(navigation image)
Home American Libraries | Canadian Libraries | Universal Library | Community Texts | Project Gutenberg | Children's Library | Biodiversity Heritage Library | Additional Collections
Search: Advanced Search
Anonymous User (login or join us)
Upload
See other formats

Full text of "Repertorium op de literatuur betreffende de Nederlandsche koloniën, voor zoover zij verspreid is in tijdschriften, periodieken, serie- en mengelwerken"

» 



HANDBOUND 
AT THE 



UNI\ CRSITY OF 
TORONTO PRESS 



REPERTORIUM OP DE LITERATUUR 
BETREFFENDE DE NEDERLANDSGHE KOLONIËN 

1911—1915 



Druk van H. J. VAN DE GARDE & Co., Zalt -Bommel, 



REPERTORIUM 

OP DE 

LITERATUUR 

BETREFFENDE DE 



NEDERLANDSGHE KOLONIËN 

VOOR ZOOVER ZIJ VERSPREID IS IN TIJDSCHRIFTEN 
PERIODIEKEN SERIE- EN MENGELWERKEN 



VIERDE VERVOLG 

(1911-1915) 

MET NAAM- EN ZAAKREGISTERS 

DOOR 

W.J.P.J.SCHALKER en W. C. MULLER 

Hoofdcommies hij het Adjunct-Secretaris Kon. Instituut 

Ministerie van Koloniën T.- L.- en Vk. van Ned.-Indië 




S-QRAVENHAGE 

MARTENUS NIJHOFF 
1917 



Vroeger verscheen: 

HOOYKAAS, J. G. Repertorium op de koloniale literatuur of 
systematische inhouds opgaaf van hetgeen voorkomt over de Kolo- 
niën (beoosten de Kaap) in mengelwerken en tijdschriften van 1595 tot 
1865, uitgegeven in Nederland en zijne overzeesche bezittingen. 1877 
2 deelen 8vo. 1431 blz. in 2 kol. (Uitverkocht) 

HARTMANN, A., Repertorium op de literatuur betreffende de 
Nederlandsche koloniën, voor zoover zij verspreid is in tijdschriften 
en mengelwerken, i. Oost-Indië( 1866— 93), 11. West-Indië (1840— 93) 
met een alphabetisch zaak- en plaatsregister. 1895. 8vo. 513 blz. in 
2 kol. Gld. 7.50 

HARTMANN, A., Repertorium op de literatuur betreffende de 
Nederlandsche koloniën in Oost- en West-Indië, voor zoover zij ver- 
spreid is in tijdschriften en mengelwerken, ie vervolg (1894 — 1900), 
met een alphabetisch zaak- en naamregister. 8vo. 225 blz. in 2 
kol. Gld. 3.75 

HARTMANN, A., Repertorium op de literatuur betreffende de 
Nederlandsche koloniën in Oost- en West-Indië, voor zoover zij ver- 
spreid is in tijdschriften en mengelwerken. 2e vervolg (1901 — 1905), 
met een alphabetisch zaak- en naamregister. 8vo. XVI, 233 blz. in 
2 kol. Gld. 4. — 

SCHALKER, W. J. P. J. en W. C. MULLER, Repertorium op 
de literatuur betreffende de Nederlandsche koloniën in Oost- en 
West-Indië, voor zoover zij verspreid is in tijdschriften en mengel- 
werken. 3e vervolg (1906 — 1910), met zaak- en naamregisters. 8vo. 
XIII, 271 blz. in 2 kol. Gld. 5.— 



0CT181965 



z 



I 



VOORBERICHT. 



De inrichting van dit vierde vervolg op het Repertorium verschilt slechts weinig van 
zijn voorgangers ; alleen kwam het gewenscht voor bij de rubrieken Geschiedenis en Onderwijs 
eene andere indeeling te volgen, zoomede aan de afdeeling Beheer eene rubriek „Indische be- 
weging" toe te voegen. 

Hoewel de samenstellers ernstig naar nauwkeurigheid hebben gestreefd, zullen de raad- 
plegers hier en daar wel onjuistheden ontdekken *). Ook kunnen zich gevallen voordoen dat een 
titel, volgens sommiger deskundig oordeel, is opgenomen bij een rubriek waarin hij niet thuis 
behoort. Vooral met het oog daarop zijn de registers zeer uitvoerig bewerkt, met behulp waar- 
van een schijnbaar verloren onderwerp toch gemakkelijk te vinden is. 

Verder zij er op gewezen dat enkele titels zijn ontleend aan tweedehandsche opgaven, 
waarin de eventueele fouten door ons onbewust zijn overgenomen. 

Ook naar volledigheid is gestreefd, waarvan de groote omvang van dit vervolg, ver- 
geleken bij vorige (welke eveneens een 5-jarig tijdvak omvatten), getuigenis moge afleg- 
gen. Doch niettegenstaande al onze pogingen, geeft het Repertorium nog geen geheel volledig 
beeld van de koloniale literatutu" over het tijdperk 1911 — 1915. 

Zoo verschijnen in Indië eenige tijdschriften gedeeltelijk in de Nederlandsche taal, welke 
wij niet konden raadplegen omdat de Inlandsche redacteuren of uitgevers onze verzoeken om 
geregelde toezending, eenvoudig onbeantwoord lieten. Een ander voorbeeld: Eerst na het af- 
drukken kregen we inzage van N°. 10 van den vierden jaargang van een te Batavia verschij- 
nend veert iendaagsch periodiek „Tijdschrift voor Notarisambt, Venduwezen en Fiskaalrecht" . 
Onze pogingen, om van den inhoud van dat orgaan in een lijst van aanvullingen alsnog melding 
te maken, faalden omdat in de overigens toch zoo rijk voorziene boekerijen van het Depar- 
tement van Koloniën en van het Kon. Instituut voor de Taal-, Land- en Volkenkunde van 
Ned. -Indië en het Indisch Genootschap (om van andere bibliotheken niet te spreken), men 
genoemd periodiek niet aantreft. We wisten zelfs kort geleden niets af van het bestaan van 
genoemd tijdschrift, wat eenigszins verklaarbaar is als men in aanmerking neemt, dat het ook 
niet wordt vermeld in de toch vrijwel volledige opgave van periodieke geschriften in den Regee- 
riags- Almanak voor Ned. -Indië. 

Ten slotte zij nog vermeld dat de samenstellers zich bijna steeds hebben veroorloofd de 
vele titels welke in vereenvoudigde spelling waren gesteld, over te brengen in die van De Vries 
en te Winkel. 

Den Haag, 15 December 1916. 

W. J. P. J. SCHALKER. 

W. C. MULLER 



*) De door ons zeU opgemerkte fouten, vindt men aan het slot vermeld. 



INHOUD. 



Blz. 

Voorbericht vn 

Inhoud IX 

Lijst der afkortingen van tijdschriften xm 

Aanvullingen Oost-Indië 321 

Naamregister 324 

Zaakregister 352 

Verbeteringen 377 



OOST-INDIE. 

EERSTE AFDEELING. 

Land- en Volkenkunde. 

1 Aardrijkskunde. — Reis- en onderzoekingstochten. — Algemeene beschrijvingen 1 

o. De Indische Archipel I 

6. Java en Madoera 3 

c. De Kleine Soenda-eilanden (Timor-Archipel) 6 

d. Sumatra en omliggende eilanden 7 

c. Borneo 9 

/. Celebes 11 

g. de Moluksche Archipel 13 

h. Nieuw-Guinea 13 

IL Natuurkundige beschrijving 17 

a. Natuurwetenschappelijke onderzoekingen en waarnemingen. — Meteorologie. 

— Klimatologie 17 

b. Gezondheidsleer. — Geneeskunde. — Ziekten 21 

c. Geologie, Palaeontologie, Mineralogie. — Vulkanen en vulkanische verschijn- 
selen 36 

1. De Indische Archipel 36 

2. Java 37 

3. Sumatra en omliggende eüanden 39 

4. Borneo 41 

5. Celebes 41 

6. De Kleine Soenda-eilanden (Timor-Archipel) 42 

7. Molukken en Nieuw-Guinea 43 

d. Plantenrijk 44 

1. In het algemeen 44 

2. Plantenziekten en plagen 52 

e. Dierenrijk 58 

III. Volksbeschrijving 68 

o. Bevolkingscijfers. — Maatschappelijke en zedelijke toestand 68 

b. Anthropologie. — Ethnographie 71 



INHOUD. 



Blz. 

1. De Indische Archipel 71 

2. Java en Madoera 73 

3. De Kleine Soenda-eüanden 75 

1. Bali en Lombok 75 

2. Timox-Archipel 75 

4. Sumatra en omliggende eilanden 76 

5. Borneo 78 

6. Cdebes 80 

7. De Moluksche Archipel 80 

8. Nieuw-Guinea 82 

IV. Vreemde Oosterlingen 85 

V. De Islam en andere Oostersché godsdiensten 87 

VI. Taal- en Letterkunde 89 

o. In 't algemeen 89 

b. Maleische taal 90 

c. Talen van Java en Bali 91 

d. Diverse talen en dialecten 94 

VIL Oudheden en inscripties 96 

Vm. Wetenschappelijke instellingen 100 

IX. Drukpers en Bibliographie 102 

TW^EEDE AFDEELING. 

Geschiedenis. 

L Algemeen. — Archieven. — Genealogie 106 

IL De Indische Archipel 107 

a. In 't algemeen 107 

b. Java en Madoera 109 

c. Sumatra en omliggende eilanden 110 

d. Kleine Soenda-eilanden 111 

e. Borneo en Celebes 111 

/. De Molukken, enz. — Nieuw-Guinea 112 

TTT. Voormalige Nederlandsche bezittingen in Azië en Amerika 112 

rV. Levensbeschrijvingen en Personalia 114 

DERDE AFDEELING. 

Beheer. 

L Het beheer in het algemeen. — Koloniaal stelsel. — De Indische beweging 129 

n. Opperbestuur in Nederland en Hooge Regeering in Indiè. — Collegiën en Depar- 
tementen van Algemeen Bestuur 137 

m. Gewestelijk en Plaatselijk Bestuur 139 

o. Europeesch bestuur 139 

1. Organisatie 139 

2. Personeel. — Opleiding en benoembaarheid van ambtenaren 143 

b. Inlandsch Bestuur. — Inlandsche ambtenaren 147 

IV. Betrekkingen met Vreemde Mogendheden. — Internationale vraagstukken 149 

\ V. Betrekkingen met Inlandsche Vorsten en Volken. — Contracten 151 

VL Wetgeving en Rechtswezen 155 

o. In het algemeen 155 

6. Burgerlijk R^cht. — Rechtstoestand der Inlandsche Christenen en der 

Vreemde Oosterlingen. — Handelsrccht 156 

c. Inlandsch en Mohammedaansch Recht 159 



INHOUD. XI 



Blz. 

d. Militair Recht en Militaire Rechtspraak 160 

e. Strafrecht. — Gevangeniswezen 160 

/. De Rechterlijke Macht 162 

g. Pohtie 163 

VII. Financiën 164 

o. In het algemeen. — Comptabiliteit 164 

b. Belastingen en Rechten 165 

1. In het algemeen 165 

2. In- en Uitvoerrechten en Accijnzen 166 

3. Landrente 166 

4. Heerendiensten 166 

c. Opiumrcgie. — Het zoutmiddel. — Pandhuisdienst 167 

VUL Krijgswezen 168 

a. In het algemeen (Land- en Zeemacht). — Verdedigingsstelsel 168 

6. Landmacht 170 

1. Lsgerbcstuur. — Organisatie. — Aanvulling 170 

2. Generale Staf en Intendance. — Militaire Administratie en Troepen- 
verpleging 173 

3. Miütair Onderwijs. — Militaire Voorschriften en Reglementen 174 

4. Taktiek en Versterkingskunst .- . . . 177 

5. Technische Onderwerpen. — Het Materieel. — Bewapening. — Ver- 

scheidenheden 179 

c. Zeem.acht 182 

IX Geneeskundige Dienst. — Geneeskundige Inrichtingen 185 

X. Geo- en Topographische Dienst. — Hydrographie. — Kadaster 187 

VIERDE AFDEELLNG. 

Economische onderwerpen. 

I. In het algemeen 188 

IL Kolonisatie en Landverhuizing . — Dienst- en Werkcontracten. — Slavernij 191 

III. Agrarisch Recht ■ 194 

rV. Landbouw en Nijverheid 196 

a. In het algemeen. — Inlandsche Landbouw. — Rijstteelt 196 

; 6. Teelt van producten voor de Europeesche markt. — De particuliere land- 

bouw-industrie .* 202 

1. In het algemeen 202 

2. Koffiecultimr 203 

3. Suikerindustrie 205 

a. In het algemeen 205 

h. SuikeiTietcultuur 207 

c. Suikerfabricage 210 

d. Suikerhandel. — Suikermarkt 219 

4. Tabak. — Thee. — Specerijen. — Cacao 219 

5. Kina. — Kinamarkt 225 

6. Getah-pertjah. — Caoutchouc 227 

6. Diverse Cultures en Cultuurgewassen 233 

d. Boschwezen en Houtteelt 238 

1. In het algemeen 238 

2. Boschproducten 245 

e. Europeesche Fabrieks- en Inlandsche Handwerks- en Kunstnijverheid . . . 246 

/. Mijnbouw. — Mijnrecht 250 

g. Vee- en Paardenstapel. — Het Remonte vraagstuk. — Veeartsenij. — Jacht 

en Visscherij 252 

V. Handel en Scheepvaart. — Productenveilingen 259 



xn INHOUD. 



Blz. 

VL Munt-, Bank- en Credietwezen. — IJkwezen 262 

Vn. Waterstaat en Openbare Werken 265 

a. Personeel -s • . . 265 

6. Openbare Werken 266 

c. Irrigatie en Waterrecht 269 

d. Drinkwatervoorziening 272 

e. Bouwkunst 273 

VUL Communicatie- en Transportmiddelen 274 

a. In het algemeen 274 

h. Post-, Telegraaf- en Telephoondiensten. — Stoomvaart 275 

c. Spoor- en tramwegen : 278 

IX. Onderwijs 283 

o. Personeel 283 

h. Onderwijs in Indië 284 

c. Speciaal (vak-) onderwijs 292 

d. Onderwijs in Europa 294 

X. Kerk en Zending 296 

a. De Indische Archipel 296 

h. Java en Madoera 301 

c. Sumatra en omliggende eUanden 303 

d. Borneo en Celebes 305 

e. Kleine Soenda-eUanden. — Molukken. — Nieuw-Guinea 306 

XI. Liefdadige Instellingen. — Fondsen en V ereenigingen 308 



WEST-INDIE. 

L Land- en Volkenkunde 311 

a. De West-Indische Bezittingen in het algemeen 311 

6. Suriname 311 

c. De West-Lidische eilanden 313 

IL Geschiedenis. — Levensbeschrijvingen. — Personalia 313 

III. Beheer en economische toestand 314 

IV. Kolonisatie en emigratie. — Het arbeidersvraagstuk 315 

V. Landbouw en nijverheid. — Cvltuurfroducten. — Boschwezen 315 

o. Suriname 315 

b. de West-Indische eUanden 318 

VL Mijnbouw. — Handel en Scheepvaart. — Spoorwegen 319 

VIL Onderwijs. — Kerk en Zending. — Liefdadige instellingen 320 



1 



ALPHABETISGHE LIJST 

DER AFKORTINGEN VAN DE TIJDSCHRIFTEN, WELKE IN HET REPERTORIUM 
VEELVULDIG ALS BRON WORDEN GENOEMD, MET VERMELDING HUNNER 

VOLLEDIGE TITELS i). 



Allg. M. Z 

Ann. J. B. 

Arch. S .1. N. I. .... 

B. H. St. Gen 

Ber. Rhein. Miss 

Ber. St. Claverbond . . . 

Ber. Utr. Zend 

Btdl.Ass. Plant. Caovtch. 
Bvll. Dép. Agr. I. N. 
BuU. Jard. Bot 

Buil. Kol. 3Ius 

D. Kolomcdblatt 

D. Kolonialzeitung .... 

Econ 

Svang. Miss. Mag. 

G. T. N. I. 

Geogr. Journal 

/. G 

/. M. T 

Ind. Bouwk. T 

Ind. Merc 

Ind. T. V. P. en T. .. 
Ind. T. V. S. en T. .. 
Ind. Vereen. Voordr. en 

Meded 

Jaarb. K. Ak. v. Wet. 
Jaarverst. Topogr. Dienst 

Janus 

Jb. Geol. Mijnb. Gen. . . 

Jb. M. N. I. 

Jb. Mijnb. Ver 

Journ. Anthr. Inst. . . . 

Journ. Ceylon Branch R. 

A. S 

Journ. D. B. U 

Journ. Str. Br. R. A. S. 
Kol. Monatsblatter 



Allgemeine Missionszeitschrift. 
Annales du Jardin Botanique de Buitenzorg. 
Archief voor de Suikerindustrie in Ned.-Indië. 
Bijlagen van de Handelingen der Staten-Generaal. 
Berichte der Rheinischen Missionsgesellschaft. 
Berichten uit Ned. Oost-Indië voor de leden van den St. Claver bond- 
Berichten der Utrechtsche Zendingsvereeniging. 
Bulletin de l'Association des Planteurs de Caoutchouc. 
Bulletin du Département de l'Agriculture aux Indes Néerlandaises. 
Département de l'Agiiculture etc. Bulletin der Jardin Botanique 

de Buitenzorg. 
Bulletin van het Koloniaal Museum te Haarlem. 
Deutsches Kolonialblatt. 
Deutsche Kolonialzeitung. 
De Economist. 

Evangelisches Missions Magazin. 
Geneeskundig Tijdschi'ift voor Ned.-Indië. 
The Geographical Journal. London. 
De Indische Gids. 
Indisch Militair Tijdschrift. 
Indisch Bouwkundig Tijdsclirift. 
De Indische Mercuur. 

Indisch Tijdschrift voor Post en Telegraphie. 
Indisch Tijdschrift voor Spoor- en Tramwegwezen. 
Indische Vereeniging. Voordrachten en Mededeelingcn. 

Jaarboek van de Koninklijke Akademie van Wetenschappen. 
Jaarverslag van den Topographischen Dienst in Ned.-Indië. 
Janus. Archives internat ionales pour l'histoire de la médecine, etc. 
Jaarboek van het Geologisch Mijnbouwkundig Genootschap voor 

Nederland en Koloniën. 
Jaarboek van het Mijnwezen in Ned. Oost-Indië. 
Jaarboek van de Mijnbouwkimdige Vereeniging te Delft. 
The Journal of the Anthropological Institute of Great Britain and 

Ireland. 
Journal of the Ceylon Bra/ich of the Royal Asiatic Society. 

Journal of the Dutch Bmger Union. 
Journal of the Straits Branch of the Royal Aziatic Society. 
Koloniale Monatsblatter. Zeitschrift für Kolonialpolitik, Kolonial- 
recht und Kolonialwirtschaft. 



1) De tijdschriften waarvan de titels zoodanig zijn afgekort dat onmiddellijk er uit blijkt wat be- 
doeld wordt zijn in deze lijst echter niet opgenomen. 



HV 



LIJST DER AFKORTINGEN VAN TIJDSCHRIFTEN. 



Kol. Rundschau 

Kol. Tijdschr 

Kol. Weekbl 

Korte Berichten 

M. N. Z. O. 

Maandber. N. Z. O. 

Man 

Jled. Afd. Plantenziekten 

Med. Agric. Chem. Lab. 

Med. Cvltuurtuin 

Med. Ene. Bureau .... 

Med. Labor. v. Agrogeol. 

Med. over Rïtbber 

Mitt. D. Schutzgeb 

N. B. G. 

N. T. N. I 

Ned. Zeewezen 

Notes Leyden Mus. . . . 
Org. Ind. Krijgsk. Ver. 

Org. N. Z. V 

Org. Ned. Ver. Krijgsw. 
Otïdh. Verslag/ 

Peterm. Mitt 

Philipp. Journ. of Scien- 
ce 

Plantage- Hygiëne 

Praeadviezen Int. Rub- 
bercongres 

R. in N. I 

jR. Zending 

Rapp. Oudh. Dienst . . 

Samnd. Geol. Mus 

Sarawak Mus. Journ. 
T. A. O 

T. B. B 

T. B. G 

T. Econ. Geogr 

T. N. L. N. I 

T. V. P. T. en Telefoon- 
dienst in N. I 

Teysm 

Theos. Maandbl 



Koloniale Rundschau. Monatschrift für die Interessen unserer 
Schutzg?biete. 

Koloniaal Tijd.schrift. Uitgegeven door de Vereeniging van Ambte- 
naren bij het Binnenl. Bestuur in N3d.-Indië. 

Koloniaal Weekblad. Orgaan der „Vereeniging Oost en West". 

Korte Berichten voor Landbouw, Nijverheid en Handel. Uitge- 
geven door het Departement van Landbouw, enz. te Buitenzorg. 

Mededeelingen van we ge het Neder landsche Zendelinggenootschap. 

Maandberichten van het Nederlandsche Zendelinggenootschap. 

Man. A monthly Record of anthropological Science. 

Departement van Landbouw, Nijverheid en Handel Mededeelingen 
van de Afdeeling Plantenziekten. 

Departement van Landbouw, Nijverheid en Handel. Mededeelingen 
het Agricultuur-Chemisch Laboratorium. 

Departement van Landbouw, Nijverheid en Handel. Mededeelin- 
gen uit den Cultuurtuin (te Buitenzorg). 

Mededeelingen van het Bureau voor de Bestuurszaken der Buiten- 
bezittingen, bewerkt door het Encyclopaedisch Bureau. 

Departement van Landbouw, Nijverheid en Handel. Mededeelin- 
gen van het Laboratorium voor Agrogeologie en Grondonderzoek. 

Departement van Landbouw, Nijverheid en Handel. Mededeelin- 
gen over Rubber. 

Mitteilungen aus den Deutschen Schutzgebieten. 

Notulen der Vergaderingen van het Bataviaasch Genootschap van 
Kunsten en Wetenschappen. 

Natuurkundig Tijdschrift voor Nederl. -Indië. 

Tijdschrift van de Vereeniging het Nederlandsche Zeewezen. 

Notes from the Leyden Museum. 

Orgaan der Indische Krijgskundige Vereeniging. 

Orgaan der Nederlandsche Zendirgsvereenigirg' 

Orgaan der Vereeniging tot beoefening van de Krijgswetenschap. 

Oudheidkundige Dienst in Nederlandsch-Indië. Oudheidkundige 
Verslagen. 

Dr. A. Petermann's geographische Mitteüungen. 

The Phüippine Journal of Science. Section A. Chemical and geologi- 
cal Sciences. B. Tropical Medicine. C. Botany. D. General Biolo- 
gy, Ethnology and Antlrropology. 

Plantage -Hygiëne ten behoeve van Landbouw ondernemingen in 
Ned. -Indië. Batavia, 1914. 

Praeadviezen Internationaal Rubbercongres, Batavia 7 — 12 Sep- 
tember 1914. 

Het Recht in Nederlandsch-Lidië. 

De Rijnsche Zending. 

Rapporten van den Oudheidkundigen Dienst in Nederlandsch-Indië 

Sammlungen des geologischen Reischmuseums in Leiden. 

Sarawak Museum Joiunal. Issued by the Sarawak Museum. 

Tijdschrift van het Kon. Nederlandsch Aardrijkskundig Genoot- 
schap. 

Tijdschrift voor het Binnenlandsch Bestuur. 

Tijdschrift voor Indische Taal. Land- en Volkenkunde, uitgegeven 
door het Bataviaasch Genootschap van K. en W. 

Tijdschrift voor Economische Geographie. 

Tijdschrift voor Nijverheid en Landbouw in NederL -Indië. 

Tijdschrift voor den Post-, Telegraaf- en Telefoondienst in Nederl - 
Indië. 

Teysmannia. 

Theosophisch Maandblad voor Ned. -Indië. 



LIJST DER AFKORTINGEN VAN TIJDSCHRIITEN. 



XT 



Trop. Nat. 

Tijdschr. Ivl. Gen. . . . 

F. Ind. Gen 

Veeartsenijk. BI 

Verê,. Marine-Ver 

Verh. Bat. Gen. 

Verh. Kon. Magn. en 

Meteor. Observ. 

Verh. Geol. Mijnb. Gen. 

Mijnb. Serie 

Verh. Geol. Mijnb. Gen. 

Geologische Serie 

Versl. Geol. Sectie. Geol. 

Mijnb. Gen 

Verh. K. Ah v. Wet. Eer- 
ste Sectie 

Verh. K. Ah. v. Wet. 

Tweede Sectie 

Verh. K. Ah v. Wet. afd. 

Letterkunde 

Versl. V. Ah v. Wet. afd. 

Wis- en Natuurk. . . . 
Versl. en Med. K. Ah v. 

Wet. afd. Letterkunde. 
Versl. Alg. Ned. Zend. 

Conferentie 

Voordr. Kol. Landb. 

Tent. Deventer 

Voordr. Ned. Kol. Onder- 

w. Gen 

Vr. d. Tijds 

Vr. V. d. Dag 

Waterst. Ing 

Z. /. Ethnologie 

Z. Gesellsch. Erdk 

Zool. Meded 



De Tropische Natuur. Orgaan der Natuurhistorische Vereeniging in 
Ned. -Indië. 

Tijdschrift voor Inlandsche Geneeskundigen. 

Verslagen der Vergadering van het Indisch Genootschap. 

Vee artsenij kundige Bladen voor Ned. -Indië. 

Verslagen der Vergaderingen van de Marine -Vereeniging. 

Verhandelingen van het Bataviaasch Genootschap van K. en W. 

Verhandelingen van het Kon. Magnetisch en Meteorologisch Ob- 
servatorium te Batavia. 

Verhandelingen van het Geologisch-Mijnbouwkundig Genootschap 
voor Nederland en Koloniën. Mijnbouwkundige Serie. 

Verhandelirgen van het GeologLsch-Mijnbou^^kundig Genootschap 
voor Nederland en Koloniën. Geologische Serie. 

Verslagen der Geologische Sectie van het Geologisch-Mijnbouwkun- 
dig Genootschap voor Nederland en Koloniën. 

Verhandelingen der Koninklijke Akademie van Wetenschappen. 



Eerste Sectie 
Verhandelingen der 

Tweede Sectie. 
Verhandelingen der 



Koninklijke Akademie van Wetenschappen. 



Koninklijke Akademie van Wetenschappen. 
Afdeehrg Letterkunde. 

Verslagen van de gewone Vergaderingen der Wis- en Natuurkundi- 
dige AfdeeUrg van de Koninklijke Akademie van Wetenschappen. 

Verslagen en Mededeelingen der Koninklijke Akademie van Weten- 
schappen. Afdeeüng Letterkunde. 

Verslagen der Algemeene Nederlandsche Zendings Conferenties. 

Voordrachten over Koloniale onderwerpen gehouden ter gelegen- 
heid van de Koloniale Landbouwtentoonstelling te Deventer. 
Deventer, 1913. 

Nederlandsch Onderwijzers Genootschap. Cursorische voordrach- 
ten over de Nederlandsche Koloniën. Eerste reeks. 

Vragen des Tijds. 

Vragen van den Dag. 

De Waterstaats-Ingenieur. -Orgaan der Vereeniging van Water- 
staats-Ingenieurs in N. O. Indië. 

Zeitschrift für Ethnologie. 

Zeitschrift der GeseUschaft für Erdkunde zu Berlin. 

Zoölogische Mededeelingen, uitgegeven van wege 's Rijks Museum 
van Natuurlijke Historie te Leiden. 



OOST-INDIÈ. 



EERSTE AFDEELING. 



LAJiD- EN VOLKENKUNDE. 



I. AARDRIJKSKUNDE. — REIS- EN ONDERZOEKINGSTOCHTEN. — 
ALGEMEENE BESCHRIJVINGEN. 



a. De Indische Archipel. 

JuKius. De natuurlijke rijkdom van Ned.- 
Indië. Voordracht. — Orgaan N. -I. Vereenig. 
V. Handdsgeëmployeerden. 2 (1910 — 11), 69. 

Mededeelingen over Nederlandsche onder- 
zoekingstochten in onze koloniën. — T. A. G. 
1911, 119, 315. 

Berichten omtrent vreemde onderzoekers 
in onze koloniën. — T. A. G. 1911, 127, 322. 

VoLZ (Dr. W.). Ausrüstung und Reise- 
praxis. Erfahrungen auf Forschungsreisen in 
Niederlandisch Ost-Indien. — T. A. G. 1911, 
247. 

Voor drie jaren naar de Oost, door Z. AI. 
ill. — Ned. Zeewezen. 1911, 6, 87, 136, 167, 
197, 228, 244, 278, 291, 309, 324, 370; 1912, 5, 
23, 37, 50, 150, 167. 

NiERMEYEE (J. F.). Barrière -rifien en atol- 
len in de Oost-Indiese Archipel. M. k. — 
T. A. G. 1911, 877; 1912, 64, 225. — Over- 
zicht, door G. VAN Heteren. — Marineblad. 
26 (1911—12), 671. 

Elbert (Dr. J. ). Die wissenschaftlichen Er- 
gebnisse der Sunda-Expedition. — Jahresbe- 
richt d. Frankfurter Vereins f. Geogr. u. Statis- 
tik. 1910-11 — 1911-12, bl. 1. 

Taijern (O. D.). Kulturbilder aus dem 
östlichen malaiischen Archipel auf Grund ei- 



gener Reisen. — Jahrbtichd. stddtischen Muse- 
ums f. Völkerk. zuLeifzig. 5 (1911 — 12), 174, 

Rijckbvorsel (L. van). Eerste indrukken 
van Nederlandsch-Indië. — Kath. Missiën. 
37 (1911—12), 56. 

Niermeyer (J. f.). Over barrière -riffen in 
den Oost-Indischen Archipel — Handelingen 
Xlle Ned. Nat. en Geneesk. Congres. 1911,368. 

VoLZ (Prof. Dr. W.). Südost-Asien bei 
PTOLEMaus. — Geogr. Zeiischrift. 17 (1911), 
31. — Beoordeeling door Prof. Dr. H. Kern. 
— T. A. G. 1911, 522. — Antwoord van Prof. 
VoLZ. — Ihid. 1912, 66. — Naschrift van 
Prof. Kern. — Ibid. 1912, 70. 

Eerde (J. C. van). Bespreking van: „D. 
VAN HiNLOOPEN Labberton. Geïllustreerd 
handboek van Insulinde. 1910". — T. A. G. 
1911, 679. 

Staal (J. J.). Een en ander uit het jaarver- 
slag van den topographischen dienst in Ned. - 
Indië over 1910. — T. A. G. 1911, 954. 

Deventer (Mr. C. Th. van). Van West en 
Oost. (Naar aanleiding van „Gegevens be- 
trefifende Suriname", en vooral van „D. van 
HiNLOOPEN Labberton. Geïllustreerd Hand- 
boek van Insulinde"). — Gids. 1911,1,548. 

Vink (W. C. A.). Hydrografische onderzoe- 
kingen in de Java-zee. — Meded. Visscherij- 
Station Batavia. N°. IX (1912), 17. 



AARDRIJKSKUNDE enz. — JAVA EN MADOERA. 



Bosboom (H.). Bespreking van: „Neerlands 
Indië. Land en Volk. Geschiedenis, Bestuur, 
Bedrijf en Samenleving. Onder leiding van 
H. COLIJN". — /. O. 1912, 1, 544; II, 1116, 
1264. 

Een oordeel van Fransche zijde over Ne- 
derlandsch -Indië en over de Franschen op 
Java, door H. (Naar aanleiding van een arti- 
kel van De Saint Sauat;ur in „Bulletin de 
Géogr. Commerciale de Paris"). — T. N. L. 
N. I. 85 (1912), 171. 

CoLLET (L. W.). L'Océan Indien d'après 
Sir John Murbay. — La Géographie. 24 
(1912), 117. 

NiEBMEUER (Prof. J. F. ). Bespreking van : 
„Indië in beeld, door H. F. Wagenaab Rei- 
sigeb". (Ontleend aan „De Kampioen'''). — 
T. B. B. 42 (1912), 61. 

Economische géographie in Nederland en 
de Koloniën. Een terugblik op de laatste ja- 
ren, door de Redactie. — T. Econ. Geogr. 
1912, 1. 

VoLZ (W.). Der malaiische Archipel. Bau 
und Zusammenhang mit Asien. M. k. — Sit- 
zungsber. Phys.-Med. Soz. Erlangen. 4A (1912), 

178. 

Abbamowski. InsuHnde. Erinnerungen an 
Niederlandisch -Indien. — Jahresber. Verein. 
f. Erdkunde Metz. 27 (1908—11), 36. 

Iets omtrent de verdere opneming van den 
Oost-Indischen Archipel, door * * *. — Ma- 
rineblad. 26 (1911—12), 10. 

Ltttmes (J.). Het gebruik der theodoliet en 
de verstrekking van instrumenten aan boord 
der opnemingRvaartuigen in Ned. Oost-Indië. 
— Marineblad. 26 (1911—12), 586. 

WiCHMANN (A.). Over de zoogenaamde 
atollen van den Oost-Indischen Archipel. — 
Versl. V. K. A. v. W. afd. Wis- en Nat. XX 
(2e ged.). Juni 1912, 641. 

BoLLiNQ (Fb.). Oost -Indisch reisboek. 
Uit het Deensch vertaald door Mej. Joh. 
VisscHEB. — Bijdr. Kon. Inst. 68 (1913), 
291. 

BïTMA (C. W. A.). Een bootreis in Grootcr 



Indië (n.1. in den Oostdijken Archipel). — 
/. G. 1913, I, 597. 

RiNNE (Prof. Dr. F.). Reisebüder aus Java 
und Celebes. M. k. en ill. — Mitteilungen d. 
Ge-sellsch. f. Erdkunde zu Leipzig f. d. Jahr 
1913, 99. 

NiERMEYEB (J. F.). Atollen en barrière- 
riffen in de Oost-Indiese Archipel. Een ant- 
woord, en een opwekking tot onderzoek. — 
T. A. G. 1912, 623. 

KooBDEES (Dr. S. H. ). Vooruitgang op het 
gebied van natuurbescherming tot behoud 
van natuurmoniunenten in Nederl. -Indië. — 
Weekbl. v. Indië. 10 (1913— 14), 727. — 5an- 
dera Wolanda. 1913, N°. 140—143. 

Sachse. Eenige wenken voor exploreerende 
officieren. — /. Jil. T. 1913, I, 382. 

Meijier ( J. e. de). Een vacantiereis naar 
Nederlandsch-Indië. — /. G. 1913, II, 978. 

WiNG Easton (N.). Bespreking van: „Dr. 
J. Elbebt. Die Sunda-Expedition. Festschrift 
des Vereins für Geogr. und Statistik zu Frank- 
furt a/M. Bd. II." — T. A. G. 1913, 383. — 
Bespreking door H. B. — /. G. 1913, I, 253. 

Kate (Dr. H. F. C. ten). Schilder-teeke- 
naars in Nederlandsch Oost- en West -Indië en 
hun beteekenis voor de land- en volkenkunde. 
M. ill. — Bijdr. Kon. Inst. 67 (1913), 441. 

SoMEYA (N.). On Java and Simiatra. (Ja- 
pansche tekst). 31. ill. — Journal of Geogra- 
phy Tokio. 25 (1913), 81, 177. 

De Koloniaal Aardrijkskundige Tentoon- 
stelling (te Amsterdam, uitgaande van het 
Kon. Ned. Aardr. Genootschap), door J. H. 
F. — Indologenbl. 5 (1913—14), 9. — Zie 
ook: Ind. Merc. 1913, 793. 

KiELSTBA (Mr. R. E.). De koloniaal-aard- 
rijkskundige tentoonstelling te Amsterdam 
van 20 Sept.— 31 Oct. 1913. — T. Econ. 
Geogr. 1913, 368. 

Bespreking van het jaarversl. van den To- 
pographischen Dienst in Ned. -Indië over 
1912, door E. — T. A. G. 1914, 114. 

Blink (Dr. H.). Nederlandsch Oost-ïndië 



AARDRIJKSKUNDE enz. — JAVA EN MADOERA. 



als productie- en handelsgebied. Een econo- 
misch-geographische studie van het heden en 
de ontwikkeling gedurende de laatste eeuw. 
M. ill. — T. Econ. Geogr. 1914, 193. — Criti- 
sche opmerkingen over deze studie, door G. J. 
VAN Eybergen. — T. B. B. 49 (1915), 249. 

Tertius. Een globe-trotter over onze Oost. 
(Bespreking van: „J. Macmillan Bbown. 
The Dutch East. Sketches and pictures"). — 
Kol. Tijdschr. 1914, H, 1114. 

HiNLOOPEN Labberton (D. van). Nether- 
lands East India, geographical andethnolo- 
gical. M. k. en ill. — Netherl. East Indian San 
Francisco-Committee. N°. I. Semarang, 1914. 

Fbeeman (R. L.). The Dutch in Malaysia. 

— Contemporary Review. 105 (1914), 548. 

Cbaandijk (C. ). Het werk onzer opnemings- 
vaartuigen in den Ned. -Indischen Archipel. 
M. h — T. A. G. 1915, 81. 

Abendanon (E. C). De geotektonische po- 
sitie van den Nederlandsch-Indischen Archi- 
pel. — Handel. XIV e Ned. Nat. en Geneesk. 
Congres. 1915, 510. 

Een reis door ons Indië. Uit het reisverhaal 
van A. S. Walcott. M. ill. — De Aarde en 
haar Volken. 1915, 177. 

Cornelis (W.). Atollen en barrière -riffen 
in den O. I. Archipel. — T. A. G. 1915, 348. 

Staal (J. J.). Scandüiavische exploratie - 
tochten in onze Oost. — T. A. O. 1915, 

854. 

JusTESEN (P. Th. ). HoUaenderne i Ostindien . 

— Det Ny Aarhundrede. VI. 620. 

b. Java en Madoera. 

Ferguson (J.). Cejdon, the Malay States 
and Java compared as plantation and residen- 
tial colonies. — United Empire. 1911, 104, 
165. 

Wagenvoort (M.). Plaatjes-praatjes van 
Java. M. ill. — Elsevier's Geill. Maandschr. 
21 (1911), II, 19. 

Kregten (W. van). Op meerdaagsche oefe- 
ning. (Beschrijving van een tocht naar den 
Bromo). M. ill. — Buiten. 5 (1911), 466. 



Vissering (C. M.). Naar den Tengger. — 
Onze Eeuw. 1911, II, 189; III, 313. 

Plas (A. H.). Van 't oude Semarang en 't 
verjongde Semarang. M. ill. — Eigen Haard. 
1911, 629, 680, 700, 716. 

Vissering (C. M.). Van Tandjong Priok 
naar Soerabaja. — Onze Eeuw. 1911, IV, 
329. 

ScHELTEMA DE Heere (I. ). Semarang voor- 
uit! M. ill. — Ned. Zeewezen. 1911, 364, 

Gent (L. F. van). De afdeeling Banjoewan- 
gi. M. k. — Jaarversl. Topogr. Dienst. VII 
(1911), 199. 

Trekvogel. Een stad in opkomst (Ban- 
doeng). M. ill. — Weekhl. v. Indië. 8 (1911 
—12), 27. 

Van Tosari naar den Smeroe, door B. M. 
ill. — Weekbl. v. Indië. VIII (1911—12), 818. 

Wandelaar. Bandjir te Welahan. M. ill. 
— Weekbl. v. Indië. 8 (1911—12), 1204. 

Gent (L. F. van). De erfpachtsperceelen in 
de afdeeUng Loemadjang. — Jaarversl. 
Topogr. Dienst. VIII (1912), 190. 

Nasa (T.). A trip to Java. (Japansche 
tekst ). M. ill. — Journal of Geography. Tokio. 
24 (1912), 147. 



MiAN. Oengaran. 31. ill. 
Indië. 9 (1912—13), 124. 



Weekbl. v. 



Een reis door Oost-Java, door F. J. v. U. 
(Naar aanleiding van C. M. Vissering: „Een 
reis door Oost-Java"). M. ill. — De Aarde en 
haar Volken. 1912. Bijbl. bl. 171, 173. 

Wynants (C. P.). Mooi Tasikmelaja. M. 
ill. — Weekbl. v. Indië. 9 (1912—13), 795. 

Aan Preanger 's Zuidkust. M. ill. — Weekbl. 
V. Indië. 9 (1912—13), 892. 

Een tochtje naar Oud Banten (Bantam), 
door V. H. M. ill. — Weekbl. v. Indië. 9 
(1912—13), 1065. 

De bandjir in het Singosarische, door v. D. 
M. ill. — Weekbl. v. Indië. 9 (1912—13), 
1133. 



AARDRIJKSKUNDE enz, — JAVA EN MADOERA. 



De drempel in het Westgat van Soerabaja. 

— /. O. 1912, II, 1245; 1913, I, 810. 

Leefmans (S.). Uit Java's Oosthoek. M. 
ül. — De Levende Natuur. 18 (1913—14), 
193, 221. 

De Tjilaoet Eure vinbaai (op de Zuidkust 
van de Preanger). (Ontleend aan de N. R. Ct. 
van 29 Aprü 1913). — /. G. 1913, I, 790. 

In een Javaansch dorp (Tjitoedjah). Ont- 
leend aan een artikel van Helene Svoboda in 
„Ueber Land und Meer''). — De Aarde en haar 
Volken. 1913, Bijbl. bl. 175. 

Hatjtefeuille (L.). Souvenirs de Buiten - 
zorg. — Revue Indochinoise. Aoüt 1913. 

De overstroomingen in het Djombangsche 
31. ül. — Weekbl. v. Indië. 10 (1913—14), 
27. 

De groote band j ir te Rogodjampi, door 
K. F. M. ül. — Weekbl. v. Indië. 10(1913— 
14), 171. 

De watersnood in Midden-Java. 31. ül. — 
Weekbl. v. Indië. 10 (1913—14), 953, 1000. 

Sandek (R.). Ein Bummel durch Java. M. 
UI. — Die Woche. 1913, 1699. 

Raoen-beklimming, door T. E. — Ceres. 
6 (1912—13), 125. 

Bkoeder — Adama (Mevr.). Een vacantie 
te Andanasari. 31. UI. — Eigen Haard. 1913, 
4, 25. 

Niermeyer (J. f.). Bespreking van: „Dr. 
R. Broersma. Besoeki, een gewest in op- 
komst". — T. A. G. 1913, 821. — Bespreking 
door Dr. J. Dekker. — Ind. 3Ierc. 1913, 
1099. — Bespreking door Mr. J. C. Kielstra. 

— T. B. B. 46 (1914), 243. 

Iterson (Prof. Dr. G. van). De toekomst 
van Besoeki. (Naar aanleiding van Dr. 
Broersma's werk over dat gewest). 31. ül. — 
T. Econ. Geogr. 1913, 336. 

Altona (Th.). Rapport nopens het voorloo- 
pig hydrologisch onderzoek van het Brantas- 
gebied. — Archief Suikerind. in N.-I. 1913, l, 
653. — Tectona. 1914, 245, 317, 417. — 
Overzicht: Waterstaats-Ingenieur 1913, 73. 



Een autotocht naar Tosari. 31. iU. — 
Weekbl. v. Indië. 10 (1913—14), 1098. 

Getjns (M. van). De Gouverneur-Generaal 
(A. W. F. Idenbtjrg) naar de peststreken. 31. 
UI. — Weekbl. v. Indië. 10 (1913—14), 
1118, 1141. 

Kno.vi (N. J.). Een paar Oud-Javaansche 
plaatsen teruggevonden. — T. A. G. 1914, 
530. 

MooK (H. J. van). Mahameroe. Het ver- 
haal van een Semeroetocht. 31. ül. — Buiten. 
8 (1914), 429. 

Leefmans (S.). Naar het kratermeer op 
den Kloet. 31. ül. — De Levende Natuur. 19 
(1914—15), 132, 153. 

Kal (H. Th.). Eenige mededeelingen over 
Bantam. — /. Ö. 1914, I, 18. 

WoLZOGEN KüHR (C. A. H. von). Geogra- 
phische namen op Java. — /. G. 1914, 1, 673. 

Kortenhorst (A.). De Preanger Regent- 
schappen met de hoofdplaats Bandoeng. M. 
k. en ül. — Ber. St. Claverbond. 1914, 173, 213. 

Ekhard (P.). Een herzien en bijgewerkt 
Java. (Be?preking van: ,.J. Chailley-Bert. 
Java et ses habitants. 4eérlition".). — Kol. 
Tijdschr. 1914, II, 134a 

Leefmans (S.1. V?d Tosari en het Tengger- 
gebergte. 31. UI. — Trop. Natuur. 3 (1914), 
45, 81. 

LöRZiNG ( J. A. ). De grot GoewS, — Lawê, bij 
Ngalean. — Trojp. Natuur. 3 (1914), 172. 

Droogleever (W. W. B.). Beschrijving 
van een gedeelte der Zuidkust van de residen- 
tie Preanger-Regentschappen. 31. k. en UI. — 
Jaarversl. Topogr. Dienst. X (1914), 187. 

Naar den Tangkoe ban -Prahoe. M. iU. — 
Orang Peladang. 2 (1914—15), 62. 

Soerabaja, door G. P. H. (Korte beschrij- 
vingder hoofdplaats). — De Handel. 1915,183. 

Gboeneweqen (L. P.). Moentilan (Java). 
Een paar tochtjes in het gebergte. (I. Naar 
KaUbawang. II. Naar Diëng). — Ber. St. 
Claverbond. 1915, 159. 



AARDRIJKSK. enz. — JAVA EN MADOERA - DE KL. SOENDA-EIL. 



ScHELTEMA (J. F.)- In Java: the valley of 
Death. — Asiatic Review. 1915, I, öO. 

De Wijnkoopsbaai bij Karang Hawoe en de 
baai van Genteng. M. ill. — Buiten. IX 
(1915), 202. 

Het buitenverblijf van den Gouverneur- 
Generaal te Tjipanas, door B. — De Java- 
Post. 1915, 429. 

Flothxtis (H. J.). Van Ambarawa naar Se- 
marang op een minder gewone wijze. — 
De Aarde en haar Volken. 1915, 405. 

PisciCELLi (M.). A Giava. M. ill. — Boll. 
Reale Societa Geogr. Serie V. Vol. 4 (1915), 
1045. 



Eekhout (R. A). Prinseneiland en schier- 
eiland Djoenkoelan. (Ontleend aan een serie 
artikelen in de Preanger-Bode). — Ind. Merc. 
1911, 66. — Zie ook T. B. B. 39 (1910), 275. 

Kal (H. Th.). PrinseneUand. — T. B. B. 
39 (1910), 76. 

Het schiereiland Djoengkoelon. — T. B. B. 
39 (1910), 136. 

Elias. Met de Laurens Pit naar Prinsen- 
eiland en Djoengkoelon. — T. B. B. 39 
(1910), 186. 

Ganesa. Economisch nieuws van de 
Duizend-eilanden. — T. N. L. N. I. 81 
(1910), 369. 

Craandijk (C). Het dalen van de Sedoe- 
lang-eilanden op de Noordkust van Java. 
M. h — T. A. G. 1911, 927. 

Mul. Onrust bij Batavia (thans quaran- 
taine-station). — Ned. Zeewezen. 1911, 157. 

Kangean. (Mededeelingen van F. Schel.f- 
flORST, zendeHng op dat eiland, over grond- 
gesteldheid, klimaat, voortbrengselen, enz.). 
— Geillustr. Zendingsblad. 1913, 51. 

Gonggrijp (G. L.). De Karimon Djawa- 
eilanden. Historisch -economische schets. — 
Kol. Tijdschr. 1915, I, 313, 480, 610. — Zie 
ook: Indologenblad. 6 (1914—15), en T. B. B. 
48 (1915), 420. 



De Kokos- of Keelingseilanden, door B. — 
Indologenblad. 6 (1914—15), 244. 

c. De Kleine Soenda-eilanden (Timor- 
Archipel). 

RooDE (J. H. de). Baü. M. iU. — De 
Handel. 5 (1911), 301. 

Eerde (J. C. van). Zwerftochten op Bali. 
(Naar aanleiding van W. O. J. Niettwen- 
KAMP's gelijknamig werk). — De Gids. 1911, 
III, 355. 

Bali en Lombok, zijnde een verzame- 
ling geïllustreerde reisherinneringen enz. (van 
W. O. J. Nieuwenkamp). Derde gedeelte. — 
T. A. G. 1911, 141. 

Wielenga (D. K.). Reizen op Soemba. — 
Macedoniër. ,1911, 166, 303, 328; 1912, 144, 
169. 

Mathysen (H.). Uitstapje uit Lahoroes 
naar Portugeesch Timor. — De Java-Post. 
1911, 282. 

Molengraaff (Dr. G. A. F.). De beteekenis 
van Nederlandsch Timor als kolonie. Voor- 
dracht. — V. Ind. Gen. 1911—12, 201. 

Ltjymes ( J. ). Iets over de triangulaties van 
Flores en Soemba, locale attractie en nets- 
wijzigingen. — Marineblad. 26 (1911 — 12), 
586. 

Pannekoek van Rheden (Dr. J. J.). 
Overzicht van de geographische en geologi- 
sche gegevens bij de mijnbouwkundig- geolo- 
gische verkenning van het eüand Flores in 
1910 en 1911. M. ill. — Jb. M. N. I. 40 (1911), 
Verh. blz. 208. 

Mathysen (H.). Ons uitstapje, naar Sor- 
bada (Portugeesch Timor). M. ill. — Ber. St. 
Claverbond. 1911, 35. 

Beckering (J. D. H.). Beschrijving der 
eilanden Adonara en Lomblen, behoorende 
'tot de Solor-groep. M. k. — T. A. G. 1911, 167. 

Hoeberechts (J.). Een verkenningstocht 
(op Flores). — Ber. St. Claverbond, 1911, 129. 

Molengraaff (Prof. Dr. G. A. F.). Neder- 
landsch Timor, voorheen en thans. Voor- 
dracht. — Ind. Merc. 1912, 179. 



AARDRIJKSKUNDE bnz. - DE KLEINE SOENDA-EILANDEN. 



SiNiA (J. G.)- Herinneringen aan Bali. M. 
ül. — Elsevier'' 8 GeÜl. Maandschr. 22 (1912), 
n, 445. 

Heimans (A.)- Nederlandsch Timor. Naar 
aanleiding van de voordracht van Prof. Dr. 
MoLENGBAATF. — Amsterdammer. 21 en 28 
AprU 1912. 

CoLENBBANDER (J. F.). Naar West-Soem- 
ba. — Macedoniër. 1912, 80. 

Witkamp (H.). Een verkenningstocht over 
het eiland Soemba. M. k. en ill. — T. A. G 
1912, 744; 1913, 8, 484, 619. 

Eerde (J. C. van). Het onderzoek van den 
Rindjani en zijne omgeving. — T. A. G. 
1912, 637. 

Witkamp (H.). Een verkennii^stocht door 
het eiland Soemba in 1910. Voordracht. — 
Bxdl. Kol. Mus. N°. 50 (1912), 51. 

Klerks (J.). Het eerste jaar op de Timor- 
laut -eilanden. — Kath. Missiën. 37 (1911 — 
12), 268. 

Roux (C. C. F. M. LE). Het bergland van 
Midden-Bali en het hoogland van Tjatoer. 
M. ill. — Jaarversl. Topogr. dienst. VIII 
(1912), 165. 

Sasak. Bezienswaardigheden op Lombok. 
M. ill.— Weekbl. v. /wiië. 9(1912— 13), 940. 

Toestanden op Flores. — De Java-Post 
1912, 169. 

WiELENGA (D. K.). Soemba voorheen en 
thans. Voordracht. — V. Ind. Gen. 1912—13, 
121. — Overzicht: /. G. 1913, II, 965. 

Lamberts (H.). Nota betreffende de Por- 
tugi.esche grensgewesten. M. k. — /. M. T. 
1912, n, 1137. 

Een ooggetuige over Portugeesch Timor (nl. 
H. DoEFF, in een artikelenreeks in de Jarxi- 
Bode). — I. G. 1912, II, 924. 

Timor. (Mededeclingen over dat eiland, 
door de N. R. Ct., ontleend aan eene corres- 
pondentie in de Locomotief). — /. G. 1913, 
II, 1523. 

.J.4.SPEE (J. E.). Het eiland Bali en zijn 



bewoners. Overzichtelijke bijdrage tot de ken- 
nis van land en volk. M. k. — T. B. B. 45 
(1913), 249, 372, 442. 



Die Insel Bali. 
1087. 



Ostas. Uoyd. 25, (II), 



Wit (Aijgusta de). Flores. M. ill. — De 
Ploeg. 6 (1913—14), 225, 264. 

Taco. Timor Koepang. (Plaatsbeschrij- 
ving). M. ill. — De Aarde en haar Volken. 

1913, Bijbl. bl. 113. 

JoNKHOFF (M. W. ). Per Walthamcar dwars 
door BaU. — Algemeen Sportblad. 1913. 

Een reisje naar Bali, door H. C. M. iU. — 
Weekbl. v. Indiè. 10 (1913—14), 1076, 1095. 

Brieven uit Indië. Aankomst te Singaradja, 
door K. A. — Indologenblad. 5 (1913—14), 
159. 

NoYEN (P.). Dwars door Timor. Reisherin- 
neringen. 31. ill. — Kath. Missiën. 39 (1913 — 
14), 217, 246; 40 (1914—15), 98, 149, 164. 

LiEFRiNCK (F. A). Van Kol over Bah. 
(Critische bespreking van H. van Kol's 
„Door Sumatra en BaU"). — /. G. 1914, 

n, 1621. 

De eilanden Alor en Pantar, Residentie Ti- 
mor en Onderhoorigheden. M. k. — T. A. G. 

1914, 70. 

Sevtnk (J.). Een tocht om den Dobo (Flo- 
res). 31. k. en ill. — Ber. St. Claverbond. 
1914, 1. 

Nateris ( J. de). Een uitstapje naar Endeh 
(Flores). — Ber. St. Claverbond. 1914, 24. 

Pannekoek van Rheden ( J. J. van). En- 
kele onnauwkeurigheden op zeekaarten van 
Soembawa. Met Naschrift: De landkjuirten 
van Soembawa, door G. P. Rouffaer. — 
T. A. G. 1914, 777. 

Tocht over Timor. (Verslag van den Civiel 
en MUitair Resident van Timor en Onderh. 
C. H. VAN Rietschoten). — Meded. Ene. 
Bureau. Afl. III (1914), 57. 

Vogel (A). Bali en Lombok. M. ill. — 
Buiten. 8 (1914), 528. 



AARDRIJKSKUNDE enz. - DE KL. SOENDA-EILANDEN. - SUMATRA. 



Kat Angelino (De). De piek van Taba- 
nan. (Verhaal eener bestijging). — Indologen- 
blad. 6 (1914—15), 114. 

Bruijn Kops (G. F. de). Het evolutie tijd- 
perk op Bali. 1906—1909. M. ill. — Kol. 
Tijdschr. 1915, I, 459. — Overzicht: Indolo- 
genblad. 6 (1914—15), 185. 

SiNiA (J. G.). Herinneringen van BaU. — 
Elsevier's Geïll. Maandschr. 25 (1915), II, 
355. 

NoYEN (P.). Mijn eerste reis door ons Mis- 
siegebied (de kleine Soenda-eU. ). M. k. en ill. 
— St. Michads Almanak. 1916, 23. 

d. SUMATRA EN OMLIGGENDE EILANDEN. 

CoRNELis (W.). Plaatsbepaling van eenige 
punten op de Westkust van At jeh. — T. A. G. 
1911, 100. 

Blom (P. A. F.). De Padangsche Boven- 
landen. M. ill. — Holland Express. IV (1911), 
Nes. 7. 8, 9, 10, 13, 15 en 16 

De waterval van Mansalar (Sum. Westkust). 
M. ill. — T. A. G. 1911, 109. 

Meerwaldt (J. H.). Per motorboot „Tole" 
het Tobameer rond. — R. Zending. 1911, 
48, 65, 83, 113. 

Aanvullingsnota van toelichting betreffen- 
de het riik van Langkat. — T. B. G. 53 
(1911), 325. 

Aanvullingsnota van toelichting betreffen- 
de het landschap Asahan. — T. B. G. 53 
(1911), 385. 

SiNiA (J. G.). In het Sumatraansche oer- 
woud. M. ill. — Eigen Haard. 1911, 744, 760. 

Aqua. Bandjir te Padang. M. ill. — Weekhl. 
V. Indië. VIII (1911—12), 964. 

De Atjehsche landschappen Tripa, Triëng 
Gadeng en Meureudoe. 31. k. — Meded. Ene. 
Bureau. Afl. I (1911), 53. 

Economische geographie van Zuid-Sumatra 
naar J. P. F. Richter. M. k. — T. Econ. 
Geogr. 1911, 275, 320. 

Lefèvre (J. J,). Van Si Lalah vla Sidi- 



kalang en Salak naar Baroes. De Pakpak- 
landen. M. k. — Jaarversl. Topogr. Dienst. 
VII (1911), 217. 

De Menangkabausche wonderwereld. — 
Bandera Wolanda. 1911, N°. 96, 97. — Pintoe 
Perniagadn. II, N°. 21. 

Van Atjeh's peperkust. — Pintoe Pernia- 
gadn. II, N°. 15. 

JousTRA (M.). Een nieuw werk over de 
Gajolanden (Bespreking van: „Prof. W. Volz. 
Nord-Sumatra. II. Die Gajolander" ). — 
/. G. 1912, I, 540. 

Meerwaldt (J. H.). In de bovenlanden 
van Baros (Oeloean-Baroes). — R. Zending. 
1912, 17. 

SiNiA (J. G.). In en door Palembang (de 
plaats). M. ill. — Elsevier'' s GeUl. Maandschr. 
22 (1912), I, 57. 

Dekker (Dr. J.). Wilhelm Volz over de 
Gajoelanden. — Ind. Merc. 1912, 452. 

Eerde (J. C. van). Bespreking van A. 
Maas: „Durch Zentral-Sumatra. — T. A. G. 
1912, 87; 1914,402. 

Bespreking door N. W. E. en S. van: Prof. 
Dr. W. Volz. „Nord-Sumatra. I. Die Batak- 
lander (1909); II. Die Gajolander (1912)". — 
T. A. G. 1912, 690. 

MededeeUngen over eenige Atjehsche On- 
derhoorigheden. Blang Pidië en Poelo Kajèë, 
Toengkob behoorende tot de Kawaj XII, 
Koeala Lambeusóë, Bambi en III Moekims 
Oenóë, Aréë, V Moekims Reubèë, XII Moe- 
kims Pidië, IX Moekims Keumangan, Beu- 
tong, Salang, eiland Simeuloeë. — Bijdr. 
Kon. Inst. 66 (1912), 369. — Tapa-Toean, 
Sama Doea, Lho Pawöh Zuid, Andeuë en 
Lala, II Moekims Troesèb, Peutóë, — Ibid. 
67 (1913), 406. — Kloeët, Labohan Adji, 
Soengoë Raja, Serbodjadi, Meuké'. — Ihid. 
69 (1914), 419. 

Kreemer (J.). Met de camera door Man- 
dailing. M. ill. — Eigen Haard. 1912, 261, 
279, 299. 

Nota betreffende het landschap Kota Pi- 
nang (Oostkust van Sumatra). M. k. — 
Meded. Ene. Bureau. Afl. II (1912), 207. 



8 



AARDRIJKSKUNDE bnz. - SUMATRA. 



BoDAAiï (L.). Een reisje in het binnenland 
van Sumatra's Oostkust (Bataklanden). — 
M. N. Z. G. 1912, 273. 

Si Item. Op Atjeh. (Beschrijving, in hoofd- 
zaak, van Koeta Radja). — Indologenblad. 

4 (1912—13), 137. 

Brieven uit Indië. Djambi, door J. W. H. 
— Indologenblad. 4 (1912—13), 246. 

JoNKHOFF. Het Toba-meer en de Toba- 
hoogvlakte. (Ontleend aan de Locomotief). — 
De Banier. 1912, 318. 

Abrahamson (S. S.). Indrukken van Pa- 
lembang en Djambi. — T. N. L. N. I. 84 
(1912), 226. 

Keuchextüs (W. H.). Beknopte nota over 
de afdeeling Djambi. (Naar officieele bronnen 
bewerkt en met veler medewerking bewerkt 
en samengesteld). M. h en ill. — T. B. B. 
43 (1912), 240. 

Westenenk (L. C). Iets over land en volk 
van Minangkabau. — Kol. Tijdschr. 1912, 641. 

Meerwaldt (J. H.). Asahan. — R. Zen- 
ding. 1913, 52, 81. 

Blom (P. A. R). Van Sumatra's Westkust. 
M. ül. — Buiten. 5 (1911), 172, 184, 196. 

Uit Djambi, door J. W. H. — Indologen- 
blad. 5 (1913—14), 100. 

Brieven uit Indië, Penoeba, door Chr. 
Pf. — Indologenblad. 5 (1913—14), 136. 

Fort de Koek en zijne omgeving. Jeugd- 
herinneringen, door L. C. H. — Inddogenblad. 
5(1918— 14), 192. 

Brieven uit Indië. Op tournee naar Roe- 
soek Boeaja, door Chr. Pf. — Indologenblad. 

5 (1913—14), 203. 

Een praatje uit Penoeba, Een praatje over 
Chineezen en opium, het geld, de inheemsche 
bevolking, een tournee en de magistratuur, 
door Chr. Pf. — Indologenblad. 5 (1913— 14), 
239. 

Joustra (M.). Het reizen in de Bataklan- 
den. M. ül. — Het Ned. Ind. Huis Oud en 
Nieuw. — 1—2 (1913—14), 181. 



Ptjtker (D.). Hoe men op Atjeh reist. M. 
iü. — Borneo- Almanak. 4 (1914), 67. 

Een reis naar een post in het oerwoud van 
Noord-Sumatra (nl. Atjeh). — De Aarde en 
haar Volken. 1914. BijbL bl. 59, 63. 

Smit (G.). Naar het landschap „de Kern- 
baren" (Bataklanden), — Maandber. N. Z. G. 
1914, 3, 27, 40. 

Koloniaal Instituut te Amsterdam. Prijs- 
vraag: Land en Volk van Sumatra. — R. 
Zending. 1914, 43. — Ind. Merc. 1914, 
39. 

Aanteekeningen betreffende Habinsaran. 
(Ontleend aan de militaire memorie, samen- 
gesteld door den kapitein van den generalen 
staf L. Weber). M. k. — Meded. Ene. 
Bureau. AfL III (1914), 1. — Uittreksel: 
T. Econ. Geogr. 1914, 463. 

Nota betreffende het Soetanaat Lidragiri. 
(Samengesteld door den Ass. Res. J. J. Lans; 
gewijzigd en aangevuld door het Encyclopae- 
disch Bureau). Sl. k. — Meded. Ene. Bureau. 
Afl. III (1914), 103. 

Nota van toeUchting omtrent het land- 
schap Geumpang. (Samengesteld door den 
civiel-gezaghebber van de onderafd. Pidië, 
den majoor der Inf. W. B. J. A. Scheepens). 
Jin K. — Meded. Ene. Bureau. Afl. III 
(1914), 135. 

Het (door een aardbeving) geteisterde 
Benkoelen. M. ill. — Weekbl. v. Indië. 11 
(1914—15), 372. 

Eybergen (G. J. van). Atjeh „up to date". 
M. k. — T. B. B. 46 (1914), 1*. 

Schets van land en volk van Korintji, door 
E. R. V. M. (Ontleend aan de Java-Bode). 
Met Naschrift door C. L. — T. B. B. 46 
(1914), 208. 

LuLOFS (C). Een kijkje te Langsar en op 
de gouvemements rubber-onderneming al- 
daar. — T. B. B. 46 (1914), 232. 

Allerlei Reiseerlebnisse in Sumatra. — 
In die Padang Bolak hinein. — Eine Reise 
zu den Pormalim. — Eine Festwoche in den 
Pak-Pak-Landen. — Ber. Rhein. Miss. Ge- 
sdlech. 1914, 5. 



AARDRIJKSKUNDE enz. - SUMATRA. - BORNEO. 



& 



De Gajo-landen en hun economische be- 
teekenis. (Gegrond op het werk van Prof. 
Dr. W. VoLZ: „Nord-Sumatra" enz.). — 
T. Econ. Geogr. 1914, 145. 

Engüsh expedition in Sumatra (nl. van C. 
Boden Kloss en H. C. Robinson). (Ont- 
leend aan de Engelsche editie der Gazette de 
Hollande van 8 Juli 1914). — Geographical 
Journal. 1914, II, 315. 

Land en Volk van Minangkabau. (Over- 
zicht eener voordracht van L. C. Westenbnk). 

— Indologenblad. 6 (1914—15), 157. 

JoiTSTBA (M. ). Zwerftochten in den omtrek 
van het Tobameer. (I. Deli en de Karo-hoog- 
vlakte. 2 Aan het Tobameer. 3 Het land der 
Pakpaks. 4 Over de hoogvlakte naar Baroes). 
M. k. en ill. — De Aarde en haar Volken. 
1915, 9. 

KiELSTRA (Dr. E. B.). De afdeeling Indra- 
giri. — Onze Eeuw. 1915, IV, 33. 

MooLBNBTJBGH (P. E.). Een land van groote 
oeconomische beteekenis (nl. de onderafd. 
Süneloengoen van de afd. „Simeloengoen en 
de Karolanden" der res. Oostkust van Su- 
matra). M. k. — T. B.B. 49 (1915), 423. 

KooY- VAN Zeggelen (M. C). In de Pa- 
dangsche Bovenlanden. M. ill. — Buiten. 9 
(1915), 460, 472, 484. 

Met landschap in Midden -Sumatra. (Over- 
zicht eener voordracht van L. C. Westenenk). 

— Orang Peladang. 1, 168. 

Mus. Brieven uit Indië. Djambi. M. ill. — 
Indologenblad. 7 (1915—16), 89. 

Nota betreffende de afdeeling Koerintji 
(samengesteld door den controleur bij het 
BinnenL Best. A. Ph. van Aken; gewijzigd 
en aangevuld door het Encyclopaedisch 
Bureau). M. k. — Meded. Ene. Bureau. Afl. 
VIII (1915), 1. 

JoTJSTRA (M. ). Van Medan naar Padang en 
terug. (Reisindrukken en- ervaringen). M. k. 
en ill. — Uitgaven Bataksch Institutït. N°. 11 
(1915). — Bespreking door J. F. Snelleman. 

— Ind. Merc. 1915, 1090. 



Scheltema ( J. f. ). The Rhio and Lingga 



Archipelago. — The Colonial Office Journal. 
5 (1911-12), 28. 

Fries (Zendeling). Een reis met hinder- 
nissen naar Soesoea (eiland Nias). — Ber^ 
Zendingswereld. 1911. N°. 8. 

Banka en Bilhton. — Pintoe Perniagaan. 
II, N°. 23. 

Erlen (Zr. van). Een reis op het eiland 
Nias. (Overgenomen uit het „Penningské'\ 
1911, N°. 4). M. iU. — Ned. Zendingsbode. 
1911, 123. 

Kleiweg de Zwaan (Dr. J. P. ). Het eiland 
Nias en zijn bewoners. Voordracht. — Indo- 
logenblad. 3 (1911—12). 112. 

Snelleman (J. F.). Huizen en dorpen op 
Nias. M. ill. — Elsevier' s Geïll. Maandschr. 
22 (1912), I, 378. 

Jacobson (E.). Simaloer van thans. — 
T. A. G. 1913, 356. 

Dannert (Th.). Enggano. — R. Zending. 
1913, 65. 

WEGNER.Zuid-Nias.— J?. Zending. 1913,180. 

Een praatje over Lingga, door Chr. Pf. — 
Indologenblad. 5 (1913—14), 276. 

Faber (B. von). Eenige mededeeUngen 
over Banka en het Gouvernementstinbedrijf 
aldaar. M. ill. — Jaarboek Mijnbouwk. Ver- 
eeniging Delft. 1914—15, 193. 

Bezoek van Zendeling Dannert aan 
Enggano. — Ber. Zendingswereld. 1915, N°. 4. 

Een en ander over de Mentawei-eüanden. 
-:— Ber. Zendingswereld. 1915, Nos. 4 en 5. 

ScHRÖDER. 1865. Nias, 1915. (Mededee- 
Ungen over land en volk en over de zending op 
dat eiland). — Een vaste Burg is onze God. f 
1915, 70, 106. 

Craandijk (C). Verandering in eilandjes 
en riffen op de Oostkust der Mentawei-eilan- 
den (Westkust van Sumatra). — T. A. G. 
1915, 652. 

e. Borneo. 

Stigand (I. A.). Some contributions to het 



10 



AARDRIJKSKUNDE enz. — BORNEO. - CELEBES. 



physiography and hydrography of Xorth- 
East-Borneo. M. k. — Geographical Journal. 
1911, I, 31. 

(Korte) Aardrijkskundige beschrijving van 
Ned. Borneo. M. UI. — Bomeo- Almanak. 1911, 
57. 

Een dag in de binnenlanden. Uit de reis- 
beschrijving van Pr. G. Buil op reis naar 
Landjah. — Borneo- Almanak. 1911, 67. 

RuTTEN (L.) en C. J. Rutten — Pekel- 
HABü^G. De omgeving der Bahkpapan-baaL 
M. k. — T. A. G. 1911, 579. 

Brooks (C. J.). A trip to a source of the 
Serawak river and Bengkarum mountains. — 
Journ. Str. Br. R. A. S. N^ 60. Dec. 1911,41. 

EuGENius (Pr.). Uit Bomeo. Op reis naar de 
Boven-Kapoeas. —DeJava-Post. 1911, 28, 73. 

FoxwoETHY (F. W.). A vacation trip to 
Mount Kinabalu in British North-Bomeo. 
M. k. — The Sierra Cluh Bulletin. 8(1911), 
18. 

Beïigh (L. VAX den). Mijn eerste kennis- 
making met het binnenland van Bomeo (spe- 
ciaal Baram). M. UI. — Annalen Missiehuis 
RoosencUud. 22 (1911—12), 161. 

CuxYifGHAME (Sir P. ). Sarawak. M. ill. 

— TheScottish GeographicalJourn. 1912,361. 

Balikpapan. (Beschrijving van deze neder- 
zetting). — Ind. T. voor Post en Telegrafie. 
8 (1912—13); 47. 

Plaats- en kantoor beschrijving van Kt-ndal. 

— Ind. T. voor Post en Telegrafie. 8 (1912— 
13), 113. 

KiELSTRA (Mr. J. C). Economische vooruit- 
zichten van de onderafdeeling Beraoe (Bor- 
neo).3/. k. — T. Eoon. Geogr. 1912, 361. 

Nota's betreffende zelfbesturende land- 
schappen der Wester-Afdeeüng van Borneo 
(Sambas, Pontianak, Sintang, Koeboe, Sim- 
pang, Soekadana, Sekadau, Landak, Sang- 
gau). M. k. — T. A. G. 1912, 192, 320, 666; 
1913,45:1914,60. 

MouLTON' (J. C). An expcdition to mount 
Batu Lawi (Sarawak). M. k. — Journ. Str. 
Br. R. A. S. N°. 63 (Dec. 1912), 1. 



Wegxeb. Bij de Ot Siang op Borneo. — 
Ber. Zendingswereld. 1913, N°. 7. 

De grensexpeditie naar Noord-Bomeo. 
(Overzicht van een artikel in het Vaderland 
van 25 Nov. 1912). — /. G. 1913, 1, 106. 

MoxTLTON (J. C). A collecting expedition 
to Mt. Kinabalu (N. Bomeo). — Sarawak 
Gazette. 1913, 248, 262. 

Iets over de Kahajan en Miri-streken in 
Bomeo. — Ber. Zendingswereld. 1913, N°. 8. 

Eerde (J. C. van). Het landschap Poli 
(Tandjungpuri, Broenei) van de Chineesche 
geschiedboeken. — T. A. G. 1913, 506. 

SuNDERMANN (H.). Bomeo (d-w.z. het 
Zuidelijk deel) voorheen en thans. Voordracht. 
— V. Ind. Gen. 1913—14, 137. 

DouGLAS (R. S.). An expedition to the 
Bah country of Central Borneo. M. k. — Sa- 
rawak Mus. Journ. I (1913—14), N°. 2, bl. 17. 

Westerafdeeling van Bomeo. (Mededee- 
lingen, aan de Java-Bode ontleend). — I. G. 
1914, II, 1390. 

KiELSTBA (Dr. E. B.). Noord-Borneo. — 
Onze Eeuw. 1914, II, 334. 

MouLTON (J. C). Some notes on a short 
collecting trip to Mt. Poi, Sarawak, under- 
taken recently by the Raffles Museum, and 
the Sarawak' Museum. — Journ. Str. Br. R. 
A. S. N°. 65. Dec. 1913, 1. 

Habbema (D.). Een en ander over de Apo 
Kajan en de reis daarheen. M. ill. — De Aarde 
en haar Volken. 1914, 385, 393. 

Kemmebling (Dr. G. L. L.). Topographi- 
sche en geologische beschrijving van het 
stroomgebied van de Barito, in hoofdzaak 
wat de Doesoenlanden betreft. M. k. en ill. — 
T. A. G. 1915, 575, 717. 

MocxTON ( J. C. ) An account of the various 
expdietions to Mt. Kinabalu (Br. Nth. Bor- 
neo). M. k. — Sarawak Mus. Journ. 2 (Part 
2). No. 6 (1915), 137. 

PisciCELLi (M.). A Borneo. M. ill. — Boll. 
R. Soc. Geogr. Rome. 1915, 1119. 



l 



AARDRIJKSKUNDE enz. — CELEBES. 



Il 



/. Cdebes. 

Een reis in Zuid-Celebes, door C. P. (Over- 
zicht eener lezing van J. E. Jasper.). — 
Indologenbl. 2 (1910—11), 145. 

Vogel (A.). Makassar. M. UI. — Buiten. 
V (1911), 418. 

Abendanon (E. C). De oude beddingen 
der beneden -Sadang-rivier en de baai van 
Pare Pare. — T. A. O. 1911, 103. 

ScHiTYT (P.). Van dag tot dag op een reis 
naar de landschappen Napoe, Besoa en Bada. 

— M. N. Z. G. 1911, 1. 

Nota betreffende eenige gegevens betref- 
fende het landschap Mamoedjoe (Celebes). 

— T. B. G. 53 (1911), 57. 

Abendanon (E. C). Die Expedition der 
Kg .Niederl. Geogr. Gesellschaf t nach Central- 
oelebes, 1909 und 1910. M. k. en ill. — Pe- 
term. Mitt. 1911, I, 234. 

De Talauer-eüanden (Residentie Menado). 
(Overzicht van artikelen van den oud-resi- 
dent van Menado, E. J. Jellesma, in de Nwe 
Ct. van 16 en 29 JuU 1911). — /. G. 1911, 
II, 1236. 

Csntral-Celebes. (Naar aanleiding der on- 
derzoekingen van E. C. abendanon in 1909 
en 1910). M. k. — Geogr. Journal. 1911, II, 
594. 

Extract uit de brieven van een handels- 
man over de Minahassa en de Sangi- en Ta- 
laut -eilanden. — De Banier. 1911, 104. 

Jellesma (E. J.). Mededeelingen over de 
Talauer-eüanden. (Oorspronkelijk geplaatst 
in de Nwe Ct. en in De Banier overgenomen, 
onder het opschrift: „Handel en Nijverheid 
in dienst der Zending.). — De Banier. 1911, 
456. 

Vorstman (Mr. F.). Het gouvernement 
Celebcs en Onderhoorigheden en zijn hoofd- 
plaats Makassar. Een schets. — T. Econ. 
Geogr. 1911, 379. 



De Sangi- en Talaud-eilanden. 
Geogr. 1912, 136. 



T. Econ. 



Jasper (J. E.). Een reis in Zuid-Celebes. 



Voordracht. — Org. Moederl. en Kol. XII 
(1912), N°. 1, bl. 31. 

Nota van toelichting over de bergland- 
schappen boven het Paloedal. — T. B. G. 
54 (1912), 1. 

Nota betreffende het landschap Toli-Toli. 
M. k. — T. B. G. 54 (1912), 27. 

Nota van toelichting betreffende de zelf- 
besturende landschappen Paloe, Dolo, Sigi 
en Beromaroe. — T. B. G. 54 (1912), 58. 

Nota van toelichting betreffende het land- 
schap Balangnipa. — T. B. G. 54 (1912), 503. 

Nota van toelichting omtrent de federatie 
Doeri of Talloe-Batoe-Papan, bestaande uit 
de landschappen Maloewa, Allah en Boentoe 
Batoe. — T. B. G. 54 (1912), 554. 

NiJNATTEN (A. A. van). Naar het hoogste 
punt van Celebes. M. ill. — Weeldtl. v. Indië. 
9 (1912—13), 775. 

De zelfbesturende landschappen Tahoe- 
landang (Tagoelandang), Siaoe, Taboekan 
(ten rechte: Tawoekan), Kandhar-Taroena 
(ten rechte: Këndahë-Tahoena) en Manga- 
nitoe (Afdeeling Sangi- en Talaud-eüanden, 
residentie Menado). M. k. — Meded. Ene. 
Bureau. Afl. 11(1912), 5. — Critiek op boven- 
genoemden inhoud van Afl. II der Med. Ene. 
Bur., door G. Nypels. — I. G. 1912, 1, 828. — 
Antwoord van L. van Vuuren, met Naschrift 
van G. Nypels. — /. G. 1912, II, 1390, 1391. 

De zelfbesturende landschappen van de 
residentie Menado, gelegen op den vasten 
wal van Celebes. M. k. — Meded. Ene. Bureau, 
Afl. II (1912), 84. 

Treffers (E.). Enkele kantteekeningen op 
„Reise von der Mingkoka-Bai nach Kendari". 
Hoofdstuk VI van „Reisen in Celebes", door 
Dr. P. en F. Sarasin, Dl. I. Wiesbaden, 1905). 
(Met aanteekeningen van Dr. N. Adriani). 
M. k. — T. B. G. 55 (1913), 223. 

CooL (P.). Boeton: M. ill. — Ned. Zee- 
wezen. 1913, 40. 

Jasper (J. E.). Eenige onderwerpen, be- 
trekking hebbende op de Minahassa. — T. 
B. B. 45 (1913), 87. 



12 



AARDRIJKSKUNDE kkz. — CELBBES. 



SlNlA (J. G.)- Een Boegineesche bergkam- 
pong. M. ill. — Elsevier' s GeïU. Maandschr. 
23 (1913), I, 67. 

Goedhart (O. M.). Nota van toelichting 
betreffende het zelfbesturend landschap 
Barree. — T. B. G. 55 (1913), 557. 

Staat. (J. J,). De ontdekking van het Poso- 
meer. — T. A. G. 1913, 786. 

ScHUYT (P.). Langs oude en nieuwe wegen. 
(Geographische en ethnographische beschrij- 
ving van een gedeelte der Posso-streek). — 
M. L — M. N. Z. G. 1913, 341. 

MoLL (V. G. A.). Eenige mededeeüngen 
omtrent het eiland Moena — 7. G. 1913, II, 
1022. 

AüKiAia (N.). Verhaal van de ontdekkings- 
reis van Jhr. J. C. W. D. A. van der Wyck 
naar het Posso-meer, 16 — 22 Oct. 1865. — 

I. G. 1913, II, 843. 

De reis van den heer W. J. M. Michielsen 
naar het Posso-meer, 12 — 17 JuH 1869, uit- 
gegeven door Dr. N. Adriani. — I. G. 1913, 

II, 1612. 

Santé (P. Th.). De piek van Bonthain 
(Lompo Battang). M. Ic. en ill. — Jaarversl. 
Topogr. Dienst. IX (1913), I, 171. 

Jacobs (J. H. N. P.). Eenige tochten door 
Midden-Celebes. M. k. — Jaarversl. Topogr. 
Dienst. IX (1913), 1, 177. 

Kruyt (A. C). Eene reis in Mori (Midden- 
Celebes). — Maandber. N. Z. G. 1914, 17. — 
Kd. Weekbl. 1914, Nos. 9 en 10. 

Eerde (J. C. van). Bespreking van: „De 
Bare'e -sprekende Toradja's van Midden- 
Celebes, door N. Adriani en A. C. Krtjyt". 
Dl. I en II. Land- en Volkenkunde. — T. A. G. 
1914, 403. — Bespreking door T. J. Bezemeb. 
— M. N. Z. G. 1914, 285. 

De grensstreken tusschen Loewoe en Ma- 
moedjoe in Centraal-Celebes. M. k. — T. A. 
G. 1914, 475. 

LoEBÈR Jr. (J. A). In Midden-Celebes. 
(Critische bespreking van A. GKUBAtJEE's: 



„Unter Kopfjagern in Central-Celebes"). — 
I. G. 1914, I, 186. 

BooNSTBA VAN Heerdt (R.). De berg- 
landschappen behoorende tot de afdeehng 
Paloe van Midden-Celebes (Koelawi, Lindoe, 
Tobakoe, Tolé, Benasoe). — T. A. G. 1914, 
618. 

Vuttren (L. van). Unter Kopfjagern in 
Central-Celebes. (Critische bespreking van 
A. Grubauer's aldus getiteld werk). — /. G. 
1914, II, 1533. — Opmerkingen door J. F. 
Snelleman. — Ihid. bl. 1638. 

Bqonstra van Heerdt (R.). De noorder 
arm van het eüand Celebes, van Paloe tot 
Bwool. M. k. — T. A. G. 1914, 725. 

Kendari. M. ill. — Eigen Haard. 1914, 839. 

Onder de koppensnellers van Centraal- 
Celebes. Naar het Duitsch van Dr. A. Gru- 
BAUER. (Fragmenten uit zijn reisverhaal). 
M. ill. — De Aarde en haar Volken. 1914, 105, 
113, 177, 185, 193, 201; 1915, 105, 113, 121, 
129. 

Eine Forschungsreise van Dr. M. v. KoMO- 
Eowicz nach Celebes, Sangir-und Talaud- 
Inseln. — Z. Gesdlsck. Erdk. 1914, 66. 

Brautigam (D. A. f.). Nota betreffende 
het zelfbesturend landschap Tanette. — 
T. B. G. 56 (1914), 445. 

WiNTJES (P. A.). Banggaai en de Banggaai 
Archipel. (Ineen artikelenreeks: Eennieuwe 
missiepost in 't verschiet). M. k. — Ber. St. 
Claverbond. 1915, 136. 

Abbndanon (E. C). Celebes, uit of in de 
Tethys ? - T. A. G. 1915, 358. 

Schuit (P.). Het tegenwoordige landschap 
Todjo. — M, N. Z. G. 1915, 262. 

• 

Gonggrijp (G. F. E.), Gorontalo. (In 
hoofdzaak plaatsbeschrijving). M. ill. — Kol. 
Tijdschr. 1915, II, 1361. " 

Kate (P. ten). De weg van Oema i Rehe. 
(Van het Posso-meer naar Napoe). M. k. — 
M. N. Z. G. 1915, 339. 

PisciCBLLi (M.). A Celebes. M. ill. — BoU. 
R. Soc. Geogr. Rome. 1915, 1251. 



AARDRIJKSKUNDE enz. - MOLUKSCHE ARCHIPEL— NIEUW-GUINEA. 13 



g. De Moluksche Aechipel. 

Roux (Dr. J.). Hes Arou et Kei. — Le Globe. 
49 (1910), 1. 

Het eiland Ambelaoe en zijne bewoners. 
(Ontleend aan een rapport van J. W. H. 
VAN DEB MiESEN). — T. A. G. 1911, 950. 

Het Sultanaat Batjan. M. k. — Meded. 
Ene. Bureau. Afl. I (1911), 1. 

Lasschtjit (H.). Eene reis in de Kau-baai 
(Halmaheira). — Ber. Utr. Zend. 1911, 83. 

Baretta (J. M.). Gegevens omtrent het 
eiland Halmaheira. — T. A. G. 1912, 342. 

Hecht Muntingh Napjus (J. van). Aan- 
teekeningen betreffende het eiland Ceram of 
Seran. — T. A. G. 1912, 776. 

Betsy. Brieven van een Molukkenreis. — 
T. B. B. 43 (1912), 287, 350. 

Gappers (E.) Dwars door Jamdena. Een 
verkenningstocht op de Tanimbar -eilanden. 
— M. ÜL— Annalen Missiehuis Tilburg. 1912, 
309, 424. — De Java-Post. 1912, 808; 1913, 26. 

Ambon. (Overzicht van reisbrieven van 
Augusta de Wit in de N. R. Ct. over het 
leven op Ambon). — /. G. 1913, II, 1248. 

Plannen voor eene nieuwe Nederlandsche 
expeditie ter wetenschappelijk onderzoek van 
den Oost-Indischen Aichipel (in het bijzonder 
van Ceram). M. k. — T. A. G. 1914, 360. 

Staal (J. J.). Het eiland Ceram. — T. A. G. 
1914, 645. 

Vogel (A.). Tifoe en Ambon. M. ill. — 
Buiten. 8 (1914), 578. 

Deninger (Prof. Dr. K.). Morphologische 
Uebersicht der Insel Seran. M. k. — Peterm. 
Mitt. 1914, II, 16. 

Tauern (Dr. O. D.). Reisebeobachtungen 
von der Insel Seran. M. k. en ill. — Peterm. 
Mitt. 1914, II, 75. — Verg. T. A. G. 1914, 
790. 

Verslag betreffende de wenschelijkheid 
van een wetenschappelijk onderzoek van de 
eüandenreeks tusschen Celebes en Nieuw- 



Guinea en in het bijzonder van het eiland 
Ceram. — Maatschappij ter bev. Nat. Onderz. 
Ned. Kol. 91e Best. Verg. 28 Maart 1914, 11. 

Jansen. Dwars door Boeroe. Een reisbe- 
schrijving. — Ned. Zendingsbode. 1915, 2, 11, 
18. 

RouFFAER (G. P.). Oudjavaansche eiland- 
namen in de Groote Oost: Sergil, Seran, 
(Qeram), Boeroe (Hoetan Kadali). — T. A. G. 
1915, 642. 

ToBi (A. C). Ambon (Plaats- en volks- 
beschrijving). — Indologenblad. 7 (1915-16), 
5, 26, 48, 74. 

Ellen (G. J.). Een reis naar Morotai. — 
Ber. Utr. Zend. 1915, 186. 

Tauern (Dr. O.). Die Molukkeninsel Mi- 
sol. M. k.— Peterm. Mitt. 1915, 311. 

Deninger (Prof. Dr. K.). Geographische 
Uebersicht von Westseran. M. k. — Peterm. 
Mitt. 1915, 385. 

De residentie Ambon. Ontleend aan een 
studie van H. J. A. Raedt van Oldenbar- 
nevelt, oud-resident. — T. B. B. 49 (1915), 
265, 376. 

Boes (A. G.). De Molukken. (Overzicht ee- 
ner op 29 Nov. 1915 gehouden voordracht). 
— Ceres. 9 (1915—16), 222. 

h. NiEUW-GuiNEA. 

LoBENTZ (Mr. H. A. ). An expedition to the 
Snow Mountains of New Guinea. Voordracht 
M. k. en ill. — Geogr. Journal. 1911, 1, 477. — 
The Scottish Geogr. Magazine. 1911, 337. 

Wat er den laatsten tijd opNieuw-Guinea 

verricht werd. — Tijdspiegel. 1911, 1, 47. 

De tocht naar de eeuwige sneeuw van 

Nieuw-Guinea. M. ill. — De Aarde en haar 
Volken 1911, 1. 

NouHUYS (J. W. van). Voordracht over de 
ontdekkingstocht in Nieuw-Guinea, waarbij 
het Sneeuwgebergte werd bereikt. — Org. Ver. 
Moederl. en Kol. 1911. No. I. blz. 3. 

De arbeid der exploratie -detachementen op 
Nieuw-Guinea. M. ill. — T. A. G. 1911, 494. 



u 



AARDRIJKSKUNDE enz. NIEUW-GUINEA. 



WiCHMANN (H.)- Die Deutsch-Niederlan- 
dische Grenzkommission in Neu-Guinea. M. 
k. — Peterm. Mitt. 1911, 1, 184. 

Explorations in Dutch New-Guinea. (Dr. 
LoRENTZ's asoent of Wilhelmina Peak; Gap. 
Ra\vlinq's explorations). — Bvll. Americ. 
Geogr. Society. 1911, 837. 

De wetenschappelijke uitkomsten der Mam- 
beramo-expeditie (1909—1910). M. k. en ill. 

— T. A. G. 1911, 447. 

Heldring (O. G.). Drie jaren met het ex- 
ploratie-detachement in Zuid Nieuw-Guinea. 

— T.^. 0.1911,568. 

MoszKOWSKi (M.). Vorlaufiger Bericht 
über die Deutsche Mamberamo Expedition in 
Niederlandisch Neu-Guinea. — Z. Gesellsch. f. 
Erdk. 1911, 185. 

RawldsG (C. G.). Explorations in Dutch 
New-Guinea. Voordracht. 21. ill. — Geogr. 
Journal. 1911, II, 233, 252. — Additional 
information. — Ibid.. 1911, II, 592. 

MoszKOWSKi (M.). Röise in das Lmere von 
Nordwest Neu-Guinea. — Geogr. Zeitschr. 17 
(1911), Nr. 4. 

De Idenburg-rivier (op Nieuw-Guinea). 
M. k. — T. A. G. 1911, 962. 

The Mackay-Little expedition in Sou- 
thern New-Guinea. M. k. en ill. — Geogr. 
Jmrnal. 1911, II, 483. 

Staal ( J. J. ). De exploratie van Nieuw-Gui- 
nea. M. k. en ill. — T. A. G. 1911, 708, 823, 
1912, 71, 210, 351, 527, 834; 1913, 68, 229, 345 
.532, 661, 795; 1914, 103, 395, .531, 649, 782; 
1915, 95, 225, 366, 542, 674, 857. 

LoEENTZ (H. A.). Britsche Zuid Nieuw- 
Guinea expeditie. — T. A. G. 1911, 714. 

NiERMEYER (J. F.). Het Kamaka Waller, 
een kar.stmeer op Nieuw-Guinea. M. ill. — 
T.A.G. 1911,834. 

LoRENTZ (Mr. A. H.). Nieuw-Guinea expe- 
ditie in 1909. Voordracht. — Buil. Kol. Mus. 
N°. 48 (1911), 45. 

Heldring (O. G. ). Verslag (geographisch en 
geologisch) over Zuid Nieuw-Guinea. M. ill. — 



Jb. Mijnw. N. I. 40 (1911). Verhand. bl. 40. 

Het grensland van Nederlandsch en Duitsch 
Nieuw-Guinea. — T. Econ. Geogr. 1912, 422. 

Frajïssen Herderschee (A.). Verslag der 
3e Zuid Nieuw-Guinea-expeditie aanvangen- 
de 21 Aug. 1912. — Bulletin Maatsch. ter bev. 
Nat. onderz. Ned. Kol. N". 65 (Dec. 1912), 9. 

— Ibid. No. 66 (Jan. 1913), 3. — Ibid. No. 67 
(April 1913), 3. — Ibid. No. 68 (1913), 3. — 
In No. 68 nog: Beknopt zoölogisch verslag 
door G. Versteeg (bl. 29). — Beknopt bo- 
tanisch verslag, door A. A. Ptjlle (bl. 33). — 
Beknopt geologisch verslag, door P. F. Hu- 
BRECHT (bl. 37). — Beknopt meteorologisch 
verslag, door P. F. Hubrecht (bl. 48). — " 
Beknopt topographisch verslag (bl. 51). — 
Beknopt medisch verslag, door G. Versteeg 
(bl. 52). 

Sachse (F. J. P.). Noord Nieuw-Guinea. 
M. k. — T. A. G. 1912, 36. 

' Verkenning der Idenburg-rivier in Nieuw- 
Guinea (6 Juni— 8 Augustus 1911). —T. A. G. 
1912, 293. 

Ven (F. F. van der). De Wüdeman-rivier 
(Zuid Nieuw-Guinea). M. k. — T. A. G. 1912, 
310. 

Een tocht naar de Johannes Keijts (een 
bergtop in Midden Nieuw-Guinea), door H. H. 
(Met naschrift van J. F. L. de B (albian 
Verster). M. ill. — Eigen Haard. 1912,506. 

Heldring (O. G.). Drie jaren in Nieuw- 
Guinea. — Buil. Kol. Mus. N°. 50 (1912), 87. 

— Zie ook Indologenblad. 2 (1911—12), 70. 

Hasselt (F. J. F. van). De Dore-baai, 
vóór den aanvang der zending. — Ber. Utr. 
Zend. 1912, 64. 

MtXYLWiJK (J. van). Een bezoek aan Idoor 
(Mc Cluer-golf). — Ber. Utr. Zend. 1912, 101. 

Hasselt (F. J. F. van). Een reis naar de 
Humboldtsbaai. — Ber. Utr. Zend. 1912,213. 

Pionierswerk in Nieuw-Guinea. — Pintoe 
Perniagaan. III. N°. 25, bl. 11 ; N°. 27, blz. 24. 

Kolk ( J. van der). Het verleden, het heden 
en de toekomst van Nederl. Zuid Nieuw-Gui- 
nea. — De Java-Post. 1912, 65, 83, 100. 



AARDRIJKSKUNDE enz. NIEüW-GUINEA. 



15 



Die Besteigung des Hellwig-Gebirges in 
Neu-Guinea nach Zeichnungen von Dajak 
und anderen Eingeborenen aus dem Lidischen 
Archipel, miteiner Beschreibung von L. S. A. 
M. VON RöMEB. M. UI. — Intern. Arch. f. 
Ethnogr. 21 (1913), 49. 

LuLOFS (C. ). De toekomst van NederlaPidsch 
Nieuw-Guinea. M. k. — T. B. B. 42 (1912), 
83, 162. 

KooiJ ( J. VAN der). Een verkenningstocht 
(naar de boven -Merauke -rivier). M. k. — 
Annalen Missiehuis Tilburg. 1912, 6. 

Rawung (Capt. C. G.). British explora- 
tion in Dutch New Guinea. M. UI. — The Scot- 
tish Geogr. Journal. 1912, 1. 

MoszKOWSKi (Dr. M.). Expedition zur Er- 
forschung des Mamberamo in Hollandisch 
Neu-Guinea. Vortrag. M. k. — Z. Gesellsch. f. 
Erdk. 1912, 271, 365. 

De expeditie Franssen Herderschee in 
Nieuw-Guinea (en andere berichten). — I. G. 
1913, I, 772, 773. 

Ven (F. F. van der). De Goliath en het 
aangrenzende bergterrein van CentraalNieuw- 
Guinea. M. k. en UI. — T. A. G. 1913, 172. 

Staat. (J. J.). Een en ander over een on- 
langs verschenen, aardrijkskundig standaard- 
werk. (Critiek op Prof. Dr. A. Wichiviann's: 
„Entdeckungsgeschichte von Neu-Guinea"). 

— T. A. G. 1913, 224. 

Gooszen (A. J.). De Noordwest -rivier en de 
Bibis- of Van der Sande-rivier als toegangs- 
wegen tot het Oranje -gebergte. — T. A. G. 
1913, 525. 

Hoe Neder landsch Nieuw-Guinea ge- 
ëxploreerd werd en wordt. — T. A. G. 1913, 
638. 

Gelder (Dr. J. K. . van). Waarschijnlijk 
stroomgebied van de Mamberamo (Nieuw- 
Guinea). — T. A. G. 1913, 658. 

Staal (J. J.). Bespreking van Mr. H. A. 
LoBENTz's: Zwarte menschen. — Witte ber- 
gen. Verhaal van den tocht naar het Sneeuw- 
gebergte van Nieuw-Guinea. — T. A. G. 1913, 
680. — Bij de Pësëgems op Nieuw-Guinea. 
Bespreking van genoemd werk, door J. S. 



Verburg. — Tijdschr. v. Geschiedenis, Land- 
en Volkenkunde. 1914, 57. 

De Wühehnina-sneeuwtop in Nieuw-Gui- 
nea. 31. k. en UI. — T. A. G. 1913, 789. 

Lens (F. J. ). Een tocht over Biak (Schou- 
ten-eilanden). M. UI. — Ber. Utr. Zend. 1913, 
97. 

De derde Zuid Nieuw-Guinea expeditie. — 
Kol. Weekbl.lQlS, N°. 34. 

De luchtschip-expeditie door Nieuw-Gui- 
nea. (Bijzonderheden, ontleend aan de N. R. 
Ct. van 28 Aug. 1913). — /. G. 1913, II, 1377. 

Ontwerp voor eene eerstvolgende weten- 
schappelijke expeditie naar Nieuw-Guinea. 
M. k. — Maatschappij ter bevordering Nat. 
Ond. Ned. Kol. 89e Best. -Verg. 29 Nov. 1913, 
bl. 4. 

De Nieuw-Guinea-expeditie. (Ontleend aan 
berichten in de N. R. Ct. en andere bladen). 
— /. G. 1913, II, 942. 

Het exploreeren van Nieuw-Guinea. (Uit- 
treksel van artikelen van „Pionier" in de 
N. R. CL). — I. G. 1913, II, 1525. 

Netjhauss (Prof. Dr. R. ). Die Erforschung 
von Neuguinea mit dem Lenkbalon. M. k. — 
Peterm. Mitt. 1913, II, 198. 

Zur LuftschifEexpedition nach Neuguinea. 
M. k. — Peterm. Mitt. 1913, II, 327. 

Neuhauss (Prof. R.). Die Erforschung von 
Neuguinea mit dem Luftballon. — D. Kolo- 
nialzeitung. 1913, 22. 

Plate (L. M. f.). Merauke, het oord der 
verschrikking. — T. B. B. 44 (1913), 287, 350. 

ViEGEN (J.). Een tocht naar de Noord 
W^est -rivier (Ned. Nieuw-Guinea). — Annalen 
Missiehuis Tilburg. 1913, 262, 279, 296, 330, 
347, 361, 374. — De Java-Post. 1914, 90. 

Andermaal op ontdekkingsreis (in Zuid- 

Nieuw-Guiuea). M. UI. — Annalen Missiehuis 
Tilburg. 1914, 98, 116, 135, 165, 197, 245, 
264, 293, 308, 345, 359, 371. — De Java-Post. 
1914, 345, 362, 379, 444, 458. 

Staal ( J. J. ). Geen sneeuwbergen op Nieuw 



16 



AARDRIJKSKUNDE enz, NIEUW-QUINBA. 



Ouinea! (Critiek op eene bewering van H. 
3IEIEB in Peterm. Mitteüungen). — T. A. G. 
1914, 774. 

Staal (J. J.)- Dr. Wollaston's expeditie 
naar den Carsstensz-berg in Ned. Nieuw- 
Ouinea. M. ül. — T. A. G. 1914, 388. 

Dewitsch(von). Die deutsch-engüsch-hol- 
landische Luftschiff-Expedition nach Neu- 
Guinea. — Kd. Rundschau. 1914, 80. — Noch- 
mals die Luftschiff-Expedition nach Neu- 
Guinea. — Kol. Rundschau. 1914, 165. 

Kolk (J. van der). Nieuwe dorpen in 
J^^ieuw-Guinea. — Annalen Missiehuis Tilburg. 
1914, 340. 

Die Luftschiff-Expedition nach Neu-Gui- 
nea. — Z. Gesellsch. f. Erdk. 1914, 156. 

Friedeeici. Bespreking van A. Wichmakn: 
„Entdeckungsgeschichte von Neu-Guinea". 

— Göttingische gelehrte Ameigen. 1914, 168. 

WoLLASTON ( A. f. R. ). An expedition to 
Dutch New Guinea. M. k. en ill. — Geogr. 
Journal. 1914, I, 248. 

De derde Nederlandsche expeditie naar het 

Sneeuwgebergte van Nieuw-Guinea (Aug. 

1912 — Mei 1913). (Overzicht eener voordracht 

van Dr. A. A Pulle. — Kol. Weekbl. 1914, 

.N°. 9. 

Peski (F. van). Beschrijving eener explo- 
ratie van het eiland IVIisool. M. k. — /. G. 
1914, IL 1337. 

KooiJ (J. VAN der). In het land der Man- 
gatrikkers (Zuid Nieuw-Guinea). — De Java- 
Post. 1915, 262. 

Naber (S. P. I'Honorè). Nueva Guinea, 
.Nova Guinea, Nieuw-Guinea, Nieuw-Guinee. 

— T. A. G. 1915, 527. 

Wieder (Dr. F. C). Wanneer en hoe werd 
de naam van Nieuw-Guinea het eerst ge- 
drukt 1 — T.A. G. 1915, 533. 

Van reizen en trekken. Naar het sneeuw- 
gebergte van Nieuw-Guinea. Derde Ned. 
expeditie, door Prof. Dr. A. A. Pulle, be- 
sproken door E. V. H. — Ind. Merc. 1915, 
187. 



Mjöbero (E.). Om Nya Guinea och dess 
utforskande. M. k. en ill. — Ymer. 34(1915), 
301. 



Jenkins (J. G.). Papua and the Papuans. 
Voordracht.— United Empire. 1911, 183. 

Bij de inboorlingen van Britsch Nieuw- 
Guinea. Naar het Fransch van Markies de 
Cacqueray. M. ill. — De Aarde en haar Vd- 
ken. 1911, 161. 

Craandijk (C). De kaart der Keizerin 
Augusta-rivier. M. k. — T. A. G. 1911, 311 

Dekker (J.). De uitkomsten der Duitsche 
Nieuw-Guinea expeditie (van Dr. Schlech- 
TER in 1907—1909). — Ind. Merc. 1911, 647. 

Penck (Prof. Dr. A ). Diè Erforschung des 
Kaiserin Augusta Fiusses, durch Prof. L. 
ScHTJLTZE. — Z. Gesellsch. f. Erdk. 1911, 361. 

Pilhofek (G.). Eine Reise in das Hinter- 
land von Finschhaven (Kaiser Wühelmsland). 
M. k. en ill. — Peterm. Mitt. 1911, U, 187. 

Smith (M. Staniforth). Exploration in 
Papua. M. k. — Geogr. Journal. 1912, 1, 313. 

Netjhauss (Prof. R.). Wirtschaftliches aus 
Deutsch-Neu-Guinea. — Kol. Rundschau. 

1911, 348. 

ScHLECHTER (Dr.). Bericht omtrent een 
onderzoekingstocht naar de Uaria (Hercules- 
rivier in Duitsch Nieuw-Guinea). — T. N. L. 
N. I. 82 (1911), 329. 

DiEHL (W.). Eine Urwaldreise in(Deutsch) 
Neu-Guinea. —fier. Rhein. Missions Gesellsch. 

1912, 73. 

PiLHOFER (G.). Eine Reise von Finsch- 
haven nach dem Markhamflusses (Deutsch 
Neu-Guinea). M. k. en ill. — Peterm. Mitt. 
1912, II, 143. 

Bell (L. Livingstone). Exploring in Pa- 
pua. — Victoria Geogr. Journal. 28 (1910 — 11), 
3L 

BÜCHER (Dr.). Ein Studienreise nachNeu- 
guinea. — D. Kolonialblatt. 1912, 542. 

Aus Kaiser-Wilhelms-Land. Expedition 



AARDRIJKSKUNDE enz. — NIEUW-GUINEA. 



17 



des Reichs-Kolonialamts, der Königl. Museen 
und der Deutschen Kolonialgeselischaft zur 
Erforschung des Kaiserin-Augustaflusses 
(Sepik) in Kaiser-Wilhelmsland. M. k. — 
D. Kolonialzeüung. 1912, 743; 1913, 116, 135, 
173, 230, 262, 529, 643. — Zie ook: Geogr. 
Journal 1913, I, 390. 

Spethmann (H.) en Dr. R. Thtjrnwald. 
Nachrichten von der Deutschen Neuguinea- 
Expedition. — Z. Gesdlsch. f. Erdkunde. 
1912, 377, 457; 1913, 138, 298, 561, 638; 1914, 
54, 791. 

De Duitsche expeditie naar de Keizerin 
Augusta-rivier, door S. M. k. — T. A. G. 1913, 
543. 

Keysser (Ch.). Die erste Besteigung der 
östlichen Gripfel des Finisterregebrrges (Kai- 
ser-Wilhelms-Land). 31. k. en ill. — Peterm. 
Mitt. 1913, II, 177. 

SCHLAGINHATJFEN (Prof Dr. O. ). OttO Re- 

CHES Werk über den,Kaiserin-Augusta-Fluss 
in Neuguinea. — Peterm. Mitt. 1913, II, 199. 

Am Goldfluss von Kaiser-Wilhelms-Land, 
von F. — D. Kolonialzeüung. 1913, 379. 

MoiSEL (M.). Begleitworte zu der vor- 
laufigen Karte des Kaiserin August a-Flusses 
(Sepik). M. k. — Mitt. D. Schutzgeb. 1913, 
126. 

Thxtbnwald (Dr. R). Eine Durchquerung 
des Gebiets zwischen Kaiserin-Augustaflusses 
und Kuste. M. k. — Mitt. D. Schutzgeb. 1913, 
357. 

Vom mittleren Sepik zur Nordwestküste 

von Kaiser-Wühelmsland. Vorlaufiger Be- 
richt. M. k. — Mitt. D. Schutzgeb. 1914, 81. 



ScHtTLTZE (Dr. L. ). Forschungen im Innern 
der Insel Neuguinea. (Bericht des Führers über 
die wissenschaftliche Ergebnisse der deut- 
schen Grensexpedition indas westliche Kaiser- 
Wühelmsland 1910). M. k. en ill. — Mitt. D. 
Schutzgeb. Erganzungsheft Nr. 11 (1914). 

Beavek (W. N.). Some notes on the no- 
menclatiu-e of Western Papua. — Man. 1914, 

N°. 68. 

Penck ( A. ). Zur Rückkehr der Expedition 
zur Erforschung des Kaiserin-Augusta-Flus- 
ses. M. k. — Z. Gesellsch. f. Erdk. 1913, 713. , 

Thtobnwald (Dr. R.). Entdeckungen im 
Becken des oberen Sepik. Vorlaufiger Be- 
richt. M. k. — Mitt. D. Schutzgeb. 1914, 338. 

Stollé. Ueberbhck über der Verlauf der 
Kaiserin-Augustafluss-Expedition. M. k. — 
Z. Gesellsch. f. Erdk. 1914, 249. 

Behrmann (W.).Geographische Ergebnisse 
der Kaiserin-Augustufluss-Expedition. Vor- 
trag. M. k. .— Z. Gesellsch. f. Erdk. 1914, 254. 

Andexer (H. ). Der untere Lauf des Watut 
in Deutsch Neuguinea. M. k. — Z. Gesellsch. 
f. Erdk. 1914, 277. 

Deutsch Neu-Guinca. Die Witu-Inseln. Aua 
einem Bericht des Bezirksambtmanns Dr. 
Klug. — D. Kolonialblatt. 1914, 93. 

Die Ergebnisse der Sepik-Expedition und 
die künftige Erforschung von Kaiser-Wü- 
hehnsland. M. k. — D. Kolonialblatt. 1914, 
143. 

PiLHOFER (G.). Eine Durchquerung Neu- 
guineas vom Waria zum Markhamfluss. — 
Peterm. Mitt. 1915, 21, 63. 



n. NATUURKUNDIGE BESCHRIJVING. 



a. Natu URWETENSCHAPPELIJKE 

onderzoekingen en waarnemingen. 
Meteorologie — Kximatologie. 

De watergetijden in den Indischen Archipel 
(Naar aanleiding vam P. J. Smits: Harmo- 
nische analyse der watergetijden). — /. G. 
1911, I, 131. 



Oever (H. ten). Invloed der bosschen op 
klimaat en waterverdeeling in het bizonder 
op Java. — /. G. 1911, II, 861. 

QxJiNTTTS (R. A.). Zonneschijnwaamemin- 
gen te Sempal-Wadak. — Arch. Suikerind. 
N. I. 1911, 1, 774. 

Nell (Chr. A. C). Koninklijk Magnetisch 

2 



18 



METEOROLOGIE. — KLIMATOLOGIE en'z. 



en Meteorologisch Observatorium te Batavia. 
(Naar aanleiding van het eerste jaarverslag, 
1910). — T. A. G. 1911, 993. 

Bemmelen (W. vax). The upper Trade winds. 

— yaiure. 28 Sept. 1911. 

Stok (Dr. L. P. vax der). Elementare 
Theorie der Grezeiten nebst den Gezeiten- 
konstanten der wichtigsten Orte des Indi- 
schen Archipels und anderer Hafenplatze, 
übersetzt von Prof. Dr. E. Heemax>-. — 
Annalen der Hydrographie. 1911, 227, 303, 
354. 

Bemmelen (W. van). Bericht über der Re- 
gistrierballonaufstiege in Batavia. — Mete- 
ord. Zeitschr. 1911, Heft 4. 

Vbiess (Dr. J. G. C). Weer-waarnemingen 
(in Deli). — Med. Deli- Proefstation. 6 (1911 
—12), 211. 

Bemmelen (Dr. W. van). Die Windver- 
haltnisse in den oberen LuiEtschichten nach 
Ballonvisierungen in Batavia. — Verh. Kon. 
Magn. en Meteorol. Observ. Batavia. N°. 1 
(1911). — Overzicht door P. Perlewitz. — 
Annalen der Hydrographie. 1912, 181. 

Het Koninklijk Magnetisch en Meteorolo- 
gisch Observatorium te Batavia, door Dr. 
V. B. M. ül. — Weekbl. v. Indiè. 8 (1911—12), 
916. 

Koloniaal Museum te Haarlem. Prijsvraag 
voor het jaar 1912. Onderwerp: „Beknopte 
geschiedenis van de beoefening der natuur- 
wetenschap in de Nederlandsche Koloniën". 

— Buil. Kol. Mu3. N°. 50 (1912), 39. 

Uitkomsten van meteorologische waarne- 
mingen, verricht aan het Proefstation voor de 
Java-Suikerindustrie, afd. Pasoeroean gedu- 
rende het jaar 1909. — N. T. N. I. 70 (1911), 
29. — ld. gedurende het jaar 1910, door Th. 
Mabb. — Ibid. 71 (1912), 23. — ld. gedurende 

1911. — Ibid. 72 (1913), 65. — ld. gedurende 

1912. — Ibid. 72 (1913), 259. 

Braak (Dr. C). Over de grondslagen eener 
weervoorspelling voor Indië. — N. T. N. I. 
70(1911), 103. 

Uitkomsten der aardmagnetische wfiame- 
mingen te Batavia en Buitenzorg verricht 
gedurende het jaar 1908. — N. T. N. I. 70 



(1911), 117. — ld. gedurende 1909. — Ibid. 
71 (1912), 210. — ld. gedurende 1910. — 
Ibid. 72 (1913), 258. — ld. gedurende 1911. 
Ibid. 73 (1914), 267. — ld. gedurende 1912. 

— Ibid. 74 (1915), 129. 

Zonneschijnwaamemingen verricht in het 
jaar 1909 op een tiental suikerfabrieken der 
„Handels vereeniging Amsterdam". — N. T. 
N. I. 70 (1911), 118 — ld. verricht in 1910. — 
Ibid. 71 (1912), 29. 

Registreerballon-opstijgingen te Batavia, 
door S. — Hemel en Dampkring. 9 (1911 — 12), 
29. 

TiJMSTRA BzN. (Dr. S.). Over de gemid- 
delde maandelijksche windrichting in Medan. 

— Meded. Deli- Proefst. 6 (1911—12), 203. 

BuYSMAX (M. ). De regen tusschen de keer- 
kringen. — CuUura. 1911, 456. 

Bemmelen (Dr. W. van) en Dr. C. Braak. 
Voorloopig bericht omtrent in het jaar 1909 
te Batavia aangevangen onderzoek der hoo- 
gere luchtlagen. — Versl. V. Ak. v. W. afd. 
Wis- en Nat. k. XIX (Ie ged.), Deo. 1910, 161. 

Braak (Dr. C). De getijkrachten te Bata- 
via volgens den iastatischen seismograaf van 
WiECHEBT. — Versl. V. Ak. v. W. afd. Wis- 
en Nat. k. XIX (2e ged.). Mei 1911, 1304. 

Marr (Th). Meteorologische waarnemin- 
gen verricht te Pasoeroean gedurende het 
tijdvak 1901—1910. — Arch. Suikerind. N. I. 
1911, I, 541. 

Marx (N.). Regenstatistiek (over het tijd- 
vak 1895 — 1910) (speciaal in het rayon der 
suikerfabriek Redjoagoeng). — Arch. Suiker- 
ind. N. I. 1911, I, 445. 

Braak (Dr. C). I. Drachen- und Fessel- 
ballon Beobachtimgen. II. WissenschaftUche 
Ergebnisse der Aufstiege mit dem Freibal- 
lone „Batavia". — Verhand. Kon. Magn. en 
Meteor. Observat. Batavia. N°. 2 (1912). 

Bemmelen (W. van). Die Temperatur des 
tropischen Luftmeeres nach Beobachtungen 
mittelst Registrir-ballons in Batavia. — Mete- 
orol. Zeitschr. 1912, Heft 7. 

Een windhoos nabij Bandoeng. M. ili. — 
Weekbl. v. Indië. 9 (1912—13), 179. 



METEOROLOGIE. — KLIMATOLOGIE enz. 



19 



Dijk (W. A. van). Oorzaken van verzan- 
ding en aansübbing van Java's Noordkust en 
beschouwingen om plaatselijk verbetering 
aan te brengen in navolging en medewerking 
der Natuur. — Ind. Bouwk. Tijdschr. 1912, 
15 

Hburn (F. E. van). Overzicht van het 
eerste natuuronderzoek in den Indischen 
Archipel. (De mededeeUngen bij Linschoten. 
De verzamelingen der Leidsche Universiteit 
in de 16e eeuw). — Levende Natuur. 17 (1912- 
13), 191. 

Bemmelen (W. van). High Tropical winds. 
Nature, 31 Oct. 1912. 

Bbaak (Dr. C. ). Weersoverzicht (te Batavia) 
van 1911. — N. T. N. 1. 71 (1912), 201. 

Bericht über das meteorologische Beobach- 
tungswesen im Schutzgebiete Deutsch-Neu- 
guinea im Jahre 1911, bearbeitet von Dr. H. 
Makquabdsen. — Mitteil. D. Schutzgeb. 1912, 
332. — ld. in 1912. — Ibid. 1913, 350, 

Beaak (Dr. C). De correlatie tusschen 
luchtdrukking en regenval in den Indischen 
Archipel in verband met 3.5 jarige barometer- 
periode. — Ver si. V. Akad. v. W. afd. Wis. en 
Nat. k. XXI (Ie ged.) Dec. 1912, 193. 

Een weervoorspelling op langen termijn 

voor den Oostmoesson op Java. — Versl. V. 
Akad. V. W. afd. Wis. en Nat. k. XXI (Ie ged.) 
Dec. 1912, 828. 



Eene Oostmoessonvoorspelling op Java. 
- Korte Berichten. 3 (1912—13) N°. 1, bl. 



11. 



De windverhoudingen in de hoogere lucht- 
lagen, volgens ballon -waarnemingen te Bata- 
via, door S. — Hemel en Dampkring. 10 (1912 
—13), 20. 

De temperatuur van de tropische luchtzee, 
volgens waarnemingen met registreerballons 
te Batavia. — Hemd en Dampkring. 10 (1912- 
13), 60. 

MoHR (E. C. J. ). De invloed van het klimaat 
op den grond van Neder landsch-Lidië. — 
Handelingen XI Ve Ned. Nat. en Geneesk. 



:'o'agres. 1913, 483. 



Bemmelen(W. van). Meteorologische waar- 



nemingen verricht gedurende de Sneeuwge- 
bergte -expeditie van 1909—1910. — N. T. N. 
I. 72 (1913), 20. 

MoszKOWSKi (Dr. M.). Meteorologische 
. waarnemingen in de stroomgebieden der Siak 
en der Rokanrivier (Oost-Sumatra) in 1907 
verricht. — N. T. N. I. 72 (1913), 241. 

LuLOFS (C). Bosschen en regenval. (Kant- 
teekeningen bij een artikel over dit onderwerp 
in de Java-Bode van 13 Maart 1913). — T. B. 
B. 44 (1913), 287. 

Bemmelen (Dr. W. van). Die Brforschung 
des tropischen Luftozeans in Niederlandisch 
Ost -Indien. M. ill. — Luftfahrt und Wissen- 
schaft. Heft 5. Berlin 1913. 

Die mondtagliche Variation des Luft- 



druckes in Batavia. — Meteorologische Zeit- 
schrift. Febr. 1913. 

Leschen (W. H. von). Richting van den 
stroom en tijd van stil water ter reede van 
Soerabaja. — Marineblad. 28 (1913—14), 919. 

Bovenlucht-waarnemingen te Batavia, door 
S. — Hemel en Dampkring. 11 (1913 — 14), 
171. 

HuBRECHT (P. F.). Beknopt geologisch en 
meteorologisch verslag der 3e Zuid-Nieuw- 
Guinea-expeditie, 1912 — 13. — Bulletin 
Maatsch. ter bevord. Nat. Onderz. Ned. Kol. 
No. 68 (1913), 37. 

MoszKOWSKi (Dr. M.). Meteorologische 
waarnemingen in het stroomgebied van de 
Mambarano (Noord Nieuw-Guinea) in 1910 — 
1911 verricht. — N. T. N. I. 72 (1913), 244. 

Meteorologische Berichte ausHollandisch 

Nord-Neuguinea, 1910—1911. — N. T. N. 1. 
72 (1913), 245. 

Braak (Dr. C. ). Een weervoorspelling voor 
Java. — N. T. N. I. 72 (1913), 255. 

Altona (Th.). De invloed der bosschen op 
klimatologische en hydrologische toestanden. 
Voordracht. — Publ. Ned. Ind. Landb.Synd. 
5 (1913), 1091. 

Kon. Magnetisch en Meteorologisch Obser- 
vatorium te Batavia. (Bespreking van het 
jaarverslag over 1913). — /. O. 1914, I, 898. 



20 



METEOROLOGIE. — KLIMATOLOGIE enz. 



Smits (P. J.)- Wolkbreuken waargenomen 
aan het Observatorium te Batavia. — T. N. 
L. N. I. 89 (1914), 53. 

Bemmelen (Dr. W. van). Schets van de 
ontwikkeling van het net van secundaire 
meteorologische stations in Ned. Oost-Indië. 
— N. T. N. I. 73 (1914), 19. 

De luchtstroomingen in den atmosfeer 

volgens baUonvluchtwaamemingen te Bata- 
via. M. UI — N. T. N. I. 73 (1914), 38. 

Smits (P. J.). Wolkbreuken waargenomen 
aan het Observatorium te Batavia. — T. N. 
L. N. I. 89 (1914), 53. 

Nieuwe getijconstanten voor Westgat 

Soerabaja (Djamoeanrrf). — Marineblad. 29 
(1914—15), 34. 

DiEM (Dr. K.) Regenwaamemingen op 
Sumatra's Oostkust en Tamiang in 1913. — 
Meded. Ddi-Proefstation. 8 (1913—14), bl. 



Bbfinsma ( J. T. A. J. ) Verbeterde nieuwe 
getij constanten voor Westgat Soerabaja 
(Djamoeanrif ). — Marineblad. 29 (1914 — 15), 
675. 

TissoT VAN Patot (J.). Benadering van 
getij constanten. Met Na.schrift door J. T. A. 
J. Brtjinsma. — Marineblad. 29 (1914 — 15), 
726, 729. 

DiEM (Dr. K.). Regenwaamemingen op 
Sumatra's Oostkust en de Oostkust van Atjeh 
in 1914. — Meded. Ddi-Proefst. 8 (1913—14), 
bl. XXL 

Braak (Dr. C). Een moesson voorspelling 
voor den Indischen Archipel. Voordracht. 
M. ai. — N. T. N. I. 73 (1914), 69. 

Over den invloed der straling op de 

wolkenvorming. Voordracht. — N. T. N. I. 
73 (1914), 98. —Vertaling: Meteorologische 
Zeitschrift. Juni 1914. 

Het klimaat van Nieuw-Guinea, M. k. 



— N. T. N. I. 73 (1914), 179. 

Hubrecht (Dr. P. F.). Uittreksel uit het 
meteorologisch dagboek gehouden op den 
bergtocht der Sneeuwgebergte -expeditie 1912 
—1913. — N. T. N. L 73 (1914), 226. 



Bemerkenswerte Temperaturen der freien 
Atmosphare über Batavia. (Naar aanleiding 
van een artikel van Dr. W. van Bemmelen 
in de „Nature'). — Zeitschr. Gesellsch. Erdk. 
1914, 227. 

Fkijling (W.). Het klimaat van Nieuw- 
Guinea. — T. B. B. 46 (1914), 397. 

Bemmelen (Dr. W. van). Rsmarkable 
ballon -ascents at Batavia. — Nature. No. 2314 
(1914). 

Braak (Dr. C). Die tagliche Temperatur- 
schwankung der Luft in verschiedenen Höhen 
über dem tropLschen Meere. — Beitrdge zur 
Physik der freien Atmosphare. Band 6 (1914) 
Heft 2. 

Bemmelen (Dr. W. van). Klimaat en 
kuituur op Java. — Pvbl. Ned. Ind. Landb. 
Synd. 6 (1914), 589. 

SiRKS (Dr. M. J.). Lidisch natuuronderzoek. 
Een beknopte geschiedenis van de beoefening 
der natuurwetenschappen in de Nederland- 
sche koloniën. M. portretten en Hl. — Kol. 
Instituut. 3Ieded.'No.Yl.Afd. Handelsmuseum, 
No. 2 (1915). — Bespreking door Dr. A. A. L. 
Rutgers. — Teysmannia. 1915, 314. — ld. 
door E. H. B. B. — Tectona. 1915, 565. 

Smits (P. J.). Bijdrage tot de kennis der 
klimatologische gesteldheid van Ambon. 
Eenige oudere klimatologische gegevens. — 
T. N. L. N. I. 90 (1915), 256. 

Stok (Dr. J. P. van der). Het klimaat van 
Nederlandsch-Lidië. — Voordrachten Ned. 
Kol. Nederl. Onderw. Genootoch. I (1915), 
43. — Zie ook: Hemel en Dampkring. Nov. — 
Dec. 1915. 

Braak (Dr. C), Drachen-Freiballon und 
Fesselballon-Beobachtungen in Niederlan- 
disch Ost -Indien. — Verhand. Kon. Magn. 
en Meteord. Ohaervat, te Batavia. No. 3(1915). 

PoLÉE (T.). De aard-magnetische elemen- 
ten, hunne veranderlijkheid en hunne grootte 
voor Nederland en zijne koloniën in Oost en 
West. M. k. — Tijdschr. v. Kadaster en Land' 
meetkunde. 31 (1915), 43. 

Braak (Dr. C). De waterstand van het 
Toba-meer. — N. T. N. I. 74 (1915), 28. 



I 



GEZONDHEIDSLEER. - GENEESKUNDE. 



21 



Braak (Dr. C). De regen verdeeling in den 
Oost-Indischen Archipel. — iV. T. N. I. 74 
(1915), 57. 

De sterke nevel in den Oostmoesson van 



1914. — N. T. N. I. 74 (1915), 131. 

A remarkle dry f rog in the East-Indian 

Archipelago. — Nature. 25 Febr. 1915. 

De vloedgolven in de Kampar- en Ro- 

kanrivier (Sumatra). - N. T. N. 1. 74(1915), 37. 

Modderwellen in Nieuw-Guinea. (Ont- 
leend aan het exploratie verslag van 10 Sept. 
— 27 Oct. 1913 van de verkenning der Mam- 
beramo delta). —N. T. N. I. 74(1915), 130. 

Kon. Magn. en Meteorol. Observatorium 
te Batavia. (Overzicht van het jaarverslag 
over 1914, voor zooveel de regenwaamemin- 
gen betreft). — Ind. Merc. 1915, 318. 

Linden (Dr. T. van der). Meteorologische 
waarnemingen te Pekalongan 1914. — Arch. 
Suikerind. N. I. 1915, I, 512. 

Brascamp (E. H. B. ). Bespreking van Dr. 
W. van Bemmelen. „Uitkomsten der regen- 
waamemingenop Java". — Tectona. 8(1915), 
788. 

Smits (P. J.). Vergelijking der voorspelde 
en werkelijke waterstanden in het Westgat 
van Soerabaja. — De Zee. 37 (1915), 795. 

Bliksemschade in de tropen. (Ontleend aan 
een artikel in de Tropical Agricidturist). — 
Teysmannia. 1915, 795. 

h. Gezondheidsleer. Geneeskunde. 
Ziekten i). 

WiNKLER (Dr. J.). Die Hygiëne der Woh- 
nung bei den Bataks. — Die arztl. Mission. IV 
(1909). 127. 

KoHLBRUGGE (Dr. J. H. F. ). Kan de blonde 
Europeaan zich acclimatiseeren in een tro- 
pisch klimaat? — Vragen v. d. Dag. 1911, 36. 

Qtjintus Bosz (Dr. J. R.). De samenstel- 
ling van Indische voedingsmiddelen naar 
onderzoekingen in het Laboratorium van het 



*) Zie ook Afdeeling VIL Waterstaat en Open- 
bare Werken, sub D. Drinkwatervoorziening. 



Koloniaal Museum verricht onder leiding van 
wijlen Dr. M. Greshoff. — Buil. Kol. Mu- 
seum. No. 46 (Maart 1911). 

KoHi3RtrGGE (J. H. F.). The influence of 
a tropical climate on Europeans. Translated 
by J. H. KoEPPERN. — The Eugenics Review. 
1911 (blz. ?). 

Europeanen in een Tropisch klimaat. — 
De Aarde en haar Volken. 1911, Bijbl. bl. 119. 

ScHREiBER (Dr. J.). Die gesundheitUchen 
Verhaltnisse unter der Bevölkerung von Si- 
lindong in Sumatra. — Janus. 1911, 521, 606. 

Wielen (P. van der). Keuring van voe- 
dingsmiddelen m Nederl. Indië. — Ind. Merc. 
1911, 1120. 

BooRSBiA (W. G.). Over de werking van 
een paar bekende giftplanten. — Teysm. 
1911, 373. 

Brink (Dr. K. B. M. ten). Radium en radio- 
therapie. — G. T. N. I. 51 (1911), 738. 

NiJLAND (Dr. A. H.). De ontwikkeling van 
het bedrijf der Landskoepokinrichting te Wel- 
tevreden. — O. T. N. I. Feestbundel. 1911, 324 

Sitsen (A. E.). Enkele opmerkingen over de 
uitoefening der gerechtelijke geneeskunde in 
Indië. — R. in N. I. 99 (1912), 177. 

Over gezondheids- en vacantiekoloniën in 
Ned. -Indië, door L. — WeelAl. v. Indië. 7 
(1910—11), 900. — Antwoord op voren- 
staand artikel, door V. d. L. — Ibid. 8 
(1911—12), 114. 

Later (J. F. H. A.). Quarantaine -maat- 
regelen. — Weekbl. v. Indië. 8 (1911—12), 
1. 

Onze woningtoestanden. — Weekbl. v. 

Indië. 8 (1911—12), 24L 

Kiewiet de Jonge (Dr. G. W.). Onder- 
zoekingen aan 700 Bataviaasche schoolkin- 
deren. — G. T. N. I. 51 (1911), 624. 

OuwEHAND (Dr. C. D.). Mortaliteit te Bata- 
via. Voordracht, —ö. T.N.I. 52 (1912), 296. 

Pekelharing (C. A.). Over den invloed 



22 



GEZONDHEIDSLEER. — GENEESKUNDE. 



van alcohol op het maagvlies. — G. T. N. I. 
Feestbundel. 1911, 85. 

WiJCKERHELD BiSDOM (Dr. R. F. J.). 

Overzicht van het totaal overledenen en van 
de met malariaziekten en beri-beri behandel- 
de, afgekeurde en aan die ziekten overleden 
militairen van het Ned. Indische leger gedu- 
rende de jaren 1885 tot en met 1909. 31. ill. — 
G. T. N. I. Feestbundel. 1911, 395. 

Tropenhygiëne, door v. M. — Indologen- 
blad. 2 (1910—11), 55. 

Overzicht eener lezing van Dr. F. C. Roll 
over het nut van onderwijs in de gerechte- 
lijke geneeskunde voor a.s. bestuursambte- 
naren, door K. A. — Indologenblad. 3 (1911 
—12), 229. — Vergelijk ook: /6id.5(1913— 
14), 124. 

Boobsma(W. G.). Over de werking van een 
paar bekende giftplanten. — Teysm. 22 (1911), 
373. 

Pruijs (Dr. H. S.). Een en ander over desa- 
dokters. (Naar aanleiding van het rapport 
omtrent eene studiereis naar Tübingen van 
Dr. F. W. VAN Haeften). — /. G. 1911, II, 
1200. 

Geneeskundige hulp voor Inlanders in 



Jogja. — De Banier. 1911, 470. 

Peinsen Geebligs (H. C). Bestrijding 
van epidemische ziekten door verdelging van 
muskieten. — Ind. Merc. 1911, 233. 



Lens (Albertine). 
blanken in de tropen. — 
1911, 846. 



Accümatisatie van 
Vragen van den Dag. 



SCHÜFFNER (Dr. W.) und Dr. W. A. Ktje- 
nen. Die gesundheitlichen Verhaltnisse des 
Arbeiterstandes der Senembah-Maatschappij. 
— Archiv f. Schiffs-und Tropen- Hygiëne. 16 
(1912), 277. 

Heel (J. van). Twee sagen, die geschikt 
zijn om den Inlander eenig begrip bij te bren- 
gen omtrent cholera en pest en de bestrijding 
dier ziekten. — T. B. B. 42 (1912), 340. 

Leber ( A. ). Brief aus Dcli in Sumatra (over 
maatregelen tegen ziekten der koelies op 
plantages). — Deutsche medizinische Wochen- 
echrift. 1912. No. 30. 



Baermann (Dr. G.). Die Assanierung der 
javanischen und chinesischen Arbeitersbe- 
stande der dem Serdang-Doctor-Fund, Deli 
(Sumatra) angeschlossenen Pflanzvmgsge 
biete. M. ill. — Archiv f. Schiffs- und Tropen- 
Hygiëne. 16 (1912), Beiheft V. 

GoRKOM (W. J. van). Ongezond Batavia, 
vroeger en nu. M. ill. — Tijdschr. Kon. Inst. 
V. Ing. Afd. N. I. 1912, Afl. 1. 

Tropische hygiène, door J. M. K. (Naar het 
dictaat van Dr. Huismans). — Indologenblad. 
4 (1912—13), 215, 229. 

Ziektegevallen voorgekomen onder de deel 
nemers aan de expeditie- Lorentz in Zui 
Nieuw-Guinea 1909—1910, door J. C. — Tij^ 
schr. M. Gen. XVni, 25. 

Baelde (C. H. L). Medische brieven. 
De pest op Java. — Ind. Merc. 1912, 227. 
n. Behandeling der framboesia met salvarJ 
saan. — Ibid. 1912, 473. — III. Een Instituut 
voor tropen- en scheephygiène te AmsterdamJ 

— Ibid. 1912, 1180. 

Abdfl Hakim. Herinneringen uit miji 
driejarige dessapraktijk. — Tijdschr. Inl. Gen^ 
XIX, 60. 

Dokteren onder de Dajaks, door L. B. 
Eigen Haard. 1912, 395. 

De quarantaine -inrichtingen te Lawang ei 
Pogadji. M. ill. — Weekbl. v. Indiè. 8 (191] 
—12), 52. 

Reitsma (M. e.). Het woning vraagstuk ie 
Ned.-Indië feitelijk een vrouwenvra/agstul 

— Weekbl. v. Indië. 10 (1913—14), 329. 

Dongen (J. van). Beknopt overzicht dei 
maest gebruikte geneesmiddelen in Nederj 
landsch -Indië. — Pharmarceutisch Weekblac 
1913, 21, 73, 137, 201, 241, 297, 361, 434, 48Ï 
538, 618, 671. 

GoRKOM (W. J. van). Ongezond Batavia, 
vroeger en nu. Noodzakelijkheid van een 
organieken stedelijken gezondheidsdienst. M. 
k. en ill— G. T. N. I. 53 (1913), 177.— Bespre- 
king onder den titel: Volksgezondheid in 
Indië. M. ill. — Kol. Weekbl. 6 Nov. 1913. 

HiLST Karrewij (Dr. G. J.* van der). Een 
onderzoek naar de gezichtsscherpte van miU- 



GEZONDHEIDSLEER. - GENEESKUNDE. 



23 



tairen. Naxier uitgewerkt door H. J. Gerkit- 
ZEN. M. ül — O. T. N. I. 53 (1913), 479. 

Kunst (Dr. J. J. ). Verslag over het onder- 
zoek naar de gezichtsscherpte van müitairen 
na indruppeling met homatropine. — G. T. 
N. I. 53 (1913), 551. 

De gezondheidstoestand van ons zeevolk 
in Oost-Indië. Door XX. — Ned. Zetwezen. 
12 (1913), 15. 

Kleiweg de Zwaan (Dr. J. P. ). Die Heil- 
kunde der Niasser. — Janus. 1913, 454. 

Bbeen (H. van). Assaineering van Batavia. 
M. k. — Tijdschr. Kon. Inst. v. Ing. Afd. N. 
I. 1913, afl. 1. 

Programma voor de assaineering der ge- 
meente Soerabaja. (Overgenomen uit het 
Soerab. Handdsbl. van 15, 18, 20 en 21 Febr. 
1913). — Ind. Bouwk. T. 1913, 37. 

Grijns (Dr. G.) en J. Th. C. A. Leusden. 
Onderzoek van eenige bronnen in Soekaboemi. 

— G. T. N. I. 53 (1913), 758. 

Wijsman (Prof.). De productie van genees- 
middelen in de Nederlandsche Koloniën. 
Overzicht eener voordracht. — Pharmaceu- 
tisch Weekblad. 1913, 1026. 

Mabonier (J. A.). Nieuwe methode voor 
de zuivering van drinkwater in de steden. 
M. ül. — T. N. L. N. I. 86 (1913), 131. 

ScHÜFFNER (Dr. W.). Over hygiëne der 
tropen en de vraagstukken op dit gebied. 
Voordracht. — Voordr. Ver. Secties voor 
wetenscfuippd. Arbeid. No. 18 (1913). 

Het opiumgebruik in Indië. — Bandera 
Wolanda. 1913, No. 134, 135. 

Vaccinatie. (Overzicht eener lezing van 
Dr. A. A. NiJLAND, ontleend aan de N. R. Ct. ). 

— Indologenblad. 5 (1913—14), 171. 

Tropen -hygiène. (Overzicht eener lezing 
van Dr. Schüffner, ontleend aan de N. R. 
Ct.).—I. G. 1913,1,384. 

De woningtoestanden te Semarang. (Naar 
aanleiding van het geschrift van H. F. TiL- 
LEMA. „Van wonen en bewonen, van bou- 



wen, huis en erf." — I. G. 1913, II, 1393. — 
Zie ook Kol. Tijdschr. 1914, I, 195. 

Kbeemer Jr. (J.). Volksheelkunde in den 
Indischen Archipel. — Bijdr. Kon. Inst. 70 
(1914), 1. 

RÖMER (Dr. H. ). De hygiënische toestanden 
en de geneeskundige verpleging der contract- 
arbeiders in DeU. Voordracht. — Ind. Merc. 
1914, 221. 

GoRKOM (Dr. W. van). Deassaineeringswer- 
ken te Batavia. (Overzicht eener voordracht, 
overgenomen uit het Bat. Nieuwsbl. van 10 
Febr. 1914). — Ind. Bouw. T. 1914, 78. 

Schüffner (Dr. W). Voordracht over „Hy- 
giëne op de ondernemingen", gehouden voor 
de Lampongsche Landbouw- en Nijverheid 
Vereeniging. — Ind. Merc. 1914, 672. 

Krediet (G. J.). Jaarverslag over de werk- 
zaamheden van het Bureau van den Gezond- 
heidsdienst te Batavia in het jaar 1913. — 
G. T. N. I. 54 (1914), 361. 

Nieuwenhuis (Prof. Dr. A. W.). Bespre- 
king van J. Kleiweg de Zwaan: „Die Insel 
Nias bei Sumatra. I. Die Heilkunde der Nias- 
ser". — T. A. G. 1914, 112. 

KuENEN (Dr. W. A. ). De prophylaxis tegen 
het invoeren van ziekten op cultuur-onder- 
nemingen. — Plantage-Hygiene. 1914, 1. 

Baermann (Dr. G.). Kuli-Hospitaler. — 
Plardag e- Hygiëne. 1914, 16. 



Arbeiter-Wohnungen. 

giene. 1914, 45. 



— Plantage-Hy- 



SiTSEN (A. E.). Verslag over 173 
ningen, verricht aan de S. T. O. V- 



lijkope- 

I. A. te 

Weltevreden. M. ill. - G. T. N. 1. 54 ( 1914) , 191. 



Kleiweg de Zwaan (Dr. J. P.). Over 
prae- en proto-historische geneeskunde. 



Medisch Weekblad. 
85, 97, 110. 



21 (1914—15), 49, 61, 73, 



Historische beschouwingen omtrent het 

wezen en het ontstaan van ziekten. — Me- 
disch Weekblad. 21 (1914—15), 403, 415, 439, 
455, 469, 478, 492, 502, 514, 523, 535, 551, 
561, 575, 600. 



24 



GEZONDHEIDSLEER. - GENEESKUNDE. 



GiMLETTE (J. D.)- Some superstitions be- 
befs occuring in the theory and practice of 
Malay medicine. M. UI. — Journ. Str. Br. 
R. A. S. No. 65 (1 Dec. 1913), 29. 

Grij>'S (Dr. G.). Over afvoer van faeca- 
liën. — Plantage-Éygiene, 1914, 55. 

BoBGER ( W. A. ). Een en ander over vacci- 
natie. — Plantage- Hygiëne. 1914, 88. 

Apitttley (Dr. H. J. D.). Onderwijs in de 
hygiëne voor Nederlandsch-Indië. Voor- 
dracht. — Ind. Vereeniging. Voordr. en Meded. 
No. VII (1913), [ten rechte 1914], 95. 

Stapenséa (J.). Vleeschhygiëne in de 
tropen (in het bijzonder in Ned.-Indië). — 
Veeartsenijk. Bladen. 1914, 437. 

Haeften (Dr. F. W. van). Over de inrich- 
ting van kleine militaire hospitalen. — G. T. 
N. I. 54 (1914), 635. • 

Vbijhoeff (Dr. H. C. van den), Mastisol- 
verbanden in de tropen. Voordracht. — G. T. 
N. I. 54 (1914), 718. 

Kuenen (Dr. W. A. ). Eenige opmerkingen 
over de hygiënische voorziening van onze 
koloniën. Voordracht met discussie. — Versl. 
Ind. Gen. 1914—15, 91. 

Zegers de Beul (H. Z.). Iets over de hy- 
giënische toestanden in Indië. — Vragen van 
den Dag. 1914, 154. 

Water voorzi^ning en rioleering van de Ge- 
meente Semarang, door H. — Locale Belan- 
gen. 2 (1914r— 15), 539. 

Een tropenhospitaal aan den rand van het 
oerwoud (nl. van de Senembah-Maatschappij, 
Deli). M. UI. — De Aarde en haar Volken. 
1914. Bijbl, bl. 53. 

WuLLEB (F. H.). Is wettelijke vaccinatie 
en vaccinatiedwang noodzakelijk, gewenscht 
en mogelijk? — Tijdschr. Inl. Gen. XVIII, 
123. 

Kromo's gezondheidstoestand, door t. S. 
—Indologenblad. 6 (1914—15), 209. 

Tropische hygiëne, door Rsd. — Indologen- 
blad. 6 (1914—15), 217. 



Westeeveld (D. J. A.). Woningtoestanden 
en woningverbetering in Nederlandsch Oost- 
Indië. Voordracht. — Versl. Ind. Gen. 1914 — 
15, 161. 

Tropische hygiëne (De anopheles als over- 
brenger der malaria. — Malaria. — Anchy- 
lostomum duodenale. — Beri-beri. — Cho- 
lera. — Dysenterie. — Framboesia). — Indo- 
logenblad. 6 (1914r— 15), 252. 

Baelde (C. H. L.). Bespreking van: De 
bestrijding van malaria en gele koorts en de 
assaineering der terreinen in het bijzonder, 
door J. E. DE Metier Jr. — Ind. Merc. 1915, 
227. 

Indische vergiftrapporten, bewerkt door 
Dr. M. Gbeshoff, 3e uitgave, besproken door 
W. G. B(oorsma). — Teysm. 1915, 739. 

Leopold (Dr. L.). De gezondheidstoestand 
der arbeiders bij de steenkolenmijnen van 
Poeloe Laoet (Oost-Bomeo). M. UI. — Kol. 
Instituut. Meded. No. V. (Ajd. Trop. Hygiëne 
No. 2). 1915. — Bespreking, door Dr. G. W. 
KiEwiET DE Jonge. — G. T. N. I. 55 (1915), 
351. 

Caron (L. J. J.). Een model-ziekeninrich- 
ting te Madjene. — Kol. Tijdschr. 1915, 1, 770. 

Stokvis-Cohen Stitart (Mevr. N.). Over 
Inlandsche ziekenverpleging in Nederlandsch- 
Indië. Voordracht. — /. G. 1915, I, 791. 

De hygiënische toestanden op de particu- 
liere landbouwondernemingen op Java. 
(Ontleend aan het Soerab. Handelsbl. van 10 
April 1915). — T. B. B. 48 (1915), 391. 

Ingen ( J. W. f. van). Soerabaja en de voor 
die plaats noodige voorzieningen ter verbe- 
ring van de volkshuisvesting. — /. G. 1915, 
II, 1238. 

Benjamins (Dr. C. E.). Eenige vergelijken- 
de gegevens uit de neus- keel- oorheelkundi- 
ge praktijk op Java en in Nederland. Over de 
adenoide vegetaties. Voordracht. — G. T. 
N. I. 55 (1915), 441. 

Kiewiet de Jonge (Dr. G. W.). Over 
het zoogenaamde „pseudosucoes" der vac- 
cinatie. — G. T. N. I. 55 (1915), 458. 

Meister (Th. A.). Een en ander over wo- 



GEZONDHEIDSLEER. - ZIEKTEN. 



25 



ningverbering op de erfpachtsperceelen. — 
Publ. Ned. Ind. Landb. Synd. 7 (1915), 689. 

Vogel (Dr. W. Th. de). Rapport over het 
onderzoek aangaande den gezondheidstoe- 
stand van de havenplaats Sibolga, residentie 
Tapanoeh, en de middelen ter verbetering 
van dien toestand, verricht van af 24 AprU 
tot 6 Mei 1913. — Meded. Burgerl. Geneesk. 
Dienst. 4 (1915), 62. 

Gbijns (Dr. G. ). Drinkwateronderzoekingen 
in de residentie Menado. — G. T. N. I. 1915, 
667. 

EiJKEN (P. A. A. F.) en Dr. G. Grijns 
Over biologische processen in den Indischen 
bodem. Eerste mededeeling — G. T. N. I. 
55(1915), 690. 

Grijns (Dr. G. ). Bacteriologisch onderzoek 
van de Artesische putten en waterleidingen te 
Batavia. — G. T. N. I. 55 (1915), 803. 

Flu (P. C. ). De gistingsproef van C. Buk- 
man ter opsporing faecale verontreiniging 
van water. — G. T. N. I. 55 (1915), 817. 

Hardeman (W. Ch). Een en ander over de 
zorg voor de volksgezondheid inNederlandsch- 
Indië. Voordracht gehouden voor de Ned. 
Ind. Bestuursacademie. — Z^oi. Tijdschr. 1915, 
I, 435. 

Pebsenaibe (J. B. C). Iets over Indische 
geneesmiddelen. — Medisch Weekblad. 4 
December 1915. 

Heetjans (H.). De Watervoorziening van 
Batavia. — Locale Belangen. 3 (1915 — 16), 
298. 

Plaatselijke gezondsheidszorg, door v. W. 
Locale Belangen. 3 (1915—16), 225. 

Gezondheidscommissies en zelfbestuur. — 
Locale Belangen. 3 (1915—16), 259. 

SiTANALA (J. B. ). Verslag omtrent den 
medischen dienst bij de 33 wetenschappelijke 
expeditie naar Zuid-Nieuw-Guinea 1912 — 13, 
voor zooverre waargenomen. — Meded. 
Burgerl. Geneesk. Dienst. 4 (1915), 1. 

Geneeskundig werk in Indië. (Naar aanlei- 
ding eener voordracht van Dr. W. Th. de 



Vogel. — De Aarde en haar Volken. 1915, 
Bijbl. bl. 191. 

Eindverslag der Commissie van enquête 
omtrent de hygiënische toestanden op de par- 
ticuhere landbouwondernemingen op Java, 
door T. Ottolander e. a. — Publ. Ned. Ind. 
Landb. Synd. 7 (1915), 325. 

Verslag van de bespreking der Commissie 
voor de hygiënische enquête met den hoofd- 
inspecteur, chef van den Burgerlijken Dienst, 
gehouden te Weltevreden, op 22 Oct. 1914. — 
Publ. Ned. Ind. Landb. Synd. 7 (1915), 343. 

Bespreking van „Kromo Blanda". Over 't 
vraagstuk van het wonen in Kromo's groote 
land, door H. F. Tillema. Dl. I. - ƒ. G. 1915, 
II, 1603. — Onze Eeuw. 1915, IV, 309. — T. A. 
G. 1915, 876. — T. B. B. 49 (1915), 509. — 
De Aarde en haar Volken. 1915. Bijbl. bl. 197. 

LoGHEM (Dr. J. J. van). Wegen en midde- 
len tot verbetering van de volksgezondheid in 
onze Koloniën. Voordracht. — Versl. Ind. 
Gen. 1915—16, bl. 1. 

Sitsen (A. E.). Mag men menschen met 
een tuberculeuze anamnes3 naar Indië laten 
gaan ? — Ned. Tijdschr. v. Geneesk. 59 (1915), 
II, 1337. 

Flu (P. C). De parasieten en de pathologie 
der tropen. — N. T. N. 1. 14. (1915), 17. 

BooRSJiA (G. W.). De geneesmiddelen van 
Groot -Nederland. Eenige opmerkingen over 
J. VAN Dongen' s Beknopt overzicht der 
meest gebruikte geneesmiddelen in Ned. In- 
dië. Pharmac. WeeJcbl. 52 (1915), 1662. 

Kreemeb Jr. (J.). Volksheilkunde im Ma- 
laüschen Archipel. — Jamis. 1915, 47, 113, 
202, 365. 

Pest. 

NiEtrwENHUis (G. M.). Pest in Indië. Met 
aanteekening van de Redactie. — De Amster- 
dammer. 9 Aprü 1911. 

LoGHEM (J. J. van). De pest op Java. — 
De Amsterdammer. 9 AprU 1911. 

Over pest. — Tijdschr. Ird. Gen. XIX, 1, 
17, 41. 

PöCH (Dr. R. ). Die geographische Verbrei- 



26 



ZIEKTEN. 



tung der Pest um die Wende des 19. u. 20. 
Jahrhunderts. 31. k. — Peterm. Mitt. 1911, I, 
169. 

Maboxiee { J. A. ). De pest in het Malang- 
sche. M. ill. — Eigen Haard. 1911, 397. 

RijKENS (Dr. G.). De pest. M. ül. — De 
Natuur. 31 (1911), 113. 

De pest is het ^Malangsche. Uittreksel uit 
een brief van een dame, die met haar man 
(een met de pestbestrijding belasten doktor) 
een tocht deed in de besmette streken. — 
Eigen Haard. 1911, 464. 



Kebremans (W.). De pest. 
Indié. 7 (1910—11), 932. 



Weekbl. V. 



EzERMAN (R. A.). Een tocht door het pest- 
gebied. M. ill. — Weekbl. v. Indië. 8 (1911 
—12), 2. 

RiBENT (S. C). Aanval en verdediging. 
(Handelt over pestbestrijdingsmaatregelen). 

— Weekbl v. Indië. 8 (1911—12), 74. 

De pest is het Malangsche. M. ill. — Week- 
bl. V. Indië. 8 (1911—12), 78, 102. 

KoELBBUOGE (Dr. J. H. F.). De pest. 
Hoe kunnen wij haar vermijden en bestrijden. 

— Weelcbl. v. Indië. 8 (1911—12), 121, 145, 
169, 193, 218. 

Haan (Dr. J. de). De bacteriorologische di- 
agnose van pest in de afdeeling Malang. M. 
ill. — O. T. N. I. 51 (1911), 661. — Meded. 
Burg. Geneesk. Dienst. I (1912), 3. 

Kloss (C. B.). Rats and plague. — Journ. 
Str. Br. R. A. S. N°. 57, Jan. 1911, 157. 

De pest op Java. — IndologerMad. 2 
(1910—11), 197. 

De pest in het Malangsche. M. ill. — Inddo- 
genblad. 3 (1911—12), 130. 

Haga (B. J.). De pest. (Overzicht eener 
voordracht van Prof. Dr. C. Eijckman). — 
Ind^dogenblad. 3 (1911—12), 134. 

De pest op Java. (Ontleend aan verschillen- 
de couranten-artikelen). — /. O. 1911, 1, 682; 
II, 963. 



De pestbestrijding. (Ontleend aan de Nieu- 
we Courant van 30 Juni 1911). — /. G. 1911, 
n, 117. 

De ratten en de pest. (Ontleend aan een 
artikel in de Revue de Paris). — T. B. B. 40 
(1911), 98. 

Stebbe (D. L.). Iets over pest. — T. B. B. 
40 (1911), 203. 

Janssen. La peste è. Java. — Le Caducée. 
1912, 220. 

LoGHEM (Dr. J. J. van). The first plague- 
epidemie in the Dutch Indies. M. ill. — Ja- 
nus. 1912, 153. 

De pest op Java. Voordracht. — Ned. 

Tijdschr. v. Geneesk. 1912. V helft. N°. 4. — 
Overzicht. — I. G. 1912, 1, 558, 695. 

Haan (Dr. J. de). De nieuwere feiten om- 
trent de wijze, waarop de pest zich verspreidt. 
— Tijdschr. Irü. Gen. 20 (1912), 21. 

Overzicht van een artikel over de pest. 



getiteld: „Discussion on the spread of pla- 
gue". {British Medical Journal. 1911. N°. 
2654). — G. T. N. I. 52 (1912), 56. 

Vogel (Dr. W. Th. de). Uittreksel uit het 
verslag van de pest -epidemie in de afdeeling 
Malang. November 1910 tot Augustus 1911. 
31. k. en ill. — G. T. N. I. 52 (1912), 91. — 
3Ieded. Burg. Gen. Dienst. I (1912), 33. 

Loohem (Dr. J. J. van). Eenige epidemio- 
Icgische gegevens omtrent de pest op Java. 
31. ill. — G. T. N. I. 52 (1912), 173. — Med/ed. 
Burg. Gen. Dienst. I (1912), 117. 

Uittreksels uit de verslagen van Dr. O. L. 
E. de Raadt. I. Resultaten der vaccinaties 
tegen de pest bij de epidemie op Java. II. 
Proeven over het lot van rattelijken. 31. ill. 
— G. T. N. I. 62 (1912), 228. — 3Ieded. 
Burgert. Gen. Dienst. I (1912), 172. 

Deutmann (Dr. A. A. F. M.). De pest in 
Karangloo in de maanden Mei, Juni en Juli 
1911. 31. k. en ill. — G. T. N. I. 1912, 431. — 
3Ieded. Burgert. Gen. Dienst. I (1912), 187. 

Kiewiet de Jonge. (Dr. G. W. K.). Het 
oordeel v^an Dr. de Raadt over het pestva- 
cin. — G. T. N. I. 52 ( 1912), 517. — De critiek 



ZIEKTEN. 



27 



van Dr. ElIEWIET de Jonge op mijn oordeel 
over het pestvaccin, door Dr. O. L. E. de 
Raadt. — lUd. 53(1913), 155. — Antwoord 
aan Dr. de Raadt, door Dr. G. W. Kiewiet 
de Jonge. — Ihid. bl. 165. 

Berding (Fr.). De pest viert triomfen. — 
De Indiër. I (1913—14), II, 257. 

De pest-interpellatie (in de Tweede Ka- 
mer). — De Indiër. I (1913—14), II, 37. 

„Leek". De pestbestrijding en de artsen. 
— De Indiër. I (1913—14), II, 51. 

Het Pest-eere-eomité, door XX. — De 
Indiër. I (1913—14), II, 62. 

„Leek". De ernst der pestbestrijding. — De 
Indiër. I (1913—14), II, 77. 

De pest. — Jam-Post. 1912, 513. 

SwELLENGREBEL (Dr. N. H.). MededeeUng 
omtrent onderzoekingen over de biologie van 
ratten en vlooien en over andere onderwerpen 
die betrekking hebben op de epidemiologie 
der Pest op Oost-Java. M. ill. en k. — G. T. 
^. 7.53 (1913), 53. — Meded. Burgerl. Oen. 
Dienst.ll (1913), 2e Bundel, bl. 1. 

Driel (B. M. van). Pestbestrijding te Shan- 
ghai. — G. N. T. I. 53 (1913), 656. 

De pestbestrijding, door A. C. T. (Over- 
zicht eener lezing van den heer Tjipto Mang- 
OENKOESOEMo). — IndologenUad. 5 (1913 — 
14), 225. 

De pestbestrijding in Ned.-Indië. — I. G. 
1913, I, 661. 

De pest op Java. — IndologenUad. 5 
(1913—14), 93. 

De pest op Java veroorzaakt door een 
schimmel (volgens een ontdekking, van Prof. 
Dtjnbar). (Ontleend aan de N. R. Ct. van 
1 Aug. 1913). — /. G. 1913, II, 1241, 1523. 

Beaufort (Dr. L. F. de). Rapport omtrent 
een onderzoek van door Dr. J. J. van Lo- 
ghem in 1911 (in verband met de pest) op 
Java verzamelde ratten. — Meded. Burgerl. 
Gen. Dienst. 2 (1913), 2e Bundel, bl. 5. 

Raadt (Dr. O. L. E. de). Bijdrage tot de 



kemiis der onderscheidsmerken tusschen Ja- 
vaansche huis- en veldratten met betrekking 
tot de epidemiologie der pest op Java. — 
Meded. Burgerl. Gen. Dienst. 2 (1913), 2e 
Bundel, bl. 32. — G. T. N. I. 54 (1914), 31. 

De pestbaetrijding op Java, door v. D. R. 
(Overzicht eener lezing van Dr. J. J. van 
Loghem). — Indologevhlad. 6 (1914 — 15), 
98. — Overzicht door M. A. B. — Kol. 
Weekbl. 1915, N°. 6. 

Wijnkoop (D. J.). De pest op Java. Met 
naschrift. — De Nieuwe Tijd. Sociaaldemocr. 
Maandschr. 1914, 274, 279. 

Raadt (Dr. O. L. E. de). Pestbestrijding 
te Shanghai en pestbestrijding op Java. — 
G. T. N. I. 54 (1914), 66. —Naar aanleiding 
van ,, pest bestrijding te Shanghai enz.", door 
D. M. VAN Driel. — Ibid. bl. 338. 

Geuns (M. van). Pest en doktoren. M. ill. 
— Weekbl v. Indiè. 11 (1914—15), 249. 

De pestbestrijding in Noordoost Kediri. 

M. ill. — Weekbl. v. Indiè. 11 (1914—15), 
306. 

De pest en hare bestrijding. — Maandber. 
N. Z. G. 1914, 91. 

De pest op Java in 1913. (Ontleend aan De 
Tribune). — I. G. 1914, 1, 436. 

Pestdokters gevraagd! (Ontleend aan het 
Ned. Tijdschr. v. Geneest). — I. G. 1914, I, 
608. 

De pest-interpellatie. (Uitvoerig overzicht 
van het gesprokene in de Tweede Kamer der 
St. Gen. naar aanleiding eener interpellatie 
van Mr. C. Th. van Deventer). — I. G. 1914, 
I, 847. 

De pest op Java. (Ontleend aan een parti- 
culier schrijven van een arts op Java aan het 
Algem. Handdsbl). — /. G. 1914, II, 1008. 

De pest op Java. (Ontleend aan het Vader- 
land, naar aanleiding van een rapport in het 
Ned. Tijdschr. v. GeneesL). — I. G. 1914, II, 
1610. 

Mededeeling naar aanleiding van de motie 
in zake pestbestrijding. — Kol. Tijdschr. 
1914, I, 577. 



28 



ZIEKTEN. 



In zake pestbestrijding. (Bespreking van de 
uitzending uit Nederland van pestambulan- 
ces). — Kol. Tijdschr. 1914, 1, 782; II, 912. 

DoEFF (H.)- De pestambulances. — Kol. 
Tijdschr. 1914, II, 1946; 1915, I, 222. 

Sleeswijk (Prof. Dr. J. G.). De pest op 
Java. — Ned. Tijdschr. voor Geneesk. 58 
(1914), I, 1060. 

Pest en pestbestrijding. — De Gids. 

1914, II, 358. 

Het pestdebat in de Kamer en het B. B., 
door H. D. — Kol. Tijdschr. 1914, 1, 678. 

LoGHEM (J. J. van). Drie jaren pest op Ja- 
va. — Ned. Tijdschr. voor Geneesk. 58 (1914), 
I, 876. 

Planten (M. J.). Jonge artsen gevraagd 
voor de pestbestrijding. Met naschrift van 
J. J. VAN LoGHEM. — Ned. Tijdschr. voor 
Geneesk. 58 (1914), I, 974. 

LoGHEM (J. J. van). Pestbestrijding op Ja- 
va. — Ned. Tijdschr. voor Geneesk. 58 (1914), 
I, 1306. 

Brouwer (G.). Eenige indrukken over de 
pest op Java en haar bestrijding. — Ned. Tijd- 
schr. voor Geneesk. 58 (1914), I, 1235. 

LoGHEM (Dr. J. J. van) und Dr. N. H. 
SwELLENGREBEL. Kontinuierliche und me- 
tastatische Pestverbreitung.. (Aus dem Re- 
gierungs-Laboratorium für Pestforschung in 
Malang). — Zeitschr. für Hygiëne und Infek- 
tionskrankheiten. 1914, 460. 

Plu (P. C). Muskieten als overbrengers 
van pest ? M. ill. — G. T. N. I. 54 (1914), 540. 

Het uitzwavelen van dessawoningen als 

middel ter bestrijding van pest. M. ill. — 
G. T. i\r. 7.54 (1914), 552. 

Kleine mededeelingcn. I. Explosie van 

longpest in de dessaToeloe Sajoe. II. Explosie 
van klierpest, met localisatie der bubonen 
in hals en oksel. III. De localisatie der bubo- 
nen bij mannen, vrouwen en kinderen. — 
G. T. N. I. 54 (1914), 570. 

Maatregelen ter voorkoming van pest. 



Plantage-H ygiene, 1914, 180. 



Tjipto Mangoenkoesoemo. De pest op 
Java en hare bestrijding. Voordracht — Ind. 
Vereeniging Voordr. en Meded. N°. VIII, 
(1914), 135. 

Heekeren (A. A. van) De pestbestrijding 
op Java. — /. G. 1914, I, 679. 

De pestbestrijding in Ned.-Indië (Naar aan- 
leiding van een interview van Dr. Swellen- 
GREBEL, verschenen in de N. Ct.). — I. G. 

1914, I, 734. 

Een nabetrachting over het Landvoogde- 
lijk bezoek aan de peststreken. (Ontleend aan 
eene beschouwing van M. van Geuns in het 
Soerah. Handelsbl). — I. G. 1914, I, 736. 

S WELLENGREBEL (N. H. ). und H. W. HOESEN. 

Ueber das vorkommen von Rattenpest ohne 
Menschenpest in „klandestinen" Herden. — 
Zeitschr. f. Hyg. u. Infektionskr. 1915, N°. 3. 

LoGHEM (J. J. van). Het herkennen van 
rattepest. - Tijdschr. Vergel. Geneesk. I (1914- 
15), 159. 

SwELLENGREBEL (N. H.). Ueber die Zahl 
der Flöhe der Ratten Ost-Javas und über die 
Bedeu tung des Parallelismus von Floh-und 
Pestkurven. — Zeitschr. f. Hyg. u. Infektionskr. 

1915, N°. 3. 

Sleeswijk (Dr. J. G.). Pesten pestbestrij- 
ding op Java. M. ill. — Ber. St. Claverbond. 
1915, 3. 

Deggeler (O.). Behandeling van pestlijders 
met intraveneuse injecties van formaldehyd- 
natrium-bisulfurosum. M. ill. — G. T. N. I. 
55 (1915), 26. 

Pestbestrijding. (Uit de Bijlage van de 
HandeUngen der Staten-Generaal). — Kol. 
Tijdschr. 1915, II, 994. 

DiRAN. De overdraging van pest. (De oor- 
zaak van pest ; de overbrenging van pest op de 
rat ; de overbenging van pest op den mensch). 
— Tijdschr. Int. Gen. 23 (1915), 19. 

SwELLENGREBEL (N. H.). Onderzoekingen 
van pestbesmetting buiten de ratten en hun- 
ne vlooien om. M. ill. — G. T. N. I. 55 (1915), 
359. 

Alweer een nabetrachting over de pestbe- 
strijding in het Malangsche. (Naar aanleiding 



ZIEKTEN. 



29 



van een artikel van M. van Geuns in het 
Soerab. Handdsbl). — I. G. 1915, 1, 245. 

Loon (T. H. van). Een geval van reïnfectie 
bij pest. — O. T. N. I. 55 (1915), 474. 

Verbxjkgh (Dr. J. T. ). Beschouwingen over 
pest en pestbestrijding. — Puhl. Ned. Ind. 
Landb. Synd. 7 (1915), 9, 23. 

Raadt (Dr. O. L. E. de). Het vlooienver- 
Ues bij de levende rat (in verband met de 
pest-epidemie op Java). — Meded. Burgerl. 
Geneesk. Dienst. 4 (1915), 17. 

Bijdrage tot de kennis der epidemiolo- 
gie van de pest op Java. — Meded. Burgerl. 
Geneesk. Dienst. 4 (1915), 20. 

Kunnen hoofdluizen pest overbrengen ? 

— Meded. Burgerl. Geneesk. Dienst. 4 (1915), 
39. 

Sttipficen (J. H.). Pestbestrijders en be- 
schermers van den landbouw en rattenvrije 
woningen. — Ind. Merc. 1915, 408. 

Pestbestrijding op Java. (Ontleend aan de 
Locomotief). — Ind. Merc. 1915, 591. 

Pestbestrijding. (Ontleend aan de Locomo- 
tief). — /. G. 1915, II, 1613. 

Getjns (M. van). De strijd tegen de pest- 
rat. (Ontleend aan het Soerab. Handelsbl.). — 
De Banier. 1915, 612. — Zie ook: T. B. B. 49 
(1915), 303. 

Borger (W. A.). Vaccinatie tegen pest I. 
Dierproeven. (Mededeeling uit het Instituut 
Pasteur te Weltevreden). — G. T. N. I. 55 
(1915), 576. 

Dienst der pestbestrijding. Verslag over 
het eerste kwartaal 1915. (Hierin o. a. Alge- 
meene leidraad voor de uitvoering der pest- 
bestrijdingsmaatregelen op Java. — Rapport 
over de pest in Solo. — Voorstel tot het doen 
eener keuze tusschen uitzwaveUng dan wel 
systematische schoonmaak van woningen in 
het pestgebied). — G. T. N. I. 55(1915). Bij- 
blad. N°. 1. 

Maatregelen tegen de verspreiding van pest 
door S. Met naschrift. — Ind. Mil. Tijdschr. 
1915, II, 1028. 



Dienst der pestbestrijding. Verslag over 
het tweede kwartaal 1915. (Hierin o.a. F. H. 
VAN Loon. Rapport over een longpest-epi- 
demie op den Boereng en omgeving (April — 
Mei 1915). M. k. — G. T. N. L 55 (1915). Bij- 
blad N°. 2. 

Beri-Beri. 

MoszKOWSKi (M. ). Erfahrungen über Beri- 
Beri in Neu-Guinea. — Münchener med. Wo- 
chenschrift. 1911, N°. 45. 

Zur Verhütung und Heilung der Beri- 



beri. — Kol. Rundschau. 1911, 490. 

Meine Erfahrungen über Prophylaxe der 



Beri-beri in Hollandisch-Neuguinea. — Ar- 
chiv f. Schiffs-undTropen-Hygiene. 15(1911), 
653. 

HxjLSHOFF Pol (Dr. J. ). Ziekte der primaire 
motorische neuronen bij beri-beri. M. ill. — 
G. N. T. I. 51 (1911). Feestbundel, bl. 235. 

Eykman (Prof. Dr. C). Polyneuritus gal- 
linarum und Beri-beri. — Archiv f. Schi^s- 
und Tropen- Hygiëne. 15 (1911), 698. — Ant- 
woord op vorenstaand artikel, door H. 
ScHATJMANN. — Ibid. 15 (1911), 728. 

ScHÜEFNBR (Dr. W. ) und Dr. W. A. Kue- 
NEN. Ueber den Einfluss der Behandlung des 
Reises auf die Beri-beri und die daraus ent- 
stehenden Fehlerquellenbei der Beobachtung. 
Nach einem Vortrag von Dr. W. Schüffner. 
— Archiv f. Schiffs- und Tropen- Hygiëne. 16 
(1912). Beiheft N°. 7. 

MoszKOWSKi's middel tegen Beri-beri, door 
J. J. S. — T. A. G. 1912, 80. 

Jennissen (J. A. M. J.). Statistisch over- 
zicht van de sterkte, immigratie, mortaliteit 
en morbiditeit onder het mijnwerkerscorps te 
Billiton gedurende de laatste vijftig jaren, 
in verband met het beri-beri-vraagstuk. — 
G. T.N.I. 51(1911), 499. 

Fraser (H.) and A. T. Stanton. The 
etiologie of beri-beri. — Studies from the In- 
stitvie for medical research. Fed. Mal. States. 
1911, N°. 12. 

Jennissen ( J. A. M. J. ). Over rijstvoeding 
en beri-berionder het mijnwerkerscorps te Bil- 
üton. — G. T. N. I. 53 (1913), 570. 



30 



ZIEKTEN. 



Gbijns (Dr. G.)- Eenige opmerkingen over 
Beri-beri en over Polyneuritis bij hoenders. — 
G. T. A^./. 54(1914), 1. 

Jennissen (J. A. M. J.)- Voorkoming van 
beri-beri. — Plantage-Hygiene. 1914, 124. 

ScHAUMANN (Dr. H.). Neuere Ergebnisse 
der Beri-berif orschung. — Archiv f. Schiffs- u. 
Tropen-H ygiene. 19 (1915), 393, 425. 

Malaria. 

Betz (W. A.). Malaria als oorzaak van 
krankzinnigheid, —ö. T. N. L 51 (1911), 456. 

Teeburgh (Dt. J. T.). Malaria-bestrijding 
in het garnizoen te Semarang. M. UI. — O. T. 
N. I. Feestbundel. 1911, 373. 

WiJCKERHELD BiSDOM. Einige Bemerkun- 
gen über die Malaria im Indischen Heere in 
den Jahren 1895—1909. — Janus 19 (1912), 
400. 

Abrahamson (S. S.). Malaria-bestrijding 
door kinine. — T. N. L. N. I. 85 (1912), 114. 

Neeb (H. M). Merkwaardige parasieten 
in een geval van malaria tertiana. M. ill. — 
G. T. N. I. 52 (1912), 1. 

Haan (Dr. J. de). Over het voorkomen van 
de Wassebmann'sche reactie bij lijders aan 
acute malaria in de tropen. — G. T. N. I. 
53(1913), 737. —Vertaling. Archiv f. Schiffs- 
u. Tropen-H ygiene. 17 (1913), 693. 

Nog iets over ikan kapala tima en over po- 
gingen tot malaria-bestrijding, door A. J. K. 
— Tropische Natuur. 2 (1913), 157. 

De bestrijding van malaria. (Ontleend aan 
„India Rubber Journal"). — Teysm. 1914, 
100. 

Schüffneb (Dr. W.) en Dr. N. H. Swel- 
lenqrebel. De Anophelinen in Deli in ver- 
band met de uitbreiding der malaria. — G. T. 
N. I. 54 (1914), 140. 

Driel (B. M. van). Een geval van spas- 
tische spiraalparese bij malaria tertiana. — 
G. T.iV. 7.54(1914), 217. 

SwELLENGREBEL (Dr. N. H.). Een nieuwe 
anopheline voor DeU: Myzorchynchus Ar- 



gygropus n. sp. (met autoreferaat). M. ül. — 
G. T. N. I. 54(1914), 334. 

Flij (P. C). Malaria en malariabestrijding. 
— Plantage-Hygiene. 1914, 134. 

Eenden als bestrijders van de malaria, door 
C. L. — T. B. B. 48 (1915), 290. 

Salm (Dr. A. J. ). Over het vernietigen van 
muskieten en muskietenlarven. — G. T. N. I. 
55(1915), 173. 

Casuïstiek. Een geval van malaria-psy- 



chose. — G. T. N. I. 55 (1915), 466. 

Heijden (H. N. van der). Voordracht 
over malaria en landbouw. M. ill. — Publ. 
Ned. Jnd. Landb. Synd. 7 (1915), 293, 305. 

Swellengeebel (N. H.). Over de schizo- 
gonie van de Quartanaparasiet (Plasmodium 
malariae). M. ill. — G. T. N. I. 55 (1915), 1. 

Cholera. 

NiJLAND (Dr. A. M.). Vaccination gegen 
cholera. — Janus. 1911, 186. 

Heel (J. van). Resultaten verkregen met 
de vaccinatie tegen cholera in het chineesche 
hospitaal te Batavia. — G. T. N. I. 61 (1911), 
246. 

Deggeller (O.). De strijd over de creoline- 
therapie.-G. N. T. I. 51 (1911), 258. — Borne 
(E. W. K. V. D.). Een antwoord op „de strijd 
over de creoline -therapie van O. Degelleb. 
— Ibid. bl. 551. 

Star Busman (C. W.). Ook een manier 
van cholera-bestrijding of Chineesche manier 
van cholera-bestrijding te Makasser. — Am- 
sterdammer. 12 Maart 1911. 

Deggeller (O.). Experimenteele (Cholera) 
Vibrionendragers. — G. N. T. I. 51 (1911), 441. 

NiJLAND (Dr. A. H. ). Eenige resultaten met 
het cholera-vaccin verkregen. Voordracht. — 
G. T. N. I. 51 (1911), 475. 

KuENEN (Dr. W. A.). Ervaringen omtrent 
het overbrengen van de cholera over zee naar 
Deli. — G. T. N. I. Feestbundel. 1911, 292. 

Neyboeb (P.). Een eigenaardige wijze van 
zout-fabriceering op Java, benevens een 



ZIEKTEN. 



31 



praatje over de bestrijding der cholera. M. ill. 
— Ber. St. Claverbond. 1911, 115. 

Deggeller (O.). Cholera-bestrijding in 
Neder landsch-Indië. — Vragen des Tijds. 1911 
I, 409. 

Een Lilandsch middel tegen cholera, door 
B. — Tijdschr. Ird. Gen. 18, bl. 25. 

KuENEN (Dr. W. A.). Erfahrungen über 
die Verschleppung der Cholera übers Meer 
nach Deli in Verband mit der Gesetzgebung 
in NiederL-Indien. — Janus. 1912, 45, 117. 

Hoevenaars (J. J. ). Iets over cholera te 
Semarang. — Ber. St. Claverbond. 1912, 116. 

Pijl (R. G.). Twee onderverschijnselen van 
cholera verloopen gevallen van paratyphus. — 
O. T. N. I. 52 (1912), 241. 

LiONARONS (A. C. W.). Over cholerabestrij- 
ding op Soembawa gedurende de epidemie 
van 1911. — G. T. N. I. 52 (1912), 426. 

Cholera in de kazerne (te Malang), door 
K. M. ill. — Weekbl. v. Indië. .10 (1913—14), 
244. 

Freise (W.). Die Epidemiologie der asiati- 
schen Cholera seit 1899 (VI. Pandemie. ) — 
Archiv f. Schiffs- und Tropen-H ygiene. 17 
(1913). Beiheft 5. 

NiJLAND (Dr. A. H.). Weder eenige resul- 
taten met het choleravaccin verkregen. — 
G. T. N. I. 53 (1913), 1. 

Dijken (H. W. J. van). De behandeling 
der choleralijders in het Militair Hospitaal te 
Weltevreden tijdens de laatste epidemie. — 
G. T. N. I. 53 (1913), 32. 

Roelfsema (F. H.). Enkele korte opmer- 
kingen over verloop en behandeling van de 
cholera in het Militair Hospitaal te Semarang 
in de jaren 1910—1912. — G. T.N.1. 53 (1913), 
446. 

Leopold (L.). Het choleravaccin te Sta- 
gen. Antwoord aan Dr. Nijland. — G. T. N. 
I. 53 (1913), 475. 

Flu (P. C). Een cholera-achtige vibrio als 
verwekster van een klinisch op echte cholera 



gelijkend ziekteproces ? 
(1913), 771. 



G. T. N. I. 53 



Fnj(P. C). Onderzoekingen over de agglu- 
tinabiliteit van cholera- vibrionen uit de gal- 
blaas van choleralijders. — G. T. N. I. 53 
(1913), 808. 

Over hyp- en inaglutinabele cholera- 



vibrionen en hunne beteekenis voor de prak- 
tische diagnose der cholera. — G. T. N. I. 

54 (1914), 524. 

Cholera. (Ontleend aan beschouwingen van 
Ch. Nordmann in de Remie des deux Mofides). 

— De Java-Post. 1914, 802. 

Valk (W.). Enkele aanteekeningen over de 
cholera-patienten, behandeld in het Stads- 
verband te Batavia in 1914. — G. T. N. I. 

55 (1915), 561. 

Flu (P. C). De levensduur van cholera- 
vibrionen in en op den grond van „cholera- 
kampongs" te Batavia, en de bodem theorie 
der cholera asiatica van Max Pettenkofer. 

— G. T. N. I. 65 (1915), 629. 

Epidemiologische studiën over de cho- 
lera te Batavia 1909—1915. — G. T. N. I. 
55 (1915), 863. 

Lepra. 

KaYSEB. Over lepra. Voordracht. — Tijd- 
schr. Ird. Geneesk. 19, bL 17. 

