl beusi, Socml., 33y.5. 
Areuj tjarioe, Sooml., 1:JT>>. 
Areuj tjatjabèan, Soeml.. 2909. 
Areuj tjètjèr, Sdnul , i'9yi. 
Areuj tjeuli mèjong, Soeiul.. 2734. 
Areuj tjeumpal kikis, Snciul , 21.2. 
Areuj tjoengkangkang, Sufml,. 730. 
Areuj tjoengkangkang beurit, .Sniul., 313."). 
Areuj tjoengkangkang goenoeng, S., 1203. 
Areuj tjoengkangkang lalaki, Soiml., 730. 
Areuj tjoepoe toekeur, Soeiul., 2306. 
Areuj tjótjórènèan, Soi-ml., 1032. 
Areuj toekoe takal, .Socml., Uit. 
Areuj walen, Sdnul., 2fiS2. 
Areuj warèng, Socml,, il3s. 
Argoelo, .hiv., 2986. 
Aribang, .)uv., 1796. 
Arima, -Uf. ll;u-., 2187. 
Aring-aring, .Mal., 2847. 
Arioe, WW z. (Vr, 1301. 
Aripoengoe, -\lf. Min. 'I'. B.. ï. s.. 1233. 
Aripoengoe poeti, .\li'. -Min. T. S., 1233. 
Aripoengoe toewama, Alf. iIin.T.B.,T.S.,1233. 
Armènal, .luv., IÏC>. 

ArÓ, -Minan^k., 1432. 
Aro-aro,'Makas.. 3475. 
Aroe, o. Jav., 2791, 2833. 
Aroeda, Boog., Mal., 3006. 
Aroek, Socmbawa, .532. 
Aroein, Bat., 191. 
Aroen, Aijc-h, 698. 
Aroen, sika, 191. 
Aroena, Biman., 218. 
Aroes, o. .lav., 2188. 
Aroet, .Madoir. B., 2188. 
Arol, Babar, 2719. 
Aron, .Vtjch, 397. 

Arópë, Boeg., 392. 

Arópi, Bucg., 392.. 
Arsani, Bat., 1637. 
Arsom, Bat., 1637. 
Artak, .Madncr., 2663. 
Artak aeng, Maducr., 2663. 
Artak balaoe, Madoor., 2663. 
Artak bhoedhëng, Madocr., 2663. 
Artak konèng, -Madocr, 2663. 
Artak malókok, Madocr., 2663. 
Artak tjëlëng, Madocr., 2663. 
Artapël, Vuig. .Mal., 3175. 
Asa, .vit. Har., 2310. 
Asa, .\ll". Min. r. B., 2320. 
Asam, fiaju, 785. 
Asam akar. Mal., 2989. 
Asam batoe, Mal , 1004. 
Asam bawang. Mal., 2168. 
Asam damar, l.aiii]i., 606. 
Asam djao, .Minangk., 3301. 
Asam djawa, Mal., 3301. 
Asam djawa antan, Mal., 2756. 
Asam doekoe, l.aiii|i., 6is. 
Asam galoegoeë, Minangk., 1591. 
Asam gëloegoer, .Mal., 1591. 
Asam kantal, .Mal. Bandj., 3301. 
Asam kandis. Mal., 1594. 
Asam këdoungsa, Oajo, 786. 
Asam küloebi, Mal., 3545. 
Asam kërandji. Mal., 1079. 
Asam koembang, .Mal., 2176. 
Asam koesambi, Snm. W. K., 249. 



Asam limeu kapas, fiajo, 786. 
Asam mënibatjang, Mal., 2175. 
Asam paja, .Mal,, 354."i. 

Asam pajO, .Minangk., 3545. 

Asam paoeh, Mal., 2166. 
Asam rijang-rijang, .Mal., 448. 
Asam simpai, Sum \\ . K., 4.13. 
Asani soesoer, .Mal . 179S. 
Asam tikoes. Mal. 723. 
Asan walanda, -Mal. .Mol., 1798. 
Asan, ,\tjcb, 2ss:!. 

Asan djawa, Alf. Amb,, Od., Z. ('er., 'l'crn., 3301. 
Asana, Balin., Jav., 2883. 
Asang, Bat. Mand., 2661. 

Asang padi, Bat. Jland., 1162. 

Asawa, -N. luiin. Nocmf., 665. 
Asè, Boeg.. Makas., 2512. 
Asè poeloe. Boeg., 2513. 
Asè poenoe, -Makas., 2513. 
Asem, .lav., Sncnd., 3301. 

Asem koerandji, .lav., 2757. 

Asem krandji, Jav., 2757. 

Asem landi, Jav. Kr., 2757. 

Asem londa, Jav. Ng.. 2757. 

Asem sélong, Jav., 1585. 

Asem tëmbiloengan, Jav., 448. 

Asem tjina, -lav,, 1079. 

Asëm-asëm, Jav.. 3005. 

Asër, Alf. -Min. T.W, Tonsaw., 2558. 

Asi-asin, AU'. Min. Pouos., 3123. 

Asi-asin, Alf. Miu. Bent., 2159. 

Asiahoe, Alf. Z. Cer., 1107. 

Asibi, Alf. x\. \V. Halm., 2181. 

Asijor, Bat., 1951. 

Asiwoeng radja mantri, Socnd., 3390. 

Asit, Mcntawci, 21, S. 

Aslaar, Kei, 3550. 

Asoka, Balin., Jav., 1914. 

Asoka woengoe, Balin., 1918. 

Asoe talina, Alf. Amb., Cer., Oei., 9fi0. 

Asoe tarina, Alf. Amb., Cer., Od., 960. 

Asom, Bat,, 379. 

Asoni djorbing, Bat., 3su. 

Ata, Balin., 2115. 

Ata, Endcb, 3029. 

Ata, 1'im.. 247. 

Ata kasè, Tim.. 246. 

Ata-ata, Alf. Min. T. B., 498, 1245. 

Atak, Halin., 2661. 

Atak wilis, Balin., 2663. 

Atalai, Tim., 377. 

Atangkil, Balin. Kr., 1669. 

Atap tjoetjoer, Mal., 542. 

Atapang, Hcict;., 3313. 

Até-atè, .^If. -AI in. Bant., 844. 

Até-até, Sas,, 1697. 

Até-até, Alf Min, Bent,, 838. 

Atè-até mahamoe, Alf Jliu. Bent., 842, 844. 

Até-até mawoeró, Alf. -Min. Bont., 705. 

Até-até mopoera, Alf. Min. Bant., 844. 

Atëdoe, All'. -Min. T. S., 3535. 

Atóléla, (ioront., 1892. 

Atëloo, Alf. Min. T.B., T. L., 3535. 

Athan, Atjeb, 2883. 

Ati'ndolo, Biman., 1883. 

Atis, Mal. Men., Tern., 247. 

Atisi, .\lf N. O. llalni., 247. 

Atjë-katjë, Boeg., 2666. 

Atjëm, Vladüor., 3301. 

Atjërang, Mal. Batav., 457. 

Atjoeng, .S.iend,, 210, 

Atjoeng bódas, Soeud., 490. 

Atoe, Bontb., 1999. 



16 



Atoen laoet, Mal., 17H3. 

Atoeng, M:i\. Mul., 2.-jU'J. 

Atoenoo, Hüt., 2.")(iH. 

Atoenoe djangkang, Bat., 2568. 

Atoerboeng, Hat , l'U. 

Atoerboeng baloe, Hut.. 211. 

Atoorboeng bójok, Hut., 211. 

Atoi, All', \liii. l'iiii.i>.. H:i«. 

Atoi mapoeha, .\lf. .Min. IVmos., S42, Sl4. 

Atoi mawooró, .\li'. Min. l'inii.^, 7(i.'>. 

Atówong, AH'. .Min., 2(i75. 

Atsiinoen, Hat . US-l. 

Awa, N. liiiiii. .Nucmf., 21(>U. 

Awa kawang, Bixj;., 27 'il. 

Awai, l>aj Z. o. Boin., 2359. 

Awak-awak, Kusfunno, ;ilH8. 
Awal, .lav., lio.s. 
Awal, liajii, 2:i(il. 
Awar-awar, Baliu., .ia\., lts;!. 
Awarang, .\lakas.. h.-)S. 

Awas, lion liisii. 

Awé, .\ljih. üSU. 

Awè batéë, .\tj.li, .j.-it. 

Awé dahënon, .\tjih, 27Hi). 

Awé djërnang, .\tjih, IDin. 

Awé gëtah, Atjih, :ai). 

Awé körokrok, .\ijili, ,').")'.•. 

Awé lilin, Aijili, .j.j.">. 

Awé nianéë, Atjch, 557. 

Awé oedëng, -\tjeli, 546. 

Awé saboet, Atjch, Kil'j. 

Awé saga, Aij.h, 5iiü. 

Awëdoe, AU'. Min. Tunsuw., MOS. 
Awei, l'ia, lii.ni., 53». 

Awei djardjar, Aiw, 2512. 
Awëlas, All. Min. T. B., T. 1'., T. S., 1511. 
AwÖlas, \ir. Min. Tonsaw., löOö. 
Awëlas disik, All'. .Min. Tonsmv., 151-1. 
Awëlas im bawi, AH'. Min. T. P., 1514. 
Awëlas in taloen, Alf. Min. T. 1'., 1475. 
Awëlas in tjókó, AH'. Min. T. P., 1.50(i. 

Awëlas lèwó, AH'. .Min. T. P., l-UU. 



Awëlas londójan, Alc. .Min. T. P., 1506. 
Awörang, Buig., S58. 

Awi, .S,( inl.. 404. 

Awi andong, Soiud., 1627. 

Awi apOOS, Soincl., 405. 

Awi atör, .'^uiinl., 1623. 

Awi bitoeng, Soc-nJ., 1622. 

Awi boeloeh, Suiriil . 407. 

Awi boeloeh moenti, s„cm\., 407. 

Awi boonar, ."^ucnil., 413, 

Awi gading, Socnd., 411. 

Awi gëdè, Sucnil., 1027. 

Awi gombong, Sm ml., 1627. 

Awi haoer gading, .'<uni>l., 3066. 

Awi haoer geulis, Socnd., 411. 

Awi haoer kónèng, .Swnd., 30()6. 

Awi haoer tjoetjoek, Scxnd., 3066. 

Awi hideung, .Sdind., 162h. 

Awi irateun, Sucml., 2241. 

Awi karisik, Sumd., 306 1. 

Awi kirisik, .Suind., 3064. 

Awi niajam, Sotnd., 3064. 

Awi soerat, Socnd.. 1627. 

Awi tali, Sucnd.. 4(I5. 

Awi tamijangj .Smnd , 413. 
Awi tjangkóre, .Sicnd., 1105. 
Awi toetoel, .Smnd. 412. 
Awi tjina, .Sci nd., 408. 

Awi WOeloeng, Socnd., 1628. 

AWÓ, BnCiJ,. -Kit. 

Awó koerisa, Bocï., 1623. 
Awó lagading, Bi>cj;.. 411. 
Awó niadoeri, Boij;., 40U. 
Awó nana, B<ici;, 1105. 
Awó pëtoeng, Boc);., 1622. 
Awó tara, Bn,-;; , 4iiii. 
Awó tëlang, Boeg., 1624. 

Awoer, Sas.. 404. 
Awol, Babar. 1686. 
Awriëhé, Siimata, 2512. 

Awriërsé, Iaü, 2512. 



B. 



Baiila, nuiout., 2474. 
Baat, Watoi-l)., 2175. 
Babadótan, .Somd.. ls6s. 
Babadótan beureum, .Socnd.. 77. 
Babadótan bódas, Suiml., 237. 
Babadótan hèdjó, Sueud., 77. 
Babakóan, Socnd., 3348. 
Babalan, .lav., 2652. 

Babawangan, Socnd., 1394, 1543, 2555. 

Babawangan beureum, Socnd., 1254, 3544. 
Babawangan gëdè, Socnd., 1293. 
Babawangan leutik, Socnd., 1292. 
Babi koeroes. Mal., 3376. 
Babing, .lav.. 3054. 
Baboené, Alf. Tom., 1983. 
Bachan, AH'. .Miu. Tonsaw., 2086. 
Bachong, Simaloci-, 2158. 

Bada, Atjch. 1395. 

Badja, Boeg . 2343. 

Badjai, Daj., 1537. 

Badjang badjang, Balin., .Mal. Batav., 224. 

Badjèng-badjèng, Makiis., 224. 

Badjógol, Socnd., 3203. 



Bado, Bonth., 3550. 
BadO, .Maka*., 3067. 

Badoer, .lav., 210. 
Badoet, .lav., 3142. 
Badoewar, Bat., 2779. 
Badóri, Socud., 591. 
Badowar, Bat., 2779. 
Baé, Makas., 2343. 
Baé, Salcycr. 2512. 
Baga, .'av.. 1548. 
Bagaiai, -Mcntawci, 1511.' 
Bagas, .Mal.. 2262. 
Bagas mérah. Mul., 2268. 
Bagas poetih, Alal., 2275. 

Bagè, Su,-i., Socnibawa, 3301. 
Bagei, Bol. .Moug., 1892. 
Bago, Mcntawci, 2361. 
Bagó, Nia-s, 2458. 

Bagoe, Alf. Min. T. B., T. I.., .Makas., O. Jav. 
Sas. 1671. 

Bagoen dami, Balin., 475. 

Bagóré, .Mukas., 532. 
Bagot, Bat, .Mand., 322. 



17 



Bahang, SiOeyer, 138. 

Bahijang, Alf. Miu. Bant., 3480. 

Baho, B^.t,, 2<J6». 

Bahoeding, .\lt'. Miu. Bant., 1364. 

Bahoetoe, Alf. Min. T. B., T. L., yfi2. 

Bahong, l!;it.. IHi.",. 

Bahong-bahong, Bat., 3261. 

Bai, Buetou, 2512. 

Bai, (rorom, 2289. 

Bainang, Maka.-;., 379. 

Bainang róniang, Makus., 1215. 

Bainang sijang, Boeg., .Maka.^'., 972. 

Bainang soelapa, Makas., 38U. 

Baïngin, Balin., U42. 

BaïS, Bat-, 24S(). 

Baj, .MaJoiT., 41. 

Baja, .Maka.s., 2343. 

Baja, -Mal. Men., Tcrn., 191. 

Baja andjing, Mal. Mfu., 195. 

Baja badoeri, Mal. M™., 194. 

baja mérah, .Mal. Men., 193. 

Baja poetih, .Mal. Men., 191. 

Baja oetan, Mal. Men., 194. 

Bajabas, O. Jav., 2862. 

Bajah, Atj.h, 2486. 

Bajam, Atjih, Daj., Samp., Mal., Minangk., 191. 

Bajam badak, Mal., 2867. 

Bajam baloeng ajam, Mal., 2643. 

Bajam bërdoeri, .Mal., 194. 

Bajam biloedoe, Suia. \\ . K.. 705. 

Bajam doeri, .Mal., 194. 

Bajam ókor koetjing, Mal., 705. 

Bajam hidjaoe, Mal.. 195. 

Bajam hoetan, .Mal., 194. 

Bajam itik, Mal., 195. 

Bajam mérah, Mal., 193. 

Bajam mirah, Atjeh, 193. 

Bajam pasir, Mal., 184. 

Bajam poetih, Mal.. 191. 

Bajam roesa, .Mal., 961. 

Bajam sëlaséh, .Mal., 192. 

Bajam sirah, .Minangk., 193. 

Bajam tanah, Mal, 184. 

Bajang, ,Maka.s., 68. 

Bajang, Mal. Mol . 191. 

Bajang badoeri, Mal. Mol., 194. 

Bajang djati, Makas., 3309. 

Bajang oetan. Mal. Mol., 194. 

Bajaoe, All. Min. Bant., 135. 

Bajas, -Mal., 2486. 

Bajas bëtina. Mal., 2713. 

Bajas padi. Mal., 2486. 

Bajawi, Soi-ml., 18. 

Bajèh, Minangk., 2486. 
Bajëm, Balin., Jav., Socud., 191. 

Bajëm bali, Vuig. .Mal., 2348. 
Bajöm bang, .lav., 193, 1901. 
Bajem bësar, Vnlg. .Mal., 1050. 
Bajöm dëmpo, Jav., 195. 
Bajëm doehoer, -Mal. Batav., 1050. 
Bajöm ëri, •ia\., 194. 
Bajöm gatël, lav., 1555. 
Bajöm kikihan, Balin., I9i. 
Bajöm krëmah, .lav., 184. 
Bajöm lalahan, Balin., 192. 
Bajëm lëmah, Balin., .Tav.. 191. 
Bajöm loeöer, Balin., 105o. 
Bajëm monjèt, Vnlg. .Mal., 195. 
Bajëm poetih, .lav., 191. 
Bajëm pohon, Vuig. Mal., 1050. 
Bajëm radja, Balin., Jav., 195. 
Bajëni sèkoel, Jav., 192. 
Bajëm soeloeh, Balin , 193. 



Bajöm sijap, Balin., 194. 
Bajöm tjenggèng, Jav., 705. 
Bajëm tjikron, o. .lav., 194. 
Baji, AIjch, 42, 

Bajich, Air. -Min. Tonsaw., 2S9U. 
Bajit djahó. Lamp., 854. 

Bajit halimawoeng, l.ani]).. 3197. 
Bajit karik-karik. Lamp., 3515. 

Bajit Sinong, Lamp., 3444. 

Bajoeë, -Minangk., 2892. 

Bajoer, Mal., 2892. 

Bajoer, SoenJ., 2893. 

Bajoer akar, -Mal., 3476. 

Bajoer bëtina. Mal., 2892. 

Bajoer djantan. Mal., 2890. 

Bajoer hitam. Mal., 2892. 

Bajoer laoet. Mal., 1783. 

Bajoer poetih, -Mal., 2892. 

Bajoer rawang. Lamp., 2890. 

Bajondah, SocthI., 1204. 

Bajongbong, Socnd., 1382. 

Bak ara, Aijeh, 1432. 

Bak bada, Atjeh, 1395. 

Bak balam, Atjeh, 2628. 

Bak basong, Atjeh, 1148. 

Bak bé, Atjeh, 2222. 

Bak beringen, Atjeh, 1442. 

Bak biraktha, Atjeh, 682. 

Bak deureujan, Atjeh, 1180. 

Bak dj oe wang, Atjeh, 884. 

Bak djok, Atjeh, 322. 

Bak gapës, Atjeh, 1686. 

Bak lanthat, Atjeh, 1983. 

Bak mantjang, Atjeh, 2175. 

Bak móë, Atjeh, 3301. 

Bak moentër, Atjeh, 791. 

Bak oer, Atjeh, 830. 

Bak pala, Atjeh, 2382. 

Bak panah, Atjeh, 348. 

Bak panas, Atjeh, 348. 

Bak radja peunawa, Atjeh, 152. 

Bak ram, Atjeh, 296. 

Bak rëhat, Atjeh, 1307. 

Bak roekam, -Atjeh, 1549. 

Bak sëtoel, Atjeh, 3027. 

Bak soekoen, Atjeh, 340. 

Baka, Atjeh, 2968. 
Baka, Boeg., 340. 
Bakan, Alf. Min. T. B., 2085. 
Bakang katalè. Boeg., 1660. 
Bakaoe, .Mal,, 2968. 
Bakaoe akit, Mal., 2968. 
Bakaoe bëloekap, Jlal., 2969. 
Bakaoo bëtina, Snm. W. K., 2970. 
Bakaoe boeroes. Mal., 513. 
Bakaoe katjang, -Mal., 2969. 
Bakaoo poetih. Mal., 513. 
Bakaoe soewasa. Mal., 2968. 
Bakaoe tingi, -Mal., 721. 

Bakara, Makas., 340. 
Bakbakan, Bat. Maml., 2805. 
Bakë, Boeg., 3042. 

Bakei, Mal., 2722. 
Bakik, .Mal., 2722. 

BakÓ, Bat., Boeg., 3968. 

Bakó, Kmleh, Jav. Ng., Sika, SoeniL, 2458. 

Bakoe, Jav., 513. 

Bakoe, .Makiau, 2289. 
Bakoe, Vnlg. .Mal., 2968. 
BakOO SOÖe, Soemha, 648. 
Bakoe-bakoe, Boeg., .Makas., 1671. 
Bakoedoe, Bat., 2343. 
Bakoedoe godang. Bat,, 2340. 



18 



Bakooëng, Minangk., 905. 

Bakoeloe, Tim,, 2343. 

Bakoeng, Hmf; . .Imv., Miika.*., Mal., Socnd., 905. 

Bakoeng ajèr. Mul., iiiM. 

Bakoeng ömas, Mal., 'J()5. 

Bakoeng pantai, Mal., 3284. 

Bakoeng pérak, -Mal., 905. 

Bakoeng soewasa, Mal , 32fi-i. 

Bakoeroe, Tiin., 2343. 

Bakoewang, Bat., 2532. 

Bakong, .\tjth, 2458. 

Bakong, Bul. Mong., 2569. 

Bala, .Nixs, 245H. 

Balaan, B.>1. Mong., 934. 
Balading, I.amp. Ab., 1892. 
Balahan, Minangk.. 3327. 
Balahan siboesoeëng, Minangk., 3327. 
Balahan sijaga, Minangk., 3327. 
Balahan silandjai, Minangk., 3327. 
Balahan siminja, Minangk., 3327- 
Balak, Mal,, 2'J24. 

Balak goenoeng, Mal., 2924. 
Balakama, -Mal. -Men., 2477. 

Balam, Mal.. Minangk., 2828. 

Balam baringin, Snm. \\. K., 2fi25. 
Balam boengótjinó, Minangk., 1876. 
Balam dadi, Snn,. W. K., 3279. 
Balam doerijan, Snm. W'. K., 2543. 
Balam kalimangoeng, Mal. Pal., 1909. 
Balam mérah, .Mal., 2541. 
Balam palapah, Minangk., 675. 
Balam soesoe. Mal., 2537. 
Balam tambaga, Smn. W. K., 2541. 
Balam tandjoeng, .Mal. Pal., 2625. 
Balam tandoek, Mal. Pal , 2625. 
Balam tëroeng, Mal. Pal., 2546. 
Balam tjabé, -Mal. Pal., 2025. 

Balambang, -Mf. Min. Tonsaw., 805. 

Balamo, .\li' V,t., 2169. 
Balandong, -Madoer. B., 2181. 
Balang, -lav., 2syo. 
Balang djawa, .lav., 2890. 
Balang pasisir, Jav., 1783. 
Balang-balang, -Maka.^., 2339. 
Balangahan, -\lf- Min. Tonsaw., 895. 
Balangiran, Mal. Baudj,, 3117. 
Balangitan, .Vlf. Min. T. I,., 11."., 3325. 
Balaoe, Mal , 11S4. 
Balaoo batoe, .Mal., 1184. 
Balaoe bëtina, Mal., 32B6. 
Balaoe boenga, Mal., 1184. 
Balaoe tëlor, Mal., U84. 

Balas, .\ll'. Min. Ponos., Tonsaw., 2719. 

Balasari, Boctou, 188. 

Balatachan, Alf. Min. Tunsaw., 1305. 
Balatjai, Mal. Men., 1941. 
Balatjai hisa, Tim., 1941. 
Balatjai roriha, Tem., 2984. 
Balatjoewi, Butg., 2096. 

Balatoe, Borg., Nlaka.-*., 2443. 
Balatoeng, IWg., Makas.. 2443. 
Balawan, l>aj., 1663. 
Balé i tongo, Alf. Min. Ton>an., 822. 
Balëbirang, Sangi, 1799. 
Balèja 8oemanga, -Makas., 831. 
Balékoro, Sa^,, ."i32. 
Balélé, Alf. Min, T. B., 502. 
Balëmpalöng, Boeg., 2339. 

Balibi, Alf. -\, o. Halm., Teru., 379. 

Baliëk-baliëk angin, Minangk., 2151. 

BaligÓ, .lav,. Sotnd,, 455. 

Balijarëng kèlo, Boeg., 380. 
Balik adap, Mal., 2364. 



Balik adap bookit, Mal , 2365. 
Balik angen, Madoir,, 2151. 
Balik angin. Mal . 2151. 
Balik angin boekit, Mal., 917. 
Balik angin laoet. Mal , 575. 
Balik angin poetih, Mal, 2133. 
Balik-balik angin, Hal., 2151. 
Balik koening, -Mal., 2157. 
Balik soempoeh. Mal., 287. 
Balimasang, Boeg., 2139. 
Balimbi, (.uront., 379. 
Balimbiëng, Minangk.. 379. 
Balimbiëng manih, .Minangk., 380. 
Balimbing, AH. Min. T. 1,., .lav.. Mal. Mol., 379. 
Balimbing oetan, -Mal. Mol., 1215. 
Balimbing tjina, .lav.. 2521. 
Balimbing tombal, Alf. Min. T. I,., 380. 
Balinènrè lompó, .Maka.«., 1822. 
Balinènrè tjadi, .Makas., 2636. 
Baling-baling, Alf. .Min. Ponos., 692. 
Balingbing, Bat.. Suend., 379. 
Balingbing amis, Soend., 380. 

Balingè, Maduer., 3Ü81. 
Balirëng, Boeg., 380. 
Balisoe, Alf. Min. T. I,., 2244. 
Balisoesoek sela, Alf. Min. T. L., 1444. 
Balitakó, Alf. i\. O. Halm., 580. 
Baliwa, .\ia.s, 1973. 
Baloe, l>aj., 455. 
Baloel, Makian, 404. 

Baloeng, .lav., 676. 
Baloeng ajam Mal., 259. 
Baloentas, -Madoci-., Mal. Mol., 2783. 

Baloentas oetan. Mal. Mol., 470. 
Baloeroe, Makas., 1938. 
Balom, Bat. Mand., Lamp., 2628. 

Balom dërijan, l,ani|i,, 2543. 
Balom kalimanggoeng, Lamj)., 1909. 
Balom tioeng, Lamji., 2516. 
Balong, .lav.. liTii. 

Balongka, Alf. Min., Punus., Bol. .Mong., 1973. 
Balongka, Alf. Tom., 784, 934. 
Bama, Suila, 2785. 

Bamban, Jav.. Minangk., .Soend., 2187. 

Bamban boeroeng, -M.al., Pal., 2187. 

Bamboe, -Mal. Tim.. Minangk., Vuig. Mal., 404. 

Bamboe batoeëng, -Minangk., 1022. 
Bamboe batoeëng bana, Minangk., 1622. 
Bamboe batoeëng danto, Minangk., 1622. 
Bamboe batoeëng hitam, Minangk., 1622. 
Bomboe batoeëng koeniëng, Minangk.. 1622. 
Bamboe bétoe. Mal. Tim., 1022. 
Bamboe èndé, -Mal. Tim., 413. 
Bamboe itöm. Vuig. Mal., 1628. 
Bamboe koeniëng, Minangk., 411. 
Bamboe koering-koering, -Midd. Sum., 412. 
Bamboe lëlópa, -Mal. Tim., 1023. 
Bamboe majang, Minangk., 1027. 
Bamboe majèn, -Minangk., 1027. 
Bamboe oelar. Vuig. Mal.. 2240. 
Bamboe oetan, -Mal. Tim., 409. 
Bamboe tali, \ulg. .Mal., 405. 
Bamboe tiring, -Mal. Tim.. 1627. 
Bamboeng, .Soend., 2481. 
Banapaïno, Boeg., 1296. 
Bampèng, Boeg., 2187. 

Bampèsoe, Makas,, 2491. 

Bana, Hoig., 3162. 

Banai, Minangk,, 257. 
Banamon, Daj. Z. Ü. Bom., 2443. 
Banara, Balin., 3162. 
Banata, Alf. .Min. Bant., 816. 
Banban, Bat. Dair., 2187. 



19 



Banda oeloe, Bat., 705. 
Bandaló, Bat,, 209ü. 
Bandil, lav., Söiiü. 
Bandje, 'av., 1343. 
Bandótan, Jav , 1S08. 
Bandótan poetih, Jav., 237. 
Banè, Sal.uT, Sll:i. 
Bang-bhabangan, Madoer., 1543. 
Bang-kombangan, .Aladoer., 2225. 
Banga, Alt'. Min. Tunsaw., 2285. 
Banga, Boeg., Makas., 25fi2. 

Banga, Bul. Mong., 830. 
Bangah, .Tav., 211. 
Bangalai, D.ij. Z. O. Bom., 3557. 
Bangalawa, Sawoc, 2382. 
Bangban, .Sueud., 2187. 
Bangbang, Lamp., 1147. 
Bangboe, Jav. 'IVg., 404. 
Bangëlei, -\lf. Miu. T. L., 3557. 
Bangërei, kU. Min. Bant., 3557. 
Banggala, .\lf. Z.Cer., 218. 
Banggala, Gorom, 2181. 
Banggéha, X](. Z. C-r., 409. 
Banggoelaë, Biman, 221)8, 3557. 
Bangilan, Alf. Min. T. B., T.L., 3238, 3241. 
Bangilan koeló, Alf. :Win. T. B., 3239. 
Bangilan poeti, Alf. Min. T. L., 3239. 
Bangilan rintëk, Alf. Min. T. L., 851. 
Bangilan sela, Alf. Min. T.L., 3238. 
Bangka, Atjih, .Snm. \V. K., 291. 
Bangka-bangkara, Boeg., 811. 
Bangka-bangkara, Boeg., Makas., 3505. 
Bangka sëmoet, Sum. \\ . K.. 291. 
Bangka toelang, Snm. W. K., 291. 
Bangkal, Ma.l.Hi-., 123. 
Bangkal, MiJd. Sum., 931. 
Bangkal bëtina, Midd. Snm., 253. 
Bangkala, Alf. Z. Ccr., 218. 
Bangkala, Makas., 3042. 
Bangkiring, Bat., 2131. 
Bangko, Atjili, 513. 
Bangkó, Maku..^., 2908. 
Bangkoewang, Bat., Minangk., 2532. 
Bangkoewang, Bat., Bill.," Mal. Z. f). Born., 
Miiianïk., l'.'j.'jS. 

Bangkong, Jav.. 3380. 
Bangkong-bangkong, Bopg., 1278. 
Bangkongan, Jav., 3380. 
Bangkowan, Alf. .Min., Mal. 'M,»., 2532. 
Bangkowang, .Madoer., Makas., Sociid., 2532. 
Banglaj, Air. .Min. T. L., 3557. 
Bangó, Alf. Min. Bant., Sangi, 830. 
Bangó kapara, Alf. Min. Bant., 830. 
Bangó pangi, Alf. Min. Bant., 830. 
Bangó taba, Alf. Min. Bant., 830. 
Bangoe, Alf. Min. Bant., 1071. 
Bangoen-bangoen, Bat., Minangk., 837. 

Banih, .Mal. Bandj., 2512. 
BaniÓ, .Minangk., 3295. 
Banió, Mas, 830. 
BaniÓ rimbó, Minangk., 3295. 
Banió sapikoedang, Minangk., 3295. 
Banió tandoeëk, Minangk., 3295. 
Banitan, Mal.. 2s05. 
Banitan gëdang, Mal., 2805. 
Banitan kidjang, Mal., 3541. 
Banitan mérah, Mal., 3072. 
Banitan tandoek. Mal., 2805. 
Banjon, Jav., 871. 

Banjóro, Ko.g.. .Makas., 21 30. 

Banoewang, Mal. Z. O. Bom., 2479. 
Bantijanggóro, Boeg., .Makas., 2831. 
Bantjèn, o. Jav., 20. 



Bantjèt, Jav., Soend., 3386. 
Bantji, Jav., 1050. 
Bantó, -Minangk., 2585. 
Bantó minjak, Minangk., 2585. 
Bantó oedang, Minangk., 2585. 
Bantoen, Mal., 3272. 
Bantoen hitam, Mal., 1282. 
Bantoenan, Mal., 279. 

BaÓ, Sika, 1442. 

Baoe, Alf. Min. T. P., Rotin., 1799. 

Baoe, Solor, 1442. 

Baoe kajo, Solor, 1442. 

Baoek, .Mal. Tim., 1799. 

Baoewang, Alf. Min. T. P., 900. 

Baoewang, Uaj. Kat., Samp., 138. 
Bar-abar, Madoer., 1483. 
Bardjambé, Madoer., 756. 
Barambang, Minangk., 142, 3188. 
Barambang sirah, Jlinangk., 139. 
Barana, Makas., 2918. 
Barang-barang, Jlakas., 2822. 
Barangan, Bat. Mand., Minangk., 093. 
Barangan landak, Minangk., 095. 
Barangkasa, Alf. Min. Bant., 2443. 
Baranija, Uaj. Z. O. Born., 489. 
Barasa, Alf. .Min. Bant., 1514. 
Baratawali, Soend., 217. 
Barèh-barèh, Minangk., 3446. 
Bareubeuj, .Soend., 1754. 
Bareubeuj kakali, Soend., 2400. 

BargOt, Bat. .Mand., 322. 
Bariam, N. Guin. Noemf., 2289. 
Bariam knam, N. Guin. Noemt'., 2289. 
Barih, .Madoer., 2888. 
Barijangó, Alf. Min. T. B., T. L., 178. 
Barimbing, -Uf. Min. T. L., 1504. 
Baringen, .Madoer., 1442. 
Baringin, Bat., Snm. W. K., 1442. 
Bariri, Alf. .Min. T. L., 1259. 
Baritja, Boog., 2730. 
Baritja makiko, Boeg., 2723. 
Barnaf, .\. Guin. Noemf., 407. 

Baroe, Air. N. W. Halm., Madoer., .Makas., Mal., 
Soemba. Tem., 1799. 

Baroe bhëndër, Madoer., 1799. 
Baroe galang, -Makas., 2218. 
Baroe ghadja, .Madoer., 1797, 
Baroe goenoeng. Mal., 1797. 
Baroe kapës, Alf. Min. T. L., 3334. 
Baroe landak, .Mal., 1795. 
Baroe laoe, .Makas., 3333. 
Baroe laoet, Mal., 3334. 
Baroe lóros, Madoer., 1793. 
Baroe nganga, .Makas., 3333. 
Baroe pantè, -Mal. Mol., 3333. 
Baroe tjina, Vnlg. Mal., 335. 
Baroebi, Alf. Tom., 830. 
Baroech, Alf. Min. Tonsaw., 074. 
Baroeëh, Atjeh, 2851. 
Bai'oendaj, Soend., 893. 
Baroentas, Soend., 2783. 
Baroesoe, .Makas., 684. 
Baroewas, Bat., 1580, 2851. 
Baroh, Atjeh, 2851. 
Baron, .Madoer. B., 1789. 
Barongbang, Bat., 3188. 
Barongka, Bol. Mong., 784. 
Baros, Jav., 2299. 
Baros, Jav., Soend., 2179. 
Barótan, Alf. Min. T. L., 862. 
Basal, Alf. Min. Tonsaw., 3464. 
Basara, Makas., 2340. 
Basat, Alf. Boer., 493. 



20 



Basbasan, Bat., r)42. 
Basö, Air. liiicr., 1G86. 
Basé, liulin., 2717. 
Basi-basi, Hi"K' ■^Iu'^h-*., 1573. 
Basijan, .\li. .Miu. 'ronwiw., 2294. 
Basijang, Hat., 990. 
Basitangi, Mf. N. O. llulin., 1592. 
Baso, Miikiiin, .'iK)5. 

Basoeëng, Minuujik., 114s. 
Basoeng, Miilil. Sum., 114S. 
Biisong, .\tjrli, lUH. 
Bata, H..r.tr., 3192. 
Bata-bata, Miik.-u*., 3274. 
Bata mapoeté, Bueg., 3192. 
Bata matjëla, Boeg., 3192. 
Bataka, Mal. M™., Tem., 1951. 
Batang, IV.ig., 1S05. 
Batang, Muka.«., 3113. 
Batang ali, Mul.. 2018. 
Batang anaoe. Miuangk., 322. 
Batang bódi, Minangk., 1510. 
Batang damar hitam, Smn. \V. K.. too. 
Batang loemoo, Makas., 3112. 
Batang 'ngkoedoe. Mal. Ikngk., 2343. 
Batang malang, Sas., SiHiiiliawa, 217. 
Batang pëlaga, .Mal., 199. 
Batang samik, Sum. W. K.. 3327. 
Batang tèrasa, Alukas., 3112. 
Batang-batang, Makas., i29f). 
Batara, Salcu-r. 3.iöo. 
Batara tódjèng, Makas., 3192. 
Batara tódjèng èdja, .Makas.. 3192. 
Batara tódjèng kèbo, Makas., 3192. 
Batari, Mal.. 3192. 
Batata, Mal. Mm., 1892. 
Batata mérah, Mal., M,n., 1892. 
Batata panté, Mal. Men., 1897. 
Batata poetih, Mal. Mcu., 1892. 
Batatas, Mal. .\inli., .Mal. Tim., 1892. 
Bati-bati, Minangk., 1339. 
Batiëk, .Minangk.. 6B5. 

Batiëk batinó, Minangk., 6G5. 
Batiëk djantan, Minangk., 065. 
Batiëk gantoeëng, Minangk., 605. 
Batiëk ranibai, .Minangk., 0G5. 

Batjang, Mal. Batav., 21()S. 
Batjang, Makas., 2175. 

Batjang oetan, Alal. Bal., 2177. 
Batoe lintjar, Suind., iiiCi. 
Batoe lintjar beureum, Suiml., KiO. 
Batoe lintjar bódas, Socml., 466. 
Batoo lintjar leutik, Soiml., 460. 

Batoeëng, .Minangk., 1622. 

Batoeëng bana, Minangk., 1622. 
Batoeëng danto, -Minangk., 1022. 
Batoeëng hitam, Minangk., 1022. 
Batoeëng kooniëng, .Minangk., 1022. 

Bawa, .\ir. Min. Bant., 191. 
Bawa, .\ir. N. o. Halm., .N'ius, 138. 

Bawa are, .\lf. .\. o. Halm., 141. 
Bawa da sósawala, .Ui'. N. o. Halm., 139. 
Bawa mabida, .Mi'. Min. Bant., 191. 
Bawa malièndèng, .\lf. Min. Bant., 193. 
Bawa-bawa, Tirn., 1394. 
Bawaehi, Mi'. .Min. Tonsaw., 050. 
Bawang, Bat., 139. 

Bawang, Haj. '/,. o. Bmn., .lav.. Lamp., Mal., 
Sucnd., 13S. 

Bawang, .lav.. 2lfis. 
Bawang abang, .lav., 139. 
Bawang basihoug, Huj. Z. o. Born., 142. 
Bawang beuroiim, Socnd., 139. 
Bawang bódas, .Socnd., 142. 



Bawang bróbos, o. .lav., 231. 
Bawang bródjol, .lav., 905. 
Bawang fooroo, Mal. .Mol., 1394. 
Bawang ganda, SmiuI., 141. 
Bawang handak, l.ami)., 139. 
Bawang hantoe, .Mal., I3h3. 
Bawang hoetan. Mal., 905. 
Bawang kapal, \ulg. Mal., 3151. 
Bawang këladi, Vnlg. Mal., 1543. 
Bawang këtjil, \ nlg. Mal., 141. 
Bawang koetjaj, Soind.. 113. 
Bawang mórah, .Mal., 139. 
Bawang mérah poetih, .Mal.. 139. 
Bawang mirah, .\tjih, 139. 
Bawang oetan, .Mal. .Mol., 900. 
Bawang ontjang, .Inv., 141. 
Bawang pandjang, Socnd., 141. 
Bawang poetih, .lav., .Mal., 142. 
Bawang prei, \ HIl'. Mal., 141. 
Bawang roempoet. Vuig. .Mal., 141. 
Bawang sëmprong, .lav., 141. 
Bawang sërè, Atjdi, 141. 
Bawang soeloeh, l.amp., 142. 
Bawang taranaté. Mal. .Men., 141. 
Bawang tëmbaga, .Mal., 905. 
Bawang timor, .Mal., 139. 
Bawang tjina. Mal., 140. 
Bawangan, .lav., 2849. 
Bawoentoelon, .\lt'. .Miu. Pouos., 3056. 
Bawoetoen, Haj. Z. o. Bom., 1974. 
Bëbakaoe, lamii., 383. 
Bëbakaoe mérah, Lamp., 383. 
Bëbakaoe poetih, l.amp., 383. 
Bëbélé, Sas.. 1S52. 
Bëbëloetan, Sucnd., 2052. 

Bëbësaran, .Mal. Batav., Socnd., 2346. 

Bëdali, lav., 2937. 

Bëdoes, Aladoir., 629. 
Bëgaoe, Mal., 3543. 
Bèï, -Ml'. .Min. Bi-nt., 1483. 
Bëkoewang, Bat. Dair., 2532. 
Békóöe, -\ll'. .Min. Tonsaw., 2512. 
Bël-bölan, .lav., 3044. 
Béla nó perèt, .Ut. Min. T. I.., 1254. 
Bëlaan, -\li'. -Min. T. L., 934. 
Bëlaan rintëk, .\lt'. .Min. 1'. I,., 934. 
Bëlaan sela. Air. Min. T. I,., 934. 
Bëlalai gadjah, Mal., 34(H. 
Bëlangiran, M.il. Handj., 3117. 
Bëlangiran hitam. Mal. Ban.lj., 3117. 
Bëlangiran koening. Mal. Bandj., 3117. 
Bëlawa, Buig., 3:i7S. 
Bëldoe niérah. Mal., 1735. 
Bëlökëtèbèk, Soind., 3152. 
Bëligoe, -Mal.. 155. 
Bëlijan, .Mal.. 1396. 
Bèlijan patjct. Mal. Tal.. 17ii. 
Bëlijan wangi, .Mal.. 2542. 

Bèlilik, Mal., 51)9. 

Bëlimbing, Mal., 379. 
Bëlimbing asam, .Mal., 379. 
Bëlimbing bësi, Mal.. 380. 
Bëlimbing boeloh. Mal.. 379. 
Bëlimbing kcra. Mal., 863. 
Bëlimbing manis, -Mal., 3so. 
Bëlimbing pahit, .Mal., 1039. 
Bëlimbing pipit. Mal., 803. 
Bëlimbing rawah, l.amp., 808. 

BëlO, Sa.-., 1402. 

Béloe, All". Min. Tousaw., 2981. 

BèlOO i kórötong, Alf. Min. Tousaw., 2981. 

Böloean, Air .\liu. Tousaw., 2544. 

Bèloean batoe. Alt'. Min. Tonsaw., 3139. 



21 



Boloean lika, Alt'. Miu. Tonsaw., 2340. 
Bcloean pcla, AU'. .Min. Tonsaw., 31(14. 
Bëloekap, Mul., 2ü(>!). 
Böloentas, M^l , -"7S3. 
Bèlocntas boakit. Mal., 130S. 
Böloentas padi, Mal., S23. 
Böloentas paja, Mal., 2783. 

Bèloet, Vulï. Slal . 33.)'J. 
BèlÓka, H.Mi;., U34. 
Bèmban, Mal., 21S7. 
Bèmban, Mal., I'al., 2S04. 
Bëmban ajör, Mal., 2187. 
Bömban gadjah, Mal., 2187. 
Bèmban sërahi, .Mal., 21S7. 
Bèmbang bósi, Makas., 2751. 
Bèmbc, Hiiii.iu., 1042. 

Bembcm, Mal. Balav., Soend., 2175. 
Bönibëm kónèng, Sucnd., 2175. 
Bèmpèsoe, H»';;., 2491. 
Bènaga, Mal., 5S(). 
Bënakat, Midd. .Smn., 1435. 
Bënaloo, Mal., 1770, 2096. 
Bënaloe api, Mal., 2100. 
Bènaloe api batang, Mal., 17(i'.». 
Bënaloe api djantan, .Mal., 209S. 
Bënaloe bcsar, Mal., 2101. 
Bënaloe tanah, Mal., 1768. 
Bënatan, Lamp., 126. 
Bënda, .lav., 338. 
Bènda, lav., 68. 
Bënda. KoptiM., 322. 
Bènda loeloep, O. Jav., 338. 
Bënda -wingka, O. .lav., 338. 
Bèngang, Snnid., 2426. 
Bèngèr, .s.jrnd., Iii7fi. 
Bëngkak, -lav., 17SH. 
Bëngkal, Mal . ii:il. 
Bèngkal boekit, .Mal., 2206. 
Bëngkal paja, -Mal., 931. 
Bèngkörang, Mal., 2131. 
Bëngkoe, Mal., 2624. 
Bëngkoodoe, Sa^ . Vnli;. .Mal , 2.343. 

Bcngkoedoc daoen bësai-, Vulf;. Mal., 234o. 
Bèngkoedoo laki-laki. Vuig. Mal., 2340. 
Böngkoewang, (.ajo, 2538. 
Bëngkoewang, Vuig. Mal., 2532. 
Bëngkowang, -lav., 2532. 
Bènglc, -'av., 3557. 
Bèngoek, lav.. Socud., 2350. 

Bëngoek bódas, Sueud., 2330. 
Bèngoek hèdjó, Suend., 2350, 
Bëngoek hidoung, Soend.. 2350. 

BèngSing, AH Min. Ponos., 1658. 
Bèni, Maduir. H., 2175. 

Bënikan, .lav., 3417. 
Bënièk, Mal., l.ssy. 
Bën'jik, Mal., 1hs9. 
Bcnoang, AH'. Min. T. I,., 2478. 
Bönoewang, .Mal, 2479. 
Bènrong-bènrong, Makas., IVZ-i. 
Bëntaos, .lav., 3323. 
Bènthol, Madocr. S., 847. 

Bentjocloek, O. .lav., 432. 
Bëntoel, .hn., 847. 
Bèowa, Knggano, 3313. 
Böraksa, Mal,, 1442. 
Bëramei, Snm. W. K., 1787. 
Bëramoi, Aijirh, 1787. 
Bèrang, AlC. Min. T. 1-., 225. 
Börargan, M.al., 693. 
Bërangan antan, Mal.. 2926. 
Bërangan babi, Mal , 2923, 2930. 
Bërangan babi hoetan, Mal., 2917. 



Bërangan doeri, IMal., 695. 
Bërangan gadjah. Mal., 695. 
Bërangan hadji, Mal., 693. 
Bërangan padi. Mal., 2933. 
Bërangan papan. Mal., 694. 
Bërangan pipit, .Mal., 2933. 
Bëvangka, .vtji-h. 693. 
Bërasan, Jav., 1187. 
Berat daja, Aijih, 1996. 
Bèrè-bèrè, Maka-^., 2222. 
Bërömbang, Mal.. 3188. 
Bèrëmbang boekit. Mal., 1176. 
Bèrèn, .V. Gniu. Noemt'., 315. 
Bèrèn knam, N. Guin. Nocmf. 315. 
Bèrën koesé, Alf. Jlin. T. T,., 1465, 1486. 
Bërën ni nióong, Air. .Min. T. L., 1413. 
Bëridin, .U.jeh, 671. 
Beringen, Aijch, 1442. 
Bëringin, Mal., 1442. 
Bërmi, Mal., 1787. 
Börmi hoetan, Mal., 2050. 

Böroe, Madoer., 123. 

Bëroenai, Mal., 256, 257. 
Bëroenai padi, ^lal., 262. 
Bëroenai talang, .Mal., 273. 
Bëroenan, .Mal. W. Born., 283. 
Bcroewas, Mal., 1386, 2851. 
Bëroewas akar, Mal., 2857. 
Bèroowas boekit. Mal., 3433. 
Bëroe'was laoet, .Mal., 3036. 
Bëaoe'was paja, Mal., 3453. 
Bërombong, .Mal., 31. 
Borombong djantan, Mal., 2944. 
Bèropa, Rm'h.. 3188. 
Bèrot, Air. Min. T. B., T. L., 974. 
Börtam, Mal., 1313. 
Bèsa, Air. .\. o. Halm., 328. 
Bésa-bésa, Tern., 328. 
Bèsang, Alt'. Min. T. L,. 1502. 
Bësar, Alf. Jlin. T. L., 1184. 
Bësar, Balin., 2346. 
Bësara, Boeg.. 2346. 
Bësaran, Jav., 2346. 
Bèsèran, Jav.. 2656. 
Bësi, Sika, Solor, 936. 
Bëski, Bal., 3012. 
Bësoesoe, Jav., 2532. 
Bëstroe, Jav., 2106. 
Bëtah, Jav., 1414. 
Bètao, Boeg., 580. 
Bèté, .Mal. :\Ien., Tei-n., 847. 
Béte ajër. Mal. Men., 2337. 
Bétó boeroe, Tern., 847. 

BctÓ bÓSO, Tern., 847. 

Béte gómo-gómo. Tem., 847. 

Bétó gotóla. Tem., 847. 

Bctè mérah. Mal. Men., 1821. 

Bétó ngèbèlè, Tern., 847. 

Bétó oetan, Mal. Jlen., 108. 

Béte roraoe, Tern., 847. 

Béte roriha, Tern., 1821. 

Bétó soro'wai, Tem., 847. 

Bétó tjoemi. Tem., 847. 

Bótëk, llulin., 2666. 

Bëtëng, Boeg., 3113. 

Bëtès, .Uf. .Alin. T. L., 1446, 1450. 

Bëti-bëti, Mal.. 1339. 

Bëtik, Mal., 665. 

Bötik batang. Mal., 663. 
Bëtik bëloelang. Mal., 665. 
Bëtik boeboer. Mal., 665. 
Bötik rambai. Mal., 663. 

Bëtjitji, Jav., 2339. 



22 



Bëtong, l>»j. Z. I>. Burn., 1622. 

Beubeunteuran, Suind., l'JOl-. 
Beubeureuman, Suoiul., 347'J. 
Beunjing, SimmkI.. 14(1-i-. 
Beunjing beureum, Swiul., 1U5. 
Beunjing hapa, Soind., 14(11. 
Beunjing oraj, Socnd., l.")i'2. 
Beunjing tögal, Sueud., IKil. 
Beunjing tjaj, Swud., 1482. 
Bëwèli könalo, .\lf. Min. 'Ioiisuh., 3138. 
Bhabang, Müdoir., 138. 
Bhabang mèra, Madotr.. 13». 
Bhabang pótè, MüdiMr.. 14^. 
Bhabang pótè balandha, Madu.r., 141. 
Bhabang tjèna, Madoii-., 140. 
Bhadjoer, Mud.ur., 2893. 

BhakÓ, Kimt;., Madot'i-., 24.")8. 
Bhakó piipak, Madocr., 2458. 
BhakÓ rókok, Madocr., 24.Ï8. 
Bhakó SÖrgoek, Madocr., 2458. 
Bhakong, Madocr., 90.5. 
Bhalang, Madocr.. 127S. 

Bhalang tambhal, Madocr., 1278. 
Bhalangkak, Kang., 933. 

Bhalighoe, Madocr. B., 45.5. 

Bhalingbhing, Madocr., 379. 
Bhalingbhijig boeloe, Madocr., 379. 
Bhalingbhing manès, Madoer., 380. 

Bhaloengka, Madocr., 934. 
Bhalong, Madocr., 676. 
Bhandhil, Madocr. B., 2780. 
BhangSOl, .Madocr., 79, 81. 

Bhangtjar tjèna, .Madocr., 96. 
Bhar-katombharan, Madocr., 1578. 

Bhèngok, .Madocr., 2350. 
Bhènta, .Madocr., 1907. 
Bhërta, Madocr. B., 217. 
Bhoe-tëbhoewan, Madocr., 3012. 
Bhoebhoewan, .Madocr., 1723, 2795. 

Bhoegëm, Madocr.. 3I.S9. 

Bhoengkana anggoer, Jladoer., 3487. 
Bhoengkana atjëni, Madotr., 3301. 
Bhoengkana ërèng, Madocr., 118. 
Bhoengkana ijor, Madoer., 830. 
Bhoengkana kapó, Madocr., 1295. 
Bhoengkana kara-kara, Kang., 484. 
Bhoengkana lërëk, Mudoir., 3031. 
Bhoengkana njijor, Madocr., S30. 
Bhoengkana pènang, Madoer., 315. 
Bhoengor, Madocr., 1977. 

Bhoenjok, -Madocr., 2460. 
Bhoeloeng, -Madocr. B., 2289. 
Bi, .\. (iuin. 4 K., 2289. 
Bi ajó, N. Guin. 4 R., 2289. 
Bi-Iambi, .Madoer., 1277. 
Bibidó, -Vlf. N. O. Halm., 2968. 
Bibis, n. Jav., 1127, 2119. 
Bibitoengan, Soend., 1283. 

Bidara, Hocg., Mal., Makas, .Socnd., 3559. 

Bidara laoet. Mal., 1395, 3539. 
Bidara lawok, Mal. Bcngk., 1395. 
Bidara leutik, Socnd., 3562. 
Bidara malótong, Boeg., 1395. 
Bidara mapaï, Boeg., 1395. 
Bidara mórah, Mai., 3539. 
Bidara oepas, \ nlg. Mal., 2280. 
Bidara pahit. Mal., 1395. 
Bidara paï, Maka-~., 1395. 
Bidara poetih, .Mal., 1395. 
Bidara tjina, Mal., 3559. 

BidarÓ, Minanuk.. 3539, 3559. 
Bidaró laoe'ik, Minangk., 1395. 
Bidha Sarè, .Mudoer., 2836. 



Bidhoori, Madocr. B., 591. 

Bidjan, Mal.. 3108. 

Bidjanggoet, Socnd., 2276. 

Bidjcn, .Mal. Ualuv., 3108. 

Bidjhan, Madoer., 3108. 

Bidjitan, .Mal. Pal., Soend., 1983. 

Bidjoe, Madocr., 1611. 

BidÓ, -Ml. -\. O. Halm., Tcrn., 2719. 

Bidó lólé, Tcrn., 2718. 

BidÓ maraoe, Tem., 2717. 

Bidó masófó, 'i'ern., 2719. 

Bidó masópo, .\lf. N. O. Halm., 2719. 

Bidó ritja, IVrn., 2732. 

Bidó-bidó, Tem., 2968. 

Bidoeri, .Madocr. I'. S., Vuig. .Mal., 591 

Bidóhó, -Vir. -\. o. Halm., K., 2719. 

Bifl mafala, Tcrn., 1846. 

Bigaoe, ^linangk., 3543. 

Bigboel, .Socnd., 3466. 

Biha, .Mal. Bandj., Saugi, Soend., 151. 

Bija, .Vlf. Boer., 2289. 

Bija, Madoer., 2353. 

Bija-bija, Mal., 3016. 

Bijah, lialin., 151. 

Biiah-bijah, Baliii.. 2339. 
Bijawa, -Vir. -\. o. Halm., 2187. 
Bijawas, -Mal.. l's62. 
Bijawas kësoemba, Mal., 2862. 
Bijawas poetih. Mal., 2862. 

Bijó, .Mas, 151. 
BijÓ-bijÓ, Minaic_'k., 3016. 
Bijoe, lialin., 2361. 

Bijoe klikih, Balin., 1755. 

Bijoeng, lionlh.. 962. 

Bikat, Daj. W. Burn., 242. 

Bikórèng, Maka-s., 783. 

Bila, .\lt. Boer., 22. 

Bila, Baliu., Boeg., Madoer., .Makas., Socmba, 58. 

Bila, -Madoer., 1428. 

Bila ghëdhang, Madocr., 58. 

Bila balanda. Boeg., Maka-i., 903. 

Bila balandha, .Madoer., 903. 

Bila paèk, .Madoer., 58. 

Bilak, Mal.. 5s. 
Bilalang, .Mnka?., 122. 
Bilalang bajawó, Maka.».. 122. 
Bilalang basi, Makas., 123. 

Bilan, Tid. Hom., 2512. 

Bilang-bilang, Minangk., 3111. 
Bilang-bilang darèk, Minangk., 3111. 
Bilang-bilang laoeïk, Minangk., 3111. 
Bilëng, -Vtieh, 3111. 

BiliS, Madoer.. 2417. 
Biloengka, -Mal. Bandj., 934. 
Biloengka batoe. Mal. Baiulj., 934. 
Biloengka djawa, -Mal. Bandj., 934. 
Biloengka waloeh. Mal. Bandj., 934. 
Biloengkiëng, Minangk., 1805. 
Bilóka, .Makas, 934. 
Bilong, .Ur. .Min. Tonsaw.^ 2363. 
Bimbing, .lav., 2707. 
Bina, Mal. Tim., 1961. 

BinalDa, Bat., 937. 
Binaloe, Mal., 1770, 2096. 
Binaloe api, Mal.. 2100. 
Binaloe api batang. Mal., 1769. 
Binaloe api djantan, Mal., 2098. 
Binaloe bèsar, Mal.. 2101. 
Binaloe tanah. Mal.. 1768. 
Binangon, Alf. Min. Ponos., 2134. 
Bindaloe, l,ani]i., Minangk., 2096. 

Bindaloe gadang, Minangk., 2101. 
Bindaloe gadjah, Minangk., 1770. 



23 



Bindaloe katjang, Lamii., 231(i. 
Bindaloo oeri, Minausk., 2102. 
Bindaloo rimbó, Minangk.. 2214. 
Bindjai, Kaj. Z. o. Boru.. Mal., 2ir,7. 
Bindjé, Aijch, 21ii7. 

BinÓ, Mailoir. B., 2175. 
Binèng, MailoiT., 2888. 
Bingbin, Sucnd., 2707. 
Bingbing, Jav., 2707. 

BingkÓ, Salivtr. 2.532. 
Bingkoedoe, Minau^k., Salcyn-, 23*3. 
Bingkoedoeng, Mal. .\ml)., 2343. 
Bingkoeroe, liuia Gmoin. Maka,s., 2343. 
Bingkoeroe bawi, Bonth., 2S()<J. 
Bingkoowang, Miuangk., 25.58. 
Bingkówang, Sak-ver, 2532. 
Bingló, SiKiiil.. 2170. 
Binoang, Mf. Min. Tüusaw., 2478. 
Binoe 'nibaé, Xias, 209(i. 
Binoeng, MaiWr., 3325. 
Binoewa, Madocr., 246. 
Binoewang, Bat., Minaugk., 247S. 
Binong, S.xnd., 3325. 
Binong laoet, Soeud., 1786. 
Binong peutjang, Socmi., 335S. 

Binowa, Maduir., 246. 

Bintaio, lioiont., 1941. 
Bintan, Mal., 720. 
Bintan bësar. Mal., 720. 
Bintan këtjil. Mal., 719. 
Bintangar, -VU'. Min , 1961. 
Bintanghoer, .\ijih, 5S4. 
Bintanghoer batéë, .\ijch, 583. 

Bintangoeë, Minangk., 584. 

Bintangoeë boengó, Minangk., 578. 
Bintangoeë laboe, Minangk., 385. 
Bintangoer, -lav.. Mal. 584. 
Bintangoer batoe, ^lal., 583. 
Bintangoer batoe hati, Mal., 583. 
Bintangoer bëloelang. Mal.. 583. 
Bintangoer boekit. Mal., 583. 
Bintangoer boenga. Mal., 578. 
Bintangoer boenoet, Mal., 584. 
Bintangoer laboe. Mal., 585. 
Bintangoer laoet, ^lal., 580. 
Bintangoer mérah. Mal., 586. 
Bintangoer pënaga, Mal., 580. 
Bintangoer përit, Mal., 582. 
Bintangoer rimba. Mal., 581. 
Bintangoer tandoek. Mal., 577. 
Bintangóro, .Makas., 584. 
Bintaoe, .\ll' Min. T. L., 589. 
Bintaos, .MaJuer.. 3523. 
Bintaro, Jav., Vuig. Mal., 720. 
Bintaró, Socnd., 730. 
Bintaró gëdè, Soend., 720. 
Bintaró leutik, Soend., 719. 
Bintaró woelang, Soend., 720. 
Bintatóëng, Maka?., 538. 

Bintè, lirjiont., 3550. 

Bintinoe, Soend., 2243. 

Bintit, Mal-. 2322. 

Bintoengan, Minangk., 459. 

Bintoi, Air Min. T. L., 835. 

Bira, Bat., fiorom, Madocr., Maka.«., Mal . Anil)., 151. 

Bira, IVm., 2512. 

Bira kèbo, .Maka.s., 151. 

Bira lélèng, Makas., 151. 

Bira maahi. Tem., 2512. 

Bira poeló, Tern., 2513. 

Bira sipapan, Bat., 151. 

Bira sipoeloet, Bat., 151. 

Bira-bira, Bat., 1006. 



Biraëng, Makas., 1477. 

Birah, Bat. Dair., Mal., Minangk., 151. 

Birah ajër. Mal., 104. 
Birah hitam, Alal., 151. 
Birah hoetan. Mal., 1006. 
Birah këtjil. Mal., 3391. 
Birah mérah, Mal., 151. 
Birah poetih, .Mal., 151. 
Birakasa, Makas., 682. 
Biraksa, Mal., 682. 

Biralè, Makas., 3550. 

Birapang, Boeg., 1048. 

Biraro, .Mal. Alen., Tern., 2865. 

Biraro itam. Mal. Alen., 2865. 
Biraro poetih, Mal. Men., 2865. 
Biring djéné, Makas., 815. 
Biring djéné gana, Makas., 3505. 
Biring djéné laki, Makas., 815. 

Biroe, Biman., Boeg., Makas., 2043. 
Biroe, Soend., 608. 
Biroerang, Vuig. Mal, 2222. 
Biroerang itam, Vuig. Alal, 2225. 
Biroerang mérah. Vuig. .Mal, 2223. 
Biróro, Makas., 2222, 25l9. 
Biroro, Mal. Amb., 2865. 
Bisi, All'. X. O. Halm., 1885. 
Biskoetoe, .A^lf. Boer., 3550. 
Biskoetoe bóti, Alt'. Boer., 3550. 
Biskoetoe mëha, Alf. Boer., 3550. 
Bisnoh, .Madoer., 2243. 
BisÓrÓ, Soend., 1475. 

Bisóró hideung, Soend., 1491. 
Bistoengkël, Alal Amb., 2181. 
Bita, Alf. Min. T. L., 2954. 
Bita in taloen, Alf. Jlin. T. L., 3280. 
Bitangar, Alf. Alin. Tonsaw., 1961. 
Bitangoer, Jav., 584. 
Bitaoe WÓÏJO, Gorom., 580. 
Biti, Boeg., 3465. 

Biti tanroe. Boeg., 3465. 
BitjÓrÓ, Makas., 2222. 
Bitoeng, Mal Men., 425. 
Bitok, .Madoer. B. P., 2532. 
Biwi, Alf. .Min. T. L., 1765. 
Biwir koeda, Soend., 1209. 
Bjangbang, Jav. Teg., 142. 
Blabahan, Jav., 2579. 
Blangiran, Alal Bandj., 3117. 
Blatoeng, Balin., 541. 
Blatoeng lëngis, Balin., 541. 
Blatoeng wajang, Balin., 541. 
Blatoeng woekoe, Balin., 541. 
Blëkëtoepoek, Jav., 801. 
Blèmbëm, Jav., 1906. 
Blëmbëm lanang, Jav., 1906. 
Blëmbëm rawa, O. Jav., 2576. 
Blëmbëm watoe, Jav., 1905. 
BIëndoeng, Soend., 1304. 
Blënggi, Jav., 3179. 
Blèntjong, O. Jav., 2527. 
BligO, Balin., Jav., 455. 

Blimbing, Jav , 379. 
Blimbing alas, Jav., 379. 
Blimbing bótol, Alal Men., 379. 
Blimbing djingga, Jav., 379. 
Blimbing kapoek, Jav., 379. 
Blimbing këris, Jav., 380. 
Blimbing koenir, Jav., 379. 
Blimbing lèngèr, O. Jav., 380. 
Blimbing lingir, O. Jav., 380. 
Blimbing nianis, Jav., Alal Alen., 380. 
Blimbing waloelang, Jav., 379. 
Blimbing woeloeh, Jav., 379. 



24 



Blindjo, Sas., 1B71. 
Blingbing, Halin.. a"9. 
Blingbing böai, Hulin., 380. 
Blo, i::..i", 2717. 
Bloeboek, ü. Juv.. 445. 
Bloedroe, .luv., ii.tiir,. 
Bloodroo pait, .luv., 2107. 
Bloondöng, 'iiv., 7">5. 
Bloontas, M:.a<>ci-., 27H3. 
Bloostroo, .liiv., 2106. 
Bloostroe pait, -luv., 2107. 

BlOÏni, S(rinu(ii, 1892. 
Boa, Kiilin. Siiwoe, 3188. 
Boak, .Mul. liiii., 3188. 
Boasin, .\ll'. Min. Tonsaw., ilb'i. 
Bobano, .Vlf. Tum., 11183. 
Bobatoe, Tiin., 217. 
Bobëra, >h.l. Tim., rJ73. 
Bobo, .Miil. Min., 'JVin., 2160. 
Boboeloetoe, .\lf. N. o. Halm., 1483. 
Bóbóhang, .\lf. Min. Bant., 25.50. 
Bóbóötönè, .\lf. N. O. lliilm., 3113. 
Boboötja, IVin., 2992. 
Bóbórótèjan, fSoind., 3001. 
Bobóro, .\lt'. N'. o. Halm., 2400. 
Bobowan, -'av., 1723. 

Bóchógan, .\ir. Min. Tonsaw., 1()17. 

Bodèh, .lav., 2719. 

Bödi, Maka.s., Minanpk., l.ilO. 

Bodin, .lav., 2181. 

BÓdjO, Binuin . 3(1.")(1. 

Bódio bèlóka. Boeg., 934. 
Bódiio lèba, Bu.k, 1973. 
Bódjo niangkasa, Borf; , 934. 

BÓdjÓlO, B'ii;; . Makas.. 30.i6. 
Bódong-bódong, Makas., 3169. 

Bódong-bódong balanda, Makas., 3169. 
Bódong-bódong para, Makas., 3169. 
Boea, (ioiuu), Sa>.. 3l."i. 

Boeasa, (ioront.. .il3. 
Boeasë, Sangi, 21. ï9. 

Boeboe, .Air. .\. o. Halm., 229. 

Boeboe, Ti.l. Bom., 2443. 
Boeboehoe, .\lf. .Min. Baul., 129.5. 
Boeboekoean, Soend.. 3026. 

Boeboela, lintin., 2382. 

Boeboewa.i, Socnd., 2779. 
Boeboné, Tiin., 682. 

Boedè, Makas., .579. 

Boedjang sënialam. Mal., 194.5. 
Boedjang sëmalam boekit. Mal., 306. 
Boedjang tënialani. Mal., 1945. 
Boedjanggoet, Sdciul.. 2276. 

Boegis, Mal. Men., 1964. 

Boeglawan, .\ir. Bnir.. I3is. 

Boehanga, Ml'. Min. Bant., 1796. 

Boehanga mabida, .\lf. Min. Bant., 1796. 

Boehanga mahèndèng, .\lf. Min. Bant, 1796. 

Boehoe, l>aj., Ka(., 3:^2. 

Boehoe, Cioiont., I6lü. 

Boehoek, .\lf. Min. Bent., 1976. 

Boeja, .\ioc, 315. 

Boeja, Tid. Bom., 2717. 

Boe.jak, .\lf. Min. Pouos., 730. 

Boejoek, Balin., .Tav., 2460. 

Boeka, Tim., 3193. 

Boekoo bömban. Mal., 2342. 

Boekoe-bookoe, Sum. w, K,, 1482. 

Boekoe-woekoe, .\lf. Min. T. 1,., 1213. 

Boekol, Madocr., 3559. 
Boelai, Mal , 2509. 
Boelalak, .\lf. Min. Bent., 3459. 

Boelang, Mal., 1666. 



Boelang gadjah, Mal., 636. 
Boelang hitani. Mal.. 636. 
Boelang pölandoek, Mal., 637. 
Boelang tikoes. Mal., 636. 

Boolailgan, Madocr., Mal., 1666. 

Boclangan, Mal. I'al., 1033. 
Boclangang, -\lf. -Min. 1'onus., 1318. 
Boclangat, Bol. .Monp., 2443. 
Boelijan, .Mal., 1396. 

Boelin, .Mal. W. Bom., 1390. 

BoelÓ, Haj zo. Bom., Makas., Sauj?i, 404. 

BOOlÓ gading, Makas., 411. 

Boeló karisa, .Makas., 1623. 

BoelÓ katinting, Makas., .3066. 

Boeló lan, Haj. Z. o, Born., 413. 

Boeló lana, Sanpi, 2528. 

Booló lótoeng, Dauj., Z. O. Bom., 1022. 

Boeló nana, Makas., 1105. 

Booló patoeng, Makas., Sangi, 1022. 

Boeló patong, .Makas., 1622. 

Booló pópo, -Makas., 1624. 

Booló soonialing, .Makas., 1624. 

Boeló talang, Makas., 1624. 

Boeló tótówang, -Makas., 3066. 

Boeló-boeló, Boeir., Makas,, 857. 

Boeloo, -\lt. Min. 1'onos., Bol. .Mong., 407. 

Boeloe, Bat., 404. 

Booloe, Biman., 2717. 

Boeloe, .'av., 1495. 

Boeloe, .Snm. \V. K., 1504. 

Booloe bótoeng, Bat., 1622. 

Boeloe djambé, Madocr., 756. 

Boeloe doeri. Bat , 3066. 

Boeloe godang, Bat., 1622. 

Boeloe im bahoe, .\lf. -Min. Tonsan., 407. 

Boeloe loetoeng, Soind., 3200. 

Boeloe mata moending, Socnd., 1255. 

Boeloe niata moending leutik, Soend., 722. 

Boeloe moewal, Bai . 1622. 

Boeloe noenggoel, .Socnd., 3152. 

Boeloe oelat, Mal., 3187. 

Boeloe OOtjing, Socnd., 2498. 

Boeloo ongka, ". .Tav., 1716. 

Boeloe SOma, Bal. -Mand., 1622. 

Boeloe tamijang. Bat., 413. 
Boeloe tiina, Bai., 408. 
Boeloo tólang. Bat., 1624. 
Boeloe-boeloe, Mal.. 3352. 
Boeloeëh, Minaiiu'k , 404. 
Boelocch aoewe doeri, Minanck., 3066. 
Boeloeëh-boeloeëh, Minangk., 857. 
Boeloeëh kasok, -Minaupk., 407, 2469. 
Boeloeëh péïng, ^lidd. Sum., 1622. 
Boeloeëh talang, Minangk.. 1624. 
Boeloeëh tamijang, Minangk., 413. 

Boeloeëh t.jinó, Minangk., 408. 

Boeloeh, Balin., Bat. Dair., I.amp. B. .\g., .Mal. 

-Mol,, 4(14. 

Boeloeh ajër, ^lal. Men., 2528. 
Boeloeh badoeri. Mal. Amb., 409. 
Boeloeh batoe. Mal. Men., 3066. 
Boeloeh djawa. Mal. .Mol., 411. 
Boeloeh .iaki, Mal. Men., 1105. 
Boeloeh këdampal, Balin., 407. 
Boeloeh kei, Bamla, 412. 
Boeloeh koening. Mal. Men., 1622. 
Boeloeh loeléba. Mal. .\ml>., 1623. 
Boeloeh loöe, Mal Men.. 1624. 
Boeloeh lóoe koening, -Mal. Men. 1621 
Boeloeh nasi, Mal. Men., 3063. 
Boeloeh pagar, Mal. Men., 40H, 
Boeloeh pidampël, Balin., 407. 
Boeloeh pètong. Mal. Amb., 1622. 



25 



Boeloeh seró, M;il Amb.. 2239. 
Boolooh soewanggi, Mal. .Vmb., 1622. 
Boelooh soewat, Baiin . li;27. 
Booloeh tocï, Mal. M..1., K17. 
Boeloehan, iialin., 2-143. 
Boelookboek, Socml., 3012. 
Boeloelawa, .\lf. X. <>. Iliilm . 131S. 

Bocloeng, Balin.. Miuloir., 10'Jt. 

Boeloeng, -liiv., 22>i'.). 
Boeloesan, '^u , VJj-t. 
Boeloewan, Balin., 24t3. 
Boeloh, Mal., -Kil. 
Boeloh akar. Mal.. 1025, 30fi:). 
Booloh balai. Mal.. 410. 
Boeloh batoe, Mal . loös. 
Boeloh bërsoempitan, Mal., 413. 
Booloh bctoeng, .Mal., I(i22. 
Booloh-boeloh, Mal.. s.i7. 
Boeloh doeri, Mal., 3üöf>. 
Boeloh gading, .Mal., 411. 
Boeloh kasap, Mal., 24(i;). 
Boeloh mata roesa, Mal., Ifi25. 
Boeloh minjak, .Mal., 2.52S. 
Boeloh padi, Mal., 3003. 
Boeloh pèlang, Mal., 1630. 
Booloh porindoo. Mal., 408. 
Boeloh raja, Mal., 1629. 
Boeloh tëlang, Mal . 1624. 
Boeloh tèlang minjak. Mal., 1626. 
Boeloh tèlor, Mal.. 1624. 
Boeloh tënii,iang. Mal., 413. 
Boeloh tèmpat, Mal., 10.58. 
Boeloh tjina. Mal., 40s. 
Boembon, l'a,i. 7,. o. Boni., 1686. 
Boen kalot, haliu., 1669. 
Boen pèpèron, Halin , 217. 
Boen tèbèl-tëbël, Balin.. 52o. 

Boenag, .\ir. .Min. I'onos.. 31. 
Boenè, .Ui. .Min. T. L., 1599. 
Boenè, Bock , Boiith., Makas., 257. 
Boenè, Madn.r. P., 876. 

Boenè boeritja, Boeg., 260. 

Boenè maritja, Makas., 260. 

Boenè rèja, Bi>iiih., 267. 

Boenè rintëk, \\f. Min. T. I, . 1599. 

Boenè sela, \lf. .Min. T. L., 1599. 

Boenè rómang, Bonih , 1276. 

Boenè tèdong. Boei;., Makas., 257. 

Boenga ajër mawar, Mal., 2986. 

Boenga ampat oras, Mal. .Vmh., 2319. 

Boenga balik tjahaja. Mal., 1795. 

Boenga baloeroe, .Makas., 1938. 

Boenga basa, Bonth., 1882. 

Boenga batoe. Boeg., Makas., 220. 

Boenga bidadari, .Mal., 1696. 

Boenga biroe. Mal. Mol., 824. 

Boenga bisoe, B(jcg., Makas., 1796. 

Boenga boetang, .Mal., Mol., 2983. 

Boenga bótang, Maka*., 2983. 

Boenga dèdèsé, Makas., 3037. 

Boenga djanggo, .Makas., 534. 

Boenga djawa. Mal. Mol., 2910. 

Boenga djëboen, Balin., 2787. 

Boenga djéné mawara, -Maka.s., 2787, 2986. 

Boenga djèpoen, Balin., 2787. 

Boenga djëpoen, .Mal., 2452. 

Boenga djèra, .Makas., 2787. 

Boenga èd.ja, .Makas., 2295. 

Boenga èdja kèbo, Makas., 2297. 

Boenga èdja mapoetè, Boig., 2297. 

Boenga ëloeng. Boeg., 1938. 

Boenga ömas, Mal., 359. 

Boenga gambir, .Mal, Min., 1935. 



Boenga hantoe. Mal.. 3259. 

Boenga karang, Mal.. 1059, 3246. 

Boenga karang, Scnn. \\. k.. 3431. 

Boenga kasatoori, Makas.. 2963. 

Boenga kasëtoeri. Boeg., 2963. 

Boenga kasoet. Mal., 997. 

Boenga kastoeri. Mal., 2963. 

Boenga katja piring, .Mal., 1604. 

Boenga katjang, Mal. Min.. 534. 

Boenga katjoeng, -Mal., 3426. 

Boenga kèbo, Makas., 1938. 

Boenga këlëntit. Mal., 824. 

Boenga këmbodja, Jlal., 2787. 

Boenga kisar. Mal., 4. 

Boenga knop, Mal. Men., 1678. 

Boenga koeboor, -Mal., 2787. 

Boenga laka, Mal. Tim., 2004. 

Boenga lali manoe. Boeg., 705. 

Boenga landak, Mal., 418. 

Boenga lawang, -Mal., 1318. 

Boenga lébar. Mal. .Men., 359. 

Boenga lilin. Mal. Men., 1153. 

Boenga ló milaté, Goront., 2787. 

Boenga maloeroe, Makas., 1938. 

Boenga manila, Mal. Alol., 3274. 

Boenga manoeroe, -Ml'. -N'. ". Halm., Mal. 

.\iiili., Mal, Mc'n., 193S. 

Boenga nianor. Mal. .Vmli., 1938. 
Boenga mantéga. Mal. .Mol., 3274. 
Boenga niatahari. Mal., 1752. 
Boenga matjëla. Boeg., 2295. 
Boenga mënoempang, Jlal. Mol., 2096. 
Boenga mérah, Mal. Tim., 534. 
Boenga mërak. Mal., 534. 
Boenga owaë mawara, Boeg., 2787, 2986. 
Boenga padang, Mal., 2212. 
Boenga pagar. Mal., 19S4. 
Boenga panè djawa, -Makas., 1604. 
Boenga parada, Boeg., 460. 
Boenga patjara tjina, Makas., 96. 
Boenga pekan, Mal., 1935. 
Boenga pënè djawa. Boeg., 1604. 
Boenga pëtjah pinggan, .Mal., 2948. 
Boenga petjah përijoek, Mal., 1929. 
Boenga poekoel ëmpat, -Mal., 2319. 
Boenga poetè, Boeg., 193s. 
Boenga poetri. Mal., 1696. 
Boenga póko-póko, ^lal. .Men., 2364. 
Boenga prasman, Mal. Mol., 1384. 
Boenga raja, .Mal., 1796. 
Boenga raja airopa, Mal., 1796. 
Boenga raja mérah, -Mal., 1796. 
Boenga raja poetih, -Mal., 1796. 
Boenga ranibèga, Mal. Men., 591. 
Boenga rara, -Makas., 1301, 
Boenga rasamalang, -Makas,, 2806. 
Boenga rasamalëng. Boeg., 2806. 
Boenga ratna, Balin., 1678. 
Boenga rèbhang, Madoer. S., 1796. 
Boenga ribang, Balin. .Semb., 1796. 
Boenga roe doepa-doepa, Boeg., 3203. 
Boenga roe taï bèmbè, Boeg., 3203. 
Boenga ros, .Mal,, 2986. 
Boenga rósi, Jlal. .Mol., 2986. 
Boenga sakat, Mal., 111. 
Boenga santang, Boeg., Makas., 1914. 
Boenga sijantan. Mal., 1914. 
Boenga sijantan djantan. Mal.. 1916. 
Boenga sijantan mérah, .Mal., 1918. 
Boenga sijantan poetih, .Mal., 1925. 
Boenga sijantang, limg , Makas., 1914. 
Boenga sijantang èdja, .Makas, I9is, 
Boenga sijantang kèbo, Makas., 1925. 



26 



Boenga sijantang mapootè. Boeg., 1!I23. 
Boonga sijantang matjöla, Hocg., 1918. 
Boonga sisir, M^il . anöii. 
Boenga soondal malam. Mal., 2800. 
Boonga soesoe, MüI . ■.iUri. 
Boenga ta malatè, Miikii.<., 1078. 
Boenga tahi ajani, Mul., S^i'.U, a-KiO. 
Boenga taï manoe, Uucg.. ;i2'Jl. 
Boenga talang, Maka*., 824. 
Boonga tali-tali, Mal., 2909. 
Boenga tampoeng, iWg., 2787, 2986. 
Boenga tandjoong, Mul., 2314. 
Boenga tasabè, .Maka.^'., (iSo. 
Boenga tasèbè, Huig . (l.'id. 
Boenga tè malató, Hoig.. 1078. 
Boenga tè mónralëng, Bufg., 82i. 
Boenga tèlang, .Mal , s24. 
Boenga tèlor bölangkas, Mal., 218;!. 
Boenga tèmbaga soewasa. Mal., !)()."). 
Boenga tëngah hari, .Mal. Mol., 2641. 
Boenga tétó apa, Makas., 2319. 
Boenga tiga lapis, -Mal. .Vinb., .570. 
Boenga tjakalèló, Mal. .Mm., .534. 
Boenga tjangké, Snm. \\. K., 2976. 
Boenga tjapatoe, Makas , Mal. Tim., 1796. 
Boenga tjëmpaka moelija. Mal., 2787. 
Boenga tjèna, Bnrs; , sTs, 
Boenga tjina, Mal., öSi-. 
Boenga tjoelang, Makas., Mal. Mul., 96. 
Boenga toelis, Mal., 244. 
Boenga toengking, Alal., 2643. 
Boenga tongkèng, Mal. .Mul., 2643. 
Boenga trang doenija, Mal. Mol., 534. 
Boenga waktoe, Mal Mul.. 1795, 
Boenga waktoe koening, Mul. .Mul., 4. 
Boenga warang, .Makas, 1722. 
Boenga wolanda, Banda. 2787. 
Boenga wolanda, Mal. .\mb., 2909. 
Boenga-boenga, Bal., 1796, 2986. 
Boenga-boenga paranggi, Makas., 2319. 
Boenga-boenga paröngki, Bucg., 2319. 
Boengboelan, Sumd., 2s5S. 
Boengboelan peutjang, .Sm^iul., 3303. 
Boengboengdelan, Suuud., 682, 684. 
Boengë, Sas., ii;s«. 
Boenggoedoe, (iuiont., 2343. 

Boengis, .\lf. Min. 'l'onsaw., 3464. 

Boengkoewang, Bat. IJair., 2558. 
Boenglai, -Mal , 3557. 
Boenglai kajoe, Mal., 2298, 
Boenglai laki-laki, Mal., 162. 

Boenglé, Bal. Maml, 3557. 
Boenglon, Ma.lucr. B. 1'.. 2-t43. 

Boengó aïë niawa, .Minaiigk., 2986. 
Boengó anièh, Minangk., 359. 
Boengó bandaharó, .Minangk., 1678. 
Boengó ló bóngó, Cuiunt., 830. 
Boengó ló labia, (ioiunt., 2289. 
Boengó pakan, Minangk., 1935. 
Boengó pantja mantari, Minangk., 1752. 

Boengó rajó, Minangk. 1796. 

Boengó rajó poetiëh, .Miimngk., 1796. 
Boengó rajó sirah, Minangk., 1796. 
Boengó rèbhang, Mailwr. B., 1796. 
Boengó tandjoeëng, Minangk., 2314. 
Boengoer, Mal.. 1974. 
Boengoer, .s.cnd., 1977. 
Boengoer baloeng. Mal., 1976. 
Boengoer bëtina. Mal., 1974. 
Boengoer gintoengan, -Mal. Z. O. Born., 1981. 
Boengoer hitam, Mal Z. O. Bnrn., 1980. 
Boengoer koening. Mal. Z. O. Born., 1978. 
Boengoer lanang, Mal., 1974. 



Boengoer looroos. Mal Z. (i. Bum., 1979. 
Boengoer mëloekoet, Mal., !97fi. 
Boengoer niérah. Mal. Z. o. Born., 1981. 
Boengoer poetih, .Mul. '/,. o. Bom., 1979. 
Boengoer raja. Mal., 1977. 
Boengoer toelang. Mal. Z. O. Born., 1980. 
Boongoh, Atj.li, 11174. 
Boengong ijör mas, .\ijch, 359. 
Boengong ijè mawo, .Mjch, 2986. 
Boengong körtas, Aijdi, 96. 
Boengong matahoeroi, .Vtjrh, 1752. 
Boengong peukan, \ijili. 1935. 
Boengong radja poetih, .\ij<li, 1604. 
Boengong raja, Aijih, 1796. 

Boongóro, -Makas., 3234. 
Boeni, Mailmr. P., 876. 

Boeni, Mal.. 25". 
Boeni padi, -Mal. I'al., 262. 
Boeni talang, .Mal. Pal., 275. 
Boenjaoe, Daj. Z. O. Bom., 1534. 
Boenood, -Mal., 1534. 

Boonoet, .\lf. .Min. T. ],., Lamp., .Mal., 1534, 1703. 

Boenoet, Sucnd., 1469. 
Boenoet paja. Mal.. 2ssi. 
Boenoet panggang, lialin., 1495. 
Boentiris, Sucnd.. 519. 
Boentiris kónèng, 8ocnd., 520. 

BoentÓ, .Maduir., S90. 

Boentoe silit, -lav., 2313. 

Boentoet andjing, Soend., 1722. 

Boentoet koetjing koetjing, Vnlg. .Mal., 13. 

Boentoet niónjèt, Sn.ini , 1722. 

Boentoet oetjing, Smnd., 13. 

Boentoet sëgoeng, Soend., 3254. 

Boentoet sèró, Sucnd., 1183. 

Boentoet tikoes, Vnlg. Mal., 1573. 

Boerahol, Socnd.. 3221. 

Boerangang, -Ml'. iMiu. Bant., 1318. 

Boerangir, Bal. .Mand.. 2717. 

Boeri, Biman., 2532. 
Boering, Alf. Min. T. L., 895. 
Boerlé, Bat. :\land., 3557. 
Boernèh, Madocr., 257. 
Boeró, .\lf. -Min. Bant., 407. 
Boeró-boeró, Torn.. 2562. 
Boeroeh, Madü<T . 32. 
Boeroeh kónèng, Maducr., 2063. 
Boeroeh padjoeng, Madoer., 2082. 

Boeroeh potè, Madocr., 2083. 
Boeroeng, .Makas., 2187. 
Boeroeng, .Sjcnilja, 887. 
Boeroeng randa, Socnd., 715. 

Boesa, -Uf. -Min, Bant., Sangi, 2361. 

Boesa, .\lf. Min. T. 1... 2is: 
Boesèl, .\lf. Min. T. I,., Tousaw., 2830. 
Boesël ing kókó, .\lf. Min. T. I,., 1390. 
Boesël rèndoi, .\lf. Min. T. L., 2830. 
Boesi, Tim., 2213. 

Boesoe-boesoe, .Makas., 2477. 
Boesoechan, Air Min, Tonsaw., 2812. 
Boosoechan aehé, \lf. Min. Tonsaw., 2812. 
Boesook-boesoek, Mal., 6R7. 
Boeta-boeta, Mal.. 1414. 

Boeta-boeta, Mal, Batav,. 1842. 

Boeta-boeta darat, .M.il., 176. 

Boetis, l'im,. 2S33. 
Boetjaj, -Madocr. P.. S., 143. 
Boetoe, \\f. Min. T. T,., 224. 
Boetoen, .Tav., Jlal., Socnd., 425. 

Boetoeng, Bucg., 425. 
Boetoh sétan, Mal., 1862<7. 
Boetroeó, l...r..m . 2886. 
Boewa anggóro, Boeg., 3487. 



27 



Boowa asa, Makas., 982. 

Boewa góro, Boce., 532. 
Boewa latji, Bueir., «32. 
Boewa malaka, Bocton., 13U. 
Boewa malaka oewë, Bocton., 131.5. 
Boewa niëlawé, Bucp., tsu. 
Boewa poewasa, .Makas.. U32. 
Boewa sanrangang, Bucg., Makas., 'J32. 
Boewadjèng, B.«i,'., 1-177. 
Boewagang, .Maka<., Ml. 

Boewah, Baiin.. Lam])., Mal. Ti-1. Bet., 315. 

Boewah, .SH-ml., 2l(iii. 
Boewah anggoer, \ nlj.'. Mal., 3is7. 
Boewah anggoer oetan, Vnij;. Mal., 3isi. 
Boewah ati-ati, Mal. .\mb.., 3025. 
Boewah babi, .Mal.. ;t20. 
Boewah badoeri, Mal. Men., 17. 
Boewah djodjaro. Mal. Mul., 2051. 
Boewah jaki, -Mal. M.n., 212. 
Boewah karèh, Minan^k., 135. 
Boewah kèras, Mal.. 135. 
Boewah kèras laoet, .Mal., 1785. 
Boewah krandjang, Mal. Men., lOUö. 
Boewah lawa, Tim.. 131 s. 
Boewah mata oedang, Mal., 105. 
Boewah nionjèt, .Mal. Pim., 212. 
Boewah nóna, Mal., 21fi. 
Boewah oenah, Lamp., 2lfi. 
Boewah oepas, Vul^. Mal., 31'J(i. 
Boewah poekat, Mal., 2t;51. 
Boewah prada, Mal., 460. 
Boewah radja, Mal. Tim., 175fi. 
Boewah race, -Mal. Men., llfifi. 
Boewah saboen, Vnig. .Mal., 3031. 
Boewah tapis, -Mal., 200. 
Boewah tasbih, Mal., 030. 
Boewah tèlor, \ ulg. Mal., 057. 
Boewah tëmpoeroeng, Mal., 
Boewah tinta, Mal. .Mul., 324I-. 
Boewah tondeh, Minangk., 135. 
Boewas-boewas, ^lal.. 15Sfi, 2851. 
Boewas-boewas akar, Mal., 2857. 
Boewas-boewas boekit, Mal., 3453. 
Boewas-boewas laoet, Mal., 3056. 
Boewas-boewas paja. Mal., 3453. 
Boewé, Bat., 1745. 
Boewè, Biman., Borg., Emlth, 2661. 

Boewè baïtjoe. Boeg., 3311. 

Boewè kope. Boeg., 2663. 

Boewè radja, Boeg., 2663. 
Boewè rëni. Boog., 3311. 

Boewè tOgè, Boeg., 3456. 
Boewoehé, Sangi, 1295. 
Boewoi, Bol. Mong., 2601. 
BÓgëm, .Soend-, 3189. 

Bógëm goenoeng, Jav,, 3512. 
Bogoe, Bol. Mong., 1610. 
Bógor, .lav., 887. 
Boh anës, .\tjeh, 218. 
Boh gantang, .\tjeh, 3175. 
Boh kërèh, .\tjeh, 135. 
Boh labor, .itjeh, 936. 

Bohongi, -\lf. N. o. ilalm , 949. 
Boi, .\ir. Min. Tonsaw., 1976. 
BÓJO, Makav. 934. 
Bójo bilóka, Maka.^.. 934. 
BÓjO laba, .Makas , 1973. 
Bójo karapoe, .Makas, 934. 
Bójo pampoena, .Makas., 936. 
Bójo soelapa, .Makas.. 1973. 
Bójo ténè, .Makas. 1973. 
Bójo-bójo balawó, .Makas., 2256. 
Bójoek, Bal , 211. 



Bójoep, Bal , 211. 

BÓjOk, Hat , 211. 

Bójo loinpó, .Makas., 934. 

Bójong in taloen, .\lf. Min. Tonsaw., 2716. 

Bok, Tern.. 2505. 

Bókang, .\lf. Min. Bant.. 3550. 

Bókang niabida, .\lf. Min. Bant., 3550. 

Bókang mahèndèng, .\ir. Min. Bant., 3550. 

Bokaoe, .\ir. .Min., i'onos., 1x7.5. 

Bóki niagoetélé, IVin., 824. 

Bokingkang, .Uf. Min. Bant., 1678. 

BÓkÓ, .Minangk., 4U5. 

BÓkÓ, 1'ini., 1973. 

Bókó manaha, Tim , 936. 

BÓkÓ oela, .Ur. Min. Tonsaw., 2550. 

Bókó oela risé, -Mf. Min. Tonsaw., 2551. 

BÓkoedoe, -Vlf. .Min. Tonsaw., 2343. 

Bókoemoe, .\ll'. X. W. Halm., 2505. 

Bola, Sika, 1295. 

Bolai, Suni. M". K., 2509. 

Bolang, Jav., 2858. 

Bólang, Soeml., 847. 

Bolat, Bol. Mong., 3465. 

Bolé, -Uf. N. o. Ilalm., 2301. 

BÓIèd, Soen<l., 1892. 

Bolèt, o. Jav., 2181. 

Bólo, -Vlf. Boer., 404. 

BÓlÓCho, .\lf'. Min. Tonsaw., 902. 

Boloe, Jav., 3303. 

Boloeli boeja. Bol. Mong., 342. 

BÓloh, l.oeboe, 404. 
Bólókoe, .»{. -Min. Pouos., 962 
Bolongka, fiorout., 934. 
Bólósoni, Xias, 2096. 
BÓlÓtjai, -\lf. X. o. Halm., 1941. 
Bólówaro, .\l(. X. O. Halm., 2413. 
Bólówórëkè, -Ut'. X. O. Halm., 1278. 
Bomba, -\lf. Tom., 2187. 
Bomban, Bat., 2187. 
Bonibongan, Mal. Men., 1361. 
Bónai, Minangk., 257. 
Bonak, Alt'. Jlin. Tonsaw., 1044. 

Bonak, Tim., 2569. 
Bondé, Bonth., 1973. 
Bondot, Jav., 662, 1089. 
Bonè, Tim., 322. 
BÓnei, .Minangk., 257. 

Bongka, Jav., 2968. 
Bongkarójon, Bat., 3355. 
Bongkis, .Uf. Min., 2601. 
Bongkó, Tim., 1973. 
Bongkoedoe, Mal. Men., 2343. 
Bongkoeroe, .\lf. iHn. Ponos., 2343. 

BÓngÓ, (ioronl., 830. 

BÓngÓ, Kot in., 455. 

Boni, Balin., 257. 

Boni, .Simaloer, 315. 

Boniok, .\lf. Min. Pouos., 1130. 

Boni djambal, Balin., 257. 
Boni nasi, Balin., 257. 
Boni mintjid, Balin., 257. 
Boni tjamra, Balin., 257. 
Bonoeï, .Uf. Min. Ponos., 2478. 
Bonoet, .\lf. .Min. Tonsaw., 2158. 
BÓnol, Simaloer, 830. 

Bontar-bontar, Bat. .Mand., 2401. 

Bontèng, Jav., .Soend., 934. 

Bontèng pandjang, Soeml., 934. 
Bontèng soeri, Soend., 934. 
Bontèng tjatang, Soend., 934. 
Bontjis, Mal. .Men., 2001. 

Bontjis boelan. Mal. Men., 1102. 
Bóöe, Xias, 1799. 



28 



Bora, Kiiiimnj;., 2663. 
Bópong, •lav.. HS'.I'J. 
Borahang, Alf. Min. Bunl., 7«4. 
Borahang tandanaw, Alf. Min. Uani. 'J'M. 
Borang, -inv., ;!;i.")7. 

Bon, All. .Min. T. I.., 25115. 

Bori, Alf. .\. o. Ilalin., Mal. .Men., 'I'iin., 2310. 

Bóró, S;iHi>c, SK7. 
Bóróboj, Si.ciiil., 1727. 
Bóróboj bourit, Sucnd., 2001. 
Bórong, Bocp., 21S7. 
Boroea, .Mh.'s. 2851. 
Bóróöli, IV™., 1278. 
Bórótjó, .Soinil., 70+. 
Borti-borti, Hal.. l.'iS'J. 

BÓSÖ, Alf. lioir., 21)01. 
BÓsi, Alf Min. ToHsaw., 170.'i. 
BÓSOea, Mal. .Men.. Tcrn., 188'J. 
BÓtan, IVninibai-, 3113. 
BÓtÓ, Alf. Miii. T. 1,., 3113. 
BÓtèmè, Alf. .\. W. Halm., 3113. 
BÓtik, Bal., 665. 
BÓtjC, Hui};., MaliHS., 196. 
BÓtO-bÓtO, Buulh., 2003. 



Bótok, Mal. Tim., 2666. 
Bótolino, Alf. i\. o. Halm., 2120. 
BÓtor, Mal., 2865. 
BÓtÓrO, Makas., 2S65. 
BÓtOS, Alf. .Min. Ton.'iaw., 3550. 
Bowagang, Makas., 811. 
Bowang, Alf. .Min. IVikh., 2384. 
Bowis, Ml. Min. T. !,., 1'J64. 
BOWO, Nias, 3'J5. 
Bowoi, Alf. .Min. 1'onos., 120. 
Brama, -lav., 1135. 
Brambang, .lav., 1J2. 
Brambang abang, .lav., 139. 
Brasan, -lav., i is7. 
Bratawali, Jav., 217. 
Brögad, .lav.. 1.529. 
Brögiding, Balin., 1733, 2888. 
Brcnü, Mal, 1787. 
Brcnii hoetan, .Mal., 2050. 
Brönoek, ^oiml., 904. 
Brètawali, .lav., 217. 
Bringén, fiaji>, 1442. 
Bróbos, .lav., 231. 
Broenan, Mal. w. Born., 2S3. 



D. 



Daa, ^Valncli,, >;3o. 

Daagon, Alf Min Ponos., 1471, 2816. 
Dada boei'oeng, Mal.. 304. 
Dada koera, Mal, H2("i. 
Dadak, l,ani|i., :'. il. 
Dadaloeman, Balin., 76S. 

Dadap, Haj. '/.. o. Buni., .lav., Sucuil., 1301. 

Dadap ajain, .lav.. 130|. 
Dadap blöndoeng, Soiinl , 1304. 
Dadap bong, .lav., 1306. 
Dadap doori, Vnlsr. Mal., 1302. 
Dadap laoet, .lav., 1304. 
Dadap lënga, Jav., 1303. 
Dadap lèsang, Socnd., 1303. 
Dadap lisah, Jav. Ki-., 1303. 
Dadap minjak, Vnlg. .Mal., 1303. 
Dadap raiigrang, Soond., 1302. 
Dadap ri, .i;iv , 1302. 
Dadap sabrang, Jav.. 1305. 
Dadap soröp, .lav., 1303. 
Dadap seungit, Socml., 1300. 
Dadap wangi, Jav., 1300. 
Dadi-dadi, Makas., 50. 
Dadja-dadja, Boeg., 1703. 
Dadoerook, l.amp., 2222. 
Dadoeroek badak. Lamp., 2224. 

Dadok, -Minanj;k.. 1301. 
Dadok doeri, Minangk.. 1302. 
Dadok tanani, .Miu.-iugk. i303. 
Daè, Kutin.. 2717. 
Daè dok, Koiin., 2717. 
Daèndong, Alf. Min- T. S., 3153. 

Daga, Aror, 425. 

Dagasoeli, Alf. .\. O. Halm., 1740. 

Dagdag SÓ, Balin. Somli.. 2748. 

Dagdag sèé, Balin., 2748. 

Dahaan, Alf Min. T. 1,., Tmisaw.. 2394. 

Dahaiin bakó, Alf. ^lin. Tonsan., 2381. 

Dahaan disik, Alf. .Min. Tonsaw., 2374. 



Dahaan lèwó, Alf. Mm. T. L., 2.S81. 
Dahaan lika, Alf. Min. Tonsaw., 2374. 
Dahaan rinték, Alf. Min. T. L., 2374. 
Dahaan sela, Alf. .Min. T. h., 2381. 
Dahan, Alf. .Min. Bint., 2134. 
Dahan kagoerangön, AU'. .Min. Bent., 2126. 
Dahéngora, AU. \ O. Halm., .Mal. .Min., Tern.,831. 
Dahijan, Haj. B., llso. 

DahoO, .Sutnd.. 1167. 

Dahoeian, Daj. B.. 1180 
Daïkit, Alf Min. T. S., 1755. 
Dajoe, AU". -Min. T. S., 2337. 

Daka, l.iu, 934. 

Dakaé, Watocb., 602. 
Dalèdes, Alf. .Min. ToiHa»., 1281. 
Dalëk, .Mal., 2262. 
Dalëk ajër. Mal., 2266. 
Dalëk djamboe. Mal., 2264. 
Dalëk limaoe manis, -Mal., 241. 
Dalëk poetih, Mal . 2274. 
Dalëk tèmbaga, Mal., 2272. 
Daléré, Alf. .Min. IVmos., Sangi, 1897. 
Dali, Bat., LolIjuc, 2661. 
Dali, Jav.. 2937. 
Dalië, .Minangk., 2262. 

Dalima, Alf. Min., .\tjch, Balin., Borg., Jav., Makas., 
Sucnil.. 29112. 

Dalima bëroek, Atjch. 1609. 
Dalima beureum, .Soend., 2902. 
Dalima bódas, .Soend., 2902. 
Dalima koeló, Alf. Min. T. P., 2902. 
Dalima kónèng, .8ornd., 2902. 
Dalima méa, Alf. Min. T. L., 2902. 
Dalima poeti, Alf. Min. ï. L., 2902. 
Dalima raindang, Alf. Min. T. P., 2902. 
Dalima wanta, Balin.. 2902. 

DalimÓ, Bat., .Minangk., 2902. 
Dalingsèm, Jav., 1816. 
Dalisèm, Jav., 1816. 



29 



Daloo, Alf. Buir., 271'J. 

Daloo, \ir. llulm., :«-'. 

Daloo-daloo, Hut.. Mal., 30il. 

Daloekoe, \li'. N. i>. iialin. K., -.iii. 

Daloengdoeng, Huliu., 13(i2. 

Daloengdoeng djoekoet, Balin.. 131)2. 

Daloengdoeng poedah, Kulin., 13ii2. 

Daloengdoeng pi'it, Baliu., 1302. 

Daloengdoeng tèngèl, liulin., 1302. 

Daloepang, Jav., 2507. 

Daloh, Miiiiinsk., 418. 

Dama, AH. Min. T. L., T. S., 1037. 

Dama-dama, Bi.ig., 020. 

Dama-damara, Makas,, G20. 

Daniahoe, (iurout., 1037. 

Damar batoe, Mal., 103(). 

Damar djarak, Mul. Tim., 2984. 

Damar èndé, Mul. Tim., 1941. 

Damar hitam, Mal., 400. 

Damar itam, .Mal. Mol., (il7. 

Damar katja, Lamp., 1S2(). 
-^amar laoet, .Mal., 3133. 

Damar laoet daoen bësar, Mal., 3122. 

Damar malajoe, Mal. Mul., 3131. 
., Damar niata koetjing, Mal., lS2(i. 

Damar mata koetjing poetih, Smn. M . k., 

103Ö. 

Damar mata mië, Atjih, 182(i. 
Damar minjak, Mal., 1038. . / 

_ Damar poetih, VuIk. Mal., 1030. iA/</'.iAA'^ 
Damar toeni, Mal. Mul., 1030. ' 
Damar wadja, i). Jav., 3199. <'.•>■-<-; 
Dambëk, All'. .Miu. T. S.. 2089. 
Damboe, Gmout., 1314. 

Dame, Alf. Min. Bant., 2.Ö0.5. 
Dami, Baliu.. 475. 
Dan, Bat , 1573. 
Danas, Soi'ml., 218. 
Danas beureum, Socnd., 218. 
Danas bógor, .'^uiucl., 218. 
Danas prasman, Sueml., 218. 
Danas sabrang, Socnd., 153. 
Dandang gèndis, Jav. Ki-., 3310. 
Dandang goela, Jav. Xg., 3310. 
Dandèré, .Makas., 480. 
Dangan, lav , 3438. 
Dangdeur, Si>inil., 480. 
Dangdeur gëdè, Socnd., 480. 
Dangdeur leuweung, SoinJ., 480. 
Dangloe, <i Ja\., 1275. 

DangO, Daj. Z. ü. Büin., 3515. 

Danoan, Alf. .Min. '1'. L., 2si(i. 
Danoan, All'. .Min. T. s., 338(;. 

Danoi, Alf. .Min. T. S., 3501. 

Danrómang, Ui«%., 1477. 
Dansoena, \\(. .Min. T. s., 138. 
Dansoona kajoe, AM'. Min. T. S., 143. 
Dansoena kapoo, Alf. Min. 'I'. s., 14U. 
Dansoena paloe, Alf. Min. T. S., 141. 
Dansoona pasoekad, Alf. Min. T. S., 140. 
Dansoena poeti, Alf. Min. T. S., 142. 
Dansoena roendang, Alf. Min 'I'. s.. 139, 

Dansot, Alf. .Min. T. S.. 19S3. 
Daoe, \lf. .\. <l. llnini., Tirn., 512. 
Daoo, Biman., 1885. 

Daoe këtji, Bocj;., 3210. 

Daoe lasi, iVm., 1987. 

Daoe lawarani, Buii;., 3473. 

Daoe saló, B.,11;., 1 isn. 

Daoe toengkë-toengkë. Boeg., 1852. 

Daoen ambin boewah. Mal., 2090. 

Daoen ambong-ambong, .Mal. Amb., 2551. 

Daoen asem, Vaii?. .\ial., 2523. 



Daoen atjërang, Mal. Baiav., 457. 

Daoen bagója, M:il. Mul., 2569. 

Daoen bakoeng. Mal., 32(i4. 

Daoen balik angin. Mal., 2151. 

Daoon banar, .Maduii., 3102. 

Daoen bënang, Mal. Mol., 2048. 

Daoen bënang, Sum. \V. K., 1947. 

Daoen bëntang, Maducr., 3210. 

Daoen biroe, Mal. Mcd., 1885. 

Daoen bisol. Mal. .\mb., 780. 

Daoen boba, Mal. Amb., 2093. 

Daoen boekoe-boekoe. Mal. Tim., 2209. 

Daoen boeloe-boeloe, Mal., 3352. 

Daoen boengkoes, Mal. Alul., 940. 

Daoen boeroeng, Mal., 2907. 

Daoen boewaja, -Mal. Mol., 1078. 

Daoen damar angoes, Mal. Mol., 457. 

Daoen dangkiëng, .Minangk., 2533. 

Daoen dangking. Mal., 2533. 

Daoen dhilëm, Madotr. B., P., 838. 

Daoen dhilép, MadoiT. S., 838. 

Daoen dilau, Mal. Amb., 838. 

Daoen doedoek, Alal. Batav., 1077. 

Daoen doekoeng anak. Mal., 2090. 

Daoen doekoeng anak mérah, .Mal., 2080. 

Daoen doelang, :Mal. Mol., 2158. 

Daoen ékar boewaja. Mal., 3327. 

Daoen èndèr. Mal. Batav., 233. 

Daoen èntjok. Mal. Batav., 2785. 

Daoen gaba-gaba, Alal. Mol., 2830. 

Daoen garida, Mal. Tim., 831. 

Daoen gatël, Vuig. .Mal., 1555, 1987. 

Daoen gatël ajër. Mal. Mol., 2353. 

Daoen gèdèl, Madorr., 1842. 

Daoen gèndong anak. Mal. Batav., 2090. 
Daoen gëtah gambir, Vuig. Mal., 3392. 
Daoen gëtah gambir boeloe-boeloe, Vulic. 

.Mal., 3398. 

Daoen ghamèt, Madocr. B., 519. 

Daoen goerita, -Mal. Mol., 1809. 

Daoen gonto, -Mal. .Men., 2533. 

Daoen gósok, \ uig. Mal., 1514. 

Daoen hati-hati. Mal., 837, 845. 

Daoen hati-hati gadjah. Mal., 3184. 

Daoen hati-hati hoetan, Mal., 3184. 

Daoen hati-hati paja, -Mal., 930. 

Daoen hidoep, Alal. Mol., 458. 

Daoen kagèt-kagèt, -Mal. -Men., 2313. 

Daoen kajoe, .Mal. Amb., 1417. 

Daoen kak, -Mal. Tim., 1483. 

Daoen kaki koeda. Vuig. Mal., 1852. 

Daoen kambing, .Maduer., 840. 

Daoen kapoer. Mal. Mul., 2l5o. 

Daoen kartoe. Mal. Batav., 3053. 

Daoen katam-katam, Sum. \V. K., 1933. 

Daoen katang, -Mal. -Mol., 1897. 

Daoen këlapa, :\lal., 414. 

Daoen këndi, -Mal., .2435. 

Daoen kikir, -Mal. Amb., 822«. 

Daoen koekoer, -Mal. Amb., 3090. 

Daoen koekoeran, Sui'ud., 3090. 

Daoen koentoet, -Mal., 2533. 

Daoen koepang-koepang, .Mal. .Mul., 079. 

Daoen koepoe-koepoe, .Mal. Bata\., 437. 

Daoen koerap, -Mal., 079. 

Daoen koetjing, .Mal. Batav., 2313. 

Daoen koïn, .Mal. Aml)., 2550. 

Daoen kontó-kontó, -Mal. Amb., 2533. 

Daoen kópo-kópo. Mal. Amb., 662. 

Daoen kóra-kói'a, -Mal. Amb., 940. 

Daoon laka, -Mal. Amb., 2004. 

Daoen landak, .Mal., 418. 

Daoen laoe, -Mal., 1806. 



30 



Daoen lidah gadjah, 'Mal., lOfi. 

Daoon lidah-lidah, Mal. M»!., m. 

Daoon loodah, Mal. Mol., ;«12. 

Daoen low, Mal., isdii. 

Daoon madhoc, Madiar.. Uii. 

Daoen mangkó, Mal. Min., tJ.'i.'iü. 

Daoen mangkó pöranipoewan, Mal. Min., 

2.').")(l. 

Daoen mani-mani, Mal. .Mol., 3054. 

Daoen mata ajam, .Mal., 3h."). 

Daoen mönoempang, Mal., 2(I'.h;. 

Daoen moeka nianis, .Mal. .Mol., 34 is. 

Daoen nasi, Bamla, ü.">t)li. 

Daoon nasi, Mal. .M™., 2677. 

Daoen n^asi, .Mal. Tim., 884. 

Daoen nodja. Mul., ati48. 

Daoon pajoeng. Mal., 3327. 

Daoen panahan, Vuig. .Mul., 1384. 

Daoen pano. Mal. Mnl, l'.U.'j. 

Daoen papéda. Mal. .\tli1)., l'.'i.'id. 

Daoon papéda pandjang. Mal. ,\iiil)., 2.553. 

Daoen papéda papoewa. Mul. .\iiili.. 2551. 

Daoen parija, Ma.loiT., 2335. 

Daoon patjè-patjè, Soiuil., 2028. 

Daoon patola. Mal. .\mb.. 2141. 

Daoen pëlawa, <i. .hiv., lyoi. 

Daoen pënggaga. Mal., 1852. 

Daoon pöntjolap, Mal. \V. Bom., 519. 

Daoon pitis. Mal. Mul., 183H. 

Daoon pitis kètjil, .Mal. Mol., 1154. 

Daoen poeding. Mal., 1697. 

Daoon poopoer. Mal. .Mol., 838. 

Daoen poetihan, ü. .Tav., 520. 

Daoen poetri, -Mal. Amb., 1697. 

Daoen poetri, Vuig. Mal., 2364. 

Daoen poko. Vuig. .Mal., 2276. 

Daoen prasman, Mal. Batav., Soeml., 1384. 

Daoen roesa. Mal., 184. 

Daoen sabang. Mal. W. Born., 884. 

Daoon sabang darah. Mal. \V. Bom. 884. 

Daoen salangkèug, Mailoer., 239. 

Daoon sambang. Mal. Batav., 2. 

Daoon sapënoeh, .Mal., 1394. 

Daoon sarang boeroeng, Vuig. Jlal., 2967. 

Daoen sariboe, 8uui. W . K., 54. 

Daoen sariboe. Mal. Auib., 2089. 

Daoen sawang, Mal. W. Boiu., 884. 

Daoen sëdjoek. Vuig. Mal., 519. 

Daoon sëkëntoet. Mal., 2533. 

Daoon sëlébar. Mal., 3327. 

Daoen sétan. Mal. Mol., 2028. 

Daoen sipat. Mal. .Mo!., 1206. 

Daoen SOOgi, Mal. Batav., 884. 

Daoon soempitan, Mal., 243(1. 
Daoon soempitan. Mal. -Mol., 905. 

Daoen SOOUgSit, .Mal. Batav., 1914. 

Daoon soesoe-soesoe. Mal. Batav., 2690. 

Daoen songga. Mal. Aiub., 3503. 

Daoen sosapoe. Mal .Mol., 3138. 

Daoen sosapoe taranaté, -Mal. Mol.. 3138. 

Daoen tabar-tabar, -Mal. \V. Boin., s90. 

Daoon takodjo, Mal. Mol., 2313. 

Daoen tampal bësi, Mal., 573, 2230. 

Daoon tëbël, Mal .Mm., 519. 

Daoon tidor-tidor. Vuig. .Mal., 2313. 

Daoen tikar. Mal. Men., 974. 

Daoen tikar, Mal. Mol., 2561, 2565. 

Daoen tinta, Mal. Mol., 1388. 

Daoen tjongkok, Nocud., 9-Ki. 

Daoon tjinta-tjinta, .Mal. Aiub., 2690. 

Daoon tombak, -Mal., 77. 

Daoena, .Mr. Min. T. S., 2717. 

Daoena koerambör, Alf. Min. T. S., 2718. 



Daoong arölawarani, Boeg., 3473. 

Daoesa, Balin,. I94S. 

Daoosa aja, Baliu . 1948. 

Daoesa köling, Balin, 1948. 

Daoesa tjèmëng, Balin., 1948. 

Daoosip, Alf. Min. T. S., 392. 

DaÓlÓ, .Nias, 1482. 

Daon, Jav. 'IVg., Soenil., 2460. 

Daówi, .Nia.1, 2635. 

Dap, Air. Min. Bent., 1301. 

Dapdap, .\lf. -Min. T. S., Balin., Bal.. 1301. 

Dapdap doeri, B.at., 1302. 
Dapdap tis, Balin., 1303. 
Dara, .Tav., 3559. 
Dara, Madoer., 2384. 
Dara, -Mas, 1301. 
Dara mèra, Madoer., 2384. 
Dara pótè, .Madoer., 2392. 
Darak, Daj Z. o. Born., 345. 
Darami, Air. Min. 1'unos., 2505, 3017. 
Darangdang, Somd., 1437, 1454. 
Darangdang areuj, .Soend., 1087. 
Darangdang bèjas, Soend., 1491. 
Darangdang litjin, Soend., 1494. 
Darangdang manoek, Suend., 1496. 
Darangdang minjak, Soend., 1519. 
Darap, Alt. .Min. T. I,., 1301. 

Daré, Makas., 212. 

Darèngdèng, Soend., 984. 

Darigoe, .Madoer., 3099. 
DaringÓ, Soend., 22. 
Daringoe, Mal. Amb., 22. 
Darjé, N. (iuin. .Taoer, 2289. 

Darli oe apëng, Sangi, 1414. 
Darli oe tana, Sangi, 720. 

DarO, Menlawci, 648. 

Daroe-daroe, -Vlf. Min. Bant., 1852. 
Daroe-daroo, Mal.. 3029. 
Daroodjoe, dav., Socud., 17. 
Darówak, Socud., 1703, 1704. 
Darsana, Jav., 1337. 
Das-pëdas, .\tjeh, 1560. 

Dasoen, -Minangk., 138. 

Dasoon mérah, Miuangk., 139. 
Dasoen poetiëh, Minangk., 142. 
Dasoen toeng^a, -Minangk., 141. 
Datoe adjoewe, Boeg., 2295. 
Dawai-dawai, Mal., 3558. 
Dawan, Bat. Mand., 1573. 
Dawar, o. Jav., 2894. 
Dawé, Daj. Kat., 2717. 
Dawé, Jav., 2709. 
Dawët, Air. -Min. T. S., 77. 
Dawó, Boeg., 1167. 
Dawó lantjèng. Boeg., 1169. 
Dawó rijanrè, Boeg., 1167. 

DawÓlang, Soend., 3035. 
Dëboe, Sawoe, 3011. 
Dëda, Sangi, 1301. 

Dëdaloe,Mal.. 3021. 

Dëdaoe, -Uf. .Min Tonsa»., 1301. 
DëdaOO, Mal., 254S. 

Dëdap, -Mal., 1301. 

Dëdap tiootjoek, Mal., 1302. 

Dëdawai, Mal., 3558. 

Dëdèdès, Sas., 2093. 

Dëdi, .\ir -Miu. T. S., 602. 

Dëdi taranaté, Alf. Min. T. S., 014. 

Dëdjanti, Sas., 1887. 

Dëdoelang, Mal., 289. 

Dëdoerijan, -Mal., 485. 

Dëdop, fiajo, 1301. 

Dègèl, .Soend., 919. 



31 



Dëgèm, Sopnd.. 3113. 

Dógi, iVi'u., 17'J-i. 

Dèhong, Alf. Min. Bont., 3355. 

Dèja, K'Mij., 1«83. 

Dëkëman, .lav. Kr. D., Ififi4. 

Dèkèng, .luv.. iL'.'ii!. 

Dèkèng woeloeh, Jav., 125.'). 

Dëkoe, -\tj(h. .i.57. 

Dèla hédoe, Kotiu., 1302. 

Dèla mina, Uotin., 1303. 

Dèlas, K.iiiii.. 1301. 

Dëlé, .lav., KHU. 
Délé, Uutiu., S3.5. 

Délé oetan, Rotin., 836. 
Dèlëm, Hul., 838. 
Dëlëg, .lav., 2826. 
Dëlëg, (I. Jav., 183.). 
Dëlima, .\(jch, Jav., Mal., 2902. 
Dëlima boeroeng, Vuig. Mal., 227-"). 
Dëlima danta, Mal., 2902. 
Dëlima gading, Mal., 29U2. 
Dëlima hoetan. Mal., 1609. 
Dëlima katai, Mal.. 2902. 
Dëlima koening. Mal., 2902. 
Dëlima mérah. Mal., 2902. 
DëUma poetih, Jav., Mal., 2902. 
Dëlima soesoen, Mal., 2902. 
Dëlima srikaja. Mal., 247. 
Dëlima wantah, Jav., 2902. 
Deling, .hu. Kr., 404. 
Deling, Sangi, 2719. 

Deling tangsoel, Jav. Kr., 40.5. 
Delinggëm, Mal. Batav., 460. 
Dèló, U.itiii . 7~^.5. 
Dèló makéëk, Hntiu., 787. 
Dèló makiës, Kotin., 786. 
Dèloepang, Jav., 2.507. 
Dèloewak, Jav., 1704. 
Dëmoeng, Balin . 831. 
Dëmpo koejang, Jav., 2508. 
Dëmpo lëlët, Jav., 1656, 2507. 
Dëmpoel, Jav., 1644. 
Déna, \u: Koir., 1961. 

Dèna, \\(. N. o Halm., 315. 

Dèna ó parémongi, .Vlf. N. O. Halm., 315. 

Dèndè-dèndè, Buej;., Makas., 3213. 

Dëndiki, Sunïi, 831 ! 
Dëngën, .lav., 244. 
Dëras, .Mal. 'I'im., 1301. 
Dëras malam. Mal., 3004. 
Dërdaroe, Mal , 3029. 

Dërèk, Bandu, 1305. 
Dèrèkan, Balin. Kr., Jav. Kr., 135. 
Dërël, Air. Min. Tonsaw., 3521. 
Dërëmoeng, .Mal . 1232. 
Dërëmoeng babi. Mal., 1232. 
Dërëmoeng hitam, ^lal., 1228. 
Dërëmoeng padi, Mal., 1235. 
Dërëmoeng pëlandoek, -Mal., 1236. 
Dërëmoeng pipit. Mal., 1219. 

Dëri, Alf. Min. T. L., 602. 

Dëri taranaté. All". Min. T. I.., 614. 
Dërijan, l.aiiip. Bam., Mal. Bcngk., 1180. 
Dërijan rimba, Lamp. Bam., 1178. 
Dëringo, Jav., 22. 
Dëringoe laoet. Vult;. Mul , 1277. 
Dèró, Kotiu., 7H5. 

Dërog, l.am]!., 3031. 

Dërsana, Jav., 1337. 
Deureujan, Atji-h, 1180. 
Deureujan bëlanda, Atjfh, 245. 
Deureujan oenggah, Atjch. 1178. 
Deureujan rimé, Atjeh, 1178. 



Deureujan toebatoe, Atjch. 1178. 
Dówandaroe, iialin. Mal., 3029. 
Dówangga, Balin., los-i.. 
Dhaboeng, .\hulocr. B., 2602. 
Dhadhak, Ma.lucr., 1301. 
Dhadhak bong, -Madcur., 1306. 
Dhadhak mènjak, .Aladoer., 1303. 
Dhadhak olèng, Maduer., 1303. 
Dhadhak pësè, Madoer., 1302. 
Dhakpong, Kang., 1307. 

Dhalima, Madoer., 2902. 

Dhalima baghoeng, .Madoer., 2902. 
Dhalima boengó, .Maduer., 2902. 
Dhalima dhaghing, .Madoer., 2902. 
Dhalima djhëpang, Madoer., 2902. 
Dhalima kónèng, Madoer., 2902. 
Dhalima mèra, Madoer., 2902. 
Dhalima pótè, Madoer., 2902. 
Dhalima salasè, Madoer., 2902. 
Dhaloebang, Madoer., 507. 
Dhaloebang tali, Madoer., 1141. 
Dhang-ghëdhangan, Madoer., 2326. 
Dhang-pëdhangan, .Madoer., 2509. 

DhaÓ, .Madoer., 1167. 

Dharsana, .Madoer., 1337. 
Dhas plasarè, Madoer., 188. 
Dhilëm, Madoer. B., P., 838. 
Dhilëp, Madoer. S., 838. 

Dhin-kamandhinan, Madoer., 841. 

Dhoebadja, Madoer., 3518. 
Dhoeloebang, Madoer., 507. 
Dhoerin, .Madoer., 1180. 
Dhoewak, Madoer., 1329. 

Dhoewak alas, Jladoer., 1329. 

Dhoewak bató, Madoer., 1329. 

Dhoewak bhabang, .Madoer., 1329. 

Dhoewak boeter, Madoer., 1329. 

Dhoewak dhaghing, Jladoer., 1329. 

Dhoewak pótè, Madoer., 1329. 

Diakwé, Air. W. fvr., 3313. 

Dida né dangkow. Air. .Min. T. S.. 3448. 

DigO, Alf. N. o. llulm., Tern., 3138. 

Dihó, Nias, 2971. 

Dijat, Air. Jliu. T. L., 3088. 

Dijot, Air. Min. Tonsaw., 1464. 

DilagO, Air. N. o. Halm., 847. 

Dilam, Mal., 838. 

Dilam boenga. Mal., 838. 

Dilam oetan. Mal., 838. 

Dilam pinang, Mal., 838. 

Dilam wangi, .Mal., 838. 

Dilëm, Baliii., Jav., 838. 

Diliké, Air. N. o. Halm., 657. 

Diliméné, Kisar, 2903. 

Dima, Nias, 785. 

Dima adoeló, Nias, 786. 

Dima bóöe, Nias, 791. 

Dima kafaló, Nias, 796. 

Dima kasoembó, Nias, 791. 

Dima laïsoe, Nias, 376. 

Dima sami, -\'ias, 787. 

Dima séboea, Nias, 791. 

Dimoe, liimau., Sawoc, Solor, 934. 

Dimoe dana, .Sawoc, 784. 
Dimoe póró, Sawoe, 934. 
Dimoeng, Sika, 784. 
Dimor, .\. fiuin. Sekar, 2460. 
Dindèhan, Sangi, 56. 
Dinding, Jav., 1765. 
Dinding, O. Jav., 67. 
Dinding ando, Sas., 1765. 
Dinding ari, Jav., 1765. 
Dinga, Alf. N. Halm., 338. 



32 



Dingding ai, liiilin., ITfi.'i. 
Dingin-dingin, Huli»., -'s:ifi. 
Dingin-dingin, Bai., ")1'J. 

Dinging, AH. Min. Buut., liciit., Tuiisan., Ifi'JT- 

Dinging bèrètan, Air. Min. 'I'onsnw., l(iU7. 
Dinging i toba, .\lf. .Min. Tonsaw., Ki'JT. 
Dinging lika, Alf. Min. 'I'unsaw., Iti97. 
Dinging mabida, AH'. Min. Uimi., l(iU7. 
Dinging niahamoe, Alf. Min. Bcni.. Iti'JT. 
Dinging niahcndcng, Alf. Min. liunt., lO'JT. 
Dinging muwoeró, .\lf. Min. Bunt., 1097. 
Dinging méha, Air. Min. TunsiiH., l(i'J7. 
Dingkaran, Alf. .Min. T. S., 580. 
Di-padijan, .MaJocr. B., 2987. 

DipëS, Alf. .Min. Tonsiiw., .SdlÜ. 

Dirangga, (ioium, 22'.). 
Diroen, Tim., tS4. 
Djaiit, Mul. Biitiiv., Socnd., 28fi."). 
Djaat item. Mul. Bntnv., 2Hfi5. 

Djaat koening. Mal. Batav., iSG'i. 

Djaüt mónjèt, Sicncl.. 2s(i4. 

Djaiit peuteuj, .'^ncn,!.. 2sti.j. 

Djaat peuteuj bódas gëdè, Socnd., 28fi5. 

Djaat peuteuj bódas leutik, SoeiiJ., 2SC."). 

Djaat peuteuj hideung, Suind., 2H(;."). 

Djaat peuteuj kónèng, .SucnJ., 28(i.5. 

Djaat poetih, .Mul. Buiuv.. 28fi5. 

Djaba oeré, But., 81'.i:i. 

Djabi-djabi, Bat., l.">l(i. 

Djabibi, 'l'irn., .3487. 

Djaboeng, Sueml., 3141-. 

Djaboengan, .luv., 3144. 

Djabon, Bulin.. O. .lav., Socnd., 3039. 

Djabong, Muka.«., Salfver, 493. 

Djabong tana, Bonth.. 2410. 

Djadani, lav., Madocr., .Mal., 153. 

Djadèm, -luv., 153. 
Djadjagóan, Soend., 2578. 
Djadjahèan, Socnd., 1739. 
Djadjang, o. .hn., 404. 
Djadjang ampel, O. .lav., 412. 
Djadjang bëtoeng, o. .lav., 1622. 
Djadjang gading, <>. .lav., 30CG. 
Djadjang ori, <>. .luv., 30(i(j. 
Djadjang pring, (i. .lav., 405. 
Djadjang woeloeh, O. Jav., 407. 
Djadjangkit, Daj. Z. O. Boni., 1442. 
Djadjawaj, Soend., 1510. 

Djaè, Bulin., Scmb., Jav., 355fi. 
Djaé paït, Balin. .Senil)., 3550. 
Djagir, Maduer., 2831. 
DjagO, Biniun., 355U. 
Djagoeëng, Minanïk., 3550. 
Djagoeng, Balin.. iiul., .luv.. Mal., 3550. 

Djagoeng bangkélang. Bal., 3550. 
Djagoeng batani, But., 3550. 
Djagoeng dalem, -lav., 3550. 
Djagoeng djali, <i. .lav., 836. 
Djagoeng dólok. Bat., 3550. 
Djagoeng gèndjah, .luv., 3550. 
Djagoeng kètoengkah. Lamp., 3550. 
Djagoeng kódok, lav., 3550. 
Djagoeng koening, Jav., 3550. 
Djagoeng koering, Lamp., 3550. 
Djagoeng loenik, l.ainp., 3550. 
Djagoeng ngantang, Jav., 3550. 
Djagoeng pandak, Bat., 3550. 
Djagoeng poedak, Jav., 3550. 
Djagoeng pórak, .luv., 3550. 
Djagoeng roté. Mul Tim., 3193. 
Djagoeng tjantèl, .lav., 3193. 
Djagoeng tongkol, Jav., 3550. 
Djagoer, Daj. Kat., 191. 



Djagong, lluj. /. o. Bom., .Socml., 3550. 
Djagong tjètik, Soi-nd., 3193. 
Djagowan, .lav., 2578. 
Djaha, Balin., Jav., 3312. 

Djaha këbo, Jav., 3312. 
Djaha këling, Jav., 3312. 
Djaha lakët, Bulin., 3312. 
Djaha lawé, Jav., 3312. 
Djaha sapi, Jav., 3312. 
Djahangoe, Balin., 22. 

Djahè, Siirnd., 3556. 

Djahè leuweung, Socnd., 3553. 

Djahè paït, Socml., 3556. 
Djahi, l.ump. Pam., 3556. . 
Djahik, l.amp. .\b., 3556. 
Djahja, Balin. Kr., 3556. 
Djahó, I.anip., 3312. 

Djaja koesoema, Jav., 2750. 
Djaja moetri, .lav., 3192. 
Djaja pirosa, Jav., 2706. 

Djajanti, Bulin., o. Jav., 1887. 
Djaka, Bulin.. 322. 

Djaka modang, Balin., 2088. 
Djaka sawoer, Jav., 2705. 
Djalakët, Balin.. 3312. 
Djakas, Mul., 2565. 
Djakóli, Boeg., 1031. 

Djaksi, Socnd.. 2565. 

Djalamprang, Jav., 3294. 
Djalanggaro, rcrn., 1798. 
DjalaStrang, Socnd., 3294. 
Djalatong, l.amp., 1987. 
Djalatong harami, l.amp., 475. 
Djalatong këbaoe, l.amp., 825. 
Djalawé, .lav., 3312. 
Djalégor, Jav., 232. 
Djali, Ju\., 835. 
Djali-djali, Balin., 835. 
Djali këtan, Jav., 835. 
Djali watoe, Jav., 836. 
Djalidri, Jav., 1891. 
Djaliroe, Jav., 2S26. 

Djalitri, Sucnd., 3523. 

Djaloe mampang, Jav., 3076. 

Djaloe-djaloe, Alf. .\. o. Halm., Tern., 
Djaloepang, Socnd., 850. 
Djamaka, Soeud., 1084. 
Djambaka, Soend., 1084. 
Djambè, Balin. Kr., Jav. Xg., 315. 
Djambè, Socnd., 315. 
Djambè djabah, Bulin. Kr., 315. 
Djambè gónong, Balin. Kr., 315. 
Djambè kabongan, Socnd., 315. 
Djambè kalajar, s,,ind.. 315. 
Djambè loewak, Balin. kr., 315. 
Djambè 'ndawó, o. Jav., 2709. 
Djambè ngèngè, .Socnd., 317. 
Djambè ranti, Jav., 315. 
Djambè taloeh, Jav., 315. 
Djambè tjaroelak, Socnd., 315. 
Djambè toetoel, Socnd., 315. 
Djambè wangen, Jav., 315. 
Djambè wangi, .Socnd., 315. 
Djambè wiwi, Socnd.. 315. 
Djambóë, Atjch, 1314. 
Djambéë bèrtih, Atjch, 1337. 
Djambéë ijë, Atjch. 1315. 
Djambéë ijë mawar, Atjch, 1330. 
Djambéë këling, Atjch, 2407. 
Djambóë raja, Atjch. 1315. 
Djambójan, Jav.. 608. 
Djambëlan, Vnli;. .Mal., 1329. 
Djambët, Jav. Kr. of Kr. D., 1314. 



3111. 



33 



Djambèt wana, .'av. Kr., 1S22. 
Djambi, M^il 1^<1.. ai'. 
Djambe koming, .lav.. 31."). 
Djamblang, Sonul., ISi'.l 

Djamboe, lialin., Biiiiun.. Uaj. Z. II. liuiii., .lil' 
Ni;., Makas., M:il., Sociul. .Miii'angk., Uill. 

Djamboe agoeng, Balin.. 1337. 
Djamboe air mawa, Baliu.. I33ii. 
Diamboe ajër, Mal.. Suiml., 131.'). 
Djamboe ajèr hoetan, Mal., \:iii. 
Djamboe ajër laoet. Mal., ISl'O. 
Djamboe ajër mawar. Mal., SucuJ., 133U. 
Djamboe ajië, .Miuangk., 131.5. 
Djamboe alas, -lav. Ng., 1322. 
Djamboe areuj, Sueml., 301.5. 
Djamboe baning, -Mal., 2271. 
Djamboe bërtèh, Mal., 1337. 
Djamboe bidji. Vul?. Mal., 2sfi2. 
Djamboe bidji mèrah. Vuig. .Mal., 28(52. 
Djamboe bijawas, Mal., 2sii2. 
Djamboe bijawas kësoemba, -Mal., 2si;2. 
Djamboe bijawas poetih. Mal., 28ii2. 
Djamboe boekit. Mal., 13.!5. 
Djamboe boeroeng, \ uig. .Mal., 1317. 
Djamboe bol, Haliu , .lav.. Mal., 1337. 
Djamboe bol itam, Mal. Mol., 1337. 
Djamboe bol mérah, .Mal. .Mol., 1337. 
Djamboe bol mété, -fav., 212. 
Djamboe bol poetih, .Mal. Mo!., 1337. 
Djamboe bóló, Makas., 1337. 
Djamboe bóöl, Soend., 1337. 
Djamboe darè, Makas., 212. 
Djamboe dërsana, .lav., 1337. 
Djamboe dërsana, O. .Jav., 1330. 
Djamboe dipa, Mal. Bandj., 212. 

Djamboe dipó, Minangk., 1322. 

Djamboe djambak, Minangk., 1337. 
Djamboe djéné, .Maka..^., 131.5. 
Djamboe djéné mawara, .Makas., 1330. 
Djamboe djipang, Balin., 212. 
Djamboe dwipa, Balin., 212. 
Djamboe èr, Balin., 1315. 
Djamboe érang, Minangk., 212. 
Djamboe gadjoes. Mal., 212. • 
Djamboe galar, lav., 1337. 
Djamboe kalang, Minangk., 1329. 
Djamboe kaliëng, Minangk., 2407. 
Djamboe kalongkong, Makas., 1337. 
Djamboe këlawar, Mal., 122a. 
Djamboe këlëlawar. Mal, 1229. 
Djamboe këling, .Mal., 2407. 
Djamboe këling mérah, .Mal., 2407. 
Djamboe këling poetih, .Mal., 2407. 
Djamboe klampok, .Jav , 1322. 
Djamboe klampok aroem, .lav., 1330. 
Djamboe kloetoek, .Jav., .Soiud., 2862. 
Djamboe kraton, lav., 1330. 
Djamboe kroetoek, lav. Teg., 2Sfi2. 
Djamboe landa. Mal. Bengk., 245. 
Djamboe lëmboet, .Soend., 28fi3. 

Djamboe lipó, Minangk., 28fi2. 

Djamboe marègé, .Makas., 1349. 
Djamboe masong, .Makas., 212. 
Djamboe mawar, .Jav., Mal., 1330. 
Djamboe mèdè, .Soend., 212. 
Djamboe mérah. Vuig. .Mal, 1337. 
Djamboe méte, .lav., 212. 
Djamboe mónjèt, Soend., Vuig. Mal,, 212. 
Djamboe nóna, -Mal. Bengk., 240. 
Djamboe oewèr, .lav., 1315. 
Djamboe oewer poetih, .lav., 1315. 
Djamboe paratoegala, .Makas., 28H2. 
Djamboe përtoekal, Mal. \V. Bom., 2862. 



Djamboe pëtokal, .lav., 2862. 

Djamboe rakta, Balin., i:;37 

Pjamboe samarang, .lav., Soend., \ uIg. Mal, 

1331. 

Djaniboe samarang abang, .lav., 1331. 
Djamboe samarang beureum, .lav., 1331. 
Djamboe samarang bódas, Sucnd., 1331. 
Djaniboe samarang mérah, Vulg. .Mal., 1331. 
Djamboe samarang poetih, .lav., Vuig. Mal., 

I3:il. 
Djamboe sëmpal, Mal., 212. 
Djamboe séran, -Mal., 212. 
Djamboe Siki, Soend., 212. 
Djamboe soesoe, -Makas., iMal, 1337. 
Djamboe tërsana, .lav., 1337. 
Djamboe tjaj, Soend., 1315. 
Djamboe tjaj mawar, .Soend., 1330. 
Djamboe tjina. Vuig. Mal., 2863. 
Djamboe tokal, .lav., 2862. 
Djamboe wèr, .lav., 1315. 
Djamboe wèr abang, Jav., 1315. 
Djamboe wér poetih, Jav., 1315. 
Djamboe-djamboe, -Makas., 19()5. 
Djamboel mërak, .Mal., 3101. 
Djamboel sijoel. Mal, 1926. 
Djamboelan, .Ui. .Min. T. B., .Mal. Mol, 1329. 
Djamboelan oetan. Mal. Men., 3490. 
Djamboelan panté, -Mal. .Men., 2225. 
Djambolan, .\lf. .Min. T. P., 1329. 
Djambon, Jav., .Madoer., 1965. 
Djamoedjoe, Soend., 2791. 
Djamoer, Balin., Jav., .Mal. Batav., 1573, 2363. 
Djamoer bangkong, Jav., 2530. 
Djanioer brama, .lav., 2825. 
Djamoer gëdang, Jav., 2111. 
Djamoer koeping, Jav., Vuig. .Mal., Ulfi. 
Djamoer impës, Jav., 2111. 
Djamoer mérah. Mal. Batav., 2825. 
Djamoer sondo, .Mal. Amb., 2824. 
Djamoer tombong. Mal. Batav., 2111. 
Djampaka, Sociul, 1084. 

Djampang, Jav., .Soend., 1259. 

Djampang kai, Soend., 1864. 
Djampang koeda, .Soend., 1259. 
Djampang moenggang, Soend., 1253. 
Djampang piït, Soend., 1259. 
Djanipangan, Jav., 1259. 
Djampi, Balin., 756. 
Djampoe, .\lf. Tom., Boeg., 1314. 
Djampoe bóloe. Boeg., 1337. 
Djampoe galongkong. Boeg., 1337. 
Djampoe marégé. Boeg., 1349. 
Djampoe paratoekala. Boeg., 2862. 
Djampoe salo. Boeg., 1315. 
Djampoe sèrëng. Boeg., 212. 
Djampoe soesoe. Boeg., 1337. 
Djampoe tapësi, Boeg., 212. 
Djampoe-djampoe, Boeg., 1965. 
Djanang, Minaugk., loKi. 
Djandjang, Jav., 2945. 
Djandon, Jav., 2610. 
Djangga, Balin., 1114. 
Djanggar kijoeh, Balin. Semb., 705. 
Djanggar oelam, Baliu., 1346. 
Djanggar roempoek, O. Jav., 705. 
Djanggar sijap, Balin., 705. 
Djanggël, .lav. Kr. D., 3550. 
Djanggélan, Jav., 768. 
Djanggoet adam. Mal., 2587. 
Djanggoet ali. Mal, 2587. 
Djanggoet baoeng. Mal, 2196. 
Djanggoet doejoeng, .Mal, 1694. 
Djanggoet ëndoerabin, Bat., 3419. 

8 



34 



Djanggoot hariniaoe, Mul., 2811. 
Djanggoet këli, Mul . r,:,r,. 1727. 
Djanggoet monjèt, Mul . ir>'J4. 
Djanggoet rabion, Hat., 3419. 
Djanggoet soléman, But., 3U7. 
Djanggoetan rësi, I5alin., 3419. 
Djangkang, .hiv., 3234. 
Djangkang, Mal., 3540. 
Djangkang bëtina, Mal.. 3.540. 
Djangkang boekit, Mul., 2397. 
Djangkang hoetan, Mul., 2802. 
Djangkang mórah, .Mal., 3.i40. 
Djangkang paja, .Mal., 8446, 3540. 

Djangkol, Lamp., 138. 

Djangkol soeloeh, Lamp., 142. 
Djangkórang, Sutnd., 183."). 
Djanglcórang gompong, Sueml., 33G. 
Djangloer, üulin.. lo.-.ii. 
Djanglot, .lav., 3014. 
Djangoe, Balin., 22. 
Djanoer, Sociul., 228. 
Djantahan, Mal., 3513. 
Djanti, .lav.. Mal., 1887. 
Diantoer, Suend., 3363. 

Djaoem-djaoem, Kaliii., 2620. 

Djaoeng, Bat. Dair., 3ü5U. 

Djaoera, SucnJ., 1588. 
Djapana, .lav., 1384. 
Djapët, lluj. Kat., 2513. 
Djarag, Lamp., 2984. 

Djarak, Bulin., Uaj. Z. o. Bd™., .Tav., Mal., Mi- 
iiangk., Soeiul., 29S4. 

Djarak bang, .lav., 29S4. 
Djarak boedëg, .'uv., 1941. 
Djarak brama, .lav., 913. 
Djarak dalöm, Jav., 2984. 
Djarak djawa, Mal. 1'ul., 2984. 
Djarak djitoen, Soiml., 2984. 
Djarak gadjah. Mul., 21 «3. 
Djarak gëndolo, .lav., 1941. 
Djarak hoetan. Mal., 2163. 
Djarak kaliki, Balin., Sucnd., 2984. 
Djarak kaliki beureum, Socnd., 2984. 
Djarak kaliki bódas, Socud., 2984. 
Djarak këpjoer, .lav., 2984. 
Djarak klipës, Balin., 29H4. 
Djarak koesta, Vuig. Mal., 1941. 
Djarak kosta, Soind., 1941. 
Djarak laoet, M.al., 2011. 
Djarak malaka. Mal., 2984. 
Djarak mérah, Mal., 2984. 
Djarak njoeh, Balin., 2984. 
Djarak pagëh, Balin., 1941. 
Djarak pagër, .lav., .Mal., 1941. 
Djarak pati, o. .Tav., 1808. 
Djarak pati gëdó, ü. .Tav., 1807. 
Djarak pindjal, .lav., 1941. 
Djarak pipit. Mal., 806. 
Djarak poetih, -lav.. Mal., 2984. 
Djarak sapi, .lav., 2984. 
Djarak tjina, .Tav., 1941. 
Djarak wolanda. Mal., 1941. 
Djaranan, -luv.. 2826. 
Djaranang, Makas., 1016. 
Djarangaoe, Minangk., 22. 
Djarangó, Bat., 22. 
Djarèm, .lav., 1076. 
Djarëman, O. Jav., 3450a. 
Djarënang, Boeg., 1016. 
Djari ajam, Mal., 3405. 
Djari amboen, Minungk,, 1277. 
Djari araoen, Minangk., 1277. 
Djari bijawak, Mal., 3475. 



Djari boewaja. Mal., 3475 

Djariöng, Mjnungk . 2753. 

Djariëng hantoe, Minangk.. 2758. 

Djariëng-djariëng padang, Minangk., 1064. 

Djarijangaoe, .Minangk., 22. 

Djarijangó, -Mal. Bandj., 22. 

Djarik, Nmiuba, 785. 

Djarik langga, Soemba, 787. 

Djaring, Uaj. Lamp., .Mal. 1'al., Mal. Z. O. Born., 

275:), 27t;o. 
Djaring hantoe, -Mal. 1'al., 2753. 
Djaring toepai. Lamp., 2761. 
Djaringan <i. .luv, 457. 
Djaringan lanang, O. Jav., 1578. 
Djaringaoe, Sixud., 22. 

Djaroedjoe, .Vtjih, Balin., Bat., Minangk., 17. 
Djaroem-djaroem, Mal , 2620. 
Djaroem-djaroem batoe, .Mal., 2619. 
Djaroeni-djaroem b'ëtina. Mal., 2866. 
Djaroem-djaroem djantan, .Mal., 2943. 
Djaroem-djaroem hitam, -Mul., 726. 
Djaroem-djaroem mérah, .Mal., 1919. 
Djaroem-djaroem padang, Mul., 2620. 
Djaroem-djaroem paja. Mal., 2620. 
Djai'oemama, Buig., 2795. 
Djaromamang, .Makas., 2795. 

Djarong, .la\ , .Sucnd., 416, 2648. 

Djarong awèwè, .SücnJ., 1200. 
Djarong bódas, Suind., 417. 
Djarong boeboekoean, Swnd., 1012. 
Djarong boeboekoean lëmboet, Soond., 

1859. 

Djarong boentoet oetjing, Socud., 5)07. 
Djarong gödè, .Sj. nd.. 3252. 
Djarong kèmbang landëp, Socnd., 418. 
Djarong kónèng, Soiiul., 3253 
Djarong lalaki, s,,,nd., 3219. 
Djarong walanda, Soi-nd., 416. 
Djarong woengoe, Siend., 415. 
Djarong-djarong, -Mul. M.d., 1915. 
Djarongan, .lav., 416. 
Djasoe, Bulin . 13S. 
Djasoe bang, Balin., 139. 
Djasoe poetih, Balin., 142. 
Djasoen, Bulin., 138. 
Djasoen mirah, Balin., 139. 
Djasoen pingé, Bulin., 141. 
Djasoen poetih, Baliu., 142. 
Djatakè, .Swud., 489. 

Djati, Boig., Jav. Xg., Makas;., Mal., Socnd., 3309. 

Djati alë, Bwg., 2343. 

Djati areuj, Socnd., 2857. 
Djati bajawó, Maka*., 3309. 
Djati dorèng, Jav., 3309. 
Djati gëmbël, .lav., 3309. 
Djati kapas, .Snnd., 3309. 
Djati kapoer, Jav., 3309. 
Djati kéjong, Jav., 3309. 
Djati këmbang, Jav., 3309. 
Djati londa, Jav. Ng., 1708. 
Djati lënga, Jav.. 3309. 

Djati leutik, Socud., 3309. 

Djati minjak, Socnd., 3309. 
Djati ri, Jav . 3309. 
D.jati soengoe, Jav., 3309. 
Djati tanroe. Boeg.. Makas., 3309. 

Djati tèlo, liocg., 3309. 

Djati tjoetjoek, Socnd,, 3309. 
Djati walanda, Socud., 1708. 
Djati wëroet, Jav., 3309. 
Djatóë, .Vtjch, 3309. 
Djatoi, Atjch, 3309. 
DjatOS, Jav. Kr., 3309. 



35 



Djatos landi, .Tav. Kr., 170S. 

Djawa, Halin . 3193. 

Djawa sëmi, Balin., 3113. 
Djawan, .lav., 2.j78. 
Djawaras, -Mal., 3193. 

Djawawoet, Balin., .Tav., i^ueuil., 3113. 
Djawè, I>aj. 'l. o. Burn., 3193. 

Djawèr beureum, Soend., 8-44. 
Djawèr gëdè, Soind., 8i3. 
Djawèr goenoeng, Soend.. 841. 
Diawèr hajam, Suend., TO.ï. 
Djawèr kónèng, .Soeml., 839. 
Djawèr kótok, Sociul., 705. 
Djawèr kótok beureum, .Soend., 844. 
Djawèr kótok gëdè, SocucL, 843. 
Djawèr kótok goenoeng, Soind., 841. 
Djawèr kótok kónèng, Suend., 839. 
Djawi-djawi, Bueg.. Mnkas., Mal., 1510. 
Djawoera, Sueml., 1.5SS. 
Djëboeg aroem, Balin., 2382. 

Djèboek, Maduer., 3244. 

Djëdjawi, -Mal. Pal., 1510. 

Djódjèhan, O. Jav., 810. 

Djëdjëroekan, Soend., 25. 

Djëdjoewang, Mal., 884. 

Djëdjoewang boekit, ^lal., 1164. 

Djëdjoewang hidjaoe. Mal., 884. 

Djëdjoewang hoetan. Mal., 105. 

Djëdjoewang hoetan djantan, Mal., llfiö. 

Djëdjoewang mérah. Mal., 884. 

Djègang, Bat., 3550. 

Djègèng, Suend., 3110. 

Djégoeng, Bat., 3550. 

Djèh, (iaju, 1883. 

Djëhoek, Balin. Semb., 785. 

Djèïng, -MiJd. Snm., 2753. 

Djèkèng, Suend., 3178. 

Djëla, -Mal. W. Boni., 3513. 

Djèla-djèla, Tem., 2510. 

Djëlai, -Mal., 835. 

Djèlai baha, Daj. Z. O. Burn., 3550. 

Djëlai batoe, -Mal., 836. 

Djëlai poeloet. Mal., 835. 

Djèlamoen, -lav., 1277. 

Djëlantir, o. Jav., 1289. 

Djëlaroet, o. .lav.. 2188. 

Djèlatang, -Mal., 1987. 

Djëlatang ajam. Mal., 1555. 

Djèlatang badak, .Mal., 825. 

Djèlatang gadjah, Mal., 825. 

Djëlatang kèrbaoe. Mal., 825. 

Djëlatang manoek, .Vtjeh, 1555. 

Djèlatang roesa. Mal., 825. 

Djèlatëng, Sa.-*., 1987. 

Djëlatong, l.amp., 1987. 

Djëlatong harami. Lamp., 475. 

Djëlatong këbaoe, Lamp., 825. 

Djëlim, .Mjeh, 835. 
Djëliman, Sas., 2902. 
Djèloeï, .Midd. Snm., 3113. 
Djëloetoeng, -Mal., 1181, 1182. 
Djëloetoeng badak, Mal., 3275. 
Djëloetoeng laoet, -Mal., 1385. 
Djëloetoeng pipit, Mal., 1181. 
Djèlok, Hat.. 455. 
Djëlótoeng, Snm. W. K., 1182. 
Djömaka, Sa.^.. 322. 
Djëmakijan, Mal., 918. 
Djëmbirit, lav., 8282. 
Djëmbloek, Jav., 1351. 
Djëmëkijan, .Mal., 918. 
Djömoedjoe, Mal., B68. 
Djëmoedjoe djawa, -Mal., 608. 



Djëmpa, .\tjeli, 2295. 
Djènipang boemboe, Bonth., 1464. 
Djëmpina, Jav., 2539. 
Djëmpinis, Balin., 2226. 
Djëmpirangan, Balin., 2532. 
Djëmpiring, Balin., 1604. 
Djëmpiringan, Baliu., 2532. 
Djënipoet-djëmpoet, .Mal., 1034. 
Djënang, Balin., 2860. 
Djënar, Balin., Jav., 683. 

Djènggèr roempoek, O. Jav., 705. 
Djënggi, Jav., 2091. 
Djënggli, Jav., 2091. 
Djènggótan, Balin., 1387. 
Djënggótan rësi, Balin., 3419. 
Djënggótan rësi, Jav., 3419. 
Djèngkol, Jav., Soend., 2753. 
Djëngkot, Jav., Soend., 2629. 
Djënitri, Jav., 1217. 

Djënoe, Balin., Jav., 1061. 

Djëntik-djëntik, Mal., 1220. 
Djëntikan, .\tjeh, Sum. W. K., 1220. 
Djèntoengang, Boeg., 459. 
Djëpana, Jav., 1384. 
Djëpën, Balin., 877. 
Djëpën, Jav., 835. 
Djëradjil, Midd. Sum., 2704. 
Djërageh, Mal., 2051. 
Djëram, Jav. Kr., 785. 
Djërangaoe, Mal., 22. 
Djërënang, Daj. Samp., 1016. 
Djërëngéë, -4tjeh, 22. 
Djërig, Koeboe, 2753. 
Djërik, Soemlia, 785. 

Djërik langga, Soemba, 787. 

Djërikoe, Soemba, 785. 
Djëring, Jav., Mal., 2753. 
Djëring antan. Mal., 2754. 
Djëring balai. Mal., 2759. 
Djëring hoetan, Mal., 2758. 
Djëring mónjèt, Mal., 2755. 
Djëringo, Sas., 22. 
Djëring toepai. Mal., 2761. 
Djëringaoe, Mal., 22. 
Djëringaoe laoet. Mal., 1277. 
Djëringaoe padang. Mal., 3543. 
Djërnang, Baliu., 2860. 
Djërnang, .Mal., 1016. 

Djëroe, Sawoe, 785. 

Djëroe kébaoe, Sawoe, 791. 

Djëroe kiï, Sawoe, 786. 

Djëroe lèmoe, Sawoe, 788. 

Djëroe ngaa, Sawoe, 787. 

Djëroedjoe, Mal., 17. 

Djëroek, Balin., Jav. Ng., Mal. Batav., Soend., 785. 

Djëroek alit, Balin., 786. 

Djëroek amis, Soend., 787. 

Djëroek asem. Vuig. Mal., 792. 

Djëroek asem bësar. Mal. Batav., 792. 

Djëroek asem pandjang, Mal. Batav., 792. 

Djëroek bali, Jav., 791. 

Djëroek bantën. Mal. Batav., 788. 

Djëroek bódong, Jav., 792. 

Djëroek bókor, Jav., 788. 

Djëroek dalima, Jav., Soend., 791. 

Djëroek djamblang, Jav., 791. 

Djëroek djëpoen. Mal. Batav., 787. 

Djëroek djëpoen besar, Mal. Batav., 787. 

Djëroek djëpoen këtjil. Mal. Batav., 787. 

Djëroek djëpoen sëdang. Mal. Batav., 787. 

Djëroek gëdè, Soend., 791. 

Djëroek goeloeng, Jav., 791. 

Djëroek hideung, Soend., 793. 



36 



Djörook hondje, Sn.nil.. V'.Hi. 
Djèrook hondje gödè, Noincl . 71Mi. 
Djörook kapa8, Vul;;. M»l., Tsii. 
Djèrook këndi, s„,.n.l., 7'J7. 
Djëroek kèprok, .)»>., 7H7. 
Dièroek kingkip, Jav., :!.'177. 
Djëroek kingkit, .lav., 3877. 
Djëroek koewèk, .lav., 78». 
Djëroek lëgi, .lav., 7S7. 
Djëroek lèmó, Si.iihI., 786. 
Djëroek lëngis, Balin., 786. 
Djëroek lètèr, -liiv., 788. 
Djëroek limó, Bulin., 786. 
Djëroek limó, .SuinJ., 786. 
Djëroek limó gëdè, Socml.. 786. 
Djëroek lingkit, <•. Jav., 3377. 
Djëroek mana lagi, \ ulfr. Mal., 791. 
Djëroek manis, \ ulg. Mal., 787. 
Djëroek matjan, .lav., 7111. 
Djëroek mipis, Soend., 786. 
Djëroek nipis, .lav., Socml., 786. 
Djëroek pandan, Swml., 791. 
Djëroek pandjang. Mal., Baiav., 797. 
Djëroek papaja, \ ulg. Mal.. 79.'). 
Djëroek pëtjël, -lav., 786. 
Djëroek poeroet, .lav., .Suiiul., 796. 
Djëroek pompelmoes, Vuig. Mal., 791. 
Djëroek ragi, Suiiul., 7s8. 
Djëroek rawa, .hu., 791. 
Djëroek tangan, Mal. Baiav., 798. 
Djëroek tipis, \ ulg. Mal., 786. 
Djëroek tjina, Vuig. Mal., 788. 
Djëroek tjoetjoek, Sucml., 787. 
Djëroek tjóplok, Sucnd., 793. 
Djëroek trëngganoe, .lav.. 796. 
Djëroekan, i'. .luv., 334.">. 
Djèroeti, Sa>., 7'.)l. 
Djètèn, .lav., H'ia. 
Djeumpa, .\tjch, ai95. 
Djeumpa gadèng, -\tjili, 22%. 
Djeungdjing, Sucml., li!7. 
Djeungdjing laoet, Surml.. UI. 
Djeungdjing soenda, Sonul., 127. 
Djeuntir, Suiml., Iti4i!. 
Djeuntir badak, Socnd., 156. 
Djeuntir beureum, .Swiul., 1640. 
Djeuntir leutik, Sociul., 1640. 
Djeura, Atjili, 668. 
Djeura ëngkoet, -Vtjeh, 938. 
Djeura itam^ .Vijth, 24.ï9. 
Djeura maneh, .\ijih. 2HH. 
Djeura poetèh, .vtjch. 933. 
Djeureungèë, .Mjth, 22. 

Djhaa, .Maiiu.r., 33 iL'. 

Djhaba, .Ma.l.M-r., 3113. 
Djhaba binèk, Mailoir., 3113. 
Djhaba lakëk, Maduir., 3113. 
Djhaba palótan, Maclixr., 3113. 
Djhabalek, Kaug.. 3113. 
Djhaghoeng, Macluir. 3."iriii. 
Djhaghoeng boelir, \l:iili>n-., 3193. 
Djhaghoeng boerdak, Mailocr., 3.550. 
Djhaghoeng dhalima, .Mwluti-., 355(1. 
Djhaghoeng djhaba, .Ma.lui r. B., 3113. 
Djhaghoeng ghaltèk, .Mailun-., 35.50. 
Djhaghoeng mèra dabër, .Madoer., 3550. 
Djhaghoeng mèra lëkas, -Madoer., 3550. 
Djhaghoeng palótan, .Maducr., 3550. 
Djhaghoeng pótè dabër, Maducr., 3550. 
Djhaghoeng pótè mènjan, Maduer., 3550. 

Djhaï, Maducr.. 3.')56. 
Djhalabi, Madoer., 3312. 
Djhambhoe, .Madoer., 1314. 



Djhambhoo bhèndër, M:id..c,.. 2>^r,2. 
Djhambhoe bhèndër bhali, Madoer., i>86i'. 
Djhambhoo bhöndèr dhadhoo, Madoer., 

Djhambhoe bhöndër malókok, .Maducr., 

Djhambhoe bhcndër mèra, Madoc-r., 2>s62. 
Djhambhoe bhèndër potè, .Madoer., 2K62. 
Djhambhoe bighi, Maducr. s., ijhiji. 
Djhambhoe bighi èng-dakè, .Madoer., 2Ht\2. 
Djhambhoe bighi ghalighi, .Madoer., 2S62. 
Djhambhoe bighi lómot, Maducr., 2862. 
Djhambhoe bighi lóngon, .Mailocr., 2862. 
Djhambhoe bighi malókok, Madoer., 2H62. 
Djhambhoo dharsana, Maducr., 1337. 
Djhambhoe ir, Mud. .er.. 1315. 
Djhambhoe ir bhiroe, Maducr., 1315. 
Djhambhoe ir èng-niawar, .Madoer., 1315. 
Djhambhoe ir mèra, Maducr., 1315. 
Djhambhoe ir pótè, .Maducr., 1315. 
Djhambhoe kalanipok, Maducr., 1322. 
Djhambhoe mónjèt, Maducr.. 212. 
Djhambhoe mónjèt mèra, .Maducr., 212. 
Djhambhoe mónjèt pótè, Maducr., 212. 
Djhambhoe wir, Ma.l.«r.. 1315. 
Djhambhoe wir bhiroe, 1315. 
Djhambhoe wir èng-mawar, .Madoer., 1315. 
Djhambhoe w^ir mera, .Ma.luir., 1315. 
Djhambhoe wir pótè, .Maducr., 1315. 
Djhambhoe pongkak, Jladocr., 2651. 
Djhamó rèmpës, .Madmr., 2111. 
Djhamó rimpës, Ma.luir.. 2111. 
Djhamor, Kaug., 1573. 
Djhampé, Ma.lucr. I'., 519. 
Djhangghar adjam, Maducr.. 705. 
Djhangkang, Ma.l.icr., 3234. 

Djhanglè, .Madwr., 835. 
Djharak, Madoer., 916. 

Djharangó, Madoir., 22. 
Djhariboek, Madoer., 3562. 
Djharijamgo, Kaug., 22. 
Djharoedjhoe, Maducr., 17. 
Djhatè, Maducr., 33ny. 

Djhatè pasèr, Madoer., 3056. 
DjhënÓ, Ma.lucr., 1061. 
Djhëroek, Maducr., 785. 

Djhëroek dhoergha, Madoer. P., S., 786. 
Djhëroek kantjèng, Madoer. S., 3377. 
Djhëroek labaj, Ma.L.ir., 786. 
Djhëroek lènglang, Madoer., 796. 
Djhëroek manès, Ma.lucr., 7»7. 
Djhëroek matjan, Madoer., 791. 
Djhëroek pëtjël, Ma.loer., 786. 
Djhëroek pórot, Ma.l.ur., 796. 
Djhëroek rantè, .Maducr B. I'., 3377. 
Djhëroek tjèna, Madoer., 788. 
Djhila bhadja, .Maducr., 2.501. 
Djhila kërbhoej, Madoer., 1447. 
Djhintèn, .Ma.l..cr., 66S. 
Djhintën èrëng, Maduir.. 2459. 

Djhintën pótè, Madoer., 938. 
Djhirëk, .Ma.L.cr., 3268. 

Djhoeroedjhoe, .Madoer., 17. 
Djidjawi, Aijd., 1510. 
Djijor, Bal., B89. 
Djilatang, .Minangk., 1555, 19S7. 
Djilei, .Midd. Suiii., S35. 
Djina, .\ruc, 425. 
Djingkat, o. Jav.. 1994. 
Djinitri, .lav.. 1217. 

D|inta, Biuian., 6US. 
Djintaan, Mal. \V. Buni., 3513. 
Djintaan arang, Mal. \V. Bom., 2247. 



37 



Djintaan èntimoen, Mal. U. Bom.. 2029. 
Diintaan köra. Mal. w . Bum., 3515. 
Diintaan lèmah. Mal. W. Boni., 224S. 
Djintaan sèrapat, Mal. \V. Born., 3517. 
Djintaan aoosoe, Mal. W. Boin., 3515. 
Djintan, Mal., fiiis. 
Djintan hitam, Mal.. 245'J. 
Djintan manis, Mal., 2701. 
Djintan oetan, Mal. .\mli., 221. 
Djintan poetih, Mal., y3H. 

Djintang, Bnc!;., Maka--<., 66S. 

Djintang kèbo, Alaka.*., 'J38. 
Djintang lélèng, Maka.*., 2459. 
Djintang lótong, BoeR., 2459. 
Djintang poetè, Boeg., 938. 
Djintën, .i.iv.. Soind., 668. 
Djintèn bódas, Soond., 938. 
Djintèn hideung, Sopiul., 2159. 
Djintën irëng, .lav., 2459. 
Djintën poetih, -lav., 938. 
D'jirak, .lav.. Sn.-iui.. 3268. 
Djirak, Mal., 1391. 
Djirak beureum, Socnd., 32S8. 
Djirak boeloe, s„em\., 3268. 
Djirak hideung, Sneml., 3269. 
Djirak möloewo, -lav., 3269. 
Djirak prit, lav.. 3268. 
Djirak sapi, Soind., 3269. 

Djirëk, Balin.. .lav., 3268. 

Djirönang, l'aj. Kat., 1016. 
Djitah, Mal., 3513. 
Djitahan, Mal., 3513, 

Djitèn, l.arn]i. Al)., 945. 
Djitoen, So.nd., 2673. 
Djiwat, Mal.. 1329. 

Djiwat padi, Mal., 1329. 

Djodjo, 'av.. 2260. 
Djoodjoe, 'I. .lav., 2260. 
Djoedjoeloek, Snrnd., 2576. 
Djoedjoetan, Balin. Ki-., 1329. 
Djoegidjoegan, Socnd., 2973. 

Djoegoel, S(jnnd., 1260. 
Djoehar, Madoor. B., 689. 

Djoek, -\tj.li. 322. 

Djoekoek antjing. Lamp., 2313. 

Djoekoek përing, Lamp. Ab., 282. 

Djoekoek töki, i.ain|i.. 1969. 

Djoekoet babawangan, Socnd., 1394, 1543, 

2555. 

Djoekoet babawangan gëdè, Socnd., 1293. 
Djoekoet babawangan leutik, Soeml., 1292. 
Djoekoet bajondah, Snend.. 1204. 
Djoekoet baoe, Sncnd., 186H. 
Djoekoet beubeunteuran, Soend., 1904. 
Djoekoet bibitoengan, Socnd., 1283. 
Djoekoet boeloe mata, Soind.. 974. 
Djoekoet boeloe mata keujeup bódas, 

Su<-nd.. 343'.). 

Djoekoet boeloe mata lëmboet, .Soeud., 985. 
Djoekoet boeloe mata moending, Soind., 

9112. 

Djoekoet boengboengdèlan, Socnd., 1968. 
Djoekoet boentoet sèró, Socnd.. 1946. 
Djoekoet bórang, Sucnd.. 2313. 
D.joekoet djadjagóan, Socnd., 2578. 
Djoekoet djampang, Socnd., 1259. 
Djoekoet djoedjoeloek, Socnd.. 2576. 
Djoekoet dongdóman, Socnd., 224. 
Djoekoet ëmas, Socnd., 2647. 
Djoekoet gèwor, Socnd., 232. 

Djoekoet hèdjó, Socnd., 3563. 

Djoekoet iboen, Socnd., 1172. 
Djoekoet kakalapaan, Socnd., 458. 



Djoekoet kakasoeran, Socnd., 2829. 
Djoekoet kakawatan, Socnd.. 970. 
Djoekoet kasimoekan, Socnd , 1172. 
Djoekoet kawasa, Socnd., 519. 
Djoekoet kikisan, Socnd.. 2987. 
Djoekoet lalampoejangan, Socud., 2609. 
Djoekoet lètah hajam, Socnd., 2847, 3202. 
Djoekoet lilisoengan, Socnd., 976. 
Djoekoet lilisoengan gëdè, Socnd., 2196. 
Djoekoet lókot mata, Socnd., 335. 
Djoekoet majang, Socnd., 982. 
Djoekoet majang leutik, .Socnd., 979. 
Djoekoet malèla, Socnd., 1746, 2580, 2807. 
Djoekoet mamarakan, Socnd., 1205. 
Djoekoet mandël, Socnd., 47. 
Djoekoet mandël bódas, Socnd., 48, 
Djoekoet mandjah, .Socnd., 3331. 
Djoekoet mandjah beureum, Socnd., 251. 
Djoekoet mandjah bódas, Socnd., 3331. 
Djoekoet mandjarakan, Socnd., 1286. 
Djoekoet mata keujeup, Socnd., 482, 2209. 
Djoekoet mata keujeup bódas, .Socnd., 3439. 
Djoekoet moelés, Socnd.. 1076. 
Djoekoet njènjèrèan, Socnd., 3217. 
Djoekoet njère, Socnd., 1906. 
Djoekoet paït, s.icnd., 2610. 
Djoekoet pajijas, Socnd., 2794. 
Djoekoet palijas, Socnd., 2794. 
Djoekoet patoek gagak, Soeud., 860. 

Djoekoet pëntol, Socnd., 1545. 

Djoekoet pin^ping kasir, .Socnd., 2608. 

Djoekoet pórosot, Socnd., 2796. 

Djoekoet prasman, Socnd., 1384. 
Djoekoet ramó kèkès, Socnd., 2608. 
Djoekoet reungit, Socnd., 2485. 
Djoekoet sakti, Socnd., 2410. 
Djoekoet sareuni, .Socnd., 1006. 
Djoekoet sèsèrèhan, Socnd., 227. 
Djoekoet sètan, Soend., 2796. 
Djoekoet singkir, Soend., 2511. 
Djoekoet siraroe, Soend., 2492. 
Djoekoet sisir, Soend., 2495. 
Djoekoet tambaga, Soend., 1907. 
Djoekoet tambaga bódas, Socnd., 2580. 
Djoekoet tambaga gëdè, Soend., 3218. 
Djoekoet tambaga leutik, Socnd.. 1285. 
Djoekoet tapak boeloe, Socnd., lioo. 
Djoekoet tapak djalak, .Soend., 970, 1098. 
Djoekoet tapak gëdè, Soend., 1099. 
Djoekoet tijara, Socnd., 3213. 
Djoekoet tjalingtjing, Soend., 2523. 
Djoekoet tjaroelang, Socnd., 1259. 
Djoekoet tjórong, Socnd., 21. 
Djoekoet tótongoan, Soend., 2588, 3023. 
Djoekoet walèt, Socnd., 2104. 
Djoelang, lav., Soend., 2536. 

Djoelang babi, Jav., 68. 
Djoelang sëpat, .Tav., 68. 

Djoelèh, Balin., 629. 

Djoeloeïk-djoeloeïkhantoe, Minangk., 2845. 
Djoeloeng-djoeloeng, Bal., 223. 
Djoeloeng-d.ioeloeng, Mal., lio, 
Djoeloeng-djoeloeng boekit. Mal., 2875. 
Djoeloeng-djoeloeng djantan, Mal., 3498. 
Djoemoe toefa. Tem., 2497. 
Djoemoedjoe, Atjch, 668. 

Djoempai, Boeg., Makas., 2796. 
Djoeng, Bat., 3550. 
Djoengdjoeng boekit, Bat., 35. 
Djoengga, Bat., 788. 

Djoenggoel, Balin., o. .Tav., 1260. 
Djoental, Socmbawa, 434. 

Djoenti, .lav., 1101. 



38 



Djoenti, Sinnil,, 1104. 
Djoeöek, liulin.. 7S5. 
Djoeöek klanjwag, Balin., 7S)2. 
Djoeöek linglang, Bnlin., 7»6. 
Djoeöek manis, Balin., 787. 
Djoeöek moentis, Balin., 7U1. 
Djoeöek poeroet, Balin., 7'JC. 
Djoeragan, Bat., 3111. 
Djoeragi, Bat., 2051. 
Djoerang, -lav., 3-1.58. 

Dqoerè, Socn.1., 1S22, 2452. 

Djoerè beureum, Socml., 2452. 

Djoerè bódas, Suend., 2452. 
Djoeria, (iurorn, (ioront., 1180. 

Djoeroedjoe, Atjeh, 17. 

Djoes, Laiiip. Ab., 240. 
Djoewa, -Miuangk., (W\). 

Djoewang-djoewang, Mal.. ss4. 
Djoewang-djoewang boekit. Mal., 1164. 
Djoewang-djoewang hidjaoe, Mal., 884. 
Djoewang-djoewang hoetan, Mal., 105. 
Djoewang-djoewang hoetandjantan, Mal., 

111)5. 

Djoewang-djoewang niórah. Mal., 884 

Djoewar, Jav., Soend., .\lu(l(.ir. P. S., ü89. 

Djoewawoet, .hu., 3113. 

Djoewët, Balin., .lav.. Mal. Batav., 1329. 

Djoewët manting, O. Jav., 1339. 
Djoewët mintjid, Balin., 1329. 
Djoewët nasi, Balin., 1329. 
Djoewët rèntèng, Balin., 1329. 
Djoewët sapi, .lav., 1329. 
Djohar, .Mal., 089. 
Djok, Atj.h, 322. 
Djolang, Jav., 2536. 

Djolé, Alf. 'l'uni., 3550. 

Djólok hantoe. Mal., 2845. 
Djombèng, Sa.s., 2501. 
Djongè, Suend., 1268. 
Djongè areuj, Soind., 470, 1730. 
Djongè beureum, Sotml., 1268. 

Djongè bódas, .Soend., 1269. 

Djonggoe, liu. 936. 
Djoni, Bat., 1061. 
Djontikan, Bat., 1220. 
Djoring, Bat., 2753. 
Djornang, Bat., 1016. 

DjOS, Balin., 1084. 
Djotan, Bat., 3513. 
Djótang, Soend., 3209. 
Djótang badak, Soend., 3203. 
Djótang gëdè, Soend., 3211. 
Djótang goenoeng, Soend., 3504. 
Djótang lëmboet, Soend., 3212. 
Djra, Atjoh, 66S. 
Djrakah., Jav., 1530. 
Djroengga, Balin., 791. 
Dlingsëm, Jav., 1816. 
Dlisëm, Jav., 1816. 
Dloengdoeng, Balin.. 1302. 
Dloengdoeng djoekoet, Balin., 1302. 
Dloengdoeng poedah, Balin., 1302. 
Dloengdoeng prit, Balin., 1302. 
Djoengdoeng tèngèl, Balin., 1302. 
Doajoe, Air. Min. T. L., 108. 

Doboe, Biman., 3011. 
Doboe ragi, Biman., 3011. 
DobOtaboe, Sawoe, 24S7. 
Doda, .UI' Min. Tonsaw., 1301. 
Dodiliboe, Alf. N.O. Halm., 3010. 
Dodótènge, Alf. N.O. Halm., 532. 

Doedèpoe, (Joiont., 1301. 
Doedi, Alf. Min. T. S., 831. 



Doedi köroet, Alf. Min. T. S., 831. 
Doodi ragi, Air. Min. T. S., 831. 
Doedi rato. All'. Min. T. S., 1765. 
Doedi wèrot, Alf. Min. T. S., 831. 
Doedoek, Jav., 2109. 
Doedoek, .Mal Batav., 1077. 
Doedoek agoeng, Jav., 2109. 
Doedoek gëdè, Jav., 2109. 
Doedoek rajap, Jav., 2109, 3098. 
Doedoelan, Jav., 3056. 
Doedoerènan, Soend., 2774. 
Doehët, Balin. Kr., 1329. 
Doehoet oma, Bat., 2585. 
Doehoet padang. Bat., 1259. 
Doehoet pimping. Bat., 3191. 
Doehoet rija-rija. Bat.. 3563. 
Doehoet sambó. Bat., 125s. 
Doehoet soeri-soeri. Bat., 2194. 
Doeïoenoe, (ioront. . 2736. 
Doejan, Daj. Law., 1180. 
Doekoe, Jav., Madoer. P. S., Mal., 1983. 

Doekoeh, .Sc.end , 1983. 

Doekoeng anak. Mal., 2670. 

Doekoeng anak mérah. Mal., 2686. 

Doekoet djarëm, Jav , 1076. 

Doekoet karètkèt, Alf. Min. T. s., 1906. 

Doekoet karètkèt lëmpad, Alf. Min. T.S., 712. 

Doekoet këkompóën. Alt'. Min. T. S., 2313. 

Doekoet maléla, o. Jav., 2032. 

Doel, Bnl. Munic. 1180. 

Doelang, Bal , 2984. 

Doelang djai, Bat., 2984. 

Doelang sontak, Soend., 1856, 3028. 

Doelang-doelang, Bat., 2984. 

Doelang-doelang, Mal., 289, 1647. 

Doelang-doelang, Minanijk., 1647. 

Doelang-doelang batinó, Minangk., 3190. 

Doemoe, Biman.. 949. 

Doemoe koentji, Biman., 1612. 

Doemoet, Air. Min: T. S., 2363. 

Doempajang, Alf. Min. Tonsaw., 3313. 

Doempijas, Air Min. T. S., 379. 

Doempijas tariïs, AU'. Miu. T. S., 380. 

Doempijas toewama, Alf. Min. T. S., 379. 

Doengga, Biman., 785. 

Doengga 'ntjija, Biman., 786. 

Doengkow, Air. .Min., 918. 

Doengoe, Air. Min. Ponos., 1783. 

Doengoen, Mal, 1783, 3306. 

Doengoen boekit, .Mal., 1784. 

Doengon, Aijeh, 1783. 

Doental, Sas., 4S4. 

Doepa ratoes, Sa.*., 228. 

Doeranaa, Gorom., 1180. 

Doeren, Balin., .Tav., Mal. Batav., 1180. 

Doeren boengkik, Jav., 1180. 

Doeren sëkëtan, .Mal. Batav., 1180. 

Doeren sitëroeboek. Mal. Batav., 1180. 

Doerènan, Jav., so. si. 

Doerènè, Alf. iiiia, 1180. 

Doerèno, Air. Har.. 1180. 

Doeri kërbhoej, Madoer., 332. 

Doeri pókak, Madoer., 647. 

Doeri tjèntong, Madoer., 2501. 

Doeri tongkok, Madner. S., 2501. 

Doeri tongkok bató, Madoer. B., 2501. 

Doerija, Biman.. Nia.<, 1180. 

Doerija oelondra, Nias, 245. 

Doerijan, Kciclioe. Mal., Minangk.. 1180. 

Doerijan boeroeng, Mal.. 1179. 
Doerijan daoen, .Mal, 1178. 
Doerijan hadji, ^lal., 485. 
Doerijan laoet, Mal., 508. 



39 



Doerijan oetan, Mul., 15t. 
Doorijan tanah, Mal.. HTS'. 
Doerijan tèmbaga, M»I., 1180. 
Doerijan tënggajoon, .Mal., 11*0. 
Doerijan toepai, Mal., S(i2. 
Doerijan-doerijan, Mal., •l>^.ï, 
Doerijan-doerijan, Mal, Pal., 2.")',)^!. 
Doerijang, Bu's., Makas,, Mal, Mol., 1180. 
Doerijang gadjah. Mal. Mol,, 1180. 
Doeroe-doeroe, Nias, im. 
Doeroek-doeroek, Lamp., 2222. 
Doesa, lialin., l'.its, 
Doesa aja, Balin.. 1048. 
Doesa këling, lialin., 1U48. 
Doesa tjëmëng, Balin., 1948. 
Doewa, Hiinan., ioiil, 
Doewadjëng, Balin., 1407. 

Doewé, Binian., 1329. 

Doewé, .Sawoe. 484. 

Doewët, .lav., 13:39. 

Doewët manting, o. ,lav., 1329. 

Doewët sapi, Jav., 1329. 

Doewojan, -\lf. Miu. Bant., 1180. 

Doja, .lav., 1186. 

Dok, .lav., 3238. 

Dóki-dóki, Tcrn., 3.')l.ï. 

Dókó, -\lf. X. O. Ilahn., Tciu., 316. 

DokO, -Madoir, B., 1983. 

DÓkÓtO, Alf. N. W. Halm,, 310. 



Dolipoga, Bol, Moug,, 2906, 
Dolipoha, .\ir. Min. I'onos., 2906. 
Dólog, .Suinil., 3371, 
Domdónian, Balin., .lav., 224. 
Dompjong, O. Jav,, 1347. 
Don tal, Balin, 8cmb,, 4814. 

Dongdóman, Socml., 224, 
Dongdong, Bat,, 1475, 

Dongè-dongè, Boei?., Makas., 1694. 

DÓÖ, Kolin., 1309. 

Doöe, Torn., .ïl2. 

Dopoe, Soloi-, 1301. 

Dorami, .\lf. Min. I'onos., 2.i05, 3017. 

Dórè, MailoiT., 3066. 

Doringoe, IMal. Men., 23. 

Doringoe mérah, Mal. Men., 22. 

Doringoe poetih, Jlal. Men., 22. 

Dórófoe, Tem., 1973. 

DÓWÓra, -\ll'. Halm., Tern,, 68, 

Dówóra komé-komé, .\lf. Halm., Tern,, 68. 

DÓWÓra naka, Alf, Halm,, Tern,, 68. 

Dówóra papoewa, Alf. Halm., Tern., 68. 

Draboesèt, Jav., 2616. 

Drégèl, .lav., 3.) 19. 

Dringo, Jav., 22. 

Dringsën, Jav., 1816. 

Droedjoe, Jav., Soend., 17. 

Dwangga, Balin., 1084. 



Eba, Knggano, 1892. 
Èbaë, Knggano, 2181. 
Ébo, Alf. Boer., 3000. 
ïlbok-ébókë, Enggano, 936. 
Èdhoek, Kang., 322. 
Édiboetoe, Alf. 7,. Cer., 1883. 
Édja, Bimaii., 847. 
Èdja wiloe, Biman., 847. 
EdjOS, Sas., 1084. 
Èèfë, Knggano, 2487. 
ÈèfÓ, Knggano, 2487. 
Éër, Kei, 1107. 
Éér mabal. Kei, 2181. 
Éër maw. Kei, 1892. 
Éëra, Tenimbar, 2289. 
Éërë, Sirmata, 404. 
Èfaïno, Knggano, 945. 
Efok, Knggano, 830. 
Éhaé, .Vlf. Z. Cer., 2078. 
Èhing, Jav., 690. 
Èhoboe, Kngsano, 338. 
Éhoe, Kndeh, 315. 
Éljë, Knggano, 557. 
pjobë, Knggano, 584. 
Èkam, Tim., 2557. 
Ékas, .Sas., 1079, 

Ekbaak, Kei, 2458, 

Ékè, Knggano, 785. 
Ékor andjing, .Mal., 3407. 
Ékor angin, .Mal., 2773. 
Ékor bölangkas, .Mal., 1671. 
Ékor koeda, .Mal., 3448. 
Ékor koetjing, Mal., 1183, 3406. 
Ékor toepai, .Mal., 3407. 
Ékor toesa, Mal. .Men., 13. 



Èla, Soend., 203. 

Élak-élak, Sas., 152. 

Élan, Alf. Z. Cer., 1107. 

Élan poeti, Alf. Z. Cer., 1120. 

ÈlO, Jav., 1477, 

Éloe, Tim., 1395. 

Éloesan, Alf. Min., 2677. 

Èloesan lm bolai, Alf. Jlin. T. r., 2187. 

Éloesan ing kawok, Alf. Min., T. L., 2187. 

ÈlOt, Balin., 541. 

Èmai, :\lidd. Snm., 2460. 

Èmat, Sas., 539. 

Èmbadjéng, .Tav. Kr. D., 683. 

Ëmbai, Mal., 2185. 

Ëmbalaoe, Mal., 1184. 

Ëmbalo, Jav., 683. 

Ëmbaaang, Bat. Dair., 2175. 

Ijmbatjang, >Hnangk., 2175.. 

Èmboeloeng, Sas., 1694. 

Émboen, Midd. Sum., 698. 
Èmbok-ëmbókan, Balin., 21U. 

Émbong, -Makas., 464. 
Émbong lompó, Bonth., 526. 
Èmè, Bat, 2512. 
Èmè, Sangi, 2512. 

Èmè sipoeloet, Bat., 2513. 

Émès, Soend., 2106. 
Èmpag, Balin., 1402. 
Èmpëdoe tanóh, Atjeh, 939. 
Èmpëk, Atjeh, 847. 
Èmpëk sëngéë, Atjeh, 847. 
Empëlam, -Mal., 2169. 
Êmpëlam babi, ^lal,, 3315. 
Ilmpëlas, Mal, 1102, 1514. 
Èmpëlas akar, Mal., 3321. 



40 



Èmpèlas babi, Mal.. 1">H. 
Ilmpëlas batang, Mul., l-ïl-i. 
Empèlas gadja. Mal., :i82:<. 
flnipölas hari, Mal , Ihs. 
igmpclas hari bötina. Mal., '.i'Mi. 
^mpèlas harimaoe. Mal.. Xii'i. 
Empèlas pootih, Mal., 3322. 
Èmpèlas tikoes, .Mal., 3322. 
Empèlas wangi, Mal., 187. 
:|;mpëléboe paja, .XijrU, 181S. 
Empëning, Mal.. 2'Jll. 
Empiëng ara, .Mjrh, 27.'>1. 
^mping-ëmping, Haliu.. 27.">1. 
Empoeraoe, Mal W . Hith., lli'.i. 
:pmpo8, o. •Ia\., 12(111. 
^mprak, Jav.. 7.i.>. 
jpmprit-ömpritan, o. .lav., 2589«. 
Emsohen, .\lf. Boir., 220."). 
EmSOÏn, Alf. Boer., 220.). 
^n, Kei, 1107. 

Enaoe, Mal.. 322. 

Èndèr, Mal. Balav., 233. 

ï!ndèr, Soiiid., l.ïfiO. 
igndjëlai, Mal., s.i.-,. 
l^ndog-öndógan, .lav., 3.i2.ï. 
Endog-èndógan, o. .lav., 967. 
!Èndol-éndol, •lav., 27.il. 
Endong, ■Ui\.. 884. 
Èndong sili, i.iv . RSl. 
Èndong woengoe, .lav., ss4. 
Enèhö, Kngïaiui, nol. 

EnèhO, KllKHann, 1301. 

Ilngaa, Ma,l„(i-., I(;fi3. 
Enggalating, SanKi. 1987. 
lÉngghoe, Madnci-.. 300(i. 
Engkabang, Mal. W. Boni.. 1823. 
Ëngkan, \ir Min. T. s., 2.512. 
Ëngkan poedoet, .\lf. Min. T. .s., 
Engkaras, Mal., 2k3. 
Èngkawang, Mal. \V. Bdin., 1823. 
Ëniboeng, Mal.. 2487. 
Enjoe, Oaj. B., 830. 
Ènjor, Madoer. B., 830. 
Ëntal, Balin., .lav., 484. 
:§nté, (ioruut.. 188.5. 
Entimoen, Mal. W. Bom., 934. 
lEntjèng-èntjéng, .lav., 1723. 

!|lntjoeng, .la\. Imlram.. 3l()9. 

!|!ntoerijan, simalocr, 1180. 
Entoet-ëntoet, Sas., 2533. 



513. 



Ëntoet-èntoetan, .lav., 1999. 

Èntong, <l. .lav., 2.500. 
EÓ, Nias l.t42. 
Eodoe, Krijijrano, 2343. 
Eoefè, KnuKano, 315. 
Eoepo, Kntrgano, 315. 
Eoewa, Kncpano, 546. 
ÈokiO, Kngjtano. 2169. 
Eoroe, Knötann. 2343. 
Èpoeng, .lav., 1092. 

Epok, Klii;i,'alln. 8:i0. 

^pokèjak-kèjak, Knugano, 847. 
Epring, .la\. N^;.. 404. 
ilrang, Socnd.. 2487. 

Erèng, Madocr., 118. 

Ergoeló, Balin., .Madocr. B., 2986. 

Éri, .\li. Z. ('iT., 1883. 

Ërmawa, Balin., 2986. 

Èrmawar, lav., 2986. 

Éro hoak-hoak, Knggano, 2911. 

Èroba, V.nitil:u\a. 584. 

:groe, Mal.. 1198. 

Eroo bookit, Mal., 1010. 

iglroehoetoeï, .\lf. Z. (>r., 1883. 

Esèhi, Wclar, 2358. 
Èsèm, All'. Min. Tonsaw.. 451. 
Ésilatoe, .Mf. Z. Or.. 2984. 
Ësiratoo, .\lf. Z. i:cr., 2984. 

Eslait, Alf. BoiT., 2899. 
^iïsnó, Ki*ar. 218. 

Eso, •iii\., 1671. 
Éstri, tl. .lav., 1816. 
!^ta-Óta, Alf. X. I.aoct, Sap., 135. 
Etal, .lav.. 4S4. 

Étang-ètang, Bonth., 9. 

^tè, -Madocr., 595. 
Etèh, .lav., 595. 
ÈJtjèng, Socnd.. 2339. 
Etjéng gëdè, Somd., 2337. 
Etjèng gèndjèr, Socnd.. 3016. 
Etjéng lalaki, Socnd.. 1851. 
Etjèng lömboet, .^ocnd., 2338. 

Étoe, Air. Z (er., Goroin., 847. 

Étoe wakal, Alf. Z. Ccr., 847. 

i^ltólio, Nias, 1148. 
Etom, .lav., 1885. 
Eurih, Sncnd., isss. 
Eurih gëdè, Socnd., 3012. 
Éwan, Kei, 404. 



Fachè, Nias, 2512. 
Faha, Watoeli., 2512. 
Fakoe, Biman., 1537. 