Haan (Dr. J. de). Het lepravraagstuk in 
Nederlandsch -Indië. — G. T. N. I. Feestbun- 
del. 1911, 202. 

SiLLEM (Mevr.). Aïourri, het middel tegen 
melaatschheid. — Ned. Zendingsbode. 1913, 
407. 

JoNCKHOFF (H. W.). Een bezoek aan Plan- 
toengan (Leprozeninrichting bij Semarangjf:. 

— De Banier. 1911, 356. 

Plate (L. M. F.). Het lepra- vraagstuk op 
het eiland Lombok. Met Naschrift der Re- 
dactie. — T. B. B. 43 (1912), 103. 

Bestrijding van de lepra in Nederl. Indië.. 
(Aan de N. R. Ct. ontleende mededeelingen 
naar aanleiding van het 5 — 6e jaarverslag, 
der Vereeniging tot bestrijding van de lepra, 
in Ned. -Indië). — /. G. 1914, 1, 897. 



32 



ZIEKTEN. 



Kleiweg de Zwaa^ï (Dr. J. R). De lepra 
in Nederlandsch-Indië. — Medisch Weekblad. 
21 (1914—15), 227, 239, 247. 

Diverse ziekten. 

DuYMAEE VAN TwiST (A. J.). Das Steinlei- 
den unter Javanen und Maduresen. — Janus. 
1911, 758. 

Elders (C. ). Ueber eine klinisch und aetio- 
logisch der Trypanosomiasis und Schlaf- 
krankheit verwandte Krankheit bei Javanen 
auf Sumatra. 31. til. — Archiv f. Schiffs-und 
Tropen-H ygiene 15 (1911), 1. 

Steiner (Dr. L.). Ueber Kaloide der Ohr- 
lappchen bei den Javanen. — Archiv (als 
boven). 1911, 13. 

Baebmann (Dr. G.). Erwiderung auf die 
Arbeit von J. J. van Loghem „Ueber Bazil- 
lendysenterie in Niederl.-Ost indien". — Ar- 
chif (als boven). 1911, 161. 

ScHÜïTNEE (Dr. W.). Bemerkungen zu 
den von C. Elders auf Sumatra gefundenen 
Protozoenkrankheiten. — Archiv (als boven). 
1911, 394 

Hellemans ( J. ). Ueber das Auf treten von 
Stronogylus pinguicola auf Java und Su- 
matra. — Zentralbl. f. Bakt., Orig. 57 (1911), 
212. 

Flu (P. C). Bericht über die Behandlung 
von 700 Fallen von Framboesia tropica. — 
Münchener med. Wochenschrift. 1911, No. 45. 

KaYSEB (J. D.). Eenige aanteekeningen 
over inspuiting met salvarsan (tegen syphilis). 
— O. T. N. I. 51 (1911), 77. 

Ottwehand (Dr. C. D.). Leptomeningitis 
purulenta in het dwangarbeiders-kwartier 
te Batavia. — G. T. N. I. 51 (1911), 237. 

Onnen (M. F.). Genezing van kanker. M. 
ill. — Weekbl. v. Indië. 7 (1910—11), 888. 

Framboesia tropica. M. ill. — Weekbl. v. 
Indië. 8 (1911—12), 489. 

Westhoff (Dr. C. H. A.). Een merkwaar- 
dig geval van pokken. — O. T. N. T. 51 
.(1911), 229. 



Persenaire (Dr. J, B. C). Over Indische 
abortiva. — G. T. N. I. 51 (1911), 230. 

Westhoff (Dr. C. H. A.). Salvarsan inde 
oogheelkunde. Voordracht. Met Naschrift. — 
G. T. X I. 51 (1911), 248, 255. 

Brink (Dr. K. B. M. ten). Iets over radi- 
um-therapie. Casuistische bijdrage. M. ill. — 
G. T. N. I. 51 (1911), 424. 

RÖMER (Dr. R.). Een geval van Zwart- 
waterkoorts bij febris intermittens tertiana. 

— G. T. X. I. 51 (1911), 467. 

Metjrs (J. G.) en (L. S. A- M. von Romer). 
De aggiutinatiemethode volgens Ficker 
toegepast op bacillaire dysenterie. — G. T. 
N. I. 51 (1911), 584 

Neisser (Prof. Dr. A.). Ueber Immunisie- 
rungsversuche bei Syphilis. — G. T. N. I. 
Feestbundel. 1911, 52. 

Westhoff (Dr. C. H. A.). Eenige opmer- 
kingen omtrent oogziekten op Java. — G. T. 
N. I. Feestbundel. 1911, 140. 

Baermann (Dr. G.). Typhusbacülentrager 
und Tj'phusbckampfung. (Aus dem Central- 
Hospital zu Petoemboekan, Sumatras Ost- 
Küste). 31. ill. — G. T. N. I. Feestbundel. 
1911, 147. 

Brug (S. L. ). Tertiaire framboesia. — G. T. 
N. I. Feestbundel 1911, 172. 

Dttymaer vanTwist(A. J. ). Het steenlijden 
onder Javanen en Madoereezen. (Mededee- 
lingen uit de heelkundige kliniek van het 
zendingshospitaal te Modjowamo 1905 — ■ 
1909). 31. ill. — G. T. N. I. Feestbundel. 1911, 
188. 

KaysER (J. D. ). Is framboesia tropica 
syphihs ? M. ill. — G. T. N. I. Feestbundel. 
1911, 251. 

Salm (Dr. A. J.). Eenige aanteekeningen 
omtrent meerdere gevallen van dysenterie in 
de residentie DjambL — G. T. N. I. Feest- 
bundel. 1911, 332. 

Schüffner (Dr. W.). Ueber Framboesia 
Tropica und die Wassermannsche Reaction. 

— G. T. N. I. Feestbundel. 1911, 350. 

Westhoff (Dr. C. H, A.)en Dr. G. Grijns. 



ZIEKTEN. 



33 



Een zeldzaam gezwel van het hoornvlies 
bij een Javaan. 31. UI. — G. T. N. I. Feest- 
bundel. 1911, 388. 

WtTLLER (F. H. ). Bacillaire dysenterie met 
perforatie -peritomitis. — Tijdschr. Irü. Gen. 
XVIII, 47. 

RxjGE (Prof. Dr. R.). Einige Worte über 
die Verbreitung von Pocken, Tuberkulose 
und Typhus in den Tropen. — Archiv f. 
Schiffs- u. Trcypen-Hygiene. 16 (1912), 6. 

ScHÜFFNER (Dr. W. ). Ueber das Ulcus tro- 
picum. — Archiv (als boven). 16 (1912), 78. 

Werner (Dr. H.). Salvarsan und Ulcus 
tropicum. — Archiv (als boven). 16 (1912), 
217. 

Leber (Prof. Dr. A.). Ueber ein kleinbla- 
siges Exanthem auf Sumatra. Ein Beitrag 
zur Kenntnis der pockenahnUchen Erkran- 
kungen. M. UI. — Archiv (als boven). 16(1912), 
516. 

ScKÜFFNER (Dr. W.). Der Wert einiger 
Vermifuga gegenüber dem Ankylostomum, 
mit Bemerkingen über die Wurmkrankheit 
in Niederlandisch -Indien. — Archiv (als bo- 
ven). 16 (1912), 569. 

Elders (C). Over het voorkomen van 
Necator americanus in Nederlandsch-Indië. 
M. UI — Ned. Tijdschr. v. Geneesk. 1912, 
No. 15. 

HuxsHOFF (A. A.). Onderzoek met de reac- 
tie van Widal bij 120 politiegestraften. — 
G. T. N. I. 52 (1912), 31. 

HuLSHOFF Pol (D. J.). Iets over aetiologie 
van Polyneuritus gallinarum, in verband met 
verzuurde rijstvoeding. — G. T. N. I. 52(1912), 
11. — Kritische opmerkingen ,door Dr. G, 
Grijns. — Ibid. bl. 50. — Antwoord van 
HüxsHOFF Pol. — Ibid. bl. 2-ti. 

ScHÜFFNER (Dr. W.). Opmerkingen aan- 
gaande de Ankylostomiasis in Ned-.Indië 
en de waarde van eenige Vermifuga. — G. T. 
N. I. 52 (1912), 365. 



Boon (Dr. D. 
krankzinnigheid. 



L. ). Ankylostomiasis en 
-Ö.T.iV. 7.52(1912), 282. 



KuENEN (Dr. W. A.). Uit het Pathologisch 



Laboratorium te Medan. De Ankylostomiasis 
bij de emigreerende Javanen. — G. T. N. I. 
52 (1912), 389. 

Westhoff (Dr. C. H. A.). Keratitis Punc- 
tata Tropica (Sawah-Keratitis). — G. T. N. I. 
52 (1912), 419. 

ScHWARZWALD (Dr. B.). Zur Casuistik von 
Geistes- und Nervenkrankheiten bei den 
Europ. Soldaten der Niederlandisch-Indi- 
schen Armee. — G. T. N. I. 52 (1912), 526. 

Neosalvarsan, door L. (Naar aanleiding 
van een art. van Dr. Schreiber over dit on- 
derwerp in „Münch. Medizin. Woch." 1912, 
No. 17). — G. T. N. I. 52 (1912), 635. 

Flu (P. C). Over een Prowazekiavorm 
(Prowazekia Javanense) in de ontlasting van 
een patiënt te Weltevreden. M. UI. — G. T. 
N. I. 52 (1912), 659. 

Leusden (J. Th.). Rapport over de be- 
handeling van Syphilis met salvarsan in het 
Militair Hospitaal te Weltevreden, gedurende 
het tijdvak van Oct. 1911 — Oct. 1912. — 
G. T. N. I. 52 (1912), 783. 

KiEwiET DE Jonge (Dr. G. W.). Een epi- 
demie van longontsteking onder dwang- 
arbeiders. — G. T. N. I. 52 (1912), 846. 

Grijns (Dr. G.). Onderzoek ingesteld te 
Cheribon in verband met het voorkomen van 
typhus. — G. T. N. I. 52 (1912), 867. 

Kersten (Dr. H. E.). Einiges über Neo- 
salvarsan bei verschiedenen tropischen Haut- 
krankheiten. — Archiv f. Schiffs- u. Tropen- 
Hygiene. 17 (1913), 627. 

ScHÜFFNER (Dr. W.). Bemerkungen über 
die Ankylostomiasis in Niederlandisch- In- 
dien und den Wert einiger Wurmmittel. — 
Archiv (als boven). 17 (1913), 59. 

Ktjenen (Dr. W. A. ). Die Ankylostomiasis 
bei den javanischen Auswandern. — Archiv 
(als boven). 1913, 93. 

Westhoff (G. H. A.). Augenkrankheiten 
auf Java. — CerUralbl. fiir Av^enheilkunde 
37 (1913), 33. 

Kloppers (J. W. E. R. S.). Opmerkinggjj 
over framboesia. — G. T. N. I. 53(1913), ig. 

3 



34 



ZIEKTEN. 



Lestk (Dr. R.). Einiges über Erkrankungen 
der Gallenwege und Leber. Ein tropenchirur- 
gi?cher Beitrag. — G. T. N. I. 53 (1913), 386. 

Sitsen (A. E.). Het anatomische beeld der 
croupeuze pneumonie te Batavia. — G. T. N. 
I. 53 (1913), 416. 

Fleischner (Dr. A.). Eine neue Behand- 
lungsmethode der „Blennorrhoea gonorr- 
hoica". — G. T. N. I. 53 (1913), 431. 

Vebvoort (Dr. H.). Oleum Chenopodii 
Anthelmintici. Een wormmiddel tegen anky- 
lostomum en ascaris. — O. T. N. I. 53 (1913), 
435. 

Benjamins (Dr. C. E.). Over naso-pharyn- 
gitis-mutUans. M. iU. — G. T. N. I. 53 (1913), 
584. 

Dermatitis toxica door Benang benang 
— G. T. N. I. 53 (1913), 605. 

Dijken (H. W. J. van). Wat kan een pa- 
tiënt tengevolge eener sal varsan -infusie over- 
komen? — G. T. N. I. 53 (1913), 615. — 
Eenige opmerkingen, door J. S. Hollan- 
DEB. — Ihid. 54 (1914), 73. — Antwoord van 
Van Dijken. — Ihid. 54 (1914), 77. 

Lesk (Dr. R.). Ueber seltenere Komplika- 
t ionen der Amoebendysenterie. M. ill. — G. 
T. N. I. 53 (1913), 639. 

Sitsen (A. E.). Merkwaardige complicaties 
bij amoeben -dysenterie. — G. T. N. I. 53 
(1913), 700. 

Fleischner (Dr. A.). Salvarsau oder 
Quecksilber vom militar-dienstlichen-arzt- 
lichen und ökonomischen Standpunkt aus. — 
G. T. N. I. 53 (1913), 675. 

Flu (P. C.) De reactie van Hermann en 
Perctz en de diagnostiek der svpbUis op 
Java. — G. T. N. I. 53 (1913), 784. 

Kiewiet de Jonge (Dr. G. W.). Aantee- 
keningen over 25 met emetine behandelde 
gevallen van amoebendysenterie. — G. T. N. 
I. 53 (1913), 842; 

Geuns (M. van). De oogheelkundige kli- 
nif k te Ngawi, M. ill. — Weekbl. v. Indié. 10 
(1913—14), 1164. 

Iets over verschijnselen van krankzinnig- 



heid. — Tijdschr. Ird. Geneesk. XX, 14, 61, 
92. 

Gravestein (V. ). Wat hebben wij aan sal- 
varsan in de oogheelkundige praxis ? — Tijd- 
schr. Ird. Geneesk. XX, 99. 

WiCK (Dr.). Gundu (huidziekte) in Neu- 
Guinea. — Archiv f. Schiffs- u. Tropen-Hy- 
giene. 18 (1914), 403. 

Wille (Dr. W. A. ). Eerste jaarverslag van 
de oogkhniek van het Leger des Heils te 
Semarang over de jaren 1908 — 1912. M. ill. 

— G. T. N. I. 54 (1914), 8. 

WiNCKEL (Dr. Ch.). Een typhus-epidemie, 
uitgaande van een bacillen(h-ager. — G. T. 
N. I. 54 (1914), 38. 

Sitsen (A. E.). Enkele aanteekeningen over 
het voorkomen van tuberculose onder In- 
landers in Batavia. — G. T. N. I. 54(1914), 
47. 

Borger (W. A.). Vaccinatie tegen typhus 
abdominalis. — G. T, N. I. 54 (1914), 140. 

Heinemann (Dr. H.). Tuberkulose-Be- 
obachtungen an javanischen Kontraktarbei- 
tem. — G. T. N. I. 54 (1914), 206. 

Kuenen (Dr. W. A.). De entamoeben van 
den mensch en de amoeben -dysenterie. Voor- 
dracht. M. ill. — G. T. N. I. 54 (1914), 235. 

Sitsen (A. E.). Aanteekeningen over tuber- 
culose in Indië. — G. T. N. I. 54 (1914), 346. 

Het krankzinnigengesticht te Lawang. 
(Mededeelingen, ontleend aan het verslag 
over de jaren 1906—1912). — I. G. 1914, 
I, 770. 

Borger (W. A.). Eenige opmerkingen over 
het voortduren van pokken-epidemieën in 
Ned. Oost -Indië. Voordracht. — G. T. N. I. 
54(1914), 444. 

Jong (D. A. de). Menschen- en rundertu- 
berculose in Nederlandsch-Indië en het tu- 
berculose-vraagstuk in de tropen. — Tijdschr. 
vergel. Geneesk. I (1914—15), 251. 

Driel (B. M. van). Frequentie van lues 
bij Inlanders en Europeanen. Met Naschrift. 

— G. T. N. I. 54 (1914), 467. 



ZIEKTEN. 



35 



Utermöhlen (Dr. G. P.). Vijfde jaarver- 
slag van het Koningin Wilhelmina Gasthuis 
voor ooglijders te Bandoeng, over het jaar 
1913. — O. T. N. I. 54 (1914), 474. 

Jbnnissen ( J. A. M. J. ) en Raden Latip. 
De ankylostomiasis in de tinmijnen teBilliton. 
M. UI. — G. T. N. 1. 54 (1914), 481. 

SCHOTFNER (Dr. W.). De prophylaxe van 
cholera, amoebendysenterie, bacillendysen- 
terie en typhus. — Plantage- Hygiëne. 1914, 
100. 

Baebmann (Dr. G.). Ankylostomiasis. — 
Plantage- Hygiëne. 1914, 156. 

Hoog (P. H. van der). Bijdrage tot de 
kennis der meningitis cerebrospinalis epi- 
demica. — G. T. N. I. 54 (1914), 598. 

SwELLENGREBEL (N. H.). Dierlijke enta- 
moeben uit Deli (met autoreferaat). M. UI. — 
G. T. N. I. 54 (1914), 420. 

Laoh (Dr. Ph.). Over eene eenvoudige en 
economische mijnwormkuur. (Uit het hospi- 
taal der Bataafsche Petroleum Maatschappij 
t^ Pangkalan Brandan). — G. T. N. I. 54 
(1914), 644. 

Smits (Dr. J. C. J. C). Klinische waar- 
nemingen omtrent het ulcus tropicum. (Mede- 
deelingen uit het Centraal Hospitaal der Sen- 
nah Rubber Comp. Ltd. te Bila, Sumatra). 
31. UI. — G. T. N. I. 54 (1914), 674. 

BoEDOGO (R.). Bijdrage tot de kennis der 
myasis. — Tijdschr. Inl. Gen. XXIII, 21. 

Kersten (Dr. H. E.). Die Tuberkulose in 
Kaiser - Wilhelms - Land, Deutsch -Neuguinea. 
— Archiv f. Schiffs-und Tropen-Hygiene. 1915, 
101. 

Ba YENS (B.). Iets over de melaatschheid 
(voornl. bij de Dajaks). M. UI. — Borneo- 
Almanak. 5 (1915), 57. 

LoGHEM (J. J. van). Het tuberculose - 
vraagstuk in de tropen. — Handel. XIV e 
Ned. Nat.- en Geneesk. Congres. 1915, 89. — 
Overzicht. Tijdschr. Inl. Geneesk. XXIII, 15. 

ScHÜFFNER (W.). Pseudotyphoid fever in 
Deli, Sumatra (a variety of Japanese Kedam 



fever). — Philipp. Journ. of Science 10 (1915), 
B. bl. 345. 

Smits (Dr. J.). Ueber Dysenterie und ihre 
Behandlung. — Archiv f. Schiffs-und Tropen- 
Hygiene. 1915, 224. 

RöMER (Dr. R.). Die Gicht als Tropen- 
krankheit.; — Archivieüs boven). 1915,490,529. 

De blinden van Java. (Overzicht van een 
artikel van Dr. Wille in „All the World". — 
I. G. 1915, I, 526. 

Jennissen (J. A. M. J.). Een typhus ende- 
mie in de Raya-vallei te BilUton. M. UI. — 
G. T. N. I. 55 (1915), 10, 487. 

WiNCKEL (Dr. Ca. ). Paratyphus A in Neder- 
landsch-Indië. — G. T. N. I. 55 (1915), 35. 

Snijders (E. P. ). Over de vraag der typhus- 
verbreiding door vliegen en stof. — G. T. N. I. 
55 (1915), 55. 

KuENEN (Dr. W.). De bacillaire dysenterie 
en haar optreden in Deli. — G. N. T. I. 55 
(1915), 203. 

Snijders (E. P.). Over de epidemiologie 
van de Febris Typhoidea, naar aanleiding 
van waarnemingen in Deli. — G. T. N. I. 
55 (1915), 393. 

Brink (Dr. K. B. M. ten). De therapie van 
het ulcus phagadaenicum tropicum. — G. T. 
N. I. 55(1915), 437. 

Tussen ( J. ). Oleum chenopodium en anky- 
lostomiasis. — G. T. N. I. 55 (1915), 450. 

Borger (W. A.). Een en ander over antite- 
tanusserum. Voordracht. — G. T. N. I. 55 
(1915), 510. 

Sitsen (A. E.). Waarom verloopt de crou- 
peuze pneumonie in Indië zoo atypisch ? — 
G. T. N. I. 55 (1915), 533. 

Hammacher (Dr. J.). De behandeling van 
Amoeben -dysenterie met onderhuidsche tan- 
nine -inspuitingen, —ö. T. N. I. 55 (1915), 550. 

Verburgh (Dr. J. T.). Pokkenbestrijding 
op de ondernemingen (benevens een over- 
zicht van de wijze waarop de pokziekte zich 
verspreidt en van de middelen welke zijn aan 



36 



GEOLOGIE, ENZ. - VULKANEN. 



te wenden om deze verspreiding tegen te gaan). 
Voordracht. — Publ. Ned. Ind. Landb. Synd. 
7 (1915), 947. 

c. Geologie, Palaeontoloqie, Mineea- 

LOGIE 1). — VuT.KAXEy EN VtJLKANI- 
SCHE VEBSCHIXNSELEN. 

1. De Indische Archipel. 

MOHK (Dr. E. C. J.). Die mechanische Bo- 
denanalyse, wie sie zur Zeit zu Buitenzorg 
ausgeführt sind. — Bvll. Dép. d'Agr. Ind. 
Néerl. No. 41 (1910). 

Jonker (Dr. H. G.). Geologisch onderzoek 
van Nederlandsch-Indië. — Ingenieur. 1911, 
867. — De Banier. 1911, 542.— Critiek op deze 
beschouwingen, door E. Middelbebg. — De 
Banier. 1911, 758. 

MxjNDUS. De geologische dienst in Ned.- 
Indië. — De Banier. 1911, 554, 605. 



Is Indië nog een goudland ? door S. 
dera Wolanda. 1911. Nos. 95—97. 



Ban- 



RuTTEN (Is.). Studiën über Foraminiferen 
aus Ost-Asien. J/. ill. — SamnU. Geel. Mus. 
Ie Serie, 9 (1911—14), 201, 219, 281; 10 
(1915), 1. 

Martin (K.). Wann loste sich das Gebiet 
des Indischen Archipels von der Tethys. — 
Samml. Geol. Mus. Ie Serie IX (1911—14), 
337. 

MOHB (Dr. E. C. J.). Ergebnisse mechani- 
scher Analysen tropischer Boden. M. ill. — 
Bult. Dép. d'Agr. Ind. Néerl. No. 47 (1911). 

Hövio (P.). Beschouwingen over de oplei- 
ding van geologen in Nederland en het geo- 
logisch onderzoek van Nederlandsch-Indië. 

— Ingenieur. 1912, 646. 

Beijl (Z.). Geologen contra mijningenieur 
of samenwerking. — Ingenieur. 1912, 28. 

Wenckebach (H. J. e.). Nog eens „geo- 
logen contra mijningenieurs of samenwerking ? 

— Ingenieur. 1912, 227. 

Middelbebg (E.). Systematische geologi- 



sche opname en kaarteering van Nederl. In- 
dië. — Ingenieur. 1912, 348. 

Jonker (Prof. Dr. H. G.). Beschouwingen 
over de opleiding van geologen in Nederland 
en het geologisch onderzoek in Nederlandsch- 
Indië. — Ingenieur. 1912, 493, 519. — Ant- 
woord op vorenstaande artikelen, door P. 
HöviG. — Ingenieur. 1912, 646. 

Veen (R. W. van der). Geologische en 
mijnbouwkundige exploratie. — Ingenieur. 
1912, 741. 

Middelbebg (E.). Opsporing van delf- 
stoffen in NederL -Indië. — Ingenieur, 1912, 
806. 

Wenckebach (H. J. E.). De opsporing van 
delfstofien in Nederl. -Indië. — Ingenieur. 
1912, 835. 

Mundus. De geologische dienst en de dienst 
van het mijnwezen in Ned. -Indië. — De Ba- 
nier. 1912, 206. 

Gelder (Dr. J. K. van). Over de mogelijke 
beteekenis van Nederlandsch-Indië als pro- 
ducent van jodium. — Ingenieur. 1912, 509. 

Vermaes (Prof. S. J.). Mijningenieurs of 
geologen voor opsporing van delfstoffen. — 
Ingenieur. 1912, 935. 

Gelder (Dr. J. K. van). Opsporing van 
delfstoffen in Nederlandsch-Indië. — In- 
genieur. 1912, 1033. 

ScRiVENOR (J. B.). Radiolaria-bearing 
Rocks in the East-Indies. — The Geological 
Magazine. IX, W. 6. June 1912. 

MOLENGRAAFF (G. A. F. ). Folded mountain 
chains, overthrust sheets and block-faulted 
mountains in the Eeist-Indian Archipelago. — 
Compte-Rendu du Xlle Congres géologique 
intern. Toronto. 1913. 1915, 689. 

KoEHNE (Dr. W.). Bodemkaarteering eu 
geologisch-agronomische kaarten. Uit het 
Duitsch vertaald door A. E. Bebkhout. — 
Archief Suikerind. N. I. 1913, I, 599, 605. 

Korte raededeelingen over Indische delf- 
stofafzettingen: P. HöviG. Sintoeroe; W. A. 
J. Aernoüt. Soengei Pagoe Dr. W. Dieck- 



') Zie ook de afdeeling „Mijnwezen." 



GEOLOGIE, ENZ. - VULKANEN. 



37 



MANN. Soengeih Toeboh. M. UI. — tTb. M. N. 
I. Verh. 42 (1913), 1. 

WrNG Easton (N.). De rijksopsporing van 
delfstoffen in verlDand met de instelling van 
een algemeenen geologischen dienst in Ned.- 
Indië. — Ingenieur. 1913, 27. 

Sandberq (Jhr. Dr. C. G. S.). Mijninge- 
nieurs en geologen. — Ingenieur. 1913, 51. 

Elbebt ( J. ). Geosynklinale und Rahmen- 
faltung, Zerrungsgebirge und Vulkanismus im 
australasiatischen Archipel. — Z. Geseüsch. 
Erdkunde. 1913, 224. 

Martin (K.). Wanneer is de Indische Ar- 
chipel gescheiden van de Tethys? — Versl. 
V. K. A. V. W. afd. W. eniV./fc.XXII(2eged.). 
Juni 1914, 732. 

Lier (R. J. van). De Ombilin-mijnen te 
Sumatra's Westkust. Voordracht. (Hierin: 
korte geschiedenis van de Oranje-Nassau- 
mijn te Perigaron in de afd. Martapoera, 
Borneo). M. UI. — Ind. Merc. 1915, 203. 

MoHB (Dr. E. C. J. ). Elementaire geologie 
in het bijzonder van Nederl. Indië. — Teys- 
mannia. 1915, 112, 120. 

MoLENGRAAFF (G. A. F.). Ovet mangaan- 
knollen in mesozoïsche diepzeeafzettingen van 
Borneo, Timor en Rotti, hun beteekenis en 
hun wijze van ontstaan. M. UI. — Versl. 
V. K. A. V. W. afd. W. en N. K. XXIIII, 2e 
ged. (1915), 1058. 

Abendanon (E. C). De geologie van den 
Indischen Archipel. — Voordrachten Kol. 
Ned. Onderw. Gen. I (1915), 26. 

HöviG (P.). Minerals (in Netherl. East- 
India). M. UI. — Essays Netherl. East-Indian 
San Francisco-Committee. Semarang, 1914. 
N°. XV. 

Petroleum in Netherl. East-India, by the 
Neth. E. I. Committee. — Als boven. N°. 
XXIX. 

MoHR (Dr. E. C. J.). Korte handleiding ter 
determinatie van de voornaamste mineralen 
uit den grond van Ned. -Indië. — Meded. 
Laborat. v. Agrogeologie. N°. 2, 1915. 

Geuttebenk (J. A.). Enkele minder beken- 



de mineralen uit Indië. — Versl. Geol. Sectie 
Geol. Mijnb. Gen, Ned. en Kol. II, Ie stuk 
(Juli 1915), 17. 

Geologische schetskaart van Ned. Oost 
Indië, door E. C. Abendanon. Besproken 
door S. — T. A. G. 1915, 102. 

Baren (J. van). Over het voorkomen van 
veen in tropische laagvlakten. — Natura. 
Org. der Nederl. Natuurhist. Vereen. 1915, 
N°. 196, bl. 138. 



Vulkanische verschijnselen en aardbevin- 
gen in den Oost-Indischen Archipel, waarge- 
nomen gedurende het jaar 1909. Verzameld 
door het Kon. Magn. en Meterol. Observato- 
rium te Batavia. — N. T. N. I. 70 (1911), 35. 
— ld. gedurende het jaar 1910. — Ibid. 71 
(1912), 97. — ld. gedurende het jaar 1911. — 
Ibid. 72 (1913), 178. — ld. gedurende het jaar 
1912. — Ibid. 73 (1914), 107. — ld. geduren- 
de het jaar 1913. — Ibid. 74 (1915), 67. 



2. Java. 

Titaanijzerzand opJava. 
gaan. III, N°. 36, bl. 137. 



Pintoe Pernia- 



Martin (K.). Vorlaufiger Bericht über 
geologische Forschungen auf Java. M. UI. — 
Samml. Geol. Museum. Ie Serie 9 (1911 — 14), 
1, 108. 

Elbert (Dr. J.). Die Selenkasche Trinü- 
Expedition und ihr Werk. — Centralblatt f. 
Mineral. 1911, N°. 23. (bl. 736). 

Deniker ( J. ).L'expédition de Mn»* Selenka 
a la recherche des restes du Pithecantropus. 
— L'Anthropologie. 22 (1911), N°. 4—5. 

Martin (K.). Enkele (en verdere) beschou- 
wingen over de geologie van Java. — Versl. 
V. K. A. V. W. afd. W. en N. k. XX (Ie ged.), 
Dec. 1911, 19; (2e ged.) Juni 1912, 1151. 

DouGLAS (E. A.). Onderzoek naar de oor- 
zaken der grondwerking in een deel der spoor- 
baan Poerwakarta-Padalarang ten zuiden van 
de brug over de Tji Somang. M. UI. — Jb. 
M. N. I. 40 (1911), Verh. 227. 

Vermaes (Prof. S. J.). Looderts op Java. 
M. UI — Ingenieur. 1912, 509, 552. 



38 



GEOLOGIE, BNz. — VULKANEN, 



Mabtin (K.). Eine altmiocane Gastropo- 
denfauna von Rembang, nebst Bemerkun- 
gen über den stratigraphischen Wert der 
Nummuüniden. — SamnU. Geol. Museum. Ie 
Serie, 8 (1912), 145. 

DoirviLLE (H.). Quelques foraminifères de 
Java. Met ill. — Samml. Geol. Museum. Ie 
Serie, 8 (1912), 279. 

VoSMAER (A.). Titaanijzerzand (op Java). 

— Ingenieur. 1912, 220. — Opmerkingen naar 
aanleiding van vorenstaand artikel, door G. 
DuYFJES en W. Sieger. — Ibid. 1912, 260. — 
Antwoord, door A. Vosmaeb. — Ibid. 1912, 
321. — Titaanijzerzand, door P. M. van Bos- 
SE. (Naar aanleiding van vorengenoemde be- 
schouwingen). — Ingenieur. 1912, 358. 

JoNGH (A C. de). Titaanijzerzand (op Java). 

— T. N. L. N. I. 84 (1912), 163; 86 (1913), 43. 

NoACH. Wat verstaat men onder titaan- 
staal ? — T. N. L. N. I. 86 (1913), 46. 

Martin (K.). Einige allgemeinere Betrach- 
tiungen über das Tertiar von Java. — Geo- 
logische Rundschau. 4 (1913), 161. 

WoLVEKAMP (H.). Onderzoek van den Te- 
laga Bodas in de afd. Tasikmalaja (res. Pre- 
anger-Regentschappen). 31. k. — Jh. M. N. I. 
Verh. 42 (1913), 22. 

Martin (K.).Die Fauna des Obereocans 
von Nanggulan, auf Java. A. Gastropoden. B. 
Scaphopoda, LameUibranchiata, Rhizopoda, 
u. Allgemeiner Teil. M. ill. — Samml. Geol. 
Museum. Neue Folge. II, Heft 4 (1914), 5 
(1915). 

Brouwer (H. A).Ueber leucitreiche bis 
leucitfreie Gesteine vom Gunung Beser (Ost- 
Java). M. ül. — Centralbl. f. Mineralogie. 1914, 
1. 

Felix (J.). Die fossUen Anthozoen aus der 
Umgcbung von Trinil (Java). M. ill. — Pa- 
laeontographica. 60 (1913), 311. 

SoEROEL (W.). Stegodonten aus den Ken- 
dengschichten auf Java. — Palaeontogra- 
phica. Suppl. 4 (1914), 1. 

Kemmeruno (G. L. L.). De geologie en de 
geomorphologie van Cheribon. — Versl. Oeol. 



Sectie Ged. Mijnb. Gen. Ned. en Kd. III, 
2e stuk (Dec. 1915), 94. 



Fennema (R,). De uitbarsting van den 
Tangkoe ban Prahoe in 1896. M. k. — Jb. 
M. N. I. 39 (1910), Verh. bl. 74. 

DoxJGLAS (E. A.). De uitbarsting van den 
Tangkoeban Prahoe in April 1910. — Jb. 
M. N. I. 39 (1910). Verh. bl. 80. 

De aardbeving in den Preanger en de ver- 
woesting van een spoorweg. M. ill. — Eigen 
Haard. 1911, Bijbl. N^ 8. 

Van Oost-Javaansch vulkanisme. (Naar 
aanleiding van Mr. G. Vissering: „Geweldige 
Natuurkrachten)". — De Aarde en haar Vol- 
ken. 1911, Bijbl. bl. 3. 

Getjns (M. van). De uitbarsting van den 
Smeroe. M. k. en ill. — WeelAl. v. Indié. 8 
(1911—12), 772, 794. 

Gent (L. F. van). De Goenoeng Sëmeroe. 
31. k. en ill. — Jaarverst. Topogr. Dienst. VII 
(1911), 223. 

Meulen (W. A. van der). De oorzaak der 
uitbarstingen van den Smeroe. — Kol. Week- 
bl. 1912, N°. 5. 

Rotter (J. W. E. de). Het kratermeer van 
den Goenoeng Këloet. 31. k. en ül. — Jaar- 
verst Topogr. Dienst. VIII (1912), 152. 

Elbert ( J. ). Ueber die zonare Verbreitung 
der Vegetation auf dem Lawa-Vulkan Mit- 
tel-Javas. — Meded. 'a Rijks Herbarium. 
N°. 12(1912), 1. 

De jongste eruptie van den Raoeng, door S. 
31. ill. — Weekbl. v. Indiè. 10(1913— 14), 243. 

GoQH (F. A A van) De Sëmeroe-uit- 
barsting van 15 November 1911. 31. ill. — 
T. A. G. 1913, 744. 

Brouwer (Dr. H. A.). Overeene verhoogde 
werking van den Tangkoeban Prahoe in Juli 
1913. 31. ill. — T. A. G. 1913, 782. 

Een tocht naar de MerapL M. Hl. — Weekbl. 
V. Indië. 10(1913—14), 1167. 

Brouwer (Dr. H. A). De vulkaan Raoeng 



GEOLOGIE, ENZ. — VULKANEN. 



39 



(Oost-Java) en zijne erupties. — Jh. M. N. I. 
42 (1913), Verh. 51. 

WiNTH (Th.). De Goenoeng Mërapi (Dec. 
1909— Juni 1913). M. UI. — Jaarversl. Topo- 
gr. Dienst. IX (1913), I, 160. 

Brouwer (H. A.). Leucietgesteenten van 
den Ringgit (Oost-Java) en hunne contact- 
metamorphose. — Versl. V. K. A. v. W. afd. 
W. en N. k. XXI (2e ged.). Juni 1913, 903. 

Kleine mededeeling over Raoeng-asch, door 
U. — Meded. Besoekisch Proefstation. N°. 7 
(1913). 

BREMEKA.MP (C. E. B.). Travestijnvormlng 
op het Idjen-plateau. — Teysmannia. 1914, 
68. 

Gent (L. F. van). De Goenoeng Sëmeroe. 
M. UI — T. A. O. 1914, 518. 

Brouwer (Dr. H. A. ). De Raoeng en zijn 
jongste eruptie. Voordi-acht. — N. T. N. I. 73 
(1914), 84. 

Der Ausbruch des Sëmeroe in November 
1911. — Z. GeseUsch. Erdk. 1914, 227. 

Brouwer (H. A.). Over homoeogene in- 
sluitsels van Kawah ld jen, Goentoer en Kra- 
katau en hun verband met de omsluitende 
effusiefgesteenten. — Versl. V. K. A. v. W. 
afd. W. en N. k. XXII (2e ged). Juni 1914, 
998. 

Cabaton (A.). L'éruption du Sëmeroe du 
15 novembre 1911. M. UI. — La Géographie. 
29 (1914), 34. 

Anderson (T. ). The volcanoes Bromo and 
Krakatau. A brief account of a visit to them. 
M. UI. — The Alpine Journal. 28 (1914), 
178. 

Niermeyer (J. F.). Over de uitbarsting 
van den Raoen in 1593. — T. A. G. 1915, 
535. 

Bemmelen (W. van). De Merapi voorheen 
en thans. M. UI. — Weekhl. v. Indië. 12 
(1915—16), 273, 292, 317. 

Verhoogde werking in den Tenggerkolos 
(Bromo). M. UI. — Weekhl. v. Indië. 12 
(1915—16), 868. 



3. Sumatra en omliggende eilanden. 

Tobler (Dr. A. ). Voorloopige mededeeling 
over de geologie der residentie Djambi. M. k. 

— Jh. M. N. I. 39 (1910). Verh. bl. 1. 

BiJDENDiJK (J. G.). Beschouwingen om- 
trent de mogelijkheid van het voorkomen van 
ontginbare ertsgangen op Banka in verband 
met de wijze van ontstaan dier tinertsafzet- 
tingen. — Jh. M. N. I. 39 (1910). Verh. bl. 
113. 

ToBLER (Dr. A.). Bericht über die geolo- 
gische Djambi-Expedition (1906—1910). — 
Peterni. M. UI 1911, I, 189. 

Korte beschrijving der petroleum ter- 
reinen, gelegen in het zuid-oostelijke deel 
der residentie Djambi (Sumatra). M. ill. — 
Jh. M. N. I. 40 (1911). Verh. bl. 12. 

Veen (A. L. W. E. van der). Bijdrage tot 
de geologie van Nias. M. k. en ill. — Samnd. 
Geol. Museum. Ie Serie 9 (1911—14), 225. 

Meyier ( J. e. de). De goud- en zilvermijn 
Salida ter Sumatra's Westkust. M. ill. — /. G. 
1911, I, 28. 

Nog iets over de Salida-mijn. — /. G. 1911, 
II, 1090. 

Ploeg (F. P. C. S. van der). Bijdrage tot 
de kennis van het ontstaan van het tinerts op 
Banka.— J6. M. N. I. 40 (1911). Verh. bl. 245. 

BÜCKING (Prof. Dr. H.). Zur Geologie von 
Nord- und Ost-Sumatra. 31. k. en ill. — Samml. 
Geol. Museum. Ie Serie 8 (1912), 1. 

Icke (H.) en K. Martin. Over tertiaire 
kwartaire vormingen van het eiland Nias. 
M. ill. — Samnd. Geol. Museum. Ie Serie 8 
(1912), 204. 

DouviLLÉ (H.). Les foraminifères de l'ile 
de Nias. M. ill. — Samml. Geol. Museum. 
Ie Serie 8 (1912), 279. 

Tobler (Dr. A.). Geologie van het Goe- 
mai-gebergte (residentie Palembang, Zuid- 
Sumatra). Met bijvoegsel: Petrografische be- 
schrijving der eruptie fgesteenten van het Goe- 
mai-gebergte, door Dr. E. Gutzwiller. M. 
UI. — Jh. M. N. I. 41 (1912), Verh. 6. 



40 



GEOLOGIE, ENZ. — VULKANEN. 



Teuscott (S. J.)- Gold and silver in Suma- 
tra. — The Mining Magazine. 6 (1912), 355. 

VÓLZ ( W. ). Ueber Boden versetzung in den 
Tropen (Sumatra). M. Hl. — Z. Gesellsch. f. 
Erdkunde. 1913, 115. 

Oberer Jura in West-Sumatra. M. Hl. — 



Centralblatt f. Mineralogie. 1913, 753. 

HöviG (P.). De goudertsen van de Le- 
bongstreek (Benkoelen). M. Hl. — Jb. M. N. 
I. 41 (1912), Verh. 87. 

Gboothoff (C. f.). De greisenvorming in 
het Batoe-Besie granietmassief (Billiton). 
M. k. en Hl. — Verh. Geol. Mijnb. Gen. Mijnb. 
Serie L (1912—15), 319. 

PoNTOPPiDAN (Dr. H. ). Verslag van een reis 
naar het eiland Enggano. M. k. — Jb. M. N. I. 
42 (1913). Verh. 36. 

ZwiERZYCKi (Dr. J. ). Voorloopig onderzoek 
van fossielen afkomstig van eenige vindplaat- 
sen op Sumatra (nl. Kroë en Lipai bij Bang- 
kinang). M. k.— Jb. M. N. I. 42 (1913). Verh. 
101. 

Brouwer (Dr. H. A.). Bijdrage tot de geo- 
logie van Boven-Kampar- enRokan streken. 
(Midden-Sumatra). M. Hl. — Jb. M. N. I. 
42 (1913). Verh. 130. 

Sandberg (C. G. S.). Bijdragen tot de ken- 
nis van de geologische gesteldheid van de 
residentie Benkoelen (Svunatra) en van de 
propylitiseering en mineraliseering van jong 
vulkanische gesteenten. — Handel. XIV e 
Ned. Nat. en Gen. Cmigres. 1913, 524. 

Brouwer (H. A.). Over het granietgebied 
der Rokan-streken (Alidden-Sumatra) en over 
contactverschijnselen in de omliggende schis- 
ten. — Verst. V. K. A. v. W. afd. W. en N. 
k. XXIU (Ie ged.), Dec. 1914, 278. 

Pneumatolytische hoomrotsen uit de 

Bovenlanden van Siak. — Versl. V. K. A. v. 
W. afd. W. en N. k. XXHI (Ie ged), Dec. 
1914, 711. 

Krumbeck (L.). Obere Trias von Sumatra 
nebst einer Einleitung: Die Lagerungsver- 
haltnisse der Trias-Schichten im Padangschen 
Hochlande. M. Hl. — Palaeontographica. 4 
(1914), 195. 



Lang (R.). Klimawechsel seit der Diluvial- 
zeit auf Sumatra. — Centralblatt f. Mineralo- 
gie. 1914, 257. 

Lier (R. J. van). De edelmetaalafzettingen 
in Benkoelen. M. k. en Hl. — Jaarboek 
Mijnbouwk. Vereeniging Delft. 1914 — 15, 245. 

Vermaes (S. J. ). Heeft Banka ertsgangen ? 
(Overgenomen uit De Ingenieur. 1910, N°. 
47). — Jaarboek Mijnbouwk. Vereeniging 
Ddft. 1914—15, 281. 

RuEB (Dr. J.). Ontstaan der alluviale tin- 
ertsafzettingen op Banka en Billiton. — In- 
genieur. 1915, 90. 

Müller-Herrings (P.). Erz und Kohle 
auf Sumatra. Re ise bericht. — Glückauf. Berg- 
und Hüttenmannische Zeitschr. 1915, 913, 
937, 961. 

Brouwer (Dr. H. A.). Erosieverschijnselen 
in puimsteentufiEen der Padangsche Bovenlan- 
den. M. Hl. — T. A. G. 1915, 338. 

HiRSCHi (Dr. H.). Geologische Reiseskizze 
durch das aquatoriale Sumatra. M. k. en Hl. 
— T. A. G. 1915, 476. 

Brouwer (H. A.). Over den post-carboni- 
schen ouderdom van granieten der Padang- 
sche Bovenlanden. — Versl. V. K. A. v. W. 
Afd. W. en N. k. XXIII, 2e ged. Mei (1915), 
1182. 

Brouwer (H. A). Over een bezoek aan 
Krakatau in Mei 1913. — T. A. G. 1913, 657. 

Philippi (H.). De vulkaan G. Sekintjau 
in Benkoelen. M. k. — T. A. G. 1913, 219. 

De ramp te Benkoelen. (Veroorzaakt door 
hevige aardschokken). M. Hl. — Eigen Haard. 
1914, 558. 

Gent (L. F. van). De Goenoeng Lamongan. 
M. k. en Hl. — Jaarverst. Topogr. Dienst. IX 
(1913), I, 158. 

Aardbevingen op Sumatra, door L. J. — 
Studiën. Tijdschr. voor Godsdienst, Weten- 
schap, Letteren. Dl. 82, bl. 480. 

Schuitenvoerder (H. J. K.). De vulkaan 
Kaba (in Benkoelen). M. k. en iü. — Jaar- 
verst. Topogr. Dienst. X (1914) 149. 



GEOLOGIE, ENZ. — VULKANEN. 



41 



HoBSTiNG (L. H. C). De vulkaan Dg. Siba- 
jak (in de Bataklanden). M. k. en UI. — 
Jaarversl. Topogr. Dienst. X (1914), 170. 

4. Borneo. 

Rrause (P. G.). Ueber unteren Lias von 
Borneo. M. ül. — Samml. Geol. Museum. Ie 
Serie 9 (1911—14), 77. 

Martin (K.). Miocane Gastropoden von 
Ost-Borneo. M. k. — Samml. Geol. Museum. 
IeSerie9(1911— 14), 326. 

Geikie (J. S.). A list of Sarawak minerals. 
Sarawak Museum Journal. I (1911 — 13), 194. 

RuTTEN (L.). Over Obitoiden uit de omge- 
ving der Balik Papanbaai, Oostkust van 
Borneo. M. UI. — Versl. V. K. A. v. W. afd. 
W. en N. k. XIX (2e afd.), Mei 1911, 1143. 

WiCHMANN (C. E. A. ). Over ryolieth van de 
Pelapis-eilanden (tusschen Westkust Borneo 
en Karimata-eilanden). — Versl. V. K. A. v. 
W. afd. W. en N. k. XXI (Ie ged.), Dec. 1912, 
386. 

Cheknik (G. P.). Contributions to the 
Mineralogy of Borneo. (Russische tekst). — 
Travaux du Musée Geol. Pierre Ie Grand, etc. 
St.-Petersb. 6 (1912), N°. 3. bl. 49. 

IcKE (H. ) en K. Mabtin. Die Silatgruppe, 
Brack- und Süsswasser-Büdungen der oberen 
Kreide von Borneo. 31. k. en iU. — Samml. 
Geol. Museum. Ie Serie 8 (1912), 106. 

BüCKiNG (Prof. Dr. H.). ListeinerSamm- 
lung von Gesteinen vom Keleiflusse in Be- 
rouw, Ost-Borneo. — Samml. Geol. Museum. 
Ie Serie 8 (1912), 102. 

Mttnniks de Jongh (W. D.). Aantee kenin- 
gen over de Tidoengsche landen (Res. Z. en O. 
afd. van Borneo), bewerkt naar een rapport. 
— Jb. M.N 1.42 (1913). Verh. bl. 22. 

Kemmerltng (G. L. L.). De geologie van 
het stroomgebied van den Barito, hoofdzake- 
lijk de Doesoen -landen betreffend. — Versl. 
Geol. Sectie. Geol. Mijnb. Gen. Ned. en Kd. I, 
(1912—14), 173. 

Lohb ( J. A. ). Mededeelingen over de geolo- 
gie der Doesoenlanden. — Versl. (als boven), 
bL 174. 



MoLENGKAAFF (G. A. F.). Hoofdtrekken 
der geologie van Oost -Borneo, naar aanlei- 
Bing der reizen van Prof. Dr. A W. Nieuwen- 
huis en anderen. — Versl. (als voren), bl. 175. 

WiNG Easton (N.). Geologisch overzicht 
van West -Borneo; verschil en overeenkomst 
met Centraal- en Zuid-Oost-Borneo. — Versl. 
(als voren), bl. 179. 

PiLZ (Dr. R.). Geologische Studiën in Bri- 
tisch Nordborneo. M. k. — Jahresber. der Frei- 
berger Geol. Gesellsch. 6 (1913), 12. 

MüLLEE (F. P.). Tektite from Britisb 
Borneo. — The Geolog. Magazine. 1915, 206i 

5. Celebes. 

Staff (H. von). Zum Problem der Umriss- 
form van Celebes. — Zeitschr. der Deutschen 
Geol. Gesellsch. 1911, N°. 3 (bl. 180). — Be- 
merkungen, von J. Ahlburg. — Ibid. N°l 
7 (bl. 399). 

Abendanon (E. C. ) De breukenkust van. 
Mandar. M. UI. — T. A. G. 1911, 203. 

De tektoniek van Midden-Celebes. — 

Handel. XII Ie Ned. Nat. enGeneesk. Congres. 
1911, 389. 

Ahlbubg ( J. ). Versuch einer geologischen 
Darstellung der Insel Celebes. M. UI. — 
Geol. und palaeontol. Abhandlungen. N. F". 
Band XH, Heft 1. 

ScHUBERT (Dr. R. J.). Beitrag zur fossilen 
Foraminiferenfauna von Celebes. M. UI. — 
Jahrb. d. K. K. Geol. Reichsanstalt. (1913, 127). 

Abendanon (E. C). Zur Umrissform der 
Insel Celebes. — Zeitschr. der Deutschen GeoL 
Gesellsch. 1912. Monatsber. N°. 5, bL 266. — 
Naschrift: Z&id. N°. 11, bl. 513. 

WuNDERLiN (W.). Beitrage zur Kenntnis 
der Gesteine von Südost — Celebes. M. k. en 
UI. — Samml. Geol. Museum. Ie Serie 9 (1911 
—14), 244. 

Abendanon (E. C). Onderzoek van Cen- 
t«ial-Celebes (vervolg en slot: Paloe -baai en 
Paloe -vlakte). M. k. en UI. — T. A. G. 1912^ 
73, 477. 

ScHEPMAN (K M.). Mollusken aus post- 



42 



GEOLOGIE. BNz. - VULKANEN. 



tertiaren Schichten von Celebes. M. ill. — 
SamTTil. Geol. Museum. Ie Serie VIII (1912), 
153. 

Sabasin' (R). Zur Tektsnik von Celebes. — 
Zeitschr. d. Devischen Geol. Oesellsch. Monats- 
ber. 1912, 226. 

Geologische gegevens omtrent gedeelten der 
afdeelingen Loewoe, Paré-Paré en Boni van 
het Gouvernement Celebes en Onderh. Sa- 
mengesteld uit de verslagen van den hoofd- 
ingenieur J. DE KoxiNG Kmijff. (Met bij- 
voegsel: Over gesteenten der afdeelingen 
Loewoe en Pare Pare, door Dr. A. H. Brou- 
WEB). M. ill. —Jh. M. N. I. 41 (1912), Verh. 
:277, 

HoTZ (W.). Vorlaufige Mitteüungen über 
geologische Beobachtungen in Ost-Celebes 
M. k. — Zeitschr. d. Devtschen Geol. Gesellsch. 
.Monatsber. 1913, N°. 6, bl. 329. 

Steigeb (H. von). Petrografische beschrij- 
ving van eenige gesteenten uit de onderaf- 
deeling Pangkadjene en het landschap Tanet- 
te van het Gouv. Celebes en Onderh. M. k. — 
Jh. M. N. I. 42 (1913). Verh. 171. 

HiBSCHi (H.). Geologische Beobachtungen 
in Ost-Celebes. M. k. en ül. — T. A. G. 1913, 
.611. 

Wanneb (Prof. Dr. J.). Eine Reise durch 
•Celebes. M. k. — Peterm. Mitt. 1914, I, 78, 
133. 

Mesdag (F. T.). De goudmijn „Totok" te 
Totok, Noord-Celebes. M. k. en iU. — Verh. 
■Ged. Mijnb. Gen. Mijnb. Serie. I (1914), 191. 

Watebschoot vak deb Gbacht (Mr. W. 
jL J. M.). Voorloopige mededeeüng in zake 
de geologie van Centraal-Celebes. M. ill. — 
T. A. G. 1915, 188. 



WiCHMANN (A.). Ueber die Ausbrüche des 
.Soputan in der Minahassa. — Zeitschr. d. 
Deutschen Geol. Gesellsch. Monatsberichte. 
1911, 228. 

KoPEBBEBG (M.). Aanteekeningen over het 
Sopoetan-gebergte in de Minahassa. M. k. — 
Versl. V. K. A. v. W. afd. W. en N. k. XX 
C<le ged.), Deo. 1911, 110. 



Mesdag (F. T.). Over de werkzaamheid 
van den Sopoetan (in de Minahassa) in de ja- 
ren 1911—1912. M. ill. — Jb. M. N. I. 41 
(1912), Verh. 313. 

Aardbevmg en aardstorting in Noord- 
Celebes. — T. A. G. 1913, 344. 

KoMOBOWicz (Dr. M. baron von). De aard- 
bevingen in de residentie Menado op 14 
Maart 1913. M. k. — Jb. M. N. I. 42 (1913), 
Verh. 39. 

6. Kleine Soenda -eilanden {Timor Archipel). 

Pannekoek van Rheden (Dr. J.J.). Eenige 
geologische gegevens omtrent het eiland Flo- 
res. — Jb. 31. N. I. 39 (1910). Verh. 113. 

Wanneb ( J. ) Triascephalopoden von Timor 
und Rotte— iVèM&s Jahrb. f Mineralogie. Beüa- 
geband. 32 (1911), 177. 

Mededeelingen omtrent de Timor -expeditie 
onder leiding van Pbof. Dr. G. A. F. Molen- 
GBAAFF. — T. A. G. 1911, 470, 839. 

De geologie van Lombok (ontleend aan het 
Jaarboek van het Mijnwezen in Ned. Oost- 
Indië). — I. G. 1911, 1, 562. 

Rack (G.). Petrographische Untersuchun- 
gen an Ergussgesteïnen von Soembawa 
und Flores. — Neues Jahrb. /. Mineral, Bei- 
lageband. 34 (1912), 42. 

Wanneb (J.).Timorocrinus, nov. gen. aus 
dem Perm von Timor. — CerUralbl. f. Mine- 
ralogie. 1912, 599. 

MoLENGBAAFF (G. A. F.). Dekbladenbouw 
in den Timor-ArchipeL — Versl. Geol. Sectie 
Mijnb. Gen. Ned. en Kol. I (1912—14), 140. 

De fatoe's van Timor. — Versl. Ged. 

Sectie Mijnb. Gen. Ned. en Kd. I (1912—14), 
117. 

De jongste bodembewegingen op het 

eUand Timor en hunne beteekenis voor de 
geologische geschiedenis van den Oost -In - 
dischen Archipel. M. k. — Versl. V. k. A. v. 
W. afd. W. en N. k. XXI (Ie ged. )Dec. 1912, 
121. 

RuTTEN (L.). Over orbitoiden van Soemba. 

— Als voren, bl. 391. 



GEOLOGIE, ENZ. — VULKANEN. 



43 



Pannekoek van Rheden (Dr. J. J.). Voor- 
loopige mededeelingen over de geologie van 
Soembawa. M. k. — Jb. M. N. I. 42 (1913), 
Verh. 15. 

Weckerlin de Marez oyens (F. A. H.). 
Da geologie van het eiland Babber. — Hande- 
lingen XIV e Ned. Nat.- en Geneesk. Congres. 
1913, 463. 

Brouwer (H. A). Neue Funde von Ge- 
steinen der Alkalireihe auf Timor. — Cen- 
tralbl. f. Mineralogie. 1913, 570; 1914, 741. 

Rack (G.). Beitrage zur Petrographie von 
Flores. — CerUralhl. f. Mineralogie. 1913, 134. 

Wanner (J.). Geologie von West-Timor. 

— Oeologische Rundschau. 4 (1913), 136. 

Nederlandsche Timor-expeditie 1910 — 

1912. I. De geologie van het eiland Letti, 
naar onderzoekengen te velde verricht door 
H. A Brouwer en G. A. F. Molengraaff. 
Beschreven door Dr. G. A. F. Molengraaff 
met medewerking van Prof. Dr. F. Broili, 
Dr. H. A. Brouwer, Dr. B. G. Escher, Dr. 
C. A. Haniel t en Dr. R. J. Schubert f- M. 
k. en ill.-Jh. M. N. I. 43 (1914). Verh. Dl. L 

WiCHMANN (A). Over het tin van het ei- 
land Flores. — Versl. V. K. A. v. W. afd. W. 
en N. k. XXIII (Ie ged.). Dec. 1914, 215. 

Brouwer (Dr. H. A). Voorloopig over- 
zicht der geologie van het eüand Roti. M. k. 

— T. A. G. 1914, 611. 

Molengraaff (G. A. F.). L'expédition 
néerlandaise a Timor en 1910 — 1912. — Ar- 
chives néerlandaises. Serie III, B. Tomé II 
(1915), 395. 

Adams (G.). Timor Islands: its supposed 
volcano and its probable tectonic relations. 
M. k. — Philipp. Journ. of Science. 7 
(1912), A, bl. 283. — Zie ook: Geogr. Journ. 

1913, I, 385. 

Sandberg (C. G. S.). Het Batoer-Agoeng- 
massief met den MoLENGRAAFF-ketel op Bafi. 

— Versl. Geol. Sectie Mijnb. Gen. Ned. en Kol. 
I (1912—14), 161. 

Eerde (J. C, van). Het onderzoek van 
den Rindjani en zijn omgeving. — T. A. G. 
1912, 627. 



Drie kratermeeren op den vulkaan. Geli 
Moetoe (Midden-Flores). (Ontleend aan een 
schrijven van Jhr. B. C. C. M. M. van Such- 
TELEN). — T. A. G. 1915, 676. 

7. MOLUKKEN EN NiEUW-GuiNEA. 

Gelder (Dr. J. K. van). Verslag nopens 
eene geologische verkenningstocht van de 
Mamberamo-rivier op Nieuw-Guinea. — Jb. 
M. N. I. 39 (1910). Verh. bl. 87. 

NiERMEiJER ( J. F. ). Het Kamaka Wallar, 
een karstmeer op Nieuw-Guinea. M. k. — 
T. A. G. 1911, 834. 

Martin (K.). Over geologische gegevens 
uit het zuidwestelijk gedeelte van Nieuw- 
Guinea. — Versl. V. K. A. v. W. afd. W. en N. 
K. XX (Ie ged.), Dec. 1911, 428. 

Heldring (O. G.). Verslag (geologisch) 
over Zuid Nieuw-Guinea. M. ill. — Jb. M. 
N. I. 40 (1911), 40. 

Martin (K.). Palaeozoische, mesozoische 
und kanozoische Sedimente aus dem Süd- 
Westlichen Neu-Guinea. — Samml. Geol. 
Museum. Ie Serie 9 (1911—14), 84. 

Felix (J.). Ueber eine pUocane Korallen- 
fauna aus Hollandisch Neu-Guinea. — Ber. 
über die Verhdndl. der K. Sachs. Gesellsch. 
der Wissensch. Math. physische Klasse. 64 
(1912), 429. 

Seidlitz (W. von). MisoUa, eine neue 
Brachiopoden-Gattung aus den Athyriden- 
kalken von Buru und Misol. — Palaeontolo- 
graphica. Suppl. IV (1913), 163. 

Krumbeck (L. ). Obere Trias von Buru und 
Misol. — Palaeontographica. Suppl. rV(1913), 
1. 

Wanner (J.). Zur Geologie der Insein 
Obimajora und Halmaheira in den Molukken. 
M. ill. — N. Jahrb. f. Mineral., Geol. und 
Palaeont. Beil. Bd. 36 (1913), 560. 

Gagel (C.). Beitrage zur Geologie von 
Kaiser-Wilhelmsland. M. ill. — Beitrage zur 
geol. Erforschung d. D. Schutzgebiete. BerUn. 
IV (1913). 

Cabne (J. E.). Notes on the occurence of 
coal, petroleum and copper in Papua. M. k. 



44 



GEOLOGIE, ENZ. - VULKANEN. - PLANTENRIJK. 



en iU. — Territory of Papua. BuUetin No. 1 
(1913), VIII en 116. 

JoNGH (A. C. de). Ijzererts in de Moluk- 
ken. — T. N. L. N. I. 86 (1913), 35. 

Petroleum in (Duitsch) Nieuw-Guinea, 
door C. L. — T. B. B. 46 (1914), 318. 

Ein Jod und Öl produzierendes Feld bei 
Soerabaja auf Java. — Zeitschrift für frak- 
tische Geologie. 23 (1915), 162. 

WlCHMANN (C. E. A.). Over gesteenten van 
het eiland Taliaboe (Soela-eüanden). — Versl. 
V. K. A. V. W. afd. W. en N. k. XXIII (Ie 
ged.). Deo. 1914,70. 

Bbouwee (Dr. H. A.). Over de geologie 
der Soela-eilanden. (Voorloopig reisbericht). 
— T. A. G. 1915, 509. 

WiCHSLLtrx (A.). Over phosphoriet van het 
eiland Ajawi (of Mios Korwar, te N. W. van 
de Schouten -eüanden). M. ül. — Versl. V. K. 
A. V. W. afd. W.- en N. k. XXIV (Ie ged.), 
Deo. 1915, 136. 

BROtrwER (H. A.). Over de tektoniek der 
oostelijke Molukken. — Versl. V. K. A. v. 
W. afd. W. en N. k. XXIV (Ie ged.). Deo. 
1915, 851. 

Haehnel (O.). Beitrage zur Kenntnis der 
Geologie Neu Guineas. — Zeitschr. d. Deut- 
schen Geol. Gesellsch. 1914. Monatsber. bl. 250. 

Felix ( J. ). Ueber eine pliocane Korallen- 
fauna aus HoUandisch Neu-Guinea. — Ber. 
der Math. Phys. Klasse d. Kgl. Sdchsischen 
Gesellsch. der Wiss. Leipzig. 64 (1912), 429. 

Brouwer (Dr. H. A. ). Reisbericht omtrent 
geologische verkenningstochten op verschil- 
lende eilanden der Molukken. — T. A. G. 
1915, 825. 

SoERGEL (W.). Unterer Dogger von Jefbie 
(Misolarchipel). Ein Nachtrag zur Strate- 
graphie und Biologie. — Zeitschr. der Deut- 
schen Ged. Gesellsch. Monatsber ichte. 67 (1915), 
99. 

WiCHMANN (A.). De vulkanische uitbar- 
sting op het eiland Téon (Tijau) in 1659. M. 



k. — Versl. V. K. A. v. W. afd. W. en N. k. 
XIX (Ie ged.), Dec. 1910, 376; XX (Ie ged.), 
Dec. 1911, 273. 

d. Plantenrijk ^). 

1. In het algemeen. 

Leersum (P. van). Over het aloaloïde- 
gehalte in de bladeren van Cinchona's. — 
Versl. V. K. A. v. W. afd. Wis. en Nat. XIX 
(Ie ged.), Dec. 1910,19. 

De Javaansche keizersbloem (Pisonia syl- 
vetris = Widjojo Koesoemo) op Java, door 
E. Th. W. — Buiten. 5 (1911), 375. 

Kamerlisq (Dr. Z.). Botanische excursies 
in de omgeving van Batavia. M. ill. — Teysm. 
22 (1911), 112, 516. 

Koning (A. de). Het aanleggen van sier- 
tuinen. — Teysm. 22 (1911), 20, 88, 286. 

De versiering onzer galerijen (met hang- 
planten), door W. M. ill— Teysm. 22 (1911), 
37. 

WiGMAN Jr. (H. J.). Orchideeën-Cattleya's. 
M. ill. — Teysm. 22 (1911), 143. 

ScHLECHTER (R.) Beitrage zur Kenntnis 
der Orchidaeen -Flora von Sumatra. — Bot. 
Jahrb. f, Pflanzengesch. und Pflanzengeogr. 
Bd. 45 (1911), Heft 3. 

Breda de Haan (Dr. J. van). Derijst- 
plant. Een anatomische beschrijving der rijst- 
plant. M. iU. — Meded. Dep. v. Landbouw. No. 
15, 1911. 

Welter (H. L.). Verdere onderzoekingen 
over een in theeblad voorkomend oxj^dee- 
rend ferment. — Meded. Proefstation voor 
Thee. No. XV, 1911. 

ScHtmjNO (R. ). De verspreiding der djati- 
bosschen in Ned. Indië. — Tijdschr. v. Ge- 
schiedenis, Land -en Vdkenk. 26 (1911), 197. 

Import van Europeesche rozen op Java. 
— Weekbl. v. Indië. 8 (1911—12), 1217. 

BooRSMA (W. G.). Een zonderlinge djeroek. 
M. iü. — Teysm. 22 (1911), 313. 



') Zie ook de onderwerpen: „Diverse Cultures en Cultuurgewassen" en „Boschwezen". 



PLANTENRIJK. 



45 



Sandelhout (Santalum album L.), door 
L. — Teysm. 22 (1911), 321. 

BooBSMA. (W. G.)- Over de werking van 
een paar bekende giftplanten. — Teysm. 22 
(1911), 373. 

Heyne (K.). Garoe-hout. — Teysm. 22 
(1911), 411. 

WiGMAN (H. J.). Helianthus (Zonnebloem). 

— Teysm. 22 (1911), 442. 

Backeb (C. A.). Zoetwaterflora en visch- 
teelt. M. ül. — Teysm. 22 (1911), 501, 751. 

WiGMAN (H. J.). Trapa (Waternoot, Leng- 
kong, Salekat). M. UI. — Teysm. 22 (1911), 
547. 

WiGMAN Jr. (H. J.). Het verzenden van 
levende planten en zaden. — Teysm. 22 
(1911), 598. 

Beplanting van het park te Muntok 

(Banka). M. plattegrond. — Teysm. 22(1911), 
712. 

Hall (Dr. C. J. J. van). Practische onder- 
zoekingen over het carbolineum. — Teysm. 
22 (1911), 551. 

Wennekeb (C W. J.). Iets over palmen. 

— Ber. St. Claverbond. 1911, 71. 

Tbeub (M.). Le sac embryonnaire et l'em- 
biyon dans les Angiospermes. Nouvelle série 
de recherches. M. ül. — Ann. J. B. 2e Série 
9(1911), 1. 

Weehtjizen (F.). Over indol in bloemen- 
geuren. — N. T. N. I. 70 (1911), 21. 

RiDLEY (H. N.). New plants from Serawak. 

— The Sarawah Museum Journal. ï (1911 — 13), 
No. 2, bl. 30. 

Bbooks (C. J.). The ferns of mount Pen- 
rissen. — TJie Sarawak Museum Journal. I 
(1911—13), No. 2, bl. 39. 

Dalton (G.). Pepper growing in Upper 
Sarawak. — The Sarawak Museuyn Journal. 
I (1911—13), No. 2, bl. 52. 

RiDLEY (H. N.). Contributions to the flora 



of Borneo. — The Sarawak Museum Journal. 
I (1911—13), No. 3, bl. 67. 

MÜCKE (M. ). De kapokboom (Eriodendron 
Anfractuosum D. C.).— T. N. L. N. I. 82 
(1911), 92. 

Salvebda (A. Th. L.). Leucaena glauca 
Bth. (Kemlandingan). — T. B. B. 40 (1911), 
134. 

Bakkeb Jr. (H.). De zonnebloem. — T. B. 
B. 40 (1911), 69. 

Ebnst (A.). Baumbilder aus den Tropen. 
(Hierin ook over eenige boomsoorten van 
Java). M. UI. — Actes Société Hdvéiique des 
Sciences Naturelles. 1911, I, 74. 

CoPELAND (E. B.). Papuan ferns collected 
by the Rev. C. Kjng. — Philipp. Journal 
Science. 6 (1911), C. bl. 65. 

Bornean ferns, collected by C. J. Bbooks. 

— Philipp. Journal Science. 6 (1911), C. 
bl. 133. 

FoxwoBTHY (F. W. ). Bedaru and Bihan : 
two important Borneo timber trees. — Phi- 
lipp. Journal Science. 6 (1911), C. bl. 179. 

Weevebs (Th.). Bemerkungen über die 
physiologische Bedeutung des KafEeins. — 
Ann. J. B. 2e Série. 9 (1911), 18. 

Webeb VAN BossE (Mad^. A. ). Notice sur 
quelques genres nouveaux d'algues de 1' Ar- 
chipel Malasien. — Ann. J. B. 2e Série. 9 
(1911), 25. 

Kbatjs (G.). Ueber Dickenwachsthimi der 
Palmenstamme in den Tropen. — Ann. J. 
B. 2e Série. 9 (1911), 34. 

KuijPEB (Dr. J.). Einige weiteren Versu- 
che über den Einfluss der Temperatur auf 
die Atmung der höheren Pflanzen. M. UI. — 
Ann. J. B. 2e Série. 9 (1911), 45. 

Ebnst (A) en Ch. Bebnabd. Beitrage zur 
Kenntnis der Saprophyten Javas. M. UI. — 
Ann. J. B. 2e Série. 9 (1911), 55; 10 (1912), 
161; 11 (1912), 219; 13 (1914), 99. 

CosTEBUs ( J. C. ) en J. J. Smith. Studies in 
tropical teratology. M. UI. — Ann. J. B. 2e 
Série. 9 (1911), 98; 13 (1914), 125. 



46 



PLANTENRIJK. 



DoMiN (Prof. Dr. K.)- Morphologische und 
phylogenetische Studiën über die Stipular- 
bildungen. M. UI — Ann. J. B. 2e Serie. 9 
(1911), 117. 

Gorter (Dr. K.). Sur la constitution de la 
dioscorine. — Buil Dép. (TAgr. I. N. No. 44 
(1911), 1. 

Sur Ie principe amer rAndrographis 



paniculata N. — Buil. Dép. d'Agr. I. N. No. 
44 (1911), 14. 

Gorter (Dr. K.). Ueberdie Chlorogensaure. 

— BuU. Dép. d'Agr. I. N. No. 44 (1911), 23. 

Smith (Dr. J. J.). Vorlaufige Beschreibun- 
gen neuer papuanischer Orchideen. — Bvll. 
Dep. Agr. I. N. No. 45 (1911), 1. — Buil. Jard. 
Bot. 2e Série. No. Il (1911), 1; No. 111(1912), 
70; No. Xni (1914), 53. 

Neue Orchideen des malaiischen Archi- 
pels. — Buil Dép. Agr. I. N. No. 45 (1911), 
13. — BuU. Jard. Bot. 2e Série No. JU (1912), 
53; No. XIII (1914), 1. 

Alderwerelt van Rosenbtjrgh (Capt. 
C. R. W. K. van). New or interesting Mala- 
yan ferns. M. UI. — Buil Jard. Bot. 2e Série 
No. I (1911); No. VII (1912); No. XI (1913); 
No. XVI (1914); No. XX (1915). 

Rosenstock (Dr. E.). Hymenophyllaceen 
Malayanae. — Bvll Jard. Bot. 2e Série No. 
n (1911), 21. 

KooRDEBS (Dr. H.). Enkele waarnemingen 
over eenige nieuwe en minder bekende ge- 
vallen van tropische Leguminosen met me- 
chanisch-prikkelbare bladeren. M. iU. — 
Versl V. K. A. v. W. afd. Wis- en Nat. XX 
(Ie ged.) Dec. 1911, 49. 

Docters van Leeuwen (W.) en Mevr. 
J. Docters van Leeuwen-Reijnvaan. 
Over de verspreiding der zaden van enkele 
Dischidia-soorten door middel van een mier- 
soort: Iridomyrmcx mjTmecodiae Emery. 

— Versl V. K. A. v. W. afd. Wis- en Nat. 
XX (Ie ged.) Dec. 1911, 131. 

RuTTEN (L.). Over een djatiboompje met 
abnormale bladeren. M. iU. — Tectona. 4 
(li»ll), 242. — Aanvulling, door K. Soetebs. 

— Ibid. bl. 835. 



HoNDius (O. P. ). „Als de Sennah's bloeien". 
(Botanische verklaring van „sennah"). — 
Tectona. 4 (1911), 908; 6 (1913), 49. 

Wilbrink (G.) en F. Ledeboeb. De ge- 
slachtelijke voortplanting bij het suikerriet. 
M. iU. — Arch. Suikerind. N. I. 1911, I, 367. 

Elbert (J.). Ueber die zonare Verbreitung 
der Vegetation auf dem Lauri -Vulkan Mittel- 
Javas. Mit Beitragen von H. Hallier und 
E. Rosenstock. — Mcded.'s Rijks Herba- 
rium. No. 12 (1912), 1. 

DiCKHOFF (W. C). Bijdrage tot de kermis 
van den anatomischen bouw van den epi- 
dermis van het rietblad. M. ill — Arch. 
Suikerind. N. I. 1912, I, 67. 

Kamerling (Dr. Z.). Vergiftige en genees- 
krachtige inheemsche planten. — Tijdschr. 
Ivl. Geneesk. XX, 1. 

Hallier (H.). DieS botanische Ergebnisse 
der Elbert' schen Sunda-Expedition des 
Frankfurter Vereins für Geographie und Sta- 
tistik. I. Mit Beitragen von V. F. Brothebus. 
E. Rosenstock und W. O. Focke. — Meded. 
's Rijks Herbarium. No. 14 (1912), 1. No. 22 
(1914—15), 3. 

WiGMAN Jr. (H. J.). Crinum's. M. ill. — 
Teysm. 23 (1912), 3. 

Bloeiende heesters (Clerodendron). 

Teysm. 23 (1912), 277. 

Reunghas. (Boomsoorten, nl. Gluta Run- 
ghas L. en Se mecarpus heterophylla Bl. ). — 
Teysm. 23 (1912), 366. 

Bataviasche vruchten. 31. ill — Buiten. 
5 (1911), 476, 490; 7 (1913), 170. 

WiTBH (P.). E?n en ander over blauwzuur 
(in planten). — Teysm. 23 (1912), 405. 

Fabeb (Dr. F. C. von). Een en ander over 
„symbiose" in planten- en dierenrijk. — 
Teysm. 23 (1912), 444. 

WiGMAN Jr. (H. J.). Gloxinia. M. ill. — 
Teysm. 23 (1912), 473. 

Parkaanleg te Ambon. M. plattegrond. 



1 



— Teysm. 23 (1912), 520. 



PLANTENRIJK. 



47 



Wei^em (J. W. A. van). De waterhyacint 
(Eichhornia crassipes). M. UI. — Trop. Nat. 
1912, 2, 31, 57. 

Sterculia colorata, door H. A. C. M. ill. — 
Trop. Nat. I (1912), 10. 

De olifantspoot (Elephantopus scaber L. 
= Tapak liman, Jav. en Soend.), doorB. M. 
ill. — Trop. Nat. 1(1912), 20, 111. 

Kamerling (Dr. Z.). De Rizophoren. M. 
ill. — Trop. Nat. I (1912), 26. 

Smith (Dr. J. J.). Phalaenopsis amabüis 
BI. (een orchidee -soort). M. ill. — Trop. 
Nat. I (1912), 30. 

Vertakte ananas, door A. R. S. M. ill. — 
Trop. Nat. I (1912), 40. 

Wisse (C. A.). Het klimmen van de rotan. 
M. ill. — Trop. Nat. I (1912), 42. 

Een gevaarlijke immigrante (Spigelia An- 
thelmina L.). (Een plant met giftige eigen- 
schappen). DoorB. Jlf. ia.— Trop. Nat. I (1912), 
65. 

DocTERS VAN Leeitwen ( W. ). Over de ont- 
kieming van een der kleinste boom orchidee - 
tjes. M. ill. — Trop. Nat. I (1912), 88. 

Schouten (Dr. A. R.). PassUan en kema- 
doehan. — Trop. Nat. I (1912), 97, 149, 157. 

Pangium edule Reinw. (Kepajang, mal., 
Paken, jav., Patjoeng, soend. enz.). (Een 
boom met zwaar vergiftige eigenschappen, 
blauwzum-), door B. M. ill. — Trop. Nai. 
I (1912), 113. 

Sawahlpanten, door B.-I. De gele sawahsla. 
II. Het watermoes. 31. ill. — Trop. Nat. 
I (1912), 129, 171. 

Biophytum Reinwardtii. Nederl. naam: 
Het gevoelige kruid (Ramphius). Inl. namen: 
Indja pajoeng, mal. ; Djoekoet kakalapaan, 
soend. ; Krambilan, jav., door v. W. M. ill. — 
Trop. Nat. 1(1912), 140. 

Tumera ulmifolia. Kembang poekoel dela- 
pan = Achtum-sbloem, door v.W. M. ill — 
Trop. Nat. I (1912), 147. 

Een gast uit West-Indië. Salvia occiden- 



talis = West -Indische salie, door v. W. M, 
ill. — Trop. Nat. I (1912), 161; H (1913), 13. 

Bernard (Ch. ) en H. L. Welter. A propos 
des ferments oxydants. — Ann. J. B. 2e Série 
10 (1912), 1. 

Faber (Dr. F. C. von). Morphologisch- 
physiologosche Untersuchungen an Blüten 
von Coffea-Arten. — Ann. J. B. 2e Série 10 
(1912), 59. 

Lehmann (E.). Veronica Javanica Blume, 
ein Ubiquist tropischer und subtropischer 
Gebirge. — Ann. J. B. 2e Série 10(1912), 189. 

DocTERS VAN Leetjwen (W.). Ueber die 
vegetative Vermehrung von Angiopteris 
Evecta Hoffm. M. ill. — Ann. J. B. 2e Série 
iO (1912), 202. 

ScHOUTE (J. C. ). Ueber das Dickenwach»- 
tum der Palmen. M. ill. — ^4»». J. B. 2e 
Série 11 (1912), 1. 

GuiLLATJMiN (A.). Observations sur quel- 
ques plantes critiques de la region indo-ma- 
laise rapportées aux Burséracées. M. ill. — 
Ann. J. B. 2e Série. 11 (1912), 210. 

Faber (Dr. P. C. von). Spirogyra Tjibode- 
sis N. Sp. (EineSchneU„zerspringendeForm" 
mit parthenosporenahnliche normale Zygo- 
ten). — Ann. J. B. 2e Série, 11 (1912), 258. 

Kamerling (Dr. Z.). De verdamping van 
epiphyte orchideeën. —N. T. N. I. 71 (1912), 
54. 

Over het voorkomen van wortelknolle- 

t jes bij Casuarina equisetisoüa (strand-t jema- 
ra). — N. T. N. I. 71 (1912), 73. 

Bekende en merkwaardige Indische 

planten in gekleurde afbeeldingen met korten 
begeleidenden tekst van C. A. Backer en 
Dr. J. J. Smith. — N. T. N. I. 71 (1912), 81; 
72 (1913), 249. 

Is de indo-maleische strandflora xero- 

phyt? — N. T. N. I. 71 (1912), 167. 

WiNKXER (H.). Flora und Pflanzen-Geo- 
graphie von Borneo. — Botan. Jahrb. 1912, 
87 ; 1913, 349. 

CoPELAND (E. D.). New Sarawak fems. — 



48 



PLANTENRIJK. 



Phüipp. Journ. Science. 7 (1912), C. bl. 59. 
New Papuan fems. — Phüipp. Journ. 



Science. 7 (1912), C. bl. 67; 9 (1914), 1. 

Blaauw (Dr. A. H.). Das Wachstum der 
Luftwurzein einer Cissus-Art. M. ill. — Ann. 
Jard. Bot. 2e Série 11 (1912), 266. 

Pynaebt (L.). De nuttige palmen. M. ill. 

- Ind. Merc. 1912, 41. 

PiTLLE (Prof. Dr. A. A,). Bespreking van: 
Dr. S. H. KooRDERS, Exkursionsflora von 
Java, umfassend die Blütenpflanzen u. s. w. — 
Ind. Merc. 1912, 117. — Bespreking door 
Dr. J. Dekker. — Ind. Merc. 1913, 23. 
(zie ook: Ind. Merc. 1914,825). — Nog eens de 
„Excursionsflora von Java" en het conflict 
Koorders-Backeb, door A. A. Pulle. — 
Ind. Merc. 1915, 151. — Buitenzorgsche kri- 
tiek. (Verdediging van Dr. S. H. Koorders' 
„Excursionsflora von Java", tegen kritiek 
van C. A. Backer), door T. Ottolander. — 
T. N. L. N. I. 89 (1914), 357. 

Pijxaert (L.). La palmer ie du Jardin 
botanique de Buitenzorg (Java). Aper9u sur 
la distribution géographique et la classifica- 
tion des palmiers. M. ill. — Bulletin Agricole 
du Conga Beige. 3 (1912), 981. 

Staub (Dr. W.). Weitere Untersuchungen 
ueber die im fermentierenden Thee sich ver- 
findenden Jklikroorganismen. — Bvdl. Jard. 
Bot. 2e Série N°. 5 (1912). 

Smith (Dr. J. J.). Die Gruppe der CoUa- 
biinae. — Buil. Jard. Bot. 2e Série. N°. 8 
(1912), 1. 

Noch einmal Glomera Bl. — Buil. Jard. 

Bot. 2e Série N=. 8 (1912), 7. 

Dendrobium Sw. sect. Cadetia. — BuU. 

Jard. Bot. 2e Série N°. 8 (1912), 15. 

Bulbophyllum Thou. sect. Cirrhopeta- 

lum. — BvM. Jard. Bot. 2e Série N'. 8(1912), 
19. 

Die Gruppe der Podochilinae. — Bvdl. 

Jard. Bot. 2e Série N°. 8 (1912), 30. 

-Neue Malaiische Orchideen. — BuU. 



Jard. Bot. 2e Série N'. 8 (1912), 38. 

Vaccinium Malacense Wight var. Cele- 



bense J. J. S. — Buil. Jard. Bot. 2e Série 
N°. 8 (1912), 48. 

Smith (Dr. J. J.). Vorlaufige Beschreibun- 
gen neuer Papuanischer Ericaceae. — Bvll. 
Jard. Bot. 2e Série N». 8 (1912), 50. 

Daoen doedoek ((Desmodium triquetrum. 
D. C.) (Een geneeskrachtig kruid). — Tijd- 
schr. Inl. Geneesk. XX, 123. 

Plasschaert (Dr. E. K.). Het systematisch 
botanisch onderzoek der bosschen in de Bui- 
tenbezittingen. — Tectona. 5 (1912), 679. — 
Zie ook: I. G. 1912, JI, 1651. 

Brutnsma (A. E. J.). Dr. S. H. Koorders 
en zijn werk (op botanisch gebied). — Tectona. 
5 (1912), 895. 

Altoxa (Th.). Over de waarde van inland- 
sche namen van Javaansche woudboomen. — 
Tectona. 5 (1912), 417. 

Koorders (S. H.). Natuurbescherming 
voor botanische onderzoekingen op Java. 
— Tectona. 5 (1912), 529. 

WiGiiAN Jr. (H. J.). Vaste planten: Ar- 
temisia. M. ill. — Teysm. 24 (1913), 393. 

La Laxj. Rozen uit zaad. — Teysm. 24 
(1913), 453. 

WiGMAN Jr. (H. J.). Boltonia. M. ill — 
Teysm. 24 (1913) 567. 

Begonia's als hangplanten (Begonia Lena). 
(Ontleend aan „Revue Horticole"). — Teysm. 
24 (1913), 572. 

Bladorchideeën. (Ontleend aan „Ckirten- 
flora"). — Teysm. 24 (1913), 652. 

BooRSMA (W. G.). Dorenlooze cactus. M. 
ill. — Teysm. 24 (1913), 739. 

Een en ander over de verspreiding van 
vruchten en zaden, door v. W. M. ill. — 
Trop. Nat. 2 (1913), 6, 41, 67, 88, 113, 154, 
179. 

Costus speciosus Smith. Patjeng jav. en 
soend, door v. W. M. ill. — Trop. Nat. 2 
(1913), 17. 

Enkele bijzonderheden uit het leven van een 



PLANTENRIJK. 



49 



tweetal Dischidia-soorten, door D. v. L. M. 
ill. — Trop. Nat. 2 (1913), 19. 

Een lastige vreemdeling. (Lantana Ca- 
mara L. = Lantana aculéata L., familie Ver- 
benaceae), door B. M. ill. — Trop. Nat. 2 
(1913), 27, 33. 

Woekerplant of af valplant ? Cotylanthéra 
tenuis BI. (Gentianaceae), door B. M. ill. — 
Trop. Nat. 2 (1913), 49. 

Ruellia Tuberosa L. (TjepUkan en Pletèkan, 
maleisch), door v. W. M. ill. — Trop. Nat. 
2 (1913), 53. 

Sawahplanten, door C. A. B. M. ill. — 
Trop. Nat. 2 (1913), 74, 81, 118, 132. 

Hybiscus -hybriden, door L. v. R. M. ill. — 
Trop. Nat. 2 (1913), 91. 

Crotalaria veiTucosa L. (Kakatjangan po- 
long, Soend., Gegering, djintan, Mal.), door 
V. W. M. ill. — Trop. Nat. 2 (1913), 103. 

De stikstofvoeding der groene planten, 
door D. DE V. S. — Trop. Nat. 2 (1913), 107. 

Een najaarsbloeier (Cassia javanica L.), 
door A. J. K. M. ill. — Trop. Nat. 2 (1913), 
129, 174. 

Bodembacteriën en stikstofvoeding van 
hoogere planten, door D. de V. S. M. ill. — 
Trop. Nat. 2 (1913), 137. 

Het Slangenblad (Amorphophallus, vari- 
abilis BI., Atjoeng, soend. ,Gatjeng jav., Këm- 
bang bangké, mal., enz), door B. M. ill. — 
Trop. Nat. 2(1913), 165, 177; 3 (1914), 11. 

Een eigenaardigheid van de sosor bebek, 
door D. DE V. S. M. ill. — Trop. Nat. 2 
(1913), 184. 

Excursie naar een tropisch bosch (op 
Java), door A. J. K. M. ill. — Trop. Nat. 
2(1913), 188; 3 (1914), 4, 19. 

On some results of the botanical investi- 
gation of Java (1911 — 1913). — Buil. Jard. 
Bot. 2e Série N°. 12 (1913). 

Oever (Dr. H. ten). De djatiboom bij 
RuMPHiua. — Tectona. 6 (1913), 327. 

Kesemek of kaki. (Overzicht van een arti- 



kel van O. P. HoNDius in JdhrCs Adverten- 
tieblad van 7 Dec. 1913 over het geslacht Dios- 
pyros). — /. O. 1913, 1, 258. 

Greshoff (M.). Derde gedeelte (Supple- 
ment) van de: Beschrijving der giftige en 
bedwelmende planten bij de visch vangst in 
gebruik; tevens: Overzicht der heroïsche ge- 
wassen der geheele aarde en hunne versprei- 
ding in de natuurlijke plantenfamiüën. — 
Meded. Dep. van Landbouw. N°. 17(1913). 

CoPELAND (E. B.). Notes on some Ja van 
ferns. — Philipp. Journ. Science. 8 (1913), 
C. 139. 

Smith (Dr. J. J.). Arachnis BI. und Vandop- 
sis Pfitz. — N. T. N. I. 72 (1913), 71. 

Sarcanthus Lndl. und die nachtsver- 

wandten Gattungen. — N. T. N. I. 72 (1913), 
79. 

Ernst (A.) en E. Schmidt. Ueber Blüte 
und Frucht von Rafflesia. Morphologisoh- 
biologische Beobachtungen und entwicklungs- 
geschichtlich-zytologische Untersuchungen. 
M. ill. — Ann. Jard. Bot. 2e Série XII 
(1913), 1. 

DocTERS VAN Leeuwen (W.) en J. Doc- 
TERS VAN Leeuwen-Reynvaan. Beitrage 
zur Kenntnis der Lebensweise einiger Di- 
schidia-Arten. M. ill. — Ann. Jard. Bot. 
2e Série XII (1913), 65. 

HxJNQER (Dr. F. W. T. ). Recherches expé- 
rimentales sur la mutation chez Oenothera 
Lamarckiana, excécutées sous les tropiques. 
M. ill. —Ann. Jard. Bot. 2e Série, XII (1913), 
92. 

Smith (Dr. J. J.). Die Orchideen von Java.' 
— Buil. Jard. Bot. 2e Série 'iü^. 9(1913); 14 
(1914). 

Karny (H.) en W. en J. Docters van 
Leeuwen-Reynvaan. Beitrage zur Kennt- 
nis der Gallen von Java. Ueber die javani- 
schen Thysanoptero-Cecidien und deren Be- 
wohner. — Buil. Jard. Bot. 2e Série N°. 10 
(1913), L 

Leersum (P. van). Over het voorkomen 
van kinine in het zaad van Cinchona Led- 
geriana Moens. M. ill. — Versl. V. K. A. v. 
W. Afd. W. en N. k XXII (Ie ged.), Dec. 
1913, 211. 



50 



PLANTENRIJK. 



WiQMAN (H. J.). Salvia's (sierplanten). 
Teysm. 25 (1914), 330. — Nog eens over Sal- 
via's, door C. A. Backeb. — Ihid. bl. 572. 

SoLEBEDER (H.). ZuT Anatomie und Bio- 
logie der neuei) Hydrocharis-Artcn aus Neu 
Guinea — Meded. 's Eijks Herbarium. No. 
21 (1914-15). 

Smith (J. J.). Vorlaufige Beschreibungen 
neuer papuanischer Orchideen. — Meded. 's 
Rijks Herbarium No. 24 (1914-15), 1; No. 25 
1914-15), 1. 

Hallier (H.). Neue und bemerkenswertbe 
Pflanzen aus der malaiisch-papuanischen In- 
selwelt. Meded. 's Rijks Herbarium. 26 (1914- 
15), 1. 

Campbell. Notes on collecting ferns, with 
particular reference to certain Bornean fems 
of considerable interest. — The Sarawak 
Museum Journal. II, N°. 1 (1914), 73. 

Dekker (Dr. J.). Nuttige Indische plan- 
ten. (Bespreking van K. Heyne: „De nuttige 
planten van Ned.-Indiëenz."). — Ind. Merc. 
1914, 156. 

Brutnsma ( A. J. e. ). Twee Indische brand- 
netels (nl. Urtica grandidentata Miq. en Gi- 
rardina heterophylla Vahl.). — Ind. Merc. 
1914, 1085. 

Botanische excursie in de omgeving van 
Batavia, door de V. S. M. ill. — Trop. Na- 
tuur. 3 (1914), 88, 107. 

LÖRZINQ (J. A.). Botanische verkenningen 
en tochten in het Wihs-gebergte. M. ill. — 
Trop. Natuur. 3 (1914), 97, 120. 

WiGMAN Jr. (H. J.). Cypripedium (Een 
orchidee -soort). — Teysm. 25 (1914), 605. 

Glorioso Superba L. (Familie Lüiaceae. 
Lclieachtigen). (Kembang soengsang en 
Pantjinig tS,wS, Jav.), door B. M. illl. — Trop. 
Natuur. 3 {19U),m. 

Sybrandi. Orchideeën -sport. (Beschrij- 
ving van orchideeën-soorten). M. ill. — Trop. 
Natuur. 3 (1914), 126. 

Klein (Dr. W. C). Kalk-planten in Neder- 
landsch-Indië. Met Naschrift door de Redac- 
tie.— Trop. Natuur. 3 (1914), 133. 



Een paar kiekjes uit de Mangrove, door T. 
M. ill. — Trop. Natuur. 3 (1914), 135. 

Een eigenaardigheid van sommige orchi- 
deeën-bloemen, door Red. M. ill. — Trop. 
Natuur. 3 (1914), 138. 

Palmiers du Jardin Botanique de Buiten - 
zorg. — Buil. Jard. Bot. 2e 5éneN°. 17 (1914). 

DocTERS VAN Leeuwen (W.) en J. Doc- 
TERS VAN Leeuwen — Reynvaan. Einige 
Gallen aus Java. M. ill. — Buil. Jard. Bot. 
2e Série N°. 3 (1912), 1 ; 15 (1914), 1. 

Koord EBS (S. H.). Floristischer Ueber- 
bUck über die Blütenpflanzen des Urwaldes 
van Tjibodas auf dem Vulkan Gede in West- 
Java nebst einer Nummerliste und einer Sys- 
tematischen Uebersicht der dort für botani- 
sche Untersuchungen von mir numerirten 
Waldbamne. — Englers Bot. Jahrb. Bd. 50. 
Suppl. 1914. 

De kanonneer plant. (Pilea microphylla 
Liebm.), door B. M. ill. — Trop. Natuiir. 
3 (1914), 67. 

Naar het Bromobosch en den vulkaan Bro- 
mo. (Beschrijving van de vegetatie). Door S. L. 
— Trop. Natuur. 3 (1914), 76. 

Jeswiet Haqedoorn (H, J.). Parkinsonia 
aculeata L. (een kleine op Java voorkomende 
boom, de Tjemara tjemaraan). M. ill. — 
Trop. Natuur, 3 (1914), 35. 

Mierenplanten, door v. W. M. ill. — Trop. 
Natuur, 3 (1914), 47. 



Sawahplanten. — Trop. Natuur. 3 (1914), 



55. 



KooBDEBS (S. H.). Twee Indische planten- 
atlassen. (Ontleend aan het Bat. Nieuwsbl. 
van 22Dec. 1913). — Tectona. 1914, 199. 

Bbemekamp (Dr. C. E. B.). De dorsiven- 
trale bouw van den rietstengel. — Arch. 
Suikerind. N. I. 1914, I, 41. 

Het vaatbundelstelsel bij het suikerriet. 



— Arch. Suikerind. N. I. 1914, 1, 499. 

De anatomische bouw van den wortel- 

schors bij liet suikerriet. — Arch. Suikerind. 
N. I. 1914, I, 508. 



PLANTENRIJK. 



51 



BiiEMEKAMP(Dr. C. E. B.). Vergelijking van 
de opname en de afgifte van water bij sereh- 
zieke en gezonde planten. — Arch. Suikerind. 
N. 1. 1914, 1, 514. 

Koord ERS (Dr. S. H.) en Valeton (Dr. 
Th.). Bijdrage N°. 13 tot de kennis der boom- 
soorten op Java. — Meded. Dep. van Land- 
bouw. N°. 18 (1914). 

RossEM (Dr. C. van). Het zetmeelgehalte 
van den inlandschen aardappel. — Meded. 
Agricvlt. Chem. Lab. N°. VIII. 

CoPELAND (E. B.). New Sumatran ferns. — 
PMlijyp. Journ. Science. 9(1914), C, 227. 

KuYPER (Dr. J. ). De bouw der huidmond- 
jes van het suikerriet. — Arch. Suikerind. 
N. L 1914, II, 1679. 

GiBBS (L. S.). A contribution to the flora 
and plantformations of Mount Künabalu and 
the highlands of British North Borneo. M. 
ill. — Journal of the Linnean Society (Botany). 
1914, No. 285, bl. 1—240. 

Bremekamp (C. e. B.). Eine besondere 
Function der Drüsenschuppen im Frucht- 
knoten von Clerodendron Minahassae Miq. 
M. ill. — Ann. Jard. Bot. 2e /Séne XIII (1914), 
93. 

GuÉRiN (P.). ReUquiae Treubanae. I. Re- 
cherches sur la structure anatomique de l'o- 
vule et de la graine des Thyméleacées. M. ill, 

— Ann. Jard. Bot. 2e Série XIV (1915), 3. 

Györffy (Dr. I.). Beitrage zur Histologie 
einiger interessantenen exotischen Moose. 
M. ill. — Ann. Jard. Bot. 2e Série XIV (1915), 
36. 

SciiouTE (J. C). Sur la fissure médiane de 
la gaine foliaire de quelques palmiers. M. ill. 

— Ann. Jard. Bot. 2e Série XIV (1915), 57. 

KiEHL ( J. H. F. ). Een weinig bekende ca- 
outchouc soort (de Harconia Speciosa). — 
T. N. L. N. I. 91 (1915), 100. 

KoNiNOSBERGER (Dr. J. C). lets over het 
bladverües bij altijd groene boomen. — 
Teysm. 26 (1915), 18. 

Jensen (Dr. H.). De groeistrepen op bam- 
boe. — Teysrri. 26 (1915), 58. 



Paggerplanten, door S. M. ill. — Trop. Na- 
tuur. 4 (1915), 20. 

Mullem (D. van.). Uit het leven van exo- 
tische orchideeën. M. ill. — Trop. Natuur. 
4 (1915), 43. 

ScHROO Jr. (H.). Watergentiaan (Linmè,n- 
themum indicum). M. ill. — Trop. Natuur. 
4 (1915), 72. 

DocTERS VAN Leeuwen ( W. ) en Mevr. J. 
DocTERS VAN Leeuwen — Reijnvaan. Over 
de ontkieming van de zaden van enkele Ja- 
vaansche Loranthaceae. — Versl. V. K. A. K. 
V. W. Afd. W. en N. k. XXIII (2e ged.). Mei 
1915, 1409. — Trop. Natuur. 4 (1915), 123. 

Valeton Jr. (Th.). Bespreking van Z. 
Kamerling : „Lserboek der plantkunde voor 
Ned.-Indië." — Teysm. 26 (1915), 310. — 
ld. door A. H. Blaauw. — Ind. Merc. 
1915, 383. 

Zeijlstra Fzn. (Dr. H. H.). De flora van 
den Indischen Archipel. — Voordrachten 
Kol. Ned. Onderw. Gen. I (1915), 66. 

Zon (P. van). Mededeeüngen omtrent den 
kamferboom. (Dryobalanops aromatica). — 
Tectona. 1915, 220. 

Boorsma (W. G.). Afwijkingen in den bloei 
van Papaja. M. ill. — Trop. Natuur. 4 (1915), 
100. 

ScHROO Jr. (H.). Kattesnor = Koemis 
koetjhig (Gynandrópsis speciosa DC). M. 
ill. — Trop. Natuur. 4 (1915), 108. 

Een en ander over de verspreiding van 
vruchten en zaden, door v. W. M. ill. — 
Trop. Natuur. 4 (1915), 119, 171. 

Wielen (Prof. P. van der). Geneeskrach- 
tige kruiden uit de Nederlandsche koloniën. 
(Ontleend aan het Pharmaceuiisch Weekblad). 
— Ind. Merc. 1915, 441. 

Helten (W. M. van.). Het enten van kof- 
fie. M. ill. — Med. Cvltuurtuin. N°. 4 (1915). 

Gent (H. van.). Voorloopige resultaten 
van de oculeer- en entproeven met cacao. 'M. 
ill. — Med. Cultuurtuin. N°. 5 (1915). 

KooRDERS (S.H.). Sloanea Javanica (Mi- 



52 



PLANTENRUK. — PLANTENZIEKTEN. 



quel) Sszyszylowicz, eene in het als natuiir- 
monument gereserveerde bosch van Depok 
wildgeordende, merkwaardige boomsoort. — 
Versl. Verg. Kon. AL v. W. Afd. W. en N. k. 
XXIV (Ie ged.). Deo. 1915, 245. 

Keucheniits (P. e.). Waarnemingen over 
de bestuiving bij Robiista-koffie. — Meded. 
Besoekisch Proef st. N°. 20 (1915), 22. 

KuYPER (Dr. J.). Is een blad met een inter- 
nodium bij het riet als een physiologische 
eenheid op te vatten? — Arch. Suikerind. 
N. I. 1915, II, 1285. 

Waarnemingen over de transpiratie 

van het suikerriet. M. ill. — Arch. Suikerind. 
N. I. 1915, II, 1715. 

Balfotjk (B.) and W. W. Smith. Moul- 
tonia: a new Bornean Gesneraceous Genus. 
M. ill. — The Sarawak Mus. Journ. II (Part. 
2), N°. 6 (1915), 277. 

Javaansche vruchten, door B. M. iü. — 
Buüen. 9 (1915), 116. 

Smith (J. J.). Misvormingen bij klapper. M. 
ill. — Teysm. 26 (1915), 684. 

CoPELAND (E. B.). Notes on Bornean 
ferns. — Philipp. Journal Sciences. 10(1915), 
C, bl. 145. 

Crameb (Dr. P, 
invoer 
dracht. 



J. S. ). Het belang van den 
van nieuwe cultum-planten. Voor- 
— Teysm. 26 (1915), 367. 



Beenabd (Dr. Ch.). Over eenige abnor- 
maliteiten (bij den groei van planten). 31. ill. 
— Teysm. 26 (1915), 396. 

BooESBiA (W. G.). Gerucht en werkelijk- 
heid. (Over enkele al dan niet vergiftige plan- 
ten' op Java). — Trop. Natuur. 4 (1915), 137. 

Commelina Benghalensis L. (een Javaansch 
kruidgewas), door v. W. M. ill. — Trop. Na- 
tuur. 4 (1915), 141. 

KuypER (Dr. J. ). De groei van bladschijf, 
bladscheede en stengel van het suikerriet. — 
Arch. Suikerind N. L 1915, I, 528. 



WiQMAN Jr. (H. J.). Chrysanthemum. 
iü. — Teymi. 26 (1916), 563. 



M. 



KüYPKE (Dr. J.). Bijdrage tot de physiolo- 



gie der huidmondjes van Saccharum offi- 
cinarum. M. ill. — Arch. Suikerind. N. I. 
1915, II, 1673. 

Straten (A. van). Excursie naar de Man- 
grove bij Antjol (op Java). M. ill. — Trop. 
Natuur. 4 (1915), 189. 

Sprecher (A.). Same und Keimung von 
Hevea Brasiüensis. 31. ill. — Buil. Jard. 
Bot. 2e Série N'. 19 (1915). 

Hall (Dr. J. J. C. van). Het vernietigen 
van onkruid op wegen en open plaatsen. — 
Teysm. 26 (1915), 615. 

WiGMAN Sr. (H. J.). Verfraaiing onzer ste- 
den (door beplanting). — Teysm. 26 (1915), 
1, 626. 

Docters van Leeuwen (Dr. W.). Ueber 
die Emeuerung der verbramiten alpinen 
Flora des Merbaboe -Gebirges in Zentral- Java. 
(Uit Berichten der De^iischen Botan. Gesellsch. 
Bd. 36, Heft 3). — Tectona. 1915, 870. 

De rustperiode bij tropische planten, door 
E. H. B. B. (Ontleend aan een referaat van 
Prof. JoST over dit onderwerp in Zeitschrift 
für Botanik). — Tectona. 1915, 874. 

Merrill (E. D.). A contribution to the bi- 
bliography of the botany of Borneo. — The 
Sarawak Mus. Journ. II (Part 2), N°. 6 
(1915), 99. 

Bekende en merkwaardige Indische planten 
in gekleurde afbeeldingen door Dr. Z. Ka- 
merling, met korten begeleidenden tekst van 
D. de Visser Smits. — N. T. N. I. 74 (1915), 
116. 

2. Plantenziekten en- plagen. 

Honing (Dr. J. A.). De oorzaak der slijm- 
ziekte (van de Deli-tabak) en proeven ter be- 
strijding. — 3Ieded. Deli-Proef station. 5 (1910 
—11), 1, 169, 343. 

Schuit (J.). Bestrijding van rupsenpla- 
gen in rijstkweekbedden. — Arch. Suiker- 
ind. N. i. 1911, II, 1497. 

Galjema Verhuel (A.). Bestrijding van 
rupsenplagen in rijstkweekbedden. — Arch. 
Suikerind. N. I. 1911, II, 1659. 

Hall (Dr. C. J. J. van.). Bespuiting van 



PLANTENZIEKTEN. 



53 



caco-boomeii met Bordeaux'sche pap. — 
Teysm. 22 (1911), 575. 

Deventer (W. van). Schildluizen-schade. 
— Arch. Suikerind. N. I. 1911, 1, 89. 

ROBPKE (Dr. W.). Verdere bijdragen tot de 
kennis van de kina-insecten. M. ill. — Cvl- 
tuurgids. 13 (1911), 2« ged. 1, 23. 

Honing (Dr. J. A.). Een koffiebladziekte in 
Serdang. — Teysm. 22 (1911), 26. 

Rant (Dr. A.). De djamoer-oepas-ziekte in 
het algemeen en bij kina in het bijzonder. — 
Meded. Departem. v. Landbouw. N°. 13 (1911). 

RoBPKE (Dr. W.). Overzicht van de op 
Java bekende Rubber -insecten. — Ctdtuur- 
gids. 13 (1911), 2e ged. 103. 

QuANJER (Dr. H. M.). Proeve van eene ver- 
klaring van de serehverschijnselen van het 
suikerriet. — Ind. Merc. 1911, 747. 

RoEPKB (Dr. W. ). Helopeltis op kamfer en 
enkele aanteekeningen omtrent zijne voed- 
sterplanten. — Cidtuurgids. 13 (1911), 2e 
ged. 83. 

Gelder (A. van.). Een rupsenplaag in de 
aanplantingen van Ficus elastica. — Tectona. 
1911, 502. 

HoNTNG (Dr. J. A.). Verslag over de slijm - 
ziekte-proeven in 1911. — Meded. Deli- 
Proefs. 6 (1911—12), 1. 

BussY (Dr. L. P. de.). Prodenia en Gend- 
jir. — Meded. Deli-Proefst. 6 (1911—12), 108. 

SiQAL (E. H.). Iets over het voorkomen van 
Prodenia buiten de tabaksstreken. — Meded. 
Deli-Proefst. 6 (1911—12), 120. 

Klink (T. L.). Crotalaria striata bij de 
tabakscultuur. — Meded. Deli-Proefst. 6 
(1911—12), 113. 

Valeton Jr. (Th.). Een nieuwe poging tot 
verklaring van de serehziekte van het suiker- 
riet. — Teysm. 22 (1911), 767. — Arch. Suiker- 
ind. N. I. 1912, 1, 170. 

Honing (Dr. J. A.). Beschrijving van de 
Deli-stammen van Bacillus Solanacearum 
Smith, de oorzaak der slijmziekte. — Meded. 
Deli-Proefst. 6 (1911—12), 219. 



Vriens (Dr. J. G. C). Schweinfurter Groen 
en Loodarsenaat (tegen de rupsenplaag in 
tabak). — Med. Deli-Proefst. 6 (1911—12), 
289. 

Faber (Dr. F. C. von). Ueber das standige 
Vorkommen von Bakterien in den Blattern 
verschiedener Rubiaceen. Vorlaufige Mittei- 
lung. —Bvll. Dép. Agr. Ind. Néerl 46 (1911). 

Quanjer (Dr. H. M.). De krullotenziekte 
in een wild groeiende cacaosoort. — Ind. 
Merc. 1911, 171. 

Prinsen Geerligs (Dr. H. C. ). Ziekten van 
den ananasplant. — Ind. Merc. 1911, 340. 

Vogel (C. J. de. ). Over de kleur en het ziek 
worden van rubber. — Ind. Merc. 1911, 865. 

Bestrijding der Phytophtora-ziekte van de 
tabak in Nederlandsch-Indië, door X. — 
Cultura. 1911, 94. 

DuRARD (M.). Over de immuniteit van de 
„Coffea Congensis var. Chaloti Pierre" voor 
de „Hemileia vastarix. — T. N. L. N. I. 82 
(1911), 368. 

De (dierlijke) vijanden van den kokospalm. 
— Teysm. 22 (1911), 384. 

Roepke (Dr. W.). Over den huldigen stand 
van het vraagstuk van de cacao -boorders op 
Java. M. ill. — Meded. Proef st. Midden- Java. 
N°. 1 (1911). 

De gele strepenziekte in het suikerriet, door 
X. — Cultura. 1911, 363. 

De Djamoer-Oepas-ziekte van kina en an- 
dere tropische cultuurgewassen, door X. — 
Cvltura. 1911, 317. 

Bellers (H.). Alang alang bestrijding in 
Fious-elastica cultures. — Tectona. 1911, 620. 

Goedkoop en afdoend middel tegen de witte 
bladluis. — Pvhl. Ned. Ind. Landb. Synd. 
3 (1911), 113. 

Pretjss (Prof. Dr. P.). Ueber Schadünge 
der Kokospalme. M. ill. — Tropenpflanzer. 
1911, 59. 

Quanjer (Dr. H. M.). Cacaoboorders. — 
Ind. Merc. 1912, 90. 



54 



PLANTENZIEKTEN. 



Zacher (Dr. F.). Notizen über Schadlinge 
tropischer Kulturen. — Tropenpflanzer. 
1912, 484; 1913, 131, 305. 

Stok (J. E. van der.). Waarnemingen en 
beschouAvingen omtrent ziekten en plagen 
in het suikerriet op de Hawaü-eilanden. — 
Arch. Suikeririd. N. I. 1912, I, 609, 681. 

Honing ( J. A. ). O ver het verband tusschen 
slijmz'ekte in de bibit en in de uitgeplante 
tabak. — Meded. Deli-Proefst. 7 (1912— 
13), 65. 

Verslag over de ontsmettingsproeven 



van zaadbedden op slijmzieke gi'onden met 
eenige chemicaliën. — Meded. Deli-Proefst. 
7 (1912—13), 1. 

Een geval van slijmziekte in de djatti- 

bibit. — Meded. Deli-Proefst. 7 (1912—13), 
12, 59. 

Rant (Dr. A.). Ueber die Djamoer Oepas 
Krankheit und über das Corticum Javanicimi 
Zimm. M. ill. —Bvll. Jard. Bot. 2e Série, N°. 
4 (1912). 

ROEPKE (Dr. W. ). Voorloopige mededeeling 
over het optreden van mot in verschillende 
typen van Djati-Rocnggo cacao. — Meded. 
Proef st. Midden- Java. N°. 3 (1912), 2. 

Enkele biologische bijzonderheden be- 
treffende de levenswijze van het motrupsje 
en motvlindertje. — Meded. Proefst. Midden- 
Java. N°. 3 (1912), 4. 

Helopeltis op Java en Sumatra. — Me- 
ded. Proefst. Midden- Java. N°. 3 (1912), 9. 

De nieuwe parasieten van het cacao - 

mot je en iets over parasieten in het alge- 
meen. Voordracht. — Meded. Proefst. Mid- 
den-Java. N°. 5 (1912). 

Hall (Dr. C. J. J. van). De cacaokanker 
op Java en zijn bestrijding. — Meded. Proefst. 
Midden- Java. N°. 6 (1912). 

RoEPKE (Dr. W. ). Over den huidigen stand 
van het vraagstuk van het rampassen als 
bestrijdingsmiddel tegen de cacaomot op Ja- 
va. Praeadvies. M. ill. — Meded. Proefst. 
Midden- Java. N°. 8 (1912). 

Honing (J. A.). Over de variabiliteit van 



bacUlus solanacearum Smith (slijmziekte - 
bacterie). — Meded. Deli-Proefst. 7 (1912— 
13), 196. 

Honing (J. A.). Over rottingsbacteriën uit 
slijmzieke tabak en djatti en enkele andere 
van slijmziekte verdachte planten. — Meded. 
Deli-Proefst. 7 (1912—13), 223. 

Btjssy (Dr. L. P. de. ). De proeven van het 
DeU-Proefstation ter bestrijding der tabaks- 
rupsen door eenige uit Noord-Amerika 
daartoe overgebrachte natuurlijke vijanden. 
Voordracht met debat. — Versl. Ie Verg. 
techn. Personeel partic. Proefstations en van 
Ambten. Dep. v. Landb. Bandoeng 19 — 21 
Aug. 1912, bl. 12. 

RoEPKE (Dr. W.). Demonstratie van de 
cacao-mot en hare parasieten. — Voordracht 
met debat. — Versl. Ie Verg. (enz. als boven), 
bl. 21. 

Rutgers (Dr. A. A. L.). De oorzaak van 
den cacao-kanker. Voordi'acht met debat. — 
Versl. Ie Verg. (enz. als boven), bl. 24. 

Dammerman (Dr. K. W.). Over de hoorders 
in ficus elastica. Voordracht met debat. — 
Versl. Ie Verg. (enz. als boven), bl. 46. 

Honing (J. A.). Een geval van slijmziekte, 
dat geen slijmziekte was. — Meded. Deli- 
Proefst. 7 (1912—13), 465. 

BussY (L. P. DE.). Opatrum en oclar ka- 
wat in Deli. — Meded. Deli-Proefst. 1 (1912 
—13), 317. 

Honing (Dr. J. A.). Over de beweerde on- 
vatbaarheid van Nicotiana rustica voor slijm- 
ziekte. — Meded. Deli-Proefst. 7 (1912— 
13), 99. 

Wilbrink (G. ). De Kedirische wortelwants. 
Stibaropus molginus (Schiodt). M. ill. — 
Arch. Suikerind. N. I. 1912, II, 1111. 

Spanjaard (E. J. G.). Boorderbestrijding. 
— Arch. Suikerind. N. I. 1912, II, 1200. — 
Kritiek op vorenstaand artikel, door H. A. 
NuNNiNK. — Ibid. 1912, II, 1561. 

Enkele ziekten van de vanUle, door S. — 
Weekbl. v. Indië. 9 (1912—13), 383, 394. 

Hevea kanker. — Teysm. 23 (1912), 786. 



PLANTENZIEKTEN. 



65 



Een gevaarlijke tomatenziekte, door B. 

— Trop. Natuur. 1 (1912), 90. 

Bbbnard (Dr. Ch.). Bijdrage tot de studie 
van Hclopeltis. — Meded. Proefst. Thee. No. 
17 (1912), 1. 

Over enkele parasieten der theeplant. 

M. UI. —Meded. Proefst. Thee. No. 17 (1912), 
21. 

RuTQERS (Dr. A. A. L.). Onderzoekingen 
over den ca cao -kanker. M. ill. — Meded. 
Laboratorium Plantenziekten. No. 1 (1912). 

Waarnemingen over Hevea-kanker. — 

Meded. Laboratorium Plantenziekten. No. 2 
(1912); No. 4 (1913). 

Harmsen ( J. R. ). Het bestrijden van alang- 
alang in de Ficus-elastica-cultures. — Tectona. 
1912, 844. 

Een ziekte in de Hevea, door W. d.V. (Ont- 
leend aan het Soerah. Handelsbl. van 21 Aug. 
1912). — Tectona. 1912, 849. 

Sitsen (A. E.). E?n gevaarlijke parasiet 
van Albizzia Montana Benth. (nl. een kever, 
behoorende tot de familie Curculianidae). 

— Teysm. 24 (1913), 75. 

RuTGERS (A. A. L.). Dreigende gevaren 
voor de klapperkultuiir (nl. ziekten als toprot, 
wortelrot en bloeden). — Teysm. 24 (1913), 
79. 

Witte wortelschimmel (Fomes Semitostus) 
bij Hevea. (Ontleend aan het Buil. Dep. of 
Agricvlt. F. M. S.). — Teysm. 24 (1913), 334. 

Een Hevea-boorder. (Ontleend SiSin Bulletin 
Dep. of Agricult. Ceylon). — Teysm. 24(1913), 
403. 

Het tabakskevertje. (Ontleend aan „The 
Philippine Journal of Science ). — Teysm. 
24 (1913), 404. 

RuTGERS (Dr. A. A. L.). Een gevaarlijk 
geslacht (Phytophthora). — Teysm. 24 (1913), 
626. 

RoEPKE (Dr. W.). Verslag van het Rampas- 
congres, gehouden door het Proefstation 
IVIidden-Java te Salatiga den 17en — 18en 
Jan. 1913. — Meded. Proefst. Midden-Java. 
No. 11 (1913). 



RoEPKE (Dr. W.). Meuwe onderzoekingen 
omtrent de parasieten vandecacao-mot. M. ill. 
—Meded. Proefst. Midden-Java. No. 12(1913). 

FoL ( J. G. ). Over de vorming van vlekken 
in Hevea-plantage-rubber. — Ind. Merc. 
1913, 359. 

DiETZ (P. A.). Het katjang-vlindertje (het 
vermeende toa-toh-motje). — Meded. Ddi- 
Proefst. 8 {1913— U), 213. 

Honing ( J. A. ). Hoe moet men trachten een 
tabaksras te verkrijgen, dat immuun is tegen 
slijmziekte? — Meded. Deli-Proefst. 8 
(1913—14), 12. 

Elst (Dr. P. VAN der). Stengelaaltje en 
wortelrot (bij rijst). — Teysm. 24 (1913), 673. 

Bestrijding van den klapperneushoornke ver. 
(Ontleend aan „Tropenpflanzer^^). — Teysm. 
24 (1913), 754. 

RuTGERS (A. A. L.). The fusariums from 
cankered cacao bark and Nectria cancri 
N. sp. M. ill. — Ann. Jard. Bot. 2e Série XII 
(1913), 59. 

Beenard (Dr. Ch.). Iets over een ziekte 
bij de thee (veroorzaakt door Pestalozzia 
Palmarum). — Meded. Proefst. Thee. No. 25 
(1913), 31. 

Dammerman (Dr. K. W.). De Hevea-ter- 
miet op Java. M. ill. — Meded. Laboratorium 
Plantenziekten. No. 3 (1913). 

RuTGERS (Dr. A. A. L. ). Ziekten en plagen 
van Hevea in de F. M. S. — Meded. Labora- 
torium Plantenziekten. No. 4 (1913). 

GuTTELiNG ( W. M. ). De door de bevolking 
toegepaste wijze van bestrijding der ratten- 
plaag in de controle -afdeeHng Tjitjalengka 
en de resultaten der aldaar genomen proeven 
met andere bestrijdingsmiddelen. M. ill. — 
Meded. Laboratorium Plantenziekten. No. 5 
(1913). 

RxjTGERS (Dr. A. A. L. ). De krulziekte van 
katjang tanah (Arachis hypogoea L.). M. ill. 
— Meded. Afd. Plantenziekten. No. 6 (1913). 

Wtjrth (Th.). Over de rattenplaag in Ro- 
busta-aanplantingen. — Publ. N. I. Landb. 
Synd. 5 (1913), 957. 



66 



PLANTENZIEKTEN. 



Hagedobn (Dr. M.)- Borkenkafer (Ipidae) 
welche tropische Nutzpflanzen beschadigen. 
M. ill. — Tropenpflanzer. 1913, 43, 98, 154, 
211, 264. 

Bbuck (Dr. W. F.). Bemerkungen über 
das Rotwerden von Agavenfasern. M. ill. — 
Tropenpflanzer.' 1913, 83. 

Dammerman (Dr, K. W.). De hoorders in 
Ficus elastica Roxb. — Meded. Afd. Planten- 
ziekten. No. 7 (1913). — Overzicht, door X. 

— Cultura. 1914, 118. 

Ziekten en plagen in de rubbercultuur van 
Nederlandsch-Indië gedurende 1913, door L. 

— Primrose. 1914, 4. 

Hall (Dr. C. J. J. van). De bestrijding van 
den cacaokanker op de onderneming Kemiri 
(Pekalongan). — Meded. Proef st. Midden- 
Java. No. 14 (1914). 

Hall (Dr. C. J. J. van) en Dr. A. A. L. 

RtTTGERS. Ziekten van Hevea. — Praead- 
viezen Intern. Rubber -congres. Batavia 1914. 

Colbnbrandee (H.). Behandeling van aan 
Fomes Semitostus lijdende 3-jarige Hevea 
brasiliensis. — Praeadviezen Intern. Rubber- 
congres. Batavia 1914. 

RuTGERS (A. A. L.). Een merkwaardige 
klapperziekte in de Westerafdeeling van 
Borneo. — Teysm. 25 (1914), 41. 

Iets over de ziekten en dierlijke vijanden 
der tabak en hunne bestrijding. — Pintoe 
Perniagadn. IV, No. 40, bl 40; No. 41, bl. 51. 

Janse (J. M.). Les sections annulaires de 
l'écorce et Ie suc descendant. M. ill. — Ann. 
Jard. Bot. 2e Série XIII (1914), 1. 

HONING (Dr. J. A.) en Dr. K. Diem. Do 
slijmziekte in de tabak. Lezing gehouden 
9 Jan. 1914 voor het Deli-Proefstation. — 
Ind. Merc. 1914, 113. 

Sereh- of zeefvatenziekte in de suiker. 
Korte mededeeUng van de cultuurafdeeling 
van het Proefstation voor suiker te Pasoe- 
roean. — T. N. L. N. I. 89 (1914), 148. 

Een merkwaardige klapperziekte. (Ont- 
leend aan de Ddi-Courant). — T. B. B. 46 
(1914), 315. Zie ook bl. 441. 



Paerels (J. J.). Een nieuwe ziekte ia de 
rijst op Java. — Ind. Merc. 1914, 1055. 

Wolk (P. C. van der). Onderzoekingen 
over de oorzaak van de „gele korrels" in de 
rijst en hare bestrijding. (Verricht aan het 
Laboratorium dor selectie- en zaadtuinen te 
Buitenzorg.) — Cultura. 1914, 377. — Be- 
spreking door J. J. Paerels. — Ind. Merc. 
1915, 38. 

Dammerman (Dr. K. W.). Het vraagstuk 
der fruit-vliegen op Java. M. ill. — Meded. 
Afd. Plantenziekten. No. 8 (1914). 

RuTGERS (Dr. A. A. L. ). Ziekten en plagen 
der cultuurge wassen in Nederlandsch-Indië 
in 1913. — Meded. Afd. Pla?itenziekten. No. 
9 (1914). 

Stuifbrand bij rijst (Tilletia horrida Ta- 



kahashi). — Meded. Afd. Plantenziekten. No. 
11 (1914). 

en Dr. K. W. Dammerman. Ziekten en 



beschadigingen van Hevea brasihensis op Ja- 
va, M. ill. — Meded. Afd. Plantenziekten. No. 
19 (1914). 

Rant (Dr. A.). De ziekten en schimmels 
der kina. M. ill. — Meded. Kina Proef st. No. 
2 (1914). 

Jepson (F. P. ). A mission te Java in quest 
of natural enemies for a coleopterous pest of 
bananas. — Fidji Dep. Agr. 1914, No. 7. — 
Overzicht: Teysm. 25 (1914), 646. 

Bernard (Dr. Ch. ). Red rust, eene ziekte 
van de theeplant veroorzaakt door Cepha- 
leuros virescens. (Vooi'loopige waarnemingen). 
— Meded. Proefstation Thee. No. 32 (1914), 1. 

Kerkhoven (A. R. W.). Eenige observa- 
ties betreffende de „Red rust" op theehees- 
ters. — Meded. Proefstation Thee. No. 35 
(1914). 

Ketjohenius(P. e.). Enkele mededeelingen 
over de schildluizen van de koffie. — Med^. 
Besoekisch Proefstation. No. 8 (1914), 9. 

Hekscnbozems bij Albizzia. — Meded. 



Bezoekisch Proefstation. No. 10 (1914), 4. 
Een slakkenplaag in de Hevea. — Me- 



ded. Bezoekisch Proefstation. No. 10 (1914), 7. 



PLANTENZIEKTEN. 



57 



Keuchbnius (P. e.). De biologie van eenige 
koffiecicaden. 31. ül. — Meded. Bezoekisch 
Proefstation. No. 13 (1914), 1. 

Een nieuwe klapperplaag (nl. een rups- 
soort). — Meded. Besoekisch Proefstation. 
No. 13 (1914), 11. 

Schalkwijk. Iets over Djamoer Oepas bij 
Hevea. — Orang Peladang. 2 (1914 — 15), 
174. 

Ziekten en plagen in de rubbercultuur van 
Ncderl. Indië gedurende 1913, door L. — 
Primrose. 20 Nov. 1914, bl. 4. 

Over bestrijding der ratten- en muizenplaag 
in de cultures. — ■ Publ. N. I. Landb. Synd. 
6 (1914), 869. 

De plagen en ziekten van den cocospalni. 
(Ontleend aan W. W. Fkoggatt: Pcsts and 
diseases of the coconutpalm). — Teysm. 25 
(1914), 767. 

Lbefmans (S.). De theezaadvlieg en hare 
bestrijding. Een boorvUeg welke kiemend 
theezaad aantast. M. ill. — Meded. Labora- 
torium Plantenziekten. No. 12 (1915). — Zie 
ook: T. N. L. N. I. 90 (1915), 2m.— Meded. 
Proefstation Thee. No. 35 (1915). 

Esn nieuwe plaag (nl. een rupssoort) in de 
klappercultuur, door R. — T. B. B. 48 (1915), 
288. 

Keuchenius (P. E.). Waarnemingen over 
ziekten en plagen bij tabak. (Eerste Serie). 
M. ill. — Meded. Besoekisch Proefstation. 
No. 14 (1915), 12. 

Korte aanteekeningen over ziekten en 

plagen. M. ill. — Meded. Besoekisch Proef- 
station. No. 15 (1915). 

Rant (Dr. A.). Ueber die Mopokrankheit 
junger Cinchonapflanzen und über den Java- 
nischen Vermehrungspilz. M. ill. — Bvll. 
Jard. Bot. 2e Série, No. 18 (1915). 

Keuchenius (P. E.). Onderzoekingen en 
beschouwingen over eenige schadelijke schild- 
luizen van de koffiekultuur. M. ill. — Meded. 
Besoekisch Proefstation. No. 16 (1915). 

Rant (Dr. A.). De drogevlekkenziektc bij 
den aardappel op Java. — Teysm. 26 (1915), 
285. 



RuTGERS (Dr. A. A. L.). Ziekten en plagen 
der cultuurgewassen in Ned. -Indië in 1914. 

— Meded. Laboratorium Plantenziekten. No. 
15 (1915). — Bespreking door J. Westebdijk. 

— Ind. Merc. 1915, 819. 

Dammerman (Dr. K. W. ). De rijstboorder- 
plaag op Java (with a summary in English). 
M. ill. — Meded. Laboratorium Plantenziekten. 
No. 16 (1915). — Bespreking, door J. J. 
Paerels. — Ind. Merc. 1915, 954. — Zie ook: 
Teysm. 1915, 802. 

Roepke (W.). De practische toepassing 
der mot parasieten (een plaag van de cacao). 
(Ontleend aan de Meded. van het Proefstation 
Midden-Java). — Ind. Merc. 1915, 190. 

Arens (Dr. P.). Moderne richtingen in de 
bestrijding van insecten plagen en hare toe- 
passing op de tropische^ cultures. — Publ. 
N. I. Landb. Synd. 7 (1915), 443. 

Paerels (J. J.). De rijstbibitvlieg. (Ont- 
leend aan eene beschrijving van Dr. K. W. 
Dammerman). — Ind. Merc. 1915, 435. 

De bestrijding van de rijstboorders op 

Java. — Ind. Merc. 1915, 470. 

Leefmans (S.). De cassave mijt. — Meded. 
Laboratorium Plantenziekten. No. 14 (1915). 

— Overzicht door J. J. Paerels. — Ind. 
Merc. 1915, 637. 

Goot (P. van der). Over eenige engerlin- 
gensoorten die in de riettuinen voorkomen. 

— Meded. Proefstation Pasaroean. No. 10 
(1915). — Arch. Suikerind. N. I. 1915, 1, 789. 

— Overzicht door J. J. Paerels. — Ind. Merc. 
1915, 682. 

Ojen (E. van). Robusta koffie. Het voor- 
komen van plantenziekten en beschadigingen 
door de wijze van cultuur. — Ind. Merc. 1915, 
883. 

Goot (P. van der). Over de biologie der 
gramang-mier (Plagiolepis Longipes Jerd.). 

— Meded. Proefstation Midden-Java. No. 19 
(1915). 

DiETZ (Dr. P. A.). Rupsen vraat in tweede 
gewassen. — Meded. Ddi- Proef st. 9 (1915 — 
16), 15. 

Keücheniüs (P. E.). Het vraagstuk van 



58 



PLANTENZIEKTEN. — DIERENRIJK. 



de gramang-mier (Plagiolepis longipes) en 
tevens een kritiek (op een studie van P. van 
DER Goot: Over de biologie der gramang- 
mier, in Meded. Proefstation Midden-Java 
No. 19). — Teysm. 1915, 382. 

RoEPKE (Dr. W.). Ons standpunt inzake 
het gramang- en luizenvraagstuk voor de 
kofBe -cultuur, tevens verweerschrift en een 
critiek op de beschouwingen van den heer 
Keuchenius omtrent hetzelfde onderwerp. 

— Teysm. 26 (1915), 636. 

Goot (P. van der). Over boorderpara- 
sieten en boorderbestrijding. — Arch. Suiker- 
ind. N. I. 1915, 1, 407. 

Groenewege (J.). De gomziekte van het 
suikerriet, veroorzaakt door Bacterium vas- 
cularum Cobb. — Arch. Siiikerind. N. I. 
1915, 1, 189. — Overzicht, door J. J. Paerels. 

— Ind. Merc. 1915, 408. 

IsHiDA (M.). Onderzoekingen over hoorders 
en boorderparasietcn in het suikerriet van de 
cultuurafdeeüng van het Proefstation te 
Pasoeroean. — Arch. Suikerind. N. I. 1915, 
I. 861. 

Fellinga (F. B. ). Een en ander over zeef - 
vatenziekte en haar invloed op de productie 
op de S.f. Modjo te Modjosragen. — Arch. 
Suikerind. N. I. 1915, I, 71. 

Marx (N. ). RijpheidsbepaUng van het riet 
in verband met rietziekten en hoorders. — 
Arch. Suikerind. N. I. 1915, I, 351. 

Leefmans(S.). De cassave -oerets. M. ill. — 
Meded. Laboratorium Plantenziekten. No. 13 
(1915). 

Hall (Dr. J. J. C. van), Dr. A. A. L. Rut- 
oers en Dr. K. W. Dammermam. Bestrijdings- 
middelen tegen plantenziekten en schadelijke 
dieren. — Meded. Laboratorium Plantenziek- 
ten. No. 17 (1915). 

Dammerman (Dr. K. W.). Over rijstboor- 
ders en hunne bestrijding. M. ill. — Pemim- 
pin Pëngoesaha Tanah. Jaarg. I, Febr. 1915, 
bl. 17. 

Keuchenius (P. E.). Waarnemingen over 
ziekten en plagen bij tabak (Tweede Serie). I. 



Opatrum depressum F. — II. Gnorimosche- 
ma heüopa Low. — III. De tabaksmot, een 
nieuwe en ernstige plaag voor gefermenteer- 
de tabak — Meded. Besoekisch Proejst. No. 
19 (1915). 

Keuchenius (P. E.). Ziekten en plagen 
van de klappercultuur in Besoeki en de mid- 
delen ter bestrijding. — Meded. Besoekisch 
Proefst. No. 20 (1915), 1. 

MoLL (Dr.). Der Schutz des Bauholzes in 
den Tropen gegen die Zerstörung durch die 
Termieten. M. ill. — Tropenpflanzer. 1915, 
591. 

Rubberziekten op Sumatra's Oostkust. T. 
N. L. N. I. 91 (1915), 279. 

Rütgers (Dr. A. A. L.). Onderzoekingen 
over het ontijdig afsterven van peperranken 
in Ned.-Indië. I. Overzicht dér vroegere 
onderzoekuigen. (With an English summary). 
— Meded. Laboratorium Plantenziekten. No. 
18 (1915). 

Keuchenius (P. E.). Ziekten en plagen 
van de klapperkultuur in Ned.-Indië. — 
Teysm. 1915, 601. 



e. Dierenrijk 1). 

JoNCKBLOET (G.). Een praatje over tijgers. 
M. ill. — Ber. St. Claverbond. 1911, 163. — 
Java-Post. 1912, 255, 271, 286, 302, 318, 334. 

Merton (Dr. K.). Ergebnisse einer zoolo- 
gischen Forschungsreise in den sudöstlichen 
Molukken. (Aru-imd Kei-Insein). M. k. en 
ill. — Abhandl. Senckenb. Naturf. Oesellsch. 
Bd. 34 (1911). 

Ouwens (P. A.). Bijdrage tot de kennis 
der zoogdieren van Celebes. M. ill. — Teysm. 
22 (1911), 447. 

Dammerman (K. W.). Over het gevaar, 
verbonden aan het invoeren van nieuwe dier- 
soorten. — Teysm. 22 (1911), 610. 

Beaufort (L. F. de). De zoögeographie 
van het oostelijk deel van den Indo-Austra- 
lischen Archipel. — Handelingen XlIIe Ned. 
Nat. en Oeneesk. Congres. 1911, 242. 



*) Zie ook de vorige rubriek: „Plantenziekten en -plagen". 



I 



DIERENRIJK. 



59 



Ellingsen (E.). Pseudoscorpions from 
Sumatia. — Annali dd Museo civico di 
storia naturale di Genova. Serie 3, Vol. V 
(1911), 34. 

MouLTON (J. C). Material for a fauna 
bonieeiisis: a list of Bornean Cicadidae. — 
Journ. Str. Br. R. A. S. No. 57 (Jan. 1911), 
123. 

Kloss (C. B.). Rats and plague. — Journ. 
Str. Br. R. A. S. No. 57 (Jan. 1911), 157. 

MouLTON (J. C). A list of the butterflies 
of Bonieo with descriptions of new species. 
Part III (Lycaenidae). — Journ. Str. Br. R. 
A. S. No. "60 (Dec. 1911), 73. — Part IV 
(Papüionidae). — Ibid. 67 (Dec. 1914), 1. 

A contribution to the study of the in- 
sect fauna of Bomeo. A list of the Bornean 
Buprestidae I. — The Sarawak Mus. Journ. 
I (1911—13), 157. 

Jentink (Dr. F. A.). On a new mouse 
from Java. — Notes Leyden Mus. 33(1910 — 
11), 69. 

New and interesting mammals of the 



Dutch New Guinea-Expedition to the Snow- 
MountaircS. — Notes Leyden Mu^. 33 (1910 — 
11), 233. 

Jacobson (E.). Notes on and additions to 
Dr. E. D. VAN Oort's: „List of a coUection 
of birds from Western Java and from Kra- 
katau". — Notes Leyden Mus. 33 (1910—11), 
169. 

Roux (Dr. J.). Nouvelles espèces de Dé- 
capodes d'eau douce provenant de Papouasie. 
M. ill. —Notes Leyden Mus. 33 (1910—11), 81. 

Lesne (P.). Liste des Bostrychides et Lyc- 
tides observés jusqu' a ce jour dans l ile de 
Java. — Notes Leyden Mus. 33 (1910 — 11), 
70. 

RiTSEMA Cz. (C). Description of three 
new Helota-species from Insulinde. — No- 
tes Leyden Mus. 33 (1910—11), 75. 

Grouvelle (A.). Description d'un Anthc- 
rophagus de Java et de sa larve (Coleoptera: 
Cryntophagidae). M. ill. — Notes Leyden 
Mus. 33 (1910—11), 117. 

Forel (Dr. A.). Ameisen aus Java, be- 



obachtet und gesammelt von Hernn E. Jacob- 
son. — Notes Leyden Mus. 33 (1910—11), 193; 
34 (1911—12), 97, 113. 

Bierman (C. J. H.). Homopteren aus 
Niederlandisch Ost-Indien. Herausgegeben 
von Dr. D. Mac Gillavry und K. W. Dam- 
MERMAN. M. ill. — Notes Leyden Mus. 33 
(1910—11), 1. 

Roewer (Dr. C. Fr.). Niederlandisch Indi- 
sche OpiUones (Gagrellini) des Leidener 
Museums. 3L ill. — Notes Leyden Mu^. 33 
(1910—11), 249. 

Horst (Dr. R. ). On a remarkable Hetero- 
nercis from the northcoast of East-Java. M, 
ill. — Notes Leyden Mus. 33 (1910—11), 113. 

On the genus Notopygos, with some new 

species from the Malay Archipelago, collec- 
ted by the Siboga- Expedition. — Notes Ley- 
den AIus. 33 (1910—11), 241. 

Jacobson (E.). Beobachtungen über die 
Lsbensweise von Felis minuta Temm. — 
Notes Leyden Mus. 34 (1911—12). 31. 

OoBT (Dr. E. D. VAN.). On a small coUec- 
tion of birds from mount Tengger, East 
Java. — Notes Leyden Mus. 34 (1911 — 12), 
44. 

Eudynamis minima, an apparently new 

Cuckoo from Southwestern New Guinea. — 
Notes Leyden Miis. 34 (1911—12), 54. 

On some new or rare birds from Suma- 



tra, Java, Ccram and the Poeloe-Toedjoe- 
group, north of Ceram. — Notes Leyden Mus. 
34 (1911—12), 59. 

Kampen (Dr. P. N. van.). Javanische Am- 
phibien, gesammelt von E. Jacobson. — 
Notes Leyden Mm. 34 (1911—12), 75. 

PoPTA (Dr. C. M. L.). Vorlaufige Mittei- 
lung über neue Fische von Lombok. — Notes 
Leyden Mus. 34 (1911—12), 9. 

Fortsetzung der Beschreibung von neu- 

en Fischarten der Sunda-Expedition. — No- 
tes Leyden Mus. 34 (1911—12), 185. 

Chilton (Ch.). Note on Orchestia parvis- 
pinosa M. Weber, a terrestrial Amphipod 



60 



DIERENRIJK. 



from Java. M. ül. 
34 (1911—12), 163. 



— Notes Let/den Mus. 



Meijere (Prof. Dr. J. C. H. de.). Studiën 
über Südostasiatische 'Dicteren. — Tijdschr. v. 
Entomologie. 1911, 21, 258; 1913, 317; 1914, 
137, 169; 1915 (Supplement), 64. 

Bemerkungen zu den javanïschen Strep- 



sipteren Parastylops flageÜatus de Mey. und 
Halictophagus Jacobsoni de Mey. — Tijdschr. 
V. Entcmdogie. 1911, 258. 

Budde-Ltjnd (Dr. G.). Description of a 
new species of terrestrial Isopoda from Java. 
M. ia. — Notes Leyden Mits. 34 (1911—12), 
169. 

Ihle (J. e. W.). Ueber eine kleine Brachy- 
uien-Sammlung aus unterirdischen Flüssen 
von Java. 31. ül. — Notes Leyden Mus. 
34 (1911—12), 177. 

RiTSEMA Cz. (C). Two new Sumatran spe- 
cies of Longicorn Coleoptera. — Notes Ley- 
den Mus. 34 (1911—12), 4. 

Heller (K. M. ). Beschreibung neuer Kafer 
aus Celebes. — Notes Leyden Mus. 34 (1911 — 
12),171. 

RiTSEMA Cz. (D.). Description of a new 
Sumatran species of the genus Aulacochüus 
(Coleoptera: Erot3^1idae). — Notes Leyden 
Mu^. 34 (1911—12), 175. 

KLAPaLEK (Prof. Fr.). Plecoptera aus 
Java. Eine neue Nemura-Art. M. UI. — 
Notes Leyden Mus. 31 (1911—12), 194. 

Enderlein (Dr. G.). Zur Kenntnis der Me- 
copteren Javaa. — Notes Leyden Mus. 34 
(1911—12), 235. 

BuRR (M.). On Dermaptera collected in 
Java by Mr. E. Jacobson. — Notes Leyden 
Mus. 34 (1911—12), 25. 

Dermaptera from Java and Sumatra. — 

Notes Leyden Mus. 34 (1911—12), 225. 

RoEWER (Dr. C. Fr.). Opiliones aus Java, 
Nusa Kambangan und Krakatau, gesammelt 
von E. Jacobson (1908—1911). M. ül. — No- 
tes Leyden Mu^. 34 (1911—12), 71. 

TuLLOREN (A.). Einige Chelonethiden aus 



Java und Krakatau. M. ül. — Notes Leyden 
Mus. 34(1911— 12), 259. 

TuLLGREN (A.). Vier Chelonethiden- Arten 
auf einem javanischen Kafer gefunden. M. ül. 
— Notee Leyden Mus. 34 (1911—12), 268. 

Clark (A. H. ). Descriptions of twenty new 
recent unstalked Crinoids, belonging to the 
families Antedonidae and Atelecrinidae, 
from the Dutch East Indies. — Notes Ley- 
den Mus. 34 (1911—12), 129. 

MouLTON (J. C). Two new Cicadas from 
Sarawak, with a note on the Bornean species 
of the genus Cosmopsaltria, Stal. — The 
Sarawak Mus. Joum. I (1911—13), 184. 

Laidlaw (F. F. ). A note on some Bomean 
Odonata, with descriprion of a new species. — 
The Sarawak Mus. Joum. I (1911—13), 191. 

Grifflni (Dr. A.). Prospectus Gryllacri- 
darum Bomeensium. — The Sarawak Mus. 
Joum. I (1911—13). N°. 2, bl. 1. 

Laidlaw (Dr. F. F. ). On a new genus and 
species of Odonata of Sarawak. M. ül. — 
The Sarawak Mus. Joum. I (1911—13). N°. 
2, bl. 65. 

Kerremans (Ch.). A contribution to the 
study of the insect fauna of Borneo. A list of 
the Bornean Buprestidae. II. — The Sara- 
wak 3Ius. Joum. I (1911—13). N°. 2, bl 68. 

MouLTON (J. C). Some additional notes 
on Buprestidae found in Sarawak, together 
with a brief comment on the geographical 
distribution of aU the species of Buprestidae 
now known from the island of Bomeo. — 
The Sarawak Mus. Joum. l (1911—13), N°. 
•', bl. 83. 

Spaeth (Dr. F. ). One new genus and some 
new species of Cassidae from Bomeo, with a 
list of all the species at present known from 
that island. — The Sarawak Mus. Journ. I 
(1911—13), N°. 2, bl. 113. 

AuRiviixitJS (Chr.). New Species of Longi- 
coms from Borneo. M. ül. — The Sarawak 
Mus. Journ. I (1911—13), N°. 3, bL 1. 

Bergroth (E.). New genera and species of 
Reduviidae from Borneo. — The Sarawak 
Mus. Journ. l (1911—13), N°. 3, bl. 25. 



DIERENRIJK. 



61 



Hancock (Dr. J. L. ). Studies of Tetriginae 
(Acrydiinae) from the Sarawak Museum, Bor- 
neo. — The Sarawak Mus. Journ. 1 (1911 — 
13), N°. 3, bl. 39. 

Olivier (E.). The Lampyridae of Borneo. 

— The Sarawak Miis. Journ. I (1911 — 13), 
N°. 3, bl. 55. 

Gahan (C. J.). On some smgular larval 
forms of Beetle to be found in Borneo. M. 
ill. — The Sarawak Mus. Jmirn. I (1911—13), 
N°. 3, bl. 61. 

De ontwikkeling van het lokale dierenka- 
rakter op Java. (Niar aanleiding van het 
werk van Dr. J. C. Koningberger: „Java. 
Zoölogisch en biologisch"). — Vragen v. d. 
Dag. 1912, 419. 

Bescherming van paradijsvogels. (De N. 
Crt. van 14 Oct. 1912 over de wenschelijk- 
heid om, evenals in Britsch Nieuw-Guinea, 
maatregelen te nemen tegen de uitroeiing 
van deze en andere zeldzame vogels). — I. G. 
1912, II, 1541. — Zie ook bl. 1661. 

Vernhout (Dr. J. H.). Onsome Land-shells 
from New Guinea and neighbouring islands, 
with descriptions of two new species and a 
new variety. M. ill. — Notes Leyden Mus. 
35 (1912—13), 140. 

ViEHMEYER (H.). Ameisen aus Deutsch- 
Neuguinea gesammelt von Dr. A. Schlagin- 
HAUSEN. Nebst eine Verzeichniss der papuani- 
schen Arten. M. ill. — Abh. und Ber. des 
Kön. Zool. u. Anthropol. Ethnogr. Muse- 
ums zu Dresden. Bd. XIV (1912), N°. 1. 

Wasmann (E.). Zwei neue Paussiden, und 
ein neuer Rhysopaussine aus Niederlandisch 
Indien. — Tijdschr. v. Entomologie. 1912, 255. 

Heller (Dr. K. M. ). Ein neuer Dynastine 
(Col.) aus Neu Guinea. — Tijdschr. v. Ento- 
mologie. 1912, 307. 

SiLVESTRi (Prof. F.). Embiidae from Java 
and Krakatau. — Tijdschr. v. Entomologie. 
1912, 333. 

HoRVATH (Dr. G.). Hemipteren aus Java. 

— Tijdschr. v. Entomologie. 1912, 338. 

RiCARDO (G.). Notes on Tabani from the 



East Indies. 
1912, 347. 



Tijdschr. v. Entomologie. 



De banteng (Bos Sundaïcus). M. ill. — 
Buiten. 6 (1912), 227. 

RiTSEMA CzN. (C). Fauna Simalurensis. 
Coleoptera, fam. Lucanidae. — Notes Ley- 
den Mus. 35 (1912—13), 177, 207. 

Veth (Dr. H. J. ). Fauna Simalurensis. Co- 
leoptera, fam. Buprestidae; fam. Cleridae. 

— Notes Leyden Mus. 35 (1912—13), 241, 248. 

HoRN (Dr. W.). Fauna Simalurensis. Co- 
leoptera, fam. Cicindelidae. — Notes Leyden 
Mus. 35 (1912—13), 249. 

Watson (H.). A new genus, a new species 
of Antherea, and some geographical races 
of the genus Cricula (Saturnidae) from the 
Indo-Malayan region. M. ill. — Notes Ley- 
den AIus. 35 (1912—13). 181. 

Eecke (R. van.). Fauna Simalurensis. 
Lepidoptera Rhopalocera, fam. Palilionidae ; 
fam. Pieridae; fam. Satyiidae, Morphidae 
and Nymphalidae. M. ill. — Notes Leyden 
Mus. 35 (1912—13), 193, 201, 243. 

Ulmer (G.). Ueber einige von E. Jacob- 
SON auf Java gesammelte Trichopteren. M. 
ill. — Notes Leyden Mus. 35 (1912—13), 78. 

Ephemeriden aus Java, gesammelt 

von E. Jacobson. M. ill. — Notes Leyden 
Mus. 35 (1912—13), 102. 

Petersen (E.). Mecoptera and Planipen- 
nia coHected in Java by E. Jacobson. M. ill. 

— Notes Leyden Mus. 35 (1912—13), 225. 

Rehn (J. A. G.). On an collection of Java- 
nese Mantidae and Phasmidae (Orthoptera). 
M. ill. — Notes Leyden Mus. 35 (1912—13), 
121. 

Horst (Dr. R.). On two remarkable spe- 
cies of Aphroditidae of the Siboga-Expe- 
dition. M. ill. — Notes Leyden Mus. 35 
(1912—13), 161. 

On Malayan species of the genus Psam - 

molyce. — Notes Leyden Mus. 35 (1912—13), 
186. 

CotJRVOisiER (Prof. Dr. L. G. ). Javanische 



02 



DIERENRIJK. 



Lycaeniden. — Tijdschr. v. Entomologie. 1912, 
15. 

Jacobson (E.). Biological notes on some 
Planipennia from Java. — Tijdschr. v. En- 
tomologie. 1912, 97. 

Enslin (Dr. E.). E. Jacobson' s Java-Aus- 
beute fani. Tentliredinoidea (Hym.). — 
Tijdschr. v. Entomx)logie. 1912, 104. 

Ris (Dr. F.). Ueber Odonat^n von Java 
und Krakatau. — Tijdschr. v. Entomologie. 
1912, 157. 

Bescherming van paradijsvogels in Neder- 
landsch Nieuw-Guinea. — T. A. G. 1912, 
683, 828. 

Fabeb (Dr. F. C. von). Een en ander over 
„Symbiose" in planten- en dierenrijk. — 
Teysm. 23 (1912), 444. 

Olivter (J.). Een gevleugeld weerprofcet 
(de troelek, een Pluviersoort, Charadrius 
fulvus Gm.) — Teysm. 23 (1912), 706. 

Salm (Dr. A. J.). Bloedzuigende insecten 
in Indië (nl. de Agas of Meroetoes). M. ill. — 
G. T. N. I. 52 (1912), 252. 

KoENS (A. J.). De kelantjang. (Een bijen- 
soort, Melipona (Trigona miuuta) M. ill. — 
Trop. Nat. 1 (1912), 5. 

Een geheimzinnige larve (behoorende tot 
de familie der lichtkevers), door J. C. K. M. 
ill. — Trop. Nat. l (1912), 7. 

Wechel (G. TE.). Iets over orang octans. 
M. ill. — Trop. Nat. 1 (1912), 49. 

Ledeboeb (A. J. M.). De rangkok (neus- 
hoornvogel). M. ill. — Trop. Nat. I (1912), 61, 
111. — De rangkok, door Th. J. M. de Vil- 
LENEUVE. M. ill. — Ibid. l (1912), 122. 

MoHR (Dr. E. C. JtTL.). Over Hollandsche 
namen voor Indische vlinders. M. ill. — 
Trop. Nat. 1 (1912), 75. 

Olivier (J. ). Uit onze naaste omgeving. 
E-n paar welbekende tuinplunderaars (nl. 
de Koetilan en de Tjeloektjoek). M. ill. — 
Trop. Nat. I (1912), 84. 

KoENS (A. J.). Onze vogels. I. Uilen. II. 



Roofvogels. III. Reigers. IV. Ijsvogels. V. 
Spreeuwen. VI. Kegelsnaveligen. VII. Ho- 
nigvogels. VIII. Lijsters. M. ill. — Trop. 
Nat. i (1912), 100, 135; II (1913), 2, 36, 58, 95, 
97, 147:111(1914), 27. 



De banteng, door Kr. 
Nat. l (1912), 145. 



M. ill. — Trop. 



OuwENS (P. A.). Een gifthagedis? (De 
oelar panana, afkomstig van de Molukken). 
M. ill. — Trop. Nat. 1 (1912), 165. 

Roofvogels. Vischarend en zeearend. M. ill. 

— Trop. Nat. 1 (1912), 183. 

OuwENs (P. A. ). On a large Varanus species 
from the island of Komodo. M. ill. — Bvil. 
Jard. Bot. 2e Série, N°. 6 (1912), 1. 

On a Chlangydosaurus from Dutch 

South New Guinea. M. ill. — Btdl. Jard. 
Bot. 2e Série, N°. 6 (1912), 4. 

Helb (H.). De honingbij in Nederlandsch- 
Indië en wat, zoover kon worden nagegaan, 
aan bijenteelt aldaar is geschied. — T. N. L. 
N. I. 84 (1912), 28. 

Preuss (Prof. Dr. P.). Paradiesvögeljagd 
in Neuguinea. — D. Kolonialzeitung. 1912, 
793, 808. 

vSlangen op Java. (Ontleend aan Dr. J. C. 
Koningsberger: „Java. Zoölogisch en bio- 
logisch"). — Vragen v. d. Dag. 1912, 583. 

Weber (Prof. M.) en Dr. L. F. de Beau- 
fort. Over de zoetwatervisschen van Timer 
en Babber. — Versl. Verg. K. A. v. W. afd. 
W. en N. k. XXI (Ie ged.), Dec. 1912, 133. 

Leefmans (S.). Uit Insulinde's natuurle- 
ven. I. Huichelaars (Bidsprinkhanen). II. 
Een wonderwiegje (Nest van de Priendjak). 
M. ill. — WeekU. v. Indië. 10 (1913—14), 81, 
172. 

Dammerman (K. W.). Termieten of witte 
mieren. M. ill. — Teysm. 24 (1913), 230. 

Malariamuskieten. (Ontleend aan „Bulle- 
tin of Entomologicnl Research".). — Teysm. 24 
(1913), 207. 

Oltvier (J.). Een geachte najaarsgast (wa- 
tersnip, Jav. boertjet). — Teysm. 24 (1913), 
321. 



DIERENRIJK. 



63 



Leepmans (S. ). De bestrijding van insecten 
door middel van hun natuurlijke vijanden. — 
Teysm. 24 (1913), 353. 

Olivieb (J.). Een slikwroeter in gala (goud- 
snip, Rostratula capensis L.). — Teysm. 24 
(1913), 521. 

RoEPKE (Dr. W.). Over de toepassing van 
parasieten (als bestrijdingsmiddel tegen scha- 
delijke insecten). — Teysm. 24 (1913), 730. 

Nieuwe onderzoekingen omtrent de 

parasieten van de cacaomot. (Ontleend 
aan „Mededeelingen van het Proefstation 
Midden-Java". N°. 12). — Teysm. 24 (1913), 
767. 

Albebts (G. A.). De Anoa van Cclebes. M. 
ül. — Weekbl. v. Indié. 10 (1913—14), 1047. 

OvERDiJKiNK (G.). De neushoornklapper- 
or. Oryctes rhinoceros L. M. ül. — Trof. 
Nat. 2(1913). 10. 

KoENS (A. J.). Een slangengrot (bij de 
dessa Klangi'ong, distr. Wangkal). M. ül. — 
Trop. Nat. 2 (1913), 24. — Zie ook: bl. 140 en 
197. 

Avondbezoekers (Vlinders), ilf. ül. — 

Trop. Nat. 2 (1913), 65, 145. 

De Witte rijstvogel (Spermestes (padda) 
oryzivora, var. alba), door F. J. v. E. M. ül. 

— Trop. Nat. 2 (1913), 71. 

Een oude walang Sangit vertelt zijn ge- 
schiedenis. — Trop. Nat. 2 (1913), 85. 

Prachtkevers (Buprestidae), door V. M. ül. 

— Trop. Nat. 2 (1913), 116. 

OuwENS (P. A.). Eenige weinig bekende 
mantis of roofsprinklianen (Toxodera) van 
Java. M. ÜL — Trop. Nat. 2 (1913), 122. 

Ebcke (R. van). Fauna Simalurensis. 
Lepidoptera Rhopalocera, fam. Danaidae. M. 
ül. — Notes Leyden Mus. 36 (1913—14). 49. 

Moulton(J. C). Bornean birds. — Sara- 
wak Gazette. 1913, 80, 105, 116, 127, 142, 162, 
176, 200, 238, 292; 1914, 54, 68, 30, 91, 104. 

Ktjyper (H. A. ). Varia uit Deli. (Over slan- 
gen ; de cameleon). M. ül. — De Levende Na- 
tuur. 18 (1913—14), 298, 377, 476. 



Gebien (H.). Fauna Simalurensis. Coleo- 
ptera, fam. Tenebrionidae. — Notes Leyden 
Mus. 36 (1913—14), 61. 

Ohaus (Dr. F.). Fauna Simalurensis. Co- 
leoptera, fam. Lamellicornia, tribus Rutelini. 
M. ül. — Notes Leyden Mus. 36 (1913—14), 
81. 

Melichar (Dr. L. ). Homopteren von Java 
gesammelt von Herrn E. Jacobson. M. ül. 

— Notes Leyden Mus. 36 (1913—14), 91. 

Moser (J.). Fauna Simalurensis. Coleopte- 
ra, fam. Lamellicornia, tribus Melolonthini. — 
Notes Leyden Mus. 36 (1913—14), 157. 

Veth (Dr. H. J.). Fauna Simalurensis. 
Coleoptera fam. Lamellicornia, tribus Ceto- 
nini. — Notes Leyden Mus. 36 (1913—14), 
162. 

RiTSEMA Czn. (C). A new Sumatran spe- 
cies of the Rhynchophorous genus Omotem- 
nus. — Notes Leyden Mus. 36 (1913—14), 
170. 

Veth (Dr. H. J.). Fauna Simalurensis. 
Coleoptera, fam. Dytiscidae. — Notes Leyden 
Mus. 36 (1913—14), 173. 

Eecke (R. van). Fauna Simalurensis. 
Lepidoptera Rhopalocera, fam. Lycaenidae. 

— Notes Leyden Mus. 36 (1913—14), 190. 

RiTSEMA Czn. (C. ). A new Sumatran Lon- 
gicorn Beetle. — Notes Leyden Mus. 36 
(1913—14), 191. 

Eecke (R. van). Studiën über indo-austra- 
lischo Lepidopteren. Fauna Simalurensis. 
M. ül. — Notes Leyden Mus. 36 (1913—14), 
193. 

Kampen (P. N. van). Fauna Simalurensis. 
Amphibia. — Notes Leyden Mus. 36 (1913 — 
14), 259. 

HoLMGREN (N.). Termiten aus Java und 
Sumatra. — Tijdschr. v. Entomologie. 1913, 13. 

Ohaus (Dr. Fr.). Neue Indomalayische 
Ruteliden. — Tijdschr. v. Entomologie, 1913, 
29. 

DiSTANT (W. L.). On a collection of Java- 
nese and Sumatran Cicadidae. — Tijdschr. v. 
Entomologie. 1913, 38. 



64 



DIERENRIJK. 



BöBNEB (C). Zur CoUembolenfauna Javas. 
Das Trochanteralorgan der Entomobryiden 

— Tijdschr. v. Entomologie. 1913, 44. 

RoEWER (Dr. C. Fr.). Opiliones aus N. - 
Neu-Guinea. — Tijdschr. v. Entomologie. 1913, 
156. 

Griffini (Dr. A.). Les Gryllancridae de 
Java. — Tijdschr. v. Entomologie. 1913, 174. 

Beckeb (Th.) und J. C. H. de Meijere. 
Chloropiden aus Java. — Tijdschr. v. Entomo- 
logie. 1913, 281. 

HoRN (W.). Cicindelinen aus Nord -Neu- 
Guinea. — Tijdschr. v. Entomologie. 1913, 309. 

BuRR (M.). New Guinea Dermaptera. — 
Tijdschr. v. Entomologie. 1913, 312. 

Thoden van Velzen (O. G.). De kraag- 
vogel en nog iets (op Nieuw-Guinea). — 
Het Tijdschrift. 4 (1913), 674. 

Praeda itineris a L. F. de Beaufort in 
Archipelago indico facti annis 1909 — 1910. 

I. Short narrative of the voyage, door L. F. 
DE Beaufort. M. k. — Bijdragen tot de dier- 
kunde, uitgeg. door het K. Z. O. Natura Artis 
Magistra. Afl. 19 (1913), bl. 3. — II. OpiUo- 
nes (Gagrellini) von Ceram und Waigeu, door 
C. Fr. RoEWER. — Ihid. bl. 9. — III. Repti- 
liën, door N. de Rooy. — Ihid. bl. 15. — 
IV. Gordiens, door L. Camerano. — Ihid. bl. 
33. — V. OUgoohètes, door L. Cognetti de 
Maktiis. — Ihid. blz. 37. — VI. Dipteren I, 
door J. C. H. DE Meijere. — Ihid. bl. 45. 

— Dipteren. II, door G. Ricardo. — Ihid. bl. 
71. — VIII. On the hymenoptera (exclu- 
sive of the anthophila undformicidae), door 
P. Cameron. — Ihid. bl. 75. — X. Amphi- 
bien von Waigeu und den Molukken, door 
P. N. VAN Kampen. — Ihid. bl. 89. — Fishes 
of the eastern part of the Indo-Australian 
Archipelago with remarks on its zoogeogi'a- 
phy, door L. F. de Beaufort. M. ill. — Ihid. 
bl. 95. 

Kebbert (C. ). Mitteilungen über Zaglossus 
M. k. en ill. — Bijdragen tot de Dierkunde, uit- 
geg. door het K. Z. O. Natura Artis Magistra. 
Afl. 19 (1913), bl. 167. 

RiJNBEBK (G. van). Einige physologische 
Beobachtungen und Versuche an zwei 
Proechiduidae. M. ill. — Bijdragen tot de 



Dierkunde, uitgeg. door het K. Z. O. Natura 
Artis Magistra. Afl. 19 (1913), bl. 187. 

Weber (M.). Neue Beitrage zur Kenntnis 
der Süsswasserfische von Celebes. M. ill. — • 
Bijdragen tot de dierkunde, uitgeg. door het 
K. Z. B. Natura Artis Magistra. Afl. 19 (1913) 
bL 197. 

Kruimel ( J. H. ). Verzeichnis der von Herm 
E. C. Abendanon in Celebes gesammelten 
Süsswasser-Mollusken. M. k. en ill. — Bijdra- 
gen tot de Dierhinde, uitgeg. door het K. Z. O. 
Natura Artis Magistra. Afl. 19 (1913), 217. 

Leefmans (S.).Iets over 't oriënteerings- 
vermogen van oen javaansche solitaire wesp 
(Rhynchium haemorrhoidale Sauss). — Trop. 
Nat. 2 (1913), 123. 

Sijbbandi (J.). Javaansche aquarium - 
visschen. M. ill. — Trop. Nat. 2 (1913), 133, 
161; 3 (1914), 40, 91; 4 (1915), 16, 49. 

Nog iets over ikan kapala tima en over po- 
gingen tot malariabestrijding, door J. C. K. — 
Trop. Nat. 2 (1913), 157. 

Wat is plankton ? door De V. S. — Trop. 
Nat. 2 (1913), 158, 175, 190. 

Iets over zandkevers (Cicindelidae), door 
G. O. Jr. — Trop. Nat. 2 (1913), 168. 

Een paar waarnemingen over het vlieg- 
vermogen van insecten, door F. C. K. — 
Trop. Nat. 2 (1913), 172. 

Over zandkevers, door W. D. v. L. — Trop. 
Nat. 2 (1913), 183. 

Kruyff (G. J. de). Een groote Varanus- 
soort op het eiland Komodo. M. ill. — Week- 
U. V. Indië. 10 (1913—14), 1192. —Zie ook: 
11 (1914—15)258. 

Neuhauss (Prof. R.).NocheinmaldiePara- 
diesvögel. — D. Kolonialzeitung. 1913, 5. 

LuLOFS (C). Overbrenging van wilde her- 
ten naar Nieuw-Guinea. — T. B. B. 45 
(1913), 232. 

Olifanten in Atjeh, door C. L. (Naar aan- 
leiding eener beschouwing in het Soerab. 
Handelshlad.). — T. B. B. 45 (1913), 344. 



DIERENRIJK. 



65 



Bestrijding van insecten door natuurlijke 
vijanden bij den landbouw. — Vragen v. d. 
Dag. 1913, 811. 

Neuhauss (Prof. R.). Zur Paradies vogel - 
frage. (Over wetten ter voorkoming van uit- 
roeiing dezer vogelsoort op Nieuw-Guinea). — 
Kol. Rundschau. 1913, 159. 

Weber (Prof. M. ) en Dr. L. P. de Beau- 
fort. Contributions to the knowledge of 
Indo-Australian fishes. M. ill. — Verhand. 
Kon. AL V. W. 2e Sectie, XVII (1913), N°. 3. 



Over rattenbestrijding. M. ill. 
Landb. Synd. 6 (1914), 867. 



-Publ. N. I. 



De honingbij. Het kaboutermannetje in de 
koffietuinen, door Bijenvriend. — Weekbl. v. 
Indié. 11 (1914—15), 137. 

ScHÜFFNER (Dr. W.) en Dr. N. H. Swel- 
LENGREBEL. De Aiiophelinen in Deli in ver- 
band met de uitbreidiiig der malaria. M. ill. 

- O. T. N. I. 54 (1914), 140. 

Stegomyien (muggensoort) van Deli. 

M. ill. — G. T. N. I. 54 (1914), 204. 

Kampen (P. N. van). Zur Fauna von Nord- 
Neuguinea. Nach den Sammlungen von Dr. 
P. N. VAN Kampen und K. Gjellerup aus 
den jahren 1910 und 1911. — Zool. Jahrb. Bd. 
37 (1914). 

Friese (Dr. H.). Die Bienenfauna von 
Java. — Tijdschr. v. Entomologie. 1914, 1. 

ROON (G. van). Nigidius oblongus, ein 
neuer Lucanide aus Java. — Tijdschr. v. 
Entomologie. 1914, 120. 

Lidische mieren (Bief ie biefie), door K. — 
Buiten. 8 (1914), 168. 

ScHULTZE (W.). Notes on the Malay pan- 
goUn, Manis javanica Desmarest. M. ill. — 
Philipp. Journal of Science. 9 (1914), D, bl. 93. 

MouLTON (J. C). Notes on a portion of 
the late Mr. Shelford's list of Bornean but- 
terfUes, Part I, published in the Society's 
Journal, N°. 41. — Journal Str. Br. R. A. 8. 
N°. 65, Dec. 1913, 13. 

Hand-list of the birds of Borneo. — 

Jcmrn. Str. Br. R. A. S. N°. 67 (Dec. 1914), 
125. 



Leo. Een praatje over Javaansche roof- 
vogels. M. ill. — Weekbl. v. Indië. 1 1 (1914 — 
15), 257. 

Olivier (J.). Ups and downs in een vo- 
gelbestaan. (Eenige bijzonderheden over de 
Aziatische watersnip. Galünago stenura). — 
Teysm. 25 (1914), 385. 

Gebien (H.). Die Tenebrionidenfauna Bor- 
neos I. — The Sarawak Mus. Journ. II, N°. 1 
(1914), bl. 1. 

Miohaelsen (W.). On two new species of 
Pheretima from Borneo. — The Sarawak 
Mus. Journ. II, N°. 1, (1914), 59. 

Jitkes-Brownb (A. J.), Sea- shells and 
their makers. — The Sarawak Mus. Journ. 
II, N°. 1 (1914), 65. 

Williams (R. B.). Some notes on birds in 
Sarawak. — The Sarawak Mus. Journ. II, 
N°. 1 (1914), 79. 

LuLOPS (C). Het gebruik van olifanten in 
Atjeh. — T. B. B. 46 (1914), 184. 

Oltvier ( J. ). Eene omgekeerde huishouding. 
(Beschrijving der levenswijze van de vogel- 
soort: Poejoe (Turnix pugnax, Temm.)) — 
Teysm. 25 (1914), 550. — Nog iets over de 
poejoe's, door E. Pistorius. — Ibid. bl. 730. 

ScHROO Jr. (H.). De mierenleeuw (of mie- 
ren-roover) = Oendoer-oendoer. — Trop. Nat. 

3 (1914), 113, 188. 

Elymnias Hypermnestra L. (een vlinder - 
soort), door B. S. M. ill. — Trop. Nat. 3 
(1914), 163. 

De voornaamste kikvorschen van Java, 
door B. S. M. ill. — Trop. Nat. 3 (1914), 164. 

Jacobson (E.). Wenken voor insecten ver- 
zamelaars. M. ill. — Trop. Nat. 3 (1914), 186; 

4 (1915), 1, 23, 65, 125, 155, 186. 

Stresemann (E.). Die Vogel von Seran 
(Ceram). Aus den zoologischen Ergebnissen 
der zweiter Freiburger Molukkenexpedition. 
— Novitates Zoologicae. 21 (1914). 

Strastbrs (B.). Iets over paradijsvogels. 
M. ill. — Trop. Nat. 3 (1915), 62. 



66 



DIERENRIJK, 



Keucheniüs (P. e.). De beteekenis van 
twee bekende mieren, in verband met het 
groene -luizen vraagstuk van de koffie. — 
Teysm. 25 (1914), 711. 

Olivier (J.). Landloopers (n.1. wilde var- 
kens). — Ttysm. 25 (1914), 719. 

Keuchentüs (P. e.). Over de physiologie 
van het zuigen van de groene schiidluis (Leca- 
nium vivide) bij CofEea. — Teysm. 26 (1915), 
62. 

Roepke (Dr. W.). Sprinkhanenplagen. 
M. ill. — Teysm. 26 (1915), 115, 337, 758. 

Leefmans (S.). De middelen tot bestrij- 
ding van schadelijke insecten. — Teysm. 26 
(1915), 125. — Bespreking: Arch. Suikerind. 
N. I. 1915, II, 1256. 

Een neushoornvogel (Anthracocerus al- 
birostris Shaw), door G. O. Jr. M. ill. — Trop. 
Nat. 4 (1915), 10. 

Jacobson (E.).Kijkjes in de vliegenwereld. 
M. ill. — Trop. Nat. 4 (1915), 28. 

Dammerman (K. W. ). Ziekte overbrengen- 
de insecten. — Teysm. 26 (1915), 137. 

Keuchenius (P.E .). Entomologische aan- 
teekeningen. (I. Een bladziekte bij Hevea, 
veroorzaakt door een mijt. II. Een onschuldig 
Hevea-boorder, III. De fruitvMeg, Batrocera 
ferruginea). — Teysm. 26 (1915), 166. 

Witte mieren in theetuinen. — Teysm. 26 
(1915), 185. 

BouMAN (M. A.). Muskieten verdelging. — 
Indologenblad. 6 (1914—15), 249. 

Stanislas (Mère). Een praatje over slan- 
gen (voornamelijk van den Ind. Archipel). — 
De Java-Post. 1915, 313, 329. — Ber. St. 
Claverbond. 1915, 243. 

Frijling (W.). Een middel tegen witte 
mieren. — T. B. B. 48 (1915), 536. 

Een merkwaardige en schadelijke vlieg. 
(Adrama determinata Walk.), door S. L. M. 
ill. — Trop Nat. 4 (1915), 33. 

Jacobson (E.). Hoe de siranggé's (Jav. 
Nangrang) hun nest maken en andere waarne- 



mingen bij mieren. M. ill. 
(1915), 36. 



Trop. Nat. 4 



Stanislas (Mère). De paradij.svogel en zijn 
vervolgers. — De Java-Post. 1915, 378. 

De banteng (Bibos banteng), door G. A. A. 
M. ill. — Trop. Nat. 4 (1915), 67. 

Bemmelen (Prof. Dr. J. F. van). Over de 
fauna van den Indischen Archipel. — Voor- 
drachten Ned. Kol. Ned. Onderwijzers -Gen. 
I (1915), 87. 

Vliegende draakjes (Hagedissen), door S. L. 
i¥. ill. — Trop. Nat. 4 (1915), 97. 

Horst (Dr. R.). On new and Uttle-known 
species of Polyiioinae from the Netherland's 
East-Indies. — Zool. Meded. I (1915), 2. 

Wintjes (P. A.). Tripang en tripangvangst. 
M. ill. — Ber. St. Claverbond. 1915, 226. 

Van een boomgecko en een schildpad. M. 
ill. — Trop. Nat. 4 (1915), 129. 

Eecke (R. van). Enkele opmerkingen om- 
trent Indo-Australische Danaïden. M. ill. — 
Zool. Meded. I (1915), 205. 

OoRT (Dr. E. D. van). On anewbirdof pa- 
radise from Central New Guinea, FalcineUus 
meyeri albicans. — Zool. Meded. I (1915),228. 

Eecke (R. van). Contribution to the know- 
ledge of the Javanese Ypthima-species. — 
Zool. Meded. I (1915), 241, 

A new Hepialid from Sumatra. M. ill. 



— Zool. Meded. I (1915), 248. 

Friese (Dr. H). Apiden aus Nord-Neu- 
Guinea. — Tijdschr. v. Entomologie. 1915, 1. 

Ris (Dr. F.). Fauna Simalurensis. — Tijd- 
schr. V. Entomologie. 1915, 5. 

Forel (Prof. Dr. A.). Fauna Simalurensis. 
Hymenoptera Aculeata, fam. Formicidae. — 
Tijdschr. v. Entomologie. 1915, 22. 

JoRDAN (Dr. K.). Einige unbeschriebene 
oder für Java neue Anthribiden. — Tijdschr. 
V. EyUomologie. 1915, 44. 

Fauna Simalui'ensis. Coleoptera, fam. 



DIERENRIJK. 



67 



Anthribidae. 
1915, 48. 



Tijdschr. v. Entomologie. 



Meyere (Prof. Dr. J. C. H. de). Diptera 
aus Nord-Neu-Guinca. — Tijdschr. v. Entomo- 
logie. 1915, 98. 

Bernhauer (Dr. M.). Neue Staphyliniden 
aus Java und Sumatra. — Tijdschr. v. En- 
tomologie. 1915, 213. 

Eecke (R. van). A neu Sesiid from Suma- 
tra. — Tijdschr. v. Entomologie. 1915, 275. 

Berg Lzn. (P. J. van den). Attacus stau- 
dingeri Rothschüd. (Nieuw voor de fauna van 
Sumatra). — Tijdschr. v. Entomologie. 1915, 
277. 

Watson ( J. H. ). Some new ferms of Ma- 
layan Saturnidae. — Tijdschr. v. Entomolo- 
gie. 1915, 279. 

Meyere (Prof. Dr. J. C. H. de). Fauna Si- 
malurensis. Diptera. — Tijdschr. v. Entomolo- 
gie. 1915 (Suppl), 1. 

Heller (Dr. K. M.). Neue Bockkafer aus 
Niederlandisch -Indien. — Tijdschr. v. En- 
tomologie. 1915 (Suppl.), 101. 

BuRR (M.). Dermaptera collected by 
Mr. E. Jacobson in Simalur. — Tijdschr. v. 
Entomologie. 1915 (Suppl.), 115. 

SwELLENGREBEL (Dr. N. H. ). Verslag over 
de muskieten verzameld door den Inlandschen 
arts Sitan ALA, gedurende de 3e wetenschappe - 
lijke expeditie naar Z. Nieuw-Guinea 1912 — 
13. — Meded. Burg. Oeneesk. Dienst. IV (1915) 
15. 

Hanitsch (R.). Malayran Blattidae. — 
Journ. Str. Br. R. A. S. N°. 69 (Oct. 1915), 17. 

Oye (Dr. P. van). Iets over Chaetognathen 
(Pijlwormen). M. ill. — Trop. Nat. 4 (1915), 
133. 

Jacobson (E.). Een toestel om kleine Ar- 
thropoden te vangen. M. ill. — Trop. Nat. 
4 (1915), 143. 



ScHROO Jr. (H.). Groote atlasvünder. Koe- 
pa godja(d. i. Olifantsvlinder) Atlacus atlas. 
M. ill. — Trop. Nat. 4 (1915), 145. 

MuLLEM (D. van). Individualiteit bij in- 
secten. De rupsen van Platya umminea 
Gram. M. ill. — Trop. Nat. 4 (1915), 150. 

Bergroth (E.). Some javanese Hemiptera 
collect«d by E. Jacobson and Th. H. Mac 
GiLLAVRY. — Zool. Meded. I (1915), 109. 

Jacobson (E.). Het spinnen bij de Arthro- 
poden. M. ill. — Trop. Nat. 4 (1915), 161. 

ScHROO Jr. (H.). Eenige mededeelingen 
over vliegende draakjes (hagedissen). — 
Trop. Nat. 4 (1915), 174. 

Herinneringen uit de Molukken, door v. W. 
I. (Beschrijving van een zee worm, Laur of 
Wawo). M. ill. — Trop. Nat. 4 (1915), 182. 

Wechel (P. te). Korte zwerftochtherin- 
neringen (Moessangs, tapirs, olifanten op Su- 
matra). — Trop. Nat. 4 (1915), 114. 

LiTH DE Jeude (Th. W. van). Dryophiops 
van Java. ~ Zool. Meded. I (1915), 124. 

Moolenbtjbgh (P. E.). Het Batakpaard. 
M. ill. — T. B. B. 49 (1915), 350. 

MouLTON (J. C.). Tlie butterflies of Bor- 
neo, with notes on their geogiaphical distri- 
bution, and keys for idenfication. — The 
Sarawak Mus. Journ. II (Part 2), N°. 6 (1915), 
197. 

Bagnall (R. S.). A preliminary account 
of the Thysanoptera of Borneo. M. ill. — 
The Sarawak Mus. Journ. II (Part 2), N°. 6 
(1915), 267. 

Laidlaw (F. F.). Some additions to the 
Dragonfly fauna of Borneo. — The Sarawak 
Mus. Journ. II (Part 2), N°. 6 (1915), 273. 



68 



VOLKSBESCHRIJVING. — BEVOLKINGSCIJFERS, ENZ. 



UI. VOLKSBESCHRIJVING. 



a. Bevolkingscijfers. Maatschap- 
pelijke EN ZEDELIJKE TOESTAND. 

Heekeben (M. van). Met opiumvraagstuk. 

— Vragen van den Dag. 1911, 454. 

SiBiNGA MuLDEE (J.). Oiize Oost als land 
van toekomst voor onze Nederlandsche jonge- 
lui. — Vragen van den Dag. 1911, 513. 

Abendanon (Mr. J. H.). Het samengaan 
van alle volkeren op den weg van vooruitgang. 
Beschouwingen in verband met het rassen- 
congres te Londen in Juli 1911. Voordracht. 

— Indische Vereeniging. Voordrachten en 
Mededeelingen. No. II. 

Tjipto Mangoenkoesoemo. Eenheid (in de 
Indische maatschappij). — Het Tijdschrift. 1 
(1911—12), 400. 

Kbüss (C. P. ). Blank en bruin één. — Het 
Tijdschrift. I (1911—12), 360. 



Het opiumkwaad .M. ill. 
1911. Bijblad No. 49. 



Eigen Haard. 



Roodhthjzen. De assistenten in Deli. — 
— De Amsterdammer. 8 Jan. 1911. 

Geuns (M. van). De Hollandsche vrouw 
in Indië. (Naar aanleiding van het gelijk- 
namige werk van Mevr. M. C. Kooij-van 
Zeggelen). — Weekbl. v. Indië. 7 (1910 — 11), 
611. 

Braconier (A. de). Boy-scouts voor Ned.- 
Indië. — /. G. 1911, I, 517. 

Walbeehm (A. H. J. G.). Die Alkoholf ra- 
ge in Niederlandisch -Indien. — Protok. XlIIe 
Int. Kongr. gegen den Alkoholismus. Haag, 
Sept. 1911. 

Over de mogelijkheid voor gehuwden om 
hun gezin meê te nemen naar Oost-Indië, 
door IJ. — Marineblad. 26 (1911—12), 252. 

Deventer (Mr. C. Th. van). Kartini. 
(Naar aanleiding van het werk: „Door duis- 
ternis tot Licht. Gedachten over en voor het 
Javaansche volk" van wijlen Raden Adjeng 
Kartini). — De Oids. 1911, III, 479. 

Rauws (Ds. J.). Het alcohol- vraagstuk ia 



de koloniën. Theorie en wetgeving. — Versl. 
25e Alg. Ned. Zend. Conferentie. 1911, 33. 

Geitns (M. van). Inlanders zonder con- 
trole. — Weem. V. Indië. 8 (1911—12), 97, 
217. 

Knaap (O.). Aan de Indo's! (Handelt over 
beweerde achterstelling van Indo- bij vol- 
bloed-Europeanen). — Weekblad v. Indië. 
8 (1911—12), 337. 

Logos. Veiligheid van persoon en goed op 
Java. — WeekU. v. Indië. 8 (1911—12), 1009. 

De (Europeesche )vrouw in Indië. — Indo- 
logenblad. 3 (1911—12), 159. 

Kohlbeugge (Dr. J. H. F.). Hoe kunnen 
wij aan het plan tenle ven ontkomen ? (Handelt 
over het leven van bestuursambtenaren in 
de binnenlanden). — Indologenblad. 3 (1911 — 
12), 169. 

Het pauperisme onder de Europeanen. 
(Ontleend aan de N. R. Ct. van 25 Jan. 1911). 

— /. G. 1911, I, 370. 

Huwelijk en concubinaat. Herinneringen 
van een assistentsvrouw. — /. G. 1911, 1, 410. 

Geuns (M. van). Het vereenigingsleven 
in Ned. Indië. — Weekbl. v. Indië. 9 (1912— 
13), 73. 

Het Indo-vraagstuk en rassenhaat. (Ont- 
leend aan een artikel van H. Steengracht 
in „De Indische Kroniek'' van 1911, No. 26 
t/m. 30). — /. G. 1912, I, 73. 

Habbema ( J. ). De overbevolking van Java. 

— /. G. 1912, I, 424. 

Kaltofen (R. e.). De achtorlijklieid van 
den Javaan. — Tijdschr. v. Gesch., Land- en 
Volkenk. 1912, 280. 

Eerde (J. C. van). Kindersterfte op Su- 
matra. — T. A. G. 1912, 818. 



i 



Concubinaat, door X. IJ. 
Indië. 9 (1912—13), 841. 



Weekbl. v. 



ACHMAD (R). Het lot der Javaansche meis- 
jes. — Weekbl. v. Indië. 9 (1912—13), 1193. 



VOLKSBESCHRLTVING. 



BEVOLKINGSCIJFERS, ENZ. 



69 



Verhoeven ( J. ). Kan een Regent Christen 
worden? (Ontleend aan de Macedoniër). — 
De Banier. 1912, 444, 458. 

Walbeehm (A. H. J. G.). Het Alcohol- 
vraagstuk in Ned.-Indië. — Enhrateia. 1912. 

Muller (H. P. N.). The European com- 
munity of the present time in Netherlands 
India. — East and West. XI, June 1912, No. 
128, bl. 517. 

Gunning (J. W.). De Inlandsche Chris- 
tenen. — De Protestantsche Zending. Serie I, 
No. 10 (1912). 

De invloed der Zending op maatschap- 
pelijke toestanden (in Ned.-Indië). — De 
Protestantsche Zending. Serie I, No. 9 (1912). 

Feber (L. J. M.). Roomsch vereenigings- 
leven in Indië. — Van onzen Tijd. XIII, 
191. 

Verhoeven (J.). Dessa-despotisme. Refe- 
raat. — Overzicht 14e Zendings-Conferentie 
Buitenzorg. 1912, 149. 

FRAN90IS (J. H.). Onze schuld tegenover 
den Indo. — Het Tijdschrift. I (1912), II, 
460. 

DouwES Dekker (E. F. E.). Associatie 
(tusschen den Europeaan en den Inlander). 

— Het Tijdschrift. I (1912), II, 497. 

Hasselt (W. Th. van). Over maatschap- 
pelijke verhoudingen, gebruiken en bepalin- 
gen, politiek en adatrecht in Angkola. — 
Geïll. Zendingsblad. 1912, 64. 

Opheffing der Javaansche vrouw, door F. 

— Weekbl. v. Indië. 10 (1913—14), 137. 

Gabriël. Vroegere Indische zeden. — 
Weekbl. v. Indië. 10 (1913—14), 625, 650, 680, 
698. 

RoSKOTT (W.). Het leven van arme arbei- 
ders in de binnenlanden van Midden -Java. 

— Weekbl. v. Indië. 10 (1913—14), 790. 

De Indische samenleving en onze kinderen, 
door F. — Weekbl v. Indië. 10(1913—14), 
905. 



Karjini (Loer ah). Het sociale standpunt 
van Java's volk voorheen en thans. — Week- 
bl. V. Indië. 10 (1913—14), 1187. 

Carpentier Alting (Mr. J. H.). Indische 
Europeanen. — Indologevblad. 5 (1913 — 14), 
67. 

NiEUWENHUis (Prof. Dr. A. W.). De mee- 
ningen der Nederlanders omtrent de Inlanders 
in hunne Oost-Indische koloniën voor hon- 
derd jaren en thans. — Indologenblad. 5 
(1913—14), 75. 

Gruijter (J. de). Rassenkwesties in de 
tropen. — /. O. 1913, 1, 445. 

Het alcohol-gevaar. (Overzicht van een 
artikel „De jenever op komst" in de Locomo- 
tief van 21 Juni 1913). — /. G. 1913, II, 1233. 

De vrouw in Indië en hier in Nederland. 
Waarheid en verdichtsel, door M. B. — Kol. 
Weekblad. 11 Dec. 1913. 

Straatman. Tegen de verwaarloozing der 
(Indische) jeugd. — De School v. N. I. 3 
(1912—13), 17. 

Een werkkring in Indië. Pro: Creusesol 
(= Jhr. I. P. C. Graafland). Contra: H. 
BoREL. — Pro en Contra betreffende Vraag- 
stukken van alg. Belang. Serie VIII, No. 10 
(1913). —Overzicht: Kol. Weekbl. 1914, No. 
IL 

Tegen het opium. Verslag eener lezing door 
den heer Benz den 4en Aug. 1913 gehouden 
— De Banier. 1913, 418. 

ScHEUER (Dr. J.). De tegenwoordige stand 
van het opiumvraagstuk. — Verslag 27e Alg. 
Ned. Zend. Conferentie. 1913, 90. 

Het rassenvraagstuk in Nederlandsch- 
Indië uit een staatkundig oogpunt, door t. S. 
(Overzicht eener lezing van Mr. J. H. Aben- 
danon). — Indologenblad. 5 (1913 — 14), 
163. 

Gruijter (J. de). Een Indo (nl. E. F. E. 
DouwES Dekker) over Indo's. — I. G. 1913, 
I. 585. 

Habbema (J.). Is Java overbevolkt? — 
I. G. 1913, l, 746. — Overzicht vaneen critiek 



70 



VOLKSBESCHRIJVING. — BEVOLKINGSCIJFERS, ENZ. 



in de Locomotief van 11 Juli 1913 op voren- 
staand artikel. — /. G. 1913, H, 1250. 

Rijken (E.). Waanideeën. (Over de plaats 
van den Indiër van gemengd bloed in de In- 
dische samenleving.). — Het Tijdschrift. II 
(1913), II, 550. 

Het concubinaat in het leger. (Opmerkin- 
gen naar aanleiding eener bespreking van dit 
vraagstuk in het Vaderland van 20 Aug. 1913). 
. — I. G. 1913, II, 1374. 

De volkstelling in 1915. (Overzicht van 
artikelen in de Locomotief van 17 en 18 Juli 
1913). — I. G. 1913, II, 1375. 

Braconier (A. de). Het kazerne -concu- 
binaat in Ned. -Indië. — Vragen van den Dag. 
1913, 974. 

SoETAN Casajangan (R.). Indische toe- 
standen gezien door een Inlander. — Onze 
Koloniën. Serie I, No. 2 (1913). 



KooY (H. A.). Het soldatenkind. 
T. 1914, I, 326. 



7. M. 



Helsdingen-Schoevers (Mevr. B. van). 
De Eiu-opeesche vrouw in Indië. — Onze Ko- 
loniën. Serie I, No. 8 (1914). 

Hinloopen Labberton (D. van). De gees- 
telijke en zedelijke ontwikkeling van het 
Javaansche meisje. — Weekhl. v. Indië. 11 
(1914—15), 63. 

Asymptoot. Concubinaat of ... . huwelijk 
(in het Ind. leger). — L M. T. 1914, II, 854. 

Onjuiste beoordeeling. (Critische bespre- 
king van: Tli. J. A. HiLGERS. ,, Het leven in 
Insulindc, enz."). — De School v. N. I. 4 
(1914—15), 37, 49, 70, 77, 89. 

Walbeehm (A. H. J. G.). Het leven van 
den inlander in de binnenlanden (Overzicht 
eener voordracht). — Indologenblad. 6 (1914 
—15), 65. 

De geringe toeneming der bevolking in de 
Minahassa. (Ontleend aan een artikel van 
Ratu Langie in het Soerab. Handdsbl. ) — 
T. B. B. 47 (1914), 237. 

Rijckevorsel (L. van). De Javaansche 
kinderopvoeding. — Ber. St. Claverbond. 1915, 



63. — Onder den titel „De eerste kinderjaren 
bij den Javaan", gedeeltelijk overgenomen in 
De Banier, 1915, 332; en in de Jam-Post. 
1915, 280. 

Adriani (Dr. N.). Maatschappelijke, spe- 
ciaal economische verandering der bevolking 
van Midden-Celebcs, sedert de invoering van 
het Nederlandsche gezag aldaar. Voordracht. 
— T. A. G. 1915, 457. — Overzicht: Indolo- 
genblad. 6 (1914—15), 202. 

Kate (Dr. H. ten). Een paar woorden over 
beschavingswerk onder primitieven. — T. A. 
G. 1915, 350. 



BtriL (C). Indisch leven. M.ill. 
Almanak. 6 (1916), 41. 



Borneo- 



Broucke Hoekstra (A. ten).). Venus en 
de Marine. (Over de wenschelijklieid van 
reglementeering der prostitutie in de haven- 
plaatsen van Indië). — Marineblad. 30 (1915 

— 16), 225. 

Vermeer (H.). Indische kazerne-zedelijk- 
heid. — I. 31. T. 1915, I, 390. — Indische 
kazernetoestanden. Naar aanleiding van 
vorenstaand artikel, door A. de. Braconier. 

— Amsterdammer. 29 Aug. 1915. 

Concubinaat. — Java-Post. 1915, 67. 

Brascamp (E. H. B.). De bevolkingstoe- 
name in de residentie Rembang en het beheer 
der djatibosschen. — Tectona. 8 (1915), 72. 

Pekelharing (Prof. Dr. C. A.). Een paar 
opmerkingen over den strijd tegen het ge- 
bruik van opium in Neder landsch -Indië. — 
Vragen des Tijds. 1915, I, 315. 



Het drankvraagstuk in Indië. 
Z. G. 1915, 183. 



M. N. 



Leven op Java. Critische opstellen, door 
Mr. D. J. VAN DooRNiNCK. Besproken door 
t. S. — Indologenblad. 7 (1915—16), 30. 

Prijsvraag betreffende opiumgebruik, uit- 
geschreven door de Indische Regeering (Re- 
gelen en voorwaarden van mededinging). — 
/. G. 1915, II, 1761. — T. B. B. 49 (1915), 318. 

LiNDBNRORN (M.). Verheffing van de In- 
landsche vrouw. — Stemmen voor Waarheid 
en Vrede. 52 (1915), 993. 



ETHNOGRAPHTE, ENZ. — DE INDISCHE ARCHIPEL. 



71 



Graaf (A. de). Het werk in Indië. (Be- 
strijding van den handel in vrouwen). — 
Tijdschr. voor Armenzorg en Kinderbescher- 
ming. 1915, 349. 

Walbeehm (A. H.J.G.). De roeping van 
het Christendom tegenover den drank in 
Indië. — Enkrateia. 1915, 219. 

Bartstra (S.). De Inlander in Neder- 
landsch -Indië beschouwd als onderdaan en 
psychisch wezen. — Vragen v. d. Dag. 1915, 
828. 



b. Anthropologie. 



Ethnographie. 



1. De Indische Archipel. 

Inlandsche antliropometrie. — /. G. 1911, 
II, 1283. 

Meyer (A. B.). Die blauen Geburtsflecke 
bei den Völkern des Ostindischen Archipels. 
M. ill. — G. T. N. I. Feestbundel. 1911, 21. 



Onze Ethnographische Musea. 
Weekbl. 1911, No. 15. 



Kol. 



ToRii (R.). On the Malayan and Indo- 
Chinese races. (Japansche tekst). — Journal 
of Geography, Tokio. 23 (1911), 36. 

Nieuwenhuis (Dr. A. W.). Animisme, spi- 
ritisme en feticisme onder de volken van den 
Ned.-Indischen Archipel. — Groote Godsdien- 
sten. Serie I, No. 4 (1911). 

MoszKOWSKi (M.). Vom Wirtschaftsleben 
der primitiven Völker. (Unter besonderer 
Berücksichtigung der Papua von Neuguinea 
und der Sakai van Sumatra). — Probleme der 
Weltwirtschaft. V, 1911. 

Jasper (J. E.). Inlandsche wijze van wo- 
nhigbouw en -versiering. — Bouwkunst. 1911, 
afl. 4. 

Fehlingee (H.). Die geographische Ver- 
breitung des Totemismus. — D. Rundscliau 
f. Geogr. Jahrg. 33, JuH 1911. 

De ethnographische verzameling van den 
Hoofdcursus te Kampen, door X. M. ill. — 
Eigen Haard. 1911, 644. — ld. door Ipsilon. 
— Kol. Weekbl. 1911, No. 41. 

Ossenbruggen (Mr. F. D. E. van). Eige- 



naardige g, 'bruiken bij pokkenepidemieën in 
den Indischen Archipel. Met Naschrift. — 
Bijdr. Kon. Inst. 65 (1911), 53, 84. 

Overzicht eener lezing van Dr. J. H. F. 
KoHLBRUGGE over „Animistisch denken", 
door W. B. — Indologenhlad. 3 (1911—12), 
145. 

RiJKENS (R. H.). De studie der Indische 
Volkenkunde. — Ceres. 5 (1911—12), 86. 

Broek (A. J. P. v. d.). Gezichtsmaskers 
(van Niassers en Dajaks). M. ill. — T. A. G. 
1912, 187. 

Hartwich (Prof. C). Ueber tropische 
Genussmittel und speziell ueber das Sirih- 
Kauen. Voordracht. — Voordrachten Kol. 
Landbouwtentoonstelling te Deventer. 1912, 183. 

Adriani (Dr. N.). Chi'istelijke adat. Refe- 
raat. — Overzicht 14de Zendings- Conferentie 
Buitenzorg. 1912, bl. 98. 

Ronkel (Ph. S. van). Une amulctte arabo- 
malaise. — Journal Asiatique. Xe Série, 19 
(1912), 299. 

Kroon ( W. J. ). Een en ander omtrent adat. 
— Weekbl. v. Indië. 9 (1912—13), 265. 

RiJGK VAN DER Gracht (W. J. F. de). Oud- 
Indisch koperwerk. M. ill. — Weekbl. v. Indië. 

9 (1912—13), 508, 533. 

Opening van de Ie Conferentie voor Zen- 
dingsstudie 29 Juli 1912. (Overzicht van het- 
geen- op deze conferentie gesproken werd over 
het animisme). — Ned. Zendingsbode. 1912, 
249, 261. 

Snelleman ( J. f. ). Rouwen (bij de volken 
van den Indischen Archipel). — Kol. Tijdschr. 
I (1912), 823. 

Het Indische Huis op de Tentoonstelling 
de Vrouw 1813—1913, door M. N. M. ill. — 
Weem. V. Indië. lO (1913—14), 51. 

Ostmeier (J. J. B.). Bijgeloof bij het ge- 
bruik van edelsteenen. — Weekbl. v. Indië. 

10 (1913—14), 817, 841. 

Ioeber Jr. (J. A.). Over Indonesisch bam- 
boe-ornament. Met illustraties naar teeke- 
ningen van den schrijver. — Bijdr. Kon. Inst. 
67 (1913), 184. 



ETHNOGRAPHIE, ENZ. — DE INDISCHE ARCHIPEL. 



SiNiA (J. G.). Korte beschouwing over en- 
kele huizen- en tempeltypen onzer Oost. M. 
ül. — Het Ned. -Ind. Huis Ovd en Nieuw. 
No. 1. Jan. 1913, 27. 

WiELENGA (D. K.). Schuldbesef bij den 
Animist. Met vervolg: Schvdd en verzoening 
(bij de Soembaneezen). — De Macedoniër. 

1913, 21, 33, 74. 

Bespreking van de verspreide geschriften 
van Dr. G. A. Wilken, verzameld door Mr. 
F. D. E. VAST Ossenbruggen. — /. G. 1913, 
I, 123. — Een monument voor Wilken, door 
Prof. Dr. C. Snouck Htjrgronje. (Bespreking 
als voren). — De Gids. 1913, I 547. 

Gbtjijteb (J. de). Een Indo over Indo's. 
(Naar aanleiding van E. F. E. Dotjwes 
Dekker: „De Indiër, rassen-psychologisch, 
poUtisch, sociologisch, enz."). — /. G. 1913, 
I, 585. 

Stjryaningbat (S.). Onze nationale klee- 
ding. — De Indiër. I (1913—14), II, 134. 

Spat (C). Swastika-ornament (ook bij 
ethnographica van den Indischen Archipel). 
M. iU. — Elsemers Geïll. Maandschr. 23 
(1913) II, 195. 

KooY-VAN Zeggelen (M. C). Het Indische 
huis op de tentoonstelling „De Vrouw 1813 — 
1913", te Amsterdam. M. ül. — Buiten. 7 
(1913), 260. 

Friederici (Dr. G.). Wissenschaft liche 
Ergebnisse einer amtlichen Forschungsreise 
nach den Bismarck- Archipel im Jahre 1908. 
III. Untersuchungen über eine Melanesische 
Wanderstrasse. M. k. — Mitt. D. Schuizgeb. 
Erganzungsheft No. 7 (1913). — Kritische 
Prüfung von Dr. Friederici's Untersuchun- 
gen, von A. Lafeber. — Anlhropos. 1914, 
261. — Erklarung von W. Schmidt. — Ibid. 

1914, 282. 

NiEUWENHtris (Prof. Dr. A. W.). Die Ver- 
anlagung der malaüschen Völker des Ost- 
Indischen Archipels erlautert an iliren indu- 
striëlen Erzeugnissen. M. ill. — Intern. Ar- 
chiv f. Ethnogr. 21 (1913), Supplement, 22 
(1915), 165; 23 (1915—16), 17, 49. 

Eebde ( J. C. van). Koloniale volkenkunde. 
Eerste stuk. Omgang met Inlandersi — Kol. 



Instituut. Afd. Volkenk. Meded. No. 1 (1914). 

— Bespreking door T. J. Bezemeb. — T. A. 
G. 1914, 660. — Door L. van Vuuben. — 
T. B. B. 47 (1914), 439. 

Das Problem des Totemismus. Eine Dis- 
kussion über die Natur des Totcmismus und 
die Methode seiner Erforschung. — Anlhro- 
pos. 1914, 287. 

Perry (W. J.). Tlie orientation of the dead 
in Indonesia. — Journ. Anthr. Inst. 44 (1914), 
281. 

Volkering (Th.). Het koppensnellen bij 
de volken in den Oost -Indischen Archipel. 

— Kol. Tijdschr. 1914, II, 1153, 1319, 
1461. 

Kleiweg de Zwaan (Dr. J. P. ). Bestand- 
deelen van het menschelijk lichaam als ver- 
sterkende middelen voor planten en dieren, 
volgens de opvattingen der inlanders in onzen 
Oost. — Medisch Weekblad. 21 (1914—15), 
247, 365, 371. 

Een merkwaardig vruchtbaarheidsge- 



bruik (bij verschillende stammen in den In- 
dischen Archipel). — Nederi. Tijdschr. v. 
Geneesk. 1914, 2e helft, 1762. 

Muller (Dr. H. P. N.). Het congres voor 
ethnographie en ethnologie te Neuchatel. — 
T. A. G. 1914, 522. 

Kleiweg de Zwaan (Dr. J. P.). De aap 
in het volksgeloof der Inlanders van den 
Indischen Archipel. — T. A. G. 1915, 35. 

De hond in het volksgeloof dor Inlanders 

van den Indischen Archipel. — /. G. 1915, 
I, 173! 

Vorstellungen über den Diebstahl bei 

den Eingeborenen des Indischen Archipels. 

— Intern. Archiv f. Ethnogr. 22 (1915), 234. 

— De kat in het bijgeloof der bewoners van 
den Indischen Archipel. — Vragen v. d. Dag. 
1915, 444. 

Ossenbruggen (Mr. F. D. E. van). Het 
primitieve denken, zooals dit zich uit voor- 
namelijk in pokkengebruiken op Java en 
elders. Bijdrage tot de prae-animistische 
theorie. — Bijdr. Kon. Inst. 71, afl. 1 — 2 
(1915), 1. 



ETHNOGRAPHIE, ENZ. — DE INDISCHE ARCHIPEL. 



73 



Kleiweg de Zwaan (Dr. J. P.). Beschou- 
wingen omtrent den zelfmoord bij de In- 
landers van den Indischen Archipel. — /. G. 
1915, II, 1405. 

Denkbeelden der Inlanders van onzen 



Indischen Archipel omtrent het ontstaan van 
ziekten. — Onze Koloniën. Serie I, N°. 7 
(1915). 

Friederiei (Dr. G.). EinJBeitrag zurKennt- 
nis der Trutzwaffen der Indonesiër, Südsee- 
völker und Indianer. M. ill. — Baessler- 
Archiv. B iheft VII (1915). 

FiscHER (H. W.). Iets over de bouwkunst 
der volken van den Indischen Archipel. — 
Bouwwereld. 1915, 297. 

Kleiweg de Zwaan (Dr. J. P.). De anthro- 
pologie aan de af deeling volkenkunde van het 
Koloniaal Instituut te Amsterdam. — T. E. B. 
49 (1915), 410. 

De couvade. Het mannenkraambed (in 

hoofdzaak bij de inlanders van den Indischen 
Archipel). — Medisch Weekblad- 17 en 24 Juli 
1915. 

Paalwoningen (op Borneo, Nieuw-Guüiea 
enz.) .M. ill. — St. Michaels- Almanak. 1916, 
117. 

De spelen der Inlanders, door R. P. (Hoofd- 
zakelijk ontleend aan L. Th. Mayer's: „Een 
blik in het Javaansche volksleven"). — Mari- 
neblad. 30 (1915—16), 410. 

Ovebbeek (H.). New notes on the game 
of „Chongkak". M. ill. — Journ. Str. Br. 
R. A. S. Nr. 68 (June 1915), 7. 

Hindoe kunst van het heden en het verle- 
den. 31. ill. — De Aarde en haar Volken. 1915. 
Bijbl. bl. 177. 

Kleiweg de Zwaan (Dr. J. P.). Ethno- 
logische opmerkingen omtrent lichaamsafwij - 
kingen bij de Inlanders van den Indischen 
Archipel. — Nederl. Tijdschr. voor Geneesk. 
1915, Ie helft, 667. 

2. Java en Madoera. 

Radjiman (Dr. ). Het psychisch leven van 
het Javaansche volk. Voordracht met debat. 
— Versl. Ind. Gen. 1910—11, 153. — Over- 



zicht: Bandera Wolanda. 1911, N°. 89—93. 

HoEKENDiJK (C. J. ). Welke wegen men den 
Soendanees wijst om rijk te worden. — Org. 
Ned. Zend. Ver. 1911, 89. 

LuiNENBiTRG (S.). Een offerplaats (dor 
bewoners van de dessa Mlaten). — Maxirvdber. 
N. Z. G. 1911, 198. 



De Tenggereezen. 
1911, N°. 98. 



Bandera Wolanda. 



Cbommelin (D.). Een en ander over het 
gehalte der Javaansche Christenen. — M. N. 
Z. G. 1911, 27. 

Bakker (D.). Het schuldbesef van den 
Javaan. — De Macedoniër. 1911, 240. 

Het schuldbesef van den Javaansclicn 

Christen. — De Macedoniër 1911, 321. 

SoEMiTRO. Drie gebruiken in de afdeeling 
Bandjarnegara. — Indólogevhlad. 2 (1910 — 
11), 232. 

Netelenbos (Dr. L.). Uit het Javaansche 
volksleven. — De Banier. 1911, 556. 

Linden (M. L. M. van der). De adatrechte- 
lijke huwelijksgemeenschap op Java en Ma- 
doera. — T. B. B. 41 (1911), 222. 

Vogel (A.). Solo. (Gebruiken enz. aan het 
hof van den Soesoehoenan). M. ill. — Buiten. 
5 (1911), 340. 

Wit (Augusta de). Brieven uit Indië. I. 
De passer van Djokja. M. ill. — De Ploeg. 4 
(1911—12), 169. 

HuET (G.). Le „retour du mari" dans Ie 
théatre d'ombres a Java. — Revue des Tra- 
ditions Popvlaires. 26 (1911), II. 

Over Madoereezen en gi'auwe theorie. (Me- 
dedeclingen over het karakter der Madoeree- 
zen, ontleend aan de Java-Bode). — De Java- 
Post. 1911, 345. 



Dijk (A. van). Een aanspraakplaats der 
dooden (bij de kampong Bondol in Wcstr 
Java). — Örg. N. Z. V. 1912, 147. 

EssER (Dr. B. J.). Wat zij op Java onze 



ETHNOGR.^HIE, ENZ. — JAVA EN .AIADOERA. 



houding tegenover de polygamie ! — Overzicht 
14e Zendings- Conferentie Buitenzorg. 1912, 
149. 

Madoercesche zeden. Eïn dessadrama. Door 
V. D. G. — Weekbl. v. Indië. 9 {1912— 13), 13. 

De wassching van de heilige gong te Lodo- 
jo. _ Weekbl. v. Indië. 9 (1912—13), 202. 

Hei Javaansch tooneelspel (wajang), door 
D. M. ill. — Weekbl. v. Indië. 9 (1912—13), 
220. 

Bergbewoner. Hofgebruiken in Djokja- 
karta, — Weekbl. v. Indië. 9 (1912—13), 270. 

BiLL. Nogmaals: „Het Javaansch tooneel- 
spel". — Weekbl. v. Indië. 9 (1912—13), 270. 

Iets over de sedekahs en de slametans in 
verband met het geloof dat de Javaan belijdt, 
door S. — Indologenblad. 4 (1912—13), 216. 

Een Madoereesch tweegevecht. (Ontleend 
aan De Maasbode). — De Java-Post. 1912, 574, 
588. 

Groneman (Dr. J. ). Der Kris der Javaner. 

11. Das reine Nickel als Pamor. 3/. ill. — 
Intern. Archiv f. Ethnogr. 21 (1912), 129. 

Jacobson (E.). Das Haaropfer in Zentral- 
Java. — Intern. Archiv f. Ethnogr. 21 (1913), 
197. 

Groneman (Dr. L). Natah Wajang Wêl- 
lang. Das Meisselen der ledernen Wajang- 
Puppen der Javaner in den Vorsten landen. 
M. ill. — Intern. Arch, f. Ethn/ygv. 21 (1913), 
25. 

Garretï (T. R. H.). The natives of the 
Eastem portion of Borneo and of Java. — 
Journ. Anthr. Inst. 1912, 53. — Opmerkingen 
naar aanleiding van dit artikel, door AL W. H. 
Beech. — Man. 1913, N°. 13. 

Hendriks (H. ). Guichelaars en waarzeggers 
of het doekoenschschap onder de Madoe- 
rcezen. Referaat. — Geill. Zendin^sblad. 1912, 

12, 30, 43. 

ScHELFHOBST (F.). Over huisbouw op Kan- 
guan. — Geill. Zendingsblad. 1913, 71. 

Nap. Javaansche hocus-pocus. — Weekbl. 
V. Indië. 10 (1913—14), 68. 



Ido (Victor). De serimpi. M. ill. — Week- 
bl. V. Indië. 10 (1913—14), 536. 

OsTMEiER ( J. J. B. ). Een en ander over de 
Javaansche kris. — Weekbl. v. Indië. 10(1913 
—14), 974. 

NoTO SoEROTO (R. M.). Over Javaansche 
boekversieringskunst. M. ill. — Het Ned. 
Ind. Huis Oud en Nieuw. N°. 2. Juli 1913, 135. 

FRAN901S (J. H.).DeRonggeng(Fragmcnt). 

— ƒ.(?. 1913,11,975. 

AcHMAD (Raden). De polygamie in de Ja- 
vaadsche maat-schappij. — Weekbl. v. Indië. 
10 (1913—14), 25. 

Een en ander over den gamelan. Door v. d. 
R. (Overzicht eener lezing van R. M. SoE- 
MiTRo). Met Naschrift van Soemitro. — 
Indologenblad. 5 (1913—14), 209. 

Si Pait. Hoe de Javaan zijn vrEichtjes ver- 
voert. — Indologenblad, V (1913—14), 221. 

Soemitro (R. M.). Een en ander over den 
gamelan. — Ind. Vereeniging. Voordr. en 
Jferfei. N°. VI (1913). 

Martin (Dr. L.). Die Bevölkerung Javas. 

— Koloniale Rundschau. 1913, 528. 

Tauern (O. D.). Javanische Kartenspiele. 
M. ül. — Zeitschr. für Ethnologie. 1914, 45. 

TissoT VAN Patot (A.). Enkele aanteeke- 
ningcn over de secte der Samins (in een ge- 
deelte der residentie Rëmbang). — Jaarversl. 
Topogr. Dienst. X (1914), 197. 

Bbuninoen van Helsdingen (Dr. R. van). 
The Javanese theatre: Wayang Purwa and 
Wayang Gedog. M. ill. — Journ. Str. Br. 
R. A. S. N°. 65 (Dec. 1913), 19. 

Het volk van Midden-Java. (Ontleend aan 
de Jam-Bode). — I. G. 1914, 1, 215. 

Tjipto Manooenkoesoemo. De wajang. 

— I. G. 1914, I, 530. 

VVoLZOGEN KuHR (C. A. M. von). Wat Java 
aan het vaste land van Azië verschuldigd Ls. 
(Naar aanleiding van Tjipto Manooenkoe- 
soEMo's artikel over de wajang). — 1. G. 
1914, I, 791. 



ETHNOGRAPHIE, ENZ. — DE KLEINE SOENDA-EILANDEN, ENZ. 



75 



HuYSEB ( J. G. ). Dc naga in de Javaansche 
kunst. M. ill. — Het Ned. Ind. Huis Oud en 
Nieuw. II (1915), 12. 

Mulders (J.). Iets over het Javaansche 
huis. (In een artikel „Bijdragen over Moen- 
tUan"). — Ber. St. Claverbond. 1915, 180. 

JuYNBOLL (Dr. H. H.). Het Javaansche 
tooneel. — Onze Koloniën. Serie II, N°. 2. 
(1915). — Bespreking: DeAarde en haar Volken. 
1915. Bijbl. bl. 91. 

Javaansche danseressen. (Naar aanleiding 
van een artikel van R. Sandek, in de „Wo- 
che"). M. ill. — De Aarde en haar Volken. 1914. 
Bijbl. bl. 105. 

HuLTEN (R. van). Toegoe, een Portugee- 
sche kolonie op Java (bij Batavia). — Weekbl. 
V. Indië. 12 (1915—16)', 514, 538. 

CooLSMA (S.). De dooden en hunne ver- 
zorging (door de Soendaneezen). — Org. N. Z. 
V. 1915, 155, 166, 185. 

Het huwelijk van den Soenan (met een 
dochter van den Sultan van Djokja). (Ont- 
leend aan de Locomotief). — I. G. 1915, II, 
1589. 

De Pendopo. M. ill. — Hd Ned. Ind. Huis 
Oud en Nieuw. II (1915), 75. 

Het vorstelijk huwelijk te Solo. — Weekbl. 
V. Indië. 12 (1915—16), 653. 

Het huwelijk van den Soenan, door I. Z. 
M. ill. — Weekbl. v. Indië. 12 (1915—16), 
653. 

HiLST (M. VAN der). Muziek en zang op 
Java. — De Banier. 1915, 815. 

3. De Kleine Soenda-eilanden. 

I. Bali en Lombok. 

Plate (L. M. f.). Bijdrage tot de kennnis 
van de lykanthropie bij de Sasaksche bevol- 
king in Óost-Lombok. — T. B. G. 54 (1912), 
458. 

Wit (Augüsta de). Balische vrouwen. 
(Ontleend aan reisbrieven in de N. R. Ct). — 
DeJava-Post. 1912, 122. 

Hanengevechten en lijkverbranding op 



Bali, door K. A. — Indologenblad. 5 (1913 — 
14), 205. 

Angelino. Brieven uit Indië. Een Bali- 
neesch tempeifeest. — Indologenblad. 5 (1913 
—14), 275. 

Jasper (J. E.). Van het leven op Bali. — 
De Gids. 1913, IV, 89. 

Graebner (F.). Pfeüschlcuder von Bali. 
M. ill. — Ethnologica. U, Heft 1 (1913), 122. 

NiEUWENKAMP (W. O. J. ). Een Balineesche 
(tijdi-ekcning-) kalender. M. ill. — Bijdr. 
Kon. Inst. 69 (1914), 112. 

JuYNBOLL (Dr. H. H.). Die Holle und die 
HöUenstrafcn nach dem Volksglauben auf 
Bali. — Baessler-Archiv. 4 (1914), 78, 293. 

NiEUWENKAMP (W. O. J. ). Nog iets over 
een Balineeschen kalender. M. ill. — Bijdr. 
Kon. Inst. 70 (1915), 658. 

JuYNBOLL (Dr. H. H.). Balinesische Far- 
benzeichnungen mit Darstellungen aus Alt- 
Ja vanischen Schriften. M. ill. — Intern. Archiv 
f. Ethnogr. 23 (1915—16), 8. 

Agerbeek (G. K. B.). Gebruiken en ge- 
woonten in de af deeling Zuid -Bali. De Baliër 
van zijn geboorte tot aan zijn dood. — T. B. G. 
57 (1915), 1. 

II. Timor- Archipel. 

WiELENGA (D. K.). Soemba. Marapoe, 
Karanggoe, Watoe. — Macedoniër. 1911, 96. 
145. 

Het Savoeneesche huwelijk. — Macedo- 
niër. 1911, 129. 

De oorsprong der volkeren volgens den 

Savoenees. — Macedoniër. 1911, 234. 

Gappers (E.). Tenimber-eilanden. (Eth- 
nographi'=<che mededeeUngen over de bewo- 
ners van het eiland Jamdena). — De Java- 
Post. 1911, 137; 1912, 41. 

Rouffaer (G. P.). Z?ldzanie gouden mê- 
nioeli van Soemba. M. ill. — N. B. G. 49 
(1911), Bijl. II, bl. XXIX. 

Ki .derspelen op Rotti. (Ontleend aan het 



ETHNOGRAPHIE, ENZ. — SUMATRA EN OML. EILANDEN. 



werk van Prof. Mr. Dr. J. G. C. Jonker. : 
„Rottinceschc teksten"). — Vragen v. d. Dag. 
1911, 657. f 

WiELENGA (D. K.). De Savoeneczen op 
Soemba. — Macedoniër. 1912, 235. 

Fatalisme bij den Soembanees. — Ma- 



cedoniër. 1912, 206. 

Beker (G.). Het oogst- en offerfeest bij 
den Nage-stam te Boa Wai (Midden-Flores). 
M. UI — Bijdr. Kon. Inst. 67 (1913), 623. 

Nateris ( J. de). Toestanden en gebruiken 
op Oost-Flores. — Ber. St. Claverbond. 1913, 
203. 

TiMMERS (M.). Sikkanecsche verscheiden- 
heden. — Ber. St. Claverbond. 1913, 280. 

Nateris (J. de). Uit Larantotka (Flores). 
Gebruiken bij het rijstplanten. — De Java- 
Post. 1913, 712, 719, 752. 

Wanner (Dr. J.). Ethnologische Notizen 
über die Insel Tinior und Misol. — Archiv 
für Anthropologie. N. F. 12 (1913), Heft 2. 

Stapel (H. B.). Het Manggëraische volk 
(West-Flores). Een en ander over afkomst, 
geschiedenis, zeden en gewoonten, godsdienst, 
enz. M. UI. — T. B. G. 56 (1914), 149. 

Wielenga (D. K. ). Het eten van vleesch, 
den afgoden (op Soemba) geofferd. — De 
Macedoniër. 1914, 362. 

Kate (Dr. H. F. C. ten). De verspreiding 
van den schedel- en neusindex in de Ti- 
morgroep en Polynesië. — T. A. G. 1915, 205. 

Over trouwpartijen te Sikka (Zuid-Flores). 
Door M. T. — De Java- Post. 1915, 374. 

Staveren (J. A. van). De Rokka's van 
Midden-Flores. — T. B. G. 47 (1915), 117. 

NoYEN (P.). Eene ontdekking in het land 
der Heidenen. Het kruisbeeld in de grot van 
Bitaoni (Timor), op afgodische wijze vereerd. 
M. ill. — St. Michaels- Almanak. 1916, 27. 

4. Sumatra en omliggende eilanden. 



Sumatra. M. ill. — Arch. f. Anthropologie. 9, 
bl. 1. 

Speiser (Dr. F.). Beitrage zur Ethnogra- 
phie der Orang Mamma auf Sumatra. M. ill. 
— Arch. f. Anthropologie. 9, bl. 75. 

Damsté (H. F.). Schetsen uit At joh. — 
/. G. 1911, I, 850; II, 996. 

Ophuysen (Prof. Ch. A. van). Uit ]v:t leven 
der Bataks. — Vragen v. d. Dag. 1911, 807. 

Blom (P. A. F.). Feesten bij de Atjehers. 
M. ill. — Eigen Haard. 1911, 133, 156. 

Si Kadih. Uit het Bataksche volksleven. 
rv. Vrouwenleed. — Ned. Zendingsbode. 1911, 
309. 

VoLZ (Prof. Dr. W.). Die Religionslosig- 
keit der Kubus auf Sumatra. M. k. — Peterm. 
Mitt. 1911, I, 288. 

Meulen (W. C. van der). Aanteekeningen 
betreffende de bestuursinrichting in de onder- 
afdceling Tebö en de daarmede samenliangen- 
de volksmstellingen en gebruiken. — T. B. B. 
41 (1911), 1. 

Kol (H. H. van). De Koeboes. — I. G. 
1912, II, 866. 

Kreemer ( J. ). De Loeboes in Mandailing. 
M. k. en ill. — Bijdr. Kon. Inst. 66 (1912), 
303. 

Gelder (W. C. van). Een vorstelijke be- 
grafenis in de Bataklanden. — Eigen Haard. 
1912, 457, 476. 

Vooruitgang bij de Bataks, door W. G. M. 
ill. — Weekbl. v. Indiè. 9 (1912— 13),147. 

BoDAAN. Een hantoe gezien (n.1. een geest- 
verschijning bij de Karo-Bataks). — Ned. 
Zendingsbode. 1912, 215. 

FiscHER (H. W.). Planggi-Tücher aus At- 
jeh. 31. ill. — Intern. Archiv f. Ethnogr. 20 
(1912), 1. 

Ophuysen (Ch. A. van). Der Bataksche 

Zauberstab. M. ill. — Intern. Arch f. Ethnogr. 

20 (1912), 82. 

MosKOWSKi (M.). Beitrage zur Entwicke- 

lungsgeschichte des Wohnhauses in Ost- | Joustra (M.). De Bataks, wie zij waren en 



ETHOGRAPHIE, ENZ. — SUIVIATRA EN OML. EILANDEN. 



wat wij naar de opgedane ervaringen van hen 
mogen verwachten. — Uitgaven Bataksch In- 
stituut. N°. 7 (1912). — Bespreking, door CL. 
— T. B. B. 43 (1912), 297. — ld. door E. 
B. KiELSTRA. — Onze Eeuw. 1912, III, 153. 

HoRSTiNG (L. H. C). De Permalims. (Een 
godsdienstige secte in de Bataklanden). — 
Weekhl. v. Indië. 10 (1913—14), 73. 

Dongen (G. J. van). Nog een en ander over 
de Koeboes. — Bijdr. Kon. Inst. 67 (1913), 73. 

De Koning van Atjeh bezoekt de Moskee. 
Door D. A. H. (Naar eene Engelsche vertaling 
van de MajelUs Aché, handleiding voor de 
etiquette aan het Hof van Atjeh, in 1851 ge- 
publiceerd in het Journal of the Indian Ar- 
chipdago). — I. O. 1912, II, 1193. 

HoRSTiNG (L. H. C. ). Een en ander over de 
Permalims van Noord -Habinsaran (Batak- 
landen). M. ill. — Jaarverst. Topogr. Dienst. 
IX (1913), I, 163. 

JousTRA (M.). Iets over huizen en dorpen 
der Bataks. M. ill. — Het Ned. Ind. Huis 
Ovd en Nieuw. Ie— 2e jaarg. (1913—14), 273. 

Twee polsringen en nog iets over indus- 
trie (bij de Bataks). M. ill. — Het Ned. Ind. 
Huis Oud en Nieuw. Ie — 2e jaarg. (1913 — 14), 
287. 

WiNKLER (J.). Der Kalender der Toba- 
Bataks auf Sumatra. M. ill. — Zeitschr. f. 
Ethnologie. 1913, 436. 

FiscHER (H. W.). Ringgeld uit Korintji 
(Sumatra). M. ill. — Intern. Arch. /. Ethnogr. 
21 (1913), 99. 

Spat (C). De plaats van het matriarchaat 
in de sociale cultuur. (Hierin o.a. over het 
matriarchaat bij de Minangkabauers in de 
Padangsche Bovenlanden). — Tijdschr. v. 
Gesch., Land- en Volkenk. 28 (1913), 223, 271. 

De Permalims, door R. (Ontleend aan arti- 
kelen van L. C. H. Horsting in de Deli 
Courant). — T. B. B. 45 (1913), 326. 

RÖMER (Dr. R. ). Bijdrage tot de kennis der 
Bataks. Voordracht met debat. — Ver si. Ind. 
Oen. 1913—14, bl. 209. 

Westenenk (L. C). Het Matriarchaat bij 



de Minangkabauers. 
1913. 



De Vrouw. 7 Juni 



Boer (D. W. N. be). De PermaHra sekten 
van OeUean Toba tn Habinsaran. — T. B. 
B. 47 (1914), 378; 48 (1915), 184. 

Wenneker (C. W. I.). De Bataks. — De 
Java-Post. 1914, 743. 

Maass (A.). Ein Steinbeil aus Tandjong 
Batu (Kërintji). 31. ill. — Zeitschrift f. Eth- 
nologie. 1914, 81. 

RoNKEi. (Dr. Ph. S. van). Oude Minang- 
kabausche maandnamen. — T. B. O. 56 
(1914), 326. 



Het heiligdom te Oelakan (ten noorden 



van Padang). — T. B. O. 56 (1914), 28L 

Westenenk (L. C). Bezuiniging op over- 
matige kosten van Inlandsche feesten (voor- 
namelijk bij de Minangkabauers). — Kol. 
Tijdschr. 1914, I, 64. , 

Catt (C. Chapman.). A survival of matri- 
archy (on Sumatra). M. ill. — Harpefs 
Monthly Magazine. 1914, I, 738. 

Jennissen (L.). Arme Koeboes! Hermne- 
ringen uit Sumatra. M. ill. — Ber. St. Cla- 
renbond. 1914, 267. — De Java-Post. 1915, 
105, 119, 151. 

De Bataks, hun nederzettingen en bedrijf. 
(Ontleend aan Dr. W. VoLz' werk „Nord- 
Sumatra"). — Tijdschr. Econ. Geogr. 1914, 
73. 

Westenenk (L. C). De Minangkabausche 
negari. — Meded. Encycl. Bureau. Afl. VIII 
(1915), 87. 

Waterschoot van der Gracht (Mr. W. 
A. J. M. van). Eenige bijzonderheden om- 
trent de oorspronkelijke Orang Koeboe in 
de omgeving van het Doewabelas-gebergte 
van Djambi. M. ill. — T. A. O. 1915, 219. 

Ronkel (Dr. Ph. S. van.). Een talisman 
uit Atjeh. — 7. G. 1915, I, 478. 

JuDA (J. H.). Soempah-Ngawak. (Een 
weinig voorkomende bijgeloovige plechtig- 
heid in de afdeeling Manna, res. Benkoe - 
len). — Bijdr. Kon. Inst. 70 (1915), 650. 



78 



ETHOGRAPHIE, ENZ. — SUMATRA EN OML. EILANDEN. 



Beck (W. J.). Een Bataksch huwelijk. — 
T. B. B. 48 (1915), 147. 

James (K. A.). De nagari Kota Gedang 
(Padangsche Bovenlanden). — T. B. B. 49 
(1915), 185. 

Verhoeven(D. ).Uit Sumatr<'.'s binnenland. 
(Beschrijving van een plechtig gebruik „tie- 
iol" genaamd). — Borneo- Almanak. 5(1916), 
83. 

Habtlief (E. G.). Van de Koe boes, de 
meest primitieve volksstammetjes op Suma- 
tra. — Tijdschr. v. Geschiedenis, Land- en 
Volkenk. 30 (1915), 168, 227. 



Kleiweg de Zwaan (Dr. J. P.). Dak- 
tyloskopisch onderzoek bij de Niassers. — 
Nederl. Tijdschr. v. Geneesk. 1911, II, 425. 

BoRtTTTA (ZendeUng.). Niassische hoofd- 
lieden. — R. Zending. 1912, 129. 

Fischer (H. W.). Weberei auf Nias. M. ill. 
— Intern. Archivf. Ethn. 20 (1912), 250. 

Kleiweg de Zwaan (J. P.). De „Pontia- 
nak" op Nias. — T. A. G. 1912, 25. 

Fries (Zendehng.). Iets over Niassische 
bruüoften en over Sitambaho. — Ber. Zen- 
dingswereld. 1913, N°. 9. 

Hansen (J. f. K.). De gioep Noord- en 
Zuid-Pageh van de Mentawei-eilanden. Eth- 
nographische beschrijving. M. k. on ill. — 
Bijdr. Kon. Inst. 70 (1914), 113. 

Borger. Etwas von der Macht des hcid- 
nischen Aberglaubens auf Mentavvei. — Ber. 
Rhein. Miss. 1914, 184. 

SiPUONi Ka. Een bezoek aan de kampongs 
Simanganjoe en Simanganja op het eiland 
Noord Pageh (Mentawci). M. ill. — Het 
Ned. Zeewezen. 1915, 40. 

LuLOFS (C). Een en ander over de bevol- 
king van Banka, hare bestaansvoorwaarden 
en verplichtingen. — T. B. B. 48 (1915), 397. 

Sasse (Dr. J.). Bespreking van Dr. J. P. 
Kleiweg de Zwaan: >,Die Insel Nias bei 
Sumatra. II. Anthropologische Untt^rsu- 
chimgen über die Nia-sser". — T. A. O. 1914, 



654. — Antwoord van Dr. Kleiweg de 
Zwaan. — Ibid. 1914, 766. 

Kleiweg de Zwaan (Dr. J. P. ). Bijdrage 
tot de anthropologie der Niassers. — Ned. 
Tijdschr. voor Geneesk. 58 (1914), I, 475. 



5. Borneo. 

Loeber Jr. (J. A.). Merkwaardige koker- 
versieringen uit de Zuider- en Oosteraf deeling 
van Borneo. M. ill. — Bijdr. Kon. Inst. 65 
(1911), 40. 

Unterberger (J.). De Kayans uit het 
Baram-dLstrict. — Annalen Missiehuis Roo- 
sendaal. 21 (1910—11), 165. 

Iets karakteristieks van den Dajakker. 
(Uit een brief van zendeüng Zimmebmann). 

— R. Zending. 1911, 77. 

Mulder (Fr. B.) and Hewitt (J.). Two 
religious ceremonies in vogue among the 
Milanos of Sarawak. I. The Payun ceremony. 
II. The Plato ceremony. — Journ. Str. Br. 
R. A. S. N°. 57 (Jan. 1911), 171. 

Hewitt (J.) and A. E. Lawrence. Head 
pressing amongst the Milanos of Sarawak. 
M. ill. — Journ. Str. Br. R. A. S. N°. 60 (Dec. 
1911), 69. 

GoNSALVUS (Pr.). Midden -Borneo. Mede- 
deelingen over de Batang Loepars (Dajaks). 

— De Java-Post. 1911, 428, 443, 458. 

EuGENius (Pr.). Borneo. Vaneen Maleische 
bruiloft en een bal masqué. — De Java-Post. 
1911, 571. 

HowELL (W.). The Sea-Dayak method of 
making thread from their horae-grown cot- 
ton. — The Sarawak Museum Jourrud. I 
(1911— 13), N°. 2, bl. 61. 

Buil (C). Schetsen uit Oost-Bomeo I. 
De stam der Bahau's. II. Kleeding der Ba- 
hau's .M. ill. — Borneo- Almanak. 1911, 59. 

GOMES. Notes on the Sea-Dyaks of Bor- 
neo. — The National Geogr. Magazine. 1911, 
N°. 6. 

Beech (M. W. H.). Punans of Borneo. — 
Man. 1911, Nr. 8. 



ETHNOGRAPHIE, ENZ. — BORNEO. 



79 



Garbett (T. R. H.). ïhe natives of the 
eastern portion of Borneo and of Java. — 
Journ. Anthrop. Inst. 1912, 53. — Opmerkin- 
gen naar aanleiding van dit artikel door M. 
W. H. Beech. — Man. 1913, N°. 13. 

FuNKE (Dr. M. R. ). Beitrage zur Kenntnis 
der Inlandstamme von Borneo. — ArcMv 
f. Anthropologie. N. F. XI (1912), Heft 3. 

Een receptie onder de Dajaks, door L. B. 
— Eigen Haard. 1912, 220. 

Een feestje bij de Dajaks (menari = dan- 
sen), door L. B. — Eigen Haard. 1912, 320, 
332. 

Evans (I. H. N.). Notes on the reügious, 
beliefs, superstitions, ceremonies and tabus 
of the Dusuns of the Tuaran and Tempas- 
suk districts, British North Borneo. — 
Journ. Anthropol. Inst. 42 (1912), 380. 

Mulder (A.). Een kijkje in de Tillian (Bor- 
neo). (Handelt vooral ook over sago -berei- 
ding door de Milano-Dajaks). M. UI. — Anna- 
len Missiehuis Roosendaal. 23(1912 — 13), 110. 

GoNSALVUS (Pr.). Borneo. Batang-Loe par- 
landen. Ethnografische mededecüngen over 
de Embaloeh-Dajaks. — De Java-Post. 1912, 
170, 202. 

Over de oorzaak der ziekten (bij de Iban 

Dajaks) en hoe men ze wegneemt. — De 
Java-Post. 1912, 280, 298. 

Sketches of village Ufe. A Murut House in 
the „ulu" Tagul, by C. F. S. — Br. North 
Borneo Herald. 1912, 116. 

Schadee (M. C.). Gebruiken bij de rijst- 
teelt in Tajan en Landak. — Bijdr. Kon. 
Inst. 67 (1913), 237. 

Bergh (L. VAN DEN.). Een oogstfeest bij 
de Dajaks. M. UI. — Annalen Missiehuis 
Roosendaal. 24 (1913—14), 185. 

NiEUWENHUls (Prof. Dr. A. W.). De wo- 
ning der Dajaks. M. UI. — Het Ned. Ind. 
Huis Oud & Nieuw, N°. 1. Jan. 1913. 

Remiqius (Pr.). Op kampongbezoek in 
het Singkawangsche. (Beschrijving van ze- 
den en gewoonten der Dajaks). M. UI. — 
Borneo- Almanak. 3 (1913), 37. 



Ignatius (Pr.). Een wandeling naar de 
Embaloeh-Dajaks. M. UI. — Borneo-Alma- 
wtk. 3 (1913), 51. 

EuGENius (Pr. ). Het Dajakskind. (Ethno- 
graphische bijzonderheden). M. UI. — Bor- 
neo- Almanak. 3 (1913), 55. 

Marudu Bay native sports. — Brit. North 
Borneo Herald. 1913, 106. 

GoMES (E. H. ). The mental and moral clia- 
racteristics of the Sea Dajaks of Borneo. — 
Sarawak Oazette. 1913, 213. 



Dusun customs, by E. O. R. 
Borneo Herald. 1914, 158. 



Brit. North 



Gonsalvtjs (Pr.). Uit de bmnenlanden van 
O. Borneo. (Beschrijving van begi'afenisge- 
bruiken der Embaloeh-Dajaks). — De Java- 
Post. 1913, 155, 187, 201. 

Das Leben eines Kajan. Zeichnungen von 
Ngo Ping, Sohn des Mendalam-Hauptlings 
Akam Djoan, mit Text von L. S. A. M. von 
RÖMEB. M. UI. — Intern. Archiv f. Ethnogr. 
21 (1913), 137. 

Dritte Serie dajakischer Zeichnungen mit 
beschreibendem Text von L. S. A. M. von 
Romer. M. UI. — Intern. Archiv f. Ethnogr. 21 
(1913), 188. 

Evans (I. H. N.). On a collection of stone 
implements from the Tempassuk district, 
British North Borneo. M. UI. — Man. 1913, 

N°. 86. 

Schadee (M. C). De tijdrekening bij de 
Landak-Dajaks in de Westerafdeeling van 
Borneo. M. UI. — Bijdr. Kon. Inst. 69 
(1914), 130. 

HooGERHOTTDT ( J. ). De Dajak en zijn rijst- 
veld. (Over gebruiken bij den rijstbouw). 
M. UI. — Borneo- Almanak. 5 (1915), 39. 

Evans (I. H. N.). North Borneo markets. 
— Man. 1914. N°. 12. 

Wechel (P. TE.). Erinnerungen aus den 
Ost-und West-Dusun-Landern (Borneo) in 
besonderm Hinblick auf die animistische 
Lebensauffassung der Dajak. M. k. en UI. — 
Intern. Archiv f. Ethnogr. 22 (1915), 1, 43, 
93. 



80 



ETHNOGRAPHIE, ENZ. — CELEBES. 



Amandus (Pr.). Lijkverbranding bij Da- 
jaks. — De Java-Post. 1915, 551. 

Staal (J.). Legenden en overleveringen 
der Doesoens (Dajaks van Britsch-Borneo). — 
Annalen Missieliuis Roosendaal. 26 (1915 — 16), 
121. 

Ethnological notes. (Over verschillende 
Dajakstammen in Br. Noord-Bomeo). — 
The Sarawak Museum Journal. II (Part. II), 
N°. 6 (1915), 186. 

Andreas (Pr.). De Apo-Kajan. (Mededee- 
lingen over de bewoners, nl. de Kenjah- en 
Bahau -Dajaks). ^ Borneo- Almanak. 6 (1916), 
63. 

6. Cdebes. 

Volkskarakter van de inlanders op Zuid- 
Celebes. (Ontleend aan een voordracht van 
den controleur J. Tideman over het Inlandsch 
volksleven op Zuid-Celebes). — Vragen van 
den Dag. 1911, 178. 

TiDEMAN (J.). Schetsen uit het volksleven 
op Zuid-Celebes. Voordracht. — Bulletin 
Kol. Mm. N°. 48 (1911), 53. 

Kktttt ( A. C. ). De jacht der Toradja's en de 
Zending. — Maandher. N. Z. G. 1911, 194. — 
De Banier. 1912, 3. 

Huv.elijks-ceremoniën (bij de Posso'ers). 

— Ned. Zendingsbode. 1911, 29. 

Maze (G. W.). Over heksen -moord en de 
berechting daarvan (in Posso). Met Na- 
schrift der Redactie. — T. B. B. 41 (1911), 
396. 

Schetsen uit Celebes, door V. L. I. Hei- 
denscho priesters. M. ill. — Weekbl. v. Indië 
9 (1912—13), 76. 

Stokking (Zendeling). Over den godsdienst 
der Talaureezen. (Ontleend aan de „Sangir- 
Bode voor N. en Z. Beveland"). — Ned. Zen- 
dingsbode. 1912, 221. 

Spat (C). Bamboekokers uit Loewoe. M. 
ill. — Elsevier's Maandschr. 1912, II, 36. 

Adriani (Dr. N.). Bcsprekhig van: „De 
Bare'e -sprekende Toradjo's van Midden- 
Celebes, (ipor N. Adriani en A. C. Kruyt. I. 



Land- en Volkenkunde". — 
1238. — M van Deel IL 
1543. 



./. G. 1912, II, 
- L G. 1913, II, 



Ino (Y. ). Mythology and songs among the 
natives of Celebes. — Journal of the Anthro- 
pd. Society of Tokyo. Vol. 28. N°. 315. June 
1912. 

Pénard (W. A.). De Patoentoeng (in Zuid- 
Celebes). — T. B. G. 55 (1913), 515. 

Jasper (J. E.). Eenige onderwerpen, be- 
trekking hebbende op de Minahassa. (Grond- 
bezit, oude zeden en gebruiken). — T. B. B. 
45 (1913), 87. 

Spat (C). SchUden van buffelleer uit Loe- 
woe. M. ill. — Het Ned. Ind. Huis Oud dh 
Nieuw. !«■— 2'^ jaarg. (1913—14), 156. 

SiNiA (J.G.). Iets over de Boegineezen en 
him kunst. M. ill. — Het Ned. Ind. Huis 
Oud & Nieuw. 1-2° Jaarg. (1913-14) 142. 

Kate (P. ten). Het Ende-feest. (Dooden- 
feest bij de To Napoe in Midden-Celebes). — 
M. N. Z. G. 1913, 35. 

Spat (C). Ethnographica uit de omstreken 
van Kendari. 31. ill. — Het Ned. Ind. Huis 
Oud & Nieuw. 1— 2e jaarg. (1913—14), 303. 

Ratu Langie. De vrouw in de Minahassa. 
— De Indiër. I (1913—14), II, 235, 243; II 
(1914—15), I, 3, 11, 19, 27. 

Snelleman (J. f.). Doodenmaskers van 
Koekoe (Celebes). Met Naschiift. M. ill. — 
Buiten. 1 {1913), 2Q, 289. 

SiNiA (J. G.). Het Boegineesche huis. M. 
ill. — Het Ned. Ind. Huis Oud & Nieuw. Ie — 
2e jaarg. (1913—14), 317. 

VuuREN (L. van). Lijkverbranding op 
Celebes. M. k. en ill. — Not. Bat. Gen. 51 
(1913), Bijl. I, bl. L 

Over de Toradja's op Celebcs. (Bespreking 
van N. Adriani en A. C. Kruyt: „De Ba- 
re'e-sprekende Toratlja's van Midden -Cele bes, 
I." _ Vragen v. d. Dag. 1913, 426. 

Godsdienstige begrippen bij de Toradja's. 
(Ontleend aan bovengenoemd werk). — Vra- 
gen V. d. Dag. 1913, 915. 



ETHNOGRAPHIE. — DE MOLUKSCHE ARCHIPEL. 



81 



Kjbuyt (A. C.) en Dr. N. Adriani. De 
godsdienst ig-politieke beweging „Mejapi" op 
Celebes. — Bijdr. Kon. Inst. 67 (1914), 135. 

Eenige aanteekeningcn omtrent heksen - 
moorden in Midden-Celebes. — Meded. En- 
cyd. Bureau. Afl III (1914), 161. 

Eigenaardige zeden (der bewoners van 
het landschap Lawoei). (Ontleend aan een 
artikel van F. Treffers in het Tijdschr. Kon. 
Ned. Aardr. Oen.). — I. G. 1914, 1, 690. 

Eigenaardige zeden (der bevolking van La- 
woei, Kendari). (Ontleend aan de Sumatra 
Post). — T. B. B. 47 (1914), 246. 

MiESEN (J. H. W. VAN der). Het „Apak- 
ado Mangirang" (een gebruik bij bevalling 
van vrouwen) bij de Makassaren in de onder- 
afdeeling Maros. — Kol. Tijdschr. 1914, I, 39. 

Nota betreffende Bantiksche aangelegenhe- 
den. Famihe- en erfrecht. — T. B. B. 48 
(1915), 28. 

Kruyt (A. C). Mededeelingen over een 
steen, waarin een menschenfiguur gebeiteld, 
gevonden in de Jaentoe -vlakte, landschap 
Ondaë. (Waarschijnlijk heeft deze steen ge- 
diend als deksel op een lijkpot). M. ill. — 
Not. Bat. Gen. 53 (1915), Bijl. II, bl. 90. 

Fokkema (Dr. F. J. ). Het feestelijk schoon- 
maken der graven in Posso. — M. N. Z. G. 
1915, 208. 

Verboden huwelijken in Posso. — M. N. 

7j. o. 1915, 213. 

Kate (P. ten). Het Moraego. (Een soort 
dans bij de bevolking van Midden-Celebes). — 
M. N. Z. G. 1915,332. 

7- De Moluksche Archipel. 

Het eiland Ambelaoe en zijne bewoners. 
(Ontleend aan een rapport van den posthou- 
der J. H. W. van der Miesen). — T. A. G. 
1911, II, 950. 



Adat-regelen op Halmahera. 
Z. G. 1912, 6. 



M. N. 



Krayer van Aalst — van Aalst (Mevr. 
D.). Het Kakehanf eest (bloemenf eest) „Festa 
boenga-boenga" (op Ceram). — Eigen Haard. 
1911, 228. 



Geitrtjens (H.). De Keieesche spelen. M. 
ill. — Almanak Missiehuis Tilbtirg. 1911, 59. 

Fortgens ( J. ). Bijdrage tot de kennis van 
de naamgeving onder de Tobelo van Halma- 
hera. — Bijdr. Kon. Inst. 65 (1911), 88. 

Baarda (M. J. van). Een sterfbed in een 
Heidensche woning (op Halmaheira). — Ber. 
Utr. Zendingsver. 1911, 66. — Ned. Zendings- 
bode. 1911, 165. 

Loüwerier ( J. ). Matakao. (Een bescherm- 
middel voor aanplantingen en visch vijvers). 

- M. N. Z. O. 1912, 27. 

Een merkwaardige vondst op Ceram (nl. 
overblijfselen van den prae-historisohen 
mensch). — T. A. G. 1912, 82. 

Ambonsche schetsen, door R. d. G. — 
Weekbl. v. Indië. 9 (1912—13), 343. 

Geurtjens (H.). Kei-eilanden. De kop- 
pensnellers op Kei. — De Java-Post. 1912, 
155. 

De Keiees op reis. — De Java-Post. 

1912, 570, 586, 598, 730, 763; 1913, 587, 
603, 615, 682. M. ill. — Annalen Missie- 
huis Tilburg. 1912, 214, 227, 244, 260; 1913, 
148, 166, 200. 

Cappers (E.). Over het koppensnellen (op 
Tanimbar). — Annalen Missiehuis Tilburg. 

1912, 102. 

Baarda (M. J. van). Nog iets aangaande 
„Heer Pokken" op Halmaheira. — Bijdr. 
Kon. Inst. 67 (1913), 58. 

Snelleman (J. F.). Het groote huis van 
Haar (op Groot-Kei). M. ill. — Eigen Haard. 

1913, 201. 

Menschen van Tanimber. M. ill. — 



Buiten. 7 (1913), 288. 

Fortgens (J.). Het Saoe'sche doodenoffer 
en de maskerade. M. ill. — Bijdr. Kon. Inst. 
68 (1913), 508. 

HuETiNG (A.). Over den bruidsschat (op 
Halmaheira). Voordracht. — M. N. Z. O. 
1913, 197. 

Tauern (O. D.). Ceram. (Ethnographische 

6 



82 



ETHNOGRAPHIE. 



NIEUW-GUINEA. 



mededeelingen). M. ül. 
ndogie. 1913, 162. 



Zeitschr. f. Eth- 



Baarda (M. J. van). Een apologie voor de 
düoden. Bijdrage tot de kennis van het Galela- 
reesche volk. — Bijdr. Kon. Inst. 69 (1914), 
52. 

Jansen (A. H.). Een besnij den isf eest der 
Heidenen op TaUaboe (Soela-eilanden). — 
Ber. Utr. Zendingsver. 1914, 33. 

Cappebs (E.). Taninabareesche feesten en 
wreedheden. — Annalen Missiehuis Tilburg. 
1914, 20. 

Een praatje over de Tanimbareezen. — 



Annalen Missiehuis Tilburg. 1914, 214. 

Gettrtjens (H.). Een uitvaart op de Kei- 
eilanden. — Almanak Missiehuis Tilburg. 

1914, 63. 

ScHADEE (M. C). Heirats-und andere Ge- 
brauche bei den Mansela und Nusawele Al- 
furen in der Unterabteilung Wahaai der 
Insel Seram (Ceram). — Intern. Arch. f. 
Ethnogr. 22 (1915), 129. 

Getjutjens (H. ). De Keieesche metselaar. — 
De Java-Post. 1915, 420. — Annalen Missie- 
huis Tilburg. 1915, 276. 

Keieesche namen. (Handelt over naam- 
geving bij de Keieezen). — De Java-Post. 

1915, 729, 745. 

8. Nieuw-Chiinea. 

Eerde (J. C. van). Vingermutilatie in 
Centraal Nieuw-Guinea. — T. A. G. 1911, 
49. 

Wat de Sneeuwgebergte-expeditie alzoo 
medebiacht (aan ethnographica). M. ül. — 
De Aarde en haar Volken. 1911, Bijbl. bl. 17. 

Vieqen (J.). De Marindineezen van Ned. 
Nieuw-Guinea. Ethnographischc studie over 
namen van rivieren, plaatsen en stammen. — 
T. A. O. 1911, 110. 

Broek (A. J. P. van den). Dwergstammen 
in Zuid-Nieuw-Guinea. M. ill. — T. A. O. 
1911, 821. 

Eerde (J. C. van). Ethnographlsche ge- 



gegevens van de exploratie -detachementen 
op Nieuw-Guinea. M. ill. — T. A. G. 1911, 
929. 

Kolk (J. v. d.). De Majo-feesten op Zuid 
Nieuw-Guinea. M. ill. — Almanak Missie- 
huis Tilburg. 1911, 47. 

Het eerste bezoek van Dr. M. Nijens bij de 
koppensnellers van Nieuw-Guinea. M. ill, 

— Almanak Missiehuis Tilburg. 1911, 51. 

Gappers (E. ). Over slapen en duivelsbezwe- 
ringen bij de Kaja-Kaja's. — Kath. Missiën. 
.37(1911— 12), 255. 

Kolk (J. van der). Brief uit Okaba ■ 
(Ned. Nieuw-Guinea) over tooverformules \ 
der Marindineezen tot het verdrijven van 
koorts. — De Java-Post. 1911, 167. 

MededeeUngen over koppensnellen door 

de Marindineezen (Ned. Nieuw-Guinea). — 
De Java-Post. 1911, 233. 



Papoea's, Tugeri, Alfoeren of Marin- 
dineezen. (Over de %Taag welken naam de 
volksstammen van Ned. Nieuw-Guinea dra- 
gen). — De Java-Post. 1911, 379. 

Mededeelingen over het gering aantal 



geboorten bij de Marindineezen (Ned. Nieuw- 
Guinea). — De Java-Post. 1911, 536. 

Hamers (N.). Nieuw-Gumea. Luguber. 
(Besclnijving van het koppensnellen bij de 
Kaja-kaja's). — De Java-Post. 1911, 699. 

Onder kannibalen. Letterlijke verklaring 
zooals zij door een menscheneter op Nieuw- 
Guinea voor den rechter is afgelegd. Mede- 
gedeeld door een Missionaris. — De Java-Post. 
1911, 827. 

MoszKOWSKi (M.). Die Völkerstammc am 
Mamberamo in HoÜancHsch Neu-Guinea und 
auf den vorgelagerten Insein. M. ill. — Zeit- 
schr. f. Ethnologie. 1911, 315. 

Neuhatjss (R.). Ueber die Pygmaen in 
Deutsch-Neuguinea und über das Haar der 
Papua. — Zeitschr. f. Ethnologie. 1911, 280. 

Kolk ( J. v. d. ). Een sneltocht (door Marin- 
dineezen). — Annalen Missiehuis Tilburg. 
1911, 100, 132. 



ETHNOGRAPHIE. 



NIEUW-GUINEA. 



8.*] 



Kolk (J. v. d.). De naam der koppensnellers 
van Zuid Nieuw-Guinea. — Annalen Missie- 
huis Tilburg. 1911, 134. 

Hamers (N. ). Het koppensnellen op Nederl. 
Nieuw-Guinea. M. ill. — Annalen Missiehuis 
Tilburg. 1911, 244. 

EscHLiMANN (H.). L'enfant chez les Kuni 
(Nouvelle Guinee anglaise). M. ill. — Anthro- 
pos. 1911, 260. 

VoRMANN (Fr.). Tanze und Tanzfestlich- 
keiten der Monumbo-Papua (Deutsch Neu- 
guinea). M. ill. — Anthropos. 1911, 411. 

Kolk (J. van der). Gebarentaal der Ma- 
rienders. (Ontleend aan de Java-Post). — 
Vragen van den Dag. 1911, 335. 

LüSCHAN (F. V.). Zur Ethnographie des 
Kaiserin-Augusta-Flusses. M. ill. — Baessler 
Archiv. I (1911), 103. 

Reiber (J.). Kinderspiele in Deutsch -Neu- 
guinea. — Baessler-Archiv. I (1911), 227. 

Sarfert (Dr. E.). Eine Kanuplanke aus 
Kaiser-Wilhelms-Land. M. ill. — Jahrbuch 
des Stadtischen Museums f. Völkerkunde Leip- 
zig. Bd. 5 (1911—12), 42. 

ViEGEN (J.). Oorsprongs- en afstammings- 
legenden van den Marindinees (Zuid-Nieuw- 
Guinea.) Met Naschrift der Redactie. — T. 
A. O. 1912, 137, 153. 

KocK (M. A. de). Eenige ethnologische en 
anthropologischegege vensom trenteen dwerg- 
stam in het bergland van Zuid-Nieuw-Guinea. 
M. ill. — T. A. O. 1912, 154. 

Gjbllerup (K.). De Saweh-stam der Pa- 
poea's in Noord Nieuw-Guinea. — T. A. O. 
1912, 171. 

Fribderici (Dr. G.). Wissenschaftliche 
Ergebnisse einer amtlichen Forschungsreise 
nach dem Bismarck-Archipel im Jahre 1908. 
II. Beitrage zur Völker- und Sprachenkunde 
von Deutsch Neu-Guinea. M. k. en ill. — 
Mitt. D. Schuizgeb. Erganzungsheft No. 5 
(1912). 

Lugubere waarheid, door P. C. (Handelt 
over het prepareeren van gesnelde koppen 
op Ned. Nieuw-Guinea). — Weekbl. v. Indië. 
9 (1912—13), 844. 



De Papoea's. (Naar aanleiding van R. Neu- 
HAUSS: „Deutsch -Neu-Guinea. Bd. III".) — 
Ber. Utr. Zend. 1912, 8. 

Kolk ( J. v. d. ). Totemisme in Zuid-Nieuw- 
Guinea. — De Java-Post. 1912, 226. 

Hamers (N.). Nieuw-Guinea. De Marin- 
dineezen van Obaka en de beschaving. — 
De Java-Post. 1912, 315. — Annalen Missie- 
huis Tilburg. 1912,. 72. 

Kolk (J. v. d.). Obaka. Over een treurig 
misbruik (bij de Marindineezen). — De Java- 
Post. 1912, 698. 

Nieuw-Guinea. Marindineosche schoon- 
heden. — De Java-Post. 1912, 714. 

LuLOFS (C). Papoeëesche roofridders. M. 
k. — T. B. B. 43 (1912), 292, 357. 

De bevolking van Waropen, door C. L. 
(Ontleend aan een verslag van luitenant 
Creutz Lechneitner). — T. B. B. 43 (1912), 
361. 

Kolk (J. v. d.). Over het koppensneUen 
(op Ned. Nieuw-Guinea). — Annalen Missie- 
huis Tilburg. 1912, 88. 

Van een sterfgeval en een doodenfeest 

bij de Marindineezen. — Annalen Missiehuis 
Tilburg. 1912, 292. 

GoETHEM (E. van). String-bags of Mekeo, 
Papua. M. ill. — Anthropos. 1912, 792. 

DuPUY (E.). Le CannibaUsme des Papous 
de la Nouvelle-Guinée. — Travers le Monde. 
1912, No. 13, bl. 100. 

De legende van Miok Woendi (Noord 
Nieuw-Guinea). (Uit het dagboek van den 
len luitenant E. Tijdeman). — Meded. En- 
cycl. Bureau. Afl II (1912), 253. 

Eqidi (V. M.). La vita dei Mekeo nella 
Nuova Guinea. — Boll. Soc. Oeogr. Italiana. 
1912, 831. 

Friedli (R.). Neue Aufschlüssc über das 
Leben und Denken der Papua. — Evang. 
Miss. Mag. 1912, 436. 

Nieuw-Guinea legenden. De Amazonen van 
de Idenburgrivier. — De legende van Miok 
Woendi. — T. B. B. 42 (1912), 186. 



84 



ETHNOGRAPHIE. — NIEUW-GUINEA. 



Heldring (O. G.). Bijdiage tot de eihno- 
giafische kennis der Marlende -Anim. M. UI. 
— T. B. O. 55 (1913), 429. 

Feuilleteau de Bruijn (W. K. H.)- Kor- 
te aanteekeningen nopens de Kaja-kaja aan 
de Noord-Westrivier (Nieuw-Guinea). — T. 
B. O. 55 (1913), 544. 

MuYLWiJK (J. van). Een doodenfeest te 
Tanah-Merah (Mc Cluergolf). M. UI. — Ber. 
Utr. Zend. 1913, 33. 

Snelleman (J. f.). Houtsnijwerk van 
Duitsch Nieuw-Guinea. M. UI. — Het Ned. 
Ind. Huis Oud en Nieuw. Ie — 2e jaarg. (1913- 
14), 267. 

KooY (J. VAN der). Merauké. Levend be- 
graven. (Over het begraven van levende men- 
schen door de Marindineezen). — De Java- 
Post. 1913, 59. 

Kolk (J. van der). Nieuw-Guinea. Be- 
straffing der koppensnellers. — De Java-Post. 
1913, 284. 

Nieuw-Guinea. Humor der Marindinee- 
zen. — De Java-Post. 1913, 363. — Annalen 
Missiehuis Tilburg. 1913, 101 

Geheime plecht ig]ieden (der Marindi- 



neezen). — De Java-Post. 1913, 553, 568. 

Broek (A. J. P. v. d.). Ueber Pygmaen 
in Niederlandisch-Süd-Neu-Guinea. 31. UI. 
— Zeitschr. f. Ethnol. 1913, 23, 298. — Be- 
merkungen von Prof. R. Neuhauss. — Ibid. 
1913, 45, 298. 

Mussen die Neuguineer aussterben ? von 
M. S. — Kol. Rundschau. 1913, 37. 

PuFF (A.). Hoe de Papoea zijne vrienden 
b, mint. M. UI. — St. Michads- Almanak. 1913, 
31. 

WiLUAMSON (R. W.). Somc unrecorded 
customs of the Mekeo people of British Ncw- 
Guinca. M. UI. — Journ. Anthr. Inst. 43 
(1913), 268. 

Snell (L. A.). Eenige gegevens betreffende 
de kennis der zeden, gewoonten en taal der 
Pësëchëm van Centraal-Nieuw-Guinea. Met 
Woordenlijst. M. UI. — Bulletin Maatsch. ter 
bev. Nat. onderz. Ned. Kol. No. 68 (1913), 57. 



Neuhauss (R.). Das rot blonde Haar der 
Papua. — Zeitschr. /. Ethnol. 1913, 259. 

Tegen de gruwelen der koppensnellers (op 
Ned. Nieuw-Guinea). 3Ï. UI. — Annalen Mis- 
siehuis Tilburg. 1913, 196. 

Kolk ( J. van der). Einde van het koppen- 
sneUen (op Ned. Nieuw-Guinea)? — Annalen 
Missiehuis Tilburg. 1913, 212. 

Vertenten (P.). Zon en meian bij de Ma- 
rindineezen. — Annalen Missiehuis Tilburg. 

1913, 250. 

Egidi (V. M.). Mythes et légendes des Kuni, 
British New Guinea. — Anthropos. 1913, 978; 

1914, 81. 

Landtman (G.). Cat's cradles of the Kiwai 
Papuans, British New Guinea. M. ül. - 
Anthropos. 1914, 221. 

Rawling (C. G.). Les pygmées de la Nou- 
velle Guinee. — Bulletins et Mémoires de la 
Société d' Anthropol. de Paris. 1913, Fase. 
3—4. 

Egidi (V. M.). La religione e Ie conoscenze 
naturaü dei Kuni (Nuova Guinea Inglese). 
— Anthropos. 1913, 202. 

Hasselt (P. J. F. van). De legende van 
Mansren Mangoendi. — Bijdr. Kon. Inst. 69 
(1914), 90. 

Bericht über ethnographische Tatigkeit 
des Marine -Stabsarztes Dr. Börnstein bei 
der Vermessung der Willaumez-Halbinsel 
durch S. M. S. „Planet" im Sept. und Okt. 
1913. M. k. — D. KolonialblaU. 1914, 828. 

GooszEN (A. J.). De Majo-mysteriën ter 
Nieuw-Guinea's Zuidkust. M. UI. — Bijdr. 
Kon. Inst. 69 (1914), 366. 

Snelleman ( J. F. ). Het huis met de hage- 
dissen op Jamna. M. UI. — Het Ned. Ind. 
Huis Oud en Nieuw. 1^ — 2^ jaarg. (1913 — 14), 
207. 

Hanke (Zendeling). Een reis naar de wilde 
Raua's (een volksstam in Duitsch Nieuw- 
Guinea). — R. Zending. 1914, 6. 

KooY (J. v. D.). Bijzonderlieden van de 
bewoners van HoU. Nieuw-Guinea. — Anna- 
len Missiehuis Tilburg. 1914, 39. 



ETHNOGRAPHIE. 



NIEUW-GÜINEA. 



VR. OOSTERLINGEN. 



85 



ViEGEN (J.) Iets over de geestenwereld 
der Marindineezen. — Annalen Missiehuis 
Tilburg. 1914, 51. 

Beaeer (W. N.). Some notes on the eating 
of liuman flesh in the Western division of 
Papua. — Man. 1914, No. 74. 

Seligman (C. G. ) Note on a wooden horn 
or trumpet from British New Guinea. M. ill. 

— Man. 1915, No. 11. 

Vertenten (P.). Zeichen- und Malkunst 
der Marmdmezen (Bewohner von Nieder- 
landisch Süd-Neu-Guinea). M. ill. — Intern. 
Arch. f. Ethnogr. 22 (1915), 149. 

FExnLLETEAU DE Bruijn (W. K. H.). Aan- 
teekeningen over de Kaja-Kaja's aan de 
Noordwest -rivier in Nieuw-Guinea. — T. A. 
G. 1915, 84. 

Fischer (H. W.). Beitrage zur Ethno- 
graphie von Neu-Guinea (XII. Ethnographi- 
ca aus Süd- und Südwest Neu-Guinea). M. ill. 

— Intern. Arch. f. Ethnogr. 22 (1915), 230. 

SiNiA (J. G.). Een zestal Papoea-schUden. 
31. ill. — Het Ned. Ind. Huis Ovd en Nieuw. 
II (1915), 29. 

Vertenten (P.). Mewi-feest. (Een gebruik 
van de Kaja-Kaja's bij het slachten van 
varkens). M. ill. — Annalen Missiehuis Til- 
burg. 1915, 164, 181. 

ViEGEN (J.). De Tatit-mehèn of overleve- 
ring der Marindineezen. M. ill. — Annalen 
Missiehuis Tilburg. 1915, 197. 

CmNNERY (E. W. P.) andBEAVER (W. N.). 
Notes on the imitation ceremonies of the 
Koko, Papua. — Journ. Anthr. Inst. 1915, 
69. 

Ethnographische gegevens betreffende de 
inboorhngen in het stroomgebied van de 
Mamberamo -rivier (Nieuw-Guinea). — T. A. 
Q. 1915, 655. 

ViEGEN (J.). Marindineesche opvattingen 
en gebruiken. — Annalen Missiehuis Tilburg. 
1915, 330, 344, 375. 

Gjellerup (K.). De legende van de ver- 
nietiging door tooverij van de oorspron- 
kelijke bevolking van het schiereiland Sarmi 



op de Noordkust van Nieuw-Guinea en de 
herbevolking van dit schiereiland. Met eene 
beschrijving van het jaarlijksche treurfeest, 
hetwelk ter herinnering aan die verwoesting 
in Maart wordt gevierd. M. k. en ill — T. 
B. G. 57 (1915), 31. 

Seligman (C. G.). Note on an obsidian 
axe or adze blade from Papua. M. ill. — Man. 
1915, No. 91. 

Wasterval (J. A.). Zwangerschap, ge- 
boorte en kindermoord bij de Papoea's in en 
om de Humboldtsbaai. Aanteekeningen. — 
T. B. O. 57 (1915), 263. 

VoRMANN (Fr.). Die Imiationsfeiern des 
Jünglingc und Madchen bei den Monumbo- 
Papua, Deutsch-Neuguinea. — Anthropos. 
(1915—16), 159. 

Viegen (J.). Marindineesche „Kermis in 
de hel". — De Java-Post. 1915, 777. 

Friederici (G.). Beitrage zur Völker-und 
Sprachkunde von Deutsch Neu-Guinea. — 
Göttingische gelehrte Anzeigen. Jan. 1915. 



IV. VREEMDE OOSTERLINGEN. 

Nederburgh (Mr. I. A. ). Onze Chmeezen- 
poUtiek in Indië, in verband met de waardig- 
heid van den Staat en de belangen der in- 
heemsche bevolking. (Critische bespreking 
van de brochure van Mr. P. H. Fromberg: 
„De Chinecsche beweging op Java. Amster- 
dam 1911"). — /. G. 1912, I, 145. 

Beroering onder de Chineezen in Ned. In- 
dië. (Berichten en mededeelingen daarom- 
trent ontleend aan de Indische dagbladpers). 
— /. G. 1912, I, 523. 

De Minister over de Chineezen-woelingen 
in Nederl. Indië (in antwoord op een vraag 
van het Kamerlid Hugenholtz). — /. G. 
1912, II, 926. 

De Chineezenrelletjes te Batavia, door D. 
V. — Weekbl. v. Indië. 8 (1911—12). 1084. 

De Chinecsche relletjes (te Soerabaja). M. 
ill. — Weekbl. v. Indië. 8 (1911—12), 1109, 
113L 



86 



VREEMDE OOSTERLINGEN. 



Het verslag der Javasche Bank (over 1911) 
over de Chineezen-beweging. — /. G. 1912, 
II, 1197. 

Aiix Indes Néerlandaises. (Mededeelingen 
van Chineesche zijde omtrent de in Nederl. 
Indië plaats gehad hebbende relletjes tijdens 
de afkondiging van de Chineesche republiek 
aldaar). — Revue Jaune. 2 (1912), 361. 

Kortenhorst (A.). De maatschappelijke 
toestand der Chineesche vrouw. — Ber. St. 
Claverbond. 1912, 175. 

Aaneensluiting van Chineezcn in onze 
Koloniën. (Over liet doel der door in Neder- 
land verblijf houdende Chineezen te 's Graven- 
hage opgerichte vereeniging „Tjoeng Hwa 
Uwee"). — Kol. Weekbl. 21 November 1912. 

BiiiEK (A. J.). Iets over de Chineezen. — 
Org. N. Z. V. 1912, 96. 

ScHELTEMA (J. F.). Ncw Chiua asserting 
herself. (Over de Chineesche bewegmg in 
Nederl. Oost -Indië). — Empire Review. 32 
(1912), 397. 

Ong Boen Liang. Meten met twee maten. 
(Over de Chineezen-kwcstie op Java). — Het 
Tijdschr. 2 (1912—13), 21. 

Chineezen in botsing. (Overzicht der cou- 
ranten-berichten betreffende de relletjes 
tusschen Chineezen en Arabieren op Java). — 
/. G. 1912, II, 1656. 

Het Chineezen relletje te Soerabaja. — De 
Werdd. 1 Maart 1912. 

OuDGAST. De jongste ongeregeldheden op 
Java. (Over de Chineezen-relletjes te Soera- 
baja en te Cheribon en de oorzaken daar- 
van). — Kol. Weekbl. 12 December 1912. 

Walbeehm (A. H. J. G.). De Chineesche 
beweging. (Critiek op de brochure van Mr. 
P. H. Feomberg: „De Chineesche bewegmg 
op Java. Amsterdam 1911"). — Kol. Tijd- 
schr. 1 (1912), 593. 

Officieel relaas van de Chineesche opstoot- 
jes te Batavia en Soerabaja. — Kol. Tijdschr. 
1 (1912), 601. 

AsiATicus. China. (Beschouwingen over de 
taak van de Indische Regeering ten opzichte 



van de Chineesche ingezetenen, in verband 
met de veranderde toestanden in China). Met 
naschrift van B. — Kol. Tijdschr. 1912, 793, 
797. 

Een Chinees over de Chineesche beweging. 

— Kol. Tijdschr. 1912, 667. 

De mijnwerkers op Banka. (De Nieuwe 
Rotterd. CaiirarU over de te Pangkal Pinang 
onder de Chineesche koelies plaats gehad 
hebbende opstootjes.) — I. G. 1913, I, 101. 

Chineezen en Arabieren. (Berichten en 
mededeelingen over de opstootjes tusschen 
beide rassen in Indië, ontleend aan de Nederl. 
en de Indische pcre). — /. G. 1913, I, 107. 

De Chineezen in Deli. (Ontleend aan het 
Alg. Handelsblad van 27 November 1912). — 
/. G. 1913, I, 107. 

BoREL (H. J. F.). De Chineesche kwestie 
en de Ambtenaren van het Binnenlandsch 
Bestuur. — Kol. Tijdschr. 1913, I, 41. 

Fromberg (Mr. P. H.). De Chineesche be- 
weging op Java. Voordracht met'debat. — V. 
Ind. Gen. 1912/13, 25. — Kantteekeningen 
op bovenstaande voordracht, door C. LuLOFS. 

— T. B. B. 44 (1913), 148. 

De Chineezen in West-Borneo. (Overzicht 
van artikelen in het Vaderland van 14 Novem- 
ber en 16 December 1912). — 7. G. 1913, 1, 
225. 

De Rpgeering en de Chineezen. (Bespreking 
in de Locomotief van 7 December 1912 van het 
standpunt van den Minister van Koloniën 
met betrekking tot de Chineezen-quaestie — 
I. G. 1913, I, 242. 

Bestuursambtenaar en adviseur voor Chi- 
neesche zaken. (Overzicht van een artikel 
in de Nieuwe Rotterd. Courant van 15 Januari 
1913). — /. G. 1913, I, 382. 

De Vereeniging Soe Po Sia. (Volgens het 
Handelsblad van 4 Februari 1913). — /. G. 
1913, I, 383. 

Meeningsversehil onder de Arabieren op 
Batavia. (Overzicht hi de Nieuwe Courant v&n 
4 April 1913 eener aan het Soerab. Handels- 
blad over het onderwerp handelende corres- 
pondentie). — ƒ. G. 1913, I, 653. 



, 



VR. OOSTERLINGEN. 



OOSTERSCHE GODSDIENSTEN. 



87 



BoREL (H. J. F.). De Chineesche beweging. 
Voordracht met debat. — V. Ind. Gen. 1912 — 
13, 179. — Bespreking: I. G. 1913, I, 786. 

De Chineesche beweging opgelost. (Over- 
zicht van een artikel in het Alg. Handelsblad 
van 8 JuU 1913, naar aanleiding van de lezing 
van H. BoREL op 15 April 1913 in het Indisch 
Genootschap). — /. G. 1913, II, 1098. 

Chineesche officieren en wijkmeesters. (Ont- 
leend aan een artikel in de Nieuwe Courant 
van 20 Angustus 1913). — /. G. 1913, 1 ,1373. 

BoREL (H. J. F.). Chineesche vereenigin- 
gen. Voordracht met debat. — Org. Moeder- 
land en Koloniën. 13 (1913), N°. VI. 

SiNiA (J. G.). Chineesche wijken te Batavia. 
M. ill. — Het N. I. Huis, Oud en Nieuw, Ie — 
2ejaarg. (1913—14), 211. 

De afschaffing van het passen- en wijken- 
stelsel voor Chineezen. (Overzicht van een 
artikel inde Java-Bode). — I. G. 1914, 1, 605. 
— Zie ook: 7.0.1914,1,745. 



De Chineezen en Indiërs. Door „Volbloed 
Indiër". Met naschrift van de Redactie. — De 
Indiër. 1 (1913—14), II, 183, 184. 

BoREL (H.). Chmeesche officieren. (Ont- 
leend aan deTelegraaf van 14 Mei 1914). — 
7. G. 1914, I, 885. 

Centralisatie van Chmeesche zaken. 



(Overzicht van een artikel in het Batavi- 
aasch Nieuwsblad van 21 Augustus 1914). — 
7. G. 1914, II, 1594. 

De Chineesche kwestie. Door K. H. T. 
(Ontleend aan de Nieuwe Midden-Java). — 
I. G. 1915, II, 1286. 

Lom (F. van). Rouw en weduwschap bij 
KUngen (op Sumatra). — De Java-Post. 
1915, 647. 

Djajabaja. De plaats van den Chinees 
in de Indische samenleving. — Goentoer 
Bergerak. N°. 3, 13 Maart 1915. 



V. DE ISLAM EN ANDERE OOSTERvSCHE GODSDIENSTEN. ^) 



Gouvernement en Bedevaart. Door B. J. 
H. — Indologenblad. 3 (1911—12), 193. 

Si\nT(Dr. G. ). Opmerkingen naar aanleiding 
van Prof. Dr. C. Snouck Hürgronje's 
boek. , J^ederland en de Islam. Vier lezingen". 
— M. N. Z. G. 55 (1911), 311. — Zie ook: 
Org. Ned. Z. V. 1911, 177. 

Sasradimedja (Raden). De Javaan en zijn 
godsdienst. — Het Tijdschrift. 1 (1911—12), 
329. 

Eerde (J. C. van). Hindu-Javaansche- en 
Balische eeredienst. — Bijdr. Kon. Iiist. 65 
(1911), 1. 

Pohtiqne musulmane de la Hollande. 
(Overzicht van de vier lezingen van Prof. Dr. 
C. Snouck Hurgronje in de Ind. Bestuurs- 
academie). — Rev. du Monde 3Iusulman. 14 
(1911), II, 377. 

Büttner (Fr.). Si Singa Mangaradja, der 
„Priesterkönig" der Batak. — Evang. Miss. 
Mag. 1911, 393. 



SiMON (G. ). Das islamischen Problem in den 
hollandischen Koloniën. — Evang. Miss. 
Mag. 1911, 448. 

Bakker (D. ). Het streven naar hooger ont- 
wikkeling in verband met de verbreiding van 
den Islam op Java. — Macedoniër. 1911, 136. 

Hadji's. Uit het dagboek van een dokter. — 
Ned. Zendingsbode. 1911, 126, 133, 142, 151. 

Deventer (Mr. C. Th. van). De oplossing 
der Islam -quaestie in Nederlandsch-Indië. 
(Naar aanleiding van Dr. C. Snouck Hür- 
gronje's „Nederland en de Islam. Vier voor- 
drachten gehouden in de N. I. Bestuursaca- 
demie. Leiden 1911"). — De Gids. 1911, III, 
103. 

Spat (C. ). Gouvernement en bedevaart. — 
7. G. 1912, 1, 337. 

Islam -propaganda. (De Locomotief en de 
Java-Bode over de bedrijvigheid in zekere 
kringen in de Vorstenlanden, welke voor den 



') Zie ook de Afd. „Ethnographie' en „Inlandsch en Mohammedaans ch recht" 



88 



OOSTERSCHE GODSDIENSTEN. 



Islam op Java propaganda maken). — /. 
1912, II, 9.39. 



G. 



Snouck Hubgron je (Dr. C. ). Notes sm- Ie 
mouvement du pèlorinage de la Mecque aux 
Indes Néerlandaise.s. M. ill. — Rev. du Mon- 
de Musulman. 15 (1911), 397. 

De oorlog en de heilige karavaan naar 
Mekka. (Ontleend aan eene correspondentie 
in de Nieuwe Rotterd. CoMrani van 24 Septem- 
ber 1912). — I. G. 1912, II, 1515. 

Snouck Hurgronje (Prof. Dr. C). De Is- 
lam. — Groote Godsdiensten. Serie II, N°. 6. 

Jttyjjbolx, (Mr. Dr. Th. W.). De Islam en 
de Islampolitiek der Ned. -Indische Regeering. 
(Naar aanleiding van het werk van Mr. G. 
D. WiLLiNCK. „Het rechtsleven bij de Mi- 
nangkabausche Maleiers"). — Onze Eeuw. 
1912, I, 49. 

De bepaling van het einde der poeasa. 
(Advies van Prof. Dr. C. Snouck Hurgronje). 
— T. B. B. 42 (1912), 4. 

Eggink (H. J.). Geestcsstroomingen onder 
de Mohammedanen (in de Bataklanden). — 
Geill. Zendingsbl. 1912, 64. 

SoEMATJiHRA en zijn kring (in de desa 
Kemanoekan). — Theos. Maandblad v. N. I. 
12 (1912), 49. 

Mohammedaansch Kalifaat en Europeesche 
Koloniën. Door E. M. — Kol. Tijdschr. 1 
(1912), 1136. —Overzicht: /. G. 1912, II, 
1669. 

Wely (J. H. van). Panislamisme. Voor- 
dracht. Met naschrift. — Kol. Tijdschr. 
1 (1912), 1153; 2 (1913), I, blz. 1, 21. 

Dijkstra (H.). De tweede wereldgods- 
dienst (De Islam). — Macedoniër. 1913, 65. 

ScoTT (S. B.). Mohammedanism in Bor- 
neo. Notes for a study of the local modifioa- 
tions of Islam and the extent of its influence 
on the native tribes. — Journal of the Ameri- 
can Oriental Society. 33 (1913), 313. 

JuYNBOLL (H. H.). Religionen der Natur- 
völker Indonesiens. — Archiv f. Religionswis- 
senschaft. 16 (1913), 208; 17 (1914), 582. 



Ravesteijn (W. van). Een Islam-be- 
strijder. (Naar aanleiding van het werk van 
Prof. M. Hartmann: Fünf Vortrage über den 
Islam. Leipzig 1912"). — Amsterdammer. 30 
Maart 1913. 

Watson (Ch. R.). The Moslem of Su- 
matra as a type. (Naar aanleiding van het 
werk van G. Simon : „The progi'ess and arrest 
of Islam in Sumatra. London 1912"). — The 
MoslemWorld. 3 (1913), 159. 

Geuns (M. van) Het huidig Turkije, de 
Islam en Nederl. -Indië. — Weekbl. v. Indië. 
10 (1913—14), 49. 

Cabaton (A.). L'Islam et Ic Christianisme 
aux Indes Néerlandaises. — Rev. du Monde 
Musulman. 23 (1913), 129. 

Snouck Hurgronje (Prof. Dr. C). De 
Islam in Nederlandsch- Indië. — Groote Gods- ■ 
diensten. Serie II, N°. 9. 

Bedevaartverslag 1912 — 1913 van den 
Consul te Djeddah. Hadj 1330. Door P. G. 
— /. G. 1913, II, 1628. 

EzERMAN ( J. L. J. F. ). Een en ander over 
Boeddhisme. Voordracht. — Weekbl. v. Indië. 
10 (1913—14), 529, 554, 578. 

Ophuysen (Mr. A. H. van). De Europee- 
sche werkgever tegenover de godsdienst- 
plichten der Mohammedaansche arbeiders. — 
Ind. Weekbl. v. h. Recht. 49 (1912—13), 121. 

Onze plichten tegenover deMohammedanen. 
(Naar aanleiding van een artikel van Prof. 
Edouard Montet in „La Revue" van 15 
December 1913, getiteld: „Nos de voirs en vers 
les Musulmans"). — Weekbl. v. Indië. 10 
(1913—14), 1067. 

Eggink (H. J.). Schetsen uit het godsdiens- 
tig leven onzer Mohammedaansche Bataks. 
I. Het Mohammedaansche bedehuis. II. De 
Mohammedaansche voorganger. — Geill. 
Zendingsbl. 1914, 73; 1915, 9, 42, 76. 

Les Musulmans de 1' Archipel malais. 
(Overzicht van een artikel van Abou Sa'id 
Arabi Hindi in de Sébil-ur- Réchad). — Rev. 
du Monde Musidnmn. 26 (1914), 257. 

De nieuwe actie der Moslims in Indië. 
(Overzicht van een artikel in de Java-Bode). — 
ƒ. G. 1914, II, 1161. 



OOSTERSCHE GODSDIENSTEN. 



89 



Bakker (D.)- Panislamisme in Nederl.- 
Indië. — Macedoniër. 18 (1914), 18. 

RoNKEL (Dr. Ph. S. van). Nadere gegevens 
omtrent het Hasan-Hoesain -feest. — T. B. B. 
56 (1914), 334. 

Verhoeven (J.). Hoedanig is de houding 
der vrome Islams op Java, tegenover de 
Claristelijke zending onzer dagen. — Org. Ned. 
Z. V. 1914, 108, 124. 

TissoT VAN Patot (A.). Enkele aanteeke- 
ningen over de secte der Samins (in de resi- 
dentie R?mbang). — Jaarversl. Top. Dienst 
N. I. 1914, 197. 

Snouck Hurgronje (Prof. Dr. C). Hei- 
lige oorlog made in Germany. — De Gids. 
1915, I, 115. — Islampolitiek. Opmerkingen 
naar aanleiding van bovenstaand artikel, door 
C. H. Becker. Met noot van de redactie. — 
Ibid. 1915, II, 311, 317. 

De goeroe Ilmoe Samin (en zijne volge- 
lingen in de residentie Rembang). Ontleend 
aan de Locomotief). — I. G. 1915, I, 534. 

De Djawakolonie en dé mystieke broeder- 
schappen in Mekka. (Ontleend aan het Bede- 
vaartverslag overl913 en 1914 van den Ne- 
derlandschen Consul te Djeddah). — /. G. 
1915, I, 538. 

Bakker (D.). Het mahomedanisme op Ja- 
va. — Macedoniër. 19 (1915), 137. 



Kraelitz Greifenhorst (Fr. v.). Die 
Fetwai über den Heiligen Kiieg. — Oesterr. 
Monatsschrift. f. d. Oriënt. 1915, 19. 

Kaurimsky (Dr. Emrich). Der Heilige 
Krieg vom seheriatsrechtlichen Standpunkte. 
— Oesterr. Mormtsschrijt f. d. Oriënt. 1915, 21. 

AvERBERG (Th.) Godsdienst der Papoea's 
in Nieuw-Guinea. M. ill. — De Katholieke 
Missiën. 40 ( 1914—15), 282. 

Godsdienstig advies. (De Locomotief over 
een besluit van de Sarekat Islam in Solo, 
om aan de adviseurs voor Inl. en Moh. Zaken 
en mede aan den Turkschen Consul, advies 
te vragen of het optreden ten aanzien van de 
pestbcstrijding in overeenstemming is met de 
Mohammedaansche voorschriften). — I. G. 
1915, II, 1781. 

DoEFF (H.). De Mekka-gangers en de oor- 
log. (Naar aanleiding van een reeks artikelen 
in de Nieuwe Rotterd. Courant van 25 en 26 
November 1915). — Kol. Tijdschr. 1915, 
II, 1661. 

Groeneweg EN (L.). Javaansche godenleer. 
Godsdiensten op Java. (I. De schepping vol- 
gens de Javaansche godenleer. II. Vorming 
der bergen op Java). — Ber. St. Claverbond. 
1915, 27. 

Putker(D. ). Iets over Mohammedaanschen 
Godsdienst. M. ill. — Borneo- Almanak. 5 
(1915), 63. 



VI. TAAL- EN LETTERKUNDE. 



a. In het algemeen. 

Berkhout (A. H.). Is studie van de-Indi- 
sche talen in Europa noodig voor den a. s. In- 
disehen planter ? Met opmerkingen van T. J. 
Bezemer. — Ind. Merc. 1911, 1069. — Naar 
aanleiding van bovenstaand artikel, door J. 
SiBiNOA Mulder. — Ind. Merc. 1911, 1092. 

Jonker (Prof. Dr. J. C. G.). Over de „ver- 
voegde" werkwoordsvormen in de Maleisch- 
Polynesische talen. — Bijdr. Kon. Inst. 65 
(1911), 266. 

Atmodirono (R. Ng. ). Het Nederlandsch 



en de Javanen. Voordracht. — Tropisch Ne- 
derland. I (1913), 96. 

BuNO Heslinga (A.). HoUandsche lectuur 
voor Inlanders. — Tropisch Nederland. 2 
(1914), 13. 

Stokvis (Z.). Dr. Prick van Wely's 
HulpAvoordenboek. (Bespreking van Dr. Pr. 
V. W. : „ViertaUg aanvullend hulpwoordenboek 
voor Groot-Nederland, enz. 3e uitgave"). — 
Het Middelbaar Onderwijs. 1911, 87. 

Kern (H.). Het iufix-prefix in (m de Po- 
lynesische talen). — Bijdr. Kon. Inst. 66 
(1912), 232. 



90 



TAAL- EN LETTERKUNDE. 



MALEISCH. 



Altona (Th.). Over de waarde van inland- 
sche namen van Javaansche woudboomcn. 

— Tectona. 1912. 417. 

Taalkennis en taalkunde in verband met 
onze verhouding tot den Lilander in Ned.- 
Indië. (Overzicht ecner voordracht van Dr. A. 
A. FoKKEK). — Kol. Weekbl. 1912, N°. 3. 

Lijst en verklaring van vreemde woorden, 
die meermalen voorkomen in zendingsüte- 
ratuur. — Ned. Zendingsjaarboekje. 1913, 191. 

Jonker (Prof. Dr. J. C. G.). De herdenking 
onzer honderdjarige onafhankelijkheid en de 
beoefening der Lidische talen. — Indologen- 
blad. 5 (1913—14), 71. 

Habbema (J. ). Taaistudie (noodzakelijk 
voor den a.s. Indischen ambtenaar). — I. G. 

1913, II, 904. 

Kalff (S.). Een doode Indische taal (n.L 
het zgn. Koloniaal Nederlandsch, vooral in 
de dagen der O. I. Compagnie). — /. G. 1914, 
I, 953. 

Een Indisch Hollandsch, door S. — Indolo- 
genblad. 6 (1914-15), 59. — Overzicht:/. G. 
1915, I, 266. 

Jonker (J. C. G.). Kan men bij de talen 
van den Indischen Archipel eene oostelijke 
en een westelijke afdeeling onderscheiden? 

— Ver si. en Med^d. Kon. Ak. v. W. Afd. 
LeUerk. TV, 12, (1914), 314. 

Verklarende woordenlijst van Maleische 
en andere inlandsche woorden welke in Zen- 
dingsliteratuur kunnen voorkomen. — Ned. 
Zendingsjaarboekje. 1914, Bijlage. 

Bevordering der inlandsche talenkennis 
onder de officieren. (Ontleend aan de Locomo- 
tief). — /. G. 1915, II, 1629. 

Kalff (S.). Een doode taal in Indië. (n.1. 
het zgn. Koloniaal Nederlandsch, vooral in 
de dagen der Compagnie. — Onze Koloniën. 
Serie II, N°. 6 (1915). 

GosLiNGS (B. M.). Het onderwijs in In- 
landsche talen aan officieren en aanstaande 
officieren van het Indische leger, enz. — /. G. 

1914, II, 1068, 1202. 

Adriani (Dr. N.). De studie der Indische 
talen van weg3het Nederl. Bijbelgenootschap. 

— Jaarverslag Ned. Bijbelgenootschap. 1914, 
bl. XVIU. 



Speyer (J. S.). Een Indisch tegenhanger 
van het Reinaert -motief. — Tijdschr. Ned. 
Taal- en LeUerk. 33 (1914), 32. 

6. Maleische taal. 

Chandra Mitra (S.). The tiger in Malay 
folklore, proverbial philosophy, and folk- 
medioine. — Journal of the Anthopol. Socie- 
ty of Bombay. 9 (1910—12), 370. 

On the Malay verslons of two ancient 



Indian apologues. — Journal of the Anthropol. 
Society of Bombay. 9 (1910—12), Extra 
Numb. (1911), 67. 

Maleisch of Nederlandsch (de omgangstaal 
in Nederlandsch-Indië) ? — Indologenblad. 2 
(1910—11), 99, 115. — Een en ander in ver- 
band met het hoofdartikel ,.Maleisch of Ne- 
derlandsch", door F. V. E. — Ibid. 2 (1910— 
11), 137. — Nog eens: Maleisch of Neder- 
landsch? — Ibid. 2 (1910—11), 175. 

Maleisch of Nederlandsch (als omgangs- 
taal in Ned. -Indië). — Neerlandia. 1911, 85. — 
Nog eens Maleisch of Nederlandsch. — Ibid. 
1911, 134. 

Fokker (Dr. A. A. ). Iets over de uitspraak 
van het Maleisch. — /. G. 1911, I, 625. 

Hikayat Saif al-Yezan, by the Right Rev. 
Bishop G. F. Hose. (Maleische tekst, met 
noten van den uitgever). — Journ. Str. Br. 
R. A. S. N°. 58 (Sept. 1911), 1. 

Fokker (Dr. A. A.). Bespreking van C. 
Spat: „Maleische taal. Overzicht van de 
grammatica, 2e Druk"). — /. G. 1911, II, 
981. 

Ophuysen (Ch. A. van). Lexicographischo 
bijdragen. (Naar aanleiding van H. C. Klin- 
kert: „Nieuw Maleisch -Nederlandsch zak- 
woordenboek"). — Bijdr. Kon. Inst. 66 (1912), 
215. 

Ronkel (Dr. Ph. S. van). Sanskrit maha- 
jana. — Maleisch mahdjana. — T. B. G. 54 
(1912), 215. 

Le roman ile la rosé dans la littérature 

malaise. Traduction de M. F. P. H. Prick 
VAN Wely. Met Appendix: Le conté de la 
rosé en version atchinoise. — T. B. G. 54 
(1912), 487. 



MALEISCH. — TALEN VAN JAVA. 



91 



Stureock (A. J.)- Some notes on the Ke- 
lantan dialect, and some comparisons with 
dialects of Perak and Central Pahang. — 
Journ. Str. Br. R. A. 8. N°. 62—63 (Deo. 
1912), 1. 

RoNKEL (Dr. Ph. S. van). Een Minangka- 
bausche taalpantang. — T. B. G. 55 (1913), 
273. 

Spat (C). Maleische vertaling van het Aan- 
hangsel van het Velddienstvoorschrift. — 
/. M. T. 1913, I, 422. 

RouFFAER (G. P.). De Maleische woorden 
Katji, Tjëngkoerai en Tjindai verklaard. — 
Bijdr. Kon. Inst. 68 (1913), 422. 

RoNKEL (Dr. Ph. S. van). Het Maleische 
woord tjindai verklaard? — T. B. G. 56 
(1914), 131. 

Maleisch labai, een Moslimsch -Indische 

term. Met Naschrift. — T. B. G. 56 (1914), 
137. 

Het verhaal van den ondankbare. Kaba 



Sabaj nan Aloeüi. (Minangkabausche pan- 
toen). — T. B. G. 56 (1914), 197. 

Kemp (P. H. van der). Uit den tijd van 
C. P. J. Elout's toewijding aan de Maleische 
taal. Een bijdrage tot de geschiedenis van de 
beoefening der Indologische wetenschappen. 

— Bijdr. Kon .Inst. 69 (1914), 141. 

Shellabear (W. G.). Baba Malay. An 
Introduction to the language of the Straits- 
bom Chinese. — Journ. Str. Br. R. A. S. N°. 
65 (Dec. 1913), 49. 

Mbad ( J. P. ). A Romanized version of the 
Hikayat Raja-Raja Pasai. — Journ. Str. Br. 
R. A. S. N°. 66 (March 1914), 1. 

Nathan (J. e.). A Malay Ghost story. 
(Text and translation). — Journ. Str. Br. R. 
A. S. N°. 66 (March 1914), 89. 

Hümphreys ( J. L. ). A coUection of Malay 
proverbs. — Journ. Str. Br. R. A. 8. N°. 66 
(March 1914), 95. 

OvERBECK (H.). Shaer Burong Punggok. 

— Journ. Str. Br. R. A. S. N°. 67 (Dec. 1914), 
193. 



OvERBECK (H. ) The „Rejang" in Malay pan- 
tuns. — Journ. Str. Br. R. A. S. N°. 67 (Dec. 
1914), 219. 

Fokker (Dr. A. A.). H. C. Klinkert en 
zijn werk als malaïcus. — /. G. 1914, 1, 781. 

Eenige opmerkingen over mijn „Minia- 



tuur-Maleisch Woordenboek" (Gouda 1914). 

— /. G. 1915, I, 110. 

Maleische pantoens, door E. v. H. (Over- 
zicht van een geschrift van R. J. Wilkinson 
en R. O. WiNSTEDT). — /. G. 1915 1, 435. 

Bannink (J. C. A.). De Maleische taal en 
het Indische leger. — I. M. T. 1915, 1, 569. 

Helfrich (O. L.). Nadere aanvullingen en 
verbeteringen op de bijdragen tot de kennis 
van het Midden -Maleisch (Bësëmahsch en 
Sërawajsch dialect). — Verh. Bat. Gen. 61 
(1915), 3e en 4e Stuk, blz. 1. 

Hikayat Sri Rama. (Maleische tekst met 
Arabische karakters). — Journ. Str. Br. R. A. 
S. N°. 71 (Dec. 1915). 

c. Talen van Java en Bali. 

Grashuis (Mr. G. J.). Over het Javaansch 
als studievak en als examenvak. — /. G. 
1911, II, 1013, 1157. 

Pleyte (C. M.). De ballade „Njai Soe- 
moer Bandoeng". Eene Soendasche pantoen- 
vertelling. — Verh. Bat. Gen. 58 (1911), 1. 

De lotgevallen van Tjioeng Wanara, 

naderhand vorst van Pakoean Padjadjaran. 

— Verh. Bat. Gen. 58 (1911), 85. 

NoTO Soeroto (R. M. ). Over de oorsprong 
van het woord Gëdog in de wajang. — Bijdr. 
Kon. Inst. 65 (1911), 132. 

Pleyte (C. M.). De legende van den Loe- 
toeng Kasaroeng. Een gewijde sage uit Tji- 
rebon. — Verh. Bat. Gen. 58 (1911), 135. 

Kats (J.). Ai'djoena en Parcifal. (Overeen- 
komst van het oud-Javaansche gedicht Ar- 
djoena Wiwaha met de Parcifal van Richard 
Wagner). — Onze Eeuw. 1911, III, 106. 

Pleyte (C. M.). Woordenlijst tot de pan- 
toen's Njai Soemoer Bandoeng, Tjioeng Wa- 



92 



TALEN VAN JAVA EN BALI. 



nara en Loetocng Kasaroeng. — Verh. Bat. 
Gen. 58 (1911), 259. 

Babad Tjerbon. Uitvoerige inhoudsopgave 
en noten door wijlen Dr. J. L. A. Bbandes, 
met inleiding en bijbehoorenden tekst, uit- 
gegeven door Dr. D. A. Rinkes. — Verh. 
Bat. Gen. 59, Ile stuk, Ie ged. (1911). 

Rinkes (Dr. D. A. ). De heiligen van Java. 
II. Seh Sitidjenar voor de inquisitie. III. Soe- 
nan Geseng (met toelichtingen en verbete- 
ringen). IV. Ki Pandan te Tembajat, V. 
Pangéran Panggoeng, zijne honden en het 
wajangspel. VI. Het graf te Pamlatèn en 
de HoUandsche heerschappij. — T. B. G. 
53 (1911), 17, 269, 294, 435; 54 (1912), 135; 
55 (1913), 1. 

Mangkoedimedja (R. M.). Lijst van uit- 
di'ukkingen die gebruikt worden in de Ja- 
vaansche goud- en wapensmederij (en die niet 
voorkomen m het Jav. Nederl. Handwoor- 
denboek van Gericke-Roorda, ed. 1910). — 
T. B. G. 53 (1911), 375. 

NoTO Soeroto (R. M.). Het gebruik van 
Latijnsche karakters voor de Javaansche 
taal — Bandera Wolanda. 1911, N°. 74. 

Hooger onderwijs in het javaansch in 

Indië. — /. G. 1911, 'l, 312. 

Kats (J.). Zang IV van den WiwaJia- 
djarwS, vergeleken met het oud-Javaansclie 
origineel. — Bijdr. Kon. Inst. 66 (1912), 237. 

Tjipto Mangoenkoesoemo. De Panda- 
wa's (het vijf -heldental uit de Bratajoeda). — 
Het Tijdschrift. 3 (1912—13), 353. 

Kern (H.). Zang XVII tot XXII van den 
Nagarakrtagama. — Bijdr. Kon. Inst. 66 
(1912), 3.37. — Zang XXIII— XXXIL — 
Ihid. 67 (1913), 189. — Zang XXXIII— 
XXXIX en L— LL — Ihid. 67 (1913), 467. — 
Zang Lil— LXXIV. — Ihid. 68 (1913), 382. 

— Zang LXXV— LXXXIII. — Ihid. 69 
(1914), 33. — Zang LXXXIV— XCL — 
Ihid. 69 (1914), 297. — Zang XCII tot het 
einde van het gedicht Nagaratrtagama. — 
Ihid. 69 (1914), 601. 

Pleyte (C. M.). Badoejsche geesteskinde- 
ren. M. portret en ill. — T. B. G. 54 (1912), 
215. 



HiNLOOPEN Labbbrton (D. van). Is het 
Sanskrëta Maha<:ljana ook het Javaansche 
Mëdjana? — T. B. G. 54 (1912), 549. 

Knebel (J.). Een Javaansche legende. 
(Javaansche tekst met vertahng). — Kol. Tijd- 
schr. I (1912), 925. 

Stein Caixenfels (P. V. van). De familie 
van Hayam Wuruk. — T. B. G. 55 (1913), 
267. 

MoDiN. De beoefening der Javaansche taai- 
en letterkunde door Europeesche geleerden. 

— Tropisch Nederland. I (1913), 131. 

Krom (Dr. N. J.). Tekstverbetering (Na- 
garakrtagama 41 : 2). Mededeeling. — T. B. 
G. 55 (1913), 279. 

Hayam Wuruk en de Tjandi Djaboeng. 

— T. A. G. 1913, 652. 

MoDiN. Geschiedvorsching door Europe- 
anen en Javanen (in verband met de Ja- 
vaansche letterkunde). — Tropisch Neder- 
land. 2 (1914), 2. 

Proeve van vertaling in het Javaansch van 
de §§ 283—290 van het Velddienstvoorschrift 
voor het Ned. -Indische Leger. (Uitgegeven op 
last van den Commandant van het Leger bij 
Kabinets-beschikking van 26 Dec. 1911). — 
/. M. T. 1913, I, 417. 

Subyaningrat (S.). Ejn Hindu-Javaan- 
sche legende. M. ill. — Panorama. 2 (1913 — 
14), N°. 22. 

Cboese (E. F. W.). De Pandawa's in de 
Bratajoeda en de Bhagawat Gita. — Het 
Tijdschrift. 4 (1913), 586. 

Pleyte (C. M. ). De Patapaan Adjar soeka 
rësi, anders gezegd de kiuizenarij op den Goe- 
noeng Padang. Tweede bijdrage tot de ken- 
nis van het oude Soenda. (Met bijlage I: 
Sadjarah Galoeh barëng Galocnggoeng. II: 
De Ratoe Galoeh volgens een Noord-Tjirë- 
bonschc kroniek. III: Toelichting tot het al- 
phabct. IV: Sanghyang dengdek, volgens me- 
dedeeUng van R. Hasan Djajadiningrat). 
M. ill. — T. B. G. 55 (1913), 281. 

LuLOFS (C.). Bespreking van J. Kats: 
„Spraakkunst en taaieigen van het Javaansch 
enz."). — T. B. B. 44 (1913), 76. 



TALEN VAN JAVA EN BALI. 



93 



Prijsvraag voor de Javaansche dialecten. 
(Uitgeschreven door het Bataviaasch Ge- 
nootschap van Kunsten en Wetenschappen). 

— Not. B. O. 51 (1913), Bijl I (lees: III), bl. 
1. — T. B. B. 42 (1912), 130. 

HiNLOOPEN Labbebton (D. van). The 
Mahahbarata in mediaeval Javanese. — 
Jcnirn. R. Asiatic >S. 1913, 1. 

Speyer (J. S.). Ein altjavanischer maha- 
yanistischer Katcchismus. (Eene studie naar 
aanleiding van J. Kats: „Sang hyang Kama- 
hayanikan", uitgegeven door het Kon. Inst. 
voor de Taal-, Land- en Volkenk. van Ned.- 
Indië). — Zeitschr. der Deutschen Morgenl. 
Oesdlschaft. 67 (1913), 347. 

HiNLOOPEN Labbebton (D. van). Ja- 
vaansch voor het leger. — /. M. T. 1913, I, 
416, 629;II, 724, 936, 1232. 

Pleyte (C. M. ) en R. Ng. Poebbatjabaka. 
Een pscudo-Padjadjaransche kroniek. Derde 
bijdrage tot de kennis van het oude Soenda. 

— T. B. O. 56 (1914), 257. 

Krom (Dr. N. J.). Nogmaals de familie van 
Hayam Wuruk. Met aanvulling. — T. B. G. 
56 (1914), 353, 552. 

CooLSiviA (A.). De vermeende aap. (Soen- 
daneesche vertelling). — Stemmen des Tijds. 
1914, 1021. 

Juynboll (Dr. H. H.). De verhouding van 
het Oud -Javaansche Udyogaparwa tot zijn 
Sanskrt-origineel. — Bijdr. Kon. Inst. 69 
(1914), 219. 

Pleyte (C. M.). Tanggëransche volkstaal. 

— T. B. O. 56 (1914), 1. 

Poernawidjaja's hellevaart, of de vol- 
ledige verlossing. Vierde bijdrage tot de ken- 
nis van het oude Soenda. — T. B. O. 56 (1914) 
65. 

Poebbatjabaka (L.). De naam van den 
Nagarakrtagama. Mededeeling. — T. B. O. 
56 (1914), 194. 

Krom (Dr. N. J.). Saptaprabhu. Mededee- 
ling. — T. B. G. 56 (1914), 195. 

Uitslag van de door het Bataviaasch Ge- 
nootschap van Kunsten en Wetenschap- 



pen uitgeschreven prijsvraag voor de Javaan- 
sche dialecten. —I. G. 1914, 1, 280. — T. B. B. 
46 (1914), 56. — Tropisch Nederland. 2 
(1914), 7. 

Kern (H.). Een juiste verklaring van twee 
plaatsen uit den Nagarakrtagama. — Bijdr. 
Kon. Inst. 70 (1914), 221. 

Inlandsche legenden. Kerbo Dongkol. M. 
ill. — Weekbl. v. Indië. II (1914— 15), 428. 

Krom (Dr. N. J. ). De eigennamen in den 
Nagarakrtagama. Alphabetisch register. Met 
Aanvulling. — T. B. G. 56 (1914), 491, 552. 

Kern (Prof. Dr. H.). Gitada, Bahi, In- 
dranï, Ca9i (Verklaring van woorden die in 
den Nagarakrtagama of Ramayana voor- 
komen). — Bijdr. Kon. Inst. 70 (1915), 676. 

PoERBATJABAKA (L.). Dyah Lémbu Tal 
(een in den Nagarakrtagama voorkomende 
naam). — Oudh. Verslag. Ie kwartaal 1915, 
37. 

Krom (Dr. N. J. ). Pbapaüca (dichter van 
den Nagarakrtagama) op een inscriptie ? — 
T. B. G. 47 (1915), 30. 

Pleyte (C. M. ). Twee pantoens van den 
Goenoeng Koembang. Een bijdrage tot de 
kennis van het Soendasch in Tegal. — T. B. 
G. 57 (1915), 55. 

Mahajara Qbi Jayabhitpati, Sunda's 

oudst bekende vorst. Vijfde bijdrage tot de 
kermis van het oude Soenda. M. ill. — T. B. 
G. 57 (1915), 201. 

Kats (J.). Dewi ^bi. (Legende van de rijst- 
godin op Java). — T. B. G. 57 (1915), 177. 

Pleyte (C. M.). De eerste Ronggeng. (Een 
sprookje uit het Tasikmalaja'sche). — T. B. 
G. 57 (1915), 270. 

HuYSER (Mr. J. G.). Hanuman on de Ra- 
mayana. M. ill. — Het Ned. Ind. Huis Ovd 
d; Nieuw. 2 (1915), 56. 

Leeuwen (A. van). Minta Rdgè. Naar het 
Javaansche tekstboekje nader toegelicht. 
Met Naschrift van de Redactie bij de Ar- 
djocna-Wiwaaha. — Theosophisch Maandbl. 
voor Ned. -Indië. 1915, 282, 301. 



94 



DIVERSE TALEN OF DIALECTEN. 



Diverse talen of dialecten. ^) 

Talens (J. P.). Een en ander over het Ta- 
laottsch. Medegedeeld door N. Adbiani. — 
Verh. Bat. Oen. 49, Ie stuk (1911). 

DuNNEBiEE ( W. ). Een Mongondowsch ver- 
haal met vertaling en aanteekeningen. — 
M. N. Z. O. 1911, 95. 

Adriani (Dr. N.). Het voorvoegsel Me-, 
Pe- in de Bare'c-taal. Voordracht. — M. N. 
Z. O. 1911, 353. 

Kate (P. ten). Een eerste schrede op Na- 
poesch taalgebied. — M. N. Z. O. 1911, 391. 

Dtjmas (J. M.). Woordenlijst verzameld op 
de Mimika- en Atoeka-rivieren. (Zuid-West- 
Nieuw-Guinea). — Bijdr. Kon. Inst. 65 
(1911), 116. 



HowELL ( W. ). A Sea-Dayak dirge. — 
Sarawak Museum Jonrn. I (1911 — 13), 5. 



The 



DouGLAS (F. S.). A comparative voca- 
bulary of the Kayan, Kenyah and Kalabit 
languages (Dajakstammen). — The Sarauxik 
Museum Jaurn. 1 (1911 — 13), 75. 

Ray (S. H.). The languages of Bomeo. 
(Introduction. — Tlie geographical dcstri- 
bution of the Bomeo languages. — Abiblio- 
graphy of the Borneo languages. — Gram- 
matical structure of the Bomeo languages. — 
Comparative vocabularies of Bomeo langua- 
ges. — The Serawak Museum Journ. I (1911 — 
13), N°. 4, bl. 1. — Bespreking, door Dr. N. 
Adbiani. — /. G. 1914, I, 766. 

Comparative notes on Maisin and other 

languages of Ea.stern Papua. — Journ. 
Anthr. Inst. 1911, 397. 

Beech (M. W. H.). „The swine of Delaga". 
A Borneo fairy story. — Man. 1911, N°. 4. 

Stbono ( W. M. ). Nüte on the Tate language 
of British New Guinea.— Man. 1911, N°. 101. 

StTNDEBMANN(H.).Dajakki.sche Fabeln und 
Erzahlungen. —Bijdr.Kon. Inst. 66(1912),169. 

NOUHUYS (J. W. VAN.). Eerste bijdrage tot 
de kenniij van de taal der „Pèsëgem" van 



Centraal Nieuw-Guinca. Verzameld tijdens 
de expeditie 1909/1910 naar het Sneeuwge- 
bergte. — Bijdr. Kon. Inst. 66 (1912), 266. 

BoLSius (A.). K-um-a of Ku-ma (in het 
Tontemboani^ch). — Bijdr. Kon. Inst. 66 
(1912), 254. 

Ophxjysen (Prof. Ch. van). Het verhaal 
van „de visch en het eeklioorntje" en zijne 
verspreiding op Sumatra. — Bijdr. Kon. Inst. 
66 (1912), 348. 

Fobtgens (J.). De talen van Halmahera, 
in verband met de Evangelieverkondiging. 
Voordracht. — M. N. Z. O. 1912, 194. 

Genderen Stobt (P. van). Nederlandsch- 
Kënja-Dajaksche Avoordenlijst. — Verh. Bat. 
Oen. 59, 3e Stuk (1912). 

DuNN (E.). The mengap Bungai Taun, 
the „Chant of the flowers of the year", a 
sacred chant used by the Sea-Dyaks on the 
occasion of a sacrificial feast to invoke a 
blessing on the fruits of the field. M. ill. — 
Anthropos. 1912, 135, 634; 1913, 22. 

JousTEA (M.). Neder landsch-Karosche 
woordenlijst. — Uitgaven Bataksch Instituut. 
N°. 6 (1912). 

Stap(H. W. ). Nederlandsch-Tobasche woor- 
denlijst. — Uitgaven Bataksch Instituid. N°. 8 
(1912). 

Maan (G.). Twee Makassaarsche verhalen 
in Toeratea'sch dialect. (Tekst, vertaling en 
aanteekeningen). Met Voorwoord van Dr. N. 
Adbiani. — T. B. O. 65 (1913), 213. 

Tbeffebs (F.). Drie verhalen afkomstig 
van de To Lalaki. — T. B. O. 55(1913), 230. 

Adbiani (N. ), (Bespreking van:)Dr. C. W. 
Seidenadel: „The language spoken by the 
Bontoc Igorot. — T. B. O. 55 (1913), 601. 

Eebde (J. C. van). De Toetoer Tjiliinaja 
op Lombok. — Bijdr. Kon. Inst. 67 (1913), 22. 

TiSMEEB (C. M. J.). Eenige gegevens van 
de bahasa Koiwai (gesproken op de Zuid- 
kust van West-Nieuw-Guinea). — Bijdr. Kon. 
Inst. 67 (1913), 110. 



') Zie ook de rubriek: „Ethnographie" aub „Nieuw-Ouinea". 



DIVERSE TALEN OF DIALECTEN. 



95 



Adriani (N.) en M. Adriani-Gunninq. 
Koema, een oer-vorm (in het Tontemboansch). 
— Bijdr. Kon. Inst. 67 (1913), 123. 

SuNDERMANN (H.). Der Dialekt der „Olon 
Maanjan" (Dajak) in Süd-Ost-Borneo. — 
Bijdr. Kon. Inst. 67 (1913), 203. 

WiELENGA (D. K.). Soembaneesche ver- 
halen, in 't dialect van Kambera, met ver- 
taling en aanteekeningen. — Bijdr. Kon. 
Inst. 68 (1913), 1. 

Jonker (J. C. G.). Bijdrage tot de kennis 
der Rottineesche tongvallen. — Bijdr. Kon. 
Inst. 68 (1913), 521. 

Kolk (J. van der). Het Marindineesch 
(de taal van het zuidelijk gedeelte van Ned. 
Nieuw-Guinea). — De Java-Post. 1913, 193, 
209. 

Steller (Dr. K. G. F.). Nadere bijdrage tot 
de kennis van het Talaoetsch. — Verli. 
Bat. Gen. 59, 4e Stuk (1913). 

Blokzeijl-Leembrugge (W.). De ko- 
ning van de kaaimannen. Een Lampongsche 
vertelling. — Weekhl. v. Indië. 11 (1913— 
14), 572. 

Strong (W. M.). Note on the language 
of Kabadi, British New Guinea. — An- 
thropos. 1913, 155. 

Holmes (J. H. ). A preliminary study of the 
Naman language, Purari delta, Papua. — 
Journ. Anthr. Inst. 43 (1913), 124. 

IvANS (I. H. N.). Folk stories of the Tém- 
passuk and Tuaran districts, British North 
Borneo. — Journ. Anthr. Inst. 43 (1913), 422. 

LoosDBECHT (A. A. VAN DE). Het verhaal 
van Pano Boelaan, in Sa'dansche tekst, 
met vertaling en aanteekeningen. Uitgege- 
ven met hulp van Dr. N. Adriani. — M. N. 
Z. G. 1914, 225. 

Kruyt (Dr. A. C). Bespreking van N. 
Adriani en A. C. Kruyt: „De Bare'e-spre- 
kende Toradja's van Midden -Gele bes. Deel 
IIL Taal- en Letterkunde". — /. G. 1914, II, 
1740. 



BoLSixJS (A. ). Eenige aanteekeningen bij 
de Minahassische Pandagian -legende. — Bij- 
dr. Kon. Inst. 69 (1914),611. 

Agerbeek (G. K. B.). Beknopt Neder- 
landsch-Sasaksch Woordenboek. — Verh. 
Bat. Gen. 61, Ie Stuk (1914). 

Seugalann (C. G. ). Five Melanesian voca- 
bularies from British New Guinea. — Zeit- 
schr. für Kolonialsprachen. II, Heft 3. 

Dajaksche verhalen. (Een verhaal „over 
den grooten Krokodil"). — De Java-Post. 
1914, 827. 

SuNDERMANN (H.). Der Geruh einer Speise 
wird bezahlt met dem EUang einer Trommel. 
Dajaksche Fabel. — Allgem. Missions Zeit- 
schr. 1914. Beibl bl. 61. 

Balen (J. A. van). Windèsische verha- 
len, met vertaUng en woordenlijst. — Bijdr. 
Kon. Inst. 70 (1915), 441. 

BoLsrus (A.). Over de vormveranderingen 
van het lidwoord in het Tontemboan. — 
Bijdr. Kon. Inst. 70 (1915), 663. 

Kate Ezn (P. ten), met hulp van Dr. N. 
Adriani. De voornaamwoorden in het Na- 
poesch. — M. N. Z. G. 1915, 65. 

Mathijsen (A.). Eenige fabels en volksle- 
genden van de onderafdeeüng Beloe op het 
eiland Timor (tekst en vertaling). Met een 
Aanhangsel, door Dr. N. Adriani. — Verh. 
Bat. Gen. 61, 2e Stuk (1915). 

Helfrich (O. L.). Lampongsche dwerg- 
hertverhalen (met vertaling door Lampong- 
sche jongeheden, onder toezicht van Dr. Ph. 
S. VAN Ronkel). — Verh. Bat. Gen. 61, 3e en 
4e Stuk (1915). 

HoESEiN Djajadiningrat (Raden Dr.). 
Vier Atjèhsche Si Meuseukeu-vertelUngen. 
(Tekst en vertaUng). — T. B. G. 57 (1915), 
273. 

Baptist (W.). Siah Oetama. Een Gajosche 
legende. — De Aarde en Jutar Volken. 1915, 
Bijbl. bl. 159, 161. 



96 



OUDHEDEN EN INSCRIPTIES. 



VTI. OUDHEDEN EN INSCRIPTIES. 



Knebel (J.). Beschrijving der Hindoe- 
oudheden in de residentie Soerakarta, Rem- 
bang; de afd. Goenoeng Kidoel (res. Jog- 
jakarta); de residentie Samarang. 31. ill. — 
Bapporten Oudh. Dienst. 1910, 55, 118, 128, 
134. 

Besclirijving van het nieuw -ge vonden 



Hindoe -beeldwerk in de afdeeling Mèdjè- 
kanik (res. Soerabaja), als aanvulling van de 
beschrijving in de Oudh. rapporten van 
1907. _ Rapporten Oudh. Dienst. 1910, 247. 

Kern (H.). Beschrijving van den graftcm- 
pel te Kajenëngan volgens Nagarakrëta- 
gama, Zang XXXVII. — Bijdr. Kon. Inst. 
65 (1911), 128. 

Sanskritinschiift van Toek Mas (Da- 

kawoe). M. ill. — Bijdr. Kon. Inst. 65 (1911), 
334. 

Brandenburg Jb. (J.). Van Java's tem- 
pelschoonheden (Tjandi Parainbanan, Tjan- 
di Sewoe, Tjandi Kali-Bënang). M. ill. — 
Buiten. 5 (1911), 88, 100, 352, 443. 

Salpha. Tjandi Mendoet of Mandiet. M. 
ill. — Buiten. 5 (1911), 380. 

Krom (Dr. N. J.). Restaureeren van oude 
bouwwerken. — T. B. ö. 53 (1911), 1. 

Plette (C. M.). Het jaartal op den Batoe 
Toelis nabij Buitenzorg. Eene bijdiage tot de 
kennis van het oude Soenda. M. k. en ill. — 
T. B. G. 53 (1911), 155. 

Het onvoltooide Boedda-beeld van den 
Boroboedocr. — /. G. 1911, II, 1376. 

Kern (Dr. H.). Pakabu. — T. B. G. 53 
(1911), 16. 

Krom (Dr. N. J.). Gedateerde inscripties 
van Java. — T. B. G. 53(1911), 229. —Eerste 
aanvulüng. — Ihid. 56 (1914), 188. 

Goldie (W.). Het een en ander over oud- 
heidkundige monumenten in de XXVI Moe- 
kins (IX Moekims Toengkoeb) in Groot -At - 
jv'h. M. ill. — T. B. G. 53 (1911), 301. 

BoüMAN (J.). Nadere gegevens omtrent 
den Batoe Pahat in Sekadau (Wester-afd. 
van Borneo). M. ill. — T. B. G. 53 (1911), 314. 



Krom (Dr. N. J.). Een protest. (Naar aan- 
leiding van : „J. Ferguson, History of Indian 
and Eastcrn architeoture, revised etc. by J. 
BtTRGESS and R. Phené Spiers. London, 
1910. Book VIII: Chapter IV: Java"). — 
T. B. G. 53 (1911), 360. 

De datum op het gi-af.schrift te Grësik. 
MededeeUng der Redactie. — T. B. G. 53 
(1911), 372. 

Krom (Dr. N. J.). De inscriptie van Ngla- 
wang. — T. B. G. 53 (1911), 411. 

Erp (T. van). Oudheidkundige aanteeke- 
niiigen. I. De onderlinge ligging van Boro- 
budur, Mendut en Panon en hunne oriëntee- 
ring, enz. — II. Over den toekomstigen 
Budha Maitreya en het voorkomen van 
Maitreya-legenden op de Borobudur stupa. 
M. k. en ill. — T. B. G. 53 (1911), 583; 54 
(1912), 427. 

JuYNBOLL (Dr. Th. W.). De datum Maan- 
dag 12 Rabiic I op den grafsteen van Malik 
iBRaHiM. MededeeUng. — T. B. G. 53 (1911), 
605. 

Krom (Dr. N. J. ). Lijst der oud- Javaan- 
sche koperplaten in bezit van het Batavi- 
aasch Genootschap van Kmisten en Weten- 
schappen. — Nat. Bat. Gen. 49 (1911), Bijlage 
II, bl. XXL 

Bakker (VV.). Lijst van de te Benkoe len 
aanwezige Engelsche grafschi'iften, met toe- 
lichtingen. — Nat. Bat. Gen. 49(1911),Bijlage 
III-IV, bl. XXXIIL 

Erp (T. van). De bijschriften op de beeld- 
liouwwerken van Borobodoer's bedolven 
voet. Eenige verbeteringen en aanvullingen 
van Prof. Kern van diens vroegere lezing. — 
Nat. Bat. Gen. 49 (1911), Bijl. V, bl. XLVII. 

Tjandi Ngawèn M. ill. — Rapp. Oudh.. 

Dienst. 1911, 62. 

Vondst van een merkwaardigen Garuda 

in de P ram banan vlakte. M. ill. — R^pp. Oudh. 
Dienst. 1911, 74. 

Krom (Dr. N. J.). Inscriptie van Krtana- 
gara van 1188. (Transscriptie, vertaling en 



OUDHEDEN EN INSCRIPTIES. 



97 



aanteekeningen). 
1911, 117. 



Rapp. Oudh. Dienst. 



Knebel (J.). Beschrijving der Hindoe- 
oudheden in de afdeeling Kendal (residentie 
Semarang) en in de residentie Kedoe. — Rapp. 
Oudh. Dienst. 1911, 124, 138. 

Het behoud van den Boroboedoer-bouwval. 
M. ill. — Kol. Weekbl. 1911, No. 43. 

Kbom (Dr. N. J.). Bijschrift bij de foto 
van den kop van Tjandi Sewoe. M. ill. — 
T. B. G. 54 (1912), 129. 

Moquette (J. R), De datum op den graf- 
steen van Malik Ibrahim te Grissee. M. ill. — 
T. B. Q. 54 (1912), 208. 

Kbom (Dr. N. J.). De beelden van Tandji 
Rimbi. Met Naschrift. M. ill. — T. B. G. 54 
(1912), 470. 

Moquette (J. P.). De grafsteenen te Pasé 
en Grissee vergeleken met dergelijke monu- 
menten uit Hindostan. M. ill. — T. B. G. 54 
(1912), 536. 

Het behoud van oude gebouwen en monu- 
menten. — Weelcbl. v. Indië. 9 (1912—13), 
244. 

Voorloopige lijst van monumenten. I. Oost- 
Java, — Oudheidk. Verslag 1912, Ie kwart. 
15. — II. Midden-Java. — Ibid. 1912, 4e 
kwart. 113. 

Inventaris der oudheden in de Padangsche 
Bovenlanden. — Ovdheidk. Verslag. 1912, 2e 
kwart. 33. 

Vink ( J. J. de). Uittreksels uit de verslagen 
over de oudheidkundige werkzaamheden in 
Pasè (Atjeh). — Oudheidk. Verslag. 1912, 2e 
kwart. 53. — Ibid. 3e kwart. bl. 68. — Ibid. 
4e kwart. bl. 118. — Ibid. Ie kwart. 1913, 
bl. 11. — . Ibid. 2e kwart. bl. 53. — Ibid. 3e 
kwart. bl. 70. — Ibid. 4e kwart. bl. 111. — 
Ibid. Ie kwart. 1914, bl. 41. — Ibid. 2e kwar- 
taal, bl. 81. — Ibid. 4e kwart. bl. 211, — Ibid. 
Ie kwart. 1915, bl. 40. — Ibid. 3e kwart. bl. 
127. —Ibid. 4e kwart. bl. 167. 

Krom (Dr. N. J.). De Buddhistische bron- 
zen in het Museum te Batavia. M. ill. — 
Rapp. Oudh. Dienst. 1912, 1. 



Erf (T. van). Eenige opmerkingen betref- 
fende Tjandi Sela Grya. M. ill. — Rapp. Ovdh. 
Dienst. 1912, 84. 

JocHiM (E. F. ). Beelden te Djokjakarta. — 
Rapp. Ovdh. Dienst. 1912, 90. 

Sell (E. A.). Opgave van steenen voor- 
werpen, bijeengebracht op het Diëng-pla- 
teau. — Rapp. Oudh. Dienst. 1912, 103. 

Opgave der Hindoe -oudheden in de 

residentie Banjoemas en Pekalongan (met 
uitzondering van de afdeeHng Brëbës). M. ill. 

— Rapp. Oudh. Dienst. 1912, 122, 153, 201. 

Naar aanleiding van een te verschijnen 
werk (nl. een monographie over den Boro- 
boedoer), door M. — De Java-Post. 1912, 705, 
737, 755. 

Over herstellingen van bouwvallen van de 
eerste Nederzetting in den Indischen Archi- 
pel (nl. te Bantam). AI. k. en ill. — Verslag 
der Burg. Openb. Werken, in N. I. 1912. Eer- 
ste gedeelte, bl. 97. 

Haland (H. K. ). Die Ruinen des Wasser- 
schlosses von Dschokschakarta auf der Insel 
Java. M. ill. — Illustrierte Zeitung. 4 Juli 
1912, bl. 24. 

Monumenten van Nederlandschen oor- 
sprong buiten Europa. M. ill. — Neerlandia. 
1912, 221. 

JocHiM (E. F.). Airawata. Indra's witte 
oüfant in menschengedaante aan den Boro- 
boedoer. — T. B. G. 55 (1913), 202. 

Wbstenenk (L. C). Eenige opmerkingen 
naar aanleiding van „De Hindoe -ruïnen bij 
Moeara Takoes aan de Kampar -rivier door 
R. D. M. Verbeek en E. Th. van Delden, met 
aanteekenmgen van W. P. Gboeneveldt". 
[Verh. Bat. Oen. deel XLI). M. ill. — T. B. G. 
55 (1913), 209. 

JoCHiM (E. F.). Prambanan en omliggende 
tempels. M. ill. — T. B. G. 55 (1913), 470. 

ICrom (Dr. N. J.). Epigraphische aantee- 
keningen. I. Erlangga's oorkonde van 963. — 
II. De dateering van de platen van Kendal 
in Museum Batavia D. 21. III. — De vorst die 
te Tirtha is bijgezet. — IV. Het heiligdom te 
Palah. — V. De ^wabuddhatempel. — VI. 

7 



98 



OUDHEDEN EN mSCRIPTIES. 



De vorsten van Këdiii, 1038, 1144. — VII. 
Tada en Gajaraada. De dateering der oor- 
konde van Kancana. — IX. De inscriptie 
van Prapancasarapura. — X. De laatste 
Bhre Daha. — T. B. G. 55 (1913), 585. — 
Ibid. 56 (1914), 233, 477. — Ibid. 57 (1915), 
15. 

Eep (T. VAX). De restam*atie van den Boro- 
boedoer. Voordracht. — Buil. Kol. Museum. 
No. 52 (1913), 46. 

Onderzoek en onderhoud van oudheden in 
Ned-Indië. — T. A. G. 1913, 785. 

Keen (H.). Inscriptie van Kota Kapocr 
(Noordoever der Mëndoek-rivier, West-Bang- 
ka). — Bijdr. Kon. Inst. 67 (1913), 393. 

Krom (Dr. N. J.). Een Javaansch brons 
van Hayagriva. 31. ül. — Bijdr. Kon. Inst. 
67 (1913), 383. 

Kebn (H.). Grafsteenopschrift van Koe- 
boer Rad;a (te Lima Karoem, Sum. West- 
kust). M. UI. — Bijdr. Kon. Inst. 67 (1913), 
401. 

Een Oud-Javaansche steen-inscriptie 

van koning Er-Langga. — Bijdr. Kon. Inst. 
67 (1913), 610. 

Krom (Dr. N. J.). Manjuvajra? 31. ül. — 
Bijdr. Kon. Inst. 68 (1913), 502. 

SiNiA (J. G.). Korte beschou^ving over 
enkele huizen- en tempeltypen onzer Oost. 
31. ül. — Het Ned.-Ind. Huis Oud en Nieuw. 
le-2e Jaarg. (1913-1914), 27. 

Bladden (C. O.). The Kota Kapur (Wes- 
tern Bangka) Inscription. — Journ. Str. Br. 
R. A. S. No. 64 (Juli 1913), 69. — AanvuUing: 
Jotirn. Str. Br. R. A. S. No. 65(Dec. 1913), 37. 

Bespreking van: „Monumental Java, by 
J. F. Scheltema". London, 1912. — I. G. 
1913, I, 395. 

Petit Jr. (L. D.). De Tjandi Mendoet. M. 
ül. — Het Ned. Ind. Hriis Oud en Nieuw. Ic — 
2e jaarg. (1913—14) 309. 

Oud-Javaaiische oorkonden. Nagelaten 
transscripties van wijlen Dr. J. L. A. Beandes. 
Uitgegeven door Dr. N. J. Krom. 31. ül. — 
Verh. Bat. Gen. 60 (1913). 



Wechel (P. te). Oude Hindoetempeltjes 
op Siunatra. 31. UI. — De Aarde en haar Vol- 
ken. 1913. Bijbl. bl. 73. 

KLrom (Dr. N. J.). Aanvulling van de be- 
schrijving der Amoghapa:9a-bronzen. — Oudh. 
Verslag. 1913, 2e kwart. bl. 45. 

Beandes (Dr. J. L. A. ). Slecht werk aan de 
Hindoe -oudheden (Nagelaten opstel). — 
Rapp. Oudh. Dienst. 1913, 13. 

Fout of finesse ? (Nagelaten opstel). — 



Rapp. Oudh. Dienst. 1913, 24. 

Sell (E. A. ). Opgave der Hindoe -oudheden | 
in de residentie Pekalongan, afdeeling Brëbés. 

— Rapp. Oudh. Dienst. 1913, 35. 

Kbom (Dr. N. J.). De bronsvondst van 
Ngandjoek .31. ül. — Rapp. Oudh. Dienst. 
1913, 59. 

Hoepermans (N. W.). Hindoe -oudheden 
van Java. (1864 — 1867). — Rapp. Oudh. 
Dienst. 1913, 73. 

NoTODiNiNGHEAT (R. M.). Arischc monu- 
menten op Java. (Naar aanleiding van J. F. 
Scheltema: „Monumental Java"). — Tijd- 
spiegel. 1913, I, 372. 

Nederland en de Javaansche monumenten, 
door K. — Tropisch Nederland. I, 117. 

Biema (E. van). Tempels op BaU. 31. ül. 

— Het Ned. Ind. Huis Oud en Nieuw. Ie -2e 
jaarg. (1913-1914), 231. — Vervolg, getiteld: 
Een bezoek aan BalL M. ül. — Ibid. bl. 291. 

Eep (T. van). Het Makara-motief aan den 
Boroboedoer. 31. ül. — Het Ned. Ind. Huis 
Oud en Nieuw. le-2e Jaarg. (1913-1914), 1915. 

Oudheidkundig onderzoek van het Dieng- 
plateau. (Ontleend aan het Bat. Nieuwsbl. — 
I. G. 1914, I, 74. 

Witkamp (H.). Een bezoek aan eenige 
oudheden in Koetei. (Met bijlage : Lijst van 
eenige Koeteische woorden). — T. A. G. 1914, 
587. 

Eep (T. van). De vermiste Maitreya-kop 
van Tjandi Plaosan in de glyptotheek te 
Copenhagen. 31. ül. — T. B. G. 46 (1914), 
321. 



OUDHEDEN EN INSCRIPTIES. 



99 



RoNKEL (Dr. Ph. S. van). Nota omtrent 
den Batoe Paiidapatan te Tandjoeng bij Fort 
van der Capellen. M. ill. — Oudh. Verslag. 
1914, 2e kwart, bl. 69. 

Kemp (P. H. van der). Over de bewaring 
van Hindoekunst op Java. — Vragen des 
Tijds. 1914, I, 383. 

Moquette (J. P.). Verslag van mijn voor- 
loopig onderzoek der Mohammedaansche 
oudheden in Atjeh en onderhoorigheden. — 
Oudh. Verslag. 1914, 2e kwart., bl. 73. 

Voorloopige lijst van oudheden in de Bui- 
tenbezittingen. (Met Inleiding door Dr. N. J. 
Krom). — Ovdh. Verslag. 1914, 3e kwart., 
bl. 101. 

Hoe oud zijn de Hindoebouwwerken op 
Java, door X. — Ind. Bouwk. Tijdschr. 1914, 
2e ged. bl. 43. 

Stein Callenfels (P. V. van). Een bas- 
relief van het tweede terras van Panataran. 
Met Naschrift. 31. ill. — T. B. G. 56 (1914), 
345, 350. 

Krom (Dr. N. J. ). De Wisnu van Bëlahan. 
M. ill. — T. B. O. 56 (1914), 442. 

Inventaris der Hindoe -oudlieden op den 
grondslag van Dr. R. D. M. Verbeek's Oud- 
heden van Java. Samengesteld op het oud- 
heidkundig bureau onder leiding van Dr. N. 
J. Krom. Eerste deel. — Rapp. Oudh. Dienst. 
1914. 

Oud -Bantam, door K^. (Beschrijving van 
monumenten van Nederlandschen oorsprong 
welke aan de eerste jaren der O. I. C. herin- 
neren). — Tropisch Nederland. 2 (1914), 18. 

Perquin (P. J.). Kort verslag aangaande 
de werkzaamheden aan de Tjandi's Kali- 
tjilik en Sawentar. — Oudh. Verslag. 1915, 
Ie kwart., bl. 15. 

Krom (Dr. N. J.). Een Javaansche Vasu- 
dhara. M.ill. — Oudh. Verslag. 1915, Ie kwart., 
bl. 33. 

Craandijk (C. C). Oud-Hollandsche op- 
schriften op het eiland Moa (Leti-groep, be- 
oosten Timor). — T. A. 0. 1915, 654. —Aan- 
vulling: Ibid. bl. 90 



Kern (H.). Over 't Sanskritvers aan 't be- 
gin der insciiptie van den Minto-steen. — 
Bijdr. Kon. Inst. 70 (1915), 223. 

ToBi (C). Tentoonstelling van Oud-Ja- 
vaansch en hedendaagsch Balisch- Hindoe- 
ïsme in het Stedelijk Museum te Amsterdam. 
— Indologenblad. 7 (1915-16), 20. 

TentoonstelUng van Buddhistische kunst 
in het Rijks Ethnographisch Museum. Alge- 
meene inleiding over deze kunst, door T. B. 
RooBDA. — De beteekenis der tentoongestel- 
de beelden en schilderijen, in 't kort geschetst 
door Dr. M. W. de Visser. I. De beelden. II. 
De schilderijen. — Ovde Kunst. I (1915 — 16), 
33. 

Eerste bij zondere tentoonstelling (uitgaande 
van het Koloniaal Instituut te Amsterdam), 
Oud Javaansch en hedendaagsch Balisch- 
Hindoeïsme. Stedelijk Museum. Sept. — Oct. 
1915. — Ind. Merc. 1915, 760. 

Tentoonstelling betreffende Oud-Javaan- 
sch en hedendaagsch BaUsch Hindoeïsme te 
Amsterdam. M. ill. — Eigen Haard. 1915, 
695. 

Htj-Xser (Mr. J. G.). Hanuman en de Ra- 
mayana. M. ill. — Het Ned. Ind. Huis Oud db 
Nieuw. Deel II (1915), 56. 

AsBECK (Mlle la Baronne M. d'). Impres- 
sion du Boro-Bouddhour. M. ill. — Theoso- 
phisch Maandbl. v. N. I. 1913, 152. 

Bosch (Dr. F. D. K. ). Eene onderscheiding 
van staande en zittende Buddha-figuren op 
de reliëfs van de Borobudur en elders. — T. 
B. O. 57 (1915), 97. 

Pleyte (C. M. ). De koperen plaat van Tji- 
pamingkis. — T. B. O. 57 (1915), 176. 

Overzicht van een voordracht van Th. van 
Erp over de Boroboedoer, door P. — Indo- 
logenblad. 7 (1915—16), 79. 

De Hindoeïsme-tentoonstelling te Amster- 
dam, door B. (Ontleend aan de N. Ned. Kerk- 
bode). — De Banier. 1915, 740. 

Perquin (P. J.). Kort verslag aangaande 
de werkzaamheden aan de Tjandi's Tega- 
wangi en Soerawana. — Oudh. Verslag. 1915, 
3e kwart., bl. 104. 



100 



WETENSCHAPPELIJKE INSTELLINGEN. 



Bosch (Dr. F. D. K. ). De inscriptie op den 
grafsteen van het gravencomplex genaamd 
Teungkoe Peuët Ploh Peuët. M. ill. — Ovdh. 
Versl. 1915, 3e kwart., 129. 

Stein Callenfels (P. V. van). De graf- 
tempel van Kagenengan. Mededeeling. — T. 
B. G. 57 (1915), 200. 



Stein Callenfels (P. V. van). De bas- 
reliefs van het tweede terras van Panataran 
(Met bijlage : Inhoudsopgave van den Krës- 
nayana, door R. Ng. Poerbatjaraka). — , 
T. B. O. 57 (1915), 219. \ 



VIII. WETENSCHAPPELIJKE INSTELLINGEN. 



Cabaton (A.). La Société des Arts et des 
Sciences de Batavia. — Rev. du Monde Mu- 
sulman. 13 (1911), 249. 

De Ethnographische Verzameling van den 
Hoofdcursus te Kampen. M. ill. — Eigen 
Haard. 1911, 644. 

Iets moois en goeds op 't juiste moment. 
Mededeelingen over de oprichting van het 
Koloniaal Instituut te Amsterdam). M. ill. 
— De Aarde en haar Volken. 1911, Bijbl. 
bl 1, 7. 



Het Koloniaal Instituut te Londen. M. ill. 
De Aarde en haar Volken. 1911, Bijbl. bl. 9, 



35. 



Een Belgisch „Koloniaal Instituut", het 
Congo-Museum. — De Aarde en haar Volken. 
1911, Bijbl. bl. 13, 19, 41. 

Koloniaal Instituut te Bordeaux. De Aarde 
en haar Volken. 1911, Bijbl. bl. 22. 

Koloniale Instituten in Marseüle en Parijs. 
M. ill. — De Aarde en haar Volken. 1911, 
Bijbl. bl. 25. 

Het Koloniaal Instituut te Hamburg. M. 
ill. — De Aarde en Jiaar Volken. 1911. Bijbl. 
bl. 31. 

MOHR (Dr. E. C. J.). Het Koloniaal Insti- 
stuut (te Amsterdam). — Teysmannia. 22 
(1911), 172. 

Het Koninklijk Magnetisch en Meteoro- 
logisch Observatorium te Batavia, door Dr. 
V. B. — Weekbl. v. Indië. 8 (1911—12), 916.. 

Mededeelingen omtrent het doel hetwelk 
werd beoogd met de oprichting van het 
Encyclopaedlsch Bureau te Weltevreden. — 
Meded. Encycl. Bureau. Afl. I (1911), bl I. 



Meijier (J. e. de). Het „Imperial Institu- 
te" te Londen. Met Naschrift. — /. G. 191 Ij 
I, 123. 

Het „Royal Colonial Institute" te Londen. 

— /. G. 1911, I, 403. 

De plaatsing van het Koloniale Instituut 
te Amsterdam. (Ontleend aan het Alg. HanA 
delsbl. van 6 Juli 1911). — /. G. 1911, II, 1123.| 

Leplae (E.). Le Jardin botanique de Bui- 
tenzorg (Java). M. ill. — Bulletin Agricolt 
du Congo Beige. II (1911), 179. 

Koloniaal Instituut te Amsterdam. (Ver- 
schillende mededeeUngen over deze instelling).] 

— Ind. Merc. 1911, 144, 602; 1912, 380; 1913,| 
35, 241, 535; 1914, 39, 417, 439. 

Beekman (H.). Een en ander over de orga-| 
nisatie en het eerste werkplan van een Insti- 
tuut voor boschonderzoek in Ned. -Indië. 
Teciana. 4 (1911), 1001. 

MededeeUngen aangaande den overgang 
van het Koloniaal Museum te Haarlem in het' 
Koloniaal Instituut te Amsterdam. — Tijd- 
schr. Maaischa'ppij v. Nijverheid. 1911, 145, 
280, 347, 366, 474, 525; 1913, 1. 

Het Koloniaal Instituut te Amsterdam en 
de toekomstige opleiding der ambtenaren van 
den algemeenen bestuursdienst in Ned. -Indië. 

— Indologenhlad. 3 (1912—13), 23. 

Het eerste jaarverslag van het Koloniaal 
Instituut. — I. G. 1912, I, 794. 

Geologisch - raijnbouwkundig genootschap 
voor Nederland en de Koloniën. (MededeeUn- 
gen over oprichting en doel). — /. G. 1912, I, 
843. — T. N. L. N. I. 84 (1912), 230. 

Loebèr Jr. (J. A.). De nieuwe koers in het 



WETENSCHAPPELIJKE INSTELLINGEN. 



101 



Rijks-Ethnographisch Museum (te Leiden). 
— De Gids. 1912, III, 104. 

Koloniaal Instituut te Amsterdam. — T. 
A. G. 1912, 63. 

Elea. Het Koloniale Museum te Haarlem. 
M. ill. — Eigen Haard. 1912, 156. 

Het Ethnographisch Museimi te Makassar, 
door F. B. S. M. ill. — Weekbl. v. Indië. 9 
(1912—13), 222. 

KooKDEKS (Dr. S. H.). Ontwerp voor de 
organisatie met werkplan van het te stichten 
Proefstation voor het Boschwezen van Ned. 
Indië (ingevolge opdracht van den Directeur 
van Landbouw H. J. Lovink, dd. 28 Febr. 
1910). — Tectona. 5 (1912), 365. 

Het Besoekisch Proefstation te Djember, 
door M. V. G. M. ill. — Weekbl. v. Indië. 9 
(1912—13), 697. 

Cbeusesol (= Jhr. I. P. C. Gbaafland). 
Aan de bron voor Oost -Indische wijsheid. De 
Koloniale Bibliotheek te 's Graveiihage. M. 
portret. — Weekbl. v. Indië. 9 (1912—13), 950. 

Het Bataksch Instituut. — Indólogenblad. 
4 (1912—13), 21. 

Kalshoven. Excursie van H. B. L naar 
het Ethnographisch Museum te Leiden, 10 
Mei 1912. — Ceres. 6 (1912—13), 106. 

Abendanon (J. H.). Institut Colonial 
International. — Kol. Tijdschr. 1 (1912), 814; 
2 (1913), I, 725. 

Het Koloniaal Instituut te Amsterdam. — 
Neerlandia. 1912, 170; 1914, 232. 

Het 40-iarig bestaan van het Kon. Neder- 
landsch Aardrijkskundig Genootschap 1873 — 
1913. M. ill. — T. A. G. 1913, bl. L 

Beck (W. J.). De Koloniale Bibliotheek 
(te 's Gravenhage). — Indólogenblad. 5 (1913 
—14), 28. — Vergl. bl. 55. 

Wat het Koloniaal Instituut beoogt met 
het samenstellen van schoolverzamelingen, 
door J. H. F. — Indólogenblad. 5 (1913—14), 
267. 



De overdracht van het Koloniaal Museum 
(te Haarlem) aan het Koloniaal Instituut te 
Amsterdam. — /. G. 1913, 1, 247. — Tijdschr. 
Maatsch. v. Nijverh. 1913, 1. 

Dekkeb (Dr. J.). Het Museum, tevens 
Informatiebureau voor technische en han- 
delsbotanie te Buitenzorg. — Ind. Merc. 
1913, 405. 

Hoe het Bataksch Instituut op de Hoog- 
vlakte werkt, door C. L. (Ontleend aan de Su- 
matra-Post). — T. B. B. 44 (1913), 299. 

Hall (Dr. C. J. J. van). Enkele opmerkin- 
gen over de taak en de werkwijze van Proef- 
stations. Voordracht met debat. — Versl. Ie 
Verg. techn. personeel partic. Proefstations en 
van ambten. Dep. van Landb. Bandocng, 19-21 
Aug. 1912, bl. 36. 

Dissel ( J. van). Gewestelijke bibliotheken. 

— Kol. Tijdschr. 2 (1913), I, 569. 

Cabaton ( A. ). La Société de Linschoten et 
les grands voyages neéilandaises de la fin du. 
XVIe au XVIIIe siècle. — La Géographie. 
28 (1913), 147. 

De opening van het TREUB-laboratorium 
te Buitenzorg, door H. v. W. M. ill. — Week- 
bl. V. Indië. 11 (1914—15), 156. 

Cbameb (Dr. P. J. S.). Inauguration du La- 
boratoire Teeub a Buitenzorg (Java). — La 
Quinzaine Coloniale. 10 Juület 1914, 472. 

Kemp (P. H. van deb). De stichting van 
den botanischen tuin te Buitenzorg. — De 
Nieuwe Gids. Sept. 1914. 

Een selectie-station voor meerjarige ge- 
wassen in Ne derlandsch -Indië. (Overzicht 
van een rapport terzake van Dr. P. J. S. Cba- 
meb). — T. N. L. N. I. 89 (1914), 138. 

Het veeartsenijkundig laboratorium in 
Nederlandsch-Indië. — T. N. L. N. I. 89 
(1914), 178. 

Een centraal rubberstation voor Neder- 
landsch-Indië. — T. N. L. N. L 89 (1914),374. 

Vereeniging „Koloniaal Instituut". (Aan 
het 3e jaarverslag ontleende mededeelingen). 

— /. G. 1914, I, 837. 



102 



WETENSCHAPPELIJKE INSTELLINGEN. — DRUKPERS. 



Een Schoolmuseum voor Ned. -Indië. (Mede- 
deelingen over de te Batavia opgerichte ver- 
eenigiiig „Het schoolmuseum in Ned. -Indië" ). 

— De Banier. 1914, 46. 

Vereeniging „Koloniaal Listituut". Be- 
schrijving der bouwplannen. — I. G. 1914, 
II, 1663. 

Een Makassaarsch genootschap (van kun- 
sten en wetenschappen), door K. — T. B. B. 
47 (1914), 8L 

Het Koloniaal Instituut .doorG.d.V. M. UI. 

— Eigen Haard. 1914, 989. 

De opening van het TREUB-laboratorium. 
(Ontleend aan het Soer. Handelsblad). — Ind. 
Merc. 1914,512. 

DoEFF (H.). Het Bataksch Instituut. — 
Kol. Tijdschr. 1914, II, 1652. 

Wallis (W.). Das Nautische Institutder 
Kon. Niederl. Paketfahrt-Gesellschaft zu 
Tandjong Priok (Batavia). Nach „Het Nau- 
tisch Instituut der Kon. Paketvaart Mij. te 
Tandjong Priok (Batavia) en de verificatie 
van nautische instrumenten", door S. Maks. 

— Annalen der Hydrographie. 42 (1914), 406. 



GiEL (J. W.). De bouwplannen van het 
Koloniaal Instituut te Amsterdam. 3f. iü. 
— Weekbl. v. Indië. 11 (1914—15), 994. 

Zeijlstra Fzn. (Dr. H. H. ). Het Koloniaal 
Landbouw Museum te Deventer. M. ill. — 
Eigen Haard. 1914, 428, 443. 

Het Landbouw-Museum te Deventer. — 



I. G. 1915, II, 955. 

Went (F. A. F. C). 's Lands Plantentuin 
te Buitenzorg. — Onze Koloniën. Serie II, N°. 
5 (1915). 

GiEL (W. J.). Opening van het Koloniaal 
Landbouwmuseum te Deventer. M. ill. — 
Weekbl. v. Indië. 12 (1915—16), 341. 

Opening van het Koloniaal LandbouwTnu- 
seum (te Deventer). — Ind. Merc. 1915, 403. 

Vereeniging „Koloniaal Instituut" te Am- 
sterdam. (Overzicht van h^ vierde Jaarver- 
slag). — Ind. Merc. 1915, 517. — I. G. 1915, 

II, 1139. 

Bali-Instituut. (Mededeeling over de op- 
richting, doel, enz.). — Ind. Merc. 1915, 912. 



IX. DRUKPERS EN BIBLIOGRAPHIE. 



Sandick (R. A. van). Na 25 jaar, 1886 — 
1911. (Beschouwingen, naar aanleiding van 
het 25-jarig bestaan van het Weekblad „De 
Ingenieur"). — M. ill. en portretten. — De 
Ingenieur. 1911, 4. 

De Maleische pers. (Ontleend aan de Java- 
Bode). — Indologenblad. 2 (1910—11), 110. 

Kalff (S.). Twee Bataviasche couranten 
(n.1. de Bataviasche Koloniale Courant en de 
Java Government Gazette). — /. G. 1911, II, 
1145, 1288. 

Borger (W. A.). Het Geneeskundig Tijd- 
schrift voor N der landach -Indië. — O. T. N. 
I. 51 (1911), bl. LXXVIL 



Borger ( W. A. ). Het gouden feest van het 
Geneeskundig Tijdschrift voor Nederlandsch- 
Indië. — G. T. N. I. Feestbundel 1911, 1. 

De Maleische pers. (Bespreking van het 
„Weekblad ter bekendmakirg in ruimeren 
kring van de belangrijkste uitingen der In- 
landsche en Chineesche pers in Ned. -Indië). 
— /. G. 1911, I, 527. 

Nota over de volkslectuur, door J. H. 
(Bespreking eener Nota van de Commissie die 
zich ten doel stelt het verspreiden van geschik- 
te lectuur voor de inlandsche bevolking). — 
/. G. 1911, II, 1083. 

Cabaton (A.). A travers les Indes Néerlan- 
daises. (Uitvoerige overzichten van verschil- 



DRUKPERS EN BIBLIOGRAPHIE. 



103 



lende pubücatiën over Ned. Indië. Sommige 
onder den titel „Pays malais".) — Rev. du 
Monde Musvlman. 13 (1911), 79, 257, 270; 
14 (1911), 70; 15 (1911), 97, 339, 350; 21 
(1912), 330; 23 (1913), 110. 

Reglement op de uitgifte van het Archief 
voor de Suikerindustrie in Nederlandsch- 
Indië. — Arch. Suikerind. N. I. 1911, 1, bl. 1. 

FRAN901S ( J. H. ). Het boek van Kartini. — 
Het Tijdschr. I (1911—12), 15. 

Bbeg (L. M.). De Tropische Natuur. Or- 
gaan van de Ned. -Indische Natuurhistori- 
sche vereeniging. (Beoordeeling bij de ver- 
schijning). — De School V. N. /. 2(1911— 12), 
284. 

Katholieke litteratuur in Indië, door B. 
Met antwoord van de Redactie. — De Jam- 
Post. 1911, 739. 

Kal (H. Th.). Voorwoord bij de aanvaar- 
ding van het redacteurschap van het Tijd- 
schrift voor het Binnenlandsch Bestuur. — 
T. B. B. 40 (1911), 1. 

KiELSTRA ( J. C. ) en C. Lulofs. Voorwoord 
bij de aanvaarding, enz. (als boven). — T. B. 
B. 40 (1911), 278. 

Ons tijdschrift. (Mededeelingen over den 



inhoud enz. van het Tijdschrift voor het Bin- 
nenlandsch Bestuur, in verband met plan- 
nen tot oprichting van een orgaan der Ver- 
eeniging van ambtenaren bij het B. B. te 
'sGravenhage). — T. B. B. 41 (1911), 57. 

VuuREN (L. van). Een eigen orgaan van de 
vereeniging van ambtenaren bij het Binnen- 
landsch Bestuur. — T. B. B. 41 (1911), 267. 

Lummel (Dr. H. J. van). Bestaat er behoef- 
te aan een eigen orgaan (voor de vereeniging 
van leeraren en leeraresscn aan iiu-ichtingen 
van M. O. in Ned. Indië) ? — Het Middelbaar 
Onderwijs. 1911, 97. 

Muller (W. C). Maandelij ksche biblio- 
graphie voor Oost- en West-Indië. — I. O. 
1911, 1, 145, 289, 433, 577, 721, 857; II, 1008, 
1153, 1297, 1437, 1581, 1705; 1912, I, 140, 
285, 428, 573, 708, 852; II, 993, 1136, 1257, 
1417, 1576, 1719; 1913, I, 140, 279, 424, 560, 
688, 838,; II, 982, 1133, 1278, 1422, 1549, 
1709; 1914, 1, 143, 304, 451, 627, 776, 915; II, 



1051, 1179, 1312, 1464, 1613, 1752; 1915 I, 
140. 292, 453, 588, 748, 891 ; II, 1068, 1213, 

1368, 1513, 1672, 1855. 

Meyier ( J. E. de), voortgezet door E. E. A. 
VAN Heekeren. Maandelijksche revue van 
brochures en van tijdschrift- en dagblad-arti- 
kelen. — /. Q. 1911, 1, 80, 231, 356, 527, 667, 
796; II, 940, 1098, 1244, 1382, 1523, 1637; 
1912, I, 82, 235, 385, 510, 651, 801; II, 918, 
1094, 1201, 1353, 1509, 1641; 1913, I, 94, 
220, 363, 508, 630, 772; II, 932, 1071, 1227, 

1369, 1519, 1645; 1914, I, 56, 210, 424, 582, 
717, 860; II, 1002, 1141. 1275, 1437, 1568, 
1718; 1915, I, 71, 239, 410, 552, 687, 811; II, 
988, 1150, 1280, 1457, 1609, 1764. 

Vriens (Dr. J. G. C). Over het redigeeren 
der „Mededeelingen" (van het Deli-Proef- 
station te Medan). — Meded. Deli-Proefst. 7 
(1912—13), 53. 

Kroon (W. J.). De Maleische bladen. — 
Weelchl. v. Indië. 9 (1912—13), 241. — Zie 
ook: Amsterdammer. 18 Aug. 1912. 

Nypels (G. ). Officieel bestaan. (Critiek op 
de samenstelling van den Indischen Regee- 
rmgsalmanak). — Kol. Weekblad. 1912, N°. 
34. — Zie ook: Ibid. 1913, N°. 12. — Een niet- 
alphabetisch „alphabetische lijst". — Ibid. 
1914, N°. 12. 

Meyier (J. E. de). Bespreking van „Re- 
pertorium op de literatuur betreffende de Ned. 
koloniën in Oost- en West-Indië. Derde ver- 
volg 1906—1910, door W. J. P. J. Schalker 
en W. C. Muller." — I. G. 1912, II, 1764. — 
Bespreking door A. Cabaton. — Rev. du 
Monde Musvlman. 21 (1912), 363. 

Nypels (G.). Critiek op de samenstelling 
der Mededeelüigen van het Encyclopaedisch 
Bureau voor de bestuurszaken der Buiten - 
bezittingen. — I. O. 1912, 1, 828. — Antwoord 
van den chef van dat bureau, L. van Vuuren. 
— Ibid. 1912, II, 1390. — Naschrift van G. 
Nypels. — Ibid. 1912, II, 1391. 

Inlandsche volkslectuur. — /. G. 1912, II, 
1648. 

Cabaton (A.). La presse indigène aux In- 
des Néerlandaises. — Rev. du Monde Mu- 
sulman. 21 (1912), 330. — Een Fransch 
oordeel over onze Inlandsche pers (naar aan - 
leiding van vorengenoemd artikel). — Indo- 
logenblad. 4(1912— 13), 237. 



104 



DRUKPERS EN BIBLIOGRAPHIE. 



Vries (S. de). Indië in de Nederhndsche 
pers. (Over de rol der Ncderlandsche dagblad- 
pers in den strijd voor de belangstelling in 
Indische aangelegenheden). — De Wereld. 12 
Febr. 1912. 

Abbahamson (S. S.). Nogmaals reclame 
voor Nederl. -Indië (door de uitgave van popu- 
laire geschriften). — T. N. L. N. I. 85 (1912), 
337. 

Adriani (N.). Critische bespreking van 
Aflevering II der Mededeelingen van het 
Encyclopaedisch Bureau. — De Banier. 1912, 
394. 

Bespreking van de wijze van publicecren 
der Mededeelingen van het Bureau voor de 
bestuurszaken der Buitenbezittingen, be- 
werkt door het Encyclopaedisch Bureau, Af- 
levering I— II, door F. — T. B. B. 43 (1912), 
127. 

Verbeek (Dr. R. D. M.). Opgave van ge- 
schriften over geologie en mijnbouw van Ne- 
der landsch Oost -Indië. — Verhandel. Geol. 
Mijnb. Gen. Geol. Serie. I (1912—1915), 31. — 
Eerste vervolg. — Ibid. h\. 293. — Tweede 
Vervolg. — Ibid. bl. 361. 

Blink (Dr. H.). Dr. R. D. M. Verbeek en 
de geschriften over geologie en mijnbouw van 
Nederlandsch Oost-Indië. (Naar aanleiding 
van bovengenoemde bibliographie). — Vra- 
gen van den Dag. 1913, 423. 

Ons Tijdschrift, door R. (MededeeUngen 
omtrent oprichting, doel enz. v&n de „Water- 
staats-Ingenieur. Orgaan, enz."). — Water- 
staats-Ingenieur. I (1913), 6, 15. 

Een gratie-request voor den heer DouwES 
Dekker (door D. van Hinloopen Labber- 
TON, naar aanleiding der veroordeeling van 
eerstgenoemde tot 14 dagen gevangenisstraf 
ter zake zijner artikelen in de Expres tegen 
de voorgenomen opheffing van Afd. B. van 
het Gymnasium Willem III). (Ontleend aan 
de Locomotief van 24 Febr. 1913, met kant- 
teekcning van de Redactie). — /. O. 1913, 
I, 645. 

Geuns (M. van). De drukperswetgeving in 
Ncd. -Indië. (Ingezonden stuk in het Vader- 
land van 30 Aug. 1913). — /. G. 1913, II, 1377. 