Fanasa, Aroc. 2358. 
Fanda, Biman., 2557. 
Fanda dipi, Biman., 2558. 
Panda nièngi, Binmn., 2569. 
Fanda pandal, Biman., 218. 
Fanili, \.lc talen. 3.HI. 
Faoe, Tim., 1799. 
Faré, Himan., 2512. 
Faré kèta, Biman.. 2513. 
Farkia, .\. (iuiu. Noemf., 1107. 



Fas, N. Onin., 2512. 
Fasinaan, fïorom., 3550. 
Fëkakek, Mal. Tim., 1278. 
Fótó-fété, 'rcrn., 905. 
Fètèng, Air. Boer.. 3113. 

Fètèng mëha, Alf. Boer., 3113. 
Fètèng niitèn, Alf. Bo<r., 3113. 

FétO, -Nias, 322. 
Fi, Kolin.. 1SS3. 

Fika-flka, Tcni.. 2150. 
Fino, Niis. 315. 
Fino béloe, Nias, 315. 
Fino bowo, -Nias, 315. 



41 



31.-1 



■>-m:i. 



Fis, N. ('iiiu. + K., ö39. 
Fisa, Teni., 708. 

Fitakó, 'IVin., 5sn. 
Foea, \lf. Bdoi-., :iir>. 
Foea poon, Alf. Boit. 
Fooat, Alf. Bun-., iWü. 
Foeat poen, Alf. Hmr. 
Foedi, Waicil)., 23(11. 

Foeè, Tim . L'litil. 

Foeè kasè, 'l'ini., ixi. 
Foeè noetoe, Tiin., 266;i. 
Foefoeè, Kotiu., Sfifil. 
Foefoeè ina, lioiin., 2S4. 
Foefoeè loetoe, Kotin., itiOo. 



Foeó, 'IVrn.. :;fi63. 
Foorookoowè, Enggano, 2717. 

Foetoe, Mul. Men., 3113. 

Fofaoe, AH. X. O. lliilm., MM. Mul., Tei-n., 125. 

FÓfÓki, IViM.. 316!). 

Fóki-foki, MM. M.ii.. 31ii'.l. 

Fóki-fóki oetan, Mul. Men., 3166. 

Fóki-fóki popoloeloe, Mal. Men., 3169. 

Fom, \. liuiii. 4 K., 97'1. 

Fom kajaoe, N. (iuiii. ■* R., 974. 

Fombora gafo, Nias, int. 

FOÓ, lüniaii., 2169. 
Foria, .Nias, 2336. 



G. 



Ga tèlik, lav., 3. 
Ga toentèng, .lav.. 42. 
Gaaniër, r.oium. 3396. 
Gabang, Haj. Z. u. Boin., 887. 

Gabi, Alf. N. o. Halin., 1935. 
Gabi, IVrn., 3396. 
Gaboesan, Sornd.. isu. 
Gaboesan, Vuig. Mal.. 3().'j6. 

Gadang, Daj. Samp., 665. 
Gadël, .lav.' 2310. 3343. 

Gadëló, la^.. 1664. 

Gadih batiëh, Minangk., 3233a. 
Gading, Mal.. 1142, 2653. 
Gading bètina. Mal., 272. 
Gading djantan. Mal., 3526, 
Gading gadjah. Mal., 12'.)ii. 
Gadjambang, 13ai., 2751. 
Gadiihan, .lav.. 3219. 
Gadjihan abang, <>. .lav., 2848. 
Gadjoe, Lamp., 212. 
Gadjoes, Mal., 212. 
Gadjoes hoetan. Mal., 1053. 

Gado, Alf. .\. O. Halm., 708. 
Gadoe, Biman., 1114. 
Gadoeëng, Minangk., 1114. 

Gadoeëng tjina, Minangk., 3156, 

Gadoeng, Balin,, .lav.. Mal,, Socud,, 1114. 
Gadoong, Boig., Makas,, 3156, 

Gadoeng djaé, Balin. Scmh., 1114. 
Gadoeng kastoeri, Balin., 1114. 
Gadoeng kötan, lav,, 1114. 
Gadoeng koening, Jav., 1114. 
Gadoeng malati, Balin., 1114, 
Gadoeng tikoes, Mal,, 3158, 
Gadoeng tjina. Mal., 3156. 
Gadoeng tombong, Balin., 1114. 
Gadoengan, <i .lav, 2858. 

Gadog, S,„n(l . 459. 

Gadong, Alj.li, Bal., Daj, '/,.(). Buni., 1114. 

Gadong adong, .\i.iih, 1114. 
Gadong balaka, Bai., lilt. 
Gadong djalor, liai . 1114. 
Gadong djoeroer. Bat., 2181. 
Gadong goja. Bat, lilt. 
Gadong holi-holi. Bat., lilt. 
Gadong kajoe, i.aj.i, 21 hi. 
Gadong lèkat, Ai.j.h. uu 
Gadong oor, Ai.j. h. 1 1 1 1. 
Gadong pira ni manoek, Bat., 1114. 



Gadong rambe, Bat., 1114 
Gadong raniping, Bat., 1114. 
Gadong si apoer, Bat., 1114. 

Gaë, Nias, 2361. 

Gac 'ndroeöe, Nias, 2359. 
Gaéló-gaèlé, .Mas, 2661. 
Gagaboesan, Soend., 1945, 3056. 
Gagakan, .Jav., 1065. 
Gagan-gagan, .lav., 1065. 
Gagan-gagan, O. .lav., 1852, 
Gagang, .lav., 1S4S. 
Gagang goenoeng, Jav,, 3461, 
Gaharoo, Mal., 283. 
Gaharoc bëtina. Mal., 283. 
Gaharoo boewaja. Mal., 283. 
Gaharoe lanang, -Mal., 283. 

Gahé, .Nias, 2361. 

Gahé 'ndroeöe, -Nias, 2359. 

Gai, Si ka, 539. 

Gai-gai, Mal. .Vmb., 3399. 

Gaïn, (ioruni, 2968, 

Gajam, Balin, Kr., Daj. Z, O, Boin., .lav,, Mal., 

Sas., Socnil., 1889. 

Gajang, Mal. Jlol., 1SS9, 
Gajanti, Balin. Kr., 1887. 
Gajaoe, l/ani])., 2359, 

Gala-gala, Ba(„ 1504, 
Gala-gala, Mal. Tim , Hllo 
Gala-gala niérah, .Mal. Tim., 3110. 
Gala-gala poetih. Mal. Tim., 3110. 
Galadoepa, Makas., 1062. 
Galaga, Alf. Tom., 2487. 
Galagah, .Minangk., 3012. 
Galagangsa, Mal. Amh., 1723. 

Galala, Mal. -Men., Tcrn., 1305. 

Galala ajër. Mal. Mol., 1302. 

Galala banga, Tc™., 1301. 

Galala itam, :Mal. Mol., 1304. 

Galala laoet. Mal. Md., 1304. 

Galala oetan, .Mal. M..1., 1301. 

Galala poetih, Jlal. Mol., 1305. 

Galam, liaj., 22ls. 

Galar, .lav., 171. 

Galéjasa, Alf. X. O. Halm., 'I'crn., 159. 

Gali-gali, Snm W. K., 1996. 

Galinggang, Bat, Mal. Bcngk., Z. O. Bom, 679. 

Galinggëm, Socud., 460. 

Galingkang, Boeg., 079. 

Galitji, .Mal. .Meu., 532. 



42 



Galóba, MhI M"1 . T.rn,, li)fi. 

Galóba batoo, M»!. Mul., imi. 

Galóba doerijang bösar, MhI. Mul., lmi:). 

Galóba koesi, liin., itïo. 

Galóba oetan, Mül. Men., suo. 

Galóba papoewa, 'IVni., 203. 

Galóba pópóloeloe, Tem., 203. 

Galoega, .MhI. HhIuv., O. J»v., Socuil., 460. 

Galoegoe, Jav., 507. 
Galoeh, Bhi., 23fil. 

Galoempit, Socnd., 3305. 

Galoenggoeng, HhI. Mmid., tik 
Galoga, Hi.1., 3012. 
Galopang, .\lf. Min. HhhI., 3383. 
Gama, WhIucI)., Ikk'j. 
Gamasi, Mnkiis., 339. 
Gamat, Mul., 2879. 
Gambas, .lav., 2107. 

Gambé, .Xtjch, Nias, 339C. 
Gambéë, Atjch, 339fi. 
Gambèré, Hutf;., .Mnkas., 3396. 
Gambië, Minaufrk., 3396. 
Gambili, Haj., 846. 
Gambir, Hat , .lav.. Mal., Suoud., 3396. 
Gambir ajër, MhI., isoo. 
Gambir laoet, .Mul. .Mul , 815. 
Gambir oetan, \ ulj; Mal., 1937. 
Gambir tjaj, Sucnd., 1935. 
Gambir toepai, Sum. \V. K., 3401. 
Gambir-gambir, Mal., s.-)i. 
Gambir-gambir, Smn. w. K.. 742. 
Gambir-gambir hoetan, .Mal., 3398. 
Gambir-gambir paja, Mal., 3398. 
Gambiran, .lav., 1493. 
Gambiri, Uut., 135. 
Gamboe, .\lf. Tum., 1314. 
Gamboë, I.wbup, 3396. 
Gamé-gamé, Bat., 397. 
Gamei-gamei, Sum. \\'. K., 397. 
Gamët, .lav., ls98. 
Gamët, SuimuI., 757. 
Gamik, .Mal. Kt-nijk., 2879. 

Gamoe, (üirom, 2460. 

Gamongan, lialin., 3552. 
Ganas, Socnd.. 218. 
Ganas beureum, Socnd., 218. 
Ganas bógor, .Swnd., 218. 
Ganas prasman, Soeud., 218. 
Ganas sabrang, Sucnd., 153. 
Ganda, .\li". Mi». Bant., 143. 
Gandajakan, .lav., 432. 
Gandapoera, Balin. .Makus., Mal., 1789. 
Gandarija, .Mal., Surnd., 489. 
Gandarisa, Binmn., 1948. 
Gandaroekam, -Mal., 1549. 
Gandaroesa, .\lf. Min., Mal., Suend., 1948. 
Gandaroesa beureum, Suend., 1948. 
Gandaroesa bódas, Suend., 1948. 
Gandaroesa djantan, Mal., 726. 
Gandaroesa koeló, \U. Mm. T. B., '1'. P., 1948. 
Gandaroesa mahamoe, .Vlf. Min. Bent.. 1948. 
Gandaroesa mawoeró, .\lf. Min. Bent., 1948. 
Gandaroesa oetan, Mal. .Vnih., 1618. 
Gandaroesa poeti, .\lf. Min. T. L., T. S. 1948. 
Gandaroesa raindang, .\lf. Miu. T. P., 1948. 
Gandaroesa rangdang, .\lf. Min. T. B., 1948. 
Gandaroesa roendang, .\lf. Min. T. S., 1948. 
Gandasoeli, Mal. 17 Mi. 
Gandasoeli hoetan, Mal . 1742. 
Gandasoeli kooning. Mal.. 17 m. 
Gandasoeli poetih, .Mal , 1740. 
Gandasóli, Suend.. 1740. 
Gandasóli beureum, Socud., 1740. 



Gandasóli bódas, Suend , 1740. 
Gandatöri, Mal , 1217. 
Gandi-gandi, Bunth , 3000. 
Gandis, Haj /. o. Buni., 1594. 
Gandja, Mal. 631. 
Gandja hoetan. Mal., 877. 
Gandja rami tjina. Mal., 876. 
Gandjèng, Buei; . .Maka.«., 2719. 
Gandjèng kongkong, .Makas., 2731. 
Gandjèng taï asoe, Bue^., 2731. 
Gandjèng taï kasoe. Boeg., 2731. 

GandjÓ, .Mirianj;k., 631. 

Gandoem, -lav., .Maduer., Minangk., Soend., 3099. 

Gandóla, Suend,, 429. 
Gandóla beureum, Socnd., 430. 
Gandóla bódas, .Suend., -129. 
Gandórijah, .Minaugk., 489. 
Gandri, .lav., 500. 
Gandroeng, Socnd., 3113. 
Ganémoe, .Mal. Mul., Tem., 1671. 
Gangai daagon, .\lf. .Min. Ponos., 1471, 2816. 
Gangai koesei, .Vlf. Min. Ponos., 1601. 
Gangai loenok, .\lf. .Min. Ponos., 964. 
Gangai loenOW, .\lf. Min. Ponos., 358. 
Gangai mamang, .\lf. Min. Ponos., 1924. 
Gangai nianoek, .Mi' .Min. Ponos., 2648. 
Gangang baóe balanda, Makas., 2477. 
Gangang bósi, Makas. l.")73. 
Gangang karaèng, .Mukas., 3205. 
Gangang kila, .Mak.Ls., 1573. 
Gangang tingkóro, .Makas., 2751. 
Ganggang, .lav. 1848. 
Ganggang goenoeng, .lav., 3461. 
Ganggangan, o. .lav., 1733. 
Ganggënei, .N'. (Juin. Tan. Mcr., 3550. 
Ganggëng, .lav., Soend., 1848. 

Ganggëng landeuh, Soend., 1944. 

Ganggëng tjaj, Soend., 1848. 
Ganggó, -\tjeli, .Minangk-, 1357. 
Ganggong, Uaj. Z. o." Bum., 2337. 
Gangsalan, .lav. Kr. I)., 2902. 
Gangsalan pëtak, .lav. Kr. D., 2902. 
Gangsalan wantah, .lav. Kr. 1)., 2902. 
Gani, .\ijeii. T.m;. 

Ganitri, Balin., Suend., 1217. 

Ganoeak, Mal. Tim., 22. 
Ganrong, Daj. Z. O. Bum., 1114. 
Gantalang, Daj. Z. o. Boru., 1588. 
Gantènan, ü. Jav., 3461a. 
Ganti, Jav., 2045. 
Gantjèng, Bueg., 2719. 

Gantji, Bueg., Makas., 1278. 
Gaol, Bal.. 2361. 
Gapës, .\tjeh, 1686. 

Gapeuëh, .Ujeh, 1686. 

Gar-agar, Maduer. S., 1694. 

Garama koesoe. Tem., 229. 

Garang goenoeng, -Tav., 288. 

Garidimong, Bueg, Makas., 199. 

Garing, .Ut. .Min, 2358. 

Garingging, Bat., 910. 

Garoe, Balin., Bueg.,. Tav., Makas., Sas., Socnd., 283. 

Garoe hideung, Soend., 283. 

Garoe kapas, Suend., 283. 

Garoe lanang, Balin., 283. 

Garoegoer, Bui., 1591. 

Garoenggang, But., Daj. Z. O. Boru., 894. 

Garoentang, Bat , Minangk., 2592. 

Garoet, -lax, 2iss. 

Garoeta tèdong, Bueg., Makas., 3001. 

GarÓSO, Biman , 247. 

GaSèp, Mal. Batav., 1889. 

Gasing-gasing, Mal., 768, 2645. 



43 



Gatang, Miiianpk., 3209. 

Gata oeroe, Alf. N'. \\. Halm.. 411. 

Gatèp, Baliu., Mal. Batav., ISS'.l. 
Gatèp pahit, Mal. Batav., Socud., ;iO~5. 
Gatèt, Sociul., issy. 
Gatja, -\tjih. 2004. 
Gatjëng, o. J,.ï.. l'U. 
Gatoengang, Hoi-s., 4.iy. 

Ga-waja, .\ll'. N. O. Halm., 'IVni., 2862. 
Gawang, Mal. Tim., 887. 
Gawasa, Alf. X. O. Halm., 34()."). 
Gëbang, Balin., Jav., Soi-iul., 887. 
Gëdang, Balin., Lamp., Sucnd., fi6ö. 

Gëdang, .lav., 23fil. 
Gèdang awèwè, Socml., 00.5. 
Gëdang bëtjitji, Jav., 2359. 
Gëdang gandoel, Socnd., 6fi.ï. 
Gëdang lalakina, Socnd., (ifi.ï. 
Gëdang rèntèng, Balin., fi65. 
Gëdang sëpët, Jav., 2359. 
Gëdang tjantèl, Balin., 665. 
Gëdang tjitji, Jav., 2359. 
Gëdang tjóblong, Balin., 665. 
Gëdangan, Jav. Xg., 2326. 
Gëdèbong, Socnd., 2743. 
Gédi, Mal. Men., 1794. 
Gédi bobótja, Mal. Men., 1794. 
Gédi mérah, Mal. Men., 1794. 
Gédi poetih. Mal. Men., 1794. 
Gëgambir, Mal., 854, 
Gëgambir hoetan, Mal., 3398. 
Gëgambir paja. Mal., 3398. 
Gëgasing, Mai., 768, 2645. 
Gëgëntëlan, Soeud., 1131. 
Gègèring, Mal., 910. 
Gègèring djantan, 3Ial., 911. 
Gëgoela, Sas., 630. 
Gëgirang, Balin., 2007. 
Gèhat, Daj. Kat., 315. 

Gèhgèran, .Socnd., 2313. 
Géhoe, Alf. Boei-., 847. 

Géhoet, Alf. Boer., 847. 

Gëlagah, Mal., 3012. 

Gëlam, Jav., Mal., Socnd., 2218. 

Gëlam boekit, Mal., 2021. 
Gëlam. poetih, Lamp., 1339. 
Gëlam tikoes, Mal., 1339. 

Gelang, Jav.. Mal., 2837, 3111. 
Gelang, .Makas., Socnd., 2837, 3111. 

Gelang laoet. Mal., 3111. 
Gelang mérah. Mal, 3111. 
Gelang pasir, .Mal , 2837. 
Gelang poetih. Mal., 3111. 
Gelang soesoe. Mal., 13S7. 
Gelang tana, Makas., 3111. 
Gëlanggang, Jav., 3012. 
Gëlènggang, .Mal, 679. 
Gëlènggang batawi. Mal, 683. 
Gëlènggang bësar. Mal, 679. 
Gëlènggang këtjil. Mal., 691. 
Gëlènggang padang, Mal., 691. 
Gëlëtja, Mal., 2370. 
Gëli-gëli, Mal., 1996. 
Gëlim, Atjch, 835. 
Gëlinggëm, Mal. Batav., 4fi0. 
GëlO, Jav., H47. 

Gëlo pare, Jav., 1006. 
Göló-gëló, Boeg., 2049. 
Gëloegoer, .Mal., 1591. 
Gëloegoer gadjah. Mal, 2908. 
Gëloegoer koening. Mal, 1597. 
Gëmbili, Jav., 846. 
Gëmbirit, Jav., 3282. 



Gëmbiroeng, Jav., 374. 
Gënibolang, Jav., 2858. 
Gëmbolo, Jav., 828. 

Gëmbor, Jav., Socml, 1982. 

Gëmbor këlo, Jav., 1982. 
Gëmiwang koening, O. Jav., 1302. 
Gëmpinis, Balin., 2226. 
Gëmpoer, Jav . 207s. 
Gëmpol, Jav.. Mal. Batav., 3039. 
Gëmpol këtèk, Jav., 2417. 
Gëmpong, Jav., 2238. 
Gënditëri, Mal., 1217. 
Gëndiwoeng, Jav., 2487. 
Gëndjé, Jav., 631. 
Gëndjè, Socnd., 631, 

Gëndjéjan, o. jav., 335. 

Gèndjih, Madocr., 631. 
Gëndjoran, Jav., 2613. 
Gëndoeroe, Jav., 669. 
Gëndola, Balin,, Mal. Bal., 429. 
Gëndola mérah. Mal. Batav., 430. 
Gëndola mirah, Balin., 430. 

Gëndola poetih, Balin., Jlal. Batav., 429. 
Gëndong, Boes;., Makas., 3099. 
Gèndong anak. Mal. Batav., 2690. 
Gëndrëk, <>. Jav., 429. 
Gënitri, Jav., Mal, 1217. 
Gëntawas, Balin., 3523. 
Gërèpèn^, Atjeh, 3473. 
Gèring-gering, Mal., 910. 
Gèring-gèring djantan. Mal, 911. 
Gërip, Mal. 3515. 
Gërip bësi, -Mal, 3515. 
Gërip mérah, Mal, 3411. 
Gërip nasi, .Mat., 3411. 
Gërip poetih, Jlal, 3408. 
Gërip tëmbaga. Mal., 3410. 
Gërit-gërit, .Mal, 3515. 
Gërit-gërit mérah. Mal, 3411. 
Gërit-gërit nasi. Mal, 3411. 
Gërit-gërit poetih, .Mal, 3408. 
Gërit-gërit tëmbaga, iNlal., 3410. 
Gërnawa, Balin., 2986. 
Gëroenggoeng, Mal. Pal, 2422. 
Gëroentang, Atjeh, 2592. 
Gëronggang, Mal., 894. 
Gërto, Atjeh, 2346. 
Gësëng, Jav., 2596. 
Gëtah poejoeh. Mal, 2018. 
Gëtang, .Mal., 3209. 

Gëtas, Balin. Kr., 2169. 

Gëtasan, Jav., 522. 
Gëtëm, Sas., 3193. 
Gëtih oerip, Jav., 1389. 
Geureung, Socml, 2645. 
Geureung beureum, Socud., 3228. 
Geureung bódas, Soend., 768. 
Geutapang, Atjeh, 3313. 

Gèwor, Soend., 232. 
Ghadhoeng, .Madocr.. 1114. 

Ghadhoeng tambha, .Madocr., 3156. 
Ghadhoeng tjèna, Madocr., 3156. 

Ghadjam, .Madocr., 1889. 

Ghak-saghakan binèk, Madocr., 42. 
Ghak-saghakan lakèk, Madocr., 3. 
Ghak-saghakan tongtëng, :\Iadoer., 42. 

Ghalaghas, .Madocr., 3012. 

Ghalandingan, Kang., 2027. 
Ghaloedhroe, Madoi^r,, 3366. 
Ghaloedhroe paghar, Madoir., 3366. 
Ghaloedhroe tabar, Madocr., 3366. 

Ghaloegha, .Madocr , 460. 

Ghaloegha bhiroe, Madoer., 460. 



44 



Ghaloegha bhiroe lange, Mudocr., 460. 
Ghaloogha boongó, Madoir , 4B(i. 
Ghaloogha lor, Madm-r, Kiii. 
Ghaloogha manè, MmlinT., Kio. 
Ghaloegha sarè, Mmidci-., 4fi(). 
Ghalompang, Kaïij;., •■MM. 
Ghambhir, Mii.ldcr.. .t.t'jr,. 
Ghandaroesa, Miulmr., 11)18. 
Ghandooroe, \lu.ln,r.. finy. 
Ghangghèng, Mmloir., 1848. 
Ghan-ghagan, .Mmlurr., 1852. 
Ghante, Miuln.i., 2045. 
Gharoe, Mad.„i., 283. 
Gharoenggoeng, Mmldtr. H., 2a9R. 
Ghawa, Minimi-, s., 834. 
Ghëdhang, Kunj;., 665. 
Ghödhang, Miulocr., 2361. 
Ghölam, Mml.in-., 2218. 
Ghirang, Maddir., 2011. 
Ghoo-d.jhaghoo, Madd.r., 2578. 
Ghoelèng-ghoolcng, Kang., 784. 
Ghoondang, Maddn., 1520. 
Ghootjaj, \biddir. », 143. 
Ghoowak, Kan;:, HOS. 
Gidi, Mal Min.. 17'.t4. 

Gidi bobótja, Mal. .Men., 1794. 

Gidi mórah, Mal. Mm . 1794. 

Gidi poetih, Mal. \kn., 1794. 

Gifal, .\i".'. st7. 

Gigi gadjah. Mul., 50. 

Gigil, .ia\ . Kiss. 

Gigiring, Mal., '.mi 

Gigiring djantan, Mal, 911 

Gigirinting, Sdind , 97n. 

Gi^am, Mal., 344:i. 

Gijanti, -lav., 1887. 

Gilamoe, Saugi, 1277. 

Gilèn, II. .lüv., 1294. 

Gilitópa, Alf. X. o. IIhIih.. 3056. 

Giloe, \](. .\. \\. Ilal.n., 1624. 

Gimbèr, Kdiboc, 3396. 

Gindjé, .lav., 631. 

GingCTang, Sdcnd., 2011. 

Ginggij ang beureum, Soind., 2009. 

Ginggijang lömboet, Sdind., 2008. 

Gintang, Mal. .\mi1i., .Sak-ijcr, 668. 

Gintang itam, Mal. .\iiih., 2459. 
Gintang pootih. Mal. .Unli., 938. 
Gintoong, •la\.. 2261. 
Gintoeng, .Sucnd . 459. 
Gintoengan, Halin , 459. 
Girang, .lax., 2iii i. 
Giriëng-giriëng, Minannk., Hio. 
Giring landak, .lav., 9li). 
Giring-giring, Mal., 910. 
Giring-giring djantan, Mal., 911, 
Girinting kawah, .Sni-nd., 1015, 
Girintingan, .*<caiid., 970, 

GiSÓrÓ, .\lf. N. o. Halm., 3556. 
Gitan, .Sum. \\ . K.. 2246, 3513. 
Gitan andjing, Smn. \V. K., 2031. 
Gitan boeroeng, Smn. \V. K., 3513. 
Gitan gödang, Sum. \V. K., 3515. 
Gitan këlapa, Smn. \V. K., 3408. 
Gitan këtjil, Snm. W. K., 2030. 
Gitan mantjik, Sum. \V. K., 1202. 
Gitan niinjak, Sum. \V. K.. 1802, 
Gitan ngarik, Suni, \V. K,, 3517. 
Gitan sirih, Sum. W. K., 3412. 
Gitan soesoe, Smn. \V. K., 3515. 
Gitan tënibaga, Smn. \V. K., 3515. 
Gitipi tana, .\lf. N. o. lialm.. 203. 
Glagah, Ualiu., J»v., 3012. 



Glagah ploempoeng, lav., 1382. 
Glagah proempoong, -lav., 1382. 
Glanggang, 'av . 31112. 
Glèdog pantó, .Snind., 1589. 
Glöga, lav. kr. 1)., 507. 
Glèm, .\ijili, S35, 
Glima, -Uj.h, 2902. 
Glimeu, Mjih, 2902. 
Glinggang, Aiji-h, 679. 
Glingtoeng, .lav., 459. 
Glintoengan, .lav., •Ki9. 

Gloah, Gajd, 2984, 

Gloegoe, .lav., .507. 
Glonggong, .lav., 3012. 

Goa, .vil. Tdiii., 3550. 
GÓbès, MaddiT. S., 495. 
Goboe, Tem., 857. 
Goda, .\lf. N. o. Halm., 1314 
Godëm, Balin,, 3193. 
Godihó, l'nii., 831. 
Godihó tjina, IVrn., 2452. 
Gódji, .\lf. N. II. Halm., 719. 
Godoe, .\ias, 2628. 

Gódong babing, -lav., 3054. 
Gódong dëngën, lai.. 2U. 
Gódong djaloo mampang, Jav.. 3076. 
Gódong èntong, -lav., 1380. 
Gódong inggoe, .lav., 3000, 
Gódong koetjing, .lav,, 2313, 
Gódong landcp, lav., 418. 
Gódong lèniah, .Lu., 2356 
Gódong loeloewan köbo, .lav., 2582. 
Gódong mangkókan, .lav., 2550. 
Gódong mata koetjing, .lav., 2002. 
Gódong niinggoe, .ia\.. 3006. 
Gódong n^a, lav., 2950. 
Gódong nodja, .lav., 3251. 
Gódong oola, .lav., 1011. 
Gódong poesër, .lav., 1800. 
Gódong poesër, n. .lav., 2090. 
Gódong prasman, .lav., 1384. 
Gódong sidagoeri, .lav., 3188. 
Gódong sikil, .lav , 2iiii2. 
Gódong tapak liman, .lav., 1257. 
Gódong tlotoh, n. .lav., 940. 
Gódong wëdoesan, .lav., 77. 
Gódong widadari, .lav.. 109. 
Goeawé, Mf. -N. W. Halm., 2109. 
Goebis, Maddcr . 495. 

Goode, .lav., 2001, 
Goedéjan, .lav., 2023, 
Goedéjan, o, .lav., 526. 

Goodir, lav., Madorr,. 1277. 
Goef, .\. II. 4 K., 1022. 
Goegoera, .\lf. N. (l. Halm.. 1889. 
Goehéba magóló tjifi. Tem . 1309. 
Goejanga, Air. Mn. l-dHd^., isy. 
Goejangan, Alf. Min. T. I... 1438. 

GÓël, Sd,nd , 3193. 

Goelinggang, Minanirk.. 079. 
Goelinggang laoeïk, Minangk., 091. 

GoelÓ, Sdind,, 29S(i. 

Goeloebèngè, Alf, .\. o. Halm., 319. 
Goeloenibaè, Maka*., 2883. 
Goeloen, lav.. 2soii 
Goemboelanai, Tid. Hdin.. 2487. 
Goembot, Hat.. 15is. 

Goemi, AH. N. o. Halm.. 1892. 
Goemimi, Alf. N. W. Halm., 1892. 
Goemira, Tirn., 2S54. 
Goemitir, Halin., 3291. 
Goenaga, liin., 319. 

Goenda, lav., Sucnd., 3205. 



45 



Goenda leutik, Sonul., 17S7. 
Goondjaè, s.niuI.. -'«o-l. 
Goendoer, Bal., t.i."). 
Goengar, Anw. min. 
Goenggoeroetoe, s.iimuI.. ;>4S1. 
Goenggrang, .Ihv., iss.j. 

Goeni, Mudocr., .Mal., H7(i. 
Goerabati, .\lf. N. O. Halm., Tim., 2551. 
Goerah, -Mal., 3o:!3. 
Goerah boekit, .Mal., 1288. 
Goerati, .\li'. N. o. Halm., 94.5. 
Goeratji, Tirn., 94.5. 
Goeratji karabanga, 'l'cin.. rtio 
Goerda, -luv.. 144l'. 
Goewaë, IVni., 21ti9. 

Goewi, Sawoo, 539. 
Gof, N Oiiin. 4 K.. 1622. 
Gofasa, Mal. Mol., IVni., 3465. 

Gofasa batoe, Mal. .M»!., 1976. 

Gofasa gaba, l'ir»., 3471. 

Gofasa gaba-gaba, -Mal. Mol., 3471. 

Gofasa mare, 'l\m., 197H. 

Gofasa poetih, .Mal. Mrn., 1976. 

Gofoe djèla-djèla, Tim., 2510. 

Gófoe goeroemi dódó, Tini.. 1763. 

Gófoe hairan, 'l'i-m.. 2()2S. 

Gófoe oekoe manjèfo, Tt-rn., 1285. 

Gófóté, T.in.. 131S. 

Gógiólo, M(. -\. O. Halm., 2313. 

Gógóan, -\lf. Min. T. I,., T. S., 1364. 

Gógóan in taloen, .\ir. Min. T. L., 1373, 221? 

Gogódongan, 'av., S37. 

GogÓmÓ, Air. X. o. Halm., 339. 
Gogopoa, \\(. N. o. Halm., 953. 
Gogóta, -Vlf. N. W. Halm., 3550. 
Gohi, -Mal. -\mb., Tcin., 1523. 
GÓhok, Mal. Batav., 1347. 
Góhóra, \lf. .\. o. llalui. K., 2382. 
Goihawas, sika, 2S(i2. 
Gojawas, -Mal. -Mul., 2862. 
Gojawas këtjil, Mal. .Mul., 2863. 
Gojawas laki-laki, Mal. Mol., 2863. 

GÓkO, -\ll' -\. o. Halm., 3550. 
GÓlÓba, Mal. Mul., Tcrn.. 196. 

Gólóba batoe, Mal. Md., 160. 

Gólóba doerijang bësar. Mal. Mul., 203. 

Gólóba koesi, IVin., 160. 

Gólóba oetan, -Mal. .M™., 890. * 

Gólóba papoewa, 'l'iin., 203. 

Gólóba pópóloeloe, Tciu., 203. 

Gólóbè, -\ll. .\. o. Halm., 160. 
Gombili, Mal. Bamlj., SKi. 
Goinboe, -Vias, 2479. 
Gombong, -lav., 1797. 

Gomoe, -Mal. .\ml).. Men., Teni., 339. 

Gomoe banga, IVrn., 338. 
Gomoe oetan. Mal. .Meu., 338. 
Gompong, Suiml., 338. 

Gona, Nias, 218. 
Gonda, Bali.i., 3205. 
Gonda djago, Halin., .3205. 
Gondal, \U\ .\mi)., 1490. 
Gondang, lialin., .lav., 1520. 
Gondang abang, .lav., 1520. 
Gondang idjo, .lav., 1520. 
Gondang kasih, Jav., 60. 



Gondang poetih, -tav., 1520. 
Gondang tjarak, Jav., 1520. 
Gondapoera, lav., 1614, 1789. 
Gondarija, lav., 4sy. 
Gondaroekëm, .lav., 1549. 
Gondaroesa, .lav.. 194s. 
Gondasoeli, -lav.. 1740. 
Gondasoeli abang, .lav., 1740. 
Gondasoeli poetih, .lav., 1740. 

Gonggëng, -Mal. Batav., 1848. 
Gongsèng, Swiul., 628. 
Gongsèng gëdé, Soeml., 2351. 

GÓni, .lav., -Miiducr. B., .Socnd., 876. 
Gonra, Bocf;., Maka.t., 3205. 
Gora, -Mal. -Mim., Tcni., 1314. 

Gora babi, -Mal. .Men., 1374. 

Gora jadi, .Mal. -Men., 1314. 

Gora mawar, -Mal. Men., 1330. 

Gora mérah. Mal. Men., 1337. 

Gora oetan. Mal. Meu., 1377. 

Gora panté, -Mal. Men., 1367. 

Gora poetih. Mal. Men., 1337. 

Gora taranaté. Mal. M™.. 1381. 

Gora taranaté mérah, ^lal. Men., 1381. 

Gora taranaté poetih. Mal. Men., 1381. 

Goraka, \l<. S.O. Halm., .Mal. Meu., Tem., 3556. 

Goraka banga. Tem., 3555. 
Goraka mérah, -Mal. Men., 3556. 
Goraka oetan. Mal. Men., 3555. 
Goraka poetih. Mal. Men., 3556. 
Gorang, .lav., 3357. 
Gorang irëng, .lav., 1835. 
Gorang lanang, Jav., 1835. 
Gorat, Bat., 2175. 
Goring-goring, Bat., 803, 
Goriódo, .Mf. N. O. Halm., 3216. 
GÓrO, Bueic., 1256. 

Góró mata boeta. Tem., 1414. 

GÓrÓ-gÓrÓ, -Mal. .Men., Tem., 719. 

Góró-góró magófoe. Tem., 1070. 
Góro-góró oetan. Mal. Mm., 573. 
Górongkórong pangampi. Boei;., 910. 
Gosaoe madoengi, l'i rn , 268<i. 

Gosè, Bues;., Makas., 1694. 

GÓSOengi, \\(. N. O. Halm., Tein., 1277. 

GÓSÓra, .\lf. N. O. Halm., Tem., 2382. 

Got, Jav., 6. 

Got lawé, Jav., 9. 

Got ri, Jav., 6. 

Góti, Bat., 178. 

GÓtji, Boig., 642. 

Gotjila, Makian, 3550. 

Gowi, Mas, 1107. 

Gowoöe, 'l'eiu.. 1078. 

GÓWOk, Jav., 1347. 

Grawang, .lav., 2539. 
Grèk-grèk, Aijeh, 910. 
Grèng-grèngan, Balin., 910. 
Gring-gring, Baliu,, 910. 
Gringging, .lav., 2227. 
Grinting, Jav., 970. 
Groenggoong këbo, o. Jav., 2999. 
Groenggoeng lanang, o. Jav., 3ooo. 
Groenggoeng tjilik, o. Jav., 2998. 
Groepheuëng agam, Atjeh, 3473. 



46 



H. 



Ha, üaliu. Scinl,.. M;i2. 
Haboe-haboe, Hat., 2755. 
Hadas, Suciul.. 15(iO. 
Hadö, K"lin., 2,-) 12. 
Hadë dima, Huiiu., 2.-ii;t. 
Hadë koa, Koiin.. 2.'ii;{. 
Hadès, Suiiul., l.")(i(). 
Hadjëli, Suiud., sii.-). 
Hadjèrè, So™<l., MC. 
Hadjèrè leutik, Sucnd., stifi. 
Hadoeri, Siiliijcr, 'MUWt. 

Haé, Kisar, 2.") 12. 
Hafo, 'IVin., IM'i. 
Hagéri, .\lf. Bwi-., 1573. 
Hagèt, Alf. BüLi-., 135. 
Hagi, Air. Hutr., 135. 

Hahadësan, Sucml., 227(5. 
Hahanjiran, Soiml., K(i5, 1221. 
Hahaoean, Soiml., 121(1. 
Hahaoean peutjang, Socnd., 121 fi. 
Hahapaan, Suiu.l,. 1.).")2, 2(iyi. 
Hahapaan gëdè, Si.inil., 1553. 
Hahomboe, Hm., 2311. 
Hail-hail, Hal., 33'.)y. 

Haïla, All'. N. Laoct. 2fi«3. 

Hairani, Air. N. o. ilalm., 2028. 

Hajoe ara, Hai.. 1 132. 

Hajoe ara baringin. Bat., 1442. 

Hajoe ara gitan, Hat., 14G2. 

Hajoe ara niótoeng, Bat., 1518. 

Hajoe hamindjon, Hat. Maml., 32(12. 

Hajoe hamojan, Bat., 32(i2. 

Hajoe hapeer, Bat., 1174. 

Hajoe pangir, Bat., 125. 

Hajoe toesam. Bat., 2714. 

Hajoem, l,am|i.. liil. 

Hajoem handak, l.ami)., l'Jl. 

Hajoem këroewi, l.ainj)., 1U4. 

Hajoem soeloeh, l.amp., 193. 

Hajoeroe, Alf. Aml., iM., UU. 

Hakal, Alf. Har., 847. 

Hakam, Daj. Kat., 854fi. 

Hakar, Alf. Z. ('er., 847. 

Hala, All'. C'cr,, Har., 2512. 

Hala, Biiiian., 1U73. 

Hala kastéla, Alf. Z. (Vr., 3550. 

Hala poeloeti, Alf. CVr., 2513. 

Halaban, Mal. Z. O. Bom., Minaiigk., 3470. 
Halaban boengoer. Mal. Z. o. Hom., 3474. 
Halaban tandoek, -Mal. Z. O. Bom., 3470. 
Halai, .Mal, 2ti34. 
Halajong, Mal. Bamlj., 2487. 
Halal, Alf. X. LaoH, Sap., 2512. 
Halalang, Daj., .Mal. Ban.lj., 1883. 
Halambawa, .Nias, 2177. 
Halaor, Ma). Aml)., 2078. 

Halaor daoen aloes, Mal. Amb., 2078. 

Halaor daoen bësar, .Mal. Aml)., 2078. 

Halas, Bat., 15ii. 

Halatal, Alf. N. I.aoet, 2968. 

Halawas, Hat., 159. 

Halé, Sika, 2748. 

Haléki, Alf. Amb., 801, 2128. 

Halija, Mal., 3556. 

Halija bara. Mal., 3556. 

Halija ënggang, Mal., 569. 

Halija hoetan, -Mal., 1642. 

Halija këra, -Mal., 1639. 



Halija padi, Mal., 3553. 
Halija tikoes. Mal., 1B43. 

Halim, l.a.np., 1414. 

Haloempang, Bal., 3234. 
Haloendang, Hal.. 2980. 

HalolO, Air Am!)., 2281. 
Hamaka, Alf. N. o. Halm. K., 784. 
Hamandikè, Hat., 784. 

Hamasi, Makian, 2512. 

Hamba radja, .Mal., 912. 
Hambawa, -Mas, 2175. 
Hambawan, Daj. 7,. O. Bom., 2178. 
Hambèrang, Sm-ml , 1465. 
Hambèrang badak, Sociul., 1465. 
Hambèrang beunjeur, Sueiul, 1441. 
Hambèrang beureum, Sueiul., 1465. 
Hambèrang bódas, Smiul., 1518. 
Hambèrang leutik, SoimuI., 1466. 
Hanibèrang minjak, .Sn-ml., 1434. 
Hambèrang sëgoeng, SucmI., 1434. 
Hambijë, Daj. Z. o. Hum., 2289. 
Hambiri, Bat , 135. 
Hambiroeng, SoimkI., 3446. 
Hambiroeng beureum, .Socml., 3446. 

Hamboelong, Daj Samp , 2289. 

Hamèrang, .*^i«iul . 1 ki5. 
Hamèrang badak, .Sociul., 1465. 
Hamèrang beunjeur, Soiml., 1441. 
Hamèrang beureum, Socnd., 1465. 
Hamèrang bódas, Soind., 1518. 
Hamèrang leutik, Sonid., 1466. 
Hamèrang minjak, Socnd., 1434. 
Hamèrang sëgoeng, Socnd.. 1434. 
Haniija, Biman, 413. 
Hamiroeng, Somd., 3446. 
Hamiroeng beureum, Socnd., 3446. 
Hamoe, .\lf, .Min. Hcnt.. 2968. 
Hampalam, Daj. Z. o. Born., 2169. 

Hampalas, Daj. Samp., 1514. 

Hampalèh, Minanïk , 1514. 
Hampalèh batang, .Minaugk., 1514. 
Hampalèh oela, Minangk., 1455. 
Hampalèh rimbó, Minangk., 3323. 
Hampèdoe kajoe, Suni. \V. K.. 1137. 

Hampèlas, l'aj Kat . Socnd., 1514. 

Hampëlas amis mata, Socnd., 1445. 
Hampëlas areuj, Socnd., 1503. 
Hampëlas badak, Socnd., 1484, 3453. 
Hampëlas lëmboet, Socnd., 1514. 

Hampëlom, l.amp H. Ag., 2169. 

Hampëroe, Si.ind , 3492. 

Hampëroe badak, Socnd., 3282, 3492. 

Hampëroe badak leuweung, Sociul., 2873. 

Hampëroe bógó, Socnd.. 714. 

Hampjal, Baliu. Kr., 412. 

Hanaét, .^If. Z. Cer., 3445. 

Hanaoe, Daj. Samp, Lamp., Locboc, Mal. Bandj., 322. 

Handaroesa, Socnd.. 1948. 

Handaroesa beureum, Socnd., 1948. 

Handaroesa bódas, Socnd., 1948. 

Handawaj, Balin.. 2709. 

Handèong, Sucnd., xiM. 

Handeuleum, Socnd., 1697. 

Handeuleum beureum, Soend., 1697. 

Handeuleum bódas, Socnd., 1697. 

Handeuleum hèdjó, Socnd., 1697. 

Handibong, Daj. Samp., 2487. 

Handis, Bat., 1594. 



47 



Handiwoeng, Swnd., 2487. 
Handiwong, Dhj. Samp., 2487. 
Handja, Suiiul., 2414. 
Handjalótong, Daj. Z, O. Boin., 1182. 
Handjawar, SocnJ., 2701). 

Handjëli, Soeud., 83.i. 

Handjèrè, Socnd., 83i!. , 
Handjèrè leutik, SocnJ., 83C. 
Handjoewang, Suciul., 884. 
Handjoewang beureum, SucnJ., 884. 
Handjoewang bókor, Soeud., 884. 
Handjoewang hèdjó, Sotml., 884. 
Handjoewang kasintoe, Somd., 884. 
Handjoewang mërak, Soend., 884. 
Handjoewang tjónias, Soind., 884. 
Handrifa, Nius. 21.-il. 
Handwang, üulin., SS4. 
Handwang bang, Balin., 884. 
Handwang bënëh, Balin., 884. 
Handwang loengsir, Balin., 884. 
Handwang tjëmëng, Bulin., 884. 
Hangè, Tr\a., 178. 
Hanggasa, Soeud., 204. 
Hanggasa beureum, Soeud., 204. 
Hanggasa bódas, Sotnd., 204. 
Hanggasa gëdè, Suend., 201. 
Hanggasa lëmboet, .Soeud., 199. 
Hangkari, .\lf. X. o. Halm. K., 787. 

Hangó, Sawoe, 665. 

Haniboeng, Lamp., 2487. 
Hano, Balin., 322. 
Hanoedja, Balin. Kr., 2319. 
Hanoewa, -^If. -\mb., 2134. 
Hantap, Sas., 34.'SB. 
Hantap, Somd., 3244. 
Hantap badak, Soeud., 3236. 
Hantap batoe, Soend., 3237. 
Hantap béjas, Soend., 323.5. 
Hantap beureum, Soeud., 3236. 
Hantap dapoeng, Soend., 3236. 
Hantap gëdè, Suend., 3236. 
Hantap heulang, Soend., 3238. 
Hantap lëmboet, Soeud., 3231. 
Hantap leuweung, Soend., 3232. 
Hantap paraj, Soend., 3229. 
Hantap pasang, Soend., 3240. 

Hantimoen, Daj., Lamp., Loeboe, 934. 
Haó, .Nias 404. 

Haó adoeló, Nias, 411. 
Haó 'mbitaha, Xias, 3066. 
Haoe, \\{. Cer., 2169. 
Haoe, .Vlf. X. O. Halm., 2663. 
Haoe ai, \Vetar, 1799. 

Haoe étoet ai, .\lf. -\mb., 2.533. 

Haoe étoet raoeï, -^If. Z. Ccr., 2533. 

Haoe méni, Tim., 3029. 

Haoe ótoet raoeï, Alf. Oei., 2533. 

HaoefÓ, Tim., 2345. 

Haoer, .\lf. Z. Ccr., 2169. 

Haoer, >Lii . 404. 

Haoer badoeri, -Mal. Bandj., 409. 

Haoer bahènda. Mal. Bandj,, 411. 

Haoer batoe, Mal. Bandj., 3066. 

Haoer gading, -Mal., 411. 

Hapal-hapal, Bat., 520. 

Hapas, Bat., 16Sfi. 

Hapas hajoe ara. Bat., 1686. 

Hapas hoelèmbang. Bat., 1686. 

Hapèsong, Bat., 2575. 

Hapijas, Bat., 228. 

Hapinis, Bat., 3154. 

Hapit, Soeud., 2652. 

Hapo, .\ir. X. O. Halm., 603. 



Hapoendoeng, Bat., 395. 
Hapoer baroes. Bat., 1174. 
Hapong, Daj. Z. O. Born., 2460. 
Hara, Lamp , 1432. 

Hara gatol. Lamp., 1435. 
Haramaj, Soeud., 475. 
Haramaj awèwè, Soend., 476. 
Haramaj lalaki, Soend., 475. 
Harambir, Bat., 830. 
Harambir godang, Bat., 830. 
Harambir lasoena. Bat., 830. 
Harambir limó gading. Bal., 830. 
Harambir rata. Bat., 830. 
Harambir ronda. Bat., 830. 
Harambir singkoet. Bat., 830. 
Harambódja, Bat., 784. 
Harami, Lamp., 475. 
Haramonting, Bat., 2978. 
Harangka, Bat., 693. 

Harashas, Soend., 2565. 

Harashas gëdè, Soeud., 2560. 
Harashas lalaki, .Soend., 1865. 
Harashas leutik, Soeud., 2565. 
Harashas tjaj, Soend., 2536. 
Haratak, Uaj. .M., 2661. 
Harè-harè mombang boroe, Bat., 2433. 
Harëmëng, Soeud., 897. 
Harëmëng boetoen, Soend., 896. 
Harëmëng gëdè, Soend., 899. 
Harèndong, Soend., 2222. 
Harèndong areuj, Soeud., 900. 
Harèndong areuj bódas, Soend., 1156. 
Harèndong badak, .Soeud., 2204. 
Harèndong boeloe, Soend., 2204. 
Harèndong dijoek, .Soeud., 2210. 
Harèndong goenoeng, Soend., 2225. 
Harèndong mangandeuh, Soeud., 2212. 
Harèndong sabrang, Suend., 2978. 
Harèndong tangkoerak, Soend., 2529. 
Harèndong tapok, Soeud., 2213. 

Harèno, Soend,. 1706. 
Harètak, Daj. B., Kat., 2661. 
Hareuëus, Socnd., 300u. 
Hareuëus badak, Soend., 3000. 
Hareuëus leutik, Soend., 30uo. 
Hareuëus minjak, Soeud., 3000. 

Hareuga, Soend., 457. 
Harijang, .Soend., 442. 
Harijang beureum, .Soend., 442. 
Harijang boeloe, Soend., 448. 
Harijang dijoek, Soend., 447. 
Harijang peutjang, Soeud., 450. 
Harijara, Bat., 1432. 
Harijara djabi-djabi. Bat., 1510. 
Harijara gitan. Bat., 1462. 
Harijara mótoeng. Bat., 1518. 
Harijara sidaboelan. Bat,, 1320. 
Harijas, Daj. Ng., 2361. 
Harikoekoen, Soend., 36. 
Haringin, Soend., 689. 
Harita, Xias, 2661. 
Harita hili, Xias, 2865. 
Harita 'mbéla, Xias, 626. 
Harita 'ndrawa, Nias, 2663. 
Harita SÓjÓ, Xias, 3456. 
Haró, .Miuuugk., 698. 
Haroe, AU. bei., Z. Cer., 1799. 
Haroe, Minangk., 698. 
Haroem, Daj., 191. 
Haroeman, .Soend., 122, 2764. 
Haroeman tjaj, Soend., 1187. 
Haroening, Bat., 2684. 
Haronda, Bat., 141. 



48 



Ilasam, l.ami' , 1637. 
HaHiiinbo, Hui., ~7I'.'- 
Ilasang, Hhi , lmiiü. 
Hasang bakoewang, H"i., :lö:ii. 
Hasapi, Hai , :w-21. 
Hasat, Aif. ihir., :n:,-2. 
Haseum, s.muJ., lisoi. 
Haaeum sèlong, Sopml.. Ijsj. 
Hasijor, lint., 19.-)1. 
Hasinan, (Juroiu, ;i.")')i). 
Hasobè, Hut., 3. 
Hasoemba, Hut., fifi". 

Hata, SucniL. ;!115. 

Hata bèjas, Sucud., il 17. 
Hata gèdè, Sucud., ^H.").^ 
Hata leutik, Sueml., :J117. 
Hataoe, Air. Asil.. llila, 580. 
Hataoeló, Air. (Vr.. 580. 
Hatapang, Bat., 3313. 
Haté bèsi. Tem.. 2109. 
Haté bidó-bidó, Tiin., 2üfi8. 
Haté boelan, Tim , :i748. 
Ható boewa jakis, Tirn.. 2\2. 
Haté boewa kira-kira, Tcni., (157. 
Haté bósoea, Tiin , l^f^w. 
Ható dofahé mabóró, Tirn., -'153. 
Ható flsa foeroe. Ti rn., 1520, 
Haté namó-namó, 'iv™., 972. 
Haté saló boboedó, 'iVm., 1030. 
Haté sónjiha, Tiin., 535. 
Haté tjóró, Tiru.. 1177. 
Haté toeri, Tirn., 31 lo. 
Ható tomé-tomé, Tirn.. 1547. 
Ható tótóó, 'l'iiii., 879. 
Hati-hati, .Mal., 837, 845. 
Hati-hati gadjah, Mal.. 31S4. 
Hati-hati hoetan, Mal., 3184. 
Hati-hati paja. Mal., 930. 
Hatila, Air. llnv., ititis. 
Hatila, Air Sap., -'ti(i3. 
Hatirangga, Hat., 2004. 
Hatoembar, Hat., 885. 
Hatoenggal, Hüt., h84. 
Hatoerangga, Bat., 2004. 
Hatopoel, Hat., 340. 

Hawi, l.aiii]!. Tal)., 1'iiin., 404. 

Héjas, Sociul., 3-170. 

Hélagi, Sawui', 3301. 

Hèlagi wó mëngi, Sawci-, 33ol. 
Hëmbalaoe, Mal., 11 si. 
Hémbatjang, Mal., 2175. 
Hëmbia, San-i, 2289. 
Hèna, Tiin., 315. 
Hèna-hèna, 'iVin., 593. 
Hónak, \Mm., 2557. 
Hónak sina, Kotiu., 2509. 
Hónda, Haj. z. o. Bdin., 945. 

Hèndak, .Mal., 'l'im., 2557. 
Héndjëlai, Mal., 835. 
Hènggi, N. (iiiiii. Srkar, 2882. 
Hëni-hëni, Balin.. 185.5. 
Hëntimoen, Mal., 934. 
Héoem, Tim., 21(19. 

Hëpaka, Sawui-, 2295. 
Hèpoe, Oonmt., 31112. 
Héri, Alf. Aiiilj.. Har., Z. (Vr., 1107. 

Hóri makilaoen, Alf. Amb., Har., 1108. 
Hóri manoe, .Vlf. Z. (Vr., 1108. 
Hóri poeti, Alf. Amb., Har., 1120. 
Hëtakraé, Mi'tar. 3550. 

Hótan, Wetar, 3113. 
Heutjip, Soeiid., 387. 
Hial, Alf. Z. Cer., 602. 



Hiamiroo, Alf. Z. Or., 135. 
Hiawakan, Alf. Z dr., 135. 
Higi, Air Mi". HanI , 1755. 
Hiha, All. N. o. Halm., 1520. 

Hiha, Sawoc, 18S3. 

Hihi, Alf. Min. Bant., C02. 

Hihi kahangan, Alf. Min. Bant.. B02. 

Hihi manoe, Alf. .Min. Bant., (>24. 

Hihi tahinaté, Alf. Min. Bant., (114. 

Hila, Air. Amb.. (M., 151. 
Hilaiang, .Minangk., 1883. 
Hili, Sauoc. (14S. 
Hinai parasi, Minangk., 2004. 
Hinggoe, Balin., .Sui-nd., 300fi. 
Hini, Air. Boer., 3131. 

Hini bóti, Alf. Boer., 3131. 
Hini méha, Alf. IWr., 3131. 

Hipang, Haj. Z. O. Bom., 535. 

Hiroeng, Sucnd., 24öfi. 

Hisa, Alf. .Min. Bant., Sangi, f>48. 

Hisa, Tirn., 1520. 

Hisa boerè, Sangi, fi4S. 
Hisa djawa, Alf. Min. Baut., 2730. 
Hisa kónópó, .\lf. .Min. Bant., (148. 
Hisa maróbó, All'. .Min. Baut., fi48. 
Hisa sina, Air. Min. Bant., (153. 
Hisa soenting. Air. .Min. Bant.. 648. 
Hisa watoelinè, Alf. Min. H;iiit.. (148. 
Hisa-hisa, Alf. Amb.. Oil., 229. 
Hisik, Bal.. S47. 
Hisoe-hisoe, Saleijer, 1852. 
Hita, Nias, 42. 
Hitoe, (iuront., 23C1. 
Hiwoe, S:iwiic', 1 107. 
Hiwoe boetoe, Saivuc. 1108. 
Hiwoe djawa, Sa«m-, 1892. 
Hiwoe wara, Sa«uf, 1120. 

Hja, Mal. Balav., 335. 
Hoé, .Nias 393. 

Hoe moeke, Tim., 229. 
Hoe moesoe, Tim., 1883. 

Hoea, Alf. Amb. Asil., Har., Hila, Z. f'er., 315. 

Hooa éwang, .^If. \m\>., 593. 

Hoea niwël, Alf. Amb., Z. ('er., 2894. 

Hoeda, lV,n., 2289. 

Hoeda bawa, Tcrn.. 2289. 
Hoeda mahaté, rt-m.. 2289. 
Hoeda tópo bohéka, Tcru., 2289. 
Hoedi, liuinni, 23(11. 
Hoedjan panas. Mal., 197. 
Hoedjan panas poetih, .Mal., 1(157. 

Hoeë, Alf. Har., 2(1(13. 
Hoeëlé, Alf. Har., 2063. 

Hoeëljo, Alf. Sa|i, 1107. 
Hoeëljo poetiïl, Alf. Sap.. 1120. 
HoeëlO, All. .\. iaoit. Sap., 2663. 
Hooéoer, Alf. Z. (Vr., 698. 
Hoehèljo, Alf. X. Lauel, 1107. 
Hoehèljo poeïl, Alf. \. l.aoit, 1120. 

Hoei, llaj W. Buru.. 539. 

Hoei samaboe, l'aj. W. Born., 563. 

Hoeïs, Alf. Min. Bent., 114. 

Hoek toewak, Kutin.. 484. 
Hoeka, Kei, Watuib., 1071. 
Hoeki, Air. Z. (Vr.. 2301. 
Hoekim, Tim., 945. 
Hoekoen, Kii, Watucb., 340. 

Hoelasi, Bat., 2474. 
Hoolbah, Mal., 3374. 
Hoelim, Bat., 3095. 
Hoeloené, Alf. Asil., Hila, 2788. 
Hoeloenjo, Alf. N. Laoct, 2788. 
Hoeloeno, Alf. Sap., 2788. 



49 



Hooinbang, Daj. Z. o. Bum., 404. 
Hoenibia, Mi'. Mid. Bcut., Saugi, 2289. 
Hoenioeroet, Ki-i, 217. 
Hoempa, Bimau., 871. 
Hoena, ^ika. 13S. 
Hoonak, Miuausck.. 2780. 
Hoengó lawa, (ioiont., 1318. 
Hoeni, Binmn., y4.'). 
Hooni, Kuiiii.. 2301. 
Hoeni, Soin.l . 2.J7. 
Hoeni pasisir, SoenJ., 203. 
Hoenik, Hai.. ü4."). 
Hoenik gadja, Bat.. 947. 
Hoening, I5:it., 945. 
Hoenta, (iuront., 2427. 
Hoeöeno, .\lf. Z. Cer., 425. 
Hoepaman, .Ui'. Z. C'ei-., 2295. 
Hoepoe, .\lt'. N. o. Halm., 1504. 
Hoera, Mku. 1110. 
Hoorandji, Bat., 1079. 
Hoeria, .\li. Cw., 23(U. 
Hoerip tjaj, SueuJ., 2048, 3251. 
Hoeroo, Soiml.. 32. 
Hoeroe, w.iui-, 2719. 
Hoeroe batoe, Soeml., 3058. 
Hoeroe beurit, SocnJ., 2002. 
Hoeroe beusi, .SuluJ., 924. 
Hoeroe dapoeng, Suend., 2u78. 
Hoeroe djanitri, Soind., 1231. 
Hoeroe gading, .Socud., 2078. 
Hoeroe gambir, Suend., 2140. 
Hoeroe hèdjó, SüciuI., 2005. 
Hoeroe hiris, Suend., 927. 
Hoeroe hpndjè, Soend., 2768. 
Hoeroe katjang, Soend., 2071. 
Hoeroe kapok, Suend., 33. 
Hoeroe ki-mèjong, Suend., 32. 
Hoeroe ki-sèrèk, Suend., 2070. 
Hooroe kónèng, Suend., 921. 

Hoeroe lèmó, Soend., 2008. 

Hoeroe lilin, Suend., 2200. 
Hoeroe lookoer, Soeud., 923, 2607. 
Hoeroe niadang, Suend., 929. 
Hoeroe niadang lalaki, Suend., 2071. 
Hoeroe mandjèl, Suend., 1730. 
Hoeroe mangparang, Suend., 1270. 
Hoeroe manoek, Suend., 1041. 
Hoeroe möntjèk, Soend., 924. 
Hoeroe nièrang, Suend., 2063. 
Hoeroe minjak, Suend., 2079. 
Hoeroe moending, Suend., 2070. 
Hoeroe pajoeng, Soend., 34. 
Hoeroe pajoeng aloes, Suend., 35. 
Hoeroe pajoeng bënër, Suend., 35. 
Hoeroe pajoeng bódas, Suend., 2073. 
Hoeroe pajoeng gëdè, Suend., 34. 
Hoeroe pajoeng leutik, Suend., 32. 
Hoeroe paoel, Suend., 923. 
Hoeroe peutjang, Suend., 18. 
Hoeroe roön, Wetar, 2717. 
Hoeroe pinggan, Soend., 2078. 
Hoeroe poespa, Soend., 2I40. 
Hoeroe sarijawan, Suend., 453. 
Hoeroe sèreh, Suend., 2070. 
Hoeroe sintok, Suend., 705. 
Hoeroe tangkalak, .Soend., 2081. 
Hoeroe tjangkring, Soend., 2077. 
Hoeroe tjari^jang, Soend., 1270. 
Hoeroe waleh, Socnd., 2057. 
Hoeroeno, Air. Har., 2788. 
Hoesoer, .\li. .\nil)., 1580. 
Hoeta alósoe, .\lf. Z. (Vr., 3090. 
Hoota ial isin, .\lf. Z. ('er., 2430. 



Hoetia, fiornnt., 539. 
Hoetoen, \U. Amb., Oei., 425. 
Hoetoeno, .^If. N. Laoet, Sap., 425. 

Hoetséjoer, Bat., 1951. 

Hoewal, .Vll'. N. Laoet, Saj)., 315. 
Hoewar, Sas., 1550. 
Hoewi, Lamp., 539. 
HoOWi, Suend., 1107. 

Hoewi badak, Soend., 1121. 
Hoewi boetoen, Soend., 1108. 
Hoewi dangdeur, Soend., 2181. 
Hoewi gadoeng, Soend., 1114. 
Hoewi gelang. Lamp., 1017. 
Hoewi kalapa, Soend., 1108. 
Hoewi kawójang, Soend., 1122. 
Hoewi koemëli, Soend., 840. 

Hoewi lilin, Soend., 1108. 

Hoewi mëmboewai. Lamp., 2779. 
Hoewi pantis. Lamp., 555. 
Hoewi saboek, l-amp., 1019. 
Hoewi sawoet, Soend., 1117. 
Hoewi sawoet djahè, Socnd., 1123. 
Hoewi sëmamboe, Lamp., 563. 

Hoewi sësah, Lamp., 560. 
Hoewi tarópong, Soend., 1122. 
Hoewi tjèkèr, Soend., 1123. 

Hoewi walanda, Suend., 2181, 3175. 

HogOÖe, .\lf. Min. Bant., 2857. 

Hohoré, Kisar, 1883. 

Hoi, Xias, 990. 

Hoja, Nias, 2487. 

Hókal, .\ir. Har., Z. Cer., 3056. 

HÓlasa, Saleijer, 3465. 

Holim, Bat., 767. 

Hombili, Bat., 846. 

Honipas, But., 1903. 

Honas, Bat., 218. 

Hondje, Suend., 190. 

Hondje badak, Suend., 2457. 
Hondje bënër, Suend., 2450. 
Hondje beureum, Suend., 2450. 
Hóndjè bódas, Soend., 2450. 
Hondje boeöet, Soend., 2455. 

Hondje leuweung, Soend., 2456. 

Hong, Balhi. Senib., 1573. 
Hope, Mal. -Men., 1514. 

Horas tadji. Bat., 1468. 

Hori, Balin., 3060. 

Hori, Bal., 475. 

Hori siboeloe. Bat., 475. 

Hórómóma, .VIC. N. O. Halm., 1550. 

Horwi, Balin., 3066. 
Hosbé, Bat., 030. 
HÓSi, .\ll'. Boer., 785. 
Hótang, liat, 539. 
Hótang badoewar. Bal., 2779. 
Hótang badowar. Bat., 2779. 
Hótang basbasan. Bat., 542. 
Hótang djornang. Bat., 1016. 
Hótang maldo. Bat., 557. 
Hótang malo. Bat., 557. 
Hótang oedang. Bat , 540. 
Hótang saboet. Bat., 1019. 
Hótang samamboe, Bat., 563. 
Hóté, .\lf. .Min. Bant., Sangi, 2362. 
Hótia, (iorunt., 539. 
HÓtOng, ,\lal. .\inl)., 3113. 

Hótong banggala, Mal. .Vmb., 1258. 

Howa, Nias, 191. 

Hówè, Soend., 539. 

Hówè andong, Soend., 2965. 

Hówè boeboewaj, Soend., 2779. 
Hówè bógó, Suend., 540. 



50 



Hówè geureung, .Socml., 551. 
Hówè kórod, Sücml., 505. 
Hówè lèmÖS, Suind., 55». 
Hówè lilin, Soend., 558. 
Hówè moeka, Soend., 541. 
Hówè oeneur, Soend., 2780. 

Hówè Ómas, Soend., 555. 
Hówè pahit, Soend., 54-1. 
Hówè pèlah, Soend., 11)27. 
Hówè pörlas, Soeud., 519. 



Hówè sampang, Soi^nd., 562. 
Hówè sasampajan, Soend., 19t>6. 
Hówè sèèl, Soejid , U)2ü. 

Hówè Sëgè, Suend., 552. 

Hówè tërètës, Soend., 1024. 

Hówè tjatjing, Soend., 544. 

Hówè toetoel, Somd.. 560. 

Hówè walat, Suend., 541. 

Hwi, H^'liii-. 5:ui. 

Hwi walatoeng, Buliu., 541. 



I. 



laan, Bubar. 2512. 

lalè, Alf. ,\-il., ('er., Mila, M)2. 

laló bandang, Alf. Asil.. llila, ni2. 

lalO, AU'. Il"r-. G"- 

lalo bandang. All', llar, 012. 

Ibi, All'. Min. Tonsaw., 1107. 

Ibi chajoe, Alf. .Min. Tonsaw., 2181. 

Iboel, Lunip., 593. 

Iboel, Mal., 2502. 

Iboen, Midd. Suni., 2717. 

Iboeng, Alf. Min. Tonsaw., 24S7. 
Iboes, Atji'h. Bat., Sa,-*.. S87. 

Idi-idi malakó. Te™., 3 

IdjO, Balin.. 20(13. 
IdjO, Kuijifano, 23()1. 

Idó wahó, 'rein., 3010. 

Idoengoesan, Alf. Min. Tonsaw., 2(50. 
lëéró, Kisur. 1)02. 
Ifan, Simaloci-, 2717. 
Ifèl, Alf. Bi>cr., 37U. 

Ifèl ëmroro, Alf. Bo.r., 380. 

Ifèl milo, Alf. Boei-., 379. 

Ifèl moa, Alf. Boer., 1215. 

IgÓ, Alf. iN. o. Halm.. Tem., H3fl. 

IgÓ boela, Alf. X. O. Halm., S3(). 

IgÓ doekoe, Alf. N. o. Halm.. S3U. 

IgÓ mahaté, Tern., S30. 

IgÓ pinè laoe, Alf. N. o. Halm., 830. 

IgÓ-igÓ, IVrn., 2690. 

Igóno, Alf. N. o. Halm., 830. 

Ihing, lav., 690. 

Ihoe, Alf. Ccr., 1107. 

Ihoesoe, Saleijer, 887. 

ring-iïng, Balin., 1552. 

liro, All'. Amb., 2(i(n. 

Ijö mawo, Atjeh, 2986. 

Ijondog, Bol. Muug., 1794. 

Ijor, Madoer. B. P., 830. 
Ikik, Balin., 1755. 

Ikoeh loetoeng, Balin., 13. 

Ikoet loetoeng, Balin., 13. 

Ila-ila, .lav., 1763. 

Hak, Baliu., 160. 

Ilalang, Minanijk., Simaloer, 1883. 

Ilan, Kei, 2310." 

Ilano, Alf. N'. Laoet, Sap., 2218. 

Hat, .Soend,, 664, 1572. 

Hat baja, .lav., 152. 

Hat boeloe mata, Soend., 974. 

Ilat gëdè, S,„ nd., 3086. 

Hat goenoeng, Soend., 1539. 

Ilat leutik, Suend., 3087. 

Hat minjak, Soend., 3085. 

Ilat-ilat, .lav , 182, 1447. 
Ilat-ilat, (I. .lav., 152. 



Hér, Jav., 705. 
Ilës-ilës, Jav., 210. - 

Heus, Suend., 210. 

Heus lëmah, Soend., 3391. 

Heus leutik, Soend., 3287. 

Hoes sela, Alf. Min. T. P., 1644. 

Ima, Tern . 1 107. 

Ima góta, Alf. N. O. Halm., 2181. 

Imii inggris, IVm., 2181. 

Ima kastéla, Tern., 1892. 

Ima namó mabóró, Tern., 1892. 

Ima pariama, Tirn., 1121. 

Ima soeraba.ja, Tern., 1892. 

Ima tapaja mahoetoe, Tern., 1892. 

Imah sireum, Soend., 1846. 

Imawónjo, Alf. N. Laoet, 2561, 2565. 

Imba, lav.. 8S2. 

Imër, .Tav., I.")59. 

Impëlë, Boeg., 1514. 

ImpO, Boeg., 1644. 
Ina, Alf. Amb., 847. 

Ina mahaoe, Alf. Amb., 847. 
Ina météna, AU'. Amb., 847. 
Ina poeti, Alf. Amb., 847. 

Inaan, Tenimbar, 2719. 
Inai, Bat. Mand., Mal., 2004. 

Inai ajam. Mal., 1878. 

Inai ajër. Mal., 1850. 

Inai ajër koening. Mal., 1880. 

Inai ajër pootih. Mal., 1881. 

Inai batoe, Mal., 1879. 

Inai boekit. Mal., 1879. 

Inai paja. Mal.. 1S50. 

InangÓ, Minangk., 601. 
Inano, AU'. N. Laoet, Sap., 847. 
Inanre oela, Boeg., 2335. 

Inawoeöe, Babar., 847. 

Indèr, Soeud., ijiio. 

India, Mal.. 2484. 

Indja pajoeng. Mal., 2484. 

Indjaro, Makas, 2854. 

Indjilei, Midd. Sum., 835. 

Indjiliri, Boeg., Makas., 1085. 

Indralaksana, ^lal., 5. 
Inëng, Atjeh, 2004. 
IneuS, (Tajo, 407. 
Ingan-ingan, Balin. Kr., 1552. 
Ingas, .lav . 11163, 3105. 

Ingas kapoer, .lav., 3105. 
Ingas këbo, -lav., 3105. 
Ingas manoek, .'av., 522. 
Ingas tèlik, -lav , 3105. 
Ingas tëmbaga, .lav., 1663. 
Ingas tjèlik, Jav , 3105. 
Inggir-iuggir, Bat., 3174. 



51 



Inggoe, B;iliii., lioi'g., .Iiiv., Soi'iul., 3U0(). 
Inggólom, B:it., L':.'18. 
Ingoeë-ingoeë, Minangk., 3047. 
Ingoeë-ingoeë rimbó, Miuaugk., 3048. 
Ingoel, Bat . 7U2. 
Inima, P^ngsanu, i.557. 
InÓ, .Vil". Min. Beul., 835. 

Inralé, Buuth.. liii". 
Inrëlo, Boig., is.ï-t. 

Inroe, Bui;;., Maka.*., i2i. 

Inta, .\ll". .Min. Bant., Bent., T. I.., T. 1'., 78fi. 

Intaran, Bulin., 3.S2. 

Intil, Alf. Min. Pünos., 3355. 

Intjalën, .\lf. Min. T. P., 2771. 

Intjaro, .\lf. Min. T. ?.. -2084. 

Intji, Biiiian., 'iUl(>. 

Intjoeng, Bat., l'Jii. 

Ipa, .Ml'. Boer, 0ü2. 

Ipa, llaj. Kat., Saini>., -UCO. 

Ipei, -\lt'. Min. Bi'nt.. Tuusaw., fi02. 

Ipei taïnaté, .vit". Min. Bent., 614. 

Ipi, Boeg., 68. 

Ipia, .Vlf. Cer., 2289. 

Ipik, Jav., 1491. 

Ipil, .\lf. .Min. Bent., Sas., 68. 

Ipil, Vlf. Min. T. B., T. h., '1'. 1'., T. S., 2771. 

Ipil, Daj. Z. O. Boni., MidJ. Suni., 7t). 

Ipin, Sas., 6H. 

IpiS koelit, Soeml., 2266, 2880. 

Ipó, Bueg., Makas., 255. 

Ipoe, Bat., 2.i5. 

Ipoeëh, Minangk., 255. 

Ipoes in asoe, Vlf. Min. T. P., 2320, 2638. 

Ipoes in tja"wok, Alt". Min. T. P., 127S, 3219. 

Ipoes nó asoe, Alf. Min. T. s., 2320. 

Ipoh, Mal., 255. 

Ipoh akar, Mal., 3260. 
Ipoh batang, Mal , 255. 
Ipoh bëngkaroeng, Mal., 254. 

Ipoi bakas, \\(. .Min. Pouos., 1953. 
Ipo'ih, Atjeh, 255. 

Irateun, Soend., 2241. 



Irë, Boeg,, 15S(i. 
Irèn, All". Z. Cer., 2218. 
Irim-irim, .lav., 2464. 
Iris-irisan, Jav., 1703. 

Irit, Daj. Z. o. Boiu., 1022. 
Irono, Alf. Hai-., 2218. 
Isahoe, Alf. Har., Z. Cer., 846. 
Isalo, Alf. N. Laoet, 229. 
Isélè, Alf. Oei., Z. Cer., 68. 
Isëm, Lanip. Ab., 2167, 2168. 
Isèn, Baliu., 159. 

Isèn kapoer, Balin., 159. 

Isèp daah, Balin., 1076. 

Isëp gëtih, Balin., 1076. 

Isëp nanah, Baliu,, Madoer., 1076. 

Iséré, Alf. (lel., Z. ('er., 68. 

Isiahoe, Alf. Z. Cer., 846. 

Isoa, Teiümbar, 315. 

Isoe, Biman., 125. 

Isoe, Kei, 315, 

Itak, Lamp., 2661. 

Itak, Sas., 178. 

Itë, -Mf. Boer., 178. 

Item, Alf. Min. T. L., 1139. 

Item leós, Alf. Min. T. L., 1139. 

Item lé-WÓ, Alf. Min. T. L., 1131. 

Item lè-wó lana, Alf. Min. T. L., 1126. 

Item lè-wó rintëk, Alf. Min. T. L., 2119. 

Item lèwó sela, Alf. Min. T. L., 1129. 

Itëroempanoe"wra, Boeg., 3169. 

Itëroeng, Boeg., 3169. 

Itil, Alf. Min. Tonsaw., 3355. 

ItjÓ, Boeg,, 2458. 

Itoeöe, Kei, 2310. 

Iwak irah, Jav., 837. 

Iwès, Soeiiiba, 887. 

Iwi, Alf, .\', O. Halm., Soemba, 539, 

Iwi, Soembii, 1114. 

Iwi dènga, Alf. N. O. Halm., 566. 

Iwoel, Soeuda, 593. 

Iwoes, Saa., 887. 



J. 



Jakis, Alf. Min, Tonsaw., 212. 
Jal, Alf. Z. Cer., 602. 
Jalé, Alf, Asil., Cer,, Hila, 602. 
Jalo, Alf. Har., N. Laoet, Sap,, 602. 

Jalo bandang, Alf. .\sil,, Hila, 612. 

Jalo halat, Alf. Har., N. Laoet, Sap., 603. 

Jangdoedoo, Balin., 674. 
Jantoena, Bol. Mung., 138. 



Jantoena mópoera. Bol. Mong., 139. 
Jantoena mópoesi, Bol. Mong., 142. 

Jar, Alf. Z. Cer,, 602. 
Jèfen, N. Guin, 4 R., 1573. 
Jèjèl, N, Guin. 4 R., 316. 
Joga, X. Guin. 4 R., 698. 
Joga ajó, N, Guin. 4 R., 698. 
Jolèp, N. Guin. 4 R., 905. 



K. 



Kaan, Alf, Min. T, L., 2512. 
Kaan é karókok, Alf. Min., T. L„ 1506. 
Kaiin ing kijos, Alf. Min. T. L., 15. 
Kaanoe, Leti, 2719. 

Kaba, .Madoer. B,, P., 834. 

Kabaak, Kei, 2458. 
KabaèLo, Knggano, 665. 



Kabalam, N. Guin. 4 R., 404. 
Kabalëm, N, Guiu. 4 R., 404. 
Kabalim, N. Guin. 4 R., 404. 
Kabaroe, Soemba, 1799, 
Kabel, Aroe, 404. 

Kabëmbëm, Mal. Batav., 2175. 
Kabèsak, Tim., 7. 



52 



3530. 



UU). 



Kabi-kabi, Mul. M't.. I'rni.. 1697. 
Kabi-kabi boboedó, IVrn.. 1(197. 
Kabi-kabi inórah, Mal. Men., Iüy7. 
Kabi-kabi poetih, Mal. Mi-u., Ui97. 
Kabi-kabi roriha, 'IVin., 16U7. 
KabiSta, .Mmlucr. IJ., I'., U28. 
KaboÖ, Bimaii., :i()(i3. 
Kaboe, .N. tncin. 1. R., 240'J. 
Kaboe, Sum. \\ . K., 480. 
Kaboo-kaboo, Mul., :i75.") 
Kaboe-kaboo hoetan, Mal., 
Kaboeë, AH. \\ . ('<i-., :i(iil3. 
Kaboeka, Tim., 3559. 
Kaboeng, .Mul., 322. 
Kaboeran, Maduir,, 1110. 
Kaboeran bhabang, Madui 
Kaboeran dhoongkang, MucIolt, luo. 
Kaboeran ghadjam, Mailucr., llio 
Kaboeran tèkos, .MaJuer., 11 10. 
Kaboeran tjèna, MuiIulm-., 1110. 
Kaboeran tjètjèk, MadoiM-., 1110. 
KaboesÓ, Alt'. Z. ('er., 1295. 
Kabógol, N. fiiiiu. 4 K., 1973. • 
Kabor, Sika, 830. 
Kadaka, Soend., 2822. 
Kadalan, .lav., 378. 
Kadalé, Buig., .Makas., I(!fi4. 
Kadam, Minanifk., 1805. 

Kadam-kadam, MiBangk., 4. 
Kadandang, l'aj.. Kat., titi". 
Kadara, Bimau., 532. 
Kadawo, Borg., Makas., 2602. 

Kadawoeng, .lav., 2602. 
Kadëlé, .hiv.. 1604. 
Kadëlèn, ti .lav., 1075(?. 
Kadérang, Miuangk., 937. 
Kadhaboeng, .Madocr., 2602. 

Kadhèli, Maduer., 1664. 
Kadhoedja, Madocr., 118R. 

Kadihoe, Mal. Amh., 831. 
Kadihoe papoewa. Mal. Amii., 
Kadingir, Soimlia, 934. 

Kadjai, Minangk., 3376. 

Kadjamas, Uaj. SaTup., 125. 
Kadjanti, Halin., 1887. 
Kadjar, .lav., 2961. 
Kadjar angkrik, duv., 2961. 
Kadjar-kadjar, Soiud., 2961. 
Kadjar-kadjaran, Balin., 2961. 
Kadjëng apoe, lav., Kr., 2751. 
Kadjëng d.jalër, .iav. Kr., 2509. 
Kadjëng gëndis, Jav. Kr., 208. 
Kadjëng gëndis prit, .lav. Kr., 
Kadjëng kapal, .lav. Kr., llfil. 
Kadjëng pisang, .lav. Kr., 2749. 
Kadjëng sëkar, dav. Kr., 2299. 
Kadjëng siti, .lav. Kr., 3532. 
Kadqëni, Balin., 2358. 
Kadjimas, Balin., 1175. 
Kadjoe, s,„Mid., 212. 
Kadjoe aboe, Madmr., 1816. 
Kadjoe anjang, -\lado(M-., 3022. 
Kadjoe arëng, Kang., .Madwr. B., 1136. 
Kadjoe ata, K.ndili, 3029. 
Kadjoe bhadjha, Madoer., 2007. 
Kadjoe bilis, .MadoiM-., 2417. 
Kadjoe dara, Mad.ur , 23s4. 
Kadjoe dara méra, Madmr., 2384. 

Kadjoe dara jpótè, .Madocr.. 2392. 
Kadjoe djaliso, Madoer. 1'., 1389. 

Kadjoe djhangkar, Kang., 2969. 
Kadjoe djharan, Madocr.. 2238. 
Kadjoe djharan binèk, Madocr., 1161. 



831. 



1 47. 



Kadjoe djhoewok, Kang., 2635. 
Kadjoe gharoe, Madocr., 283. 
Kadjoe ghödang, .Madocr., 2749. 
Kadjoe ghoela, .Madocr.. 208. 
Kadjoe kanjèngal, .Madocr. S., 767. 
Kadjoe kanjèngar, Madocr. B., l'., 767. 
Kadjoe kapó, .Madocr.. 1295. 
Kadjoe kèdhang, Madocr., 1563. 
Kadjoe kömbliang, Madocr., 2298. 
Kadjoe labaj, Madoir., 475. 

Kadjoe lèsó, Madocr. S., 1389. 

Kadjoe long-tólangan, .Madocr. S., 1389. 
Kadjoe manih, Knddi, 767. 
Kadjoe manisa, Biman,, 767. 
Kadjoe njarëng, .Madocr. P., S., 1136. 
Kadjoe ó-paówan, Madocr., 313. 
Kadjoe palèmbhang, Madocr., 2480. 
Kadjoe përöng, Madocr., 1092. 
Kadjoe poeti, l'.uci? , 2218. 
KadjOO pótong, Kang., 1389. 
Kadjoe radhin, .Madocr., 2790. 

Kadjoe sètjang, .Madocr., 535. 

Kadjoe tabar, Madocr. B., P., 1389. 

Kadjoe tcndjhang, .Madoer., 2969. 
Kadjoe WiliS, -Madocr., 2417. 
Kadodo, Dnggano, 345. 
KadÓdÓtOk, Knggano, 355. 

Kadoe, Socul., 1180. 
Kadoe ganggaèng, Socnd., 1180. 
Kadoe gënggaèng, Socnd., 11 80. 
Kadoe kalahang, SocnJ., 1180. 
Kadoeëk, Minaugk.. 2740. 
Kadoeëk rimbó, Minangk., 2741. 
Kadoek, Mal.. 27i(i. 
Kadoek hoetan. Mal., 2741. 
Kadoongdoeng, Madocr., 3216. 
Kadoengdoeng aren, Madocr., 3214. 
Kadoengdoeng dhoergha, -Madocr., 3216. 
Kadoengdoeng katjënipli, .Madocr., 3216. 
Kadoengdoeng laót, Madocr., 2551. 
Kadoengdoeng paghar, -Madocr., 3216. 
Kadoengdoeng pëtédhan, Madocr., 2551. 
Kadoeroek, Mal Bcn^'k . 2222. 
Kadoeroek-doeroek, -Mal. Bcngk., 2222. 
Kadoet, dav.. 3142. 

Kadoewi, Biman. 3169. 

Kadoewi doloe djanga, Biman., 3169. 
Kadoewi naë, Biman. . 3169. 
Kadoewi paranggi, Biman., 3169. 
Kadoewi tarèndé, Biman., 3169. 
Kadója, s,„nd.. Umi. 
Kadondoeëng, Minangk., 3216. 

Kadong, Air. Min Bant., 719. 
Kadongdong, Balin., Socml., 3216. 

Kadongdong areuj, Socnd., 2979. 
Kadongdong goenoeng, Socud., 2980. 
Kadongdong haseum, Socnd., 3216. 
Kadongdong laoet, Socnd , 2551. 
Kadongdong leuweung, Socud., 3216. 
Kadongdong sabrang, Socnd., 3214. 
Kadongdong tjina, Socnd., 2551. 
Kaèl, \lf. '/.. (Vr., 1671. 
Kaèni, -Madocr. P. s., 2175. 
Kaha maïso, Ali'. Halm., 1573. 
Kahamei, Alf. Min. Bent., 2747. 
Kahan laoeï, Alf. Z. Ccr., 940. 

Kahasi, Alt'. .Min. Bent., 15. 

Kahawa, Daj., 834. 
Kahioe, Engïano, 1883. 
Kahitèla, .\iï. N. o. Halm., 3550. 
Kahitóla, Alf. Z. (er., 1892. 
Kahitoetan, Socnd., 1999. 
Kahitoetan badak, Soeud., 3418. 



53 



B., S'J5. 
2890. 



■iVni., 1395 



Kahoeroewan, Socnd., 1921. 

Kahoewa, Mal. Tel. Bei., S34. 

Kahoowé, .\ir. Z. Cer., 2ti«l. 

Kahwa, lav., 83-t. 

Kai arak, Swu.t., 3470. 

Kai arëng, Scieml., 1130. 

Kai atöloe, .\lf. Min. T. B., 3535. 

Kai ömoeöet, Alf. .Min. T. B., 1409. 

Kai garing, Mf Min. T. B., 2358. 

Kai im bónang, Mf. Min. T. B., 2137. 

Kai kalawatan, .\ir. Min. 1'. B., 9ti4. 

Kai lana, .\li'. Min. T. B., 1990. 

Kai lolohoen, .\ir. Min. T. B., 274S. 

Kai mamarisa. Air. Min. T. B., 1391. 

Kai mahatoes, Alf. Min. T. B., 2937. 

Kai ni mahawoöe. All'. Min. T. B., 1998. 

Kai poeti, Alf. .Min. T. B., 882. 

Kai rama, Alf. Min. T. B., 1037. 

Kai roja, Alf. Min. T. B., «98. 

Kai të'poe, Alf. Min. T. B., 297. 

Kai toewa, Alf. Min. T. B., 1658. 

Kai woering, Alf. Min. T. 

Kai wóló, Alf. Min. T. B., 

Kaïfok, U.>tin., 2345. 

Kaïkik, Balin., 1755. 

Kailoepa, Alf. N. O. Halm., 

Kaima, Alf. Min., 1355. 

Kainasoe, Alf. Oei., Z. Cer., 218. 

Kaïnè, -Ma.luer. P. S., 2175. 

Kaïngas, Alf. Min. Tonsaw., 974. 

Kait-kait, :Mal.. 3399. 

Kait-kait bësi. Mal., 3392. 

Kait-kait boekit. Mal., 3395. 

Kait-kait darat, AUl , ^400. 

Kait-kait mérah. Mal., 3393. 

Kait-kait poetih, Jlal., 2988. 

Kait-kait toepai, Snm. W. K., 3401. 

Kaitanoeng, Kotin., 1414. 

Kajang, Soen.l, 2934. 

Kajaoe, Kutin., 698. 

Kajawas, Alf. Min., 2S62. 

Kajawoe, Alf. Min. T. B., T. P., T. S., 459. 

Kajawoe, .\lf. Min. T. L., 3386. 

Kajéë arang, Atjeh, 2120. 

Kajéli, Alf. Min., 849. 

Kajën, -'av., Balin., 1531. 

Ka,iiït, Alf. Min. T. P., 2128. 

Kajoe aboe. Mal. W. Bom., 2233. 

Kajoe alei, Mal. Bamlj., 2634. 

Kajoe amboen, Minangk., 2791. 

Kajoe amoerang. Mal. Alen., 701. 

Ka.ioe ampang, Balin., 1552. 

Kajoo anggoer, -Mal., 3487. 

Kajoe anggóro, Maka?., 3487. 

Kajoe angin, 'av., 3419. 

Kajoe angin-angin, Jav., 2363, 3419. 

Kajoe anging, .Makas., 698. 

Kajoe anjang, Jav., 3022. 

Kajoe apak, Jav., 1532. 

Kajoe apoe, Jav., 2751. 

Kajoe apon, Daj. Z. o. Buin., 1174. 

Kajoe ara, .Mal.. 1432. 

Kajoo ara boeloe. Mal., 1452. 

Kajoo ara nasi, Mal. W. Born., 1524. 

Kajoe ara sërapat. Mal. \\ . Bmn., 1452. 

Kajoe arang, .Mal., 2120. 

Kajoe arang, Mal. Men., 895. 

Kajoe arëng, Jav., ,Sas., 1136. 

Kajoo arös, Alf. Min., 1175. 

Kajoe aró, .Minangk.. 1432. 

Kajoe asam. Mal.. 3301. 

Kajoo atödoe, Alf. Min. T. S., 3535. 

Kajoe atëloe, Alf. .\lin. T. L., 3535. 



3042. 
2977. 

1 185, 
2390. 



Kajoe babaoe, Mal. Men., 1998. 

Kajoo badjak, \ nlK Mal , 3340. 

Kajoe baja, Jav., 2007. 

Kajoe bangkala, Makas., 

Kajoe baranak, Minanjck., 

Kajoe batoe. Mal , I8ii. 

Kajoo bawang, Vnlg. .Mal., 

Kajoe bëdarah. Mal. Pal., 

Kajoe bélo. Mal. Mol., 3339. 

Kajoe bëmban, Alal. Pal., 2804. 

Kajoe bëngkak, Jav., 1786. 

Kajoe bësi. Mal. Men., 68, 1810. 

Ka.ioe bësi, Vul.i;. Jlal, 1396. 

Kajoe bësi koening. Mal. Men., 2833. 

Kajoe bësi panté, .Mal. .Men., 2833. 

Kajoe bësi përampoewan, Mal. Men., 3496. 

Kajoo bëtah, Jav., 1414. 

Kajoe bintang. Mal. Men., 2244. 

Kajoe bodi, Mal. Batav., 1510. 

Kajoe boedëng, O. Jav., 2121. 

Kajoe boedi, Mal., 1977. 

Kajoe boegis. Mal. Men., 1964. 

Kajoe boelan, Mal. Men., 2748. 

Kajoe boelin, Alal. W. Bom., 1396. 

Kajoe boeta, Mal. Men., 1414. 

Kajoe boeta-boeta. Mal., 1414. 

Kajoe boeta-boeta darat, Jlal., 176. 

Katoe Charing, Wf. Min. Tonsaw., 2358. 
Kajoe choetoe, Alf. Min. Tonsaw., 2700. 
Kajoe dadi-dadi, Atakas., 56. 
Kajoe dama, Alf. Min. T. L., T. S., 1037. 

Kajoe damach, Alf. Alin. Tonsaw., 1037. 

Kajoe damar mata koetjing. Mal., 1826. 

Kajoe damar poetih. Vuig. Mal., 1036. 

Kajoe damar toeni, -Mal. Jlol., 1036. 

Kajoe djaé, Jav., 2298. 

Kajoe djaran, Jav. Ng., 1161, 

Kajoe djawa, Alakas., 3110. 

Kajoe djërmal, Alal., 2375. 

Kajoe djóhor. Mal., 2632. 

Kajoe doelang. Mal., 684. 

Kajoe ëmbon, Daj. W. Bom., 

Kajoe ëmoeöet, Alf. Min. T. 

Kajoe ëngkaras. Mal., 283. 

Kajoe ëpoeng, Jav., 1092. 

Kajoe èstri, O. Jav., 1816. 

Kajoe fasa, Alal. Mol., 3465. 

Kajoe gaboes. Vuig. Mal., I7s. 

Kajoe gading, Mal., 1142, 1653. 

Kajoe gading. Mal. Men., 2358. 

Ka'ioe gading bëtina. Mal., 272. 

Kajoe gading djantan, .Mal., 3526. 

Kajoe gadis. Mal., 764. 

Kajoe gaharoe, Alal, 283. 

Kajoe galadoepa, -Makas., 1062. 

Kajoe garing, Alf. Jlin. T. B., 2358. 

Kajoe gëdang, Jav. Ng., 2749. 

Kajoe götih oerip, Jav., 1389. 

Kajoe goela, Jav. Ng., 208. 

Kajoe goela. Lamp., 1844. 

Kajoe goela prit, Jav. Ng., 747. 

Kajoe goerita, -Mal. AIol., 1309. 

Kajoe hara, Lamj)., 1432. 

Kajoe hirong, Lamp., 2120. 

Kajoe i lawanan, Alf. Min. T. L., 2890, 2891. 

Kajoe i lawanan rintëk, Alf. Min. T. L., 3306. 

Kajoe im bara, Alf. Min. Tonsaw., ï. P., 2144. 

Kajoe im bénang, Alf. .Min. T. S., 2137. 

Kajoe im béris, Alf. Min. T. P., 471. 

Kajoe im boeloed, Alf. Min. T. 1,., T. P., 1617. 

Kajoe im pokal, Alf. Min. T. P., 373. 

Kajoe in tabó, Alf. Min. T. P., 423. 

Kajoe in tasitj, Alf. Min. ï. P., 2855. 



2826. 



698. 

S., 1409. 



54 



Kajoe ing kólot, Air. Min. T. I.., T. P., 862. 

Kajoe iröng, Kalin., 1136. 

Kajoo itam, Mal. M'-n,. llii'J. 

Kajoe itam, Mul. M,.l . il2ii. 

Kajoe itam pèrampoewan, .Mal. Min., 2771. 

Kajoe jasan, .VU. Min. liini.. ;.'12(). 

Kajoe kahoi, koiici, 3117. 

Kajoe kalawatan, .\lf. Min. Brnt..T.L.,T.s.,'.i(i4. 

Kajoe kalawatan pooti, .\lf. Min. T. I,., Ufifi. 

Kajoe kalawatan aöla, .\li'. Min. T, 1,., DG."). 

Kajoe kalèmbak, .Liv.. 2'.ii;(i. 

Kajoe kamanjang, Makas., 3362. 

Kajoe kambing, Mal. Min., 1610. 

Kajoe kamijan, Minanpk., 3262. 

Kajoe kiiminjang, .Maka>., 3262. 

Kajoe kamoe, Makas.. 22i)ri. 

Kajoe kantjil, Mal., 2K). 

Kajoe kapal, .\lf. -Min. i'. l., T. P., 591. 

Kajoe kapidiëng, Minangk., 2074. 

Kajoe kapoeh, Alf. .Min. Tonsaw., 1295. 

Kajoe kapoer, Mal. Men., H. 

Kajoe kapoer, Snm. \V. K., 60.5. 

Kajoe karas, .Mal., 2X3. 

Kajoe kasei, Alf. Min. T. S., U09. 

Kajoe kastoeri, Mal.. 3.524. 

Kajoe kastoeri boenga, Mal., 3525. 

Kajoe katoe, Jialin., 30.53. 

Kajoe kömbang, Jav., 2299. 

Kajoe këmbang, O. .lav., 34.51. 

Kajoe kèmënjan, Mal.. 3262. 

Kajoe kënaha, .Sukn-, 2883. 

Kajoe këudéka, Mal. Batav.. 381. 

Kajoe këndéka nasi, -Mal. Batav., 513. 

Kajoe kidang, .lav., 1.563. 

Kajoe kidang, •'. .lav., 2674. 

Kajoe koeda-koeda, Vulg. Mal., 2480. 

Kajoe koedoe. Mal. i'al., 3041. 

Kajoe koeló, Alf. Min. T. P.. 2748. 

Kajoe koemajan, Minangk., 3262. 

Kajoe koemójan, Minangk., 3262. 

Kajoe koemójèn, Miuangk., 3262. 

Kajoe koempit, Mal. I'al., 50. 

Kajoe koening, Vnlg. Mal., 937. 

Kajoe koenir, .lav., 926. 

Kajoe koenji, .Makas., 937. 

Kajoe koenjit, Balin., Mal., 926. 

Kajoe koeranga, Alf. Min. T. P., 2636. 

Kajoe kólot, Alf. Min. T. L., 862. 

Kajoe kówang, Makas., 1517. 

Kajoe laboe, .Minangk , 2152. 

Kajoe lada, l.amji., MicUl. .Snm., 764. 

Kajoe laka. Mal. Men., 2004. 

Kajoe laka. Mal. Pal., 535. 

Kajoe lanang, .lav. \g., 2509. 

Kajoe lansoena, Alf. Min. Bmt., 2237. 

Kajoe laoe, Alf. Min. Bont., 2381. 

Kajoe laroe. Mal., 2635. 

Kajoe lasi, -Mal. Mol., 3105. 

Kajoe lasoena, Alf. Min. Tousan-., 2237. 

Kajoe lasoena, Makas., 1185. 

Kajoe lawang, .lav., 1783. 

Kajoe lawang. Mal., 762. 

Kajoe lëgi, .lav., 767. 

Kajoe lèlèng, Makas., 1139. 

Kajoe léma, Alf. .Min. T. L., T. S., 2830. 

Kajoe lëmah, -lav.. 3532. 

Kajoe lèwó, Alf. Min. T. P., 3297. 

Kajoe lilin, Mal., 2122. 

Kajoe loemoet. Mal. Pal., 167. 

Kajoe loetoong, O. .)nv., 2121. 

Kajoe loloen, Alf. Min. T. S., 2748. 

Kajoe londola, Alf. Min. Tonsaw., 1217. 

Kajoe maatoes, Alf. .Miu. T. L., T. P., 2937. 



Kajoe madjanang, Makn»., 1301. 

Kajoe maïboekan, Balin.. 2533. 

Ka,]oo maïtöm, .\lf Min. T. L., 1139. 

Kajoe malas. Mal., 2594. 

Kajoe manis, Balin., 3053. 

Kajoe manis, .lav,. Mal., 767. 

Kajoe manis hoetan. Mal., 762. 

Kajoe manis praoe, Balin., 767. 

Kajoo manis tjina, -lav., 759. 

Kajoe marisa, Alf. Min. T. L., 260. 

Kajoe maritja, Alf. Min. T. P., 260. 

Kajoe mas. Mal. .Men.. 3042. 

Kajoo mata ajam. Mal.. 385. 

Kajoe mata boeta. Mal., 1414. 

Kajoo mata ikan. Mal. Bandj., 309. 

Kajoo mata oelar, Mal., 2944. 

Kajoe matoes, Alf. Min. T. S., 2937. 

Kajoe mënjan, Balin., .lav., 3262. 

Kajoe mönjawak, .lav., 1407. 

Kajoe menjin. Mal , Kdotei, 3262. 

Kajoo menoempang. Mal., 2096. 

Kajoo mórah, Tim., 28S3 

Kajoe mérah daoen tjèngkèh. Mal. Mol., 

l3->n. 
Kajoo mojondi, Alf. Min. Ponos., 1139. 
Kajoe morségoe, -Mal. Mol., 1754. 
Kajoe mranak, .lav., 2918. 
Kajoe naga, Mal. \V. Bom., 580. 
Kajoe nani. Mal. Mol., 2409. 
Kajoe ujali, Balin., 509. 
Kajoe no, Snm. AV K.. 672. 

Kajoo noach, Alf. Min. Tonsaw., 604. 

Kajoe oedang-oedang, -Mal. Pal., 98. 

Kajoe oedjan. Mal. Pal., 2163, 

Kajoe oelar. Mal. 'I'im., 1395. 

Kajoe oepas, .lav. Mal., 255. 

Kajoe oerip, Balin., 520. 

Kajoe oerip, Jav., 1389. 

Kajoe oeroem, I.ainp., 1712. 

Kajoe paga-paga, Minangk., 1985. 

Kajoe pagar, .Mal.. 1913. 

Kajoe pagar anak. Mul , 1913. 

Kajoe pagar anak bètina. Mal., 1913. 

Kajoe pagar anak djantan. Mal., 1684. 

Kajoo pagar anak hitam. Mal., 1913. 

Kajoe pagar anak mórah, .Mal., 1913. 

Kajoe pagar-pagar. Mal., 1985. 

Kajoe paï, Maka-., 1395. 

Kajoe palijasa, .Makas., 1961. 

Ka'joe papéda. Mal. Al.il., 1079. 

Kajoe papoewa. Mal. .Mol., 2021. 

Kajoe pari, -Uu., 1650. 

Kajoè paroedan. Mal. Aiub., 1557. 

Kajoe pasan, Alf. .Min.. 14. 

Kajoe pasir. Mal. Batav., 2109. 

Kajoe pawëng, Alf. Min. T. S., 1990. 

Ka'joe pëdang, -Mal. Men., 2509. 

Kajoe pélok, lax.. llfil. 

Kajoe pëlonipang, .Mal. Mm., 1161. 

Kajoe pënawar, i'. .Tav., 3190. 

Kajoe pëning, Mitld. Sum., 2911. 

Kajoe pëpèning, Sum. W. K., 2911. 

Kajoe pétjé, -Mal. Men., 423. 

Kajoe pindah, Mal., 2096. 

Kajoe pódang, Alf. .Min. Tousaw., 2509. 

Kajod poeli, Maka.s.. 2096. 

Kajoe poeloet, -Mal.. 751. 

Kajoe poeng, lav . 1092. 

Kajoe poentijana, Buaih., 1614. 

Kajoe poetar. Mal., 1756. 

Kajoe poetiëh, Minangk., 2218. 

Kajoe pootih, Balin., 178. 

Kajoe poetih, Makas., Vuig. -Mal., 2218. 



55 



Kajoe poetih lëmboet, VuIk. Mal., 2022. 

Kajoe pranak, -lav., 2918. 

Kajoe raden, lin., 113. 

Kajoe radja, Makas., fi82. 

Kajoe radja. Mal. .\nili., 6-11. 

Kajoe rah, lav., 2:iS4. 

Kajoe rama, Vlf. Min. T. P., 1037. 

Kajoe rama in asoe, .\lf. .Min. T. P., 1402. 

Kajoe rama in tótógan, .\lf. Min. T. P., 26. 

Kajoe rama woering, .\ir. Min. T. P., 3128. 

Kajoe ramó, Mal. Pal., 'J20. 

Kajoe rampè, Houth., 1724. 

Kajoe ranoe, I.ani]i., .i."). 

Kajoe rapat, Vuitr. Mal., 398. 

Kajoe rëboeng, .Mal., 2236. 

Kajoe rëboeng djantan, Mal., 3386. 

Kajoe rèra, -\lf. Min. 1'. .s., 23B4. 

Kajoe riïs, .Uf. .Min. T. L., T. S., 645. 

Kajoe roehi, Alf. .Min. T. I,., 1725. 

Kajoe roei', -\lf. Min. T. P., 172.ï. 

Kajoe roemèdikët, AU'. Min. T. L., 1069. 

Kajoe roeniëdikët söla, .Vli'. .Min. T. L., 1070. 

Kajoe rooris, AH'. Min. '1'. [,.. 114. 

Kajoe roja. Air. Min. T. L., 120. 

Kajoe roja, Alf. .Min. T. L., T. S., 698. 

Kajoe sakoe. Mal. Amb., 310.5. 

Kajoe sala, .Uf. Min. Bi-nt., Tonsaw., 2157. 

Kajoe salawakoe mérah, Mal. Mol., 3755. 
Kajoe salawakoe poetih, Mal. Mn]., 40. 
Kajoe samak, Mal., 1314. 
Kajoe sampang, .lav., I4oo. 
Kajoe sang, '>. .lav., 32fi9. 
Kajoe santen, .lav., 1U59. 
Kajoe santen, O. Jav., 24S0. 
Kajoe santi, Alf. Min. T. L , 1960. 
Kojoe santi, Alf. Min. T. S., 2509. 
Kajoe saoedang, .Uf. Min. T. S., 152. 
Kajoe saoet, Alf. Min. T. L., T. P., ï. S., 2236. 
Kajoe saoet rintëk, Alf. .Min. T. L., 2234. 

Kajoe sapè, .Minanek., 1352. 

Kajoe sapi, .lav., 2831. 
Kajoe sapi radja, .lav., 1253. 

Kajoe séa, Alf. Min. Bent., T. S., 2343. 

Kajoe séa, Alf. Min. T. P., 2162. 

Kajoe sèló, Alf. Min. T. I,., 2157. 

Kajoe sèmoet. Mal., 2423. 

Kajoo sëmoet, .Mal. Amb., 641. 

Kajoe sëna. Mal. \V. Boru., 2883. 

Kajoe sënë, Balin., 762. 

Kajoe sëngit, Alf. Min. Tonsaw., 2857. 

Kajoe sëntigi, .lav., 2636. 

Kajoe sëpat, Djambi, Mal. 1'al., 1352. 

Kajoe sëroet, .lav., 3248. 

Kajoe sëroet tjina, Jav., 1208. 

Kajoo sëntadoe. Mal., 700. 

Kajoe setigi, Jav., 2636. 

Kajoe soega, Jav., 2635. 

Kajoe soelamoe. Mal. Mol, 3191. 

Kajoe soesoe, -Mal. .Mol., 719. 

Kajoe soga, Jav.. 2635. 

Kajoe sóko, Bonth., 3220. 

Kajoe SÓIÓ, Alf. .Min. Beut., T. I'., T. S., 1037. 

Kajoe swanggi, .Mal. .Mnl., 1311. 

Kajoe tahi. Mal. 1'al., 3453. 

Kajoe tahi, Vnlg. Mal., 1999. 

Kajoe tai, \lf. .Min. T. L., T. s., 1617. 

Kajoe tai, lav., 1999. 

Kajoe taki, Alf. Min. T. S., 2762. 

Kajoe tali, Kalin. Kr., 13. 

Kajoe tampang, Mal, 345. 

Kajoe tampang boolat. Mal., 34(i. 

Kajoo tampang boeroeng. Mal, 345. 

Kajoe tampang manis, .Mal., 349. 



708. 



587. 
474, 2182. 



Kajoe tanipang tëlor, Jlal, 1496. 

Kajoe tana, Makas., 3358. 

Kajoe tanah, Sum. W. K., 3358. 

Kajoo tanang, Makas., 1520. 

Kajoe tandoek, Sum. \V. K., 706. 

Kajoe tangan, Jav., 1389, 1777. 

Kajoe taoen, Alf. Min. Bent., 283(1 

Kajoo taoen, O. Jav., 1961. 

Kajoe tas, Mal, 2201. 

Kajoe tëbëlijan. Mal. W. Bmn., 1396. 

Kajoe tédja, Jav., 762. 

Kajoo tëgës, Balin., 3309. 

Kajoe tëlor, .Mal. Men., 2954, 3535. 

Kajoe tëlor. Vuig. Mal, 2146, 3525. 

Kajoe tèmbèr, Alf. Min. T. L., 698. 

Kajoe ténè, Makas., 767. 

Kajoe tëngar. Mal, 721. 

Kajoe téwa, Alf. Min. T. L., 2128. 

Kajoe tikoes. Mal Amb., 130. 

Kajoe ting. Mal. Men., 381. 

Kajoe titi, :Mal. Mol, 3-168. 

Kajoe tjaboek, o. Jav., 1659. 

Kajoe tjölaka. Mal, 2881. 

Kajoe t.jidakoe. Mal Mol, 255, 

Kajoe tjina. Mal, 700. 

Kajoe toelang, Balin., 1389. 

Kajoe toelang, Snm. W. K., 2265. 

Kajoe toesam, Sum. W. K., 2714. 

Kajoe toewa, Alf. Min. T. L., T. P., 

Kajoe toewa, Jav., 2013. 

Kajoe tongkoewa, Alf. Jlin. Bcni. 

Kajoe totara. Mal :mo1., 862. 

Kajoe tótó né angkó, Alf. Jlin. T. S., 513. 

Kajoe trawas, Jav., 2298. 

Kajoe walaoe, Daj. Z. O. Boin., 698. 

Kajoe walè, Alf. Min. T. S., 1139. 

Kajoe walèd, Alf. Min. T. P., 1139. 

Kajoe walisoe, .Alf. Min., 767. 

Kajoe wara, Alf. Min. T. P., 2144. 

Kajoe waring, Alf. Miu. T. L., 2358. 

Kajoe watoe, Alf. Jlin. Bent., 2514. 

Kajoe watoe, Alf. Min. T. L., T. S., 1810. 

Kajoe wèrang, Alf. Min. T. h., T. S., 2650. 

Kajoe woekoeën, Alf. Min. Bent., 

Kajoe woeling, .Vlf. Min. Tonsaw., 

Kajoe woeloe, Jav., 1632. 
Kajoe woering, Alf. Miu., 895. 
Kajoe wóló, Alf. Min. T. 1,., T. S., 
Kajoe wówowos, Alf. Min. T. L., 
Kajoekoe, Alf. Tom., 830. 
Kak-pókakan, Madocr., 647. 
Kak-samangkakan, Madoer., 1898. 
Kak-sèkakan, Madoer., 1387. 

Kaka, Enggano, 1442. 

Kaka, 'l'im., 404. 

Kaka kagoerangën, Alf. Min. Bent., 3001. 

Kaka tamamisi, Alf. Min. Bent., 3000. 

Kaka walanda, Alf. Min. Bent., 2346. 

Kakadoean, Socnd., 2629. 

Kakahèr, .Uf. Amb., 316. 

Kakaïs, Alf Min. T. P., 3138. 

Kakaïs in dékat, Alf. Min. T. 

Kakaïs poepoeloet, Alf. Min. 

Kakaïs rintëk, Alf. Min. T. P., 



2244. 
1139. 



2890. 
2.301. 



P., 3136. 
T. P., 3417. 
3138. 



Kakaïs sela, Alf. Min. T. P., 338". 
Kakait beusi, Socnd., 3399. 
Kakalapaan, Soend., 458. 

Kakan, Kawi, Lamp. .\b., 353. 

Kakanèn é oewak, Alf. Min. T. P., 608. 
Kakanèn é oewak sela, Alf. Alin. T. P., 607. 
Kakanèn nó oewak, Alf. Jlin. T. S., 608. 
Kakano, Alf. N. O. Halm., 3012. 
Kakanoko, Alf. N. W. llalm., 3012. 



56 



Kakantjingan, Soend., 2344. 
Kakapas, lünip. Ab., 2443. 
Kakapiisan, Suiml , IT'.li, 2659. 
Kakapiisan kónèng, Socud., 1789. 
Kakapojaün, Air. Min., 3052. 
Kakapojaiin kooló, .Ml'. Mi". T. 1'., 3052. 
Kakapojaan raindang, .Mf Mi" T. I'., 3052. 
Kakas, luv., 1.k(13. 
Kakatjangan, s„c".l.. iiio, 31(i'J. 
Kakatjangan arouj, Sni-iid.. 3134. 
Kakatjangan pólong, Socud., 1)11. 
Kakawang, H^ij Nï. 1>^23. 
Kakawatan, Sncrul , '.i7o. 

Kaködji, Mal. Hulav., 12111. 

Kakèdjóan, Swtu\.. h71. 

Kakóm, .\lf. Mi". B.nl., T. B., T. 1,.. T. S., 1703. 

Kakeni baha, .\lf. .Min. Bent . 17i)3. 

Kakéni kagoorangön, Alf. Min. Bcni.. 1703. 

Kakóni koeló, Alf. .Min. T. B., I7ii3. 

Kakéni móa, AH. Min. T. I,., 1703. 

Kakóni poeti, Air. Min. T. I,., T. S., 1703. 

Kakóni rangdang, Alf. Min. T. B., 1703. 

Kakéni rintëk, .\lf. Mi". T. I-., 851. 

Kakóni roendang, Alf. Min. T. S., 1703. 

Kaki, Air. /. Crr-., 847. 

Kaki koeda, Vul^. Mal., 1852. 

Kakini, Air Min. Bent., T. B., T. I,., T. S., 1703. 

Kakini rintèk, Alf. Min. T. I,., 851. 

Kakioeroe, <ii>n>in. 271'.i. 

Kakoombi, Alf Miii. B.nl., 342. 

Kakoembi koehoe, Alf. Min. Bint., 354. 

Kakolei, Alf. .Min. T. L., 2842. 

Kakrèpètan, Buli»., 780. 

Kala, Alf. ('er., 847. 

Kala, Atjch, 2350. 

Kala koentjèt, .Tav., 2y'.i8. 

Kala-kala, Makas.. 1573. 

Kala-kala minjan, Smn. W. K., 2350. 

Kalabasan, Alf. Min. 'I'unsaw., 1973. 

Kalabhët, Madotr, 3374. 
Kaladi, -Minangk., 847. 

Kalad.iana, .lav., 2580. 
Kaladjana sidi, Jav., 2580. 
Kalagah, MinanKk., 3012. 
Kalahing, ."^angi, 412. 
Kalai, Tim., 2ss:}. 
Kalajaoe, Minan^k., I2y(i. 
Kalajar, Su, n,!., 33(13. 
Kalajar badak, Suind., 1805. 
Kalajar beurit, Socnd., 3335. 

KalajOO, Balin., Jav., 1206. 

Kalak, Balin., .lav., .MadoiT., Socnd., 2801, 3427. 

Kalak ambing, -lav., 3043. 

Kalak asoe, Balin., .lav., 2801. 

Kalak babal, .lav., 2801. 

Kalak djëdjër, .lav.. 2801. 

Kalak gëdang, <>. .lav., 3014. 

Kalak kënibang, -lav., 3014. 

Kalak koenir, .Jav., 'J59. 

Kalak lawé, .lav., 959. 

Kalak lënga, .lav.. 2801. 

Kalak lombok, .lav., 2508. 

Kalak mömëdi, Balin.. 2801. 

Kalak prit, .lav., 2S03. 

Kalak sapi, lav., 232r). 

Kalakandji, Minangk., 224. 

Kalakatai, Bal.. 2353. 

Kalakèh kandji, Minangk., 224. 

Kalala, Sm mba, 2500. 

Kalaloembang, Alf. Min. Bent.. 831. 
Kalamba, .\lakx<., 283. 
Kalambaoe, Makas., 2740. 
Kalambódjo, Minnugk., 784. 



Kalamboe, Boeg., 3374. 
Kalamönta, <>. lav., 1907. 
Kalamcta, s.,(]i,i . 1907. 
Kalamöta moending, .Soend., 712. 
Kalampa, Bock.. 283. 

KalampajCn, .Minangli.. 3008. 
Kalampok, Mado.r. 1322. 

Kalainpok aèng mawar, .Madoer., 1330. 
Kalampok alas, Mailmr., 1322. 
Kalampok bató, Mad.xr., 1343. 
Kalampok kapó, .Madoi-r., 1322. 
Kalampok sè kaghit, Madon-., 1322. 
Kalandingan, Madoer., 2027. 
Kalandjana, .lav.. 258C). 
Kalang bibing, Madoer., M83. 
Kalang patèjan, Madn.r.. 3283. 
Kalang-kalang kèbo, Maka.»., 2092. 
Kalanggjan, Balin.. 2690. 
Kalantjang, Balin., 339. 

Kalapa, lav. Kr., Mal. Mol., Soend., 830. 
Kalapa babi, .Mal. Amb., Men., 830. 
Kalapa bali, Soend., 830. 

Kalapa beureum, Soend., 830. 
Kalapa hèdjó, Scind., 830. 
Kalapa kanari, Alal. Amb., Men., 830. 
Kalapa kapal. Mal. .Men., 830. 
Kalapa kónèng, Soend., S30. 
Kalapa mérah, .Mal. .Men., S30. 
Kalapa pangi, Mal. .Men., 830. 
Kalapa parang, Mal. Amb., 830. 
Kalapa poetih, .Mal. Meu., 830. 
Kalapa radja, Mal. Amb., 830. 
Kalapa soesoe, Soend., 830. 

Kalapa tijoeng, l.aniji.. Soend., 2384. 

Kalapa tijoeng hédjó, Soend., 1392. 
Kalapa tindjël, Soend., 830. 
Kalapa tjótjok, Soeud., 830. 
Kalapinrang, Boeg., 1414. 
Kalatèmóko, -Vlf. N. O. Halm., 1573. 
Kalating, All. Min. Benl., 1987. 
Kalatoepa, Alf. ('er., 648. 
Kalawasa, Alf. Min. T. S., 1973. 

Kalawasa, Makas., 489. 

Kalawasa rótor, Alf. Min. T. S., 1973. 
Kalawasa sela, Alf. .Min. T. S., 1973. 
Kalawatan, Air. Min. Bent., T. B.. T. I,., T. S., 964. 
Kalawatan poeti, Alf. Min. T. L., 966. 
Kalawatan sela, Alf. Min. T. L., 965. 
Kalawi, Sum. \V. K., 339. 
Kale, Minangk., 1314. 

Kale djamboe, Miuaugk., 1335. 

Kale pajó, Minangk., 1049. 
Kale rimbó, Minangk., 2595. 
Kale toelang, Minangk., 269. 
Kalèkè, Madoer.. 2HS4. 
Kaléké bësè, Madoer., 2984. 
Kalèkè djarak, Madoer. B., P., 1942. 

Kalèkè djharak, Alailoer. S., 1942. 

Kalèkè ghëta, Madoer.. 2984. 

Kalèkè paghar, Madoer., 1941. 
Kalèkè sabhrang, Madoer., 2984. 
Kalëkès, ah. Min T V., 567. 
Kalókèt, Alf. Min. Tonsaw., 3489. 
Kaléla, Alf. .Min. T. B., T. P., 522. 
Kalèlaboe, Alf. Min. Tonsaw., 892. 

Kalèlèng djcnc, Makas., 871. 

Kalèlèng lompó, Makas, 871. 

Kalèlèng mali-mali, 'Makas., 871. 
Kaléli, Hinian., i:;5. 
Kalèmbak, .lav.. 2966. 
KalÓmbi, Alf. Min. T. B., T. S., 3-t2. 
Kalen, .N. (inin. 4 R., 8.17. 
Kalende, Blmau., 784. 



57 



Kalèngkèng, Madoer B , 1'.. 2444. 
Kalènglèngan, •lav., 1723. 

Kaléooké, ki«ar, SaoO. 

Kaléooké nianiai-hé, Kisar, n.").")r). 
Kalëoekó memoere, Kism-, :!.5."iO. 
Kaléoeké mómóson, Kisar. 3.").')ii. 
Kalèpip, N. «.iiiii. 1. U., 3. 
Kalèsèm, .'av.. KUT. 
Kalctja, .lav., 112'J. 
Kalètja, Mailocr., .532. 
Kalëwih, Balin.. 339. 

Kali-kali, Maka.^., 17. 
Kaliboewai, Mal. Pal., 175. 
Kaligoejoe, Balin., 1347. 
Kali hasëm, Balin. Kr., 1347. 
Kali koetjika, Jav., 2433. 
Kali kotjika, •lav., 2433. 
Kalijagè, Soind., 3377. 
Kalijagè goenoeng, Soiml., (in. 
Kalijagè laoet, Sucml., 1721. 
Kalijapa, .SaiiKi, 705. 
Kalijapoeh, Balin., 2801. 
Kalijasëm, Balin., 1347. 
Kalijat, .Uf. Min.. lOfiU. 
Kalijombo, Balin., 152. 
Kalikamibing, Soiud., 3043. 

Kaliki, Boeg., Bonth., 665. 

Kaliki, Minangk., 1785. 

Kaliki, Sornd.'. 2984. 

Kaliki bantën, Socnd., 2517. 

Kaliki béoe. Boeg., 2984. 

Kaliki djëra. Boeg., 2984. 

Kaliki djëra mapoetè, Boeg., 2984. 

Kaliki djëra matjëla, Boeg., 2984. 

Kaliki rijanrè, Boig.. 605. 

Kaliki tjamboeloe-boeloe, Boeg., 2984. 

Kalikih, Minangk.. (lliö. 
Kalikih alang, .Minangk., 2984. 
Kalikih batino, Minangk., 665. 

Kalikih djantan, Minangk., 665. 

Kalikih kand.ji, Minangk., 224. 

Kalikih rimbó, Minangk., 912. 

Kalikoekoen, Balin., 36. 

Kalimangoeng, l.amp., 2623. 

Kalimbang, \lf. .Min. T. L., 2169. 

Kalimbang kowini, .Vlf. Min. T. 1.., 2175. 

Kalimbaoean, Alf. .Min. T. 1'., 1799. 

Kalim.bórot, Soend., 696. 

Kalimoko, Balin.. 2684. 

Kalimpanang, Minangk., 3076. 

Kaling tana, Sangi, 1821. 

Kalipapa, ". .lav., 1274. 

Kaliraga, sika. 22. 

Kalis, .\'. (;nin. 4 K., 3313. 

Kaliti, .Vlf. .Min. Bent.. 178. 

Kaliti, Kotin., 532. 

Kalitji, .Mal. .\nil)., Batav., Tiia., 532. 

Kaljanti, Balin., 1887. 

Kalkal Otëk, .Madoer., 1070. 

Kalnasi, .\lf. Boer., 218. 

Kalo, Binjan., Sas., 2361. 

Kalóboer, Madoer., 682. 

Kaloeja, .\lf. Min. Bi^nt., 048. 

Kaloeja djawa, .\lf. .Min. Bent., 2730. 

Kaloeja malówó, -Ml'. Min. Bent., 3281. 

Koloeja toempi, .\lf. Min. Bent., 648. 

Kaloekoe, .Uf. Tom., Boeg., Boeton, Maka.^., 830. 

Kaloemënga, Alf Min. Tonsaw., 22. 

Kaloomcnga boedó, .Vlf. Min. Tonsaw., 22. 

Kaloeinönga mcha, .\ir. Min. 'ronsaw., 22. 

Kaloemoenga, Aii. Min Bini., 22. 

Kaloomoenga ma.haiuoe, Alf. .Min. Bent., 22. 

Kaloemoenga mawoeró, .vif. .Min. Bent., 22. 



Kaloempang, Alakas., Snm. \V. K., 3234. 

Kaloompang babi, Smn. \\ . K., 3230. 
Kaloempang batinó, Minangk., 3233. 
Kaloompang bëras, Snm. W . K., 3243. 
Kaloeng, Mal.. 2721. 
Kaloeng gadjah. Mal., 27;'.9. 
Kaloeng oelar, Mal., 2739. 
Kaloentai, Alf. Min. T. 1'., isi9. 

Kaloopa, Boeg., 3234. 

Kaloetai, Alf. .Min. Bent., T. L., T. S., 1819. 

Kaloetoem, Lamp , 337. 
Kaloetoem basah, I-ain|i., 19S6. 
Kaloewangkèré, .Makas., S53. 
Kaloowèh, .lav., 339. 
Kaloewih, Jav., 339. 

Kaloja, Mf. Min. Bent., 64S. 
Kaloja djawa, Alf. .Min. Benl., 2730. 
Kaloja malówó, Alf. i\liu. Bent., 3281. 
Kaloja toempi, .Vlf. Min. Bent., 648. 
KalokÓ, Alf. Cer., 1314. 
Kalompang, Madoer., 3234. 
Kalong, Madoer., 1434. 

Kalong tèdong, Boeg., 1268. 
Kalongan, -Tav., 3238. 
Kalongang, Sangi, 148. 
Kalongkèng, Madoer. B., 1'., 2444. 
Kalontjèng, Madoer. B., 3216. 
Kalot, Balin., 1669. 
Kalpataroe, Balin., .lav., 2213. 
Kalpéó, Tim., 138. 
Kalpóó foléoe, Tim., 112. 
Kalpéó mè, Tim., 139. 
Kalpéó moeti, Tim., 140. 
Kama, Alf. Min. T. L., 2355. 
Kamadhoe, Madoer., 1987. 
Kamadhoe kèdhang, Madoer., 1989. 
Kamadhoe kërbhoej, .Madoer., 1994. 
Kamadhoe kódok, Madoer., 1991. 
Kamahoe, Vlf. Z. Cer., 2984. 
Kamajoe, Alf. Halm., 3105. 
Kamaka, Alf Min. T. L., T. P., 2894. 
Kamal, .Mal. Bandj., 3301. 

Kamal mètèn, Alf. Z. fVr., 617. 
Kamalagi, Kawi, 3301. 
Kamalaka, Balin., 2684. 
Kamalatoe, Alf. Z. Cer., 2984. 
Kamalènga, .^If. N. O. Halm., Tem., 435. 
Kaman, N'. (inin. Noemf., 3011. 
Kamandhin, IVladoer., 464. 3203. 

Kamandhin kërbhoej, Madoer., 467. 
Kamandhin lalèk, .Madoer., 525a. 
Kamandi, Balin. Kr., 2096. 
Kamandiki, .Minangk., 784. 
Kamangé, Kang., JÏadoer. B., P., 2477. 
Kamanis, Daj. Z. ó. Born., 2704. 

Kamanrè, Boeg., .Makas., 918. 
Kamantës, Alf. Min. Bent., 2112. 
Kamantës bakó, Alf. Jlin. Tonsaw., 2112. 
Kamantës disé, .Vlf. Min. Tonsaw., 2112. 
Kamantës kanaramën, Alf. Min. Bent., 2112. 
Kamantës lowën, Alf. Alin. Bent., 2112. 
Kamantës niarintak, Alf. Min. Bent., 2112. 
Kamantës ngihar, Alf. Alin. Bent,, 2112. 
Kamantës sah, All'. Min. Bent., 2112. 

KamantjÓ, .Madoer., 1984. 

Kamarija, Atjeh, 3154. 

Kamaroe, Soemba, 3301. 
Kamatës, Alf. Min. Ton.^aw., 2112. 
Kamba, .SuiMi.ba. 1686. 
Kamba sika, .Soemba, 1295. 
Kambala, Vlf. Z. Cer.. 218. 
Kambala, Soenjba, 338. 
Kambalo, Madoer. B., 1190. 



58 



Kambang tali, Lamp., 2910. 
Kambas, LuMip, 2107. 
Kaïnbèh, Minniiirk., L>3.i(i. 
Kambèh gadiëng, .Minangk., 2336. 
Kaïnbëngan, .'av. Kr., 1883. 
Kambi, s„,m\m. 2Rr.i. 
Kambiii, Müilun., kmi. 
Kambir, Kis.u-, SS'.iii. 
„Kambódja, .lav., 27S7. 
Kamboei, All. Min. Bi-nl., 12S. 
Kambojang, Mal. Tim., 2787. 
Kamó, Hnii;.. Miikiis,, 475. 
Kaménir, WiIhi-, 3ü2'J. 
Kamöniran, lialin., 1618. 
Kamèrang, Air. Min. T. I,., 300i. 
Kamérang i langkow, Alf. Min. T, 1,., 3000. 
Kamèrè, Mailc.rr , in.'i. 
Kamérè lalakèk, Mailmr.. 13."). 
Kamcrè parta, Madncr., 13.ï. 
Kamèrè tólang, Maili»!-., 135. 
Kamèri, Halin., i;t.i. 

Kamësi, All. \lin. I'. I,.. Tonsaw., T. P., 932. 
Kamësi ki,J0llg, Alf. Min. Tonsaw., 2762. 
Kamösi koeló, Alf. Min. T. I»., 932. 
Kamësi raindang, AU. Min. T. P., 932. 
Kamësi rintèk, AU'. Min. T. P., 932. 
Kamèsó, MaJoiT., 12I(i. 
Kamidjara, -Nn.. Iti2. 
Kamiö, Scinr. in.ï. 
Kamilaké, l.iii. ni^ 

KamilO, Air. .Min. Boni., il32. 

Kaniinting, Vele talen, 13.5. 
Kamiri, Alf. Asil., llihi, Mal. Mol., 13.5. 
Kamiri bësar. Mal. Men., 13.5. 
Kamiri këtjil, Mal. .Men., 135. 
Kamiroe, Alf. W. Cei-., '/,. CVr., 135. 
Kamitèn, .Alf. Boer.. 2120. 
Kamlaka, Semiata. 648. 
Kamódhoeng, Madoer. P., S., 395. 
Kamódja, Soend., 27S7. 
Kamódoeng, Madoer. B., 395. 
Kamoe, Alf. Asil., /. Cer., 2717. 
Kamoe hoea, Alf. Ccr., 2719. 
Kamoe isi, Alf. .Vsil., 2719. 
Kamoe isin, Alf. '/,. Cer.. 2719. 
Kamoe oetoeï, Alf'. Z. ('er., 2719. 
Kamoemoe, Balin. Kr., 1818. 
Kamoemoe, .Minangk., 847. 

Kamoeni, Kiman,, Tern., 2358. 

Kamoeniëng, Minangk., 2358. 
Kamoening, Huj. Z.0. Born., Makas., Socnd., 2358. 
Kamoenti, Air. Min. T. L., T. P., T. S., 31711. 
Kamooroet, Alf. Amb., 2310. 

Kamoeti, AU'. .Min. Tonsaw., 3170. 
Kamókos, Madoer., 2723. 

Kamondor, AU'. Min. 'I'. P., s7k. 
Kamondor in taloen, Alf Min. T. P., 34S9. 
Kamondor rintèk, Alf. Min. T. P., 3476. 
Kamondor sela, Alf. .Min. T. P., 3476. 

Kamónèng, .Madoer., 2358. 

Kampa, Mal.. 2750. 
Kampadja, Biman.. 665. 
Kampak, .Soend., 1786. 
Kampala, Alf. Z. CVr., 218. 
Kampèh, Minangk., 1963. 
Kampis, .'av., 1786. 

Kampis, .Soend., 1785. 
Kampoedja, Himan., 3552. 
Kamrioe, Hetar, 2289. 
Kamrioe ooöen, Weiar, 2289. 
Kamtjoe, N. (iuin. 4 l{., 315. 
Kamtjoe ajó, .\. Guin. 4 K., 315. 
Kan, Alf. Min. r. S., 2512. 



Kanaaré, Makas., 602. 

Kanaga, Haj. Z. O. Born , 580. 
Kanakanó, Alf. A»il., 348. 

KanalC, Kang.. Madoer. S., 602. 
Kanalo, AU'. Min. Tonsaw., 3317. 
Kanang, Makas., 879. 

Kananga, Biman.. Boeg., Daj. Z. o. Bom., .lav.. 
Marleer. B.. P., Makas., Soend., 601. 

Kananga aroiij, Suend., 331. 
Kananga oetan. Mal. Amli., 332. 
Kananga wangi, Mal. Aml)., 601. 

KanangÓ, Minangk, 601. 
Kanaoe, AU Tom , 484. 
Kanaoongang, Makxs., 3313. 
Kanarè, Hmg , .Maka<., 602. 

Kanari, Air Min. T. P., Biman., Madoer., Mal., 
Soend,. 6(12. 

Kanari babi, Mal Amli.. 603. 
Kanari bagcja, .Mal. Amb.. 614. 
Kanari bandang. Mal. Amb., 612. 
Kanari bësar, Mal. Amb. 614. 
Kanari booroeng. Mal. Men., 624. 
Kanari jaki. Mal. Men., 607. 
Kanari këtjil, Mal Amb , 603. 
Kanari minjak. Mal. Amb.. 612. 
Kanari pandjang. Mal. Amb., 602. 
Kanari taranatc. Mal. Men.. 614. 

Kanas, lla.j.. Laniji., Soend., 218. 

Kanas beureum, .Soend.. 218. 
Kanas bógor, Socud.. 218. 
Kanas prasman, Soend.. 218. 
Kanas sabrang, Soend., 153. 
Kanasi, Alf. A^il.. 218. 
Kandar loetoeng, Soend., 3302. 
Kandasoeli, Bol Mong., 1740. 
Kandè-kandè oela, Boeg., 2335. 
Kandè-kandè oelara, Makas., 2335. 
Kandëri, Lanip , 3. 
Kandhoedjha, Madoer., 744. 
Kandih, Minangk., 1594. 

Kandis, Mal., 1594. 
Kandis bini, Mal, Bill., 1.594. 
Kandis gadjah, .Mal., 1594. 
Kandis këling. Mal.. 15R2. 
Kandis laki. Mal, Bill,, 1594. 
Kandis toelang-toelang. Mal., 1593. 

Kandoeëng, Minangk.. 3269. 

Kandoeëng rimbó, Minangk,, 300. 
Kandoejoehan, Balin. Kr., 13. 

Kandoela, .Madoer., 429. 

Kandoela miéra, Aladoer., 430. 
Kandri, .lav., 500. 

Kanè, .Makas,, 1302. 

Kang asèë, Aijeh. 3207. 

Kangkó, Air, Min. Bent., T. B., T. P., Z. (er., 1899. 
Kangkoeëng, Alinangk., 1899. 
Kangkoeng, Balin , Jav., Mal., Soend., 1899. 

Kangkoeng ajër. Mal., 1558. 
Kangkoeng boekit, -Mal., 2281. 
Kangkoeng gadjah, Mal., 3482. 
Kangkoeng kërbaoe. Mal., 537. 
Kangkoeng laoet. Mal , 1893. 
Kangkoeng pasir, .Mal.. 1891. 
Kangkomè, X Imüo. \Vand.. 2382. 
Kangkong, Madoer., Makas., 1899. 
Kanidei, Minangk., 505. 
Kanigara, Balin.. Jav., 829. 
Kanikèr, Mal. Men., 532. 
KaningOO, .Soemba, 767. 
Kanjas, l.ani|i., 218. 
Kanjéré, Soend., 5oo. 
Kanjèrè badag, Soend., 501. 
Kanjèrè badak, Soend., 501, 1911. 



59 



Kanjerè bódas, NoiiuI., 505. 
Kanjèi'è laoot, Socnd., 1078. 
Kanjèrè lömboet, Sonid., 504. 
Kanjérè peuti, SoimuI., 500. 
Kano-kano, Mal. Min., Torn., 301i. 
Kanoenia, ^migi. S105. 
Kanoenang, Mukii»., 87S. 
Kanonang, AH". Min , S7'.). 
Kanowa, lav . iv). 
Kanrè kambing, Boiiih.. 1525. 
Kanrè oelara Makas., 2335. 
Kantan, Mal.. ls2i). 
Kantan hoetan, Mal . Uil. 

Kantang, Hal.. Mal. Bi'nf;k., Miiian^'k., 3173. 

Kantar, Air. Min. T. P., 2!)iis. 
Kantjawali, Sa.<.. 217. 
Kantje, i^^xa.. 53S. 
Kantjing badjoo, Mal., 19öS. 
Kantjing batjóö, .Vijch, lafiS. 
Kantong sèmai', 'av., 2435. 
Kaoe, l.i'ii. :;71'-i. 
Kaoe basé, -Vil". Buer., IfiSfi. 
Kaoe bija, .\lf Boei-., 2289. 
Kaoe foelan. Alt'. Boer.. 2748. 
Kaoe hini. Air Boer., 3131. 
Kaoe hini bóti, .\lf. Boer., 3131. 
Kaoe hini niéha. Alt'. Buer., 3131. 
Kaoe lawan. Alt'. Boer., 7fiO. 
Kaoe mópok, Bauggai, 2120. 
Kaoe toefa, Alt'. Boer., 425. 
Kaoe-kaoe, Boeg., Makas., 1295. 
Kaockané, AH'. Cer., 353. 
Kaoekoed, Alf. Min. T. S., 2558. 
Kaoekoer, Alf. Min. T. B., 2558. 
Kaoela, \lf Z. (Vr., 2363. 
Kaoembang, Halin., 1818. 
Kaoenoe, Sirniala, 2719. 
Kaoera, Alt'. '/.. Cer., 23(i3. 
Kaoet, 1'ini., fifiö. 
Kaoewa, Alf. ('er., 2719. 
Kaoewasa, Maka-s.. 1901. 

Kaól, Sirnaloer, 2361. 

Kap, Halin.. 2616. 

Kapa, \lr. \', o. Halm., .Sika, Tem.. 1686. 

Kapa-kapasa, Maka»., 1791. 
Kapah-kapah, r.oeboe. 16K6. 

Kapaja, AH'. Min., Bol. Mong., Jav., 665. 

Kapaja babinei, Alf. Min. Bam., 665. 
Kapaja niahoeanei, \U. Min. Bani., 665. 
Kapaja maloi, Alf. .Min. T. P., 665. 
Kapaja niawoea, Alf. Alin. T. P., 665. 
Kapaja mohanei, .Vlf. Alin. Bent., 665. 
Kapaja wawinei, Alf. Min. Bent., 665. 

Kapajang, Minangk., 2575. 

Kapak, Sas., uu. 
Kapal, Alf. .Min. T. L., T. P., 591. 
Kapal, Balin., .)av. Kr., 1161. 
Kapala, Binian., 2382. 
Kapala, Sangi, 665. 
Kapala bëroek, Mal., 1846. 
Kapalan, hu., sio, 1841. 
Kapanggjan, Halin.. yi9. 
Kapanggjan lawak, Halin . 91-9. 
Kapantja, Hmian., 2001-. 
Kapantja tjina, Biman., 96. 
Kapantoan, Alf. .Min. Bant., 271. 
Kapaoekoe, Knggano, 3470. 
Kaparoen, .Mf liar., 2487. 

Kapas, .tav.. Mad.jer., .Mal., .Soend., 1686. 

Kapas balandha, .Madoer., 1690. 
Kapas banggala, Soend., 1691. 
Kapas bësar, \ nlg. .Mal., 1685. 
Kapas boureum, Soend., 1089. 



Kapas boelan, Mal , 3529. 
Kapas djawa. Mal., 1687. 
Kapas gödè, Soeml., 1685. 
Kapas gèndjah, .lav., 16ss. 
Kapas hantoe. Mal., 1789. 
Kapas hidenng, .Soend.. 1690. 
Kapas inggris, Vuig. Alal.. 1691. 
Kapas lömboet, Soend., 1687. 
Kapas londa, .lav., 1690. 
Kapas mérah. Vuig. Mal., 1689. 
Kapas móri, Soend., 1688. 
Kapas nori, Jav., 1688. 
Kapas oetan, Vnlg. Mal., 1789. 
Kapas pandhak, >ladoer., 168(i. 
Kapas rawang, Smn. \V. K., 1872 
Kapas taoen, .lav.. 1691. 

Kapas tèng^hi, .Madoer., 1680. 
Kapas tjinde, Soend., 359. 
Kapas wolonda, -lav.. 1690. 
Kapas-kapas, Jlal., 1791. 

Kapasa, Makas., 1686. 

Kapasan, dav., 2165. 

Kapasé, Alf. Asil., Hila, 1686. 
Kapasilan, Balin., 2096. 

KapaSÓ, All. Har.. 1686. 
Kapatië, Babar, 1686. 
Kapèh, Minangk., 1686. 
Kapèh batang, .Minangk., 1686. 

Kapèh pandqi, Minangk., 1295. 
Kapèh rimbo, Minangk., 1295. 
Kapèh taoen, .Minangk, 1691. 
Kapèh-kapèh, .Minangk., 3020. 
Kapëlani, Lamp.. 2169. 
Kapëloni, l.ainp. Pam., 2169. 
Kapèntjoeëng, Minangk., 2575. 
Kapës, All'. Min.. 1295, 1686. 

Kapës aróró, Alf. Min. T. P., 1686. 
Kapës in taloen, Alf. Min. T. P., 480. 
Kapèsè, -Vil'. Alin. Bant., Sangi, 1686. 
Kapètjong, .Minangk., 2575. 
Kapidada, tav., 3188. 
Kapinangó, Soend., 1191, 1196. 
Kapindiëng, Minangk., 2074. 
Kapini, Sum. \V. K., 3154. 
Kapiri, Alf. Cer., 3396. 

Kapitoe, Alf. Jlin. T. B., T. ),., 'I'. IV. 1973. 
Kapitoe kindët, Alf. Min. T. P., 1973. 
Kapitoe koere, Alf. Min. T. l... 1973. 
Kapitoe koeroemboe, Alf. Min. T. 1,., 1973. 
Kapitoe koeroempoe, Alf. Min. T. P., 1973. 
Kapitoe pëngapoean, Alf. Min. T. P., 1973. 
Kapitoe pèngkor, Alf. Min. T. P., 1973. 
Kapitoe pëpëhènën, Alf. Min. T. B., 1973. 
Kapitoe reko, Alf. Min. T. B., T. I,., 1973. 
Kapitoe rërër, Alf. Min. T. L., 1973. 
Kapitoe -wangkër, Alf. Jlin. T. P., 1973. 
Kapitoe woelan, Alf. Min. T. L., T. P., 1973. 
Kapitoe 'woerijas, Alf. Min. T. B., 1973. 
Kapitoe -wótël, Alf. Min. T. B., T. I,., 1973. 
Kapó, Alf. Z. Vfv., Madoer., 1295. 
Kapo, N. finin. Nocinf., 1373. 
Kapoeh, Alf. Min. Tonsaw., 1295. 
Kapoch i taloen, Alf. Min. Tonsaw., 3234. 
Kapoe, All'. Min. T. B., T. ,S., 1107. 
Kapoe an taloen, Alf. Min. T. S., 1109. 
Kapoe an taloen, Alf. Min. T. B., 1109. 
Kapoe kajoe, Alt'. Min. T. B., T. s., 1115. 
Kapoe koeló, Alf. Min. T. B., 2181. 
Kapoe lókon, AU. Min l'. B., T. S., 1108. 
Kapoe né toöeniboedoe, Alf. Min. T. S., 2181. 
Kapoe nó walanda, AU .Min.'!'. B., 1'. s, 3175. 
Kapoe rangdang, AU. Min. 1'. B., 1108. 
Kapoe roendang, All'. Min. 1'. s., 1108. 



60 



Kapoe sajawoo, Alf Min. I'. B., 1122. 
Kapoo sajor, Alf. Min. '1'. S., 1117. 
Kapoo wooól, Alf. Min. T. .s., 1122. 
Kapoe-kapoe, Bulin., Mul. Hutav., 2V>\. 

KapOCëk, Minun^'k., iL'll.'i. 
KapoegOO, Alf. Min. licnl.. 1121. 

Kapoogoo inawoeró, Alf. .Min. Bcni., soy. 

Kapoolaga, Italin , Hwk.. .lav., MiikHS., .Mal., l'JU. 

Kapoelasan, ."^cinil.. 2tlH. 

Kapoclasan bódas, Soond., 2448. 

Kapocliisan hideung, Sdcml., 2448. 

Kapocndoocng, MinunL'k., :i'.i.ï. 

KapoendOOng, li;ilin., .lav.. Socml., 3'Jö. 

Kapoer baroes, Snm. \\ . K., 1174. 

Kapoeratja, M^l .Mul., :>H(). 

Kapoeratja oetan, .Mal. Mol., 584. 

Kapoesó, Alf. Ilila. Oil., i2"J.ï. 

Kapoet, Alf. Min. T. I,.. 1107. 

Kapoet i lawanan, .\lf. Min. T. I,., \^'J7. 

Kapoet laka, Alf. Min. T. I,.. lliis. 

Kapoet lókon, Alf. .Min. 'I'. I... Iliis. 

Kapoet nè wijó, Alf. Min. '!". 1... 1112. 

Kapoet ni koendam, .\ll'. Min. T. L., 3175. 

Kapoet woeól, Alf. .Min. T. L., 1122. 

Kapoetoongan, lialin., 78fi. 

Kapoja, All Miji., 30.52. 

Kapoja in taloen, Alf. Min. '1'. 1'., 3032. 

Kapoja rintëk, .\lf. Min. T. 1'., 3052. 

Kapoja sela, Alf. .Min. T. 1'., 3052. 

Kapok oetan, Mal. Men., 3234. 

Kapol, Sornd,, l<j<i. 

Kapol leiitik, Soiml., 205. 

Kapólagha, Mmloir.. liiii. 

Kapopojaan wöwéné, .Uf. Min. T. s., icn. 

Kaporiaoe, .\lf. U. ('n-., 2331). 

Kapósi, Alf. '/,. (Vi-., 2310. 

Kaposiné, Alf. (Vr.. 2310. 

Kapot, Alf. .Min., Bol. .Monu'., 131(5. 

Kapótrèn, .Madoir., 1188. 

Kar pótè, -MadoL-r., 2937. 

Kara, .lav., 757, 2«fil. 

Kara, Snm. W. K., 2838. 

Kara andong, Jav., 757. 

Kara bëngoek, .lav., 2350. 

Kara gadjih, Jav., 737. 

Kara kapri, .lav., 737. 

Kara lëgi, .lav., 2602. 

Kara loké, .lav., 757. 

Kara pëdang, .lav., 757. 

Kara taoen, .lav., 2(j6fi. 

Kara wëdoes, Jav., 757. 

Kara-kara, Uihï., Makas., .Mal., 1162. 

Kara-kara alë. Boog., 2353. 

Kara-kara gatël. Mal., 2353. 

Kara-kara niinjak, Snm. \V. K., 2351. 

Kara-kara rómang, .Makas., 2333. 

Karabasa, Alf. Min. Hani., 1973. 

Karabista, .Maduir. s., 1428. 

Karabistoe, .Madocr. S., 228. 

Karaboe, Minangk.. 2095. 

Karaè, Mad.»!-.. '.i3i. 
Karaèna kajoewa, Bocj;., Makas., 2096. 
Kaï'ahan, .lav., 2124. 
Karak-karak, Minaupk., 3438. 
Karakas, Alf. Min. T. B., 439. 
Karakok, Minanpk., 2735. 
Karamasa, -Maka.<.. 13. 
KarambiÖ, Minangk., 830. 
Karambië gadiëng, Minanjk.. 830. 
KarambiÖ poejoeëh, Minanpk., 830. 
Karambië-kai'ambië, .Minanpk., 2690. 
Karambódjó, .Minanpk., 784. 
Karamódja, Ba(., 784. 



Karamoedjó, l-amp. Ab.. 784. 
Karamoontiëng, Minanpk.. 2978. 
Karamocntiëng rimbó nan djantan, Mi- 
nanpk., 2'.l7."i. 
Kaï'amoenting, Mal., 2978. 
Karanakang, Alf. Min. Tonsa»., 132. 
Karandan, .lav.. (iiin. 
Karandang, -lav., (166. 
Karandjhi, Madocr., 1079. 
Karang asi, Hmiih.. 1240. 
Karangcjan, Alf, Min., 1636. 2984. 
Karangcjan koeló, Alf. Min. T. B., T. P., 2984. 
Karangéjan poeti, Alf. Min. '1'. .8., 2984. 
Karangójan raindang, Alf. .Min. T. 1'., 2984. 
Karangcjan rangdang. Air. .Min. T. B., 2984. 
Karangójan rocndang, Alf. Min. T. S., 2984. 
Karangkang banti, Honih., 2768. 
Karangkang pantji, Honili.. 1143. 
Karangkang poentijana, Maka*.. 1614. 
Karangoeloe, -lav., 204. 

Karara, liiman., End(li, Socnilia, 340. 

Kararawèjah, .Socad., 2353. 
Karas, .Mal . 283. 
Karas toelang, Socnd., 748. 
Karasoela, Jav., 2289. 
Karataoe, Makas., 2346. 
Karati, Alf. Min., 2427. 
Karatoepa, .\lf. N. Lao(d, .Sap., 648. 
Karatoesan, .\lf. Min. T. B., 44. 

KaratOW, .Maduir., 2346. 

Karawa, Alf. Min ■[■. B., T. L., 191. 
Karawa api-api, Alf. Min. T. B., 193. 
Karawa in taloen, Alf. Min. T. L., 194. 
Karawa kërètan, Alf. .Min. T. L., 192. 
Karawa koeló, Alf. .Min. T. B., 191. 
Karawa maawoe, Alf. .Min. T. 1.., 195. 
Karawa méa. All'. Min. 'I'. I.., 193. 
Karawa né asoe, Alf. Min. T. B.. 195. 
Karawa né kéroet, Alf. Min. T. B., 192. 
Karawa né mërei, Alf. .Min. T. I,., 194. 
Karawa rangdang, Alf. Min. T. B., 193. 
Karawa raprap, Alf. Min. T. B., 194. 
Karawa rarap, Alf. Min. T. L., 194. 
Kardamoenggoe, Mal. Batav., 199. 
Karé, .Sa«oo, 1301. 
Karéala, .Mal. Amb., 1215. 
Karèjangó, .Makas., 22. 
Karéjó, .Socnd., 151. 

Karèka, .Madocr., 2786. 
Karèkèt, Alf. Min. T. B., T. L., 1906. 
Karèkèt lëmpar, Alf. .Min. T. B., 712. 
Karèmbang, All. .Min., 3001. 
Karèmbang kajoe, Alf. Min. T. I,., 2346. 
Karèmbang né langkow, Alf. Min. T. B., 3000. 
Karëngan, Alf, Mm. r. I,., 3ii63. 

Karet, .lav., Madocr.. .Socnd., 1462. 

Karet abang, Mal. I'al.. 3412. 

Karet andjing, Sncnd.. 733. 

Karet batang. Mal. Bcnpk., 1462. 

Karet böloelang. Mal. Bcnpk., 1.453. 

Karet moending, Socnd., 1462. 

Karet moerai, .^nni. \V. K., 2029. 

Karet moerai boeroeng, .Snm. W. K., 2030. 

Karet pantjal, .lav.. 3140. 

Karèta, Salcijcr, 2863. 

Karötaoe, Boce., 2346. 

Karètkèt, Alf. .Min. T. S., 1906. 

Karètkèt lëmpad, Alf. .Min. T. S., 712. 

Kareiimbi, .Socml., 1808. 

Kareumbi sabrang, Socnd., 3034. 

Kariki, Honih.. 1568. 

Karikis, Alf Min. T. 1,.. 676. 

Karikis i lawanan, .Vlf. Miu. T. L., 678. 



61 



Karikis makaanak, Alf. Min. T. L., 1809. 
Karikis méa, .VU. Mm. T. L., 180». 
Karikis poeti, .vir. Min. T. I,., 676. 
Karikis sela, -\lf. Min. 'l'. I... 181-t. 
Karik-karik, L.-imp., 1462, 3515. 
Karinianga, Air. Min. B.mt., 22. 
Karimanga niabida, All'. -Min. Ikni., 22. 
Karinianga mahèndèng, Alf. Min. Bant., 22. 
KarimcMiga, AH. .Min. T li., T. I,., T. P.,T. s.. 22. 
Karimèuga in ëmpoeng, Alf. Min. '1'. 1,., ii-to. 
Kariniènga iu sowa, Alf. Min. T. B., 3280. 
Karimönga in taloen, Alf. Min. T. P., 3284. 
Karimënga in taloen rintëk, Alf. Min.T.P.,22. 
Karimënga in taloen sela, Alf. .Min. T. P., 22. 
Karimënga ing kajoe, Alf. .Miu. T. L., 940. 
Karimënga koeló, Uf. .Min. T. B., ï. P., 22. 
Karimënga méa, Alf. Min. T. L., 22. 
Karimönga poeti, Alf. Min. T. L., T. S., 22. 
Karimënga raiudang, Alf. Min. T. P., 22. 
Karimënga rangdang, Alf. Min. T. B., 22. 
Karimënga roendang, Alf. Min. ï. s., 22. 
KaringiS, Alf. Min. TunsiiH., 2921. 
Kariri, SDimba, 934. 

Kariskis, Alf .Min.. CTn. 
Kariskis i lawanan, Alf. .Min., 678. 
Kariskis makaanak, AH' Min.. 1809. 
Kariskis méa, Alf .Miir. T. l... 1809. 
Kariskis poeti, Alf. .Min. 1'. L., 676. 
Kariskis sela, .\lf. Miu., 1814. 
Karkolaka, Bulin. Kr., 199. 
Karo, Alf. Min. T. 1,., 3123. 
Karoboe, Scumba, 936. 

Karoboe toenoe, Sucniba, 1973. 

KarÓdÓ, Alf .Mm. T. !'.. 2648. 
Karooboeik, .Minungk., 2939. 

Karoek, Balin.. 2740. 
Karoekam, .\liniinf;k., 1.)49. 
Karoemënga, AH'. Min. Tuusaw., 22. 
Karoemönga boedó, Alf. Min. Tou.saw., 22. 
Karoemënga niéha, Alf. Min. Tousaw., 22. 
Karoendoeng, Siuml.. 311;.'). 
Karoendoeng badak, s.iena., 3165. 
Karoendoeng goenoeng, Somtl., 3165. 
Karoendoeng sapi, Somil., 3165. 
Karoenroeng, Mukas., 3216. 
Karoontigi, .\H.kas., 2(104. 
Karoet in taloeu, Alf. Min. T. B., 2453. 
Karoetoek, Alf. .Min. T. B., 801. 
Karoewing, -Mal. Z. O. Boni., 1149. 
Karoja, B;ilin., .lav., 1469. 

Karok, Su,-mJ,, 2740. 

Karok manoek, Sofnd., 2731. 

Karokas, AH'. .Min. T. B., T. L., T. .S., 2732. 

Karokas lèwó, Alf. Min. T. B., 2725. 

Karokas né sakit, Alf. .Min. T. B., 2730. 

Karokas sela, Alf. .Miu. T. L., 3227. 

Karókot, Muduir.. 3111. 

Kaï'ókot balandha, Maduor., 3111. 

Karókot bhiroe, Muilucr., 3111. 

Karókot tjatjèng, Madoci-., 3111. 

Karókot tjëlëng, Mailucr.. 3111. 

Karondoe, Kan^., 1107. 

Karong, .Makas., 3475. 

Karon^rong, .Mailu<r., 1475. 

Karópo, -Madocr., 2662. 
Karóton, .Maduor., S31, 1697. 

Karóton akor, .MadmT., 831. 
Karóton bintang tèmor, Madopi-., 831. 
Karóton boentot matjan, -Madocr., 831. 
Karóton djhila matjan, .Mailoer., 831. 
Karóton kadoengdoeng, Madocr., 831. 
Karóton kar djambé, .Madocr., 831. 
Karóton karang ëmas, .Vhidocr., 831. 



Karóton kólè ólar, \Hidoir , ^31. 
Karóton langghöm bhadja, .Madocr., S3l. 
Karóton mangkó ajam, Mailocr., 831. 
Karóton mangkó ëmas, .Mudocr., 831. 
Karóton ólèr, Madocr.. s3l. 
Karóton poering, .Madocr,, 831. 
Karóton ran\boet nóri, .Madocr., s3l. 
Karóton ramboet póti'è, Mailoir, s3l. 

Karótong, Madocr., ,S3I, 1697. 
Karowa, AH'. Min. Tonsaw., 'I'. I'., 191. 

Karowa in asoe, Alf. .Min. T. 1'.. 195. 
Karowa in taloen, Alf. .Min. 1'. 1'., 191. 
Karowa in taloen rintëk, Alf. .Min. T. P.,465. 

Karowa kawajo, Alf. .Min. Tonsaw., 194. 

Karowa koeló, AH'. .Min. T. P., 191. 
Karowa raindang, Alf. Min. T. P., 193. 
Karowa raindang rondóró, AH'. Miu. T. P., 

192. 
Karsani, Jav., 483. 
Kartaoe, Mal. Bcngk., 2346. 
Kartoe, Mal. Batav., 3053. 

Kartoepa, Alf. od., Z. Ccr., 648. 

Kartoepa marisano, .'Vlf. N. Laoel, Sap., 653. 

Kasa, Balin., 204. 
Kasa-kasa, Saleijer, 1102. 
Kasai, Snm. W. K., 2830. 
Kasambèró, A'. Guiu. Toeroc, 3550. 
Kasambhi, .Madoer., 3067. 

Kasambi, Jav., 3067. 

Kasang, Alf. ilin. Tonsaw., Tid. Bom., 2601. 

Kasap, Mal.. 821. 
Kasapi, Daj. Ng., 3027. 
Kasat, AH'. Z. ('er., 648. 

Kasat batawé, All'. Z. ('er., 653. 
Kasat hawai maoe'i, .All'. Z. f'er., 653. 
Kasat póna, Alf Har., 653. 

Kasato, \ll'. Amh., Har., 648. 

Kasatoeri, .Makas., 1789. 
Kasawari, .Mal. Mol., 698. 
Kasawé, Jav., 2181. 
Kasbi, Alf. Amb., 2181. 
Kasëbséb, Balin., 871. 
Kasègsègan, Balin., 2837. 

Kasei, AH'. .Min., Bent., T. ],., T. .S., 1402, 1409. 

Kasei, l>aj. Kat., 125. 

Kasei, -Mal., .Snm. W. K., 273, 2830. 

Kasei boekir, Alf. Min. Bent., 1404. 
Kasémbhoeghan, Madocr. S., 2533. 
Kasèmbhoekan, iMadocr. B., P., 2533. 
Kasèmbi, .Socmba, 3007. 
Kaaèniboekan, Jav., 2533. 
Kasèmboekan lèmah, Jav., 248. 
Kasëmëk, Socnd., 1133. 
Kasépé, (I. Jav., 2181. 
Kasèsèlan, Balin., 2555. 
Kasëtoeri, Boeg., 1789. 
Kasidi, AH'. Min. T. S., 1281. 
Kasië baranak, .Minangk., 2977. 
Kasili, Alf. .Min. T. B., T. ],., 1281. 
Kasili rintëk, AH'. Min. T. !>., 1280. 
Kasili sela, Alf. .Min. T. P., 2844. 
Kasimboekan, Balin., 2533. 
Kasimbókan, -Mal. Batav., 2533. 
Kaaimoekan, Soend., 2533. 
Kasimoekan badak, Soeud., 2535. 
Kasimoekan gëdè, Socud., 2534. 
Kaaimoekan lëmboet, Socnd , 3534. 
Kasimoen, .Mal. Tim., HM. 
Kasinén, Balin., 1208. 
Kaaitéla, .\ll'. Ccr., 1892. 
Kasjanaf, N". (tuin. 4 li., 1799. 

Kasó, Socnd., 3012. 

Kasoemba, Alf. .Min., 791. 



62 



KasOOmba, All'. Min., limj;.. Mnkas., Sui-ml., fiflT. 

Kasoomba kèling, •Nu., iiin. 
Kasooinbó, MiiiunirL. liiiT. 
Kasoena, Halin.. I U. 
Kasoengka, s,)iriil.. Uiiist 
Kasoongka beureum, Soi-ml.. lfi7U. 
Kasoengka bourit, Suind., KiTo. 
Kasoongka gëdó, Sucml., KiTo. 
Kasoongka oontjal, Smiul., I(!70. 
Kasoewang, AH. Min. '1'. S., 5^1). 
Kasoowari, MüI. -Mul., iiU8. 
Kasombha, .Mmlocr., 4fi(). 
Kasombha bhiroe, Miulmr, Jfin. 
Kasombha bhiroe lange, Mmlnir., iriu. 
Kasombha boengó, Ma.loii-.. Hiii. 
Kasombha katabang, Mailmr., OfiT. 
Kasombha klèng, Muiliur., -UU). 
Kasombha lor, MadixT., MM. 
Kasombha manè, Mmlücr., jmi. 



ulo 
!(i7li. 



■1(1(1. 



Walocl).. ,S35U. 



, 31.59. 
T. 1,., 

278. 



Kasombha sare, M 
Kasongkèt, Sonid., 
Kaspé, o. .luv., 3181. 
Kasra, s„einl., 2()2r.. 
Kastel, Kei, (ifi.ï. 
Kastéla, AlC. Amb., 'IVni 
Kastèla, AH'. Hucr., 648. 
Kastéla, Air. Z. (Vr., 1892. 
Kastèla, Kaug., 2181. 
Kastèra, Alf. X. l.auet. Sap., 1892 
Kastéra, X. (iuin. Nocinf., 3.">.)(). 
Kastoeri, -Um.. 1789. 
Kastoeri hoetan, .Mal, 1(17"). 
Kastólam, Kung., 1318. 
Kastórè, Mailocr., 1789. 

Kata, Si.iinba, 2.504. 
Katabang, Soembawa, 1892. 
Katak, .lav,, 1117. 
Katak boenga, .lav., 1117. 
Katak dèwot, -lav., 1117. 
Katak lawé, Jav., 1117. 
Katak woenga, .lav., 1117. 
Kataka, Bi.i-i;., 2551. 
Katama, Alf. .Min. T. 1.., 2278. 
Katama poeti, Alf. Min. T. L 
Katama poeti sela, Alf. Min 

Katamach, \ll'. Min. Tonsan-., 

Katang-katang, Balin., 1897. 

Katapang, liiilin.,.Iav., MailDcr., .Makas 
Suintl., 331.S. 

Katapang beureum, SoeuJ., 3313. 
Katapang bódas, Sornd., 3313. 
Katapang gëdè, Suend.. 3313. 
Katapang goenoeng, Sucnd., 1225 
Katapang oetan. Mal. Amb., 3313. 
Katapang panté, Mal. Amb., 3313. 
Katapang pètjé. Mal. Amb., 3313. 
Katapèan, Halin., 2153. 

Katapiëng, Minan^k , 3313. 

Katapiëng batoe, .Minangk.. 3313. 
Katapiëng rimbó, Minangk., 3313. 
Katari, .Minangk., 940. 

Kataroëng, Makas., 190. 
Katawoe, .Sulm-, hs7. 
Kate-katé, Alf. N. o. [lalm., 'IVru. 
Kató-katé goenoeng. Mul. Mid.. 
Katé-katé këtjil. Mal. Mul., 533. 
Kató-katé oetan. Mal. 
Katé-katé panté, Mal. 
Katéja, .Mal. Buluv., 513. 
Katëkloek, .lav., 2936. 
Katéla, lav., «65, 1892. 
Katéla andong, .lav., 2181 
Katéla boedin, Jav., 2181, 



3155. 



Mal. Amb., 



532. 
264. 



Mol., 
.Mol., 



533. 
533. 



Katéla djaran, .lav., 1802. 
Katéla djèndral, .lav., 2181. 
Katéla cmbjah, .lav., 1K92. 
Katéla gandoel, .lav., 665. 
Katéla gantoeng, .)av., 665. 
Katéla gèmblok, .lav , 665. 
Katéla götak-gëtik, .lav., 1892. 
Katéla grandèl, lav., «65. 
Katéla kangkoeng, Jav., 1892. 
Katéla kaspé, <i. -lav., 2181. 
Katéla koemis, .lav., 1892. 
Katéla koenir, .lav., 1892. 
Katéla krèntil, lav., 2181. 
Katéla lèngkong, .lav., 1892. 
Katéla ménjog, o. .luv., 2181. 
Katéla pëndöm, .lav., 1892. 
Katéla poöeng, .lav., 2181. 
Katéla randoé, .lav., 2181. 
Katéla sëlat, .lav.. 1892. 
Katéla sömbawa, .lav., 18U2. 
Katéla tjëmporang, .lav., 2181. 
Katélan, .lav., 2910. 
Katëlëng, .lav., 824. 

KatélÓ, Minangk., 1892. 

Katèmaa, Kang., 1961. 
Katëng, .lav. Sucnd., 973. 
Katépan, .lav., lo«7. 

Katèpèng, Balin.. .lav., Sowul., «79. 

Katépèng, Sumd.. (191. 
Katèpèng badak, SocuJ., 679. 
Katèpèng këbo, .lav., 679. 
Katèpèng sapi, .lav., 679. 
Katëpoes, .lav.. 2iio. 

Katès, .lav.. MadiMM-., -Mal. Pal., Sas., 665. 

Katés boeboer, .lav., 665. 
Katès dhaging, Madoer., 665. 
Katès gamblok, .lav., 665. 
Katès gantoeng, lav., 665. 
Katès gèmblok, .lav., 665. 

Katès gënthong, Madoer., 665. 

Katès kapoer, o. .lav., 665. 
Katès lanang, .luv., 665. 

Katès rambaj, Madoer., 665. 

Katès salak, .lav.. 665. 

Katès talpèk, .Madoer. P., S., 665. 
Katès talpèt, .Madoer. B., 665. 

Katès wadon, .lav., 665. 
Katija, Sncnd,. 513. 

Katijaoe, Alal. Z. o. Bom., 2549. 
Katila, Mal. Bengk., Tel. Bet., 1892. 

Katilajoe, -fav., 1296. 
Katilajoe watoe, .lav., 2016. 
Katilambang, Haj. B., 830. 
Katilèn, Alf. W. C«r., Aroe. 846. 
Katilompa, .lav., 1227. 
Katilópóro, Boeg., 2859. 
Katimaa, Balin.. 1961. 
Katiniaan, Balin., 1961. 
Katimaha, .lav.. 19iil. 
Katimahar, Mal., 1961. 
Katimanga, .lav., 1961. 
Katimba, Alf. Tom., 160, 890. 
Katimbang, Makas.. 160, 890. 
Katimboe, Alf. Min. Bent., 3169. 
Katimboe, AH Min. Benl., Tonsaw., 784. 
Katiniboe Sangi, Alf. Min. Tonsan., 784. 

Katimboe walanda, Alf. Min., Bent., 934. 
Katiniësmës, Balin.. 1535. 
Katimoe, Ali. Min. l'. I'., 7s4. 

Katimoen, Balin.. Soend., 934. 

Katimoen dapdap, Balin., 934. 
Katimoen gantoeng, Balin., 934. 
Katimoen ujingnjing, Balin., 2257. 



63 



Katimoen ookoo, Hiilin., 'XU. 

Katinioesnioes, Kaliu. Scmli., 1535. 

Katirah, Unlin. Kr., 17ti5. 

Katisan, O. .lav., 971. 

Katja, Boeg., 3. 

Katja piring, Jav., Mal., Smud., Itiut. 

Katjamba, iiinmn., 345t;. 

Katjang, lialin., Jav., Kant;., .Mal., Stunil., ifi(il. 

Katjang, Buis;., 3210. 

Katjang, .\la.lon-. B., P., 2S4, 

Katjang agël, o. Jav., IKW. 

Katjang babi, Mal., 2353. 

Katjang bali, Jav., 53s. 

Katjang bangkoewang, Minauifk., 2532. 

Katjang baóe, Bonth., 2titi2. 

Katjang bëngoek, Soiiul,, 235(i. 

Katjang bèngoek bódas, Socml., 2350. 

Katjang bèngoek hèdjó, Suiml., 2350. 

Katjang bèngoek hideung, Sncml., 2350. 

Katjang boeloe, .Mal.. 3311. 

Katjang boentjis. Mal., Suiml., 2ii()(i. 

Katjang boentjis bódas, Sutml., 2(itiri. 

Katjang boentjis hideung, Socml., 2(100. 

Katjang boentjis leutik, Socml., 2i!00. 

Katjang bógor, Sütiul., 34U4. 

Katjang bótor, Soeml., 2805. 

Katjang dadap, -Socnd., 3450. 

Katjang dapdap, Balin., 3-450. 

Katjang djawa, Mal. Meu., 284. 

Katjang djëpoen, Socnd., 1004. 

Katjang djëpoen beureum, Socml., 1604. 

Katjang djëpoen bódas, Socnd., 1004. 

Katjang djëpoen hèdjó, Socnd., 1004. 

Katjang djëpoen hideung, .Socnd., 1(>04. 

Katjang djógó, Socnd., 2003. 

Katjang gamët, Socml., 757- 
Katjang gléjor, Jav., 2002. 
Katjang goede, Jav., 538. 
Katjang goenoeng, Vuig. Mal., I(i7ö. 
Katjang gorèng, Makas., 284. 
Katjang hantoe, Mal., 028. 
Katjang hantoe darat. Mal., 908. 
Katjang hèdjó, Smnd., 2003. 
Katjang hèrang, Socnd., 2003. 
Katjang hidjaoe, -Mal., 2003. 
Katjang hiris, Socnd., 538. 
Katjang hiris bódas, Soend., 538. 
Katjang idjo, lialin., Jav., 2663. 
Katjang irëng, o. Jav., 2663. 
Katjang iris, \ nig. Mal., 538. 
Katjang iris boerik, Vuig. Mal., 538. 
Katjang kadjoe, Madocr., 538. 

Katjang kajó, Minaugk., 538. 

Katjang kajoe. Mal.. 538. 
Katjang kajoe bëtina. Mal., 1075. 
Katjang kapri, Jav.. 757. 
Katjang kara-kara. Mal., 1162. 
Katjang kara-kara gatël. Mal., 2353. 
Katjang katjipir, Balin., Jav., 2805. 
Katjang këdëlai. Mal., 1004. 
Katjang këdëló. Mal. Batav., 1004. 
Katjang këkara, -Mal. Batav., Il(i2. 
Katjang këtjambah, .Mal , 3450. 
Katjang kówas, Socml., 2350. 
Katjang landjaran, Jav., 284. 
Katjang laoet, .Mal., IIOO. 
Katjang manila, Mal., 34'J4. 
Katjang mas. Vuig. Mal., 2002. 
Katjang mérah, -\ial., 3450. 
Katjang mijang, .Minaugk., 2353. 
Katjang mónjèt, Socnd., 2004, 2605, 2'JOl. 
Katjang oetan, .Mal. Mcu., 691, 34.57. 
Katjang ootji, So.ud., 2900. 



Katjang oetji leuweung, Socnd., 2'JOO. 

Katjang oetjoe, H^ilin., 29(io. 

Katjang pandjang, Mal., 1162. 

Katjang pandjang. Mal. Batav., 3450. 

Katjang parang, .Mal., 020. 

Katjang pèndèk. Mal . 2000. 

Katjang pëndëm, Jav., 284. 

Katjang përoet ajam. Mal., 3450. 

Katjang peudjit, Socud.. 3450. 

Katjang poeh, Balin., 538. 

Katjang poeöeh, Baliu., 538. 

Katjang poetih, Mal,, 757. 

Katjang ranti, Balin., 1162. 

Katjang ridjig, Baliu., 2666. 

Katjang roedji, Jav., 2900. 

Katjang roewaj, Soend., 2060. 

Katjang rowaj, Socud., 2000. 

Katjang saboek, Jav., 1102. 

Katjang sërinding, Mal., 2002. 

Katjang soeöek, Soeud., 284. 

Katjang soetra, Baliu, 1162. . 

Katjang tanah, Balin., Mal., 284. 

Katjang taneuh, Socud., 284. 

Katjang taoegé, Mal., 3456. 

Katjang tjina, Jav., Mal., 284. 

Katjang tjindai. Mal., 2003. 

Katjang tjindé, Jav., 2003. 

Katjang tjindè, Soend., 2603. 

Katjang toenggak, Jav., Mal. Batav., 3450. 

Katjang toepei. Mal., 2759. 

Katjang toeris. Mal. Tim., 538. 

Katjang toeroes, Socud., 3450. 

Katjang tógè, Maka.s., 3450. 

Katjang wilis, Balin., 2663. 

Katjang-katjang, Sum. W. K., 028. 

Katjangan irëng, O. Jav., 378. 

Katjapè, Madocr.. 2831, 3027. 
Katjapi, Jav., Socud., 2831, 3027. 

Katjapi mónjèt, Soeud., 3027. 
Katjar, (iajo, 2004. 
Katjëkloek, Jav., 2936. 
Katjëmbang, Jav., Socnd., 1202. 
Katjënitjëni, Balin., 3210. 
Katjèpèr, -Madocr., 2865. 
Katji, Mal. Xmh., 4.50. 
Katjipir, Baliu., Jav., 2805. 
Katjipot, Jav., 3019. 
Katjiwèr, Bat. Dair., 1951. 
Katjóbhoeng, .Madocr., 1042. 

Katjóbhoeng boengó, Madocr., 1042. 

Katjóbhoeng pótè, .Madocr., 1042. 
Katjoe, (iajo, 3390. 
Katjoeljoeëng, -Minaugk., 1042. 

Katjoeboeëng poetiëh, -Miuangk., 1042. 
Katjoeboeëng sirah, Minaugk., 1042. 
Katjoeboeng, Jav., i042. 
Katjoeboen.e; irëng, Jav., 1042. 
Katjoeboeng kasihan, Jav., 1042. 
Katjoeboeng poetih, Jav., 1042. 

Katjoebong, -Makas, 1042. 

Katjoebong kamoemoe, Makas., 1042. 
Katjoebong kèbo, Makas., 1042. 

Katjoenda, Biman., Boeg., Makas., 2188. 
Katjoen^, Mal., 3420. 
Katjoewada, Boeg., 338. 
Katjombrang, Jav., 190. 
Katjonibrangan, Jav., 2768. 

KatjÓpèng, .Madoer., 2645. 
Katódjó, Salcijer, 2188. 
Katoe, Jav., 3053. 
Katoek, Socud., 3053. 
Katoek laoet, Soeud., 3409. 
KatOOlampa, Baliu., Soend., 1227. 



64 



Katoolampa badak, Somd.. 1222. 

KatOOmbah, Bcilin., liimiin., SS5. 

Katoenibar, linj. Z. O. Hdin., Jav., 885. 
Katoombara, liucj;., Muka.1., 88.">. 
Katoembaran, .lav., 1580. 
Katoempang, Smiul., 574, rvi.'il. 
Kutoompang badak, .Sni-ml., 57.'!, 575. 
Katoempang bódas, .SjiucI., 1>HT. 
Katoongga, liinma., 785. 
Katoentjar, Sucrul., 8S5. 
Katoepè barook, Mimuigk., 2432. 
Katoeri, Air. N. <i. Halm., :mo. 
Katoetè, Hcnili , lüll. 
Katoetoengkoel, SwiiJ., liuu. 
Katok, Sms., 7s(i. 
Katoktókan, Hiilin., 'JKi. 
Katola, lint. Ituir.. 21U(1. 
Katóinas, Soend., 831. 

Katombhar, ^^.•lJul•l■., 885. 
Katómong rómang, Bwg., 2906. 
Katondè, H'n-g.. :nn:>. 
Kalondcng, Miik;is., 3405. 
Katongghing, .XhnUwr. B., 2(i43. 
Katong kiitong, Bueg., 2811. 
Katoprak, .i:tv , KWI. 
Katrangan, Ikilin., 24fl2. 
Kawa, B.«:,'.. .\l;a;\s., Mul. 1'iil., .834. 

Kawii biilanda, IWg., Mukas., 3332. 
Kawa inönggala, Miil. 1'»!., 3332. 
Kawaë, Air. Bmr,, 2557, 25(;u. 

Kawak, .\lf. Min. T. S., 3042. 

Kawandji, Balin., 1079. 

Kawang, M;il. W. Buru., 1823. 

Kawang, o. Jm., 1825, 2539. 

Kawaoe, Sucml., 2310. 

Kawaoe leutik, .Sucml., 1000. 

Kawaoean, -Ui'. .Mi». T. s., 179U. 

Kawas, l.iti, 1080. 

Kawasi, .\lf. N. O. Halm., 23fi2. 

Kawèni, .lav.. Socml., 2175. 

Kawèni tipoeng, Socml., 2175. 

Ka-wéra, ."^"l"!-, 348. 

Ka-wësar, Air. .Min. T. B., T. P., T. S., 984. 

Ka-wösar in dèkat, Alf. Miu. T. P., 2195. 

Ka'widei, Air. .Min. T. s., 2l(i'.). 

Ka'wiei, Haiüu-, 3011. 

Ka-wilei, .\ir. Min. T. B., T. 1'., 21fi9. 

Ka-wilei kowini, All'. .Min. T. B., T. P., 2175. 

Kawiloe, Suinil>a, 135. 

Kawis, .lav., 1428. 
Kawis watoe, •luv., 1429. 
Ka'wista, .lav., Socml., 1428. 
Kawista krikil, .lav., 1429. 
Kawista 'watoe, Jav., 1429. 
Kawitan, All. .Min. T. S., 2730. 
Kawoeng, Smnd.. 322. 
Kawoeng gëdè, .Soeml., 322. 
Kawoeng gèndjah, Sucml., 322. 
Kawoeng hawara, Soi-ml , 322. 
Kawoeng hideung, Swnd., 322. 
Kawoeng karinding, Soend., 322. 
Kawoeng këmbang, Sutmd., 322. 
Kawoeng parasi, Soeml., 322. 
Kawoeng saèran, Sueud., 322. 

Kawójang, Smnd., 2904. 
Kawókin, .\. tJnin. .huur, 3550. 
Kawona, Suemba, 2345. 
KawÓrÓ, Swnd., 1789. 
Kéama, Air. .Min., 1889. 
Kéan, AU'. '/.. ('er., 2436. 
Këbak, .lav., 1434. 

Këbëg, o. Jav., 1434. 
KÖbÖk, .lav., 1434. 



Köbèk bérang, .lav., 1434. 
Kóbök poetih, .lav., 1465. 
Kobömbëm, .Mal. Batav., 2175. 
Köbön, lav.. .125. 
Köbën-këbën, Bulin., 425. 
Këbcsak, Tim., 7. 

Kóboo'i, SaHw, 2663. 

Kóboenoe, s.i»oi-, 1442. 
Köbowan, <>. .Inv., 351a. 
Këchéinèlën, Air. .Min. 'I'onaaw., 2749. 
Küdada, <>. Jav., 3188. 
Këdahoeng, .Mal. Batav., 2602. 
Këdalèn, .lav., 655. 
Kedali, -lav., 2937. 
Këdampal, Balin. Simb., 407. 
Këdangsa, Aiji-h, .Mal., 7»6. 
Këdangsoel, .lav. Kr. D., 1664. 
Këdaoeng, .Mul., 2602. 
Ködawii, All. Min. '1'. .S., 1'Jl. 
Ködawa api-api, Air. .Min. T. S., 193. 
Këdawa mawoöe, Air. .Min. T. .s., 194. 
Ködawa nó asoo, AU'. Min. T. S., 195. 
Ködawa nó kéroet, AU'. .Min. T. 8., 192. 
Këdawa poeti, AU. Miu. T. .S., 191. 
Këdawa roondang. Air. Miu. T. S., 193. 
Ködawoeng, .lav., 2602. 

Këdël, AU'. .Miu. Tunsaw., 3139. 

Këdëlai, -Mal., 1664. 

Këdélé, Baliu., Jav., Mal. Batav., 1664. 

Këdërang, .Mul., 937. 

Ködërat, Jav., 2319. 

Kédhang, -Madoii-., 1563. 

Këdhang, .Madu.r. B., .S. 2361. 

Ködhoe, -Maduir., 3142. 

Këdijat, \ir .Min. T. S., 1669. 

Këdinding, .lav,, 118. 

Ködingding, Jav., 118. 

Këdjaté, Haj. \V. Uorn., 720, 1716. 
Kèdjawas, .Mal. Tim., Uolin., 2862. 
Këdji, Jav.. 1201. 
Këdji böling, Jav., 1761. 
Këdoo, Jav.. 3142. 

Këdoedoek, Atjch, 2222. 
Këdoekdoek, Ualin., 2222. 
Këdoja, Jav-, 1186, 1192. 
Këdoja sapi, Jav., 208. 
Kédondong, -Mal., 3216. 
Kedondong boelan, Mal., 619. 
Këdondong boelan poetih, Mal., 3030. 
Kedondong hoetan, Mal . 615. 
Këdondong këroet, .Mal.. 616. 
Kedondong matahari, -Mal.. 609. 
Ködongdong, Baliu., Jav., 3216. 
KëdOt, Jav., 984. 

Këhabé, .Sawof, 3067. 
Kèhèng, .\ir. llin. Tonsaw., 459. 
KèhÓ, Tiru., 1573. 
Kèjoe, Swmha, 698. 
Këkadiar, Baliu.. Jav., 2961. 
Këkalek, .^us., lsl8. 
Këkapong, l.uiu]i., 3126. 
Këkara, Baliu., 2661. 
Këkara, Mul. Amb.. Batav., 1162. 

Këkara arit, Balin.. 626. 
Këkara djoelèh, Bulin., 629. 
Këkara loengsir, Baliu., 1162. 
Këkara oedang, Baliu., 3456. 
Kökara parang. Mal. Batav., 026, 
Kèkaras, .Mal.. 283. 
Kèkarèt, Lam])., 1462. 
Këkarik, l.amp., 1462. 
Këkarik akar. Lamp., 3515. 
Këkarong, .Vs., 224. 



65 



Këkatjé, Balin., 538. 
Këkatoek, Sa^., 780. 
Kèkèb, Sueiiil.. 2731. 
Kèkei, n^j. Kui.. -^m. 
Këkëmbang laoet, Liiiiip., 1. 
Këkëpahan, iinVm.. 323-1. 

KëkètO, Alt. \. o. Halm., 1537. 
Kékewang, \U'. Min. T. B., 1464, 1515. 
Këkoela, Mal. Binttk., 1573. 
Këkoeniran, .\lf. Miu. T. I,., 3557. 
Këkoepoe, Mal., 858. 
Këkombaan, Alf. Min., 3028. 
Kéla, Alf. Min. Bent., 630. 
Kèla, .Sawüe, 315. 

Këlabang, Mal., 1583. 

Këlabët, Jav., Mal. Batav., 3374. 

Këladi, Mal.. S47. 

Këladi ajër, \ uls;. Mal.. 104. 

Këladi oedang, Mal, 847. 

Këladi oelar, Mal., 150. 

Këladi pari, Mal., 1006. 

Këladi rimaoe, .Mal., 149. 

Këladi sëratah, Mal., 847. 

Këladi tëlor. Mal., 847. 

Këladi tjina, -Mal., 847. 

Këlai, Kor., 475. 

Këlai léré, Sawoe, 1852. 

Këlailinga djawa, Sawoe, 2736. 

Këlaiwoe, .Sawuc, 404. 

Këlajoe, Mal., 12%. 

Këlajoe hitam. Mal., 358. 

Këlambir, Mal., 830. 

Këlampas, -Mal. Batav., 11. 

Këlampës, -Mal. Batav., 2477. 

Këlampong, -Mal, 148". 

Këlampong agas, Mal., 1516. 

Këlampong ajër, .Mal., 1434. 

Këlampong boekit, Mal., 1487. 

Këlampong boeroeng, Mal., 1434. 

Këlampong djantan. Mal., 1434. 

Këlampong gadjah, -Mal., 1487. 

Këlampong mata poenei. Mal., 1448. 

Këlampong mérah, Mal., 1516. 

Kélan, Alf. Z. (Vi„ 2218. 

Këlangsa, Atjch, 786. 

Këlapa, Mal., S30. 

Këlapa djënggé, Mal. Batav., 2091. 

Këlapa laoet, Vuls;. Mal., 2091. 

Këlapa padi, -Mal., 830. 

Këlapa poejoeh, Mal., 830. 

Këlapa poewan, Mal., 830. 

KëlapÓ, -Mal. Bingk., 830. 
Këlat, Mal., 1314. 
Këlat api, Mal., 1324. 
Këlat asam, -Mal., 1321. 
Këlat bëlijan, .Mal., 1324. 
Këlat bëroewang, Mal., 931. 
Këlat bësar, Mal., 1345. 
Këlat bising, .Mal., 1327. 
Këlat boenga, -Mal., 1353. 
Këlat boeroeng, Mal., 1335. 
Këlat djamboe, -Mal., 1335. 
Këlat djamboe ajër, .Mal., 1354. 
Këlat djantan, Mal., 1346. 
Këlat hitam. Mal., 931. 
Kelat hoetan, .Mal., 2597. 
Këlat koboe. Mal., 13.50. 
Këlat lapis, .Mal., 1324. 
Këlat mënahoe. Mal., 1958. 
Këlat mérah. Mal., 1334. 
Këlat nasik-nasik, Mal., 1339. 
Këlat paja, Mal.. 1U49. 
Këlat pasir, Mal., 2594. 



Këlat pënaga. Mal., 134G. 
Këlat poetih, Mal., 1348. 
Këlat poetih boekit. Mal, 1322. 
Këtat poetra. Mal, 1354. 
Këlat tandoek, Mal, 1927. 
Këlat toelang. Mal, 209. 
Këlawar, Mal, 3346. 

Kélé, Air. Z. ('er., 1305. 

Këlëboek, Mal, 1508. 
Këlédang, Mal, 350. 
Këlédang bëroek, Mal, 349. 
Këlèdèk, Mal, 1892. 
Këlëlawar, Mal, 3346. 
Këlëmajoeh tëlor. Mal, 963. 
Këlëmbahang, -Mal, 1818, 1820. 
Këlëmbahang padi, Mal, 723. 
Këlëmbak, -Mal, 283. 
Këlembak boenga, Mal, 283. 
Këlëmbaoean, All :\lin. T. L., 1799. 
Këlëmbaoean in taloen, .Uf. Min. T. L., 1790. 
Këlëmbaoean rëndai, Alf. Miu. T. L., 1799. 
Këlëmbi, Alf. Min. T. B., T. S., 342. 
Këlëmboeng, Alf. Min. T. L., T. P., 3104. 
Këlëmboeng i lawanan, Alf. Min. T. I,., 3104. 
Këlëmboeng rintëk, Alf. Min. T. L., 3104. 
Këlëmboeng sela, Alf. Min. T. L., 3104. 
Këlëmoer, Alf. Min. T. B., T. L., T. P., 3521. 
Këlèndó, Sas., 784. 
Këlèndé boonga. Sas., 784. 
Këlëngan, Alf. .Min. T. L., 3306. 
Këlëntit njamoek, Jlal, 824. 
Këlërëk, O. Jav., 3031. 
Kèlès, Madoci-., 404. 
Këlèt, All Miu. T. P., 831. 
Këlèt rintëk. All Min. T. P., 831. 
Këlèt sela, Alf. Min. T. P., 831. 
Këlëwih, Soend., 339. 
KÓli, Kisar, 3113. 

Këli-këli, Bo,g., 17. 
Këlibang, Mal, 1108. 
Këlijat, .Uf. Min., 1669. 
Këlimpanang, Mal, 3076. 
Këlirik, -lav., fiSS. 

Këlis, .lav., 1358. 

Kèló, Alf. Halm., Min., Tern., 2345. 

KëlO, Soemba, 2361. 

Kèló i lawanan, M(. Win. T. L., 3190. 

Kèló in tasitj. All Miu. T. P., 119. 

Këloe, Soemba, 2361. 

Këloebi, -Mal, 3545. 

Këloeï, Mal Pal, 475. 

Këloekoep, Mal, 3121. 
Këloeloet gadjah, Mal, 334. 
Kéloeloet mérah. Mal, 961. 
Këloeloet poetih. Mal, 3136. 
Këloempang, -Mal, 3234. 
Këloempang bëras. Mal, 3243. 
Këloempang boeroeng. Mal, 3244. 
Këloempang hoetan, Mal, 3244. 
Këloer, .Mal, 339. 
Këloetoem, -Mal, 337. 
Këlompang, -Mal, 3234. 
Këlompang bëras. Mal, 3243. 
Këlompang boeroeng. Mal, 3244. 
Këlompang hoetan. Mal, 3244. 
Këlona, -Mal. 11 ld 

Këlongkang, Balin., Jlal Batav., 2865. 
Kèlor, Balin., .)av., Kang., Mal, Soend., 2345. 

Kèlor goenoeng, ilal Amb., 2755. 
Kèlor laoet, Mal Amb., 119. 
Kèlor loemoet, Balin., 2345. 
Kèlor maoenggi, Balin., 2345. 
Kèlor moenggi, Balin., 2345. 