DouwES Dekker (E. F. E.). De beteokenis 



van een Maleisch pohtiek dagblad. — De 
Indiër. 1 (1913—14), II, 99. 

Sasradhimedja. Uit het land der Bruine 
Broederen. De Inlandsche Journalistenbond 
en zijn orgaan. — De Indiër. 1 (1913 — 14), 
II, 182. 

Het vrouwen -orgaan „Wanito Sworo". — 
De Indiër, 1 (1913—14), II, 187. 

Walbeehm (A. H. J. G.) en Ch. A. J. 
Blok. Overzicht der Inlandsche ( Javaansche 
en Maleische) en Chineesche pers. — Kol. 
Tijdschr. 1912, 89, 217, 346, 481, 608, 721, 
829, 976, 1119, 1218; 1913, I, 58, 184, 317, 
469, 595, 737; II, 876, 1029, 1181, 1321, 1465, 
1607; 1914, 1, 86, 222, 381, 410, 681, 801; II, 
937, 1129, 1247, 1392, 1543, 1669; 1915, 1, 98, 
236, 376, 517, 655, 803; II, 943, 1096. 1232, 
1385, 1527, 1674. 

Uit Noord- en Zuid-Nederlandsche Bibli- 
otheken. (Regels voor de samenstelling van 
een alphabctischen Catalogus). — Het Boek. I 
(1912), 104. 

Staal (J. J.). Bespreiking van W. C. Mul- 
ler: „Catalogus der Land- en Zeekaarten van 
het Kon. Instituut voor de Taal-, Land- en 
Volkenkimde van Ned. -Indië". — T. A. G. 
1913, 827. 

Mededeelingen van W. A. Borger bij zijn 
optreden als gérant van het Geneeskundig 
Tijdschrift voor Ned. -Indië. — G. T. N. I. 
1913, bl. LIX. 

Brouwer (A. M.), J. W. Gunning en J. 
Rauw. Een inleidend woord van de nieuwe 
redactie (der Mededeelingen van wege het 
Nederl. Zendelinggenootschap). — M. N. Z. 
G. 1913, 1. 

De courant in Indië, door L. C. H. (Over- 
zicht eener voordracht van Jhr. I. P. C. 
Graafland over dit onderwerp). — Indolo- 
genblad. 5 (1913—14), 139. 

De Expres en de Indische partij. — /. G. 
1913, I, 526. 

Het Indisch Militair Tijdsclu-ift veroordeeld, 
door Redacteur (G. A. Scheffer). (Verde- 
diging tegen klachten over den inhoud van 
dat (.rgaan. — /. M. T. 1913, II, 857. — Ant- 
woord op vorengenoemd artikel, door E. 



I 



DRUKPERS EN BIBLIOGRAPHIE. 



105 



SiEBUEGH, met Naschrift der Redactie. — 
/. 31. T. 1913, II, bl. I, III. — Nogmaals het 
I. M. T. veroordeeld, door W. Asbeek Brus- 
SE. — Ibid. 1913, II, 1065. 

RouFFAER (G. P.). Een curieus Duitsch 
boekje over onze Oost uit 1646. — Bijdr. Kon. 
Inst. 69 (1914), 127. 

JuYNBOLL (Dr. H. H.). Catalogus der Ja- 
vaansche, Bahneesche en Madureesche hand- 
schriften van het Kon. Instituut voor de 
Taal-, Land- en Volkenkunde van Ned. -Indië. 

— Bijdr. Kon. Inst. 69 (1914), 386. 

Neuere Literatur übcr die Kunst von 

Niederlandisch-Indien — Ostasiatische Zeit- 
schrift. 3 (1914—15), 488. 

Volkslectuur voor Inlandsche mihtairen, 
door F. — Weekhl. v. Indië. 11 (1914—15), 
180. 

Mededeeling van den uitgever van „De 
Indische Gids" over het aftreden van Dr. H. C. 
Prinsen Geerligs als waarnemend hoofd- 
redacteur en zijn vervanging door E. A. A. 
VAN Heekeren. — /. G. 1914, 1, 1. 

Stopzetting van de Expres (orgaan der In- 
dische Partij). — De Banier. 1914, 450. 

Beers (N.). Generaal Register op Bulletin 
N*^. 1 t/m 52 van het Koloniaal Museum te 
Haarlem. — Bulletin Kol. Mus. Aug. 1914 
(N°. 53). 

KooRDERS (S. H.). Twee Indische planten- 
atlassen. (Ontleend aan het Bat. Nieuwsbl. ). 

— Tectona. 1914, 199. 

FiscHER (H. W.). General-Register zu 
Band I— XX (1888—1912) des Internatio- 
nalen Archivs für Ethnographie,herausgege- 
ben von der Redaction. — Intern. Archiv f. 
Ethnogr. Leiden, 1914. 

Heekeren (E. A. A. van). De censuur op 
het Indisch Militair Tijdschrift en een ofïi- 
ciersbond in zicht. — /. O. 1915, I, 297. 

De Indische justitie contra de pers en 



een opzienbarende veroordeeling (van M. van 
Gextns wegens het openbaar maken van be- 
richten nopens de bewegingen in den Lidi- 
schen Archipel van aan de oorlogvoerende 



mogendheden behoorende oorlogsschepen). — 
/. G. 1915, I, 657. 

Het in eersten aanleg tegen den heer M. 
VAN Geuns gewezen vonnis. — ƒ. G. 1915, 
II, 971. 

De heer van Geuns ontslagen van rechts- 
vervolgmg. — /. G. 1915, II, 1159. 

Persvervolgingen zonder eind. Overzicht 
van een artikel van M. van Geuns in het 
Soerab. Handelsbl. — I. G. 1915, II, 1303. 

Het zaaien van haat. (Overzicht van een 
artikel van J. G. Boon in het Soerab. Handels- 
bl. van 10 Juli 1915, over de tegen den redac- 
teur van het Ind. -Militair Tijdschr. W. MuuR- 
LING, ingestelde vervolging wegens de plaat- 
sing van een artikel van Asymptoot). — /. G. 
1915, II, 1460. 

MuuRLiNG (W.). Het orgaan van de Ofïi- 
ciers-Vereeniging. — /. M. T. 1915, II, 1270. 

Do Maleische pers, door J. F. H. A. Later. 
(Overgenomen uit de Locomotief). — /. G. 
1915, II, 1264. 

Paerels (J. J.). Pëmimpin Pengoesaha 
Tanah. Handleiding voor den landbouwer. 
(Aankondiging van een maandschrift, in 
hoofdzaak bestemd voor den Inlander, het- 
welk in de Nederl. en Maleische taal zal ver- 
schijnen). — Ind. Merc. 1915, 739. 

KiELSTRA (Mr. J. C). Afscheidswoord (naar 
aanleiding van zijn aftreden als redacteur van 
het Tijdschrift voor het Binnenlandsch Be- 
stuur). — T. B. B. 49 (1915), 163. 

Afscheid (van M. van Geuns als hoofdre- 
dacteur van liet door hem opgerichte Week- 
blad voor Indië). — Weekbl. v. Indië. 12 
(1915—16), 673. 

Dammerman (Dr. K. W.). Literatuur op 
het gebied van dierkunde en landbouwdier- 
kunde, verschenen in Teysmannia van 1890 
(Deel I) tot einde 1914 (Deel XXV), — Teys- 
mannia. 26 (1915), 511. 

Een beginselverklaring (van de hoofdredac- 
teuren van het Soerabajasch Handelsblad 
Boon en Tersteeg, bij hun optreden en ver- 
vanging van M. van Geuns), door C. L. — 
T. B. B. 49 (1915), 404. 



106 



GESCHIEDENIS. 



ALGEMEEN. 



Merbiix (E. D.). A contiibution to the bi- 
bliography of the botany of Borneo. — The 
Sarauxik Museurn Journal. II (Part II), N°. 6 
(1915), 99. 



Helfrich (O. L.). Bibliogiaphie (m hoofd- 
zaak over Ned. Oost-Indië). — Kol. Tijdschr. 
1915, I, 571, 712, 858; II, 1002, 1146,1289, 
1433, 1576, 1722. 



TWEEDE AFDEELING. 



GESCHIEDENIS. ') 



I. ALGEMEEN. 



ARCHIEVEN. — GENEALOGIE. 



Mbyiee (J. e. de). Het zegel der Oost- 
Indische Compagnie. — I. G. 1911, 1, 68. 

NiBUWENHtTYZEN (W.). Aandeel der Bel- 
gen in de ontwikkeling van Nederland als 
koloniale mogendheid. — Vragen van den 
Dag. 1911, 1. 

Colenbrander (Dr. H. T.). De dreigende 
desorganisatie van het Algemeen Rijksarchief. 

— De Gids. 1911, IV, 270. 

Jacobi (Dr. E.). Die Compagnie von Ost- 
ende und ihrer Streit mit der HoUandisch- 
Ostindischen Compagnie. — Zeitschr. für 
Kolonial Politik. 13 (1911), 318. 

Velden (A. J. H. van der). Uit de oude 
doos. Over reizen en over de eerste stoomboot 
in Indië. — De Java-Post. 1911, 125. 

Gabriël. J. P. Coen en de chronyk van 
Hoorn. — Weekbl. v. Indië. 8 (1911—12), 
914, 939, 962. 

Faubel (Th.). J. Pzn. Coen verongelijkt. 

— Weekbl. v. Indië. 8 (1911—12), 1226. 

Ofïicieele onkunde in Duitschland betref- 
fende onze koloniale geschiedenis. — /. G. 
1911, II, 932. 

Opsporing van reisjournalen der eerste 
vaart van Nederlanders naar Oost-Indië 
(1595—1597). — T. A. G. 1912, 183. 



Wieder (Dr. F. C). Twee belangrijke reis- 
verhalen van oude HoUandsche zeevaarders. 
— T. A. G. 1912, 281. 

Balblan Verster (J. F. L. de). De geschie- 
denis van het Compagnieschip „Blijdorp" 
(1723 — 1733). (Naar aanleiding van een 
scheepsmodel). M. ill. — Eigen Haard. 1912, 
664. 694, 771, 803. 

RoNKEL(Dr.PH. S. van). Bantënsche genea- 
logie in een Arabisch geschrift. — T. B. G. 
55 (1913), 259. 

Baker (A. C). Some accountof the Anglo- 
Dutch relations m the East at the begiiming 
of the 19tli century, based on the Records 
preserved in the Colonial Secretary's Office in 
Singapore, and in the Resident's Office, Ma- 
lacca. — Journ. Str. Br. R. A. S. N°. 64 (July 
1913), bl. 1. 

Colenbrander (H. T.). Mededeelingen be- 
treffende archiefstukken in het Lidia Office 
te Londen, van belang voorde Nederlandsch- 
Indische geschiedenis van 1818 — 1830. — 
Bijdr. Kon. Inst. 67 (1913), Bijlage A, bl. 
XLII. — Verweer van Roosegaarde Bis- 
schop tegen wien deze critische mededeelin- 
gen zijn gericht. — Bijdr. Kon. Inst. 68(1913), 
Bijlage I, bl. XV. — Van de BissOHOP-onder- 
zockingen in het India-Office te Londen, door 
P. H. VAN DER Kemp. — /. G. 1913, I, 724. 

Grafschriften (uit den Compagniestijd) op 
het eiland Onrust, door B. v. T. P. — Maand- 



') Zie ook de rubrieken „Oudheden" en „Taal- en Letterkunde". 



GESCHIEDENIS. 



END. ARCHIPEL. 



107 



bl. Geneal-herald. Gen. 
Leeuw". 31 (1913), 53. 



„De Nederlandsche 



Bloys van Treslong Prins (Mr. P. C). 
Eenige aanteekeningen uit verschillende re- 
gisters in N3d.-Lidië betreffende buitenland- 
sche adellijke geslachten. — Maandbl. Geneal. 
herald. Gen. „De Nederlandsche Leeuw". 31 
(1913), 297. 

HuLLtr (Dr. J. de). Ziekten en dokters op 
de schepen der Oost -Indische Compagnie. — 
Bijdr. Kon. Inst. 67 (1913), 245. 

De handhaving der orde en tucht op de 

Rchepen der Oost -Indische Compagnie. — 
Bijdr. Kon. Inst. 67 (1913), 516. 

De voeding op de schepen der Oost-In- 
dische Compagnie. — Bijdr. Kon. Inst. 67 
(1913), 541. 

De Oost-Indische Compagnie en St. He- 

lena in de 17e eeuw. — /. G. 1913, II, 876. 

Dehéraïn (H.). Une estampe en l'hon- 
neiu" de la Compagnie néerlandaise des Indes 
Orientales. M. ill. — Bulletin de Géographie. 
1913, N°. 3, 326. 



De vlag van Indië, door H. D. 
Tijdschr. 1913, II. 1286. 



Kol. 



HiTLLtj (Dr. J. de). Amusementen aan 
boord van de schepen der Oost -Indische Com- 
pagnie. — Vragen van den Dag. 1913, 404. 



HuLLU (Dr. J. de). De matrozen en sol- 
daten op de schepen der Oost-Indische Com- 
pagnie. — Bijdr. Kon. Inst. 69 (1914), 318. 

RocKHiLL (W. W.). Notes on the relations 
and trade of China with the Eastern Archipe- 
lago and the coast of the Indian Ocean during 
the fourtetnth Century. (Het 3l' gedeelte han- 
delt over „Java and the Eastern Archipela- 
go"). — T'oung Pao, ou Archives, etc. 15 (1914) 
419; 16 (1915), 61, 236. 

Stellwagen (A. W.). Eene Indische uit- 
en thuisreis voor twee eeuwen. — Eigen Haard. 

1914, 624, 640, 666. 

Reizen naar Indië, vroeger en nu, door A. 
M. ill. — Orang Peladang. I (1914), 8. 

Kern (H.). Bespreking van: „De eerste 
schipvaart der Nederlanders naar Oost-Indië 
onder C. de Houtman. 1595 — 1597. Uitge- 
geven en toegelicht door G. P. Rouffaer en 
J. W. IJzerman. I. D' eerste boeck van W. 
Lodewycksz." — T. A. G. 1915, 866. 

Ganesa. Waterloo-Weltevreden 18 Juni — 
1815 — 18 Juni 1915. M. ill. — WeeM. v. 
Indië. 12 (1915—16), 219, 242. 

Wieder (Dr. F. C). Nederlandsche his- 
torisch-geographische documenten in Spanje. 
Uitkomsten van twee maanden onderzoek. 
(Hierin o. a. Neder land's koloniale geschie- 
denis in Spaansche archieven). — T. A. G. 

1915. Extra-afl. bl. 67. 



11. DE INDISCHE ARCHIPEL. 



o. In 't algemeen. 

Uit het Indisch Journaal van den Generaal 
VON GAGEEN,door J.H. — I.G. 1911,11, 1427. 

Bergmeijer (P.). Indië, voor honderd ja- 
ren en nu. — De Banier. 1911, 89, 101, 115. 

KLalff (S.). Indische „Thuynen" (buiten- 
plaatsen in den Compagniestijd). M. ill. — 
Buiten. 5 (1911), 38, 52. 

HoNORÉ Naber (S. P. 1'). In een open sloep 
van Australië naar Java. (Journaal van A. 
Leeman, d. d. 1 Nov. 1658). — Marineblad. 
25 (1910—11), 19. 



De reis van een Gouv. -Generaal (nl. Db 
Eerens) in tempo doeloe. — Weekbl. v. 
Indië. 8 (1911—12), 650. 

Pleyte (C. M.). Esne Chatib-instructie 
uit de vorige eeuw. MededeeUng. — T. B. G. 
53 (1911), 354. 

Heeres (Prof. Mr. J. E.). De „Considera- 
tiën" van Van Imhoff. — Bijdr. Kon. Inst. 
66 (1912), 44L 

Is dat waar ? Een gewichtig feit uit den tijd 
van de O. I. Compagnie. (Critiek op Prof. Mr. 
J. E. Heeres' bewering dat tijdens de O. I. C. 
de christenen, die niet tot de Staatskerk be- 



108 



GESCHIEDENIS. — IND. ARCHIPEL. 



hoorden, zich steeds in vrijheid van geweten 
mochten verheugen). — De Java-Post. 1911, 
753, 768, 785. 

Meyieb (J. E. de). De Roomsch -Katholie- 
ken in N.d.-Indië in den Compagnies-tijd. — 
I. G. 1912, n, 1045. 

De Indische Gids („De Roomsch-ELatho- 
lieken in Ned.-Indië) en de Java-Post: (Drie 
artikelen „Is dat waar?"). — De Java-Post. 
1912, 306. 

Booms (A. S. H.). Eenige bladzijden uit 
de Neder landsche -Indische krijgsgeschiedenis 
1820—1840. Uit de mémoires van F. C. 
GiLLY DE MoNTELA. — De Navorscher. 1912, 
493, 541 ; 1913, 1, 86, 177, 273, 353, 403, 406, 
513: 1914, 20, 110, 157, 203, 369, 439. 

NiEUWENHTJYZEN (W. C). Generaal J. J. 
Baron van Geen. (Naar aanleiding van het 
werk van Jhr. Mr. F. M. L. van Geen: „De 
Generaal van Geen, 1773 — 1846. Met een 
Voorwoord van Prof. Dr. J. L. Kramer"). — 
I. G. 1912, I. 289, 456. 

Het onschadelijk maken van bendehoofden 
in Ned.-Indië; het rapport der cxpeditio- 
SCHMiDT. — Hollandsche Revue. 1912, 414. 

Katholieke zaken van Ned.-Indië uit vroe- 
gere eeuwen, door A. v. E. en A. v. d. V. — 
De Java-Post. 1912, 632, 650; 1913, 30, 46, 
63, 79, 109; 1914, 510, 558, 718, 782; 1915, 
26, 90, 234, 298, 346, 263, 411, 427, 555, 652, 
733. 

Gabriël. Oost-Indische aanteekeningen 
(uit den tijd der Oost -Indische Compagnie). — 
Weem. v'. Indië. 10 (1913—14), 948, 971, 995. 

Balbian Verster (J. F. L. de). De geschie- 
denis van Indië op rijm. — Eigen Haard. 1913, 
159. 

Kalff (S.). Familie- en gezelschapsleven 
in den Compagniestijd. — Elseviers Geill. 
Maandschr. 23 (1913), II, 10. 

Kemp (P. H. van der) De zilveren Java- 
ropijen van de jaren 1816 — 1817. Naar ar- 
chiefstukken. — Bijdr. Kon. Inst. 67 (1913), 
273. — Opmerkingen, door Y. P. Moquette. 
— Ibid. 69 (1914), 101. 

Onafhankciijkheidsfecsten in Indië, door 
H. D. — Kd. Tijdschr. 1913, II, 1287. 



In de dagen der O. L Compagnie, door 
J. O. M. M. ill. — De Amsterdammer. 7 De- 
cember 1913. 

Kalff (S.). Officieele feestdagen in Indië 
(voornamelijk in den tijd der O. L Compagnie). 

— /. G. 1913, n, 1398. 

Vroegere Indische vermaken (van Euro- 
peanen). — I. G. 1913, II, 1116. 

Eekhof (Dr. A.). De positie van de slaven 
in den Compagniestijd. — Geul. Zendingsbl. 
1913, 87. 

Kemp (P. H. van der). Bijdrage tot de ge- 
schiedenis der zoogenaamde „tweede" expe- 
ditie tot herstel van het Nederlandsch gezag 
in Oost -Indië. — Bijdr. Kon. Inst. 67 (1913), 
628. 

Hoe men vóór 't cultuurstelsel opnam 

het consigneeren naar Nederland van de Gou- 
vemements producten. — Bijdr. Kon. Inst. 
68 (1913), 445. 

HtTLLU (Dr. J. de). Het gehalte van de die- 
naren der Oost -Indische Compagnie tijdens 
het Gouverneur-GeneraaLschap van Pieter 
BoTH (1610—1014). — /. G. 1913, 1, 54. 

Blink (Dr. H.). Een eeuw van koloniaal 
bewind. — Vragen van den Dag. 1913, 513. 

Bespreking van „Willem van Koqendorf 
in Nederlandsch -Indië, 1825—1830. Naar 
onuitgegeven bronnen bewerkt door Mr. H. 
Graaf van Hogendorp". — /. G. 1913, II, 
961. 

Kalff (S.). Indische kleederdracht uit den 
Compagniestijd. — I. G. 1914, I, 288. 

Heekeren (E. A. A. van). Nederlandsen 
Oost-Indië in 1913. — 7. G. 1914, I, 163. 

HuLLU (Dr. J. de). De algemeene toestand 
van Compagnie's bedrijf in 1663. — I.G. 1914. 
J, 819. 

Kalff (S. ). Tooneel en muziek in den Gom - 
pagniestijd. — /. G. 1914, II, 1641. 

Lttlofs (C). Onlusten in de Buitenbezit- 
tingen. — T. B. B. 47 (1914), 457. — Over- 
zicht: I. O. 1915, I, 552. 



GESCHIEDENIS. 



JAVA EN MADOERA. 



109 



Heekeren (E. A. A. van). Neder landsch 
Oost-Indië m 1914. — /. G. 1915, I, 145. 

Kemp (P. H. van dee). Dc eerste publi- 
catiën over koloniale economie na Nederlands 
herstel in 1813. — De Economist. 1915, 1, 299. 

Kalff (S.). Eten en drinken in den Com- 
pagniestijd. — I. Q. 1915, II, 1313. 

Kemp (P. H. van der). Episodes uit de ge- 
schiedenis der aanmuntingen ten behoeve van 
Oost-Indië in 1802 — 1817. Bijdragen naar 
oorspronkelijke stukken. — Bijdr. Kon. Inst. 
70 (1915), 225. 

De opstootjes op de Buitenbezittingen. 
(Ontleend aaneen beschouwing van L. J. Dib- 
BETZ in „De Locomotief). — /. G. 1915, II, 
1260. 

HuLLU (J. de). De porceleinhandel der 
Oost-Indische Compagnie en Cornelis Pronk, 
als haar teekenaar. M. ill. — Oud-Holland. 
33 (1915), 24. 

b. Java en Madoera. ^) 

Eerde (J. C. van). De Madjapahitsche 
onderhoorigheden Goeroen en Seran. — T. A. 
G. 1911, 219. 

De Madjapahitsche onderhoorigheden 

Udamakatraya en Kunir. — T. A. G. 1911, 
475. 

Bosboom (H. D. H.). Bespreking van: 
„Priangan. De Preanger-Regentschappen on- 
der het Ned. Bestuur tot 1811, door Dr. F. de 
Haan". — /. G. 1911, I, 827; 1912, 1,837; 
1913, I, 392. — Bouwstoffen voor de geschie- 
denis der Preangerlanden. (Bespreking van 
hetzelfde werk, dl.. II). — T. B. G. 53 (1911), 
211. — Commentaar op de geschiedenis der 
Preangerlanden, door Redactie. (Bespreking 
van dl. in— IV). — T. B. G. 54 (1912), 588; 
55 (1913), 275. 

Hinloopen Labberton (D. van). Een 
toespeling op Jan Pieterszoon Coen in de 
babad Kediri. — Het Tijdschr. 1 (1911—12), 
147. 

Kielstra (Dr. E. B.) Moeilijke tijden. (Naar 
aanleiding van: „De Java-oorlog van 1825 — 

i) Zie ook de afdeeling „Vreemde Oosterlingen" , 



30 (I— III), door P. J. F. Louwen (IV— VI), 
door E. S. DE Klerck"). — Onze Eeuw. 1911, 
IV, 374. — Overzicht: /. G. 1912, I, 104. 

IJzerman (J. W. ). Het aantal hofreizen van 
RiJKLOF VAN GoBNS. — Bijdr. Kon. Inst. 66 
(1912), 246. 

De Hindoetijd op Java. — Bandera Wo- 
landa. 1912, N°s. 102—103. — Pintoe Pernia- 
gadn. I, N=. 8, bl. 66, II, N°. 13, bl. 6, N°. 18, 
bl. 70, N°. 24, bl. 138. 

Habbema (J. ).De geschiedschrijving over 
de samenzwering van Pieter Erbervelt. — 
/. G. 1912, II, 1629. 

Crommelin (D.). Een Javaansche dorps- 
en famihekroniek. (Geschiedenis van de desa 
Kertaredja van 1827—1911). — M. N. Z. G. 

1912, 229. 

Krom (Dr. N. J. ). Het jaar van den val van 
Majapahit. — T. B. G. 55 (1913), 252. 

Niermeyer (J. f.). De rondreis van een 
koning van Madjapahit door Java's Oosthoek. 

— T. A. G. 1913, 322. 

Bosboom (H.). Militaria uit Oud-Batavia 
in de I8e eeuw. — /. G. 1913, 1, 674. 

Over Inlandsche geschiedschrijving. (Be- 
spreking van : „R. Hoesein Djajadiningrat. 
Critische beschouwing van de Sadjarah Ban- 
tën. Acad. Proefschrift"). — /. G. 1913, 1, 802. 

Kern (H.). Javaansche geschiedschrijving. 
(Bespreking van bovengenoemd werk van 
R. Hoesein Djajadiningrat). — De Gids. 

1913, III, 364. 

NoTO SoEROTO (R. M. ). Een woord tot op- 
wekking tot de beoefening der Javaansche 
historie. — Het Tijdschrift. II (1913), II, 521, 
553. 

Poerbatjaraka (L.). De dood van Raden 
WiJNYA, den eersten koning en stichter van 
Majapahit. — T. B. G. 56 (1914), 143. 

Krom (Dr. N. J. ). Varia. (De begraafplaats 
van Bhre KAHURiPan. — Tapisl. — Dharm- 
managari). — T. B. G. 56 (1914), 317. 

De Preanger-Regentschappen, door A. K. 

— De Java-Post. 1914, 689, 705, 721, 738. 



110 



GESCHIEDENIS. — SUMATRA. 



Kemp (P. H. vaij der). De laatste maan- 
den van het verblijf der Engelschen op Java 
in 1817. — /. O. 1914, I, 329. 

Krom (Dr. N. J.). Het slot der reis van 
Hayam Wuruk door Java's Oosthoek. — 
Met naschrift van Prof. J. F. Niermeyer. — 
T. A. G. 1915, 213. 

Over eenige Majapahitsche onderhoorig- 

heden. — T. A. G. 1915, 217. 

Gijsberti Hodenpijl (A. K. A.). De oor- 
zaken van den tweeden Javaanschen Succes- 
sie-oorlog, 1704—1706. — /. G. 1915, I, 633. 

Kromo Djojo Adinegoro (R. M. A.). 
Eenige opmerkingen aangaande den val van 
Majapahit. (Medegedeeld door N. J. Krom). 

— Oudh. Verslag. Ie kwart. 1915, 29. 

Krom (Dr. N. J. ). De troonsbestijging van 
SuHiTA in 1322 (als vorstin van Majapahit). 

— T. B. O. 57 (1915), 23. 

C. SUMATRA EN OMLIGGENDE EILANDEN. 

Hoesein Djajadiningrat (R.). Critisch 
overzicht van de in Malcdsche werken vervatte 
gegevens over de geschiedenis van het soelta- 
naat van Atjeh. — Bijdr. Kon. Inst. 65 (1911), 
155. — Une histoire critique du Sultanat 
d'Acheh écrite par un Javanais, par A. Caba- 
TON. (Uitvoerig overzicht van vorengenoem- 
de studie). — Rev. du Monde Musvlman. 
13 (1911), 65 

Kort verhaal van de handelingen eener 
marechaussee-colonne in de omgeving van 
Tangsé, van medio Dcc. 1909 tot Juli 1910, 
tot het onschadelijk maken van eenige in- 
vloedrijke bendehoofden. (Ontleend aan de 
journalen ingedionddoor den commandant der 
colonne, den len luit. J. H. Schmidt). M. k. 

— I. M. T. Extra-Bijlage N°. 30 (1911). 

— Zie ook: Hollandsche Revue. 1912, 414. 

Bijdrage tot de geschiedenis van Sumatra's 
Westkust. Verslag over Padang en Onder- 
hoorigheden, opgemaakt in 1826, door den 
resident en kommandant Kolonel H. J. J. L. 
DE Stuers. — T. B. B. 40 (1911), 226. 

Damsté (H. T. ). At jehsche oorlogspapieren. 
(Over de in April 1911 gevonden „Hikajat 
Prang SabU"). — /. G. 1912, I, 617, 776. 



Lttlofs (C.). De politieke toestand in Atjeh 
(Vergelijkend overzicht van den toestand van 
1908—1912). — T. B. B. 43 (1912), 451. 

Kielstra (Dr. E. B.). Nederland's betrek- 
kingen tot Riouw. — Onze Eeuw. 1912, II, 185. 

Frijling (W.). De voornaamste gebeur- 
tenissen in het begin van de 2e Atjeh-expe- 
ditie, door Atjehers besclireven. — T. B. B. 
43 (1912), 21. 

Kruisheer ( A. ). Tocht naar Gliëng in den 
nacht van 15—16 Mei 1897. M. k. — I. M. T. 
1912, I, 447. 

Verzet op Mindanau (Billiton). — /. G. 

1912, II, 1219. 

LuLOFS (C. ). De historische wording van de 
residentie Padangsche Bovenlanden. — T. B. 
B. 43 (1912), 448. 

Oud-Minister Colijn over Atjeh. (Over- 
zicht van diens beschouwingen in de Sumatra- 
Post van 20 en 21 Nov. 1913). — T. B. B. 45 
(1913), 502. 

Lau (H. L. la). Eene vergelijking tusschen 
de verovering en pacificatie van Burma en 
van Atjeh. M. k. — I. M. T. 1912, II, 899; 

1913, I, 23. 

Moquette (J. P.). De eerste vorsten van 
Samoedra-Pasé (Noord-Sumatra). M. ill. — 
Rapp. Oudh. Dienst. 1913, 1. 

Westenenk (L. C). (Geschiedkundige) op- 
stellen over Minang Kabau. I. Koemalih en 
Soempoe Koedoeih, en de „radjo nan tigo 
sélo". — II. Pariaugan. Padang Pandjang in 
de Larèh nan Pandjang. Enz. M. ill. — T. 
B. G. 55 (1913), 234; 57 (1915), 241. 

Bintano Djaoeh (=J. F. L. de Balbian 
Verster). De eerste Atjehsche expeditie in 
1873. M. portretten. — Eigen Haard. 1913, 
256. 

De laatste benden op Atheh. (Volgens de 
„Atjeh-kroniek" in de Nieuwe Courant van 16 
Jan. 1913). — /. G. 1913, I, 380. 

Bannink (J. C. A.). De verovering en paci- 
ficatie van Atjeh, vergeleken met de geschie- 
denis van Britsch-Birma. — /. G. 1913, 1, 145, 
285. 



GESCHIEDENIS. — KL. SOENDA-EIL. — BORNEO, ENZ. 



111 



Bespreking van: „De At jeh -Oorlog, in op- 
dracht van de Rsgeering samengesteld door 
E. S. DE Klerck. Dl. I. Het ontstaan van den 
oorlog". — /. Q. 1913, II, 1253. — Bespreking 
door Dr. E. B. Kielstka. — Onze Eeuw. 1913, 
I, 143. 

SiETHOFF (J. J. ten). Atjeh in vroeger da- 
gen. — Indologenblad. 6 (1914 — 15), 41, 61. 

KooY-VAN Zeggelen (M. C). Hoe Groot - 
Atjeh de onafhankelijkheidsfcesten vierde. 
M. UI. — Buiten. 8 (1914), 69. 

Een episode uit den Padr i-oor log ter Su- 
matra's Westkust. M. ül. — Eigen Haard. 

1914, 158. 

Luitenant ter Zee J. G. Snethlage. Kroeng 
— Raba, 26 Juni 1878, door C. S. — Marine- 
blad. 29 (1914—15), 482. 

Brieven uit Atjeh ( Inlandsche geschriften uit 
de Atjeh -oorlog periode), toegelicht door Dr. 
Ph. S. van Ronkel. — T. B. B. 47 (1914), 36. 

Hermans (F. ). Iets over de Zakat en haar 
be teekenis voor den Atjeh -oorlog. — Indo- 
logenblad. 6 (1914—15), 210. 

KiELSTRA (Dr. E. B.). De Lampongs. (His- 
torisch overzicht). — Onze Eeuw. 1915, 1, 244. 

De afdeeUng Indragiri (Historisch over- 
zicht). — Onze Eeuw. 1915, IV, 33. 

RoNKEL (Ph. S. van). Inlandsche getuige- 
nissen aangaande den Padri-oorlog. — I. G. 

1915, II, 1099, 1243. 

d. Kleine Soenda-eilanden. 

Over Timor. Een terugblik (zoowel op het 
Hollandsche, als op het Portugeesche ge- 
deelte), door M. — De Java-Post. 1911, 770 
786, 802. 

Velden (A. J. H. van der). De geloofs- 
prediking op Endeh (Met schetskaartje. 
„Ruïne van een Portugeesch fort op het eiland 
Poelau Endeh"). — De Java-Post. 1911, 753, 
768, 785. 

Lau (H. L. la). Ons politiek en militair op- 
treden op Timor. M. k. — I. M. T. 1912, I, 
325. — Vergl. bl. 649. 



Wreedheden op Soemba (door de sergean- 
ten Deysenroth en Iding). Naar aanleiding 
van de berichten en beschouwingen daarover 
in de Nederl. pers. — I. O. 1912, I, 815. — 
Ver gel. De Banier. 1912, 232. — De Wereld. 
19 Juli en 2 Aug. 1912. 

Kol (H H. van). Het oordeel var een Lom- 
bokker over den oorlog (in 1894) en het „Ver- 
raad". — I. G. 1912, I, 588. 

Wielenga (D. K.). Hoe Pomboe (op Soem- 
ba) zich meldde. — Macedoniër. 1912, 303. 

Opstand in Oost-Flores. (Gewapend op- 
treden tegen de bewoners van kampong Le- 
wero, naar aanleiding van het weigeren van 
heerendiensten). — De Java-Post. 1914, 522. 

e. BoRNEO EN Cblebbs. 

Losse aanteekeningen over het beleg van 
Baroepoe (Celebes). Einde JuU — 26 Oct. 
1906, door E. v. B. — /. M. T. 1911, 1, 264. 

Lawrence (A. e.). Stories of the first Bru- 
nei conquests on the Sarawak Coast. — The 
Journal of the Sarawak Museum, I (1911 — 13), 
120. 

Kemp (P. H. van der). Mr. A. R. Falck 
en zijn vastlegging van onze aanspraken op 
geheel Borneo. — /. G. 1911, I, 1. 

Troebelen in Noord-Oost -Borneo. (Mede- 
deehngen ontleend aan de N. R. Ct. van 17 
Sept. 1912. — I. G. 1912 II, 1514. 

De onlusten op Borneo. (Ontleend aan arti- 
kelen in de N. R. Ct. en de Telegraaf, het laat- 
ste van de hand van H. Borel). — Indologen- 
blad. 6 (1914— 15), 104. — Zie ook: /. G. 1915, 
L, 262. 

KiELSTRA (Dr. E. B.). Noord-Bornco. (Groo- 
tendeels historisch overzicht). — Onze Eeuw. 
1914, II, 334. 

Mandagel (P. A.). Geschiedenis van het 
Bantiksche volk. (Met achteraan: De verhou- 
ding tusschen Ban tik en Bolaang Mongondau. 
En: Toelichtingen op de Bantiksche ge- 
schiedenis). — T. B. B. 47 (1914), 194. 

TiMMERS (M.). Iets over het Katholicisme 
in het vroegere Makassar. — Ber. St. Claver- 
bond. 1915, 92. 



112 



GESCHIEDENIS. — MOLUKKEN, ENZ. — VOORM. NED. BEZ. 



De expeditie naa.r Zuid-Celebes in 1905 — 
1906. Eerste gedeelte. De actie in en om Boni. 
— /. M. T. Extra-Bijlage. N°. 35 (1915). — 
Idem tweede gedeelte. De actie in Loewoe. 
Bewerkt door den kapitein der Infanterie 
A. W. A. MiCHiELSEN, naar het officieel ver- 
slag, opgemaakt door den kapitein van den 
generalen staf L. Webee. — /. M. T. Extra 
Bijlage. N°. 36 (1915). 

De rooverijen op Celebes, door M. v. G. M. 
ill. — Weekbl. v. Indië. 12 (1915—16), 344. 

/. De Molukkex en de oveeige 
OosTEUJKE Archipel met Nieuw-Gctnea. 

Een daad van piëteit. (Over de wenschelijk- 
heid der oprichting van een gedenkteeken 
voor de gevallenen van het fort Dubus te 
Merkusoord op West Nieuw-Guinea, ontleend 
aan de N. C. Soerab. Ct. van 20 Juni 1911). 
Met kantteekening van de Redactie. — I. M. 
T. 1911, II, 730. 

Kemp (P. H. van der). Het herstel van het 
Nederlandsch gezag in de Molukken in 1817. 
Naar oorspronkelijke stukk'jn. In drie ge- 
deelten met een kaart. — Bijdr. Kon. Inst. 
65 (1911), 337; 66 (1912), 1. 

Klerks (J.). De expeditie op de Tanimbar 
eüanden. M. ill. — Annalen Missiehuis Til- 
burg. 1912, 276. 

Neyens (Dr. M.). Nalezing over de Kei- 
opstootjes. — Java-Post. 1913, 790. 

Kemp (P. H. van der). Nadere mededee- 



Mngen over den opstand van Saparoea in 
1817. M. k. — Bijdr. Kon. Inst. 69 (1913), 1. 

Nollen (H.). Onlusten op de Kei-eilanden. 
— Anruden Missiehuis Tilburg. 1913, 356. 

FoRTGENS (F.). De troebelen in Djailolo 
(Westkust Halmahera). (Naar aanleiding van 
belasting-inning). — Ber. Utr. Zend. 1914, 
173. — Zie ook: /. G. 1915, I, 52. 

Uit de geschiedenis van Am bon, door L. G. 
E. (Bevat in hoofdzaak mededeeUngen over 
het gedenkteeken op het graf van G. E. RuM- 
PHirs). M. ill. — Weekbl. v. Indië. 11 (1914— 
15), 468. 

De opstootjes op Klein Kei. (Overzicht van 
een artikel van Dr. M. Neyens in het Soerab. 
Handelsbl). — /. G. 1914, I, 242. 

Kielstra (Dr. E. B.). Nieuw-Guinea. 
(Hoofdzakelijk historisch overzicht). — Onze 
Eeuw. 1914, IV, 205. 

Lasschuit (H.). De opstand in Kau (Hal- 
mahera). — Ber. Utr. Zend. 1915, 17. — Zie 
ook: /. G. 1915, I, 400. 

De toestand in Ternate. (Een uit de Java- 
Bode overgenomen artikel, naar aanleiding 
der onlusten op Kau, Halmahera). — /. G. 
1915, I, 530. 

Bakhuizen van den Brink (Ch. R.). De 
inlandsche burgers in de Molukken. (Histo- 
risch overzicht over hun ontstaan). — Bijdr. 
Kon. Inst. 70 (1915), 595. 



III. VOORMALIGE NEDERLANDSCHE BEZITTINGEN IN AZIË EN AMERIKA. 



Anthonisz (R. G.). The disuse of the Dutch 
language in Ceylon. — Journ. D. B. U. I (1908), 
29. 

Vos (F. H. de). List of some of the foun- 
ders of families which settled in Ceylon from 
Europe during the Dutch administration A. 
D. 1640—1796. — Journ. D. B. U. 1 (1908), 
37, 85, 158. 

Lewis ( J. P. ). List of the Dutch civil ser- 
vants at Jaffna in October 1796. — Journ. 
D.B. U. 1(1908), 92. 

Dutch extracts and the Dutch Company 



in the Matara District. — Journ. D. B. U. I 
(1908), 148, 195; 2 (1909), 62, 130, 153. 

Vos (Mr. F. H. de). The Dutch Gouvernors 
of Ceylon. — Journ. D. B. U. 2 (1909), 141, 
160; 3 (1910), 66; 5. (1912), 15. 

Governor Falck's audience to the Kan- 
dyau arabassadors in 1772. M. ill. — Journ. 
D. B. U. 2 (1909), 147. 

Pieris (P. e.). The Dutch embassy toKan- 
dy in 1731 — 32. Translated from the Sinha- 
lese. — Journ. Ceilon Branch R. A. S. 21, 
N°. 62 (1910), 187. 



VOORMALIGE NEDERLANDSCHE BEZITTINGEN. 



113 



Ferguson (D. ). Lstters from Raja Sinha. 
II. to the Dutch. — Journ. Ceilon Branch R. 
A. S. XXI, N°. 62 (1910), 259. 

Vos (F. H. de). Fourth supplementary paper 
in the monumental remains of the Dutch East 
India Company in Ceylon. M. ill. — Journ. 
Ceilon Branch R. A. S. XXI, N°. 63 (1911), 63. 

Bespreking, door v. P. van: C. A. Habris 
en J. A. J. DE ViLLiEBS: „Storm van 's-Gra- 
VESANDE. Tlie rise of British Guiana". — 
T. A. G. 1911, I, 528. 

Het wapen van Colombo, door v. R. v. d. 
K. — De Navorscher. 60 (1911), 218. 

Blaze (L. e. ). RobertKnox and the Dutch 
(in Ceylon). — Journ. D.B. U. 4 (1911), 13. 

Barnes (W. D.). Singapore old Straits and 
new Harbour. — Journ. Str. Br. R. A. S. N°. 60 
(Deo. 1911), 25. 

Maxwell (W. G.). Barretto de Resen- 
de's account of Malacca. — Journ. Str. Br. 
R. A. S. N°. 60 (Deo. 1911), 1. 

Wagenvoort (M.). De Nederlanders aan 
de Koromandelkust. M. ill. — /. G. 1912, II, 
1397, 1553, 1691. 

Mac Leod (N.). Uit de geschiedenis der 
Oost-Indische Compagnie in de tweede helft 
der 18e eeuw. De Gouverneur-Generaal Mos- 
sel. V. Malabaar, Soerate, Perzië. VI. Ben- 
galen. M. k. — /. G. 1911, II, 1072. — VIL 
Ceilon. M. k. — I. G. 1912, I, 763. 

OuDSCHANS Dentz (Fred. ). In het voet- 
spoor der vaderen. Nederlanders in Berbice, 
Essequebo en Demerara. — Vragen van den 
Dag. 1912, 470. 

Penninck (J.). De overgave van Nieuw- 
Amsterdam : 9 Sept. 1664. — De Navorscher. 
1912, 413. 

LoHAN (O.). Die Griindung und Entwicke- 
lung der britischen Kolonie Singapore. — 
Zeitschr. f. Kolonialfolitik. 1912, 728. 

WiLKiNSON (R. J. ). The Malacca Sultanate. 
— Jmirn. Str. Br. R. A. S. N°. 61 (Juni 1912), 
87. 

The capture of Malacca, A. D. 1511. — 



Journ. Str. Br. R. A. S. N°. 61 (June 1912), 
7L 

Nog iets over 't Katholicisme onder de O. I. 
Compagnie (op Ceylon), door M. — De Java- 
Post. 1912, 1. 

Een en ander over het Compagniesch Protes- 
tantisme op Ceilon, door M. — De Java- Post. 

1912, 17. 

De O. I. „Compagnie" op Ceilon, door M. 

— De Java-Post. 1912, 33. 

The Dutch predikants of Ceylon. Trans- 
lated from the „Biographisch Woordenboek 
van O. I. predikanten of C. A. L. van Troos- 
TENBURG de bruijn", with Notes, by Mr. C. 
E. DE Vos. — Journ. D. B. U. 5 (1912), 
part. 2—3, bl. 6; part. 4, bl. 84, 6 (1913), 57. 

Muller (Dr. H. P. N. ). Het land van den 
Witten Olifant (Siam) en de factorijen van de 
Compagnie aldaar. — Vragen des Tijds. 1912, 
I, 45, 127. 

OvERVOORDE ( J. C. ). Hollanders in Japan. 

— Neerlandia. 1912, 25. 

GoDÉE MoLSBERGEN (E. C). Hottcntotten, 
slaven en blanken in Compagniestijd in Zuid- 
Afrika. — Handel, en Meded. v. d. Maatsch. d. 
Ned. Letterk. 1912—13, 102. 

KiELSTRA (Dr. E. B.). HetMaleisohe schier- 
eiland. (Deels historisch overzicht). — Onze 
Eeuw. 1913, II, 366. 

British Guiana under Dutch rule. (Bespre- 
king van Storm VAN 's Gravesande: „The 
rise of British Guiana etc". ). — The Colonial 
Office Journal. 5 (1911—12), 35. 

Muller (Dr. H. P. N.). Britsch Malakka. 
(Ten deele historisch overzicht). — De Gids. 

1913, IV, 297; 1914, I, 140. 

Boelen (Mr. H. J.). Iets over Ceylon. (Be- 
handelt voornamelijk het tijdperk der Hol- 
landers aldaar). M. k. en ill. — /. G. 1914, I, 
800, 931. 

Hamerster (A. J.). De Minangkabausche 
Staten op het Maleische schiereiland. — Kol. 
Tijdschr. 1914, II, 1445, 1629. 

Penninck (J.). Pioniers en stichters van 

8 



114 



LEVENSBESCHRIJVINGEN EN PER SONALIA. 



Nieuw -Nederland. 
424. 



De Xavorscher. 63 (1914 



ScHtriMAN (A.). Numismatische herinne- 
ringen aan Ceylon onder Hollandsch bestuur. 
31. lil. — Jaarboek Kon. Ned. Gen. v. Munt- 
en Penningkunde Amsterdam. I (1914). 

Muller (Dr. H. P. N.). The Malay Penin- 
sula and Europe in the Past. Abstracted from 
the Dutch by P. C. HoY>rcK VAN Papen- 
DRECHT. — Journ. Str. Br. R. A. S. N°. 67 
(Deo. 1914), 57. 

Grenier (Mr. J.). The Portuguese and the 



Dutch in Ceylun. A lecture. 
U. 7 (1914), 85. 



Journ. D. B. 



Kern (H.). De Hollanders op Formosa. — 
Neerlandia. 1914, 74. — De CHds. 1914, 1, 366. 

Terpstra (Dr. H.). De Nederlanders in 
Voor-Indië bij de stichting van het fort Gel- 
dria te Pahacatta. — /. G. 1915, I, 331. 

Vlielander Hein-Couperus (Mevr. C. R. 
G.). De overgave van Malakka aan de Engel- 
schen door de Gouverneur Abraham Coupe- 
rus. — /. G. 1915, I, 516. 



IV. LEVENSBESCHRIJVINGEN EN PERSONALIA. 

(Alphabetisch). 



A. 



C. J. K. VAN Aalst. President van de 
Nederlandsche Handel-Maatschappij, door 
B. V. M. portret. — Eigen Haard. 1912,727. 

— C. J. K. VAN Aalst. President der Ned. 
Handel Mij. M. portret. — Ind. Merc. 1912, 
1023. 

De nieuwe resident van Soerabaia, J. van 
Aalst. M. UI. — WeekU. v. Indië. 9 (1912— 
13), lllL 

Abdullah BIN Abdul Kadir Munshi. Un 
écrivain malais du XIX« siècle, par A. Caba- 
ton. — Rev. du Monde Musulman. 13(1911), 
409. 

In Memoriam. Broeder Henricus Adam, 
door A. J. H. VAN der Velden. M. portret. 

— Ber. St. Claverbond. 1913, 77. 

C. A. VAN Affelen van Saemsfoort t (in 
leven assistent-resident der noordkust van 
Atjch). — /. G. 1913, II, 1456. — In Memo- 
riam. J. EiNTHOvEN, F. Beyerinck, C. A. van 
Affelen van Saemsfoort. — Kol. Tijdschr. 
1913, II, 1233. 

G. K. B. Agerbeek (Controleur B. B., 
vermoord op Celebes), door J. K. M. portret. 

— Weekbl. v. Indië. 11 (1914—15), 641. — 
In Memoriam. G. K. B. Agerbeek, door W. 
F. J. Kroon. — Kol. Tijdschr. 1914, II, 1297. 

De nieuwe resident van Kediri (H. Alt- 



mann), door J. K. M. portret. 
Indië. 12 (1915—16), 823. 



Weekbl, v. 



Mr. Willem Arnold Alting, een Gro- 
ningsche gouverneur-generaal van Nederi. 
Indië (1780—1797), door Prof. Mr. J. E. 
Heeres. M. portret. — Groningsche Volks- 
almanak. 1911, 188. — Altingiana, door ld. 

— Ibid. 1912. 

H. M. Ament t. M. portret. — Weekbl. v. 
Indië. 7 (1910—11), 937. 

Mr. G. André de la Porte. ( Advocaat - 
Generaal bij het Hooggerechtshof in Ned.- 
Indië). M. portret. — Weekbl. v. Indië. 8 
(1911 — 12), 77. — De nieuwe Procureur- 
Generaal bij het Hooggerechtshof (Mr. G. 
André de la Porte), door M. v. G. M. por- 
tret. — Ibid. 11 (1914—15), 86. — De benoe- 
ming van Mr. G. André de la Porte tot 
procureur-generaal van het Hooggerechtshof 
van Ned. -Indië, door E. A. A. van Heekeren. 

— I. G. 1914, II, 973. 

J. L. Andreae, Luitenant ter zee, ver- 
dronken op Nieuw-Guinea. — /. G. 1912, I, 
671. — Luitenant ter zee J. L. Andreae f- 
Met portret. — Eigen Haard. 1912. Bijblad 
N°. 3. 

Installatie van den nieuw benoemden pre- 
sident der beide hooge gerechtshoven van 
Ned. -Indië, Mr. A. J. Andrée Wiltens. — 
Recht in N. I. 96 (1911), 87. 



LEVENSBESCHRIJVINGEN EN PERSONALIA. 



115 



Een vice -president van den Raad van In- 
dië en eene prinses van Boni (nl. Aeoe Loka 
Saolé), door H. Fievez de Malines van 

GiNKEL Jr. — /. O. 1912, II, 1174. 

Aboe Pantjana datoe, zie: Pantjai tana 
Aroe, enz. 

In memoriam. Mas Astkawidjaja, Regent 
van Pandeglang, door C. E. Barre. — T. B. 
B. 46 (1914), 419. 



B. 



Kapitein W. Bagchus (gezagvoerder), 
door M. v. G. M. portret. — Weekbl. v. Indië. 
11 (1914—15), 204. 

W. P. Bakhoven. Met portret. — Weekbl. 
V. Indië. 9 (1912—13), 603. 

Barend de Burger. (Een type), door Jhr. 
H. H. W. DE KocK. — I. G. 1913, I, 818. 

Raden Basoeki f, door J. H. Abendanon. 
— Kol. Weekbl. 1915, N°. 39. 

WOUTHERUS StEPHANUS BaZENDIJK f. 

(Oud-secretaris van het N. I. Onderw. Gen. ). 
De School V. N. I. 2 (1911—12), 605. 

Galerij van bekende tijdgenooten. Dr. W. 
VAN Bemmelen, door H. van Wermeskeb- 
ken. M. portret. — Weekbl. v. Indië. 11 (1914 
—15), 1117. 

J. J. Benjamin f, door M. van Geuns. M. 
portret. — Weekbl. v. Indië. 11 (1914—15), 
517. — J. J. Benjamin f. — T. N. L. N. I. 
89 (1914), 135. 

Jhr. E. Th. Th. H. Benthem van den 
Bebq t (Oud-resident der Preanger-Regent- 
schappen). M. portret. — Eigen Haard. 1911. 
Bijblad N°. 12. 

K. F. VAN den Bebg. Benoemd directeur 
van de Javasche Bank. il/, portret. — Weekbl. 
V. Indië. 9 (1912—13), 963. 

N. P. VAN den Bebg. M. portret. — Eigen 
Haard. 1912, 632. — N. P. van den Bebg 
1831—1911, door F. A. Jas. — Ind. Merc. 
1911, 971, 

In Memoriam. F. Beijebinck. — Kol. Tijd- 
schr. (1913), II, 1233. 



B. M. Blijdenstijn f. Hoofdingenieur bij 
den Waterstaat in Ned. -Indië, door C. W. 
Weijs. — Ingenieur. 1912, 689. 

Luitenant-Kolonel A. S. H. Booms, door 
I. P. Schoemakeb. M. portret. — Eigen 
Haard. 1915, 949. 

De overplaatsing van den heer Borel. (De 
Java-Bode over de overplaatsing van dien 
ambtenaar voor de Chineesche zaken, van 
Soerabaja naar Makassar, in verband met de 
Chineezen-relietjes van Februari 1912 te 
Soerabaja). — 7. G. 1912, II, 1206. 

In Memoriam. W. A. Borger, door Nu- 
LAND. — G. T. N. I. 55 (1915), bl. XCIL 

Raden Ibrahim Brata di Widjaja t» 
door J. H. FRAN901S. M. portret. — Kol. 
Weekbl. 1913, N°. 1. 

De nieuwe resident van Palembang (D. A. 
Brautioam), door M. v. G. M. portret. — 
Weekbl. v. Indië 11 (1914—15), 204. 

Li memoriam. R. Brons Middel. — De 
School. V. N. I. 2 (1911—12), 394. 

Sir James Brooke, Radja van Serawak, 
door W. C. Krijgsman. — Indologenblad. 
7 (1915—16), 9, 22, 50, 76. 

Mr. A. Brouwer. (Procureur-Generaal bij 
het Hooggerechtshof in Ned. -Indië). — 
Weekbl. v. Indië. 8 (1911—12), 123. 

In Memoriam. Meindert Brouwer. 4 Dec. 
1845 — 4 Juni 1912. — Maandber. N. Z. G. 
1912, 106. 

In Memoriam. Willem BuRCxen Melchior 
Treub. — Versl. V. K. A. v. W. Afd. Wis- en 
Nat. XIX (Ie ged.). Dec. 1910, 481. 



De nieuwe resident van Djokja, C. Canne, 
door ]M. V. G. M. portret. — Weekbl. v. Indië. 
12 (1915—16), 5. 

Gouverneur -Generaal Van der Gabel- 
len over de vermindering van zijn trakte- 
ment, tengevolge van artikel 2 der Indische 
muntverordening van 1817, door P. H. van 
DER Kemp. — I. G. 1912, I, 577. 



116 



LEVENSBESCHRIJVINGEN EN PERSONALIA. 



Carnbee, zie: Melvill van Carnbee. 

A. S. Carpentier Alting t (emeritus pre- 
dikant van Batavia) 30 Dec. 1837— 4 Aug. 
1915, door Dr. J. Halder. M. portret. — 
Eigen Haard. 1915, 649. 

De nieuwe directeur van Binnenlandsch 
Bestuur (H. Carpentier Alting). M. portret. 
— Weekbl. v. Indië. 12 (1915—16), 918. 

CoRNELis Chastelein (1657 — 1714). Eeni- 
ge aanteekcningen omtrent den stichter van 
Depok, door J. d. V. M. ill. — De Banier. 
1914, N°. 26 (Depok-Jubüeum-Nr.). Bijvoeg- 
sel. 

Generaal -Majoor W. G. A. C. Chbistan f, 
door H. N. Wintershoven. M. portret. — 
Eigen Haard. 1915, 592. 

Mgr. Adamits Carolits Claessens, 3de 
Apostolisch Vicaris van Batavia, door A. 
Kortenhorst. — Ber. St. Claverbond. 1911, 
226. 

Bespreking door E. v. H. van: „Jan Pie- 
TERSZOON CoEN, door Dr. H. F. M. HxnJBERS." 
(Utrecht, 1914). — I. G. 1915, I, 104. 

In Memoriam. H. A. Clerx. 1867—1915. 
M. portret. — De School v. N. I. 4 (1914—15), 
249. 

De nieuwe Minister van Oorlog (H. Colijn). 
M. portret. — Eigen Haard. 1911, Bij blad 
N°. 1. 

Mr. J. W. C. CoRDES (directeur van het 
Departement van Justitie in Ned. -Indië). M. 
portret. — Weekbl. v. Indië. 10 (1913—14), 194. 

Het aftreden van den heer J. T. Cremer 
als president van de Nederlandsche Handel- 
maatschappij, door D. B. V. M. portret. — 
Eigen Haard. 1913, 100. 



Een bijzonder jubileum (40 jaren Indische 
dienst van A. van Daalen), door R. J. GoD- 
DARD. M. portret. — Weekbl. v. Indië. 10 
(1913—14), 928. 

Luitenant-Generaal Van Daalen (afge- 
treden legercommandant in Ned. Oost-Indië). 
M. portret. — Eigen Haard. 1914, 95 — Lui- 



tenant-Generaal G. C. E. van Daalen, 
door E. A. A. van Heekeren. M. portret. — 
/. G. — 1914, I, 309. 

Mr. Herman Willem Daendels (1808 — 
1811). (Karakterschets). Door N. N. S. — 
Tropisch Nederland, (1913) 69. 

De nieuwe hoofdinspecteur der S.S. (M. H. 
Damme), door M. v. G. M. portret. — Weekbl. 
V. Indië. 10 (1913—14), 651. 

Kolonel C. G. Daniels (chef van het wapen 
der cavalerie in Oost-Indië). M. portret. - 
Eigen Haard. 1914, 94. 

Mr. J. VAN Davelaar, president van het 
Hooggerechtshof, door M. v. G. M. portret. - 
Weekbl. v. Indië. 9 (1912— 13), 554. — Instal- 
latie van den nieuw benoemden president der 
beide hooge gerechtshoven van Ned. -Indië, 
Mr. J. van Davelaar.— i?. in N. I. 98(1911), 
109. — In Memoriam. Mr. J. van Davelaar. 

— Ind. Tijdschr. v. h. Recht. 105 (1915), 541. 

Dekker (Douwes), zie: Douwes Dekker. 

Mr. CoNRAD Theodor van Deventer, ge- 
boren te Dordrecht 29 Sept. 1857, overleden 
te den Haag, 27 Sept. 1915, door J. C. van 
Oven. M. portret. — Eigen Haard. 1915, 757. 

— Mr. C. Th. VAN Deventer f (1857—1915), 
door M. J. Kiewiet de Jonge. — M. portret. 

— Neerlandia. 1915, 217. — Mr. C. Th. van 
Deventer f, door A. Mühlenfeld. 31. por- 
tret. — I. G. 1915, II, 1517. — Aan de nage- 
dachtenis van Indië's vriend, door NoTO 
SoEROTO. M. portret. — Het Ned. Ind. HuisOvd 
en Nieuw. 2 (1915), 82. — Van Deventer's 
Averk voor Indië, door Prof. Dr. C. Snouck 
Hurgronje. — De Gids. 1915, IV, 422. — 
In Memoriam. Mr. C. Tli. VAN Deventer, 
door M. VAN Geuns. M. portret. — Weekbl. v. 
Indië. 12(1915— 16), 604. — Herdenking van 
Mr. C. Th. VAN Deventer, door Dr. E. B. 
KiELSTRA. — Versl. Ind. öen. Verg. vanSNov. 
1915, bl. 1. — (Vergl. Ind. Merc. 1915, 929). — 
Mr. C. Til. VAN Deventer, door T. H. de 
Meester. M. portret. — Amsterdammer. 3 
Oct. 1915. 

De nieuwe resident van Madioen (J. A. E. 
VAN Deventer), door M. v. G. M. portret. — 
Weekbl. v. Indië. 10 (1913— 14), 605. 

Vijftig- jarig jubileum van den heer M. G. 
Diepenheim Sr., algemeen ontvanger van 



f 



LEVE NSBESCHRIJVINGEN EN PERSONALIA. 



117 



'sLands kas te Bandoeng. M. portret. — 
Weekbl. v. Indiè. 8 (1911—12), 844. 

L. V. DiNGEMANS t (oud -hoofdofficier van 
het Ned. Ind. leger), door H. A. N. Catenius. 
M. portret. — Eigen Haard. 1915, 534. 

D JiLANTiK, zie : Goesti Djilajsttik. 

De nieuwe resident van Banjoemas, E. W. 
H. DoEVE, door M. v. G. M. portret. — Week- 
bl. V. Indiè. 9 (1912—13), 747. 

In Memoriam Pastoor L. Donkers (over- 
leden te Larantoeka 17 Oct. 1910), door A. J. 
H. VAN DER Velden. M. portret. — Ber. St. 
Claverbond. 1911, 61. 

DouwES Dekker (E.), zie .• Multatuli. 

Een gratie -re quest voor den heer (E. F. E.) 
DouwES Dekker (naar aanleiding van diens 
veroordeeling tot gevangenisstraf, opgesteld 
door D. VAN Hinloopen Labberton). — 
/. G. 1913, I, 645. — E. F. E. Douwes Dek- 
ker. Leider der voormalige Indische Partij. 
Een gesprek. Door Fr. Berdlng. — Inter- 
views met merkwaardige Personen van dezen 
Tijd. A'dam. 1913. 

De nieuwe resident van Kediri, H. A. van 
Dronoelen, door M. v. G. M. portret. — 
Weekbl. v. Indië. IX (1912—13), 780. 

De nieuwe resident van Ambon, W. D. van 
Dbunen Littel, door M. v. G. M. portret. — 
Weekbl. v. Indië. 12 (1915—16), 248. 

Mr. J. DuPARC, de nieuwe president van 
den Raad van Justitie te Soerabaja, door M. 
VAN Geuns. M. portret. — Weekbl. v. Indiè. 
10 (1913—14), 531. 

Levensbericht van den mijningenieur Pie- 
ter van Dijk, door J. A. Schuurman. Jb. M. 
N. I. 1911. Verh. bl. 1. — P. van Dijk t(Oud- 
chef van het Mijnwezen in Ned. -Indië). — 
I. G. 1911, II, 967. — P. van Dijk c. m. i. j, 
door R. A. VAN Sandick. 3Iet portret. — 
Ingenieur. 1911, 550. 

Ml". L. J. Dijkstra (advocaat-generaal bij 
het Hooggerechtshof). M. portret. — Weekbl. 
V. Indiè. 10 (1913—14), 170. 



E. 



R. H. Ebbink (in leven lid van den Raad 
van Ned. -Indië), door M. v. G. M. portreten 



ill. — Weekbl. v. Indiè. 10 (1913— 14),[289. — 
R. H. Ebbink, ter herdenking, door G. de la 
Valette. — Kol. Tijdschr. 1913, II, 801. 

In memoriam. R. A. Eekhout, door H. Th. 
Kal. — T. B. B. 40 (1911), 124. 

Eilerts de Haan, zie Haan (Eilerts de). 

J. EiNTHOVEN (directeur van het Dep. van 
Binnenl. Bestuur) f» door M. v. G. M. portret. 
— Weem. V. Indië. 10 (1913—14), 531. —In 
Memoriam. J. Einthoven. — Kol. Tijdschr. 
1913, II, 1233. 

Een zeldzaam jubileum in do tropen. J. P. 
Ermeling 1831—1851—1911, door R. A. van 
Sandick. M. portret. — Ingenieur. 1911, 228. 
Bij het portret van Generaal J. P. Ermeling. 
1831—1916 door R. A. van Sandick. M. 
portret. — Ingenieur. 1915, 1025. 

De noodlottige aanslag op den heer en 
mevrouAV Eijsenburger door H. (De gouv. 
veearts C. Eijsenburger Averd vermoord op 
Soembawa). M. portretten. — Weekbl. v. Indië. 
10 (1913-14), 291. — Bernard Eijsenbur- 
ger t, door Sm. M. portret. — Veeartsenij- 
kundige Bladen. 25 (1913), 363. 



De nieuwe resident van Cheribon, C. J. 
Feith, door M. v. G. M. portret. — Weekbl. v. 
Indiè. 11 (1914—15), 1239. 



G. 



Gajamada's sterfjaar. Mededeeling van 
Dr. N. J. Krom. — T. B. G. 55 (1913), 599. 

J. A. DE Gelder. Levensbericht. — I. G. 
1912, II, 668. — Zie ook: Ind. Merc. 1912, 301. 

— J. A. DE Gelder "f. Den havenbouwmees- 
ter van Tandjong Priok ter nagedachtenis. 
M. portret. — Amsterdammer. 28 April 1912. 

— Zie ook: Ind. Bouwk. Tijdschr. 1912, 94. — 
Ter herinnering aan J. A. de Gelder, door 
R. A. VAN Sandick. M. portret. — Ingenieur. 
1912, 785. — J. A. DE Gelder en het tijd- 
perk van den bouw der haven van Tandjong 
Priok. — /. G. 1912, II, 786. 

N. J. Gerharz (luitenant-kapelmeester van 
het stafmuziekkorps te Batavia), door J. K. 
M. portret. — Weekbl. v. Indië. 10 (1913—14), 
218. 



118 



LEVENSBESCHRIJVINGEN EN PERSONALIA. 



MiCHAËL Jan de Goeje, door C. Snouck 
HuBGRONJE. (Met Bijlage: Lijst der geschrif- 
ten van Prof. Dr. M. J. de Goeje, door Dr. 
Th. W. Juijnboll). — Jaarboek Kon. Ak. v. 
Wetensch. 1909, 107, 147. 



RiJCLOF VAN GoENS. M. portret. 
D. B. U. 3 (1910), 5. 



Journ. 



GoESTi DJiiiANTiK. (Bekende figuur uit de 
Lombok-expeditie van 1894). (Levensbijzon- 
derheden, ontleend aan een artikel van Au- 
GUSTA DE WiTT in de N. R. Ct. van 15 Jan. 
1912). — /. G. 1912, I, 387. 



Resident G. Gonggeijp, door v. L. 
portretten. — Eigen Haard. 1913, 708. 



31. 



Dr. W. J. VAN Gorkom f, door B. M. por- 
tret. — Weekbl. v. Indië. 12 (1915—16), 773. 

— In Memoriam. Dr. W. J. van Gorkom, 
door O. — G. T. N. I. 55(1915),bl.LXXXVIL 

B. W. VAN GoRKUM t (Controleur te Soe- 
ngeih Panoeh, D jam bi, door een districtshoofd 
vermoord), door M. v. G. — Weekbl. v. Indië. 
11 (1914—15), 1095. — De moord op den 
controleur B. W. van Gobküm, door J. — 
Ibid. bl. 1240. 

Jhr. Mr. A. C. D. de Gbaeff (Algemeen 
Secretaris), door M. van Geuns. M. portret. 

— Weekbl. v. Indië. 10 (1913—14), 459. 

Mr. G. J. Grashuis. Levensbij zonderheden, 
door B. — Indologenblad. 4 (1912—13), 43. 

De GRESHOFF-herdenking in het Koloniaal 
Museum op 27 Mei 1911. — Ind. Merc. 1911, 
493. — Buil. Kol. Museum. N°. 50(1912), 16. 

— Dr. M. Greshoff f. <^loor Quintus Bosz 
en Van Iterson. M. portret. — Berichte der 
Deïdschen Pharmazeutischen Gesellschaft. 20 
(1910), 159. 

Ter herinnering aan P. TIi. L. Grinwis 
Plaat c.i. door R. A. van Sandick. M. por- 
tret. — Ingenieur. 1911, 199. 

W. P. Groeneveldt (oud-vicc -president 

van den Raad van Indië) f, door A. A. de 

' JoNGH. M. portret. — Eigen Haard. 1915, 685. 

— Zie ook: Veeartsenij kundige Bladen. 27 
(1915), 628. — W. P. Groeneveldt f, door 
Tertius. — Kol. Tijdschr. 1915, II, 1221. 

Dr. I. Groneman. M. portret. — Eigen 



Haard. 1912. Bijblad N°. 50. — Dr. L Grone- 
man. — /. G. 1913, I, 118. — Le docteur 
I. Groneman. — Rev. du Monde Mu^viman. 
23 (1913), 159. 

Prof. Dr. J. J. M. de Groot. (Naar aan- 
leiding van zijn bouoeming tot hoogleeraar 
te Berlijn). — Indologenblad. 3 (1911—12), 85. 



H. 



JOHANNBS GiJSBERT WiLLEM JaCOBUS 

EiLERTS DE Haan. 1865—1910, door P. H. 
N. — Marineblad. 25 (1910—11), 653, 769. 
— Gedenkplaat Eilerts de Haan. M. UI. — 
Eigen Haard. 1912. Bijblad N°. 2 en 3. — Een 
hulde (aan de nagedachtenis van den luite- 
nant t«r zee J. G. W. J. Eilerts de Haan). 
M. ui. — Ned. Zeewezen. 11 (1912), 44. 

Benoeming van Dr. J. de Haan tot Eere-I 
voorzitter der Vereeniging tot bevordering] 
der Geneeskundige Wetenschappen in Ned. 
Indië. M. portret. — G. T. N. I. 52 ( 1912), bl. 
XXXV. 

In memoriam. Mr. W. F. Haase. (Oud-1 
Raadsheer in het Hooggerechtshof van Ned.-j 
Indië). Door R. M. portret. — Eigen Haard. 
1915, 645. — Mr. W. F. Haase, geboren te 
Salatiga 10 Oct. 1860. In memoriam, door 
W. Boekhoudt. — Ind. Tijdschr. van he 
Recht. 105(1915), 63. 

Pangéran Ario Hadiningrat f (Regent 
van Demak). (Ontleend aan de N. R. Ct.) — ^| 
Ind. Merc. 1915, 253. — Pangéran Aric 
Hadiningrat (in leven regent van Demak)| 
een Javaansch pionier, door C. J. Hassel-I 
MAN. — De Gids. 1915, III, 249. — Ver. Amb.\ 
B. B. Ber. en Meded. N°. 20. 

J. Th. Hamaker (planter van naam op 
Java) t, door M. van Geuns. M. portret. — 
Weekbl. v. Indië. 12 (1915—16), 392. 

De Sultan van Djokja (Hamangkoe Boe- 
WONO VII) te Solo, door M. v. G. M. UI. — 
Weekbl. v. Indië. 9 (1912— 13), 960. — Z. H 
Hamangkoe Boewono VII, Sultan van 
Djokjakarta. M. portret. — Pintoe Pernia 
gaan. II, N°. 18, bl. 61. 

C. J. Hasseijman, benoemd lid van den 
Raad van State, door G. d. l. V. — Kol. Tijd- 
schr. 1912, 344. 



LEVENSBESCHRIJVINGEN EN PERSONALIA, 



119 



Levensbericht van A. L. van Hasselt, 
door J. F. NiERMEYER. — Levensber. Maatsch. 
Ned. Letterk. 1910—11, 171. 

JusTus Karl Hasskarl. 6 December 1811 
— 5 Januari 1895, door M. J. S. — Vragen 
van den Dag. 1911, 92 . — Justus KLarl 
Hasskarl. Ein vergessener Wohltater der 
Menschheit, von Dr. E. Carthaus. — Tropen- 
pflanzer. 1912, 387. 

De nieuwe directeur van onderwijs en eere- 
dienst, Dr. G. A. J. Hazeu. 31. portret. — 
Weekbl. v. Indië. 8 (1911—12), 890. 

J. J. Hazewinkel (afgetreden directeur 
van het suiker proef stat ion te Pekalongan), 
door M. VAN Geuns. — Weekbl. v. Indië. 10 
(1913—14), 1022. 

CoRNELis Heemskerck. Aanteekeningen, 
door J. W. IJzerman. — T. A. G. 1912, 737. 

J. C. Heinzenknecht (in leven kapitein 
der genie O. I. L. ). M. ill. — Weekbl. v. Indië. 
10 (1913—14), 580. 

W. K. F. Hekmeyer. Ter herdenking, door 
J. H. — T. B. B. 45 (1913), 249. 

Wilhelm Herling t, door Inspector 
Wegner. — R. Zending. 1912, 113. 

Pastoor W. C. van den Heuvel S.J., 
door L. B. Lammers. M. portret. — Weekbl. 
V. Indië. 8 (1911—12), 533. 

Ter herinnering aan J. C. Heijning c.i., 
door R. A. VAN Sandick. M. portret en ill. — 
Ingenieur. 1915, 735. — In Memoriam J. C. 
Heijning. — Waterst. Ing. 1915, 62. 

De nieuwe gouverneur van Celebes en 
Onderhoorigheden, Th. A. L. Hbyting, 
door M. VAN Geuns. M. portret. — Weekbl. 
V. Indië. 10 (1913—14), 866. 

De nieuwe president van het Algemeen 
Suikersyndicaat (Mr. S. J. Hirsch), door 
M. V. G. M. portret. — Weekbl. v. Indië. 11 
(1913—14), 614. 

In Memoriam. Johan Hendrik Hissink 
(assistent-resident van Bone). — Kol. Tijd- 
schr. 1915, I, 434. 

De nieuwe resident van Madoera (W. H. 



Hoedt), door M. v. G. M. portret. — Weekbl. 
V. Indië. 11 (1914—15), 698. 

Vice -admiraal A. H. Hoekwater. M. 
portret en ill. — Eigen Haard. 1912, Bij blad 
N°. 39. — Vice-admiraal A. H. Hoekwater f, 
door M. V. G. 31. portret. — Weekbl. v. Indië. 
9 (1912—13), 602. — In Memoriam. Vice- 
admiraal Anthony Hendrik Hoekwater. 
M. portret. — Marineblad. 27 (1912—13), 659. 

De Directeurscrisis. (Overzicht van mede- 
deelingen en beschouwingen naar aanleiding 
van het aftreden en de vervanging van den 
heer J. Homan van der Heide, als Directeur 
der Burgerl. Openb. Werken). — Waterst. Ing. 
1914, 138. — De afgetreden Directeur der 
B. O. W. : J. Homan van der Heide, door 
de Redactie. — Waterst. Ing. 1914, 119. 

Karel Frederik Holle. Een pionier van 
de Preanger. (On Ie end aan artikelen van 
„Papageno" in de Java- Bode). — Kol. Week- 
bl. 1912, N°. 41 en 42. — /. G. 1912. II, 1521. 

HoRNOFF, zie: Michalofski (Von). 

J. B. VAN DER HOUVEN VAN OORDT (vice- 

president van den Raad van Indië), door M. 
VAN Geuns. 31. portret. — Weekbl. v. Indië. 
11 (1914—15), 445. 

In Memoriam. A. A. W. Hubrecht. — 
Versl. Verg. K. A. v. W. Afd. W. en Nat. k. 
XXIII (2e ged.), 1175. 

De nieuwe Algeme^ne Secretaris (J. Huls- 
hoff Pol), door M. van Geuns. M. portret. 
— Weekbl. v. Indië. 11 (1914—15), 996. 



I. 



Bezoek van den Sultan van Bima (Ibra- 
him) te Buitcnzorg. 31. portretten. — Eigen 
Haard. 1912, 151. — De Sultan van Bima. 
31. ill. — Weekbl. v. Indië. 8 (1911—12), 
1013. 

Ibrahim Brata di Widjaja, zze: Bratadi 

WlDJAJA. 

De Gouverneur-Generaal (A. W. F. Iden- 
burg) te Soerabaja, door W. J. v. d. Leem- 
kolk. 31. ill. — Weekbl. v. Indië. 8 (1911- 
12), 630, 652, 676. — De Gouverneur-Generaal 
te Semarang. 31. ill. — Weekbl. v. Indië. 8 
(1911—12), 725. — Een geschilderd portret 



120 



LEVENSBESCHRIJVINGEN EN PERSONALIA. 



van den Landvoogd (A. W. F. Idenbürg), 
door M. V. G. M. portret. — Weekbl. v. 
Indië. 12 (1915—16), 26. 

In Memoriam. (Zendeling) D. Iken Sr., 
door A. D. H. — De Banier. 1912, 647. 

Iko (een Soendaneesche beeldhouwer), 
door R. Si NoTO Soeroto. M. ill. — Het 
Ned. Ind. Huis Oud <k Nieuw. N°. 2, Juli 
1913, 153. 



J. 



Janette Walen, zie Walen (Janette). 

]^. A. Jansen f (controleur, door inlanders 
vermoord in de Wester -af deeling van Bor- 
neo), door K. — Weekhl. v. Indië. 10(1913— 
14), 952. — In memoriam. M. A. Jansen, 
door I. — Kol. Tijdschr. 1914, I, bl. 1. 

J. E. Jasper. (Levensbij zonderheden, ont- 
leend aan „£>e Prins" van 14 Jan. 1911). — 
Indologenblad. 2 (1910—11), 95. 

E. F. JocHiM t (24 Febr. 1864—20 Dec. 
1913), door E. Meijboom. M. portret. — /. G. 
1914, I, bl. 1. 



In memoriam, zendeling G. JuNG. 
Zending. 1914, 99. 



R. 



Franz Junghuhn, door Augusta de Witt. 
— Weekbl. v. Indië. (1911—12), 362, 387, 
435, 458, 482. 



K. 



Kolonel C. M. Kan (adjudant -intendant 
van den gouverneur-generaal) f, door Mr. J. 
Paulus. M. portret. — Weekbl. v. Indië. 12 
(1915—16), 581. 

Generaal A. J. H. van Kappen f. M. 
portret. — Eigen Haard. 1915, 236. — A. J. 
H. van Kappen t, generaal-majoor der genie 
van het Indisch leger, directeur der Billiton- 
Maatschappij. 1835 — 1914, door W. de 
Iongh Dzn. M. portret. — Ingenieur. 1914, 
367. 

Kartini, door Mr. C. Th. van Deventer. — 
De Gids. 1911,111 479. — Les idees d'une jeune 
Javanaise (Raden Adjcng Kartini). — L'Asie 
Franfaise. 13 (1913), 28. — De gedachten van 
Raden Adjeng Kartini als richtsnoer voor 



de Indische Vereeniging. Voordracht. — In- 
dische Vereeniging. Voordrachten en Mede- 
deelingen. N°. 1. 

De nieuwe directeur van gouvemements- 
bedrijven (R. de Kat), door H. v. W. M. 
portret. — Weekbl. v. Indië. 10 (1913—14), 
1070. 

A. W. Keens (hoofd der Brocderschool te 
Soerabaja), door M. v. G. 31. portret. — 
Weekbl. v. Indië. 12 (1915—16), 197. 

P. H. VAN DER Kemp, door W. J. Gibl. M. 
portretten. — Weekbl. v. Indië. 12 (1915 — 
16), 174. 

Jubileum (Prof. Dr. J. H. C.) Kern, door 
W. J. GiEL. M. portret. — Weekbl. v. Indië. 
10 (1913— 14), 97. — Prof. H. Kern (6 April 
1833—1913), door R?d. — T. A. G. 1913, 318. 

— Prof. J. H. C. Kern 80 jaar. — I. G. 1913. 
I, 658. — Een blijde gedenkdag (6 April 1913) 
(Herdenking van het 803 geboortejaar van 
Prof. Dr. H. Kern), door Prof. Dr. J. S. 
Speyer. M. portret. — Kol. Tijdschrift. 1913, 
I, 385. — Prof. Dr. H. Kern (80 jaar). M. 
portret. — Neerlandia. 1913, 98. 

De nieuwe resident van Semarang (P. K. 
W. Kern), door M. v. G. M. portret. — Week- 
bl.v. Indië. 10 (1913—14), 1230. 

Het KESSLER-monument te Pangkalan- 
Brandan. M. portret en ill. — Eigen Haard. 
1914, 38. 

Dr. E. B. Kjelstra (naar aanleiding van 
diens 70en verjaardag), door H. S. M. portret. 

— Eigen Haard. 1914, 217. 

J. F. DER Kinderen (in leven hoofdagent 
van de Ned. Indische Handelsbank te Bata- 
via ).M. portret. — WeelM. v. Indië. 10 (1913- 
14), 976. 

F. A. Kleian. 1843—29 Oct. — 1913 (gep. 
majoor O. I. leger), door R. V. B. van Hul- 
TEN. M. portret. — Weekbl. v. Indië. 10 (1913- 
14), 629. 

H. C. Klinkert en zijn werk als malaïcus, 
door Dr. A. A. Fokker. — /. G. 1914, 1, 781. 

— H. C Klinkert t (oud-lcctor in het Ma- 
leisch aan de Universiteit te Leiden), door 
Ganesa. — Weem. v. Indië. 10 (1913—14) 
924. 



LEVENSBESCHRIJVINGEN EN PERSONALIA. 



121 



De Koeti-ardjosche Regentenfamilie, door 
V. L. M. portret en ill. — Eigen Haard. 1912, 
333. 

Un ami des indigènes : M. H. H. van Kol, 
par A. Cabaton. — Rev. du Monde Musul- 
man. 23 (1913), 144. 

Mr. Dr. M. S. Koster, lid van den Raad 
van Indië. M. portret. — Weekbl. v. Indië. 
8 (1911—12), 844. 

De moord op luitenant Van Kkegten (ci- 
viel-gezaghebber in de onderafdeeling Tja- 
lang, Atjeh). (Ontleend aan het Bat. Nieuws- 
bl.) —I. G. 1914,11,1563. 

De nieuwe vice -president van het Hoog- 
gerechtshof van Ned. -Indië (Mr. E. Kruse- 
man), door M. v. G. M. portret. — Weekbl. v. 
Indië. 11 (1914—15), 763. 

Dr. A. C. Kruijt (25 jaar zendeling), door 
P. V. N. — De Banier. 1915, 433. 

J. Kruijt (oud-zendcling op Java), door 
M. van Geuns. M. portret. — Weekbl. v. Indië. 
10 (1913—14), 1189. 



Ph. F. Laging Tobias f (oud-gouverneur 
van Atjeh). M. portret. — Pintoe Perniagaan. 
II, No. 14, bl. 14. 

H. J. W. VAN Lawick. Ter herinnering, 
door G. d. e. V. — Kol. Tijdschr. 1915, 
I, bl. 1. 

In memoriam. Dr. M. Lieber, door A. 
KoLTHOFF. — G. T. N. I. 54 ( 1914), bl. LXXL 

J. H. Liefrinck (Resident van Jogjakar- 
ta). M. portret. — Weekbl. v. Indië. 8 
(1911—12), 77. 

Gouverneur-Generaal Mr. J. P. Graaf van 
Limburg Stirum. M. portret. — Eigen Haard. 
1915, 833. — De nieuwe Landvoogd (Mr. J. 
P. Graaf van Limburg Stirum), door Ter- 
tius. — Kol. Tijdschr. 1915, II, 1519. — De 
nieuwe Gouverneur-Generaal (Mr. J. P. 
Graaf van Limburg Stirum), door E. A. A. 
VAN Heekeren. M. portret. — I. G. 1915, II, 
1677. — De nieuwe Gouverneur-Generaal. 
(Overzicht van verschillende couranten-arti- 
kelen naar aanleiding der benoeming van 



Mr. J. P. Graaf van Limburg Stirum). — 
/. G. 1915, II, 1764. — De nieuwe Gouverneur- 
Generaal, door J. K. M. portret. — Weekbl. 
V. Indië. 12(1915— 16), 794. 

Dr. A. LoDEWiJKS f. Directeur van het 
Proefstation voor tabak in de Vorstenlanden. 
Geb. Mei 1881, overleden 16/3, 1912. — Teysm. 
23 (1912), 68. 

Li Memoriam. Dr. J. F. Lodewijks, door 
Dr. J. Dekker. — Ind. Merc. 1912, 319. 

Prof. C. J. VAN Loon, m. i. f, door Prof. 
J. A. Grutterink. M. portret. — Eigen Haard. 
1915, 777. — Rede ter nagedachtenis van 
Prof. C. J. VAN Loon, uitgesproken door Prof. 
J. A. Grutterink. M. portret. — Jaarboek 
van de Mijnbouwkundige Vereeniging te Delft. 
1914—15, 25. 

H. J. LoviNK (directeur van het Depar- 
tement van Landbouw in Ned. -Indië). M. 
portret. — Eigen Haard. 1913, Bijblad No 19. 

Dr. S. Lykles (in leven o.a. geneesheer- 
directeur van het krankzinnigengesticht te 
Lawang). M. portret. — Eigen Haard. 1913, 
Bij blad No. 19. 

Mr. J. LuYKE Roskott, vice -president van 
den Raad van Justitie te Batavia f. door M. 
V. G. M. portret. — Weekbl. v. Indië. 11 (1914 
—15), 929. 

Mgr. Edmundus Sybrandus Luypen. 4e 
Apost. Vicaris van Batavia, door A. Kor- 
tenhorst. — Ber. St. Claverbond. 1912, 217. 

Het afscheid van den directeur van het 
Gymnasium Willem III (Mr. J. Luyten). M. 
portret en ill. — Weekbl. v. Indië. 9 (1912 — 
13), 53. 



N. 



Een veteraan. (LoDEWiKUS Josephus de 
Maaker), door F. — /. M. T. 1913, II, 903. 

H. D. Mac Gillavry. De nestor der Mid- 
den-Javasche planters, door M. M. portret. — 
Weekbl. v. Indië. 8 (1911—12), 389. 

Mangkoe Negoro VI, regeerende vorst 
van het Mangkoenegorosche rijk. (Levens- 
bij zonderheden, ontleend aan de Locomotief). 
— I. G. 1914, I, 693. 



122 



LEVENSBESCHRIJVINGEN EN PERSONALIA. 



L. A. Maetens t- Oud-President van de 
Alg. Rekenkamer in Ncd.-Indië — /. G. 1914, 
I, 102. 

Levensbericht van Benjamin Frederik 
Matthes, door Prof. Dr. H. Kern. (Met opga- 
ve zijner geschriften). — Jaarb. Kon. Ak. v. 
Wet. 1910, 67. 

Max Havelaar: zieMuLTATULii. 

Walter Henri Medhurst. (Ontleend aa 
de levensbeschrijving door H. van dien zen 
deling en sinoloog in de Locomotief van 3 M - 
1912). — /. G. 1912, II, 905. 

PiETER Baron Melvill van Carnbee. Ge 
1816. Gest. 1856. M. portret. Ned. Zeewez- n 

1912, 304. 

In Memoriam. De Weleerwaarde Pater 
Fredericus Bernardus van Meurs, door 
G. JoNCKBLOET. — Ber. St. Claverbond. 

1913, 225. 

In Memoriam. Claas Meyboom, gep. 
Kapitein-luitenant ter zee. Geb. te Nijmegen 
den 21 Sept. 1851, overl. te Voorburg den 21 
Juni 1911, door M. — Marineblad. 26 (1911— 
12), 337. 

J. E. DE Meyier (oud-directeur van B. O. 
W. in Ned. -Indië enz. ) f- M. portret. — Eigen 
Haard. 1913, Bijblad No. 49. — Johan Emi- 
Lius DE Meyier herdacht, 7 Nov. 1848^ 
26 Nov. 1913, door H. D. H. Bosboom. — 
I. G. 1914, 1, 5. — Johan Emilius de Meyier 
t, door den uitgever van de Indische Gids. 
( J. H. de Büssy). M. portret. — I. G. 1913, II, 
1455. — J. E. DB Meyier f, door A. P. Mel- 
CHiOR. M. portret. — Ingenieur. 1914, 87. — 
J. E. de Meyier. In memoriam. — Orgaan 
Moederland en Koloniën. 13 (1913), No. 1, 
bl. 3. 

VoN MiCHALOFSKi's vermoedelijke voor- 
ganger als bcstuurshoofd der Karimon-Djawa 
eilanden (de heer Hornoff) in 1818, door P. 
H. VAN der Kemp. — Kol. Tijdschr. 1915, 634. 

De nieuwe legercommandant (generaal- 
majoor J. P. Michielsen), door M. van Geuns 
M. portret. — Weekbl. v. Indië. 10(1913—14), 
1140. — Luitenant-Generaal J. P. Michiel- 
sen, door E. A. A. van Heekeren. — /. G. 

1914, I, 458. 



Generaal-majoor C. de Mooij, door A. J. 
LuiKiNGA. — Militair Geneesk. Tijdschr. 16 
(1912), 172. 

De nieuwe advocaat-generaal (bij het Hoog 
gerechtshof) Mr. H. V. Monsanto, door M. v. 
G. M. portret. — Weekbl. v. Indië. 10 (1913— 
14), 628. 

Dr. E. Moresco, wd. directeur van onder- 
wijs en eeredienst, door M. v. G. M. portret. — 
Weekbl. v. Indië. 11 (1914—15), 927. 

Historie en kunst (Max Havelaar, 13e en 
14e hoofdstuk), door J. B. Meerkerk. — 
Vragen des Tijds. 1911, 1, 62. — De heldendaad 
van Lebak, door Jhr. W. H. W. de Kock. — 
Tijdspiegel. 1911, II, 29. — Strijd over Mul- 
tatuli. Jhr. W. H. W. de Kock contra Dr. 
W. Meyer, door Plukker. — Weekbl. v. 
Indië. 8 (1911—12), 147. — De heldendaad 
van Lebak, door W. Kerremans. (Antwoord 
op vorenstaand artikel). — Weekbl. v. Indië. 
8 (1911—12), 197. — Multatijli en Van 
Lennep, door P. Geul. — Onze Eeuw. 1912, 
III, 96. — De omkooping van den Regent van 
Lebak (naar aanleiding van Multatuli's 
beweringen in diens „Max Havelaar"), door 
Jhr. W. H. W. de Kock. — Tijdspiegel. 1912, 
III, 294. — De vergiftiging van den assistent - 
resident van Lebak, Carolus, door Jhr. W. 
W. H. DE Kock. — Tijdspiegel. 1913, II, 58. 

— Waarom de Max Havelaar geschreven 
werd, door Jhr. W. H. W. de Kock. — 
Tijdsp. 1913, III, 121. — De held van Lebak, 
door R. v. I. (Critische opmerkingen naar 
aanleiding van verschillende artikelen van 
Jhr. W. H. W. DE Kock over E. Douwes 
Dekker). — Tropisch Nederland. II, 64. — 
Edtjard Douwes Dekker en Mültatuli, 
door A. H. Gerhard. (Vervolg). — De Ploeg. 
III, (1910—11), 177. — Mültatuli aangeval- 
len door Jlir. W. H. W. de Kock, door B. de 
Canter. — Amsterdammer. 26 Oct. 1913. — 
De heer Bernard de Canter de Paladijn 
voor Mültatuli. Antwoord door Jlir. W. H. 
W. DE Kock, met repliek van de Canter. — 
Amsterdammer. 2 Nov. 1913. — Onopgelost 
en onverzoenlijk, door C. G. Kaakebeen. 
(Naar aanleidingvan bovenstaande polemiek). 

— Amsterdammer. 16 Nov. 1913. 

O. M. de Münnick (oud-gouverneur van 
Sum. Westkust )t, door Tertius. — Kol. 
Tijdschr. 1915,11, 1524. — O.M. deMunnick f. 
M. portret. — Eigen Haard. 1915, 903. — In 



LEVENSBESCHRIJVINGEN EN PERSONALIA. 



123 



Memoriam. O. M. de Munnick. — /. G. 1915, 
II, 1683. 



N. 



Mr. IzAK Alexandbr Nederburgh (Pre- 
sident van het Hooggerechtshof van Ned.- 
Indië), door M. A. van heekeren. M. por- 
tret. — Eigen Haard. 1914, 497. — De nieu- 
we president van het Hooggerechtshof (Mr. 
I. A. Nederburgh), door M. van Geuns. M. 
portret. — Weekhl. v. Indi'é II (1914 — 15), 
276. 

Li memoriam. A. J. Ch. de Neve (oud- 
resident). — Kol. Tijdschr. 1913, I, 129. 

Jacobus Nienhuys, de pionier van DeU, 
door J. F. L. de Balbian Verster. M. portret. 
— Eigen Haard, 1913, 328. — Het Nienhuys- 
monument te Medan, door A. J. M. ill. — 
Weekhl. v. Indië. 12 (1915—16), 440. 

Jhr. W. D. VAN Nispen (landheer op Java), 
door M. V. G. M. portret. — Weekbl. v. Indië. 
11 (1914—15), 332. 

Dr. JoHANNES Noord HOEK Hegt (direc- 
teur der school tot opleiding van Inlandsche 
artsen)t, door Dr. C. Winkler. M. portret. — 
Eigen Haard. 1915, 893. — (Verbetering): 
bl. 922. — In Memoriam. Dr. J. Noordhoek 
Hegt. — G. T. N. I. 55 (1915), bl. LXXIL 

Dr. J. C. C. W. VAN NooTEN. Herinnerin- 
gen uit mijn leven in Nederlandsch -Indië. — 
Orang Pdadang. I (1913—14), 96. 

Een Javaansch edelman (Raden Mas Noto 
SoEROTo) als vi-ijwilliger bij het Hollandsche 
leger, door Creusbsol (= Jhr. I. P. C. Graaf- 
land). M. ill. — Weekhl. v. Indië. 9 (1912— 
13), 939. — Een Indisch Nederlandsch dich- 
ter (NoTO SoEROTO). (Ontleend aan een arti- 
kel van Fr. VAN Eeden in de Amsterdammer). 
M. portret. — Neerlandia. 1915, 22. — 
Raden Mas Noxo Soeroto, door Anth W. 
WiLTEN. M. portret. — Eigen Haard. 1915, 
729. 

In Memoriam. Raden Mas Ario NoTOWi- 
EOJO, door J. H. Abendanon. M. portret. — 
Ind. Ver. Voordr. en Meded. 4 (1913), 3. — 
Raden Mas Ario Notowirojo f, door J. H. 
Abendanon. — Kol. Weekhl. 1913, N°. 18. — 
Het overlijden van een in Nederland studee- 
rend Indiër (n.1. R. M. A. Notowirojo). — 
/. G. 1913, I, 797. 



De nieuwe Directeur van het Museum voor 
Land- en Volkenkunde te Rotterdam, J. W. 
VAN Noühuys. M. portret — De Aarde en haar 
Volken. 1915, Bijbl. bl. 193. 



O. 



Said Oethman BIN AbdoellahbinJahja 
BIN Akil BIN AL Aloewi f, (in leven advi- 
seur van Arabische zaken), door A. BuNO 
Heslinga. M. portret. — Weekhl. v. Indië. 10 
(1913—14), 1123. 

Dr. H. Onnen. 1842—1912. M. portret. — 
De School V. N. I. 2 (1911—12), 265. 

De nieuwe directeur van het Departement 
van Burgerl. Openb. Werken (P. J. Ott de 
Vries), door M. v. G. 31. portret. — Weekbl. v. 
Indie. U (1914— 15), 697. 



P. 



Mr. A. Paets tot Gansoyen f» door M. 
VAN Geuns. M. portret. — Weekbl. v. Indië. 
10 (1913—14), 744. — Mr. A. Paets tot 
Gansoyen f- (Ontleend aan het Soerah. Han- 
delsbl.). —I. G. 1914,1,220. 

Het Javaansche Vorstenhuis „Pakoe 
Alam" 1813—1913, door B. A. — M. portret- 
ten en ill. — Panorama. I (1913—14), N°. 45. 

Z. H. Pangeran Adipati Ario Praboe 
SooRJODiLOGo, Prins Pakoe Alam VII en 
Gemalin. M. portret. — Pintoe Perniagadn. 
II, N°. 15, bl. 25. 

Z. H. Pakoe Boewono X, Soesoehoenan 
van Soerakarta. M. portret. — Pintoe Pernia- 
gadn. II, N°. 18, bl. 61. 

De nieuwe resident van Ternate, C. L. J. 
Palmer van den Broek, door M. v. G. M. 
portret. — Weekhl. v. Indië. 9 (1912—13), 
579. 

De leen vorstin van Tanette. Pantjai tana 
Aroe Pantjana datoe. M. portret. — Weekbl. 
V. Indië. 10 (1913—14), 776. 

Mr. D. L. F. DB Pauly f- (Oud-Presidcnt 
van het Hooggerechtshof in Ned. -Indië). — 
/. ö. 1911, I, 799. 

De nieuwe resident van Pasoeroean, K. 



124 



LEVENSBESCHRIJVINGEN EN PERSONALIA. 



Peeeeboom, door M. v. G. M. portel. — 
Weekbl. v. Indië. 10 (1913—14), 722. 

Een jong Indisch romansclirijver (Mr. J. 
H. Pennikg), door J. Koning. M. portret. — 
Weekbl. v. Indië. 12 (1915—16), 441. 

Ant. A. Pennings (zendeling in de Soenda- 
landen), door S. Coolsma. 31. portret en UI. — 
Lichtstralen.. 17 (1911), N°. IV. 

Een vice -president van den Raad van In- 
dië (P. DE Perez de Baron) en eene prinses 
van Boni (Aboe Loka Saolé), door H. 
FiEVEZ DE Malines van Ginkel Jr. — /. G. 

1912, II, 1174. 

Mr. Nicolaas Gerard Pierson, door 
J. d'AuLNis DE BouROtriLL (met opgave van 
geschriften). — Jaarb. Kon. Ak. v. Wet. 1911, 
15. — Mr. N. G. Pierson. Voordracht in de 
Kon. Ak. v. W., afd. Letterk., door Mr. J. 
d'AuLNis DE BouROtriLL. — Onze Eeuw. 
1911, IV, 202, 343. — Levensbericht van 
Mr. Nicolaas Gerard Pierson. 7 Febr. 
1839—24 Dec. 1909, door Mr. C. Verrijn 
Stuabt. — Levensber. Maatsch. Ned. Letterk. 
1910—11, 26. 

In Memoriam. Zendeling. P. Pilgram, 
door J. H. Meerwaldt. — R. Zending. 

1913, 129, 188. 

H. PiNO (commissionnair in effecten te Ba- 
tavia), door S. M. portret. — Weekbl. v. Indië 
10 (1913—14), 3L 

Een Javaansch schilder. Mas Pirngadi. — 
I. 0. 1912, I, 793. 

De nieuwe resident van Sumatra's Oost- 
kust S. van der Plas, door M. van Gbuns. 
31. portret. — Weekbl. v. Indië. 10 (1913—14), 
843. — Aanvulling: bl. 897. 

De nieuwe minister van koloniën (Mr. Th. 
B. Pleyte), door M. van Geuns. 31. portret. 
— Weekbl. v. Indië 10 (1913—14), 577. — 
Enkclü rechtsche persstemmen over den Mi- 
nister van Koloniën, Mr. Pleyte. — /. O. 

1914, I, 267. 

Jhr. A. A. A. Ploos van Amstel f, door 
M. v. G. 31. portret. — Weekbl. v. Indië 12 
(1915—16), 77. 

Pater Pohug. Gcb. 23 Jan. 1860. — Overl. 



4 Oct. 1915, door P. G. — R. Zending. 1915, 

178. 

De nieuwe hoofdinspecteur van den Indi- 
schen post- en telegraafdienst (G. J. C. A. 
Pop). 31. portret. — Weekbl. v. Indië. 10(1913 
—14), 224. 

Ds. Willem Pos (oud-zendeling op Soem- 
ba) t- 31. portret. — Zendingsblad. 1914, 38. 

Mr. J. G. PoTT (bij zijn vertrek naar Neder- 
land). 31. portret. — De School v. N. I. 3 
(1913—14), 4L 

Dr. H. Prinsen Geeeligs. M. portret. — 
Eigen Haard. 1914, 21. — Dr. H. C. Pbinsen 
Geebligs, door B. A. van Ketel. 31. portret. 
—Ind. 31 ere. 1913, 1099. -Dr. H. C. Pbinsen 
Geebligs, door A. Heldring. — Ind. 3Ierc. 
1913, 108L 



Q. 



In memoriam. A. J. baron Quables de 
QuARLES. — Kol. Tijdschr. 1914, II, 1441. 



R. 



Onthulling van het gedenkteeken voor 
luitenant-kolonel Raaff te Padang, door A. 
VAN DEB Veen. 3d. UI. — Weekbl. v. Indië. 
10 (1913—14), 845. 

Een begaafd Javaan (Mas Dr. Radjiman). 

— Bandera Wolanda. 1911, N°. 79. 

Sir Stamfobd Raffles, by E. Colqtthoun. 
M. portret. — United Empire. 1913, 387. 

A. E. Rambaldo, door M. v. G. M. portret. 

— Weekbl. v. Indië. 8 (1911—12), 389. — 
In memoriam: A. E. Rambaldo, door W. J. 
V. D. Leemkolk. 31. UI. — Ibid. bl. 410. — 
A. E. Rambaldo f. 31. portret. — Ned. Zee- 
wezen. 10 (1911), 271. — Monument A. E. 
Rambaldo. 31. portrd. — Eigen Haard. 1914, 
171. — Een mon-ament voor A. E. Rambaldo. 
31. portrd en UI. — Weekbl. v. Indië. il (1914 
— 15), 330. — In memoriam. A. E. Rambaldo, 
door T. — 3Iarineblad, 26 (1911—12), 439. — 
In memoriam A. E. Rambaldo, door S. — 
Hemd en Dampkring. 9 (1911—12), 62. 

J. P. Rambaldo di Collalto (Ass. -resi- 
dent van Lombok) f. M. portrU. — Eigen 
Haard. 1915, 176. 



LEVENSBESCHRIJVINGEN EN PERSONALIA. 



125 



A famous Dutch Governor-General. Lau- 
BENS Reael. Translated from the Dutch, by 
C. E. DE Vos. — Jmirn. D. B. U. 3 (1910), 17. 

D. W. F. VAN Rees (afgetreden vice-presi- 
dent van den Raad van Lidië), door M. van 
Geuns. M. portret. — Weekbl. v. Indi'é. 11 
(1914— 15), 515. 

In Memoriam. Matthijs Antonus van 
Rhede van der Kloot, door P. F. W. van 
RoMONDT. M. portret. — Maandblad Geneal.- 
herald. Oen. „De Ned. Leeuw'\ 31 (1913), 33. 

Willem ten Rhijne (geb. te Deventer 
1647, overl. te Batavia 1 Juni 1700). M. portret. 

— O. T. N. I. 51 (1911), 134. —Dr. Willem 
TEN Rhijne (1647—1700). — /. G. 1911, II, 
1084. 

Levensbericht van den mijningenieur Wil- 
lem Gerlach Ribbius, 29 Juli 1854 — 3 No- 
vember 1911, door J. A. Schuurman. M. 
po7tret. — Jb. M. N. I. 41 (1912). Verh. bl. 1. 

Jan van Riebeeck (1618 — 1677), door F. 
C. Wieder. (Naar aanleiding van E. C. Go- 
DÉE MoLSBEROEN: „De Stichter van Hol- 
lands Zuid-Afrika, Jan van Riebeeck"). — 
T. A. Q. 1913, 598. — De grafsteen van Jan 
VAN Riebeeck (de eerste Commandeur van 
de Kaap), door J. Brill. M. portret en ül. — 
Neerlandia. 1913, 197. — De grafsteen van 
Jan van Riebeeck, door J. C. van Ovebvoor- 
DE. — Ibid. 1913, 293. — Nog eens: De graf- 
steen van Jan van Riebeeck, door J. Brill. 

— Ibid. 1914, 66. — Jan van Riebeeck's 
grafsteen. — Tropisch Nederland, II, 101. 

In memoriam. Dr. J. G. F. Riedel, door 
A. G. M. portret. — Weekbl. v. Indi'é. 8 
(1911—12), 963. — Dr. J. G. F. Riedel f- 
(Ontleend aan de N. R. Ct. van 15 Jan. 1912). 

— I. O. 1912, I, 396. 

C. W. A. VAN RiNSUM. (Resident van Ban- 
tam). M. portret. — Weekbl. v. Indi'é. 7 
(1911—12), 78. 

De Robinsonzaak, door L. G. E. (Bijzonder- 
heden over den moord op den Amerikaanschen 
natuuronderzoeker Robinson, op Ambon). 
M. k. en UI. — Weekbl. v. Indi'é. 11 (1914— 15), 
132. 

Een Amsterdammer als pionier op Bali (nl. 
Emanuel Rodenburg, 1597 — 1601), door J. 



F. L. DE Balbian Verster. — Jaarboek van 
de Vereeniging Amstelodamum. 1911. 

RosKOTT, zie : Luyke Roskott. • 

G. E. RuMPHius. De grondlegger van het 
natuuronderzoek in onze koloniën, door M. J. 
SiRKS. M. portret en UI. — De Natuur. 31 
(1911), 109. 

H. Rijfsnijder. De nieuwe resident van 
Batavia. M. portret. — Weekbl. v. Indi'é. 8 
(1911—12), 319. 

Uitreiking der eeresabel aan luitenant 
RiJNDERS. — Eigen Haard. 1912. Bijblad N°. 
5. 



S. 



Bij het 100ste geboortejaar van Raden 
Saleh. (Geb. te Semarang 1814, gest. te 
Buitenzorg 23 April 1880), door R. M. Noto 
Soeboto. — M. portret en UI. — Het Ned. 
Ind. Huis Oud en Nieuw. N°. 3. Jan. 1914, 
219. 

De luitenant der Arabieren (Sech Said 
BIN Abdulluah BaS/Dila). 31. UI. — WeeM)L 
V. Indi'é. 9 (1913—14), 1137. 

In memoriam. J. J. van Santen, door B. 

— Kol. Tijdschr. 1914, II, 1585. 

Luitenant-Kolonel W. B. J. A. Scheepens 
t, door Luitenant-Generaal van Daalen. 
M. portret. — Weekbl. v. Indi'é. 10 (1913—14), 
673. — Overste Scheepens. (Levensbij zon- 
derheden van den in Atjeh vermoorden luite- 
nant-kolonel W. B. J. A. Scheepens). — 
I. O. 1913, II, 1060. — Een monument voor 
wijlen overste Scheepens, door W. J. Giel. 
M. UI. — WeekU. v. Indi'é. 12 (1915—16), 
SU. 

Generaal- -Majoor A. H. W. Scheuer f. 
door J. G. Boon. M. portret. — Weekbl. v. 
Indi'é. 12 (1915—16), 651. 

Dr. J. G. ScHEURER. M. portret. — Weekbl. 
V. Indié. 7 (1910—11), 936. 

In memoriam. Dr. S. Schoch. Geb. 17 
April 1873. Overleden te Batavia 4 Juni 1912. 
M. portret. — Maandber. N. Z. O. 1912, 108. 

— Persoonlijke herinnering aan wijlen Dr. S. 
SoHOCH, door E. D. G. van der Horst. — 



126 



LEVENSBESCHRIJVINGEN EN PERSONALIA. 



Ned. Zendingsbode. 1912, 186. — Ter nage- 
dachtenis aan Dr. S. Schoch. Geb. te Leiden, 
17 April 1873, overleden te Weltevreden 3 Juni 
1912, door N. Adriani (Overgenomen uit 
„De Opwekker''). — De Banier. 1912, 290. — 
Dr. Samuel Schoch. Geb. 17 April 1873. 
Overl. 3 Juni 1912, door N. Adriani. Met 
Naschrift, door H. Dijkstra. — Macedoniër. 
1912, 257, 277. — Dr. S. Schoch. 17 April 
1873—3 Juni 1912, door C. W. Th. van 

BOETZELAER VAN DUBBELDAM. M. portret. — 

Nederl. Zendingsjaarboekje. 1913, bl. 43. 

Mr. J. Schoutendorp (in leven landsadvo- 
caat te Bata\'ia). M. portret. — Weekbl. v. 
Indië. 10 (1913—14), 952. 

J. A. ScHRÖDER, door M. V. G. M. portret. 

— Weekbl. v. Indië. 10 (1913—14), 679. 

Dr. W. A. P. ScHÜFFNER en zijne beteeke- 
nis voor de hygiène in de tropen, door Dr. 
N. H. SwELLENQREBEL. M. portret en ill. 

— Eigen Haard. 1914, 58. 

GuiLLAUME DE Seriêre, door S. Kalff. 
(Levensbijzonderheden van dien Indischen 
ambtenaar, ontleend aan zijn werk „Mijne 
loopbaan in Indië"). — Kol. Tijdschr. 1915, 
I, 47. 

Si Narsar, de schaakkoning (uit de Batak- 
landen). M. portret. — Weekbl. v. Indië. 10 
(1913—14) 976. 

L. H. Slinkers t, door E. A. C. von Essen. 
M. portret. — Ingenieur. 1913, 183. 

In memoriam. P. C. T. Snellen, door Mr. 
M. C. Piepers. — Tijdschr. v. Entomologie. 
1912, 1. 

In memoriam Jacobus Gijsbertus Sneth- 
LAGE (gep. vice -admiraal). — Marineblad. 
29 (1914—15), 477. — Luitenant ter zee 
J. G. Snethlage. Kroeng-Raba26 Juni 1878. 

— Marineblad. 29 (1914—15), 482. 

Een Javaansch vorstenzoon (n.1. Raden 
Mas Ario Soerjo Soeparto), officier in het 
Nederlandsche leger. Iets over diens geslacht, 
het Mangkoenegorosche Huis en de beteokc- 
nis van het Mangkoenegorosche Huis, door 
A. Mühlenfeld. M. portretten on ill. — Eigen 
Haard. 1915, 508. 

Een Inlandsch pionier in Nederland (n.l. 



de Batakker M. Soetan Casajangan Sori- 
pada), door W. J. Giel. M. portret. — Weekbl. 
V. Indië. 10 (1913—14), 77. 

De nieuwe resident van Solo (F. P. Solle- 
wiJN Gelpke), door M. v. G. M. portr-.t. — 
Weekbl. v. Indië. 10 (1913—14), 1230. 

Luitenant Spandaw f- -^- portret. — 
Eigen Haard. 1914, 557. 

Jacob Samuel Speyer f, door W. Galand 
(met opgave van geschriften). — Jaarb. Kon. 
Ak. V. Wetensch. 1914, 37. — Levensbericht 
van Jacob Samuel Speyer, door Dr. B. 
Faddegon. — Levensber. Mij. Ned. Letterk. 
1914 — 15, 259. — Jacob Samuel Spyer, by 
J. Ph. Vogel. — Journ. Roy. A. S. 1914, 232. 

Mgr. Walterus Jacobus Staal, 4e Apost. 
Vicaris van Batavia. — Ber. St. Claverbond. 
1912, 65. 

P. M. H. VAN DE Steenstraten f. M. por- 
tret. — Eigen Haard. 1912. Bijbl. N°. 2. 

Generaal-Majoor J. W. Stemfoort j. — 
7. G. 1913, I, 372. — In memoriam. OuD- 
Gener aal-Majoor J. W. Stemfoort. — Orgaan 
Moederland en Koloniën. 13 (1913), N°. 1, 
bl. 3. 

Het overlijden van Mr. A. Stibbe (op 4 
Mei 1913). Oud-president van het Hoogge- 
rechtshof van Ned. -Indië. — /. G. 1913, I, 
793. 

De Bengaalsche Stichterman (nl. J. A. 
Stichterman, aanvankelijk te Batavia, later 
te Bengalen in 's Compagnies dienst), door 
J. A. Feith. M. ill. — Groningsche Volksal- 
manak. 1914. 

H. F. VAN Stipriaan Luïscius (oud-hoofd- 
inspecteur der spoor- en tramwegdiensten), 
door M. VAN Geuns. M. portret. — Weekbl. v. 
Indië. 10 (1913—14), 505. 

De eerste De RuYTER-medaille (toegekend 
aan Dr. J. P. van der Stok, oud-directcur 
van het Kon. Magn. en Meteorol. Observato- 
rium te Batavia), door P. H. Gallé. M. portret 
en ill. — Ned. Zeewezen. 1912, 97, 127. 

Een zeldzaam jubileum. Veertig jaren in de 
suiker (A. Stoll), door M. v. G. M. portret. — 
Weekbl. v. Indië. 8 (1911—12), 1232. 



LEVENSBESCHRIJVINGEN EN PERSONALIA. 



127 



Luitenant A. A. Streiff j, door v. D. M. 
portret. — Weekbl. v. Indïé. 10(1913—14), 150. 

J. T. Stroeve (luit. ter zee 2e kl., ver- 
moord in West-Nieuw-Guinea), door K. M. 
portret. — Weekbl. v. Indië. 11 (1914—15), 
641. 

>. Een trouwe landsdienaar, F. Strunz, door 
V. D. M. portret. — Weekbl. v. Indië. 10(1913 
—14), 53. 

Gouverneur H. A. N. Swart, door A. de 
Braconier. - /. O. 1911, I, 581, 725. 

T. 

Het ontslag van den heer H. Tersteeo (als 
hoofdredacteur van de Java- Bode), door E. 
A. A. VAN Heekeren. — /. G. 1914, 1, 527. 

In memoriam. L. W. J. K. Thomson, door 
R. M. portret. — Weekbl. v. Indië. 11 (1914— 
15), 299. 

De afgetreden regent van Karang-Anjar, 
Raden Adipati Ario Tirto Koesoemo. (Ont- 
leend aan de Java-Bode). — I. O. 1912, II, 
925. 

LuLOFS(C.). EenClu-isten Atjeher (Tjoet 
Radja, in 1897 naar Menado verbannen). — 
T. B. B. 44 (1913), 491. 

Melchior Treub, par Ch. Bernard et 
J. C. Koningsberger. M. ill. — Ann. Jard. 
Bot. 2e Série. IX (1911), bl. L — Melchior 
Treub, par F. C. A. F. Went (avec enumé- 
ration des publications de Melchior Treub). 

— Ann. Jard. Bot. 2e Série IX (1911), I. — 
Professor Dr, Melchior Treub. Een en 
ander naar aanleiding van de huldiging zijner 
nagedachtenis door de oprichting van het 
TREüB-laboratorium in 's Lands Plantentuin 
te Buitenzorg, geopend op den 4en Mei 1914. 
M. portret en ill. — T. N. L. N. I. 88 (1914), 
244. — In Memoriam. Willem Burck en 
Melchior Treub. — Versl. Verg. K. A. v. W. 
Afd. Wis- en Nat. XIX (2e ged.), Dec. 1910, 
481. — Levensbericht van Melchior Treub, 
door Dr. J. P. Lotsy. — Levensber. Mij. Ned. 
Lettert 1911—12, bl. 1. 

Vice-admiraal G. F. Tydeman. M. portret. 

— Eigen Haard. 1912. Bijbl. N^ 41. 

U. 

Inspecteur (van het Inlandsch onderwijs) 
H. Th. J. Uijtterbroeck (overleden 25 



Maart 1913), door K. van der Veer. — De 
School V. N. I. 3 (1912—13), 364. 



V. 



In Memoriam. Prof. Dr. JosuÉ Jean Phi- 
lippe Valeton. Geb. 14 Oct. 1848, overl. 14 
Jan. 1912. M. portret. — Ber. Utr. Zend. 1912, 
17. — In Memoriam, Prof. Dr. J. J. P. Vale- 
ton Jr., door C. — Haagsche Zendingsbode. 
1912, 13. — Prof. Dr. J. J. P. Valeton Jr. f, 
door Jhvr. H. B. de la Bassecour Gaan. 
M. portret. — Nederl. Zendingsjaarboekje 1913, 
39. — JosuÉ Jean Philippe Valeton Jr. 
(14 Oct. 1848 — 14 Jan. 1912), door P. 
D. Chantepie de la Saussaye. — Jaarb. 
Kon. Ak. V. Wet. 1913, 37. — Levensbericht 
van J. J. P. Valeton Jr. door I. van Dijk. 

— Levensber. Mij. Ned. Letter k. 1911 — 12, 
76. — In Memoriam. Prof. Dr. J. J. P. Vale- 
ton Jr. — Maandbl. N. Z. G. 1912, 17. 

In memoriam. PieterVeen. 1854 — 1913. 
M. portret. — De School v. N. I. 3 (1913— 
14), 4L 

Bij het portret van Dr. R. D. M. Verbeek, 
door R. A. VAN Sandick. M. portret. — De 
Ingenieur. 1915, 275. — Huldiging van Dr. 
R. D. M. Verbeek (op diens 703n verjaardag), 
door R. A. VAN Sandick. (Overzicht eener 
herdenkingsrede van N. WiNG Easton). — 
De Ingenieur. 1915, 303. — Dr. R. D. M. Ver- 
beek (1845—1915), door J. J. S(taal). — 
T. A. G. 1915, 346. — Dr. R. D. M. Verbeek 
(1845 — 1915), door E. A. A. van Heekeren. 
M. portret. — Eigen Haard. 1915, 321. — Dr. 
R. D. M. Verbeek. Een zeventigjarige, door 
M. VAN Geuns. M. portret. — Weekbl. v. Indië. 
12 (1915—16), 4. 

Pastoor H. C. Verbraak S.J. op Groot- 
Atjeh. Een aangename herinnering. M. por- 
tret. — Kath. Missiën. 38 (1912—13), 59. — 
Een tachtigjarige. Pastoor H. C. Verbraak, 
door M. V. G. M. portretten. — Weekbl. v. 
Indië. 11 (1914—15), 1212. — Pastoor Ver- 
braak. (Herdenking van diens 803n verjaar- 
dag). — De Java-Post. 1915, 213 (zie ook bl. 
246 en 260). — De 803 verjaardag van Pas- 
toor Verbraak, 24 Maart 1915. M. portret. 

— Ber. St. Claverbond. 1915, 197. 

De Weleerwaarde Pater Fr. Vermeulen 
S.J. In Memoriam, door G. Jonckbloet. M. 
portret. — Ber. St. Claverbond. 1911, 205. 



128 



LEVENSBESCHRIJVINGEN EN PERSONALIA. 



Overste Versteeg f, door C. M. Kan. — 
T. A. O. 1914, 1. 

De nieuwe resident van Kedoe, J. J. Ver- 
wijk. M. portret. — Weekbl. v. Indië. 8 
(1911—12), 1181. 



Mr. G. Vissering. 
Bijbl. N°. 40. 



Eigen Haard. 1912. 



H. C. A. G. de Vogel (afgetreden resident 
van Semarang), door M. v. G. M. portret. — 
Weekbl. v. Indië. 10 (1913—14), 1141. 



W. 



Jean Pierre Janette Walen f- M. por- 
tret. — Weekbl. v. Indië. 10 (1913—14), 151. 
— Zie ook: /. G. 1913, II, 938. 

In memoriam H. J. Waleson, door M. v. 
G. M. portret.— Weekbl. v. Indië. 8 (1911— 12), 
1178. 

Dr. Alfred Russel Wallage, by H. P. 
OsBORN. 31. portret. — Nature. A iveekly Jour- 
nal of Science. 89(1912). 

GusTAV Warneck, door J. Rauws. — M. 
N. Z. O. 1911, 43. — Dr. G. A. Warneck t, 
door H. M. VAN Nes. 31. portret. — Nederl. 
Zendingsjaarboekje. 1912, bl. 45. — Gus- 
TAV Warneck. Erinnerungen aus seinem 
Leben, von Joh. Warneck. 31. portret. — 
Allgem. Miss. Zeit schrift. 1911, 57. 

De nieuwe resident van Benkoelen (L. C. 
Westenenk), door J. Koning. M. portret. — 
Weekbl. v. Indië. 12 (1915—16), 629. 

Het veertig-jarig doctors-jubileum van 
Dr. C. H. A. Westhoff te Bandoeng, door 
W. J. GiEL. M. portret. — Weekbl. v. Indië. 8 



(1911—12), 604 — Dr. C. H. A. Westhoff 
(in leven geneesheer-directeur van het Konin- 
gin Wilhelmina gasthuis voor ooglijders te 
Bandoeng). 31. portret en ill. — Weekbl. v. 
Indië. 10 (1913—14), 169. — In Memoriam. 
Dr. C. H. A. Westhoff, door Dr. J. A. Wil- 
KENS. Met lijst der wetenschappelijken publi- 
caties van Dr. W^esthoff. — G. T. N. I. 53 
(1913), bl. XXXV, XLIV. 

Jhr. N. J. Westpalm van Hoorn van 
BuRQH, door M. v. G. M. portret. — Weekbl. 
V. Indië. 12 (1915—16), 346. 

A. W. E. Weijerman (oud-exploitatiechef 
der Oosterlijnen op Java),door M. van Geuns. 
31. portret. — Weekbl. v. Indië. 12 (1915— 
16), 56. — Het vertrek (naar Europa) van den 
heer A. W. E. Weijerman. 31. ill. — Ibid. 
bl. 106. — Zie ook: Ind. Tijdschr. v. Spoor - 
en Tramwegwezen. 3 (1915), 119. 

C. W. Weijs, gep. hoofdingenieur van den 
Indischen Waterstaatsdienst, door M. van 
Geuns. 31. portret en ill. — Weekbl. v. Indië. 
10 (1913—14), 674. 

Bij het aftreden (als redacteur van „Teys- 
mannia") van den Heer (H. J.) Wigman (Sr.), 
door W. G. BooRSMA. — Teijsmannia. 23 
(1912), bl. L 

N. Ph. WiLKEN. Eene bladzijde uit de ge- 
schiedenis van de Minahassa, door Jlivr. H. B. 
DE LA Bassecour Caan. M. portret en ill. — 
Ldchtstralen. 1911, N°. VL 

Jhr. Carel Herman Aart van der Wijck. 
oud -gouverneur -generaal van Ned. -Indië t_ 
door J. J. Staal. 31. portret. — Eigen Haard 
1914, 561. — Jlir. C. H. A. van der Wijck f' 
door E. A. A. van Heekeren. — 31. portret' 
I. G. 1914, II, 1057. 



SËxïËrjRi. 



KOLONIAAL STELSEL. 



129 



DEEDE AFDEELING 



BEHEER. 



HET BEHEER IN HET ALGEMEEN. — KOLONIAAL STELSEL. — 
DE INDISCHE BEWEGING. 



Het papieren régime in Ned. Indië. Met 
Naschrift van J. E. de Meyier. — I. O. 1911, 
I, 21, 24. 

ScHXXLTZ VAN Vlissingen (J. F. H.). Een 
nabetrachting op de Indische begrooting 
voor 1911. (Overzicht van een reeks artikelen 
in de Nieuwe Courant van 4en 5 Januaril911). 

— /. G. 1911, I, 251. 

Bakhuizen van den Brink (C. R.). 
Wat mag Indië van Nederland verwachten ? 
Voordracht. — Kol. Weekbl. 5, 12 en 19 
Januari 1911. — Zie ook: /. G. 1911, I, 361. 

Indië in de Tweede Kamer. Door E. (Over- 
zicht van den 369sten brief over „Nederland- 
sche Politiek" in de Locomotief van 21 Decem- 
ber 1910). — I. G. 1911, I, 375. 

Aanteekeningen op de Begrooting van 
Nederlandsch-Indië voor de dienstjaren 1912 
— 1914 en 1916. — Org. Moederland en 
Koloniën. 1911, N°. V; 1912, N°. III; 1913, 
N°. IV; 1915, N°. IL 

Deventer (Mr. C. Th. van). De beste kolo- 
niale politiek. (Overzicht van een reeks arti- 
kelen in Land en Volk van 27 en 30 Mei 1911). 

— /. G. 1911, II, 955. 

Vuuben (L. van). De Fransche koloniale 
politiek. (Naar aanleiding van het artikel van 
H. VAN Kol: „Een Fransch protectoraat" in 
de Ind. Gids van April 1911, met opmerkin- 
gen over de Neder landsche koloniale politiek). 

— T. B. B. 41 (1911), 37, 76, 172, 254. 

Het Ministerie Heemskerk en zijne ver- 
richtingen inzake onze Koloniën. — Indo- 
logenblad. 3 (1911—1912), 179. 

Bbkaab (J. J. ). Nederland en Engeland 
onder de tropen. — Tijdspiegel. 1911, II, 
bl. 1. — Beschouwingen naar aanleiding van 
bovenstaand artikel, door J. Habbema. — 
/. G. 1912, 1, 491, 494. — Zie ook: T. B. B. 41 
(1911), 19L 



Meyier (J. E. de). Een teer punt in onze 
Inboorlingen -politiek. — /. G. 1911, I, 769. 

— Inlandsche artsen, door Mahulete. Met 
naschrift van J. E. de Meyier. (Naar aan- 
leiding van bovenstaand artikel). — /. G. 
1912, l, 355, 356. 

Kielstra (Dr. E. B.). Koloniale politiek. 
(Naar aanleiduig van het werk van H. van 
KoL: „Nederlandsch-Indië in de Staten- 
Generaal van 1897 tot 1909. Eene bijdrage 
tot de geschiedenis der koloniale politiek in 
Nederland, 's Gravenhage 1911"). — Onze 
Eeuw. 1911, III, 366; IV, 17. 

TiDEMAN (J.). Het Inlandersvraagstuk in 
Nederlandsch-Indië van economisch stand- 
punt beschouwd. Voordracht. — /. G. 1911, 
n, 1301. 

NiJS (F. W. A. L. de). Overheerschers en 
overheerschten in Nederlandsch-Indië. — /. 
G. 1911, n, 1441. 

Engelenbebg (A. J. N.). De Lidische Be- 
grooting voor 1912. Voordracht met debat. 

— Org. Moederland en Koloniën. 1911, N°. VI. 

Clercq (A. le). Het bankroet der ethische 
poütiek. —Het Tijdschrift. I (1911— 1912), 19. 

DouwES Dekker (E. F. E.). Reaalpolitiek. 

— Het Tijdschrift. I (1911—1912), 69. 

HiVERNON (A). Averrechtsche staatkunde. 

— Het Tijdschrift. I (1911—1912), 193. 

DouwES Dekker (E. F. E.). Dogmenfabri- 
catie (voor de koloniale poütiek). — Het Tijd- 
schrift. I (1911—1912), 345. 

Kolonist. Kleine vagebondages op kolo- 
niaal-politiek gebied. — Ind. Kroniek. 1 
(1911—1912), 186, 198, 223, 236. 

Later (J. F. H. A.). Een koloniaal-politiek 
programma. — Ind. Kroniek. I (1911 — 1912), 

9 



130 



BEHEER. 



KOLONIAAL STELSEL. 



443, 527, 542. — De ethische koers, door D. 
M. G. KocH. Antwoord op bovenstaand arti- 
kel. — Ibid. I (1911-1912), 543. 

Britsch -Indische cijfers (in vergelijking 
met de daarmede overeenkomstige Nedcr- 
landsch-Indische). Door J. H. — /. G. 1912, 
I, 555. 

De rechtspersoonlijkheid van Nederlandsch- 
Indië (in de 2de Kamer). — /. G. 1912, 1, 651. 

Monopolie poütiek op de Buitenbezittingen. 
(Overzicht van een artikel in de Locomotief 
van 3 Februari 1912). — 7. G. 1912, I, 652. 

De rechtspersoonlijkheid van Nederlandsch- 
Indië in de Eerste Kamer. — I. G. 1912, II, 
1089. 

Koloniale vraagstukken. (Overzicht van 
een artikel in de Nieuwe Rotterd. Courant van 
17 Augustus 1912). — /. G. 1912, II, 1360. 

Vrijzinnige concentratie. (Circulaire van 
een Comité te Batavia om gelden te verzame- 
len ten einde bij de verkiezingen in 1913 de 
vrijzinnigen in Nederland te steunen, ont- 
leend aan de Nieuwe Courant van 8 Augustus 
1912). — /. G. 1912, II, 1365. 

Het rapport der Grondwets-Commissie en 
de Koloniën. — Kol. Weekblad., 6 Juni 1912. 

NiJPELS (G.). De Koloniale Begrooting 
voor 1913. — Kol. Weekbl. 19 en 26 Sept. en 3 
Oct 1912. 

Eenige kleine aanteekeningen op de In- 
dische Begrooting. — Kd. Weekbl. 3 Oot. 
1912. 

Baillaud (E. ). La HoUande et ses Colonies. 

— L'Expansion Coloniale. — Buil. de Vlnst. 
Cd. Marseillais. 6(1912),213. — Emille Bail- 
laud over onze koloniën, door C. Lulofs. 

— T. B. B. 44 (1913), 63. 

Andere begrootingsbeschouwingen (in de 
Ned. pers). — 7. G. 1912, II, 1527. 

NiJPELS (G.). Het Voorloopig Verslag over 
de Koloniale Begrooting (1913). — Kol. 
Weekbl. 24 Oct. 1912. 

Ltntum (Dr. C. te). De nieuwe koers der 
laatste veertig jaren in onze Koloniën. — De 
Handel. 6 (1912), 683. 



NiJPELS (G.). De Indische Begrooting voor 
1913. — Kd. Weekbl. 21 November 1912. 

Het Indisch beleid. (Naar aanleiding van 
de behandeUng der Indische Begrooting in 
de Tweede Kamer). — De Wereld. 29 Novem- 
ber 1912. 

Braam (J. S. van). Wat eerst: eene ver- 
tegenwoordigende Kamer in Indië of Indische 
zetels in het Nederlandsche Parlement. — 
Vragen des Tijds. 38 (1912), II, 51. — 
Critische bespreking van bovenstaand artikel. 

— De Wereld. 19 April 1912. — Antwoord 
van J. S. VAN Braam. — Ibid. 26 April 1912. 

— RepUek. — Ibid. 3 Mei 1912. 

De Balkan -oorlog en ons Indisch beleid. — 
De Wereld. 11 October 1912. 

De ethische bestuursrichting in het ge- 
drang. Door F. (Over de terugwijzing door 
Nederl. ambtenaren van vluchteUngen en 
emigranten uit het Portugeesch gedeelte van 
Timor). — Kol. Tijdschr. 1912, 213. — Zie 
ook:bl. 458. 

Aanteekeningen betreffende de begrooting 
van Neder landsch -Indië voor de dienstjaren 
1912—1914. — Kol. Tijdschr. 1912, 880, 1006, 
1256; 1913, I, 106, 240, 507, 642, 777; II, 
914, 1063, 1209, 1511, 1650; 1914, I, 128, 
267, 414, 557, 704, 849; II, 986, 1285, 1426. 

Kleintjes (Mr. Ph.). De wet houdende 
vaststeUing van de rechtspersoonlijkheid van 
Nederlandsch -Indië. — Kol. Tijdschr. 1912, 
1025. 

Nederbtjbgh (Mr. I. A.). Onze koloniale 
politiek in verband met de gebeurtenissen in 
het Oosten. (Overzicht van een artikel in de 
Nieuwe Courant van 19 November 1911). — 
7. G. 1912, I, 82. 

Kol (H. van). Imperialistisch gedoe. (Over- 
zicht van een artikel in „He/ Vdk" van 17 
Juni 1912). — 7. G. 1912, II, 1106. 

Koloniale vraagstukken. (Overzicht van 
een artikel in de Nieuwe Rotterd. Courant van 
17 Aug. 1912). — 7. G. 1912, II, 1360. 

Bos (Dr. D. ). Bescherming en koloniale 
poütiek. — Vragen des Tijds. 39 (1913), I, 
3& 



BEHEER. — KOLONIAAL STELSEL. 



131 



Leiding in de Koloniale Politiek. (Overzicht 
van een artikel in de Nieuwe Rotterd. Courant 
van 19 Nov. 1912). — I. O. 1913, I, 102. 

Achtergevelpolitiek. (Nabetrachting in de 
Nieuwe Rotterd. Courant van 21 Deo. 1912 
op de uitlating van Minister Heemskekk 
in de Tweede Kamer over de in Indië ge- 
voerde kersteningspolitiek). — /. G. 1913, 
I, 233. 

Rede van den heer Cremeb in de Eerste 
Kamer (bij de behandeling der Lidische Be- 
grooting voor 1913). — Ind. Merc. 1913, 115. 
— Zie ook: /. G. 1913, 1, 508. 

HiNLooPEN Labberton (D. van). Asso- 
ciatie van Oost- en West. Voordracht. — 
Trof. Nederland. I (1913), 119. 

Jongeneel (Mr. D. J.). De rechtspersoon- 
lijkheid van Neder landsch -Indië en Indische 
leeningen. — T. B. B. 44 (1913) 1, 93, 221; 45 
(1913) 6 

Nederland zonder Koloniën. Door J. H. 
(Ontleend aan Het Vaderland van 25 Maart 
1913). — /. G. 1913, I, 621. 

Neder land's staatkunde in zijne Aziati- 
sche Koloniën. (Beredeneerd overzicht van 
eene door S. Ritsema van Eck onder boven - 
staanden titel te Amsterdam in 1912 uitge- 
geven brochure). — /. G. 1913, I, 623. — 
Zie ook: Kol. Tijdschr. 1913, I, 733. 

Indië en de ministeriëele crisis. — De We- 
reld. 4, 11, 25 Juli en 1 Aug. 1913. — Zie ook: 
Kd. Tijdschr. 1913, II, 1022. 

Blink (Dr. H.). Een eeuw van koloniaal 
bewind. I. Staatkundige betrekking van 
Nederland met Indië. II. Intellectueele ont- 
wikkeling van Indië. III. Economische toe- 
standen in Indië voorheen en thans. IV. 
Nederlandsch-Indië als cultuur- en handels- 
land. — Vr. V. d. Dag. 1913, 513, 534, 552, 584. 

Utopische koloniale politiek. (Overzicht 
eener polemiek tusschen de Banier van 16 en 
23 Mei 1913 en het Soerab. Handelsblad van 
2 Juni 1913). — I. G. 1913, II, 1086. 

CoLiJN (H.). Die hoUandischen Koloniën 
nnd die WeltpoUtik. — Nord und Süd. 
37 (1913), 265. — Nederlandsche koloniale 
politiek. (Omwerking van bovenstaand ar- 



tikel). 
3L 



Stemmen des Tijds. 3 (1913—1914), 



Stembus en kolonie. (De Indische en Neder- 
landsche pers over den eventueelen invloed 
van den uitslag der verkiezingen op de kolo- 
niale staatkunde). — /. G. 1913, II, 1238. 

Cabaton (A.). Indes Néerlandaises et Ja- 
pon. — Rev. du Monde Mu^ulman. 23 (1913), 
127. 

Ketjen (W. ). Het Indisch Ontwerp van de 
begrooting voor 1914. — Kol. Tijdschr. 1913, 
II, 1555. — Begrooting voor het dienst- 
jaar 1914. — Ibid. 1913, II, 1289, 1432, 1588; 
1914, I, 43; II, 1353, 1614. — Begrooting 
voor het dienstjaar 1916. — Ibid. 1915, II, 
1478, 1640. 

Steens Zijnen (I. F. H. A.). De waarde 
van het bezit van Koloniën in den tegen- 
woordigen tijd. — Vr. v. d. Dag. 1913, 273. 

DouwEs Dekker (C. H.). Associatie -poli- 
tiek (tegenover de Inlanders in onze Oost- 
Indische bezittingen). — Kol. Tijdschr. 1913, 
I, 439. 

Tebtius. De koloniale paragraaf in de 
Troonrede. — Kol. Tijdschr. 1913, II, 1309. 

Sacrifices budgétaires coloniaux. Le projet 
de budget de 1914 pour les Indes Néerlan- 
daises. — Buil. dè la Société Beige d' Etudes 
Coloniales. 20 (1913), 756. 

Geuns (M. van). Liberale koloniale be- 
sturen en conservatieve wetten. — Weekbl. v. 
Indië. 10 (1913—1914), 48L 

Si-Anok Indische troonreden en circulai- 
res. — Amsterdammer. 5 October 1913. 

Tertius. Duurdere staatshuishouding. 
(Opmerkingen naar aanleiding van de In- 
dische Begrooting voor 1914). — Kol. Tijd- 
schr. 1913, II, 1455. 

Drion (F. J. W.). Minister Pleyte en de 
Indische Begrooting. — Onze Eeuw. 1913, 
IV, 466. 

DouwES Dekker (E. F. E.). De koloniale 
antithese als bron van gezag. I. Het stand- 
punt van den Minister e. a. — Amsterdammer. 
7 December 1913. 



132 



BEHEER. 



KOLONIAAL STELSEL 



Sandberg (Jhr. Dr. C. G.). Gouvernements- 
exploitatie van Nederlandsch-Indië. — /. G. 
1913, IL 1556. 

Tertius. Hooge politiek. (Over de behan- 
deling der Indische Begrooting voor 1914 in 
de 2de Kamer). — Kol. Tijdschr. 1913, II, 
1598. 

NoTO SoEROTO (Rn. Ms). Eendracht van 
Indië en Nederland. — Ind. Verg. Voor- 
drachten en Meded. N°. V. (2de Bundel, N°. 
1). 

Leclercq (J.). Le pouvoir effectif dans 
Ie Gouvernement colonial. — Buil. de la So- 
ciété Beige d'Etudes Coloniales. 1914, 139. 

Couwenberg (F. J. ). Hedendaagsch Indië. 
(Handelt over Nederland's koloniale politiek 
in Indië). Met nawoord. — Kol. Tijdschr. 
1914, 1, 289, 478, 657, 676. 

Doeff (H.). Japansche ontwikkelingspoli- 
tiek en Korea. (Vergelijking tusschen de 
Japansche en Neder landsche stelsels van ko- 
loniaal beheer). — Kol. Tijdschr. 1914, L 313. 

Berding (Fr.). Lidië's toekomst in Neder- 
lands Vaxlement. — De Indiër. 1(1913—1914), 
61. 

Wat het Oosten van het Westen noodig 
heeft. Door „Een Oosterling". — De Indiër. 
I (1913—1914), 205. 

Berding (Fr.). Oostersche en Wester- 
sche kultuurelementen. — De Indiër. I 
(1913—1914), 229. 

Grxhjter ( J. de). Eenheid en tegenstelling 
(in het bestuursbeleid voor Indië). — De In- 
diër. 1(1913-1914), II, 25. 

Ons belang bij Indië. (Overzicht van een 
artikel in de Telegraaf). — I. G. 1914, I, 610. 

Nederland's voogdij over Indië. (Overzicht 
van een artikel in de Nieuwe Rotterd. Courant). 
— 7. G. 1914, I, 748. 

KiERSCH (H. J. P. A.). Onze positie in In- 
dië. — Amsterdammer. 24 Mei 1914. 

Oudendijk (W. J.). Ongelijkheid. (Plei- 
dooi voor wijziging van het régime van onge- 
lijkheid ten opzichte der verschillende be- 



volkingsgroepen in Nederlandsch-Indië). — 
Kol. Tijdschr. 1914, I, 752. — Vrijheid, 
gelijkheid en broederschap. Antwoord door 
M. B. van der Jagt op bovenstaand artikel. 

— Ihid. 1914, II, 1587. 

Een Indisch Parlement. (Overzicht van een 
tweetal artikelen in de Locomotief). — 7. G. 
1914, II, 1005. 

Bos (Dr. D.). Mcdezeggingschap, een 
parlement in kiem. (Over de instellmg van 
een zelfstandig Indisch Parlement). — Vrij- 
zinnig-Democraat. I (1914), 325, 342. 

HuuT (Th. van). De onafhankelijkheid van 
onze Koloniën. — Amsterdammer, 30 Augus- 
tus 1914. 

Heekeben (E. A. A. van). De wereldoor- 
log en Nederlandsch-Indië. — 7. G. 1914, II, 
1185. 

Dijkstra (Mr. J. F. ). Hamer en Aanbeeld. 

I. Critiek op onze koloniale ethische poUtiek. 

— II. De Zending. — III. Saamhoorigheid. — 
7. G. 1914, II, 1233; 1915, I, 36, 781. 

Geuns (M. van). Een woordje over het In- 
disch ontwerp der nieuwe begrooting. (Over- 
zicht van een artikel in het Soerab. Handels- 
blad). — 7. G. 1914, II, 1442. 

Heekeren (E. A. A. van). De trouw van 
Oost-Indië. — 7. G. 1914, ÏI, 1469. 

Wibontani. Uit het land van den jonge- 
ren broeder. (Overzicht van een artikel in 
de Locomotief van 22 Augustus 1914 over de 
stemming van den inlander). — 7. G. 1914, 

II, 1570. 

WiROELOKiTO (Ki). De oorlog en de inlan- 
der. (Ontleend aan het Bat. Nieuwsblad). — 
7. G. 1914, II, 1572. 

Indische loyauteit. (Ontleend aan de Nieuwe 
Courant). — I. G. 1914, II, 1576. 

Het Indisch Ontwerp. (Ontleend aan de 
Locomotief van 29 Augustus 1914). — 7. G. 
1914, II, 1586. — Zie ook: 7. G. 1914, II, 
1247. 

Gunning (Dr. J. W.). Religie en Koloniale 
Politiek, bepaaldelijk met het oog op het In- 
landsch onderwijs. — M. N. Z. G. 1914, 305. 



BEHEER. — KOLONIAAL STELSEL. — DE IND. BEWEGING. 



133 



De staatsbedrijven als zedelijke lichamen 
geëxploiteerd. (Ontleend aan de Locomotief). 

— I. G. 1915, I, 414. 

Staatsexploitatie en particulier beheer. 
(Overzicht van een artikel in de Java-Bode 
van 29 December 1914). — I. G. 1915, 1, 415. 

Rentrant. Indische belangstelling voor 
begrootingswetgeving. (Overzicht van arti- 
kelen in het Batav. Nieuwsblad van 29 en 30 
December 1914). — I. G. 1915, 1, 421. 

BoBDEWiJK (Mr. Dr. H. W. C. ). Staats- en 
volkenrechtelijke positie van Koloniën. Voor- 
dracht met debat. — Org. Moederland en 
Koloniën. 15 (1915), N°. 1, blz. 7. 

VoLLENHOVEN (Prof. Mr. C. van). De er- 
varing opgedaan met groote Indische reorga- 
nisaties. Voordracht met debat. — V. Ind. 
Gen. 1914—1915, 69. 

Bebding (Fb. ). Koloniale politiek en oor- 
logsgevaar. — De Indiër. 2 (1914 — 1915), 25. 

DoEFP (H.). Een practisch idealist. (Be- 
schouwingen naar aanleiding der brochure 
van S. RiTSEMA van Eck: „Koloniale staat- 
kunde en bestuursvorm. Amsterdam 1915"). 

— Kol. Tijdschr. 1915, 1, 503. 

SuYS (J.)- De ethische politiek en hare 
bestrijding in Indië. — Van onzen Tijd, XV, 
317, 331. 

SmoN (G.). HoUandische Kolonialpolitik. 
(Naar aanleiding van het werk van J. C. van 
Eerde : „Koloniale Volkenkunde". Uitgave 
van het Koloniaal Instituut, Amsterdam). — 
Kol. Rundschau. 1915, 274. — Critische be- 
spreking van bovenstaand artikel, door H. 
DoEFF. — Kol. Tijdschr. 1915, II, 1085. 

SoEABA. De trouw der bevolking. (Over- 
zicht van een artikel in de Locomotief van 20 
Aprü 1915). — /. G. 1915, II, 994. 

Knobel (F. M.). Koloniaal bestuur in ver- 
band met buitenlandsche zaken. — Vr. v. d. 
Dag. 1915, 684. 

Wieoloektio (Ki). MUitie, volksvertegen- 
woordiging en leerplicht. (Ontleend aan het 
Bat. Nieuwsblad). — /. G. 1915, II, 1300. 

Stibbe (G.). Deelneming aan bestuur en 



wetgeving door de bevolking in koloniën. — 
Kol. Tijdschr. 1915, II, 1153, 1297. 

Jagt (M. B. VAN deb). Ethische koers en 
bestuiu-sambtenaar. — Kol. Tijdschr. 1915, 
II, 1911, 1328. 

Tebtius. De Troonrede en de Indische 
Begrooting voor 1916. — Kol. Tijdschr. 
1915, II, 1379. 

Deventeb (Mr. C. Th. van). Indië na den 
oorlog. — De Gids. 1915, IV, 385. 

Een paar grepen uit de Memorie van ant- 
woord inzake de Indische Begrooting 1916. — 
/. G. 1915, II, 1759. 

Ketwich Veeschueb (Mr. E. van). Ne- 
derlandsch imperialisme (in Indië). — Vr. des 
Tijds. 42 [1916), 1,223. 

Brink (Dr. J. ten). The system of Govern- 
ment and Legislation and the Administration 
of Justice. — Essays, publ. by the N. E. Ind. 
San Francisco Committee. No. II. 

Snouck Hubqeonje (Prof. Dr. C.). Van 
Deventeb's werk voor Indië. — De Gids. 
1915, IV, 422. 

GoDÉE Molsbebgen (Dr. E. C). -Onze 
koloniale poUtiek in Nederlandsch Oost- 
Indië. Voordracht. — De Handel. 9 (1915), 
161, 217, 316, 403. 



Cabaton (A.). La „Sarékat Islam". — 
Rev. du Monde Musulmun. 21 (1912), 348. 

Een Indische Partij. (Overzicht van de ar- 
tikelen in de Ind. pers over de propaganda- 
reis van E. F. E. Douwes Dekkeb, redac- 
teur van De Expres en van Het Tijdschrift). 

— /. G. 1912, II, 1644. 

Clebcq (A. le). Miskenning (van de Jong- 
Javaansche beweging). — Het Tijdschrift. I 
(1911-1912), 95. 

Agebbeek (J. R.). De Indische beweging. 

— Het Tijdschrift. 2 (1912), 423. 

Douwes Dekker (E. F. E.). Partij-pro- 
gram. — Het Tijdschrift. 2(1912), 561. 



134 



DE INDISCHE BEWEGING. 



De vereeniging Sarikat Dagang. (Overzicht 
van een artikel daarover in de Locomotief van 
25 Juü 1912). — /. G. 1912, n, 1366. 

Gbuuteb (J. de). De sociaal-democratie 
en Indië. — Het Tijdschrift. 3 (1912-13), 
215. 

DouwES Dekker (E. F. E. ). Nationalisme. 
(Over het doel der Indische Partij). — Het 
Tijdschrift. 3 (1912—1913), 217. 

De Inlanders tegenover de „Indische Par- 
tij". (Overzicht van een ingezonden stuk van 
Raden Mas NoTO Soeboto in de Nieuwe Cou- 
rant van 20 Januari 1913). — /. G. 1913, I, 
370. 

Bebdeng (Fb. ). De Indische beweging. 
Met naschrift van de Redactie. — De Wereld. 
27 Juni 1913, blz. 6. — Antwoord op het na- 
schrift, door Fb. Bebdeng. — Ibid. 11 Juli 
1913, blz. 13. 

De weigering van rechtspersoonlijkheid 
aan de Indische Partij. Door M. — Indologen- 
blad. 3 (1911—1912), 227. 

Gbuijteb (J. de). De Indische Partij. — 
/. G. 1913, I, 757. 

De beteekenis van den Sarikat Islam. 
(Ontleend aan de Nieuwe Rotterd. Courant van 
6 Mei 1913). — /. G. 1913, 1, 789. 

Vrees voor den Sarikat Islam. (Overzicht 
van artikelen in de Locomotief van 26, 29 
April en 10 Juni 1913). — /. G. 1913, II, 949. 

Het bestaansrecht van de „Indische partij". 
— Kc^. Weekblad. 17 Juli 1913. — Antwoord, 
door J. H. FBAN901S. — Ihid. 7 Augustus 
1913. 

De „Sarekat Islam", de jong-Javaansche 
beweging en de kersteningspolitiek van gouv. 
gen. Idenbubo. — Amsterdammer. 11 Mei 
1913. 

RuTTiNK (H. C. G.). Sarikat Islam. — Org. 
Ned. Z. V. 1913, 142, 157. 

Spat (C). Boedi Oetoma. (Overzicht van 
een te Soerakarta in de Javaansche taal 
uitgegeven boekje, waarin het streven dier 
vereeniging wordt uiteengezet). — /. G. 1913, 
II, 1016. 



Bakkeb (D.). Sarikat Islam en de Zen- 
ding. — Macedoniër. 17 (1913), 225. 

Naar aanleiding van de Indische Partij. 
(Overzicht der beschouwingen in de Nederl. 
pers over de lezingen van E. F. E. Dottwes 
DEKKEBhier te lande). — /. G. 1913, II, 1088. 

Tebtius. Kroniek. (Hierin o.a. over de 
weigering van rechtspersoonlijkheid aan de 
Inlandsche Vereeniging „Sarekat Islam"). — 
Kol. Tijdschr. 1913, II, 1019. 

Ethische weeën. (Over de Javaansche be- 
weging). Door M. D. C. — Weekbl. v. Indië. 
10 (1913—1914), 241. 

De Javaansche opleving. (Overzicht van 
artikelen in de Nieuwe Courant van 2 en 4 
Augustus 1913, naar aanleiding van het 
onderzoek van Dr. Renkes betreffende de 
Sarekat -Islam -beweging). — /. G. 1913, II, 
1242. 

Gbuijteb (J. de). De Indische beweging. 

— De Beweging. 1913, III, 282. 

Tebtius. Indische beweging en gezagsbe- 
leid. — Kol. Tijdschr. 1913, II, 1312. 

Een apocrief Staatsstuk uit Solo. 

(Over eene circulaire van den Soesoehoenan 
van Soerakarta aan de prijajis, waarin gelast 
werd, dat niemand meer als hd van de Sare- 
kat Islam mocht toetreden of anderen daar- 
toe trachten over te halen). — Kol. Tijdschr. 
1913, II, 1318. 

De Indische beweging. Door XX. — De 
Beweging. 1913, IV, 79. 

DouwES Dekkeb, c. s. over hun verban- 
ning. Door J. H. F. — Indologenblad. 5 
(1913—1914), 25. 

Sarekat Islam. Door M. — Indologenblad. 
5(1913— 1914), 84. 

Sarikat Islam en onrust in Nederlandsch- 
Indië. (Overzicht van berichten en beschou- 
wingen daarover in de Nedcrlandsche en de 
Indische pers). — /. G. 1913, II, 1521. 

Walbeehm (A. H. J. G.). De Oetoesan 
Hindia over de Sarekat Islam. — Kol. Tijd- 
schr. 1913, II, 1415. 



DE INDISCHE BEWEGING. 



136 



Tertius. Recht of rumoer? (Over de In- 
dische Partij en haar leider DouwES Dek- 
ker). — Kol. Tijdschr. 1913, II, 1458. 

De Indiërs-beweging. Door V. D. K. — 
Kol. Weekblad. 13 November 1913. 

Gerungan (S. S. J. Ratu- Langu). Serikat 
Islam. — Onze Koloniën. Serie I, N°. 4, 
1913. 

Tertius. De I. P. (in de 2de Kamer der 
Staten-Generaal). — Kol. Tijdschr. 1913, 
II, 1601. 

Berding (Fr.). Wat we wiUen (Over 
het doel der Indische Partij). — De Indiër. I. 
(1913—1914), 1. 

Waarom we óók iets met Indië te 



maken hebben. — De Indiër. I (1913 — 
1914), 2. 

DouwES Dekker (E. F. E.). Spreekt de 
waarheid en schiet goed. (Over de positie 
der Indiërs in de Indische Maatschappij ). — 
De Indiër. I (1913—1914), 6, 19, 54, 63. 

Berding (Fr.). De Regeering trekt te- 
rug. (Over de wijziging in de richting van 
het regeer in gsbe leid ten opzichte der Inland- 
sche bevolking en de Indo's). — De Indiër. 
I (1913—1914), 13. 

De Indische Partij en het Socialisme. — 

De Indiër. I (1913—1914), 25. 

SuRYANiNGRAT (S.). Een schets van de Ver- 
eeniging „Sarekat Islam '. — De Indiër. I 
(1913—1914), 26, 40. 

Tjipto Manqoenkoesoemo. De heer van 
Kol en de Indische Partij, — De Indiër. I 
(19ia— 1914), 37. 

Berding (Fr.). De Regeering steunt de 
S. I. — De Indiër. I (1913—1914), 66. 

MiNTOROGO. Indische Vereeniging en In- 
dische Beweging. — De Indiër. I (1913 — 1914), 

78, 87. 

We ts verguizing der Ned. Lid. Regee- 
rmg. (Over de aanhouding, door de Ned.- 
Ind. Regeering van de brochure van Dou- 
WES Dekker). —De Indiër. 1(1913—1914), 
97. 



JuNius Brutus. Een bedenkelijk Konink- 
lijk Besluit. (Over de weigering der rechtsper- 
soonlijkheid aan de Indische Partij). — De 
Indiër. 1(1913—1914), 98, 110. — JSTogeens: 
Een bedenkelijk Koninklijk Besluit. — Tbid. 
I (1913—1914), 219, 232, 277, 291. 

Berding (Fr.). Sociaal-Democratie of 
Imperiaüsme ? (Over de verhouding van de 
S. D. Kamerfractie en den heer van Kol 
in zake de Indische Partij. — De Indiër. 
1 (1913—1914), 134. — Nog eens: Van Kol 
en L P. — Ihid. I (1913—1914), 18L — De 
zaak van Kol. — Ihid. I ( 1913—1914), 241. — 
Zie ook: Ihid. I (1913—1914), 253. 

Javaansche intellectueelen en de onaf- 



hankelijksfeesten. — De Indiër. I (1913 — 1914), 
175. 

Nationalist. Pers -actie van Indische Na- 
tionalisten. — De Indiër. I (1913—1914), 
266. 

De Regeering versus de Sarekat Islam. 
Door * *. — De Indiër. I (1913—1914), 295. 

Aboe. Van de beweging. I. Het regeersys- 
teem bereidt de revolutie voor. — De Indiër. 
I (1913—1914), II, 113. — IL De geest der 
I. P. streeft naar geleidelijkheid. — Ihid. I 
(1913—1914), II, 125. 

Vereeniging van Sociaal-Democraten in 
Nederlandsch-Indië. (Verslag van de oprich- 
ringsvergadering). — De Indiër. I (1913 — 
1914), II, 115. 

Sociaal-Democraat. Sociaal-Democratie 
in Indië. — De Indiër. I (1913—1914), II, 
123. 

Strijd in de S(arikat) I(slam). Door S. — 
De Indiër. I (1913—1914), II, 133. 

Volbloed. De invloed van de I. P. op den 
Indiër van gemengd bloed. — De Indiër. I 
(1913—1914), II, 217. 

DwARSKijKER. Sarekat Islam. — De Ba- 
nier. 5 (1913), 75, 100. 

BiNNENLANDER. De Sarekat-Islambewe- 
ging op Java. — De Banier. 5 (1913), 250. 

Opmerker. Sarekat Islam. — De Banitr. 
5 (1913), 272, 298. 



136 



DE INDISCHE BEWEGING. 



Kaoem Koeno. De regenten en de Javaan - 
sche beweging. (Naar aanleiding van een ar- 
tikel daarover in de Locomotief van 4 en 6 
Januari 1913). — Kol. Tijdschr. 1913, I, 
575. 

AcHMAD (Raden). Het wezen van de Sare- 
kat Islam. — De Banier. 6 (1914), 103. 

Tjipto Mangoenkoesomo. De Indische 
beweging. — /. G. 1914, I, 11. 

Dr. Radjiman s oordeel over S. I. (Over- 
zicht van een artikel van „Javaan" in de 
Java-Bode). — /. G. 1914, 1, 65. 

NoTO SoEROTO (Rn. Ms). De Indische 
Partij en de „Open Brief aan de Landge- 
nooten" van Dr. Tjipto Mangoenkoesoemo. 
— Ind. Vereen. Voor dr. en Meded.. N°. III, 3. 

Een noodgedwongen verweer. (Overzicht 
van de uiteenzetting door VAN kol in „H^ 
VoW\ zijner houding tegenover de leiders der 
voormalige Indische Partij). — /. G. 1914, I, 
442. 

Tebtius. Weder de S. I. (Zienswijze van 
een correspondent uit Rembang omtrent 
de bedoeUngen van sommige fracties der 
Sarikat-Islam-vereeniging). — Kol. Tijdschr. 
1914, I, 371. 

Bredée (H. W.). Sarikat Islam. M. UI. — 
Morks" Magazijn. 1914, 81. 

FBAN901S ( J. N. ). De Indische beweging. — 
De Vrije Mensch. 10 (1914), 33. 

Geuns (M. van). De geheime eed bij Sari- 
kat Islam. (Ontleend aan de Telegraaf). — 
/. G. 1914, I, 586. — Verslag van een in- 
terview van Mr. C. Th. van Deventer, naar 
aanleiding van bovenstaand artilvel. (Ont- 
leend aan de Telegraaf). — I. G. 1914, I, 591. 

Kerremans (W.). De Sarikat Islam en de 
toekomst. — Vr. v. d. Dag. 1914, 367. 

De Inlandsche beweging en het recht. 
(Ontleend aan de Locomotief van 27 Maart 
1914). — ƒ. G. 1914, I. 1887. 

De Indische S. D. A. P. (Overzicht van een 
verslag der stichtingsvergadering der Ver- 
eeniging van sociaal-Democraten in Nederl.- 
Indië, ontleend aan „Het VoW). — /. G. 1914 
II, 985. 



De centrale S. I. opgericht en schakeerin- 
gen in de Sarekat Islam. (Ontleend aan de Lo- 
comotief van 25 April 1914). — /. G. 1914, II, 
1004. 

Indische sociaal-democratie. (Overzicht der 
beschouwingen in de Locomotief over de op- 
richting van eene Sociaal-Democratische Ver- 
eeniging te Soerabaja). — /. G. 1914, II, 
1148. 

Tertius. Het Socialisme officieel in Indië. 
(Naar aanleiding van de oprichting te Soe- 
rabaja van de Vereeniging van Sociaal Demo- 
craten in Nederl. Indië). — Kol. Tijdschr. 

1914, II, 932. 

Fromberg (Mr. P. H.). De Inlandsche be- 
weging op Java. —De Gids. 1914, IV, 23, 214. 

— Overzicht. — I. G. 1914, II, 1591. — Op- 
merkingen. — Kol. Tijdschr. 1914, II, 1508. 

Ltjbberink (W.). Moederlandsche voor- 
lichting. (Naar aanleiding van de propaganda 
in het moederland voor de ideeën van Dou- 
WES Dekker en de Indische Partij). — T. 
B. B., 47 (1914), 365, 538. 

Gesseler Verschuir (P. R. W. van). De 
nationale beweging in Britsch-Indië en eeni- 
ge lessen voor Nederl. -Indië. — Kol. Tijdschr. 

1915, I, 289. 

De Sarikat Islam op Sumatra. Door L. 
(Ontleend aan het Bataviaasch Nieuwsblad). — 
/. G. 1915, I, 681. 

MARros. De Indische beweging in haar hui- 
dige fase. (Ontleend aan de Nieuwe Amster- 
dammer). — I. G. 1915, 1, 830. 

Op verkeerde wegen. (Beschouwingen in 
de Ind. pers over het optreden van Dr. RiN- 
KES in eene propaganda-vergadering te Soera- 
baja voor de Turksche Roode Halve Maan). 

— /. G. 1915, II, 1291. 

Een pohtieke partij voor Indië. (Overzicht 
van een verslag in de Locomotief van eene te 
Semarang gehouden vergadering tot stich- 
ting van eeno partijsamen werking in Indië). 

— ƒ. ö. 1915, II, 1586. —Zie ook: Theosofisch 
Maandblad N. I. 14 (1915), 475. 

Boedi Oetomo. (De Preanger Bode over 
de behandeling der voorstellen van het hoofd- 
bestuur van genoemde vereeniging op de op 



OPPERBESTUUR. — REGEERING IN INDIÊ. 



137 



5—6 Augustus 1915 te Bandoeng gehouden 
Jaarvergadering). — I. G. 1915, II, 1631. 

DouwES Dekker (E. F. E.). Nationalisme 
en klassenstrijd in Neder landsch-Indië. (Over- 
zicht van een artikel in de „Neue Zeit" van 



Juli 1914). — Het Vrije Tf oord I ( 1915— 16), 
Nos. 2, 3 en 4. 

Het socialisme in Indië. Door A. B. — Het 
Vrije Woord. 1 (1915—16). Nos. 1 en 2. 



IL OPPERBESTUUR IN NEDERLAND EN HOOGE REGEERLNG LN LNDIË. 
COLLEGIËN EN DEPARTEMENTEN VAN ALGEMEEN BESTUUR. 



Gbuns (M. van). Nieuwelingen in hooge 
koloniale ambten. — Weekbl. v. Indië. 7 
(1910—11), 563. 

Een Luitenant-Gouverneur-Generaal ge- 
wenscht ? (Overzicht van beschouwingen in de 
Nederlandsche en Indische pers). — /. G. 

1912, II, 919. 

LuLOFS (C.). De aanstelling van een Luite- 
nant-Gouverneur-Generaal. (Naar aanleiding 
van een artikel van M. van Geuns in het 
Soerab. Handelsblad van 30 Maart 1912). — 
T. B. £.42(1912), 172. 

Aanblijven of aftreden? (Beschouwingen 
in de Indische pers over de vraag of Gouv. 
Gen. Idenbttrg zijn functie moet neerleggen 
in geval de vrijzinnigen in Juni 1913 bij de 
stembus de overwinning behalen). — T. B. B. 
44 (1913), 212. 

Male fecit. (De Nieutce Rotterd. Courant van 
31 Mei 1913 over het beleid van den Minister 
van Koloniën de Waal Malefijt). — I. G. 

1913, I, 952. 

Marchant (Mr. H. P.). Een gevaarlijk be- 
stuurder. (Overzicht van een ingezonden stuk 
in de Nieuwe Rotterd. Courant van 21 Juni 
1913 over het beleid van den Gouv. Gen. 
Idenburg, met antwoord daarop van Mr. 
J. C. Kielstra in hetzelfde blad van 25 Juni 
1913). - I. G. 1913, II, 1077. 

Tertius. Ministèren Gouverneiu'-Gencraal. 
(Over de verklaringen ter zake van Minister 
Pleyte in de 2de Kamer bij de behandeling 
der Indische Begrooting voor 1914). — Kol. 
Tijdschr. 1913, II, 1600. 

Beginsel-programma van den Gouverneur- 
Generaal VAN Heutsz. — Kol. Tijdschr. 1913, 
I, 439. 



Tertius. De aud'entierede van den Gouver- 
neur-Generaal op 31 Augustus. — Kol. Tijd- 
schr. 1913, II, 1314. 

JuNius Brutus. De exorbitante rechten 
(van den Gouv.-Gen.)en art. 111, R. R. v. N. 
I. getoetst aan de leer der Rechtssouvereini- 
teit. — De Indiër. I (1913—1914), 41. 

De exorbitante rechten (van den Gouv.- 

Gen.) een noodrecht? (Naar aanleiding van 
een rede van den Minister van Koloniën, den 
heer Pleyte, in de Tweede Kamer bij de 
behandeUng der Indische Begrooting 1914). 

— De Indiër. I (1913-1914), 73. 

Ambtsduur van den Gouverneur-Generaal 
van Nederlandsch-Indië. (Ontleend aan „De 
Standaard"). — /. G. 1914, 1, 221. 

Minister en Gouverneur-Generaal. (Over- 
zicht der beschouwingen in de Nederl. pers 
over de gewisselde telegrammen in zake hun- 
ner samenwerking). — /. G. 1914, 1, 263. 

Eenige rechtsche persstemmen over den 
Minister van Koloniën, Mr. Pleyte. — I. G. 
1914, L 267. 

De positie van Minister Pleyte. (Over- 
zicht van een artikel in „de Tijd" van 27 
Januari 1914). — /. G. 1914, I, 429. 

Tertius. „Mindere waardeer ing" van den 
Gouverneur-Generaal Idenburg. — Kol. 
Tijdschr. 1915, II, 1592. 

Minister Pleyte in de Tweede 



Kamer (bij de behandeling der Indische Be- 
grooting voor 1916). — Kol. Tijdschr. 1915, 
II, 1663. 



Went (Prof. F. A. F. C.). Het departement 
van Landbouw in Nederlandsch-Indië. — 
De Gids. 1911, 1, 164. 



138 



REGEERING IN INDIÊ. 



Hoe er aan de departementen gewerkt 
wordt. — De Wereld. 29 September 1911. 

Dekkek (Dr. J.). Het Departement van 
Landbouw in 1910. — Ind. Merc. 1912, 224. 

— Idem in 1912. — Ihid. 1914, 269. 

Lammenga (A. G.). De tegenwoordige or- 
ganisatie en werkkring van het Departement 
der B. O. W. in Nederlandsch-Indië. Voor- 
dracht met debat. — Org. Moederland en 
Koloniën. 12 (1912), N°. II. 

Een Koloniale Raad. (Over de passage 
daarover in de rede van den Gouverneur- 
Generaal op 31 Augustus 1912). — /. G. 1912, 
n, 1524. 

Rtjtgebs (Dr. A. A. L.). Het Landbouw 
Departement in Nederlandsch-Indië. (Ont- 
leend aan de „Stemmen des Tijds", 1912). — 
De Banier. 4 (1912), 446, 459. 

Etm vertegenwoordigend lichaam voor 
Indië. (Overzicht der beschouwingen in de 
Nederl. pers over de ingediende wetsontwer- 
pen tot instelling van een Kolonialen Raad). 

— I. O. 1913, II, 1092. 

MoRESCO (Dr. E. ). Een Koloniale Raad te 
's Gravenhage t — I. O. 1913, I, bl. 1. 

Bbeda de Haan (Dr. J. van). De organisa- 
tie van het Departement van Landbouw, Nij - 
verheid en Handel in Nederlandsch-Indië in 
1913. — /. O. 1914, 1, 656. 

Opheffing van het Departement van B. O. 
W. Door X. — Ind. Bouwk. Tijdschr. 17 
(1914), 53. 

RiTSEMA VAN EcK (S.). H. J. Lo VINK en het 
beleid van het Departement van Landbouw. 
(Ontleend aan de Java-Bode van 5 April 1914). 

— I. O. 1914, I, 877. — Zie ook: I. O. 1914, 
I, 880, 882, 1012, 1013. 

Teetius. De binnenkant van het geval 

RiTSEMA VAN ECK — LOVINK. — Kol. Tijd- 

schr. 1914, 1, 790. 

Esn bureau voor Inlandsche zaken. (Over- 
zicht van een artikel in de Java-Bode van 29 
April 1914). — /. O. 1914, II, 1011. 

Een Koloniale Raad in Nederland. (Ont- 



leend aan de Java-Bode van 13 Juni 1914). — 
/. G. 1914, II, 1275. 

LiEVEGOED (A. J.). Een uitkijk op het 
Indische schip van staat. (Voorstel tot op- 
richting van een bureau voor buiten landsche 
zaken in Indië). — /. G. 1915, I, 773. — Een 
bureaucratische idyUe. Bezwaren van Mr. 
Ph. Thomas in het Bat. Handelsblad van 17 
Juni 1915 tegen bovenstaand voorstel. — 
/. G. 1915, tl, 1457. — Antwoord, door A. 
J. LiEVEGOED. — /. G. 1915, I, 1442. 

Tertius. Het Voorloopig Verslag over den 
Kolonialen Raad. — Kol. Tijdschr. 1915, II, 
1224. 

LuLOFS (C). Een departement van de 
Buitenbezittingen. (Resumé van een artikel 
in de Java-Bode van 14 Januari 1915). — 
Kol. Tijdschr. 1915, I, 364. 

Wenckebach (H. J. E.). Het Departement 
van Gouvernementsbedrij ven in Neder- 
landsch-Indië. Voordracht. — Ingenieur. 
1915, 429. 

Geuns (M. van). De Indische bureaucratie 
in haar laatste aantrekkelijke evoluties. (Over- 
zicht van een artikel in het Soerab. Handels- 
blad van 3 April 1915 over de wenschelijk- 
heid van opheffing der Algemeene Secretarie 
ook in verband met hare houding tegenover de 
reorganisatievoorstellen van de post- en 
telegrafie). — /. G. 1915, I, 812. 

De ontwikkeling van het Landbouwdepar- 
tement gedurende de eerste 10 jaren van zijn 
bestaan. — T. N. L. N. I. 90 (1915), 163. 

Instelling van een Kolonialen Raad voor 
Nederlandsch Oost-Indië. (Wetsontwerp met 
Memorie van Toelichting). — I. G. 1915, II, 
959. — Bespreking van vorenstaand wets- 
ontwerp. — I. G. 1915, II, 988. 

Geuns (M. van). De eerste tien jaren van 
het Departement van Landbouw. (Overzicht 
van een artikel in het Sotrab. Handelsblad). — 
/. G. 1915, II, 992. 

Heekeren (E. A. A. van). Een Koloniale 
Raad voor Oost-Indië. — /. O. 1915, II, 
1073. 

Een Koloniale Raad voor Indië. (Persbo- 
schouwingen). — /. G. 1915, II, 1151. 



GEWESTELIJK EN PLAATSELIJK BESTUUR. 



139 



Geuns (M. van). De Koloniale Raad en een 
ministerieele buitensporigheid. (Overzicht 
van een artikel in het Soerab. Handelsblad). — 
/. O. 1915, II, 1458. 



Nedeebtjegh (Mr. C. B.). De Koloniale 
Raad. — Org. Moederland en Koloniën. 15 
(1915), N°. IIL 



IIL GEWESTELIJK EN PLAATSELIJK BESTUUR. 



o. Etjropeesch Bestuur. 

1. Organisatie. 

Reorganisatie van het Binnenlandsch Be- 
stuur. (Naar aanleiding van de in de Troon- 
rede daaromtrent gedane toezegging). — 
/. G. 1911, I, 356. — Zie ook: T. B. B. 40 
(1911), 173. 

BoEliE (R. ). De voorgenomen reorganisatie 
van het Binnenlandsch Bestuur in Neder - 
landsch-Indië. — /. G. 1911, I, 639. — Kolo- 
niaal conservatisme, door D. M. G. KocH. 
(Naar aanleiding van bovenstaand artikel. ) — 
Ivd. Kroniek. I (1911—1912), 185. — Nog 
eens: de voorgenomen bestuursreorganisatie 
in Neder landsch-Indië. Antwoord door R. 
Boele. — /. G. 1911, II, 1069. 

Later (J. F. H. A.). Het bestuur op de 
Buitenbezittingen. — Weekhl. v. Indië. 8 
(1911—12), 73. 

Meyier (J. e. de.). Voorbereiding eener 
reorganisatie van het bestuur in Ned. -Indië. 

— /. G. 1911, II, 1355. 

Engelenberg (A. J. N. ). De reorganisatie 
van het bestuurswezen in Nederl. Indië. 
(Overzicht eener lezing). — /. G. 1911, II, 
1518. 

Gennep (Mr. A van). De plannen tot 
desorganisatie van het bestuur in Ned. -Indië. 

— ƒ. G. 1911,11, 1585. 

Batavus. Indische Bureaucratie. — 7. G. 
1911,11,1608. 

KoCH (D. M. G.). Gemeentebedrijven. — 
Ind. Kroniek. I (1911—12), 33. 

Het dagelijksch bestuur der groote ge- 
meenten. (Naar aanleiding van een artikel 
in de Java-Bode van 23 en 24 Maart 1911, 
getiteld: ,3eorganisatie van het dagelyksch 



bestuur in de groote gemeenten"). — Ind. 
Kroniek, l (1911—1912), 79, 197. 

SuiJS ( J. ). Waarom moet de gemeente de 
monopohebedi'ijven in eigen beheer nemen? 
— Ind. Kroniek, l (1911—1912), 89, 125. 

Hen (Mr. I.). De decentralisatie -conferen- 
tie te Bandoeng. — Ind. Kroniek. I (1911— 
12), 233, 257. 

KocH (D. M. G. ). De reorganisatie van het 
Binnenlandsch Bestuur. — Ind. Kroniek. I 
(1911—1912), 349. 

Hen (Mr. I.). Gemeentepolitiek. — Het 
Tijdschrift I (1911—1912), 25. 

Djajaprawira (Raden). De bestuursreor- 
ganisatie. — Het Tijdschrift. I (1911—1912), 
189. 

SCHULTZ VAN VUSSINGEN (J. F. H.). De 

insteUing van een corps civiele gezaghebber» 
voor de Buitenbezittingen volgens de plannen 
tot reorganisatie van het bestuurswezen in 
Nederl. Indië. — Kd. Weekblad. 5 en 12 
October 1911. 

Ritsema van Eck (S.). De reorganisatie 
van het bestuur in Ned. Indië. (Overzicht 
van een artikel in het Soerab. Handelsblad van 
13 Mei 1912). — I. G. 1912, II, 1215. 

Heijst(J. van). Het wetsontwerp betreffen- 
de de bestumrsinrichting in Nederl. Indië. — 
Kol. Weelcbl. 14, 21 en 28 Dec. 1911. 

De Bestuursreorganisatie. (Ontwerp van 
wet met Memorie van Toelichting. — T. B. B. 
41 (1911), 318, 323. 

LuLOFS (C). De bestuursreorganisatie. — 
T. B. £.42(1912), 9. 

BeoordeeHng van de brochure: „De reor- 
ganisatie van het bestuur in Nederlandsch- 



140 



GEWESTELIJK EN PLAATSELIJK BESTUUR. 



Indië. Amsterdam 1912". Door K. 
42(1912), 238. 



T. B. B. 



BoisSEVAiN (W. F. L.). Reorganisatie van 
het Biimenlandsch Bestuur in Nederlandsch- 
Indië. — Org. Moederland en Koloniën. 
12 (1912), N°. IV, 100. 

Voorbereiding reorganisatie Bestuurswezen 
in Nederlandscli-Indië en lotsverbetering. 
Inlandsche ambtenaren op Java en Madoera. 
(Wetsontwerp met Memorie van toelichting 
enz.) — Eer. en Meded. Ver. v. Ambtenaren 
B. B.. N°. XIV; Nieuwe Serie, N°. IVen V. 

— Aan tee keningen en beschouwingen naar 
aanleiding van bovenstaand wetsontwerp. — 
Ibid. Nieuwe Serie, N°. II. — Zie ook: Kol. 
Weekbl. Ten 14Sept. 1911. 

Verschenen beschouwingen betreffende het 
Wetsontwerp tot reorganisatie van het Be- 
stuurswezen in Ned. -Indië. — Ber. en Meded. 
Ver. V. Ambtenaren B. B. N''. XV. 

MoRESCO (Dr. E.). De Gouvernementen in 
de Lidische Bestuursorganisatie. Voordracht. 

— Ber. en Meded. Ver. v. Ambtenaren B. B. 
N°. XVII. 

Mttnnick (de). De in verband met de voor- 
genomen reorganisatie van het bestuurswe- 
zen gedachte ge bieds ver ander ing van Nederl.- 
Indië. (Ontleend aan het Vaderland van 25 
October 1912). — /. G. 1912, II, 1654. 

Kern (R. A.). De bestuursreorganisatie. — 
Kol. Tijdschr. 1912, 129. 

Groot (C. de). Enkele opmerkingen naar 
aanleiding van het ingediende voorstel tot 
reorganisatie van het Binnenlandsch Be- 
stuur in Nederlandsch -Indië. Voordracht. — 
Kol. Tijdschr. 1912, 257. 

Engelenberg (A. J. N.). Eene schets - 
teekening en nog iets. (Kantteekeningen op de 
Nota-BoGAARDT naar aanleiding van het 
Wetsontwerp tot reorganisatie van het be- 
stuur in Ned. -Indië). — Kol. Tijdschr. 1912, 
673, 951, 1087. 

De instelling van Gouverneurs bij het Bin- 
nenlandsch Bestuur. Door B. (Naar aanlei- 
ding van het artikel van S. Ritsema van 
Eck: „De reorganisatie van het bestuur in 
Nedcrl. -Indië", in het Soerab. Handelsblad 
van 13 Mei 1912). — Kol. Tijdschr. 1912, 769. 



Iets over het gewestelijk secretariaat. 
Door „Een oud-secretaris". — Kol. Tijdschr. 
1912, 655. 

Caveant Consules! Door „een oud-civiel- 
gezaghebber". (Over de wenschelijkheid van 
müitair boven civiel bestuur in nieuw onder- 
worpen landen). — /. M. T. 1912, I, 298. — 
Antwoord door C. Lulofs op bovenstaand 
artikel — T. B. B. 42 (1912), 254. —Naar aan- 
leiding van een critiek, door G. van Ginkel. 
— /. M. T. 1912, II, 796. — Nogmaals civiel 
of miUtair bestuur, door C. Ltjlofs. — T. B. 
B. 43 (1912), 195. — DupUekvanG. van Gin- 
KEL, met naschrift van C. Lulofs. — T. B. B. 
43 (1912), 457, 458. 

Pessimist. Eenige late kantteekeningen bij 
de voorgenomen bestuursreorganisatie. — 
Ind. Kroniek. II (1912—1913), 649. 

Later (J. F. H. A.). De bestuursreorga- 
nisatie en de locale raden. — Ind. Kroniek. 
11(1912— 1913), 19. 

De Bestuursreorganisatie in de Tweede Ka- 
mer. (Overzicht van het oordeel van de Ned. 
pers.) — /. Q. 1913, I, 110. 

Decentraliana. (Overzicht van een artikel 
van Mr. H. in de Locomotief van 4 Maart 1913 
over het wezen van residents -keuren welke in 
de wetgeving der locale raden zijn overge- 
gaan). — 7. G. 1913, 1,647. 

Kern (P. K. W.). Over de verhouding van 
de locale raden tot de binnen hun ressort ge- 
legen Inlandsche gemeenten ten aanzien van 
hun regelingsbevoegdheid. — I. G. 1913, II, 



Dure voorbereiding der bestuursreorga- 
nisatie. (De Nieuwe Courant van 17 Mei 1913 
over de opdracht aan den heer S. de Graaff 
betreffende genoemde reorganisatie). — /. G. 
1913, II, 944. 

BoASSON (Mr. J. J.). De zelf besturende 
steden en provinciën in Nederlandsch -Indië. — 
Gemeentebelangen. 8 (1912—1913), 253, 265, 
277; 9 (1913—1914), 1, 16, 25. 

LuxoFS (C.). Scheiding tusschen Bestuur 
en rechtspraak. — T. B. B. 45 (1913), 77. 

Ketjen (W. J.). Decentralisatie-verslag 
1912—1913. — Kol. Tijdschr. 1914, 1, 345. — 



GEWESTELIJK EN PIAATSELIJK BESTUUR, 



141 



Idem 1913—1914. — Ibid. 1915, 1, 203. —Zie 
ook: Locale Bdangen. 2 (1914—1915), 377, 
431, 463. 

Nadeelen der decentralisatie. (Ontleend 
aan de Nieuwe Soerab. Courant). — /, G. 
1914, I, 599. 

BoissEVAiN (W. F. L.). Eene zwenking- 
(Ovcr de reorganisatie van het Binnenl. 
Bestuur in Nederlandsch-Indië). — Kol. 
Tijdschr. 1914, I, 472. — „Eene zwen- 
king" nader beschouwd. Antwoord op boven, 
staand artikel, door P. W. van den Broek. 

— Ibid. 1914, II, 1492. 

Wijzigingen in de administratieve indee- 
ling van eenige gewesten in Nederl. Oost- 
Indië. — T. A. G. 1914, 400; 1915, 93. 

Jagt (M. B. van der). De Bestuurs- de- 
centralisatie in Nederlandsch-Indië. Voor- 
dracht. — Kol. Tijdschr. 1914, I, 722; II, 
885. 

Barre (C. E.). De bestuursorganisatie, 
voorzoover zij betrekking heeft op Java en 
Madoera. — Kol. Tijdschr. 1914, 1, 760. 

Tertius. De bestuursreorganisatie. (Naar 
aanleiding van het rapport van den liegee- 
ringscommissaris S. de Graaff). — Kol. 
Tijdschr. 1914, II, 924. 

Heekeren (E. A. A. van). Verslag omtrent 
de verdere voorbereiding eener hervorming 
van het bestuurswezen in Nederlandsch- 
Indië. (Overzicht vanhetrapport-DE Graaff). 

— /. G. 1914, II, 1122. 

Samenwerking tusschen Europeesch en 
Iniandsch Bestuur. (Overzicht van een arti- 
kel in het Vaderlajid). — /. G. 1914, II, 1163. 

Beknopt gewestelijk overzicht der plaatse- 
lijke fondsen. Met bijlagen. — Meded. En- 
cyclop. Bureau. Afl. IV (1914). 

Walbeehm ( A. H. J. G. ). De voorgenomen 
hervorming van het bestuurswezen in N. I. 
(Overzicht van het rapport- DE Graaff). — 
Kol. Tijdschr. 1914, II, 1057. 

Schrieke (J. J.). Naklanken van het De- 
centralisatie-congres. — Locale Belangen. 2 
(1914—15), 1. 



SuiJS ( J. ). De regeering, hare ambtenaren 
en de lokale raden. — Lokale Belangen. 2 
(1914—15), 31. 

KiELSTRA (Mr. J. C). Hoofd van plaatse- 
lijk bestuur -raadsvoorzitter. — T. B. B. 
46(1914), 400. 

Deventer (Mr. C. Th. van). De ontwikke- 
ling van het bestuur in Nederlandsch-Indië. 
Voordracht. — V. Ind. Gen. 1914—1915, 1. 

De Tweede Kamer en het reorganisatie- 
plan de Graaff. — Kol. Tijdschr. 1914, II, 
1708. 

Westerveld (D. J. A.). De taak der Ge- 
meente in Nederlandsch-Indië. — Indologen- 
blad, 6 (1914—1915), 182. 

Advies omtrent de voorgenomen hervor- 
ming van het bestuurwezen in Nederlandsch- 
Indië. Met nasclu-ift. — Kol. Tijdschr. 1915, 
I, 3, 41. 

De Bestuursreorganisatie in de Eerste 
Kamer. (Uit de Handelingen der Staten-Ge- 
neraal). — Kol. Tijdschr. 1915, I, 272. 

Pol (C. van der). Indische bureaucratie. 

— Vr. V. d. Dag. 1915, 204. 

Later ( J. F. H. A. ). Locale Raden en het 
onderwijs. — Locale Belangen. 2 (1914 — 1915), 
83. 

Een stukje verordeningsrecht. Door J. E. S. 

— Locale Belangen. 2 (1914—1915), 111. 

De decentralisatie en het nieuwe Strafwet- 
boek. Door S. — Locale Bdangen. 2 (1914 — 
1915), 199, 227. 

Later ( J. P. H. A. ). Draagkracht en daad- 
kracht van de Locale Raden. — Locale Be- 
langen. 2 (1914^1915), 287. 

Zelfbestuur in de Bestuursreorganisatie -De 
Graaff. Door S. — Locale Bdangen. 2 (1914 
—1915), 319. 

Sdtjs (J.). Zelfkritiek (van leden van 
Locale Raden). — Locale Bdangen. 2 (1914 — 
1915), 403. — Zie ook : T. B. B. 48 (1915), 23L 

Van een raadsvoorzitter, van een secretaris 



14^ 



GEWESTELIJK EN PLAATSELIJK BESTUUR. 



en van een conflict. Door B. — Locale Belan- 
gen. 2 (1914—1915), 438. 

Ar+. 42a der Locale Raden Ordonnantie. 
Door J. R. —Locale Belangen. 2 (1914— 1915), 
466. 

Hejt (Mr. I.). Gezondheidscommissies en 
zelfbestuur. — Locale Bdangen. 2 (1914 — 
1915), 583. — Antwoord op bovenstaand 
artikel, door J. J. Scheiere. — Ihid. 3 
(1915—1916), 259. 

HiNLOOPEN Labbebton (D. van). Is de 
tijd gekomen voor toepassing van het 3de 
lid van art. 4 van het Decentralisatiebesluit 
voor zoover daarin staat bepaald, dat bij 
ordonnantie verkiezingen van niet-Euro- 
peesche leden van gemeenteraden worden 
ingevoerd waar, wanneer en in zoover zulks 
geschieden kan ? Zoo ja, moeten die verkie- 
zingen dan voor alle gemeenteraden worden 
ingevoerd, op welke grondslagen, in welken 
omvang ? Praeadvies uitgebracht op het 5de 
Decentrahsatie-Congres. — Locale Bdangen. 
2 (1914—1915), Meded. N°. 12, blz. 89. 

Stuubman (Mr. Dr. A). Beschouwingen 
(over de decentralisatie van het bestuur). — 
Locale Bdangen. 2 (1914—1915), 613. 

De Indische Regeering en de Decentrali- 
datie. Adres, dd. 5 December 1913, van de 
Vereeniging van Locale Belangen aan de 
Eerste Kamer der Staten -Generaal. — Locale 
Bdangen. 2 (1914—1915), Meded. N°. 13, blz. 
129. 

Vijfde Decentralisatie-Congres. (Overzicht 
van het verhandelde). — /. G. 1915, II, 1120. 
— Zie ook: Locale Bdangen. 3(1915 — 1916), 
Meded. N°. 16. 

Latee ( J. f. H. A. ). De taak van de Locale 
Raden ten opzichte van den burgerlijken 
Btaat der ingezetenen. — Locale Bdangen. 2, 
(1914—1915), 659. 

TiANG Djawi. De Inlandache leden van de 
gemeenteraden. — Weekbl. v. Indië. 12 
(1915—1916), 198. 

KiELSTBA (Mr. J. C.). Gewestelijke wet- 
geving. — T. B. B. 48 (1915), 228. 

Minister Pleyte en de reorganisatie van 
het Binnen landsch Bestuur. (Ontleend aan de I 



Memorie van Antwoord op het Voorloopig 
Verslag over de Indische Begrooting 1916). 
— Kol. Tijdschr. 1915, II, 1570. 

Ter voorbereiding van de bestuursreorgani- 
satie. (Overzicht van een artikel in de Java- 
Bode van 17 September 1915). — L G. 1915, 
II, 1778. 

Veies (S. de). Niet-Europeesche raads- 
leden en hun verkiezing. Een philippica. — 
Locale Bdangen. 3 (1915—16), 329. 



Heutsz (P. J. f. van). De hervorming in 
de Vorstenlanden. — T. B. B. 40 (1911), 247. 

Toestanden in de Vorstenlanden. (Ontleend 
aan het Theosophisch Maandblad voor Ned. - 
Indië, Maart-April 1912). — /. G. 1912, I, 
797. 

Linden (M. L. M. van deb). De reorgani- 
satie in de Vorstenlanden. — T. B. B. 42 
(1912), 138. 

De Vorstenlandsche reorganisatie. (Ont- 
leend aan de Locomotief van 26 Maart 1913). 

— ƒ. G. I, 1913, I, 785. 

Het getreuzel met de Vorstenlandsche 
reorganisatie. (Overzicht van een artikel in 
de Nieuwe Rotterd. Courant van 26 Juni 1913). 

— /. G. 1913, II, 1082. 

Ketjen (W. J.). Batavia in 1912. (Over- 
zicht van het „Verslag van den toestand der 
gemeente Batavia over 1912"). — KcH. 
Tijdschr. 1913, II, 1419. 

Kal (H. Ph.). Eenige opmerkingen over 
bestuur en zending op Java en Madura, in 
verband met de Sarikat-Islam-bewegiiig en 
den nood der tijden. — Kol. Tijdschr. 1915, 

I, 145. 

Baeee (C. e.). De Bureaucratie en de 
reconstructie van het Binnenlandsch Bestuur 
op Java en Madoera. — Kol. Tijdschr. 1915, 

II, 1628. 



HoNDiTJS VAN Heeweeden (P. A). De 
Bestuursreorganisatie in het Gouvernement 
Sumatra's Westkust. — Kd. Tijdschr. 
1912, 1077. 



EUROPEESCHE AMBTENAREN. 



143 



LuLOFS (C.)- De historische wording van 
de residentie Padangsche Bovenlanden. — 
T. B. B. 43 (1912), 448. 

De politieke toestand in Atjeh. (Verge- 



lijkend overzicht van den politieken toestand 
in de verschillende bestuursressorten van 
het gewest Atjeh en Onderhoorigheden op 
31 Mei 1908 en 31 Mei 1912). — T. B. B. 
43 (1912), 451. 

Een polemiek (in de Nieuwe Courant tus- 
schen den schrijver der Atjeh-kroniek in dat 
blad en den assistent -resident met verlof K. 
A. James over het optreden van de bestuurs- 
ambtenaren in Atjeh). — Kol. Tijdschr. 
1913, I, 311. 

Is het Bestuur ter Sumatra's Westkust 
reactionnair ? Door N. N. — T. B. B. 44 (1913), 
192. 

Voorgestelde bestuursreorganisatie van 
Atjeh en Onderhoorigheden. — T. A. G. 
1913, II, 788. 

Heekeeen (E. A. A. van). De toestand in At- 
jeh. (Naar aanleiding van de moordaanslagen 
op officieren en ambtenaren in den laatsten 
tijd). — /. O. 1914, I, 123. 

TERTius. Atjeh (en de pacificatie van dat 
gewest). — Kol. Tijdschr. 1914, I, 472. 

EiJBERGEN (G. J. van). Atjeh „up to date". 
(Over den politieken en bestuurstoestand in 
dit gewest). M. k. — T. B. B., 46 (1915), 1. 

De toestand in de Alaslanden. (Ontleend 
aan de DeH-CourarU). — I. O. 1915, I, 660. 

JousTRA (M. ). De toestand en de toekomst 
der Bataksche landen. M. ill. — Amsterdam- 
mer. 25 JuU 1915. 

Fruling (W.). Een nieuwe koers (in het 
gewest Sumatra's Westkust). — T. B. B. 
48 (1915), 157. 



LuLOFS (C. ). Toepassing en resultaten van 
nieuwere beginselen van pohtiek beleid in de 
residentie Timor en Onderhoorigheden. — 
T. B. B. 40 (1911), 281. 

Dirkzwager (Mr. N.). Het Nederlandsch- 



Indisch Gouvernement en zijne tekortkomin- 
gen tegenover de Minahassa. — /. G. 1912, 
II, 1215. — Zie ook: Banier. 1912, 537. 

Lau (H. L. La). Ons poütiek en militair 
optreden op Timor. — /. M. T. 1912, I, 325. 

Het ingiijpen der Regeering op Bali. (Ont- 
leend aan reisbrief N°. VIII van H. van Kol 
in de Locomotief van 13 December 1913). — 
/. G. 1913, I, 364. 

Bali en Lombok, een nieuwe bestuurs- 
indeeling. (Overzicht van een artikel in het 
Vaderland van 8 December 1913). — /. G. 
1914, I, 64. 

De toestanden in Ternate. (Ontleend aan de 
Java-Bode). — /. G. 1915, I, 530. 

Staargaard (C. f.). De ontwikkeling van 
het Minahassische volk onder ons bestuur. 
Voordracht. — Kol. Tijdschr. 1915, II, 865. 

Adriani (Dr. N.). Maatschappelijke, spe- 
ciaal economische verandering der bevolking 
van Midden-Celebes sedert de invoering van 
het Nederlandsch gezag aldaar. Voordracht. 
— T. A. G. 1915, 457. 

Bruijn Kops (C. F. de). Het bestuurs- 
wezen op Bali. Voordracht. (Ontleend aan de 
Nieuwe Rotterd. Courant). — T. B. B. 48 (1915), 
426. 

2. Personeel. — Opleiding en benoembaarheid 
van ambtenaren. 

Verdere studie van Ambtenaren bij het 
Binnenlandsch Bestuur. — Indologenblad. 
2 (1910—11), 43. 

NiEUWENHUis (G. M.). Indische ambte- 
naars-salarissen. — De Amsterdammer. 8 Janu- 
ari 1911. 

De Nederlandsch -Indische Bestuursaca- 
demie te 's Gravenhage. Door „Eene belang- 
stellende". — /. G. 1911, I, 616. 

Taylor Kraaij (H. F. N.). Vrije woning 
of huishuurindemniteit. — I. G. 1911, 1, 634. 

Haga (B. J.). Reorganisatie van onze op- 
leiding en van 't B. B. — Indologenhlad. 2 
(1910—1911), 200. 



144 



EUROPEESCHE AMBTENAREN. 



De opleiding der bestuursambtenaren. (De 
coirespondent van de Nieuwe Rotterd. Cou- 
rant in het nummer van 29 Mei 1912 over de 
ambtenaarsopleiding in verband met de voor- 
genomen opheffing (in 1913) van Afd. B. van 
het Gymnasium WiUem III). — /. G. 1912, 
II, 941. 

Onze opleiding. Door X. — Indologenblad. 
2 (1910-1911), 222. 

GRASHms (G. J.). Over het plan-KEUCHE- 
NIUS en zijn gevolgen. (Stichting eener nieuwe 
Rijksinstelüng voor a.s. O. I. ambtenaren). — 
/. G. 1912, II, 997. 

Indisch ambtenaarschap. Door „Een In- 
disch Ambtenaar". (Pleidooi voor trakte- 
mentsverbetering). — Amsterdammer. 29 
September 1912. 

Het Koloniaal Instituut te Amsterdam en 
de toekomstige opleiding der Ambtenaren 
van den Algemeenen Bestuursdienst in 
Nederl. -Indië. — Indologenblad. 3 (1911 — 
1912), 23. 

Candidaat -Indische ambtenaren. (Bespre- 
king in de Nieuwe Courant van 24 September 
1912 van het Verslag der Commissie tot voor- 
bereiding van de aanwijzing in 1912 van a.s. 
ambtenaren). — I. G. 1912, II, 1529. 

Heutsz (P. J. f. van). Vereeniging van 
bestuurders- en rechterscorpsen in Indië. 
(Critiek op de voordracht van Dr. E. Moees- 
co in het Ind. Genootschap en het artikel 
van G. F. de Bruijn Kops in de Indische Gids 
van Januari 1910 over dat onderwerp). — 
T. B. B. 40 (1911), 45. 

Oeconomist. Receptiegelden-tafelgelden, 
etc. — T. B. B. 40(1911), 92. 

De opleiding van bestuursambtenaren in 
Indië. (Rekesten ter zake, dd. 25 April 1911, 
van het Hoofdbestuur der Indische Univer- 
siteits-Vereeniging aan den Gouverneur- 
Generaal en aan de Tweede Kamer der Staten 
Generaal). — T. B. B. 40 (1911), 323. 

Frijlinq (W.). Opmerkingen naar aanlei- 
ding van de voordracht van C. A. van Affe- 
LEN VAN Saemsfoort in de Vereeniging van 
Ambtenaren B. B. in N. I. getiteld: „Het is 
in het belang der ontwikkeling van den Indi- 
schen Archipel, dat de Bestuurskorpsen van 



Java en Madoera en de Buit«nbezittingen 
vereenigd worden". — T. B. B. 40 (1911), 
114. 

Helsdingen (J. J. van). Verlichting van 
de taak der Europeesche en Inlandsche Amb- 
tenaren bij het Binnenlaridsch Bestuur door 
vermindering van schrijfwerk en door over- 
dracht van werkzaamheden aan andere Euro- 
peesche en Inlandsche Ambtenaren. Voor- 
dracht met debat. — Ber. en Meded. Ver. 
Ambtenaren B. B. N°. XII, 1, 37. 

Lemei (W. C. ). De bezoldiging van de tijde- 
lijk civiel-gezaghebbers fgd. Controleurs (Offi- 
cieren bij het leger voor memorie gevoerd). — 
T. B. B. 42 (1914), 103. 

De positie van den officier-civiel-gezag- 
hebber fgd. controleur. Door C. G. Z. — I.M. 
T. 1912, I, 71. 

KocH (D. M. G.). De rechtspositie van ge- 
meenteambtenaren. — Ind. Kroniek. I 
(1911—1912), 281. 

RoLL (Dr. H. F.). Het nut van onderwijs 
in de gerechtelijke geneeskunde in Ned.- 
Indië voor de a.s. bestuursambtenaren .Voor- 
dracht. — Indologenblad. 3 (1911—1912), 
229. 

Iets over het gewestelijk secretariaat. Door 
„een oud-Secretaris". — Kol. Tijdschr. 
1912, 655. 

Carpentier Altino (H.). Decentralisatie 
en de bestuursambtenaar. — T. B. 5.42(1912), 
74. — DecentraUsatie ? Antwoord op boven- 
staand artikel, door A H. J. G .Walbeehm. 
— Kol. Tijdschr. 1912, 325. 

Lemei (W. C). De bestuurs-reorganisatie 
voor zooveel betreft civiele gezaghebbers. — 
T. B. B. 42(1912), 100. 

Gonggrijp (G. F. E.). Wetenschappelijke 
vorming van bestuursambtenaren. — K<A. 
Tijdschr. 1912, 660. 

Opleiding van de hoogere Indische Be- 
stuursambtenaren. (Overzicht van het advies 
van de op 18 September 19 12 ingestelde Com- 
missie ter zake). — /. G. 1912, I, 376. 

Verslag van de Commissie, ingesteld met 
de opdracht om advies uit te brengen nopens 



EUROPEESCHE AMBTENAREN, 



145 



de vraag, aan welke eischen, wat betreft 
hunne wetenschappelijke voorbereiding, de 
bij de voorgenomen regeling van het bestuurs- 
wezen in Ned.-Indië bedoelde Europeesche 
ambtenaren, bestemd voor de uitoefening 
van de algemeene bestuursleiding zullen 
hebben te voldoen. {Bijv. Nederl. St.Ct. van 
22 Januari 1913, N°. 18). — Kol. Tijdschr. 
1913, I, 225, 353. 

Oud-Indische Ambtenaren en Indische 
Cultuurondernemingen. (Beschouwingen naar 
aanleiding van de critiek van Mr. Mabchant 
in de Tweede Kamer en in een Open Brief op 
het optreden van den oud-Gouverneur- 
Generaal van Heutsz als bestuurslid van 
eene djeloetoeng-onderneming op Borneo, 
en de verdediging van dien oud-Gouverneur- 
Generaal daartegen). — De Wereld. 14 Febru- 
ari 1913, bl. 1. 

Fboidevatjx (H.). Les fonctionnaires ad- 
ministratifs des Indes Néerlandaises. — 
UAsie Franfaise. Buil. mens. du Comité de 
VAsie FrariQaise. 13 (1913), 61. 

Opleiding van Indische Bestuursambte- 
naren. (Overzicht van een artikel in de Nieuwe 
Botterd. Courant van 6 Maart 1913). — /. G. 
1913, I, 528. 

Snouck Hubgronje (Prof. C). De Be- 
stuurswerkkring in Nederlandsch-Indië. — 
IndologenUad. 5 (1913—1914), 78. 

Vooropleiding op Gymnasium dan wel 
H. B. S. (van a.s. Europeesche ambtenaren). 
Missive van het Bestuur der Vereeniging van 
Directeuren van Hoogere Burgerscholen met 
5-jarigen cursus aan het Bestuur der Vereeni- 
ging van Ambtenaren B. B.). — Kol, Tijdschr. 
1913, 465. 

Jellesma (E. J.). De opleiding van de 
ambtenaren B. B. (Ontleend aan de Nieuwe 
Courant van 25 en 26 April 1913). — /. O. 
1913, I, 794. 

Valette (G. J. P. de la). De hoed van 
Gessier. (Over het prestige van den ambtenaar 
van vroeger en van nu). — Kol. Tijdschr. 
1913, 1, 714. 

Couperus c.s. (J. R.). Crediet -vereeniging 
van Indische Bestuurs-Ambtenaren. — Ber. 
en Meded. Ver. van Ambtenaren B. B. N. S. 
N°. 10. 



Rapport der Commissie, samengesteld op 
uitnoodiging van het Bestuur, van „Moeder- 
land en Koloniën", dd. 18 Maart 1913, ten 
einde haar oordeel uit te spreken over het 
Verslag der Staatscommissie in zake de op- 
leiding der Europeesche Ambtenaren voorden 
administratieven dienst in Nederlandsch- 
Indië. — Org. Moederland en Koloniën. 13 
(1913), N°. III. — Bespreking van dit rap- 
port. — Kol. Tijdschr. 1913, II, 889. 

Bestuursopleiding voor Indië. (Overzicht 
van een artikel in het Alg. Handelsblad van 
4 Juni 1913). — /. O. 1913, II, 953. 

Affelen van Saemsfoort (C. A.). Be- 
stuurstechniek, een nieuw leervak voor de 
opleiding tot bestuursambtenaar. — /. G. 
1913, II, 1004. 

Geadviseer over de Nederlandsch-Indi- 
sche Bestuursopleiding. Door D. J. D. — 
Kol. Tijdschr. 1913, II, 1010. 

Een stem uit het Corps. Het Bestuurscorps 
andermaal teleurgesteld. Door X. — Kol. 
Tijdschr. 1913, II, 1279. 

Tertius. De 7de aanschrijving over goede 
vormen. — Kol. Tijdschr. 1913, II, 1316. 

Kemp (P. H. van der). De opleiding der 
Europeesche ambtenaaren voor den admini- 
stratieven dienst in Nederlandsch-Indië. 
Voordracht gehouden te 's Gravenhage den 
27 Augustus 1913 in de Alg. Vergadering van 
de Vereeniging van Leeraren bij het Middel- 
baar Onderwijs. -- /. G. 1913, II, 1442. 

Walbeehm (A. H. J. G.). Het leven van 
den bestuursambtenaar in het binnenland. — 
Onze Koloniën. Serie I, N°. 4, 1913. 

Buitenlanders in Nederlandsch-Indischen 
Staatsdienst. — Neerlandia. 1913, 135. — 
Nog eens: Buitenlanders in Nederlandsch- 
Indischen Staatsdienst. — Ibid., 1913, 301. 

Drang tot positieverbetering bij de ambte- 
naren van het Binnenlandsch Bestuur. Met 
graphische voorstelling. — Kol. Tijdschr. 
1913, II, 1537. 

Tertius. Pro Domo. (Over de lotsver bete- 
ring der ambtenaren B. B. bij de behandeling 
der Indische Begrooting voor 1914 in de 2de 
Kamer). - Kol. Tijdschr. 1913, II, 1605. 

10 



146 



EUROPEESCHE AMBTENAREN. 



De Bestuurschool te Batavia. Door A. — 
Orang Peladang. I (1913—14), 212. 

Berding (Fb.). De „Bijlage" op Circu- 
laire 2014 (betreffende de houding van de 
Europeesche bestuursambtenaren tegenover 
de meest ontwikkelde Inlandsche ambte- 
naren). Meteenige bemerkingen. — De Indiër, 
I (1913—1914), 157, 217. 

Tjipto Mangoenkoesoemo. Eind goed al 
goed. (Over circulaire 2014). — De Indiër. I 
(1913—1914), 238. 

Verhooging van uitrustingskosten en ver- 
ruiming der voorschotbepalingen. (Ontleend 
aan de Javabode van 13 December 1913). — 
T. B. B. 45 (1913), 505. 

Protestbeweging van de Vereeniging van 
Ambtenaren bij het Binnenlandsch Bestuur. 
Door B. — Kol. Tijdschr. 1914, I, 69. 

Drang tot positieverbetering bij de ambte- 
naren van het Binnenlandsch Bestuur. Door 
B. — Kol. Tijdschr. 1914, I, 206. 

BoissEVAiN (W. F. L.). Een protest tegen 
de critiek op de ambtenaren B. B. door ambte- 
naren van andere takken van dienst). — 
Kol. Tijdschr. 1914, I, 70. 

De positie van den cand. Ind. Ambtenaar. 
— Indologenhlad. 6 (1914—1915), 96. 

BoissEVAiN (W. F. L.). Weduwen en Wee- 
zen van in dienst omgekomen Ambtenaren 
van het Binnenlandsch Bestuur in Neder- 
landsch-Indië. — Kol. Tijdschr. 1914, I, 186. 

De ambtenaren B. B. aaneengesloten. Door 
A. S. — Indologenhlad. 6 (1914—1915), 151. 

Nog eens de zevende Hormat-circulaire. 
Door „Een Buitenstaander". — Kol. Tijdschr. 
1914, I, 191. 

DoEFF (H.). Ongelooflijk. (Over de uiteen- 
zetting van de hormat-circulaire door Dr. 
RiNKES in vergader hl gen van plaatselijke 
Sarekat-Islam-vereenigingen). — Kol. Tijd- 
schr. 1914, I, 199. — Zie ook: I. O. 1914, 
I, 430. 

Heust (J. G. van). Het voorgestelde sys- 
teem van opleiding der bestuursambtenaren 
iu Nederlandsch-Indië. — Indologenhlad 5 



(1913—1914), 95, 117. — Opmerkingen naar 
aanleiding van bovenstaand artikel. — Kol. 
Tijdschr. 1914, I, 358. 

Jaqt (M. B. van deb). De werkzaamheden 
van den Bestuursambtenaar. — Indologen- 
hlad. 6 (1914—1915), 158. 

De zevende hormat-circulaire en de uit- 
leggingen van Dr. Rinkes. (Opmerkingen 
naar aanleiding van de daarover handelende 
Indische causerie" door Z. de B. in AeAvond- 
post). — Kol. Tijdschr. 1914, 365. 

Tebtius. Geef acht B. B. ! (Over den achter- 
uitgang der positie van het B. B. in de In- 
dische maatschappij en de oorzaken daarvan). 
— Kol. Tijdschr. 1914, I, 376. 



Positieverbetering in 
Tijdschr. 1914, I, 496. 



't zicht. — Kol. 



DoEFF (H.). Een Nieuw-Zeelander over 
het B. B. (J. Macmillan Bbown in zijn werk 
„The Dutch East"). — Kol. Tijdschr. 1914, 
II, 907. 

Tebtius. Driejarige diensttijd voor de 
hoogere pensioenen. — Kol. Tijdschr. 1914, 

I, 507. 

LuLOFS (C). Tuffende Indische aspi- 
rant-ambtenaren (Naar aanleiding van het 
verzoek van eenige aspirant-ambtenaren aan 
den Minister van Koloniën om vergoeding 
der onkosten voor het volgen van een cursus 
in het chauffeeren). — T. B. B. 46 (1915), 48. 

Habbema (J.). Indologie, hoofdzaak voor 
Indische bestuursambtenaren. — /. O. 1914, 

II, 1063. 

Geuns (M. van). Het Toebansche conflict 
en de rechtstoestand der koloniale ambtena- 
ren. (Ontleend aan het Soerah. Handelsblad 
van 30 Mei 1914). — /. Q. 1914. II, 1152. 

Tideman (J.). Het corps Civiele Gezag- 
hebbers in de Bestuursreorganisatie een zaak 
van ondergeschikten aard ? — Kol. Tijdschr. 
1914, II, 1202. — Naar aanleiding van de 
Bestuursreorganisatie. Antwoord op boven- 
staand artikel, door S. DE Gbaaff. — Ibid' 
1914, II, 1338. — Repliek van J. Tideman- 
— Ihid. 1915, I, 199. 

Kielstba (Mr. J. C). Het ambtenaren -te- 



EUROPEESCHE AMBTENAREN. — INLANDSCH BESTUUR. 



147 



kort. (Naar aanleiding van een artikel van 
Indicus in de Locomotief van 11 Mei 1914). — 
T. B. B. 46 (1914), 437. 

De Bestuursschool. (Overzicht van een ar- 
tikel in de Jam-Bode). — /. G. 1914, II, 1587. 

Santwijk (H. van). Het corps ambtenaren 
B.B. en de tegenwoordige tijdsomstandighe- 
dep. — Kd. Tijdschr. 1914, II, 1500. 

FoKBLENS (F.). Betere opleiding van Indi- 
sche bestuursambtenaren. — Kol. Tijdschr. 
1914, II 1605. 

DOEFF (H.). Groot tenue (voor ambtenaren 
B.B.). (Naar aanleiding van het voornemen 
der Regeer ing tot afschaffing daarvan). — 
Kol. Tijdschr. 1915, I, 365. — Nog eens: 
Groot tenue. — Ibid. 1915, 502. 

De Bestuursschool en de Civiele Gezag- 
hebbers. (Naar aanleiding eener Bataviasche 
Causerie in het Soerab. Handelsblad van 5 Fe- 
bruari 1915). — Kol. Tijdschr. 1915, 1, 507. 

ZiECK (W. J. R. ). Eene leemte in de oplei- 
ding van Ned. -Indische Bestuursambtenaren. 
Voordracht. — Kol. Tijdschr., 1915, I, 721. 

KLalff (S.). Indische Ambtenaarsherinne- 
ringen. — Kd. Tijdschr. 1915, I, 746; II, 
1461, 1614. 

De veel besproken (hormat) circulaire n°. 
2014. (Ontleend aan het Bat. Handelsblad). — 
/. G. 1915, II, 997. 

Het deel der praktijk in de opleiding der 
Ambtenaren B. B. (Uitvoerig overzicht van 
eenige beschouwingen van den controleur V. 
E. KoRN over de opleiding der ambtenaren 
B. B.). — Kol. Tijdschr. 1915, II, 1071. 

Meijer Ranneft (J. W.). De controleurs- 
taak op Java en de Buitenbezittingen. — 
T. B. B. 48 (1915), 335. 

Tertius. De studietoelagen (voor a. s. Ind. 
ambtenaren). — Kol. Tijdschr. 1915, II, 1525. 

Heekeren (E. A. A. van). Lotsver betering 
der ambtenaren bij het Binnenlandsch Be- 
stuur. (Kantteekening bij eene kennisgeving 
van het bestuur der Vereeniging van ambte- 
naren van het B. B. aan de leden dier Veree- 
niging, betreffende zijne pogingen tot lots- 
verbetering). — /. G. 1915, II, 1579. 



Pensioen-zekerheid. (Het Bat. Nieuwsblad 
over de in Nederland gevoerde actie om tot 
wettelijk geregelde pensioenzekerheid voor 
Indische ambtenaren en officieren te komen). 

— I. G. 1915, II, 1620. 

Een komend gevaar voor Lidië. (Over het 
stijgend tekort aan ambtenaren). (Ontleend 
aan het Soerab. Handdsblad van 13 September 
1915). — Ind. Bouwk. Tijdschr. 18 (1915), 
350. 

LuLOFS (C). Het ingrijpen van bestuurs- 
ambtenaren in handelsaangelegenheden. — 
T. B. B. 49 (1915), 391. 

b. Inlandsch Bestuur. — Inlandsche 

ambtenaren. 

Een dessahoofd ver kiezing. (Brieven uit 
Indie. N°. VI). — Indologenblad. 2 (1910— 
1911), 155. 

Hasselman (C. J.). De tooverformule der 
desa-autonomie. — Onze Eeuw. 1911, I, 259. 

— Aanteekeningen en opmerkingen (naar 
aanleiding van bovenstaand artikel), door 
Mr. C. Th. VAN Deventer. — De Gids. 1911, 
I, 572. 

Het Javaanschejdessahoofd. (Ontleend aan 
eene verhandeling van J. D. de Vries over de 
„Pohtie in de Binnenlanden van Java en Ma- 
doera" in N°. 13 van de „Berichten ^n Mede- 
dedingen der leden van de Vereeniging van 
Ambtenaren bij het B. jB."). — /. G. 1911, II, 
1629. 

De installatie van een Regent. Door S. M. 
M. ill. — Indologenblad. 3 (1911—12), 57. 

Helsdingen (J. J. van). De inrichting van 
het Inlandsch bestuur, de opleiding en positie 
der Inlandsche bestuursambtenaren op Java 
en Madoera, in verband met het aanhangige 
plan tot reorganisatie van het bestuurswezen 
in Nederlandsch-Indië. — Kol. Tijdschr. 
1912, 182, 285. — Inlandsche bestuursamb- 
tenaren, door J. Habbema. (Naar aanleiding 
van bovenstaand artikel). — /. G. 1912, II, 
874. 

Walbeehm (A. H. J. G.). De ethische 
richting tegenover de Inlandsche ambte- 
naarswereld. Met naschrift. — /. G. 1912, I, 
311, 333. — Opmerkingen van Soeaba inde 
Locomotief van 28 en 29 Juni 1912. — /. G. 
1912, II, 1221. 



148 



mLANDSCHE AMBTENAREN. 



Iets nieuws op het gebied van het onderwijs 
aan toekomstige Inlandsche ambtenaren. 
(Naar aanleiding van het werk van Mr. A. 
Netjtzell de Wilde: „Een en ander om- 
trent den Welvaartstoestand der Inlandsche 
bevolking. Weltevreden 1911"). — Tijdspie- 
gel. 1912, III, 347. 

Hadinxngbat (Pangeran Arjê,). Een 
staatsbelang. (Over de wenschelijkheid van 
oprichting van een afzonderlijk corps In- 
landsche belastingambtenaren). — Kol. Tijd- 
echr. 1912, 535. 

„Mangoenhardjo". Vereeniging van In- 
landsche Ambtenaren te Semarang. Door B. 
— Kol. Tijdschr. 1912, 809. 

Later (J. F. H. A.). Van bovenaf? (Over- 
zicht van een artikel in de Locomotief van 1 
Juli 1912 over den weinig democratischen 
geest van het Inlandsch bestuursstelsel). — 
/. G. 1912, II, 1355. 

Het leerplan van de opleidingsscholen voor 
Inlandsche ambtenaren. — /. G. 1912, II, 
1503. 

Verhoeven ( J. ). Kan een regent Christen 
worden ? — Macedoniër. 1912, 175. 

NiTiPBADJA (Raden). Erfelijkheid der re- 
genten op Java. — Het Tijdschrift. 1(1911 — 
1912), 230. 

Heutsz (P. J. F. van). De Regenten veree- 
niging. (Over deze in Maart 1911 te Sema- 
rang opgerichte vereeniging). — T. B. B. 40 
(1911), 147. 

Aantee keringen betreffende de bestuurs- 
inrichting in de onderaf deeling Tebö (Djambi) 
en de daarmede samenhangende volksinstel- 
lingen en gebruiken. (Overgenomen uit het 
algemeene gedeelte eener nota nopens bo- 
venstaande onderwerpen, opgesteld in 1904 
door den Controleur W. C. van der Meu- 
LEN). — T. B. B. 41 (1911), 1. 

ScHULTZ (C). De positie der mindere In- 
landsche hoofden in de Buitenbezittingen. — 
Ber. en Meded. van de Ver. van Ambtenaren 
B. B. N°. X, 27. 

Frijlino (W.). Van een voormalig zeeroo- 
versvolk. (Over de bezoldiging der kampong- 
hoofden van de z.g. orang laoet of orang .se- 



kah in de residentie Banka en Onderhoorighe- 
den). — T. B. B. 43 (1912), 281. 

Abendanon (iMr. J. H.). Rapport sur les 
dispositions a prendre pour obtenir la colla- 
boration des chefs indigènes a l'adminLstra- 
tion et au gouvernement des colonies. — 
Institut Colonial Int. Compte-rendu sesaion 
6—8 Mai 1913, bl. 413, 512. 

Kaoem Koeno. De regenten en de Ja- 
vaansche beweging. (Naar aanleiding van 
een artikel over dit onderwerp in de Loco- 
motief van 4 en 6 Januari 1913). — Kol. 
Tijdschr. 1913, I, 575. 

Westenenk (L. C). -De Inlandsche be- 
stuurshoofden ter Sumatra's Westkust. Met 
aanhangsel. — Kol. Tijdschr. 1913, I, 673; 
II, 828, 845. 

BoLL (V. G. A.). De nieuwe bestuursrege- 
ling op Moena (Celebes). — Kd. Tijdschr. 

1913, II, 976. 

Billijkheid tegenover Inlandsche ambtena- 
ren. (Over de toekenning van vaste toelagen 
voor reiskosten aan die cathegorie van ambte- 
naren). — Kd. Tijdschr. 1913, II, 865. 

Ltjlofs (C. ). Het kampongwezen ter West- 
kust van Sumatra. — T. B. B. 44(1913), 298. 

Het Inlandsch bestuur en de negeri-kas- 

sen in de Zuider- en Oosterafdeeling van 
Bomeo. Met bijlagen. — T. B. B. 44 (1913) 
305. 

Frijlino (W.). Opleiding van Inlandsche 
Bestuursambtenaren in de Buitenbezittin- 
gen. — T. B. B. 44 (1913), 431. 

Neys (A. H.). De hoofden der Gouverne- 
mentsdessa's op Java en Madoera. Voor- 
dracht. — Kol. Tijdschr. 1913, II, 1385, 1560. 

Neytzell de Wilde (Mr. A.). De oplei- 
dingsscholen voor Inlandsche ambtenaren 
en Inlandsche Rechtskundigen op Java. Voor- 
dracht met debat. — F. Ind. Gen. 1913— 

1914, 69. 

Ardjoena. Het verloren gezag der eigen 
hoofden. (Naar aanleiding van een artikel van 
Gonggrijp in de Locomotief). — De Indiër. I 
(1913—1914), 65. 79. 



INLANDSCHE AMBTENAREN. 



149 



Tjipto Mangoenkoesoemo. Handhaving 
artikel 69 Re geerings -Reglement. (Over het 
erfopvolgings-stelsel bij regenten-benoemin- 
gen). — De Indiër. I (1913—1914), 102. 

De Regenten op Java. Door „Een Ooster- 
ling". — De Indiër. I (1913—1914), 170. 

NoTO SoEROTO. Over het nut van reizen 
van Javaansche grooten. M. ill. — Pintoe 
Perniagadn. N°. 60 (1914), 135. 

Regentenbenoemingen en het erfelijkheids 
beginsel. (Ontleend aan het Soerab. Handels- 
blad). — I. O. 1914, 1, 256. — Zie ook: Kd. 
Tijdschr. 1914, I, 217. 

Heekeben (E. A. A. van). Artikel 69 R. R. 

en circulaire van 29 November 1913, N°. 2744. 

"(Over de toepassing van het erfelijkheidsbe- 

ginsel bij de benoeming van regenten). — 

I. G. 1914, 1, 353. 

Hoe men thans in de desa kiest. (Ontleend 
aan de Java-Bode van 8 October 1913). — 
T. B. B. 45 (1913), 406. 

Barbe (C. E.). De inlandsche gemeente in 
Burma en die in West -Java. — Kol. Tijd- 
schr. 1914, II, 1033. 

Onze Inlandsche ambtenaren. (Ontleend 
aan de Locomotief). — I. G. 1914, II, 1445. 

De Regentenbond. (Ontleend aan de Loco- 
motief). — /. G. 1915, I, 214. 

WoNO Djowo. Regentsbenoemingen. — 
WeelcU. V. Indië. 11 (1915), 1121. 

De opleiding der toekomstige toengkoes. 



(Ontleend aan de )SMrw<rfro-Po«<). — I. G. 1915, 
I, 707. 

WiBONTANi. Democratiseer ing van de Prija- 
ji-stani (Overzicht van een artikel in de 
Locomotief). — I. G. 1915, I, 708. 

Het voortgezet Inlandsch onderwijs en de 
organisatie der opleiding van inlandsche be- 
stuursambtenaren. Door B. H. (Overzicht 
van een artikel in de Locomotief). — I. G. 1915, 
I, 815. 

Stap (H. W. ). Vallen de pangkoeloe's soekoe 
en andere adat -hoofden in het Gouvernement 
Sumatra's Westkust onder artikel 392 van 
het Inlandsch Strafwetboek? — Kol. Tijd- 
schr. 1915, II, 1352. 

KöHLEB (H. J. ). Enkele opmerkingen in 
verband met de reorganisatie van het In- 
landsch Bestuur in de Bataklanden. — T. B. 
B. 48 (1915), 218. 

Fbijling ( W. ). Een belangrijke adataange- 
legenheid. (Aantee keningen met betrekking 
tot de klacht van den demang te Menggala, 
dat bij adatf eesten hem niet de plaats gege- 
ven wordt, waarop hij uit kracht van zijne 
ambtelijke positie vermeent aanspraak te 
mogen maken). — T. B. B. 48 (1915), 500, 502. 

BoEB (D. W. N. de). Haradjaon-beschou- 
wingen (met het oog op de a.s. reorganisatie 
van het Inlandsch bestuur in de Batak- 
landen). — T. B. B. 49 (1916), 1. 

Handhaving van Inlandsche reorganisaties. 
(Overzicht van een artikel in de N. Rotterd. 
Courant). — /. G. 1915, II, 1783. 



IV. BETREKKINGEN IVIET VREEIVIDE MOGENDHEDEN. 
INTERNATIONALE VRAAGSTUKKEN. 



Le confht Sino-hoUandais. — La Revue 
Jaune, 1911, 236. 

Indië en eene Europeesche oorlog. Door 
„Een officier". — Het Tijdschrift. I (1911— 
1912), 54. — 7. G. 1912, 1, 659. 

Het eiland Palmas. (Beschouwingen in het 
Vaderland van 28 April 1911 over het bezit- 
recht op dat eiland). — I. G. 1911, I, 808. 



Een ooggetuige over Portugeesch Timor. 
(Overzicht van een reeks artikelen van den 
hoofdredacteur van de Java-Bode H. Doeff 
in dat blad). — I. G. 1912, II, 944. 

Grensregeling in Noord-Borneo. (Mededee- 
lingen daarover, ontleend aan de Indische en 
Nederlandsche pers). — /. G. 1912, II, 932. 

Lau (H. L. La). Toestanden in Portu- 



150 



BETREKKINGEN MET VREEMDE MOGENDHEDEN. 



geesch Timor. — /. M. T. 1912, I, 649. — 
Zie ook: /. G. 1912,11, 1372. 

ViLLiEBS (J. A. J. de). The boundaries of 
British Guiana. Voordracht met debat. — 
United Empire. 1912, 505. 

Kaufmann (G. ). La loi americaine du 24 
Aoüt 1912 sur Ie Canal de Panama et Ie 
droit international. — Rev. de Droit int. 
1912, 581. 

Abonstetn {C. ). De haven van Cura9ao en 
het Panamakanaal. — De Gids. 1912, IV, 526. 

Het Panamakanaal en onze Overzeesche 
Bezittingen. — De Wereld. 22 September 1911. 

De beteekenis van Formosa als tusschen- 
basis voor overzeesche ondernemingen van 
Japan in zuidelijke richting. Door A. M. K. — 
/. M. T. 1912, 1, 635. 

LuLOFS (C). De verkoop van Portugeesch 
Timor. — T. B. B., 43 (1912), 371. 

Grensafbakening op Borneo (tusschen 
Nederlandsch en Britsch Noord-Borneo). — 
T. A. G. 1912, 587. 

Grensregeling op Timor. — T. A. G. 1913, 
150. —Zie ook: Ihid. 1913,277. 

De Timor-quaestie. (De Nederl. pers over 
de overeenkomst met Portugal om de grens- 
quaestie op Timor te onderwerpen aan de 
arbitrale uitspraak van den president der 
Zwit'^rsche RepubUek). — /. G. 1913, I, 248. 

Cabaton (A.). Indes Néerlandaises et 
Japon. — Rev. du Morvde Musvlman. 23 (1913), 
127. 

De arbitrale beslissing van 4 October 1899 
(in de grensquaestie tusschen Venezuela en 
Britsch Guyana in verband met de grensbe- 
paUng tusschen Britsch- en Nederl. Guyana. 
Door * * *. — Kd. Weekblad. 3 April 1913. 

Timor. (Correspondentie in de Nieuwe 
RoUerd. Courantv&n 18September 1913, over- 
genomen uit de Locomotief , over de toestanden 
op Timor en de a.s. arbitrale regeling der 
grensgeschillen). — /. G. 1913, II, 1523. 

Nederland, Portugal, Timor. (De Nieuwe 
Rotterd. Courant van 9 December 1913 over 



het optreden van Portugal op Timor). — /. G. 
1914, I, 60. 

BoBEL (H.). Het Indo-Japansch verbond. 
(Overzicht van een artikel in de Telegraaf 
van 2 Aprü 1914). — I. G. 1914, 1, 725. 

FoKKEJïs (F. ). De nieuwe regeUng der gren- 
zen tusschen Nederlandsch en Portugeesch 
Timor. M. k. — Kol. Tijdschr. 1914, 607. 

Heekeeen (E. A. A. van). De wereldoor- 
log en Nederlandsch-Indië. — /. G. 1914, II, 
1185. 

Het Suez-kanaal en de oorlog. — /. G. 

1914, II, 1617. 

Heeft Engeland aan Japan de Neder - 

landsche Koloniën beloofd? (Opmerkingen 
naar aanleiding eener correspondentie uit 
Rome, dd. 20 October 1914, in de Münchener 
Neueste Nachrichten). — /, G. 1914, II, 
1660. 

Japan's plannen ten opzichte van Neder- 



landsch-Indië. (Naar aanleiding van een be- 
richt in het Hamburger Fremdenblatt van 9 
November 1914). — I. G. 1914, II, 1661. 

Weyden (J. van deb). Nederlandsch-In- 
dië en de oorlog. — Militaire Spectator. 1914, 

873. 

DoEFF (H.). Japansch -Neder landsche Ver- 
eeniging. — Kol. Tijdschr. 1915, L 76. 

Kol (H. van). De Japansch -Neder landsche 
Vereeniging. (Correspondentie uit Kyoto, ont- 
leend aan de Locomotief). — /. G. 1915, II, 
1446. 

Regeling omtrent een gedeelte der grens 
tusschen Suriname en Fransch Guyana. Door 
S. — T. A. G. 1915, 862. 

Grens tusschen Suriname en Fransch 
Guyana. (Overzicht van het op 30 September 
1915 te Parijs onderteekende verdrag tus- 
schen Nederlanden Frankrijk). — /. G. 1915, 
II, 1753. 

Aan wie behoort het eiland Miangas ? (Me- 
dedeehngen daaromtrent ontleend aan het 
Oranjeboek). — T. A. G. 1915, 85. — Zie 
ook: /. G. 1915, II, 1753. 

Het Japansche gevaar. — Indologeriblad. 
6 (1914—1915), 39. 



BETREKKINGEN MET INLANDSCHE VORSTEN EN VOLKEN. 



151 



De verlenging der Suikerconventie. — I. G. 
1912, 1, 659. 

De Internationale Opium -Conferentie 191 1 — 
1912. (Overzicht van het ter zake verschenen 
verslag). — /. Q. 1912, II, 1054, 1380. 

Nederland en de Internationale Opium - 
Conferentie. — Kol. Weekblad. 7 Dec. 1911. 

De Brusselsclie Suikerconventie. — Arch. 
Suikerind. N.-I. 1911, II, 1852. 

The Hague Opium Convention signed. — 
Summary of the Convention. — Friend of 
China. XXVIII, 157. 

The Hague -Opium Conference. M. ill. — 
Friend of China. XXVIII, 159. 

Bakmen 't Loo (J. A. V.). De beteekenis 
van de Brusselsclie Suikerovereenkomst voor 
Nederland (en voor de Nederlandsche Kolo- 



niën). — Economist. 1912, I, 108, 192, 399, 
465; II, 579. 

DiCKHOFF ( W- C. ). De Brusselsche Suiker- 
conventie en hare gevolgen voor de suiker- 
industrie. — Arch. Suikerind. N. I. 1912, I, 
795, 849, 985, 932, 1009; II, 1076. 

De Brusselsche Suikerconventie en hare ge- 
volgen in het bijzonder voor Nederland en 
zijne koloniën. Door v. d. F. (Naar aanleiding 
van artikelen in het Archief voor de Suikerin- 
dustrie, de Economist en Indische Mercuur). 
Met Naschrift. — Cvltura. 1912, 397; 1913, 
61, 69. 

De Internationale Opium -Conferentie te 
's Gravenhage en hare resultaten. Door v. d. 
M. — De Wereld. 9 en 23 Febr. en 1 Maart 
1912. 

Mandere (H. van der). De Opium -Confe- 
rentie te 's Gravenhage en de door haar ge- 
sloten internationale overeenkomst. — De 
Economist. 1913, II, 654. 



BETREKKINGEN MET INLANDSCHE VORSTEN EN VOLKEN . 

CONTRACTEN. 



MiCHiELSEN (W. J. M.). Een en ander naar 
aanleiding van de herziening van de politieke 
contracten ter Oostkust van Sumatra. Voor- 
dracht met debat. — Org. Moederland en Ko- 
loniën. 11 (1911), N°. IIL — Zie ook: Ber. 
en Meded. Ver. van Ambtenaren B. B. N°. X. 

Kjelstra (Mr. J. C). De herziening der 
poUtieke contracten ter Oostkust van Suma- 
tra. Met naschrift. — T. B. B. 41 (1911), 62, 
139, 156. 

Ballot ( J. ). De nieuwe politiek t«n opzich- 
te van de zelfbesturen in de Bezittingen bui- 
ten Java en Madoera. Voordracht met de- 
bat. — Ber. en Meded. Ver. van Ambtenaren 
B. B. N°. XVI. 

Controle op de landschapskassen. (Beschou- 
wingen daarover, ontleend aan de Nederl. 
pers). — I. G. 1912, I, 94. 

Meulen (W. C. van der). De controle 
op het beheer van de landschapskassen in 
Nederlandsch-Indië en het amendement-DE 
Meester c. s. op onderafd. 60 van Hoofdstuk 
II (Uitgaven in Indië) der Indische Begroo- 
ting over 1912. — T. B. B. 42 (1912), 183. 



Zelfbestuurders ter Oostkust van Sumatra. 
(Ontleend aan eene particuliere corresponden- 
tie uit Deh in de Nieuwe Rotterd. Courant van 
19 October 1912). — I. G. 1912, II, 1647. 

Landschapskassen in Indië. (Overzicht van 
een artikel in de Nieuwe Rotterd. Courant van 
12 November 1912). — /. G. 1912, II, 1670. 

Landschapskassen op Bali (volgens van 
Kol in zijnen Reisbrief N°. VII in de Loco- 
motief van 12 December 1912). — /. G. 1913, 
I, 363. 

KiELSTRA (Mr. J. C). De rechtspositie der 
landschapskassen. — T. B. B. 45 (1913), 43.5. 

De zelfbesturen (en de gedragslijn der Re- 
geering jegens die besturen ). (Opmerkingen in 
de Java-Bode naar aanleiding van een regee- 
ringscirculaire aan de hoofden van geweste- 
lijk bestuur). — I. G. 1914, I, 54L 

Zelfbestuur der Buitenbezittingen. (Be- 
schouwingen ontleend aan de Nieuwe Rotterd. 
Courant van 8 April 1914, naar aanleiding 
van eene regeeringscirculaire en de ordon- 



152 



CONTRACTEN MET INLANDSCHE VORSTEN. 



nantie betreffende de z.g. zelf besturende 
buitenbezittingen). — /. O. 1914, I, 724. 

Peureula. Bestuur en Landschapskas. (Ont- 
leend aan de Nota van Toelichtingen, dd. 30 
Januari 1913, opgemaakt door den Ass.-Res, 
H. J. Krügees) — Meded. Encydop. Bureau. 
Afl. 111(1914). 

Meyeb (J. H.). De inlandsche zelfbesturen- 
de landschappen. Voordracht. — Kol. Tijd- 
schr. 1914, I, 584. 

Roest (J.). De ont\\ikkeHng van het finan- 
ciewezen der zelfbesturende landschappen op 
de Buitenbezittingen gedurende het tijdvak 
1910—1913. — T. B. B., 46 (1914), 169. — 
Idem gedurende het tijdvak 1912 — 1914. — 
Ibid. 48 (1915), 55. 

Contracten en overeenkomsten met de 

Inlandsche zelfbesturen aan de Sta- 

ten-Generaal medegedeeld ge- 

ditrendf. de zittingsjaren 

1911 — 12 tot en met 

1914—15. 

Java. 

Djokjakarta. Overeenkomst in 1913 met 
den Sultan gesloten, houdende overdracht 
aan het Gouvernement van Nederlandsch- 
Indië van het recht op het doen aanmaken 
van zout in dat gebied. — B. H. St.-Gen. 
1913/14, N^ 345/2—3. 

Timor en Onderhoorijheden. 

NiTA EN Onderhoorigheden. Verklaring 
afgelegd in 1910 van dat tot de residentie 
Timor en Onderhoorigheden behoorende land- 
schap. — B. H. St.-Gen. 1911/12. N°. 301/ 
22—23. 

Suppletoire contracten in 1912 tot stand 
gekomen met de zelfbesturen van de land- 
schappen Soembawa, Bima, Dompo en Sang- 
OAR (residentie Timor en Onderhoorigheden) 
nopens de verbindbaarheid voor de bestuur- 
ders en hunne onderhoorigen van de veror- 
deningen en bepalingen, welke door het Gou- 
vernement van Nederlandsch-Indië zijn of 
zullen worden uitgevaardigd ten aanzien van 
het houden van openbare veilingen en ver- 
koopingen. — B. H. St.-Qen.. 1912/13, N°. 
342/17—21. 



Verschillende verklaringen in 1910 — 1912 
afgelegd, houdende regeüng van de politieke 
verhuuding van de bestuurders van een aan- 
tal landschappen in de residentie Timor en 
Onderhoorigheden. — B. H. St.-Gen. 1912/ 
13, N°. 342/26—27. 

Verklaringen afgelegd in 1908, 1910, 1912 
en 1913, door de zelfbesturen van Soembawa, 
Bima en Dompo (residentie Timor en Onder- 
hoorigheden), nopens de uit hun landschap- 
pen te trekken inkomsten. — B. H. St.-Gen. 
1913/1 1, N°. 345/32—35. 

Verschillende verklaringen, afgelegd in 
1912 en 1913, houdende regeling van de poli- 
tieke verhouding var een aantal landFchap- 
pen in de residentie Timor en Onderhoorig- 
heden tot- en de verpUehtingen van de be- 
stuurders jegens het Gouvernement van Ne- 
derlandsch-fndië. — B. H. St.-Gen. 1913/14, 
N°. 345, 36—37. 

Gelijksoortige verklaringen afgelegd in 
1913 — 1914, door de bestuurders van eenige 
landschappen in de residentie Timor en On- 
derhoorigheden. — B. H. St.-Gen. 1914/15, 
N°. 411/20—21. 

Sumatra en Riouic. 

Atjehsche Onderhoorigheden, Ver- 
klaringen tot regeling der pohtieke verhou- 
ding van verschillende landschappen tot het 
Gouvernement, gepasseerd in 1907, 1910 en 
1911. —5. H. St.-Gen. 1911/12, N°. 301/2—3. 
— Idem m 1911 en 1912. — B. H. St.-Gen. 
1912/13, N°. 342/2—3. — Idem in 1911, 1912 
en 1913. — B. H. St.-Gen. 1913/14, N°. 345/ 
4—5. — Idem in 1911, 1913 en 1914. — B. H. 
St.-Gen. 1914/15, N°. 411/2-3. 

Atjehsche zelfbesturen. Verklaringen 
afgelegd in 1910 en 1911 nopens den afstand 
aan het Gouvernement van Nederlandsch- 
Indië van de terreinen, ingenomen door eeni- 
ge hoofdplaatsen. — B. H. St.-Gen. 1911/12, 
N°. 301/4—5. 

Idi Rajext en Peusangan. Verklaringen 
afgelegd in 1912 nopens den afstand aan het 
Gouvernement van Nederlandsch-Indië van 
de terreinen, ingenomen door de hoofdplaat- 
sen Idi en Bireuën. — B. H. St.-Gen. 1912/13, 
N°. 342/4—5. 

Tandjoenqkasau. Verklaring afgelegd in 



CONTRACTEN MET INLANDSCHE VORSTEN. 



153 



1912, houdende regeling van de politieke ver- 
houding van dit landschap, residentie Oost- 
kust van Sumatra, tot- en de verplichtingen 
van den waarnemend bestuurder jegens het 
Gouvernement van Nederlandsch-Indië. — 
B. H. St.-Gen. 1912/13, N°. 342/6—7. 

Indragibi. Gelijksoortige verklaring af- 
gelegd in 1912 door den bestuurder van dit 
landschap in de residentie Riouw en Onder - 
hoorigheden. — -8. H. St.-Gen. 1912/13, N°. 
342/8—9. 

Suppletoire contracten, in 1912 en 1913 
tot stand gekomen, met de zelfbesturen van 
de landschappen Siak sri Indrapoera, Pe- 

LAIiAWAN, DeLI, LAiïGKAT, ASAHAN, KOEALA 

(residentie Oostkust van Sumatra), nopens 
de verbindbaarheid voor die landschappen van 
de vaii Gouvernementswege vastgestelde of 
vast te stellen verordeningen en bepalingen 
ten aanzien van het hoiiden van openbare vei- 
lingen en ver koopingen, zoomede van de on- 
derünge rechten en verplichten der werkge- 
vers en der van elders afkomstige werklieden 
op de ondernemingen van land-, mijnbouw 
of van anderen aard. — B. H. St.-Gen. 1913/ 
14, N°. 345/6—11, 14. 

Siak sri Indrapoera. Aanvullende over- 
eenkomst, gesloten in 1914, met het zelfbe- 
stuur van genoemd landschap (residentie 
Oostkust van Sumatra), houdende opheffing 
van de waardigheden der vier soekoehoofden, 
zoomede van den Laksamana, tezamen vor- 
mende den raad van landsgrooten. — B. H. 
St.-Gen. 1914/15, N°. 411/4—5. 

Siak sri Indrapoera. Akten van verband 
en van bevestiging, dd. 7 Juni 1915, afgelegd 
door den nieuw opgetreden bestuurder van 
genoemd landschap. — B. H. St.-Gen. 1914/15. 
N°. 411/6—7. 

Serdano. Aanvullende overeenkomst, ge- 
sloten in 1913, met den bestuurder van dit 
landschap (residentie Sumatra's Oostkust), 
nopens de verbindbaarheid voor dat land- 
schap van de van landswege vastgestelde of 
vast te stellen verordeningen en bepalingen 
ten aanzien van het houden van openbare 
veihngen en verkoopingen. zoomede van de 
onderlinge rechten en verplichtingen der 
werkgevers en der van elders afkomstige werk- 
lieden op de ondernemingen van land-, mijn- 
bouw of anderen aard. — B. H. St.-Gen. 
1914/15, N°. 411/8—9. 



Borneo. 

Nieuwe contracten, in 1912 tot stand ge- 
komen met de zelfbesturen van de in de resi- 
dentie Westerafdeeling van Borneo gelegen 
landschappen Mampawa, Landak, Matan, 

PONTIANAK, SaMBAS, SANGGAüen TaJAN. — 

B. H. St.-Gen. 1911/12, N°. 301/6—13. 

Verklaringen afgelegd in 1911, houdende 
regeling van de politieke verhouding van eeni- 
ge landschappen in de residentie Westerafdee- 
ling van Borneo tot- en de verplichtingen van 
de bestuurders jegens het Gouvernement van 
Nederlandsch-Indië. — B. H. St.-Gen. 1911/ 
12. N°. 301/14—15. 

KoETEi. Akten van verband en van be- 
vestiging, dd. 19 October 1911, van den in 
1911 voor den duur van de minderjarigheid 
van den aangewezen regent van het landschap 
KoETEi (resid. Zuider-en Oosterafdeeüng van 
Borneo). — B. H. St.-Gen.. 1911/12, N°. 301/ 
16—17. 

Suppletoire contracten in 1912 tot stand 
gekomen met de zelfbesturen van de land- 
schappen PONTIANAK, T AJ AN, MaMPAWA, LaN- 
DAK, Matan en Sambas (residentie Zuider en 
Oosterafdeeüng van Borneo), nopens de ver- 
bindbaarheid voor de bestuurders en hunne 
onder hoor igen van de verordeningen en be- 
paUngen, welke door het Gouvernement van 
Nederlandsch-Indië zijn of zullen worden xiit- 
gevaardigd ten aanzien van het houden van 
openbare veilingen en verkoopingen. — 
B. H. St.-Gen. 1912/13, N°. 342/10—16, 21. 

Paoatan en Koesan. Verklaring afgelegd 
in 1907 door den bestuurder van dat land- 
schap in de residentie Zuider- en Oosteraf- 
deeüng van Borneo, nopens de overdracht 
van dat landschap aan het Gouvernement 
van Nederlandsch-Indië. — B. H. St.-Gen. 
1912/13, N°. 342/22—23. 

Sanggau. Suppletoir contract, in 1913 tot 
stand gekomen, met het zelfbestuur van dit 
landschap (in de residentie Westerafdeeüng 
van Borneo), nopens de verbindbaarheid voor 
dat landschap van de van Gouverbements- 
wege vastgestelde of vast te stellen verorde- 
ningen en bepalingen ten aanzien van het 
houden van openbare veiüngen en verkoopin- 
gen. — B. H. St.-Gen. 1913/14, N°. 345/13— 
14. 



154 



CONTRACTEN MET INLANDSCHE VORSTEN. 



SiNTANG. Verklaring, in 1913 -afgelegd, 
houdende regeling van de politieke verhou- 
ding van dit landschap (residentie Wester- 
afdeeling van Borneo) tot- en de verplichtin- 
gen van den waarnemend bestuurder jegens 
het Gouvernement van Nederlandsch-Indië. 

— B. H. St.-Gen. 1913/14, N°. 345/15—16. 

PoNTiANAK. Verklaring, in 1912 afgelegd, 
door het zelfbestuur van dit landschap (re- 
sidentie Westerafdeeling van Borneo), no- 
pens den afstand in eigendom aan het Gou- 
vernement van Nederlandsch-Indië van den 
ter hoofdplaats gelegen vierkanten paal grond. 

— B. H. St.-Gen. 1913/14, N°. 345/17—18. 

KoETEi. Suppletoir contract, in 1913 tot 
standgekomen, met het zelfbestuur van dit 
landschap (residentie Zuider- en Oosteraf- 
deeling van Borneo), nopens de overdracht 
van de door het zelfbestuur uitgeoefende 
mij nrechten aan het Gouvernement van Neder- 
landsch-Indië en nopens de door het zelf- 
bestuur geheven wordende belastingen. — 
B. H. St.-Gen. 1913/14, N°. 345/19—20. 

KoETEi. Verklaring, in 1912 afgelegd, door 
den regent van dit landschap, houdende af- 
stand in eigendom aan het Gouvernement van 
Nederlandsch-Indië van het Telakei-gebied. 

— B. H. St.-Gen. 1913/14, N°. 345/21—22. 

KoTA Wabikgin. Verklaring, in 1913 af- 
gelegd, houdende regeling van de politieke 
verhouding van dit landschap (residentie 
Zuider- en Oosterafdeeüng van Borneo) tot- 
en de verplichtingen van den bestuurder je- 
gens het Gouvernement van Nederlandsch- 
Indië. — B. H. St.-Gen. 1913/14, N°. 345/23 
—24. 

Sanqgau. Akten van verband en van be- 
vestiging, dd. 8 Juni 1915, van den nieuw 
opgetreden bestuurder van genoemd land- 
schap (residentie Westerafdeeling van Bor- 
neo). —^. H. St.-Gen. 1914/15, N°. 411/18— 
19. 

Celebes. 

Verklaringen, afgelegd in 1910 en 1911, 
houdende regeling van de verhouding van 
eenige zelfbesturen in de residentie Menado 
tot- en de verplichtingen van de bestuurders 
jegens het Gouvernement van Nederlandsch- 
Indië. — B. H. St.-Gen. 1911/12, N°. 301/18 
—19. 



Gelijksoortige verklaringen, afgelegd in 
1909 en 1910, van een tweetal zelfbesturen in 
het Gouvernement Celebes en Ondehoorrighe- 
den. — B. H. St.-Gen. 1911/12, N°.301/20— 21. 

Verschillende verklaringen, afgelegd in 
1912 en 1913, houdende regeling van de poli- 
tieke verhouding van een aantal zelfbesturen 
in de residentie Menado toten de verplichtin- 
gen van de bestuurders jegens het Gouver- 
nement van Nederlandsch-Indië. — B. H. St.- 
Gen. 1912/13, N°. 342/24-25. 

Laiwoei. Suppletoir contract, in 1912 tot 
stand gekomen, met het zelfbestuur van dit 
landschap, in het gouvernement Celebes en 
Onderhoorigheden, nopens de verbindbaar- 
heid voor dat landschap van de van Gouver- 
nementswege vastgestelde of vast te stellen 
verordeningen en bepalingen ten aanzien van 
het houden van openbare veilingen en ver-- 
koopingen. — B. H. St.-Gen. 1913/14, N°. 
345/12 en 14. 

Verklaringen, afgelegd in 1913, houdende 
regeling van de poUtieke verhouding van een 
aantal landschappen in de residentie Menado. 

— B. H. St.-Gen. 1913/14, N°. 345/26—27. 

SiAOE. Verklaring, afgelegd in 1913, door 
het zelfbestuur van SiAOE (residentie Menado) 
nopens den afstand van alle rechten op het 
djogoegoeschap Tamako. — B. H. St.-Gen. 
1913/14, N°. 345/28—29. 

Verklaringen, afgelegd in 1912, houdende 
regeling van de politieke verhouding van de 
landschappen Boéton en Tanette (Gouver- 
nement Celebes en Onderhoorigheden) tot- en 
de verplichtingen van de bestuurders jegens 
het Gouvernement van Nederlandsch-Indië. 

— 5. H. St.-Gen. 1913/14, N°. 345/30—31. 

SiGENTi. Verklaring, afgelegd in 1914, be 
treffende de verhouding van dit landschap 
(residentie Menado) tot den Lande en de ver- 
püchtingen van den bestuurder jegens de 
regeering van Nederlandsch-Indië. — B. H. 
St.-Gen. 1914/15, N°. 411/10—11. 

Verklaringen, afgelegd in 1912, door de zelf- 
besturen op de Sangi- EILANDEN (residentie 
Menado), houdende afstand aan den Lande 
van alle aanspraken en recht<>n op de djogoe- 
goeschappen op de Talattd- en Nanoesa- 
EiLANDEN. — B. H. St.-Gen. 1914/15, N°. 
411/12—17. 



WETGEVING EN RECHTSWEZEN. 



155 



VI. WETGEVING EN RECHTSWEZEN. 



a. In heï algemeen. 

SoNTO Dhi Moelis. China's revolutie als 
tijdgeest en het breken met het dualisme in 
de Indische rechtspraak. — Het Tijdschrift. I 
(1911—1912), I, 515. 

Gennep (Mr. A. van). Beoordeeüng van 
het werk van Mr. D. Rutgees. „Het Inlandsch 
Reglement. Leiddraad voor studie en prak- 
tijk".— ƒ.0. 1911,11,1679. 

Eenige kwesties betreffende locale ver- 
ordeningen tot bestrijding van het brandge- 
vaar. Door C. S. — Ind. Weekbl. v. h. Recht. 
49(1912— 13), 117. 

E>n coöperatiewet voor Ned. Indië. (Ont- 
leend aan de Locomotief van 13 April 1912). — 
/. G. 1912, II, 918. 

De Octrooiwet in Neder landsch -Indië. — 
T. N. L. N. I. 84 (1912), 24. 

Hekmeijer (Mr. F. C. ). Kan het bestaande 
duahsme in de Indische rechterlijke organisa- 
tie ongewijzigd gehandhaafd blijven ? — I. O. 
1912, II, 1581. 

Clignett (A. L. M.). Enkele opmerkingen 
over adat- en gouvernementsrechtspraak. — 
Kol. Tijdschr. 1912, 545. 

De voorstellen tot hervorming der recht- 
spraak op Java en Madoera. Door R. A. — 
Kol. Tijdschr. 1912, 1067. 

Ophüijsen (Mr. A. H. van). Eene opmer- 
king naar aanleiding der Wet van 10 Febru- 
ari 1910, S. 55, I. S. 296. (Over het Neder- 
landsch onderdaanschap der bevolking van 
Nederlandsch-Indië). — Ind. Weekbl. v. h. 
Recht. 49 (1912—1913), 125. 

Mees (Mr. Dr. R. Tj.). Unificatie van 
rechtspraak. — Org. Moederland en Koloniën. 
13 (1913), N°. 1, bl. 9. 

DoEFr (H.). Een rede van Prof. Fh. 
Kleintjes (over : „Verband en verschil tus- 
schen Rijks- en Koloniaal Staatsrecht", bij 
de aanvaarding van het hoogleeraarsambt 
aan de Rijks-Universiteit te Groningen). — 
Kol. Tijdschr. 1913, I, 460. 



Neijtzell de Wilde (Mr. A.). Naar aan- 
leiding van art. 2406. al. 3. Inl. Regl. Met op- 
merking van Mr. H. G. P. Duijfjes en W. — 
R. in N. I. 99 (1912), 359, 365, 368. 

De novelle van art. 75 en 109 R. R. ( en het 
oordeel der pers over dit wetsvoorstel). — 
/. O. 1913, I, 631. 

Faber (Mr. P. F. K. ). De Wet op het Neder- 
landerschap en de indeeling der bevolking 
van Nederlandsch-Indië in klassen volgens 
artikel 109 van het Regeerings Reglement. 
Met beschouwingen van de redactie. — R. in 
N.I. 100(1913), 1, 10. 

Halve hervormingen. (Overzicht van een 
artikel in de Nieuwe Rotterd. Courant van 10 
September 1913 over de onvoltooide regeling 
van het Nederlandsch onderdaanschap in de 
Koloniën). — /. G. 1913, II, 1384. 

WiENECKE (Mr. C. A.). Politieke verban- 
ning en strafrechtelijke verbanning in de Ne- 
derlandsch -Indische wetgeving. — Tijdschr. 
V. Strafrecht. 25 (1914), 169. 

ScHMiD (Dr. H. F). Die Gesetzgebung in 
den niederlandischen Koloniën in den Jahren 
1911/12. — Kol. Monatsblatler. Zeitschr. f. 
Kolonialrecht. 16 (1914), 83. 

DmJFJES (Mr. H. G. P.). Nog eens de roga- 
toire Commissie. — R. in N. I. 101 (1913), 
251; 102 (1914), 150. 

Stuurman (Mr. A.). Over Indische Bouw- 
verordeningen en de Nederlandsche Woning- 
wet. (Overzicht van een artikel in „Locale 
Belangen" van Januari 1914). — /. G. 1914, 
I, 594. 

Een verzoek tot wijziging van wettelijke 
regeling der onteigening ten algemeenen nut- 
te. — Ind. Tijdschr. v. Spoor- en Tramwezen. 
2 (1914), 16. 

Fromberg (Mr. P. H.). De landrechter. 
Voordracht. — R. in N. I. 102 (1914), 10. 

Hekmeijer (Mr. F. C. ). Een nieuw artikel 
75 Reg.-Regl. — R. in N. I. 102 (1914), 53. 

JuDEX. Het Hooggerechtshof van Neder- 



156 



WETGEVING EN RECHTSWEZEN. — BURGERLIJK RECHT. 



landsch-Indië. (Overzicht van een artikel in 
het Soerab. Handelsblad van 18 Mei 1914). — 
I. G. 1914, II, 1002. 

KiELSTBA (Mr. J. C). Rechtsstudie en 
recht voor Inlanders. — T. B. B. 46 (1914), 18. 

Delhez (F. ). Drankverbod voor Inlanders. 

— Wegwijzer. 17 (1914), 82. 

Heden daagsch Gemeenterecht. Door H. 

— Locale Belangen. 2 (1914—15), 609. 

Smits (Mr. J. J. ). Opheffing van den Raad 
van Justitie te Padang. — /. G. 1914, II, 
1190. 

Geitns (M. van). Het gereglementeerde 
onverstand; de landgerechten. (Overzicht 
van een artikel in het Soerab. Handelsblad). — 
I. G. 1914, II, 1278. 

Klein Nederland. (Overzicht eener critiek 
in de Locomotief van de nieuwe ontschepings- 
en toelatingsordonnantiën). — /. G. 1914, II, 
1285. 

Plate (L. M. F.). Iets over Staatsbladen. 
Met Naschrift van de redactie. — T. B. B. 
46 (1914), 421, 431. 

KiELSTBA (Mr. J. C). Het rechtswezen in 
Neder landsch-Indië. — Onze Eeuw. 1915, 
I, 352. 

's Jacob (Mr. H.). Lading aan boord van 
gevluchte schepen in Nederlandsch-Indische 
havens. — Ind. Tijdschr. v. h. Recht. 104 (1915), 
67. 

Mabchant (Mr. H. P.). Drie belangrijke 
Indische wetten. (IndL<^che leening, opheffing 
gedwongen koffiecultuur, wijziging art. 111 
R. R). (Staatkundig overzicht). — Vragen des 
Tijds. 41 (1914), II, 82. 

Hekmeijer (Mr. F. C). Unificatie van de 
reglementen op het rechtswezen in de Bui- 
tenbezittingen. — /. G. 1915, I, 606. 

Boqaardt (W. H.). Art. 111 van het Re- 
geerings-reglement. (Ontleend aan de Maas- 
bode). — /. G. 1915, I, 690. 

Geuns (M. van). Landrechters en politie- 
rechters — een perpetium mobile. (Over- 
zicht van een artikel in het Soerab. Handels- 



blad van 9 Januari 1915). — /. G. 1915, I, 
560. 

Cabon (L. J. J.). Het gouvemementsrecht 
in Ned.-Indië. Voordracht. — /. G. 1915, 1, 
695. 

Hoe lang eene „onteigening ten algemeene 
nutte" wel kan duren. Door J. v. d. M. — 
Ind. Tijdschr. v. Spoor- en Tramwegwezen. 
3 (1915), 136. 

Mannen en vrouwen gelijk voor de wet. 
(Concept -adres van de Vereeniging „Poetri 
Merdika" om herziening van de bestaande 
wetgeving in genoemden zin). — /. G. 1915, 
n, 1445. 

KiELSTBA (Mr. J. C). Beoordeeling van 
het werk van Mr. J. de Louteb. „Handboek 
van het Staats- en Administratief Recht van 
Ned.-Indië. Zesde uitgave, 's Gravenhage, 
1914"). — T. B. B. 48 (1915), 7L 

Kuypeb-Leveet (Mevr.). Actief en passief 
kiesrecht der vrouw voor Gemeenteraden. — 
Theos. Maandbl. v. N. I. 14 (1915), 393. 

Walsem (Mr. S. M. G. van). Elinderwetge- 
ving en opvoedingsgestichten. — Theos. 
Maandbl. v. N. I. 14 (1915), 400. 

Kerkhoven (A. R. W.). De jachtwet. 
Met naschrift door D. C. A. Lugt. — T. B. B. 
49 (1915), 367, 374. 

Artikel 312 1.1. Inlandsch Reglement. Door 
F. B. Met antwoord, door D. (Over de ver- 
keerde interpretatie van bedoeld artikel). — 
Ind. Tijdschr. v. h. iïecR 104 (1915), 338, 341. 

Vbies (Mr. A. A. de). Artikel 132 van het re- 
glement op de rechterlijke organisatie en het 
beleid der justitie in Nederlandsch-Indië. — 
Themis. 1915, 557. 

Oltvieb (J.). Een verwaarloosd volksbe- 
lang. (Over de wenschelijkheid van wettelijke 
bescherming van sommige in Indië in het 
wild levende dieren). — Teysm. 26 (1915), 

727. 

b. BxjBGEBLiJK Recht. — Rechtstoe- 
stand DER InlaNDSCHE CHRISTENEN EN 

Vreemde Oosteblinqen. — Han- 
delsbecht. 

Hekmeijeb (Mr. F. C). Kan de decLsoire 
eed gebezigd worden als bewijsmiddel voor 
de echtheid van schriftelijke bewijsstukken. 
— R. in N. L 96 (1910), 181. 



BURGERLIJK RECHT. 



157 



BuFFAET (Mr. J. F. A. M.). Ontvankelijk- 
heir) van appel en subjectieve cumulatie van 
actiën. — R. in N. I. 96 (1910), 198. 

RuTOEBS (Mr. D.). Opmerkingen naar aan- 
leiding van de regeling van het verstek in 
civiele Landraadzaken (Stbl. 1910, no. 578). 

— B. in N. I. 96 (1910), 199. 

Laeb (Mr. J. H. van). De executie van 
civiele vonnissen der Residentiegerechten. 
M. bijlagen. — R. in N. I. 96 (1910), 481. 

Dbijbeb (Mr. B. H.). Kort geding en con- 
servatoir beslag onder derden. — Ind. 
Weekhl. v. h. Recht. 48 (1911), 193. 

Gennep (Mr. A. van). Notariaat en rechts- 
bijstand voor Inlanders op Java en Madoera. 

— I. G. 1912, I, bl. 1. 

Veegouwen (J. C). Sluit naturalisatie 
van den Inlander zijn opneming in de klasse 
der Europeanen in? — Indologenblad. 3 
(1911 — 12), 9. — Beschouwingen naar aanlei- 
ding van bovenstaand artikel, door B. J. 
Haga en J. R. van Beusekom. — Ihid. 3 
(1911— 12), 32, 34. — Zie ook: /&»d. 3 (1911— 
12), 92. 

Kebn (R. A. ). De ontwikkeling van 't pand- 
recht. - ƒ. O. 1912, I, 1.58. 

De Wees- en Boedelkamer in 1911. (Over- 
zicht van het verslag over dat jaar). — /. O. 
1912, II, 1641. 

TjINDEN (M. L. M. van deb). Het finan- 
cieel beheer der Wees- en Bocdelkamers. 
(Overzicht van een reeks artikelen in de Loco- 
motief van 4 en 10 October 1912). — /. G. 
1912, II, 1668. 

Habtman (Mr. A. W.). Anomaliën in de 
Burgerlüke Rechtsvordering. — R. in N. I. 
97 (191 i), 197. 

Galestin (A. A.). Eone opmerking naar 
aanleiding van het vonnis van den Raad van 
Justitie te Soerabaja, 26 Juli 1911 (inzake het 
verloenen van verstek, in een civiel geding, 
bij niet-verschijning van gedaagde ten betee- 
kenenden rechtsdage). — R. in N. I. 98 (1911), 
25. 

Oven (Mr. A. A. van). Twee wenschen voor 
het notariaat. — R. in N. I. 98 (1911), 429. 



Stroo-koopers (of strooborgen in civiele 
gedingen). Door v. O. — R. N. in I. 98(1911), 
223. — Nog eens strookoopers. Door Mr. G. 
L. Mens Fiebs Smeding. (Naar aanleiding 
van bovenstaand artikel). — /6id 99(1912), 
bl. 1. 

Linden (M. L. M. van deb). De strooborg 
of valsche borg. (Ontleend aan het Soerab. 
Handelsblad). — Ind. Merc. 1912, 1 162. 

Hamersteb (A. J.). Aan tee keningen over 
de, copicëii van notariëele akten. — Kol. 
Tijdschr. 1913, I, 581. 

Linden (M. L. M. van der). De onbeheerde 
nalatenschap. — R. in N. I. 99 (1912), 267. 

Breokink (J.). Een Burgerlijke Stand 
voor Inlanders. Voordracht. — Kol. Tijdschr. 
1913, II, 804. 

Nedbrbtjboh (Mr. I. A.). De nieuwe rege- 
ling der vrijwillige onderwerping aan het 
Europeeschc recht. N. Ind. Stbl. 1913, 
N°. 515. — /. G. 1914, I, 149. 

Boelen (Mr. H. J.). De civiele procedure 
voor de Raden van Justitie. — R. in N. I. 
102 (1914) 203. 

Hartman (Mr. A. W.). Voldoet het ten 
aanzien van de executie van civiele residentie- 
gerechtsvonnissen op Java en Madoera gevolg- 
de stelsel aan de eischen der praktijk? Zoo 
neen, op welke wijze zou daarin verbetering 
kunnen worden gebracht ? Praeadvies. — 
R. inN. I. 102(1914), 45L 

Hekmeijeb (Mr. F. C). Praeadvies als 
boven. — R. in N. I. 102 (1914), 475. 

OvEBDtnJN (F. K.). Een en ander over den 
burgerlijken stand voor Mahomedaansche 
inboorlingen in Algerië en beschouwingen 
daaromtrent voor Java en Madoera — T B. 
D. 47 (1914), 23. 

Lulofs (C). Beantwoording der vraag: 
„Bestaat er een middel om de Weeskamer 
buiten den boedel te houden, niettegenstaan- 
de er minderjarige kinderen zijn ? — T. B. B. 
47 (1914), 169. — Repliek van de Weeskamer 
te Batavia op bovenstaand antwoord, met 
dupliek van C. Lulofs. — Ibid. 47 (1914), 
350, 351. 



168 



RECHTSTOESTAND INL. CHRISTENEN. 



HANDELSRECHT. 



Vrijwillige onderwerping aan het Euro- 
peesoh recht. (Resumé van een artikel in de 
Java-Bode van 28 December 1914). — /. G. 
1915, I, 417. 

Rechtshulp (aan on- en min vermogenden). 
(Overzicht van een artikel in de Locorrtotief 
van 19 December 1914). — /. G. 1915, 1,426. 

Linden (M. L. M. van deb). Artikel 921 
B. W. (Over de interpretatie van den slotzin 
van gemeld artikel: „en men trekt daarvan 
af al hetgeen deze, zelfs met vrijstelling van 
inbreng, van den overledene hebben ont- 
vangen"). — R. in N. I. 103 (1914), 491. 

Sarolea (W. H. A.). De actie tot opheffing 
van het conservatoir beslag. — Ind. Tijdschr. 
V, h. Recht., 104 (1915), 473. 

Vries (Mr. A. A. dtX Indische Weeskamers. 

— Weekbl. v. h. Notariaat. 10 (1915), 265, 273, 
281, 289. 

liATER (J. F. H. A.). Burgerlijke Stand 
(voor Inlanders). (Resumé van een artikel 
in de Locomotief). — I. G. 1915, II, 1302. 

DaiJF.TES (Mr. H. G. P.). Artikel 921 B. W. 

— Ind. Tijdschr. v. h. Recht. 10.5(1915), 115. 

Hartman (Mr. A. W.) en Mr. F. C. Hek- 
MEIJER. Het stelsel van executie van civiele 
Residentiegerechtsvonnissen op Java en Ma- 
doera getoetst aan de praktijk. Praeadviezen 
met debat. — Handel. N. I. Juristen Vereeni- 
ging. 1915, 99, 213. 

Andbé de la Porte (Mr. G.). Kunnen 
goederen, welke nog onder conservatoir of 
executoriaal beslag liggen, krachtens de be- 
palingen van het Inlandsch procesrecht op 
nienw in beslag genomen worden ? — Ind. 
Tijdschr. v. h. Recht. 105 (1915), 423. —Nog 
eens: beslag op beslag. Antwoord op boven- 
staand artikel, door Mr. H. G. G. P. Duijfjes. 

— Ibid. 105 (1915), .543. 



De Huwelijks-regeling der Papocsche Chris- 
tenen op Noord-Nieuw-Guinea. — M. N. Z. 
G. 1914. 209. 

Ecntscheiding tusschen Inlandsche Chris- 
tenen. Door K. — T. B. B. 46 (1914), 239. 

LiNDKNBORN (M.). De rechtstoestand der 



Inlandsche Christenen. — Stemmen des Tijds. 
IV, 410. — Zie ook: I. G. 1915, I, 419. 

Weoner. De nieuwe rechtsbepalingen voor 
de Inlandsche CbrLstcnen op Nias. — Rijnsche 
Zending. 1915, 180. — Zie ook: Ber. Rhein. 
Missions.-Gesellsch. 1915, 228. 

Inlandsch recht en Inlandsche Christenen. 
(Overzicht van een reeks artikelen in de 
Nieuwe Rotterd. Courant van 19, 23 en 24 
Januari, en eene eritiek daarop van Mr. A. 
VAN Gennep in de Nieuwe Courant van 3, 6 
en 7 Februari 1912). — /. G. 1912, I, 387. 



Wetttjm (B. A. J. van). Het familie- en 
erfrecht in het nieuw ontworpen Chineeeehe 
Burgerlijk Wetboek. — R. inN. I. 102(1914), 
105. 



Meerteks (Mr. H. M.). Een eigenaardig 
rechtsmiddel. (Over de interpretatie van het 
art. 193 der Falilissementsverordening). — 
Ind. We kbl. v. h. Recht. 49 (1912— 13), 33. 

André de la Porte (Mr. G.). Levering 
van onroerende goederen volgens Neder- 
landsch en Ned. -Indisch recht. — R. in N. I. 
97 (1911), \. 

Oatin (Mr. A. A. van). Zekerheid voor ven- 
duerediet. — R. in N. I. 98 (1911), 421. 

Enthoven (K. L. J.). Eene opmerking 
naar aanleiding van een vonnis van den Raad 
van Justitie te Batavia. Met kantteekening 
door Sw. (Over de koopovereenkomst in ver- 
band met de levering onder Inlanders). — 
h. in N. I. 99 (1912), 380, 382. 

De makelaar voor en namens een nader te 
noemen principaal. — R. in N. I. 100 (1913), 
44L 

Davelaar (Mr. J. van). I. Zijn de wette- 
lijke bepalingen betreffende het beheer en de 
administratie van desolate boedels, ten a.in- 
zien van Inlanders en met hen gelijk gestelden, 
voor zoover zij niet aan de Europeesche wet- 
geving onderworpen zijn, nog van kracht, 
en voor toepassing vatbaar? IL Is in ieder 
geval eene nader wettelijke regeling van den 
concursus creditorum in geval van insolven- 



INLANDSCH RECHT. 



159 



tie van de sub. I vermelde persenenen ge- 
wenscht ? Zoo ja, in welken geest. III. Is, 
afgescheiden van de sub. II gestelde vraag, 
met het oog op den concursus creditorum, 
aanvulling der bepalingen van het InJandsch 
Reglement betreffende de executie van civiele 
vonnissen gewenscht ? Zoo ja, in hoever ? 
Praeadvies. — R. in N. I. 102 (1914), 297. 

Neytzell de Wilde (Mr. A.). Het afbe- 
taüngscontract in Ned. Indic. — Ind Tijd- 
schr. V. h. Recht. 104 (1915), 481. 

Leendebtz (Mr. P.). De zoogenaamde 
kleurenolausule (bij het inschrijven van han- 
delsmerken aan het Hulpbureau van den 
Industrieelen Eigendom). — Ind. Tijdschr. 
v.h. Recht. 105 (1915), 433. 

D AVELAAR (Mr. J. VAN). Do rechtsgeldig- 
heid der verordeningen betreffende de deso- 
late boedelkaraer en de concursus creditorum 
onder inlanders en daarmede gelijkgestelden, 
Preaeadvies met debat. — Handel. N. I. Ju- 
risten Vereeniging. 1915, 17, 162, 

c Inlandsch en Mohammedaansch 
Recht. 

Gennep (A. van). Het Inlandsche rechts- 
leven op Java en Madoera. — R. in N. I. 
95 (1910), 295. ~ Zie ook: /. G. 1911, 1, 299. 

Schadée (M. C). Het strafrecht der Dajaks 
van Ta jan en Landak. — Bijdr. Kon. Inst. 
06 (1912), blz. 274. 

Cliqnett (A. I. M.). Enkele oj>merkingcn 
over addt- en gouvernementsrechtspraak — 
Kol. Tijdschr. (1912), 545. 

Linden (M- Tj. M. van der). Het erfrecht 
der Inlanders op Java en Madoera. — /. O. 
1912, I, 36, 185. 

Minangkabausch Adatrecht. Aanteekening 
op het Adatrecht van Nederlandsch-Indië, 
door Mr. C. van Vollenhoven, afl. IV. Door 
C. L. W. — De Banier. 1912, 304. 

Vollenhoven (Prof. Mr. C. van). Spron- 
gen in de ontwikkeling van het gewoonte- 
recht. Voordracht met debat. — V. en M. K. 
Akad. V. W. afd. Letterh, Reeks 4, XI, (1912), 
220, 236. 

Linden (M. L. M. van der). De adatrech - 



telijke huwelijksgemeenschap op Java en 
Madoera. — T. B. B. 41 (1911), 222. 

Mazee (G. W.). Over heksen-moord en de 
berechting daarvan (in de onderafd. Posso 
der afd. Midden-Celebes, residentie Menado). 
Met Naschrift van de redactie — T. B. B. 
41 (1911). 396, 401. 

Kiel-^tra (Mr. J. C). Adatrerhtspraak. 
Met bijlage. — T. B. B. 42 (1912), 130, 200, 
222. 

JoNGENEEL (Mr. J. D.). Het eigen straf- 
stelsel der desa. — R. in N. I. 96 (1911), 
497. 

Linden (M. L. M. van der). De adats- 
contracten- en verbintenissen. — R. in N. I. 
98 (1911), L 

JoACHiM (Mr. E. E. G.). Voogdij bij het 
Inlandsch recht. ~ R. in N. /., 99 (1912), 453. 

Codificatie van het Inlandsch recht. (Over- 
zicht van een artikel in de Java- Bode). — 
/. G. 1913, n, 1082. 

LuLOFS (C). Eigen rechtspraak of gouver- 
nementeele rechts-bedeeling? (voor de In- 
landsclie bevolking op de Buitenbezittingen). 
— T. B. B. 44 (1913), 477. 

Linden (M. L. M. van der). Het Inlandsch 
Recht. — /. G. 1913, II, 1305. 

KÖHr.ER (J.). Das Recht der Dajaks in 
Borneo. — Zeitscht. /. vgl. Rechtstvissensch. 
XXII, 299. 

Ueber das Recht der Minangkabau anf 



Sumatra. — Zeitschr. f. vgl. Rechtstvissensch. 
XXII, 250. 

Perelaer (E.). De .4Ldatrechtspraak in de 
residentie Palembang. Voordracht. — Kol. 
Tijdschr. 1914, I, 451. 

Vollenhoven (Prof. C. van). De strijd om 
het adatrecht. — I. G. 1914, II, 338. 

Westenberg (C. J.). Adatrech tspraak en 
Adatrechtsple^ing der Karo-Bataks. — Bijdr. 
Kon. Inst. 69(1914), 453. 

KiELSTRA (Mr. J. C). Svstematiek voor het 
adatrecht in Indic. — T.^B. «. 47 (1914), 249. 



160 



MILITAIR RECHT. — STRAFRECHT. 



KiELSTEA (Mr. J. C). Beoordeeling van 
het werk van Prof. Mr. C, v.4_N Vollen- 
HOVEN: „Het Adatrocht van Nederlandsch- 
Indië, Leiden 1914'. — T. B. B. 47 (1914), 
258. 

Eerde (J. C. vak). Bespreking van de 
pubUcatie van hot Koloniaal Instituut ., Pan- 
decten van het Adatrecht. I Het beschikkings- 
recht over arond en water. Amsterdam 1914". 

— T. A. G. 1915, 388. 

Nota betreffende Bantiksche aangelegen- 
heden. Famiüe en Erfrecht. — T. B. B. 
48 (1915), 28. 

LtJLOFS (C). Een overwinning voor de 
adatreehtspraak. — T. B. B. 49 (1915). 97. — 
Nogmaals adatrechtspraak. — Ihid. 49(1915), 

284. 

KoBN (V. E.). Adatreehtelijke verwarr-ng. 

— T. B. B. 49 (1915), 290. 

d. MiLiTATB Recht en Mitjtatbe 
Rechtspraak. 

Laxt (H. L. La). Staat van Oorlog en Beleir 
(in Nederl. Indië). Voordracht. — Org. Ind. 
Krijgsk. Ver. 1912, N°. 38. 

NiTTEL. Herziening van de rechtspleging 
bij de Zeemacht. — Marinebl. 27 (1912--13), 
233. 

Het Hoog Militair Gerechtshof en de Soem- 
ba-gruwelen. (Overzicht v<vn de critiek in de 
Indische pers op het arrest van genoemd Ge- 
rechtshof in de zaak van de Sergeanten Dby- 
SENBOTHen Iding). — 7. O. 1913, II, 1235. 

De krijgstucht in het Indische leger. Door 
**. — }^eMl. V. Indië. 10 (1913—14), 411. 

Het stukslaan van geweren op de cham- 
brée. Door S. K. Met Naschrift van de redac- 
tie. — I. M. T. 1913, 1, 196. — Antwoord op 
bovenstaand artikel, door D. Roelofsma. — 
/. M. T. 1913, I, 429. 

Leemkolk (W. J. van de). Wat verstaat 
men onder contrabande ? Waarin wordt nage- 
gaan of de aanhouding van naar Nederland 
verscheepte Nedcrlandsch-IndLsche voort- 
brengselen al dan niet wcdorrechtelijk is. — 
T. N. L. N. I. 89 (1914), 235. 



Boekhoudt (Mr. W.). De korporaals zijn 
in Müitair-strafrechtelijken zin onderofiScie- 
ren. — R. in N. I. 103 (1914), 287. 

Het voorloopig onderzoek. Door R. — /. 
M. T. 1915, II, 665. 

Lau (H. L. La). De staat van Oorlog en de 
staat van Beleg. — I. M. T. 1915, II, 797. 

e. Stbafrecht. — Gevangeniswezen. 

Kleun (Mr. H.). Mag de politierechter 
vrijheidsstraffen cumuleeren. — R. in N. I. 
96 (1911), 95. 

BouMA (Mr. G. N.). De magL«traatsrecht- 
spraak in het ressort van den Raad van Justi- 
tie te Padang. — /. G. 1911, II, 1178. — De 
politie-rechtspraak. Naar aanleiding van 
bovenstaand artikel, door Mr. J. C. Kielstra. 

— T. B. B. 42 (1912), 147. 

Nedrbbubgh (Mr. L A.). De politierecht- 
spraak in Ned. -Indië. (Overzicht van artike- 
len in de Telegraaf van 29 Februari, 2, 3 en 
4 Maart 1912). — /. G. 1912, I, 527. 

Verscherpte krakaLstraffen ter Oostkust 
van Sumatra. (Ontleend aan de Nieuwe Rot- 
terd. Courant van 16 Juli 1912). — 7. G. 1912, 
II, 1211. 

Walbeehm (A. H. J. G.). De politierol een 
steen des aanstoots. — Kol. Tijdschr. 1912, 
704. 

Domela NiETTWENHns (Mr. J.). Het be- 
wijs in strafzaken en de Nederiandsche Juris- 
ten -Vereeniging. — Tijdschr. v. Strafrecht. 
XXII, 35. 

NiJS (F. W. A. L. de). De bekentenis in 
strafzaken (speciaal Inlanders betreffende). 

— Kol. Tijdschr. 1912, 76. 

HoOBWEQ (Mr. P. R.). Non bis in idem in 
geval van ontslag van alle rechtsvervolging. 

— R. in N. I. 96 (1911), 28L 

Faber (Mr. P. F. K. ). Naar aanleiding van 
art. 31/' W. V. S. v. I. (Het terugbezorgen 
tegen losprijs van gestolen goederen aan den 
eigenaar of rechthebbende). — R. in N. I. 
96 (1911), 526. —Naar aanleiding van art. 31a 
en 31ft S. I. Opmerkireen over bovenstaand 
artikel, door N. — Ibid7 91 (1911), 101. 



STRAFRECHT. 



161 



P.AULUS (Mr. Dr. J. ). Naschrift op arrest 
H. G. H. 23 Nov. 1910 (inzake het onjuist 
aangeven van de waarde van ingevoerde 
artikelen). — R. in N. I. 96 (1911), 65. 

WiENECKE (Mr. C. A.). Getuigenis van 
Maleische volwassenen en kinderen. (Een 
proef). — R. in N. I. 97 (1911), 105. 

JoAKiM (Mr. E. E. G.). Naar aanleiding 
van artikel 163 Strafwetboek voor Inlanders 
in Nederl. Indië (het toebrengen van slagen 
aan een magistraatspersoon tijdens de waar- 
neming zijner bediening). — R. in N. I. 
97 (1911), 126. 

WiENECKE (Mr. C. A.). Eén getuige, geen 
getuige (in strafzaken). — R. inN. I. 97 (1911), 
305. 

De landrechters. (Het Alg. Handelsblad va.xï 
17 November 1912 over de nieuwe regeling 
der politierechtspraak). — /. G. 1913, 1, 101. 

Dissel (J. van). „Koerang terang". (Over 
de vrijspraak of het ontslag van rechtsver- 
volging van beklaagden wegens gebrek aan 
bewijs, naar aanleiding van eene uitlating 
daarover van Mr. Hekmeijer, in het Tijdschr. 
V. Strafrecht, XXIV, afl. 1, in eene beoor- 
dceling van het werk van Mr. I. A. Nedee- 
bttroh: „Hoofdstukken over Strafvordering. 
Deel II. 's Gravenhage"). — Kol. Tijdschr. 
1913, I, 5ö. 

PoUtierechtspraak op Java. Door H. D. — 
Kol. Tijdschr. 1913, I, 182. 

Sitsen (A. E.). Enkele opmerkingen over 
de uitoefening der gerechtelijke geneeskunde 
in Indië. — R. in N. I. 99 (1912), 177. 

Rutoers (Mr. D. ). Preventieve hechtenis. 
— /. G. 1913, I, 565. 

Strafbaarheid van meineed. (Twee brieven 
met bijlagen van den heer H. Rijfsnijder, 
resident van Batavia, aan de assistent-resi- 
denten in zijn gewest, over de strafbaarheid 
van door getuigen bij het voorloopig onder- 
zoek eener Inlandsche strafzaak voor de In- 
landsche hoofden afgelegde valsche verklarin- 
gen). — Kol. Tijdschr. 1913, I, 633. — Zie 
ook: T. B. B. 44 (1913), 271. 

Aanslag van Javanen op Europeanen (op 
Sumatra's Oostkust, ontleend aan de Ddi- 



Courant van 29 April 1912). — /. G. 1913, II, 
940. 

Zijn bij inlijving van een zelfbestuur over- 
gangsbepalingen op strafrechtelijk gebied 
noodzakelijk? (Nabe trachting van de redac- 
tie, naar aanleiding eener beschikking van 
den Raad van Justitie te Soerabaja). — R. 
in N. I. 100 (1913), 167. — Zie ook: Ibid. 100 
(1913), 60. 

Het Kamerlid Hugenholtz en de politie- 
rechtspraak. — Kol. Tijdschr. 1914, 210. 

Tertius. Nieuwe strafbepalingen. (Over 
de nieuwe artikelen 63a en b en 66a en 6 in de 
Ned. Ind. Wetboeken van Strafrecht voor 
Europeanen en voor Inlanders). — Kol. 
Tijdschr. 1914, I, 508. 

De wijzigingen in het Wetboek van Straf- 
recht voor Neder landsch -Indië. (Aanteeke- 
ningen ontleend aan de Locomotief). — ƒ. G. 
1914, I, 742. 

Burghard ( J. R. ). Een protest (tegen het 
betoog van Mr. V. H. , in het Nieuws van den 
Dag van Ned. Indië van 13 Maart 1914, voor 
de wederinvoering van lijfstraffen voor den 
Inlander). Met naschrift van M. van Geuns. 

— Weekbl. v. Indië. 11 (1914—15), 129, 131. 

De RoBiNSON-zaak. Door L. G. E. (Over den 
moord op den natuuronderzoeker Dr. Ro- 
BiNSON op het eiland Ambon). M. k. en ill. 

— Weekbl. v. Indië. 11 (1914—15), 132. 

RoNKEL (Dr. Ph. S. van). De invoering van 
ons Strafwetboek ter tSumatra's Westkust 
naar aanteekeningen in een Maleisch hand- 
schrift. — T. B. B. 46 (1914), 249. 

Kielstra (Mr. J. C.). Het ontwerp-Straf- 
wetboek voor Nederlandsch-Indië. — T. B. 
B. 46 (1914), 320. 

De Teboesan in het nieuwe ontwerp-straf- 
wetboek. Door X. (Overzicht eener reeks ar- 
tikelen in de Locomotief van 29 en 30 Mei 
1914). — /. G. 1914,11, 1154. 

Boekhoudt (Mr. W.). De revisie in Ned.- 
Indië. — R. in N. I. 103 (1914), 1. 

Walsem (Mr. F. M. van). Vrouwenhandel 
(in Nederl. Indië). — R. in N. I. 103 (1914), 
270. 

11 



162 



GEVANGENISWEZEN. — DE RECHTERLIJKE MACHT. 



De DecentraUsatie en het nieuwe Strafwet- 
boek. Door S. — Locale Belangen. 2 (1914r— 15), 
199, 227. 

Bekdino (Fb.). De knots der Ind. Re- 
ge«ring. (Naar aanleiding eener bespreking 
in de Nieuwe Courant van 2 April 1914 van de 
nieuw aan het Strafrecht voor Europeanen 
en Inlanders in Ned.-Indië toegevoegde arti- 
kelen 63a en 636). —De Indiër. I (1913—14), 
II, 13. 

DoEFF (H.). Het model voor den politie- 
rechter. — Kol. Tijdschr. 1915, I, 777. 

RuTGERS (Mr. D.). Afdoening van een 
strafgeding tegen een Inlander bij gebleken 
krankzinnigheid. — Ind. Tijdschr. v. h. 
Recht. 104 (1915), 363. 

WiENECKE (Mr. C. A. ). Vrijspraak van fei- 
ten. — Ind. Tijdschr. v. h. Hecht 104 (1915), 
574. 

JoAKiM (Mr. E. E. G.). De ontkentenis van 
den beklaagde als aanwijzing. Met Na-schrift, 
door D. — Ind. Tijdschr. v. h. Recht. 105 (1915), 
56, 58. 

De Locomotief over eene in West-Java op 
touw gezette actie tegen de doodstraf. — /. G. 
1915, II, 1625. 

Graaf (A. de). Het werk in Indië. (Over de 
bestrijding van den handel in vrouwen). — 
Tijdschr. Armenzorg en Kinderbescherming. 
16 (1915), 349. 

Misset (I. H.). Moet de doodstraf in Neder- 
landsch -Indië behouden bliiven ? — T. B. B. 
49 (1915), 273. 359. 



45). Eene historische herinnering. 
mist. 1913, I, 307. 



Econo- 



HiJMANS (H. M.). Nog eens Staatsblad 
1910, n°. 319. (Bevoegdheid van enkele auto- 
riteiten om het Europeesch en Inlandsch 
gevangenispersoneel, wegens kleine dienst- 
vergrijpen en tekortkomingen met geldboe- 
ten te straffen). — R. in N. I. 96 (1911), 1. 

Gevangenis-arbeid. (Overzicht van een ar- 
tikel van J. F. C. Nienhuts in de Locomotief 
van 31 Mei 1912). — 7. O. 1912, II, 1109. 

KlEl^STBA (Mr. .1. C). De etablissementen 
van Landbouw. (Ind. Staatsblad, 1833, n°. 



HoNDiüs VAN Herwerden (P. A.). De 
strafplaatsaanwijzing van veroordeelden tot 
dwangarbeid, afkomstig uit Sumatra's West- 
kust. Vüurdracht. — Kol. Tijdschr. 1914, 3. 

Privaat- en badge legenheid van de Land- 
schapsgevangenis te E. Door V. S. — T. B. 
B. 48 (1915), 53. 

/. De Rechterlijke Macht. 

Taylor Kraaij (H. f. N.). Ambtenaren 
van het Onenbaar Ministerie bij het residen- 
tie geiecht. — /. Q. 1911, II, 1066. 

Nederburgh (^Ir. I. A.). De opleiding van 
juristen voor don rechterlijken dienst in 
Nederlandsch-Indië. — I. G. 1911, II, 1336. 

Rede van den nieiiwen President van het 
Hoog Gerechtshof van Nederl. Indië (bij zijne 
installatie op 16 September 1912, ontleend 
aan het Bataviaasch Nieuwsblad van dien 
datum). — I. G. 1912, II, 1498. 

Installatie van den nieuw benoemden Pre- 
sident der beide Hooge Gerechtshoven van 
Nederl. Indië, Mr. A. j. Andrée Wiltens. — 
R. inN. I. 96 (1911), 87. 

Linden (M. L. M. van der). De Inlandsche 
Landraadvoorzitters. — R. in N. I. 97 
(1911), 22. 

Installatie van den nieuw benoemden Pre- 
sident der beide Hooge Gerechtshoven van 
Nederlandsch-Indië, Mr. J. van Davelaar. 
- R. inN. I. 98 (1911), 409. 

Grieven tegen de Rechterlijke Macht. (Ont- 
leend aan de Nieuwe Rotterd. Cmirant van 
31 Maart 1913). — /. G. 1913, I, 791. 

De rechterlijke ambtenaren. (Overzicht van 
een artikel in het Alg. Handelsblad). — I. G. 
1913, II, 944. 

Inlandsche rechtskundigen. (Overzicht van 
een artikel in de Nieuwe Courant van 16 Juni 
1913). — /. G. 1913, II, 1081. 

De aftapping der rechterlijke macht. (Over- 
zicht van een artikel van K. in de Java -Bode 
van 24 December 1913). — /. G. 1914, 1, 432. 



POLITIE. 



163 



De wederoprichting der Nederlandsch-In- 
dische Juristen -Vereeniging. — R. in N. I. 
101 (1913), 339. 

Heekeren (E. A. A. van). De benoeming 
vam Mr. G. André de 'la Porte tot Procu- 
reur-Generaal en van Mr. I. A. Nederburgh 
tot President van het Hooggerechtshof van 
Ned. Indië. (Oordeel daarover in de Indische 
pers). — /. G. 1914, II, 973. 

De landrechters. Door X. (Ontleend aan het 
Snerab. Havddshlnd). — 1. G. 1914, II, 1137. 

Landrechters. Overzicht van een artikel 
in de Locomotief). — I. G. 1914, II, 1276. 

Rechterlijke Macht en Rechtsschool. Door 
X. (Overzicht van een artikel in de Locomo- 
tief van 19 en 20 October 1914). — ƒ. G. 1915, 
I, 88. 

Bisbilles in den boezem va.n het Hoogge- 
rechtshof. (Ontleend aan het Soerab. Handels- 
blad). — /. G. 1915, I, 695. 

gr. Politie. 

Lamster (J. C). De veiligheid van perso- 
nen en goederen op Java en de noodzakelijk- 
heid eener svstematische politiereorganisa- 
tie. — L G. 1911, IT, 1462. 

Ramaer (Mr. J. W.). Rietbranden op Ja- 
va. — Ind. Merc. 1911, 974. 

De geschiktheid van Inlanders voor de 
politie. (Overzicht van een artikel in het 
Ind. Bijbl. van het Vaderland van 20 Mei 1912). 

— /. G. 1912, II, 920. 

Maatregelen aanbevolen in de residentie 
Kediri met het oog op het bestrijden der 
rietbranden. — /. G. 1912, II, 1195. 

Amato. Het rietbrandenvraagstuk. — De 
Kroniek. I (1911—12), 378. 

Rietbranden en recht. (De Locomotief van 
9 Juli 1912 over de bestrijding van dit euvel). 

— ƒ. G. 1912, II, 1358. 

Aalst (J. van). Administratie en statis- 
tiek van de Politie en Justitie voor zoover in 
handen van de afdeelingshoofden op Java en 
Madoera. Met bijlage. — T. B. B. 40 (1911), 
255. 



Hoorweg (A.). De gewapende politie in 
Neder landsch -Indië. — T. B. B. 41 (1911), 
228, 275. 

Vries ( J. D. de). PoHtie in de binnenlanden 
van Java en Madoera. — Ber. en Meded. Ver. 
Ambtenaren B. B. N°. XIII, blz. 1. 

Dietz (F. H. A.). De Europeesche politie 
in Ned. -Indië. — R. in N. I. 97 (1911), 537. 

KocH (D. M. G.). Rietbanden. — Ind. 
Kroniek. I (1911—12), 553. 

Groot (C. de). De poütie in de groote han- 
delssteden op Java in het algemeen en te 
Soerabaja in het bijzonder. Slet: ontwerp 
eener nieuwe regeling van de politie in ge- 
noemde hoofdplaats. Voordracht. — Kol. 
Tijdschr. 1913, I, 257, 409. 

MoLL ( J. F. A. C. van). Het rietbranden vel 
in de residentie Kediri. — Arch. Suikerind. 
N. I. 1913, II, 1015, 1147. 

ScHAANK (S. H.). Nota over de nageri-poli- 
tie in de afdeeling Oeloe Soengei (Z. en O. Aid. 
van Borneo). — T. B. B. 44 (1913), 483. 

Nix ( A. A. ). Nota over de nageri-politie in 
de afdeeling Bandjermasim en Ommelanden 
(Z. en O. Afd. van Borneo). — T. B. B. 
44 (1913), 488. 

Het politiewezen in de binnenlanden van 
Java. Door A.-Z. (Overzicht van een artikel 
in de Java-Bode van 1 October 1913). — I. G. 
1914, 1, 69. 

Boekhoudt (Mr. W.). Centralisatie van de 
poHtie. — /. G. 1914, II, 1472. — Centraüsa- 
tie van de politie, een protest en een antwoord 
daarop. — /. G. 1915, 1, 326. 

KöHLER (H. J.). De Toba-Batakker als ge- 
wapende politie -dienaar. Met naschrift van 
de redactie. — T. B. B. 47 (1914), 99, 105. 

Reksokoesoemo (Ario). Dari hal pemboe- 
noehan chewan. (Over het nemen van pre- 
ventieve maatregelen om het dooden van 
andermans vee tegen te gaan). Met Naschrift 
van de redactie. — T. B. B. 47 (1914), 142, 151. 



LuLOFS (C!.). Nachtwakerskorpsen. 
B. B. 47 (1914), 207. 



T. 



ICA 



FINANCIËN. 



Gewapende politie en Binnenlandsch Be- 
Btuur. (Rede van den heer DE Mtjbalt in de 
Tweede Kamer der Staten -Generaal op 29 
October 1914). — Kd. Tijdschr. 1915, 1, 420. 



Toekomstige formatie van het personee- 
der algemeene politie op de drie hoofdplaat- 
sen van Java. — B. H. St.-Gen., 1913/1914, 
N°. 4/6, (Ind. Bcgr.). 



VII. FINANCIËN. 



o. In het algemeen. — Comptabiuteit. 

De uitgaven op de Indische Begrooting 
(voor 1913, volgens het Algemeen Handds- 
blad van 25 October 1912). — I. G. 1912, 
n, 1648. 

Utrecht (Mr. J. van). De financieele zelf- 
standigheid van Nederl. Indië. — Ind. Kro- 
niek. I (1911—12), 540, 555, 583, 595, 611. — 
Kantteekeningen op bovenstaand artikel, 
door J. H. — Ibid. I (1911—12), 624. — Ant- 
woord, door Mr. J. van Utrecht. — Ibid. 
2 (1912—13), 651. — Repliek, door J. H. — 
Ibid. 2 (1912—13), 663. 

FoCK (Mr. D.). Rapport sur les emprunts 
coloniaux. — Inst. Col. Int. Compte-rendu. 
Session 6—8 Mai 1913, 377. 

Deventer (Mr. C. Th. van). Het pijnlijke 
kwartier. (Over de financieele zijde van het 
Indische defensie vraagstuk). — Gids. 1914, 
ni, 254. 

De financieele vooruitzichten. (Naar aan- 
leiding van de bekend geworden begrootings- 
cijfers voor 1915, ontleend aan het Soerab. 
Handelsblad). — I. G. 1914, II, 1145. 

Marchant (Mr. H. P.). Arm of rijk? (Over 
de vraag, hoe de inkomsten van Indië, in 
verband met de defensie belangen, te vergroo- 
ten, door directe of indirecte belastingen). — 
Vr. des Tijds. 40 (1914), II, 317. — De In- 
dische vlootplanncn in het gedrang. Door 
Mr. J. W. Ramaer. Naar aanleiding van 
bovenstaand artikel. — /. G. 1915, I, blz. 1. 

Blom (Prof. Mr. D. van). Bruto of netto? 
(Beschouwingen over de vraag: hoe komt 
Nederlandsch-Indië aan het benoodigde geld 
voor zijne economische en militaire belangen). 
— Economist. 1914, II, 669. 

Bos (Dr. D.). Indische Financiën {Ontleend 
aan „De Vrijzinnig Democraat''). — /. G. 
1915, 1, 251. 



Bos (Dr. D.). De Indische leening. (Over- 
zicht van een artikel in „De Vrijzinnig Demo- 
craat''). — I. G. 1915,1,555. 

Elout (C. K.). De Indische leening. (Ne- 
derl. politiek. Binnenl. Overzicht). — Onze 
Eeuw. 1915, IT, 148. 

Netscher (F.). De Indische leening. (Bin- 
nenl. Staatk. overzicht). — Gids. 1915, 1, 641. 

Heekeren (E. A. A. van). Over de \\-ijze 
waarop de eerste Indische leening tot stand 
kwam. — I. G. 1915, I, 593. 

Some facts about the Public Finances. — 
Essays Netherl. E. I. San Francisco Commit- 
tee. N°. V. 

Wellenstein (E. P. ). Hervorming van de 
Indische Staatsbegrooting. — /. G. 1915, I, 
756, 911. 

Getjns (M. van). De eerste Indische lee- 
ning — geen reden tot verheugenis. (Ont- 
leend aan het Soerab. Handelsblad). — /. G. 
1915, I, 811. 

Santilhano (J. D.). Gesluierde woorden 
en halve waarheden. (Minister Plette en de 
Indische leening). — Amsterdammer. 11 
April 1915. 

Het syndicaat der Indische leening. — 
Am^oterdammer. 25 April 1915. 

Heekeren (E. A. A. van). De interpellatie 
van den heer van Vuttren in verband met 
de uitgifte van de Indische leening. — /. G. 
1915, II, 897. 

De Nederlandsen -Indische Leening. M. ill. 
— Eigen Haard. 1915, 658. 

Kielstra (Mr. J. C). De betaiing der de- 
fensie van Ncdcrlandsch-Indië. — ?'. B. B. 
48 (1915), 12, 168. 



BELASTINGEN EN RECHTEN. 



165 



De Indische Begrooting. De finanoiëele 
toestand. (Ontleend aan het Alg. Handelsblad). 
— T. B. B. 19(1915), .503. 



Water (J. H. A. van de). De verjaring 
van schuldvorderingen op den lande volgens 
de comptabiliteitswet. — /. O. 1911, II, 1047. 

BoNNERMAN (Dr. J.). De voorloopige in- 
structie voc>r den gouvcrnementsaceountant 
in Ned.-Indië. — De Accouviant. December 
1911. 

MuscH (K.). Nogmaals iets over op te leg- 
gen vergoedingen, ingevolge artikel 82 der 
Indische Comptabiliteitswet, en het daar- 
mede verband houdende Koninklijke Besluit 
van 1 Maart 1904. — I. M. T. 1911, II, 839. 

Water (J. H. van de). Terugvordering 
van ten onrechte uit de Staatskas in Ir.dië 
genoten gelden. — /. G. 19U, II, 921. — Be- 
ppreking van vorenstaand artikel, door E. 
Wentinc. — /. M. T. 191.5, I, 223. 

h. Belastiïigen en Rechten. 

1. In liet algemeen. 

De voorgenomen wijziging der Indische 
Inkomstenbelasting. (Overzicht van een ar- 
tikel in de Nieuwe Courant van 2 October 
1912). — /. G. 1912, II, 1.534. 

Wijziging van de ordonnantie op de over- 
schrijving van vaste eigendommen en de in- 
schrijving van hypotheken in Nederlandsch- 
Indië. (Beschouwingen ontleend aan de Java- 
Bode). — Ind. Merc. 1912, 1003. 

Ltjxofs (C). Het opvc.ied^nd element in be- 
la.stingheffing gelegen. (Over den ganstigen 
invloed der invoering van een directe belas- 
ting in de gewesten SumatraV Westkust en 
Tapanoeli op de arbeidskracht der Maleisehe 
Bevolking). — T. B. B. 42 (1912), 55. 

Belasting-inning op Florer. — T. B. B. 

43 (1912), 58. 

Belasting-politiek in de Buitenbezittin- 
gen. ~ T. B. B. 43 (1912), 74. 



De inkomstenbelasting van Naamlooze 
Vennootschappen in Nederlandsch-Indië. 



(Uittreksel uit de Memorie van Antwoord op 
het Voorloopig Verslag dei 2de Kamcx over 
het wci^sontwerp tot verhooging van ge- 
noemde belasting). — Ind. Merc. 1912, 1072. 

— Zie ook: Ibid. 1912, 1115. 

Btjssemaker (H. J. ). Voldoen de Indische 
belastingen aan de eischen van een recht- 
vaardig belastingstelsel? — Kd. Tijdschr. 
1912, 513. 

Hadiningrat (Pangeran Arjè). Een 
staatsbelang. (Over de wenschelijkheid van 
oprichting van een afzonderlijk corps inland- 
sche belastingambtenaren). — Kol. Tijdschr. 
1912, 535. 

Kern (P. K. W.). Bijdrage tot de kennis 
van belasting van stijgende grondwaarden. 
(Naar aanleiding van een voorstel van eenige 
leden van den Gemeenteraad te Semarang 
tot instelling eener Commissie tot onderzoek 
der mogelijkheid eener belasting te heffen 
van waardevermeerdering van onroerende 
goederen). — /. G. 1913, I, 456. 

Suchtelen (Jhr. B. C. C. M. van). Een 
controle-systeem op belastinggebied voor 
analphabeten (in streken waar individueels 
belasting-aanslag wordt toegepast). — T. 
B. B. 44 (1913), 117. 

LuLOFS (C). Bepaling van belasting- 
plichtigheid (van inlanders). — T. B. B. 
44 (1913), 146. — Rectificatie. — Ibid. 47 
(1914), 256. 

Boelen (Mr. H. J.). Belasting op onroerend 
goed. (Ontleend aan de Locomotief 'Ysm 10 
lebruari 1913). — /. G. 1913, I, 693. 

Gerritzen (Mr. J.). De Indische Inkom- 
stenbelasting .— I. G. 1913, I, 693. 

Kern (P. K. W.). Heffing van belastingen 
als bedoeld bij artikel 240 i en ? onzer gemeen- 
tewet in daarvoor in aanmerking komende 
locale ressorten van Nederl. Indië. Met 4 bij- 
lagen. — I. G. 1913, II, 1139. 

LuLOFS (C). Het opvoedend element in 
belastingheffing gelegen. — T. B. B. 45(1913), 
139. 

Belasting-innen op de Buitenbezittingen. 
(Overzicht van een artikel in de Locomotief). 

— I. G. 1914, II, 1019. 



166 



LANDRENTE. — HEERENDIENSTEN. 



Gbaafland (A. J. N.)- Kan over de waarde 
van een landbouwconcessie gelegen in het 
landschap Deli (O. K. Sumatra) recht van 
overgang conform de successiewet geheven 
worden ? (Critiek op een vonnis van den Raad 
van Justitie te Medan). — R. in N. I. 102 
(1914), 231. — Recht van overgang geheven 
van een landbouwconcessie in het landschap 
Deli. Antwoord op bovenstaand artikel, door 
Mr. J. F. A. M. BuFFABT. — Ibid. 102 (1914), 
505. — RepUek, door A. J. N. Gbaafland. 
— lUd. 103 (1914), 279. 

JoNGENBEL (Mr. D. J. ). Over de vordering 
der sepoeloeh satoe van boschproducten, in- 
gezameld door gouvernementsonderhoorigen 
in zelfbesturende landschappen. — T. B. B. 
46 (1914), 202. 

Dissel (J. van). Bedrijfs en Inkomsten- 
belasting. Met opmerking van de Redactie. — 
Kol. Tijdschr. 1914, II, 1214, 1216; 1915, I, 
201. 

Roest (J. ). Vergelijkend overzicht van de 
in de Buitenbezittingen van de Inlandsche 
Bevolking geheven directe belastingeen over 

1912. — T. B. B. 47 (1914), 303.— Idem over 

1913. — T. B. B. 48 (1915), 517. 

Fbijling (W.). De algemeene belasting op 
de bedrijfs- en andere inkomsten. — Kol. 
Tijdschr. 1915, I, 44. 



SuYS (J.). 
Soerabaja. — 
489, 511. 



Het belast ing vraagstuk te 
Locale belangen. 2 (1914 — 15), 



KöHLEB (H. J.). Het resultaat van de in- 
voering van de algemeene inkomstenbelas- 
ting (Stbl. 1914, N°. 130) in Habinsaran. — 
T. B. B. 48 (1915), 139. 

LuLOFS (C). Een en ander over de toepas- 
sing van de algemeene bedrijfs- en andere 
inkomstenbelasting van Stbl. 1914, N°. 130. 
— T. B. B. 48 (1915), 273. 

Suchtelen(B. van). Een controle -systeem 
voor analphabetische belastingbetalers en 
inners. M. ill. — T. B. B. 48 (1915), 284. 

Fbulinq (W.). Een controlemiddel op be- 
lasting-inning. — T. B. B. 48(1915), 67. 

Dissel (.T. van). Bolasting-aanslag. — 
T. B. B. 49 (1915), 196. 



Elen interpretatie van artikel 3, 2e der alge- 
meene inkomstenbelasting van de Inlandsche 
bevolking in de Buitenbezittingen van Staats- 
blad 1914, No. 130. — T. B. B. 49 (1915), 
230. 

2. In- en Uitvoerrechten en Accijnzen. 

Zon (P. van). Verhooging van het uitvoer- 
recht op boschbijprodukten. — Tectona. 7 
(1914), 865. 

3. Landrente. 

Lamsteb (J. C. ). De „Landrentebelasting- 
werkzaamheden in 1908/09 en 1910", door 
F. P. SoLLEwiJN Gelpke euM. M. C. Vebweu 
Mejan. — /. G. 1911, II, 1614. 

Vebweij Mejan (N. M. C). De landrente - 
belastingwerkzaamheden in 1911. — Jaar- 
ver si. Topogr. Dienst in N. I. 1911, 127. 

SoLLEWiJN Gelpke (F. P. ). De „Landrente- 
belastingwerkzaamheden". — T. B. B. 40 
(1911), 3, 84. 

Vebweij Mejan (N. M. C). Landrente- 
heffingen in Britsch-Indië en in Nederlandsch- 
Indië. (Naar aanleiding van het artikel van 
J. J. Bekaab: „Nederland en Engeland onder 
de tropen", in de Tijdspiegel van Mei 1911). 
— T. B. B. 41 (1911). — Antwoord door J. 
J. Bekaab. — Ibid. 42 (1912), 183. 

RoM (J. van). Aantee keningen, verband 
houdende met de voorgenomen landrente- 
werkzaamheden in de residentie Bah en Lom- 
bok. — Jaarversl. Topogr. Dienst in N. I. 
1912, 158. 

Kemp (P. H. van der). De Landrente. 
Blijkens het onderzoek naar de mindere wel- 
vaart der Inlandsche bevolking op Java en 
Madoera. — Vr. des Tijds. 41 (1915), II, 
401. 

4. Heerendiensten. 

Deventeb (Mr. C. Tli. van). Heerendien- 
sten in de Buitenbezittingen. — De Wereld. 
18 October en 10 November 1911. 

Heerendiensten ter Westkust van Sumatra. 
(Ontleend aan de Java-Bode). — Ind. Merc. 
1912, 159. 

FoKKENS (F.). De afschaffing der heeren- 



OPIUMREGIE. - ZOUTMIDDEL. — PANDHUISDIENST. 



167 



diensten. (Overzicht van artikelen in de 
Nederlander van 3 en 4 Octobcr 1912). — /. O. 

1912, II, 1532; 1913, I, 248. — Zie ook: Kol. 
Tijdschr. 1912, 1116 en /. G. 1913, 1, 660. 

Tempel (A. van den). Heerendiensten en 
hunne afschaffing. — Samenwerking. I, 56. 

De Heerendiensten op Java. (Opmerking 
naar aanleiding van een artikel van F. FoK- 
KENS in de Nederlander betreffende het uit- 
stel van het plan tot afschaffing van die dien- 
sten). — Kol. Tijdschr. 1913, II, 1431. 

Kern (R.). Na de afschaffing der heeren- 
diensten. — Kol. Tijdschr. 1913, I, 653. 

KiELSTRA (Mr. J. C. ) en C. Lulofs. Ver- 
pUchte diensten of geldelijke heffingen? — 
T. B. B. 46 (1914), 28. 

Fokkens (F.). De afschaffing der laatste 
heerendiensten op Java. — Onze Koloniën. 
Serie I, N°. 6. — Bespreking van bovenstaand 
geschrift door Tjpto Mangoenkoesoemo. — 
De Indiër. I (1913—1914), II, 63. 

Afschaffing van heerendiensten. (Ontleend 
aan de Java-Bode van 14 April 1915). — T. B. 
B. 48 (1915), 315. 

Nogmaals de afschaffing der Heerendien- 
sten. Door *. — De Indiër. 1 (1913—1914), 
II, 88. 

c. Opitjmregie. — Het zoutmiddel. — 
Pandhthsdienst. 

Wijk (L. J. vab). Opium in Netherlands 
India. (Met antwoord van Mr. Scheltema). 
— Friend of China. XXVIII, 225, 226. 

De opium -regie ter Oostkust van Sumatra 
(gedurende 1 April tot 31 December 1913, 
volgens de Nieuwe Courant van 29 Maart 

1913, ontleend aan de Ddi-Courant). — /. G. 
1913, I, 649. 

Tertius. Kroniek. (Hierin o. a. over de 
stijging van het opiummiddel. — Kol. Tijd- 
schr. 1913, II, 1026. 

De opium -opbrengsten. (Ontleend aan de 
Locomotief van 21 Juni 1913). — /. G. 1913, 
II, 1235. 

Opium in de Straits en in Neder landsch- 
Indië. (Overzicht van een artikel in het Alg. 
Handelsblad van 22 Augustus 1913). — /. G. 
1913, II, 1369. 



Scheltema ( J. F. ). Opium en nog wat. — 

— /. G. 1914, I, 28. 

Opiumregie. (Overzicht van een adres aan 
den Minister van Koloniën door den Neder- 
landschen Anti-Opiumbond inzake de uit- 
breiding van het opium verbruik na de invoe- 
ring der opiumregie in Neder landsch-Indië). 

— /. G. 1914, I, 685. 

Opium op Banka. (Overzicht van een arti- 
kel in het Algemeen Handelsblad van 7 April 
1914). — I. G. 1914, 1, 685. 

ScHEURER (Dr. J.). De tegenwoordige 
stand van het opium -vraagstuk. Referaat. 

— Versl. 21e Alg. Ned. Zendings Conf. 24—27 
Nov. 1913, 90. 

DoEFF (H. ). De Javaan en het opium. M. 
ill. — Amsterdammer. 2 Mei 1915. 

Overzicht in thails van het opium debiet 
sedert 1904, het eerste jaar waarin de regie op 
geheel Java en Madoera werkte. — B. H. Si. 
Gen. 1913/14, N". 4/426 (Ind. Begr.). 



De pandhuisdienst. (Overzicht van arti- 
kelen van C. in de Locom/)tief van 12 en 13 
Februari 1912 over de werking van dien 
dienst). — /. G. 1912, I, 654. 

Pandhuispacht. — Stelsel van de licentiën. 

— Pandhuisregie. Door J. H. — Ind. Kroniek. 
I (1911-12), 569. 

De zoutaanmaak op Madoera. (Ontleend 
aan de reisbrieven van H. van Kol in de 
Locomotief van 21—26 Juli 1912). — /. G. 
1912, II, 1213. 

Arends Jr. (P. C). Het zout in Tapanoeli. 

— Ber. en Meded. Ver. van Ambtenaren B. B. 
N°. XII, blz. 47. 

Overzetveeren. (De Nieuwe Rotterd. Courant 
van 4 April 1913 over het plan der Regeering 
tot geleidelijke opheffing der verpachting van 
overzetveeren). — I. G. 1913, I, 652. 

Het zoutmiddel. (Overdruk van een artikel 
van Mr. J. H. Abendanon in het Vaderland 
van 25 October 1913, getiteld: „Ende deses- 
pereert ^iet ! Chronologie van het Zoutbriket- 
stelsel in Ned.-Indië. Ter overweging aange- 
boden aan de Volksvertegenwoordiging". 
Met opmerkingen van C. Lulofs. — T. B. B. 
45 (1913), 489. 



168 



KRIJGSWEZEN. — IN 'T ALGEMEEN. 



VIII. KRIJGSWEZEN. 



a. In het Algemeen (Land- en 
Zeemacht.) — Verdedigingsstelsel, i) 

Hebing (F. C). Java's weervermogen 
tegen een buiten landschen vijand. — /. O. 

1911, I, 192. (Zie de vorige artikelen van 
dien schrijver in de /. G. 1909, I, 723; 1910, 

I, 296; II, 911). 

NoTO Soeroto (Rn Ms.). Java's weerbaar- 
heid is Java's behoud. — I. O. 1911, II, 895. 

Een VON MoLTKE'sche verdediging van 
onzen Archipel. Door X. — 7. M. T. 1911, 

II, 771, 853, 938. 

Ean Javaan over de verdediging van Ne- 
derlandsch-Indië. (Overzicht van een artikel 
in de Locomotief van 20 Maart 1912). — 7. G. 

1912, I, 809. 

JoNGH (A. A. de). De verdediging van 
Neder landsch-Indië. (Overzicht van een inge- 
zonden stuk in de Nieuwe Rotterd. Courant 
van 19 Mei 1912). — 7. G. 1912, II, 929. 

Staatscommissie voor de verdediging van 
Indië. (Het Vaderland van 12 Juni 1912 over 
de samenstelUng van die Commissie). — 7. G. 
1912, II, 943. 

Nypels (G.). De Staatscommissie voor de 
verdediging van Neder landsch-Indië. — Kol. 
Weekbl. 25 JuU 1912. 

Hering (F. C). De verdediging van Neder- 
landsch- Indië. Een toekomstbeeld. — De 
Gids. 1912, IV, 377. — Bespreking. — Mari- 
neblad. 27 (1912—13), 941. 

RossuM ( J. P. van). De beloofde defensie- 
commissie. — Marineblad. 27 (1912—13), 385. 

De Staatscommissie voor de verdediging 
van Indië. (Ontleend aan de Nieuwe Rotterd. 
Cour. van 14 Juli 1912). — Marineblad. 27 
(1912—13), 446. 

Nijweide (G. J.). Leger en vloot bij de ver- 
dediging van Nederlandsch- Indië. — 7. M. T. 
1912, I, 408. — Zie ook: Marineblad. 28 
(1913—14), U. 



Hagen (Fr.). Indië's verdediging. 
Tijdschrift. 4 (1913), 679. 



Het 



1) Zie ook de rubriek „Zeemacht". 



Onze Koloniale Weermacht. (Opsomming 
der verschillende ontworpen verdedigings- 
stelsels sedert het herstel van het Nederl. 
gezag in Indië). — Kol. Weekbl. 10, 17, 24 
April; 1, 8, 15 en 22 Mei 1913. — Overzicht: 
7. G. 1913, II, 933. 

Onze Koloniale Weermacht. (Het „Rap- 
port" van de Staatscommissie voor de ver- 
dediging van Neder landsch-Indië.) — Kol. 
Weekbl. 31 Juli; 7, 14, 21, 28 Augustus; 4, 11, 
18, 25 September; 2, 9, 16, 23, 30October; 13 
en 27 November en 4 December 1913. — Zie 
ook: Kol. Tijdschr. 1913, II, 864, 1023. 

Rapport van de Staatscommissie voor de J 
verdediging van Nederl. -Indië. — Marine- " 
blad. 28(1913—14), Extra-af 1. , Augustus 1913. 
— Zie ook: 7. G. 1913, II, 1475. 

De verdediging van Indië. (Naar aanleiding 
van de brochure van W. R. Greve: „Het 
rapport van de Staatscommissie voor de 
verdediging van Nederlandsch -Indië. 's Gra- 
venhage 1913"). — Kol. Tijdschr. 1913, II, 
1429. 

Hastatus. De verdediging van Nederl. 
Indië. (Ontleend aan het Alg. Handelsblad ya,n 
30 September en 1 Oetober 1913). — Marine- 
blad. 28 (1913—14), 822. — Zie ook: Ibid. 
28 (1913—14), 833, 959. 

De verdediging van Nederlandsch-Indië. 
(Bespreking van het rapport der Defensie- 
Commissie in de Nieuwe Courant van 17 Oeto- 
ber 1913). — Marineblad. 28 (1913—14), 837. 

Baretta (J. M.). De verdediging van Ne- 
derlandsch-Indië en het rapport vandeStaats- 
commissie. Voordracht met debat. — V. Ind. 
Gen. 1913—14, blz. 1. 

De verdediging van Indië. (Overzicht van 
een reeks artikelen in de Nieuwe Rotterd. 
Courant). — I. G. 1914, 1, 249. 

Belt (J. C. van der). De voorstellen tot 
verdediging van onze Aziatische Koloniën in 
verband met lu^t Rapport der Staatscommis- 
sie. Voordracht met debat. M. kaarten. — 



KRIJGSWEZEN. 



IN 'T ALGEMEEN. 



169 



Org. Ned. V. v. Krijgsw. 1913—1914, 129, 389. 

— Eenige beschouwingen en een protest naar 
aanleiding van bovenstaande voordracht. 
Door J. C. A. Bannink. — /. M. T. 1914, I, 
557. 

FoKKENS (R). Eene afzonderlijke verdedi- 
ging van Java en Madoera. — Kol. Tijdschr. 
1914, I, 170. 

Twee stelsels van verdediging in Indië. 
(Ontleend aan de Nieuwe Rotterd. Courant van 
9 Januari 1914). — Marineblad. 28 1913— 
14), 1094. 

Beginselen van verdediging in Indië. (Ont- 
kend aan de Nieuwe Rotterd. Courant van 10 
Januari 1914). — Marineblad. 28(1913—14), 
1096. 

Het rapport van de Staatscommissie voor 
de verdediging van Indië. (Ontleend aan de 
Nieuwe Rotterd. Courant van 13 Januari 1914) 

— Marineblad. 28 (1913—14), 1099. 

Onze bezwaren tegen het rapport der 
Staatscommissie. (Ontleend aan de Nieuwe 
Rotterd. Courant van 14 Januari 1914). — 
Marineblad. 28 (1913—14), 1102. 

Het leger in Indië ten koste van de vloot. 
(Ontleend aan de Nieuwe Rotterd. Courant van 
15 Janvari 1914). — Marineblad. 28 (1913— 
14), 1105. 

Hoe te handelen. (De Nieuwe Rotterd. Cou- 
rant van 17 Januari 1914 over de financiëele 
zijde van het vi'aagstuk der Indische ver- 
dediging). — MarineUad. 28 (1913—14), 1110. 

— Zie ook: /. G. 1914, I, 427. 

GiNKEL (G. van). Leger en vloot bij de 
verdediging van Neder landsch -Indië. — /. 
M. T. 1912, II, 759. — Zie ook: Marineblad. 
28 (1913—14), 11. 

De defensie van Neder landsch -Indië. Door 
„Indisch Officier". (Ontleend aan de Nieuwe 
Courant, van 20 Juni 1912). — /. M. T. 1912, 
II, 889. 

Fremery (H. J. D. de). Leger en vloot bij 
de verdediging van Nederlandsch -Indië. — 
I. M. T. 1912, II, 1073. — Antwoord op 
bovenstaand artikel, door G. J. Nijweide. 

— /. M. T. 1913, I, blz. 1. — RepUek, door 
H. J. D. DE Fremery, met naschrift van 



G. J. Nijweide. 
256. 



/. M. T. 1913, I, 243, 



Australië en de verdediging van Indië. 
(De Sydney'sche Daily Telegraph over de 
voorstellen der Defensie-Commissie). — I. G. 
1914, I, 424. 

Plannen voor de Indische defensie. (Ont- 
leend aan de Java-Bode van 20, 21 en 22 Ja- 
nuari 1914). — Marineblad. 28 (1913—14), 
1214. 

RossTJM (J. P. van). Bespreking van het 
Rapport der Staatscommissie voor de ver- 
dediging van Nederlandsch-Indië, ingesteld 
bij K. B. van 5 Juni 1912, N°. 60. Voordracht 
met debat. — Org. Moederland en Koloniën. 
14 (1914), N°. IL 

LuLOFS (C). De verdediging van Indië in 
verband met de draagkracht der Inlandsche 
bevolking. — T. B. B. 45 (1913), 223. 

Heekeren (E. A. A. van). Steunt allen de 
Regeering (in de zaak der defensie onzer 
koloniën). Naar aanleiding van een artikel 
in de „Rotterdammer", getiteld: „Indische 
belangen". — /. G. 1914, 1, 457. — Zie ook: 
/. G. 1914, 1, 860 en Kol. Tijdschr. 1914, 1, 785. 

Kerkkamp (H. C). Indië en de defensie. 
— AmMerdammer. 17, 24 en 31 Mei 1914. — 
Opmerkingen door X, naar aanleiding van 
bovenstaand artikel. — Ibid. 21 Juni 1914. 



Tertius. Defensie -Quisterheden. 
Tijdschr. 1914, I, 785. 



Kol. 



Bespreking van de brochure van kolonel 
DE Greve: „Het rapport van de Staatscom- 
missie voor de verdediging van Nederl. -Indië. 
's Gravenhage 1913". — Marineblad. 28 
(1913—14), 723. — Mijne brochure in het 
Marineblad. Antwoord op bovenstaand arti- 
kel, door W. R. de Greve, met inleiding van 
de Redactie. M. k. — I. M. T. 1914, I, 89, 
94. 

Lessen uit den tegenwoordigen oorlog 
(voor de verdediging van Ned. -Indië). Door 
C. V. R. — /. M. T. 1914, II, 1112. 

Doeff (H.). De verdediging van Ned.- 
Indië. — Kol. Tijdschr. 1915, I, 225. 

Heekeren (E. A. A. van). De militaire 



170 



LANDMACHT. — LEGERBESTUUR. 



positie van Nederlandsch-Indië. — Onze Ko- 
loniën. Serie II, N°. 1. 

Banntnk (J. C. A.). De verdediging van 
Nederlandsch-Indië is geen hopelooze zaak. 

— /. O. 1915, I, 498. 

Verke (L. van). De defensie van Indië. 
Met naschrift van de Redactie. — Marineblad. 
30 (1915—16), 1, 19. — Een tweetal aan- 
teekeningen op bovenstaand artikel. Door 
C. DE Vries. — Ibid. 30 (1915—16), 232. 

Heekeren (E. A. A. van). De phrase bij 
het vraagstuk van de verdediging van Indië. 

— I. G. 1915, I, 753. 

MutrRLiNG ( W. ). De verdediging van Indië. 

— /. M. T. 1915, II, 655. — Antwoord op 
.bovenstaand artikel, door C. L. Schepp, met 
repliek door W. Müttrung. — Ibid. 1915, 
II, 1053, 1061. 

b. Landmacht. 

1. Legerbestuur. — Organisatie. — 
Aanvidling. 

Belt (J. C. van den). De aanvulling van 
het Europeesch element in het Ned. Indische 
leger. Voordracht met debat. — Org. Ned. 
Ver. Krijgsw. 1911—12, 390. 

Becking. Verhoogde soldij voor scherp- 
schutters. — /. M. T. 1911, I, 289. 

Pénard (W. A.). Werving en legerreserve. 

— /. M. T. 1911, I, 447. 

RooN (J. van). Promotiewee. M. graph. 
voorstelling. — I. M. T. 1911, I, 521. 

Commissiën tot onderzoek van reclames 
ir zake beoordeelingslijsten van officieren 
(Stbl. van 1911, N°. 278). Door X. — /. M. T. 
1911, 1, 600. 

Verlofstraktementen van officieren verge- 
leken met die van ambtenaren. Door H. V. — 
/. M. T. 1911, I, 609. — Enkele beschou- 
wingen naar aanleiding van bovenstaand 
artikel, door P. Q. R. — Ibid. 1911, II, 877. 

Pénard (W. A.). Wat kan de Indisch- 
Europeesche maatschappij doen voor: wer- 
ving en legerreserve. (Ontleend aan de Java- 
Bode van 22 Juni 1911). — /. M. T. 1911, 
II, 725. 



Hengelo (A. van). Militaire vakorgani- 
saties. — /. M. T. 1911, I, 467. — Officiers- 
bond. Door P. (Naar aanleiding van de be- 
schouwingen in de Locomcftief van 13/14 Juli 
1911 over bovenstaand artikel). — Ibid. 
1911, II, 818. — Zie ook: Ibid. 1911, II, 
1090. 

Het aanvragen van troepenpaarden door 
officieren van onbereden wapems. Door H. 

— /. M. T. 1911, n, 1166. 

Democraat. Een vakvereeniging van offi- 
cieren. — Ind. Kroniek. I (1911—12), 213. 

Is eene Indische legerreserve absoluut 
onmogelijk ? Door W. — /. M. T. 1912, I, 
668. — Antwoord aan W. , door S. H. Schttt- 
stal van Woudenberg. — Ibid. 1912, II, 
866. 

Weijden (J. van der). De invoering van 
militieplicht in Nederlandsch-Indië. Voor- 
dracht met debat. — Org. Ned. Ver. Krijgsw. 
1912—13, 65, 145. 

Een veldleger van 16 bataljons. (Overzicht 
eener bespreking door A. , in de Locomotief van 
11 Februari 1913 van een ter zake door de 
Defensie -Commissie in haar advies opge- 
nomen voorstel). — I. G. 1913, I, 638. 

Hajenius (P. e.). Ons Indisch Leger en 
het jaar 1913. (Overzicht van een artikel in 
de Nieuwe Rotterd. Courant van 5 April 1913 
waarin het denkbeeld werd geopperd afdee- 
üngen van het Ind. leger van verschillende 
landaarden deel te doen nemen aan de onaf- 
hankelijkheidsfeesten). — /. G. 1913, I, 777. 

Positie onderluitenants. Door „Een onder- 
luitenant". — Maandbl. v. d. Onderoff. der 
Landm. N.I. 7 (1912—13), 191. 

Gebrek aan officieren, kader en minderen. 
(Overzicht van artikelen daarover in de 
Nieuwe Rotterd. Courant van 2 en 6 Juli 1913). 

— /. O. 1913, II, 1094. 

Long (P.). Les étrangers dans l'armée 
coloniale nécrlandaise. — Questions Diplom. 
et Coloniales. 17 (1913), 663. 

De reserve voor het Neder landsch -Indisch 
leger. Door X. — /. M. T. 1912, II, 809. — 
Antwoord op bovenstaand artikel, door H. 
J. D. DE Fremery, met naschrift van X. — 
Ibid. 1913, I, 49, 137. 



LANDMACHT. — ORGANISATIE. 



AANVULLING. 



171 



Buitenlandsche verloven voor officieren. 
Door S. — /. M. T. 1913, II, 734. — Zie ook: 
Ihid. 1914, I, 153. 

Eine Ehrenerklarung für das niederlan- 
dische Kolonialheer. (Naar aanleiding van 
het werkje „Der Bankierssohn als Fremden- 
legionar. Berlin 1914"). — Deutsche Wochenz. 
f. d. Niederlande. 3 Mai 1914, blz. 2. — Zie 
ook: ƒ. G. 1914, I, 875. 

Een en ander naar aanleiding van de 
Duitsche actie tegen het Nederlandsch- 
Indisch leger. Door F. — Weekbl. v. Indië. 
11 (1914—15), 82. 

Java: The garden by the East. By Lieut. 

F. G. C. Campbell. (Overgenomen uit „The 
Journal of the Royal United, Sertrice Institu- 
tion" waarin eene onjuiste beoordeeling voor- 
komt van het Indische leger en zijn officie- 
ren). — 7. M. T., 1913, II, 1046. —Antwoord 
op bovenstaand artikel, door W. F. Dlngeb. 

— Ihid. 1914, I, 160. 

Vries (J. J. de). Javaan en Amboinees. 
(Beschouwing, naar aanleiding van een arti- 
kel van „Bajonet" in het Bat. Nieuwsblad 
van Augustus 1913, over de achteruitstelling 
van den Javaanschen militair bij zijn Am- 
boineeschen collega.) — I. M. T. 1914, I, 
210. 

De overgave van het legercommando door 
den luitenant-generaal G. C. E. van Da alen 
aan den ge ner aal-majoor J. P. Michielsen. 

— I. M. T. 1914, I, 355. 

Hebing (F. C). Verbetering en versterking 
van het Indisch leger. (Overzicht van een 
reeks artikelen in het Vaderland van 7 en 8 
October 1914). — /. G. 1914, II, 1589. 

Voorbereiding van Indië's weerbaarheid. 
Door L. (Overzicht van een artikel in de 
Java-Bode van 5 en 6 November 1914). — /. 

G. 1915, I, 73. 

Indische militieplannen. Door „Stafoffi- 
cier." (Overzicht van een artikel in de Java- 
Bode van 26 Septembe? 1914). — /. G. 1914, 
n, 1733. — Zie ook: /. G. 1915, I, 75. 

A.AiJ (S. J.). Indische militie en nog wat. 

— Maandbl. onderoff. der Landm. N. I. 10 
(1914r-15), 176. 



Heekeren (E. A. A. van). De censuur op 
het Indisch Militair Tijdschrift en een offi- 
oiersbond in zicht. — /. G. 1915, I, 297. 

Eenige (Indische) persstemmen over den 
officiersbond. — I. G. 1915, I, 410. 

KiELSTRA (Mr. J. C). Een inlandsche mi- 
Utie. — T. B. B. 47 (1914), 556. 

Treffers (F.). Een en ander betreffende 
de aanvulüng van het Europeesch element 
in het Leger in Neder landsch -Indië. — /. G. 
1915, I, 488. 

Een militie voor Indië. Door C. (Ontleend 
aan de Preanger-Bode). — /. M. T. 1914, I, 
548. 

Slijboom (D. ). Smeedt het ijzer als het heet 
is. (Over de wenschelijkheid van meer reclame 
in Nederland voor het Indisch leger). — /. 
M. T. 1914, II, 1032. 

Vermeer (H. J.). Knoeierijen bij de wer- 
ving (van Inlanders). — /. M. T. 1914, II, 
1035. 

Asymptoot. Timoreezen voor het leger. 

— /. M. T. 1915, I, 36. — De Timorees als 
recruut. Aanvulling van bovenstaand artikel, 
door L. — Ihid. 1915, I, 137. — Een korte 
opmerking naar aanleiding van eerstgenoemd 
artikel, door Raden Santosa, met naschrift 
van de Redactie. — Ihid. 1915, 1, 197. — Een 
protest. (Naar aanleiding van het artikel van 
Asymptoot). Door Alif. — Ihid. 1915, I, 
287. 

Circulaire aan alle officieren van het Nederl. 
Indisch leger van het Comité voor oprichting 
van eene „Vereeniging van Nederlandsch- 
Indische Officieren". — /. M. T. 1915, I, 59. 

— Eenige beschouwingen over de „Ma- 
langsche Circulaire". Door J. Vogleb, H. L. 
Maueb, A. Michielsen en „Een van de 
Oudere". — Ihid. 1915, I, 83, 85, 90, 94. — 
De bespreking van de circulaire van het 
Malang-Comité in het I. M. T. Door D. RoE- 
LOFSMA. — Ihid. 1915, 1, 188. — De Officiers- 
vereeniging. (Aanvulling der Circulaire). 
Door „Het Malangsche Comité". — Ihid. 
1915, I, 297. 

Asymptoot. Kromo buiten. (Ongunstig 
oordeel over den Javaan als soldaat). — /. 
M. T. 1915, I, 129. — Naar aanleiding van 



172 



LANDMACHT. — ORGANISATIE. 



AANVULLING. 



vorenstaand artikel. Door J. J. de Wit, Th. 
VAN Ardenne, H. L. La Lau en H. vak 
Tongeren. — Ihid. 1915, I, 350, 356, 365, 
438. — De waarde van den Javaan als veld- 
soldaat. Door H. J. Schmidt. — Ihid. 1915, 
I, 534. — Zie ook: Losse opmerkingen. N°. 
XXVI. Door H. J. Vermeer. — Ihid. 1915, 
I, 403. — Een pleidooi voor Asymptoot. 
Door H. F. Flothihs. — Ihid. 1915, I, 596. 
— Kromo. Naar aanleiding van eerstgenoemd 
artikel. Door J. C. A. Bannink. — Ihid. 
1915, I, 615. — Kromo buiten. Antwoord 
aan Asymptoot. Door F. P. A. van Gheel 
Gildemeester. — Ihid. 1915, II, 690. — 
Nogmaals: Kromo buiten. Antwoord van 
Asymptoot. Met naschrift, door A. — Ihid. 
1915, II, 784, 796. 

Promotie -stUstand (tijdens den wereld- 
oorlog). Door X'*. Met Naschrift van de re- 
dactie. — /. M. T. 1915, I, 336, 337. 

Kriekx. Ten einde meer „Timoreezen" in 
het Leger te verkrijgen. — /. M. T. 1915, 
I, 44L 

Luitenants-budget. — /. M. T. 1915, I, 
613. 

JoNQUiÈRE (A. J. C). De nieuwe legerfor- 
matie. — /. M. T. 1915, II, 836. 

MuuRLiNG (W.). Overzicht van de Militie- 
voorstellen. — /. M. T. 1915, II, 864. 

De Indische militie. (Ontleend aan het Bat. 
Nieuwsblad). — I. G. 1915, II, 1583. 

Het beoordeelen van officieren. Door A. F. 
(Overzicht van een artikel in het Bat. Han- 
ddshlad). — I. O. 1915, II, 1628. 

Cavtar. Causerie : Eene militie in Indië. — 
/. M. T. 1915, II, 1012. 



De Militie -voorst ellen. 
II, 1024. 



/. M. T. 1915, 



KiÊs (Ch.). Voorstellen tot algemeene her- 
ziening van de positie der militairen beneden 
den rang van Onderluitenant. — /. M. T. 
1915, II, 1088. 

Asymptoot. De werving op Timor. — /. 
M. T. 1915, II, 1107. 

Militie-officieren (bij het Nedcrl. Indisch 



leger). Door J. S. — I. M. T. 1915, H, 1219. 

Het ledental van de Officiersvereeniging. 
Door S. S. — I. M. T. 1915, II, 1220. 



Overzicht der Militievoorstellen. 
Ind. Krijgsk. Ver. 1915, N°. 50. 



Org. 



Kerkkamp (H. C). De Infanterie van het 
Nederl. Indische Leger na invoering van 
eene voorloopige militie op Java. Voordracht 
met debat. — Org. Ind. Krijgsk. Ver. 1911, 
Nos. 32 en 37. 

Reorganisatie van de Veld-Infanterie (vol- 
gens de Indische Begrooting voor 1912). — 
/. M. T. 1911, II, 1080. 

Wielrijders bij de Infanterie. Door M. D. J. 
— /. M. T. 1911, II, 712. 



i 



De gemengde brigade. Door E. 
1912, I, 432. 



/. M. T. 



Geertsema Beckeringh. Zal de invoering 
van de gemengde compagnie, ten nadeele 
komen van de gevechtswaarde van het Ne- 
derlandsch -Indische Leger? — /. M. T. 1913, 
1913, I, 260. 

De werkkring van den officier bij een 
depot -bataljon. Door S. K. — /. M. T. 1913, 
II, 671. 

De brigade (V2 sectie) als tactische en ad- 
ministratieve eenheid. Door E. — /. M. T. 
1915, II, 1024. 



Merens (D.). Organisatie van het wapen 
der genie in Neder landsch -Indië en samen- 
werking met het Departement van Burger- 
lijke Openbare Werken. — I. G. 1912, I, 
602. — Antwoord op bovenstaand artikel, 
door C. J. DE Bruijn. — I. G. 1912, II, 1141. 

De telefonisten bij de Vesting-Artillerie. 

— I. M. T. 1912, II, 1132. 

Genie-telegraafafdeeling. (Formatie en uit- 
rusting). — I. M. T. 1912, I, 81. 

Thomson (M.). De Javaan als cavalerist. 

— I. M. T. 1912, I, 470. 



LANDMACHT. — INTENDANCE. — MILIT. ADMINISTRATIE. 



173 



Reorganisatie van den trein. — /, M. T. 
1912, I, 672. 

Lotsverbeteringen voor de militaire inge- 
nieurs, architecten en opzichters. Door S. — 
Ind. Bouwk. Tijdschr. 16 (1913), 195. 

Beschouwingen over de bereden artillerie. 

— 7. M. T. 1913, II, 1007. 

Organisatie en bevelvoering van trein- 
afdeelingen. Door E. — I. M. T. 1915, I, 
539. — Enkele kantteekeningen naar aan- 
leiding van bovenstaand artikel, door XXX. 

— Ibid. 1915, II, 703. — Kort wederwoord 
aan xxx. Door E. — Ibid. 1915, II, 917. 

KiÈs (Ch.). Menadoneezen bij de Bereden 
ArtiUerie. — /. M. T. 1915, II, 1275. 



Uitbreiding van het leger met 5 mitrail- 
leur-compagnieën (volgens de Ind. Begroo- 
ting voor 1912). — I. M. T. 1911, II, 1080. 

Militaire wielrijders. Door A. F. S. — /. 
M. T. 1911, II, 1041. 

Vrijwillig Automobielkorps op Java en 
Madoera. — Weehbl. v. Indië. 10 (1913—14), 
1069. 

Een onjuist gebleken mededeeling omtrent 
het Legioen van Prins Mangkoe Negara. 
Door W. — 7. M. T. 1914, I 484. 

Granpbé Molière (H. G. E.). De Barisan- 
korpsen op Madoera in verband met eene 
toekomstige Inlandsche militie als leger- 
reserve. — 7. M. T. 1914, II, 768. 

2. Generale Staf en Intendance. — Militaire 
Admimistratie en Troepenver pleging. 

Wenting (E.). Scheiding tusschen Inten- 
dance en Militaire Administratie. — 7. M. T. 
1915, I, 113. — Antwoord op vorenstaand 
artikel. Door L. H. Spook. — Ibid. 1915, I, 
340. — Nog eens: scheiding tusschen Liten- 
dance en JVIilitaire Administratie. Door E. 
Wenting. — Ibid. 1915, I, 456. 



Het militair tarief, N°. 24 (kleeding en uit- 
rusting). Door „Intendant". — 7. 31. T. 
1912, I, 139. 

Vereenvoudiging van de Compagnies- 
administratie. Door „Compagnies- comman- 
dant". — 7. M. T. 1913, I, 493. 

Vier opmerkingen. I. Processen -verbaal 
van afkeuring .II. Staat Model 95. III. Reis- 
declaraties. IV. Toelage voor dure levens- 
wijze. Door E. — 7. M. T. 1915, 1, 411. 

Gheel Gildemeester (F. P. A. van). Ver- 
eenvoudiging van de Compagnies-admini- 
stratie. — 7. M. T. 1915, II, 1179. 



Daeng Malolo. Terugbetalen. (Over on- 
duidelijkheid in de administratie). — 7. M. T. 
1911, II, 713. 



Faubel (A. f. L.). Manoeuvreverpleging. 

— 7. M. T. 1911, II, 1103. 

Eenige denkbeelden omtrent de verstrek- 
king van kleeding en uitrusting aan den sol- 
daat, in verband met de bepalingen in het 
nieuwe tarief 24. Door „Kwabtiermeester". 

— 7. M. T. 1911, 1, 231. — Eenige opmerkin- 
gen naar aanleiding van bovenstaand arti- 
kel. Door „Opmerkeb". — Maandbl. v. d. 
Onderoff. der Landm. N. I. April 1911. — Zie 
ook: 7. M. T. 1911, I, 620. 

NiEUWENHUiJZEN (W. C). De approvian- 
deering van het Indische leger tegenover den 
inlandschen vijand van 1840 — 1873. — 7. G. 
1911, I, 197, 323, 482; 1913, I, 176. 

Keukenwagens voor het Ned. Lid. veld- 
leger. Door Fl. M. ill. — Weekbl. voor Indië. 
9 (1912—13), 842. 



Senio. Patrouille -uitrust ing. 
1912, I, 428. 



7. M. T. 



NiJWEiDE (G. J. ). Voorbeeld van troepen- 
vervoer per spoor op Java. Met graphiek, — 
7. M. T. 1912, II, 1092. 

RoELOFSMA (D.). Het slapen van de Inl. 
militairen met hunne vrouwen en kinderen 
in de kazerne. — 7. M. T. 1913, 1, 430. 

De gemengde menages. Door „Een com- 
pagnies-commandant." — 7. 17. T. 1913, 
I, 502. 

RoELOFSMA (D. ). De menages der gemeng- 



174 LANDMACHT. - TROEPEN\^RPLEGING. — MILIT. ONDERWIJS. 



de compagniën. Met aanteekening van de 
Redactie. — /. M. T. 1913, I, 638, 640. 

Een hulpmiddel ten behoeve der legering 
en verpleging van troepen. Door X. IJ. Z. — 
/. M. T. 1913, II, 806. — Opmerkingen naar 
aanleiding van bovenstaand artikel, door 
L. F. v. G. — Ihid. 1913, II, 953. 

RoELOFSMA (D.). De voeding-regeling vol- 
gens tarief 15. — /. M. T. 1913, II, 819. 

Koops Dekker (J. K.). Officiers -gamelles. 
— /. 31. T. 1913, II, 1041. 

NiJWEiDE (G. J.). Troepenvervoer per 
spoor en nog wat. — /. M. T. 1914, I, 444. 

VisscHER (G. E.). Causerie over „Het ge- 
bruik van olifanten op Atjeh." — Org. Ind. 
Krijgsk. Ver. 1914, N°. 42, blz. 11. 

Fleischer (J. A.). De keuken- en filter- 
wagens in de praktijk. — /. M. T. 1914, II, 
785, 874. 

Hekker (H. C). Veld-zadeltuig en bepak- 
king van het cavalerie -of f icierspaard. — /. 
M. T. 1914, II, 863. 

Wenttno (E.). Het militair tarief N°. 20 
en het stelsel van voeding, toegepast bij de 
jongste manoeuvres. — /. M. T. 1915, II, 
1018. 



Broodvoorziening. (MededeeUngen omtrent 
de daarin in 1912 te brengen wijzigingen). 
— /. M. T. 1911, II, 1175. 

Zilvervliesrijst (voor het leger, naar aan- 
leiding van de daarmede in het beri-beri ge- 
sticht te Buitenzorg genomen proeven). Door 
S. K — ƒ. M. T. 1913, II, 741. 

Water (J. H. A. van de). Veestapel en 
vleeschvoeding op Java en Madoera in het 
algemeen, en in verband met de legerverple- 
ging in oorlogstijd. — I. M. T. 1914, I, 183. 

Ottow (Dr. W. M.). Keuring, bewaring en 
behandeling van zilvervliesrijst (Bras pi- 
tjah koelit). Met naschrift en autoreferaat. — 
G. T. N. I. 55 (1915), 75, 129, 130. 

Over het gebruik van gedeeltelijk ont- 
bolsterde rijst. (Overzicht van eene studie 



van H. KiJWAOAi in het tijdschrift „Kaikos- 
ka KijV\ N°. 477). — /. M. T. 1915, 1, 475. 

MiCHiEtSEN. Het zilver vUes. (Wensche- 
lijkheid om aan de glansrijst vitamines-rijke 
bijspijzen toe te voegen, in plaats van de 
thans gevolgde methode van zilvervlies- 
rijst-verstrekking ter bestrijding van beri- 
beri). — /. M. T. 1915, II, 780. 

Berge (J. J. van den). Eenige korte be- 
schouwingen omtrent de vleeschkeuringcn. — 
/. M. T. 1915, II, 920. 

Asymptoot. Jandoedeliana. (Over de ver- 
strekking van alcohol aan Inl. mindere mili- 
tairen). — /. M. T. 1915, II, 1033. — Geen 
Jenever aan Inlanders. Antwoord op boven- 
staand artikel, door Dr. A. J. Salm. — Ihid. 
1915, II, 1215. 



Het een en ander over de aanhangige voor- 
stellen tot wijziging van de witte jas voor of- 
ficieren en over de nieuw in te voeren veld- 
kleeding. M. ül. — I. M. T. 1911, H, 991. 

Veldkleeding. (Mededeehngen over de ver- 
vanging van de tegenwoordige sergen door 
een grijsgroene katoenen veldkleeding). — 
/. M. T. 1912, 1, 85. 

De schoenen voor het Indische leger. (Pro- 
test in d* Nieuwe Courant van 21 Januari 
1913 van den Algemeenen Bond van Schoen- 
fabrikanten tegen de vervaardiging van dit 
schoeisel in de gevangenis te Djokjakarta). 

— I. G. 1913, I, 372. 

Iets over de nieuwe velduniform. Door P. 

— /. M. T. 1912, II, 1047. 

KiÈs (Ch.). Het uniformvraagstuk voor 
het Nederl. Indisch leger. — I. M. T. 1915, 
1,28. 

Het uniformvraagsluk voor het Nederl. 
Indisch leger. Door A. — /. M. T. 1915, I, 
142. 

3. Militair onderwijs. — Militaire Voor- 
schriften en Reglementen. 

Sandberq (J. C. C). De oefening der Com- 
pagniën van de veldbataljons. — /. M. T. 
1911, I, 351. 



LANDMACHT. — MILITAIR ONDERWIJS. 



175 



Meeuwen (C. A. vaj^). Het schietvoor- 
schrift. — /. M. T. 1911, I. 381. — Schiet- 
opleiding. Antwoord op bovenstaand artikel 
door J. H. C. Vermeer. — Ihid. 1911, II, 
675. — Antwoord aan den heer J. H. C. Ver- 
meer naar aanleiding van zijn artikel: 
„Schietopleiding". Door J. P. Weegewijs. — 
Ibid. 1912, I, 50. 

Onze schoolschijven. Door. v. D. L. — 
ƒ. M. T. 1911, I, 462. 

Dixi. Kleinigheden die zoo klein zijn. 
(Over de houding van den Indischen militair 
bij oefeningen en marschen). — /. M. T. 
1911, I, 518. 

Stork (H. A.). Oorlogsschutters en oor- 
logswapenen. (Over de nieuwe schietme- 
thode-FABius). — /. M. T. 1911, II, 649. 

Vermeer (J. H. C). Denkbeeld om in de 
opleiding tot onderluitenant bij de Infanterie 
meer uniformiteit te brengen. — /. M. T. 
1911, II, 739. 

Kader-opleiding Infanterie. (Wijziging). — 
ƒ. M. T. 1911,11, 1173. 

RiEL ( J. J. ). Enkele grepen uit onze schiet- 
opleiding. — /. M. T. 1912, I, 396. 

Schietkampen voor de infanterie op Java. 
Door T. M. ül. — Weekbl. v. Indië. 9 
(1912—13), lOU. 

Haar (E. G. A. L. Ter). Een en ander over 
gezamenlijke schietoefeningen. M. ül. — 
I. M. T. 1912, II, 919. 

RiEL ( J. J. ). Schietopleiding en legerwed- 
strijden. — /. M. T. 1913, I, 407. 

Practicus. De tactische cursus aan de 
Hoogere Krijgsschool voor officieren van het 
Indische leger. — Mil. Spectator. 1913, 145. 

HrNLOOPEN Labberton (D. van). Ja- 
vaansch voor het leger. — /. M. T. 1913, I, 
416, 629; II, 724, 936, 1232. 

DiNGER (W. R). Het schieten met den 
mitrailleur en de schietopleiding. — /. M. 
T. 1913, I, 470. — Voorloopig schietvoor- 
schrift voor de mitrailleur -compagniën. (Ver- 
volg van bovenstaand artikel). — /. M. T. 
1913, II, 580. 



ScHEFFER (G. A. ). De scherpschuttersproef 
bij de Infanteriekorpsen op Java. — I. M. 
T. 1913, I, 508. 

JoNGH (D. D. de). Het onderwijs in de 
schietkunst aan geoefende militairen. — 
/. M. T. 1913, 1, 516. 

Triton. Het zwem -onderricht in ons leger. 

— /. M. T. 1913, II, 920. 

Methode van onderwijs en wenken voor 
den onderwijzer bij het onderricht van den 
samengestelden juistsnellen aanslag. " Door 
J. J. R. — /. M. T. 1913, II, 998. 

Pelgrim. Het klewang- en karabijnscher- 
men. Met naschrift van de Redactie. — /. 
M. T. 1914, I, 62, 66. 

GosLiNGS (B. M.). Het onderwijs in In- 
landsche talen aan officieren en aanstaande 
officieren van het Indische leger en de daar- 
aan voor dat leger verbonden belangen. Be- 
schouwingen in verband met het Rapport 
der Staatscommissie tot reorganisatie van 
het Militair Onderwijs. — /. G. 1914, II, 
1068, 1202. 

Asymptoot. Iets over de Oude Academie. 

— I. M. T. 1914, 1, 109. 

ScHNEiDER (F. M.). De gymnastiek in het 
leger. — I. M. T. 1914, I, 251. — Aanvul- 
ling van bovenstaand artikel, door G. P. 
Walraven. — Ihid. 1914, I, 366. — Ant- 
woord, door F. M. ScHNEiDER. — Ihid. 1914, 
I, 564. 

Gerth van Wijk (K. F. E.). Infanterie - 
opleiding. — I. M. T. 1914, I, 464. — Ant- 
woord op bovenstaand artikel, door R. — 
Ihid. 1914, II, 615. 



De scherpschuttersproef. 
1914, I, 582. 



/. M. T. 



Erzey (A. P.). De opleiding en oefening 
van het veld-escadron. — /. M. T. 1914, 
II, 811. 

Asymptoot. Auf Mensur ?(Over het scherm- 
onderricht bij het Ind. leger). — /. M. T. 
1914, II, 865. 

Het schieten der Infanterie. Door G. — 
/. M. T. 1914, 11, 873. 



17C 



LANDMACHT. — MILITAIB ONDERWIJS. ENZ. 



RoELOFSMA (D.). Schieten in theorie en in 
praktijk. Met naschrift van de Redactie. — 
/. M. T. 1914, II, 954, 961. 

Opleiding en oefening der Infanterie. Door 
,Jnfantebist". — /. M. T. 1915, 1, 46. 

Schieten in theorie en in praktijk. Door 
„Troepenofficier". Met naschrift van G. A. 
S. _ /. M. T. 1915, I, 54, 56. 

Rijbaanregels. Door „Ruiter". — /. M. T. 
1915, 1, 372. 

Brasser (J. C). Het tiraiUeeren. — /. M. 
T. 1915, I, 376. 

Het onderluitenantsexamen bij de Infan- 
terie. Door B. — /. M. T. 1915, I, 497. — 
Opmerkingen door de Redactie. — Ihid. 
1915, I, 628. 

Een Onderofficiersschool voor het Indische 
leger. Door H. B. — Maandhl. v. d. Onderoff. 
der Landm. N. I. 10 (1914—15), 141. 

Het seinen (en het onderricht daarin). 
Door C. — /. M. T. 1915, I, 500. 

Lucardie (W. J.). Van schietkampen en 
schietterreinen. — /. M. T. 1915, I, 558. — 
Opmerkingen van de Redactie. — Ihid. 1915, 
II, 737. 

Over de scherm- en gymnastiekopleiding in 
ons leger. Door L. — /. M. T. 1915, II, 823. 

De oefeningen der Infanterie -compagnie. 
Door X. — I. M. T., 1915, II, 909. 

De opleiding der recruten. Door Ch. — 
I. M. T. 1915, II, 944. 

AuF. Over de scherpschutterproef. — 
/. M. T. 1915, II, 945. — Antwoord op 
bovenstaand artikel, door H. DE JoNGH. — 
Ihid. 1915, II, 1216. 

Schietoefeningen der Ned. Indische artille- 
rie. M. ill. — Weekbl. v. Indië. 12 (1915—16), 
534. 

Asymptoot. Onze ^litrailleur-schutters en 
hunne schietopleiding. Opmerkingen ge- 
maakt aan de hand van ons Voorloopig 
Schietvoorschrift voor den Mitrailleur. — 
/. M. T. 1915, II, 1184. 



Onnoodige ballast. Door v. R. (Over de 
wenschelijkheid om de Algemeene Orders 
en Bijzondere Orders in meer practischen 
vorm uit te geven). — /. M. T. 1911, 1, 520. 



Algemeene Orders. Door C. C. 
1911, II, 1071. 



/. M. T. 



Geerlings (C. W. ). De „Handleiding voor 
den Oi^tischen Seindienst." Met naschrift 
van J. Graaff. M. ill. — I. M. T. 1912, I, 
286. — Antwoord op het naschrift van den 
kapitein J. Graaff, door C. W. Geerlings. 
— Ihid. 1912, I, 467. 

Reglement op de excrcitiën der Infanterie. 
Door M. — /. M. T. 1912, II, 1046. — Een 
ander gezichtspunt over Reglementen dan 
M. Antwoord op bovenstaand artikel, door 
D. RoELOFSMA. — Ihid. 1913, I, 195. 

Luchsingeb (H. M.). Beschouwingen over 
het Velddienstvoorschrift voor het Neder- 
landsch -Indisch Leger. — /. M. T. 1913, 1, 
266, 353, 447, 603. 

Proeve van vertaling in het Javaansch 
van de §§ 283—290 van het Velddienstvoor- 
schrift voor het Nederlandsch -Indische Le- 
ger. (Uitgegeven op last van den Comman- 
dant van het Leger bij Kabinetsbeschikking 
van 26 December 1911). — /. M. T. 1913, 
I, 417. 

Spat (C). Maleische vertaling van het Aan- 
hangsel van het Velddienstvoorschrift. — 
/. M. T. 1913, I, 422. 

Hecht Mtjntingh Napjus ( J. van). Punt 6 
der Gevechtshandleiding voor het veldleger in 
Nederlandsch-Indië. — /. M. T. 1913, II, 757. 

Gerth van Wijk (K. F. E.). De toepassing 
van het Velddienstvoorschrift. — /. M. T. 
1914, l, 30. 

De vcr.strekking aan officieren van regle- 
menten, dienstvoorschriften, instructiën, mo- 
dellen, tarieven, overzichten en wijzigings- 
bladen, algemeene orders, enz. Door H. — 
/. M. T. 1914, I, 45. 

Wit (J. J. de). Welke wijzigingen zijn in 
het V. V. en in de G. H., voor wat betreft het 
gebruik van de cavalerie, gewenscht ? Voor- 
dracht met debat. — Org. Ind. Krijgsk. 
Ver. 1914, N°. 40 en 41. 



LANDMACHT, — TACTIEK EN VERSTERKINGSKUNST. 



177 



Eenige opmerkingen naar aanleiding van 
het nieuw verschenen „Reglement op de 
exercitiën der Infanterie. Deel I." — I. M. 
T. 1914, I, 147. 

Bespreking van eenige punten van het 
Reglement op de exercitiën der Infanterie. 
Deel I. — /. M. T. 1914, 1, 245. 

LuDWiG (H.). Nieuwe voorschriften voor 
de Infanterie. — /. M. T. 1914, I, 254. 

Het voorschrift gymnastische oefeningen 
en de toepassing ervan. Door H. L. — /. M. 
T. 1914, 1, 373. 