66 



Kèlor oetan, Mal. Amb., l'?")-!. 
Kèlor panté, Mnl. Men.. 119. 
Këlorak, Mul., 59fi. 
Kèlóran, .lav., Uil. 
Kclóró, Hl»');.. Makas., 234.5. 
Këlótom, Mal. I'al., S3r. 

Kölótom nangka. Mal. I'al., 17ii7. 

Kom, HaliiL, 1.^19. 

Kèm-sökëm, .Mu.Ioct., 2579a. 
Kèmadèh, .lav., 2096. 
Kèmadéjan, .lav., ao9(i. 
Kömadijan, .lav. 'iVg.. MaJocr., 209n. 
Këmadooh, .lav., 1.5.54, 1987. 
Kèmadoeh këbo, -lav. %., 1994. 
Kömadoeh kidang, .lav., 1995. 
Këmadoeh niacsa, -lav. Kr., 1994. 
Kèmadoeh sapi, .lav., 1991. 
Këmadoehan, .lav., 2098. 
Këmandèn, o. .lav., 2225. 
Këmandèn séwoe, O. .lav., 749. 
Këmang, Mal., Sueml., 2170. 
Këmang badak, Socml., 2170. 
Këmang bingló, Sooml., 217o. 
Këmangé, Bat., 2477. 
Kèmangi, Jav., .Mal. Batav., Sas., 2477. 
Këmangi abang, .Jav., 2477. 
Kèmangi oetan, Mal. Baiav., 247G. 
Kèmangi poetih, Jav., 2477. 
Këmarogan, .lav., 1720. 
Këmbahang, Mal. Pal., 1818. 
Këmbala, ."^cjimba, 507. 
Këmbang abang, o. ,lav., 534. 
Këmbang ajër goeló, .Mal. Batav., 2986. 
Këmbang ajër mawar, Vulf;. Mal., 2986. 
Këmbang bangah, .lav., 211. 
Këmbang bangké, Vult;. Mul., 211. 
Këmbang batjin, O. .lav., 29fi7. 
Këmbang boegang, SucjhI., 811. 
Këmbang boekoe-boekoe, .Socml., 2051. 
Këmbang dèdès, .Soond., 3037. 
Këmbang djawa, Balin., 679. 
Këmbang ésoek soré, Jav., 2319. 
Këmbang gambir, lav., 1935. 
Këmbang gëdang, Jav.. 630. 
Këmbang gëdang abang, Jav., 630. 
Këmbang gëdang koening, Jav., 630. 
Këmbang gëni, Jav., 814. 
Këmbang goeló, Soend., 2980. 
Këmbang kantjing, Jav., 1678. 
Këmbang kastoeri, Jav., 2963. 
Këmbang katja piring, Jav., Sociul., 1B04. 
Këmbang këpiting, lav., 2973. 
Këmbang kërang, Balin., 231. 
Këmbang kikir-kakar, V»l{r. Mal., 2229. 
Këmbang kirang, Balin., 231. 
Këmbang koekoe matjan, Mal. Batav., 1061. 
Këmbang koening, Balin.. O. Jav., 083. 
Këmbang koening. Mal. Tim.. 4. 
Këmbang koening praoe, Balin., 679. 
Këmbang lawang, \ uls;. Jlal., 1318. 
Këmbang lintangan, ü. Jav., 1847. 
Këmbang mantéga, Jav., 8oond., 3277. 
Këmbang mas, Vuls;. .Mal., 359. 
Këmbang matahari, Vuig. Mal., 1752. 
Këmbang mëntoelan, ü. Jav., 1678. 
Këmbang mërakan, Jav., 534. 
Këmbang nódja, Jav., 2648. 
Këmbang pagi soré, .Mal, Batav., 2319. 
Këmbang pèlèt, Sas.. 3438. 
Këmbang pëngantèn, .Mal. Batav., 2462. 
Këmbang pita, \ uli;. Mal., 3258. 
Këmbang pitjah piring, Supud., 2948. 
Këmbang poekool ampat, Mal. Batav., 2319. 



Këmbang pooloe, Jav,, 067. 
Këmbang poetih, Jav. Ng., 2311, 2938. 
Këmbang ros, \ uig. Mal., 2986. 
Këmbang santen. Vuig. .Mal.. 1914. 
Këmbang santen koening. Vuig. Mal., 1915. 
Këmbang santen mérah, Vuig. .Mal., 1918. 
Këmbang santen poetih. Vuig. Mal., 1925. 
Këmbang sangéngé, <i. Jav., 1752. 
Këmbang sapatoe. Vuig. Mal., 1796. 
Këmbang sari tjina, \ial. Batav., 3460. 
Këmbang sëdëp malëm, Jav., .Mal. Batav., 

Sciciiil., 2S0fl. 

Këmbang sëpatoe, Vulg. .Mal., 1790. 
Këmbang sëpatoe mérah. Vuig. Mal., 1796. 
Kèmbang sëpatoe poetih. Vuig. Mal., 1796. 
Këmbang seureuh, Si.ciul., 57. 
Këmbang séwoe, .lav.. 221. 
Kèmbang sisir, Sumd., 33.19. 
Kënibang sisit beusi, Soind., 2093. 
Këmbang slinger, o. .lav., 2907. 
Këmbang soendël malëm, Jav., Socnd., 2806. 
Këmbang soengsang, Jav.. 1061. 
Këmbang soesoe këbo, Jav., 3277. 
Këmbang soesoe moending, Sot-nJ., 3277. 
Këmbang soré, Jav., \ulg. Mal., 4. 
Këmbang srëngéngé, Jav., 1752. 
Kënnbang sringéngé. Sas., 1752. 
Këmbang tai ajam. Mal. Batav., 3291. 
Këmbang tambaga, .8oind., 3274. 
Këmbang tambaga beureum, Suend., 3460. 
Këmbang tëlék, Jav., 1984. 

Këmbang tëlëng, Jav., Soend., 824. 

Këmbang tëlëng bódas, Soend., 824. 
Këmbang tëlëng boelaoe, Soend., 824. 
Këmbang tëlëng soesoen, Soend., 824. 
Këmbang tëloeki, Mal. Batav., 3501. 
Këmbang tëmbèlèk, .lav., 3291. 
Këmbang tjoelan, Jlal. Batav., 90. 
Këmbang wèra, Soend., 1790. 
Kèmbang wonga tali, Jav., 13. 
Këmbël, .\ir. Min. 'I'. P., 520, 3111. 
Këmbës, .\lf. Min., 1314. 
Këmbës in ëmpoeng, .\lf. Min., T. B., 1377. 
Këmbës in taloen, Alf. Min. ï. P., 1377. 
Këmbës koeló, Alf. Min. T. P., 1337. 
Këmbës mawar, Alf. Min. T. L., T. P., 1330. 
Këmbës méa, Alf. Min. T. L., 1337. 
Këmbës raindang, Alf. Min. T. P., 1337. 
Këmbhang, Mad..er., 2298. 
Këmbhang aéng mabar, Madocr. S., 2988. 
Këmbhang aéng mawar, Madoer., 2986. 
Kënibhang bhiroe, Maduer, S., ooi. 
Këmbhang boengó tèlèng, Madocr., 824. 
Këmbhang boengó tjölëng, Madocr. B., 824. 
Këmbhang djhaï, Madoer., 2298. 
Këmbhang djhëpon, Madoer., 5. 
Këmbhang ëroes, Madoer., 29S6. 
Këmbhang ghambhir, Madoer., 1935. 
Këmbhang kónèng, Madoer., 2295. 
Këmbhang manglèh, .Madoer., 2299. 
Këmbhang marsiki, Madoer., 2298. 
Këmbhang mata arè, .Mudoer., 1752. 
Këmbhang moendhoeng, Mudoer., 2298. 
Këmbhang tampong aré, Madoer., 1752. 
Këmbhang tapong arè, Madoer. S., 1752. 
Këmbhang tjampaka, .Madoer., 2298. 
Këmbhang tongkèng, Madoer., 2643. 
Këmbili, Mul., sk; 
Kèmbili hoetan. Mal., 3223. 
Këmbili wëlanda, Mal., 3175. 
Kömbirit, Jav., 3282. 
Këmëding, Lam]).. 636. 
Kèmël, .Uf. Miu. T. P., 520, 3111. 



67 



Këmèlèng, MiJJ. Sum., 135. 
Këmëndëlan, ü. Jav., 1268. 
Këmëndiing, Jav., 1587. 
Këmëndjing këbo, .Tav., 1590. 
Këmëniran, Mul. Batav.. 2690. 
Këmëroekoep, Jav., 1733. 
Këmësindël, Lamp., 697. 
Këmësoe, Jav., 1216. 
Këmëtroe, Lamp., 3059. 
Këmid, Lamp., 3142. 
Këmili, .Vtji-h, .Sum. W. K., 8-lfi. 
Këmili, Kocboc, 135. 
Këniiling, Kuelwe, Lamj)., 135. 
Këminting, Vele talen, 135. 

Këmirén, Jav., 1786. 
Këmiri, Jav. N'g., Mal. Batav., 135. 
Këmiri sëpët, Jav., 2517. 
Këmiri tjina, -Mal. Batav., 1786. 
Këmit, Baliu., Jav., Lamp., 3142. 
Këmladéjan, Jav., 2096. 
Këmlaka, Jav., 2684. 
Këmlandingan, Jav., 122, 2027. 
Këmlandingan goenoeng, Jav., 122. 
Këmoedéë, .\tjih, 2343. 
Këmoedéë bit, .itjch, 2343. 
Këmoedéë hoetan, -Vtji-h, 2343. 
Këmoedéë kampong, .\tjeh, 2343. 
Këm.oedoe, Jav., 2343. 
Këmoekoes, Mal., 2723. 

Këmoening, Balin., Jav., .Mal., 2358. 

Këmoening djantan hoetan, Mal., 632. 

Këmoening oelar, -Mal., 2045, 

Këmoening tjina, Vuig. .Mal., 96. 

Këmoentai, Lamp., 665. 

Këmoenting, Mal., 2978. 

Këmoenting akar, .Mal., 1158. 

Këmoenting batoe, Mal., 1049. 

Këmoning, Balin., 2358. 

Këmpas, Mal., 1963. 

Këmpaa roman. Mal., 3376. 

Këmrakan, Balin., 534. 

Këmroenggi, Jav., 532. 

Kèn é oewak, .Mf. .Min. T. P., 608. 

Kënaha, Sulur, 2883. 

Kënal, Mf. Min. T. P., 3209. 

Kënal in dékat, X)f. Min. T. P., 3448. 

Kënal in taloen, Alf. >lin. T. P., 3450. 

Kënal in també. Alt'. .Min. T. P., 875. 

Kënal in tjawok, Alf. Min. T. P., 1267. 

Kënampok, Sas., 2693. 

Kènan, X. (iuin. Sëkar, 2719. 

Kénana, Sawop, 717. 

Kénana bangi, Sawoc, 2717. 

Kénana hawoe, Sawoe, 2717. 

Kénana mëngi kota, Sawuc, 2717. 

Kénana mëngi wó, Sawoc, 2717. 

Kënanga, Atj.h, Jav., .Mal., 601. 

Kënanga oetan, .Mal. Batav., 2802. 

Kënanga paja, -Mal., 3403. 

Kënanga pantei, Mal. \V. Bom., 154, 2293. 

Kënareh, .Mailocr., (102. 

Kënarèn, Jav., 604. 

Kënari, Jav., 602. 

Kënari alas, Jav. .\g., 604. 

Kënari wana, Jav. Kr., 604. 

Kënas, Bat., 218. 

Këndajakan, Jav., 432. 

Këndal, Balin., Jav., Soen.1., 879. 

Këndal areuj, .Soeud., 880. 

Këndal banjoe, ü. Jav., 1208. 

Këndal këbo, Jav. Ng., 1207. 

Këndal maésa, Jav. Kr., 1207. 

Këndal piït, Soend., 881. 



Këndal rambat, Soend., 2857. 
Këndal sapi, Jav., 3455. 
Këndéka nasi. Mal. Batav., 513. 
Kèndém, Alt. ,Miu., 2551. 
Kèndém rintëk, Alf. Min. T. P., 2551. 
Kèndém sela, Alf. Min. T. P., 2553. 
Kèndém wëwëné, Alf. Min. T. P., 2550. 
Kéndéng, Alf Min. Tonsaw., 2551. 

Kéndéng disik, Alf. i\Iin. Tousaw., 831. 

Këndëri, Mal., 3. 

Këndëri batang, .Mal., 42. 

Këndhal, Madoer., 879. 

Kéndi mónjèt, Soend., 2435. 

KëndiS, Alf. Min. T. B.,ï. L., Tousaw., T. S., 1598. 

Këndis, Alf. Jlin. T. B., T. S., 972. 

Këndis im bakajoe, AU. Min. Toiisaw., 1602. 

Kèndis méa, Alf .Min. T. L., 1600. 

Këndis rëndai, Alf. Jliu. T. L., 656. 

Këndis sela, Alf. Min. T. L., 1589. 

Këndis watoe, Alf. Min. T. L., 1602. 

Këndoe, -\. Guin. Noemf., 2748. 

Këndoeng, Balin., 3236. 

Këndoeng, Soemba, 2477. 

Këndoeng, Soend., 1753. 

Këndoeng gëdè, Soend., 1754. 

Këndoeng peutjang, Soend., 1753. 

Këndoeng Witoe, Soemba, 229. 

Këndoengan, Jlal., 3269. 

Këndoeroe, Jav., 60. 

Këndoeroe, Soemba, 3169. 

Këndokak, Sas., 2865. 

Kéné-kéné, Babar, 339. 

Kènèfó, Tim., 3301. 

Kèng, Alf. Min. Bent., 2771, 3319. 

Kéngkéng, Jav., 1738. 

Kënidei, MaL, 505. 

Kënidei babi. Mal., 504. 

Kënidei badak, Mal., 2300. 

Kënidei boekit. Mal., 1657. 

Kënidei djantan, Mal., 505. 

Kënidei gadjah. Mal., 503. 

Kënidei hoetan. Mal., 503. 

Kënidei paja. Mal., 1646. 

Kënidei poenei, Mal., 258. 

Kënikër, Jav., 3291. 

Kënjèri poetih, Balin., 720. 

Kënjéri soesoen, Balin., 2452. 

Kënodja, Baliu., 2319. 

Kénoe, Biman., 3012. 

Kënokak, Sas., 2865. 

Kënono, Enggano, 159. 

Kënop in dékat, Alf. Min. T. P., 232. 

Kënop mérah, MaL Men., 770. 

Këntali, Sas., 13. 

Këntang, Balin., Jav., Madoer., MaL, Soend , 3175. 

Këntang djawa, Jav., 846. 

Këntang welonda, Jav., 3175. 

Këntjaroem, Balin., 2477. 

Köntjing kambing, .MaL, 1939. 

Kéntjing pëlandoek, MaL, 282. 

Këntjoer, Jav., Mal. Batav., 1951. 

Këntjoeran, ü. Jav., 642. 

Këntjor, .Madoer., 1951. 

Këntoetan, Jav., 2533. 
Kéoe, Biman., 404. 
Kéoe, Kiaar, 3011. 
Kéoe, Lic, 315. 
Këpah, Balin., 3234. 
Këpaja, Mal , 665. 
Këpajang, MaL, 2575. 
Këpajang ajër. Mal., 1608. 
Këpaka, Suwue, 2295. 
Këpël, Balin., Jav., 973, 3221. 



68 



Këpèloe, liuliu., fi'i). 

Këpënoeh, Hulin. s b., 1483. 

Kèpër, s.ii'uil., U'T-k 
Këpileu, (iujo, 1HU2. 
Köpini, Suiii. W. K., 3154. 
Këpoeh, Halin., 4«(t. 
Köpoeh, Halin., .lav.. 3234. 

Kèpoel, Mal.. L'"J33. 
Köpoela, .\i.iili. 2314. 
Köpoendoeng, Mal-, 3'J."). 
Köpoeng, Mal.. ;il2f). 
Köpoowè doewó, Sawoe, 484. 
Këpoewö njioe, Sawoc, 830. 
KÖpoewë wënji, Sawoc, 315. 

Këpoh, .lav.. S,nii,l., 3234. 

Këpoh djënggi, -tav., 20'jl. 
Këpoh kötók, -lav.. 3230. 
Këpótan katak, Halin., 2901. 
Keraboe, Mal.. 20U5. 
Këraï, -lav., 1)34. 
Kërak nasi, .Mal., 3438. 
Kërak nasi djantan, Mal., 483. 
Kërak nasi mérah, •lav., 3347. 
Kërak nasi poetih, Mal., 2052. 
Kërak nasi rimba, .Mal., 1198. 
Kërak-kèrak, .Mal . 313S. 
Kërak-kërak djantan, .Mal., 4S3. 
Kërak-kërak mérah, Mal., 3347. 
Kërak-kërak poetih. Mal., 2052. 
Kërak-kërak rimba, .Mal., 11'J8. 
Kërandan, lav.. (itiii. 
Kërandang, .lav.. .Mal.. iKifi. 
Kërandji, Mal.. loT'.i. 
Körandii boeroeng. Mal., 1081. 
Kërandji oemboet. Mal., 1082. 
Kërandji papan. Mal., luso. 
Kërandji tëmbaga, .Mal., 1083. 
Körang, Halln., 231. 
Köras toelang. Mal. Batav., 74S. 
Kërat tóloendjoek. Mal., (il'.i. 
Kërbaoe djalang. Mal., UiiiS. 
Kóré, .\lf. '/■■ <Vr. 1305. 
Kèrèkan, Baliu., 910. 
Kèrèl, All'. Har., Z. CiT., 2345. 
Kèrèlé, .\lf. Z. Oer., 2345. 
KèrèlO, .\ll'. N'. I^aoct, Sap., 2345. 

Körëmak, Mal. isi.. 

Kërëmak djantan. Mal.. 12or,. 

Kërëmak roesa. Mal., 1H58. 

Kërëmak soosoe, Mal., 13.S7. 

Kërëmbi, .\lf. .Min. Ban(., 342. 

Kërèmbiït, .\ir. Mi". T. B., 280. 

Kërëntoengan, Alf. Min. 'I'. P., 1042. 

Kërëntoengan koeló, AH. Min. T. T.. 1042. 

Kërëntoengan raindang. Air. Min. T.P., 1042. 

Kërëto, <;aj(., 2340. 

Këribang, Mal. W. Born., U08. 

Këriït, Alf. .Min. ï. 1'., 3550. 

Këriït koeló, Alf. Min. T. P., 3550. 

Këriït raindang, Alf. Min. T. P., 3550. 

Kërisan, .lav.. 3o7',i. 

Kërmak, Mal.. 184. 

Kërmak djantan. Mal., 1200. 

Kërmak roesa. Mal., 1858. 

Kërmak soesoe. Mal., 1387. 

KèrÓ, Alf. .Min. Hant., 2345. 
Këroeboek, Lamp.. 211, 2939. 

Këroeboet, Mal.. 2'.i39. 
Köroeboet paja. Mal., 2735. 
Këroog pasih, Halin.. 194. 
Këroek lawak, -lav., 2090. 
Kéroet, Air. Min. r. l,.. 939. 
Kéroet, Air. Min. T. P., 1704. 



Kéroet in taloen, Alf. Min. T. P., 2839. 
Kéroet méa, Alf. .Min. ï. L., 939. 
Kéroet poeti, Alf. Min. T. L., 482. 
Këroewing, Mal., 1149. 
Këroowing boekoe. Mal., 1145. 
Këroewing boeloe. Mal., 1144. 
Këroewing hidjaoe. Mal, 1149. 
Këroewing poetih. Mal., 1145. 
Kérol, Alf. Butr., 2345. 
Kérore, Alf. Z. Ccr., 2345. 
Kërsoela, .)av., 2289. 
Kërtaoe, Mal., 2340. 
Kèrtas, Atj( h, 90. 

Kèrtasé, Matluir., 820. 
Kërtjoot, Mal.. 3080. 
Kèsaksak, Balin., 3503. 
Kosaksak mëmëdi, Balin., 2907. 
Köaaksak tjina, Balin., 2967. 
Kesambi, Balm., .lav., 3007. 
Kèsók-kèsèk, Alf. Min. Bent., 100. 
Kësèla, Balin., 1892. 

Këscla kajoe, Balin., 2181. 
Kësèla kësawi, Balin., 2181. 
Kësèla praoe, Balin., 1892. 
Kësëmboeng, Sas., 404, 3448. 

Kësèsi, Balin., 1818. 
Kësisat, Balin., 2848. 
Kësoemba, Balin., Mal., 007. 
Kösoemba, Mal.. 400. 
Kësoemba boekit, -Mal., 3372. 
Kësoemba djantan, Mal., 2510. 
Kësoena, Balin., 141. 
Këtabi, Su.mba, 1107. 
Këtabi djawa, Socmba, 317». 
Këtagéng, Sungi, 1973. 
Këtakong, Mal, 2439. 
Këtakong babi. Mal., 2437. 
Këtakong bëroek, .Mal, 2430. 
Këtakong këra, -Mal, 2433. 
Këtakong pëlandoek, Jlal, 2438. 

KÓtan, Air. .Min. Tunsaw., 322. 
Këtan, Balin., .lav., Kang., Lamp. 1'ani., .Mal 
Batav., Sui'Uil., 2513. 

Këtangan, Sas., 1941. 
Këtangi, Balin., O. Jav., 1977. 
Këtangkil, Mal, 1009. 
Këtaoe, Miill Snm., 2340. 
Këtapang, Atjth, .lav.. Mal, 3313. 
Këtapang këtèk, Jav., 1709. 
Këtapang talang, -MiJJ. Sum., 3310. 
Këtapas, Mal Tim., 3313. 
Kété, Alf. Min. T. L., T. P., 2408. 
Këtëbon, Jav., 2809. 
Këtèla, Mal. Batav., 1892. 

Këtéla mérah. Mal Batav., 1892. 
Këtèla poetih. Mal Batav., 1892. 
Këtëp, Air. .Min. T. L, 454. 

Këtèpèng, lav.. 079. 
Këtèpèng këbo, .lav., 679. 
Këtèpèng sapi, Jav., 079. 

KëtëW, Air. Min. Tonsaw., 454. 

Këtijak, Mal. 27. 

Këtijak bëlalang, Mal, 27. 

Këtijan, lamp.. 959. 

Këtijaoe, Mal, 2549. 

Këtil balang, Balin., 1050. 

Këtil im balatik, Alf. Min. T. L., 3339. 

Këtila, Atjc-b, 2181. 

Këtilëng, Jav.. 3407. 

Këtimbang, lamp.. 190. 

Këtimboel, Halin., Semb., 339. 

Këtimoen, Balin Jav.. Mal, \ ulg. Mal, 934. 

Këtimoen bontèng, Jav., 934. 



69 



Këtimoen dapdap, Balin., 934. 

Kötimoen gantoeng, lialin., 934. 

Këtimoen njingnjing, Hulin., 22öT. 

Këtimoen oekoe, Hulin., 934. 

Këtimoen sërit, -lav., 934. 

Këtimoen soemërit, .lav., 934. 

Këtimoen tikoes, Mal. Men., 172(5. 

Këtimoen watang, Jav., 934. 

Këtimoen woekoe, .lav., 934. 

Këtimoen woelan, Jav., 934. 

Këtimoen woeroe, .lav., 934. 

Këtimoes, Baliu., 283. 

Këtirah, Mal., 1765. 

Këtjai, .lav., 143. 

Këtjalingan bènër, <>. Jav., 3002. 

Këtjalingan lanang, O. .lav., 299(i. 

Këtjalingan lëmboet, O. .lav.. 1177. 

Këtjambah katjang, Mal., 3456. 

Këtjambil, Jav. IVg., 830. 

Këtjapi, Jav., 2831. 

Këtjapi, Mal., 3027. 

Këtjapi hoetan, Mal., 3027. 

Këtjèkoe, Sas., 2847. 

Këtjèloe, Baliu., 679. 

Këtjèmèh, Jav., 2108. 

Këtjèoer, Bat.. 1951. 

Këtjèpèr,- Madocr., 2865. 

Këtjèplokan, Baliu., 2693. 

Këtjipir, Jav., 2865. 

Këtjipoet, Jav., 3019. 

Këtjitjang, Baliu., 196. 

Këtjoeboeng, Balin.. Mal., 1042. 

Këtjoeboeng kasijan, Baliu., 1042. 

Këtjoeboeng mérah, -Mal., 1042. 

Këtjoeboeng pagèr, Vuig. Mal., 3348. 

Këtjoeboeng paja, ^lal., 1608. 

Këtjoeboeng poetih, Balin., Mal., 1042. 

Këtjoeboeng rimba, Mal., 2948. 

Këtjoeboeng tandoek. Mal., 2440. 

Këtjombrang, Jav., 196. 

Kètkèt, Baliu., 532. 

Kètkèt gOt, Balin., 532. 

Kètkèt lëngis, Baliu., 532. 

Kétoe, \\atoi-lj., 847. 

Kètoebar, o. Jav., 3lso. 

Këtoel, Alf. Miu. T. 1'., 1610. 

Këtoel, Jav., 1483. 

Këtoelan, Jav., 598. 

Këtoembar, Mal , 885. 

Këtoembar hoetan, Mal., 3135. 

Kötoembor, Mal. Bcugk., 885. 

Këtoepoek, Jav., 801. 

Këtola, Mal., 2106. 

Kétola hoetan, Mal., 329, 2107. 

Kötola manis, .Mal., 2108. 

Këtola oelar, Mal., 3359. 

Këtola pandjang, Mal., 2106. 

KëtOS, Jav., 2860. 

KëtOS, Jav. Kr. D., 2513. 

KëtOWang, Sangi, 2984. 

Këudawong, .Vtjeh, 2602. 

Keudeukè, Atjoh, 1217. 

Keudeulè, Soend., 1664. 
Keuëus, Soend., 2359. 
Keunoeë, Atjeh, 993. 
Keupoela, Atjoh, 2316. 
Keuthawi, Atjch, 493. 
Keutila, Atjch, 2181. 
Keutoemba, Atjeh, 885. 
Këwaka, Solor, 3188. 
Ki adjag, Socnd., 298. 
Ki amis, Soend., 767. 
Ki amis mata, Socnd., 1474. 



Ki amis mata beureum, Socnd., 1501. 

Ki angin, Suiud., 2391. 

Ki angir, Soend., 15si. 

Ki antjak, Soeud., 1510. 

Ki apoe, Soend., 3451. 

Ki apoe gëdè, Soend., 3453. 

Ki apoe lëmboet, Soend., 3454. 

Ki asahan, Soend., 1635. 

Ki badak, .Soend., 1422. 

Ki bajawak, Soend., 1407. 

Ki bakó, Soend., 3348. 

Ki balanak, Soeud., 381. 

Ki banen, Soeud., 919. 

Ki bangbara, Soeud., 3467. 
Ki bangkong, Soeud., 3386. 
Ki bantjèt, Soend., 3386. 
Ki bara, Soend., 1954. 

Ki baroewangan, Soeud., 190. 

Ki bawang, Soend., 1185. 

Ki bawang bódas, Soend., 1191. 

Ki bëngang, Soend., 2545. 

Ki bëntëli, Soend., 1959, 2956. 

Ki beunteur, Soeud., 2035. 

Ki beureum, Soeud., 702. 

Ki beurit, Soend., 740. 

Ki beusi, Soend., 1956, 2971. 

Ki beusi awèwè, Soend., 1336. 

Ki bèwok, Soend., 132. 

Ki bèwok peutjang, Soeud., 97. 

Ki bima, Soeud., 2790. 

Ki bima awèwè, Soend., 2790. 

Ki bódas, Soend., 1816. 

Ki boehaja, Soeud., 2007, 2008. 

Ki boeloe, Soeud., 2000. 

Ki bólèd, Soend., 739. 

Ki bóma, Soeud., 1190, 1753. 

Ki bontèng, Soend., 1436. 

Ki dègèl, Soeud., 919. 

Ki djadjawaj, Soend., 1510. 

Ki djahè, Soend., 2298. 

Ki djalitri, Soend., 3523. 

Ki djambè, Soend.,_1728. 

Ki djambè awèwè, Soend., 2267. 

Ki djambè badak, Soeud., 2267. 

Ki djamoedjoe, Soeud., 2791. 

Ki djangkar, Soeud., 1323. 

Ki djangkórang, Soeud., 1835. 

Ki djangkórang gompong, Soeud., 336. 

Ki djëboeg, Soend., 1956. 
Ki djëroek, .Soeud., 25. 
Ki djirak, Socnd., 3268. 
Ki djoelang, Soeud.. 2536. 

Ki ëndog, Socud., 3525. 

Ki ëndog areuj, Soend., 3100. 
Ki ganggarangan, Soend., 644. 

Ki gëntël, .Soend., 1131. 
Ki goegoela, Soend., 1192. 
Ki hadëS, Socnd., 2791. 
Ki hadji, Soeud., 1194. 
Ki handeong, Soend., 862. 
Ki handjèrè, Soeud., 1316. 

Ki hapit, Soend., 2652. 

Ki harëmëng, Soend., 897. 

Ki harëmëng boetoen, Socnd., 896. 

Ki harëmëng gëdè, Soend., 899. 

Ki harèndong, Soend., 373, 374. 

Ki haroeman, .Soeud., 122, 2764. 

Ki heuëur, Soeud., 2934. 

Ki hijang, Soeud., 123. 

Ki hijoer, Soeud., 695. 

Ki hiris, Soend., 526. 

Ki hiroeng, Soend., 2466. 

Ki hoedjan, Soeud., 1274. 



ro 



Ki 

Ki 

Ki 

Ki 

Ki 

Ki 

Ki 

Ki 

Ki 

Ki 

Ki 

Ki 

Ki 

Ki 

Ki 

Ki 

Ki 

Ki 

Ki 

Ki 

Ki 

Ki 

Ki 

Ki 

Ki 

Ki 

Ki 

Ki 

Ki 

Ki 

Ki 

Ki 

Ki 

Ki 

Ki 

Ki 

Ki 

Ki 

Ki 

Ki 

Ki 

Ki 

Ki 

Ki 

Ki 

Ki 

Ki 

Ki 

Ki 

Ki 

Ki 

Ki 

Ki 

Ki 

Ki 

Ki 

Ki 

Ki 

Ki 

Ki 

Ki 

Ki 

Ki 

Ki 

Ki 

Ki 

Ki 

Ki 

Ki 

Ki 

Ki 

Ki 

Ki 



hoeöet, s.uml., 16r>2, 1(555. 
hoera, Sm-ml., 2503. 
hoerang, Swnd., 517, 2650. 
hondje, Soeiid., 2768. 
hówó, Sonid.. 1710, 2322. 
kadal, Sucml., 1391. 
kadantja, Sdcml., 2775. 
kanari, s.„iid., 002, «11. 
katjaloeng, Suend., 113I'. 
katjang, Smnd., 325(i. 
katjang batoe, Suiiul., 3257. 
katoenipang, Suend., 571, 3451, 
katoempang badak, Socnd., 573, 575. 
katoenipang bódas, Soend., 1847. 
këpör, Sutnd., 1274. 
koeda, Smnd., 2480. 

koeja, Soiiid., 1955. 
koekoepoe, Sucnd., 437. 

koekoeran, Suend., 655, 3454. 
koepa, Suend., 2203. 
koera.i, Suend., 3355. 

koeraj beureum, Socnd., 3355. 
koetjing, s,n ml . 3190. 

kópijan, Suend., 035. 
kórès, Suend.. 2S07. 

kórès woengoe, Suend., 726. 

ladia, Suend.. 2320, 2803. 
lak'a, Sueml., 23S9. 
lakètan, Suend., 754. 
lalajoe, Soend., 1296. 
lalajoe bódas, Soend., 1296. 
lalajoe gëdè, Soend., 1296. 
lalajoe hideung, Suend., 358. 
lalajoe lalaki, Sornd., 2016. 

lalaki, Suend.. 2509. 

lampani, Suend., 296, 2405. 
lampani badak, Suend., 303. 
lampani gëdè, Suend., 294. 
lampani goenoeng, Soend., 292. 
lampani hèdjó, Soend., 302. 
lampani laoet, Socud., 308. 
lampani lëmboet, Suend., 292. 
lampani peutjang, Suend., 299. 

landjang, Soend., 2803. 

langit, Soend., 2826. 

lèho, .Suend.. 3044. 

lèhó badak, Soend., 30-16. 

lèhó beureum, Soend., 3046. 

lèhó kónèng, Soend., 31149. 

lèhó lalaki, Suend., 3047. 

lègó lëmboet, Soend.. 3045. 

lèhó moending, Suend.. 3046. 

lèhó tjanting, Soend., 3050. 
leungSir, Suend., 2831. 

loengloem, Sueud., 3294. 

loetoeng, Soend., 1965, 2121. 
mala, Suend., 185. 

mala bënër, Socnd., 185. 
mala beureum, Socnd., 185. 
mala gadok, Socnd., 185. 
mala kapas, Soend., 185. 
mala taritih, Socnd., 188. 

malaka, Socnd., 2684. 

malakijan, Socnd., 918. 
malakijan goenoeng, Socnd., 916. 

malèla, Suend.. 2790. 
mandiël, Soend., 16><4, 1736. 
mangkok, Socnd., 2303. 
mangoe, Socnd., 301. 
manoek, Soend., 3305. 
niara, Suend., 2134. 
mèjong, Soend., 2159. 
mërak, Soend., 1127, 2792. 



Ki mërak pahit, Soend., 2789. 
Ki minjak, Soend., 1427. 
Ki mókla, Socud., 2392. 

Ki mónjènjèn, Soend., 526. 

Ki niri, Socnd., 657^ 
Ki oerat, Socnd., 2773. 
Ki Óraj, Soend., 802, 1792. 

Ki padali, Socnd., 2937. 

Ki padali lalaki, Soend., 2938. 

Ki pahang, S.iend., 2833, 2853. 

Ki pahang gëdè, Suend., 2853. 

Ki pahang goenoeng, Soend., 3453. 

Ki pahang laoet, Soend., 2833. 

Ki pahit, Soend., 27110. 

Ki pajoeng, Su.nd., 2001. 

Ki pajoeng bódas, Socnd., 2327. 

Ki pajoeng goenoeng, Socnd., 2327. 

Ki pantjar, Suend., 1340. 

Ki papatong, Soend., 3507. 

Ki paraj, Soend., 2016. 

Ki pare, Socnd., 1650. 

Ki pare awèwè, Socud., 1656. 

Ki pare leutik, Socud., 499. 

Ki pëdës, Socud., 704. 

Ki pèlah, Soend., 610. 

Ki peuheur, Socnd., 123. 

Ki piït, Soend., 2144. 

Ki pilt beurit, Suend., 2143. 

Ki piït lëmboet, Soend., 2145. 

Ki póèk, Soend., 2759, 2705. 

Ki póèk gëdè, Soend.. 2755. 

Ki póèk leutik, Soend., 2752. 

Ki poetri, Suend . 2792. 

Ki poetri awèwè, Soend., 2789. 

Ki poetri lalaki, Socnd., 2791. 

Ki pólèng, Soend., 3308. 

Ki randii, Socnd., 1079. 

Ki rantja, Socud., 2070. 

Ki rëmëng, Socud., 897. 

Ki rëmëng boetoen, Socnd., 896. 

Ki rëmëng gëdè, Socnd., 899. 

Ki rijoong, Suend., 2918. 

Ki ringgit, Socud., 3507. 

Ki sabrang, Soend., 2649. 

Ki salira, Suend., 25. 

Ki sampang, Soend., 1400, 1402, 1405. 

Ki sampang goenoeng, Soend., 3509. 
Ki saoeheun, Suend.. 2327. 
Ki saoeheun hideung, Socnd., 2327. 
Ki saoeheun lalaki, Soend., 2324 

Ki sapi, Soend., 1684. 

Ki sapoe, Soend., 1391. 

Ki sarijawan, Soend., 3270. 

Ki sègel, Sucnd., 3519. 

Ki sègoeng, Socnd., 2639. 

Ki Sèkël, Soend., 1872. 

Ki sëmpoer, Soend., 1101. 

Ki sèrèh, Socnd., 764. 

Ki sèró, Socnd., 2815. 

Ki seuhang, Soend., 1434. 

Ki seuheur, Socud., 203. 

Ki seuheur badak, Soend., 265. 

Ki seuheur bódas, Sucnd., 263. 

Ki seuheur mónjèt, Socnd., 266. 

Ki sigeung, Socnd., 2639. 

Ki Sireum, Socnd., 1049, 1319. 

Ki soerili, Soend., 2197. 

Ki SÓka, Soend., 1914. 

Ki SÓka beureum, Soend., 1918. 
Ki SÓka bódas, Socud., 1925. 
Ki SÓka gëdè, Soend., 1917. 
Ki SÓka goenoeng, Soend., 1929. 
Ki SÓka kónèng, Soend., 1915. 



71 



Ki sóka lalaki, Soeud., 965. 

Ki SÓmang, Soend., 3152. 

Ki tahi, Soiud., 2S5i. 

Ki taleus, Suind , 2667. 

Ki taleus badak, Soend., 2668. 

Ki taleus bódas, Soend., 2054. 

Ki taleus gëdè, ."^ocnd., 2053. 

Ki taleus mèrang, Soend., 2461. 

Ki taleus rantja, Soiud., 2670. 

Ki tambaga, Sociul., 1320. 

Ki taniijang, Soind., 3355. 

Ki taniijang gëdè, Soend., 2790. 

Ki tandoek, Soend., 1316. 

Ki taneuh, Soend., 3532. 

Ki tangkil, Soend., 1671. 

Ki tangkoerak, Soend., 1S46. 

Ki tariti, Soend., 68. 

Ki tèjè, Soend., 762. 

Ki tè'kè, Soend., 2369. 

Ki tèndjó, Soend., 2206. 

Ki tèrong, Soend., 168, 1423. 

Ki tèrong badak, Soend., 1424. 
Ki tèrong gëdè, Soend., 1207. 
Ki tèspong, Soend., 1. 
Ki tikoekoer, Soend.. 726. 

Ki tiwoe, Suend., 2331. 

Ki tiwoe bënër, Soend., 2331. 
Ki tiwoe lalaki, Soend., 2332. 
Ki tiwoe landak, Soend., 2236. 
Ki tjaang, Soeiui., 3245. 
Ki tjabè, Soend., 1391. 
Ki tjaloeng, Soend., 1134. 
Ki tjaloeng mas, Soend., 1125. 
Ki tjamara, Soend., 2791. 
Ki tjamoen, Soend., 2747. 
Ki tjangkoedoe, Soend., 3304. 
Ki tjanting, Soend., 2700. 
Ki tjantoeng, Soend., 2803. 
Ki tjaoe, Soead., 2749. 
Ki tjareuh, Soend., 862, 2197. 
Ki tjarirang, Soend., 1192. 
Ki tjaroeloek, Soend., 635. 
Ki tjatiangkir, Soend., 1. 

Ki tjërlang, Soend., 2890. 

Ki tjeuri, Su.-nd., 1587. 

Ki tjongtjórang, Soend., 1159. 

Ki toewa, Soend., 2011. 

Ki toewak, Soend., 2596. 

Ki tókè, Soend., 117. 

Ki tókè laoet, Soend., 42. 

Ki tonggèrèt, Soend., 214. 

Ki tongo, Soend., 1047. 

Ki warirang, Soend., 1192. 

Ki WatëS, Soend.. 1391. 

Kibang, Lamp., 1470. 

Kidé, .\lf. .Min. T. S., 1867. 

Kidè, f^nggano, 70. 

Kidi-kidi, Knggano, 648. 

Kidjai, .Mal., 3376. 

Kidjai, Sum. W. K., 1462. 

Kiërè, Leti, fl02. 

Kifó-kifÓ, Enggano, 3012. 

Kiha, .\lf. llalni., Mal. .Men., Tcrn., 151. 

Kiha boelai, Tern., 151. 

Kiha léana, IVrn., 151. 

Kiha modjioe, ïein., 151. 

Kihi, Knggauo, 554. 

Kijambang, Mal., 2751. 

Kijara, Soend., 1432. 

Kijara ateul, Soend., 1495. 
Kijara bèjas, Soend., 1468. 
Kijara beunjeur, Soend., 1443. 
Kijara bódas, Soend., 1439. 



Kijara boenoet, Soend., 1469. 
Kijara boewah, Soend., 1498. 
Kijara darangdang, Soend., 1437. 
Kijara gambir, Soend., 1493. 

Kijara gëdè, Soend., 1504. 

Kijara goenoeng, Soend., 1453. 
Kijara karet, Soend., 1462. 
Kijara kónèng, Soend., 1440. 
Kijara kówang, 1517. 
Kijara minjak, Soend., 1476. 
Kijara pajoeng, Soend., 1497. 
Kijara pèrèng, Soend., 1456, 1476. 
Kijara poeroet, Soeud., 1446. 
Kijara rambaj, Soend., 1504. 
Kijara walen, Soend., 1505. 
Kijoelan, Sas., 96. 

Kikik, Balin., 1755. 

Kikim, Lamp., 1107. 
Kikir-kakar, Vnlg. Mal., 2229. 
Kikiri-kakara, Makas., 2229. 
Kikisan, AU. Min. T. L., 588. 
Kikisan rintëk, .\lf. Min. T. L., 590. 
Kikisan sela, .Uf. Jlin. T. L., 579. 
Kikohak, Euggauo, 2181. 
Kila oeloe, Enggano, 3313. 
Kilajan, Balin., 1296. 
Kilajoe, Jav., 1296. 
Kilajoe goenoeng, Jav., 268. 

Kilaloi, -ilf. Min. ïonsaw., 2984. 

Kilor, Lamp., 2345. 

Kimbil, -\lf. Min. Bent., 1247. 

Kimbil mahamoe, -Vlf. Min. Bent., 1250. 

Kimbil mawoeró, XU. .Min. Bent, 1249. 

Kinaoeni, Enggano, 934. 

Kimpoel, Jav., Soend., 847. 

Kimpoet, Soend., 2108. 

Kina, Vele talen, 758. 

Kinar, Mal. .\mb., 1961. 
Kingkilaban, Soend., 2364. 
Kingkip, Jav., Mal. Batav., 3377. 
Kingkit, Jav., Mal. Batav., 3377. 
Kingkoi, .\lf. W. Cer., 1899. 
Kinidow, .ilf. Min. T. S., 932. 
Kinilow, Mt. Min. T. B., ï. L., 932. 
Kiniwóki, .Uf. N. O. Halm., 3169. 
Kintëlan, Soend., 2808. 
Kintja, O. Jav., 1428. 
Kintjoeëng, Minangk., 196. 
Kintjoeng, Mal., 196. 

Kioe, Tim., 3301. 

Ki9e kasè, Tim., 379. 

Kiókó, Enggano, 1799. 
Kipó-kipó, Enggano, 3012. 
Kipoet, .\lf. Min. T. B., 3182. 
Kipoet, -Uf. Min. ï. P., 1268. 
Kira-kira, Mal. Mol., 657. 
Kira-kira laki-laki. Mal. Mol., 659. 
Kiraj, Alf. Min. Tonsaw., 107. 
Kiraj , .Mal. Batav., Soend., 2289. 
Kiraj këbo, Soend., 2289. 
Kiraj tjoetjoek, Soend., 2289. 
Kirang, Balin., 231. 
Kirasa, Makas., 1586. 
Kiris, .Uf. Min. T. P., 454. 
Kiroe, N. Gniu., Wand., 1973. 
Kisan, Tim., 3559. 
Kiskisan, .\If. -^lin. ï. B., 588. 
Kiskisan rintëk, Alf. Min. T. B., 590. 
Kiskisan sela, Alf. Min. T. B., 579. 

Kita, Alf. Min. T. L., 178. 
Kita, Alf. Min. Tonsaw., 3280. 
Kitaoe, Lamp., 2346. 
Kiti-kiti, Makas., 519. 



72 



Kiti-kiti balanda, Mukns., 520. 
Kitoe, l>iiiiii]., i'Mü. 
Kiwoet, Alt. Min. Tonsaw., 2306. 
Klabangan, Jav., 2R45. 
Klabët, .liiv., iMul., Batuv., 3374. 
Kladi, lialiu., 847. 
Kladjir, l.amp., 1)45. 
Klajan, Hülin.. 12'.»!. 
Klajoo, liiilii... Jav.. I29fi. 
Klaioe mënëdöng, Kuwi, 3403. 
Klalar, .lav., 114(i. 
Klampójan, •lav,, 2414. 
Klampès, .Mmluir,, 11. 
Klampët, Jav., 897. 
Klampis, .lav., 11. 
Klampok, .lav., 1322. 
Klampok aroem, Jav., 1330. 
Klampok këtèk, Jav., 1322. 
Klampok watoe, Jav., 1351. 
Klampwak, Balin., 1322. 
Klanjwag, Biilin., 792. 
Klapa, .lav. Kr., 830. 
Klapan, Jav., 123li, 2384. 
Klèdhoeng, .Madoer., 642. 

Klédoeng, Jav., 642. 
Klóga, Jav., 1129. 
Klëmprët, O. Jav., 2678. 
Klëndah, O. Jav., 830. 

Klëpoe, Halin., Jav., 2417. 

Klëpoe kètèk, Jav., 2U'.i. 
Klëpoe pasir, Jav., 2417. 
Klëpoe sapi, Jav., isiji. 
Klëpon, lialiii., 348. 
Klèsèm, Jav., 1347. 
Klétja, Jav., 1129. 
Klètjoeng, Balin., 2621. 
Klimasada, <>. Jav., 882. 
Klimasawa, Jav., 1274. 

Klindi, Sas., 784. 
Klindo, Balin., 3056. 
Klingsëm, Jav., 1816. 
Klinoe, Jav., 1706. 
Klirik, Jav., «58. 

Klis, Jav., 2274. 

Klitik, Jav., 251. 

Klitikan, Jav., 251. 

Kloembi, Koeboc, 3545. 

Kloempit, Jav., 3314. 

Kloerak, Balin., Jav., 596. 

Kloetoek, Jav., 2862. 

Kloewa, O. Jav., 246. 

Klóhoer, ü. Jav., 682. 

Klóhor, o. Jav., 682. 

Klomprit, Jav., 3314. 

Klongkang, Balin., .Mal. Balav., 2865. 

Klontjing, o. Jav., 3216. 

KlÓpÓ, .Madoir., 2417. 

Klópójan, Mailoer., 2414. 

Klówang, iMailoer., 3238. 

Kó wala, BocR., 2043. 

Kó-rókó, Madiwr,, 2477. 

Kó-rókó èrëng, .Maducr., 2477. 

Koa, Alt'. Min. T. ]'., 1381. 

Koa, .\lf. Min. T. S., 1314. 

Koa koeló, Alf. Min. T. P., 1381. 

Koa raindang, Alf. Min. T. P., 1381. 

Kóaëng, Air. .Min. Bant., 2528. 

Kóaëng madidihi, Alf. Min. Bant., 1622. 

Kóaëng tabada, Alf. Min. Baut., 3066. 

Kob, X. finin. Nocnif., 3011. 

Kobis, Vele talen. 495. 

Kóchómóan, Alf. Min. Tonsaw., 3052. 

Kódërat, Sas., 2319. 



Kódhoek, Madocr., 2343. 
KÓdhoek alas, Madoer., 2340. 
Kódhoek ghalighi, .Madocr., 2343. 
Kódhoek kóöng, -Madner., 2343. 
Kódhoek malatè, Madocr., 2343. 

Kódhoek tabar, Madocr., 2343. 
Kódja, Sik,,, i;(i2. 
Kódong-kódong, Boeg., 1296. 
Koeailé, Alf. /,. l>r., 1671. 
Koeandji, .Minanuk., 1079. 
Koebang, Mal., 1438. 
Koebang boeloe, .Mal., 1452. 
Koebangan, -Mal., 1438. 

KoebiS, Vile talen. 495. 

Koedarang, .Minanpk., 937. 
Koedat, \lf. Min. T. S., 1573. 
Koedërang, Aijch, .Soond., 937. 
Koedjang, Haj. Z. o. Bom., 847. 
Koedjawas, Mal. Tim., Kotin., 2862. 
Koedoe, Jav , Soend., 2343. 

Koedoe këras, Jav., 2340. 

Koedon, Jav., 3304. 

Koeëh, Atjch, 159. 

Koegé, Alf. N. O. Halm., Tem., 2281. 

Koehi, Alf. Boir., 2382. 

Koehi poen, Alf. Boer., 2382. 

Koehoe, Alf. .Min Bent., 340. 

Koehoehoe, Alf. Min. Bant., 340. 

Koehoen, Alf. Min. T. B., Tonsa»., 1883. 

Koejan, Atjeh. 786. 

Koejang, lialiu., Jav., 1531. 

Koejanga, Bi.1. .Mmii;.. 1796. 

Koejangan mómong, .Uf. Min. Bent., 3138. 

Koe.jat ing kóhoejangan, Alf. .Min. l'ouos., 43. 

Koejoen, Atjeh, tul'. 

Koejoeng, l.amp., 3121. 

Koekap, Balin. Kr.. Jav., 338. 

Koekoe badjang. Mal., 1779. 
Koekoe balam, .Mal., 3560. 
Koekoe baning. Mal., 2271, 2274. 
Koekoe heulan.a;, Socud., 3561. 
Koekoe heulang gëdè, Soond., 3562. 
Koekoe lang. Mal.. 2946, 3560. 
Koekoe lang bëtina, .Mal., 3558. 
Koekoe lang riniba. Mal., 3558. 
Koekoe matjan, Snend., 1842. 
Koekoe mé,iong, Soend., 1S42. 
Koekoe toepai, Mal., 3560. 
Koekoejaan, Soend.. 3346. 
Koekoek, Soend., 1973. 
Koekoek djantoeng, Soend., 3359. 
Koekoek soempoeng, .Soend., '3549. 
Koekoembi, Alf. .Min. Bent., 2996. 
Koekoen, Soend.. 36. 
Koekoeniran, Alf. .Min. T. L., 1461. 
Koekoeniran rëndai, Alf. Min. T. I.., 1461. 
Koekoeniran sela, Alf. Min. ï. L., 1447. 
Koekoepaan, Soend , 1325. 

Koekoer, Soeinb.a, 830. 

Koekoeroe, Alf. Min. T. I,., T. P., 2477. 
Koekoeroe in taloen, Alf. Mm. T. L., 526. 
Koekoeroe in taloen, Alf. Min. T. P., 2485. 
Koekoeroe koeló, Alf. .Min. T. P., 2477. 
Koekoeroe méa, AU'. Jlin. T. L., 2477. 
Koekoeroe poeti, Alf. Min. T. I,., 2477. 
Koekoeroe raindang, Alf. Min. T. P., 2477. 
Koekoesën, Alf Mm. T. P.. 1969. 
Koekoesèn im bolai, Alf. Min. T. P., 2060. 
Koekon-koekon, Sas., 1387. 

Koel, -Madocr. B.. 495. 

Koela, Alf. .Vsil.. Hila, 2361. 

Koela, Rotin., 3473. 

Koela roeal, Alf. Asil., Hila, 2359. 



73 



Koelabët, Socud., 3374. 

Koeladi, Minangk., 847. 

Koelai, Alf. Min. T. B., T. L., 2811. 

Koelai méa, Air. Min., T. L., 2811. 

Koelai rangdang, Alf. Min. T. B., 2811. 

Koelak, Lamp. .\h.. 1.573. 

Koelai, Alf. Sap., 2361. 

Koelai roeal, Alf. Sap., 23.59. 

Koelan, Mal., 2r)25. 

Koelang, Hoig., Makas., 1069. 

Koelasi, Alf. Mia., 2474. 

Koelat, Alf. Min., .Vtjch, Mal., 1573. 

Koele, Rutin., 3067. 

Koelèwé, Alf. N. o. Halm., 2561. 

Koeli ngingi, Alf. Min. T. L., T. P., 2494. 

Koeli ngingi koeló, Alf. Min. T. P., 2494. 

Koeli ngingi méa, Alf. Min. T. L., 2494. 

Koeli ngingi poeti, Alf. Min. T. L., 2494. 

Koeli ngingi raindang, Alf. Min. T. P., 2494. 

Koelik manih, Minaugk., 761. 

Koelik manih toepai, Miuangk., 766. 

Koelili, Alf. Min. Bent,, 2306. 

Koelim, Mal, 3095. 

Koelim bëtina. Mal., 3095. 

Koelim lanang. Mal., 3095. 

Koelipa, Alf. (>i-., 198. 

Koelirang, SalrijiT, 379. 

Koelirang taning, Salcijer, 380. 

Koelit lawang. Mal., 762. 

Koelit nipis, -Mal., 2880. 

Koeloe, Atjoh, Soemba, 339. 

Koeloeg, Alf. Min. Pouos., 340. 

Koeloeh, Sas., 339. 

Koeloer, Mal., Sas., Soend., 339. 

Koeloerak, Balin., .lav., 596. 

Koeloes, Hotin., 648. 

Koeloewing, Alf. Min. T. B., 1572. 

Koeloewing aloes, Alf. Min. T. B., 991. 

KoelÓrÓ, Suk-ijn-, 339. 

Koema, Sulm-. 91-5, 
Koema-koema hoetan, Mal., 1936. 
Koemaloe in taloen, Alf. Min. T. P., 1841. 
Koemama, .\lf. Min. T. P., 1073. 
Koemangri, .lav.. Sas., 2477. 
Koemangi abang, .Jav., 2477. 
Koemangi poetih, .lav., 21-77. 
Koemarakas, Alf. Min. T. I.., 20S4. 
Koemarakas in taloen, Alf. Min. T. L., 1684. 
Koemaraskas, Alf. Min. T. S., 2084. 
Koemarókó, Alf. .Min. T. B., 2533. 
Koemasili, Alf. ,\liu. Ton.saw., 1280. 
Koemba, At.jth, 3546. 
Koembah, Mal., 3080. 
Koembahang, Sum. W. K., 1818. 
Koembang, Alf Boer., 601. 
Koembang, Atjch, 2172. 
Koembang, Balin., 1818. 
Koembèk, .Mal., 135. 
Koemboeëh, Minangk., 3080. 
Koemboeëh mantjik, Minangk., 3078. 
Koemboeh, Mal,, soso. 
Koemboi, Alf. .Min. T. L., 1314. 
Koemëli, Soend., 846. 
Koemërü't, Alf. .Min. T. ],., 1217. 
Koemëriït rëndai, Alf. Min. T. f,., 1217. 
Koemis badak, Soend., 1242, 1631. 
Koemis koetjing, Jlal., 2511. 
Koemis mat.ian, .Mal. Batav., 1661. 
Koemis oetjing, Soend., 2511. 
Koemit, Alf. .Min. T. L., 3349. 
Koemoeda, Balin , 2463. 
Koemoedéë, AtjVh, 2343. 
Koemoedéë bit, Atjeh, 2343. 



Koemoedéë hoetan, Aijeh, 2343. 
Koemoedéë kampong, Atjeh, 2343. 
Koemoekoes, Balin., .lav., 2723. 
Koemoekoïh, Atjeh, 58. 
Koemoeni, Alf. Min. Ponos., 3276. 
Koemoening, Jav., 2358. 
Koemokanis, Alf. Min. T. L., 1226. 
Koemokanis poeti, Alf. Min. T. L., 1226. 
Koempai, Mal, 2576. 
Koempai tikoes. Mal, 1558. 

Koempaj, Soend., 2114. 

Koempaj lëmboet, Soend., 2114. 
Koempas, Alf. Jlin. Bent., 1314. 
Koempasa, Alf. .Min. Bant., 1314. 
Koempasë, Sanei, 1314. 
Koempoel, Alf. Min. T. L., 601. 
Koen, Alf. Min. T. S., 1883. 
Koenai, Minangk., 945. 
Koenal, Balin., 2862. 
Koenambël, Alf. Min. Tonsaw., 519. 
Koendai, Alf. Min. T. L., 3217. 
Koendangan, Mal., 489. 
Koendëri, Lamp., 3. 
Koendi, Minangk., 3. 
Koendidi, Alf. Min. Bant., 945. 

Koendidi boehow, Alf. Min. Bant., 1642. 
Koendidi péha, Alf. Min. Bant., 950. 
Koend.iir, Lamp., 945. 
Koendjoeng tèja, Makas., 1931. 
Koendó, Atjeh, 455. 

Koendoe, Alf. Min. T. B., T. L., T. P., 1285. 
Koendoe rintëk, Alf. Min. T. B., 1904, 2497. 
Koendoe sela, Alf. Min. T. B., 2583. 
Koendoe sela, Alf. Min. T. L., 2586. 

Koendoeë, Minangk., 455. 
Koendoer, Balin., Mal, Soend., 455. 
Koendoer tikoes. Mal., 2253. 
Koendor, Mal. Bengk., 450. 
Koendri, Jav., 500. 
Koenët apëtot, Alf. Min. T. P., 1943. 
Koenët kalijat, Alf. Min. T. P., 1669. 
Koenët kamèrang, Alf. >lin. T. L., 3000. 
Koenët kan é koesé, Alf. Min. T. P., 2876. 
Koenët këtè, Alf. Min. T. L., 880. 
Koenët lawët, Alf. Min. T. P., 2306. 
Koenët lawët rintëk, Alf. Min. T. L., 2306. 
Koenët pondang, Alf. Min. T. L., 1567. 
Koenët ri sasap, Alf. Min. T. L., 2696. 
Koenët wawakas imbolai, .\lf. Min.T. L.,a68. 
Koengkoengan, Alf. Min. Pcmos., 423, 1467. 
Koeni, Alf. Min. T. B., Tonsaw., T. P., T. S., 945. 
Koeni, Alf. Min. T. P., 1622. 
Koeni in taloen, Alf. Min. T. P., 571. 
Koeni in tjasoeroean, Alf. Min. T. P., 1642. 
Koeni rintëk, Alf. Jlin. T. P., 950. 
Koenik, .Minangk., Rotiu., 945. 

Koenik rimbó, Minangk., ü47, 1638. 

Koening, Bat. Dair., 945. 

Koening aloes, Mal. Men., 950. 

Koening oetan, iNlal. Men., 1642. 

Koenir, \If. Min. Bent., T. L., Balin., Jav., 945. 

Koeniran, Jav., 2200. 

Koenjét, At.ieh, 945. 

Koenji, Makas., 945. 

Koenjik, Minangk., Sas., 945. 

Koenjik gawah. Sas., 949. 

Koenjik rimbó, Minangk., 947, 1038. 

Koenjik sasa, Sas., 949. 

Koenjir, Lamp., Soend., 945. 

Koenjir bódas, Soend., 949. 

Koenjir gëdè, Soend., 945. 

Koenjir hideung, Soend., 942. 
Koenjir pare, Soend., 950. 



74 



Koonjir santen, Sdcnil , '.I4fi. 
Koenjir tinggang, .Soind., 948. 
Koenjit, Halm , \li,l.. 'J15. 
Koenjit, Suind., L'twtT. 
Koenjit djawa, Mul., 400. 
Koenjit padi, M»!., «50. 
Koenjit santön, M»l., 'J46. 
Koenjit-koenjit, Mul.. 2048. 
Koenjit-koenjit babi, Mnl., 888. 
Koenoe boosoek. Mul. Tim., 1868. 
Koenoe róté, Sn«i>c, S3h. 
Koenoe wangi, Mul. Tim., 838. 
Koenrooloe, H"ik. Mukus., 4.')."). 
Koentasa, .\lf. Min. Hum., Ui8. 

Koentji, -lav,, .Mul., .Sucml.. I(il2. 

Koontji koening, .lav., Ifil2. 
Koentji poetih, .luv., 1612. 
Koentji pöpöt, .lav., 1612. 
Koentjoer, Mul. Tim., l'J.ïl. 

Koentoe, Alf. .Min. I'ouos.. 2237, 3386. 

Koeöen, .\lf. Min. T. l., T. 1'., 1883. 

Koeöen im batoe, -\lf. Min. T. 1'., iy04. 

Koeóko, All'. N. W. Ilulm., 2663. 

Koepa, Alf Min.. Sungi, 1314. 

Koepa, .SdiiuI. 1347. 

Koepa beunjeur, Socnd., 1337. 

Koepa gówok, Sdcnd., 1347. 

Koepa i lawanan, Alf. Min. T. r., 1371. 

Koepa in dano, Alf. Min. T. B., 1370, 34.52. 

Koepa landak, Sucnd., 1.549. 

Koepa mahamoe, Alf. Min. Bent., 1337. 

Koepa niangkoha, A)f. Min. Bent., 1381- 

Koepa nianoek, Soind., 1337. 

Koepa oras, Alf. Amb., ücl., 2319. 

Koepa poeti, Alf. (Vl., Z. CVi-., 1938. 

Koepa raindang, Alf, Min. T. 1'., 1337. 

Koepan pokoer wasi, Alf. ('er., 3299. 

Koepan waktoe, Alf. Cer., 2319. 

Koepanaïn, Alf. Z. Cer,, 601. 

Koepang, Mimuink., 2506. 

Koepang ini batoe, Alf. Min. T. P., 3463. 

Koepi, Vrli- (alin. 834. 

Koeping mëndjangan, Vnlg. .Mal., 2773. 

Koeping tikoes, Vnig. Mal., 1416. 

Koepoe-koepoe, Mal. Batav., Soend.. 437. 

Koepoeó, Alf. N. o. Halm., 2663. 

Koepoeti, Alf. Z. Cor., 1938. 

Koera, Alf. Hai-., 2361. 

Koera roeal. Air. Har., 2359. 

Koeraj, Sdind., 3355. 

Koeraj beureum, .Socnd., 3355. 

Koerandji, .lav., Miuangk., 1079. 

Koeranga, Alf. Min., 1796. 

Koeranga boedó, Alf. Min. Tonsaw., 1796. 

Koeranga in taloen, Alf. Min. T. L., 2144. 

Koeranga koeló, Alf. Min. T. B., T. P., 1796. 

Koeranga méa, Alf. Min. T. L., 1796. 

Koeranga méha, Alf. .Min. Tonsaw., 1796. 

Koeranga poeti, Alf. >Iin. T. L., T. S., 1796. 

Koeranga raindang, Alf. ^lin. T. P., 1796. 

Koeranga rangdang, Alf. Min. T. B., 1796. 

Koeranga roendang, Alf. Min. T. S., 1796. 

Koerasi, Alf .Miu. Bant., 2477. 

Koerasi mabida, Alf. .Min. Bant., 2477. 

Koerasi mahèndèng, Alf. Min. Bant., 2477. 

Koeri, Alf. Z. (Vr., 2187. 

Koering, .Midd. Snm., 412. 

Koerja, .lav., 1469. 

Koernia, .Tav., Mal., .Soend., 2673. 

Koeroe-kooroe, Alf. Min. T. P., 2477. 

Koeroeboe, Alf. Tom., 2487. 

Koeroer, Alf. Min., 340. 

Koeroes, Mal. Tim., 648. 



Koesa, Kawi, 1883. 

Koesambi, Balin., .I»v., .Mal., 3067. 

Koesambi bëtina, .Mal., 3107. 

Koesoe, iim , ls83. 

Koesoe-koesoe, .Mal. Mol., 1883. 

Koesoe-koesoe laki-laki, Mal. Mol., 2788. 

KoOSOeni, Mukian, 18K3. 
Koesoeniba, Balin., Lam])., 067. 
Koestéla, Mal. Bandj., 665. 
Koeta, Socniba, 2719. 

Koetabi, Socniba, 1107. 
Koetabi djawa, Sucmba, 3175. 
Koetat, Hulin., 426. 
Koetat banjoe, Halin., 1399. 
Koetija, Boeg., 143. 
Koetilëng, Jav., 3467. 
Koetjaé, -lav., Makas., Mal., 143. 
Koetjaj, -Madocr. B., .Socnd., 143. 

Koetjiia, .1,-iv., 1312. 
Koetjing-koetjing, Mal., 45. 
Koetjingan, .lav , 2313. 
Koetjoe-koetjoer, Balin. Kr., 2961. 

Koetjoeboe, Alf. N. o. Halm., Mal. .Men., Tem., 

10-1.2. 

Koetjoeboe boboedó, Tern., 1042. 
Koetjoeboe mérah, .Mal. .Men., 1042. 
Koetjoeboe poetih. Mal. Men., 1042. 
Koetjoeboe roriha, Tern., 1042. 
Koetjoeboeng, Sucnd,, 1042. 
Koetjoeboeng bódas, Socnd., 10-42. 
Koetjoeboeng hideung, Soend., 1042. 
Koetoe-koetoe, au. Min. T. P., 2937. 
Koetoeh, Bulin., 1295. 
Koewai-koewai, .Minangk., 3545. 
Koewala, Makas., 887. 
Koe-wei, Alf. Min. T. B., T. L., Tonsaw., T. P., 

1794. 
Koewei boedó, Alf. Min. Tonsaw., 1794. 
Koewei koeló, Alf. Min. T. B., T. P., 1794. 
Koewei méa, Alf. Min. T. L., 1794. 
Koewei mèha, Alf. Jlin. Tonsaw., 1794. 
Koewei poeti, Alf. Min. T. L., 1794. 
Koewei raindang, Alf. Min. T. P., 1794. 
Koewei rangdang, Alf. Min. T. B., 1794. 
Koewèni, Jav,, 2175. 

Koewi, Watoeb., 1107. 

Koewoet, Jav., 2887. 

KÓfl, Mal. Mol., 834. 

Kóflk-kóflk, Knggauo, 2120. 

Kófo sangi. Mal. Alen., 2362. 

KÓfÓli, Watoeb., 2661. 

Kóha, Alf. Min. Bant., T. I,., 1314. 

Kóha bokaha, Alf. Min. Bant., 1377. 

Kóha mabida, Alf Min. Bant., 1337. 

Kóha mahèndèng, Alf. Min. Bant., 1337. 

Kohoew, Alf. Min. Tonsaw., 1314. 
Kóhongijang, Alf. Min. Bant., 2984. 
Koi, Tern., 2361. 
Koïli, .^If. Alin.. 1166. 
Koin, Alf. Min. Bent., 404. 
Koïn, Alal. Amb., 2561. 
Koïntilën, Alf. Min. Bent., 408. 
Koirakat, Alf. Z. t'er., 2004. 
Koïtjó batang, Alf. Alin. T. L., 2497. 
Koïtjó batang, Alf. Min. T. P., 712. 
Koïtjó batang lëmè, Alf. Alin. T. P., 2497. 
Koïtjó batang rintëk, Alf. Min. T. P., 2497. 
Kójabasa, Alf. Alin. Bant., 2862. 
Kojawas, Alf. Min., 2S62. • 

Kojawas i lawanan, Alf. .Alin. T. L., 657. 
Kójomboeng, Alf Min. Ponos., 22. 
Kójomboeng mópoeha, Alf. Alin. Pouos., 22. 
Kójomboeng mówoeró, Alf. Alin. Pouos., 22. 



75 



Kójondom, Alf. Miu. T. 1'., Bol. Mong., 719. 
Kójondom in taloen, Alf. Min. T. P., 664 

Kok, Hutin., 355y. 

KÓka, Alf. Min., Saiigi, 33'J. 

Kokak, Balin., 3166. 

KÓkap, Mailoir., 338. 

Kokara, Mal. Men., 1162. 

Kokara gatël, Mal. Mol., 23.53. 

Kokara oetan, Mal. Mon., 2666. 

Kokara parang. Mal. Mol., 627. 

Kokat, Kii, 2.-,l2. 

Kokëleda, Alf. .\. O. Halm., 2510. 

Kokja, Euggano, 1671. 

Kóko, Alf. .\. o. Halm., 1973. 

Kokoa, Alf. N. o. Halm., 2.565. 

KÓkoepa, Bol. Mong., 1314. 

KÓkoer, Soiinba. 830. 

Kókoeroe, Alf. Min. Bent.. 2477. 

Kókoeroe amping, .Uf. Min. Bent,, 2477. 

Kókoeroe mahamoe, Alf. Min. Bent., 2477. 

Kokoja, Mul. Anib-, 2565. 

Kókok-kókok, Enggano, 2460. 

Kokolè, Alf. Min. T. P., 3056. 

Kokombaan, Alf. Min. T. B., 1819. 

Kókon, Ma.loer., 36. 
Kókontólan, Socnd., 1756. 

KÓkop, Alf. Min. Bent., 1153. 
KÓkÓro, Soeuil., 2257. 
KÓkÓrÓ koeda, Soend., 2259. 
KÓkÓsan, Jav., .Soend., 1983. 

Kókósan leuweung, .Soend., 1188. 
KÓkÓsan niónjèt, Soend., 1192. 
Kókótókan, Soend., 811. 
Kókówasan, Soend., 627. 
KÓkrok, .Jav., 559, 1551. 

Kókrok-kikrik, Jav., 2229. 

Kol, Vele talen, 495. 

Kol bandang, .Tav., Soend., 2748. 

Kol-tongkólan, Madoer., 1094a. 

Kola, Alf. Ilai-., 1305. 

Kola-kola, Alf. Min. T. L., 3325. 

Kolai, Alf. .Min. Bent., T. L., Tousaw., T. S., 847. 

Kolai in taloen, Alf. Min. T. L., 108. 

Kolai poeti, Alf. Min. T. S., 847. 

Kolai roesip, Alf. Min. T. L., T. S., 847. 

Kolai téwasën, Alf. Min. T. L., 847. 

Kólampis, .Sneml., 11. 

Kolang-kaling dongkol, O. .lav., 1128. 

Kolano, Alf. Min. T. L., 1941. 

Kolano, Alf. N. O. Halm., 1036. 

Kólasa, Makas., 3248. 

Kólat, Madoer., 1573. 

Kólat barama, Madoer., 2825. 

Kolè, Alf. (Vr., S31. 

Kolé, Saugi, 847. 

KÓlè, Soend., 2359. 

KÓlè angka, Soend., 3234. 

Kólèk labhang, Madoer., 729. 

KÓlèlèt, Soend,, 1462. 

KÓlëS, Alf. Min.. 494. 

Kólës im batoe, Alf. Jlin. T. L., 998. 
Kólës in taloen, .\lf. Min. 1'. L., 1'. P., 998. 
Kólës kai, Alf. Min. T. B., 999. 
Kólës raindang, Alf. Min. T. P., 998. 
Kólës rangdang, Alf. Min. T. B., 998. 
Koli, Sika, Tenimbar, 484. 
KÓIo, Biman., 339. 
Kóloe, Makas., 495. 
Kóloe-kóloe, Saleijer, 936. 
Kóloewas, Alf. Min. Tonsaw., 2677. 
Kolokapan, .Uf. Min. Bent., 3306. 
Kólompasijow, .\lf. Min. T. S„ 710. 
Kólompasijow poeti, Alf. Miu. T. S., 710. 



Kólompasijow roendang, Alf. Min. T. S., 707. 
Kolondjani, .Tav.. 2580. 
Kólongan, Alf. Min., 148, 151. 
Kólongsoesoe, Mal. Amb., 27S7. 
Kólongtjoetjoe, Mal. Men., 2787. 
Kolontara, Jav., 122. 
Kólontjoetjoe, ïem., 2787. 

KÓlor, Madoer., 339. 
Kólótada, Tem., 2011. 
Kólótidi magófoe. Tem., 1852. 

KolpÓ, Madoer., 2417. 

Kolpójan, Madoer., 2414. 

Kom, Mal. Tim., 3559. 

Koma im batoe, Alf. Min. T. L., 2874. 

KÓmak, Balin., Sas., 1162. 
Kómandhin, Madoer. P., S., 464. 
KómandMn kërbhoej, Madoer. P., S., 467. 

Kómangè, Madoer. P., S., 2477. 

Komantës, Alf. Min., 2112. 

Komantës in taloen, Alf. Min. T. P., 3489. 

Komantës rintëk, Alf. Min. T. B., T. L., T. P., 

2112. 
Komantës sela, Alf.Min.T.B., T.L., T.P., 2112. 
Komba, Saleijer, 2717. 
Kombilei, Alf. Min. Tonsaw., 2169. 
Kombili, Mal. Mol., 846. 
Kombiloi, Bol. Mong., 2169. 
Kombiloi insam. Bol. Jlong., 2175. 
Komboenó, Alf. Tom., 2089. 
Komé, Alf. N. o. Halm., Tern., 2343. 
KÓmèrè, Madoer., 135. 

Komèrè lalakèk, Madoer., 135. 
Komèrè parta, Madoer., 135. 
Komèrè tólang, Madoer., 135. 
Komoenó, Alf. Tom., 2089. 
Komoenow, Alf. Min. Bant., 2089. 
Kómor-kómor, Banda, 934. 
Kompèndang, Alf. Min. Bant., 3001. 
Kompósë, Sangi, 1314. 
Konaoe, Alf. Tom., 484. 
KÓnari, Jladoer. B., P., 602. 
Kondama, Bol. Mong., 2717. 
Kondang, Soend., 1520. 
Kondang beureum, Soend., 1520. 
Kondang kónèng, Soend., 1449. 
Kondang lèlès, Soend., 1520. 
Kondoer, Madoer., 455. 

Kondri, Jav., 500. 

Konë, Alf. Boer., 945. 

Kónèng, Soend., 945. 

Kónèng bódas, Soend., 949. 

Kónèng gèdè, Soend., 945. 

Kónèng hideung, Soend., 942. 

Kónèng pare, Soend., 950. 

Kónèng santen, Soend., 946. 

Kónèng tinggang, Soend., 948. 

Kongkia, Alf. Z. Cer. 1899. 

Kongkom, Alf. Min. T. h., 433, 3394. 

Kongkom im bolai, Alf. Min. T. L., 3349. 

Kongkom sela, Alf. Jlin. T. L. 

Kónjal, Soend., 1521. 

Kónjal bèjas, Soend., 1521. 

Kónjal beunjeur, Soend., 1511. 

Konjam, Jav., 16. 

Konjam pasir, Jav., 260. 

KÓnjèk, Madoer., 945. 
Kontas, Alf. Min. Ponos., 630. 

Kontol kambing, Vnlg. Jlal., 1783. 
Kontol moending, Soend., 1500. 
Kontol monjèt. Vuig. Mal., 212. 
Kontol peutjang, Soend., 509. 
KÓÖ, Kisar, 484. 
KÓÖer, Alf. Z. Cer., 1951. 



76 



Kóöjan, Alf. Min. T. I,., 2528. 
Kóöjan lana, Alt'. Min. T. L., 1058. 
Kóömëkéné, Kisar, 322. 

Kópa, Biniiiii., 2002. 
Kópè, Alf. Min. Bcut., U37. 
Kópèn, .liiv., 6.i.">. 
Kópèng tèkos, Miiil<jir., 1416. 

KÓpi, Vele tiilin, 834. 

Kópi goenoeng, Suend., 214. 

KÓpÓ, SuemU 1347. 

Kópó badak, Soeml., 1322. 
Kópó beurit, .Sueml., 1317. 
Kópó lalaj, Sixiiil., 1317. 
Kópó landak, Sueml., 154U. 
Kópó laoet, Sucml., 13.Ï1. 

KÓpoi, All'. Min. 1'iinus., 11()4. 

Kópok-kópókan, Bulin., 2f)'J3. 

KÓpÓtÓlÓ, -\lf. N. l.aoet, Sap., 1215. 

Kor-tjèkóran, Madocr., 859. 
Koré, Biman., 591. 
Korei, Alf. Min. Bant., 847. 
Koringa, Alt'. Min. T. P., 22. 

Korma, .Madoer., Mal., 2ü73. 

Korma koesoe, -Mal. Men., 229. 

KÓrÓ, Endeh, Sika, 648. 
KÓrÓ, .'^oend., 2257. 

Kóró koeda, Socnd., 2259. 

Kóróma, Boeg., Makas., 2673. 

Kórombasan, Alt'. .Min T. B.. T. L., T. P., T. 8., 13. 

Kórontoengan, All'. Min. Bent., T. T,.. 1042. 

Kórontoengan koeló, AU', iliu. T. I.., 1042. 

Kórontoengan mahamoe, Alf. .Min. Heni.,1042. 

Kórontoengan mawoeró, Alf. Min. Bent., 1042. 

Kórontoengan raindang, AJf. Min. T. L., 1042. 

Kóror, Alf. Min. T I.., 2418. 

Koror, Alf .Min. T. P., 2478. 

Kóror méa, Alf. .Min. T. L., 2418. 

Kóror poeti, Alf. Min. T. l., 2418. 

K08-tèkÓsan, Madoei-., 1089. 

Kosa, Kawi, 1KS3. 

Kósa-kósa, Alf. Min. Pouos., 403. 

Kosai, Alf. Boer., 138. 

Kosai bóti, Alf. Boer., 142. 

Kosai miha, Alf. Boer., 139. 
Kósambhi, Madoer. S., 3067. 
Kósambi, Socnd., 3067. 
Kosar, Mal. Batav., 355. 
Kosilo, Alf. .\. Laoet, 2347. 
Kosir, Alf. Har., 2347. 
Kosta, Sa.s., 5. 
Kostórè, Madoer. B., 1789. 
Kót-lókot, Madoer., 2363. 
KÓtang, Loeboe, 539. 
Kótifó maraoe, Tern., 2822. 
Kowajas, Alf. Jlin., 2862. 
Ko'wakang, Alf. .Min. Tonsaw., 2238. 
Kowal, All'. Min. T. 1'., 1359. 

Kowal in taloen, Alf. Min. T. P., 1365. 

Ko-Walasa, Boe;;., 3248. 
Kowang, Balin., .lav., 1517. 
Kó-was, Socnd., 2350. 



Kó-was bakol, Socnd., 629. 
Kó'was bódas, Soend., 2350. 
Kówas gëdój, .Socnd., 628. 
Kó'was hèdjo, .Soend., 2350. 
Kówas hideung, Soend., 2350. 

Kówas koedjang, Soend., 2352. 

Kówas leutik, Socnd., 629. 
Kówi, Sa»oe. K34. 
KÓWÓkan, \lf. Min. Tonsaw., 209. 
Krai, .lav.. 934. 
Krai loelang, .lav., 934. 
Krai loemoeh, Jav., 934. 
Krai oelèh, .lav., 934. 
Krambél, (iajo, 830. 
Krambil, .Uv. Np . 830. 
Krambil abang, .lav., 830. 
Krambil dalèna, 'av., 830. 
Krambil gading, .lav., 830. 
Krambil gèndjah, Jav., 830. 
Krambil idjo, .)av., 830. 
Krambil lëgi, Jav., 830. 
Krambil poejoeh, Jav., 830. 
Krambil prètjèt, Jav., 830. 
Krambil sriwoelan, Jav., 830. 
Krambil tirisgading, Jav., 830. 
Krambil woelan, Jav., 830. 
Krambilan, Jav., 458. 
Kraminan, Jav., 1188, 1193, 1194. 

Krandji, Jav., Sas., Socnd., 1079. 

Krangéian, O. Jav., 2068. 
Kraroes, Balin., 2188. 
Kras toelang. Mal. Batav., 748. 
Krasinga, AU'. Min. T. S., 1502. 
Kratok, .Madoer., 2661. 
Krèmah, Jav . 184. 
Krëmah goenoeng, Jav., 2453. 
Krëmahan, n J:n , 466. 
Krëmbah, .ia\., 2'.)fi6. 
Krëmbi, Jav.. isiis. 
Krèngsèng, Jav., 663. 
Krèsek, Halin., 1468. 
Krèsèk, Jav., 1159. 
Krësoela, Balin., Jav., 
KrëtO, Sas., 2346. 
Kris, N. Guiu. Xocmf., 
Krisik, O. Jav., 1159. 
Kroeët, .\tjeli, 785. 
Kroeët këdangsa, Atjeh, 786. 
Kroeët këlangsa, Atjeh, 786. 
Kroeët manèh, Atjeh, 787. 
Kroembang, u. Jav., 1818. 
Kroerak, Sas., 596. 

Kroja, Balin.. Jav., 1469. 
KrÓkOt, Jav., Mal. Batav., 3111. 

Krókot tjina, Jav., 1388. 
Kwandji, Balin., 1079. 
Kwarakwa, Alf. W. Ccr., 1623. 
Kwèlëm, Jav., 2175. 

Kwèni, Balin., Jav., 2175. 
Kwéoelé, Alf. W. fVr., 698. 
Kwéréané, Alf. W. Cer., 1622. 



2289. 



3313. 



Iiaam, Kei, 1973. 

Laarol, Babar, 1442. 

Laat, Alf. Har.. Z. Cer.. 2004. 

Laaw^asé, Alf. Oel., Z. Cer., 159. 

Laawasè wakan, Alf. z. Cer., 162. 



Iiaba, N. Guin. 4 R., 455. 
Laban, Jav., Soend., Suui. W. K., 3470. 
Laban gëdè, Socnd., 3470. 
Laban kapoer, Jav., Soend., 3470. 
Laban këtilëng, Jav., 3467. 



77 



Laban koening, -Tav., 3-1B7. 

Laban oerang, .lav., 3-J71). 

Laban sëmoet, .iav., 3Ki7. 

Laban soengoe, Jav., 3170. 

Laban tandoek, Sueml., 3470. 

Labët, 1;". Kr., 455. 

Labhan, Madoer., 3470. 

Labia, lioruut., 3289. 

Labing, .Mailuer., 3288. 

Laboe, .Vlf. Amb., Har., Madoor., Mal., Minangk., 

y3ti, ia73. 

Laboe, -'av. Xg., Madoer., 455. 
Laboe aïjë, Miuangk., 11)73. 
Laboe ajer, Mal.. 1'J73. 
Laboe ajër hoetan. Mal., 33n2. 
Laboe ajër pandak, ^Ul., l'J73. 
Laboe djantoeng. Mal., iy73. 
Laboe ghangan, Maduer., 1973. 
Laboe ghoengsèng, .Madoer., 1973. 
Laboe ijër, -\tjch, 1973. 
Laboe kastéla. Mal. Mol., 930. 
Laboe këdidëk, .Mjch, 1973. 
Laboe këndhi, Madoer., 93fi. 
Laboe landjhang, .Madoer.. 1973. 

Laboe lëntè, Madoer., 1973. 

Laboe manis, -Mal., 1973. 
Laboe mérah, Mal., 935. 
Laboe mérah, .Mal. .\iiib., 1973. 
Laboe padi, .Mal., 1973. 
Laboe paranggi, Minangk., 930. 
Laboe pëhagadjah, .\tjeh, 1973. 
Laboe pëhit, .\tjeli, 1973. 
Laboe poetih, -Mul., 930. 
Laboe pringgi, Mal., 930. 
Laboe sampaj, .Mudoer., 1973. 
Laboe sókon, -Mudocr., 1973. 
Laboe tjakiëk, -Miuangk., 1973. 

Laboe tjèna, .Madoer. P., 455. 

Laboei, ^um. \V. K., 1181. 
Laboewai, Sum. W. K., 1181. 
Laboewèh, Sum. W. K., 1181. 

Lada, Maka.s., Mal., Kotin., .SoiMid., Tim., 2736. 
Lada, -\ias, 648. 

Lada andjing. Mal., 2721. 
Lada antan. Mul., 2720. 
Lada bërékoer, -Mal., 2723. 
Lada hantoe, -Mal., 2721. 
Lada hita, Nias, 2736. 
Lada hitam, Mal., 2736. 
Lada limi, -\ia.s, 053. 
Lada maritja, Maka.s., 053. 
Lada mérah. Mal., 64s. 
Lada moetija, .Mal., 053. 
Lada pandjang. Mal., 2727. 
Lada rimba, -Mal., 2739. 
Lada sëboea, Nias, 648. 
Lada soelah, -Mal., 2736. 
Lada tanroe, Muka.<., 2727. 
Lada tjantjang, -Mal., 651. 
Lada tjapa, -\luka>., 053. 
Lada tjëmpaka, duv., 054. 
Lada tjina, Mal., 654. 
Lada-lada, -Mal., 167, 3278. 
Lada-lada djantan, -Mal., 3278. 
Lada-lada hoetan, .Mal., 3278. 
Lada-lada padi, -Mul., 3278. 
Ladang, Boeg., 2736. 
Ladang boeritja. Boeg., 053. 
Ladang maritja. Boeg., 653. 
Ladang tanroe. Boeg., 2727. 
Ladara, .Nia-s, 21149. 
Lading, Balin., 211. 
Ladja, Balin., Makas., Socnd., 150. 



Ladja, Saleijcr, 3556. 
Ladja beureum, Soeud., 159 
Ladja bódas, Soeud., 159. 
Ladja èdja, .Maka.i., 159. 
Ladja gëdè, Soend., 163. 
Ladja gówah, Soeud., 160, 162. 

Ladja kapoer, Balin., 159. 

Ladja kèbo, -Makas., 159 
Ladjoe, liiiuan., 887. 
LadÓ, Miiiuiigk., 2736. 

Ladó gadang, Miuaugk., 2736. 

LadÓ kétèk, .Miuaugk., 2730. 

Ladó koetoe, -Miuaugk., 053. 

Ladó oenggé, -Miuaugk., 648. 

Ladó padi, Minuugk., 273(i. 
Ladó ranik, Miuuugk., 2736. 

Ladó soelah, -Miuangk., 2736. 
Ladó-ladó, Minuugk., 720. 

Ladó-ladó rimbö, Miuaugk., 3250. 
Laéhoewa, Nias, 1537. 
Laga, Bat., 4(17. 

Lagam, MnU. Sum., 605. 
Lagan, Bal. -Mand., 605. 

Laganrong, Boeg., 861. 

Lage, -\ias, 1514. 

Lagé-lagé, -Vlf. N. O. Halm., Tern., 2092. 

LagO, Siku, 1799. 

Lagoe, -Ur. Miu. Ponos., 2381. 

Lagoendé, .\lf. Min., 3473. 

Lagoendi, -Mul. Mol., 3473. 

Lagoendi laoet. Mal. Tim., 3472. 

Lagondi, Soend., 3473. 

Lagondi laoet, Soend., 3470. 
Lagondi laoet lalaki, Soeud., 3409. 
Lahat, -\if. Z. (-'<^r., 1983. 
Lahatalo, M!. .Sap., 2908. 
Lahaté, .\lf. Asil., Hila, 1983. 
Lahèndong, Alf. Min. T. B., 3153. 
Lahija, liunip. B. Ag., 1'ab., Nias, 3556. 
Lahikit, All'. -Min. T. B., 1755. 
Lahindong, Alf. Min. T. L., 3153. 
Lahiné, Nias, 2004. 
Lahja, Balin., 3556. 
Lahó, Muka.s., 930. 
Lahoena, Sawoc, 138. 
Lahoenoeï, Alf. Miu. T. B., 3501. 
Lahoenoen, Alf. Min. T. B., 1729, 
Lahoet, Alf. Z. Cer., 191. 
Lahwas, Balin., 159. 
Lahwas kapoer, Balin., 159. 

Lai, Daj. Z. o. jJoru., 3550. 

Laï, Mukas., 2154. 

Laïa, -\roe, 3550. 

Laiï, fioroui, 3556. 

Laïja, -Maka.s., 3556. 

Laïja rómang, Makas., 3558. 

Laïja taoe, Makas., 3556. 

Laïkit, Alf. Miu. T. L., 1755. 
Laïndong, Alf. Min. T. P., 3153. 
Lainé, Alf. Amb., 1314. 

Lainé hatoe, Alf. Amb., 2862. 

LaïS, Mul. Bill., 2558. 

Laïsoe, Nius, 934. 

Laisona, Rotiu., Wctar, 138. 

Laitjit, Alf. -Miu. T. P., 1755. 

Lajah bèbèk, Balin. Somb., 1208. 

Lajang-lajang simpai. Mal. Bougk., 446. 

Lajó, All'. Min. 1'üuos., 3446. 
Lajoen, Alf. Min. Tonsaw., 2077. 
Lajombo, Balin., 152. 
Laka, .Mal. .Mol., Tem., 1878. 
Laka, Sas., 429. 

Lakambing, O. Jav., 3043. 



78 



Lakar, Air. Min. T. li., 2584. 
Lakatan, Mal. Bamlj., 2513. 
Lakët, .hiv., 752. 
Lakëtan, Bulin., Mal. Bandj., 25 IH. 

Lakin, .\lf. W. (Vr., 1305. 
Laklak, Atjrl.. 884. 
Lakoe, Tim., 1107. 
Lakoe kasè, Tiin., 1hu2. 
Lakoeë, Nias, 159. 
Lakoèf, l'im., 339. 
Lakoeïk, Minangk., 2175. 

Lakoekoe, Huij;., 871. 

Lakoem, Mul., 3481. 

Lakoem ajër, .Mal.. 1945. 

Lakoem boelan, Mal., 3478. 

Lakoem gadjah, .Mal., 3484. 

Lakoem laoet, -Mal., 3478. 

Lakoem tëbëraoe, Mal., 3485. 

Lakoewahi, Kisur. 160. 

Lakoewasé, Alf. Z. C'er., 159. 

Laksana, .Mul., 5. 

Laktan, iialin., 2513. 

Lakwasé, All'. W. (er., 159. 

Lalaakong, Alf. Miu. T. S., 2865. 

Lalaan, Alf. Z. Ccr., 2004. 

Lalahé, Alf. Miu. T. L., 2007. 

Lalahó rëndai, Alf. Min. T. L., 2008. 

Lalai, ah. Min. T. L., T. P., 2717, 2719. 

Lalai im bolaang, Alf. Min. T. P., 2719. 

Lalai im bólot, Alf. .Min. T. P., 2725. 

Lalai im bówot, Alf. Min. T. L., 2743. 

Lalai im bówot sela, Alf. Min. T. L., 2730. 

Lalai in taloen, Alf. Miu. T. P., 2732. 

Lalai in tasitj, Alf. Miu. T. P.. 2318. 

Lalai koeló, Alf. Min. T. P., 2719. 

Lalai koeraabör, Alf. .Min. T. P., 2718. 

Lalai koerambër, Alf. Min. T. h., 2718. 

Lalai lèwó, Air. Min. T. L., 2725. 

Lalai makoesè, Alf. Min. T. P., 2726. 

Lalai móa, Air. Min. T. L., 2719. 

Lalai nó asoe, Alf. Min. T. L., 2730. 

Lalai poeti, Alf. .Min. T. L., 2719. 

Lalai raindang, Alf. Min. T. P., 2719. 

Lalai taranatè, Alf. .Min. T. P., 2719. 

Lalamon, Mal. Amb., 1277. 

Lalampang kawajó, Alf. Alin. Bint., 1856. 

Lalampoejangan, Soind., 2609. 

Lalang, Halin., IvAioi-, Mailocr., Mal., 1883. 

Lalang djawa, .Mal.. 1884. 
Lalangkapan, .Sncml.. 466. 
Lalangkapan beureum., Soeml., 466. 
Lalangkapan bódas, .Soend., 466. 
Lalangkapan leutik, Soend., 466. 
Lalangoesan, .\lf. .Min. ï. B., T. T,., Tousaw . 

T. I'.. T. S., 3459. 
Lalapëng, Alf. Min. T. B., T. T,., 1846. 
Lalatang, Buiï., Makas., 1555, 1987. 
Lalatè manoe, IWg., 875. 
Lalèrè, Boeg., 1897. 
Lali, N. (iuin. 4 K., 3556. 
Lali, Tim., 847. 

Lali mianoe, Bucg., 705. 
Lalingiran, Alf. Min. Bent., 601. 
Laloembakën, Alf. .Min. T. P., 392. 
Laloempé, Air. Min. T. L., T. P., 701. 
Laloempóhé, Air. Min. T. L., 701. 
Laloepang, Bücg., Makas., 3417. 
Lamaha, Air. Min. Bent., 1128. 
Lamai, Daj. Z. o. Bom., 3481. 
Lamaran, Soend., 2763. 
Lamasa, I/amp., 348. 
Lamaté, Air. s.ip., 3445. 

LamatjÓ, Makas., 1547. 



Lambaran, Soend., 2763. 
Lambaté, Bonth., 2112. 
Lambèró soesoe, Bonth., 3181. 
Lambëta, Soend., 1907. 
Lambi, f^uronl,, 2361. 
Lambiding, Atjeh, 3226. 
Lambilang, Madocr., 1483. 
Lamboe, Bonth., 3144. 
Lamboek, Bat., 847. 
Lamboeow, Alf. Min. T. P., 2849. 
Lambooow rintëk, Alf. Min. T. P., 2349. 
Lamboeow sela, Alf. .Min. T. P., 2354. 
Lamboetó, .Maka»., 719. 

Lamè, Bueg., Makas., 1107. 

Lamè, Socnd., 178. 

Lamè adjoe, Boeg., 2181. 

Lamè alë. Boeg., 1116. 

Lamè areuj, Soend., 137. 

Lamè awèwè, Soend., 178. 

Lamè balanda, Boeg., Maka.*., 3175. 

Lamè bódas, .Suend., 180. 

Lamè boetoeng. Boeg., Makas., 1108. 

Lamè djawa. Boeg., Makas., 1892. 

Lamè kajoe, .Makas., 2181. 

Lamè kamoemoe. Boeg., Makas., 1892. 

Lamè lalaki, .Soend., 2958. 

Lamè laoet, Soend., 179. 

Lamè taoe. Boeg.. Makas., 1108. 

Lamè tjèngka. Boeg., 1122. 

Lamè-lame, Boeg., Makas., 3175. 

Lamëk, Alf. Min. T. B., 2089. 

Lamëta, Soend., 1907. 

Lamika, Alf. Min. Bent., 2724. 

Laminding, Sangi, 368. 

Lamoedja, Lamp., 784. 

Lamoedjhën, Madoer., 2045. 

Lamoedjó, l.amp. Pam., 784. 

Lamoen, Balin., Soend., 1277. 

Lamoeran, Jav., 2829. 

Lamoeran, O. .Tav., 1098.7. 

Lamoeran mëndjangan, .lav., 230. 

Lamoet, Alf. .Min. T. P., 3137. 

Lamoeta, Alt'. Amb., ücl., 972. 

Lamoetagi, Boeg., 851. 

Lamoetasa, Boeg., Makas., 2783. 

Lamólo, Boeg., 783. 

Lanipajong, Haj. Z. O. Bom., 2609. 

Lampani, s„end., 296, 2405. 

Lampani badak, Soend., 303. 

Lampani gëdè, Soend., 294. 

Lampani goenoeng, Soend., 292. 

Lampani hèdjó, Soend., 302. 

Lampani laoet, Soend., 308. 

Lampani lëmboet, Soeud., 292. 

Lampani peutjang, Soend., 299. 

Lampar, o. Jav.. 407. 

Lampasijow, Alf .Min. Bent., T. L., 710. 

Lampasijow mahamoe, Alf. Min. Bent., 707. 

Lampasijow mawoeró. Air. Min. Bent., 710. 

Lampasijow mèa, AU. Min. T. I,.. 707. 

Lampasijow poeti. Air. Min. T. I,.. 710. 

LampatÓ, -Miuangk., 351. 

Lampèdó, Makas., 704. 

Lampënè, Madoer., 296. 
Lampës, .tav., Soend., 2477. 

Lampës abang, .lav., 2477. 
Lampës beureum, Soend., 2477. 
Lampës bódas, Soend., 2477. 
Lampës poetih, Jav., 2477. 
Lampet, -lav., 897. 
Lampiri, Boeg., Makas., 862. 
Lampódjang, Madoer., 3552. 

Lampódjang paèk, Madoer., 3552. 



79 



Iiampódjang róöm, Majoor., 3553. 
Lampódjangan, Madoor., 2fiOU. 
Lainpoejang, Buog., Daj. Z. O. Boni., Maka.-i. 

Minaujik.. Soriul,, 3552. 

Lampoejang beureum, Suoml., 1640. 
Lampoejang gadjah, Sueiid., 3552. 
Lampoejang goenoeng, .Sücnd., 355-t. 
Lampoejang niónjèt, Socud., 3553. 
Lampoejang pahit, Soeud., 3554. 
Lampoejang roeöem, Sociul., 3553. 
Lampoejang wangi, Soend., 3553. 
Lampoewijang, Makas., 3552. 
Lanipok, Maduir. B., 1322. 
Lana, All". Min. ï. B., T. L., ï. P., 1555. 
Lana, .\lf. Min. T. B., T. L., Tousaw.. T. P., 1Ü87 
Lana, .\lf. Min. Tonsaw., 135, 1941. 

Lana in tjókó, Alf. Miu. T. P., 1550. 
Lana ing kóko, Alf. Min. T. L., 1556. 
<^ Lanas, Madün-. B., P., 218. 

Lanas balandha, Madoer. B., F., 74. 
Lanas bhoedheng, Madoer. P., 218. 
Lanas ghadhoengan, Madom-. P., 218. 
Lanas kabista, Maduer. P., 218. 
Lanas madhoe, Madoer. P., 218. 
Lanas pandan, Madoer. P., 218. 
Lanas SÓkon, Madoer. P., 218. 
Landa, Alf. Min. T. P., 143. 
Landa këté, Alf. Min. T. P., 3551. 
Landëp, lav., 418. 
Landëp-landëp, Balin., 418. 

Landhëp, Madoer., 418. 

Landhoe, Kang., 1295. 

Landië, Minangk., 871. 

Landji, Jav., 36. 

Landjoet, Mal., 2171. 

Lang-alang kamangè, Madoer. B., 229. 

Lang-tólangan, Maduer. S., 1389. 

Langa, Makas., 3108. 

Langa rómang, Bonth., 3510. 
Langa-langa, Boeg., 2028. 
Langa-langa parang, Makas., 3448. 
Langaló, Boeg., 3111. 

Langer, Balin., Sas., 125. 

Langgadé, Atjeh, 516. 
Langgadei, Snm. M'. K., 516, 2970. 
Langgé, Bat., 1817. 
Langgé, l.orunt., 348. 
Langgé porhas, Bat., 1817. 
Langgëm, Sas., 532. 
Langghem bhadja, Madoer., 2501. 
Langghoendhi, Madoer., 3473. 

Langgitan, Minangk., 3513. 
Langgoendi, Minangk., 3473. 

Langgoendi loempoeëh, Minangk., 3473. 
Langgoenggoeng sapa. Bat., 464. 
Langhap, Bat. Jland., 321. 
Langi, Boeg., 125. 
Langi badjó. Boeg., 2883. 
Langijoeng, Alf. Min. T. L., 620. 
Langir, Vuig. Mal., 125. 
Langiri, .Maka.s., 125. 
Langiri bajó, Makas., 2883. 
Langkak, f-amp., 321. 
Langkanan, Midd. Sum., 1002. 
Langkap, Jav., Mal., SocnJ., 321. 
Langkèr, Madoer., 2108. 

Langkèrè, Bonth., 3000. 
Langkérè djangang, Bonth., 2994. 
Langkèrè rómang, Bonth., 2695. 

Langkó, Minangk., 321. 

Langkoeeuëh, Atjeh, 159. 
Langkoewas, Daj. Z. O. Bom., Mal. .M.d., Kolin 
159. 



159. 
159. 



ï. P., 1486. 



Langkoewas laki-laki, i\Ial. Mol., IfiO. 
Langkoewas malaka. Mal. Mol., 162. 
Langkoewasa, Makas., 159. 
Langkoewasa èdja, Makas. 
Langkoewasa kèbo, Makas., 
Langkoewèh, Minangk., 159. 
Langkowasé, Alf. Boer., 159. 
Langó, Minangk., 3108. 
Langoeng, Snm. W. K., 2172. 
Langoesei, Alf. Miu. Tousaw., 
Langóting, Boee;., Makas., 1976. 
Langóting bajawó, ^^fakas., 1976. 

Langóting tanroe, Boeg., .Makas., 1976. 

Langóting tëlo, Boeg., 1976. 
Langsa, Mal. Mol., 1983. 
Langsak, Lamp., 19S3. 
Langsak hoetan, Lamp., 1188. 
Langsana mérah. Vuig. Mal., 1723. 
Langsana poetih, Vuig. Mal., 2796. 
Langsanó, Minangk., 2883. 
Langsat, Balin., Bat. Dair., Mal, 1983. 
Langsat loetoeng, Balin., Jav., 90. 
Langsatan, Jav., 78. 

Langsëp, Jav., Madoer., 1983. 

Langsëp alas, Jav., 1188. 
Langsoena, Sas., 138. 
Laniti, Boeg., 1410. 
Lanoe, Alf. Tom., 887. 
Lanoet, Bol. Aloug., 2709. 
Lanra, Makas., 3473. 
Lansa, Alf. Min. Bent., 1983. 
Lansat, Bat., Mal., 1983. 
Lansèk, Jlinaugk., 1983. 

Lansoena, Alf. Alin. Bent., Pouos., T. B., T. P., 
138. 

Lansoena in taloen, Alt'. Min. T. P., 718. 
Lansoena in tjasoeroean, Alf. Miu.T.P., 1394. 
Lansoena in tjasoeroean koeló, Alf. Min. 

T. P., 2555. 
Lansoena kaloetai, Alf. Miu. T. P., 140. 
Lansoena koeló, Alf. Min. T. B., T. P., 142. 
Lansoena landa, Alf. Miu. T. P., 143. 
Lansoena mahamoe, Alf. Min. Bent., 139. 
Lansoena mawoeró, Alf. Min. Bent., 142. 
Lansoena mënoöe-noöe, Alf. Min. T. B., 141. 
Lansoena mópoeti, Alf. Miu. Pouos., 142. 
Lansoena né inggris, Alf. Min. T. P., 141. 
Lansoena raindang, Alf. Miu T. P., 139. 
Lansoena rangdang, Alf. Min. T. B., 139. 
Lansoena rintëk, Alf. Min. T. B., 143. 
Lausoena sina, .^If. Miu. Bent., 140. 
Lansoena wawoöe, Alf. Min. 1'. B., 140. 
Lansong, Saugi, 1983. 
Lansot, Alf. Min. T. P., 1983. 
Lanta, Alf. Min. T. P., 918. 
Lanta, Sangi, 217. 

Lantat, Bol Mong., 1983. 
Lantèboeng, Makas., 974. 
Lanthat, Atjeh, 1983. 
Lanting, Bat., 3176. 
Lantjoeran, Jav., 3217. 
Lantojoeng, Bat., 3174. 
Laoboe, Loehoe, 1973. 
Laodao, Loeboe, 2736. 
Laoe, Alf. Min. Bent., 2381. 
Laoe, Makas., 936. 
Laoe mamoeri, .Vlf. Z. Cer., 1763. 
Laoe paranggi, Makas., 936. 
Laoekasé, Alf. Z. Cer., 159. 
Laoembé, Alf. Tom., 2719. 

LaoerÓ, Alf. Tom., Boeg., Boet., Salcijcr, 539. 

Laoeroe, Kisar, 2661. 

Laoeroer makaharéré, Sermata, 284. 



80 



Laoeroeroe, I.oti, 26B1. 
Laoeroeroo makasró, liPti, 2S4. 

Laoesich, All'. Min- 'IVmaaw., 42H. 
Laoesip, Alf Min. r. H., T. I,., T. P., «92. 

Laoesip lèwó, Air. Min. T. I,., 1U2. 

Laoeté, Air. .Min. T. 15., 1730. 
Laos, .luv., Miuloer., Sas., 1.5'J. 

Laos abang, Jav., 1.59. 
Laos mèra, .Mailocr., 159. 
Laos poetih, Jav., 159. 

Laos pótè, .MniloiT., 159. 

Lapaë, Alf. Z. ('er., 1595. 

Lapèdjó, BueK., 70.1. 

Lapia, Alf. Amb., (Vr., Har., 22S9. 

Lapia ihoel, Alf. Amb., Ilai-., 2290. 

Lapia ihoer, Alf. Amb., Har., 2290. 

Lapia loeli oewa, AW. .Vmb.. Har., 2288. 

Lapia makanaloe, Alf. .\mb.. Har., 2287. 

Lapia niakanaroe, .\lf. .\mb.. Har., 2287. 

Lapia molat, Alf. Amb., Har., 22S9. 

Lapia toeni, Alf. Amb., Har., 2289. 

Lapó-lapo, Makas., 1882. 

Lapoe, .Uf. Asil., N. Laoot, Z. (Vr., 1973. 

Lapoenonat, Alf. Z. (Vr., Tcnimbar., 2ti93. 

Lapoet, Air. Z. (Vr., 2303. 

Lara, liimau., 1SU9. 

Lara garoet, .lav., 21. 

Lara wëdoes, Jav., 194B. 

Larak, Mal., 2219. 

Larak api, -Mal., 2251. 

Larak batoe. Ma!.. 3-421. 

Larak nièrah, .Mal., 2250. 

Larak poetih, .Mal., 3423. 

Larasëtoe, lav., 228. 

Larawastoe, Jav., 228. 

Larawèstoe, Jav., 228. 

Larbhak, Maduir. H., s-ir.. 

Larë, ü'^r- lï^aa- 

Larijan, Minanpk., 2080. 

Larijan oela, Minangk., 2fi8i. 
Larijan siró, Minani^k., 2080. 
Larijang batoe, Bunib.. 152. 
. Laro, Air. N. O. Halm.. K., 513. 
Laroe, Madoer. P., 218S. 
Laroe, .Mal., 2035. 
Laroet, MaiWr. S., 2188. 
Larónan, Jav., 2M.2, 2589. 
LarOÖl, Habur, 14-12. 

Lasa, Air. N. o. Halm., Binian., AUkas., Tcrn., 1983. 
Lasaó, Ni;i.f, 2585. 

Lasaoer, Air. Z. Or., 1022. 

Lasaol, Alf. N. liaoot. Sap., 1983. 

Lasat, Air, Boer., .Min. Tuusaw., Z. Cer., Daj. B., 

1983. 
Lasaté, Alf. Cer., 1983. 
Lasato, Alf. Har., 1983. 
Lasatol, Air. .N. Laoet, Sa])., 1983. 
Lasé, NiiLs 1983. 
Lasété, Air. \\. (Vr., I9s;i. 

Lasi, AH- Min-, 2474. 
Lasi, :Mal. ^lol-, ■IVrii-, 3105. 

Lasijak, Bat., 048. 
Lasinaó, Ijoeboi-, 048. 
Lasinok, Bat., 04S. 
Lasisi, Bock., 1044. 

Laso inè,jong. Boeg., Makas., B53. 

Lasoë, i.i'ii, 138. 

Lasoen, Lamp. Ab., 138. 

Lasoena, Air. Min. T. B., '1". 1.., Tonsaw., Bat., 

B(«tc., Makas-, 138. 

Lasoena alë, Boei;., 900. 

Lasoena boedó, Alf. Min. Tonsaw.. 142. 

Lasoena èdja, .Makas., 139. 



Lasoena haronda. Bat., 141. 
Lasoena in taloen, Air. Min. T. T,., 9fi9. 
Lasoena kaloetai. Air. .Min. T. I,., 140. 
Lasoena kèbo, .Makas., 142. 

Lasoena kolano, .\lf. .Min. Tonsaw., 143. 
Lasoena matjöla, Boeg., 139. 
Lasoena niéa, Alt'. Min. T. L., 139. 
Lasoena nó inggris. Air. .Min. T. L., 141. 
Lasoena pasaoetan, Alf. Min. T. L., 143. 
Lasoena poetè, Boeg., 142. 
Lasoena poeti. Alt'. .Min. T. L., 142. 
Lasoena rómang, Makas., 900. 

Lasot, All Min- T. B., T. I,., 1983. 
Lata, Sawoe, 2557. 

Lata banga, Sawoc, 2562. 

Lata mëngi, Sawoe, 2509. 

Lataf, .N. (iiiin. 4 R., 2400. 

Latawasé, Alf. .N'. Laoel, 159. 

Latöng, Balin-, Ja\., M,i(loer. B., 15Ö5, 1987. 

Latëng goenoeng, o. Jav., 1995. 
Latëng këbo, .lav. \g., 1994. 
Latëng kèrbhoej, MaJoer. B., 1994. 
Latöng kidang, lav., 1995. 
Latëng maésa, -lav. Kr., 1994. 
Latëng sapi, (>. Jav., 1995. 
Latji, Boeg-. 9;i2. 

Latji, Vele talen, 2445. 

Latjin, Vele talen, 2445. 

LatÓ, -Vias. 19H7. 

Latoea, AH' .Min- Tonsaw-, 1520. 

Latoea lika, Alf. .Min. Tonsaw., 1520. 

Latoeh, .lav.. 1277. 

Latoena, Alf. Miu. T. P., 588. 

Latoeng, Jav., 541. 

Latoeng, Manggarai, 3550. 

Latoh, Jav-, Mal., 1277. 

Latojoeng, Bat., 3174. 

Latojoeng porat, Bat., 3174. 

Latöng, Bat-, 1.".55, 19S7. 

Latsèt, Bat-, 1983. 

Lawa, Makas-, 949. 

Lawanan, Alt, Min. T. h., 2890, 2891. 

Lawanan këtè, Alf. Min. T. L., 1783. 

Lawanan rintëk, Alf. Min. T. I,.. 1783. 

Lawatan, ü. Jav,, 2277. 

Lawané, Alf, Amb,, 255. 

Lawang, Mal., Minangk., 762. 

Lawani, Alf. Asil., Har., Ilila. Z. f'er., 255. 

Lawarang, .Makas., 3559. 

Lawarani, Boeg., 3473. 
Lawarëng, Boeg,, 3559. 
Lawaroeroe, Kisar, 266Ï. 

Lawas, lamp.. 159. 
Lawat, .N. (iiiin. 4 R., 2565. 
Lawé, o. Jav.. 2747. 
Lawéoer, .Vlf. Z. ('er., 098. 
Lawèt, Alf- -Min. T. B-, T. I.., 77. 
Lawët, All', Min, T. P., 2300. 
La'wrët koeló, Alf, Min, T. B., T. ?., 470. 
Lawët poeti. Alt', Min. T. L., 470. 
Lawët mèa. Alt' Min. T. L., 3450. 
Lawët raindang, Alf. Min. T, P„ 3450. 
Lawët rangdang. Air, Min, T. B.. 3450. 
Lawët rintëk, AH'. .Min. T. 1-,, 2300, 

Lawët sela, AH', Min, T, P,, 3349, 
Lawi-lawi, Boeg,, .Makas,, 1277, 

Lawi-lawi bangkara, Boeg., Makas., 1277. 

Lawi-lawi boenè, Boeg., Makas., 1277. 

Lawira, Boeg., 151. 

Lawira nialótong. Boeg., 151. 

Lawira niapoetè. Boeg., 151. 

Lawó, Bc.eg . 9;i0- 

Lawó lèmparëng, Boeg., 930. 



81 



Lawó nijanrè, Boog., 1973. 
Lawó paï, Bocï., 936. 
Lawó tjëning, Hoej;., 1973. 
Lawoei, Biman., Ififi4. 

Lawoeó, .Sanïi, loei. 
Laworooroe, Babar, 2fifil. 
Iiéa, Sika, U.ï.jfi. 

Léahoea, Alf Har.. «9S. 

Lëbak lëngaha, Baliu. Smib., 2335, 3368. 

Lëban, Mul.. :U7(i. 

Lëban boenga, Mal., 347-t. 

Lëban djantan, .Mal., 14U2. 

Lëban hitam, Mal., 3470. 

Lëban koenjit, Mal., 3470. 

Lëban nasik-nasik, Mal., 3474. 

Lëban pëlandoek, Mal., 1402. 

Lëban tandoek. Mal. 3470. 

Lëbèno, \lf. N. ü. Halm., 322. 

Leboeë, .\tjfh, 847. 

Lëboewi, Sa.-i.. .')38. 

Lëboewi bawak, Sa,i., 1664. 

Lèdé, Biman., 31.Ï6. 

Lëdi, Sas., 3169. 

Lèdjèt, Sociiil., 936. 

Lëgaran, Jav., 182. 
Lëgëtan, .lav.. 2367. 
Lego, SiL-i., 3473. 
Lëgoendi, -lav , Mal., 3473. 
Lögoendi boenga, Mal , 1912. 
Lëgoendi pasir, Mal., 1759. 
Lëgoeng, Mal., 2708. 
Lehasë, .Saiüji, 68. 
Lèhat, Ilaj. >!., 1983. 
Lëhi, Sanïi, 602. 
Lei, Kei, Wi-tar. 1114. 

Leilèm, .Mf. Min., Sin. 
Leilèm in asoe, .VU' Mi". T. L., 816. 
Leilèm in asoe, -Vlf. Min. T. P., 800. 
Leilèm in taloen, AH'. Min. '1'. 1'., S16. 

Lèjor, .Soeud., 4.5.5, 2107. 

Léka, .\lf. Min. T. L., 1234, 2906. 

Léka sela, .\lf. Min. T. L., 3312. 

Léka-léka, IVni., 3552. 

Lëkambing, o. Jav., 3043. 

Lëkat, -Vtjch, 2513. 

Lëkëtan, Baliu., 2513. 

Lëki, .\tjeh, 3288. 

LèkO, -Makas., Sas., 2717. 

Lèkó, Tim., 692. 

Léko boegisi, Makas., 2717. 

Lèko boeló-boeló, Makas., 857. 

Lèko lélèng, .Makas.. 2717. 

Lèko mangkasara, Makas., 2717. 

Lèko taring, Makas., 2717. 

Lèko toka, .Maka.s., 2717. 

Lèko wala, Makas., 204,3. 

Lëkoekoem, O. .lav., 36. 
Lëkoep, Mal., 2175. 
Lëkong, Sas., 135. 
Lëkonta, O. Jav., 5. 
Léla, Nias, 3111. 
Lëlada, Mal , 167, 3278. 
Lëlada djantan. Mal., 3278. 
Lëlada hoetan, Mal., 3278. 
Lëlada padi. Mal., 3278. 
Lëlangi, .\ir. T.,m., 887. 

Lölë, .Ml'. Boer., 1883. 
Lélé, .\lf. X. O. Halm., T.rn., 2718. 
Lélé, .Sika, 3350. 

Lèléan, .Mi'. .Mi". T. B., '1'. I,., Tunsaw., T. I', 
T. S.. 1376. 

Lèléan boedó, .\li'. .Min. Tousaw., 1370. 
Lólóan koeló, \\(. .Mi". T. B., T. P., 1376. 



Lóléan méa, Alf. Min. T. L., 137B. 

Lèléan méha, .Mf. .Min. Tousaw., 1376. 
Lóléan poeti, Alf. Min. T. L., T. S., 1376. 
Lèléan raindang, Alf. Jlin. T. P., 1376. 
Lèléan rangdang, Alf. .Min. T. B., 1376. 
Lélèan roendang, Alf. Min. T. S., 1376. 

Léléï, Tfi-n., 698. 

Lëlèkó, Alf. X. o. Halm., 178. 

Léléma, Alf. Min., 1621. 

Léléma ini pókal, Alf. ;Min. T. P., 2223. 

Léléma in taloen, Alf. Min. T. L., 2156. 

Léléma in tjëpal, Alf. Miu. T. P., 2223. 

Léléma rëndai, Alf. Min. T. L., 1621. 

Lëlëmba paja, Mal., 886. 

Lèlèmbanowa, Boeg., 1697. 

Lëlémè, Alf. .Min. T. L., 831. 

Lëlémè rëndai, Alf. Min. T. L., 831. 

Lëlémè sela, Alf. Miu. T. L., 831. 

Lélèng banowa, Makas., 1697. 

Lëlénoe, Alf. Miu. T. P., 2648. 

Lëlëpoetan, Alf. Miu. T. S., 3060. 

Lèlèri, .Makas., 1897. 

Lèlès, Socud., 1470. 

Lèlès areuj, Soeud., 1481. 

Lëlësoek, Sas., 1389. 

Lëlötókën, Alf. .Min, T. P., 359, 2692. 

Lëlëtókën sela, Alf. Miu. T. P., 3389. 

Lèli, -Mal. Mol., 905. 

Lèló, Tim., 785. 

Lèló bóko, Tim., 791. 

Lèló matétoe, Tim., 787. 

Lèló sina, Tim., 788. 

Lëloewing, Mal. Batav., 1475. 

Lëlólon, Alf. .Min. T. L., 835. 

Lèma, Alf. Miu. T. L., T. S., 2830. 

Lëmaka, Sas,, 2684. 

Lëmasa, Lamp., 353. 

Lëmba, -Mal., 940. 

Lëmba boekit. Mal., 2631. 

Lëmba mèrah, Mal., 940. 

Lëmba paja, Mal., 1820. 

Lëmba rimba. Mal., 941. 

Lëmbaïn, Sas., 191. 

Lëmbajoengan, Jav., 2609. 

Lëmbèga, Mal., 591. 

Lèmbong, Baliu., 3292. 

Lëmèké, Sas., 2084. 

Lèmès, Alf. Miu. T. P., 1359. 

Lëmidang, Jlal., 3226. 

Lëmidang bëtina, Mal., 3226. 

Lëmlëm, Madoe.-., 217. 

LémÓ, Alf. Halm., Miu. Tousaw., Boeg., Goront., 

Makas., Teru., 785. 
Lèmó apë. Boeg., 786. 
Lèmó boelaèng, Makas., 787. 
Lèmó boeritja. Boeg., 787. 
LémÓ djawa, Teru., 786. 
LémÓ djobatai, Tein., 790. 
Lèmó goempa. Boeg., 796. 
LémÓ kabi, iv™., 787. 
LémÓ kaloekoe. Boeg., Makas., 791. 
Lèmó kalólo. Boeg., Makas., 792. 
Lèmó kambang, Makas., 790. 
Lèmó kapasa, Makas., 786. 
LémÓ lólamó, Tcin., 791. 
Lèmó maritja, Makas., 787. 
LémÓ nipis, Alf. Miu. Tousaw., 786. 
Lèmó oelawëng. Boeg., 788. 
LémÓ pakasoemba. Boeg., Makas., 791. 
Lèmó pëngëdain, Alf. -Miu. Tousaw., 794. 
Lèmó pinagara, Teru., 786. 
Lèmó poeroe, Hoeg., Makas., 796. 
LémÓ sanggalèja, .Makas., 793. 



82 



Lémó sangkari, Ti-ni., 787. 

Lémó soesoe, Huig.. 792. 

Lémó ténè, Makus., 787. 

Ijómó titigila, Trni., 78fi. 

Lémó tjëning, Bw)?., 7h7. 

Lémó tjina, Hoii<., Makus., Tcth., 788. 

Lém.Ó wako, Vlf. Min. 'l'imsaw., 7'JI. 

Lómó wëngëmës, .\lf. Min. 'runsan., 791. 

Lémó WOla, AH'. Min. Tunsaw., 787. 

Lómó-lémó, Bwg., Maka»., ;4:i77. 

Lómoes, Hat., 21(>7, 21(18. 

Lëmokak, Sas., Us3. 

Léinon, Mal. .Mol., 78.">. 

Lémon itam, .Mal. .Mul.. VM- 

Lémon kambar, .Mal. Mul., 7'.ifi. 

Lémon karbaoe, .Mal. Mul., 791. 

Lémon kasoemba, .Mal. .Mol., 7'Jl. 

Léinon m.ani8, .Mal. Mol., 7><7. 

Lémon manis bësar, .Mal. Mol . 787. 

Lémon manis këtjil, .Mal. Mol., 787. 

Lémon mas, Mal. Mol., 7S(i. 

Lémon nifls, Mal. .Mul., 7>«>. 

Lémon nipis, Jlal. .Mul., 78f). 

Lémon papéda, .Mal. Mul., 7U(l. 

Lémon papoewa, .Mal. Mol., 790. 

Lémon pëdang, .Mal. Mul., 7'J2. 

Lémon poeroet, Mal. .Mul., TM',. 

Lémon pompelmoes, Mal. Mol., 7'.M. 

Lémon popaja, Mal. .Mol., 7U.5. 

Lémon soewanggi, -Mal. Mol., 794. 

Lémon swanggi, .Mal. Mol., 794. 

Lémon tjina, .Mal. Mol., 788. 

Lémon tjoeï, Mal. Mol., 780. 

Lëmpadjong, Sa.s., 29ii. 

Lëmpang, l>aj. Z. o. Bom., 934. 

Lëmpaoeng, Mal., 389. 

Lëmpëni, Baliu., 296. 

Lëmpidji, O. .lav., 2898. 

Lëmpir, Jav., 2832. 

Lëmpoejang, .fav., 3.5.52. 

Lëmpoejang ëmprit, Jav., 3553. 

Lëmpoejang gadjah, .Tav., 3553. 

Lëmpoejang këbo, .lav., 3552. 

Lëmpoejang pait, .Jav., 3554. 

Lëmpoejang wangi, Jav., 3553. 

Lëmpojang, Mal., 3552. 

Léna, Rutiu., 3l(is. 

Lëndjoewang, Mal., 884. 

Lëndjoewang boekit, Mal., 1104. 

Lëndjoewang hidjaoe, Mal., 884. 

Lëndjoewang hoetan, -Mal., 105. 

Lëndjoewang hoetan djantan, .Mal., llfiö 

Lëndjoewang mérah. Mal., S!S4. 

Lèndoer, Madutr., 513. 

Lénei, .\lf. Min. T. L., 2343. 

Lënga, Balin., Buc;;., Mal., 3108. 

Lënga-lënga padang. Boeg., 3448. 
Lengalir, Soembawa, 2837. 
Lëngaloer, .Sas., 2837. 
Lëngëdi, Balin., 283. 
Lènggadai, Mal., Slfi. 
Lènggadi, Mal, 5 Ui. 
Lènggoea, Mal. Mol., 2883. 
Lënggoea batoe, -Mal. .Mol., 2886. 
Lënggoea boenga, Mal. Mal., 2883. 
Lènggoea gaba-gaba. Mal. .Mul., 2884. 
Lënggoea kastoeri. Mal. .Mul., 2886. 
Lënggoea mérah, .Mal. Mul., 2«83. 
Lënggoea poetih. Mal. Mul., 2884. 
Lënggoegoe, .Mal. Pal., 1420. 
Lënggoendi, .Mal., 3473. 
Lënggoendi boenga. Mal., 1912. 
Lënggoendi laoet, Mal., 1812. 



Lënggoendi pasir, .Mal., 1759. 
Lënggoeöeng, Balin.. 2197. 
Lëngi-lëngi, Bucg., 871. 

Lëngid, AH. Min Tonsaw., 2477. 
Lëngid boedó, Alf, Min. Tonsaw., 2477. 
Lëngid méha, Alf. .Min. Tonsaw., 2477. 
Lëngkarong, Sas., 224. 

Lèngkèng, Jav., Madocr. S., >Ial., 2444. 
Lëngkèr, .Maduer. B., 2108. 

Lëngki, Jav., 2(i()7. 
Lëngkoewas, Mal., 159. 
Lengkoewas ranting. Mal., 158. 

Lèngkong, Mal. Batav., 3353. 
Lénglang, .Madun-., 790. 
Lënglöngan, Jav., 1723. 

LèngO, llaj Z. o. Bom., 3108. 
Lëngoe, Lanip., 31(I8. 

Lëngoendi, Sas., 3473. 

Lëngoeng, Mal., 2172. 

Lëngong, Atjeh, 3108. 

Lengsar, Jav., 2831. 

Lèno, Tiiii., 785, 

Lénoe, Air. Min T. I,., 3239. 

Lénoe roekoet, Alf, Min. T. L., 2648. 

Lèntji, -Mal. Batav., 2445. 

Léoet, Daj. B., 2717. 

Léow, All. -Min. T. L., T. P., T. S., 2418. 

Léow koeló, Alf. Min. T. P., 2418. 

Léow méa, Alf. .Min. T. L., 2418. 

Léow poeti, AH. .Min. T. L., T. .S., 2418. 

Léow raindang, Alf. Min. T. P., 2418. 

Léow roendang, Alf. .Min. T. .s., 2418. 

Léow sela, Alf. -Min. T. I.., 1107. 

Lëpang, Kuiboc, Lamp., Mal. Biugk., \\'. Boin., 

934. 
Lépati, .\lf. Tom., 135. 
Lëpia, Alf. Asil., Hila, Z. Cer., 2289. 
Lëpia ihoer, Alf. Z. rvr., 2290. 
Lëpia rihoer, Alf. Z. ('er., 2290. 

Lëpial, AH'. Sap., 22S9. 
Lëpo-lepO, Boeg., 1882. 
Lépoi, AH. -Min. T. P., 2352. 
Lèpongan, Jav., 2677. 

Lèprak, -Maduer., 755, 912. 

Lër kambhing, Maduer., 3282, 3493. 

Lërak, Jav., -Mal., 3031. 

Lërëk, -Madoer., 3031, 

Lësé, Boeg., 1983. 

LësëS, Jav., 1484. 

Lësnoe, Jav., 2243. 

Lësoeh, Lamp., 2140, 

Lètah badak, Soend., 2500. 
Lètah hajani, Soend., 1746. 
Lètah mëri, Soend., 1001. 

Lëtjës, o. Jav., 1484. 
LètO-lètO, Bueg., 330. 
Lëtoep, Alf. Min. T. I,., 2583. 
Leudeu, (iajo, 048. 
Leukat, -Vtjeh, 2513. 

Leuksa, Suend., 2746. 

Leungsir, Soeud., 2831. 
Leuntia, Soend., 3164. 
Leuntja badak, Suend., 3176. 
Leuntja beiireum, Soeud., 3161. 
Leuntja kómir, Soend., 2112. 
Leuntja miónjèt, Soeud., 3107. 
Léwéoer, Alf. Z. ('er., 098. 
Léwoeó goeroe, -Nias, 1022. 
Lia, AH'. .Min. Bent., T. B., T. L., Tonsaw., Kotiu., 
Sangi, ^\'rtar., 3550. 

Lia in taloen, .\H'. -Min. T. I,., 3555. 
Lia koeló, Alf. Min. T. B., 3556. 

Lia mahamoe, Alf. Min. Bent., 3550. 



83 



Lia mawoeró, Vlf. Min. Bent., 3556. 
Lia inéa, AU. Min. T. L., 3556. 
Lia méha, Wf. .Min. Tüusaw., 3556. 
Lia moboedó, .Vlf. Min. Tonsaw., 3556. 
Lia poeti, -VU'. Min. T. L., 3556. 
Lia rangdang, Vlf. Min. T. B., 3556. 
Lia tana, iHij. Z. o. Born., 945. 

Liachajoe, Vlf Min. Tonsaw., 648. 
Liachajoe djawa, vlf. .Min. Tonsaw., 2736. 
LiachÓ, -Vlf. -Min. 'I'onsaw., 17S. 
Libi, Sawof, 379. 

Libi mëlai, Sawoe, 380. 

Liboeng, Vtjeh, Bat., 2487. 

Lida i topo, Alf. .\. O. Halm., 1783. 

Lidah ajam, Mal., 1746. 

Lidah andjing, .Mal., 3448. 

Lidah badak, Mal., 2501. 

Lidah bèbèk. Vuig. Mal., looi. 

Lidah boewaja, Mal., 152. 

Lidah boewajó, .Minangk., 152. 

Lidah djin, Mal.. 1744. 

Lidah gadjah, .Mal., 106. 

Lidah kërbaoe, Mal., 2198. 

Lidah kërbaoe bëtina, Mal., 812. 

Lidah kërbaoe poetih, -Mal., 2198. 

Lidah koetjing, .Mal.. 47it. 

Lidah lëmboe, .Mal.. 232. 

Lidah mëndjangan, Vuig. Mal., 1426. 

Lidah patoeng, .Mal., 1900. 

Lidah roesa, Mal., 1426. 

Lidah tijoeng, Mal., 2841. 

Lidah tioeëng, -Minangk., 2841. 

Lidah-lidah, Mal., Minangk., 437. 

Lidjak, Lamp., 159. 

Ligoea, Tern., 2883. 

Lijaoe, Alf. Min. Bent., 623. 

Lijasan, Alf. .Min. Bent., 2238. 

Lijoh, Lamp., 18H3. 

Likoe, Boeg., 159. 

Likoe mapoetè. Boeg., 159. 

Likoe matjëla, Boeg., 159. 

Likoekoen, O. ,lav., 36. 

Lila, Alt. Min. T. I'., 2211. 

Lila boewadja, Boeg., Makas., 153. 

Lila gadja, Boeg., Makas., 2501. 

Lila i langkow, Alf. .Min. T. L., 3296. 

Lila i langkow poeti, Alf. Min T. L., 3296. 

Lila i langkow rëndai, Alf. -Min. T. L., 3393. 

Lila lalangkow, Alf. Min. T. L., 2522. 

Lila matjang, Boeg., Makas., 3501. 

Lila rintëk, Alf. .Min. T. P., 966. 

Lilai, Alf. Min. T. L., 2840. 

Lilégoendi, -Mal. Batav., 3473. 

Liligoendi, Baliu., 3473. 
Liligondi, Balin., 3473. 
Lilis, Alf. Min. T. L., 1461. 
Lilis, Alf. Min. T. S., 1234. 
Lilisoengan, Soend., 976. 
Lilit koetoe, Sum. W. K., 2747. 
Lima bëroek, Ma!., 3527. 
Lima bëroek bëtina, -Mal., 3528. 
Lima bëroek djantan. Mal., 3526. 
Lima bëroek poetih, Mal., 3527. 
Lima këtam, .Mal., 2242. 

Limaoe, Uaj. Z. ü. Bom., Lamp., Mal., Minangk., 
785. 

Limaoe bësar, -Mal., 791. 
Limaoe gadang, .Minangk., 791. 
Limaoe gadang mérah, Minangk.. 791. 
Limaoe gadang poetiëh, .Minangk , 791. 
Limaoe goelong, Uaj. Z. o. Bom, 791. 
Limaoe hantoe, -Mal , 791. 
Limaoe hoetan, .Mal., 27. 



Tonsaw., Bol. Mong., 



Limaoe kabaoe, Minangk., 792. 
Limaoe kambiëng, Minangk., 786. 
Limaoe kapas, Mal., 786. 
Limaoe kapèh, Minangk., 786. 
Limaoe kasoembó, Xïinangk., 791. 
Limaoe kastoeri, Jlal., 786. 
Limaoe katoeri, Minangk., 786. 
Limaoe këdangsa. Mal., 786. 
Limaoe kërbaoe, .Mal., 792. 
Limaoe kësoemba, -Mal., 791. 
Limaoe manis. Mal., 787. 
Limaoe manjih, Minangk., 787. 
Limaoe mis, Lamp. Ab., 787. 
Limaoe nipis, Daj. Z. ó. Bom., Mal., 786. 
Limaoe paga, Minangk., 376. 
Limaoe pagar, -Mal., 376. 
Limaoe palangan, Daj. Z. O. Boiu., 787. 
Limaoe poeroeïk, .Minangk., 796. 
Limaoe poeroet, Mal., 796. 
Limaoe poeroet hoetan, iMal., 2907. 
Limaoe sampoe ragó, Minangk., 788. 
Limaoe sariëng, Minangk., 3524. 
Limaoe soendaï, Minangk., 792. 
Limaoe soesoe. Mal., 7H6. 
Limaoe wangkang. Mal., 787. 
Limaoe-limaoe, Mal., 1616. 
Limbalo, Sangi, 682. 
Limbang, Lamp., 3187. 
Limbawoeta, Alf. Min. Bent., 1808. 

Limbi, Biman., 379. 
Limboe, Alf. Tom., 1973. 
Limëng, .^tjeh, 379. 
Limeu, Gago, 785. 
Limó, Balin., 786. 
Limoe, Alf. Min. Bent., 
Gorout., Sangi, 785. 

Limoe boetaka im bèmbè, Bol. Moug., 787. 
Limoe inta, Alf. Min. Bent., 786. 
Limoe kasomba. Bol. Mong., 791. 
Limoe manipis, Alf. Min. Bent., 786. 
Limoe manis, Alf. Min. Bent., 787. 
Limoe manisë, Sangi, 787. 
Limoe mórómimit, Bol. Mong., 787. 
Limoe nipis, Alf. Min. Tonsaw., 786. 

Limoe oeloenan. Bol. Jlong., 795. 

Limoe onta. Bol. .Mong., 786. 

Limoe pën^ëdaïn, Alf. .Min. Tonsaw., 794. 

Limoe pópotóan, Alf. Min. Bent., 794. 

Limoe pópótoeën. Bol. Mong., 794. 

Limoe soei, BoL Mong., 786. 

Limoe soemba, Alf. Min. Bent., 791. 

Limoe wakó, Mf. .Min. Tonsaw., 791. 
Limoe WOla, Alf. Min. Tonsaw., 787. 
Limoed, Alf. .Min. Tonsaw., 934. 
Limoes, Balin., .Soend., Sum. W. K., 3167, 2168. 
Limoes tipoeng, Soend., 2168. 
Limoet, Bat., Daj. Z. o. Born., 2363. 
Limpaoeng, Minangk., 389. 
LimpatÓ, .Minangk., 351. 

Lindji, .lav., 988. 

Lindjoe wang, Bat., Minangk., 884. 

Lindjoewang rimbó, Minangk., 2797. 

Lindoer, Balin., 513. 

Lingan, .)av., 257. 

Lingi, Jav., 97"^. 

Linggoeöeng, Balin., 3197. 

Lingkaran, Alf. Min. T. B., T. L., 580. 

Lingkëwas, Mal. Batav., 159. 

Lingkëwas mérah, Mal. Batav., 159. 

Lingkëwas poetih, .Mal. Batav., 159. 

Lingkit, «i. ,iav., 3377. 

Lingkoewas, Alf. Min., 159. 

Lingkoewas in taloen, Alf. .Min. T. L., 890. 



84 



Linglang, Uulin., 79fi. 
Lingoe, Laiiip., 31ü«. 
Linjal, .lav., 847. 
LinOW, Alf. Min. 'i'. l'., 862. 

Linsoem, Kuiljoc, 3547. 
Linsoem, Mul., 2208. 
Lintaboeëng, Miimnick.. «71. 
Lintangan, o. .luv., ist7. 
Lintjaran, Air. Min. 'l'. l'., 5h(). 
Lintjoewas, .VU'. .Min. T. 1'., 15'.». 
Lintjoewas in taloen, \\(. Min. '1'. I'.. Höü. 
Lipapa, <•. .luv., l-'74. 
liipoedjang, IWg., 3.552. 
Lipoeng, Sixiul., 2()77. 
Lipoga, .\lf. -Min. Hint, 7t)!. 
Lirang, o. .lav., 322. 

Lire, .\lf. N. o. Halm., -Mal. .Mimi., '\\-\ii., 17l>5. 
Liró oetan. Mal. Men., 335. 
Lire papoewa. Mal. .M™., 1705. 

Lirgilo, Halin,. 20S(i. 

Lirgilo tangi, Halin., 2'.mfl. 
Lirmawa, lialin., L'asH. 

Lisa, \\(. Hoer., 3313. 
Lisa, Salcij.T, 1',I83. 

Lita-lita, Bui);.. I7s. 
Litja-litja, Iknf;., 181. 

Litji, \ i'li' lalcu, 2445. 
Litjó-litjó, Büig., 282G. 
Litó-litó, Teru., 2523. 
Litókó, .\lf. N. ü. Halm., 'Jfi2. 
Liwas, .Vlf. iMin., 3215. 
Liwoeng, Surml., 2487. 

LO, Halin.. .lav., 1477. 

Lo alas, .luv., lsü2. 

LÓba, Hiinan., Hucg., Malais., 2il51. 
Lobak, .lav., iMailoir., Mal., Socnd., 2951. 
Lobak, Slim. W. K., 310fi. 
Lobak hoetan, -Mal., 2105. 
Lobè-lobè, Hutg., iMaka.-*., 1547. 
Lobè-lobè katji, Alakas., 1547. 
Lobè-lobè këtji. Boeg., 1547. 
Lobè-lobè téne, Alakas., 1547. 
Lobè-lobè tjëning, Botg., 1547. 
Lobi-lobi, .Mal., 1547. 
Lobi-lobi asam. Mal., 1547. 
Lobi-lobi manis, -Mal., 1547. 
Lobi-lobi sèpat. Mal., 1547. 
Lóbok, (I. .lav., r,4S. 
Lódong, Buig., 1537. 
Lódong babaoe. Boeg., 2782. 

Loea, SoiMiiba, 1108. 
Loea ai, .Sutmba, 2181. 
Loeai, Sucmba, 2181. 

Loeat, Uaj. M., S., 2717. 

Loeba, Sawoo, 1314. 
Loebi, Alf, .Min. T. P., 128, 27fiO. 
Loebi in dèkat, Alf. Min. T. P., 129. 
Loebi in tasitj. Air. Min. T, P„ 2833. 
Loedahi padi, Mal., isos. 
Loedahi pëlandoek. Mal, 3032. 
Loefè-loefé, Tem.. 2477. 
Loehoo-loehoe akar, Mul. I'al., 1157. 
Loehoe-loehoe gadjah, Mil. l'ul., 2224. 
Loehoetó, <;ui-ont., 23iii. 

Loeït, Alf. Min. Tunsaw., (101, 

Loekoeló, Alf. Saii., 2487. 
Loekoet, Soeml., 23(13. 
Loekoet tjaj, .Soeml., 2014, 3024. 

Loelangan, .lav. Ng., 1541. 
Loeloe, Air. Min. Bent., 1022, 2528. 
Loeloe nialai, Babai-, 945. 
Loeloea, Gurout., 1442. 

Loeloek, Uotiu., 2984. 



Loeloek masanasi, Rotin,, 1941, 
Loeloembakën, Alf. Min. ï. P., 392. 
Loeloemoe, Alf. .\. O. Halm., 2303. 
Loeloesókën, Alf. Miu. Bent., 2820. 
Loeloewan këbo, Jav., 2582. 
Loeloewan sapi, .'av., 3151. 
Loeniai, Siim. W. K., 323. 
Loemai hitam, .Mal., 400. 
Loomapoet, Alf. Min. T. B., 1903. 
Loemapoet koeló, Alf. Min. T. B., 49. 

Loemboe, Halin., .lav., 847. 
Loemoe, Boeg., .Makas,, 2383. 
Loemoe-loemoe, Mal. Amb., Tern., 2303. 
Loemoet, Alf. Min., Baliu., .Jav., Mal., 2303. 

Loemoet ékor koetjing. Mal., 3420. 
Loemoet roompoet, -Mal., 473. 
Loenioetö, (Juiuut., 2303. 
Loomoloör, Alf. Min. T. P., 2045. 
Loempijas, Alf. Min. Bent., T. B., T. P., 379. 
Loempijas in taloen, Alf. Min. T. P., 379. 
Loempijas malimboeng, .Uf. .Min. Bent., 208S. 
Loempijas mamis, Alf. Min. Bent., 380. 
Loempijas tombal, Alf. Min. T. B., T. P.,S8ü. 
Loempoej, .'<t>euil., 101, 107. 
Loempojang, X\f. Min. Pono3., 3313. 
Loenda, .lav.. 871. 
Loeng gëndjè, .lav., 0(12. 
Loenga-loengo arei, Alf. .Min. Bent., 433. 

Loengkoe, Air. Mia. Bent., 2303. 
Loengkoewas, Bat. Dair., 159. 
Loengkow, Alf. Alin. T. L., T. P., 918. 
Loengkow in taloen, Alf. Min. T. L., 2149. 
Loengloengan, Jav,, 602. 
Loengsir, Baliu,, 884. 
Loenoek ampëlas. Mal. Z. O. Bom., 1453. 
Loenoek tëmpëlas, -Mal. Z. o. Boni., 1453. 
Loentas, Jav., 2783. 
Loentëng loöer, Alf, -Min. T. I,., 2049. 
Loentëng oe membè, -■ilf. Min. T. I,., 1268. 
Loentëng oe mèmbé méa, Alf. .Min. T. L., 

17:«. 
Loentëng oe mèmbé poeti, Alf. Min. T. I.., 

'.1(11. 
Loepoe magoeöemi, .Vlf. N. C). Halm., 2511. 
Loepoe makóko, Alf. N. O. Halm., 930. 
Loepoi, Alf. Min. T. L., T. S., 1001. 

Loerijan, Air. Min. T. B., T. s.. 1180. 
Loeroeloeroek, Balin., 2222. 

Loesing, Alt'. Min. Tonsa«., 392. 
Loesoe, Alf. Min. T. L., 1403. 
Loetji, Vele talen, 2445. 
Loewanjo, .\lf. N. Laoet, 255. 
Loewano, Alf. Sap., 255. 
Loewarang, Makas., 3559. 

Loewè, Alf. Ler., 830. 

Loewing, Jav., 1475. 
Loewolian, ü. Jav., 2579. 
Loflti, IVni., 13. 

Loh kambing, O. Jav., 3282, 3493. 
Loha, Halin. Kr., 1432. 

Lohóko maïho, Alf. N. O. llulm., 3419. 
Loïn, Air. Z. ('er., 2187. 
Lojang, Air. -Miu. T. L., 2912. 
Lojang, Alf. Min. T. P., 2913. 
Lojang poeti, Alf. Min. T. L., 2921. 
Lojang rintëk, Alf. Min. T. I... 2913. 
Lojang rintëk. Alt. Min. T. P.. 2930. 
Lojang sela, Alf. Min. T. L., T. P,. 2921, 
LÓka, Alf, r.iin,. Boeg, Boeton,Makian,Saleijer, 2361. 

Lokan djantan, .Mal., 2212. 
Lokan poetih. Mal,, 2212, 

Lokina, -Vlf, -Min, Pono*,, 3531. 
Lokoejoe, Alf. Miu. Ponos., Bol. Mong., 098. 



85 



Lokop, fïajo. 2175. 
Lola, \lf. ^tin. T. L., T. S., 1467. 
Lola, Alf. MiD. T. P., 1447. 
Loladé banga, IVm., 2173. 

Lolai, Alf. Min. Bent., 174. 
Lolai, liabar, 3.).ö0. 
Lolang, Mal. Mol., 53.i. 

Lolang badjo, Mal. .Mol., 3190. 
Lolang panté. Mal. Mul.. 3la0. 
Lólaró, Mal. Mul., Tciii., 513. 
LÓIÓ, -Mal. Tim., Kotin, 847. 
Loléba, Teiii., 1623. 
Loli, Tim., 1892. 
Lolitoe, Alf. Miu., 3456. 
IjOIo, Sawoe, 2984. 
LÓIÓ, .Socnd., 1280, 2844. 
LÓIÓ kawat, Sucnd., 3074. 
LÓIÓ moending, Soeml., 3076. 

LÓIÓ mónjèt, Sucnd., .3075. 

LÓIÓ mónjèt leutik, Suind., 3073. 
Lolo naó, Sas., 322. 
Lolo nijoer, Sas., 830. 
Lólof, -\. r.uiu. 4 K., 1305. 
Lolojan, Alf. Min. T. B., T. L., 1483. 
LÓlol, Babar, 3556. 
Lólómot, .Madü,.,-.. 2363. 
Lólon, Alf. Min., 2557. 

Lólon i lawanan, Alf. Min. T. l'., 2562. 
Lólon in tadoen, Alf. Min. T. S., 2561. 
Lólon in taloen, Alf. Min., 2561. 
Lólon sagër, Sas., 767. 
Lolondóchën, Alf. Min. Tonsaw., 1515. 
Lolondókën, Alf. Min. T. L., T. P., 1464, 1515. 
Lolondókën rintëk, .\lf. Min. T.L.,T. P., 1451. 
Lolópo, -Mf. .\. ü. Halm., 2364. 
Lólóró. .\lf. N. O. Halm., Tein., 1897. 
Lolowan, o. .Tav., 283. 
Lólówëng, Alf. .Min. T. P., 1697. 
Lólówëng koeló, Alf. Min. ï. P., 1697. 
Lólówëng raindang, Alf. .Min. T. P., 1697. 
Lom, .lav., 2763. 
Lómak, S.as.. S47. 

Lomboengan, Alf. .Min. Tunsaw., 15. 

Lombok, Buliu.. .hu.. .Mal. Batav., Soend., 648. 

Lombok djëmprit, Jav., 653. 

Lombok gambir, O. Jav., 653. 

Lombok rawit, .lav., 653. 

Lombok sétan, .lav., 653. 

Lombok tampar, .lav., 648. 

Lombok tatoeng, Jav., 648. 

Lombok tjëmpiling, .Tav., 653. 

Lombok woedël, Jav., 2722. 

Lómos, Alf. Min. Bent., 3241. 



Lómot, Alf. Boor., Daj. Z. O. Boin., Gajo, 2363. 
Lompajang, Bat. Mand., 389. 
Lompong, .lav. 'Vete., 847. 
Lompongan oela, O. Jav., 327. 
Londja, \\(. Tümj., 1983. 

Londola, Alf. Min. Tonsaw., 1217. 
Long-èlongan, MaduiT., 662. 
Longa, Bat., Ni.as, 3108. 
Longghai, Madoer., 11. 
Longijoöe, Alf. Min. Ponos., 635. 

Longka atè. Alt'. Min. t. I,., 1153. 
Longka atè rintëk, Alf. .Min T. L., 1151. 
Longkala, Alf. Min. T. B., 2434. 
Longkó batoe, Bonth., 3102. 
Lónjo-lónjo, Boeg., 418. 

Lonta, .Minaugk., 484. 

Lontar, Jlal., 484. 
Lontar hoetan, Mal., 887. 
Lontara, Boeg., Makas., 484. 
Lontok, Balin., 1678. 
Loöe, Alf. N. o. Halm., Tcin., 1624. 
Lóölon, Alf. Min., 2557. 
Loöng, Sika, 1573. 
Lóöpa, Sermata, 1162. 
Lópang, Soend., 1719, 2256. 
Lópoe, liotiu., 2363. 
Lopoe-lopoe, Jlal. Tim., 2363. 
Lor-tëlóran, ^ladoer., 3525. 
Loro, Sawoe, 1938. 
Lórówistoe, Madoer., 228. 
LÓSÓ, Alf .Aliu. Bent., 1656. 
LÓSÓ lapota, Alf. Jlin Bent., 502. 
Lot, Balin., 541. 
Lótan, Alf. Z. Cer., 539. 
Lótinó ló djawa, Goioni., 3301. 

LÓtjari, o. Jav,. 2295. 

Lotno. Kisai-, 539. 

Lótó. Alf. .Min. T. L., 2014. 

Lóto-lóto, Boeg., 336. 

LÓtoe-lÓtoe, Alf. Amb., Ocl., 1694. 

LÓtong, Madoer., 90. 

Lótong pótè, Madoer., 90. 

Lotpala, Balin., 2464. 

Lowa, Binian., 2860. 

Lówa, Soend,, 1477. 

Lówa sabrang, Socnd., 1473. 
Lowadjèng, Boeg,, 1477. 
Lowam, Sas., 2763. 
Lowè, .Makas., 2284. 
Lowijan, Alf. iliu. T. P., 1504. 
Lowijan rintëk. Alf. Min. T. P., 1479 
Lówóting, Alf. Min. Bent., 2403. 
Lwa, Balin. Kr., 1477. 



M. 



Maa hoelo, Alf. X. Laoet, 1414. 
Maanonang, Alf. Min. T. P., 1976. 
Maatoes, Alf. Min. T. I,., T. P., 2937. 
Mabai, Mal., 2833. 
Mabiroe, Alf. Min. T. P., 1167. 
Mablang, Alf. Ocl., 2169. 
Maboendoe, M(. -Miu. T. S., 1589. 

Machlana, Alf. Min. Tonsaw., 1785. 
Machlasat, Alf. Min, l'on*aw., 80. 
Machwaehan disik, Alf. Min. Tonsaw., 709. 
Machwachan sela, .Vlf. Min, Tonsaw., 2085. 



Madak si, .Madoer., 898. 
Madakaka, Tem., 434. 
Madang, Mal. Bandj., .Miuangk., 32. 
Madang aloë, Snm. W. K., 18. 
Madang api-api, :\linangk., 926, 1052. 
Madang boengó tandjoeëng, .Minangk., 333. 
Madang boewah, paló, .Miuangk., 2380. 
Madang gloegoer, Sum. W. K., 2908. 
Madang halaban, .Minangk., 3470, 3474. 
Madang kaladi, Minangk,, 2180. 
Madang kapindiëng, 'Minangk., 2074. 



86 



Madang kapó, MinaiiKk.. 719. 
Madang koelik manih, Minnnijk., 7fil. 
Madang koelik manih toepai, Miiuiugk., 

7l)(i. 
Madang lasó, Minangk., 921. 
Madang pariék, MiimiiKk., 2291. 
Madang pirawch, Miiiimnk., 20.")8. 
Madang rimbó, .Miimnick., 1237. 
Madang sangkoeïk, "Miimnjjk., 523. 
Madang santan, Smn. \Y. K., 330. 
Madang soedoeh, .Vtjch. 2084. 
Madang taloeë ajam, Minangk., 2672. 
Madang taloen, Mimmck., 3298. 
Madang tamtam, -Minangk., 1053. 
Madang t.jamara, Snrji. W. K., 1010. 
Madang tjampagó, -Minungk., 2298, 32UH. 
Madang tjirik andjiëng, MinnnKk., U28. 
Madansoèna, -Mf. Min. T. s., 906. 
Madansot, \\(. Min. T. S., 80, 2960. 
Madikapoe, 'iv™., 464. 

Madja, lialln., Jav., Mal., Süend., 58. 

Madja batoe, Mal., 58. 
Madia galëpoeng, Jav., 58. 
Madja gaoe, Baiin., 283. 
Madja gëdang, .lav., 58. 
Mad,ia ingoes. Mal., 58. 
Madja lawai, Mal., 3312. 
Madja loemoet, Jav., 58. 

Madja moedjoe, Jav., Mal. Batav., 951. 

Madja pait, Jav., 58. 
Madjakalé, Biman., 1217. 
Madjakan, Jav., 2922. 
Madjakanè, Sas., 2922. 
Madjakani, Biman., 1217. 
Madjakani, Mal., Soeud., 2922. 
Madjakëling, Mal., 1217. 
Madjanang, .Maka.<., 1301. 
Madjang, Jlinangk., 1051. 
Madjha, Kaug., 1428. 
Madjha nèrëng, Madopi-., 837. 
Madjhakanè, ïMailutr., 2922. 
Madoe katoe, Balin. Kr., 3053. 
Maé, Mal. Tim., 151. 

Maélan, .\lf. Z. Cer., 1107. 
Maélan poeti, Alf. Z. Cer., 1120. 

Maga, Nias, 2169. 
Magaè, Socml., 3174. 
Magé, Lin, Sika, 3301. 
Magi, Nias, 1592. 

Magori tongkèng, Mal. Mol., 2643. 
Mahakaima, .\ir. Min. T. B.. 1355. 
Mahakamboel, Alf. Min. Bont., 2762. 
Mahakawilei, Alf. Min. T. B., 1605. 
Mahakoempas, Alf. .Min. Bont., 594. 
Mahakoengkoengan, Alf. Min. Bent., 423. 
Mahakoepa, Alf. Min. Bent., 1220. 
Mahakoeranga, Alf. i\lin. T. B., 1217. 
Mahalansa, Alf. Min. Bint., 80. 213, 2900. 
Mahalansa mahamoe, Alf. Mm. Bent., 81. 
Mahalansa mawoeró, Alf. Min. Bent., 1191. 
Mahalansot, .\ir. Min. T. B., 80, 2900. 
Mahalasot, Alf. .Min. ï. B., 80, 2900. 
Mahalimoe, Alf. Min. Bent., 046. 
Mahambong. Daj. Z. o. Born., 8117. 
Mahamoente, \if. .Min. T. B., 640. 
Mahampirara, .\lf. Min. Bont., 2149. 
Mahandap, .\lf. .Min. Bent., 1785. 
Mahang, Bat.. Daj. Z. o. Bom., Mal., 213". 

Mahang api, Mal., 2131. 
Mahang bajan. Mal., 2131. 
Mahang boelan, Mal., 2129. 
Mahang damar, Mal., 2135. 
Mahang koekoer, Mal., 2135. 



Mahang makan pëlandoek, Mal., 1808. 
Mahang poetih, Mal, 2130. 
Mahang sërindit, Mal., 2129. 
Mahangkalow, .\ir. Min. Bent., 608. 
Mahangkapës, .\lf. Min. Bent., 1295. 
Mahangkoesei, Alf. .Min. Bent., 1129, 1486. 
Mahangsing, Alf. Min. IVmos., 2394. 
Mahansaoe, Air .Min. Bent., 2749. 
Mahasoemambei, Alf. Min. Bent., 2688. 
Mahatoes, Alf. .Min. T. B., 2937. 
Mahawénang, Alf .Min. T. B., 2120. 
Mahawoöe kokó, Alf. Min. T. B., 1095. 
Mahawoöe lansoena, Alf. Min. T. B., 91, 1188 
Mahawoöe pasang. Air. Min. T. B., 471. 
Mahawoöe pasang koeló, Alf. .Min. T. B., 471 
Mahawoöe pasang rintëk, Alf. .Min. T.B., 472 

MahÓ, N. Iliiiii. Sèkar, 2205. 

Mahoni, lit het Iloll., 3205. 
Mai, Air. Min. Bent., 2512. 
Mai poeloe, Alf. Min. Bent., 2513. 
Maïtëm, Alf. Min. T. 1,., 1139. 
Maïtëm lèos, Alf. Min. T. L.. 1139. 
Maïtëm lèwó, Alf. Min. T. L., 1131, 1135. 
Maïtëm lèwó lana, Alf. Min. T. I,., 1126. 
Maïtëm léwó rintëk, Alf. Min. T. L., 2119. 
Maïtëm lèwó sela, Alf. Min. T. L., 1129. 

Maïtja, Balin., 2736. 
Maïtja goendil, Balin., 2736. 
Maja moejoe, Madocr., 951. 
Majana, Mal. Mol., 844. 
Majana bata-bata, -Mal. Men., 705. 
Majana boesoek, Mal. Mol., 1183. 
Ma.iana itam, Mal. Men., 838. 
Majana mas, -Mal. Mol., 844. 
Majana mérah. Mal. Mid., 844. 
Majana oetan. Mal. Mol., 1183. 
Majana poetih. Mal. Mol., 705. 
Maiang, Bat., Gajo, 2628. 
Majang, Minangk., 1627. 

Majang pëdéh, Cajo, 2628. 

Majèn, .Minangk., 1627. 

Maka, Alf. Asil., 322. 

Maka, Tid. Born., 218. 

Maka-maka, Alf. Min. T. B., 2894. 

Makaima, Alf. Min., 1355. 

Makalimbong, Alf. Min. T. h., 2409. 

Makana, Alf. Min. T. 1,., 2918. 

Makaniloe, Gorom, 786. 

Makapës, Alf. Min., 480. 

Makapok, Alf. .Min. T. T,., 480. 

Makapoja, Alf. .Min., 3052. 

Makarawoe makèntè, Alf. Min. T. 1'., 3336 

Makawidei, Alf. Min. T. 

Makawilei, Alf. Min. T. 

Maké, Manggarai, 3301. 

Makëmbës, Alf. Miu. T. 

Makëmbës, Alf. Min. T. 

Makëmbës, Alf. Min. T. 

Makëmbës méa, Alf. Min. T. L., 1368. 

Makëmbës poeti, Alf. Min. T. 1,., 1368. 

Makèndèm, Alf. Min. T. P., 3007. 

Makèndèm in tjoentoeng, Alf. Min. T. P., 

3452. 

Makèndèm rintëk, Alf. Min. T. L., 892. 
Makiko, Boeg., 2723. 
Makila, Alf. Amh., 2140. 
Mako, S.%s . 2458. 

Makoekoeroe im parab, Alf. .Min. T. P., 239. 
Makoekoeroe in taloen, Alf. Min. T. P., 1748. 
Makoepa, Alf. Min. T. I,., 1367. 
Makoepa in taloen, Alf. Min. T. I,.. 1872. 
Makoepa poeti, Alf. Miu. T. L., 1366. 
Makoepa rintëk, Alf. Min. T. L., 1368. 



Makawidei, Alf. 


Min 


T 


S. 


1605. 


Makawilei, Alf. 


Min. 


T. 


L., 


T. P., 1605 


Maké, Manggarai. 


3301 








Makëmbës, Alf. 


Miu. 


't. 


L., 


1368. 


Makëmbës, Alf. 


Min. 


T. 


P. 


973, 1377. 


Makëmbës, Alf. 


Min. 


T. 


P. 


T. S., 1377 



87 



Makoepa sela, Alf. Min. T. L., 1375. 
Makoeranga, AU'. Min. T. L., 522. 
Makoeranga, Alf. Min. T. S., 1234. 
Makoeranga rëndai, Alf. Min. ï. I.., 522. 
Makoeranga rintëk, Alf. Min. T. 1,., 3139. 
Makoeroeng, Alf. Miu. T. B., T. P., T.S., 513. 
Makoesei, Alf. Min. T. B.. T. h., 216. 
Makoesei, Alf. Min. T. J'., 1129. 
Makoesei makènté, Alf. Min. T. 1'., 1278. 
Makóka, Alf Min. T. P., 338. 
Makolona, Buetcm, 785. 
Makolona nipi, Boeton, 786. 
Makolona patani, Boeton, 787. 
Makomantës, Alf. Miu. T. P., 457, 1924. 
Makongkom, Alf. Min. T. S., 741. 

MakOÖl, Alf. .\. Laoct, Sap., 1595. 

Makópi, Alf. Min. T. P., 2944. 

Makówal, Alf. Min. T. P., T. S., 1378. 

Makówës, Alf. .Min. ïonsaw., 708. 

Mala, Aioo, 507. 

Malaboet, Alf. \v. Ccr., 191. 

Malaha, But., 1008. 

Malahoet, Alf. Z. Cer., 191. 

Malahoeto, Alf. Har., 191. 

Malai, Mal., 2081. 

Malak, Alf. CVr., 507. 

Malaka, Bop^ . .lav., Madot-r., Mal., Sotml, 2684. 

Malaka oedang, Sum. w, K., 290. 
Malalai, Alf Min. T. P., 2844. 
Malandingan, Madoer. P., 2027. 
Malang, Mal., 1184. 
Malang-malang, Mal., 584. 

Malansot, Alf. .Min. T. P., 80, 2960. 

Malansot koeló, Alf. .Min. T. P., 2960. 

Malansot raindang, Alf. Min. T. P., 2960. 

Malapari, Mal., 2833. 

Malas, Mal., 2594. 

Malasa, Lamp., 348. 

Malasijapa, Boeg., 1402. 

Malasot, Alf. Min. T. L., 80, 99, 2960. 

Malasot sela, Alf. Min. T. L., 81. 

Malaté, Madoer., 1938. 

Malatè tompal, Madoer. P., S., 813. 

Malatè tompang, Maduer. B., 813. 

Malati, .Tav., Soend., 1938. 

Malati areuj, Soend., 1932. 

Malatjoewi, Boeg., 2096. 

Maldo, Bat., 557. 

Male, Alf. Z. Cer., 2310. 

Malëgai, Alf. Min. T. P., 423. 

Malèh, Mal. W. Born., 2081. 

Malèla, Soend., 1746, 2580, 2807. 

Malélé, Alf. Min. ï. L., 502. 

Maléléma, .Vlf. Min. T. P., 526. 

Malémó, Alf. .Min. Tonsaw., 646. 

Malëngan, .Madoer., 1414. 

Malèsan, Watoeb.. 648. 

Malësoeng, Alf. .Min. T. P., 590. 

Malëtoek, Alf. Min. T. B., 1903. 

Malhoe, Kisar. 2719. 

Mali-mali, Bat . Boeg., Maka.s., Mal., 2011. 

Mali-mali bërdoeri. Mal., 2007. 
Mali-mali boekit. Mal., 817. 
Mali-mali hantoe, .Mal. Pal., 2013. 
Malia, Alf. Min. T. L., 2839. 
Malili, Makas., 2491. 
Malimbi, Nia,s 379. 
Malindjo, Vnlg. Mal., 1671. 
Malita, (.oront., 648. 
Malo, Bat., 557. 
Maloe, Solor, 2717. 
Maloelé, Alf. .\sil., llila, 1595. 
Maloehë, Kisar, 2719. 



Maloeloembè, Alf. .Min. T. P., 2861, 2903. 
Maloer, .Minaugk., 1938. 

Maloer gadang, .\linangk., 1935. 
Malombahoe, .\li'. Min. Ponos., 2138. 
Malongkal, Alf. Min. T. L., 1632. 
Malowa, .lav., 246. 
Mama, (ioront., 315. 

Mama, Saleijer, 2717. 

Mamaan, \\(. Min. Ponos., Bol. Mung., 315. 
Mamadi, Alf. Alin. T. S., 2008. 
Mamak, Atjeh, 2284. 
Mamalapa, Alf. Min. T. I,., 608. 
Mamalapa, Alf. Miu. T. P., 1186, 2981. 
Mamalapa im béne, Alf. Min. T. P., 3326. 
Mamali, Alf. .Min. Bent., T. B., 2008. 
Mamali, Alf. Min. Bent., Tousaw., 2007. 
Mamalitan, .\lf. Min. Tonsaw., 3325. 
Maman, Alf. Min. Bent., 315. 
Maman kanaramën, -Vlf. Min. Bent., 315. 
Maman kasoeang, Alf. Min. Bent., 315. 
Maman mawingi, Alf. ;\lin. Bent., 315. 
Maman pamoesa, Alf. Min. Bent., 315. 
Maman pisa, Wf. Alin. Bent, 315. 
Mamang, .Mal. Batav., 1723. 
Mamang bësar. Mal. Batav., 1723. 
Mamang këtjil, Mal. Batav., 1723. 
Mamangkókan, Soend., 2303. 
Mamanoekan, Soend., 2550. 
Mamara, Wetar, 945. 
Mamarakan, Soend., 1205. 
Mamarisa, Alf. Min. T. B., 1391. 
Mamarisa, Alf. Min. ï. L., 1369. 
Mamarisa, Alf. Miu. T P., 2329, 3276. 
Mamarisa sela, Alf. Min. T. P., 3282. 

Mambalaoe, -Mal. Bengk., 1184. 

Mamèrang, Alf. Miu. T. P., 3286. 

Mamina, Alf. Amb., 2703. 

Mamoeara disik, Alf. Alin. Tonsaw., 88. 

Mamoenté, Alf. Min, ï. L., T. P., T. S., 646. 

Mampalana, Kisar, 2169. 

Mampat, Mal., 898. 

Mampat djantan. Mal., 924. 

Mampat hitam. Mal., 898. 

Mampat hoetan, Mal., 896. 

Mampat padang. Mal., 1041. 

Mampining, Sum. W. K., 2911. 

Manaoe, Mal., Miuangk., 557. 

Manaoe bana, Minaugk., 557. 

Manaoe gadang, Minaugk., 557. 

Manaoe katjijë, Minangk., 557. 

Manaoe likië, .Miuangk.. 557. 

Manaoe siaboe, Minaugk., 557. 

Manaoe taboe-taboe, Minaugk., 557. 

Manaring, Alf. Min. T. P., 2281. 

Manaring i lawanan, Alf. Min. T. P., 235. 

Manas, Balin., 218. 

Manas djawa, Balin., 218. 

Manas idjo, Balin., 218. 

Manas praoe, Balin., 218. 

Manas rasa, Balin., 218. 

Manasoeli, Baliu., 1740. 

Manawa danó, Sha, 3470. 

Manawa 'mbanoewa, Nias, 3474. 

Mandakaki, Balin., 2452. 

Mandakaki, Soend., 3274. 

Mandalika, Balin., 1661. 

Mandalika, Soend., 355. 

Mandara, Balin. Kr., 581). 

Mandarahan, Minaugk., 2401. 

Mandaring, Alf. Min. T. L., 2281. 

Mandasoeli, Baliu., 1740. 

Mandasoeling, Baliu., 1740. 

Mandëlika, -Mal. Batav., 355. 



88 



Mandèngën, Alf. Hucr., 1U)7. 
Mandëngön bóti, Air. IWr., 1120. 
Mandöngén möha, Alf. Bon-.. 1108. 
Mandërasi, Air. .\. o. llalm., l'181. 
Mandhalèka, Kinif;.. \l\)ti. 
Mandhalika, Miuluur., Itiiil. 
Mandi-mandi, Hut.. 138H, 2G'Jü. 
Mandikè, 15u,i;., Mukas., 784. 
Mandiki, \ »lg. Mal., 784. 
Mandirawan, Miimnsk., 1823. 
Mand.jah, SocuJ., 3331. 
Mandjah beureum, Socnd., 251. 
Mandjah bódas, Sucnd., 3331. 
Mandjakaling, .Maka^.. 1217. 
Mandjakani, iWp., .Maka.'^., 1217. 
Mandjakëling, Boi;;., 1217. 
Mandjalawai, Mal., 3312. 
Mandjarakan, Sooml., 1286. 
Mand'jöl, Su.inl., 1684, 1786. 
Mandjhalin, .Ma.l»ii-. .s., .539. 
Mandjhalin bató, M.iilucr. S., 554. 
Mandjhalin tjatjèng, .Madoer. S., 544. 
Mandoeëng, Minanijk., 1235. 
Mandoeri, Biilm., ."lUl. 
Mandoeroe, Air. Min., Mal. Men., 1938. 
Mandoeroe in dókat. Air. Min. '1'. P., 2644. 
Mandoeroe raindang, Alf. Alin. T. P., 2786. 
Mandori, Bulin., .'iDl. 
Manèh, Atjih, 3470. 
Manèndjo, Balin., 1671. 
Manéran, Kei, 2719. 
Mang-kamang, Madoer., 1868. 
Mangaa, Kti, 2289. 
Mangalaan, (Tüiom, 1318. 
Mangalawa, Sucmba, 2382. 
Mangandeuh, Soind., 2096. 
Mangandeuh badak, .Socud., 1 119. 
Mangandeuh beureum, Soend., 2103. 
Mangandeuh koetjoeboeng, Socnd., 2097. 
Mangandeuh mandjèl, Sucml., 61. 
Mangandeuh saringan, Socnd.. .•)463. 
Mangandeuh taï uianoek, Socud., 2099. 
Mangar, .Maducr.. 1961. 
Mangas, Mal., 2262. 
Mangas mérah, .Mal., 2268. 
Mangas poetih, Mal., 2275. 

Mangat, Alf. Boer., 1892. 

Mangat safoet, .\\!. Boer., 3173. 
Mangèndèr, .Sucnd., 852, 1801. 
Mangèr, Aladocr., 1581. 
Mangga, Socnd.. Vnli;. Mal., 2169. 

Mangga batjang. Mal. Batav.. 2168. 
Mangga këbëmbëm, .Mal. Baiav., 2175. 
Mangga këmaug, Soend., Vnlg. Mal., 2170. 
Mangga kowini. Mal. .Men., 2175. 
Mangga pare, Socnd., 2174. 
Manggé, Biman., 3301. 
MangghiS, Madoer., 1592. 
Manggi-manggi, Mal. .Mol., 2968. 
Manggi-nianggi boenga. Mal. .Mol., 56. 
Manggi-manggi goenoeng. Mal. Mol., 8. 
Manggi-manggi laki-laki, Mal. Mol., 2969. 
Manggi-manggi oetan, -Mal. Mol., 8. 
Manggi-m.anggi poetih, Mal. Mol., 381. 
Manggi-manggi tjèngké. Mal. Mol, 511,513. 

Manggih, Minangk., 1592. 

Manggih rimbó, Minaugk., 1590. 
Manggis, Baliu., Jav., Kocboc, Mal., 1592. 

Manggis hoetan, .Mal., 1590. 

Manggisi, Boeg., Makas., 1592. 
Manggista, Balin, Sum. \V. K., 1592. 
Manggistan, Vuig. Mal., 1592. 
Manggisto, Bat., 1592. 



Manggoe, .Soind., 1592. 

Manggoe leuweung, Socnd., 1590. 

ManggOes, lam]).. 1592. 
Manggoesta, Balin., Biman., Mal., 1592. 

Manggoestan, Mal. Mul . 1592. 
Manggoestan oetan. Mal. Mol., 1590. 
Manggoïta, Aijih, 1592. 
ManggOS, Kocboe, l.ainp., 1592. 
Mangidar, .\lf. Min. T. S., 3244. 
Mangilo, Alf. Min. T. P., 862. 
Mangir, .luv., 1581. 
Mangir, .Soend., 1188. 
Mangka, Air. Min., 348. 
Mangka walanda. Air. Miu., 245. 
Mangkahi, Daj. Z. O. Born., 353. 
MangkaÓ, Air. Boer., 2181. 
Mangkirai, Minangk., 8355. 
Mangkó-mangkó, Boeg., Makas., 2550. 
Mangkoedoe, l'aj. Z. <l. Born, Laui))., Miuangk., 
•S.iU. 

Mangkoedoe gadang, .Minangk., 2840. 
Mangkoedoe rimbó, .Minangk., 1997. 
Mangkoedoeng, Air. Min., 2550. 
Mangkokj Volg. .Mal., 2550. 
Mangkósota, .Makas., 1592. 
Manglai, All. .Min. Bent., 3557. 
Manglèh, Madoer., 2299. 
Mangli, Balin., .lav., 2298, 2299. 
Manglid, Soend., 2179, 2299. 
Manglid bódas, .Socnd., 2298 
Mangoelai, Alt'. .Mio. Bent., 3557. 
Mangsafoet, Air. Boer., 3175. 
Mani-mani sétan, -Mal. Men., 835. 
Manik, Midd. Sum., 1647. 
Manilgok, N. Guin. 4. U., 1314. 
. Manilja, X. Guin. 4 K., 2169. 
Manilmap, X. Guin. 4 R., 218. 
Manindjo, Balin., Boeg., Makas., 1671. 
Maniran, U. .lav., 2964. 
Maniran idjo, o. .Tav., 1618. 
Manirèh, ti .lav., 657. 
Manis rëdja, .lav., 3428. 
Manisa, Air. ('er., 648. 
Manisai, .Vlf. .\mb., Od., 3550. 
Manisan, Mal. Bandj.. 3011. 
Manisihoewé, Alf. Asil., 2736. 
Manjoeroe, Alf Boir., Banda, 1938. 
Manjoeroe toetoel, Alf. Boer., 1938. 
Manjora, Mal. Tim., 1938. 
Manmèn, X. Guin. 4 R., 2089. 
Manó, Gajo, 557. 

Manoe tai. Air. Amb., Z. Cer., 2096. 
Manoef, Tim., 2717. 
Manoef foea, l'im., 2719. 
Manoeïlapa, .\ir. Miu. Tonsaw., 2826. 
Manoek, X. Guin. Noemr., 1537. 

Manoek-manoekan, Jav., 2967. 
Manoekoedoe, Kotiu., 2343. 
Manoeroe, .Uf. Min., X. O. Halm., .Mal. .\uib., 
Mcu,, 1938. 

Manoeroe in dékat, Alf. Min. T. P., 2644. 

Manoeroe raindang, Alf. Miu T. \'., 2786. 

Manoewa, .lav.. 246. 

Manoewéran in taloen, Alf. Min. T. P., 2519. 

Manof, Tim., 2717. 

Manof foea, Tim., 2719. 

Manonang, Alf. >Iin. Bent., Ponos., 878. 

Manowa, Jav., Soend., 246. 

Mansijang, Sum. W. K., 990. 

Mansijoeng, Daj. Z. O. Born., 702. 

Mansiró, Mmangk., 1406. 

Mantang, Soend., 1892. 

Mautaoe, Biman., 580. 



89 



Mantéla, Omj. Z. o. Boni., 665. 
Mantjang, Atjeh, illö. 
Mantjang hoetan, .\tjch, 2177. 
Mantjiring, Swml., 63. 
Maoefa, Nia^, 1314. 
Maoemar, Alf. Min. T. L., 2-112. 
Maoemar rintëk, Alf. Min. T. I.., 2412. 
Maoemar sela, Alf. Min. T. I.., 2il6. 
Maoembi, Alt. Min.. 3i2 
Maoembi rintëk, Alf. .Min. 1'. I.., 357. 
Maoembi sela, Alf. .Min. T. 1'., 354. 
Maoembi wakar, Alf. Min. T. P., 342. 
Maoeng tandang, f^oeml., 1565. 
Maoeng tandang litjin, Sumd., 1570. 
Maoenggi, B;iliii., 2345. 
Maoesi, -\lf. Asil., 785. 
Maoesi éla, Alf. Asil., 71)0. 
Maoesi halawané, Alf. Asil., 7S6. 
Maoesi kèrbo, Alf. Asil., 7'Jl. 
Maoesi nipisi, Alf. Asil., 7H6. 
Maoesi olaë, Alf. Asil., 794. • 

MaÓS, .lav. Kr. I)., 5H. 

Mapait, Alf. Min. T. I,., '1'. S., 568. 

Mapangi, Alf. Min. T. I,., 323'.). 

Maparané, Alf. Z. ('n-., 2169. 

Maparija in tjawok, Alf. Miu. T. 1'., 38. 

Mapèntoe, Alf. Min. T. P., 56H. 

Mapópó, Alf Min. T. I.., T. P., 1785. 

Mapópórong, Alf. Min. T. 1'., 1005. 

Mar-kalëmaran, Mailoei-., 3458. 

Mar kègël, .MaduLT. S., 534. 

Mara, s,.v\u\.. 2134. 
Mara beureum, Suoud., 2135. 
Mara bódas, Soend.. 2124. 
Mara laoet, Sucnd., 1785. 
Mara leutik, Suend., 2135. 
Mara leuweung, Soend., 2135. 
Mara minjak, Soind., 1785. 
Marabhang, Mado<i-. B., 1796. 
Maraboelaèng, .Makas., 2343. 
Maradèdé, Makas., 520. 
Marakas, Alf. Min. T. I,., 2084. 
Maralilin, Aijch, Snm. \V. K.. 3271. 
Marama, Alf. .Min. T. I,., 2790. 
Marama poeti, \lf Min. T. L., 1037. 
Marama rèndai, Alf. Min. T. L., 2790. 
Marama rintëk, Alf. Min. T. L., 27UO. 
Marama sela, Alf. Min. T. L., 2790. 
Maramboeëng, Minangk., 3534. 

Marana, Bn...'.. .Makas.. 1442, 1504. 

Maranginan, s,..-ihI., 1196. 
Maranginan bódas, .Surnd , 1197. 

Maranti, Hal , Minangk., 3114. 

Maranti boenga. Bat., 3114. 
Maranti homboeng, Bat., 3114. 
Maranti mangarawan, Bat., 3114. 
Maraoewèn, Alf. .Min. T. L., 2833. 
Marapalam, Minangk., 2169. 

MarapawÓ, liorg., Makas., 2154. 

Marapoejèn, Sum. W'. K., 2971. 
Marapojan, Atjeh, 2971. 
Marara, Alf. .Min. ï. P., 2394. 
Mararètës, .\lf. .Min. T. P., 330. 
Marasawa, lav., 1274. 
MaraaigÓ, Boeg., Maka.s., 1754. 
Marati, Bat., 3114. 
Maratongkéng, Makas., 2644. 
Marbaoe, l.amp.. Mal. W. Boin., 70. 
Mare, Alf. Min. T. a., 1794. 
Mare poeti, Alf. Min. T. S., 1794. 
Mare roendang, Alf. Min. T. ,S., 1794. 
Marëlang, Sum. W. K., 2890. 
Marèmè, Suend., 1644. 



Marèmè awèwè, Soend., 1653. 
Marèmè lëmboet, Soend., 496. 
Marèmè minjak, Soend., 1645. 
Marèngè, Alf. Min. T. P., 2903. 
Marèngpèng. Soend., 2131. 
Marërër toewama, Alf. Min. T. S., 1684. 
Marèsanè, Alf, 7.. ('er., 2736. 
Marèsèm, .\. Guin. 4 U., 648. 
Marèta, Bol. .Moug., 648. 
Mari-mari, Alf. Z. Or., 1897. 
Marijangó, Alf. Min. T. P., 178. 
Marijos, Jav. Kr. D., 2736. 
Marijos pilpilan, .lav. Kr. D., 2736. 
Marintëk, Air. Min., 459. 

Marisa, Alf. llar., Z. C'er., Saleijer., 2736. 
Marisa, .Uf. .Min., 'I'oin., 648. 
Marisa kapës, Alf. Min. T. ?., 648. 
Marisa kókóak, Alf. Mm. T. L., T. P., 653. 
Marisa nó djawa, -VU'. Min,, 2736. 
Marisa poerëngkei, Alf. Min. T. 1'., 648, 
Marisa rènèt, Alf. Min. T. P., 648. 
Marisan, N. Gnin. Noemt'., 648. 
Marisano, Alf. Sap., 2736. 
Maritja, Alf. llila. Boeg., .Tav., Makas., 2736. 
Maritja boentoet, O. Jav., 2723. 
Maritja kidong, Makas., 2723. 
Mai'itja soelah, .Jav., 2736. 
Markisat, V<le talen, 2614. 
Markisat gëdè, Soend., 2614. 
Markisat leutik, Soend., 2617. 
Maroe, .Vlf. Z. C'er., 1595. 

Maroe kapës, Alf. Min. T. L., ï. P., 3234. 
Maroea, Gorom., 2719. 
Maroeasei, Alf. Min., 68. 

Maroeng, Madoer., 896. 
Maroengga, .Mal. .\mb.. Mal. Tim., 2345. 
Maroenggai, Minangk., 2345. 
Maroenggai laoeïk, Minangk,, 1031. 
Maroenggi, Balin., 2345. 
Maroes, Balin., 2188. 
Marong, .lav., 896. 
Marongghi, Madoer., 2345. 
Marongghi boengó, Madoer., 2345. 
Marongghi ódang, Madoer., 2345. 
Marongghi tarom, Madoer., 2345. 
Maros, Balin., 2986. 
Marsano, .Ut. N. Laoet, 2736. 
Martjoe koenda, Jav., 2659. 
Mas këmantèn, Madoer., 2605. 
Mas kënikër, Jav., 3291. 
Mas kinitir, Balin., 3291. 
Mas sëkar, .lav., 359. 
Masamboeko-w, Alf. Min. T. P., 1461. 
Masampër, Alf. Jlin. 'J'. B., 1499, 1505. 
Masapa, Alf. C'er., 1314. 
Masarawèt, Alf. Min. T. L., 3464. 
Masarimbata, Alf. Min. T. L., 228. 
Masawoekow, Alf. Jlin. T. P., 1461. 
Masëm, Alf. :\liu. T. L., 1524. 
Masëm, Alf. Min. ï. P., 2116. 
Masiamboe, Nias, 2862. 
Masi,iang, Mal. Bengk., 990. 
Maskar, Jav., 359. 
Masmasan, Jav,, 2950. 

MasÓdji, Madoer., 2205. 

Masoekat, Alf. Min. T. P., 2412. 
Masoi, Mal. Mol., 2205. 
Masó'wrè, Boeg., .Makas., 2205. 
Mata ajam. Mal., 385. 
Mata bisoel. Mal., 102. 
Mata boehoe, Jav., 2308. 
Mata boeta, -Mal., 1414, 
Mata hika, Alf. Asil, Hila., 1414. 



90 



Mata hinan, Alf. Z. (Vr., 2187. 

Mata hoeaë, Alf. \v. Ccr , UU. 

Mata hoeli, Alf. Z. for., Uit. 

Mata hoeló, Alf. Sap., uu. 

Mata hoeri, Air. llnr., Z. ('.r., 1 iU. 

Mata ikan, .Mal. .\Un., 1786. 

Mata ikan, .Mal. Mul., 1785. 

Mata iwak, .lav., 2(iU. 

Mata këlat. Mal., 9;ii. 

Mata këli, Mal , 1727. 

Mata këli djantan, Mal., fi32. 

Mata këtam batoe, .Mal., 1677. 

Mata koetjing, .Mul., 2446. 

Mata koetjing, Soi nd., 31«(i. 

Mata mèlèk, .Mal. Tim., 2112. 

Mata moending, Socnd., 1H66. 

Mata oedang, Mal., 105. 

Mata oelar, -Mal., 2944. 

Mata oelat, Atj.h, 2U44. 

Mata pëlandoek, Mal., 295, 1397. 

Mata pëlandoek gadjah, .Mal., 312. 

Mata pëlandoek rimlja, .Mal., 1970. 

Mata përgam, Mal. Tal., 2905. 

Mata peutjang, Scjinil., 3uiy. 

Mata poenai. Mal., 1.559. 

Mata tjitjim, Atjeh, 2944. 

Mata woeli, Goium, 1414. 

Matabai, Alal. Tim., 2112. 

Matahijang, Soeud., .532. 

Matahijang ^oenoeng, Sucnd., 536. 

Matajoe in tjawok, Alf. .Min. T. P., 1155. 

Matalo, Bouth., 572. 

Matana, Alf. Min. T. L., 1520. 

Matana kètè, Alf. Min. T. L., 1471. 

Matana lèwó, Alf. .Min. T. L., 1471. 

Matana méa, Alf. Min. T. L., 1520. 

Matana poeti, Alf. Min. T. L., 1520. 

Matangtang in taloen, Alf. Min. T. B., 3446. 

Matënga, Alf Min. T. I'., 1425. 

Matëtëkël, Alf. .Min. T. S., 679. 

Matitiri, Alf. Min. T. 1'., 1272. 

Matjang, Mal., 2175. 

Matkoefoet, Alf. Boei-., 1785. 

Mató anggang, .Minangk., 2390. 

Mató poenai, Minangk., 1559. 

Mató-mató poenai, Minangk., 1559, 2685. 
Matoeka, Alf. Min. T. P., 357. 
Matoenak, Alf. Min. T. L., 3195. 
Matoenó, Alf. Min. T. P., 711. 
Matoetoenak, Alf. Min. T. B., 3195. 
Matoewa, Alf. Min. T. P., 1658. 
Matoewakan, Alf. .Min. ï. P., 464. 
Matongaw, Alf. Min. T. P., 2645. 
Mawa, Buig.. Makas., 3355. 

Mawalontas in tjawok, Alf. Min. T. P,, 3491. 
Mawarisa, Alf. .Min. 1'. S., 3241. 
Mawarótan, Alf. ili«. T. s., 1960. 
Mawasijan, Alf. Min. T. L., 2294. 
Mawawoeang, Alf. .Min. T. P., 1187. 
Ma-wénang, Alf. Min. T. I,., 2126. 
Mawénang in taloen, Alf. Min. T. T,., 2123. 
Mawénang rintëk, Alf. .Min. T. I,., 2123. 
Ma-wësar, Alf. >Iin. T. h., 1184. 
Mawéwé, All. Min. T. I,., 2960. 
Mawëwëk, Alf. Min., 3496. 
Mawéwéka, Alf. Min. T. B., T. L., 2762. 
Mawéwéka, Alf. Min. T. I,., T. S., 3241. 
Mawëwëkan, Alf. .Min. T. L., 3496. 
Mawëwësar, Alf. Min. T. P., 1184, 1498, 
Mawëwësar sela, Alf. Min. T. P., 743. 
Mawijaoe AH. .Min. T. I,., 1471. 
Mawijaoe, Alf Min. T. P., 1785. 
Mawijaoe koeló, Alf. Min. T. P., 1785. 



Mawijaoe raindang, Alf. .Min. T. P., 1785. 

Mawiringan, Alf. .Min. T. P., 708. 

Mawoelidan, Alf. .Min. T. P., 803. 

Mawoenoet, Alf. .Min. T. B., 1'. I,., T. S., 1703. 

Mawoöe èntoet, Alf. Min. T. P., 2279. 

Mawoöe ësëm, Alf Min. T. P., 1902. 

Mawoöe kawilei, Alf. Min. ï. I'., 1730. 

Mawoöe lalai in taloen, Alf. .Min. T. P., 2645. 

Mawoöe pasang, Alf. Min. ï. P., 220. 

Mawoöe sópi, .\lf. Min. T. 1,., 77. 

Mawoöe tai, Alf. .Min. T. L., 1617. 

Mawowang, Alf. Min. 1'. B., 608. 

Mawowis, Alf. Min. T. I,., T. P., 1964. 

Mawowis rintëk, Alf. Min. T. L., 94. 

'Mbakó, I.iu, 2458. 

'Mbèf, \. liiiin. Nuimf., 2361. 

'Mboewa, Kotin., 315. 

Mèdang, Alf. .Min. Tonsa»., 2084. 

Mödang, Mal., 32. 

Mëdang ampas tëboe, .Mal., 1634. 

Mödang api, Mal , 1229. 

Mëdang api-api. Mal., 54. 

Mëdang asam, Mal., 1223. 

Mëdang bèlanak, -Mal., 1635. 

Mëdang boenga, -Mal., 2075. 

Mëdang boengkar, .Mal., 2069. 

Mëdang boengó, -Midd. Sum., 2075. 

Mëdang boesoek. Mal., 2078. 

Mëdang boewaja, .Mal., 925. 

Mëdang djamboe, .Mal., 2058. 

Mëdang djarak, .Mal., 2155. 

Mëdang gadjah, -Mal., 2943. 

Mëdang gëloegoer, -Mal., 2908. 

Mëdang hitam, Mal.. 1633. 

Mëdang kasap, Mal., 1634. 

Mëdang kasap djantan, .Mal., 1635. 

Mëdang kawan, -Mal.. 1225, 2597. 

Mëdang këlaboe. Mal., 1271. 

Mëdang këladi, Mal.. 1753. 

Mëdang kèlor, Mal , 2076. 

Mëdang këmangi. Mal., 764. 

Mëdang këtanah. Mal., 2668. 

Mëdang këtanahan. Mal., 2461. 

Mëdang koening. Mal., 926, 1774. 

Mëdang koenjit, -Mal., 926, 1774. 

Mëdang lajang, .Mal., 1753. 

Mëdang langit, .Mal., 2067. 

Mëdang lasa. Mal.. 921. 

Mëdang lébar daoen, Mal., 166. 

Mëdang lëgoendi. Mal.. \mx. 

Mëdang mëloekoet djantan. Mal., 1391. 