RoELOFSMA (D.). Eenige opmerkingen be- 
treffende reglementen, enz. en het uitoefenen 
van critiek daarop. — /. M. T. 1914, 1, 471. 

Alberda (S.). De veiligheidsdienst volgens 
het Nederlandsche en het Nederlandsch-In- 
dische voorschrift. Voordracht met debat. — 
Org. Ind. Krijgsk. Ver. 1914, Nos. 43, 45. 

Gorter (D. J.). Kantteekeningen bij V. V. 
Hoofdstuk II (Opheldering en Beveiliging). 

— /. M. T. 1914, I, 573. 

Een paar opmerkingen naar aanleiding van 
den nieuw verschenen „Leidraad nachtelijke 
oefeningen." Door K. — I. M. T. 1914, II, 
1124. 

Vermeer (H. J.). Onze Reglementen en 
Voorschriften. — /. M. T. 1915, I, 13. 

Het Extract-Administratieboek (E. A. B.) 
in de verdrukking. Door „Troepenofficier". 

— I. M. T. 1915, I, 288. 

Wijze van verstrekking, afkeuring en ver- 
antwoording van reglementen en dienst- 
voorschriften. A. O. 1914, n°. 102. Door 
„Troepenofficier." - /. M. T. 1915, 1, 288. 

Vermeer (H. J.). Losse opmerkingen (be- 
treffende enkele militaire Reglementen en 
Voorschriften). — /. M. T. 1915, 1, 49. 

Kleinigheden ? Door „Infanterist". (Hier- 
in o.a. over de veelheid van reglementen bij 
he£ Indisch leger). — /. M. T. 1915, II, 826. 

4. Taktiek en Versterkingskunst. 

Geuns (M. van). De manoeuvres en de 



humaniteit. — WeelM. v. Indië, 8 (1914 — 
12), 553. 

Dessatjvagie (F. L. H.). Hoe moeten wij 
met modem geschut bij de bereden artülerie 
schieten? — /. M. T. 1910,11, 1132; 1911, 

I, 29, 248. 

Poll (J. B. van der). Hoe vertoonen zich 
onze vurende batterijen aan den vijand ? — 
/. M. T. 1911, 1, 152. 

Mark (A. R. F. van der). Wielrijders- 
„strijders". — I. M. T. 1911, II, 251. 

Maürer (H. L.). De uitwerking van het 
enkele granaatkartetsschot en van het geheele 
granaatkartetsvuur. — I. M. T. 1911, I, 
582. 

Een goed beginsel, veel verkeerd toegepast, 
Door G. S. (Over het uitzenden van verbin- 
dingsrotten en -manschappen tusschen ver- 
schillende afdeeüngen). — /. M. T. 1911, 

II, 669. 

NiJVVEiDE (G. J.). Samenwerking van In- 
fanterie en Artillerie. — /. M. T. 1911, II, 
874. 

Wenken voor het optreden tegen den In- 
landschen vijand. Door B. — /. M. T. 
1911, II, 1137; 1912, I, 18. 

ScHREK (D.). Meer teekens (voor het over- 
brengen van bevelen op het gevechtsveld). 
— I. M. T. 1911, II, 1160. 

Kesteren (C. O. van). Het tactisch ge- 
bruik van mitrailleurs. — /. M. T. 1912, 
I, 229. 

Weegewijs (J. P.). Het geweervuur in 
het gevecht (bewerkt door WoLOZKOi) en de 
schietopleiding volgens Fabius. M. ill. — 
/. M. T. 1912, I, 565. 

Sachse (F. J. P.). Het vermeesteren van 
bergstelüngen op den Inlandschen vijand. 
Critisch -tactische studie. Voordracht. — 
Org. Ind. Krijgsk. Ver. 1912, N°. 39. 

Verslag van de manoeuvres in September 
1911. Met bijlagen. M. k, — I. M. T. 
Extra-bijlage, N°. 32. 

Met de 2de brigade op meerdaagsche oefe- 

12 



178 



LANDMACHT. - TECHNIEK EN VERSTERKINGSKUNST. 



ning. Door F. M. ill. — Weekbl. v. Indië. 
10 (1913—14), 368. 

De brigade -marschoefening in Midden- 
Java. Met k. en ill. — Weekbl. v. Indië. 10 
(1913—14), 700. 

LucARDiE (W. J.). Nachtelijke oefeningen. 

— /. M. T. 1913, I, 10. 

Het verspreiden der sectie en het oplossen 
in gesloten groepen. Door B. — /. M. T. 
1913, 1, 171. 

Kesteren (C. o. van). Op welke doelen 
zullen de verdedigende mitrailleurs moeten 
vuren ? — /. M. T. 1913, I, 178. 

Bakker (L. J. C). Het schieten met een 
zijpost bij de vesting-artillerie. — /. M. T. 
1913, I, 612. 

Fleischer (J. A.). Hoe moet men optre- 
den onder mitrailleur vuur en op welke wijze 
kan men mitrailleurs het best bestrijden ? — 
/. M. T. 1913, II, 680. 

De toepassing van het Velddienstvoor- 
schrift. Door X. — Met naschrift, door E. — 
ƒ. M. T. 1913, II, 698, 708. 

Ilgen (O.). Verhouding tusschen den Op- 
perbevelhebber en Chef van den Staf gedu- 
rende de 1ste At jeh -expeditie. — /. M. T. 
1913, II, 710. 

Wit (J. J. de). Het gebruik van onze Ca- 
valerie bij de veiligheidstroepen. — /. M. 
T. 1913, II, 777, 907, 982. — Cavalerie bij 
de achterhoede. Antwoord op bovenstaand 
artikel, door J. G. Boon, met naschrift van 
J. J. DE Wit. — Ihid. 1913, II, 1091, 1104. 

— Zijn taktische voorschriften en handlei- 
dingen gevaarlijk? Opmerkingen door G. J. 
NiJWEiDE naar aanleiding van eerstgenoemd 
artikel. — Ihid. 1913, II, 1112. 

Vooruitgeschoven posten en stellingen. 
Door B. — /. M. T. 1913, II, 796. 

Kerremans (H.). De werkwijze der Ves- 
ting-Artillerie. — /. M. T. 1913, II, 1080. 

Eenige bc schouwingen over de veldverster- 
kingskunst. Door B. — /. M. T. 1913, II, 1117. 

Beschouwingen omtrent het gebruik der 



Artülerie. Door G. — I. M. T. 1913, H, 1171. 
— Eenige beschouwingen naar aanleiding 
van G.'s beschouwingen over het gebruik 
der Artillerie, door H. Cramwinckel. — 
Ihid. 1914, I, 218. 

Fleischer (J. A.). Eenige beschouwingen 
over de Infanteriespits en hare wijze van 
optreden bij een oorlogsmarsch. — /. M. T. 
1913, II, 1182. 

De cavalerie-manoeuvres op 5, 6 en 7 No- 
vember 1913. Door X. M. k. — /. M. T. 
1913, II, 1199. 

De organen der luchtverkenningen in Indië. 
Door X. M. ill. — I. M. T. 1914, I, 119. 

Pionierarbeid verricht tijdens de meer- 
daagsche oefeningen op grooten schaal van 
de 3de Brigade. October 1913. Door F. J. P. 
S. M. ill. — /. M. T. 1914, I, 230. 

Cramwinckel (H.). De werkzaamheden 
der moderne bereden -artülerie, appUcatorisch 
behandeld bij een aanvallend gevecht van 
ongeveer drie brigades met hulpwapens, enz. 
M. k. — I. M. T. 1914, I, 287. — Opmer- 
kingen op bovenstaand artikel, door C. D. 
Lagerwerff. — Ihid. 1914, I, 501. — 
Eenige aanteekeningen naar aanleiding van 
„De werkzaamheden der moderne bereden- 
artillerie", door W. A. Blits. — Ihid. 1914, 
I, 520. 

Beschouwingen over de veldversterkings- 
kunst. Groepversterkingen. Door B. M. k. — 
I. M. T. 1914, I, 420. 

Maurer(H. L.). Gedekt of gemaskeerd (van 
artülerie stelüngen). — /. M. T. 1914, 1, 433. 

Goor (H. F. van). Over het gebruik der 
artillerie. — I. M. T. 1914, I, 437. 



Pelgrim. Patrouillezorgen. 
1914, I, 567; II, 779. 



/. M. T. 



Granpré Molière (H. G. E.). Tactisch 
gebruik van mitraüleurs. — /. T. M. 1914, 
II, 626. 

KooiJ (H. A.). De invloed van het terrein 
op de Indische oorlogsvoering. — I. M. T. 
1914, II, 644. — Indische taktiek? Antwoord 
op bovenstaand artikel, door E. Sikbruoh. 
— Ihid. 1914, II, 948. 



LANDMACHT. - TECHNISCHE ONDERWERPEN. 



179 



MAtTREK (H. L.). Over stellingnemen en 
granaatkartetsvuur. — /. M. T. 1914, II, 662. 

Thomson (M.). Met een half-escadron op 
meerdaagsche oefening. — /. M. T. 1914, 
II, 678. 

De strijd om kustversterkingen in de mo- 
derne krijgsgeschiedenis (en de lessen voor 
Indië uit de beschreven gevechten te putten). 
Door D. M. k. — I. M. T. 1914, II, 719. 

Holle ( W. H. C. ). Proeve eener inrichting 
van eene permanente stelling in Indië. M. 
iU. — I. M. T. 1914, II, 822. 

Thomson (M.). Cavalerie, voorhoede, voor- 
hoede -cavalerie, cavaleriespits. — /. M. T. 
1915, I, 385. 

Tactische oefeningen op de kaart. Door 
„Troepenofficiee". — I. M. T. 1915, I, 
630. 

Hazen (M. A. H.). Het schieten met den 
zijpost bij de vesting-artiUerie. M. iU. — 
/. M. T. 1915, II, 677. 

Asymptoot. De vijftien karabijnen (voor 
het uitvoeren van eene zelfstandige opdracht). 

— I. M. T. 1915, II, 695. — Betoog tegen: 
,J)e vijftien karabijnen", door F. A. van 
Gheel Gildemeester. — Ibid. 1915, II, 
897. 

Rinkel (W. J.). Grensschieten met G. K. 

- T. M. ai. — I. M. T. 1915, II, 767. — 
Antwoord op bovenstaand artikel, door J. 
OuwEHAND. — Rid. 1915, II, 1170. 

Asymptoot. Er is nog een I(nlandsche) 
V(ijand) — /. M. T. 1915, II, 774. 

Thomson (M.). Eene eenvoudige ophelde- 
ring door een half -eskadron brigade -cavalerie. 
Verkenning van eene marcheerende colonne. 
M. ill. — /. M. T. 1915, II, 902, 1098. 

De groote legerrevue op 22 September. M. 
ai. — Weem. V. Indië, 12 (1915—16), 581. 

Cramwinckel (H.). Theorie en praktijk 
(bij de artillerie -organisatie). — /. M. T. 
1915, II, 1114. 

Scheidsrechters bij zelfstandige cavelerie. 
Door S. — /. M. T. 1915, II, 1123. 



Die Truppenschau von Tjmahi am 22 Sep- 
tember 1915. Fachmannisch-kritische Be- 
tracht ungen von einem deutschen Offizier. 
(Ontleend aan de „Deutsche Wachf", October 
1915). — /. M. T. 1915, II, 1255. 

5. Technische Onderwerpen. — Het Materieel. 
— Beuxipening. — Verscheidenheden. 

Dixi. Schijnmitraüleurs voor het Indische 
leger. — ƒ. if. T. 1911, 1, 288. 

BooDT ( J. ) en H. L. Matjrer. Het kaliber- 
vraagstuk der bergartülerie. — /. M. T. 
1911, II, 981, 1013. — Nogmaals het kaliber- 
vraagstuk der bergartiUerie. Door A, J. 
Gooszen. (Naar aanleiding van bovenstaand 
artikel). — Ihid. 1912, I, 32. — RepHek, 
door J. BooDT en H. L. Matjrer. — Ihid. 
1912, 1, 260. — Dupliek, door A. J. Gooszen. 
— Ihid. 1912, I, 460. 

Een protest naar aanleiding van: „Nog- 
maals het Kruppmonopolie" (voorkomende 
in het Bat. Nieuwshlad van 4November 1911). 
Door »%. — /. M. T. 1911, II, 1069. 



HoENKAMP (M. C). Berg-artiUerie. 
M. T. 1911, II, 1151. 



ƒ. 



Het snelvuurberggeschut (in Indië in be- 
proeving genomen). — /. M. T. 1911, II, 
1175. 

Eenheidsprojectielen (en de daarmee te 
Batoe Djadjar genomen schietproeven). — 
/. M. T. 1911, II, 1175. 

Het Kruppmonopolie. (Ontleend aan de 
Javahode van 14 November 1911). — /. M. T. 
1911, II, 1185. 

Een Indisch legerbelang in de volksver- 
tegenwoordiging, met enkele cursiveeringen, 
losse opmerkingen en naschrift. Uitreksel 
uit het „Overzicht der met het uitgezonden 
proefmaterieel gehouden schiet- en rijproe- 
ven" en de Handelingen der Staten -Generaal. 
— /. M. T. Extra-bijlage, N°. 25. 

Het munitievraagstuk. (Bespreking in het 
Alg. Handelshlad van 3 November 1912 van 
dit vraagstuk). — /. G. 1912, II, 1661. ^j 

Berggeschut van 6.5 c.M. L/18,5, systeem 
Ehrhard. Door R. — /. M. T. 1912, I, 
421. 



180 



LANDMACHT. — BEWAPENING. 



GooszEN (A. J.). Een viervoudige buis 
voor eenheidsprojectielen. M. ill. — /. M. T. 

1913, I, 456. 

KiLiAN (E.). Over mitraüleurs en mitrail- 
listen. — /. M. T. 1913, II, 714, 768. 

Proeven met berggeschut. Ingezonden 
stuk door X. (Ontleend aan de Nieuwe Rot- 
tere. Courant van 21 Januari 1913). — Kol. 
Weekblad. 23 Januari 1913. 

Boerstra (M.). Indirecte zijdelingsche 
richting voor veld- en berggeschut, met be- 
hulp van hoekmeetinstrumenten. — /. M. T. 

1914, I, blz. 1. 

Maurer (H. L.). Telefoonverbindingen bij 
de artillerie. — /. M. T. 1914, I, 42. 

GooszEN (A. J.). Automatische tempeer- 
toestellen en één tempeertoestel voor onze 
veld- en bergartillerie. M. ill. — /. M. T. 
1914, II, 937. 

De A(rtillerie) C(onstructie) W(inkel). — 
/. 31. T. 1915, I, 43. — Over staatsfabrieken 
voor oorlogsmaterieel. Antwoord op boven- 
staand artikel, door H. L. Maurer. — 
Ibid. 1915, I, 240. 

Matjrer (H. L.). Over de Artillerie-Inrich- 
tingen en het materieel. — /. M. T. 1915, 
II, 879. 

Over granaten en de daardoor ontAvik- 



kelde giftige gassen. — /. M. T. 1915, II, 1117. 



Meeuwen (C. A. van). Een toelichting op 
„Het inschieten van geweren door bokschut- 
ters " van den heer S. Garnade (in /. 31. T. 
1910, II, 1040). — /. 31. T. 1911, I, 392. 

Croo (M. M. Dtr). Het inschieten van ge- 
weren en het bokschieten bij de bataljons. — 
/. 31. T. 1911, II, 1034. 

Beschouwingen over geweertoestelletjes 
tot het beletten of het tegengaan van het te 
boogschieten op het gevechtveld. (Overge- 
nomen uit het rapport der Commissie van 
onderzoek der Normaal Schietschool). Met 
naschrift van J. J. Riel. — /. 31. T. 1911, 1, 
238, 562; II, 1053. 

FaRBER (L. A.). Gewijzigde richtmiddelen 



voor het geweer M. 95. 
1050. 



/. 3Ï. T. 1911, II, 



Verlichting van het geweer M. 95. — /. M. 
T. 1911, II, 1081. 

Hardenbroek van Ammerstol (F. J. C. 
Bar. van). Proeve eener verklaring van de 
afwijking van het schot bij het schieten met 
de bajonet op het geweer. — I. 31. T. 1914, 
I, 35. — De „Proeve eener verklaring van de 
afwijking van het schot bij het schieten met 
de bajonet op het geweer, door F. J. C. Bar. 
VAN Hardenbroek van Ammerstol" nader 
beschouwd door A. Meijroos. — Ibid. 1914, 
I, 132. — Enkele beschouwingen naar aan- 
leiding van eerstgenoemd artikel, door W. E. 
Asbeek Brusse. 31. til. — Ibid., 1914, I, 
136. — Opmerkmgen naar aanleiding van 
bovenstaande artikelen van A. Meijroos 
en W. E. Asbeek Brusse, door F. J. C. Bar. 
VAN Hardenbroek van Ammerstol. — 
Ibid., 1914, II, 672. 

Automatisch -geweer of snellaad -repeteer - 
geweer. Door A. J. G. — /. M. T. 1914, I, 
335. 



Asbeek Brusse (W. E.). Nogmaals „De 
bewapening onzer Infanterie". — /. 31. T. 
1911, I, 156. — Iets naar aanleiding van 
bovenstaand artikel, door A. J. Gooszen. 
— Ibid. 1911, II, 958. 

Herbewapening van het 4 de Bataljon In- 
fanterie met het geweer M. 95. — /. 31. T. 
1911, II, 1080. 

Wapening en uitrusting. (Over de daarin 
gebrachte wijzigingen). — /. 31. T. 1911, II, 
1173. 



Sieburgh (E.). Semaphorestelsel of Morse- 
alphabet (bij de Militaire telegrafie). Ant- 
woord op een artikel van S. C. Sporry in het 
•/. M. T. 1909, II, 1019; 1910, II, 845. — ƒ. 31. 
T. 1911, I, 48. 

Goor (C. G. van). Oefeningen met mobiele 
stations voor draadlooze telegrafie gehouden 
bij het Ned. Ind. leger. — /. 31. T. 1911, I, 
174. 

Boer (J. de). Trotyl of pikrienezuur. — • 



LANDMACHT. — VERSCHEIDENHEDEN. 



181 



— I. M. T. 1911, I, 393. — Nogmaals over 
picrinezuur en trotyl. Antwoord op boven- 
staand artikel, door H. Th. van Goor. — 
Rid. 1911, I, 401. 

LtrcARDiE (W. J.). De vliegmachine voor 
militair gebruik. — I. M. T. 1911, II, 782. 

Personen- en lastautomobielen voor het 
Indische leger. — 7. M. T. 1911, II, 901. 

VoGELSANG (C. L.). Militair luchtscheep- 
vaartmaterieel. M. iïl. — I. M. T. 1911, II, 
969, 1021. 

Pioniergereedschap (voor de Veld-Infan- 
terie). — 7. M. T. 1911, II, 1081. 

Rij kappen voor de bereden wappns. — 7. 
M. T. 1911, II, 1082. 

Boer (J. de). Richtkijkers voor mitrail- 
leurs. M. UI. — I. M. T. 1912, I, 135. 

Geerlings (C. W.). Militaire telegrafie en 
telefonie. M. ill. — I. M. T. 1912, II, 799. 

Beproeving van transportkarren, keuken- 
wagens en veldbakovens. — 7. M. T. 1913, 
I, 198. 

Een buitengewoon practisch veld -komfoor. 
Door P. M. M. ill. — I. M. T. 1914, I, 60. 

Asbeek Brusse (W. e.). Iets nieuws op 
wapentechnisch gebied (doelver lichter). M. 
ill. — I. M. T. 1914, 1, 104. 

Over motorrijwielen en hun gebruik bij 
het Ned. Ind. leger. Door L. — 7. M. T. 

1914, I, 376. 

Een veldlantaarn voor het leger. Door F. 
J. P. S. M. ill. — 7. M. T. 1914, 1, 481. 

Statius Muller (T.). Beschrijvingen en 
gebruik der patrouilletelefoon van Mix en 
Genest. M. ill. — I. M. T. 1914, II, 899. 

Baan (IJ). Het toenemend gebruik van 
veldkijkers bij de Infanterie. — 7. M. T. 

1915, I, 413. 

Een middel tot verhooging van de gevecht- 
waarde van den troep. (Over de aanschaffing 
van brillen met z.g. „smoked" glazen voor 
Ind. militairen). — 7. M. T. 1915, II, 734. 



Berrbtty. De eerste militaire vliegtochten 
boven Indië. M. ill. — Weelcbl. v. Indië. 12 
(1915—16), 724. 



Nynatten (A. A. van). Korps- en gar- 
nizoenswedstrijden in gymnastiek en scher- 
men. — 7. M. T. 1911, i, 144, 151. 

KooiJ (H. A.). Honden (voor het Indisch 
leger). — 7. M. T. 1911, I, 356. 

Binkhorst (C. C). Met patrouillehonden 
de rimboe in. — 7. M. T. 1911, II, 793. 

Nijpels (G.). Beoordeeling van het werk 
van F. A. H. Sabron: „De Militaire Willems- 
orde. Geschiedenis van haar ontstaan, met 
aanteekeningen bij de Wet en het Reglement 
van de Orde, naar officieele bescheiden be- 
werkt"). — 7. O. 1912, II, 1382. 

Het Bourgondisch Kjuis en de Vuurslag 
der Miütaire Willemsorde. Door M. — 7. M. 
T. 1913, II, 1165. 

Volkslectuur voor Inlandsche mihtairen. 
Door 'F. — Weekhl. v. Indië. 11 (1914—15), 180. 

Ltjlofs (C). Het gebruik van olifanten in 
Atjeh (bij den trein). — 7. M. T. 1914, 1, 104. 

ScHEFFER (G. A.). Het derde wapenfeest 
van den N. I. Officiersschermbond, 15 — 20 
December 1913. — 7. M. T. 1914, 1, 157. 

Het vierde Wapenfeest van den Ned. 



Ind. Officiersschermbond. — 7. M. T. 1915, 
1, 253. — Het vierde Wapenfeest en de scherm - 
sport. Antwoord op bovenstaand artikel, door 
J. Beumer. Met repliek van G. A. Scheffbr. 

— Ihid. 1915, I, 481, 486. 

Calicher (G. W.). Eerbewijzen. — 7. M. 
T. 1915, I, 148, 415. — Zie ook: Losse Op- 
merkingen. N°. XXVI. Door H. J. Vermeer. 

— 7. M. T. 1915, I, 400. 

Wapen -emblemen. Door S. S. — 7. M. T. 
1915, I, 631. 

Burg (W. van der). Kort verslag van de 
Cross-country uitgeschreven door de Militaire 
Hippische Sportvereeniging te Batavia, ge- 
houden op 24 October 1915. — 7. M. T. 1915, 
II, 112L 



182 



ZEEMACHT. 



Thomson (F. C). Afstandsrit Batavia- 
Tjimahi op 20 en 21 November 1915. — /. 
M. T. 1915, n, 1206. 

c. Zeemacht ^). 

De huidige stand van het Marine-vraag- 
stuk. Door W. — Ned. Zeewezen. 1912, 165. 

De verhouding van het Marinebestuur in 
Nederland tot de vloot in Indië. Door W. — 
Ned. Zeewezen. 1912, 245. 

PtTTMAN Crameb (G. J. W.). De huidige 
stand van het Marine -vraagstuk (voor Indië). 
Voordracht met debat. — V. Marine-Ver. 
1911—12,224. 

Slechte geest onder het marinepersoneel. 
(Berichten dienaangaande, ontleend aan de 
Nieuwe Rotterd. Courant van 17 September 
1912). — /. G. 1912, II, 1514. 

Iets over de exploitatiekosten der oorlogs- 
vloot. Door W. — Ned. Zeewezen. 1912, 197. 

Koning (D. A. P.). Ligt het op den weg 
van de Regeering om te SoerabajaeenRijks- 
droogdok door particulieren te doen exploi- 
teeren ? Met naschrift door X — X. — Marine- 
hlad. 26 (1911—12), 65, 80. 

Over de moeilijkheid voor gehuwden om 
hun gezin mede te nemen naar Oost -Indië. 
Door Y. — Marineblad. 26 (1911—12), 252. 

Een krachtige vloot (ook ter verdediging 
der Oost-Indische bezittingen). (Ontleend aan 
het Alg. Handelsblad van 12 Juli 1911). — 
Marineblad. 26 (1911—12), 391. 

Iets over het z.g. „Indisch rapport". (Ont- 
leend aan het „Orgaan der Nederlandsche Ver- 
eeniging „Onze Vloot", N° 23). — Marineblad. 
26 (1911—12), 397. 

De artillerie -bewapening van het ontwerp- 
pantserschip. Door W. — Marineblad. 26 
(1911—12), 657. 

Nota bevattende een uittreksel uit het 
advies door den Gouverneur -Generaal van 
Ned. -Indië, uitgebracht naar aanleiding van 
het Rapport der bij Kon. Besluit van 3 
Augustus 1906 benoemde Staatscommissie 



') Zie ook de rubriek „Krijgswezen, a. In het 
algemeen {Land- en Zeemacht). — Verdedigingsstelsel" . 



voor zoover dat advies betrekking heeft op 
de vraag, of de zeemacht aldaar in hoofdzaak 
moet zijn samengesteld uit torpedovaartuigen 
dan wel of zij moet bestaan uit een kern van 
artillerieschepen met de noodige torpedo - 
vaartuigen. — B. H. St. Gen. 1911/12, N°. 
4/56 (Ind. Begrooting). — Zie ook: ƒ. M. T. 
1912, 1, 194. 

Uittreksel uit het rapport van den Com- 
mandant der Zeemacht, betrekking hebbende 
op de samenstelling van de vloot in Indië. — 
B. H. St. Gen. 1911/12, N°. 4/57 (Ind. Be- 
grooting). — Zie ook: /. M. T. 1912, I, 199. 

Rapport van de Commissie, belast met het 
onderzoek naar de oorzaak van het ongeluk, 
dat met het voorste kanon van 15 c.M. S. B. 
heeft plaats gehad aan boord van Hr. Ms. 
„Hertog Hendrik" op Zaterdag 2 September 
1911. — Marineblad. 26 (1911—12), 673. 

Het ontwerp van het nieuwe pantserschip. 
(Ontleend aan het Alg. Handelsblad van 24 
Fovember en 2 December 1911). — Marine- 
blad. 26 (1911—12), 686, 691. 

Het aangevraagde pantserschip. (Ontleend 
aan de Nieuwe Rotterd. CmirarU van 26 No- 
vember 1911). — Marineblad. 2% {\^l\—V2,), 
699. 

Artülerie- of torpedovloot. (Opvattingen 
van de redactie over die quaestie). — Marine- 
blad. 26 (1911—12), 779. 

Umbgkove (W. J. G.). Defensie en poUtiek 
en Marine beheer. — Marineblad. 26 (1911 — 
12), 784. — Opmerkingen, naar aanleiding 
van bovenstaand artikel, door J. S. VAN 
Veen, met repliek van W. J. G. Umbgkove. 
— Ibid. 26 (1911—12), 931, 935. — Zie ook: 
Ibid. 26 (1911—12), 1000, 1004, 1007. 

De Artillerie -vloot van den Minister Went- 
HOLT. (Ontleend aan het Alg. Handelsblad 
van 20 December 1911). — Marineblad. 26 
(1911—12), 844. 

Het aangevraagde pantserschip. (Ontleend 
aan de Nieuwe Rotterd. Courant van 8 Decem- 
ber 1911). — Marineblad. 26 (1911—12), 848. 

Janneman. De geest bij de Marine. — Ind- 
Kroniek. I (1911—12), 437, 450, 467, 476, 545. 

Artillerie- of torpedovloot in O. L (Ont- 



ZEEMACHT. 



183 



leend aan de Nieuwe Rotterd. Courant van 3 
en 4 Januaril912). — Marineblad. 26 (1911— 
12), 855. — Zie ook: Ihid. 26 (1911—12), 945. 

„De geographische gesteldheid van den 
Oost-Indischen Archipel" als strategisch 
argument van den Minister Wentholt. (Ont- 
leend aan het Alg. Handelsblad van 24 Janu- 
ari 1912). — Marineblad. 26 (1911—1912), 
952. 

De Minister van Marine en de nieuwe 
pantserschepen. (Ontleend aan het Alg. Han- 
delsblad van 20 Februari 1912). — Marine- 
blad. 26 (1911—12), 960. 

De suppletoire Marinebegrooting (voor den 
aanbouw van een pantserschip voor Ned. 
Oost-Indië). (Ontleend aan het Alg. Handels- 
blad van 23 Februari 1912). — Marineblad. 
26 (1911—12), 969) 

De toevende beslissing (voor den aanbouw 
van een pantserschip voor Indië). (Ontleend 
aan De Standaard van 8 Februari 1912). — 
Marineblad. 26 (1911—12), 976. — Zie ook: 
Ibid. 26 (1911—12), 985. 

Rambonnet (J. J.). Een kern van zware 
schepen voor onze Zeemacht. Voordracht met 
debat. — V. Marine-Ver. 1911—12, 106. 

PuTMAJsr Cramer (G. J. W.). De huidige 
stand van het Marine -vraagstuk. Voordracht 
met debat. — V. Marine- Ver. 1911—12,223. 

— Een kantteekening op het Heldersche 
vloot-debat, door W. J. Cohen Stuart. 
(Ontleend aan het Alg. Handelsblad van 14 
Maart 1912). — Marineblad. 26 (1912—13), 
105. 

Umbgrove (W. J. G.). Het pantserschip. 
Een verweer (tegen beschuldigingen in de 
Memorie van Antwoord betreflende de sup- 
pletoire begrooting van Marine voor den 
aanbouw van een pantserschip voor Indië). 

— Marineblad. 27 (1912—13), 65. 

Quant (L. J. ). Eenige opmerkingen betref- 
fende de beschouwingen, voorkomende in 
de Memorie van Antwoord van 11 April 1912, 
over het gebruik der zware batterij aan boord 
der voorgestelde 7500 tons schepen, naar 
aanleiding van het door ondergeteekende 
gehouden betoog in de Vergadering der 
Marine-Vereeniging van 29 Februari 1912. 

— Marineblad. 27 (1912—13), 65. 



De vloot voor Indië. (Ontleend aan de 
Stichtsche Courant van 22 jannari en 3 Fe- 
bruari 1912). — Marineblad. 27 (1912—13), 
91, 95. 

De Stem der Marine (over den aanbouw van 
een nieuw pantserschip voor Indië). (Ont- 
leend aan De Nederlander van 15 Maart 1912). 
— Marineblad. 27 (1912—13), 95. 

Minister Wentholt en zijn schip. (Ont- 
leend aan het Alg. Handelsblad van 21 Maart 
1912). — Marineblad. 7 (1912—13), 102. 

Het Marine beleid. (Ontleend aan de Nieuwe 
Rotterd. Courant va 2 April 1912). — Marine- 
blad, 27 (1912—13), 282. 

Nogmaals het Pantserschip 1912. (Ontleend 
aan de Nieuwe Rotterd. Courant van 24 April 
1912). — Marineblad. 27 (1912—13), 291. 

Een laatste woord (over het nieuwe pant- 
serschip voor Indië). (Ontleend aan het Alg. 
Handelsblad van 28 April 1912). — Marine- 
blad. 27 (1912—13), 294. 

Het voorgestelde pantserschip. Door „Een 
Zeeofficier". (Ontleend aan De Neder- 
lander van 20 April 1912). — Marineblad. 
27 (1912—13), 301. 

Wrok en wrevel. (De Standaard van 25 Mei 
1912 over de actie der Zeeofficieren tegen het 
nieuwe pantserschip voor Indië). — Marine- 
blad. 27 (1912—13), 309. 

Indische vlootplannen. (Overzicht van een 
artikel in de Nieuwe Courant van 21 October 
1912). — /. O. 1912, II, 1646. 

De geest onder het mindere Marine -perso- 
neel in Indië. (Overzicht van artikelen in het 
Alg. Handelsblad van 12 — 15 December 1912 
en in de Nieuwe Courant van 19 en 28 Decem- 
ber 1912). — I. O. 1913, I, 229. 

Penning. Rapport omtrent het bezoek 
aan het Marine -Etablissement te Soerabaja. 
(Bijlage van: Over het beheer van 's Rijks- 
werven en het voornemen tot aanstelling van 
eenen afzonderlijken Directeur voor 's Rijks- 
werf te Willemsoord). — Marineblad. 27 
(1912—13), 1135. 

Inlanders bij de Marine. Door R. P. — 
Marineblad. 28 (1913—14), 37. 



184 



ZEEMACHT. 



Kbutxe (H.)- Het wetsvoorstel tot ver- 
betering der financieele positie van het 
marinepersoneel en de officieren van gezond- 
heid. — Marineblad. 28 (1913—14), 117. 

Beschouwingen over het rapport omtrent 
het Marine -Etablissement te Sotrabaja van 
den Marine-ingenieur Pen^tüg. Door xxx. 

— Marineblad. 28 (1913—14), 558. 

Tebtius. Een slagschip voor Indië. — 
Kol. Tijdschr. 1913, H, 1310. 

Bouw van dreadnoughts. (Overzicht van 
een artikel in de Nieuwe RoUerd. Courant van 
20 September 1913). — Marineblad. 28 
(1913—14), 812. 

DouwES Dekker (E. F. E.). Geen Dread- 
noughts maar volkswapening. — De Indiër. 
I (1913—14), II, 245. 

Elst (J. van der). De tweede Staatkun- 
dige Brief van Mr. van Houten door een 
maritiemen bril bekeken. (Overzicht van een 
artikel in de Nieuwe Courant van 23 Sept. 
1913). — Marineblad. 28 (1913—14), 815. 

Het slagschip der Staatscommissie. (Ont- 
leend aan het Alg. Handelsblad van 13 October 
1913). — Marineblad. 28 (1913—14), 833. — 
Zie ook: Ibid. 28 (1913— 14), 959. 

Bemanning en basis van de Indische vloot. 
(Ontleend aan de Nieuwe Rotterd. Courant van 
16 Januari 1914). — Marineblad. 28 (1913— 
14), 1107. 

De onderzeeboot KI (bestemd voor de ver- 
dediging van Nederlandsch Oost-Indië). M. 
iU. — Ned. Zeewezen. 1914, 38. 

Het vrijwilligerspersoneel op de vloot in 
Indië. (Overzicht van een artikel van R. in 
de Nieuwe Courant). — I. G. 1914, I, 250. 

Gooszen (A. J.). Artillerie- of torpedo - 
vloot. — /. M. T. 1913, II, 928. 

Van het Plein uit. (Pleidooi in de Standaard 
voor de versterking onzer zeemacht in Indië). 

— /. O. 1914, I, 433. 

Schagen (F. H. van). De commerciëele 
boekhouding bij het Marine-EtabUssement 
te Soerabaja en het rapport van den Marine- 
ingenieur Penning. — Marineblad. 28(1913— 
14), 1179. 



CoHEN Sttjabt (W. J.). Iets over de aan- 
werving van Inlandsch Marine -Personeel. — 
/. G. 1914, I, 471. 

Over den verkenningsdienst ter zee en over 
de door de Staatscommissie voorgestelde ver- 
kenningskruisers voor de vloot in Indië. 
(Ontleend aan het Alg. Handelsblad van 17 
April 1914). — Marineblad. 29 (1914—15), 
81. — Antwoord van Laïcus op bovenstaand 
artikel. (Ontleend aan het Alg. Handelsblad 
van 24 April 1914). ~ Ibid. 29 1914—15), 
85. 

Opleiding van Inlandsche oorlogsmatrozen 
bij de Marine in Indië. (Ontleend aan de 
Nieuwe RoUerd. Courant). — I. G. 1914, II, 
1155. 

Ramaer (Mr. J. W.). De „Indische vloot- 
plannen" in het gedrang (Opmerkingen naar 
aanleiding van het artikel van Mr. H. P. 
Marchant, getiteld: „Arm of rijk", in de 
Vragen des Tijds van September 1914). — 
/. G. 1915, I, blz. 1. 

Mac Leod (N. ). De zeemacht voor Neder- 
landsch- Indië. — Ned. Zeewezen. 1915, 33. 

Keeken (J. J. van). Over de positie van 
Gezaghebbers en Stuurlieden bij de Gouver- 
nements-Marine in Ned. -Indië. Ingezonden 
stuk. Met antwoord van W. C. B. Wintgens. 
— Ned. Zeewezen. 1914, 317, 318. — Repliek 
van J. J. VAN Keeken, met opmerkingen van 
W. C. B. Wintgens. — Ibid. 1915, 155, 159. 

Het Torpedowapen. Door X. — I. M. T., 
1915, I, 99 

Manila— Batavia — Straat Soenda. Door D. 
Met naschrift. (Over de quaestie van een 
vlootbasis in de baai van Batavia dan wel 
in Straat Soenda). M. k.—I. M. T. 1915, 1, 10. 

Holle (W. H. C). Een vlootbasis aan de 
MerakVjaaL Voordracht met debat. — Org. 
Ind. Krijgsk. Ver. 1915, Nos. 48 en 49. 

De Menadeezen bij de Marine. (Over- 
zicht van een artikel in de Nieuwe Soerabaja 
Cmrant). — I. G. 1915, H, 1626. 

„Dreadnought of onderzeeër ?" Beschouwd 
in verband met den nieuwen vlootaanbouw 
voor onze Marine. Door O. — Marineblad. 
30 (1915—16), 376. 



I 



GENEESKUNDIGE DIENST. 



186 



Holle (W. H. C). Zutfenseilanden of Me- 
rak (voor een vlootbasis). M. k. — /. M. T. 
1915, II, 1157. 



BosMA ( J. ). De handhaving onzer onzijdig- 
heid in den Indischen Archipel en het voor- 
stel tot aanbouw van Minister Rambonnet. 
— Marineblad. 30 (1915—16), 151. 



IX. GENEESKUNDIGE DIENST. — GENEESKUNDIGE INRICHTINGEN. ») 



Jaarverslagen van de Landskoepokinrich- 
ting en het Instituut Pasteub te Weltevre- 
den over 1911—1914. — G. T. N. I. 52 
(1912), 320; 53 (1913), 365; 54 (1914), 115; 55 
(1915), 132. 

Beknopte verslagen van de werkzaamhe- 
den in het Geneeskundig Laboratorium, ge- 
durende de jaren 1910—1914 — G. T. N. I. 
51 (1911), 569; 52 (1912), 653; 53 (1913), 730; 
54 (1914), 505; 55 (1915), 617. 

Opheffing der Chineesche hospitalen. — 
/. G. 1911, I, 661. 

Haeften (Dr. F. W. van). Het vraagstuk 
der „Hulpgeneeskundigen" in Nederlandsch- 
Indië. — 7. G. 1911, I, 748. 

Pbttijs (Dr. H. S.). Een en ander over Desa- 
Dokters. (Naar aanleiding van het rapport 
omtrent een studiereis naar Tübingen van 
Dr. F. W. VAN Haeften). — /. G. 1911, 
n, 1200. 

De geschiedenis van het Chineesche Hos- 
pitaal te Batavia. — Kol. Weekhl. 11 Januari 
1912. 

RöMER (Dr. R.). Inrichting van een Ge- 
neeskmidigen Dienst in tropische kuituur - 
landen en bouw van hospitalen in de tropen. 
Met inleiding van P. Miny. M. ill. — Bvll. 
Agric. du Congo Beige. 3 (1912), 621, 832; 
4 (1913), 633. ' 

KuENEN (Dr. W. A. ). Erfahrungen über die 
Verschleppung der Cholera übers Meer nach 
Deli in Verband mit de Gesetzgebung in 
Niederl. Indien. — Janus. 1912, 45. 

Keuchenius (P. e.). De Indo en de oprich- 
ting van een Artsenschool). (Naar aanlei- 
ding van de afkeuring in een Circulaire van 
het Hoofdbestuur van den Bond van Ge- 



neesheeren in Ned.-Indië van het voorstel 
der Regeering tot oprichting van eene tweede 
Artsenschool te Soerabaja. — Kol. Weekbl. 17 
October 1912. 

Een leprozen -kolonie voorDeH. (De Nieuwe 
Rotterd. Courant van 8 November 1912 over 
de voorgenomen oprichting van eene isoleer- 
inrichting voor leprozen op het eiland Poelau 
Si Tjanang tegenover Laboean Deli). — I. G. 
1912, II, 1665. 

Geen vrouwelijke dokters-djawa. (Over- 
zicht van een artikel in de Locomotief van 19 
December 1913). — /. G. 1913, I, 381. 

Sitsen (A. E.). Enkele opmerkingen over 
de uitoefening der gerechtelijke geneeskunde 
in Indië. — R. in N. I. 99 (1913), 177. 

JuLLiEN (A.). Le service d'hygiène aux 
Colonies. — Buil. Société Beige d'Etudes 
Col. 20 (1913), 157. 

Stokvis-Cohen Stuabt (Mevr. N.). Vrou- 
welijke Inlandsche artsen? (Overzicht van 
een artikel in de Locomotief van 14 Februari 
1913). — I. G. 1913, I, 639. 

GEtTNS (M. van). De Geneeskundige Dienst 
in Neder landsch -Indië. (Ontleend aan het 
Soerah. Handelsblad). — /. G. 1914, 1, 262. 

Vogel (Dr. W. Th. de). The Civü Medical 
Service. — Essays Netherl. E. I. San Fran- 
cisco Committee. N°. 3. 

De poliküniek van het Roode Kruis te 
Batavia. Door A. H. M. ill. — Weekbl. v. 
Indië. 11 (1914—15), 1239. 

Drijbee (Mr. B. ). De gezondheidsdienst. — 
Locale Belangen. 3 (1915—16), 29. 

Vogel (Dr. W. Th. de). De Burgerlijke 



') Zie ook de afd. „Natuurkwndige beschrijving, 6, Gezondheidsleer, enz"; zoomede „Aanvullingen en 
verbeteringen." 



186 



GENEESKUNDIGE DIENST. 



{geneeskundige Dienst in Nederl. -Indië. Re- 
sumé van een voordracht. — Ind. Merc. 
1916, 780. 

MtTNifiCK (C. A. de). Eischen, waaraan in 
de af deeling Ngawi, met het oog op het pest- 
gevaar en onverminderd de geldende wette- 
lijke voorschriften op het bouwen, moet wor- 
den voldaan bij de oprichting van nieuwe 
gebouwen, de uitbreiding of verandering 
van besttiande gebouwen en het in gebou- 
wen bewaren van rijst voorraden of andere 
goederen. — T. B. B. 48 (1915), 433. 

Toelichting op de boekhouding der 



pestbestrijdings-administratie in de afdee- 
ling Ngawi, met daarbij behoorende model- 
len. — T. B. B. 48 (1915), 444. 



AsBEEK Brusse (W. E.). Zaken, die na- 
dere regeling eischen. (Over de geneeskun- 
dige behandeling van officieren en mindere 
miütairen). — /. M. T. 1911, I, 139. — Ei- 
schen die zaken een nadere regeling? Ant- 
woord op bovenstaand artikel, door J. Baer- 
VELDT. — Ibid. 1911, I, 276. 

De gezondheidstoestand van ons zeevolk 
in Oost -Indië. Door xx. — Nederl. Zeewezen. 
1912, 15. 

Kottwen AAB ( J. ). Ziekendragers. — /. M. 
T. 1911, II, 759. 

Jaski (T. J. ). De officier van gezondheid bij 
een marcheerende colonne. — /. M. T. 
1912, I, 43. 

Tange (Dr. R. A.). Venerische ziekten bij 
de zeemacht. — Marineblad. 27 (1912—13), 
1089. 

Albada (B. L. van). Venerische ziekten 
bij de zeemacht. — Marineblad. 27 (1912 — 13), 
1102. 

SiEBUBGH (E.). De Geneeskundige Dienst 
in en na het gevecht. Een applicatorische 
studie. M. 2 bijlagen en 1 schets. — /. M. T. 
1912,11, 1189; 1913,1,44. 



Giffen (H. J. van). Beschrijving van een 
verbeterde verpakking van genees- en ver- 
bandmiddelen voor patrouilles, excursies, 
enz. — /. M. T. 1913, I, 641. 

Verpleegden in krankzinnigengestichten 
en observatiepatienten. Door M. (Over de 
verrekening van hunne verpleegkosten). — 
/. M. T. 1914, I, 362. 

De ziekendragers bij het Indische leger. 
Door X. Met naschrift van de Redactie. — 
/. M. T. 1914, I, 223, 228. 

Haeften (Dr. F. W. van). Over de in- 
richting van kleine militaire hospitalen. — 
G. T. N. I. 54 (1914), 635. 

Het verband- en operatie -ge bouw van 

het Militair Hospitaal te Weltevreden. M. 
ill. — G. T. N. I. 55 (1915), 163. 

Bats (J. P. de). De Militair Geneeskundi- 
ge Dienst bij het leger te velde. Voordracht 
met debat. — Org. Ind. Krijgsk. Ver. 1915, 
Nos. 44 en 46. 

Sachse (F. J. P.). Beschouwingen en voor- 
stellen omtrent den bij de Brigade ingedeel- 
den geneeskundigen dienst. — /. M. T. 
1914, II, 989. — De Geneeskundige Dienst 
bij de Brigade. Antwoord op bovenstaand 
artikel, door X, met naschrift van F. J. P. 
Sachse. -- Ibid. 1915, II, 123, 128. 

RoELFSEMA (H. L.). De geneeskimdige 
dienst te velde. Voordracht. — /. M. T. 1914, 
II, 1081. 

Asymptoot. Van prévenir en guérir. 
(Over de wenschelijkheid van eene meer 
practische medische opleiding aan Indische 
officieren). — I. M. T. 1915, I, 39. — Naar 
aanleiding van vorenstaand artikel. Door M. 
Meyers. — Ibid. 1915, 1, 334. — Antwoord, 
door Asymptoot. — Ibid. 1915, 1, 651. 

Bats (J. P. de). Wenken bij het houden 
van geneeskundige oefeningen en geneeskun- 
dige manoeuvres. M. ill. — /. M. T. 1915, 
II, 971. 



i 



GEO- EN TOPCGRAPHISCHE DIENST. — KADASTER. 



187 



X. GEO- EN TOPOGRAPHISCHE DIENST. — HYDROGRAPHEE. — KADASTER. ») 



Schepers (J. H. G.). De basismeting te 
Sampoen met Jaderin's basistoestel. M. ill. 
— Ingenieur. 1912, 447, 467. — Antwoord 
op bovenstaand artikel, door F. A. Veninq 
Meinesz. — Ihid. 1912, 798. 

Lu YMES ( J. ). Iets over de triangulaties van 
Flores en Soemba, locale attractie en nets- 
wijzigingen. M. k. — Marineblad. 26 (1911 — 

12), 577. 

Gent (L. F. van). Het meten van afstanden 
ten behoeve van oorlogsdoeleinden. — /. M. 
T. 1910, II, 1107; 1911, I, 6, 126. 

Het Jaarverslag van den Topographischen 
Dienst over 1909. Door v. H. — /. M. T. 
1911,1,534. 

RooN (J. van). Langs nieuwe banen. (Over 
de wenschelijkheid om aan bij den Topogra- 
phischen Dienst gedetacheerde officieren een 
eigen ranglijst te geven). — I. M. T., 1911, 
II, 965. 

De Topographische Dienst als zelfstandig 
dienstvak en zijne open formatie. Door v. 
H. — /. M. T. 1911, I, 271. 

Vekitas. Het jaarverslag van den Topo- 
graphischen Dienst over 1910. — /. M. T. 
1912, I, 218. 

Lamster (J. C). De Topographische 
Dienst in Nederlandsch-Indië. — I. G., 1913, 
II, 1462. — Enkele aanteekeningen naar aan- 
leiding van bovenstaand artikel, door A. 
van Lith. — /. G. 1914, 1, 376. — Antwoord 
aan den Majoor A. van Lith, door J. C. 
Lamster. — /. G. 1914, 1, 519. 

Heekeren (E. A. A. van). Jaarverslag 
van den Topographischen Dienst in Neder- 
landsch-Indië over 1912. — /. G. 1914, 1, 39. 

Onze kaarten in het Wetenschappelijk 
Jaar bericht over 1911. Door v. H. — /. M. 
T. 1912, II, 1132. 

Jaarverslag van den Topographischen 
Dienst in Nederlandsch-Indië over 1913. — 
/. G. 1914, II, 1429; 1915, I, 408. 



Het Jaarverslag van den Topographischen 
Dienst in Nederlandsch-Indië over 1914. 
Door D. B. — I. M. T. 1915, II, 1265. 

Phaff ( J. M. ). Inrichting en kosten van den 
Hydrographischen Dienst. — T. A. G. 1914, 
53. 



Haas (W. J. de). Overtocht van Landme- 
ters naar Nederl. Indië. — T. Kadaster en 
Landmeetk. 1911, 319. 

Linden (M. L. M. van der). Een kadaster 
voor 't Inlandsche grondrecht. — R. in N. I. 
96 (1911), 383. 

Polderman (L. C. F.). Overtocht van 
landmeters naar Ned. Indië. — T. Kadaster 
en Landmeetk. 1912, 32. 

Indisch Kadasterwee. (Klacht over de 
voorgenomen uitzending van landmeters bij 
het Kadaster in Nederland). — Insulinde. 
16 Maart 1912, IL 

Een stap in de goede richting. (Over de op- 
richting van een cursus voor de opleiding 
van Europeesch en Inlandsch technisch 
personeel bij den kadastralen dienst in Ne- 
derl. Indië te Bandoeng). — T. Kadaster en 
Landmeetk. 1913, 284. 

Linden (M. L. M. van der). Een kadaster 
voor het Inlandsch grondrecht. — /. G. 
1913, II, 1604. 

Een Inlandsch kadaster. (Over de plarmen 
tot invoering daarvan). — T. Kadaster en 
Landmeetk. 1913, 306. 

ScHEFFER (P.). Over grondperkara's en 
een Inlandsch Kadaster. — Kol. Tijdschr. 
1915, I, 601. 

Linden (M. L. M. ). Het kadaster voor het 
Inlandsch grondrecht. Met naschrift van de 
Redactie. — T. B. B. 46 (1914), 411; 47 
(1914), 291, 302. 



') Zie ook de Afd. „Aardrijkskunde, enz. a. De Indische Archifel.' 



188 



ECONOMISCHE ONDERWERPEX. 



VIERDE AFDEELING. 



ECONOMISCHE ONDERWERPEx\. 



I. m HET alge:meen. 



De uitkomsten van het welvaartonderzoek 
op Java. Vn. Irrigatie. — /. G. 1911, 1, 499, 
643, 774; II, 906. — VIII. Het Recht en de 
PoHtie. — /. G. 1913, I, 474, 606. — IX. De 
Economie van de dessa. — /. G. 1913, II, 
908, 1036, 1197. 

Bezemeb (T. J.). De economie der Ja- 
vaansche desa. (Naar aanleiding van het 
door de IVIindere We Iraart -Commissie uit- 
gegeven gelijknamig verslag). — Tijdschr. 
V. Econ. Geogr. 2 (1911), 10, 119, 181. 

Bltnk (Dr. H.). Kennis van den econo- 
mischen toestand van Nederland en zijne 
koloniën, een vraag van den dag. — Vr. v. d. 
Dag. 26 (1911), 43. 

Bekaab (J. J.). Economie der desa. (Naar 
aanleiding der verslagen van de Mindere 
Welvaart-Commissie over dit onderwerp). — 
Bandera Wolaiidu. 1911, Nos. 79, 80, 81, 82, 
83. 

NooTEN (Dr. J. C. C. W. van). Vooruit- 
gang van Atjeh beoordeeld uit statistieken 
van in- en uitvoer. — Ind. Merc. 1911, 646. 

De vooruitzichten voor de economische 
ontwikkeling van het eiland Soemba. — 
Korte Berichten. 1 (1910—11), 348. 

Bkuinsma (A. e. J.). De toekomst van 
Sumatra. (Bespreking van de onder ge- 
lijknamigen titel in 1910 te 's Gravenhage 
verschenen brochure van F. H. A. Steens 
Zijnen). — Ind. Merc. 1911, 706, 723. 

TiDEMAN (J.). Het Inlandervraiagstuk in 
Nederlandsch-Indië van economisch stand- 
punt beschouwd. Voordracht. — /. G. 1911, 
II, 1301. 

BoEKA (P. C. C. Hansen Je). De welvaart 
van Indië. — /. G. 1911, H, 1501. 



De ontwikkeling der Bataklanden. (Over- 
zicht eener particuliere correspondentie in 
de Nieuwe Rotterd. Courant van 26 Juli 1912). 

— /. G. 1912, n, 1212. 

Vreemd kapitaal in Indië. (Overzicht van 
opstellen daarover in de Indische pers). — 
/. G., 1912, II, 1370. 

Maan (G.). Een en ander over den econo- 
mischen toestand in het zendingsressort Boe- 
li-Weda (Celebes). — Haagsche Zendingsbode. 
1912, 28. 

Abrahamson (S. S.). Vreemd kapitaal in 
Nederlandsch-Indië. — T. N. L. N. I. 85 
(1912), 1. 

Het oeconomisch belang (voor Indië) 

van de Koloniale LandbouwtentoonsteUing 
te Deventer. — T. N. L. N. I. 85 (1912), 135. 

KiELSTBA (Mr. J. C). Economische voor- 
uitzichten van de onderafdeeUng Beraoe 
(Borneo). M. k. — Tijdschr. v. Econ. Ge- 
ogr. 3 (1912), 361. 

Heutsz (P. J. F. van). Vooruitgang of 
achteruitgang (van den economischen toe- 
stand der Inlandsche bevolking op Java en 
Madoera)? — T. B. B. 40 (1911), 128. 

Een misverstand. (Antwoord op eene 



bespreking in het Koloniaal Weekblad van 5 
Januari 1911 van zijne artikelen in het Tijd- 
schrift V. B. B., getiteld: ,J)e oeconomische 
ontwikkeling van den Javaan." en „Het In- 
landsch Credietwezen"). — T. B. B. 40 
(1911), 142. 

Cakpentieb Alting (H.). Coöperatie van 
inlanders. — T. B. B. 41 (1911), 91. 

De vooruitgang in Tamiang. (Mededeelin- 
gen daarover ontleend aan de Nieuwe Courant 



ECONOMISCHE ONDERWERPEN. 



189 



van 11 November 1912). — /. O. 1912, II, 
1667. 

ScHMÜLLiNG (E. L. K.). Iets over eene 
moderne modelcoöperatie in Europa in ver- 
band met Nederlandsch-Indië. — T. B. B. 
43 (1912), 334. 

Linden (M. L. M. van der). De realisti- 
sche economie in verband met de te verwach- 
ten crisis op de arbeidsmarkt en de suikerin- 
dustrie. — T. B. B. 43 (1912), 222. 

LuLOPS (C). De toekomst van Neder - 
landsch Nieuw-Gumea. M. k. — T. B. B. 42 
(1912), 83, 162. 

Enkele economische gegevens omtrent het 
gewest Djambi (over 1905—1912). — Korte 
Berichten. 3 (1912—13), 227. — Zie ook: 
Tijdschr. v. Econ. Geogr. 4 (1913), 269. 

BoBKE (Dr. J. H.). Beoordeeling van het 
werk van Mr. A. Neytzell de Wilde : „Een 
en ander omtrent den welvaartstoestand der 
Inlandsche bevolking in de Gouvernements- 
landen van Java en Madoera. Weltevreden 
1911". — T. B. B. 42 (1912), 108. 

Een Batakker over Indië. (Resumé eener 
lezing van R. Soetan Casajangan over: 
„Een en ander ter bevordering van den voor- 
uitgang van Nederl. Indië"). — /. G. 1913, 
I, 228. 

DoEFF (H.). Nieuw leven. (Over den eco- 
nomischen vooruitgang van Bima op het 
eiland Soembawa). — Kol. Tijdschr. 1913, 
I, 26. 

Tweeërlei welvaart. (Overzicht van een 
artikel en de Locomotief van 13 en 14 Januari 
1913). —7. G. 1913,1,511. 

Vooruitgang op Atjeh (volgens de Atjeh- 
kroniek in de Nieuwe Courant van 19 Maart 
1913). — /. G. 1913, I, 649. 

WiLLiNCK (Mr. G. D.). Ongebreidelde toe- 
lating van buitenlandsch kapitaal in Nederl. - 
Indië. (Overzicht van een artikel in de Avond- 
post van 27 April 1913). — I. G. 1913, 1, 781. 

De exploitatie der kolonie. (Resumé van 
een artikel in de Locomotief van 15 Maart 
1913). —7. G. 1913,1,783. 



Economisch overzicht van Nederl. Indië. 
(Ontleend aan het Jaarverslag der Neder land- 
sche Handelmaatschappij over 1912). — Tijd- 
schr. V. Econ. Geogr. 4 (1913), 270. 

Het sparen der Inlandsche bevolking. (Ont- 
leend aan N°. 6 der Publicaties van de Centrale 
Kas). — L G. 1913, II, 1092. 

DoEFF (H.). Indië's vooruitgang. Voor- 
dracht. Met naschrift. — Kol. Tijdschr. 1913, 
II, 1130, 1261, 1277. 

Cabpentier Alting (C). Handelingen 
van inlanders voor gemeenschappelijke reke- 
ning. — T. B. B. 44 (1913), 261. 

LuLOFS (C). Hoe het Bataksch Instituut 
op de hoogvlakte werkt (ter verbetering van 
den economischen toestand der bevolking). 
(Kantteekeningen op de mededeelingen daar- 
omtrent in de Sumatra-Post). — T. B. B. 
44 (1913), 299. 

Ganesa. Ekonomisch nieuws van de 
Duizend-eilanden. — Weeklb. v. Indië. 10 
(1913—14), 365, 389. 

De economische toestanden, de handel en 
nijverheid der Toradja's op Celebes. (Naar 
N. Adriani's en Alb. C. Kruyt's werk: 
„De Bare'e-sprekende Toradja's van Midden- 
Celebes. Batavia 1912—1914"). — Tijdschr. 
V. Econ. Geogr. 4 (1913), 403. 

DouwES Dekker (C. H.). Op welke wijze 
behooren de fondsen, door landbouwindus- 
trieëlen beschikbaar gesteld ten bate der In- 
landsche bevolking aangewend te worden? 
Met naschrift van A. H. J. G. Walbeehm. — 
Kol. Tijdschr. 1914, 1, 336, 341. 

LuLOFS (C). Vooruitgang en transmigra- 
tie (in TapanoeU). — T. B. B. 45 (1913), 499. 

Oud-Minister Colijn over Atjeh (en den 
vooruitgang van dat gewest). (Ontleend aan 
de Sumatra-Post van 20 en21November 1913). 
— T. B. B. 45 (1913), 502. 

Voorlichting op koloniaal economisch ge- 
bied. — T. N. L. N. I. 88 (1914), 125. 

Blink (Dr. H.). Nederlandsch Oost-Indië 
als productie- en handelsgebied. Een eco- 
nomisch-geographisch studie van het heden 
en de ontwikkeling gedurende de laatste 



190 



ECONOMISCHE ONDERWERPEN. 



eeuw. M. k. en ül. — Tijdschr. v. Econ. 
Geogr. 5 (1914), 193. — Critische bespreking 
van bovenstaand artikel, door G. J. van 
EiJBEBGEN. — T. B. B. 49 (1915), 249. 

Economisch overzicht van Nederl.-Indië, 
de Straits Settlements, Burma en China. 
(Ontleend aan het Verslag der Nederl. Handel- 
Maatschappij over 1913). — Ind. Merc. 1914, 
542. 

Heekeben (E. A. A. van). Maatregelen in 
Nederlandsch-Indië genomen (op econo- 
misch gebied tijdens den wereldoorlog). — 
I. O. 1914, II, 1317. 

De wereldoorlog en Nederlandsch-Indië. 



(Over de economische gevolgen daarvan voor 
deze kolonie). — /. G. 1914, II, 1185. — Zie 
ook: /. G. 1914, II, 1325. — Zie nog: Korte 
Berichten. 5 (1914 — 15), Bijlage van 1 Juli 
1915, N°. 12 en T. N. L. N. I. 91 (1915), 13. 

BoEKE (J. H.). „Coöperatie" op de Dui- 
zend-eilanden. — Tropisch Nederland. 2 
(1914), 61. 

Een Inlandsche organisatie (van peper- 
tuinbezitters op Banka). Door R. — T. B. B. 
46 (1914), 443. 

Smith (J. N.). Beoordeeling van het werk 
van Alb. H. Kroes: „Coöperatie voor In- 
landers". — T. B. B. 46 (1914), 452. 

De economische toestand in Indië. (Ont- 
leend aan de Indische Financier). — Ind. Merc. 
1914, 938. 

Abr. Exodus. Een land in opkomst. 
(Overzicht van een artikel in de Locomotief 
van 21 en 22 October 1914 over de economi- 
sche ontwikkeling van Flores). — /. G. 1915, 
I, 98. 

Bebtkand (Adr. ). Les Indes Néerlan- 
daises. (Overzicht van den economischen 
toestand in 1910—1912). — UEconomiste 
francais. 1914, 85, 120, 158. 

Economische toestand op Java onder den 
invloed van den oorlog. (Naar aanleiding van 
verschillende daarover verschenen publica- 
ties). — Tijdschr. v. Econ. Geogr. 6 (1915), 33. 

De huidige economische toestand van Java. 
(Nota van den Gouverneur-Generaal). — 



Korte Berichten. 4 (1913/14), Bijl. van 1 Dec. 

1914, No. 24. — Zie ook: Ind. Merc. 1915, 26, 
39. — Kol. Tijdschr. 1915, I, 278. — /. G. 

1915, I, 202. 

Kemp (P. H. van der). De eerste publica- j 

tien over koloniale economie na Neerlands 1 
herstel in 1813. — Economist. 1915, I, 299, 

429. ^ 

De voorstellen der Welvaartcommissie. 
(Ontleend aan de Locomotief). — /. G. 1915, 
1,664. 

Roelfsema (H. R.). Toestanden en voor- 
uitzichten in de residentie Temate (op eco- 
nomisch gebied). M. ill. — Amsterdammer. 30 
Mei 1915. 

Vaxette (G. de la). Het welvaarts -onder- 
zoek en H. E. Steinmetz. (Naar aanleiding 
van het werk : „De volkswelvaart op Java en 
Madoera. Eindverhandeling van 't onderzoek 
naar de mindere welvaart der Inlandsche 
bevolking. Batavia 1914"). — Kol. Tijdschr. 
1915, II, 927. 

De economische toestand van Neder- 
landsch-Indië in de eerste helft van 1915. — 
Ind. Merc. 1915, 678, 700. 

De economische ontwikkeling der Resi- 
dentie Lampongsche Districten. (Naar een 
rapport van A. Coomans Jr. leider der kolo- 
nisatie-proeven). — T. B. B. 48 (1915), 243- 

Adbiani (Dr. N.). Maatschappelijke, spe- 
ciaal economische verandering der bevolking 
van Midden -Cele bes sedert de invoermg van 
het Noderlandsch gezag aldaar. Voordracht. 

— T. A. G. 1915, 457. 

KiELSTRA (Dr. E. B.). Bespreking van het 
werk vanC. J. Hasselman: „Algemeen Over- 
zicht van de uitkomsten van het Welvaarts- 
onderzoek, gehouden op Java en Madoera in 
1904 — 1905. Opgemaakt ingevolge opdracht 
van Z. E. den Minister van Koloniën, 's Gva- 
venhage 1914". — Onze Eeuw. 1915, II, 311. 

— Zie ook de bespreking van hetzelfde werk 
door Mr. J. C. Kielstra in het T. B. B. 48 
(1915), 352. 

LtJLOFS (C). De vooruitgang van Simeloe- 
ngoen (Sumatra). — T. B. B. 48 (1915), 408. 

Groeiend Siantar. (Ontleend aan de Suma- 



KOLONISATIE. — DIENST- EN WERKCONTRACTEN. 



191 



tra-Post van 30 Juni 1915). 
(1915), 38. 



T. B. B. 49 



KiELSTBA (Dr. E. B.). De Lampongs. 
(Hierin o.a. ook over de toekomst van dat 
gewest). — Onze Eeuw. 1915, II, 244. — Be- 
denkingen in de Java-Bode van een deskundi- 
ge tegen de beschouwingen van Dr. E. B. 



Kjelstra over de toekomst van de Lam- 
pongs. — I. G. 1915, II, 1624. 

De Buitenbezittingen 1904 tot 1914. M. k. 
en ill. — Meded. Encydop. Bureau, afl. X. 

Leemkolk (W. J. van de). Over de eco- 
nomische beteekenis van Sumatra's Oost- 
kust. — T. N. L. N. I. 91 (1915), 315. 



IL KOLONISATIE EN LANDVERHUIZING. — DIENST- EN WERK-CONTRACTEN. 

— SLAVERNIJ. 



Kolonisatie door Europeanen in Neder- 
landsch-Indië. Voordracht. — Indologenblad. 
3(1911— 12), 248, 270. 

SiBiNGA Mulder (J.). Onze Oost als land 
van de toekomst voor onze Nederlandsche 
jongelui. — Vr. v. d. Dag. 26 (1911), 513. 

HooiJER (D. G.). Emigratie naar de re- 
sidentie Benkoelen. Voordracht met debat. — 
F. Ind. Gen. 1911/12, 149. 

KiELSTEA (Dr. E. B.). Volks verplaatsin- 
gen in Indië. — Onze Eeuw. 1912, IV, 232. 

ScHELTEMA (N.). De kolonisatie -proeven 
in de Lampongsche Districten. Met naschrift 
van de Redactie. — /. G. 1912, II, 1616, 1621. 
— Antwoord van N. Scheltema op het na- 
schrift van de Redactie. (Ontleend aan de Lo- 
comotief van 1 Februari 1913). — /. G. 1913, 

I, 525. 

LtJLOFS (C). Een Balineesche landbouw- 
kolonie te Parigi (Midden-Celebes). — T. B. 
B. 42 (1912), 104. 

Een onvoorzien gevolg der Lampongsche 
emigratie. (Ontleend aan het Vaderland van 
28 Aprü 1913). — /. G. 1913, 1, 785. 

Emigratie naar de Lampongs. (Mededce- 
lingen daarover in de Java-Bode van 4 Maart 
1913). — T. B. B. 44 (1913), 290. 

De vrije emigratie naar Deli. (Overzicht 
van een artikel in de Nieuwe Rotterd. Cou- 
rant van 13 September 1913). — /. G. 1913, 

II, 154L 



Dijkstra (Mr. J. F. ). Kolonisatie. 
1914, I, 358, 495. 



I. O. 



Meijer Ranneft (J. W.). Volksverplaat- 
sing op Java. Met aanhangsel. Volksverplaat- 
sing in de centrale afdeeUng Grissee. — T. B. 
B. 49 (1915), 59, 165, 174. 

Javanen -kolonies. Door R. (Ontleend aan 
een uittreksel van het Jaarverslag der Deli- 
Plantersvereeniging, over de proeven met het 
koloniseeren van Javaansche koelies op en bij 
tabaksondernemingen in Deli, in de Sumatra- 
Post van 1, 2 en 3 Juli 1915). — T. B. B. 49 
(1915), 132. 

Breda de Haan (Dr. J. van). Kolonisatie 
op de Buitenbezittingen. — Teysm. 26 (1915), 
400. — Over kolonisatieproeven in de resi- 
dentie Benkoelen. (Naar aanleiding van bo- 
venstaand artikel). Door A. J. Koens. — 
Ihid. 26 (1915), 587. 

Java-emigratie (naar de Oostkust van Su- 
matra over 1911 t/m 1914). (Ontleend aan de 
Sumatra-Post van 14 October 1915). — T. B. 
B. 49 (1915), 386. 



De werving van werkkrachten in Neder- 
landsch -Indië voor Malakka en andere bui- 
tenlandsche koloniën. (Ontleend aan de Suma- 
tra-Post). — Ind. Merc. 1911, 751. 

Gennep (A. van). Het arbeiders-vraag- 
stuk op Java en Madoera. — /. G. 1912, I, 
723. — Het arbeidersvraagstuk op Java en 
Madoera anders bezien, door Mr. J. W. Ra- 
MAER. — I. G. 1912, II, 1295. — Het;arbei- 
ders-vraagstuk op Java en Madoerafin het 
stadium van repliek, door A. van Gennep. — 
I. G. 1912, II, 1314. 

De verstandhouding van assistent en koelie 
in Deli. (Naar aanleiding van berichten in 



192 



DIENST- EN WERKCONTRACTEN. 



de Ned. pers over aanvallen van koeües op 
assistenten). — /. G. 1912, 1, 803. 

Democraat. Kapitaal en arbeid in Indië. 
— Ind. Kroniek. 1 (1911—12), 141. 

Misbruiken bij de koeliewerving door de 
regeering bevorderd. (Ontleend aan de Lo- 
comotief van 27 Maart 1912). — /. G. 1912, 1, 
813. 

EzEEMAN (R. A.). Een en ander omtrent 
koeliewerving. — /. G. 1912, II, 1261. 

Meijier ( J. e. de). Het eerste verslag van 
den dienst der Arbeidsinspectie en Koelie- 
werving in Nederl. -Indië. — /. G. 1912, II, 
1326, 1490. — Idem het tweede verslag. — 
I. G. 1913, II, 1340. 

De Javaplanters over de werkvolk -quaes- 
tie. (Overzicht van het verhandelde op een te 
Banjoewangi gehouden plantersvergadering, 
ontleend aan de Nieuwe Soerab. Courant). — 
Ind. Merc. 1912, 788. 

CuLTRU (P.). La main-d' oeuvre agricole 
a Sumatra. (Naar aanleiding van het werk 
van Georges Guyot: „Le problème de la 
main-d'oeuvre dansles colonies d'exploitation. 
La Cóte est de Sumatra. Paris 1910"). — 
Quinzaine Colonicde. 10 October 1912, 680. 

Eerste verslag van den Dienst der Arbeids- 
inspectie en Koeliewerving. Door „Een Plan- 
ter". — /. G. 1912, II, 1470. — Antwoord op 
bovenstaande critiek, door D. G. Stibbe. — 
I. G. 1913, I, 8. 

De arbeidsquaestie op Java. (Overzicht 
van een artikel van Dr. R. Broersma in de 
Nieuwe Rotterd. Courant van 23 September 
1912, over het opdrijven der werkloonen in 
Besoeki.) — /. G. 1912, II, 1522. 

Regeling van de arbeidsovereenkomst op 
Java. (Critische bespreking van de ontwerp- 
regeling van de arbeidsovereenkomst door 
M. van Geüns in het Soerab. Handelsblad van 
27 Augustus 1912). — /. G. 1912, II, 1538. — 
Losse aanteekeningen op bovenstaande ont- 
werpregeling. — T. B. B. 44 (1913), 129. — 
Zie ook: Ind. Merc. 1912, 979. 

Janssen (C). De la réglementation du 
travail des Indigènes. (Hierin ook over de 
ojliecontracten in Njd. -Indië). — Imt. 



Col. Int. Compte-rendu, session de 29 — 31 
Juillet 1912, 369, 431. 

Stibbe (D. G.). Werving van contract- 
koelies op Java. Voordracht met debat. — 
Ind. Merc. 1912, 1047, 1067. 

Deeken (R.). Javanische Arbeiter für 
Samoa. — D. Kol. Zeitung 1912, 829. — 
Zie ook: Kol. Weekhl. 30 Januari 1913. 

Linden (M. L. M. van der). De realisti- 
sche economie in verband met de te verwach- 
ten crisis op de arbeidsmarkt en de suiker- 
industrie. — T. B. B. 43 (1912), 222. — De 
suikerindustrie en het arbeidsvraagstuk. 
(Bestrijding door M. van Getins in het Soe- 
rab. Handelsblad van 2 November 1912 van 
bovenstaand artikel). — Ihid. 43 (1912), 436. 

Moresco (Dr. E.) et D. G. Stibbe. Le 
contrat de travail dans les Colonies Asia- 
tiques. — Buil. de Colonisation Comparée. 
1912, 289, 527; 1913, blz. 1, 145. — Zie de 
vorige artt. in: Ibid. 1910, 545; 1911, blz. 1. 

Clercq (A. L. le). Het Deli-vraagstuk. 
(Over de arbeidstoestanden in Deli). — 
Het Tijdschrift. 3 (1912—13), 13. 

Beoersma (Dr. R.). De arbeidsquaestie op 
Java. (Ontleend aan de Nieuwe Rotterd. Cou- 
rani van 9 Februari 1913). — /. G. 1913, I, 
518. — Dr. R. Broeesma's bezorgdheid over 
het werkvolkvraagstuk op Java. Opmerkin- 
gen naar aanleiding van bovenstaand arti- 
kel. — T. N. L. N. I. 88 (1914), 128. 

VoLLENHOVEN (J. van). Britsch-Indischc 
wervingsregelingen. — /. G. 1913, 1, 737. 

De koelies in Deli (op 1 Juli 1912, ontleend 
aan het Jaarverslag der H andels vereeniging 
te Medan). — /. G. 1913, II. 973. 

De koeliewerving. (Overzicht van een in 
het Ind. Bijblad van het Vaderland van 23 Juli 
1913 opgenomen aan het Soerab. Handels- 
blad ontleend artikel over de koeliewerving). 

— I. G. 1913, II, 1237. 

Ottolandee (T.). De werkvolkkwestie in 
Banjoewangi. Voordracht met debat. — 
Public. N. I. Landb. Synd. 5 (1913), 21. 

VuEEBOOM (M.). Het arbeidersvraagstuk. 

— Public. N. I. Landb. Synd. 5 (1913), 401. 



DIENST- EN WERKCONTRACTEN. — SLAVERNIJ. 



193 



Leknep (E. van). Het koelie vraagstuk op 
Java. — /. G. 1913, II, 1428. 

Ophüijsen (Mr. A. H. van). De Europee- 
sche werkgever tegenover de godsdienst- 
plichten der Mohammedaansche arbeiders. 

— Ind. Weekbl. v. h. Recht. 49(1912—13), 121. 

— Zie ook: Ivd. Merc. 1914, 57. 

Ai'beidsinspectie in Atjeh. (Ontleend aan 
het Nieuwsblad voor Atjeh en Onderhoorig- 
heden). — /. G. 1914, 1, 440. 

Geuns (M. van). De poenale sanctie. (Over- 
zicht van een artikel in het Soerab. Handels- 
blad van 17 Januari 1914). — I. G. 1914, I, 
445. — Zie ook: /. G. 1914, I, 600. 

Kielstra (Mr. J. C). Beoordeeüng van 
het: „Tweede verslag van den dienst der 
Arbeidsinspectie en KoeUewerving in Neder- 
landsch-Indië. Batavia 1913"). — T. B. B. 
45(1913), 244. 

Een statistiek van de aanvallen op assis- 
tenten ter Oostkust van Sumatra. (Ontleend 
aan de Sumatra-Post). — I. G. 1914. I, 576. 

Stibbe (D. G.). Het Arbeidsvraagstuk in 
Neder landsch-Indië. — Kol. Tijdschr. 1914, 
I, 433. 

Tertitts. Het arbeidsvraagstuk op Java. — 
Kol. Tijdschr. 1914, I 505. 

Rapport inzake de Banjoewangische werk- 
volkkwestie. — /. G. 1914, I, 772. 

Thomas (Mr. Th. ). De werkvolkkwestie in 
Banjoewangi, (Overzicht van een artikel in 
het Bataviaasch Nieuwsblad van 14 en 15 
April 1914). — /. G. 1914, 1, 889. 

Heekeren (E. A. A. van). Het derde ver- 
slag van den dienst der Arbeidsinspectie en 
KoeUewerving in Neder landsch-Indië. — /. G. 
1914, II, 978. 

Nieuwe Staatswerving. (Overzicht van een 
artikel in de Locomotief over de werving van 
Javaansche werkkrachten voor Suriname). — 
/. G. 1914, II, 1015. 

Tertius. Gou vernements -werving (van 
Javaansche koelies voor Suriname). — Kol. 
Tijdschr. 1914, II, 920. 



Meijer Ranneft( J. W. ). De misstanden bij 
de werving op Java. —T.B.B. 46(1914), 1,55. 

Kielstra (Mr. J. C). Bespreking van het 
„Derde Verslag van den dienst der Arbeids- 
inspectie en Koeliewerving in Nederlandsch- 
Indië. Weltevreden 1914" — T. B. B. 46 
(1914), 455. 

De werkvolk -kwestie in Banjoewangi. — 



T. 5. £.46 (1914), 461. 

Veen (H. ). De omvang met- en de behande- 
ling van het werkvolk op cultuur-onderne- 
mingen in Ned.-Indië. — Orang Peladang. 2 
(1914—15), 121. 

Schijnhervorming. (Overzicht van een ar- 
tikel in de Locomotief van 7 November 1914 
over de nieuwe wervingsordonnantie). — 
/. G. 1915, I, 91. 

Blommestein (Mr. A. F. van). De twist- 
vraag: of en, zoo ja, in hoeverre moeten be- 
houden blijven de in de z.g. koelie -ordonnan- 
tie voor de Oostkust van Sumatra voorkomen - 
de straf- en dwangbepalingen tegen de van 
elders afkomstige Inlandsche en Vreemde 
Oostersche arbeiders om hen te nopen tot 
het verrichten van den arbeid, waartoe zij 
zich verbonden. Voordracht met debat. — 
F. Ind. Gen. 1914—15, 119. 

Moorrees (P. A.). Labor conditions and 
recruting of labor. — Essays Netherl. E. I. 
San Francisco-Committee. No. 18. 

Nieuwe koelie -ordonnantie voor Sumatra's 
Oostkust. (Bespreking daarvan in het Soe- 
rabajasch Handelsblad). — /. G. 1915, II, 
1305. 



Minimum koelieloonen. Door P. 
Belangen. 2 (1915), 325. 



Locale 



Getjrtjens (H.). De slavernij op de Kei- 
eilanden. — De Java-Post. 1911, 305, 321. 
Zie ook: Banier. 1911, 270, 282. 

Krxhjt (A. C). De slavernij in Posso. 
(Midden-Celebes). — Onze Eeuw. 1911, I, 61. 

Sklaverei in Niederlandisch-Indien. — 
Ostas. Lloyd. XXIII, II, 270. 



13 



194 



AGRARISCH RECHT. 



m. AGRARISCH RECHT, 



Iets over grondbezit van den inlander. — 
Inddogenblad. 3(1911—12), 26, 47. 

GooszEN (H. Ch.). Het een en ander be- 
treffende de erfpacht ter Sumatra's Westkust. 
— /. G. 1912, 1, 433. 

Gent (L. F. van). De erfpachtsperceelen 
in de afdeeling Loemadjang. — Jaarverst. 
Top. Dienst N. I. VIII (1912), 190. 

Bezemek (T. J. ). Is het communaal grond- 
bezit op Java van Voor-Indischen oor- 
sprong? — /. G. 1912, II, 1027. 

Het CoLiJN-Syndicaat geholpen. (Overzicht 
van een reeks artikelen in de Locomotief van 
13 en 15 Juli 1912 over de nieuwe ordonnan- 
tie op de landexploitatie op de Buitenbezit- 
tingen). — /. G. 1912, II, 1358. — Overzicht 
eener bespreking van bovenstaand artikel 
in de Nieuwe Rotterd. Gourant van 26 Mei 
1912. — /. G. 1913, I, 117. 

Maatregelen tot tegengang van onwettig 
grondbezit. (Ontleend aan de Java-Courant 
van 1 Maart 1912). — Ind. Merc. 1912, 281. 

Uitgiften van erfpachtsperceelen in de Bui- 
tenbezittingen. (Ontleend aan de Jav. Courant 
van 5 Juli 1912, no. 54). — Ind. Merc. 1912, 
739. 

De overgang der landbouwconcessies Rot- 
terdam. (De Deli-Courant over de uitspraak 
van den Raad van Justitie te Medan in het 
proces tusschen de erven Johannes Ceamek 
en de Regeering van Nederl. Indië ten aanzien 
van den overgang van de landbouwcon- 
cessies Rotterdam A^ en B. op Sumatra's Oost- 
kust). — Ind. Merc. 1912,811. 

Een nieuwe regeling voor de landbouw- 
consessiën in de zelfbesturende landschappen 
buiten Java en Madoera. (Ontleend aan de 
Sumatra-Post). — Ind. Merc. 1912, 1001. 

Schets van den aard en omvang der rech- 
ten welke in de Residentie Kedoe door de 
Inlandsche bevolking op dé gebruiksaandee- 
len en den gemeentelijken grond worden uit- 
geoefend, en beteekenis, welke ald^r thans 
nog aan de rechten der Inlandsche gemeente 
op deze gronden kan worden toegekend. 



(Extract uit eene Nota van den Adjunct-In- 
specteur voor Agrarische Zaken, J. van der 
Marel van 9 Maart 1908). — T. B. B. 41 
(1911), 119, 241, 293. 

Kjboon (W. J.). De rechtstoestand van 
de geoccupeerde gronden in het Gouverne- 
ment Sumatra's Westkust. — T. B. B. 41 
(1911), 157. 

De zegening van het communaal bezit. 
(Fragment uit een brief). — T. B. B. 41 
(1911), 403. 

Berkusky (H.). Das Bodenrecht der pri- 
mitiven Stamme Indonesiens. — Zeitschr. 
vergl. BecTüswissenschaft. XXIX, Heft 1 — 2. 

Het Ned. Ind. Landsyndicaat. (Résumé 
van een artikel in de Nieuwe Rotterd. Cmirant 
van 18 December 1912). — I. G. 1913,1,224. 

Overzicht van de beginselen, die ten grond- 
slag liggen aan de „verordening regelende de 
uitgifte in erfpax;ht van gronden door de ge- 
meente Semarang" annex den opzet van het 
grondbedrijf. — Decentralisatie- Verslag. 1911 — 
12, Bijl. 3, 218. 

Kern (R. A.). Hervorming van het In- 
landsch grondbezit op Java. Voordracht met 
debat. — V. Ind. Gen. 1912—13, 149. 

De Medansche grondkwestie. Door J. R. — 
T. 5. 5. 44(1913), 436. 

Linden (M. L. M. van der). De instructie 
voor de behandeling van aanvragen om af- 
stand in erfpacht van tot het staatsdomein in 
de gouvemementslanden, in de bezittingen 
buiten Java en Madoera behoorende gronden, 
vastgesteld bij art. 2 van het Gouvernements 
besluit van 27 Maart 1911, no. 37 (Staats- 
blad, No. 265). Met naschrift. — T. B. B. 
45 (1913), 206, 222. 

KooREMAN (P. J.). Het recht van de In- 
landsche bevolking der Buitenbezittingen om 
boschproducten in te zamelen. — I. G. 1914, 
I, 476. 

Regeling voor de uitgifte van gronden in 
erfpacht in de bezittingen buiten Java en 
Madoera. (Ontleend aan de Jav. Courant van 
15 Mei 1914, No. 39). —Ind. Merc. 1914,545. 



AGRARISCH RECHT. 



195 



Tertius. De erfpachtsordonnantie voor de 
Buitenbezittingen. (Gunstig oordeel daar- 
over). — Kol. Tijdschr. 1914, II, 923. 

JoNGENEEL (Mr. D. J. ). Uitgifte van grond 
in zelfbesturende landschappen met eenig 
zakelijk recht, waarop het Burgerlijk Wet- 
boek van toepassing is. — T. B. B. 46 (1914), 
197. 

Boer (D. W. N. de). De Toba-Bataksche 
grondrechtsbegrippen, ingeleid met eene uit- 
eenzetting van andere daarmede samenhan- 
gende adatvormen. — T. B. B. 46 (1914), 
355. 

Agrarisch reglement voor het Gouverne- 
ment Sumatra's Westkust. (Ontleend aan de 
Jav. Courant van 5 Februari 1915). — I. O. 
1915, I, 671. 

Landbezit in het district Bantik. Door 
A. P. M. — T. B. B. 48 (1915), 143, 227. 

Beck (W. J.). Een en ander over grond- 
bezit in Angkola. — T. B. B. 49 (1915), 11. 

ScHEFFEB (P.). Over grondperkara's en 
Inlandsch Kadaster. — Kol. Tijdschr. 1915, 
I, 601. 

Altona (Th.). De bestemming te geven aan 
de op te heffen koffiereserven ? Praeadvies 
voor de 5e Alg. Vergadering der Ver. van 
Ambtenaren bij het Boschwezen in Ned. 
O. I. op 6 en 7 Aug. 1913). — Tectona. 6 
(1913), 296. — Debat over bovenstaand prae- 
advies. — Ibid. 8 (1915), 257. 323. 



Naasting der particuliere landerijen Kan- 
danghauer en Indramajoe-West. (Besluit ont- 
leend aan de Jav. Courant van 12 December 
1911, N°. 99). — Ind. Merc. 1912, 46. 

De particuliere landerijen in Batavia. 
(Ontleend aan het verslag over 1911 van de 
Bataviasche Landbouwvereeniging). — Ind. 
Merc. 1912, 294. 

Een nieuw reglement voor de particuliere 
landerijen op Java. (Ontleend aan de Jav. Cou- 
rant van 28 Augustus 1912, N°. 68). — Ind. 
Merc. 1912, 871, 892. —Zie ook: /. G. 1912, 
II, 1519. 



Beoordeeling van de brochure van Dr. R. 
Broebsma, getiteld: „De Pamanoekan- en 
Tjiassemlanden. Bijdrage tot de kennis van 
het particulier landbezit op Java. Batavia 
1912". Door C. A. — T. B. B. 42 (1912), 
234. — Zie ook: De Wereld. 11 October 1912. 

Particuliere landerijen in Nederlandsch- 
Indië. (Nieuwe wetsbepalingen op den eigen- 
dom, de overdracht van den eigendom van 
particuliere landerijen en het geding tot te- 
rugbrenging dier landen tot het Staatsdo- 
mein, ontleend aan de Jav. Courant van 18 
October 1912, N°. 84). — Ind. Merc. 1912, 
1051, 1072. 

De particuliere landerijen in en om Batavia 
Door B. (Naar aanleiding van de brochure 
van Dr. Broebsma: „De Pamanoekan- en 
Tjiassemlanden. Bijdrage tot de kennis van 
het particulier landbezit op Java. Batavia 
1912"). — Kol. Tijdschr. 1912, 801. 

Agrarische rechtstoestand op Kandang- 
hauer en Indramajoe-West. (Overzicht eener 
daarop betrekking hebbende in de Jav. Cou- 
rant van 22 October 1912 gepubliceerde or- 
donnantie). — /. G. 1913, I, 120. 

Heekeren (E. A. A. van). De Pamanoe- 
kan- en Tjiassemlanden. — I. G. 1914, 1, 199. 

Broersma (Dr. R.). De Pamanoekan- en 
Tjiassemlanden. (Overzicht van artikelen in 
de Nieuwe Rotterd. Courant van 12 April en 
van 28 Juü 1914). — /. G. 1914, I, 754; II, 
1268. 

De particuliere landerijen in Indië. Door 
Z. Z. — De Beweging. 1915, I, 177. 

Regeling van den rechtstoestand der gron- 
den op de particuliere landerijen op Java. 
(Ontleend aan de Jav. Courant van 5 Maart 
1915, N°. 19). — Ind. Merc. 1915, 273. 

Rappard (W. e.). De uitoefening van het 
bestuurstoe zicht op de particuliere landerijen 
bewesten de Tjimanoek en het nieuwe Re- 
glement van 3 Augustus 1912 (Stbl. N°. 422). 
— Kol. Tijdschr. 1915, II, 1441, 1585. 



Gauema Verheul (A.). De grondhuur 
voor suikerfabrieken op Java. — Arch. S. I. 
N. I. 1911, II, 1300. 



196 



GROND VERHUUR. — LANDBOUW^ IN HET ALGEMEEN. 



KoHLBKUQGE (Dr. J. F. H.). Vaststelling 
van den grondhuurprijs op Java, speciaal 
met het oog op de suikercultuur. — /. G. 
1911, I, 307. 

Tasman (Mr. H. J.). De oeconomische zijde 
van het vraagstuk der „grondverhuur" en de 
houding door de overheid daartegenover in 
te nemen. — Voordracht met debat. — V. 
Ind. Gen. 1910-11, 113. 

Grondhuurprijzen bij de suikerindustrie op 
Java. Resultaten van de in December 1910 
door het Algemeen Syndicaat van Suiker- 
fabrikanten in Nederlandsch-Indië gehouden 
enquête. — Ind. Merc. 1911, 705. 

Grondhuurprijzen bij de suikerindustrie op 
Java. (Overzicht van eene nota van Mr. 
Paets tot Gansoyen). — T. B. B. 40 (1911), 
190. 

KiELSTBA (Mr. J. C). De grondhuur door 
suikerfabrieken op Java. — T. B. B. 40 
(1911), 309. 

Lacuelle (F. A. C). Herziening der grond- 
huurbepaUngen. (Staatsblad 1900, N°. 240, 
Bijbladen Nos. 5520 en 6857). — T. B. B. 43 
(1912), 404. 

Nogmaals: Herziening der grondhuur- 

bepahngen voor de Java-Suikerindustrie. 

— Ind. Merc. 1913, 405. — Zie ook: T. B. B. 
44 (1913), 470. 

Over den grondhuur voor suikerfabrieken. 
Door S. B. L. Met naschrift van Mr. J. C. 



Klelstka. — T. B. B. 44 (1913), 244, 253. — 
Antwoord op bovenstaand artikel, door Mr. 
J. W. Ramaee, met naschrift van Mr. J. C. 
KiELSTRA. — T. B. B. 45 (1913), 315, 323. 

Gennep (Mr. A. van). Overdracht van In- 
landsche gebruiksrechten op grond aan niet- 
Inlanders. (Overzicht van een artikel in het 
Soerab. Handelsblad van 22 Maart 1912). — 
/. G. 1912, I, 780. 

KoENS (A. J.). Verhuur van grond aan 
niet-Inlanders. Met naschrift van Mr. J. C. 
KiELSTBA. — T. B. B. 47 (1914), 12. — 
Repliek op Mr. Kielstba's naschrift door 
A. J. KoENS. — Ibid. 47 (1914), 132. 



Landhuurreglement voor de Vorsten- 
landen. (Voorontwerp betreffende nieuwe 
regelen nopens het gebruik van grond voor 
den landbouw in de Javasche Vorstenlanden). 
— Ind. Merc. 1912, 92. 

De nieuwe phase in de landhuurregeüng 
in de Vorstenlanden. (Ontleend aan de Loco- 
motief van 17 Augustus 1912). — /. G. 1912, 
II, 1517. — Zie ook: I. G. 1913, I, 785. 

Opmerkingen naar aanleiding van het 
Voorontwerp betreffende nieuwe regelen no- 
pens het gebruik van den grond voor den 
landbouw in de Javasche Vorstenlanden. 
(Overzicht eener gelijknamige brochure van 
Mr. C. W. Bar. van Heeckeben, Semarang 
1912). — Ind. Merc. 1912, 1002. 



IV. LANDBOUW EN NIJVERHEID. 



In het algemeen. 
Landbouw. — 



— Inlandsche 
Rijstteelt. 



Jong (Dr. A. W. K. de). Bemestingsproe- 
ven. — Teysm. 22 (1911), 30, 163, 254. — 
Repliek van F. Ledeboeb, met wederwoord 
van Dr. A. W. K. de Jong. — Ihid. 22 
(1911), 182, 193. — Wederwoord aan Dr. 
A. W. K. de Jong, door W. van Deventer, 
met opmerkingen van eerstgenoemde. — 
Ibid. 22 (1911), 279, 282. 

De guano van Perlis (Straits Settlements). 
(Modedeelingcn over hare geschiktheid als 
meststof voor rubber, klappertuinen en ta- 
bak). — 7. G. 1912, 1, 122. 



Vogel (C. J. de). Over verschil in vrucht- 
baarheid van sommige deelen van den Ne- 
derl. -Indischen Archipel. — Ind. Merc. 
1912, 158. 

Milo (C. J.). Verdere voorloopige onderzoe- 
kingen omtrent kalkstikstof. M. ill. — Arch. 
S. I. N. I. 20 (1912), I, 431, 284; II, 1039. 

Cultuuropstellen. Door S. I. De groei- 
voorwaarden onzer cultuurplanten. — II. 
Rentabihteit der bemesting. — III. Het ne- 
men van bcmestingsproeven. — IV. Grond- 
bewerking en plantwijdte in droge stre- 
ken. — Weekbl. v. Indië. 9 (1912— 13), 441, 
583, 650, 845. 



LANDBOUW IN HET ALGEMEEN. 



197 



MoHR (Dr. E. C. JuL,.). Ergebnisse mecha- 
nischer Analysen tropischer Boden. — Bvll. 
Dép. de VAgric. Indes Neerl. N°. 47. 

Prinsen Geerligs (Dr. H. C). De verede- 
ling van de cultuurgewassen in Nederl. Indië. 
Voordracht. — Ind. Merc. 1912, 319, 339. — 
Overzicht: Bvll. Kol. Museum. N°. 52, 
blz. 40. 

ScHTJLTE IM HovE (Dr. A.). Die landwirt- 
schaftliche Kolonialausstellung der Nieder- 
lande in Deventer. M. UI. — D. Kol. Zeitung. 
1912, 567. 

Vriens (Dr. J. G. C). Deli-gronden. — 
Med. Deli-Proejstation. 6 (1911—12), 293, 
296; 7 (1912—13), 171, 297. 

Jong (Dr. A. W. K. de). Bemestingsproef 
met Perlis-guano. — Teysm. 22 (1911), 336. 

BooRSMA (Dr. W. G.). „Landbouw". Ja- 
nuari — 1905 — October 1909. (Bespreking 
van het onder dien titel door Prof. Dr. M. 
Treub te Amsterdam in 1910 uitgegeven 
werk). — Teysm. 22 (1911), 1. 

Hall (C. J. J. van). Zwavelkoolstof als 
grond ver beter aar. — Teysm. 22 (1911), 
152. — Naschrift. — lUd. 22 (1911), 271. 

Jong (Dr. A. W. K. de). Hoe moeten be- 
mestingsproeven ingericht worden. M. ill. — 
Teysm. 22 (1911), 349, 425, 675; 23 (1912), 
135, 297. 

Onderzoekingen over kalkarmoede van den 
grond door middel van chemische analyse 
en van vegetatieproeven. (Ontleend aan de 
„Landwirtschaftliche Jahrhiicher''' 1911). — 
Teysm. 22 (1911), 537, 562. 

Onderzoekingen over den invloed van ver- 
schillende verhoudingen van kalk tot magne- 
sia in eenige gronden. (Ontleend aan de „Land- 
wirtschajtliche Jahrhüchef 1911). — Teysm. 
22 (1911), 540. 

Helten (W. M. van). Over grondbedek- 
kers (Leguminosen). — Teysm. 22 (1911), 
620. 

WoLFF (G. L.). Overplaatsen van kweek- 
materiaal uit de kweekbedden in den vollen 
grond. M. ill. — Teysm. 22 (1911), 707. 



Hall (C. J. J. van). De kunstmatige en- 
ting van den bodem met knolletjes -bac- 
teriën. — Teysm. 23 (1912), 12. 

ZuYDERHOFP (G. J.). Het behoud van de 
bouwkruin. — Puhl. N. I. Landb. Synd. 
4 (1912), 625. — Opmerkingen naar aanlei- 
ding van bovenstaand artikel, door A. Galjb- 
MA Verheul. — Ibid. 5 (1913), 655, 693. — 
Repliek. — Ibid. 5 (1913), 917. 

MoHB (Dr. E. C. JtrL.).Een prachtig arbeids- 
veld. Wie is de pionier? (Over de pogingen 
van het Departement van Landbouw om met 
medewerking van cultuurondernemers, langs 
statistieken weg een onderzoek in te stellen 
omtrent de verhouding der Indische cultuur- 
planten tot grond en klimaat). — Teysm. 
23 (1912), 88. 

BtriJSMAN (M.). Kultuurproeven met exo- 
tische planten. Europeesche planten. — 
Teysm. 23 (1912), 176, 358, 534, 765. 

Hall (C. J. J. van). Grondontsmetting 
en grondverbetering. — Teysm. 23 (1912), 
189. 

Brandts Buijs (G.). De invloed van het 
licht op de ontwikkeling van vruchten en 
zaden. — T. N. L. N. I. 82 (1911), 22. 

Lawick (H. J. W. van). Beoordeeling van 
„Dr. K. W. VAN Gorkom's Oost-Indische 
Cultures, 2de druk, bewerkt onder leiding 
van Dr. H. C. Prinsen Geerligs. Amster- 
dam". — Ind. Merc. 1912, 1070, 1093, 1135, 
1161, 1179; 1913, 74, 113. — Zie ook: Teysm. 
23 (1912), 550, 557. 

Abrahamson (S. S. ). Soekaboemische Ten- 
toonstelling van Landbouw, Veeteelt en 
Kunstnijverheid. — T. N. L. N. I. 85 (1912), 
550, 557. 

Jong (Dr. A. W. K. de). Praktische be- 
mestingsproeven. Verslag over de jaren 1911, 
1912, 1913 en 1914. — Med. Agricvlt. Chem. 
Laboratorium. Nos. 2, 6 en 9. 

WiGMAN (H. J.). Tentoonstelling (van 
Land- en Tuinbouw en Nijverheid) te Soe- 
kaboemi. — Teysm. 23 (1912), 526. 

Anderson Henry (Dr. Th.). The chemical 
composition of tropical soils. Voordracht. — 
Voordr. Kol. Landb. Tent. Deventer. 1913, 107. 



198 



LANDBOUW m HET ALGEMEEN. 



Chevaliee (A.). Le problème de l'agricul- 
ture coloniale. Voordracht. — Quinzaine 
Colonüde. 25 Mars 1913, 213. 

Jong (Dr. A. W. K. de). Wetenschappe- 
lijke proefvelden. Verslag over de jaren 1912 
en 1913. — Med. Agrtcult. Chem. Laborato- 
rium. Nos. 3 en 7. 

Ham (S. P.). Verdere ontwikkeling der 
Europeesche en der Inlandsche cultures in 
Nederlandsch-Indië. — Org. Moederland en 
Koloniën. 13 (1913), N°. 2. 

Houtman. Over methoden van onderzoek 
op fosforzuur en kali in den bouwgrond. 
— Arch. S. I. N. I. 21 (1913), I, 299. 

TiJMSTRA Bz. (Dr. S. ). Over het nemen van 
cultuurproeven. — Med. Deli- Proefstation. 
7 (1912—13), 279. 

Schuit (J.). Over het verband tusschen 
hygroscopiciteit en chemische samenstelling 
der gronden in het rayon der onder af dee- 
ling Djokja van het Proefstation. — Arch. 
S. I. N. I. 21 (1913), I, 713. 

Groeneweqe (J.). Over het voorkomen 
van azotobacter in tropische gronden. — 
Arch. S. I. N. I. 21 (1913), I, 790. 

ScHiPPEES (W. W.). Machinale grondbe- 
werking op Java. M. ill. — Arch. S. I. N. I. 
21 (1913), II, 855. 

Stok (J. E. van der) en J. A. van Haas- 
TERT. Bijdrage tot onze kennis omtrent den 
invloed van den verbouw van suikerriet op 
het productievermogen van den grond ten 
aanzien van maïs en padi. — Arch. S. I. N. I. 
21 (1913), II, 943. 

Marr (Th.). Verslag omtrent eenige te 
Pasoeroean uitgevoerde potproeven met ver- 
schillende gewassen. — Arch. S. I. N. I. 21 
(1913), II, 1245. 

Gecodificeerde voorschriften voor grond- 
onderzoek. Samengesteld door de Commissie 
benoemd door de Jaarvergadering te Ban- 
doeng in 1912. — Arch. S. I. N. I. 21 (1913), 
II, 1319. 

Helten (W. M. van). De resultaten ver- 
kregen in den cultuurtuin met verschillende 
groenbemestcrs. M. ill. — Med. Cultuur- 



tuin. N°. I, (1913). — Zie ook: Teysm. 24: 
(1913), 755. 

Berger (L. G. den) en W. Weber. Over 
het verband tusschen bezinkingssnelheid en 
structuur van den bouwgrond. — Teysm. 
24 (1913), 287. 

Streven naar verbetering onzer Indische 
cultures. Door S. — Pintoe Perniagadn. TV, 
N°. 47, bl. 122. 

Berger (L. G. den). De rol der kolloïden 
in den bouwgrond. M. ill. — Teysm. 24 
(1913), 438, 512, 689; 25 (1914), 45, 65, 145, 
251. 

Fosforzuurbepaüng in zoutzure grond- 

extracten. — Arch. S. I. N. I. 21 (1913), II, 
1693. 

Dekker (Dr. J.). Het Indische Landbouw- 
departement in 1912. — Ind. Merc. 1914, 
269. 

Bemmelen (Dr. W. van). Klimaat en cul- 
tuur op Java. Voordracht met debat. — 
Public. N. I. Landb. Synd. 6 (1914), 589. — 
Zie ook: Ibid. 6 (1914), 579. 

Eenige mededeelingen omtrent de uirich- 
ting van een selectietuin voor meerjarige 
gewassen in Nederlandsch-Indië volgens het 
plan van Dr. P. J. S. Cramer. — Public. 
N. I. Landb. Synd. 6 (1914), 651. 

L'agriculture a Java. (Overgenomen uit de 
4de editie van het werk van J. Chaillby- 
Bert „Java et ses habitants"). — Quinzaine 
Coloniale. 25 Mai 1914, 345. 

Broersma (Dr. R.). Een groote aanwinst 
voor den Indischen landbouw. (Over de op- 
richting van een selectie -station voor meer- 
jarige gewassen, ontleend aan de Nieuwe Rot- 
terd. Courant). — /. G. 1914, II, 1449. , 

Weber (VV.). The locking up of phosphate 
fertilizers in Java soils. (Ontleend aan een 
artikel van A. C. DB JoNGH in de „Internat. 
Mitteilungen für Bodenkunde" van 1914). 

— Arch. S. I. N. I. 22 (1914), I, 678. 

Brederode (Fr. Th.). Over grondaf spoe- 
ling. — Ind. Merc. 1914, 795. 

KoENS (A. J.). De waarde van het water 



LANDBOUW IN HET ALGEMEEN. 



199 



(voor den landbouw in Indië). 
47 (1914), 173. 



T. B. B. 



Jong (Dr. A. W. K. de). Bemestingsproe- 
ven in de Duitsche Koloniën. — Teysm. 25 
(1914), 256. — Dr. A. W. K. de Jong van 
het Landbouw-Departement contra kali. 
Antwoord op bovenstaand artikel, door Dr. 
M. E. WoLVEKAMP. — Ibid. 25 (1914), 465. 

— De bemestingsproeven van het Landbouw- 
bureau van het kali-syndicaat te Bandoeng. 
Repliek door Dr. A. W. K. de Jong. — Ibid. 
25 (1914), 555. 

Begdxn (W. M. A.). Grondverbetering 
door middel van een intensieve grondbewer- 
king. — /. G. 1915, I, 25. 

MoHB (Dr. E. C. JuL. ). Over de verande- 
ring van de bouwkruin door weersinvloeden. 
Voordracht met debat. — Publ. N. I. Landb. 
Synd. 7 (1915), 611. — Zie ook: Ibid. 7 (1915), 
595. 

Broersma (Dr. R.). Kamers van Land- 
bouw voor Neder landsch -Indië. (Overzicht 
van een artikel in de Nieuwe Rotterd. Cou- 
rant van 1 December 1914, naar aanleiding 
eener door den heer Lovink te Batavia ge- 
houden redevoering). — /. O. 1915, 1, 96. 

BussY (Dr. L. P. de). Scheikundige, bac- 
teriologische en landbouwkundige onderzoe- 
kingen over een grondbewerkingsproef. — 
Med. Deli-Proefstation. 8 (1913—14), 241. 

TiJMSTRA Bz. (Dr. S.). Scheikundig on- 
derzoek der gronden. — Med. Deli-Proef- 
station. 8 (1913—14), 244. 

Honing (J. A.). Het bacteriologisch on- 
derzoek der grondmonsters. — Med. Deli- 
Proefstation. 8 (1913—14), 266. 

Kamers van Landbouw in Neder landsch - 
Indië. (Overzicht van het verhandelde op 
eene op 17 October 1914 te Batavia gehou- 
den vergadermg). — T. N. L. N. I. 90 
(1915), 15. — Zie ook: Public. N. I. Landb. 
Synd.J (1915), 149. 

WoLZOGEN KÜHR Jr. (C. A. H. von). Het 
biochemische reductieproces in den bodem. 

— Arch. S. I. N. I. 23 (1915), I, 501. 

Bosscha (Dr. J. ). Een en ander over col- 
loïden en hunne beteekenis voor den land- 



bouw. Voordraclit. — Public. N. I. Landb. 
Synd. 1 {1915), 14.5, 159. 

Agriculture. — Essays Netherl. E. I. San 
Francisco-Committee. N°. 16. 

Gerretsen (F. C). Het oxydeerend ver- 
mogen van den bodem in verband met het 
uitzuren. — Arch. S. I. N. I. 23 (1915), I, 
833. 

HissiNK (Dr. D. J.). Het verweeringssüi- 
caat B. in den bodem. — Arch. S. I. N. I. 
23 (1915), I, 848. 

TiJMSTRA Bz. (Dr. S.). Over het trekken en 
behandelen van monsters voor de meststof- 
analyse. M. ill. — Med. Deli-Proefstation. 
9 (1915—16), 1. 

Hall (C. J. J. van). Dry-farming. — 
Teysm. 26 (1915), 99, 170. 

Cramer (Dr. P. J. S.). Kamers van Land- 
bouw in Neder landsch -Indië. — Publ. N. 
I. Landb. Synd. 1 (1915), 837. — Zie ook: 
Ind. Merc. 1915, 906. — T. N. L. N. I. 91 
(1915), 265, 323. — Aanvullingen en bemer- 
kingen, door T. Ottolander. — Ind. Merc. 
1915, 333, 351, 424. 

Helten (W. M. van). Korte aanteekenin- 
gen over de vroeger beschreven groenbemes- 
ters. M. ill. — Med. Cultuurtuin. N°. 2, blz. 1. 

Practische ervaringen op ondernemin- 



gen verkregen met groenbemesters. — Med. 
Cultuurtuin. N°. 2, blz. 10. 

Resultaten verkregen met eenige nieu- 



we groenbemesters. M. ill. — Med. Cultuur- 
tuin. N°. 2, blz. 28. 

Cramer (Dr. P. J. S.). Het belang van den 
invoer van nieuwe cultuurplanten. Voor- 
dracht met debat. — Teysm. 26 (1915), 367. 
— Overzicht: Public. N. I. Landb. Synd. 
1 (1915), 618. 

Het in 1916 in Nederlandsch -Indië te hou- 
den bodem -congres. (Handleiding voor de 
medewerking van de grondopname). — T' 
N. L. N. I. 91 (1915), 238. 

HissiNK (Dr. D. J.). Het mechanische bo- 
demonderzoek. — Ind. Merc. 1915, 975. 



200 



INLANDSCHE LANDBOUW. 



Over de z.g. „normaalmest". — T. N. L. 
N. I. 91 (1915), 245. 

MoHB (Dr. E. C. JuL.). Beschouwingen 
over den grond van het standpunt der hy- 
giëne onzer kultures. Voordracht. — Irid. 
Merc. 1915, 1041. — Zie ook: Pvblic. N. I. 
Landb. Synd. 7 (1915), 1045. 

HissiNK (Dr. D. J.). De beteekenis der 
chemische grondanalyse met warm, sterk 
zoutzuur. (Ontleend aan „Intern. Mitteüun- 
genf. Bodenkunde", 1915) — Arch. S. I. N. I. 
1915, II, 1925. 

Vries (O. de). Over het aantal parallel- 
perceelen bij veldproeven. — Teysm. 26 
(1915), 465. 

Went (Dr. F. A. F. C). Wetenschap en 
tropische landbouw. Voordracht. — Prim- 
rose. 20 October 1915, 15. 

MoHB (Dr. E. C. JuL.). De methoden van 
Attebberg ter bepaling van consistentie - 
cijfers, en uitkomsten daarmede verkregen 
aan gronden van Java en Madoera. — Meded. 
Laborat. v. Agrogeologie en Grondonderzoek. 
N°. 1. 



SiBiNGA Mulder (J.). Inlandsche land- 
bouw. (Beschouwingen naar aanleiding eener 
brochure van W. Bervoets : „De cultuur van 
padi, bewerking van sawahs en wat daarmede 
in verband staat. Semarang 1912"). — /. G. 
1912, II, 1152. 

Horst D. Wzn. (H. A.). Inlandsche land- 
bouw op onbewaterde gronden (tegallang) 
der noordelijke hellingen van de Merbaboe, op 
een hoogte boven de zee van 3500' tot 4500'. 

— Cvltura. 1912, 271. 

Programma voor een reis over Java. 
(Reisplan in het belang van den Inlandschen 
landbouw en wat hiermee in verband staat). 

— T. B. B. 43 (1912), 123. 

Tuinaanleg in Borneo (kokos-, rijst-, en 
rubber-aanplantingen door de R. K. Mission- 
narissen te Sinkawang, Sedjiram, enz.). 
M. ül. — Borneo- Almanak. 3 (1913), 65. 

Essen (E. A. C. F. von). Ls leiding van- 
en toezicht op den inlandschen landbouw op 



sen 



Java noodig ? Met naschrift van de Redactie. 

— /. G. 1913, 1, 26, 53. 

Werktuigen voor den Inlandschen land- 
bouw. (Ontleend aan de Java-Bode). — T. 
Econ. Geogr. 4 (1913), 271. 

Horst D. Wzn. (H. A.). Iets over de dek- 
vruchten bij den Inlandschen landbouw op 
Java. — Cvltura 1913, 272. 

Ham (S. R). Bedrijfstelsels, intensiteit en 
ontwikkeling bij den Inlandschen Landbouw, 
inzonderheid op Java. — Cvltura. 1913, 1, 
41, 81, 125, 216, 285, 384; 1914, 5, 193. 

LtJLOFS (C). Aanplant van tweede gewas- 
n gewenscht. — T. B. B. 47 (1914), 137. 

De voorlichtingsdienst van het Departe- 
ment van Landbouw, Nijverheid en Handel 
ten behoeve van den landbouw der Inland- 
sche bevolking in Nederl. Indië. — T. N. L. 
N. I. 89 (1914), 15L 

Landbouw en onderwijs in de Minahassa. 
(Fragment uit een brief van resident van 
Marle aan den Directeur van Landbouw, 
Handel en Nijverheid). Met naschrift van 
C. LuLOFS. — T. B. B. 47 (1914), 231, 234. 

FiEBiG. Landwirtschaftliche Aufgaben in 
den Bataklanden. — Ber. Rhein. Missions- 
Gesellschaft. 1914, 225. 

Ltjlofs (C). Verbetering van Inlandsche 
cultuurproducten. — T. B. B. 47 (1914), 431. 

BussY (Dr. L. P. de). Cultuurproeven met 
de thans te velde staande tweede gewassen. — 
Med. Deli-Proefstation. 8 (1913—14), 277. 

Renardel de la Valette (G. D. P. A.). 
Inlandsche landbouw op Java. Voordracht. 

— Kol. Tijdschr. 1914, II, 1009, 1185. 

I^L (H. Til.). Iets over irrigatie, landbouw 
en visscherij in Bantam. — /. G. 1915, I, 
510. 

Voorlichting ten behoeve van den land- 
bouw der Inlandsche bevolking in Neder- 
landsch Oost-Indië. Door H. D. B. — Pëmim- 
jnn Pëngoesaha Tanah. 1 (1915), N°. 2, biz. 1; 
N°. 3, blz. 15. 



RIJSTTEELT. 



201 



Schimmel (E. ). De z.g. Chineesche egge. 
jüf. ill- — Pëmimpin Pëngoesaha Tanah. 1 
(1915), N°. 3, blz. 1. 



Dijkman (B. A.). Vervolg op de resultaten 
met op soortelijk gewicht geselecteerde vroeg- 
rijpe padi (gendjahkoentoelan), verkregen op 
de suikeronderneming Tjoekir. — Arch. S. I. 
N. I. 1911, 1, 106. 

Meyier (J. e. de). Ambtelijke bemoeienis 
met de rijstcultuur. — /. G. 1912, II, 885. — 
Overzicht eener critiek op bovenstaand ar- 
tikel in de Locomotief van 14 Augustus 1912. 

— I. O. 1912, II, 1517. 

Kruijt (A. C). Iets over rijstbouw (in 
Posso). — Maandher. N. Z. G. 1912, 231. 

SiMON (Dr. S. V.). Studiën über den Reis- 
bau auf Java. M. ill. — Tropenpflanzer. 26 
(1912), 459, 527, 571, 645. 

Bachmann (C). Der Reis. Geschichte, 
Kultur und geographische Verbreitung, seine 
Bedeutung für die Wirtschaft und den Han- 
del. —Beihefte Tropenpflanzer. 13 ( 1912), N°. 4. 

Een overblijvende rijstsoort (uit Senegal). 

— Tei/^m. 22(1911), 274. 

Keijzer (N. J.). Vergelijkende proef met 
riistvariëteiten in den selectietuin te Bui- 
tënzorg. — Teysm. 22 (1911), 662. 

Wijs (W. de). Vergelijkende proeven met 
het planten van droog en nat gekweekte bibit 
van rijst in Madjalcngka en Cheribon, 1908 — 
1911. — Teysm. 22 (1911), 783. 

ScHMÜLLiNG (E. L. K.). Nota omtrent de 
wijze van rapporteeren der beplanting van 
sawahs en den oeloe-desa in streken onder ge- 
regeld irrigatiebeheer. — T. B. B. 43 (1912), 
94. 

Ledeboer (F.). Proeven met fosforzuur- 
bemesting bij de rijstcultuur. — Arch. S. I. 
N. I. 1912, II, 1869. 

Elst (Dr. P. VAN der). De padi-oogstmis- 
lukking in de residentie Madoera in 1910. Een 
onderzoek naar der oorzaken der Omo-men- 
tek en naar nawerking van suikerriet op 
padi in die residentie. — Med. Proefstation 
voor Rijst. N°. 1(1912). — Zie ook: Ind. 



Merc. 1913, 291 ; /. G. 1913, II, 812; Arch. S. 
I. N. I. 1913, I, 557. 

Paerels (J. J.). De Rijst. M. ill. — Onze 
Koloniale Landbouw. N°. V. — Opmerkin- 
gen, door C. LuLOFs. — T. B. B. 46 (1914), 158. 

SjTithetische rijst. (Mededeelingen ontleend 
aan de Java-Bode). — T. B. B. 44 (1913), 289. 

Selectie- en zaadtuinen voor rijst en andere 
eenjarige Inlandsche cultuurge wassen. (Om- 
schrijving van het doel van bovengenoemde 
tuinen). — T. N. L. N. I. 86 (1913), 23. 

TiGLER Wybrandi (A.). Java-rijst. — 
T. N. L. N. L 86 (1913), 28. 

Voorschriften voor het veredelen van het 
rijstgewas volgens de methode van splitsing 
in zuivere lijnen, opgesteld ten behoeve van 
practici. — T. N. L. N. I. 86 (1913), 318. 

Elst (Dr. P. van der). Invloed van drainee- 
ring op sawahgronden. — Teysm. 224t (1913), 
381. 

ViLMORiN (Ph. de). Sur la sélection du ris 
en Extreme Oriënt. Voordracht. — Quinzaine 
Coloniale. 25 Janvier 1914, 57. 

Breda de Haan (J. van). Dure rijst. — 
T. B. B. 45 (1913), 353. 

Elst (Dr. P. van der). Het IVde Internatio- 
nale Rijstcongres gehouden te Vercelli. — 
Teysm. 25 (1914), 129, 391. 

KooY-VAN Zeggelen (M. C). De rijstcul- 
tuur op Java. M. ill. — Buiten. 1914, 322. 

Blink (Dr. H.). Rijstproductie en rijst- 
handel. — T. Econ. Geogr. 5 (1914), 387. 

Wolk (P. C. van der). Onderzoekingen 
over de oorzaak van de „gele korrels" in de 
rijst en hare bestrijding. — Cultura. 26 (1914), 
377. — Zie ook: Ind. Merc. 1915, 38. 

Paerels (J. J.). De indeeling der rijstva- 
tiëteitcn volgens Kikkawa. — Cultura. 27 
(1915), 209. 

Het rijstvraagstuk ter Oostkust van Suma- 
tra. Door R. (Over de urgentie van uitbrei- 
ding der rijstcultuur in dat gewest). — T. B. 
B. 48 (1915), 509. 



202 



RIJSTTEELT. — PARTICULIERE LANDBOUWINDUSTRIE. 



Rijstcultuur in Indramajoe. — T. B. B. 
49 (1915), 146. 

Ottow (Dr. W. M.). Testing, storage and 
preparation of unpolished rice fbras pitjah 
koelit). — N. T. N. I. 74 (1915), 143. 

Happé (P. L. e.). Eenige bijzonderheden 
omtrent de Inlandsche rijstcultuur in Zuid- 
Bali. — De Waterstaats-ing. 1915, 105, 175. 

De irrigatie en rijstbouw in Simeloengoen. 
(Ontleend aan de SunuUra-Post van 3 Septem- 
ber 1915). — T. B. B. 49 (1915), 296. 

Smits (M. B.). Enkele bijzonderheden van 
de rijstcultuur ter Sumatra's Westkust. — 
Teysm. 26 (1915), 619. — Zie ook: T. B. B. 
49 (1915), 498. 

Voor- en nadeelen van het aanwenden van 
droog gekweekte padi-zaailingen als plant- 
materiaal. Door H. D. B. — Pëmimpin Pë- 
ngoesaha Tanah. 1 (1915), Ie afl. blz. 8. 

Ledeboeb (F.). Bemesting van padi met 
fUtervuil. — Pëmimpin Pëngoesaha Tanah. 1 
(1915),N°. 4,blz. 9. 

KocH (L.). Hoe moeten padisoorten op 
hare praktijkwaarde worden onderzocht. 
M. ill. — Pëmimpin Pëngoesaha Tanah. 1 
(1915), N°. 4, blz. 20. 

6. Teelt van producten voor de Euro- 

PEESCHE markt. — De PARTICULIERE 
LANDBOUW-INDUSTRIE. 

1. In het algemeen. 

Democraat. Is een collectief arbeidscon- 
tract voor de suikergeëmployeerden wen- 
schelijk en bereikbaar ? — Ind. Kroniek. I, 
(1911—12), 174. 

Lennep (E. van). Ontginning op zware 
gronden, begroeid met djente, glagah en an- 
dere grassoorten, benevens enkele zware 
boomen, zoogenaamde tweede boschgronden, 
zooals toegepast op de ondernemingen Mon- 
taja en Panendjoan. Met naschrift van Dr. 
A. W. K. de Jong. M. ill. — Teysm. 23 
(1912), 211, 228. — Opmerkingen door C. J. 
L. Rooseboom, naar aanleiding van het na- 
schrift van bovenstaand artikel. — Ibid. 23 
(1912), 433. 



Uitgestrektheid der cultuur van koffie, 
cacao, coca, indigo en peper op Java op 1 
Januari 1912. — T. N. L. N. I. 84 (1912), 
137. — Zie ook: KoHe Berichten. 2 {1911—12), 
161. 

Uitgestrektheid der cultuur van tabak en 
thee op Java op 1 Januari 1912. — T. N. L. 
N. I. 84 (1912), 184. 

Abrahamson (S. S. ). Samenwerking van de 
Proefstations. — T. N. L. N. I. 85 (1912), 133. 

Een interressante statistiek (van de cultu- 
res door particuliere ondernemers in Ban- 
joewangi, volgens het Soerab. Handelsblad van 
16 September 1912). — I. G. 1912, 164 2. 

De toekomst van de rubber- en van de 
theecultuur (in Aziatische landen). Door H. 

— T. N. L. N. I. 85 (1912), 302. 

Jong (Dr. A. W. K de) en Dr. C. J. J. van 
Hall. Enkele hoofdregels voor het aanleggen 
van de eerste bemestingsproeven bij cacao 
en koffie. — Meded. Proefstation. Midden-Ja- 
va. N°. 9 (1912). 

Galjema Verheul (A.). Het bemestings- 
vraagstuk van de bergcultures. Voordracht 
met debat. — Pvbl. N. I. Landb. Synd. 5 
(1913), 266, 277. — Zie ook: Ind. Merc. 
1913, 563. 

LuLOFS (C). Cultures ter Sumatra's West- 
kust. — T. B. B. 45 (1913), 64. 

Ottolander (T.). Bemesting van overjari- 
ge cultures. Voordracht met debat. — Pvbl. 
N. I. Landb. Synd. 6 (1914), 620. 

Zeijlstra Fzn. (Dr. H. H.). Europeesche 
cultures in Neder landsch-Indië. Voordracht. 

— Tijdschr. Maatsch. v. Nijv. 1914, 208. — 
Zie ook: Ind. Merc. 1914, 291. 

Het jubileum der Bataviasche Landbouw- 
vereeniging. (Ontleend aan het Bataviaasch 
Nieuwsblad). — Ind. Merc. 1914, 1037. 

Jacometti ( A. W. A. ). Railtransport op de 
cultuurondernemingeninNederlandsch-Indië. 
M. ill. — Ind. Merc. 1914, 1071. — Antwoord 
op bovenstaand artikel, door P. Binkhorst, 
met repliek van A. W. A. Jacomktti. — 
Ibid. 1915, 25. — Opmerkingen door W. 
Hasselman. — Ibid. 1915, 61. 



KOFFIECULTUUR. 



203 



BöBEL (H.). De Senem ba-Maatschappij 
(1880 — 1914). M. ül. — Amsterdammer. 14 
Februari 1915. 

Cbamer (Dr. P. J. S.) en S. Boom. Nota 
omtrent de oprichting van eene school ter 
opleiding van mandoers voor bergcultuur- 
ondernemingen in den Gouvernements-Proef- 
tuin Bangelan. — Public. N. I. Land. Synd. 
7 (1915), 459. 

TissoT VAN Patot (E. A.). De toepassing 
van beweegkracht in fabrieken voor bergcul- 
tures. Voordracht. — Public. N. I. Landb. 
Synd. 7 (1915), 935, 963. 

2. Koffiecidtuur. 

WuBTH (Dr. Th.). Over het al of niet top- 
pen van Cofiea robusta. Voordracht met de- 
bat. — Public. N. I. Landb. Synd. 3 (1911), 
92. — Zie ook: Cvituurgids. 13 (1911), Ie ged., 
110. 

Oreshoff (Dr. M.). Veredeling van den 
Liberia-koffieboom op Java. — T. N. L. N. I. 
83 (1911), 261. 

Babrfeldt (B.). Een nieuwe tusschencul- 
tuur ter onderdrukking van het onkruid. — 
Te2/sw.22(1911),27. 

Helten (W. M. van). Uganda-kofEie. M. 
ill. — Teysm. 22 (1911), 115. 

De Gouvernements-koffiecultuur. (Pole- 
miek in de Indische dagbladpers over de 
quaestie van opheffing van die cultuur). — 
I. O. 1912, I, 517. 

Hall (Dr. C. J. J. van). Robusta en aan- 
verwant* koffiesoorten (Quillon, Camphora, 
Uganda). — Ind. Merc. 1912, 830. 

De uitgestrektheid der koffiecultuur op 
Java op 1 Januari 1912. — Korte Berichten. 
2 (1911—12), 148. 

Koffiestatistiek voor Java en Sumatra 
(voor de jaren 1911 en 1912). — Ind. Merc. 
1912, 292. 

WuBTH (Dr. Th.). Is de Quillonkoffie ge- 
schikt voor de zandgronden van den Kloet. 
Voordracht met debat. — Publ. N. I. Landb, 
Synd. 4 (1912), 344. — Overzicht: Teysm. 23 
(1912), 391. 



Wolk (v. d.). Bangelan en d^ toekomst der 
koffiecultuur. — Teysm. 23 (1912), 374. 

LuLOFS (C). Eenige cijfers omtrent de 
volkskoffiecultuur ter Sumatra's Westkust. 
— T. B. B. 42 (1912), 189. 

Hall (Dr. C. J. J. van). Robusta-selec- 
tie. — Meded. Proefstation Midden-Java. N°. 
7 (1912). — Overzicht: Ind. Merc. 1913, 92. 

De opheffing der Gouvernements-koffie- 
cultuur. (Uittreksel uit het Voorloopig Ver- 
slag omtrent een daarop betrekking hebbend 
wetsontwerp). — Ind. Merc. 1913, 41. 

De geschiedenis van de koffie. (Ontleend 
aan de „Middenstandsbond'''). — T. B. B. 44 
(1913), 67. 

Hall (Dr. C. J. J. van). Gegevens over 
Robusta- en aanverwante koffiesoorten. — 
Teysm. 23 (1912), 620, 741. 

WuRTH (Dr. Th.). Degeneratie van Ro- 
bustakoffie ? — Ind. Mee. 1913, 204. 

Nieuwe koffiesoorten in den drogen moes- 
son. (Ontleend aan de Locomotief). — Ind. 
Merc. 1913, 221. 

Otten (Dr. G.). De koffiecultuur niet in 
handen der Inlanders. (Overzicht van een 
ingezonden stuk in de Nieuwe Rotterd. Cou- 
rant van 16 Februari 1913). — /. O. 1913, I, 
517. 

Koffiestatistiek voor Java en Sumatra 
(1912 en 1913). — Ind. Merc. 1913, 242. 

Immink (W. J.). Wansmakende Robusta- 
koffie. — Ind. Merc. 1913, 272. 

De opheffing der Gouvernements-koffe- 
cultuur. (Overzicht eener reeks artikelen in de 
Nieuwe Courant van 2 en 3 April 1913, met 
kantteekening van de Redactie). — /. O. 1913, 
I, 654. 

De afschaffing der gedwongen koffiecul- 
tuur. (Ontleend aan het Vaderland van 3 Mei 
1913). — /. O. 1913, 1, 792. 

Cramer (Dr. P. J. S.). Gegevens over de 
variabiliteit van de in Neder landsch-Indië 
verbouwde koffiesoorten. — Med. Dep. v. 
Landbouw. 'N°. 11, (1913). 



204 



KOFFIECULTUUR. 



Wildeman (E. de). Coffea robusta. (Ont- 
leend aan de Internat. Agrar. Technische 
Rundschau van April 1913). — Tropenpflan- 
zer. 17 (1913), 636. 

EuïTK ScHTJxrRMAN Gzs. (G.). De bereiding 
van de Robusta-kofEie. — Ind. Merc. 1914, 
131. 

Altona (Th.). De bestemming te geven 
aan de op te heffen koffiereserven ? (Prea- 
advies voor de 5de Alg. Vergadering der Ver. 
van Ambtenaren bij het Boschwezen in Ned. 
O. I. op 6 en 7 Aug. 1913). — Tectona. 6 
(1913), 296. — Debat over bovenstaand prae- 
advies. — Ihid. 8 (1915), 257, 323. 

VoÜTE (C.) en Dr. C. J. J. van Hall. 
Tweede verslag van de Robusta-selectie. 
M. til. — Meded. Proefstation Midden-Java. 
N°. 15 (1914). 

De Gouvernements-koffieproeftuinen. (Rap- 
port van een planter, overgenomen uit het 
Soerab. Handelsblad). — Ind. Merc. 1914, 290. 

Hagen (J.). De koffiecultuur. M. ill. — 
Onze Koloniale Landbouw. N°. 7. 

Dkiessen (J. M.). Briketteeren van kofifie- 
schillen. (Ontleend aan eene publicatie van 
het Landbouw -Syndicaat). — Ind. Merc. 1914, 
618. 

Herrmann (A. F.). De koifieproeftuinen te 
Bangelan. M. ill. — Weekbl. v. Indiê. 11 
(1914—15), 277. 

Robusta-bereiding. Door G. A. A. — Ind. 
Merc. 1914, 817. 

Herrmann (A. F.). Nieuwste kofifieva- 
riëteiten. M. ill. — Weekbl. v. Indi'é. 11 ( 1914 — 
15), 420. 

Kamerling (Dr. Z.). De groote problemen 
der koffiecultuur. Voordracht. — Meded. 
Rijks Hoogere Land-, Tuin- en Boschb. school. 
(1914), 122. — Overzicht: Ind. Merc. 1914, 
903. 

Mcdedeelingen over de Robusta-kofficbe- 
reiding naar aanleiding dtr minder gewensch- 
te uitkomsten door het gebruik van kalk. 
— Ind. Merc. 1914, 1075. 

Dom (L. E.). Naar aanleiding van de af- 



schaffing der Gouvemements-koffiecultuur. 

— /. G. 1915, 1, 466. 

Galjema Verheul (A.). De bereiding van 
Robusta-koffie. Voordracht met debat. — 
Publ. N. I. Landb. Synd. 7 (1915), 69. 

Koffie -statistiek voor Java en Sumatra. 
(Opbrengst 1915 en raming 1916). — Ind. 
Merc. 1915, 297. 

Elout (C. K.). De opheffing van de ge- 
dwongen koffiecultuur. (Nederl. politiek. 
Binnenlandsch Overzicht). — Onze Eeuw. 
1915, II, 148. 

Some facts about Java-coffee. — Essays 
Netherl. E. I. San Francisco-Committee. N°. 
20. 

De opheffing der Gouvemements-koffie- 
cultuur. (Resumé van het over dit wetsont- 
werp op 6 Maart 1915 in de Tweede Kamer 
besprokene). — T. N. L. N. L 90 (1915), 300. 

Geuns ( M. van). Het gouvernement, Kro- 
mo en de koffieteelt. (Overzicht van een arti- 
kel in het Soerab. Handelsblad over de af- 
schaffing der Gouvemements-koffiecultuur). 

— /. G. 1915, II, 991. 



Robusta-koffie. 
(1915), 203. 



Door K. 



Teysm. 26 



Stibbe (M. J.). Geselecteerd Pasoemah- 
zaad van Coffea Arabica op Pantjoer. — 
Teysm. 26 (1915), 218. 

WuRTH (Dr. Th.). Hybriden -koffie. Voor- 
dracht. — Ind. Merc. 1915, 797. 

Ojen (E. van). Robusta-koffie. Het voor- 
komen van plantenziekten en beschadigin- 
gen door de wijze van cultuur. — Ind. Merc. 
1915, 883. 

KoENS (A. J.). Robusta-koffiebereiding 
door de Inlandsche planters. M. ill. — Teysm. 
26 (1915), 475. — Zie ook: T. B. B. 49 (1915), 
406. 



Nieuwe schaduwboomen voor koffie 
T.iV.L.iV. 7.91 (1915), 340. 



en 



cacao, 



Opheffing van de Gouvemements-koffie- 
cultuur. Door S. — Pihtoe Perniagadn. VI, 
N°. 71, blz. 128; N°. 72, blz. 137. 



KOFFIECULTUUR. — SUIKERINDUSTRIE. 



205 



Albebts (G. A.). Lamtoro als schaduw. 
(Ontleend aan de Meded. van het Proefstation 
Malang). — Teysm. 26 (1915), 709. 

Helten (W. N. van). Het enten van koffie. 
— Meded. uit den Cvltuurtuin. N°. 4 (1915). 



Belemmering van den afzet van „Java- 
Robusta" op de kofiiemarkt te New- York. 

— Ind. Merc. 1912, 1005. 

ScHMBDDiNQ EN ZONEN ( J. H. F. ). Het ver- 
handelen van koffieoogsten in het algemeen 
en meer bijzonder van Robusta-oogsten. — 
Ind. Merc. 1912, 505. 

De kofiiemarkt op Java in de eerste zes 
maanden van 1914. — Ind. Merc. 1914, 763. 

— Zie ook: T. B. B. 47 (1914), 336. 

Propaganda voor Java-Robusta-koffie in de 
Vereenigde Staten van Noord-Amerika. 
(Ingezonden stuk door de Nederl. Kamer van 
Koophandel in N. -Amerika). — Ind. Merc. 
1914, 229. 

Broeksma (Dr. R.). Reclame voor Robus- 
ta-koffie. (Ontleend aan de Nieuwe Rotterd. 
Courant). — T. N. L. N. I. 88 (1914), 44. 

SuERMONDT (Mr. W.). De vooruitzichten 
voor Robusta-koffie en voor coca. — T. 
N.L.N. 1.90 (1915), 306. 

3, Suikerindu-srie. 

a. In het Algemeen. 

Het Suikercongres te Soerabaja. (Overzicht 
van het verhandelde). — Ind. Merc. 1911, 
357, 381. 

Paets tot Gansoyen (Mr. A.). Naschrift 
op mijn openingsrede van het negende con- 
gres. ~ Arch. S. I. N. I. 1911, 1, 453. 

KooLEMANS Beunen (N. J.). Eenige op- 
merkingen en een voorstel (om meer partij 
te trekken van de ondervinding en weten- 
schap bij de suikercultuur opgedaan). — 
Arch. 8. I. N. I. 1911, 465. 

De Suikerindustrie op Java. (Overzicht 
van de openingsrede van Mr. A. Paets tot 
Gansoyen bij gelegenheid van het IXe Sui- 



kercongres te Soerabaja). — /. G. 1911, 1, 845. 

Ramaeb (Mr. J. W.). De Ja va-suiker- 
industrie in de Tweede Kamer bij de begroo- 
ting voor Ned.-Indië voor 1912. — Ind. Merc. 

1911, 1047. — Zie ook: Arch. S. I. N. I. 

1912, I, 25; I. O. 1912, I, 97. 

KocH (D. M. G.). De suikerindustrie en 
de inlandsche bevolking. — Ind. Kroniek. 
I (1911—12), 65. 

Prinsen Geerligs (Dr. H. C). The Java- 
sugar-season. — The Philippine Agricul- 
turist and Forester. Vol. I, N°. 10. 

DiCKHOFF (W. C.). Schatting der Ja va- 
suikerproductie over 1911 en der beplante 
oppervlakte voor campagne 1912. — Arch. 
S. I. N. I. 1911, II, 1495. — De suikerpro- 
ductie der verschillende residenties in 1911 
en 1912. — Ibid. 1912, I, 345; 1913, I, 542. 

— De met suikerriet beplante oppervlakte 
van Java (1911 en 1912). — Ibid. 1912, I, 
343; 1913, I, 541. — Schatting Ja va-suiker- 
productie 1912 en beplante oppervlakte 1913. 

— Ibid. 1912, II, 1681. — Idem, 1913, en 
1Ö14. — Ibid. 1913, II, 1370. — Idem 1913— 

1914. —Ibid. 1914,1,520.— Suikerproductie 
der verschillende residenties, oogstjaar 1914. 

— Ibid. 1914, I, 521. — Schatting Java- 
suikerproductie 1914 en beplante oppervlakte 

1915. — Ibid. 1914, II, 1614. — Idem 1914 
en 1915. — Ibid. 1915, I, 581, 582. 

De Suikerindustrie op Formosa in beeld. 
M. ill. — Arch. 8. I. N. I. 1911, II, 1499. 

Suikergebrek. Door D. — Arch. 8. I. N. I. 
1911, II, 1681. 

Adema (P. J.). De suikeronderneming 
Kaüredjo. M. ill. — Arch. 8. I. N. I. 1912, 
I, 841. 

SiBiNGA MtTLDER (J.). Economische be- 
teekenis der suikerindustrie op Java. M. ill. 

— Tijdschr. Econ. Geogr. 3 (1912), 181. 

De rietsuikerindustrie op Java. M. 

ill. — Onze Koloniale Landbouw. N°. 1. 

Schijncijfers. (Productiekosten van Java- 
suiker). — T. N. L. N. I. 82 (1911), 326. 

De Formosa-suikerindustrie. Door A. — 
T. N. L. N. I. 84 (1912), 91, 194, 269. 



206 



SUIKERINDUSTRIE. 



Linden (]VL L. M. van der). De realistische 
economie in verband met de te verwachten 
crisis op de arbeidsmarkt en de suikerindus- 
trie. — T. B. B. 43 (1912), 222. —De suiker- 
industrie en het arbeiders vraagstuk. (Be- 
strijding door M. VAN Getjns in het Soerab. 
Handelsblad van 2 November 1912 van voren- 
staand artikel). — Ibid. 43 (1912), 436. 

Ramaer (Mr. J. W.). De Ja va-suiker- 
industrie en aanverwante onderwerpen in 
de beide Kamers der Staten-Generaal bij de 
Indische Begrootingsdebatten in 1912. — 
Ind. Merc. 1913, 107. — De Java-suiker- 
industrie. Antwoord door M. L. M. van der 
Linden op bovenstaand artikel, met na- 
schrift van Mr. J. W. Ramaer. — Ibid. 1913, 
377, 378. 

Suiker-concessies. (Ontleend aan de Java- 
Bode). — Ind. Merc. 1913, 140. 

Nieuwste wijziging der bepalingen tot het 
verkrijgen van vergunningen tot oprichting 
van suikerfabrieken in Nederlandsch-Indië. 

— Ind. Merc. 1913, 165. 

Ramaer (Mr. J. W.). De Java-suiker- 
industrie en hare verhouding tot de Indische 
Regeering. Voordracht. — Arch. S. I. N. I. 
1913, I, 92. 

Prinsen Gebrligs (Dr. H. C.).. OflScieel 
onderzoek aangaande de suikerindustrie in 
Australië. — Ind. Merc. 1913, 201. 

Ramaer (Mr. J. W.). Oordeel van Javaan - 
Bche „intellectuals" in het Welvaartonder - 
zoek over de Java-suikerindustrie. — /. G. 
1913, I, 575. 

Prinsen Gebrligs (Dr. H. C). De riet- 
suikerindustrie gedurende de laatste jaren. 

— Ind. Merc. 1913, 771. — Zie ook: Arch. 
S. I. N. I. 1913, II, 1625. 

Gbuns (M. van). Een nieuwe suikerfabriek 
in Midden-Java (Petaroekan). M. ül. — 
WeeJcbl. v. Indië. 10 (1913—14), 361. 

Vloten (J. F. W. van). Vragen van den 
dag en van de toekomst. Open brief aan 
directies van suikerfabrieken, H. H. collega's, 
machine-fabrikanten en constructeurs, tech- 
nici en electro-technici (betreffende verbete- 
ring in de suikercultuur en suikerfabricage). 

— Arch. S. I. N. I. 1913, II, 1201. 



Paets tot Gansoyen (Mr. A.). Winsten 
van suikerfabrieken. — Arch. S. I. N. I. 
1913, n, 1447. 

Harloff (W. H. Th.). Renteloos kapitaal 
(bij de suikerindustrie). — Arch. S. I. N. I. 

1913, II, 1707. 

Prinsen Geerligs (Dr. H. C). De suiker- 
nij verheid in Nederlandsch-Indië. — Onze 
Koloniën. Serie I, N°. 5. 

Ramaer (Mr. J. W.). De Java-suiker- 
industrie in de beide Kamers der Staten- 
Generaal bij de behandeling der Indische 
Begrooting voor 1914. — Ind. Merc. 1914, 
83. — Irrigatie. (Naar aanleiding van boven- 
staande verhandeling), door M. IJpelaar. 

— Ibid. 1914, 175. — Nogmaals „irrigatie", 
dag -en nachtregeling". Antwoord door Mr. 
J. W. Ramaer. — Ibid. 1914, 645. — Re- 
pliek van M. IJpelaar. — Ibid. 1914, 813. 

— Dupliek van Mr. J. W. Ramaer. — Ibid. 

1914, 834. — Zie ook: Arch. S. I. N. I. 1914, 
I, 368. 

Leon (C. N. J.). De suikeronderneming 
Petaroekan. M. ill. — Arch. S. I. N. I. 1914, 
I, 173. 

Prinsen Gebrligs (Dr. H. C). Vijf- en 
twintig jaren in de geschiedenis van de Java- 
suikerindustrie. — Ind. Merc. 1914, 359. 

DiCKHOFF (W. C.). De Java-suikerindus- 
trie gedurende het tijdvak 1894 — 1913. — 
Arch. S. I. N. I. 1914, I, 608. 

Prinsen Geerligs (Dr. H. C). Overzicht 
over de rietsuikerindustrie in de verschillende 
landen van productie gedurende de laatste 
5 jaren. — Ind. Merc. 1914, 761, 833, 867, 
918; 1915, 149, 469, 1061. 

Bolk (F. W.). Enkele bijzonderheden uit 
mijn Europeesch reisverslag. M. ill. — Arch. 
S. I. N. I. 1914, II, 1111. 

Prinsen Gebrligs (Dr. H. C.). De suiker 
en de oorlog. — Ind. Merc. 1914, 795, 847, 
917, 995; 1915, 37, 169, 381, 661, 677. 835. — 
Overzicht, door C. Lulofs. — T. B. B. 47 _ 
(1914), 412. I 

DiCKHOFF (W. C). Het paviljoen der Java- 
suikerindustrie op de Koloniale Tentoonstel- 
ling te Semarang, 1914. — Arch. S. I. N. I. 
1914, II, 1616. 



SUIKERmDUSTRIE. — SUIKERRIETCULTUUR. 



207 



Pkinsen Geerliqs (Dr. H. C). De suiker- 
industrie op Java. Overzicht eener voor- 
dracht. — Ind. Merc. 1914, 1074. 

De suikerindustrie op Java. M. UI. 



— Amsterdammer. 21 Maart 1915, blz. 6 

Nieuwe banen voor de suikerindus- 



trie op Java. Voordracht. — Versl. 15de 
Nat. en Geneesk. Congres. 8 April 1915, 21. 
— Zie ook: Ind. Merc. 1915, 243; Arch. 
S. I. N. I. 1915, I, 914; en Ingenieur. 1915, 
445. 

The Java cane sugar industry. 



Essays Netherl. E. I. San Francisco-Commit- 
tee. N°. 21. ' 

Het welvaart-onderzoek en de suiker- 
industrie. (Ontleend aan het werk van C. J. 
Hasselman: „Algemeen overzicht van de 
uitkomsten van het welvaart-onderzoek, 
enz. 's Gravenhage 1914"). — Arch. S. I. N. 
I. 1915, I, 612. 

Prinsen Geerligs (Dr. H. C). De suiker- 
industrie in verband met den wereldoorlog. 
Voordracht met debat. — F. Ind. Gen. 1915 — 
16, 51. 

Thomas (Mr. Th.). Inlandsche suiker- 
industrie. (Overdruk uit het Bat. Handels- 
blad van 9 October 1915). — Ind. Merc. 1915, 
980. 

Leemkolk. (W. J. van de). Suikercultuur, 
-industrie en -handel van Japan. Naar ver- 
schillende gegevens bewerkt. — T. N. L. N. 
I. 91 (1915), 156. 

Prinsen Geerligs (Dr. H. C). De nieuw- 
ste werkwijze bij de suikerindustrie op Java. 
Voordracht met debat. — Ind. Merc. 1915, 
1017. 

Ramaer (Mr. J. W.). De Java-suiker- 
industrie in de Tweede Kamer der Staten - 
Generaal hij de behandeling der Indische 
Begrooting voor 1916. — Ind. Merc. 1915, 
1062. 

Een enquête naar de toestanden bij de 
suikerindustrie op Java in 1915. (Résumé 
vaneen reeks artikelen in het Soerab. Handels- 
blad van October 1915, met eene inleiding door 
V. R.) — De Waterstaats-Ingenieur. 3 (1915), 
222. 



h. StTIKERRIETCULTUinB. 

Hazewinkel (J. J.). Het verloop van het 
rijp worden van het riet - en een mogelijk 
verband tusschen molenarbeid en rijpings- 
snelheid van het riet (speciaal N°. 100). — 
Arch. S. I. N. I. 1911, I, 252. 

Haastert (J. A. van) en F. Ledeboer. 
Selectieproeven. — Arch. S. I. N. I. 1911, 
I, 335. 

Nooten (Dr. J. C. C. W. van). 1886. Op- 
richting van een Proefstation voor suikerriet 
te Semarang. (Een stukje geschiedenis). — 
Ind. Merc. 1911, 379. 

Strüben (W.). Uitstoeling (van suikerriet). 

— Arch. S. I. N. I. 1911, I, 487. 

QuiNTTJS (R. A.). Over den invloed van 
den bloei van het suikerriet op de productie. 

— Arch. S. I. N. I. 1911, I, 673. 

SiBiNGA MuixDER (J.). Selectie van suiker 
riet. — Cultura. 1911, 285. 

Stanley Wood (H.). Een betoog voor 
de wijziging van de tegenwoordige op Java 
gevolgde methode voor het ontladen van 
rietlorries. — Arch. S. I. N. I. 1911, I, 721. 

Kolk (F. J. J. van der). Gebruik van gips 
bij de bemesting van het suikerriet. — Ind. 
Merc. 1911, 522. 

SiBiNGA Mulder (J.). Suikerriet uit zaad 
en selectie langs geslachtelijken weg. — Cul- 
tura. 1911, 375. 

MiLO (C. J.). De luchtmeststofifen, hare 
bereiding en het belang voor de Java-suiker- 
industrie. — Arch. S. I. N. I. 1911, n, 1053, 
1093. 

Nash (A.). Selectie van suikerriet en hare 
beteekenis voor de praktijk. — Arch. S. I. 
N. I. 1911, II, 1300. 

SiBiNGA Mulder (J.). De invloed van den 
verbouw van zaadrietsoorten op het bedrijf 
der Ja va-suikerindustrie. — CuUura. 1911, 
1911, 536. 

Chemisch onderzoek van rietzaad. (Ont- 
leend aan het „Intern. Sugar Journal" , 1911). 

— Arch. S. I. N. I. 1911, II, 1507. 



208 



SUIKERRIETCULTUUR. 



KooLEMANS Beijnen (N. J.)- Bemestings-, 
plant verband-, plant wijdte-, bewerkings- en 
irrigatieproeven. — Arch. S. I. N. I. 1911, 
II, 1513. 

Geldokp (J. P.). Het bewaken van riet- 
tuinen. — Arch. S. I. N. I. 1911, II, 1531. 

Sta VEEMAN (K. J. ). Bijdrage tot de kennis 
"van de degeneratie van het zwart Cheribon- 
riet. — Arch. S. I. N. I. 1911, II, 1558. 

Holman (C). Planten met uitloopers. — 
Arch. S. I. N. I. 1911, II, 1561. 

Deventer (W. van). Cultuurproeven. — 
Arch. S. I. N. I. 1911, II, 1565. 

Visser (C). Bemestingsproeven. — Arch. 
S. I. N. I. 1911, II, 1669. 

MiLO (C. J.). Nogmaals „de invoer van 
zwavelzure ammonia op Java". — Arch. S. I. 
N. I. 1912, I, 273. 

LoHMANN (O. L. J. E.). Waterhoudende 
vezelstof in het riet. — Arch. S. I. N. I. 
1912, I, 316. 

Prinsen Geerligs (Dr. H. C). De toe- 
passing van de theorie van Mendel op het 
verkrijgen van nieuwe rietsoorten door kwee- 
ken van zaadriet. — Arch. S. I. N. I. 1912, 
I, 586. 

Suikerbieten op Java. — Ind. Merc. 

1912, 961. — Zie ook: /. G. 1912, U, 1540, 
enr.£. 5. 43(1912), 456. 

SiBiNGA Mulder (J.). De irrigatie in ver- 
band met de Java-Suikerindustrie. Voor- 
dracht met debat. — F. Ind. Gen. 1911—12, 
149. 

Marr (Th.). Resultaten van het chemisch 
onderzoek der rietgronden op Java. M. ill. 

— Arch. 8. I. N. I. 1912, U, 1251. 

Ledeboer (F.). Verslag van de veldproe- 
ven onder leiding van het Proefstation Cheri- 
bon, gedurende 1910 — 1911, genomen. — 
Arch. S. I. N. I. 1912, II, 1441. — Eenige 
opmerkingen naar aanleiding van boven- 
staand artikel, door J. Th. von Rosse. — 
Ibid. 1913, I, 798. — Wederwoord aan den 
heer J. Th. von Rosse, door F. Ledeboer. 

— Ibid. 1913, I, 801. 



Inrichting van veldproeven en de bewerking 
harer resultaten. (Ontleend aan het Verslag 
van het „Proefstation voor de Java-Suiker- 
industrie" over 1911). — Arch. S. I. N, I. 
1912, n, 1624. 

Prinsen Geerligs (Dr. H. C). Invloed 
van melasse op de nitrificatie in voor suiker- 
rietcultuur bestemden grond. — ItuI. Merc. 

1912, 547. 

Uitvoer en invoer van rietstekken. (Ont- 
leend aan het „Verslag van het Proefstation 
voorde Java-Suikerindustrie" over 1911). — 
Arch. S. I. N. I. 1912, II, 1627. 

Spanjaard (E. J. G.). BouiUie bordelaise 
en bibit. — Arch. S. I. N. I. 1912, U, 1720. 

SoETERS (W. H. L.). Opbinden van riet. 
M. ill. — Arch. S. I. N. I. 1913, I, 67. 

Smits (M. B.). Suikerbietenteelt op Java. 
Met naschrift. — Teysm. 23 (1913), 657, 668. 

Verslag over de proeftuinen van de oude 
afdeeling Djokta van het Proefstation voor 
de Java-Suikerindustrie, oogstjaar 1911. — 
Arch. S. I. N. I. 1913, I, 121. 

Stok (J. E. van der) en J. A. van Haas- 
TERT. Bijdrage tot onze kennis omtrent den 
invloed van den verbouw van suikerriet op 
het productievermogen van den grond van 
mais en padL — Arch. S. I. N. I. 1913, II, 
943. 

De droogte van 1913; het verdrogen van 
tuinen, vooral met N°. 247. — Arch. S. I. N. 

I. 1913, II, 949. 

Tideman (N. M. C. ). Machinaalgeulen graven 
voor rietcultuur. M. ill. — xirch. S. I. N. I. 

1913, II, 1362. — Nog eens de geulengraaf- 
machine. — Ibid. 1914, I, 117. 

Wolzogen Kühr (C. A. H. von). Quah- 
tatief koperonderzoek in bibit bij bouüMc- 
vergiftiging. — Arch. S. I. N. I. 1913, II, 1649. 

Clercq (H. de). Mechanische rietlos- 
inrichtingen. M. ill. — Arch. S. I. N. I. 1913, 

II, 1654. 

Soeters (W. H. L.). Machinaal geulen- 
graven voor suikerrietcultuur. — Arch. S. I. 
N. I. 1913, II, 1700. 



SUIKERRIETCULTUUR. 



209 



Debx (W. f. G.)- Het heden en de toe- 
komst van de grondbewerking bij de Java- 
suikerindustrie. Voordracht. — Ind. Merc. 
1914, 109, 131. 

DiCKHOFF (W. C). Regenval, riet- en 
suikerproductie. — Arch. S. I. N. I. 1913, 
II, 1738. — Opmerkingen, door R. A. Quin- 
Tus, met naschrift van W. C. Dickhoff. — 
Ibid. 1914, 1, 773, 779. 

Schuit (J.). Verslag over de proeftuinen 
der onderafdeehng Djokja van het Proef- 
station voor de Ja va-suiker industrie, oogst- 
jaar 1912. — Arch. S. I. N. I. 1914, I, 213. 

Verslag over de proeftuinen van de onder - 
afdeeUng Banjoemas van het Proefstation 
voor de Java-suikerindustrie, oogstjaar 1912. 
— Arch. S. I. N. I. 1914, I, 441. 

« 

Derx (W. f. G.). Over de toepassing van 
de zwavelzure -amonia-bemesting bij de Ja va- 
Suikerindustrie. — Ind. Merc. 1914, 251, 
288, 337, 492. 

Ledeboer (F.) en A. E. Berkhout. Een 
nieuw geval van onvruchtbaarheid bij suiker- 
rietgronden. M. ill. — Arch. S. I. N. I. 1914, 
I, 653. 

Verslag omtrent een onderzoek naar den 



huldigen stand van het vraagstuk der mecha- 
nische grondbewerking in Europa, benevens 
eene bijdrage tot de oplossing van dit vraag- 
stuk voor de Java-suikerrietcultuur. M. ill. 
— Arch. S. I. N. I. 1914, I, 689. 

Gebrts (Dr. J. M.). Over de beoordeeling 
van proefveldresultaten. — Arch. S. I. N. I. 
1914, 1, 911. — Een enkele opmerking naar 
aanleiding van bovenstaand artikel, door 
A. L. HooGENBOOM, met repliek van Dr. J. 
M. Geerts. — Ibid. 1914, II, 1159, 1163. — 
Kan bij cultuurproeven ter verkrijging van 
voldoende, betrouwbare resultaten met een 
6-voudige controle volstaan worden ? Dupliek 
van A. L. Hoogenboom. — Ibid. 1914, II, 
1499. — Om betrouwbare resultaten bij 
vakkenproeven te verkrijgen kan niet met 
een 6-voudige herhaling volstaan worden. 
Nader antwoord van Dr. J. M. Geerts. — 
Ibid. 1914, II, 1507. 



Vervoerkosten van suikerriet. 
N. I. 88 (1914), 439. 



T. N. L. 



Schippers (W. W.). Mechanische grond- 
bewerking bij de suikerrietcultuur op Java. 
M. ill. — Arch. S. I. N. I. 1914, II, 1170. 

Vloten (J. F. W. van). Mechanische 
grondbewerking. De Caterpillar. — Arch. S. 

I. N. I. 1914, II, 1009. 

Pasma (C). Een grondbewerkingsproef. 
M. ill. — Arch. S. I. N. I. 1914, II, 1180. 

Derx (W. F. G.). Mechanische grondbe- 
werking bij de Java-suikerindustrie. (Résu- 
mé van een artikel in het Soerab. Handelsblad). 
— /. G. 1914, II, 1598. 

Baud (W.). Iets over het planten van 
pangs. — Arch. S. I. N. I. 1914, II, 1357. 

QuiNTUS (R. A.). Proeve van de uitkom- 
sten van de op de suikerfabriek Sempalwadak 
gedurende de laatste jaren aangezette selec- 
tieproeven en gedane waarnemingen te toet- 
sen aan de huidige wetenschappelijke opvat- 
tingen omtrent erfelijkheid, veredeling en 
selectie, waaraan vastgeknoopt eenige op- 
merkingen over variabüiteit en correlatieve 
variabUiteit bij het suikerriet. — Arch. S. I. 
N. I. 1914, II, 1369. 

De Stock-motorploeg op de suikerfabriek 
Rewoeloe. — Arch. S. I. N. I. 1914, II, 1691. 

Baud (W.). Semi-permanente dammen. 
-- Arch. S. I. N. I., 1914, II, 1769. 

Houtman (P. W.). Beschrijving der grond- 
soorten van de terreinen in het rayon der 
onderafdeehng „Banjoemas". M. k. — Arch. 
S. I. N. I. 1914, II17, 91. 

Vloten (J. F. W. van). Mechanische 
grondbewerking. — Arch. S. I. N. I. 1914, 

II, 1807. 

Clercq (H. de). Mechanische rietlosinrich- 
ting. M. ill. — Arch. S. I. N. I. 1915, 1, 157. 

Marx (N.). RijpheidsbepaHng van het riet 
in verband met rietziekten en hoorders. — 
Arch. 8. I. N. I. 1915, I, 351. 

Schuit (J.). Het planten met uitloopers. 
— Arch. S. I. N. I. 1915, I, 461. 

Metselaar (J. F.). Mechanische grond- 
bewerking. Demonstratie met den Stock- 

14 



210 



SUIKERRIETCULTUUR. — SUIKERFABRICAGE. 



motorploeg te Rewotloe op 4 Mei 1914. M. 
ai. — Arch. S. I. N. I. 1915, I, 695. 

Harrevelt (Dr. Ph. van). Bruto of netto 
bouw als eenheid voor opgaven in de suiker- 
cultuur. Voordracht. — T. N. L. N. I. 90 
(1915), 273. 

Houtman (P. W.). Verslag over de proef- 
tuinen van de onderaf deeling Banjoemas van 
het proefstation voor de Ja va-suikerindustrie, 
oogstjaar 1914. — Arch. S. I. N. I. 1915, I, 
957. 

Ckoss(W. e.) en J. A. Beltle. Achteruit- 
gang van gesneden riet. (Ontleend aan „The 
International Sugar Journal", 1915). — Arch. 
S. I. N. I. 1915, II, 1076. 

BoKMA DE Boer (B.). De resultaten van 
bemestingsproefvelden, aangelegd op de 
suikerondernemingen der Nederlandsche 
Handelmaatschappij in West-Java in de 
oogstjaren 1913 en 1914. — Arch. S. I. N. I. 
1915, II, 1143. 

Gallois (J. Th. C). Werktuigen voor de 
mechanische bewerking van gronden ten be- 
hoeve der Java-suikerindustrie. Voordracht. 
M. ai. — Ind. Merc. 1915, 777. 

NiJENHUis (G. f.). Verslag over de proef- 
velden der groep Sitoebondo van het Proef- 
station voor de Java-Suikerindustrie, oogst- 
jaar 1914. — Arch. S. I. N. I. 1915, II, 1607. 

Vloten ( J. F. W. van). Mechanische grond- 
bewerking. 31. ai. — Arch. S. I. N. I. 1915, 
II, 1825. 

Haas (W. van der). Is herhaUng van cul- 
tuurproeven noodzakelijk? — Arch. S. I. N. 
I. 1915, II, 1842. 

Marx (N.). Grondbewerking voor de 
suikcrrietcultuur door middel van spring- 
stoffen. — Arch. S. I. N. I. 1915, II, 1847. 

Geerts (Dr. J. M.). Samenvattende be- 
werking van de resultaten der proefvelden 
bij de rietcultuur op Java. Eerste bijdrage. 
Algeraeene beschouwingen. — Arch. S. I. N. 
I. 1915, II, 1965. 

Een suiker -enquête van het Soerabaiasch- 
Handelsblad. (Overzicht van een artikel van 
J. Th. VON Rosse getiteld: „Irrigatie en riet - 



cultuur", in het Soerab. Handelsblad van 29 
October 1915). — Tectona. 8 (1915), 845. 

C. SUIKERFABRICAOE. 

Hazewinkel ( J. J.). Eenige opmerkingen 
naar aanleiding van het zuurdunsap-procédé 
op Boedoeran. — Arch. S. I. N. I. 1911, 1, 123. 

Harloff (W. P. Th.). Een pleidooi voor 
enkelvoudige carbonatatie. — Arch. S. I. N. 
I. 1911, I, 783. 



Iets over ruwsapzwaveling. — Arch. 



S. I. N. I. 1911, 1, 819. 

Bolk (F. W.). Over de berekening van de 
waarden ter beoordeeling van het resultaat 
van den molenarbeid. — Arch. S. I. N. I. 

1911, I, 843, 871, 903. 

Erkelens (A. M.). Natte en droge ampas 
als brandstof. — Arch. S. I. N. I. 1911, II, 
949, 1585. 

GiBBS (H. D. ). Bereiding van suiker uit 
palmboomen op de Philippijnen. (Ontleend 
aan het Phaippine Journal of Science). — 
Ind. Merc. 1911, 1114. — Zie ook: Arch. 
S. I. N. I. 1912, 1, 383. 

Boot (J. C.). Witsuikerfabricage op Java, 
ontwikkeling en toekomst. Voordracht. — 
Ind. Merc. 1911, 1133. — Arch. S. I. N. I. 

1912, I, 196. 

Prinsen Geerligs (Dr. H. C.). Tabellen 
voor de berekening van de winbare suiker 
en het winbare kristal en de berekening 
van het kristalgehalte van suiker van ver- 
schillende samenstelling. — Arch. S. I. N. I. 
1911, II, 1469. 

Langguth Steuerwald (L. G.). Over de 
incrusteerende kleurstoffen van het suiker- 
riet. — Arch. S. I. N. I. 1911, II, 1543. 

Buschsky ( J. f. ). Het gedrag van saccha- 
rose en haar ontledingsproducten bij verwar- 
ming. (Ontleend aan het tijdschrift „Gdbe 
Hefte", 1911, vertaald door W. C. Dickhoff). 
— Arch. S. I. N. I. 1911, II, 1249, 1589. 

Waterman (J. E.). Een gewijzigde vorm 
van ruwsapbezinkingen. — Arch. S. I. N. I. 
1911, II, 1661. 



SUIKERFABRICAGE. 



211 



Lange (J. V.). Kristalformule, enz. 
S. I. N. I. 1911, II, 1664. 



- Arch. 



Engelbert (J. M.). Monstername van 
rietsap. — Arch. 8. I. N. I. 1911, II, 1672. 

Maronier (J. A.). Het nieuwe weegwerk- 
tuig voor suikerrietsappen van ingenieur 
Theo Hillmer. — Arch. S. I. N. I. 1911, II, 
1678. 

Hazewinkel (J. J.), J. S. de Haan en 
G. L. VAN Welie. Voorschrift voor de bepa- 
ling van het suikergehalte van molenampas. 

— Arch. S. I. N. I. 1911, II, 1687. 

Vrins Hz. (C). Iets over olieafscheiders. — 
Arch. S. I. N. I. 1911, II, 1721. 

Over de aanwezigheid en de bepaling van 
nitraten in riet- en beetwortelmelassen. 
(Ontleend aan „The International SvgarJour- 
naV\ \^\\).—Arch. S. I. N. I. 1911, II, 1747. 

GiROL (Q.). Controle op den molenarbeid. 
(Ontleend aan het „Bulletin de V Association 
des Chimistes, etc.'' 1911). — Arch. S. I. N. I. 
1911, II, 1823. 

Claassen (Dr. H.). De snelheid der dam- 
pen en vloeistoffen in verdampingsapparaten 
en daarmede samenhangende verschijn- 
selen. (Ontleend aan het tijdschrift „Gelbe 
Hefte", 1911). — Arch. S. I. N. I. 1911, II, 
1833. 

De werking van ultra-violette stralen op 
saccharose. (Ontleend aan de „Sucrerie indi- 
gène et coloniale", 1911). — Arch. 8. I. N. I. 

1911, II, 1847. 

CoUoïdwater in de vezelstof van het suiker- 
riet. Door B. — Arch. 8. I. N. I. 1912, 1, 126. 

Bolk (F. W.). Natte en droge ampas als 
brandstof. — Arch. 8. I. N. I. 1912, I, 147. 

Hazewinkel (J. J.). De bereiding van 
verharde melasse, speciaal in verband met 
het daarbij plaats hebbende brixverhes als 
gevolg van ontledingen. — Arch. 8. I. N. I. 

1912, I, 181. 

De ontledingen in- en kleurverande- 
ringen van sap bij het passeeren van een 
Kestner-installatie. — Arch. I. 8. N. I. 1912, 
I, 190. 



Werkhoven (F. J. W. ). Over de resultaten 
met de CrusherroUen verkregen. — Arch. 
8. I. N. I. 1912, I, 231. 

Meyers (A. A.). Benige aanteekeningen 
omtrent de kansen dat de suikerproducties 
der vlakte -eenheid rietaanplant in Britsch- 
Indië belangrijk verhoogd zal worden. M. ill. 

— Arch. 8. I. N. I. 1912, 1, 249. 

Prinsen Geerligs (Dr. H. C.). Fabrika- 
tie van rietsuiker op Java. M. ill. — Buiten. 
1 (1912), 150. 

Haan (J. S. de). Over colloïdwater in sui- 
kerriet. — Arch. 8. I. N. I. 1912, I, 256. 

Marx (N.). Controle op de monstername 
der molensappen, voornamelijk van het eerste 
molensap. — Arch. 8. I. N. I. 1912, I, 
267. 

Jansen (F. N.). Electrisch gedreven centri- 
fuges. — Arch. 8. I. N. I. 1912, I, 269. 

Rozenraad (M. C. P. ). Droge stof of inver- 
siepolarisatie als basis der fabriekscontróle. — 
Arch. 8. I. N. I. 1912, 1, 401. — Naschrift op 
bovenstaand artikel, door J. S. de Haan. — 
Ibid. 1912, I, 409. 

Haan (J. S. de) en D. van der Want. 
Enkele beschouwingen over de carbonatatie- 
werkwijze. — Arch. 8. I. N. I. 1912, I, 
540. 

Nes (H. f. M. van). „Over het berekend 
effect van de naperssapimbibitie bij suiker- 
riet en colloïdwater in de vezelstof." — Arch. 
8. I. N. I. 1912, I, 569. — Zie ook: Ibid. 

1911, II, 1329. 

Leersum (O. van). Kijkglastoestel aan 
dunsapbezinkkisten. — Arch. 8. I. N. I. 

1912, I, 579. 

Marx (N.). Cellulose berekening van het 
riet uit de schijnbare droge stof van het sap 
en de werkelijke droge stof van het riet. — 
Arch. 8. I. N. I. 1912, I, 582. 

Bolk (F. W.). Natte en droge ampas als 
brandstof. — Arch. 8. I. N. I. 1912, I, 632. 

— Nogmaals natte en droge ampas als brand- 
stof. — Ibid. 1912, I, 633. — Antwoord op 



212 



SUIKERFABRICAGE. 



bovenstaand artikel, door D. — Fbid. 1912, 
I, 757. — Antwoord op eerstgenoemd artikel, 
door A. M. Eekelens. — Ibid. 1912, 1, 817. 

Habloff (W. H. Th.). Over de kalihjrpo- 
these bij de tropische witsuikerfabrikatie. — 
Arch. S. I. N. I. 1912, 1, 648. 

Want (D. van der). Over persingsbe- 
rekeningen. — Arch. S. I. N. I. 1912, I, 
698. 

DoMKE (Dr.). HulptabeUen voor suiker- 
onderzoekingen. (Ontleend aan „Gelbe Hefte'\ 
1912, vertaald door W. C. Dickhoff). — Arch. 
S. I. N. /., 1912, 1, 703. 

ScHBEFELD (O.). Bepaling van het per- 
centage van suikeroplossing uit het gevonden 
soortelijk gewicht door middel van de tabel- 
len der keizerlijke ijkingscommissie. Vertaald 
door W. C. Dickhoff. — Arch. S. I. N. I. 
1912, I, 717. 

NouHtnJS (H. van). IJzer en ijzerroest 
als mechanisch bijmengsel van superieure 
suikers. — Arch. S. I. N. I. 1912, 1, 732. 

Fallada (O.) en A. Ktjlp. Bijdrage tot het 
gebruik vandenrefractometer bij de controle 
in suikerfabrieken. Vertaald door W. C. 
Dickhoff. — Arch. S. I. N. I. 1912, 1, 744. 

TöNJES (C. J.). Nogmaals iets over lucht- 
pompen en condensors. — Arch. S. I. N. I. 
1912, I, 767. 

Ogilvie (J.). De bepaling van saccharose 
in rietsuikermelasse door middel der dubbele 
polarisatiemethode, bij gebruikmaking van 
inverta.=e en zuur voor de inversie. Vertaald 
door C. LouBENS. — Arch. S. I. N. I. 1912, 
I, 870. 

Pbinsen Geebligs (Dr. H. C). Verschil 
in qualiteit van suiker bij gelijkheid van 
analyse. (Overzicht eener voordracht, ont- 
leend aan „De Suikerindustrie" , 1912, N°. 3). 
— Arch. S. I. N. I. 1912, I, 911. 

Loubens (C.) en H. T. M. van Nes. Het 
verband tusschen de door controle verkre- 
gen cijfers en het nut hunner verwerking. — 
Arch. S. I. N. I. 1912, I, 917. 

Nieboeb (W. C). Ruwsapbezinkkisten. — 
Arch. S. I. N. I. 1912, 1, blz. 1. 



Lange (W.). Personeelformatie voor la- 
boratoria. — Arch. S. I. N. I. 1912, 1, 21. 

Sibinga Mctldeb (J.). Fabricatie -controle 
(in suikerfabrieken). — Ind. Merc. 1912, 266. 

Pbinsen Geebligs (Dr. H. C. ). Zuiverings- 
methoden van afvalwater van suikerfabrie- 
ken. — IruL. Merc. 1912, 689. 

Fabrieksresultaten van een aantal Java- 



suikerf abrieken, gedurende den oogst 1911. 

— Ind. Merc. 1912, 783. — Idem, oogst 
1912. — Ihid. 1913, 653. — Idem, oogst 1913. 

— Ihid. 1914, 465. — Idem, oogst 1914. — 
Ibid. 1915, 273. 

Schijncijfers. (Brandstof berekening bij de 
rietsuikerfabricage). — T. N. L. N. I. 82 
(1911), 326. 

Veldhitis (H. W. J.). Verdamping en ver - 
dampapparaten. — Arch. S. I. N. I. 1912, 
I, 967. 

De warmtetransmissie in verdampap- 



paraten. — Arch. S. I. N. I. 1912, I, 975. 

Habloff (W. H. Th). Over de incrustatie 
der voorwarmers bij ruwsapzwaveling. — 
Arch. S. I. N. I. 1912, I, 991. 



Hazewinkel (J. J.) en C. Loubens. De 
uitvoering der polarisatie vóór universie bij 
Clerget-bepalingen in melasse. — Arch. S. I. 
N. I. 1912, II, 1073. 

ScHMiDT (H.). Over de invoering der wit- 
suikerfabrikatie op Formosa en over carbo- 
natatie-installatie in het algemeen. — Arch. 
S. I. N. I. 1912, II, 1124. 

Büchnee (J. L.). Cellulose berekening van 
riet. — Arch. S. I. N. I. 1912, II, 1131. 

Mabx (N.). Suiker uit maïs. — Arch. S. I. 
N. I. 1912, II, 1131. 

Ginnecken (Dr. P. J. H. van). Suikerop- 
lossingen en kalk. — Arch. S. I. N. I. 1912, 
II, 1134. — Zie ook: Ibid. 1912, II, 1416. 

Veldhuis (H. W. J.). De dampleidingen 
vaneen multriple effect. — Arch. S. I. N. I. 
1912, U, 1189. 



SUIKERFABRICAGE. 



213 



Langguth Stetterwald (L. G.). Adsor- 
beerend vermogen vanrietgomenrietvezelstof. 
Adsorptiewater in ampas. — Arch. S. I. N. I. 
1912, II, 1315. 

Hazewtnkel (J. J.). Theoretische be- 
schouwingen over het zoogenaamde „coUoïd- 
water" in de vezelstof van suikerriet. — Arch. 
S. I. N. I. 1912, II, 1336. 

Feuerlein (Dr. K.). Iets over colloïden. 
(Ontleend aan het „Centralblatt f. d. Zucker- 
industrie;' 1912). — Arch. S. I. N. I. 1912, 

n, 1411. 

Hazewtnkel (J. J.). Verharde melasse. — 
Arch. S. I. N. I. 1912, II, 1419. 

Boer (G. J.). De Hamilton -molens en 
-crushers. M. ill. — Arch. S. I. N. I. 1912, II, 
1425. 

Hazewinkel (J. J.). Over het verband 
tusschen corrosie- en aciditeit van brüden- 
water. — Arch. S. I. N. I. 1912, II, 1583. 

Een bijzonder gekleurde suiker. — 

Arch. S. I. N. I. 1912, II, 1585. 

Persingsberekening volgens van der 

Want. — Arch. S. I. N. I. 1912, II, 1587. — 
Repliek door D. van der Want. — Ibid. 
1912, II, 1854. 

Leon (C. N. J.). Diksapfiltratie door mid- 
del van Doeq-filters. M. ill. — Arch. S. I. N. 
I. 1912, II, 1603. 

Herzfeld (Prof.). Is het gebruik van den 
refractometer in suikerfabriekslaboratoria 
aan te raden. (Ontleend aan „Gelbe Hefte", 
1912). — Arch. S. I. N. I. 1912, II, 1615. 

BepaHng van ijzer in riet- en rietsuikers. 
(Ontleend aan „Intern. Sugar Journal", 1912). 

- Arch. S. I. N. I. 1912, II, 1619. 

Over bereiding van suikerrietwijn. Door 
A. H. H. — Teysm. 22 (1911), 628. 

Jan de Molenaar. Rietmolens. — T. 
N. L. N. I. 83 (1911), 21. 

Harloff (W. H. Th.) en L. G. Langguth 
Steuerwald. Over den invloed van het mag- 
nesiagehalte van de kalksteen bij de carbo- 
natatie. — Arch. S. I. N. I. 1912, II, 1649. 



Christlini (H.). Glucose -ontleding en het 
bedrijf. — Arch. S. I. N. I. 1912, II, 1701. 

Venema (K. C. W.). Beschouwingen over 
luchtbellen en sap. — Arch. S. I. N. I. 1912, 
II, 1712. 

Schippers (W. W.). Zuigers bij hydrauli- 
sche drukinstallaties. — Arch. S. I. N. I. 
1912, II, 1723. 

Boer (G. J.). Over Kestner-verdampappa- 
raten. — Arch. S. I. N. I. 1912, II, 1725. 

ScHOORL (N.). Het reduceerend vermogen 
van suikers. Voordracht. (Ontleend aan het 
Chemisch Weekblad, 1912). — Arch. S. I. N. I. 
1912, II, 1735. 

Hazewinkel (J. J.) en P. L. Lohr. Voort- 
gezette studie over de bereiding van verharde 
melasse. — Arch. S. I. N. I. 1912, II, 1809. 

— Zie ook: Ibid. 1912, I, 417. 

Prinsen Geerligs (Dr. H. C). Bepaling 
van suiker in de grondstof der rietsuikerin- 
dustrie. Voordracht. — Arch. S. I. N. I. 
1912, II, 1818. 

Sybrandi (J.). Bijdrage tot de kennis van 
den invloed van het colloïdwater op den mo- 
lenarbeid. — Arch. S. I. N. I. 1912, II, 
1845. 

Prinsen Geerligs (Dr. H. C.). De tech- 
niek der Java-suikerindustrie. Voordracht. 

— Voordr. Kol. Landb. tent. Deventer. 1912, 50. 

Schadelijke stikstofverbindingen in het 
suikerrietsap. (Ontleend aan den „Louisana 
Planter'', 1912). — Arch. S. I. N. I. 1913, I, 
45. 



Leon (C. N. J. ). Sapmeting. 
N. I. 1913, I, 181. 



Arch. S. I. 



Methode en een toestel om rechtstreeks uit 
ruw rietsap witte suiker te bereiden. (Ont- 
leend aan „Intern. Sugar Journal", 1912). — 
Arch. S. I. N. I. 1913, 1, 187. 

Leon (C. N. J.). Het gebruiken van zwavel 
ter bereiding van zwaveligzuur in Java-sui- 
kerfabrieken. — Arch. S. I. N. I. 1913, I, 
209. 

De verschillende methoden voor de bepa 



214 



SUIKERFABRICAGR 



ling van saccharose in rietmelasse : volledige 
analyse van een rietmelasse. (Ontleend aan 
het „Intern. Sugar Journal", 1912). — Arch. 
S. I. N. I. 1913, 1, 220. 