Mëdang mèrah, .Mal., 2ii(i8, 

Mëdang mërawas, Mal. 2058. 

Mëdang mijang. Mal., 2062. 

Mëdang oedang. Mal., 3324. 

Mëdang padi, .Mal., 2073. 

Mëdang paja, -Mal., 2055. 

Mëdang pajó bëtina, -Midd. Snni., 2055. 

Mëdang palai, Mal., 1182. 

Mëdang pandjang, .Mal., 2702. 

Mëdang pasir. Mal., 2768. 

Mëdang pëlai. Mal., 1182. 

Mëdang përawas, -Mal., 2058. 

Mëdang pipit, .Mal., 1229. 

Mëdang pirawas, Midd. 8iim., 2058. 

Mëdang sanggih, l.ani|i.. 922. 

Mëdang sëloewang, .Mal.. 2072. 

Mëdang sërai, .Mal., 2064. 

Mëdang sila, Mal., 2304. 

Mëdang sirai. Mal., 2064. 

Mëdang soesoe, Mal., 34. 

Mëdang tahi ajam. Mal., 2075. 

Mëdang tahi andjing. Mal. Pal., 739, 928. 



91 



Mëdang tahi kèrbaoe, Mal., 176. 
Mëdang talang, Mal. Tal., 922. 
Blëdang tanah, Mal., 1225. 
Mëdang tandjoeng, Mal., 1230. 
Mëdang tandoek, .Mal.. 2304. 
Mëdang tëlor, Mal,. 1327. 
Mëdang tëlor ajam, .Mal., 2672. 
Mëdang tjampaka, Mal. Pal., 22U8. 
Mëdang wangi, Mal., 1308. 

Mëdja, Sijcinba, 191. 

Mëdoeri, «iajo, 3066. 
Mëgat sih, Jav., 398. 

MéhélitÓ, Goiont., 3.")56. 

Mëhèt, .Vlf. Bun-., 229. 

Mei, -\lf. Min. Huilt., 2.512. 

Mei poeroe, .Ml'. Min. Bant., 2513. 

Mèjong tandang, Somd., 1565. 

Mèjong tandang litjin, Socml., 1570. 

Mèlabira, .Mal.. U2l. 

Mëlaboeng, Mal., lisi. 

Mëlaboewai, Mal. Pal., 175. 

Mélan, .\If. Z. Oi-., 1107. 

Mélan poeti, Alf. Z. Cer., 1120. 

Mëlasa, Lamp., 353. 

Mëlasirah, Mal., 1406. 
Mëlati, .luv., Mal, 1938. 
Mëlati gambir, Vul?. Mal., 1935. 
Mëlati gambir oetan. Vuig. Jial., 1934. 
Mëlati goenoeng, Vuig. Mal., 1940. 
Mëlati kosta, -lav., 1709. 
Mëlati oetan, Vuig. Mal., 813. 
Mëlati soesoen, Jav., Mal., 1938. 
Mëlati toengking, Mal., 2643. 
Mëlëbakan, Mal. 1'al.. 1823. 
Mëlëbakan abang, Mal. Pal., 1823. 
Mëlëbakan akar, -Mal. Pal., 1823. 
Mëlëboe, Mal. W. B..iu., 1705. 
Mëloekoet, Mal , 754. 
Mëloekoet djantan, Mal., 1391. 
Mëloekoet paia, .Mal.. 359. 
Mëlor, Mal.. 198S. 
Mëlor angin, Alal., 169. 
Mëlor hoetan, Mal., 1931. 
Mëlor soesoen. Mal., 1938. 
Mëmadèng, Sas.. 2339. 
Mëmali, Mal., 2011. 
Mëmali bërdoeri. Mal., 2007. 
Mëmali boekit, Mal., 817. 
Mëmamali, .\lf. Min. T. L., 2007. 
Mëmangkókan, .Mal., 2550. 
Mëmareng, .Sa.s., 2339. 
Mëmbaioer, .Mal., 3307. 
Mëmbalaoe, Mal., 1184. 
Mëmbarang, Mal.. 3341. 
Mëmbatjang, Mal., 2175. 
Mëmbatjang hoetan. Mal., 2177. 
Mèmbatoe, Mal , 2597. 
Mëmbatoe lojang, Mal., 2596. 
Mëmbatoe mérah, Mal., 2597. 
Mëmbatoe pasir, .Mal., 2531. 
Mëmbatoe poetih, .Mal., 2597. 
Mèmbha, Mad...!., 382. 
Mëmboeloh, -Mal , 1727. 
Mëmboeloh djantan, .Mal., 1727. 
Mëmboeloh paja. Mal., 3036. 
Mëmboeloh rimba, -Mal., 2632. 
Mèmèjongan, Socml., 3406. 
Mëmëniran, Mal. Batav., 2690. 
Mëmëniran mérah, .Mal. Batav., 2686. 
Mëmëniran poetih, Mal. Batav., 2838. 
Mëmoeta, Sas., 9ü3. 
Mempaoeng, -Mal., 3542. 
Mëmpat, .Mal., 898. 



Mëmpat djantan. Mal., 924. 
Mëmpat hitam. Mal., 898. 
Mëmpat hoetan, Mal., 896. 
Mëmpat padang. Mal., 1041. 
Mëmpëdal ajam, Mal, 3018. 
Mëmpëdoe tanah, Mal., 939. 
Mëmpëlam, -Mal., 2169. 
Mëmpëlam babi. Mal., 3315. 
Mëmpëlas, :Mal., 1102, 1514. 
Mëmpëlas akar. Mal, 3321. 
Mëmpëlas babi. Mal., 1514. 
Mëmpëlas batang. Mal, 1514. 
Mëmpëlas gadjah. Mal, 3323. 
Mëmpëlas hari, .Mal, 188. 
Mëmpëlas hari bëtina. Mal, 3322. 
Mëmpëlas harimaoe. Mal, 3323. 
Mëmpëlas poetih, Mal, 3322. 
Mëmpëlas tikoes, -Mal, 3322. 
Mëmpëlas wangi, -Mal, 187. 
Mëmpëning, .Mal, 2911. 
Mëmpëning bagan. Mal., 2934. 
Mëmpëning boengkoes. Mal, 2933. 
Mëmpëning djantan, .Mal, 2916. 
Mëmpëning mérah. Mal, 2920. 
Mëmpëning poetih. Mal, 2917, 2927. 
Mëmpisang, -Mal, 1681. 
Mëmpisang batoe, ^lal, 2835. 
Mëmpisang bësar. Mal, 2834. 
Mëmpisang boekit. Mal, 2654. 
Mëmpisang boekoe. Mal, 3403. 
Mëmpisang hitam, -Mal, 2524. 
Mëmpisang këtjil, Mal, 2654. 
Mëmpisang padi. Mal, 3404. 
Mëmpisang paja. Mal, 2654. 
Mëmpisang pipit. Mal, 3404. 
Mëmpitis, -Mal, 896. 
Mëmpoeloet, Mal, 754. 
Mëmpoeloet boekit. Mal, 2154. 
Mëmpoeloet hoetan, Mal, 2160. 
Mëmpoeloet padi, .Mal, 754. 
Mëmpoeloet toelang. Mal, 754. 
Mëmpoenai boekit, -Mal, 266. 
Mëndarah, Mal. 2401. 
Mëndarah babi. Mal, 2383. 
Mëndarah batoe. Mal, 2400. 
Mëndarah boekit, .Mal, 2376. 
Mëndarah hidjaoe. Mal, 2397. 
Mëndarah hitam. Mal, 2396. 
Mëndarah kèkèk. Mal, 2390. 
Mëndarah laoet. Mal, 2385. 
Mëndarah padi, Mal, 2395. 
Mëndarah paja, Mal, 2275. 
Mëndarah tandoek, ïMal, 2379. 
Mëndaroe, -Mal, 3029. 
Mëndëlika, Mal Batav.. 355. 
Méndhi, -Madocr., 2226. 

Mëndikai, Mal, 784. 
Mëndjakani, Mal, 2922. 
Mëndjakëling, Mal, 1217. 
Mëndjalawai, -Mal, 3312. 
Mëndjantoeng, Mal, 208. 
Mëndjaroem, -Mal, 2620. 
Mëndjaroem batoe, -Mal, 2619. 
Mëndjaroem bëtina. Mal, 2806. 
Mëndjaroem djantan. Mal, 2943. 
Mëndjaroem hitam, -Mal, 726. 
Mëndjaroem mérah. Mal, 1919. 
Mëndjaroem padang, -Mal, 262(1 
Mëndjaroem paja, .Mal, 2620. 
Mëndoeng, .Mal, 1235. 
Mëndoeng këlawar, -Mal, 1229. 
Mëndoeng këlëlawar, Mal. 1229. 
Mëndoeng moesang, Mal, 1228. 



92 



Mèndong, lav., 1540. 

Mèndongan, ■lav., 3544. 

Mènöng, Halin., 1414, 

Mënëngan, Hulin., .Inv.. 1114. 

Mëngandi, Sus., aiiyii. 

Mëngarawan, I.aTii])., .Midd. tjum., Smn. \V. K., 

ls2;i. 
Mëngërawan, I-inni)., .Midd. .Sum., Simi. \V. K., 

1S2.S. 

Mëngërawan arëng, Lutuj)., 1823. 
Mëngërawan djanggak, l.aiii|)., 1823. 
Mëngërawan rösak, l.iiniii., 1823. 
Mëngërawan sëpong, Luinj).. 1823. 
Mëngërawan talai, l.iiiiip.. 1823. 
Mëngërawan tandjang, l-uinp., 1823. 

Mènggit, Sdcinbu, 4H4. 
Mënggris, .\hil., 27(17. 
Mèngi, KlkIcIi, 2717. 
Mëngkatak, Mal., 2880. 
Mëngkëpoel, :Mal., 2y33. 
Mèngkèrang, .Mül., 2131. 
Mëngkëras, Mal., 2270. 
Mèngkirai, Mal.. 33.')5. 
Mëngkoedoe, Mal. 2343. 
Mëngkoedoe badak, Mal., I42r). 
Mëngkoedoe djantan, -Mal.. 2340. 
Mëngkoedoe hoetan, Mal.. rjy7. 
Mëngkoedoe këli, .Mal.. 204ii. 
Mëngkoedoe kötjil, Mal., 2344. 
Mëngkoedoe padang, -Mal. 2343. 
Mëngkoedoe rimba, Mal, 2340. 
Mëngkoewang, -Mal, 2558. 
Mëngkoewang ajër, Mal, 2566. 
Mëngkoewang hoetan, Mal, 2564. 
Mëngkoewang laoet, -Mal, 2562. 
Mëngkoewang tëdoeng. Mal, 2186. 

Mëngobili, .\Il Min. Tonsaw., 3501. 

Mënindjaoe, .Mal, 1671. 
Mënir-mëniran, Mal Batav., 2690. 
Mëniran, .lav., 26'JO. 
Mëniran, o. Jav., 2964. 
Mëniran idjo, O. .lav., KilS. 
Mënirën, Balin,, 1618, 
Mënisa, .Ml'. W. Cci-., 648. 
Mënjawak, ■lav., 1407. 
Mënjawoen, Jav.. 2142. 

Mèniok, Madoor. B., 2181. 
Mënoang, Alf. Min. Tonsaw., 2128. 
Mënoeh, Halin., 1938. 
Mënoer, .lav.. 1938. 
Mënoer tampang, .lav., 1938. 
Mënsijang, .Mal, 990. 
Mënsirah, Mal, 1406. 
Mëntangoer, -Mal, 584. 
Mëntangoer batoe, -Mal. 583. 
Mëntangoer batoe hati, .Mal, 583. 
Mëntangoer bëloelang. Mal, 583. 
Mëntangoer boekit, .Mal, 583. 
Mëntangoer boenga. Mal, 578. 
Mëntangoer boenoet, .Mal, 584. 
Mëntangoer laboe, :^lal, 585. 
Mëntangoer laoet, Mal, 580. 
Mëntangoer mérah, -Mal. 586. 
Mëntangoer pënaga, Mal, 580. 
Mëntangoer përit, Mal, 582. 
Mëntangoer rimba. Mal. 581. 
Mëntangoer tandoek, .Mal, 577. 
Mëntaos, -lav., 3523. 
Mëntëlëng, O. .lav., 824. 
Mëntëlëng biroe, O. Jav., 824. 
Mëntëlëng poetih, O. Jav., 824. 

Mèntèng, .Mal Batav., Soend., 395. 

Mëntëradjam, Mal, 1296. 



Mëntëroeng, .Mal., 1584. 
Mëntigi, .Mal, 2636. 
Mëntimoen, .Mal, 934. 
Mëntimoen atjéh, Mal, 934. 
Mëntimoen dóndang, .Mal. 2iil."), 
Mëntimoen dCndang londjong, -Mal, 3361. 
Mëntimoen gadjah. Mal, 33611. 
Mëntimoen gadjah mórah, -Mal, 2332. 
Mëntimoen hoetan, .Mal, 2618. 
Mëntimoen kërai, .Mal, 934. 
Mëntimoen paja, -Mal. 2332. 
Mëntimoen pëdöndang. Mal., 2615. 
Mëntimoen pipit, .Mal. 934. 
Mëntimoen tikoes, Mal, 2257. 
Mèntjè-mèntjè, Hunth., 498. 
Mëntjëlaki, Mal, 3301. 
Mëntoelan, lav.. 1678. 
Mèra, K"i,k., 2717. 
Mérah këloowang, Mal, 2221. 

Mërak, Bali». .Sfinli., 534. 
Mcrak ègël, Maducr. B., P., 534. 
Mërak kègèl, .Madocr. B., P., 534. 
Mërak ngegël, Mad.ar. B., P., 534. 
Mërak ngigël, -lav., 534. 
Mërak-mërakan, Jav,, 534. 
Mërakan, .in., 251. 
Mërambong, Mal . 3534, 
Mërambong boekit bësar. Mal, 3442. 
Mèrang, .\lf. Min, T, I'.. 3001. 
Mèrang im balanda, .\lf. Min. T. P., 2346. 
Mèrang im pëngi, .\lf. Min. T. P., 2995. 
Mèrang in taloen, .\lf. Min, T. P., 1798. 
Mèrang in tjókó, -\lf. Min, T. P,, 1798. 
Mèrang in toewa, \U\ Min. '1'. P.. 3000. 
Mèrang in toewa raindang, -\lf. -Min. T. P., 

2ii9(;. 
Mèrang koentoeng, -Vlf. Min. T. P., 2996. 
Mèrang sëla, .\lf. Min. T. P., 34S0. 
Mèranti, -Mal, 3114, 
Mëranti anggoeng, -Mal, 3114. 
Mëranti asap, Mal, 3114. 
Mëranti batoe, -Mal, 3127. 
Mëranti bëras, Mal, 3124. 
Mëranti bëtina, Mal. 3114. 
Mëranti boenga. Mal. 3114. 
Mëranti daoen këtjil, Mal, 3128. 
Mëranti djawi. Mal, 3132. 
Mëranti hitam. Mal. 2593. 
Mëranti koenjit. Mal, 3114. 
Mëranti paja, Mal, 3II5. 
Mëranti pinang, -Mal, 3132. 
Mëranti poetih. Mal. 1827. 
Mèranti sambang, -Mal, 3114. 
Mëranti sarang poenai. Mal. 3114. 
Mëranti tëmbaga. Mal. 3114. 
Mëranti tahi, -Mal, 3120. 
Mërantong, Jav., 3152. 
Mèras, .\lf Min, T. L., 1553. 
Mërawan, -Mal. 1823. 
Mërawan koenjit. Mal., 1828. 
Mërawas, Mal, 2058. 
Mërbajoer, Mal, 3307. 
Mërbaoe, Mal, 70. 
Mërbaoe ajër, Mal, 70. 
Mërbaoe ijër, .\tjili, 70. 
Mërbaoe ipil, Midd, Sum., 70. 
Mërbaoe koening, -Mal, 69, 
Mëi'baoe koonjitj ^lal, 69. 
Mërbaoe loengkeh, .\tjeli, 69. 
Mërbaoe pipit, Midd, Sum., 802. 
Mërbaoe poetih, .Mal, 70. 
Mërbaoe sëpang, MidJ. Sum., 70. 
Mërbaoe tandoek, .Mal, 69. 



93 



Mërbaoe tëkoejoeng, MiiUI. Simi., 7ö. 
Mërbatoe, Mul., u'öy:. 
Mèrbatoe lojang, -Mal., i59t). 
Mërbatoe niérah. Mal., i.'iDT. 
Mërbatoe pasir, Mal., 2531. 
Mërbatoe poetih. Mal., 2597. 
Mërbo, Vultr. Mal., fiS. 
Mërboelohi, .Mal., 1727. 
Mërboeloh djantan, Ma\., 1727. 
Mërboeloh paja, .Mal.. 3(i;i(i. 
Mërboeloh riinba, .Mul., 2032. 
Mërdjali, Mal., 3375. 
Mërdjantoeng, .Mal., 208. 
Mèrè, -Ma.l.iei-. B., 135. 
Mërëlang, -Mal., 2S9i). 
Mërija, .Vijch. 22sy. 
Mërijën, (Jaj.., 22S9. 
Mërkoebang, .Mal., lUo. 
Mërkoelai, -Mal., 331S. 
Mërkoeli, -Mal., 33 is. 
Mërlilin, Mal., 3271. 
Mërlokan, -Mal., 2473. 
Méroe, .\lf. Z. f'.i-., 3352. 
Mëronibong, .Mal , 51, 
Mëronibong djantan, -Mal., 2914. 
Mërpajang, -Mal., 3242. 
Mërpisang, .Mal , 1681. 
Mërpisang batoe. Mal., 2835. 
Mërpisang bësar. Mal, 2834. 
Mërpisang boekit, Mal., 2C54. 
Mërpisang boekoe, -Mal., 3403. 
Mërpisang hitam. Mal., 2524. 
Mërpisang këtjil, -Mal., 2fi54. 
Mërpisang padi, .Mal, 34ii4. 
Mërpisang paja, .Mal., 2i)54. 
Mërpisang pipit, .Mal., 3404. 
Mèrpitis, -Mal., S9i). 
Mërpoh, Mal., 2154. 
Mërpojan, .Mal., 2971. 
Mërpojan batoe, -Mal., 2971. 
Mërpojan boekit. Mal., 2972. 
Mërpojan padang, -Mal., 1049. 
Mësawa, -lav., 1274. 
Mësijang, .Sum. W. K., 990. 
Mësira, -Mal., 14im. 
Mësoe, -lav., 121t). 
Mësoewi, .Mal., 2205. 
Mètèm, Ilaj- ''!>»•. 1885. 
Métjé, Boi'^r, .Makas., 2038. 
Meuloe broeëk, .Vtjch. Ifi04. 
Meuloe rajoet, -\tjeh, 1935. 
Meuloe tjina, .Vtjeh, 1938. 
Meuloe tjoet, .\tjeh, 1938. 
Meurija, .\ijtli, 2289. 
Meuthoeï, .Vljeh, 2205. 
Midjioe, .\lf. N. O. Halm., 425. 
Midoe, Alf. \\. f'cr., Z. Cei-., 135. 
Miëng, lialiii., 090. 
Miït, Alf. Z. Cir., 953. 
Mijana, Halin., .Mal. Batav., 844. 

Mijana irëng, Balin., 844. 
Mijana miëk, Balin., 838. 
Mijana nila, Balin , 844. 
Mijana tjëmëng, lialiu., 844. 

Mila, Hiiriau., 1023. 
Miloe, Mal. Mul., 3550. 

Miloe koening, Mal. Mol., 3550. 
Miloe mórah, .Mal. .Mol., 3550. 
Miloe poetih, Mal. Mul., 3550. 
Miloe woem, .Mal. .Mol., 3550. 
Miloe-miloe, Baliu., (iSO. 
Mimba, .fav., 382. 
Mindi, .lav., Sov.nA., 222Ö. 



Mindi gëdè, .Sueuil., 2228. 
Mindi leutik, Sotml., 2226. 
Minok-minok, Euggauo, 322. 
Miri, -lav. Ng., Soi-mbawa, 135. 
Mirië, Kisai-, 135. 
Miroe, .\lf. W. Cer., Z. Cei-., 135. 
Mitak, .Sa.^., 178. 
Mitja, Balin., 2736. 

Mitja goendil, Balin., 2736. 

Mitjè, Bunlh., 2038. 
Mlakah, -Madoer., 2684. 
MÓ, -Manggarai, 2169. 
Moa, -Mal. Men., Tem., 2187. 

Modang, Bat., üaj., 32. 
Modang katanohan, Bat., 2461. 
Modang sangkótan. Bat., 523. 
Modang tandoek. Bat., 2304. 
Modjar, .lav., 2785. 
Modjoeï, 'l'eiu., 425. 
MódÓ, Kutin., 2458. 
Módoeng, -Madoer. B., 395. 
Moeda, Solur, 785. 
Moeda bélin, Suloi-, 791. 
Moeda kanëmi, Solor, 787. 
Moeda kënéloe, Solur, 780. 
Moedar-moedar, Bat., 2384. 
Moede, sika, 785. 

Moede matang boesoer, 8ika, 790. 
Moede tèlong, Sika, 780. 
Moeglé, -\tjch, 3557. 
Moehaoe, Daj. Z. O. Bora., 847. 
Moehoen, .Soend., 1914. 
Moehoen bódas, Soend., 1924. 
Moehoen goenoeng, Socud., 1929. 
Moehoen kahoeroewan, Soend., 1921. 
Moehoen woengoe, Soend., 2867. 
Moehoetoe, Tem., 802. 

Moeiï, Wetar, 2361. 
Moek, Aroe, 3361. 
Moeka parang. Mal., 311. 
Moekó, Sulor, 2301. 
Moekoe, Kndi'h, Liu, 2361. 

Moekoe djawa, Lio, 065. 

Moela, -Vtjeh, 2951. 

Moelahoeto, -^H'. N. Laoet, Sap., 191. 

Moeléë, Atjeh, 949. 

Moeliëng, Atjeh, 1671. 

Moeloet gagak, Vnig. Mal., 2335. 

Moelwa, .lav., 246. 

Moemoe, Alf. Min. Tousaw., 1520. 

Moemping, Alf. Min. T. L., T. S., 2238. 

Moendah, Sas., 1589. 

Moendëh, Balin., 1589. 

Moendër, O. Jav., 1589. 

Moendoe, Biman., 1938. 

Moendoe, -lav.. Mal., Soend., 1589. 

Moendoe alas, Jav. Ng., 1588. 

Moendoe wana, Jav. Kr., 1588. 

Moendoeng, Alf. Min. Bent., Tonsaw., T. S., 2187. 
Moené, Kutin., 791. 
Moenggi, Balin., 2345. 
Moenggi, Lamp., 1686. 
Moengli, Jav., 2509. 
Moental, Alf. Min., T. 1'., 1214. 
Moenté, Alf. .Min., Saleijer, 785. 
Moentó dëdamoed, Alf. Min. T. S., 786. 
Moentó in taloen, Alf. Min. T. P., 789. 
Moenté in tasitj, Alf. -Min. ï. P., 848. 
Moenté inta, Alf. .Min. Bant., T. L., T. P., 78B. 
Moenté kakanën, Alf. .Min. T. L., 787. 
Moenté kasoemba, Alf. Min., 791. 
Moenté këkëmës, Alf. -Min. T. B., 792. 
Moenté kërëng, Alf. Min. T. S,, 790. 



94 



Moenté koekoesoe, Alf. Min. T. B„ 1'in. 
Moenté kojawas. Air. Min. T. B., T. S., 780. 
Moenté komantës, Alf. .Min. T. I>., 786. 
Moentó kowajas, Alf. Min. T. B., T. S., 786. 
Moenté mómbè, Alf. .Min. T. L., 786. 
Moenté nanamoer, Alf. .Min. '1'. B., 786. 
Moenté nananió, Alf. .Min. Bant., 786. 
Moenté padang, Alf. .Min. T. I'., 792. 
Moentó poeroe, Alf. .Min. T. L., 7«6. 
Moenté pola, Alf. .Min. Bant., T. B., 'I'. .s, 7^7. 
Moenté popontolën, Alf Min. '1'. B., '1'. I,., 

'I'. I'., T. S., 7'.H. 

Moenté pópótókang, Alf. .Min. Bnni., 7'Jl. 
Moentó réré, Alf .Mm. T. B., 786. 
Moenté roepoe, Alf. Min. 'I'. l'., 7U0. 
Moentó sina, Alf. .Min., 788. 
Moentó tombal, Alf. Min. T. P., 787. 
Moentó tótó, Alf. .Min. T. I,., 792. 
Moentër, Atjrh, 791. 
Moentër këbë, Atj.h, 791. 
Moentër pagër, Atjdi, 376. 
Moentis, Balin., 791. 
Moentjang, Sotud., 13.5. 
Moentjang tjina, Sotml., 1780. 

MoentOi, Alf. .Min. 1'unus., 78.5. 

Moentoi moetami, Alf. .Min. l'onos., 787. 
Moentoi onta, All. .Min. l'onos., 786. 
Moentoi pópósoean, Alf. Min. Ponos., 7iM. 
Moentoi soei, Alf. Min. Punos., 780. 

Moeöe, Kti, Kisar, Sawoc, Sika, 2361. 
Moeöe djawa, iSawoe, Sika. 665. 

Moeöe malai, Kisar, (105. 

Moera, Alf. Boii-., 1754. 

Moerad, Mal., 2i07. 

Moerai batoe, Mal., 1297. 

Moerbèng, Mal. Men., 2340. 

Moeri-moeri, Boeg., .Mukas., 3481. 

Moermasada, Jav., 882. 

Moerong, Atjih, 2345. 

Moesi, Alf. Z. fVr., 785. 

Moetoe, Manggaiai, 2301. 

Mohoi, Engganu, 1624. 

Mojang, Jav., 2904. 

Mójoeraan, Alf. Min. Puuos., 3556. 

Mójoeman mopoeha, Alf. .Min. Ponos., 3556. 

Mójoenian mowoeró, Alf. Min. Ponos., 3556. 

Mójondi, Alf. .Min. Ponos., Bol. Mong., 1139. 

MójongkombOS, Alf. .Min. Ponos., 2010. 

Mójongkópi, Alf. Min. Ponos., 116. 

MÓjonglÓOW, Alf. Min. Ponos., 2806. 

Mójongtihoeloe, Alf. Min. Pouos., 057. 
Mójówontoe, Alf. .Min. Ponos., 2520. 
Móka, .SawüL-, 322. 
Mókal, Alf. Z. C'ci-., 3056. 
Mókar, .Mf. Z. ('er., 3056. 
Mókóchówè, Alf. Min. Tonsaw., 3531. 
MokSOr, .luv., MaJütr. S., 2646. 

Moksor binèk, .Madoir. S., 857i. 



Moksor lakèk, Mailocr. S., 335 la. 
Moksor tjëlèng, Madocr. S., 857a. 
Mólas, All Min. T. P., 2852. 

Mólas in taloen, Alf. Min. T. P., 1621. 

Mólógótoe, Alf. .\. o. Halm., Ttrn., 2120. 
Mólólajoe, Alf. .Min. Tonsaw., 1621. 
MÓlombagoe, Alf. .Min. Ponos., 1799. 
MÓlÓwilhoe, tioront., 1799. 
Momboel, Madoer., 1061. 
Mombongan, Mal. Men., 1364. 
MÓmÓ, Alf. Min. T. I,., T. P., 1450, 1478. 
MÓmoi, Alf. -Min. 1'ouos., 2011. 
Mómok-mómok, Knggano, 13U. 
Mómóngó, -\lf. Tom., 315. 

Mómónoek, Alf. .Min. Ponos., 2158. 

Mon-tèmónan, .Madotr., 2019. 
Mondakaki, .lav., 2452, 3274. 
Mondalika, -lav., 1061. 
Mondhoe, Mado<r., 1589. 
Mongombilei, Alf. .Min. Tonsaw., 1605. 
Mónjènjèn, Soind., 526. 

Mónókoejoe, Alf. Miu. Ponos., 3459. 

Moöe, Alf. '/.. (Vr., 1301. 

Moöe ësëm, Alf. .Min. T. P., 1546, 1962. 

Moöe kawilei, Alf. .Min. T. P., 1730. 

Moöe tai, Alf. Min. T. I,., 1017. 

Moömbi, Alf. .Min., 342. 

Moömbi rintëk, Alf. Min. T. L., 357. 

Moömbi sela, Alf. Min. T. P., 354. 

Moömbi wakar, Alf. Miu. T. P.. 342. 

Móömok, Alf. .\lin. T. .S., 3207. 

Morbo, Bat., 7u. 

Morèbhang, -Madotr. B., 1790. 
Moris, n. .lav., 245. 
Mórófala, IVrn., 2413. 
Móróöka, iVin.. 3234. 
Moróöka nonaoe, Tcrn., 3234. 
Morpólom, Bat., 2169. 
MÓSitOr, Alf. Min., Mal. Men., 3145. 
Mostor, Alf. Min., Mal. Men., 3145. 
Mot-lÓmOt, .Madoer., 2303. 

Móta, l-io. 2717. 

MÓta, Madoer.. .Mal., 975. 
Mótéhé, Alf. Min. Bant.. 3145. 
Moto, Nlinangk.. 975. 
Motoeao, .\lf. Har., 1595. 

Mótoeng, Bat., 151H. 

Mótong, Sidor, 274S. 
Mótongsi, .\lf. Min. l'onos., 1159. 
MÓWÓIÓ, Alf. Miu. T. B., 3175. 
'Mpélak, liotin., 3550. 
Mranak, .lav., 2918. 
Mrantong, Jav.. 3152. 
Mrëtjoegoenda, Bulin., 2893. 
Mrëtjoekoenda, Balin., 2893. 
Mritja, -lav., 2730. 
Mritja boentoet, o. Jav., 2723. 
Mroeton, Jav., 24s5. 



N. 



Naa, Alf. Min. T. P., 1520. 
Naa, Nias, 348. 
Naa, Kotin., 2883. 

Naa in taloen, Alf. Min. T. F., 1516. 
Naa koeló, Alf. .Min. '1'. P., 1520. 
Naa raindang, Alf. Min. T. P., 1520. 
Naakir, Alf, Min. T. L., 2883. 



Naangó, EuJeh, 3301. 

Naasi, Alf. .Min. Bant., 218. 

Naasi niabida, Alf. Min. Bant , 218. 

Naasi mahèndèng, Alf. Min. Bant., 218. 

Naboratan dimandina, Bat., 1388. 

Nadoe, Kiman., 191. 

Nadoeroek, Lamj)., 2222. 



95 



Naga, Alf. Min. T. B.. T. S., 2883. 
Naga, .M:il. \V Boiu., 580. 

Nagakoesoema, Jav., 2284. 
Nagapoespa, Jav., 2284. 
Nagapoespita, Jav., 2284. 
Nagapoesta, Kat., 2284. 
Nagasantoen, Jav. Kr., 2284. 
Nagasarèn, Jav., 1334. 

Nagasari, Balin., Boeg., Jav., Makas., Mal., Socud., 
L'284. 

Nagasari prit, Juv.. 1332. 
Nagasari rangkang, Jav., 1334. 
Nagasinom, Jav., 2284. 
Nagathari, vtjeh, 2284. 

Naghasarè, .Madoer., 2284. 

Nagiri, .vtjdi. 791. 

Naha, Air. Miu. T. L.. 1520. 

Naha méa, Alf. Min. T. L., 1520. 

Naha poeti, .Uf. Miu. T. L., 1520. 

Nahi, Biniau., 2717. 

Naï, Alf. Miu. 1'onos., 1964. 

Nm, Sawoc, 2458. 

Najèl, Tim., 3556. 

Naka, Alf Bo.-r., X. o. Halm., W. CVr., Tcin., 348. 

Naka walanda, Alf Boer., 245. 

Nakaa, Alf. (er., 348. 

Nakan-nakan, Lamp. B. Ag., 353. 

Nakat, ■'^ika. 245. 

Nakël, Alf Min. T. B., T, L., 322. 

Nakël é walé, Alf. Min. T. B., 674. 

Nakël im bolai, Alf. Min. T. L., 674. 

Naknak, N. (.uin. Noemt"., 4 K., 353. 

Nakwa, Alf W. CVr., 322. 

Nala, Alf. Asil., Har., Hila, 'i. Cer., 2883. 

Nalélé, Alf Min. T. I... 502. 

Nalëng lakoe, Atjeh, 1S83. 

Naleuëung thambo, Atjek, 1259. 

Naloean, Tid. Born., 2968. 
Nalol, Alf. N. Laoet, Sap., 2883. 
NalÓSÓ, Alf -Min. T. L., 3446. 

Nambhoe tana, Madoer., 1H21. 

Namnam, Jav., Mal., Soend., 972. 
Namó-namó, Tern., 972. 
Namoe-namoe, Mal. Mol., 972. 
Namoe-namoe oetan. Mal. Mol., 973. 
Nampoe, Jav., 3061. 
Nan bon, \. Guiu. N'oemf, 2719. 
Nan daim, N. fJuin. Noemf., 2717. 

Nana, Boeg., .Makas., 1105. 
Nanaa, Alf. Z. (er., 353. 
Nanahan, o. Jav., 1751. 
Nanahan koening, o. Jav., 3373. 
Nanahi, Alf .\. O. Halm. K., 218. 
Nanajoep, Alf. Min. Bent., 1621. 
Nanalo, Alf Min. Bent., Tonsaw., 712. 
Nanang, Minangk., 2148. 
Nanangkaan, Soend., 1387. 
Nanangkaan gëdè, .Soend., 1388. 
Nanangkaan lëmboet, Soend., 2687. 
Nanangkaan leutik, Soend., 2687. 

Nanas, -iav., Madoer. S., Mal., Sas., 218. 

Nanas balandha, Madoer. S., 74. 
Nanas bëlanda. Vuig. Mal., 74. 
Nanas hidjaoe. Mal., 218. 
Nanas koendai, -Mal., 218. 
Nanas koesta, -Mal., 74. 
Nanas manis. Mal., 218. 
Nanas mérah, -Mal. -Men., 218. 
Nanas minjak. Mal., 218; 
Nanas oeling, O. Jav., 218. 
Nanas poetih. Mal. Men., 218. 
Nanas sëbrang, Vuig. Mal., 74. 
Nanas sësoetra, Sas., 218. 



Nanas soerat. Mal., 218. 

Nanas talè, Madoer. S., 218. 

Nanas tëmbaga, Mal., 218. 
Nanas toempang. Mal, 218. 
Nanasi, Alf. Har., Hila, -Min. Ponos., T. L., N. O. 
llahi)., Tom., Bol. Mong., Sangi, 218. 

Nanasioetan, Mal. Men., 477. 
Nanati, (ioront., 218. 
Nané, Boeg., 2316. 
Nanèh, Minangk., 218. 
Nang-pènangan, Madoer., 3320. 
Nangak, -Mal , 317. 
Nangga, Bimau., 348. 
Nangga karaó, Bimau., 348. 
Nangga nènggi, Bimau., 348. 

Nangghër, -Madoer., 480. 

Nangghër alas, Madoer., 481. 
Nangghër kapo, Madoer., 480. 
Nanggoeng, Jav., 322. 

Nangka, Alf. Min., Balin., Uaj. Z. O. Bom., Kang., 
Madoer., Mal., Soend., 348. 

Nangka bëlanda, Vnlg. Mal., 245. 
Nangka bërit, Balin., 348. 
Nangka beurit, Soend., 348. 
Nangka bhadjhang, Madoer., 348. 
Nangka bhoenjó, Madoer., 348. 
Nangka boeboeh, Balin., 348. 
Nangka boeboeh manas, Balin., 348. 
Nangka boeboeh salak, Balin., 348. 
Nangka boeboer, Soend., 348. 
Nangka boerboer, Bat., 348. 
Nangka boeris, Madoer. B., 245. 
Nangka ènglan, Madoer. P., S., 245. 
Nangka ghabhoengan, Kang., 348. 
Nangka kabhoengan, Madoer., 348. 
Nangka kasoer, Balin., 848. 
Nangka kësëd, Balin., 348. 
Nangka klëpon, Balin., 348. 
Nangka leuweung, Soend., 348. 
Nangka lólos, Balin., 348. 
Nangka naóris, Madoer, B., P., 245. 
Nangka oetoe, Balin., 1716. 
Nangka pëdëd, Balin., 348. 
Nangka pipit. Mal., 350. 
Nangka rimba. Mal., 347. 
Nangka salak, Madoer. P., S., 348. 
Nangka salat, Madoer. B., 348. 
Nangka timboel, Balin., 348. 
Nangka tjangkoewang, Soend., 348. 
Nangka tjómëdak, Madoer. P., 353. 
Nangka walanda. Mal., Soend., 245. 
Nangkë, Sas., 348. 

Nangsi, Jav., Soend., 3458. 

Nangsi areuj, Soend., 2746. 

Nanheit, Alf. Har., Z. Cer., 822«. 

Nani, Makas., 2316. 

Nani, Mal. Mol., 2409. 

Naniri, Makas., 1899. 

Nanja, N. Guin. 4 R., 602. 

Nanja ajó, N. Guin. 4 R., 602. 

Nanjei, Lamp., 50. 

Nantoe, -Mal. Men., 2544. 

Nao, BiTuan., Sas., 322. 

Naoe, Mal., N. Guin. Noemf., Wetar, 322. 

Naoe knam, N. Guin. Noemf, 322. 

Naoe sina, Rotin., 229. 
Naoen lakoe, Tim., 340. 
Naoen mafoea, Tim., 339. 
Naoenoe, Tim., 340. 
Napa-napa, Bonth., 1239. 
Napoeran, Bat., 2717. 
Nara, Alf. \V. ('er., Bimau., 2883. 
Nara watoe, Bimau., 2885. 



96 



Narahan, Dhj. Z. o. Boru., 2384. 
Narap, Jav., U93. 
Narawasatoe, Boeg., iMakas., 228. 
Narawastoe, Socml., 228. 
Narëstoe, Mal., 22H. 
Naroeöe, .Mus. (i'J8. 
Narwastoe, Mnl., 22s. 

Nas, l.:>mp., 218. 

Nasaloöe, .\'ias. 831. 
Nasi-nasi, Bulin., 133'.i. 
Nasibi, \u: .\. (I. Halm., 2181. 
Nasik-nasik, Mal.. 133U. 
Nasik-nasik boekit, Mal., 13. 
Nasiloe, Miiiii. .sum., lii;.'). 

Nating, Alf. .Min. Bant., Bi'iit., 1794. 

Nating koehita, .Vir. .Min. Bant., 1791. 
Nating mabida, .\ll'. .Min, Uant., 1791. 
Nating mahamoe, .Ml'. Min. Bent., 1794. 
Nating mahèndèng, .\lf. Min. Bant., 17»4. 
Nating mawoeró, .\lf. Min. IVni.. 1794. 

NatÓ, -Ml'. Min. Bent., 2.Ï44. 

NatO, Bocj;., .Malias., 2r)39. 

Nawa, .\ll'. .N'. Laoit, Sap., '/,. (Vr., 322. 

Nawaïh, Aij.h, 1941. 
Nawaïn, Alf. Anib., 322. 
Nawal, Alf. Asil., Har., llila, 322. 
Nawas, Aijdi, 1941. 
'Ndakëboeöe, Uuiin., 2474. 
'Ndana, .\. (inin. Sf-kar, 22S9. 
'Ndaroe, Bimau., 19711. 
'Ndawó, -N. tiuin. Srkai-, 2289. 
'Ndóroe, .Man^garai, 7S5. 
'Ndinga, .Manngarni, 7(i7. 

Nèjoer, Bat., kw. 
Nèknèk, Alf. .Miu. T. B., 1454. 
Néla, Alf. Har., Z. Ccr., 2078. 
NèmbÓ, N. (iiiin. Srkar, 231)1. 

Nënas, Mal., 218. 
Nènas, 'l'ini., 1301. 
Nënas hidjaoe, -Mal., 218. 
Nènas koendai, Mal., 218. 
Nënas manis. Mal., 218. 
Nënas minjak, -Mal., 218. 
Nënas soerat. Mal.. 218. 
Nënas tëmbaga. Mal., 218. 
Nënas toempang, .Mal., 218. 
Nènèk, Alf. .Min. T. L., 1516. 
Nénoe, Alf. Har., Z. C'er., 2343. 
Nënsaé, Tim., 1301. 
Nënsaé nó niënoetoe, 'l'im., 1302. 
Nënsaé nó naèk, Tim., 1303. 
Nèr-mënèran, MaduL-r., 2086. 
Néran, Kei, 2719. 

Nèrèh, -Maduer., 657. 

Nèrèh bató, .Madutr., 659. 

Nga, Atjih, 1510. 

Nga, .lav., 2950. 

Ngaaloe, au. x\. o. Halm., 2153. 

Ngafoe, Tiiiiiiibar, 2575. 

Ngamó, Alf. Halm., Tem., 1166. 

Ngamir, Kii, 3396. 

Ngana-ngana, Xias, 601. 

Ngangala karamboe, Alakaa., 2788. 

Ngangala tèdong, Makas., 2788. 

Ngangan, Alf. Min. Tunsaw., 315. 
Ngarawan, Lamp., .Midd. .Snm., Sum. \V. K., 1823. 

Ngarawan boewi, .Midd. Snm., 1823. 
Ngarawan djangkang, Midd. Sum., 1823. 
Ngarawan lilin, .Midd. Snm., 1823. 
Ngarawan timah, Midd. Sum., 1823. 
Ngarik, Sum. W. K., 733. 
Ngarik kangkoeng, Snm. W. K., 3515. 
Ngarik mantjik, 8iim. \V. K., 3412. 



NgarÓ, Mal. -M.n., Tcrn., 1961. 
Ngaroe, Kndeh, 785. 
Ngasé, T'-rn., 884. 
Ngasó kólóömi, Tcrn., 884. 
Ngasi, All. \. II. Halm., HS4. 
Ngatoe, llaj. kat., 2004. 
Ngawa këiing, Atjih, 1785. 

Ngéar, Alf. .Min. Bent., 3521. 
Ngëdèdo, Alf. N. o. Halm., 1961. 
Ngèngè, .Smml., 317. 
Ngëteda, Alt. \. o. Halm., 2011. 
'Nggamë, Kotin.. 3390. 

'Nggélas, Kolin.. 930, 1973. 

'Nggoeroe, .Manggarai, 2736. 

Ngië, Makian, 602. 

Ngin, -Midd. Snm., 1647. 

Ngingi, lav., 317. 

Nginging, -lav., 690. 

'Ngkoedoe, Mal. B.ngk., 2343. 

Ngoedoe, IVm., 3216. 

Ngoefaar, Kei, 5ho. 

Ngoehoemoe, Alf. N. O. Halm. K., 1883. 

Ngoehoetoe, Alf. N. o. Halm., 862. 

Ngoenoe bobo, Alf. X. o. Halm., 1394. 
Ngoeöesoe, Alf. N. o. Halm., 1883. 
Ngoesi, Alf Min. Bant., 392. 
Ngoesoe, Alf. .\. o. Halm., Tcrn., 3313. 
Ngoesoemoe, Alf. N. W. Halm., 1883. 
Ngólóla, Alf. .\. o. Halm., 1305. 
Niboeng, Mal., 2487. 
Niboeng besar, Mal. Mul., 674. 
Niboeng iboel, .Mal , 2502. 
Niboeng itam, -Mal. .Min., 20^9. 
Niboeng jaki. Mal. Men., 674. 
Niboeng mérah., .Mal. Amb., 2899. 
Niboeng poetih. Mal. Men., 2285. 
Niboeng wóka, -Mal. Min., 2089. 

Niël, Alf. W. Halm., 602. 
Niël, Alf. Z. Cer., H30. 
Niha, Alf. X. (I. Halm., 602. 

Niha i foefoeroe, Alf. \. O. Halm., «07. 
Niha inara, Alf. X. O. Halm., 614. 

Nijoe, lialin,, S30. 

Nijoe danta, Balin.. 830. 
Nijoe ènggal, Balin., 830. 
Nijoe gading, Balin., 830. 
Nijoe njëmboeloeng, Balin., 830. 
Nijoe poeöeh, Balin., S3o. 
Nijoe poeh, Balin., H30. 
Nijoeë, -Minangk., 830. 
Nijoer, :\lal.. Sas., H30. 
NijOl, Midd. Snm., 830. 
Nikwël, Alf. Z. (Vr.. 830. 
Nila, -Mal.. ISS5. 

Nila koetjing, Vnlg. Mal,, 1141. 
Nilam, Mal,. s38. 
Nilam boenga, .Mal., 83s. 
Nilani djantan, .Mal., 1762. 
Nilam oetan, .Mal.. s38. 
Nilam pinang, -Mal., 838. 
Nilani wangi. Mal., 838. 
Nilawati, Balin., 2403. 
Nilotpala, Balin., 2464. 
Nimël ainéló, Alf. Har., 830. 
Nimël ékité, Alf. Har., 830. 
Nimël hahoe, Alf. Har., 830. 
Nimël ialo, Alf. Har., 830. 
Nimèl latoe, Alf. Har., 830. 

NimèlO, Alf, Amb., Har., 830. 

Nimëlo kaoe, Alf. Amb., 830. 
Nimèlo latoe, Alf. Amb., 830. 
Nimëlo métóna, Alf. Amb., 830. 
Nimëlo poeti, Alf. Amb.. 830. 



97 



Ninggooai, N- (iuin. Waml., 'J15. 
Nini, Alf. '/.. (Vr., 2187. 
Niniloe, Kotin., 3301. 
Niniloe daélok, Itutiu., 371). 

NiÓ, Kiulili. MaiiKtfai-ai, S80. 

Nioe, Hiiiian., lioroin, 830. 

Nioeï, l'aj. l.aw., -M., 830. 

Nioera, (iormn. S30. 

Nipa, Bal., Biinan., H.hi;., Makus,, 2-il',0. 

Nipah, Mal., 2Hio. 

Nipè, Tiiu., 2350. 

Nipil, Alf. .Min. T. B., T. I,., 2771. 

Nipis koelit, Mal., 2880. 

Nipoes in asoe, AlC. .Min. T. r,., 2320. 

Nir-niëniran, Mailoer., 3-t50tf. 

Nirèh, Atj.li. (i.ï7. 

Niri, Sui-iul., Slim. \V. K., e.57. 

Niri batoe, Snm. W. K., 6.i9. 

Niroe, Km-., 322. 

Nisat, Alf. Aml)., 24,24. 

Nitas, Mal. Tim., 3234. 

Niwë, Alf, Bwr., CVi-., 830. 

Niwë poen, Alf. Boer., 830. 

Niwël, Alf Asil., Hila, Z. Ccr., 830. 

Niwël ai, Alf. Asil, llila, 830. 

Niwël hahoe, Alf. A?il., llila, 830. 
Niwël ialë, Alf. Asil.. llila, 830. 
Niwël laoel, Alf. Asil., llila, 830. 
Niwël latoel, Alf. Asil., Hila, 830. 
Niwël lopoel, Alf. Asil., Hila, 830. 
Niwër, Alf. Z. fVr., 830. 
Njalatëng, Madun-. 1'., s., 1987. 
Njalatëng kërbhoej, Maaucr. P., S., l'.i»4. 
Njalëkët, Baiiu., 7.)l. 
Njamboe, Baliu., 1314. 
Njamboe agoeng, Balin., 1337. 
Njamboe bol, B.alin., 1337. 
Njamboe èr, Baliu., 1315. 
Njamboe èrmawa, Balin., 1330. 
Njamboe mónjèt, Balin., 212. 
Njamboe i'akta, Balin., 1337. 
Njamboe sëmarang, Baliu., 1331. 
Njamboek, Sa~., 1314. 
Njamboek njëbèt, Sas., 212. 

Njamploeng, -lav.. Mal. Batav., SuiMiil., 5H0. 

Njamploeng lalaki, SoinJ., 2470. 
Njamploeng sabrang, Jav., .Sofiul., 1877. 
Njamplong, .Mailu.i., 580. 
Njampoe, lav., 32. 
Njampoe pajoeng, Jav., 33. 
Njampoe wingka, .lav., 20iifi. 
Njan-minjanan, Maileer, Il'.i4. 
Njangkoeh, Jav., 940. 
Njanjas, Lamp., 218. 
Njarang, -MaJocr., 20. 
Njarang, Mal , 21. 
Njarang mérah, Mal., 21. 
Njarang poetih, Mal, 21. 

Njatoe, llaj. Z (I. Boni., O. Jav., 2539. 

Njatoh, -Mado.r., 2539. 

Njatoh, Mal., 21122. 

Njatoh balam baringin, Smn. W . K., 2025. 

Njatoh balam doerijan, Sum. \V. K., 1908. 

Njatoh balam tëmbaga, Smn. \V. K., 25H, 

Njatoh doerijan, Smn. \V. K , 1908. 

Njatoh hitam. Mal., 2315. 

Njatoh nangka, -Mal., 2538. 

Njatoh pisang, Mal., 2540. 

Njatoh poetih, Mal., 2022. 

Njatoh salindit, Sum. W. K., 2547. 

Njatoh tëmbaga, Snm. \V. K., 2541. 

Njatoh töniijang, .Mal. W. Bma., 2541. 

Njatoh tëroeng, Mal., 2540. 



Njèjong, Kaug., 830. 
Njèjor, .Maduii-., 830. 

Njèjor baghoeng, Madocr,, 830. 
Njèjor èdjhoe, .Madutr., 830. 
Njèjor ghadhing, Maduei-., 830. 

Njèjor méra, Madocr., 830. 

Njèjor pandhak, Maduer., 830. 

Njèjor pódjoe, Madoer., 830. 
Njèjor pówan, Madoir., 830. 
Njèjor taal, Madocr., 830. 

Njèjor tomiaoeng, .Madocr., 830. 
Njiara, Alf. -\. W. Halm., 002. 
Njiboeng, Mal. Z. o. Born., 2487. 
Njiéoe, Locbuc, 830. 
Njiha, Tem., 602. 
Njiha hafó, Tcru., 603. 

Njijoei, Lam|). Ab., 830. 

Njijoer, .Mal., 830. 
Njijoer gading, Alal., 830. 
Njijoer hidjaoe, Mal., 830. 
Njijoer lëmba, Mal., 830. 
Njijoer nipah. Mal., 830. 
Njijoer padi, Mal., 830. 

Njijor, Bat., .Madocr., 830. 
Njila, Boeg., Makas., 1885. 
Njila walijala. Boeg., 691. 
Njinjihan, Baliu., 1573. 

Njioe, SaHoc, 830. 

Njioe banga, Sawoe, 830. 
Njioe hangó, Sawoe, 830. 
Njioe këhawa, Sawoe, 830. 

Njioe mèa, Sawoe, 830. 

Njioe mèngëroe, Sawoe, 830. 
Njir, SocuLbawa, 830. 
Njirèh, Mal., 657. 
Njirei, Mal., 657. 
Njirei batoe, Mal., 659. 
Njiri, Jav., 657. 
Njiri abang, Jav., 659. 
Njiri goendik, Jav., 057. 
Njiwi, Lamp. Ab., B. Ag., 830. 
Njoe, Alf. .Min. Bent., 830. 

Njoe mahamoe, Alf. Min. Bent., 830. 
Njoe mawoeró, Alf, Min. Beut., 830. 
Njoe soepang, Alf. Miu. Beut., 830. 

Njoe wawi, Alf. Miu. Beut., 830, 
Njoe woelaoe, .^If. Min. Bent., 830. 
Njoeh, Balin., 830. 

Njoeh danta, Baliu., 830. 

Njoeh ènggal, Balin., 830. 

Njoeh gading, Balin., 830. 

Njoeh njëmboeloeng, Baliu., 830. 

Njoeh poeh, Baliu., 830. 

Njoeh poeöeh, Baliu., 830. 

Njoer, Sas., 830. 

Njoeroe, Jav., 657. 

Njoga, N. Guiu. 4 K., 698. 

Njor, .Madocr. B., 830. 

Njor bhiroe, Madoer. B., 830. 

Njor èdjhoe, Madocr. B., 830. 

NÓ, Hütin., 830. 

NÓ hoek, Rotin., 830. 

Noa, Tim., 830. 

Nódja, Baliu., 2319. 

Nódja, Jav., Mal., 2648, 3251. 

Nodja irëng, Jav., 2648. 

Nodja poetih, Jav., 2048. 

NÓdjha, .Madocr., 2648. 
Nódjha bhëlak, .Madocr., 2648. 
NÓdjha kónèng, Madocr., 2048. 
Nódjha nièra, .Madocr., 2048. 
Nódjha pótè, -Madocr., 2648. 
Noe, .\. Uuin. 4 II., 830. 



98 



NÓë, Tim., 481. 

Noe ajó, N. (iiiiii. i R., 830. 

Noodja, Jav., ifiis. 

Noeh, Mul. 1'iU., 322. 

Noekoelo, .vif. .\. Laoct., 2-187. 

Noekoer, Alf. Z. C'er., 2487. 

Noena, M"l. 'IVl. Bi-t., 24ü. 

Noenang, l'uj. Z. o. Buni., Minungk., 883. 

Noenoe, Mi' .V"!! , Uur., Ililu. '/.. (Vr., Babiir, 

(iuiuiij, Kisur, l.i-ti, Wilar, 1412. 
Noenoek, Hul. Monn, Tim., 1 142. 

Noenoek niakaoewoe, .\lf. .Min. Bini., 52. 
Noonook tangowan, .\ir. .Min. Biui., 143». 
Noenoeol, -Ui'. N. Lacnt, Sup., 1442^ 
Noeöer, K<i. «3(i. 
Noepaljo, .Ml'. N. Uoct, 1023. 
Noepan-noepan, Jav., 971. 

Noer, l.ili, 'rcninibur, 830. 
Noer aoeniétan, Tenimbar, 830. 
Noer asmoe'iri, l-eti, 830. 

Noer loba, Tinimbar, 830. 

Noer madoeéró, Uti, 830. 

Noer mala, 'IVnimbar, 830. 

Noer mamè, l.iti, 830. 
Noer luatabola, Teninibur, 830. 
Noer méré, I>tti, 830. 
Noer moté, Ltti, 830. 
Noer rië, Liti, 830. 

Noer téboe, Tcuimbar, 830. 

Noer woelé, Leti, 830. 
Noera, l.iii, 830. 
Noeribang, O. ,lav., ITUfi. 
Noesoe, .\lf. Min. T. I,., 1463. 
Noesoe, Mul. Mul,, 3313. 
Noesoe panté, Mal. Mol., 3313. 
Noesoe pétjé, Mal. Mul., 3313. 
Noetjoel, All'. W. {'er., 2487. 
Noewè, Alt'. Min. T. S., .539. 
Noewè né angkó, Alf. Min. T. S., 1.530. 
Noewè rintëk, Alf. Min. T. s., sfifi. 
Noewol ainjo, Alf. N. Laoct, 830. 
Noewol aino, Alf. Sa|i., 830. 
Noewol hahoe, Alf. N. Laoel, Sap., 830. 
Noewol jalo, All. N. Laoet, Sap., 830. 
Noewol latoe, AU. N. Laoet, Sap., 830. 



Noewol lopoe, Alf. .\'. I.aoc-t, .Sap., 830. 

NoewÓlO, Alf. .N. Laoct. 830. 

Nom, -N. (iiiiii. -Nocnif.. 2089. 

Nom mëlai, Babar, 1892. 

NÓmei, Babur. 1107. 

NÓmol, Babar. 1107. 

Nóna, .Mul., lidtiu., Soeml., 240. 

Nóna leuweung, Socml., 3294. 

Nonang, AU Min. Bent., 1'uuo»., 878. 

Nongka, -i i\ . 34s. 
Nongka bloodroe, Jav., 348. 
Nongka blónjo, lav., 348. 
Nongka boeboer, Jav., 348. 
Nongka bónjo, .lav., 348. 
Nongka dandang, Jav., 348. 
Nongka këndil, Jav., 348. 
Nongka landi, Jav. Kr., 24."). 
Nongka londa, Jav. Ng., 245. 
Nongka nianila, Jav., 245. 
Nongka sabrang, Jav., 245. 
Nongka salak, Jav., 348. 
Nongka tikoes, Jav., 348. 
Nongka tjèlèng, Jav., 348. 
Nongka wëlandi, Jav. Kr., 245. 
Nongka wëlonda, Jav. Ng., 245. 
Nongkan, n. .luv., 2070. 

Nonoe, Biinau., 2343. 
NÓÖ, Wclar, 830. 
NOÖ Oeöen, Wctar, 830. 
Noöe, Mukian, 322. 
Noölei, Alf. Min. T. L., 174. 
Noor, Kisar, 830. 
Nóör maniè, Kisar, 830. 
NÓÖr méré, Kisar, 830. 
Nóör móké, Kisar, 830. 
Nóör oe'iéë, Ki»ar, 830. 
Nóör pahatië, Kisar, 830. 

Noöra, Kis.ar, 830. 
Nopal, Jav., 2.500. 
Nor, Aruc, Sirmata, 830. 
Nor patèn, Aroc, 830. 
Nóribhang, Madocr. I'., S., 1796. 

NÓrÓ, Ki>ur. 8311. 

NÓton, X. liuin. 4 R., 1901. 

'Ntjoena, Biman., 138. 



O. 



o, Uotin., Tim., 404. 
Obat dingin. Mal. Amb., 13Sfi. 
Obat pamali, Mal. Amb., 3194. 
Obat radja. Vul,;. Mal., 31f,2. 
Obat sagéroe. Mal. .\nib., 1595. 
Qbat soe wanggi, -Mal. .Mol., 1763. 

Obi, Mad.Mr.. Midd. Snm., 1107: 
Qbi èlos, Maducr., 1108. 
Pbi kijoe, Midd. Sum., 2181. 
Obi radhin, Madocr., 110». 
Qbi SÓla, .Maducr., 840. 

Oboejoe, Bul. Moug., 2719. 

Qdja, Balin., 2319. 
Odjong, Mal. Batav., 2108. 
Oe, Atjch, 830. 

Oe doerih, Simulocr, 30Cfi. 
Oe ké, Atjcb, 830. 
Oea, Bimau., 315. 
Oeai, Saugi, 2169. 



Oeba, Mal., 1046. 
Oeba hitam. Mal., 1648. 
Oeba këtjil. Mal., 1651. 
Oeba mérah, Mal., 1646. 
Oeba paja, Mal., 1654. 
Oebangaa, (iurom, 2787. 
Oebar, Sum. w. K., 1329. 

Oebi, Alf. Min. Bant., N. O. Halm., Atjch, Baliu., 
Bul., Lamp-, .Mal.. .Miuangk., Sas., 11117. 

Oebi badak, Vuig. Mal., 1121. 
Oebi badjari. Mul. Mol., 1108. 
Oebi bandera, Mal. Bcngk., 317». 
Oebi batang, Miuangk.. 2lsl. 
Oebi bènggala. Mal., 21si. 
Oebi boetoeng, VuW. Mal., 1108. 
Oebi bontal. Mal. Amb.. 1110. 
Oebi da aré, Alf. .\. O. Halm., 1120. 
Oebi da sawala, Alf. N. O. Halm., 1108. 
Oebi djalah, Minaugk., 1892. 



99 



Oebi djarar, Bat., 110". 

Oebi djawa, \ ulf;. Mal., 1892. 

Oebi djólah, -Miiiansk., is'j:;. 

oebi gadis, Bat . liu. 

Oebi gadoeëng, MiuaiiKk., IIU. 

Oebi gadoeng, -Mal., 11 U. 

Oebi gëndola, Baliu., 11U8. 

Oebi goa, .Mal. Tim., 2181. 

oebi gorita, Mal. Mol.. 2992. 

Oebi hahipiang, .\lf. Min. Bant., 1108. 

Oebi halija, Mal. .\inij., 1108. 

Oebi inggris, -Mal. .Men., 2lsl. 

Oebi ipit, Balin., lU'o. 

Oebi kadjoe, Mal. Tim., 2181. 

Oebi kajóë, -Vtjch, 2181. 

Oebi kajoe, -Mal., 2181. 

Oebi kajoe. Mal. Men., 1115. 

Oebi kantang, .Sum. W. K., 3175. 

Oebi kapal, .Sas., 1892. 

Oebi katéló, MinaiiKk., 1892. 

Oebi këlibang. Mal.. 1108. 

Oebi këlona, Mal., 1116. 

Oebi këmbili, .Mal., 846. 

Oebi këmbili hoetan, Mal., 3223. 

Oebi këtóla, Mal. Batav., 1892, 

Oebi klësih, Balin., 1108. 

Oebi koemandoer. Mal. Pal., 3175. 

Oebi lilin, Vulg. Mal., 1108. 

Oebi mandira, Lamp., 3175. 

Oebi mangindano. Mal. Men., 1117. 

Oebi manoesija, -Mal. Men., 1109. 

Oebi manoesija mérah, Mal. Men., 1113. 

Oebi mérah, .Mal. Men., 1108. 

Oebi nasi. Mal., 1108. 

Oebi oelandó, Miuangk., 3175. 

Oebi oetan, Vulg. Mal., 1116. 

Oebi ondo, -\ll'. Min. Baat., 1120. 

Oebi parantjih, Miuangk., 2181. 

Oebi pasir, Mal.. 1117. 

Oebi péló, Minangk., 1892. 

Oebi pilo, Minangk., 1892. 

Oebi plisak. Sas., 2532. 

Oebi poetih, Vulg. Mal., ll2o. 

Oebi prantjis, Sum. \V. K., 2181. 

Oebi singkoeng, -Mal. Batav., 2181. 

Oebi soefoe, -Mal. .Mul., 2280. 

Oebi tahoen-tahoen, -Mal. .Mul., 1121. 

Oebi tjina, Mal, 1120. 

Oebi wëlanda, -Mal., 3175. 

OebÓ-oebÓ, -\lf. .\. o. Halm., Tem., 1796. 
Oebor, Gaju. 1329. 
Oedang-oedang, .Mal. 1'al 

Oedani, Balin., Makas., .Mal. 
Oedi, I.eti, 2361. 
Oedi mëlai, I.cti, 605. 

Oedjoel, Mal., 2246, 3517. 

Oedjoel djëla, -Mal, 3514. 
Oedoel-oedoel, Mal. Batav., 2576. 
Oedoelan, -Jav., 2576. 
Oefë, Knggano, 315. 
Oefl, Kotin., 1107. 

1892. 

Terii 
Halm., 

315. 



,, 98, 2873. 
Batav., 2936. 



3011. 
Tern., 



Oefl sina, Kotin. 
Oega, -\lf. Halm., 

Oega-oega, .vif. 

Oegai, Lamp. .\1), 

Oegai moeli, l.amp. .\1)., 318. 
Oegaka, .\ir. .\". W. Halm., 3011 

Oegëm, Sas, 1549. 
Oehi, -\lf. .\sil., Hila, Z 

Oehi poeti, Alf. Asil., 

Oehoe, Sawof, 2666. 

Oejah-oejahan, Jav., 

Oeka, Alf. liuer., 404. 



890. 



('i'l*., Sali'ijci*. M'etai', 
Hila, 1120. 

1491. 



1107. 



Oekadjoe, Boeg., 1573. 
Oekadjoe datoe, Bueg., 962. 
Oekadjoe tjamangi. Boeg., 2477. 
Oekadjoe toepang, Boeg., 2751. 

Oekèn, Alf. Z. LVr., 1304. 

Oekèn poeti, Alf. Z. Cer., 1303. 

Oeki, Alf. Z. Cer., Tim., 2361. 

Oekoe-aka, Socud., 3148. 
Oekoe-oekoe, Balin., 2477. 

Oela, Alf. Boer., 1537. 
Oelach, Alf. .Min. Tonsaw., 1314. 
Oelam, Mal., 2282, 3336. 

Oelam boekit, -Mal., 2025. 
Oelam djantan, .Mal., 1299. 
Oelam gadjah, -Mal., 2281. 
Oelam poetih, Mal., 1900. 
Oelam radja. Mal., 889. 
Oelam tikoes. Mal., 2306. 
Oelan-oelan, o. .Jav., 952. 
Oelang-oelang, Mal., 1520. 
Oelangó, (Joiout., 1796. 

Oelat, Alf. Oei., Z. Cer., 1573. 

Oelat hatoe, Alf. Oel., 2530. 
Oelë koele. Boeg., 3248. 
Oelët-oelët, Jav., 1756. 
Oelijangó, Gorout, 3110. 

Oelim, Atjeh, 2635. 

Oelin, Mal. Z. o. Boru., 1396. 

Oelin, Tenimbar, 945. 

Oelin baning. Mal. Z. O. Bom., 1396. 

Oelin batoeng. Mal. Z. O. Bom., 1396. 

Oelin paja. Mal. Z. O. Bom., 1396. 

Oelin tandoek. Mal. Z. O. Bom., 1396. 

Oeliran, Jav., 1911. 

Oelit, Alf. Oei., Z. Cer., 3216. 

Oeló, Boeg., 339. 

Oeloe, Alf. Min. Tonsaw., 3300. 

Oeloe, Wetar, 339. 

Oeloe oeöen, Wetar, 340. 
Oeloe toepai. Lamp., 1824. 
Oeloeh-oeloehan, Jav., 857. 

Oeloewi, Nias, 3546. 
Oemalani, Alf. Har., Z. Cer., 3503. 
Oembahang, Bat., 1818. 
Oembai, Mal., 2185. 
Oembar, Alf. Min. T. P., 1607. 
Oembël-oembëlan, Jav., 3044. 

Oemboet, Bauda, 2883. 

Oemé, \lf. Tom., 539. 

Oemiri, Gorom, 135. 

Oemlaa, Wetar, 2512. 

Oempang, Soeud., 1620. 

Oemping-oempingan, Bouih., 971. 

Oen bilëng, Atjeh, 191. 

Oenak, Mal., 2780. 

Oendam, Alf. Min. T. L., 1948. 

Oendam i roepëng, Alf. .Min. T. L., 1764. 

Oendam sinokat, Alf. Min. Tonsaw., 1760. 

Oendam soera, Alf. .Min. T. L., 1948. 

Oendam soera item, Alf. Min. T. L., 1948. 

Oendam soera poeti, -Uf. .Miu. T. L., 1948. 

Oendis, Balin., 538. 

Oendoer-oendoer, Balin., Jav., 960. 

Oendré, Nias, 945. 

Oendroe, Nias, 455. 

Oenëgai, Alf. Boer., 1951. 

Oenei, Alf. .Min. Bent., 3501. 

Oengalin, Midd. Sum., 1396. 

Oenin, Alf. Har., Z. Cer., Gorom., 945. 

Oenino, Alf. Amb., 945. 

Oenipaé, Alf. Z. Cer., 1612. 

Oenji, Boeg., 945. 

Oenji tèdong, Boeg., 945, 



100 



Oenoopaèl, Air. Min. l'onus., s>71. 
Oenoes, 'l'ini., «48. 
Oenséhi, .VU'. .Min. Baat., 705. 
Oenté, Bul-, 7H5. 
Oenté djaoe, Bat., l.'ilt. 
Oenté djoengga, Bat., 788. 
Oenté godang, Bat., 7'Jl. 
Oenté hapas, Hat , 7Hii. 
Oenté moekoer, But . IW. 
Oenté rinió, Bat., 7sti. 
Oontè roodang, Bat., VJi. 
Oenti, Makas.. üiiiil. 
Oenti daró, .\lakas., as.'i'J. 
Oenti djawa, .Makas., .'ifi. 
Oenti-oenti, Makas., r>(i. 
Oentoel, .\ir. -Min. Bint., iCiio. 
Oeöe, Kei, .")39. 
Oeöedi niëlai, Siimatn, fifi.ï. 
Oeöejahan, Socnd., 1240. 

Oeöes, Witar, (>48. 
Oeöet, Baiiar, 23()1. 

Oepan-oepan, .lav., 971. 
Oepas bidji, VuIk. Mal., 311)0. 
Oepas laki-laki, .Mal. .Mul., 2472. 

OepÓ, Kiifftjanii, 315. 
OepÓ, tluruut., 1314. 

Oepoen, 'l'im., 2109. 

Oepoi, .Vlf. Miu. T. I'., lUBl. 

Oer, .\tj.'b, 830. 

Oer ké, Atjeh, 830. 

Oer knam, X. (iuin. Xucmf., 340. 

Oera, .Mf. Z. CVi-., 2363. 

Oera, Daj. Kat., 22S9. 
Oera, Kisar, 339. 
Oera, -\. tiuin. .Mur, 345(i. 
Oerai, Lan)|i. .\l)., 315. 

Oerang-aring, Mal., 2847. 
Oerat, Alf. Z. (Vi-., 1573. 
Oerat, .lav., 2773. 
Oerè kaliali, Miuangk., 217. 
Oerhoe, Kisar, 339. 
Oeri, .\lf. ('er., 2361. 
Oeri, Tem., 539. 
Oeribang, Mal. Batav., 179(1. 
Oerijan, .\lf. Boer., lisd. 
Oerijoma, Tem., 15óU. 
Oeringin, Baliu., 1442. 
Oerit, Alf. Oei., Z. Cer., 3216. 
Oerlala, Aioe, 1107. 
Oeroe, Daj. Z. O. Bom., 2717. 
Oercel, Alf. Z. Cer., 2487. 
Oeroen, All'. .Miu. Pouos., löl.j. 
Oeroen, Sika, 1883. 
Oeroes-oeroesan, -lav., 1703. 
Oerot lakoem, Atjeh, 3481. 
Oerot sirapit, Atjeh, 2590. 

Oesa, Minaus;k., 228. 

Oesar, Bat., Mal. Batav., Suend., 228. 

Oesi, Alf. llar., Ilila, 785. 

Oesi éla, Alf. Ilila. 796. 

Oesi halawan, Alf. Har.. Ilila, 786. 

Oesi kèrbo, Alf. Ilila, 791. 

Oesi lapia, Alf. Har., 796. 

Oesi lëpia, Alf. Har., 796. 

Oesi malamaïto, .Vil'. Har., 794. 

Oesi mètèn, Alf. Har., 799. 

Oesi nipis, Alf. Har., Ilila. 780. 

Oesi nipisé, Alf. Har., Ilila, 780. 

Oesi oloeé, Alf. Ilila, 794. 

Oesi tahoe'i', Alf. Har., 792. 

Oesi wókoe, Alf. Har., 787. 

Oesil, .\lf. N. Laoet, Sa])., 785. 

Oesil a'Walo, Alf. X. Lnoct, Sap., 791. 



Oosil binsi, Alf. N. I,a(M-t, Sap., 780. 
Oesil bintji, Alf. X. I.auet. Sap., 786. 

Oesil halawano, Alf. X. l,ao<t. .Sap., 780. 
Oesil hoekoenalo, Alf. x. Laoet, Sap , 794. 

Oesil ilalo, Alf. X. Laoet, Sap., 796. 
Oesoe, Alf. .Min. Toiisaw., ï. 1'., 151.S. 
Oesoe, Soeinba, 2512. 

Oesoe kadita, Suemba, 2513. 
Oesoe kanoe, Socmlm, 3113. 

Oet labOOt, Alf. Buer., 191. 

Oeta, (...runt., 2t;iH. 

Oeta haoo, Alf. /. (V-r., 308. 

Oeta mahoe, Alf. Amb., OrL, 662. 

Oeta malai, Babar, 665. 

Oeta manoe, Alf. Oei., Z. (Vr., 691. 

Oeta mata, Alf. (er., Uel., 1718. 

Oeta niël, Alf. Z. Cer., 902. 

Oeta niwèl, Alf. Amb., Cer., 902. 

Oeta noewolo, Alf. OeI., 962. 

Oeta pa'iné. Alt. Asil., Ilila, 191. 

Oeta paso, Alf. Amb., 308. 

Oeta pipi, Alf. ('er., (>!., 2855. 

Oeta -VS^aoe, Alf. Amb., Cer., Har., 308. 

Oeta -wasol, Alf. Sap., 368. 

Oetamné, Babar, 23in. 

Oetan, Suk.r, WCtar, 2661. 
Oetan bibi, All'. Boer., 2855. 

Oetan tana, Sobir, 2S4. 

Oetané maoelani, Alf. Ilila, 3503. 

Oeté, Alf. Asil., Ilila. ■/.. Cer., 404. 
Oeté, Bat , 785. 

Oeté djaoe. Bat., 1314. 
Oeté djoengga. Bat., 788. 
Oeté godang, Hat., 791. 
Oeté hapas. Bat., 786. 
Oeté moekoer, Bat., 796. 
Oeté rimó. Bat., 786. 
Oeté roedang, Bat., 792. 

OetèO, Alf. Har., 404. 

Oetétala, Jav., 2784. 

Oeti, Boeg., 2301. 

Oeti daré, Boeg., 2359. 
Oeti-oeti, Boei;.. 3274. 
Oetik apoe, o. Jav., 131. 

Oetji, Alf. W. (er., 2361. 

Oetji-oetji, Boeg., 56. 

Oetji-oetji, o. Jav., 29S3«. 

Oetoe, Baliu., 1716. 

OetOl, Alf. Min. Beut., 314. 

OetOÖl, Alf. Sap., 404. 

Oewa, Alf. Asil., Boer., Har., Ilila, Knil.b. Wetar, 

539. 
Oewa faton, Alf. Boer., 1622. 
Oewa mété, Alf. Har., Ilila, 1022. 
Oe-wra mité, Alf. Asil., 1022. 
Oewa nimëlo, Alf. Har., 1014. 
Oewa niwël, Alf. Asil., Ilila, 1014. 
Oewa poeti, .\lf. .Vsil., Har.. Ilila, 550. 

Oewa téhoe, Alf. .\sil., ilila, 1022. 

Oewa toeni, Alf. AsiL, Har., Ilila. 1020. 
Oewa wëria, Alf. Har., 565. 
Oewaar, Kei, 002. 

Oewai, Alf. Min. Bant., 2109. 
Oewai, l'aj. '/,. o. Bom., Simaloer, 539. 

Oewai irit, Haj. Z. o. Ikim., 1022. 
Oewai koewini, Alf. Min. Bant., 2175. 

Oewalo, Alf. X. Laoet, .Sap., 539. 
Oewalo météïl, Alf. X. Laoet. .Sap., 1022. 
Oewalo noewólo. All'. X. Laoet, Sap., 1014. 
Oewalo poe'll, Alt'. X. Laoet, 550. 
Oewalo poetiïl, Alf. .Sap., 550. 
Oewalo toeni, Alf. X. Laoi-t, Sap., 1020. 
Oewar, sa*, I550. 



101 



Oewar-oewar, .'av., S62. 

Oewè, Alf. .Min. T. B., T. S., Nias, Koliii., Salcijcr, 
Suniïi, 539. 

Oewé, Suior, 1107. 

Oewè né angkó, Vlf. .Min. T. S., 1550. 

Oewè nó walë, -\ir. ,Min. T. B., 1550. 

Oewè né wówató, .Vlf. Min. T. S., 1022. 

Oewè rintëk, -Vlf. .Min. T. B., 506. 

Oewé wolanda, Solur, 3175. 

Oewëg, .luv . 3288. 

Oewei, -Vlf. .Min. Bant., 53'J. 

Oewei sahisi, Alf. Min. Bant., 560. 

Oewèl, Tim., 539. 

Oewèr, Jav., 1315. 

Oewèr, Sas., l-ïöO. 

Oewi, Vlf. .Min. Bfut., t. P., T. S,, Biinan,, (ioroni, 

.lav., Kisar, .Majoor,, Soenil,, 1107, 
Oewi, I.amp.. Mal, Bongk., 539. 

Oewi abang, Jav., 1108. 

Oewi alas, .lav,, liu, 1116, 

Oewi aloes, Jav,, 1108, 

Oewi bëkoes apoi, I.auip., 546, 

Oewi djërënang, Lamp., 1016. 

Oewi gadoeng, Jav., 1114. 

Oewi gëtah, Lamp., 546. 

Oewi im pagar, Alf. Min. T. P., 2282. 

Oewi in timoe, Alf. Min. T. P., 1740. 

Oewi in toewa, Alf. Min. T. P., 1112. 

Oewi in toewa koeló, Alf. .Min. T. P., 3159. 

Oewi in toewa koeló sela, Alf. Min T. P., 

3155, 

Oewi in toewa rintëk, Alf. .Min. T, P., 1113. 

Oewi kajoe, Alf. Min, T. P., 2181. 

Oewi këntang, Jav., 3175. 

Oewi koeló, Alf. Min. T. P., 1120. 

Oewi laka, Alf. Min. T. P., 1108. 

Oewi malójon, Alf. Min. T. P., 1788. 

Oewi noenggal. Lamp., 557, 

Oewi pamoerangan. Lamp,, 564, 

Oewi raindang, Alf, Min. T. P,, llü8. 

Oewi saboet, Lamp., 1019, 

Oewi sajawoe, Alf, Min. T, P„ 1122. 

Oewi sajawoe rintëk, Alf, Min. T, P„ 1122. 

Oewi sajawoe sela, Alf. Min. T, P,, 1122, 

Oewi Sëga, Lamp., 560, 
Oewi sënggani, Jav., 1108, 
Oewi sëmamboe. Lamp., 563. 
Oewi sëmoeti, Lamp., 196". 
Oewi sësah. Lamp., 560. 
Oewi tëmën, Lamp.. 560. 
Oewi tjajoe, Alf. Min. T. P., 1115. 
Oewi wiloes, Jav., 1108. 
Oewi-oewian, Balin., 541. 

Oewit, Daj. \\. Born,, 2717, 

Oewoe, Alf. Min, Ponos., 1846, 

Oewoes, Alf. Min, T, P,, 367, 

Oewoi, Bol. Mong,, 539, 

Pfo, Alf. Bopi„ 1573, 

Qfó, Ttrn,, 1504, 

Pgoe, Alf. Tom,, 698. 

Qgong, Alf. Min. Ponos., 962. 

Qha, Alf. Har., 2565. 

Ohal, Alf. i\, Laoet, .Sap., 2505, 

Phi, Alf, .Min. Bent., 2109, 

Phi, Nias, 830. 

Phi kapaja, Alf. Min. Bent., 2175. 

Phi koewini, Alf. .Min. Bent., 2175, 

Phó gaairi, Scnnata, 2345, 

Phoe, Sika, 1107. 

Phoe ai, .sika, 2181. 
Phoehoe, Alf. Z. Ccr,, 1110. 

Phóloe, Nia.s, 338. 
Oïlè, (.oront., 2169. 



Oitéla, Arof, 3550, 

piwakané, Alf. Har., 135. 

pjod bópong, Jav., 3399. 

pjod djaha, Jav., 852. 

PJod djëroekan, O. Jav,, 3345. 

pjod ëso, Jav., 1672, 

Pjod këmbangan, O. Jav., 2093. 

Pjod SO, Jav., 1672. 

pjod soengon, ü. Jav., 3388. 

Ojod tjantel, Jav., 3397. 

PJÓgOÖe, Alf, Min, Ponos,, 2855, 

Pjong, Sas,, 2089, 

Pjong, Soend,, 2108, 

Pjong-Ójong, Sopnd., 2909. 

Óka bana, Tim,, 784. 

pka timoe, Tim., 934. 

Okanak mènoe, Tim,, 934. 

piakambing, o, Jav., 3043. 

Olamboe, Nias, 3158. 

Olba, Bat,, 3374. 

Olé, Air. W. Ccr., 404. 

Plei, Alf. .Min. T. L., T. P,, 174. 

Olibas, Alf, Min, Tonsaw., 3215, 

Plibógot, Bol, Mong,, 1573, 

Olimatoch, Wf. Jlin. Tonsaw., 1621, 

Olit, Alf, Z. Cer,, 3445, 

Oloh, Gajo, 404, 

pioh otong, Gajo, 1622, 

OlÓlajÓ, .\lf. Min, Ponos., 1021, 

Oma, Bat., 2585, 

Omahi, Jlentawei, 3274, 

Pmboeloe, Goront., 2089, 

Pmoetó, Goront., 1314, 

Pmolo, Alf. N, Laoet, 1622, 

Omon èté, Alf, Boer,, 1987, 

Ompoe-ompoe, Bat,, 1734, 

Onak, .Madoer, P. S,, 2780. 

Onang, Bat., 455. 

Ondjé, Mal. Batav., 196. 
Ondo, Alf. Amb., Oei., 1114. 

Ondot i lawanan, Alf, Min. T. V.. 1114, 
Ondot im pagër, Alf, Min, T, P., 3337, 

Ong, Balin., 1573. 

Ong njihnjih, Balin,, 1573. 
Ong sikëp, Balin., 1573. 
Onggoloepang, -Mf. Min. Ponos,, 3383, 
Ongkoi, Alf, Min, Bent,, 1487, 
Ongkoi lapotak, Alf. Miu. Bent,, 1482, 
Onglin, Mal, Pal., Z, o, Burn., 1390, 
Onjam, .Soend,, 200. 
Onji, Boeg., 945. 
Onjoe, Daj. S„ 830. 
Ontaboga, Jav., 681, 

Pntjo, Alf. Tom., 3210. 
PÖ, Biman., Wetar, 404, 
Po, Nias, 1883, 
Pö hamija, Biman,, 413. 
PÖ pótoe, Biman,, 1022, 
pö todo, Biman., 1022, 
PÖeroe, Kisar, 404, 
OÖng, Balin., 1573. 

Oöng njihnjih, Balin., 1573. 
Pöng sikëp, Balin., 1573. 
Ppa, Boeg., Makas., 1122. 
Ppè, Alf.Min. T. L,, 1514. 
Ppili, Alf, Tom,, 68. 
pra-kóra. Boeg,, 1060, 
Pra-óra, Boeg,, 1553. 
Ora-orasa, Nlakas., 1066. 
prang-aring, Jav., 3847, 
Orè-kóréng, Boeg., 1066. 

Ori, Jav., 3006. 

Oriol, Alf. N. Laoet, 3445. 



102 



Orit, Air. /. (Vr., 3445. 
Qrmak, Bui . isi. 
Qró djawa, Kmlih, .■i.")'i(i. 
Oró kórong, Boi-n., loiwi. 
Qroo, Hn(,. fi'JS. 
Orok-órok, .lav., 909. 
Qrókèp, Daj. W. Boin., 679. 
OrÓmol, Habar, 315. 

Orwi, Hiiliii., SOfifi. 

Osi-OSip, .\If. Min. l'unos., 19(19. 
Qsit, .lav., 122. 
Qta, Bneg., 2717. 

pta lótong, BucK., 2717. 

Qta mangkasa, Bm-);., 2717. 

Qta ridi, Boeï.. 2717. 

Ota woegi, Bm-g., 2717. 

Otak hoedang, Jlal., 522. 

Qtal, Bal., 339, 484. 

Qtèk, .lav., 3113. 

Qtó, Sikii, 934. 

Qtok boewa, Madocr. S., 2900. 

Otok ghangan, Madoer. P., 2900. 



Qtok kalèpat, Ma.locr. S., 284. 

Qtok sabhoek, MadoiT. B., 2S4. 

Qtok tjèna, Ma.lncr. .S., 284. 

Otot-ótótan, .lav.. 2773. 

Owaan, rcnimbar, 2719. 
Qwah, Sas., 1322. 
Qwar, Socml., 1550. 

Qwar gëdè, Soond., 1550. 
Qwar leutik, Socnd., 1551. 
Ow^ar naga, Socnd,, 1551. 
OwÓ, '.ajii, 539. 

Owé djërnang, fiajo, loifi. 
Owé lilén, (Jajo, 555. 
Owé oedang, Gajo, 5-io. 
Owé pëdéh, (iajo, 555. 
Owé sëgeu, fiaju, 560. 

Owi, Ilaj , Kndch, 1107. 
Owi bawoi, Daj. Z, o. Bmn., 1116. 
Owi béhas, Daj. Z. (I. Bom., 1120, 
Qwi soeman, Daj. Z. o. Bom., 1108. 
Owoejaan, .\lf. Min. Tunsaw., 2891. 



p. 



1892. 



228. 



Paadas, .\ll'. Min., 2663. 

Paaiap, .Vlf. .Min. T. I'., I.V17. 

Paaiap koeló, .\lf. Min. T. 1'.. 1509. 

Paajap inakajoe, .\lf. Min. T. I'., 1154. 

Paala, .\la<loir., 2382. 

Paala babinèk, Madofi-., 2382. 

Paala lalakék, Madon-., 2372. 

Paampaas, .\lt'. Min., 2704. 

Paang, Balin., 5. 

Paapang, Alt'. Mm. Bi-nt., 1560. 

Paaratoekalé, .\lf. Asil., Uil 

Pada-padang, Boeg., 224. 

Padada, Boeg., Lamp,, Makas., 3189 

Padaka, Bo.-g., 297. 

Padang, Bat., 1259. 

Padang aroem, Balin,, 228. 

Padang babad sanoer, Balin, 

Padang dërman, Balin., 335, 

Padang drëman, Balin., 335, 

Padang gëtap, Balin., 2313. 

Padang kasna, Balin., 1668. 

Padang kasna rangkëp, Balin., 1668. 

Padang kawat, Balin , 97o. 

Padang koewangi, Balin., 228, 

Padang lëpas, Balin., 970. 

Padang moeloek-moeloek, Balin., 2847 

Padang rasé, Balin., )li\'.):i. 

Padang rësi, Balin., 22.s, 

Padang sila. Bat., 1259. 

Padang tjandana, Balin,, 228. 

Padang tjëkoeh, Balin., 2510. 

Padang toendak, Balin,, 3434. 

Padara, Boeg., 2371. 

Padé, Aijch, 2512. 

Padè leukat, Atjeh, 2513. 

Padei, Daj. Z. o. Bom., 2512. 
Padi, Balin., ]\Iadnpr., Mal., 2512. 
Padi palótan, Madoei-., 2513. 

Padi poeloet, -Mal., 2513. 

Padjang, Madoer., 3242. 
Padma, Balin., 2464, 

Padma, Jav.. 2941, 

Padoe, -Manggarai, Sika, 665, 



Padoe péjo, Biman., 1268. 
Padoepa, Alf. Min. T. S., 1550. 
Paë, Alf. Tom., 2512. 
Paë poelo, Alf. Tom., 2513. 
Paè-paè, Makas., 3552, 3557. 

Paëlëpan in ëndo, Alf. Min. T. !'., 2431. 

Paéné, Alf Z. (Vr., 665. 
Paèt, Bat. Mand., 2700. 

Paga gadoeëng, Minangk , 679. 

Paga-paga, Minangk., 1985. 
Paga-paga rimbó, Minangk., 3499. 
Pagaga, Makas., 1852. 
Pagagó, .Minangk., 1852. 

Pagar, Mal., 1913. 
Pagar anak. Mal , r.U.s. 
Pagar anak bëtina, .Mal., 1913. 
Pagar anak djantan, Mal., 1634. 
Pagar anak hitani, Mal.. 1913. 
Pagar anak mérah, Mal., 1913. 
Pagar-pagar, Mal., 1985. 

Page, Bat. llaii-., 2512. 
Page poeloet, Bat. Dair., 
Pagóro, Boeg., 978, 1256. 
Paha, Watocb., 2512. 
Pahalo, l.ani]). Ab., 2382. 
Pahanap, Alf. Min. T. 1,. 
Pahanap rintëk, Alf. Min. 
Pahawëng, Alf. Min. T. B., 
Pahawëng ing kókó, Alf. 
Pahëpa, Sangi, 513. 
Pahi, Bonth.. 1040. 

Pahir, Alf. .Min. ï. L., 1987. 
Pahir ing kawok, Alf. Min. '1'. I-., 1555. 
Pahir ing kókó, Alf. Min, T. I.., 1556. 
Pahir méa, Alt'. Min. T. I,.. 1987. 
Pahir poeti, Alf. Min. T. I.., 1987. 
Pahir rintëk, Alf. Min, 1'. I,., 1987. 
Pahir sela, Alf. Min. T. I,., 1987. 

Pahja, Balin. Senib., 2336. 
Pahja landa, Balin. Semb., 2108. 
Pahoe, Bat. Dair., 1537. 
Pahoeli, Alf. Min., 1948. 
Pai, Midd. Sum., 2512. 



2513. 



293. 
T. 



I., 

1555. 
Min. 



1507. 
T. B., 1556. 



103 



Païdoeh, Balm., 1852. 

Païta, Soinil., 233fi. 
Païtan, .lav., 2610. 
Paja, Biiliii , 233fi. 
Paja nënipi, Baliu., 33.5'J. 
Paja nipi, Baliu., 3359. 
Paja poeh, Balin., 828. 
Paja poeöeh, Balin., 828. 
Paja tandoek, Balin., 2108. 

Pajoem, Lamp.. 191. 

Pajoeng ali, -Mal., -ts»^. 

Pajoi, -\lf -Min. Ponos., Bol. .Moug., 2512. 
Paka-pókor, Kisar. 791. 
Pakaba, .Mf. Min. Bant., 1359. 
Pakajoe, Uf. Min. T. P., 1058, 2528. 
Pakajoe soesoenéjan, Alf. Min. T. 1'., WJ. 

Pakan, .Miiiaiiïk., 1935. 
Pakèl, Balin., .lav., 2175. 
Pakëm, .Mailoer., o. .Tav., 2575. 

Pakèn, Sas., 2175. 

Pakès, Madoir., 1537. 

Pakëwa, -\lf. Min. T. B., T. L., T. S., 1359. 

Pakëwa in taloen, \li'. -Min. T. L., 1360. 
Pakëwa in taloen, .\lf. .Min. T. P., 1365. 
Pakëwa ing kókó, .Uf. Min. T. B., T. I,., 1378. 
Pakëwa ing kókó rangdang, .\lt'. Min.T. B., 

3452. 
Paki adji, Minangk., 962. 
Pakis, Balin. Kr., Jav., Sum. \V. K., 1537. 

Pakis adji, Jav., 962. 
Pakis bang, Jav., 462. 
Pakis dadoe, Jav., 462. 
Pakis doewitan, Jav., 1173. 
Pakis galar, Jav., 171. 
Pakis kawat, Jav., 2113. 
Pakis këbo, Jav., 234. 
Pakis kidang, Jav., 372. 
Pakis tandoek mëndjangan, Jav., 2776. 
Pakis wangi, Sum. W. K., 2782. 
Pakis wilis, Balin. Kr., 368. 
Pakma, -Madoer., Mal., 2941. 
PakÓ hadjhi, Madoer., 962. 
Pakoba, Mal. Mcu., 1359. 

Pakoe, -\lf. -Min.. Balin., Boeg., -Makas., Mal., 
.Minangk., Soend., 1537. 

Pakoe adji. Mal., 962. 
Pakoe aloes, .Suend . 728. 
Pakoe ampoetoe, Balin., 962. 
Pakoe areuj, .Socnd., 2451. 
Pakoe badak, Soend., 962. 

Pakoe balawo. Boeg., Makas., 599. 

Pakoe bangkong, Soend., 2190. 
Pakoe bènar. Mal , 236. 
Pakoe bijawak. Mal., 366. 
Pakoe daging, Soend., 2006. 
Pakoe djoekoet, Balin., 368. 
Pakoe doedoewitan, Socnd., 1173. 
Pakoe gading, -Mal., 3fi2. 
Pakoe gadjah. Mal., 954. 

Pakoe hadji, Balin., Mal., Soend., 962. 

Pakoe hajok, Lami)., 962. 
Pakoe haroepat, Soend., 3290. 
Pakoe hitam paja, Mal , 954. 
Pakoe hoerang, Soend., 462. 
Pakoe hoerang leutik, Soend., 1044. 
Pakoe ingka, Balin.. 171. 
Pakoe ikan, -Mal., 462. 
Pakoe itam. Mal. .\nii)., 953. 
Pakoe kadaka, Soend., 2777. 
Pakoe kadal, .Soind., 1044. 
Pakoe kasè, Tim., 1941. 

Pakoe kawat. Mal., Soend., 2113. 
Pakoe kawèk, .Minangk., 2113. 



Pakoe këbaoe, -Mal. Bengk., 234. 

Pakoe këmbang, .Soend., 1163. 

Pakoe kidjang. Mal., 372. 

Pakoe kikir. Mal., 364. 

Pakoe kilat. Mal.. 2449. 

Pakoe koening. Vuig. Mal., 363. 

Pakoe kroetoeg, Balin., 962. 

Pakoe lalaj, Soend., 371. 

Pakoe lalaj leutik, Socnd., 369. 

Pakoe laoet. Mal., 962. 

Pakoe larat. Mal., 29. 

Pakoe lëmidang, Mal., 3226. 

Pakoe lëmpoetoe, Balin., 962. 

Pakoe leutik, Soeud., 728. 

Pakoe loemoet batoe. Mal., 1045. 

Pakoe loenat, 'l'im , l'.itl. 

Pakoe mëndjangan, Vuig. Mal., 372. 

Pakoe mérah, VuIï. .Mal., 2092. 

Pakoe mërak, Mai., 366, 2878. 

Pakoe módang, Soend., 2877. 

Pakoe moending gëdè, Socnd., 234. 

Pakoe moending leutik, Socnd., 2191. 

Pakoe njèrè, Soend., 1040. 

Pakoe njèrè gëdè, Soend., 2450. 

Pakoe njèrè leuweung, Soend., 1043. 

Pakoe oeban. Mal.. 2450. 

Pakoe oedang, Balin., 462. 

Pakoe oelar. Mal., 462. 

Pakoe oentjal, Soend., 372, 2776. 

Pakoe pahat. Mal., 954. 

Pakoe pajoeng, Socnd., 1758. 

Pakoe pajoeng leutik, Soend., 486. 

Pakoe pandan. Mal., 370. 

Pakoe pinang. Mal., 2450. 

Pakoe prapak. Sas., 335. 

Pakoe ramboet. Vuig. Mal., 2117. 

Pakoe randi, Balin., 462. 

Pakoe ranè, Socnd., 3102. 

Pakoe rantjang, Soend., 1097. 

Pakoe rësam. Mal., 1637. 

Pakoe rësam loemoet, -Mal., 726. 

Pakoe rësam padi. Mal., 726. 

Pakoe roesa, Jlal., 372. 

Pakoe sëpat, Soend., 2817. 

Pakoe tambaga, Soend., 2488. 

Pakoe tandjoeng. Mal., 236. 

Pakoe taratè gëdè, Soend., 2818. 

Pakoe taratè leutik, Soend., 30. 

Pakoe tëmbaga. Mal., 360. 

Pakoe tihang, Soend., 171. 

Pakoe tihang beureum, Soend., 173. 

Pakoe tihang beureum gëdè, Soend., 173. 

Pakoe tihang beureum leutik, Soend., 2819. 

Pakoe tihang bódas, Soend., 172. 

Pakoe tihang boeloe, Soend., 361. 

Pakoe tihang hideung, .Soend., 955. 

Pakoe tihang kónèng, Soend., 2515. 

Pakoe tihang tambaga, Soend., 956. 

Pakoe tijang. Mal., 171. 

Pakoe tikoes. Vuig. Mal., 599. 

Pakoe tjaj, Soeud., 717. 

Pakoe tjarëm, Balin., 1097. 

Pakoe tjaroelang, Soend., 2821. 

Pakoe tjatjing, Socnd., 2820. 
Pakoe tjoetjoek, Soend., 1093. 
Pakoe tjókèh, Soend., 365. 
Pakoe ton, Tim., 2984. 
Pakoe walèt, Soend., 2821. 
Pakoe wangi. Mal., 2782. 
Pakoedara, Boeg., 937. 
Pakoero, -\lf. Amb., 2295. 
Pakoewa, Alf. Min. Bent., 1359. 
Pal, Tim., 2382. 



104 



Pala, All". Asil., Ihir., Ilila, .Min , Bi.i-.ï, .lav., Mnkas., 

3I11I., Swiid., Slis., 23S2. 
Pala, Alf. Bult., 2512. 

Pala alë, H.Mg., 2374. 

Pala bookit, Mal.. 2377. 

Pala booroeng, Mal. M.il., 21U2. 

Pala bórong, Makas., 2374. 

Pala djantan paja, Mal., 2378. 

Pala goenoeng, Mal. \loi., 2385. 

Pala hoetan, Mal., 23s(i 

Pala in taloen, Alf. .Min. T. I,., 2374. 

Pala kanari, .Mal. Mol., 2373. 

Pala koeroeng, Sas., 1150. 

Pala laki-laki, Mal. Mol., 2381. 

Pala manoe. Air. Ccr., od., 2402. 

Pala nièdon, lialin., 1150. 

Pala mèjong, .Makas., 3357. 

Pala oetan, .Mal. Mol., 2374. 

Pala papoewa, Mal. Mol., 2372. 

Pala pólot, Air. liufi-., 2513. 

Pala radja, .Mal. Mol., 23ys. 

Pala róniang, Makas., 2374. 

Paladjaoe, Minarmk., 2i)49. 

Palagha, .Madon-. B., 199. 
PalagÓ, .Minaiigk., 199. 

Palahlar, Surml., 114(3. 

Palahlar beurit, Soend., 2207. 

Palahlar minjak, Somd., 1150. 

Palai, Mal., 1182. 

Palalo, ,\ir. N. Laoet, Sap., 2382. 

Palam, Smn. W. K., 2169. 

Palang, Air. Min. rnnos., Sanpi, 2382. 

Palang kóhoejangan, Alf. Miu. Ponos., 2374. 

Palangó, .\ir. Min. T. I'., 2497. 

Palangó i lawanan, All'. Min. T. P., 2497. 

Palangó kétó, Alf. Min. T. P., 2497. 

Palangó raindang, Alf. Min. T. P., 2798. 

Palangó sela, Alf. Min. T. P., 2497. 

Palas, Haj. '/.. o. l?orn., .Mal., 2037. 

Palas batoe. Mal.. 2040. 
Palas goenoeng. Mal., 2039. 
Palas padi. Mal., 2039. 
Palas rawang. Mal., 2042. 
Palas tikoes, .Mal., 203fi. 

Palasa, Madocr., Socud., 531. 
Palasari, Soend., 188. 
Palasari bódas, Soend., 731. 
Palasari gëdè, Soend., 188. 
Palasari lalaki, Soend., 734. 
Palawas, .\)r. .Min. T. 1,., T. S., 1379. 
Palawi, l'a.j. Kal., 178. 
Palawoe, iiiinan., 3110. 

Palawoe boera, Biman., 3110. 
Palawoe kèta, Biman., 3110. 

Palc, (n.ront., 2512. 

Palë mèjong. Boeg., 3357. 

Palé-palé, .\lf. iMin. T. B., T. L., T. P., T. S., 

2578. 
Palèh, Minangk., 2037. 
Palélé, Alf. Min. T. P., 2364. 
Palen, Alf. Min. '1'. P., 2504. 
Palen in tjawok, Alf. Min. T. P., 1151. 
Palia, Kotin., 2336. 
Palili, Maka.*., 884. 
Palipit, Air. Min. Tonsaw., 2337. 
PalÓ, -Minangk.. 2382. 
Paló rimbó, Minangk., 2393. 

Paloe, Air. z. (Vr., 1595. 
Patoengpoeng, Soend., 1382. 

Palolo, .N. Cinin. 4 R., 3169. 
Palópó, Boeg., 2358. 
Palótan, Madoer., 2513. 
Palowas, Alf. .Min. T. P., 1350. 



Pamadöng, HmR., 2953. 
Pamanggoe, Soemha, 1573. 
Pamarai, Bai., 721. 

Pamèlësijan, Alf. Min. T. I.., Tonsa»., T. I'., 

■|'. S,. 2799. 

Pamölësijan leós, Alf. .Min. T. I,., 2655. 

Pamëlösijan rintëk, Alf. Min. T. P., 2hOO. 

Pamèlësijan sela, Alf. .Min. '1'. I,., 154, 2799. 

Pamölësijan sela, Alf. .Min. T. P., 2323. 

Pamoekoesoe, Makas., 2723. 

Pamoeli, Alf. Mm. T. B., T. I,., T. P., .501. 

Pamoeli in tasik, Alf. .Min. T. B., T. I,., 657. 

Pamoeli in tasitj, Alf. Min. T. P.. 657. 

Pamolo, Alf. Sa|.., 411. 

Pampaning, .Mal. Z. O. Boin., 2911. 

Pampoong, o. .lav., 2142. 

Pana, Aijeh, 348. 

Panaga, Uaj. Z. o. Bom., 580. 

Panah, Atjeh, 348. 

Panak in dékat, Alf. Min. T. P., 1257. 

Pananaan, Air. .Min. '1'. 1.., 3297. 

Panang, Alf. Min. T. P., 1233. 

Panas, Aljeh, 348. 

Panasa, Boeg., 348. 

Panasa, .Makas., 196. 
Panda, Soemba, 2557. 

Panda djawa, Socmba, 218. 
Pandakaki, Balin., 2452. 
Pandam, Minangk., 2787. 

Pandan, Balin., Bat., Jav., Madoer., Mal, Soend., 

2.-,57. 

Pandan aroem, Balin., 2569. 
Pandan bangkoewang. Bat., 2558. 
Pandan bëbaoe, \ nig. .Mal., 2569. 
Pandan djaoe. Bat., 2569. 
Pandan doeri, Jladoei-., Vnig. Mal., 2562. 
Pandan ëri, .lav., 2562. 
Pandan goenoeng. Mal. Amb., 2571. 
Pandan haroem, Midd. Snm., 2569. 
Pandan këtjil, Vulg. Mal., 2565. 
Pandan laïs. Mal. Bill.. 2558. 
Pandan laoet. Mal., Socnd., 2562. 
Pandan laoet gëdè, Soend., 2573. 
Pandan laoet leutik, Soend., 2570. 
Pandan lawok, I-amji., 2562. 
Pandan lëngis, lialin. Kr., 2565. 
Pandan mórah. Mal. Amb., 1570. 
Pandan minjak, Balin., 2565. 
Pandan na toenoe, Bat., 2559. 
Pandan na tonoe. Bat., 2559. 
Pandan nórè, Madoer., 2562. 
Pandan oetan, -Mal. Amb., 2574. 
Pandan ong, Balin., 2569. 
Pandan pasir, (». .'av., 2570. 
Pandan pödhak, Madoer., 2567. 
Pandan poedak. Mal., 2567. 
Pandan rampè, Soend., 2569. 
Pandan rampè gëdè, Soend., 2569. 
Pandan rampè leutik, Soend., 2569. 
Pandan rënipai. Mal, 2569. 
Pandan rasaoe. Mal., 2563. 
Pandan raso, Bai , 2563. 
Pandan róöm, Mailmr., 2569. 
Pandan samak laoet, Soend., 2570. 
Pandan sarèngsèng, Soend., 2560. 
Pandan tali. Mal Amb.. 1368, 1570. 
Pandan tijang, -lav. Kr., 2569. 
Pandan tikar, \ nlg. Mal., 2558. 
Pandan tikoes. Mal., 2572. 
Pandan wangi. Mal. Batav., 2569. 
Pandan wong, Halin., Jav. Xg., 2569. 
Pandang, Mak.as., .Mal. Amb., 2557. 

Pandang asimbólèng, Makas., 218. 



105 



Pandang baoo, M:\ka«., L'.")(iU. 
Pandang boenga, Mukas., 2567. 
Pandang djaï, Mukas.. 218. 
Pandang djawa, Makas., 7t. 
Pandang goenoeng, -Mal. Ainb., 2.561. 
Pandang kastoeri, Mal. Aml)., 2567. 
Pandang katinting, Makas.. 21S. 
Pandang nikanrè, Makas.. 218. 
Pandang poeda, Makas., 2.")67. 
Pandang ranipè, .Makas., 25«'J. 
Pandang rapó, Makas., 218. 
Pandang sabè, Makas., 218. 
Pandarahan, .Miuaugk., 2K)1. 
Pandërman, .lav., 335. 
Pandhijang, .Madoer., 3557. 
Pandja, liiuiau., 665. 
Pandjalin, .lav., 53!). 
Pandjatos, .'av. Kr. 1)., 530. 
Pandjawar, .Sooml., 2894. 
Pandjhalèn, Kaag., 539. 
Pandihalin, Mailocr., 539. 
Pandjhalin bató, .Madoer., 551. 
Pandjhalin tjatjèng, MaJuLi-., 54t. 

Pandji, .Minauftk., 1295. 

Pandjóë, .Xtjch, 1295. 
Pandjoi, .Vtj.h, 1295. 
Pandoöng, Daj. Kat., 2487. 
Panë, Boi-., 196. 

Panè djawa, .Makas., 160t. 

Panégowang, Jav., 1852. 

Panèra, B<inth., 2087. 

Pangalo, -\If. Min. T. B.. ï. L.. T. s, 2tU7. 

Pangalo wëroe, .Vlf. Min. T. L., 2610. 

Pangasa, .\lf. .Min. T. P., 136t. 

Pangasa sela, \\(. Min. T. l'., 737. 

Pangé, Bal., 2575. 

Panggaga, Balin. Kr., 1852. 

Panggala, Watoeb., 2181. 

Panggang, .'av., Soend., 1781. 

Panggang, Sm-nd., 492. 

Panggang badak, Suind., 285. 

Panggang boeloe, Sornd., 1778. 

Panggang goenoeng, Socnd., 1776. 

Panggang piït, Sumd., 287. 

Panggang poejoeh, Soi'nd., 1772. 

Panggang ranti, Sixnd.. 492. 

Panggang sèrèm, Socnd., 2142. 

Panggang tjërmè, Soind., 286, 2552. 

Panggang tjoetjoek, Socnd., 3357. 

Panggian, lialin.. 949. 

Panggjan lawak, Balin., 949. 

Panggoh, i.aji.. 322. 

Pangi, .\ll'. .Min., Balin., Bat. iJair., Bcji'g., iJaj. 

■/,. O. Bom., Maka,s., Mal. Mul., 2575. 
Pangi, Daj. K.it.. 2175. 

Pangir, Bat.. 125. 

Pangkoi i noenoek, B(d. Mong., 1442. 
Pangkoi im bangó. Bol. Mong., 830. 
Panglaj, Sucml., 3557. 

Pangoe, \\(. -Min. Tonsaw., 1537. 
Pangóké, .Makas., 978, 1250. 
Pangpoeng, Balin., 1899. 
Pangsar, s...Mid., 1447. 
Panicng-paniëng, Minangk., 2911. 
Paniëng-paniëng rambootan, Minans^k., 

24 IS. 
Paniëng-paniëng rasak, Minangk., 2931. 
Panisi, Bc.ig., 669. 
Panjaoerëng, Boeg., 884. 
Panoewiran, Alf. .Min. T. I,., 2034. 
Panrëng, Boik-. 2557. 
Panröng alë, Bo<g., 2567. 
Panrëng baoe, Bwg., 2569. 



Panrëng djawa. Boeg.. 74. 
Panrëng niadoeri. Buig., 218. 
Panrëng masimpólong. Buig., 218. 
Panrëng pantjaï, Bmg., 218. 
Panrëng rijanrè. Borg.. 218. 
Panrëng sabè, Boeg.. 218. 
Pantat oelat. Mal., 2264. 
Pantat oelat poetih. Mal., 1815. 
Pantjal, .lav., 3140. 
Pantjal kidang, Jav., 89, 97. 
Pantjaloehoer, Mal., Soend., 1050. 
Pantjar, 8as,, 2004. 
Pantjar aïk. Sas., 1878. 
Pantjar matahari, .Snm. W. K., 2364. 
Pantjar tjina, .^as., 96. 
Pantjaringék, Minangk., 2994. 
Pantjaringèk balam, Jlinaugk., 3003. 

Pantjènè, -Minangk., 665. 

Pantji-pantji, Minangk., 2810. 

Pantoe, Balin. Kr., 2512. 

Pantoen, Balin. Kr., .Jav. Kr., 2512. 

Pantoeng, Daj. Z. O. Bom., 1182. 

Paó, Boog., Kndeh, Madoer., Botiu., .Sika,.Soenil)a, 2169. 

Pao daèkö tjani, Boeg., 2175. 

Paó djëngki. Boeg., 2091. 

Paó kabinè, Madoer. B., 2175. 

Paó kaèni, Madoer. P., S., 2175. 

Paó kainè, Madoer. P., S., 2175. 

Paodi, Loeboe, 2512. 

Paoe, Bat., 2166. 

Paoe, Bat. Mand., 1537. 

Paoe, 8uHue, 2169. 

Paoe djonggi. Bat., 2091. 

Paoe rara, Bat. Mand., 3220. 

Paoeëh, .Minangk.. 2166. 

Paoeh, -\tieh, 2169. 

Paoeh, Mal., 2166. 

Paoeh djanggi. Mal., 2091. 

Paoeh kidjang. Mal., 1902. 

Paoeh kidjang djantan. Mal., 1813. 

Paoeh mënté, Midd. Snm., 1902. 

Paoeh pipit, Mal., 524. 

Paoeh-paoeh, Mal., 1400. 

Paoeh-paoeh bëtina. Mal., 1402. 

Paoeh-paoeh paja. Mal., 1406. 

Paok, 8as., 2109. 

Papa, Boeg., Makas., 962. 

Papaé, Xil Asi!., Hila, Z. Crr., 665. 

Papaéno, .\lf. N. Laoct, .Sa))., 665. 

Papaï, Alf. Boer., 665. 

Papaï poen, Alf. Boer., 665. 

Papaino, Alf. Har., 665. 

Papaïpal, Alf. Min. T. P., 2320. 

Papaïta, Alf. N. O. Halm., Tern., 939. 

Papaja, Alf. N. O. Halm., Vnlg. iSlal., 665. 

Papaja mabëdèka, Alf. N. O. Halm., 665. 
Papaja manaoe, Alf. N. O. Halm., 665. 
Papaja oetan. Mal. Jlol., 2826. 
Papajoengan, Soend., 995. 
Papakélan, Alf. Min. l'. P., 1976. 
Papakó, Alf. Min. T. P., 2234. 
Papala, .\lf. N. W. Halm., 2567. 
Papaliaoe, -\lf. Z. Cer., 2336. 
Papampang, Alf. Jlin. T. B., 1482. 
Papang, Makas., 2337. 

Papanggang, Balin., 1781. 
Papanggangan, Soend., 3357. 
Papanggil, -Mal. \V. Bom., 811. 
Papaoe, Alf. Sap., 665. 
Paparada, Boeg., 460, 
Paparé, Balin, 21oo. 
Paparó alasan, Balin., 2107. 
Paparé amboeloengan, Baliu., 828. 



106 



Paparèan, s,kiiiI., 463. 
Papariano, Alf. X. Lami, Sh])., 2336. 
Papariaoe, .\lf. Z. CVr.. 3330. 
Papasan, •l:iv., .Sornd., 827. 
Papasan lalaki, Sm-ncl,, 82K. 
Papasan tjina, <>. Jav., 3367a. 
Papasang, Makas., 827. 
Papasoengan, Socnd., 3188. 
Papatat, .\lf. Z. (ei-., 1799. 
Papaté in tanga, .\lf. -Min. T. 1.., 2762. 

Papatjéda, Mal. Mol., 'IVni., 3056. 
Papèk, .\ll" Min. Bont., 2717. 

Papèntoe, .ur, .Miu. T. 1'., .568. 
Papi, -\ll. .\inl)., 213. 
Papi, .\lt'. Z. (Vr., 1671. 
Papinjo, -Mal. .\iiil)., 934. 
Papinjo tikoes. Mal. .\iiil)., 2254. 
Paploba, .Vlf. Boir., 3169. 
Papokoer, .\ll'. Har., Z. Ccr., 2295. 
Para, Alf. Min. Bant., 2383. 
Para, Bunth., 19."i, 
Para-para, Mal., 980. 
Parading, Mukas., 1656. 
Parahoeloe, Sutml., 197. 
Parahoeloe gëdè, Sooml., 197. 
Parahoeloe leutik, Socml., 203. 
Parak, .Ui'. Min. T. l'., 1765. 
Parak, Mal., 208. 
Parak kégël, MaJoer. S., 534. 
Paraké, Bouth., 8oi. 
Paramaoe, Biman., 3138. 
Parandji, Suiud., 1079. 
Parang, .\ir. :Miu. T. P., 939. 

Parang, Baliu. .Scmb., 1973. 

Parang in tabé, Alf. Miu. T. P., 2482. 

Parang koeló, Alf. Min. T. P., 482. 

Parang loe, Balin. Scmb., 1973. 

Parang raindang, Alf. .Min. T. P., 939. 
Parang rintëk, Alf. Miu. T. 1'., 939. 
Parang-parang, .Mal., 2509. 
Paranggi, Minaugk., 936. 
Parantji, .Alinangk., 2181. 
Parapa, .Makas.,3188. 

Parapa batoe, Makas., 3188. 

Parapat, Madoer. S., 3188. 
Parasi, -Miuangk., 2004. 
Parata, Alf. .Min. Tonsaw., 816. 

Parawata, Buctou, 404. 

Pare, Daj., Maka.«., Sas., .Socnd., 2512. 
Pare, Endfh, .Sika, 2512. 
Pare, Jav., 2336. 
Pare ajam, Jav., 3336. 
Pare alas, Jav. Ng., 2335. 
Pare anom, Jav., 661. 
Pare oela, Jav., 3359. 
Pare pëloes, Jav., 3359. 
Pare poenoe, Makas., 2513. 
Pare wana, Jav. Kr., 2335. ' 
Pare wëloet, Jav., 3359. 
Parëgës, Alf. Miu. T. B., 2182. 
Parei, Daj., 2512. 
Paréjan kalak, Jav., 2258. 
Parèmpang, Bwg., 635. 
Parèmpasa, .Makas., 2953. 
Paren, Jav.. 3987. 
Parèngpèng, Socnd., 3131. 
Parépa, Alf. Min.. T. B., T. S., 2968. 
Parëpa, Boig., 3188. 
Parëpa batoe. Boeg., 3188. 
Parépat, Alf. Min. T. L., 2968. 
Parëwei, Alf. Miu. Tonsaw., 1360. 
Pari, .lav. Ng., l,anip., 2512. 

Pari djata, Jav., 2213. 



Pari raden, Jav., 374. 
Pariëk, Minangk., 2391. 
Parija, Alf. .Miu., Biuiau., Borg., Madoer., Makas., 

.Mal.. .Socnd., 3336. 
Parija anom, .Madoer., 661. 
Parija boelan, .Mal., 662. 
Parija dambot, Alf. Min. T. S., 2366. 
Parija djawa, .Makas., 2108. 
Parija hawara, Socnd., 2106. 
Parija hoetan. Mal , 2335. 
Parija in dékat, Alf. .Min. T. P., 3336. 
Parija in taloen, Alf. .Min. T. L., 3488. 
Parija kalaoe, Bouth., 2108. 
Parija lambot, Alf. .Min. 'I'. B., T. P., 2336. 
Parija leuheur, Socnd., 3106. 
Parija leuweung, Socnd.. 2335. 
Parija timómor, Alf. Min. T. P.. 2106. 
Parija woelèlèn, Alf. Min. T. B., T. S., 210B. 
Parijan, Haj. Z. (i. Bom., 1. 
Parijan salójon, Alf. Min. Ponos., 815. 
ParijÓ, Minangk.. 3330. 
Parijó gadiëng, .Minangk., 2336. 
Paring, Daj, .\i.. uu. 

Paripoefoé, Enggano. 32. 

Parira, Bat., 2604. 
Paritan, Aroc, 2719. 
Paritoekano, Alf. Har., 1892. 

ParÓ-parÓ, .Minangk., 986. 

Paroe, Alf Z. fci-., 1595. 
Paroe hinai, Minangk., 1878. 
Paroe-paroe anggang, Minangk., 1236, 
Paroe-paroe ènggang. Mal., 1336. 
Paroempoeng, Balin., 1382. 
Paroengpoeng, Balin., 1382. 
Paroepoeëk, Minangk., 1767. 
Paroepoek, Alf, .Min. T. P., 2807. 
Paroepoek, Bat., 1382. 
Paroi, Uaj.. 3512. 
Paronggè, Biman,-, 2345. 
Parongpong, Madoer., 1382. 
ParÓJja, Biman., 3188, 
PartjÓ, -Minangk., 2541. 
Pas-kapasan, Madoer., 2165. 
Pasa, Alf Min. T. I,., 3531. 
Pasa, -\. (.uin. 4 R.. 3465. 

Pasa woera, Socmba. 3203. 

Pasa WOra, Socmba, 3203. 

Pasagi, Alf. -\. Uoct, 918. 

Pasak bëras-bëras. Mal., 93. 

Pasak katjoeng, Mal, 2835. 

Pasak kërai, Mal.. ll'^9. 

Pasak lingga. Mal., 1184. 

Pasak lingga djantan. Mal., 3497. 

Pasak lingga mérah, Mal., 3497. 

Pasak mérah. Mal,, 93. 

Pasal, Alf, Z. Ccr., 3465. 

Pasal, Mal., 305. 

Pasal hatoe, Alf. Z. f er., 1976. 

Pasaio, -\lf. N. I.aoel, Sap., 3465. 

Pasaio hatoel, Alf. Ocl., 1976. 
Pasan, Alf, .Min.. 14. 

Pasang, Jav., .Madoer., Soend., 2911. 

Pasang baloeng, Jav., 2915. 
Pasang batoe, Sncnd., 2933. 
Pasang bódas, SocnJ,. 2931. 
Pasang djambé, Jav.. 2919. 
Pasang djambè, .Socnd.. 3938. 
Pasang djangkar, Socnd., 2930. 
Pasang èmprit, Jav., 2924. 
Pasang gèdè, Sucnd., 2928. 
Pasang hiris, Socnd., 2919. 
Pasang kajang, Socnd., 2934. 
Pasang kalimbórot, Socnd., 2930. 



107 



Pasang kapoer, n. .lav., i'J2'i. 
Pasang kópèjah, Socnd.. 2932. 
Pasang lalaki, Socud., 2920. 
Pasang laoet, Soend., 2925. 
Pasang minjak, Socnd., 2929. 
Pasang soengoe, •Tav., 2921. 
Pasang soesoe, Socnd., 2933. 
Pasang tjèlèng, Socud., 2935. 
Pasang tjótjok, .Soend., 29U. 

Pasar, Alf. Har.. 3465. 
Pasar, Haj. '/.. O. Boin., 2004. 
Pasar hatoe, Wf. Har., 197fi. 

PasijOW, -Ur. Min. ïonsaw., T. 1'., 710. 
Pasijow boedó, .Vlf. Min. Tousaw., 710. 
PasijOW koeló, .Uf. Min. ï. P., 710. 
Pasijow méha, Alf. Min. Tousaw., 707. 
Pasijow raindang, Alt'. Min. T. 1'., 707. 

Pasilan, Mal. Batav,, 209fi. 
Pasólon, Alf. Min. T. P., 2202. 
Pasong, Atjch, 307. 
Faspasan, Baliu., 827. 
Paspasan, Madocr., 828. 

Pasra, Socud.. 262fi. 

Pastéla, Bat. Daii-., 665. 

Pata toelang, Makas., Mal. .Men., 1389. 

Patagoe, Alt. Min. ïonsaw., 196t. 

Patah këmoedi. Mal., 1268, 3203. 
Patah toelang, .Mal., 1389. 
Pataha 'mpori, Bimau., 229. 

Patai, Minaogk., 2601, 2755. 

Patai bilalang, .Minangk., 2752. 

Patai papan, Minangk., 2603. 
Patai rimbó, Minangk., 71, 2765. 
Patai tjatjang, Minangk., 71, 2536. 

Patat, S(„nd., 2679. 
Patat lipoeng, Soend., 2677. 
Patat sagoe, Socud., 2188. 
Patat SOerat, Soend., 2678. 
Patatas, Alf. Amb., 1892. 
Patatas kawiï, Alf. Amb., 1892. 
Patatas kongkiï, Alf. Amb., 1892. 
Patatas mantëroeï, Alf. Amb., 1892. 
Patatas nia. Alt". Amb., 1892. 
Patatas patoekalo, Alf. Amb., 1892. 
Patawakoean, Alt. Min. T. L., 320. 
Patei, Minangk., 2601. 
Patéka, Mal. Amb., Tim., 784. 
Patèkèn, .Madocr., 1388. 

Patèkèn tjèna, Madoer., 1857. 

Paténè, Maka>., 2297. 
Pati lalër, .Tav., 2700. 

Pati oela, -Tav., 2494. 

Patikan, 'av., 1387, 1388. 
Patikan tjina, .lav., 1857. 
Patimaral, Alf. W. fVr., 2984. 

Patjah, Balin., 2004. 

Patjar, Balin., Daj. .Samp., Madocr., 2004. 

Patjar, .lav , Socnd., 2357. 

Patjar banjoe, .Tav., 1878, 1944. 
Patjar bëlanda. Vuig. Ma)., 2407. 
Patjar goenoeng, .Tav., 89. 

Patjar koekoe, .Tav., Socnd., 2004. 

Patjar leuweung, Socnd., 1878. 
Patjar pëtok, Balin., 2004. 
Patjar prëntil, .Tav., 96. 
Patjar tjèna, Madocr., 96. 
Patjar tjina, Balin., Mal. Batav., 9(;. 

Patjar tjoelam, .Tav., 9». 
Patjar tjoelan, Socml., 96. 
Patjar tjoelan beureum, Soend., 96. 
Patjar tjoelan bódas, Socnd., 96. 
Patjar toja, Balin., 1878. 

Patjara, Makas., 2004. 



Patjaran, .tav., 1284. 

PatjÓ, .Tav.. Sa.s., Soi'mbawa, 2343. 
Patjé-patjè, Socnd., 2028. 
Patjëkan, Balin. Kr., 1180. 

Patjëtan, o. jav., 320i. 
Patjëtan ójod, O. Jav., 3204. 

Patji, Boeg , 2004. 

Patji-patji, Sa.*., 520. 
Patji-patji, Balin., Mal. Batav., 2028. 
Patjing, .lav., Socud., 890. 
Patjing tawa, .Tav., 890. 
Patjing tawar, Socud., 890. 
Patjiri, Boeg., 3321. 
Patjo, -Makas., 847. 

Patjoel gówang, .Soeud., 1852. 

Patjoeng, Sueud., 2575. 
Patma, -Mal., Socnd., 2427. 
Patodo, Alf. Min. Bant., 3011. 

Patodo batoerinei. All'. Min. Bant., 3011. 
Patodo mabida, Alf. JHn. Bant., 3011. 
Patodo mahèndèng, Alf. Jliu. Bant., 3011. 
Patodo péha, Alf. Min. Bant., 3010. 
Patódoe, (iorout., 3011. 
Patoek bangkong, Soend., 239. 

Patoek gagak, Socud., 860. 

Patoek manoek, Soend., 2333. 
Patoek manoek lëmboet, Soend., 2331. 
Patoek sënggoeloeng, Lanq!., 867. 
Patoekoe, -Mal. -Men., 962. 
Patoemboe, M(. Min. T. L., 1605. 
Patoeng, Boeg., 1589. 
Patoeng, Sangi, 1622. 

Patoeng boelawan, Bol. Moug., 1622. 

PatÓkÓ, Tcrn.. 962. 

Patol, Alf. X. Laoet, Sap., 2175. 

Patóla, Bimau., Boeg., Maka.s., Sika, 2106. 

Patóla alë. Boeg., 2107. 

Patóla gadja, Boeg., Makas., 3335. 

Patóla oela. Boeg., 3359. 

Patóla oelara, Makas., 3359. 

Patóla rómang-rómang, .Makas., 2107. 

Patónon, Alf. Min. T. F., 895. 

Patrakombala, Soend., 534. 
Patramënggala, Jav., 534. 

Pawa, Solor, 2169. 

Pawang, Mal., 815. 
Pawang boenga, -Mal., 811. 

Pawën, Alf. Boer., 2169. 
Pawëng, -^If. Min. T. S., 1555. 
Pawëng ing kókó, Alf. Min. T. S., 1556. 
Pawëng parangan, Alf. Min. T. S., 1991. 

PawÓ, Bunth., Saleijer. 2169. 
Pawó djangki, Makas., 2091. 
Pè-apè, Madoer., 381. 
Péda soela, Alf. N. ü. Halm., 2188. 
Pëdada, .lav., Mal., 3188. 
Pëdal itik. Mal., 1846. 
Pédang, Sika, Solor, 218. 
Pëdëndang, Mal., 2615. 

PëdëS, Socnd., 2736. 

Pëdës leuweung, Sneml., 2721. 

Pëdësan, Balin. Kr., 64S. 
Pëdjatei, Mal. W. Born., 720, 1716. 
Pëdji, Balin., 2898. 
Pëdoe, Alf. Min. T. P., 1403. 

Pëgaga, Atjch, 1852. 

Pëgagan, Mal. Batav., 1852. 
Pëgat sèh, .Tav., 398. 
Pëgat sih, .Tav., 398. 
Pégé, Bat., I.oeboc, 3556. 
Peirol, Babar, 830. 

Péjambang, Mal. W. Bom., 2751. 
Pëjapèh, -Madocr., 2751. 



108 



Pékak, Mal., 1874. 

Pökalawa, .\ir. N. l.iioit., 1318. 
Pökalawa latoe, Alf. N. l,aoct., 1318. 
Pökan, MM., l'.i.-i.v 
Pëkan bëtina, .Mal.. 1935. 
Pökan djantan, Mal., 11)35. 
Pëkan h'oetan, .Mal., 1!)31. 
Pökan paja, Mal., H2(>. 
Pëkola tjangèh, AijVh, 2314. 

Pëla, .lav., 11S5. 

Pëlaga, .Mal., licj. 
Pëlai, Mal., 1182. 
Pélak, Kcitin., 3550. 
Pëlang, Halin., 7. 
Pélang, Baliii., 58. 

Pèlang, .Madoci-.. 7. 
Pëlangas, -Midd. Sum., 277. 
Pëlangkongan, Mailcur., 3458. 
Pëlas, l,iiTii|i,. 1484. 

PëlaS, Sas., 1514. 

Pëlasari, .Mal., 188. 
Pèlasèngé, Hi/tin.. 1318. 

Pëlawan, Lamp., Mal., 3378. 

Pëlawan bëloekar, Mal., 3378. 
Pëlawan bëroek, Mal., 13'J7. 
Pëlawan boeboer, Mal., 3378. 
Pëlawan poetih, Lanip., 3379. 
Pëlawan toedak, Mal. Bill., 1930. 

Pëlèh, .MadocT, 3248. 

Pëlëm, Baliu. .Sciiib.. .lav., Lamii. .Vli., 2lr,9. 

Pëlëm poh, Jnv., 2166. 

Pëlënda, Balin., 1309. 

Pëlëng, Bocff., 135. 

Pëlëng kaliki, Bucg., 1941. 

Pëlëng kaliki djëra, Bw^., 2984. 

Pëlèr kambing, .Madun., Mal., 3043. 

Pëlèr kambing sëdjoek, Mal., 3ü42a. 

Pëlèr moesang, .Mal., 1419. 

Pèlèt sëdangan, Balin., 3438. 

Péló, .Minaiitfk., Isy2. 

Péló gadoèëng, Minangk., 3175. 

Pëloek, Lamp., .Mal., 2652. 

Pëloek hantoe, Mal., 2653. 
Pëloeloek, Mal., 322. 
Pëloempang abang, Mal. Pal., 55. 
Pëloempang hitam, Mal., 55. 
Pëloempang poetih, Mal., 1986. 
Pëloengpoeng, Mal. Batav., 1382. 
Pëloes, .lav., 1737. 

Pëloes, Sucnd., 1973. 

Pëlok d.jënggi, Jav., 2091. 

Pëlom, Lamp. Pal)., 2169. 
Pèlong, .Madotr.. 2769. 
PëlOS, :\ladocr.. 1737. 
Pëmanggoe, Soemba, 1573. 
Pëmëdas, Koctei, 3556. 
Pèn, X. Guin. iXocnif., 1796. 
Pèna, Tim., 3550. 

Pënaga, Mal., 580. 
Pënaga batoe. Mal., 586. 
Pënaga hitam, Mal., 894. 
Pënaga koenjit. Mal., 2284. 
Pënaga lilin, Mal., 2284. 
Pënaga paja, .Mal., 1952. 
Pënaga poetih, Mal., 2284. 

Pënagó, Lamp., 580. 
Pcnang, Madm r.. 315. 

Pènang batang, Madmi-. 1'., 315. 
Pénang ghaltck, .Maducr. S., 315. 
Pènang kandawar, Mailocr. S., 2709. 
Pènang malókok, Madocr. V., 315. 
Pènang rambaj, Madocr. 1'.. 315. 
Pënang rantch, .Maduer., 2709. 



Pènang róöm, .Madocr. S., 315. 
Pënasalan, .\lf. Min. Tonsaw., 895. 
Pönawar djambè, -lav., 750. 
Pönawar djambi, Mal.. 756. 
Pënawar hitam. Mal., 1680. 
Pënawar mérah, .Mal., 3539. 
Pënawar pahit, .Mal,, 1395. 
Pënawar poetih, .Mal. Pal., 3186. 
Pënawar radja, .Mal., 3185. 
Pëndarah, .Mal., 2401. 
Pöndarah babi, Mal., 2383. 
Pëndarah batoe. Mal., 2400. 
Pëndarah boekit. Mal.. 2376. 
Pëndarah hidjaoe. Mal., 2397. 
Pëndarah hitam, Mal., 2396. 
Pëndarah kèkek, .Mal.. 2390. 
Pëndarah laoet, Mal., 2385. 
Pëndarah padi, Mal.. 2395. 
Pëndarah paja, Mal., 2375. 
Pëndarah tandoek, .Mal., 2379. 
Pëndarahan, .snm. \V. K., 2380. 

Pëndjalin, Balin Scmb.. Jav., Mal. Pal., 539. 

Pëndjalin boental, .lav., 560. 
Pëndjalin kókrok, .lav., 559. 
Pëndjalin landak. Mal. Pal., 1023. 
Pëndjalin latoeng, .lav., 541. 
Pëndjalin malam, Jav., 558. 
Pëndjalin pórong, Jav., 560. 
Pëndjalin sëgó. Mal. Pal., 560. 
Pëndjalin sélang, Jav., 1020. 
Pëndjalin slatoeng, Jav., 541. 
Pëndjalin tingal, Ja\.. 560. 
Pëndjalin tjatjing, Jav, 544. 
Pëndjalin wëlatoeng, Jav., 541. 
Pëndjalin woeloeh, Jav., 1028. 
Pëndjalin woeroek, Jav., 2965. 
Pëndjalinan, Juv, I2'.i4, 1710, 2322. 
Pëndjèlang, Balin., ü. Jav., 885. 
Pëndjëlangan, <>. Jav., 1856. 
Pëndjëloewang, MidJ. Sum., 884. 
Pëndoe, Mf. Min. T. P., 1403. 

Pènë, Tim., 3550. 

Pënè djawa. Boeg., 1604. 
PënëkOj Knggano, 513. 
Pèng-kopèng, Madocr., 449. 
Pëngapoean, .\ir. Min. T. P., 3363. 
Pënggaga, Mal , 1X52. 
Pënggaga oelar, Mal., 1619. 
Pënggaga tikoes. Mal., 1619. 
Pënggèsèl, -Mal.. 712. 
Pcnggeuleu, (iaju. 936. 
Pënggoeng, Jav., Socnd., 423, 2771. 
Pënggong, liajo, 835. 

Pëngilom, Lamp . 3396. 

Pëngindon taakoes, .\lt'. Min. T. P., 3000. 

Pèngka, .Makas., 2483. 
Pëngow, Alf. Min. T. P., 477. 
Pënia, Tim., 2336. 
Pëning-pëning, .Mal . 2911. 
Pëning-pëning bagan. Mal., 2934. 
Pëning-pëning boengkoes. Mal., 2933. 
Pëning-pëning djantan, .Mal., 2916. 
Pëning-pëning mérah. Mal., 2920. 
Pëning-pëning poetih, Mal., 2917, 2927. 
Pënjalin, Balin , ."i39. 
Pënjalin tjatjing, Balin., 544. 
Pënjilang, Kor., hm5. 
Pëntjaringèk, Minangk.. 299t. 
Pëntjaringèk balarn, Minangk., 3003. 
Pëntjëloehoer, Mal., 10.50. 

Pëntjolap, Mal. W. «orn., 519. 
Pëpa, Bucg., 547. 
Pëpang, Boeg., 2337. 



109 



Pëparó, Baliii., 210fi. 
Pëparé, M^l. Beitüv.. 2S3i'i. 
Pëparé alasan, Biiliii,. 21(i7. 
Pëparé amboeloengan, Buliu., 828. 
Pëparé oetan, Mal. Batm.. 2.'i3.j. 
Péparèh, .Mailuci-., -"33t). 

Pépé, Baliii.. Jav., 2.Ï27. 
Pëpè, Kuliu., HV2. 
Pópé goenting, Balin., 2527. 
Pèpé-pèpé, -Mukas., 381. 
Pèpèlet, All'. Mi.i. T. 1'., 3H5. 
Pépèngpèngën, .Vil'. .Min. T. B., T. S., 20U. 
Pëpëning, Sum. \V. K., 2911. 
Pépéos, .\ir. .Min. Bint., T. 1'., 3297. 
Pépisa, Boiiih.. I.i73. 
Pëpitpit, .\lf. -Min. T. S., .534. 
Pëpoejoet, .Uf. Min. T. S., 900. 3417. 
Pëpoelé, Kisar, 233IJ. 

Pëpoeloet, Mal., 3417. 
Pöpoeloet bëtina, Mal., 3130. 
Pëpoeloet këtjil, Mal, 3417. 
Pëpoeloet lëlaki, Mal., 3416. ■ 
Pèpoesoengën, Wt Min. T. L., 3000. 

Pëpoipójën, Alf. Min. T. S., 2412. 
Pcra, Boulh., 19,5. 

Përah, .Mal., 1241. 

Përas, Banila, 247. 

Përawano, Alf. Sap., 1318. 
Përawas, Mal., 2058, 2944. 
Përèlèk, Su.ml., 1138. 
Përëng, .MaJoer., 1092. 
Përèng, Kang., MaJoer., 404. 

Pèrèng, Soiml., 145(i, 1470. 
Përëng ampel, .Mailuei-., 412. 
Përèng boeloe, Madocr., 407. 
Përèng doeri, Madotr. S., 3000. 
Përèng ghadhing, Madocr., 411. 
Pèrèng lëmboet, Sotnd.. 1450. 

Përèng nórè, Madocr. B., 1'., 3(tG0. 
Përèng pëtong, Madocr., 1022. 
Përèng talè, Madoer., 405. 

Përèng tjamël, Kang., 412. 

Përèng tjèna, .Madoer., 408. 
Përèng toltol, Madoer., 412. 
Përënggi, .Mal. Bengk., 930. 
Përëpat, Mal., 3188. 
Përëpat boekit. Mal., 2322. 
Përëpat gelang, Mal., 2030. 
Përëpat poetih, Mal., 3188. 
Pèrèsan, Kisar, 2730. 

Pèri, Eudeh, 404. 

Përidja, KoeU-i, 135. 
Përijoek bëroek, Midd. Sum.. 2437. 
Përijoek hantoe, Mal.. 2404. 
Përijoek këra, .Mal.. 2437. 

Përing, l.ani|.. .\li., 404. 

Përing bëtoeng, Lamii. Ab., 1022. 
Përing kawoer gading. Lam]]. Ab., 300("i. 
Përinggat, Mal , 497. 
Përoe-përoe lèurong. Boeg., 1258. 
Përoempoeng, Mal. Z. o. Bom., 1382. 
Përoepoek, .Mal.. 13H2, 1707. 
Përoet ajam, .Snni. \V. K., 435. 
Përoet gagak. Mal., 528. 
Përoet kërbaoe, Mal., 1299. 
Përoet kidjang, .Mal.. 1299. 
Përoet pëlandoek, Mal., 2022. 
Përon, .lav.. 217. 

Persé, Kisar, 247. 

Përtèk, <iajo, 005. 

Pèrtja, Mal, 2541. 

Pörtja boeroeng, .Mal., 2027. 

Pèsa-pèsa, Bouth., 1537. 



Pèsang, \ir. .Min. Bent., T. I,., T. P., 1454, 1502. 
Pèsang, Kang., 2301. 

Pèsang in taloen, .Ml. Min. T. I,., 1502. 

Pësé, Boeg., 3550. 
Pësé alë, Boeg., 3550. 
Pësé taoe. Boeg., 3550. 
Pëtag, Suend., 1322. 
Pëtai, Mal.. 2001. 

Pëtai bëlalang. Mal., 2752. 
Pëtai laoet, -Mal., 1078. 

Pëtaling, Mal., 2408. 

Pëtaling ajër. Mal., 2531. 
Pëtaling tandoek, -Mal., 2so. 

Pëtar, l-ainp. Ab., 2001. 
Pèté, Air. N. o. Halm., 905. 
Pëté, .lav., 2004. 

Pëté alas, .hu. Ng., 2002. 

Pëté poespalata, Jav., 2002. 

Pëté sélong, Jav., 2027. 

Pëté wana, Jav. Kr., 2002. 

Pëtèh, .Madoer., 2004. 

Pëtët, Jav., 1075. 

Pèti, Daj. Z. O. Boru., 2301. 

Pëtik, Atjeh, 005. 

Pëtir, .Socnd., 2002. 

Pëtjah bëling, Mal. Batav., 1701. 

Pëtjah përijoek, -Mal., 1929. 

Pëtjah përijoek babi, Mal., 821. 

Pëtjah përijoek biroe, .Mal., 1288. 

Pëtjah përijoek hitam. Mal., 812. 

Pëtjah përijoek poetih. Mal., 1925. 

Pëtjah pinggan, -Mal., 2948. 

Pëtjah pinggan hitam. Mal., 720. 

Pëtjari, l». Jav., 2295. 

Pëtjari koening, O. Jav., 2295. 

Pëtjari poetih, O. Jav., 2297. 

Pëtjiring, <i. Jav., 1604. 

PétO, Birnan., 1301. 

Péto radarasa, Biman., 1302. 

Pëtoeng, Balin., Jav., 1022. 

Pëtoeng woeloeng, Jav., 1022. 
Pëtokal, Jav., 2802. 
Pëtola, Mal., 2100. 
Pëtola hoetan, ilal., 2107. 
Pëtola manis, -Mal., 2108. 
Pëtola oelar. Mal., 3359. 
Pëtola pandjang, Mal., 21oo. 
Peudada, Atjeb, 3188. 

Peuëung, Soend., 1092. 
Peuheur, Socnd., 1490. 

Peukoela, Atjeh, 2310. 

Peundang, Atjeh, 3150. 

Peundeuj, Soend., 2602. 

Peusar, Socnd., 355. 

Peutag, Socnd., 1212. 

Peutèk, Atjeh, 005. 

Peuteuj, Soend., 2601, 2004. 

Pi, N. (inin. 4 R., 151. 

Pi walanda, Kisar, 2188. 

Pi-kópijan, Madoer., 97. 

Pia, Alf. Tom., Goront., 138. 

Piasaoe, 'lid. Bom., 830. 

Pidada, Balin., Jav., Minaugk., Soend., 3188. 

Pidak bangkong, Jav., 3448. 
Pidampël, Balin., 407. 
Pidëkan, Jav. Kr,, 135. 
Pidjëtan, Balin, Jav., 1983. 
Pidji, -lav., 2898. 
Pidjoe, Enggano, 1402. 
Pië, Kisar, 2289. 
Piek, AIjch, 1892. 
PiëonÓ, Kisur, 22S9. 
Pijanggoe, .Mal., Mal. Pal., 817. 



110 



Pijanggoe djantan, Mul., isiiy. 
Pijawas, -M«l., 28fi2. 
Pijawèh, Miiiuiigk., 2862. 
Pijoe-pijoe tanggoehan, Hat., 084. 
Pikalo, .\li. n,i., Z. c.i-., 42. 

Pikat, -Mal. Bamlj., .5»'.». 

Pikit, M(. .Min. l'uiios., 2175, 2477. 

Pikit mopoeha, .\lf. Miu. I'ono»., 2477. 

Pikit mowoeró, \\(. .Miu. Ponos., 2477. 

Piladang, .Micmiigk., ;iiHa. 

Pilang, Bulin., .58. 

Pilang, -luv., 7. 

Pilaoe, Miilil. Sum., 18U2. 

Piling-piling, Hulin., :i. 

Piloe-piloe, Buliu., (;7'J. 

Pimpiëng, .\liu;wn;k., Sl'Jl. 

Pimping, B:it., 31U1. 

Pimping goenoeng, Smn. W . K., I.ï7."). 

Pina-pina, But., .Mal., 2784. 

Pinaan, .Madoci-., 12U8. 

Pinagowang, Jav., 1852. 

Pinang, Mi'. Miu. Tousaw., 218. 

Pinang, -Mal., 313. 

Pinang babaoe, .Mal. Men., 315. 

Pinang bajas, -Mal., 2486. 

Pinang bajas bëtina. Mal., 2713. 

Pinang bajèh, -Miimngk., 2486. 

Pinang bari, Mal , 317. 

Pinang bëtoel, Vul};. .Mal., 315. 

Pinang boender bësar, Vuli;, .Mal., 315. 

Pinang boender këtjil, Vuig. .Mal., 315. 

Pinang boeroeng, -Mal., 28'J(1. 

Pinang gading, Mal., 315. 

Pinang goenioetoe, -Mal. Mol., 316, 

Pinang hantoe. Mal., 37. 

Pinang itam. Mal. .\mb.. Men., 315. 

Pinang jaki, .Mal. Men., 319. 

Pinang kaki pëlandoek, Mal., 2712. 

Pinang kalapa, Mal. -\iiib., Min., 281)4. 

Pinang kapas, -Mal. Min., 315. 

Pinang këra. Mal., 2711. 

Pinang langsa, ^lal. Mol., 3l(;. 

Pinang lë^oeng. Mal., 27ö8. 

Pinang merah, -Mal., 1UÜ8. 

Pinang oengoe. Mal. 2428. 

Pinang oetan, .Mal. Mol., 319, 2899. 

Pinang pandang, -Mal. Mol., 316. 

Pinang pënawar. Mal., 37. 

Pinang radja. Mal., 10ü7. 

Pinang rimbó, -Minangk., 2895. 

Pinang sëndawa, Jlal., 37. 

Pinang sinawa, .Minangk., 2894. 

Pinang sinawar, -Mal., 2894. 

Pinang soesoe, Vulg. Mal., 315. 

Pinang tëlor ikan, -Mal. Min.. 313. 

Pinang trang boelan, Mal. \\nli , 315. 

Pinang-pinang, Sum. M. K,, 2710. 

Pinang-pinang goendiëk, Minangk., 54. 

Pinasa, Bat., 34s. 

Pindang, Sangi, 2557. 

Pindis, Snni. \V. K., 3154. 
Piné, -Uf. Ilahn., 2312. 
Pinëng, .Mjeh, 315. 
Pinëng manggis, .\tjph, 315. 
Pinëng moesang, Atjch, 315. 
Pinëng siba, -\tjih, 315. 
Pinëng sinawar, .\tjch, 2894. 
Pineung, .\ijili, 313. 
Pingi djërik, Soemba, 785. 
Pingi kamdroe, SoL-mba, 33i)l. 
Pingi kambala, Soemba, 33s. 
Pingi kaningoe, Soemba, 767. 
Pingi karara, Soemba, 34ü. 



Pingi kèloe, Soemba, 2361. 

Pingi koeloe, Soeuiba, 339. 

Pingi mènggit, Soemba, 484. 
PingkÓl, .Mal. Mol., 1360. 
Pingkó, .SiM-nil., 1190, 1196. 
Pingping kasir, Soend., 2608. 
Pingrina, Wf. Tom., 24»7. 
Pining, Bal., 313. 
Pining, Sas., 3188. 
Pining, Sueml., 1831. 
Pining bawang, SoeuJ., 1833. 
Pining kisi, SoinJ., 1832. 
Pining landak, Soind., issi. 
Pining lëmboet, Soeml., 1831. 
Pining malaha. Bat., 1008. 
Pining oewani. Bat., 315. 
Pining ranggong, .Soeml., 1832. 
Pining rantjang, Soeml., 1834. 
Pining soendari. Bat., 2894. 
Pintan, .\ll. .Min. Pouos., 2110. 
Pinten, .lav., 1094. 
Pintoer, -Ml'. :Min., 1114, 2354. 
Pipakan, Mul. Bamlj., 3556. 
Pipèwi, .\ir. N. ü. Halm. K., 125. 
Pipi, Boeg., -Makas., 1573. 
Pipi èdja, Makas., 2825. 
Pipi toli balawó, .Makas., 1416. 

Pipisi, -Makas., 1373. 

Pirabas, Bat., 2058. 

Piras, Bat., 2058. 

Pirawas, Bat., Mal. Z. O. Boni., .Midil. Sum., 2058 

Pirawèh, Mmangk., 2058. 

Piroe, .Vlf. Z. fer., 973. 

Pis, N. (.uin. 4 R., 539. 

Pis koetjing, Jav., 2313. 

Pisa, -\lf. Halm., 708. 
Pisang, .lav. Kr., Mal., Miuangk., 2361. 
Pisang anèh, .Minangk., 218. 
Pisang baroek, Minangk., 2697. 
Pisang jaki, -Mal. Men., 2359. 
Pisang karok, .Mal., 2360. 
Pisang katoeka, Minangk., 665. 
Pisang kijoe, MiiKl. Sum., 665. 
Pisang kipas, Vnlg. .Mal., 2959. 
Pisang malaka, l>aj. Kat., 065. 
Pisang nanè laoeï, .Minangk., 74. 
Pisang oetan. Mal. .Men., 2359. 
Pisang patoeka, Minaugk., 065. 

Pisang pèló, .Miuangk., 665. 

Pisang-pisang, ^lal., 1681. 
Pisang-pisang batoe. Mal., 2835. 
Pisang-pisang bësar, -Mal., 2834. 
Pisang-pisang boekit. Mal., 2634. 
Pisang-pisang boekoe. Mal., 3403. 
Pisang-pisang boeloh. Mal., 2699. 
Pisang-pisang djantan, .Mal., 3425. 
Pisang-pisang hitam, .Mal., 2524, 3422. 
Pisang-pisang këtjil, Mal., 2654. 
Pisang-pisang koening. Mal., 3425. 
Pisang-pisang padi, .Mal., 3404. 
Pisang-pisang paja. Mal., 2654. 
Pisang-pisang pipit, Mal., 3404. 
Pisang-pisang tandoek, Mal., 3425. 
Pisangan, lai. Kr., 2326. 

Pisëk, -\lf -Min.. 95. 

Pisëk rintëk, -\lf. Min. T. I,., 91. 
Pisëk sela, .\lf. Min. T. I,., 93. 
Pisëk tana, .\lf. Min. T. B., 85. 
Pisi noe oebi, .Vlf. .Min. Baul., 232. 
Pisitan, Soeml., 1983. 

Pisitan mónjèt, .Soend., 1185. 

Pitawor, Banda, 1961. 

Pithaug, -\tjeti, 2361. 



111 



Pitis-pitisan, M:il. Mul., ISSU. 
Pitis-pitisan këtjil, Mul. M..I., ll.'it. 
Pitjah piring, Sociul., i'iis. 
Pitjisan, Jav., 2417. 
Pitjoeng, Soeiul., 2.">75. 
Pitjoeng tjèlèng, Swml., L'ijy.'). 
Pitoela, B;.i.. üUiB. 
Pitoeló, Miuanak., 2lut). 

Pitoer, Alf. Miii, nu, 2354. 

Plalar, .i;iv., ilni. 

Plang, BiiHi. . 7. 

Plangkiran bódjog, Balin. Sumb., 2822. 

Plasa, lialin.. Jav., 531. 

Plasa abang, Jav., 531. 
Plasa koening, Jav., 531. 
PlèndO, Buliu. Seiiib., 3056. 
Pléngpeng, Sas., 2848. 
Ploempoeng, Jav., 1382. 
PÓ, Buftcii, 21()9. 

Pó bësara, Buik., -34fi. 

PÓ bóenga mapoetè, Boeg., 2297. 

Pó boenga matjëla, Boeg., 2295. 

PÓ-kèpÓ, Macluir., 21)91. 

Poa, .Suniiuta, 315. 

Poak-poak, Eaggauo, 563. 

PÓda-pÓda, -Maka.s., 2J51. 

Pódang, .\lf. Miu. Tousaw., 2509. 

PÓdang, Salcijcr. 218. 

PÓdé, Biiuau., 2601. 

Pódó, Boeg., 191. 

Pódó madoeri, Boeg., 194. 

Pódó tjëla, Boeg., 193. 

Poe, -V. (iuin. Hiimb., 179fi. 

Poea, Banda, Leti, Rotiu., Tim., Wetar, 315. 

Poea oeöen, Wetar, 315. 
Poealawané, .\lf. Hila, 1318. 
Poealawanjo, Alt'. N. Laoet, 1318. 
Poean, Alf. Amb., 1983. 
Poedah, Balin., 1302. 
Poedak, Mal., Soeud., 2567. 
Poedé, Boeg., 580. 
Poedè alë, Boeg., 584. 
Poedïing, .Minangk., 831, 1697. 
Poediïng rimbó, Minangk., 820. 
Poeding, l.aroii., Mal., 831, 1697. 

Poeding alom, Lam|)., 831. 
Poeding bëlawan. Lam])., 831. 
Poeding ëmas. Mal., 831. 
Poeding hoetan. Mal., 3278. 
Poeding hoetan, .Smn. W. K., 3511. 
Poeding oedjaoe. Lamp., 831. 
Poeding përada. Mal., 831, 1697. 
Poeding soewasa, .Mal., 831. 
Poeding tëmbaga, Mal.. 831. 
Poedoe, Alf. .Miu. Bant., 2336. 
Poedoetan, Alf. .Min. T. S., 2540. 
Poegagó, -Minangk., 1852. 
Poehat, Alf. Boer., 785. 

Poehat èflawan, Alf. Boer., 78fi. 
Poehat èmnipi, Alt". Boer., 786. 
Poehat èmróró, Alf. Boer., 787. 
Poehat mitèn, Alf. Boer., 799. 
Poehat poen, .Vlf. Boer,, 785. 
Poehèngké, Alf. .Miu. Bant., Bent., 2732. 
Poehoeng, .Madoer. B., P., 2181. 
Poeja, .\roc, 315. 
Poejaan, Alf. .Min. IVnos., 2891. 

Poejoe-poejoe tanggoelé. Bat., 084. 

Poekalawané, Alf. A^l., 1318. 

Poeki andjing. Mal., Soend., 972. 

Poekijandjèng, .Maka-i., 972. 

Poekoe, Koiin., 1573. 

Poekoel ampa, Alf. Miu. T. L., T. l'., 2319. 



Poelai, Mal.. 178. 
Poelai batoe. Mal., 3339. 
Poelai pipit, Mal., 177, 1236. 
Poelas hantoe, Jlal., 2653. 
Poelasaï, Balin., 188. 
Poelasan, Mal., Soeud., 2448. 
Poelasan, Alinangk., 1885, 

Poelasan bódas, Soend., 2448. 
Poelasan hideung, Soend., 2448. 
Poelasan hoetan, -Mal., 253. 

Poolasari, Jav., Makas., Mal., Soend., 188. 

Poelasari bódas, Soend., 731. 
Poelasari gëdè, Soend., 188. 
Poelasari lalaki, Soend., 734. 

Poelé, Balin., Jav., 178. 

Poelé pandak, Jav., .Mal. liatav., 2954. 

Poelen, o. Jav., 1563. 

Poelet, Balin., 3417. 

Poeli, Bat., 322. 

Poeling, Balin., 412. 

Poelirang, Saleijer, 879. 

Poelirang bóli, Saleijer, 1215. 

Poelirang taning, Saleijer, 380. 

Poeloe, Boeg., 2513. 

Poeloechën, Alf. ilin. ïonsaw., 1490. 

Poeloeïk-poeloeïk, Minangk., 754. 

Poeloengan, Jav., 122. 
Poeloes, Bat., Soeud., 1555, 1987. 
Poeloes areuj, Soend., 825. 
Poeloes ateul, Soend., 1992. 

Poeloes ateul gëdè, Soend., 1992. 

Poeloes djalatong, Soeud., 1991. 

Poeloes djalatrang, Soend., 1991. 
Poeloes hajam, .Soeud., 1550. 

Poeloes hèdjó, Soend., 1989. 

Poeloes malèla, Soeud., 1993. 

Poeloet, Alf. Min. T. P., 960, 3417. 

Poeloet, Alal., 2513. 

Poeloet in tjijos, Alf. Min. T. P., 1500. 

Poeloet-poeloet, Alf. Min. T. B., 3382, 3383. 

Poeloet-poeloet, Alal., 754, 3417. 
Poeloet-poeloet bëtina. Mal, 3130. 
Poeloet-poeloet boekit. Mal., 2154. 
Poeloet-poeloet hoetan, -Mal., 2100. 
Poeloet-poeloet këtjil. Mal., 3417. 
Poeloet-poeloet lëlaki. Mal., 3416. 
Poeloet-poeloet padi, Mal., 754. 
Poeloet-poeloet pókok, Mal., 754. 
Poeloet-poeloet toelang. Mal., 754. 

Poeloetan, Alf. Miu. Bent., T. B., T. L., T. P., 2540. 

Poeloetan, Jav., 3383. 
Poeloetan këbo, Jav., 3385. 
Poeloetan raindang, Alf. Min. T. P., 2540. 
Poeloetan rintëk, Alf. Min. T. L., 439. 
Poeloetan sela, -^If. -Min. T. L., 2540. 

Poelono, Alf. N. Laoet, 3503. 
Poelor, Lamp., 339. 
Poeltak-poeltak, Bat., 573. 
Poempoem, Alf. -Min. T. L., 601. 
Poen hoeïs, Alf. Min. Bent., 114. 

Poen kaloeja, Alf. Miu. Beut., 26o. 
Poen njoe, Alf. Min. Bent., 830. 
Poena kaloekoe, Boetou, 830. 

Poena pó, Boetou, 2109. 
Poenaga, Balin., Bat., Maka.-i., 580. 
PoenagÓ, Miuaugk., 580, 1457. 

Poendoeng, Jav., 395. 
Poendoengan, Jav., 2417. 
Poenèl, Alf. Z. Cer., 2460. 
Poeng, Jav., Soeud., 1092. 

Poeng panggang, Balin., 1781. 
Poenggai, Mal., 833. 
Poenggei, Sum. W. K., 2420. 



112 



Poengoet, Halin., 3248. 
PoengOW, Air. Min. Bent., 223fi. 

Poengpoeng, 'l'iil. Bmu., 2400. 
Poengpoeroetan, Sui-ml., 3383, 3417. 
Poengpoeroetan awèwè, Sorml., 3384. 
Poengpoeroetan beureum, Süind., 341.">. 
Poengpoeroetan bódas, .Socml., 3381. 
Poengpoeroetan kónèng, Sucml., 33H.'). 
Poenoe in tógoeloe, .\lf. .Mi». I'unos., 830. 
Poenoe in tówoeloe, Alf. .Min. l'umis.. s3ü. 

Poenoi, Alf. Mi" Hml., I'unos., 3. 

Poonoi kóhoejangan, Alf. .Min. l'dnus., 2710. 
Poenranga, .Makas., liioo. 
Poensi, Daj. /. <>. Bmn., liKWi. 
Poenti, Alf. Min., Tom., I.uni|). li. Aj;., Tal)., Mal., 
Ticl. Burn., 2301. 

Poenti im bolai, M(. Miu. T. P., 23.iy. 
Poenti kajoe, Lamp. B. Aj?., 005. 
Poenti nè angkó, Alf. Min. T. S., 23.ï9. 
Poenti né walë, Alf. .Min. T. B., 23.VJ. 
Poentik, .Mal., Sus., 2301. 

Poeöe karara, Kmlch, 340. 
Poeöe maké, Manggumi, 33oi. 
Poeöe 'ndinga, Manggarai. 707. 

Poeöek, Mal. 'l'im., Tim., 1.573. 

Poeöeng kajoekoe, Alf. 'i'um., 830. 

Poepoe, Bucg., 3234. 
Poepoejoet, Alf. Min. T. B., ilüO, 3417. 
Poepoela, Uotin., 2382. 
Poepoeloet, Alf. Min. T. l'., 1875. 
Poepoeroe, Boig., Makas., 838. 
Poerasané, Alf. Amb., 188. 
Poerawèh, .Minangk., 2058. 
Poerba negara, Jav., 1752. 

Poeren, Alf. Har., Z. Ccr.. 2400. 

Poerèngké, Alf. Min. T. S., 2732. 

Poeria, Alf. Cir., 2301. 

Poerijan, Balin. Kr., 2021. 

Poerin, Miuangk., 1540. 

Poering, Balin., Jav., .Mal. Bat.iv., 831, 10i»7. 

Poering niangkok, .Mailoir., 2550. 
Poerisi, Alf. Min. T. L., 9(i5. 
Poernadjiwa, Balin., 1312. 
Poernamasada, O. Jav., 882. 
Poeroe biantjak, Koeboc, 2443. 
Poeroe bijawak, Koiboc, 2-143. 
Poeroe koewó, Enggano, 2717. 
Poeroen, Mal., 1540. 
Poeroet, Balin., 790. 
Poeroet, Sucnd., 1710. 
Poeróno, .Mf. Sap., 3503. 
Poerótoe, Makas.. 1440. 

Poerwa atjëng, Jav., 270B. 
Poerwa djaniboe, Jav., 1014. 
Poerwa gëni, Jav., 2973. 
Poerwa koening, Jav., 1803. 
Poerwa lata, .lav., 2114. 
Poerwa sada, Jav., 1013. 
Poerwa sari, Jav., 1863. 
Poerwa tjëng, Jav., 2700. 
Poesoe, Alf. Asil., Z. (Vi-., 3550. 
Poesoe, Alf. N. o. Halm., 151. 
Poesókó, Alf. Min. Bant., 1515. 
Poesoli, Alf. .Min. Tonsavv., 297. 
Poespa, .Sutnd., 3058. 

Poespa beureum, Soend., 3058. 
Poespa bódas, .Supnd., 305S. 
Poespa nièrang, .Socnd., 3058. 
Poespa njidra, Jav., 030. 
Poeta talóë, Atjeh, 1750. 
Poetak, Itotin., 2289. 
Poetar wali. Mal., 217. 

Poetat, Balin., But., Jav., Mal., Soend., 420. 



Poetat ajër. Mal., 1399. 
Poetat boekit, .Mal., 422. 
Poetat darat, .Mal.. 427. 
Poetat gadjah, Mal., 424. 
Pootat goonoeng. Mal., .Sucnd., 2770. 
Poetat hoetan, .Mal., 422. 
Poetat këbo, Ja^. .\g., 2770. 
Pootat lalaki, Soind., -120. 
Poetat maósa, Jav. Kr., 2770. 
Poetat padi, .Mal., 420, 423. 
Pootat paja. Mal., 1753. 
Poetat rèsèk, .lav., 2770. 
Pootat tëpi. Mal., 1753. 
Poetoran tali, \ nlg. .Mal., 1750. 

Poeti, Alf. Anih., 193.S. 
Poeti, Air. '/.. Cir., 539. 
Poeti, l.amp. Ab.. 2301. 

Poetiana magitipi, Alf. N. d. Halm., 824. 

Poetih doedoo, <i. Jav., is. 

Poetihan, <>. Jav., 520. 

Poeti mètèn, Alf. /,. Or., 1022. 

Poeti toeni, Alf. Z. ter., 1026. 

Poeti wërën, Alf. Min. ï. L., 2364. 

Poetja, Makas., 419. 

Poetjang, üalin , 315. 
Poetjang djabah, Balin., 315. 
Poetjang gónong, Balin., 315. 
Poetjang loewak, Balin., 315. 
Poetjèngan, Jav., 1984. 
Poetji anggi, Biman.. 972. 
Poetjoek, Halin.. 1790. 
Poetioek, .lav.. Mal. Batav., 887. 
Poetjoek bang, Halin, 1796. 
Poetjoek gënta, Balin., 1790. 
Poetjoek këpoek soesoen, Balin., 1790. 
Poetjoek klenèng, Balin., 1790. 
Poetjoek pingé, Balin., 1790. 
Poetjoek sëmarang, Balin.. 1790. 
Poetjoek tjina, Halin., 1790. 

Poetjoeng, lav.. .Mal. Batav., 2575. 

Poetoenéjan, Alf. .Min. T. 1'.. 3ii00. 
Poetri maloe. Mal., 2313. 
Poewa, .Mal., 3406. 

Poewa, .Minangk., 102. 
Poewa palagó, Minangk.. 199. 

Poewa ri sawitó, Huig., 7o5. 
Poewar, Mal., 102. 
Poewar birah. Mal, 1039. 
Poewar gadjah. Mal.. 1041. 
Poewar gëmboer, Mal,. 1038. 
Poewar hidjaoe. Mal., 200. 
Poewar hitam. Mal.. ls3o. 
Poewar mëngkoewang, Mal.. 104. 
Poewar minjak. Mal., 157. 
Poewar oedang. Mal., 1041. 
Poewar pëlaga, -Mal., 199. 
Poewar poetih, Mal., lol. 
Poewar rimba, .Mal.. lOU. 
Poewasa, .Maka-.. 932. 
Poewé, Uaj., 2513. 
PÓghëm, Madofr. S., 3189. 
Poh, Balin., 2109. 
Poh, Halin., Jav., 2100. 
Poh, .lav., 3234. 

Poh djënggi, Jav.. 2o9l. 

Poh wèni, Balin.. 2175. 

PÓhi, Alf. .Min. Bant., 3109. 

Póhi pakaba, Alf. .Min. Bant., 3109. 

PÓhiël, Babar. 2001. 

PÓhoeri, Alt Min. Bant., 19.iH. 

Póhoeri mabida, Alf. .Min. Bant., 1948. 
PÓhoeri inahèndèng, Alf. Min. Bant., 1948. 
Pohon banang. Mal. Tim., losc. 



113 



Pohon baoek, Mal. Tim., iTua. 
Pohon boenting, Vuig. .Mal., 39. 
Pohon boeta-boeta, Mal., Batav., 1842. 
Pohon damar, Mal. Men., 1U37. 
Pohon daoen boeroeng. Mal. .\mh., 2967. 
Pohon dëras, -Mal. Tim., 1301. 
Pohon gala-gala, Mal. Tim., 3110. 
Pohon gelang, Mal. Tim., i218. 
Pohon gènioeti. Mal. Tim.. 322. 

Pohon inggoe, -Mal. Batav., 30üfi. 

Pohon kajoe poetih. Mal. Mol., 2218. 
Pohon kapok, Vuisc. Mal., 129.ï. 
Pohon kasoewari. Mal. Mul., ()98. 
Pohon kilajoe. Mal. Batav., 129(>. 
Pohon kira-kira, -Mal. Mul., G.57. 
Pohon kira-kira laki-laki, -Mal. Mol., fi.59. 

Pohon kófo, -Mal. -M.u., 2302. 
Pohon koïn, Mal. .\mb., 2.j()l. 
Pohon kom, Mal. Tim., 3.j59. 
Pohon langit, .Mal. Amb., 114. 
Pohon majang. Mal. .\mb., 322. 
Pohon niangkok, Vuig. Mal., 2550. 
Pohon manindjoe, Bauda, 1671. 
Pohon obat sagéroe. Mal. Amb., 1595. 
Pohon pinang. Vuig;. Mal., 315. 
Pohon saboen, ^lal. Amb., 3031. 
Pohon sagèroe, Mal. Amb., 322. 
Pohon sagoe, Vuig. Mal., 2289. 
Pohon sikat, Bamla, 121. 
Pohon soedji. Mal. Batav., 1164. 
Pohon talang, Bauda, 2748. 
Pohon talioe, Banda, 3313. 
Pohon tatanaman, .Mal. Men., 3170. 

Pohon tjat. Vuig. Mal, 2982, 

Pohon toeri, -^ial. Mul., 3110. 
Pohon toewak. Mal. Tim., 484. 

PÓhong, Madoer. P., S., 2181. 
Poi, .Midd. .Sum., 2512. 
Poja, Air -Min. Bent., 2336. 
Pója-pója, .Makas., 3383. 
Pójo-pójo, -Makas., 3138, 3417. 
Pójópat, Alf. Min. Ponos., 2968. 
Pókèm, N. fiuin. -\ocmf., 3113. 
PÓki-poki, Air. Min., Banda, 3169. 

Póko bakara, Makas., 340. 

Póko bakoe-bakoe, Makas., 1071. 

Póko bangko, Makas., 2968. 

Póko barpe galang, .Makas., 2218. 

Póko basara, .Makas., 2346. 
Póko boenga èdja, Makas., 2295. 
Póko boenga èdja kèbo, Makas., 2297. 

Póko kaloekoe, -Makas., 830. 
Póko kalówa, -Makas., 2575. 
Póko pangi, .Makas., 2575. 

Póko rara, Bouth., 1301. 
Póko rita, Makas., 178. 
Póko soemba, Makas., 1671. 
Póko tongkè, Makas., 513. 

Pókok aaam batoe, -Mal., 1004. 
Pókok asam djawa. Mal., 3301. 
Pókok boewah këras. Mal., 135. 
Pókok goela, Mal., 54. 
Pókok kosta. Mal.. 1842. 
Pókok mèlor hoetan. Mal., 1288. 
Pókok përah. Mal , 1241. 
Pókok rijang-rijang. Mal., 290. 
Pókok sèlan, .Mal., 2643. 
Pókok toekoe takal, Mal., 396. 
Pókok toepai. Mal., 2814. 
Pókolawan, Alf. Har, 1318. 
Poksor, Madurr. B., 2646. 
Poksor binèk, -Maduir. B., 8574. 
Poksor lakèk, Maduer. B., 3351a. 



Poksor tjëlèng, Madoer. B., 857a. 

Pola, Air. -Min., 3011. 

Pola, Bat. üair., Soembawa, 322. 

Pola daa, Alf. :Min. T. S., 3011. 

Pola i batang, Alf. Min. Tonsaw., 890. 

Pola karëngan, Alf. Min. '1'. S., 3011. 

Pola kërètan, Alf. Min. T. P., 3011. 

Pola koeló, Alf. Min. T. B., T. P., 3011. 

Pola mawanga, Alf. Min. T. ?., 3011. 

Pola méa. Air. Min. T. L., 3011. 

Pola né walian, Alf. Min. T. B., 3011. 

Pola péra, Alf. Min. T. P., 3010. 

Pola pètor, Alf. Min. T. .S., 3011. 

Pola poeti, Alf. Min. T. L., T. S., 3011. 

Pola raindang, Alf. Min. T. P., 3011. 

Pola rangdang, Alf. Min. T. B., 3011. 

Pola rarap, Alf. Min. T. L., 3011. 

Pola roendang. Air. Min. T. S., 3011. 

Pola saraw, Alf. iMin. T. P., 3011. 

Pola tambëlan, Alf. Min. T. I,., 3011, 

Pola tawaan, Alf. Min. T. P., 3011. 

Pola tiwoö, Alf. Min. T. h., 8011. 

Pola wanga, Alf. Min. T. L., 3011. 

Pola warotan, Alf. Min. ï. B., T. h., T. S., 3011. 

Pola wëré, Alf. Min. T. S., 3010. 

Pola woedoe, Alf. Min. T. s., 3011. 

Pola woering, Alf. Min. T. P., 3011. 

Polaj, Madoer., 178. 

Polaj lakèk, Madoer., 2955. 

Polaj pandhèk, Madoer., 2954. 

Polam, Sum. W. K., 2169. 

Polasan, Alf. Min. T. B., T. L., 502. 

Polasan toemënëm, Alf. Min. T. B., T. L., 1238. 

PÓlasarè, Madoer., 188. 

Polidan in tasitj, Alf. Min. T. P., 3190. 
Poligótoe, Alf. N. O. Halm., 2120. 
PÓIÓ, Alf. .Min. Tonsaw., 1923. 

Póló i machaoeloechoen, Alf. Min. Tonsaw., 

1923. 
Pólong, Jav., Soend., 757. 

Pólong asoe, Jav., 2017. 

PÓlOt, Madoer., 3415. 

Pombo tërbang. Mal. Mol., 2658. 

Pomboea, Alf. Min. T. P., 320. 

Pómósijon, .\lf. Min., Ponos., Tonsaw., Bol. Mong., 

2655, 2799. 
Pompoen, Mal. Tim., 936. 
Pona, Soembawa, 1973. 
Ponangoi, Alf. Miu. Tonsaw., 1899. 
Ponda, Biman., 1973. 
Ponda 'mbólo, Biman., 1973. 
Ponda naroe, Biman., 1973. 
Ponda 'ndali, Biman., 1973. 
Pondang, Alf. Min., Mal. Men., 2557, 2562. 
Pondang i lawanan, Alf. Min., 2562. 
Pondang in dawanan, Alf. .Min. T. S., 2562. 
Pondang oetan, Mal. Men., 2561. 
Pondang pantè. Mal. Men., 2562. 
Pondjhalèn, Kaug., 539. 
Pondji, Bat., 1295. 
Pondji haboe-haboe. Bat., 1295. 

Pondos, Alf. Miu. T. L., Tonsaw., T. P., 539. 

Pondos é wolai. Air. Miu. T. h., 1550. 
Pondos im bakajoe, Alf. Miu. Tonsaw., 1550. 
Pondos im bolai. Air. Min. T. P., 1550. 
Pondos nó kawok, Alf. Min. T. L., 1550. 
Pondos rintëk, Alf. Jlin. T. P., 566. 

Pondot, Bul. Moug., 539. 

Pong baka. Boeg., 340. 

Pong bakoo-bakoe, Boeg., 1671. 

Pong kaloekoe. Boeg., 830. 

Pong pangi. Boeg., 2575. 
Pong radja. Boeg., 682. 



114 



Pong waroe gelang, Boeg., 2218. 

Pong-kapong, .Mmloi-i-., 34y2. 

Pongan, .Sutnil., 2701. 

Pongpong, .\lf Min. T. B., T. S., 2477. 

Pongpong koeló, Alf. .Min. T. IJ., 2177. 

Pongpong poeti, All'. Min. 'I'. S., 2477. 

Pongpong rangdang, .Ml'. -Mi» T. B., 2477. 

Pongpong roendang, All'. .Min. 'l'. S., 2477. 

Pongpórang, Sueud., 2.i()9. 

Ponranga, Boig., lüfifi. 

Pontjasoeda, Jav., 1937. 

PÓÖ, Kisiir, 31.5. 

Póöelawano, Alf. Amb., Har., 1318. 

Póöla'wan, Alf. Z. CVi-., 1318. 

PÓÖpo, .\lf. Min., KSO. 

PÓpaas, All'. .Min. Tonsaw., 150fl, 2704. 

Pópaèn, Alf. Aml)., (J«.5. 

Popaja, Mal. .Mtn., fiB.5. 

Popaja boenga, -Mal. Men., fifi.ï. 

Popaja boe'wah, Mal. Men., (iüS. 

PÓparé, All'. .\. I). Halm., Tein., 2330. 

Póparé pópóloeloe, Tern., 233.j. 
Popari, Mal. Mnl., 23311. 
Popari oetan, Mal. Mol., 233.5. 

PÓpÓ, Alf. Min., S.3(l. 

Pópó ing ka-wok, Alf. Min. T. B., 940. 

Pópó in tja-wok, Alf. Min. T. P., 940, 2374. 

Pópó kapal, .\lf. Min. T. P., 830. 

Pópó koeló, Alf. Min. T. B., T. P., 880. 

Pópó liba, All'. .Min. T. P., 830. 

Pópó méa, Alf. Min. T. L., 830. 

Pópó né ka-wok, Alf. Min. T. S., 940. 

Pópó pangi, Alf. .Min. T. P., 830. 

Pópó poeti. All'. Min. T. L., T. S., 830. 

Pópó raindang, Alf. Min. T. P., 830. 

Pópó rangdang, Alf. .Min. T. B., 830. 

Pópó rëri, Alf. Min. T. P., 830. 

Pópó roendang, Alf. Min. T. S., 830. 

Pópó -wawi, Alf. Min. T. P., 830. 
Pópó woeréjan, Alf. Min. T. L., 3344. 
Pópódoe, Alf. Min. T. P., 2343. 
Popókan, Jav., 522. 
Pópongan, Jav., Soend., 2701. 
Pópópok, Alf. Min. ï. L., 884. 
Pópópok im bolai, Alf. Min. T. L., 1164. 
Pópópok méa, Alf. Min. T. L., 884. 
Pópópok poeti, .\lf. Min. T. L., 884. 
Pópórong, Alf. .\Hn. T. P., 14G7. 

PopÓSO, Alf. Min. Bant., 315. 
Popóso bangó, .\lf Min. Bant., 2sy4. 
PopÓSO kahangang, Alf. Min. Bant., 315. 
Popóso mabingi, Alf. Min. Bant., 315. 
Pópótjongan, .So<nd., 2867. 

Por-kapóran, Madoer., 3454. 

Poring, Bat., 847. 

Poro, Enggano, 2892. 

Poromké, Kisar, 315. 

Póai-pósi, Alf. N.O. Halm., Mal. Men.,Tcin., 3188. 

Posoerolo, Alf. ('er., 507. 



Pótan, .\'. (inin. .Vnsocs., 3113. 
PÓtar, Bat., 2601. 
PÓté, Bal., 2602. 
Pótó-póté, Bat., 2621. 
Potèjan, Madoir., 2937. 
PÓtjoeng, Suind., 2575. 
PÓtjOk, MadixT., KH-. 

Pótong koedjang, Sn.nd., 1070. 
Pótong koedjang bódas, Soend., 1071. 

PÓtrèn, .Maduer., 745. 
Pótri, Alf. .Min. T. P., 692. 
Praboesèt, Baliu. Kr., 2616. 
Praboesèt mata, Jav., 2616. 
Prahoeloe, Soind., 197. 
Prahoeloe gëdè, Soend., 197. 
Prahoeloe leutik, Soend., 203. 
Prakosa, Jav., 912. 
Pramasada, o. Jav., 882. 
Pranadji'wa, Jav., 1312. 
Pranak, Jav., 2918. 
Prandji, Jav., 1079. 
Pranggi, Balin., Senib., 936. 
Prawa, Sas., 2175. 
Prèh, lialin., Jav., 1469. 
Prih, Halin., Jav., 1469. 
Prija, Halin. Kr., 2336. 

Prikantjoe, Balin., 437. 

Pring, 'av. Xg., 404. 

Pring ampel, Jav., 412. 

Pring apoes, Jav., 405. 

Pring bondjor, Jav.. 1624. 

Pring djabal, Jav., 4(is. 

Pring dja-wa, <>. Jav., 411. 

Pring gading, Jav., 3066. 

Pring gombong, Jav., 1627. 

Pring lampar, O. Jav., 407. 

Pring oeloeh, Jav., 407. 

Pring ori, Jav , 3066. 

Pring pëtoeng, Jav., 1622. 

Pring pëtoeng -woeloeng, Jav., 1622. 

Pring rampal, Jav.. 412. 

Pring roempil-arampil, Jav., til. 

Pring soerat, O. Jav.. 1627. 

Pring tali, o. Jav., 405. 

Pring tambëlang, Jav., 1627. 

Pring tambëlang gading, Jav., 1627. 

Pring toetoel, Jav., 412. 

Pring -woeloeh, Jav., 407. 

Pring -woeloeh gading, Jav., 407. 

Pring -woeloeng, Jav.. 1628. 

Prit-pritan, <>. Jiiv., 25S9<i. 

Priwoet, 1'aj. '/,. o. Born., 1185. 

Proekproek, Balin., 1382. 
Proempoeng, Jav., 1382. 

Proet, Soend., 401. 

Proet beunjing, Soend., 402. 
Proet ki barèra, Soend., 2942. 
Proet soesoe-wan, Soend., 510. 
Prokprok, Sas., 1382. 



R. 



Raba tigo, Alf. X. (t. Halm., 937. 
Rabët baladhing, M.adoer., 249ii. 
Rabët bhangkat, Madoer., 1117. 

Rabët èlOS, -Madoer., 1108. 
Rabët kalórak, Madoer., 1894. 
Rabët pó-sëpó, Madoer., 326. 
Rabët SÓsèjan, Madoer., 1110. 



Rabia, Aroc. 22S9. 
Raboejoet, Balin., 2299. 
Raboesèt, n. Jav., 2616. 
Rada, Boen., 1301. 
Radap, Alf. .Min. T. P., 1301. 
Radès, Vele talen, 2951. 
RadiS, Vele talen, 2951. 



115 



Radja, Boee., Jtnkns., C82. 
Radja koembala, Jav., 27JO. 
Radja lintang, Mal. Baiav., 231. 
Radja poetih, Aijth, I1111+. 
Radjasa, Balin. Kr., 121S. 
Radjawardi, -Mal. Butav., 2. 
Radjawèrdi, Jav., 2. 
Radjoen, Jav., 1779. 
Raga-raga, Makas., 21 IC. 
Ragen, Jav., isafi. 
Ragoelo, Jav., 2986. 
Ragoelo goenoeng, Jav., 18C3. 

Rah, Jav., 288k 

Rahajoe, .\lf. Min. T. B., 2337. 

Rahangis, .\lt'. Min. Btut., 150(i. 

Rahijas, Oaj. Z. o. Buru., 23fll. 

Rahoe, Baliu., 1167. 

Rai-rai, -\lf. Halm., Mal. Meu., Teru., 224, 9UU. 

Rajana, SuinJ.. 1268, 3182. 

Rajana beureum, Sorml., 3180. 

Rajana bódas, Socnd., 3178. 

Rajangó, .\li'. .Miu. Bent., 120. 

Rajoe, .Vlf. Miu. T. L., 2337. 

Rajoen, -^If. Min. T. B., T. L., 100. 

Rajoeng, Jav., 'J8.5. 

Ra-kara, Madocr., 1162. 

Ra-kara bëdhoeng, .Madoer., 757. 

Ra-kara ódang, .Mudocr., 757. 

Ra-kara pótè, Maduer., 757. 

Rakat, Mal., 3. 

Rake, Miuans;k., 3. 

Rakoes, .\lf.\Min, T. P., 1673. 
Rala, Boeg., 3473. 
Rama, .\lf. Min. T. B., T. P., 1037. 
Rama in asoe, -\lt'. Min. T. P., 1402. 
Rama in tótógan, Alf. Min. T. P., 26. 
Rama woering, Alf. .Miu. T. P., 3123. 
Raman, Lamp., 188. 
Raman bóbot, Alf. Boer., 1414. 
Raman boeroeng, Ijamp., 488. 
Rambai, Mal , 393. 
Rambai ajam, Mal., 240. 
Rambai boekit, .Mal., 385. 
Rambai daoen. Mal., 1577. 
Rambai hoetan. Mal., 388. 
Rambai poentijanak. Mal., 1576. 
Rambai tijoeng, Smn. W. Z., 383. 
Rambak, Lamp., Uis6, 
Rambangoen, Mal. Z. o. Burn., 3534. 
Rambé, Balin., 393. 
Rambé-rambé, Bat., 393. 
Rambèh-rambèh, Sum. W. K., 3084. 
Rambéga, Bocj;., Maka.«., Mal. Men., 591, 
Rambéga panté. Mal. Men., 533. 
Rambija, -Mal., 2289. 
Rambika, Alf. Min. Bant,, 2719. 
Rambika boraang, Alf. .Min. Bant., 2719. 
Rambika daoeng, Alf .Min. Bant., 2717. 
Rambika mabingi, Alf. .Min. Bant., 2719. 
Rambika toegoe, Alf. Min. Bant., 2719. 
Ramboenija, .Mal., 487. 
Ramboet, Atjdi, 2443. 
Ramboet poetri, -Mal., 692. 
Ramboeta, Biman., Tern., 2443. 
Ramboetan, Alf. Min., Jav., Madoer., .Mal., .Soend., 
2443. 

Ramboetan atjèh, .SoemL, 2443. 
Ramboetan goendil, Soend., 2443. 
Ramboetan hoetan, .Mal., 1296. 
Ramboetan kabongan, Soend., 2443. 
Ramboetan patjat. Mal., 3538. 
Ramboi, Atjih, 393. 
Rambot, Atjeh, a443. 



Rami, Boeg., ,Tav., Mal., 475. 

Rami bëtina, Mal., 2132. 
Rami boekit, -Mal., 133. 
Rami boeloes, .lav., 478. 
Rami hoetan, .Mal., 133. 
Rami tjina. Mal., 876. 

Ramin, Minaugk., 475. 

Ramisi, Makas., 674. 

Ramó daging lalaki, Soend., 818. 

Ramó giling, Soend., 1773. 

Ramó kèkès, Soend,, 1480. 

Ramó koenti, Soend., 1781. 

RamoedjÓ, Lamp. Ab., 784. 

Ramoenija, Mal., 487. 
Rampa, Bat., 2704. 
Rampanai, Miuangk., 296. 

Rampè, Bonth., 1724. 

Rampó-rampó, Bonth., 3383. 
Ranasi, N. Gnin. Noemf., 218. 

Randaoe, Lamp., 3113. 

Randë, Balin.. 480. 
Randji, Soend., 1079. 
Randjoewang, Mal. W. Boin., 884. 

Randoe, Jav., Mal., Soend., 1295. 

Randoe agoeng, Jav., 480. 

Randoe alas, Jav. Ng., 480. 

Randoe badak, Soend., 2871. 

Randoe djëné, Jav. Kr., 1295. 

Randoe koening, Jav. Ng., 1295. 

Randoe leuweung, Soend., 480. 

Randoe leuweung beureum, Soend., 480. 

Randoe leuweung gèdë, Soend., 481. 

Randoe wana, Jav. Kr., 480. 

Ranè, Soend., 2113. 

Ranè gampang, Soend., 2113. 
Rangam, Daj. Kat., 2984. 
Rangaoe, Mal., 921. 

Rangaoe, Mal. Bandj., 22. 
Rangas, Daj.. 1663, 2220. 
Rangasa, Makas., 1663. 
Rangdoe, Balin., 480. 
Rangdoe, Sas., 1295. 
Rangèh, Miuangk., 1663, 2220. 
Rangèh abang, Minaugk., 2220. 
Rangèh hitam, Minangk., 2220. 
Rangèh manaoe, Minaugk., 2220, 
Rangèh poetiëh, Minangk., 2220. 
Rangga, Biman., 3559. 
Ranggitan, Jav., 21. 
Ranggoeng, Mal. Pal., 2441. 
Ranggóla, -Makas., 1914. 
Rangi, Makas., 3521. 
Rangin, Balin., 1301. 
Rangka, Alf. Min. T. P., 115. 

Rangoe, Soend., 3169. 

Rangoek, .Mal., 3492. 

Rani, Soeml., 2113. 

Ranina, Alf. .Min. T. B., T. L., 2717. 
Ranina koerambër, Alf. .Min. T. B., T. L,, 2718. 
Ranoan, Alf. Min. T. B., T. 1>., 3386. 
Ranoe, Lamp., 55. 
Ranoeb, Atjeh, 2717. 
Ranoeb djatoi, Atjeh, 2717. 
Ranoeb oedëng, Atjeh, 2717. 
Ranoeb oetën, Atjeh, 2717. 
Ranoeb sëlasih, Atjeh, 2717. 
Ransam, -Minangk., 1637. 
Ransó, Alf. Min. Bant., 1983. 
Ransó, N. Guiu. Noemf., 1892. 
Ransoena, Alf. .Min. Bant., 138. 
Ransoena mabida, Alf. Min. Bant., 142. 
Ransoena mahèndèng, Alf. .Min. Bant., 139. 
Ranta, Alf. Min. Bant., 2310. 



116 



Kante piït, Sociul., 3448. 
Ranté peutjang, Sucnd., 269'Ja. 

Ranti, üalin.. 11B2. 

Banti, Bat., Jav., :n64. 
Ranti goenoeng, o. Jav., 3171. 
Ranti bali, .'av., 2112. 
Ranti gèndèl, Jav., 2112. 
Ranti kajoe, .lav., 31(10. 
Ranti kènong, O. Jav., 2112. 

Raoe, Hat , Hiniaii., Jav., Mal., 1107. 

Raoe hasoeï, Alf. Z. (Vr., 7ho. 

Raoe paróró, Tirn., 255U. 

Raoe tjaga, iVrn., 457. 

Raoe woelan, Jav., fi()4. 

Raoekang, Makas., 53y. 

Raoekang montjong, Makas., 547. 

Raoekang rómang, Makas., 3üC5. 

Raoekëng, Hi»f,'., 539. 

Raoekëng alë, Boeg., 3005. 

Raoeng bósi, Boeg., 3521. 

Raoengé, .\ll' Mi"- Bent., 271'J. 

Raoengé ipoesan, Alf. Miu. Btnt., 2719. 

Raoengé toewini, Alf. Min. Bc-nt., 2719. 

Raoengé togasa, Alf. Miu. Bent., 2719. 

Raoetan, Lamp., 2289. 

Rapa, Binian., 284. 

RapÓ, I/ainp. Al)., 2513. 

RapÓ, Makas., 315. 

RapÓ anggóro, .Makas., 3487. 

RapÓ baoe, Makas., 315. 

RapÓ didi, Makas., 315. 

RapÓ gading, Makas., 315. 

RapÓ djawa, Makas., 1329. 

RapÓ parada, Makas., 460. 

RapÓ tjidoe, Makas., 348. 

RapÓ tjidoe koemili, Makas., 348. 
RapÓ tjidoe moemoesang, Makas., 348. 

RapÓ-rapÓ djawa, Makas., 1329. 

RapÓ-rapÓ kètaO, Makas., 489. 

Rapoe, Alf. Har., 1973. 

Baprap, Alf. Min. T. B., 1301. 

Rarak, Mal., 2249. 

Rarak api, Mal., 2251. 

Rarak batoe, Mal., 3421. 

Barak mèrah, Mal., 2250. 

Barak poetih, Mal., 3423. 

Barang djangang, Makas., 705. 

Barangdang, Alf .Min. T. B., 1697. 

Barangdang koeló, Alf. Min. T. B., 1097. 

Barangdang rangdang, Alf. Min. T. B., 1697. 

Baraté, Alf. .Min. T. s., 519. 

Rarawejah, Soeud., 2353. 

Rarawëstoe, O. Jav., 228. 

Rarijangow, Alf. Min. T. h., 178. 

Raripoengoe, Alf. Miu. T. L., 1233. 

Raroe, Bat., 2635. 

Raroendoe, Alf. Min. T. S., 532. 

Bas-bhërasan, Madoer., 3525. 

Basak, Mal. Z. O. Bom., Miuangk., 3118. 
Basain, Minangk., 1037. 
Basamala, Soiud., Vuig. Mal., 185. 
Basamala bënër, Somd., 185. 
Basamala beureum, Suend., 185. 
Basamala gadok, Soend., 185. 
Basamala kapas, Soend., 185. 
Basamala taritih, Soend., 185. 
Rasamalang, Makas., 2806. 
Rasamalëng, Boeg., 2808. 
Basaoe, Mal., 2563. 
Rasè, Boeg., 1302. 
EaSO, Bat., 2563. 
Easoeh, Mal. Pal., 2503. 

Easoek angin, Jav., 3419. 



Batna, Balin.. Senil)., 1C78. 

Batna pakadja, .Mal , 1678. 
Eawa, Mal., 1107. 
Eawa hoetan. Mal., 1109. 
Bawan, Jav., 3035. 
Bawé, Jav., .Maduer., 2353. 

Bawé matjan, Jav,, 2352. 
Eawé-rawe, Alf. N. o. Halm., 2310. 
Eawit, Sas., 053. 
Eawó, Makiw., 1167. 
Eawó daré, Makas., 1169. 
Eawó nikanrè, Makas., 1167. 
Bawong kajoe èrè, Bouih., 800. 

Eé, Sas,, Soi'uiliawa, 1883. 

Bè bhadja, Madoci-., 250h 

Bè-sérèjan, Madoer., 2837. 

Béaréangow, Alf. Min. l'ouos., 178. 
Bëbah bangoen, Vuig. Mal., 2313. 
Bèbang, .Ma.l.„r., 1796. 
Eëbha angèn-angèn, Madoer., 3213. 
Rëbha badjhang, .Madoer. S., 251. 
Rëbha bhadjhang, Madoer. B., 1'., 2..1. 
Rëbha djam-adjaman, Madoer., 2499. 
Eëbha djang-badjhang, Madoer. s., 251. 
Eëbha djhang pélè, Maduer. B., I-./-^l- 
Eëbha djhang-bhadjhang, .Madoer.B. l'.,^oi. 
Eëbha does-tódoesan, Madoer. S., 2313. 
Eëbha èd-raèdhan, .Madoer. B., 60. 
Eëbha èt-raètan, Madoer. S., 60. 
Eëbha kangkong, Madoer., 857. 
Eëbha kasèmbhoegan, Madoer. S., jl'-^- 
Eëbha kasembhoekan, Madoer. B., 1'., 11 «2. 
Eëbha kèték balang lakèk, Madoer., 375. 
Eëbha kómès, Mad.ur. 1'., s., 1907a. 
Eëbha lampèdjhang, Madoer. U., 2ol. 
Eëbha lampódjangan, Madoer., 2(.09. 
Eëbha lang-tólangan, Madoer., 'oSO^ 
Eëbha ló-malówan, Madoer. B., 1 ., 2313. 
Eëbha mangghoek, Madoer., 1259. 
Eëbha mangsor, Madoer., 705. 
Eëbha méngsor, .Madoer., 705. 

Eëbha mèra, Madoer., 3450a. 

Eëbha móta, Madoer., 975. 

Eëbha njèk-kónjékan, Madoer., 712. 

Eëbha padang, .Madoer., 1011, 2S29. 

Eëbha pangghoek, Madoer., 1259. 
Eëbha söm-asëman, Madoer., 300o. 
Eëbha tjèng-kótjèngan, Kang., 2499. 

Eëbha tjótjok, Madoer., 224. 
EëbijO, Sas.. 126.S. 

Eëboeng, Mal. 2230. 
Bëboeng djantan. Mal., 3380. 
Eëboesét, o. Jav., 2616. 
Eëdag, I.au.p., 1302. 
Bédan, Mal.. 2447. 
Bëdani, o. Jav., 702. 
Bëdëb, Atjeh, 1301. 
Eëdëb madoeroi, Atjeh, 1302. 
Bëdjang, Mal,, 25. 
Eëdjaos, Jav. Kr. 1)., 1218. 
Bëdjasa, Jav., 1218. 

Bëgoe, Jav , 2905. 

Bëgoelo, Jav., 29H0. 

Bëgoelo goenoeng, Jav., 1863. 

Bei, Soeniba, 847. 

Eéja, Biman., 3550. 

Eèia, Makas., Socmba, 1883. 

Eëkës, Alf. Miu. T. L., 2317. 

Eëkët, Sas., 2513. 

Bëling, Sangi, 2719. 

Bëmawa, Balin., 2986. 

Eémba-rèmbang, Alf. Min. T. S., 1642. 

Eëmbai, Snm. W. K., 2185. 



117 



Bëmbangoen, Mal., 3534. 
Rembéga, Mal., 591. 
Rëmbiga, Sas., 591. 
Rèmbijeu, Cajo, 2289. 
Rëmboejoet, Jav., 2299. 
Rëmboeloeng, Jav., 2289. 
Rëmboemboeng, Mal., 1475. 
Rèmëng, Su.-.ul., S97. 
Rëmëng boetoen, Socnd., 896. 
Rëmëng gëdè, Soiad., 899. 
Remi, .Soiniba, 3355. 

Rëmoedjoeng, Jav., 2511. 

Rëmpai, -Mal., 2569. 

Rèmpasoe, Bonth., 1560. 

Rèmpëlas, Jav., 1514. 

Rëmpëlas bawang, Jav., 1505. 

Rëmpënai, Mul., 296. 

Rèmpës, MaJocr., 2111. 

Rènat, Air. .\iiib., 3105. 

Rëndei, AH'. .Min. Bent., 1961. 

Rëndèjan, Alf. Min. T. L., 2766. 

Rèndèng, Jav., 1853. 

Rëndjoewang, Daj., 884. 

Rèng, MailixT., 118. 

Rëngas, Mal., 1663. 

Rëngas balang, Lamii., 524. 

Rëngas boeroeng, Mal., 1662. 

Rëngas daoen bësar. Mal., 2387. 

Rëngas manaoe. Mal., 2220. 

Rëngga singan. Sas., 3138. 

Rènggak, Sas., 204. 

Rëngkam, Mal., 1277. 

Rëngkei, Alf. Jlin. T. L., T. 1',, 1259. 

Rëngkei rintëk, Alf. Min. T. l'., 1285. 

Rènjoeng, SoenJ., 2971. 

Rènó, Tim,. 785. 

Réoe, Alf. Min. Bant., 1166. 

Répoeloet, Mal., 632. 

Rëraindam, Alf. Jlin. T. L., 1697. 

Rëraindam méa, Alf. Min. T. L., 1697. 

Rëraindam poeti, Alf. Min. T. L., 1697. 

Rërak, Mal, 3031. 

Rëramdam, Alf. Min. T. S., 1697. 

Rëramdam poeti, Alf. Min. T. S., 1097. 

Rëramdam roendang, Alf. Min. T. S., 1697. 

Rërök, B:ilin., Su.nd.. 3031. 

Rërèngé, .\lf. Miu. T. P., 679, 910. 

Rërèngé makènté, Alf. Min. T. P., 3457. 

Rërèngéën, Alf. Min. T. L., 910. 

Rërèntèkan, Alf. Min. T. P., 895. 

Rërëpin, Alf. Min. T. S., 1108. 

Rërëwoeng, Alf. Min., 1404. 

Rëri, Alf. Min. T. B., T. P., 602. 

Rëri taranaté, Alf. Min. T. B., T. P., 614. 

Rëringoun, Gajo, 1552. 

Rërintëkën, Alf. Min. T. S., 254. 

Rëroe, Emleh, 1686. 

Rëroekoe, Sa.s., 2477. 

Rësak, Mal., 3118. 

Rësak paja, .Mal., 2914. 

Résam, vial., 1637. 

Rësam gadjah, Mal., 1637. 

Rësam pijai, .Mal., 1637. 

Rësëp, o. Jav., 1322. 

Rësoela, Jav., 2289. 

Rëtak, I.amp., 2661. 

Rëtak mëdjong. Lamp., 1664. 

Rëtak rëdip, I.amp., 2063. 

Rëtak tanah, Lamp., 284. 

Rëtëk, Atjrh, 2661. 

Rëtëk hidjo, Atjeh, 2666. 

Reudeuëb, Atjeh, 1301. 

Reundeu, Soend., 1201. 



Reundeu badak, Soend., 1000. 
Reundeu beureum, Socnd., 1701. 
Reundeu lalaki, .Soend., 1004. 
Reundeu peutjang, Soend., 1199. 
Reiingas, Soend., 1663, 2220. 
Reungas gëdèpèr, .Socnd., 3142. 
Reungas goenoeng, Soend., 3103. 
Reungas manoek, .Soend., 522, 2220. 
Reungas tambaga, Soend., 1603. 
Reungas -woeloeng, Soend., 3105. 

Reunggang, Soend., 2269. 

Reusam, Atjeh, 1037. 

Reuteuëk, Atjeh, 2001. 

Rëwok, Alf. Min. T. L., T. P., 2987. 

Ri, Bat., 1883. 

Ri baja, O. Jav., 2501. 

Ri djandjang, Jav., 2945. 

Ri sisir, Jav., 456. 

Riboe-riboe, Mal., Minangk., 2116. 

Riboe-riboe gadjah, Mal., 2118. 

Ridan, Mal. 2447. 

Ridjasa, Balin., 1218. 

Rigi, Nias, 3550. 

Rigó-rigó, Minangk., 2493. 

Rigó-rigo batinó, Minangk., 2493. 

Rigó-rigó djantan, Minangk., 2493. 

Rigó-rigó rimbó, Minangk., 3255. 

Riïs, Alf. Jlin. T. L., T. S., 645. 

Rija, Alf. Min. Bant., 3556. 

Rija mabida, Alf. Min. Bant., 3550. 

Rija mahèndèng, Alf. Min. Bant., 3556. 

Rija-rija, Bat., 3563. 

Rijang-rijang, Bat., Minangk., 448. 

Rijang-rijang, Mal., 252, 290. 

Rijangaoe, Mal. Bandj., 22. 

Rijat, Alf. Min. ï. B., 064. 

Rijat, Alf. Min. T. P., 3088. 

Rijat sela, Alf. Min. T. P., 3083. 

Rijó, Alf. Min. T. P., 1483. 

Rijó i lawanan, Alf. Min. T. P., 1709. 

Rijoeng anak, Soend., 2918. 

Rijoeng goenoeng, Socnd., 2918. 

Rila, Alf. Min. Beul., 1714. 

Bilam, Jav., 3094. 

Rimoewas, Alf. Min. T. P., 3404. 

Ringa, Biman., 3108. 

Ringan-ringan, Sum. W. K., 1552. 

Ringgit, Jav., 3507. 

Ringin, Soend., 690. 

Ringkoewas, Alf. Min. Bant., 159. 

Rinoe, Socnd., 2723. 

Rinoe leuweung, Socnd., 2738. 

Rinoe manoek, Soend., 2715. 

Rinoetoe, Alf. OcL, 429. 

Ripi hajam. Mal., 1554. 

Ripial, Alf. N. Laoet, 2289. 

Ririkët rintëk, Alf. Min. T. L., 1070. 

Ririntëkën, Alf. Min. ï. L., 2.54. 

Ririntëkën rintëk, Alf. Min. T. L., 708. 

Ririntëkën sela, Alf. Min. T. L., 254. 

Riritjët, Alf. Min. T. P., 49. 

Riritjët sela, Alf. Min. T. P., 1070. 

Riró, Alf. Z. Cer., 2663. 
Risa, Bol. Mong., 2730. 
Risak, Mal. BUL, 3118. 
Risëp, O. Jav., 1322. 
Rita, Makas., 178. 

Rita bórong, Bonth., 181. 

Ritja, Alf. Halm., Mal. Men., Tern., 648. 

Ritja djawa, Alf. N. O. Halm., Mal. Men., Tern., 

2736. 
Ritja djawa poetih. Mal. Men., 1050. 
Ritja kapas, Mal. Men., 648. 



118 



Ritja kënop, Mal. Men., 648. 

Ritja kókèné, .\lf. N. O. Halm., 65.3. 

Bitja ó moenioe, Alf. N. O. Halm., 648. 

Ritja ó pölèsoekó, .\lf. .\. o. Halm,, 648. 

Ritja ó toko mabëbèlé, .Mf. N.0. Halm., 648. 

Ritja oetan, .Mul. Mm., 2607. 

Ritja padi, Mul. .Min., 653. 

Ritja pandjang, Mal. Men., 648. 

Bitja poeloeloe, -Uf. N. ü. Halm., 2736. 

Riwana, <i. .lav.. 3162. 

Riwanda, Mal , L'y(!6. 

Roe, Mal., «'.w. 

Roe boekit, Mul., 101 o. 

Roe laka, .'>awuo, 2004. 

ROO naï, !>a\vuc, 2458. 

Roebik, .Mjrh. 1789. 
Roefoe, Mal. Mm., Tem., 3355. 
Roehi, .\ir. Min. T. L., 1725. 
Roehoe-roehoe, Bat., 2477. 

Roeï, Alf. Min. T. I'., 1725. 

Roejan, Daj. M., 1180. 
Roek-djhëroekan, MacWr., 3530. 

Roekam, Bal.. Daj. Z. o. Bom., Mal., 1549. 

Roekam asam, .Mal., 1548. 
Roekam hoetan. Mal., 3093. 
Roekam laoet, .Sum. \\. K., 3092. 
Roekam manis. Mal., 1549. 
Roekam poetih. Mal., 3091. 

Roekëm, Balin. Kr., Jav., Socnd., 1549. 

Roekëm karang, Jav., 3094. 
Roekëm këmibang, Jav., Socnd., 3093. 
Roekëm sëpët, Jav., 1547. 
Roeki, Alf. X. o. Halm., 1671. 
Roekiti, .\lf. X. o. Halm. K., 1671. 
Roekoe bèmbè, Bouih., 77. 
Roekoe tèkèrè, Makas., 1256. 
Roekoe-roekoe, Boeg, Makas., Mal., 2477. 

Roekoe-roekoe djantan, Mal., 1762. 
Boekoe-roekoe hoetan, .Mal., 45. 
Roekoe-roekoe mérah, Mal., 2477. 
Roekoe-roekoe poetih. Mal., 2477. 
Roekoet asa, Alf. Min. T. B., 2322. 
Roekoet até, Alf. Min. T. I'., 1153. 
Roekoet dijat, Alf. Min. T. P., 3088. 
Roekoet é lampëran, Alf. Min. T. 1'., 902. 
Roekoet in dëgës, Alf. Min. T. 1'., 3213. 
Roekoet in sèndang, Alf. .Min. Bant., 472. 
Roekoet in timoe, Alf. Min. T. P., 3182. 
Roekoet in tjèpal, Alf. Min. T. P., 2794. 
Roekoet in tjoesé, Alf. Min. 'I'. P., 3285. 
Roekoet kakaïs, Alf. .Min. T. P., 3138. 
Roekoet kakaïs in dékat, Alf. Min. T. P., 

3136. 

Roekoet kakaïs poepoeloet, Alf. Min. T. P., 

3417. 

Roekoet kakaïs rintëk, Alf. Min. T. P., 3138. 
Roekoet kakaïs sela, Alf. Min. T. P., 3383. 
Boekoet karèkèt, Alf. Mm. T. B., T. L., 1906. 
Boekoet karèkèt lëmpar, Alf. Min. T. B., 

712. 
Boekoet koeioewing, Alf. Min. T. B., 1572. 
Boekoet koendoe, Alf. .Min. T. B., T. I,., 1285. 
Boekoet koendoe rintëk, Alf. .Min.T.B., 1904. 
Boekoet mawoöe sópi, Alf. Min. T. 1,., 77. 
Boekoet nè mémbé, Alf, Min.T.B., T.1'., 1867. 
Roekoet rijat, Alf. Min. T. P., 3088. 
Roekoet titiwi, Alf. .Min. T. B., T. 1,.. T. P., 440. 
Roekoet wëroe, Alf. Min. T. P., 77. 
Boem-djharoem, Mailoor., 3219. 
Boemah sëmoet. Vuig. Mal., 1846. 
Roemak djoen, Jav., 2511. 
Roemaras, Alf. Min. T. L., 3209. 
Boemba mëpoe, Socmlia, 224. 



Roembai, I.amp., 3084. 

RoembigÓ, .Minan^k.. 591. 
Roembija, .Maka.s., Mal.. 2289. 

Roombija bömban. Mal., 2289. 
Roembija bördoeri, Mal., 2289. 
Roombija doeri, .Mal., 2289. 
Boombija sangka, -Mal., 2289. 

BoembijÓ, Minangk., 2289. 

Roemëdikët, Mf. Min. T. L., 1069. 
Roemëdikët sela, Alf. .Min. T. L., 1070. 
Boemëran, Alf. .Min. T. P., 701. 
Boemërörap, Alf. .Min. T. P., 225. 
Roemija, Aijcli, 22S9. 
Roemoeng, Buce., Maka.>i., 1783. 
Roemoeng kaloewara, Makas., 1846. 
Roemoet, Alf. /. (Vi-., 2363. 
Roempéasa, Alf. Min. Bant., 379. 
Roempija, Buig , 2289. 
Roempoeïk bantó, Minangk., 2585. 
Roempoeik boeloeëh-boeloeëh, .Minangk., 

S57. 
Roempoeïk sambaoe, Minanirk.. 1258. 
Boempoeïk soentiëng poetiëh, Minangk., 

2.-il. 

Boempoen, Atjch, l.sU9. 
Boempoet angin. Mal. Batav., 3213. 
Roompoet aoer-aoer. Mal., 858. 
Roempoet babi, Mal., 461. 
Roompoet babi, .Mal. Men., 3111. 
Roenipoet baja rasa. Mal., 875. 
Boempoet banggala. Vuig. Mal., 2611. 
Boempoet bawang. Mal., 1538. 
Boempoet bèlangkas. Mal., 2334. 
Boempoet bëtoeng, -Mal., 1283. 
Boempoet bilis djantan, Mal., 980. 
Boempoet biring. Mal . 1749. 
Boempoet boekoe boeloh. Mal., 1571. 
Boempoet boeloe babi, Vulg. Mal., 1544. 
Boempoet boeloe mata. Vuig. Mal., 3213. 
Boempoet boeloh-boeloh, -Mal., 857. 
Boempoet boetang, Mal., 1293, 2983. 
Boempoet djanggoet adam. Mal., 2587. 
Boempoet djanggoet ali, -Mal., 2587. 
Boempoet djanggoet baoeng. Mal., 2196. 
Boempoet djanggoet harimaoe, .Mal., 2811. 
Boempoet djarang. Mal. 2U94 
Boempoet djarang-djarang. Mal., 961. 
Boempoet djaroem. Mal, 224. 
Boempoet djoeloeng-djoeloeng,Mal.,3112. 
Boempoet èkor koeda. Mal, 3448. 
Roempoet èkor tjari, .Mal, 1906. 
Boempoet fl, Mal Tim., 1883. 
Boempoet goró-góró. Mal. Men., 1070. 
Boempoet hidjaoe, -Mal. 2613. 
Boempoet indja. Mal, 2484. 
Boempoet kaki koeda. Mal Amb., 1852. 
Roempoet kantjing badjoe, -Mal, 1968. 
Boempoet këloeboeng, Mal, 2587. 
Boempoet këloeboeng padi, Mal, 2588. 
Boempoet këloeloet mérah, .Mal, 961. 
Boempoet këloeloet poetih, Mal, 3136. 
Boempoet këmaloean, Mal, 2313. 
Boempoet këmbang gros. Mal JIcn., 1867. 
Boempoet kërak nasi. Mal, 3438. 
Boempoet kërak nasi poetih. Mal, 2052. 
Boempoet këras. Mal Amb., 1259. 
Roempoet kërbaoe, Mal, 1259. 
Roempoet këroeboeng. Mal, 2587. 
Roempoet këroeboeng padi, Mal., 2588. 
Roempoet koeda, -Mal Batav., 1204. 
Roempoet koeda, ^lai Tim., 21. 
Roempoet koeda, Vuig. .Mal, 2585. 
Roempoet koembar. Mal., 3089. 



119 



Roempoet koempai, Mal., 2576. 
Roenipoet kólótidi, Mal. Meu., 1852. 
Roempoet lari-lari, Mal., 3213. 
Roempoet lidah ajam, Vul,?. Mul., 3202. 
Roempoet lidah djin, .Mal., 1741. 
Roempoet lidah lëmboe, Mal., 232. 
Roempoet mani-mani sótan, Mal. Men., 835. 
Roempoet mas, Vuig. Mal., I7t)5. 
Roempoet mënsijang, Mal., 9'J(I. 
Roempoet mérah, Mal. M™., 1760. 
Roempoet moeka manis, Mal. Amb., 34-J8. 
Roempoet oedang-oedang, Mal. Bcngk., 141. 
Roompoet oelar ari, .Mal., 12y8. 
Roempoet padi, Mal. .Men., 3987. 
Roempoet padi boeroeng, Mal., 2577. 
Roempoet païtan, Mal. Min., S61. 
Roempoet para-para, Mal., 'JS6. 
Roempoet para-para bëtina, Mal., 'JS'J. 
Roempoet pasir, Mal., 4'J. 
Roempoet përoet tikoes, Mal., 3082. 
Roempoet pétjé, Mal. Jlin., 1257. 
Roempoet pinang, Mal., 2196. 
Roempoet pipit, .Mal., 226. 
Roempoet piso, Mal. Men., 3088. 
Roenipoet poeroen, Mal., 1540. 
Roempoet poetih, .Mal. .Men., 1269. 
Roempoet radja sari. Mal., 1054. 
Roempoet ragi, Mal. Men., 1572. 
Roempoet rijang-rijang. Ma!., 252, 290. 
Roempoet sam.baoe, Mal, 1258. 
Roempoet sandang, .Mal, 1541. 
Roempoet sarang boewaja, .Mal., 2581. 
Roempoet sarang pipit, Mal., 250. 
Roempoet sarang toepai. Mal., 232. 
Roempoet sëboesoek. Mal., 823. 
Roempoet sëmoetjoep. Mal., 960. 
Roempoet siboewéh, -Mal., 1745. 
Roempoet siboewéh batoe, Jlal., 2052. 
Roempoet siboewéh djantan, Jlal., 1745. 
Roempoet sikoe-sikoe, Mal, 2483, 3249. 
Roempoet silat kaïn, Mal., 712. 
Roempoet sisik naga, -Mal., 529. 
Roemipoet soemboe, -Mal., 980. 
Roempoet soerai. Mal., 2194. 
Roempoet soerat bëloekar. Mal., 2183. 
Roempoet soesoer. Mal., 3200. 
Roempoet soewasa, -Mal., 1293. 
Roempoet sópi, -Mal. Men., 77. 
Roempoet sosapoe. Mal. Jlen., 3137, 3417. 
Roempoet srigala. Mal., 1745. 
Roempoet tahi babi. Mal., 3448. 
Roempoet tahi kërbaoe, .Mal., 1542. 
Roempoet tahi sapi. Mal. Men., 875. 
Roempoet takëdjo, -Mal. -Vmb., 2318. 
Roempoet tapak boeroeng, Mal., 232, 2334. 
Roempoet tëki. Mal., 1909. 
Roenipoet tëlor ikan, -Mal., 2586. 
Roempoet tëlor sëntadoe. Mal., 2613. 
Roempoet tëmbaga. Mal., 1906. 
Roempoet tiga sari, -Mal., 975. 
Roempoet tjatok ajam. Mal., 860. 
Roempoet tjëngkëring. Mal, 1745. 
Roempoet tjinta-tjinta, -Mal. .\iiib., 2690. 
Roempoet tjoekoer kërbaoe. Mal., 994. 
Roempoet tjoetjalan, lav. Kr., 1541. 
Roempoet toengkat ali, -Mal., 2587. 
Roempoet toeri, .Mal., 823. 
Roempoet wangi, -Mal, 977. 
Roempoet wëtjoetjalan, Jav. Kr., 1541. 
Roena, -\lf. Buer., 1. 
Roendoe, Sueud., 1273. 
Roendoen, Sas., 1552. 
Roengkom, Atjeh, 1549. 



Roeöen, .\lf. Oei, 1314. 
Roepëng, -Vlf. Mia. T. L., 1764. 
Roepët, .\lf. .Miu. T. B., 1463. 
Roepët, -Vlf. -Min. T. L., 1507. 
Roepët, .\lf. -Min. T. S., 3273. 
Roepët in taloen, .Vlf. :\lin. T. P., 1049. 
Roepët rintëk, -Vlf. -Min. T. L., 3273. 
Roepët rintëk, Alf. Min. T. 1'., 1507. 
Roepët tëkèk, .\lf. Min. T. P., 1437. 
Roeris, -\lf. Miu. T. L., 114. 
Roeroendoe, -Vlf. Mm. T. B., 532. 
Roeroeng-roeroeng, Boeg., Makas., 2114. 

Roes, -Maduer., 2986. 

Roetoe-roetoe, -Mal. Mol, Tcrn., 2439. 
Roetoen, .Vlf. .Vsil, llila, 1314. 
Roewai gadjah, -Mal, 1683. 

Roewaj, Soend, 2666. 

Roewaj tahoen, Soencl, 2666. 
Roewajan, Alf. Min. ï. P., 1180. 
Roewanjo, Alf. N. Laoet, 255. 
Roewas igoeng. Bat., 1616. 
Roewas-roewas, Mal, 1616. 
Roewas-roewas djantan. Mal, 1041. 

Roewé, Alf. N. O. Halm., 698. 

Roewiran, -Uf. :Min. ï. P., 2034. 

Rofo-rofo, Enggano, 2504. 

Rohèn mitèn, Alf. Boer., 962. 

Roja, Alf. Min. T. h., 120. 

Rojan, Alf. -Min. Bent., T. P., 1180. 

RÓkëm, Madoer-, 1549. 

Róko, Daj. M., 1983. 

Rom, Gajo, 2512. 

Rom pëdéh, Gajo, 2512. 

Rom poelot, Gajo, 2513. 

Rom-taróman, Madocr., 2410. 

Roman, Tenimbar, 1885. 

Rombé, .Vlf. Tom., 887. 

Romin, Atjeh, 475. 

Rompó-rompó, Makas., 3383. 

Ronaan, Kei, 847. 

Rondang saboelan. Bat., 1678. 

Rondang-rondang, Bat., 1339. 

Ronjókan, O, Jav., 2967. 

RongOS, Sas., 1382. 

Rontan, Lamp., 2289. 

RontO, Alf. Min. Bant., 2346. 

Ropé, Sas,, 1301. 

RÓpisi, Makas., 392. 

RÓrako, Alf. Halm., Mal. JIcn., Tem., 2505. 

Rorakon, Alf. Min. Bant., 1162. 

Rorè, Alf. Halm., Tem., 3113. 

Roriël, Babar, 602. 

Roroemoe, Tern., 1783. 

Rórósan, Jav. Kr., 3011. 

Rósan, Jav. Kr., 8011. 

Rósan, Jav. Kr. D., 404. 

Ros, Balin., Madoer. B., 2986. 

RÓSi, Mal. Mol, 2986. 

Rósi mawar. Mal Mol, 2986. 
RÓSi mérah, Mal Mol, 2986. 
Rósi pagar. Mal Mol, 2986. 
Rósi poetih. Mal. Mol, 2986. 
Rósi tjina, Mal. Mol, 2986. 
Róta-róta, Tem., 780. 
Rotan, Mal, Minangk., 539. 
Rotan ajër. Mal, iMal Batav., 556. 
Rotan alija. Mal Vmb., 550. 
Rotan aloes, -Mal Men., 566. 
Rotan asam. Mal Mol, 1013. 
Rotan bakaoe, -Mal, 1025. 
Rotan batoe. Mal, 554. 
Rotan bilatoeng. Mal, 541. 
Rotan boeboe, Jial .Vmb., 1026. 



120 



Rotan boeloe, Mal., 102S. 
Rotan boewah, Mal., lOli). 
Rotan dahan, Mal., 2780. 
Rotan dandan, .Miimngk., 5-tl. 
Rotan djanang, Minan^k., lUHi. 
Rotan djawa, .Mal. Mol., .505. 
Rotan djërnang, Mal., 1U16. 
Rotan gadjah, -Mal., 2308. 
Rotan galang, Minangk., 553. 

Rotan galitiëk, .Minangk., 548. 
Rotan gatah, .Minangk., 540. 
Rotan gelang, Mal,, 553, 1017. 
Rotan götah, -Mal., 540. 
Rotan goenoeng. Mal., 547. 
Rotan hoenak, Minangk., 2780. 
Rotan itam, .Mal. Mol., 1022. 
Rotan .iaki, .Mal. .Men., 1550. 
Rotan kalapa, Mal. .\ml)., 1014. 
Rotan kawan. Mal. Mol., 543. 
Rotan kërai, .Mal , 1017. 
Rotan kërtang, .Mal., 2368. 
Rotan kikir, .Mal., 501. 
Rotan kipas. Mal., 710. 
Rotan lilin, -Mal. 555. 
Rotan manaoe, -Mal., 557. 
Rotan mantji, .Mal. Bengk., 557. 
Rotan mantjik, Minangk., 1550. 
Rotan moesang. Mal., 1504. 
Rotan oedang. Mal., 540. 
Rotan oonak. Mal , 2780. 
Rotan oetan, .Mal. .\nil)., 1550. 



1019. 



Rotan radja, Mal., 563. 
Rotan sabooïk, Minangk., 
Rotan saboet, .Mal, loi'j. 

Rotan sago, .Minangk., 500. 

Rotan söga, -Mal, 5(;o. 
Rotan sëga ajër, Mal., 559. 
Rotan sëga haloes. Mal., 500. 
Rotan sëga kasar, .Mal., 560. 
Rotan sëmamboe, Mal., 563. 
Rotan sëmoet, -Mal, 1067. 
Rotan sëpat, .Mal., 1018. 
Rotan sikèk, Minangk., 545. 
Rotan simamboe, .*^nni. W. K., 
Rotan tahi ajam, .Mal, 1021. 
Rotan tikoes, Mal., 1550. 
Rotan tjatjing, \ nlg. .Mal., 555. 
Rotan tjintjin, \ Hlg. Mal., 1017. 
Rotan tjoetjoor, .Mal.. 542. 
Rotan tjoetjoer minjak, .Mal., 
Rotan toeboe, .Mal. Mol., 1022. 
Rotan toekas, -Mal., 071. 
Rotan toeni. Mal. .\inl).. 1026. 
Rotan toeni daoen bösar. Mal 
RÓtè, .\lf. Min. T. 15., T. S., 2362. 
Roté, Cajo, 1789. 
Rotnia, Sermata, 2289. 

Rówa-arówa, Bonth., 3001. 

Rowè, Salfijcr, 2345. 
Rowi, .\ll'. Min. T. P., 1512. 
Rowistoe, Madocr. B., 228. 
Rwi sisir, Balin., 456. 



563. 



1015. 



.\mb., 1028. 



s. 



Saakët, Alf. Min. T. B., 1808. 
Saang, .Tav. IVg., Jladoer., Sika, 2736. 
Saang boentok, .Madoer., 2723. 
Saang pótè, Madoii-., 2736. 
Saang soelah, .lav. Teg., 2730. 
Saang tjëlëng, -Madocr., 2730. 
Sabachai, N. (Juin. Hmnb., 2458. 

Sabang, Dai., 884. 
Sabhrang, Madocr. 1'., ,s., 1892. 
Sabhrang balandha, Jladocr. B., 2181. 
Sabhrang kadjoe, Madoer., 2181. 
Sabhrang loepa, Madocr. S., 1892. 
Sabhrang longgha, Madoer. P., S., 1892. 
Sabhrang tënggang, Madoer. P., S., 2181. 
Sabi, Bat., 493. 
Sabija, liiman.. OIS. 
SabO, Balin., 2310. 

Sabo djawa, Baliu., 19. 

Saboe, .Madocr., 2316. 
Saboe manèla, .Madocr., 19. 
Saboet, Bat., Mal, 1019. 
Sabot, Tim., 2458. 
Sabrang, Balin., 846. 
Sabrang, Socnd., 048. 
Sabrang djawa, Balin., 3175. 
Sabrang sawi, Balin. Kr., 2181. 
Sadang, .lav., 1391. 
Sadang, Minangk., Socnd., 2088. 
Sadangan, Socnd., 3438. 
Sadëng, .)av., 2088. 
Sadina, .\lf. W. Cer., 3313. 
Sading, Jav., 2088. 
Sadjëng, Jav., 611. 



Sadoeri, Jav., 591. 

Saèh, Socnd., 507. 

Safoet, -\lf. Boer., 846. 

Saga, Bat., Jav., Mal., Soeud., 42. 

Saga, lianip., 2635. 

Saga, Maka,s., Mal. .Men., 3. 

Saga areuj, Soend., 3. 
Saga bëtina, Mal., 3. 
Saga bidji, Vnig. Mal., 3. 
Saga dèngkol, Mal., 2506. 
Saga djantan, -Mal., 42. 
Saga gadjah. Mal., 2759. 
Saga hoetan, Mal., 42. 
Saga kajoe. Mal., 42. 
Saga këndëri, Mal., 3. 
Saga leutik, Soend.. 3. 
Saga mamèntèng, Makas., 42. 
Saga manis, (». .lav., 3. 
Saga nias, .'av., 42. 
Saga molek. Mal., 2026. 
Saga paja. Mal., 1029. 
Saga pohon. Vuig. Mal., 42. 
Saga tëlik, .lav., 3. 
Saga toentëng, Jav., 42. 
Sagalong, 1'aj. Kat., 2443. 
Sagawé, Baliu., 41. 
Sagha, Madocr., 42. 
Sagha baj, Madocr., 41. 

Sagha nal, Kaug., 42. 
Sagin, .Vlf. Tom., 2361. 
Sago, Minangk., 42. 
Sago batinb, Minangk., 8. 
Sago djantan, Minangk., 42. 



121 



Sagoe, Vulï. Mal., 2289. 
Sagoe badoeri, Mal. Mon., 2289. 
Sagoe bëlanda, Mal., 2188. 
Sagoe doeri rotan, .Mal. Amb., 2288. 
Sagoe ihoer, .Mal. .Vmb., 2290. 
Sagoe makanaroe, Mal. Amb., 2287. 
Sagoe oetan, -Mal. Amb., 2286. 
Sagoenggoe, .lav., S20. 

Saha, Bimaa., 2736. 

Sahagi, Socnd., 1C92. 

Sahai, Alf. Min. Bant., 34(15. 
Sahakèpo, Alf. Min. Bent., 2689. 

Sahamoenté, Alf. Min., 643. 
Sahamoenté, .Mf. Min. Punos., 646. 
Sahang, Alf. Min. Bant., 2285. 
Sahang, Alf. Miu. Bent., 2089. 
Sahang, Daj. Z. O. Born., Mal. Bandj., 648, 2736. 
Sahang roebit, l'aj. Z. O. Born., 653. 
Sahang salija, Uaj. Z. O. Boin., 2736. 
Sahangi, Alf. .Min. Ponos., 3025. 
Sahat-sahat, Bat., 111. 

Saïm, Tim., 2666. 

Saja, Atjch, 162. 

Saja, .\. Guin. Roemb., 2382. 

Saja, Tim.. 2637. 

Saja bakc, Tem., 1695. 

Saja bali djaga, Toin., 1795. 

Saja dodopóla. Tem., 1969. 

Saja kasitela, Alf. N. O. Halm., 2641. 

Saja kastéla, Tern., 2641. 

Saja magoetélé. Tem., 824. 

Saja mani. Tem., 1914. 

Saja manoeroe, Tem., 1938. 

Saja matahari, Tem., 1752. 

Saja ngali-ngali, Tern., 1795. 

Saja tjina, Tern., 534. 

Saja wangé konóra, Tem., 2641. 

Sajawoe, Mal. Men., Tem., 1122. 

Sajoer babi, Vnlg. Mal., 3448. 
Sajoer oedang. Vuig. .Mal., 184. 

Sajoha, Alf. Mm. Bant., 1899. 

Sajor, Alf. Min. T. L., T. P., 1899. 

Sajor ajam, Mal. Amb., 691. 

Sajor boelan, Mal. Tim.. 2748. 

Sajor kalapa. Mal. Mol., 962. 

Sajor kambing. Mal. Mol., 2855. 

Sajor kangkoeng, .Mal. Mol., 1899. 

Sajor kèlor. Mal. Men., 2345. 

Sajor lilin. Mal. Mm., 3010. 

Sajor moeka manis, Mal. Amb., 1268. 

Sajor morsègoe, Mal. Amb., 3368. 

Sajor pahit, Mal. .Mol., 2796. 

Sajor pakoe, Mal. .Mul., 368. 

Sajor poetih, Mal. Amb., 2748. 

Sajor radja, Mal. Mol., 962. 

Sajor tatanaman, .Mal. .Men., 816. 

Sajor tjina. Mal. Tim., 3145. 

Sajor wasa. Mal. .\mb., 1523. 

Sakal, Alf. Amb., Oei., 217. 

Sakalak, .lav., 2801. 

Sakam, -Minangk., 278. 

Sakar sading, Mal., 3438. 

Sakat, Mal., 111. 

Sakat bawang, Mal., 23. 

Sakat bëlimbi. Mal., 3329. 

Sakat gadjah. Mal., 215. 

Sakat këlëmbai, Mal, 1056. 

Sakat lidah boewaja, .Mal., 2467. 

Sakat oebat këpijaloe, .Mal., 23. 

Sakat oelar, -Mal., 3038. 

Sakat rambai koewaoe, Mal., 3462. 

Sakat riboe-riboe, Mal., 1173. 

Sakat toelang oelar, Mal., 832. 



Sake, Xias, 1318. 

Sake, Soend., 1671. 
Sakèk, .Minangk., 111. 

Sakèk rambajan, Minangk., 3462. 
Sakëlati, Alf. X. O. Halm., 3332. 
Sakéta, Alf. Halm., Tern., 135. 

Sakéta, Alf. Min., 1941. 
Sakoe, -Xias, 2389. 
Sakoeï, Minangk., 3113. 
Sakoeïh, JHnangk., 3113. 
Saksak, Balin., 3503. 
Saksak, Sas., 2822. 
Saksak mëmëdi, Baliu., 2967. 
Saksak tjina, Baliu., 2967. 

Sala, Alf. Asil., Hila, Z. Cer., 1555, 1987. 

Sala, j\lf. Min. Bent., Tonsaw., 2157. 

Sala, Boeg., .Makas., Minangk., 3546. 

Sala hahoe, Alf. Z. Cer., 1555. 

Sala hatoe, Alf. Z, Cer., 1992. 

Sala oe padihë, Sangi, 1384. 

Sala poeti, .\lf. Z. Cer., 1555. 

Sala pólot, Alf. Z. Cer., 1988. 

Sala rimbó, Minangk., 3547. 

Sala-sala, Boeg., Makas., 513. 

Salaal, Alf. Z. Cer., 760. 

Salab, Alf. Min. T. P., 3012. 

Salaboelan, Bat. Dair., 1526. 

Saladah, Soend., 1972. 

Saladah bókor, Soend., 1972. 

Saladah tjaj, Soend., 2411. 

Saladah tjaj gëdè, Soend., 2411. 

Saladah tjaj leutik, Soend., 2411. 

Salah lakoe, Mal., 779. 

Salak, Balin., Jav., Madoer., Mal., Soend., 3546. 

Salak oelar, Sum. W. K., 3547. 

Salakal, Alf. Amb., 760. 

Salal, Alf. Sap., 1555. 

Salam, .Tav., Madoer., Mal, Soend., 1346. 

Salam alas, Jav. Ng., 1319. 
Salam andjing, Soeud., 2861. 
Salam badak, .Soeud., 1341. 
Salam gëdè, Soeud., 1323. 
Salam wana, Jav. Kr., 1319. 
Salam watoe, Jav., 1346. 
Salamoeli, Mal Amb., 882. 
Salaol, Alf. X. Laoet., 1555. 
Salaon, Bat., 1885. 
Salaot, Alf. .Miu. Tonsaw., 3088. 
Salapia, Alf. Z. Cer., 1314. 
Salaroet, Jladoer. B., 2188. 
Salasè, -Madoer., 2474. 
Salasèjan, .Madoer., 764. 
Salasih, Soend., 2474. 
Salasih bódas, Soend., 2474. 

Salasih woengoe, Soend., 2477. 

SalatÓ, Mf. Har., 1555. 
Salatri, Soeud., 579. 

Salawei, Alf. Jlin. T. P., 49. 

Salé, All Har., 835. 

Salé ané, Alf. Z. Cer., 835. 

Saléa, Mal. Amb., 835. 

Salëboeng kéró, Alf. Min. Tonsaw., 838. 

Salëboeng méha, AU'. Min. Tonsaw., 844. 

Salékat, -Alal Batav., 3354. 

Salémpat, Soend., 3061. 

Salèmpat toelis, Soeud., 3062. 

Salèpër, Banda, 2565. 

Saligoeri, Miuaugk., 3138. 

Salijara, Soend., 1984. 
Salijèrè, Soeud., 1984, 
Salimata, AU'. Miu. Tonsaw., 229. 
Salimbata, AU'. Min., 229. 
Salimbatoek, Bat., 22. 



122 



Salimëng, Aijch, 3VJ. 

Salimoeli, Alf. lli.lm., Tcrn., 882. 

Salingkawoeng, Alf. .Min. T. L., 3501. 

Salinsa, All. .Min. T. S.. 426. 

Salintjawoeng, Alf. Min. T. P., 3501. 

Salintjawoeng i lawanan, Alf. Min.T. l'.,l.l.fi, 

Salintjawoeng in dékat, Alf. .Min. T. 1'., 1. 

Salintjawoeng koeló, Alf. .Min. T. 1'., 3337. 

Salira, Socml., 25. 

Salisa, Alf. (tel., Z. Ccr., 3313. 

Salo bóboedó, Tern., 103Ü. 

Saló góró, Tem., 3131. 

Salóda, K"(f:., 26(11. 

Saloebi, Hüt. Mand., 3515. 

Saloebóta, Alf. .N. ü. llHlm., 831. 
Salóhot, HhI., 221.. 
Samak, Mul., 131t. 
Samak boekit, .Mal., 1344. 
Samak darat, Mal., 1348. 
Samak djantan, Mal., 2'J08. 
Samak paja, Mal., 1328. 
Samak poeloet, Mal., 1350. 
Samak sërai, .Mal., 1338. 
Samak tebëraoe, Mal., 1333. 

Samaka, Alf. Boa-., llalm.. Min. T. B., Z. Cir., 
Bul. .Monf;., Lamp. B. Ag., Tcrn., 784. 

Samaka bakas, Alf. Min. Ponos., 2255. 
Samaka wiwang, Alf. Min. T. S., 784. 
Samaki, Alf. Min. T. P., 3356. 
Samal, Alf. Amb., Uel., 240'J. 

Samamboe, Ba(., 503. 

Samangka, .Mailocr., Mal. Men., Socnd., 784. 
Samangka arab, Madoi-r., 784. 
Samangka balandha, Madocr., 933. 
Samangka dhadhoe, .Madocr., 784. 
Samangka kótjor, -Madocr., 784. 

SamangkÓ, Jlinan£;k., 784. 
Samar, Alf. Amb., Ocl., 2409. 
Samara kóhè, .\lf. ilin. Bant., 1765. 
Samaraka, N. dmu. Nocmf., 784. 
Samaran, Alf. .Min., 871. 
Samarang, Alf. .Min., 871. 
Samarang kètè, Alf. Min. T. P., 871. 
Samarang lèmè, Alf. Min. T. P., 871. 

Samarantok, Madocr, S., 3148. 
Samatè, Alf. .Min. Bant., 2112. 
Samatè hégété, Alf. Min. Bant., 2112. 
Samaté pandara, .\lf. Min. Bant., 2112. 
Samba, Nias, 1315. 
Samba hia, Nias, 493. 
Sambaboe, Daj. Z. O. Born., 648. 
Sambal, Daj. Z. O. Boru., 2719. 
Sambako, .V. finin. Nocmf., 2458. 

Sambalik angin, Mal. Z. o. Born., 2151. 
Sambang darah, Mal. Batav., 1415. 
Sambang tjólok, Jav., 2847. 
Sambaoe, Mal., .Minangk., 1258. 
Sambaramèntoe, Makas., 3148. 
Sambéjan, Alf. Min. T. P., 2471. 

Sambi, Balin., Biman., .lav., 3067. 
Sambiki, Alf. N. o. Halm., Alal. -Alen., 1973. 
Sambiring, Alf. Min. Bent., 3139. 
Sambiring, Alf. .Min. T. L., 3140. 
Sambiring rintëk, Alf. .Min. T. L., 751. 
Sambiring sela, Alf. -Min. T. L., 1361. 

Sambit, Alf. .Min. Tonsaw., 457. 
Sambit disik, Alf. Min. Tuns,aw., 1969. 
Samblaka, Haj. Kat., 218. 
Sambloeng, Balin., 193, 3076. 
Sambó, Bat., 1258. 
Sambódja, -Tav.. 2787. 
Samboeboehon, Bat., 2443. 
Samboeëng, .Miuaugk., 3448. 



Samboeng toelang, Balin., 780. 

Samboota, Boig., Makas., 1414. 

Samè, Alf. .Min. Ponos., 2126. 

Samé, Alt. N. ü. Halm., -Mal. -Men., Tcrn., 3356. 

Samih, Balin., 2089. 

Samir, Balin Kr., 2089. 

Samódja, Bat., 506. 

Samódja, ."^ucnd., 2787. 

Samoelé, Alf. W. ter., 1595. 

Samoenté, Alf. .Min., 1914. 

Samowan, Halin., 1117. 

Samowan djaé, Balin., 1117. 

Samowan nasi, Halin., 1117. 

Samowan samboek, Balin., 1117. 

Sampak, Balin., 2lo7. 

Sampaka, Alf. Min., Z. Cer., 2295. 

Sampakang, Sangi, 2295. 

Sampang, Jav., 1400, 1402. 

Sampang, Sucnd., 562. 

Sampar wali, Balin., 3148. 

Sampar wantoe, Balin., 3148. 

Samparantoe, .lav., 2405. 

Samparantoe, Socnd., 3148. 

Sampeu, .'^wml.. 2181. 

Sampeu amis, Socnd., 2181. 

Sampeu bëgog, Socnd., 2181. 

Sampeu bënër, Socnd., 2181. 

Sampen beureum, Socnd., 2181. 

Sampeu bódas, -Sucnd., 2181. 

Sampeu dangdeur, Socnd., 2181. 

Sampeu djagrëng, Socnd., 2181. 

Sampeu gading, .Socnd., 2181. 

Sampeu këtan, Socnd., 2181. 

Sampië, Minangk., 322. 

Sampinit, Alf. .Min. T. L., 532. 
Sampinit rintëk, Alf. Min. T. L., 533. 
Sampinoer, Bat . loKi. 
Sampóra, .Socnd., 850. 
Samwan, Balin., 1117. 
Samwan djaé, Balin., 1117. 
Samwan nasi, Balin,, 1117. 
Samwan samboek, Balin., 1117. 

Sana, .lav.. Lamp,, Sas., 2883. 

Sana kapoer, .'av., 2883. 
Sana këling, Jav., 1030. 
Sana këmbang, Jav., 2883. 

Sanam, -Minangk., 1885. 
Sandat, Balin., Sas., 601, 3403. 

Sandat alas, Balin., 2802. 
Sandat gawah. Sas., 2802. 
Sandat kananga, Balin., 601. 
Sandat mëmëdi, Balin., 2800. 
Sandat wangsa, Balin., 601. 
Sandja-sandja, Balin., 2319. 
Sandoedoek, Bat., 2222. 
Sané, Wctar, 1892. 
Sané-sané, Bat., 2427. 

Sanèk, Madocr., 642. 
Sanénem, N. (inin. Nocmf., 2460. 
Sang, Sas,, Sika, Solor, 2736. 
Sanga, Boeg,, -Makas., 3378. 
Sangari, Biman., 3473. 
Sangga goeri, Sa.s., 3138. 
Sangga langit, Mal. Batav., Socnd., 692. 
Sangga loetoeng. Mal,. 2441. 
Sangga loetoeng djantan. Mal., 244S. 
Sangga loetoeng hitam, .Mal., 746. 
Sanggalong, Oaj, Kat,, 2443, 
Sanggar, Bat,. 251. 
Sanggé-sanggé, Bat,, 229. 
Sanggoegoe, Mal. Batav., 820. 
Sanggoelèra, Alf. Tom., 379. 
Sangi, Alf. Miü. T. L., 1161. 



123 



Sangir langit, Mal. Balav., 692. 
Sangkara mata, JNIakas., 457. 
Sangkari, Alf. N. O. Halm., 787. 
Sangkawa, N. Guin. Xoemf., 23S2. 
Sangkè, I'aj. Z. O. Bom., Salcijcr, 131S. 
Sangkè, Sum. \V. K.. 1822. 
Sangkèt, \\(. Min. T. I.., T. 1'., 1808. 
Sangket in tjoentoeng, .Vlf. Min. T. P., 1808. 
Sangkèt-sangkèt, lialin., Jav., 2781. 
Sangkètan, lav., 2T>^1. 
Sangkètan rambat, .lav., 24. 
Sangklapa, Vulj;. Mal., Ifiü-i. 
Sangkongan, .\ir. Min. T. B., T. L., T. S., 2471. 
Sangkowang, Mal. Z. o. Born., 2532. 
Sanglir, o. .lav., 1613. 
Sangó-sangó, Bwi;., .Makas., 1694. 
Sangoe, Mal., 1(J'J4. 
Sangsalan, -\lf. Min. ï. 1'., 958. 
Sangsilè, .Mal. Bnigk., 665. 
Sangsit, Balin., 847. 
Sanintën, Socnd., 693. 
Sanintën sabrang, Soend., 932. 
Santagoeri, .Sas.. 3138. 
Santen, o. Jav., 2480. 
Santënan, Jav., 1914. 
Santi, .\lf. Min. T. L., 19fiO. 
Santi, Alf. Min. T. S., 2509. 
Santigi, Boor., Makas., 2636. 

Santigi rómang, Bonth., 2791. 

Santo, Minangk-, 2458. 

Santoel, .Mal. Batav., 3027. 

Santoen, Jav. Kr. 1)., 3396. 

Saoe manila, Makas.. 19. 

Saoe niasarawèt, Alf. Min. T. L., 3464. 

Saoe méa, Alf. Min. T. L., 1976. 

Saoe poeti, Alf. Min. T. L., 3464. 

Saoe rèndai, Alf. .Min. T. L., 3464. 

Saoe rintëk, Alf. Min. T. L., 1976. 

Saoe sela, Alf. Min. T. L., 3464. 

Saoe watoe, Alf. .Min. T. L., T. S., 1976. 

Saoeheun, .Socnd., 2582. 

Saoeheun badak, Socud., 2582. 

Saoeheun beurit, Socnd., 712. 

Saoemé, Alf. Min. T. P., lil. 

Saoemé im batoe, Alf. .Min. T. P., 2778. 

Saoeng, .Suind., 1566. 

Saoeng ringgeung, Sorad., 1569. 

Saoet, Alf. .Min. T. L., 2361. 

Saoet né wolai, Alf. Min. T. L., 2359. 

Saoetan, Sum. \V. K., 2332. 

Sapa, Bat . 464. 

Sapai oewëk, Atji'h, 2441. 

Sapaléné, Alf. Amh., fiOl. 

Sapalin, Alf. Har., Z. Ccr., 601. 
Sapang, Alf. Min. Tonsaw., 115. 
Sapang, Makas., Minangk., 535. 
Sapar, Alf. Amb., 862. 
Saparantoe, Jav., 3148. 
Saparantok, .Madocr., 3148. 
Sapatané, Alf. Asil., Hila, 2565. 
Sapè, Minangk., 1352. 
Sapè bawa, Makas., 434. 
Sapè gadang, .Minangk , 2125. 

Sapè lajang-lajang, Minangk., 2130. 
Sapè oedang, .Minangk., 2134. 
Sapè sala. Buig., 434. 

Sapèh, -Madyir., 2831. 

Sapèh radjha, Madoer., 1253. 
Sapèn, Jav., 2674. 
Sapët koeló, Alf. Min. T. P., 2695. 
Sapët makènté, Alf. Min. T. P., 2256. 
Sapët poeti, Alf. .Min. T. L., 2695. 

Sapët woering, Alf. .Min. T. L., 2256. 



Sapia, Alf. Z. Ctr., 1314. 
Sapijang, Midd. Snm., 1987. 
Sapili, Alf. Tom., 135. 
Sapiri, Makas., 135. 
Sapoe, Kisar, 787. 

Sapoe halaman. Mal., 3138. 

Sapoetan, Alf. .Min. T. B., T. I,., 86. 

Sapoetan kawok, Alf. JHn. T. L., 1401. 

Sapot, Bat., 1352. 
Sapota, Bonth., 155. 

Saprantoe, Jav., 3148. 
Sarab, Alf. Min. T. P., 3012. 
Saradan, Jav., 1548. 
Saradan kajoe, Jav., 1547. 

Sarai, .Minangk., 229. 
Sarait, Alf. Min. T. S., 3088. 
Saraj, SoiMid., 673. 
Saramoentè, .\lf. Min., Makas., 643. 
Saramoeté, .\lf. Min. Tonsaw., 643. 
Sarang, Alf. Jlin. T. B., 2089. 
Sarang banoewa, Bat., 232. 
Sarang pipit, Mal., 250. 
Sarang poenei, Jlal., 1086. 
Sarang toepai, Mal., 232. 
Sarangan, Jav., 693. 
Sarangó, .\ias, 22. 

Sarap, .Madocr., 3180, 3447. 

Sarap alas, Jav., 828. 

Sarap nor-nor, Madoer., 2028. 

Sarapsap, Alf. Min. T. B., 1454, 1506. 

Sarapsap sela, M(. Min. ï. B., 1458. 

Sarasati, Jav., 222. 

Saraw, Alf. Min. T. L., T. P., 3012. 

Sarawès, Alf. Min. Bent., 3088. 

Sarawèt, Alf. Min. T. L., 3088. 

Sarawèt, Alf. Min. T. S., 3465. 

Sardak, Lamp., 455. 

Saré, Alf. Z. Cer., 835. 

Saré, Daj., Maka-s., Jlal. Amb., 229. 

Sarè ambong, Makas., 228. 

Sarëng, Alf. Min. Tonsaw., 2089. 

Sarèngsèng, Socnd., 2560. 

Sarètak, Daj. B., Kat., 2661. 

Sareuni, Socnd., 1006. 

Sari boemi, .Mal, 1757. 

Sari koening, Balin. Scmb., 5. 

Sari konta, Balin., 5. 

Sari moedjari, Mal., 1614. 

Sari-sari, .Mas, 3185. 

Sarik mëndjari, Sum. W. K., 1614. 

Sarikaja, Daj., Soeud., 247. 

Sarimbata, Alf. Min., 229. 

Sarimbata i riping, Alf. Min. T. L., 2794. 

Sarimbata rintëk, Alf. Min. T. L., 2497 

Sarimbata sela, Alf. Min. T. L., 712. 

Sarindan, Bat., 2096. 

Sarisa, Alf. Ocl., Z. Ccr., 3313. 

Sarkadja, Madocr. B., P., 247. 

Sarmé-sarmé, Bat., 2751. 

Saroeka.jat, Alf. Min. Tonsaw., 1483. 

Saroemé, Biman., 2683. 

Sarbenai, Minangk., 3501. 

Saroenèn, Jav., 3212. 

Saroenèn, o. Jav., 3500. 

Saroenèn walang, Jav., 3201. 

Saroeni, Balin., Jav., Socnd., 3501. 

Saroeni ajër, Vuig. Mal., 3502. 
Saroeni goenoeng, Socnd., 3501. 
Saroeni tjina. Mal. Mol., 3503. 
Saroeni walanda, Socnd., 750. 
Saroeni walanda beureum, Soend., 750 
Saroeni walanda bódas, Soend., 750. 
Saroeni walanda kónèng, Soend., 750. 



124 



Saroeni walanda tambaga, Socnd., 750. 
Saroepapa, Alf. Miii.T.l,.,Tousaw.,T.P.,T,S.,2662. 
Saroepapa sajor, Alf. Min. T. L., T. 1'., 1899. 
Saroepapang, Alf. .Min. T. L., 2662. 
Saroerangei, Alf. Min. T. 1'., 2984. 
Sasa, Air. .Min. Buut., 2400. 
Sasah, .Smnd., 3268. 
Sasah badak, Socnd., 3268. 
Sasah goenoeng, .Soenil., 3268. 
Sasah. lëmboet, Sociul., 112. 
Sasaïr kèté, Alf. Min. T. l'., 1943. 
Sasamarën, Alf. Miu. T. L., 871. 
Sasampajan, .Suiml , luoc. 
Sasangkongan, Alf. Min. T. L., 3141. 
Sasangkongan lèwó, Alf. Min. T. L., 336. 
Sasangkongan rèndai, Alf. .Min. T. I,., 2471. 
Sasangkongan rintèk, Alf. Min. T. L., 2471. 
Sasapëtèn, Alf. Min. T. L., 1506. 
Sasapëtën sela, Alf. Min. T, L., 1502. 
Sasating, Daj. Z. O. Boru., 679. 
Sasawé, Alf. Asil., Hila, N. Laoct, Sa])., 493. 

Sasawéja, Alf. Z. fcr., 493. 
Sasawèn, Alf. Z. Cer., 493. 
Sasawi, Baliu., Minangk., Socnd., 493. 

Sasawi bódas, Somd., 3145. 

Sasawi leuweung, Soeud., 1723. 

Sat lótong, .Madocr., 90. 

Sat lótong pótè, Madocr., 90. 

Sata, Jav. Kr., 2458. 

Satarip, .«f. Min. T. P., 308S. 

Sati, Nias, 3309. 

Satoeloe, Makas., 3027. 

Sawa, Alf. Min. T. L., 210. 

Sawa, Jav., 1274. 

Sawang, Daj., 884. 

Sawè, Madocr. S., 2181. 
Sawèl, Alf. Har., 493. 
Sawi, Jav., 493. 
Sawi, -Madocr. B., P., 2181. 
Sawi alas, Jav., 494. 

Sawi tëgal. Mal. Batav., 126S. 

Sawi-sawi, Mal., 493. 
Sawo, Jav., .Mal., Socnd., 2316. 
Sawo djawa, Jav. Ng., 2316. 
Sawo djawi, Jav. Kr., 2316. 
Sawo hoetan. Mal., 2596. 
Sawo londa, Jav., 19. 
Sawo manila, Jav., Mal., .Socnd., 19. 
Sawo tjina. Vuig. Mal., 19. 
Sawoekow, Alf. Min. T. h., 1461. 
Sbija, Sa.H., 648. 
Sbija këdi, Sa,s., 653. 

Sbita, Balin., 437. 
Sè-salasèjan, Madocr., 2511. 
Séa, Alf. .Min. Bent., T. S., 2343. 
Séa, Alf. Min. T. P., 2162. 
Sëbasa, .Mal., 1648, 3098. 

Sëbasa batoe, iMal., 807. 

Sëbasa djantan, :Mal., 274. 

Sëbasa hitam, -Mal., 272. 

Sëbasa niinjak, Mal., 272. 

Sëbasa nipis koclit, -Mal., 272. 

Sëbasa nipis koelit bëtina. Mal., 274. 

Sëbasa nipis koelit poetih. Mal., 281. 

Sëbè, s,>cud., 630. 

Sëbè beureum, Socnd., 630. 

Sëbè kónèng, Socnd., 630. 

Sëbéh, Mal.. «30. 

Sëbija, .Sas., 648. 

Sèboe, Kisar, 784. 

Séboe, N. Guin. 4 R., 160. 

Sëboeroe, ^lal., 1677. 

Sëboesoek, Mal., 687. 



Sëbot, Tim., 2458. 

Sëbrang, Sas., 846. 

Södah, Jav. Kr., 2717. 

Sëdëp, Alf. Min. T. S., 3556. 

Sëdëp malëm, Jav., Mal. Batav., Socnd., 2806. 

Sëdëp poeti, Alf. Min. T. S., 3556. 

Sëdëp roendang, Alf. Min. T. S., 3556. 

Södingin, .Mal., 519. 

Sëdingin hoetan. Mal., 2874. 

Sëdoewajah, Mal., 3518. 

Séë, Alf. .Min. Tonsuw., 2361. 
Sèé, Balin., 229. 
Sëga, Mal., 560. 
Sègang, Socnd., 191. 
Sëgawé, Jav., 41. 

Sègèl, Socnd., 3519. 

Sëgërat, O. Jav., 2319. 

Sëglawan, Alf. Boer., 42. 

SëgÓ, .Mal. Pal., 560. 

Sègoeng, Socnd.. 2639. 

Scha, Alf. Min. Bant , 2343. 

Sëhé, Balin. .Scnil) , 229. 

Séhi, Alf. Amb., Har., Hila, Z. Ccr., 3556. 

SÓhi lala, Alf. Amb., Har., Hila, Z. Ccr, 3553. 

Séhil, Alf. .\. Laoct, Sap., 3556. 

Séhil lalal, Alf. N. Laoct, Sap., 3553. 

Sèho, -Mal. -Men., Tcrn., 322. 

Sèho jaki. Mal. Men., 674. 

Sëkam boelan. Mal., 1698. 

Sëkam mérah. Mal., 278. 

Sëkang, Balin., 820. 

Sëkar dangan, Jav.. 3438. 

Sëkar djalak, Jav., 531. 

Sëkar kënioening, Balin. Kr., 601. 

Sëkar pëtak, Jav. Kr., 2938. 

Sëkar pótè, Madocr., 2937, 2938. 
Sëkar sapèn, Jav., 2674. 
Sëkati lima, Mal., 73. 
Sëkawang, .Mal. Pal., 3124. 
Sëké, Atjch. 2557. 

Sëké poeloet, Atjch, 2569. 
Sëké tikar, Atjch, 2565. 
Sëkëdoedoek, Mal. Bcngk., 2222. 
Sëkëndal, Mal., 879. 
Sèkëntoet, -Mal., 2533. 

Sèkoe, Alf. \V. Ccr., 3550. 

Sëkoei, Mal., 3113. 
SÖkoel, Socnd., 3113. 
SÓIa, Alf :\lin. T. B.. 831. 
Sèlada, Vuig. Mal., 1972. 
Sëlada ajër. Vuig. .Mal., 2411. 

Sëladri, Mal. Batav., 270. 

Sölakët, ü. Jav., 752. 
Sélang, Jav., 80. 
Sölapan, Lamp., 1583. 
Sèlaroe, Teuimbar, 3550. 

Sëlasèh, .Mal., 2474. 
Sëlaséh ajër. Vuig. Mal., 238. 
Sëlaséh banjoe, Mal.. 46. 
Sëlasèh djërageh. Mal., 2051. 
Sëlaséh doolang. Mal., 2474. 
Sölaséh hoetan, Mal., 1868, 3219. 
Sëlaséh kèmangi. Mal.. 2477. 
Sèlaseh padang, .Mal., 2051. 
Sëlaséh poetih. Mal.. 2474. 
Sèlasi, Mal., 2474. 
Sëlasih, Jav., 2474. 

Sëlasih irëng, Jav., 2474. 
Sëlasihan, Jav., 764. 
Sëlaton, O. .lav., 1563. 
Sëlëmbar, .Mal., 2822. 
Sëlgoeri, .Mal., 3138. 
Sëlgoeri bëtina, Mal., 3138. 



125 



Sëlgoeri djantan, >ral., 3138. 
Sëlimèng, Atjch, 379. 
Sèlimpat, Mal., 27-15. 
Sëlimpat ajër, Mal., 105. 
Sëlmèlè, Tim., 2683. 
SèlÓ, Alf. Min. T. L., 2157. 
SèlO, o. Jav., 936. 

SèlÓ in taloen, Alf. Min. T. L., 912. 
Sëloedang pinang, Mal., 2630. 
Sëloemar, Mal , l'.)3(i. 
Sëloemar lanang, MiilJ. Sum., 1930. 
Sëloemar poetih, MidJ. Sum., 1930. 
Sëloemélëk, Kütin., 2683. 
Sëloepan, Smn. W. K., 1938. 
Sëloewang, Mal., 2072. 
Sëm-asëman, Madocr., 3005. 
Sëmaga, Balin., 788. 
Sëmak, Jav., 1133. 
Sëmaka, Alf. Miu. T. S., 784. 
Sëmaloe, Mal., 2313. 
Sënianiboe, Mal., 563. 
Sënianga, Atjeh, 601. 
Sëmanggèn, Jav., 2606. 
Sëmanggi, Jav., 1856. 
Sëmanggi, O. Jav., 2523. 
Sëmanggi goenoeng, Jav., 1855. 
Sëmanggi goenoeng, O. Jav., 2523a. 
Sëmangka, Balin., ;Mal., 784. 
Sëmangka bëlanda. Vuig. .Mal., 933. 
Sëmar kantong, Jav., 2435. 
Sëmar maboek, Jav., 1164. 
Sëmar mëndëm, Jav., 1164. 
Sëmaram, Mal., 2625. 
Sëmbalik até, Sas., 1765. 
Sëmbër, Alf. .Miu. T. P., 1076. 
Sëmbhoeng, MaJocr., 3446. 

Sëmbilat, Mal., 2989. 
Sëmbilat darat, Mal., 2989. 
Sëmbilat mérah, Mal., 826. 
Sëmbilat padang. Mal., 826. 
Sëmbilat papan, Mal., 826. 
Sëmbilat poetih, Mal., 2990. 
Sëmbir, Jav , 344. 
Sëmbódja, Jav., 2787. 
Sèmboekan, Jav., 2533. 
Sèmboekan lëmah, Jav., 248. 

Sëmboeng, Halin., Jav., Mal., .Soen.1., 404, 3448. 

Sëmboeng awèwè, Socml., 464. 
Sëmboeng bima, Jav., 374. 
Sëmboeng dëdëk, Jav., 3446. 
Sëmboeng djago, Jav. Ng , 1847. 
Sëmboeng djantan. Mal., 1291. 
Sëmboeng gadjah, Mal., 49. 
Sëmboeng gantoeng, Baliu., 470. 
Sëmboeng gëdè, Jav., 3446. 
Sëmboeng gëli, Jav., 464. 
Sëmboeng gilang, Jav., 3446. 
Sëmboeng goela, Jav., 464. 
Sëmboeng goenoeng, Jav., 3446. 
Sëmboeng hoetan djantan, -Mal., 812. 
Sëmboeng idjo, lav , 1207. 
Sëmboeng këbo, Jav., 3448. 
Sëmboeng koeöek, Baliu.. 468. 
Sëmboeng koewanglot, Jav., 3446. 
Sëmboeng koowoek, <• Jav , 468, 3446. 
Sëmboeng koewoek gëdé, <>. Jav., 469. 
Sëmboeng koewoek poetih, o. Jav., 1847. 
Sëmboeng lalaki, Soiuil., 408. 
Sëmboeng lanang, Jav., 526. 
Sëmboeng lëgi, Jav., 464. 
Sëmboeng mórah. Mal., 1096. 
Sëmboeng rambat, Halin., 470. 
Sëmboeng rèndètin, Baliu., 3448. 



Sëmboeng sawoeng, Jav. Ki-., 1847. 
Sëmboeng wanglot, Jav., 3440. 

Sëmëk, Madufl-., U. Jav., 1133. 

Sëmër danta. Mal., 1924. 
Sëmilat, .Mal., 2989. 
Sëmilat darat, Mal., 2989. 
Sëmilat mérah. Mal., 826. 
Sëmilat padang, ilal., 826. 
Sëmilat papan. Mal., 826. 
Sëmilat poetih. Mal., 2990. 
Sëming, Balin., 1945. 
Sëmódja, Baliu. Semb., 2787. 
Sëmongka, Jav. Ng., 784. 
Sèmongka djingga, Jav., 784. 
Sëmongka gamong, Jav., 784. 
Sëmongka gringsing, Jav., 784. 
Sëmongka londa, Jav., 933. 
Sëmongka papasan, Jav., 784. 
Sëmpain, N. Guiu. 4 H., 665. 
Sëmpajang, Jav., 1400. 
Sëmpal, Air. Miu. ï. P., 3042. 
Sëmpal rintëk, Alf. Min. T. P., 3042. 
Sëmpal sela, Alf. Min. T. P., 3042. 
Sëmpini, Saugi, 532. 
Sëmpodja, Sas., 2787. 
Sëmpoe, Jav., 1103, 1104. 
Sëmpoer, Soend., 1101. 
Sëmpoer batoe, Socnd., 1103. 
Sëmpoer sègèl, Soend., 3519. 
Sëmpoer tjaj, Soend., 1103. 

Sèmpol, Balin., Jav., 1740. 

Sëmpol, Madoer., 1464. 

Sëmprit, O. Jav., 454. 

Sëna, Ma!., 2883. 

Sënam, Atjeh, 1885. 

Sënamaki, Mal., 680. 

Sëndara, Jav., 219. 

Sëndèan këkèntëlën, Alf. Min., 1899. 

Sëndëring, Mal., 1057. 

Sëndjoewang, Mal, 884. 

Sëndjoewang boekit. Mal., 1164. 

Sëndjoewang hidjaoe, Mal., 884. 

Sëndjoewang hoetan. Mal., 105, 282. 

Sëndjoewang hoetan djantan. Mal., 1165. 

Sëndjoewang mérah. Mal., 884. 

Sëndoedoek, Mal., 2222. 

Sëndoedoek ajër. Mal., 2204. 

Sëndoedoek akar. Mal., 2204. 

Sëndoedoek gadjah, -Mal., 144. 

Sëndoedoek hoetan, Mal., 144. 

Sëndoedoek poetih. Mal., 2224. 

Sëndoeroe, Koetei, 2222. 

Sëndok-sëndok, Mal., 1271. 

Sëngègèr, Balin., 820. 

Sëngganèn, Jav., 373. 

Sëngganèn, O. Jav., 2224a. 

Sènggang, Soend., 191. 

Sènggang bënër, Soend., 191. 
Sènggang beureum, Soend., 193. 
Sènggang mónjèt, Soend., 195. 
Sènggang tjoetjoek, Soeud., 194. 
Sënggani, Jav., 2222. 
Sënggawé, O. Jav., 41. 
Sèngghoeng, Madoer., 127. 
Sënggoegoe, Mal., 820. 
Sënggoenggoe, Jav., 820. 
Sëngkawa, Gajo, 834. 
Sengkawang, Sum. W. K., 3124. 
Sèngkó, Tim., 1318. 
Sëngkoewang, Mal., 2532. 
Sëngkoewang kajoe. Mal. Pal., 1168. 

SèngÓ, Alf. Min. T. P., 2607. 

Sèngon, Jav., 127. 



126 



Sèngon djawa, Jav., 127. 
Sèngon landi, Jav. Kr., 121. 
Sèngon laoet, Jav., 121. 
Sèngon londa, -luv. Np., 121. 
Sèngon sabrang, Jav., 121. 
Sëngon wéwé, Jav., 2764. 
Sënikir, Jav.. .•i291. 
Sënoe, Jav.. 22-13. 

Sënoepoelët, Sas, 3417. 
Sëntada, .Mul., 2792. 
Sëntagi, Mul., 2785. 

Sènté, «ulin., Jav., Mul. Batav., 151. 

Sëntè, Sijciid., 151. 

Sènté beiireum, Soend., 1821. 

Sèntè bódas, Soiud., 151. 

Sèntè hèdjó, Soend., 151. 

Sèntè hideung, Socud., 151. 

Sènté idjo, Jav., 151. 

Sènté irëng, Jav., 151. 

Sènté poetih, Jav., 151. 

Sènté woeloeng, Jav., 1821. 

Sëntigi, Jav., 2636. 

Sënting, Jav., 1819. 

Sëntoel, Balin., 2831. 

Sëntoel, Baliu., Jav., Mal., Soeud., 3027. 

Sëntok, Maducr., 765. 

Sëntol, .Madotr., 3027. 

Sëntolo, Jav., 1. 

Sëntólong, Jav., 2750. 

Sëoi, Midd. Sum., 229. 

Sëp nana, Maducr., 1076. 

Sëpah poetri. Mal., 2639. 

Sëpampoelijó, Bucg., 534. 

Sëpang, Boog., Mal., Sas., 535. 

Sëpang poelijó. Boeg., 534. 
Sëpat, Djambi, Mal. Pal., 1352. 
Sëpat, Jav., 3B09. 
Sëpat, O. Jav., 655. 
Sèpë, Rotin., 535. 
Sëpëkoe, Mal.. 1782. 
Sëpit-sëpit, Mal., 3111. 

Sèpoe, Kisar, 784. 

Sëpoeléh, Mal., 2954. 

Sëpoeloet, Lanip., 2513. 

Sëpoetih, Mal., 3150. 

Sëpoetih djantan. Mal., 3149 

Sëpoetih minjak, Mal., 3146. 

Sëpoetih sëndok, Mal., 3150. 

Sërai, Mal., 229. 

Sërai boekit, Mal., 1575. 

Sërai gadjah. Mal., 1575. 

Sërai wangi, I-aiii|)., 228. 

Sëraikaja, Laiiip., 247. 

Sëraja, Mal., 1823. 

Sëraja latoe, Mal., 3125. 

Sëraja samak, Mal., 3128. 

Sëranaa, (iorom, 1987. 

Sërapat, Jlal., 2590. 

Sërapat djantan. Mal., 3413. 

Sërapat hitam, -Mal. W. Bom., 3409. 

Sërapat koening. Mal., 1717. 

Sërapit, Mal., 2590. 

Sërasa, Mal., 2717. 

Sëratah, Mal., 847. 

Sërawèt, Air. Min. T. L., 3088. 

Sërba bintang, .Vtjch, 247. 

Sërba rabsa, .\tjeh, 246. 

Sërdak, I>anii)., 455. 
Sërdang, Mul., 2088. 
Sërdang batoe. Mal., 2090. 
Sërè, Botg., Mudoer. P., S., 229. 
Sëró, Jav."; Vuig. Mal., 229. 
Sèrè, Madoer., 2717. 



Sèrè alas, Madoer., 2744. 

Sërè ambong. Boeg., 228. 

Sèrè kónèng, Madoer., 2717. 

Sëré mangat bi, Atjeh, 229. 

Sèrè raden, Madoer. P., 2717. 

Sèrè radin, Madoer. S., 2717. 

Sèrè tëmó órak, Madoer., 2717. 

Sèrè tjëlëng, Madoer., 2717. 

Sërèbsëh, o. Jav., 871. 

Séréh, (iajo, 2717. 

Sèrèh, Soend., 229. 

Sèrèh goenoeng, Soend., 1575. 

Sèrèkadja, Madoer. S., 247. 

Sërëp, All. Min. T. S., 3556. 

Sërëp poeti, Alf. Min. T. S., 3556. 

Sërep roendang, Alf. Min. T. S., 3556. 

Sërëwoeng, Alt. Min., 705, 844. 

Sërëwoeng in taloen, Alf. Min. T. P., 842. 

Sërëwoeng koeló, .\lf. Min. T. B., T. P., 705. 

Sërëwoeng méa, Alf. Min. T. L., 844. 

Sërëwoeng ni sakit, Alf. Min ï. B., 1005. 

Sërëwoeng poeti, Alf. Min T. I,., T. S., 705. 

Sërëwoeng raindang, Alf. Min. T. P., 844. 

Sërëwoeng rangdang, Alf. Min. T. B., 844. 

Sërëwoeng roendang, Alf. Min. T. S., 844. 

Seri, Madoer. B., 229. 

Sërijan, Lamp., 702. 
Sëringan, Mul.. 1552, 3406. 
Seringan djantan, Mal., 1552. 
Sërkaja, n. .tav., 247. 
Sërodja, Mal., 2427. 
Sërodja biroe. Mal., 2464. 
Sëroeieu, i^ajo, 162. 
Sëroenai, .Mal., 3501. 
Sëroenai darat, -Mal., 3506. 
Sëroenai laoet, Mal., 3501. 
Sëroet, Jav., 3248. 
Sëroet tjina, Jav., 1208. 
Sësa, Alf Min., Sangi, 2460. 
Sësabi, l.ami)., 493. 
Sësapah, Sas., 1257. 
Sësawi, Vuig. Mal.. 493. 

Sësawi oetan, Vulg. Mal., 660. 

Sësawi pasir, Vulg. Mal.. 334. 

Sësawi poetih, Vulg. Mal., 3145. 

Sèsé, Air. -\. Cl. Halm., 1987. 

Sësëban, Baliu. Kr., 2458. 

Sèsègan, Mal. Batav., 2837. 

Sësëla, Alf. Min. T. P., 735. 

Sësélé, Alf. C'er., 3550. 

Sësëndok, Mal., 1271. 

Sësèngéjan, Alf. Min. T. 1,., 2690. 

Sësènting, Jav., 1819. 

Sësèpang, l.amp., 442. 

Sësèpang, Mal. Pal., 70. 

Sësëpang oedjaoe. Lamp., 448. 

Sësëpang soeïoeh. Lamp., 442. 

Sësëpanga, \\(. Min. ï. S., 2096. 

Sësëpit, Mal., 3111. 

Sësösaan, Alf. Min. T. L., 1459. 

Sësèwanoea, Alf. Min. T. L., T. P., T. S., 1387. 

Sësëwanoea rintëk, Alf. Min. T. L., 819. 

Sësëwènan, .\lf. Min. T. P., 2612. 

Sësi boewadja. Boeg., 1078. 

Sësi piring. Boeg., 1072. 

SëSOek, Lamp., 162. 

Sësoek katëkoek. Lamp., 162. 

SëSOetra, Sas.. 218. 

Sëtaka, Mal, 27S5. 
Sëtawar, Mal., 890. 
Sëtawar bëtina. Mal., 1562. 
Sëtawar djantan, Mal., 1561. 
Sëtawar gadjah, .Mal., 1562. 



127 



Sëtawar hoetan, Mal., 1581. 
Sëtëbal, Mal., 21'jy. 

Sëtigi, Jav., 2636. 

Sëtiló, I.a.iip., 1.892. 

Sëtjang, Jav.. Mal. Batar., Soeml., 535. 

Sètjang, -Madüci-., 53.5. 

Sëtjang lëmboet, Soi'ud., 536. 
Sëtoe, Mal.. 1277. 
Sëtoel, -Vtjch, 3027. 
Sëtoelang, .Mal., 138U. 
Sëtoeng, Boeg., 3027. 
Seuhang, Socud., 1-134. 
Senheur, Sciiml . 263. 
Seuheur badak, Soeml., 265. 
Seuheur bódas, Sucud., 263. 
Seuheur mónjèt, Soeud., 266. 
Seupeuëng, -\tjih, 535. 
Seureuh, Soiud., 2717. 
Seureuh beureum, Sooud., 2717. 
Seureuh bódas, Socnd., 2717. 
Seureuh kónéng, .Soend., 2728. 
Seureuh leuweung, Socnd., 2Hi. 
Sèwèh, r.ocboc, 2717. 

Siambek, Minangk., 1068. 

Siangik, Minaugk., 77. 

Siangik mantjik, .Minaugk., 530. 

Siangik padang, Minangk., 'J87. 

Siangit, -Mal., 77. 

Sianik, Minangk., 77. 

Sianik mantjik, .Minangk., 530. 

Sianik padang, Minangk., 987. 

Sibagoeri, Bat.. 3138. 

Sibak lënga. lialin., 2335, 3368. 

Sibak lënga das, Balin., 2107. 

Sibalik angin, Bat., 2151. 

Sibalik soempah. Bat., 3148. 

Siban, Haj. W. Born., 2443. 

Sibaroengoet, Minangk., 768. 

Sibaroewèh, .Minangk., 1586, 2851. 

Sibasa, :Mal , 1648. 

Sibasa batoe, Mal., 807. 

Sibasa djantan, .Mal., 274. 

Sibasa hitam, Mal., 272. 

Sibasa minjak, .Mal., 272. 

Sibasa nipis koelit, .Mal., 272. 

Sibasa nipis koelit bëtina. Mal., 274. 

Sibasa nipis koelit poetih. Mal., 281. 

SibasÓ, Minangk., 164S. 
Sibëloesoej, Midd. Sum., 3379. 
Sibodak, Bat., 353. 
Siboe-siboe, Tem., 953. 
Siboeroe, Minangk., 1677. 
Siboesoeëk, .Minangk., 687. 

Siboesoek, Mal., 687. 
Siboewé, Bat., 1745. 
Siboewéh, -Mal., 1693, 1745. 
Siboewéh api, Mal., 1717. 
Siboewéh batoe. Mal., 2052. 
Siboewéh djantan, .Mal., 1745. 

Sibola, .Mal. Tim., 138. 

Sibola oetan, -Mal. Tim., 906. 
Sidaboelan, Bat., 1526. 
Sidagoeri, Buog., .lav., 3138. 
Sidagoeri lanang, Jav., 3138. 
Sidagoeri wadon, .lav., 3188. 
Sidagóri, Sucn.l , 3138. 
Sidagóri areuj, .Soend., 1074. 
Sidagóri awèwè, Socnd., 3138. 
Sidagóri lalaki, Sumd., 3138. 

Sidawajah, Balin., Jav., 2452, 3518. 
Sidingin, .Mmangk., 519. 
Sidoekoeëng, .Minangk., 2090. 
Sigar gadjah, .Sum. W. K., 3418. 



Sigarégé, Bat., 847. 
Sigawé, Jav., 41. 
Sigëntoet, .^tjeh, 2533. 
Sigeung, Socnd., 2639. 
Sigi, Kor., 2714. 
Sigi-sigi, Mal. Batav., 630. 

Sigoendoel, -Mal., 2305. 
Sihaobwoem, Loeboe, 191. 
Sihasoer, Bat., 821. 
Sihé, Kor., 2717. 
Sihèrpoet, Bat., 2313. 
Sihoepi, Bat., 2994. 
Sihoerhoer, Bat., 847. 
Sijaboe, Bol. Moug., 1122. 
Sijafoe, Tem., 1122. 
Sijahoe, -Mi'. .\mb., Cer., 1122. 
Sijahoel, -VU'. N. Laoet, Sap., 1122. 
Sijak-sijak, Mal., 1084. 
Sijak-sijak djantan, -Mal., 1084. 
Sijak-sijak goenoeng. Mal., 2184. 
Sijak-sijak rimba, -Mal., 2184. 
Sijal mënahoe. Mal, 1958, 2881. 
Sijala, Bat., 196. 
Sijala pandak. Bat., 202. 
Sijalagoendi, Bat., 3473. 
Sijalang, Mal., 1963. 
Sijantan, Mal., 1914. 
Sijantan djantan, Mal., 1916. 
Sijantan hoetan. Mal., 2947. 
Sijantan mérah. Mal., 1918. 
Sijantan poetih. Mal., 1925. 
Sijaoe, -Vlf. X. W. Halm., 1122. 
Sijap, Baliu., 194. 

Sijap pèl sijap, Balin., 705. 
Sijapa, Boeg., 1114. 
Sijapoe, Mf. N. O. Halm., 1122. 
Sijaroem, Bat., 191. 
Sijaroem loboe. Bal., 191. 
Sijaroeni na bolak, B.at., 193. 

Sijèk-Sijèk, Minangk., 1084. 

Sijèk-sijèk goenoeëng, -Minangk., 1575. 
Sika, Alf. N. O. Halm., 2289. 
Sikadjoeïk, Minangk., 2313. 
Sikadoedoeïk, -Minangk., 2222. 
Sikadoedoeïk aka, ^Iinaugk., 2204. 
Sikadoedoeïk limbó, Minangk., 2526. 
Sikala, Bat., 196. 
Sikam, Bat., 278. 
Sikapa, -Makas., 1114. 
Sikari, Balin., 1114. 
Sikasap, -Mal., 821. 

Sikasok, Minangk., 821. 

Sikatan, Jav., 1914. 
Sikè-sikè rimbó, Minangk., 1574. 
Sikëlat, .\tjoh, 1314. 
Sikèrpoet, Bat., 2313. 

Siki, .\lf. .\mb.. Oei., Mal. .\mb., 2080. 

Siki mérah. Mal. Amb., 2ono. 
Siki poetih, Mal. Amb., 2080. 
Sikit, Kei. 322. 

Sikoe këloewang. Mal., 3307. 
Sikoe-sikoe, Mal., 2483, 3249. 
Sikoeai, Minangk., 3113. 
Sikoempai, Minangk., 2576. 
Sikoentoet, Bat., 2533. 
Sikong, Jav., 2181. 
Sikor, Daj. Z. O. Bom., 1951. 
Siksik, Alf. -Min. T. S., 1507. 
Silagoendi, .Minangk., 3473. 

Silagoendi loempoeëh, Minangk., 3473. 

Silajoe, Snm. \V. K., 3051. 

Silajoe badak, Sum. W. K., 3051. 
Silajoe minjak, Sum. W. K., 2366. 



128 



Silang, Alf. Miii. Tonsaw., 1892. 
Silanga, Atjth, OOI. 
Silangkang, Bat., 876. 
Silantam, Bat. Dair., 1697. 
Silar, Wf. -Min. '1'. B., T. P., 887. 
Silastom, Bat., 831. 
Silawana, Air. Amlj,, 1987. 

Sili, Sucmba, t"J01. 
Siligoewi, Balin., 3138. 
Silindjoewang, Bat., 884. 
Siloek, Mal., Iii33. 
Siloewar, Suend., Hi. 
Silokan, Mal., 2+73. 
Sima, Burg., Mnkas., 1217. 
Simalakijan, Minangk., 918. 
Sinianiboe, Smn. W. K., 5B3. 

Simani, .MinanKk, 30.55. 

Slmanih mato, Miiiangk., 2872. 

Simaoeng, .MiimiiKk., 2.ï75. 

Simarihoer-ihoer ni asoe. Bat., 1722, 3400. 

Simasam, Minangk., 310. 

Simbar, Balin., Jav., .Mal., 211-t, 2822. 

Simbar agoeng, Mal. \V. Bom., 2770. 

Simbar badak, Mal. B<ngk., 2120. 

Simbar boeroeng, -Mal-, 05. 

Simbar këdis, Baliu., 05. 

Simbar koebang, Mal. Pal., 2120. 

Simbar lajangan, Mal., 2822. 

Simbar miëndjangan, Baliu., Jav., 2776. 

Simbël, Alf. -Min. T. L.. T. P., 2089. 

Simbël im bolai, Alf. Miu. T. L., T. P., 2043. 

Simbëlan, Alf. Miu. T. B., 1425. 

Simbëlan, Alf. Min. T. L., 3224. 

Simboe koekoep, MiJd. Sum., 2770. 

Simboekan, Mal. Batav., 2533. 

Simbolé, Alf. Min. Puuos., 1278. 

Simisit, Atjth, 2585. 

Simoen, Bat., 934. 

Simor bira-bira, Bat., 1000. 

Simor bonang-bonang. Bat., 1947. 

Simor dali-dali, Bat., 028. 

Simor haloewang, Bat. .Maml., 1149. 

Simor lakop-lakop, Bat., 3342. 

Simpajan oelar. Mal., 1711. 

Simpeureum, Suiml., 1559. 

Simpeureum leutik, Sopud., 1559. 

Simpoer, Mal., lloi, 3519. 

Simpoer ajër. Mal., 1103. 

Simpoer boekit, -Mal., 3520. 

Simpoer djantan. Mal., 3520. 

Simpoer hoetan, .Mal., 3520. 

Simpoer paja, -Mal.. 3522. 

Simpoh, -Mal., 1101, 3519. 

Simpoh ajër, Mal., 1103. 

Simpoh boekit. Mal., 3520. 

Simpoh djantan, Mal., 3520. 

Simpoh hoetan, Mal., 3520. 

Simpoh paja, -Mal., 3522. 

Simpol, -Macloor., 1404. 

Sinagar, Sucud., 2894. 
Sinahoe, Sakijci-, 191. 
Sinaoe, Makas., 191. 

Sinaoe èdja, .Maka.s., 193. 
Sinaoe katinting, Makas., 194. 
Sinasa, Nias, 2557. 

Sinawa, Miuangk., 2894. 
Sinawah, Atjdi, 2S94. 
Sinawar, .Mal., 2894. 
Sindagoeri, Lanip., 3138. 
Sindana, Tid. Buru., 3029. 
Sindara, Jav., 219. 
Sindawar, Bat. Dair., 2894. 
Sindi, Alf. .Min. Tonsaw., 1172. 



Sindoek, Jav., 3071. 

Sindoer, Mal. Pal., 3147. 

Sindoer poetat, .Mal. Pal., 3147. 

Sindoer ragis, -Mal. Pal., 3147. 

Sindoetan, Jav. Kr., 2004. 

Singgoegoe, lialiu, 820. 

Singgolom, Bat.. 838. 

Singkawang, -Minangk., 1823. 

Singkc, Alf. Miu., 1318. 

Singkil, O. Jav., 2854. 

Singkil, Jav., 2840. 

Singkil alas, Jav., 2854. 

Singkir, Socnd , 2511. 

Singkoewang, Aljeh, 2532. 

Singkojang, Alf. Min. Bent., 2741. 

Singkong, Jav., 2181. 

Singkoroe, Bat., 835. 

Singkoroe batoe. Bat., 836. 

Singon, .lav.. 127. 

Singon djawa, Jav., 127. 

Sini-sini, .Nias, 2477. 

Siniha, Alf. N. o. Halm., 535. 

Sinomaha, Alf. .Min. Bant., 479. 

Sintjè, Alf. Min. T. P., 1318. 

Sintok, Jav., Mal. Socnd., .Snni. W. K., 705, 1986. 

Sintok lantjang, ."^ucnJ., 3225. 
Sintok mèjong, .'^utnd., 703. 
Sintok mónjèt, Suind., 2072. 
Sionang, Bat., 455. 

Sipa, Sangi, 322. 
Sipadas, Snm. W. K., 3556. 
Sipadèh, Minangk., 3556. 

Sipanggië-panggië, Minangk., 811. 
Sipó-sipó tèdong. Boeg., 2788. 
Sipodè, Bat,, 3550. 
Sipodèh, Minangk., 3550. 
Sipoeloeïk, Minangk., 2513. 

Sipoeloet, Bat., 2513. 

Sipoet baploeng, Atjeh, 2782. 

Sirada, Alf. .Min. Baut., 887. 

Sirambon, Bat.. 2751. 

Sirang, Alf. Min., 1537. 

Sirap, Mal. Bengk., 2313. 

Sirar, Alf. Min. T. h., T. S., 887. 

Sirèh, Mal., 2717. 

Sirèh ajër, Mal., 2733. 

Sirèh bèhas, Mal. '/,. O. Born., 2717. 

Sirèh djarënang. Mal. Z. O. Born., 2717. 

Sirèh hidjaoe bërtoelang hidjaoe, -Mal., 

2717. 
Sirèh kaki mërapati, ^lal.. 2717. 
Sirèh kadoek. Mal . 2740. 
Sirèh kadoek hoetan. Mal.. 2742. 
Sirèh kaloeng. Mal.. 2717. 
Sirèh koening bërtoelang mérah, .Mal., 

2717. 
Sirèh mëlajoe. Mal . 2717. 
Sirèh sambai, -Mal. /. O. Born., 2717. 
Sirèh tjina, Mal.. 2717. 
Sirèh tawah, .Mal. Z. O. Born., 2717. 
Sirèn, l>aj Z. o. Born., 255. 
Siri, Alf. A~il., llila, 048. 
Siri, B"'s; , .Maka.-*., 884. 
Siri gading. Borg., .Makas., 1924. 
Siriëh, .Minangk., 2717. 

Siriëh aïjë, ^linangk., 2718. 
Siriëg kadoeëk, ^linaupk., 2740. 
Siriëh kadoeëk rimbo, Minangk., 2742. 
Siriëh karakok, .Miuangk., 2735. 
Siriëh koeboeëng, Minangk., 2717. 
Siriëh rimbó, .Minausk., 72. 
Sirih, v„k'. Mal.. 2717. 
Sirih andjing, -Mal. Men., 2730. 



129 



Sirih dingin, Vuig. Mal., 2740. 
Sirih goenoeng, Vnlg. Mal., ^744. 
Sirih hantoe, \ ulg. Mal., 2733. 
Sirih itam, Vuig. .Mal., 271'. 
Sirih koening, Vul;;. .Mal., 2717. 
Sirih lélé, Mal. .Men., 2718. 
Sirih niérah, Vuig. Mal., 2717. 
Sirih monjèt. Vuig. :Mal., 2721. 
Sirih oetan, -Mal. Mul., 2732. 
Sirih popar, M;il -\iiil)., 1483. 
Sirih aétan, Mul. Mul., 2729. 
Sirih soewanggi, -Mal. .Mol., 2729. 
Sirih tanah, Mal. Mol., 2721). 
Sirihalat, -\lf. Z. ter., 25.51. 
Sirikadja, Boeg., 247. 
Sirikadja balanda, Boeg., 245. 
Sirikadja lasè tèdong, Bucg., 24G. 
Sirikadja oesó, Buig., 24K. 
Sirikadja soesoe, Bucg., 240. 
Sirikaja, Makas.. 247. 
Sirikaja balanda, .Makas., 245. 
Sirikaja dókè, Makas., 24f>. 
Sirikaja soesoe, -Makas., 24(i. 
Siroen, .\tjeh, 1799. 
Siroewèh, Minangk., 1774. 
Sirórop, Bat., 847. 
Sisakil, Bat., 194S, 

Sisangkil, Bat., Maml., 194S. 

Sisi boewadja, -Makas., 1078, 
Sisi piring, -Makas., 1072. 
Sisidjoek, \tji-h, 519. 
Sisik bëtoek. Vuig. .Mal., 3438. 
Sisik naga. Bat. Mal., 529. 
Siair, Jav., 456. 

SitakÓ, -Minangk., 2785. 

Sitampoe, Sum. \V. K., 801. 
Sitapoeëng, Minangk., 572. 
Sitarok, -Mmaugk., 2127. 
Sitawa, -Minangk., 890. 

Sitawar, Sum. w. K.. 890. 

Sitjantjang, Mal., .Minangk., 30fi9. 
Sitjèrèk, Minangk., 803. 
Sitoedoe langit. Bat., 053. 

Sitopoe, Bat. -Mand., 801. 

Siwi, -Mf. Bucr., 355(3. 

Siwok, I.ani|). B. .Ag., Pab., 2513. 

Sladri, Baliu., 270.- 
Slangking, Jav., 1183. 
Slasëh mëhik, Balin. Semb., 2477. 
Slasih, Baliu., 2474. 
Slasih jèh, Baliu., 1878. 
Slasih miïk, Baliu., 2477. 
Slasih tjëmëng, Baliu., 2474. 
Slatoeng, lav., 541. 

So, -lav., 11171. 

Sobah, .lav., 1822. 
Sóbëk, -MaJocr., 3288. 
Soean, .\lf. -Min. I'unus., 3011. 
Soebak lënga, Balin., 2335, 3368. 
Soebak lënga das, Balin., 2107. 
Soebang-soebang, Bat., 3056. 
Soebani, <>. Jav., 437. 
Soebhja, Baliu., 2353. 
Soebita, Balin., 437. 
Soebodak, Bat., 353. 
Soeboeh, Sas., 2787. 
Soebong-soebong, Mal. Bougk., 305(5. 

Soecha, .\ir. -Mm. Tuusaw., 1(J71. 

Soechoe, .Vias, 3009. 

Soechoor, -\lf. .Min. Tonsaw., 1951. 
Soeda, Balin , Jav., 1110. 

Soedamala, Baliu., 2403. 

Soedang, Makas., 455. 



Soedëng, Boeg., 455. 

Soedji, .Soeud., 1104. 

Soedoe-soedoe, Bat., Mal., Minangk., 1386. 

Soega, Jav., 2035. 

Soegi manaï, Bueg., Makas., 3446. 

Soegi-soegi, Mal., Miuangk., 1071. 

Soeha, -\ll'. -Min. Bent., 2310. 

Soehat, Bat., 847. 

Soeï in soeï, .\lf. Min. T. I,., T. P., 20. 
Soeï in soeï in taloen, .\lf. Min. T. L., T. P., 21. 
Soeï in soeï koeló, -\lf. -Miu. T. P., 3219. 
Soeï in soeï lèwó, .\lf. Min. 'l'. L., T. P., 960. 

Soejat, -\U. Min. Tonsaw., 2310. 
Soeka, .\ir. Min. T. B., T. h., T. P., 1671. 
Soeka, iWg., 2660, 
Soeka doeka. Mal. Mol., 086. 
Soeka ing kókó, -Alf. -Min. T. L., 1003. 
Soekët bandjaran, Jav., 1430. 
Soekët brabahan, Jav., 1259. 
Soekët brambangan, Jav., 1538, 1543. 
Soekët djagowan, Jav., 2578. 
Soekët djampang, Jav., 1259. 
Soekët djarëm, Jav., 1076. 
Soekët domdóman, Jav., 224. 
Soekët gantènan, O. Jav., 346l«. 
Soekët garëm, Jav., 1076. 
Soekët grinting, Jav., 970. 
Soekët kaladjana, Jav., 2580. 
Soekët këbo, Jav., 1011. 
Soekët klabangan, O. Jav., .3438. 
Soekët krënü, Jav., 692. 
Soekët lamoeran, Jav., 2829. 
Soekët lawat, Jav., 2277. 
Soekët loelangan, Jav., 1541. 
Soekët mërakan, Jav.. 251. 
Soekët rësëp, O. Jav., 1259. 
Soekët saloendoepan, Jav., 224. 
Soekët saraban, O. Jav., 1268. 
Soekët sërëp, Jav., 2993. 
Soekët sèrèt, Jav., 1580. 
Soekët tëmbaga, Jav., 1907. 
Soekët wëloelangan, Jav., 1541. 
Soekma diloewih, Jav., 1713. 
Soekoehoe, .\lf. Min. Bant., 1951. 
Soekoen, Balin., Jav., .Mal., Soend., 340. 

Soekoen batoe. Mal. -Vnib., 339. 
Soekoen bidji, .Mal. Tim.. 339. 
Soekoen kapas, .Mal. Tim., 340. 
Soekoen radja. Mal. Tim., 340. 
Soekoer, Alf. Jlin., 1951. 
Soelagoerai, Mal., 3138. 
Soelagoerai bëtina, .Mal., 3138. 
Soelagoerai djantan. Mal., 3138. 

Soelakët, Balin. Kr., 2474. 
Soelamoe, Mal. Mol., 3194. 
Soelandjani, .lav., 1579. 
Soelangkar, Suend., 2011. 
Soelas ih tjëmëng, Balin., 2474. 

Soelasi, -VH'. Min., Mal. .\mb., 2474. 

Soelasi koeboer, .Mal. Amb., 2474. 

Soelasiëh, .Minangk., 2474. 

Soelasiëh rimbó, Minangk., 3097. 

Soelasih, Baliu., Jav., 2474. 

Soelasih jèh, Balin., 1878. 

Soolasih miïk, Balin., 2477. 

Soelastri, Jav., 579. 

Soelatri, Soend., 579. 

Soeli, Saleiji'r, 847. 

Soeloeh, <>. Jav., 2590. 

Soeloe ni aaoe, Alf. Min. T. B., 232. 

Soema, AH. .\. o. Halm., 1622. 

Soemaga, Balin., 788. 
Soomanggi, Balin., Jav,, 1856. 



130 



Soemanggi atjala, Bnlin.. isj5. 
Soemanggi goenoeng, liulin., .inv., 1855. 
Soemangka, liulin., Tst. 
Soemani, Miiumck., 3055, 
Soemasoela, Air. Min. I'. I'., 2487. 
Soembang, Büudii, Ut2. 
Soemboe, Mal M™., 25Hfi. 
Soomboe badak, -Mul , !J4Ufi. 
Soemboe tjina, .Mul. Men., 835. 
Soemèring, .\ir. Min. '1'. B., T. S., 2954. 
Soomésëlëd, .\ir. Min. T. 1'., 20>jf.. 
Soemësölöd söla, Alf. Min. T. 1'.. 2212. 
Soonipaga, Bmiili., 803. 
Soompang, Air. .Min., 2289. 
Soempöl woewoe, o. .luv., 3028. 
Soonipoeëng, Mjt-U, 2s.t7. 
Soenamaki, .Mul., fiso. 
Soenda, o -inv., llic. 
Soendal gamit, -Mal., aiio. 
Soendal malam, Mal., 2800. 
Soendari, Bat., 2894. 
Soendël malëm, Jav., Soend., SSOfi. 
Soendik, .Mal.. 2()2ö. 
Soendoek gangsir, Jav., 2012. 
Soendoek wëloet, .lav., 3028. 
Soeng glatik, Jav., 1573. 
Soeng kidang, Jav., 1573. 
Soenga, l.i». I3s. 
Soenggoe manaï, Boeg., 3440. 
Soengkai, Mal., 1100, 20-19. 
Soengkai alas, :Mal. 1'al., 1142. 
Soengkai mëlajoe, .Suni. W. K., 2049. 

Soengkop, l'aj. Kat,, Sam|)., 1592. 

Soengsang, Jav., 1001. 
Soengsit, Jav,, 5. 
Soenipaéai, Alf. Z. dr., 1U51. 
Soenti, Jav.. 3553. 
Soentiëng poetiëh, Minaugk., 251. 
Soentoe, Biman.. 3027. 
Soeöe kadèëk, Hotiu., 339. 
Soeöe manèk, Kotin., 340. 

SoeÖek, Kutin., 340. 
Soeöek, Soeml., 284. 
Soeöen, Alf. llai-., Z. Cn-., 340. 
Soeöen hatoe, Air. Har., Z. Cer., 339. 
Soeöeng, Sueml., 1573. 
Soeöeno, Air. N. Laoct, Sap., 340. 
Soeöeno hatoe, Air. N. I.aoet, Sap., 339. 
Soepa, Biman., 535. 

Soepa, SiiiMui., 1573. 

Soepa djëroek, .Soend., 2111. 

Soepa kasongkèt, Smnd., 3330. 

Soepal, Alf. -\. Laoet, Saj)., 1442. 
Soepang, Alf. Min. Tonsaw., 2289. 
Soepang, Biman., 535. 
Soepang, l)aj. Z. o. Born., 007. 
Soepoedèh, Mal., 1490, I5lü. 
Soepoedèh paja. Mal, 1490. 
Soerai, Mal., 2194. 

Soeranti, -Miiian;;k., 3114. 

Soerat, Air. .Min. T. B., T. r., 2310. 

Soerat, Alf. Min. Tonsaw., 701. 

Soerat, <>. Juv., 1027. 
Soerawoeng, Sucnd., 2477. 
Soerawoeng goenoeng, Soend., 2348. 
Soerawoeng leuweung, SoinJ., 2348. 

Soerèn, Halin , .)av.. Mal., .Soend., 702. 

Soerèn beureum, Suend., 702. 
Soerèn kapas, Soeud., 702. 
Soerèn sabrang, Jav., 703. 
Soerèn tali, Smnd., 702. 
Soerèn tandoek, Soend., 702. 
Soeri pandak, u. Jav., 2772. 



Soeri pandak abang, o. Jav., 2700. 
Soeri-soeri, Bat., 2194. 

Soerijan, .Mal. Z. o. Bom., Minanpk., 702. 

Soerijan bana, .Minannk., 702. 
Soerijan bawang, .Minangk., 702. 
Soerijan hitam. Mal. Z. o. Hurn., 702. 
Soerijan ingoe, Minangk., 702. 
Soerijan merah. Mal. Z. o. linm., 702. 
Soerijan nasi, .Minangk., 702. 
Soerijan rimbó, .Minangk., 702. 

Soorijèn, .Minangk., 702. 

Soerikaja, .'av.. 247. 
Soerikaja wölonda, Jav., 245. 
Soorin, Mal.. 7ii2, 
Soerin mérah, Mal., 702. 
Soerin poetih, Mal., 702. 

Soeroe, Halin., Jav.. 1380. 

Soeroe kèbo, Jav. .\g., 1380. 
Soeroe maèsa, Jav. Kr., 1380. 
Soeroe manaï. Boeg., 2425. 
Soeroe tangan, Jav., 1389. 
Soeroeh, Jav. .Ng., Mal. Pal., 2717. 
Soeroeh adas, Jav. Xg., 2717. 
Soeroeh atal, Jav. Ng., 2717. 
Soeroeh bodeh, Jav., 2719. 
Soeroeh boendël, Jav. Ng., 2717. 
Soeroeh djawa, Jav. Ng., 2717. 
Soeroeh kódok, Jav. Ng., 2717. 
Soeroeh lanang, Jav. Ng., 2717. 
Soeroeh tjanang, Jav. Ng., 2717. 
Soeroek-soeroek, .\ir. Min. Ponos., 444. 
Soesoe këbo, .lav.. 438. 
Soesoe moending, .Soend., 438. 
Soesoe rimaoe, -Mal., 2823. 
Soesoean, Alf. Min T. 1.., 1079. 
Soesoean, Alf Min. l'. P., 2000. 
Soesoean i lawanan, Alf. Min. T. P., 1385. 
Soesoedoe, Mal., 1380. 
Soesoek, l.amp., 102. 
Soesoen këlapa, Mal., 3278. 
Soesoendëg, Alt". Min. T. B., 2912. 
Soesoeroeh, Balin . 13so. 
Soesoeroeh lanang, Balin., 13ho. 

Soewa, -Alf. Har., '/,. (.'er., Boeg.. Soemba, 1071. 
Soewa, Air. Min. Bent., 2310. 
Soewai, -iir. Min. Tonsaw., 2048. 
Soewai, Air. Tom., 934. 
Soewal, Alf. N. I-aoet, Sap., 1071. 
Soewalang, Minangk., 1903. 
Soewangkoeng, .Soend., 070. 
Soewangkoeng gëdè, Soend., 070. 
Soewangkoeng leutik, Soeml., 009. 
Soewat, Balin., 1027. 
Soewé, Teninibar, 2748. 
Soewëg, Balin., Jav., 3288. 
Sófó manji-manji, Tem., 1339. 
Sófó moetijara. Tem., 3-148. 

Soga, Jav., Salcijer, 2035. 
SÓga, Soend., 42. 

Soga djambal, Jav., 2035. 
Soga djawa, Jav., 535. 
Soga gradjagan, Jav., 2035. 
Soga tambak, Jav., 2035. 
Soga tingi, lav., 721. 

SÓgha, -Madi.er.. 2035. 

Sógha ampënang, Madocr., 2635. 

SÓgha boekoe, M.adoer., 2635. 

Sógha djambal, Madoer., 2535. 

Sógha tengih, .Madoer., 721. 

SÓghaan, Madoer., 2704. 

Sogi, liorom, 1951. 

SÓgÓ, Soend., 42. 

SÓhiwoek, Alf. Min. Pouos., 2089. 



131 



Soï, AK. W. Ter., 315. 
SÓi-SÓi, -Nias. I-'.'iU. 
SÓka, liiiiiaii., 31 11. 

Soka, -liiv.. 3U37. 
SÓka, Mui-ilocr. .s., Sofiul., lyu. 
SÓka beureum, Sopiid., 1918. 
SÓka bódas, SotuJ., 1925. 
Soka dèdè8, .'uv., 3037. 
SÓka gëdè, Socud., 1917. 
SÓka goenoeng, Soiml.. 1929. 
SÓka kónèng, SchuiI., 1915. 
SÓka tjina, \ uli;. Mul., 1911. 
Sókang, \U.,loir. B., 3288. 
SÓki, .\ll. llalin., ïeru., 514. 
Soklat, V<lc taliii, 3332. 
SÓkO, Bimaii., -484. 
SÓkoe, Hiiimn.. 1951. 
SÓkoer, BauJa, 1951. 
Sókon, AU'. Buil-., .\hulocT., 34n. 
Sókon batang, Mailuc r., 340. 
Sókon malókó, Madon-., 340. 

Solasi, Mal. Mrii., Tirii., 2474. 
SÓlasih, Sotnd., 2474. 

Sólasih bódas, Socnd., 2474. 

Solé, Alt', ('er., S31. 

Sólèmpat, Soend., 2745. 
Soligon, Alt'. Min. Toiisaw., 2899. 
Sóló, Alt'. Miü. T. I,., 1037. 
SÓIÓ, Alf. Min. '1'. P., fi20. 
Sóló ing kókó, Alf. Min. T. 1,., 021. 
Sóló kajoe, Alf. Min. T. I.., 602. 
Sóló koeló, Alf. Min. T. L., 620. 
Sóló lèwó, Alf. Min. T. L., 620. 

Sóló né talawaan, Alf. Min. T. L., 622. 

Sóló rëndai, Alf. Min. T. h., 620. 

Sóló rëri, Alf. .Min. T. P., 620. 

Sóló tana, Alf. .Min. T. L., 620. 

Sóló walanda, Alf. Min., 2984. 

SÓlÓda, -Makas., 2601. 

Solon kanon, Alf. Min. T. L., 3380. 

Solontara, Jav., 122. 

Soma, Bat. Mand., 1622. 

Soma-soma, Nias, 1796. 
Sómangka, Mailocr., 784. 
Sómangka arab, Madocr., 784. 
Sómangka balandha, Madoer., 933. 
Sómangka dhadhoe, Madocr., 784. 
Sómangka kótjor, Madon-., 784. 
Somba, .lav., 667. 
Somba këling, .lav., 460. 

Somoding, Alf. .Min. Tuusaw., 2861, 2903. 
Somoe, Kndfh, I,io, Sika, 138. 
Sompini, Alf. Min. Btnt., Tom., 532. 
Sompong, Sas., 3176. 
Sompor, -Madoer., 1101. 
Sona, Bat., 2883. 
Sondak, Sas., 455. 
Sondana, Bol. Mong., 2883. 
Sondék, (iajo, 2625. 

Sondhël malëm, .Madocr., 2806. 
Sondhëp, Madu.r., 418. 
Sondoek-sondook, Bat., 1271. 

Songga, Hiiiiaii . I.'i95. 

Songga boewana, Jav., 1773. 
Songga langit, Jav., 692, 2472. 
Songga wadja, Jav., 3094. 



Songgak, Bat , 3386. 

Songgichi disik, Alf. Min. Tonsaw., 2843. 
Songgoni, Siiciid., 421. 
Songgom andjing, Suind., 755. 
Songgom arouj, Soind., 62. 
Songgom lalaki, Socnd., 425. 
Songgom laoet, Socnd., 421. 
Sónging, Boeg., 1103. 
Songka, Jav., 574. 

SÓngOt kótjèng, Madocr., 2511. 

Sóniiha, Tci-n., 535. 

Son'ri, Bonth.. 3183. 

Sontang, Bat. Jland., 3396. 

Sontè, .Madücr., 3553. 

SoÖelO, All'. N. Laoet, 1951. 

Soöer, Alf. Har., 1951. 

Soöeré, Alf. Z. ('er., 1951. 

Soöero, Alf. Har., 1951. 

Sopang, Bat., 535. 

Sopit, Alf. Min. T. S., 2519. 

Sopoetan, Alf. Min. T. P., 86. 

Sopoetan rintëk, Alf. Min. T. 1'., 2391. 

Sor srëngéngé, Jav.. lOOH. 

Sor srëngéngé abang, Jav., 1009. 

Sor srëngéngé koening, Jav., 1009. 

Sorba sala. Bat., 1697. 

Sordang, Bat., 2088. 

Sórèn, Madocr., 702. 

Sóró, Alf. N. o. Halm., 1555. 

Sórog radja mantri, Soend., 2435. 

Sórówai, Alf. N. O. Halm., 1852. 

Sosa, -Nias, 679. 

Sósak, Mal. Tim., 245. 

Sosilo, Alf. Sap., 2347. 

Sosir, Alf. Z. ('er., 2347. 

SÓSÓnga, Rotin., 484. 

Sósor bebèk, Jav., 520. 

SÓSÓrÓ, Mal. .Men., 1555. 

Sósóró bóboedó. Tem., 1555. 

SÓtong, Balin., 2862. 

Sótong koenal, Balin., 2862. 

Sowa, Socniba, 1671. 

Sowa-SOwaoe, Alf. Min. l'onos., 2584. 

Sowèn, Alf. Min. Bent., 862. 

Sra, X. fiuin. Nocmf., 830. 

Sra knam, N. fiuin. Nocmf., 830. 

Srëntël, Jav., 2850. 

Srëntël-srëntël, Jav., 597. 

Sri boelan. Mal., 1291. 

Sri danta, Balin., Mal., 1924. 

Sri dënta, Jav., 1924. 

Sri ënggang. Mal., 1866. 

Sri gading, Balin., Jav., Mal., 1^24. 2462. 

Sri gading djantan. Mal., 1920. 

Sri goenggoe, Jav., 820. 

Sri gontang, Balin., 1536. 

Sri hoetan, -Mal, 1866. 

Sri kawis, Jav. Kr. I)., 247. 

Sri konta, o. Jav., 5. 

Sri wangi, Balin., 228. 

Srikaja, Balin., Jav., Mal., .Sociul., 247. 

Srikaja djawa, Balin., 245. 
Srikaja wëlonda, Jav., 245. 
Sriwil, Jav., 2888. 
Sródja, Balin., 2319. 
Sroni, Balin., 3501. 



T. 



Ta, Boeg., 484. 

Ta malaté, Makas., 



1678. 



Taa, Binian., 484. 

Taa, Sika, 2717. 



132 



Taaki, Alf. Min. T. 1,., 411. 

Taal, Muducr., 4,84. 

Taas, All'. Min. Tuiisaw., T. S., 329". 

Tabaa, (ïorunt., 2458. 

Tabaa daa, (ioront., 2458. 

Tabaa kiki, •■i>niiit., 2458. 

Tabaa timaniènté, Ooront., 2458. 

Tabadikó, iVm., 404. 

Tabadikó akè, IVin., 1022. 

Tabadikó nani, 'IVin., 412. 

Tabadikó tjina, Ti-ni., 4(ih. 

Tabadikó toei, IVin., 4fi7. 

Tabaga, Aroc, 245S. 

Tabahië, Babai-, 2458. 

Tabaka, N. Guiii. 4. K., 2458. 

Tabakó, Alf. Boer., Ilulni., Tuin., üul. Mime., Tiin.. 

L'4.VS. 
Tabalijang, Bi»!.'., Maka.s., 1U4H. 
Tabalijang langi, Boe;;,, Makas., 16'J7. 

Tabalijën, Dnj. Z. o. Bmii., 1396. 

Tabalo, Alf. Tom., 4(i7. 

Tabaloekó, Alf. \. ü. llalm., 25(;i. 

Taban, \U1.. 2541. 

Taban mérah, Mal. 2541. 

Taban poetih, Mal., 2542. 

Tabaoe, (Iukhm, 245s. 

Tabaoeng, ah. .Mi». Bant., ks4. 

Tabaoeng mabida, Alf. Mii.. Hani., 884. 

Tabaoeng mahèndèng, Alf. .Min. Bant., 884. 

Tabar-tabar, Bat., bUU. 

Tabaraoe, iMinanjjk., 3009. 

Tabëng, Sucml., 1973. 

Tabëraoe, Mal. Z. o. Boni., 3009. 

Tabisasoe, Alf. N. o. Halm., Tem., 1057. 

Tabisasoe goeti, Tim., 1057. 

Tabisasoe koi, Teni., 1057. 

Tabisasoe naalóha, Alf. \. o. iialin., 1057. 

Tabisasoe moemoe, iVni.. 1057. 

Tabisasoe oega, Tcrn., 1057. 

Tabja, Haliu., 648. 

Tabja api, Balin., 653. 

Tabja këdi, Baliu. Scmb., 653. 

Tabja krin.ji, Balin., 653. 

Tabja tjaak, Balin., 653. 

Tabja tjina, Balin., 653. 

TabO, Alf. Tuin., 1973. 

Taboe, Balin., Lamp., 1973. 

Taboe, Haj. \\. Bom., >!aka<i., Minani;k., 3011. 

Taboe djoendjoeng, Minan<;k., 3oil. 
Taboe èdja, Alakas., 3011. 
Taboe gading, Makas., 3011. 
Taboe sala, Maka*., 3012. 
Taboe tjoera, Makas., 3011. 
Taboe-taboe, Bat . 1973. 
Taboe-taboe si porngis. Bat., 1973. 
Taboe-taboe tano. Bat., 1973. 
Taboeng bëroek, Mal., 2436. 
Taboeng boenga, .Mal., 1928. 
Taboeta, Mal. '/,. I>. Bom., 1414. 
Tabolo-tabolo, Bat., 1335. 
Tabongó, (luront., hS4. 
Taè angèn, Maa.ur., 3419. 

Taèng, Makas., 338, 

Taèroe, Alf. Amli., 3508. 
Tagala kijoeng, Makas., 1268. 
Tagalngana, Tiin., 251. 
Tagalóló, Mal. Min., Tem., 1483. 
Tagambé, Biman., 3396. 
Tagé-tagé, Tem., 992. 
Taghari, Madoei-., 1084. 
Taghoeri, Mailoei-., 3138. 
Tagin, Bol. Mung., 2361. 
Tagoeréla, Mal. Amb., 1215. 



Tagohi, Alf. .Min. Bant., 228. 
Tahaki, Alf. Min. Bant., 411. 
Tahala, (.mont., 1973. 
Tahala, Lamp., 3376. 
Tahan kama, .Suloi-, 2512. 
Tahas, Alf. Min. T. B., T. L., 3297. 
Tahën koenir, Balin. Kr.. 926. 
Tahën madoe, Balin. Kr.. 3053. 
Tahi ajam. Mal., 3291, 3460. 
Tahi angin. Mal , 3419. 
Tahi babi. Mal . Uis. 
Tahi boeroeng. Vuig. Mal., 2096. 
Tahi manoek, Soend., 2096. 

Tahigoe, Sangi, 3550. 

Tahoe, Witar, 425. 

Tahoei, Lamji., 3515. 

Tahoei gitan. Lamp., 3517. 

Tahoei siboe. Lamp., 3515. 

Tahoei taboe. Lamp., 3410. 

T&hoel-tahoel, Bat., 2429. 

Tahoem, Balin., Daj. B., S., 1885. 

Tahoentoengan, .'\lf. Min. Hant,. Iii42. 

Tahoentoengan mabida, Alf. Min. Bant, 1042. 

Tahoentoengan mahèndèng, Alf .Min. Bant., 

11142. 

Tahoeroe, Bat., 1846. 
Tahoetoe, Alf. .Min. Bant., 3174. 
Tahoi, Alf. .Min. Püuos., 1991. 
Tahoi, Lamp, 3515. 

Tahoi gitan, Lamp., 3517. 
Tahoi taboe. Lamp., 3410. 
Tahoi siboe. Lamp., 3515. 
Taholal, Alf. Sap., 404. 

Taï anging, Bmg., .Makas.. 3419. 

Tai bawi, Alf. Min., 450. 
Taï gigi, Makas., 1224. 
Taï isi, Boeg., 1224. 
Taïn angin, .Sas., 3419. 
Taïn oerëp, -'^as., 3419. 
Taindé, Alf. Min. T. S., 3550. 
Taindé poeti, AlL Min. T. S., 3550. 
Taindé roendang, Alf. Min. T. .S., 3550. 
Taintjóró, Alf. Min. T. 1'., 2743. 

Taïpa, Makas.. 2169. 

Taïpa batjang, :Makas., 2175. 

Taipah, Sas., 2169. 

Tajapoe, -^If. Min., 3355. 

Taiapoe, Mal. '/.. (I. Burn., 2751. 

Tajapoe rintëk, Alf. Min. T. 1'., 3153. 

Tajas, Bat.. 2611(1. 

Tajó-tajó, Boeg., Maka.*., 1789. 

Tajoem, l'aj. M., 1885. 

Tajoeman, Jav., 685, 2358. 

Tajoengan, .lav., 738. 

Tajom, Bat., 1885. 

Takalèt, Daj. Z. O. Bom., 2911. 

Takèr, Madocr., 1175. 

Taki, Alf. Miu. T. S., 404, 411. 

Takir, .lav.. 1175. 

Takoe, B.ag.. 5R. 

Takoejoeng aloë. Lamp. Ab.. 2443. 

Takoelé, Alf Tom., 379. 

Takoeréla, Alf. Z. (Vr.. 1215. 

Takoet manoesija, Mal. Mul., 2523. 

Takókak, Soeml., 3160. 

Takókak bódas, .Soend., 3166. 

Takókak lëmboet, .Soend., 3166. 

Takókak pahit, Suend., 3166. 

Takókok, Alt. .Min. T. l'., 835. 

Takraë, Wetar, 3550. 

Tal, .luv., 484. 

Tala, .Makas., 484. 

Tala, i\. Guin. 4. R., 2361. 



133 



Talagtag, Socml, 3162. 
Talang, Banda, 2748. 
Talang, Balin., Miiiangk., 1621. 

Talang hitam, .Minauïk., 1624. 

Talang koeniëng, Minangk., 1B2-1. 

Talang parindoe, Minansk., 408. 

Talang-talang, Laiiip., .Mal. l'al., HOI. 

Talangtang, Sutud., 1223. 

Talas, s.iiii. W. K., 847. 

Talasa, .Makas., 1722. 

Talata, Alf. Min. T. P., 210. 

Talé, .\lf. Min. T. P., 847. 

Talé in dano, -\.lf. Min. T. P., 23^7. 

Talé in tëlitjir, Alf. Min. T. P., 3060, 3062. 

Talèh, Miuansk., 847. 

Talèh bana, Miuaugk., 847. 

Talèh gata, .Miimnïk., 1821. 

Talèh kamoemoe, Minangk., 847. 

Talèh sipatjoeë, Minan^k", 847. 

Talèktèk api, Soind,, 1856. 

Talende, Air. Min. T. P., 3.i.ïO. 

Talende koeló, Alf. Min. ï. P., 3.5.50. 

Talende raindang, Alf. Min. T. P., 3530. 

Talëndei, Alf. Min. T. L., 3550. 

Talëndei kërètan, Alf. .Min. T. L., 3550. 

Talëndei laka, Alf. Min. T. I.., 3550. 

Talëndei pëpisin, .\lf. .Min. T. I,., 3550. 

Talëndei pisa, Alf. Min. T. 1,., 3550. 

Talëndei soela, Alf. Min. T. 1,., 3550. 

Talëndei wanga, Alf. .Min. T. L., 3530. 

Talër, Air. Min. T. P., 313'J. 

TalëS, Balin-, .Jav., .Maelocr., 847. 

Talës, <». Jav., 3244, 

Talës aèng, Madon-., 104. 

Talës anjangan, o. .Jav,, 847. 

Talës balandha, Madoer., 847. 

Talës bantën, .lav., 847. 

Talës bëntoel, .lav., 847. 

Talës bhabang, .Madmr., 847. 

Talës bhëloej, Madu.-r., 847. 

Talës dëmpèl, -lav., 847. 

Talës djhaba, .Madoer., 847. 

Talës gagakan, .Tav., 847. 

Talës gëlopari, .lav. 847. 

Talës kombha, -Madoer., 847. 

Talës kontje, Madoer., 847. 

Talës pëtèdhan, Madoer., 847. 

Talës sombhaba, Madoer., 847. 

Talës soeralaja, n. .Jav., 847. 

Talës tëgoeloenan, O. Jav., 847. 

Talës wangen, O. Jav., 847. 

Talësan, O Jav., 3244. 

Taleus, Sorud., 847. 

Taleus ateul, Soend., 847. 

Taleus dënak, Suend., 847. 

Taleus sèntè, .Soind., 847. 

Tali ajër, -Mal. Mol., 3398. 

Tali andjing, Soend., 13. 

Tali api, .Mal. Amb., 3352. 

Tali baboeni, .Mal. Amb., 772. 

Tali boeboe, Mal. Amb., 3445. 

Tali ganémoe. Mal. Amb-, Men., 1669. 

Tali hasat, Mal. Amb., 3321. 

Tali kantjoe, Suend., 437. 

Tali kërbaoe, Vnls. Mal., 332, 3425. 

Tali koening, ,\lal. Amb., 217. 

Tali koesoe, .Mal. Amb., 103. 

Tali moréa, .Mal. Amb., 2212. 

Tali oedjan. Mal. Mol., 328. 

Tali poetri. Mal., 692. 

Tali-tali, Mal-, .Minangk., 2910. 

Tali-tali oetan. Mal. .Men., 2698. 

Taliawan, Alf, Min. T. P., 3196. 



Talijoen, Daj. Z. o. Bom., 1396. 
Talilampah, O. Jav., 1227. 

Talima, Biman., 2902. 

Talinibó, Xias, 1573. 
Talimpoek, Atjeh, 2049. 
Talinggang, Mal. Z. ü. Born., 679. 
Talingkoep, Socud., SOL 

TaliÓ, Nias, 475. 

Talioe, Alf. Min. T. P., 3289, 3241. 

Talioe, Bauda, 3313. 

Talipoe, -Makas., 2049. 

Talipoeëk, Jlinangk., 2049. 

Talipoek, Balin., 2049. 

Talisè, -Makas., 425. 

Talisei, Alf. Min. T. B., T. L., T. P., T. S., 3313. 

Talo, Nias., 847. 

Taloeh, Balin., 2170. 

Taloejoen, Daj. Z. O. Born., 1396. 

Taloe'ki, Balin., Jav., Madoer. S., 1792. 

Taloem, Lamp., 1885. 

Taloema, Boeg., 8110. 
Taloemoe, Air. sUa. T. B., 324. 
Taloemoe koeló, Alf. Min. T. B., 1251. 
Taloemoe rintëk, Alf. Min. T. B., 1252. 
Taloetoe, Alf. Min., 2889. 
Talok, Balin,, Jav., Soend., 1700. 

Talok kapoer, .tav., 1701. 
Talok wingka, Jav., 1701. 

Talom, Lamp., 1885. 

Talos, I.aiiip-, 847. 
Talos banglai. Lamp., 847. 
Talos halom. Lamp., 847. 
Talos minjak. Lamp., 847. 
Talos radin. Lamp., 847. 
Talos samaka. Lamp., 847. 
Talos siwok. Lamp., 847. 
Talpak tana, Madoer., 1257. 
Tama, Alf. Min. T. P., Sangi, 574. 

Tamantës, Alf. Mm. T. S., 2112. 
Tamantës rintëk, Alf. Min. ï. S., 2112. 
Tamantës sela, Alf. Min. T. S., 2112. 
Tamar, Soend., 2673. 

Tamaté, Alf. Halm., Mal. Mol., Teru., 2112. 
Tamaté aloes. Mal. Men., 2112. 
Tamaté gros. Mal. Men., 2112. 
Tamba, Goront.. 3301. 
Tamba-tambakó, Bonth., 3203. 
Tamba-tambara, Bonth., 1872. 
Tambagan, .Tav. Xg., 1907, 
Tambagén, Jav. Kr., 1907. 
Tambak oewah, Jav., 3348. 
Tambakó, Makas., Soemba, 2458, 
Tambakoe, Alf. Oei., Biman., 2458. 

Tambaloi, Alf. Jiin. T. P., 1923. 
Tambang djanma, Jav., 12. 
Tambara baramoenté, Makas., 2978. 
Tambara maritja, Makas., 509, 
Tambara moenté, -Makas., 2978. 
Tambara rapó-rapó, Makas., 815. 
Tambëlan, Alf. .Min., 404, 1624. 
Tambëlan ëmoet, Alf. Min. T. L:, 408. 
Tambëlan im bolai, Alf. Min. T. P., 1105. 
Tambëlan karëngan, Alf. Min. T. P., 3063. 
Tambëlan kéroet, Alf. .Min. T. L., 1622. 
Tambëlan koeni, Alf. Min. T. P., 1624. 
Tambëlan kóöjan. Air. Min. T. L., 2528. 
Tambëlan riïri, Alf. Min. T. B., T, P., 1622. 
Tambëlan riïri warótan, Alf. Min. 'I'.S., 1622. 
Tambëlang, Jav., 1627. 
Tambësoe rawang. Lamp., 1422. 
Tambësoe talang. Lamp., 1422. 

TambhakÓ, .Madoer. S., 2458. 

Tambing-tambing, Alf. Min. Ponos., 1486. 



134 



Tamblang, Halin.. Iti27. 

Tamboe, H^xx-, Mukas., 057. 

Tamboo asing, Alf. Min. T. I,., 1078, 2159. 

Tamboe asing mawoeras, .\lf. Min. T. L., 

21.V.I, 
Taraboeloech, Air. Min. Tonsaw., 3381. 

Tamboen, AH. Min. Bint., 1507. 
Tamboon, AH. Min T. S., 3248. 
Tamboen tahi, .Mal., ris'.). 
Tamboeng-tamboeng, Maka.s., 1507. 
Tambooroek, Alf. .Min. T. 1'., 3301. 
Tamboesoe, .'^iini. \\ . K., 1422. 
Tamboewang, o. .Inv., 1027. 
Tamboewè, Alf. Tom., 2«ül. 
Tambong, o. .inv., t07. 
Tambósoo, Hat., 1422. 
Tamödak, Midd. Snm., 353. 
Tamijang, Haj. '/,. o. Born., Socnd., 413. 
Tamjang, Jialin., 3355. 
Tamó, Alf. .\. o. Halm., 2512. 
Tamó malóha, Alf. N. o. Halm., 2512. 
Tamó ó góró-góró, Alf. N. U. Halm., 2513. 
TamOO, Makas., Miiianïk., '.Wj. 

Tamoe koenji, Makas., "J45. 
Tamoe koenjik, Minan^k., 045. 
Tamoe kontji, .Makas.. 1612. 
Tamoe lawa, Makas., 049. 
Tamoe pawó, Makas., 943. 
Tamoe rimbó, .Minangk., 1638. 
Tamoejong, Daj. M., 1885. 
Tamoesoe, Bat., 1422, 3057. 
Tamósoe, Hat., 1422. 
Tampa badak, ^linangk.. 2958. 
Tampa badak laoeïk, .Minangk., 2472. 
Tampa basi, .Minangk., 573. 
Tampa boewa-boewa, Boeg., 815. 
Tampajang sétan. Mal. Amb., 2436. 
Tampak asti, Halin., 1257. 
Tanipak liman, Baliu., Jav., 1257. 
Tampak nirang, Balin., 231. 
Tampal bësi, Mal., 573, 2230. 
Tampan poetri, -Mal., 1288. 
Tampang, Hi.ntli., 3267. 
Tampang, Mal., 3t5. 
Tampang boelat, Jlal., 346. 
Tampang boeroeng. Mal., 345. 
Tampang manis. Mal , 349. 
Tampang tèlor, .Mal., 1496. 
Tampar boera, Hat., 3031. 
Tampar hantoo, Mal., 3148. 

Tampëlas, Haj. Kat., Jladocr. B., 1514. 

Tampësing, .\'ir. Min. T. L., 1362. 
Tampësing rintëk, Alf. Min. T. L., 1369. 
Tampoeëng ari, .Minangk., 1298. 
Tampoei, .Mal., 391. 
Tampoei batang, Mal., 391. 
Tampoei bëroenai, .Mal., 394. 
Tampoei boenga, Mal, 390. 
Tampoei boeroeng, .Mal., 386. 
Tampoei dada, Mal, 2908. 
Tampoei këra. Mal, 384. 
Tampoei paja. Mal, 1676. 
Tampoei patjat. Mal, 276. 
Tampoei tëratai. Mal, 1195. 
Tampoenei, Air. Min., 3. 
Tampoeng ari, .Mal, 1298. 
Tampoeng tawara, Makas., 890. 
Tampoeniëk, Minangk., 355. 
Tampoenik, Bat., 355. 
Tampoenono, Hoog., 532. 
Tampoeraoe, Haj. Z. O. Bom.. 1149. 
Tampoewa, Bat., 3406. 
Tampoi, -Mal, 391. 



Tampoi batang. Mal, 391. 

Tampoi bëroenai, Mal. 394. 

Tampoi boenga, -Mal, 39(i. 

Tampoi boeroeng. Mal, 386. 

Tampoi dada, Mal, 290k. 

Tampoi këra, .Mal, 384. 

Tampoi paja, Mal, 1676. 

Tampoi patjat. Mal. 276. 

Tampoi tëratai. Mal, 1195. 

Tampong bësi. Mal, 574. 

Tampong bësi poetih, .Mal, 573. 

Tampong bësoi, Aijdi, 574. 

Tampong-tampong, Boeg., 1042. 

Tampong- tampong kamoemoe, Boeg., 1042. 

Tampong-tampong poetè. Boeg., 1042. 

Tampwag, Halin., 2S(;ö. 

Tamtam, .Minangk., 18S5. 

Tanak rimaoe, Mal, 3207. 
Tanalajoe, o. .lav., 220, 1667. 
Tanalajoe lëmboet, <>. Jav., 1008. 

Tanaon, Hat. .Mand., 135. 
Tandai, Bol .Mong., 2528. 
Tandé, Alf. .Min. T. B., T. L., 3550. 
Tandé koeló, Alf. Min. T. B., 3550. 
Tandé oela, Alf. .Min. T. B., 835. 
Tandé rangdang, Alf. .Min. T. B., 3550. 
Tandikijö, Minangk., 3031. 
Tandijang, Bat., 962. 
Tandjang, .lav., 2969. 
Tandjang, n. .Tav., 2405. 
Tandjang girang, o. .lav., 655. 
Tandjang goenoeng, o. .lav., 655. 
Tandjang këtèk, Jav., 512. 
Tandjang rajap, Jav., 2969. 
Tandjang rangga, Jav., 2969. 
Tandjhoeng, Muloer., 2314. 
Tandjoe, Biman.. 2314. 
Tandjoeëng, Minangk., 2314. 
Tandjoeng, Balin., Jav., .Mal, Soend., 2314. 
Tandjong, Hoig., Maka.s., 2314. 
Tandoe-tandoe, Boig., 56. 
Tandoek mëndjangan, Jav., 1715. 
Tang-katang, MaduiT., 1S97. 

Tanga, .Minangk., 721. 

Tangala, Goiimt., 2968. 
Tanganan, Jav., 1777. 
Tanganan këbo, Jav.. 177S. 
Tangang-tangang djara, .Makas., 2984. 
Tangang-tangang djara kamoemoe, 

.Maka.*., 2984. 

Tangang-tangang djara kèbo, .Makas., 2984. 
Tangang-tangang kali, Makas.. 1941. 
Tangang-tangang kandjoli, .Makas., 1941. 
Tangang-tangang nikanré, Makas., 065. 
Tangere, Makas.. 721. 
Tanggaring, Daj. Z. O. Born., 2441. 
Tanggeuëuk, Somd., 696. 
Tanggeureuk, Soiud., 696. 
Tangglioeloen, Madocr., 2860. 
Tangghoeloeng, Madocr., 2800. 
Tanggiran, Oaj. Z. o. Born., 1903. 
Tanggoeli, Baiin.. 682. 
Tanggoeli garantang, Balin. Kr., 684. 
Tanggoeli gënding, Balin. Kr., 684. 
Tanggoeli këtoer, Balin., 684. 
Tanggoeloen, .Soind., 2860. 
Tanggoewoek, Socnd., 696. 
Tanggóli, So.nd., 682, 084. 

Tangi, Halin.. 1977. 
Tangkal asem, Socnd., 3301. 
Tangkal bëbësaran, Soend., 2340. 
Tangkal boewah, Soend., 2169. 
Tangkal danas, Soend., 218. 



135 



Tangkal djanibè, Suiiul., 315. 
Tangkal ganas, Soeiul, 218. 
Tangkal gëdang, Soond., 665. 
Tangkal haseum, Soend., 3301. 
Tangkal kadjoe, Sopuil., 212. 
Tangkal kalapa, Soend., 830. 
Tangkal kanas, Soeud., 218. 
Tangkal kawèni, Suciul., 2175. 
Tangkal mènjan, Sucnd., 3202. 
Tangkal sake, Soind., 1(571. 
Tangkal sasawi, Soend., -193. 
Tangkal soekoen, Suend., 340. 
Tangkalak, Soend., 2081. 

Tangkèl, Miidoer., 1552. 

Tangkèlè, Somd., 1961. 
Tangkèrèng, .\lf. Jlin. Ponos., 1991. 
Tangkil, Balin., .lav., Lamp., 1669. 
Tangkil, Sueud., 1671. 
Tangkil ai'eilj, Sueud., 1669. 
Tangkil bèra, Suend., 1671. 
Tangkil boewah, Soend., 1671. 
Tangkilan, Baliu. Kr., 395. 
Tangkoehi, Daj., 2441. 
Tangkoeloe, Makas., 58. 
Tangkoeloe djawa, .Makas., 58. 
Tangkoeloe lépa, Makas., 58. 
Tangkoeloe soelapa, Makas., 58. 
Tangkoepan, -\lf. Min. T. B., T. L., T. P., T. S., 

14.S9. 

Tangkoepan, -VU'. Min. T. L., 1436. 
Tangkoepan sela. Alt'. Min. T. L., 1438. 
Tangkoer goenoeng, Soend., 20. 
Tangkoerak, Soend., 1846. 
Tangkóló, Soend., 1901. 
Tanglar, Sornd., 1190. 
Tanglar goenoeng, Soend,, 82. 
Tanglar mónjèt, Sueud., 1185. 
Tanglar peutjang, Soend., 83. 
Tanglok, Mad,..r., 1700. 
Tangoen, Kii, 2601. 
Tangoeöen, Kei, 2661. 
Tangoeöen tangtëmaar. Kei, 2063. 
Tangoeöen tërtërfoeöe. Kei, 2602. 
Tangtang angin, Soend., 1050. 
Taning badjang, Daj. Kat., 42. 
Tano, Air. .\. o. Halm., 2289. 
Tanoenoe, Soemba, 3110. 
Tantang, Hol. -Mong., 3363. 
Tantimon, Daj. Z. O. Born., 934. 
Tantimon karai, Daj. Z. O. Bom., 934. 

TaÓ, .Manggarai, 1885. 
Taoe, Lamp., 1973. 
Taoe galah. Lamp., 1973. 
Taoe kèbajan, Lamp., 1973. 
Taoe koering, Lamp., 1973. 
Taoe poenaga. Lamp., 1973. 
Taoe poe'wajan. Lamp., 1973. 
Taoe tapai. Lamp., 1973. 
Taoe tjiri, Lamp., 1973. 
Taoegé, .Mal., 3450. 
Taoek, Mal. Tim., Rotiu., 1885. 
Taoem, Alf. Min., Balin., Tim., 1885. 
Taoen, Alf. .Min. Bent., 2S30. 
Taoeng, .\lf. .Min. T. L., 2203. 
Taoeréla, Alf. Z. Cer., 1215. 
Taosjt, .lav., 5. 

Tapak boeroeng, Mal., 232, 2334. 
Tapak dara, <>. ,iav., 3101, 
Tapak djalak, Soend., 1011. 
Tapak gadjah, Balin., Mal., 2281. 
Tapak itiëk, Miuangk., 1558. 
Tapak itik, .Mal.. 1558. 
Tapak kërbaoe, Mal., 821. 



Tapak koeda, -Mal., 1897. 
Tapak koedó, .Minangk., 1897. 
Tapak léman, Minangk., 2554. 
Tapak liman, Balin., Jav., Soend., 1257. 
Tapak rimaoe. Mal., 3357. 
Tapak roesa. Mal., 2025. 
Tapak soeleiman, -Mal., 2554. 
Tapak tangan, Jav., 1257. 

Tapakoe, Kisar, Wetar, 2458. 

Tapana-wa, Alf. Amb., Oei., 2845. 
Tapar boera, Bat., 3031. 
Tapasang, Boeg., 827. 
Tapat, Alt'. Z. Cer., 1023. 
Tapen, Jav., Madoer., Soend., 2153. 
Tapen këbo, Jav., 912. 
Tapiëng batoe, Sum. W. K., 2153. 
Tapir, .\lf. Z. Cer., 407. 
TapiS, Balin., Sum. W. K., 1082. 

Tapis boelan, Snm. W. K., 2804. 
Tapis minjak, Sum. Vf. K., 1082. 
Tapis sëgar, Sum. W. K., 2805. 
Tapó, Daj. Z. O. Born., 3011. 
Tapó, Sol'or, 830. 
Tapoe, Alf. Min. Ponos., 1247. 
Tapoeïh, .Minangk., 1241. 

Tapoeng tawara, Saleijer, 890. 
Tapoes, Hat., Lamp., Mal. Bengk., 1241. 
Tapohoet, Daj. Z. o. Born., 2263. 
Tapos, Soeud., 1241. 

Tapripon, Alf. Amb., 2336. 
Tara-tara, Alf. Min. T. B., T. L., 1944. 
Tara-tara, Alf. -Min. T. S., 3111. 
Taradjangang, Makas., 1033. 
Tarantang, Mal. Z. O. Born., 521. 
Taraté,Alf. Halm., Balin., Jav., Mal. .Mol., Teru., 2427. 
Taratè, Madoer., .Soend., 2427. 

Taratè biroe, Soeud., 2464. 
Taratè leutik, Soeud., 2049. 
Taratè gëdè, Soend., 2427. 
Taratè goenoeng, Soend., 1713. 
Taratoenggang, Lamp., 1033. 

Tarè, Alf. .Min. T. B., T. L., T. P., T. S., 2747. 
Tarè, Sawoe, 3169. 

Tarè in tjoentoeng, Alf. JUn. ï. P., 2847. 

Tarèbak, Suend., 2907. 

Tarèboeng, Aladoer., 484. 

Taréra in taloen, Alf. Min. T. P., 1444. 

Tarèta binèk, Madoer., 2501. 

Tarèta lakèk, Aladoer., 1386. 

Tarigi, X. Guin. 4 R., 3550. 

Tarigoe, Boeg., Jlakas., Mal., Soend., 3099. 

Taring pëlandoek, -Mal., 1132. 

Tarintin, Bat., 521. 

Taripa, Alt', Tom,, 2169. 

Tarisei, Alf. Min, Bant., 3313. 

Tarisi, Soend., 119. 

Tarisi areuj, Soend., 124. 

Tariti, Soend., 68. 
Tarnak, .Madoer. B., 191, 

Tarnak doeri, Madoer. B,, 194. 
Tarnak lakèk, Madoer. B., 195. 
Tarnak mèra, .Madoer. B., 193, 

Tarnak pótè, Aladoer, B,, 191. 

Tarnjak, Madoer, P„ S., 191. 
Tamjak doeri, :\Ladoer. P., S., 194. 
Tarnjak lakèk, Aladoer. P., S,, 195. 
Tamjak mèra, Aladoer. P., S,, 193. 
Tamjak pótè, Madoer. P., S., 191. 
Taroe, K.ndeh, 1885. 
Taroeëng, -NHnangk,, 3169. 

Taroeëng asam, Alinangk., 3163. 
Taroeëng hitam, Alinangk,, 3169. 
Taroeëng pandjang, Minangk., 3169. 



136 



Tarooëng paranggi, Mini>iis;k., Slfi'J. 
Tarooöng pootiëh, Minannk., 31(i'j. 
Taroem, Mal , S;.>., Soin.l., issö. 
Taroom akar, Mal . i'l'03. 
Taroem arouj, Smnd., mri. 
Taroem daoen aloes, Mal., 1SS5. 
Taroem daoen lèbar, Mul., 1SS5. 
Taroom kömbang, Sm;ml., 1SH5. 
Taroem oetan, Vuig. Mal., 1887. 
Taroen, Ken-., 1S8,"). 
Taroeng, Aljih, Makiis., 1885. 
Taroeng andja, .Mnkns., fi'Jl. 
Taroengtoeng, Soiml.. üiou. 
Taroetoeng, Hm, llsd. 
Taroetoeng olanda, Bm., l'L"). 
Taroetoeng sibalingbingan, Hal-, 1180. 
Taroetoeng sidjabak, Hm., USO. 
Taroetoeng sinitak, Bat . 1180. 
Taroetoeng sisagoe-sagoe, Bal., 1180. 
Taroetoeng sitóni manoek, Bal., 1180. 
Taroetoeng sitombaga, Bai., 1180. 
Taroetoeng tongor, Bai., 1180. 
Taroetoep, .\lf. Min., 317 !•. 
Taroetoep in taloen, .\lf. Min. T. 1*., 3177. 
Tarok, .M.ji'li, Miiumgk., 338. 
Tarom, Madcur., 188.5. 

Tarom barangan, Madocr., 1885. 
Tarom bërdhi, Madocr., 1885. 
Tarom langkèng, .Madocr., 1885. 
Tarom tjantèk, Madocr. B., P., 1880. 

Tarom tjatèk, Madocr. S., 1886. 
Tas, Mal., i2ül. 
Tasabè, Makas., «30. 
Tasbèh, Socnd., fi3ii. 
Tasbèh beureum, iSocnd , r>30. 
Tasbèh bódas, Sornd., 63u. 

Tasbhi, Madocr., «30. 

Tasbih, Mal., «30. 

Tasëbè, Boe»;., 630. 
Tasëm, Daj. W. Bom., 255. 
Tasoebè, All'. Ilahn., Tcrn., 630 

Tastasinó, Tim., 3473. 
Tata, Tim., l-t88. 

Tataan, Alf. Min. T. B., T. S., 2544. 
Tatabang, .Vlf. Min. Bant., 2865. 
Tataboewé, Alf. .Min. Bant., 429. 
Tatahaan, Alf. .Min. T. L., 2544. 
Tatalian, All'. Min. Tonsa»., 2195. 
Tatama'ikang, Alf. Miu. T. B., 3026. 
Tatambagaan, Soend., 1907. 
Tatambagaan bódas, Soeud., 2580. 
Tatambagaan gëdè, Socnd., 3218. 
Tatambagaan leutik, Soend., 1285. 
Tatamoelak, Alf. Min. Tonsaw., 2349. 
Tatanga, Biman., 2984. 
Tatantan, Alf. Min. T. B., 1172. 
Tataókok, Alf. Min. T. P., 835. 
Tatapajan, Socnd., 326. 
Tatapajan gëdè, Socnd., 3247. 
Tataroéman, Su,nd., 1203, 2245. 
Tata-wa, i)aj. '/,. o. Bom., 1057. 

Tatóboe, Mal. Tim., 3012. 

Tati raoe'i, Alf, llar., 1897. 

Tatoelang, Daj. '/.. O. Born., 1389. 

Tawa im bolai, Alf. .Min. T. I,., 957, 1679. 

Tawa im bolai, .\lf. Min. T. P., 108. 

Ta-wra im bolai sela, Alf. Min. T. I,., 2325. 

Tawa in taloen, Alf. Min. T. B., T. L., 2217. 

Ta'wa lawasa tagintoe, Boeg., 1152. 

Tawa-ta'wa, Miuangk., 890. 

Tawaan, Alf. Min.. 884. 

Tawaan im bolai, Alf. Min. T. P., 1164. 

Ta-waan këlès méa, Alf. .Min. T. L., 884. 



Tawaan këlès poeti, Alf .Min. T. L., 884. 
Tawaan koeló, Alf. .Min. T. B.. T. P., 884. 
Tawaan mahamoe, Alf. Min. Bcui , sR4. 
Tawaan mawoeró, Alf. .Min. Hcni., SS4. 
Tawaan m.ea, .\li'. Min. T. 1,., 884. 
Tawaan ni angkó, Alf. .Min. T. S., 1164. 
Tawaan poeti, Alf. .Min, T. L., T. S., 884. 
Tawaan raindang, Alf. Min. T. P., 884. 
Tawaan rangdang, Alf. .Min. T. B., 884. 
Tawaan roendang, Alf. .Min. T. S., 884. 

Tawakoe, Scrmata, 2458. 

Taw^al mëlai, Babar, 1973. 

Tawan, Lamp., 355. 
Tawanan, Alf. Min. Tonsaw., 1730. 
Tawanan toba, Alf. .Min. Tonsaw., 1268. 
Tawang, Alf. Min. Bent., 2188. 
Tawaoeng, Sangi, 884. 
Tawar-tawar, .Mal., k90. 
Tawar-tawar bëtina. Mal , 1562. 
Tawar-tawar djantan, .Mal., 1561. 
Tawar-tawar gadjah. Mal , 1562. 
Tawar-tawar hootan, .Mal., 1561. 
Tawara bórong, Bonih., 2859. 
Tawara tana, Makas., 520. 

Tawas, Balin., 3523. 

Tawasën, .\lf. Min., 2289. 
Tawé, Alf Min. Tonsaw., 2244. 
Tawoe, Endch, 3011. 
Tawoe, .Manggarai, 1973. 
Tawoedijën, Daj. Z. O. Born., 1396. 
Tawoehoek, Alf. Min. BcnI., 3361. 
Tawoel malaa, Tcnimbar, 1973. 
Tawoelandang, Alf. Min. T. P., 2482. 
Tawoelandang koeló. Air. Min T. P., 1249. 
Tawoelandang raindang, Alf. .Min.T. I'., 1250. 
Tawoelandang rintëk, Alf. Min. T. P., 1249. 
Tawoeó, .Ma>. 2717. 
Tawoeroek, Alf. Min. T. B., T. S,, 3361. 

Tè, Boeg., :Maka»., 595. 

Të malaté, Buc?., 1678. 
Tëbaoe, -Midd. Sum., 3011. 

Tëbèë, Atjch, 3011. 
Tèbéë gading, Atjch, 3011. 
Tëbèë gapoer, Atjch, 3011, 
Tëbéë gatja, Atjch, 30ii. 
Tèbéë kamar, Atjch, 3011. 
Tëbèë rëliëng, Atjch, 3011. 
Tëbèë rimong, Atjch, 3011. 
Tëbéë sëlëmbik, Atjch, 3011. 
Tëbëlijan, Mal. \v. Bom., 1396. 
Tëbëraoe, Mal , 3009. 

Tëbhoe, Madocr., 3011. 
Tëbhoe èrëng, Madocr., 3011. 

Tëbhoe bhantèng, Madocr., 3011. 
Tëbhoe ghadjhi, Madocr., 3011. 
Tëbhoe manglè, Madocr., 3011. 
Tëbhoe njamplong, .Madocr., 3011. 
Tëbhoe palótan, Madocr., 3011. 
Tëbhoe përëng, Madocr., 3011. 

Tëbhoe pótè, Madocr., 3011. 
Tëbhoe sala, Madocr., 3012. 
Tëbijoe, I.am])., 3012. 

Tëbing ajoe, .Mal., 216. 
Tèbing paja. Mal., 2952. 

Tëboe, Balin., Boeg., Jav., Mal., 3011. 
Téboe, Daj., -Mal. Tim.. 3011. 

Tëboe apoi, I-amp.. 3011. 
Tëboe ardjoena, Jav., 3011. 
Tëboe aroe. Lamp.. 3011. 
Tëboe awi, I.amp., 3011. 
Tëboe awoe, dav., 3011. 
Tëboe djaé, dav., 3011. 
Tëboe djapara, .lav., 3011. 



137 



Tèboe óndog, Jnv., 30in. 

TëbOO goela, Lamp., 3(ill 
Töboe haloni, l.iunii., 3011. 
Tëboe kèjong, Jav., 3011. 
Tëboe lagading, Buc?., 3011. 
Tëboe landjoeng, .Mal.. 3011. 
Tëboe loemoet, Jav , 3oli. 
Tëboe makëmé, Buii;., 3oll. 
Tëboe malam, Jav., 3011. 
Tëboe mangli, .lav., 3011. 
Tëboe manoe, l.ainii., 3011. 
Tëboe mata élé, Jav., 30U. 
Tëboe nipah, Lamp., 3011. 
Tëboe padang, Buea., 3012. 
Tëboe pantis, Lamji., 3oll. 
Tëboe rapoeh, Jav., 3oll. 
Tëboe rapoh, -lav., 3011. 
Tëboe rare, Balin., 3011. 
Tèboe sawoer, <•. Jav., 2Sllii. 
Töboe soerë, Bwg., 30II. 
Tëboe töloi, Ump., 3011. 
Tëboe tëlor, Mal. Batav., 3011. 
Tëboe tjëla, Bueg., 3011. 
Tëboe tjömëng, Balin., 3011. 
Tèboe wilis, Balin., 3011. 
Tèboe-téboe, .Mal. .Vmb., 3012. 
Tèdö, Bo'g., 1.J73. 

Tódja, Jav.. .Mal.. 762. 

Tédja djantan, Mal., 962. 

Téëp, .\ir. .Mm. T. B., T. L., T. P., T. S., 338. 

TÖëp, Balin., 338. 

Tëfoe, .\lt'. Boer., 3011. 

Tèfoe, Kotln., ïini., 3011. 

Tëgari, Jav., 1084. 
Tëgëran, Jav., 937. 
Tëgërang, Jav.. 937. 
Tëgërat, Jav., 2319. 
Tëgaron, Jav., 2421. 
Tëgil kijoeh, Balin., 1208. 
TègOk, O. Jav., 2863. 
Tèh, Jav., Mal., Socud., 59.'j. 

Tèh oetan, Vulg. Mal., 1975. 

Tëhing, Balin. Scmb., 404. 

Tóhoe, .\ll'. Asil., Hila, Z. Cir., Wclai-, 3011. 

Tëhoeng, Balin. Senib., 3169. 

Tèkaj, .Madocr., 974. 

Tëkawang, Mal. \V. Boni., 1823. 

Tèkèré, Makas., 1256. 

Tëki, Balin., Jav., Mal., Sociid., 974, 1969. 

Tëki këbo, Jav., 992. 

Tëki lalaki, Soeud., 981. 

Tëki laoet, Soend., 983. 
Tèki poetih. Vuig. Mal., 1969. 
Tëki sawah, Jav., 982. 
Tëki tiké, Jav. 1256. 
Tëki wangi, Jav., 993. 
Tëkiiok-kijok, Euggano, 2011. 
Tëkik, Jav., 117. 
Tëkokak, Balin., 3166. 
Téla, Jav., 1892. 
Tèla, -Madoir. B., P., 1892. 
Téla balandha, .Madocr., 2181. 
Téla lóbak, Madoer. B., 1892. 
Téla poöeng, Jav., 2181. 
Tèlang, Mal , 824. 

Tëlasih, Jav., Socnd., 2474. 
Tëlasih bódas, Soend., 2474. 

Tëlasih irëng, Jav., 2474. 

Tëlasihan, Jav., 764. 

Tëlë, Boeg., 1722. 

Tëlëng, Balin., Jav., .Socnd., 824. 

Téléwal, -\lf. X. T.aoet, 2311. 

Téli, .Vlf. Z. Ccr., 404. 



Tóli Óla, .\lf. Z. Cer., 1622. 

Tcli hahoe, .\lf. Z. (Vr., 411. 

Téli ooété, .\lf. Z. Or., 1622. 

Tölijan, Koetei, 1396. 

Tëlik, Jav., 3105. 

Teling, Air. .Min. T. B., 408. 

Teling batoe, .Uf. .Min. T. B., 1058. 

Teling lana, -VU'. .Min. T. B., 2528. 

Tëlinga gadjah, .Mal.. 1459a. 

Tëlinga köra, Mal., 1769. 

Tëlinga kërbaoe boekit, .Mal., 3440. 

Tëlipoek, Mal, 2049. 

Tëloeki, Jav., 1792. 

Tëlong, Jav., 1971. 

Tëlontaga, Mal., 183. 

Tëlor bëlalang, Mal., 3217. 

Tëlor bëlangkas, Mal., 2483. 

Tëlor sëntadoe, Mal., 2613. 

Tëlpok, -Maduer., 910. 

Tölpok ghoengsèng, Madocr., 910. 

Téma, .\ir. Z. ter., 2361. 

Témar, Tinimbar, 404. 

Tëmbagan, Jav., 1907. 
Tëmbagèn, Jav., 1907. 
Tëmbakaoe, Mal., 2458. 

Tëmbako, Balin., Jav. Ng., 2458. 

Tëmbako kënari, Jav., 2458. 
Tëmbako lantjoer, Jav., 2458. 
Tëmbako nali, Jav., 2458. 
Tëmbako sëmpoe, Jav., 2158. 
Tëmbako sili, Jav., 245s. 
Tëmbako sompok gading, Jav., 2458. 
Tëmbako sompok koel, Jav., 2458. 
Tëmbako sompok lënga, Jav., 2458. 
Tëmbalo, Jav., 683. 
Tëmbatoe, Mal., 2597. 
Tëmbatoe lojang, Mal., 2596. 
Tëmbatoe mérah, Mal., 2597. 
Tëmbatoe pasir. Ma)., 2531. 
Tëmbatoe poetih. Mal., 2597. 
Tëmbëdak, Mal. Bcngk., 353. 
Tëmbèlék, Jav. Teg., 1984. 
Tëmbëlèkan, Jav., 2497. 
Tëmbëlékan, O. Jav., 1984. 
Tèmbèr, .\lf. Min. T. I,., 698. 
Tëmbësoe, Mal.. 1422. 
Tëmbësoe angin, Midd. Snm., 1422. 
Tëmbësoe boekit, Mal., 1420. 
Tëmbësoe djantan. Mal., 2814. 
Tëmbësoe kapoer, .Midd. Sum., 1422. 
Tëmbësoe langkanang, Midd. Sum., 1422. 
Tëmbësoe paja, -Mal., 1426. 
Tëmbësoe rawang, .Midd. Sum.. 1422. 
Tëmbësoe rënah, Midd. Sum., 1422. 
Tëmbësoe samak. Mal., 1422. 
Tëmbësoe talan§, Midd. Sum., 1422. 
Tëmbësoe tëkoejoong, Midd. Sum., 1422. 
Tëmbësoe tëmbaga. Mal., 1420, 
Témbhakó, Kaug , 2458. 
Tëmbiloengan, Jav., 448. 
Tömblèkan, o. Jav., 3291. 
Tömboekoes, Balin., 2723. 

Tëmödak, Koeboe, 353. 

Tomen, Balin., 1697. 
Tëmëndilan, Jav., ;M5|. 
Tömörakan, Balin., 531. 
Tëmëras, .Mal. Pal., 63 1. 
Tëmëras akaï. Mal. Pal , 3261. 
Tëmijang, Mal. 413. 
Tëmijë, Sawoe, 413. 
Tëmó, .\ir. Min. T. P., 3108. 

TëmÓ, .Madoer., 949. 
Tëmó érëng, .Madoer., 942. 



138 



TÖniÓ ghoenong, Mailoor., 94R. 

Tènió kónèng, Mmlocr., ül5. 

Tömó kontje, Mailocr., Kiia. 

Tëmó kontje pöt, Madocr., lOia. 

Tèmó labak, .Mudu.r., 'J-iy. 

Tëmó paó, Miuloij-., 2H. 

Tëmó póte, MailiMi-., 'J5(i. 

Tëmó pótre, .Madon-., «44. 

Tëmoe, Halin, Boif;.. Jav., Mal., Suend., "J4'J. 

Tëmoe èrang, Mal., 942. 

Tëmoe giring, -lav., 1)48. 

Tëmoe irëng, Halin., ,Iav., 942. 

Tëmoe itam, \ nli;. Mal., 942. 

Tëmoe koening, .lav., 1)45. 

Tëmoe koenjit, Mal., 94."). 

Tëmoe koentji, l!".r., .lav.. Mal., Surml., 1612. 

Tëmoe koentji koening, Jav., 1012. 

Tëmoe koentji pëpët, Jav,, l(jl2. 

Tëmoe koentji poetih, Jav., 1612. 

Tëmoe kontji, Baliu., 1612. 

Tëmoe lawa, H"if;., 949. 

Tëmoe lawak, Halin., Jav., Mal., Socml., 949. 

Tëmoe mangga, Mal. Batav., 943. 

Tëmoe paoeh. Mal., 943. 

Tëmoe pawó, Hoig., 943. 

Tëmoe poetih, JaV., Mal., 950. 

Tëmoe poetri, Mal., Batav., 944. 

Tëmoe poh, Jav., 943. 

Tëmoe tiïs, Socn.l., 949. 

Tëmoe tis, Balin., Jav., 949. 
Tëmoekoes, Halin., Mal., 2723. 
Tèmoer, -\ir. Min. T. L., 895. 
Tëmoesoe, Mal. W. Boin., 1422. 
Tèmon, .\la.lucr. B., P., 934. 
Tèmon aèng, .Madoer. B., P., 934. 
Tèmon batang, Madocr. B., P., 934. 

Tèmon boekó, Madocr. B., P., 934. 
Tèmon ghadhing, Madocr. B., P., 934. 

Tèmon ghadjhi, Madocr, B., P., 934. 
Tèmon ghaloedhroe, Madocr. B., P,, 934. 
Tèmon ghaltèk, Madocr. B., P., 934. 
Tèmon malókok, Madocr. B., P., 934. 

Tèmon mÓSëng, .Madocr. B., P., 934. 

Tèmon naghara, .Madocr. B., P., 934. 

Tèmon tjarëmè, Madocr. B., P., 934. 

Tèmon tjatjèng, -Madocr. B., P., 934. 

Tèmon tódjoek, ^Madocr. B., P., 934. 

Tëmpajang, lav., 1405. 

Tëmpinis, Mal., 3154, 

Tëmpinis hitam, .Mal., 3154. 

Tëmpinis mérah. Mal., 3154. 

Tëmpinis poetih, Mal., 3154. 

Tempoeh wijang, Jav., 1268, 1729. 

Tëmpoejak, Balin,, 77. 

Tëmpoeloet, Sas., 3417. 

Tëmponèk, Mal., 355. 

Téna toeï, -\lf. Har., 407. 

Tënaga, .Sawoc, col. 

Tènan, .\ir. Boer., 407. 

Tënanga, .\tjch, COl. 

Ténawoer, .Midd. Sum., 1573. 

Tènè, Tim,, 2109. 

Tènga, .\ll'. Min. T. B., T. 1-., T. P., T. S., 315. 

Tënga im bolai, .\lf. Min. T. L., 319. 

Tënga kapës, -\ir. Min. T. L., T. S., 315. 

Tënga katawa, .\lf. Miu. T. L., T. S., 315. 

Tënga këkókow, .Ur. Min. T. P., 315. 

Tënga laoesip. Air. Min. T. L., T. S., 815. 

Tënga pëpösoetën, .\lf. Min. T. B., 315. 

Tënga pcra, ,\lf Min. T. I,., T. S., 315. 

Tënga pondang, .\lf. Min. T. B., 315. 

Tënga roesip, .\ir. Min. T. B., 315. 

Tënga sampinit, \U. Min. T. L., T. S., 31». 



Tënga söla, .\ir. Min. ï. P., 315. 
Tënga wóöe, .Vlf. Min T. P., 315. 
Tëngar, Mal , 721. 
Tëngëh, Baliu., 721. 
Tèngèl, Balin., 1.302. 
Tëngër, Lamp., 721. 
Tengere, Boeg., 721. 
Tënggang, Daj. W. Boru., 1669. 
Tönggang, Mado.r. R., P„ 2181. 
Tènggèk boeroeng, .Mal,, 1402. 

TënggOeli, Jav.. I)S2, «84. 

Tënggoeli wawang, Jav., 684. 
Tënggoeloen, Jav., 2800. 
Tèngih, .Madocr., 721. 
Töngkawang, Mal. W. Born., 1823. 
Tëngkawang ajër, -Mal, W. Born., 3129. 
Tëngkawang babi, -Mal- AV. Bom., 3130. 
Tëngkawang batoe. Mal, W. Born., 1910. 
Tëngkawang goentjang. Mal. \V. Born., 1823. 
Töngkawang lajar. Mal. W. Born., 3130. 
Tëngkawang madjaoo, Mal. \\. Born., 3116. 
Tëngkawang pinang, .Mal. \\'. Bom-, 3129. 
Tëngkawang rambai, Mal, W, Born., 1823. 
Tëngkawang tërindak, .Mal. W. Born., 1910. 
Tëngkawang toengkoel, .Mal. W. Bom., 1823. 
Tëngkok bijawak, .Mal,, 144, 1426. 
Tëngkong, Sas, 1573. 

Tènglor, -Madocr., 532. 

Tèngsèk, Jav., 1159. 

Tënian malai, Uti, 229. 

Tëniring, -Mal., 682. 

Tènó, Tim., 135. 

Tëntawan, Mal., 869, 871. 

Tèntè, -\lf. Min- T. P., 1172. 

Tènté in taloen, Alf. Min. T. P., 3430. 

Tènté rintëk, .\lf. Min. T. P., 1076. 

Tènté sëla, -\lf. Min. T. P., 1073. 

TèÓ-téÓ, .Mal. Men., 879. 

Téó-téó oetan, Mal. Men., T976. 

Téoo, Maiiggarai. 3011. 

Tëpakoo.Lcii. 1162. 

Tëpas, (I. Jav., 196. 

Tëpoo, -Vlf. Min. T. B., 1244. 

Tëpoe, Air. -Min. T. L., T. P., 1003, 1247. 

Tëpoe im batoe, AU. Min. T. L., T. P., 999. 

Tëpoe tawii, Bucg.. 890. 

Tëpoe wangko, .\lf. Min. T. I,., 2867. 

Tëpoe-tëpoeng, Boeg., 890. 

Tëpoeng ótot, Jav., 3222. 

Tèpoeng tawar, Soend,, 890. 

Tëpoes, -lav-. Mal, Socnd., 200. 

Tëpoes bënër, Socnd., 200. ■ 
Tëpoes lada, Alal., 1741. 
Tëpoes leuweung, Socnd,, 200. 
Tëpoes malèlè, Socud., 198. 
Tëpoes mèrah, Mal., 197. 
Tëpoes sigoeng, Socnd., 202. 
Tèradi, At.jeli, 1079. 
Tèraë djawa, Sawoe, 3550. 
Tëraë hawoe, Sawoc, 3193. 
Tëralin, Mal,, 3307, 

Tërantang, Mal. Pal,, Snm, \V. K., 521. 
Tërantang ajam, Ahd, 1'al,, 524. 
Tërantang boeroeng, -Mal. Pal., 525. 
Tërap, -Mal.. 338. 
Tërap gajal, -Mal., 338. 
Tèratai, Mal , 2427. 
Tëratai bësar, -Mal., 2427. 
Tëratai këtjil, .Mal., 2464. 
Tëratap, -Mal., 2033. 

Tèratè, Madocr. B., 2427. 

Tëré, Sawoc, 3169. 
Tërèba, -Mal. Batav., 2967. 



139 



Tërèba djöpoen. Mal. Balav., 907. 

Térèmboeöek, Alf. Min. 1'. 1'.. G'js. 

Tèrèmboeöek i lawanan, .\lf. Min.T. P., Iii. 

Tërèng, s,is., wi. 

Tërèng dèndèng, Siu*., iV2. 

Térèng koesé, AU. Min. T. P., 120. 

TÖrèng rèndèng, Sas., 412. 

Tërèng toetoen, ■Sa,'*., 412. 

Tërëntang, Mal , .521. 

Tërëntang batoe, Mal., ■")21. 

Tërëntang boekit, Mal., 147. 

Tërëntang boeroeng, .Mal., 525. 

Tërëntang paja, Mal., .")21. 

Tërëntang tangan, Mal., 521. 

Tërëp, Hat., Sas., 33S. 
Téri, Alf. Z. Cor., 404. 
Téri éla, Air. Z. Cer., 1622. 
Téri hahoe, Alf. Z. Cei-., 411. 
Tërigoe, .Mal., 3099. 

Térin, Alf. Har., Z. ('ur., 411. 
Tering, Alf. Miu. Bant., 408. 
Tëriti, Miil.1. Sum., 3191. 
TèrÓ, Boei;.. 338. 

Tëroeng, Mal., 3169, 
Tëroeng asam, Mal., 3163. 
Tëroeng bali, -Mal., 2112. 
Tëroeng këmaoe, 'S\a.\., 963. 
Tëroeng mëranti, Mal., 3171. 
Tëroeng përat. Mal., 3163. 
Tëroeng pipit. Mal., 3174. 
Tëroeng raja, -Mal, 3176. 
Tëroeng tikoes, -Mal., 3173. 
Tëroeng-tëroeng, Mal., 2024. 
Tëroeno, Mal., isri. 
Tëroentoem, Mal., 56, 2109. 

Tórong, -lav.. Mal. .\mb., 3169. 
Tërong, Madoor., Sas., 3169. 
Tèrong, Socnd., 3169. 

Térong andjing, -Mal. Aml)., 3169. 
Térong balanda, .Mal. Anib , 2112. 
Tërong bhiroe, Maducr., 3169. 
Tèrong bódas, Sotnd., 3169. 
Tërong boengó, .Madoci-., 3169. 
Tèrong ëndog, Jav., 3163. 
Tèrong galatik, Smnd., 3169. 
Tèrong gëdè, Socud., 3169. 
Térong gëtas, Jav., 3169. 
Térong glatik, .Uv., 3169. 
Tèrong kadoet, Smnd., 3169. 
Tèrong koe^a, Suind., 3169. 
Térong kopek, .lav., 3169. 

Tèrong lijat, Socnd., 3169. 

Térong malébér, Suend., 3169. 
Térong ngor, lav., 3169. 
Térong ondjing, -Mal. Amb., 3169. 
Térong pandan, .lav., 3169. 
Tërong pëdar, Sa,s., 3169. 
Tèrong pëlëm, .Socnd., 3169. 
Tërong përat, Madocr., 3163. 
Tèrong peuheur, Somd., 3169. 
Tèrong piït, Soind., 3163. 
Tërong póte, \ladoer., 3169. 
Tèrong rangoe, Socnd., 3169. 
Tërong rëngèh, .Sas., 3169. 
Tórong sela, Alf. .Min. T. P., 17. 
Tërong taal, Madocr, 3169. 
Térong tjoengor, lav., 3169. 
Tèrong tjoetjoek, Socnd,, 3169. 
Tèrong walanda, Socnd., 996. 
Térong wëloet, .lav., 3174. 
Tèrongan, .Socnd., 3172. 
Tërpandi, Lamp., 2882. 
TèS-katèsan, Madocr., 1674. 



Tèsèk, Jav., 1159. 

Tèsoek, Socnd., 1793. 

Tèspong, Socnd., 2367. 
Tèspong bódas, Socnd., 1090. 
Tète, MadoiT., 2096. 
Tèté, Manicnarai, 1107. 

Tètèh djaran, Balin., 1856. 

Tëtèngéën, Alf. Min. Tonsaw, 910. 

Tëtëpësan, Alf. Min. T. P., 2518. 

Tëtëpi, Alf. .Min. T. L., 3138. 

Tëtër, Balin., Jav., Socnd., 3176. 

Tëtërapan, Jav., 1984. 

Tëtëroeng, Alf. Min. T. P., 210. 

Tëtëroeng, :\lal., 2021. 

Tëtëroeng i lawanan, Alf. .Miu. T. P., 3288 

Tétèrongan, Socnd., 1665. 

Tétéwa, Alf. Min. T. h., 2128. 

Tëtoel, Alf. Min. T. B., T. L., T. S., 1610. 

Teubèë, At.jch, 3011. 

Teubeun, (iajo, 2541. 

Teureup, Socnd., 338. 

Teureup areuj, Socnd., 1472. 

Tèw, Alf. Min. Tonsaw., 338. 

Téwa, Alf. .Min. T. L., 2128. 

Tëwasën, .\lf. Min., 2289. 

Tëwëlak, Watoeb., 353. 

Tëwo, Solor, 3011. 

Téwoe, l>aj. Z. O. Born., Lcfi, Sika, 3011 

Thaga, Aijcb, 3. 

Thalathari, Atjoh, 188. 

Theukó, Atjeh, 2557. 

Theulatèh, Afjch, 2474. 

Thibeurantó, Atjch, 3148. 

Thithawi, Atjeh, 493. 

Thithidjoeëk, Atjch, 519. 

Thlimëng, Atjch, 379. 

Threuë, Atjch, 229. 

Tibah, Balin., 2343. 

Tibah moenti, Balin., 2343. 
Tibaraoe, .Minaugk., 3009. 
Tibèsi, Alf. Tom., 2661. 
Tiboe, Goront., 3012. 
Tiboe, Socniba, 3011. 
Tibowang, .Makas, 2661. 
Tibowang kópé, Makas., 2663. 
Tibowang lompó, ^lakas., 2663. 
Tibowang tjadi, Makas., 3311. 
Tichinian, Vlf. Min. Tonsaw., 2281. 
Tidoen toan, Alf. W. Cer., 2187. 

Tifoe, Alf. Boer., 3011. 

Tiga kantjoe, Balin., 437. 

TigO, Alf. Tom., 2458. 
Tih, Lam])., 595. 
Tiïh, Balin., 210. 
Tiïng, Balin-, 404. 

Tiïng ampel, Balin., 412. 
Tiïng djangkrik, Balin., 411. 
Tiïng djlëpoeng, Halin., Hl. 
Tiïng gësing, Balin., 409. 
Tiïng hampjal, Balin. Kr., 412. 
Tiïng hori, Halin., 3066. 
Tiïng horwi, Balin., 3066. 
Tiïng këdampal, Halin., 107. 
Tiïng orwi, Balin., 3066. 
Tiïng pëtoeng, Balin., 1622. 
Tiïng pidampël, Halin., 407. 
Tiïng poeling, Balin., 412. 
Tiïng soedamala, Balin., 1628. 
Tiïng tali, Halin., 405. 
Tiïng tlantan, Balin., 405. 
Tiïng toeltoel, Balin., 412. 
Tijarmoe, l.cti, 1885. 

Tijoe, Alf. Tom., 2561. 



140 



Tijoeng, l-amii., ;ilfi9. 
Tijoop-tijoep, Mal., ö-t. 
Tikao, lioi);., ;."j;ii;. 
Tikó, Hi.1., UTi. 

Tiké, Mal. Hatav., 1250. 

Tikèl baloeng, .lav., 138«. 
Tikël tósan, .lav, Ki-, I)., 138'J. 
Tikoesan, Jav., Ihuü. 

Tiladè, Sanpi, 315. 

Tiladoe, (ioiunt., 887. 

Tilai, Daj. Z. o. Boin., 682. 

Tilëng, Jav., 34()7. 

Tili, (ioiüiit., 2083. 

Tilil, Baliu., UiO'J. 

Timah-timah, Mal., 1S72. 

Timah-timah bötina, Mal., 2302. 

Timah-timah boelan, Mal., 1873. 

Timah-timah gading. Mal., 1873. 

Timaha, Jav., l'jtil. 

Timanga, Jav., luoi. 

Timbaho, Bat., 2458. 

Timbakaoe, Minangk., 2458. 

Timbako, Bat., 2458. 

Timbarang, .\ir. .Min, Bant., iin, Ui2i. 

Timbarang madidihi, .\li'. Min. Bant., 1624. 

Timbaraoe, Minaiii;k.. 3t)0'J. 

Timbëlang, Sangi, 1624. 

Timbëran, .\lf. Min. T. L., IS'J. 

Timbó-timbó padja, Makas, 3203. 

Timboel, Baliu., Mal. Batuv., 33'J. 

Timboeong, .\li'. .Min. 1'onos., lUS. 
Timboön, .\li'. .Min. T. 1'., 23yi. 
Timboön rintëk, .\lf. Min. T. I,., 11)62. 

Timoe, Alt'. Halm., Tom., Tcru., 934. 

Timoel, .\ir. Z. o.-., 784. 

Timoen, Jav., .Mal., .Sas., .Sueu<l., 'J34. 

Timoen atjéh. Mal., 934. 

Timoen baka, Haj. Kat., 784. 

Timoen bëroek, Atjeh, 784. 

Timoen bontèng, Jav., 934. 

Timoen dëndang, Mal., 2615. 

Timoen dëndang londjong. Mal., 3361. 

Timoen gad.jah. Mal , 3369. 

Timoen gadjah mérah, -Alal., 2332. 

Timoen hoetan, Mal., 2618. 

Timoen kërai. Mal., 934. 

Timoen paja. Mal., 2332. 

Timoen pëdëndang. Mal., 2615. 

Timoen pipit. Mal., 934. 

Timoen sërit, Jav., 934. 

Timoen soemërit, Jav., 934. 

Timoen tikoes, Mal., 2257. 

Timoen watang, Jav., 934. 

Timoen woekoe, Jav., 934. 

Timoen woelan, Jav., 934. 

Timoen woeroe, Jav., 934. 

Timoenan, Jav., 2019. 

Timoer, Alt". '/.. (Vi„ 784. 

Timpalang, Maka.s., 2911. 

Tinalajoe, O. Jav., 220. 

Tinan, Alf. '/,. Ct., 407. 

Tinano, Alf. N. Laoct, Sap., 407. 

Tinarodja, Balin., 2049. 

Tinasa, BKcg., 1520. 

Tinat, .\lf. Z. CVi-., 407. 

Tindana, l)a.j. Kat., 3029. 

Tindawan, Minangk., 1573. 

Tindjang, Madnir., 512. 

Tindjaoe, Mal, 572. 

Tindjaoe bëloekar. Mal. Tal., 2065. 

Tindjó, liuci;.. -Makas., 762. 
Tindodap, Bol. .Mumj., 1305. 
Tindó-tindó, Boeg, Makas., 2313, 3358. 



Tindowan, Bat , 1573. 

Ting, Alf. Min. Bant., T. B., T. S., 513. 

Tinga, Balin., 513. 

Tinga-tinga, Balin., 3188. 

Tinggëlëm, Bat., 838. 

Tinggiran, Daj. Z. o. B.nn., 1963. 

Tinggiran manji, Haj. Z. o. Burn., 1963. 

Tinggoeloen, i). Jav., 2860. 

Tingi, Alf. N. o. Halm., 513. 

Tingi, Balin..- Jav., 721. 

Tingkeuëum, Atjch, 45U. 

Tingkeuni, (iaju, 459. 

Tingkih, Balin., 135. 

Tingloer, o. Jav., 532. 

Ting-ting, Alf. Min. 1'unos., 855. 

Ting-ting bósing, Alf. .Min. l'onos., 1266. 

Tinonó, Alf. Min. T. B., 895. 

Tinóron, Alf. .Min. T. B., 974. 

Tinti sela, Alf. Min. B<nl., 1075. 

Tintis, Alf. Min. Beul., 2787. 

Tintjo, Alf. Min. T. 1'., 936. 

TiO, l.iti. -484. 

Tio mètmé, Lcti, 322. 

Tioeng, Bat., I.amp., 3169. 

Tioes, Alf. .Min., 2409. 3188. 

Tioes in tasitj, Alf. Min. T. I'., 3188. 
Tioes in tjatanaan, Alf. Min. T. P., 2409. 
Tioes karëngan, Alf. .Min. T. 1'., 3188. 
Tioes léwó, Alf. .Min. T. I'., 381. 
Tioes sama, Alf. Min. T. 1'., 3188. 
Tioes sela, Alf. Min. T. 1'., 2416. 
Tiópó, I ioiunt., 1686. 

Tiópó bilangó, (ioiunt., 1686. 

Tiópó boetóló, i.oir.nt., 1686. 

Tiópó hoewólo, (Jurunt., 1686. 

Tipipit, Alf. .Min. T. 1,., -157. 

Tipis koelit, .Smml., 2266, 2880. 

Tirah, Jav., 2011. 

Tiré, Sas., 3288. 

Tiroe, Socnd., 3366. 

TiS, Alf. Min. Tonsaw., 1107. 

TiS, Balin., i:i03. 

Tis chajoe, .\lf. Min. Tonsaw., 2181. 

Tis pawatóan, .\lf. -Min. Tonsaw., 1112. 

Tisoek, .Sucml.. 1793. 

Tisoek tambaga, Socml., 1793. 

Titichès, .K\(. Min. Tonsaw., 2638. 

Titiganan, Jav. Kr., 3525. 

Titigono, Alf. N. \\ . Halm., 665. 

Titimah, -Mal.. 1S72. 

Titimah bëtina, -Mal , 2302. 

Titimah boelan, Mal., 1873. 

Titimah gading. Mal., 1873. 

Titimboön rintëk, Alf. Min. T. r., 2867. 

Titimoe, Hui in., 665, 934. 

Titimoe dafa, Kotin., 784. 

Titimoek, Kutin., 665, 934. 

Titiwi, Alf. Min. T. B., T. L., T. I'., 440. 

Titiwoean, .Socnd.. 2809. 

Tiwadak, Mal Bamlj., 3.->3. 

Tiwadak banjoo, -Mal. Z. O. Bom., 352. 

Tiwadak banjoe koening, Mal. Z. U. Bom., 

3.-)2. 

Tiwadak banjoe mórah, -Mal. Z. O. Born., 352- 

Tiwoe, Suiihl, 3011. 

Tiwoe bötoeng, Soiml., 3011. 

Tiwoe beureum, Socml , 3011. 

Tiwoe ëndog, ."^ucml., 3iill. 

Tiwoe gombong, Suiml.. 3011. 

Tiwoe landak, Suciul., 343. 

Tiwoe landjoeng, .Somd., 3011. 

Tiwoe rapoeh, Socml.. 3011. 

Tiwóhó, .\lf. Min. T. B., 3012. 



141 



Tiwoö, Alf. Min. T. S., 3012. 



abai, -M:il.. lUs 

abai djawa, Mal , -'727. 

abai hoetan, Mul.. -'721. 

abai oelar, Mul.. +91. 

abai sëbèrang, Mal., ii.ïO. 

abai tali, .Mul. 17.jti. 

abé, Baliii., Jav.. .Mal. Bat., 618. 

abè, .Sueail., 648. 

abè amis, SoinJ., 6.ï2. 
abè areuj, Su.ml., 2718. 
abè atjoeng, Sotml., 648. 

abé bësar, -Mal. Batav., 6.')(). 
abé beurit, .'^ocml., 2722. 
abé boeroeng, Vulf;. Mal., (i."),'!. 
abè djawa, Somd., 2727. 
abè èdjó, SoenJ., 651. 
abè gödè, Soiiul., 650. 

abé idjoe. Mal. Batav., 651. 

abé këling, Balin., 653. 
abé koening, -Mal. Batav., 048. 
■ " 648. 



abé mérah. Mal. Batav., 
abé rawit, Suiml., 653. 
abè sabrang, Soiiul., 654. 
abè salasih, Soeml., <i49. 

abé Sétan, Mal. Batav., 653. 

abé tjangak, .Tav., 651. 

abé tjëmpaka. Mal. Batav., 654. 

abè tjèngèk, Sui'iul., 651. 

abé toendjoeng, -Mul. Batav., 649. 

abè woengoe, Sorml., 649. 
abèroe, Bi«i;., 3481. 

abhi, -Mailoi-r., 648. 

abhi alas, Madoer., 2721. 
abhi djhamó, -Madoer., 2718. 
abhi ghambir, Jladoer. B., 653. 
abhi ghoengsèng, Madoer., 648. 

abhi lènièng, -Madoer. S., 649. 

abhi lètèk, Madoer., 653. 

abhi Ódang, Madoer., 648. 

abhi Ongghoe, Kang., M.adoer. B., 2718. 

abhi radja, .Madoer., 648. 

abhi SÓla, .Madoer. S., 2718. 

abhi taal, -Madoer., 648. 

abhi tjarëmè, Madoer., 648. 

abhi tongkol, -Madoer., 648. 

abhi tótjëng, -Madoer. B., 1'., 649. 

abhi tótjër, -Madoer. B., 1'., 64'J. 

abi, I.amii., Mal. Beugk., 648. 

abija, -Makas., 648. 

abja, Baliii. .Seml)., 648. 

aboek, o. Jav., 1659. 

aè, Siiend., 3. 
Tiai, .lav., 143. 

Tjajoe im bénang, .\lf. Min. T. P., 2137. 
Tjajoe in tjijos, AlC. Miu. T. P., 15. 
Tjajoer, s,„ i,d., 2S93. 
Tjaka mabidó, Tem., 2729. 
Tjaka mangoli, Tem., 3089. 

Tjakap, Halm., 2616. 

Tjakar ajam, .lav., 518. 
Tjakar bèbèk, Vnlg. Mal., 520. 
Tjakar itik. Mal , 520. 
Tjakara bèbè, Makas., 520. 
Tjakara kiti-kiti, .\laka»., 520. 

Tjakoeë, .Minaugk., 1951. 
Tjakoeroe, .Makas., 1951. 
Tjakra-tjikri, .lav., 2229. 
Tjalakët, lialin. Kr., 752. 
Tjalapari, Boe^., .Makas., 188. 
Tjalèné, Hoeir., 379. 
Tjalik ang^n, .Soeud., 2151. 
Tjalik angin beureum, Soeud., 2151. 



Tjalik angin bödas, Soend., 2162. 
Tjalingtjing, Socnd , 379. 
Tjalingtjing amis, .Soend., 380. 
Tjalingtjing woelët, Soeud., 379. 
Tjaloeng, Soend., 113.1.. 
Tjaloengtjoeng, Soend., 900. 
Tjaloengtjoeng beureum, Soeud., 2204. 