Een nieuwe methode voor de fabrikatie van 
suiker. (Ontleend aan de „American Sugar In- 
dustry", 1912). —^rcA. -S. /. N. I. 1913, 1, 231. 

Meade (G.). De werking van desinfectee- 
rende stoffen op suikeroplossingen. Voor- 
dracht. (Ontleend aan den „Louisiana Plan- 
ter'', 1912). — Arch. S. I. N. I. 1913, 1, 241. 

Deekr (N.). Het vermalen van het riet, 
beschouwd in verband met het volumen, 
door de vezelstof ingenomen. (Ontleend aan 
„The Intern. Sugar JournaV', 1912 en 1913). 

— Arch. S. I. N. I. 1913, I, 265. 

KocH Jr. (Th.). Over saccharose bepaüng 
in onzuivere suikeroplossingen met water - 
stofperosyde. — Arch. S. I. N. I. 1913, I, 
313. 

Leefebs (L.). Wasterwatermonster. M. 
ül. — Arch. S. I. N. I. 1913, 1, 315. 

Bolk (F. W.), L. G. Langguth Steuer- 
WALD en G. L. van Welie. De controle van 
den molenarbeid. — Arch. S. I. N. I. 1913, 1, 
357. 

Bolk (F. W.). Volledige berekeningen 
mogelijk bij de controle op den molenarbeid. 

— Arch. S. I. N. I. 1913, I, 395. 

LouRENS (C.). De titrimetrische glucose - 
bepaling voor de fabriekslaboratoria. — 
Arch. S. I. iV^. /. 1913, 1, 483. 

Hazewtnkel (J. J.). Over het suLfitatie- 
defecatieproces toegepast onder eenige ver- 
schillende omstandigheden van temperatuur 
en tijd van inwerking. — Arch. S. I. N. I. 
1913, I, 492, 499. 

Weue (G. L. van). Resultaten van molen- 
proeven te „Kemantran". — Arch. S. I. N. I. 
1913, I, 450. 

Lanoouth Steuerwald (L. G.). De me- 
thode van vezelstofbepaling in riet en am- 
pas. — Arch. S. I. N. I. 1913, 1, 471. 

Clercq (H. de). Schudgnot met luchtkoe- 
Ung. M. ül. — Arch. S. I. N. I. 1913, 1, 593. 



Fbanssen van de Putte (J. A. A.). Het 
sublimeeren van zwaveloveninstallaties, ver- 
moedelijke oorzaak, gevolgen, bestrijding. 

— Arch. 8. I. N. I. 1913, 1, 623. 

Vrins Hz. (C). Enkele oorzaken van on- 
bekende winst in de saccharosebalans. — 
Arch. S. I. N. I. 1913, 1, 627. 

Haas (W. van der). Nog iets over sap- 
meeting. — Arch. S. I. N. I. 1913, I, 634. 

NiEBOER (W. C). Rietsapmeetkisten. M. 
ül. — Arch. S. I. N. I. 1913, I, 637. 

Spaich (J.). De invloed van het cellulose - 
cijfer, voor het dagrapport gebruikt op het 
S. W. G. — Arch. S. I. N. I. 1913, 1, 640. 

Methode voor de snelle bepaling van water 
in ampas. (Ontleend aan het „Internat. Sugar 
Journar, 1913). — Arch. S. I. N. I. 1913, 1, 
754. 

Bepaling van droge stof in melasse. — 
Arch. S. I. N. I. 1913, 1, 757. 

Hazewinkel ( J. J. ). Over een mogelijk che- 
misch evenwicht bij de zuursapzwaveling. — 
Arch. S. I. N. I. 1913, 1, 777. 

Enkele beschouwingen over de eco- 
nomie van het zwavelovenbedrijf. — Arch. 
S. I. N. I. 1913, 1, 785. 

Leon (G. N. J.). Diksapfiltratie door mid- 
del van Doeq-filters. — Arch. S. I. N. L 
1913, I, 795. 

Koedijk (A.). Het gebruik van zwavel ter 
bereiding van SO'. — Arch. S. I. N. I. 1915, 
I, 797. 

Langguth Steuerwald (L. G.). Nieuwe 
inversiemethode ter bepaling van het ware 
suikergehalte. — Arch. S. I. N. I. 1913, I, 
837. 

Schweizer (A.). Over de inwerking van 
kalk op rcduceerende suiker en de daarbij 
ontstaande producten. — Arch. S. I. N. I. 
1913, II, 843. 

DiXHOORN (F. van). Zwavelovens. M. ül. 

— Arch. S. I. N. I. 1913, II, 983. 

Rijn (L. A. van). Het sublimeeren van 



SUIKERFABRICAGE. 



215 



zwavel in zwavelovens. — Arch. S. I. N. I. 
1913, II, 987. 

Prinsen Geebligs (Dr. H. C.)- Nadere be- 
richten omtrent de fabricatie van suiker uit 
maïs. — Ind. Merc. 1913, 792. 

Welie (G. L. van). Verdampingsresul- 
taten in een kookpan. — Arch. 8. I. N. I. 
1913, II, 1105. 

Leistra (F.). Vuilbepaling. — Arch. S. 
I. N. I. 1913, II, 1137. 

Spaich (J.). De waarde van het cijfer voor 
berekend vermalen riet. — Arch. S. I. N. I. 

1913, n, 1141. 

Het werken met de Kelly-filterpers. M. 
ill. — Arch. 8. 1. N. I. 1913, II, 122a 

Haas (W. van der). Nog eens het subli- 
meeren van zwavelovensiustallaties. — Arch. 
S. I. N. I. 1913, II, 1305. 

Haanbaadts (J. T. J.). Onjuiste manome- 
ters. — Arch. 8. I. N. I. 1913, II, 1317. 

Schweizer (A.). Vervanging van de twee- 
de koolzuursaturatie door een suLfitatie bij 
carbonateerende fabrieken. (Voorloopige me- 
dedeeling). — Arch. 8. 1. N. I. 1913, II, 1353. 

Koedijk (A.). De zwaveloven in de prak- 
tijk. M. ill. — Arch. 8. 1. N. I. 1913, II, 1355. 

Langguth Steuerwald (L. G.). Over de 
constante van de inversiemethode Cler- 
get-Herzfeld. — Arch. 8. I. N. I. 1913, II, 
1383. 

Nieuwe onderzoekmgen over suikerfabri- 
katie uit maïs. — Arch. 8. I. N. I. 1913, II, 
1404. 

Wieten (O. van). Een en ander over schud- 
gaten met luchtkoeling en suikerbrekers. 
M. ill. — Arch. 8. I. N. I. 1913, II, 1415. 

Prinsen Geerligs (Dr. H. C). Een verbe- 
terde en vereenvoudigde refractometer voor 
de bepaling van de droge stof in de sappen en 
producten van suikerfabrikatie. — Ind. Merc. 

1914, 19. 

Boot ( J. C. ). Carbonatatie op Java. — Ind. 
Merc. 1914, 39, 85. — Antwoord op boven- 



staand artikel, door J. S. DE Haan en J. van 
DER Linden. — Ibid. 1914, 336. 

Het procédé van Battelle voor het fa- 
briceeren van -witte suiker. (Ontleend aan den 
„Louisiana Planter" , 1913). — Arch. 8. I. N. 

I. 1913, II, 1447. 

Over een nieuwen refractometer voor de 
bepaling van de schijnbare droge stof en sui- 
kersappen. (Ontleend aan „GelbeHefte" 1913). 

— Arch. 8. I. N. I. 1913, II, 1526. 

Linden (J. van der). Het procédé-DB 
Haan in de praktijk. — Arch. 8. I. N. I. 1913, 

II, 1541. 

Afkoeling met stoom van afgedraaide 

witsuiker. — Arch. 8. I. N. I. 1913, II, 1583. 

Afkoeling van valwater der centrale 

condensatie door middel van streudüsen. — 
Arch. 8. I. N. I. 1913, II, 1603. 

Suikerverliezen bij het koken der vulmassa. 

— Arch. 8. I. N. I. 1913, II, 1606. 

Apparaat voor het bereiden van zuivere 
suiker. (Ontleend aan het „Internat. 8ugar 
JournaV, 1913). M. ill. — Arch. 8. I. N. I. 

1913, II, 1683. 

Schweizer (A. ), G. Loos en G. Neujean. 
Bijdrage tot de kennis der methoden van 
sapzuivering. — Arch. 8. I. N. I. 1913, II, 
1727. 

Lafar (Dr. Fr.). Nieuwe opmerkingen 
over de schuimgistmg en de aminozuren bij 
de suikerfabrikatie. — Arch. 8. I. N. I. 1913, 
II, 1787. 

Clercq (H. de). Schudgoot met luchtkoe- 
Ung. — Arch. 8. I. N. I. 1914, I, 6. 

Langguth Steuerwald (L. G.) en G. L. 
VAN Welie. De waarde van het cijfer voor 
berekend vermalen riet. — Arch. 8. I. N. I. 

1914, I, 46. — Zie ook: Ibid. 1914, I, 646, 
649. 

NiEBOER (W. C). Het vermeerderen der 
melassesuikerproductie op witsuiker fabrie- 
ken. — Arch. 8. I. N. I. 1914, 1, 49. 

CoRVER (J.). Het continue carbonatatie- 
proces op Pagottan. — Ind. Merc, 1914, 
226. — Zie ook: Arch. 8. 1. N. I. 1914, 1, 719 



216 



SUIKERFABRICAGE. 



Peinsen Geebligs (Dr. H. C). Demara- 
suiker. — Ind. Merc. 1914, 112. — Zie ook: 
Arch. S. I. N. I. 1914, I, 422. 

Nieuwe inzichten in de controle op de 



sapwinning in rietsuikerfabrieken op Java. — 
Ind. Merc. 1914, 315. 

BÜCHNER ( J. L. ). Filtratie van vuilsap. — 
Arch. S. I. N. I. 1914, I, 543. — Antwoord 
op bovenstaand artikel, door C. N. J. Léon. — 
Ibid. 1914, I, 729. — Repliek, door J. L. 
BÜCHNEE. — Ibid. 1914, I, 851. — Dupliek, 
door G. N. J. LÉON. — Ihid 1914, II, 1024. 

MooRMANN (F. M. E. M.). Iets over ver- 
harde melasse. — Arch. S. I. N. I. 1914, I, 
551. 

Hebzfeld (Prof. Dr. ). De oorzaken van het 
schuimen der naproductvulmassa's. Voor- 
dracht. — Arch. S. I. N. I. 1914, I, 587. 

Prinsen Geerligs (Dr. H. C). Een ver- 
eenvoudigde methode van inversie-polarisa- 
tie. — Ind. Merc. 1914, 597. — Antwoord op 
bovenstaand artikel, door H. VAN NouHUiJS. 
— Ibid. 1914, 616. 

LÉON (C. N. J. ). Sapmeting. — Arch. S. I. 
N. I. 1914, 1, 640. 

Harloff (W. H. Th.). Koolzuur- of zwa- 
velzuur saturatie ? — Arch. S. I. N. I. 1914, 
I, 673. 



Haas (W. van der). Sapmeting. 
S. I. N. I. 1914, 1, 780. 



Arch. 



OwEN (W. L.). De bacteriologie met be- 
trekking tot de rietsuikerindustrie. (Ontleend 
aan het „Centralbl. f. d. Bakteriologie u.s.w.", 
1914). — Arch. S. I. N. I. 1914, I, 782. 

Welie (G. L. van). Eenige opmerkingen 
over molenarbeid en de controle hierop. — 
Arch. S. I. N. I. 1914, I, 816. — Opmerkin- 
gen naar aanleiding van bovenstaand arti- 
kel, door J. Spaich. — Ibid. 1914, II, 1(^0. 
— Repliek, door G. L. van Welie. — Ibid. 
1914, II, 1021. 

BtJCHNER (J. L.). Glucose bepaling vol- 
gens Max Muller. — Arch. S. I. N. I. 1914, 
I, 828. 

Harrevelt (Ph. van). Onderzoek van het 



riet aan den molen. — Arch. S. I. N. I. 1914, 
II, 1001. 

De lage rendementen van aanvang 



campagne 1914. — Arch. S. I. N. I. 1914, II, 
1002. 

Langguth Steuerwald (L. G.) en Dr. 
T. van der Linden. Bijdrage tot de kennis 
der gombepaling in de melasse. — Arch. 
S. I. N. I. 1914, II, 1033. 

Want (D. van der). Financieële verge- 
lijking tusschen de verschillende in gebruik 
zijnde methoden van suikerbereiding. — 
Arch. S. I. N. I. 1914, II, 1075, 1323. — De 
witsuikerprocédé's de Haan en Bach. Op- 
merkingen naar aanleiding van bovenstaand 
artikel, door W. H. Th. Harloff. — Ind. 
Merc. 1914, 919. — Financieële vergelijking 
tusschen diverse sapzuiveringsmethoden. Ant- 
woord op eerstgenoemd artikel, door J. S. 
DE Haan. — Arch. S. I. N. I. 1914, II, 1345. 

— Repliek op bovenstaand artikel, door Dar- 
CY VAN DER Want. — Ibid. 1914, II, 1643. 

Clercq (H. de). St oomconsumptie. — 
Arch.S. I. N. I. 1914, II, 1134. 

Eerens (E. F. J. de). Nog eens het sys- 
teem Weibel-Picard. — Arch. S. I. N. I. 
1914, II, 1185, 1295. 

Spaich ( J. ). Eenvoudige berekening van te 
verwachten product. — Arch. S. I. N. I. 
1914, II, 1193. 

Een wijziging van de methode Clerqet 
voor de bepaling van suiker in melasse. — 
Arch. S. I. N. I. 1914, II, 1200. 

Want (D. van der). Filtratie van vuil- 
sap. — Arch. S. I. N. I. 1914, II, 1219. — 
Nog eenmaal vuilsapfiltratie. Antwoord op 
bovenstaand artikel, door J. L. BtiCHNER. — 
Ibid. 1914 II, 1334. 

Bates (Fr.) en F. P. Phelps. Atmosphe- 
rische invloeden op de analyse van suikers. 

— Arch. S. I. N. I. 1914, II, 1245. 

Hudson (C. S.) en H. S. Paine. Is de in- 
versie van saccharose door invertase een 
omkeerbare reactie ? Met naschrift. — Arch, 
S. I. N. I. 1914, II, 1302, 1314. 

Want (D. van der). Het NoRir-wit- 



SUIKERFABRICAGE. 



217 



suikerprocédé. — Arck. S. I. N. I. 1914, II, 
1326. 

Rietdijk (J. F. L.). Eenvoudige bereke- 
ning van nog te verwachten product. — Arch. 
S. I. N. I. 1914, II, 1331. —Rectificatie — 
Ihid. 1914, II, 1596. 

Haan (J. S. de). Invloed van enkele micro - 
organismen op het rietsap. — Arch. S. I. N. I. 
1914, II, 1352. 

Poll ( J. ). Hydraulische druk op molens. — 
Arch. S. I. N. 'l. 1914, II, 1525. 

BüCKNER ( J. L. ). Het NoRiT-witsuikerpro- 
cédé. — Arch. S. I. N. I. 1914, II, 1585. 

Wagner (F. G. H.) en P. Eijkman. Het 
verwerken van Javaansche suiker opeenwit- 
suikerfabriek. — Arch. S. I. N. I. 1914, II, 
1592. 

Venema (K. C. W.). Controle op het fil- 
terpersstation. — Arch. S. I. N. I. 1914, II, 
1605. 

NiEBOER (W. C). Over den invloed van 
leuconostoc op de vuilsap-filtratie. — Arch. 
S. I. N. I. 1914, II, 1657. 

Reglement voor het examen ter verkrijging 
van een diploma als chemist bij de suiker- 
industrie in Nederl. Indië, af te nemen van 
wege het Algemeen Syndicaat van Suiker- 
fabrikanten in Nederl. Indië. — Arch. S. I. 
N. I. 1914, II, 1723. 

Programma voor bovenbedoeld examen. — 
Arch. S. I. N. I. 1914, II, 1725. 

SoRMANi (A. Th.). Over de controle op het 
füterpersstation. — Arch. S. I. N. I. 1914, 
II, 1755. — Antwoord op bovenstaand arti- 
kel, door J. Spaich. — Ibid. 1915, I, 469. 

Bero (G. van den). Shredders. — Arch. 
S. I. N. I. 1914, II, 1766. — Opmerkingen, 
door S. E. Prins. — Ibid. 1915, I, 345. 

Eerens (E. F. J. de). Beschouwingen over 
de toepassing van kracht verdamping in de sui- 
kerfabriek. — Arch. S. I. N. I. 1914, II, 1818. 

Schweizer (A.) en G. Loos. Invloed van 
zuurstof op de ontleding van invertsuiker 
door kalk. — Arch. S. I. N. I. 1914, II, 1855. 



Haan (J. S. de). Carbonatatie tegenover de 
fecatie. — Arch. S. I. N. I. 1914, II, 1886. 

TöNJES (C. A.). Een en ander over de on- 
derlinge controle. — Arch. S. I. N. I. 1915, 
I, 61. — Opmerkingen, door Th. A. Jen- 
TiNKen H. F. M. van der Nes. — Ibid. 1915, 
I, 287, 291. 

Haar (J. van der). De nieuwe molencon- 
tróle. — Arch. S. I. N. I. 1915, I, 163. — 
Antwoord op vorenstaand artikel, door F. 
W. Bolk. — Ibid. 1915, I, 173. — Repliek, 
door J. VAN DER Haar. — Ibid. 1915, I, 467. 

Clercq (H. de). Hydraulische rem voor 
centrifuges. — Arch. S. I. N. I. 1915, I, 297. 

Claassen (Dr. H.). Proeven over de op- 
losbaarheid en kristalUseerbaarheid van sui- 
ker in de sappen en stropen uit het bedrijf en 
over de kristalUseerbaarheid tot uitgeputte 
melasse. (Ontleend aan het „Zeitschr. des Ver- 
eins der D. Zuckerirvdustrié", 1914). — 
Arch. 8. I. N. I. 1915, I, 303. 

Haan (J. S. de). Invloed der methode van 
sapzuivering op de melasseproductie. — 
Arch. S. I. N. I. 1915, I, 878. 

Briais Backer (H. S. de). Sapmonster- 
molentje en sapmonstername. M. ill. — 
Arch. S. I. N. I. 1915, 1, 888. 

Bolk (F. W. ). Het breken van molenassen 

- Arch. S. I. N. I. 1915, I, 599. 

Borstelstanden, gelijkstroomdynamo's 

en motoren. M. ill. — Arch. S. I. N. I. 1915, 
1,602. 

Molenrol van Messchaert. — Arch. 



S. I. N. I. 1915, 1, 609. 

Linden (Dr. T. van der). Over de ontle- 
ding der reduceerende suiker onder omstan- 
digheden, zooals die bij de rietsuikerfabri- 
catie optreden. — Arch. S. I. N. 1. 1915,1,653. 

Graswinckel (A. D.). Toestel voor het 
continu nemen van wastewatermonsters. 
M. ill. — Arch. S. I. N. I. 1915, I, 703. 

Herzfeld (Prof. Dr. A.). Over de zuiver- 
heid van de aan de ruwsuikerklevende stroop. 
— Arch. S. I. N. I. 1915, I, 904. — Zie ook: 
Ibid. 1915, 1, 938. 



218 



SUIKERFABRICAGE. 



De schuimgisting van de naproducten der 
rietsuikerfabrikatie. — Arch. S. I. N. I. 1915, 
I, 944. 

Linden (Dr. T. van deb). Beschouwingen 
over de melassevorming van phasentheore- 
tisch standpunt. M. ill. — Arch. S. I. N. I. 
1915, II, 1033, 1389. 

ScHWEiZEE (A.). De phasenchemische be- 
schouwingswijze van melasse. — Arch. 
S. I. N. I. 1915, II, 1054. 

Pénakd (W. J. ). Automatisch weegtoestel 
voor vloeistoffen „patent CocHius". — Arch. 
S. I. N. I. 1915, 1, 699. — Het weegapparaat 
van CoCHius, door C. J. Tönjes. — Ihid. 
1915, II, 1056. — CoCHius-weegtoestel. Re- 
pUek, door W. J. Pénaed. — Ihid. 1915, II, 
1116. — Het CocHlus-weegtoestel. Kritiek 
op de beschouwing n van W. J. Pénaed, 
door J. Spaich. — Ihid. 1915, II, 1217. 

Peinsen Geeeligs (Dr H. C). Een auto- 
matisch toestel voor het wegen van ampas. — 
Ind. Merc. 1915, 699. 

KoYDL (Th.). Over het koken in verband 
met de affineerbjiarheid der ruwsuiker. (Ont- 
leend aan het „Zeitschr. f. Zuckerindustrie in 
BöhmerC\ 1915). — Arch. S. I. N. I. 1915, II, 
1219. 

Controle op de aangevoerde hoeveelheid 
suikerriet en het daarvan verkregen ruwsap. 
— T.N. L.N. I. 91(1915), 7. 

Verdamping in de suikerfabrieken. (Ont- 
leend aan het „Bïdl. de V Association des 
Chemistes", 1915). M. ill. — Arch. S. I. N. I. 
1915, II, 1347. 

Bolk (F. W.). De nieuwe molencontróle 
1915. — Arch. S. I. N. I. 1915, II, 1431. — 
Zie ook: Ihid. 1915, II, 1471. 

Defecatie met afgewerkten stoom, ver- 
harde melasse en afzoeten van filterpersen. — 
Arch. S. I. N. I. 1915, II, 1479. 

Jentink (Th. A.). Vergelijking tusschen 
enkele gebruikelijke sulfitatie-defecatiemid- 
delen en het verloop van het kalkcijfer hier- 
bij. — Arch. S. I. N. I. 1915, II, 1486. 

Haeeevelt (Ph. van). Tabellen van van 
MOLL ter berekening van winbare suiker. — 
Arch. S. I. N. I. 1915, II, 1563. 



LÉON (C. N. J.). De nieuwe molencontróle - 
— Arch. S. I. N. I. 1915, II, 1570. — Ant. 
woord op bovenstaand artikel, door F. W. 
Bolk. — Ihid. 1915, II, 1578. 

NiEBOEE (W. C. ). Verliezen bij het mo- 
lenstation. — Arch. S. I. N. I. 1915, II, 
1585. — Antwoord op bovenstaand artikel, 
door F. W. Bolk. — Ihid. 1915, II, 1587. 

LÉON (C. N. J.). Het procédé-BACH. — 
Arch. S. I. N. I. 1915, II, 1641. 

Glahn (G. von). Suikerverliezen bij het 
molenstation. — Arch. S. I. N. I. 1915, II, 
1657. 

Hoest (E. C. J. van dee). SuikerbepaUng 
in ampas. — Arch. S. I. N I. 1915, II, 1734. 

Bos ( J. ). Beton, toegepast bij het maken 
van molenfundaties. — Arch. S. I. N. I. 1915, 
II, 1789. 

Geeve (A. e.). Middel ter voorkoming van 
greindoorlaten bij het centrifugeeren. M. 
ill. — Arch .S. I. N. I. 1915, II, 1874. 

Hadjie Sakoee Ganny. Verharde melas- 
se. .. en ciiicanes. (Overgenomen uit de Nieuwe 
Soerab. Courant van 6 November 1915). Met 
aanteekeningen van DouGLAS. — Arch. 
S. I. N. I. 1915, II, 1886, 1888. 

ZiJLL DE Jong (A. van). Resultaten der 
proeven, genomen met de KELLY-filterpers op 
de S. f. Maron. M. ill. — Arch. S I. N. I. 
1915, II, 1896. 

DrxHOOEN (F. van). Eenvoudigste sui- 
kerbepaling in ampas. — Arch. S. I. N. I. 
1915, II, 1907. 

Llnden (Dr. T. van der). Onderzoekingen 
over ontleding en ontledingsproducten van 
glucose. — Arch. S. I. N. I. 1915, II, 1979. 

Lulofs (C). De fabrikatie van „jaggery" 
(ingedampt rietsap) in Zuid-Indië en in de 
Padangsche Bovenlanden. 31. ill. — T. B. B. 
49 (1915), 479. — Zie ook: Ind. Merc. 1915, 
817. 

Prinsen Geeblios (Dr. H. C). Eenige bij- 



I 



SUIKERHANDEL EN -MARKT. — TABAK. 



219 



zonderheden uit de techniek van de suiker, 
industrie op Java. — Tijdschr. Techn. Ver- 
Beetwortelsuikerfabr. 1915—1916, 34. 



d. Stjikerhandel. 



Suikermarkt. 



Java-suiker. 
320. 



T. N. L. N. I. 82 (1911), 



De toenemende beteekenis van de Java- 
suiker op de Britsch-Indische markt. — 
Korte Berichten. 2 (1911—12), 38a 

Java-suiker naar Japan. (Ontkend aan den 
„Japan Chronide" van 20 Augustus 1912). — 
Arch. S. I. N. I. 1913, II, 1569. 

Prinsen Geerligs (Dr. H. C). Tabel voor 
de gemakkelijke omrekening van suiker van 
iedere samenstelling tot haar equivalent in 
standaar dmuscovado. — Arch. S. I. N. I. 
1912, II, 1591. 

Verminderde invoer van Java-suiker in de 
Vereenigde Staten. —T. N. L. N. I. 84 (1912), 
52. 

Verslag van het behandelde in de zevende 
zitting van de Internationale Commissie voor 
de uniformiteit van suikeranalyse, gehouden 
op 10 September 1912, te New York. — 
Arch S. I. N. I. 1912, II, 1797. 

De toenemende beteekenis van de Java- 
suiker op de Britsch-Indische markt. (Ont- 
leend aan het Bulletin Agricole). — Arch. S. I. 
N. I. 1912, II, 1818. 

Toestand der suikermarkt. (Ontleend aan 
„Deutsche Zuckerindtistrie", 1913). — Arch. 
S. I. N. I. 1913, 1, 173. 

Java-suikerinvoer in Mandsjoerije. (Ont- 
leend aan de „Korte Berichten''). — Arch. S. I. 
N. I. 1913, 1, 236. 

Verpakking van Java-suiker. (Klachten 
over onvoldoende verpakking der in Britsch- 
Indië ingevoerde Java-suiker. ) — Arch. S. I. 
N. I. 1913, 1, 341. 

Algemeene suikermarktbeschouwing over 
1912. — Arch S. I. N. I. 1913, 1, 771. 

Prinsen Geerligs (Dr. H. C). De suiker 
in de nieuwe tariefwetgeving in de Vereenigde 
Staten. — Ind. Merc. 1913, 717. 



Prinsen Geerligs (Dr. H. C.) Vermoede- 
lijke gevolgen van de nieuwe Amerikaansche 
suikerwetgeving. — Ind. Merc. 1913, 791. 

Ontwerp algemeene voorwaarden voor den 
koop en verkoop van suiker, ontworpen door 
Mr. A. Paets tot Gansoyen. Met toelichting 
en naschrift van de Redactie. — T. N. L. N. I. 
87 (1913), 33, 53, 65. 

De suikeruitvoer van Neder landsch-Indië 
in de laatste 3 jaren. — T. N. L. N. I. 88 
(1914), 183. 

De waardebepalingen van ruwe suikers. — 
Arch. S. I. N. I. 1914, II, 1778. 

Prinsen Geerligs (Dr. H. C. ). De aankoop 
van Java-suiker door de Britsche Regeering 
in Augustus 1914. — Ind. Merc. 1915, 493. 

Geuns (M. van). De suikermarkt in de 
naaste toekomst. (Ontleend aan het Soerab. 
Handelsblad). — I. G. 1915, II, 1666. 

4. Tabak. — Thee. — Specerijen, 
— Cacao. 

Bijlert (Dr. A. van). Tabakscultuur op 
Sumatra's Oostkust. — Tijdschr. v. Econ. 
Geogr. 2 (1911), 75. 

MiEHE (Prof. Dr. H. ). Der Tabakbau in den 
Vorstenlanden auf Java. — Tropenpflanzer. 15 
(1911), 559, 605. 

Kasteleijn (J. J. C). Proeven met het 
planten op zoogenaamde dubbele rijen en 
enkele rijen. — Meded. Deli-Proefstaltion. 6 
(1911—12), 38. 

Weigand (K. L.). Der Tabakbau in Nie- 
derlandisch -Indien. Seine ökonomische und 
KommerzieUe Bedeutung mit besonderer 
Berücksichtigung von Deli-Sumatra. M. 
UI. — Probleme der W eltivirtschaft. Schrif- 
ten des Inst. f. Seeverkehr u. s. w. an der 
Universitat Kiel. IV, Jena 1911. — Een Duit- 
sche studie over de Tabakscultuur in Ne- 
derlandsch-Indië. Door D. (Naar aanleiding 
van bovenstaande studie). — Ind. Merc. 
1911, 1091. 

Zeijlstra (Dr. H. H ). De tabakscultuur 
in Neder landsch-Indië. M. UI. — Buiten. 
5 (1911), 388, 400. 



220 



TABAK. 



De uitgestrektheid der cultuur van tabak 
en thee op Java op 1 Januari 1912. — Korte 
Berichten. 2 (1911—12), 181. 

BussY (Dr. L. P. de). Een bezoek aan een 
tabaksonderneming met schaduwcultuur in 
de Connecticut Valley. — Meded. Deli- 
Proef station. 6 (1911—12), 95. 

Kastkleijn (J. S. C). Proeven in verband 
met een verandering in de Delische werk- 
wijze. — Meded. Deli-Proef station. 6 (1911 — 
12) 123. 

Vries (O. de). Bemestingsproeven 1910/11. 

— Meded. Proefstation voor Tabak. N°. 5 
(1912). 

Plandwijdte proeven. — Meded. 

Proefstation voor Tabak. N°. 6 (1912). 

Ultée (Dr. A. L.). Bemestingsproeven bij 
tabak en rubber. — Meded. Besoekisch Proef- 
station. N°. 2, blz. 1. 

Amkhyn. Note sur la culture du tabac a 
Sumatra. M. ill. — Bvll. Agric. Congo Beige. 
3 (1912), 589. 

De tabakscultuur in Bezoeki. (Ontleend 
aan eene correspondentie uit Djember in de 
Locomotief). — Ind. Merc. 1912, 294. 

TiJMSTRA Bz. (Dr. A.) en Dr. J. G. C. 
Vriens. Tabaksfermentatie. — Meded. Deli- 
Proef station. 6 (1911—12), 301 ; 7 (1912—13), 
16, 89, 174, 185, 254, 285, 347. 

Bltnk (Dr. H.). Tabak, tabakcultuur, 
tabakshandel en tabaksindustrie der aarde. 
(ELierin o.a. een hoofdstuk over de tabaks- 
cultuur in Nederl. Indië). M. ill. — Tijdschr. 
V. Econ. Geogr. 3 (1912), 310, 329. 

Vries (Dr. O. de). De opdroging van tabak 
in de hangloodsen. — Sleded. Proefstation 
voor Tabak. N°. 4 (1912). 

TiJMSTRA Bz. (Dr. S.). De brandbaarheid 
van tabak. II. — Meded. Deli-Proef station. 
6 (1911—12), 257. 

BussY (Dr. L. P. de) en Dr. J. A. Honing. 
Voorschriften en recepten voor de behande- 
ling van tabakszaad bodden. — Meded. Deli- 
Proefstaticm. 6 (1911—12), 141. 



Honing (Dr. J. A.). De kiemenergie van 
het Deli-tabakszaad. — Meded. Deli-Proef- 
station. 6 (1911—12), 173. 

De bereiding van tabak. Hare cultuur en 
hare scheikunde. (Ontleend aan de Scientific 
American.). — T. N. L. N. I. 82 (1911), 198. 

Riemsdijk (A. J. van). Een nieuwe zaai- 
methode. M. bijl. — Meded. Proefstation voor 
Tabak. N°. 7 (1913). 

HoNTNG (Dr. J. A. ). De proef van Hegyi 
herhaald met tabakszaad. — Meded. Deli- 
Proefstation. 7 (1912—13), 70. 

Fremery (F. de). De proef met gedroogd 
tabakszaad. — Meded. Deli-Proefstation. 7 
(1912—13), 72. 

DiEM (Dr. K.). Vragen van den dag bij de 
tabakscultuur in Deli. — Meded. Deli-Proef- 
station. 7 (1912—13), 73. 

HoNDius Jz. (P.). Kameroen -tabak con- 
currentie voor Sumatra-tabak. — Ind. Merc. 
1913, 183. 

DiEM (Dr. K. ). Overplanten van crotalaria 
striata (orok-orok). — Meded. Deli-Proef- 
station. 7 (1912—13), 315. 

Honing (J. A. ). Een tweetal gebreken van 
het in Deli gebruikte crotalaria-zaad. — 
Meded. Ddi-Proefstation. 7 (1912—13), 395. 

BussY (Dr. L. P.). Naar aanleiding van 
circulaire N°. 14 over het planten van mals 
tusschen de tabak. — Meded. Deli-Proef- 
station. 7 (1912—13), 419. 

Horst (H. A.). Iets over de diepe grond- 
bewerking bij de tabakscultuur in de Vorsten- 
landen. — CtUtura. 25 (1913), 232. 

DiEM (Dr. K.). Cultuurproevcn op tabaks- 
zaadbedden. — Meded. Deli- Proefstation. 
7 (1912—13), 443. 

Remmert (Dr. E. W. ). Iets over nat mesten. 

— Meded. Deli-Proefstation. 7 (1912—13), 
469, 499. 

Honing (J. A.). Een eenvoudig middel 
tegen de hardheid van het Crotalaria-zaad. 

— Meded. Ddi-Proefstution. 7 (1912—13), 
511. 



TABAK. 



221 



LoRRAiN (A. Le). Anak-kajoe's van Lam- 
toro. —Meded. Deli-Proefstation. 7 (1912—13), 
513. 

DiEM (Dr. K. ). Pootproeven met Deü-tabak. 

— Meded. Deli-Proefstation. 7 (1912— 13), 4. 

Honing (J. A.). Hoe moet men trachten 
een tabaksras te verkrijgen, dat immuun 
is tegen slijmziekte ? — Meded. Deli-Proef- 
station. 7 (1912—13), 12. 

Beschouwingen van een tabakker. M. ill. 

— De Handel. 7 (1913), 112. 

Remmert (Dr. E. W.). De tabaksasch- 
analyse der laatste 10 jaren. — Med. Deli- 
Proefstation. 8 (1913—14), 22. 

Honing (J. A.). Waar blijft de petroleum 
uit de petroleum-zeep-emulsie op de zaad- 
bedden ? — Meded. Deli-Proefstation. 8 
(1913—14), 26. 

Bemestingsproeven met tabak. (Ont- 
leend aan de Mededeelingen van het Proef- 
station voor Vorsterdandsche Tabak. N°. 11). 

— Teysm. 24 (1913), 580. — Zie ook: Ibid. 
24 (1913), 585. 

Meijlink (C. H. G. ). Tabaksasch- bereiding 
M. ill. — Meded. Deli-Proefstation. 8(1913), 
14), 87. 

Honing (J. A.). De bastaardeer ings- en 
selectieproeven met tabak op Java. (Verslag 
over een studiereis naar Djember en de Vor- 
stenlanden). — Meded. Deli-Proefstation. 
8 (1913—14), 135. 

Ultée (Dr. A. J.). Bemestingsproeven bij 
tabak, 1912/1913. — Meded. Besoekisch 
Proefstation. N°. 4. 

DiEM (Dr. K.). Over het vermengen van 
meststoffen. — Meded. Deli-Proefstation. 
8 (1913—14), 112. 

KxiNK (F. L.). Herbossching met Crota- 
laria Striata (Orok-orok). — Meded. Deli- 
Proefstation. 8 (1913—14), 118. 

Honing ( J. A. ). Het drogen van Crotalaria- 
vruchten en Crotalaria-zaaxi. — Meded. Deli- 
Proefstation. 8 (1913—14), 120. 

Deli-tabak een mengsel van rassen. 



die in bladbreedte en aantal bladeren ver- 
schillen. — Meded. Deli-Proefstation. 8 (1913 — 
14), 155. 

BussY (Dr. L. P. de). Dr. S. Tijmstra Bz. 
en J. A. Honing. Scheikundige, bacteriolo- 
gische en landbouwkundige onderzoekingen 
over een grondbewerkingsproef. — Meded. 
Deli-Proefstation. 8 (1913—14), 241. 

Regelen in het belang van de Bezoekische 
tabakscultuur. (Ontleend aan de Java-Bode). 
— Ind. Merc. 1914, 492. 



Het tabaksjaar 1913. — Teysm. 25 (1914), 



93. 



Tijmstra Bzn. (Dr. S. ). De brandbaarheid 
van tabak. — Bvll. Deli-Proefstation. Decem- 
ber 1914. 

Meeteren Brouwer (P. A. van). Een en 
ander over Burma-tabak. — Meded. Deli- 
Proefstation. 8 (1913—14), 268. 

Diem (Dr. K.). Bemestingsproeven op 
zaadbedden in 1914. — Meded. Deli-Proef- 
station. 8 (1913—14), 283. 

Some facts about tobacco. — Essays 
Netherl. E. I. San Francisco-Committee. N°. 22. 

HuGES (J.). Het gebruik van kiembakken 
bij den aanleg van zaadbedden. M. ill. — 
Meded. Deli-Proefstation. 8 (1913—14), 49. 

Vries (Dr. O. de). De tabakscultuur in het 
Bezoekische. (Overzicht van een rapport 
daarover). — T. N. L. N. I. 91 (1915), 59. 

HoNDius Jz. (P.). Bemestingsproeven met 
kalk op tabaksgronden 1912 — 14. — Ind. 
Merc. 1915, 837. 



Vries (Dr. O. de). Tabak. M. ill. 
Koloniale Landbouw. N°. 8. 



Onze 



Ultée (Dr. A. J.). Verslag over enkele be- 
mestingsproeven bij tabak, 1913 — 14. — 
Meded. Besoekisch Proefstation. N°. 14, blz. 1. 
— Zie ook: Teysm. 26 (1915), 442. 

Sprecher (Dr. A.). Bijdrage tot de selectie 
van tabak. — Meded. Besoekisch Proefstation. 
N°. 9. 

Tabaksproductie en tabakshandel. 2e Ge- 



222 



TABAK. — THEE. 



deelte. De landen buiten Europa. I. Neder - 
landsch-Indië. — Korte Berichten. 5 (1915 — 
16), 346. 

Jasper (J. E.). De beteekenis van de 
tabakscultuur en bereiding in de afdeeling 
Toe ban. — T. B. B. 49 (1915), 331. 

HoNrNG (J. A.). Deli-tabak een mengsel 
van typen. — Buil. Deli-Proefstation, Janu- 
ari 1915. 



Nannenga (Dr. A. W. ). Nieuws uit Java's 
theedistricten. M. ill. — Ind. Merc. 1911, 
407, 570, 746. 

NoEDHEiM (R. von). Bemestingsproeven 
in theetuinen in overleg met het Landbouw- 
bureau van het Kali-Syndicaat te Bandoeng. 

— Teysm. 22 (1911), 237. 

» 

Bernard (Dr. Ch.) en H. L. Welter. Over 
de aanwezigheid van oxydeerende fermenten 
in fermenteerende thee en de eventueele 
invloed daarvan op de fermentatie. — Meded. 
Proefstation v. Thee. N°. 12 en 13 (1911). 

Theeproductie, theeverbruik en theehandel 
Door ***. (Handelt ook over Ned. Ind. thee- 
productie en handel). — Tijdschr. Econ. 
Geogr. 2 (1911), 247. 

Nanntnga (Dr. A. W.). Het Europeesch 
personeel der Javasche theeondernemingen. 

— Ind. Merc. 1911, 1005. — Opmerkingen 
naar aanleiding van bovenstaand artikel, 
door J. SiBiNGA Mulder. — Ibid. 1911, 
1029. — Zie ook: Ibid. 1911, 1051. 

Bosscha (K. A. R.). Theecultuur op Java. 
Voordraclit. M. ill. — Ind. Merc. 1912, 115. 
— Zieook-.Bull. Agricole du Congo Beige. 1912, 
291. 

Staub (Dr. W.). Weitere Untersuchungen 
über die in fermentierenden Thee sich vort- 
findenden Mikroorganismen. — Buil. Jardin 
Bot. 2e Serie, N°. 5. 

Welter (H. L. ). Verdere onderzoekingen 
over een in theeblad voorkomend oxydeerend 
ferment. — Meded. Proefstation v. Thee. 
N°. 15 (1911). 

Een nieuwe verflensmachine. M. ill. 



— Meded. Proefstation v. Thee. N°. 16 (1911). 



Martell (R). Teeanbau auf Java. — 
Tropenpflanzer. 16 (1912), 439. 

Zeijlstra Fzn. (Dr. H. H.). De thee- 
cultuur op Java. M. ill. — Buiten. 6 (1912), 
210. 

Bescherming van de kampong-theecultuur. 
(Ontwerp-verordening ingediend bij den ge- 
westelijken Raad der Preanger Regentschap- 
pen tot bescherming der volkstheecultuur in 
dat gewest). — Ind. Merc. 1912, 693. 

Nannxnga (Dr. A. W.). Eenige oorzaken 
voor de verbetering in de kwaliteit der Java- 
theeën gedurende de laatste 10 a 15 jaren. 
Résumé eener voordracht. — Ind. Merc. 
1912, 735. 

KuHL (J. H. F.). Snoei en pluk bij de 
theecultuur. Voordracht met debat- — Publ. 
N. I. Landb. Synd. 4 (1912), 426. 

Teun (J. W. va2^). Cultuur der thee en 
hare bereiding. Voordracht met debat. — 
Publ. N. I. Landb. Synd. 4 (1912), 737, 747. 

Eene toekomst voor Java-thee in de Ver- 
eenigde Staten van Noord -Amerika. — Korte 
Berichten. 2 (1911—12), 337. 

De theecultuur ter Sumatra's Westkust. 

— Ind. Merc. 1912, 1075. 

Bernard (Dr. Ch. ). Culture du thé a Java. 

— Le Globe. 1912, blz. 1. 

Matjrenbrecher (Dr. A. D.). Een kopje 
thee. Zijn chemie, physiologie en aesthetica. 
(Ontleend aan de„Scientific American", 1912). 

— Teysm. 23 (1912), 492. 

Nanninga (Dr. A. W.). Eenige oorzaken 
voor de verbetering in de kwaliteit der Java- 
thee gedurende de laatste 10 a 15 jaren. — 
Voordr. Landb. Tentoorwit. Deventer. 1912, 22. 

Kruijff (G. de). Een moderne theefabriek 
(Soejadi in de Preanger Regentschappen). 
M. ill. — Weekbl. v. /rarfte. 9(1912— 13), 986. 

Thee. M. ill. — Beknopte gegevens over 
Cultuurgewassen. N°. 12. 

Staub (Dr. W.) en Dr. J. J. B. Deuss. 
Nadere onderzoekingen over de in fermen- 
teerende thee zich bevindende microorga- 



THEE. 



223 



nismen. — Meded. Proefstation v. Thee. N°. 
18 (1912). 

Bbrnabd (Dr. Ch.). Verslag over een reis 
naar Ceylon en Britsch Indië, ter bestudee- 
ring van de theecultuur. M. UI. — Meded. 
Proefstation v. Thee. N°. 20 (1912). — Beoor- 
deeling door Dr. A. W. Nanninga van 
bovenstaand verslag. — Ind. Merc. 1913, 
272, 311. — Zie ook: Teysm. 24(1913), 22; 
T. N. L. N. I. 86 (1913), 76; T. B. B. 47 
(1913), 154. 

Bernabd (Dr. Ch.) en P. van Leersum. 
De selectie van de theeplant. M. UI. — Meded. 
Proefstation v. Thee. N°. 21 en 26 (1913); 
N°. 43(1915), blz. 1. 

Bernabd (Dr. Ch.) en Dr. J. J. B. Deuss. 
De controle der ingevoerde thee zaden. — 
Meded. Proefstation v. Thee. N°. 22 (1913). 

Verslag van het Proefstation voor Thee 
over het jaar 1912. — Meded. Proefstation v. 
Thee. N°. 23 (1913). — Idem over 1913. — 
Ihid. N°. 28 (1914). — Idem over 1914. — 
Ihid. N°. 34 (1915). 

Reijnst (A. e.). Theecultuur op kleine 
schaal. — Meded. Proefstation v. Thee. N°. 24 
(1913), 2. 

Bosscha (K. A. R.) en Dr. A. D. Mauren- 
brecher. Proeven met looizuur (in het thee- 
blad) op Malabar genomen. — Meded. Proef- 
station V. Thee. N°. 24 (1913). 

Productie en consumptie van thee in 
1911—12. Door H. — y. N. L. N. I. 86(1913), 
120. 

Struick (Th.). Een goede reclame voor 
Java-thee in de Vereenigde Staten van Noord- 
Amerika. — T. N. L. N. I. 86 (1913), 127. 

Bernard (Dr. CH.)en Dr. J. J. B. Deuss. 
Over het teeren der snoeiwonden bij de thee. 
— Meded. Proefstation v. Thee. N°. 25(1913). 

Bemestingsproeven in theetuinen. Voor- 

loopige mededeeling. M. UI. — Meded. Proef- 
station V. Thee. N°. 25 (1913), 9; N°. 30 
(1914), blz. 1. 

Bernard (Dr. Ch.). Leucaena Glauca als 
groene bemester in de theetuinen. M. UI. — 
Meded. Proefstation v. Thee. N°. 25 (1913), 27. 



Nanninga (Dr. A. W.). De theecultuur 
op Java. Voordracht. — Bvll. Kol. Museum. 
N°. 52, blz. 38. 

Horst (H. A.). Kampong-thee in het Soe- 
kaboemische. — Cultura. 25 (1913), 428. 

Deuss (Dr. J. J. B.). De theecultuur. M. 
UI. — Onze Koloniale Landbouw. N°. 6. 

Voorloopige mededecUng over de thee- 
looistof. — Meded. Proefstation v. Thee. N°. 27 
(1913). 

Bernabd (Dr. Ch.). De theecultuur op 
Sumatra. — Ind. Merc. 1914, 619. 

Deuss (Dr. J. J. B.). Over theecultuur, 
theebereiding en theehandel. — Teysm. 24 
(1913), 702; 25 (1914), 18. 

Bebnard (Dr. Ch. ). Eenige actueele kwes- 
ties betreffende de cultuur van- en den handel 
in thee. — T. N. L. N. I. 88 (1914), 137. 



LuLOFS (C). Sumatra-thee. 
46 (1914), 229. 



T. B. B. 



De theecultuur op Sumatra en hoe men 
daarover in de Engelsche koloniën denkt. 
Door W. (Ontleend aan het Bat. Nieuwsblad 
van 22 Juni 1914). — T. N. L. N. I. 88 (1914), 
443. 

Reijnst (A. E.). Theecultuur op kleine 
schaal. — Public. N. I. Landb. Synd. 6 
(1914), 64. — Antwoord op bovenstaand 
artikel, door M. — Ibid. 6 (1914), 71. — 
Repliek, door A. E. Reijnst. — Ibid. 6 
(1914), 76. — Dupliek, door M. — Ibid. 6 
(1914), 79. — Opmerkingen naar aanleiding 
van bovenstaande polemiek, door J. H. F. 
KuHL. — Ibid. 6 (1914), 83. 

Nanninga (Dr. A. W.). Bespreking van: 
„Verslag van eene reis naar Sumatra's Oost- 
kust en de Padangsche Bovenlanden ter be- 
studeering van de theecultuur. Door Dr. Ch. 
Bernard. Batavia 1914". — Ind. Merc. 
1914, 777, 814. — Zie ook: T. N. L. N. I. 
89 (1914), 14. 

Beguin (V. M. A.). Over groenbemesting 
in de theecultuur. — /. G. 1914, II, 1329. — 
Zie ook: T. N. L. N. I. 89 (1914), 394. 

Bosscha (K. A. R.). Bemestingsproeven 



224 



THEE. 



genomen te Malabar. — Meded. Proefstation 
voor Thee. N°. 30 (1914), 30; N°. 37 (1915), 1. 

Propaganda voor Java-thee in het Buiten- 
land. Het Rapport der Thee-Propaganda- 
Commissie. — T. N. L. N. I. 89 (1914), 22. 

Deuss (Dr. J. J. B.). Beknopt overzicht 
over de onderzoekingen van Dr. P. van Rom- 
BURGH, C. E. J. LoHMANN en Dr. A. W. Nan- 
NINGA. (1892 — 1906). — Meded. Proefstation 
V. Thee. N°. 31 (1914). 

Surrogaten voor thee, in het bij- 



zonder de maté, en hare vervalschingen. — 
Teysm. 25 (1914), 406. 

Een Tea-Cess voor Java. Door S. — Pintoe 
Perniagadn. N°. 62 (1914), 17. 

Oever (Dr. H. ten). De voorziening in de 
houtbehoefte der theecultuur. Voordracht. 

— Publ. N. I. Landb. Synd. 6 (1914), 1067. 

— Zie ook: Ind. Merc. 1915, 80; Tectona. 
7 (1914), 799. 

VuuBEN (O. van). De theecultuur in de 
Preanger. Voordracht met debat. M. ill. — 
Ind. Merc. 1915, 97. 

Begtjin (V. M. A. ). Over theebereiding. — 
Ind. Merc. 1915, 150. 

Een gewestelijke maatregel (verordening 
tot bescherming der volkstheecultuur in de 
Pranger Regentschappen) in het belang van 
den Inlandschen landbouw. (Overzicht van 
een artikel in de Locomotief van 11 Februari 
1915). — /. O. 1915, I, 711. 

Edwards (H. J.). Java-tea. — Essays 
Netherl. E. I. San Francisco-Committee. N°. 19. 

Bebnard (Dr. Ch.). De theecultuur op 
Sumatra. Voordracht. — T. N. L. N. I. 90 
(1915), 283. 

PiSTORius (E.). Iets over het sorteeren 
van thee. — Teysm. 26 (1915), 199. 

Theecultuur ter Oostkust van Sumatra. — 
T. B. B. 48 (1915), 64. 

Bebnard (Dr. Ch.). Over twee hulpthee- 
rollers. M. ill. — Teysm. 26 (1915), 398. 

LuLOFS (C). De beschikking over de na 



de opheffing der gouvernements-koffiecultuur 
vrijkomende gronden in verband met de 
theecultuur der Inlandsche bevolking. — 
T. B. B. 49 (1915), 310. 

Inlandsche theecultuur. (Ontleend aan de 
Javabode van 28 Augustus 1915). Met op- 
merkingen van C. LuLOFS. — T. B. B. 49 
(1915), 313, 316. 

Deuss (Dr. J. J. B.). Over enkele factoren, 
in eventueel verband met de kwaliteit der 
thee. — Meded. Proefstation voor Thee. N°. 42 
(1915). 

Reijnst (A. E.). Het productie vermogen 
van den theeheester. — Meded. Proefstation 
voor Thee. N°. 37 (1915), 11. 

Bernard (Dr. Ch.). De door de vorst op 
de Pengaiengansche hoogvlakte veroorzaakte 
schade. — Meded. Proefstation v. Thee. N°. 38. 
(1915). 

Over zaadtuinen. — Meded. Proefstation 



voor Thee. N°. 39. (1915). 

De bereiding van groene en zwarte thee 
door de Inlandsche bevolking in de afdeeling 
Limbangan. M. ill. — Pèmimpin Péngoesaha 
Tanah. 1 (1915), N°. 4, blz. 1. 

WoLFF (J.). Over de hulp die het Depar- 
tement van Landbouw, Nijverheid en Handel 
den Inlandschen theeplanter biedt. — Pë- 
mimpin Péngoesaha Tanah. 1 (1915), N°. 4, 
blz. 15. 

Koorenhof (A. C). De theecultuur in de 
Preanger Regentschappen. M. ill. — Pémim- 
pin Péngoesaha Tanah. 1 (1915), N°. 5, blz. 
6; N°. 6, blz. 1. 

Bernard (Dr. Ch.). De theecultuur op de 
Oostkust van Sumatra. — Meded. Proefsta- 
tion voor Thee. N°. 41 (1915). 

Over de kieming van de theezaden. — 

Meded. Proefstation voor Thee. N°. 43 (1915), 
30. 

Deuss (Dr. J. J. B.). Over enkele factoren, 
in eventueel verband met de kwalittnt der 
thee. — Meded. Proefstation voor Thee. No. 
42 (1915). 

CoHEN Stuart (Dr. ). Orienteerende onder- 



SPECERIJEN. — CACAO. 



KINA. 



225 



zoekingen ten dienste van de selectie der 
thee plant. — Meded. Proefstation voor Thee. 
N°. 43 (1915). 



De pepercultuur in de Buitenbezittingen. 

— Korte Berichten. 1 (1910—11), 240, 352; 2 
(1911—12), 12, 29, 45, 62, 77, 92, 108, 125, 156. 

— Zie ook: Meded. Encycl. Bureau. Afl. 5 
(1914). 

Een en ander over de kaneelcultuur. Door 
H. (Ontleend aan de „Scientific American"). — 
T. N. L. N. I. 85 (1912), 383. 

BooRSMA (W. G.). Vervalschte djinten 
(komijn). — Teysm. 24 (1913), 645. 

Spices. — Essai/s Netherl. E. I. San Fran- 
cisco-Committee. N°. 27. 

Smits. De cultuur van kaneelin de Minang- 
kabausche landen. M. ill. — Pëmimpin 
Pëngoesaha Tanah. 1 (1915), N°. 6, blz. 33. 



Lange Jr. (Dr. D. de). Tweede verslag 
van de bemest ingsproe ven met cacao op de 
onderneming Getas. — Cultuurgids. 13 (1911), 
2e ged., 35. 

Hall (Dr. C. J. J. van). Oculeeren, enten 
en marcotteeren van cacao. M. ill. — Meded. 
Proefstation Midden-Java. N°. 2 (1911). 

Jong (Dr. A. W. K. de). Bemestingsproe- 
ven met cacao. — Teysm. 22 (1911), 254. 

L,VNGE Jr. (Dr. D. de). Aanteekeningen 
over de in den Cultuurtuin te Salatiga aan- 
geplante cacao-varieteiten. — Cultuurgids. 
13(1911), 2e ged., 119. 

Enkele mededeelingen over den groei 

van cacaokolven in verband met haren ouder- 
dom. — Cultuurgids. 13 (1911), 2e ged., 87. 

Lambert (G.). De fermentatie van cacao. 
(Ontleend aan het „Bulletin des Sciences phar- 
macologiques", 1911). — Ind. Merc. 1912, 21. 

Nieuwe cacao-variëteiten. (Ontleend aan 
het Verslag van het Proefstation Midden-Java). 
— Ind. Merc. 1912, 1026. 

Perrot (Dr. E. ). Sur quelques points de 



l'histoire et de la préparation du cacao. Voor- 
dracht. M. ill. — Voordr. Kol. Landb. Ten- 
toonst. Deventer. 1912, 167. 

Faber (Dr. F. C. von). Iets over de be- 
stuiving en beATTuchting van cacao. Voor- 
dracht met debat. — Versl. Ie Verg. Pers, 
Partic. Proefstations en Ambt. Dep. v. Landb., 
Nijverh. en Handel. Bandoeng 19 — 21 Aug. 
1912, blz. 33. 

Iets uit de geschiedenis van de cacao. Door 
J. H. — /. G. 1913, I, 809. 

Hall (Dr. C. J. J. van). Eerste verslag van 
de cacao-selectie. — Meded. Proefstation. 
Midden-Java. N°. 10 (1913). 

Held (J. G. v. d.). Het occuleeren van 
cacao. M. ill. — Ind. Merc. 1914, 270. 

Mac Gillavby (E. E. L.) en Dr. C. J. J. 
VAN Hall. Tweede verslag van de cacao- 
selectie op Djati Roenggo. M. ill. — Meded. 
Proefstation Midden-Java. N°. 16 (1914). 

Meijer (A. H. ) en Dr. C. J. J. van Hall. 
Tweede verslag van de cacao -selectie op Getas. 
M. ill. — Meded. Proefstation Midden Java. 
N°. 17 (1914). 

Hall (Dr. C. J. J. van). Het occuleeren 
van cacao. — Teysm. 26 (1915), 267. 

De variabiliteit en productie bij cacao- 

boomen. — Teysm. 26 (1915), 423. 

Gent (H. van). Voorloopige resultaten van 
de occuleer- en entproeven met cacao. — 
Meded. uit den Cultuurtuin. N°. 5 (1915J. 

5. Kina. — Kinamxirkt. 

Leebsum (P. van). Eenige productie- 
cijfers der oudste Ledgeriania's op Java. M. 
ill. — Teysm. 22 (1911), 217. 

Maurenbrecher (Dr. A. D.). Toepassing 
der Soxlet-extractie bij de analyse van 
kinabast. — Teysm. 22 (1911), 578. 

Een krasse beschuldiging. (Open brief in 
het Algemeen Handelsblad van 13 Augustus 
1912 van S. Camphuis, beheerder der Ban- 
doengsche Kininefabriek, aan den Directeur 
van Landbouw, Handel en Nijverheid over 
het gebruikmaken door den heer van Leer- 

15 



226 



KINA. — GETAH PERTJAH. 



CAOUTCHOUC. 



SUM, Directeur der Gouvemements-Kina- 
onderneming, van eene door eerstgenoemde 
uitgevonden extractiemethode). — /. G. 1912, 
n, 1262. 

Strijd tusschen kina en kinine. (De 
Nieuwe Rotterd. Courant van 17 Juni 1912 
over de hangende quaestie tusschen de kina- 
planters in de Preanger en de kininefabri- 
kanten). — /. O. 1912, II, 1099. 

Wielen (P. van der). Gouvernements- 
Kinaonderneming. (Naar aanleiding van de 
mededeelingen daarover in het Jaarboek van 
het Departement van Landbouw over 1910). 

— Ind. Merc. 1912, 89. 

Groothoff (A.). De cultuur van kina en 
de bereiding van kinine. Voordracht. — Ind. 
Merc. 1912, 691. 

Zijp (C. van). Selectiemethode voor de 
kinacultuur. — Teysm. 23 (1912), 230. 

CoMMELiN (Dr. J. W.). De analyse van 
kinabast. — Meded. Kina-Proefstation. N°. 1. 

— Opmerkingen naar aanleiding van boven- 
staand artikel, door C. van Zijp en M. Ker- 
BOSCH. — Teysm. 23 (1912), 436, 439. — 
Nog enkele opmerkingen naar aanleiding van 
eerstgenoemd artikel, door C. van Zijp. — 
Ihid. 23 (1912), 544. 

Abrahamson (S. S.). De Gouvernements 
kinaondernemingen en kininefabrieken in 
Britsch-Indië naar officiëele verslagen. (Hier- 
in o.a. eene vergelijking met die op Java). — 
T. N. L. N. I. 84 (1912), 1. 

Nadere studie omtrent de kinapro- 
ductie en het kinine verbruik. Met bijlage: 
Analyse verslag van den heer P. vanLeersum. 

— T. N. L. N. I. 85 (1912), 72, 77, 89, 96, 100. 

Krüijsse (P. J.). Bepaling van kinine- 
sulfaat in kinabast met nitroprussidnatrium. 

— Ind. Merc. 1912, 1071; 1914, 762. 

Groothoff (A.). De kinacultuur. M. til. — 
Onze Koloniale Landbouw, N°. 3 (1912). 

De cultuur van kina en de fabricage 

van kinine. Voordracht. M. ill. — Voordr. 
Kd. Landh. Tentoonst. te Deventer. 1912, 97. 

Kinazaken. Door H. — T. N. L. N. I. 85 
(1912), 325. 



Rant (Dr. A. ). Kort« aanteekeningen over 
kina. M. ill. — Teysm. 23 (1912), 610; 26 
(1915), 54. 

Leersum (P. van). De selectie van cin- 
chona bij de Gouvemements-Kinaonderne- 
ming. M. ill. — Teysm. 23 (1912), 613. 

BÖHRiNGE (Ch.). Ceylon-Kautschuk und 
Java-Cinchona. 1912, — Tropenpflanzer. 17 
(1913), 86. 

De overeenkomst tusschen kinaproducen- 
ten en kininefabrikanten. — Ind. Merc, 

1913, 562. 

Het kina- vraagstuk op Java. Door S. — 
PintoePerniagaan.'S°. 45 (1913), 105; N°. 46 
(1913), 113, 115; N°. 52 (1913), 47. 

Sibinga Mulder (J.). De invoering der 
kina-cultuur in Azië. Voordracht. — Buil. 
Kol. Museum. N°. 52, blz. 25. 

De kina-crisis 1908 — 1913 en hare oplos- 
sing. — T. N. L. N. I. 88 (1914), 149. 

Pluim (T.). Die Einführing der Chinarinde- 
Kultur auf Java. — D. Wochenzeitung f. d. 
Niederlande und Belgien. 2 August 1914. 

De gesloten overeenkomst tusschen kina- 
planters en kininefabrikanten. — T. N. L. N. 
I. 88 (1914), 400. — Zie ook: Ind. Merc. 

1914, 869, 885. 

Cinchona. — Essays Netherl. E. I. San 
Francisco-Committee. N°. 24. 

6. Getah-pertjah. — CaxnUchouc. ') 

Frijling (W.). Caoutchouc en getah per- 
tjah. — T. B. B. 43 (1912), 284. 

Gouvernements guttuperchafabriek te 
Tjipetir. (Overzicht der discussiën in de 
Tweede Kamer naar aanleiding van het op de 
Indische Begrooting 1913 uitgetrokken be- 
drag voor den bouw van bovenvermelde fa- 
briek). — Ind. Merc. 1912, 1118. 

Uit de geschiedenis van de getah pertja. 
(Ontleend aan „The India Rubber World", 
Augustus 1915). — Ind. Merc. 1915, 739 
838, 977, 1022. 



') Zie ook de rubriek „Boschproducten" 



CAOUTCHOUC. 



227 



Ultéb (Dr. A. J. ). Gebreken bij rubber. — 
Meded. Besoekisch Proefstation. N°. 1, blz. 5. 

Een bemestingsproef bij Hevea. 



Meded. Besoekisch Proefstation. N°. 1, blz. 11. 

ToBiAS (H. A. J.). Eenige mededeelingen 
over Castilloa elastica. Voordracht met debat. 

— Publ. N. I. Landb. Synd. 2 (1910), afl. 
12, blz. 7. 

Arens (Dr. P. ). De bereiding van la- 
tex. Voordracht. — Puhl. N. I. Landb. 
Synd. 2 (1910), afl. 20, blz. 23. 

Bois (E. du). De bereiding van Hevea- 
rubber. Voordracht met debat. — Publ. N. I. 
Landb. Synd. 3 (1911), 496. 

Gouvernements-caoutchouc, getah-pertja 
en andere cultures (volgens de Koloniale 
Verslagen 1908—1910). — /. G. 1911, I, 349. 

Tapproeven en resultaten in de f icus -cul- 
tuur Roban 1901 van bet boschdistrict 
Pekalongan Kendal. Door V. R. — Tectona. 
4(1911), 61. 

Mac Gillavby (E. E. L.). Tappen en be- 
reiden van Castilloa caoutchouc op de onder- 
neming Djati Roenggo. — Cvltuurgids. 13 
(1911), Ie ged. 103. 

Zon (P. van). Isoleerstroken in caoutchouc- 
cultures. — Tectona. 4 (1911), 239. 

Ultée (Dr. A. J.) en W. van Dobssen. 
Tap- en bereidingsproeven bij Castilloa. — 
Gultuurgids. 13 (1911), 2e ged., 67. 

Helten (W. M. van). Hevea-tapproeven 
in den Cultuurtuin. — Teysm. 22 (1911), 131. 

Oogstresultaten met Ficus elastica. — 

Teysm. 22 (1911), 139. 

Les plantations et Ie personnel blanc a 
Java. — Bnll. Ass. Plant. CaotUchouc. 3 
(1911), 95. 

Berkhout (Dr. A. H.). Nach den Kaut- 
schuklanden. (Vervolg). — Tropenpflanzer. 14 
(1910), 277, 348, 405, 459; 15(1911), 148, 202, 
264, 436. 

Gelder (A. van). Het een en ander over 
winnen en bereiden van caoutchouc van de 



Ficus elastica. — Tectona. 4 (1911), 478. — 
Zie ook: Ibid. 4 (1911), 867. 

Dekker (J.). De bestrijding van het kle- 
verig worden van caoutchouc. — Ind. 
Merc. 1911, 1005. 

Bruinsma (A. e. J.). De Gouvernements- 
caoutchoucplantsoenen op Java en Noesa 
Kembangan. — Irvd. Merc. 1911, 1047. 

Dekker (J.). Caoutchouc. (Productie. — 
Verbruik. — Beplante oppervlakte en ka- 
pitaal). — Ind. Merc. 1911, 1048. 

Vogel (C. J. de). Over bereiding van rub- 
ber. — /nc^. l/erc. 1911, 1067, 1141; 1912, 159. 

Bellers (H.). Alang-alang bestrijding in 
Ficus elastica cultures. — Tectona. 4(1911), 
620. 

Gelder (A. van). Einiges über Gewinnung 
und Bereitung des Kautschuks von Ficus 
elastica. — Tropenpflanzer. 15 (1911), 651. 

Helten (W. M. van). Beoordeeling van de 
tegenwoordige tapmethoden voor hevea. 
M. ill. — Teysm. 22 (1911), 296. 

Gonggrijp (J. W.). Een nieuw tapinstru- 
ment en de aftapping van castilloa. M. ill. — 
Teysm. 22 (1911), 66. 

Gorter (Dr. K.). Over het berooken van 
gom -elastiek. — Teysm. 22 (1911), 393. 

Over het pekkig worden van rubber. 

- Teysm. 22 (1911), 530. 

In welke richting moeten zich de onder- 
zoekingen ten behoeve van de rubbercultuur 
verder bewegen? Voordracht. — Teysm. 
22 (1911), 634. 

De caoutchouc -ondernemingen en het Eu- 
ropeesche personeel op Java. — Teysm. 22 
(1911), 648. 

Helten (W. M. van). Over eenige tap- 
methoden bij hevea. — Teysm. 22 (1911), 
773. 

Bois Jzn. (E. du). Eenige belangrijke 
vraagstukken bij de rubbercultuur. (Over- 
zicht eener voordracht). — Ind. Merc. 1912, 
23, 44, 67. 



228 



CAOUTCHOUC. 



Bois J2IN. (E. DtJ). Een en ander over rub- 
ber. Voordracht. — Pvbl. N. I. Landb. Synd. 
4 (1912), 3, 37. 

ROY VAN ZUYDEWUN (L. H. M. de). Het 
in tapping brengen van Heveaboomen. — 
Publ. N. I. Landb. Synd. 4 (1912), 7, 31. 

Helffebich (E.). Die weitere Entwick- 
lung der Kautschukkultur in Südostasien. — 
Tropenpflanzer. 16 (1912), 15,73. —Beschou- 
wingen naar aanleiding van bovenstaand ar- 
tikel, door V. R. — Ind. Merc. 1912, 225, 267. 

Vogel (C. J. de). Over het tappen van 
ficus elastica. — Ind. Merc. 1912, 199. 

Berkhout (Dr. A. H.). De scheikundige en 
physische beoordeeling van caoutchouc. — 
Ind. Merc. 1912, 252. 

Synthetische caoutchouc. — Ind. Merc. 

1912, 597. 

De Internationale Rubbertentoonstelling 
te Batavia in 1914. (Rede van den Gouver- 
neur-Generaal bij de opening der constituee- 
rende vergadering op 29 Mei 1912). — Ind. 
Merc. 1912, 548. 

BoisJzN. (E. DU). De bereiding van Hevea- 
rubber. Voordracht. — Bvll. Agric. du Congo 
Beige. 3 (1912), 696. 

De scheikundige en physische beoordee- 
ling van caoutchouc. (Bekroonde antwoor- 
den van Dr. F. W. Hinbichsen, Prof. K. 
Memmler en A. Schob op de prijsvraag van 
het Koloniaal Museum 1909—1910). M. ül. — 
Bvll. Kol. Museum. N°. 49. 

Le caoutchouc. I. Introduction. Par E. 
Perrot. — II. Les essences caoutchoutifè- 
res. Par E. de Wildeman. — III. La culture 
du caoutchoutier. Par P. van Rombubgh. — 
IV. L'évolution financière de la production. 
Par E. Lejeune Vincent. — V. Le com- 
merce du caoutchouc. Par H. Wbioht. 

— VI. L'industrij du caoutchouc. Par G. 
Lamy-Torbilhon. — Revue Econ. Inter- 
nat. 1912, I, 227, 239, 259, 276, 304, 325. 

MooiJ (J.). Mededeelingen over het tap- 
pen der ficus ela-stica-boomen en het bereiden 
der rubber. — Ind. Merc. 1912, 643. 

Aux Indcs Néerlandaises. La culture du 



caoutchouc par le Gouvernement et la main- 
d'osuvre disponible pour les industries parti- 
cuüères. — Buil. Ass. Plant. Caoutchouc. 4 
( 1912), 84. 

Bebkhout (Dr. A. H.). Caoutchouc. Voor- 
dracht. M. ül. — Voordr. Kol. Landb. 
Tenioonst. Deventer. 1912, 90. — Zie ook: 
Ind. Merc. 1912, 643. 

Internationaal rubber-congres met daar- 
aan verbonden tentoonstelling te Batavia, 
April 1914. — Tijdschr. Econ. Geogr. 3 
(1912), 209. — Zie ook: T. N. L. N. I. 
84 (1912), 96, 265; 85 (1912), 371; — Ind. 
Merc. 1912, 1137. 

Gouvernements caoutchouc cultuur. (Be- 
schrijving van de gouvernementsondeme- 
ming Tjipinang-Tjikoempaj, ontleend aan de 
Javabode van 19 en 22 Januari 1912). — 
Tectona. 5 (1912), 141. 

De ficus-caoutchouc van het Boschwezen. 
Door V. L. Met naschrift, door v. H. — Tec- 
tona. 5 (1912), 536, 537. 

GoBTEB (Dr. K.). Iets over enzymen (bij 
rubber latex). Voordracht. — Teysm. 23 
(1912), 38. 

Tbomp de Haas (Dr. W. R.). Verslag over 
de tweede Internationale Rubbertentoon- 
stelling gehouden van 26 Juni tot 24 Juli 
1911 te Londen. — Teysm. 23 (1912), 69. 

Hall (C. J. J. van). Een proef met het 
dagelijks en het om den anderen dag tap- 
pen van hevea. — Teysm. 23 (1912), 92. 

Bois Jzn. (E. du). De defaecatie van he- 
vea latex. — Teysm. 23 (1912), 237. 

Tromp de Haas (Dr. W. R.). Het dagelijks, 
tegenover het eens in de twee dagen tappen 
bij hevea brasüiensis. — Teysm. 23 (1912), 
242. 

MooiJ (J.). Mededeelingen over het tap- 
pen van ficus elastica-boomen en het berei- 
den der rubber. — Teysm. 23 (1912), 351, 
488. 

Planter. Waar moet het heen? (Be- 
schouwingen over de toekomst der rubber- 
cultuur in Indië). — T. N. L. N. I. 83 (1911), 
blz. 1. 



CAOUTCHOUC. 



229 



De rubber -cultuur op Java. (Ontleend aan 
het Jaarverslag der Soekaboemische Landbouio- 
Vereeniging over 1911). Door A. — T. N. 
L. N. I. 84 (1912), 66. 

L'hévea a Java. — Buil. Ass. Plani. Caout- 
chouc. 4 (1912), 110; 5 (1913), 38. 

Graaf (G. de). Hevea-tapresultaten. Ge- 
baseerd op ondervinding in de praktijk. — 
— T. N. L. N. I. 85 (1912), 199. 

GoKTER (Dr. K.). De duurzaamheid van 
rubber. Voordracht. — Teysm. 23 (1912), 508. 

Arens (Dr. P. ). Mededeelingen over Mani- 
hot. — Versl. Ie Verg. techn. Pers. Partic. 
Proefstations en Ambten. Dep. v. Landh., 
Nijverh. en Handel. Bandoeng 19 — 21 Aug. 
1912, blz. 52. 

De AKERS-commissie over de rubber-cul- 
tuur op Java en Madoera. — Korte Berichten. 
3 (1912—13), 237, 252. 

Tromp de Haas (Dr. W. R. ). Een en ander 
over materiaal, bij den rubberoogst in ge- 
bruik. — Teysm. 23 (1912), 605. 

Hasselt (H. J. van). Een en ander over 
de uitkomsten van het Gouvernements 
Caoutchoucbedrijf. Voordracht met debat. — 
Tectona. 5 (1912), 823. 

Harmsen ( J. R. ). Het bestrijden van alang- 
alang in ficus-elastica-cultures. — Tectona. 
5 (1912), 844. 

De uitgestrektheid der rubbercultuur in 
Nederlandsch-Indië op 1 Januari 1913. — 
Korte Berichten. 3 (1912—13), 201. — Idem op 
1 Juni 1914. — Ihid. 4 (1913—14), 343. — 
Zie ook: Ind. Merc. 1914, 1036. 

Broersma (Dr. R. ). Delftsche voorlichting 
ten behoeve der rubberindustrie. — Ind. 
Merc. 1913, 47. 

Caoutchouc -onderzoekingen. Door A. H. 
R. — Ind. Merc. 1913, 48. 

Kerbert (H. J.). De opheffing der Gouver- 
nements rubbercultuur. (Overzicht van een 
artikel in de Locomotief van 26 November 
1913). — I. G. 1913, I, 235. 

FoL (J. G.). Over de vorming van vlekken 



in Hevea-plantage-rubber. — Primrose. 16 
Mei 1913, bl. 7. — Zie ook: Ihid. 16 Juni 
1913, bl. 5, 6 en 16 JuU 1913, bl. 11. 

Hevea in Oost-Azië. (Uittreksel uit een 
rapport van Dr. Htjber). — Ind. Merc. 1913, 
139. 

Pro jet d'association internationale des 
planteurs de caoutchouc des Indes néerlan- 
daises. Compte-rendu de la réunion tenue k 
la Haye, Ie 16 décembre 1913. — Buil. Ass. 
Plant. Caoutchouc. 5 (1913), 297. 

Hamaker (C. M. ). Plantverband bij rubber. 
Voordracht met debat. — PuJblic. N. I. 
Landh. Synd. 5 (1913), 801, 821. 

SiMON (Dr. S. V.). Zapfversuche an Hevea 
brasüiensis, mit besonderer Berücksichtigung 
der Latexproduktion, der Neubüdung der 
Rmde an den Zapfstellen, sowie des Verhal- 
tens der Reservestoffe im Stamme. M. ill. — 
Tropenpflanzer. 17 (1913), 63, 119, 181. 

Schmidt-Stolting (D.). Die Kautschuk- 
kultur auf Sumatra. M. ill. — Tropenpflan- 
zer. 17 (1913), 238. 

RoMUNDE (van). Proeve tot oplossing van 
een caoutchouc-vraagstuk. — Ind. Merc. 
1913, 379. 



Die Kautschukkultur auf Java. 
penpflanzer. 17 (1913), 328. 



Tro- 



JoNG (Dr. A. W. K. ds). Hevea brasüien- 
sis. Wetenschappelijke proeven. — Meded. 
Agricult. Chem. Laboratorium. N°. 4 (1913). 

Helfferich (E.). Die Kautschukbais- 
se und ihre Rückwirkung auf die Kautschuk- 
kultur. — Tropenpflanzer. 17 (1913), 529. 

Berkhout (Dr. A. H.). Verbetering der 
plautage-rubberprijzen. — Ind. Merc. 1913, 
843. 

Kerbosch (Dr. M.). De jongste gegevens 
over het pekkig worden van caoutchouc. — 
Teysm. 24 (1913), 91. 

FoL ( J. G. ). De bepaling van de viscositeit 
van rubberoplossingen. — Teysm. 24 (1913), 
103. 

Kerbosch (Dr. M.). Synthetische rubber 



230 



CAOUTCHOUC. 



contra natuurlijke. — Teysm. 24 (1913), 293. 

Rftqers (Dr. A. A. L.). Dagelijks of om 
den anderen dag tappen bij Hevea. — Teysm. 
24 (1913), 378. 

Brederode (Fb. Th.). Welke is de meest 
economische wijze van hevea-tappen ? M. ill. 

— Ind. Merc. 1913, 1017. 

Jong (Dr. A. W. K. de). Enkele opmerkin- 
gen over het tappen van Hevea Brasüiensis. 

— Teysm. 24 (1913), 530. 

Samson (A. L.). Een en ander over de be- 
volkingsrubbercultuur in de afdeeling Moe- 
aro Boenjo van de residentie Djambi. — 
T. B. B. 45 (1913), 292. 

Vriens (Dr. J. G. C). Over de bereiding 
van rubber. — Primrose. ISOctober 1913,8. 

LuLOFS (C). Het tappen van Hevea. — 
T. B. B. 45 (1913), 506. 

Is er werkelijk overproductie van rubber 
te verwachten? — Teysm. 24 (1913), 757. 

Een oordeel van Braziliaansche zijde over 
de rubberplantages (in Oost-Azië). — Teysm. 
24 (1913), 187. 

Wijd plantverband voor Hevea en het uit- 
dunnen van aanplantingen. — Primrose. 
20 November 1913, 9. 

Kok (G. L. J. D.). De toekomst van rub- 
ber. — Primrose. 18 December 1913, 6. 

Kautschukproduktion und -handel Nie- 
derlandisch Indiens in 1912. (Ontleend aan 
een „Bericht des Kaiserl. Generalkonsulats 
in Batavia"). — Z). Kolonialblatt. 1914, 110. 

De Staatsrubbcr cultuur. (Overzicht van een 
critiek in het Soerab. Handelsblad). — /. G. 
1914, I, 432. 

Ledeboer ( A. J. M. ). Het tappen van Para- 
rubbcrboomen. Meer en goedkooper rubber. 

— Ind. Merc. 1914, 226. 



Dl' Rubb'jr-crisis. Door C. P. 
1914, 227. 



Ind. Merc. 



B. reiding van ficus rubber. — Primrose. 17 
Januari 1914, 10. 



Brederode (Fr. Th.). Hulpmiddelen bij 
het hevea-tappen. — Ind. Merc. 1914, 252. 

Het gouvemements-caoutchoucbedrijf in 
Indië. (Ontleend aan het Algemeen Handels- 
blad van 19 Februari 1914). — I. G. 1914, 
I, 623. 

Beoordeeling van den rubber op de Bata- 
viasche Tentoonstelling in 1914. Door E. D. 
B. — Primrose. 17 Januari 1914, 12. — Zie 
ook: Ibid. 17 Februari 1914, 9. 

Vom Kautschukanbau in Niederlandisch- 
Indien. — Tropenpflanzer. 18 (1914), 221. 

Een internationale vereeniging voor de 
rubbercultuur in Nederlandsch-Indië. — T. 
N. L. N. I. 88(1914), 18. 

Dekker (Dr. J.). Het tappen om den ande- 
ren dag. — Ind. Merc. 1914, 511. 

De Internationale Rubbertentoonstelling 
te Batavia. M. ill. — Weekbl. v. Indië. 11 
(1914—15), 205. — Zie ook: Kol. Weekbl. 
2 Januari 1915. — Weekbl. v. Indië. 11 (1914— 
15), 737. — T. N. L. N. I. 89 (1914), 297. — 
/. G. 1915, I, 112. 

MoHR (Dr. E. C. JxjL.). Over rubbergron- 
den in Bantam. Voordracht. — Pvblic. N. I. 
Landb. Synd. 6 (1914), 559. 

Eenige statistische bijzonderheden betref- 
fende de voornaamste rubberproduceerende 
centra. — T. N. L. N. I. 88 (1914), 330. 

Lttlofs (C. ). Een kijkje te Langsar en op de 
gouvernements-rubber-onderneming aldaar. 
— T. 5. 5. 46 (1914), 232. 

Dekker (Dr. J.). De kwaliteitverschillen 
van plantage-caoutchouc. — Ind. Merc. 
1914, 693. 

Warmelo (H. van). Wijd plantverband 
voor Hevea en het uitdunnen van aanplan- 
tingen. — Primrose. 17 Februari 1914, 1. 

Internationale Rubber-Tentoonstelling te 
Londen, 24 Juni — 9 Juh 1914. M. ill. — 
Primrose. 18 Juli 1914, bl. 6; 25 September 
1914, bl. 7. 

Jong (Dr. A. W. K. de). Kan de caout- 
choucproductie van een Heveaboom door 



CAOUTCHOUC. 



231 



bemesting vergroot worden? — Teysm. 25 
(1914), 139. 

Hasselt (van). Uitdunning van Hevea- 
aanplantingen. — Teysm. 25 (1914), 43. 

Gelder (A. van). Mededeelingen omtrent 
rubber-ondernemingen in de F. M. S. en 
DeU. Verslag van een dienstreis in April en 
Mei 1913. — Tectona. 7 (1913), 141. 

Ultèe (Dr. A. J.). Het tappen van Hevea. 
— Ind. Merc. 1914, 642. — „Het gebruik 
van water bij het tappen" en „Het tappen 
van Hevea". Antwoord door Fr. Th. Brede- 
RODE. — Ibid. 1914, 903. 

Jong (Dr. A. W, K. de). Een praktische 
tapproef op wetenschappelijken grondslag. — 
Teysm. 25 (1914), 447. 

De opening van de rubbertentoonstel- 
ling te Batavia. — Ind. Merc. 1914, 1035. 

Wermeskerken (H. van). De Avros- 
inzending op de Rubbertentoonstelling te 
Batavia. M. ill. — Weekbl. v. Indië. 11 (1914— 
15), 783. 

Cramer (Dr. P. J. S.). Zaadselectie bij He- 
vea. — Praeadviezen. Int. Rubhercongres 
Batavia. 1914. 

Gallagher (W. J.). The significance of 
branching in young Hevea trees. — Praead- 
viezen Int. Rubbercongres Batavia. 1914. 

Hamaker (C. M.). Plantwijdte en uitdun- 
ning bij Hevea. — Praeadviezen Int. Rubber- 
congres Batavia. 1914. 

Skinner (E. B.). The thinning out of 
Hevea Rubber trees. — Praeadviezen Int. 
Rvbbercongres Batavia. 1914. 

BiRNiE (D. ). Catchcrops en gemengde cul- 
turen (tusschenculturen). — Praeadviezen 
Int. Rubbercongres Batavia. 1914. — Zie ook: 
Primrose. 18 Febr. 1915, blz. 10. 

Hall (Dr. C. J. J. van). Catch crops bij 
Hevea. — Praeadviezen Int. Rubbercongres 
Batavia. 1914. — Zie ook: Primrose. 18 Mei 
1915, bl. 13. 

Ultée (Dr. A. J. ). Bemesting bij Hevea. — 
Praeadviezen Int. Rubbercongres Batavia. 1914. 



Barrowcliff (M. ). The planning of manu- 
rial experiments. — Praeadviezen Int. Rvb- 
bercongres Batavia. 1914. 

Jong (Dr. A. W. K. de). Tap- en tapsyste- 
men bij Hevea brasiliensis. — Praeadviezen 
Int. Rubbercongres Batavia. 1914. — Zie ook: 
Primrose. 18 Mei 1915, bl. 12. 

Spring (F. G.). Tapping and tapping sys- 
tems. — Praeadviezen Int. Rubbercongres Ba- 
tavia. 1914. — Vertaling. — Primrose. 18 
Juni 1915, bl. 13. 

Kok (G. L. J. D.). Rubber en de oorlog. — 
Primrose. 20 October 1914, 11. 

Leemkolk (W. J. van de). De rubbercul- 
tuur en de rubberhandel van Nederlandsch- 
Indië. M. ill. — Primrose. 20 November 1914, 
bl. 8, 19 December 1914, bl. 8. 

Ultée (Dr. A. J. ). Bereiding van lichtge- 
kleurde rubber. — Praeadviezen Int. Rubber- 
congres Batavia. 1914. 

Stafford Whitby (G.). A few points re- 
garding smoked rubber. — Praeadviezen Int. 
Rubbercongres Batavia. 1914. 

FoL (J. G.). Onderzoekingsmethoden voor 
ruwe rubber. — Praeadviezen Int. Rubber- 
congres Batavia. 1914. 

BiRNiE (D.). Reductie van den kostprijs 
van rubber. Hoe deze te bereiken. — Prae- 
adviezen Int. Rubbercongres Batavia. 1914. — 
Zie ook: Primrose. 18 Maart 1915, bl. 14. 

Deuss (J. J. B.). Het Rubbercongres te 
Batavia. — Teysm. 25 (1914), 616. 

Leemkolk (W. J. van de). De toekomst 
van de Nederlandsch -Indische rubber in ver- 
band met de oprichting van een centraal 
rubberproefstation en van een rubbermarkt 
in Indië. — Primrose. 18 Maart 1915, bl. 5. — 
Antv/oord op bovenstaand artikel, door J. N. 
BxjRGER. — Ibid. 18 Maart 1915, 4. — Zie ook: 
Ind. Merc. 1915, 209. 

Cramer (Dr. P. J. S.). Zaadselectie bij He- 
vea. Praeadvies. — Primrose, 18 Januari 
1915, bl. 11. 

Gallagher (W. J. ). De beteekenis van ver- 
takking bij jonge Hevea's. — Primrose. 18 
Februari 1915, bl. 8. 



232 



CAOUTCHOUC. 



Rijn (L. A. van). Over coagulatie van 
caoutchouc. Voordracht. — Pvbl. N. I. Landb. 
Synd. 7 (1915), 43. — Zie ook: Ind. Merc. 
1915, 610. — Primrose. 19 April 1915, 
bl. 7. 

Eenige belangrijke onderwerpen voor rub- 
berplanters (behandeld op het in 1914 te 
Londen gehouden Rubbercongres.) — T. N. 
L. N. I. 90 (1915), 29. 

KiEHL (J. H. F.). Een weinig bekende 
caoutchoucsoort (Harcornia Speciosa). — 
T. N. L. N. I. 90 (1915), 100. 

De nieuwe vereenvoudigde rubber-berei- 
ding volgens het systeem -Schadt. — T. N. L. 
N. I. 90(1915), 106. 

Kerbosch (Dr. M. ). Bepaling van het rub- 
bergehalte van Hevea-latex Acetaldehyde en 
blauwzuur in Hevea-latex. Proeven over 
oxydeerbaarheid van Hevea-rubber. — Meded. 
over Rubber. N°. 3. 

Jong (Dr. A. W. K. de). Moet men bij tap- 
proeven het droog of het nat gewicht van rub- 
ber bepalen? — Ind. Merc. 1915, 317. — 
Antwoord op bovenstaand artikel, door Dr. 
H. C. Prinsen Geerligs. — Ibid 1915, 
383. 

Rubber. — Essays Netherl. E. I. San Fran- 
cisco-Committee. N°. 23. 

De resultaten van eene wetenschappelijke 
toetsing van de empirische beoordeeüng van 
ruwen rubber. Rapport van den Rijksvoor- 
lichtingsdienst ten behoeve van Rubber - 
handel en de Rubbernij verheid). — Prim- 
rose. 19 April 1915, bl. 14. 

Hamaker (C. M.). Plantwijdte en uitdun- 
ning bij Hevea. — Primrose. 19 April 1915, 
bl. 18; 18 Mei 1915, bl. 10. 

Kerbosch (Dr. M.). De superioriteit van 
Para-rubber. — Teysm. 26 (1915), 43. 

Ultée (Dr. A. J.). Caoutchouc-harsen. — 
Teysm. 26 (1915), 11. 

Gorter (Dr. K.). Een van de oorzaken van 
verschillen in k\valit<-it bij Hevea-rubber. — 
Teysm. 26 (1915), 82. 



Arens (Dr. P.). Is het mogelijk uniforme 
plantagerubber te bereiden ? Voorbracht. — 
Ind. Merc. 1915, 613. — Zie ook: — PMic. 
N. I. Landb. Synd. 1 (1915), 400, 411. 

FocK (W. H.). Vulcaniseeren (van caout- 
chouc). — Tectona. 8 (1915), 155. 

Ultée (Dr. A. J.). Causerie over rubber- 
bereiding. — Public. N. I. Landb. Synd. 1 
(1915), 228. 

Rubber bereiding volgens het procédé- 
ScHADT. — T. N. L. N. I. 91 (1915), 32. 

Jorissen (Dr. W. P.). Jan van Getjns en 
de ontdekking van het vulcaniseeren van 
caoutchouc. (Ontleend aan het Chem. Week- 
blad van 19 September 1914 en 4 September 
1915). M. ill. — Ind. Merc. 1915, 886. 

De prijsvraag van de Internationale Ver- 
eeniging voor de rubbercultuiir in Neder- 
landsch-Indië. (Met toelichting). — T. N. L. 
N. I. 91 (1915), 137. 

Jong (Dr. A. W. K. de). Wetenschappelij- 
ke tapproeven bij Hevea Brasiliensis. — 
Meded Agrictdt. Chem. Laboratorium. N°. 10. 

Ueber die Hevea-Arten und ihren Nutz- 
wert als Kautschukerzeuger. — Tropenpflan- 
zer. 18 (1915), 630. 

Ultée (Dr. A. J.). Chemicaliën bij de rub- 
berbereiding in gebruik. — Teysm. 26(1915), 
444. 

Hall (Dr. C. J. J. van). Resultaten van 
viscositeitsbepalingen bij rubber. Voordracht 
met debat. — Ind. Merc. 1915, 1065, 1092. 

Bois JzN. (E. du). Het centraal rubber- 
proefstation op Java. — Primrose. 18 Juni 
1915. bl. 5. 

TiCHELMAN (G. L.). Het typos van den 
Hevea. — Ind. Merc. 1915, 1089. 

Sprecher (A.). Same und Keiming von 
Hevea brasiliensis. M. ill. — Bvll. Jardin 
Bot. Buitenzorg. 2me Série, N°. 19. 

Jong (Dr. A. W. K. de). Nieuwe taprcsul- 
taten bij Hevea brasiliensis. M. ill. — Teysm. 
26 (1915), 502, 688. 



CAOUTCHOUC. — DIVERSE CULTURES. 



233 



Heltbn (W. M. van). Het tappen van 
Hevea. M. ill. — Pèmimpin Pëngoesaha 
Tanah. 1 (1915), N°. 8, bl. 10. 

Neve (E. K. A. de). Tappen op Ve omtrek. 

— Teysm. 26 (1915), 598. 

Kok (G. L. J. D.). Een ernstig woord aan 
het Nederlandsche kapitaal in den rubber. — 
Primrose. 17 Juni 1915, bl. 5. 

FoL (J. G.). Het vraagstuk der unifor- 
miteit van plantage -rubber. — Primrose. 20 
October 1915, bl. 5; 18 November 1915, bl. 5. 

— Zie ook: Korte Berichten. 5 (1915), 362; 6 
(1916), 9. 

Berkhout (Dr. A. H.). Het caoutchouc- 
bedrijf bij het boschwezen in Nederlandsch- 
Indië. — 7. G. 1915, II, 1398. 

Skinner (E. B.). Het uitdunnen van He- 
vea-aanplantingen. — Primrose. 17 Juli 1915. 

Voorloopige beoordeeling der rubberkwali- 
teit. De viscositeits-index van Dr. Gorter. 

— T. N. L. N. I. 91 (1915), 335. 

ULTÉE(Dr. A. J.). Caoutchouc. M. ill. — 
Onze Koloniale Landbouw. N°. 4, (2de druk, 
1915). 

Een rubbermarkt te Batavia. Door S. — 
Pintoe Perniagaan, N°. 69 (1915), 104; N°. 70 
(1915), 111. 

MoHR (Dr. E. C. Jfl.). Rubbergronden. — 
Primrose. 18 November 1915, bl. 5. 

Neve (E. K. A. de). Is dubbeltap practisch 
uitvoerbaar? — Teysm. 26 (1915), 705. 

Rijn (L. A. van). Latexcoagulatie door 
middel van rook. Voordracht. — Public. N. I. 
Landb. Synd. 7 (1915), 579. 

WiJNAENDTS VAN ReSANDT (J. M. A.). 

Is het wenschelijk om iederen dag of om den 
anderen dag te tappen ? — Public. N. I. 
Landb. Synd. 7 (1915), 719. — Antwoord op 
bovenstaand artikel, door A. Isasca. — Ibid. 
7 (1915), 725. 

c. Diverse cultures en cultuur- 

GEWASSEN. 

WiOMAN (H. J.). Ooftteelt. Een causerie. — 
Teysm. 22 (1911), 41. 



Barhfeldt (B.). Een nieuwe tusschenoul- 
tuur ter onderdrukking van het onkruid. 
(Cultuur van Coleus-soorten, bonte Miana). 

— Teysm. 22 (1911), 27. 

Kanarie zaden -melk. (Overzicht eener te 
Batavia in 1912 verschenen brochure van 
Dr. W. G. BooRSMA). — /. G. 1912, II, 962. 

De vooruitzichten der kamfer-cultuur. 
Door H. A. O. (Ontleend aan een artikel van 
VAN LoMMEL in „De Planter'" van 18 April 
1910). — Tectona. 4 (1911), 623. 

Waerden (H. VAN der). De sojaboon. 

— Ind. Merc: 1912, 251. 

Modderman (P. W.). Iets over soja. — 
Meded. Deli- Proefstation. 6 (1911—12), 186. 

Westendorp (F. W. J.). De ontwikkeling 
van het \Tuchten vervoer (op Java). — Teysm. 
22 (1911), 182. — Nogmaals de ontwikkeling 
van het vruchten vervoer. — Ibid. 22 (1911), 
363. 

WiGMAN (H. J.). Sorghum vulgare L. 
(Gierst of kafiferkoorn). M. ill. — Teysm. 22 
(1911), 418. 

Jong (Dr. A. W. K. de). Distillatie van 
kamfer. — Teysm. 23 (1912), 125. 

WiGMAN Jr. (H. J. ). Orchideeën-cultuur. — 
Teysm. 23 (1912), 180. 

Bakker Jr. (H.). De zonnebloem (en de 
rentabiliteit van de cultuur daarvan op Ja- 
va). — T. B. B. 40 (1914), 69. 

WiGMAN Jr. (H. J.). Cultuur van orchi- 
deeën in wortelvezels van Osmunda regalis. 

— Teysm. 23 (1912), 645. 

Jong (Dr. A. W. K. de). Het zetmeel- 
gehalte van den cassavewortel. — Meded. 
Agricult. Chem. Laboratorium. N°. 5 (1913). 

AbdoelAzizNasoetion. Tapoes. (Elateri- 
ospermum Tapos BL). Met naschrift van 
Dr. W. G. BooRSMA. (Over den tapoesboom 
en het gebruik der zaden door de Inl. be- 
volking in Tapanoeli). — Teysm. 24 (1913). 
398, 402. 

Pisang-uitvoer van Java naar West-Aus- 
tralië. — T. B. B. 46 (1914), 53. 



234 



DIV^ERSE CULTURES EN CULTUUR GEWASSEN. 



De teelt van- en de handel in cassia vera 
ter Sumatra's Westkust. — Korte Berichten. 4 
(1913—14), 95. 

Javaansche vruchten. (Djamboe, djam- 
blang, tjermeh en blimbing). Door B. M. ill. 
— Buiten. 1915, 16. 

Products of the cassava. — Essays Ne- 
therl. E. I. San Francisco-Committee. N°. 25. 

Helten (W. M. van). Eenige nieuwe groen- 
te-soorten. — Teysm. 26 (1915), 211. 

Ceameb (Dr. P.J. S.). Het invoeren van 
nieuwe cultuurplanten. — Ind. Merc. 1915, 
704. 

Pisangs en plsangmeel als voedsel en ge- 
neesmiddel. — T. B. B. 48 (1915), 813. 

Wolk ( P. C. van der). Een en ander over 
de aanaarding van Katjang bogor. (Voand- 
zeia subterranea). Onderzoekingen verricht 
aan het laboratorium der selectie- en zaad- 
tuinen te Buitenzorg. M. ill. — Cvltura. 27 
(1915), 405. 

WuBTH (Dr. P.). Iets over de djeroek- 
kweekerij „Baroe Tegal". — Teysm. 26 (1915), 
484. 

Westendorp (F. W. J. ). Iets over het plan- 
ten van djëroekboomen op erven. — Pëmim- 
pin Péngoesaka Tanah. I (1915), N°. 1, blz. 1. 

Mededeelingen betreffende de cultuur en de 
verwerking van kedele (glycine hispida) in 
de afdeeling Sidoardjo (Soerabaja). — Pè- 
mimpin Pëngoesaha Tanah. 1 (1915), N°. 1, 
bl. 33. 

Over het maken van tjangkokans bij 
djëroekboomen. — Pëmimpin Pëngoesaha 
Tanah. 1 (1915), N°. 3. bl. 6. 

Wijs (W. de). Cultuur van uien. — Pëmim- 
pin Pëngoesaha Tanah. 1 (1915), N°. 6, bl. 15. 

Wolf(I. ). Over kesemek (of boewah kaki). 
(Diospyros kakiL.). — Pëmim,pin Pëngoesaha 
Tanah. 1 (1915), N°. 7, bl. 3. 

De bereiding van arensuiker. — Pëmimpin 
Pëngoe-iaha Tanah. 1 (1915), N°. 7, bl. 20. 

Meuer (A. M. E.). De aardappelcultuur 



door de Inlandsche bevolking in de residentie 
Pasoeroean. Met Naschrift der Redactie. M. 
ill. — Pëmimpin Pëngoesaha Tanah. 1 (1915), 
N». 7, bl. 24; N». 8, bl. 3. 



Keuring van copra bij uitvoer van Java. 
(Nota van de Kamer van Koophandel en 
Nijverheid te Batavia over eene voorgestelde 
regeling tot verplichte keuring). — Org. N. I. 
Ver. van Handelsgeëmpl. 2 (1910—11), 23. 

Productie- en handelscijfers van copra, 
kokosnoten en kokosolie. M. ill. — De Han- 
del. Dec. 19n. 

Jong (Dr. A. W. K. de). De bereiding van 
zondroge copra. — Teysm. 22 (1911), 463; 
23 (1912), 120. — Zie ook: Ind. Merc. 1911, 
1067. 

Pynaert (L.). Les palmiers utUes. M. ill. 

— Bidl. Agric. du Congo Beige. 1 (1911), 535. 

— Zie ook: Ind. Merc. 1912, 41. 

De klappercultuur. Het vraagstuk der 
kunstbemesting. (Ontleend aan „TropiccU 
Life"). — Ind. Merc. 1912, 65. 

Cocoscultuur op de Philippijnen. Door W. 
M. ill. — Ind. Merc. 1912, 157. 

Helten (W. M. van). Een tweeling-klap- 
per. M. ill. — Teysm. 23 (1912), 100. 

De uitvoer van copra uit Nederl. Indië, de 
Straits-Settlements, Ceylon en de Philippijnen 
in de jaren 1896—1912. — Org. N. I. Ver. van 
Handelsgeëmpl. 4 (1913), 171. 

Wigman (H. J.). De laatste werken over de 
teelt van de cocosnoot. — Teysm. 23 (1913), 
10. 

De klapper-cultuur op de Mentawei-eilan- 
dcn. — Bandera Wolanda. 1913, Nos. 126, 
127, 128, 130. 

Bescherming van klapperaanplantingen. 
(Overzicht van twee verordeningen ter zake 
gepubliceerd in de Javasche Courant). — T. 
B. B. 44 (1913), 209. 

Brandes de Roos (R.). Cocospalmen en 
hun voortbrengselen (coprah, vezelstoffen, 
enz). — Vr. v. d. Dag .28 (1913), 794. 



DIVERSE CULTURES EN CULTUURGEW ASSEN. 



235 



Neve (Th. A. de). De klappercultuur op de 
Westkust van Borneo. M. ül. en 'plattegrond. 
— Ind. Merc. 1913, 971. — Opmerkingen 
naar aanleiding van bovenstaand artikel, 
door C. LxjLOFS. — T. B. B. 46 (1914), 45. 

KxTEN (M. J.). Korte wenken voor de co- 
cos- of klappercultuur. — Ind. Merc. 1914, 
289. — Overzicht: T. B. B. 47 (1914), 242. 

Emmerik (A. van). Klappers en djeroeks. 
Met noot van dcRedeictie. — Teysm. 24(1913), 
681, 683. 



B&reiding van copra. Door C. P. 
Merc. 1914, 576. 



Ind. 



Culture du cocotier et du palmier Elaëis 
aux Indes Néerlandaises. — Btdl. Ass. Plant. 
Caoutchouc. 6 (1914), 53. 

Neve (Th. A. de). Productie van klapper- 
ondernemingen. — Ind. Merc. 1914, 814. 

Coconut-planting in British North Borneo. 
By G. C. W. — Br. North Borneo Herald. 

1914, 167. 

WiGMAN Jr. (H. J.). De cultuur van pal- 
men. — Teysm. 26 (1915), 149. 

Ultée (Dr. A. J.). Een nieuwe cultuur: de 
oüepalm. (Elaois Guineensis). Voordracht. — 
Teysm. 26 (1915), 359. — Zie ook: Ind. Merc. 

1915, 638. 

SwABT (Mr. A. G. N.). Elaeis Guineensis 
(oüepalm), een nieuwe cultuur in Neder- 
landsch-Indië. M. UI. — /. G. 1915, II, 1553. 

Copra-productie en copra-handel. — Publ. 
Afd. Nijv. en Handel. 1915, N°. 1. 



Da gambircultuur in de Buitenbezittingen. 
— Korte Berichten. 2 (1911—12), 249, 267, 
283, 300; 3 (191^—13), 44, 60, 97, 304, 321, 
339. — Zie ook: Med. Encyclop. Bureau. Ml. 1. 

Jong (Dr. A. W. K. de). Peru-coca. — 
Teysm. 22 (1911), 309. 

Wat de cijfers der coca- veilingen ons 



leeren. — Teysm. 22 (1911), 702. 

Eön bond van Java-cocaplanters. — 



Teysm. 23 (1912), 197. 



Maronieb (J. A.). Iets over de bereiding 
van cocaïne. — T. N. L. N. I. 83 (1911), 24. 

Sirih-cultuur in Tongkin. (Ontleend aan het 
„Journal d' Agricidture tropicale" 1911). — 
Teysm. 23 (1912), 263. 

Het coca-vraagstuk op Java. — Ind. Merc. 
1912, 829. 

De handel in cardamom (Amomum Car- 
damomum L.). (Hierin ook over de cultuur 
van cardamom in Nederl. Indië). Door A. H. 
— T. N. L. N. I. 84 (1912), 79. 

Het coca-vi-aagstuk. Door „Eenige be- 
langstellenden in de cocacultuur". Met na- 
schrift van de Redactie. — T. N. L. N. I. 85 
(1912), 101, 108, 137, 235; 86 (1913), 20. 

Besseling (O. P.). Gambircultuur in de 
onderafdeeling Boven-Kampar. — T. B. B. 
43 (1912), 49. 

Jong (Dr. A. W. K. de). Het coca-vraag- 
stuk. — Teysm. 23 (1912), 669. 

De waarde van Java-qocablad. — Teysm. 

25 (1914), 33. 

WuNDERLiCH (A.). Gambir als looimate- 
riaal. — Korte Berichten. 5 (1914—15), 58. — 
Kantteekeningen op bovenstaande nota. — 
Ibid. 5 (1914—15), 171. 



Grondhout (B. J.). Rameh. — De Harvid. 
5(1911), 57. 

Die Kapokkultur auf Java. — Tropen- 
pflanzer. 15 (1911), 105. 

Setten (D. J. G. van). Eenige gegevens 
voor de katoenkultuur in Nederl. Oost -Indië. 

— Med. Dep. v. Landbouw. N°. 14, (1911). 

— Zie ook: Ind. Merc. 1911, 428. 

Kruijff (E. de). Sisalcultuur op Java. — 
T. N. L. N. I. 82(1911), 79. 



Caravonica-katoen. 
(1910—11), 156. 



Korte Berichten. 1 



Eenige mededeeUngen over de kapokcul- 
tuur op Java. — Cultuurgids. 13 (1911), Ie 
ged., 130, 213. 

Katoencultuur in Neder landsch -Indië. (Me- 
dedeeüng der Vereeniging ter bevordering der 



236 



DIVERSE CULTURES EN CULTUURGE WASSEN. 



Katcx?ncultuur in de Nederl. Koloniën). — 
Ind. Merc. 1911, 1071. 

Jong (Dr. A. W. K. de). Het drijf vermogen 
van kapok en van katoen. M. iü. — Teysm. 
22 (1911), 732. 

MÜCKE (]VL). De kapokboom. (Eriodendron 
Anfractuosum. D. C). (Ontleend aan „Der 
PJlanzer")..— T. N. L. N. I. 82 (1911), 92. 

Uitgestrektheid der vezelcultures in Ne- 
derlandsch-Indië. — Korte Berichten. 1 ( 1910 — 
11), 192. — Zie ook: Ind. Merc. 1911, 553. 

Het vezelcongres en tentoonstelling te Soe- 
rabaja. Literatuurberichten uitgaande van 
het Nederlandsche Comité en bewerkt onder 
toezicht van Dr. J. Dekker. — Irid. Merc. 
1911, 41, 83, 104, 144, 169, 193, 235, 281, 308, 
317, 339, 358, 377, 429, 473, 501, 521, 569, 
597, 628, 673, 707, 741, 828, 863, 947, 975, 
1033, 1070, 1112, 1138; 1912, 140, 547, 579, 
713, 734, 889, 917. 

De vezeltentoonstelling. Door Ud. L. M. 
ia. — Weekblad v. Indiè. 8 (1911—12), 314, 
339, 366. 

FiSKE (R. J.) Review of the Report of the 
Fiber Expert on Java and the Surabaya Fiber 
Congress. — The Phüippine Agricidtural 
Review. 4 (1911), 659. 

Katoencultuur in de Nederlandsche Kolo- 
niën. (Overzicht van een verslag over 1911 
der Vereeniging tot bevordering der katoen- 
cultuur in de Nederl. Koloniën). — /. G. 
1912,11,1124. 

Dekker (Dr. J.). De natentoonstelling van 
vezelstoffen in Artis. — Ind. Merc. 1912, 1. 

Bruck (Dr. W. F.). Der Internationale 
Pflanzenfascrkongrcss mit Ausstellung in 
Soerabaja auf Java. — Tropenpflanzer. 16 
(1912), 59. 

MiNY. Note sur la culture des principaux 
agaves textiles. M. ill. — Bidl. Agric. du 
Congo Beige. 1912, 420. 

KocH (D. M. G.). Katoen in N dcrlandsch- 
Indië. — Ind. Kroniek. 1 (1911—12), 247. 

Einiges über Kapokhandel und Produkti- 
on in Java und die Bewortungder Kamerun-, 



Togo- und Ost-Afrika-Kapoksorten. 
Ostafrik. Pflanzer. 1912, 140. 



Der 



Een merkwaardige vezelstof (Fagara inte- 
grifolia Merrill). — Teysm. 23 (1912), 257. 

De katoenkultuur in Nederlandsch-Indië. 

— T.N. L.N. 1.85 {1912), 53. 

Iterson Jr. (Prof. G. van). De geschikt- 
heid van Java voor vezelcultuur. — T. A. G. 
1912, 275. 

Beoordeeling van katoenmonsters afkom- 
stig van de eüanden Savoe en Flores der Re- 
sidentie Timor en Onderhoorigheden. — 
Korte Berichten. 2 (1911—12), 231. 

De katoencultuur in Nederlandsch-Indië. 
(Overzicht van de rede ter zake van den heer 
Janntnk bij de behandeling der Ind. Be- 
grooting voor 1913 in de Tweede Kamer der 
Staten-Generaal.) — Ind. Merc. 1912, 1119. 

Een en ander over sisalhennep. Door A. H. 

— De Handel. 6 (1912), 158. 

KjSfAAP (A. J.). Het katoen vraagstuk. 
(Hierin ook over het katoen vraagstuk in 
betrekking tot Nederlandsch-Indië). — Kol. 
Tijdschr. 1912, 13, 172. — Het katoen- 
vraagstuk in Nederlandsch-Indië in betrek- 
king tot de residentie Palembang. Critische 
beschouwingen naar aanleiding van boven- 
staand artikel, door D. J. G. van Setten. — 
Kol. Tijdschr. 1912, 1103. 

Bruck (Dr. W. F.). Der Faserbau in Hol- 
landisch Indien und auf den Phüippinen. 
M. ill. — Beihefte zum Tropenpflanzer. 13 
(1912), 387. 

Eine neue Sisalhanf-Gewinnungsmaschine. 
M. ill. — Tropenpflanzer. 17 (1913), 147. 

Folkersma(J. W.). Medcdeelingen omtrent 
een aanplant van Java- Jute (Hibiscus Can- 
nabinus) door de Landbouw-Maatscliappij 
Oud-Djember in 1911. — Meded. Besoekisch 
Proefstation. N°. 2. blz. 1. 

Iterson Jr. (Dr. Prof. G. van). De vezel- 
cultuur op Java en het Vezclcongres met 
t<MitoonsteUing te Soerabaja in 1911 gehouden 
M. ill. — Versl. en Med. afd. Handel v. h. Dep. v. 
Landb., Nijverh. en Handel. 1913, N°. 1. — 
Zie ook: Tijdschr. v. Econ. Geogr. 4(1913),227. 



I 



I 



DIVERSE CULTURES EN CULTUURGEW ASSEN. 



237 



De Mahagna als vezel-leverend gewas. — 
T. N. L. N. I. 86 (1913), 101. 

De wenschelijkheid van maatregelen van 
Regeeringswege tot het tegengaan van den 
achteruitgang der kwaliteit van Ja va-kapok. 
— Kwte Berichten. 3 (1912—13), Bijlage van 
1 Sept. 1913, N°. 20. 

Overzicht van hetgeen werd verricht ter 
bevordering van den katoencultuur in Neder - 
landsch Oost-Indië in 1912. — Teysm. 24 
(1913), 411. 

Maanek (G. f. W. van). Kapok-malaise. 
(Overgenomen uit de Locomotief). — Ind. 
Merc. 1914, 617. 

De katoencultuur. (Résumé van het „Over- 
zicht van hetgeen werd verricht ter bevorde- 
ring van de katoencultuur in Nederlandsch- 
Oost-Indië in 1913"). — T. B.B. 47 (1914), 
417. 

Fibres. — Essays Netherl. E. I. San Fran- 
cisco-Committee. N°. 23. 

Berkhout (Dr. A. H.). Sanoeviera, een 
weinig bekende vezelplant. M. ill. — Ind. 
Merc. 1915, 1086. 

Helten (W. M. van). Kapok-cultuur op 
Java. M. ill. — Pëmimpin Pëngoesaha Tanah. 
I (1915), N°. 8, bl 20. 



De zijdeteelt in Neder landsch -Indië. I. De 
zijdeteelt in het Gouvernement Atjeh en On- 
derhoorigheden. II. De zijdeteelt in de afd. 
Sepoetih Toelang Bawang. — Korte Berich- 
ten. 1 (1910—11), 253, 267. 

Helb (H.). De honingbij in Nederlandsch- 
Indië en wat, zoover kan worden nagegaan 
aan bijenteelt aldaar is geschied. — T. N. L. 
N. I. 85 (1912), 28. 

De zijderupsteelt in Neder landsch -Indië. 
(Ontleend aan het Bat. Nieuwsblad). — Ind. 
Merc. 1915, 905. 

Heutin (P. C. van). Zij de -industrie in Ne- 
derlandsch- en Br itsch -Indië. — Ind. Merc. 
1915, 1020. 



Sioer, een nieuw oliezaad. — Korte Berich- 
ten. 1 (1910—11), 146. 



MoDDERMA^N (P. W.). lets over sesam of 
widjen. — Meded. Deli-Proefstation. 6 (1911 — 
12), 31. 



Oliewinning op Noord-Sumatra. 
1912, II, 1102. 



/. G. 



Fremery (F. de). Sesam als voor vrucht. — 
Meded. Deli-Proefstation. 6 (1911—12), 186. 

Andrae (G. M.). Sesam als voorvrucht. — 
Meded. Deli-Proefstation. 6 (1911—12), 188. 

Heveazaad voor oliebereiding. (Ontleend 
aan het „India Rubber Journal" van April 
1911). — Teysm. 22 (1911), 391. 

Een en ander over de bereiding van z.g. 
min jak pakal in de afdeeling Tangerang (Re- 
sidentie Batavia). — Korte Berichten. 2 
(1911-12), 153. 

Aetherische oliën bereid uit grassen. Door 
H. (Ontleend aan het „Bulletin of the Bureau 
of Agricvltural Intelligence and of Plant 
Diseases"). — T. N. L. N. I. 85 (1912), 168. 

Over de olie uit Para-rubberzaden. — 
Buil. Kol. Museum. N°. 50 (Juli 1912). — 
Zie ook: Tectona. 5 (1912), 692. 

Een nieuwe bron van inkomsten voor rub- 
ber-ondernemingen. Hevea-zaad-olie. Door 
A. — T. N. L. N. I. 84 (1912), 121. 

Een en ander omtrent Ketianzaad. — 
Korte Berichten. 2 (1911—12), 341. 

Jong (Dr. A. W. K. de). Aetherische oliën. 
— Teysm. 23 (1912), 652. 

Krause (Dr. M. ). Eine neue Fettfrucht aus 
Deutsch-Neu-Guinea. Canarum polyphyl- 
lum. M. ill. — Tropenpflanzer. 17 (1913), 
147. 

Een en ander omtrent Sanggézaad en 
Tangkawangpitten. — Korte Berichten. 3 
(1912—13), 208. 

Een Indische verfoüe (getrokken uit de 
zaden van kemiri Tjina). Door K. H. — T. 
N. L. N. I. 86 (1913), 16. 

ScHMiD (H. C). Over kajoepoetih-olie (en 
hare bereiding op Boeroe. ) M. ill. — Teysm. 
25 (1914), 33. 



238 



DIVERSE CULTURES. — BOSCHW^EZEN. 



Ultée (Dr. A. J.). Olie uit Hevea-zaad. 
Voordracht. — T. N. L. N. I. 89 (1914), 274. 

Jong (Dr. A. W. K. de). Citrcnella-olie. — 
Teysm. 25 (1914), 304. 

Essential oils. — Essays Netherl. E. I. 
San Francisco-Committee. N°. 23. 

Heyne (K. ). Oils and oil-containing seeds. 
— Essays Netherl. E. I. San Francisco-Com- 
mittee. N°. 33. 

Paerels (J. J.). Eenige weinig bekende 
oliezaden en viuchten. — Ind. Merc. 1915,795. 

Deuss (Dr. J. J. B.). Over theezaadolie. — 
Meded. Proefstation voor Thee. N°. 33 (1915). 



Dekker (Dr. J.). Voedermiddelen. VI. 
Het kalktekort in de veevoeding op Java. — 
Teysm. 22 (1911), 75. — Rectificatie, door 
W. VAN DEB Burg. — Ihid. 22 (1911), 347. 

Katoenzaad als veevoedsel. — T. N. L. N. 
I. 84 (1912), 27. 

Backeb (C. A.). Javaansche voedergrassen 
M. ill. — Teysm. 23 (1912), 102; 24 (1913), 
314, 366, 423, 495, 633, 721; 25 (1914), 81, 
209, 298, 523; 26 (1915), 86. — Opmerkingen 
naar aanleiding van bovenstaande artikelen, 
door G. Krediet. — Veeartsenijk. BI. 27 
(1915), 300. 

PiPER (C. V.). Notes on forage plants in 
Java and India. — The Philippine Agricul- 
tural Review. 5 (1912), 428. 

Krediet (Dr. G.). Aanplanten van gras. 
M. ill. — Veeartsenijk. BI. 25 (1913), 12. 

BooRSMA (Dr. W. G.). Doomlooze cactus 
(als veevoeder). M. ill. — Teysm. 24 (1913), 
739; 26 (1915), 251. 

Bemesting van citronellagras. — Teysm. 
24 (1913), 751. 

Groeneveld (W.). Gras, grasvoorziening, 
hooi en hooiberciding (in Indië). — Veeartse- 
nijk. BI. 26(1914), 145. 

SoHNS (C. F. ). Het aanplanten van gras. — 
Veeartsenijk. BI. 27 (1915), 80. 



Setten (D. J. G. van). Iets over de cul- 
tuur van Teosinte (Enchlaena Luxurians, 
veevoedergewas). — Teysm. 26 (1915), 157. 

Doomlooze cactus als veevoeder. (Mede- 
deelingen over de daarmede op Ce Ie bes ge- 
nomen proeven). — T. B. B. 48 (1915), 810. 

Schimmel (E.). Inkuilen van groenvoeder. 

— Teysm. 26 (1915), 673. 

d. Boschwezen en Houtteelt. 

1. In het algemeen. 

Looibasten. Door v. d. B. — Tectona. 4 
(1911), 916. 

Deventer (A. J. van). Houtconservee- 
ring als economische maatregel in Neder- 
landsch -Indië. — Ind. Merc. 1911, 282, 311. 

— Zie ook: Tectona. 4 (1911), 623. 

Sandelhout. Santalum album. L. (Ont- 
leend aan „The Gardeners Chronicle", Janu- 
ari 1911). Door W. — Teysm. 22 (1911), 
321. 

Heyne (K.). Garoe-hout. — Teysm. 22 
(1911), 411. 

Altona (Th.). Over houtonderzoek. — 
Tectona. 5 (1912), 385. — Antwoord op boven 
staand artikel, door H. Beekman. — Ibid- 
5 (1912), 837. 

Looistoffen (uit mangrovebasten). Door 
V. L. — Tectona. 5 (1912), 429. — Zie ook: 
Ihid. 5 (1912), 701. 

Staal contra teakhout (voor dwarsliggers). 
Door V. D. B. — Tectona. 6 (1913), 236. 

Kerbert (H. J.). De behoefte aan dwars- 
liggers in de tropen. — Tectona. 7 (1914), 
434. 

A wood (mangrove hout) that never rots. 
(Ontleend aan „The Indian Forester'' van De- 
cember 1913). — Tectona. 7 (1914), 770. 

Heyne (K.). Tanning materials. — Essays 
Netherl. E. I. San Francisco-Committee.^*. 32. 

DuYFJES (J. J.). De uitvoer van djatihout 
uit Azië naar Europa. — Tectona. 8 (1915), 
44. 



BOSCHWEZEN EN HOUTTEELT. 



239 



BsASCAMP (E. H. B.). Voorbeelden van 
duurzaamheid van teakhout. — Tectona. 8 
(1915), 160. 

Een bezoek aan de Gouvernementshout- 
zagerij Grapang van 1830. Door E. H. B. B. 
— Tectona. 8 (1915), 559. 

Bbascamp (E. H. B.). Hout in het Verslag 
der Staatsspoorwegen in Neder landsch-Indië 
over het jaar 1914, deel I. — Tectona. 8 
(1915), 939. 

Eene mededeeling omtrent impregneerings- 
proeven met dwarsliggers door de S. S. — 
Tectona. 8 (1915), 942. 

Brandhout voor suikerfabrieken. (Overge- 
nomen uit het Soerab. Handelsblad van Sep- 
tember 1915). — Tectona. 8 (1915), 952. 



ScHTJLTZ VAN Vlissingen (J. F. H.). De 
instandhouding der bosschen op de Bviiten- 
bezittingen. — /. G. 1911, II, 293. 

Altona (Th.). Een en ander aangaande de 
kunstmatige en spontane reboisatie in c'e 
residentie Kedoe. — Tectona. 4 (1911), 1. 

MoHB (Dr. E. C. JuL.). Over grondmonsters 
uit eenige houtvesterijen van het Boschwe- 
zen. — Tectona. 4 (1911), 125. 

BussCHB (C. VAN den). Samenwerking 
tusschen beheer en inrichting. (Eene aan- 
vuUing van N°. 3351 (H. I?). — Tectona. 4 
(1911), 161. 

ScHTJiLiNG (R.). De verspreiding en ont- 
ginning der djatibosschen in Nederlandsch- 
Indië. — Tijdschr. Gesch., Land- en Volkenk. 
26 (1911), 197. 

Kerbert (H. J.). Een bijdrage tot de betee- 
kenis van ons tropisch boschbezit. — 7. G. 
1911, II, 1032. 

Oever (H. ten). Kultuurproeven met een 
zestal wildhoutsoorten. — Tectona. 4 (1911), 
389. 

Wit (W. K. J. de). Enkele opmerkingen 
omtrent de voorschriften bij de boekhouding 
der exploitatie in eigen beheer. — Tectona. 
4(1911), 430. 



Iets over oudere uitdunningen en den afzet 
van het dunsel. Door V. R. — Tectona. 4 
(1911), 434. 

Spaan (W. J.). Aanteekeningen over de in 
het boschdistrict Madioen voorkomende 
z.g. djativariëteiten. — Tectona. 4 (1911), 473. 

LöRZiNG (J. A.). Zes maanden ervaring in 
de Rasamalabosschen. — Tectona. 4 (1911), 
490. 

Debiet van djatihout en staatsaankap. 
(Mededeeling daarover ontleend aan het Ver- 
slag der Kamer van Koophandel en Nijver- 
heid te Semarang). — I. G. 1911, II, 1565. 

LuGT (Ch.). Het djatibosch bedrijf op Java. 
Voordracht. — V.Ind. Gen. 1911—12, 1.— Zie 
ook: Buil. Kol. Museum. N°. 50 (Juh 1912), 
73. — Ind. Merc. 1911, 971. 

Kerbert (H. J.). De beteekenis van de 
wildhoutbosschen uit een oogpunt van hout- 
productie. Voordracht. — F. Ind. Gen. 
1911—12, 19. —Zie ook: Buil. Kol. Museum. 
N°. 50 (JuU 1912), 61. — Ind. Merc. 1911, 945. 

Deventer (W. van). Djatibosschen en 
windgevaar. — Tectona. 4 (1911), 561. 

Kunst (E. D.). Hoe ware de exploitatie 
der gouvernementswildhoutbosschen in het 
hooggebergte van West- Ja va in te richten? — 
Tectona. 4 (1911), 573. 

Snepvangers (F. W.). Eenige cijfers 
betreffende de djatibosschen op Java. IIL 
Voorloopige bedrijfsplannen. — Tectona. 4 
(1911), 580. — IV. Houtvesterijen. — Ibid. 
8 (1915), 335. 

Beck (H. J. L.). Algemeene invoering 
van den aankap in eigen beheer in de bosch- 
districten. Met naschrift. — Tectona. 4 
(1911), 600, 607. 

PLASSCHA.ERT (Dr. E. K.). Intensieve cul- 
tuurmethoden. — Tectona. 4 (1911), 609. 

Deventer (van), c. s. De bevordering der 
belangen van het Indisphe Boschwezen door 
eene Regeeringscommissie in Europa. — 
Tectona. 4(1911), 615. 

Salverda (A. Th. L.). Boschbeheer in de 
Buitenbezittingen. — Tectona. 4 (1911), 667» 



240 



BOSCHWEZEN EN HOUTTEELT. 



AsBECK (van). Eucalyptus. (Over de wen- 
schelijkheid van aanplanting daarvan op 
Java). — Tectona. 4 (1911), 687. 

Claasek (J. C. V. R.). Kappen, zuiveren, 
plenteren. — Tectona. 4 (1911), 695. 

Timmer (P.). Boschbrand bescherming in 
de houtvesterij Noord -Kradenan. — Tectona. 
4 (1911), 702. 

Reiixn'GH (A.). Algemeene opmerkingen 
over Kemlandingan. — Tectona. 4 (1911), 728. 

Korte beschrijving van in 1910 in werking 
gekomen houtvesterijen en de daarvoor op- 
gestelde bedrijfsplannen. — Tectona. 4 (1911), 
730. 

Salomon (Th.). Kemlandingan en Wedoe- 
san. — Tectona. 4 (1911), 732. 

Schermbeek (A.). Boschonderzoek. IL — 
Tectona. 4 (1911), 781. 

Wbchel (A. te). Het jaarlijksch overzicht 
van de bevolen en ten uitvoer gebrachte cul- 
turen in onze djatibosschen en wildhout- 
bosschen. — Tectona. 4 (1911), 826. 

Praasterink (H. C). De beteekenis der 
boschbranden voor onze djatibosschen. — 
Tectona. 4 (1911), 829. 

Kultures. Door XXX. — Tectona. 4 (1911), 
350. — Beschouwingen naar aanleiding van 
bovenstaand artikel, door J. E. Drayton 
Lee. — Ibid. 4 (1911), 975. 

Wechel (A. te). Schema van een be- 
drijfsregeling zoodra een centrale afvoer van 
de zes Blorasche houtvesterijen een aanvang 
zal hebben genomen. — Tectona. 4 (1911), 
980. 

Beekman (H.). Een en ander over de or- 
ganisatie en het eerste werkplan van een 
Instituut voor boschonderzoek in Neder- 
landsch-Indië. — Tectona. 4 (1911), 1001. 

Wit (W. K. J. de). Afwijkende djatiplan- 
ten. — Tecfona. 4(1911), 1053. 

Het Boschwczcn in Nedorl. Indië in 1910. 
{Beredeneerd overzicht van het verslag over 
dat jaar). — /. O. 1912, I, 269. 



Handelspolitiek en Boschwezen. (Overzicht 
van een reeks artikelen van G. in de Loco- 
motief van 5, 10 en 17 Juli 1912, over den 
onderhandschen afstand van groote hoeveel- 
heden hout aan particuliere houtaankap- 
maatschappijen). — /. G. 1912, II, 1356. 

Berkhout (Dr. A. H.). Het springen van 
boomstronken. Met nota van den houtvester 
Keller. — Ind. Merc. 1912, 139. — Zie 
ook: Tectona. 5 (1912), 852. 

Houtvesterscongres op Java. (Kort over- 
zicht van het vierde, op 29 Augustus 1912 e. v. 
te Salatiga gehouden congres). — Ind. Merc. 
1912, 919. 

LuGT (Ch. S.). Het boschbedrijf in Neder - 
landsch-Indië). M. ill. — Onze Koloniale 
Landbouw. N°. 2 (1912). — Bespreking, door 
Dr. A. H. Berkhout. — Ind. Merc. 1912, 
1074. 

Ven (L. A. van der). Overzicht der re- 
sultaten van de 2de bedrijfsperiode 1901 — 
1910 bij uitvoering van het betrekkelijke 
voorloopig-bedrijfsplan van het boschdistrict 
Grobogan. — Tectona. 5 (1912), 1. 

BusscHE (C. VAN den). Chronologisch re- 
gister der meest voorkomende dienstvoor- 
schriften voor het Boschwezen in Neder- 
landsch -Indië, met alphabetisch zaakregis- 
ter. — Tectona. 5 (1912), 181. — Eerste ver- 
volg. — Ibid. 7 (1914), 1. 

KoORDERS (Dr. S. H.). Ontwerp voor de 
organisatie met werkplan van het te stichten 
Proefstation voor het Boschwezen in Neder- 
landsch Oost-Indië. (Ingevolge opdracht van 
den Directeur van Landbouw H. J. Lovink, 
gedateerd Buitenzorg 28 Februari 1910). — 
Tectona. 5 (1912), 365. 

Onderhandsche afstanden (van hout aan par- 
ticuliere houtaankapmaatschappijen). (Over- 
zicht van artikelen in de Locomotief van 2, 
3 en 5 Februari 1912 en het Soerab. Handels- 
blad van 12 en 13Februari 1912). Metnaschrift 
van C. VAN den Bussche. — Tectona. 5 (1912), 
77, 113. 

Ney (K.). Verkoop van hout bij afslag. 
(Vertaling van van Zon, met Naschrift 
van A. TE Wechel). — Tectona. 5 (1912), 
125, 134. 



BOSCHWEZEN EN HOUTTEELT. 



241 



Beekman (H.). Boschreserveering en re- 
gelen daarbij in acht te nemen. Praeadvies. — 
Tectona. 5 (1912), 388. — Discussie. — Ibtd. 
5 (1912), 907. 

LÖRZiNG (J. A.). Reboisaties in de residen- 
tie Kedoe. 31. ill. — Tectona. 5 (1912), 515. 

Kemlandingan. Door Ch. G. S. B. — Tecto- 
na. 5 (1912), 522. 

Bamboe -cultuur. (Overzicht van een arti- 
kel in het Soerab. Handelsblad van 10 Mei 
1912). — Tectona. 5 (1912), 533. 

CoQUE ( J. V. de). The forest wealth of the 
Netherlands East Indies. — T. N. L. N. I. 
84 (1912), 201. — Bespreking door Dr. E. K. 
Plasschaert. — Tectona. 5 (1912), 699. — 
Zie ook: T. N. L. N. I. 85 (1912), 291. 

The timber forests of the East Coast of 

Sumatra, Palembang and Djambi. — T. N. 
L. N. I. 85 (1912), 3. 

Plasschaert (Dr. E. K.). Het systema- 
tisch onderzoek der bosschen in de Buitenbe- 
zittingen. — Tectona. 5 (1912), 679. 

Praasterink (H. C). Marmojo of wedoe- 
san (tusschenbeplanting in djatibosschen). 
Extract uit een rapport. M. ill. — Tectona. 
5 (1912), 690. 

Het boschbeheer op Java en Madosra. 
(Overzicht van de rede ter zake van den heer 
MiDDELBEBG bij de behandeling der Ind. Be- 
grooting in de Tweede Kamer). — Ind. Merc. 
1912, 1118. 

Bruinsma ( A. E. J. ). De natuurlijke verjon- 
ging der djatibosschen. (Booordeeling van 
het werk van Dr. H. ten Oever: 
„Die natürliche Verjüngung der Djati Tecto- 
na grandis. Ein Beitrag zur tropischen Forst - 
wirtschaft. München-Berlin, 1912). — Cvltura. 
1912, 478. — Zie ook besprekingen van bo- 
venstaand werk in Tectona. 6 (1913), 65, 68. 

LuGT (Ch. S.). De exploitatie der djati- 
bosschen op Java. Voordracht. M. ill. — 
Voordr. Koloniale Landb. Tentoonst. Deventer. 
1912, 33. 

D^ houtaankap in Nederl. Indië. Door S. 

— Pintoe Perniagadn III, N°. 34, bl. 116; 
in, N°. 35, bl. 124. 



Spaan (W. J.). Natuurlijke voortplanting 
der djatibosschen. Praeadvies. — Tectona. 
5 (1912), 571. — Voordracht. — Ibid. 5 (1912), 
811. 

Besprekingen (op eene vergadering der 
Vereeniging van Ambtenaren bij het Bosch - 
wezen in Nederl. -Indië van 29 en 30 Augustus 
1912), over den onderhandschen afstand van 
hout. Met bijlagen. — Tectona. 5 (1912), 726, 
742. 

Jaski (K. C). Het branden op te kulti- 
veeren terreinen. — Tectona. 5 (1912), 845. 



Dunning van djati. 
846. 



Tectona. 5 (1912), 



Houtvoorziening in de afdeeling Malang. 

— Tectona. 5 (1912), 846. 

De onafhankelijkheid van de grondwaarde 
van den opstand en omgekeerd. — Tectona. 
5 (1912), 851. 

Discussie over de steUing: „Bij het vast- 
stellen van boschreserves moeten gronden, 
welke voorloopig niet ontgonnen zullen be- 
hoeven te worden, binnen de grenzen der 
boschreserve genomen worden en eerst hier- 
van afgeschreven worden bij gebleken be- 
hoefte aan bouwgronden". — Tectona. 5 
(1912), 914. 

Toelichting tot- en discussie over de stel- 
ling: „In het belang van het verkrijgen van 
vaste boscharbeidcrs is het gewenscht, dat 
bij het inrichten van hout vesterijen gerekend 
wordt op de oprichting van kampongs op 
gunstig gelegen punten in de houtvesterijen. 

— Tectona. 5 (1912), 920. 

Extracten uit in het jaar 1912 opgestelde 
definitieve bedrijfsplannen. — Tectona. 5 
(1912), 927. 

Beekman (H. A. J. M. ). Boschreserveering 
en regelen hierbij in acht te nemen. Voor- 
dracht met debat. — Public. N. I. Landb. 
Synd. 4 (1912), 286, 321. 

Cultuiir en handelscijfers van djati. Door 
A. H. — De Handel. 6 (1912), 152. 

Salverda (A.). Uitkomsten van het Bosch- 
wezen in Nederlandsch -Indië. (Overzicht van 
een ingezonden stuk in het Algemeen Handels- 

16 



242 



BOSCHWEZEN EN HOUTTEELT. 



Uad van 28 December 1912, met antwoord 
van de Redactie). — /. G. 1913, I, 228. — 
R?pliek van A. Salverda (in het Algemeen 
Handelsblad van 8 Maart 1913). — /. G. 
1913, I, 530. 

Dessabosschen. (Résumé van een artikel 
door H. in de Locomotiej van 25 November 
1912). — /. G. 1913, I, 240. 

Laan (E. van der). Het Boschwezen in 
Britsch-Indië. (Résumé van een artikel in 
,,The Indian Forester'' van Januari 1912, 
over de directe financiëele resultaten van dit 
Boschwezen en vergelijking met overeen- 
komstige cijfers voor het Nederl. Indisch 
Boschwezen). — /. G. 1913, I, 329. 

Vox. Goedkooper hout. (Overzicht van 
een artikel in de LocoTnotiefY&n 31 December 
1913 over het door den wei. Hoofdinspecteur 
S.S. geopperde denkbeeld om een onderzoek 
in te steUen naar de geschiktheid van be- 
staande Tivildhoutsoorten ter vervanging van 
djatihout en deze oordeelkundig aan te 
kweeken). — /. G. 1913, 1, 379. — Antwoord 
daarop door H. J. Kerbert in de Locomotief 
van 3 Januari 1913. — /. G. 1913, I, 380. 

Het kabeltransport van langhout. Door 
A. H. B. — Ind. Merc. 1913, 183. — Ant- 
woord op bovenstaand artikel, door J. H. H. 
Kloos. — Ihid. 1913, 240. 

Ham (S. P.). Nota nopens de boschreser- 
veering in de residentie Lampongsche Distric- 
ten. — Tectona. 6 (1913), 1. 

Boschexploitatie op Java en Madoera. 
(Regeeringsbesluit betreffende het bosch- 
beheer, ontleend aan de Javasche Courant van 
29 Augustus N°. 69). — Ind. Merc. 1913, 847. 

Brutnsma (A. E. J.). Het boschwezen in 
Nederlandsch-Indië in de ontwerp-begrooting 
van 1914. — Ind. Merc. 1913, 909. 

Ven (L. A. van de). Mededeeling omtrent 
aanleg en gebruik van monorailbanen (hang- 
banen) in het boschdistrict Grobogan. M. UI. 
— Tectona. 6 (1913), 111. 

Hasselt (H. J. van). Het Indische Bosch- 
wezen in de Tweede Kamer. — Tectona. 6 
(1913), 130. 

Oever (Dr. H. ten). Nieuwe boomrooi- 
machines. M. ül. — Tectona. 6 (1913), 155. 



Kerbert (H. J.). Chineesch houttransport 
op het eiland Singkep. M. ül. — Tectona. 
6 (1913), 206. 

Overzicht van de resultaten der in het Ile ■ 
semester van 1912 gehouden venduties van 
djatüiout verkregen door exploitatie in eigen 
beheer van den Dienst van het Boschwezen. 

— Tectona. 6 (1913), 213. — Idem i i het Ie 
semester 1913. — Ihid. 6 (1913), 629. — 
Idem in het lle semester 1913. — Ihid. 7 
(1914), 269. — Idem in het Ie Semester 1914. 

— Ihid. 7 (1914), 873. — Idem lïe semester 
1914. — Ihid. 8 (1915), 283. — Idem, Ie 
semester 1915. — Ihid. 8 (1915), 855. 

Deventer (A. J. van). Gemengde djati- 
bosschen. (Praead vies voor de Alg. Ver j;o de- 
ring der Vereeniging van Ambtenaren bij het 
Boschwezen in Ned. Oost-Indië op 6 en 7 
Augustus 1913). M. UI. — Tectona. 6 (1913), 
273. — Debat over bovengemeld praeadvies. 

— Ihid. 6 (1913), 481. 

Beekman (H.). Een onderzoek naar de 
meest juiste methode van opmeting van 
djatiboom en -opstand. Voordracht. M. UI. 

— Tectona. 6 (1913), 367. 

Verslag van den dienst van het Boschwezen 
in Nederlandsch-Indië over het jaar 1911. — 
Tectona. 6 (1913), 433. 

Wind (R.). Afzet van klein hout. Prae- 
advies met debat daarover. — Tectona. 6 
(1913), 518. 

Vijfde algemeene vergadering van de Ver- 
eeniging van Ambtenaren bij het Boschwezen 
te Salatiga op 6 en 7 Augustus 1913. — Tec- 
tona. 6 (1913), 477, 531. 

Deventer (A. J. van). Algemeene be- 
schouwingen over den omloopstijd en de 
regeling van het bedrijf der djatibosschen 
op Java. Met naschrift. — Tectona. 6 (1913), 
608, 626. — Nadere beschouwingen daarover. 

— Ihid. 7 (1914), 721. — L'art de grouper 
les chiffres. Naar aanleiding van bovenstaan- 
de artikelen, door E. H. B. Brascamp. — 
Ihid. 8 (1915), 935. 

Eerde ( J. C. van). Ls régime f orestier dana 
les Colonies Néerlandaises. — Bihl. Coloniale 
Intern. Ile Série, Tomé II, 314. 

Boschbouw en boschexploitatie op Java. 



BOSCHWEZEN EN HOUTTEELT, 



243 



— Pintoe Pernigadn. V, N°. 51, bl. 31; N°. 
52, bl. 41; N°. 53, bl. 51; N°. 59, bl. 69. 

RiTSEMA VAN EcK (S. ). De geest der nieuwe 
Bosclireglementen. (Overzicht van een arti- 
kel in Java-Bode van 11 en 12 November 
1913). — /. O. 1914, I, 70. 

Ltjlofs (C). Wildhout-handel. De con- 
cessiën tot boschexploitatie te Telok Sehmau. 

— T. B. B. 46 (1914), 225. — Zie ook: Tec- 
tona. 7 (1914), 677. 

Braam (J. S. van). De Buitenbezittingen 
en het Boschwezen. — T. B. B. 46 (1914), 
256. — Zie ook: Tectona. 7 (1914), 636. 

Jaski (K. C). Maatregelen in het belang 
van de voorziening in de behoefte aan brand- 
hout van de inlandsche bevolking in Noord - 
Wonosobo. — Tectona. 7 (1914), 127. 

Schaeffer (M. G.). La culture du teek a 
Java. (Overzicht van een artikel in het „Jour- 
nal d' Agricvlture tropicale" van 31 December 
1913). — Tectona. 7 (1914), 190. 

Beekman (H.). Werkplan voor het onder- 
zoek naar de meest doeltreffende verpleging 
en de opbrengst van djati-opstanden. — 
Tectona. 7 (1914), 219. 

Snep VANGERS (F. W.). Particuliere bosch- 
perceelen. (Vervolg van Tectona. 3 (1910), 
357). _ Tectona. 7 (1914), 363. 

Kerbert (H. J.). Observatieperken. — 
Tectona. 7 (1914), 378. 

Snepvangers (F. W. ). Eucalyptus. — 
Tectona. 7 (1914), 443. 

Boschreserves ter Oostkust van Sumatra. 

— Tectona. 7 (1914), 454. 

Ean bezoek aan de Rembangsche djati- 
bosschen door J. E. Teysmann in 1854. Door 
E. H. B. B. — Tectona. 7 (1914), 457. 

Braam (J. S. van). Over de boschexploi- 
tatie in de Buitenbezittingen. Met bijlagen. 

— T. B. B. 46 (1914), 372, 388, 393. — Het 
Boschbeheer in de Buitenbezittingen, door 
L. J. VAN DER Waals. (Naar aanleiding van 
bovenstaand artikel). — /. G. 1914, II, 
1627. — Zie ook: Tectona. 7 (1914), 653. 



LuGT (C. S.). De bosschen van Neder- 
landsch-Indië, hunne benutting en verzor- 
ging. — Onze Koloniën. Serie I, N°. 9. 

Kerbert (H. J.). De ontwikkeling van de 
houtindustrie op de Philippijnen in verband 
met die in onze Buitenbezittingen. — Tec- 
tona. 7 (1914), 607. 

Braam (J. S. van). Verslag omtrent een 
reis (12 — 25 Februari 1914) naar de Z. en O. 
AfdeeUng van Borneo (in verband met de 
boschexploitatie in dat gewest). M. ill. — 
Tectona. 7 (1914), 616. 

Oever (Dr. H. ten). De voorziening in de 
houtbehoefte der theecultuur. Voordracht. 

— Pvhl. N. I. Landb. Synd. 6 (1914), 1067. 

— Zie ook: Tectona. 7 (1914), 799: — Ind. 
Merc. 1915, 80. 

Rentabiliteitsberekening betreffende den 
aanleg van een kabelbaan voor houtvervoer. 

— Tectona. 7 (1914), 820. 

Bruinsma (A. e. J.). Lijst van door den 
Gouverneur-Generaal Daendels en diens 
opvolger uitgevaardigde plakkaten en be- 
sluiten nopens de houtbosschen. — Tectona. 
7 (1914), 911. 

Forest Service. — Essays Netherl. E. I. San 
Francisco-Committee. N°. 13. 

JocKTN (V.). Wildhout (voor dwarsliggers 
voor spoorwegen in Indië). — Ind. T. v. S. 
en T. 2 (1914), 108. 

De Panglongs in de afdeeling Lingga der 
residentie Riouw en Onderhoorigheden. Door 
S. — Kol. Tijdschr. 1915, II, 1009. 

Roosendaal (J. J. van). Hoe geraakt 
men bij het djatiboschbedrijf in afzienbaren 
tijd tot eene normale ouderdomsklassever- 
houding met inachtneming van een geleide- 
lijk stijgenden houtval. M. ill. — Cvltura. 27 
(1915), 211. — De particuliere boschexploi- 
tatie in de normale ouderdomsklasseverhou- 
ding bij het djatiboschbedrijf. Door „BoscH- 
man". Antwoord op bovenstaand artikel. — 
lUd. 28 (1916), 72. 

Brascamp (E. H. B.). De djati op Rosen- 
gain. (Ontleend aan een artikel in het Tijd- 
schr. van het Aardrijksk. Genootschap van H. 
P. Th. Witkamp over Roen, Ai, Rosengain, 



244 



BOSCHV^^ZEN EN HOUTTEELT. 



Poeloe Pisang en Lontor's Noordkust). — 
Tectona. 8 (1915), 73. 

Brascamp (E. H. B. ) De bevolkingstoename 
in de residentie Rembang en het beheer 
der djatibosschen. — Tectona. 8 (1915), 72. 

Ravenswaaij Claasek (J. C. van). Om- 
loopstijd. — TeUona. 8 (1915), 109. — De 
omloop der djatibosschen. Opmerkingan naar 
aanleiding van bovenstaand artikel, door 
K. SoETERS. — Ihid. 8 (1915), 443. — Re- 
pliek van J. C. VAN Ravenswaaij Claasen. 

— Ibid. 8 (1915), 848. 

Eenige gegevens over het verloop der 
Gouvemements venduties van djatihout in 
1914. — Tectona. 8 (1915), 123. 

Snepvangees (F. W.). Iets omtrent Ma- 
honi (Swietenia Mahagoni.) — Tectona. 8 
(1915), 126. — Nog iets over de cultuur van 
Mahoni en nog wat. Vervolg op vorenstaand 
artikel, door A. E. J. Bbuinsiia. — Ihid. 8 
(1915), 508. 

Verslag van den Dienst van het 

Boschwezen in Nederlandsch-Indië over 1913. 

— Tectona. 8 (1915), 131. 

Braskamp (E. H. B.). Het Boschwezen in 
het „Algemeen Overzicht van de uitkomsten 
van het Welvaart-Onderzoek". — Tectona. 
8 (1915), 152. 

Kerbeet (H. J.). Een bijdrage tot de 
kennis der Preangerbosschen. — Tectona. 
8 (1915), 185. 

Zon (P. van). Mededeelingen omtrent den 
kamferboom (Dryobalanops aromatica). — 
Tectona. 8 (1915), 220. 

Verslag van den Dienst van het Bosch- 



wezen in de Federated Malay States over 
1913. — Tectona. 8 (1915), 371. 

Berkhout (Dr. A. H.). Bespreking der 
brochure van P. Geesink: „Is het Bosch- 
wez"n in Nederl. Indië op den goeden weg?" 
Amsterdam 1915. — Ind. Merc. 1915, 699. 
— Zie ook de bespreking dezer brochure door 
V. D. BusscHE in Tectona. 8 (1915), 775. 

Wechel (A te). De bcteekenis van ons 
boschbezit in onze Oost-Indische Koloniën. 
Voordracht. — Ind. Merc. 1915, 862. 



Keebert (H. J.). Bijzonderheden betref- 
denfe de tegenwoordige wildhout exploitatie 
in eigen beheer te Tjiwidej (Aid. Bandoeng). 

— Tectona. 8 (1915), 415. 

Wildhoutexploitatie in eigen beheer 

in de Preanger. — Tectona. 8 (1915), 422. 

Plas (S. van der). Boschtoestand op het 
eiand Madoera. — Tectona. 8 (1915), 453. — 
Zie ook: T. B. B. 49 (1915), 233. 

Olivier (J. f.). Over den houthandel te 
Menggala (Lampongsche Districten). — Tec- 
tona. 8 (1915), 455. — Zie ook: T. B. B. 
49 (1915), 235. 

Brascamp (E. H. B.). De handel in hout 
en boschproducten iii de Lampongs. — Tec- 
tona. 8 (1915), 461. 

Kerbert (H. J. ). Is de vorming van eene 
wildhout -hout vesterij gewenscht ? — Tectona. 
8 (1915), 503. 

Plasschaert (Dr. E. K.). De eerste bosch- 
verkenningen in West- en Noord-Sumatra. 

— Tectona. 8 (1915), 521. 

Beverslxhs (J. R ). Bosch-boekhouding. 
Met critiek van A. J. van Deventer en re- 
pliek van J. R. Beversluis. — Tectona. 8 
(1915), 539, 549, 550. 

Harreveld (Ph. van). Brandhoutboomen 
op slechte gronden. — Arch. S. I. N. I. 23 
(1915), II, 1561. 

Kerbert (H. J.). De bepaling van de 
houtretributie op erfpachtsperceelen in de 
Preanger. — Tectona. 8 (1915), 607. 

Knoop (W. J.). Nota betreffende de vee- 
weide in 's Lands bosschen, meer in het bij- 
zonder in het boschdistrict Oost -Toe ban. — 
Tectona. 8 (1915), 620. — Eenige aanteeke- 
ningen op bovenstaande nota, door F. W. 
Snepvanoers. — Ibid. 9 (1916), 59. 

Braskamp (E. H. B.). Bespreking van 
„Het Bosch- en Dienstrcglemcnt van 1913, 
met Toelichtingen en Aanhangsel", samen- 
gesteld door F. W. Snepvangers. — Tectona. 
8 (1915), 715. 

Brutnsma (A. e. J.). Het boschbeheer op 
Java, voorheen en thans. — Tectona. 8 (1915), 
735. 



BOSCHWEZEN EN HOUTTEELT. — BOSCHPRODUCTEN. 



245 



Bbascamp (E. H. B. ). Uit het contract met 
de Sultans van Cheribon in 1806 (waarin bepa- 
lingen voorkwamen omtrent de djatibosschen 
in dat gewest). — Tectona. 8 (1915), 768. 

Kerbert (H. J.). De praktijk van de 
boschreserveering. — Tectona. 8 (1915), 823. 

Brascamp (E. H. B.). Verbetering van de 
boekhouding van de gegevens over de bosch- 
gesteldheid. — Tectona. 8 (1915), 838. 

Vrijdag (M. ). De natuurlijke verjongingen. 
(Nagelaten werk van een candidaat-hout- 
vester). — Tectona. 8 (1915), 864. 

Raciborski (Dr. M.). Ueber das Abster- 
ben der Djowarbaume (Cassia siamca) auf 
Java. (Ontleend aan het „Forstlich-Natur- 
wissenschaftliche Zeitschrift"). — Tectona. 
8 (1915), 869. 



Wechel (A. te). Een cursus voor bosch- 
opzieners. — Tectona. 4 (1911), 57. 

Kort verslag van de bijeenkomst van hout- 
vesters met verlof in Nederland ten doel 
hebbende, bespreking van art. 5 t/m 7 van 
het Dienstreglement, en in verband daarmede 
de wenschelijkheid tot de decentralisatie in 
den werkkring van den Hoofdinspecteur. 
Gehouden te den Haag 12 September 1910. 

— Tectona. 4 (1911), 66. 

LtrcKNER (E. G. von). Het inl. personeel bij 
den aankap. I. E. B. — Tectona. 4 (1911), 166. 

RiTSEMA VAN EcK (S.). Over de ver- 
houding tusschen inspectie en beheer bij den 
dienst van het Boschwezen. — Tectona. 4 
(1911), 549. 

Bruinsma (A. e. J.). Iets over het ambt 
van „houtvester". — Tectona. 5 (1912), 138. 

Bussche (C. van den). Beschouwingen 
over de wenschelijkheid om de gelegenheid 
tot benoeming van adjunct-houtvesters der 
2e klasse opnieuw open te stellen. Praeadvies. 

— Tectona. 5 (1912)^ 577. — Voordracht en 
debat over bovenvermeld praeadvies. — 
Ibid. 5 (1912), 800. 

AsBECK (W. A. Bar. van) en W. K. J. de 
Wit. Opleiding van het Inlandsche personeel 
bij het Boschwezen. — Tectona. 5 (1912), 612. 



Beekman (H.). U. S. Forest Service. — 
Tectona. 5 (1912), 471, 634. 

Waar men onder Daendels een „bosch- 
ganger" al niet voor gebruikte. Door S. P. H. 

— Tectona. 5 (1912), 698. 

Oever (H. ten). Decentralisatie bij den 
dienst van het Boschwezen in Ned. Indië. — 
/. G. 1912, I, 20. — Opmerkingen, door C. 
VAN DEN Btjssche. — Tectona. 5 (1912), 424. 

Kerbert (H. J.). Verslag van de Commis- 
sie tot het uitbrengen van voorstellen om- 
trent de personeelreorganisatie bij den dienst 
van het Boschwezen in Ned. Indië. Met bij- 
lage. — Tectona. 7 (1914), 491. — De per- 
soneelsformatie bij het Boschwezen. Be- 
schouwing over enkele punten naar aanleiding 
van bovenvermeld verslag, door A. TE 
Wechel. — Ibid. 7 (1914), 918. 

Deventer (A. J. van). Tewerkstelling van 
aspirant -houtvesters bij de Boschinrichting. 

— Tectona. 8 (1915), 115. 

Ambtsge varen (bij het Boschwezen). (Over- 
zicht van een artikel in het „Nieuws van den 
Dag in N. /.", van 12 Augustus 1915). — 
Tectona. 8 (1915), 702. 

Extract uit een rapport betreffende de 
opleiding van candidaat-houtvesters door 
het afdeelingsbestuur K. B. aangeboden aan 
de Commissie tot het doen van voorstellen 
aangaande reorganisatie van het boschbouw- 
onderwijs. Oorspronkelijke samenstellers G. 
Blokhttis, C. L. M. Draaisma en P. H. En- 
DERT. — Tectona. 8 (1915), 909. 

2. Boschproducten. *) 

Ham (A. P.). Over de damarwinning op 
Obi. — Tectona. 4 (1911), 205, 300. 

Wechel (P. te). Iets over zgn. djeloe- 
toeng. M. ill. — Teysm. 22 (1911), 588. — 
Nog iets over djeloetoeng. Opmerkingen 
door Prof. Dr. P. van Romburgh naar aan- 
leiding van bovenstaand artikel. — Ibid. 
23 (1912), 1. 

's Jacob (H.). Djeloetoeng-zaken. — T. 
N. L. N. I. 82 (1911), 1. 



') Zie ook de rubriek „Getah pertjah en Caout- 
chouc". 



246 



BOSCHPRODUCTEN. — EUROPEESCHE FABRIEKSNIJVERHEID. 



De handel in gom-copal en gom-damar in 
het Sultanaat Batjan. — Korte Berichten. 
2 (1911—12), 136. 

De toekomst van djeloetoeng. (Ontleend 
aan een Amerikaansch vaktijdschrift ). — Ind. 
Merc. 1912, 2. 

Drubeb (Mr. B. H.). Djeloetoeng-conces- 
sie op Borneo. — /. G. 1912, II, 1444. — 
Overzicht eener bespreking van bovenstaand 
artikel door Hamtd in de Nieuwe Courant 
van 29 November 1912. — /. G. 1913, 1, 117. 

— Djeloetoeng-concessies op Borneo. Door 
C. LuLOFS. (Naar aanleiding van eerstge- 
noemd artikel en de brochure van Mr. H. P. 
Mabchaiït: „Ambt en belang, 's Gravenbage 
1912"). — T. B. B. 4A (1912), 165. — Djeloe- 
toeng-zaken op Borneo. Het goede recht van 
de concessies). Naar aanleiding van het artikel 
van Hamid in de Nieuwe Courant van 29 
November 1912). — /. G. 1913,1, 707. —Zie 
ook: /. G. 1913, I, 798. 

KtTNST (E. D.). Damarcultuur in West- 
Java. — Tectona. 5 (1912), 123. 

De toekomst van djeloetoeng. (Ontleend 
aan de „Handelsberichten" van 21 December 

1911, met kantteekeningen van Ch. G. S. 
Bbaat). — Tectona. 5 (1912), 142. 

Extractie van de hars uit djeloetoeng. 
(Ontleend aan „The India Rubber Journal'' 
van 14 October 1911). — Teysm. 23(1912), 
116. 

Djeloetoeng-concessies in Nederlandsch- 
Indië. (Overzicht der debatten over die 
quaestie bij de behandeling van de Indische 
Begrooting voor 1912 in de Tweede Kamer). 

— Ind. Merc. 1912,1116. 

Koloniaal Museum te Haarlem. Prijsvraag 
voor het jaar 1913: Onderwerp: „Rotan en 
Rotanpalmen". Met toelichting. — Buil. 
Kol. Museum. N°. 52, bl. 17. — Ind. Merc. 

1912, 623. 

DoEFF (H.). De djeloetoeng-concessies op 
Zuid-Borneo. — Kd. Tijdschr. 1913, I, 180. 

De strijd rond de djeloetoeng-concessies. — 
Kol. Weekblad. 6 Maart 1913. 

Een en ander over bamboe. Door A. H. 
M. iU. — De Handel. 7 (1913), 285. 



De djeloetoeng-concessie (in de Memorie 
van Antwoord op het Voorloopig Verslag 
betreffende de Indische Begroot ing voor 
1913). — /. G. 1913, I, 357. 

Adressen inzake de djeloetoeng-quaes- 
tie. (Overzicht van een tweetal adressen 
ter zake van den heer J. G. Schlimmer aan 
den Gouvemeur-Gleneraal). — /. G. 1913, I, 
524. 

Engel (J. L. ). Rapport nopens de klacht 
van Mr. Dryber (betreffende de schending 
van het djeloetoeng-concessie-terrein), Soe- 
rabaja 6 Januari 1913, gericht aan den Pro- 
cureur-Generaal bij het Hooggerechtshof van 
Nederlandsch-Indië. Met bijlagen en naschrift 
van C. LuLOFS. — T. B. B. 45 (1913), 38. 

Samsox ( A. L. ). Djeloetoeng en nog wat. — 
T. B. B. 45(1913), 475. 

Bücher (Dr. ). Ueber den stand der Rotang- 
Frage in Neu-Guinea. M. ill. — Tropenpflan- 
zer. 17 (1913), 319. 

KooBEMAN (P. J.).Het recht van de inland- 
sche bevolking der Buitenbezittingen om 
boschproducten in te zamelen. — I. G. 1914, 
I, 476. 

Bbaam (J. S. van). De boschproducten van 
den Nederlandsch-Indischen Archipel. — 
T. B. B. 47 (1914), 275. — Beschouwingen 
naar aanleiding van bovenstaand artikel, 
door Dr. A. H. Bebkhout. — /. G. 1915, 1, 
169. 

Heyne (K.). Damar and copal. — Essays 
Netherl. E. I. San Francisco-Committee. N°. 
13. 

• 

Beascamp (E. H. B.). De handel in hout 
en boschproducten in de Lampongs. — Tec- 
tona. 8 (1915), 461. 

e. EuROPEESCHE Fabbieks- en Inlandsche 
Handwebks- en Kxjnstnijvebheid. *) 

De tegelindustrie in Nederlandsch-Indië. — 
Org. N. I. Ver. Handelsgeëmployeerden. 2 
(1910—11), 135. 

Am pas als grondstof voor papierfabricatie. 
— Korte Berichten. 1 (1910—11), 64. 



') Zie vooral ook de rubriek „EÜinographi^'. 



EUROPEESCHE FABRIEKSNIJVERHEID. 



247 



Veth (Gebrs.). Nederl. Indische Portland- 
Cement-Maatschappij te Amsterdam. Mede- 
deelingen over den bouw van de fabriek te 
Padang. — Ind. Merc. 1911, 43. 

Leemkolk (W. J. van de). Papierfabrika- 
tie in Nederlandsch-Indië. M. UI. — Weekbl. 
V. Indiè. 8 (1911—12), 172, 195. 

De eerste machinale leerlooierij in Nederl. - 
Indië. Door V. d. L. M. ill. — WeelM. v. 
Indiè. 8 (1911—12), 31. 

Een gouvernements-gutta-perchafabriek in 
Indië. (Persstemmen over het regeerings- 
voorstel om bij de onderneming te Tjipetir een 
eigen fabriek te bouwen). — /. O. 1912, I, 
825. 

De Portland-cementfabriek in de Padang- 
sche Bovenlanden. M. ill. — Korte Berich- 
ten. 2 (1911—12), 31. — Zie ook: Ind. Merc. 
1912, 28, 405. — Jaarb. Mijnbouwk. Ver. 
1914—15, 297. 

De opening van de rijstpellerij op Tjibla- 
goeng (Java). — Ind. Merc. 1912, 73. 

Itebson (Prof. G. van). De beteekenis van 
het Vezelcongres te Soerabaja voor de indus- 
trie in Nederlandsch-Indië. Voordracht met 
debat. — Ind. Merc. 1912, 451, 471. 

Boer (J. C. ten). De industrieële ontwik- 
keling van Britsch-Lidië en van Nederlandsch 
Indië. — Ind. Merc. 1912, 329. 

Een coca-extractiefabriek (op Java). Cir- 
culaire van J. F. Sol en van Wely aan de 
cocaplanters op Java. — Ind. Merc. 1912, 
644. 

Havik (H. G.). Verslag van een onderzoek 
van enkele grondstoffen voor de halfstoffen- 
en papierfabrikatie op Java. (Vervolg van 
een artikel in Teysm. 21 (1910), 319). — 
Teysm. 23 (1912), 265. 

Boorsma (Dr. W. G.). Reukwerk. (Berei- 
ding en gebruik, ook in Nederl. -Indië). — 
Teysm. 23 (1912), 308. 

Main (F.). Eenige grondstoffen voor de 
papierfabricatie. (Hieronder ook ampas). — 
T. N. L. N. I. 82 (1911), 188. 

Abrahamson (S. S.). Cocanieuws. Een 



cocaïnefabriek op Java. — T. N. L. N. I. 
85(1912), 13. 

HoEKMAN. De fabriek van aetherische oliën 
„Odorata" te Tjitjoeroeg. — T. N. L. N. I. 
85 (1912), 17. 

Een fabriek in Nederlandsch-Indië voor 
bereiding van papier uit bamboe. — T. N. L. 
N. I. 85(1912), 365. 

Fabriek voor vervaardiging van spring- 
stoffen (te Batavia). — T. N. L. N. I. 85 
(1912), 36i5. — Zie ook: /. G. 1913, II, 1112. 

Een tapijtenfabriek te Soerabaja. (Opge- 
richt door den heer Vardon). — Ind. Merc. 
1913, 121. 

De rijstpellerijen op Java. (Overzicht van 
een polemiek in de Nieuwe Rotterd. Courant 
van 18 en 23 Maart 1913 tusschen Dr. R. 
Broersma en Mr. J. W. Ramaer). — /. G. 

1913, I, 651. 

Indië op de Gentsche Wereldtentoonstel- 
ling. — Ind. Merc. 1913, 609. 

No ACH. Titaan -staal (en over de quaestie 
van oprichting van titaan-ijzerfabrieken in 
Nederl. -Indië). — T. N. L. N. I. 86 (1913), 46. 

Een fabriek van rubberartikelen te Soera- 
baja. — Ind. Merc. 1913, 937. 

Getjns (M. van). De Koloniale Tentoon- 
stelling te Semarang. M. ill. — Weekbl. v. 
Indië. 10 (1913—14), 997, 1023. 

Mandere (H. VAN der). De eerste algemee- 
ne koloniale tentoonstelling te Semarang. — 
Mork's Magazijn. 1914, 219, 285. 

De eerste algemeene koloniale tentoonstel- 
ling te Semarang van Augustus-November 

1914. M. ill. — De Handel. 8 (1914), 69. 

De groote rubberfabriek van Sumatra. 
(Ontleend aan de Sumatra-Post). — Ind. Merc. 
1914, 395. 

Koloniale Tentoonstelling te Semarang, 
1914. M. ill. — Ingenieur. 1914, 595. 

Tersteeg (H.). De tentoonstelling te Se- 
marang in wording. (Ontleend aan het Soe- 
rab. Handelsblad. — Ind. Merc. 1914, 744. 



248 



EUROPEESCHE EN INLANDSCHE NIJVERHEID. 



De Semarangsche Tentoonstelling. (Over- 
zicht der openingsplechtigheid). Door E. v. 
H. — /. G. 1914, II, 1544. 

De opening der Semarangsche Tentoon- 
stelling. M. UI. — Weekbl. v. Indië. 11 (1914— 
15), 520. 

Steenfabricatie op Java. — T. N. L. N. I. 
89 (1914), 282. 

Herweijer (IJ. C. W.). De afdecling Uit- 
heemsche Nijverheid op de Tentoonstelling 
te Semarang. — Ingenieur. 30 (1915), 399. 

DoEFF (H.). Groot -industrie in de tropen. 
(Naar aanleiding van het artikel van Mi\ J. 
W. RAMAERover „Japansche Grootindustrie" 
in de Indische CHds van Juli en Augustus 
1915). — Kol. Tijdschr. 1915, II, 1218. 

Leemkolk (W. J. van de). De Wereldten- 
toonstelling te San-Francisco. (Hierin mede- 
deeüngen over de deelneming van Neder- 
landsch-Indië aan bovengenoemde tentoon- 
stelling). — T. N. L. N. I. 90 (1915), 331. 

Commissie tot ontwikkeling van de fa- 
brieksnijverheid in Nederlandsch -Indië. (In- 
staUatie-rede van den Gouverneur-Generaal). 
— Ind. Merc. 1915, 955. — Zie ook: I. G. 
1915, II, 1840. 

MoHK (Dr. E. C. JtTL). Industriëele mo- 
gelijkheden in Nederlandsch -Indië. — Korte 
Berichten. 4 (1915— 16), 289. — Beschouwin- 
gen naar aanleiding van bovenstaand artikel, 
door Dr. H. Blink. — Tijdschr. v. Econ. 
Geogr. 6 (1915), 496. — Overzicht: Ind. 
Merc. 1915, 1002. 

Tersteeg (H.). Ontwikkeling van de fa- 
brieksnijverheid. (Overzicht van een artikel 
in het Soerab. Handelsblad, naar aanleiding 
van de installatie van de Commissie voor de 
fabrieksnijverheid in Nederl. -Indië). — /. G. 
1915, II, 1773. 

CoOL (W.). Nieuw industrieel leven 
in Nederlandsch -Indië. (Naar aanleiding der 
benoeming eener Commissie tot ontwikke- 
ling van de fabrieksnijverheid in Nederl. - 
Indië). — Tijdschr. Maatsch. v. Nijverh. 
1915, 619. 

TissoT VAN Patot (E. A.). De toepassing 
van bewcegkracht in fabrieken voor bergcul- 



tures. Voordracht. — Ind. Merc. 1915, 1091. 

Een moeilijk vraagstuk. (Naar aanleiding 
der installatie eener Commissie tot bevordering 
der fabrieksnijverheid in Nederl. -Indië). — 
Banier. 7 (1915), 661, 675, 691, 708, 726, 767, 
784, 801, 818. 



SiNiA (J. G.). Een en ander over Boegi- 
neesch smeedwerk. M. UI. — Elsevier's Ge- 
ul. Maandschr. 21 (1911), I, 272. 

Een en ander over pamor. — Indologenblad. 
2 (1910—11), 90. 

Jasper (J. E.). Indiaansche en Indische 
vlechtkunst. Technieken en ornamenten. 
M. UI. — Elsevier's Geill. Maandschr. 21 
(1911), II, 428. 

Verslag betreffende de tweede te Koeta- 
Radja gehouden jaarmarkttentoonstelling 
van 2 tot en met 6 Mei 1911. — Kol. Verslag 
[N. O. /.). 1911, Bijl. AAA. 

Snelleman (J. f.). Gegoten koperwerk 
van Java en Sumatra in het Ethnologisch 
Museum te Rotterdam. M. UI. — Het Huis 
Oud en Nieuw. 1911, 247. 

Mooi Indisch weefsel (uit de Pesemahlan- 
den bij Palembang). M. UI. — De Aarde en 
haar Volken. 1911. Bijbl. bl. 97. 

Jasper (J. E.). De Inlandsche weefkunst 
in Nederl. -Indië. Voordracht met debat. — 
Ind. Merc. 1911, 123. — Zie ook: BuLl. Kol. 
Museum. N°. 48 (Juli 1911), 69. 

Lehmann (Dr. J.). Flechtwerke aus dem 
Malayischen Archipel unter Zugrundelegung 
der Sammlungen des Stèldtischen Völker- 
Museums. M. k. en UI. — Veröffentlichun- 
gen aus dem Stadtischen Völker-Museum 
Frankfurt a/M. N°. 14 (1912). 

Verslag van J. A. Loebèr Jxts., leeraar 
aan de Kunstnijverheidsschool te Elberfeld, 
over zijne studiereizen ten behoeve der In- 
dische kunstnijverheid, met ondersteuning 
van het Departement van Koloniën in de 
jaren 1909 en 1910 gemaakt. — Bijdr. Kon. 
Inst. 66(1912), 259. 

Javaansche houtsnijkunst. Door v. D. H. 
M. UI. — Weekbl. v. /nrftë. 9(1912— 13), 746. 



INLANDSCHE NIJVERHEID, 



249 



Otjdemans ( J. ). Verslag van een studiereis 
van de hceren Ostmeier en Eigl, technische 
instructeurs van den Pandhuisdienst, in de 
Preanger-Regentschappen. — T. B. B. 43 
(1912), 1. 

LoEBÈR Jr. (J. A.). Indisch kralen werk. 
M. ill. — Elsevier's Geul. Maandschr. 22 
(1912), 1,217. 

Van Indische nijverheiden sierkunst. — 



De Gids. 1913, I, 326. 

Textiele kunst in Indië. M. ill. 



Elsevier' s Geill. Maandschr. 23 (1913), II, 428. 

Later ( J. F. H. A. ). Wat wil men met de 
Inlandsche nijverheid? (Overzicht van een 
artikel in de Locomotief van 19 November 
1912). — I. G. 1913, I, 223. 

Veltman (Th. J.). De Atjehsche zijde 
industrie. M. ill. — Intern. Archiv. f. Ethn. 
20 (1912), 15. 

De Inlandsche nijverheid als middel tot 
sociaal-economischen vooruitgang. Door H. 
B. (Naar aanleiding van het werk van C. M. 
Pleyte: „De Inlandsche nijverheid in West- 
Java als sociaal-ethnologisch verschijnsel. 
Batavia 1911—1912" en het artikel van J. A. 
LoEBÈR Jr. : „Van Indische nijverheid en sier- 
kunst" in „De Gids" van Februari 1913). — 
/. G. 1913, I, 329. 

LoEBÊR Jr. ( J. A. ). Het schelpen- en kralen- 
werk in Neder landsch -Indië. M. ill. — Bvll. 
Kol. Museum. N°. 51 (Februari 1913). 

NoTO SoEROTO (Raden Mas). Over de in- 
landsche kunstnijverheid in Nederlandsch- 
Indië. M. ill. — Het N. I. Huis, Oud en Nieuw. 
1—2 (1913—14), 43. 

Over Javaansche boekversieringskunst. 

M. ill. — Het N. I. Huis, Oud en Nieuw. — 
1—2 (1913—14), 125. 

Storm van 's Gbavesande. Het smeden 
van edele wapens met pamorversiering. M. 
ill. — Het N. I. Huis, Oud en Nieuw. 1 — 2 
(1913—14), 135. 



Een industrie voor Indië's volk. 
Indiër. I (1913—1914), 287, 293. 



De 



Berwerth (F.). Javanische Waffen mit 



Meteoreisenpamor. — Tschermaks mineral. 
petrogr. Mitt. 26, blz. 506. 

De Pakan-Malam te Pajokoemboeh. M. ill. 

- Weekbl. v. Indië. 9 (1912—13), 914. 

Tertius. A l'instar van Japan. (Over de 
opdracht aan den heer H. van Kol voor het 
doen eener enquête -reis naar Japan in het 
belang van eene op Java te vestigen Inland- 
sche grootindustrie). — Kol. Tijdschr. 1914, 
I, 798. 

SiNiA (J. G.). Boegineesch vlechtwerk. M. 
ill. — Elsevier' s Geill. Maandschr. 24(1914), 
I, 170. 

BoEKE (J. H.). Bevordering van Inland- 
sche nijverheid. — Tropisch Nederland. 2 
(1914), 22. 

Hat -industry. • — Essays Netherl. E. I. San 
Francisco-Committee. N°. 26. 

SiNiA ( J. G. ). Vlechtwerk van Boeton voor- 
namelijk in vergelijking met Boegineesche 
vlecht proeven. M. ill. — Elsevier' s Geill. 
Maandschr. 24 (1914), I, 493. 

WiBONTANi. Inlandsche nijverheid te Ple- 
red. (Ontleend aan de Locomotief). — Ind. 
Merc. 1915, 372. 

Wermeskerken (H. van). Een en an- 
der over de bamboehoeden -industrie in het 
Tangerangsche. M. ill. — Weekbl. v. Indië. 
11 (1914—15), 1533. 

Loebêr Jr. ( J. A. ). Het bladwerk en zijn 
versiering in Neder landsch -Indië. M. ill. — 
Kol. Instituut. Geill. Beschrijving v. Ind. 
Kunstn. N°. 4. 

Textiele versieringen in Nederlandsch- 

Indië. M. ill. — Kol. Instituut. Geill. Be- 
schrijv. V. Ind. Kunstn. N°. 5. 

Leder- en perkamentwerk, schorsberei- 
ding en aardewerk in Nederlandsch -Indië. 
M. ill. — Kol. Instituut. Geill. Beschrijv. v. 
Ind. Kunstn. N°. 6. 



Vrouwenkunst in Indië. M. ill. 



De 



Vrouw en haar Huis. 10 (1915), 198. 



Horst — De Boer (T. ter). Het tienjarig 
bestaan van „Kunstarbeid" te Djokja. 31. 
ill. — Weekbl. v. Indië. 12 (1915—16), 749. 



250 



MIJNBOUW. 



MIJNRECHT. 



Tromp (P. H.). Besprekingen met de In- 
landsche bevolking over het oprichten van 
eene klapperoliefabriek op coöperatieven 
grondslag. — Pémimpin Pëngoesaha Ta- 
nah. 1 (1915), N°. 4, blz. 33; N°. 5, blz. 1. 

MoESO (R.). Inlandsche nijverheid te Ple- 
red. M. ill. — Pémimpin P(ngoesaha Tanah. 
1 (1915), N°. 6, blz. 26. 

/. Mijnbouw. — Mijneecht. ^) 

Verslagen van het Mijnwezen in Neder- 
landsch-Indië over 1910, 1911, 1912, 1913. — 
Jb. M. N. I. 39 (1910), Alg. Ged., blz. 1; 40 
(1911), Alg. Ged., blz. 1; 41 (1912), Alg. Ged., 
blz. 1; 42 (1913), Alg. Ged., blz. 1. 

De acte van vertegenwoordiging der In- 
dische Mijnwet. Door L. — Ind. Merc. 1911, 
672. 

Sandick (R. A. van). Ingenieurs voor het 
Mijnwezen in Nederlandsch-Indië. — De In- 
genieur. 1911, 871. 

MiDDELBERQ (E.). Mijnwezen en mijnbouw 
pohtiek gecritiseerd in „de Nederlander". — 
De Bmier. 4 (1912), 192. — Antwoord door 
MuNDtrs op bovenstaand artikel. — Tbid. 
4 (1912), 206. 

Opgave der hoeveelheden van de gewormen 
delfstoffen in Nederlandsch Oost-Indië ge- 
durende de jaren 1900 tot en met 1909. Sa- 
mengesteld uit de opgaven voorkomende in 
de Jïiarboeken van het Mijnwezen in Nederl. 
Oost-Indië. — Jb. Geol. Mijnbouwk. Oen. 
1913, 201. 

Opgave der waarde van de gewonnen delf- 
stoffen in Nederl. Oost-Indië gedurende de 
jaren 1900 tot en met 1909. Samengesteld 
uit de opgaven voorkomende inde Jaarboeken 
van het Mijnwezen in Nederl. Oost-Indië. — 
Jb. Ged. Mijnbouwk. Gen. 1913, 213. 

Abendanon (E. C). De Neder landsche 
Regeering en de mijnbouw in Nederlandsch- 
Indië. — Ingenieur. 28 (1913), 668. — Ant- 
woord op bovenstaand ai'tikel, door C. J. M. 
Wertheim, met naschrift van R. A. van 
Sandick. — Ibid. 28 (1913), 694, 695. 

Overzicht der mijnwetgeving in Neder- 



') Zie ook de af deeling „Oeologie". 



landsch Oost-Indië. — Jb. Geog. Mijnbouwk. 
Gen. 1914, Redact. ged., 37. 

Verbeek (R. D.). Een tegen de Indische 
Mijnwet beraamde aanslag. — Ind. Merc. 
1915, 341, 365, 434. 

Wellenstein (E. P.). Aanteekeningen 
naar aanleiding van het Billitoncontract en 
de Djambi-concessies. — I. G. 1915, II, 
1217, 1373. 