Tjalóli, Bonth., 2809. 

Tjalong, Atjeh, 791. 
Tjamal, Air. \V. (er., 1671. 
Tjamangi, Boeg., 2477. 
Tjamangi balanda. Boeg., 2477. 
Tjamangka, Bauda, 784. 
Tjamani, Makas., 2477. 
Tjamani balanda, Makas,, 2477. 

Tjamara, Balin., -Madoer., Socnd., 698. 

Tjamara binèk, Madoer., 2791. 
Tjamara goenoeng, Soeud., 699. 

Tjamba, -Makas., 3301. 

Tjamba djawa, Makas., 533. 
Tjamba-tjamba, Mak,as., 3005. 

Tjambaj, [.ani])., Minangk., Soend., 2719. 
Tjambaoel, Soend., 3168. 
Tjamin aïjë, Minangk., 3040. 
Tjamin-tjamin, Mal., Minangk., 2683. 
Tjamoen, Soend., 2747. 
Tjampada, Makas., Midd. Sum., 353. 
Tjampada ajër, Midd. Sum., 352. 

Tjampaga, ^laka3., 2295. 

Tjampaga bajawó, Makas., 2295. 
Tjampaga balawó, Makas., 642. 
Tjampaga tanroe, -Makas., 2295. 
Tjampagó, Minangk., 2295. 

Tjampaka, -Vlf. Min., Balin., -Madoer., Soeud., 2295. 
Tjampaka bakoel, Madoer. B., 2787. 
Tjampaka barak, Balin., 2295. 
Tjampaka bódas, Soend., 2297. 
Tjampaka boeloe, Soend., 2299. 
Tjampaka ghading, Madoer. P., S., 2295. 
Tjampaka ghading pótè, .Madoer. P., S., 2297. 
Tjampaka goendok, -Madoer. S., 3293. 
Tjampaka goenoeng, Soend., 2147. 

Tjampaka gondok, Balin., Soend., 3293. 

Tjampaka gondok leuweung, Soeud., 642. 
Tjampaka koening, Balin., 2295. 

Tjampaka kónéng, Madoer., Soeud., 2295. 

Tjampaka leuweung, Soeud., 3296. 
Tjampaka loetoeng, Soend., 644. 
Tjampaka maldja, -Madoer., 2787. 
Tjampaka méra, Madoer., 2295. 
Tjampaka poetih, Balin., 2297. 
Tjampaka pótè, Madoer., 2297. 
Tjampaka sabakoel, Madoer. B., 2787. 
Tjampaka warangan, Balin., 2295. 
Tjampaka wama, Soend., 2296. 
TjampakÓ, Boeg., 2458. 
Tjampalagijang, -Makas., 918. 

Tjampalok, -Madoer., 432. 
Tjampè, Bonth., 2660. 

Tjampëda, Boeg., 353. 

Tiampëdak, Jav., Soeud., 353. 
Tjampli, Atjeh, 648. 
Tjampli boeta, Atjeh, 2727. 
Tjampli poeta, Atjeh, 2727. 
Tjamploeng, Balin., 580. 
Tjamplong, .Madoer., 580. 
Tjamtjaoeh, Soeud., 768. 
Tjamtjaoeh minjak, .Soend., 3227. 
Tjanar, -Mal., 2596. 

Tjanar, Soend., 3159. 

Tjanar babi, Soend., 3548. 
Tjanar beureum, Soend., 3155. 
Tjanar bókor, Soeud., 3155, 



142 



Tjanar bókor lalaki, Socnd., .'ilfio. 
Tjanar bókor minjak, SmiiJ., liirirj. 
Tjanar wangi, Socn.l., .'il (il. 
Tjandana, Huliu., Jioi-ï., Jav., I.:iiii|)., Mukas,, 

Suiiid., •■iiiai). 
Tjandana djënggi, .luv., 3021). 
Tjandana djënggli, ■luw, ;)02U. 
Tjandana sè:noot, O. Jav. 1418. 
Tjandani, .luv. Ki. I)., 3029. 
TjandanÓ, Minani;k., 3(I2'J. 
Tjandhana, Madcci-., 3(i2'.i. 
Tjandhana kastórè, MaiUnr., ItlS. 
Tjandoeng, Halin., 847. 
Tjang, Hiiliii , 535. 
Tjang gorèng, Hucg . 284. 
Tjangak, .lav . «si. 

T'jangal, Mal. Z. o. IWn., .MiJd. Suin., 3UU. 

Tjanggai poetri, .Mal.. 170. 

Tjanggam oelam, Baliu., 134G. 

Tjanging, Baliu., 1307. 

Tjangka, Daj. Z. o. Bom., 1318. 

Tjangkè, Hin.an., Makas., .Mal. Z. O. liuni., 131S. 

Tjangkiëng, Miimnf^k., 1307. 

Tjangkih, l,aiii|i., 1318. 

Tjangkoedoe, Sucnd., 2343. 

Tjangkoedoe badak, .Si.end., 1420. 

Tjangkoedoe goenoeng, Smiul., 1426. 

Tjangkoedoe lalaki, Sucud., 303U. 

Tjangkoedoe leuweung, Sucnd., 1 t2fi. 

Tjangkoewang, Suiud., 2.'>5S. 

Tjangkor, .Mal. .\inl)., 1951. 

Tjangkórè, Sucnd., 1105. 

Tjankórè dijoek, Suind., 2018. 

Tjangkrèng, Maduir,. 1307. 

Tjangkring, .hn., .Suiud., 1307. 

Tjangri, Suind., 200. 

Tjangtjaratan, Socud., 2414. 

Tjangtjaratan badak, Soeud., 253. 

Tjangtjaratan beurit, Soend., 2415. 

Tjangtjaratan laoet, Socnd., 2414. 

Tjangtjaraton minjak, Sueiul., 2419. 

Tjangtjaratan tjaj, Sucnd., 2420. 

Tjanigara, Halin., 829. 

Tjantèl, .lav., 3193. 

Tjantèl beusi, Socnd., 3395. 

Tjantigi, Socnd., 1127, 2C3(). 

Tjantigi bódas, Soend., 1(113. 
Tjantigi boeloe, Socud., 2974. 

Tjantigi gëdè, Sucnd., 3433. 
Tjantigi leutik, Socnd., 3432. 

Tjantigi nangka, Socud., 2674. 
Tjantigi wangi, Soend., 1614. 
Tjaoe, Socu.l., 2361. 

Tjaoe keuëus, .Socnd., 2359. 
Tjaoe kipas, Soend., 2959. 
Tjaoe kólè, Socud., 2359. 

Tjaoe tjaj, Socnd., 2959. 
Tjaoelan, Mal., 9fi. 
Tjapa, -Mal., 464. 
Tjapa boekit. Mal., 484. 
Tjapaga, lav.. 1190. 

Tjapagi, .lav. Kr., 1 190. 
Tjapaka, .\ir. Halm., Tcrn., 2295. 
Tjapaka da aré, .\lf. N. O. Halm., 2787. 
Tjapëdak, Mal. Bcngk., 353. 
Tjapeu, Socnd., 2181. 
Tjapeu toehoor, Socnd., 3448 
Tjapli, Atjcli. I14S. 
Tjapó, Bock. Makius., Minangk., 464. 
Tjapó goenoeëng, Minangk., 220. 
TjapÓ-tjapÓ, Boeg., Makius., 2751. 
TjapoekÓ, Makas., 1527. 
Tjar tjèna, .Madocr., 96. 



Tjaramèlè, Boeg., Makas., 2683. 
Tjaramèng, Boeg., 2683. 
Tjaratan, Socnd., 2414. 
Tjaratan badak, .Socud., 253. 
Tjaratan beurit, .SoenJ., 2415. 
Tjaratan laoet, Smnd., 2414. 
Tjaratan minjak, Socnd., 2419. 
Tjaratan tjaj, Sucnd., 2420. 
Tjarëk mérah. Mal., i.3478. 
Tjarök poetih. Mal., 2161. 
Tjarëk-tjarëk, Mal., 3483. 
Tjarëmó, .lav., 2683. 

Tjarëmè, Maducr., Socnd., 2683. 

Tjarömè alas, .MaUocr., 28. 
Tjareuhan, Socnd., 2993. 
Tjarijang, Socnd., 1H18. 
Tjarijang beureum, Socnd., 1821. 
Tjarijang bódas, SocuJ., 1817. 
Tjarijang hèdjó, .Socnd., 1819. 
Tjarijang peutjang, Socnd., 724. 
Tjariméla, Mal. Amb., 1215. 
Tjaringin, Socnd., 1442. 
Tjarioe, Sucnd., 1278. 
Tjarméla, Mal. .Mol., 2683. 
Tjaroei, Mal, 1584. 

Tjaroelang, Socnd., 1259. 
Tjaroi, -Mal.. 1584. 
Tjatjabèan, Socnd., 1312. 

Tjatjang, -Minangk., 535. 

Tjatjangkahan, Socnd., 2494. 
Tjatjangkiran, Soind., 1. 
Tjatjangkoedoean, .Socnd., 1426. 
Tjatjingan, o. .lav., 857a. 

Tjatjóro, Biman., 1573. 

Tjëban, -Mal., 2792. 
Tjëbija, Boeg., 648. 
Tjëgoek, Jav., 2936. 
Tjëkir, Socnibawa, 1951. 
Tjëkli, Jav., 828. 
Tjëkloek, Jav., 2936. 
Tjëkoe, Boeg., 1951. 
Tjëkoeh, Balin., 1951. 
Tjëkoer, Mal., Sa.s., 1951. 
Tjëkok manis, Mal., 3053. 
Tjëkop manis -Mal., 3053. 

Tjëkor, Kang.. 1951. 
Tjölagi, Balin., 3301. 
Tjëlakët, O. Jav., 752. 
Tjëlala, (iajo. 705. 
Tjëlëgoeri, Mal., 3138. 
Tjëlëgoeri bëtina, Mal., 3138. 
Tjëlëgoeri djantan, Mal., 3138. 

TjÓlor, Balin., 2345. 
Tjëloring, U. Jav., 1983. 
Tjëmara, Balin., Jav., 698, 2791. 
Tjëmara goenoeng, Jav., 699. 
Tjëmara laoet, Jav., ii98. 
Tièmara ranté, Jav., 2791. 
Tjëmawis, Jav Kr. D., 698. 
Tjëmawis rëdi, Jav. Kr. 1)., 699. 
Tjëmbang, Jav., 1202. 
Tjëmbawak, Jav., 2980. 
Tjëmbirit, Jav., 3282. 
Tjèmè, Jav., 2108. 
Tjèmè-tjèmè, -Makas., 498. 
Tjémèh, Jav., 2108. 
Tjëmëkijan, Mal., 918. 
Tjëmémé, Jav., 3386. 
Tjëmèngkijan, Mal., 918. 

Tjémoen, Bat. Dair., 934. 

Tjëmoetjoet, .\tjch, 900. 
Tjëmpa, Bu,g., 3301. 
Tjömpa djawa, Boeg., 533. 



143 



Tjëmpa-tjèmpa, Boog., S005. 
Tjëmpaga, Tav., 1190. 
Tjèmpaka, -hu., Mal.. -i-'K. 
Tjëmpaka boekit, Mal., 713. 
Tjëmpaka boeloes, Jav., 2179. 
Tjëmpaka djaé, lav.. 229S. 
Tjëmpaka djanggi, Mal., 3237. 
Tjëmpaka foeroe, Mal. .Mcu.. 3297. 
Tjëmpaka gading, Jav., 2009. 
Tjëmpaka goenoeng, Mal. .\inb., 3299. 
Tjèmpaka goudok, lav.. .Mal.. 3292. 
Tjëmpaka hoetan, Mal., um), l(i(i9. 
Tjèmpaka këmbang, O. Jav., 8292. 
Tjëmpaka këmbódja, iMal., 2787. — 
Tjëm.paka koeboer, Mal., 2787. 
Tjëmpaka koening, Jav., 2295. 
Tjëmpaka mérah, .Mal., 229.5. 
Tjëmpaka moelija, Mal., 26ii5. 
Tjèmpaka moelija, Vuig. Mal., 2787. 
Tjëmpaka oetan. Mal. .Meu., 2294. 
Tjëmpaka oetan, Vnig. Mal., 3296. 
Tjëmpaka oetan aloes, Mal. Mcu., 2294. 
Tjëmpaka oetan kaaar, Mal. Men., 3297. 
Tjëmpaka poetih, Jav., Mal., 2297. 
Tjëmpaka sèlan, .Mal., 2388. 
Tjëmpala^ijang, Makas., 918. 
Tjèmpè-tjempè, Makas., 2666. 
Tjëmpëdak, -Mal., 353. 
Tjëmpëdak ajër, Mal., 352. 
Tjëmpërai, Mal.. 725. 
Tjëmpërai batoe, Mal., 1675. 
Tjëmpërdik, Mal . 3275. 
Tjémpeudak, .\.ijth, 353. 
Tjëmpirit, Jav.. 3282. 
Tjëndana, Mal.. 3029. 
Tjëndana djanggi, .Mal., 3029. 
Tjëndana koening. Mal., 3029. 
Tjëndawan, Mal., 1573. 
Tjëndawan batang. Mal., 2015. 
Tjëndawan djèmpoet-djënipoet,-Mal., 1034. 
Tjëndawan matahari, Sum. \\ . K., 2940. 
Tjëndawan mérah, -Mal , 2827. 
Tjëndawan ramboet ali, Jlal., 2189. 
Tjëndawan sëmangkok. Mal., 804. 
Tjëndawan tëlinga këra. Mal., 2828. 
Tjëndawan tëlinga tijoeng. Mal., 1860. 
Tjëndawan tombong këlapa, -Mal., 3090. 
Tjëndërai, -Mal., iToi. 
Tjëndërai gadjah. Mal., 912. 
Tjëndërai hoetan, -Mal., 1702. 
Tjëndërai paja, Mal., 1705. 
Tjëndërai rimba. Mal., 1702. 
Tjëngal, -Mal., 399. 

Tjëngal, Soend., 1825. 

Tjëngal batoe. Mal., 2219. 
Tjëngal boenga, .Mal.. 399. 
Tjëngal tandoek. Mal., 399. 
Tjèngèh, o. Jav., 648. 
Tjèngka, Boeg., 1122. 

Tjèngkè, Boi-g., .MaJocr., 1318. 
Tjëngkèh, Balin., Jav., .Mal., Soi-iul., 1318. 

Tjëngkèh radja, Mal. .\inb., 1318. 
Tjëngkëring, .Mal., 1307. 
Tjèng-kótjèngan, Kang., 2499. 
Tjénrana, Buig. 2295. 
Tjénrana baoe, Bueg., 3029. 
Tjëntè, Soiiul., 1984. 
Tjèng-tjatjèngan, Maduci-., 2839«. 

Tjèpaga, Boeg., 2295. 

Tjëpaga, Jav., 1190. 
Tjèpaga lapang. Boeg., 2295. 
Tjèpaga tanroe. Boeg., 2295. 

Tjèpaga tëlo, Boeg., 2295. 



Tjëpagi, Jav. Kr., 1190. 
Tjèpaka, Jav., 2295. 
Tjèpèdak, Jav., .Mal., Bengk., 353. 
Tjëpërdik, Mal., 3275. 
Tjëpiring, Jav., 1604. 
Tjèploekan, Jav., 2693. 
Tjëplok piring, Jav., 1604. 
Tjëraka, -Mal., 2785. 
Tjërakèn, Jav., 918. 
Tjërakin, Mal., 918. 
Tjèrèk djantan, Mal., 509. 
Tjérèk hitam, -Mal., 803. 
TJèrèk poetih. Mal., 2302. 
Tjèrèm, Soeiul., 2142. 
Tjërëmé, Soend., 2683. 
Tjërëmoi, -^tjeh, 2683. 
Tjërlang, Socnd., 2890. 
Tjërlang laoet, Soeud., 1783. 
Tjërraai, -Mal., 2683. 
Tjermai antan, Mal., 1655. 
Tjërmé, Jav., 2683. 

Tjërmè, Soend., 2683. 

Tjërmè badak, Soend., 2331. 

Tjërmè beureum, Soend., 2335. 

Tjërmè leuweung, Soeml., 28. 

Tjërméjan, Jav., 28. 

Tjërmèlè, -Mal. Tim., 2683. 

Tjërmèn ajër. Mal., 3040. 

Tjëroeboet, Mal.. 2939. 

Tjètèk, I». Jav., 3260. 

Tjëtètèt, Jav., 2865. 

Tjètjèndèt, Soend., 2692. 

Tjètjèr katjëpèt, Soend., 2991. 

Tjeukó, -\tjeh, 1951. 

Tjeuli badak, Soend., 2501. 

Tjeuli badak gëdè, Soend., 25(il. 

Tjeuli badak tjoektjoek, .Sound., 2501. 

Tjeuli nièjong, Soend., 2734. 

Tjeuli oentjal, Soend., 2773. 

Tjeuri, Soeud., 1587. 

Tjibréë, Atjeh, 689. 

Tjijamaoe, -Mal., 1164. 

Tjijamaoe kërëmangka, Mal., 1164. 

Tjijamaoe moedjoer, -Mal., 1164. 

Tjikal, Balui., 1278. 

Tjikoe, -Mal-, 19. 
Tjikoer, Soend., 1951. 
Tjikong, Makas., 3069. 
Tjikótan, Mal. Pal., 1983. 
Tjikron, o. Jav., 194. 
Tjili, -Mal. .\mb., 648. 
Tjili ajër. Mal. Amb., 650. 
Tjili padi, :\[al Amb., 653. 
Tjiloeman, O. Jav., 2645. 
Tjimploekan, O. Jav., 2693. 
Tjimploekan minjak, O. Jav., 2692. 
Tjimpödak, Atjeh, 353. 
Tjimpoh, Mal., 1101, 3519. 
Tjimpoh ajër. Mal., 1103. 
Tjimpoh boekit. Mal, 3520. 
Tjimpoh djantan. Mal., 3520. 
Tjimpoh hoetan, -Mal., 3520. 
Tjimpoh paja, Mal., 3522. 
Tjina rakta, Balin., 2986. 

Tjinagoeri, Boeg., Makas., Vuig. Mal., 3138. 
Tjinantoeng, .Minangk., 1468. 

Tjindana, I-amji., 3029. 
Tjindarah, -Mal., 2401. 
Tjindarah babi, Mal., 2383. 
Tjindarah batoe, Mal., 2400. 
Tjindarah boekit. Mal., 2376. 
Tjindarah hantoe, -Mal., 2516. 
Tjindarah hidjaoe. Mal., 2397. 



144 



Tjindarah hitam, Mul . 23<jr,. 
Tjindarah kèkèk, Mul., 2:iii(i. 
Tjindarah laoet, Mul.. 2:)k.-.. 
Tjindarah padi, Mul.. 23'.»-">. 
Tjindarah paja, Mul.. L':i7.). 
Tjindarah tandoek, Mul., 237'J. 
Tjindawan, Mijiuiif,'k., I.i7;i. 
Tjindo-tjindo, II.mk • ''«^ 

Tjinga-tjinga, .\ir llulm , Mul. .Mni.Tcni., S.ïOl. 
Tjinga-tjinga batawi, .\lf. Ilulm., 'IVin., li.'iU. 
Tjingam, Mul., 3119. 
Tjingi, Mmlucr.. 04S. 

Tjingkè, Alf. .Min., 1318. 
Tjinrana, Mukus.. 3ii2ii. 
Tjinta-tjinta, Mul .\ini... -'mm. 
Tjinta moela, .Mul.. 13(i.s. 
Tjinta nioela hitam, Mul., T'il.. 
Tjinta moelah poetih, .Mul., 3l.t3. 
Tjipakan, Ifaliu. Kr.. 3.').')ii. 

Tjipilën, Hulin. .Semb., 2090. 

Tjiploekan, .lav., 2093. 
Tjipoe balawo, Uoeg., 18.52. 
Tjira, Bimuu., '.(37. 
Tjirik angin, Minansk., 3419. 
Tjirit boedak, Mul., 912. 
Tjirit moerai, Mul., 1005. 
Tjitji, .luv., 2359. 
Tjitjiap, Soend., 1483. 
Tjitjikoeran, .Soeml., 3288. 
Tjitjindit, Sucud., 2(i92. 

Tjitjingi, .Mailocr., 048. 

Tjitjiploekan, lialin., 2093. 

Tjlagi, Baliii., 33111. 
Tjloring, Halin., 1983. 

Tjóbhoeng, Ma.locv.. I(i42. 
Tjóbhoeng boengó, Mailocr., 1042. 
Tjóbhoeng pótè, Mailuor., 1042. 
Tjoebadak, Miuangk., 353. 

Tjoebadak aijë, MiDangk., 352. 
Tjoebadak rimbó, Miiiaii(;k., 350. 
Tjoekangkang, Socud., 730. 
Tjoekilan, .lav.. 3070. 
Tjoelan, Sm-ml,, '.lO. 
Tjoelan beureum, .Soend., 90. 
Tjoelan bódas, Suiud., 90. 

Tjoelang, Hwg., Jlakas., Mul. Men., UO. 

Tjoelikët, Su.nd., 1129. 

Tjoemalagi, Minangk., 3301. 

Tjoemalakijan, Minangk., 918. 

Tjoembrang, .luv., 190. 

Tjoeng, Huliu., Mul. 1'ul., 3109. 

Tjoeng asem. Mal. l'ul., 2112. 

Tjoeng batok. Mal. l'al., 3109. 

Tjoeng boetoeh sampi, Bulin., 3109. 

Tjoeng galatik, Halin., 3109. 

Tjoeng kandji, Hulin., 3109. 

Tjoeng kokak, Halin., 3100. 

Tjoeng përët. Mul. l'al., 3103. 

Tjoeng pipit, Hulin., 3103. 

Tjoeng poeri, Halin., 3169. 

Tjoeng praoe, Halin., 3109. 

Tjoeng rijang, Halin., 3109. 

Tjoeng sangklat, Halin., 3109. 

Tjoeng tabah, Hulin., 3109. 

Tjoengkangkang, So.nd., 730, 3515. 

Tjoengkangkang beurit, Siuml., 3435. 

Tjoengkangkang goenoeng, Su.nd., 1203. 

Tjoengkangkang lalaki, Sm-nd., 730. 

Tjoepoe, .Mal., 1590. 

Tjoetjalan, .lav. Kr., 1541. 

Tjoetjoemoe, .\lf. N. \V. Halm.. 3109. 

Tjoewoet, n. .lav.. 3044. 

Tjok dangdang, Maducr., 3337. 



Tjoklat, Vrlr tal™, 3332. 
Tjókrom, Suind., 3109. 

Tjolan, Mal., 90. 

Tjómara, .Maducr., 698. 

Tjómas, Sdcnd., 757. 
Tjombrang, .luv., 196. 
Tjombrangan, .lav., 2768. 
Tjómëdak, Madmr. S., 353. 
Tjompaka, Mad.ur., 2295. 
Tjompaka bakoel, .Madoer. B.. 2787. 
Tjompaka ghading, Madm-r. 1'., s., 2295. 
Tjompaka ghading potè, Maducr. 1'., S., 2297 
Tjompaka goendok, -Muduir. .s., 3292. 
Tjompaka maldja, .Madocr. 1'., .s., 2787. 
Tjompaka mèra, Maducr., 2295. 
Tjompaka potè, .Mu.li>cr., 2297. 
Tjompaka sabakoel, Madoer. B., 2787. 
Tjon-atjónan, Mudoi-r., 679. 
Tjon-latjon, .Muducr. B., 211. 

Tjon-latjong, Madocr. I'., S., 211. 
Tjongkok, Smnd., 940. 
Tjongkrang, .lav . 2552. 
Tjongtjong bëloet, .lav., 498. 
Tjontom, .lav., 3174. 
Tjontóman, n. .lav., 1089. 
Tjóró, Tirn.. 1477. 
Tjóró papoewa, Tcrn., 1723. 

Tjórógol, Soend . 2443. 

Tjórógol mónjèt, .^o<nd., 3538. 
Tjótjok boewoe, Soen.1., 1248. 
Tjótjor bèbèk, .lav.. 520. 

Tjótjor bhibhik, Madocr. B.. 1'., 520. 
Tjótjor ètèk, Muduer. I'.. S., 520. 

Tjótjórènéan, Socud., 2688. 
Tjówèt gompèng, Suend., 1852. 
Tjrëmèn, Baliu., 20S3. 
Tjroring, Halin., 1983. 
Tlëngat, Sas., 3012. 
TÓ, l'ini., 1295. 
TÓ-tÓtÓwan, Madocr., 1888. 
Toa, Alf. Min. T. B., T. L., 30.42. 
Toan, Air. Z. ('er., 21K7. 
Tob, Makian, .\. (iuiii. 4 U., 3011. 
Tobakoe, Alf. .Min. Bant., 2458. 
TÓbha, -Mudoer., 1001. 
Tóbi, Madocr. S., 2532. 
Tobi, Solor, 3301. 

Tobi kajo, Solor, 3301. 
Tobi poekan, s.dor, 3301. 

TÓbÓ-tÓbÓ, \laku>., 1483. 

Toboe, Hat , 3tiii. 
Toboe bótoeng, Hat. 3(ill. 
Toboe djoengdjoeng. Hut., 3iill. 
Toboe hótang, Hat. 3iill. 
Toboe lijat. Hut , 3iill. 
Toboe rara. Hut., 301l. 
Toboe sala, Hut.. 3oil. 
Toboe soerat, Hat., 3011. 
Tóchoeloe, Alf .Min. Tonsaw., 830. 
Tódjang, Sus., S47. 
Toë, Alf. 'I'om., 1139. 

Toe, tiujo, 3011. 

TÓé, .Manggarai, 404. 

Toea, Kei, S40. 

Toeai, Teniinbar. 1107. 
Toeb, -N. «min. 4 R., 3011. 
Toeba, Bulin., Bnt., ,lav.. Mal., lOOl. 

Toeba bakak, l.ump.. looi. 
Toeba bidji, \»h- Mal., 217. 
Toeba bilia, Atjdi, 2810. 
Toeba djënoe, Balin., .lav., 1061. 
Toeba djoni. Bat., looi. 
Toeba gadël, Jav., 2310. 



145 



Toeba gadong. Bat., 217. 
Toeba kajoe, l.unip., 2.575. 
Toeba përon, Jav., 217. 
Toebai, Diij.. lOiil. 
Toebé, Uaj., loiil. 
Toebó, Minaiiek., ludl. 
Toeboe, Mal. .Vmb., .Mfii., 3011. 

Toeboe itam, Mal. Min., 31)11. 
Toeboe mérah, Mal. Miu., 3011. 
Toeboe poetih. Mal. M.n., 3iiU. 
Toeboe tèlor ikan, -Mal. Amb., 301ii. 
Toeboe-toeboe, .Mal. .\nil).. 'J'JO. 
Toeboesoeng, AH'. Min. licni., 2()53. 
Toefa, All'. BuLi-., Mal. Tim., lUül. 
Toegala, -Nias, 182. 
Toegap, Alf. Min. Bont., 338. 
Toehangka, Alf. Min. Bant., Bent., 2004. 
Toehigoe, San^i, 3.').50. 
Toehisi, Alf. Min. Bant., 198. 
Toehó, Xias, 70. 
Toeï manoe, Nias, 687. 
Toeïs, Air. Min., lyii. 

Toeïs, Alf. Min, Hint. T. B., T. P., ï. S., 198, 218. 

Toeïs i roewing, Alf. Min. T. L., 165. 

Toeïs im balanda, Alf. Min. T. B., T. S., 218. 

Toeïs im pókok, Alf. Min. ï. P., 160, 947. 

Toeïs in sëndi, Alf. .Min. T. P., 245.5. 

Toeïs in taloen, Alf. Min. T. P., 155. 

Toeïs in tasitj, Alf. .Min. T. l>., 630. 

Toeïs in tjoeré, Alf. Min. T. P., 198. 

Toeïs koeló, Alf. Min. T. P., 218. 

Toeïs koeni, Alf. Min. T. P., 218. 

Toeïs lèmé, Alf. Min. T. L., 198. 

Toeïs loeloe, Alf. Min. T. B., 2455. 

Toeïs nè walanda, Alf. Min. T. B., T. S., 218. 

Toeïs rintëk, Alf. .Min. T. L., T. S., 2455. 

Toeïs watoe, Alf. Min. T. B., T. L., T. S., 160. 

Toejoe-toejoe, Alf. Min. Ponos., 1789. 

Toejoeng, Bat., 3169. 

Toejoeng poengar, Bat. Maml, 1042. 

Toeka wawa, .sika, 3175. 

Toeka wolonda, Sika, 3175. 

Toeka-toeka, Bunth., 1143. 

Toekas, Mal., 671. 

Toekoe-takal, .Mal., 396. 

Toekoes oe mai, Alf. Min. Bint., 1467. 

Toel, Alf. Min. Bent., 1610. 

Toela, Rutin., 887. 

Toela-toela, Alf. Min. B™t., T. L., T. .S., mu. 

Toela-toela, Alf. Min. T. P.. 2126. 

Toelak tanggoel, Soind., 1775. 

Toelak-toelak, Bat., 1528. 

Toelang, Balin., 1389. 

Toelang, Smn. W. K., 2265. 

Toelang daïng, Mal. 2307. 

Toelang saniboeng, lialin., 13s'.i. 

Toelang-toelang paja, Mal., 3339. 

Toelasih, Jav., 2474. 

Toelasih irëng, Jav., 2474. 

Toelis, Kiitin., 538. 
Toeloes, Alf. .Min. T. L., 1288. 
Toeloetoe, Alf. Min., 2889. 
Toematangtang, Alf. Min. T. S., 879. 
Toembak, Alf. Min., 425. 
Toembaran, Jav., 1542. 
Toeoibaran alas, O. Jav., 3328. 
Toembaran idjo, o. Jav., 3028. 
Toembawa, Alf. Min., 1190. 
Toembawa koeló, Alf. Min, T. B., T. P., 1190. 
Toembawa lèwó, Alf. Min. 1'. h., 743. 
Toembawa mca, Alf. Min. T. h., 1190. 
Toembawa poeti, Alf. .Min. T. L., T. S., 1190. 
Toembawa raindang, Alf. Min. T. P., 1190. 



Toembawa rangdang, Alf. Jlin. T. B., 1190. 
Toembawa rëndai, Alf. .Min. '1'. 1,., 1190. 
Toembawa rintëk, Alf, Min. T. P., 1190. 
Toembawa roendang, Alf. Min. T. S., 1190. 
Toembawa sela, Alf. .Min. T. L., T. P., 1191. 
Toeaiboeng boeloe, Soond., 633. 
Toemboeng kandjoet, Soeml., 639. 
Toemboeng kandjoet litjin, Sotml,, 686. 
Toemboeng litjin, Sotnil., 636. 
Toemboh daoen, .Mal., 519. 
Toemëndilan, Jav., 3451. 
Toemëtëkël, Alf. Min. T. L., 679. 
Toemi, Lauip. Ab., 1178. 
Toemoe, .Mal., 514. 

Toemoe, -Mal. Amb., 949. 

Toemoe kontji. Mal. Amb., 1612. 
Toemoe mérah. Mal., 512. 
Toemoe poetih. Mal., 515. 
Toemoengkoi, Alf. Min. T. P., 3317. 
Toemoesi, Nias, 1422. 
Toemotongkok, Alf. Min. ï. B., 1070. 
Toempëng, Alf. Min. T. L., 2339. 
Toem.poeng, Mal., 915. 
Toena, Alf. .Min. Tonsaw., 2717. 
Toenak, Alf. Alin. ï. L., 3195. 
Toenalaja, O. Jav., 220. 
Toendak, Alf. Min. Bent., T. P., 3195. 
Toendjang, Mal., 512. 
Toendjang' bakaoe, Minangk., 512. 
Toendjang langit, Balin., 1835. 

Toendjoeng, Balin., Jav., Mal., Soonil., 2463. 
Toendjoeng, :\Ial. Z. O. Born., 3292. 
Toendjoeng abang, Jav., 2463. 
Toendjoeng baoe, Mal. Z. O. Bo™., 3292. 
Toendjoeng beureum, Socnd., 2463. 
Toendjoeng biroe, Balin., .Soond., 2464. 
Toendjoeng bódas, Sornd., 2463. 
Toendjoeng dadoe, Balin., 2463. 
Toend.joeng mérah, -Mal., 2463. 
Toendjoeng nilawati, Balin., 2463. 
Toendjoeng poetih, Jav., Mal., 2463. 
Toendjoeng soedamala, Balin., 2463. 
Toendjoeng taloetoer, Jav., 2403. 
Toendjoeng toeteer, Balin., Socnd., 2463. 
Toendjoeng wangi. Mal. Z. O. Born., 3292. 
Toendoe, Alf. Min. T. L., 2826. 
Toendoen, Sornd., 2443. 
Toendoen tjórógol, Socnd., 2443. 
Toengana, Alf. N. o. Halm. K., 2120. 

Toengaoe, Minangk., 2020. 

Toenggang, liamii., 1033. 
Toenggéng tèja, Bonth., 1931. 

Toengkè ali, Minangk., 1395. , 

Toengkoel, Jav,, 1310. 
Toengloer, Jav., 3244. 
Toentjar, Sucnd., 885. 
Toentjoeng, Boeg., 2463. 
Toeöe, Alf. Tom., 2561. 
Toeöeng, Balin., 3169. 
Toeöeng boetoeh sampi, Balin., 3169. 
Toeöeng galatik, Balin., 3169. 
Toeöeng kandji, Balin., 3169. 
Toeöeng kokak, Balin., 3166. 
Toeöeng piïng, Balin., 3166. 
Toeöeng pipit, Balin., 3163. 
Toeöeng poori, Balin., 3169. 
Toeöeng praoe, Balin., 3169. 
Toeöeng rijang, Balin., 3109. 
Toeöeng sangklat, Balin., 3109. 
Toeöeng tabah, Balin., 3109. 

Tooöeri, Alf. Min. Bent., 3011. 

Toepa, Binian., 830. 

Toepó, Alf. N. o. Halin., 1001. 



146 



Toera-toera, Mas, 2113. 

Toeralak, Soiud., 2801. 

Toeren, Alt'. 'L. Cer., 1180. 

Toeren, Jav., 6'JO. 

Toerèné, Alf. .\sil., 1180. 

Toerènjo, Alf. N. I.aoot., 1180. 

Toerèno, Alf. Har., Sap., 1180. 

Toeri, Alf. Min., Jav., Mal., Suciiil., Tcrn., ,'5110. 

Toeri abrit, -lav. Kr., 3110. 

Toeri bang, Jav., 3110. 

Toeri beureum, Socml., 3110. 

Toeri boboedó, Tim., 3110. 

Toeri bódas, Sueml., 3110. 

Toeri boedó, Alf. Min. Tonsaw., 3110. 

Toeri in taloen, Alf. Min. T !■., 1391. 

Toeri koeló, Alf. Min. T. li., T. 1'., 3110. 

Toeri méa, AU. .Min. '1'. I,., 3110. 

Toeri méha, Alf. Min. Tonsaw., 3110. 

Toeri mérah. Mal., 3110. 

Toeri pètak, Jav. Kr., 3110. 

Toeri poeti, Alf. .Min. T. I,., T. S., 3110. 

Toeri poetih, Jav. Mal., 3110. 

Toeri rangdang Alf. Min. T. B., 3110. 

Toeri raindang, Alf. Min. T. 1'., 3110. 

Toeri roendang, Alf. Min. T. S., 3110. 

Toeri roriha, iVm., 3110. 

Toeria, Alf. Z. Cir., liso. 

Toering, Alf. Min. Bi-nt., 3110. 

Toering mahamoe, Alf. Min. Bent., 3110. 

Toering mawoeró, Alf. Min. Bint., 3110. 

Toeris, Mal. Tim., 538. 

Toesana, Bat., Sum. W. K., 2714. 

Toesoem, Daj. Z. O. Born., 3.547. 
Toetoeb, Jav., Ifi, 2134. 
Toetoekët, Banda, 30.56. 

Toetoembalën, Alf. Min. T. I,., 8t2. 
Toetoembalën, Alf Miu. T. I,., T. 1'., 1533. 
Toetoembalën koeló, Alf. Min. T. P., 392. 
Toetoembalën sela, Alf. Min. T. L., 1867. 
Toetoenéjan woering, Alf. Jlin. T. I'., 646. 
Toetoep, Jav., Ui. 2134. 
Toetoep awoe, Jav., 2157. 
Toetoep antjoer, Jav., 2135. 
Toetoep boemi. Mal., 1257. 
Toetoep boemi paja, .Mal., 461. 
Toetoep boemi rimba. Mal., 145. 
Toetoep dëdak, Jav., 2157. 
Toetoep karahan, Jav. 2124. 
Toetoep rama, Jav., 2131. 
Toetoep wësi, Jav., 2747. 
Toetoerijan, Soend., 68C. 
Toeten, Jav.. 2577. 
Toewa, Alf. .Min. T. L., T. P., 587. 
Toewa, Boeg., ^lakas., Sangi, Suend., 1061. 
Toewa areuj, Soend., 10B4. 

Toewa awèwè, Suend., 1064. 

Toewa laleur, Soind., 2310. 

Toewa pèpé, Makas., 2310. 

Toewada, Alf. N. O. Halm., Daj., Tem., 353. 

Toewada da tótógoi, Alf. N'.'o. Halm., 353. 
Toewada ó gamoe kónóra, Alf. N. O. Halm., 

353. 

Toewada ó goelè-goelè, Alf. N'.o. llalni.,353. 

Toewak, liotiu., Si.lor, 484. 

Toewak hoek, Uutin., 484. 
Toewak pókang, Solor., 484. 
Toewakoe, Sangi, 2458. 
Toewalah, Bat. Dair., 830. 
Toewé, Daj. 1061. 
Toewi, Balin., 3110. 
Toewi, Mal., Minangk., 2938. 

Toewi alas, lialin., 679. 
Toewi gadang, Minangk., 2937. 



Toewoe, Alf. Min. Bent., Sangi, 3011. 

Toewoe mahamoe, Alf .Min. Bcut., 3011. 
Toewoe maïtëm, Alf. Min. Bi-nt., 3011. 
Toewoe póa, Alf. .Min. Bent., 3011. 

Toewoe tang:kar, Alf. Min. Bint., 3011. 
Toewoeng, sika, 532. 

Togitiw, Alf. Min. Tuusaw., 1755. 

TÓgÓ, Scrinata, 484. 

Tógoea, .\ia,s 835. 

Tógoeloe, Alf. Min. Ponos., 830. 

Tohasik, Alf. .Min. Ponos., 1810. 

TÓhoe, Alf. .\ml).. Har., Z. fer., 3011. 

Tóhoe ijané, Alf. Amb., 3011. 
TÓhoe kaoe, Alf. Amb., 3011. 
Tóhoe poeti, Alf. Amb.. 3011. 
TóhoelO, Air. X. Laoct, Sap., 3011. 
Tóhókok, Air. .Min. T. B., 3164. 
Tóhósip, Air. Min. Ponos., 2597. 
TÓÏ, Air. \. o. Halm., 974. 
Tóï kano. Air. N. O. Halm., 3012. 
Toïgoe, Bol. Mong., 3550. 
Toitét, M.ntawci, 830. 
Tojang, Alf. Min. Brat.,' Tonsaw., 108. 
Tojoe, Alf. Turn., 2561. 
Tójókoekoe, Alf. Min. Ponos., 1129. 
Tóka mabidó, Alf. N. O. Halm., 2729. 

Tokal, Jav., 2862. 

Tokbraj, Soend., 2164. 

Tokbrol, Socnd., 1128. 

Tokè, Hixg., 513. 

Tókèkan, Sumd., 1552. 

Toko marërèdé, Alf. X. O. Halm., 2642. 

Tókoeloe, Alf. -Min. 1'. I,., 3533. 

Tókong boeloe. Mal., 1750. 

Tóla, liuj. Z. 1). Buru., 2487. 

Tola, SiiHoe, 2106. 

Tólang, Bat., 1624. 

Tolasi, Buis;., Makas., 2474. 

Tolasi djating, Makas, 2474. 

Tolian, Alf. Z. Ccr., 1180. 

Toliwahoe, Alf. Min. Ponos., 2008. 

Toloen, Alf. Har., Z. CiT., 3169. 

Tóloentoen, Alf. Min. Ponos., 2193. 

Tólok, Mal., 1889. 

Tólok, Mal., Mol., 905. 

Tólong, Bat., 3012. 

TÓlong, Buig. Makas., 2089. 

Tólong bórong, Bonth., 1607. 

Tom, Jav., Mal. Pal., Tern., 1885. 

Tom kajoe, Jav., 1885. 

Tom këmbang, Jav., 1885. 

Tom mënir. Mal. Pal., 1885. 

Tom toeroes, o. Jav., 1885. 

Tom widji, o. Jav., 1885. 

Tom-tóman, Jav., 2245. 

Tómas, Socnd., 831. 

Tómate, Bonth., 2112. 

Tomba, Alf. Min. T. B., 3363. 

Tomba nè kawok, Alf. .Min. T. B., 3363. 

Tombak djantan, -Mal., 77. 

Tombaloi, Alf. Min. T. P., 3531. 

Tombawa, AU. :\lin., 1190. 

Tombhar, iladocr.. sss. 

Tombitó, (.uruni.. 2<)sy. 

Tomboe asing. Al. Min. T. S., 2159. 

Tomboe daoen, Maduer. S., 519. 

Tombong, Balin., 1114. 

Tombor, Banda, 1483. 
Tomé-tomé, -Ml'. Halm., Tem., 1547. 
Tomi-tomi, .\lf. Min., Mal. .Mul., 1547. 
Tomi-tomi asam. Mal. Mul.. 1547. 
Tomi-tomi ësëm, Alf. Min. T. B., T. L., T. P., 
T. S., 1547. 



147 



Tonii-tomi malising, Alf. Jliu. Bcut., 1547. 
Tomi-tomi mamis, Alf. .Min. Beat., Lï+T. 
Tomi-tomi uiamisi, -^li'. .Min. Bant., 1547. 
Tomi-tomi manis, -Mal. Mol., 1547. 
Tomi-tonii niarising, All'. .Min. Bant., 1547. 
Tomi-tomi tariïs, AU'. Min. T. S., 15.1.7. 
Tomi-tomi tombal, Alf. Min. T. 1'., 1547. 
Tómó oesi, Alf. Z. dr., 4UU. 
Tómó pakaha, Alf. Har., 409. 
Tómó roeri, Alf. Z. Ccr., 40U. 
Tomoe-tomoe, X\(. '£. C'er., 1574. 
Tomol, Alf. Har., Z. C'er., 1G23. 
Tomoio, Alf. Sap., 1622. 
Tomor, Alf. '/.. dr., 1022. 
Tompang parst, Madocr., 12. 
Tompingis, Alf. Min. T. P., 532. 
Tompingis in taloen, Alf. Min. T. 1'., 1390. 
Tompinis, \\(. Min. T. P„ 532. 
Tompinis in taloen, Alf. Min. ï. P., 1390. 
Tompódoe, Mal. .Men., 2343. 
Tóna magaahoe, Alf. N. O, Halm., 191. 
Tonala, (>on.nt., 28s3. 
Tondang kolo, Balin., 2690. 
Tondèh, Minangk., 135. 
TondijOS, Alf. Min. Ponos., 1287. 
Tondjong, Makas., 2463. 
Tong-tjèntongan, Madoer. B., 2501. 
Tong-latong, -Madocr. B., 211. 
Tonga-W, Alf. Min., 2865. 

Tonga-W i la-wanan, Alf. Min. T. L., 628. 
Tonga-w in dèkat, Alf. .Min. T. P., 2901. 
Tonga-w in timi, Alf. .Min. T. P., 3227. 
Tonga-w koeló, Alf. JMin. ï. P., 2865. 
Tongaw lèwó, Alf. Min. T. L., 2352. 
Tonga-w -weering, Alf. Min. T. P., 2865. 
Tongkat langit, .Mal. Mol., 2491. 
Tongkat sétan. Mal. .\.mb., 2187. 
Tongkè, Alf. Min., T. L.. T. P., 514. 
Tongkè, -Maka,.i., Mal. Mol., 513. 

Tongkè laki-laki, Mal. Mol., 513. 
Tongkè parampoe-wan. Mal. Mol., 512. 
Tongkèng, .lav.. .Socnd., 2643. 
Tongkó até, Alf. Min. T. P., 1153. 
Tongkoe-wa, Alf. :Min. Bent., 474, 2182. 
Tongó, Ah'. .Min. T. S., 1918. 
Tongor, Bat., 721. 
Tongtólok, Soend., 2888. 
Tongtong goeri. Sas., 3138. 

Tónó, Alf. -Min. T. L., 895. 
Tonra lólangëng. Boeg., 2822. 
Tontè, Alf. Min. T. P., 1172. 
Tonti, Alf. Min, Bant., 229. 
TontÓhigOÖe, Alf. Min. Ponos., 1259. 
Tonton doe-wé, Alf. .Min. T. S., 3501. 
Tonton kasidi, Alf. Min. T. S., 1281, 2844. 
Tonton kasili, Alf. Min. T. B., T. L., 1281. 
Tonton kasili, Alf. .Min. T. L., 2844. 
Tonton kasili rintëk, Alf. Min. T. L., 1280. 

TontÓÖelo, Alf. .Min. Ponos., 1414. 

Toóe, Boeg. 887. 

Toöe, (.oroin, 3011. 

Tóöenga-w, Alf. .Min., 2865. 

Topaja, Alf. X. o. Halm. K., 665. 

Tópókan im bolai, Alf. Min. T. P., 2011. 

Tópókan im bolai sela, Alf. Jlm. T. P., 2012. 

Torané, Alf. Z. Cer., 1180. 

Toraoet, Bol. .Mong., 3471. 

Tóréran, Alf. W. Cer., 2347. 

Tori, Sawoe, 538. 

Torian, Alf. Z. Cer., 1180. 

Toroo, Mas 3169. 

Toroe mabó, Nias, 1042. 

Toroen, Alf. Har., Z. Cer., 3169. 



Bap. 

3110. 
3110. 
T. L., 



3169. 



2773. 
1973. 



P., 1957. 



Toroeng, Bat., 3169. 
Tóroeno, Alf. N. Laoet. 

TÓrOJ, Ma.loer., 3110. 
Toroj mèra, Madocr., 
Toroj pótè, Madocr., 
Tórongoat, Alf. Min. 
TÓrop, Bat., 338. 
Tórópoe, Alf. N. O. Halm., 
Tórósi, Alf. Min. T. P., 676. 
Tórósi in tjoentoeng, Alf. Min. T. 

TÓsanga, Alf. Min. Puuos., 3463. 
Tósil, Alf. Z. Cer., 2347. 
Tósir, Alf. Z. Cer., 2347. 
Tótagan, .VU. Alin. Tonsaw., 3359. 
TÓtèo, Tem., S79. 

TÓtÓÓlÓ, Alf. Jlin. N. O. Halm., 879. 
Tótó rintëk, Alf. Min. T. P., 1411. 
Tötó in singkoi, Alf. Min. Ponos., 1403. 
TÓtÓfoekÓ, Tern., 1215. 
TÓtÓ'igon, All'. Miu. Tonsaw., 2613. 
Tótólon, Alf. iMin. Ponos., 3296. 
Tótombaloi, Alf. Min. T. P., 3380. 
Tótombè, Alf. Miu. T. P., 630. 
Tótongóan, Soend., 2588, 3023. 
Tótóödën, Alf'. Min. ï. S., 404, 408, 412. 
Tótóödën dana, Alf. Min. T. S., 2528. 
Tótóödën dëmdëm, Alf. Min. T. S., 1627. 
Tótóödën lëlëpoetan, Alf. Min. T. S., 3066. 
Tótóödën né angkó, Alf. Min. T. S., 1105. 
Tótóödën oe -watoe, Alf. Min. T. S., 409. 
Tótóörën, Alf. Min., 404. 
TÓtÓÖrën, Alf. Jlin. T. B., 408, 412. 
Tótóörën batoe, Alf. Min. T. B., 3066. 
Tótóörën lana, Alf. Min. T. B., 2528. 
Tótóörën né -walë, Alf. Min. T. B., 1105. 
Tótóörën oe -watoe, Alf. Min. T. B., 409. 
Tótóörën rëmdëm, Alf. Min. T. B., 1627. 

TÓtop, Jladoer., 16, 2134. 
Tótop binék, Madoer., 2157. 
TÓtop lakèk, Jladoer., 2134. 
Tótop pótè, Madoer., 1807. 
Tó-wakoe, Alf. .Min., 2458. 
TÓ-wang, Alf. Min. T. P., 2188. 
To-was, .Makian, 2120. 
To-Wili, Alf. Tom., 42. 
Tó-woe, Alf. Tom., Nias, Watoeb., 3011. 
Tó-woeloe, -^^If. Min. T. P., 3533. 
Tó-woeloe, Alt'. Min. Ponos., 830. 
Trangkil, Jav., 1671. 
Trasen, o. .Jav., 3449. 
Trasèn, Jav., 1242. 
Trató, Jav., 2427. 
Trawas, Jav., 2822. 
Trömbalo, Jav., 683. 
Trëmboeloen, Jav., 2289. 
Trënggoeli, Jav., 6S2, 684. 
Trënggoeli wa-wang, Jav., 684. 
Trënggoeloen, B.ilin. Jav., 2860. 
Tribah, O. Jav., 2967. 
Triëng, Aljeh, 404. 
Triëng bëtong, Atjeh, 
Triëng gading, Atjcli, 
Triëng igës, Atjeh, 413. 
Triëng mëdoeroi, Atjeh, 3066. 
Triëng sënoempit, Atjeh, 413. 
Triëng talang, .\tjeh, 1624. 
Triëng toeloer, Atjeh, 407. 
Trigoe, .Mal., 3099. 
Trikantjoe, Balin, Kr 
Tring, .Ujeh. 404. 
Troeëng, Atjeh, 3169. 
Troena sëmalëm, Balin., 
Troentoem, ü. Jav., 56. 



1622. 

408. 



Jav., 437. 



1945. 



148 



Troentoeng, .lav., öfi. 
Troes goenoeng, Soiml., 11U2. 
Troewoek, Su*., -'330. 
Troewoek gawah, .S;is., 2107. 
Trómólstok, Mul. Amb., ü82. 



Trong, Oajo, 3109. 
Trong prat, <iaju, 3103. 
Trong pret, liajo, 3103. 
Trópongan, Jav., 3434. 



w. 



Waakoeng, .\ir. Min. T. S., 2677. 
Waat, .\li'. Z. ('li-., 2U0». 
Waiit lopoe, Alf. Z. ('er.. ."il4. 
Waat mahina, Alf. Z. ('er., 512. 
Waat póölawan, Alf. Z, Cn-., .511. 
Waaté, .Ml. Asil., C'cr., 2968. 
WaatO, Alf. Har., 2968. 
Waatol, Alf. Sap., 2968. 
Wadan, Watoeb., 1107. 
Wadang, Jav. Sum„ \V. K., 2893. 
Wadëran, Jav., 1243, 1904. 
Wadjo, Bueg., 2136. 

Wadoeng, O. Jav., iöS". 
Wadoeri, Balin. Kr., 591. 
Waé baé, Bueg., 1550. 
Waéroet, Jav., 2188. 
Wagëlei, .\lf. Min. T. 1'., 3557. 
Wagoe, Alf. Miu. T. S., 1071. 

Wahit, Alf. Boer., 2001. 
Wahoe, Alf. Min. T. ü., 1799. 
Wahoeraoe, Alf. Z. ('er., 2078. 

Wai, Sangi, 2109. 
Wajaoe, Alf. Miu. Bent., 135. 
Wajatoe, Mf. Tom., 1180. 
Wajoe, .Vlf. Min. Bent., 2891. 
Wajoer, Jav., 2893. 
Waka, Alf. (er., 2096. 

Wakai pangaroja, l>aj. Z. o. Born., 871. 

Wakan, Alf. Min. Bent., T. B.. 'I'. L., '1'. 1>., T. S., 

2085. 
Wakat, Alf. Boer., 2908. 

Wakatan, Bul. Mong., 2908. 

Wake, Meutawei, 338. 

Wala, -lav., 1550. 

Wala WOenga, Suemba, 150(). 

Walaan, Alf. Min. T. L., T. P., 934. 
Walaan im béne, Alf. Min. T. P., 934. 
Walaan in tjawok, Alf. Min. T. P., 518, 1720. 
Walaan né kawok, .\ir. .Min. T. L., 1720. 
Walaan rintëk, Alf. .Min. T. l., 934. 
Walaan sela, Alf. Min. T. I,., T. P., 934. 
Walahan, Alf. Min. T. B., 934. 
Walan, Jav., 1550. 
Walana, .\lf. Min. T. I,., T. P., 2320. 
Walana in tjoentoeng, Alf. Min. '1'. P., 2321. 
Walang, Jav., 2sy3. 
Walang, Socml., 207. 
Walangitan, .\lf. Min. Bent., 3325. 
Walantakan, Alf. Min., 1305. 

Walat, Sueml., 541. 
Walatoeng, Balin., 541. 
Walatoeng lot, Balin., 541. 
Walé, Alf. N. (I. Halm.. 2109. 
Walé im poeköt, Alf. Min. T. P., 001. 
Walé in sëngit, Alf. Min. T. P., 2278. 
Walé in tjijos, Alf, .Min. T. P., 3480. 
Walèd, Alf. Min. T. P., 1139, 2120. 

Walen, Suend., 1505. 
Walen badak, .Soeud., 1491. 
Walèt apapi, Alf. z. Cer., 002. 



Walèt bësi, Alf. Z. Cer., 1839. 

Walèt hoolan, .\lf. Z. ('er., 217. 

Walèt lótoe-lótoe, Alf. Z. Cer., 780. 

Walèt makel, .\lt. Z. ('er., 103. 

Walèt maroeöe, Alf. Z. Cer., 2212. 

Walèt matei, Alf Z. Cer., 773. 

Walèt mètèn, .\lf Z. Cer., 332. 

Walèt poeti, Alf. Z. Cer., 539. 

Walèt poeti toeni, Alf. Z. Cer., 1026. 

Walèt soewa, Alf. Z. Cer., 1669. 

Wali, Alf. Min. T. L., 2362. 

Walid, Alf. Min. ï. P., 2362. 

Walik adëp, Balin., Jav., 2364. 

Walik ajap, Balin., 2364. 

Walik angin, Balin., Jav., 2151. 

Walik èlar, Jav., 18, 1710. 

Walikambing, Jav., SoenU., 3043. 

Walikoekoen, Jav., Soeml., 36, 3071. 

Walingi, SoinJ., 978, 3081. 

Waliri, Alf. .Miu. Bent., 1259. 

Waliwiran, Alf. Min. Bent., 2034. 

Walo, Alf. Min. T. L., 146. 

WalO, .Vlf. Tom., 407. 

Waloe, Alf. Boer., N. O. Halm., 1973. 

Waloeh, Balin., Jav., .Soend., 936, 1973. 

Waloeh baja, Jav., 1973. 

Waloeh bókor, Jav., 936. 

Waloeh dëlëg, Jav., 1973. 

Waloeh djoekoet, Balin., 1973. 

Waloeh górong, Jav., 1973. 

Waloeh këndi, Jav.. 936. 

Waloeh kënti, Jav., 930. 

Waloeh kikil djaran, Balin., 1973. 

Waloeh koekoek, .Soeud., 1973. 

Waloeh pait, Balin., 930. 

Waloeh pranggi, Balin., 936. 

Waloeh sèlo, o Jav., 936. 

Waloeh tjangak, Balin., 1973. 

Waloeh tjina, Balin., 1973. 

Waloeh tjrëmèn, Balin.. 1973. 

Waloelangan, Jav., 1541. 

Waloer, Jav., 210. 

Waloh, Jav., 1973. 

WalOÏni, Sermata, 1107. 

Walongka, Alf. .Min. B.nt., Tonsaw., 1973. 

Walongka pangkajan, Alf. Min. Bent.. 1973. 

Walongka sapahoe, Alf. .Miu. Bent., 1973. 

Walongka woelan, Alf. Min. Beut., 1973. 

Walontas, Alf. Min., 2783. 

Waloöl moeloeöe, Alf N. Laoet, Sap., 2212. 

Wama, -Ut. .\. o. Halm.. 785. 

Wama bi oedoe, Mf. N. O. Halm., 786, 

Wama daboe-daboe, Alf. X. O. Halm., 780. 

Wama falila, Alf. N. O. Halm., 790. 

Wama i lalamó, Alf. N. ü. Halm., 791. 

Wama ó kira, AU'. X. O. Halm., 780. 

Wama ó sangkari, .Vlf X. O. Halm., 787. 

Wama papaja, Alf. X. O. Halm., 792. 

Wanaring, Alf. Min. T. S., 2281. 

Wanaring i lawanan, Alf. Min. T. B., 692. 



149 



Wanaring in dawanan, Alf. Min. T.S., 235. 
Wanat, AU'. Z. (Vr.. iri'J. 

Wanat, Tmiimbar, '25\i. 
Wanata, Alt'. Miu. Bent., 816. 
Wandaka, Baliu. Kr., 2822. 
Wande, Jav. Kr. D., 1799. 
Wanécha, Alf. Miu. Tousaw., 2087. 
Wanéka, Air. Min. T. P., 2087. 
Wanéka sela, Alf. Min. T. P., 2906. 
Wanga, Air. Min., 228.ï. 
Wangal, Balin., 2170. 
Wangan, l.amp., 129(5. 
Wangé malako. Tem., 1268. 
Wangèlei, Alf. Min. T. h.. 3557. 
Wangilar, Alf. Min. Bent., 3238. 
Wangkal, Balin., Jav., 123. 
Wangoe, Sawoe, 1686. 

Wangoerër, Alf. Min. T. B., T. 1'., T. s., fioi. 

Wangon, Jav., 2348. 

Wangsa, Balin. Kr., 601. 

Wani, Balin., 2170. 

Wanitan, Jav., 2328. 

"Wanoetè, .Uf. Min. T. L., 2273. 

Waoe, Biman., 1799. 

Waoeng, Jav., 2856. 

Waoeng, '>. .lav., 1984. 

Waoewang, Alf. Min. T. P., 90fi. 

Waoewang in tjasoeroean, Alf. .Min. T. P., 

13'.t4. 

Waoewang in tjasoeroean koeló, Alf. Min. 

T. P., 2555. 
War, Jav., 862. 
Wara, Alf. Min. T. P., 2144. 
Warahë, Alf. Boer., 284. 
Warakas, Alf. Min. 'l". L., 2084. 
Waramparang, Boeg., 2822. 
Warëdjit, Sueud., 1414. 
Warëgoe, Soend., 2965. 
Warëlè, Boeg., 3550. 
Warèng, -Jut:., Soend., 1666. 
Warhóka, Alf. Amb., 2080. 
Wari, Sa?., 1796. 
Wari bang, Sa?., 1796. 
Wari pingè, Sa.^.. 1796. 
WaiTJangó, Alf. Min. T. L., 178. 
Warikis, Alf. Min. T. P., 501. 
Warimbing, Alf. Min., 1442. 
Warimbing rintëk, Alf. Min. T. I,., 1507. 
Waring, Air. Min. T. L., 2358. 
Waringi, Alf. Halm., Tern., 1442. 
Waringin, Balin.. .fav.. Mal. Mol., 1442. 
Waringin daoen bësar. Mal. .Mol., 1520. 
Waringin daoen këtjil. Mal. Mol., 1504. 
Wai'inginan, ' >. Jav., 6'.io. 
Wariri, Alf. .Min. T. B., T. .S., 1259. 
Warisa, Alf. Min., r,4s. 
Warisa né djawa, Alf. .Min., 2736. 
Waro, Alf. .Min. T. L., 3123. 
Waroe, Balin., Boeg., Jav., Mal. Batav., Soend., 

1799. 

Waroe djëmboet, O. Jav., 1793. 

Waroe gelang. Boeg., 2218. 

Waroo gèli, Jav., 1792. 

Waroe goenoeng, Jav., Soend., 1793, 17U7. 

Waroe gombong, Jav., 1797. 

Waroe lamang, Jav., 1793. 

Waroe landak, Jav., 1795. 

Waroe laoe. Boeg., 3333. 

Waroe laoet, Jav., Soend., 1799. 

Waroe lënga, Jav., 1799. 

Waroe lëngis, Jav., 1799. 

Waroe lot, Jav., 3333. 

Waroe pajoeng, Jav. Ng., 1793. 



Waroe rangkang, Jav., 1797. 
Waroe songsong, Jav. Kr., 1793. 
Waroe wadon, Jav., 1797. 
Waroe watang, Jav., 1793. 
Waroeasei, Air. Min. T. S., 68. 
Waron, Jav., 3374. 
Waron-waron, Balin., 1259. 
Warótan, Alf. iliu. Bent., T. S., 2755. 
Wasa, Alt. Amb., 1523. 
Wasak, Alf. Min. T. P., 3338. 
Wasal, Alf. Oei., 1523. 
Wasijan, Alf. Min., 2294. 
Wasijan rëndai, Alf. Min. T. L., 2294. 
Wasijan rintëk, Alf. Min. T. L., 2294. 
Wasijan sela, Alf. Min. T. L.. 2294. 
Wasijan watoe, Alf. Min., 3293. 
Wasoeöe, Alf. Jiiu. T. P., 3027. 

Wat, N. (iuiu. 4. R., 3188. 

W^at, Tcnimbar, 1595. 

Wata, Alf. Z. Cer., 3188. 

Wata, Solor, 3550. 

Wata lopoe, Alf. Z. Cer., 514. 

Wata mahina, Alf. Z. Cer., 513. 

Wata póölawan, Alf. Z. Cer., 511. 

Watan, Alf. Min. Bent., 1951. 

Watar, Soemba, 3550. 

Watata, Alf. Min., Sangi, 1892. 

Watata, Alf. Alin. T. P., 1897. 

Watata koeló, Alf. Min. T. B., 'f. P., 1892. 

Watata mabida, Alf. Min. Bant., 1892. 

Watata mahamoe, Alf. Min. Bent., 1892. 

Watata mahèndèng, Alf. Min. Bant., 1892. 

Watata mawoeró, Alf. Min. Bent., 1892. 

Watata méa, Alf. Min. T. L., 1892. 

Watata poeti, Alf. Min. T. L., T. S., 1892. 

Watata raindang, Alf. .Min. T. P., 1892. 

Watata rangdang, Alf. .Min. T. B., 1892. 

Watata roendang, Alf. Miu. T. S., 1892. 

Watësan, Jav. Kr., 784. 

Watoe, Soend., 3108. 

Watoe linai, Alf. Min. Bent., 1139. 

Wa-wa, Alf. Min. Bent., 191. 

Wawa mahamoe, Alf. Min. Bent., 193. 

Wawa mawoeró, Alf. Min. Bent., 191. 

Wawadi, Air. Min. T. S., 2719. 

Wawadi poeti. Air. Min. T. S., 2719. 

Wawadi roendang, Alf. Min. T. S., 2719. 

Wawahatoe, Air. .Min. 'l'. B., 1520. 

Wawahoeling, Alf. Min. T. L., 1363. 

Wawahoelingën, Alf. Min. T. B., 1364. 

Wawajasó, Nias, 2513. 

Wawali, Alf. Min. T. B., 2717, 2719. 

Wawali koeló, Alf. Min. T. B., 2719. 

Wawali masamoea, Alf. Jliu. T. B., 2718. 

Wawali rangdang, Alf. Min. T. B., 2719. 

Wawalingijan, Sueud., 3390. 

Wawalingijan leutik, Soend., 1541. 

Wawalingijan tali, Soend., 1540. 

Wawaloehan, Soend., 2254. 

Wawaoelingën, Alf. Min. T. S., 1329. 
Wawar, Jav., 862. • 
Wawarwan, Balin., 1259. 
Wawoe, Kei, 1442. 
Wawóhoe, Goront., 407. 
Wé, Daj. '/,. o. Born., Gajo, 539. 

Wé djërënang, Daj. Samp., 1016. 
Wé djërnang, Gajo, 1016. 
Wé lilén, Gajo, 555. 
Wé oedang, Gajo, 546. 
Wé pëdéh, Gajo, 555. 
Wé Sëgen, Gajo, 560. 

Wè-lawèan, Madoer., 2747. 
Wédahan, O. Jav., 1091. 



150 



Wëdahan idjo, o. Jav., lüS'j. 
Wëdoesan, .Iüv., 77. 
Wéhéraol, liubar, Sinimta, 3550. 
Wéhcraol lalièl, Haliar, 3550. 

Wéhéraol niölooloerol, Bulmr, 3550. 
Wéhéraol woewoerol, Babar, 3550. 

Wei, .\lt' Har., Z. Cfi-., 760. 
WéjO, Tiin., U'78. 

Wëka, .\if. X. o. iiuiiii., 20S9. 
Wëla taparëng, «<><•(;., 2014. 
Welaan, Aii. Min. T. S., 'j:U. 
Welaan karëngan, .\lf. Min. T. .s., «34. 
Welaan tambëlan, .\lf. Min. T. S.. «34. 
Wëlahan, .lav.. iiss. 
Wélang, Siku, :!111. 
Wèlarëng maradja. Boeg., 871. 
Wèlarèng oewaë, Hwg., 871. 
Wèlarëng salo. Boeg., 871. 
Wëlatoeng, .lav., 541. 

Wëlësi, .\lf. Min. T. B., T. L., T. 1'., 2244. 
Wéli, .Uf llila, 1883. 

Wélihoetoe, .\lf. Z. ('«r.. 1883. 
Wéliné, .\lf. .\sil., 1883. 
Wëlingi, .lav., «78, 3081, 33a0. 

WèljO, .Vlf. N. Laoet, 1883. 
Wèlo, .\lf. Sap.. 1883. 
Wëloe walijala. Boeg., 642. 
Wëloean, .\ir. .Min., T. P., 2544. 
Wëloelangan, .lav., 1541. 

WèmÓ, .\li'. iN. o. Halm., 1623. 

Wénang, .Ur. .Min. T. B, T. P.,T. S., 2128, 2137. 

Wénasg in taloen, Alf. Min. T. P., 2123. 

Wénè, .\lf. -Min. T. li., T. P., 2512. 

Wénè poeloet, .\lf. Min. T. B., T. P., 2513. 

Wënji, Sawuc, 315. 

Wënji ëdoe, .Sawoc, 2899. 

Wënoang, -\lf. Jlin. T. h., T. P., 2478. 

Wèoe, Buig., 1«61. 

Wèpèlai, -Mal., 2452. 

Wèr, .lav., 1315. 

Wèra, Soi'iiil., 1796. 

Wèra beureum, Socud., 1796. 

Wèra bódas, .Socml., 1796. 

Wèrang, .\lf. .Min. T. I,., T. S., 2650. 

Wérang, -\If. :\lin. T. P., 52. 

Wërën im pongkor, .\lf. ^lin. T. P., 1786. 

Wërën koesé, .\li. -Min. T. L., 1465, 1486. 

Wërën oe mèong, -\lf. Min. T. B., 1413. 

WÖrgoe, .lav., 2965. 

Wéri, .Vir. Har., 1883. 

Wëroe, Jav., 123. 

Wëron, .)av., 1789. 

Wérot, .\)f. Min. T. B.. T. I,., T. P., T. S., 974. 

Wësah, O. Jav., 204. 

Wësar, Mf. Min. T. B., T. L., 1184. 

Wësélé, Alf. Oei, Z. Cer., 68. 

Wësnoe, Jav., 2243. 

Wèsoe, N'. Guin. Si-kar, 315. 

Wëtëng, Boce., 3113. 

Wëtës, Alf. ilin. '1'. B., T. P., T. S., 489. 

WëtëS, All'. .Min. T. L., T. P., T. S., 1450. 

Wëtës in tjaris, Alf. Min. T. P., 1459. 

Wëtës lèmè, Alf. Min. T. P.. 1450. 

Wëtës méa, Alf. .Min. T. 1,., 1504. 

Wëtës rintëk, Alf. Min. T. L., 1504. 

Wëtës rintëk, Alf. Min. T. P., 3-129. 

Wètraa, Babiu-, l,(-li, .Sennata, 3550. 

Wétraa lasoë, l-i-ti, 3550. 
Wètraa luai'niarè, Leti, 3550. 
Wètraa mèrmèró, I.eti, 3550. 
Wètraa warwarsé, Leti, 3550. 
Wëtjoetjalan, Jav. Kr., 1541. 
Wëwadi, Alf. .Min. T. S., 2719. 



Wéwé, Alf. Min. T. L., 2960. 

Wéwé, Jav., 2764. 

Wéwé, -Sika, 2661. 

Wèwèhan, Balin., Jav., 2339. 

Wéwejan, Jav., 2339. 

Wöwök, Air. Min. T. P., T. S., 498. 

Wëwëlësan, Alf. Miu. T. B., T. P., 2690. 

Wëwëlësan in taloen, Alf. Min. T. B., 3164. 

Wëwëngkèlën, Alf. Min. T. P., 2159. 

Wëwoejoen, Alf. Miu. T. S., 1483. 

Wi, Biiliu., l.iinii)., 539. 

Wi, Jav., 1107. 

Wi samamboe, I.ani])., 563. 
Wi walatoeng, Halin., 541. 

Widara, .lav , .Mal.. Soend., 3559. 

Widara oepas, Jav., 2280. 
Widara poetih, Jav., 1395. 
Widasantoen, Jav. Kr., 2836. 
Widasari, Jav. Ng., 2836. 
Widèlè, All. .\. \\. Halm., 151. 

Widjaja koesoema, Balin., Jav., 2750. 
Wid.iaja moelja, Balin., Jav., 2750. 
Widjèn, Balin,. Jav., .Socnd., 8108. 

Widjèn alas, Jav., 1747. 
Widjèn këbo, -lav., 3108. 
Widjèn leuweung, Suend., 1747. 
Widjèn sapi, Jav., 3108. 
Widjènan, Jav., 130. 
Widoe, Saivoe, 1883. 
Widoeri, Jav., 591. 

Wija, Biman., 151. 

Wijaoe, Alf Min. T. B., T. L., T. P., T. S., 135. 

Wijaoe im béne, Alf. .Miu. T. L., T. P., 135. 

Wijaoe sela, Alf. >Iin. T. L., T. P., 135. 

Wijar oeöen, Wetar, 602. 

Wijoe, Alf. Tom., 2677. 

Wijoe, .Tav., 1611. 

Wila, Alf. Min. T. P., 375. 

Wilaboenga loro, Sawoe, 1938. 

Wilada, Jav., 1464. 

Wiladja, Balin., 2314. 

Wilalampësi, Boeg., 123. 

Wilalang, B,.eg., 122. 

Wilalang pësi, Boeg., 123. 

Wilalang tëlo. Boeg., 122. 

Wili, X. (iuin. 4 R.. 1107. 
Wilis, Maduer., 2417. 

Wiloeroe, Jav., 1278. 

Wiloes, Jav., 1108. 

Winaloejan, Alf. .Min. T. P., 408. 

Winaloejan im béne, Alf. Miu. T. P., 412. 

Winaloejan in dólop, Alf. Min. T. P., 406. 

Winaloejan taranaté, Alf. .Min. T. 1'., 411. 

Winëng, Jav.. 1733, 2888. 

Wingir, Soemba, 945. 

Wingkaro, Alf. .Miu. T. L., 2034. 

Wining, Balin., 1733, 2888. 

Wino, -Nias. 315. 

Wino béloe, Xias, 315. 

Wino bowo, Nias, 315. 

Winoe, Suemba, 315. 

Winoeang, Alf. Min. Bent., 2478. 

Winong, Balin., Jav., 3325. 

Wintangar, Alf. Min., 1961. 

Wintaoe, Alf. Min. T. I,., 589. 

Wintó, Alf. Min. T. B., T. S., 1119. 

Wintoi, Alf. Min. T. L., 835. 

Wiradja, Jav., 2280. 

Wiri salo. Boeg., 815. 

Wiri salo baï. Boeg., 3505. 

Wiri salo laï. Boeg., 815. 

Wiroe, Jav., Soend., 2044. 

Wiroe gëdè, Soeud., 2044. 



151 



Wiroo lalaki, Soeud., 2965. 
Wiroe leutik, Socnd., 2041. 
Wisa, .vif. Iliilin., 708. 
Wisoe-wisoe, .Mafcas., 1852. 
Wit anggoer, .lav., 3487. 
Wit asem, Jav., 3301. 
Wit djambé, Jav., 315. 
Wit djaran, Jav. Xg., 2480. 
Wit gaboes, Jav., 178. 
Wit gëdang, Jav. Xg., 2361. 
Wit kalapa, Jav. Kr., 830. 
Wit kapal, Jav. Kr., 2480. 
Wit kapas, Jav., 1686. 
Wit kasoemba, Jav., 667. 
Wit kat.iipir, Jav., 2865. 
Wit këningar, Jav., 767. 
Wit koeda-koeda, Jav., 2480. 
Wit koerma, Jav., 2673. 
Wit kópi, Jav., 834. 
Wit krambil, Jav. Ng., 830. 
Wit lontar, Jav., 484. 
Wit pëlëm, Jav., 2169. 
Wit pisang, Jav. Ki-., 2361. 
Wit randoe, Jav., 1295. 
Wit ranti, Jav., 3164. 
Wit siwalan, Jav., 484. 

Wit SO, Jav., 1671. 
Wit tal, Jav., 484. 
Wit tjipir, Jav., 2865. 
Witoe, Soeinba, 1883. 
Witoeng, .Uf. Jliu., 425. 
Wiwawak, Xvoe, 1107. 
Wiwi, Goront., 1107. 

Wiwidjènan, Soend., 1747. 

Wiwitóan, Alt'. Min. Tonsaw., 2192. 
Wlingi, Jav., 978, 3081. 
Wóanga, Mf. ilin. Bent., 2217. 
Wodi, Boeg., 1510. 
Wódja, -Manggarai, 2512. 

Woea, Alf. Min. T. B., T. L.. T. P.. T. S., Sika, 
fSolor, 315. 

Woea iaki, .V]f. Min., 212. 

Woea kapës, Alf. Min. T. L., T. S., 315. 

Woea katawa, Alf. Min. T. L., T. S., 315. 

Woea këkékow, Alf. Min. T. P., 315. 

Woea laoesip, Alf. Min. T. L., T. S., 315. 

Woea nè angkó, Alf. Min. T. S., 319. 

Woea nó walé, Alf. Min. T. B., 319. 

Woea pëpësoetan, Alf. Min. T. B., 315. 

Woea péra, .\ir. Min. T. L., T. S., 315. 

Woea pondang, Alf. Min. T. B., 315. 

Woea roesèp, Alf. .Min. T. B., 31.5. 

Woea sampinit, Alf. Min. T. L., T. S., 315. 

Woea söla, Alf. Min. ï. 1'., 315. 

Woea wóöe, Alf. Min. T. P., 315. 
Woedi, Balin., Jav., 1510. 

Woedoe, Alf. Min. T. S., 407. 
Woedoelan, Jav., 3056. 
Woedoelan, O. Jav., 3357. 
Woedoeng, Alf. Min. T. S., 1573. 

Woeè, .Mauggarai, 2661. 

Woehanga, .Uf. Min. Btnt., 1796. 
Woehanga mahamoe, Alf. Min. Hcut., 1796. 
Woehanga mawoeró, .Mi. -Min. Bent., 1790. 
Woekoe-woekoe, Alf. Min. T. L., 1213. 
Woekoeën, Alf. Min. Bmt., 2244. 
Woelalas, Alf. Min. T. P., T. S., 1516. 

Woelas, .\lf. Min. Bent., 1514. 
Woelas watoe, Alf. Min. Bent., 3464. 
Woelidan, Wt. .Min. T. P., 379. 
Woeloe, .Uf. Min. Bent., T. B., T. I,., 407. 

Woeloe, liuioiii, 404. 

Woeloe nó wolai, Alf. Min. T. L., 1105. 



Woeloe raa, fuirum, 407. 
Woeloe-woeloe, Alf. Min. Bent., 1599. 
Woeloed, Alf. Min. T. P., 407. 
Woeloeh, Jav., 407. 
Woeloembi, Alf. Min. Bent., 1217. 
Woeloh, Jav., 2596. 
Woenè, Alf. Min. T. L., T. S., 1599. 
Woenèt, -Uf. Min. T. P., 1599. 
Woenét in taloen, Alf. Min. T. P., 2868. 
Woenga, Sangi. 1573. 
Woenga koening, Balin., 683. 
Woenga lawang, Balin., 1318. 
Woenga tali, Balin., Kr., 13. 
Woenga tanibang, Jav., 13. 
Woenga tanri. Boeg., 1277. 
Woenga të malala. Boeg., 1066. 
Woenga tëlëng, Balin., 824. 
Woengkoedoe, Balin., 2343. 
Woengli, Balin., 3557. 
Woengli, Jav., 2509. 
Woengoe, Balin., Jav., 1977. 
Woengoe, Sawoe, 1686. 
Woeni, Balin., Jav., 257. 

Woeni djambal, Balin., 257. 
Woeni laoet, Jav., 263. 
Woeni mintjid, Balin., 257. 
Woeni nasi, Balin., 257. 
Woeni tjamra, Balin., 257. 
Woenoeng, Jav., 2888. 
Woenoet, Alf. Min. T. B., T. L., 1703. 
Woenoet, Alf. Min. T. P., 1534. 
Woenoet, O. Jav., 973. 
Woera, Soemba, 1885. 

Woerèt in taloen, .^If. -Min. T. L., 1540. 
Woering, Alf. Min., 895. 
Woeró, Alf. Min. T. L., 630, 2676. 
Woeroe, Jav., 32. 
Woeroe bëling, Jav., 2066. 
Woeroe dëdëk, Jav., 2078. 
Woeroe djanggël, Jav., 2140. 
Woeroe ëmprit, Jav., 2062. 
Woeroe gading, Jav., 2466. 
Woeroe këbo, Jav., 2078. 
Woeroe këmbang, Jav., 18. 
Woeroe këték, Jav., 2369. 
Woeroe koenjit, Jav., 921. 
Woeroe lëmah, Jav., 2074. 
Woeroe lilin, Jav., 2081. 
Woeroe loetoeng, Jav., 2082. 
Woeroe pajoeng, Jav. Ng., 33. 
Woeroe poetih, Jav., 18. 
Woeroe sana, Jav., 18. 
Woeroe santen, Jav., 2545. 
Woeroe sawa, Jav., 1274. 
Woeroe sëpët, Jav., 2140. 
Woeroe sintok, Jav., 765. 
Woei'oe songsong, Jav. Kr., 33. 
Woeroe tjombrangan, Jav., 2768. 
Woeroe walang, Jav., 2062. 
Woeroe widjèn, Jav., 2062. 
Woeroek, Jav., 29G5. 
Woeroeng, .Uf. Min. T. L., 1573. 
Woeroengan, Soend., 2364. 
Woerontok, Alf. Min. T. S., 2049. 
Woesa, Sangi, 2361. 

Woesai, Alf. Min. T. P., 332. 
Woesak, Alf. Min. Bent., 2361. 
Woesëk, Alf. Min. Bent., 2361. 
Woesël, Alf. Min. T. L., T. P., 2830. 
Woesël, Alf. Min. T. P., 1390. 
Woesël ing kókó,Alf. .Min. T. P., 1390. 
Woesël rëndai, Alf. Min. T. L., 2830. 
Woesël rintëk, Alf. Min. T. P., 134. 



152 



Woeta, AK. Min. T. li., 1968. 

Woeta, Air. Min. T. I.., 2U. 

"Woeta in taloen, Air. Min. T. 1'., 1908. 

Woesoe, Alf. .Min. T. I'., 11C3. 

Woewoe, •luv., 2187. 

WoewoG.ioen, Alf. Min. T. S., 1483. 

Woewoek, Air. Min., iil3. 

Woewoeringan, Alf. Min. T. P., 1120, 2771. 

Woewoes, Alf. Min. B™t., 288». 

Wogis, Alf. Min. T. S., 1904. 

Woh anggoer, Oav., 3487. 

Wóhan, .lnv Kr., 31.5. 

Wóhèng, Alf. Min. Ik'nt., 89.5. 

Wohiwoe djawa, Sawoc, 1892. 

Wójakis, Alf. .Min., 212. 

Wójo, Alf Tom., 404. 

Wójo watoe, .\lf. Tom., 2528. 

Wójo woeloe, .\lf. Turn., 407. 

Wóió-wójó, .\ias, 196. 

Wok, .Makiun. 2089. 

Wóka, Mal. iMen., TVrn., 2089. 

Wóka oetan. Mal. Mo!., 2502. 

WÓkan, Air. Min. Bent., 3550. 

Wókan niahamoe, Alf. Min. Bent., 3550. 

WÓkan niawoeró, Alf. Min. Bent., 3550. 

Wókiorai, Babai-, 1442. 

WÓkÓ, Tim., 1973. 

Wóko djawa, Sawoe, 1314. 

Wola-wali,ian, .lav., 197. 

AVólasi, Alf. 'J'om., 3105. 

Wolè, Alf. Min. T. L., T. F., T. S., 87, 1G34. 

Wolè méa, Alf. .Min. T, L., 87. 

Wolè poeti, Alf. Min. T. L., 99. 

Wolè rintëk, Alf. Min. T. L., T. P., 91. 

Wolè sela, Alf. Jlin. T. L., T. P., 81. 

Woli-woli, Nias, 303. 

WÓlipÓpÓ, (iuront., 3. 

Wólisoe, Alf. :Min. ToEsaw., 43C. 

Wóló, Alf. Min. T. B., T. L., T. S., 2890. 

Wóló i mèmbé, Alf. Min. ï. P., 1783. 

Wóló koeló, Alf. Min. T. B., 2890. 
Wóló méa, Alf. Min. T. L., 2890. 
Wóló pooti, Alf. Min. T. I,., T. S., 2890. 
Wóló rangdang, Alf. ilin. T. B., 2890. 
Wóló rintëk, Alf. Min. T. I,., 2891. 
Wóló roendang, Alf. Min. T. S., 2890. 



Wóló sela, Alf. Min. T. I-., 2890. 

Wóloemoe, Alf. Min. T. P., 254. 

Wona, Sawoi', .Sicmba, 2345. 

Wondoe, Alf. Min. Bi>nt., T. P., 228. 

Wong ghoenoeng, Madocr., 747. 

Wonga tali, Balin. Kr., 13. 

Wongkai, Alf .Min. T. B., T. P., 847. 

Wongkai kërètan, .\lf. Min. T. B., 847. 

Wongkai koeló, Alf. .Min. T. B., T. P., 847. 

Wongkai woering, Alf. Min. T. P., 847. 

Wongkis lólóën, Alf. .Min., 1102. 

Wongsa, t). Jav., 001. 

Wontis lólóën, Alf. Min., 1162. 

Wontjis in taloen, Alf. Min. T. P., 628, 2665. 

Woönèné, l.cti, 2174. 

WoÖra, S.Tinata, L'liC)]. 
Wora, Sucnilia, 1885. 

Wora wari, Jav., 1796. 
Wora wari bang, .lav.. 1796. 
Wora wari poetih, .lav., 1796. 
Wora wari roempoek, Jav., 1796. 

Wora WOloe, .Suimba, 2090. 

Wori, Alf Min. Bent., T. B., T. P., T. S., 2505. 

Wori in taloen, Alf. Min. T. P., 2688. 

Wot, .Makian, 513. 
Wóté, Alf. Min., 3113. 

Wóté in taloen, Alf. Min. T. P., 664. 

WÓtèlé, Alf. Oil., 3415. 
Wótó kaïli, Alf. Tom., 1106. 
Wówi, Alf. Min. T. P., 2890. 
Wówi koeló, Alf. Min. T. P.. 2890. 
Wówi raindang, Alf. Min. T. P., 2890. 
Wowis, Alf. .Min. Bent., T. B., T. L., T. P., 1904. 
WOWO, Jav., 1550. 
Wówoesó, Alf. Halm., 2409. 
Wówóhan, Alf. Min. Bent., 1725. 
Wówóhan, Alf. Min. T. P., 2937. 
Wówóhan in taloen, Alf. .Min. T. I,., 1725. 
Wówonibongan, Alf. Min. T. B., 1364. 
Wówongan, Alf. Min. T. P., 225. 
Wówóran, Alf. Min. T. S., 2550. 
WowÓWOS, Alf. .Min. T. L., 2301. 
Wrëgoe, Balin., 2965. 
Wrësah, Jav., 204. 
Wringin, Jav., 1442. 



WOORDENBOEK, 

alphabetisch gerangschikt naar de 
latijnsche plantennamen. 



A. 



Abroma — Acalypha. 



12. 



1. Abroma augusta L.f.* Nnt. fam. der 

Sterculiaceae. Kektmbang laoet, LiiiriJ).; Ki 
tcajjüut;, Socnil.; Ki tjatjangk ir, Soeiul.jParij au, 
l)aj. Z.0. Bom.; Roena, Alf. Boer.; Sali n t j a w oeug 
in cli'kat, Alf. Miu. T. P.; Seutolo, Jav.; Tjat- 
jangkirau, Soeml. — Booinheester, („devii's cottoii"). 
Gebr.: Na kapjiiiif; wordt de stam geroost, de baat 
afgetrokken en in water geweekt; hierna van de schors- 
laag touw bereid. 

2. Abrus melanospermus Hassk. (= A. 
pulchellus Wall.'). Nat. fam. der Legumi- 
nOSaG. Arciij s i haj ani, Soeud.: A r euj si ko t ok, 
Soeud.; Areuj tali ajoeuan, Soeud.; Daoen 
sambang, .Mal. Batav.; Kadjawardi, Mal. Batav.; 
Radjawerdi, Jav. — Klimmende heester. Gebr.: 
De ranken dienen als bindmateriaal, het blad soms 
als medicijn. 

3. A. precatorius L.* Amoet tam poen ei, 
Alf. Min.; Akar saga betina. Mal.; Akar be- 
linibing, Mal.; Ga te lik, Jav. (zie 42); Ghak-sagh- 
akan lakek, Madoer.; Hasobe, Bat.; Idi-idi 
m a 1 a k o, Tern.; K a 1 e p i p, N. Guin. 4 R.; K a n d e r i. 
Lamp.; Kat ja, Boeg.; Kenderi, Mal.; Koeudi, 
Minangk.; Koenderi, Lamp.; Poeiioi, Alf. Min. 
Bent. Ponos; Pi li ng-p i li ng, Baliu.; Rakat, Mal.; 
Rake, Minangk.; Saga, ilaka-*., Mal. Jlcn.; Saga 
arcuj, .Soend.; Sago batino, Minangk.; Saga 
betina. Mal.: Saga bidji, Vnlg. Mal.; Saga ken- 
deri. Mal.: Saga leutik, Soend.; Saga telik, 
Jav. (zie 42): Saga m a n i s, O. Jav.: T a ni p o e n e i, 
.Mf. Min.; Thaga, Atjeh; Tjae, Soeud.; Wolipopo, 
Goront. — Klimmende heester. Gebr.: De zoctsmakendc 
blaadjes worden als thee getrokken en dit legen hoest 
gegeven; de halfzwart en halfrood gevlekte boontjes 
(„weesboontjes, ])aternoster-erwlen") zijn als goudgewicht 
in gebruik. Tot deeg gestampt dienen ze tot lijm, om 
bij het vervaardigen van gouddraad de kleinere deelen 
vast te hechten, ook bij de bewerking vau krisscheeden. 
Zij zijn ongekookt sterk giftig. Van iemand met een 
donkere huidskleur, die in het rood gekleed gaat, zegt 
de Madoerecs : „Mara boewana ghak-saghakau", d. i.: 
„Als eeu saga-boontje". Veig. Adenanlhera, No. 43. 

4. Abutilon indicum Sweet.* Nat. fam. 

der Malvaceae. Bocnga kisar. Mal.; Boenga 
wak toe koeniug, Mal. Mol.; K adam -k adam, 
Minangk.; Kembaug koen ing. Mal. Tim.; Kern- 
bang sore, Jav. Vtilg. M;il. — Kruid, („country 
mallow''). Gebr.: AJs verzachtend middel. 

•'). Acacia Farnesiana Willd.* Nat. fam. 

der Leguminosae. 1 ndralaksana. Mal.; Kcm- 
bh a Dg dj h e ])<> 11, Madoer.: Kosta, Sas.: Laksaua, 
Mal.; LekoQta, O. Jav.; Sari koeniug, Baliu. 



Semb.; Sari konta, Balin.; Socugsit, Jav.; Sri 
kouta, O. Jav.; Taosit, Jav.; Variëteit in Balin.: 
Paüng. — Kleine boom. Gebr.: liet afschraapsel der 
halfrijpe peiüeu, dat kleverig is, wordt gebezigd om 
te plakken. De uitgeloopen pitten zijn gezocht als 
groente. Het zwarte keruhout der gedoomde variëteit 
dient op Bali tot vervaardiging der kokertjes, waarin 
voor tandeloüzen de sirih gestampt wordt. Bloem- 
hoofdjes welriekend („acacie odoraute"). 

6. A. In tsia Willd. (= A. caesia W.et 
A.*). Akar kapoek. Mal.; Got, Jav.; Got ri, 
Jav.; Ri-got, Jav. — Klimmende heester. 

7. A.leUCOphloea Willd.* Kabesak,ïim.; 
Kcbesak, Tim.: Pe lang, Baliu.; Pelaug, Madoer.; 
Pilaug, Jav.; Plaug, B;üin. — Hooge boom. Gebr.: 
Het fraaie en sterke hout is geschikt voor meubels en 
huisbouw, maar uiet overal als zoodanig !)ekend. De 
bast wordt als looimiddel gebezigd. 

8. A.Mangium Willd.* Jlauggi-manggi 
goenoeug. Mal. .Mol.: M auggi -mauggi oetan, 
Mal. Mol. — Boom. 

9. A.pennata Willd.* Akar kajoe manis. 
Mal.; Areuj garoet §), Soend.; Etang-etang, 
Bonth.; Got la we, Jav. — Klimplaut. 

d) Ook Rubns alcaefolius Poir. (;= R. moluccanus L.*) 
(zie 2U94). 

10. A. pennata Willd.' var. canescens 

Baker. .\moet kerembit, Alf. Min. T. P.; 
Teremboeöek i lawanan, Alf. Min. T. P. — 
Klimplant. 

11. A. tomentosa Willd.' Kelampas, Mal. 
Batav.; Klampes, Madoer.; Klam pi s$), Jav.; Ko- 
lampis, Soeud.; Longghaj, Miuloer. — Vrij lage 
boom. Gebr.: Van het hout worden heften voor gras- 
messen vervaardigd; de schors dient tot geuecsmiddel 
voor paarden, en de gom o.a. bij het maken vau inkt. 
Wegens do gedoomde takken wordt deze boom wel 
als omheining geplant, om het vco te beletten in de 
sawah's te komen. Klanipis is de oplossing van het 
Javaansche raadsel: „Godonge riti-riti wohe anauggal 
sapisan", d. i.: „De bladen zijn klein en fijn en de 
vrucht heeft den vorm vau de maan op deu eei'sten 
dag van nieuwe maan". 

5) In Pekalougan geeft men den naam Klanipis aan 
Berria quinquelocularis T. et B.' 

12. Acalypha boehmerioidea Miq.' Nat. 

fam. der Euphorbiaceae. Tam bang dj au ma, 
Jav.: Tom pang pa rot, ^ladoer. — Heester. Gebr.: 
Eeu aftreksel der bladen wordt als kraanizuivering 
bevorderend gegeven. 



Acalypha — Acriopsis. 



156 



13 - 23. 



13. A.hispidaBurm.* Bocntoet koctjing, 
Vuig. Mul.; Bocntoet octjiiig, Sociid.; Kkor 
toe 3a, Mal. Jleii.; Ikoeli loc t oe iig, Iklin.; Ikoet 
loetociig, Biilin.; K auil oej oelian, Bnliu. Kr.; 
Knjoc (ali, Balin. Kr.; Karaiiiasa, .Makas.; K e li- 
la 1 i, Sas.; K e in li a n g w o ii g a t a 1 i (:), Jav.; K o r o iii- 
basaii, .\lf. Min. T. B., 'Ï.L., T. P., T. S.; Tali 
andjing, Socnil.; Lofiti, Teni.; Woenga tali 
(zie 3406), Balin. Kr.; Woenga tam bang, Jav.; 
Wouga tali, Balin. Kr. — Heester. Gebr.: Wegens 
de fraaie roodbruine bladen bezigt men dezen heester 
wel voor levende heggen; ook dienen die bladen wel 
als medicijn. 

14. A. Stipulacea KlOtZSCh.* Kajoe ka- 
poer, Mal. Men.; Kajoe pasau, Alf. .Min.; 1'asan, 
Alf. Min. — Boom. 

15. A. Wilkesiana Muell. Arg. (= A. 

tricolor Seeni.*)- Kaan ing kijos, .\lf. Min. 
T. L.; Kahasi, Alf. Min. Bent.; Lomboengau, 
Alf. Min. Tousaw.; Tjajoe in tjijos, Alf. .Min. 
T. V. — Boom. 

l(i. A. Sp. Konjani, Jav.; Toetoeii j), Jav.; 
Toetoeb (zie 2134), Jav.; Totop, Madoer. — 
Heester. Gebr.: De breedc bladen worden tot poepoeh 
of voor oogwater gebruikt. 

§) Ook Mallotus en Macaranga. 

17. Acanthus ebracteatus Vahl.* Nat. 

fam. der Acanthaceae. B o e w a 11 11 a d Cl r r i. Mal. 
^len.; Daroedjoe, Jav. Socnd.; Djaroedjoe, Atjeh, 
Balin. Bat., Minangk.; Djcrocdjoe, .Mal.; Djha- 
roedjhoe, Madoer.; Dj oeroed j oe, Atjeh; Dj h oe- 
rocdjhoe. Madoer.; Droedjoc, Jav. Soeud.; Kali- 
kali, Makas.; Kcli-keli, Boeg.; Te rong sela, .\lf. 
Jlin. T. I'. — Kruid. Oebr.; De bladen worden met 
pandan-bladeu onder de woning van kraamvrouwen 
gehangen om de booze geesten af te weren, en tot 
hetzelfde doel bij het heerschen van besmettelijke ziekten 
ook aan deuren eu vensters bevestigd (wellieht omdat 
zij van stekels zijn voorzien); fijngestampt en met 
klappi'rolie vermengd zijn ze een middel legen kiespijn. 
Van de holle stengels worden op Bali pijpen gemaakl. 
Een aftreksel der geroosterde en gekneusde zaden 
wordt inwendig gegeven (bij hardnekkige zweren). 

If?. Acer niveum BI.* Nat. fam. der Sapin- 

daceae. Bajawi, Soeud.; Hoeroe penijang, 
Soend.; Kibadak, Socnd.; Kiregas, Soend.; .M a- 
dang aloë, Snni. W. K.; Poetih doedoe, O.Jav.; 
Tjaiikangin, Soend.; Walik el ar (zie 1710), Jav.; 
Woeroe kcmbang, Jav.; Woeroe poclih, Jav.; 
Woeroc sa na, Jav. — Boom; TCene soort „csch- 
doorn". Gebr.: Het hout is licht maar hard, met 
vlaninien als vederen; men luaakt er jukken, wandel- 
stokken, kistjes eu andere kleine voorwerpen van. 

19. Achras Sapota L.* Nat. fam. der Sapo- 
taceae. Sabo djawa, Balin.; Saboe nianela, 
Madoer.; Saoe nianila, Makas.; Sawo Ion da, Jav.; 
Sawo manila, Jav., .Mal., Soend.; Sawo Ijina, 
Vuig. Mal.; Tjikoe, .Mal. — Boom. Gebr.: Afkomstig 
van lro]iisch-.\merika („sapodilla"). De vruchten (z.g. 
„West-Indische mis]ier') zijn gezocht en vandaar dat 
de boom vooral op Java nog al woi'dt gekweekt. In 
het Javaansch heeft men een raadsel: „Katjang ngrokok 
sawo", d. i.: „Katjang rookt sawo", met de oplossing: 
,Eeu Chinees rookt eene sigaar": de katjang is de 
katjang tjina, de sawo is de sawo manila. 

io. Achyranthes aspera L.' Nat. fam. der 

Amarantaceae. Bantjen, o. Jav.; Njarang, 
Madoer.; Sc ei in soei, Alf. Min., T.L., T.P.; T a n g- 
koer goenoeng, Soend. — Kiuid. 



21. A. bidentataBl.* Djoekoct tjorongj, 
Soend.; 1. ara garoct, Jav.: N j arang, .Mal.; Knng- 
gilan, Jav.; Koempoet koeda. Mal. Tini.; Soei 
in soei in taloen, Alf. Min. T. I,., T. I'. Variëteiten 
in .Mal.: Njaraug merali: Njarang poetih. — 
Kruid. Gebr. De vei'sche bladen zijn een middel tegen 
kwaadaardige mondzweren, terwijl de geheele plant als 
wormdrijveud middel bij paarden wordt aangewend. 

$) Ook Polygonnni-soorlen. 

22. Acorus Calamus L.' §) Nat. fam. der 
Araceae. .\rejango. Boeg.; Bila, .\lf. Boer.; 
Dar i ngii. .Soend.; Daringoe, Mal. Amb.; Dcringo, 
Jav.; Djahangoc, Balin.; Djangoe, Balin.: Dja- 
rangaoc, Minangk.; Djarango. Bat.; Dj ar ij an- 
gaoe, Minangk.; Djarijango, Mal. Bandj.; Dja- 
ri ngaoe, Soend.; Djcr augaoe. Mal.; Djerengcc, 
.\ljch; Djeringo, Sas.: T) j eringaoe, >Ial.: üjcu- 
reuugee, Atjeh: Djharango, Madoer.; Djhari- 
jango, Kaug.: Doringoe, Mal. Men.; Dringo, 
Jav.; Gauoeak, Mal. Tim.; Kaliraga, Sika; Ka- 
loemenga, .Alf. Jlin. Tousaw.; Kaloemoenga, 
.\lf. Min. Bent.; Karejango, Makas.; Kar i manga, 
Alf. Min. Bant.; K ar i men ga, Alf. Min. T. B., T. L., 
T. P., T. S.; Karoemenga, Alf. Min. Tonsaw.; 
Kojomboeng, Alf. Jlin. Ponos.; Koringa, Alf. 
Min. T. P.; Rangaoe, Mal. Bandj.; Kijangaoe, 
Mal. Bandj.; Salimbatock, Bal.; Sarango, Nias. 
In de Minahasa heeft men nog twee variëteiten, de roede 
eu witte, of in het Mal. Men.: Doringoe inerah 
en D. poetih; Alf. Min. Bant.: Kari manga ma- 
hendeng en K. niabida; .^f. Min. Bent.: Kaloe- 
moenga maltamoc en K. niawocro; Alf. Min. 
T. B.: Karimenga rangdang en K. koelo; .\lf. 
Min. T. L.: Karimenga mea en K. poeti; .\lf. 
Min. Tonsaw: Kaloemenga meha en K. bocdo 
of Karoemenga bocdo eu K. meha; .Vlf. Min. 
T. P.: Karimenga raindang en K. Koclo; Alf. 
Min. T. S.: Karimenga roendang eu K. poeti; 
.\lf. Min. Ponos.: Kojomboeng m o poeha en K. 
mowoero. Bovendien schijnen daar nog andere 
variëteiten voor te komen, wegens de zeldzaamheid als 
wilde soorten aangemerkt, en o. a. in het T. P.-dialect 
bekend als: Kari me u ga in tal oen rintek (kleine) 
eu Karimenga in t a 1 o e n sela (groote). if) — 
Kruid, de „kalmus". Gebr.: De gedroogde en fijn- 
gesneden stengel, als thee gezet en gedronken, is als 
middel tegen koorts in gebrnik. Een aftreksel van den 
wortelstok (overeenkomend met Enropceschen kalmus- 
wortel, rhiz. ealami arom.) wordt wel bij buik.aan- 
doeningen toegediend, terwijl op .\tjeh vroedvrouwen 
dien met sirih kauweu en gedurende zeven dagen het 
speeksel rondom een vronw, die bevallen is, uitsjiuwen, 
ten einde de ])asgeborenc voor kwade invloeden te 
beveiligen. Op Timor kauwt men den wortelstok met 
uien en bestrijkt met dit mengsel het lichaam, om bij de 
inzameling van was, niet door bijen te worden gestoken. 
Bij gebrek aan mest worden op nieuw ontgonnen velden 
hier en daar de bladen over den grond uitgespreid tot 
bevordering van het uitüuren van den bodem: elders 
verbrandt men die bladen ouder woningen, waar zich 
poklijdcrs bevinden, uiet het doel de booze geesten 
door den rook te verdrijven. .\an de zoogenaamde 
wilde soorten in de Minahasa schrijft men bij geesten- 
bezwering de grootste kracht toe; in meerdere streken 
worden stukjes kalmuswortcl als talisman beschouwd 
en daarom aan sieraden gedragen. 

f) Volgens somuiigen : .\corus gramincns Ait.* 
U) Wellicht bedoeld variëteiten van 3284 of andere 
Tacca-soorten. 

23. Acriopsis javanioa Reinw.* Nat. fam. 

der Orehidaceae. Sak at bawang, Mal.; Sak at 
oebat kepijaloe. Mal. — Epiphyt. 



Acrocephalus — Adenosterama. 



157 



24 - 47. 



2-1. Acrocephalus capitatus Benth.* Nat. 

fam. a,T Labiatae. \uiiting:in, Mal.; Sangke- 
tan ra ml) at. .lav. — kniiJ. 

■25. Acronychia laurifolia BI.* Nat. fam. 
der Rutaceae. Djcdjeroikau j), Soeud.; Ki 
djerofk, .'^iiend.; Ki salira, Soeiid.; lledjang, 
Mal.; Salira, Socnd. — Boom. (icbr.: liet hout 
wordt soms voor huisbouw tjebuzigd. 

f) Ook Atalantia spinosa BI. 

26. A. Minahassae Miq.* Kajoe rama in 
totogau, .Vlf. -Miu. T. 1'.; Kama iu totogan, 
Alf. >Iiu. T. P. — Boom. 

27. A. Porteri Hook.f.* Ketijak, Mal.: 
K c t i j a k b e 1 a 1 a 11 ï, MaLi L i m a o e h o e t a n, Mal. — 
Lage boom. (icljr.: tkt iiout wordt als tiiniiuM-hout 
bruikbaar gcaclit. 

28. A. trifoliolata ZolL* Tjareme alas, 
Madoer.; Tjcrmc Icuweiing, .Sociul.; Tjcrinej au, 
Jav. — Vrij lioiigo boom. (ïcbr.: Het hout wordt soms 
voor den bovenbouw vau huizen gebezigd. 

29. Acrostichum aureum L.* Nat. fam. 

der Filices. 1'akoe larat, Mal. — Varenjdant 
(„goudvareu'l. (iebr.: De jonge loteu worden als 
groente gegeten. 

30. A. trinerve Hassk.* 1'akoe tarate leu- 
tik, Soend. — Vareuplaut. 

31. Actephila gigantifolia Koord.' iNat. 
fam. der Euphorbiaceae. Boenag, .Uf. Min. 
Pouos. — Heester. 

32. Actinodaphne glomerata Nees.* -N'at. 

fam. der Lauraceae. §) Hoe roe ki-mejong, 
Socnd.: Hoe roe pajoeng leut ik, Soend. — Boom. 
Gcbr.; Het hout is als timmerhout in gebruik. 

§) .\ls algemeene benamingen voor tot de Lauraceae 
behoorende boomeu kunnen gelden : B o e r o e h, Madoer.; 
Hoc roe, Soend.; Madaug, Mal. Baudj., Minangk.; 
Medang, Mal: Jlodang, Bat. Daj.; Njampoe, 
Jav.; Pari poef oe, Knggano; Woeroe, Jav. 

33. A. macrophyllaNees.'Hoeroe kapok, 
Socnd.; Njampoc pajoeng, Jav.; Woeroe pa- 
joeng, Jav. Ng.; Woeroe songsong, Jav. Kr. — 
Boom. Gebr.: Het hout wordt soms bij huisbouw 
gebezigd. 

34. A. procera Nees.* Hoeroe pajoeug, 
Soend.: Hoeroe pajoeng gede, Soend.; Medang 
soes o e. Mal. — Boom, 

35. A.sphaerocarpa Nees.* Dj oengdjoeng 

boe kit, B;it.: Hoe roe pajoeng aloes, .Soend.; 
Hoe roe pajoeng ben er, Soend. — Boom. Gebr.: 
Het hout bij huisbouw. 

Sr,. ActinophorafragransWaIl.(=Schou- 
tenia ovata Korth.*). Nat. fam. der Tiliaceae. 

Alikoekoen, Balin.: Harikockoen, Socnd.: Kali- 
koe koen, B;ilin.: Roekoen, Soend.: Kok on, Madoer.; 
Landjif), Jav.: Lekoekoen, O. Jav.; Likoekoen, 
O. Jav.; W alikoekoen, Jav. Soend. — Vrij booge 
boom. Gebr.: Het bout dient als pinnen en tot ver- 
ïaanligiug van wagcna.ssen, n;igelsehijven, disselboomen 
en ankers vau kleine vaartuigen, eu is een der beste 
onder de Javaansehe houtsoorten. Honden, die rood- 
achtig zijn niet witte plekken, worden op Bali aange- 
duid met blang kalikoekocn. 

O In Saniarang zou de soort met licht vleeschklcnrig 
hout walikoekoen en die met donkerder hout landji 
hectcn. 

37. ActinorhytisCalappariaWendl.' Nat. 

fam. der Palmae. I' i n a u g h a u I o e, .Mal ; 1' i u a n g 
peuawar, .Mal.; Pi n an g se n d a w a, Mal. — Boom. 



38. Actinostemma lobatum Max.* Nat. 

fam.dirCucurbitaceae. M;ip:irija iu tjawok, 
Alf. Mui. T. P. — Klimplaut. 

39. Adansonia digitata L.* N;it. fam. der 

Malvaceae. Pohon boentiug, Vuig. Mal. — 
Boom. (iibr.: luheemsch iu Afrika („apenbroodboom" 
of „baobab"); slechts enkele exemplaren te Batavia 
eu Buitenzorg. 

40. Adenanthera falcata L.* Nat. fam. der 

LeguniinOSae. Kajoe salanakoe poetih, 
Mal. Mol. — Buoni. 

41. A. microsperma T.etB.* Baj, Mtidoer.: 

Sagawe, Balin.; Sagha baj, Madoer.; Scgawe, 
Jav.; Senggawe, O. Jav.; Sigawe, Jav. — Hooge 
boom. Gebr.: Het hout is voor meubels en voor huis- 
bouw gezocht. 

42. A. pavonina L.* A-i lal o e, Alf. Amb.; 
Ai laroe, Alf. .Amb.; Baji, Atjeh : Ga toenteng, 
Jav.: Ghak-saghakan binek, Madoer.; Ghak- 
saghakeen tongten g, Madoer.; Hita, Nias.; 
Kenderi batang. Mal.; Ki toke laoet, Soend.; 
Pikalo, Alf. Oei., Z. Cer.: Saga, Bat., Jav., Mal., 
Soend.; Saga djantan. Mal.; Saga hoetau, Mal.; 
Saga kajoe. Mal.; Saga mamentcng, Makas.; 
Saga mas, Jav.; Saga pohon, Vuig. Mal.; Saga 
toenteng §), Jav.; Sagha, Madoer.; Sagha ual, 
Kaug.; Sago, .Minangk.; Sago djantan, Minangk.; 
Seglawan, .Alf. Boer.; Soga, Socnd.; Sogo (zie 2635), 
Soend.; Taning badjang, Daj. K.at.; Towili, Alf. 
Tom. — Hooge boom. Gebr.: Het hout is geschikt voor 
huisbouw; de paarsroode platronde boontjes worden ook 
wel als goudgewicht gebruikt. Iu het Bataksch heeft 
men een spreekwijze: „Tihamon saga", (Minang- 
kabaoesch: „Bak manikam sago djantan"), d. i.: „Als 
het steken naar een saga-pit", om iemand aan te 
duiden, die niet te pakken of onkwetsbaar is. Een 
saga-pit (verg. Abrus, No. 3.) is de oplossiug van het 
Maleische raadsel : „Toeroen bockit uajek boekit 
berdjoempa darah satitik", d. i.: „Heuvel af, heuvel 
op, (overal) ontmoet men een druppel bloed". Saga 
is de oplossiug vau het Jav.aanschc raadsel: „Botjah 
tjilik klambine abang bedede abaug ikcte gadoeng", 
d. i.: „Een kleine jongen met een rood baadje, een 
roode saroeng en donkerblauwen hoofddoek", want 
alleen bij den steel zijn de pitjes zwartaehtig. 

$) Hierbij is, met afwijkiug van het Jav. Woorden- 
boek, JIeïer Ranxeft gevolgd, die in Verh. Batav. 
Gen. Dl. XLVII, blz. 31 saga telik als oplossiug 
geeft van het Jav. raadsel: „Wit kalinden godoug 
asem wohe klenteng", d. i.: „Een boom als kaliuden 
(ecu soort touw), bladen aU die van tamarinde, vruchten 
als ]iitteu vau deu randoe". (= Abrus). 

43. Adenosacme longifolia Wall.* Nat. 

fam.dcrRubiaceae. Koejatingkohoejaugan, 
Alf. Min. Puuüs.; Nasik-nasik boekit, Mal. — 
Heester. 

44. A. Minahassae Koord.* Karaiocsan, 

Alf. Min. T. B. — Kruid. 

45. AdenosmacapitatumBenth.* Nat. fam. 

der Scrophulariaceae. Koetjing-koetjing, 
Mal.; Koekofi-rockoe hoe tan. Mal. — Kruid. 

46. A. CaeruleumR.Br.* Selaseh banjoe. 
Mal. — Kruid. 

47. Adeiiostem.ma fastigiatum D.C. (= 
A. viscosum Forst.* Verg. No. 49). Nat. fam. 
der Compositae. Djockoet mande 1, Soend. — 
Kruid. 



Adenostemma — Afzella. 



158 



48 - 70. 



48. A. ovatum Miq.' Dj oc koet iiuimltl 

bodns, Soeiid. — Kruid. Gebr.: In de inl. geneeskunst. 

49, A.viscosum Forst.* Locmnpoet koel o, 
Alf. Min. T. li.; Uiiiljrl, Alf. Min. T. 1'.; Itutm- 
poet [jiiair, iMal.; Siihiwci, Alf. .Min. T. 1'.; Scni- 
boeng gadjnh. Mul. — Kruid. 

5(1. AdinapolycephalaBenth.* vur. ara- 
lioidesMiq. Xiii.i'aiu.di iRubiaceae. A uggrit 

(zie-'U7),Soc[iil.; K aj o r koe In ji i t, .Mal.l'al.; .\ au je i, 
Lamp. — Boom. (nbr.: Levert goed tiniiuerhuut, dat 
bij huisbouw gebruikt wordt. 

51. A. rubescens Hemsl.* Bcromboug, 

Mal.; M eruuibüug §1, Mal. — Booui. Gebr.: liet 
hout is geelachtig bruiu eu nel gezocht. 
§) Ook Tiuiouius Koeuigii BI.* 

.52. Adinandra Brefeldii Koord.* -N'at. faui. 
derTernstroeiniaceae. N o c u u e k m a k a u e w o c, 
Alf. Jlin. Beul.; W c r a u g (/.ie 265(1), Alf. Min. T. 1'. — 
Boom. (iebr.: Hout geschikt voor huisbouw. 

53. A. cyrtopoda Miq. (— A. dumosa 

Jack.* (zie .No. ."it, 55)). Api-api goeuoeng, Sum. 
W. K. — Heester. 

54. A. dumosa Jack.' üaoeu sariboe> 
Sum. \V. K.; Ml- da lig a p i - a p i, M;i!.; 1' i u a n g- 
piu ang g<jc nd i c k, ^liuaugk.; Pokok go e la, Mal.; 
Tij oeji-t ijoep, Mal. — Boom. Gebr.: Levert deugd- 
zaam hout, dat geschikt is voor huisbouw eu uiet 
door witte mieren wordt aaugetast; op de vruchten 
azen de vleermuizeu. 

55. A. dumosa Jack.* var. oblonga Boerl. 

Kajoe ranoe, Lani]).: Peloc ni p;i n g aljaug, .Mal. 
Val.; Peloempaug hitam, Mal.; Uanoe, Lamp. — 
Boombeester. Gebr.: Levert goed hout. 

5(i. Aegiceras majus Gaertn.* Nat. fam. 

der Myrsinaceae. .Vdjoe dadi-dadi, Boeg. 
Dadi-dadi^), Boeg., Makas.; Diudehan, Saugi ; 
Gigi gadjah, Mal.; Kajoe dadi-dadi §), M;ikas.; 
M auggi-m auggi boen ga. Mal. JIol.; Oenti 
djawa, Jlakas.; üenti-oenti, Makas.; Oetji- 
oetji, Boeg.; Tandoe- 1 an d oe. Boeg.; Teroeu- 
t o e m §§), ï\Ial.: T r o e u t o e m, O. Jav.; ï r o e n t o e u g, 
Jav. — Boombeester (,,river mangrove"). Gebr.: Het 
hout dient tot het branden van houtskool en het sap 
der vruchteu moet ecu geneesmiddel tegen uitslag zijn. 

{) Ook Luninitzera eoecinea Vi. et A.* (zie 2101)). 

§{) Ook .Vrdisia sp. 

57. Aeginetia Centronia Miq.* Nat. fam. der 

Orobanchaceae. Kcmbaug seureuh, .Soend. — 
Kruid. Gebr.: Ontlccut zijn naam hieraau, dat het 
als pai'asiet groeit op wortels van Piper sp, 

58. Aegle Marmelos Correa.* Nat. fam. 

der Rutaceae. B i l a, Balin., Bocj;., Madoer., Makas., 
Soemba; Bila ghedhaug, M.adocr.; Bilak, Jlal.; 
Koemoekoih, Atjeh; Madja, Balin., .ïav., Mal.; 
Soend.: M aos, Jav.,Kr.I).; Pelang^?), Balin.; P i lan g, 
Balin.; Takoe, Boeg.; Tangkoeloe, Makas. V.arié- 
teiteu in Jav.: Madja g a 1 e p o e n g ; ,M . g e d a n g ; 
M. loc moet; JI. pait. In Madoer.: Bila paek. 
In Mal.: Madja batoe of M. ingoes. In ^Iakas.: 
Tangkoeloe djawa; T. Icpa; T, soelapa. — 
Vrij lage boom, de „bael tree". Gebr.: Het hout gezocht 
voor gevesten van krissen, maar deze boom wordt ge- 
woonlijk om de eetbai'c vruchten (,,slijmai)pels")gcspaard; 
zij hebben een zoeten lijmcrigen smaak; liet sap dient 
wel voor brievenlijni : de jonge bladen, uiet sirih-kalk 
vermengd, zijn een geneesmiddel voor schurft ;zij worden 
door rhinocerossen gegeten. De schaal der vrucht wordt 
nel vergeleken met iets, dat zuiver roud is. Verg. 



1'eronin, No. 1428. In Zuid-C'elebes was hetMakasaarsche 
„atjcra tangkoeloe" (of Boeg.: „madara takoe"), d. i. : 
(wit) bloed hebben, dat overeenkwam „met het sap 
van .Vegle", voor de vorsten een bewijs, dat zij van 
goddelijke afkomst waren. 

59. Aërides acuminatissimum Lindl.* 

.N'at. fam. der Orchidaceae. Auggn-k dijoek, 
Soend. -■ Kpipbvt. 

(10. Aerva sanguinolenta BI.* Nat. fam. 
der Amarantaceae. Gondang kasih, Jav.; 
Keudoeroe, Jav.; Kebha e t-raedh an, Maduer. B.; 
Heb ba et-retau, Madoer. S. — Kruid. Gebr.: Een 
afkooksel wordt bij bloedwatereu gegeven. 

(11. Aeschynanthus Horsfieldii R. Br.* 

.\;\t. fam. der Gesneraceae. Arcuj ki-kaudel 
leutik(,yi, Soend. — Kpiphjtische heester. 

C2. A. longiflora BI.* Songgom arcuj (?), 

Soend. — Epiphyt. 

63. A. pulchraDon.* M auljiringp), Soend. 
— Epiphvt. Gebr.: .Als sierplant. 

64. A. purpurascens Hassk.* Mangan- 

deuh§) man dj el, .Soend. — Epiphyt. 
$) Ook vele I.oranthaceae. 

B5. A. radicans Jack.* Akar berocnocs. 
Mal.: -Vkar rauibai daoen. Mal.; Sim bar b oe- 
roen g. Mal.; Sim bar ked is, Balin. — Epiphjiisehe 
halflu'ester. Gebr.: Bij hoofdpijn de bladen als pap. 

66. A. VOlubiliS Jack.* Akar sidingin 

djambi, Suul. \V. K. — Kpiphylische klimplant. 

67. Aeschynomene indica L.* Nat. fam. 
der Leguminosae. ll i ud i ng (zie 1765), o. Jav. — 
Kruid. 

fis. Afzelia bijuga A. Gray.* Nat. fam. 

der Leguminosae. Adjoe dewatae, Boeg.; 
Bajang, Maka.s.; Dowora, Alf. Halm., Tem.; Ipi, 
Boeg.; Ipil, Alf. Min. Bent., Sas.; ï])in. Sas.; Isele, 
Alf. Oei., Z. Cer.; Isere, Alf. Oei., Z. t'er.; Kajoe 
besi (zie 1810), Mal. Men.; Ki tariti, Soend.; 
Lehase, Sangi ; Maroeasei, Alf. Min.; Merbo, 
Vuig. Mal.; üpili, .Uf. Tom.: Tariti, Soend.; 
Waroeasei, Alf. Min. T. S.; Wesele, Alf. Oei., 
Z. Cer. Variëteiten in Alf. Halm. en Tcrn.: Dowora 
k ome-k ome, de beste; D. na ka, middelsoort; D. 
papoewa, de slechtste. — Hooge boom. Gebr.: Eene 
soort ijzerhuut. Het wordt door inlanders hoog geschat 
voor huisbouw, wegens sterkte eu duurzaamheid ge- 
roemd ; versch gekapt is het helder rood, welke kleur 
echter spoedig in bruinrood overgaat. .\.ls een slavin 
huwt met iemand van vorstelijke afkomst, zegt men 
in het Boegincesch : „Nawaloen ni ipi tjenrau:v', d.i.: 
,jDe vorsten der boomeu (nl. ipi eu tjeuraua) hebbeu 
haar ingewikkeld". 

69. A. coriacea Bak.* Merbaoe koen ing. 
Mal.; ^lerbaoc kocnjit, ^lal.: Merbaoe loeng- 
keh, .Vtjeh : Alerbaoe tan doek, Mal. — Boom. 
Gebr.: Het hout is hard en moeilijk te bewerken, 
maar wordt toch gebezigd voor stijlen, plaukeu en 
inlaudsche vaartuigen. 

70. A. palembanica Bak.* Kide, Enggano; 

Marbaoe, Lamp., Mal., W. Bom.; Merbaoe, NLal.; 
Merbaoe aj er. Mal.; Merbaoe ijer, Atjeh; 
Merbaoe poetih. Mal.; Mor bo. Bat.; Sesepaug, 
Mal. Pal.; Toch o, Nia.«. Variëteiten in Midd. Sum.: 
Merbaoe i j) i 1 of ipilf): M. sepang; .M. tekoe- 
joeng. — Hooge boom. Gebr.: Palembangsch ijzer- 
hout levert een van de meest gewilde en fr.aaiste 
houtsoorten op. Het is sterk, wordt in het gebruik 
donker van kleur, niet door witte mieren aaugetast ; 



Afzella — Aglala. 



159 



71 - 96. 



het dieut o. a. tot vervaardigiug vaa kisten tev be- 
waring van kostbare voorwerpen. 

§) Voor het Uaj. Z. O. Born. wordt eveneens een 
deugdzame houtsoort als ipil opgegeven; welke Afzelia, 
is onzeker. 

71 A. puberuia Miq. Pat ai rimbo (zie 
2765), Miuangk.; l'atai tjatjang (zie 2536), Mi- 
naugk. — Boom. 

72. AgalmylaangustifoliaMiq.* Nat.fam. 

der Gesneraceae. Sirieh rimbo, Miuangk. — 
EpipbyliM-lu' heester. 

73. Aganosma marginata Don.* Nat fam. 

der Apocynaceae. Sekati lima, .Mal. — Klim- 
mende heester, (iebr.: De wortels cu bladen in de 
inl. geneeskunst. 

74. Agave cantuIaRoxb. (=A.vivipara 
L.*). -Nat. fam. der Amaryllidaceae. Lauaa 
bal and ha, .Madoer. B., P.; Nanas baland ha, 
Madoer. S.; Nanas bclauda, Vuig. Mal.; Nanas 
koesta, Mal.; Nanas scbrang. Vuig. Mal.; Pau- 
dang djawa, Makas.; Paureng djawa. Boeg.; 
Pisang uane laoei, Minangk. — Kruid, naverwant 
aan de z.g. 100-jarige aloë („century plant"). Gebr.; 
De vezels worden verkregen door de bUiden met een 
bamboezen mesje af te schrappen ; van deze wordt touw 
vervaardigd. Deze en andere Agave's worden als vezel- 
plant gekweekt; .\. rigida geeft sisal-hennep, A. 
aniericana tam])ico-hennej), X. heteracantha ixtle-vezel. 

75. Agelaea vestita Hook.f.* -Nat. fam. 
der Connaraceae. .Vkar katjaug. Mal.; .ikar 
roesa-roeaa, Mal.; Akartelor boedjok. Mal. — 
Klimmende heester. 

70. A. "Wallichü Hook.f.* Akar katjang 
djantaii, Mol. — Klimmende heester. 

77. Ageratum conyzoides L.* Nat. fam. 

der CompOSitae. Auekahwa, Enggano ; Baba- 
do tan bc ureum, Soeud.; Daoen tombak. Mal.; 
Uawet, .\lf. .Min. T. S.; Godong wedoesan, Jav.; 
La wet, X\{. Min. T. B., T. L.; Mawooe sopi, Alf. 
Min. T. L.; Roekoe berabe, Bonth.; Roekoet 
mawoüc sopi, Alf. Min. T. L.; Roekoet weroe, 
AJf. Min.T.P.; Roempoetsopi, Mal. Men; Siangik, 
Minangk.; .Siangit, Mal.; .Sian ik, Minangk.; Tem- 
poejak, Balin.; Tombak djantan. Mal.; We- 
doesan, Jav. Variëteit in Soend.: Babadotan 
hcdjo. — Kruid. Gebr.: De tijngestampte bladen van 
dit onkruid worden in water gedaan en dit tegen 
borstaandoeningen te drinken gegeven ; ook dienen 
deze wel als veevoeder. 

7"^. Aglaia acida K. etV.* Nat. fam. der 

Meliaceae. 1. angsatan, Jav. — Vrij hooge boom. 

79. A. argentea BI.* var. anguatata Miq. 

Bhaugsol, Madoer. — Vrij hooge boom. 

80. A. argentea BI.* var. cordulata C. 

DeC. Doerenaii, .lav.; MachlasaI, Alf. Min. 
Tonsaw.; Madansot, \\(. Min. T. .S.; Mahalausa, 
AJf. .Min. Bent.; .Mahalansot, Alf. :Win. T. B.; 
M ah al aso t, Alf. Min. T. B.; Malansot, Alf. Min. 
T. P.; M al as o t 5), Alf. Min. T. L.; .Selang, Jav.; — 
Vrij hooge boom. Gebr.: Ilct hout heet grof, en weinig 
duurza.ani; wordt dus zelden gebruikt. 

$) De Alf. Min. -namen gelden voor meerdere Aglaia- 
soorten (zie ook 'J'J, ;il3 en 29(!0). 

81. A. argentea BI.* var. multijuga K. 

6t V. Bhjingsol, Madoer.; Doerenan, Jav.; 
Mahalausa niahanioe, Alf. Min. Bent.; Malasot 
«ela, Alf. Min. T. F,.; Wole sela, Alf. Min. T. I,., 
T. P. — Boom. Gebr.: Hout wordt voor huisbouw 
gebezigd. 



82. A. argentea BI.* var. splendens K. 

et V. Tauglar goeuoeug, Soend. — liouin. 

83. A. aspera T. etB.* Tauglar peutjaug, 
Soeud. — A'rij hooge boom. 

84. A. barbatula K. et V.* Siloewar, 

Soeud. — Vrij huoge boom. tïebr.: liet hout zou sterk 
en duurzaam zijn ; wordt weinig gebezigd, onulat de 
boom zelden voorkomt. 

85. A. canariifolia Koord.* Pisek tana, 

Alf. ^liu T. B. — Boom. Gebr.: Hout bruikbaar voor 
huisbouw. 

8ti. A. cauliflora Koord.* Sapoetan, .\lf. 
Min. T. B., T. L.; Sopoetan, Alf. Min. T. P. — Boom. 

87. A. dysoxylifolia Koord.* Wole §), Alf. 

Min. T.L., T.1'.,T.S.;\V o 1 e m e a, Alf. M iu.T.L. — Boom. 
§) Ook Gironuiera parvifolia Plauch.* (zie 1634). 

88. A. edulis A. Gray.* Mamoeara disik, 
Alf. Min. Tonsaw. — Boom. Gebr.: Hout bij huisbouw; 
vruchten eetbaar. 

89. A. elaeagnoidea Benth.* Pautjal 

kidaug (zie 97), Jav.; I'aljar goeuoeng, Jav. — 
Lage boom. Gebr.: Het hout dieut tot vervaardiging van 
padie-stampers; de bloemen zijn wegens haar geur gezocht. 

90. A. Eusideroxylon K. etV.* Langsat 

loetoeng^), Baliu.. Jav.; Lotong, Madoer.; Sat 
lotoug, Madoer. Variëteit in Madoer.: Lotong pote 
of S. 1. po te. — Zware boom, woudreus. Gebr.: Eene 
soort ijzerhout. Het is gezocht voor huis- en bruggen- 
bouw; vooral voor balkeu, als het op sterkte en duur- 
zaamheid aankomt. Van alle Aglaia-soorten moet deze 
het deugdzaamste hout opleveren ; is voor Üost-Java, 
wat rasamala in AVest-Java is. 

j) Ook Aglaia heptaudra K. et V.* 

91. A. Forstenii Miq.* iMahawoöe lau- 

soena(zie 1188), Alf. Min. T. B.; Pisek riutek, 
Alf. Min. T. L.; Wole riutek §), .Alf. Miu. T. L., 
T. P. — Boom. Gebr.: Hout bij huisbouw. 

§) Dezelfder Wï. Min. -namen gelden ook voor Aglaia 
nuifoliolata Koord.* 

92. A. glabriflora Hiern.* .Pasak beras- 
beras, Mal.; Pasak nier ah. Mal. — Boom. Gebr.: 
Levert goed timmerhout. 

93. A. Grifflthii Kurz.* Pisek sela, Alf. 
Min. T. L. — Boom. Gebr.: Hout bij huisbouw. 

94. A. javanica K. etV.* M a w o w i s r i u t e k, 
Alf. Min. ï. L. — Boom. 

95. a. A. Menadonensis Koord.* />■ A. 
Minahassae Koord.* Pisek, Alf. -Min. — 

Boomeu. Gebr.: Het hout van 6. is voor bruggen en 
huisbouw gezocht. 

96. A. Odorata Lour.* Bhangtjar tjcna, 
Madoer.; Boe nga pat j ar a t j i n a, Makas.; Boe nga 
tjoelang, Makas., Mal. Mol.; Boengong kertas, 
Atjeh; Kampantja tjina, Bimau; Kern bang 
tjoelan, Jlal. Batav.; K e r t a s, Atjeh ; Kemoening 
tj ina. Vuig. Jlal.; Kijoelan, Sas.; Pantjar tj iua. 
Sas.; Patjar pren ti 1, Jav.; Patjar tjina, Baliu., 
Mal. Batav.; Patjar tjena, Madoer.; Patjar tjoe- 
lam, Jav.; Patjar tjoelan, Soeud.; Tjaoelan, 
Mal.; Tjar tjena, Madoer.; Tjoelan, Soend.; 
Tjoelang, Boeg., Makas., Mal. Men.; Tjolan, Mal. 
Variëteiten in Soend.: Patjar tjoelan beureum; 
P. tj. bodas of tj. bodas of tj. beureum. — 
Boomhccster. Gebr.: Is in N.-Ind. uit China ingevoerd 
en als sierplant in tuinen vrij algemeen. De kleine 
welriekende bloemen, in China als thee-parfum ge- 



Aglaia — Albizzia. 



160 



97 - 123. 



bnilkt, zijn «fzucht om in liet haar gcdragfn en | 
tussrlicn klicdi-ii-n golegii te worden. Een afkoül<3el der 
bliulen wordt inwendig bij venerische ziekten aangewend. 

97. A. odoratissima BI. (= A. Diepen- 

horStii Miq.*) Ki bewok peuljang, Soi'nd.-, 
Vantjal kidaug (zie S9), Jav.; Pi kopijan, 
Madoer. — Zeer lage boom. Gebr.: De bloemen als 
welriekend gezoeht. 

98. A.palembanicaMiq.'Kajoe oedang- 

oedaug(-), .Mal. Pal.; Oedang-oedang $), Mal. 
Pal. — Boom. 

§) Ook Psvehotria robusta Bi.» (zie 2873). 

99. A. palembanica Miq.' var. bome- 

ënsis Miq. .Mahisot (zie SO en 29(;i)), .\lf. Min. 
T. 1,.; W ole jioeti. .Vlf. .Min. T. I,.; — Boom. Ciebr.: 
Hout geschikt voor planken en balkeu. 

100. A. rufa Miq.* Kesek-kesek, Alf. .Min. 
Bent. — IBoom. Gebr.: Hunt bij huisbouw. 

101. Aglaonemaangustifolium N.E.Br.* 

Nat. fam. ibr Araceae. Locmiioej, Soend. — 
Kruid. Gebr.: De bladeu worden wel gebezigd om 
tabak iu te wikkelen, en ook als geneesmiddel. 

102. A. commutatum Schott. (= Scin- 
dapsus Cuscuaria Presl.*). Mata bisocl, 

Hal. — Kruid ; verg. volgend nummer. 

103. A. Cuscuaria Miq. (— Scindapsus 
Cuscuaria Presl.*). Sambloeng (zie 3()7f'i). 

Balin.: Tali koe^ne. Mal. Amb.; Walet makel, 
Alf. Z. (Vr. — Windend kruid. Gebr.: De .Vmbousehe 
namen zijn hieraan ontleend, dat de bloemen en 
vruchten door de buidelratten gegeten worden. 

10-t. A. marantifolium BI.* Antaladan, 

Bat.; Birah ajer, Mal; Keladi ajer, Vuig. Mal.; 
Tales aeng, Madoer. — Kruid; verg. 106. 

105. A. minus Hook.f.* Boewah mata 
o e d a n g, ^lal.; D j e d j o e w a n g h o e t a n, Mal.; D j o e- 
wang-djoe w ang hoetan. Mal.; Iicndjoewang 
hoetan, Mal.; Mata oedang. Mal; Selimpat 
ajer. Mal; Sendjoewang hoetan §), Mal. — Kruid. 

§) Ook Apostu'sia noda Br.* (zie 2s2). 

IOC. A. oblongifollum Kunth. (— A. 
marantifolium BI.*), üaoen lidah gadjah, 
Mal; Lidah gadjah, Mal — Kruid. 

107. A. simplex BI.* Kiraj, Alf. .Min.Tonsaw.; 
Loempoej, Soend. — Kruid. 

108. A. Treubii Engl.* Bete oetan, .Mal 
Men.; Doajoe, Alf. .Min. T. L.: Kocntasa, Alf. Min. 
Bant.; Kolai iu tal oen, Alt. Min. T. I,.: Tawa 
im bolai, .\lf. Min. ï. P.; Tojaug, .Uf. Miu. 
Bent., Tonsaw. — Kruid. 

109. Agrimonia javanica Jungh. (= A. 
Blumei Don.*). Nat. fam. der Kosaceae. 

Godong widadari, Jav.; Poeloetau idjoe^), 
.lav. — Kruid, cene soort „agrimouie". 
i) Ook Urena. 

nn. Agrostistachys longifolia Bonth.* 
var. Malayana Hook.f. Nat. fam. drr Eu- 

phorbiaceae. Djoeloeng-djoeloeng, Mal — 
Heester, (iil)r.: D(^ bladen worden wel gebruikt als 
dakbedekking en om iets iu te wikkelen. 

111. Agrostophyllum glumaceum Hook. 

f.* N.at. fam. der Orchidaceae. Boeng.a sakat. 
Mal; Sahat-i-ahat, Bat.; Sakat, .Mal; .Sakek, 
Miuaugk.; Sao e me, Alf. Min. T. P. — Kpiphït. 
Gebr.: V'olgeus het bijgeloof zijn sakat-soorteu de ver- 
blijfplaats van geesten. 



112. Agyneia bacciformis Juss.' Nat. fam. 

der Euphorbiaceae. Sasah lemboct, Socnd. — 
Heester. 

li:i. Ailanthus malabarica D.C.* var. 
moUis K. et V. Nat. fam. der Simarubaceae. i) 

Kajoc raden, .lav. — - Boom. 
f) Wellicht identiek met 115. 

114. A. moluccana D.C.* Ai lanit, Alf. 

Z. C'cr.; Ail laniol, Alf. N. I.aoet; Ail lauitol, 
Alf. Sap.; Hoeis, Mf. Min. Bent.; Kajoe rocris, 
Alf. Min. T. I,.; Poen hoeis, .\lf. Min. Bent.; 
Pohou la n git. Mal A.m\i.; Uoeri», AU. Min. 
T. L. — Boom. Gebr.: Het bout is bij huisbouw iu 
gebruik. 

113. A. moluccana D.C.* var. mollis K. 
etV. Balaugitan «), Alf. Miu. T. L.; Rangka, 
Alf. .Min. T. P.; Sap ang, Alf. Min. Tonsaw. — 
Boom. Gebr.: Als voren. 

f) Ook Tetranieles uuditlora U. Br.* (zie 3325). 

llfi. Alangium celebicum Koord.* Nat. 

fam. der Cornaceae. Mojougkopi, .\lf. Min. 
Ponos. — Boüui. 

117. Albizzia Lebbek Benth.* -Nat. fam. 

der Leguminosae. Ki toke§), Soend.: Te kik, 
Jav. — Bocjin. (iibr.: Van het fijne eu harde hout 
(„O. Ind. notenhout", „bois noir") worden krissehecden 
gemaakt, het sap der takken dieut wel om de tanden 
zwart te kleuren. 

j) Ook A. tomentella Miq* 

US. A. lebekkoides Benth. (= A. odo- 
ratissima Benth.*). Bhoengkana ereng, 
.M.uloer.; Kreng, Madoer.; Kedindiug, Jav.; Ke- 
d i n g d i n g, Jav.; R e n g, Madoer.; T a r i s i, Soend. 

— llooge boom. 

119. A. littoralis T.etB.* Kclo in tasitj, 
Alf. Miu. T.P.; Kelor laoet (zie 2345), Mal. Amb.; 
Kelor pan te. Mal. Men. — Boom. 

120. A. Minahassae Koord.* Bowoi, Alf. 

Miu. Ponos.: K aj ,m' roja (zii' 09*), Alf. Min. T.L.; 
Kajaugo, Alf. ".Min. Beut.: Koja, Alf. Miu. T. L. 
Tereng koese, Alf. .Min. T. P. — Boom. Gebr.: 
Levert vrij goed bouw- en timmerhout, dat vooral 
voor planken wordt gezocht, omdat het gemakkelijk 
te bewerken is. 

121. A. moluccana Miq.* Djeungdjing 

laoet, Soend.; Pohou si kat, Banda: Se ugo n 
landi, Jav. Kr.; Seugon laoet, Jav.; Sengon 
Ion da, Jav. Ng.; Seugon sabrang, Jav. — Hooge 
boom. Gebr.: Is nit de Molukken op Java ingevoerd 
en als snelgroeiende schaduwboom in koffietuiuen ge- 
plant; heeft bij wind weinig weerstandsvermogen. 

122. A.montanaBenth.* Bilalang, .Makas.; 
Bilalang bajawo, Makas.; Ha roe man f), Soend.; 
K e m 1 a n d i n g a n M), Jav.; K e m 1 a n d i u g a n g o e- 
uoeng, Jav.; Ki har oe man, Soend.; Kolontara, 
Jav.; Poeloeugan, Jav.; Solontara, Jav.; Wi la- 
lang. Boeg.; Wilalang telo, Boeg. Variëteit in 
Jav.: Osit^ — Kleine boom. Gebr.: De jonge peuleu 
worden wel als groente gegeten; het hout is veel als 
brandhout in gebruik. 

§) Ook Pitheeolobium montanum Benth.* (zie 2764). 

^) Ook Leueaena glauea Benth* (zie 2027), die uit 
.\merika is ingevoerd en in vele streken van Java 
gekweekt wordt. 

123. A. proceraBenth.* Bangkal. Madoer.; 
Be roe, Madoer.: Bilalaug basi, Makas.; Ki 
hijang, Soend.; Wangkal, Balin., Jav.; WeroeJ), 



Alblzzia — Allacophanla. 



161 



124 - 136. 



Balin.,Jav.; W ilalamiiesi, Boeg.; Wilalaug pcsi. 
Boeg. — Huuge boom. Gebr.: Levert ceii tiinnierhnut, 
dat voor meubels, laudbuuwgereedschap en bij huisbouw 
gezocht is. De schors is in het zuiden der 1'reanger, 
met andere middelen gemengd, als vischvergift iu 
gebruik, en wordt in .\Iidden-Java met wat zout wel 
als geneesmiddel voor buftels aangewend. 

f) Toch schijnen de Javanen onderscheid te maken 
tusscheu wangkal eu weroe. 

124. A. rufaBentll.* Tarisi areuj.Soend. — 
Klimmende heester. 

125. A. saponaria BI.* Fofaoe, Alf. N. O. 

Halm., -Mal. Mul, Teru.; Hajoe pangir, Bat.; 
Isoe, Biinan.; Kadjainas, üaj. Samp.; Kasei, 
Daj. Kat.; Langer, Baliu., Sas.; I.angi, Boeg.; 
Langir, Vuig. Mal.; Langiri, Mak;vs.; Pangir, 
Bat.; Pipewi, Alf. N. O. Halm. K. — Boom. Gebr.: 
De bast wordt in water geweekt eu vervolgeus lijn 
geklopt, waarna die een wit schuim geeft, dat bij 
wijze van zeep gebruikt wordt, o.a. tot reiniging van 
krishcften en tot zuivering vau het hoofdhaar. Van 
daar dat audere middelen, die tot ditzelfde doel 
dieueu, in de spreektaal wel met hetzelfde woord 
langir (of verwanten) worden aangeduid. 

12fi. A. splendens Miq.* Benatan, Lamp. — 
Boom. Gebr.: Huut duuizuam eu voor huis- eu scheeps- 
bouw gebezigd ; vooral w ordeu er planken van gezaagd. 

127. A. stipulata Boiv.* Djeuugdjiug, 

Soend.; Djeuugdjiug soenda, Soeud.; Sengg- 
boeng, Jladoer.; Sengon, Jav.; Sengon djawa, 
Jav.; Singou, Jav.; Singon djawa, Jav. — Hooge 
boom. Gebr.: Het hout wordt dikwerf voor prauwen en 
huisbouw gebruikt; de bast als visehbedwelmend middel 
aangewend, .-lis schaduwboom iu koflictuincn aanbevolen. 

128. A. tomentella Miq.* Kam boel, .Mf. 

Min. Bent.; Ki-toke (zie 117), Soeud.; Locbi (zie 
2760), .Uf. Min. T. P.; Te kik, .Lav. — Boom. 

129. A. tomentella Miq.* var. Salajeriana 

Miq. L o e b i i u d e k a t, AJf. Min. T. P. — Boom. 

130. A. sp. Ai malaha, Alf. Z. Cer.; Kajoe 
tikoes. Mal. Amb. — Boom. 

131 Alchemilla villosa Jungh.* Nat. fam. 

der Rosaceae. Octik apoe, (I. Java. — Kruid, 
eene soort „lecuweiiklauw". 

132. Alchornea rugosa Muell. Arg.* Nat. 

fam. der Euphorbiaceae. Karauakang, Alf. 
Min. Tou^aw , Ki iiewok, Soend. — Boom. 

133 A. Zollingeri Hasak. (= A. villosa 

Muell.*). Kami boekit. Mal.; Rauii hoetau, 
Mal. — Heester. Gebr.: Men verkrijgt er vezelstof 
van, als touw gebezigd. 
134. Alectryon ferrugineum Radlk.* Nat. 

fam. der Sapindacea©. Wooscl riutek, .Mf. 
Min. T. P. — Boom 

13.Ï. Aleuritea triloba Forst.* Nat. faui. 
der Euphorbiaceae. Amiroe, Alf. W. Cer., '/,. 
Ccr.; Ampiri, Boeg.; Bajaoe, Alf. Miu. Bant.; 
Boewab karch, Miuangk.; Bocwah keras, Mal.; 
Boe w ah tondi:h, Miuangk.; Boh kereh, Atjch ; 
I) e r e k a n, Baliu. Kr., Jav. Kr.; E t a - e t a, Alf. N. Laoet, 
.Sap.; Gambiri, Bat; Haget, Alf. Boer.; Hagi, 
Alf. Boer.; Hambiri, Bat.; 11 i amiroe, Alf. Z. Cer.; 
Hiawakan, Alf. Z. Cer.; Kaleli, Biman.; Kamerc, 
Madoer.; Kamer i, Balin.; Kam ie, .Solor; Kamiu- 
ting. Vele Talen.; Kamiri, Alf. .\sil., Hila, Mal. 
Mol.; Kami roe, Alf. W. Cer., Z. Cer.; Kawiloe, 
Soeuiba; Kemeleug, Midd. .Sum.; Kern i li, Koeboe ; 
K e m i 1 i n g. Koeboe, Lauij).; K e m i u t i u g. Vele Talen.; 
Kemiri, Jav. Ng., Mal. Batav.; Koembek, Mal.; 



K o m e re, Madoer.; L a u a (zie 1941), Alf. Min. Tonsaw.; 
[j e k o u g, S.as.; L e p a t i, .\ir Tom.; M ere, Madoer. B.; 
Mi doe," Alf. W. Cer., Z. Ccr.; Miri, Jav. Ng.. 
Soembawa; Mirié, Kisar; Miroe, Alf. W. Cer., Z. 
Cer.; Moentjang, Soend.; Oemiri, Gorom; Oiwa- 
kane, Alf. Har.; Pelen g. Boeg.; Peridja, Koetei; 
Pidekan, Jav. Kr; Pokok boewah keras. Mal.; 
Saketa, Alf. Halm., ïern.; Sapili, .W. Tom.; 
Sapiri, Makas.; Tauaon,.Bat. Mand.; ïeno, 'l"im.; 
Tiugkih, Baliu.; Tondeh, Minangk.; Wajaoe, 
Alf. Min. Bent.; Wijaoc, Alf. Min. T. B., T. L., 
ï. B., T. S. Variëteiten in Madoer.: K. lalakelc; 
K. parta; T. tolang; In Mal. Men.: Kamiri 
besar; K. ketjil; In Alf. Min. T. L., T. P.: 
Wijaoc sela; W. im beu e. — Boom, de kemiri-boom. 
Gebr.: Bij allerlei kinderspelen zijn de noten („candle 
uut", „bankul nut") in gebruik ; zij dienen ook bij 
de rijsttafel. Van belang is de hieruit bereide olie. 
In Zuid-Celebes en op de Ambonsche eilanden stampt 
mcu de noteu liju en kneedt bet deeg, vermengd met 
wat kapas of kapok, rondom dunue reepen b.auiboe, 
die aldus bij wijze vau kaarsjes worden gebrand. 
De na verbrauding fijngewreven noot dient aldaar 
ook om de plekken, waar wenkbrauw- of voorhoofd- 
haartjes uitgetrokken zijn, zwart te makeu ; de zwakke 
sekse meent, dat dit tot verhooging vau haar schoon- 
heid strekt. Op Bali wrijft men hiermede de beschreven 
lont.ar-bladen in om de letters beter te doen uitkomen. 
In de Bataklaudcu worden de noten fijn gestampt eu 
met houtskool gebrand, om dan bij hardlijvigheid in 
den vorm van een kruis rondom den uavel te worden 
gesmeerd ; in de Minahasa worden ze bij buikpijn 
gekookt iu rijstepap, die men den zieke laat gebruiken, 
en de asch van verbrande noten op spleten iu het eelt 
aan den voetzool gelegd. Het sap der schors met 
kokosmelk gemengd is als middel tegen spruw in 
gebr\ük. Het hout is grof; men snijdt er topeng- en 
waj.angmaskers van. Van iem<and, die ecu nuttelooze 
handeling verricht, zegt de Javaau : „Auggepock kemiri 
kopong", d. i.: „Hij slaat een vooze kemiri-vrucht 
stuk"; en van iemand, die twist over een doelloos 
iets : „Ngreboet kemiri kopong", d. i.: „Vechten om 
een vooze kemiri-noot". In het Soendaasch zegtinen: 
„Moentjang laboeh ka poehoe", d.i.: „Een moentjang- 
vrucht valt bij den voet (van den boom)", in den zin van 
ons: „De appel valt niet ver van den stam", terwijl uit- 
stekende enkels in die taal „moemoeutjaugan" heeten. 
Voor „luehtkasteeleu bouwen" of „naar iets onbereik- 
baars verlangen" heet het iu het Madoereesch : „Tjat- 
jeng ngalodoek komere", d. i.: „Een worm kruipt in 
ecu kcmiri-Uüot". De Makasaarsche uitdr\ikking: „Tona- 
sana s;ipiriuja", (Boeg.: „Touena peleuge"), d. i.: „Het 
hart van het sapiri-hout" wordt gebezigd voor iets, 
dat onmogelijk is, daar dit hout van binnen bros is; 
ook zegt men iu die taal: „Kama ki toe tinro rijawang 
sapiri" (en iu het Boeg.: „Pada kito matinro ri letje 
peleng"), d.i.: „Wij zijn als menscheu, die op sapiri- 
schillen liggen" of, daar deze schillen sterke jenking 
veroorzaken, „Wij zijn zeer onrustig on bekommerd". 
Een grijswit gespikkelde haan wordt iu 't Balineesch 
aangeduid als idjo kaïneri of boeloe tiugkih eu in 
diezelfde taal zegt men van eeu langen man met een 
kleine vrouw: „Boeka semal mougpoug tiugkih", d.i.: 
„.Vis een eekhorcn ecu gat maakt iu eeu tiugkih-noot", 
daar hij steeds in bukkende houding zijn vrouw 
moet helpen. De vrucht van Aleurites is de oplossing 
van het Bataksche raadsel: „Parijoek ni ompoenta 
indahan na bontar di bag.asan", d.i.: „Een pot van 
den opperheer, met witte rijst er in". 

136. Allacophanla rugosa Boerl. (— He- 
dyotis rugosa Korth.*). Nat. fam. d. r Rubia- 

Ceae. Widjenan, Jav. — Half heester. 



Allamanda — Allophyllus. 



162 



137 - 147. 



1X7. Allamanda cathartica L.* N:it. fiiui. 

dir ApOCynaceae. I.;itiic mcuj, Sueud. — 
Kliiiiiiiendc licc>kT. (icbr.: lliiT cii diiar in tuinen 
gekweekt; uit W. ludië overgebracht. 

13K. AUiumsp. div. Nat. fnmderLiliaceae. 

.\lj;cni. lii'jiaiii 15 a h a il f;, Sali-yiT.; Haoiuaiii;, Daj. 
Kal..Saiii|).; Ha« a, Alf. -N. O. ilalni., .Nias,; liawang, 
Daj. '/.. O. Jiüin., Jav., Ijainp., Mal., Suend,; Blia- 
bang, MaducT.; Uansuena, Alf. Min.T.S.; Dasucn, 
Miuangk.; Djaiigkol, hamp.; Djasoe, Balin.; 
Djasocu, IJalin.; llocna, Sika.; Jantocna, Bol. 
Mong.; Kalpeo, Tim.; Kosai, Alf. Boer.; Lahoena, 
Sawoe.; Laisoua, Uoli»., Wetar.; Langsoen a, Sas.; 
Lausoena, Alf. Min. H.nt.. l'onos.. T. B., T. P.; 
I,asoê. Leti.; ],asi>en. Lamp. Ab,; Lasoi-na, Alf. 
Min. T. B., T. L. Tonsan., Bat.. Boeg., Makiis.; Pia, 
Alf. Tom., (iorout.; 'Ntjoena, Bini.an.; Kausoeua, 
Alf. Miu. Bant.; Sibola, .Mal. Tim.; Socngn, Lio.; 
Som o e, Endch, Lio, Sika. — Kruiden, soorten van 
„look". Gebr.: l'icu zijn bij de spijsben-iding onmis- 
baar, eu worden ook in de geneeskunst veelvuldig 
aangewend. Van iemand, die veel praats heeft en over 
alles meespreekt, zegt men in het .Soendaa.<ch : ,,Ngem- 
bang bawang", d. i.: „(Zijn) als de bloem van eeu 
ui"; terwijl men iemand, die gauw kwa;id wordt eu 
bits antwoordt, aanduidt niet: „Ngageutah baw.aug", d. i.: 
„(Ziju) als het sap van ecu ui", dat scherp is. Ook 
is „ecu ui" de oplossing van het Socndasehe raadsel: 
„Boedak leutik boelocwan birit", d. i.: „Een kleiu kind 
met eeu behaard zitorgaau". ,,l'oe])oek bawang", d.i.: 
„Met uien besmeerd" is eeu iiitdrukkiug door Javaneu 
gebezigd van personen die uiet iu lel zijn of als 
kinderen beschouwd worden, omdat men dit deze dik- 
werf doet; eu met „inakan bawaug" of „niembawaug" 
bedoelt de Maleier: „Zijn toorn verkropiicn of zich 
als het ware opvreten vau kwaadheid". Xog heeft men 
iu het Maleisch een spreekwijze: „Koesak bawang di 
tinipa djanibak", d.i.: „De uien bederven, gedrukt door 
haar schubben", met de betcekeuis vau ongelukkig 
worden door zijn eigen vcrwauteu of vriendeu. Iets 
dat zeer duu is omschrijft de iliuangkabaoeer als: 
„Bak koelik dasoen", d. i.: „AU een uieusehil". 

139. A. ascalonicum L.* B a r a m b a n g s i r a h §), 
Minangk,; Bawa da siisawala. .\lf. N.O. Halm.; Ba- 
wang, Bat.; Bawang abang, Jav.; Bawang bc u- 
reum, .Soend.; Bawaug handak. Lamp.; Bawaug 
in er ah, Mal.; Bawang mirah, -Vtjeh.; Bhabaug 
me ra, Madocr.; Brambaug abang, Jav.; Dan- 
soena rocndang, .\lf. Min. T.,S.; Dasoeu merah, 
Minangk.; Üjasoe bang, Balin.; Djasoeu niirah, 
Balin.; Jantocna mopoera. Bal. Mong.; Kalpeo 
me, Tim.; Kosai mi ha, -ilf. Boer.; Lausoena 
ra aha moe, .\lf. Min. Bent.; Lansoena raiudang 
.\lf. Miu. T. P.; Lansoena raugdang, .\lf. Min. 
T. B.; Lasoena edja, Makas.; Lasoeua ma tjela. 
Boeg.; Lasoeua in ca, Alf. Min. T. L.; liausoena 
mahendeng, .Vlf. Min. Bant. Iu het Maleisch nog 
oen variëteit als bawaug merah poetih of b. tiiuor. 
„Sjalot*'. Gebr.; .^Is boven, ^"oor verkeerd verstaan of 
begrijpen heeft meu in het .\mbonsch-Maleisch eene uit- 
drukking: „Stori bawang merah mengarti bawaug poetih", 
d. i.: „Spreken over roode uien eu witte verstaau". 

§) Zie A. sativuin L.», No. 142. 

140. A. Cepa L.* Bawang tjina§>. Mal.; 
Bhabaug tjeua, Madocr.; Dausoeua kapoe, 
.41f. Miu. T. S.; Dansoena pasoekad, S.\X. Min. 
T.S.; Kalpeo moeti, Tim.; Lansoena kaloetai, 
Alf. Miu. T. P.; Lansocua siua, .\.lf. Miu. Beut.; 
Lausoena wawoöe, Alf. Min. ï. B.; Lasoena 
kaloetai, Alf. .Min. T.L. — „Ui". Gebr.: AU boven. 

{) Ook A. sativum L.* 



IU. A. Porrum L.*») Bawa are, Alf. NO. 
ilaliii.; Bawaug gauda, Soeud.; Bawaug ketjil, 
\'ulg. .Mal.; Bawaug ontjang. Jav.; Bawang 
pandjaug, Soend.; Bawang prei. Vuig. Mal,; Ba- 
rt' a ng roe m poet, Vuig. Mal.; Bawaug se in pro u g, 
Jav.; Bawaug se re, .\tjeh ; Bawang tarauate. 
Mal. Men.; Bil abang pot e bal and ha, Madoer.; 
Dausoeua ]i aloë, Alf. .Min.T.S.; Dasoen t oeugga, 
Miuaugk.; Djasoeu piuge, Balin.; Ilarouda, Bat.; 
K aso e na, Balin.; Kesoena, Baliu.; Lausoena 
meuöoe-noöe, .\lf. Miu. T. B.; Lausoeuu ne 
iuggris, Alf. Min. T. P.; Lasoeua harouda. 
Bat.; Lasoena ue inggris, Alf. .Miu. T. L. — 
„Prei". Gebr.: AU boven. 

f) Zie ,\. uligiuosum, Xo. 143. 

142. A. sativum L.* Ba ram bang f), Mi- 
uaugk.; Bawaug basihoug, Daj. Z. O. Born.; Ba- 
wang bodas, Soend.; Bawang poetih, Jav, .Mal.; 
Bhabaug p o t e, .Madoer.; B a w a n g s o e 1 o e h. Lamp.; 
Bjaugbang, Jav. Teg ; Brambang, Jav.; Dau- 
soeua poeti. Alf. Miu. T. S.; Dasoeu poetieh, 
-Minangk.; Djaugkol soeloeh. Lamp.; Djasoe 
poetih, Balin.; Djasoen poetih, Baliu.; Jan- 
tocna mopoesi. Bol. Mong.; Kalpeo f oleoe, Tim.; 
Kosai boti, .\lf. Boer.; Lausoena koel o, .\lf. 
Miu. T. B., T. P.; Lansoena mawoero, .\lf. Miu. 
Bent.; Lansoena mopoeti, .\lf. Min. Pouos.; 
Lasoeua bocdo, .\lf. Miu. Tousaw.; Lasoena 
kebo, Mak;is.; Lasoeua poe te, Boeg.; Lasoeua 
poeti, .Vlf. Miu. T. L.; Kausoeua mabida, Alf. 
.Miu. Bant. — „Knoflook '. (iebr.: AU boven. Een 
middel om den schadelijken invloed van booze geesten 
te weren; worden daarom kleinen kinderen wel aan 
handen eu voeten gebonden en ze o. a. bij stuipen er 
mede ingewreven. Denkelijk om dezelfde reden worden 
alle soorten van uien verondersteld tegen mogelijke 
ziekten te behoeden, en zij derhalve herhaaldelijk bij 
andere geneesmiddelen gevoegd. 

§) Deze .Miuangk.-uaam is wellicht vau Javanen 
overgenomcu ; als plantcuuaam wordt baranibang in 
dat dialect gegeven aan ecu geheel andere plant, 
.Sonncratia acida L.f.* (zie 3188). 

143. A. uligiuosum Don. (= A. odorum 

L.*) Bawang kuetjaj, Soend.; Boetjaj, Madoer. 
P., S.; Dausoeua kajoe, Alf. Miu. T. S.; (ianda, 
-■Vlf. Min. Bant.; Ghoctjaj, .Madoer. B.; Ketjai, 
Jav.; Koetija, Boeg.; Koet jae f), Jav., Makas., .Mal.; 
Koetjaj, Madoer., B., Soend.; Lauda, Alf. Miu. 
T. P.; Lausoena land a, -Vlf. -Min. T. P.; L a n s o e u a 
rintck, Alf. Min. T. B.; Lasoeua kolano, Alf. 
.Miu. Tousaw.; Lasoena pasaoetau, .Vlf. Min. TL.; 
Tjai, Jav. — „Reuklook". Gebr.: De bl.adeu worden 
tiju gestamjit cu in- eu uitwendig bij kleine kinderen 
tegen stuipcu a;ingeweud, in het laatste geval met 
azijn vcrmeugd. 

«) Ook Ailium Porrum L.* 

144. Allomorphia exigua BI.* -Nat fam. 

der Melastomaceae. Sendoedoek gadjah, 
Mal.; Sendocdoek hoetan, Mal.; Te ug k o k bija- 
w a k §), Mal. — Heester. 

\) Ook F:igraea inorindacfolia BI.*, No. 1426. 

14.-). A. Griffithii Hook.f.* T o e t o e p b o e UI i 
riuiba, Mal. — Kruid. 

14(). AUophylus celebicus BI.* Nat. fam. 
derSapindaceae. Sali ntjan ocug i lawanan, 
.Vlf. .Mui. '1'. l'.; Walofi, .Vlf. .Min. T. L. — Heester. 

f) De uameu voor .Vllophylus gelden veel voor 
Schmidclia sp. 

14". A. Cobbe BI.* Tercntaug boekit. 
Mal. — Heester. 



Alocasia — Alplnia. 



163 



148 - 162. 



lts Alocasia celebica Engl.' Nat. fnni. 

der Araceae. K ;ili>iii;aiitc, Siuiïi : Küloiigaii, 
.\lf. Miu. — Krm.l. 

14a. A. denudata Engl.' Kchuli riiuaoc. 
Mal. — Kruid. 

150. A. longiloba Miq.* Ktlndi uihu-. 
Mal. — Kruid. 

151. A. maerorhiza Schott.' .Vbiibu, Eug- 

^auo; B i 11 a, Mal. Baudj., .Sani^i, .St)rnd.; Bijuh, 
Baliu.; Bijt), -Nias,: Bira. Bat., (ïuroni, Madoer., 
Makas., Mal. Amb.; Birah, Bat. Dair.. Mal., Miuaugk.; 
Hila, Alf. Auib.. Oei.: Karejo, Socnd.; Kiha, Alf. 
llahn.. Mal. M™.,TerH.; Kolougau, Alf. .Miu. (zie 148); 
I.awira, Boeg.; Mae, Mal. ïiui.; Pi, N. (iuiu. 4 K.; 
Poesoe, Alf. N.O. Halm.; Sente, Baliu, .Tav, Mal. 
Batav.; Sente, Soeud.; Widele, M(. N. \V. Halui.; 
Wija, Bimau. Varieteiteu iu Jav.: Seute idjo; 
S. ireug; S. puetih. In .Makas.: Bira kebo; B. 
Ie leng. In Mal.: Birah Uitam; B. nier ah; B. 
poctih. In Soend.: Sente boda»; S. hedjo; S. 
hideung. In Bat.: Bira sipapau; B. sipoeloet. 
Iu Boeg.: L a «■ i r a in a 1 o t o n g; L. m a p o e t e. In Tern.: 
Kiha hoela i; K. leana; K. luodjioe. — Kruid. 
Gebr.: De ouderaardsche knol („taro") wurdt na uitwas- 
sching en kokiug gegeten; de schil ervan in warm water 
gedaan eu dat bij buikziekten te drinken gegeven. In 
Zuid-t'elebes eu op Bali wordt in de bladen wel garen 
gewikkeld, met het doel aan de kleuren meer vastheid 
te geven. In het ^linaugkabaoesch heeft men eenige 
spreekwijzen als: „Bak birah di tapi lasocëng", d. i.: 
„AU de birah iu de uabijhcid van het rijstblok", met 
de beteekenis van: „spoedig, welig opgegroeid"; „Bak 
birah tak baoerck", d.i.: „Als de birah zonder wortels", 
voor „lusteloos, haugcrig"; en „Bak birah djo kaladi", 
„Als de birak en kaladi" voor „iets, dat op hetzelfde 
neerkomt". Iu het Sangireesch heeft meu een raadsel: 
„Maten kararoöe, ake soe woengkele", d. i.: „Het sterft 
haast van dorst eu heeft water in zijn lies", waarvan 
de bladsteel van biha de oplossing is: daar deze met 
het aansluitende deel van het blad een soort koker 
vormt, waarin gewoonlijk water staat, dat door den 
steel niet kan opgenomen worden. 

152. Aloë ferox MilL* Nat. tam. dir 
Liliaceae. Adjoe kewawo, Endeh; Bak 
radja peunawa, Atjeh; E lak -el ak, Sas.; Ilat 
baja, Jav.; Ilat-ilat, O. Jav.; Kajoe saoe- 
daug, Alf. Min. T.S.; Kalijorabo, B;ilin.; Lajom- 
bo, Balin.; Lid ah boewaja. Mal.; Lid ah boe- 
wajo. Miuaugk. ; Lila boewadja. Boeg, M.akas. 
— Heester, (jebr.: Dient wel tot omheining. Het sap 
der bladen is inwendig een middel tegen waterzneht, 
wormen, en daarmede wordt ook het hoofd bevochtigd 
ter afkoeling. In een der op Java in omloop zijnde 
wajang-verhalen wordt medegedeeld, dat de ilat baja 
zou ontstaan zijn uit den op het land geworpen 
krokodilleutoug, die B.aladewa iu eeu strijd met den 
vorst der krokodillen dezen uit den muil rukte. 

153. A. vulgaris Lam. (— A. vera L.*). 
Oauas (NanasV) sabrang, Soeud.; Üjadaui^), Ma- 
doer., Mal., Jav.; Djadeni, Jav.; Ganas (Nanas?) 
sabrang, Soend.; Kanas (Nauas?) sabrang, 
Soend. — Kruid, de eehte aloc-plant. 

{) Eigenlijk is dit de naam van de daaruit ver- 
kregen „aloë", die in de geneeskunde gebruikt wordt ; 
maar de plant heet evenzoo. 

154. Alphonaea Teysmannii Boerl.* -Nat. 

fam. der Anonaceae. Doerijau oeian, .Mal; 
Kenanga pautci (zie 2293), Mal. \V. Bom.; 
Pamelcsijan sela (zie 2799 eu 2323), Alf. Min. 
T. L. — Boom. 



155 Alpinia alba Rosc* Nat. fam. der 
Scitamineae. Sapota, Bouth; Tocïs in tal oen, 
Air. Miu. T. P. ~ Kruid. 

15fi. A. BlumeiD. Dietz. (= A. javanica 
BI.*). Djenntir uadak, .'<oend. — Kruid. 

157. A.cannaefoliumRidl.* Poe war m in- 
jak, Mal. — Kruid. Gebr.: Eeu afkooksel der bladeu 
eu wortels wordt bij koorts toegedieud. 

158. A. conchigera Griff.* Leugkoewas 

rauting, Mal. — Kruid. 

159. A. Galanga Willd.* Bagalai, Men- 
tawei; Galejasa, Alf. N. O. Halm., Tem.; Halas, 
Bat.; 11 al a was. Bat.; Isen, Baliu.; Kcuouo, Eug- 
gano; Koeëh, -Mjch; Laiiwase, Alf. Oei., Z. Cer.; 
Ladja, Balin., Makas., Soeud.; Lahwas, Balin.; La- 
koeë, Nias.; Lakocwase, Alf. Z. Oer.; Lak was e, Alf. 
W. Cer.; L angkoce iiëh, Atjeh; Langkoewas, Daj. 
Z. O. Bom., Mal. Mol.,Rotin.; Laugkoewasa, Makas.; 
Langkoewch, Miuaugk.; Langkowase, Alf. Boer.; 
Laoekasc, Alf. Z. Cer.; Laos, Jav., Madoer., Sas.; 
Latawase, Alf. N. Laoet; Lawas, Lamp.; Leug- 
koewas, Mal.; Lidjak, Lamp.; Likoe, Boeg.; 
Lingkewas, Mal. Batav.; Liugkoe was, .^.If. Min.; 
Lintjoewas, Alf. Min. T. P.; Loeugkoewas, Bat. 
Dair.; Ringkoewas, Alf. Miu. Bant. Variëteiten 
in Baliu.: Isen kapoer of L. kapoer. Iu Makas.: 
Ladja edja; L. kebo. Iu Soend.: Ladja beu- 
re uni ; L. bodas. In Jav.: Laos abang; L. poetih. 
In Madoer.: Laos mera; L. pote. Iu Boeg.: Likoe 
mapoete; L. matjela. §) In Mal. Batav.: Ling- 
kewas merah; L. poetih. — Kruid, „galanga" of 
„galgaut". Gebr.: De witte variëteit dient meer bij de 
spijsbereiding, de roode als geneesmiddel, en dan zoowel 
de wortelstok (rhiz. galangae) als de zaden ; de laatsten 
wendt men aan bij buikaandoeuiugeu eu uitwendig bij 
kwaadaardigen huiduitslag van diereu; een afkooksel van 
den wortelstok bij uüskraani. De jonge loten worden in 
heete asch gepoft eu het uitvloeiende sap bij oorpijn in het 
aangedane oor gedruppeld. De geneeskundige benaming 
van den wortelstok is in het Baliueeseh Kalavvasau 
Van iemand, die zich brutaal tusschen ziju meerderen 
plaatst, zegt men in het Baliueeseh: „Boeka dakiu 
iseue"; d. i. „Als vuil van de isen"; daarop doelende, 
dat de modder ook tusschen de op een vinger ge- 
lijkende deelen van de isen zit. In het Maleisch der 
^lolukken is de vrucht van Alpinia de oplo.ssing van 
dit raadsel: „Rond popo-loeloe, berboeloe-boeloe, 
kaloe tikam berdarah", d.i.: „Het is rond eu harig, 
steekt men er iu, dan komt er bloed uit". 

§) Deze variëteiten zijn gebaseerd op de kleur van 
den wortelstok (rhizoom). 

160. A. gigantea BI.* Galoba batoe. Mal. 
Mol.; Galoba koesi, Tem.; Goloba batoe, Mal. 
Mol.; Goloba koesi, Tern.; Golobe, Alf. N. O. 
Halm.; Ilak, Balin.; Katimba (zie 890), Alf. 
Tom.; Katimbang (zie 890), Makas.; Ladja 
güwah, Soend.; Lakoewa hi, Kisar ; Langkoewas 
laki-laki. Mal. Mol; Rajoen, Alf. Min. T. B., 
T. L.; Seboe, N. Guin. 4 R.; Toeïs im pokok 
(zie 947), Alf. Min. T. P.; Toeis watoe, Alf. 
Miu. T. B., T. L., T. S. — Kruid. Gebr.: De vruchten 
worden wel gegeten. 

1()1. A. involucrata Griff.* Kan tan hoe- 
tau, Mal.; Poe war poetih, Mal. — Kruid. 

102. A. malaccensis Rosc. $) Boenglai 

laki-laki, Mal.; Kam idj ara (r), Jav.; Laüwase 
wakan, Alf. Z. Cur.; Ladj a go vvali, Soend.: Lang- 
koewas malaka. Mal. Mol.; Poewa, Miuaugk.; 
Poewar, Mal.; Saja, Atjeh; Seroeleu, (iajo.; 
Sesoek, Lamp.; Sesoek katekoek, Lamp.; Soe- 



Alpinia — Alyxia. 



164 



163 - 188. 



aoek, Lamp.; Totgala, Nias. — Kruid. Gebr.: In 
MidJüii-Suiiiatra, vooral bij de Kocbue en in de Oajo- 
Inudeu, dienen de bladen wel tot dakbedekking. 
i) Wellleht Alpiuialatilabris Kidl.' of A. uobilis Kidl.* 

163. A. pyraiuidata BI.* Ladja gede, 
Soend. — Kruid. 

164. A. Bafflesiana Wall.* Poe» ar meng- 
koewang. Mal. — Kruid. 

165. A. sp. Tüeis i roewiug, AU. Min. 
T. L. — kruid. 

lOfi. Alsoodaphne semicarpifoliaNees.* 

Nat. fani. der Lauraceaö. .'^1 edaii}; Icbar daueii, 
Mal. — lioom. 

167. Alsodeia echinocarpa Korth.* Nat. 

fani. der Violaceae. Kajoo loemoet, Mal. Pal.; 
Lada-hida, Mal.; Lelada(zie 3;J7S), Mal. — Boom. 

168. A. javanica Miq.* Ki tcrüng§), 
Soend. — Heester. 

§) Ook l-'agraoa lanceolata BI.* (zie l-t23). Voorts 
Cascaria coriacea Vent. en eeuige andere boomcn niet 
vruchten als teroug (zie SlIi'J). 

169. A. membranacea King.' Melor an- 
gin, Mal. — Heester. 

170. A. rugosa Miq.* Belijan patjet, Mal. 
Pal. — Boom. 

171. Alsophilasp.div. Xat.fam.dcrFilices. 

Algora. Benam.: fJalar, Jav.; Pak is gal ar, Jav.; 
Pakoe ingka, Baliu.; Pakoe tihang, Soend.; 
Pakoe tijang, ^lal. — Boomvarens. 

172. A.glaucal.Sm.* Pakoe tihang bodas, 
Soend. — Boomvaren. 

173. A. lurida Hk.* Pakoe tihang beu- 
reum, Soend.; Pakoe tihaug l)eureuni gede, 
Soend. — Boomvaren. 

171. Alstonia ang\istifolia"Wall.*Nat.fam. 

der Apocynaceae. Lol ai, .Vlf. .Min. Bent.; Noülei, 
Alf. Min. T. L.; Olei, Alf Min. T. L, T. P. — Boom. 
Gebr.: Voor binnenwerk levert deze geschikt bonwhout, 
dat echter vóór het gebrnik lang moet gedroogd worden, 
daar het anders spoedig barst. 

175. A. grandifolia Miq.* Kalibocwai, 

Mal. Pal.; M el alioe wai 5| .Mal. 1'al. — Buom, levert 
melksaj), tot liarsige „getab" indi'ogend. 

§) Denkelijk gelden deze namen ook voor Dvera sp. 
(zie 1181). 

176. A. macrophyllaWall.* Boeta-boeta 
darat. Mal.; Kajoe boeta-boeta darat. Mal.; 
Medaug tahi kerbaoe. Mal.; 'l'jauggai poet ri. 
Mal. — Boom. Gebr.: Van de wortels vervaardigt men 
wel drijfklosson voor netten. 

177. A. polyphylla Miq.' Poelai pipit 

(zie 1236), Mal. — Boom. 

178. A. scholaris R.Br.* Aliag, X. Gnin. 
4 R.; Barijango, jUf. Min. T. B., T. L.; Goti, Bat.; 
Hange, Tern.; Itak, Sa.«.; Itc, Alf. Boer.; Kajoe 
gaboes. Vuig. .Mal.; Kajoe poe t i h, Balin.; K ali t i, 
Alf. Min. Bent.: Kita, Alf. -Min.T.I,.; Lame, Soend. «); 
Leleko, .\lf. N.O. Halm.; Macho, .Vlf. Min. Tonsaw.; 
Lita-lita, Boeg.; M ari j ango, Alf. Min.T.P.; Mit ak, 
Sas.; Palawi, Daj.Kat.; Poelai, M.al; Poele, Balin., 
Jav.; Poko rita, Makas.; Polaj, Madocr.; Rari- 
jangow, .\lf. Miu. T. L.; Rearcangow, Alf. Min. 
Pouos.; Rita, Makas.; M'arijaugo, Alf. .Min. T. L.; 
Witgabocs, .lav. — Hooge boom. Gebr.: Daar het hout 
(„knrkhout") uiterst gemakkelijk te bewerken is, dient het 
somwijlen tot omwanding van wouiugeu, maar wegens 
de kurkofhtigheid meer algemeen tot drijvers van visch- 



nettcn, en met zijde omwonden en goud bekleed als 
scheede voor lange nagels; in de Molukkcn werd hel 
vroeger voor scbrijfplankje:* oj) de inlandsche scholen 
gebezigd. (ïaboe^ heet <jp .lava niet alleen dit houl, 
maar ook dat der ademwortels van Sonneratia (zie 31H8). 
Van het merg vervaardigt men op West-Sninatra 
versiersels van het rnstbed van jonggehuwden. De bittere 
bast („dita-bast") is, met santen gemengd, een inl. middel 
tegen hoest, en wordt in afkooksels bij koorts-en milt- 
aandoeningen toegediend ; het melksap druppelt men op 
hnidnonden van vee. De bloenu'U versjjreiden een on- 
aaugenameu geur, en vandaar zegt men overdrachtelijk 
in het Makjisaarsch : „Koengai-ngai boenga rit:i ko", 
d. i.: „ik houd van u zooveel als van een rita-bloem". 
§) De voor tJava en Madoera opgegeven namen 
gelden ook voor andere .Vlstouia-soorti'u, de Soend. 
bovendien voor Rauwollia sp. (zie o.a. 2958 en 1963). 

179. A. sericea BI.* Lame laoet, Soend. — 
Heester. 

180. A. spatulata BI.* Gaboesan, Soend.; 
Lame bodas, Soend. — I.'age boom. 

181. A. spectabüis R.Br.* Litja-litja, 

Boeg.; Rita b o rong, Bonth. — Boom. 

182. A. Vülosa BI.* Ilat-ilat (zie 1447), 
Jav.; Legaran. ,ïav.; — Hooge boom. Gebr.: Het 
hout wel voor huis- en bruggenbouw gebezigd, daar 
het nogal duurzaam is. 

183. Alternanthera nodifiora B.Br.* 

Nat. lam. der Amarantaceae. ïelontaga. 
Mal. — Kruid. 

184. A. sessilis B.Br.* Bajam pasir. Mal.; 
Bajam tuuab. Mal.; Bajem krcmab, Jav.; 
Daocn roesa. Mal.; Kermak, Mal.; Keremak, 
Mal.; Krcmah, Jav.; Ormak, Bat.; Sajoer oe- 
dang. Vuig. Mal. — Kniid. Gebr.: Wordt als groente 
gegeten ; ook een geschikt veevoeder. 

18.Ï. Altingia excelsa Noronha.* Xat. fam. 

derHaniamelidaceae. Ki ma la. Soend.; Rasa- 
mala, Soend., Vuig. Mal. V.iricteiten in Soend.: 
Ki mala ben er of r. bencr (k. lu. beureuni 
of r. beu reu m), beste soort, het hout recht van dr;\ad, 
roodai'htig, goed te bckai)i>en ; Ki mala gad()k, of 
r. gadok. hout donkerrood, bros ouder het bewerken; 
Ki mala ka pas of r. kapas, hout het zachtst en 
lichtst van kleur; Ki mala taritih of r. taritih, 
hout donkerrood met donkere strepen, beter te be- 
zagen dan te ftekappen. — Zeer hooge boom, de rasamala. 
Gebr.: Deze woudreus groeit uitsluitend in enkele 
streken van West-Java, op lOüü— 1700 M. hoogte. 
Het hout wegens duurzaamheid en sterkte voor huis- 
en bruggenbouw veel gebruikt ; de teritcntijuachtig 
riekende bladen door de inlandei-s .als medicijn ge- 
bezigd. De hars, «elke uit spleten van de schors te 
■voorschijn treedt en in het Soendaasch kandaj heet, 
wordt soms met benzoë als wierook gebrand. De 
naam rasamala wordt ook aan andere geurige harsen 
gegeven ; o. a. aan storax ; wordt op Bali voor het 
bewaren van lijken gebruikt. 

l^ii Alyxia lucida Wall.* Xat. fam. der 

Apocynaceae. .Vkar bagan. Mal. — Klimplant. 

187. A. pilosa Miq.*.\kar mempelas wau- 
gi. Mal.; Enipelas wangi. Mal.; Mempelas 
wang», Mal. — Klinuuende heester. 

188. A. stellata Roem. et Schuit.* Adas 
poclasari. Mal. Batav.; Akar mempelas hari. 
Mal; .\reuj palasari §), Soend.; .Vreuj poela- 
sari, Soend,; Balasari, Boeton.; Dhas plasarc, 
Madoer.; Empelas hari. Mal.; Mempelas hari. 
Mal.; Palasari, Soend.; Pelasari, Mal.; Poela- 



Amaracarpus — Amomum. 



165 



189 - 198. 



sai, Baliii.; Poclasari, Jav., Makas., Mal., Socud.; 
Poerasauc, Alf. Amb.; Polasaic, Madoer.; Tha- 
lathari, Atjch; l'j alapari. Boeg, Makas. Variëteit 
in .Soeud.t Aiciij palasari gcde of arciij poe- 
lasari gcde of palasari gede of poclasari 
gcde. — Klimplant. Gcbr.: De naar riimarineriokeudc 
bast dient tot geneesmiddel en wordt evenals andere 
declcn der plant tusschen kleederen gelegd. In Znid- 
Celebes behoort die bast tot de zaken, welke bij de 
huwelijksgift aau de bruid gezonden worden. 

{) Deze uaani schijnt ook aau Aganosina-soorteu 
te worden gegeven. 

189. Amaracarpus microphyllus Miq.* 

Nat. fani. der Kubiaceae. (ioejanga, Alf. Min. 
Ponos.; Timberan, Alf. .\liu. ï. L. — Halfheester. 

190. A. pubescens BI.* Ki baroewangan, 
Socnd. — Heester. 

191. Amaranthus sp. div., vooral A. Bli- 
tum L.* -Nat. i'aiii. der Amarantaceae. 

Ajoem, Lamp.i Aroeni, Bat.; Aroen, .Sika; 
Baja, Mal. Men., Tern.; Baja poetih, Mal. Men.; 
Bajani, .Vijch, Daj. Sanip., Mal., .Minangk.; Ba- 
jain poetih. Mal.; Bajang, Mal. Mol.; Bajem, 
Baliu., Jav., Soend.; Bajem lemah, Balin., Jav.; 
Bajem poetih, Jav.; Bawa, .W. Min. Bant.; 
Bawa mabida, Alf. Min. Bant.; üjagoer, Daj. 
Kat.; llajoeni. Lamp.; H ajoem handak. Lamp.; 
Haroem, Daj.; Ilowa, Nias; Karawa, Alf. Min. 
T. B,, T. L.; Karawa koelo, Alf. Min. T. B.; 
K a r o w a, \U. Min. Tonsaw., T. P.; K a r o w a koelo, 
Alf. .Min. T. P.; Kedawa, .Vlf. Min. T. S.; Kedawa 
poeti, M(. .Min. T. S.; Lahoet, Alf. Z. Ccr; Lem- 
bain. Sas.; Malaboet, Alf. W. Cer.; Malahoet, 
Alf. Z. Cer.; Malahoeto, \\{. Har.; Medja, Socniba ; 
Moclahoeto, Alf. N. Laoct, Sap.; Nadoe, Biman.; 
Oen bileng, .\tjeh ; Oet laboet, Alf. Boer.; Oeta 
païnc, Alf. \ii\., Hila; Pajoem, Lamp.; Podo, 
Boeg.; Scgang, Soend.; Senggang, Socnd.; Seng- 
gang beuer, .Soend.; Sibaobwocni, Locboc;Sija- 
rocm, B.at.; Sijaroem loboe, Bat.; Sinahoe, 
Salej-er; Sinaoc, Makas.; Tarnak, Madoer. B.; 
Tarnak po te, .Madoer. B.; Tarn jak, Madoer. P. S.; 
Tarnjak pote, Jladoer. P. S.; Tona magaühoe, 
Alf. N. O. Halm.; Wawa, .\lf. Min. Bent.; Wawa 
mawocro, Alf. Min. Bent. — Kruid, soort van 
„amarant'*. Gcbr.: De geheele plant woi-dt uls groente 
gegeten. Wegens de overeenkomst van den naam met 
het woord ajem, dat „kalm, tevreden" beteekent, 
plant de Javaan op zijn erf gaarne .Vmai'anthus-soorten. 
Van iemand, dien door velen goeds wordt tocgewenseht, 
waarvan wellicht wel iets uitkomt, zegt hij : „Sii'ani- 
siram bajem", d.i.: „.Als het begieten van bajem"; een 
nitdnikking, ook bij het baden van kleine kinderen ge- 
bruikelijk, en die voor mogelijke onheilen moet behoeden. 

192. A. CaudatUS L.* Bajam selaseh. Mal; 
Bajem lalahan, Balin.; Bajem sek oei, Jav.; K a- 
r a w a k e r e t a n, .\lf. Min.T.L.; Karawa n c k e r o e l, 
.\lf. Miu..'r. B.; Karowa raindang rondoro, Alf. 
Min. T. P.; Kedawa ne keroet, Alf. Min. T.S. — 
Kruid, de „kattenstaart-amarant" („(iueu(^ de reuard", 
„fuchssehwanz"). Gebr.; Wordt als groente gegeten. 

193. A. gangeticus L.* Baja merah. Mal. 
Meu.; Bajam roe r ah, .Mal.; Baj am m i rah, .\tjeh ; 
Bajam sirab, .Minangk.; Bajem bang$), Jav.; 
Bajem socioeh, Balin.; Bawa mahcndeug, Alf. 
Min. Bant.; ilajoem soeloch. Lamp.; Karawa 
api-api, .\lf. Min. T. B.; Karawa mea, Alf. Min. 
TL.; Karawa rangdang, .\lf. Min. T. B.; Karo- 
wa raindang, .Vlf. Min. T. P.; Kedawa api-api, 
Alf. Min T.S; Kedawa rocndang, Alf. Min. T.S.; 
Podo tjela. Boeg.; Senggang bcurcum, Socnd.; 



Sijaroem na bolak, B,at.; Sinaoc cdja, Makas.; 
Tarnak mera, Madoer. B.; Tarnjak mcra, Madoer. 
P. S.; Wawa mahamoe, X\{. Min. Bent. — Kruid. 
Gebr.: Wordt als groente gegeten. De bladen worden 
wel niet andere geneesmiddelen tegen koorts aangewend. 
§) Ook Ircsinc Hcrbstii Hook.* (zie 1901). 

194. A. spinosus L.* Baja badocri, MaL 
Men.; Baja oet au. Mal. Men.; Bajam bcrdoeri, 
Mal.; Bajam doeri. Mal.; Bajam hoe tan, Mal.j 
Bajang badoeri. Mal. jMol.; Bajang oc tan. Mal. 
Mol.; Bajem eri, Jav.; Bajem kikihan, Balin.; 
Bajem sijap, Balin.; Bajem tjikron, O. Jav,; 
Ilajoem kerocwi. Lamp.; Karawa in taloen, 
Alf. Min. T. L.; Karawa nc merei, Alf. Min. T. L.; 
Karawa rarap, Alf. Min. T. L.; Karawa rap rap, 
Alf. .Min. T. B.; Karowa in taloen, Alf. Min. T.P.; 
Karowa kawajo, Alf. Min. Tonsaw.; Kedawa 
mawoöe, Alf. Min. T. S.; Keroeg pasih, Balin.; 
Podo madoeri. Boeg.; Senggang tjoctjoek, 
Soend.; Sijap, Balin.; Sinaoc katinting, Makas.; 
Tarnak doei'i, Madoer. B.; Tarnjak doeri, Ma- 
doer. P. S.; Tjikron, O. Jav. — Kruid. Gebr.: 
Wordt in tuinen gekweekt, maar niet voor groente ; wel 
wordt een afkooksel der bladen bij koorts te drinken 
gegeven en zijn ook de wortels een inl. geneesmiddel. 

195. A.viridisL.* Baja andjing. Mal. Men.; 
Bajam hidjaoe. Mal.; Bajam i t i k, Slal.; Baj era 
dempo, Jav.; Bajem monjet. Vuig. Mal.; Bajem 
radja, Balin., Jav.; Karawa mauw o e, .\lf. Min. 
TL.; Karawa ne asoe, .Uf. Min. ï. B.; Karowa 
in asoe, Alf. Min. T. P.; Kedawa ne asoe, Alf. 
Min. T. S.; Para, Bonth.; Pera, Bonth.; Senggang 
monjet, Soend.; Tarnak lakek, Madoer. B.; 
Tarnjak lakek, Madoer. P. S. — Kruid. 

196. Amomum sp. div. Nat. fam. der Sci- 
tamineae. .Vlgem. Benam.: Botje, Boeg., Makas.; 
G a 1 () b a, -Mal. Mol., Tem.; G o 1 o b a, Mal. JIol., Tem.; 
Honilje, Soend.; lutjoeng, Bat.; Kataroeng, 
Jlakas.; Katjombrang, Jav.; Kc ti mbang. Lamp.; 
Ketjitjang, Baliu.; Ketjombraug, Jav.; Kint- 
joeeng, Minangk.; Ki ntjocng. Mal.; Oudje, Mal. 
Batav.; Panasa, Makas.; Pane, Boeg.; Sijala, Bat.; 
Sikala, Bat.; Tepoes, O. Jav.; Tjoembrang, Jav.; 
Tjonibrang, Jav.; Toeïs, Alf. Min.; Wojo-wojo, 
Nias. — Kruiden. Ook ecnige andere op .\momum 
gelijkende geslachten hebbeu deze namen. Gelir.: Do 
vruchten iu sommige spijzen ; het jonge merg wordt als 
groente genuttigd ; de stengels dienen als wa|)en bij 
spiegclgevcchten van knapen. Iu het Bataksch heeft men 
een spreekwijze: „Horbo do na margoeloe dohot sijala 
margoeloe", d. i.: „ ils de buffel vnil is, wordt de sijala 
ook vuil", of z. v. a.; „Wie met pik omgaat, wordt er 
door besmet". De Soendanees zegt: „Koema (verkorting 
van koemaha) kembang hondjcna bac", d. i.: „Zooals de 
bloem van hondje"; deze uu heet rombeh en die uit- 
drukking dient derhalve verstaan alsof gezegd werd: 
„Koema behua bac", d.i.: „Zooals het valt" of „uitkomt". 
De vrucht is de oplossing van het Soendasehe raadsel : 
„Tihuug hidji ]mseuk manglawe-Iawe", d. i.: „Kéo 
staak (of stijl) met wiggen bij vijfentwintigen". 

197. A. aculeatum Roxta.* Parahoeloc, 

Soend.; Parahoeloc gede, Soend.; Prahocloe, 
Soend.; Prahocloe gede, Soend.; Tepoes merah, 
Mal.; Wola- walijan, Jav. — Kruid. Gebr.: De 
zaadjes worden gegeten, soms ook geconfijt ; de wortel- 
stok is een geneesmiddel bij oogziekten. 

198. A. album. Koord.* Koel i pa, Alf. Cer.; 
Tepoes mal e Ie, Soend.; Timboeong, Alf. Min. 
Ponos.; Tochisi, Alf. Miu. Bant.; Toeis (zie 218), 
Alf. .Min. Bent., T.B.,T. P.,T.,S.; Tocis in tjocre, 
.\lf. -Min, T. P.; Tocis Icme, Alf. Min.T. L. — Ki-uld. 



Amomum — Anamirta. 



166 



199 - 217. 



1 m. A. Cardamomum Willd. (= Alpinia 

Striata Hort.*). Bulanfc pcUfsa, Mal.;(;Briili- 
111 II Tif;, Hiirp., Miikas.; II aiigf^usu 1 cm Imi't, Sornd.; 
Ka |iui'l ai; 11, Halin., Bock., .lav., Makas., Mal.; K aiMil, 
Socml.; Ka|iulaglia, Mailiicr.; K a r il a in oc ii ggu c, 
Mal. Hat.; Karkiilaka, iialin. Kr.; I'ulagu, Mi- 
iiaiigk.; I'alttgha, Mmliii r. B.; I'claga, Mal.; l'oewa 
palago, .Miiiaiigk.; I'opwar pclaga, .Mal. — 
Kriiiil, karilainüin. Gcbr.: I)c als specerij lickciulc 
aruiiialischc zaden worden gekauwd. 

20(1. A. coccineum Benth. & Hook.' 

Boeivah t a p i ;•, Mal.; K a t e |ioes, .la\.: 'ri-piies, 
Jav., Mal., Socnd.i Tcpucs bcncr, Socnd, Variëteiten 
in Soend.: Tjangri ; Tcpocs leuwcung. — Kruid. 

201. A. dealbatum Roxb.* Ilanggasa 

gede, .Socnd. — Kniiil. 

202. A. foetens Benth. & Hook.» .sijala 

pandak. Hat.; 're|Mics siguciig, Sncnd. — Kruid. 

203. A. gracile BI.* E la, Socml.; (lal ..ba 
doerijang lioar. Mal. Mol.; (ïaloba papuewa, 
Tern.; Caloba popolucloe. Tem.; Giti]ii tana, 
.\lf. N. O. Halm.; (• olüba doerijang bcsar. Mal. 
Mol.; Goloba papoewa, Tcrn.; Goloba popo- 
loeloe, Tem.; Paruhoeloe leut ik, Socnd.; 1'ra- 
hoeloe Ie ut ik, Soend. — Kruid. Gebr.; De vrucbtjcs 
zijn een iulandseh geneesmiddel. 

204. A. maximum Roxb.* Ilanggasa, Soend.; 
Karangocluc, .lav.; Kasa, Balin.; Ue ngga k, Sa,*.; 
Wcsah, O. Jav.; \V resah, .lav. Variëteiten in Sucnd.: 
Ilanggasa beureum; H. bodas. — Kruid. Gcbr.; 
De ]iittcn worden gegeten ; de bast van den stengel, 
ofschoon wal dik, dient op Bali soms tot inwikkeling 
van tabak voor sigaretten. 



20.5. A, 
Soend. — 

206. A. 
jaoc, Mal 

207. A, 
Soend. (V) 



, tomentosum Miq. 

Kruid. 



uliginosum Koen.* Poewar 

— Kruid, 



K a ]M)1 1 e ut i k, 
h i d- 



Walang Val.* Walang (zie 2893), 
Kruid. (Jebr.: De aromatische bladen dienen 
wel tot het kruiden van spijzen. Bij ziekten van het 
rijstgewas in West-Java worden die bladen op de sawah"s 
verbrand, in de niceniug, dat de rook die ziekten zal 
verdrijven. 

20S. Amoora Aphanamixis Schuit.* Nat. 

fam. der Meliaceae. Kadjcng gendis, .lav. Kr.; 
Kadjoe ghoela, Madocr.; Kajoe goela, Jav. Ng.; 
Kedoja sajii, Jav. Ng.; Me n dj ant oe u g. Mal.; 
Merdjantoeng, Mal.; 1'arak j), Mal. — Vrij hooge 
boom. (robr.: Kan onder de sierboomcu gerekend worden. 
De schors wordt als geneesmiddel gebruikt ; het bij 
insnijding uitvloeiende sap heet giftig. 
§) Ook voor .\glaia sp. 

209. A. Rohituka W.etA.* Kowokan, .Mf. 
Min. Tonsaw. — Bimm. 

210. Amorphophallus campanulatus 

BI.* Nat. fam. der Araceae. .Vtjocug, .Soend.; 
Badocr, Jav.; K m b o k -cm bo k an, Balin.; Iles- 
iles. .lav.; Heus, Socnd.; Sawa, .Ml'. Min. T. L.; 
Talata, .\lf. Min, T. 1'.; Teteroeug, .\lf. Min. ï. P.; 
Tiih, Balin.; Waloer, Jav. — Kruid, (iebr.: De 
knollen („Telinga-aarda]>pels") worden in tijden van 
schaarschte wel gegeten, maal' zijn scherp van smaak. t)p 
Bali worden de stengels aan de varkeus gegeven en ook 
aan jonge koeien om ze sjioediger loopseh te maken. 

211. A. variabilis BI.* .\ntoerbocng. Bat., 
Minangk.; .\tocrboeug. Bat.; Bangah, Jav.; 
Gatjeng, ü. Jav.; Kembang bangah, Jav.; 
Kembang bnngke. Vuig. Mal.; Kerocboek (zie 



2989), Lamp.; Ladingf), Balin.; Tjon-latjon, 
Madocr. B.; Tjong-latjong, Madoer. P. S ; Tong- 
latong, Madoer. B. Variëteiten in Bat.: .\ntoer- 
bocng baloe of .\. baloe; ,\ n toe r boe ng boj o k 
of A. bojok, een zeer stinkende, ook bekend al» 
Bojück, Bojopp of Bojok. — Kruid, (icbr.: lu de 
Bataklanden worden de jonge bladen en stengels als 
varkensvocder gebezigd. De plant geeft een lijkliicht 
van zich en zou den vinder, die liet op een akker 
aantreft, ongeluk aanbrengen. In het Balineesch zigt 
men „ladingan" van sommige menschen, die een 
onaangename lucht afgeven. 

§) Ook .\iuor]iho]diallus giganteus Hl*. 

212. Anacardium occidentale L.* Nat. 

fam. der Anacardiaceae. Bmwahjaki, Mal. 
Men.; Bocuali monjct. Mal. Tim.; Dare, Makas.; 
Djamboe bol mcte, Ja\.; Dj aiii boe da re. .^Iaka.s.; 
Djamboe dipa, Mal. Bandj.; Djamboe djipang, 
Balin.; Djamboe d« ipa, Balin.; Djamboe crang, 
.Minangk.; Djamboe gadjoes. Mal.; Djamboe 
masoug, Maka.s,; Djamboe mede, Soend.; Djam- 
boe mcte, Jav.; Djamboe nionjet, .Soend., Vuig. 
Mal.; Djamboe senipal. Mal.; Djamboe seran. 
Mal.; Djainpoc sereng. Boeg.; Djamboe siki, 
Socnd.; Djainpoc tapesi. Boeg.; Djhaiubboe 
monjct, Madoer.; (iadjoe, I.aiiip.; G ad joes. Mal.; 
1 1 a t e b o e w a j a k i s, Tern.: J a k i s, .\ll. Min. Tonsaw.; 
Kontol monjct. Vuig. Mal.; N'janiboe inonjet, 
Balin.; Njamboek njebet, Sas.; Tangkal kad- 
joe, Soend.; Woea jaki, Alf. Min.; Wojakis, 
.\lf. Min. Variëteiten in Madoer.: Djh. m. me ra; 
Djh. m. potc. — Boom, („cashew nut-(rec"). Gcbr.: 
rit .\merika afkomstig, alom gekweekt. De z. g. 
vruchten (gezwollen steels worden gegeten ; ze behooren 
tot die, waarop zwangere vrouwen vaak belust zijn. 
De vruehtwand bevat het scherpe carbol, de zaadkern 
zachte olie. De eigenaardige vruehtjes heeten in Neder- 
land wel „apeuotcn" of „atjehuoten". Vit den lia.st vloeit 
saji, dat bij aanraking zwelling der huid veroorzaakt. 

~'1.!. Anacolosa celebicaVal.* Natfamder 

Olacaceae. .Mahalansa (zie 80 en 2960), Alf. 
Min. Bent. — Boom. Gcbr.; Het hout dient wel bij 
huisbouw. 

214. A. frutescens BI.* Ki tonggeret p'), 
.Soend.; Kopi gocuocng, Soend. — Heester. 

-M.") Anadendron medium Schott. (= 
Epipremnum mediuna Engl.'). Nat. fam. der 

Araceae. Sakal gadjah. Mal. — Klimplant. 

^I(i. A. montanum Schott.* Akar tebing 
ajoe. Mal.; Makoesei, Alf. Min. T. B. T L.; 
Tebing ajoe. Mal. — Klimplant. 

-'17. Anamirta Cocculus "W.etA. (= A. 
paniculata Colebr.'). Nat lam. ili r Menis- 

permaceae. .\mbherta«i, Madoer. P.S.; .V n I a- 
w al i. Balin.; \ udaw al i pari, Lamp.; Baratawali, 
Socnd.; Bat ang malaug, Sas.,Soembawa; B o ba toe, 
Tern.; Boen pep er on, Balin.; Bratawali, Jav.; 
Bherta, Madoer. B.: Brctawali, Jav.; lloemoe- 
roet. Kei ; Kan tjawali. Sas.; Lanta, Sangi.; Lem- 
lem, Madoer.; Oere kaliali, Minangk.; Peron, Jav.; 
Poetar wali. Mal.: Sakal, .•Vlf. Amb., Oei.: Tali 
koen ing. Mal. Amb.; Toeba bidji. Vuig. Mal.; 
Toeba gadong, Bat.; Toeba peron, Jav.; AV alet 
hoela n, .\lf. Z. Ccr. — Klimmende heester, (iebr.: 
Deze levert de bekende kokkelkorrels („cocculi indici"), 
die tot het bedwelmen van vissehcn dienen, terwijl de 
bast wel tegen wormen wordt aangewend. Op Bali 
windt men de ranken om den pot, waarin een kind 
gebaad wordt, ten einde het tegen stuijien te behoeden, 
f) Meerdere Menispermaeeae worden met deze 
uaracn aangeduid. 



Ananassa Andropogon. 



167 



218 - 228. 



2 IS. Ananassa sativa Lindl. (—Ananas 
sativus Schuit.*). Nai. i'iini. il.r Bromelia- 

Ceae. Anaua, lOiuli'li: Aiiasilo, All'. Sap,; Aua- 
soel, Alf. N. Laoct, Sap.; Aiics, Atjeh ; Aio(Mia, 
Biman.; .\sit, Montawci ; Banggala, Alf. Z. Ccr.; 
Bangkala, Alf. Z. Cer.; Bocsa, Alf. Min. T. L.; 
Boh anps, Atjeh; Danas, Sociid.; Esne, Kisar.; 
Kanila pamlol, Biman.; (ïanas, Socnd.; Gona, 
Nias; llonas, Bat.; Kainasoc, .\ll'. Oei. Z. (er.; 
Kal nasi, Alf. Boer.; Kam bal a, Alf. Z. Cer.; Kam- 
pala, Alf. Z. Cer.; Kan as, Daj., Lamp., .Soeiid.; 
Kanasi, .\lf. Asil.; Kan jas, Lamp.; Ken as. Bat.; 
Lanas, Madoer. B. P.; Maka, Tid. Born.; ilanas, 
Balin.; Man il map, \. Gnin. 4 II.; Naiisi, Alf. 
Min. Bant.; Xanahi, .\lf. \. O. Halm. K.; Nanas, 
Jav., Madoer. S., Mal., .Sas.; Nanasi, Alf. Har., 
Hila, Min. 1'onus., T. L., N. f). Halm., Tom , Bol. 
Mong., Sangi ; Xanati, Goront.; Na neb, Minangk.; 
Nas, Lamp.; \cnas. Mal.; Njanjas, Lamp.; 1'au- 
da djawa, Soemba.; Pan dan g nikanre, Makas.; 
Pandang rapo, Makas.; Pan reng r i j an re, Boeg.; 
Pedang, Sika, Solor ; Piuaug, .\lf. ilin., Tonsaw.; 
Pisang anch, Minangk.; Podaug, Saleyer; Ranasi, 
N. (iuin. Noemf.; Samblaka, Daj. Kat.; Tangkal 
danas, Soend.; Tangkal ga n as, Soend.; Tangkal 
kan as, Soend.; Toeis$), Alf. -Min. Bent., T, B., T. P., 
T.S. Variëteiten in Mal.: N. h i dj aoc = var. vi r id is 
Hassk.; deze in O. Jav.: N. oeling; N. kocndai 
^ var. polvcephala Hassk.; N. manis = var. 
duleis Hassk.: N. minjak = var. laevis 
Hassk.; N. socrat ^ var. seripta Hassk.; N. 
tembaga ^ var. rubens Hassk.; toerapang 
=: var. pyramidalis Hassk. In Soend.: D. of 
g. of Kan as l)c ureum (var. r. II.); D. of g. of 
kanas bogor (var. d. II.); D. of g. of kanas 
prasman. In Balin.; Manas rasa of m. idjo; M. 
djawa of in. jjraoc. In Sas.: Nanas sesoetra of 
sesoctra. In Madoer. P.; L. kabista; L. sokon; 
L. pandan; L. madhoe; L. ghadhoengan ; 
L. bhoedheng. In Madoer.: S. N. tale. In Ma- 
kas.: Pandang djai; P. asimboleng; P. katiu- 
ting; P. sabe. In Boeg.: Panrcng niadoeri; 
P. masim pol ong, P. pantjaï; P. sabe.; En 
voor de Minahasa: N'anas nier ah. Mal. Men. ^ 
Toe'is koe n i, .\If. ^lin. T. P.; Xaasi mahc n de ng, 
Alf. Min. Bant.; Nanas poetih, Mal.Meu. ^Toeïs 
koelo, Alf. Min. T. P.: Naiisi mabida, Alf. ilin. 
Bant. — Kruid, de ananasplant („piue-apple"). Gebr.: 
Alom gekweekt. De vruehten norden gegeten ; deze 
soms als geneesmiddel, bijv. die der groene variëteit 
bij gonorrhoea. Van de bladvezels wordt een soort 
touw gedraaid, o. a. op Bali als tali koebal bekend; 
op Java vleeht men er buikgordels en zakken van. 
Zoowel de vrueht als de geheele plant zijn van 
menig raadsel de oplossing. In Lamp. van : „Badanni 
sai, irocngni wat seratoes", d. i.: „ Het heeft c'én lichaam 
en honderd neuzen". In Mal. van : „Bcrsisik boekannja 
naga, berpajoeng boekannja radja", d. i. : „Het heeft 
sehubben en is geen draak, het heeft een scherm en 
is geen vorst" jj). En van : „Boewahnja ])emoekoel gong, 
daoennja bagei pedang", d. i.: „De vruchten zijn gong- 
hamers, de bladen als zwaarden". In Mal. Bcngk. 
van : „Bidedari besanggol goendjong, beidung seloendjor 
badan", d.i.: „Een hemelsehe nimf, die bet haar oj)- 
geknoopt heeft, met neuzen over het geheele lichaam". 
In Sangi van; „Dario kadodosoesadada oe woto", d. i.: 
„Een klein kind, dat met een haarwrong prijkt." In 
Soend. van: „Ilajam rintit nonggeng ka langit", d. i.: 
„Een kip met opstaande veeren, die den rug naar 
den hemel keert". In Jav.: „Nganggo pajoeng doedoe 
ratoe, nganggo sisik doedoe trenggiling", d. i.: „Het 
heeft een pajoeng en ia geen vorst, heeft schubben 
en is geen miereneter". In 't Batav. Mal. van : 



„Boewahnja kaja geganden, daoennja kaja toi-nihak", 
d. i.: „Vruehten als een hanu'r, bladen als een piek". 

j) Intusschen ziju ook gebruikelijk : Toeïs im balauda 
en Toeïs ne walanda, ter ondei"scheiding van .\lpinia 
sp. en -Vmomum sp. 

§$) In het Balineesch iets anders: „Siksike siksik 
naga, djempouge djempong ratoe", d. i.: „De sehubben 
zijn die van een draak, het scherm dat van een vorst." 

219. Anaphalis javanica Sch. Bip.* Nat. 

fam. der Conipositae. Seniliira, Jav.; S i n dara, 
Jav. — iinonihri-stcr. (icbr.: De bewonei's der berg- 
streken gebruiken de droge blocuueu tot opvulling 
van kussens. 

220. A. longifolia D.C.* Boenga batoe, 
Boeg., M;ikas,; Mawoöe pasang, .Mf.Min.T.P.; Ta- 
n al aj o e, O. Jav.; Ti n alaj oe §), O. Jav.; Tj apo goe- 
n o e ë n g, Minangk.; T o e n a 1 a j o e f), O. Jav. — Kruid. 

$) Ook (inaphalium involucratum Korst. {= G. 
j;i])ouieum Thunb.*) en andere soorten (zie ltj()7). 

221. A. saxatilis Boerl.* Kembang sewoe, 
Jav. — Kruid. 

222. A. viscida D.C.* (= A. sordida 

Boerl.). Sarasiiti, Jav. — Buiimhecsicr. 

223. Ancistrocladus extensus Wall.* 
Nat. fam. der Dipterocarpaceae. A k a r b o e 1 o e s, 
Mal.; Akar dj oei ueng hi t uni, Jlal.; Akar mend- 
joeloeug. Mal.; Dj ocloeng-dj ocloe ug. Bat. — 
Klimmende heester. 

221. Andropogon aciculatus Retz. ( = 
Chrysopogon aciculatus Trin.'). Nat. fam. 

der Gramineae. Badjang-badjang §), Balin., 
Jlal. Batav.; Badj e u g-badj e ug, Makas.; Boe toe, 
Alf. Min. T. L.; Djintau oetau. Mal. Amb.; Djoe- 
koet dougdoman, Soend.; Domdoman, Balin., 
Jav.; Dougdoman, Soend.; Kalakandji, Minangk.; 
Kalakeh kandji, Minangk.; Kalikih kaudji, 
Minangk.; Kekaroug, Sas.; Lengkarong, Sas.; 
Pada-pad ang. Boeg.; Rai-rai (zie 9fiü), Alf. Halm., 
Mal.Men.,Teru.; Rebha tjotjok, Madoer.; Roem ba 
mepoe, Soemba; Roempoet djaroem. Mal.; Salo- 
hot. Bat.; .Soeket domdoman, Jav.; Socket sa- 
loeudoepan, Jav.; W o e t a, Alf. Jliu. T. L. — Kruid. 
Gebr.: De afvallende aartjes hechten zich aan het 
kleed der voetgangers; in sommige streken dienen ze 
tot verwijding der gaten in oorlellen. Met de sprietjes 
kitteleu de Maleicrs hunne krekels om ze tot het 
gevecht aan te hitsen. Deze grassoort is de oplossing 
van het Javaansche raadsel: „.ina wit paudjalin godong 
dom kembang nagasari", d. i.: „Er is een rotanplant, 
de bladen gelijken op naalden, de bloemen op die 
van nagasari". 

^) Zie voor dezen en den volgenden naam het aan- 
geteekende bij 2.51. 

225. A. halepensis Brot.* Berang, Alf. 
Min. T. L.; Rocmererap, Alf. Min. T. P.; Wo- 
wongan, .Vlf. .Min. T. P. — Kruid. 

22«. A. intermediusBr.* Roem poet pipit, 

Jlal. — Kruid. 

227. A. Iwarancusa Roxb.* (= Chryso- 
pogon Iwarancusa Schultz.). Djoekoet 

scserelian, Soend.; — Kruid. Gebr.: Hier en daar 
gekweekt; de wortel dient tul het kruiden van spijzen. 

228. A. muricatus Retz. (^= A. squar- 
rosus L.'). .Vkar babaoe. Mal. Men.; Akar 
waugi. Mal.; Ambar westoe. Sas.; Anggara 
wastoe, Balin.; Djanoer, Soend.; Doepa ratoes, 
Sas.; Ilapijas, Bat.; Karabistoe, Madoer. S.; 
Larasetoe, Jav.; Larawastoe, Jav.; Larawestoe, 
Jav.; Lorowistoe, Madoer. B.; Masarimbata, 
Alf. Min. T. L.; Narawasatoc, Boeg., Makas.; 



Andropogon Anona. 



168 



229 - 24.5. 



NurawaslocSocnd.; NarcstoiSiMiil.; N 11 r was toe, 
Mal.; Ocsa, Minangk.; Ocsar, Bal., Mal. liatav., 
Soend.; 1' allang arociii, Balin.; 1'ailang lialiad 
«aiiocr, Balin.; l'adang koowangi, liiilin.; l'a- 
dang ri'si, Balin.; l'adang tjandanu. Balin.; 
Ilarawcatüi', O. Jav.; Ko\vi»toe, Madoir. B.; 
Sare anibiing, Makas.; Sorai wangi, ],ani)).; 
Seio ainbong, Boeg.; Sri wangi, Balin.; Tagoh i, 
Air. Min. Bant.; Wondoc, Alt'. Min. Bent., T. 1'. — 
Kruid, (iebr.: I)c geurige wortels („véliver", „cuscus") 
worden tussehen kleeren g<'legd, soms tot hoeden, 
mandjes en waaiers verwerkt en ook door vrouwen 
aan het haar gehouden; in sommige streken maakt men 
er welriekr'ude olie van. In oude legenden vindt men 
den reuk van het hloed van een stervende wel met 
den geur dezer wortels vergeleken. Bij dit nummer 
behoort ook .\. .Nardus I,. var. ereeta Stajif. (:^ Me- 
rakan, Soeket merakan, .lav.). 

329. A. Schoenanthus L.* ^) Alang-alang 
keniangi, Jav.; Boebue, All". .\. O. Halm.; U i- 
raugga, (iorom ; (ïarania kocsoe, Tern,; lïisa- 
hisa, Alf. Amb., Oei.; Iloc moeke, Tim.; Isalo, 
Alf. N. Laoet; Kendoeng witoe, Soemba; Kor ma 
koesoc. Mal. Men.; I/aug-alang kamauge, Ma- 
doer. B.; Mehct, .\lf. Boer.; Naoe si na, Rotin.; 
Pataha 'm])ori, Biman.; Salimata, Alf. Min. 
Tonsiiw.; Siilimbata. All'. Min.; Sa u gge-sa n gge. 
Bat.; Sarai. Minangk.; Sare, Daj., Makas., Mal. .\mh.; 
Sarimbal a, .Vll'..Miu.; Se e, Balin.; Sehe, Balin.Semb.; 
Seoi, Midd. Suni.; Serai, .Mal.; Sere, Boeg., Madoer. 
P.S.; Sere, Jav., Vuig. Mal.; Sere mangat bi, Atjeh; 
Serch, Soend.; Seri, Madoer. B.; Tcnian malai, 
Leti; Threuc, Atjeh; Tonti, Alf. .Min. Bant. — 
Kruid. Gebr.: Dit welriekende gras („lemongrass", 
„citronella") dient als kruiderij bij de s]iijsbereiding en 
men stookt er vluclüige olie van. De wortel wordt als 
zweetdrijveud middel gebezigd. De jonge loten doet men 
in de Aliuahasa in sagoeweer en geeft die te drinken 
aan uit zware ziekte herstellenden. Van ])ei-8onen, die 
tot elkaar in nauwe betrekking staan of het onderling 
eens zijn, zegt de Maleier overdrachtelijk : „Saroem])oen 
seperti serai salobang sejjerti tehoe", d. i.: „(Zij vormen) 
e'cn stoel als screh-gras en (groeien) in een gat als 
suikerriet", n. I. meei-dei'e stengels aan éen wortel. 

§) Sr.M'F (Kew Bulletin lUOO), die de -V. -soorten 
herzien heeft, verdeelt deze soort iu tweeen, u.1.: C'vni- 
bopogüu Sehoenanthus Sjjreng. en C. citratus Stai)f. 

230. A. sp. La moer au mendjangan, Jav. — 
Grassoort, ttehr.; Is een geschikt veevoeder. 

231. Aneilema diversifolium Hassk. (= 
A. nudiflorum R. Br.*). Nat. i;nn. di r Com- 

melinaceae. Bawaug brobos, U.Jav.; Brobos, 
Jav.; Kenibaug kerang, Balin.; Kembang ki- 
rang, Balin.; Kerang, Balin.; Kirang, Balin.; 
Kadja lintang, Batav. Mal.; Tam pak mrang, 
Balin. — Kruid. (ïebr.: De bladen dieneu als veevoeder. 

232. A. nudifloruni R. Br.* Djalegor, Jav.; 
D joekoe t ge- w o r, -Soeud.; G e wo r ^), Soend.; Kcnop 
in dek at, Alf. Min. T. P.; Lidah lemboe. Mal.; 
Pisi noe oebi, Alf. Miu. Bant; Koempoet lidah 
lemboc. Mal.; Roem poet sarang toep ai. Mal.; 
Rocrapoct tapak boerocng (zie 233-4), Mal.; Sa- 
raug banoewa. Bat.; Sarahg toepai. Mal.; Soe- 
loe ni asoe, Alf. Min. T. B.; Tapak boerocng (zie 
2331), IMal. — Kruid. Gebr.: Wordt als groente gegeten. 

§) Deze Soend. namen gelden ook voor Polygonum- 
cn Conimelina-soorten. 

233. Anethum graveolens L. (= Peuce- 
danuin graveolens Benth. & Hook.*). Nat. 

tam. der Ulllbelliferae. Da oen ender. Mal. 
Batav.; Ender (zie 156U), Mal. Batav. — Kruid, 



„dille". Gebr.: Uier en daar verbouwd; wordt bij de 
rijst gegeten. .\l3 inlandsehe drogerij zijn de vruehijes 
(dillezaad) bekend onder den naam vau niocngsi. 

23t. Angiopteris evectaHoflfin.* Nat. fam. 

der Filices. I'akis k e b u, Jav.; I'aloe kebaoe, 
.Mal. Bengk.; l'akoe moending ge de, Soeud. — 
Boomvaren. Gebr.: Het blad wordt dikwerf lol 4 M. lang. 

23."). Aniseia martinicensis Choisy. (— 
Ipomoea martinicensis Mey.*). Nat fam der 

Convolvulaceae. .Mauariug i lawanan, Alf. 
.Min. T. P.; Wanaring in dawanan, Alf. Min. 
T. S. — Klimplant. 

23t). Anisogonium esculentum Presl. 
(= Diplaziuni esculentum Sw.*). Nat fam. 

der Filices. Pakoc benar, Jlal.; l'akoe tand- 
joeng, .Mal. — Varensoort. 

237. Anisomeles albifloraMiq.* Nat. fam. 

der Labiateae. Babadolanj) bodas, Soend.; 
B a n d o t a n p o c t i h, Jav. — Kruid. 

§) Ook andere kruiden, o. a. ccnige t'onipositac. 

238. A. malabarica R. Br.* Selaseh ajer. 

Vuig. .Mal. — Kruid. 

23U. A. OVata R.Br.* Daoeu salangkeng, 
Jladoer.; Makoekocroe iuiparab, .\lf. Min. T. P.; 
Patoek bangkong, Soend. — Kruid. Gebr.: Een 
afkooksel der bladen wordt inwendig tegen graveel 
toegediend. 

240. Anisophyllea disticha Baill. (— A. 
trapezoidalis Baill.*). Nat faui. der Rhi- 

ZOphoraceae. Kajoe kautjil. Mal.; Ranibai 

ajam*i, .Mal. — Heester. 

§) Ook R\"parosa fasciculata King.* 

241. A. Gaudichaudiana Baill." Da lek 

limaoc manisj). Mal. — Boom. 
i) Ook .\nis. apetala Scort.' 

242. Anodendron coriaceum Miq.* Nat. 

fani.der Apocynaceae. A re nj t jeuui ]i;il k ik is, 
Soend.; Bi kat, l>aj. W. Bom. — Klimmende heester. 
Gebr.: De bladeu worden wel als groente gegeten ; 
vau de vezels wordt tiuiw vervaaidigd. 

243. A. moluccanum Miq*. 1'api, Alf. 

Amb. — Klimmende hl■e^ter. Gebr.: Het uit den 
stengel verkregen sap heet giftig. 

244. AnoectochilusReinwardtüBl.' Nat. 

Orchidaceae. Boenga toelis, Mal.: Dengen, 
Ja\',; Godoug dengen, Jav. — .Vard-orehidee. 

24.'). Anona muricata L.* Nat. fam. der 

Anonaceae. .Vu aan walanda, .\lf. Z. C'er.; 
1 ) I' u r e u j a n b e 1 a n d a, .\tjeh ; D j a m b o e I a u d a. 
Mal. Bengk.; Doerija oelondra, Nias; Mangka 
walanda, .Vlf. Min.; Moris, O. Jav.; Naka wa- 
landa, .\lf. Boer.; Nakat, Sika; Naugka belanda. 
Vuig. Mal.; Nangka bocris, Madoer. B.; Nangka 
cnglan, Madoer. P. S.; Nangka moris, B, P. 
Madoer.; Nangka walanda (zie 355), Mal., Soend. 
Nongka manila, Jav.; Nongka lundi, Jav. Kr.; 
Nongka londa, Jav. iS'g.; Nongka s a b r a n g, Jav.; 
Nongka weiand i, Jav. Kr.; Nongka wel on da, 
Jav. Ng.; Sirikadja baland a. Boeg.; Sirikaja 
balanda, Makas.; Sosak, Mal. Tim.; Soerikaja 
welonda, Jav.; Srikaja djawa, Balin.; Srikaja 
w e 1 o n d a, Jav.; S w i r s w a k, Vuig. .Mal.: Taroetoeng 
olanda. Bat. — Boom, de zuurzak („eorossol"). Gebr.: 
De smakelijke vruchten worden rauw gegeten, de jonge 
bladen wel gebezigd tot rijpmaking van steenpuisten. In 
I het Javaanseh heeft men een raadsel: „Nongka amboeroc 
djeroek", d.i.: „Een nangka maakt jacht o)) een djeroek", 
met de oplossing: „een Europeaan maakt jacht op een 
tüger"; nangka is de nongka welonda en djeroek is de 
djeroek matjan. 



Anona — Antidesma. 



169 



246 - 267, 



2411. A. retiCUlata L*. At:i kase, Tim.; 
Binofwa, Mailmr.; Binowa, ^Failuor.; 15 o e w all 
noiia, -Mal.; liuc« ah uenah, Lam]). Ab.; Ujaiiiboc 
nona. Mal. Beiigk.; Djocs, Lamii. .VI'.; Kaïiuwa, 
Jav.; Klocwa, O.Jav.; Malowa, Jav.; Manot-wa, 
Jav.; >1 a II o w a, Jav., SoeuJ.; ,M o o IV a, Jav.; N o o n a, 
Mal. Tel. Bet.; Nona, Mal., Rotiu., Soeml.; Si-iba 
rabsa, Atjeh ; Sirikadja lase tcdong. Boeg.; 
Sirikadja oeso. Boeg.; Siiikailja soesoc, 
Bot-g.; Sirikaja dokc, Makas.; Siiikaja socsof, 
Jlakas. — Booinlipester. (iclir.: De rijpe vnu-ht™ 
(„cooiir (Ie boi-nf') worileu rauw gcgi-ten. De tijiige- 
wrevcn bladen norden aangewend tegi'ii ongedierte. 
De vrneht is di' oplossing van het Javaansehe raadsel : 
„Sega sakepel di roeboeug patek", d. i.: „Een handvol 
gekookte rijst omgeven door Spaausche pokken". 

247. A. squamosa L.* Ata, Tim.; Atis, Mal. 
Men., Teni.; Atisi, Alf. N. O. Halm.; Üelima 
srikaja, .Mal.; Garoso, Biman.; 1'eras, Banda; 
Perse, Kisar; Sarikaja, l)aj., Soend.; Sarkadja, 
Madoer. B., P.; S e r b a b i n t a n g, .Vtjeh; S e r e k a d j a, 
Madoer. S.; Seraikaja, Lamp.; iSerkaja, O. Jav.; 
Sirikadja, Boeg.; Sirikaja, Makas.; Soerikaja, 
Jav.; Srikaja, Balin.; Jav., Mal., Soend.; Sri ka wis, 
Jav. Kr. D. — Boomhecster („swect sop", „pomme 
cannelle"). Gebr.: Als boven. 

24S. Anotis hirsuta Miq. Nat. fam. der Bu- 
biaceae. Kasemboekan lemah, Jav.; Sem- 
bockan lemah, J;iv.; — Kruid. 

249. A.WightianaBenth. &Hook.* Asam 

koesanibi, Suin. W. K. — Kruid. 

2.i0. Anthistiria arg^ens Willd.* Nat. fam. 

der Gramineae. Koempoe t sarang pi pit. Mal.; 
Sarang pipit, Mal. — Kruid. 

2.Ï1. A. ciliata L.* Djockoct mandjah 
beurcum, Soend.; Klitik, Jav.; Klitikan, Jav.; 
Mandjah be ureum, Soend.; M e rah an -laua iig 
(zie 228), Jav.; R e b ha b a d j h a u g, Madoer. S.; R e b h a 
bhadjhang, Madoer. B. P.; Rebha djang-bad- 
jhang, Madoer. S.; Rebha dj ha ng-bhadj hang, 
Madoer. B. I'.; Kebha dj hang pel e, Madoer. B. P.; 
Kebha lampedjhang, Madoer. B.; Roem p oei k 
soentieng poetièh, Minangk.; Sanggar, Bat.; 
Soeket merakan, Jav.; Tagaingana, Teru. — 
Kruid („kangaroo grass"). Gebr.: Is eeu geschikt vee- 
voeder. Op Madoera legt men de vruehtjes oji do 
oorlellen van zeer jeugdige meisjes, waaraan ze zich 
vastheehten en het lelietje geleidelijk doorboren. In 
het Bataksch heeft men een spreekwijze: „Gijotna 
tingon sanggar toe eme", d. i.: „Van de sanggar naar 
de padie behoort het"; met de beteekcuis om iets te 
docu van het begin te beginnen. 

252. A. gigantea Cav.* Roemjioet rijang- 
rijan g (zie 21)0 1, Mal.; K ij an g-rij ang, Mn]. — Kruid. 

2."):i. Anthocephalus indicus Rich. (= 
Nauclea purpurea Boxb.*). Nat, fam. der 

Bubiaceae. Bangkal bctina, Midd.Suni.; Poe- 
lasaii hoelan, Jlal.; Tj angt j ar atau badak, 
Soend.; Tjaralau badak (zie 2414), Soend. — Boom. 

254. Antiaris rufa Miq.* Nat. fam. der Urti- 
CaC6a6. Ipoh bengkaroeng, Mal.;Reri n teken, 
Alf. Min. T. S.; Ririn teken, Alf. Min. T. L.; 
Riri n teken sela, Alf. Min. T.L.; Wolocinoe, Alt. 
Min. T. l'. — Boom. (iebr.: Vroeger werden uit den 
bast klecJingstukken vervaardigd en thans op Noord- 
Celcbe-s nog wel hoofddeksels voor den veldarbeid. 

255 A. toxicaria Lesch.* .\ntjar, Balin., 
Jav.; Ipo, Boeg,, .Makas.; Ipoe, Bat.; Ipoeeh, 
Minangk.; I])oh, Mal.; Ipoh batang. Mal.; Ipoeh, 



Atjeh ; Kajoe oepas, Jav., ^lal.; K ajoe tj i dak oc 
(zie 70S), Mal. Mol.; Lawaue, Alf. Aiiib.; Law an i, 
Alf. Asil., Har., llila, Z. Cer.; Loewanjo, Alf. N. 
Laoet ; Loe wano, Alf. Sap.; Roe wan j o, Alf. N. Laoet ; 
Si ren, üaj. Z. O. Bom.; Tascm, D;ij. W. Bom. — 
Boom, de Javaansehe gift- of autjar- of oepas-boom. 
(ïebr.: Het ingedroogde melksap levert het vergif, dat aan 
de pijltjes der blaasroeren wordt gesmeerd, gewoonlijk 
gemengd met het sap van andere jdanten, als Dioseorea, 
Derris. e. a. en ook met arsenieum, naar gelang dit 
jdaatselijk volgens de overlevering of in bepaalde ge- 
zinnen wordt gevorderd. Van de schors (der ongiftige 
variëteit ?) vervaardigen de Alfoeren in de Molukken 
hunne sehaanigordels, waaraan de boom in het locale 
Maleisch zijn naam ontleent. 

236. Antidesma alatum Hook.f.* Nat. fam. 

der Euphorbiaceae. Beroenai, Mal. — Boom. 

257. A. Bunius Spreng.* Anino, Tim. 
Beroenai, Mal.; Banai, Minangk.; Boenc, Boeg.; 
Bonth., Makas.; Boene tedong. Boeg., Bonth. 
Makas.; Boeni, Mal.; Boerneh, Madoer.; Bonai, 
Minangk.; Bon ei, Jlinangk.; Boni, Balin.; Hoeni, 
Soend.; Lingan, Jav.; Woeui, Balin., Jav. Var. in 
Balin.: B.ofw. djambal of b. of w. nasi; b. of. w. 
tjamra; b. of w. mintjid. — Boom. Gebr.: De 
aan trossen groeiende vrachtjes worden gegeten. In 
Java wordt de boom zelden op de erven geplant, 
wegens het aldaar heerschcnde bijgeloof dat hierin 
onder allerlei gedaanten de zielen der afgestorvenen 
huizen. Van iemand, dien het zweet op het gelaat 
parelt, zegt de Makasaar: „Boene-boene songo ri roe- 
pana", (en de Boeginees: ,jMaboene poesena"), d. i.: 
„Hij heeft als 't ware vrachtjes van boeni op zijn 
gezicht", terwijl „verschillend van kleur" door den 
Madoerees wordt uitgedrukt met „masak boerneh", ora 
reden de vruehtjes niet te gelijk rijpen. 

358. A. cuspidatum Muell.Arg.* (zie 397). 

Kenidei poeuei, Mal. — Boomheesler. 

259. A. Ghesaembilla Gaertn.* Baloeug 

ajaiii. Mal. — Boom. 

2(in A. Ghesaembilla Gaertn.* var. pani- 

CUlatum Muell.Arg. Boene boe ri tja. Boeg.; 
Boene maritja, Makas.; Idoe ngoesan, Alf.Min. 
Tonsaw.; Kajoe marisa, Alf. Min. T. L.; Kajoe 
maritja, Alf. Min. T. P.; Konjam pasir, Jav.; 
Onjam, Soend.; Poen kaloeja, Alf. Min. Bent. 
— Kleine boom. Gebr.: De vrachten worden gegeten, 
en de bladen bij sommige spijzen gevoegd om daaraan 
een zuren smaak te geven. Hout duurzaam. 

261. A. lanceolatum. Tul.* Andi-andi, 
Jav. — Boom. 

262. A. leucopodum Miq.* Beroenai 
padi. Mal.; Boeni padi, Mal. Pal. — Boom. 

263. A. montanum BI.* Hoeni pasiser, 
Soend.; Ki scuheur, Soend.; Ki scuhcnr bodas, 
Soend.; S e u h e u r §), Soend.; Scuheur bodas, Soend.; 
\V o e n i 1 a o et, Jav. — Boomhecster. 

^) Ook Antidesma tetrandum BI.* 

264. A. Bumphii Tulasn.* Kate-kate goe- 

noeng, Jlal. JIol. — (iebr.: De jonge bladen worden 
als groente gegeten. 

265. A. Stipulare BI.* Ki seuheur badak, 
Soend.; Seuheur badak, Soend. — Boom. (iebr.: 
Het gele hout is als nicubelhout gezocht. 

266. A. velutinosum BI.* Ki seuheur 
monjet, Soend.; Mein]ioenai boekit§). Mal.; 
Seuheur monjet, Soend. — Heester. 

§) Ook Arthrophyllum diversifolium BI.* 

267. A. Sp. Boene re ja, Bonth. — Boom. 



Aphania - Alarla. 



170 



268 - 286. 



2f>«. Aphania montana BI. (= Sapindus 
montanu8 BI.*). Nat. fmn. der Sapindaceao. 

Kilujiii' j; om 11 e UK, Jiiv. — Boom. 

-'O'.i. A. paucijuga Badlk. (— Sapindus 

pauCijUgaL.*). Knie loclimi;, Miiiiiiii;k.: Kclut 
toelaiif;, Mal. — liooin. (iilir.: llit hout is geschikt 
voor balken. 
270. Apium graveolens L.* Nat. fam. der 

Umbelliferae. Sihulri, Mul. IJatav.; Sladri, 
Ualin. - Kruiil, selili-rie. (mIit.: WorJt liier eii daar 
gekweekt. 

L'71. Apluda muticaL.* Nat. lam. der Gra- 

mineae. Ka|i;iiilo;iii, .\ll". Min. Bant. — Kruid. 

•212. Aporosa auroa Hook.f.' Nat. fam. der 
Euphorbiacoae. Ilading lietina, Mal.jKajoe 
gilding hetiua, Mal.; Seliasiv hitaiii (zie 807 en 
UilS), Mal.; Scbasa m i n jnk. Mal.; Sebasa n i ]i is 
koelit, ilal.; Sibasa hitani, Mal.; Sibasa niiii- 
jak, Mal.; Sibasa ni])is koelit. Mal. — Booni- 
hcc.ster. 

27.'i. A. Benthamiana Hook.f.* Kasei 

(zie 2830), M;il. — Boom. 

274. A. flcifolia Baill.* Sebasa djantan, 
Mal.; Sebasa nipis koelit be t i na. Mal.; S ibasa 
djantan. M;il.; Sibasa nipis koelit betina, 
Mal. — Boomheester. 

275. A. frutiCOSa Muell.Arg.* Beroenai 
talang, Jlal.; Boeni talaug, ,Mal. 1'al. — Boom. 
Gebr.: De ba.st wordt bij het roodviTven van garens 
gebezigd. 

270. A.MaingayiHook.f.* ramjioii jiatjat 

(zie 1669), -Mal.; Tampoi patjat, -Mal. — Boom. 

277. A. microcalyx Hassk.* Pelangas 
(zie 391), Midd. Sum. — Boom. 

278. A. microsphaera Hook.f.* Sakam, 

Minangk.; Se kam mernh, Jlal.; Si kam. Bat. — 
Boom. 

279. A. nigricans Hook.f.* Bantoenau, 

Mal. — Lilge hnulll. 

280. A. Praineana Hook.f. Pet al ing tan- 

dock, Mal. — Lage boom. Gebr.; Het hout wordt 
wel bij huisbouw gebezigd. 

281. A. stellifera Hook.f.* Sebasa nipis 
koelit poelih, Mul.; Sibasa nipis koelit poe- 
t h. Mal, — Lage lioiiiii. 

282. Apostasia nuda Br.* Nat. fam. der 
Orchidaceae. Djoekoek pering. Lamp. .\b.; 
Kenijing pelaniloek, Mal.; Seudjocwang 
hoctan izie ll).">). Mal. — Kruid. 

283. Aquilaria malaccensis Lam.* Nat. 

fam. der Thymelaeaceae. Agaroe, B:din.; .\1- 
wali. Mal; Beroenan. Mal. \V. Born.; Broenan, 
M;il. \V. Bom.; Engkaras, Mal.; Gaharoe, Mal.; 
Garoc, Baliu., Boeg., Jav., Makas., Sas., Soend.; 
Gharoe, Jladoer.; Kadjoc gharoe, Jladoer.; Kajoc 
engkaras. Mal.; Kajoc gaharoe. Mal.; Kajoe 
karas. Mal,; Kalamba, Maka«.; Kalampa, Boeg.; 
Karas, Mal.; Kekaras, Mal.; KclembakfV Mal.; 
Ketimocs, Balin.; Madja gaoe, Balin. Varicleilen 
in Mal.: G. betina; G. bocwaja; G, lanang; 
Kei e m bak boenga. In Soend.: Garoe hideung; 
G. kapas. In Baliu.; Lengedi of G. lauang. — 
Boom. Gebr.: Inlanders bezigen het hout (aioehout, 
agclhout, w ierookhoiit) ter wille van den gcnr ; zij 
besproeien ook de graven vau pas overledenen met 
water, waarin men dit hout heeft latcu trekken, met 



hel doel de booze geesten te verjagen. De fynstc 
stukken reukhout vindt men in omgevallen ten dccle 
vergane boomen, waarvan het htirt nog gaaf is ; die 
stukken hebben een waarde van ƒ4 a ƒ 5 de katic, 
maar worden niet bij alle boomen in gelijke hoe- 
ve(dheid aangetroffen, ofschoon enkele tot twee en 
meer pikoel bevatten. Bij nog levende boomen 
behoort er een zekere oefening toe om te weten, of 
een boom al dan niet gaharoe-hout bevat. In de 
Maleisehe landen zijn het de ))awang (wichelaai-s, 
geestenzieners), die in de kennis hiervan uitmunten ; 
zij hebben tot dat einde bij zich een stuVje gaharoe- 
hout, dat eenigszins deu vorm van een dier heeft en 
als gahai'oe meroepa bekend is, waarin de geest, wien 
het hout zou behooren of die er het toezicht over 
heeft, Hoiilt veiondersteld te vc'rblijven. Zonder dit 
hulpmiildid houden de Maleiers zich ver van den boom, 
daar zij meenen in de nabijheid harde knallen als 
geschuts-losbarstingen te hooren, het voorteeken van 
naderende onheilen. Hierbij dient niet vergeten, dat 
ook in andere boomen reukhout wordt aangetroffen. 
De Maleiers hi-bben een sjjreekwijze ; ,,Socdah gaharoe 
tjendana ])oela", d. i.: „Je hebt al aloe-hout en nu 
vra:ig je nog sandel ; of zooveel als : „.Ie weet het al 
en nu vraag je het nog", 

i) Voor den Jav. naam kalembak zie 2966. 
Wegens het verbranden als of met wierook is verwis- 
seling der opgegeven namen met die voor Santalum 
allmm niet zeldzaam ; terwijl bovendien moeilijk is uit 
te maken, welke inlaiulsche namen meer bijzonder 
gelden voor (Tonvstylus Miipielianus T. etB.*, ecnc 
naverwante boomsoort, die op Java dit reukhout levert, 

2st. Arachis hypogaea L.* Nat. fam. der 

Leguminosae. I'oi e kase, Tim; Koefoee iua, 
Kutiu.; Katjaug, Madotr. B., P.; Katjang djawa. 
Mal. Men.; Katjang goreng, Makas.; Katjang 
landjaran^^ .lav.; Katjang peudem, Jav.; 
Katjang soeöek, Soeud.; Katjang tanah, Balin., 
Mal.; Katjang taneuh, Soend.; Katjang tjina, 
Jav. Mal.; Laoeroer niakaharere, Sermata; 
Laoeroeroe makasre, Leti ; Oetan tana, Solor; 
Otok kalepat, Madoer. S.; Otok sabhoek, Ma- 
doer. B.; Otok tjena, Madoer. S.; Ka pa, Biman.; 
Ketak tanah. Lamp.; Soeöek, Soend.; Tjang 
goreug, Boeg.; Warahe, Alf. Boer. — Kruid, de 
aardnoot. Gebr.: De vei-sche of gedroogde bladen zijn 
een geliefd veevoeder, lit de fijngestampte zaden (z.g. 
apeuüotjes, araehiden, grondnoten, curacaosche aman- 
delen) wordt na stooniing en uitpersing een olie (Vuig. 
Mal. minjak katjang) verkregen, welke in runder- of 
butl'elblazen aan de markt wordt gebracht. Het is bekend, 
dat deze olie zieh ook in de Euro])eesehe industrie tot 
velerlei doelciudeu een jdaats heeft veroverd, o.a. als 
üclftsehe slaolie. De na de persing overgi'bleven koeken, 
in Jav. boengkil, in Soend. gcbleg en in Madoer. talcpek 
of tataen geheeten, bezigt men op Java en Madoera 
als meststof, en op Java, onder den naam van tempc 
boengkil, ook als vei-snapering. In het Javaansch heeft 
men een raadsel: „Katjang noenggang oeler", d. i.: 
„Een boon rijdt op een rups", waarvan de oplossing 
is: „Een Chinees rijdt te paard". De katjang is de 
katjang tjina, de oeler is de oeler djaran. 

J) Dit is eigl. een algem. benam, voor katjang- 
soorten, maar die langs staken opgroeien. 

2s.-.. Aralia dasyphylla Miq.* Nat. fam. 

der Araliaceae. Panggaug badaki), Soend.— 
Boomheester. 

i) Panggang is een inl. „geslachtsnaam" voor ver- 
schillende heesters en boomen uit de fam. .\raliaceac. 

286. A. ferox Miq.* Kererabièt, Alf. Min. 
T. B.; Panggang tjerme (zie 2552), Soend. — 
Boomheester. 



Aralla — Areca. 



171 



287 - 315. 



287. A. javanica Miq.* Bal ik s o e m poch 
Mal.; Panggang piet, Soend. — Heester. 

288. A. montana BI.' Carang gociioeng, 
J«v. — llcestir. 

289. A. Thomsonii Seem.* Diiloclang, 

Mal.; Doelaiig- Joehiiig f\ Mal. — Heester. 

J) Zie voor dezen iiaaiii iii het Miuaiigk. bij KJIT; 
en met de bijvoegiug van akar bij 12fi-l. 

2'.Mi Archytaea Vahlii Chois.* Nat. fam. 

derTernstroemiaceae. .Malaka oedang, Snm. 
W. K.; Pokok ri jang-rijaug f), Mal.; Kijaug- 
rijaug, Mal. — Boom. Gcbr.: Het hout is gesehikt 
voor stijlen en daksparreu. 

f) l)c bijvoeging pokok ter onderscheiding van 252. 

291. A. sp. Bangka, .Ujch.Snm.W.K. Variëteiten 
voor Sum. W. K.: B. scmoet; B. toelaug. — 
Boom. (lebr.: Het hout bij huisbouw, de bast voor 
fakkels. Ken al'koiiksel van dezen liasf levert brnine 
verfstof, waarmede lijnwaden en matten worden gekleurd. 

292. Ardisia Blumei A.D.C.* Nat. fam. der 
Myrsinaceae. Ki lampani goenocng, Soend.; 
Ki lampani Ie m boet, Soend.; Lam pan i goe- 
noeug, Soend.; I. ampani Ie inboet, Soeud. — 
Heester. 

293. A. celebica Scheflf.* l'ahanap, .\lf. 
Min. T. I,. -^ Heester. 

2<Ji. A. complanata "Wall. (= A. colo- 

rata Roxb.'). Ki l;ini|iani geile, Soend.; Lam- 
pani gede, Soend. — Heester. 

29.Ï. A. Crenata Roxb.' Mat a pelandoek §), 
Mal. . — Heester. Gebr.: De zunraehtige vruchten 
worden gegeten. 

§) Op Baiigka is dit de naam van Euthemis len- 
rocarpa Jack.* (zie 1397). 

29Ci. A. elliptica Thunb.* Bak ram, Atjeh; 
Ki lanijiani, Soend.; Lampani^), Soend.; Lam- 
pene, .Madoer.; Lenipadjong, Sas.: Lempeni, 
Baliu.; Ram pau ai, Minangk.; Rempenai, Mal. — 
Heester. Gebr.: De kleine vruchten worden als ge- 
neesmiddel tegen wormen en ook als rinkelbelletje 
gebruikt. Een kwaadaardige ])okziekte, op deze ge- 
lijkende, heet in het Maleiscb: Ketoemboehan rempenai. 

f) Ook Mvi'sine avenis A.D.C'. (^= M. eapitellata 
Wall.*) (zie 2K1.5). 

297. A. Forstenii ScheflF.* Kai te poe. Alf. 

Min. T. B.; Padaka, Boeg.; Poesoli, Alf. Min. 
Tonsaw. — Boom. 

29S. A. fuliginosa BI.* Ki adjag, Soend. — 
Boomheester. fiebi-.: De rnoilbruine hars (getah adjag) 
is een gezocht geneesmiddel tegen huidziekten. 

299. A. humilis Vahl.* Ki lampani peu- 
tjang, Soend.; Lampani pcutjang, Soend. — 
Boomheester. 

:)(ii) A. Korthalaiana Scheff. (= Pime- 
landra Wallichii A.D.C.*). Kandoecng 

rimbo, Minangk. — Hee^-ter. 

301. A. laevigata BI.* Ki mangoe, Soend. 
— Boomheester. Gcbr.: De jonge bla(b:n woiib'ii door 
de bergbewoners soms rauw gegeten. 

302. A. lurida BI.* Ki lampani bcdjo, 
Soend.; Lampani hedjo, Soeud. — Boomheester. 

303. A.macrophyllaReinw.* Ki lamjiani 

badak, Soend.; Lampani badak, Soend. — Heester. 

304. A. Miqueliana Scheff.* Dada boe- 

roeng, Mal. — Heester. 



30.-). A. odontophylla Wall.' Pasal,Mal.— 

Boom. (iebr.: De vruchten worden gegeten. 

30B. A. OXyphyllaWall.* Boedjang se ma- 
lam boekit, ^lal. — Heester. 

307. A.palembanicaMiq* Pa song, Atjeh.— 

Heester. 

308. A. reclinata Scheff.* Ki lampani 

laoet, Soend.; Lampani laoet, Soend. — Heester. 

31111. A. serrata Pers. (= A. Cavanillesii 
Roem. & Schuit.*) vur. semiserrata Scheff. 

Kajoe mata ikan, ^lal. Bandj. — Heester. 

310. A. SUmatrana Miq.* Simasam, Mi- 
nangk. — Heester. 

311. A. tuberculata Wall.* Moeka pa- 
rang. Mal. — Heester. 

312. A. Villosa Roxb.* Mata pelandock 
gadjah, Jlal. — Heester. 

313. A. sp. Kadjoe o-paowan, Madoer. — 
Boom. (iebr.: Het hout dient tot vervaardiging van 
huisraad. 

31I-. A. sp. Oetol, All'. Miu. Bent. — Boom. 

31.5. Areca Catechu L.* Nat. fam. der 
Palniae. -\losi, Boeg.; Beren, N. Guin. Noemf.; 
Beren knam, N. fiuin. Noemf.; Bhoengkana 
pcuang, Madoer.; Boca, Gorom, Sas.; Boe ja, Aroe; 
Bocwah, Baliu., Lamp., Mal. Tel. Bet.; Boni, 
Simaloer; Dena, Alf. N. O. Halm.; Djambe, Balin. 
Kr., Jav. Ng., Soend.; üjambi, Mal. Pal.; Ehoe, 
Endeh; E oef e, Enggano ; Eocpo, Enggano ; Fino, 
Nias; Foea, Alf. Boer.; Foea poen, Alf. Boer.; 
Gehat, Daj. Kat.; Hena, Tern.; Hoea, All'. Amb., 
Asil., Har., Hila, Z. Cer.; Hocwal, Alf. N. Laoet, 
Sap.; Isoa, Tenimbar; Isoe, Kei; Kamtjoe, 
N. Guin. 4 R.; Kamtjoe ajo, N. Guin. 4 B.; 
Kela, Sawoe ; Keoe, Lio; K e poe we wenji, 
Sawoe ; Mama, Gorout.; Mamaün, Alf. Min. Ponos., 
Bol., Mong.; Mam au, Alf. Min. Bent.; 'Mboewa, 
Rotin.; Momongo, Alf. Tom.; Ngaugan, Alf. Min. 
Tonsaw.; Oea, Biman.; Oefe, Enggano; Oegai, 
Lamp. Ab.; Oepo, Enggano; Oerai, Lamp. Ab.; 
Oromol, Babar ; Pcuang, Madoer.; Pinang, 
Mal.; Pin eng, Atjeh; Pineung. Atjeh; Pin ing, 
Bat.; Poa, Sermata ; Poea, Banda, Leti, Rotin., 
Tim., Wetar ; Poea oeöen, Wetar; Poe ja, Aroe; 
Poetjang, Baliu.; Pohon pinang. Vuig. Mal.; 
Poö, Kisar; Poposo, Alf. Min. Bant.; Poromke, 
Kisar; Rapo, Makas.; Soï, Alf. W. Cer.; Tangkal 
djambe, Soeud.; Tenga, Alf. Min. T. B., T. L., 
T. P., T. S.; T i 1 a d e, Sangi ; VV e n j i, Sawoe ; W e s o e, 
N. Guin., Sekar ; Wino, Nias; "Winoe, Soemba; 
Wit djambe, .lav.; Woea, All'. Min. T. B., T. L., 
T. P., T. S., Sika, Solor; Wohan, .Tav. Kr. Varië- 
teiten in Alf. N. O. Halm.: Dena o pareniongi. 
In Nias.: ¥. of. w. beloe; F. of w. bowo. In 
Balin.: Dj. of p. locwak; Dj. of p. djabah; Dj. 
of <p. gonong. In Alf. Min. T. B.: Tenga of w. 
pepesoeten; Tenga of w. poudang; Tenga 
of w. roesip. In Jav.: Djambe ranti of dj. 
koming, met kleine vrucht; Dj. taloeh; Dj. 
wangen, met groole vrucht en welriekende bladen; 
In Soend.: Dj. kabongan; Dj. kalajar; Dj. 
tjaroelak; Dj. toctocl; Dj. wangi; Dj. wiwi, 
enkele dezer met half-bolronde vrucht, andere met 
ovale vrucht, die aan de basis is afgejdat. In Madoer. 
P.: P. rambaj; P. malokok; P. batang. In 
Madoer. S.: P. room; P. ghaltek. In All'. Min. 
Bant.: Po])oso mabingi; Po])oso kabangang. 
In Mal.: Pinang gading. In Atjeh; Pineng 
mauggis; P. moesang; P. siba. In Mal. Amb.: 



Areca — Arenoa. 



172 



315 - 322. 



Pinang itaiii; Pinang traug boelan, iiift 
ht'ldcrgcli' bladstflen. In Mal.iMtn.; Pinang baljaoe; 
P. iluin; V. ka]ias; P. t el u r i kan. Ia Vuig. Slal.: 
Pinang b (t t o c 1 ; P. b o f n d e r b c s » r ; P. b o (Ml (1 e r 
kcijil; P. soesoo. In Alf. Min. T. L., T. S.: Ten- 
ga of w. kapcs; T. of w. k a tawa ; T. of w. pera ; 
T. of n. sanipinit; T. of w. Iaoe»ip. In Bat.: 
Piniug oewani. In Alf. Min. T. P.: Tonga of 
\v. kekekow; T. of w. sela; T. of w. woiic. In 
Makas.: Uapu baou of r. gading; K. didi, met 
gele vrucht. In Alf. Min. Bent.: Manian kanara- 
ni e n ; M . k a s o o a n g ; M . ni a w i n g i ; ,M . p a ni o e s a ; 
M. pisa. — Boum, de areea- of jiiuangpalni. (icbr.: 
(iedroogd en van de schil ontdaan zijn de zadeu (pinang- 
noot, nux arecac) algemeen in gebruik bij het sirih- 
kauwen; (er wordt beweerd, dat die waaraan men vooraf 
geroken heeft, bedwelmend zouden werken). Bij elke 
feestelijke gelegenheid en ook in het dagelijksch leven 
is de aanbieding daarvan een bewijs van beleefdheid 
en wehvillendheid, terwijl ze tevens gebezigd worden 
bij toüvergebeden en het leeren der hier\oor gebruikelijke 
for?nules. Nog jong zijnde, dienen zij met andere 
middelen als geneesmiddel tegen dysenterie, en geeft 
men ze ook aan het rundvee, om dit tegen de koude 
te harden. Het hout van deu stam wordt soms benut 
tot vervaardiging van kleine voorwerpen, de blad- 
scheeden om iets in te wikkelen, en de bladen hier 
en daar tot liet kleuren van hengelgaren en voor 
grof vlechtwerk. Om een kort tijdsverloop aan Ie 
duiden zegt de Javaan : „Saplekah djanibe", d. i.: 
„(De tijd beuoodigd) om een areca-noot door te slaan", 
en de Balinees: „Apaugeutjak lioewah", d. i.: „(De 
tijd noodig) om een jjinang-noot geheel te kneuzen", 
welke hij gelijk stelt met het tellen van elf duiten. 
In het Alfoersch van Ambon zijn : „Ane hoea wain", 
en iu het Goroulaleeseli : „Ngapoïloetoe io mama", 
d. i.: „(De tijd) om pinang tot rijpheid te brengen", 
gewone uitdrukkingen voor de tijdsruimte, die in den 
regel gevordei'd wordt om eenmaal pinang te kauwen 
(dit in Jav.: „Sapauginang", en in Balin : „.\pakpakan"). 
In het Maleisch heeft men een spreekwijze: „Sajierti 
pinang di belah doewa", (en in het Javaausch : „Kaja 
djambe sinigar"), d. i.: „Als een pinang-uoot, die in 
tweeën gespleten is", om te kennen te geven, dat 
iemand of iets geheel oji een ander of iets anders 
gelijkt ; en in diezelfde taal zegt men van lieden, 
die lijdelijk zijn vooruitgegaan, maar weder tot hun 
vroegeren staat vervallen: „Sa))erti pinang ])oelang 
ka tampoek", d. i.: „(ielijk een pinang-vrucht lot de 
kelk terugkeert"'. In de Mab'ische landen honden 
vrouwen, die als medium zullen optreden, gedurende 
de hiermede gepaard gaande dansende bewegingen 
bloemtrossen van Arcea iu de hand, welke men 
veronderstelt een geschikt middel te ziju om de 
exta.se oj) te wekken, „l'it zijn hunu'ur zijn" heet 
in het Miiumgkabaoeseh : „Maboeek di malan pinang", 
d. i.: „Bedwelmd door pinang". In het Makasaarseh 
wortil met de uitdrukking „Hapo-ra])o mi" de i)ersoon 
aangeduid die, verloofd zijnde, den huwelijksband 
dour den dood der andere partij verbroken ziet ; de 
overblijvende heeft weinig kans om te trouwen, en 
het eeuig middel dien vloek neg te nemen bestaat 
hierin, dat de overlevende naar een pinang-boom 
gebracht en tot drienuial toe met het hoofd er tegen 
aan wordt geduwd. In dezelfde taal heet „Kapo 
sarakalijang" een ])iuang-nool, die er uitwendig goed 
uitziet, maar van binnen vol zwarte strepen en 
rottende is; zoodat men aldus ook betiteld een schoone 
vrouw, die bij nauwere kennismaking tegenvalt. \'oor 
het geheel willekeurig met iemand te werk gaan, 
zegt de Makasaar: Parirapo en de Boeginees: Mapa- 
rijalosi. d. i.: „(Hem of haar) als pinang beschouwen 
of behandelen". In het Javaansch heeft men een 



! raadsel : „Botjah anggawa banjoc satctes saka ing 
awang-awang", d. i.: „Keu knaap brengt een dropppl 
water uit de lucht", waarvan pinang de oplossing is, 
omdat er in elke jonge noot eenig vocht is. 

316. A. glandiformis Lam.* Dok o, Alf. 

N. O. Halm., Tern ; Dokoto, Alf. N. W. Halm.; 
Jcjcl, N. (iuin. 4 K ; Kakahar, Alf. Aiiib.; Pinang 
goem oe t oe. Mal. Mol.; Pinang 1 angsa. Mal. Mol.; 
Pinang pandang. Mal. JIol. — Boom. (iebr.: Het 
hout wordt wel als timmerhout gebezigd. 

317. A. Nenga BI. (— Nenga Wendlan- 

dianaSchefiF.'). Djambe ngenge, Soend.; Nan- 
ga k, Mal.; N ge uge, Soend.; N gi ng i, .lav.; Pinang 
bari §), Mal. — Boom. 

f) Ook Ternstroemia japonica Thunb.* 

318. A. Nenga BI. (— Nenga Wendlan- 
diana SchefiF.') var. Sumatrana Teysm. 

Oegai niocli. Lamp. Ab. — Boom. 

31'.). A. paniculata Scheff. (= Mischo- 
phloeus paniculata Scheff.'). (i o e 1 o e b e u g e, 

Alf. N. O. Halm.; lloeuaga, Tern.; Pinang jaki, 
Mal. Men.; Pinang oetan (zie 2H99), Mal. Mol.; 
Teuga im bolai, Alf. Min. T. L.; Woca nc 
angko, Alf. Min. 'V.S.; Woeanewale, Alf. Min. 
T. B. — Boom. Oebr.: In de Minahasa worden de 
uilspruitsels boven aren-bladen verkozen tot inwikkeling 
van tabak voor sigaretten. 

320. A. sp. Patawakoean, Alf. Min. T. L.; 
Pomboea, Alt'. Min. T. P. — Boom. 

321. Arenga obtusifolia Mart.* Nat. fam. 

der Palinae. Langhaji, Bat. Mand.; Langkak, 
Lamp.; Langkap, Jav., Mal., Soend.; Langko, 
Minangk. — Boom. (iebr.: Het hout dient voor 
lansen ; van de bladen vervaardigt men wannen. 

322. A. saccharifera Labill.* Ach e, Xias; 

Akel, Alf. Min.; Akele, Sangi ; Akere, Alf. Min. 
Bant.; Akol, .\lf. Min. Ponos.; Anaoe, Lamp., 
Minangk.; Aren, Jav., Madocr.: Bagot, Bat. Mand.; 
Bak djok, Atjeh; Bargot, Bat. Mand.; Batang 
anaoe, Minangk.; Ben da, Koelei; Boehoe, Daj. 
Kat.; Bone, Tim.; Daloe, Alf. Halm.; Daloekoe, 
Alf. N. O. Halm. K.; Ujaka, Balin.; Djemaka, 
Siis.; Djoek, .\tjeh; Djok, Atjeh; Kdhoek, Kang.; 
Enaoe, Mal.; Feto, Xias; Hanaoe, Daj. Samp., 
Lamp, Loeboe, Mal. Baiulj.; Hano, Balin.; Inroe, 
Boeg., Makas.; Kaboeng, Mal.; Kawoeng, Soend.; 
Ketau, Alf. Min. Tousaw.; Kooniekene, Kisar; 
Lebeno, Alf. N. O. Halm.; Lirang, O. Jav.; Lolo 
na o. Sas.; Maka, .A.lf. Asil.; Minok-minok, Eng- 
gano; Moka, Sawoe; Xakcl, Alf. Min. T. B., T. L.; 
Xakwa, Alf. W. Cer.; Nanggoeng, Jav.; Nao, 
Biman., Sas.; Naoe, Mal., N. G. Noemf., Wetar ; 
Nao e knam, N. Guin. Noemf.; Nawa, Alf. N. 
Laoet, Sap., Z. Cor.; Nawain, Alf. Amb.; Xawal, 
Alf. Asil., Har., Hila; Ni roe. Kor.; Noeh, Mal. Pal.; 
Noöe, Makian ; Panggoh, Gajo; Peloeloek, Mal.; 
Pohon gemoeti. Mal. Tii'n.; Pohon majang, 
Mal. Anib.; Pohon sagcroc. Mal. Amb.; Pola, 
Bal. Dair, Soembawa; Selio, Mal. Men, Tern.; Sikit, 
Kei; Sipa, Sangi; Tio metme, Leti. Variëteit in 
Jav.; Aren ampal, met grootc wilachtige bloem; 
A. ban teug, donkergrijze soort; A. blereng, ge- 
spikkelde soort; A. brama, met kleine roodc bloem; 
.V. dj ingga, met geelachtige bloem ; A. glegar,inet 
korten dikken stam; A. gontol, met ronde bijna 
witte bloem; A. idjo, met groote groene bloem; \. 
ranteng, met donkerbruine bloem; de voorlaat.ste op 
Java het meest gezocht voor het tappen van palmwijn ; 
A. tjeboug, die de grootste hoogte bereikt. In O. 



Argostemma — Aristolochia. 



173 



323 - 328. 



Jav.: A. ritjik. lu Miiiaugk.: Sampic of Andoe 
sainpië. In Sut'ud.: Kawoeug getU', met huugen 
staiii ; K. geuiljah of K. hawara of K. saoran, 
mot kleiueu stam; K. kariuding of K. hidcung. 
levert veel palmwiju; K. kt' lu bang, met gering palm- 
wijugehaite; K. parasi. lu Bat.: Poeli. — Boom, de 
areu- of suikerpalin. (iebr.: Uit deu stam wordt wel 
tuiugereedsohap gesneden, en gespleten dii'ut die in tal 
vau streken ais vloerbedekking ; ook voor goten, voor 
wandelstokken, enz. Het daaraan groeiend zwam is de 
inlaudsche tonder, en nagenoeg de geheele stam is 
bedekt door gemocti of idjoek, zijnde grove zwarte 
vezels, waarvan touwwerk wordt gedraaid. Tusschen 
deze bevinden zieh tal van pennen of stekels ; de 
fijnere worden gebezigd tot vervaardiging vau viseh- 
lijuen eu strikken om pavkietjes te vangen, de grijze 
voor bezems, de zwarte voor fakkels en, puntig afge- 
sneden, aU pennen om in Arabisehe letterteekeus te 
sehrijveu, waartoe men ze doopt in een mengsel van 
roet en suikerrietsa]). In het (-)oateu van den Archi])el 
wordt hier en daar uit het merg een soort sagoe 
bereid, gewoonlijk wegens de liehtere bewerking of op 
plaatsen, waar weinig Metrosvlou voorkomt ; men zou 
dus kunneu zeggen alleen in geval van nood. De muts- 
vormige hoofddeksels, oepia, iu Gorontalo door de 
hoogere klassen gedragen, zijn van de wortelvezels van 
dezen palm gevlochten ; dit geschiedt eveneens, doch 
met paardenhaar M'rmeugd, in Zuid-C'elebes, waar die 
mutsen sougko heeteu ; soms wordt van die vezels ook 
hcngelgaren gemaakt, waartoe men anders de draad- 
vezels der bladscheede van jonge boonieu bezigt. Slechts 
bij uitzondering dekt men woningen niet de bladen. 
Deze zijn een doelmatig dekblad voor sigaretten. Vau 
meer nut zijn de bladnerven, voor bezems, mondtrom- 
petjes, bakjes, en bovendien tot het vlechten van 
matten, welke o. a. in Zuid-f'elebes gelegd wordeu 
onder vrouwen van voorname afkomst als zij bevallen 
uioeteu. De bloenu-u worden wel als groente gegeten, 
de vruchten geconfijt. Van de harde vruehtschaal snijdt 
men soms oorriugetjes, maar meer algemeen bezigt 
men die bij het doorsteken der oorlellen van kinderen, 
waarbij alleen reeds aanraking der huid voldoende is om 
door de scherpte vau het uitvloeiende sap eene opening 
te vormen. Als het vruchtvleesch om de zaden verdikt 
of kleverig is, wordt de boom geschikt geacht tot het 
tappen van palmwijn. Tot dat einde wordt de kolf 
geklopt en geschiul om de celwandeu te scheuren, 
hetgeen men herliaalt, totdat er bij een kleine iusnijdiug 
helder vocht uitzij])elt, waarna de kolf wordt afgesneden 
en de stomp iu bladen gewikkeld om te voorkomen, 
dat bijen of we^sjieu die beschadigen. ï'dkcn dag wordt 
een schijlje afgesneden en het uitdruppelende vocht 
iu een bamboezen koker (te Ambon in ecu palmblad- 
seheede) opgevangen. Gedurende een j)aar maanden 
blijft het vocht rijkelijk uitvloeien, als num slechts 
zorg draagt de wond aan deu l)loemsleel telkeus versch 
te maken. Uier en daar wordt de bloemkolf eerst na 
de afsnijding geklopt. In de Bataklanden int men 
palmwijn door een mesje met een vlakke punt in den 
stam te drijven en op het heft te klojipen, en op 
Halmahera hakt men vaak deu boom om, steekt dien 
in brand en ontbloot de palmiet, waaruit dan een 
vocht vloeit, aldaar goedo geheeten, dat gezegd wordt 
sterker te zijn dan de door afsnijding van deu bloem- 
kolf verkregen jialmwijn. De aldus verkregen palmwijn, 
die in het .Maleisch tocwak heet en ua 2i nn.'n begint 
te gisten, om dan in die taal nira genoenul te worden, 
levert ongegist gekookt een dikke stroop, welke tot 
bruine suiker wordt verwerkt. Van een werk, dat met 
behoedzaamheid moet verricht worden, zegt de Javaan: 
„Kckrek aren", d. i.: „(Als) de insnijding van den 
aren", want doet men dit onvoorzichtig, dan krijgt 
men het jcukvcrwekkend sap der vruchten over ziju 



handen ; en vau iemand, die veel in het bijzijn eener 
vrouw is eu eindigt met op haar te verlievcu : „Edock 
saudiug geni", d. i.: „Als het harig weefsel van areu 
bij het vuur", dat ten slotte ontvlamt ; terwijl licht- 
geloovige menschen, die iedei's raad willen opvolgen, 
zoodat een zaak verkeerd atioopt, worden aangeduid 
met: „Nglelet edoek pinggiring dalau", d. i.: „Als zij 
die touw draaien aau deu kant van deu weg" en 
door opvolgiug van veler raad nooit goed touw krijgen. 
^Vegens de broosheid der pennen noemt de Soeudanees 
iemand, die licht geraakt is: „Peuugg;is hai-oejiateuu", 
d. i.: „Zoo broos als de pennen van den kawoeug" ; 
en voor iemand, die zieh verbeeldt boven niulereu uit 
te steken, heeft de Winangkabaoeër de uitdrukking : 
„ludak poetjoeek ateh auaoe lai", d. i.: „Er is geen 
kruin boven den arcupalm". Ook heeft de laatste een 
spreekwijze : „Tak ado rotau aka pagoeno" (iu het 
Bataksch: „Moeka soewada idjoek audor pe ni rahoet- 
kon do"), d. i.: „Als er geen idjoek aanwezig is een 
klimplauf als bindmiddel gebruiken", uu't de beteekenis 
vau zich met iets minder tevreden stellen, als men 
niet kan krijgen wat men verlangt; en zegt de Batak 
nog vau iemand, die in zijn eigen strikken gevangen 
wordt en zich zoo iu het ongeluk stort: „Di pangan 
oenokna songou bargot ua toewa-toewa", d. i.: „Ver- 
teerd worden door het hart van den stam als oude 
bargot-boomen". „Voor het onmogelijke willen", zegt 
de Miuangkabaoeer : „Mantjari koetoe dalam idjoeëk", 
d. i.: „Ongedierte iu de idjoek zoeken". Auaoe is de op- 
lossing van het Minangkabaoesche raadsel: „Awaknjo 
gadaug pandjang, kain batoembok-toembok", d.i.: „Ziju 
lichaam is groot en laug, (zijn) kleed bestaat uit lappen", 
en idjoek, die van het Bataksche raadsel : „Mangam- 
boer gompoel, ugada nida iudegeua", d. i.: „Als de 
zwarte beer spriugt, laat hij geen s]ioreu achter", 
want als de idjoek bij het kajjjieu op den grond valt 
Iaat die geen indruksel ua. Iu het Toöensea-dialect 
vau het Alfoersch der Minahasa is akel de oplossing 
van dit raadsel : „Si toealokon si lebemo oeng kadambo 
si dai koemawin ; oem beja ne reuga-rengana jo wajamo 
kinawiu, ni sija mokan si dai ; taiin witoe mokan 
moeri niitoe sija makariute; i ncsa si dai si kaüwoe, 
kompoange jo sija elekeu ne tooe jo tawimo makarinte; 
kalalawid oeman ne rintena jo se daimo karekenan 
oeng kedaked", d. i.: „Een grijsaard van hoogc statuur 
is niet getrouwd ; al zijn tijdgeuooten ziju reeds getrouwd, 
hij alleen nog niet; maar eeuigeu tijd daarna krijgt 
hij kindereu ; hij alleen heeft geen vrouw en toch ziet 
uien plütseliug, dat hij bijna kinderen zal krijgen ; 
worden zijn kinderen geliuren, dan is hun aantal niet 
te tellen". In de Gajo-landen mogen zwangere vronw'en 
onder dezen boom geen schaduw zoeken, om redeu 
men meent, dat hierin veel kwade gecsleu huizen. 

323. Argostemma m.icrocnide Miq.* Nat. 
fam.der Rubiaceae. Loemai, Suui.W.K. — Kruid. 

324. A. sp. ïaloemoe (zie 1251 en 1252), Alf. 
Min. T. B. — Kruid. 

325. Argyreia capitata Chois. (= Lett- 
somia Thomsoni Clarke*). -Nat. fam. der 

Convolvulaceae. Areuj boe loc, Soend. — 
Klimplaut. 

326. A. mollis Chois.* Areuj tatapajan, 
Soend.; liabet ]io-sepo, Madoer.; Tatapajan, 
Soend. — Klimplant. (ïebr.: De stengels dieuen wel 
als biudmateriaal. 

327. Arisaema üliforme BI.* Nat. fam. der 
Araceae. I-ompongau oela, o. Jav — Kruid. 

328. Aristolochia moluccana Duchart.* 
Nat. fam. der Aristolochiaceae. Besa, Alf N. 
O. Halm.; Besa-besa, Fcru.; Talioedjau, Mal. 



Aristolochia — Artocarpus. 



174 



329 - 339. 



Mul. M imlfiul krui tl, cc» sooil „jiijphlunii". (Irbr.rTot 
vcrstci-king der huid wurdcn ziiigcliugcii gcwu-sschni 
iu watiT, waarin de ranken di*zrr jjlant zijn gi'wt-ekt. 

329. A. Roxburghiana Klotsch.* Akar 
ara, Mal.; An-iij liithali krljo, Sin-nd.; Areuj 
katüi'k peutjang, Sucnd.; Kt-tula liuctan (zie 
21U7), Mal. — Klimplaut. 

330. A. Tagala Cham.* Mururutts, Alf. 

Min. T. P. - Klitiiiilanl, 

331. Artabotrys odoratissimus R. Br.* 

Nat. fiun. dvv Anonaceae. A ituj kima ngü, 
Soend.; K a n a nga a re u j, Soend. - KHninu-ndelu't'stt'r. 

332. A. SUaveolens BI.* Armj ki ludja 
(zit' 3425), Suend.; Areuj ki 1 adj a lul a k i, Soend.; 
hocri kcrbhücj, Madoer.; Kananga outan, Mal. 
Ainb.; Tali kcrbaoi' (zie 3425), Vuig. Mal.; \Val('t 
nu-ti-n, Air. Z. Cer.; Wot'sai, Alf.' Min. T. P. ~ 
Klinuncndc hcpstcr. (ü'br.: llt-t hout dient tot brand- 
hout en de ranken zijn binduiateriaal ; de bloenu'U 
worden wel tus.sfhi-n kleedi-ren gelegd. 

333. A. suaveolens BI.* var. parviflorus 

IVTiq* Madang buengo tandjoecng, Minangk. 
— Klinmifude heester. 

334. Artanema sesamoides Benth.* Nat. 

lam. der ScrOphlllariaceae. Keloelort gad- 
jah, Miil ; Sesawi pasir. Vuig. ^lal. — Kruid. 

335. Artemisia vulgaris L.* Nat ('ani. der 

Compositae. iiaroe tjina, Vuig. Mal.; Djoe- 
küüt lüküt iiiata, Sueud.; (ie udjeau §), O. Jav.: 
Hja, Mal. Batav.; Lire octan, Mal. Men.; Padaug 
derinan, Balin.; Padang drcman, Baliu. ; Pakoe 
j)raj)ak, Sas.; Pan der man, Jav. — Kruid, de 
„bijvoet", (icbr.: Wordt veel door Chineezi-n ge- 
kweekt. Men beweert dat de bladen met vrucht als 
aphrodisiacum gebezigd worden, als iulandschedrugerij 
heeteu ze in het Jav.: „Soeda mala", en worden, als 
thee getrokken, aan kraamvrouwen toegediend. 
§) Ook Li'onurus sibirieus L.* 

330. Arthrophyllum diversifolium BI.* 

Nat. fam. der Araliaceae. Ojangkorang gom- 
j)oug, Soeud.; (i o m po n g, Soend.; K i dj au gkorang 
gompong, Soend.; Leto-leto, Boeg.; Madang 
santau, Sum. W. K.; Sasaugkoiigan lewo, Alt'. 
Min. T. L. Boom. 

337. Artocarpus altissima T.etB. Nat. 

fam. der Urticaceae. Kaloeloeui, I,uinp.; K e- 
loetoem. Mal.; Kelotoni, Mal. Pal. - Boom. (iebr.: 
lluut gewild vo<n' jnauwen, daar het iu water niet rut. 

/ 338. A.BlumexTrecul.* Bcnda,Jav.; Dinga, 

All". N. O. Halm.; Khoboe. Enggauo; Gomoe banga, 
Tem.; Gomoe oe t a n, ^lal. Men.; K auihal a, Soemba; 
K a t j o e w a d a, Boeg,; K o e k a p, Baliu. Kr., Jav.; 
Kokap, Madoer.; Makoka, Alf. Min. T. P.; Oholoc, 
Nias ; Piugi kauibala, Soemba; Tacng, Maka^.; 
Tarok, Atjeh, Minaiigk.; Teëp, Alf. Min.T.B., T. L., 
T. P., T. S.; Tecp, Baliu.; Terap, Mal.; Terep, 
Bat., Sas.; Tero, Boeg.; Teureup, Soend.; Tew, 
Alf. Min. Tousaw.; Toegap, Alf. Min. Bent.; Torap, 
Bat.; Wake, Mentawei. Variëteiten in Mal.; Terop 
gajal. In O. -Jav.: B. loeloep; B. wiugka. — 
Boom, de „wilde broodboom*'. Gebr.: Het hout is iu 
Oost-Java gezoeht voor huisbouw, daar het bijzonder 
hard is en niet door witte mieren wordt aangetast; 
op ^ïadoera voor prauweu. Het melksap dient als 
vogellijm. In enkele streken geldt het voor een bewijs 
van armoede, als de woningen met hladen \an dezen 
boom zijn gedekt ; fijngestampt en uiet rijst vermengd, 
worden zij als een middel tegen longtering aangewend. 
De ]iitten worden ge])oft en gegeten en zijn o. a. in 
Üost-Java op alle pasur's iu de nabijheid vau bosscheu 



te koop. Van den bast vervaardigt men louw, op 
Sumatra voor strikken om herten of kidjang's ie 
vangen, en vleeht men wel matten ; minder besehaafde 
volksstammen maken er kleedingstukken van door de 
sehoi-s van jonge hoornen eerst zaeht te klop])en, 
waarbij de buitenste laag wordt verwijderd, en die dan 
gedurende 3 n 4 dagen in water te weeken, daarna te 
drogen en (>]) nieuw te klujipen, tot ze de voor hoofd- 
doeken, baadjes of schaamgordels gevorderde lenigheid 
lieeft verkregen. Het kloppen gi-schiedt met een vier- 
hoekig afgesneden stuk hout en duurt 2 tut 3 uren, 
zoodat het weefsel zeer dun en uitgerekt wordt, hetgeen 
I noodig is, omdat van te dik weefsel de plooien zich 
1 niet naar het lichaam voegen. lutussehen beweert men 
in de MinaLa.<a, waar die kleedingstukken vroeger veel 
gebruikt werden, dat de sehors van Artoearpus voor 
dit doel minder duurzaam is dan die van ('eltis 
spee. (r). Zij, die geen kinderen willen krijgen, eten 
soms den bast vau afgehouwen tronken van dezen boom, 
of winden zieh een band, met dien bast gevuld, om 
den buik. Ojj Bali gaat een legende, dat uit dankbaar- 
lu'id het hout uiet door witte mieren wordt aangetast ; 
om reden in vroeger tijden een blad van dezen boom 
twee ])ersonen had vei'borgen, die waren overgeble\eii 
uit een slaehting, door een uitgehongerden aaj) aan- 
gerieht. In de Minahasa werden voorheen (en missehieu 
nog wel) de bladen beschouwd als de sehilden van 
kwade geesten en duidde beweging dier bladen oji 
aanwezigheid, terwijl het knakken, als er op geslagen 
werd, een teeken was dat die geesten waren verjaagd 
of gedood. Bij de Batak's geldt voor de rechtspleging 
deze regel: „Oelang songon pardaka ui torop djueroek- 
djoeroek lopot torbangan di oedjong", d. i.: „Als men 
niet tot het wezen der zaak doordringt, gelijkt men 
O]) den torop-boom, die slechts aan het einde zijner 
takken vruchten draagt''. In het Minangkabaoeseh 
wordt een zeer arm en behoeftig jjei-soou nog steeds 
aangeduid als. „Oerang bakajiu tarok", d. i.: „Gekleed 
in tarok-bast". 

339. A. communis G. Forst. (~ A. 

incisa L,*)- Gamasi, Makas.; Gogomo, Alf. 
N.O. liahn.: Gomoe, Mal. Amb., Mal. Men., Tern.; 
Kulantjang, Baliu.; Kalawi, Sum. W. K.; Kale- 
w i h, Baliu.; Kaloeweh, Jav.; Kaloewih, Jav.; 
Kelewih, Soend.; Keioer, Mal.; Kene-kene, 
Babar; Ketimboel, Balin. Scmbr.; Koeloc, Atjeh, 
Soemba ; K o e 1 o e h. Sas.; K o e I o e r. Mal.. Sas., 
Soend.; Koeloro, Saleijer; Koka, .\lf. Min.. Sangi ; 
Kol o, Biman.; Kolor, Madoer.; Lak oef, Tim.; 
Naoen mafoea, Tim.; Oei o, Boeg.; Oeloe, 
M'etar; Oera, Kisar; Oerhoe, Kisar; O tal (zie 484), 
Bat.; Piugi k o e 1 o e, Soemba ; P oe 1 o r, Lamp.; 
Soekoeu batoe, ^lal. Amb.; Soekeen bidji, 
Mal. Tim.; Soeoc kadcëk, Rotin.; Socoen ha t oe, 
Alf. Har.,Z. Cer.; Soeöeuo hatoe, Alf. N. Laoet, Sap.; 
Ti mboel, Balin., Mal. Batav. — Boom. de broodvrucht- 
boom. Gebr.: Vau de onrijpe vruchten wordt sajoer ge- 
kookt, de ï)itten worden gepoft gegeten. l)i' ruwe bladen 
worden wel gebruikt om te polijsten en het kleverige 
sap dient als vogellijm. Op Sumatra wordt uit den ba>t 
een sterk en duurzaam touw vervaardigd en op Bali 
maakt men vau den wolachtigen bloesem lonten. In 
het Sangireesch is de vrucht van koka de oi)lossing 
vau het raadsel: ,, Mahana oe palede. metalapoehang 
oe sikoe d. i.; „Het brengt een handpalm voort, het 
verzorgt een elleboog", waarbij de vvordimde goede 
vruchten bij een handpalm, de mislukte scheef 
trekkende bij een elleboog worden vergeleken. Even- 
zoo vau dit: ,.Tahentoengang kabawitiug" d. i.: „Ken 
stekelvisch, dïe iu de hoogte hangt'*. Op Bali de 
boom van „Sijap groengsang megetih poetih" d. i.: 
„Een kip met opstaande veeren, die wit bloed heeft". 



Artocarpus. 



175 



340 - 352. 



3-111. A. communis G. Forst. (= A. 

incisa L.'l vui-. laevis (/.'nhii-r zad.-u). Arno, 
Alf. N. o. Ilaliii., -\U1. Mfii., IVni.; Baka, Boeg.; 
Bak soekocii, Aljeh; Bakara, .Makas.; Hatupoel, 
Bat.; Hoekoiii, Kei, Watueb.; Kaïara. Biiiiau., 
EnJeli, Soemba: Kuehoe, Alt'. Miu. Beiit; K oe hoc- 
hoc, Alf. Min. Bant.; Koeloeg, Alf. Min. 1'onus.; 
Koeruer, .\lf. Miu.; Naoen lakoe, Tim.; Naoe- 
noe, Tim.; Oeloe oeöcn, Wetar; Oer knam, 
N. Guin. .Voeinf.; Pingi ka ia ra, Soemba; Poeüe 
Karara, EuJeh ; Poko bakara, Makas.; Pong 
baka. Boeg.; Soekoen, Balin., Jav., Mal., Soeud.; 
Soekoeu ka])as, Mal. Tim.; Soekoeu radja, 
Mal. Tim.; Soeüe mauek, Uotin.; Socoek, Kotin.; 
Soeüen, Alf. Har., Z. Cer.; Soeüeno, Mt N. 
Laoet, Sap.; Sok on, Alf. Boer., Madoer.; Tangkal 
soekoen, Soend. Variëteiten in Madoer.: S. batang; 
S. maloko. — Boom. Gebr.: De vruchten wordeu 
gegeten, het hout soms tot vervaardiging van meubels 
gebezigd. Met de sehutblaadjes JiT bloi'uien worden 
bouten voor\vi'r|>en wel glad gewreven. \ an iets, dat 
voor onbepaalden tijd windt uitgestild, zegt men in het 
Maleiseh van .Vmbou schertsenderw ijs wel: „Nanti akan 
djadi pada tahoen soekoen, boelan gonioe", d. i.: ,.Het 
zal gebeuren iu de maand gomoe van het jaar soekoen". 

341. A. Dadak Miq.*. Dadak, Lamp. — 
Gebr.: Het hout dient tot timmerhout; de vruchten 
worden gegeten. 

342. A. dasyphylla Miq.* Boloeli boe ja, 

Bol.Mong.: K akoembi j). .\ir. Min. Bent.; Kalembi, 
Alf. .Min. T. B., T. S.; Kelembi, Alf. Min. T. B., 
T. S.; Kerembi, X\(. Min. Baut.; Maoembi, Alf. 
Min.; Maoembi wak ar, .\lf. Min. T. P.; Moömbi, 
Alf. .Min.; Moümbi wakar, .Uf. Min. T.P. — Boom. 
Gebr.: Het hout wordt voor balken en planken gebezigd, 
en wordt gezegd tegen weersinvloeden bestand te zijn. 
i) Ook eene .\ntiaris-soort. 

343. A.glauCaBl.' ïiw oe laudak, Soend. — 
Boom. Gebr.: Het hout wel bij huisbouw. 

344. A. glaucescens Trécul.* Sembir, 

Jav. — BoDTii. (Jibr.: Van het hout worden gamhang- 
toetsen vervaardigd. 

34.Ï. A. Gomeziana Wall.* Darak, üaj. 

Z. O. Born.; Kadodo, Enggano ; Kajoe tampang, 
Mal.; Kajoe tampang boeroeng^), Mal.; Tam- 
pang, Mal.; Tampang boeroengS), Mal. — 
Boom. Gebr.: Het hout als bruikbaar vernwld, ofschoon 
het zeer hard moet zijn en moeielijk te bewerken ; 
men maakt er veelal huiselijke benoodigdheden van, 
o. a. voor den weefstoel. Het heet ook bestand te zijn 
tegen den ]>aalworm. 

^) Ook Kicus vasculosa Wall.' 

34fi. A. Gomeziana Wall.* var. Grifflthii 

King. K ajoc- t ani pa ng boel at. Mal.; 'I' a m pang 
boelat, -Mal. — Kuoni. 

347. A. hirsutissinia Kurz.* Xangka 
rimba. Mal. -- Bnnni, 
34H. A. integrifolia L.f.' (zie 353). .\naU, 

.\lf. Har.; .\naiil, .Vlf. X. Laoet, Sap.; .Vnaiimahoe, 
Alf. Z. Cer.; .\naiine, .Vlf. Hila; Anaiiwakan, 
Alf.Z.Cer.; Angka, .Uf. Min.; Bak panah, Atjeh; 
Bak pa nas, .\tjeh; Kanakane, Alf .\8il.; K a wera, 
Solor; Lamasa, Lamp.; La nggi', Goront.; Malasa, 
Lamp.; .Mangka, .\lf Min.; .\aii, Xiaa; .Xaka, 
Alf Boer., \. O. Halm., W. Cer., Tern.; NakaS, 
Alf. Cer.; Xangga, Biman.; Xangka, Alf. Min., 
Balin., Daj. Z. O. Born., Kang., Madoer., .Mal., Soend.; 
Nangka bocrbocr. Bat.; Xangka leuweung, 
Soend.; X a n g k e. Sas.; X o n g k a, X o u g k o, .lav.; Pa n a, 
.\tjch; Panah, .\tjeh; Panas, .\tjeh; Panasa, Boeg.; 



Piuasa, Bat.; Rapo tjidoe, Makas. Variëteiten in 
Jav.: Xongka blocdroe; X. boeboe r, ook N. 
blonjo of X. bonjo; N. dandang, de grootste; 
N. kendil, de kleinste; N. salak; N. tikoes; 
X. tjeling, de zeldzaamste, met eenige of alle (?) 
vruchten onderden grond. In Madoer.: Nangka bhad- 
jhang; N. kabhoeugan; N. salak of N. salat; 
N. bhoeujo. In Kang.: N angk a gh abhoe ngan. 
In Soend.: Xangka beurit; N. boeboer; N. 
tjangkoewang. In Balin.: Nangka berit of N. 
timboel; N. boehoeh manas; N. boeboeh 
salak; N. kasoer; N. klep on ofklepon; N. 
lolos of N. boeboeh; N. peded of N. kesed. 
In Makas.: Rapo tjidoe koemili, met hard vrucht- 
vleesch ; R. tjidoe moemoesang, met week vrueht- 
vleeseh. In Biman.: Nangga karao; N. uenggi. — 
Boom, de „Jaek-tree". Gebr.: Het hout wordt voor 
huisbouw gebezigd, de vruchten als ooft genuttigd ; 
ook de bloembodem wordt als roedjak bij de rijst 
gegeten. In de Miuahasa werden van de schors voor- 
heen wel kleediugstukkeu verv.aardigd. Het melksap 
uit de vrucht wordt op reepjes hout gesmeerd, die 
men aan in vrucht staande boomeu bevestigt, en die 
moeten dienen om kleine vogels te vangen. Om dit 
te verkrijgen hakt men willekeurig in de vrucht, 
waar men haar maar raken kan, en vandaar zegt de 
Soendanees: „Tjatjag nangkaeuu", d. i.: „In de nangka 
hakken", met de bedoeling vau „alles door elkaar 
ju'ateu". .\au dezen boom besteedt de inlander eenige 
zorg voor het onderhoud, daar de straf anders dadelijk 
door kleine en slechte vruchten volgt ; die zorg bestaat 
in het jaarlijks wegnemen der kleine en^lagere takken 
en in de verwijdering vau overvloedige vruchten. Dit 
onderhoud is op Java het werk van mannen, omdat 
alle zorg toeh niets zou haten, zoodra een vrouw die 
verricht. De hooge waarde, in vele streken door de 
bevolking aan dezen boom gehecht, vindt men o. a. 
uitgediukt in de Bataksehe spreekwijze: „Mangoen- 
sandc di piuasana", d. i.: „Steunen op zijn pinasa", 
voor iemand die in goeden doen of rijk is. Van iemand, 
die niet uitsteekt boven anderen en niets bijzonders 
aan zieh heeft, heet het in het Javaansch ; „Ora endah 
katewel", d. i.: „Hij is niet zoo mooi als een katevvel"; 
dit laatste de naam der jonge vrucht vau A. integrifolia. 
De Maleier heeft een spreekwijze : „Saorang makan 
nangka scrata kena getahnja", d. i. „Een eet er nangka 
en allen worden door het sap bespat", om aan (e 
duiden dat een heele familie er ouder lijdt, aLs een 
der leden iets misdaan heeft. Vau een vrouw, die zich 
niet rustig kan houden, zegt de Madocrees : „Mara 
olakna nangka", d. i.: „Als een nangka-worm]>je". De 
boom is de oplossing van het Bataksehe raadsel: „Mar- 
parboewe so marboenga", d. i.: „Het draagt vrucht 
zonder te bloeien"; en van het Javaansehe: „Godougc 
satampel-tampcl oewohe sagoedel-goedel", d.i.: „Het blad 
is zoo groot als een hand, de vrucht als een buüelkalf". 

349. A.LakoOChaRoxb.* Kajoe tampang 
manis. Mal.; Keiedan g bero ck. Mal.; Tampang 
man is, !MaI. — Boom. 

350. A. laneeaefolia Roxb.* KcUdang, 

Mal.; Nangka pi pit, Mal. — Boom. Gebr.: Levert 
goed timmerhout, waarvan o. a. in Riouw de Chincezen 
hunne doodkisten vervaardigen; de vruchten worden 
gegeten. 

351. A. LimpatO Miq.* Lampato, .Minangk.; 
Limpato, Minangk. — Boom. Gebr.: Uit het hout 
wordt gele kleurstof verkregen. 

352. A. Maingayi King.* (zie 19(33). Ti- 

wadak banjoe. Mal. Z. O. Bom.; Tjam]iada 
ajer, Midd. Sum.; Tjempedak ajer, Jlal.; Tjoe- 
badak aije, Minangk. Variëteiten iu .Mal. Z. O. 



Artocarpus — Asplenlum. 



176 



353 - 372. 



Born.: Tiwadak banjo f koen ing; Tiwadak 
banjuc inerah. — Boom. Gebr.: Het hout is zeer 
geschikt voor inlandschc vaartuigen ; aan de takken 
hechten de bijen gaarne hare nesten. 

353. A. Polyphema Pers.* §) .\kan-akan, 
Lamp. Pain.; Annalo, .\lf. N. Laoct.; .\uaiin, .\lf. 
Z. Cer.; .Vuaiiuu, .Vlf. Har.; Kakan, Kawi, Lanip. 
.\b.; Kaoekane, Alt'. C'er.; Lo ni aaa, I.aini).; .M ang- 
kahi, Daj. Z. O. Born.; Mclasa, lianip.; Nakan- 
nnkan. Lamp. B. Ag.; Naknak, N. (Juin. Noemf., j 
4 R.; Nanaü, Alf. Z. C'er.; Nangka tjoinedak, 
Madoer P.; Sibodak, Bat.; Soebodak, Bat.; Tame- 
dak, Midd. Suni.; Tcnibedak, Mul. lii'nt;k.; Tem e- 
dak, Koeboe; Tc wc lak, Watucb.; Tiwadak, Mal. 
Bandj.: Tj ani pada, Mak:u<., Midd. .Suni.; Tjarri pcda. 
Boeg.; Tjanipcdak, ,lav., Sucnd.; Tjapcdak, Mal. 
Bcugk.; 'i'jeiiipcdak, .Mal.; Tj c ni ]) cudak, Aljeh ; 
Tjcpcdak, Jav., Mal. Bengk.; Tjini])cdak, Atjch ; 
Tjoebadak, Miuangk.; Tjomcdak, Madoer. S.; 
Toewada. Alf. N. O. Halm., Baj., Tern. — Varië- 
teiten in Alf. N. O. Halm.: Toewada da totogoi; 
T. o g a m o e k o n o r a ; T. o g o c 1 e - g o e 1 e. — 
Boom. fiebr.: Het hout is zeer deugdzaam en wordt 
niet door witte mieren aangetast ; up Sumatra vooral 
is het als timmerhout en ook voor meubels gezocht. 
Ook dient het veel tot vervaardiging van trommen. 
Waar in menige streek de vruchten een belangrijke bron 
van inkomsten vormen, wordt het hout echter zelden 
gebruikt. De bast bevat gom, die goedtr vogellijm 
levert. De vruchten worden gegeten ; ook de pitten 
zijn geroost een geliefkoosde toespijs bij de rijst. In 
het Minangkabaoesch heeft men een spreekwijze: 
„Saorang makan tjoebadak, sadonjo kanai gatahnjo", 
d. i.: „Eén eet naugka. allen worden door het melk- 
sap besmet", met de beteekeuis, dat als iemand zich 
aan eenige misdaad schuldig maakt, zijn bloedverwanten 
er allen onder lijden. In het Bataksch zegt men : 
„Halak nuuigan sibodak aoc hona gotana", d. i.: „Eén 
eet sibodak en ik heb last van de gom", en in het 
Maleiseh van Bengkoeleu : „Oraug makan tcmbedak 
diri olih getahnje", d. i.: „Een ander eet de vrucht, 
zelf krijgt men de gom", beiib'U met de beteekeuis 
van „niet de vrucht van zijn arbeid genieten", In 
het Lam])ongsch spreekt men van : „Noewar lemasa 
nanom kcmoerakni", d. i.: „Lemasa vellen, zijn pit 
planten", voor het wegwerpen van een ouden schoen 
óordat men een nieuwen heeft ; en voor iets, dat 
zwaar neer])loft. zegt de Minangkabaocer : „Bak boenji 
tjoebadak djatoceh", d. i.: „ALs het geluid van een 
vallende tjoebadak-vrucht". De vrvu-ht is de oplossing 
van het Alalcische raadsel; „Orang tocwa berbadjoe 
manik", d. i.; „Ken oud man met een baadje van kralen". 

§) In de s])rcektaal worden de namen voor dezen 
boom herhaaldelijk aan .\. integrifolia L.f.* gegeven 
en omgekeerd. 

3.54. A. roticulata Miq.* Kakoembi koe- 
hoe, Alf. Min. Bent.; Maocmbi sela, Alf. Min. 
T. P.; Moombi sela, Alf. Min. T. P. — Boom. 
Ciebr.: Het hout is geschikt voor balken en ]ilanken. 

355. A. rigida BI.* Kadodohok. Enggano; 
Kosar^), -Mal. Batav.; Mandali k a j^), Soend.; 
Mandelika, Mal. Batav.; M cudelika, .Mal. Batav.; 
Peusar, Soend.; Tampoenick, .\Huangk.; Tam- 
poenik, Bat.; Tawan, Lamp.; Temponek, Mal. 
— Boom, de „monkev-jaek". ficbr.: l)c vruchten 
worden gegeten, het liout is wel gezocht voor stijlen 
van huizen. In de Batak-landen maakt men van den 
bast bergplaatsen voor rijst, 

j) Volgens anderen is dit Dillenia indica L." 

§}) Verg. ook 245 en 1661. 



356. A. varians Miq." Tjoebadak rimbo, 
Minangk. — Boiim. <iebr.: Het hout veel bij huisbouw. 

357. A. Vriesiana Miq.* Maoembi rintek, 
Alf. Min. T. L.; Matoeka, Alf. Min. T. P.; Mo- 
ombi rintek, .\lf. .Min. T. L. — Boom. Gebr. 
De vruchten worden gegeten. 

35H. Arytera littoralis BI. (— Batonia 
littoralis D.C.*). Nat. fam der Sapindaceao. 

(iangai loenow, Alf. Min. l'onos.; Kelajoe 
hitam. Mal.; Kilalajoe hideung, ijocnd. — 
Boom. Gebr.: Het hout hij huisbouw. 

3511. Asclepias curassavica L.* Nat. fam. 
der Asclepiadaceae. lioenga emas. Mal.; 
Boenga lebar. Mal. .Men.; Boengo ameh, Mi- 
nangk.; Boe n gong i jer m as, Atjch; Ka pas t ji nde, 
Soend.; Kern bang m as $), Vulg.^Ial.: Lele t o kc n ^§), 
Alf. .Min. T. P.; .Mas se kar, Jav.; Mas kar, Jav.; 
Meloekoet paja. Mal.; Tj i nga-t j i nga batawi, 
Alf. Halm., Tern. — Kruid, de z.g. „bastaard-ipeca- 
cuanha '. Gebr.: Wordt veel in tuinen gekweekt. 

i) Deze naam wordt ook gegeven aan de gouds- 
bloem, Calendula oltieinalis L.*, hier en daar gekweekt. 

§^) Dezelfde naam wordt aan Tvlophora sp. ge- 
geven (zie 2692). 

3611 Aspidium cicutarium Sw.* Nat. fam. 

der niices. 1'aküc tembaga. Mal. — Varensoort. 

361 A. ferox BI. (= Dryopteria ferox 

Ktze.*). Paküc tihang boeloc, Soend. — 
Varensoort. 

362. A. Leiizeanum Kze.* Pakoc gading. 
Mal. — Varensoort. 

363. A. obscurum BI. (— Dryopteria 
arida Ktze.*). Pakoe kocning. Vuig. Mal.; 
Wüli-wuli, Nias. — Varensoort. 

364. A. polymorphum Wall.* Pakoe 

k i k i r, Mal. — \'arrnso()i-t. 

36') A. procurrens Mett. (^Dryopteria 
procurrensKtze.*). Tukue t jukeh j), Socnd. — 

Varensoort. 

§) Ook Arthro])teris obliterata Sm.* 

366. A. singaporianuni Wall.* Pakoe 

bijawak, Jlal.; 1'akoc merak ^zic 2S7S), Mal. — 
Varensoort. 

367. AspidocaryauviferaHook.f.etTh.* 

Nat. fam. der Menispermaceae. Oewoes, Alf. 
Min. T. P. — Klini]jl:iut. Gebr.: De biunenbast der 
stengels wordt op oude ettereiule wonden gelegd ; het 
sap bij oogziekte ingedruppeld. 

3iis. Aspleniuni nialabarieum Mett. (=: 
Diplaziuni esculentum Sw.'). Nat fajuder 

Filices. Laminding, Saugi ; Oeta haoe. Alf. 
Z. Ccr.; Oeta paso, Alf. .\mb.; Oeta waoe, .\lf. 
Amb , Har., Ccr.; Oeta wasol, .\lf. .Sap.; Pakis 
wilis, Balin. Kr.; Pakoe djoekoet, B.ilin.; Sajor 
pakoe. Mal Mol. — Varensoort. Gebr.: Het jonge 
loof wordt als groente gegeten. 

369. A. minus BI.* Pakoe lalaj leutik, 
Soend. — Varensoort. 

370. A. nidus L.* Pakoe pandan, .Mal. — 
Varensoort. 

371. A. simile BI. (= A. macrophyllum 

Sw.*). Pakoe lalaj, Soend. — \'arenso^)rt. 

372. A. sorzogonense Presl. (— Dipla- 
zium sorzogonense Pr.*). I'akis kidang, 

Jav.; l'akoe kidjang, .Mal.; Pakoe mendjan- 
gan. Vuig. Mal.; Pakoe oen tjal (zie 2776), Soend.; 
Pakoe rocsa, Mal. — Varensoort. 



AstroDia — Baccaurea. 



177 



373 - 387. 



373. Astronia macrophylla BI.* Nüt. fain. 
der Melastomaceae. aUwowds, Alt'. Min.'i'. B., 

T. L., Toiisaw.. T. 1'.; AlucHuwusj), All'. Min. T.B., 
Ï.L., Tonsiiw.,T.l'.; Kajoe iiu pokal, AU'. Miu.T.P.; \ 
Ki haren do n^, Soend.; So ngi<an e n ^§), Jav. — 
Booui. Gebr.: llt't hout heut uU iiitMibelhout geschikt. 

^) Ook Astronia Staptii Koord.* t*n llotualiiiin fueti- 
duiii Beiith.' (zie 181U). 

(f) Zie voor dezen naam in O. .Tava bij 2224a. 

374. A. spectabilis BI.» Am pet (zie 897), 
O. Jav.; (f e hl I) i i'oi* ng, Jav.; K i h ar e n do ng, Soend.; 
Pari rad e II, J:i\.; Se iii boe n g 1) i iii a, Jav. — Boom. 

'iV>. Asystasia intrusa BI.* Nat. fain. der 

Acantbaceae. Keblia l\elek balang lakck, 
Madoer.; W i 1 n, Alt'. Min. T. P. —Kruid, (iebr.: 
Ken papje der fijngekuellsde bladen wordt bij llool'd- 
piju oj) iiet voorhoofd g<'legd. 

37fi. Atalantia Roxburghiana Hook.f.* 

Nat. faiit. der Rutaceae. Dima laïsoe, Nias ; 
Limaoe paga, Miiiangk.; Limaoe pagar. Mal.; 
Mo en ter pager, Atjch. — Boom. Gebr.: De schil 
der vruchten wordt geconfijt gegeten, het sap als 
azijn in de inlaudsehe keuken aangewend. 

377. Atalaya salicifolia BI.' Nat. fam. der 

Sapindaceae. Atalai, Tim. — Boom. 

375. AtylosiascarabaeoidesBenth.* Nat. 

I'am.der Leguminosae. Kadalan. Jav.; Katjan- 
gan ircng, (I Jav. — Klimplant. Gebr.: De bladen 
zijn scherp in den mond. 

379 Averrhoa Bilimbi L.* Nat. fam. der 
QeraDiaceae. Vsom. Bat,; Bainaug, Makas.; 
Balibi, Alt'. N'. O. Halm, Tem.; Balimbi, Goront.; 
Balimbieug, Miuaugk.; Balimbing, Alf. Min. 
T. L., Jav., Mal. Mol.; Baliugbing. Bat., Soend.; 
Belinibi ng. Mal.; Beli nibi ug asem, Mal.;Beli m- 
bing boe lob. Mal.; Bhali u gb h i n g, Madoer.; 
Bh al i ngb h i u g boeloe, Madoer.; B li ni bi ng, Jav.; 
BI i mbi ng botol, Mal. Men.; B li in bi ng w oc loeh, 
Jav.; Blingbing, Balin.; Doempijas, Alf. Min. 
T. .S.; Doempijas toewama, Alf. Min. T. S.; 
Ifel, Alf. Boer.; Ifel milo, Alf. Boer.; Ki oe k ase, 
Tim.; K o e 1 i r a n g, .Saleyer ; L i b i, Sawoe ; L i ni c n g, 
.Vtjeh ; Lim))i, Biman.; Loempijas, Alf. Min. Bent., 
T. B., T. P.; Loempijas in taloen, Alf. Min. 
T. P.; Mali mbi, Nias; Niniloe daelok, Rotin.; 
Poel i rang, .Salever ; lloempeasa, .\lf. Min. Bant.; 
Salimcng, .\tjeh ; Sanggoelera, Alf. Tom; Sel i- 
m e n g, ;\ljeh; T a k o e 1 e, .Vlf.Tom.; T h 1 i m e n g, Atjeh; 
Tjalene, Boeg.; Tj al i ngt j i n g, Soend.; Tjaling- 
tjing woelet, Soend.; Woclidan, Alf. Min. T.P. 
Variëteiten in Jav.: Bliiubing alas; B. djingga; 
B. kapoek; B. koenir; B. waloelang. — Kleine 



boom, de „blimbing''. Gebr.: ]}e zure vruchten worden 
bij de sjiijsbereiding en voor bet maken van z.g. „zoet- 
zuur" gebruikt, en het sap dient tot het ]ioetsen van 
wapens. In het Makasaarsch heet een schaal met gleuven 
als een Averrhoa-vrucht : tjeperc nibai-baiuang. 

380. A. Carambola Ii.'§) Asom djorbing. 
Bat.; Bainaug soelapa, Makas.; Balijareng 
kelo, Boeg.; Balimbiéng niauih, Minangk.; Ba- 
limbing tombal, Alf. Jlin. T. L.; Balingbiug 
a m i s, Soend.; B a 1 i r e n g. Boeg.; B e 1 i m b i n g b e s i, 
Mal.; Beli mbi ng man is, M.al.; Bhali ngb ing 
man es, Madoer.; Blimbing lengcr, O. Jav.; 
BI im hing lingir, O. Jav.; Blimbing keris, 
Jav.; Blimbing man is, Jav., Mal. Men.; Bling- 
bing besi, Balin.; Doempijas tariis, Alf. Min. 
T. S.; Ifel e m r o r o, Alf. Boer.; Koelirang taniug, 
Saleyer; Libi m el ai, Sawoe ; Loempijas ma in is, 
Alf.Min. Bent.; Loempijas tombal, Alf. Min. T.B., 
T.P.; Poelirang taning, Saleyer; Tjalingtjing 
amis, Soend. — Kleine boom, „de carambola". Gebr.: 
De vruchten worden gegeten ; de Demak'schc variëteit 
is groot en sappig, 

$) Het is mogelijk, dat namen der vorige soort 
voor deze gelden. 

381. Avicennia oföcinalis L.* Nat. fam. 

der 'Verbenaceae. .\)ii-api§). Boeg., Jav., Mal., 
Sas.; Kajoe kcndeka, Mal. Batav.; Kajoe ting. 
Mal. Men.; Ki balan ak, Soend.; .M anggi-manggi 
poetih. Mal. Mol.; Pe-ape, Madoer.; Pepe-pepe, 
Makas.; Tioes lewo, Alf. Min. T. P. — Boom der 
vloedbosschen, („white mangrove"). Gebr.: f Iet hout voor 
dakribben en regelwerk van huizen, ook als brandhout. 
§) Dezelfde naam wordt ook gegeven aan Sonneratia 
acida L.f.* (zie 3188), en Ridley geeft dien ook op 
voor Lumnitzcra coccinea W.etA.* (zie 2109). 

3K2. Azadirachta indica Juss. (= Melia 
Azadirachta L.*). Nat. fam. der Meliaceae. 

Iinba, Jav.; Intaran, Balin.; Memblia, Madoer.; 
Mini ba, Jav. — Boom. Gebr.: Het duurzaam hout 
(„uiargosa-hout") wordt soms voor huisbouw gebezigd. 
Op Madoera zouden de zeer bittere bladen in den drogen 
tijd als rnudervoediM' dienen (?). De uitvloeiende gom 
is als lijm in gebruik. Op Bali kookt men den bast 
met lontar-bladen om hieruit de mot te weren en 
men waseht er de honden met de bladen om de 
de luizen te verwijderen. Aldaar eu ook op Java 
vergelijkt men fraaie wenkbrauwen wel met deze 
bhiden. In het Madoereesch heeft men een spreekwijze: 
„Dada ghoela balakang niembha", d. i.: „Van voren 
als suiker, van achteren als mcmbha", gebezigd van 
een, die zich lief voordoet in iemands tegenwoordigheid, 
maar achter zijn rug kwaad spreekt. 



B. 



883. Baccaurea acuminata Muell.* Nat. 

fam. der Euphorbiaceae. Bebakaoe, l,amp.; 
Kaïnbai tijoeni;, Stiiii. \\'. K. — Variëteiten: Beba- 
kaoe nicrab; B. poetih. — Boom. Gebr.: Hel liout 
wordt bij den huisbouw gebezigd ; d:it van de roode 
variëteit is meer geschikt tot vervaardiging van meubels. 

384. B. bracteata Muell. Arg.' Tampoei 

kera, Mal., Tainpoi kera, ,\IaI. - Boom. 

38.5. B. brevipes Hook.f.* Da oen ma ia 
ajam. Mal.; .Mata ajamj), Mal.; Rainbai boe- 



kit, Mal. — Boom. Gebr.: De vruchten worden 
gegeten. Een afkooksel der bladen wordt gedronken 
om de menstruatie te bevorderen. 

f) Onder den naam van niata ajam of kajoe mata 
.ajam is ook bekend Myrsine sumatrana Mi((.* 

380. B. dulcis Muell. Arg.* Tampoei 
boe roe ng. Mal.; Tampoi boeroeng, Mal. — 
Boom. Gebr.: De vruchten worden gegeten. 

387. B. .javanica Muell. Arg.* lleutjip, 

Soeud. — Boom. 



12 



Baccaurea — Bambusa. 



178 



388 - 404. 



38H. B. Kunstleri Hook.f. Kaïnhiii hue- 
taiij), Mal. — Boom. 

j) Ouk Bai'i'UuiTa ])arïi(lura .Mucll. .\ig.* 

389. B. lanceolata Muell. Arg.* Lcmpa- 

ocni;, Mal., I, i in ]iauuiig, Miiiaiigk.: Luin paj aiig, 
ïlat. .\lanil. — Boom. (Jel)r.: De vruchten eetbaar; het 
hout \0()r pakkisteii dienstig. Oj) Snniatra's Westkust 
legt men lijngewreven vruchten vóór ile ojiening, 
waariluor het water in de sawali \ loeit, als do halmen 
van het rijst-gewas verwelken ut' rood worden. 

31»). B. macrophylla Muell. Arg.* Tam- 

poei hoenga, .Mal.; 'I'aliipoi iioenga. Mal. — 
Uoolll. (iebr.: I)e vruchten zijn ectljaar. 

391. B. malayana King.* Ta m poei, Mal.; 

Tam poei ba tang, Mal,; Tam po i, .Mal.; Tainpoi 
batang, Mal. — Boom. (iebr. De vruchtou worden 
gcgeleu. 

392. B. Minahassae Koord.* .\rope, Boeg,; 

.\ropi. Boeg.; Daocsip, .\lf. Min. T, .S,; Laoesip, 
,\lf. Min. T.B., T. I,., T. P.; Loeloembaken, .\lf. 
Min. T. P.; Loesing, .Vlf. .Min. Tonsaw,; Ngoesi, 
Alf, Min, Bant,; Ropisi, Makas.; Toetoenibalcn 
koel o, Alf. Min T. P. — Boom. Gebr.; De bast 
wordt gew eekt voor gele verfstof gebezigd ; de vruchten 
worden gegeten. 

393. B. Motleyana Muell. Arg.* Hoe, 

Nia.s; Kambui, Mal,; HuuLbe, Balin,; Rauibe- 
rambe, Bat,; Hamboi, Atjeh. — Boom, Gebr,: De 
rinsche vruchten worden gegeten. 

394 B. pubera Muell. Arg.* Tampoei 

b e r o e u a i, Mal.; T a m p o i b e r o e n a i. Mal, — Boom. 

395, B. racemosa Muell. Arg.* Bowo, 

Nias ; 11 ap oe n do e ng. Bat.; Kamodhoeng, Ma- 
doer. P., S,; Kamodoeng. Madoer. B.; Kajioen- 
doeëng, Miuangk.; Kapocudoeug, Balin,, .Tav., 
Soeud.; Kepoendoeug, Mal.; Meuteng, Mal. 
Batav., Soend,; Modoeng, Madoer. B.; Poen doen g, 
.lav.; Tangkilan, Balin, Kr. — Kleine boom, Gebr.: 
De zoet acht ig-zui'e ronde vruchten worden gegeten ; 
hout nogal deugdelijk. Van iemand, die het beste voor 
zich zelf neemt en het mindere aan ecu ander over- 
laat, zegt di: Miuangkabaoi'cr : „Kaloepek bainti di 
awak. kapoeudoecng bahabocih di ocrang", d, i,; „Ke- 
toepat met suiker voor zich, in water gekookte 
Baccaurea-vrucht voor een ander". 

396, B. WallicMi Hook.f.* Pokok toekoe 
takal. Mal,: Toekoe t a k a 1, Mal, — Boom, Gebr,: 
De bladen als middel tegen den invloed van booze 
geesten, 

397, Baeckea frutescens L.* Nat, fam. der 

Myrtaceae. .^ron, .\tjch; dame-game. Bat.; 
(iamei-gamei §), Sum, W. K, — Boomheester. 
Gebr,: Vroeger werd in de Bataklanden de stam tot 
kool verbrand, welke dan met het door de bevolking 
zelve vervaardigde salpeter tot het maken van kruit 
diende ; thans heeft de boom daar geen nut meer. 
Algemeen is het gedroogde aromatische loof in de 
inlandsche geneeskunde als tjoetjoer atap bekend. In 
het .lavaanscb heet die drogerij djong raab of ocdjoeng 
raiib; iu het Balineesch andjocng atcp of andjoeng 
raiib ; in het Madoereesch djhoeng rahap. 

j) Ook Antidesuia cuspidatum MucU. -irg.* (zie 258). 

398, Baisaea acuminata Benth.* Nat, fan\, 

der Apocynaceae. Kajoe rajiat, Vuig. Mal.; 
Madak si, Madoer.; Megal s i h, .lav,; Pegat sih, 
Jav,; Pegat sch, Jav. — Klimmende heester, Gebr,: 
De schoi-s is een bekend inlandseh geneesmiddel. 



399, Balanocarpus maximus King.' Nat, 
lam, der Dipterocarpaceae. i'jaugal, -Mal, '/,. 

o. Bom, Midd .Suui : Tjental. Mal Variëteiten 
in Mal,: Tjengai boe n ga ; T, t a ndoek, — Buoni, 
(ïebr,: liet hout is dienstig voor planken en bij scheeps- 
bouw, daar het niet door ptuilworm wordt aangetast. 
|)e groole omvang van den stam maakt dezen tot uit- 
holling \oor kleine inlandsche \aartuigen geseliikt. De 
bc]om b-\ert een der hai'sen op, als damar mata koet- 
jing iu den hiiudel gebr;ieht, 

4U(). B.penangianusKing.* Batang damar 
hitam, Sum, W, K,; Damar hitam$). Mal. — 
Boom, Gebr.: Heeft zijn naam ontleend aan de ouder 
dien naam in den handel voorkomende damar-soort, 
die echter van mindere kwaliteit is, en tot verlichting 
van inlandsche wiiningcn dient, 

^) Volgens Riiu.Kï; iu de .Molnkken zijn als zwarte 
damar voortbrengende boomen bekend: C'anariuni 
longifloruin Zipp,* en C'. rostratum Zi]!]).* 

401, Balanophora abbreviata BI.* Nat. 

fam dir Balanophoraceae. I'roet f), Soend. — 
Woekerplaut. gi-ocit op \'iicciiiium-worlels. Gebr.: Dit 
geslacht levert ecne soort ])lantenwas, 

§) Dezelfde naam geldt voor de eveneens op Java 
voorkomende B. globosa Jungh.* 

402, B. elongata BI.' Proet beunjing, 
Soend, — Woi'kcrplant. 

403, BalanostreblusilicifoliaKurz.* Nat. 

fam, der Urticaceae. Kosa-kosa, .Vlf, Min, 
Ponos, — Boom. 

404, Bambusa sp.div. Nat. fam. der Gra- 

mineae. Algem. Benam, .\holal, Alf. N. I.noet ; 
.Voe, Kndeh, Soemba, Solor ; .\oeg, Bol. .\Iong.; 
.Voer, Mal., Sika; Aoewe, Minangk. (dunne soorten); 
.\or. Bat. (dunne s.); .\wi, Soend.; .\wo, Boeg.; 
.Vwoer, S:is.; Baloel, Makian ; Bamboe, ^ïal. 
Tim., Minangk. (dikke s.), Vuig. Mal,; Bangboc, 
Jav. Teg.; Boelo. D.aj. Z. O. Born., Makas., Sangi ; 
Boeloe, B:it.; Boeloeeh, Minangk.; Boeloeh, 
Balin., Bat. Üair.. Lamp. B. Ag., Mal. Mol.; Boeloh, 
Mal.; Bülo. .Vlf. Boer.; Bolob, I.oeboc; Deling, 
Jav. Kr.; Djadjang, O. Jav.; Eere, Sermata; 
Epring, Jav. Ng.; E wa n. Kei ; H ao, Nias;Haoer, 
Mal.; Hawi, Lamp. Pab., Pam.; lloembang, Daj. 
Z. O. Bom.; Kabalam, N. Guin. 4 K,; Kabalem. 
N. Guin. 4 R.; Kabalim, N. Guin. 4 R.; Kabel, 
.Vroe ; Kaka, Tim.; Kelaiwoe, Sawoe; Keles, 
^ladoer.; Keoe, Biman.; Koin, .\lf. Min. Bent.; 
O, Rotin., Tim.; Ocka, Alf. Boer.; Octe, Alf. Asil., 
Hila, Z. Cer.; Oeteo, .Vlf. Har.; Oetoiil, Alf. Sap.; 
O Ie, .Vlf. W. (er.; Oloh, Gajo; Oó, Biman., Wetar ; 
O oer o e, Kisar; Paravvata, Boeton ; Par ing, Daj. 
M.; P e r e n g. Kang., Madoer.; P e r i, Endeh ; P e r i n g, 
I.amp. \h.; Pr ing, Jav. Ng.; Uosan, Jav. Kr. D.; 
Ta bad ik o, Tcrn.; Taholal. Alf. Sap.; Taki. Alf. 
Min. T. S.; Tambclan, Alf. Min.; Tehing, Balin.. 
Semb.: Teli. Alf.Z.Cer.; Tem a r, Tcnimbar; Tercng, 
Sa.s.; Teri, Alf.Z.Cer.; Tiing, Balin.; Timbarang, 
.\,lf. Min. Bant.: Toe, Manggarai ; Totooden. .\lf. 
Min, T. S.; Totoürcn, Alf. Min,; Triéug, .\tjeh; 
Tring, Atjeh; Woeloe, Gorom; Wojo, .\lf. Tom. — 
Bamboesoortcn. Gebr.: Bamboe is van veelzijdig ntit in 
de inlandsche samenleving, zoowel voor het bouwen van 
woonhuizen, kook|)laat.sen, rijstschuren of stallen, als tot 
vervaardiging van allerlei huisraad, mond- en vaatwerk. 
De jonge loten zijn een gewilde groente. „Bamboe", 
zegt de inlander, „is er altijd", en als ergens een stoel 
afsterft, dat gewoonlijk op een leeftijd van 15 tot 20 
jaar plaats vindt, is er naar zijne mccning eldere 



Bambusa. 



179 



405 - 4.08, 



weer ren andere gegroeid. Van daar het Javaansche 
spreekwoord: „I.cbar priug bosok bcling", d. i.: „Als 
de bamboe up is, verrotten de glasicherven", of zoo- 
veel als ons: .,Zoo de hemel valt, zijn wij allemaal dood". 
Iemand, die bamboe plant, heet in het Bataksch : 
sisoewan bocloe of woordelijk bamboeplauter, maar 
daar bamboe het bolwerk is (of was) van ecu dorp, 
zoo wordt hiermede tigiiurlijk een zoon, die iemand 
geboren wordt, als verdediger voorgesteld. lu vele 
streken wordt ontraden op Vrijdag bamboe te kappen, 
daar men beweei-t dat op dezen dag geka[)te bamboe 
eerder door den worm wordt aanget:ist ; ook Dinsdag 
heet daarvoor een verboden dag, doeh het nadeel 
kan somwijlen worden vooj'konien door het kapmes 
vooraf plechtig te baden. Men heelt in het Bataksch 
een spreekwijze: „.Sougou na uiamboha bocloe, ui 
abiu sabariba ui dcgehon sabariba", d. i.: „Als bij het 
splijten vau bamboe, de eene helft wordt naar boven 
getrokken, de andere op den grond gedrukt", doelende 
op ecu vader, die het eene kind boven het andere 
voortrekt, of een rechter, die de eene partij boven 
de andere bevoordeelt. En een andere: „N'gada tar- 
soewau boeloe ua so marniata" d. i.: „Men kau geen 
bamboe planten, als er geen oog is", met de be- 
teekcnis van uit niets kan niet iets voortkomen, of 
men noemt geen koe bont tenzij er een vlekje aan is. 
Van een groote hoeveelheid of menigte zegt men iu 
het Soendaasch : „Ngembang awi", d. i.: „Als de bloem 
van bamboe", daar deze alom in grooten getale aan- 
wezig is. Iets onmogelijks drukt de Maleier uit door: 
„.•Voer di tarik songsong'', d. i.: „Een bamboe voort- 
trekken tegen de richting der takken in", en een 
hoogeu onderdom door: „Jleranting aoer", d. i.: „liet 
voorkomen hebben vau bladerlooze bamboe". Van 
iemand in den grond bederven, heet het in het Mi- 
nangkabaoeseh ; „Bak toenggang-toeuggang boeloeéh 
sftroewe", d. i.: „Evenals men een bamboe-geleding 
ondei-stboven keert", en van iemand die zich bloot 
geeft of met ziju gebreken te koop loopt : „Bak 
aoewe di ateh bockik", d. i,: „X\s een bamboe-stoel 
boven op een heuvel", terwijl iets oudoenlijks in die 
taal wordt uitgedrukt door: „ilanampakan kasiek ka 
boclocch", d. i.: „Zand tegen bamboe willen plakken". 
Voor het ergens bescherming gaan zoeken zegt de 
Boeginees: „Lao matjeke awo", d. i.: „In de schaduw 
gaan zitten onder het loof van bamboe", en iu het 
Maleisch van Beugkoelen bestaat de spreekwijze: 
„Rebong dih djaoh di roemponnje", d. i.: „De jonge 
bamboeloot is niet ver van den stoel", of „de appel 
valt niet ver van den boom". Xog zegt men in het 
Javaansch : „Djcksa pring sadapocr", d. i.; „Een 
djaksa met bamboe van één stoel", voor een inlandschen 
rechter, die slechts vrienden en verwanten tot onder- 
hoorigen heeft. Kantai boeloh heet in het Maleisch 
een ketting, waarvan de schakels op bamboegeledingen 
gelijken. Seherjie gezegden of kwetsende uitdrukkingen 
worden herhaaldelijk met bamboesplinters vergeleken. 
Herhaaldelijk is bamboe de oplossing van raadsels. 
Zoo in het Soendaasch van: „Anakna di samping, 
indoeugna di tarandjang", (in het Javaansch: „.\nake 
tapihan embokne woeda"), d. i.: „Het kind heeft een 
kleedje aan, de moeder is naakt"; waarbij met het 
kind de jonge spruit (iwoeng) bedoeld wordt. In het 
Bataksch van : „Lam matoewa lam maugkail", d. i. : 
„Hoe ouder het wordt, des te meer hangt het over 
(hengelt/', en van: „.\ndorang posa pangidowan ing- 
kajoc, ija doeng matoewa pangidowan aek" di.: „Als 
het nog jong is, vraagt men er groente (roboeng) 
aan, als het oud is water (nl. waterkokers)", terwijl 
roboeng de oplossing is van : „Targau menek mara- 
bit, doeng godang salang-salaug", d. i.: „Nog klein 
u het gekleed, groot is het naakt". In het Mi- 
nangkabaoesch van: „Babiliik lai Ijapintoe indak". 



d. i.: „Kamers heeft het maar deuren niet". In het 
T. S. dialect van het Alfoersch der Minahasa van : 
„Si poctri si taintoc ocng kakcndis roeiiu^ngan oeman 
auge rinte kampe jo winoejaugano wo damboengan, 
taiiu mange tare matoeai sija tinaugkolau", d. i.: 
„Ecu oversehoone prinses draagt van kindsbeen af 
reeds een saroeug en kabaai, maar oud geworden gaat 
zij geheel ontkleed". 

405. B. ApUS Schuit.' Apoes, Jav.; Awi 
apocs, Sücnd.; Awi tali, Soend.; Bamboe tali, 
Vuig. Mal.; Deling taugsoel, Jav. Kr.; Djadjang 
pring, O. Jav.; Percng tale, Madoer.; Pring 
apoes, Jav.; Pring tali, Jav. Ng., O. Jav.; Tiing 
tali, Balin.; Tiing tlantan, Balin. — Gebr.: Als 
biudsel bij den huisbouw, tot het vlechten van uuindwerk, 
in het algemeen bij alles, waai' het o]) stevigheid aankomt. 
Het is de eenige soort, vau wier bast sterk to\iw kan 
worden vervaardigd ; dat te danken is zoowel aan de 
taaiheid der vezels als aau de mindere incrustatie, die 
bij het buigen van audere bamboe-soorten lichtelijk 
breken veroorzaakt. De bladknoppen ziju een genees- 
middel tegen ingewaudswormen van paarden. De kiezel- 
afscheidingen iu de geledingen (tabashir,singkara) dienen 
o.a. als middel tegen diphtheritis. Voor ons „Oude koeien 
uit den sloot halen", zegt de Javaan: „Andoedoek apoes 
kapendem", d.i.: „Geplante bamboe uitgraven"; en de 
Madoerees vau „Iemand, die zoowel grof als fiju werk 
kan verrichten": „Mara pereng tale", d.i.: „Als deze 
bamboe", dus voor alles geschikt. 

406. B. lineata Munro.* var. Eumphiana 

Eurz. Winaloejan in dolop, Alf. Min. T. P. 

407. B. longinodis Miq.* Awi boeloeh, 

Soend.; Awi boeloeh moenti, Soend,; Barnaf, 
N. Guin. Nocmf.; Boeloe, Alf. Min. Ponos., Bol. 
Mong.; Boeloe im bah o e, Alf. Min. Tousaw.; 
Boeloeëh kasok (zie 3469), Minangk.; Boeloeh 
kedampal, Balin.; Boeloeh pi dam pel, Balin.; 
Boeloeh toei, Mal. Mol.; Boero, Alf. Min. Bant.; 
Djadjang woeloeh, O. Jav.; lueus, Gajo; K e- 
d a m ]i a 1, Balin. Semb.; L a g a, Bat.; L a m p a r, O. Jav.; 
Pereng boeloe, Madoer.; Pidampel, Balin.; 
Pring lam par, O. Jav.; Pring oeloch, Jav.; 
Pring woeloeh, Jav.; Pring woeloeh gading, 
Jav.; Tabadiko toei, Tern.; Tabalo, Alf. Tom.; 
Tambong, O. Jav.; Tapir, Alf. Z. Cer.; Tena toeï, 
Alf. Har.; Tenau, Alf. Boer.; Tiing kedampal, 
B.ilin.; Tiing pidampel, Balin.; Tin au, Alf. Z. 
Cer.; Tinano, Alf. N. Laoet, Sap.; Ti nat, Alf. Z. 
Cer.; Triëng toeloer, Atjeh ; Wal o, Alf. Tom.; 
Wawohoe, Gorout.; Woedoe, Alf. Min. T. S.; 
Woeloe, Alf. Min. Bent., T. B., T. L.; Woeloe 
raii, Gorom ; Woeloed, Aif. Min. T. P.; Woeloeh, 
Jav.; Wojo woeloe, Alf. Tom. — Gebr.: üieut tot 
vervaardiging van manden, wannen, fuiken, fluiten, 
blaasrocrcn, lauspunten en tot het vU'chten van om- 
vvandingen. De fijn afgespleten buitenbast is zeer scherp 
en wordt gebruikt voor het snijden van zachte zelf- 
standigheden ; ook bij de besuijdeuis. (.)verigeiis heet 
het, dat wonden met deze soort wegens den aard der 
bamboe altijd doodelijk zouden zijn. 

408. B. nana BOXb.* Aboki, Alf. Tom.; 
.\ o c w e tjiuo, Minaugk.; Aog, Alf. Min. Torisaw.; 
Awi tj ina, Soend.; Bocloe tjina, Bat.; Boeloeéh 
tjino, Minaugk.; Boeloeh pagar. Mal. Men.; 
Boeloh pc r indoe §), Mal.; Boeloh tjina. Mal.; 
Kointilen, Alf Min. Bent.; Pereng tjena, Ma- 
doer.; Pring djabal, Jav.; Tabadiko tjina. Tem.; 
Tambclau e moet, Alf. Min. T. L.; Teling, Alf. 
Min. T. B.; Tering, Alf. Min. Bant.; Toloöden, 
Alf Min. T. S.; Totoüren, Alf. Min. T. B.; Wina- 



Bambusa — Barrmgtonia. 



180 



409 - 423 



lopjiiri. Alf. Min. T. P. — fiibr.: Dii'iit veel voor 
oiiihiMiniii;r'ii cii ook als uinwunilin^ van wuniujji'n. 
$) Vdltjcns Hii>i,KY geldt dii' nauni cclilcr uitslnitrnd 
vüor Buuibusa magica Wiay. Deze soort, welke in 
Miuangkabaoi'selie verhalen als talang pariudoe voor- 
komt, moet naar het volksgeloof een kleine bamboesoort 
zijn, die O]) den to[) vun bei'gen groeit, niet hooger 
wordt dan een span, en herkenbaar is uun de doodc 
vogels, die er onder liggen ; alleen een orang bertoewah 
vindt die, en hij, die er een bezil. kan alles krijgen 
wat hij verlangt. Met boeloli perindoe duiden d(> 
Maleiers eehter ook aan een bamboezen koker, waarin 
tussehen twee geledingen overlangsehe insnijdingen 
zijn aangebraeht, en die in den wind gehangen vvw 
klagend geluiil vooi'tbrengt als van een Aeolns-harp. 
Bat IJ. nana zieh hiertoe bijzonder leent en daarom 
dien naam uulving. is niet onmogelijk. 

409. B. Teba Miq.* Aor' kram at, Solor; 
Awo madoeri. Boeg.; Awo t a r a. Boeg.; Bamboi- 
oetan. Mal. Tim.; Bauggeha, Alf. Z. Cer.; Boe- 
loeh badoeri. Mal. .\nib.; llaoer badoeri, .Mal. 
Bandj.; Pakajoe soesoenejan, Alf. Min. T. 1*.; 
Tiing gesing, Balin.; 'J'omo oesi, Alf. Z. Cer.; 
Tom o pak aha, Alf. Har.; Tom o roeri, Alf. 
Z. Cer.; Totoiiden oe watoe, Alf. Min. T. S.; To- 
t oor en o e watoe, Alf. Min. T. B. — Ciebr.: Vooral 
gebezigd om water in te bewaren. 

■llü. B.tuldoidesMunro.*Boeloh balai.Mal. 
-tu. B. vulgaris Schrad.* var. aurea. 

A o e g t a r a k i. Bol. Mong, ; A o e 1 <> t o, Alf. N.O. Halm.; 
Aoer gading, Mal.; .Voewe gadiéng, Minangk.; 
Aocwe koe u i è ng, ^liuangk.; .\ \v i gadi ug, Soend.; 
A wi haoer genlis, Soend ; .Vwo lagadi ug. Boeg.; 
Bamboe kocniëng, Minangk.; Boelo gading, 
ïlakas.; Boeloeh djawa. Mal. Mol.; Boeloh ga- 
ding, Mal.; Gata oeroe, Alf. N'. W. Halm ; Hao 
adoelo, Nias; Haoer bahenda. Mal. Bandj.; 
Haoer gading, Mal.; Pamolo, .\lf. Sap.; Pere ng 
gh adh i n g, Madoer.; Pr i ng dj a w a, O. .Tav,; P r i ng 
roem p i 1- a ram ]) al, Jav.; Taüki, -Vlf. Min. T.L.; 
Tahaki, Alf. Min. Bant, T. B.; Taki, Alf. Min. 
T. S.; Teli ha hoe, Alf. Z. Cer.; Teri hahoc, Alf. 
Z. Cer.; Ter in, Alf. Har., Z. Cer.; Tiing djaug- 
krik, Balin.; Tiing djlcpoeng, Balin.; Triëng 
gading, .Vtjeh ; Winaloejan t aran at e, ,\lf. Min. 
T. P. — Gebr.: Het riet dient voor zitbanken, om- 
wandingen, lijkbaren en watervaten, ook tot het op- 
vangen vau jmlmwijn ; de jonge s[)ruiten zijn als 
groente gezocht en er wordt bovendien zuur van ge- 
maakt. In Zuid-Celebes worden de jonge uitspruitsels 
fijn gehakt als amulet gedragen ; elders grilTelt men 
tooverspreukeu op deze bamboe en draagt die dan 
om den hals als afweringsmiddel voor ziekten. 

412. B. vulgaris Schrad.* var. striata. 

Ampel, Balin., .lav., Sas,; .\ w i toetoel, Soend,; 
Bam boe k o e r i n g-k o e r i ng, ^lidd. Sum.; Boeloeh 
kei, Banda; Djadjang am pel, O, .Tav.; Ham i)j al, 
Balin. Kr.; Kal ah ing, Sangi; Koer ing, Midd, Sum.; 
Pcreng ampel, Madoer.; Pereng t jam el, Kang.; 
Pereng toltol, .Madoer.; Poeli ug, Balin.; Pring 
ampel, Jav.; Pring ram])al, .Tav.; Pring toe- 
toel, Jav.; Tabadiko uani. Tem.; Tereug den- 
de n g. Sas. ; Tereug ren d e n g, Sa.s. ; T e r e n g t o e- 
toen. Sas.; Tiïng ampel, Balin. ;Tiing hampjal, 
Balin. Kr.; Tiiug poeli ng, Balin.; Tiing ioel- 
foel, Ikliu ; Totooden, Alf. Min. T. S.; Toto- 
oren, Alf. Jlin. T. B.; Winaloejau im bene, 
Alf. .Min. T. P. — Gebr.: De jtinge spruiten worden 
gegeten ; het riet dient voor voetangels en draagstukken. 
Ofschoon de geledingen slechts een kleine holte hebben, 
wordt hierin op Bali toch wel palmwijn bewaard en 



heeft men daarop doelende de spreekwijze: ,,Kele ampel 
kaden bek ja poejueng". (of ,,Kele ampel malub kendel 
kadoanga"), d.i,; „\an een ampel-koker denkt men dat 
hij vol is en hij is leeg", dus zooveel als „schijn bedriegt". 

413. B. Wrayi Stapf.* Awi boenar, Soend.; 
,\ w i t a m i j a n g, Soi-nd,; Ba m boe e nd e, .Mal. Tim.; 
Boelo luu, !)aj. Z. O. Born.; Boeloi* tamijang. 
Bat.; Boeloeèh tamijang, .Minangk.; Boeloli 
be rsoem ]>i t an, Mal.; Boeloh temijaiig. Mal.; 
H am i j a, Biman.; Oö ham ij a, Bi man.; Tam i jan g, 
I)aj. Z. O. Born., Soend.; Temijang. .Mal.; Ti-mije, 
Sawoe; Triëng iges, Atjeh; Trieng senoempit, 
.\tjeh. -- (ïebr.; Kr worden blaa^roeren en tluiten van 
vervaardigd, benevens het hand\at vau het rijstutesje; 
ook maakt men er drooglattt-n van. Dr l)ajak's in 
Zuid-Oost Borneo planten dezi- l)anib()e gaarne in de 
nabijheid hunner woningen, om die naar hunne meening 
voor het inslaan van den bliksem te besehermen. 
Daar deze soort gespleten zijnde zeer seherj) aan de 
kanten is, zoo heeft de Maieier een spreekwijze: 
„Mereboet temijang belah", d. i.: „Om een gespleten 
temijang vechten", met de beteekenis van „om iets 
gevaarlijks vechten of strijden". In het .Soendaa.seh 
heeft de uitdrukking: „Tamijang nu-nlit ka bitis", 
d. i.: „De tamijang sliugert zieh om de kuit", de 
beteekenis van „zich zelf een ongeluk op den hals halen". 

414. Barclaya Motleyi Hook.f.* -Nat. 

fam. der Nyniphaeaceae. Daoen kei a pa, 
Mal. — Eene soort lutos-phuit. 

41.5. Barleria ciliata Roxb. (-- B. cris- 

tata L.'). -Nat. lam. der Acanthaceae. U ja- 
rong woengoc, Soend. — Heester (zie 416 eu 417). 

416. B. Cristata L.* .\rmenal, Jav.: Uaoen 
madhoe, .Madoer.; Dj.irong^i. Jav., .Soend.; ï)ja- 
i'o ng w al a n d a, Soend.; Dj a r on gan. .lav., Soend. — 
Heester. Gebr.; Dient voor levende omheiningen. De 
Miuloerees noemt de plant naar den zoeten smaak bij 
het uitzuigen der bloem. 

§) Ook Peristrophe tinetoria Xees.* (zie 2648). 

417. B. dichotoma Roxb. (— B. cristata 

L.*). Djarong bodas, Soend. ~ Ilalfheesler. 

418. B. Prionitis L.* Boenga landak. Mal.; 
Dalok, .Minangk.; Daoen land ak. Mal.: Dj aro ng 
k em ban g 1 a ude p, Soend.: Godo n g 1 a n de]), .lav.; 
Lande ji, .lav.; La n d e p - 1 a n d e p, Balin.; L a n d h e p, 
^ladoer.; Lo n j o-lonj o. Boeg.; Sou d hej). Madoer. — 
Kleine heester. Gebr.; De bladen worden tegen winden 
gebruikt. 

419. Barringtonia alba Blxune.* -Vat. fam. 

der Myrtaceae. AlakangS), Boeg.; Poetja, 
.Makas. - Bomu (deze en volg. s.). Gebr.: Sommige 
deelen in de inl. geneeskunst. 

i) Variëteiten : .\lakang radi en A. tjawa. 

420. B. fusiformis King.* Poctat^) padi 

(zie 423), M:il. 

j) De naam poital geldt o]) Java ook voor andere 
B. soorten, bepaahb-lijk voor Barringtonia spieata BI.* 
(zie 42()) eu Planelunuji spieata BI. (zie 2770). 

421. B. macrocarpa Hassk." Songgoinf), 

Soend.; Songgom lattet, S4>end. 

f) Evenals poetat in het Mal., is songgom in het 
Soend, een benaming voor vele Barringtonia-soorten. 

422. B. macrostachya Kurz.' Poetat 

boekit. Mal.; Poetat hoetan. .Mal. 

423. B. raceniosa Roxb.* Kajoe in tnbe, 
Alf. Min. T. P.; Kajoe pelje. Mal. Men.; Koeng- 
k oen gan (zie 1467), Alf. .Min. Ponos.: M aha koen g- 
koengau, .\lf. Min. Bent.; Malegai, .Alf. .Min. 



Barrlngtonla — Begonla. 



181 



424, - 452. 



T. 1'.; Ponggiieug (2ic277U. .I:iv., Soond.; Poftat 
(liidi (zie 420\, Xliil. — (Jtl)!-.: Met huut woi<lt als 
brandhout gebruikt ; de vrui-hl is ci-u uitwendig middel 
tegen huidziekten. 

424. B. Scortechenii King.* Puetat gad- 

jah, Mal. 

425. B. speciosa Forst. .Vdjoc boctoeug, 

Bueg.; Biluen^', Mal. >lin.; Boetoen, Jav., J[al., 
Soend.; Boetoeng, Boeg.; Daga, .\ioc; Djina, 
.\roe; llocöeuo, .\lf. Z. ('er.; Iloetocn, Alf. .\nib., 
Oei.; lloetoeno, All'. X. Laoet., Sap.; Kaue tocfa, 
.\lf. Boer.; Kcbcn, .lav.; Keben-kebeu, Balin.; 
.\lidjioe, Alf. N'. O. Halm.; .Modjoei, Tem.; .Song- 
goni lal aki, Soend.; Tahoe, Wetar; Talise, Makas.; 
Toembak, Alf. Min.; Witocug, Alf. Min. — Gebr.: 
Levert brandhout. De bladen worden rauw bij de 
rijst gegeten, de zaden en het wortelhout «el als 
vischvergift gebezigd. Naar de overeenkouist met de 
vruchten van dezen boom lieelen de houten sieraden 
aan balkeu van huizen en aan prauwen in het Boe- 
ginee-seh bocloeng-boetoeng en in het Jlaleisch boe- 
wah boetoen. 

426. B. spicataBl.* Koet at, Balin.; Poet at, 
Balin., Bat., .lav., .Mal., Soend.; Poctat lalaki, 
Soend.; Salinsa, .VU'. Min.T.S. — (iebr.: Hut hout heet 
gesehiki voor huis- en bruggenbouw. De jonge bladen, 
die samentrekkend van smaak zijn, worden als toespijs 
gegeten. Op Bali worden schrapsels van den bast in 
palniwijn gedaan, om het zuur worden te voorkomen. 

42". B. sumatranaMiq.* Poet at daratg, 
Mal. 

^) Op Bangka wordt deze Mal. naam ook gegeven 
aan Eulheniis Icucorarpa Jack* var. latifolia (zie 1398). 

42S. B. Sp. Laoesich, .\lf. Min. Tonsaw. 

429. Basella alba L. (= B. rubra L.* 
var.)- Nat.fam.der Chenopodiaceae. G a n d o 1 a, 

Soend.; traudolo bodas, Soend.; (i e n d olu, Balin., 
Mal. Batav.; (iendola poctih, Balin., Jlal. Batav.; 
(icndrek, O. Jav.; Kan doe la, Madoer.; Laka, 
Sas.; Rinoetoe, Alf. Oei.; Ta taboe we, Alf. Min. 
Bant. — Windend kruid, flebr.: De bladen worden 
als groente gegeten. 

430. B. rubra L.' Oandola be ureum, 
Soend.; (ïendola nier ah. Mal. Batav.; Gendolu 
■nirah, Balin.; Kan do e la me ra, Madoer. — 
Windend kruid („Malabar-spinazie"). Gebr.: Wordt 
evenals het vorige nel tegen heiningen opgeleid. De 
kleine paai-se vrucht, een slijniverdrijvend middel voor 
kinderen, wordt gebruikt om te verven en gebak te 
kleuren. 

431. Bauhinia Kingii Prain.* .\'ai. fam. der 

Leguminosae. .\kar s(jelüh izic 293t>), Mal. — 
Ktiniplant. 

432. B. malabarica Roxb.* Bc ntjocloek, 

o. Jav.; (iandajakan, Jav.; Kendajukan, Jav.; 
Tjanipalok, Madoer. — Kleine boom. Gebr.: De 
jonge bladen worden als toespijs bij de rijst gegeten, 
en dienen ook als surrogaat voor tamarinde ; de schors 
bezigt men soms als touw. 

433. B. Minahassae Koord.' Kongkom, 

(zie 3394), Alf. .Min. T. L.; I-ocnga-loenga arei, 
Alf. Min. Bent. — Klimplant. 

434. B.scandensL.C^^B.anguinaRoxb.*). 

.Vrenj koekocpor, Soi.-nd.; .Vrcuj kocpoe-koe- 
poc, Soend.; D^oen lidah-lidah. Mal. Mol.; 
Madakaka, Tern.; Sape bawa, Makas.; Sape 
sala. Boeg. — Klimmende heester („snake eliiuber"). 



(ïebr,: De kinderen dragen de bladen als banden om 
den hals, (ot afwering der verweuscbingcn, die hun van 
verschillende zijden soms w orden toegevoegd ; ook 
worden deze bladen gebrand bij kiiulerziektcn. 

435. B. stipularis Korth.* Akar peroet 
ajara, Sum. W . K.; Peroet ajam, Sum. W. K. 

— Klimplant. 

430. B. Teysmanniana Scheff.* Wolisoe, 

Alf. Min. Tonsaw. — Klimplant. 

437. B. tonientosa L.* Uaoen kocpoe- 
koepoe. Mal. Batav.; Ki koekoe])oe, Soend.; 
Koe po e- koe poe, ilal. Batav., Soend.; Lidah- 
lidah, Mal., Minangk.; Prikantjoc, Balin.; Sbi ta 
§), Balin.; Soebani, O. Jav.; Socbita §), Balin.; 
Tali kantjoe, Soend.; Tiga kantjoe, Balin.; 
Trikautjoe, Balin. Kr., Jav. — Heester. Gebr.; 
Het ho\it dient tot heften en schceden van wapens, 
de bloemen met curcuma om geel te verwi'n. 

§) Deze Balin. nunien volgens sommigen voor de 
witbloeniifi'e in legt-nstelling van de gce]l)iocmige. 

438. Beaumontia multiflora T. et B. 
(= B. khasiana Hook.f.'). Nat. fam. der 

Apocynaceae. .Vreuj soesoe moending, 
Soend.; Soesoe moending, Soend.; Soesoe keb o, 
Jav. — Klimmende heestei\ 

43',t. Beccarininea rigida Pierre. Nat. fam. 

der Sapotaceae. Karaka-, .\lf. .Min. T. B.; 
Poeloetau rintek, Alf. Min. T. L. — Boom. 
Gebr.: Het hout is zeer duurzaam. 

440. Begonia aptera BI.' Nat. fam. der 
Begoniaceae. Roe koet tiliwi, Alf. Min. 
T. B., T. L., T. P.; Titiwi, Alf. Min. T. B., T. L., 
T. P. — Kruid (deze en volg. s.). Gebr.: Wordt als 
sierplant gekweekt. 

441. B. bombycina BI. (= B. isoptera 

Dryand.*). Roem poet oedang-oedang. Mal. 
Beugk. — Gebr.: Wordt gebezigd om wapens van 
roest te zuiveren. 

442. B. coriacea Hassk. (= B. peltata 

A.D.C.)*. Harijang §), Soend.; Harijang 
b c n r e u m, Soeud.; S e s e p a n g j). Lamp.; Sesepang 
soeloeh. Lamp. 

§) Deze namen gelden voor alle Begonia-soorten. 

443. B. Hasskarliana Miq.* Asam sim- 

pai, Sum. W . K. 

444. B. heteroclinis Miq.* Soeroek-soe- 
roek, Alf. Min. Puuos. 

44.'). B. multangula BI.* Bloeboe k, O. Jav. 

446. B. racemosa Jack.* Lajang-lajang 
si m pa i, Mal. Beugk. 

447. B. repanda BI.* Harijang dijock, 
Soend. 

448. B. robusta BI.* Asam rijang-rijang, 
Mal.; Asem t cm bi loeugan, Jav.; Harijang 
boeloc, Soeud.; Rijang-rijang, Bat., Minangk.; 
Sesepang oedjaoe. Lamp.; Temb i loeugan, Jav. 

449. B. tonera Dryand.* Pen g-kop eug, 

Mjuloer. 

4.50. B. tuberosa Lam.* Harijang peut- 
jang. Sound.; Katji, Mal. Amb.; Tai bawi, Alf. 
Min. — Gebr.: De wortel heet geneeskrachtig; de 
bladen worden wel als groente gegeten. 

4.51. B. sp. Esem, Af. Min. Tonsaw. 
4:52. B. sp. Larijaug bata, Bonth, 



Beilschmiedia — Blechnum. 



182 



453 - 462. 



453. Beilschmiedia MadangBl.' Nat, fam. 

der Lauraceae. lldcrDC s:irij:i\van, .Sociid. — 
Boom. (it'l)i-,; llcl liiiiit (licnt tot houwhout. 

454. Belamcanda chinensis Bod. (--B. 
punctata Moench.*). Nat. fiun. ilii- Irida- 

Ceao. Kitpp, .\ll'. .Min. T. I,.; Kctew, Alf. -Min. 
Tonsinv.; K iris, Alf. Min.T. 1'.; Sciii prit, O. .lav. — 
Kruid („inuitcrblocm",' „l(;u|)iird llowir"). Oidjr.: \h 
wortelstok in de inl. genccskuiisl. 

455. Benincasa hispida Cogn. (— B. ce- 
rifera Savi*). Nat fiim. der Cucurbitaceae. 

Baligo, .liiv., .Sofiid.; Baloc, Daj.; Bt 1 igoe, Mal.; 
Bhaliplioc, Madocr. JV; Bligo, Bulin.,.Iav.; Bongo, 
Uotin.; Djclok.Bat.i (i oendour, Bat.; Kamalenga, 
Alf. N.O. Halm., 'IVrn.; Kocudo, Aljch; Koindoce, 
Minangk,; K o o n d o e r, Balin., Mal., Soend.; K o v n d o r, 
Mal.Bengk.; Koen rocloc, Boeg., Makas.; Koiidoer, 
Madoer.; Laba, N. (iuin. 4 R.; Labet, Jav. Kr.; 
Laboe, .lav. Ng., Madoer.; Laboc tjena, Madoer. P.; 
Lejor (zie 2107), Sound.; Oendroe, Nias; Ouaug, 
Bat.; Sardak, I.amp.; Serdak, Ijamp.; Sionang, 
Bat.; Soedang, Makas.; Hoedciig, Boeg.; Soudiik, 
Sas. Het schijnt dat van deze namen baligo en ycr- 
wantcu meer bijzonder voor de groote langwerpige, 
kocudoer voor de kleine lang\ver]iige en laboe voorde 
ronde variëteit gelden. — Klimplant („was-kalebas"|. 
fiebr.: Woi-dt jong als groente gegeten; de oudere 
vruchten worden gecontijt en zijn dan als tangkocwch be- 
kend. Soedang is eigenlijk een oud-Makasaarsche naam 
voor deze plant en nog heden wordt hiermede in die taal 
aangeduid het zwaard van Lakipadada, een der rijks- 
sieraden van (iowa, dat in de vrucht zon gevonden 
zijn. In het .Minangkabaoesch zegt men: „Bak koendoec", 
d. i.: „.\ls de benincius.a", van iemand, die zijn eigen 
weg weet te vinden of overal hulp weet te krijgen; 
en in het Maleisch : „Koendoer tijada melata pergi, 
laboe tij.ada melata niari", d.i.: „.\-ls de koendoer niet 
vooruit kruijit, zal de laboe er niet heen gaan om 
haar te ontmoeten", met de bcteekcnis dat van beide 
zijden iets moet worden toegegeven om tot overeen- 
stemming te geraken ; terwijl versierselen in deu vorm 
der bloemen als boenga koendoer worden aangeduid, 
üc Batak hangt een goendoer-vrucht met een witte 
lap boren de deur zijner woning om de kwiule geesten 
verwijderd te houden, en duidt een zeer grooten buliel 
aan met: „Docwana sagoendoer tena", d.i.: „Zijn keutel 
is tweemaal zoo groot als een goendoer". Ook heeft 
hij een spreekwijze: „Goendoer pang.iloeniian simoen 
pangalambohi", d.i.: „(jenezendegoencloer's, verkoelende 
komkoniraei-s", waarmede men hij heilwenscheu of 
aanroeping van geesten „Zegen en voorspoed" bedoelt. 
De vrucht is de oplossing van meerdere raadsels. Zoo 
in hel Minangkabaoesch van : „Indoeknjo mandjaladjaoc 
anaknjo batjiljiran", d. i.: „De moeder sluipt rond, 
de kiuderen blijven verspreid achter"; in het Maleisch 
van Bengkoclen van: „-\nak ketjik doe dok bepoepor", 
d. i.: „Een klein kind, dat zich blauket"; in het Da- 
jaksch van : „Boewae sapamalok batange sapanali", d. i.: 
„üe vrucht als een oiii>|iauning, de stam als een touwtje". 

456. Berberis Wallichiana D.C.* (of B. 
nepalensis Spreng.*). Nat. fam. der Berberi- 

daceae. Ui sisir, Jav.; Kwi sisir, Balin.; Sisir, 
Jav. f) — Meester, verwant aan „zuurbcs". 

f) Sisir beteekent in .Mal. en .lav. ook ..tros" 
(racemus), alsmede „kam". -Men spreekt van een 
„sisir pisang" voor een tros bananen. 

457. Bidens pilosa L.* Nat. fam. der Com- 
positae. Atjerang. Mal. Batav.; Daoen atje- 
rang. Mal. Batav.; Uaoen damar angoes, M.il. 
Mol.; Djaringan, O. Jav.; Hareuga, Soend.; 
.Makomantes §), Alf. Min. T. P.; Raoc tjaga. 



Tem.; Sanibit, Alf. Min. Tonsaw.; Sangkara 
mata, -Makas.; Tipipit, .\lf. Min. T. I,. — Kruid, 
ccne soort „tandzaad". Gebr.: In Zuid-Cclebes is dit 
kruid een jjaardenvoeder. Te Ternate wordt hel sap 

der uitgeperste bladen bij koorts gegeven. 

^) Ook Isora rnacrophylla liartl.' (zie 1924). 

458. Biophytum sensitivum D.C.' Nai. 
fam. der Geraniaceae. Ai laoc mahai, Alf. 
Z. C'er.; Daoen hidoep, .Mal. Mol.; Djoekoct 
kakalapaiin, Soend.; Kakalapaan, Soend.; Kram- 
bilan. Jav.; Pajoeng ali. Mal. — Kruid („herbe 
vivante"). 

459. Bischofla javanica BI.* Nat. t'.im. 

der Euphorbiaceae. Bintocngan. Minangk.; 

Dj e n t 'H- 11 L^a ng. Boeg.; Gadog, Soend.; (iatoen- 
gang, Boeg.; Gin toen g, .Soend.; Gintoengan, 
Balin.; (ilintoeng, Jav.; Glintoengan, Jav.; 
Kajawoe, \U. Min. T. B., T. P., T. S.; Keheng, 
Alf. Min. Tonsaw.; Marintek, .Mf. Min.; Ting- 
keueum, .Mjeh; Tingkcum, Gajo. — Boom. 
Gebr.: Het hout is uitstekend voor huisbouw en 
bruggen; op Sumatra bezigt men het veel voor seheeden 
van wapens. De schoi-s en bladen zijn als genees- 
middel in gebruik; met de eerste wiijft men damar- 
soorten wel in om deze een roode kle\ir te geven. 
Als siireekwijze heeft men in het Soendaa-stdi ; „Di 
piamis boewah gintoeng ', d. i.: „Zoet maken met (of 
alsl de gintoeng-vrucht, die bitter is", of op een 
zoetsappige manier iets onaangenaams zeggen. 

4C0. Bixa Orellana L*. Nat. fam. der Bix- 

aceae. B o e n ga pa r a d a, Boeg.; Boewah p r a d a, 
VulgMbl.; Delinggem, Mal. B.itav.; (ialinggeui, 
Soend.; Galoega, Mal. Batav., O. Jav., Soend.; G c- 
linggem. Mal. Batav.; Ghaloegha, Madoer.; K a- 
soemba keling, Jav.; Kasombha, Madoer.; K a- 
s o m b h a k 1 e n g, Madoer.; K e s o e m b a, Mal; K oe n j i t 
djawa. Mal.; Paparada, Boeg.: Rajio parada, 
Makas.; Somba keling, Jav. Variëteiten in Madoer.: 
K.bhiroe; K.bhiroe lange; K.boengo; K.lor; 
K. mane; K. sare. — Kleine boom. de orlean-]ilanl. 
Gebr.: \yordt vaak als levende heining geplant. De 
met een harige schil omgeven vruchten bevatten 
zaden, w.iaruit een roodgele verfstof (galoega) wordt 
verkregen, die tot kleuring der nagels en ook tot 
het verven van garens en bamboe vlechlwerkdient. In 
Europa dient deze kleurstof (anatto, roucon. orlean) o. a. 
voor boter, en kaaskleursel. Deze plant is de ojilossing 
van het Javaansche raadsel: ,..\na temboeng patang 
wanda dadi araning wiw itan ; kan rong wanda 
ngarep dadi araning poetra, nata kang dadi botohing 
nata Paudawa; kang rong wanda boeri dadi araning 
uagara, kang di enggoni wong hindoe", d. !.: „Er is 
een woord van vier lettergrepen, dat den naam vormt 
van een plantensoort; de eerste twee lettergrei)en vormen 
den naam van een prins, wiens vader de raadgever was 
van den vorst van Pandawa; de laatste twee letter- 
grepen vormen den naam van een land, dat bewoond 
wordt door Hindoc's"; Somba was de zoon van den 
nit de wajang-vcrhaleu bekenden Kresna, en Keling 
is de naam van Kaliuga op de kust van ('oromandel. 

■tfil. Blainvillea latifolia A.D.C. (— B. 
rhomboidea Cass.'). -Nat. fam. der Compo- 

sitae. Uoempoet babi. Mal.; Toetoep boemi 
paja, Mal. — Kruid. 

462. Blechnum oriëntale L.* Nat. fam. 

der Pilices. Pakis bang, Jav.; Pakis dadoe, 
Jav.: Pakoe hoerang, Soend.; Pakoe ikan. Mal.; 
Pakoe oedang, Balin.; Pakoe oclar, Mal.; Pa- 
koe randi, Balin. — Varensoort, verwant aan 
„dubbelloof". 



Blepharochloa — Bombax. 1 83 

tt<3 Blepharochloa (= Leersia*) cili- 
ata Endl. Nai. lam. lUr Graniineae. l'apa- 



463 - 480. 



Surini. — Kniiil („ril- 



ïi-asi ). 



■464. Blumea balsamifera D.C.' Nat. lam. 

dor Compositae. Al'ont, Tim ; Ainpampaoc, 
Bui-g.; .\ m pum pase, Boeg.; Apa-ajia kei) o, .lav.; 
Embüiiir. Maka.<.; (i aloc iiggot n g, Bat. Mam! ; 
KamaiKlhiu uic 32l)3>. .Macloer.; K cse m buo ng, 
Sas.; Koiiiandhin. Maducr. l'., S.; Lauggoeng- 
goong sapa. Bat.; Madikapoo, Tem.; Matoc- 
wakan.Alf.Min. T. P; Sapa, Bat.; S cmboeug j), 
B8lin.,.lav.,Alal.,Soeiid.; Simbutng awew e, Soend.; 
Scmbocng goela, Jav.; Scmboong l>'gi. Jav.; 
Tjapa, .Mal.;Tjapo. Bocg.,Makas., Miuaugk. Vaiietuit 
in Mal.: Tjapa bockit. — KniiJ. (icbr.: De bladen 
(ecncr variëteit) wordcu wel als groente gegeten en zijn 
ook als zweetdrijvend en maagversterkend middel in 
gebrnik tot «elk doel ze aan kraamvrouwen en bij 
koorts worden toegediend, (lp Suniatra's westknst zijn 
ze (wegens den sterken geur) een middel tegen neus- 
bloeding eu bezigt men ze tot reiniging van den 
anus van kleine kinderen na ontkisting. liet uit die 
bladen geperste sap wordt gedronken tegen galziekte 
en dient als bloedstelpend middel na de besnijdenis. 
Als extenipore, bij onzekerheid ol' zij hem het jawoord 
zal geven, zingt in de Soendalauden een meisje den 
jongeling, die haar het hot' maakt, toe: „Ngala 
soeloeh raugraug sembocng, ngala pantjar kakedjoan ; 
tatjan poegoeh njeboet embong, tatjan ngennah tateni- 
bongau", d. i.: „Doode takken van scmboong tot brand- 
hout halen en ook deu penwortel van kakedjoan ; het 
is nog niet zeker of ik zeggen zal dat ik niet wil, 
nat zioh aan mijn oog voordoet is nog niet aangenaam". 
i) Semboeng boeten ook andere soorten vau Blunica, 
C'onvza, Vernonia: bepaaldelijk Vcruonia cinerea Iicss.* 
(zie '3448) 

465. B. floresiana Boerl. Karowa in ta- 
loen rintek, Alt'. Min. T. P. — Kruid. 

46fi. B. lacera D.C.* Batoe lintjar, Soend.; 
Krcmahan, O. ,Iav.; Lalangkapan, Soend.; 
liOemai hitam, Mal. Variëteiten in Soend.; Batoe 
lintjar beureum of L. beureum; B. 1. bodas 
of 1. bodas; B. 1. leutik of 1. leutik. — Kruid 
(zie 467). 

467. B. lactucaefoliaD.C. (=B. lacera 

D.C.*). Kamandhin kerbhocj, Madoer.; Ko- 
mandhin kerbhoej, Madoer. P., S. — Krnid. 
(ïebr.: Togen hoofdpijn wordt een papje der verschc 
bladen op het voorhoofd gelegd. 

468. B. macrophylla D.C.* Sembocng 
koeöek, Balin.; Semboeng koewook §), O. Jav.; 
Sembocng lalaki, .Soend. — llalfheosler. 

i) Ook Vernonia arborea Buoh-Ham.* (zie 3446). 

469. B. maxima Jungh. Semboeng koe- 
woek gcde, O. Jav. — Heester. 

470. B. riparia D.C. (— B. chinensis 

D.C.*). Balocntas oetan, Mal. Mol.; Djouge 
areuj (zie 173(1), Soend.; I<awef koelo, Alf. Min. 
T. B.,'T. P.; I.awet poeti, Alf. Min. T. L.; I,idah 
koetjing ^), Mal.; Semboeng gantoeng, Balin.; 
Semboi'ng ranibat, Balin. — Klimmende heester, 
j) Dezelfde naam worill gegeven aan de hier en 
daar gekweekte 'I'nrnera ulmifolia L.* 

471. B. semivestita D.C. (— B. procera 

D.C.*). Kajoo im beris, All'. .Min. T. 1'.; M a- 
hawooe pasang. Alf. Min. T. B.; Mahawoöc 
pasaug koelo, .\lf. .Min. T. B. — Kruid. 



473. B. Sp. Mahawüöe pasaug rintek, 
Alf. Min. T. B.; Koekoet in sendang, Alf. Min. 
Bant. — Kruid. 

473. Blyxa malaccensis Ridl. Nat. fam. 

der Hydrocharidaceae. Loemoet roempoet, 
Mal. — Waterplant (zie 184S). 

474 Boehmeria latifolia BI. (= Cypho- 
lophus latifolius Wedd.*). Nut. fam. der 
TJrticaceae. Kajoe tongkoewa, Alf. Min, B.iut.; 
'I'ougkoewa, Alf. Min. Bant. — Heester. 

475. B.niveaGaudich.* Akame, Boeg ; A iig- 
kanie, Makas.; Bagoen dami, Balin.; Dami, Balin.; 
Djalatong Uarami, Lam]).; Djelatong harami, 
Lamp.; II ar am aj, Soend.; Ilaramaj lalak i. Soend.; 
Harami, Lamp.; Hori, Bat; Ilori siboeloe, Bat.; 

Kadjoe labaj, Madoer.; Kame, Boeg., Makaa.; 
Kclai, Kor.; Koloeï, Mal. Pal.; Ram i. Boog., Jav., 
Mal; Kamin, Minaugk.; Romin, Miuangk.; Talio, 
Nias. — Heester, de rameh-plant („ehiua-grass"). (iebr.: 
Bekend zijn de langjarige proeven, deze vezelstof lot een 
artikel der koloniale landbouwnijverheid Ic makeu. 
Van de bastvezels wordt sterk touw gedraaid, dat tot 
velerlei doeleinden dient. In Kampar, vanwaar veel 
van dit touw naar Raoe op Sumatra's westkust 
wordt uitgevoerd, geschiedt zulks volgonderwijs : 
„Nadat de buitenbast vau deu stengel is afgenomen, 
wordt het groene gedeelte met een kapmes wegge- 
sehraapt. Zoodra de vezels bloot liggen, worden ze 
door middel van een stokje, aan welks einde een 
haak is, in elkaar gedraaid en om een spoel of klos 
gewonden. Zijn twee spoelen voldoende voorzien van 
de reeds tot draad verwerkte vezels, dan spant men 
ze in een vierkant raam met handvat, zoodanig dat 
ze zich vrij om een as kunnen bewogen. Daarna 
verbindt men de beide einden van de klossen eu 
hecht ze aan deu haak van eveugeuoemd stokje, 
waaraan door een paar malen wi'ijvcu over de knie 
een ronddraaiende beweging wordt geven. De hierdoor 
verkregen dubbele draad wordt weder om een klos 
geworulen, die ook in het raam geplaatst kan worden, 
tot do vereischte dikte is vei'kregen. De bewerking 
is zoo eenvoudig, dat die in den regel door een 
man wordt verricht." De fijngeknousde bladen 
worden bevochtigd eu met andere middelen tegen 
hoofdpijn aangewend. 

47(1. B. nivea Gaudich.* var. candicans 

Wedd. Ilaramaj awewe, Soend. — Heester. 

477. B. platyphylla Don.* var. eelebica 

Wedd. Nanasi oetan, Mal. Jlen.; Pengow, 
Alf. Min. T. P. — Heester. Gebr.; Van deu bast 
wordt soms touw vervaardigd. 

478. B. rugosissima Miq.* (zie 2165). Kami 

bocloes, Jav. — Heester. 

479. Boerlagiodendron celebicum 

Harms.* (zie 1309). Nat. fam. der Araliaceae. 

Sinomaha, Alf. Min. Bant. — Boom. 

480. Bombax malabaricuni D.C.* Nat. 

fam. der Malvaceae. Dandere, Makas.; Dang- 
d eu r, Soend.; Dan gdeur gede, Soend.; Dangdeur 
leuweung, Soend.; Kaboe, Sum.W.K.; Kapcs in 
taloen, Alf.Min.T. P.; Kepoeh, Balin.; Makapes, 
Alf. Min.; Makapok, Alf. Min. T. L.; Nanggher, 
.Madoer.; Nanggher kapo, Madoer.; Kando, Balin.; 
Kandoe agoeng, Jav. Kr.; Randoe alas, Jav. 
Ng.; Randoe leuweung, Soend.; Randoe leu- 
weung be ureum, Soend.; Kandoe w a u a, Jav. Kr.; 
Rangdoo, Balin. — Boom, de z.g. wilde kapokboom 



Bombax — Brassalopsis. 



184 



481 - 492. 



(„IVoiiiagor"). (icbr.: lli't hout vun dcziMi Hüiidrcus 
wordt 80111» voor prauwcii gebezigd, i)v iMzaiiU'ling 
vau de vnichtwol is vci'1 moeilijker dan van den 
taniinen kapok-boom, en in Midden-.lava bestaat een 
bijgeloo\ ige vrees om kussens te vullen met de 
kapok van dezen boom, die bovendien jeukte ver- 
oorzaakt. Op Bali wordt de boom op l)rgritaf]>laatsen 
uangejilant, In Ziiid-Celebes bezigt men den Makasaar- 
srhcn naam wel van iels of iemand, dat (of die) bij- 
zonder hoog en lang is, bijv.: „Taoe damtere", d. i.: 
„Ken groot, zwaar persoon", en in bet Madoereesch 
zegt men van zoo iemand: „'rengana mara uanggher" 
d. i.: „Zijn middel is als een nanggher-boom". Nog 
heeft men in deze taal een spreekwijze voor „het 
onmogelijke v\illen" n.1.: „Kalkat ngondhoe uanggher", 
d. i.: „Een vliegende hagedis sehudt een nanggher- 
boom". 

481. B. Valetonii Hochr.* Nangghcr alas, 
Madoer.; Raudoe leuweung gcde, .Soend,; — 
Booin. Niiinen cenigszins twijfelaehtig. 

482. Bonnaya reptans Spreng.* Nat. fam. 

der Scrophulariaceae. Djuekuet matakcu- 
jenp (zie ÜSU'J), Soend.; Keroet pocli (zie 939), 
Alf. Min. T. f,.; 1'arang koelo, Alf. .Min. T. P. 
— Kruid. 

483. B. veronicaefolia Spreng.' Karsani, 

Jav.; Kerak-kerak djantan, ,^lal.; Kerak nusi 
djautau. Mal. — Kruid. Gebr.; Eeu afkooksel wordt 
bij koorts te drinken gegeven. 

484 Borassus flabellifer L.* Nat. fam. der 
Falmae. -V a 1 ow ol e. kisai-; Bhoeugkana ka ra- 
kara, Kang.; üiroen, Tim.; D joeu t al, Soembawa; 
üoental. Sas.; Ilocwe, Sawoc ; Doufal, Baliu. 
Semb.; Ental, Balin., Jav.; Etal, Jav.; Hoek toc- 
vvak, Kotin.; Kanaoe, Alf. ïom.; Kepoewe doe we, 
Sawoe ; Koli, Sika, Teuimbar.; Konaoe, Alf. Tom.; 
Koö, Kisar; I/onta, ^liuangk.; Lo ntar. Mal.; Lon- 
tara, Boeg., Makas.; Menggit, Soemba; Noc, Tim.; 
Otal (zie 339), Bat.; Pingi menggit, Soemba; 
Pohon toewak, M:il. Tim.; Soko, Biman.; Sosun- 
ga, Rotin.; Ta, Boeg.; Taa, Biman.; TaSl, Madoer.; 
Tal, Jav.; Tala, Makas.; Tarcbocng, Madoer.; 
Tic, Lcti ; Toe wak, Rotin., Solor; Toe wak hoek, 
Rotin.; Toewak pokang, Solor; Togo, Sermata; 
Wit lontar, Jav.; Wit siwalan, Jav.; Wit 
tal, Jav. — Boom, de lontarpalm of palmvraboom. 
Gcbr.: Somwijlen wordt uit dezen palm sagoe bereid, 
waartoe de boom eehter vóór den bloeitijd moet ge- 
kajit worden. Üe uitgeholde stam dient bij den bruggen- 
bouw, en b. v. iu Tiiiior wel voor doodkisten. Van 
de jonge bladstelen wordt een grove touwsoort 
geslagen, de oudere zijn bij huisbouw als latten of 
dakribben in gebruik. De bladen werden vroeger 
gebezigd om op te sehrijven (hetgeen nu nog o]) Bali 
met een mesje gesehiedt, waar er ook tiguren op 
geteekend worden en personeu die pas van de 
pokken hersteld zijn deze om het hoofd winden om 
zich voor instorting te behoeden); thans voor het 
vlechten van hoeden, matten, manden, doozcn en 
zakken, of in sommige streken voor omwauding of 
dakbedekking. Ook bevestigt men die in hel geraamte 
van vliegers, om die door den wind een gonzend 
geluid te doen voortbrengen. In Timor maakt men 
niervan nog een soort muziekinstrument ; en op 
Bali zijn ze eeu oorsieruad en, met tiguren beleekend, 
een offerversiering. In die streken van den .\rohipel, 
waar gewoonte is, dat aanzienlijke vrouwen den nagel 
van den linker duim lang laten groeien, beveiligen zij 
dezen door een goudeu busje of door een kokertje van 
het blad van Borassus, en in Zuid-Celebes dragen voor- 



namert^ [n-isoneu mutsjes van de bladnervcn. Hel \ruclil- 
vleeseh wordt wel bij wijze van versnapering genuttigd. 
Om hieruit palmwijn te verkrijgen wordt o. a. iu de 
residentie Timor de vrouwelijke bloemkolf afgesneden 
en deze daarna om de 3 dagen driemaal goed geknepen, 
waarop het sap uitdrupjielt en wordt opgevangen 
in van de bladen vervaardigde bakjes of bamboezen 
kokers, die men vooraf heeft berookt om het vocht 
beter te bewaren. I)e fijngestamjite wortels, in dezen 
palmwijn gedaan, zouden een langzaam werkend ver- 
gift doen ontstaan. f)p Bali wordt door overhaling 
uit den ))alinwijn arak verkregen en elders suiker 
bereid, waarvan uit Madoera veel naar Java's oost- 
hoek wordt uitgevoerd. In het Makasaarsch beteekent 
lalaug tala zooveel als „de schaduw van den tala- 
boom", en daar die bij den stam gering maar door 
den boogen kruin op eenigen afstand grooter is, zoo 
wordt iu Zuid-Celebcs dezelfde uitdrukking gebezigd 
van iemand, die zijn naaste verwanten bij vreemden 
doet achterslaan. De vrucht van Borassus is de oplossing 
van bet Boegineesche raad.sel : „Taboe sitapeng lamana, 
tcloe sine boewangcna; matjoemiring na matangka 
rijataboe boewangcna; madala-pi na-mabelo. ripiureng, 
ua-rijataboe ; maranaï-pi suelije, na-timpengi", d. i.: 
„Sjiijs, welker bladen nauw verbonden zijn, met drie 
pitten van binnen ; als ze nog jong zijn. zijn ze 
lekker om te eten ; als de vrucht rijp is, is het een 
genot er van te eten en gebak van te maken ; om 
die vrucht te krijgen, klimmen de mannen hoog in 
de hoornen". Hanen, die geel luet zwart gekleurd zijn, 
vergelijkt men vaak mei deze vruchten. 

485. Boschia Griflathii Mast.* Nai. fam. 

der Malvaceae. llcdocrijan. .Mal.; Ducrijan 
hadji, .\l;il,, Hoe r i j a n -d oc r i ja n. Mal. - Boom. 

48(i. Botrychium ternatum Sw. Nat. fam. 

der OphiOglOSSaCeae. Pakoe pajocng leu- 
tik, Socud, Varensoort, verwant aan „maanvarcn". 

487. Bouea burmanica Griff.* Nai.fam.der 

AnaCardiaceae. liambocnija Mal; Ramoc- 
uija. Mal. — Boom. 

48S B. diversifolia Miq. (= B. micro- 

phylla Griff.*). U a m a n, I.am|i. Variclc it iu I,amp.: 
Raman boerocng. — Gebr.: Levert goed timmer- 
hout ; de vruchten worden gegeten. 

489. B. macrophylla Griff.* Barauija. 

Üaj. Z. O. Bom.: Boewa ni e la w e. Boeg; Dj a ta ke, 
Soend.: Gandarija, Mal., Soend.; Gandorijah, 
Minangk.; Gondarija, Jav.; Kalawasa, Makas.; 
Koendangan, Mal.; Rapo-rapo kebo, Makas.; 
Wet es (zie 14.50). Alf. Min. T. B., T. P., T. S. — 
Lage boom. Gebr.: De rijpe vruchten zijn zi'cr sappig, 
de jongi' wordeu in pekel gelegd en bij de rijst ge- 
geten. \'an hel hout wordt hout>kool gemaakt. 

490. Brachyspatha variabilis Schott. 
(= Amorphophallus variabilis BI.*). Nat. 

fam. dir Araceae. Atjocng bod as. Soend. — 
Kruid. 

49L Bragantia corymbosa Griff.* Nat. 

fam. der Aristolochiaceae. Tjabai oelai-. 
Mal. - Halfhccsicrf). 

§) Ecu andere soort van dit geslacht, B. loinenlosa 
BI.*, geldt als geneeskrachtig en heel „singah depah"(s). 

492. Brassaiopsis speeiosa Dec.etPL* 

Nat. fam der Araliaceae. Panggang ^zie 1781), 
Soend.; Panggang ranli, Soend. — Boom. Ook 
cenige andere Araliaceae heeteu panggang. 



Brassica — Bruguiera. 



185 



493 - 513. 



4y3 Brassica juncea Cosf.' Nut. fnm. der 

Cruciferae. Sawi al as, Jav. — Kruid, df „In- 
dische iiiustcrd" uï .jSari-pta-iiiostcrd". (iebr.: Als de 
volgt'ude. 

4'J4. B. nigra Koch.* Basat, Alf. Hoor.; Uja- 
boug, Makas., Salryt-j-; Kcutluiwi, Atjch ; Sabi, 
Bat.; Samba h i a, Nias; Sasawc, Alf. Asil, Ilila, 
N. I.aoct, Sap.; Sasaweja, Alf. Z. ('i-r.; Sasawen, 
Alf. Z. Ccr.; Sasa w i, Baliii., Miiiangk., Soi-nd.; Sa wel, 
Alf. Har.; Sawi. Jav.; Sani-sawi, Mal.; Sesabi, 
Lamp.; Scsa w i, \'ulg.Mal.; Ta ii ü:ka 1 sasa w i, Soend.; 
Thithawi, Atjch. — Kruid, de „zwarte inustcrd" 
(„scnfkohl"). (icbr.: Uc jonge blaadjes worden bij 
de rijst gegeten. lu het Bataksch heeft men een spreek- 
wijze: „Üclang giling sabi. inda ni ida doi na lamot", 
d. i.: „Wrijf geen sabi tijn, men ziet iuiniers dat 
het fijn is"',doelende op het vragen naar den be- 
kenden weg; en een andere: „Ni saboer batoe ni sabi 
anso aduug solongan", d. i.: „Men moet sabi zaaien, 
om er later de bladen van te kunnen plukken", iu 
de beteekenis van tijdig voor de toekomst zorgen. 

IS.). B.oleracea L.* Boko, :\linangk.; Gobes, 
Madoer. S,; (ioelii-, Madoer.; Kobis, Vele Talen; 
Kocbis, Vele Talen; Koel, Madoer. B.; Kol, Vele 
Talen; Koles, .\lf. Min.; Küloe, ^lakas. — Kruid, 
de „troskool" („rabbage", „chou"). (iebr.: Op vele 
plaatsen gekweekt en de jonge bladen gekookt gegeten. 

4'Ji). Breynia racemosa Muell.Arg.* Nat. 

fam.der Euphorbiaceae. .Ma re me leniboetf), 
Soend. — lleister. 

j) Ecnige soorten van Glochidion heelen niareme; 
de aanwijzing leniboct (^ kleiu) geldt niet alleen 
voor deze. 

4'J7. B. reelinata Hook. f.* Peringgat, 

Mal. — Heester 

498. B. rhamnoides Muell.Arg.* Ata- 

ata (zie 124.")). Alf. Min, T. B.; .M e n t j e -me n t j e, 
Bouth.; Tjeme- 1 jeme, Makas.: Wewek, Alf. Min. 
T. P., T. S. — Heester. Gebr.: Ue vrucht en bladen 
dienen als geneesmiddel; hier en daar ook tot het 
zwart kleuren van vlechtmateriaal. 