Sandberg (Jhr. Dr. C. G. S.). De Neder- 
landsch -Indische Mijnwet en hare toepassing. 
Voordracht met debat. — Ind. Merc. 1915, 
925. — De waarheid omtrent Tambang 
Sawah. Naar aanleiding van bovenstaande 
voordracht, door R. J. van Lier. — Ibid. 
1915, 996. — Opmerkingen naar aanleiding 
van het artikel van R. J. van Lier, door R. 
D. Veebeek. — Ibid. 1915, 1075. — RepUek 
van R. J. van Lier. — Ibid. 1916, 110. — 
Dupliek van^R. D. Verbeek. — Ibid. 1916, 
17L 

Verbeek (R. D.). De toepassing van de 
Mijnwet in Nederlandsch-Indië. Met na- 
schrift. — /. G. 1915, II, 1535, 1551, 1686. 



GiJZEN (J. H.). Ombilin-kolen in Yarrow- 
ketels. — Meded. Zeewezen 33, afl. 1. 

Herweyer (Y. C. W.). Rapport betref- 
fende de beproeving van Ngandangkolen 
bij de Nederlandsch -Indische Spoorweg- 
Maatschappij. — T. N. L. N. I. 83 (1911), 15. 

Aankoop van de Steenkolen -Maatschappij 
Poeloe Laut. (Overzicht van een desbetref- 
fend wetsontwerp). — /. G. 1913, 1, 510, 778. 

GooL (C. van). Rapport betreffende de 
stook- en verdampingsproeven, gehouden met 
de bij de Kon. Maatschappij „De Schelde", te 
VUssingen, gebouwde inrichting tot beproe- 
ving van Ombilinkolen. — Meded. Zeewezen. 
33, afl. 4. 

De Sumatra-staatspoorweg en de Ombilin- 
mijnen in 1910. — /. G. 1911, II, 1399. — 
Idem in 1911. — I. G. 1913, II, 1259. —Idem 
in 1913. — ƒ. G. 1915, 1, 272; II, 1842. 

Lier (R. J. van). De Ombilin -kolenmijnen 
ter Sumatra's Westkust. Voordracht met 



MIJNBOUW. — MIJNRECHT. 



251 



debat. M. ill. — Ind. Merc. 1915, 203. — 
Zie ook: Jl. Mijnbouwk. Ver. 1914—15,305. 

Ghbel Gildemeester (W. C. van). Roof- 
bouw in kolenmijnen. (Overzicht van een 
artikel in het Soerab. Handelsblad van 7 Sep- 
tember 1915). — /. G. 1915, II, 1616. 

Verslag betreffende stook- en verdampings- 
proeven met Ombilinsteenkolen in een Yar- 
row-ketel te Emmahaven (bewerkt naar het 
rapport van de commissie, met die proefne- 
mingen belast). — Meded. Zeewezen. 34, afl. 1. 

Mülleb-Herrings (R). Erz und Kohle 
auf Sumatra. Reisebericht. M. ill. — Glück 
auf. Berg- und Huttenmdnnische Zeitschr. 
1915, 913, 937, 961, 985. 



Traveller (John). Moet de concessie der 
Billiton-Maatschappij verlengd worden? — 
/. G. 1911, II, 1192. 

Brandt (G. J. G.). Toepassing van grond - 
zuigers (Suction dredges) op de winning van 
tinerts. — Jb. M. N. I. 1910, Verh., 30. 

BiJDENDiJK (J. G.). Beschouwingen om- 
trent de mogelijkheid van het voorkomen 
van ontgin bare ertsgangen op Banka in ver- 
band met de wijze van ontstaan dier tinerts - 
afzettingen. — Jb. M. N. I. 1910, Verh., 113. 

Doorman (W. H. C). Tinmijnbouw en de 
schatkist. — Ingenieur. 27 (1912), 216. — 
Antwoord op bovenstaand artikel, door R. J. 
Boers. — Ibid. 27 (1912), 1046. — Repüek, 
door W. H. C. Doorman. — Ibid. 28 (1913), 
68. — Dupliek, door R. J. Boers. — Ibid. 
28 (1913), 611. — Antwoord, door W. H.C. 
Doorman. — Ibid. 28 (1913), 658. 

Bos (B.). De tinontginning op Singkep. 
Voordracht. M. ill. — Ind. Merc. 1915, 21. 

Lely (C. W. A. ). Over de winning en ver- 
werking van alluviaal tinerts op Billiton en 
de moderniseering van het bedrijf. Voor- 
dracht. — Jb. Mijnhouwk. Ver. 1914 — 15, 
55. 

Rueb (Dr. J.). Exploratie van gangtin - 
ertsen op Billiton en het verwerken van deze 
ertsen. Voordracht. — Jb. Mijnbouwk. Ver. 
1914—15, 147. 



Faber (B. von). Eenige mededeelingen 
over Banka en het Gou vernements -tinbe- 
drij f aldaar. M.ill. — Jb. Mijnbouwk. Ver. 
1914—15, 193. 



Diamant -industrie te Martapoera en om- 
geving. — Korte Berichten. 1 (1910—11), 320. 

— Zie ook: Ind. Merc. 1911, 1011. 

Is Indië nog een goudland? Door S. — 
Pintoe P(rniagadn. III, N°. 26, blz. 21. 

HöviG (P.). Aan teekeningen over de vroe- 
gere Inlandsche goudindustrie in de Lebong- 
streek. — /. G. 1911, II, 1598. 

De goudertsen van de Lebongstreek 

(Benkoelen). M. ill. — Jb. M. N. I. 41( 1912), 
Verh., 87. 

Govidwinningen te Martapoera. M. ill. — 
Pintoe Përniagaan. IV, N°. 45, blz. 102. 

Mesdag (F. T.). De goudmijn „Totok" 
((Noord-Celebes). — Verh. Geol. Mijnbouwk. 
Gen. Mijnbouwk. Serie I, blz. 191. 

Staatse xploitat ie van goudvelden in Ben- 
koelen. (Persoordeel over de voorgenomen in- 
diening van een wetsontwerp ter zake). — 
/. G. 1915, II, 1161. 

Verbeek (R. D.). Salida. (Toelichting 
op het verslag der Mijnbouw-Maatschappij 
„Salida" over 1914). — Ind. Merc. 1915, 670. 

Hoogenraad (G. B.). Een en ander over 
de mijn „Salida" (in de Padangsche Bo- 
venlanden). M. ill. — Jb. Mijnbouwk. Ver. 
1914—15, 259. — Zie ook: Techn. Studenten- 
tijdschr. 6 (1915—16), 1. 



Rtteb (Dr. J.). De Mangani-gang (bij de 
Mijnbouw-Maatschappij Aequator -concessie 
in West -Sumatra). M. ill. — Jb. Mijnbouwk. 
Ver. 1914—15, 229. — Zie ook: Techn. Stu- 
dententijdschr. 6 (1915—16), 228. 



De Neder landsche Koloniale Petroleum - 
Maatschappij. (Beschouwingen in de Nieuwe 
Rotterd. Courant van 25 April 1912 naar aan- 
leiding der oprichting van genoemde maat- 
schappij). — /. G. 1912, II, 933. 



252 MI.JNBOUW. — MIJNRECHT. — VEE- EN PAARDENSTAPEL. 



Petroleum -concessie en petroleum -con- 
tracten in Djambi. (Overzicht van een arti- 
kel in de Nieuwe Courant van llJuni 1912). 

— /. G. 1912, II, 936. 

De „Koninklijke" en de „Koloniale". (De 
Nieuwe Rotterd. Courant van 20 Juni en 5 
Juli 1912 over den strijd tusschen beide pe- 
troleum -maatschappij en). — /. O. 1912, II, 
1103. 

VoLLENHOVEN (J. VAN). De Nederland - 
sche Koloniale (Petroleum -Maatschappij). — 
Ind. Merc. 1912, 646. 

De uitgifte der terreinen Djambi I en 
Djambi II voor opsporing en ontginning van 
petroleum. (Ontleend aan de Ned. Staatscou- 
rant van 10 Augustus 1912, N°. 186). — Ind. 
Merc. 1912, 740. 

Voogd (A.). Petroleumstrijd. (Over de 
oprichting van de Nederl. Koloniale Petro- 
leum-Maatschappij). — Economist. 1912, I, 
620. 

British-Borneo petroleum. Scheme for 
propecting and development. — Br. North 
Borneo Herald. 30 (1912), 198. 

Schetsen uit de olie. I. Historisch overzicht 
van de aardoUe. II. Werkzaamheden op het 
bouwterrein. III. Het boschleven. IV. Pe- 
troltummaatschappijen. V. Algemeene be- 
schouwingen. M. ill. — T. N. L. N. I. 83 
(1912), 31, 60 108, 149, 158. 

De Djambi-petroleumvelden. (Overzicht 
van eenige artikelen in de Nieuwe Rotterd. 
Courant). — I. G. 1914, 1, 757. 

Ltjlofs (C). Petroleum in Nieuw-Guinea. 

— r. 5.-6.46(1914), 318. 

De Djambiconcessies. (Beschouwingen ont- 
leend aan de Telegraaf van 21 April 1915). — 
I. O. 1915, I, 687. 

Petroleum. — Essays Netherl. E. I. San 
Francisco-Committee. N°. 39. 

De Petroleum -industrie in Nederlandsch- 
Indië. Voordrachten. I. Inleiding. Door Jhr. 
J. C. VAN Reigersbebg Versluijs. II. Eeni- 
ge hoofdpunten der petroleum -geologie en 
het opsporen van petroleum. III. Eenige pun- 
ten der mijnwetgeving en mijnbouwpoLitiek. 



Door Jhr. J. C. van Reigerberg Versluijs. 

IV. De verwerking der ruwe olie op haar 
voornaamste producten. Door W. J. Btjrck. 

V. De bedrijven der Bataafsche Petroleum- 
Maatschappijen en der Dordtsche Petrcleum- 
Maatschappij in Indië. Door Jhr. J. C. van 
Reigebsberg Versluijs. — Ingenieur. 30 
(1915), 531, 532, 534, 536. 

Vavari. Een herinnering. (Eenige mede- 
deeüngen omtrent het eerste onderzoek naar 
petroleum in Laiigkat door den heer Zijl- 
stra). — Kol. Tijdschr. 1915, II, 1066. 

Tertitjs. De Djambi-concessie. — Kol. 
Tijdschr. 1915), II, 1666. 

g. Vee- en Paardenstapel. — Het Re- 

montevbaagsttxk. — Veeartsenij. — 

Jacht en Visscherij. 

Weidegang en stalverpleging van vee. 
(Overzicht vaneen onder bovenstaanden titel 
door het Departement van Landbouw, Nij- 
verheid en Handel uitgegeven brochui'e). — 
T. N. L. N. I. 84 (1912), 31. — Zie ook: 
Veeartsenijk. BI. 24 (1912), 79. 

Vrijbubg (Dr. B.). Gremeenteslachthuizen 
in Indië. (Ontleend aan de Java-Bode). — 
Veeartsenijk. £?. 23 (1911), 68. 

Kerremans ( W. ). De veestapel op Madoe- 
ra. (Ontleend aan het Soerab. Handelsblad). — 
Veeartsenijk. BI. 23 (1911), 163. 

Hoen (Dr. H. 't). Veeteelt op Java en de 
Buitenbezittingen. Voordracht. M. ül. — 
Voordr. Kol. Landb. Tentoonst. Deventer. 1912, 
67. — Zie ook: VeeaHsenijk. BI. 24 (1912), 
373; 25 (1913), 508. 

Oeto. Iets over veefokking. — Pintoe 
Pérniagaan. III, N°. 33, blz. 103. 

HoEKMAN. Nieuwe bepalingen betreffende 
het vee verkeer in Nederl. Indië. — T. N. L. 
N. I. 85 (1912), 263. 

Keizer (W. de). Veeteelt op Java en 
Madoera, R?geeringsbemoeienis en Regee- 
rings-zaak. — Kol. Tijdschr. 1912, 390. 

Vrijbubg (Dr. B.). Overerving. — Feeart- 
sentjjfc. 5^.25(1913), 32. 

Zijp (J. H.). Leeft ijdsbe paling van het op 



VEE- EN PAARDENSTAPEL. 



253 



Java geboren rund naar de tandwisseling. — 
Veeartsenijk. BI. 25 (1913), 59. 

Vkijbtjbg (Dr. B.). De rundveestapel van 
de Inlandsche bevolking. (Ontleend aan de 
Locomotief van 3 en 4 April 1913). — /. G. 
1913, I, 795. 

Burg (W. van der). De runderteelt in 
Australië van Neder landsch-Lidische her- 
komst ? (Naar aanleiding van een artikel in 
de „ Veterinary Record'" van 15 Februari 1913). 
— Veeartsenijk. BI. 25 (1913), 174. 

Bengaalsch fokvee. — Veeartsenijk. BI. 



25 (1913), 183. 

Krediet (Dr. G.). De rundveefokkerij op 
Java en Madoera. M. ill. — Veeartsenijk. BI. 
25(1913), 187. — Zie ook: Veldbode 12 (1914), 
165. 

Zijp (J. H.). Gekruiste Javaansch-Ben- 
gaalsche dekstieren. — Veeartsenijk. BI. 25 
(1913), 493. 

Meijer (C). Hoefbeslag van rundvee. — 
Arch. S. I. N. I. 1914, I, 393. 

Vrijbtjrg (Dr. B.). Het klauwbeslag bij 
runde ren en karbouwen. — Arch. 8. I. N. I. 
1913, I, 813. 

Keuze van fokdieren. Met bijlage: 

„Welke fokinrichting is ter verbetering van 
den runderstapel op Java en Madoera aan te 
bevelen ?" — Veeartsenijk. BI. 26 (1914), 111. 

De boerderij Gandok (in de Preanger). 
Door K. M. ill. — Weekbl. v. Indiè. 11 (1914— 
15), 398. 

Water (J. H. A. van de). Veestapel en 
vleeschvoeding op Java en Madoera in het 
algemeen, en in verband mst de legerverple- 
gingin oorlogstijd. — /. M. T. 1914, 1, 183. 

Zijp (J. H.). Het Bengaalsche voe in berg- 
streken. — Veeartsenijk. BI. 26 (1914), 391. 

— Antwoord op vorenstaand artikel, door 
Dr. B. Vrijburg. — Ihid. 26 (1914), 572. 

Hoen (Dr. H. 't). De rundveestapel in 
Nederlandsch-Indië. M. ill. — Cvltura. 26 
(1914), 373; 27 (1915), 33. 

Coöperatie in den handel van slacht- 



runderen. 
437. 



Veeartsenijk. BI. 26 (1914), 



Kunst (Dr. C). Eenige anatomische af- 
wijkingen bij het rund. M. ill. — Veeartse- 
nijk. BI. 26 (1914), 464. 

Giffen (H. J. van). Voederbriketten uit 
afvalproducten der rijstpelmolens. — I. M. T. 
1914, II, 1105. — Zie ook: Veeartsenijk. BI. 
26 (1914), 563. 

Couvreur (F. J.). Voeding van melkvee. 

— Weelcbl. v. Indië. 19 (1913—14), I, 117. 

Vrijburg (Dr. B.). Het veeteeltbedrijf in 
Indië. M. ill. — Veeartsenijk. BI. 27 (1915), 
7. — Opmerkingen naar aanleiding van vo- 
renstaand artikel, door Dr. H. 't Hoen. — 
Ibid. 27 (1915), 272. 

Hoen (Dr. H. 't). Over kruising, fokrich- 
ting en het oprichten van fokvereenigingen. 

— Veeartsenijk. BI. 27 (1915), 264. 

Boon ( J. G. ). Een veeteeltonderneming op 
een kraterbodem. (Djampit op het Idjen- 
plateau). M. ill.— Weekbl. v. Indië. 12(1915— 
16), 843. 

Haqedoorn (Dr. A. L. ). Opmerkingen over 
fokkerij. — Veeartsenijk. BI. 27 (1915), 561. 

Hellemans (Dr. J. ). Bijdrage over de ren- 
tabiliteit eener melkerij in Batavia. — Vee- 
artsenijk. BI. 27 (1915), 598. 



Slooten (J. van). Bestaan er gegronde 
redenen om het smal worden van het been 
onder het haakbeentje bij de beoordeeling 
van paarden als een fout te beschouwen ? 
M. ill. — I. M. T. 1911, I, 257. — Zie ook: 
Veeartsenijk. BI. 23 (1911), 146. 

NiJMANS (J. C). Temperatuur, pols- en 
ademhalingsfrequentie bij 8 Australische 
paarden vóór en na den arbeid. — Veeartse- 
nijk. 5L 23 (1911), 290. 

Erzey (A. P.). D3 AustraUër. — I. M. T. 
1911, II, 657, 949; 1912, I, 123. — De werk- 
kring van den paardenarts, Hd der Commissie 
tot aankoop van troepenpaarden. Door J. 
VAN Slooten. (Naar aanleiding van boven- 
staand artikel). — Ibid. 1911, II, 894. — 



254 



PAARDENSTAPEL. 



VEEARTSENIJ. 



Naschrift, door A. P. Erzey. — Ihid. 1912, 1, 
129.— Zie ook: Feear<5€7iyJfc.'J5Z.23(1911),l312. 

Remonten, paardenfokkerij en wedrennen. 
Door S. N. — /. M. T. 1911, 1, 575. 

Wit (J. J. de). Depots voor de bereden 
wapens. — /. M. T. 1911, 1, 480. 

Hippos. Waarom zijn zoo weinig goede vol- 
bloedpaarden bij officieren van het Ned.- 
Indisch leger te vinden ? en de daarmede ver- 
band houdende achteruitgang der races. 
(Ontleend ó,an het „Algemeen Sportblad" 1911, 
N°. 31). — /. M. T. 1911, II, 915. 

Remonteering der cavalerie (in 1910). — 
/. 31. T. 1911,11,1174. 

BuBG (W. VAN der). Tamme stoeterij te 
Padalarang. — Veeartsenijk. BI. 24(1912),'378. 

Gboeneveld (W.). Het een en ander over 
het lichaamsgewicht der paarden. — Vee- 
artsenijk. BI. 24 (1912), 472. 

Eck ( J. L. van). Lichaamstemperatuur der 
paarden vóór en na een point to point-race. — 
Veeartsenijk. BI. 24 (1912), 482. 

Stadhouder (Dr. L.). Het hoefijzer. M. 
ill. — Veeartsenijk. BI. 24 (1912), 486. — 
Het neutrale hoefijzer „Stadhouder", door 
J. N. A. C. Scheepens. (Naar aanleiding van 
bovenstaand artikel). — Ibid. 24 (19i2), 489. 

— Zie ook: /. M. T. 1912, II, 931, 1185. 

Knel (J. H.). Onderzoek op gebreken. — 
Veeartsenijk. BI. 24 (1912), 492. 

Groeneveld (W. ). Het gering percentage 
bevruchtingen en de negende dag bij het laten 
dekken der merries. — Veeartsenijk. BI. 25 
(1913), 53. 

Scheepens (J. N. A. C). Het machinale 
hoefijzer. — Veeartsenijk. BI. 25 (1913), 97. 

Burg (W. van der). Javaansche benamin- 
gen van do „tcekcns" en licbaamsdeelen der 
paarden. (Ontleend Aan het artikel van D. van 
HiNLOOPEN Labberton, getiteld : „Javaansch 
voor het leger", in het Ind. Milit. Tijdschr.). 

— Veeartsenijk. BI. 26 (1914), 81. 

CouvREUR (F. J. ). Praatjes over paarden en 
koeien. — Weekbl. v. Indië. 11 (1914^15), 87. 



Groeneveld ( W. ). Coöperatie èn paarden- 
fokkerij. — Veeartsenijk. BI. 26 (1914), 214. 

Krediet (Dr. G.). Een korte opmerking 
over de schoft van het paard in verband met 
de spierwerking. — Veeartsenijk. BI. 26 (1914), 
216. 

Vrijburg (Dr. B.). De arabier als rasver- 
beteraar in Nederlandsch-Indië. — Veeart- 
senijk. BI. 26 (1914), 383. 

Riemsdijk ( Jhr. W. J. E. van). Het brand- 
merken van het Australische paard. — /. M. T. 
1915, I, 450. — Zie ook: Veeartsenijk. BI. 27 
(1915), 379. 

Burg (W. van der). Het paardenverbruik 
bij het Neder landsch -Indisch en bij het 
Britsch-Indisch leger. — I. M. T. 1915, II, 
1127. — Zie ook: Veeartsenijk. BI. 27 (1915), 
600. 

MooLENBURGH (P. E.). Het Batakpaard. 
M. ill. — T. B. B. 49 (1915), 350. 

Poel (Dr. P. Ph. van der). Paardenfokke- 
rij in Nederlandsch-Indië en bimienlandsche 
remonteering. — Veeartsenijk. BI. 27 (1915), 
446. — .... doch geen uithoudingsvermogen. 
Door J. Reiche. (Opmerkingen naar aanlei- 
ding van bovenstaand artikel). — Tbid. 27 
(1915), 606. — Tropische paardenfokkerij. 
Door Jhr. W. J. E. van Riemsdijk. (Op- 
merkingen als voren). — Ibid. 27 (1915), 
609. 



Blieck (Dr. L. de). Longziekte. (Pleu- 
ropneumonia contagiosa bovinum) op Java. 
— Veeartsenijk. BI 23 (1911), 11. 

Blieck (Dr. L. de) en Dr. H. J. Smit. Ver- 
dere onderzoekingen omtrent tuberculose 
en tuberculinatie in Nederl. Indië. — Vee- 
artsenijk. BI. 23 (1911), 17. 

Leurink (Dr. G.). Beocrdeeling van het 
„Jaarverslag over 1909 van het Veeartsenij- 
kundig Laboratorium en de Inlandsche Vce- 
artsenschool te Buitenzorg". — Veeartsenijk. 
BI. 23 (1911), 42. 

Zijp (P.). Een geval van arsenicumver- 
giftiging bij een paard. — Veeartsenijk. BI. 
23 (1911), 29. 



I 



VEEARTSENIJ. 



25 



Een waarschuwing tegen het houden van 
honden. (Ontleend éian een Artikel van Dr. I. 
Gboneman in de Java-Bode). — Veeartsenijk. 
BI. 23 (1911), 77. 

Voorschriften voor het diagnostisch onder- 
zoek van kwaden droes (malleus). — Veeart- 
senijk. BI. 23 (1911), 93. 

Blieck (Dr. L. de). Kwade -droes-infectie 
in verband met de conjunctivale malleïnatie 
en agglutinatie. — Veeartsenijk. BI. 23 
(1911), 113, 393. 

Statistisch overzicht der geneeskundig be- 
handelde paarden en muildieren van het 
Nederlandsch -Indische leger over het jaar 
1910. — Veeartsenijk. BI. 23 (1911), 225. — 
Idem over het jaar 1911.— /ttd. 24(1911), 225. 
— Idem over het jaar 1912. — Ibid. 25 (1913), 
275. — Idem over het jaar 1913. — Ibid. 26 
(1914), 313. — Idem over het jaar 1914. — 
Ibid. 27 (1915), 205. 

Zijp (J. H.). Jodipine bij Farcinosis saccha- 
romycotica. — Veeartsenijk. BI. 23 (1911), 

287. 

Taenia perfoliata. — Veeartsenijk. BI. 



23 (1911), 287. 

Sectio caesaria en amputatie uteri bij 

een hond. — Veeartsenijk. BI. 23 (1911), 288. 

Btjkg (W. van der). Kumrec, een vermi- 
neuse aandoening van het ruggcmerg (van 
paarden). — Veeartsenijk. BI. 23 (1911), 308. 

Smit (Dr. H. J.). De bevoegdheid tot het 
onderkennen van hondsdolheid. (Ontleend 
aan de Java-Bode van 11 September 1911). — 
Veeartsenijk. BI. 23 (1911), 318. 

SoHNS (J. C. F.). De veepest in de Batak- 
landen. — Veeartsenijk. BI. 23 (1911), 351. — 
351. — Kantteekeningen op bovenstaand ar- 
tikel. — Ibid 24 (1912), 94. 

Haan (Dr. J. de) en W. van den Bfrg. De 
praecipitine reactie bij kwaden droes. — Vee- 
artsenijk. BI. 23 (1911), 378. 

Haan Dr. J. de). Protozoën in het bloed 
van kippen. M. ill. — Veeartsenijk. BI. 24 
(1912), 53. 

Does (J. K. F. de). Dermatitio Aerminosa 



pruriens bovis. — Veeartsenijk. BI. 24(1912), 
66. 

Groeneveld (W.). Enkele opmerkingen 
omtrent het doorzakken van de baUen bij 
hengstveulens. — Veeartsenijk. BI. 24 (1912), 
91. 

SoHNS (J. C. F.). Veeartsenijkundige bij- 
zonderheden over de afdeeUng Bataklanden 
der residentie Tapian Na Oeli. — Veeartsenijk. 
£Z. 24(1912), 133. 

Btjrg (W. van der). Eenige cijfers uit de 
kliniek van den garnizoens-ziekenstal te 
Batavia over 1911. — Veeartsenijk. BI. 24 
(1912), 180. — Idem over 1912. — Ibid. 25 
(1913), 135. — Idem over 1913. — Ibid 26 
(1914), 161. — Idem over 1914. — Ibid. 27 
(1915), 7. 

De pers over de toepassing der Honds- 

dolheid-ordonnantie. — Veeartsenijk BI. 24 
(1912), 223. 

Bubberman (C). Hoen der cholera op Ja- 
va. — Veeartsenijk. BI. 24 (1912), 241. 

Smit (Dr. H. J.). Fistuia stercoralis bij 
een paard. M. ill. — Veeartsenijk. BI. 24 
(1912), 246. 

Fistuia entero-vesico-vaginaUs bij een 

koe. — Veeartsenijk. BI. 24 (1912), 249. 

Blieck (Dr. L. de) en J. A. Katjgis. Pseu- 
dokustkoorts en Anaplasmosis bij buffels op 
Java. — Veeartsenijk. BI. 24 (1912), 253. 

Blieck (Dr. L. de) en C. Bubberman. Im- 
munisatie tegen malleus. — Veeartsenijk. BI. 
24 (1912), 274. 

Burg (W. van der). Kan clinische mal- 
leus genezen? — Veeartsenijk. BI. 24 (1912), 
344. 

Zijp (P. ). Een geval van nymphomanie. — 
Veeartsenijk. BI. 24 (1912), 350. 

Groeneveld (W.). Osteomalacie bij de 
legcrpaarden en gebrek aan kalk in hun voed- 
sel. — /. 31. T. 1910, II, 1121; 1911, I, 18. 

Zijp (J. H.). Salversan bij surra van het 
paard. — Veeartsenijk. BI. 24 (1912), 470. 



256 



VEEARTSENIJ. 



Zijp (J. H.). Schimmelvergiftiging bij dek- 
stieren. — Veeartsenijk. BI. 24 (1912), 471. 

Zijp (P. ). Een geval van prolapsus uteri 
bij een geit. — Veeartsenijk. BI. 25 (1913), 61. 

Blieck (Dr. L. de). Een geval van Spirro- 
chaetosLs bij het rund. M. ill. — Veeartsenijk. 
BI. 25 (1913), 232. — Aanvulling, door P. 
VAJi Velzen. — Ibid. 26 (1914), 506. — Zie 
ook: Ibid. 27 (1915), 299. 

Letjbink (Dr. G.). Boosaardige dekstieren 
in de Preanger. M. ill. — Veeartsenijk. BI. 25 
(1913), 239. 

Smit (Dr. H. J. ). De instructiën in zake de 
bestrijding van antrax (miltvuur) bij alle vee 
(Stbl. 1912, N°. 435, hoofdstuk C) en haar 
toepassing in de praktijk. — Veeartsenijk. BI. 
25 (1913), 247. 

Zijp (P.). Een geval van kalf ziekte in In- 
dië. — Veeartsenijk. BI. 25 (1913), 250. 

Lenshoek (J. A.). Kalfsziekte in Indië. 
Met naschrift, door G. Leubink. — Veeart- 
senijk. BI. 25 (1913), 361, 362. 

Blieck (Dr. L. de). Het diagnotisch mal- 
leus -onderzoek in Nederlandsch -Indië, in het 
bijzonder met betrekking tot de jaren 1910 en 
1911. (Bowerkt hoofdzakelijk naar de door de 
Gouvc-mements- veeartsen verstrekte gege- 
vens). — Veeartsenijk. BI. 25 (1913), 387. 

Stapenséa (J.). Behandeling van surra 
met atoxyl en acidum arsenicosum. — Vee- 
artsenijk. BI. 25 (1913), 430. 

Zijp (J. H.). Een nieuw castratie-toestel. 
M. ill. — Veeartsenijk. BI. 25 (1913), 473. 

Hoen (Dr. H. 't). Hondsdolheid een steeds 
toenemend gevaar. — Veeartsenijk. BI. 25 
(1913), 500. 

Gunst ( J. A. ). Pest bij een kat. — Veeartse- 
nijk. Bi. 25(1913), 545. 

Gruns (Dr. G.). E^nige opmerkingen over 
beri-beri en over polyneuritis bij hoenders. 
Voordracht. — O. T. 'N. I. 54 (1914), 1. 

Bubberman(C.). Beschouwingen omtrentde 
serodiagnostiek van malleus in Ncderlandsch- 
Indië. — Veeartsenijk. BI. 26 (1914), 13. 



Gunst (J. A.). De zoogenaamde „pest" der 
gedroogde runderhuiden. — Veeartsenijk. BI. 
26 (1914), 142. 

Smit (Dr. H. J. ). De besmettelijke veeziek- 
ten genoemd in de wet op de veeartsenijkun- 
de in Nederlandsch -Indië (Stbl. 435, 1912). — 
Teysm. 25 (1914), 318, 400, 455, 595; 26 (1915), 
27, 288, 490. 

Vrijburg (Dr. B. ). Het veepjissenstelsel en 
veeregistratie. — Veeartsenijk. BI. 26 (1914), 
209. 

Scheepens (J. N. A. C). Behandeling van 
saecharomycose volgens Habber. — Vee- 
artsenijk. BI. 26 (1914), 220. 

BuBBEBMAN (C). Twee uitgebreide geval- 
len van hyphomycosis destruens equi. M. ill. 
— Veeartsenijk. BI. 26 (1914), 243. 

SoHNS (J. Ch. f.). Boutvuur in Neder- 
landsch-Indië. — Veeartsenijk. BI. 26 (1914), 
252. 

Borstziekte der varkens (septichaemia 



suum) en varkenspest in Nederlandsch -Indië. 
— Veeartsenijk. BI. 26 (1914), 260. 

Smit (Dr. H. J. ). Acarasschurft bij een buf- 
fel (karbouw). — Veeartsenijk. BI. 26 (1914), 
380. 

BuBBERMAN (C). Tuberculose-onderzoek 
in Nederlandsch -Indië. — Veeartsenijk. BI. 
26 (1914), 521. 

SoHNS (J. Ch. f.). Distomatose bij cavia 
en konijn. — Veeartsenijk. BI. 26 (1914), 549. 

DoEVE (Dr. W. C. A.). Honden-pest. — 
Veeartsenijk. BI. 26 (1914), 557. 

Vrijburg (Dr. B.). Iets over het vóórko- 
men van boutvuur in Indië. — Veeartsenijk. 
BI. 21(1915), 136. 

HrNBiCHS (L. E.). Mededeelingen uit kli- 
niek en praktijk. — Veeartsenijk. BI. 27 
(1915), 109. — Eenige opmerkingen naar 
aanleiding van een mededecling van L. E. 
HiNRiCHS over pyo septicaemia neonatorum, 
door C. Bubberman. — Ibid. 27 (1915), 286. 

BuBBERMAN (C). De waarde van het 
opnemen der lichaamstemperaturen tijdens 



VEEARTSENIJ. — JACHT EN VISSCHERIJ. 



257 



de ophthalmo-malleïnatie. — Veeartsenijk. 
Meded. Dep. v. Landb., Nijverh. en Handel. 
N°. 17. — Zie ook: Veeartsenijk. BI. 27 
(1915), 403. 

SoHNS (J. C. F.). Boutvuur-enting in het 
bijzonder voor Nederlandsch-Indië. — Vee- 
artsenijk. Meded. Dep. v. Landb., Nijverh. en 
Handel. N°. 18. — Zie ook: Veeartsenijk. BI. 
27 (1915), 431. 

Boutvuur en boutvnur -diagnostiek. 



Veeartsenijk. Meded. Dep. v. Landb., Nijverh. 
en Handel. N°. 14. — Zie ook: Veeartsenijk. 
BI. 27 (1915), 342. 

Abntz (J. G. Th.). Ancylostomiasis. I. 
(Aanteekeningen betreffende het voorkomen 
op Java). — Veeartsenijk. BI. 27 (1915), 356. 

Smit (Dr. H. J.). Een paar gevallen van 
Aspergillose. — Veeartsenijk. BI. 27 (1915), 
364. 

ScHKOEFF (Dr. H. J. VAN dee). Worm- 
ziekte bij geiten. — Veeartsenijk. BI. 27 
(1915), 369, 419. 

Gunst (J. A.). Lymphorrhagie. — Vee- 
artsenijk. BI. 27 (1915), 557. 



Mastitis malleotica. 

27 (1915), 559. 



Veeartsenijk. BI. 



ScHROEFF (Dr. H. J. VAN DEK). Hoender- 
cholera. — Veeartsenijk. BI. 27 (1915), 592. 

Stapenséa (J.). Uit het Verslag omtrent 
den Veeartsenijkundigen dienst over het jaar 
1914 voor de gemeente Semarang. — Vee- 
artsenijk. BI. 27 (1915), 623. 



Vkijburg (Dr. A.). De Burgerlijke Vee - 
artsenijkundige Dienst in Nederlandsch-Indië. 
— /. G. 1911, II, 1104. 

Hoekman. Opleiding van Inlandsche vee- 
artsen in andere Koloniën. — Veeartsenijk. 
BI. 23 (1911), 26. 

BuKO (W. VAN deb). Formatie en sterkte 
van- en verloop onder de militaire paarden- 
artsen bij het Neder landsch -Indische leger 
gedurende de jaren 1900 tot en met 1910. — 
VeeaHsenijk. BI 23 (1911), 219. 



Poel (P. Ph. van der) en C. S. Jeronimüs. 
Beschouwingen omtrent de positie van de 
Ambtenaren van den Burgerlijken Veeartse- 
nijkundigen Dienst in Nederlandsch-Indië. 
— Veeartsenijk. BI. 24 (1912), 390. 

Hoen (Dr. H. 't). De positie en de werk- 
ki'ing van den Gouvernements-veearts in 
Nederlandsch-Indië. Voordracht. — Veeart- 
senijk. BI. 25 (1913), 121. 

Burg (W. van der). Het nieuwe reglement 
voor den militair-veterinairen dienst. — 
Veeartsenijk. BI. 25 (1913), 179. 

Jeronimus (C. S.). De voorziening in de 
behoefte aan ambtenaren bij den burgerlijken 
veeartsenijkundigen dienst in Nederlandsch- 
Indië. — Veeartsenijk. BI. 26 (1914), 276. 

Doeve (Dr. W. C. A.). Het voorstel be- 
treffende positieverbetering van de gouver- 
nementsveeartsen; gezonden aan den Direc- 
teur van Landbouw, Nijverheid en Handel 
op 5 Februari 1914. — Veeartsenijk. BI. 26 
(1914), 297. 

De Nederlandsch -Indische Veeartsenschool 
te Buitenzorg. (Ontleend aan een brochure 
uitgegeven door den Veeartsenijkundigen 
Dienst ter gelegenheid der Koloniale Expo- 
sitie te Semarang). — T. N. L. N. I. 89 (1914), 
173. 

Krediet (Dr. G.). Veeartsenijkundige be- 
trekkingen. — Veeartsenijk. BI. 26 (1914), 467. 

Jeronimus (C. S.). Heterogene bezoldi- 
gingen van gouvernements-veeartsen in 
Nederlandsch-Indië. — Veeartsenijk. BI. 
26 (1914), 503. 



ToLÉ. Jacht in Indië. — Indologenblad. 
2 (1910—11), 50. 

Preusz (Dr. P.). Paradiesvogeljagd in 
Neuguinea. — D. Kolonialzeitung. 1912, 793, 
'809. 

Bescherming van paradijs vogels in Neder- 
landsch Nieuw-Guinea. — T. A. G. 29 (1912), 
683, 828. 

Een olifantenjacht op Sumatra. M. ill. — 
Weekbl v. Indië. 9 (1912—13), 821. 

17 



258 



JACHT EN VISSCHERIJ. 



LuLOFS (C.)- Overbrenging van wilde her- 
ten naar Nieuw-Guinea. — T. B. B. 45 (1913), 
232. 

De vangst van een koningstijger opSuma- 
tra. M. UI. — Panorama. 1 (1913—14), N°. 36. 

100 Koningstijgers gedood in zes jaar tijds 
(in de onderafdeeling Boven-Kampar). Door 
O. P. B. — T. B. B. 46 (1914), 432. 

Stbastebs (B.). Een olifantenjacht in 
Lampong. — Trop. Natuur. 3 (1914), 102. 

Korte beschrijving van een olifantenjacht. 
Door A. J. M. L. 31. ill. — Trop. Natuur. 4 
(1915), 5. 

Kerkhoven (A. R. W.). De jachtwet. Met 
naschrift door D. C. Lugt. — T. B. B. 49 
(1915), 367, 374. 

Oli\t;er (J. ). Een verwaarloosd volksbe- 
lang. (Over de wenschelijkheid van wette- 
lijke bescherming van sommige in Indië in 
het wild levende dieren). — Teysm. 26 (1915), 
.727. 



Agar-agar. (Mededeehngen over het vis- 
schen naar en het bereiden van die wieren in 
Nederl. Indië.) — Korte Berichten. 1(1910— 
11), 99. 

Visscherij op Java en Madoera. M. ül. — 
Nederl. Zetwezen. 1911, 51, 67, 247, 261, 280, 
296, 311, 330. 

Koningsbergen (Dr. J. C). Een en ander 
over vischteelt in zoetwater. — Teysm. 22 
(1911), 48, 243. 

NoTO SoEBOTO (R. M.). De zeevisscherij 
voor Javanen. — Bandera Wolanda. 1911, 
N°. 75. 

Tuba fishing in a river of the interior 
(North Bomeo). By C. F. S. — Brit. North 
Borneo Herald. 1912, 74. 

Vink (W. C. A. ). Verslag der verrichtingen 
van het onderzoekingsvaartuig voor de vis- 
scherij „de Gier" over 1910. — Meded. Vis- 
scherij -Station. N°. VI, bl. 1. — Idem over 
1911. — Ihid. N°. IX, bl. 1. 

Resultaten bereikt met haringdrijf- 



netten. — Meded. Visscherij -Station. N°. VI, 
26. — Voortgezette proefnemingen met 
haringnetten. — Ibid. N°. IX, 14. 

Vink ( W. C. A. ) Verdere opmerkingen over 
de Lajang-visscherij. — Meded. Visscher ij- 
Station. N°. VI, 31. 

Eenige opmerkingen en beschou^^ingen 



over de inlandsche hoogzeevisscherij van 
Java en Madoera en over de middelen tot 
bevordering daarvan. — Meded. Visscherij- 
Station. N°. VI, 39; N°. IX, 20. 

Rapport omtrent het onderzoek naar 

den vischr ijkdom der wateren rondom 
Djoengkoelan en Prinsen -Eiland. — Meded, 
Visscher ij -Station. N°. VI, 44. 

Vischhandcl van Bagan Si Api-Api. — 
Korte Berichten. 1 (1910—11), 176, 255. 

GoBÉE (E.). De oorzaken van den achter- 
uitgang van de vischindustrie te Bagan Si 
Api Api (Residentie Oostkust van Sumatra). 

— Meded. Visscherij-Station. N°. VII. — 
De vischindustrie te Bagan Si Api Api. 
Opmerkingen naar aanleiding van boven- 
staand artikel, door A. G. van deb Land. — 
T. B. B. 43 (1912), 215. — Nog eens de 
vischindustrie te Bagan Si Api Api, door 
Dr. A. L. J. SuNiER. — Ihid. 43 (1912), 411. 

— RepUek van A. G. van deb Land. — Ihid. 
43 (1912), 423. — Nog eens de vischindustrie 
te Bagan Si Api Api (Verbeterde afdruk van 
het artikel van Dr. A. L. J. Sunieb). Met 
Nawoord. — T. B. B. 44 (1913), 44, 57. 

Coöperatie van visschers in Tegal. (Ont- 
leend aan de Locomotief van 22 Augustus 
1912. — /. G. 1912, II, 1520. 

Baljon ( J. Ph. ). Maatregelen in het belang 
van de Inlandsche visscherij op Java en 
Madoera. Voordracht. — Ber. en Meded. Ver. 
Ambtenaren B. B. N°. XIII, 61. 

Een en ander over de paarlvisscherij. Door 
T. B. S. M. ill. — Weekbl. v. Indië. 9 (1912— 
13), 722. 

Vink (W. C. A.). Rapport over de toepas- 
sing van Europeesche grondnetten in de 
wateren om Java en Madoera. M. k. — Meded. 
Visscherij-Station. N°. VIII. 

Rijk (F. W. M. de). De Visschersvereeni- 
ging te Tegal. — Kd. Tijdschr. 1913, I, 532. 



HANDEL EN SCHEEPVAART. 



259 



ScHADÉE (M. C). De visch vangst bij de 
Dajaks van Tajan en Landak. — Bijdr. Kon. 
Inst. 68 (1913), 497. 

SuNiEB (Dr. A. L. J. ). De beteekenis van 
het natuurwetenschappelijk visscherij -onder- 
zoek voor Neder landsch-Indië. — Meded. 
Visscherij-Station. N°. X. — Zie ook: T. N. 
L. N. I. 90 (1915), 60. 

Het visscherij -onderzoek in Nederlandsch- 



Indië. (Ontleend aan het Vaderland). — /. 
1915, I, 237. 



G. 



NiEUWENHtns (J. H.). Kort bericht om- 
trent de zee visscherij in de Af deeling Pande- 
glang (Bantam). — Bestuur Centrale Kas 
te Batavia. 1915, N°. 1. 

KuiJPEES (F.). Een visch vangst bij de 
Dajaks. — De Java-Post. 1915, 38. 



V. HANDEL EN SCHEEPVAART. 



PRODUCTENVEILINGEN. 



Joon (L. J.). Haventoestanden te Soera- 
baja. i — Org. N. I. Ver. van Handelsgeëmpl. 
1 (1910), 46, 53, 64. 

SOEDAGAR. Wat de cijfers ons zeggen en 
doen vragen. (Naar aanleiding van het Ver- 
slag der Kamer van Koophandel en Nijver- 
heid te Batavia over 1909) — Org. N. I. Ver. 
van Handelsgeëmpl. 1 (1910), 99. 

Eenige opmerkingen betreffende den han- 
del in Palembang-katoen. — Korte Berichten. 
1 (1910—11), 84. 

Het verbod van rijstuitvoer van Neder- 
landsch-Indië. (Overzicht van een artikel 
van W. DE C. B. in de Locomotief van 27 Sep- 
tember 1911). — Ind. Merc. 1911, 1009. 

De beteekenis (uit een handelsoogpunt) 
van West-Australië voor Nederland en 
Neder landsch-Indië. — Ind. Merc. 1911, 
1012. 

Eenige opmerkingen betreffende den han- 
del van Java ten opzichte van Australië. 
(Ontleend aan een verslag van J. M. Smelan, 
Handelsagent voor den Staat Victoria). — 
Korte Berichten. I (1910—11), 163. 

Bruinsma (A. e. J.). De djatihouthandel 
in Indië gedurende de laatste tien jaren. — 
Ind. Merc. 1911, 1111. 

Geesink (P.). Handel in teakhout in het 
bijzonder van Nederland. — Tijdschr. Econ. 
Geogr. 2 (1911), 105. — Bespreking van 
bovenstaand artikel, door v. Z. — Tectona. 
4 (1911), 752. 

Korte aanteekeningen omtrent den handel 
in de zoogenaamde „Groote Oost". — Korte 



Berichten. 1 (1910-11), 257, 272, 290, 306. 

Over de mogelijkheid van uitbreiding der 
handelsbetrekkingen tusschen Nederlandsch- 
Indië en New- York na opening van het Pana- 
ma-kanaal. — Korte Berichten. 1(1910 — 11), 
291. 

Boomklerk. Wie is er verantwoordelijk 
voor goederen gedurende den opslag in de 
hangars. — Org. N. I. Ver. van Handels- 
geëmpl. 2 (1910—11), 283, 306. 

Heijne (K.). Eenige opmerkingen naar 
aanleiding van het jaarverslag van de Kamer 
van Koophandel en Nijverheid te Makasser 
in 1910. — T. N. L. N. I. 83 (1911), 308. 

Onze exporthandel naar Ned. Oost-Indië. 
Door S. — Pintoe Perniagaan. II, N°. 22, 
blz. 114. 

De haven van Tandjong Priok. (Overzicht 
van de rede, uitgesproken door den Directeur 
der B. O. W. , Homan van der Heide, bij de 
installatie van de Haven-Commissie voor» 
Tandjong Priok). — Ind. Merc. 1912, 431. 

De handel te Makasser in 1911. (Ontleend 
aan het Verslag van de Kamer vèn Koop- 
handel en Nijverheid te Makasser over 1911). 
— Ind. Merc. 1912, 810. 

Het uitvoerverbod van rijst. (Antwoord 
op eene verdediging van dien maatregel in 
de Java-Bode). — Amsterdammer. 27 October 

1912. — Zie ook: Ihid. 28 Juli 1912. 

Blom (P. A. F.). Onze nationale scheep- 
vaart op en in Oost-Indië. M. ill. — Bandera 
Wolanda. 1912, N°. 116, 117, 118, 119, 120; 

1913, N°. 121. 



260 



HANDEL EN SCHEEPVAART. 



Eenige cijfers betreffende den in- en uit- i 
voerhandel van Nederlandsch-Indië met j 
China en Hongkong in 1910. — Korte Be- 
richten. 2 (1911—12), 86. 

Uitbreiding van den afzet van Neder- 
landsch- Indische artikelen in Nieuw-Zeeland 
enTasmanië. —Zor^e^eric^en.. 2(1911— 12), 
177. 

Abrahamson (S. S.). In- en uitvoerstatis- 
tieken van Nederlandsch-Indië. — T. N. L. 
N. I. 84 (1912), 64; 85 (1912), 260. — Ant- 
woord op bovenstaand artikel, door Impor- 
teur. — Ibid. 85 (1912), 367. 



Het rijstuitvoerverbod- Door A. 
L. N. I. 85 (1912), 121. 



T. N. 



Wijziging van de regeling betreffende de 
kustvaart in Nederlandsch-Indië. — Ned. 
Zeewezen. 1912, 363. 

Nog eens naar aanleiding van het verbod 
van rijstuitvoer. — Amsterdammer. 1 Decem- 
ber 1912. 

De be teekenis van Nederland als Over- 
zeesche handelaar. (Overzicht van een artikel 
van C. VoRNHOLT in de „Pacific Marine 
Remew" van April 1912). — Neerlandia. 16 
(1912), 127. 

De Belawanhaven. (Adres van de Handels- 
vereeniging te Medan aan den Gouverneur- 
Generaal). — Ind. Merc. 1912, 1052. — Be- 
lawan en Aroe-baai. (Aanteekeningen bij 
bovenstaand rekest, ontleend aan de Sumaira- 
Post van 25 October 1912). — Ind. Merc. 
1912, 1094. 

Abrahamson (S. S.). Reclame voor Neder- 
landsch-Indië en zijn producten (door de 
uitgave van brochures daarover van Gou ver - 
nementswege). — T. N. L. N. I. 85 (1912), 
195. 

Mees (A. C). Verbod van rijstuitvoer uit 
Nederlandsch-Indië. — Ind. Merc. 1912, 
1162. 

TiGLER Wybrandi (A.). Nogmaals het 
rijstuitvoerverbod. — r. N. L. N. I. 85(1912), 
254. — Antwoord op bovenstaand artikel, 
door Oeconoom. — Ibid. 85 (1912), 331. — 
Repliek, door A. Tioler Wybrandi. — 
Ibid. 86 (1913), 25. 



Het drijvend droogdok „Soerabaja". M. 
ill. — Weekbl. v. Indië. 9 (1912—13), 820. 

Het rijstuitvoerverbod. (Overzicht van de 
beschouwing daaromtrent in de Indische en 
Nederlandsche pers). — /. G. 1913, I, 220. 

Roest (J.). Belawanhaven en Atjeh-tram. 

— T. B. B. 43 (1912), 383. 

Frijltno (W.). De handel van Makasser. 
(Naar aanleiding van het Verslag van de 
Kamer van Koophandel en Nijverheid te 
Makasser over 1911). — T. B. B. 44 (1913), 
39. 

Broersma (Dr. R.). De scheepsbouw op 
Java. (Overzicht van een artikel in de Nieuwe 
Rotterd. Courant van 25 Februari 1913). — 
/. G. 1913, 1, 519. 

Dekker (Dr. J.). Keuring van handels- 
waren in Indië. — Ind. Merc. 1913, 240. 

Het droogdok voor Soerabaja. (Beschrij- 
ving). — Ind. Merc. 1913, 456. 

De Sabang-haven. — Tijdschr. Maat- 
schappij V. Nijverh. 1913, 271. 

Sandick (R. A. van). Prauwen van gewa- 
pend beton in Indië. M. ül. — Ingenieur. 28 
(1913), 481. 

Bos (H. C. VAN den). Het een en ander over 
het „Pasar"- of Marktwezen in de Gouver- 
nementslanden van Java en Madoera. Met 
een aanhangsel en 2 bijlagen. — Kol. Tijd- 
schr. 1913, II, 945, 1089, 1112, 1124, 1128. 

's Jacob (Mr. H. ). Nederlandsch-Indië en 
de handel. — Onze Koloniën. Serie 1, N°. 1, 
(1913). 

Frijling (W.). Exploitatie van passers. 

— T. B. B. 45 (1913), 1. 

Een drijvend droogdok voor Soerabaja, 
Door B. v. K. Met naschrift van de Redactie. 
M. ill. — Weekbl. v. Indië. 10 (1913— 14), 462. 

TiGLER Wybrandi (A.). De handel van 
Batavia in verband met de uitbreiding van 
de haven te Tandjong Priok. (Ontleend aan 
het Bat. Handelsblad). — T. N. L. N. I. 86 
(1913), 379. — Zie ook: Org. N. I. Ver. van 
Handelsgeëmpl. 4 (1913), 318. 



HANDEL EN SCHEEPVAART. 



261 



De inheemsche handel in Neder landsch- 
Indië in het licht van den Inlandschen ver- 
eenigingszin. — Pintoe Perniagadn. V, N°. 50, 
blz. 21. 

De handel op het eiland Soembawa. — 
Pintoe Perniagadn. V. N°. 56, blz. 87. 

Zadow (Dr. F.). Die Kiisis auf die Kaut- 
schuckweltmarkt. — Kol. Monatsblatter. 15 
(1913), 532. 

Frijling (W.). Situation du marché du 
caoutchouc. — Rev. Econ. Intern. 10 (1913), 
IV, 443. 

HoRN (A. von). Ein neuer Ozeanhafen an 
der Ostküste von Sumatra. M. ill. — Ann. 
der Hydrographie. 1913, 543. 

Sandick (R. A. van). Sabang en Belawan 
als Oceaanhavens. Voordracht met debat. 
M. ill. en schetskaarten. — Ind. Merc. 1913, 
1037. 

Bespreking van het „Verslag van de Kamer 
van Koophandel en Nijverheid te Padang 
over het jaar 1912. Padang 1913". Door K. — 
T. B. B. 45 (1913), 425. 

De tegenwoordige toestand van den handel 
in Ned. Indië. — Pintoe Perniagadn. VI, 
N°. 64, blz. 38. 

Bethbeder (W. H.). Het rijstuitvoer- 
verbod. Voordracht. — Kol. Tijdschr. 1914, 
I, 145. 

De Belawan -haven. (Ontleend aan de 
Sumatra-Post). — Ned. Zeewezen. 13 (1914), 
94. 

De haven van Belawan. (Ontleend aan de 
Deli-Courant). — Ind. Merc. 1914, 650. 

KiELSTRA (Mr. J. C). De importhandel 
en de inlandsche maatschappelijke beweging. 
— T. B. B. 46 (1914), 73. 

LiTLOFS (C). Pasarinrichting en pasar- 
beheer. Met bouwplan en bijlagen. — T. B. 
B. 46 (1914), 278, 300. — Het verkrijgen van 
beginkapitaal voor pasarinrichting. (Aan- 
vulling van vorenstaand artikel). — Ihid. 
49 (1915), 120. 



De regeling ten aanzien van de heffing van 
havengeld (in de havens van Tandjong Priok, 
Belawan, Palembang, Tjilatjap, Makassar en 
Palaboean Ratoe). (Ontleend aan de Javasche 
Courant van 23 Juni 1914). — /. G. 1914, II, 
1270. 

De invloed van den Europeeschen oorlog 
op den productenhandel van Nederlandsch- 
Indië, in het bijzonder op dien van de Buiten - 
bezittingen. — Med. Encydop. Bureau. Afl. 
6 (1914). 

Het Inspectievaartuig „Orion" van den 
dienst der scheepvaart in Neder landsch- 
Indië. Door W. M. ill. — Ned. Zeewezen. 14 
(1915), 72. 

ScHELTEMA DE Heere ( J. ). Kort over- 
zicht van handel en scheepvaart in Neder - 
landsch -Indië gedurende de eerste paar maan- 
den van den oorlogstoestand. — Ned. Zee- 
wezen. 14 (1915), 65, 121. 

Groeneveld (W.). Cassiatoestanden in 
Fort van der Capellen. (Handel in kaneel, 
middelen tot verbetering). — Bestuur Cen- 
trale Kas te Batavia. 1914, N°. 5. 

Verslag omtrent handel, nijverheid en 
landbouw van Ned erlandsch- Indië gedurende 
1913. — Publicaties van de Afdeding Nijver- 
heid en Handel. 1914, N°. 1. — Idem ge- 
durende 1914. — Ibid. 1915, N°. 2. —Over- 
zicht van laatstgenoemd Verslag. — T. N. L. 
N. I. 90 (1915), 413. 

Mees (A. C). Verbod van rijstuitvoer 
uit Neder landsch -Indië. — /. G. 1915, I, 
457. 

ScHELTEMA DE Heere (J.). Scheepvaart- 
overzicht van Semarang in 1914. — Ned. Zee- 
wezen. 14 (1915), 121. 

Leemkolk (W. J. van de). Een rubber- 
markt te Batavia. — T. N. L. N. I. 90 
(1915), bl. 1. 

De handel van Neder landsch -Indië en het 
gebrek aan scheepsruimle. — T. N. L. N. I. 
90 (1915), 91. — Zie ook: Ind. Merc. 1915, 
295. 

De Nederlandsche rubberhandel en de 



262 



HANDEL EN SCHEEPVAART. — MUNTWEZEN. 



oorlog. (Hierin ook over de voordeelen eener 
rubbermarkt te Batavia). — T. N. L. N. I. 
90 (1915), 109. 

De Bataviasche rubbermarkt. — T. N. L. 
N. I. 91 (1915), bl. 1. 

Transport and shipping facilities. — Essays 
Netherl. E. I. San Francisco-Committee. N°. 
10. 

Commerce. — Essays Netherl. E. I. San 
Francisco-Committee. N°. 17. 



Sclieepvaartbeweging 
Indië gedurende 1914. - 
344. 



in Nederlandsch- 
- Ind. Merc. 1915, 



De handel van Nederlandsch -Indië en het 
gebrek aan scheepsruimte. (Het conflict tus- 
schen exporteurs en vrachtenconferentie. 
De strijd tegen het monopolie der scheepvaart- 
maatschappijen en het rabatten systeem). 
— T. N. L. N. I. 90 (1915), 183. 

De invloed van de contrabande -verklaring 
van copra op den binnenlandschen copra- 
handel van Nederl. -Indië. — Ind. Merc. 
1915, 681. 

De handelsbeweging der Buitenbezittingen 
in 1914. — Meded. Encyclop. Bureau. Afl. 9 
(1915). 

Uitbreiding van de handelsbetrekkingen 
tusschen Nederlandsch -Indië en Japan. — 
Korte Berichten. 5 (1914— 15), 129. 

Savornin Lohman (Jhr. C. de). Een gra- 
fische voorstelling van het beloop der rijst- 



prijzen ( 1912— 1914). — T. B. fi.;49 ( 1915), 88. 

GonNetscher(A. D. van der). De statis- 
tiek der Buitenbezittingen van het Ency- 
clopaedisch Bureau. (Over de onjuistheid 
van de door dit Bureau gepubliceerde handel- 
statistieken). — T. N. L. N. I. 91 (1915), 75. 

De Nederlandsch-Indische officieele han- 



delsstatistiek. — T. N. L. N. 7.91(1915), 
219, 276. 

Jong ( J. de). Export naar .... èn naar 
Nederlandsch-Indië. — Ind. Merc. 1915, 
1085. 

LuLOFS (C). Het verkrijgen van begin- 
kapitaal voor pasarinrichting. — T. B. B. 
49 (1915), 120. 

Het ingrijpen van bestuursambtenaren 

in handelsaangelegenheden. — T. B. B. 49 
(1915), 391. 

Schepen in noodhaven in Nederlandsch- 
Indië (in verband met den Europeeschen oor- 
log). — T. N. L. N. I. 91 (1915), 344. 



Kemp (P. H. van der). Hoe men vóór het 
cultuurstelsel opnam het consigneeren naar 
Nederland van de gouvernementsproducten. 
— Bijdr. Kon. Inst. 68 (1913), 445. 

Ernstige tegenslag. (De Rotterdammer over 
de dalende tinprijzen). — 7. G. 1914, II, 1023. 

Tertiits. De tin-verkoop. (Opmerkingen 
omtrent den verkoop van een gedeelte van 
den vooraad Banka-tin aan Duitschland). — 
Kol. Tijdschr. 1915, II, 1664. 



VI. MUNT-, BANK- EN CREDIETWEZEN. 



IJKWEZEN. 



Het Muntverslag (1910) met betrekking tot 
Nederlandsch-Indië. — 7. G. 1911, II, 1136. 

Kemp (P. H. van der). Gouverneur-Ge- 
neraal VAN DER Capellen over de vermin- 
dering van zijn traktement, tengevolge van 
artikel 2 der Indische munt verordening van 
1817. — I. G. 1912, I, 577. — Een verouderd 
vraagstuk. (Persoonlijke herinneringen, naar 
aanl'iding van vorenstaand artikel). Door 



Mr. N. P. VAN DEN Berg. — 7. G. 1912, 1, 713. 

Berg (Mr. N. P. van den). Een min of 
meer actueel vraagstuk. (Over de vraag of 
voor Nederlandsch-Indië het bezit van een 
eigen muntinrichting eeue behoefte is, waarin 
behoort te worden voorzien). — 7. G. 1912, 
II, 837. — De Munt te Pretoria. (Een na- 
schrift op bovenstaand artikel). — 7. G. 
1912, II, 1421. 



MUNT-, BANK- EN CREDIETWEZEN. 



263 



Kemp (P. H. van der). De zilveren Java- 
ropijen van de jaren 1816 — 1817. Naar ar- 
chiefstukken. Met 4 bijlagen. — Bijdr. Kon. 
Inst. 67 (1913), 273. — Eenige opmerkingen 
naar aanleiding van bovenstaand artikel, 
door J. P. Moquette. — Ihid. 69 (1914), 101. 

Een eigen muntslag voor Nederlandsch- 
Indië. (Overzicht der redevoering van de 
heeren Cbemer en van Nierop bij de behan- 
deling in de Eerste Kamer van het wetsont- 
werp tot wijziging en aanvulling van de Munt- 
wet van 1901). — /. G. 1912, II, 1684. 

Kemp (P. H. van der). De Nederlandsch 
Indische proefgulden van 1815. — Tijdschr. 
Kon. Ned. Gen. van Munt- en Penningkunde. 
21(1913), Ie afl. — Overzicht: /. G. 1913, 
I, 522. 

Berg (Mr. N. P. van den). Nederland en 
Engeland op koloniaal muntgebied. — Econ. 
1913, I, 233. 

De muntzuivering in het Gouvernement 
Celebes. (Overzicht van eene reeks artikelen 
in de Locomotief van 8 en 10 Maart 1913). — 
/. G. 1913, I, 659. 

Kemp (P. H. van der). Episodes uit de 
geschiedenis der aanmuntingen ten behoeve 
van Oost-Indië. Bijdragen naar oorspronke- 
lijke stukken. — Bijdr. Kon. In^t. 10 (1915), 
225. 

Zeilinga (E. A.). Money and banking- 
system. — Essays Netherl. E. I. San Fran- 
cisco-Committee. N°. 14. 

Frijling (W.). Geld als handelswaar (in 
Noord- en West-Nieuw-Guinea). — T. B. B. 
48 (1915), 207. 



Uittreksel uit eene Nota van den Inspec- 
teur van het Inlandsch Credietwezen (Car- 
pentier Alting) over de werking van de 
afdeelingsbanken. — T. B. B. 40 (1911), 177. 

Eenige grepen uit het Verslag der Javasche 
Bank over het 83ste boekjaar (1910 — 11). — 
/. G. 1911, II, 1418, 1560. 

ZiMMERMANN (A.). L3 crédit agricole dans 
Iss colonies. (Hierin ook over het landbouw- 
credietwezen op Java). — Revue Econ. Intern. 
1912, II, 281. 



Uit het jongste verslag der Javasche Bank. 

— Kol. Weekblad. 18 Juli 1912. 

ZoEPFL (Prof. Dr.). Die Kreditreorganisa- 
tion in den deutschen Schutzgebieten. Mit 
besonderer Berücksichtigung der in anderen 
Landern gemachten Erfahrungen. Referat. 
(Hierin ook over het credietwezen in N. O. 
Indië). — D. Kolonialblatt. 1912, 128. 

Centrale Kas ten behoeve van het Volks- 
credietwezen. (Ontleend aan de Javasche Cou- 
rant van 26 Juli 1912, N°. 60). — Ind. Merc. 
1912, 789. 

BoEKE (Dr. J. H.). Politiek van het In- 
landsche Credietwezen. — I. G. 1912, II, 
1425, 1603. 

De afdeelingsbank te Bandjarnegara. (Over- 
zicht van het 10de jaarverslag). — /. G. 
1912, II, 1510. 

« 

Het Credietwezen. (Overzicht van een 
reeks artikelen van H. Carpentier Alting 
in de Locomotief van 3 en 4 September 1912). 

— /. G. 1912, II, 1536. 

Zadow (Dr. F.). L'organisation du crédit 
agricole dans les colonies. (Hierin ook over 
het landbouwcrediet in Nederl. Oost-Indië). 

— Bvll. ColonisationComparée. 1912,433,481. 

Besseling (O. P.). Het Inlandsch Cre- 
dietwezen en de rentelooze voorschotten in 
Boven-Kampar. — T. B. B. 42 (1912), 101. 

Mesman (J. W.). Ligt het op den weg 
der Inlandsche Volkscredietinstelüng om 
het sparen bij haar te bevorderen? — Be- 
stuur Centrale Kas Batavia. 1913, N°. 5. — 
Zie het antwoord daarop door Charisius in 
Ihid. 1913, N°. 6. 

Het Bestuur der Afdeelingsbanken. — 

Bestuur Centrale Kas Batavia. 1913, N°. 8. 

— Beschouwingen door H. de Brussel Assé. 

— Ihid. 1914, N°. 3. 

DoEVE (J. H.). Landbouwcrediet voor In- 
landers op Java. Voordracht. — Kol. Tijd- 
schr. 1913, 1, 694; II, 846, 993. 

Credietverband. (Ontleend aan de Java- 
Bode). — Ind. Merc. 1913, 318. 

Berg (Mr. N. P. van den). Uit den tijd 



264 



BANK- EN CRÉDIETWEZEN. 



van de oprichting en de eerste jaren van 
het bestaan der Nederlandsch-Indische Han- 
delsbank. (Persoonlijke herinneringen van 
een voormalig hoofdagent). — /. G. 1913, II, 
987. 

Het Inlandsche credietwezen in Nederl.- 
Indië. Door S. — Pintoe Perniagadn. TV, 
N°. 48, blz. 137; V, N°. 50, biz. 17. 

Gextns (M. van). Het credietwezen op Java 
in de praktijk. — Weekbl. v. Indië. 10(1913— 
14), 265. 

Het gouden jubileum der Internationale 
Crediet- en Handels vereen iging „Rotter- 
dam". — Ind. Merc. 1913, 733, 752. 

Cabpentier Altestg (H.). De Centrale 
Kas voor het VolkscredietAvezen te Batavia. 
(Circulaire van de Centrale Kas te Batavia 
aan belangstellenden bij het Volkscrediet- 
wezen in Nederl. Indië. — T. B. B. 44 (1913), 
293. 

De Javasche Bank in 1912—1913. Door 
E. V. H. — I. G. 1913, II, 1618. 

Groeneveld ( W. P. ). Het credietwezen in 
Sumatra's Westkust. 'Motto „niets voor niets". 
— T. B. B. 45 (1913), 195. 

BoEKE (Dr. J. H.). De Centrale Kas. — T. 
B. B. 45 (1913), 97. 

LuLOFS (C). De Ned. -Indische Post- 
spaarbank in 1912. — T. B. B. 45 (1913), 
335. 

Groeneveld (W. P.). Iets over het volks- 
credietwezen in het Gewest Sumatra's West- 
kust. — Bestuur Centrale Kas Batavia. 1914,, 
N°. 1. — Aanteekeningen op bovenstaand 
artikel, door J. A. Enthoven. — Ibid. 1914, 
N°. 7. 

Agerbeek (J. o. B.). De.ssabanken in het 
district Papar der af deeling Kediri. — Be- 
stuur Centrale Kas Batavia. 1914, N°. 2. 

SoEMiTRA KoESOEMAH (Raden). Monogra- 
phic van een Dessabank. — Bestuur Centrale 
Kas. 1914, N°. 8. 

' Besselino (O. P.). Inlandsche Spaar- en 
Loenbank, opgericht en werkende zonder 
bestuursbemocionis (door de Vereeniging 



„Goena Pemiagaan" te Bandoeng in 1906). 
— Bestuur Centrale Kas Batavia. 1914, N°. II. 

Uden Masman (J.). De financieele verhou- 
ding van de Centrale Kas tot de Afdeelings- 
banken. — Bestuur Centrale Kas Batavia. 
1914, N°. 12. 

NiEUWENHUis (J. H.). Nota over de ver- 
panding van klapperboomen als middel tot 
crediet ver krijging in de afdeeling Pande- 
glang (Bantam). — Bestuur Centrale Kas 
Batavia. 1914, N°. 13. 

Uden Masman (J.). Samenvatting van de 
voor de praktijk meest belangrijke bepalin- 
gen omtrent het credietverband. — Be- 
stuur Centrale Kas Batavia. 1914, N°. 17. 

Boelen (H. J.).Een hjrpotheekbank te Ba- 
tavia. — Ind. Merc. 1914, 632. 

Helfferich (E.). Die Niederlandisch-In- 
dischen Kulturbanken. — Probleme Weltmrt- 
schaft. N°. 21, Jena 1914. 

De Centrale Kas. (Overzicht van het eerste 
jaarverslag over 1913). — /. G. 1914, II, 
1273. 

KiELSTRA (Mr. J. C). De Centrale Kas en 
hare geschriften. — T. B. B. 47 (1914), 49. 

Verslag van het Volkscrediet wezen loopen- 
de tot ultimo Juni 1914. (Overzicht). — I. G. 
1914, II, 1555. 

De Postspaarbank. (Overzicht van het ver- 
slag over 1913). — I. G. 1914, II, 1559. 

Neeff (Mr. W. de). Een korte opmerking 
over „De regeling van het oogstverband' . — 
R. in N. I. 94 (1915), 15. 

Uden Masman (J.). De afdeclingsbankcn 
als spaarbanken. — Bestuur Centrale Kas 
Batavia. 1915, N°. 2. 

Agerbeek ( J. O. B. ) en Dr. J. H. Boeke. 
Crediet vereen igin gen op coöperatieven grond- 
slag in de afdeeling Toeloeng-Agoeng, resi- 
dentie Kediri. — Bestuur Centrale Kas Bata- 
via. 1915, N°. 4. 

Boeke (Dr. J. H.). Onderzoek naar de 
werking van de desabank Pagothan. — Be- 
stuur Centrale Kas Batavia. 1915, N°. 13. 



IJKWEZEN. — WATERSTAAT EN OPENBARE WERKEN. 



265 



Besseling (O. P.)-De oprichting van Volks- 
credietbanken op de Buitenbezittingen. — 
T. B. B. 48 (1915), 81. 

Carpentier Alting(H.). Volkscrediet inde 
residentie Timor. Wenken voor eene voorloo- 
pige inrichting van het volkscredietwezen al- 
daar. M. bijlage. — T. B. B. 49 (1915), 199,210. 



Alva. Iets over maten en gewichten. — Org. 
N. I. Ver. van Handelsgeëmployeerden. 3 
(1911—12), 131. 

Hermann (A. F.). Bouw en picol in ver- 
band met het metrieke stelsel. Voordracht. — 
Ind. Merc. 1914, 1018. 



VIL WATERSTAAT EN OPENBARE WERKEN. ^) — BOUWKUNST. 



a. Personeel *). 

Bouwkundige opzichters, door X. 
Bouwk. T. 14(1911), 48. 



Ind. 



Personeel voor den dienst van den Water- 
staat in Nederlandsch-Indië. — Technisch 
Studenten-Tijdschr. Oct. 1911. 

Het tekort aan ingenieurs in Nederl. -Indië, 
door R. v. B. — Maandbl. Ned. Ver. van In- 
genieurs. Ie jaargN°. 11, Oct. 1911, 18. 

Gebrek aan Ingenieurs voor Indië, door 
X. Y. — Kol. Weekbl. 24 Sept. 1911. —Zie 
ook: Kol. Weekbl. 31 Aug. 7 Sept. en 21 Sept. 
1911. 

Es(L. J. C. van). Het tekort aan Ingenieurs 
in Nederl. -Indië. — Kol. Weekbl. 7 en 14 Dec. 
1911. — Zie ook: Maandbl. Ned. Ver. van 
Ingenieurs. 2e Jaarg. N°. 2. Febr. 1912, 18. 

De nieuwe traktementsregeling voor de 
Opzichters B. O. W. in Nederlandsch-Indië 
of de achterstelling van de in Indië opgeleide 
bij de uit Holland gezonden Opzichters, door 
„Een Indisch opzichter". Met Naschrift. — 
Ind. Bouwk. T. 1912, 44, 52, 54. — Antwoord 
op vorenstaand artikel, door J. C. van der 
Hoeven. — Ibid. 1912, 78. 

Ingenieurs voor Ned. -Indië. (Klacht van 
den ingenieur L. Koouker in de Java-Bode 
van 8 Aug. 1912 in zake laakbare kortzich- 
tigheid van het Ministerie van Koloniën bij 
het aannemen van ingenieiirs voor Indië, met 
antwoord daarop van M. Middelberg in het- 
zelfde blad van 13 Aug. 1912). — Kol. Weekbl. 
12 Sept. 1912. 

De tegenwoordige positie der B. O. W. 



opzichters, meer bepaald van de in Indië op- 
geleide en aangestelden. (Overgenomen uit 
het Soer. Handelsbl. van 14 Maart 1913). — 
Ind. Bouwk. T. 1913, 50. 

De Ingenieur in Indië. (Een „belangheb- 
bende" in de N. R. Ct. van 21 Jan. 1913 over 
de nieuwe tractementsregeüng voor inge- 
nieurs in gouv. dienst in Ned. -Indië). — /. G. 
1913, 1, 386. — Kol. Weekbl. 23 Jan. 1913. 

HoUandsche ingenieurs voor den Indi- 
schen dienst. (Overgenomen uit het Soerab. 
Handelsbl. van 24 Juli 1913). — Ind. Bouwk. 
T. 1913, 148. 

OoRT (M. A. van). Promotiekansen in de 
hoogere rangen van de Waterstaatsingenieurs 
in Indië. Met Naschrift der Redactie. — 
Waterst. Ing. 1913, 30. 

Het Architektsexamen bij den Water- 
staat. — Waterst. Ing. 1913, 58. 

Het toelaten van vreemde mgenieurs 



tot het gewoon -lidmaatschap van de Vereeni- 
ging van waterstaatsingenieurs in Ned. Oost- 
Indië. Met naschrift der Redactie. — Water- 
st. Ing. 1913, 90. 

Kat (De). Artikel 6& der Statuten in ver- 
band met in het vaste corps der B. O. W. 
opgenomen buitenlandsche ingenieurs en 
genie -officieren. — Waterst. Ing. 1913, 82. — 
Zie ook het artikel: Wenschen en grieven, 
door P. J. Ott de Vries. — Ibid. 1913, 76. 

Dienstvoorwaarden en vooruitzichten der 
Ingenieurs in Ned. -Indischen staatsdienst. 
(Verslag eener voordracht van den ingenieur 
Ch. G. Cramer). — Waterst. Ing. 1913, 102. 



') Zie ook Afd. VIII, sub c. ,. Spoor- en Tramwegen". 
') Zie ook Afd. IX, sub d. „Onderwijs in Europa". 



266 



WATERSTAAT EN OPENBARE WERKEN. 



Batenbuho (Van). Architectsexamen. — 
Waterst. Ing. 1913, 114. 

Sandick (R. A. van). Buitenlandsche in- 
genieurs in Nederlandsch-Indischen Staats- 
dienst. — De Ingenieur. 1913, 1033. 

DiJKERMAN (G. J.). Het architects-exa- 
men bij den Waterstaat. — Waterst. Ing. 
1913, 115. —Yergl: Ibid. 1914, 18. 

Stipriaan Luïscnrs (H. F. van). Benoe- 
ming van vreemde ingenieurs in Ned.-Indi- 
schen Staatsdienst. Met Naschrift door 
Van Voorst Vader. — De Ingenieur. 1914, 
161, 196. 

Actie van de opzichters van den Water- 
staat en B. O. W. in Ned.-Indië. (Overgeno- 
men uit „De Opmerker. Bouwkundig Weekbl.'\ 
van 8 Maart 1913). — Ind. Bouwk. T. 1913, 

65, 69. 

Cramer (Ch. J.). De ingenieur in Neder- 
landsch-Indië. (Overzicht eener voordracht 
overgenomen uit het Soerab. Handelsbl. van 
25 Maart 1914). — Ind. Bouwk. T. 1914, 116. 

Onze actie. Stellingen, in verband met eene 
gewenschte reorganisatie van de opleiding, de 
financieele positie, de maatschappelijke posi- 
tie van het corps waterstaatsambtenaren en 
beambten beneden den rang van ingenieur, 
en middelen tot verhooging van hun peil. — 
Ind. Bouwk. T. 1914, 2e gedeelte, 19, 34, 52, 

66, 114; 1915, 2. 

OoRT (M. A. van). Corpsbelangen. Met Na- 
schrift der Redactie. (Een pleidooi voor lots- 
verbetering). — Waterst. Ing. 1914, 49. — 
Vergl. bl. 77. 

DiJKERMAN (G. J.). Het instituut der man- 
tri's opzichter bij den dienst der Burgerlijke 
Openbare Werken in Ned.-Indië. — WaZerst. 
Ing. 1915, 38. 

De Ingenieur in Nederl. -Indië op technisch 
en sociaal gebied, door v. R. — Waterst. Ing. 
1915, 189. 

MoHAMAD (R.). Rscruteering van In- 
landsch bureaupersoneel bij den dienst der 
B. O. W. — Ind. Bouwk'. Tijdschr. 1915, 
462. 



b. Openbare Werken. 

Werken tot verbetering en uitbreiding van 
de haven van Tandjong Priok. (Ontleend aan 
de Ind. Begrooting voor 1912). — Ind. Merc. 
1911, 724. 

Does de Bije (A. J. M. A. van der). Uit- 
dieping van het Westervaarwater van Soera- 
baja. M. k. — De Zee. November 1911. 

De Progo-brug bij Brodjomalan. M. ill. — 
Weekbl. v. Indië. 7 (1910—11), 933. 

Post- en Telegi'aafkantoor te Medan. (Be- 
schrijving van den bouw). M. ill. — Ind. 
Bouwk. Tijdschr. 1911, 119. 

LiNTUM (C. te). De havenplannen voor 
Makassar. M. k. — De Handel. 5 {\9U), 392. 

De havenwerken voor Tandjong Priok. 

M. k. — De Handel. 5 (1911), 534. 

De havens van Semarang en eenige 

andere plaatsen. — De Handel. 5 (1911), 637. 

Koning (D. A. P.). Ligt het op den weg 
van de Rsgeering om te Soerabaja een Rijks- 
droogdok door particulieren te doen exploi- 
teeren ? Met Naschrift door X. X — Marine- 
blad. 26 (1911—12), 65, 80. 

De havenwerken van Tandjong Priok. — 
Orgaan N. I. Vereeniging van Handelsge- 
ëmployeerden. 2 (1910—11), 317, 236; 3 
(1911—12), 6. 

Het rapport Kraus — de Jongh inzake de 
verbetering van haventoestanden te Soera- 
baja. — Ind. Bouwk. T. 1911, 51, 70, 83. 

Kraus (Dr. J.). Mededeelingen over eenige 
Nederlandsch -Indische havens. Voordracht 
met debat. — De Ingenieur. 1911, 246. — Zie 
ook: Ibid. 1911, 311, 351. 

De Openbare Werken in Nederlandsch - 
Indië in 1908. — /. G. 1911, I, 700. — Uit 
het Verslag der B. O. W. in Ned.-Indië over 
het jaar 1908, door L. H. Slinkers. — De 
Ingenieur. 1911, 748. 

Haven verbetering in Nederl. Oost -Indië 
(Soerabaja, Makassar, Semarang, Tandjong 
Priok), door B. M. ill. — Ned. Zeewezen. 10 
(1911), 337, 369; 11 (1912), 2, 19. 



OPENBARE WERKEN. 



267 



De opening van de werken voor de haven 
van Soerabaja, door J. G. K. — De Inge- 
nieur. 1911, 1049. — Ind. Bouwk. T. 1912, 26. 

ScHELTEMA DE Heere (I. ). Semaraug voor- 
uit! (Over den stand van den aanleg der 
havenwerken aldaar). M. ill. — Ned. Zeewe- 
zen 10 (1911), 42; 11 (1912), 171, 336. 

De Moeria-traswerken. {Met afb. van O. 
HissiNGEN & Co). — Eigen Haard. 1911, 88. 

De Gajoeweg. (Naar aanleiding van een ar- 
tikel van H. VAN Kol in „De Locomotief' van 
9 Mei 1911). — I. G. 1911, II, 1098. 

De nieuwe hoofden- en kweekscholen (te 
Jogjakarta, Semarang, enz.). M. ill. — Ind. 
Bouwk. T. 1911, 9, 47. 

Reitsma (S. A.). De wegen in de Preanger. 
(Overzicht van een artikelenreeks in de Pre- 
anger-Bode van lOFebr. — 16 Maart 1912). — 
/. G. 1912, I, 823. 

Verslag van de Burgerlijke Openbare Wer- 
ken in Ned.-Indië over het jaar 1909, door 
E. — I. G. 1912, II, 1178. 

De Midden-Sumatra-weg. (Ontleend aan 
een reisbrief van H. van Kol in de Locomotief 
van 10 Juni 1912). — /. G. 1912, II, 1203. 

Elenbaas (Prof. W.). De gouvernements- 
gebouwen in Nederl. — Indië. Voordracht. 
M. ill. — Ingenieur. 1912, 600. — Ractifica- 
tie. — Ibid. 1912, 673. — Ind. Bouwk. 
T. 1912, 204. 

Architectuur van openbare gebouwen (in 
Indië). M. ill. — Ind. Bouwk. T. 1912, 2. 

Het nieuwe frontgebouw van het Departe- 
ment der B. O. W. M. ill. — Ind. Bouwk. T. 
1912, 68. 

Lamminga (A. G.). De tegenwoordige or- 
ganisatie en werkkring van het Departement 
der B. O. W. in Nederl. Indië. Voordracht 
met debat. — Org. Moederl. en Kol. 1912, Nr. 
II. 

Dijk (W. A. van). Oorzaken van verzan- 
ding en aanslibbing van Java's Noordkust 
en beschouwingen om plaatselijk verbetering 
aan te brengen in navolging en medewerking 
der Natuur. — Ind. Bouwk. T. 1912, 15. 



Meijers (A. A.). De slibkwestie bij dal- 
afsluitingen. M. ill. — Tijdschr. Kon. Inst. 
V. Ing. Afd. N. I. 1912, afl. 3. 

Meyier (J. e. de). De toenemende vaar- 
diepte in het Westgat van Soerabaja. — /. G. 
1912, II, 1245. 

De transportzweefbaan der Mij. Pang- 
goonredjo over de Metro-ravijn bij Vepandjen 
op Java. — Maandbl. van de Ned. Ver. v. 
Ingenieurs. 2e jaarg. N°. 10. Oct. 1912, 153. 

Lugt(P.). Kleizuiger -hopper „Gouverneur- 
Generaal Idenburg", bestemd voor de haven- 
werken te Makassar. M. ill. — Ingenieur. 
1912, 823. 



De wegen te Koedoes. M. ill. 
V. Indië. 9 (1912—13), 488. 



Weekbl. 



De nieuwe havenwerken te Makassar, door 
F. B. S. M. ill. — Weekbl. v. Indië. 9 (1912— 
13), 1037. — Ind. Bouwk. T. 1913, 35. 

De havenwerken van Semarang. M. ill. — 
Ned. Zeewezen. 11 (1912), 288. 

HoMAN VAN DER HEIDE ( J. ). De haven van 
Tandjong Priok. (Rede, uitgesproken bij de 
installatie van de Haven -Commissie te Tand- 
jong Priok). — Ind. Merc. 1912, 431. 

Drongelen (H. A. van). Onderhoud van 
wegen. Met leiddraad voor het onderhoud. — 
7.5.5.43(1912), 61, 65. 

Roest (J.). Belawanhaven en Atjehtram. 
— T. 5. 5. 43 (1912), 383. 

JoNGH (G. J. de). Aanleg, exploitatie en 
beheer der nieuwe Indische havens volgens 
het rapport van de heeren Kraus en De 
JoNGH. Voordracht met debat. — Versl. Ind. 
Gen. 1912—13, 97. 

De opening van de werken voor de haven 
van Soerabaja. Overzicht. — Ind. Bouwk. T. 
1912, 26. 

Proeven omtrent elasticiteit en vastheid 
van bamboe. — Ind. Bouwk. T. 1912, 85. 

Geuns (M. van). De uitvoering der Soe- 
rabajasche havenwerken. (Overgenomen uit 
het Soerab. Handelsbl. ). M. ill. — Ind. Bouwk. 
T. 1912, 99. 



268 



OPENBARE WERKEN. 



Een nieuw bouw -materiaal in Nederlandsch- 
Indië (nl. Bobos-trachiet ), door M. 31. UI. — 
Weekbl. v. Indië. 10 (1913—14), 846. 

De brug over de Lekso bij Wlingi. M. UI. — 
Weekbl. v. Indië. 10 (1913—14), 483. 

Heijman. De geschiedenis van de brug 
„Lekso"' bij WUngi van 1899—1913. M. UI. — 
Irvd. Bouwk. T. 1913, 129. 

Does de Bije (A. J. M. A. Ridder \as 
der). De slibarbeid op den drempel van het 
Westervaarwater van Soerabaja. M. UI. — 
Ingenieur. 1913, 370. 

Sandick (R. A. vas). Prauwen van gewa- 
pend beton in Indië. 21. UI. — Ingenieur. 
1913, 481. 

Het geschil tusschen de Indische Regee- 



ring en de HoUandsche Aanneming-Maat- 
schappij (inzake de havenwerken te Soera- 
baja). — Ingenieur. 1913, 810. 



Zorg voor de wegen (op Java). 
45 (1913), 234. 



T. B. B. 



De havenwerken van Soerabaja. Geschil 
om een millioen.( Overgenomen uit het Soerah. 
Handelsbl. van 15, Ï6 en 18 Aug. 1913). — 
Ind. Bcmwk. T. 1913, 167. 

De stand der Soerabajasche havenwerken. 
(Overgenomen uit het Soerab. Handelsbl. van 
28 Aug. \9\3).— Ind. Bouwk. T. 1913, 191. 

Rentra:st. Het wegennet op Sumatra. 
(Overgenomen uit het Bat. Nieuwsbl. van 
24 Oct. 1913). — Ind. Bouwk. T. 1913, 
253. 

Wermeskerken (H. van). Het paleis te 
Buitenzorg. M. ill. — Weeldil. v. Indië. 11 
(1914— 15), 2. 

WoLFF (M. de). Roode cement- en Moe- 
liah trasmortds. — Waterst. Ing. 1914, 3. 

Een nieuw soort verharding van wegen, 
door T. L. — Waterst. Ing. 1914, 95. 

Het tclefoo)ikantoor te Weltevreden. 21. 
ill. — Weekbl. v. Indië. 11 (1914—15), 108. 

Een nieuwe brug (bij Batjem) in Solo. M. 
ill. — Weekbl. v. Indië. 11 (1914—15), 1042. 



JoRDAAN (J. M.). Verschillende construc- 
ties van djatihouten dekken op ijzeren lig- 
gers bij den bovenbouw van bruggen. M. 
ill. — Ind. Bouwk. T. 1914, 2e ged. bl. 153. — 
Opmerkingen, door J. H. C. Bergamtn'. — 
Ibid. bl. 194. 

DoEFF (H. ). Wegenaanleg op Flores. — 
Kol. Tijdschr. 1914, I, 778. 

De Gajoweg. (Aan het Bat. Nieuwsbl. ont- 
leende mededeelingen over het gereedkomen 
van dien weg). — /. G. 1914, II, 1667. — 
Ind. Bouwk. T. 1914, 219. 

ScHELTEMA DE Heere (I.). De Semarang- 
sche prauwhaven. — Ind. Merc. 1914, 996. 

ScHOEMAKER (Ch. P). Nieuwe fundeerir.gs- 
methode tegen grondverzet in de tropen. 
M. UI. — Tijdschr. Kon. Inst. v. Ing. Afd. N. 
I. 1914, afl. 2, bl. 1. 

JoRDAAN (W. M.). Abattoir te Magelang. 
M. ill. — Ind. Bouwk. T. 1914, 165. 

Bergmans (E. J.). Sprokkelingen op water- 
bouwkundig en bouwkundig gebied. — Ind. 
Bouwk. T. 1914, 2e ged. 172, 190. 

Privaat en badge Ie genheid in de Land- 
schapsgevangenis te E., door V. S. M. ill. — 
T. B. B. 48 (1915), 53. 

Plate (A. ). Toekomstige wegconstructies 
in Indische steden. Voordracht. — Ingenieur. 
1915, 333. 

Koster (D. A.). Een en ander over htt op- 
nemen van lengte- en dwarsprofielen in berg- 
achtig terrein. M. ill. — Waterst. Ing. 1915, 
113. 

Beschadiging van desawegen en daarin ge- 
legen kunstwerken. (Ontleend aan de Javasche 
Courant, met redactioreele opmerkinge; ). — 
Waterst. Ing. 1915, 135. 

De „Havenkwestie" in het Parlennnt. 
(Met ingezonden artikelen van den heer Pe- 
relaer in de N. R. Ct. van 4 Nov. en 28Dec. 
1914). _ Waterst. Ing. 1915, 155. 

Koning (J. ). Een belangrijk ingenieurswerk 
(nl. het opvijzelen van de groote Brantasbrug 
te Kediri). — ireeiW. v. Indië. 12(1915—16), 
630. — Ind. Bouwk. T. 1915, 381. 



IRRIGATIE EN WATERRECHT. 



269 



Rotteveel (M. J.)- Algemeene regels voor 
het opmaken van ontwerpen en begrootin- 
gen bij den dienst der wegverbeteringen in de 
Preanger-Regentschappen. Voordracht. — 
Ingenieur. 1915, 365. 

Drongelen (H. A. van). Leiddraad voor 
het onderhoud van wegen en constructie van 
grond- en steenslagwegen (in Indië). Voor- 
dracht. M. ill. — Ingenieur. 1915, 371. 

Wegen-aanleg en wegen-onderhoud. (Over- 
genomen uit het Soerab. Handelsbl. van 5 Juli 
1915). — Ind. Bouwk. T. 1915, 248. 



LuLOFS (C). De Gajoweg. 
(1915), 299. 



T. B. B. 48 



Het wegenvraagstuk. (Overgenomen uit 
de Locomotief van 25 en 29 Juni 1915). — 
Ind. Bouwk. T. 1915, 250. 

Boreel (Jhr. P. J.). Mededeelingen be- 
treffende de gewone wegen in Ned. -Indië en 
meer in het bijzonder omtrent den aanleg in 
de Buitenbezittingen. Voordracht. M. kaart 
en ill. — Ingenieur. 1915,808. — Overzicht: 
Ind. Bouwk. T. 1915, 306. 

Geuns (M. van). Indische waterstaats- 
ingenieurs contra Neder landsche haven -aan- 
nemers. (Ontleend aan het Soerab. Han- 
delsbl. van 6Pebr. 1915). — Waterst. Ing. 1915. 
27. 

Sandick (R. A. van). Onderzoek naar de 
moeilijkheden ondervonden bij de uitvoering 
van openbare werken in Nederl. -Indië, door 
tusschenkomst van aannemers. (Bespreking 
van het onder dien titel verschenen Rapport). 
— Ingenieur. 1915, 247, 277,323. —Zie ook: 
Waterst. Ing. 1915, 127. 

c. Irrigatie en Waterrecht. 

Assen (E. van). Irrigatie en Landbouw op 
Java. — Kol. Weekbl. 1911, N°. 39. 

Lamminga (A. G.). Gewijzigde inzichten 
in den bouw van prises d'eau in Indische 
rivieren sedert 1887. M. ill. — Ingenieur. 
1911, N°. 1 (Feestnummer), 108. 

Sandick (R. A. van). Landbouw en irri- 
gatie op Java. — Ingenieur. 1911, 946. — 
Ind. Bouwk. T. 1912, 22. 

Meijers (A. A. ). Algemeen overzicht van 



de toepassing elders van eenige op Java wei- 
nig gebruikelijke middelen om irrigatiewater 
beschikbaar te krijgen. Voordracht. M. ill. — 
Arch. Suikerind. in N. I. (1911), II, 1765. 
— Tijdschr. Kon. Inst. v. Ing. Afd. N. I. 
1912, afl. 2. 

SiBiNGA Mulder (J.). De irrigatie in ver- 
band met de Java-suikerindustrie. Voor- 
dracht met debat. — Versl. Ind. Gen. 1911 — 
12, 177. 

Robbers (C). De wadoek „Pridjetan". 
Een belangrijk waterstaatswerk in de Solo- 
vallei. M. k. en ill. — Weekbl. v. Indië. 7 
(1911—12), 1227. 

Meyier (J. e. de). De uitvoering van een 
waterwerk in Indië. Voordracht. — Buil. 
Kol. Mus. N°. 48 (1911), 20. 

De uitkomsten van het welvaartonder- 



zoek op Java. VII. Irrigatie. (Overzicht van 
het rapport der Mindere Welvaart Commissie). 
— /. O. 1911, 1, 499, 643, 774; II, 906. 

Irrigatie -werken in de residentie Menado. 
(Ontleend aan een art. van E. J. Jellesma. in 
de N. R. Ct.). — /. G. 1911, II, 1649. 

De hervatting der Solo-vallei-werken. (Be- 
schouwingen naar aanleiding van eene corres- 
pondentie uit Rembang in het Soerab. Han- 
delsbl. van 20Febr. 1912). —/. G. 1912,1,662. 

Een „Ingenieur" over de Solo-valleiwerken. 
(Overzicht van een artikel in de Nieuwe Soe- 
rab. Ct. van 4 en 8 Juli 1912). — /. G. 1912,11, 
1228. 

De drooglegging der Rawah Rening, door 
V. K. M. k. — Ind. Bouwk. T. 1912, 48. 

Saltet (A. H.). Kritische bespreking van: 
J. NuHOUT VAN DER Veen. „Nogmaals irriga- 
tie en landbouw op Java, enz.". — T. B. B. 42 
(1912), 67. 

Blackstone (J.). Nota over de bevloeiing 
in de residentie Madioen. M. k. en ill. — 
Verslag Burgert. Openb. Werken in N. I. over 
het jaar 1912. Bijl. 2e ged. 

De inwijding van den dam te Ketoelampa. 
M. ill. — Weekbl. v. Indië. 9 (1912—13), 674. 

Sandick (R. A. van). Irrigatie op Java. 



270 



IRRIGATIE EN WATERRECHT. 



Voordracht. — Ingenieur. 1912, 914. — 
Voordrachten Kol. Landb. Tent. Deventer. 

1912, bl. 1. 

Linden (M. L. M. van der). Het water- 
recht in Nederlandsch-Indië. — T. B. B. 42 
(1912), 42. 

De opening der Bedadoengwerken. M. UI. 

— Weekbl. v. Indië. 10 (1913—14), 314. 

De Toentang-waterwerken, door H. M. ill. 

— Weekbl. v. Indië. 10 (1913—14), 386. 

Een Inlandsch oordeel. Bespreking van 
een artikel van den Regent van Bodjonegoro, 
getiteld: „Dari hal pekerdja'an Solo", waarin 
deze de voordeden eener hervatting van de 
Solo-vaUeiwerken uiteenzet. — /. 6. 1913, 
1,245. 

HOMAN VAN DER Heide (J.). Over de ren- 
tabiliteit van irrigatiewerken. — Waterst. 
Ing. 1913, 7, 22. 

Meijeks (A. A.). De verhouding van den 
watertoevoer tot reservoir en den regenval op 
het afwaterende gebied. M. ill. — Waterst. 
Ing. 1913, 8, 26. 

Is de \TTichtbaarheid bij landbouw door 
middel van bevloeiing in droge klimaten 
blijvend verzekerd, door T. L. (Naar aanlei- 
ding van een artikel in de „Engineering 
Record" van 15 Febr. 1913). — Waterst. Ing. 

1913, 56. 

Thal Larsen (J. H.). Onvoorziene om- 
standigheden bij het inspuiten van damplan- 
ken van gewapend beton. — Waterst. Ing. 
1913, 64. 

Rosse (I. Th. van). Over de nomenclatuur 
van leidingen en kunstwerken in irrigatie - 
gebieden. — Waterst. Ing. 1913, 67. 

Rentabiliteit van irrigatiewerken, door 
T. L. — Waterst. Ing. 1913, 96. 

Invloed van draineering op sawahgronden, 
door v. R. (Naar aanleiding van een artikel 
van P. van der Elst in Teysmannia, 1913, 
afl. 6). — Waterst. Ing. 1913, 99. 

Ham (S. P.). Een belangrijk rapport nopens 
de watervoorziening in het Brantasgebied. — 
Ind. Merc. 1913, 844. 



Robbers (C). De wadoek Pridjetan, een 
belangrijke vergaarkom in de Solovallei. 
M. ül. — Ingenieur. 1913, 449. — Overzicht. 
— Ind. Bouwk. T. 1913, 137. 

Weijs (C. W. ). Schets van de ontwikkeling 
van technische bemoeienis met irrigatie in 
Indië. Rede. — Ingenieur. 1913,845. — Over- 
zicht. — Ind. Bouwk. T. 1913, 248, 250. 

Brantas. Irrigatie op Java. (Overgenomen 
uit de Nieuwe Soerab. Cour. ). — Ind. Bouwk. 
T. 1913, 8. 

Suikerindustrie en irrigatie. — Ind. Bouwk. 
T. 1913, 171. 

Opmekker. De Tjimanoek als verkeersweg 
en leverancier van irrigatie, bad- en drink- 
water. — Ind. Bouwk. T. 1913, 252. 

Meijers (A. A. ). Over kunstmatige ver- 
meerdering van grondwater, dat voor irri- 
gatie-doeleinden benuttigd wordt. — Arch. 
Suikerind. N. /. 1913, II, 1573. 

IJPELAAR (M.). Irrigatie. Naar aanleiding 
van de verhandeling van Mr. J. W. RAMAERin 
de Ind. Merc. van 3 Febr. 1914. — Ind. Merc. 
1914, 175. — Nog eens „Irrigatie", door J. 
SiBiNGA Mulder. — Ind. Merc. 1914, 225. — 
Andermaal „Irrigatie", door M. IJpelaar. — 
Ind. Merc. 1914, 289. — Nogmaals „Irri- 
gatie" dag en nachtregeUng, door Mr. J. W. 
Ramaer. — Ind. Merc. 1914, 645. — De 
„dag- en nachtregeling" bij „Irrigatie", door 
M. IJpelaar. — Ind. Merc. 1914, 813. — 
Irrigatie. Dag- en nachtregeling, door Mr. 
J. W. Ramaer. — Ind. Merc, 1914, 834. — 
Gedeeltelijk overgenomen in Ind. Bouwk. 
T. 1915, 182. — ld. in de Waterstaats-Inge- 
nieur. 1914, 156; 1915, 73. — Irrigatie, dag- 
en nachtregeling, behandeld in het Parle- 
ment. — Waterst. Ing. 1915, 82. ') 

VoORDtJiN (J. C. ). Beschrijving van eenige 
der belangrijkste irrigatiewerken op Java en 
van de daarmede verkregen resultaten. I. 
De werken ter bevloeiing van een deel der 
afdeeling Brebes (Residentie Pekalongan) 
uit de PemaUe-rivier. M. ül. — Tijdschr. Kon. 
Inst. Ing. Verhandel. 1914, Afl. 1. 



') Grootendeels werden deze titels reeds ver- 
meld in de rubriek „Suikerindustrie" , hiervoor 
op blz. 2o6, 26 kolom. 



IRRIGATIE EN WATERRECHT. 



271 



KoENS ( A. J. ). De waarde van het water 
(hoofdzakelijk voor irrigatie -doeleinden). — 
7.5.5.47(1914), 173. 

Irrigatie ter Oostkust van Sumatra, door 
C. L. — T. B. B. 47 (1914), 409. 

Kloppenburg (W. H.). Evenredige ver- 
deeling bij de detailbevloeiing van de Pemali- 
werken. Met naschrift door J. C. Voorduin. 

— Ingenieur. 1914, 1018. 

Eenige bladzijden uit de geschiedenis van 
het irrigatie we zen op Java. — Water st. Ing. 
1914,151; 1915, 16. 

MoENS (J. L.). Tafelstortdammen (voor 
irrigatiedoeleinden). — Waterst. Ing. 1914, 
126. 

JoRDAAN (W. M.). Waterverstrekking aan 
suikerriettuinen en aan de gewassen der In- 
landsche bevolking op Java. (Ontleend aan het 
Soerab. Handelsbl. van 9 en 10 Sept. 1914). — 
Ind. Bouwk. T. 1914, 2e ged. 89. — Opmer- 
kingen, door VAN Beek. — Ihid. 1914, 116. 

Later. Waterkwesties. (Over de water- 
verdeeling in streken waar gronden zijn ver- 
huurd aan suikerfabrieken). (Ontleend aan de 
Locomotief v&n 28Nov. 1914). — Ind. Bouwk. 
T. 1914, 2e ged., bl. 176. 

Stigteb ( A. W. G. ). Een en ander over wa- 
terbeheer en waterverdeeling (in de irrigatie - 
af deeling Brantas). Voordracht. — Ind. 
Bouwk. T. 1914, 231; 2e ged., 99, 134. — Wa- 
terst. Ing. 1914, 8, 39, 62. 

NiJMAN (A. J. W. ). Bepaling van den maxi- 
mum afvoer van rivieren volgens de methode 
van Melchior. M. ill. — Waterst. Ing. 1914, 
69. 

Dijkerman (G. J. ). Matrassendammen 
(voor irrigatiedoeleinden). — Waterst. Ing. 
1914, 90. 

De slibkwestie bij reservoirs, door H. D. F. 

— Waterst. Ing. 1914, 97. 

Koens (A. J.). De waarde van het water 
(voor den landbouw in Indië). — T. B. B. 47 
(1914), 173. 

Verdeeling van irrigatiewater (op Java), 
door K. — T. B. B. 47 (1914), 550. 



Broekens (H. J. ). De irrigatiewerken op de 
onderneming Djatiroto, afd. Loemadjang, res. 
Pasoeroean. 31. ill. — Ind. Bouwk. T. 1914, 
15, 40, 70; 2e ged., 188; 1915, 140. 

Westerloo (J. f. P.). Brondjongs en 
brondjongwaterwerken. M. ill. — Ivd. Bouwk. 
T. 1914, 2e ged., 119. 

Haringhtjizen (J.) en A. J. N. Nijman. 
Irrigation in Netherlands-East-India. M. ill. 
— Essays Netherl E. I. San Francisco- 
Committee. N°. 12 (1914). 

Kal (H. Th.). Iets over irrigatie, landbouw 
en visscherij in Bantam. — I. G. 1915, 1, 510. 

De verdeeling van het irrigatiewater tus- 
schen de Europeesche cultuurondernemingen 
en de bevolking. (Uit de notulen van de ver- 
gadering der Regentenvereeniging „Sedijo 
Moeljo"). — Kol. Tijdschr. 1915, II, 1138. — 
Waterst. Ing. 1915, 65. 

SoEHOED NosiNGO (Raden). Aanteeke- 
ningen over bevloeiing en waterafvoer. M. 
ill. — Ind. Bouwk. T. 1915, 262. 

Deliana, door R. (Verslag eener aan de Su- 
matra-Post van 5 Juli 1915 ontleende lezing 
van F. W. Th. van Oordt over irrigatie en 
rijstbouw ter Oostkust van Sumatra). — 
T. B. B. 48 (1915), 123. 

Vos (H. C. P. de). Hevel aquaducten. — 
Waterst. Ing. 1915, 64. 

De suikerrietcultuur op Java en de water- 
kwestie. (Ontleend aan een artikel van L. de 
Waal in de N. R. Ct). — Waterst. Ing. 1915, 
100. 

Immink (W. J.). Een methode voor de be- 
paling van een reservoir-overlaat langs gra- 
fischen weg. M. ill. — Waterst. Ing. 1915, 112. 

Een middel om de wervelbeweging en 
kolkvorming beneden stuwdammen tegen te 
gaan, door F. — Waterst. Ing. 1915, 136. 

De modderbandjir in de kali Banjoepoe- 
tih. M. ill. — Waterst. Ing. 1915, 181. 

Dijkerman (G. J.). Waterverdeeling (tus- 
schen Europ. ondernemingen en de Inlandsche 
bevolking op Java). Met Naschrift der Redac- 
tie. — Waterst. Ing. 1915, 184. 



272 



DRINKWATERVOORZIENING. 



Rosse (I. Th. vau). Irrigatie en rietcultuur. 
(Ontleend aan het Soerab. Handelsbl van 13 en 
14 Oct. 1915). — Waterst. Ing. 1915, 223. 

MooiJ (A. de). Rietcultuur en bevloeiing. 
(Ontleend aan het Soerab. HatuLelsbl. van 26 
Oct. 1915). — Waterst. Ing. 1915, 228. 

WoLFF (M. de). Waterverlies door kwel 
en verdamping in tertiaire bevloeiingsgebie- 
den. Met Naschrift der Redactie. — Waterst. 
Ing. 1915, 245. 

Kat (J. o. de). Irrigatie, dag- en nachtre- 
geling. Met Naschrift van G. J. Dijkerman. 
M. iU. — Waterst. Ing. 1915, 255. 

Es (D. J. F. van). Bergmeren als reservoirs. 
— Waterst. Ing. 1915, 254. 

De irrigatie en rijstbouw in Simeloengoen. 
(Ontleend aan de Sumatra-Post van 3 Sept. 
1915). — T. B. B. 49 (1915), 296. 

Regeling van het waterverbruik ten be- 
hoeve van de sawah's in Simeloengoen. — 
Pémimpin Pëngoesaha Tanah. I (1915),N°. 7, 
bl. 16. 

De waterkrachtwerken in de kali Tjatoer 
(Madioen). M. ül. — Weekbl. v. Indië. 12 
(1915— 16), 226. 

White (J. Th.). Irrigatie en landbouw. 
(Overgenomen uit de Locomotief van 29 en 30 
Aug. 1915). — Ind. Bmiwk. T. 1915, 323. 

Mol (J.). Iets over het ontwerpen van irri- 
gatiewerken. M. ül. — Ind. Bouwk. T. 1915, 
336. 

Moolenbubgh. Verslag nopens het tot 
stand komen van de waterleiding „Siantar." — 
T. B. B. 49 (1915), 16. 

d. Dbinkwatervooezieïong. 

De officieele opening der Oengaran-water- 
leiding te Semarang, door Maby. M. ül. — 
Weekbl. V. Indië. 10 (1913—14), 1214. 

Mabokier ( J. A. ). Nieuwe methoden voor 
de zuivering van drinkwater voor steden. M. 
ül. — T. N. L. N. I. 86 (1913), 131. 

Deooeleb (O.). Over watervoorziening op 



ondernemingen. 
67. 



Plantage-H ygtene. 1914, 



Kort verslag betreffende de werking van de 
regelingen op de Soemenepsche drinkwater- 
leiding gedurende het tijdperk 1 Juli 1913 

— 30 Juni 1914. — Decentralisatie- Verslag. 
1913—14, Bijl. 2, bl. 257. 

Meijebs (A. A.). Het aan den dag brengen 
van ondergrondsch water door middel van 
putten en pompen. M. ül. — Arch. Suiker- 
ind. N. I. 21 (1913), II, 906. 

HoTTWiNK (L.). De artesische boringen in 
het bekken van Batavia. M. ül. — Tijdschr. 
Kon. Ing. v. Ing. Afd. N. I. 1914, afl. 2, bl. 1. 

Versluys (J.). De watervoorziening van 
Batavia. Met Naschrift door F. A. Janssen 
VAN Raaij. (Overgenomen uit het Bat. 
Nieuwsblad). — Ind. Bouwk. T. 1914, 111. 

Voor-ontwerp voor een bronwaterleiding te 
Batavia en Meester-Cornelis (Overzicht eener 
voordracht van F. A. Janssen van Raaij in 
het Soer. Handelsbl. van 4 Mei 1914). — Ind. 
Bouwk. T. 1914, 185. 

Janssen van Raaij (F. A.). Watervoorzie- 
ning van Batavia. Voordracht gehouden in de 
vergadering van de afd. Ned. -Indië van het 
Kon. Inst. v. Ingenieurs. (I. Keuze van het 
Stelsel. II. Voor -ontwerp eener bron waterlei- 
ding voor de gemeenten Batavia en Meester- 
Cornelis). M. ül. — Ingenieur. 1915, 115, 135. 

— Opmerkingen over de watervoorziening 
van Batavia (naar aanleiding van voren- 
genoemd artikel.), door D. J. F. van Es. 

— Ibid. 1915, 200, 780. — Opmerkingen over 
de watervoorziening van Batavia (als voren), 
door D. A. Kosteb. M. ill. — Ibid. 1915, ■ 
251. — Iets over de watervoorziening van \ 
Batavia, mede naar aanleiding van de voor- 
dracht van F. A. Janssen van Raaij. M. ill. 

— Ibid. 1915, 564. 

De Bataviasche drinkwaterleiding en mil- 
lioenenbesparing. (Overgenomen uit het Bat. 
Nieuwsbl. ). — Ind. Bouwk. T. 1915, 306. 

Batavia's watervoorziening. (Overzicht 
van eenige Indische dagbladartikelen en van 
een request der Vereeniging tot bevordering 
der Geneesk. Wetensch. in Ned. -Indië). — 
Waterst. Ing. 1915, 278. 



BOUWKUNST, 



273 



Hbetjans (H.). De watervoorziening van 
Batavia. — Locale Belangen. 3 (1915), 298. 

Maier (K. A. R.). Drinkwaterleidingsbui- 
zen van gewapend beton. — Waterst. Ing. 
1915, 252. 

e. Bouwkunst. 

Beschrijving van het gemeentelijk abattoir 
te Magelang. — Decentralisatie-Verslag. 1911 
—12, Bijl. 2, bl. 216. 

Korte beschrijving van het gemeentelijk 
openbaar slachthuis te Medan. — Decentra- 
lisatie-Verslag. 1912—13, Bijl. 2, bl. 239. 

Het mooiste gebouw van Indië. (De Ja- 
vasche Bank te Batavia), door N. M. ill. — 
Weekbl. v. Indië. 9 (1912—13), 843, 1227. 

Nillmij-Soerabaja. (Beschrijving van het 
gebouw). 31. ill. — Weekbl. v. Indië. 9(1912— 
13), 1182. 

Beschouwingen over bouwkunst, door S. 

— Ind. Bouwk. T. 1912, 118, 150. 

Het nieuwe gebouw van de Javasche Bank 
te Soerabaja. M. ill. — Weekbl. v. Indië. 9 
(1912—13), 918. 

Dü vergrooting van het hoofdgebouwvan 
de Javasche Bank te Batavia. M. ill. — Het 
Ned. Ind. Huis. O. dh N. 1—2 (1913—14), 4. 

Agentschapsgebouw van „the Hongkong 
and Shanghai Banking Corporation" te Ba- 
tavia. M. ill. — Het Ned. Ind. Huis O. dk N. 
1—2 (1913—14), 13. 

Agentschapsgebouw der Nederlandsche 
Handelmaatschappij te Weltevreden. M. ill. 

— Het Ned. Ind. Huis O. de N. 1—2 (1913— 
14), 19. 

Agentschapsgebouw van de Javasche 
Bank te Medan. M. ill. — Het Ned. Ind. Huis 
O. dk N. 1—2 (1913—14), 23. 

Het gebouw van de Javasche Bank te Soe- 
rabaja. M. ill. — Het Ned. Ind. Huis O. dk N. 
1—2(1913— 14), 81. 

Het nieuwe gebouw der Javasche Bank 
(te Batavia). (Ontleend aan de Java-Bode). 

— Ind. Merc. 1913, 332. 



Villa's en woonhuizen op Nieuw Merdika te 
Bandoeng. M. ill. — Het Ned. Ind. Huis 
O. dk N. 1—2 (1913—14), 91. 

Hotel des Indes te Weltevreden. M. ill. — 
Het Ned. Ind. Huis O. dk N. 1—2 (1913—14), 
97. 

Het gebouw der firma Rathkamp & Co., 
Rijswijkstraat, Weltevreden. M. ill. — Het 
Ned. Ind. Huis O. dkN. 1—2 (1913—14), 101. 

Boekwinkel Kolpf & Co. op Noord- 
wijk te Weltevreden. M. ill. — Het Ned. Ind. 
Huis O. dk N. 1—2 (1913—14), 104. 

Villa te Djocja. M. ill. — Het Ned. Ind. 
Huis O. dk N. 1—2 (1913—14), 105. 

Het gebouw der Koloniale Zee- en Brand - 
Assurantiemaatschappij te Batavia. M. ill. — 
Het Ned. Ind. Huis O. dk N. 1—2 (1913—14), 
109. 

Het nieuwe gebouw van de „Oost -Ja va- 
bioscope" te Soerabaja. M. ill. — Weekbl. v. 
Indië. 10 (1913—14), 770, 786. 

De nieuwe audiëntiezaal in het paleis op 
Rijswijk. M. ill. — Weekbl. v. Indië. 10 (1913— 
14), 871. 

Het nieuwe hoofdbureau der Semarang- 
Cheribon-Stoomtram Mij. te Tegal. M. ill. — 
Weekbl. v. Indië. 10 (1913—14), 925. 

Bosboom (H. D. H. ). Oude woningen in en 
nabij de stad Batavia. M. ill. — Het Ned. Ind. 
Huis O. dk N. 1—2 (1913—14), 113, 177. 

Toko voor de Maatschappij tot voortzet- 
ting der zaken, voorheen J. R. de Vries & Co. 
te Bandoeng. M. ill. — Het Ned. Ind. Huis 
O. dk N. 1—2 (1913—14), 161. 

Het gebouw van de „Internationale Cre- 
diet- en Handelsvereeniging Rotterdam" te 
Batavia. M. ill. — Het Ned. Ind. Huis O. dk N. 
1—2 (1913—14), 169. 

Gebouw LiNDETEVES -Stokvis te Soerabaja. 
M. ill. — Het Ned. Ind. Huis O. dk N. 1—2 
(1913—14), 175. 

De vergrooting van het hoofdgebouw van 
de Javasche Bank te Batavia. M. ill. — Het 
Ned. Ind. Huis O. dkN. 1—2(1913— 14), 241. 

18 



274 



BOUWKUNST. 



CO!HMUNICATIE- EN TRANSPORT>nDDELEN. 



Het gebouw der Nederlandsche Handel- 
Maatschappij te Bandoeng. M. ill. — HetNed. 
Ind. Huis O. & N. 1—2 (1913—14), 254. 

Het gebouw van de Nederlandsche Handel- 
Maatschappij te Makassar. M. ill. — Het Ned. 
Ind. Huis O. <fe N. 1—2 (1913—14), 257. 

Gebouw der firma Lindeteves-Stokvis te 
Batavia. M. ill. — Het Ned. Ind. Huis O. d; 
N. 1—2 (1913—14), 259. 

Snitijf (S.). Architecture in Netherlands 
East -India. M. ill. — Essays Netherl. East- 
Indian San Francisco-Committee. N°. 11 
(1914). 

MooJEN (P. A. J.). De bouwkunst in Indië. 
M. iU. — Weekbl. v. Indië. 11 (1914—15), 46. 

Het nieuwe loge -gebouw te Malang. M. ill. 
— Weekbl. V. Indië. 11 (1914—15), 107. 

Een bouwkundige tentoonstelling te Medan. 
M. ill. — Weekbl. v. Indië. 11 (1914— 15), 518. 



Mol (J.). Eenige beschouwingen over de 
indeeling van het Indisch woonhuis. M. ill. 
— Ind. Bouwk. Tijdschr. 1915, 20. 

Het gebouw der Levensverzekerings Mij. 
Dordrecht, aan Noordwijk te Weltevreden. 
M. ill. — Het Ned. Ind. Huis O. & N. 1915, 1. 

Peteri (W. B.). Stedebouwkundige cau- 
serieën. (Overgenomen uit het Soerab. Han- 
delsbl. van 27—29 Mei 1915). — Ind. Bouwk. 
Tijdschr. 1915, 268. 

Het kantoorgebouw van de Maatschappij 
voor Uitvoer- en Commissiehandel te Batavia. 
M. ill. — Het Ned. Ind. Huis O. <k N. 1915, 
37. 

Kemp (P. H. van deb). Over kunst in In- 
dischen woningbouw. M. ill. — Het Ned. Ind. 
Huis O. & N. 1915, 49. 

Sweijs (A. H.). Bouwen in Nederlandsch- 
Indië. — /. T. v. S. en Tr. W. 3 (1915), 262. 



I 



VIII. COMMUNICATIE- EN TRANSPORTMIDDELEN. >) 



o. In het algemeen. 

Het Vreemdelingenverkeer op Java. (Ont- 
leend aan eene brochure uitgegeven door de 
Stoom vaart -Maatschappijen ,vNederland" en 
„Rotterdamsche Lloyd''). — /. G. 1912, 
II, 908. 

Automobielen in Indië. (Volgens de mede- 
deelingen van den Duitschen Consul te Bata- 
via). — /. G. 1912, II, 957. 

- Braam (W. van). De Gouvernements-au- 
tomobicldienst in Palembang. — Ingenieur. 
27 (1912), 829. 

Antoraobielverkeer in de koloniën. Door 
H. — T. N. L. N. I. 85 (1912), 154. 

Het kabelzweefveer dercultuur -maatschap- 
pij „Panggoongredjo" over het Metrora- 
vijn nabij Kepandjen op Java. M. ill. — 
Ind. Merc. 1912, 1142. — Zie ook: Arch. S. 
I. N. I. 1913, 1, 318. 



Indisch reiscomfort. Door E. — Kol. Tijd- 
schr. 1912, 717. 

Verslag van den automobieldienst in Pa- 
lembang en Benkoelen over 1911, 1912 en 
1913. — I. G. 1914, I, 31; 1915, I, 63. — Zie 
ook: Kol. Tijdschr. 1914, I, 200, en T. 
B. B. 45 (1913), 335, 407. 

Verslag van het Preanger-transport over 
1912. — /. G. 1914, I, 37. 

Heijman. Iets over bepalingen op het ge- 
bruik van transportmiddelen op verharde 
wegen. — Ind. Bouwk. Tijdschr. 17 (1914), 
42. 

Reitsm.\ (S. A.). De wegenkwestie op Java 
en Madoera. Voordracht. — Meded. Ver. 
Locale Belangen. N°. 3. 

Later ( J. F. H. A.). De verkeerskwesties en 
de Locale Raden. — Locale Belangen. 3 
(1915), 81, 111. 



') Zie voor wetjenaanleg de rubriek „Operaare Werken". 



POST-, TELEGRAAF- EN TELEFOONDIENSTEN. 



275 



6. Post-, Telegraaf- en Telefoon- 
diensten. — Stoom VAART. 

Collette (A. e. R.). Nederlandsch-Oost- 
Indische telegraafgemeenschap. Voordracht. 
— Ingenieur. 26 (1911), 436. 

Het internationale telegraafkabelnet 



meer in het bijzonder beschouwd in verband 
met het Oost-Indisch verkeer. — Tijdschr. 
Econ. Oeogr. 2 (1911), 139. — Overzicht: 

— /. G. 1911, II, 987. 

Meyier (J. e. de). Een verslag over het 
Indische Telegraafwezen. (Overzicht van 
de verslagen van A. E. R. Collette en H. 
W. L. Leur). — /. G. 1912, 1, 497. 

Onbestelbaarverklaring van telegrammen. 
(Overgenomen uit het Nieuws v. d. Dag van 
N. ƒ., met naschrift van de Redactie). — Ind. 
T. V. P. en T. 7 (1911—12), 421, 422. — Zie 
ook: /. G. 1912, I, 508. 

Casand (W. A. van). Salarissen (bij den 
Post-en Telegraafdienst). — Ind. T. v. P. en T. 
7(1911— 12), 282. 

Circulaire 119 (waarin de hoofdlijnen der 
positieregeling van de ambtenaren van de 
oude en nieuwe examens voor den Post- en 
Telegraafdienst). Met beschouwingen daar- 
over. — Ind. T. V. P. en T. 7 (1911—12), 
271, 305, 331, 333,468; 8(1912—13), 11,71, 
99, 210. 

Tours (J. D.). Beschrijving eener herstel- 
ling van den Atjeh-kabel in het jaar 1907 door 
het kabelschip „Telegraaf" verricht. M. k. 

— Ind. T. V. P. en T. 7 (1911—12), 335. 

Hoe verschaffen wij ons gehoor. (Klacht 
over de positie der ambtenaren bij den Post- 
en Telegraafdienst in N. I. ). — Ind. T. v. P. 
en T. 7 (1911— 12), 359. 

Casand (W. A. van). Inlandsche werk- 
krachten tot aanviilUng van het tekort aan 
personeel bij den P. en T. dienst. Met na- 
schrift der Redactie. — Ind. T. v. P. en T. 7 
(1911—12), 362, 363. — Een beschouwing op 
bovenstaand „Naschrift", door W. A. van 
Casand. Met repliek van de Redactie. — Ihid. 
7 (1911—12), 522, 524. 

Collette (A. E. R.). Mededeeling om- 
trent een door A. E. R. Collette en H. W. 



L. Leur gebracht bezoek aan Nederlandsch- 
Indië, in opdracht van den Minister van Ko- 
loniën. Voordracht met debat. — Ingenieur. 
27 (1912), 367. 

Iterson (J. C. van). Het radiotelegra- 
fisch station „Sabang". M. ill. — Marine- 
blad. 26 (1911—12), 804. 

Het rapport van de heeren Collette en 
Leur (over het Ind. telegraafwezen). — 
Ind. T. V. P. en T. 7 (1911—12), 414. 

HoLTZAPFEL (G. C). Station voor draad- 
looze telegrafie te Timor Koepang. M. ill. — 
Marineblad. 27 (1912—13), 844. 

De Indische Post- en Telegraafdienst na 
tien jaren (1902—1911). — /. G. 1913, 1, 130. 

Gerdes Oosterbeek (W. F.). De voorge- 
nomen uitbreiding en verbetering van het 
Neder landsch -Indische telegraaf net. M. k. — 
T. A. G. 1913, 28. 

De telegraafverbinding van Indië met Eu- 
ropa via Menado-Yap-Kiachta. (Overzicht 
van een artikel van „Telegrafist" in het 
Nieuws V. d. Dag van N. I. ). — Ind. T. v. P. 
en T. 8 (1912—13), 42. 

Boeten en terechtwijzigingen (van ambte- 
naren bij den Post- en Telegraafdienst in 
Nederl. -Indië). — Ind. T. v. P. en T. 8 
(1912—13), 58. 

Circulaire 67 (bevattende wijzigingen in de 
Algemeene Bepalingen omtrent het beheer 
van den Post- en Telegraafdienst). — Ind. 
T. V. P. en T. 8 (1912—13), 105. 

Het radio te Sabang. — Ind. T. v. P. en T. 
8 (1912—13), 143. 

Verbetering van P. en T. toestanden. 
(Naar aanleiding van een artikel in de Nieuwe 
Rotterd. Courant van 16 April 1912). — 
Ind. T. V. P. en. T. 8 (1912—13), 148. 

De sorteering van mails op de schepen der 
Maatschappij „Nederland" en op die der 
„Rotterdamsche Lloyd". Door Th. B. d. B. — 
Ind. T. V. P. en T. 8 (1912—13), 453. 

Bijdrage tot de geschiedenis van het post- 
wezen in Nederlandsch -Indië. — Ind. T. v. 
P. en T. 8 (1912—13), 598, 676. 



276 



POST-, TELEGRAAF- EN TELEFOONDIENSTEN. 



MoDEBNicus. Open brief (aan het Hoofd- 
bestuur van den Bond van Post- en Telegraaf- 
ambtenaren en beambten in Nederl.-Indië) 
over de middelen ter verbetering van de be- 
staande post- en telegraaf toestanden. — 
Ind. T. V. P. en T. 8 (1912— 13), 336. —Een 
woordje naar aanleiding van den „Open 
Brief". Door „OiTD -Strijders". — Ibid. 8 
(1912—13), 492, 604. 

Hollandsch oordeel over de Post in Indië. 
(Ontleend aan de „Avondposf"). — Ivd. 
T. V. P. en. T. 8 (1912—13), 64L 

De nieuwe salarisregeling voor de klerken. 
Door L. — /rwi. T. V. P. en T. 8(1912— 13), 642. 

Brieven per zeepost naar de Koloniën. 
(Nieuwe regeling vastgesteld bij Kon. Besluit 
van 7 Januari 1913, Ned. Staatsblad N°. 6). 
— I. G. 1913, I, 375. 

Aanstoots (J.). De ombouw van de 
telegraafgeleiding tusschen Soerabaja en 
Wonokromo. M. UI. — Ingenieur. 28 (1913), 
413. 

Onze Reglementen en Voorschriften. Door 
S. — Ind. T. V. P. en T. 8 (1912— 13), 682; 9 
(1913—14), 197, 225. 

Het overwerkgeld. Door L. — Ind. T. v. 
P. en T. 8(1912— 13), 685. 

Brakel (van). Inlanders lid van onzen 
Bond en nog wat. — Ind. T. v. P. en T. 8 
(1912—13), 833. 

Radiotelegrafie (in Indië). M. ill. — Ind. 
T. V. P. en T. 8 (1912—13), 845. 

Te kleine en onpractisch ingerichte P. en 
T. kantoren. Door „Kantoobchef". — Ind. 
T. V. P. en T. 8 (1912—13), 850. 

Opmerking over nieuwe regeling salaris 
klerken. Door L. — Ind. T. v. P. en T. 8 
(1912—13), 855. 

De nieuwe postzegels voor onze Koloniën. 
M. ill. — Amsterdammer. 8 Juni 1913. 

Hoog (V. de). Binnenlandsche Regeerings- 
tekgrammen. — Ind. T. v. P. en 7.9(1913— 
14), 20. 

Uitgezonden ambtenaren. — Ind. T. v. 



P. en T. 9 (1913—14), 33. — Antwoord op 
bovenstaand artikel, door D. Klaasens-Balk. 
Met naschrift van de Redactie. — Ibid. 
9(1913— 14), 48, 50.— Zie nog: /èid. 9(1913— 
14), 88, 91, 93, 95. 

Beelenkamp (C. J.). Het Mail-briefport 
naar Oost- en West -Indië. — /. G. 1913, II, 
1184. — Zie ook: Ind. T. v. P. en. T. 9 
(1913— 14), 374. 

Een wenk voor den nieuwen Hoofdinspec- 
teur van de Post- en Telegrafie. Door A. 
(Wenschelijkheid van verlaging van brief - 
porten en telegramtarieven in Nederl. -Indië). 
— T. N. L. N. I. 86 (1913), 317. 

Detacheering van Nederlandsche ariibtena- 
ren. — Ind. T. v. P. en T. 9 (1913—14), 69. 



Casand (W. A. van). De hulppost commie- 
Ind. T. V. P. en T. 9 (1913—14), 97. 



zen, 



Geen systeem van overplaatsing. — 

Ind. T. V. P. en T. 9 (1913—14), 142. 

Bogaardt (W. H.). De kabelverbinding 
Soerabaja-Balikpapan. — Ind. T. v. P. en 
T. 9(1913—14), 163. 

Van oude schoenen en nieuwe bezems. 
(Over den aftredenden Hoofdinspecteur van 
den Post- en Telegraafdienst in Nederl. Indië 
en zijnen opvolger Pop). — Ind. T. v. P. en 
T. 9(1913—14), 185. 

Iets over overwerk. Door X. Met na- 
schrift van de Redactie. — Ind. T. v. P. en T. 
9 (1913—14), 191, 193. 

Straffen en waardeeren (bij den Indischen 
Post- en Telegraafdienst). — Ind. T. v. P. en 
T. 9 (1913—14), 217. 

Wanneer je hard gewerkt hebt. Door H. 
(Over het boetestelsel bij den Ind. Post- en 
Telegraafdienst). — Ind. T. v. P. en T. 
9(1913— 14), 219. 

Waarheen ? (Over de toekomst van den 
Post- en Telegraafdienst in Nederl. Indië in 
verband met het |>ersoneelgebrek). — Ind. 
T. V. P. en T. 9 (1913—14), 246. 

Reserve -Ambtenaren (bij den Post- en 
Telegraafdienst en N. I.). — Ind. T. v. P. en 
T. 9 (1913—14), 248. — Antwoord van A. op 



POST-, TELEGRAAF- EN TELEFOONDIENSTEN. 



277 



bovenstaand artikel, met naschrift van de 
Redactie. —Ind. T. v. P. en T. 9(1913— 14), 
248. 

Onze positie. Door X. — Ind. T. v. P. en 
T. 9 (1913—14), 253, 286. 

Bilt (Prof. C. L. van der). Een radio-te- 
legrafische gemeenschap tusschen Nederland 
en Neder landsch-Indië. M. ill. — Ingenieur. 
28 (1913), 874. — Antwoord op bovenstaand 
artikel, door Electricus, met Naschrift van 
Prof. C. L. VAN DER Bilt. — Ihid. 29 (1914), 
181, 183. — Verzoek aan Electricus, naar 
aanleiding van bovenstaand artikel, door C. 
DE Vries. — Ihid. 29 (1914), 195. — Dupliek 
op het artikel van Electricus, door L. H. 
F. Wackers. — Ihid. 29 (1914), 196. — Zie 
ook: Ihid. 29 (1914), 301, 302 en Kol. Tijd- 
schr. 1914, 1, 82 en /. G. 1914, 1, 118. 

Vrije woning of huishuurindemniteit. — 
Ind. T. V. P. en T. 9 (1913—14), 297. 

Gebrek aan ambtenaren. Door L. (Ant- 
woord op een artikel van Oudgast in de Loco- 
motief VBiXi 9 Augustus 1913). — Ind. T. v. P. 
en T. 9 (1913—14), 324. 

De expeditie (bij den Postdienst). Door K. 

— Ind. T. V. P. en T. 9 (1913—14), 349. 

Sandick (R. A. van). Buitenlandsche in- 
genieurs in Nederlandschen Staatsdienst (bij 
den telegraafdienst). Met naschrift van J. G. 
VANKuuKen kantteekening van de Redactie. 

— Ingenieur. 28 (1913), 1033. 

Draadlooze telegrafie op Borneo. M. ill. — 
Eigen Haard. 1914, 86. 

Zondagsrust. Door B. Met nawoord van de 
Redactie. — Ind. T. v. P. en T. 9 (1913—14), 
396, 398. 

Van den zeesorteerder. Door E. — Ind. 
T. V. P. en T. 9 (1913—14), 406. 

Belangstelhng (in Indië in de reorganisa- 
tieplannen van den heer Pop). — Ind. T. v. 
P. e» T. 9(1913— 14), 456. 

Wat wij wenschen. — Ind. T. v. P. en T. 
9 (1913—14), 519, 557. 

Heekeren (E. A. A. van). HoUandsch- 
Duitsche onderhandelingen (over het inrich- 



ten van een station voor draadlooze telegra- 
fie op het eiland Sumatra). — /. G. 1914, I, 
540. 

Eandertoelagen (aan post ambtenaren in 
Indië). Door B. — Ind. T. v. P. en T. 9 
(1913—14), 596. 

De vooruitgang der draadlooze telegrafie 
in Nederland en Koloniën. — Ned. Zeewezen. 
1914, 177. 

Melvil Dewey's decimaalstelsel inge- 
voerd bij den Post-, Telegraaf- en Telefoon- 
dienst in Nederlandsch-Indië. — T. N. L. N. 
I. 88(1914), 219. 

De reorganisatie (van het personeel van 
den Post- en Telegraafdienst in Nederl. Indië). 
— T. V. P., T. en Telefoondienst in N. I. 10 
(1914—15), 99. 

Telegrafische gemeenschap met Indië. (De 
Rotterdammer over de wenschelijkheid van 
het leggen van een Nederlandschen kabel 
naar Indië). — /. G. 1914, II, 1454. 

De „draadlooze" in het oosten van den 
Archipel. — I. G. 1914, II, 1463. 

WiERiNGA (B. ). Posts, Telegraphs and Tele- 
phones. — Essays Netherl. E. I. San 
Francisco-Committee. N°. 9. 

Circulaire 126. (Over de afschaffing der 
vergoedingen voor overwerk bij den post- en 
telegraafdienst). — T. v. P., T. en Telefoon- 
dienst in N. I. 11 (1915—16), 131. 

Vereenvoudiging van den telegraafdienst. 
Door S. — T. V. P., T. en Telefoondienst in 
N.I.U (1915—16), 137. — Antwoord op bo- 
venstaand artikel, door X. — Ihid. 11 
(1915—16), 182. 

Bèta. Zondagsdienst. — T. v. P., T. en 
Telefoondienst in N. I. 11 (1915—16), 149. 

Si Bidjaksana. Het boetestelsel. — T. v. 
P., T. en Telefoondienst in N. 1. 11 (1915— 16), 
151. — Antwoord op bovenstaand artikel, 
door VAN Brakel, met naschrift van de Re- 
dactie. — Ihid. 11 (1915-16), 183. 

De positie van Inlandsche klerken. Door 
„Een Belanghebbende". — T. v. P., T. en 
Telefoondienst in N. I. 11 (1915—16), 154. 



278 



STOOMVAART. — SPOOR- EN TRAMWEGEN. 



Broek (A. H. van den). Cursus tot op- 
leiding voor den rang van Commies. — T. v. 
P., T. en Telefoondienst in N. I. 11 (1915— 
16, 178. 

De zeekabels van Nederlandsch-Indië. 
Door T. — T. V. P., T. en Telefoondienst 
inN.I. 11(1915— 16), 269. 

Spoorwegpostkantoren. Door S. — T. v. 
P., T. en Telefoondienst inN. 1. 11 (1915— 16), 
484. 



KiELSTBA (Dr. E. B.). Geregelde stoom- 
vaartdiensten in Nederl. Indië. — Tijdschr. v. 
Econ. Geogr. 2 (1911), 190. 

Java en Natal. (Het blad „Le Cernéen" 
over de instelling van een directen en regel- 
matigen stoom vaart dienst tusschen Java en 
Durban). Met aanteekening van de Redactie. . 

— Arch. 8. I. N. I. 1913, I, 763. 

Hummel (J. H.). De bediening der Paket- 
vaart in den Neder landsch-Indischen Archi- 
pel. Voordracht met debat. — Ind. Merc. 
1913, 267. 

Over de verlenging van het Paketvaart- 
contractin 1915. Door „Een belangstellende". 

— I. O. 1913, II, 1283. 

Verslag van het Pontianak -rivier -transport 
over 1911 en 1912. — /. O. 1914, 1, 34. 

MuiiLEB (W. J.). Het motorschip „Mijer" 
der Koninklijke Paket vaart-Maatschappij. 
M. ill. — Ingenieur. 30 (1915), 867. 

c. Spoor- en Tramwegen. 

Het rapport over den aanleg van Staats- 
spoorwegen in Zuid-Sumatra. — /. G. 1911, 
I, 836. 

Westendorp (F. W. J.). De ontwikkeüng 
van het vruchtenvervoer. — Teysm. 22 
(1911), 182. 

De spoorweg Cheribon-Kroja. (Ontleend 
aan het Verslag nopens den Dienst der 
Staatsspoorwegen over het jaar 1910). — 
/. G. 1911, II, 1141. 

Gerunqs (J. Th.). Spoorwegen in Zuid-Su- 
matra. (Naar aanleiding van het rapport van 



P. Richter nopens den aanleg van Staats- 
spoorwegen in Zuid-Sumatra. Batavia 1911). 
— Ingenieur. 26 (1911), 76a 

Blom (P. A. F.). Het spoorwegverkeer op 
Java. 31. ill. — Pintoe Perniagaan. 3 (1911 — 
12), N°. 30, bl. 71. 

De aanleg der lijn Cheribon-Kroja. (Tekst 
eener missive van de directie der Semarang- 
Cheribon-St oomtram -Maatschappij aan den 
Gouverneur-Generaal, handelende over bo- 
venvermelden aanleg). — Ind. Merc. 1911, 
846. 

Tien jaar Indisch spoorwegbedrijf (1901 — 
1910). — /. G. 1912, I, 420. 

Reitsma (S. A.). Opening van den spoor- 
weg Tjikampek-Cheribon. (Overzicht van 
een artikel in het Soerab. Handelsblad van 
3 Juni 1912). — /. G. 1912, II, 1216. 

's Jacob (H.). Eene rentabiliteitsbereke- 
ning. (Over den voorgenomen aanleg van een 
spoorweg van Cheribon naar Kroja). — T. 
N. L. N. I. 83 (1911), 299. 

KocH (C. W.). Over de werkkring en voor- 
uitzichten van civielingenieurs, die in dienst 
treden bij de Staatsspoorwegen in Neder - 
landsch Oost-Indië. — Ingenieur. 27 (1912), 
197. 

Prins (H. E.). Heeft de Soebang-Spoorweg 
zijn reden van bestaan verloren ? — Ingenieur. 
27 (1912), 253. 

Wijnmalen (R P. O. D.). Eenige mededee- 
lingen over den aanleg van staatsspoorwegen 
in Nederl. -Oost-Indië en over het spoorweg- 
plan in Zuid-Sumatra. Voordracht. M. ill. — , 
Ingenieur. 27 (1912), 427. 

NiJWEiDE (G. J.). Voorbeeld van troepen- 
vervoer per spoor op Java. M. graphiek. — 
I. M. T. 1912, II, 1092. 

Verkeerspolitiek. (Résumé van een artikel 
in de Nieuwe Rottcrd. Courant van 19 October 
1912). — /. G. 1912, II, 1649. 

Staatsexploitatie van spoorwegen op Java. 
(Overzicht van een artikel van X. in de Loco- 
motief van 28 October 1912). — /. G. 1913, 
I, 114. 



SPOOR- EN TRAMWEGEN. 



279 



De overname van de lijn Batavia — Buiten- 
zorg door de Regeering. (Ontleend aan de 
officieele stukken). — Ivd. Merc. 1913, 114. 

Eine electrisch getriebene Kohlenbahn auf 
Sumatra. — D. Straszen- und Kleinbahnz. 7 
(1913), 101. 

De aanleg van de Zuid-Sumatra-lijn. — 
Ind. Merc. 1913, 207. 

Aankoop spoorweg Batavia — Buitenzorg. 
(Beredeneerd overzicht van het daarop be- 
trekking hebbend wetsontwerp). — /. G. 
1913, I, 509. 

Gratama (B. M.). De rijtuigen der Ned.- 
Indische Spoorweg-Maatschappij, welke ver- 
vaardigd worden in de fabriek van de firma 
J. J. Beynes te Haarlem. M. UI. — Inge- 
nieur. 28 (1913), 356. 

De Indische spoorwegen in 1911. (Over- 
zicht van het Verslag der Staatsspoorwegen 
over 1911). — I. G. 1913, II, 971. 

50- Jarig bestaan der Neder landsch -Indische 



Spoorweg-Maatschappij. 
(1913), 729. 



Ingenieur. 28 



De Sumatra-Staatsspoorweg en de Ombi- 
Unmijnen in 1911. — /. G. 1913, II, 1259. 
— Idem in 1912. — Ibid. 1914, I, 908. — 
Idem in 1913. — Ibid. 1915, I, 272. 

Visser (C. W. de). Wijzen de voorwaarden 
die de N. I. S. gesteld heeft bij den verkoop 
van lijn Batavia- Buitenzorg, op een verloren 
of op een gewonnen slag in haar strijd om het 
bestaan? — T. N. L. N. I. 86 (1913), 326. 

Staatsspoorwegcijfers nader toegelicht. — 

I. G. 1913, II, 1397. 

Verkort verslag over 1912 van de Staats- 
spoor- en tramwegen op Java. — /. G. 1913, 

II, 1691. 

KLeelstra (Dr. E. B.). Uit de geschiedenis 
der Neder landsch -Indische Spoorweg-Maat- 
schappij. — Onze Eeuw. 1914, I, 33. 

Koorevaar (A.). De Ja va-Expres. (Hon- 
derd twintig kilometers per uur). M. ill. — 
Weekbl. v. Indië. 10 (1913—14), 629. 

De spoorweg-aanleg op Zuid -Sumatra. 



(Overzicht van een artikel in het Nieuws van 
den Dag in Ned. Indië). — /. G. 1914, I, 
229. 

Sandick (J. C. f. van), e e spoorwegen ia 
Zuid-Sumatra. Voordracht met debat. M. k. 
en ill. — Ingenieur. 30 (1914), 103. 

Een congres voor spoor- en tramwegen in 
Nederl. Indië. — Ind. T. v. S. en T. 1 (1913), 
2, 131. 

Reitsma (S. A.). Eenige bladzijden In- 
dische Spoorwegpolitiek. M. k. — Ind. T. v. 
S. en T. 1 (1913), 3, 32, 54, 107, 137, 160, 
192; 3 (1915), 3, 33, 49, 75, 103, 129, 143, 163, 
191, 213, 238, 255. 

Over wagengebruik, wagenverdeeüng en 
het Duitsche „Staatswagenverband". Door 
d'A. B. — Ind. T. v. S. en T. 1 (1913), 13. 

De 1 D -locomotieven N°. 61 — 64 der Neder - 
landsch-Indische Spoorweg-Maatschappij. 
M. ill. — Ind. T. v. S. en T. 1 (1913), 19. 

De groepsvertegenwoordiging bij de Staats- 
spoorwegen op Java. — Ind. T. v. 8. en T. 
1 (1913), 27. 

Nieuwe bovenbouw op den spoorweg 
Samarang-Vorstenlanden. — Ind. T. v. S. en 
T. 1 (1913), 29. 

Oorschot (W. A. van). De werkverdeeling, 
inzichten en grootte der goederenloodsen op 
Java. M. ill. — Ind. T. v. 8. en T. 1 (1913), 
30, 62, 80, 144, 168. 

Statistiek van het vervoer op de spoor- 
wegen en tramwegen met machinale beweeg- 
kracht in Nederlandsch-Indië over het jaar 
1911. (Bespreking). — Ind. T. v. 8. en T. 1 
(1913), 76. 

Overname van den spoorweg Batavia- 
Buitenzorg door het Gouvernement. — Ind. 
T. V. 8. en T. 1 (1913), 99. 

Het 1ste klasse rijtuig A. T. I van den 
Sumatra-Staatsspoorweg. M. ill. — Ind. T. 
V. 8. en T. 1 (1913), 104. 

Weeber (A.). Het kaartsysteem ten be- 
hoeve van de statistiek der spoor- en tram- 
wegen. M. ill. — Ind. T. v. 8. en T. 1 (1913), 
165. 



280 



SPOOR- EN TRAAmTEGEN. 



Weeber (A.). Verbruiks -coöperatie bij 
spoor- en tramwegen. — Ind. T. v. S. en T. 
1 (1913), 241, 302. 

Sandick (J. C. f. van). De beteekenis van 
den spoorweg voor de economische ontwik- 
keling van Zuid-Sumatra. Voordracht met 
debat. M. k. — Ind. Merc. 1914, 385. 

Technicus. De spoorwegen in Zuid-Su- 
matra. (Overgenomen uit het Bat. Nieuws- 
blad). — Ind. Bouwk. Tijdschr. 17 (1914), 54. 

Geelings (J. Th.). Wegverkeer- en rail- 
verkeer (in Nederl. Indië). — Ind. T. v. S. en 
T. 2 (1914), 27. 

De verkeersstremming op den spoorweg 
Semarang-Vorsteulanden tusschen Bram- 
banan en Kalassan ten gevolge van het ge- 
deeltelijk wegslaan van den brug over de kali 
Opak. M. UI. — Ind. T. v. S. en T. 2 (1914), 
47. 

Iets over dienstvi'acht. Door T. — Ind. T. 
V. S. en T. 2 (1914), 51. 

Hereng. Eenige beschouwingen op trein- 
dienstgebied. — Ind. T. V. S. en T. 2 (1914), 
53, 70. 

JocKiN (V.). Versterkte en nieuwe boven- 
bouw voor de lijn Semarang-Vorstenlanden 
der N. I. S. M. M. ill. — Ingenieur. 29 (1914), 
409. — Opmerkingen door E. C. W. van Dijk. 
— Rid. 1914, 594. 

Wermeskerken (H. van). De spoor- 
wegramp bij Kali Mati. M. ill. — Weekhl. v. 
Indië. 10 (1913—14), 1231. 

Bergen (C. J. van). Watertorens van ge- 
wapend beton, op Java door de HoUandsche 
Beton -Maatschappij uitgevoerd of in uit- 
voering .Jf. ill. — Ind. T. V. S. en T. 2 (1914), 
63. 

De opening van den Zuid-Sumatra-spoor- 
weg. — Ind. Merc. 1914, 717. 

Haarman (Dr. J. H. A.). De versterking 
der ijzeren spoorwegbruggen in de lijnen der 
Staatsspoorwegen op Java met spoorwijdte 
1.067. M. M. ill. — Ind. T. v. 8. en T. 2 (1914), 
79, 104, 120, 157. 

Jockin(V.). Wildhout (voor dwarsliggers 



voor spoorwegen in Indië). — Ind. T. v. S. 
en T. 2 (1914), 108. 

Geuns (M. van). De Zuid-Sumatra-spoor- 
weg en de toekomst van het doorsneden ge- 
bied. (Overzicht van een artikel in het jSoerafe. 
Handelsblad). — I. G. 1914, II, 1280. 

Wermeskerken (H. van). De opening 
van den Zuid-Sumatra-Spoorweg. M. k. en 
ill. — Weekhl. v. Indië. 11 (1914—15), 349. 

Buijze (D.). Eenige beschouwingen over 
de organisatie van den dienst van beweging, 
vervoer en handelszaken bijdeStaatspoorwe- 
gen opJava. — /n<i. T. v. S. mT. 2(1914), 146. 

Jacometti (A. W. A.). Gegevens over het 
ontwerp en den bouw van den spoorweg- 
tunnel te Sa.saksaat, lijn Padalarang-Krawang. 
M. ill. — Ingenieur. 29 (1914), 988. 

De spoor- en tramwegen op de Koloniale 
Tentoonstelling te Semarang. — Ind. T. v. S. 
en T. 2(1914), 177, 197. 

Artillact Brill (d'). De vereenvoudigde 
(stations)administratie van het goederen- 
vervoer. — Ind. T. V. S. en T. 2 (1914), 205. 

TiRiON (L). Ophaalbruggen voor spoor- 
weg-, tramweg- en gewoon verkeer over het 
nieuwe havenkanaal te Semarang M. ill. — 
Ind. T. V. S. en T. 2 (1914), 221. 

Graij (G.). Remproeven door den dienst 
der Staatsspoorwegen op berg- en vlaktelij- 
nen genomen. Voordracht. — Ind. T. v. S. 
en T. 2 (1914), 226. — Zie ook: Ingenieur. 
30 (1915), 237. 

JocKiN (V). Het nieuwe personenstation 
Tawang der N. I. S. te Semarang. M. ill. — 
Ind. T. V. S. en T. 2 (1914), 239. 

Jacometti (A. W. A.). Vervoer op spoor- 
en tramwegen in Nederlandsch -Indië. — 
Ingenieur. 30 (1915), 12. 

Haarman (Dr. J. H. A.). De algemeene 
voorschriften betreffende ijzeren bruggen 
voor spoor- en tramwegen in Nederlandsch- 
Indië. — Ingenieur. 30 (1915), 108. 

Wellenstein (E. P.). Het spoor- en tram- 
wegwezen in Nederlandsch -Indië. — Onze 
Koloniën. Serie II, N°. 3. 



SPOOR- EN TRAMWEGEN. 



281 



Wettelijke bepalingen omtrent de dienst- 
voorwaarden en de dienst- en rusttijden van 
spoor- en tramwegpersoneel. Door A. A. — 
Ind. T. V. S. en T. 3 (1915), 1, 69. 

Hekket (J.). Steenbreekinrichting te Wo- 
nokromo. M. UI. — I-nd. T. v. S. en T. 3 
(1915), 9. 

Gkoothoff (A.). Eenige beschouwingen 
over de toepassing van gewapend beton bij 
spoor- en tramwegen op Java. — Ind. T. v. 
S. en T. 3 (1915), 13. 

Hoog (F. de). Eenige opmerkingen over 
het beheer van goederenloodsen uit de prak- 
tijk. — Ind. T. V. S. en T. 3 (1915), 25, 66. 

JoEKES (A. M.). Gebruik van- en beschik- 
king over particuUere spoor- en tramwegen 
door den Staat. — Ind. T. v. S. en T. 3 (1915), 
62, 83, 100. 

Gratama (B. W.). Korte mededeeling ter 
herinnering aan de Koloniale TentoonsteUing 
te Semarang (Augustus-November 1914), 
voor zoover betreft de spoor- en tramwegen. 
Voordracht. M. UI. — Ingenieur. 30 (1915), 
569 

Haakman (Dr. J. H. A, ). Het ontwerp van 
den bovenbouw der overbrugging van de 
Serajoe -rivier en de aan te leggen lijn Cheri- 
bon-Kroja der Staatsspoorwegen op Java. — 
M. UI. — Ingenieur. 30 (1915), 641. 

Jacometti (A. W. A.). Hervorming van 
het Staatsspoorwegbedrijf in Ned.-Indië. 
(Beschouwingen ontleend aan de Java-Bode, 
over het door den heer H. J. E. Wenckebach 
uitgebracht advies). — iTid. T. v. S. en T. 3 
1915, 107. 

De verkeersstremming op den spoorweg 
Semarang-Vorstenlanden tusschen Tjepper 
en Klatten. M. UI. — Ind. T. v. S. en T. 3 
(1915), 113.— 

Technische eenheid op constructief gebied 
bij de spoor- en tramwegen op Java. Door M. 
— Ind. T. V. S. en T. 3 (1915), 116. 

Asselbergs (F. B. H.). Eenige critische 
beschouwingen ten aanzien van de door den 
oud-Directeur van Gouvernementsbedrijven 
in Nederl. Indië, H. J. E. Wenckebach, 
voorgestelde organisatie van 's Lands spoor- 



wegbedrijf in Nederl. Indië, indien daaraan 
het beginsel der door hem voorgestane be- 
drijfsautonomie ten grondslag wordt gelegd. 
— Ind. T. V. S. en T. 3 (1915), 121. 

Jacometti ( A. W. A. ). Mededeelingen aan- 
gaande optische meetinstrumenten voor op- 
name en aanleg der Neder landsch -Indische 
Staatsspoorwegen. — Ind. T. v. 8. en T. 3 
(1915), 153. 

Van de Lampongsche Districten. (Opmer- 
kingen, ontleend aan de Java-Bode yan 9 April 
1915, naar aanleiding van een bericht in de 
Locomotief, dat de arbeid aan den Zuid- 
Sumatra-Spoorweg zou worden gestaakt). — 
T. B. B. 48 (1915), 293. 

Iets over het aandeelen -kapitaal, de geld- 
leeningen en de reserves onzer particuliere 
spoor- en tramwegen. Door A. J. H. B. — 
Ind. T. V. 8. en T. 3 (1915), 171. 

Staatsspoorwegen op de Buitenbezittingen. 
Door A. G. — Ind. T. v. 8. en T. 3 (1915), 
172, 189. 

Concept -regeling betreffende commissies 
van onderzoek en advies (bij de Staatsspoor- 
wegen op Java). Door A. A. — Ind. T. v. S. 
en T. 3 (1915), 183, 219. 

De spoorwegaanleg in de Lampongs. Door 
Z. (Ontleend aan het Soerab. Handelsblad). — 
/. G. 1915, II, 1755. 

Haarman (Dr. J. H. A.). De groote brug- 
gen in de lijn Cheribon-Kjoja der Staats- 
spoorwegen op Java. M. UI. — Ind. T. v. 8. 
en T. 3 (1915) 207, 231. 

Plaatskaarten , ingericht voor meer dan één 
bestemming. — Ind. T. v. 8. en T. 3 (1915), 
220. 

MoN. Dienstkleeding bij de Indische spoor- 
wegen. — Ind. T. V. 8. en T. 3 (1915), 265. 

Poldervaart (A.). Stationsversieringen. 
M. UI. — Ind. T. V. 8. en T. 3 (1915), 272. 

Staatsspoorwegen op de Buitenbezittingen. 
Door A. G. — Ind. T. v. 8. en T. 3 (1915), 
274. 



RocHEMONT (Ch. F. de). Ontstaan en 



282 



SPOOR- EN TRAMWEGEN. 



inlichting van de Atjeh-tram. M. ül. — Inge- 
nieur. 26 (1911), N°. 1 (Feestnummer), 117. 

Rijwegen of smalspoorbanen? (Fragment 
uit de nota dd°. Febr. 1912, van den ingenieur 
P. A. RoELOFSEN over de lijn Tjikampek- 
Tjilamaja). — T. B. B. 42 (1912), 143. — 
Rijwegen of trambanen ? in het bijzonder wat 
betreft de Buitenbezittingen. (Verhandeling 
van den Directeur van B. O. W. naar aan- 
leiding van bovenstaande nota). — Ibid. 42 
(1912), 263. 

LoMAN (J. C). Een spoorwegverbinding 
in Noord-Sumatra. — Ingenieur. 27 (1912), 
894. 

Steens Zijnen (F. H. A.). De verbinding 
van het spoorwegnet ter Oostkust van Su- 
matra met de bestaande tramlijn in Atjeh. — 
Kd. Tijdschr. 1912, 1185. 

Roest (J.). Belawan-haven en Atjeh-tram. 
— T. B. B. 43 (1912), 383. 

De Deli-Atjeh-verbinding. (Ontleend aan 
de Sumatra-Post). — Ind. Merc. 1913, 207. 

Muller Jb. (J. H.). De nieuwe werkplaat- 
sen der Semarang-Cheribon-Stoomtram- 
Maatschappij. M. UI. — Ingenieur. 28 (1913), 
498. 

Ombouw van Staatstramwegen van 0,60 M. 
spoorwijdte. — Ind. Bouwk. Tijdschr. 16 
(1913), 138. 

De plannen der Semarang-Cheribon-Stoom- 
tram -Maatschappij. — Ind. T. v. S. en T. 
1 (1913), 75. 

Het nieuwe materieel der Semarang-Cheri- 
bon -Stoomtram -Maatschappij. Door M. M. 
ül. — Ind. T. V. S. en T. 1 (1913), 135. 



De tramconcessies der N. L S. 
V. S. en T. 1 (1913), 307. 



Ind. T. 



Franco (L). Het bewegen van tenderloco- 
motieven door bogen, in het bijzonder van de 
D- locomotieven, Nos. 301 — 306, der Sema- 
rang-Joana-Stoomtram-Maatschappij door 
bogen van 100 M. straal. M. ül. — Ind. T. v. 
S. en T. 2 (1914) 1. 

Muller Jr. (J. H.). Kraanwagens der 
Semarang-Cheribon -Stoomtram -Maatschap- 



pij. M. ül. — Ind. T. V. S. en T. 2 (1914), 69. 

JocKiN (V.). Beton dwarsliggers van de 
Malang-Stoomtram-Maatschappij. M. ül. — 
Ind. T. V. S. en T. 2 (1914), 84. 

Beton dwarsliggers der Se marang-Cheribon- 
Stoomtram-Maatschappij. M. UI. — Ind. T. 
S. en T. 2 (1914), 153. 

Het tramvraagstuk in Batavia (Ontleend 
aan de Locomotief). — Ind. Merc. 1914, 1047. 

Fundeering van een draaischijf op het 
nieuwe emplacement der Semarang-Cheribon - 
Stoomtram -Maatschappij te Semarang. Door 
v. D. M. M. UI. — Ind. T. v. S. en T. 2 (1914), 
179. 

Vrins (C). De invoering der lO-tons 
wagenbelading op de lijnen der Semarang- 
Joana-Stoomtram-Maatschappij en den om- 
bouw aan den weg en de werken. M. ül. — 
Ind. T. V. S. en T. 2 (1914), 181. 

Jacometti (A. W. A.). Railtransport op de 
cultuurondememingen in Nederlandsch-In- 
dië. M. UI. — Ind. Merc. 1914, 1071. — Ant- 
woord op bovenstaand artikel, door P. Bink- 
horst, met repliek van Jacomettl — 
Ibid. 1915, 25. — Opmerkingen, door W. 
Hasselman. — Ibid. 1915, 61. 

Muller Jr. (J. H.). De nieuwe rijtuigen der 
Semarang - Cher ibon - St oomtram -jMaatschap- 
pij. 31. UI. — Ind. T. v. S. en T. 2 (1914), 211. 

De Semarang-Joana-Stoomtram-Maat- 

schappij. (Inleiding tot een bezoek aan 
de werkplaatsen der S. J. S. door de leden van 
de afdeeling Nederlandsch-Indië van het 
Kon. Instituut van Ingenieurs op 6 October 
1914). M. UI. — Ind. T. v. S. en T. 2 (1914), 
232. — Zie ook: Ingenieur. 30 (1915), 290. 

Pels Rijcken (J. W. G.). De werkplaats 
der Samarang-Joana-Stoomtram -Maatschap- 
pij. (Inleiding als boven). — Ingenieur. 30 
(1915), 296. 

Muller Jr. (J. H.). Transportwagen der 
S. J. S., S. C. S. en S. D. S. M. UI.— Ind. T. 
V. S. en T. 3 (1915), 41. 

Het nieuwe materieel der Semarang- 

Joana-Stoomtram-Maatschappij. M. ül. — 
Ind. T. V. S. en T. 3 (1915), 91. 



ONDERWIJS. 



283 



Tromp (W. H.)- De pikolan wagens der 
Nederlandsch-Indische Tramweg-Maatschap- 
pij. M. ül. — Ingenieur. 30 (1915), 681. 



Roest (J.). De spoorwegverbinding tus- 
schen Deli, Atjeh en de Aroebaai. M. k. — 
T. B. B. 49 (1915), 464. 



IX. ONDERWIJS. 



a. Personeel. 



Bakker (D.). Christelijke onderwijzers bij 
het Gouvernements-onderwijs in Ned.-Indië. 
— De Macedoniër. 1911, 65. 

Nieuwenhuis (G. M.). De Indische onder- 
wijzer. (Naar aanleiding van een ingezonden 
stuk in de N. R. Ct. van een „Indisch onder- 
wijzer met verlof"). — De Wereld. 1 Dec. 1911. 

Mulder ( J. B. T. ). Iets over de positie van 
de Indische onderwijzers. — 7 Onderwijs. 

1911, 373, 385. 

De positie van „Christelijk onderwijzer" 
in Indië, door A. L. (Ontleend Mn het Christe- 
lijk Schoolblad). — De Banier. 1911, 448, 568. 

Een volksstem. Een heftig protest van de 
„Minahassa-Vereeniging" tegen de overplaat- 
sing van het Hoofd der Menadosche School, 
T. F. Viersen. — De School v. N. I. 2(1911— 
12). 522. — De zaak -Viersen. — Ibid. 2 
(1911—12), 533. — Een stem uit Indië (naar 
aanleiding van vorengenoemd artikel), door 
Ds. Volten. — De Banier, 1912, 6. — Koren 
op onze molen, (als voren). — De Banier. 

1912, 23. 

Bart (Dr. J. W. van). De positie van doc- 
toren bij het Middelbaar Onderwijs in Ned.- 
Indië. — Middelb. Onderw. 1911, 176. — 
Critiek op dit artikel, door F. W. Stapel. — 
Ibid. bl. 189. — Antwoord van Dr. Bart. — 
Ibid. bl. 191. 

Lotgevallen van „een hooge" (2e klasser), 
die elke maand f 196. — in handen krijgt, en 
die geplaatst wordt in een van onze groote 
handelssteden, door H. — De School v. N. I. 
2 (1911—12), 27. 

NooRDENBOS (C). Nog cens de omzetting 
der vergoeding voor huishuur (aan Indische 
onderwijzers). — De School v. N. I. 2 
(1911—12), 58. 

Oldemans (G. P.). Een ernstig woord tot 



de „oudere" onderwijzers, die niet aange- 
sloten zijn bij het N. I. O. G. — De School v. 
N. I. 2 (1911—12), 104. 

De opleiding van den onderwijzer (in Indië) 
door W. — De School v. N. I. 2 (1911—12), 
157. 

Oldemans (G. P.). Enkele beschouwingen 
over Schoolbesturen. Voorstel tot reorgani- 
satie van de plaatselijke Europeesche School- 
kommissiën. — De School v. N. I. 2 (1911 — 
12), 349, 361. 

PosTMA (J.). De ambtQ^aar bij het onder- 
wijs in Ned. -Indië. — Kol. Weekbl. 29 Aug. 
1912. 

Stapel (F. W.). Doctoren bij het Middel- 
baar Onderwijs (in Indië). — Middelb. Onderw. 
1912, 11. — Nog eens: Doctoren bij het Mid- 
delbaar Onderwijs in Ned. -Indië. — Ibid. 
1912, 12. 

Salarisregeling voor leeraren (in Indië). — 
Middelb. Onderwijs. 1912, 7, 10, 20, 38, 45, 
58, 66, 75, 124, 132; 1913, 21, 29. 

De Commissies van Toezicht voor de In- 
dische Hoogere Burgerscholen. — Middelb. 
Onderwijs. 1912, 68, 73, 83, 91, 102, 108. 

Het Bestuur der Hoogere Burgerscholen. — 
Middelb. Onderwijs. 1912, 100, 106, 113, 126, 
139, 146, 154. 

Onderwijzeressen-salarissen, door „Onder- 
wijzeres". — De School V. N. I. 3 (1912—13), 
43. 

Bergman (H. J. J.). Een andere opvatting. 
(Handelt over de salarisregeling der Indische 
onderwijzers en onderwijzeressen). — De 
Sphool V. N. I. 3 (1912—13), 133. 

Over 't wonen (van onderwijzers) in Gris- 
see. — De School v. N. I. 3 (1912—13), 507. 

CosTEE (B.), De hoofdacte -studie in Indië. 
— De School V. N, L 3 (1912— 13), 505, 517. 



284 



ONDERWIJS m INDIË. 



De opleiding van den Indischen onderwijzer, 
door Hs. (Naar aanleiding van een voordracht 
door den heer P. J. van Ravesteijn in een 
vergadering v. d. Afd. Nederland v. h. N. I. 
O. G.). — De School v. N. I. 3 (1912—13), 687. 

Onze positie en de uitzending van onder- 
wijzers voor Indië. — De School v. N. I. 4 
(1913—14), blz. 1. 

Onderwijzers en onderwijs. (De Locomotief 
van 2 Juli 1913 over het tekort aan onder- 
wijskrachten in Indië). — /. G. 1913, II, 1249. 

Clercq (A. le). De sfeer van den Indischen 
ondervtijzer. — Het Tijdschrift. 2 (1913), 
II, 555. 

Scholten (J. H.) en G. van Kleef. Rap- 
port over woningtoestanden te Grissee. 
(Klachten over slechte woningen voor de 
ondens-ijzers aldaar). — De School v. N. I. 
4 (1913—14), 217.,. 

Inhouding van salaris bij aanwijzing van 
een dienstwoning. — De School v. N. I. 4 
(1913—14), 239. 

Jonkers (J.). Opleiding tot onderwijzer(es). 
Voordracht. — De School v. N. I. 4 (1913— 
14), 529. 

Promotiekansen in het onderwijzerskorps. 
(Naar aanleiding van een artikel in de Nwe. 
Soerab. Cour. van 6 Juni 1913). — De School 
V. N. I. 4 (1913—14), 535. 

Bbaam (H. van). Over de zelfstandigheid 
van den klasse -onderwijzer. — De School v. 
N. I. 4 (1913—14), 578. 

Jonkers (J.). Over opleiding en uitzending 
(van Indische onderwijzers). — De School v. 
N. I. 4 (1913—14), 597, 609, 625. — De 
opleiding tot Indisch onderwijzer, door G. 
P. O. — Rid. 4 (1913—14), 644. 

Het tekort aan leerkrachten, door A. — 
De School V. N. I. 4 (1913—14), 677. 

Gedachten over salariëering (van Indische 
onderwijzers). — De School v. N. I. 4(1913- 
14), 689. 

Detacheer ing van HoUandsche onderwijzers 
naar Indië. — De School v. N. I. 4 (1913— 14), 
701. 



De onvoldoende opleiding onzer leeraren 
M. O. in de moderne talen. — Midddb. On- 
derw. 1913, 236, 243, 249. 

De uitzending (van Indische onderwijzers) 
en het N. I. O. G., door S. v. D. — De School 
V. N. I. 5 (1914—15), 233, 250. 

Woningtoestanden in de residentie Banka, 
door H. (Klachten over slechte woningen 
voor de onderwijzers aldaar). — De School 
V. N. I. 5 (1914—15), 536. (Vergel. bl. 569). 

Cabdozo (J. L.). Over examen -commissies. 

— Middeïb. Onderw. 1914, 196. 

b. Onderwijs in Indië. 

Tjeenk Willink (Dr. H. D.). Het middel- 
baar onderwijs in Nederlandsch -Indië. — 
Versl. Ind. Gen. 1910—11, 181. 

Ophefiing van af deeling B van het Gym- 
nasium Willem ni. — Middelb. Onderw. 
1911, 12. 

Neutraal of Christelijk onderwijs voor 
Indië, door P. B. — De Banier. 1911, 149, 
164, 174, 186, 198, 222, 236, 294. 

Smit (G.). De kweekschool te Raja in Deli. 

— Maandber. N. Z. G. 1911, 38. 

Kats (J.). De kweekschool en de scholen 
in het ressort Modjo-wamo. — Maandber. 
N. Z. G. 1911, 209. 

De volksopvoeding in Indië. — De Wereld. 
1 Dec. 1911. 

Vermeulen (L. P. van). Indische tijde- 
lijkheid bij onderwijs. — Het Tijdschrift. 
1 (1911—12), 57. 

Tjipto Mangoenkoesoemo. De hoek- 
steen. (Over het vraagstuk der opvoeding 
van den Javaan). — Het Tijdschrift. 1(1911 — 
12), 75. 

Een „Universiteit" voor Indië. Door het 
Hoofdbestuur van den „Indischen Bond". — 
Het Tijdschrift. 1 (1911—12), 279. 

DoEFF (H.). Het Hooger Onderwijs moot 
verdiend worden. — Het Tijdschrift. I (1911- 
12), 281. 



ONDERWIJS IN INDIË. 



285 



Hen (Mr. I.). De onderwijskwestie in Indië. 

— Het Tijdschrift. I (1911—12), 283. 

Stokvis (J. E.). Geen universitair wel 
hooger vakonderwijs. — Het Tijdschrift. I 
(1911—12), 276. 

Geus (A. de). Universitair en vakonder- 
wijs in Ned. -Indië. — Het Tijdschrift. I (1911- 
12), 292. 

Schimmel (Mr. Dr. W. F.). De Universi- 
teits-beweging. — Het Tijdschrift. I (1911 — 
12), 296. 

HiNLOOPEN LabbertÓn (D. van). Beoefe- 
ning der wetenschappen in het milieu zelf. 
(Naar aanleiding van het hooger onderwijs- 
vraagstuk in Indië). — Het Tijdschrift. I 
(1911—12), 299. 

Vermeulen (L. P. J.). Universitair onder- 
wijs in Indië wenschelijk en mogelijk. — Het 
Tijdschrift. I (1911—12), 303. 

Valk (G.). Twee stellingen. (Over het 
Indische onderwijsvraagstuk). — Het Tijd- 
schrift. I (1911—12), 306. 

ScHOLTE ( J. ). Hooger onderwijs voor Indië. 

— Het Tijdschrift, l (1911—12), 308. 

SoEBJA Dl Rana (R. M. ). De Qoran en het 
onderwijs. — Het Tijdschrift. I (1911—12), 
311. 

DouwES Dekker (E. F. E.). Onderwijs. 

— Het Tijdschrift. I (1911—12), 313. 

Takahiri (K.). Een betere oplossing (van 
het universitair -onderwijsvraagstuk in Indië). 

— Het Tijdschrift. I (1911—12), 287. 

HiVERNON (M. ). Onderwijs voor den Indiër 
uit püchtgevoel, uit zedelijkheid. — Het 
Tijdschrift. I (1911—12), 288. 

NoTO SoEROTO (Raden Mas). Hooger on- 
derwijs in het Javaansch in Indië. — /. G. 
1911,' I, 312. 

Enkele opmerkingen over eene reorgani- 
satie van ons onderwijs-stelsel. I. Het voor- 
bereidend onderwijs (De Fröbelschool). II. De 
Europeesche lagere school. — 't Onderwijs. 
1911, N°. 3, 5, 9, 12. 



Tjeenk Willink (H.). Eenige gegevens be- 
treffende het M. O. in Ned. Indië. — Middelb. 
Onderw. 1911, 133. 

Deventer (Mr. C. Th. van). Het onderwijs- 
vraagstuk in Nederl. -Indië. Voordracht. — 
Buil. Kol. Mus. N°. 48 (Juli 1911), 30. 

Horst -De Boer (T. ter). De tweede-klas- 
se-meisjesscholen in Indië. — Weekbl. v. Indië. 
8 (1911—12), 113. 

Meisjesscholen, door J. v. B. T. (Handelt 
over uitbreiding dier scholen ten behoeve van 
minvermogende Europeesche meisjes). — 
Weekbl. v. Indië. 8 (1911—12), 162, 185. 

DoppENBERG (M. J. ). Is het lesgeven in een- 
zelfde vak in een groot aantal parallelafdee- 
Ungen in het belang van het onderwijs? — 
Middelb. Onderw. 1911, 127. 

KoHLBRUGGE (Dr. J. H. F.). Worden de 
Inlanders door ons onderwijs goede burgers 
van den Staat t — I. G. 1911, I, 182. 

SoETAN Casajangan (R.). Verbeterd In- 
landsch onderwijs. — Org. Moederl. enKoloniën. 
11(1911), N°. 4, bl. 27. 

Bakker (D.). Christelijk-HoUandsch- 
Javaansche scholen. — Macedoniër. 1911, 
266. 

SoETJOKO. De opening van de inlandsche 
meisjesschool te Blora^ M. ill. — Weekbl. v. 
Indië. 8 (1911—12), 698. 

Maan (G.). Het onderwijs in het zendings- 
ressort Boeli-Weda. — Ber. Utr. Zend. 1911, 
38. 

SoETAN Casajangan (R.). Inlandsch on- 
derwijs. Voordracht. — Indologenblad. 2 
(1910—11), 162. 

De onderwijs -quaestie in de Minahassa. — 
/. G. 1911, I, 680. 

Mardi Ken ja. Inlandsche meisjesschool te 
Soerabaja. — /. G. 1911, II, 1081. 

Jasper ( J. E. ). Het Inlandsche volksonder- 
wijs op Java. Voordracht met debat. — 
Versl. Ind. Gen. 1910—11, bl. 1. 

Een paar opmerkingen over de examens 



286 



ONDERWIJS m INDIË. 



voor H. B. S. — K. W. S. — Kleinambt. — 
enz. — De School v. N. I. 2 (1911—12), 53. 

Pbngadjab. De toelating van leerlingen 
tot de kweek- en opleidingsscholen. — De 
School V. N. I. 2 (1911—12), 141. 

't Verslag van 't Inlandsch Onderwijs over 
1910. — De School v. N. I. 2 (1911—12), 266, 
279, 291. 

Reuen (J. vau). De Inl. Ie kl. scholen en 
het kl. ambt. examen. — De School v. N. I. 

2 (1911—12), 295. 

Harktnk (E. Th.). Tentoonstelling van 
aesthetische opvoeding te Soerabaja. — De 
School V. N. I. 2 (1911—12), 303. 

Het N. I. O. G. en neutraal onderwijs. — 
De School V. N. I. 2 (1911— 12), 313. 

Het onderwijs in den Timor Archipel (Ont- 
leend aan het Soerah. Handelsbl. ). — De School 
t'.iV./. 2(1911— 12), 508. 

Examen in de Nederlandsche taal voor 
Inlandsche onderwijzers, door L. — De 
School V. N. I. 2 (1911—12), 519. 

Beugen (B. van). De nieuwe methoden 
voor het spreekonderwijs aan de Inlandsche 
scholen. — De School v. N. I. 2 (1911—12), 
535. 

Cabelse (W.). Huisonderwijs en zijn gevol- 
gen. — De School V. N. I. 2 (1911—12), 606. 

— Critische opmerkingen, door A. H. KooY- 
KEK. — Ihid. bl. 642. — De Gids bij het huis- 
onderwijs in Ned.-Indië door H. G. Cleekx. 

— Ihid. 3 (1912—13), 19. — Verdere dis- 
cuesiën over dit onderwerp, door W. Carelse, 
W. F. KuHLMEiJER en Kooykeb. — Ibid. 

3 (1912—13), 58, 83. 

Habbema (J.). Lezen en schrijven voor In- 
landers. — /. G. 1912, II, 1038. 

Wat in de laatste weken over het onderwijs 
in Indië in verband met de Zending besproken 
ie. — De Banier. 1912, 402. 

FoRTGENS (J.). De onderwijsmethode op de 
Inlandsche scholen. Voordracht. — Versl. 26e 
Alg. Ned. Zendingsconferentie. 1912, 73. 

Rapport der commissie voor onderzoek 



naar de kwestie van het geven van onderwijs 
aan kinderen van het opzienerspersoneel bij 
het Boschwezen. — Tectona. 5 (1912), 608. 

Dijk (K van). Het Hollandsch op onze 
Zendings-kweekscholen. Referaat. — Overz. 
14e Zendingsconferentie Buitenzorg. 1912, 
279. 

Hollander (J. den). Neutraal onderwijs 
in Indië. — Het Tijdschr. 2 (1912—13), 353. 

Clebq (A. le). Uitvluchten. (Over de wen- 
schelijkheid van goed volksonderwijs in In- 
dië). — Het Tijdschr. 2 (1912—13), 422. 

Witzenbubg (A. van). Neutraliteit. (Be- 
toog dat het openbaar onderwijs in Indië neu- 
traal behoort te zijn). — De School v. N. I. 2 
(1911—12), 617. 

Beugen (B. van). De invloed van het Ja- 
vaansch op de methode van het spreekonder- 
wijs. — De School V. N. I. 2 (1911—12), 634; 
3(1912— 13), 6, 13,33. 

De onderwijspolitiek in Indië. (Opmerkin- 
gen naar aanleiding van discussiën in de 2e 
Kamer). — /. G. 1912, 1, 113. 

Het gouden jubileum der Broedersschool te 
Soerabaja, door v. d. L. M. ill. — Weekbl. 
V. Indië. 9(1913— 14), 320. 

Het gouden feest der Zustersschool te 
Soerabaja, 14 Oct. 1863—14 Oct. 1913, door 
D. R. M. ill. — Weekbl. v. Indië. 10(1913— 
14), 722 — Ber. St. Claverbond. 1914, 35. — 
Jubilé te Soerabaja 1863—1913 (50-jarig be- 
staan van het Instituut der Zusters Ursu- 
linen). —De Java-Post. 1913, 640, 662, 678. 

Heijmans Jzn. (S.). De vreemde talen aan 
(de Indische H. B. S.). — Weekbl. v. Indië. 9 
1912—13), 923. 

Een Indische Universiteit. Inddogenblad. 
4 (1912—13), 41. 

Wat wil de I. U. V. ? Wi) zij werkelijk op 
een gegeven oogenbük eene „Leidsche Uni- 
versiteit" te Batavia uit den grond stampen ? 
— Bulletin der Ind. Universiteits- Vereeniging. 
N°. 1 (1912), 2. — Zie ook: Neerlandia. 1912, 
202. 

Heeft de I. U. V. eene anti-nationale 



ONDERWIJS m INDIË. 



287 



Btrekking ? — Bulletin der Ind. UniversUeüs- 
Vereeniging. N°. 2 (1912), 2. 

„Een Universiteit voor Indië", door C. A. 
(Naar aanleiding van een artikel over dit 
onderwerp van D. M. G. Kock in de Loco- 
motief). — T. B. B. 43 (1912), 193. 

Noord HOEK Hegt (Dr. J.). Het standpunt 
der I. U. V. tegenover het Middelbaar Onder- 
wijs. Lezing. — Middeïb. Onderw. 1912, 177. 



Het onderwijs-vraagstuk. 
1912, 22, 34, 46. 



De Banier.