4'J'J. B.rubra Muell.Arg.' Ki pare Ie ut ik 

(zie 1G50), Soend, — Heester. Dezelfde opirierking 
geldt als bij -iW. Icutik = lemhoil, 

500. Bridelia lanceolata Kurz.* .Nat. f;iui. 

der Euphorbiaceae. Gandri, Jav.; Kandri, 
Jav.; Kanjere, Soeiul,: Kanjcre peuti, Soend.; 
Koen dr i, Jav.; Kondri, Jav. — Boom. Gebr.: 
De kleine ronde vruchten gebruiken de kinderen in 
proppenschieters. De Javaan meent, dat deze boom den 
bliksem afweert, en als het bliksemt roe])t hij: „gandri!" 

501. B. minutiflora Hook. f.* Kanjcre 

badag, .Soend.; Kanjere badak (zie 191 1), Soend.; 
Pamoeli, Alf. Min. T. B., T. I,., T. P; Warikis, 
Alf. Min. T. P. — Boom. Gebr.: Het hout is bestand 
tegen weersinvloeden en geschikt voor balken en 
planken. 

502. B. multiflora Zipp.* Alelc, Alf. Min. 
T. I,.; Aloso. Air. .Min, T. S.; Balele, Alf. Min. 
T. B.; N'alele, Alf. Min. T. h.; Loso lapo ta, Alf. 
Mio. Bent.; Polasanfi, .\lf. Min. T. B., T. I,. — 
Boom. Gebr.: \U de vorige. 

() Deze naam geldt ook voor vele I.auraceae. 

503. B. pustulata Hook. f.' Kenidei gad- 
jah. Mal; Kenidei lioetan, .Mal. — Boom. Gebr.: 
Het hout «ordt voor stijlen en daklatten gebruikt. 



504 B. stipularis BI.* 

Soend.; Kenidei babi, Mal. 



K a n j ere 1 e m boel, 
— Boom. 



505. B. tomentOSaBl.* Kan i del, Minangk.; 
Kanjere bodas, Soend.; K e n i de i. Mal.; Ken idei 
djantan. Mal. — Boomheester. 

50(i. B, sp. Samodja, Bat. — Boom. Gebr.: 
Levert goed timmerhout. 

507. Broussonetia papyrifera Vent.* Nat. 

fam. der Urticaceae. llh:iloibang, .Madoer.; 
ühoeloebang, Jladoer.; Galoegoe, ,lav.; (ilega, 
Jav. Kr. ü.; Gloegoe, Jav.; Kenibala, Soemba ; 
Mala, Aroe; Malak, Alf. Cer.; Posoer oio, Alf. 
Cer.; Saeh, Soend. — Heester, de „Japansehc papier- 
plant" of „papicrmoerbezie". Gebr.: Van de schors wordt 
het zoog. .javaausch papiei- bereid. Waar dit geschiedt 
(in sommige streken, o.a. Pouorogo in Madioeu, vooral 
duor priesters), wordt de binnenkant eerst iu water 
geweekt, teneinde dien van het daaraan klevende moes 
te z\iiveren, en dan met een houten of koperen 
hamer op een houten plank zoolang gelx'ukt, tot de 
vezels zich vcreenigd hebben en het blad ellen is, 
dat men op een bamboezen horde te drogen hangt. 
Tot schrijven bestemd zijnde, worden de strooken door 
rijstwater gehaald en dan geglansd, waarna ze tot 
dat doel geschikt zijn. Dit papier (in Jav. en Soend. 
dalocwang. Mal. deloewang gehceten) wordt wegens 
de lage prijzen van het ingevoerde papier tegenwoordig 
weinig bereid en gebruikt. Op Soemba dient die schor» 
tot vervaardiging van hoofddoeken en op Madocra 
maakt men er touw en op Ceram sehaairigordels van. 

508. Brownlowia lanceolata Benth.* Nat. 

fam.der Tiliaceae. Doerijan 1 ;i oe f, Jlal.- Boom. 

509. Brucea sumatrana Roxb.* Nat. fam. 

der Simarubaceae. .\mbar mritja, o. Jav.; 
Belilik, Mal,; Kajoe ujali, Baliu.; Tainbara 
mar i tja, Makas.; Tjerek djantan. Mal. — Heester. 
Gebr.: De plant is iu alle deelen zeer bitter; zij levert 
de bekende Makasaarsehe pitjes, als middel tegen dy- 
senterie geroemd ; d.i bladen worden tegen koorts 
aangewend. 

510. Brugmansia Zippelii BI.* Nat. fam- 

der Cytinaceae. Proet soesoewan, Soend. — 
W^oekerplant. 

511. Bruguiera caryophyllaeoides BI.* 

Nat fam. der RhizopllOl'aceae. 1. i n d o r, O. Jav.; 
M anggi-manggi tjengke. Mal. Jlol. §); Waiit 
pool a wan, Alf. Z. Cer.; Wata poölawan, Alf. Z. 
Cer. — Boom der vloedbosschcn of mangrove-vegetatie 
(deze en vlg. s.). 

§) Zie 513 en het aldaar aangeteekende. 

512. B. cylindrica BI. §) Daoe, Alf. N. O. 

Halm.,Tern.; Doöe, Tem.; Taudjang ketek, Jav.; 
Ti ndjang, Madoer.; Toe moe merah, Jlal.; Toend- 
ja ug, .\lal.;Toendjang bak aoe, JIiuangk.;To ngke 
parampoe wan, Mal. Mol.; Waiit niahina, Alf. 
Z. Cer.; Wata niahina, Alf. Z. Cer.; — Boom. 
Gebr.; De vruchten wordeu bij kindei'en tegen spruw 
aangewend. De schors is looistofhoudend. 

f) Volgens Indkx Kewensis is deze soort deels 
B. caryophyllaeoides BI.*, deels B. malabarica .\rn,* 
Zie verder Koohders en Vai.eto.n, Bijdr. Nii. IV. 

513. B. eriopetala W. etA.* Bakaoe boe- 
roes. Mal.; Bakoe poetih §), .Mal.; Bakoe, Jav.; 
Bangko, Atjeh ; Boeasa, Goront.; Kajoe kendc- 
ka nasi. Mal. Batav.; Kajoe toto ne angko, 
.\lf. Min. T. S.; Kateja, Mal. Batav.; Kal ija, Soend.; 
Kc udcka nasi, Mal. Batav.; Laro, Alf.N.O. llalm.K.; 



Bruguiera — Buettnerla. 



186 



514 - 527. 



I.ciulocr, Muduor.. Linilocr, Baliii.; Lularo, Mal. 
Men., ■IVni.; Makocrocng, Alf. Min. T.Ii, T.1'.,T.S.; 
Manggi-nia nggi tjcngkc, .Mal. .Mol. (zie 511); 
I'ahi'pa, Sangi; I' r n e k o, Enggano; Poko tongkt', 
.Makas.; Sala-sala, Boeg., Makas.; Ting, Alf. Min. 
Bant., T. B., T. S.; Tiuga, Balin.; Tingi, Alf. N.O. 
Halm.; Toko, Bu.g ; Tongkr, Makas.; Mal. .Mul.; 
Tongkc laki-laki, .Mal. Mol.; Wot, .Makian. 
(iebr.: De uitwassen van Jen wortel «unlcu als 
kurk gebezigd ; het hout is voor heipalen en staken 
vau visehfuiken zi'er bruikbaar, en de sehors, ook 
van enkele andere soorten, dient oiu netten te tanen 
en zwart te verven, soms na vooraf gekookt Ie zijn niet 
de schil van (iareinia Mangostana. In Zuid-Celebes 
worden de fijngesneden vruehten een dag in water 
geweekt tot \erwijderiug van de looistof, en daarna 
bij de rijst gekookt gegeten ; elders geschiedt dit wel 
bij gebrek aan ander voedsel. 

§) Bij RiDi.KY is dit in .Mulaka de Mal. naam voor 
Bruguiera earyophyllaeoides BI.*, welke soort eveneens 
voor de Boeg. i'n .Makas. nauien wordt opgegeven ; 
zie 511. Er moet aan herinnerd worden, dat vele dezer 
namen voor allerlei soorten Khizophora en Sonneratia 
gelden (zie 29fiS en ;J1S'.I), 

5U. B. gymnorrhiza Lam.* .Soki, Alf. 

Halm., Teru.; Taudjang, Jav.; Toemoe, Mal.; 
Tongke, Alf Min. T. L., T. l'.; Waüt lopoe, Alf. 
Z. Cer.; Wata lopoe, Alf. Z. Cer. — Gebr.-. Van het 
hout worden riemen en pagaaien vervaardigd, overigens 
gelijk aan dat van de vorige ; dient nog veel tot liet 
branden van houtskool. Be])a;ildelijk di'ze woi'dt vaak 
aangeduid als ,,niangro\e'" nf „palétuvier des Indes". 

515. B. oxyphylla Miq.* Tocmoe poeiili, 
Jlal. 

516. B.parvifloraW.etA.*Langgadc,Atjeh; 

I.anggadei (zie 2970), .Sum. W. K.; Lenggadai, 
Mal.; I.enggadi, Mal. — (iebr.: Het hout wordt voor 
huisstijlen en daksparren gebezigd. 

517. Bruinsmia styracoides B.etK. Nat. 

fam. der Styracaoeae. Ki hoe rang (zie 3650), 
Soend. (in Banl:inii. — Boom. Gcbr. Het hout bij 
huisbouw. 

518. Bryonopsis laciniosa Naud.* Nat. fam. 

der Cucurbitaceae. .Vreuj parija djeugge, 
Soend.; Tjakar ajain, .lav, ; A\"alaan in tjawok 
(zie 1720), Alf. Min. T. 1>. — Klimplaut. Gebr.: De 
bladen worden als pap tot rijpmaking van steenpuisten 
aangewend. 

519. Bryophyllum calycinum Salisb.* 

Nat. fam. der Crassulaceae. Boentiris, .Soend.; 
Da oen ghamet, Madoer. B.; Daoen pentjolap. 
Mal. AV. Born.; Daoen sedj oc k. Vuig. Mal; Daoen 
tcbel, Mal. Jlen.; ü i ngi n -d i ngi n. Bat.; Djhain- 
pc, Madoer. P.; Djoekoet kawasa, Soend.; Kiti- 
kiti, Jlakas.; Koenambel, Alf. Min. Tonsaw.; 
Pentjolap, Mal. W. Boni.; Karate, Alf.Min. T.S.; 
Sedi ngi n. Mal.; Sid ingin, Minangk.; Sisidjoek, 
.\tjeh ; Th i t h id j oeck, .\tjeh ; Toemboh daoen, 
Mal.; Tomhoe daoen, Madoer. S. — Hcesteraehtig 
kruid, het „wonderblad" of de „lifeplant". (iebr.: De 
fijngewreven bladen worden op woiulen en zweren gelegd 
eu soms in afkooksel bij koorts gedronken. In Midden- 
Sumatra worden op de ladang's, voor men met hel 
poolen der padie begint, in hel midden van het veld tip 
een daartoe ais gunstig aangewezen dag Bryophyllum 
calycinum .Salisb.*, Panicum Myurus l.am. (^ P. 
indicum 1..*) en Costus speeiosus Sm.* geplant, in 
de meeiiing alitus de kwade geesten Ie verschalken, 
die zouden denken dat men al begonnen is rijst te 
jilauten. (Jok besprenkelt men aldaar de voor de 



kw eekbedding bestemde padie mei water, waarin vooraf 
liladen van dit kruid gelegd zijn, als z.g. verkoelend 
of onheilnerend middel. In de Bataklanden plant men 
het op de daken als onheilwerend middel. 

520. B. Sp. i) Boen tebel-tebcl, Baliu.! 
Boentiris koneng, Soend.; Hapal-hapal, Bat.; 
Kajoe oeriji, Balin.; kasocwang, .\lf. Min. T.S.; 
Kcmbel (zie 3111), Alf. Min. T. P.; Kemel (zie 
3111), Alf. .Min. T. P; Kiti-kiti balanda, Maka».; 
Maradede, Makas.; Patji-paiji, Sas.; Sosor 
bebek, .lav.; Ta w ara la na, Makas.; Tjakar 
bebek. Vuig. .Mal.; Tjakar il ik. Mal.; Tjakara 
bebe, Makas.; Tjakara kiti-kiti. Makas.; Tjo- 
tjor bebek, .lav.; Tjoljor bhibhik, .Madoer. 
B, P.; Tjotjor etck, .Madoer. P. S. — Heester- 
achtig kruid, (iebr.; De bladen worden gebezigd lot 
het rijp maken van gezwellen en als pap bij hoofdpijn, 
vooral als catajtlasmen op het hoofd van kleine kinderen. 

§) Wellicht een variéleit van de vorige, of Ka- 
lanchoc sp. 

521. Buchanania auriculata BI. (= 
Campnospernia aiiriculata Hook. f.*). 

N'at. fam. der Anacardiaceae. Taranlaug, 
Mal. Z. o. Born,; Tai'inlin, Bat.; Terantaiig, 
Mal. Pal., Sum. W. K.; Terenlaug§), .Mal. Varië- 
teiten (of verwante soortenV) in Mal.: Terentang 
ba toe; T. pa ja; T. tanga n. — (iebr.: Wegens de 
taaiheid en lichtheid is het hout veel in gebruik tol 
vervaardiging van benoodigdheden in de dagelijksche 
huishouding. 

f) Ook ('ampnospernia (iriffithii Mareh.' 

522. B. florida Schauer.* Gctasan, Jav.; 
Ingas manoek, ,lav , Kalela, Alf. Min. T. B., 
T. P.; Makoerauga (zie 1217 eu 1234), Alf.Min; 
T. L.; Makoeranga rcndai, .\lf Min. T. L.. 
Olak hoedang. Mal.; Popohan, Jav.; Keungas 
manoek (zie 2220), Soend. — Vrij hooge boom. 
Gebr.: Het hout wordt als te weinig duurzaam slechts 
zelden gebezigd. Kijngewre\en zijn de jonge vruchten 
uogal aromatisch i-iekend en olieachtig van smaak. 

523. B. macrophylla BI. (= Campno- 
spernia niacrophylla BI.*). Madang sang- 

koeik. ^liuangk ; .Modang sangkotan, Bat. — 
Hooge boom. 

524. B. SeSSilifoliaBl.* Paoeh pipil. Mal.; 
Kengas balang. Lamp.; Terantang ajam, Mal. 
Pal. — Boom. (iebr.: Hel hout bij huisbouw. 

525. B. splendens Miq.* Terantang boe- 

roeng. .Mal, I'al ; Terenlang boeroeng. Mal. — 
Hooge boom. 

525ff. Buchnera arg:uta Decaisne {— B. 
ramosissima B.Br.*). Is'at. fam. der Scro- 
phulariaceae. Kamandhin lakek, Madoer. — 
Kruid. 

52t! Buddleia asiatica Lour.* Nat. fam. 
der Loganiaceae. Daoen poetihan, O. Jav.; 
Embong luiiipo, Bonth.; (i oedejan §>, Jav.; Ki 
h i r i s, Soend.; K i mo n j e n jen. Soend.; Kockocroe 
in taloen, Alf. Min. T. L.; .Malelema, Alf Min. 
T. P.; Moujenjen, Soend.; Poetihan, O. Jav.; 
S e m b o e n g 1 a n a u g (zie 464\ Jav. — Heester. Gebr.: 
De takjes worden in het w ater gelegd, waarmede bij bij- 
zondere gelegenheden de ])rieslers der Tenggereezin de 
omgeving tot in- en uitwendige reiniging bes])renkelcu. 

j) Zie voor dezen naam in O. Jav. bij 2023. 

527. Buottneria angulata Hasak.* -Vat. 

fam. dor Sterculiaceae. .^reuj ki-kadal, 
Soend. — Klimplaut. 



Buettneria — Cajanus. 



187 



528 - 538. 



öL'S. B. Maingayi Mast.' Akar batoe.Mal., 
Akar kei j u<- ln>i' ii ir. Mal.; A kar pr roet ijafjak; 
Mal.; l'i'i'oi't najiak. Hal. — Kliinplant. (iebr.: 
Van lic rauki'ii «urdcn buikbamU'ii gomaakt, die iiirn 
tegen Icndcnpijii draaiit. 

öi'.h Burniannia coelestis Don.* Nat. fam. 

der Blirmanniaceae. Kutiniioct sisik naga, 
Mal.; Sisik uagaS», Bat. Mal. — Kruid. 

i) Zie viior dozen naain, verbonden niet akar, uuk 
bij' 107-'. 

530. B. sumatrana Miq. i= B. disticha 
II.*). Siangi k ma n Ij ik, Minangk.; Sian i k nian- 
tjik, Minangk. - Kruid. 

■i.U. Butea frondosa Roxb.* Nat. lam. der 
Leguniinosae. ralas;i, .\ladcjer.,Soeud.; Plasa, 



Balin.. .Tav.; Sekar djalak, Jav. Variëteiten in 
.Tav.: 1' 1 a s a a b a n g, met rooJe blcienien ; I'. k o e n i u g, 
met gele bluemen. — I.age boom („dhak tree"), (iebr.: 
.Schors met jiurjier sap, tot ,,kino" opdrogend. In Br.- 
Indië wordt van ecne sehildluis, die op de takken 
leeft, stoklak en schellak verkregen. Op Java is het 
nuttig gebruik van dezen boom gering. De bladen 
worden gebezigd om gekookte rijst of andere eetnaren, 
die men te koop heeft, op te leggen of in Ie wikkelen. 
J)e bloemen hecten in het .lavaauseh keiiibang djalak. 
Men gebruikt die lot het vangen van krekels, door 
er een druppeltje sap uit de knol \an Dioscorea 
hirsula in te doen. De mandjes, waarin men het 
rijsizaad naarde kweekbedding draagt, zijn vaak bedekt 
met Butea-bladen, in de hoop dat het plantsoen er 
even groen en friseh moge uit zien als deze. 



c. 



.532. Caesalpinia Bonducella Fleming.' 

Nat. fam. di r Leguminosae. Akar kelitji. 
Mal.; Areuj matahijaug, Soend.; Aroek, Soem- 
bawa; Bagore, Makas.; Balekoro, Sas.; Boewa 
goro, Boeg.; Dodotenge, .\lf. N.0. Halm.; Galitji, 
Mal. Men.; Kadara, Biraan.; Kalelja, Madoer.; 
Kaliti, Rutin.: Kalitji, Batav. Mal., Mal. Amb., 
Mal. Tim.; Kaniker, Mal. Men.; Ka te-kat e, Alf. 
N. O. Halm., Tem.; Kemroenggi, .Jav.; Ketket, 
Balin.: Langgem, Sas.; Matahijaug, Soend.; K a- 
roendoe, Alf. Min. T. S.; Koeroendoe, Alf. Min. 
T. B.; Sampiuit, Alf. Min. T. L.; Se m pin i, Sangi ; 
Sompini, Alf. Min. Bent., Tom.; Tam poen o no, 
Boeg.; Teuglor, Madoer.; T i ugloer, O. Jav.; Toe- 
woeng, Sika: Tom])ingis, Alf. Min. T. P.; Tom- 
pinis, Alf. Min. T. 1'. Variëteiten in Balin.; K. got, 
met breede bladeii eu lange doornen; K. lengis, de 
kleinere. — Klimmende heester, (iebr.: Men maakt 
er wel heiningen van. De jonge bladen bevallen eenir 
bitterstof, en worden aangewend legen kooi'ls en 
iugewaudswormeii ; ook besmeert hiermede een moeder 
haar tepels, als het kind moet gespeend worden en 
wrijft men er bij [lijncu in deu rug dezen mêe in. 
De gestampte zaden worden iu koud aftreksel bij 
duizeligheid tijdens zwangerschap gedronken en als 
afwerend middel tegen muskieten gebruikt. In de 
Molukken knikki-rt de jeugd met die zaden eu op Java 
dienen ze bij ])roppeusehieters. In 't Kngelseh heeteu 
die op knikkers gelijkende zaden „niekor (nicker) nuts". 

.533. C. Nuga Alt.* Kate-kate kctjil, Mal. 
Mol.; -Kale-kale oetan, ^lal. Mol.; Kate-kate 
pante, Mal. Mol.; Rambega pante. Mal. Men.; 
Sam pi n 1 1 ri n lek, Alf. Min T.L.; Tjamba d ja wa, 
Makas.; Tjeni pa djawa. Boeg. — Klimmendi' heester. 
Gebr.: liet «ap wel bij oogziekten in gebruik. 

.534. C.pulcherrimaSw.'Boeuga djauggo, 

Makius.; Boenga katjang. Mal. Men.; lioenga 
merah. Mal. Tim.; Boenga merak. Mal.; lioenga 
Ijakalele, .Mal. Men.; Boenga Ijiua §), .Mal.; 
Boenga trang doenija. Mal. Mol.; Kembang 
abang, O. Jav.; Kembang merakan §5), Jav.; 
Kemrakan, Balin.; Mar kegel, Madoer. S.; Merak, 
Balin. .Scnib.; .Merak kegel, .Madoer, B. 1'.; Merak 
egel, Madoer. B. 1'.; .M e ra k- me ra kan, Jav.; Me- 
rak ngegel, .Madoer. B. P.; Merak ugigel, Jav.; 
Parak kegel, Madoer. S.; Pa trakombala, Soend.; 



Patraiiienggala^^), Jav.; Pepitpit, .\lf. Miu.T.S.; 
S a j a t j i n a, Tern;; S e p a m p o e 1 i j o, Boeg.; S e p a n g 
poelijo, Boeg.; Temerakan, Balin. — Heester, 
„Barbadcs pride" (e.), „Fleur de paridis" (fr.). Gebr.: 
Om de fraaie bloempluinien veel aangeplant. 

§) Deze naam schijnt ook aan iu tuinen gekweekte 
Gardeuia's en Lxora's te worden gegeven. 

U) Ook C\tisus Laburnum L. (zie 1009). 

535. C. Sappan L.* Ajoc loehi, Goront.; 
Ilate soujiha, Tern.; Hipang, Daj. Z. O. Born.; 
Kadjoe setjaug, iladoer.; Kajoc laka, Mal. Pal.; 
Lülaug, Mal. Mol.; Sapang, Makas., Minangk.; 
Sepaug, Boeg., Mal., Sas.; Sepe, Uotiu.; Setjaug, 
Jladoer.: Setjaug, Jav., Soend., Mal. Batav.; Seu- 
peuëug, .Vtjeli; Siuiha, .\lf. N. O. Halm.; Soepang 
of Soepa, Bim.au.; Soga djawa, Jav.; Sonjiha, 
Tern.; Sopaug, Bat.; Tjaug, Balin.; Tjatjang, 
Minangk. — Boomheester. Gebr.: Wordt vooral iu de 
lagere streken vanWest-Java veel tot omheining gebezigd. 
Hel kernhout („sappan wood", e.) dient lot rood verven, 
is iu deu handel bekeud als kajoe sampaug; dat van Binia 
wordt voor het beste gehouden. Iu .\mbou kleurt men er 
sagoeweer mede. In Atjeh vermengt men het uitkooksel 
met gomlak, ter voorkoming van het vei'sehieleu der 
kleur bij het verven van weefsels en garens. Keu af- 
treksel van het hout wordt (op Suniatra) als waseh- 
niiddel bij oogontsteking aanbevolen ; inwendig bij 
bloeddiarrhe'e. i'ijne stukjes worden wel gebezigd om 
gaten in de oorlellen te boren. Jlet andere ingrediënten 
als wierook gebrand. Het afgeven van kleuren, vooral 
van rood, heet in het Javaansch : setjangan (Balin.: 
tjangan); en om die kleur aan te geven zegt men in 
die taal: „Kaja di setjaug", d. i.: „.\lsof het door 
setjang geverfd is". 

536. C.sepiaria Roxb. Areuj mafahijang 
gocuoeug, S(ien<L; .Mjitahijang goenoeng, 
.Soend.; .[Setjang lemboct, Soend. — Kliiuiucude 
heester. Gebr.: Dient wel tot omheining. 

537. Caesulia axillaris Roxb.* Nat. fam. 

der Compositae. Kan gkoeug ke rbaoe, Mal. — 
Kruid. 

538. Cajanus indicus Spreng.' Nat, fam. der 

Leguminosae. Bintatoeug, Makas.; Kantje, 
Boeg.; Katjang bali, Jav.; Ka tj ang goede, Jav.; 
Katjang hiris, Soend.; Katjang iris. Vuig. Mal.; 



Calamus. 



188 



539 - 557. 



Kat ju 11^ kudjur. .MuiluiT.; kutjung kaju, .Mi- 
nangk.; Katjaug kajuc, Mal.; katjang totris, 
Mal. Tim.; Kckatjc. Ualiii.; Libocwi, Sas.; Oen- 
el is, Baliu.; Tod i s, Kotin.; Tocii», Mal. Tim.; Tori, 
Sawoe. Varictcitou iii Vuig. Mal.: Katjang i ris boe- 
rik. In Sijcnil.: Kalja[ig hiris boilas. In Baliu.: 
K. poch of K. poeüeïi. - llaHhiM'stcr, „pigcon iiea"(e.). 
(icbr.: Dl' boontjes worilcii als groente gegeten; ile bladen 
dienen wel als ,,(ji)at'". I)e Haliiieezen iioenien den koud>ten 
tijd van het jaar (ongeveer Juli) masau oendis, omdat 
alsdan de vruchten van oendis aan het rijpen zijn. 

539. Calamus ap. en Daemonorops sp. 

Nat. fani. der Palmae. .\lgiiii. Heiiiiiii, «): .\dje 
woea, Lio; \\\f, .Ujeh ; Ahci, Tid. Boru.; F.niat, 
Sas.; Kis, N. Ciuin. 4K.; (iai, Sika; Goewi, Sawoe ; 
lloei, l)aj. \V. Boru.; lloetia, Ooront.; Iloewi, 
Laniji.; 11 o tang, Bat.; ilot ia, (ioront.; 11 o w e, Socnd.; 
Ilwi, Baliu.; I w i. All'. N. O. Halm., Soi'uiba ; Kotang, 
Loeboe; Laocro, Alt'. Tom., Boeg., Boeton, .Saleijer ; 
I.otan, Alf. Z. t'er.; I.otno, Kisar ; Mandjhalin, 
Madoer. S.; Noewe, Alt'. Min. T. S.; Oeme, Alf. Tom.; 
Oeöe, Kei; Oeri, Teru.; Ocwa, Alf. A<il., Boer., 
Har., llila, Eudeh, Wetar; Oewai, Daj. Z. O. Boru., 
Simaloer; Oewalo, .\lf. N. Laoet, Sap.; Oewe, Alf. 
Min. T. B., T. S., Nias, Hotin., Saleijer, Sangi ; Oewei, 
All'. Min. Bant.; Ocwel, Tim.: üewi, I,ain]i., Mal. 
Bengk.; üewoi. Bol. Mong; O we, fiajo ; 1'a udj ali n, 
.Tav.; Pandjatos, .lav. Kr. D.; Pan dj hal i n, .Madoer.; 
Pandjhalcn, Kani;.: Peudjali n, Baliu. Si'nili., .lav., 
Mal. Pal.; Penja'liu, Balin.; Pikat, Mal. Baudj.; 
P i s, N. Guin. 4 K.; Po e t i. Alf. '/,. ('er.; P o u dj h a 1 e n, 
Kaug.; Poudos, Alf Min. T. L., T. P., Tonsaw.; Pon- 
del, Bol. Mong.; Uaoekaug, Makas.; Raoekeug, 
Boeg.; Rotan, Mal., Miuangk.; \Valet poeti, Alf. 
Z. Ccr.; We, Daj. Z. O. Bom., Gajo; Wi, Balin., 
Lamp. — Rotansoorten (rotang of rotting, u.. eaue, e.). 
Gebr.: Voor het gebruik der rotans in de huishouding 
vindt men aanwijzingen bij de afzonderlijke soorten. In 
het Maleisch zegt mi'U: „Pcroet rotan" of „pcroet bcrisi 
rotan", d. i.: „Een buik g<'vuld met rotan", van iemand, 
die tot niets geschikt is, evenals het binnenste van 
rotan. In het Makasaarseh echter als zinnebeeld van 
iets voortreffelijks: „Raoekaug taeua mo salijana", d.i.: 
„Van rotan is niets te verwerpen (alles te gebruiken)". 
§) Deze gelden ook voor verwante geslachten. Vele 
soortnamen kunnen door gebrek aan gegevens niet nader 
worden aangeduid, en vele der hieronder vermelde 
soortnamen met de iulandsche synoniemen zijn twijfel- 
achtig door de moeilijke determinatie der rotauplauten. 

"i-lO. C. adspersus BI. (= Daemonorops 

adspersUS BI.'). Huw e bogo. Soeud. — Hotau- 
soort. 

541. C. Caesius BI*. Blatoeng^). Balin.; 
II o we walat, Soeud.; Hwi walatoeng, Balin.; 
Latocng, .Tav.; Pendjalin laloeug, .lav.; Pend- 
jalin slatoeng, .Tav.; Pendjalin welatoeng, 
Jav.; Rotan bilatoeng. Mal.; Rotan dandau, 
Minangk.; Slatoeng, .lav.; Walat, Soend.; Wala- 
toeng, Balin.; W elat oe ug, .Tav.; W i walatoeng, 
Balin. Variëteit in Balin.: Blatoeng leugis of 
e 1 o t of lot of o e w i - o e w i a n f j) of walatoeng 
1.0 1; B. wajaug (de breedbladige) of B. woekoe. — 
Gebr.: Dient vooral als bindrotting en voor het vlechten 
van matten. 

§) Ook Euphorbia neriifolia(?). 
U) Deze naam naar de kinderIi'oni]ietjes. die \an 
de bladen worden \cr\aardigd. 

542. C. castaneus Griff.* Atap tjoetjocr, 

Mal.: Basbasan. Hal.; llotaug hasbasan. Bat.: 
Rotan tjoetjoer, .Mal. — • Gcbr.: Dc bladen dienen 
wel als dakbedekking. 



543. C. Cawa BI.* Rotan ka wan, .Mal. 
Jlol. — Gebr.: Is zeer geschikt voor vlechtwerk. 

544. C. CiliariS BI.' llowe moeka, Soeud.: 
Ilowe pahit. Soeud.: llowe tjatjiug, Soend.: 
Mandjhalin tjatji-ng, Madoer. S.; Pandjhaliu 
tjatjeng, ^ladoer.; Pendjalin tjatjiug, Jav.; 
P e n j a 1 i u tjatjiug, Baliu. — (iebr.: Levert een fijne 
bindrotting. lu het .Javaansch heeft men een raadsel: 
,,Keris mangan i)eudjaiin", d. i.: „Een dolk eet rotan", 
waarvan de oplossing is „een djalak (soort spreeuw) 
eet wormen"; de kfrris is de kpris djalak (een soort 
met recht lemmet) en pendjalin dc pendjalin tjatjiug. 

545. C. depressiusculus T. etB.* Kot au 

sikek, Minangk. -- (iel)r.: De bladen dienen in de 
Padangsche Bovenlanden wel lot ilakbedekking, welke 
echter weinig diiurzaaiii is. 

546. C. didymophyllus Becc. Awe gctah, 

Atjeh ; Awe oedeng, Atjeh; Eoewa, Enggano ; 
H o t a u g o e d a u g. Bat.; O e w i b e k o e s a ]> o i. Lamp.; 
Oewi gctah. Lamp.: Rotan gatah, .Minangk.; Ro- 
tan getah. Mal.; Rotan oedang, Jlal.; Owe 
oedang, Gajo; We oedang. (iajo. ■ — (iebr.: Dieut 
tot het vlechten van allerlei soort uutndwerk. De nit- 
sprniLsels wordeu gegeten. De vrneht.srhil geeft een 
soort drakenbloed. 

547. C. exilis Griff.* Pc pa. Boeg.: Raoc- 
kang niont jong, .Miikas : Rotan goeuoeng, .Mal. 

54«. C. fasciculatus Roxb. (— C. vi- 

minalisReinw.'). Knian gal it lek, .Minangk. 

ö+a. C. glaucescens Bi. (— C. caesius 

BI.*), llowe [ie r las, Siicnd. — Gebr.: Is geschikt 
voor zweepen en voor bindwerk ouder water. 

550. C. graminOSUS BI.* Oewa poeti. All'. 
Asil., Har., llila; Rotan alija, Mal. Anib.: (3e- 
walo poeïl, Alf. X. Laoet ; Oewalo poet iï 1, .\lf. 
Sap. — Gebr.: Dieut vooral als bindniateriaal. 

."i5l C. heteroideus BI. (= C. Rein- 

•Wardtii Mart.*), llowe gcureung, Soeud. 

552. C. heteroideus BI. var. refractus. 

Ho wc sege, SocmI. 

553. C. horrens BI.' Rotan galaug, Mi- 
nangk.: Rotan gelang izie 1017), Mal. — (iebr.: 
Wordt vooral l"l bindrotting gebezigd. 

554. C. insig^is Griff.' Awe batee, Atjeh; 
Kihi. Enggano; Mandjhalin bat o, Madoer. S.; 
Pandjhaliu bato, Madoer; R ot au batoe, Mal. — 
Gebr.: Is een der hardste rotansoorteu : er worden 
mandeu van vervaardigd. 

555. C. javensis BI.* Awe lil in, Atjeh; 
Hoewi paulis, l.amp : Ho wc om as, .Soend.: 
Owe lileu, (iajo; (Jwc pedeh, (iajo.: Rotan 
lil in, Mal.; Rotan tjatjiug. Vuig. Mal.: We 
lileu, Gajo; We pedeh, Gajo. — Gebr.: Wordt in 
de Maleische landen op prijs gesteld tot vervaardiging 
van matten en stoelzittiugeu. 

55fi. C. litoralis BI. (= C. viminalis 

Reinw.*). Rotan ajer i\ -Mal. Balav. 
§) Ook Calamus ai|uatilis Uidl. (zie 1025). 

557. C. Manan Miq.* Awe maneë, Atjeh; 
Dekoe, -\ljch; Kijc. Knggnno; llotaug maldo, 
B:»t.: II o tang malo. Bat; Maldo, Bat.: Mal o. 
Bat.: Manaoe, ilal., .Minangk; M ano. Gajo: Oew i 
noenggal. Lamp.; Rotan manaoe, Mal.; Rotan 
mantji, .Mal. Bengk. Variëteiten in .Minangk.: Mana- 
oe bana; M. gadaug; .M. katjije; M. likië; 



Calamus — Galophyllum. 



189 



558 - 580. 



M. si a boe; .M. I a boe- 1 a Ijoi'. — Oebr.: Is zeer 
lang en <lient om wegen en rivieren at' te slniten ; 
op Snniatra ook tot vervaariligins; (b'r rotan-luuig- 
bruggen. De/e soort bevat voel water, dat bij inliapping 
nitvloeit, ile \niehtrii worden suins gegeten. Daar die 
vrneht voor de lielt't hard en onrijp blijft, is die hier 
en daar als beeld van partijdigheid in gebruik. 

5.58. C. melanolama Mart.* Uo weiemes, 

Soend.-, Uowe lilin, .Soend.; l'endjalin nialani, 
Jav. — Gebr.: Dient als bindmateriaal. 

55!). C. micranthus BI.* Awc ke rok rok, 
Atjeh : Kok rok (zie 15.il), .lav.; Pen dj al in ko- 
krok. .)av.; Kotan sega ajer. Mal. 

5(iO. C. ornatUS BI.* .Vwe saga, Atjeh; 
Hoewi sesah, Lamp.; II o we toet oei, Soeud.; 
Oewi sega, Lamp.; Ocwi sesah, Lamp.; Oewi 
temen, Lamp.; Owc segeu, (lajo; Pendjalin 
poroug, .Jav.; Pendjalin sego, >Ial. Pal.; Kotan 
sago, Minaugk.; Rotan sega, Mal.; .Sega, Mal.; 
Sego, Mal. Pal.; We segeu, Gajo. Variëteiten in 
Jav.: Peudjaliu tingal of P. boeutal. In .Mal.; 
Hotan sega haloes; R. sega kasar. — Gebr.: 
Is als binJrotting van groote waarde ; terwijl het deze 
soort is, die in Zuid-Sumatra gespleten dient tot ver- 
vaardiging der z.g. Palembaugsehc nuitteu, welke 
o. in. veel naar Batavia worden uitgevoerd. 

501. C. Oxleyanus T.etB.' Rotan kikir, 
Mal. 

5t!2. C.rhomboideus BI.* Howe sampang, 
Soend.; Sampang, Soend. 

5fi3. C. Scipionum Lonr.* Hoei samaboe, 
Daj. \\ . Born.: lïnewi semamboe, Lamj).; Ho- 
tang samamboe, Bat.: Oewi semamboe. Lamp.; 
Poak-poak. Enggano; Rotan radja. Mal.; Ro- 
tan semamboe §), Mal.; Rotan si m amboe, Sum. 
W. K.; Samamboe, Bat.; Semamboe, Mal.; Si- 
mamboe, Sum. W. K.; \\'\ samamboe. Lamp. 
— Gebr.: Deze dient tot wandelstokken en ook voor 
omheiningen. In de Lampong wordt ze gesneden ter 
lengte van 1 7-, vadem, dan reehtstandig in den wind 
gedroogd en vervolgens in den rook opgehangen; als 
ze voldoende bruin is, wrijft men ze in met olie. en 
voert ze aldus uit. De Dajaks nieenen bij dit riet 
dofi'e toonen te hooren, die zij aan de aanwezigheid 
van geesten toesehrijven, zoodat zij het alleen snijden 
als die toonen uitgerekt zijn, hetgeen wellicht met 
de rijpheid verband houdt. 

j) Ook Daemonorops grandis Mart.* 

5fi4. C. stoloniferus T.et B. (= C. horrens 

BI.*). (Jewi panioeraugau, Lamp. — Gebr.: 
Er worden matten en meubels van gemaakt. 

5fi5. C. viminalis Reinw.* Ilowe korod, 

.Soend.; O w a weria, \\(. Har; Rotan djawa, 
.Mal. .Mol. 

500. C.sp. Iwi denga, Alf. N.0. Halm.; Noewe 
rintek, Alf. Min. T. S.; Oewe rintek, Alf. Min. 
T. B.; Gewei sahisi, Alf. Min. Bant.; Pondos 
r i ntck, .\lf. .Min. T. P.; Rotan aloes. Mal. Men. — 
Gebr.: Wordt soms als bindmiddel gebezigd en is 
overigens een der weinige rotansoorten in de .Minahasa, 
geschikt tot het vlechten van stoclzittingcn. 

507. C.sp. Anga, Alf.Min.T.L.,T.S.;Kalekcs, 
.\lf. Min. T. P. — Gebr.: De bladen dienen tot dak- 
bedekking. 

508. C. Sp. Mapait, Alf. Min. T. L., ï. S.; Ma- 
pcntoc, Alf. Min. T. P.; Papentoc, .Uf. Min. T. P. 



öiist. Calanthe rubens Ridl.* Nat. tam. der 

Orchidaceae. llalija enggang, .Mal. — Gebr.: 
De sehiju-kiiolleii zijn iu de tul. geneeskunde in gebruik. 

570. C.veratrifoliaR.Br.* Auggrek popo- 

tjongan, Soend.; Boenga tiga lapis. Mal. Amb. 

571. C. sp. Koeni iu taloen 5), Alf. Min.T.P. 
j) Ook C'oelogync sp. 

572. Callicarpa arborea Roxb.* Nat. fam. 

VerbenaceaG. .Vmboeng-amboeng poetih, 
.Mal.; Matalo, Bouth.; Sitapoeëug, .Minangk.; 
Tindjaoe, Mal. — Boom. 

573. C.Canali.* Amboeug-amboeng, Baliu.; 
A poe-apoe, Soend.; Daoen tampal besi§). Mal.; 
Goro-goro oetan, Mal. ^Icn.; Katoempang ba- 
dak (zie 575), .Soend.; Ki katoempang badak, 
Soeud.; Poel tak-poeltak, Bat.; Tanijia basi, 
Minangk.; Tampal bcsi ft, Jlal.; ïampoug besi 
poetih, Mal. — Boomheester. Gebr.: De bladen 
geneeskrachtig. 

§) Ook Meliosnia confusa BI.* (zie 2230). 

574. C. longifolia Lam.* Katoempang $), 
Soeud.; Ki katoempang, Soend.; Sougka, Jav.; 
Tama, Alt'. Min. T. P., Sangi ; Tanipong besi. Mal.; 
Tampong besoi, x\tjeh. — Boomheester. Gebr.: 
De bladen worden fijngestampt en dieuen op Sangi 
om visscheu te bedwelmen ; elders zijn ze in niedi- 
einaal gebruik. 

§) Ook Viburnum coriacenm BI.* (zie 3451). 

575. C. pedunculata Br.* Balik angin 
laoet. Mal.; Katoempuiig badak, Soend.; Ki 
katoempang badak, Soend. — Boomheester. 

57»;. Calonyction Bona-nox Boj. (= Ipo- 
moea Bona-nox L.*). Nat. lam. der Con- 

VOlvuIaCeae. ,\rcuj koetjoeboeng, Soend. — 
Klimplaut. 

577 Galophyllum bancanuni Miq. (^ 
C. pulcherrimum Wall.*). Nat. fam. der 

GrUttiferae. Bintangoei- tandoek, .Mal.; Meu- 
tangoer tandoek. Mal. — Boom. 

578. C. canumHook.f.* Bintangocë boeu- 
go, Minangk.; Bintangoer boenga. Mal.; M e n- 
tangoer boenga, Mal. — Boom. Gebr.: Hout ge- 
bezigd voor masten van vaartuigen. 

579. C. Hasskarlii T.etB.* Boedc, .Makas.; 

Kikisan sela, .\lf. Min. T. L.; Kiskisan sela, 
M(. Min. T. B.; Salatri, .Soeud.; Soelastri, Jav.; 
Soelatri, Soend. — Boom. Gebr.: Het hout is gezocht 
voor den huisbouw; de bloemen als geneesmiddel. 

580. C. Inophyllum L.* Balitako, Alf. N. 
O. Halm.; Benaga, ,\lal.; Betao, Boeg.; Bintan- 
goer laoet. Mal.; Bintangoer penaga. Mal.; 
Bitaoc woijo, Goroni ; Dingkarau, .\lf. Min. 
T. S.; Fitako, Tem.; Hataoe, Alf. AsiL, Hila; 
Hataoele, Alf. Cer.; Kajoc naga, Mal. W. Bom.; 
Kanaga, Uaj. Z. O. Born.; Kapoeratja, Mal. Mol.; 
Lingkaran, AU. Min. T. B., T. L.; Liutjaran, 
Alf. Min. T. P.; Mandara, Balin. Kr.; Mantaoe, 
Bimau.; Mentangoer laoet. Mal.; Mentangoer 
penaga, Mal.; Naga, Mal. W. Born.; Ngoefajir, Kei; 
N jamploeug, Jav.,Soend.,Mal.Batav.: N j a m pi o ng, 
Madoer.; Panaga, Daj. Z. O. Born.; Penaga, Mal.; 
Penago, Lamp.; Poede, Boeg.; Poenaga, Baliu., 
Bat., Makas.; Poenago§), Minangk.; Tjamploeng, 
Baliu.; Tja ni p 1 o n g, ^ladoer. — Boom, de „sehoonblad- 
boom", „Alexandrian lanrel'' e. Gebr.: Het hout is fijn, 
geelrood en fraai gevlamd en dient tot menbelhout en 



Calopbyllum — Gananga. 



190 



581 - 601. 



»l)aiit('n V!ui vaiii'tiiigrn ; lief iiiüct echttT /orpvuUlif< 
behiimlcld worden, iiiuicrs sclicuri liet sponlif;. Mt'ii 
maakt it |>rai-li(if;i' |)rauMcn uit i'rii stuk van. Vuu het 
zaail, (lat ^t-braml hier vn daar vvn bestaiuUlccl is van 
iulamlsclic inkt. kunit een (niet voor s]iij»j<iscliikte) olie, 
soms, bijv. op Mailoi'i'a, als lainpolie gebrand : men 
stampt de zaden ook we! tot deeg en kli-eft dit om 
een stok om te dienen als llainbonw. \"an de vrnelit- 
sehillen worden watersehejipertjes of toUetjes gemaakt 
tot speelgoed van kinderen. Oji Uali heelt men een 
s]ireek\\ijze : „Oelalie agajtieng tjaniploeng di tengali 
j)asihe ko tjelebang nnisih twaii anioen to", d. i.: „r)e 
gajoeng (wati'r.sehepper), uit een tjainploeng-vrneht 
bestaande, kan door de kleinheid slechts weinig oji- 
seheppen", om aan te duiden, dat iemand, welke moeite 
hij zieh ook geve, toeh niet rijk kan worden. 
i) Ook Kiens eyeloneura King. (zie 14.Ï7). 

581 C. macrocarpum Hook.f.' Hintan- 

goer riinba, -Mal.; .Meulangoer rimba, .Mal. 
Boom.. 

.")S2 C.plicipesMiq.(=C.pulcherrimiun 

Wall.*). H i II I a n g o e r p e r i t , Mal.; M e ii t a ii g o e r 
perit, Mal. — Boom. ticbr.; Het hout bij Imisbouw. 

583. C.puleherrimumWall.* var.gracile 

Boerl. liiulanghrier batee. Aljeh : liili tan- 
goer ba t oe. Mal.; B i n t angoe r bat oe hat i. Mal.; 
Bintangoer bcloelang^). Mal.; Bintaugoer 
boekit. Mal.; Men tangoer ba toe, Mal.; Jfen- 
tangoer batoe hati. Mal.; Mentaugoer be- 
loelang. Mal.; Mentaugoer boekit, Mal. — 
Boom. Gebr.: Het hout geschikt voor masten, zelfs 
van de grootste sehepeu. 

§) Deze vier uanien worden ook gegeven uan Cal. 
lanigerum Miq.* 

581. C. Spectabile Willd * «) B i n l a n g h o e r, 

Atjeh ; Biiitangoee, Mimuigk.; li i n t a ngoer, Jav., 
Mal.; Bintaugoer boenoi-t, .Mal.; Bintaugoro, 
Makas.; Bitangocr, Jav.; Ejobe, Euggano; Eroba, 
Enggauo; K a p o e r a t j a o e t a u. Mal. ^1 ol. ; M a 1 a n g - 
malang, Mal.; Mentaugoer, Mal.; Ment angoer 
bocnoct. Mal.; Po ede al e. Boeg. — Boom. Gebr.; 
Het hout is elastisch en sterk cu zoowel voor masten 
als voor stijlen van huizen in gebruik, lu het binnen- 
land van Suiuatra wordt de buitenbast wel gebezigd 
voor omwaudingeu van huizen en tot bergplaats van 
rijst (i>adie). 

i) In hoever de hier opgegeven namen als algemeene 
voor het geslacht gelden, dan wel aau bijzondere soorten 
worden gegeven, blijft onzeker. A'ele iulandsche soort- 
namen zijn niet nader aan te duiden. 

585. C. Teysmanni Miq.* Bintangoecla- 
boc, Minangk.; Bintaugoer laboe, Mal.; Mcn- 
t angoer laboe. Mal. — Boom. 

586. C. Wallichiana Planch.' Bintan- 
goer merah, Mal,; Peuaga batoe. Mal.; Men- 
taugoer, ^lal. — Boom. 

587. C. Sp. Kajoe toewa, Alf Min. T. I,., 
T. P.; Toewa, Alf. Min. T. L., T. P. — Boom. 
Gebr.: Het hout geschikt voor huisbouw, mits onder 
dak gebezigd. 

588. C. sp. Kikisan, Alf., Min. T. L.; Kiski- 
san, Alf. Min. T. B.; Latocua, Alf Min. T. P. — 
Boom. Gebr.: De fijngehakte bast wordt in ondiepe 
riviertjes als vischbedwchnend middel gebezigd; het 
hout voor masten van schepen. 

589. C. sp. Bintaoe, Alf. Min. T. I,.; Wiutaoe, 
Alf. Min. T. L. — Boom. Gebr.: Het hout is voor 
balkeu eu jilauken geschikt, mits ouder dak gebezigd. 



ö'Jd. C. sp. Kikisan rintek, Alf Min. T. I..; 
Kiskisan rintek, .\lf Min. TB.; Malesoeng, 
Alf. .Min. T. P. — Boom. Gebr.: Het bout wordt 
gebruikt voor karren en wagens. 

591. Calotropis gigantea Ait.* Nat. fam. 

der Asclepiadaceae. Badori, Soeml.; Bid- 
hoeri. .Madoer. li.; Bidoeri, Madoer. 1'. S., Vnlg. 
Mal.; Boenga rambega, ^lal. Men.; Kore, Biman.; 
I.embigaJ), .Mal.; .Mandoeri, Balin.: .Mandori, 
Balin.; Kanibega, Boi'g.; Makas.; Mal. Men.; Kem- 
bega $), Mal.; Uein b iga. Sas.; U oeni b igo, Minangk.; 
Sadoeri, .lav.; M'adoeri, Balin. Kr.: Widoeri, 
.Jav. — Heester. Gebr.; Op .Tava wordt het zaadpluis, 
dat eene soort „|>lantaardige zijde" geeft, weinig in 
weefsels gebruikt, alleen iu de Preangei'; in Zuid- 
Celebes vermengt nieu het met gewiine wol om hier- 
aau glans te geven. Hier eu daar dienen de bladen 
als geneesmiddel tegen jenkiug, vooi'al die duov kinder- 
]iokkeu veroorzaakt is, en wordt het sap, waarmede 
achtergebleven dorens uit de huid worden verwijderd, 
ook als geneesmiddel bij oogziekten aangewend. De 
bloemjijes geeft nu*u op Bali aau krekels te eten, om 
deze wild te maken voor het gevecht. A\'idoei-i is de 
oplossing van het .lavaansehe raadsel; „Godong entong, 
kenibang brondong, wohc blentjong", d. .i.: „Het blad 
heeft den vorm van een rijst lepel, de bloent is als 
gebi'aden maïskorrels, de vrucht gelijkt op de lamp 
bij het wajaug-scherm". 

j) Ook Calotrojiis jirocera Ait.* 

592. Calycopteris floribunda Lam.* Nat. 

fam. der Combretaceae. \kai pelawas, 
Mal. — Kliniplant. 

593. Calyptroealyx spicatus BI.* Nat. 

fam. der Palniae. llena-lieua. Tern.; Iloea 
ewang, .\1L .\iiili-: 1 li oei. I.aiii[).; 1 w oei, Soeud. — 
Boom. Gebr.; Bij gebrek aan lünaug-noteu worden de 
vruchten wel gekauwd. 

594. Camellia Minahassae Koord.* Nat. 
fam. der Temstroemiaceae. kajoe kapal. 

Alf Min. T. L., T. P.; Kapal, Alf Min. T. L., T. P.: 
Mahakoempas, .\lf Min. Bent. — Boom. Gebr.: 

Het hout is geschikt voor stelen van lansen. 

595. C. Thea Link.* E te, Madoer.; Et eb, 
Jav.; Te, Boeg., Alakas.; Teh, Jav., Mal., .Soend.; 
Tih, I.amp. — Heester, de theeplaut. 

596. C. sp. Kelorak, .Mal.; Kloerak, Balin., 
Jav.; Koeloerak, Balin., .Tav.; Krocrak, Sas. — 
Heester. (ïebr.: De bladen zijn een middel tegen buik- 
ziekten. 

597. Campanumoea javanica BI.* Nat. 

fam. der Campanulaceae. Srinlel-snntel. 
Jav. — Kruid. 

5fls Campelia glabrata Kunth. ( C. 
Zanonia H.B.& K.*). Nat. fam di r Comnie- 

linaceae. Ki tuilau. Jav. — Kruid. Gibr.: He 
bladen dienen wel tot jiaardenvoeder. 

599. Campium repandum Presl. (— Lep- 
tochilus cuspidatus Presl.*). Nat. fam. der 

Filices. l'akoe balawu, Boeg., Makas.; Pa koe 
tikoes. Vuig. Mal. — Varensoort. 

000. Campnosperma oxyrliachis Engl.* 

Nat. fam. der Anacardiaceae. A ntoemboes. 
Bat. — Boom. (ïebr.; Het himt ingeschikt voor planken. 

601. Cananga odoi-ata Hook.f.* Nat. fam- 

der Anonaceae. Inaugo, Minangk.; Kananga' 
Biniaii.. lioeg., Daj. Z. O. Born., Jav.. Madoer. B.. P.' 
Makas., Soeud.; Kauauga waugi, Mal.Amb.; Ka- 



Ganarium. 



191 



602 - 619. 



na ngo. Miimngk.: Kt-inbhaiig l)h i roe, Matloer. S.; 
Ken au ga, Atjeli. Jav.. Mal.; Kuenibang, Alf. Boer.; 
Koenii)i)eI, .\lf. Miu-'l'. 1..: Koepanaïii, .Vit". Z. ('er.; 
l.aliiigiran, .Ml'. Min. Beut.; Loeit, .\lf, .Min. Ton- 
saw.; N ga n a - ngii na, Nias; Poe ni pue ni, .\lt'. Min. T. 
L.; San (lat (zieSK)3), Balin.,Sas.; Sandat kauauga, 
Balin.: Sa ml at «angsa, Baliu.: Sajialene, Alf. 
Anib.; Sapalin, .\lf. Har., Z. Ccr.; Sckar kc- 
niütnlng, Balin. Kr.: Scnianga, Atjeh; Silauga, 
Atjeh; Tc naga, Sawuc; Tenanga, Atjch; Walc 
i ni pofket f), Alf. .Min. T. P.; Wangoercr, Alf. 
Min. T. B,. T. P., T. S.; Wangsa,' Baliu. Kr.; 
Wongsa, O. Jav. — Boom. fïebr.: De bijzonder 
welriekende bloemen worden in hel haar gestoken, 
tnssehen kleederen gelegd cu met tjenipaka- eu taud- 
joeug-bloemeu, bij wijze van otlerande, o]) een jiisaug- 
blad nabij vereerde plaatsen gelegd. Ook maakt men 
er eene geurige olie van, iu het Javaanseh bekend 
als lisah kenauga of lisah soendoel langit. De Cunanga- 
olie wordt wel van Java uitgevoerd; die der Filip- 
pijnen is het hoofdbestanddeel van het alom verkrijgbare 
ri'ukwater Ilang-ilaug. \'au den bast vervaai'digen de 
bewoners dei* ^linahasa bergplaatsen voor ])adie en 
netten en deze dient er ook als geneesmiddel. Een 
fraaie gele huidskleur wordt in het Baliueeseh als 
njandat omsehreven. 

f) Deze naam beteekent „bergplaats van jaehtnetten" 
cu is hieraan ontleend, dat die netten (poeket) bewaard 
worden iu een soort vat, uit deu bast vervaardigd. 

602 Canariiini commune L.* Nat. fam. 
d'^r Burseraceae. Dakae. Watocb.; Dedi, Alf. 
Min. T. S.; Ueri, Alf. Miu. T. L.; Hial, Alf. Z. Cer.; 
Flihi, Alf. Min. Bant.; Hihi kahangau, Alf. Miu. 
Bant.; lale, Alf. Asil., Cer., Hila ; lalo, Alf. Har.; 
lëcre, Kisar; Ipa, Alf. Boer.; I])ei, Alf. Miu. 
Bent., Tousaw.; Jal, Alf. Z. Cer.; Jale, Alf. Asil., 
Cer., llila; Jalo, Alf. Har., N. Laoet, Sap.; Jar, 
Alf. Z. Cer.; Kauaüre, Makas.; Kan al e, Kang., 
Madoer. S.; K au ar e. Boeg., Makas.; Kanari, Alf. 
Min. T. P., Binian., Madoer., Mal., Soeud.; Kanari 
pandjang. Mal. Amb.; Kenareb, Madoer.; Kc- 
nari, Jav.; Ki kanari, Soend.; Kiëre, Leti; Kodja, 
Sika; Konari, Madoer. B.,P.; Lehi, Sangi ; Nanja, 
N. fïnin. 4 R.; Xauja ajo. N. Gniu. 4 R.; N'gië, 
Makian; Ni cl, Alf.W. Halm.; Ni ha, Alf. N. O. Halm.; 
Njiara, \](. X W . Halm.; Njiha, Teru.; Oewaar, 
Kei; Reri, Alf. Min. T. B., T. P.; Rorièl, Babar; 
Solo kajoe, Alf. Min. T. L.; Wijar oeoeu, Wetar. 
— Boom, de kanari- of elemi-boom (deze eu vlg.), 
„Java almond", e. Gebr.: Is ceu der fraaiste allëe- 
boomcu. De oliehoudende zaden worden gegeten en 
in gebak gebruikt. De uit de schors komende geel- 
achtige hai's (elenii) wordt op Java met meujan ver- 
mengd en gebrand, zij is ook geneeskrachtig. De 
vrucht van Cauarinui, is de oplossing van het Sau- 
gisehe raad.sel : „Moeusing uainikoeug batoc, watoe 
uamikoeng koempire", d. i.: „Een lang uitgedoofde 
houtskool omwikkelt eeu steeu, ecu steen omwikkelt 
papier"; waarbij de zwarte schil der rijpe vrucht met 
houtskool en de witte keru met papier vergeleken wordt. 

603. C. decumanum Gaertn.* Hafo, Tem.; 

Hapo, Alf. N.O llalni; Jalo halat, Alf. Har., 
N. Laoet, Sap.; Kanari babi, Mal. Amb.; Kanari 
ketjil, Mal. Amb.; Njiha hafo, Tern. — Gebr.: 
De vnichten worden gegeten ; de uitvloeiende hars 
dient wel voor tlumbouweu. 

604 C. denticulatum BI.* Kajoe noach, 
Alf. .Min. Tüiisaw.; Kenareri, Jav.; Kenari alas, 
Jav. Xg.; Keuari wana, Jav. Kr.; Raoe woclan, 
J»v. — Gebr.: Op enkele plaatsen wordt het hout 
bruikbaar geacht voor deu huisbouw ; zaden eetbaar. 



fiO.'). C. eupteron Miq.* Kajoe ka poer, 
Snm. W . K.; Lag;iin, Midd. Sum.; Lagan, Bat. 
Mand. — Gebr.: Het hout Hordt duurzaam geacht. 
Soms woi'dt de boom omgekapt niel het doel er eeu 
balsem uit te niunen, die roodachtig van kleur is, wel 
tot verlichting dient en als geneesmiddel iu gebruik is. 

COti. C.flssistipulumMiq.* Asam damar§), 
Lamp. — (iebr.: Vit den stam vloeit eeu wel- 
riekende hars. 

§) Meerdere Gauarinm-soorten, die hars o])levereu, 
zijn iu de Lampongsche districten bekend onder deu 
naam van asam met bijvoegingen. 

607. C. Greshoffi Koord.* Kakaueu e 

ocwak sela, .\ll'. Miu. T. P.; Kanari jaki. Mal. 
Men.; Niha i foefoeroe. Alt'. N. O. Ilahn. — 
Gebr.: Sierlijke boom. 

608. C. hispidum BI.* Biroe, Soeud.; Djam- 
bejan, Jav.; Kiikauen e oewak, Alf. Min. T. P.; 
Kakaneu ne oewak, Alf. Miu.T.S.; Ken e oewak, 
Alf.Min.T.P.; Mahangkalow, Alf. Min. Bent.; Ma- 
nialapa, Alf. Min. T. L.; Mawowaug, Alf. Min. 
T. B. — Gebr.: De bast wordt gestampt, nu't watei' 
aaugeleugd, als geneesmiddel tegeu booze zweren aau 
de onderste ledematen gebezigd. 

609. C. Kadondon Benn.* Kedoudong 

mat ahar i 5), ^lal. 

$) Ook ïrigonochlamvs Griflithii llook.f.* (zie 016 
en 3376). 

610. C. Kipella Miq.* Ki pdah, Soeud. — 
Gebr.: De zaden worden wel gegeten. 

611. C. littorale BI.* Ki kanari, Soeud.; 
Sadjeng, Jav. — Gebr.: De aangenaam smakende 
zaden worden gegeten. 

612. C. m.icrocarpum Willd.* lale bau- 

daug, Alf. Asil., Hila; lalo baudaug, Alf. Har.; 
Jalo baudaug, Alf. X. Laoet, Sap.; Kanari bau- 
daug. Mal. Amb.; Kauari uiiujak, Mal. Amb. — 
Gebr.: De zaden bevatten veel vette olie. Stamvoet 
eu wortel houdeu reukhout (rasamala) iu. 

613. C. Minahassae Koord.* Woewoek, 

.Vlf. Min. — Gebr.: De hars wordt als wierook gebrand. 
614 C. moluccanum BI. (— C. Mehen- 

bethene Gaertn.*). Dedi tarauate, Alf. Miu. 
T. S.; Deri taranate, Alf. Min. T. L.; Hihi 
tahinate, .\lf. Win. Bant.; Ipei taiuate, Alf. 
Miu. Bent.; Kauari bageja. Mal. Amb.; Kanari 
besar, Mal. Amb.; Kanari taranate, Jlal. Men.; 
Xiha mara, Alf. N. ü. Halm.; Reri tarauate, 
Alf. Miu. T. B., T. P. — Gebr.: Deze onderscheidt 
zich door de groote vruchten ; de zadeu worden veel 
gegeten. 

615. C. nitidum Benn.* Kedondoug hoe- 
tan. Mal. 

616. C. pilosum Benn.' Kedondoug ke- 
roet (zie 6IIH), M;il. 

617. C. rostratum Zipp.* Damar itam. 
Mal. -Mol.; Kamal nieten, Alf. Z. Cer. — Gebr.: 
De hars dient tot het kalefateren van prauweu. 

618. C. rostriferum Miq.* Asam doe koe, 
Luni]). 

619. C.rufumBenn.' Kedoudong boelanf), 
Mal.; Keral tcloeudjoek. Mal. 

$) Ook Santiria laxa King.* 



Ganarium — Gapparis. 



192 



620 - 645. 



020. C. Sp. Ilaiuu-iliiiiui, lini-i;.; I)aiiii\-ilu- 
mai-a. Mukas.; Sulo (zie 1037), Alf. Miii. T. 1'.; Solo 
koclo, Alf. .Min. T. I,.; Solo Icwo, Alf. Min. T. L.; 
Solo reudai, .\lf. .Min. T. 1;.; Solo reri, Alf. Min. 
T. P.; Solo tautt, Alf. -Min. T. L. 

B21. C. sp. Solo ing koko, Alf. Miii, T, 1,. 

C22. C. sp. Snlu lU' tala^vuün, .\lf. .Min. T. I,. 

fi23. C. sp. Apc, Alf. Min.l'onos.; Lijaoe, Alf. 
Min. Bent. 

624. C. sp. llihi nuinoc, Alf. .Min. Hant.; K a- 
nari bucroi-ng, Alal. Men. 

025. C sp. l'arcmpang, Hocg. 

62(i Canavalia ensiformis D.C.* Nat. fam. 
lier Leguniinosae. II a ritu mbila, Ni»*; 

Katjan); parang, .Mal.; Kekara ai'it, Balin.; 
Kckai'a parang, Mal. Katav.; Langijoeng, .\lf. 
^lin. T. L. — Klimplant, dr „/waardboon", „sword 
beau", e., „Jiois sabrc", fr. (dfzc cu vlg.). (^i'br.: Ern 
soort kronmu' sabel is in brl Malrisi-lials prdang katjang 
parang bckciiil. 

027. C.ensiformisD.C.'var.albidaHassk. 
Kokara parang. Mal. -Mol.; Kokowasan, Socud. 

628. C. ensiformis D.C.* var. virosa Ba- 
ker. .\ r f u j gongs f u g, .Socnd.; (i o n gs c n g. Sin-nd.; 
Katjang hantur, Mal.; K a t j a ng- k al j a ng «), 
Smn.\V.K.; K o \v a s god o, Soend.; S i ni o r d a t i - d a 1 i, 
Bat.; Tongaw i 1 anauau, .\lf. Min.T.L.; W o n t j i s 
in talocn (zie 26B.-)), Alf, Min. T. P. — Grbr.: De 
jonge bladen en penlen worden als groente gegeten. 

§) Ook .\gelaea vestila Houk.f.* 

629. C. gladiata D.C. (— C. ensiformis 

D.C.*). Bedues, Madocr.; Djoeleh, Balin.; Ke- 
kara djocleh, Balin.; Kowas bakol, Soend.; 
Kowas leut ik, Soend. — Gebr.; De peulen worden, 
na in water geweekt te zijn, gepoft als toesjjijs bij de 
rijst gegeten. 

030. Canna indica L.* Nat. fam. der Scita- 

ntlineae. Boenga lasabe, Makas.; Boen ga 
tasebe, Boog.: Boewah tasbih, Mal.; fiegoela, 
Sas.; Ilosbe, Bai.; Kela, .\1 f. Min. Bent.; Kcnibang 
gedaug, Jav.; Koutas, .\lf. .Min. Ponos.; Miloc- 
miloe, Balin.; Poespa nj id ra, Jav.; Sebe, Soend.; 
Sebeh, Mal.; Sigi-sigi, Mal. Batav.; Tasabc, 
Makas.; Tasbeh, Soend.; Tasblii, Miuloer.; Tasbih, 
Mal.; Tasebe, Boeg.; Tasoebe, .\lf. Halm., TVrn.; 
Tocis ini tasitj, Alf. Min. T. P.; Totoinbc, Alf. 
Min. T. P.; Woero (zie 2077), Alf. Min. T. L. 
Variëteiten in Soend.; Tasbeh benreum of sebe 
beureuni; T. konCng of s. kon eng. In .lav.: 
K e UI b a n g g e d a n g a b a n g; K. g e d a n g k o e n i n g. 
— Kruid, hot Indische bloemriet. Gebr.: \Vegens de 
roodc en gele bloemen als sierplant gekweekt. Do harde 
zaden worden gebezigd als kralen voor bidkranseu. 

631. Cannabis sativa L.* var. Indica. Nat. 

fam. der Urtieaceae. tiandja«), .Mal.; (iandjo, 
Minaugk.; G c n dj é, Jav.; G r n dj è, Soend.; (i e n d j i li. 
Madoer.; Gindje, Jav. — Kruid, do Indisehe hennep, 
Indian hcmp (o.). Gebr.: Uier en daar in tuinen 
gekweekt. De bladen worden door aamborstigen, soms 
met tabak, gerookt. Van de knoppen en bladen bereidt 
men de bedwelmende stof als bang bekend. 

§) Volgens KiDi.EY wordt dezelfde naam gegeven 
aan C'lcrodendron Siphonauthns .Vit.* (deze heet 
volgeus KooHDEKs in W. en .M. Java gendje) en volgens 
Bisscnoi" GiiKVKU.XK op Sumatra ook aan 1'olanisia 
viscosa D.C. (^ Cleome gi'aveolens Katin.*) (zie 27y(>). 
om reden de bladen tot hetzelfde doel gebezigd worden. 
Ook in het Jav. geeft men hierom den uaam gëudjé 
wel aan Thevctia uei'eifolia Juss.* 



032 Canthium ( -^ Plectronia") confer- 
tum Korth. Nat. fam. der Rubiaceao. Kc- 

moening djantan hoe tan, .Mal.; M a t :i keli 
djantan, Mal.; Kopoeloet, Jlal. — Lage boom. 

033. C. Cornelia Ch.etSchl. Toenibocug 

boiloe, Soend. — Heester, (iebr.: Hier en daar 
gekweekt. 

03k C. didymum Qaertn.f. (— Plec- 
tronia didyniaBedd.*). Te me ras. Mal. I'al. — 
Heester. 

03.") C.glabrum BI. (— Plectronia glabra 
Benth. et Hook.f.'). Ki i>"pij;ui, Smrid. KI 

tjaroeloek, .Soeml.; Kopen, Jav.; Longijoöe, 
.\lf. XHn. Ponos. Boom of heesier. 

030 C. horridum BI. (— Plectronia 

horrida K.Schuni.*). Hoelang gailjab (zie 
H)(>0). Mal.; Boelang h i t a m, Mal.; Boeiang 
tiküos, .Mal.; Kemeding, Lamp.; Toembueng 
kandjoet litjin, Soend.; Toemboeng litjin, 
Soend. — Heester. Gebr.: De vruchten worden gekookt 
.ÉCegeten. 

637. C. Oliganthum Miq. Akar hoelang 
])elandoek, Mal.; Boelang pelandook. Mal. — 
Klimmende heester. 

03S C.parvifolium Roxb. (—Plectronia 
horrida Benth. et Hook.'). Areuj wareng, 

Soend. — Klimmende heester. Gebr.: De vruchten 
worden gegeten. 

039. C. Rheedii D.C. Toemboeng kand- 
joet, Soend. lleeslei', 

oto C. scandens BI. (— Plectronia 
scandens Benth. et Hook.*). Akar ko.koe 

ban ing, Mal. — Klimmende heester. 

041. Capellenia moluccana T.etB. (= 
Endosperniuni nioluccanvimBecc). .Nat. 
fam. der Euphorbiaceae. \i latue, .\lf. Amb., 
Har.; Ail latoe, Alf. N. Laoet, Sap.; Ai ratoe, 
W{. Amb., Har.; Kajoe radja, .Mal. Amb.; Kajoe 
semoet, Mal. .\mb. — (iebr.: Daar de bevolking 
van Ambon en de Oeliasers vermeent uit dezen boom 
te zijn ontstaan, mag het hout niet als brandstof 
gebezigd worden. 

042 Capparis niicracantha D.C.* var. 
callosaHall.f. Nat fanj lier Capparidaceae. 

Areuj kalijugo (zie 3377), Soend.; Gotji, Boeg.; 
Kentjoeran, t^. Jav.; Kledoeug, Jav.; Kled- 
hoeng, Madocr.; Sanek, Aladoer.; Tjampaga 
bala WO, Jlakas.; Tjanijiaka gondok leuweung, 
Soend.; AV el oo- wal i j a 1 a. Boeg. — Klimmende 
heester, oene kapper-soort, (iebr.: De vruchten zouden 
eetbaar zijn en do bladen worden als iulandsch genees- 
middel gebruikt. 

043. C. micracantha D.C.* var. Candol- 

leana Hall. f. Saliamoonte, .Vlf. Min.; Sara- 
muente, .\lf. Miu., .Makas.; Saramoetc, .Vlf. .Min. 
Tousaw. — Heester. Gebr.: De bladen dienen aU 
geneesmiddel. 

044. C. micracantha D.C.* var. flexuosa 

Hall. f. Kalijage guenoeng, Soend.; Ki gang- 
ga r a u g a u, Soend.; T j a m p a k a 1 o e t o e n g, Soend. — 
Heester, 

04."). C. myrioneura Hallier. Kajoe riïs, 
Alf. Miu. T. I,., T. S.; Ui IS, All. Min. T. L., T, S. — 
Heester, (iebr.: Is vooruainelijk als koortsweri'nd mid<lel 
I iu gebruik; de vruchten worden wel gcgetcu. 



Capparis — Gapsicum. 



193 



646 - 654. 



lilii. C. pubiüora D.C.* var. moluccana 

Miq. Miiluili jiinr. \\(. Min. BcMi,; M.-ili;iMiiMiitc, 
Alf. Mi». T. U.; Multiiio, Air. Miii. ruiistiw.; Ma- 
inoento, Alf. Min. T. L., T. P., T. S.; Sahamucntc, 
Alf. MiD. Polios.; Toetoeiu'jaii woeling, Alf. 
Min. ï. P. — Ht-estcr. 

fi47. C. Sp. Doiri pokak, Madocr.; Kak- 
pokakaii, Mailorr. — llocstri'. (iilir.: Bij zii'ktcn vau 
kimlcren wortU oi» ^hidofru ecu lakje buveii de deur- 
opening gehangen tot \seriiig vau diu iinloed \au 
liooze geesten. 

lUs. Capsicum annuum L.* N'at. fam. der 

Solanaceae. Bakoe #one, Soemha; üaro, Meu- 
tanci; Hili, Sawoe; Hisa, Alf. Min. Bant., Sangi; 
Ka la toe pa, Alf. C'er.; Kaloeja. Alf. Min. Bent.; 
Kaloja, Alf Min. Beut.; Kaïiiilake, Lcti; Kaïn- 
laka, Serinata; Ka ra toe pa, .Vlf N. Laoet, Sap.; 
Kartoepa. Alf Oei., Z. Ccr.; Kasat, Alf. Z. Cer.; 
Kasato, Alf .\inl)., Har.; Ka 9 te la, .\lf Boer.; Kldi- 
kidi, Enggano; Koeloes, Kotin.; Koe roes, Mal. 
Tim.: Koro, Kudeh,Sika; I,ada, Nia.<; La da nierall. 
Mal.; I,ada seboea, Nias; Lado oengge, Minangk., 
Lasijak, Bat.; Lasinao, Loeboo; Lasinok, Bat.; 
Lenden, Gajo; Liaehajoe, Alf Min. Tonsaw.; 
Lobok, O. Jav.; Lombok, Balin.; .lav., Mal. Batav., 
Soead.; Malesan, Watoeb.; Malita, Gorout.; M a- 
nisa, Alf C'er.; Maresoni, X. Guin. 4 R.; Mareta, 
Bol. Mong.; Marisa, Alf. Min., Tom.; Marisan, 
X. Guin. Xoeinf; Meuisa, Alf. \V. Cer.; Oeuoes, 
Tim.; Oeoes, Wetar; Pedesau, Balin. Kr.; Ritja, 
Alf. Halm., Mal. Men., Tern.; Sabija, Biniau.; Sa- 
braug, Soend.; Sahang (zie 273fi), Uaj. Z. O. Boni., 
Ma!. Bandj.; Sainbaboe, l)aj. Z. O. Born.; Sbija. 
Sas.; Sebija, .Sas.; Siri, AU'. Asil., Hila; Tabja, 
Balin.; Tjabai, .Mal.; Tjabé, Balin., Jav., Mal. Batav.; 
Tjabè, Soend.; Tjabli i, Madoer.; Tjabi, Lamp.; Mal. 
Bengk.; Tjabija, Makas.; Tjabja, Balin. Seiiib.; 
Tjainpli, Atjch; Tjajili, Aljeh; Tjebija, Boeg.; 
Tjengeh, O. Jav.; Tjili, Mal. Amb.; Tjingi, Ma- 
doer.; Tjitjingi, Madoer.; Warisa, Alf. Min. 
Variëteiten in Mal. Batav.: Tj. koeniug; Tj. merah. 
In Sangi : Hisa boere; H. watoeline. In Alf. 
Min. Bent.: Kaloeja toenipi of kaloja toeinpi. 
In Jav.: Lombok tampar, met lange duuue vrneht ; 
L. tatoeug, met ronde vruebt. In Mal. Men.: Ritja 
kapas; R. keuop: R. pandjang. In Alf N. O. 
Halm.: Ritja o moemoe; R. o toko mabebele; 
R. o pelesoekü. In Soend.: Tjabe atjoeng. In 
Alf. Min. Bant.: Hisa konopo; H. marobo; II. 
soeuting. lu Madoer.; Tjabhi radja; Tj. adang; 
Tj. tjareme; Tj. ghoengscng; Tj. taiil; Tj. 
tongkol. In Alf Miu. T. P.: Marisa kapes; M. 
poe rong kei; M. renet. — Kruid, de Spaansehe 
peper. Guinea pejiper (c.), Beissbeere (d.). Gebr.; I)e 
heetsmakeiide vruchten spelen een voorname rol bij 
de spijsbereiding. Om barensweeën op te wekken wordt 
het sap der rauwe bladen aan zwangere vrouwen te 
drinken gegeven. In de inland.sche geneeskunde heeten 
die bladen daoeii sabrang. Als een echtpaar er goed 
uitziet, zegt men in het Soendaasch: „Ngenibang tjabe", 
d. i.: „Als de bloem van Capsieuin", omdat deze zieh 
altijd frisch voordoet. In bet Minangkabaoesch heeft 
men een spreekwijze: „Bak balimaoe lado oengge", 
d.i.: „Als ingesmeerd met ('a]isicnm", doelende op iemand, 
die in een onaangenaini' positie verkeert of den wind 
van voren krijgt. De Madoerees zegt ; „Tjalihi nuulang 
lülap" d.i.: „De C'apsieum daagt de groente uit", van 
iemand, die naar meer werk verlangt. In hel Maleisch 
dialect van Ambon heet het: „Tjili kata halija dija 
pedes", d. i.: „C'apsienm zegt van gember, dat zij heet 
op de tong is", overeenkomende met ons: „De ])ot 
verwijt den ketel dat hij zwart is"; en in het Jlaleisch : 



„Sijapa inakau tjaliai ijalahberasapedas",d.i.: „Die tjabai 
eet, voelt ilat het heet op de tong is", met de beteekeuis, 
dat ieder de gevolgen van zijn eigen daden moet dragen, 
f 'apsicuni is de oplossing van meerdere raadsels. Zoo in 
het Batakseh vau : „Laiii matoewa, lam mandjeugkari", 
d. i.: „Hoe ouder, hoe ineer het zieh opschikt"; in het 
Boegineeseh van: „Taboe ritaboe pataboe", d.i.: „Spijs 
die gegeten wordt eu tevens zelve eet" ; in het Lam- 
pougseh van: „Di tjoelik baiigik, di kanik sakik", d.i.: 
„Wordt het even met de vingers aangeraakt (dan riekt 
het) lekker, wordt het gi'geten dan ia het |iijnlijk". 
In het T. >S. dialect van het .\lfoerseli der Jliuahasa 
is de bloem de oplossing van het volgende raadsel; 
„Se diuia matoeari se inadoeka-doekad wija si iuanera 
keuitaii ; tawiiiio mate iiiinaleoso si iuanera miuateiiio 
se riutena diina", d. i.: „Vijf zusters verzorgen hare 
zieke inoedei' ; reeds bijna gestorveu is hare moeder 
hersteld en zijn haar vijf kinderen overleden". 

lit'.i C. bicolor Jacq. (— C. nigrum 

Willd.*). 'l'jabe salasih, .Soeud.; Tjabe toend- 
j o e n g. Mal. Batav.; T j a b e w o e n g o e, Soeud.; Tjabhi 
lenjeug, Madoer.S,; Tjabhi totjeug, Madoer.B.,P.; 
Tjabhi totjer, Madoer. B., P. — Heester. Gebr.: 
Van de vruchten wordt zuur gemaakt. 

6.50. C. frutescens L.* Tjabai seberaug. 
Mal.; Tjabe besar, Jlal, Batav.; Tjabe gede, 
Soend.; Tjili ajcr, Mal. Amb. — Heester. Goat 
pepper (e.). 

Ö51. C. longum D.C. (- C. annuum L.*). 

Lada tjant jang, Mal.; Tjabe edj o, Soeud.; Tjabe 
idjoe. Mal. Batav.; Tjabe tjangak, Jav.; Tjabe 
tjengek, Soend.; Tjangak, Jav. — Kruid. 

6Ï2. C. longum D.C. (= C. annuum L.') 

var. incrassatum Hassk. T j a b e a m i s, Soeud. — 
Ki'iiid. (iebr.: !)c vruchten dienen bij de spijsbereiding. 

f)53. C. minimum Blanco.'* Hisa si na, Alf. 
Min. Bant.; Kartoepa marisano, Alf. N. Laoet, 
Sap.; Kasat batawe, Alf. Z. Cer.; Kasat hawai 
maoci, Alf. Z. Cer.; Kasat pcna, Alf. Har.; Lada 
limi, Nias; Lada raari tja, Makas.; Lada moetija. 
Mal.; Lada tjapa, Makas.; Ladang boeritja. 
Boeg.; Ladaug inaritja. Boeg.; Lado koetoe, 
Minangk.; Laso mejoug, Boeg., Makas.; Lombok 
djemprit, Jav.; Lombok gam bi r, O. Jav.; Lom- 
bok rawit, Jav.; Lombok setan, Jav.; Lombok 
tjempiling, Jay.; Marisa kokoak, Alf. Min. T.L., 
T, P.; Rawit, Sas.; Ritja kokene, Alf. N.0. Halm.; 
Ritja padi. Mal. Men.; Sahaug roebit, Daj. 
Z. O. Born.; Sbija kedi. Sas.; Sitoedoe laugit. 
Bat.; Tabja api, Balin.; Tabj a ked i, Balin. .Senib.; 
Tabja kr inj i, Balin.; ïabja tjaiik, Balin.; Tabja 
tj i na, Balin.; Tjabe bocroeug. Vuig. Jlal.; Tjabe 
kei i ng, Balin.; 'i'jabe rawit, Soend.; Tjabe setan, 
.Mal. Batav.; Tjabhi gh a ra b i r, Madoer. B.; Tjabhi 
letek, Madoer.; Tjili padi. Mal. Amb. — Kruid, 
de kleine Spaausche peper of duivclspeper („chillies"). 
Piment enrage' (f). Gebr.: De vruchtjes zijn alom bij de 
spijsbei-eiding in gebruik. Zij worden ook veel door vogels 
gegeten. In de Minahasa wendt nicu ze aan tegen beten 
van duizeudpooteu en giftige slaugeu. Bij de inlaudschc 
geneeskundigen op Java zijn de bladen bekend als 
godong sabrang. In het Madoereeseh heeft men een 
spreekwijze: „Kenek-keuek na tjabhi letek", d.i.: „Hij 
is zoo klein als tjabhi letek", om aan te duiden, 
„dat iemand klein maar dapper is". 

•iit. C. sinense Murr. (= C. chinense 

Jacq.*). Lada tjina, Jlal.; Lada tjempaka, 
Jav.; Tjabe sabrang, Soend.; Tjabe tjempaka, 
Batav. Mal. — Kruid. Hier eu daar als siei'plaui 
gekweekt. 

13 



Carallla — Garlca. 



194 



655 - 665. 



('>:>:> Carallia integerrima D.C.' Nut.fain. 
der Hhizophoraceae. Dja iisriruf ' •"■'! ('i'' 

1727), Miil.; K iihili- 11. .Ia\.; Ki kiickocruii (zie 
34."i4), Soeuil.; Scpal (zie 3.')(I'J), O. ,Iav.; Taiidjaug 
goeiiociif;, O. Jav.: Taiuljaii); i;i ra n >;. O Jav. - - 
Vrij hüoge boom. 

(iöii. C. lanceaefolia Roxb.' Kawaehi, 

.\If'. Miu.Tousaw.; Ke uU i s nnilai. .Ml". .Miii.T.L. — 
Uciolll. 

f'-ü. Carapa moluccensis Lam.* Nat. fam. 

dir Meliaceae. lioewali Idur, Vuig. Wal.; 
Üiliki', All'. -N'. o. Halm.; Ilatc bocwa kira- 
kira, Tem.; Ki iiiri, Soeiiil.; kira-kira^). Mal. 
Mul.; Kojawas i lawanan, Alf. Min. T. L.; Ma- 
li ireh, O. Jav.; M uj oiigt i h ocloe, Alf. Min. I'onos.; 
Nereh, Mailoer.; Nireli, .\tj('h; X i r i. Sociid., Siuii. 
W. K.; Njireli, Mal.; Njirei, Mal.; Xjiri, Jav.; 
Njiri ^"^■'i'lil'. 'lav.; Njoeror, Jav.; Pamoeli 
in tasi k, All'. -Min. T.B., 'i'. li.; Pamocli in tasitj, 
Alf. Min. T. 1'.; 1'ühou kira-kira, Mal. Mol'.; 
Tainbüc, Boeg., Maka.^. — I^age boom der vloed- 
bossehen. Gcbr.: Als fijn en sterk is het keruhout voor 
handvatten van wapens en onderdeclen van kleine 
vaartuigen gezoeht ; de sehors dient voor het tanen 
van visehuetten. In Celebes worden de sehors eu de 
zaden gebezigd om sagoeweer een bitteren smaak te 
geven ; in Zuid-Celebes alleen de eerste, tot dat doel 
vooraf geweckt eu dan uitgejierst. 

§) Deze naam is hieraan outleend, dat in de 
Mol ukken het geregeld ineenzetten van de uit hun 
verband genomen zaden bij wijze van jinzzle wordt 
opgegeven, wat ook laug niet gemakkelijk is. 

658. C. moluccensis Lam.* var. elliptica. 

K e 1 i r i k, Jav.; K 1 i r i k, Jav. — Boom. 

659. C. obovata BI. (= C. moluccensis 

Lam.'). Kira-kira laki-laki, .Mal. Mol.; 
Nereh bat o, Madoer.; N i r i b a t o e, Smn.W. K.; 
Njirei batoe, Mal.; Njiri a b a n g, Jav.; Po- 
h o n kira-kira 1 a k i-1 a k i. Mal. Mol. — Boom, 
o. B. bekend door de eigenaardige knievonnig gebogen 
adein-wortels. Gebr.: Als van C. molucceusis. 

OCid. Cardamine trifolia L.' Nat. fam. der 
Cruciferae. S <■ * ;i « i o e t a n, Vulg. Mal. — 

Kruid, eenc soort „\eldkers". 

661. Cardiopteris Rumphii Baill.' Nat. 
fam. der Olacaceac Pare anoni, Jav.; Parija 
au 0111, ^laduer. -- Kruid. 

('i()2. Cardiospermum Halieaeabum L.' 

Nat. fam. dir Sapindaceae. Bo n do t jl, Jav.; 
üaoen kopo-ko|io. Mal. .Viiib.; Loeng gendje, 
Jav.; Ijoeugl oeugaii, Jav.; Lo ug-elongan, Ma- 
doer.; Oet a niahoe, Alf. Anib.,Oel.; Parija boelan, 
Mal.; Walet apapi, Alf. Z. ('er. — Kruid. Heartpea 
(e.). fJebr.: Wordt als groente gegeten eu het sap der bladen 
wel DJ) hnidzwereu gedruppeld ; zaden voor halskettingen. 
i) Ook Diehroeephala latifnlia D.C.' (zie 1089). 

663. Carex curvirostris Kunze (= C. 
baccans Nees'). Nat. fam. der Cyperaceae. 

K r e u g 5 e u g, Jav. — Uietaehtig gra>, eeue soort 

ë^i. C. virgata Miq.' 1 1 a t ^i. .Soend.; K o- 

j o n d o m in t a 1 o c n, .\lf. .Min. T. P.: K i j a t «), 

Alf. Min. T. B.; \V o t e in t a 1 o e n, Alf. Min. T. P. 

j) Ook andere Cvjieraeeac (zie 1572 en 308S). . 

665. Carica Papaya L.' Nat. fam. der Pas- 

sifloraceae. Ai sawa, N. Ouin. Noemf.: Asawa, 
N. (iuiu. Noemt'.; Baliëk, Minnngk.; Betik, Mal.; 
Bu tik. Bat.; Ci ad ang, Daj. Samp.; G cdaug, Balin., 



Lamp., Soend.; Ghedhang, Kaïig.; Mango, Sawoe; 
Kubaelu, Kiiggaiiu; K a 1 i k i, Boeg., iloiilb.; Kaliki 
rijanre. Boeg.: Kalikih, Minaiigk.; Kampadja, 
Biiiinn.; Kaoet, Tim.; Kapaja, .\lf. .Min., Bul. Moiig., 
Jav.: Kapala, Sangi; Kastel, Kei; Kateta (zie 
1892), Jav.; Kat es, Jav., .Madoer.. .Mal. Pal., Sas.; 
Kales k a p oer, (^. Jav.; K epaja, .Mal.; Koestela, 
Mal. BauJj.; Mantela, Daj. Z. (J. Born.; Muekoe 
djawa, Liu; Moeöe djawa, Sawoe, Sika; Moeüe 
iiialai, Kisar; .N'asiloe, Midd. Siini.; Oedi luelai, 
I.eti; Oeitedi melai, Sermata; Oeta mal ai. Babar; 
Padoe, Maiiggarai, Sika; Paene, .\lf. Z. ('er.; 
Pandja, Binian.; Pantjeuc, .Minangk.; Papae, 
Alf. Asil., Ilila, 'i. Cer.; Papaeno, Alf. N. I^ioet, 
Sap.; Papaï, .\lf. Boer.; Papaï poen, .\lf. Boer.; 
Papaiuo, .\lf. Har.; Papaja, .\lf. N. O. Halm., 
Viilg. Mal.; Papaoe, Alf. Sap.; Pastela, Bat. Dair.; 
Pertek, Gajo; Pctik, Atjeh; Peutek, Atjeh; Pi- 
sang katoeka, Minangk.: Pisang kijue, Midd. 
Suiu., Pisang malaka, Daj. Kat.; Pisang pa- 
toeka, Minangk.: Pisang pclo, Minangk.; Poenti 
kajoe, l.amp. B. .\g.: Popaen, Alf. .\nib.: Popaja, 
Mal. Men.: Sangsile, Jlal. Bengk.; Senipain, N. 
(iuin. 4 U.; Ta ngaug-t angang nikanre, .Makas.; 
Taugkal gedang, .Soend.; Titigouo, .\lf. N. \V. 
Halm.; Titimoe$), Uotin.: Ti t iinoek, Kutin.; To- 
paj a, Alf. N. O. Halm., K. Men onderseheidt: a. jiapaja, 
waarvan de bloeuien en vruehten aan lange takjes 
naar beneden hangen, de zoogenaamde luaniielijke; 
en &. waarvan de bloemen en vruehten met korte 
stoeltjes aan den stam zitten; deze is de v ruehtdragende. 
In meerdere inlandsehc talen hceten deze: In Jav.: 
a. Kates gantoeng uf k. la n ang of ka- 
tela gantoeng of k. gandoel of k. gran- 
de 1. i. Kates g a m b 1 o k of k. g e m b 1 o k 
of k. w a d o u ; K a t e I a g e ni b 1 o k. In Lamp.: 
a. K e m o e n t a i. In Suend.; a. Gedang gan- 
doel of g. 1 a 1 a k i n a ; 6. Gedang a w c « e. 
In Balin.: a. (i e d a n g r c n t e n g of g. t j a n t e 1 ; 
ö. Gedang tjoblong. In Madoer.: a. K. rainbaj; 
i. K. talpek P.; S. of k. talpet B.; K. dhaging: 
K. gh en tong. In Mal.: a. Betik rainbai: 
6. Betik ba tang. In Minangk.: n. Batiêk 
d j a n t a n of b. g a u t o e e u g of b. rainbai; 
Kalikih djanlan. li. Batick liatino; Ka- 
likih b a t i n o. In Alf. N. O. Halm.: a. Papaja 
inanaoe; è. Papaja m a b e d e k a. InMal.Men.: 
n. Popaja b o e n g a ; 6. Popaja b o e » a h. 
lu Alf. Min. Bant.: a. Kapaja babinci; 6. 
Kapaja niahoeanci. In .\lf. Min. Bent.: a. 
Kapaja w a w i n e i. 6. Kapaja m o h a n e i : 
In Alf. Min. T. P.: o. Kapaja maloi; 4. K a- 
p a j a m a w o e a, terwijl voor Jav. en Mal. nog 
ondei'seheiden worden; 1. Betik b o e b o e r, Mal. 
= Kates b o e b o e r, Jav., met week vriiehtvleeseh; 
2. Betik b e 1 o e 1 a n g. Mal. ^ Kates salak, 
Jav., niet di-oog vruehtvleesch. — Boom, de ])aj>aja 
(„Melouenbamn", d.; „Papaw tree", e.: „Papaver", fr.). 
Gebr.; De vruehten worden gegeten. In de Miuahasa 
dienen die echter als varkensvoeder, maar gebruikt men 
de bladen en bloemeu als groente bij de rijst; vooral aan 
herstellendeu aanbevolen, daar de bittere bijsmaak den 
eetliLst zou opwekken. De holle stam dient in eukelestrekeu 
als een soort bijenkorf en ile lijugemaakte wortels worden 
als pap op wonden gelegd. In de Batak-landen noemt een 
gastheer wel uit nederiglieid het zijnen gasten aangeboden 
maal: „Boeloeng botik", d. i.: „Papaja-bladen" jj). Zij, 
wier tanden zullen gevijld worden, moeien viiór en na die 
operatie deze houden in de onrijpe vruchten, welke 
vooraf in de warme asch zijn gelegd : het wee gevoel 
en de stroefheid zouden daardoor verminderen. Op 
Java meent meu hier en daar, dat als zwangere vrouwen 
kates-vrnehten eten, waaraan de vogels zich hebbeu te 



Carissa — Cassia. 



195 



667 - 679. 



goed gi.-daau, liil ton gcvulgc hcfft dat zij ecu muoi 
kind ter wereld brengen. Als men ii'inand wil aan- 
duiden, die op het oog sterk is, maar niets verdragen 
kan (of veel |)raats heeft en eigenlijk niets is), zegt 
de Balinees: „Gede-gede bautaug gedang di tengahne 
cmoch", d. i.: „Ken groote papaja-stam, maar die van 
binnen week is". Van meerdere raadsels is de vrucht 
van papaja de oplossing: Zoo in het Soendaaseh van: 
„Soemboclaloes ten di raoet, di eusi ])edes sakoelak", 
il. i.; „Eeu fijn mandje dat niet gesneden is, het is 
gevuld met eeu koelak {soort maat) peper"; in het 
T. S. dialeet van het .\lfoci-seh der Minahasa van: 
„ücm bale ui kolano oe mapoedipoediug oeni barisa 
nc djawa", d. i.: „Keu vorstenhuis, gevuld met peper- 
korrels"; in het .\lfoersch van Noordoosl-Halmahéra 
van: „O lasinari moi niaraba o hagari marehe-rehe", 
d. 1.: „Ken doosje, waarin enkel hageltjes zitten"; iu 
het Minangkahaoeseh van : „Baruemah lai, bapintoe 
indak, tjiri mantji banjak dalauiujo", d. i.: „Keu huis 
zouder deur, met veel muizendrek"; in het Maleiseh 
van Bengkoelen ; „Najek boekit, toeron boekit, besoewo 
nasi se-ibe, sedang di dalamnjo talii uientjit", d. i.: 
„Heuvel op, heuvel af, ti'eft men eeu portie rijst, 
waarin zich umizendrek bevindt"; iu het Lampongsch 
van: „Wahui balag, bataugni balag boeloeugui re])a 
pajocBg", d. i.: „Zijn vrucht is groot, zijn stam is 
groot, zijn blad gelijkt een scherm"; iu het Javaansch 
van : „.\dja mcdoeu-uiedoeu jeu ora auggawa mritja 
sakautoeng", d. i.: „Gij moogt niet beneden komen als 
gij niet een zak met peper meebrengt", of iu dezelfde 
taal: „Kendil tembaga isi mritja, d. i.: „Een koperen 
pot met peperkorrels"; in het Baliucesch van ; „Taiu 
bikoel makapoet", d. i.: „Vol muizendrek". 

f) Zie voor de Rotin. namen ook bij 934. 

J<) Iu de inlaudsche geneeskunde zijn deze bladen 
op Java bekend als godong gampleng. 

OOG. Carissa Carandas L.* Nat. fam. der 

ApOCynaceae. Karamlan. .Jav.; Karandang, 
Jav.; Kerandau, Ja\'.; Kcrandaug, Jav., Mal. — 
Heester. Gebr.: üe vruchten worden rauw en ingelegd 
gegeten ; in groote hoeveelheid genuttigd zouden ze 
bedwelmend zijn. 

G67. Carthamus tinctorius 'L.* Xat. fam. 

der Compositae. lla^ocmlKi, Bat.; lurale, 
Bonth.; Kadauilang, I.)iij. Kat.; Kas^emba, .Vlf. 
Min., Boeg., Makas., Soend.; Kasoembo, Miu.ingk.; 
Kasombha katabang, Madoer.; Keuibang poe- 
loe, Jav.; Kesoemba, Baliu., Mal.; Koesoemba, 
Balin., Lamp.; Soepang, Daj. Z. O. Born.; Somba, 
Jav.; Wit kasoemba, Jav. — Kruid, de saffloer. 
SafHower (e.), safran b;*itard (f.). Gebr.; Levert de bekende 
gelijknamige kleurstof, die o. a. dieut tot het roodverveu 
van zijde, katoen en garens. In den handel heet die boeuga 
tahi kambing, als iu den vorm van geiteukcuteltjes ver- 
kocht wordende. 

fifiH. Carum Carvi L.* Xat. fam. der Um- 

belliferae. Djemoedjoe, Mal.; Djenra, Atjeh; 
Ojbiuten, .Maducr.; Üjiuta, Biinau.; Üjintan, 
Mal.; Djintang, Boeg., Maka.s.; Ujinten, Jav., 
Soend.; 1) jocmoedj oe, .\tjeh; Dj ra, .\tjeh; G i n- 
tang. Mal. .\mb., Saleijer. Variëteit in Mal.: Dje- 
nioedjoedjawa. $) — Kruid, de kar» ij. ('araway (e.), 
echter Kiimmel (d.). Gebr.; Hier en daar gekweekt. .\ls 
medicinale drogerij heet het'z.g. zaad (de splitvruchtjes) 
iu het Javaansch „moengsi", iu in-t Madoereesch „mose", 
in het Balineesch „moesi". Kleine kinderpokken worden 
hiernaar in het Maleisch„ketocmbohandjintau" genoemd, 
f) .Vnderen noemen deze als de .Mal. naam der 
plant en beweren, dat de namen djemoedjoe eu djoe- 
mocdjoe alleen betrekking hebben op de zaadjes van 
('iiscuta chineusis Lam.' welke als inl. drogerij in gebruik 
ziju. Zie ook bij 271)1. 



GG'J. Caryota furfuracea BI. (= C. mitis 

Lour.*). Xat. fam. der Palmae. Andoeducr, 
Ii;it.; tiendoeroe, Jav.; Ghandhoeroe, Madoer.; 
1' a u i s i. Boeg.; Soewangkoeng Icutik, Soend. — 
Boom. 

670. C.maximaBl.* Soewangkoeng,Soend.; 

Soewangkoeng g e d e, Soend. — Boom. 

fi71. C. mitis Lour.* Beridin, .\tjeh; Rotan 
toe kas. Mal.; Toekas, Mal. — Rotausoort. Gebr.: 
Aan den wortel der bladen groeit eeu tondel, die men 
gebruikt om vuur te slaan. 

672. C. No Becc* Kajoe uo; Suui. W. K. — 
Boom. 

673. C. propinqua Bl.(= C. mitis Lour.*). 

Saraj, Soend. — Buoni. 

674. C. BumphianaMart.* .\kel im bol ai, 

.\lf. Min. T.L., T. I'.; .A. n d o e d o e, Balin.; A n d o e r o e, 
Balin. Kr.; .Vni, Boeg.; Baroech, Alf. Min. Tonsaw.; 
Jangdoedoe, Balin.; Xakel e walc, Alf. Min.T.B.; 
Xakel im bolai, .\lf. Miü.T. L.; Niboeng besar. 
Mal. Mol.; Niboeug jaki. Mal. Men.; Ramisi, 
Makas.; Seho jaki. Mal. Men. — Boom. (Jebr.; Van 
het keruhont maakt men werpspietsen, op de varkens- 
jacht in gebruik, en ook spinnewielen. 

675. Casearia gonocarpa Miq.* Nat. fam. 

der Samydaceae. Balam palapah, Minangk. — 
Boom. 

676. C. grewiaefolia Veiit.*Baloeug, Jav.; 

Balong, Jav.; Bhaloug, Madoer.; Kar i kis, Alf. 
Min. T. L.; K a r i k i s p o e t i, Alf. Jliu. T. L.; K a r i s k i s 
(zie 1809), -Alf. Min.; Kariskis poeti, Alf. Min. 
T. L.; ïorosi, Alf. Min. T. P. — Vrij hooge boom. 

677. C. grewiaefolia Vent.* var. degla- 

brata K. et V. Aladeu, Alf. Min. T. P. — Boom. 

678. C. grewiaefolia Vent.* var. subcu- 

neata K. etV. Karikis i lawauau, Alf. Miu. 
T. L.; Kariskis i lawanau, Alf. iliu. — Boom. 
Gebr.: Hout bij huisbouw. 

67',). Cassia alata L.* Nat. fam. der Legumi- 

nosae. A]]jüen-apjoenan, ü. Jav.; Daoeu 
koe pa ug- koepang. Mal. Mol.; Daoeu koeraj). 
Mal.; Galinggaug, Bat, Mal. Bengk., Z. O. Boru.; 
G a 1 i u g k a n g. Boeg.; G e 1 e u g g a u g. Mal.; G e 1 e n g- 
gang besar. Mal.; Glinggang, Atjeh; Goeling- 
gang, Minangk.; Katepeug, Baliu., Jav., Soend.; 
Katepeng badak, Soend.; Kembang djawa, 
Balin.; Kembang koeniug praoe, Baliu.; Kepe- 
loe, Baliu.; Ketepeng, Jav.; Ketjeloe, Balin.; 
Mate te kei, Alf. Min. ï. S.; Orokep, D.-ij. W. Boru.; 
Paga gadoecng, Minangk.; Piloe-piloc, Baliu.; 
Rerenge (zie 910), Alf. Min. T. P.; Sasating, Daj. 
Z. O. Born.; Sosa, Nias; Talinggang, Mal. Z. O. Boru.; 
Tjou-atj ouan, Madoer.; Toemetekel, Alf. Miu. 
T. L.; Toewi al as, Balin. — ■ Variëteiten in Jav.: 
Katepeng kebo of ketepeng kebo, met breede 
bladen; Katepeng saj)! of ketepeng sa pi, met 
smaller bladen. — Heester. Riugw orm shrub (e.), Dartricr 
(f.). Gebr.: Op Java dienen de bladen Wel als paard<'n- 
voeder; in de Maleische landen worden zij als pui'geer- 
middtd aangewend, l'itwendig ziju ze een gezocht middel 
tegen ringworm en schurft. Iu de .Minahasa worden bij 
koorts in het tijdperk van koude de patiënten berookt 
met den damp der in brand gestoken bladen, tot dat doel 
ouder de slaapplaats opgehoopt. V'oor .\tjeh wordt a:in- 
geteekend, dat de zieke, die tot eigen gebruik glingglang- 
bladen af])lukt, er voor moet zorgen dat ziju schaduw niet 
met den heester in aanraking komt, daar het genees- 
middel anders ziju kracht zon verliezen. Om geringe 



Gassla — Gastanea. 



196 



680 - 695. 



liedcu te besjiotlvii lji*zi);l men iii dr liataklundcn 
deze «preekwijzc ; „Trger «"ü'Wi'g imlocnu arga 
saoenaii); ua »i>|iii la djiiiffdjidon", d. i.: „Klein aU 
een galinggang. vlcrsoh ter waarde van een dubbeltje, 
niet de niueite wiiiird oiri met twee vingert gedragen 
te wurden". In hel .liiviiimseli heeft men een raailsel : 
„Kelepeng tarueng lan djeruek", d. i.: „Kctejieng 
veeiit met djeroek", waarvan de upluHiting is: „Een 
bullel vieht m<t een tijger"; di> kete])eng is de 
ketepeng kcbo i-n de djeroek de djeruek matjan. 

(180. C. ang:u8tifolia Vahl.* Se nam aki. 
Mal.; Scje iia in 11 k i. .Mal. ~- lli'e-*ter, gekweekt uin de 
iuxeereiuh' hhiden (Ncniia). (ïebr.; De (itigevuerde) i^enna- 
bladen als inedieijli. 

CKl. C. divaricata Nees.* -\ ntaJMjga, Jav.; 

Ontaboga, Jav. ■ — Boüinhee.ster. 

«sa. C. Fiatula L.' Hak biraktha, Atjeh ; 
Itirakasn, .Mnkas.: iSiraksa (zie 1443), .Mal.; 
Bocbnne, Terii.; I^oen gboengd el a n (/ie ti84), 
Soend.; Kajoe radjn, Makas.; Kal o boer, Madoer.; 
Kluhoi^', O. Jav.; Klohur, O. Jav.; I<imbalu, 
Saugi : Pong radja. Boeg.; Had ja, Hoeg., .Makas.; 
Tanggoel i, Jlulin.; Tan ggo 1 i, Soend.; Te n ggoel i, 
Jav.; Teniring, Mal.; Tilai, Daj. Z. O. Uorn.; 
Tre nggoe 1 i, Jav.; T ro mol si o k, Mal. .\inb. — Vrij 
lage boom, de peiil-cassia, eunélieier (f".), Höhrriika.ssic(d.). 
Gebr.; liet bont is duurzaam en stiik eii bruikbaar voor 
piekstokken eu laudbouwwerktuigen ; de s<-horsisccnzecr 
goed looiiuiddel. De jrjuge bladen dienen als uitwendig 
geneesmiddel votirbnH'els en het vrueht\leeseh alspiirgecr- 
middel, ofselioon bet uu-t eenigc voorziehtigheid dient toe- 
gediend, daar hel licht buikloop veroorzaakt. Ook in de 
Kuro])eesebe apotheek is de \rueht (])ij[)ea.ssia, z.g. 
trtjiuiuel-slokken, oudemaniietjes drop) in gebruik. In het 
Balineesch zegt men „koi'matanggoeli" vjin een half 
gaar gekookt ei, omdat de inlioud is als het vrucht- 
vleeseb van tanggoeli (?). De boom heet de oplossing va n 
het .Sangireeschc raadsel; „Kaloe mebe- boean bara", d.i.: 
„Ken boom, die zwaarden (?) tot vruchten heeft". 

083. C. glauca Lam.' Djenar, liiilin., Jav.; 
Kinbad jeiig, Jav. Kr. D.; Kmbalo(zie 1184), Jav.; 
(i elcnggang bata wi, Mal.; Kembang koeui ng, 
Balin., O. Jav.; Tem bal o, Jav.; T rem bal o, Jav.; 
Woenga koening, Balin. — Moogc boom. Gcbr.: 
Men vervaardigt van bet hout krisscheeden en sirih- 
kistjes en de bladen worden wel, met kruiderijen ver- 
mengd, als toespijs gegeten. 

'584. C. javanica L.' Buroesoe, .Makas.; 
Boen gboe II g(I e la n (zie (ÏS^). S.teiul.; Kajoe doe- 
lang, M:il.; 1'ijoe-pijoe langgoehan. Bat.; 
1'ocjoe-poejoe tanggoele, Bat.; Tanggoeli 
garantang, Balin. Kr.; Tanggoeli gending, 
Balin. Kr.; Tanggoeli kctoer, Balin.; Tanggoli, 
Soend.; Tcnggoeli, Jav.; Teuggoeli wawang,§) 
Jav.; Trenggocli, Jav.; Trenggocl i wawang,§) 
Jav. — Boom. Gebr.: Het hout is voor hnisbonw niet 
ongesebikt, maar zelden in grooti- afmetingen te krijgen. 
In de Batak-landi-ii dient het tot \i-r\!iardiging der 
z.g. tooveistavcu. De vruehleii zijn als purgeermiddel 
in gebruik. Als men over een op den gi'ond liggende 
vrucht stapt, krijgt men vidgcns de Soendancezcn 
buikpijn. 

j) De bijvoeging terondcraohoiding van C'. I'istula L.' 

685. C. laevigata Willd.* Tajoeman, S) 
Jav. . — Boonibeesler. 

\) Murrava exotiea I..* var. sumali':iua llook. 
(zie 2358). 

180. C. mimOSOides L.' Soeka doeka. Mal. 
Mol.; Toetoerijuu, Soend. — Heesleraehtig kruid. 
Gcbr.: Wordt als veevoeder gebruikt. 



087. C. nodosa Buch.-Ham.* Boesoek- 

buesock, .Mal.; Seboesoek, .Mal.; Siboenocëk, 
.Minangk.; Siboesock, .Mal.; Toei mnuoe, Xia.s. — 
Boom. Gebr.: Ken afkooksel van den ba.st van dezen 
boom dient, met andere middelen gemengd, oj> Stimatra 
om de stokjes te drenken, die men rondom sawab's 
in den grond steekt luel het doel herten en «ilde 
zwijnen verwijderd te houden. Het sap luuet bij aftii- 
raking van de huid ontsteking verwekken. 

088. C. pumila Lam.* Tjindo-tjindu, 
Boeg. — Klimmende bee^ti-r. 

689. C. Siamea Lam.* Djor-hnr, Mailoer. B.; 
Djijor, Bat.; Djoewa, Minangk.; Djoewar, Jav., 
.Soend., Madoer. P. .S.; Djohar, .Mal.; Tjibrec, 
.\tjeb. - Boom. Gebr.: Wordt op Java lang» wegen 
aiingeplant ; is in koftietuinen als sehaduwboom onge- 
sebikt gebleken ; het bont dient wel voor hnisstijleu 
eli bruggen. Kernhout zeer bard. In hel Minaiigkabaoes<'h 
vergelijkt men de exerenienten van een pasgeboren 
kind met de kleur van het hout van dezen boom en 
noemt die dan „tjik djoewa". 

090. C. timorensis D. C* Kbing, Jav.; Ilft- 
ringin, Soeud.; Ihing, Jav.; .Miing, Balin.; \giu- 
ging, Jav.; Uingin, Soend.; Toeren, Jav.; W ariu- 
ginan, O. Jav. — Kleine boom. Gebr.: Van het 
kernhout worden kleine voorwerpen vervaardigd, vooral 
stelen van bijlen. In de Vorstenlanden meent men, 
dat ecu stuk in de hand gehouden tegi'ii den beet van 
giftige slangen zou beveiligen. 

691. C. Tora L.* (Jilinggaug ketjil, .Mal.; 
Gelenggaug ]iad;uig. Mal.; (ioelinggang 1 a- 
ocïk, Minangk.; Katepeng, Soend.; Kntjang 
oetan (zie 3457), Mal. Men.; Njila w al i j ala. Boeg.; 
Oeta inano<', .\lf. /. ('er.. Oei., Sajor ajam, .Mal. 
.\mb.; Taroeng andja, Makas. — Kruid, (iebr.: 
De Boi'g. en .Makas. namen beteekeneu letterlijk „de 
indigoplant der afgestorvenen", ablus genoemd, oiinlal 
dit kruid op het oog wel iels van indigo heeft, maar 
geen kleurstof bevat. 

092. Cassytha flliformis L.* Nat. fam. der 

Lauraceae. .\kar pen ga la san, .Mal.; .\müel 
potri, .\lf. Miii. T. I'.; .\reuj sangga langit, 
Soend.; Bal i n g-bali n g, Alf. Nlin. Ponos.; I.eku, 
Tim.; Potri, Alf. .Min. T. P.; Uamboet poetri, 
.Mal.; Sangga langit, .Mal. Batav., .Soend.; Sangir 
langit, .\Ial. Batav.; Soeket k re m i, Jav.: So ngga 
langit (zie 2472), Jav.;Tali poetri. Mal.: Wana- 
ring i la wan au, .\lf. Min. T. B. - Windend blad- 
loos kruid, (iebr.: De stengels «orden uitgeperst en 
dit slijmig sap met wat notemuskaat bij buik:iaudoe- 
ningen te drinken gegeven ; met kalk gemengd bezigt 
men ze ook wel bij het metselen, om het afbrokkelen 
der kalk te voorkomen. 

093. Gastanea argentea BI. (— Casta- 
nopsis argentea A.D.C.). Nat. fam. der 

Cupuliferae. Barangau, Bat. Maiidh., Minangk.; 
Bei'augan^). .Mal.; Berangan hadji, .Mal.; Be- 
rangka, .Mjeh; llarangka. Bat.; Saninten. 
.Soend.; S a r a n g a n , Jav. — Boom, eene kastanje-soort. 
Gebr.: Volgens sommigen munt het bout door duur- 
zaamheid en sterkte uit. De zaden worden gegeten. 
$) Deze naam geldt ook voor vele (,luereus-so(uieii. 

094. C. HuUettii King. (— Castanopsis 

Hullettii King.*). Berangan papan, .Mal. - 
Hoorn, (iebr.: De z;ideii worden gegeten. 

095. C. javanica BI. (= Castanopsis 

javanica A. D. C.*). Andihil, Hal.; A ml i k i i. 
Bat.; Barangau lan dak, Minangk.; Berangan 



Castanea — Celtls. 



197 



696 - 710. 



(lucii. Mal.; Ber.^ng»n gadjah. Mal.; Ki hijocr, 
Soend. — Boom. Gebr.: Hot hout is bijzonder gezocht 
bij huisbouw. 

006. C. Tungurrut BI. (— Castanopsis 

Tungumit A.D.C.*). Kali mbo rot, Soend.; 
Taugge iie u k, .Soend.; Tangge u re uk, Soenil.; 
Tanggoe w oek. Soend. — liooiu. (ïebr.: De zaden 
worden wel gegeten, maar zouden in grootcr hoeveel- 
heid gebruikt maagdarm-ontsteking vero<u'zakcn. 

fi97. C. Tungurrut BI. var. sumatrana. 
(=: Castanopsis Tungurrut A.D.C.*). 

Kemesiiulel, Lamp. — Hotnn. (iebr.: Het hout is 
sterk en duurzaam, en woi'dt bij den htusbtiuw gebe- 
zigd; de zaden worden gegeten. 

C98. Casuarina equisetifolia L." i) -Xat. 

fam. der Casuarinaceae. .Vdjoe anging, Boeg.; 
.\i samara, .\lf. .Vsil., llila; .\jo, Tim.; .Vraoe, 
Daj. Samp.; .\roen, .^tjeh; E m boen, Midd. Sum.; 
E roe. Mal.; Haro, Miuangk.; Il a roe, Miuangk.; 
Iloeeoer, Al(. Z. Cer.; Joga, N. Guin. 4 K.; Joga 
ajo, N. Guin. -l R.; Kai roja, .\If. min. T. B.; 
Kajaoe, Rotin.; Kajoe anging, Makas.; Kajoe 
embüu, Daj. \V. Born.; Kajoe roja (zie 12fl), .Ml'. 
Min. T. I,., T. S.; Kajoe tem her, .Uf. Jlin. T. L.; 
Kajoe walaoe, Daj. Z. O. Boni.; Kasawari, Mal. 
Mof.; Kasoewari. Mal. Mol.; Kejoe, Soemba; 
K we oei e, .\If. W. Cer.; Laweoer, Alf. Z. Cer.; 
I.eahoea, A]{. Har.; Lelei, Tern.; Leweocr, Alf. 
Z. Cer.; Lokoejoe, Alf. Min. 1'onos., Bol. Mong.; 
Naroeöe, Nias; Njoga, N. (ïnin. 4 R.; Ogoe, 
Alf Tom.; Oroe, Bat.; 1'ohon kasoewari. Mal. 
Mol.; Roe, Mal.; U o e w e, Alf .\.(). Halm.; Tem her, 
Alf. Min. T. L.; Ter e m boeiiek, Alf. Min. T. P.; 
Tjamara, Balin., Madoer., Soeud.: Tjemara, Balin., 
Jav.; Tjemara laoet ^§),.Iav.; Tjemaw is, Jav.Kr.D.; 
Tjomara, .Madoer. — Boom, met deuaehtig uiterlijk. 
Bcefwood tree, e. Gebr.: Het hout is hard eu wordt als 
brandhout grdiezigd, zelden voor andere doeleinden, alleen 
maakt nu-n van het kernhont bier en daar lilaasroeren ; 
ook de afgevallen „naalden" worden soms als brandstof 
benut. Te Ternate geeft men de gepofte zaadjes tegen 
blueddiarrhoea. In het Mimmgkabaoeseh heeft men een 
spreekwijze: „Mauanti haro hanjoeik", d. i.: „Waehten 
op het wegspoeleu van haro", met de beteekenis van 
vruchteloos waehten of te vergeefs hopen. In het 
Balinceseh zegt men: „Mesib tjemara", d. i.: „Geveerd 
als tjemara-bladen", van kippen, die allecu ecu schacht 
h(d)ben (in het ^ladoereesch noemt men deze „adjam 
tjamara"). Versiersels in den vorm der o]) eikels ge- 
lijkende Casuarina-vruchten zijn in het Maleiseh als 
boewah roe bekend. 

i) De hier vermelde Minahasa- en Moluksehe namen 
schijnen meer te gelden voorCasuarina UumphiauaMiq.* 

ij) .Vlleen in Midd. .Java ter onderscheiding van 
I'odoearpus cuprcssina R. Br.* (zie iJTU l), en vooral 
ook van den ,, liiMg '-('inuarina (zie fi91)). 

699. C. montana -lungh.* 'l'jamara goe- 
uoeng, Soend.; Tjemara goenoeng, Jav.; Tje- 
mawis redi, Jav. Kr. D. — Boom. Gebr.: Het 
hout wordt als timmerhout gebezigd. 

700. C. sumatrana Jungh.* Antoerman- 
gan. Bal.; Kajoe scntadoe, .Mal.; Kajoe tjina, 
Mal. — Boom. (ïebr.: De zaden worden gegeten en 
het hout wel bij den scheepsliouw gebezigd. 

701. Cedrela celebica Koord.* Nat. fam. 

der Meliaceae. Alipega. Alf. .Min. T. B., T. S.; 
Kajoe amoerang, .Mal. .Men.; Laloempe, .\lf. 
Min. T. [,., T. 1'.; I.aloempehc, Alf. Min. T. I,.; 
Lipoga, Alf .Min. Bent.; Roemc ran, Alf Min.T. I'.; 
.Socrat, Alf. .Min. Tonsaw. — Boom. fiebr.: Het hout 
dient voor planken, als alleen onder dak duurzaam. 



702. C.febrifugaBl.(=C.ToonaE,oxb.*). 

In go el. Bal.; Ki be u re u m. Sorinl.; .M :i n s i joe n g, 
Daj. Z. {). Bom.; Redani, O. Jav.; Serijau, Lamp.; 
.Sücren, Balin., Jav., Mal., Soeud.; Soerijan, Mal. 
Z. O. Bom., Minangk.; Soerijen, Minangk.; Socrin, 
.Mal.; Soren, JLadocr. Variëteiten (ook ('cdrela scr- 
rulata Miq.) in Soeud.: Soereu benreum;S. kapas; 
S. tali; S. tan doek. In Mal.: Socrin merah; 
S. poctih. In Minangk.: Soerijan baua; S. 
ba wang of s. riuibo; S. in go e; S. nasi. In 
.Mal. Z. O. Bom.: Soerijan hitam; S. merab. — 
Wuuilri'us. Red cedar, e. Gebr.: liet hout is gezocht voor 
planken, tafels, kasten, enz.; o. a. op Sumatra door de 
^laleiers voor de grootc kist, waarin zij hun schatten 
bewaren. De bittere bast dient o. a. tegeu koorts. De 
jonge nits[)ruitsels worden soms als groente gegeten. 

703. C. serrata Royle. (— O. Toona 

ilOXb.* var.). Soeren sabrang, Jav. — Boom. 
Gebr.: Het hout is een goed meubelhout. 

70-1. Celosia argentea L.* N.at. fam. der 

Amarantaceae. Borotjo, .Soend.; Lampcdo, 
Mak:is.; La])edjo, Boeg. — Kruid, eene soort „hane- 
kam". Gebr.: .\Is geueesmiddel bij stijfheid der ledematen. 

705. C. Cristata L.* Aja, Alf. Min. Bant.; 
Api-api, Mal. iNIen.; .V te -at e mawoero, Alf. Min. 
Bent.; Atoi mawoero (zie 838, 842 eu 844), Alf. 
Min. Ponos.; Baj am biloedoe, Sum. W. K.; Baj am 
ekor koetjing. Mal.; Bajen\ tjeuggeug, Jav.; 
Banda oeloe. Bat.; Boen ga lali manoe. Boeg.; 
Djanggar kijoeh, Baliu. .Semb.; Djanggar 
roempoek, O. Jav.; Djanggar sijap, Balin.; 
Djawer hajaui, Soend.; Djawer kotok, Soend.; 
Djcngger roempoek, O. Jav.; Djhaugghar 
adjam, Madoer.; lier, Jav.; Kalijapa, Sangi ; Lali 
manoe. Boeg.; ^lajaua bata-l>ata. Mal. Jleu.; 
Majana poetih, Mal. Mol.; Oenschi, Alf. Min. 
Bant.; Poewa ri sawito, Boeg.; Raraug djau- 
gaug, Makas.; Rebha maugsor, Madoer.; Rcbha 
meugsor, Madoer.; Sercwoeng (zie 844), Alf. Min.; 
Serewoeng koel o, Alf. Min. T. B., T. P.; Sere- 
woeug poeti, Alf. Min. T. L., T. S.; Sijap pel 
sijap, Balin.; Tjelala, Gajo. — Kruid, de „hane- 
kam". Gebr.: .\l3 sierplant gekweekt. De bladen worden 
wel als groente gegeten. 

706. Celtis cinnamomea Lindl.* Nat. fam. 

der XJrticaceae. Ki-tamiang, Soeud.; Kajoe 
tan doek, Sum. AV. K — Boom. 

707. C. philippinensis Blanco.* Kolom- 

pasij OW r oen d a ug, .\lf. Min. T. S.; La m pasi j o w 
mahamoc, Alf. Min. Bent.; Lampasijow mea, 
Alf. Min. T. I..; Pasijow meha, Alf. Min, Tonsaw.; 
Pasijow raindang, Alf. Min. T. P. — Boom. 

708. C. Sinensis Pers.* Fisa, Tern.; Gado, 
Alf N. o. Halm.; Kajoe tjidakoe (zie 255), Mal. 
Mol.; Makowes, Alf. Min. Tonsaw.; M awi ri ngan, 
Alf. Min. T. P.; Pisa, Alf. Halm.; Ririnteken 
riutek, Alf. Min. T. L.; Wisa, Alf. Halm. — Boom. 
Gebr.: De geklopte schors dient tot vervaardiging van 
baadjes eu schaamgordels. 

709. C. tetrandra Roxb.* Jlachwachan 

disik, Alf .Min. Tonsaw, — Boom. 

710. C. Wightii Planoh.* Kolompasijow, 
.\If. Min. T. S.; Kolompasijow pocti, Alf Min. 
T. S.: Ijampasijow, Alf, Min, Bent, T. L.; Lam- 
pasijow poeti, AU'. Min. T, L.; Lampasijow 
mawoero, A\{. .Min. Bent.; Pasijow, Alf. Min. 
T, P., Tonsaw.; Pasijow boedo, Alf. Min. Tonsaw.; 
Pasijow kocio, Alf. Min. ï. I'. — - Boom. Gebr.: 
Van deze of verwante soorten komt het stiukhout 
(kajoe tai), dat als inl. medicijn gebruikt wordt (zie 2854). 



Cenchrus — Ghlonanthus. 



198 



711 - 737. 



711. Cenchrus viridis Spreng.' Nüt. Imii. 
der Gramineae. Matocnc, Alf. ilin. T. P. — 
Kruiil. 

712. Centotheca lappacea Desv.* Nat. 

fam. lier Gramineae. Durkoct knrctkct 
leinpad, Alf. Min. T. S.; Knlaincta iiiucinling. 
Soend.: Kaïckit liiriiiar, Alf. Min. T. B.; Karrt- 
kct Iciiipad, .\lf. Jliii. T. S.; Koiljo bataiig (zie 
2497), Alf. Min. TL.; N a n a 1 o, Alf. .Min. Bint.,T(.nsaw.; 
Pciif;gescl, .Mal.: Kcbha iijek-konjckan, Ma- 
docr.; Rockoct karekct lpm|)ar, Alf. Min. T. B.; 
Kocmpoct silal kaïn, Mal.; iSaoehenn benril, 
Soend.; Sarinibala sela, .\lf. Min. T. Ij. — Kruid. 
Gebr.: Dit ^vn-^ dient als veevoetb-r. 

713. Cephaëlis Grifflthii Hook. f.* Nat. 

fam. der Rubiaceae. Tjempaka biiekil, .Mal. 

— Heester, \(TU!in1 .lan de ipeeacnanha- of braak- 
wortel-planl. 

714. C. Stipulacea BI.* Kanciieme bogo, 
Soend. — Half heester. 

715. Ceramanthus gracilis Hassk. (= 
Phyllanthus gracilis Baill.*). Nat. fam. der 

Euphorbiaceae. HiMioing randa, .Soend. — 
Kleine heester. 

7lfi. Ceratolobus Kingianus Becc. .\at. 

fani.derPalniae. üi'taii kipas, Mal.-- Hiitansoort. 

717. Ceratopteris thalictroides Brong.* 

Nat. fam. der FiliCOS. l'akoe tjaj«), Soend. — 
Vareusoort . 

§) Ook Aerostiehum speciosniu Willd. (^- .\. 
aureum L.*). 

718. Ceratostylis sp. Nat. fam. der Orehi- 

daceae. ï, ansuena in taloen, .Vlf. Min. T. 1*. 

71'J. Cerbera lactaria Ham. (= C. Odol- 
lamGaertn.'var.). Nat.fam.derApocynaceae. 

Binlan ketjil. Mal.; Bintaro leutik, Siieud.; 
Godji, Alf. .\. O. Halm.; (ioro-goro. Mal. Men., 
Tern., Kadong, Alf. Min. Bant.; Kajoe soesoe, 
Mal. .Mol.; Kojoudom, Alf. .Min. T. P., Bol. Mong.: 
La inboet o, Makas.; Madang kaj)o, IMinangk. — 
Boom. Gcbr.: Het hout dient wel als tinnnerhont, de 
bladen als geneesmiddel. In Znid-Celebes windt men 
bij het lappen van palmnijn nit .Vrenga saceharifera 
die bladen om den afgesneden blocmkolf, met het 
doel aan het nitvloeiende voeht een bitteren bijsmaak 
te geven. 

720. C. OdoUam Gaertn.*). Bintan, Mal.; 

Bint au besar. Mal.; Bintaro, Jav., Vnlg. Mal.; 
Bintarö Soend.; Bintaro ge de, Soend.; Darli 
oc tana, .Sangi; Kedjate^) I),ij. W. Biirn.; Ken- 
jeri poetih, Balin.; Pedjateij) Mal. \V. Boru. 

— Boom der knstwouden. (iebr.: Van het bont worden 
wel rijststanipers vervaardigd. De za.adkern is /eer 
vergiftig, ook de daaruit geperste olie, vooral di(^ welke 
uit een variëteit, welke in het Soendaaseh bintaro 
woelang heet, verkregen wordt. Hier en daar dient 
die olie nog wel tot verliehting. 

i) Ook (iyninartoearjnis venenosa Boerl. (/.ie 17 Ui). 

721. Ceriops Candolleana Am.* Nat. 

fam. der Rhizophoraceae. Bakaoe tingi, 
Mal.; Kajoc t.engar, Mal.; Pamarai, Bat.; Soga 
tingi, Jav.; Sogha tcngih, Madoer.; Tanga, 
Minangk.; Tangere, Makas.; TengarS), Mal.; Te n- 
geb, Balin.; Tenger, Lamp.; Tengere, Boeg.; 
Tengih, Madoer.; Tingi, Balin., Jav.; Tongor, 
Bat. — Boomheester der vioedbosehen. (iebr.: Met den 
looistofrijken bast verft men garens en batiks gcel- 



rood, welke kleur iivoy bi't daarna begraven in den 
grond zwart wordt; kleine stukjes dienen ook wel 
tot kleuring van visehgereehten. IJe gesehilde stammen 
«ordin gebezigd als staken voor visehnetlen en tot 
paalwerk in zee. 

§) Deze naam en ook die der verwanten in andere 
talen schijnt eigenlijk die der verfstof te zijn, maar 
wordt gewoonlijk aan den boom gegeven, i'n, waar 
deze voorkomt, ook aan ('eriops Itoxburgliiana Am.' 

722. Chaetocyperus setaceus Nees. (= 
Eleocharis Chaetaria Roem. & Schuit.*). 

Nat. fam. der Cyperaceae. Boe Ine mala 
mocnding leutik, Soend. Kietaehtig gras. 

723. Chamaecladon Grifflthii Schott.* 

Nat. fam. drr Araceae. A^^am liki.e». Mal.; 
K el e m ba h an g i)U il i. Mal. - Kiiiid, eene aronskelk. 

724. C. lanceolatum Miq.' Tjarijang 

peutjang, .Soend. — Kruid. 

72.5. Champereia Grifflthiana Planch.* 

Nat. fam. der SantalaceaO. Tjem perai ft. Mal. 

— Boom. (iebr.: De bhuleu worden als groi-nte gegeten. 
f) Uok Cansjera Rheedii (imel.* 

720. Chasalia curviflora Thw.* .N'at. fam. 

der Rubiaceae. hjiirnem -djaroem hitam. 
Mal.; (i au da roe sa djanlan. Mal.: Ki kurcs 
woengoe, .Soend.; Lado-lado, Minangk.: .Mend- 
jaroem hitam, .Mal.: Pefjah jiinggan hitam, 
'.Mal. — Heester. 

727. C. rostrata Miq.* Ki ti koekoer, Soend. 

— Heester. 

725. Cheilanthes tenuifolia Sw.* Nat. fam. 

der Filices. l':ikoe .-line... Siniid.; I'akoe leu- 
tik, Soend.: Pitkoe re>;im 1 oe m oe t. Mal.: Pa koe 
resam padi, .Mal. — Varensoort. 

729 Cheilosa montana BI.* Nat. fam. dir 

Euphorbiaceae. Knlek labhangfl, Madoer. 

— Boom. 

§) Ook Bennettia llorslieldii Mii|.* 

730. Chilocarpus densiflorus BI.* Nat. 

fam. der ApOCynaceaO. Anuj tjoengkang- 
kang, Soend.: .\reiij ( j oe n g ka ng k a ng lal aki, 
Soend.; Tj oe ka ugk a n g, Soend.: Tjoeugkang- 
kaug (zie S.'jIö), Soend.: Tj oe ngk a ng k a ng 1 a- 
laki, Soend. — Klimplant. 

731. C. denudatus BI. (— C. atroviridis 

BI.*). Areuj ]ialasari bodas. Soend.: Areuj 
poelasari bodas, Soend.: Palasari bodas, 
Soeud.; Poelasari bodas, Soend. — Klimplant. 

732. C. Diepenhorstii Miq.* Akar poc- 

loct, Sum. AV. K, — Klimplant. 

733. C. enervis Hook. f.* N ga rik. Sum. 

\V. K. — Klim]ilaul. 

734. C. Sliaveolens BI.* Areuj palasari 
lalaki, Soend.; .\rcuj poelasari lalaki, Soend.: 
Palasari lalaki, Soend.: Poelasari lalaki, 
Soend. — Klimpl.aut. 

7-'i.T. Chionanthus (— Linociera') cordu- 
lata Koord. -\at. fam. der Oleaceae. Se se la, 
Alf. Min. T. P. — Boom. 

73fi. C. cuspidata BI. (— Linociera cus- 

pidata Knobl.*). Boejak, Alf. Min. Ponos. — 
Boom. 

737. C. ( Linociera') gigantifolia 

Koord. Pangasa sela, .\lf. Min. T. 1'. — Boom. 



Chlonanthus — Ginnamomum. 



199 



738 - 762. 



738. C. laxiflora BI. (= Linociera laxi- 

flora Knobl.'). Tajuengan, .I;iv. — llocslci-. 
(ii'hr.: De blailcn zijn wc-1 nU geiii'fsmidilel iii s,'i'liruik. 

73a. C. macrocarpa BI. (— Linociera 

insignis Clarke*). Ki boleil, Sutml.; Miilang 
tahi an lij ing int 928), Mal. Pal. — Boom. 

740. C. montana BI. (= Linociera mon- 

tana D.C). Ki bcurit. Sueiul. — Buuni. 

lil. Chisocheton celebica Koord.* Nut. 
faiii. der Meliaceae. Makongkoni, M(. Min. 
'1'. S. — Boom. 

742. C. diversifolius Miq.* (; anibir-gam- 
bir (ïie S.H), Siiin. W. K. — Boom. 

743. C. glomeratus Hiern.* Jlawcwcsai- 

sela, .\lf. Min. 1'. 1'.; 'rnc ni lia w a Ie wo, .\lf. Min. 
T. L. — Boom. 

lii. C. macrophyllus King.* KamUuKcl- 

jhn, Mailoer. — Boom. Gcbi.: l it de ziulen wordt 
olie geperst, die vroi'ger wel tot verlichting diende. 

74.5. C. microcarpus K. etV.* I'otren, 

Matloer. — Boom. 

746. C. . penduliflorus Planch.' Sangga 

loetoenp bitam, Mal. - Hnoiii. 

747. C. sandoricocarpus K. etV.* Kad- 

jeug gendis prit, .lav. Kr.: kajoe goela prit, 
Jav. Xg.; \V o n g ghoen o n g. Madoer, — llooge boom. 

748. Chloranthus offlcinalis BI.* Nat, 

fam. der Chloranthaceae. Karas toelang, 
Soend.; Keras toelang. Mal. Batav.; K ra. '(toe- 
lang. Mal. Batav. - Krnid. (iebr.: Van de wortels 
wordt een aftreksel bereid, dat bij lendeupijn wordt 
gedronken. t)e Badoej's in \Vest-.Iava kruiden hun 
palmwijn met d'- bladen. 

74'J. Chrysanthellum procumbensRich* 
Nat. fani. der Compositae. Keinanden sewoe, 
O. Jav. - Kruid. Ilebi.: Wordt soms in de iul. 
gencesknnde gebezigd, 

750. Chrysanthemum indicum L.* Nat. 

fam. der CompoSitae. .Saroen i walanda, Soend. 
Variëteiten in .'^oeud.: Saroen i walanda bcu- 
renni, (de roode); ,S. w. bodas, (de witte); S. w. 
kon eng, (de gele); S. w. tambaga, (de brnine). — 
Krnid, eeue soort ^ganzebloem". Gei)r.: Wordt als 
,,ehrjsanth" veel in tninen gekweekt. 

751. Chrysophyllum bancanum Miq.* 

\at. fam. der Sapotaceae. K:ij"e poeloi-l. Mal.; 
Sambiring rintek, .VU'. -Min. T. L. — Boom. 

752. C. dioicum K. et V.* Lakct, Jav.; 
Njaleket, Balin.; Selaket O. Jav.; Tjalaket, 
Balin, Kr., Tjelaket, O. Jav. — Zeer hoogc boom. 
Gcbr.: liet hout i< een goed timmerhout. 

753. C. rhodoneunim Hassk.* j) Karet 

andjing, Soend. - Boom. 

i) KooRDERS en Valetos aehlen deze een variëteit 
van SideroxyloM nilidum BI.* (zii- 311-2i. 

754. C. Roxburghii Don.* Ki laketan, 

Soend.; Melockoet, Mal.; Me nipoeloet. Mal.; 
Poeloei k- poeiocïk,Minangk.;p oeloet-poeloet, 
^lal.; Poeloet-pocloet pokokf), .Mal. Variëteiten 
in Mal.: Mcinpocloet padi of p. p. padi.;Menl- 
p o e 1 o et toelang of p. p. t o e 1 a n g. — - 1 looge boom. 
Gebr.; Het hout op Java als te zeldzaam weinig ge- 
bezigd. In Hiouw maakt men er sloepricnien van en 



op Baugka wegens de groote elastieiteil slelen van 
bijlen, waarmede de zwaarste boomen worden geveld. 
De vrnehten worden gegeten. 

§) De bijvoeging van pokok aehter den Miil. naam 
ter ondei-seheiding van het kruid l'rena lobata L.*, 
ofschoon die naam volgeus RiDI.EY ook geldt voor 
Mallotus penangensis Jluell.* Wellicht zien de Mal. 
uameu op de var. sumatrana (zie 3417). 

755. Chydenanthus excelsus Miers. (= 
Barringtonia excelsa BI.*). Nat. fam. der 
Myrtaeeae. Bluendeng, Jav.: Emprak, Jav.; 
I.eprak (zie 912), Madoer.; Soiiggom andjing, 
Soend. — Boom. Gebr.: liet hout dient tot brandhout; 
de zaden zijn als geueesmiddcl in gebruik; de gestampte 
bast, bij spijzen gevoegd, zou bedwelming en den dood 
kunnen veroorzaken. 

756. Cibotium glaucescens Kze. (— C. 
barometz J.Sm.*). Nat. fam. der Filices. 

Bar djambe, .Madoer.; Boeloc djambe, Madoer.; 
Dj a m pi, Balin,; P e u a w a r dj a m b e g, Jav.; 1' e u a- 
war djambi, Jlal. — Varensoort. Gebr.: liet bruine 
pluis is als bloedstelpend middel in gebruik. Het heet 
in de apotheek Pili cibotii en oudtijds .\gnus scythicus. 
§) Deze naam, evenals poepoes djambe, meer in de 
inl. geneeskuude gebezigd. 

757. Cicer arietinum L.* -Vat. fam. der 
Leguminosae. Gamet, Soend.; Kara kaprift, 
Jav.; Katjaug gamet, Soend.; K atj ang kapri, 
Jav.; K atj an g poet ih. Mal.; Po long, Jav., Soend.; 
Ra- kara po te, -Madoer. Variëteiten in Jav.: Kara 
audong; K. gadjih; K. pedang; K. wcdoes(?). 
In Madoer.: Ra- ka ra odang; H. bedhoeng. — 
Klimplant, een penlgewas („kikcr"). Gebr.: Deze erwten 
(chick pea, e.) worden op vele plaatsen gekweekt, en 
gekookt gegeten. In het Javaansch heeft men een 
raadsel: „Pitik akeh karane", d. i.: „Een kip heeft 
veel kara", waarvan de oplossing is: „In het bosch 
zijn veel geiten". De pitik is de pitik alas of l)oschkip, 
de kara is de kara wedoes, 

§) Het Jav. woord kara schijnt ook voor peulen 
(zie bij katjang) te worden gebruikt ; zoo vindt men o. a. 
kara loke verklaard door groote of boereuboonen en 
kara pedang door drie dM. lange peulen. 

758. Cinchona sp. div. §) Nat. fam. der 
Rubiaceae. Kina, Vele talen. — Boomen, de 
kina's (koortsb.ist-boomen). Gcbr.: Worden bepaaldelijk 
in de Preanger Regentschappen in het groot gekweekt. 

5) De voornaamste in N.-Indié gekweekte soorten 
zijn: C. Ledgcriana Moens* en C. snccir\ibra Pav.* 

759. Ginnamomum Cassia BI.* Nat. fam. 

der Lauraceae. Kajoe man is t j i n a, Jav. — 
Boom, ccnc kaneclsoort. (iebr.: ts uit China in Indië 
ingevoerd. 

760. C. Culilawan BL* Ai rora, Gorom; 
Ail lawanjo, Xif. N. Laoet; Kaoe lawan, Alf. 
Boer.; Sala'ül, Alf. Z. Cer.; Salakal, Alf. Amb,; 
Wei, -Mf. Har. Z. Cer. — Boom. Gebr.: Ken aftreksel 
van bladen, bast en wortels wordt gedronken tegen 
rheumatismus enz.; vooral de bast geldt als genees- 
krachtig. 

761. C. cyrtopodum Miq.* Koelik manih, 
Minangk.; ^ladang koelik m an i b, ^linangk. — 
Boom. 

762. C. inerS ReinW.* Kajoe lawang. Mal; 
Kajoe manis hoetan. Mal,; Kajoe se n e, Balin.; 
Kajoe tedja, Jav.; Ki teje, Soend.; Koelit la- 
wang. Mal.; Lawang, Mal,, Minangk.; Tedja, 
J.av., Mal.; T'indjo §), Boeg., Makas.; Variëteit in Mal.; 
Tedja d jan tan. — Boom. Gebr.; De bladen en 



Clnnamomum — Cltrullus. 



200 



763 - 784. 



bast nonU'ii bij mcdirijiiiMi ^cviicftil; ilf laiitstc iliciit 
ook jils 9j)t'Ct'rij in nasi kubix-li, «1. i. cfii rijstgcrcfhl 
iiict boter, tjcvogolte, pieren, enz. toeliercid. 

§) Dit is eigenlijk ile nnnni van 't geen l)ij liet 
braudcu van nieroiik fjebruikl worill, want ilc buoni 
komt in Znid-Celcbes niet voor. 

7(>3. C. javanicum BI.' Sintok mcjong, 
Soeiul. — Boom. Gel)r.: liet inint is bij hnisbonw in 
gebruik; de bast is een inlandseli i^eneesrriiddel. 

764. C. Parthenoxylon Mei8sn.* Kajoe 

gadis. Mal.; Kajoe lada, I,.'ini|i., Midd. .Snin.; Ki 
pedcs, Soend.; Ki sereh. Soeinl.; Medang kc- 
maiigi, Mal.; .Salasejan, Madoer.; Selasilian, 
Jav.; Tclasihan, Jav.; Tjinta iiiocla hitani, 
Mal. — Boom. Gebr.: Het hont h zeer dcnpdzaam 
en heeft een nangenanien geur: men maakt er pranwen 
(jn zaagt er planken van. 

765. C. Sintok BI.' Hoeroe si n tok, Soeud.; 
Scutok, MiidüiT.; Sintok, §) Jav. M.al., Socud.; 
Woeroe sintok, Jav. — Boom. Gebr.: l)c bast of 
schors, een soort kaneel, dient, met waroe- en djamboc- 
bladeu tot thee getrokken, als geneesmiddi'1 bij buik- 
aandoeningen, en ook wel tot w:issching van het hoofd. 

§) De Mal. naam sintok wordt op 8um. \V. K. 
ook gegeven aan Laplaeea snl)integerrima Mi(|.* en 
elders aan Lilsea sp. (zie 1986 en ^072). 

766. C. subcuneatum Miq.* Koel ik ma- 

nih toepai, .Minaiigk.; Mailang koelik nianih 
loepai, jlinangk. — Boom. 

767. C. zeylanicum Nees.* Adjoe tje- 

ning, Boeg.: Ajoi' molingo, Goront.; .'\joc t a- 
n i n g, Saleijer : 11 o 1 i m. Bat.; Kadjoe kanjeugal, 
Madoer. S.; Kadjoe kanjengar, Madoer. B., P.; 
Kadjoe manih, Endch; Kadjoe man isa, Bimau.: 
Kajoe legi, Jav.; Kaj oe man is, Jav., Jlal.; K ajoe 
nianis praoe, Balin.; Kajoe tcne, Makas.; Kajoe 
walisoe, Alf. Min.; Kaningoe, Soemba; Ki amis. 
Soend.; Lolon sager. Sas.; 'Ndinga, Mauggarai; 
Pingi kaningoe, .Soemba; Poeöe 'ndinga, 
Maugganii; Wit keniiigar§), Jav. — Kleine boom, 
de Ceylon-kaneclboom, einnamon tree, e., eannellier, 
f., Zimtbauui, d. Gebr.: Kaneel wordt verkregen door 
afsehilfering van de schors, die in dunne ])ijpen in 
den handel wordt gebracht. Bij veelzijdige genees- 
kundige aanwending, wordt o. a. ook van de bladen 
of van afseliraapsel A'an het hout een pa]ije gemaakt, 
dat, met nien vermengd, Ijij hccscbheid kinderen op 
de keel wordt gesmeerd. Verwant aan dezen, is de 
boom die op lorinosa enz. de gewone kamfer (verg. 
No. 1174) geeft, nl. ('. ('amphora Nees.' Trouwens ook 
uit kaueehvortel laat zich deze kamfer deslilleeren. 
§) Ook C. Burmauni BI.' 

76.'!. Cissampelos Pareira L.* Nat. fam. der 

Menispermaceae.A kargasinggasi ngjI.Mal.; 
Akargegasiug§), .Mal.; A r e u j g e u r e n n g b o d a s, 
Soend.; A renj tjamtjaoeh, Soend.; D ad aloë man, 
Balin.; Djanggelan, Jav.; Gasing-ga si ngj), M.il.; 
Gegasing ^), ^lal.; Geureung hodas, Soend.; Si- 
baroengoet, Minangk.; Tjamtjaoeh: Soend. — 
KliiriMiende heesier. Velvet leaf, e. Gebr.: Van de bladen 
wordt door nitpei'sing een tot gelei stollend sap ver- 
kregen, dat na toevoeging van suiker wtd als geneesmiddel 
bij eatarrhen, maar ook als lekkernij gebruikt wordt. 
Anderen nuttigen het sap met zout en geraspte kokosnoot. 
§) Ook Perieampvlus iucanus Miers.* (zie 264.5). 

769. Cissus diehotoma BI. ( - Vitis di- 
chotoma Miq.'). Nat. fam. ibr Ampelida- 

ceae. .^reuj ki-barcra lalakiua, Soeud. — 
Klimmende heester, evenals de volgende soorten van 
dit gesl.acht. 



770. C. (- Vitis*) hastata Miq. Aka ri- 

jang-rijang, Minangk.: .\ k a r abam rijang- 
rijang. Mal.: Arcuj hnrijang, Soend.; Kenop 
merah, Mal. Men. — Gebr.: De zure bladen worden 

gegeten. 

771. C. hirtella BI. (— Vitis geniculata 

Miq.'). .Vrcuj ki-tjaoe, Soend. 

772. C. latifolia Vahl. (— Vitis adnata 
Wall.*). Tali babocni. Mal. Amb.; Walel 
matei, Alf. Z. t'er. 

773. C. mutabilis BI. (— Vitis mutabilis 

Miq.*). .\renj ki-liari'ra, Soenil. 

774. C. nodosa BI. (— Vitis nodosa 

Miq.*). ■'^ renj ki-barera bodas, Soend.; A renj 
ki-barcra boeled, Soenil. 

77Ö. C. papillosa BI. ( = Vitis pubülora 

Miq.*). Areuj ki-baicra t j i>el j n i- k. Snc'iid. 

776. C. pergamacea BI. (— Vitis perga- 

maceaMiq.'). A nuj k i - lia re r:i 1 1- u I i k, Smnd. 

777. C. (,— Vitis') pubiflora Miq. Akar 

oeloe-oeloe, Sum. W . K. 

778. C. pyrrhodasys Miq. Akar tamboe- 
soc, Sum. \V. K. 

779. C. quadrangularis BI. (— Vitis 
quadrangularis Wall.*). Salab hikoi, :\|;il. 

780. C. repeiis Lam. (= Vitis repens 

W^ight & Arn.*). Daoeu bisol, .Mal. .Aiiib.; 
Kak re pel au, Balin.; K at ok, Sa-S.; Kekatoek, Sas.; 
Kaoe iiasoeï. All'. Z. ('er.; Kota-rota, Tern.; 
Samboeng toêlang, Balin.: Walet lotoe-Iotoe, 
Alf. Z. Cer. Gcbi-.; A;ingewend bij jeuking. 

781. C. scariosa BI. (— Vitis coriacea 

Miq.'). .\riuj ki-b;irera gede, Soeud. 

782. C. serrulata Roxb. (= Vitis capreo- 

lata Don.*). Areuj ki-barera leut ik beu- 
re u m. Soend. 

783. C. sp. (= Vitis* sp.). H i k o re u g, Mak.as.; 
La mol o. Boeg. — Klimplaut. Gebr.: De ranken 
worden wel gebezigd om in blad gewikkelde arèn-suiker 

te omwinden. 

784. Citrullus vulgaris Schrad.* Niit. fam. 

der Cucurbitaceae. Balongka (zie 934), Alf. 
Tom.; Barongka, Bol. Mong.; Borahang, .\lf. 
Min. Bant.; Dimoe dana, Sawoe; Dinioeug, Sika; 
Ghocle ug-ghoele ng, Kaug.: Ham aka, .\lf. N. 
O. Halm. K.; Ilamandike, Bat.; Ilarambodja, 
Bat.; Kalambodjo, Minangk.: Kalende, Biman.; 
Kaniandiki, Minangk.; Karambodjo, Minangk.; 
Karamodja, Bat.: Karamoedjo, Lamp. .\b.; 
Katimboe, .\lf. Min. Beul.. Tonsaw.: Katimoe, 
Alf. Min. T. P.; Kelende, Sas.; Klindi, Sa.s.: La- 
moedja. Lamp.; Lamoedjo, Lamp. P.im.: Man- 
dike. Boeg., Makas.; Mandiki, Vuig. Mal.; Jlen- 
dikai, Mal.:Oka bana, Tim.; Pateka Mal. .\nib.. 
Mal. Tim.; Kamoedjo, Lamp. .\b.: Samaka, .Vlf. 
Boer., Halm.. Min. T. B., Z. Cer., Bol. .Mong., Lamp. B. 
.\g., Tern.; Samangka, Madoer., Mal. Men., Soeud.; 
Samangko, Minangk.; Samaraka, N. Guin. .Noemf.; 
Seboe, Kisar: Semaka, .\lf. Miu.T.S.; Semangka, 
Balin. Mal.; Semongka. Jav. Ng.; Sepoe, Kisar; 
Soemangka. Balin.; Soniangka, Madoer.; Ti- 
moe 1, .\lf. Z. Cer.; Tim oen baka, Daj. Kat.; 
Timoen beroek, .Vtjeh.; Timoer, .\lf. Z. Cer.; 
Titimoc dafa. Kotin.; Tjamangka, Banda; M'a- 
tesan, Jav. Kr. Variëteiten in Jav.: Semongka 



Cltrus. 



201 



785 - 787. 



(ljiugf;a of s. griugsiug, mot prooti' witachtigo 
vrucht; Si'moiigka gaiiioug of s. pai)asaii, met 
klcino routli^ vrucht. In Jladocr.; S. kutjor, nicl 
weck vruchtvh'csch; S. il had hoc, luudcsooit; S. arab. 
In Sas.: Kcleutlc boe u ga. In Alt". Miu. Tousaw.: 
Katiniboc sangi. In Alf. Min. T. S.: Saniaka 
wiwang. — Kliinplaut, de watermeloen, (iebr.: De 
vruchten worden gegeten. Bij het vijlen der tanden 
geeft men deze den vorm der pitjes, ü]) Bali 
heeft men een spreekwijze: „Keinong timah koelkoel 
soeniangka", d. i.: „Een looden Iroiu niet een soe- 
niungka tot alarmklok", toege[)ast op iemand, die een 
gnnstig voorkomen heeft, inaar die men sleclits be- 
hoeft te hüoren spreken om dadelijk van hem weg te 
luopcn ; en in het Javaansch een andere : „Sinigar 
semougka", d. i.: „Uoorgesneden worden als seniongka", 
voor iets, dat in twee gelijke dcelcn verdeeld of ge- 
splitst wordt. Semongka is de oplossing van het .ïa- 
vaanschc raadsel : „AVohc adakah witc adikili", d. i.: 
„De vrucht is groot, de plant is klein". 

78.). Citrus sp. O Nat. fam. der Rutaceae. 

.\lgem. benam.: .Vhoesi, Alf. Oei., Z. Cer.: .Viuoesi, 
.\lf. Z. C'er.; .\moeté. Boeg.; .\nggra, N. Gnin. 
Noenif.; .Voesi, .\lf. Z. Ccr.; Asam, Gajo; Delo, 
Kotin.; Ilero, Kotin.; Dima, Nias; Djarik, Soemha; 
Djehock. Baliii. .Semb.; Djeram, .lav. Kr.; üje- 
rik, Soemba; Djcrikoe, Socmba; Dj e roe, Siwoe; 
Ujerock, Balin., Jav. Ng., Mal. Batav., Soend.; 
Djherock, Madocr.; Djoeock, Balin. (grootere 
soorten); Docngga, Binian.; Ekc. Euggano; Ilosi, 
.\If. Boer.; Katoeugga, Binian.; K roe et, .\tjeh; 
Ijclo, Tim.; Lemo, .\lf. Halm., Min. Tonsaw., Boeg., 
Gorout., Makas., Tern.; I, eniun, Mal. Mol.; Lcno, 
Tim.; I. imaue, l)aj. Z. ü. Bom., Lamp., Mal., 
Minangk.; I. imen, Gajo; Li moe, .\lf. Jlin. Bent., 
Tonsaw., Bol. Mong., Goront., Sangi ; Makolona, 
Boeton; Maoesi, Alf. Asil.; M o e d a, Solor ; JI o e d c, 
.Sika; M oen te, Alf. Min., Salcijer; Moentoi, Alf. 
Miu. Ponos.; Moesi, Alf. Z. C'er.; 'Nderoe, Maug- 
garai ; Ngaroe, Endeh; Oente, Bat.; Oesi, Alf. 
Har., Hila; Oesil, Alf. N. Laoct, Sap.; Oetc, Bat.; 
Pingi djerik, Soemba; Poehat, Alf. Boer.; Poe- 
hat poen, Alf. Boer.; Reu o, Tim.; Wama, Alf. 
X. O. Il.ilni. — Boomen, de „citroenen" en derg. 
Gebr.: Wegens de vruchten gekweekt. Doornen van 
citroenen dienen wel tot het doorboren der oorlellen. 
Van iemand, die in menig opzicht boven zijn kampong- 
genooten nitmunt, bijv. van een gegoede, wiens familie 
het armoedig heeft, zegt de Maleier: „Saperti liniaoe 
masak saoelas", d. i.: „.Vis een citroen, waarvan maar 
één vakje rijp is". MaLiniaoei of„ iemand met citroen- 
sap reinigen" is in het Minangkabaoesch ook een 
liguurlijke uitdrukking voor „iemand beschaamd maken", 
terwijl het zichzelf daarmede wasschen wordt aangeduid 
door balimaoe. „N.iar iets watertanden" noemt men 
in deze taal: „Bak mantjalick liinaoe masak", d. i.: 
„Als het zien van rijpe limaoe" (zie ook 793). 

O Kdorders en V.\i,etox (IV, 200) tcekenen aan, 
dat volgens Bk.in'DIS aUe gecultiveerde vormen van 
(.'itrus zijn ont.4taan uit C. Medica L.*, C. .\urantiuni 
L.* en C. deciimana .Murr.* (waarbij andi'reii nog C. 
Hystrix D. C* voegen), doch dat een nailcr onderzoek 
noodig is. 

78(5. C. acida Roxb. (.— C. Medica L.*). 

Ahocsi binsi, Alf. Oei., Z. ('er.; .\hoesi bintji, 
Alf. Oei., Z. Ccr.; A moesi binsi, .\lf. Z. f 'er.; 
Aoesi pipis, .\lf. Z. ('er.; .\sara kedeungsa, 
Gajo; üclo m aki is, Kotin.; Dima adoelo, Nias; 
Djeroc kii, Sawoe; Djeroek alit, Balin.; Dje- 
roek limo, Balin.; Djeroek mipis, .Soend.; Dje- 
roek nipis, ,Iav., .Soend.; Djeroek pctjel, Jav.; 
Djeroek tipis, Vnig. Mal.; Dj hcroek peljel, 



Madocr.; D oengga ' n t j i j a, Biman.; In ta, .\lf. Min. 
Bant., Bent., T. L., T. I'.; Kapoel oengan, Balin.; 
Kedangsa, ^lal., .Vtjeh ; Kelangsa, .VIjeh; Kroeët 
kedaugsa, Atjeh ; K roe et kelangsa, .\tjeh; 
Lemo ape. Boeg.; Lemo djawa, Tern.; Lemo 
kapasa, Makas.; Lemo nipis, Alf. Min. Tonsaw.; 
Lemou nifis. Mal. Mol.; Lcinon nipis, M,il. Mol.; 
Limaoe kastoeri. Mal.; Limaoe katocri, 
Minangk.; Limaoe nipis, Daj. Z. O. Bom., .Mal.; 
Limo, Balin.; Limoe in ta, Alf. Min. Bent.; Li moe 
mauipis, Alf. Min. Bent.; Limoe ni p is, Alf. Min. 
Tonsaw.; Limoe onta. Bol. Jloiig.; Makaniloe, 
(iorom; Makolona nipi, Boeton; .Maoesi nipise, 
All'. Asil.; Moeda keueloe. Solor ; M o e de telong, 
Sika; Mo en te iuta, Alf. Min. Bant., T. L., T. P.; 
Moentc kojawas, Alf. Min. T. B., ï. S.; Mocntc 
kowajas, Alf. Min. T. B., T. S.; Moentoi onta, 
Alf. Min. Ponos.; (Jcutc hapas, Bat.; Oesi uipis, 
.\lf. Har., Hila; Oesi uipise, Alf. Har., Hila; 
Oesil binsi, Alf. N. Laoet, Sap.; Oesil bintji, 
Alf. N. Laoct, Sap.; Oetc hapas. Bat.; Poehat 
emnipi, ,\lf. Boer.; Wama bi oedoe, Alf. N. O. 
Halm.; Wama daboe-daboe, Alf. N. O. Halm. 
Variëteiten in Alf. Z. Cer.: Ahoesi halawan; 
.V moesi halawan; Aoeei halawaii. In Gajo: 
Asam limen kajjas. In Balin.: Djeroek lengis. 
In Bat.: Oe rimo. In Vuig. Jlal.: Djeroek kapas. 
In Soend.; Djeroek lemo of dj. limo; dj. limo 
gede. In Atjeh: Kocjan. In Tern.; Lemo pina- 
gara; 1. tiligila. In Madocr. P. S.: Djh. dlioer- 
gha of Madoer.: Djh. labaj. In Mal. Mol.: Lemoii 
mas; I. tjoci. In Minangk.: Li maoe k anib ie ug; 
1. kapeh. In Mal.: Limaoe kapas: 1. kedangsa 
of kedangsa; I. soesoe. In Bol. Mong.: Limoe 
soeï. In Alf. .\sil. Maoesi halawan e. In Alf. 
Min. T. S.: Moente dedamoed. In Alf. Miu. T. P.; 
Moente komantcs. In Alf. Min. T. L.: Moentc 
menibe. In Alf. Min. T. B.: Moente nanamocr 
of 111. rere. In Alf. Min. Bant.: Moentc nananio. 
In A\{. Miu. Ponos.: Moentoi soei. In A]{. Har., 
Hila: Oesi halawan. In Alf. N. Laoet, Sap.: Oesil 
halawan o. In Alf. N. O. Halm.: Wama o kira. 
In Alf. Boer.: Poehat eflawan. — Boom. Gebr.: 
De vruchten worden wel gegeten bij een benauwd 
gevoel in de maagstreek, dienen verder bij de be- 
reiding van spijzen en zijn ook in gebruik bij het 
wasschen van het hoofdhaar en het insmeren van 
krissen. Op Java worden wel schijfjes der vrucht in 
het bevloeiiugswater van sawah's geworpen om ziekte 
van het rijstgcwas te voorkomen, en worden bast, bladen, 
bloemen, vrucht en wortel samen fijngemalen tot be- 
reiding van een soort boreh. 

7S7. C. Aurantium L.* D c 1 o m a k e ë k, Rotin.; 
Dima sami, Nias; Djarik la ngga, Soemba; Dj c- 
rik langga, Socmba; Djeroe ngaii, Sawoe; Dje- 
roek amis, Soend.; Djeroek djepoen. Mal. Batav.; 
Djeroek keprok, Jav.; T) j eroek Icgi, Jav,; I) j c- 
roek ma nis, Vuig. Mal.; Djeroek tjoetjoek, 
Soend.; Djherock inancs, Madocr.; Djoeoek 
manis, Balin.; Hangkari, Alf. N. O. Halm. K.; 
Kroeët maneh, Atjeh; Lel o mate toe, Tim.; 
Lemo boelaëng, Makas.; Lemo boeritja. Boeg.; 
Lemo kabi, Tern.; Lemo maritja, Makas.; Lemo 
sangkari, Tern.; Lemo tene, Makas.; Lemo 
tjening. Boeg.; Lemo wola, Alf. Min. Tonsaw.; 
Leinon manis. Mal. JIol.; Limaoe manis. Mal.; 
Liniaoe manjih, ^liuangk.; Limaoi^ mis. Lamp. 
Ab.; Limaoe palangan, Daj. Z. O. Bom.; Limoe 
boetaka im bembe. Bol. Jlong.; Limoe manis, 
Alf. Min. Bent.; Limoe nianise, Sangi; Limoe 
moromimit. Bol. Mong.; Limoe wola, Alf. Min. 
Tonsaw.; Makolona patani, Boeton; Moeda 



Gitrus. 



202 



788 - 796. 



kan e 111 i, Solor; iM<icn I e ka kan en, Alf. Min. T. I,.; 
Mo ent f po la, Alf. Min. UiUil.,T. H., T. S.; :Moente 
tonibal, Alf. Min. T. 1'., Mocntoi inuctani, 
Alf. .Min. 1'oncis.; Oosi wokoc, Alf. Har.; 1'oehal 
cniioiü. Alf. Bopi-.; .Sangkari, .\lf. N'. O. llalin.; 
.Sapoi', Kisar; \Va ma u sangkari, Alf. N. O. llaliii. 
Variëteiten in Mal.: Liniaoe wangkang. In .Mal. 
Batav.: Djcrock djcpocn besar; Dj. <lj. kctjil; 
Dj. dj. seilang. In Mal. Mol.; I.cnion inanis 
hcsar; L. in. ketjil. — Boom, de oranje's. (!ebr ; 
De vruchten worden gegeten. 

"SS. c. Aurantium L.* vai. microcarpa. 

Djeroc lemoc, Sauoc; Djcrock Ijaiitcii, Mal. 
Balav.; Djcrock bokor, Jav.; Djcrock koe wek, 
Jav.; Djcrock letcr, .lav.; Djeroek ragi, Hocnd.; 
Djcrock tjina. Vuig. Mal.; Djlicrock tjena, 
Madocr.; Djoeugga, Bat.; Lclo sina, Tim.; lycnio 
oelaweng. Boeg.; I.cmo tjina, Boeg., Makas., 
Tem.; Lemon tjina. Mal. Mol.; Limaoc sanipoc 
rago, Minangk.; Moentesina, Alf. Min.; üentc 
djoengga. Bat?; Octc djoeugga. Bat.; Scniaga, 
B;vlin.; Socmaga, Baliu. — Booin. Gebr.: De vruchten 
worden gegeten. 

789. C. Celebica Koord.* .M oen te in ta- 
loen, .\lf. .Min. T. 1'. — Boom. 

7'JO. C. Crassa Hassk.*. Djeroek hondje, 
Soend. Variëteit in Soend.: J)jerüek hondje gcde. 
— Boom. 

791. C. decumana Murr.* Alioesl wokoe, 

.\lf. Z.Ccr.; Hak moenler, .\tjeh; Dima kasoem- 
bo, Nias; Dima .seboca, N'ias; Djeroe kebaoe, 
Sawoc; Djcrock bali, Jav., Soend.; Djeroek da- 
1 i ni a, .Tav.. Soend.; Djeroek gedc, Soend.; Djc- 
rock goclocng, .lav; Djcrock mana lagi. Vuig. 
Mal.; Djcrock niatjan, .Tav.; Djcrock pandan, 
Soend.; Djcrock po in pel in o es, Vuig. Mal.; Djeroek 
rawa, .Tav.; Djcroeti, Sa.<.; Djhcroek inatjan, 
Madocr.; Djoeock mocntis, Balin.; Djrocugga, 
Balin.; Kasocmba, Alf. Min.; l,clo boko, Tim.; 
Ij cm o kal o e koe. Boeg., Maka,s.; Lcmo lolamo. 
Tem.; Lemo pakasoemba. Boeg., ^lakas.; IjCino 
wak o, ,41f. Min.Tonsaw.; I, cmou karbaoe, .Mal. Mol.; 
Lemon kasoemba. Mal. Mol.; Lemon pouipcl- 
mocs. Mal. Jlid.; Liniaoe hcsar, Mal.; Li m aoe ga- 
dang, .Minangk.; Limaoe goclong, Daj.Z.l). Born.; 
Liniaoe kasoenibo, Minangk.; Tjini aoe kcèociii- 
ba, .Mal.; Limoe kasoemba, Bol. Mong.; Ijinioe 
.soemba; Alf. Min. Bent.; Limoe wako, Alf. Min. 
Tonsaw.; Maocsi kerbo, Alf. Asil.; Moeda belin, 
Solor; Mocnc, Rotin.; Mocnte kasoemba, .\lf. 
Min.; Mocnter, Atjch; Mocn tis, Balin.: Xagiri, 
Atjeh; Ocute godang. Bat,; Ocsi kerbo, Alf. 
Hila; üesil awalo, Alf. N. Laoet, Sap.; (Ictc go- 
dang, Bat.; 1'aka pokor, Kisar.; \V ama i lalamo, 
Alf. N. O. Halm. Variëteiten in Nias: Dima booe. 
In Jav.: Djeroek djamblaiig. In Mal.: Limaoe 
hantoc. In Alf. Min. Tonsaw.: I, e m o wcngemcs. 
In Atjeh.: Moenter kebe; Tjalong. In Minangk.: 
Limaoc gadang me rah; L. g. poet ië h. — Boom, 
de pompelmoes. Shaddock, c. Gebr.: De vruchten worden 
gegeten. In het Javaanseh hecfl iiicn een raadsel; „Djeroek 
moiigsa kara" d. i. ,.i^eii djcrock verslindt kara", niet 
de oplossing: „Een tijger verslindt een geit." De djcrock 
is de djeroek matjan, de kara is de kara wedoes. 

792. C. Medica L.* Ahoesi tahoei, Alf. Z. 
('er.; Djeroek asem, Vuig. Mal.; Djeroek bo- 
dong. Jav.; Djoeock klaujwag, Balin.; Klanj- 
wag, Balin.; Kocjoen, Atjeh; Lcmo kalolo. Boeg., 
Makas.; Lcmo soesoc, Boeg.; Lemon pedang. 
Mal. 'Men.; Liniaoe kabaoc, Minangk.; Limaoe 
kerbaoe. Mal.: Limaoe soendai, Minangk.; 



.Moentc kckemes, .\lf. .Min. T. B.; Moentc pa- 
dang, Alf. Min. T. P.; Moentc toto, Alf. Min. T. 
Ij.; ücutc rocdang. Bat; Ocsi I ahncï, Alf. Har.; 
Octc rocdang. Bat.; Wama jiapaja, .\lf. N. O. 
Halm. \ ariëteiten in Mal. Batav.: Djcrock asem 
bcsar; D. a. ]>aiidjang. — Boom. (iebr.: De citroen 
wordt bier en daar in tuinen gekweekt en incest door 
Europeanen gebruikt. Het hout is zeer fraai, en dient 
wel voor inolcns, stelen enz. 

793. C. Dobilis Lour. (= C. Aurantium 

li,*). Djcrock hidciing, .Soend.; Lcmo saiig- 
galcja, Makaa. Variëteit iu Soend.: Djcrock 
tjo]ilok. — Boom, de mandarijn-oranje. 

794. C. OVata Hassk.* .\hoesi kanaroc, 
Alf. Z. (er.; Lcmo pengedaiii, .\lf. Min. 'I'onsaw.; 
Tyenion soewanggi. Mal. Mol.: liCmoii swanggi, 
Mal. Mol.; Limoe pengcdaïn, .\lf. Min. Tonsaw.; 
Limoe popotoan, .Vlf. Min. Bent.; Limoe popo- 
toccn. Bol. Mong.; Maocsi olac, .\lf .\sil.; Moentc 
popontolcn, Alf. .Min. T. B., T. L., T. P., T. S.; 
Mocnte popotokang, .\lf. Min. Bant.; Mocntoi 
poposocan, .\lf. Min. Ponos.; Ocsi inalamaïto, 
A\(. Har.; Ocsi oloec, Alf. Hila; Ocsil hockoe- 
nalo, Alf. \. Laoet, Sap. — Boom. (icbr.: Het sap 
der vrucht is een geneesmiddel bij koorts enz.; de 
gedroogde vrueht.sehil, als thee gezet en gedronken, 
dient tot hetzelfde doel. 

79.5. C. Papaya Hassk.* Djcrock jiapaja. 
Vuig. Mal.; Lemon popaja. Mal. .Mol.; Limoe 
oeloenau. Bol. Mong. — Boom. ficbr.: Hier en 

daar gekweekt. 

79(;. C.PapedaMiq. (^ C.HystrixD.C.*). 
Ahoesi lepia, .\lf. Z. C'er.; Aiiioesi Icpia, .\lf. 
Z. Cer.; Dima kafalo, Nias; Djeroek poc- 
roct, Jav., .Soend.; Djcrock trengganoe, Jav.; 
Djhcroek lenglang, Madocr.; Djhcroek po rot, 
Madocr.; Djocöek linglaiig, Balin.; Djocöck 
pocroct, Balin.; Lcmo djobatai. Tem.; Lcmo 
poeroe. Boeg., Makas.; Lemon pap eda, Mal. Mol.; 
Lemon papocwa, Jlal. Mol.; Lemon poeroet. 
Mal. Mol.; Lenglang, Madocr.; Limaoe poerocïk, 
Minangk.; Limaoc poeroet. Mal.; Liuglang, 
Balin.; .Maocsi da, Alf. .\sil.; .Moede matang 
boesocr, Sika; Moentc kcrcng, .\lf. Min. T. S.; 
.Mocnte koekocsoc, Alf. Min. T. B.; Mocnte 
poeroe, Alf. Min. T. L.; Mocnte roepoc, .\lf. 
ilin. T. P.; Oente moekocr, Bat.; Oesi ela, Alf. 
Hila; Oesi lapia, Alf. Har.; Oesi lepia, Alf. Har.; 
Ocsil ilalo, Alf. N. Laoet, Sap.: Octc luoekoer, 
Bat.; Pocroct, Balin.; Wama falila, Alf. N. O. 
Halm. Varicteilcn in Boeg.: Lemo goempa. In 
Makas.: Lemo kaïnbang. In Mal. Mol.: Lemon 
ka ui bar. — Boom. Gebr.: De vruchten zijn een 
middel tcgcu het „sl.apen" der ledematen, en het af- 
schrapscl der sehil wordt wel in haarolie gedaan. Bij 
bezweringi'u als anderszins, wa.arvoor sap van C'itrus- 
soortcn wordt aangewend, is het vooral deze soort, 
die men hiertoe bezigt. O]) Sumatra's Westkust wordt 
deze limaoe misbruikt door wanhopige minnaars, als 
iemands liefde voor ccnig meisje niet beantwoord wordt. 
Hij bedenkt dan een middel om haar ongelukkig te 
maken, klimt daartoe midden op den dag in een 
lim. poer. -boom en ]iliikt daarvan een takje, waaraan 
3 of 7 vruchten zitten. Zoo stil mogelijk verwijdert 
hij zicli, licwaart de vruehten tol den avond, wringt 
ze dan uit iu een kommetje en zoekt nu een gelegen- 
heid dat sap aan het meisje te drinken te geven. Bij 
voorkeur neemt hij hiertoe een handlanger en gelukt 
het dezen, dan wordt het meisje na het drinken terstond 
van zinnen (I) en schijnt een paar dagen later geheel 
krankzinnig, zoodat men haar moet binden of opsluiten. 



CItrus — Clitorla. 



203 



797 - 824. 



Na ïiTiiiiiH'ii lijil in ilien tiifsdinil sclili'vi'ii lo zijn, 
hc'i-stflt zij laiigzaiiifrhaud neer. Dciüolijk (ouvciiniiUlcl 
heet aldaar siiljociulai. „Amljcrork pucrort", d. i.: ..Als 
(de schil vaiO djcriirk pocioet", is in lii't .lavaaiisi'li ren 
tiguiirlijki' nitdrnkkina voor ..seriniiicld van voorhoofd". 

7U7. C.pyriformisHassk.* Djoroek kfndi, 

SoiMid.; Djc-roLk pandjaiii;, Mal. liatav. — Boom. 
Oobr.: Ilicr en daar gekHiikt. 

798. C.8p.(sarcodactyli8Sbld.). Dj ir pek 

lan^an, Mal. Batav. — Tudir.: Dr ChineeztMi schrijven 
aan de vrnchl <;cni'cskrai-hlii;i- i'ii;cnsi'haii|ic'n toe. 

799. C. vulgaris Risso (= C. Aurantium 

L.*). Li'iuon ilam. Mal. .Mol.; ücsi nieten, Alf. 
Har.; 1'oehat mitcn, Alf. Boer. — Boom, de bittere 
oranje. Biir.iradiei', fr. 

soo. Claoxylon australe BaiU.* Xat. fam. 

der Euphorbiaceae. I'ci lem in asoe, .\lf. Min. 
T. 1'.; Kawont; kajoe ere, Bonth. — Booniheester. 

SDI. C. indicum Hassk.* Bleketoepoek, 
Jav.; Ilali-ki (zie 212S). Alf. Anib.; Karoetoek, 
Alf. .Min. '1'. B.; Ketoepoek, .Tav.; 1'arake, Bonth.; 
Sitamiioe, Sum. W. K.; Sitopoe, Bat. Mand.; 
Tal i ngkocii, Socnd. — Booniheester. Gebr.: De 
l)laden worden gebruikt om goelei of gekruide saus 
11' niaki'n, en ook als purgeerniiddel. 

SOL' Clausena chrysogyne Miq.* .Vat. fam. 

der Rutaceae. Mirbaoe iiipil, Midd. .Snm. — 
Heester. 

so:!. C. excavata Burm. ' (i o r i u g - g u r i n g. 

Bal.; Manoelidau, .\lf. Min, T. P.; .Sitjerck, 
Minangk.; Soempaga, Bonth.; Tjerek hitam, 
Mal. — Booniheester. Gebr.; De aromatische bladen 
worden wel in toespijs gedaan en daaraan schijnt men 
ei'n voorbehoedende kracht toe te kennen, zoodat men 
ze o. m. met andere bladen op rijstvelden strooit om 
zich een goeden oogst te verzekeren. 

80-t. Clavaria sp. Xat. afd. der Fungi. 

Tjendawan semangkok, Mal. — Paddestoel, een 
soort van „geitebaard". 

so.5 Cleidion javanicum BI.* Xat fam. der 

Euphorbiaceae. B a 1 a m b a n g, .\lf. M iu.Tonsaw.; 
B rus;i n, .lav.; D j i r a k - d j a u a, Jav.: 1) j i r a k-ke bo, 
.Jav.; Tjakarajam, .Tav. ^). — Boom. 
$) De ,!av. namen zijn onzeker. 

80fi. Cleistanthus laevis Hook. f.* Nat. 
fam. dir Euphorbiaceae. Djar;ik pipit, Mal. 

— Boom. 

H07. C. nitidus Hook. f.* Sebasa baloe 
(zie 272, 274 en 1648), Mal.; Sibasa batoc. Mal. 

— Boom. 

808. C. sumatranus Muell. Arg.' lUlim- 

bing rawah, l.:ini]i. -— Bi>nni. 

80'J. Clematis aristata R. Br.* Xat. fam. der 

Ranunculaceae. Kapoegoc mawoero, Alf. 
Min. Bent. — Klimplant, verwant aan „boschrank". 

Mii. C. Lechenaultiana D. C* (= C. 

acuminata D. C.*). Aii-nj ki koeja (zie 32.58), 
.Soend.; Djedjihaii. (I. .lav.; Kapalan fzic 1840), 
Jav. — Klimplant. 

811. Clerodendron calamitosum L.' Xat. 

fam. der VerbenaceaO. Bangka-bangkara 
(zie 3.50.Ï), Boeg.; lioewagang, Makas.; Bowagang, 
Makas.; Keinbang boegang, Soend.; K okotok an, 
Soend.; Papanggil, Mal. \V. Bom.; Pawang 
boenga, ^laI.; Si pan ggic - pan gg i i-, .Minangk. 

— Heester. Gebr.; \U sierplant gekweekt ; hier en 
daar dienende tot verdrijving van kwade geesten. 



812. C. deflexum Wall.* Mdah kerbaoe 
betina, Mal.; Petjah |)erijoek bitam, Mal.; 
Se mbo eng lioetan djantan, .Mal. — Heester. 

813. C. fragrans Vent.* Malate tompal, 

Madoer. P., S.: Malate tompang, .Madoer. B.; 
Melati oetan. Vuig. Mal. — Heester. Gebr.: Als 
sierplant. 

814. C. Horsüeldii Miq.* Kemhanggeni, 
Jav. — Heester. 

815. C. inerme Gaertn.* Ui ring dj en e, 
Makas.; Biring djcne laki, Makas.; Gambir 
laoel, Mal. Mol.; Parijan salojon, Alf. Min. 
Ponos.; Pawang, Jlal.; Tanibara rapo-ra|io, 
Makas. ; T a m p a b o e w a - b o e w a. Boeg. ; \V i r i s a 1 o, 
Boeg.; Wiri salo laï, Boeg. — Heester. Gebr.: 
De bladen zijn een inl. middel tegen wormen, en 
worden jong wel als groente gegeten. 

81fi. C. Minahassae T. etB.* Bauata, Alf. 

.Min. Bant.; Leilem, Alf. Min.; Leileni in asoe, 
Alf. Min. T. L.; Leilem in tal o en, Alf. Min. 
T. P.; Parata, .\lf. Min. Tousaw.; Sajor tatana- 
mau, Mal. Men.; Wanata, Alf. Jlin, Bent. — 
Booniheester. Gebr.; De bladen worden als groente 
gekookt gegeten. Ook in tuinen als sierplant, om di: 
fraaie groote bloemen ; de langwerpige bloemknoppen 
zijn met water gevuld. 

817. C. nutansWall.* Mali-mali boe kit. 

Mal.; Memall boekit, Mal.; Pijanggoe^), Mal. 

— Boomheester. 

fi Ook riophyllum pcltistigina Mi(|.* 

818. C. phyllomega Steud. (=C. macro- 

phyllum BI.*). Kamo daging lalaki, Soend. 

— Heester. 

819. C. Riedelii Oliv.* Sesewanoea r in- 
te k, Alf. Min. T. L. — lliil f heester. 

820. C. serratum Spreng.* var. Wallieliii. 

Kertase, Madoer.; Poedieng riiiibo, Minangk.; 
Sagoenggoe, Jav.; Sauggoegoe, Mal. Batav.; 
Sekang, Balin.; Sengeger, Balin.; Senggoegoe, 
Mal.; Senggoenggoe, Jav.; Siuggoegoe, Balin.; 
Sri goenggoe, Jav. — Booniheester. Gebr.: De 
bladen worden aan hooruvee gegeven, als dit aan 
buikziektc lijdt en fijn gekneusd bij gewrichtspijnen 
wel op de pijnlijke plaatsen gelegd. 

821. C. Villosum BI.* Kasap, Mal.; Petjah 
perijoek babi, Mal.; Sihasoer, Bat.; Sikasap, 
Mal.; Sikasok, Minangk.; Tapak kerbaoe, Mal. 

— Heester. Gebr.; De rnige harige bladen dienen urn 
onreinheden weg te vegen. Daarom zegt de Minang- 
kabaoeër van iets dat geheel op is of van iemand die 
alles verloren heeft: „Bak tjik ajam di hapoeih djo 
daoen sikasok", d. i.; „.\ls kippendrek, die met sikasok- 
bladen is weggeveegd". 

822. C. sp. Bale i tongo, Alf. Min. 'l'onsaw. 

— Ilalfheester. 

822«. Climacandra obovata Miq. (- Ar- 
disia humilis Vahl.*). Nat. fam. der Myrsi- 

naceae. Daoen k i k i r(an). Mal. .\mb.; X an h ei t, 
Alf. Har., Z. ('er. - Heester. 

823. Clitoria cajanifolia Benth.* Xat, fam. 

der Leguminosae. Bclocntas padi. Mal.; 
Koempoet seboesoek. Mal.; Roempoet toeri. 
Mal. — Krni.1. 

824. C. Ternatea L.* Amoet riri, Alf. Min. 
T. P.; Boenga biroe, .Mal. .Mol.; Boenga ke- 
len tit. Mal.; Boenga talang, Makas.; Boenga 
te menraleng, Boeg.; Boenga ti'lang, Mal,; 



Coesmone Cocos. 



204. 



825 - 830. 



Boki iiingottcli', Tirn.; Kalili-ng, Jav.; Kc- 
Icntit njaiiiock, Mul.; Kiiiil)ang tiliiiE, Jav., 
Socnd.; Kciii bhau g borngo tcli'ii!;, Madocr.; 
KcTiibhang boen go tj<-lciig, Maducr. B.; M e n- 
tcloiig, O. Jav.; 1'uotiaiia inngitipi. All'. N. O. 
Halm.; Saja magoctclr, Teru.; Tclaiig, Mal.; 
Tcleng, Balin., Jav., Socnd.; Wocnga tel rug, 
Balin. Varictciteii iu Soend.: Kcmbaug tcleng 
bodas; K. t. l)Oclaoc; K. t. soesocn, (met diibbtlc 
blüiiii). InO.Jav.; Mcntclcug biroo; M.])o(tih. 

— Klimplant. (k'br.: Veel als sicrbloi'in in tuinen. 
Met de blauwe bliienien wordt gebak gekleurd en de 
in water gi'weekte bladen li'gt men (i]i zieke ocigeii 
van kleine kinderen ; het sap uit Je/e bladen heet een 
middel tegen hoest. Ken lange sleep van een kleed 
vergelijkt incn in de Malcische landen met een 
lelang-bloem en heet daar ]iantjoeng telang. 

8!;5. Cnesmone javanica BI.* Nat. fam. der 

Euphorbiaceae. Andoerijan, H:it.; Djala- 
tong kebaoe, I.anip.; Djelatang liadak, Mal.; 
Djelatang gad j ah (':),Mal.;I)j eluta ng kerbaoe, 
Mal.; Djelatang roesa('r), Mal.; Djelatoug ke- 
baoc. Lamp.; Poeloes areuj, Socnd. — Klimplant. 
Gcbr.: l)e bladen verwekken hevige jeukte. 

820. Cnestis ramiflora Griff.* Nat. lam. der 

Connaraoeae. .\kur pudang. Mal.; Sembilat 
111 er ah. Mal.; Sembi lat |>ad ang. Mal.; Sembilat 
papan, Mal.; Semilat merah, Jlal.; Semilat 
pad ang, Mal.; Semi lat pap au. Mal. — Klimmende 
heester. 

827. Coccinia cordifolia Cogn. (= C. 
indica Wight & Am.*). Nat. fam. der Cucur- 

bitaceae. Areuj papasau Socnd.; Papasan, 
Jav., Soend.; Papasang, Makas.; Paspasau, Ualin.; 
Tapasang, Boeg. — Klimplant. Gebr.: De jonge 
bladen worden als groente eu de vruchten gekookt 
gegeten ; de eerste vooral door zoogende vrouwen. 
In het B.alineesch heeft men een spreekwijze: „Nasak 
paspasan", d. i.: ,j(iaar als paspasan", doelende op 
besluiteloosheid of hinken op twee gedachten, daar de 
bladen nooit goed gaar te koken zijn. 

828. C. cordifolia Cogn. (= C. indica 
Wight & Arn.*). var. Wightiana Cogn. 

Areuj pa[)asan lalaki, Soend.; Gcmbolo. ,Iav.; 
Paja jKieh, Balin.; Paja poeöeh, Balin.; P:i])are 
amboeloengan, Balin.; Papasan lalak i, Socnd.; 
Paspasan (zie 2108), Madoer.; Peparc amboe- 
loengan, Balin.; Sarap alas, Jav.; Tjekli, Jav. 

— Klimplant. Gebr.: .Vis de vorige. Bovendien wordt 
de wortel als inlandseh geneesmiddel gebruikt. 

829. Cochlospermum balicum Boerl.* 

Nat. fam. der Bixineae. Kanigara, Balin., Jav.; 
Tjanigara, Balin. — Boom. Gebr.: Wegens de gele 
bloemen gezocht. 

830. Cocos nucifera L.' Nat. fam. der Pal- 
mae. Andjoro, Saleijcr; Bak oer, Atjeh ; Banga, 
Bol. Mong.; Bango, Alf. Jliu. Bant., Sangi ; Banio, 
Nias; Baroebi, Alf. Tom.; Bhocngkana ijor, 
Madoer.; Bhocngkana njijor, Madoer.; Boengo 
lo bongo, Goront,; Bongo, Goront.; Bonol, Siina- 
loer; Daii, Watocb.; Kfok, Enggano ; Enj oe, Daj. 
B.; Enjor, Madoer. B.; Kpok, Enggano ; Uarambir, 
Bat.; Igo, Alf. N. O. Halm., 'I'ern.; Tgo luahatc. 
Tem.; Igono, .\lf. N. W. Halm.; Ijor, .Madoer. B., 
P.; Kabor, Sika; Kajoekoe, Alf. Tom.; Kalapa, 
Jav., Kr., Mal. Mol., .Soeud.; Kaloekoe, Alf. Tom., 
Boeg., Boeton, .Makas.; Karainbic, Minangk.; Kati- 
lambong, Daj. B.; Kelambir, Mal.; Kelapa, 
Mal.; Kelapo. M;il. Bcngk,; Kcpoc we njioe, Sawoe; 



Ketjambil, Jav. Teg.; Klapa, Jav. Kr.; Klendah, 
t>. Jav.; Koe koe r, Socniba ; K ok oe r, .Soeiuba; K rani- 
bcl, Gajo; Kram bil, Jav. Ng.; I. ocwe, .\lf. C'cr.; 
1, oio nijocr. Sas.; Nejoer, Bat.; Ni el, Alf. Z. 
Cer.; N ijoe, Balin.; Nijoec, Minangk.; N ijocr. Mal., 
Sas.; Nijol, Midd. Suin.; N ik wel, .\lf. Z. ('er.; N imel 
ainele, .\lf. Har.; Niinelo, Alf. Anib., Har.; Nio, 
Endeh, Mauggarai; Nioe, Biinau., Goroin ; Ni oei, 
Daj. I.aw., Si.; Nioera, Goroni; Niwe, .\lf. Boer., 
('er.; Niwe poen, Alf. Boer.; Niwel, Alf. .\sil., 
llila, Z. f'er.; Niwcl ai, .\lf. Asil., Hila; .Niwer, 
.\lf. Z. ('er.; Njejong, Kang.: .Njcjor, Madoer.; 
Njieoc, Loeboe; .Njijoei, J.amp. .\b.; Njijoer, 
Mal.; Njijor, Bat., Madoer.; Njioe, Sawoe; Njir, 
.Soembawa; Xjiwi, Lamp. \h., B. .\g.; Njoe, Alf. 
Min. Bent.; Njoeh, Balin.: