Skip to main content

Full text of "Tijdschrift voor muziekwetenschap"

See other formats


This is a digital copy of a book that was preserved for generations on library shelves bef ore it was carefully scanned by Google as part of a project 
to make the world's books discoverable online. 

It has survived long enough for the copyright to expire and the book to enter the public domain. A public domain book is one that was never subject 
to copyright or whose legal copyright term has expired. Whether a book is in the public domain may vary country to country. Public domain books 
are our gateways to the past, representing a wealth of history, culture and knowledge that 's often difficult to discover. 

Marks, notations and other marginalia present in the original volume will appear in this file - a reminder of this book's long journey from the 
publisher to a library and finally to you. 

Usage guidelines 

Google is proud to partner with libraries to digitize public domain materials and make them widely accessible. Public domain books belong to the 
public and we are merely their custodians. Nevertheless, this work is expensive, so in order to keep providing this resource, we have taken steps to 
prevent abuse by commercial parties, including placing technical restrictions on automated querying. 

We also ask that you: 

+ Make non-commercial use of the files We designed Google Book Search for use by individuals, and we request that you use these files for 
personal, non-commercial purposes. 

+ Refrainfrom automated querying Do not send automated queries of any sort to Google's system: If you are conducting research on machine 
translation, optical character recognition or other areas where access to a large amount of text is helpful, please contact us. We encourage the 
use of public domain materials for these purposes and may be able to help. 

+ Maintain attribution The Google "watermark" you see on each file is essential for informing people about this project and helping them find 
additional materials through Google Book Search. Please do not remove it. 

+ Keep it legal Whatever your use, remember that you are responsible for ensuring that what you are doing is legal. Do not assume that just 
because we believe a book is in the public domain for users in the United States, that the work is also in the public domain for users in other 
countries. Whether a book is still in copyright varies from country to country, and we can't offer guidance on whether any specific use of 
any specific book is allowed. Please do not assume that a book's appearance in Google Book Search means it can be used in any manner 
any where in the world. Copyright infringement liability can be quite severe. 

About Google Book Search 

Google's mission is to organize the world's Information and to make it universally accessible and useful. Google Book Search helps readers 
discover the world's books while helping authors and publishers reach new audiences. You can search through the full text of this book on the web 



at |http : //books . google . com/ 




Over dit boek 

Dit is een digitale kopie van een boek dat al generaties lang op bibliotheekplanken heeft gestaan, maar nu zorgvuldig is gescand door Google. Dat 
doen we omdat we alle boeken ter wereld online beschikbaar willen maken. 

Dit boek is zo oud dat het auteursrecht erop is verlopen, zodat het boek nu deel uitmaakt van het publieke domein. Een boek dat tot het publieke 
domein behoort, is een boek dat nooit onder het auteursrecht is gevallen, of waarvan de wettelijke auteur srechttermijn is verlopen. Het kan per land 
verschillen of een boek tot het publieke domein behoort. Boeken in het publieke domein zijn een stem uit het verleden. Ze vormen een bron van 
geschiedenis, cultuur en kennis die anders moeilijk te verkrijgen zou zijn. 

Aantekeningen, opmerkingen en andere kanttekeningen die in het origineel stonden, worden weergegeven in dit bestand, als herinnering aan de 
lange reis die het boek heeft gemaakt van uitgever naar bibliotheek, en uiteindelijk naar u. 

Richtlijnen voor gebruik 

Google werkt samen met bibliotheken om materiaal uit het publieke domein te digitaliseren, zodat het voor iedereen beschikbaar wordt. Boeken 
uit het publieke domein behoren toe aan het publiek; wij bewaren ze alleen. Dit is echter een kostbaar proces. Om deze dienst te kunnen blijven 
leveren, hebben we maatregelen genomen om misbruik door commerciële partijen te voorkomen, zoals het plaatsen van technische beperkingen op 
automatisch zoeken. 

Verder vragen we u het volgende: 

+ Gebruik de bestanden alleen voor niet-commerciële doeleinden We hebben Zoeken naar boeken met Google ontworpen voor gebruik door 
individuen. We vragen u deze bestanden alleen te gebruiken voor persoonlijke en niet-commerciële doeleinden. 

+ Voer geen geautomatiseerde zoekopdrachten uit Stuur geen geautomatiseerde zoekopdrachten naar het systeem van Google. Als u onderzoek 
doet naar computervertalingen, optische tekenherkenning of andere wetenschapsgebieden waarbij u toegang nodig heeft tot grote hoeveelhe- 
den tekst, kunt u contact met ons opnemen. We raden u aan hiervoor materiaal uit het publieke domein te gebruiken, en kunnen u misschien 
hiermee van dienst zijn. 

+ Laat de eigendomsverklaring staan Het "watermerk" van Google dat u onder aan elk bestand ziet, dient om mensen informatie over het 
project te geven, en ze te helpen extra materiaal te vinden met Zoeken naar boeken met Google. Verwijder dit watermerk niet. 

+ Houd u aan de wet Wat u ook doet, houd er rekening mee dat u er zelf verantwoordelijk voor bent dat alles wat u doet legaal is. U kunt er 
niet van uitgaan dat wanneer een werk beschikbaar lijkt te zijn voor het publieke domein in de Verenigde Staten, het ook publiek domein is 
voor gebruikers in andere landen. Of er nog auteursrecht op een boek rust, verschilt per land. We kunnen u niet vertellen wat u in uw geval 
met een bepaald boek mag doen. Neem niet zomaar aan dat u een boek overal ter wereld op allerlei manieren kunt gebruiken, wanneer het 
eenmaal in Zoeken naar boeken met Google staat. De wettelijke aansprakelijkheid voor auteursrechten is behoorlijk streng. 

Informatie over Zoeken naar boeken met Google 

Het doel van Google is om alle informatie wereldwijd toegankelijk en bruikbaar te maken. Zoeken naar boeken met Google helpt lezers boeken uit 
allerlei landen te ontdekken, en helpt auteurs en ui tgevers om een nieuw leespubliek te bereiken. U kunt de volledige tekst van dit boek doorzoeken 



op het web via http: //books .google . com 



B 1,309.920 





TIJDSCHRIFT 



VEREENUHNG 



NOORI)-NEDEBLAM)S .M l ZIEKGESCHIEDENIS 



DEEL VIII 



■ "X J*,^^^^ ^^_^^ üP^ 



JfjIIANVKS Mf LLtUï 



S 





Ï^KjO/^ 



TIJDSCHRIFT 



VEREENIGING 



NOORD-NEDERLANDS MUZIEKGESCHIEDENIS 



DEEL VIII 



-oB^I^^^o- 



AHSTEBDAM 

JOHANNES MULLER 

1908 



'ïr:i:y\r- 






INHOUD. 



Bladz. 

D. F. Scheurleer, In memoriam van Hendrik Cornelius Rogge. 1 
J. W. Enschedé, Gheeraert Ie Hardy, organist te Reimerswaal (1568) 8 
J. G. OvERvooRDE, Aenneminge van meester Jan Philipsz. van 

Velzen, organist 11 

J. C. Over VOORDE, Accordt met meester Huych Hopcoper 
nopende 't maecken ende stellen van een uyrwerck opte 

Pancras kercke binnen deser stede van Leyden 14 

A. VAN Damme, Torenklok te Nieuwe Niedorp (1653) 17 

E. W. MoEs. Iets over Joan Schenck 21 

Ernst Praetorius^ Beitr&ge zu Quiryn van Blanckenburg*s Leben 

und Werken 25 

J. W. Enschedé, Eltjen Wolthers, gewezen klokkenist te Dantzig 

(1750-1751) 36 

J. W. Enschedé, Arnoldus Olof^en, muziekuitgever te Amsterdam 

in 1755 45 

J. W. Enschedé, Bruinsma en z^n «melodyen'' 57 

J. W. Enschedé, Vier Psalm orgelboeken (177&-1778) 62 

A. VAN Damme, Klok -opschriften naar Juriaan Spruyt 84 

J. H. ScHELTEMA DE Heere, David Padbrouck en Gornelis Padbnié 109 

J. W. Lustig, Biografische aanteekeningen over musici 146 

J. W. Enschedé, Een viool-cantilene van Konrad Friedrich Hur- 

lebusch 165 

J. W. Enschedé, Technische orgelbouw-aanteekeningen (1765). . 168 
X W. Enschedé, Gerhardus Havingha en het orgel in de Sint 

Laurenskerk te Alkmaar 181 



tv INHOUD 

Bladx. 

J. W. Enschedé, Een magazyn- catalogus van J. J. Hummel te 
Amsterdam en B. Hummel te 's Gravenhage, 1778 262 

Verslag van de werkzaamheden en den staat der Vereeniging voor 
Noord-Nederlands Muziekgeschiedenis over 1904, 1905, 1906 
en 1907 3, 5 289 

Prijsvraag, uitgeschreven door de Vereeniging voor Noord- 
Nederlands Muziekgeschiedenis, waar geen antwoord op ge- 
komen is 106, 178 en 287 

Programma's van Historische Concerten 93 en 292 

Bladvulling 56 





IN MEMORIAM 






TAN 




UEMDBIK 


COBNELIUS 


BoeeE. 


16 Februari 1831—20 Augustus 


19(». 



Onze Vereeniging heeft in 1905 een droevig verlies geleden. De 
laatste harer oprichters, nog in het bestuur zetelend, ontviel haar. 

Het is niet meer dan onze plicht, enkele regels aan z^jne nagedachtenis 
te w^den, want z^n heengaan heeft niet alleen zyne medebestuurders 
werkelyk leed gedaan, het heeft onze vereeniging van een goede 
kracht beroofd. Niet dat de overledene op het gebied van muziek- 
geschiedenis een plaats van beteekenis innam, hy zelf zou de laatste 
z\in geweest, daarop eenigerlei aanspraak te maken. De bedragen, aan 
ons tijdschrift geleverd, zijn slechts zeer gering in aantal. Z^ne ver- 
diensten tegenover ons zfin van anderen aard. HJj was, vermoedelijk 
door zu'n nauwe betrekking tot Prof. W. Moll, een der oprichters en 
van dat oogenblik is hy ons altijd even trouw gebleven. 

Ofschoon het hem zeker niet aan bezigheden ontbrak, aarzelde hü 
niet in 1880 het secretariaat op zich te nemen en dit ambt heeft hij 
tot de laatste bestuursvergadering bekleed. Eerst toen vroeg hij om 
ontheffing, eensdeels om zijn leeftijd, meer nog om zijne verhuizing 
naar Haarlem, terwijl de zetel onzer Vereeniging Amsterdam is. 

Zijne medebestuurders hebben zijn wensch moeten eerbiedigen doch 
verheugden zich in zijne toezegging, dat hij in het bestuur zou blijven 
zitting houden. 

Dit laatste was werkelijk geen ijdele phrase want wij allen waar- 
deerden Rogge ten zeerste. 

vin. 1 



2 IN IfGMORlAM VAN HENDRIK GORNELIUS ROGGE. 

Wie nooit achter de schermen van zulk een bestuur heeft gekeken 
kan niet gelooven vfaX een üverig secretaris waard is en hoe veel er 
aan gelegen is, dat er altijd iemand klaar staat om de belangen waar 
te nemen, waar het bestuur bestaat uit personen woonachtig in ver- 
schillende steden, veelal overladen met beroepsbezigheden en waar 
veel briefwisseling met medewerkers, uitgever, drukker enz. onver- 
medelijk is. 

Als voorzitter heb ik vele jaren het voorrecht gehad in dit opzicht 
met Rogge samen te werken en ik kan volmondig verklaren, dat ik 
nooit en nimmer eenige verflauwing heb bespeurd in zijn behartiging 
onzer belangen. Altijd even welwillend bereid, altijd even vriendelijk 
en bescheiden, altijd bereid waar het noodig was overleg te plegeu 
of raad te schaffen. 

Onze Vereeniging heeft in hem een goed en trouw vriend verloren 
die in mijne herinnering zal blijven voortleven als een prachtig voor- 
beeld van trouwe plichtsbetrachting. 

D. F. SCHEURLEER. 



VERSLAG VAN DE WERKZAAMHEDEN EN DEN 

STAAT DER VEREENIGING VOOR NOORD-NEDERLANDS 

MUZIEKGESCHIEDENIS OVER 1904. 



Door den Secretaris ProC Dr. H. C. Kogob werd in de Algcmccne Vergadering, gehoaden 

80 Mei 1906, verslag nitgebraoht. Door diens oreriyden oenige maanden daarna, 

geraakte dat verslag te loor. Wy geven daarom hier een kort verslag, voor 

zoover de gegevens daartoe gepnt kannen worden nit de notalen. 

HxT BxsTuxrx. 



Tot nieuwe bestuursleden traden toe de Heeren Julius Röntgen te 
Amsterdam en Mr. Fl. yan Duyse te Gent 
Van wege de Vereeniging zag het licht: 

a. Tydschrift dl. VII afl. 4, waarin Dr. Seiffert een studie publiceerde 
over EoNRAD Friedrich Hurlebusch, den organist van de Oude Kerk 
te Amsterdam, overleden 1765, en de heer D. F. Scheurleer over 
Haagsche zomerconcerten in de achttiende eeuw schreef ; 

b. een tweede bundel Nederlandsche dansen der 16de eeuw, voor 
vierhandig klavier bewerkt door Julius Röntgen, met een inleiding 
van D. F. Scheurleer. 

In voorbereiding waren : 

a, een uitgaaf voor practisch gebruik van het Duytsch musyckboeck ; 

b, een bearbeiding der stemmen van het Te deum uit de Gantiones 
Sacrae van Sweelinck; 

c, een editie van gambestukken van Joan Schengk; 

d, een vervolg op de orgeldispositiën van Joaghih Hess, in het begin 
der 19de eeuw door dien organist verzameld. 



4 VERSLAG VAN DE WERKZAAMHEDEN ENZ. 

Door de Vereeniging werd uitgeschreven een prijsvraag over het 
wezen van het Oud-Nederlandsche lied. 

Onder de aanwinsten voor de verzameling musicalia enz. verdient 
de aandacht een lederen portefeuille van Johan Wilhelm Wilms, den 
componist van het ,Wien Neêrlands bloed", van 1808, en een merk- 
waardige brief van Verhülst. 



VERSLAG VAN DE WERKZAAMHEDEN EN DEN 

STAAT DER VEREENIÖING VOOR NOORDNEDERLANDS 

MUZIEKGESCHIEDENIS OVER 1905. 

(Uitgebracht door den Secretaris en den Penningmeester in de Algemeene Vergadering 
gchondcn te Amsterdam op 29 Mei 1906.) 

Voor de eerste maal geroepen aan Uwe Vergadering verslag uit te 
brengen over de werkzaamheden der Vereeniging in het afgeloopen 
jaar, is het met een gevoel van weemoed, dat zulks geschiedt. Op de 
vorige Algemeene Vergadering gaf de Secretaris, Prof. Rogge, als zjjn 
wensch te kennen als zoodanig ontslag te willen nemen, na gedurende 
viljf-en-twintig jaren deze betrekking te hebben vervuld. Met betuiging 
van leedwezen werd die wensch ingewilligd en als zijn opvolger door 
Uwe vergadering aangewezen Uw Bestuurslid, de heer J. W. Enschedé 
te Amsterdam. Lang heeft Prof. Rogge niet meer kunnen deelnemen 
aan de werkzaamheden van Uw Bestuur; den 29 Augustus 1905 d.a.v. 
overleed hg te Haarlem in den ouderdom van 74 jaar, U en ons de 
herinnering nalatende van een beminnelgk mensch en een gverig 
geleerde, die naar vermogen en met voorliefde de belangen der Ver- 
eeniging en het critisch-wetenschappelgk onderzoek van onze vroegere 
vaderlandsche muziek heeft behartigd. 

Dat verwisselen en dat heengaan van Uwen Secretaris heeft uit den 
aard der zaak den voortgang der werkzaamheden belemmerd en had 
Uw Bestuur bovendien niet een ongewenscht contact gekregen met 
het hedendaagsch sociaal-economisch vraagstuk, dan zoude het voor- 
zeker beter hebben kunnen doen blgken van hare verrichtingen. Er 
werd in 1905 niets van wege Uwe Vereeniging gepubliceerd. Aan 
voorbereidingen daarentegen geen gebrek. Dr. Hugo Leichtentritt te 
Berlgn bewerkte eenige gambastukken van den Amsterdammer Joan 
ScHENCK, welke eerlang aan Uwe leden in druk zullen worden toe- 



6 VERSLAG TAN DE WERKZAAMHEDEN ENZ. 

gezonden; Mr. Flor. van Duyse bracht in partituur Het ierste ende 
ticeeate musyck hoexken, te Antwerpen in 1551 door Tielman Susato 
gedrukt; de heer J. W. Enschedé voltooide den druk van een ver- 
zameling Nederlandsche orgeldisposities, in het begin der vorige eeuw 
in handschrift by elkaar gebracht door Joaghim Hess, organist te Gouda ; 
met de Rqkscommissie voor de Nederlandsche monumenten voor 
geschiedenis en kunst werd in overleg getreden over een muziek- 
wetenschappelijke beschrijving der bestaande klokkenspelen; op het 
verzoek van Uw Bestuur werd door den heer Maarschalkerweerd te 
Utrecht vervaardigd een bouwkundige teekening op schaal van het 
orgel in de Groote of Sint Bavo-kerk te Haarlem, in 1737 door 
Ghristiaan Muller gebouwd; een Uwer Bestuursleden hield zich 
onledig met het samenstellen van een bloemlezing voor practiscli 
gebruik uit Een duytsch musyck boeck (1572), waarvan de critische 
editie door Flor. van Dutse bezorgd, U in 1903 werd aangeboden ; 
Uw Voorzitter stelde pogingen in het werk tot het aanleggen en be- 
houden van een bibliografisch overzicht van al wat er sedert 1901 in 
Nederland jaarlijks op muzikaal gebied verschijnt; en eindelijk publi- 
ceerde Uw Bestuur als prijsvraag een uitnoodiging te verzamelen de 
onder het volk levende straatroepen, welker geluiden vatbaar zijn in 
notenschrift vastgelegd te worden. 

Met de voorbereiding der OeRECHT-uitgave werd tegenspoed onder- 
vonden, daar zij, aan wien Uw Bestuur de wetenschappelijke voor- 
bereiding daarvan opdroeg, zich ten slotte onttrokken. Uw Bestuur 
vertrouwt echter thans defmitief gelukkig geslaagd te zijn. 

Werden de Bijdragen tot een repertorium der Nederlandsche muziek- 
literatuur regelmatig voortgezet, ook de verzameling boeken, musicalia, 
prenten en portretten van toonkunstenaars werd wederom met enkele 
nummers verrijkt. Vermelding verdient een verzameling hss. van 
wijlen den organist Bastlians, een geschenk van den heer en mevrouw 
Weissman— Bastiaans te Haarlem, als vervolg en suppletie van de 
collectie, door hen in het vorige kalenderjaar ten geschenke aangeboden. 

Waren de kosten, verbonden aan het geven van historische concerten, 
zooals de in vroeger jaren opgedane ervaring geleerd heeft, te aan- 
zienlijk, het is intusschen verblijdend dat onze arbeid voor de practische 



VERSLAG VAN DE WERKZAAMHEDEN ENZ. 7 

beoefening onzer historische muziekschatten niet zonder vrucht blijkt ; 
herhaaldelijk werden door het a capella-koor onder leiding van den 
heer Averkamp uitgevoerd werken van Nederlandsche toondichters door 
ons uitgegeven ; koorwerken van Sweelinck, die door de onvermoeide 
pogingen van van Riemsdijk, na lange rust wederom bereikbaar zijn 
geworden, vonden een plaats op de programma's van den BARTH*schen 
Madrigal-Verein te Berlgn, het a GappellaGhor te Weenen en de afdeeling 
Leiden van de Maatschappü tot Bevordering der Toonkunst; met 
gebruikmaking van materiaal aan uwe Vereeniging toebehoorende 
hield de heer J. W. Enschedé in het Koninklijk Oudheidkundig Genoot- 
schap te Amsterdam een aan de piano toegelichte voordracht over 
Noord-Nederlandsche klavierliteratuur der zeventiende eeuw en verzocht 
en verkreeg de firma J. A. H. Wagenaar te Utrecht verlof, een uitgaaf 
te doen voor piano tweehandig van 15 der Oud-Nederlandsche dans- 
wgzen, indertijd door Jhr. mr. J. C. M. van Riemsdijk vierhandig voor 
Uwe Vereeniging bewerkt. 

Reeds werd het overlijden van het Bestuurslid Prof. dr. H. G. Rogge 
vermeld. Daartoe uitgenoodigd verklaarden de Heeren Dr. A. Diepen- 
BROCK en S. VAN MiLLiGEN, beiden te Amsterdam, zich bereid in Uw 
Bestuur zitting te nemen. 

Het aantal onzer beschermers is steeds verminderend; wel was de 
achteruitgang in 19(fó niet onrustbarend, maar de voortdurende daling van 
hun aantal in de laatste jaren geeft niettemin aanleiding tot bezorgdheid. 

De penningmeester, Mr. Eylard van Hall, legde hierop de rekening 
over, sluitend op 31 December 1905. 

Het saldo op 1 Januari 1905 bedroeg ƒ1008.11. Ontvangen werd: 
aan contributies ƒ 916.75, aan verkoop van exemplaren der Sweelinck- 
uitgave nihil, aan verkoop van het Tijdschrift en andere uitgaven der 
Vereeniging ƒ283.91, aan renten van belegde gelden ƒ278.80 en aan 
diversen nihil; totaal ƒ 2487.57. Uitgegeven werd : aan kosten van het 
Tijdschrift en andere uitgaven der Vereeniging ƒ 3^48, voor aankoop 
van boeken en musicalia, onderhoud der boekerij-, administratie- en 
andere onkosten ƒ590.02 en aan geldbelegging 1025.12H, met het saldo 
op 31 December 1905 ad ƒ 479.94%; totaal ƒ2487.57. 



GHEERAERT LE HARDY, ORGANIST TE 
REIMERSWAAL (1568). 



In het onlangs door Mr. Früin uitg^even Recht der Stadi Reimers- 
icacU (Werken der Vereeniging tot uitgave der bronnen van het oude 
vaderlandsche recht, 2e reeks No. 7, 's-Gravenhage 1905, p. 209) wordt 
medegedeeld de acte van aanstelling van den organist in die plaats 
(1568). De acte is belangrijk genoeg hier af te drukken, omdat zy een 
persoon geldt, wiens naam nog niet voorkomt in onze muziekliteratuur 
en uit het stuk blykt, dat Gerardt Trüdonis en Gheeraerdt le 
Hardy onder twee namen bekend was, terwijl het niet wel doenlyk 
is hem te identificeeren met Trüdo le Hardy, die tusschen 1505 en 
1537 organist te Bergen op Zoom was. (Boutvstoffen 11 p. 23, 191.) 

De acte luidt: 

,0p huyden den XXllt®n Junii a° 1568 is by burchmeeslers ende 
kerckmeesters aanghenomen Mr. Gerardt Trudonis tot organist der 
kercke van Reymerzvale voer den tyt van drie continuelen jaren, met 
den last dat hy eerlyck ende ghetrouwelyck naer ouder usantie den 
orgel ende sijn diensten waernemen sal, spelende des Sonnendaechs ende 
Heylichdaechs die hoechmisse, vesper ende lof, ende oick in omnibus 
pro/estis duplicibus ende triplicibus, die vesper^ hedt lof ende des feest- 
daeehs te deum ende benedidus in de metten, sulcx dat die heeren van 
den capittele gheen redenen en hebben hem met rechter cause dies te 
beclagen, ten waer saecke, dat hy sieck, suchtich ofte anders in syn 
affairen nootelyck absent ware, in welcken saecken men in alder rede- 
lyckeyt, ende opdat tselfde niet te lange ende te dickmaels ghebuerde, 
met hem dispenseren ende patiëntie hebben sal, welverstaende dat 
Mr. Gerardt voerschreven, van huys reyschende, sal poegen syn reyse 
te nemen ende te institueren ten tyde, daer gheen groete feestdagen 



GHEERAEHT LE HAROY, ORGANIST TE REIMERSWAAL. 9 

en coemen. Item sal oick denselfde Mr. Gerardt ghehouden sijn alle 
dagen hedt lof te spelen, soe lange de toendagen van der marct duren 
£ullen, ende voerts allen vot^fmissen ende loven van der gilden over 
het extraordinaris loen, daer Ihoe staende. Voer allen welcken voer- 
schreven last ende dienst hem over s^jn ordinaris loen by den kerck- 
meesters toe geseyt s^jn vyf ponden grooten Vlaems ende by den 
burchmeesters van des stadts wegen drie ghelycke ponden des jaers, 
te betalen alle quartier jaers naer rate van den tyde, nochtans op 
sulcken conditie ende voerwaerde dal, in ghevalle Mi-. Geerardt voer- 
schreven, alhier organist wesende, quame by Gods ghehengenisse te 
sterven, dat alsdan die kercke uyt synen ghereetsten goeden hebben 
sal thien schellingen des jaers, te loschen den penninc sesthiene, 
waervoren de kerckmeesters ghehouden sullen sijn tot laefTenisse ende 
ghedinckenisse sijnder siele jaerlyx te doen celebreren een jaei-getyde 
met een singende misse pro defunto organista. 

Dus ghedaen binnen Reymersvale ten jare ende dage voerschreven, 
present heer ende Mr. Jan Themanno, pastoir der voerschreven kercke, 
Meüs Adriaenssen Bloncke, als kerckmeester, Willem Janssen Oliphant, 
burchmeester ende als commissie van syn collega hebbende, Cornelis 

Willemssen Leefdale ende my 

F. VAN Campen, 1568." 

De gecursiveerde woorden zijn door een andere hand ingevoegd. 
Dezelfde schreef nog onder de overeenkomst: 

«Item den v^fden January a^ LXIX stilo communi es by consente 
van de vollen wet, op der stadt huys vergadert sjjnde, den tydt van 
aenneminge van Mr. Gerardt voerschreven tsynder begeerte ghepro- 
longeert ende ghecontinueert den tydt van seven jaren, bysoevaerde 
den voerschreven Mr. Gerardt overmits groete crancten ende siecten 
bequaem ende i(n) doen blijfl. 

Actum opter stadt huys als voren. Dies loirconden dit by den voer- 
schreven Mr. Gerardt onderteyckent. 

By my Gheeraerdt le Hardy, 1569 

F. VAN Campen." 

Uit de voorboden (1564) zg overgeschreven : 

„Item wye tnieuwe jaer zingt of pypt ofte anders speelt opten 



10 GHEERAERT LE HARDY, ORGAltlST TB REIMERSWAAL. 

DieuweDJaersnacht zonder by wezen van den stadtbode, verbuertlll L". 
(p. 99. Het artikel is doorgehaald.) 

„Tes geordineert, dat niemant van nu voertaen geen trommelen, 
pypen ofte pgpsacken en sal mogen daermede spelen tsavonts na die 
clocke achte uyren, op die boete van drie pont, uuuytgenomen schut- 
teren ofte retor^jcken ofte bruloften". (p. 130. Het artikel is door- 
gehaald.) 

Medegedeeld door J. W. Enschedé. 




AENNEMINGE VAN MEESTER JAN PHILIPSZ. 
VAN VELZEN, ORGANIST. 



Op huyden den Hen February des jaers XVI ® vyff hebben Burge- 
meesteren ende Regierders dezer Stadt Leyden van derzelver stede 
onder 'tbehagen ende opt advoy van die van de Gerechte derzelver 
Stede opnieuws angenomen Jaii Philipsz. van Velzen omme te conti- 
nueren in zijnen dienst als dezer Stede organist en van beyde der 
voorseyde Stede voorslagen mit H steecken van de heele en halve uyren 
(ende dat voor eenen tyt van vyff jaeren, dewelcke beginnen sullen 
te lopen naer *t eynde van zyne Jan Pbh^ipsz/s eerste anneminge, als 
mit den eersten January des toecompstigen Jaers XVF zes ende sulx 
sullen eynden den laetsten Decembris des Jaers XVI® tien). Te weten 
dat hy bedienen en waernemen zal het orgaen in Sint Pancraes Kercke 
dezer stede, ende daerop sal spelen tot zodanige tyden, dagen ende 
uyren, als tot noch toe gewoonlicken ende gebruyct es. In sulcken 
verstande, dat hy des middaechs niet en sal speelen dan by wintertyt 
tusschen den iste Octobris ende 1ste Aprili^i, de vorder zomertyt daervan 
bevryt bly vendé. Dat hy ten opsichte van beyde des stadt's voorslagen 
d'eene veertien dagen versteecken zal 't ghehele uyr en d'ander veertien 
dagen *t halve uyr, mit de meeste vlyt hem mogelicken toeziende en 
versorgende dat de wercken niet te veel en werden belast of verfort- 
seert; des sal hem de Stadthuysbewaerder (of yemant anders die hem 
ten dezen van stadtswegen sal werden bygevoucht) in 't steecken 
helpen en assisteren, mer belangende 't winnen van de wercken 't zelve 
sal buyten coste off laste van de voorseyde Jan Philipsz. van Velzen 
gedaen werden, 't zy by de voorseyde Stadthuysbewaerder of by 
yemants anders, die daertoe van stadtswegen sal werden gestelt Dat 
hy opte clocken van de voorslagen speelen zal alle Donredagen, Zatur- 



12 AEMNEMINGE VAN MEESTER JAN PHILIPSZ. VAN VELZEN, ORGANIST. 

dagen ende Zoodagen 's morgens van hajff elf lot halff twaelf uyren 
toe en in den zomer Zondaechs naer de middage van zes tot zeven 
uyren toe, mitsgaders op alle Jaermarcken ende feesten van victorien 
ten bevele van Burgermeesteren; dat de voornoemde Jan Philipsz. van 
Velzen alle 't selve doende, zoucken ende bevorderen sal de meeste 
eere van hem zei ven ende van de Stadt benefFens dQ Recreatie van 
de Gemeente, ende hem in der conste (gelyck hem mits dezen ernste- 
licken wert belast ende toevertrouwt) sulcx sal ouffenen, annemen 
ende practiseren van de Gemeente tot zyn gehoor willich temaecken, 
te trecken ende aen te locken ; dat vorder de voorseyde Jan PmLiPsz. 
VAN Velzen sich middelertyt ende deze anneminge geduyrende 
gedragen sal niet alleen ter gehooi'zaemheyt van Burgermeesteren ende 
Hegierders, mer ooc van de Kerckmeesteren deser stede, ende dezelve 
ende elc van hen naer behoren zal eeren ende respecteren zonder dat 
hy van huys off buyten deser stede sal verreysen mogen, daermede hy 
eenige van de diensten daertoe hy mitsdesen verplicht of gehouden 
es, hoe weynich het zy, zoude mogen versuymen, tenzy mit consent 
en oorloff van Burgermeesteren beneffens voorweten van ten minsten 
een van de Kerckmeesteren indertyt. Ende zal de voornoemde Jan 
Philipsz. van Velzen voor de bovengeroerde dienste jaerlicx hebben 
ende genieten zo lange hy jongman ende ongehuwelict es, een somme 
van drie hondert gulden, en naer hy hem ten huwelicke staete sal 
hebben begeven ende wettelicken getrouwt zal zyn, driehondert vyftich 
gelycke guldens, dewelcke hem Jan Philipsz. van Velzen tot vier 
termynen van den Jare onder syn quytantie sullen werden betaelt, 
d'een helde deur handen van den Trezorier ordinaris dezer stede en 
d'ander helde by den Kerckmeesteren en uyt de beurse van de 
Kercken, 't welck den voornoemden Kerckmeesteren voor nu alsdan 
en dan alsnu wert belast ende geordonneert ende dit alles ter goeder 
trouwen en zonder argelist, des ten oirconden syn drie dezer gelycke 
ondergeteyckent by de Secretaris der voorseyde Stede wegen, by de 
voornoemde Jan Philipsz. van Velzen voor hem zelven mitsgaders by 
meester Philips van Velzen, organist der stad Haerlem als vader ende 
voocht van de voornoemde Jan Philipsz. zyn ende sulx in de voorgaende 
aenneminghe voor zo veel des noot en in hem is bewilligende, van 



AENNEMINGE VAN BICESTER JAN PHÏLIPSZ. VAN VELZEN, ORGANIST. 13 

welcke drie de Stadt heeft den eenen, de Kerck meesteren den ande- 
ren en de voornoemde Jan Philipsz. van Velzen den derden. Was 
ondergeteyckent J. van Hout, Philips Jansz. Velzen, Jean Phillipsz. 
Velzens. 

Vorder stont 

Gezien by die van de Gerechte dezer stadt Leyden in haer vergaede- 
ringhe opt Raethuys der voorsede Stede de voorgaende anceminghe 
van Jan Philipsz. van Velzen, organist, hebben voor zo veel in hem 
is dezelve belieft, bewillicht ende bevesticht ende verclaert dat de zelve 
sal werden achtervolcht ende onderhouden naer zyn forme ende 
innehouden. Aldus gedaen opten UI*" February XVI ® vyf. Onder stont 
my tegenvs'oordich ende was getyckent J. van Hout. 

(llf Privilegieboek, fol. 227, 228) 
Medegedeeld door Mr. J. G. Overvoorde. 



ACCORDT MET MEESTER HÜTCH HOPCOPER NOPENDE 

T MAECKEN ENDE STELLEN VAN EEN UYRWERCK 

OPTE PANCRAS KERCKE BINNEN DESER 

STEDE VAN LEYDEN. 



Opte naevolgende conditien ende voorwaerden zyn Schout, Bui^er- 
meesteren ende Schepenen representerende die van de Gerechte dezer 
Stadt Leyden ter eenre, ende Meester Hüych Hopgoper, Bailly van 
Calverenbrouck, meester uyrwerckmaecker residerende ter Goude, ter 
andere syden, verdragen ende overeen gecomen nopende 't maecken 
ende leveren van een uyrwerc op Sint Pancraes kercke alhier, te weten : 

Dat de voornoemde Meester Hüych sal maecken ende wercken een 
goet degelyck uyrwerc om geheele ende halve uyren alleenlick te slaen 
(sonder voor^lach) met twee off vyer wysers ten believen van die van 
de Gerechte voorscreven, de buytencanten vyff voeten langh, drie voeten 
acht duymen breedt ende de vyer pylaren vier voeten hooch. Het 
uyrrat dat het om de twee uyren eens sal ommegaen van eenen halven 
duym breete. Het schaeckelradt mede van een halven duym breete, het 
Radt van het flachwerck van 't heele uyr van een duym breete, met 
het Radt van 't slachwerck van 't halve uyr van een halven duym 
breete. Het sluytradt mede van een heiven duym breete, alle de win- 
raeden op de breete van eenen duym, alle het cleyn Raderwerck naer 
rate en advenant van 't voorgaende werck. Alle de pannen van yser 
met coperen riigen gestopt van 't dichste geel coper *t welck te be- 
comen es; de schyven sal hy maecken van ypenhout met metaelen 
harten. Thoi.ft van den grooten haemer om 't heele uyr te slaen 
swaer tusschen d«- L ende LX ponden, ende van den cleynsten hamer, 
daermede 't halff uyr zal werden geslaegen omtrent XXV ponden, daer 



AGCORDT MET HEESTER HUYCH HOPCOPER ENZ. 15 

een clock toe sal dienen van ontrent VF of VII^ ff. Dal hy *t voorseyde 
werck roeesterlyck sal smeeden, wellen ende maecken van goet nieuw 
taey Soerlandts off 't beste Naems yser, dat het niet tweemondich en 
is, zonder yeuwers 't zy onder off boven eenighe oude Raden daer in 
te mogen stellen, wercken off te passé brengen. Dat by 't gehele werck 
in alles maecken sal ter swaerte van raminghe van ontrent zestien- 
hondert ponden. Dat hy 't voorseyde werck, indien de voornoemde 
van de Gerechte met de solderinghe gereedt konnen zijn, binnen een 
termvjn van acht maenden eerstcomende ten langsten voor Meydage 
des toecompstigen Jaers XVP ende acht wel meesterlicken en wercke- 
ücken gewrocht, gehouden sal zyn 't zynen costen ter wage deser 
stadt Leyden te leveren ende sulcx aldaer gewogen zgnde, ts^nen costen 
boven te brengen, stellen ende gaende maecken, alles ten pryse van 
meesters, hem des verstaende, by die van de Gerechte daertoe ende 
haren believen te stellen. Des zal hem tot costen ende lasten van der 
voorseyde Stede geduyrende 't voorgaende stellen van 't werck een 
timmerman werden bygevoucht, omme hem zo mit opbrengen vant 
werck als tzelve te stellen (daer ende sulcx des van node wert) in het 
timmeren te helpen ende by te staen. Ende zo, 't voorseyde werck 
opleverende, daerinne af aen yet onbehoorlicx mocht werden bevonden, 
es gehouden 't selve wech te nemen ende ten goetduncken ende tot 
verclaeren van de opnemers te rechten ende te verbeeteren. Ende naer 
dat 't werck in vougen voorseyt by die van de Gerechte voorgoet op- 
genomen zal zijn, zal hy 't selve drye jaeren lang (indien hy soo lange 
leeft) goet ende gaende houden, gehouden synde middeferlyt alle onge- 
lucken, feylen ende breucken naer behoren te beteren ende daer voorn 
in te staan. Waer vooren Burgemeesteren ende die van de Gerechte 
der Stadt Leyden voorseyt den voornoemden Meester Hutch betalen 
sullen voor elcke hondert ponden ysers off mctaels in der voorseyde 
Stadtswage gewogen vyer ent veertich guldens van XL grooten 't stuck 
(sonder daerinne te begrypen 't gewicht 't welck 't werck gaende sal 
houden ende van wegen de stadt sal werden bestelt ende gelevert) te 
betalen een derde paert, gissinghe maeckende jegens 't gewicht van 
XVF pond, in gereeden gelde, een gelyck derde paert, 't werck als 
vooren opgenomen synde, ende 't laetste derde paert een jaer daer 



16 ACGORDT MCT MEESTER HUYCH HOPCOPER E5Z. 

nae. Des zal de voornoemde Meester Hutch voorts opleveren vant 
voorseyde werck ende sulcx 't sdve (indien hy als vooren in leven 
blyll) drye jaeren goei en gaende te houden en met eenen voor 't 
volcomen ende volbrengen van 't jegenwoordige verdrach ende over- 
compst specialicken ende onder zegelen van Schepenen van der Goude 
verbinden syne huysinghe ende erve aldaer ende generaelicken alle 
syne goeden tot bedwangh van allen 'sheeren Rechten en Rechteren. 
Ende die van de Gerechte voorseyt verbinden voor de betalinghe der 
voorseyde penningen alle dezer stede goederen, roerende, onroerende 
jegenwoordige ende toecomende geen uytgesondert. 

Tot verseeckerheyt ende kennisse van alle 't welck hyer van ge- 
maect zyn twee gelyckluydende acten by den Secretaris deser stede 
Leyden van wegen ende deur last van die van de Gerechte voorseyt 
ende by den voornoemden Meester Hüych ondergeteyckent. Waervan 
ten wedersyden eenen syn zal. 

Aldus gedaen opten Il^en July, anno XVI ^ ende zeven. 

Was ondergeteyckent : 

J. VAN HOÜT. 

H. Claeszoon Hopcoper. 
Medegedeeld door Mr. J. C. Overvoorde. 



TORENKLOK TE NIEUWE NIEDORP (1653). 



Deze klok is gegoten door de Hemony's te Zutphen. Zy is beschreven 
in de Noord- HoUandache Oudheden (I, 21) en in De VHJe Fries {XWUl 
115). Beide beschryvinïjen zgn niet identiek; de eerste geeft hel rand- 
schrift uitvoeriger dan de laatste, de laatste daarentegen vermeldt hel 
jaartal en geeft de juiste lezing van één der eigennamen. Niet in de 
gelegenheid geweest zynde, zelf het randschrift op te nemen, blgkt zulks 
niettemin uit eenige stukken betrekkeliik de leverantie van deze klok, 
die berusten in het Oud-archief der gemeente Nieuwe-Niedorp. Als 
bewgsstukken z^jn zij niet onbelangrijk gepubliceerd Ie worden. 

A. VAN Dahme. 

NIEUWE KLOGK. 

Op conditiën als volcht, presenteert mr. Franchovs Hemony, Clock- 
gieter te Zutphen, te gieten een njjewe Glock, tot de kercke van Nijen- 
dorp, soo swaer als de regenten sullen ordonneren, ende daertoe te 
gebruycken de oude clock, diens matterie geordeell wert goei Ie zün, 
«nde daerby te voegen soo goede matterie ofte klockspüse als men 
becomen ofte ordonneren kan, ende dat deselve soo goei, suyver ende 
volcomen van toon ende resonancie ende in hem selfs accoort sal s\jn, 
als men int gansche lant eene soude connen vinden ofte mogen sqn, 
tot oordeel van alle meesters ende musicgns, ende de oude kloek van 
hier te voeren, ende de nijewe kloek weder tot Nijendorp te leveren, 
Is^nen coslen ende tot coste van de regenten in de toorn hangen ofte 
ordonneren, soo sü dat begeren sullen, ende deselve clock voor barsten 
ende voor insufHsantheyt van accoort thoon ofte resonancie als voorseyt 
is, hachten (?) een jaar langh, ende soo der ijets aen mancqueerde deselve 
vm. 2 



18 TORENKLOK TE NIEUWE NIEDORP (1653). 

weder na sich te nemen ende een ander die suffisant is, daer voor te 
leveren, ofle weder doen vergieten, tot oordeel als voren, ende dat na 
verloop vant jaer, de clocke sulcx opgenomen sijnde, hem betaelt sal 
werden vier stuyvers voor gder pont, doch dat de nieuwe spqs dat 
de kloek meerder sal wegen als de oude, boven de vier stuyvers als 
voren hem betaelt sal werden op merctsgangh van Amsterdam, ende 
ingevalle de regenten selfs met een schip de oude clock sonden ende 
de nieuwe wederhaelden, dat de oncosten als dan vant voorseyde loon 
sal afgetogen werden, alles Amsterdams gewicht ende dat hq voor 
tgeen voorseyt is, sal stellen sufïïsante borgen soo der vereyscht wert» 
ook t* werck te voltrecken soo haest doenlijck sal syn. 

Actum ^'ijedorp, den 29^ Augusti 165S. 
F. HEMONY. 



Op huyden den xxx^n Augustus 1653 siijn Burgemeesteren, Schepenen 
ende Kerckmeesteren der stede Ngedorp hg authorisatie van de Vroet- 
schappe volgens d*resolutie op heden genomen, overeen gecomen ende 
geaccordeert met mr. FnANgois Hemoni, clockgieter tot Zutphen, nopende 
het gieten ende leveren van een nyeuwe kloek in de kercke tot Nüedorp 
in manieren als volgt. 

Te weten sal mr. FnANgoYs voornoemt gieten een nieuwe kloek van 
gewichte tot omtrent vier en dertich hondert pont, ende daertoe 
emploijeren de oude kloek ende voorts daerby voegen versche ofte 
nieuwe klockspijse tot de voorseyde gewichte toe. 

Ende dat alles so goeden materge ofte klockspgs als men becomen 
ofle ordineeren kan. 

Ende specialijck dat deselve kloek soo goet suyver accoordt in hem 
selfs, ende volcomen van thoon ende resonancie sal moeten sgn, als 
men int gansche landt eene soude connen vinden ofle mogen sgn, 

Tot oordeel ende opneminge van alle meesters ofle musicijns, die 
de regenten daerover zullen mogen beroepen. 

Item dat Mp. Frangoys voornoemt deselve clock een jaer langh moet 



TORENKLOK TE NIETHVE NIEDORP (1653). 19 

hangen in den thoorn, sal moeten tzgn en prückelhachten(?): tsij voor 
barsten ofte andere incuffisantheyt volgens de voorseyde conditien 
van matterie, accoort, thoon ofte resonantie, ende so der üets aen 
manqueerde, dezelve vreóer na hem te moeten nemen ende een 
ander die suffesant is daer voren te leveren ende gieten ende hangen 
tot oordeel als voren, 

Dat hg voorts gehouden zal sgn de oude kloek van hier te voeren, ende 
de nüewe weder binnen Nijedorp leveren tsgnen oosten, ende tot coste van 
den regenten in den toorn hangen ofleordonneeren, so sg dat begeren 
suUen, sonder nogtans voor sgn eygen moeyten gets te genieten. 

Ende ingevalle de regenten selfs met een schip de oude kloek sonden 
ende de ngeuwe wederhaelden, dat de oncosten als dan vant bedongen 
loon sullen worden afgecort. 

Aen dander sgde dat de voorseyde regenten met verloop van een 
jaer de clock sulcx goet opgenomen sgnde aen de voornoemde 
Fran^ois Hemont sullen betaelen, de ngeuwe ofle versche spgse bovent 
gewichte van de oude kloek, tot sgn volle gewichte toe, na marcts 
gangh van Amsterdam, ende voorts van gder pont van de geheele 
clock vier stuyvers, alles Amsterdams gewicht te rekenen. 

Blits oock twerk te voltrecken soo haest doenlgck sal zgn. 

Verbindende daervoren de voorseyde regenten haer gemeente ende 
Kerckegoeden ende incomen, ende de voornoemde Mr. Fran^ois Hemony 
sgn persoon ende alle sgne goederen, specialgck mede t* bedongen 
loon boven vermeit, ende wgder onder alle verbanden als na rechte. 

Toirconde desen geteykent binnen Nuendorp datum ut supra. 

Ter ordonnantie van Burgemeesteren, Schepenen ende 
Kerckmeesteren ende Vroetschappen ende uyt haren name 
geteykent bg mg secretaris. 

R. VAN DER BIJLL, 
F. HEMONI. 



30 Augustus 1653. 
Kerckmeesteren der stede Ngedorp naerder gedelibereert vinden 
goet, dat de kloek sal werden gegoten, ingevolge van de resolutiën op 



20 TORENKLOK TE NIEUWE NIEDORP (1653). 

heden van de vroetschap genomen, tegens vierduysent pont, ende niet 
swaerder, om de buylen ingeseten te beter contentement te geven. 

Actum den 30*" Augustus 1653 Present 
de Officier, ende is de Klockgieter hier van 
volgens haer order acte gegeven. 

Aan de keei'zjjde stont: 
Jam Moors 
Coopman wonende 
tegen de Zuyderkerck 
in de hooge l^ijensiraet 

t' Amsterdam. 



IETS OVER JOAN SCHENCK. 



In de eerste helft der 17de eeuw werd het ambt van beul te Butz- 
bach in Hessen uitgeoefend door zekeren Sghenck, wiens zoon Peter 
ScHENCK zich te Elberfeld vestigde. Het griezelige ambacht van den 
vader had niet verhinderd, dat de zoon daar in aanzienl^ke families 
verkeerde. Ten minste hü huwde er omtrent het midden der 17de 
eeuw Margaretha Rittershaüs, uit welk huwelijk vier kinderen z\jn 
gesproten, respectievelijk gedoopt: Eva 1 Febr. 1654, Johann 20 Febr. 
1656, Ennecken 17 Febr. en Peter 26 Dec. 1660 >). Deze laaUte werd 
een zeer bekend graveur en uitgever te Amsterdam, uit wiens vrien- 
denrol ik eenige jaren geleden het een en ander heb medegedeeld '). 
Merkwaardig mag het zeker heeten, dat in dat album geen zijner 
familieleden zich heeft ingeschreven. Vooral een inschrijving van zyn 
broeder zou voor ons van belang geweest zjjn. 

Ook deze was naar Amsterdam getrokken. Hg was gambaspeler 
en componist. Het eerste door hem uitgegeven muziekwerk „Eenige 
gezangen uit de opera van Bacchus, Ceres en Venus", in het bezit 
van den heer Scheurleer, is 26 Lentemaand 1687 opgedragen aan 
„Mejuffrouw Catharina Elisabeth de Ruuscher, een juffer even ervaren 
in de sangkunst als in de behandeling van het clavier en de viool di 
gamba*\ Die juffer is ons van elders niet bekend. Mogelijk was zij 
een zuster van Joan de Ruuscher, wiens 11 April 1700 gesloten huwelijk 
met Maria Teyler, bezongen is door Kathartne Lescaiue '), die ook 
een versje gemaakt heeft „Op de harpgezangen gerymd door Kornelis 
VAN Eeke en op Muzyk gebragt van Joan Schenk". 



1) Mededeellng Tan Dr. F. Fbiss. Directeai* trii het Stcdclük Maseum te Elberfeld, 

') Ond-HoHMid XXII, p. 147 Tgl. 

N Katr. Lescailjb, Mengelpo^zy, dl. II, Amsterdam 1731. p. 204. 



2Z IETS OVER JOAN SGHENCK. 

Peter Sghenoc, die een fraai portret van zün broeder geschraapt 
heeft, plaatste daar nevens een citaat uit Seneca^s Oedipus het onder- 
schrift by n JoAM ScHENCK apud Amstelaedamenses Musicus famigeratis- 
simus". Ook de dichters waren niet karig met hun lof. 

„Daer Orfeus Schenk de tonen zet, 
Verzet zig 't bloejenHe Florencen ; 
Nieuw Rome luistert naer de maet 
Die dees op Davids harpe slaet" 

zong Gaspar Brandt ^\ en Lahbert Bidloo ^) noemt hem 

„Een Man dooroeffend om, door toets van stem, en snaren, 

De driften van de geest bevattelyk te doen varen 

Ter Ziel, en Zinnen ; te bewegen het gemoed 

Tot droefheid, vreugde, en wat het Hert beroeren doed 

Door enkle klanken, op 't verheffen, nederdalen 

Het slepen, trippelen, of 't slaan der Nagtegalen 

Met hikken, snikken". 

Overigens is ons van zijn verblijf te Amsterdam niets bekend dan 
dat hij er een aantal muziekwerken het licht deed zien. Mattheson's 
bericht „man habe ihn zu Amsterdam zum Marktvogt über die Fischer 
emannt, weil er eine schone Viol di Gambe gespielt habe", bleek mü 
op een misverstand te berusten. Ten minste ten archieve wist men 
hieromtrent niets te vinden. 

Maar over een ander emplooi hebben we meer zekerheid. Het kon 
bezwaarlijk uitblijven, dat Schengk als Elberfelder van geboorte zijn 
kunst in dienst stelde van den prachtlievenden landvorst van het 
hertogdom Berg, den Keurvorst Johann WmBELV. De „Scherzi musi- 
cale", helaas niet gedateerd, maar hoogst waarschijnlijk in 1692 of 1693 
verschenen, zijn hem opgedragen en vertoonen zijn wapen op hel 
titelblad. Mattheüs Gargon, de Vlissingsche predikant, die de dichter 
was van de „Zangswyze uitbreiding over 't Hooglied van Salomon, op 
zangmaat gestelt met een Cantus en Baszus door Joan Schengk, schreef 
in zijn 1697 gedateerd woord „Aan den Zanger en Lezer": „Gelukkig 



') Vuur C. VAN Eexe's Kouinkiyke Harpl lederen. 



IETS OVER JOAN SCHENCK. 23 

troffen wy den wydberoemden Heer Schenk aan, die door syn onver- 
gelyke Musyk-kunde, en zielroerende snaren, geen geringe agting en 
eer*ampten verdient heeft by den Doorlugtigsten Vorst van den Palts*'. 
Waar die eer-ampten uit bestaan bebben, bleek mg uit de opdracht 
van een ander muziekwerk ;,Les Fantaisies bisarres de la goutte'*. 
„Dédiées k Son Altesse Serenissime Monseigneur Ie Prince Joseph 
Charles Emanuel Auouste, Comte Palatin du Rhyn, de Sulzbach. 
Chevalier de Tordre de St. Hubert & Colonel d'un regiment d^infanterie 
de S. A. S. Palatine, &c. &c. &c, par son trez Humble & trez obéissant 
serviteur Jean Schenck, Conseiller de la Chambre des Finances, Com- 
missaire Receveur de la licence, Homme de Chambre & Musicien de 
la Chambre de Son Altesse Serenissime Monseigneur TElecteur Palatin". 
Daar deze prins Joseph Karl Emanuel August van Sulzbach eerst 
in 1694 geboren is en hg in deze opdracht al kolonel van een regiment 
infanterie genoemd virordt, is de dateering van dit muziekwerk stellig 
niet vóór omstreeks 1715. En dit is dan tevens het laatste levensteeken, 
dat wg van Joan Sghenck hebben. 

Uit verschillende gegevens kan ik de volgende voorloopige opgave 
van zgn muziekwerken samenstellen : 

Opus I: Eenige gezangen uit de opera van Bacchus, Ceres en Venus. 

Gesteld door Joan Schenk. Voor den Auttheur t'Amsteldani, 

by d'Erfg. Paulus Matthysz, in 't Muzyc-boeck 1687, kl. 4**. 

obl. (Bg den heer Scheurleer). 

Opus II. XV Sonates voor viola di gamba met basso continuo, 1688 

(Bouwsteenen III, 20) O- 
Opus III. n giardino armonico. XII Sonate a due violini, viola di 
gamba e basso continuo. Amst. 1692 (Bouwsteenen III, 20, 24). 
Opus rV: C. VAN Eekes Koninklyke Harpliederen. Vercierd Met Honderd 
en Vyftig nieuwe Airen. Nevens Een Konstig Prae- en Post- 
ludium. Gecomponeerd Door den Wydberoemden Musicyn 
Joan Schenk (opera Quarta) Geschikt om te konnen zingen 
of spelen, met een Of twee Stemmen, als ook met, of zonder 
Violen en Basso Continuo. In V. Partyen. t'Amstemara kl. 4° 



1) W. J. y. Waszklbwbki, Das YiolonceU nod seioe Oeschiohte, Leipzig 1889, p. 25 
noemt dit werk «Konst-oeffeulngen", en sohynt dns een uitgave vóór zich gebad te hebben. 



24 IETS OVER JOAN SCHENGK. 

obl. (In de Bibliotheek der Vereeniging (Gantus) en bij den 
heer Scheurleer). 

Opus V : Zangswyze uitbreiding Over 't Hooghed van Salomon, door 
Mattheus Gargon, Predikant en Rector te VHssingcn. Op 
Zangmaat gestelt met een Cantus en Baszus^ door Joan 
Schenk. 

Een tweede druk van 1697 is bij den heer Scheurleer, 
een latere (Te Amsterdam; By Salomon Schouten, Boek- 
verkooper, in de St. Luciesteeg, 1724. 4°) in de Biblio- 
theek der Vereeniging. 

Opus VI : Scherzi Musicali per la Viola di Gamba con Basso Con- 
tinuo ad Libitum da Giovanni Schenk. Opera Sesta, a 
Amsterdam. Ches Estienne Roger Marchand Libraire (In 
de Universiteitsbibliotheek te Rostock en in de Vorstelijke 
Bibliotheek te Sondershausen). 

XVIII Suonati, Caprice e Fantasie a violino o violine e 
cimbalo. 1693. (Bouwsteenen III p. 20). 
Le nymphe di Rheno. XII Sonate per due viole di gambe 
soli. (Bouwsteenen III, p. 20). 

L'Echo du Danube, 6 Sonates etc. (Bouwsteenen III, p. 20). 
Les Fantaisies bisarres de la goutte. 12 sonates. Amsterdam, 
ËT. Roger & Le Cêne (Bü den heer Scheurleer). 

Buiten deze reeks staat nog: 

„Nut Tyd-verdryf, door Mattheus Gargon. Dienaar Jesu Ghristi tot 

Nuland en Geffen*', waarvoor ook Schenck de zangwyze „op aangename 

en gevoeglyke wyzen gebragt heeft" gelijk Gargon 1 Febr. 1696 in 

zijn woord „Aan den Zanger en Lezer getuigt". De Bibliotheek der 

Vereeniging heeft hiervan „Den tweden Druk grotelyks verbetert en 

vermeerdert, t'Amsterdam. By d'Erfg. van Paulus Matthtsz, in 

't Muzykboek, 1696, kl. 8^. Een latere druk is van 1704. Of de eerste 

druk, die van 1686 is, ook reeds de zang wijzen van Schenk heeft, is 

mij onbekend. 

E. W. Moes. 



Opus 


Vil: 


Opus 


VIII: 


Opus 


IX: 


Opus 


X: 



BEITRAQE Zü QUIRIJN VAN BLANCKENBÜRQ'S 
LEBEN ÜND WERKEN. 

VON 

ERNST PRAETORIUS. 
(Köln am Rhein). 



In der Universh^ts-Bibliothek zu Roslock befindet sich unter Mus. 
saec. XVII. 18. 49.*-^ ein Manuskript-Band quer 4.°, enthaltend „ Varia 
unbekannter Komponi8ten!\ der, wie sich bei naherer Betrachtung 
herausstellte, vollstandig von der Hand Quir\jn van Blancken- 
burgos geschrieben ist.') Das Manuskript besteht aus zwei zusammen- 
gebundenen Teilen, deren erster 65 Seiten stark ist und ausschliesslich 
Gesangskompositionen enth&U, wahrend der zweite, 52 Seiten stark, 
wovon jedoch die ersten vier fehlen, anfanglich kleinere Kompositionén 
fiir das Clavecin, spater gleichfalls Gesangskompositionen bringt. Die 
Paginierung ist unvoUslandig. 

Der Inhalt des gesammten Manuskriples ist folgender: 

I Theil. 

1) Lea Femmes, Cantate de Monsieur Campra a une voix é trais 
instrutnens, (Die Violinstimmen liegen bei.) 

2) L* Apologie des Femmes, Cantate par Q, van Blanckenburg, MppfHa, 

3) Air (i Boire è 2: Paroissez jus charmant. 

4) Air h Boire a 3: Lorsque Bachus stempare, 
o) Air: Petits oyseaux (Sopran mit Basso cont.). 

0) Bemande, air nouveau De BI: Je suis embarassé, und dazu gehörig : 
7) Reponce, air a boire i Un petU air A boire, beide fur Alt und 
Basso cont. 



') Die Schre bart ist Blanckenburg oder Blankenburg, nicht Blankcnbargh. 



26 BEITRA6E ZU QCIRIJÜ YAR BLANCKEKBÜRG's 

8) Air éTIsaé, Aete 5»»« Seene 1, Pag. 201, Enrichy d'une Basse Con- 
tinue: Chantez oiseaux. 

Diese Arie ist aus der Oper I s s é von Destouches, und zwar 
aus der um zwei Akte vermehrten Ausgabe vom Jahr 1706, wie das 
Übereinstimmen der angegebenen Seitenzahl beweist. 
9) Air d boire: Plus de Commeree anumr. 

10) Air è boiré: Tambaur batiant. 

11) Air a boire è 2: Puisgue Vamour. 

12) Air a boire; Le Dieu qui repand la lumière. 

13) Von fremder Hand geschrieben ein Air d boire: Chamuml Baechus. 

H Tm. 

1) Menuet nouveau. 

2) Menuet de VEmpereur, 
3-7) 5 Menuets. 

8) Air des Musettes, Bondeau. 
9-10) 2 Loures. 

11) Air Jtalien. 

12) Pièce de davecin de Mr. Huzntan, 
13-14) 2 Menuets. 

15) Aria con stromenti: Son guerriero. 

(Duett zwischen A n t i n o und F i d a 1 m o, Singstimmen und Basso 
cont.; die Instrumentalstimmen sind nicht mit aufnotiert) 

IG) Aria è 3, Basso con violini unisoni : Mi tnanda adesso a prendere. 

17) Aria (Sopran, Violini unisoni» Basso Conl.) : Cari nodi. 

18) Aria : Cori la voglio con voi. 

19) Aria : Signor si s'usar cosi, 

20) Aria : Questo The a che somiglia. 

21) Aria: Mi parea che tu inf edele. 

22) Aria dal opera di Binaldo dal sign. Hendel, pag. 37. ^ chanié par 
monsieur Nicolini: 11 tricerbero humUiato. 

23) Aria (Almirena) con sinfonia^ Binaldo fol. 61. Basso d'lsign^. De BI. : 
Bel piacere. 

2ij Arietta : Ogni dardo che tu scocchi. Basso roulante De Bi 



LEBEK ÜND WERKEN. 27 

25) Aria (Almirena) eon Binfonia, dal op^a die Einaldo pag. 7. 

Composla dal signare Hendel eombatti da forte, 
^) Auf dem letzten Blatt eine Zeile der Singstimme von: A Vomhre 
d'un hormeau. 

Von diesen Eompositionen sind also mit Bestimmtheit N^. 2, N^. 6 und 
▼ennutlich auch N^ 7 des I Teils von Blanckenburg, arrangiert 
oder Yon ihm bearbeitet N^ 8 des I Teils und N®. 23 und 24 des II 
Teils. N^ 5, I Teil, habe ich im Aprilheft 1713 des von Estienne 
R o g e r herausgegebenen Recueil d^airs sérieux et d boire gefunden. 
Da Hoger nur selten die Komponisten mit angiebt, so bleibt es zweifel- 
haft, ob Blanckenburg der Komponist ist. Im Qbrigen sind auch 
mehrere Abweichungen, besonders im Bass, verbanden. Wahrschein- 
lich bat Blanckenburg diese wie die andern Airs nur aus Drucken 
zusammen geschrieben, da er sonst auch die kleinsten Zutaten seiner- 
seits zu vermerken pflegt. Ober den Komponisten van No. 12 des II. 
Teils, H u z m a n, habe nichts ich ermitteln können ; ob er irgend einer 
der zahireichen Hausmann's ist, bleibe dahingestellt Die übrigen 
Kompositionen ausser den eben naher besprochenen und den HUndeT- 
schen mussen vorlalufig anonym bleiben. 

Jedoch reichen die wenigen bestimmbaren Kompositionen wenigstens 
aus, um die ungeföhre Entstehungszeit dieses Sammelbandes festzu- 
setzen. Die zweite, von Blanckenburgbenutzte Ausgabeder i^s^er- 
schien 1708, der Walsh'sche Druck des Biruüdo 1711, die ^ir: Peiit 
oyseaux 1713; man wird wol also die Anfertigung des Manuskriptes 
gegen 1715 annehmen können. Dass alles von Blanckenburg's 
cigner Hand geschrieben ist, beweist seine Kantate U Apologie des 
FetnmeSt bei der er ausdrücklich das manu propn'a hinzusetzt» und mit 
der alle Qbrigen Kompositionen (ausgenommen 1 Teil, No. 13) völlig 
in der Handschrift übereinslimmen. Das erste Recitativ und Arie von 
Gampra*s Kantate ist wahrscheinlich einmal bei anderer Gelegenheit 
geschrieben und dann dem eigentlichen Sammelbande vorgeheftet 
worden. Die beiliegenden Violinstimmeh zeigen aber auch fQr diesen 
Teil dieselbe Handschrift wie das ganze übrige Buch. 

Die Entstehung der Blanckenbur g*schen Kantate scheint mir 
zweifellos auf den Einfluss der Gampra'schen zurückzufübren zu 



28 



BEITR46E ZC QUIRLIN TAN BLA5CKE5BCRG S 



sein. W^reDd Campra scbarf gegen die Fiauen zu Felde zieht, wirft 
Bla5Ckcnbüiig sich zu ihrein Verteidiger atif. Wie die Vergleichung der 
Texte zeigt, ist die Apologie die Fortsetzuog des Campra'schen 
Textes, und wie im Manuskript die beiden Kantaten onmittelbar auf 
einander folgen, so könnte man dem Sinne nach beide Kantaten 
ganz gut als eine zweiteilige betrachten, was nur dadurch schwer 
möglich gemacht wird, dass die Gampra'sche für eine Sopran-, 
die Blanckenburg'sche fOr eine Bassstimme geschrieben ist 
Ich iasse zur Vergleichung die Texte folgen. 

Campra. 

Rec. Dans un désert inaccessible 

Je ekerehe un atUre écarté, 
Ou mon ome irop sentihle 
Conire Vamour puisse êlre en seurtté. 

Abie. Par les venU et par Vorage 

Je fu8 longtemê agiié, 
Dénrs de tranquillUé, 
Rfgretê de la libertt', 
Foibles rfMes de mon naufrage, 
VouM ferez tna filicité. 

Abik. Ah, qH*un eoeur ett tnalheureux 

De ttengagtr dane vos ekaines, 
RedoHtahleê souveraines 
Des esclaves amaureux. 
Vos mepris sont rigoureux 
Et vos faveurs sont trop vaines. 
Ah, qii'un eoeur est maVieureux 
De ttengager dans vos ehaines. 

Abie. La eoquette noits trahüy 

La pruds nous désespère, 
Kt la jalouse en eolère 
Irrits qui la ehérit. 
La BeUê est eaprieieuse. 
La s^avante audacieuse 
Tiranniss qui la suit. 
Uindolenie est ennuyeusSf 



LEBEN UND WERKEN. 29 

S«8 insipideê langneurs 

Ne font qu*endormir vos coenr^f. 

Abie. Fila de la Nuit et du silenee, 

Père de la plu» douee pair, 
Sommeilt tes pavots ne sont faits 
Que pour Vhitureuse indifférenee. 
J*attendrai sanê impaiienee 
Kenaitre Vastre du matin 
Je jouiray du jour 
Sans déêirer ea fin 
Par la vaine espéranee 
D*un pHaisir que Vamour 
Remet au lendemain. 

Abiette. Je home mes rêveries 
(Lonre) A VémaU de vos prairies, 

Je vais passer mes loisirs 

Sur les hords d'une Fontaine. 

Si je pousse des soupirs 

C'est pour reeevoir Vhaleine 

Des rafraiehissants Zéphirs, 

Bec. hes. Que les amans dans lenrs chaines 
Soient tristes ou saiisfaitSf 
Que les belles désormais 
Souffrenjt ou eausent dtis peines, 
Je n*y prends plus de part... 
Dans Ie fond des foreis 
De mes jours affoiblia 
Je vais passer Ie ret'ie. 
QmUI en coute a nos eoeurs, 
Sexe aimable et funeste, 
A te dire adieu pour jamais / 

Blangkenburg. 

Bkc. Antres affreux, somlres retraites, 

Tristes tombeaux des vivans, 
Je fuis vos horreurs secreties 
Qui aigrissent Ie sori des malheureux amans. 



20 BEITRAOE Zü QUIRIJN VAN BLANGKENBURg's 

Votre séjour est infidêlle 

Aux coêurs in f or tunes que wmê aves eiduite, 

Loine de ealmer Uurs ennuis 

Chaqu* instant les renouvelle. 

Abie. Ni des vents ni de Vorage 

Mon coeur n'est plus agité. 
Je ne perds dans ee naufrage 
Qu*une ingrate Uberté. 

Mbkuxt. Je ne regreite point Vamour qui m'enteste 
Content toujours de mon sort. 
Je veux hien par la tsmpeste 
Estre jetti dans Ie port. 

Bec. ves. Saisi de flames nouvelles 

Je quitte les vaines plaisirs. 
Et malgré ses dfffauts 
On peut avee les belles 
T pahser mieux ses loisirs. 

kant. La Jalouse a Ie coeur tendre, 

La Prude agii par ressort. 
La Coquettf. atme & se rendre. 
La Sfavante a Vesprü fort. 
La Pale dans son teint 
Est toute incomparable, 
La Noire une brune adorable. 
La Orasse a de la majesié. 
La Maigre a de la taille et de la liberté. 
La Fourbe avee esprit raisonne 
La Sotte est toute bonne. 
La Muette a de la pudfur 
Et la grande parleuse est d'agréable humeur, 

Abie. Je bannis la rêverie. 

Je fuis la mélancolie. 
Souree de maux et de pleurs ; 
Si Vmdolence n*apretfe 
Que d'insipides langeurs, 
Vamour fait toumtr la teste 
Par Vexces de ses doueeurs. 



LEBEN UND WERKEN. 31 

Ebenso wie Camp ra benutzt Blangkenburg zur Begleitung zwei 
Violinen und Basso continuo. Beide beginnen mit einem Instrumental- 
Ritomell, dem ein Recitativ folgt, das yon dem Ritornell beschlossen 
wird. Blangkenburg yersucht sich hier in verschiedenen Tonmalereien» 
50 der Septimensprung abwSrts auf tomfreau, die Sechzehnlel-Figuren 
auf je fuis, die chromaüschen Fortschreiiungen auf aigriasent (siehe 
Anhang No. 1). 

Die folgende Arie Ni des venU ist in ihrem Anfang oftenbar absicht- 
lich an Gampra's Arie Par lea venta angelehnt (Anhang No. 2). 
lm übrigen yerl&ufl sie in den gewöhnlichen Bahnen der Da capo-Arie. 

Zu den Worten je ne regrette paint etc. hat Blangkenburg eine Arie 
in Menuet-Form gesetzt Der erste Teil wird als Einleitung erst zwei- 
mal gespielt, dann zweimal gesungen, wobei die Singstimme mit geringen 
Abweichungen die Stimme der ersten Violine übemimmt. Ebenso 
▼erhSlt es sich mit dem zweiten Teil, nur dass die Singstimme hier 
den Instrumentalbass yariiert Der instrumentale Teil des Menuets 
im Anhang No. 3. 

Ein kurzes Recitativ mesure: Satsi de flames mit Begleitung einer 
Violine zu dem Basso cont leitet über zu dem Hauptstück der ganzen 
Kantate, der eigentlichen Apologie. Eine l&ngere muntere Einleitung 
▼om Karakter einer Bourrée sorgt fQr die richtige Stimmung. Und 
heiter und witzig verlSuft die Arie mit zahlreichen kleinen tonmalerischen 
Wendungen;so die Koloratur bxxï La grosse, die punktierten Sechzehntel 
bei tnajesté, die wirksame lUustrierung der Sotte durch den einislltigen 
Seztensprung abwarts mit dem Triller und den Pausen in der 
Singstimme etc. Die Arie schliesst in der Unterdominante und geht 
direkt über in die Schlussarie Je bannis la rêoerie, die einen sanft- 
heiteren, et was pastoralen Karakter tr^t. Das Hauptmotiv fur die 
Begleitung ist die Figur im 5. und 6. ten Takt der Einleitung, die nach 
tast jeder Verszeile auflaucht und zu einem krafligen, achttaktigen 
Nachspiel verarbeitet die Kaniate beschliesst. Die Hauptarie mit der 
Einleitung zur letzten im Anhang No. 4. 

Die einzige andere Komposition, für die man mit Bestimmtheit 
Blangkenburg als Verfasser ansehn kann, ist die aus Frage und Antwort 
bestehende Air nouveau, die mit De BI. gezeichnet ist. Allerdings ist 



32 BEITRAGE ZU QUIRUN VAN' BLANGKENBURG's 

nur die erste Arie mit dem Autornamen versehen, wabrend die zweite 
wieder für sich air è boire benannt ist; jedoch ist die Zusammenge 
höris;keit beider ausser durch den Text auch durch die Überschriflen 
Demandc und Reponce genugend gekennzeichnet. Der InhaU ist: Was 
soll ich singen?Von Wein und Liebe wollt ihr nichts mehr, also was 
soll ich singen? — Darauf die Antwort: Ein kleines Trinklied! ein 
kleines Trinklied ; wenn man von Liebe und Kampfen gesprochen bat, 
dinn passt zum Ende des Mahls ein kleines Trinklied!— Beide Lieder 
sind durchaus gefallig und melodids, ohne indessen sonderlich vom 
allgemeinen Typus dieser Aira d hoire abzuweicben. Gut macht sich 
beim zweiten Lied der Schluss, der zu den wiederholten Anfangs- 
worten un petit air boire auch die Eingangsmelodie wieder aufnimmt 
und damit schliesst. Ich lasse die beiden Lieder im Anhang No. 5. folgen. 
Aus dem Anfangs mitgeteilten Inhaltsverzeichnis haben wir Blancken- 
BURG öfters als Bearbeiter einzelner Stücke kennen gelemt; seine 
Zulaten sind allerdings so geringfügig, dass sich ein naheres Eingehn 
darauf erübrigt. Nur ein grösseres unbekanntes Arrangement Blangken- 
burg's muss ich noch erwahnen. Es befindet sich gleichfalls in der 
Rostocker UniversitatsBibliothck als Manuskript unter Mus. saec. 
XVll. 18. 44.^ quer 4° und heisst: 

Airs aUemana de Mr. Stürl 

Transposes pour Vtisage de 

son Aïteste Serenissime 

Monseigneur 

IjS Prinec Hereditaire de Wirtemherg 

de. (&c. d^e. 

Et enrichis d*un aecompagnement de 

deux flut es dt d'une hanse de viole 

Par 

Son tres humble Serviteur 

Q. van Blanekenburg. 

A la Haye 1714. 

Im Rostocker Katalog uad in Eitner's Quellenlexikon steht dieses 
Werk unter Störl angegeben, und zwar mit /. van Banckenburo als 
Bearbeiter trolz dem das Q. vollstandig deullich geschrieben isl. Die 



LEBEN UND WERKEN. 33 

Handschrift ist bis auf die kleinsten Schnörkel die gleiche wie im 
vorigen Manuskript ; auch daraus IsLsst sich wol ungefahr die gleiche 
Entstehungszeit folgern. Das Manuskript ist in Partitur geschrieben ; 
die beiden Flotenstimmen, von Blanckekburg eigenhandig geschrieben, 
fand ich in der Rostocker Bibliothek unler den Fragmenten Uixs. ssiec, 
XVIII, 75. Sie sind jelzt der Partitur beigelegt. 

Der Inhalt bcsteht aus fünf geistlichen Arien, die Störl zum Ver- 
fasser haben. 

Johann Georg Ghristian Störl war Hoch-FnersÜ. Wuertemb. 
Capellmeister und StifftS' Organist, wie er sich in dem Neubezogenen 
Bamdischen Harpfen- und PsaUer-Spiel, Stuttgart 1710, nennt. Er war 
zu seiner Zeit hochgeschatzt und wird Z. B. in einem dem eben ge- 
nannten Buch vorgesetzten Lobgedicbt ais Asaaph unsrer Zeit etc. 
bezeichnet. Dieses Werk enthalt indessen ausschliesslich Ghor^e wenn 
auch deren etliche hundert / so noch keine Mdodien gehaht / mit 
neuen tauglicken Composüianibus .... veraehen / anzutreffen seind. 
Als Quelle für die Airs kommt es wenigstens nicht in Betracht. 

Durch einen glücklichen Fund in der Rostocker Bibliothek ist es mir je- 
doch gelungen, den unbekannten Ursprung dieser von Blangkenburg be- 
arbeiteten Airs aliemans nachzuweisen. Der Rostocker Katalog und Eitner 
(Quellenlexikon) zeigen unter dem Namen Ghristoph Stoy an: 

Cantata 

icelehe 

Din Freund- 

und 

Lfutsé'elüjkeU GOUes / 

In 

JESU Chriêto 

Durch dessen héylsame. Gebuvt und Menseh- 

irerdung hetraehtct / 

vorst ellet. 

So lautet der Titel dieser in vier gedruckten Slimmbüchern (:2 Violini 

con flauti, soprano, cembalo) vorhandenen Kantale. Die Veranlassung, 

Stoy als Komponislen anzunehmen, war fur den Katalog der Um- 

stand, dass auf dem unteren Rand der Einbandsdecken der Slimmbücher 

yni. 8 



34 . BEITRAGE ZU QUIRUN VAN BLANGKENBURG's 

gedruckt sleht: Augspurghey Georg ChristopStoy C. Frivile.S.C.M.t 
Der Autor ist nirgends genannt, doch sind wir durch Blakkenburg's 
Arrangement in der Lage, mit voller Bestimmlheit I. G. C Störl 
als Komponisten zu bezeichnen» da die BLANCKENBURo'schen Airs alle- 
mans de Mr. Störl sammtlich in dieser Kantate vorhanden sind. Teilweise 
sind sie im Original mit Begleitung der 2 Violinen oder Floten, teilweise 
allein mit dem Basso cont gesetzt. Blanckenburo hat die vorhandenen 
Instrumentalstimmen jedoch nicht benutzt, sondern in freier Weise 
Vorspiele, Zwischenspiele und Wiederholungen einzelner Verszeilen 
hinei[<gebracht, sodass seine Arbeit in gewisser Weise Anspruch auf 
Selbststandigkeit machen kann. Naher auf alle die Abweichungen ein« 
zugehen würde hier natürlich zu weit führen. 
Die einzelnen Arien sind: 

1) Liebe ach Liebe (Störl: Bdur mit 2 Viol.> Blanckenburo: G dur.) 

2) Ungemeine harte Steine (St. : GmoU mit 2 Floten, Bl. : Gmoll.) 

3) Darum sag ich ab der Welt (St.: Fdur, Bl.: Ddur.) 

4) O Göttliche Liebe (St. : Adur mit 2 Viol., Bl. : Gdur.) 

5) Nein, ich lass das Kindlein nicht (St.: Amoll, Bl. : Gmoll.) 
Wie schon erwahnt, ist Störl nirgends als Autor der Kantate genannt, 

doch wird eine Autorschaft ausser durch dies Arrangement Blanken- 
BUR6*s noch bewiesen durch ein anderes, um eine langere Vorrede 
vermehrles Exemplar der herzogl. Bibliolhek in Wolfenbüttel, dessen 
anders lautender Titel bei Eitner unter Störl zitiert ist. Die Vorrede mit 
dem darauf folgenden Texlabdruck war offenbar von dem Verfasser 
Wolffgang Friderich Walliser, zu Dedikalionszwecken separat bei 
Paul Treu in Stuttgart zum Druck gegeben, und der, dem die 
Widmung galt, war der Erbprinz FRmERicH Ludwig, Herzog von 
Wörtlemberg und Teek etc, dessen „gluckliches NatureÏÏ' ihn „von 
selbsten zur Approhation und Ergreiffung dieser Edlen Kunst antmir^^/ 
und gleichsam obligiret" hat. Dieser Friedrich Ludwi g,0 über dessen 
Leben ich nur in der „A 1 1 g e m einen DeulschenBiographie" 
einigen Aufschluss fand, wurde am 5. November 1690 geboren, ging 
1703 zur Vüllendung seiner Studiën nach Dresden und trat mit 1^ 



1) Tod ihm sind wahrscbeinlioh auoh eine grössere Anzsbl bandschrlftlicher Kompo* 
sitionen anf der Bostookcr Uniyersitats-Bibliotiick. 



LEBEN UND WERKEN. 35 

Jahren in Hollandische Dienste, in denen er bis zum Ende des 
Krieges blieb. — Er fiel am 19 Sept. I734in derSchlachtbeiGuasUlla. 

Durch seinen Aufenthalt in Holland warejadieMöglichkeit einer Be- 
kanntschaft mit Blanckenburg gegeben, und ich inöchte fast glauben, dass 
Blangkenburg die Jahre 1712 u. 1713 in Deutschland und Italien zugebracht 
hat. Der Beweis ist ziemlich zwingend. EsgiebtnamlichaufderRostocker 
UniversitêLtsbibliothek unter Mus. saec XVIII, 73^ ein wol gleicbfalls 
aus Würtlemberg stammendes Klavierbucb im Ms., das offenbar für 
den Unterricht und wahrend dcsselben geschrieben ist. Es beginnt 
mit: fiLes Principes du Clavessin, contenant vne explication exacte de 
tout ce qui concerne la Tablaiure et Ie Clavier\ Auf fol. 17. beginnen 
denn die Übungsstücke ; Als fol. 20-21 ist eln Marsch von J. G. C Störl 
für 2 Haubois, 2 Hörner u. Basson in Partitur, eingeheftet. Die Übungs- 
stücke sind alle von schülerhafter Hand geschrieben. Um so markanter 
tritt die schwungvolle Handschrift Blangkenburg's hervor, in der das 
Buch folgende Stücke enthalt: Fol. 266— 286: Marche de Blanckenburg 
1713, Menuet, Menuet De r Opera des Fetes Venetiennes (Gampra!), Menuet 
2 Menuets. Fol. 446 u. 45a: Aria de Mr, Huzman (dasselbe Stück 
wie oben!) und Fol. 536 u. 54a die Arie: Aimable vainqueur, die auf 
Fol. o8a noch einmal von der andem Hand geschrieben wiederkehrt, 
worüber dann Blanckenburg die Worte: Uair du Violan, und den 
Textanfang gesetzt hat. 

Der Umstand, dass unter einem auf fol. 23. geschriebenen Rondeau von 
CouperinsichderVermerkbefindel: Turin, Ie 28e Septem're 1712,]assi 
wol den Schluss zu, dass Blanckenburg als Praeceptor mit nach Italien 
gegangen ist und dann bei seiner Rückkehr nach Holland im Jahre 1714 
aus Erkenntlichkeit die Airs allemans für den Erbprinzen Friedrich 
Ludwig arrangierte und ihm widmete. So fanden Blanckenburo's 
Beziehungen zum Württembergerj Hofe ihre ausreichende Erklarung. 

Den oben erwHhnten Marsch Blanckenburg's von 1713 lasse ich als 
Anhang 6 folgen. Er ist völlig im Sinne eines Übungsstückes gehalten; 
bemerkenswert sind nur die Wellenlinien die das Weiterklingen des 
angeschlagenen Tones bezeichuen sollen. 



ELTJEN WOLTHERS, GEWEZEN KLOKKENIST 
TE DANTZIG. 

(17 5 — 175 1). 



Achterstaande brieven van Eltjen VV^olthers aan het stedelijk bestuur 
van Danzig berusten in het stedeliijk archief aldaar en worden hier 
afgedrukt zonder commentaar, zulks omdat zij indirect dienstig kunnen 
zjjn aan een studie, welke ik in de volgende aflevering van het Tijdschrift 
hoop te publiceeren. Slechts het volgende zy als noodzakelijke toe- 
lichting gezegd. 

Kltjen Wolthers was klokkenist van de Ktatharinenkirche te Dantzig, 
in het jaar 1905 door brand vernietigd. Afkomstig uil Groningen, 
naar ik gis, waar zijn zoon klokkenist was van de Martini, heeft hij in 
1750 zijn ontslag genomen en zoekende in Nederland naar een geschikt 
opvolger, is het daarover, dat de correspondentie loopt, zonder dat uit 
deze briefwisseling de afloop blijkt. 

J. W. Enschedé. 
(4OPY. 

Wel Edel Agihahrren ilöhge Herren undt Ilerlijckeiten 
und Herren des Raadts, 

lek wil hopen dat U Wel Edel Aglbahrre Höhe Herren undt Herr- 
lykkeiten sig mogen in goeder welstandt bevinden, mijn angahndeben 
op mahndag den 11 Julij zu Amsterdam Godt zie gedanckt, gesondl 
en vris jingekomen, en ben voordt op het sladtshuys bij der clocke- 
nist PoTTHOLLTs die doen juyst op de doeken speelde geweest, en 
liem vragende of hy niet een geschickten clockenisten wiste, waar op 
hij mijn antwoorde van ja, en mijn denselfven ook nog op dien dagh 



ELTJEN WOLTHERS, GEWEZEN KLOKKENIST TE DANTZIG. 37 

an mün losement schickte, en hem hebbende ge-examaneerdt vondt 
wdl dat hü een clockenist waar maar niet tot dienst van Dantzig, 
maar wel in Hollandt, diew^jl in Hollandt de clockenisten daar met 
het maken der drahden en het oppassen van uur niet te doen en 
hebhen, en dan nog daarenboven had deese persohn zyn volle gesighte 
niet; mijnheer Witvogel is doodt, ick hebbe ook met de herr 
HoRLEBOSS daar over gesproken, welcke mijn heeft versprooken om 
na een man om te zien, en met meer anderren; ick kreeg te Amsterdam 
een brief van Groningen alsdat het singuur daar gants stille stondt, 
dewql daar verscheiden doeken daar waarren uit genomen, omdat 
die bakken verroust zjjn, en alsoo nuwe moeten gemaakt worden, en 
daaromme myn in Amsterdam niet langer konnende ophoudende, hebbe 
mjjn na Groningen vervoegt, en het daar ook also in sulcken staadt 
bevonden, soodat U Wel Edelle Aghtbahre selfver nu konnen con- 
cidireren of m^n haast en schyllick vertreck ook soo nodig waar, ik 
meen well van ja, onderdessen ist het myn seer moeylyck dat ick 
tot nog toe geen bekwahm man heb konnen opdoen, het welcke mijn 
seer verdriettig is, ick hadde gehoopt h^jr in Appingadam die clockenist 
in leven te vinden, maar is ook al na de ewigkeit toe, en desselven 
sohn is ook tot dienst van UE niet bekwaam, soo dat ick verleegen 
ben om UWel Edelle regt te konnen helppen, dewyl mijn die clocke- 
nistien nu niet meer bekendt en zijn, en nu tegenswoordig in voller 
ahrbeijdt ben, en daarom als UE nog gehn nader beright van Sprengel 
en hadt, het in die Hollandtsze coorante te laten setten, soo moght 
zig den een en den anderren wel bij den Heer Sprengel op doen, die 
dan ook die volle commisiohn most hebben om niet lang opgehouden 
te worden, ick doe mijn nog ten hoogsten bedancken voor al het goede 
so van UE heb ontfangen, en waar in ik UE nog souw konnen diennen, 
sal mijn verpligt vinden sulcks te doen, ondertusschen UWel Edelle 
Aghtbaare Herren in de beschermingen des allemaghtigen beveellende 
zijdt seer vrindelijck van mijn gegroet, verblijfve U Dienaar 

Groningen den 21 July 1750. Eltje Wolthers. 

op de keerzijde: d. 31 Jul empfangen. 



38 ELTJEN WOLTHERS, GEWEZEN KLOKKENIST TE DANTZI6. 

COPT. 

Hoogh Geehrier Herr undt Ilerrlyckheiiien. 

lek heb UWel Edelle mecivy met dem allestahlsjohn, en hel present 
voor m^n sohn sehr wol! emphfangen; nu wunschte woll dasz ich 
im stahdt moghte zijn om Herlückheitten zqn begeerte te voldoen, 
maer am zyde mijn, sie daer tegenswoordig ^een kans toe, diewgl 
die clockenistten im Hollandt tegenswoordig seer khapp ziijn, seifs in 
die Graafschapp Zutveen ist ook een clockenistten plaats nog vacandt 
sodat hyr tegenswoordig so ruim van clockenisten niet en is als 
Herriyckheit sig verbeeldt heeft, insonderheit van geschickte manner, 
en dewijl ik liefde voor het Dantzigh overhebbe, so souw ick Herr- 
Ijjckheitten wel durfven anraden van die organist Boss van St. 
Jagop, diewöl er een slu'er kopp heeft; het steeken so ick uit Wel 
Edelle macivy versthan hebbe is ja redeljjck geweest, ik verseekerr 
ÜE het speelen met de vuissten werdt ook wel komen door deexzer- 
citie. Herriyckheitt blieft maar reissen met dem orgelbaur Hille- 
BRAMDTTEN der ovcr raadt te vragen of 't beter en is het met een te 
wagen, daar men proefg [?] van heeft, als met eennen die men niet en 
kendt; het waar tegenswoordig hoog tjjdt dat die hamers en wellen 
wierden ingesmeerdt, en dat het venster na het noordtwesten aghter 
die banck van 't clavier worde geren o veert dat het water daar so 
niet meer doorkwam, als het bi(j m^n tiijdt wel gedaen heeft, wandt 
als het met een noorde westte windt regent, so woordt het gantsze 
kruis door natt, en sou light an 't vervuil len komen te geraken het 
welcke niet well en souw zyn te verantwoorden. Ick doe myn nog ten 
hoghsten bedancken voor all het goede hetwelcke ick hebb genohten, 
en wunste, dat die allemaglige Gott UE zijn begeertte magh vervullen. 
An z^de m\jn sall Dantzig noijdt vergeten en m^n sohn Lucas nog 
minder, want hie en spreekt niet van t een of ander, of der komt 
altijdt bü Vader dan wasz hel bie ons te Dantzig dog beier, en hie ist 
van dat santtement wils Godt melt een jahr of drie een reis na 
Dantzig te doen en z^n opvoedings plaadts komen Ie besoeken, en so 
ick het moghte beleeven hem ook niet will weigerren, en nog veel 
minder afraden. Nu well Edelle Aghtbaarre herr undt Herrlöck- 



ELTJEN WOLTHERS, GEWEZEN KLOKKENIST TE DANTZIG. 39 

keiitten waarin ick UE kan bei geschrift diennen sal mii alt^dt 
Terpügt vinden sulks Ie moeten doen, ondertusschen UE Wel Edelle 
Agtbaarre Herr befeellende in die beschermminge van den alle- 
machtigen Godt, z^dt seer vrinde]\jkt van m^n, en m^n liefste, en 
m^n sohn Lucas gegroelt. 

Verblöfve Ü.E. verplighte Diennaar 

Groningen den 12 September 1750, Eltje Wolthers, 

Clockenist. 

N.B. den 20 Augusty ben ick eers vaardig geworden met mjn 
singuur, en heb op de waltsse gestoken, Ein feste Buurch ist unser 
Gott, twe verssen op de volle stundte, en op die halbe stunde 
Psalm 71, het welcke nu biyft sitten so lange bis W\jnaghten toe, ick 
wunste woU dat Herriykkeidt het moghte te hoorren dan souw 
HerrlQckkeidt sig eerst verwonderen, ik wou het al met insluiten door 
copie, maar het kan te Dantzig doch soo niet gestoocken worden, en 
daar om bl^ft het nu ok ook terug. 



Vaart Well 



het adres An dem Herr dem 

op de keerzyde Herr und Herrlijekeitten 

KöNiG RahdtshefT und 
WohrdtvoefTenden 
Herren der AHte Stadt 
a 
franko bis Dantzig 

Emmerrig. 



COPY. 

Groningen, den 19 Seplb. 1750. 

Hoog geehrtter Herr und HerrljjckkeUin. 

lek wil wel geloven dat myn mecivi van den 12 deesser, Herrlyck- 
keit niet seer angenaem is geweest, maar deese sal mogelück beter z^n. 

Op den 16 deser kwam der orgelbauer Hins bey mjjn met een 
brief geschreeven door de organist van Bennebroeck, digtte bey 



iO ELTJEN WOLTHERS, GEWEZEN KLOKKENIST TE DANTZIG. 

Haarlem, weicke seer veel die dienst doet voor Raoijgker dockenist 
te Haarlem, en Mons. Hins doet m^n de berigt dat het een geschickt 
persohn souw z^n, soo heb ick hem op dato dezer een brief geschreven 
en hem het erst waar ende tonne konde steeken, so soll er sig bey 
dem Herr Sprengel te Amsterdam vervoegen, en contnickteeren met 
denselfven want hü versoghte vrie staadtsiohn, en ook voort volle 
anstellinge; ick heb hem versogt niet lange mogen opschuifvcn maar 
verwagte met den eersten antwoordt. Hierop dat nu afwaghtende, 
versoek van Herrlyckheit ook weer antwoordt. Herrl^kheit in de 
beschermminge des AUemagt^gen befeellende zyt seer minsahm van 
mijner gegroedt verbiyfve UE. onderdanige dienar en danckbahre 
gewesener (^lockenist. 

Eltje VVolthers. 
N. B. der organisten ziJn nahm is 
Arendt Reufman 

hie is nog vriegesseli. 
adres Am dem Herr 

op de keerzydc: Herr undt HerrlijckkeUen 
Königh Eahdtsherr und 
Wohrdtvoerrenden 
Herren der Alltte Stadt 
a 
Franco bis Dantzig 

Emmerrig. 



COPY. 

Hoogwyhsse Herr und HerrlyckJieiten. 

U Ëdelle lahste mecivy heb ick wel ontfangen en voort daar op na 
Haarlem an Reefman geschreven, heb aber bis dato nog geen antwoordt 
gekregen, sodat ick in der hofning lebde, alsdat h\j de saak hadde 
angenomen, aber am Heilligen Abent ontfong ick een brief van een 
goede vrindt uit Dantzig, met berright als dat Suir-Mans waar weer 
gekomen, aber von einnen clockenistten hadt hie tot nog toe niet 
vernomen. So de stelle nog moght open z^n bidde m^n cito te melden 



ELTJEN WOLTHERS, GEWEZEN KLOKKENIST TE DANTZI6. 41 

ick kon welligt een ander voorslagh hebben, dewyi ick nog liefde 
voor het werck over hebbe. Waar ick UWel Eddelle in souw konnen 
diennen, sal m\)n ten hooghsten verplight vinden. Onderdessen wensch 
och dat U Wel Edelle dit nuwe jahr met gesontheit hebben angevangen 
en Godt segene UE. na ziel en lighaem, verbiyfve UE. z\jn verplighte 
diennaar Eltjen Woltuers. 

Groningen den 8 January 1751. 

het adres 
op de keerzijde: Am dem Herr 

HefT und Herrlyckkeytten 
undt Rahdtsherr Königh 
Wóhrdtvoerrendem Herren 
der AUten Stadt 
franko a 

bis Dantzig. 

Emmerieg. 

COPT. 

Hoogtcijssen Herr utidt Herrlijkeiten, 

UWel Edellen Missive hebbende ontvangen, hade wel voort willende 
beantwoorden, wierde onder dessen opgehouden. Vinde m\jn verplight 
van dese letteren tot UWel Edelle te beantwoording toe te senden. 

In Hollandt en andere dese Provintie meede m^n geinformeerdt 
hebbenden, zijn der geen die lust hebben na Dantzig: eensdeel om 
der sware dienst anderdeels om de condytziejen dien Reefman zqn 
voorgeslagen» wat voor condützjjen dat dat zijn geweest, altoos een 
jeder koomt mijn te bedancken voor de recommandaatje. Nu dan 
sal ick mijn laaste voorslagh an UWel Edelle doen; ick presenteere 
mijn persoon weer op een tractemendt van duisent guldens of seeven 
honderdt guldens Hollans, en vrieje woning, en vrie van alle swaarig- 
heden en vrie transport, en dan dat mijn soon Lucas na mijn sal 
sucksedeerren so zie ick tegens die dienst niet an, midts dat z\j blijft 
als ick zij van te voorren bedient hebbe, hoewel mijn vrouw liefste 
der gaar geen lust an heeft hoop haar nog wel te bepraten daartoe. 



42 



EXTJEN WOLTHEES, GEWEZEN KLOKKENIST TE DANTZIG. 



Als UWel Edel daar toe mogten genegen z^n versoek een verseegelde 
acte, sal dan ook niet mankeerren mün los te maken en overkomen 
dewül het somerweer voor de handt is en ick nu m^n vaders en 
broeders mucyck in myn geweldt hebbe, UWel Edelle onderdessen 
in de beschermmingen des allemagtiegen Godt beveellende züt seer 
vrindelyck van m^jn gegroedt. 

Verbiyfve UE. Diennaar en Yrindt 
Eltje Wolthers, 

Campanist. 
adres Groningen den 9 Maart 1751. 

op de keerzijde: Am dem Herr 

Uerr und Herrlykkeiten 
Goking, Raedtsherr 
und Wohrdtvoerrendem 
Herren der Allte Stadi 



Franko bisz 
Emmerrigh. 



Dantzigh. 



COPY. 

Groningen 
den 8 Maij 1751. 



Boh Wel Edel Uerr undt 
llerrlyckkeitten . 



Dessen schreiben van den 24 April habe well ontfangen en daar uit 
verstahn de goede genegen Iheit omtrendt miijn persohn, maar vinde 
daar die minste voordeel niet in mijn persohn, en dewQl ik uit UE 
masive versta datter eennige zyn de het nog wel voor minder prys 
willen annemen het is mijn seer lief, ik doe myn dan voor eerst be- 
dancken voor de eer die mün geschiedt is myn die dienst weer an te 
presenteerren, kan ick UE Wel Edellen voorlahn met briefven in een 
onderright van trillers op de tonne steeken sal mijn verplight vinden, 
maar van myn persohn selfs is nu gen kans meer toe, versoek derhalf- 
ven sig om mijn niet langer op te houden, en als UE uit de sollistanten 
soudet keisen soo recommandeer ick Roodtlander Busch, aber Busch 



ELTJEN WOLTHERS, GEWEZEN KLOKKENIST TE DANTZIG. 



43 



len bestten voor t werck omdat hie verstand! van uurwercken heeft; 
het mag dan kragen wie het will, so ick hem met schryfven diennen 
kan wil ick geerren doen mits dat m^jn het briefveport wordt voldaen. 
Nu mün nogmaals voor al het goede bedanckende will UWell Edellen 
toewenschen wass wunschelijck is, verbiybe UE verpligte Dienaer 



adres 
op de keerz^de: 



Am dem Herren 
Hohwyssen Herren 
G. KöNiG BahdtS' 
verwalUer der 
Alten Stadt 



Eltje Wolthers, 

Clockenist. 



franko 
bis Emmerrig. 



Dantziq 



COPY. 

Mijn Hoogh Ge-eertter Heer unt Herlyck 
keytten unt geweertter vreundt. 

Hebbende van den orgelbaur Heer Hillebranten een brief ontfangen, 
met een de groettenis van UE. Heer en Herrlijckkeytten, maar 
hebbend verstaan die onpaslijckheydt van UE. waar seer smerltelijck 
voor mgn, wenschende dat het sigh nu beetterren mag; myn soon 
Lucas hoorrende van het vallen van gewighte, kreeg de lust om 
Dantzig nog reys te besoecken, en te zien of er daer nog bekenden 
sou vinden, h^j is in zijn meenning ook niet bedrogen, hebbende UEd. 
soo geneeggen gevonden hem den vriehen laaf rel en veel genoeggen 
te geefven, het welcke hg m^jn soon nog ick konnen genoegbsaam 
beantwoorden, ick vooreerst doe Heerlyckeytten ten hoogsten bedanc- 
ken voor die liefde dien UE. an myn soon koomt te bewysen, wens- 
schende dat allemaghtige Godt Heerlöckheylten wil sterken en seeg- 
genen na ziel en lighaam. M^n vrouw laat Heerlyckheytten veel 



4i ELTJEN WOLTHERS. GEWEZEN KLOKKENIST TE DANTZIG. 

maal groetten en bedancken, verblvjfvende ondertusschen alleronder 
daannigste diennaar, 

Groningen den 29 July 1755, Eltje Woltheks, 

Clockeniat. 
adres 
op de keerzijde: 

Mijnheer de Heet% en Herrlijckeyten 
Herr KoNmoH Baadtsvericaltter 
der Aliten Stadt 
zu 

Dantzigh 



ARNOLDÜS OLOFSEN, MUZIEKUITGEVER TE 
AMSTERDAM IN 1755. 



Arnoldus Olofsen werd 9 Augustus 1734 als lid in het Amsterdam- 
sche boekverkoopers-gilde opgenomen. Hü was afkomstig van Elburg, 
zooals uit die inschrijving bl^kt en zal wel in familie-relatie gestaan 
hebben met Arend Olofsen, die in 1720 als lypographusi academiae 
prefectus werd ingeschreven in het Leidsche Album studiosorum. 

De beteekenis van Arn. Olofsen ligt in het bijzonder in zijn werk- 
zaamheid als muziekuitgever. Voor een deel kan die gekend worden 
uit een catalogus, welke hier afgedrukt wordt naar een exemplaar in 
mijn bezit. 

Deze lijst vermeldt geen jaar van uitgave. Zij moet echter gesteld 
worden op 1755; want niet genoemd wordt 

ScHMiDT, J. M. Musicotheologia, of stiglelyke toepassing van muzikaale 
waarheden. Uit het Hoogduitsche vertaald door J. W. Lustig; 

waarvan de opdracht, door Olofsen geteekend, gedateerd is 30 Juli 
1756, en de voorreden van Lustig als datum Oogstmaand 1755 heeft, 
terwijl wel vermeld is 

Werkmeister, A. Orgel-proef enz. Uit het Hoogduitsche vertaald door 
J. W. Lustig; 

dat door dezen gedagteekend wordt onder het voorbericht met 
15 April 1755. 

De chronologie der uitgaven is voorshands niet vast te stellen. 
Muziekdrukken zijn bijkans altijd verschenen zonder vermelding van 
het jaar van uitgifte en zijn daarom immer groote struikelblokken in 
de wetenschap der bibliografie. 

In mijn bezit is een ongedateerde editie van den eersten titel in deze 
lijst vermeld: 

Arondeüs, H. Nut en dienstig zang-boekje, begrepen in de 150 Psalmen 
Davids enz., 

dat gehouden mag worden voor een exemplaar der oplaag in deze 
lijst bedoeld. 



4C ARNOLDÜS OLOFSEN, MCZIEKDITGEVER TE AMSTERDAM IN 1755. 

Daarachter komt voor een 

REGISTER DER BOEKEN, 
Welke Gedrukt en te bekomen zyn by den Drukker dezes, als: 

R. SiXTi. Zyn Schriftuurlyke vtrklaringe, aangaande de regie gronden 
van de Christélyke Religie^ en wie daar van a-wyken, kost 24. st. 

W. VAN Gent, Ondersoek der Paapse Misse, over de Hostie en Eoose 
Kranssen, met een Cierlpke Tytelplaat, a 22 st 

leerstuk der volstrekte en noodsakelyke voldoening van 



J, Christus, a 6. st. 



vergelijking tusschen de Gereformeerde en Lutherse 



Broeder-Leere a 12 st. 

syti afscheids Predikatie van Uardertciik na Cabo de 

Goede Hoop* a 6 st. 

J. de Bruine, eerste Beginsselen der woorden Gods, 5de druk, met de 
Afacheid' en Intre-Predikatien 'er agter. 28 st. 



Kort Begrip van de Saligmakende Waarheden voor die 

sig tot hun Geloof shelydenis unUen bereiden, a 6 st. 

D. E. Jablonsky, in syn leven Hofprediker van sijn KoningL Maj, van 
Pruissen, syn versameling van Keurstoff^^n, 3 deelen, a 3 gl. 

Het Zielverkwikkende Honingmerg der Gebeden, a 8 st. 

Dagelykse Offerhanden en Aandaglen der Gebeden, a 10 st. 
NB. ook heiden onder eene Tytel by een, a 16. st. 

Een Keurlyke Versameling van Afscheid- Int re- en Bevestigings-Predi- 
katien, door de Hoog en Eerw. Leeraars F. A. Lampe, J. de Bruine, 
W. van Gendt en A. Heymans, a 1 gl. 

Een Hoogduitse Grammatica^ voor Neerduitsers om het Hoogduits te 
leeren a 16 st. 

Een Neêrduitse dito voor de Hoogduitsers om het neêrduits te leeren. 
a 1 gl. 

Het Musicale A B Boek voor die de Gronden van het Orgel en'iClavier 
soeken te leren, a 1 gl. 

Het Te Deum Laudamus, voor de Viool, Orgel en Clavier, met H Latyn 
en Neêrduits. a 12 sL 

Twee voorname Musiekwerken van Pattoni en Retscher voor de Viool 
en Dwarsfluit, eerste 30 st. en laatste 3. gl. 



ARNOLDUS OLOFSEN, IfUZIEKUITOEVER TE AMSTERDAM IN 1755. 47 

Soo ook op de Druk'pars de Bassus van dit iXut en dienstig Safig- 
Boekje. 

Als inede tot gemak der Liefhebbers van de Musiek tot Copyeei'en, de 
dienstige formaten der Gelinieerde Musiekpapieren, in het Koper, 
80 insgelyks op Platen, groot en klein papier, en tot diverse prysen. 

Van deze laatste vier muziektitels mag het Musikale AB Boek 
geidentificeerd worden met het in de lijst vermelde 

LooNSMA, St. Th. van. Muzicaal A, B,-boek, of den organist in zyn 
leerjaaren enz. t* Amsterdam, by A* Olofsen, Boekverkoper in de 
Gravestraat het vyfde Huis van de Voorburgwal, in 't wit gekroonde 
Muziek'Boek 174L 4o. 

Het Te Deum laudamus is van denzelfden auteur. Daarentegen 
worden de twee andere titels — Patonie en Zang boekje (Bassus) — 
niet genoemd in den catalogus. 

Als bibliografische noten is door mü aangeteekend als het werk 
(niet de editie) niet voorkomt in Eitners QueUen-lexicon. Uit die- 
zelfde bron heb ik overgenomen, waar een exemplaar van Olofsen's 
druk berust. 

Er is twqfel gerechtvaardigd of de werken in den catalogus vermeld, 
zonder uitzondering drukken van Olofsen zyn. Althans de titels van 
CoRELLi, FioRE EN Geminiani waren uitgaven van Rog!=:r, wiens muziek- 
zaak na het overladen van zijn schoonzoon Michel Charles le Cène 
(1743) blijkbaar ophield te beslaan. Evenzoo zijn de titel van Erba en 
de eerste van de Santis uitgaven van G. F. Witvogel, die omstreeks 
1742 overleed. Waarschijnlijk komt het mij voor, dat men hier te doen 
heeft met een catalogus van Olofsen's muziek, die hü in voorraad had 
als debitant of waarvan restanten bij hem in magazijn waren, en 
waaronder hij gemengd heeft eenige eigen uitgaven. In dal geval is 
het duidelijk waarom in den tweeden en derden regel van het opschrift 
de woorden Nieuwe, uitmuntende en gedrukt gecursiveerd zijn. 

Maar beter dan door gissing alleen, blijkt uit een bericht, door Olofsen 
het volgend jaar gepubliceerd, dat de musicalia in dezen catalogus 
genoemd, geenszins alle eigen uitgaven waren. Er worden daarin met 
name genoemd composities van Morigi en engelsche drukken, lied- 
boeken van Van Elsland en anderen, en een vierstemmig Psalm boek , 
die hij betrokken of in commissie gehad moet hebben van Walsh te 
Londen en. van Van Hülkenroy en van Enschedé, beiden te Haarlem. 
Trouwens verwijzende naar den catalogus, wijst hij er op, dat daarin 
ook commissie-goed voorkomt Niet slechts daarom, ook omdat dit 
bericht nog een en ander vertelt over koperen muziekdruk, zijn handel 
in geschreven muziek en zijn voorhanden papiersoorten, zij het hier 



48 ARNOLDÜS OLOFSEN, MUZIEKUITGEVER TE AMSTERDAM IN 1755. 

afgedrukt. Het is te vinden op blz. 48 van Lüstig's Samenspraaken 
over muzikaale beginselen; Amsterdam, A. Olofsen (Jan. 1756) ; de tekst is : 

«Tot NABERIGT diend: dat door het Overlyden van den Koperen 
Plaat-Slyper Jan Rijken^ groot gebrek is geweest tot behulp der gemelde 
Slypinge, zo heeft den Drukker dezes verzogt aan den voor dezen voor 
Witvogel en anderen Muziek- en Plaat-Drukkers de extraordinaire 
Koopere Plaat-SIyper C. Koek, die dan ook nevens zyn Zoon dezelve 
hebben opgevat, en by provisie begonnen by gemelde Olofsen, iemand 
benoodigd daar van zynde, om dezelve te laaten Slypen, adresseere zich 
by den Drukker dezes, die van deszelfs prompte behandeling over- 
tuigende blyken kan en zal geven. 

«Den Drukker dezes adverteert: dat de beide voorige Werken van 
A. MoRiGi, als Opera Prima en Seconda, by hem insgelyks uit Engeland 
ontboden, en nevens zyn Concert- Werk, gedrukt en te bekomen zyn; 
als mede ook Schuur-, Cits-, Kievits- Couleurde- en veele soorten van 
Papitren, benevens een Catalogus van voomaame nieuwe zo eygenge- 
drukte als andere in commissie hebbende Muztk- Werken, en staan nog 
verscheidene in korten als voor de Fluto Traversiere en 't Clave- 
Cimhalo uit te komen; nog zyn by dezelve Circa 200 geschrevene 
Muzykwcrken, door voomaame als andere Compositeurs ; en laastelyk 
H. Arondeus, nut en dienstig Zanghoekje, met een Cierlyke groote 
Noot de Eerste Vaersen der Psalmen Davids, Lofzangen, en extra 
veele Geestelijke Liederen, bequaam gemaakt voor die de gemelde 
Psalmen Davids gelieven prompt op Nooten te leeren Zingen, kost 
15 stuivers; en heeft in Commissie alle de fraaie Werken van Elsland, 
Couwenberg, G. Maters, W, Hessen en W. Vermooten; mitsgaders 
het Gierlyk en Beknopte Vierstemmige Psalm Boekje^ 

Wanneer Olofsen overleden is, blijkt niet. Ledeboer kent hem tot 
1767. In de bibliotheek van den heer Scheurleer (Cat. I, 429) is een 
eveneens ongedateerde editie van het Nut en dienstig zang-hoekje, 
dat bij zijn weduwe verschenen is. Een andere uitgaaf daarvan in 
mijn bezit heeA als adres ,te Amsterdam, by Gysbert Holmes, Boek- 
en Muziekverkooper, in de Gravestraat, by den Nieuwendyk". Deze 
Gijsbert Holmes kwam 4 September 1775 als boekverkooper in het 
Amsterdamsche gilde. Daar zyn woonplaats ongeveer dezelfde is als 
die van Olofsen is het niet onmogelijk, dat hij zijn opvolger in de 
w*inkelzaak is geweest. In ieder geval zal het einde van Olofsen's 
werkzaamheid wel niet veel later gesteld moeten worden dan door 
Ledeboer gedaan is; zijn weduwe was het nog in 1776 (Zie hierachter 
blz. 66). 

J. W. Enschedé. 



ARNOLDUS OLOFSEN, MUZIEKUITGEVER TE AMSTERDAM IN 1755. 49 



CATALOGUS 

van veele Nieuwe en uitmuntende Muziek- werken, 

Wdke Gedrukt en te bekomen zyn tot Amsterdam by A. OLOFSEN, 
Boek- en Muziekverkooper in de Gravestraat. 



A. 

Arondeus (H.) nut en dienstig Zangboekje, begrepen de CL. Psalmen 
Davids^ Lofzangen en Stigtelyke Liederen^ de eerste Vaerzen met 
een Cierlyke groole Noot 0—15—0 

Ex. verz. J. W. R 

B 

Bourdelot, Histoire de la Musique Italienne k de la Fran^oise, Quatre 

Tomé 3—0-0 

Eerste editie Par^s 1715 (Mendell, 134); opnieaw en Termeerderd 

Amsterdam Le Gêne 1725 (Forkel 20), b|j Scheurleer (I, 68) een 

editie La Haye-Franofort s/M 1743. 

c. 

Chinzer (Giovani) VL Sonata da Camera Con due Violini è Basso. 
Opera I. 3—0—0 

VL Sonate Violini, è Basso, due Corni di Caccia, ó Trombe, 

ad Libitura. Opera II 4—0-0 

VI. Sonata da Camera, con due Violini, è Basso. Opera IIU 

3-10-0 

• Alletlamenli Armonici, per due Flauti Traversieri, ou vero 

due Violini senza Basso Continuo. Opera IV. 2—6 — O 

VI. Sonate, k Solo per il Flauto Traversiero ó Violino, 



con Basso Continuo, per il Cembalo. Opera V. 2—0—0 

VL Simphonie, k IV Partie. Opera VL 4—10—0 

sei Trio, per due Flauti Traversieri, è Basso. Opera VII. 

3-10-0 

VI. Concerti, per il Flauto Traversiero Obligato Opera VIIL 

3_10--0 

Niet by Eitner. 

VUL 4 



50 ARNOLDUS OLOFSEN, MUZIEKUITGEVER TE AMSTERDAM IN 1755. 

ChiDzer (Giovani) VI. Sinfonie, a duo Violini, alto Viola, con due 
di Caccia ad Libitum. Opera IX. ^ 5—0—0 

Niet by Eitner. 

VI. Concerli, per due Flauti Traversieri, Violini Obligati. 

Opera X. 5—0—0 

Niet by Eituer. 

sei Trio, per due Violini, è Basso. Opera XI. 3—10—0 

sei Divertissement, per due Violini, Senza Basso. Opera XII. 

2-6-0 



sei Trio, per due Flauti Traversieri, ó due Violini é 

Basso. Opera XIII. 3—10-0 

Niet by Eitner. 

sei Trio, per due Violini, è Basso. Opera XIV. 3—10—0 

Niet by Eitner. 

sei Duelti per due Violoncello, o due Bassani. Opera XV. 

2-6-0 
Niet by Eitner. 

Six Airs. With Instrumental Parts, as they were perform'd 

in the Pastorale, Opera Gaird, Nerina, at ye Theatre in the Hay 
Market, 1751. Opera XVI. 4-0-0 

Niet b|j Eitner. 

Corelli (A.) Opera Prima, Seconda, Terza, è Quarta Sonate a Tre, 
& Ie Portrait 12—0—0 

Opera VI. Parte Prima è Seconda Concerti, da Chieso, 



è da Camera, k Tre ó 7 Instrumenti 12—0-0 

D. 

Duni (Egidio) Menuetti è Contra-Danze <& Alphabelo Musica 

1—0-0 

Was in 1788 te Leiden (Boawet. III, 6) om medisch advies in 
te winnen van den hoogleeraar Hermanns Boerhaave. Dit bezoek 
wordt door Meudcl (III, 273) geplaatst na 1714 ; Boerhaave overleed 
echter in 1738. 

E. 

fö* Erba (G.) X. Sonaten, k Violino, Sola è Basso da Camera. Opera 
Prima 4—0—0 

F. 

Fiore (A.) XII. Sinfonien, k Tre Violino, due Violoncello, con il sua 
Basso Continuo per l'Organo, Opera Prima 4—0—0 



ARUOLDüS OLOPSEM, IIUZIEKUITGEVER te AMSTERDAM Of 1755. 51 

Fisscher (J. P. A.) Concerto per il Cembalo Concertato, due Violini, 
Viola, è Violoncello 1—10-0 

Organist Tan den Dom te utrecht, orerL 1778. 
Niet by Eitner. 

Frischmuth (L.), Tre Sonate, per il Cembalo 1— 10--0 

Organist yan den Nieawen ZQds Kapel te Amsterdam, oyerl. 1764 
Ex. br. Mas (Eitner lY, 86). 

Ie Ban Vivant six Yariations, &c. 0—12—0 

Niet btf Eitner. 



U. nieuwe Sonaten van Tartini op de Cimbalo Trant 

gebragt, en nog nooit in druk geweest, zullen in 4 weeken na 
eikanderen met twee, tot 6 stuks vervolgt worden, yder 2 stuks 

1-10-0 
Exx. B. Wagener; br. Mns (incompl.); B. Amst; Oambridge F. W. 
(inoompl.) (Eitner lY, 86). 

O. 

Geminiani (F.) di Concerto Grosso, Con due Violoncello, è Viola di 
Concertino Obligati, Opera Seconda 6—0—0 

Niet btj Eitner (?). 

di Concerto Grosse &c. Opera Terza, voor dito Instru- 
menten 6—0—0 

H. 

Hurlebnsch (C. F.) Compositioni Musicali, per il Cembala, divise 
in due partie, Oper. Prima 8—0—0 

Organist Tan de Onde Kerk te Amsterdam 1748—1765. 
Exx. B. B Upsala; Leiden; Bmssel Gons.; Bmssel; Amst; 
Schwerin F. (Eitner Y, 237). 

de CL. Psalmen Davids, met derzelver Lofzangen, na 

hunne gegronde en waare Harmonie, Toonaart, Bassen, Becyfie- 
ringen &c. voor 't Clavier en Orgel, Opera Quarta 9 —9 — 6 

Ie editie: „In Amsteldam. 1746."; 2e editie : ,In Amsteldam. 1761."; 
8e editie: „Thans te bekomen, b^j Jan Freislioh, op de Zeed^k. In 
Amsteldam. 1766." (Exx. 1, 2 en 3 verz. J. W. E) 

XII. Opera Aria, dell Tintitulato Flavio Cuniberto, è 



Vinnocenza di Feza, divise in due Partie 8—0—0 

Hasse GcUuppi, &c. XIL Sonaten, k Flauti, Traverso, 

ybri I. è IL 6-0-0 

Niet bQ Eitner. 

I. 

Joszi (Guiseppe) VIII. Sonaten per il Cembalo, Opera Prima 3—0—0 
Ex. br. Mns. Behelst composities van Domenico Alberti (Eitner V, 307). 



52 ARNOLDUS OLOFSEN, MUZIEKUITGEVER TE AMSTERDAM IN 1755. 



Lentz (J. N.) Concerti per ii Cembalo, è Sonata, a Violino Obligata. 

(Dit ook by Iz: Hutte te Rotterdam) 3-0—0 

Wynhandelaar eD organist yan een der r.k. kerken van Rotterdam. 

Loonsma (S. T.) Musicaale. A. B., of het Kort begrip wegens de 
behandeling van het Orgel en Clavecimhaal 1—0—0 

Organist te Ylst. Verscheen 1741 Ex. verz. J. W. E. 

*t Te Deum Laudamus, in 't Latyn en in *t Nêerduits, 

voor de Viool, Dwarsfluit, Violoncel en Basso Continuo 0—10—0 

Verschenen in 1747 (Goovaerts 158, 483). 
Ex. Amst (Eitner VI, 217). 

Lustig vervolg op A. Mahaut zyn Musicaale Tydverdryf, 3 Stukjes, 
met een Register, ieder k 1 Gulden, t'zamen by een 2—10—0 
Organist van de Martinikerk te Groningen. 
Versohenen in 1751—52 (Eitner VI, 255). Ex. verz. J. W. E. 

Inleidinge tot de Muzykkunde 1—10—0 

Versoheen in 1751 te Groningen hy H. Vechneros (Eitner VI, 255) 
in 1758 hQ Olofseo. Ex. verz. J. W. E. 

Muzykaale Spraakkunde, met elf Cierlyke Onderwyzings 



Plaaten, beiden byeen 3 GL, dit apart 1—16—0 

Versoheen in 1754. Ex. verz. J. W. E. 

M. 

Mahaut (A.) VI. Sinfonien, Tre a duoi Violini, ó Basso Continuo, è 
due Comi di Caccia ad Libilum 6—0—0 

wCompositenr en mnziekmeester woonende te Amsierdam" 1751. 
(Bonwst n, 198). 

Verschenen in 1751. Exx. Leiden; Amst. (Eitner VI, 278); mnz. 
eoU. Utr. (V. Biemsdyk 107). 

IX. beroemde Musicaale Tydverdryf^ in Deeltjes afgedeelt 

by Maandelyke Uitgaave, bestaande yder in 12 extra fraaye Neder, 
duitse Zang-Airtjes, door den beroemden Digter K. Elzevier berymt, 
voor alle Instrumenten gecomponeert na de Italiaanse trant, kost 
yder 24 St., deg alle byeen met een Cierlyk Register 10—10—0 
Versohenen in 1751—1752 (Eitner VI, 278). Ex. verz. J. W. E. 

è Diversieri Famosi Maestri Canzonette Italienne, k voce 



sola col Basso Continuo, è da potersi suonate con Violino, 6 
Flauti Traversiero 1—4—0 

Niet hy Eitner. 

Vorstelyke Zwanenzangen, op het Afsterven van zyn Doorl. 

Hoogh. Willem de IV. pour Ie Clavecimbalo, Violino, Flauto 
Traverso, & autres Instruments 0—15—0 

Ex. verz. J. W. E. 



ARNOLDUS OLOFSEN, MUZIEKUITGEVER TE AMSTERDAM IN 1755. d3 

Mahaut (A.) verzameling van serieuse Comique, Boere- en Contra- 
Danssen, misgaders Menuetten, Airs en veele Cierlyke Danssen op 
de Amsterdamsche Schouwburg gedanst door B. .., voor de Viool, 
Dwarsfluit, Haubais, Cimbalo, en andere Instrumenten, 2 Deeltjes 

2-8-0 
Niet by Eitner. 

Divertissement Theatrales, zynde een verzameling van de 

Keurlykste France, Italiaanse, en andere Stukjes, de 2 Deeltjes 

2-8-0 
Niet b|j EitDer. 

Canzonnettes Fran^oises, premiere & seconde parties, yder 



k M st 

Niet by Eitner. 

VI. Sonate, da Camera a due Flauti Traversieri, ó due 

Violini, è Violoncello, ó Basso Continuo. 4—0—0 

Exx. Leiden (?) (Eitner YI, 278); mns. coll. Utr. (▼. BiemsdQk 107). 

XII. Sonaten, k due Flauti Traversieri, ó due Violim', 

Libro Primo è Libro Secundo, beide byeen 4—0—0 

Ex. Leiden (Eitner YI, 278). 

Michelet (F. G.) lil. Sonaten, per il Cembalo, Libri ï. 1—10-0 

Organist te Franeker, sinds 1765 te Alkmaar. 

111. Sonaten, per il Cembalo, Libri II. 2—0—0 



HL Sonaten, per il Cembalo, Libri III. 2—0—0 

Ex. I -IIL Darmst. (Eitner YI, 468). 

Morigi (A.) Vf. Concerten, na de Gusto of Italiaanse smaak van 
TaHini 8—0-0 

Niet b|j Eitner. 

zyn varialien van 8 Minuetten met 12 variatien 0—14—0 

Niet bU Eitner. 

VI. Sonaten; a Violino è Basso Continuo, OperoSeconda 

3-10--0 

N. 

Vè. Nozeman (G). VI. Sonaten, Violoncello Solo, con Basso Continuo, 
Opera Quinta 2—0—0 

Overleden te Amsterdam 1745. 

tt« Fodsca 24 Pastorallas Huzettes & paisances, per il 

Cembalo 3 

Niet by Eitner. 



54 ARXOLDrS 0L0PSE5, MUZIEKUITGEVER TE AMSTERDAM IX 1755. 



Piaotanida (Giovanni) VI. Sonaten a Tre, due Violini, è Cembalo, 
Gierlyk op grool Papier, Opera Prima. 5-0 Q 

Goneertoerde omstreeks 1740 in Holland (Eitner YII, 418). 

Qtiantz (J. J.) Konstryk uitgevoerd Werk: Onderwys voor de Dwars- 
fluU en CamposUie, met 2t Tabula-PIaten tot volkomen Leerzaam- 
heid, extra Cierlyk in 't Goper gegraveert, uit 't Hoog- in 't Neerduits 
vertaalt door «/. IV, Lustig ; kost 't groot Papier 6 Guld., en *t klein 
Papier 5 

Yerseheen in 1754 (Eitner Tm, 100). Ex. Terz. J. W. E. 

B. 

Radeker (Henrico) Concerto per il Cembalo, Opera Seconda 1 —4^-0 
Sinds 1784 organist van de Groote Kerk te Haarlem. 
Niet by Eitner. 



U. Sonaten, è Concertato, per il Cembalo con Violino 

Obligato, Opera Terza 2—0—0 

Ex. Amst. (Eitner Ym, 110). 

Retzel (Antonio) VI. Sonaten a Tre, due Violini, ö due Flauti 
Traversieri è Basso Continuo, Opera Prima 3—0—0 

Ex. B. Wagener (Eitner TUI, 193). 

S. 

SB. Santis (G. de) VI. Sonaten du Camera k Violino Solo, ê Violino. 
ó Cembalo, Opera Prima 3—0—0 

88. VI. Concerten, a septe è Otlo Stromenti, a Violino 

Principale, Violino Primo è Secondo, Ripieno, Alto Viola, &c. Opera 
Secondd 7-0-0 

Niet btj Eitner. 

Santo Lapis, sci nuovo Sinfonie, è piu Stromenti, Tte Sono a due 

Violini, Viola, Violoncello ö Basso Continuo, a Tre altre coi Mede- 

simi Stromenti è pia cere con Comi da Caccia 6—0—0 

Noemt zich omstreeks 1750 „maitre de mnsiqae italienne k la Haje*' 

(Eitner VI, 51). 

Niet by Eitner. 

Scerer, Tre Sonate, k Tre Flauti c Tre Violini 1—10—0 

Stanley (G.) VI. Concerti a 7 Stromenti, a Violino I. è IL del Con- 
certino &c. (nu Cierlyk tot een Compleet Werk gedrukt,) kost maar 

5—5-0 

met nog 5 andere werken voor 't Clave-Cimbalo 



ARNOLDUS OLOFSEN, MUZIEKUITGEVER TE AMSTERDAM IN 1755. 55 



Tartini (G.) VI. Concerten k Cinque Stromenti, Opera Prima, Libr. 1. 

6-0--0 

VI. Concerten k Cinque Stromenti, Opera, Libr. !I. 7—0—0 



. XII. Sonaten k Violino Solo, Violoncello, è Basso Continuo, 

è uno Pastorale, Opera Prima 6—0—0 

— - - XII. Sonaten, k due Violini, è due Basso Continuo, Libro 

Primo é Libro Secondo 5—0—0 

Niet bö Eitner (?) 

VI. Sonaten, k Tre due Violini, ó due Fiauti Traversi, 

Opera VIIL 3 -0-0 

Niet by Eitner (?) 

»♦ Tessarine (C.) VL Sonaten a Tre, due Violini ó due Fiauti 
Traversieri, è Violoncello ó Basso Continuo, Opera Prima 4—0—0 
Concerteerde in 1762 (?) in Amsterdam (Eitner IX, 388). 
Yermoedeiyk niet bQ Eitner. 

• XII Sonaten, per Flauto Traverso è Basso Continuo, 



Cpera Seconda 3—10—0 
Opera Quarta, Libro Primo è Secondo Lastravaganza, 



Ouverture è Concerti, k Tre Violino, Alto è Basso Continuo 

12_0-0 

Tischer (J. N.) Divertissementi è VI. Galanteri Panien I. IL III. 
Theiler, yder 15 st., zamen 2 — 5—0 

Tre Sonate, k Flauto Traverso Solo, è Basso Continuo, 

da d'Alcuno Famosi Maestri 1—10—0 

Niet by Eitner. 

T. 

Valentini (R) VIIL Sonate a due Fiauti Traversieri & Opera Quinta 

2-10-0 
Yermoedeiyk niet by Eitner; Goovaerts p. 525. 



■ X Concerten, k Violino Primo è Secondo, è Basso Con- 

cerlino, Violino, Primo è Secondo, di Concerto Grosso Violetta k 
Basso, Opera Nona 10—0—0 

Niet by Eitner. 

W. 

Werkmeister (A.) Orgelproef, zeer nut en dienstig voor de Opzienders, 
en wel inzonderheid voor Organisten, om Orgelmakers te beletten 



56 1RS0LDC8 OLOPSESf, HCZfEKTITGETER TE A36TERDAM 19 1755l 

▼oor ODDodire onkosten des Orgels, waar door de Kerken veei- 
maals in de Rekening beswaart worden, &c O— 10— O 

Yenefaeen in 1755. Ex. Tcn. J. W. E. 

Extra Fraye zoo Blanco, als met Letters 'er in, Cransfes^ om op de 

MosidL-Werken te plakken, ieder k 1 stuiTer. 
Mitsgaders alle soorten Tan Gelinieerde Papieren Toor de Mozjkt tot 

cif De Prysen, en gdbondoie Boekjes, &c. 



BLADVULLING. 

Dat in onderscheiden, vooral plattelandsgemeenten en dorpen nog 
steeds nachtwachten de ronde doen, om des nachts op onraad te 
letten en vooral op brand, is bekend. Minder bekend zeker en toch 
zeer eigenaardig zqn de rgmpjes, welke de klepperman te VoUenhove 
telkens opnieuw, des avonds en des morgens, met luider stemme den 
volke doet hooren. 

Des avonds begint hg zgn werk, met het volgende aan te heffen: 

Dooft vuur en licht. 

Sluit deur en vensters dicht. 

Gq moet slapen. 

Ik zal waken. 
Dat is mijn plicht; 
Met mqn ratel en mijn stok. 
Elf uur heeR de klok. 

En des morgens vroeg besluit hq zqn nachtwaak met de volgende 
dichterlijke ontboezeming, welke voor VoUenhove s ingezetaien tegelijk 
een zeer gepaste en wgze vermaning inhoudt, aldus: 

Ontwaakt, gq die slaapt. 
Want de dag die genaakt. 

Vreest God, 
Onderhoudt zqn gebod! 
Vqf uur heeft de klok. 

N. RM. Courant 
13 Jan. 1906, ü B. 



BRÜINSMA EN ZIJN .MELODYEN". 



Niet schaarsch is het muziekwerk van Y. Bruinsma, organist van de 
Broerkerk O en klokkenist te Nqmegen, dat onder den titel Nieuwe 
en eenigen hekenden melodyen, met eigen gecomponeerde bassen in 
1774 verscheen te Amsterdam bij Joh. Wessing WnxsMsz. In het 
voorbericht van dit opus staat één en ander te lezen aangaande de 
bedoeling er van, maar uitvoeriger wordt daaromtrent bericht gegeven 
in het voor de verschijning verspreidde prospectus, dat uit dien hoofde 
verdient afgedrukt te worden. Een exemplaar berust in de Bibliotheek 
van de Vereeniging ter bevordering van de belangen der Boekhandels, 
te Amsterdam. 

Blijkens de voor de editie geplaatste „naamlyst der intekenaaren", 
werd op het werk ingeteekend door 219 personen met 372 exx. Daar- 
onder komen voor: 

Zacharias DrrLOFF, zangmr. te Amsterdam; Idtz. Doedes, organist 
te Stavoren ; Ezajas de Fraat. musyk verk. te Utrecht ; JoAcmM Hes, orga- 
nist en klokkenist te Gouda; H. S. van Midlum, voorzanger en school- 
bedienaar, alsmede generaal collecteur van de Grietenie, Hemelumer, 
Oudevaart en Noordwolde te Koudaan; Jacob Potholt, organist te 
Amsterdam; J. P. Scmix, organist te Campen; A. P. Sghill, musyk- 
meester te Amsterdam; M. J. Tibma, organist en schoolmeester te 
Abbema en Thomas Tresling, voorzanger te Stavoren. 

Onder de inteekenaren wordt ook vermeld: N. van der Meer, konst- 
plaatsnijder te Amsterdam, in wien dus wellicht gezien kan worden 
de graveur der muziekplaten. 

Het prospectus, dat hierachter volgt, werd in de Boekzaal van Blaart 
1773, p. 342, aldus geadverteerd : 



1) H. D. J. SchcTiobmTen. De St. Steptienakerk te S^megen. Nijm. 1900 p. 116—116 



58 BRCI5S1IA E5 ZU5 «MELODTEü". 

«By den Boekverkoper J. Wessikg Willemsz te Amsterdam, is nog 
gedurende de Maand April voor niet te bekomen; een Bericht van 
Inteekening, volgens het welke hy voornemens is (indien zich een ge- 
noegzaam aantal Inteekenaaren opdoen) te doen drukken: zeker aan- 
genaam en gemakkelyk Muzyk Werk; zullende dienstig zyn, zo wel 
voor het Orgel, Clavecimbaal, als voor de Fluit, Viool enz. en byzonder 
tot de Zangkonst, waar na een considerable meenigte van stigtelyke 
Gezangen kunnen gespeeld of gezongen worden, op een zeer gemak- 

kelyken trant." 

J. W. Enschedé. 

BERICHT 

VAN 

INTEEKENING. 

BT DEN B0F.KVERK0OPER 

JOHANNES WESSliNG WILLEMSZ. 
TE Amsterdam, 

Wegens zeker allernultigst Mustkwerk; zullende 
dienstig zyn, zo wel voor het Orgel als voor de 
Fiool, Fluid, enz. en byzonder ook tot de Zangkunst,- 
waar na de Considerable menigte van Stigtelyke 
Gezangen kunnen gespeeld of gezongen worden ; op 
een zeer gemakkelyke en aangenaame trant. 

De Autheur een voornaam Organist zynde, en een zuivere Hoog- 
achting hebbende voor den Christelyken Godsdienst, heeft altoos zig 
zeer beezig gehouden, met het leezen, speelen en zingen van Sligtelyke 
Liederen, gelyk die van de vermaerde Boddaert, Swanke La Rui^. 
ScmiTTE en andere, en heeft daar toe tot nut van zyn Mede-Land- 
genooten gepractizeerd, of niet deeze Sligtelyke Rymen en Gezangen 
op een Eenvoudige en zeer gemakkelyke wys konden gespeeld of ge- 
zongen worden ; en dus meer tot een algemeen gebruik raaken ? daar 
toe heeft zyn E. zig geen moeite ontzien, maar zedert lange Jaaren 
daar aan gewerkt, tot dat zyn E. hel zo verre gebracht heeft, gelyk 
men den geachlen Leezer zal mededeelen ; ondertusschen wierd zyn E. 
zo van vrienden als bekende zeer geanimeerd, dit Werkje publicq te 



BRUINSMA EN ZIJN ;,MEL0DTEN". 59 

maaken, dan dewyl het niet zo zeer voor voorname Musykkundigen, 
als wel voor zulke ingericht is, die wel genegen zyn zig door Stigtelyke 
Gezangen en Poëzy te vermaaken, (en zo verre niet gevordert zyn, 
datze alle of Nieuwe Musykstukken kunnen speelen of zingen, maar 
van dit als een Eenvoudig Aangenaam Musyk kunnen gebruik maaken,) 
zo wierd zyn E. tot de Inteekening geraaden. 

Immers zyn E. heeft wel meer dan 25 Autheuren gebruikt, op dat 
de geene die den eenen Autheur niet mogt hebben, van den anderen zig 
zoude konnen bedienen, door verscheide bekende als Nieuw gemaakte 
Melodyen, waar van de ordinaire Musyk over al toe dienende is, en 
deze Bassen voor de Clavier geschikt zyn, lot dat einde zal ik een 
kort begrip der Musyk zelve mededeelen. 

De Melodyen zyn alle gesteld op de meest gewoone G. of Fiool 
Sleutel, en de Bas insgelyks op de bekende F. of Bas Sleutel, en op 
eene matige hoogte van Toon, om gezongen te kunnen worden, en 
op dat min geoeffende des te beeter op de Maat zouden kunnen 
speelen, zynde de Basse ingericht in de Smaak van de zogenaamde 
Mourquis van 2, 3 en 4 vierendeels maaten, deeze Methode al^ ook 
de Melody, zo in de Diskant als in de Bas, heeft de volkomen Goed- 
keuring, van een der beste en kundigsle Organisten van Amsterdam ^), 
weggedragen! 't werk is zo ingericht dat men langs deeze Eenvoudige 
trant, allermeest het regte oogmerk, om onder het singen de zaak der 
woorden te mogen verstaan, gemakkelyk zal kunnen bereiken. — 

Circa 25 bekende Melodyen, zyn onder andere Aimabale Vainceur, 
Geef een aalmoes voor den Blinden, Hoe schoon ligt ons de Morgen- 
ster, O Heilig Zalig Betlehem, O Kersnagt, Rozemond, O Minnelyke 
Emanuël, Zoet Gezelschap, Wie sleet Heugelyker Dagen, en andere 
zeer bekende Voizen; waar op een groote menigte Autheuren dienst- 
baer kunnen zyn, daar by zyn omtrent 50 Nieuwe Melodyen gemaakt, 
op denzelven trant, zo dat 'er meer dan 2000 Liederen op gespeelten 
gezongen kunnen worden, en voor die den Rym trant eenigzins ver- 
staan, het getal ongelyk grooter is, en worden zal, zo lang 'er Stigtelyke 
Gedigten en Gezangen in de Waereld zullen koomen. De Autheuren 



1) Jacob Potholt, aan wien het opus ia opgedragen «zo voor balten gemeenen Oor- 
rectien in dezen; als ten teeken ran hoogachting" (J. W. B.). 



60 BRUINSMA EN ZIJN „MELODTEN'*. 

waar toe deeze bekende en Nieuwgemaakte Musyk dienstig is, zyn 
vooreerst alle de Stigtel^ke Gedigten van den vermaerden P. Boddaert, 
benevens de Levensbeschryving van dien geachten Autheur, waar in 
55 Liederen voorkomen, ten tweede de Stigtelyke Rymoeffeningen van 
W. SwANKE, en nagelaten Gedigten, voorts de onlangs herdrukte 
Stigtelyke Gedigten van P. Winkelman, met de Voorreeden van 
Do. R. Schutte, en ten laatste P. de La Rüë, over U Geloof en Gebed 
— en nog wel 25 andere voomaame Autheuren, als uit de Bundeltjes 
150. ScHORTiNGHüYs 170. alle de bekende Werken van W. Slufier over 
de 300. R. Schutte byna 80. Voet ruim 50. JufiFr. Reen, geb. PoUius. 
120. en P. ScHELTDS, de Natuur vergeestelykt, 150. in 't getal, vervolgens 
Albertoma, circa 100. Bennet, Vrouwe C. P. Juffr. Goets, Groenewegen, 

LODESTYN, LaMPE, VAN HoUTEN, LOO, LEEUWARDEN, OuDAAN, ScHORTING- 

HUYS, TuTNMAN, enz. vervolgens verscheide Psalmen en Lofzangen, circa 
100 in getal. 

Nadien 'er nu met de Uitgaave dezer Melodyen, allereigenlykst bedoeld 
word, aanleiding te geeven, om alle die beroemde Gedigten van de 
Heer P. Boddaert, te kunnen zingen en speelen, zo zyn hier toe de 
woorden van yder onderscheiden Gedigt, alleen uit dien Autheur onder 
de Melodyen geplaatst, ten einde om te kunnen zien, wanneer men op 
een Woord, een, of meer Nooten van de Melodye zingen moet. 

Voor 't overige zal men voor of agter een Register plaatzen, van 
meer dan 500 Gedigten, uit de gemelde Autheuren, namentlyk Boddaert, 
La Rüë, Swanke en Winkelman, en van de andere 26 Autheuren, zo 
veel als kortelyk gepractizeerd kan worden, de aanwyzing mede- 
deelen. 

En om eindelijk de geachte Leezer tot de Inteekening te animeeren, 
zo belooft de Drukker deezer, het geheele Werk dat in veertig Koopere 
Plaaten bestaan zal, yder vol en duidelyk met Musyk en woorden 
gevult, benevens al het nodige te Leeveren voor de Inteekenaaren, het 
geheele Werk voor drie Guldens Contant, dog zullen voor de geene 
die niet Inteekenen, niet minder dan voor vier Gulden te bekoomen 
zyn. Zo dra het getal der Respective Inteekenaaren tot 200 is gekomen, 
zal men een begin maaken, en daar mede zo spoedig voortgaan, als 
immers mogelyk zal zyn; dog zo dat getal niet tot de gemelde hoogte 



BRUINSMA EN ZIJN „HELODYEN*'. 61 

mogi klimmen, zal 't geheele Werk geen voortgang hebben, hier by 
kan in de Boek- en Musyk Winkels daar de inteekening geschied, een 
BLAD TER MODEL GEZIEN WORDEN, op dat men van de Nuttigheid en 
Fraaiheid kan oordeelen 

Den Inteekenaar word geen geld by de Inteekening afgevergd, maar 
alleen Naam, en Woonplaatse verzogt. 

De Tyd, deezer Inteekening word open gesteld tot Primo April 1773, 
zullende na die Tyd geen Intekenaaren aangenomen worden, maar 
zal een yder de verhoogde Prys van iner Gulden moeten betaalen; en 
op dat dit fraye Werk, hoe Eenvoudig ook egter raar in zyn zoort 
zoude blyven, zal 'er maar een klein gelal overgedrukt worden, 't geen 
spoedig uitverkogl zal werden, en dan voor geen Prys te bekomen 
zal zyn. 

De Intekening geschied te Amsterd&m by voorgemelde en andere Boek- en 
Mnzykverkopers; 'sHage J, Thierry\ Botterd., J. v. d. Laan-, Dord, Bluaaé 
en Zoon', Leiden, Luehitnans; Utrecht, J. v. Schoonhoven en Ck>mp,\ Delft, 
van der Smout; Gk>ada, de Vry; Arnhem, ^yAo/f ; Nymegen, Wol f een \ Zalt- 
Bommel, M, Salmont; Middelburg, P. Gülissen; Qroningen, L. HuifMing\ 
Leeaw. de Chalmot; Zierikzee, v, ^d, Tooren; 's Bosch, Pallier, By welke het 
Mnzyk is te zien, en de Berichten te bekomen zyn. 



VIER PSALM-ORGELBOEKEN. 
(1775-1778) 



Wel bekend is het, dat de ingebruikneming van de psalmberüming 
van 1773 in het einde van het derde en vierde kwartaal der achttiende 
eeuw aanleiding gaf tot plaatseliijke pogingen de nederduitsch her- 
vormde kerkzang eveneens te verbeteren. Inderdaad behoeven die 
pogingen hier niet toegelicht te worden, omdat zq wat hun strekking 
betreft herhaaldelijk beschreven z^n. Toch zjjn er nog enkele détail- 
punten te verklaren en daartoe geven de bescheiden, die ik hier 
publiceer, niet onbelangrijk materiaal. Deze bescheiden zijn boekver- 
koopers-prospectussen, waarvan gedrukte origineelen berusten in de 
Bibliotheek van de Vereeniging ter bevordering van de Belangen des 
Boekhandels, te Amsterdam. 

Het eerste prospectus is in veel opzichten merkwaardig. Deze uit- 
gave van een psalm orgelboek werd ondernomen door Jacobus Kok, te 
Amsterdam, een geleerd en praktisch boekhandelaar, zegt Ledeboer» 
die met z^n Vaderlandsch Woordenboek, gedeeltelijk door hem zelf 
geschreven, lange jaren de vraagbaak by uitnemendheid geweest is 
van ieder, die ingelicht wilde worden omtrent vroegere personalia. 
Vervolgens is het prospectus merkwaardig, omdat de ontworpen uitgaaf 
niet doorgegaan is; het is mij althans niet gelukt een psalm- orgelboek 
te vinden, dat geTdentificeerd zou mogen worden met de editie in dit 
prospectus beschreven, en omdat in de proefpagina's een notatie be- 
waard is geble en van de orgelleiding van den dusgenoemden korten 
zinglrant. die men o. a. te Amsterdam, Rotterdam, Middelburg, Goes 
en Utrecht trachtte in te voeren. 

Deze korte trant bestond hierin, dat de eerste en laatste noot van 



VIER PSALM ORGELBOEKEN. 63 

iederen regel lang en de tusschenliggende kort gezongen werden *), wat 
wö weten uit de berichten van Petrus Hofstede *) en van Van Iperen '), 
en wat ons bewaard is gebleven in het psalmboekje, voor het kerk- 
bezoekend publiek bestemd, dat in 1776 te Amsterdam bü Morterre 
verscheen *), 

In het prospectus wordt gewag gemaakt van een besluit van den 
Kerkeraad van Amsterdam, waarbq dit college den korten zingtrant voor- 
schrift, zonder dat uit het stuk zelf bl^kl, dat deze trant te Amster- 
dam althans ingevoerd was. Daar zulks eerst geschiedde in het begin 
van 1776 ^), moet de uitgifte van het prospectus in het laatst van 1775 
Igeschied z^n. 

Evenmin als blgkt welke organist of voorzanger de hand gehad 
heeft in het psalmboekje van Morterre, blijkt dat by de uitgave van 
Jacobus Kok; om een eventueel te voorschijn komend exemplaar te 
kunnen herkennen, zy gezegd, dal de plaatgrootte der bijgevoegde 
twee muziekplaten is hg. 186 mM. en br. 234 mM. 

De muziekspecimina laten niet toe het verkrijgen van een volledige 
kennis aangaande het voorgenomen werk. Wat z|j echter laten zien, is 
voldoende om te meenen, dat de ongenoemde musicus, zich aanpassende 
aan de toenmaals moderne zienswijzen, een volslagen onbekendheid 
had met het wezen van het hervormd kerkgezang en de eigenaardig- 
heden van orgelspel, en allerminst genoegzaam op de hoogte was van 
harmonisatie en de psalmentonaliteit. 

Achteraf beschouwd is het, historisch gezien, zeker te betreuren, dat 
dit compleete psalmboek niet tot stand gekomen is ; artistiek en 
liturgisch daarentegen is het gelukkig, dat de uitgave achterwege is 
gebleven. Er had van dit boek een invloed kunnen uitgaan, die ons 
hervormd kerkgezang nog jammeriyker had kunnen doen worden, dan 
het hedendaagsch reeds is. 

Over de uitgave, waarvan het tweede prospectus den voorlooper 



') zie m^ Aanhangsel achter Baboxb Ons Kerkboek, Gron. 1900, p. 827. 

*) Brief aan J. J. Ie S'tge ten Broek. Rott 1776. 

*) Kerkelyke historie van het psalm-gezang. Amst. 1778. Dl. U. p. 452 vlg. 

*) Het nieuw en verbeterd psalm-gezang^ voor beminn*iars, en wel inzonderheid voor 
eerst beginnende vnn het aangenaam en lieflyk maat-gezung enz. Te Amsterdam, bj 
J. MoBTXBBX, boekverkoper, 1776. 

*) Het nieuw en verbeterd psalm-gezang enz. Voorrede, p. VL 



6i VIEU PSALM-ORGELBOEKEN. 

was, is geen twijfel mogelijk. Zonder datum O verscheen te Utrecht 
bij S. DE Waal 

Het boek der psalmen, nevens de gezangen bg de Hervormde 
Kerk van Nederland in gebruik : Door last van de Hoog Moogende 
Heeren Staaten Generaal der Vereenigde Nederlanden, uyt drie 
berijmingen in den Jaare 1773, gekooren. Met de nodige daar in 
gemaakte veranderingen. In welke alle de versen der psalmen met 
eene, inzonderheid voor de zang-gestelde bas verrijkt, en de zang- 
noten, overeenkomstig den aart der poëtische voeten, verdeeld 
zijn. Door J. de Passius, oi-ganist te Vianen. (ÏI), X, 952, f2), 65 p. 
kl. 8^— p. 952: ,Te Utrecht, gedrukt bij J. F. Rosart." 
Het prospectus voegt aan de kennis van de gedrukte psalmuitgaaf 
weinig of niets toe. De Passius stelt zich tegen den korten zingtrant 
over, maar erkennende de waarde van rhythmisch psalmgezang ver- 
deelt hij de lange en korte noten der bestaande tonenreeksen over- 
eenkomstig de scansie van het vers. Daarmede gaf hij inderdaad iets 
nieuws, dat niet ten eenemale te verwerpen is, gegeven de practische 
onbruikbaarheid der psalmwijzen voor gemeentegezang voor toen en 
voor nu. Trouwens Prof. Agqüoy deed bü de reconstructie der psalm- 
wijzen in zijn uitgaaf voor hervormd kerkelijk gebruik (1896 en 1899) 
in beginsel hetzelfde, slechts hierin van De PAssrcs verschillende, dat 
hij, als historicus, zich nauwer poogde aan te sluiten aan de oorspron- 
kelijke versie der psalmvooisen. 

Niet geheel onjuist, maar ook niet geheel juist, is de mededeeling 
in het prospectus, dat dit psalmboek het eerste was, waarvan de bas- 
stem gezongen zou kunnen worden. Indien dit opgevat wordt als be- 
trekking hebbende op de berijming van 1773 is zulks ongetwijfeld waar, 
voor de psalmberijming van Dathenus daarentegen is dit min correct, 
gelet op het vierstemmig psalmboek van Gouoimel in 1620 verschenen 
bij Andries Clougk te Leiden (gemoderniseerd in 1753 door ENScmsDÉ 
te Haarlem herdrukt) en de tweestemmige Psalmen Davids van J. J. 
Backer uit 1677 (herdrukt 1684, 1700 en 1720). 



M In den Cutalogtis der muziehbibliotheek van D. F. Schkürlekk, 's-Gravenh. 18»8 
(Dl. I) p. 884 wordt als zoodanig geïnterpoleerd het jaar 1775: op grond ran het in het 
prospectos gezegde biykt znlks minstens één Jaar geanticipeerd te zijn. 



VIER PSALM-ORGELBOEKEN. 65 

Onjuist daarentegen is het prospectus in het bericht over het sleutel- 
gebruik. De bqge voegde proefpagina's geven de melodie in den altsleutel. 
In de uitgaaf zelf is dit doorloopend hersteld in den sopraansleutel, 
telkens met behoud van het vierkante notenschrift. — Bovendien ver- 
schillen de proefpagina's en het uitgegeven werk nog hierin, dat de 
eerste niet, het laatste wel afscheidingen (maatstrepen) heeft aan het 
einde van eiken regel. 

Van De Passius is niet veel bekend. Ia 1767 ondernam h^j de uitgaaf 
van een Verzameling van geestelyke gezangen *), waarop h^j vijf jaar 
later een tweede deel liet volgen'); h^j was toen (1767) reeds te Vianen. 
Later woonde hü te Utrecht, waar hjj zich vestigde in 1780. Vóór zgn 
verplaatsing had hü onder den schuilnaam J. de Suissap O. T. V. in 
1779 bij Samuel de Waal en G. van den Brink Jansz. te Utrecht in 
het licht gegeven: 

Een honderdtal, nieuwe, geestryke raadzels. (VIII), 102, (2) p. 16^ 
— (p. 103) : ,Te Utrecht, ter boekdrukkerye van J. F. Rosart." 

waarvan een tweede druk verscheen te Utrecht bjj de Wed. S. de 
Waal en Zoon in 1788 onder zijn eigen naam (gedrukt te Utrecht bü 
P. Müntendam) en een derde (?) uitgaaf bü de Wed. S. de Waal te 
Utrecht in 1796 »). 

Onder de inteekenaars op het psalmboek komen weinig musici voor: 
J. P. Courier, zangmeester te Amsterdam, Z. Ditloff, zangmeester te 
Amsterdam, Renier Eskes, zangmeester te Amsterdam, Esajas de Praat, 
muziekverkooper te Utrecht, Jan de Graaf, zangmeester te Amsterdam, 
Willem de Graaf, voorzanger in de Oosterkerk te Amsterdam, A. S. 
Hempenius, schoolmeester en organist in St. Jacob, P. van der Hulst, 
cathechizeer- en zangmeester te Amsterdam, J. Marghal, voorzanger 



O ,te bekomen fAmtt by Hummel, Olofien en MArkordt: VUtr. Uaanebrink, en by 
den AnUieor te VUnen : kost f 2—10.'* (AdTertentie Ta Amsterdamache Courant 36 Jnny 
17«7). 

') ,By J. Hanebriuk, BoekTerkooper te Utrecht, Is gedrakt, en op heden te bekomen, 
als mede alom by de Boekverkoopere : Verzameling yan Qeestelyke Gezangen, by-een 
vergaderd en op nlenwe Zangwyzen gebracht naar de Italiaansche en Hedendaagsohe 
Smaak door J. de Passlos. 2 Deelen. In groot Octavo a ^4, yder Deelde apart, voor f%" 
(Advertentie In Oprechte Haarleinschf Cuurant, 19 Nov. 1772). 

') Veiling BuKOEBSDijK on Nxkrmahs te Leiden. Nov. 1906, No. 3836. 

YIIL 6 



66 VIER PSALMOHGELBOEKEN. 

in de kleine Fransche kerk te Amsterdam en D. Voorman, zangmeester 
te Amsterdam. 

In 1800 was het restant der exemplaren in handen van L. Groexewoud, 
boekhandelaar aan de Haringpakkerij te Amsterdam, die zulks 
adverteerde *) : 

«Voor de Zangminnaaren, welke zich in de Edele Zangkonst willen 
oefenen, om de aangenaame melody welke in 't Psalmgezang ligt, op 
vaste gronden een noodige onderrichting te geeven, om zich zelfs be- 
kwaam te maaken, zoo heeft J. de Passius, Organist te Vianen, de 
moeite op zich genomen, dat Werk te vervaardigen ; in 't welk alle de 
Versen der Psalmen (met eene inzonderheid voor de Bas-Zang verrjkt) 
de 2jangnoolen overeenkomstig den aart der Poëtische Voeten verdeeld. 
Dit Werk na de Kunst ten uitvoer te brengen, heeft groote kosten 
vereist, waarom het door een groot aantal Inteekenaaren is onder- 
nomen geworden, en by de Uitgaaf gesteld op /'5:— : Onvermogende 
Liefhebbers, welke tot deze hooge prys het Werk niet hebben kunnen 
bekomen, om hunne begeertens te voldoen, zal een klein getal Exem- 
plaaren afgeleverd worden, voor de' extra laage prys van 36 stuiv." 

Ten slotte z\j nog gezegd dat het psalmboek is uitgevoerd geheel 
in boekdruk. 

Het derde prospectus heeft met de beide voorafgaande punten van 
aanraking ook behalve het feit dat het een psalm-orgelboek geldt. Die 
overeenkomst bestaat met het eerste prospectus hierin, dat het psalmboek 
van Bruininkuutzbn nimmer het licht heeft gezien, met het tweede daarin, 
dat deze organist evenals De Passius zich niet ingenomen betoont met 
den korten zingtrant en in z^n gemeente te Maassluis een anderen 
weg volgde. Welke deze w^ was, bliijkt niet, want de proefpagina met 
muziek, waarvan in het prospectus melding gemaakt wordt, is niet be- 
waard gebleven. Zulks is om meer dan één reden te betreuren, niet 
slechts, omdat Bruininkhutzen een organist was, die hoog geprezen 
werd door JoAcmM Hess ') en Nicolaas Knock '), maar vooral, omdat 
de kerkelüke gemeente te Maassluis met die van Vlaardingen berucht 



') Boekzaal, Dec. 1800, p. 678. 

') «Beroemd organist" (Hsss. Diapositicn der.. . Kerk-orgelen, Qoada 17T4, p. 191.) 

'i «Beroemd organist" .Kkoc», Disposilien der... Kcrk-orgcleii , Gron. 1768, p. 46.* 



> 



VIER FSALM-OROELBOEKEN. 67 

is geworden in haar verzet tegen de psalmberuming van 1773 en den 
korten zingtrant *)• ^^ kan uit dit prospectus opgemaakt worden, dat 
Bruininxhuyzen er m geslaagd is een modus vivendi te vinden tusschen 
den ouden (langen) en den nieuwen (korten) zingtrant. 

De reden, dat zijn psalmboek achterwege is gebleven, zal denkelgk 
wel geweest zijn de concurrentie van de Psalmen van Potholt, waar- 
van het eerste stuk reeds een jaar te voren in het einde van 1776 
verschenen ^ en in het einde van 1777 compleet gekomen was ') en 
waarvan ongeveer gelijktijdig een nieuwe exploitatie door den uitgever 
geschiedde. Welke daarvan de condities waren leert het vierde stuk, 
hierachter medegedeeld als vierde document. 

Dat de Psalmen van Potholt mercantiel beter waren dan die van 
Bruininkhuyzen is duidelijk. Jacob Potholt, organist van de Oude Kerk 
en klokkenist van het Stadhuis te Amsterdam, geb. in 1726 was een 
persoon van grootere bekendheid dan Bruininkhutzen en de uitgever 
Wessing te Amsterdam was krachtens den aard van zijn fonds meer 
aangewezen dan zijn Delftsche en Maassluissche confraters een 
hervormd kerkboek aan den man te brengen. 

Bij ontstentenis van Bruininkhutzen's methode kan geen vergelijking 
gemaakt worden met die van zijn eveneens blinden confrater Potholt. 
Een vergelijking daarentegen met de anonieme onderneming van Kok 
van eenige jaren te voren is wel mogelijk. Hoewel evenmin overeen- 
komstig de huidige historisch-aesthetische inzichten, is PothOlt*s be- 
werking toch aanzienlijk veel beter; harmonisatie en interludia zijn 
natuurlijker, niet zoo droog en onbeholpen als die van den anonymus. 

De titel van dit bij Joh. Wessing Willeusz te Amsterdam in 1777 
verschenen muziekwerk, luidt: 

De muzyk van de CL psalmen benevens de lofzangen, naar den 
nieuwsten zangtrant met pr» en interludiums en bassen, door 
Jacob Potholt, organist van de Oude Kerk en klokkenist van 't 



') De BirQd te Ylaardlngeii is oityoeriDg betohreyen door D. F. ScnxuBUEsm in sQa 
Het Vlaardingsche zangverachil 177Ó—J77S (Geachiedktmdiye opstellen uitgeg, ter eere 
van Dr. H. C. Rotjge^ Leid. z. J. p. 17 ylg.). VgL : ,Wy willen Daeyis Zalmen onwen, •! 
«on Uftessloifl 't onderste boyen". (Woltf en Dkkxh. Historie van mejutfrouw Sara 
Burgerhart, 's-Orayenh. 1782. Dl. I. p. 347)4 

*) Boekzaal, Oct 1776, p. 480. 

*) t. a. p., Noy. 1777, p. 681. 



üö VIER PSALM-ORGELBOEKEN. 

Stadhuis Ie Amsterdam. Te Amsterdam by Joh. Wessing Wiüemsz. 
MDCCLXXVll (Vni), 118, (4) p. 4* obl. 

Opgedragen aan Pieter Trap, Abraham Bredris, Cornelis Munter 
en Jagob Temmingk, Kerkmeesters van de Oude Kerk, dd. 1 Maart 1776. 

Onder de inteekenaars, genoemd achter de eerste uitgifte, komen 
voor de volgende musici: 

Adrianus Adrighem, organist te Bodegraven, Pieter van den Berg, 
voorzanger van de Eilands Kerk te Amsterdam, Nigolaas Blok, fransch 
en duitsch schoolhouder en voorzanger te Delfshaven, Y. Brüinsma, 
organist en klokkenist te Nijmegen, Egbert van den Eem, organist van 
de AugustQne Kerk te Dordrecht, Willem de Graaf, voorzanger van 
de Oosterkerk te Amsterdam, J. Hess, organist van de Groote Kerk 
te Gouda, G. Kluit, muzykmeester te Dordrecht, Arnoldus van Kotgk, 
kost-schoolhouder en organist te Giessen, Harmanus de Ligt, muzyk- 
meester te Amsterdam, Abraham Loosvelt, organist b\j de Doopsge- 
zinden te Haarlem, Jagob Mari, organist in de Oosterkerk te Rotter- 
dam. H. V. D. Meer, organist te Cuilenborgh, Joh. Gotlieb. Nigolai, 
Stadsmusicus te Zwolle, Wed. A. Olofsen, muzykverkoopster te Am- 
sterdam, Jaques Passius, organist te Vianen, GERRrr Peesgu, organist 
te Zoelen, J. Radeker, organist van de Groote Kerk en klokkenist te 
Haarlem, Bartholomeus Rulofs, organist van de N. Z. Kapel te Am- 
sterdam, mitsgaders orchestmeester der gemelde stad, Jagob Rtnders, 
organist te Munnikendam, Wolter Rtnders, organist in de Ryp, Jasper 
ScHOUTE, organist van de Remonstrantc Kerk te Amsterdam, J. W. 
Sghmtts, organist van de Engelsche Kerk te Rotterdam, Henoruc 
Sparnay, organist van de Wale Kerk te Vlissingen, Reijer Taamis, organist 
te Hoorn, Willem van Vierhouten, organist en klokkenist te Purmerende, 
Adriaan Yissgher, Stadsschoolmeester en voorzanger te Purmerende, 
Wels, amateur te Gouda en David Woerle, muzykmeester te Gouda. 

In 1798 verscheen van Potholt's Psalmen een nieuwe druk, getrokken 
van dezelfde platen, bjj Joannes Brandt te Amsterdam, den grondlegger 
van de firma J. Brandt & Zn. te Amsterdam (U. A. C. Proost, 
Jag. Proost en J. Proost Jr.). 

J. W. Enschedé. 



VIER PSALM-OnOKLBOEKEN. 

BERICHT 

VAN 

INTEKENING, 

OP DE 

ZANGWYZEN 

DER 

PSALMEN EN LOFZANGEN. 

Zo als die thans, in de Gereformeerde 

Kerk te Amsterdam en elders, 

gezongen en gespeelt worden. 

Geschikt voor 't Orgel en Clawier &c- 

Inzonderheid ten dienste van minge- 

öeffende Liefhebberen. Met Zang en 

Bas Sec. Interladiums, Agrementen 

en Sluitingen. 

Waarby gevoegt is, eene korte Ver- 
klaaring der Basnooten, met of 
zonder Tekens of CyfTers. 

Het eenigste oogmerk van de Zamenstelling, en Uitgaave van dit 
Werk is, om den Eerstbeginnenden, of hen, wier vatbaarheid niet ligt 
te verpligten is, aan de veelërley VerlUideringen der Toonen, een be- 
kwaam en eenvoudig middel aan de hand te doen. Te meer, daar wy 
daaglyks waameemen, dat veelen zich zelven wantrouwen, hunne 
Wüdispositien aan de musicaaU Orders onderworpen te houden ; en 
de daar uit voortkoomende vertwyffelingen, die, in 't verkiezen der 
Agrementen ontstaan, en, die den Mingeöeffenden een' onöverkomelyken 
Berg schynen, ten eenemaal weg te neemen. 

Voor lange al, had ik derhalven, de Uitgaave van een diergelyk Werk 
overdagt, en heb 'er eindelyk toe beslooten, na wy zien, dat alömme 
veel werks word gemaakt, om eene beetere en aangenaamere Zang- 
wyze, in veele Steeden in te voeren. Dit ons Werk, is hoofdzakelyk 
geschikt, voor het Orgel en Clavecimbaal Sec. om in korten tyd en met 



70 VnSR PaALM'ORGELBOEKElf. 

weinig moeite, de PSALMEN en LOFZANGEN te kunnen speelen ; 
tot dat einde is het zelve ingerigt, na de verbeterde Manier van speelen 
en zingen, volgens het Besluit van den Eerwaarden Kerkenraad te 
Amsterdam j met Goedkeuringe van Haar Ed : Groot Agtbaarheedens, 
Te weeten : De eerste en laaste Noot van ieder Regel lang. De tussen 
staande Nooten half zo lang. De Rustingen, tussen ieder Regel, zo 
lang als een geheele Noot. Tussen de Regels, Interludiums ; — Om 
deeze manier van speelen gemakkelyk en aangenaam te maaken, 
Agrementnooties, voorzien met Tramblanttekens, tot een bevoegzaam 
verband, tussen de Zangnooten, overeenkomstig de Basnooten. — Ook 
is aan het einde van ieder Vers gevoegt, een korte Cadans of Sluiting, 
die voor Minkundigen, in plaatze van een Prseludium, kan gebruikt 
worden, eer men het Vers aanvangt. — Voorts heb ik het, lot genoegen 
van zingende Liefhebbers, gevoegelyk geoordeeld, om dit interessant 
Werk, met de Letterdruk van het eerste Vers van ieder PSALM te 
voorzien; Terwyl de Verklaring der Basnooten, die by voorraad in 
eene der Proeven gebragt is, by het uitgeven van het Werk, op eene 
afzonderlyke Plaat voUeediger zal gedrukt worden, op dat die naar elks 
genoegen, by iedere PSALM zal kunnen gelegt worden, ten einde zich 
een Eerstbeginnende, de Accoorden, en Basslagen, die byna overal^ 
in 't Werk voorkoomen, met spoed en gemak zoude kunnen eigen 
maaken. 

Om dit Werk zo net en uitvoerig, als moogelyk is, in 'l licht te 
brengen, zo is de Autheur te raade geworden, 'l zelve, by Intekening 
te doen drukken en uitgeeven, op de volgende wyze: 

Ten eersten: Het werk zal bestaan, uit hondert twee en sestig 
Plaaten, behalven eene fraaye Tytelplaat, en de Plaat tot Verklaring 
der Basnooten, geschikt. 

Ten tweeden : Deze Plaaten zullen, op Tin gesneeden worden, om 
dat derzelver duidelykheid, wegens het verëysch van een vlug en vaardig 
Gezigl, onder het speelen, die van het Koper, verre te boven gaat. 

Ten derden : Op dat een iegelyk dit werk, voor een modiecke prys 
zoude magtig worden, is hetzelve gesteld, op zes Guldens en tien 
Stuyvers, en zal in zes Stukken, zo spoedig, als eene accurate uit- 
voering toelaat, uitgegeven worden; ondertussen zullen de Stukken, 



VIER PSALM-ORGELBOEKEN. 71 

voor hen, die niet hebben ingetekent, niet minder, als ieder Stuk, voor 
eene Gulden, tien Stuyvers afgelevert worden. 

Ten laatsten: By de Intekening zal geen Geld gevorderd, maar de 
Stukken zullen voor co»to«< Geld telkens afgelevert worden : Naamentlyk 
het eersle Stuk, tegen eene Gulden en tien Stuyvers, en de vier 
volgenden, tegen eene Gulden en vyf Stuivers ieder Stuk; terwyl het 
laatste Stuk, voor niet zal afgeleevert worden, tegens vertooning van 
<Juitantie. Voorts zullen die geene, welke eerst Intekenenen, eerste en 
beste Plaaldrukken, volgens hunne Nommers van Intekening, bekoomen. 

De Auiheur die de Exeroplaaren zal onderteekenen, verzekert de 
Uefhebberen, die dit Werk, met hunne Intekening verëeren, van eene 
nette en zindelyke Uytyoering ; terwyl zy verzogt worden, hunne 
Naam' en Woonplaats, waar van de Lyst zal gedrukt worden, naauw- 
keurig op te geeven, aan de nevensstaande Boek- en Muzykhandelaaren, 
«'^Iwaar reeds twee Proefplaten, van dit Werk gereed liggen en te zien 
zyn, en de Intekening van nu af aan, tot den 15 April zal openstaan. 

De INTEKENING geschied 
te Amsterdam, by J. Kok, Boek- 
verkoper in de Lange Niesel. 



Haarlem Bosch, en ran DMen. 
's Hagc Thierry, Boumnk, en 
Drecht. 



Te Alkmaar by ïïe\fed. Mtw^d en Zomf. 

Arnhem Troost, 

Amersfoort Panneloet. 

Bergen op Zoom van der Linden. ' HarÜngen van dar Plaats 

Bommel Safmon*. Flarderwyk Sunttrenbosck. 

Bolswaart Kramer. \ 's Hcrtogenboech Palier. 

Breda II. fl'. de Brvyn. i Heusden Beeol, 

Briel Wed. Verhel en Zoon. Hoorn Tjallini/ius en VermandeJ. 

Campen Ilaine en Valkenier. \ Leeuwaarden Chalnwt, Ferwerda, en 

Delft can der Smout. Tresling. 

i'ordreeht J. Blus f r en Zoon, van \ I,ciden Lusan en can Dam me, de Does^ 

Braam, de Haas en IVanntr. Fz. Hooyeveen, fVed Iloneoop, S. en 

Deventer JHffr. van V'yk en h-iemhorst. J. Lucktmans, en Ie Mair. 

Ënkhuizeu Klenk en Kaüenhach. Maastricht Landmeter. 

Francker Jtomar. Maassluys van den Bnnj. 

<^»oream Hor neer. Medenblik Cos. 

<TOuda van der Klos en Sfnal. ' Meppelt Vooyd. 

Goes Huisihan. Middelburg tf. Abrahams, en Gillissen. 
Groninjrcn lluyziny. Groene- H'old, en Nyweeecn van Campm, en trolfsen. 

H. Spnndntfw. Oudewater Gevers. 



72 



VIER PSALM-OROELBOEKEN. 



Parmereud Jordaan, 

Rotterdam Arrenberg^ Bennet en Hake, 

Bothal, Bosrhy Burgvliet^ van der 

Laan en D, en J. VU. 
SchooohoTen Brugman, 
Schiedam Smil, 
Sneek Zeihtra, 

Thiel Repeliuê en Wermeakerken, 
Utrecht Botch, Baars, Otterlo, G. T, en 

A, van Faddenburg, Wed, van Poolsum, 

Sehoonhootn en Comp.y en Spruit. 



Vlitsingen Corbe/yn en de Paijenaart. 

Veere Held. 

WagcniDgea Zandefyn. 

Woerdeo Evers. 

Workum Olingius, 

Zutphen van Bulderen, 

Zwolle dement. 

Zierikiee vau den Thoom, 

Zaandam Quakkelsfein en Broekhmgzen. 



Psalm 5. 5 versen. Pauze 7 versen. 

Ir tr ir ir 



|F^F^-t=3 ^ ^^ ^^^^ ^= ^^^EF ^m 



Neem, Heer, mijn ban - - ' ge klagt ter 



S^S 



i: 



^ 



::!= 



ISS= 



Ir Ir Ir Ir 




ren; 



^sfes^ 




tr tr tr tr 



^^ Fgghg^ ^-4 ^=F^^ ^ ^^^ 



Zie, als *t aan woor - - - den 



my 



ont - breekt. 



m 



^ 




|i 



^3^^^ 



VIER PSALM ORGELBOEKEN. 

Ir Ir tr tr tr 



73 



y^-p-^f!-^ 



^ 



8J--'>t^— =^=S ^ 



^ 



- - - ver - - - - den ----- king in m^ spreekt. 



^^ 



^ 



^^r^-%-^ 



fr /r 



^^^ 



Ge - ' - waar 



55F 



1^ 



tr Ir trtr 



g=t^ -J-t^CPcM^^34gUg^ J~7^p g:^^ 



- rft^ U, uü'8 /»«--- wc/* cAoo - - - ren, 



^^ 



3s 



^ d -=f 



, 6 

6 5b 




1/^*9] «tem 



^ 



=^ 



m 



6 6 
5 



Ir <r tr tr 




te hoo - - - - ren/ Interladiam tassohen Vers 1. en 2. &c. 



gZJIIZI 



^dzjö^^ g 



s 



Otfdaiui of alayting. 



^ 



7i 



VIER PSALM ORGELBOEKEN. 

Psalm 6. 10 versen. 




^^^^^^^^^^ 



t±:^zz^% 



Heer! Ojf z§l wel - - - daa - - - 



^ 



^=rgys ^-^^ ^ SJi 3 *'•* I * ^ g-ui 



^ 



rf»i7/ 









(r.fr fr 



g^^^^^^^^^ 



iSE 



>itW O/l--- ^r----wa---- diflr, 



IZSI 



^ 



6 6 



Së 



$rr=zz^r:>.A^ ^=^ ^ f ^^5 ^^^ 



/;* 



wen toor 



gloed. 



^ 



d — gi 



-. -^■X^J]' J^ ■ 



i==xgi-- <3^^ : 



1=3; 



■^-■ 



itzlt 



^^^ 



^ 



^t.' 



?nart - - - - /i(jr 



?^^ 



G B 



VIER PSALH-OROELBOEEEN. 



7-) 



tuw kag - - - . t^ "'- 



- - - den; 



^^^'lJ-^i^^^:i^=3=hF^^ ^^ 



-m 



Sla mjj 



met me 



de - - • /§-"■"" ^^i 



3=^^=^ 



» 



6 6 



6 6 



i^ 



tr tr 



^^^^^0 



^ 



^=i^^^ 



m 



Ge Ijfk 



s ^ ^^^^^^ 



^ 



Fa 



der 



doel. 



Interladiam iaséchen 
Vers 1. eo 2. A c. 



^ 



^ 



i 



=^^^ 



Cadans of slajtiDg. <^. 



7G 



VIER PSALM-ORGELBOEKEN. 



VERKLARING DER BASNOOTEN, MET OF ZONDER CIJFFERS 

OF TEKENS. 

Daar de onderstaande Noot is, moeten de bovenstaande Nooten gespeeld worden. 



V DO 

I Pof5 bs 



6 
6of5 



6 
6of5 $^ 



6 
6of5 176 



"g P tf= 



j^"^"^=^^^«i^^^fe 



6 
6of5 H Ü 



6 
6of5 ^ 



6 
6of6 ^ 



^«^^ 



^ 



BERICHT 

VAN 

INTEEKENING 

BT DEN Boekverkoper 

S. DE WAAL. 
TE Utrecht, 

Wegens een Volledig 

BAS-PSALM-BOEK, 

Met alle de Lofzangen ; 

Zo als die in de Hervormde Kerk dezer Lande in gebruyk zyn: waar 
in, niet alleen het eerste maar alle de Vaersen, roet een, alleen voor 
de Zang ingerigte Bas zullen verrykt zyn: welke Bas gecomponeerd is 

DOOR 

J. DE PASSIUS, 
Organist te Vianen. 



Nimmer is de lust tot het Psalm-Zingen, zoo algemeen in ons Land 
geweest, dan zedert de thans gebruikt wordende, fraaye nieuwe Be- 



VIER PSALM-ORGELBOEKEN. 77 

rjming derzelve, in onze Kerken is ingevoerd : en nooit is 'er teffens 
meer verlangen geweest, om die met een Zingende, en voor de Zang 
ingerigte Bas in 't licht te zien verscheiden ; Edoch zulks heeft de 
Liefhebbers van 't Psalm-Gezang tot hier toe niet mogen gebeuren. 

Hier om is het, dat ik my durv vleyen de Zang oeffenaaren geen 
geringe dienst te zullen doen, met hen de CL Psalmen benevens de 
Lofzangen, zo als die in onze Kerk-Boeken gevonden worden, waar in 
niet alleen het eerste maar alle de Vaersen, met een voor de Zang 
geschikte Bas, zullen verrykt zyn, ter inteekening aan te bieden. Ik 
heb reden te hoopen dat dit, van de Zanglievende, zoo lang verwagt 
Psalm-Boek, greetig zal worden aangenoomen : te meer, dewijl men 'er 
zich voor een geringe prys van zal kunnen voorzien. 

Het zal niet nodig zyn veel tot aanpryzing, van dit zo nuttig Psalm- 
Boek uit te weyden: ik zal my vergenoegen aan te merken; dat dit 
Boek, zo wel in de Kerk, als in 't privaat zal kunnen gebruikt worden ; 
en om aan dit oogmerk te voldoen zal men 'er de Heidelbergsche 
Catechismus, Belydenis, Formulier Gebeden, dtc. agter laaten volgen, 
en het in groot 12® formaat geljjk dit Bericht is, op best groot mediaan 
papier laaten drukken ; zo dat men het gemakkelyk in de zak zal kunnen 
draagen. Ook zullen de Zanglievende hier door het genoegen hebben, 
van, niet alleen het eerste Vaers van yder Psalm, maar alle de Psalmen 
geheel met een regelmatige Bas te kunnen Zingen. Ik hou my ver- 
zekert, dat een yder die, omtrent ons Kerk-Gezang, niet ten eenemaal 
onverschilUg is, van de nuttigheid van dit Psalm-Boek, ten volle over- 
tuigd zal wezen. 

Dan, hoewel 'er in eenige Steden een nieuwe Zang-trant in de Kerken 
is ingevoerd; te weeten, om de eerste en laaste noot van yder regel 
lang en de middel nooten kort te Zingen, heeft den Auteur het echter 
dienstiger geoordeeld de nooten overeenkomstig de lettergreepen, in 
heele en halve te verdeelen, men kan niet ontkennen dat de nieuwe 
Zang-trant beeter dan de oude is; Edoch het blyft echter zeker, dat 
wanneer de Psalmen met heele en halve nooten, (mits dat die wel 
gesteld zyn) worden gezongen, de Zang veel aangenaamer is, en dewyl 
het de Zanglievende, die in de Steden woonen, waar de nieuwe 2^ng- 
Methode is ingevoerd, niet moeyelyk zal zyn uit dit Psalm Boek in de 



78 VIER PSALM-ORGELBOEKEN. 

Kerk te Zingen, zullen zy daar en boven het genoegen kunnen hebben, 
op Zang-Collegien &c. de Psaknen, volgens de regels der kunst, te 
kunnen uitvoeren. 

Den Auteur heeft den gewoone G sleutel behouden, om dat die aan 
alle de geenen die zig in het Psalm-Gezang oeffénen bekend is, alzo 
dit Werk voor de Zangkunst alleen is ingerigt; met dit onderscheid, 
dat de sleutel, in 't Werk zelv, op den eersten Linie zal staan. 

De Bassen behoeven niet te worden aangepreezen, dewyl den Gom- 
ponist, by de Zanglievende genoegzaam bekent is, dan dat het nodig 
zou zyn iets tot zyn lof hier by te voegen. Trouwens de Liefhebbers 
zullen zelfs daarvan kunnen oordeelen. 

Zo ras men zal verneemen dat het getal der inteekenaaren eenigzints 
toereikende zal zyn, om een Werk van zo veel aangeleegentheid als 
dit te kunnen ondemeemen, zal men, om het zo fraay moogelyk is, in 
't licht doen komen, tot dat einde, nieuwe Letters als mede nieuwe 
Mediaan Nooten &c, ten eerste laaien vervaardigen; en als dan alle 
moogelyke spoed maaken, om dit Werk, zo ras doenl^k, zyn volle 
beslag te geven. 

Men zal op dit in zyn soort eenigst Werk kunnen inteekenen voor 
de maatige prys van Twee Guldens zestien stuivers, en voor die niet 
zullen hebben ingeteekend, zal het niet minder als Vier Guldens te 
bekomen zyn. 

De tyd dezer intekening word opengesteld tot den 30 Juny 1776. 
Men zal by de inteekening betaalen twintig stuivers waar voor de 
Inteekenaaren een quitantie zal worden ter hand gesteld, en by de 
afleevering van het Werk de overige zes-en-dertig stuivers. 

De Inteekening geschied te Utrecht, by SAMUEL de WAAL, en 
verders in de Nederlandscbe Steden, by de voornaamste Boekver* 
koopers, als mede by den Auteur te Vianem. 

NB. Dit Werk zal zeer zindelyk Uitgevoert warden ter Boekdruk- 
kerye van J. F. Rosart, Mr. Boekdrukker tot Utrecht. 

Volgt psalm 1 en psahn 2 tot derde strofe, zesde regel ,is"; de 
muziek in rhythmiek en tonaliteit gelgk aan de uitgave zelve, maar 
genoteerd in alt- en bassleutel. 



VIER PSALH-OROELBOEKEN. 79 

BERICHT 

▼AN 

INTEEKENING 

OP DE 

ZANGWYZEN 

DER 

PSALMEN EN LOFZANGEN 

VAN DE 

HERVORMDE KERKE 

IN 

NEDERLAND, 

Met prse- en interludiums, en bassen 
voor 't Orgel en Clavesimbel, 

DOOR 

JOHANNES HENDRIK 
BRÜYNINKHUYSEN, 

Organist te Maassluis. 

Sedert veele jaaren, door verschelde Persoonen, Liefhebbers en 
Kenners der Musiek, uit onderscheiden Plaatsen, verzocht zynde, om 
de Zangwyzen der Psalmen en Gezangen onzer Kerken voor Orgel- en 
Clavesimbel-gebruik in het licht te geven, heeft de Autheur om by- 
zondere reden daartoe niet kunnen overgaan ; dan, daar men thans by 
de loffelyke invoeringe eener zoo keurlyke als langgewenschte nieuwe 
Beryminge, ook heeft mogen verneem en, dat, in verre de meeste en 
grootste Gemeentens van ons Vaderland, op de verbetering van den 
Zangtrant, in allen ijver, met vrucht gearbeid is, en nog word, heeft 
hy, op vernieuwd aanzoek, ook wel willen zyne pogingen aanwenden, 
om, tot bevorderinge van dat Oogmerk, zyne bekomen kundigheden 
aan te wenden, en in alle nederigheid op te geeven, hoe hy de Zang- 
wyze het best geschikt oordeelt teii algemeenen gebruike, gelyk hy 
dezelve gedurende eenige weken, dat ze hier in Maassluis in gebruik 
gebragt waren, der Gemeente heeft voorgespeelt ; wier welwillende 
dezelve ook zeer voldoende voor alle Liefhebbers en Kenners van 
üodsdienptig Kerkmuziek hebben opgezongen. 

Om nu aan dit oogmerk te voldoen, bied de Autheur aan, by Intee- 



80 



▼IER PSALM ORGELBOEKEN. 



kening uit te geven de Zangwyze van de eerste verzen der Psalmen 
en Lofzangen, by de Hervormde Kerk van Nederland in gebruik, met 
Prse- en Interludiums en Bassen voor het Orgel en Clavesimbel, voor 
den prys van zeven guldens; dog die niet intekenen, zullen voor het 
zelve moeten betalen negen guldens en negen stuivers. 

By de intekening word betaalt drie guldens, welke by de aflevering 
zullen gekort worden, kunnende een iegelijk van een fraaije uitvoering 
verzekert zijn. 

Indien tegen verwachting hel getal der Intekenaars te klein mogt 
bevonden worden, om het Werk voortgang te doen hebben, zal men 
daarvan, zo ras de tyd der inteekening verstreeken is, verwiUigen, en 
de intekenpenningen hun, die ingetekent hebben, op de vertooning 
der quitantie, terug geeven. 

De Intekening begint den eersten September en eindigt den 
31«n December 1777. Intusschen is een proef te zien van den Bede- 
zang voor de Predikatie by de Boek- en Konstverkoopers in de Steden 
van Nederland, alwaar dit Berigt gratis word uitgegeven. 

Zullende het werk zo spoedig als mogelijk is, uitgevoerd, en bij 
stukjes uitgegeven worden, terwyl de Intekenaars beste afdrukken 
zullen bekomen, en hunne namen, des begerende, voor het werk in 
een alphabetische Naamlijst geplaatst worden. 

De Inteekening geschied te Delft by Eghert winder Smout, Boek- 
verkoper op de Markt, en te Maassluis by den Autheur, en Nicolaas 
van den Burgh, Boekverkooper aldaar: 



VOORTS 



Te Amsterdam by d'Erven Iloutluyn, 
V. d, Kroe, Yntema en Tieèoel, 
Conradif Loverinffh en Allart, Baalde, 
WamarSj den Hengst, J: Bol, wed: 
Bom, G. Entrop, wed: Esvelt en 
Holtrop, II: Oartman, F, de Kruyf, 
A\ Ment, A: E: Munnikhuiae, M: 
Sckalekamp, J : Weelinff, 31 : de 
Bruyn. 

Alkmaar de wed : Maagh, 

Arnhem Wouter Troost, 



Bergen op den Zoom van der Unden. 

Bommel M: Salmons, 

's Bosch /; en H: Palier. 

Briel wed: Verhel en Zoon. 

Campen Valkenier. 

Deventer L^em/torsi. 

Dordrecht Blussé, van Braam, de Haas 

en Wanner. 
Franekcr Romar. 
Corinchem Horneer en Goetxee. 
Gouda Verblaavio en v: d: Klos, 



VIER PSALM-ORGELBOEKEN. 



81 



Goes HuUmam. 
Groningen HumHg, 



Groenewold en 



Pnrmerend Jordaan, 

Rotterdam Arrenberg , Boteh, JSroni- 
horst, Bellaart, Bennet en Hake, 
Burgvliet, Beman, Bothal, Hofhout 
en Wolftbergen, Dirk Fm, A: LoseL 

Schoonhoven Bruggemam, 

Schiedam Poolman, 

Utrecht Gs v: d: Brink, Eemenee, de 
Meyere, Olterloo, de Paddtnbnrgen, 
van Poobum, Schoonhoven en Comp. 
Stubbe, Baart, Justiu Viseh, S: de 
Waal, 

Vlissingcn CorbeJ'gn en de Pagenaar, 

Zierikzee J: de Kanter en P: vanden 
Thoom, 

Znlphen van Bulderen, 

Zwolle Clement, 



Haarlem Boteh en Böhn, 

'«Hage van Thol, Thierry, Wgnantt, 

BoMcink, Meneert, dn Mee, Bak' 

hugsen, 
Harlingen v: d: Plaats Junior, 
Hoorn J!falli$tgiu*. 

Leeuwaarden Ckaimot, Ferwerda, Tresling, 
Leyden Jmchtmans, Luzac en van 

Bamwie, v: d: Egk en Vggh, ïlooge- 

veen, wed. Honkoop en Zoon, Ie Mair, 

HcgUgert, Meerburg, Thgssens, van 

Tifelen. 
Maastrigt Landmeeter, 
Middelburg Gillissen en Abrahams. 
Kymegen van Campen. 

Ingetekend voor Exenplaar van J. H. BRUYNINKHUYSEN, 
Zangwyzen der Psalmen en Lofzangen van de Hervormde Kerk in 
Nederland, met Prae- en Interludiums, en Bassen, voor het Orgel en 
Clavesimbel; Verbindende mij, om volgens Voorwaarden van Inschryving, 
de Foumissementen te voldoen by de levering van ieder Stuk. 

Actum den 

Ontfangen van den 
de somma van voor Exemplaar van 

J. H. BRÜYNINKBUYSEN, Zangicyzm der Psalmen en Lofzangen 
van de Hervormde Kerk in Nederland, met Prae- en Interludiums, 
en Bassen, voor het Orgel- en het Clavesimbel, 

Zegge f den 1777. 

BERICHT 

VAN EENE TWEEDE 

LNTEKENING 

OP HET 

PSALMMUZYK, 

naar den nieuwslen zangtranl 

met prae- en inter-ludiums 

en bassen, 

DOOR 

JACOB POTHOLT, 
Organist van de Oüde Kerk te Amsterdam. 

Het bovengemelde Psalmwerk, is in den Jaare 1776. de beuiinnaars 
der Muzijk ter Intekening aangebooden; welke intekening binnen de 

VIIL 6 



82 VIER PSALM-ORGELBOEKEN. 

bepaalden tyd voltallig geworden is; hebbende de zeer gerespecteerde 
Intekenaaren reeds het genoegen, het Werk geheel compleet ontfangen 
te hebben, voor de prys zo als by de eerste intekening bepaald was. 

Dan, dewyl 'er, na dal de Intekening geslooten was, nog verscheide 
Lieden opkwaamen, om deel aan die Intekening te hebben, en nog 
telkens solicitatien bekomen om voor de intekenprys af te leveren; welke 
weigering dikwils moeijelykheden veroorzaakt en het echter de eerste 
Intekenaaren niet aangenaam zyn kan zulks te bewilligen, zoo zyn wy 
te raaden geworden, om tot genoegen der Liefhebberen van 't PSALM- 
MUZIJK een TWEEDE INTEKENING te obtineeren, waar aan Provi- 
sioneel deel zullen hebben, de geene die de uitgegevene stukken van 
het gemelde Psalmwerk van tyd tot tyd, buiten mtekening afgehaald 
hebben, schoon dezelve de verhoogde prys betaald hebben voor de 
twee eerste stukken, zullense by het laatste uitgekomen stuk zo veel 
mmder betaalen, dat hun het geheele werk niet hooger zal koomen 
te staan, dan of ze deel aan deeze tweede Intekening hadden. 

Het werk zelve bestaat, in de FOYSE der 150 PSALMEN, zo als 
dezelve naar den nieuwsten Zangtrant in de Kerken te Amsterdam en 
elders gespeeld en gezongen worden; met PRiE- en INTERLUDIUHS 
voor en tusschen de regels, enz. als ook met becyfferde BASSEN, be- 
nevens de LOFZANGEN, dewelke achter 't ordinaire Psalmboek ge- 
vonden worden. 

Dit MÜZIJKWERK is geschikt voor het ORGEL en CLAWIER, en 
kan ook voor andere SPEEL-INSTRUMENTEN dienen ; en dewyl het 
compleete werk by de eerste Intekenaaren reeds het licht ziet, behoeve 
over de zindelyke uitvoering der druk niets te kennen te geeven, echter 
legt het werk ter bezichtiging by de onder staande Boek- en Muzjjk- 
handelaren. 

Deze TWEEDE Intekening verschild by de Eerste daar in, dat de 
piys thans op zeeven guldens komt voor 't geheele werk, en dat *er 
maar alleen Honderd Intekenaaren zullen aangenomen worden, dewelke 
zich voor het eind der Maand January des Jaars 1778 zullen moeten 
declareeren, zullende daar na abzolut gcene aangenomen worden, maar 
het werk in prys verhoogt, en niet minder dan agt en een halve gulden 
te bekomen zyn. De aflevering van 't geheele compleete werk, zal vier 



VIER PSALM-ORGELBOEKEN. 



83 



Maanden na de bepaalde tyd der Intekening geschieden, zullende by 
de Intekening slegts een Gulden op hand gegeven, en by de aflevering 
868 Childen betaald worden. 

Men heeft te meer deze tweede Intekening willen bevorderen, om dat 
het veele toegescheene heeft, dat het gemelde Psalm werk niet meer 
te bekomen was, daar het zelve, als van te nuttig gebruik zynde, niet 
gemist moet worden. 



De Inteekenimo geschied te Amsterdam, By Joh, Wessing WiUemsz^ 
op de hoek van de Stilsteeg en N. Z. Voorburgwal, en by de Muzyk- 
handelaaren, zo hier als in de Buitensteden. 



Te Alkmaar by de Wed, Maagh. 

Arnhem Troost, 

Amersfoort Pannekoek. 

Bommel Salmons, 

Bolswaart Kramer. 

Campen Heine en Valkenier, 

Delft v€M der Smout. 

Dordrecht A, Blutse en Zoon, van 

Braam, de Haas en Wanmr. 
Deventer Jujr. van Wyk, en Leemkorst. 
Enkhnizen Klenk, 
Crorcnm Homeer en Goetzée, 
GoDda vau der Klos. 
Groningen Hujfzing, Oroenewold en 

Wed, Spandaw, 
Haarlem van Lee en van Delden. 
'iHage TAierry, Bouvtnk, P. van Thol 

en Wynanis. 
Harlingen van der Plaats en Junior, 
Harderwyk Lnnterenboseh, 
'i Hertogenbosch Palier, 
Hoorn Vermande, 



Leeuwaarden CAalmot, Ferwerda, Tresling» 
Leiden Luzac en van Lamme, Wed. 

Honcoop, S, en /. Luehlmans en 

Ie Mair, 
Maaaslais van den Burg, 
Medcnblik Cos, 
Middelburg A, en W. Abrahams tn 

Oillissen, 
Nymeegen van Campen en Wolfsen. 
Rotterdam Arrenberg, Bennet en Eake^ 

Bothal, Bosch, Burgvliet en van der 

Laan. 
Schiedam Poolman, 
Sncek Zeilstra, 
Utrecht Olterloo, O, T, en A, van 

Paddenbwrg, Wed. Poolsum, Schoon- 

hovtn en Comp, 
Vlissingea Corbelyn en de Pa^enaar. 
Zatphen van Bulderen en van Beest, 
Zwolle Clement. 
Zierikzee van den Thoorn. 
Zaandam Quakkelstein, 



KLOK-OPSCHRIFTEN 

NAAR 

JÜRIAAN SPRUYT 
medegedeeld door A. van Damme. 



Door JuRiAAN Spruyt, in het midden der achttiende eeuw organist 
en klokkenist van Hoorn, is aangelegd een kleine verzameling van 
klok-opschriften, meest van klokken in Noord-Holland (1749). Eenige 
jaren geleden drukte ik dit handschnHje, berustende in het Gemeente- 
archief van Hoorn, af in een Haarlemsche courant (De Spaame-hode, 
20 Jan.— 17 Febr. 1901). Ik acht bet niet onbelangrijk hier uit deze 
opteekeningen van Sprüyt excerpten geven, voor zoover deze aan- 
vullen de klok-opschriflen in de Noord- Hollandsche Oudheden van 
VAN Arkel en Weissjun, en de bekende coUectie door van Borssum 
Waalkes byeengebracht in De Vrije Fries (1885 en 1892). 

Diplomatische nauwkeurigheid in bet weergeven der opschriften mogen 
wü van Sprüyt niet verwachten, ook daarom niet, omdat hij leefde in 
een tijd, dat aan de strenge nauwkeurigheid, thans met recht geëischt, 
geen beteekenis gehecht werd. Hij bewaarde ons niettemin de kennis 
van klokken, die nu niet meer bestaan. 

Maar bovenal is van waarde, hetgeen hij als musicus opteekende, 
d. w. z. toonhoogte, gewicht en grootte van klokken. Bekend met de 
moeielijkheid van technisch klok-onderzoek kunnen zijn berichten 
een welkom punt van uitgang vormen voor het muzikaal onderzoek 
onzer oude klokken, waarin gieters als van Wouw, Both, Tolhüys 
en Hemony, om slechts de meest bekenden te noemen, zooveel kunst 
en kunstvaardigheid neergelegd is. A. v. D. 



KLOK- OPSCHRIFTEN. 85 

ALKMAAR. 

Op de slag-klok van *t uur, voormaals gehangen hebbende op de 
Waagtoren stondt aldus : 

Zeer goede beschermheer Laurens, neem de scheuringe weg, opdat 
wy Christus in vreede van een voorspoedige wereldt mogen dienen : 
GoBELiNus Moer heeft mü gemaakt 't Alkmaar in jaar na de geboorte 
Ghristi 1487. den 4 October. Woog swaar 6300 pont. 

Op de slag-klok van *t half uur, voormaals gehangen hebbende op 
de Waagtooren stont aldus : 

Pieter is myn naam, m^jn geluyt zy Godt bekwaam. Gobel Moer 
goot my, in 't jaar onses Heeren 1488. Swaar 1800 pont 

DORDRECHT. 
Op de Groote Klok. 
Gö die ziet, waarom gelooft gy niet, en wofdt door een soete stem 
getrokken ; indien gy met een vaste hoop vertroud, zoo sult gy voor- 
spoediglyk verlost worden door de hulpe van Maria. Jan Jeelmans en 
He.ndri£ Wagenens mg maakten. Jo, Ka en Lambert. 
Dordts halfuurs klok. 
Gelyk de stemme roept in de woestgne soo luyt gy vroolyk int 
openbaar voor den gesalfden met een heldere stemme: bereyt den 
weg voor den Heere: daarom sult gij Jan worden geheeten. 
Dordts mette-ofte preekklok. 
Dewyl ik geluyt geve uyt de hoogten, wel dan aan dienaar der ge- 
salfde, breek nu trage vertoevinge, ijl na de Kerke Godts, ik heet 
Joris. Door my Joris Wagenens. 1510. 

DRIELST IN VRIESLANDT. 
Op de klyne klok. 
Jurijen Balthasar me fecit in Liewaarden 1654. 

GOUDA. 
Op de slag-klok van H uur staat aldus. 
JoHANNis Baptista ougelaakt ik heet, tot Gods dienst vertrouwen 
ben int jaar 52 gemaakt door Jan Moor. Zoo gy moogt aanschouwen. 
Het is geweest den 12 January 's avonts ten 9 uuren, als de kerk 
toegewyt aan St. Jan den Dooper, door 't vier vernielt is. 



8G KLOK-OPSCHRIFTEN. 

GRAFT. 
Op de groote slag-klok. 
Als men schreef sestien honderd veertig en twee heeft Gerhardus 
Splinter my gegooten 't Enkhuyse binnen de stede, en ben gehaalt tot 
Graft, en hier gestelt op de wagt, om mü te laaten hooren, alle uuren 
by dag en nagt 

Op de groote luyklok. 
Ik roepe de roenschen om te zyn berijt om te hooren de kragt Godts 
ter zaligheyL Everhardus Splinter me fecit Enkhusia 1643. 
Op de klyne luy-klok. 
F. Sc P. Hemomt me fecit. Zutphania 1651. 

GROET. 
Door de kloks geslag, gedenkt stervens dag 1594 [1694?!. 

GRONINGEN. 
De luy-klokken op de A-toorn. 
Een orgeltoon H, weegt 6200 iï. 
Een orgeltoon D*, weegt 2909 U. 
Een orgeltoon F*, weegt 1550 ff. 
Alle drie door J. Kranssen, k Enkh. 

HOORN. 

Het gewigt, de voeten en duymen des diameters, alsmede de toon 
van de slag- en luyklokken der stadt Hoorn ; en eenige andere. Am- 
sterdams gewigt en voetmaat. Anno 1749. 
Op de Luy toorn. 

Een klok, weegt 3520 flf, is 4 voet 7 duym. J. N. Derk. 1742. 

Een klok weegt 1600 flf, is wgt 3 voete 10 duym. G. van Wouw. 
A^ 1525. 

Nog een dito weegt 1005 flf, is wyt 3 voet en 3 duym. J. N. Derk. 
A\ 1742. 

Op de Groote Kerkstoorn. 

Van 't heel slag, door G. van Woüw 1531. 

Orgeltoon C, weegt 4531 ff, is wgt 5 voet en bVa duym. 

Die van het half slag is door P. Hemony, anno 1670 en is orgel* 
toon F, weegt 2300 ff, is wgt 4 voet en 4 duym. 



KLOK-OPSCHRIFTEN. 87 

Op de Ooster Kerkstoorn. 

't Heel slag door Willeu Weoewaart, anno 1596, orgeltoon G, 
-weegt 1600 É, is wjjt 3 voet en 9 duym. 

Die yan 't half slag is door Rüoldüs Butendiig, a^ , orgel- 
toon F, weegt 300 B, is w^t 2 voet en \yi duym. 

Op de Noorder Kerkstoorn. 

't Heel slag door Corn. Ammeroy, 1606, orgeltoon D*, weegt 450 flf, 
is WQt 2 voet en 5 duym. 

Die van 't ha]f slag is door F. Hemont. Anno 1645, orgeltoon C*, 
weegt 100 af, is wjjt 1 voet en 5 duym. 

Op 't Stadhuys. 
•Orgeltoon D, weegt 516 ff, wjjt 2 voet 6 duym. 

Op de Ooster-poort. 
Orgeltoon C, weegt 110 ff, wljt 1 voet en 6H duym. 
Op de Wester-poort is ook een uurwerk en klok geweest. 

Op de Hoofl-thoom. 

't Heel slag door P. Hemont. Anno 1646, orgeltoon G*, weegt 
1425 ff, w^t over zyn diameter 3 voet en 7>i^ duym. 

't Half slag, orgeltoon C* weegt 625 ff, w^t 2 voet 9 duym. 
F. Hemony 1647. 

De Veermans klok. 1529, orgeltoon A, weegt 175 ff, wgt i voet 
9 duym. 

HULST. 

Anno 1562 heeft het vier deeze toorn geschent, den 6 Juny met 
160 huyzen daar omtrent. Godt behoede Hulst voor zulk een misbaar. 
PiETER ben ik gegooten van Adriaan Stylaar. 

HYPOLTTUSHOEF 

op 't eylant Wieringen. 

Op de kleynste klok staat aldus : 

Weest gegroet Maria vol van gratiën, de Heere zy met U, gebenedyt 
2yt gy boven alle vrouwen. Nicolaus Büytendijk me fecit 1444. 



öö KLOK-OPSGHRIFTEN. 

JISP. 

Ik heet Salvator ofte zaligmaker; ick vercier de hoogtyden, beschry 
de dooden en roep de levendige tot den godsdienst Anno 1471. 

CALVERDIJK. 
De levende roep ik, de dooden overluy ik. Gobel Zaal heeft mu 
gegoten. 1534. 

KAMP. 
St. Clara ben ik gegoten. Jacob Wagenens me fecit 1535. 

KNOLLENDAM. 
Herigus Yestrink me fecit Gampis int jaar 1645. 

COLHORN. 
Hendrik Wegewart heeft my gegoten in de stad Kampen 1616. 

KWADIJK. 
Op de groote luy-klok. 
O gö, die veel swarigheeden geleden hebt. God zal van deze uwe 
elende ook een eynde maken. Tomas Bot me fecit 1588. 
Op de klöne luy-klok. 
St. Servaas is myn naam. Gobel Zael heeft my gegooten 1532. 

Op de slag-klok. 
NicoLAus vocor, al die tot de klokke geven, die Iaat God in eere- 
leven, alle dooden hemelruk, mü më Steven Buytendijk 1480. 

DE SLAGKLOKKEN DER STADT LEYDEN. 
De Mare Kerk. 
't Heel uur. Orgeltoon G, weegt 11200 flf. 

Op 't Stadhuys. 
Heel slag, door H. van Trier. A^ 1572, orgeltoon B, weegt 9970 U. 
't Half slag door M. Fremi. Anno 1680, orgeltoon D, weegt 4040 flf, 
wyt 5 voet en 5K duym. 
Op de Nieuwe Kerk. 
Heel slag door C. Wegewaardt. Anno 1647, orgeltoon G, weegt 1 1200 flf. 
Half slag door F. Hemont. Orgeltoon A, weegt 1140 flf, w«t 3 voet 
5% duym. 



KLOK-OPSCHRIPTEN. S9 

Op de Academie. 

*t Heel slag door F. Hemony. Orgeltoon E, weegt 2812 flf, wijt 4 voet 
7V« duym. 

't Half slag ook door F. Heuony. Orgeltoon A, weegt 1140 flf, wyt 
3 voet en 5*/2 duym. 

Die op de Hoogewoerts poort zyn beyde ook door F. Hemony en zyn 
in toon, gewigt en wyte, eveneens als op de Academie. 

Op de Blaauwe poort. 

Heel slag, orgeltoon F [F* ?], weegt 1994 B, wyt 4 voet en 2 duym. 
't Half slag, orgeltoon H, weegt 854 flf, wyt 3 voet en IV» duym, 
beyde Hemony. 

Op de Hooglandsche Kerk. 

Heel slag, orgeltoon B, weegt 1100 flf. 
Half slag, orgeltoon E, weegt 400 flf. 

Op de Zaay-hal. 

't Heel slag, orgeltoon A, door Klapmuts. 

Half slag, orgeltoon D*, weegt 320 flf, wyt 2 voet en 3 duym, door 
P. V. D. Gheyn, 1596. 

LOOSDRECHT. 

'k Wierd van 6000 pont, door 't Frans geboeft tot gruys. 
'k Weeg 1600 pont nu, en dien op nieuw Gods huys. 
Elk etmaal levert mjj met drie en sestig slaagen. 
Die ik kan zonder pyn ten dienst vant volk verdraagen. 
't Jaar twee en 'tseventig is bier de klok genoomen 
Door Heyrmans, na drie jaar, bergooten weer gekomen. 

DE SLAG. EN LUYKLOKKEN DER STADT MEDENBLIK. 
Op de Groote toorn. 
De heel slag door F. Hemony. A*. 1649, orgeltoon B, weegt 8300 ff, 
w^jt 6 voet en 5 duym. 

De middelste klok door F. en P. Hemony. A*. 1649, orgeltoon D^ 
weegt 3825 ff, wijt 5 voet en 2V« duym. 



'50 KLOK-OPSGHRIFTEN. 

De klijnste klok, door Everhardus Splintir. A*^. 1636, orgeltoon F, 
weegt 2300 ff, wgt 4 voet en 3 Va duym. 

Die op 't Kasteel. 
Orgeltoon F, weegt 300 U, 

OOSTEREND 
op 't eyland Texel. 

Maria is mijn naam, m^jn geluyd sü God bekwaam. Gerardus de 
Wouw me fecit 1503. 

PETTEN. 

Salvator is myn naam, myn geluyt is voor God bekwaam. Jan 
ToLHUYs me fecit 1553. 

PÜRMERENDT. 
Op de grootste slagklok in de tooren. 
St. Nigolaas is myn naam, m^jn geluyd is God bekwaam, de levende 
roep ik, de dooden beschrü ik, hagel en donder breek ik. Gefondeert 
door Gerardus Sghoonenburo 15!20. 

Op de middelste luy-klok. 
Gü Zaligmaker van de wereld maakt ons zalig. Thomas Bot & 
Wilhelmus de Aelten me fecit 1519. 

Op de kleynste luyklok tot Purmerendt 
Zoo God voor ons is, wie zal tegen ons z^n. Hendrk Nieman me fecit 614. 

AAN DE SCHAGERBRUG. 
'ToMAS Bot Sc Wilhelmus de Aelten me fecerunt 1563. 

SCHELUNGWOUD. 
Zoo God voor ons is, wie zal tegen ons zQn 1640. 

SGHERMERHORN. 

Op de groote luyklok. 
Ik roep de menschen om te zijn bereydt om te hooren de kragt 
Kxods ter zaligheyd. Everhardus Splinter me fecit Enkhusia 1642. 



KLOK-OPSCHRIFTEN. 91 

STAVOREN IN VRIESLAND!. 

Maria is mijn naam; mijn geluydt zg Godt bekwaam. Gobel Moer 
me fecit 1488. 

UYTDAM OF SGHETELDOEKSHAVEN. 
Salvator is m^n naam. Jan Tolhuys me fecit 15^. 

DE WTAAL OP TEXEL. 
Verbum Domini manet. Corn. Ammeroy 1605. 

WTESTER-ENDT 
op 't eyland Texel. 

Ik geloof Godt, ik verslyt het ijser, ik roep het volk te zamen, de 
gesturven beschrjj ik, ik verdrijf de pest, Nicolaas heet ik. Willem 
BuYTENDiJK me fecit 1489. 

WESTZANEN. 

Gert IJsbrantsz, Claes Jansz., Jan Klasen, Sch. Muys Jansz., Lucas 
Klaase, Kerkmr. Hehony me fecit 1658. 

V^INKEL. 

Si Deus pro nobis quis contra nos. Henricus Nieman me fecit. 
Enkhusa 1615. 

WORMER. 

Op de groote slagklok. 
Mijn naam is een roepend geluydt, dat de menschen ga ter deuren 
uit om Godts woort te hooren, zoo mag men de vyand verstooren. 
Corn. Aumeroy me fecit 1601. 

Op de middelste klok. 
Als myn geluyd zal zijn gehoort, vergadert u tot Godes woord, 
O Wormers wild in tyd dan leeren, u na zyn woord tot Godt te 
keeren. Conradus Spunter me fecit, Enkh. 1649. 

Op de kleynste klok. 
Maria Maodalena is mijn naam 1422. 



92 KLOK-OPSCHRIFTEN. 

ZÜYDERWOUD. 
Het Woord Godts blyfl in eeuwighijt Henricus Meurs me fecit 1614. 

ZIJDWIND. 
De name des Heeren zy gezegendt F. Hemony me fecit, Zutf. 1653» 

SUNDERDORP. 

Het woort Gods blyfl in eeuwigheyt. Cornelis Amueroy me fecit, 
Amstelredam 1603. 

ZIJPE 
aan de Groote Sluys. 

Mijn naam is Markus 1523. 



PROGRAMMA'S VAN HISTORISCHE CONCERTEN 

IN NEDERLAND. 

Een-en dertigste uitvoering van Grewijde Muziek, door het «Klein-Koor 
a Gappella'*, onder leiding van Ant. Averkamp, op Zondag 11 December 
1904, in de Nieuwe Luthersche Kerk te Amsterdam. 

1. Psalm XU Oblando di Lasso. 

2. Psalm LXXY J. Pz. Bwxblinck. 

8. In Dedioatione Templi Luoa Mabknzio. 

4. Hooglied-Motetten Q. P. da Paubstsuia. 

a. Trahe me 

b. Nigra snm 

e, Qaae est ista. 

5. Adoramas OrossppE Cobsi. 

6. Missa Octo Yooam Hans Lbo Hasslbb. 

Twee en-dertigste uitvoering van Gewade Muziek, door hetzelfde 
Koor, op Goeden Vrqdag 21 April 1905, in de Nieuwe Luthersche Kerk 
te Amsterdam. 

1. Leotio G. P. DA Palestbika. 

S. o. O. vos omnes i 

; T. L. DA ViTTOBIA. 

b. Domine Jesa Christe ) 

3. Aria: In deine Hande Joh. Sbb. Baob. 

4. Stabat Mater G. P. da Palestbika. 

5. a. Yere langoores T. L. da Yittobia. 

6. Christas faotas est. O. M. Asola. 

6. a. Komm, süsser Tod ! ] 

b. O Jesniein süss I Joh. Ssb. Bach. 

e, Mein Jesa, was für Seelenweb I 

7. Improperia O. P. da Palbstbika. 

S. Timor et tremor Oblakdo dx Lasso. 



94 UITYOERING VAN OUDE MUZIEK. 

Buitengewone uitvoering door hetzelfde Koor, op Zaterdag 13 Mei 
1905 in het Concertgebouw te Amsterdam. 

1. Oad-Nederlandsche liederen Toor gemengd Koor, Op. 42 Jülios Böntoeit. 

a. lek seg adiea. 

b. Afscheid. 

c. Meilied. 

d. Een cleyn wilt Yogelken. 

2, Sonate voor Viool en Piano, in bes, Ed. Peters No. 10 W. A. Mozabt. 
8. Madrigalen yoor gemengd Koor. 

a. Hans and Qrete Joh. Ecoabd. 

6. Il beir Hamore \ 

. _.,, . f i . . . . QioT, Gioc. Gastoldi. 

e, Amor vittorioso ^ 

d, Yillanella alla Napolitana Bald. Donati. 



4. a. lm Herbst 

b. Waldesnacht Yoor gemengd Koor, 

c, In stiller Nacht 

5. Sonate Toor Viool en Piano, in d kl. 3, Op. 108 

6. Tafellied TOor gemengd Koor en Piano, Op. 98 



Joh. Bbahvs. 



Concert in de Pieterskerk te Utrecht, op Dinsdag 31 October 1905,. 
met medewerking van Averkamp^s „a Cappella Koor'*. 

1. Praelndiam en Fnga voor orgel in C-groot, Peters 

Ed. n, No. 1 J. S. Bach. 

2. Koren a Oappella. 

a. Psalm 118 J. Pz. Swbelinck. 

b Qai toHis Jac. Obbboht. 

e. O salntaris P. de la Büe. 

d. Improperia G. P. da Palestsina^ 

8. Passacaglia Toor orgel J. K. Kbbll 

4. Koren a Cappella. 

a. Agnns Dei H. L. Hassleb. 

6. Et incamatas est B. MABOELLa 

c. Gracifizas Amt. Lotti. 

d. Twee Koralen J. S. Bach. 



UITVOERING VAN OUDE MUZIEK. 95 • 

6. Twee ChoralTorspiele Toor orgel Max Bboeb. 

a. Yater anser im Himmelreich. 

6. £in fester Barg ist anser Gott. 
6. Carmen Saecalare voor Koor a Oappella A. Dispbnbbock. 



Drie-en-dertigste uitvoering van Gewjjde Muziek, door het «Klein 
Koor a Capella*', onder leiding van Ant. Averkamp, op Zondag 10 
December t905, in de Nieuwe Luthersche Kerk te Amsterdam. 

1. Missa: Dies Sanctificatas. G. P. da Palestbina. 

2. Aria voor Tenor: Erfreae dich, Seele Joh. Seb. Bach. 

8. Beata es Gioyanni Gabeieli. 

4. a. Simeon im Tempel J 

, ^ ^ , ^ ^. f Joh. Eccabd. 

b. Ueber's Gebirg. ^ 

5. Aria voor Tenor : Frohe Hirten eilt Joh. Seb. Bach. 

6. Motott: Eomm, Jesa Eomm Joh. Seb. Bach. 



Voordracht van den heer J. W. Enschedé op een vergadering van 
het Kon. Oudheidkundig Genootschap te Amsterdam, 12 Maart ld06, 
over „Zeventiende-eeuwsche klaviermuziek inzonderheid in ons land". 

1. De mey die komt ons bfj seer biy (1671). 

2. Stockendans. 

8. La gallardyse (1671). 

i. Wellekom, Eindeken Jesa zoet. 

5. De ménsch wiens hert geleek een vrnchtbaer aerdt is. 

6. Noodigingh tot deachde : '^,De soete Meereminne Die so aentreok'l^ck zingt" 

7. Godt schiep den mens vol eere. 

8. Doen Daphne d'overschoone Maeght. 

Met drie yariaties. 

9. Brabantsche dragonders mars. 

10. Sarabande Gisbebt van Steenwick. 

Met acht variaties. Organist te Amhemlen te Eampen, overl. 1679. 

11. La princesse Geobo Bebff. 

Organist te Deventer. 

12. Suite in G Jacob Gbesse. 

Prieladiam. Allemande. Coarante. Sarabande. 

18. Saite in d Jacob Gbesse. 

Allemande. Coarante. Sarabande. 



96 UITVOERING VAN OUDE MUZIEK. 

14. Suite in a (fragment) Jacob Gbxsse (?) 

Praoladinm. Praeladiam. Allemande. 

15. Canzone. 

Eigenaardig wegens de vermenging van mixolydisch en G. 

16. JÜIemande, met variatie Joh. Jak. Fbobebgeb. 

Overl. 1667. 

17. Courante Joh. Jak. Fbobxbobb. 

OrerL 1667. 

18. Ballet. HsniB. Bchkidexaitk. 

Organist te Hamburg, overl. 1694. 

19. The King*8 hnnting jigg Dr. John Bülu 

OyerL 1628. 

20. Qaliardo, met 4 variaties Oblando Gibbons. 

Overl. 1625. 

-21. Sicilienne. 

Gedrnkt 1707. 

22. Gavotte italienne. 

Gedrnkt 1707. 

23. Gavotte Hbndbis Andbbs. 

Geoctroieerd 1696. 

24. Twee loitfantasieën Lüts Milak. 

Naar de editie, verschenen te Valencia in 1584, bewerkt door C. Sahtt 

Saêks. 

25. Ond-Nederlandsche dansw^zen, naar de zetting van 

Jhr. Mr. J. C. M. van BneicsDijK. 
Bewerkt door J. A. H. Waqxnaab. Overl. 1895. 

Galjaarde Hooren Babel. — Eenboer rontom. — Oharmoes. — Nobelman. 

26. Air. 



Vier-en-dertigste uitvoering van Gewjjde Muziek, door hetzelfde koor, 
op Goeden Vrydag 13 April 1906, in de Nieuwe Luthersche Kerk te 
Amsterdam. 

Johannes-Passion Joh. Szb. Baoh. 



Buitengewone uitvoering door hetzelfde Koor, op Woensdag 23 Hei 
1906 in het Cïoncertgebouw te Amsterdam. 

1. Madrigalen voor Koor. 

a. Ghe debbo far i 

E . „ . , , m 1. i G. P. DA Palbstbhta. 

h. Alla riva del Tebro \ 

c, Soaldava 11 sol . Luca Mabsmzio. 



UITVOERING VAN OUDE MUZIEK. 97 

2. Yariatiüên en Faga op een thema van Handel, voor 

Piano, Op. 2i Joh. Brah>18. 

3. Ond-Fransche Chansons voor solostemmen. 

a. Doalear me bat . 

b. J'ai bien caase ^ Josq. des Pres. 

c. Petite camasette \ 

d. Matona mia cara (madrigaal) Orl. di Lasso. 



1 



4. a. Besignation 

\ Voor Koor. Huoo Wolf. 

o, Ergebung 



5. Fantasia qaasi Sonata (après nne lectare de Dante), 

voor Piano Fbanz Liszt. 

6. Zigeuner 1 ieder, voor 4 Solostemmen en Piano. Op. 112 Joh. Bbahms. 

7. Slotkoor ait TËnfance da Ohrist Hectob Beblioz. 



Buitengewone uitvoering van het „Amslerdamsch a Gappella-Koor", 

onder leiding van Ant. Averkamp, op Maandag 26 November 1906, in 
het Concertgebouw te Amsterdam. 

1. a. Psalm 118 J. Pz. Sweelinck. 

6. Besponsoriam Mabcantonio iMasoNEBi. 

2. a. Sanctns en Benedictns Q. P. da Palestbina. 

b. Agnas Dei Hans Leo Hassleb. 

3. a. Jernsalem snrge Jac. Clemens von Papa. 

b. CrncifixüS Antomio Lotti. 

c. Tni sant Coeli Oblando di Labso. 

4. a. O Salataris Hostia Pibbbe de la Bue. 

6. Ave Yernm ... * W. A. Mozabt. 

e. Ave Maria Ant BBrcKNEB. 

5. a. Avond Oobnblie van Oostbbzbk 

6. Afscheid. | 

l . . . . Ond-Nederlandsche Volksliederen. 
c. Bede voor het Vaderland. J 



6. a. Dein Herzlein mild J 

6. Trab' Bösslein trab' ) Joh Bbahms. 

e. In stiHer Nacht < 

7. a. Spotlied op de Bossa. \ 

L r> %T ^ 1 i. .1 ^ . f . • God-Ne derlandsche Volksliederen. 

b. O Nederland I let op a saeok. \ 

vm. 7 



98 UITVOERING VAN OUDE MUZIEK. 

IN HET BUITENLAND. 

Historische concerten gegeven door den BoHN'schen Gesangverein 
te Breslau. 

Op Zondag 27 November 1904. 

Humor in der Deötschen Oper (18. Jahrhundert und erste Halfte des 
19. Jahrhunderts). 

1. Arie (Act IV) aas dem scherzhafton Sing-Spiele „Der l&oherliohe Prinz 
Jodelet", Ton Beimhabd Eeizeb, 1726. 

2. Arie (Act II) aas der komischen Oper „Der lustige Schaster", von J. O. 
Standfüss, bearbeitet von Johann Adam Hilleb, 1759. 

8. Daett (No. 14) aas dem komischen SiDgspiel „Die EntfühniDg aos dem 
Serail", Ton Wolfoako Amadeüs Mozabt, 1782. 

4. Qaintett (No. 16) aas der Oper „Die Zaaberflöte, von Wolfoano Amadeüs 
MOZABT, 1791. 

5. Terzett (No. 3) aas der komischen Oper „Der Apotheker and Doktor", von 
Cabl Dittebs von Dittbbsdobf, 1786. 

6. Lied (Act II) aas der Oper „Das neae Sonntagskind", von Wenzbl Müllxb, 1794. 

7. Indrodaotion (Qaartett) aas der komischen Oper „Der Dorfbarbier**, von 
JoHANN Scheve, 1796. 

8. Lied mit Ohor (Introdnction) aas der romantischen Oper „Der Freischüiz", 
von Oabl Mabia von Wbbeb, 1821. 

9. Ohor der Bitter and Fraaen (No. 7; aas dem Singspiel «Die Yerschworenen", 
von Fbanz Bohubebt. 

10. Oavatina (No. 10) aas der romantischen Oper „Omar and Leila", von 
Fbxedbich Ebnbt Fesoa, 1823. 

11. Sextett (No.* 13) aas der romantischen Oper „Des Adiers Horst*', von Fbanz 
GLasEB, 1830. 

12. Introdaction (Act IH, No. 12) aas der komischen Oper „Des Falkner's 
Braat", von Heinbich August Mabsohneb, 1882. 

18. Ensemble (No. 18) aas der komischen Oper „Ozar and Zimmermann", von 

AliBEBT LOBTZINO, 1887. 

14. Finale (No. 4) aas der komisch-phantastischen Oper „Die lastigen Weiber 
von Windsor", von Otto Nicolai, 1849. 



UITVOERING VAN OUDE MUZIEK. 99 

Op Zondag 11 Dec. 1904. 

Deutsche Kinderlieder aus alter und neuer Zeit. 

1. Ein Wiegen-Lied. Für 4 Stimmen. Yon Sethus Caltisiüs, 1598. 

2. Abendsegen. Zweisiimmig mit Begleitang. Yon Engblbbbt Huicpebdinck 
(geb. 1854). 

8. Wiegenlied. Einstimmig mit Klavier. Yon Emil Bonif (geb. 1839) 

4. Sandmaonchen. Yolkslied von A. Ebetzsoumab, 1810, fdr 4 Stimmen gesetzt 
Yon EmL BoBN. 

5. Mit Bosen bestreat. Einstimmig mit Klavier. Yon Max Bsgkb, 1903. 

6. Onten Morgen. Einstimmig mit Klavier. Yon Wzlhslm Taubebt 
(1811—1891). 

7. Mailied Zweistim mig mit Klavier. Yon Gabl Mabia von Webeb (1786— 1826). 

8. Sehnsncht nach dem Frühling. Fdr 1 Stimme and Klavier. Yon Wolfoanq 
Amadbus Mozabt (1756—1791). 

9. Sommertag. Zweistimmig mit Klavier. Yon Wilhelm Taubebt. 

10. Ein Hennlein weiss. Für 4 Stimmen. Yon Antomius Scandellus, 1570. 

11. Marienwürmchen. Zweistimmig mit Klavier. Yon Wilhelm Taubebt. 

12 Der Gntzgaach anf dem Zaano sass. Für 6 Stimmen Yon Laubemtius 

Lemlin, 1540. 
18. Rathsel. Yolksweise, gesetzt von Enqelbebt Humpebdince. 
14 Ein schweres Bathsel. Yolksweise mit Klavierbegleitang. Yon Ebmst 

BiCHTEB, 1845. 

15. Des Finken Gmss. Für 4 Stimmen. Yon Emil Bohk 

16. Wie es in der Mühie anssioht Zweistimmig mit Klavier. Yon Gabl Beineoke 
(geb. 1824). 

17 Der Attfschab. Einstimmig mit Klavier. Yon Johamn Adam Hilleb, 1769. 

18. Der Besen and die Bathe. Yolksweise für 1 Stimme and Klavier. Yon Cabl 
Beinecee. 

19. Um die Kiuder still and artig za machen. Einstimmig mit Klavier. Yon 
Theodob Stbeicheb, 1903. 

20. Oebartstagslied. Einstimmig mit Klavier. Yon Jültus Sachs (1830—1887). 

21. Weihnachten. Für eine Solostimme, Ohor and Klavier. Yon Gabl Fbibdbich 
Gübschmakn (1804—1841). 

22. Drei Wochen nach Weinachten. Einstimmig mit Klavier. Yon Gabl Bbineckb. 
28 Soldatenlied. Einstimmig mit Klavier. Yon Bobebt Schumann, 1845. 

24. fl&nsohen ist Soldat geworden. Einstimmig mit Klavier. Yon Max Ansobok, 
1902 
vm 1* 



100 UITVOEIUNG VAN OUDE MUZIEK. 

25. Wenn die Baben Steckenpferd reiten. Einstimmig mit Klavier. Yon SmoN 
Bbku, 1903. 

26. Brnder Malcher. Für Soli nnd Ohor. Yon Emil Bohn. 



Op Zondag 19 Febr. 1905. 

Gesange aus Shakespeare's Dramen. 

I. Ab ton like it. 

1. Under the greenwood tree (Act 2, Scène 5). Solo ond Ohor mit ElaTier. 
Yon Fbzedaioh vost Botmebüboh, am 1822. 

2. Blow, blow, thou winterwind (Act 2, Scène 7). Einstimmig mit Beglei- 
tong. Yon Thoxas Aüoüstue Abne, am 1740. 

8. a It was a lover and hls lass (Act 5, Scène 8). Einstimmig mit Be- 
gleitnng. Yon Tuomjis Moeley, 1600. 

b. Ein Borsch ond Magdlein jong ond schon. Yierstimmig. Yon 
Fbiedbich Silohee (1789—1860), für gemischten Chor geseizt von 
Emil Bohn. 
n Measues fob measube. 

Take, 01 take those Ups away (Act 4, Scène 1). Einstimmig mitBeglei- 
tnng. Yon John Wilson, 1659. 
nL Othbllo. 

The poor soal sat sighing by a sycamore tree (Act 4, Scène 3), 1 Stimme 
mit Klavier. Alteoglische Melodie. 
lY. Oymbeline 

Harkl harkl the lark at heaven*s gate sings (Act 2, Sceno 3). 

a. Yierstimmig. Yon BEMJAaiiN Oooee (1734—1793;. 

b, Eimtimmig mit Klavier. Yon Fbanz Schuüebt, 1826 

Y. LOVS'S LABOUB*Ö LOST, 

When daisies pied and violets blue (Act 5, Scène 2). Yierstimmig. Yon 
Geobqe Alexamdbb Macfabben (1813—1887). 
YL Maobeth. 

Black spirits and white (Act 4, Scène 1). Soli, Ohor aud Begleitong. Yon 
Matthbw Locee (1632—1677). 

YII. MVGH ADO ABOÜT NOTBINQ. 

Sigh no more, ladies (Act 2, Scène 3j. 1 Stimme mit Klavier. Yon 
JoBN Stevens (1757—1837). 



Xm^i 



UITVOERING VAN OUDE MUZIEK. 101 

Tin. MiDBüinnEBViaHT's dbeam. 

Ton spotted snakes. with donble tongae (Act 2, Scène 2'. 2 SoH, Fraaen- 
chor nad Begleitnng. Von Felix Mekdelssohn-Bartholdt (1809—1847.) 

IX. The Teicpe«t. 

1. Where the bee sacks, there sack I (Act 5, Boene 1). Einstimmig mit 

Begleitang. Yon Thomas Aüoustine Abne. 
2 Oome aoto these yellow sands (Act 1, Scène 9). Solo, Chor and 

Begleitang. Von Henrt Purcell (1658—1695). 
8. FuU fathom five thy fftther lies (Act 1, Scène 2 . Solo, Chor nnd 

Begleitang. Von Hekbt Pctbcbll. 

X. The two oentlemen of Verona. 

Who is Silvia? What is she? (Act 4, Sceno 2). 1 Stimme mit Klavier. 
Von Fbavz Schübebt, 1826. 

XI. TwELFTH vight; ob, What you will. 

1. Come away, come away, Death (Act 2. Scène 4). 2 Stimmea mit 
Klavier. Von Peter Cobnelius (1824—1874). 

2. a. O, mistress mine I where are yoa roaming (Act 2, Scène 3). 
1 Stimme mit Klavier, von William Btbd (1543—1623). 

b, O. Schatz, anf welchen Wegen irrt ihr? Vierstimmig. Von 
SiDVET Peibes Waddinotok. 

3. When that I was and a little tiny boy (Act 5, Soene 1). Solo, Ohor 
ond Klavier. Von Johh Liptbot Hatton, 1848. 



Op Zondag 5 Maart 1905. 

Das deutsche weltliche Lied vom Eade des 15. Jahrhunderls bis zum 
Ende des 18. Jahrhunderls. 

1. Ach herzigs Herz. Fflr 4 Stimmen. Von Heinbich Finok, 1536. 

2. Ich toll and mass ein Balen habon. Für 4 Stimmen. Von Ludwig Senfl, 1544. 
8. 8o trinken wir Alle. Von Abnold von Bbück, 1536. 

4. Venas, da and dein Kind. Von Jaoob Beonabt, 1576. 

5. Mein Lieb will mit mir kriegen Fdr 8 Stimmen (2 Ohöre). Von Hams Leo 
VON Hassleb, 1596. 

6. Unverhoffl kommet oft. Für 2 Stimmen and Basso continuo. Yon Johann 
Hebkann Sohein, 1628. 

7. Horbst-Lied. Für 3 Stimmen. Yon Heinuich Albebt, 1640. 

8. Willst da dein Herz mir schenken. 1 Stimme mit Klavier. Von Anna 
Maodalena Bach, 1725. 



102 UITVOERING VAN OUDE MUZIEK- 

9. Neajahrslied. Für 1 Solostimme, Ohor aod Klavier. Yon Johann Abbahax 
Petkb Sohulz, 1783. 

10. Das Yeilchen. Fur 1 Stimme mit Klavier. Voa Wolfoano Amadeus Mozabt 
(1756-1791). 

11. Neae Liebe, oeaes Leben. Für 1 Stimme mit Klayior. Yon LuDWia tan 
Beethoven (1770—1827). 

12 Lützow'8 wilde Jagd. Für 4 Mannerstimmen. Yon Cabl Mabia von Websb 
(1786—1826). 

13. Die Post. Für 1 Stimme mit Klavier. Yon Fbanz Schubbbt (1797—1828). 

14. Die Matter an der Wiege. Für 1 Stimme mit Klavier. Yon Cabl Lowb, 1842. 

15. Jagdlied. Für 4 Stimmen. Yon Felix Mendelssohn-Babtholdt (1809—1847). 

16. Mondnacht. Für 1 Stimme mit Klavier. Yon Bobbbt Sohtjmann (1810— 1856). 

17. Traame. Für 1 Fraaenstimme mit Klavier. Von Biohabd Waoneb (1813—1883). 

18. Yom Berge Für 4 Stimmen. Yon Bobebt Fbanz (1815 -1892). 

19. Margreth am Thore. Für 1 Stimme mit Klavier. Yon Adolf Jenpen (1887—1879). 
20 Meine Liebe ist grün. Für 1 Stimme mit Klavier. Yon Johannes Bbahks 

(1833 > 1897) 
21. Yerborgenheit. Für 1 Stimme mit Klavier. Yon Huoo Wolf (1860—1902 . 
Epilog, Das alte Lied vom Scheiden. Für 4 Stimmen. Yon Emil Bohn (geb. 1839). 



Op Zondag 12 November 1905. 
Sghiller's Gedichte in der Musik. 

1. Die Macht des Gesanges. Für Gemischteo Chor. Yon Johakn Fbiedbich 

Beichabdt (1752—1814). 
2 Grappe aas dem Tartams. Für 1 Stimme mit Klavier. Yon Fbanz Schubbbt 

(1797—1828). 

3. Die Worte des Glaubens. Für Mannerchor. Yon Oabl Zollneb (1800—1868) 

4. Des M&dchens Klage Für 1 Stimme mit Klavier. Yon Fbanz Schubebt. 

5. «Yon den Dome schwer and bang". Aas dem Lied der Glocke. Für Man- 
nerchor. Yon Peteb Cobnelius. 

6. Der Abend Für 4 Solostiramen mit Klavier. Yon Johannes Bbahms(1833— 1897). 

7. Die Ideale. Für gemischten Chor. Yon Johann Fbiedbich Beichabdt. 

8. Dithyrambe. Für TenorundBaritonmitKlavier. Yon Wilhelm Taubebt, 1861. 

9. An die Freade 

a. Für 1 Stimme and Chor, mit Klavier. Yon „Anonymus**, ca. 1800. 

b. Für 1 Stimme and Chor. Yon Fbiedbich Huqo von Dalbebo, 1799. 
e. Für 1 Stimme and Ohor. Yon Johann Fbiedbich Beichabdt. 



UITVOERING VAN OUDE MUZIEK. 103 

10. Morgenlied. Für Hannerohor. Von Bbinhold Beckeb (geb. 1842). 

11. Lied der Fischerknaben. Fur 1 Stimme mit Klavier. Von Fbanz Liszt 
(1811-1886). 

12. Sennenlied. Für gemiaohten Chor. Von Wilhelm Taübebt. 

13. Der Schütz. Ffir 1 Stimme and 2 Hömer. Von Bebnhabd Avselm Webeb 
(1766-1821). 

14 Ohor aas «Die Hochzeit des Thetis". Von Johanm Kabl Gottfbied Loewe, 1850. 

15. Scène aas „Maria Staart" (3. Aafzag, 1. Aaftritt). Für 1 Stimme mit Klavier 

Yon JOHANN BXTDOLPH ZUMSTEEO (1760—1802). 

16. Beiterlied. Für 1 Stimme and Chor. Yon Ohbistian Jaoob Zahn. 1798. 



Drei Concerto des Amslerdaraer „a Cappella-Chores", Dirigent: 
Ant. Averkamp, am 13. 15. und 16 November 1906, im Mozart-Saal 
zu BerÜD. 

Am 13. November. 

1. Psalm 122 Jan Pietebsz. Swbelinok. 

2. Kyrie and Cbriste Joanmes Ookeohek. 

3. O virgo genitrix Josqüin des Pfiks. 

4. O salataris Piebbe de la Bub. 

5. Sanotas and Benedictas aas der Maroellas-Messe i 

^ , f G. P. DA Palestbika. 

6. Improperien j 

7. Toi sant coeli Oblando di Lasso. 

8. Psalm 134. Jan Pietebsz. Sweelinok. 

9. Oraoifixas Ant. Lotti. 



10. Ohanson : Bozette Jan Pietebsz. Sweelinok. 

11. a. In stiller Nacht j 

' . Joh. Bbahms. 

6. Yon alten Liebesliedern ^ 

12. a. Afscheid ) 

. „ Alt-Niederlandiscbe Yolkslieder. 

o, Wilbelmas van Nassoawe ) 

Am 15 November. 

13. Psalm 188 Jan Pietebsz. Sweelinok. 

14. Ave Begina Willem Dufat. 

15. Agnas Dei Anton Bbümel. 

16. Stabat mater Josquin des PBks. 

17. Ta es Petras G. P. da Palestbina. 



lOi UITVOERLXG ¥A!f OUDE MUZIEK. 

18. RespoDSoriaro Mabcabtosio Isoeobbbx. 

19. Jabilate Deo Oblavdo dx Lasso. 

20. BeaU es Qioy. Qabvmll 

21. Agnas Dei Haks Lbo Habslkb. 

22. Innspniok ioh mass dich lassen Hkikbich Isaao. 

23. Hans nnd Grete Haits Ecoabd 

24 a. Waldesnacht 



nild ƒ 
25. a. Bede voor bet vaderland | 



, Joh Bbahxs. 

b. Dein Herzlein mild 



i Ali-Niederlandiscbe Yolkslieder. 

b. Spotlied op de Bossa I 

Am 16 November. 

26. Psalm 75 Jan Pibtkbsz. Swbblinck. 

27. Qoi tollis Jao. Obrecht. 

28. Jernsalem sarge Jac. Clsmbhs voh Papa. 

29. Qaae est ista, aas dem Ho ben Lied G. P. da Palbstbiba. 

80. Craoifixas , Ant. Lotti. 

31. Psalm 118 Jan Pibtebsz. Sweblihck. 



32. Denx cbansons Oblando di Lasso. 

83. Madrigal Lüoa Mabzszio. 

34. a. Nacbtwacbe 



I 



^ Joh. BBAHifs. 

6. lm Herbst 



35. Ave Maria. Airr. Bbüoknbb. 

36 O Nederland let op aw saeck Al t-Niederlandisobes Volkslied. 



Historisch concert gegeven door den BoHN'schen Gesangverein Ie 
Breslau, op Zondag, 10 December 1905. 
Concurrenz-Composilionen GoETHE'scher Gedichte. 

1. Wan'.lrers Nacbtlied. 

a. Gemiscbter Chor. Von Mobitz Hauptmann (1792—1868). 

b. 1 Stimme mit Klavier. Von Fbanz Schubebt, am 18^4. 

c. M&nnerebor. Yon Fbiedbich EühijAü, am 1832. 

d. 2 Stimmen mit Klavier. Yon Anton Bubinstein (1829-1894). 



UITVOERING VAN OUDE MUZIEK. lOT) 

2. Wonne der Wehmath. 

o. 1 Stiinme mit Klavier. Toa Graf Mobitz yon Dietbichstein, vor 1811. 

b, 1 Stimine mlt Klavier. Ton Bobebt Fbamz (1815—1892). 

e. 1 Stimine mit Klavier. Toa Lttdwio van Beethoven, 1810. 
8. Heidenröslein. 

a. 1 Stimme mit Klavier. Yoa Johann Fbiedbich Beichabdt, 1794. 

b. 1 Stimme mit Klavier. Yon Johann Chbistoph Kienlen, am 1820. 

c. 1 Stimme mit Klavier. Yon Hbinbigh Webneb, vor 1829. 

d. 1 Stimme mit Klavier. Yon Fbanz Schubebt, 1815 

e. aemischter Chor. Yon Bobeut Schxjmann, 1849. 
4 Das Yeilchen. 

a. 8 Stimmen mit Klavier. Yon Jobaitn Fbiedbich Beiohabdt, 1793. 

b. 1 Stimme mit Klavier. Yon Wolfqano Amadeus Mozabt, 1785. 

5. Anf dem See. 

a. Qemisohter Ghor. Vou Johann Cabl Gottfbied Loewe, 1842. 

6. Gemischter Ghor. Yon Felix Menoelssohn-Dartholdt (1809—1847). 

6. Lied Klarchens aus „Egmont." 

a, 1 Stimme mit Klavier. Yon Gabl Fbiedbich Zelteb, 1810. 

b. 1 Stimme mit Klavier. Yon Luowio van Beethoven, 1810. 

7. Kophtischee Lied 

a. 1 Stimme mit Klavier. Yon Johann Gabl Gottfbied Beichabdt, 1809. 

b. 1 Stimme and Klavier. Yon Uuoo Wolf, 1888. 

8. Schweizerlied. 

a. 1 Stimme mit Klavier. Yon Fbanz Schubebt, nm 1815. 

b, Gemischter Chor. Yon Bobebt Fbanz. 

9. Meeresstille nod Glückliche Fahrt. 

a. 1 Stimme mit Klavier Yoo Fbanz Schubebt, 1815. 

b. 1 Stimme mit Klavier. Yon Johann Fbiedbich Beichabdt (1752-1814). 
e. Gemischter Ghor mit Klavier. Yon Ludwio van Beethoven, 1815. 



PRIJSVRAAG UITGESCHREVEN DOOR 

DE VEREENI6ING VOOR NOORD-NEDERLANDS 

MUZIEKGESCHIEDENIS, WAAR GEEN 

ANTWOORD OP INGEKOMEN IS. 



Ieder die, al is het oppervlakkig, kennis neemt van de stemver- 
wijzingen onzer oude liederen, valt het op, welk een aanzienlek 
aantal melodieën met versaan w^zing in vreemde taal in de 16e en 
het begin der 17e eeuw in onze liedboeken aangehaald of gevonden 
worden en dat daartegenover het Nederlandsche woordvers' als 
gebruikte stemverwiijzing verreweg in de minderheid is. Een gevolg- 
trekking is spoedig gedaan: de vreemde melodie was destyds de 
geliefde. Toch behoeft zulks allerminst het geval geweest te zyn, 
althans niet in die mate als een eerste indruk zou kunnen doen 
vermoeden. Die vreemde melodieën, ja, zy behielden in het gebruik, 
in den beginne althans hun on-Nederlandschen naam. Maar bleef die 
melodie zelf ook onveranderd ? Bekend is het beweeglijk karakter van 
volks- en volksaardige melodieën, zoodat vermoed kan worden, dat 
die vreemde melodieën in de Nederlanden, aan de behoeften als ze 
aangepast werden, zich vervormden en daarby juist dat verloren wat 
hun een uitheemsch karakter verleende; die vervormde melodie was, 
in weerwil van haar vreemden naam die bleef, des ondanks een echt- 
Nederlandsche geworden. 

Hoewel er enkele gegevens zgn, welke de juistheid van deze opvat- 
ting zouden kunnen staven — herinnerd zü aan de oudste geschiedenis 
van de Wilhel musmelodie met haar Zuidduitsche, Noordduitsche, 
Zeeuwsche, Hollandsche en wellicht Groningsche verlakkingen — is 
het bestaan \an dit verschijnsel zelf allerminst vaststaand en kennen 



PRIJSVRAAG UITGESCHREVEN DOOR DE VEREENIGING 107 

wji niet de regels, volgens welke deze gewaande nationale factor 
onbewust zijn invloed zou hebben geoefend. Bestaat inderdaad een 
dergelijk element, dan zou gesproken mogen maar ook moeten worden 
van een Nederlandsch lied, in weerwil dat de uitheemsche benaming 
van een aantal melodieën het tegendeel zou doen veronderstellen. 

Die veronderstelde wet kan tweeledig in haar beteekenis geweest 
zjjn. Zy kan ingewerkt hebben op den bouw der melodieën, waardoor 
zekere tonaliteiten, intervaUen of versieringen meer naar voren kwamen, 
andere meer naar achteren gedrongen werden. Ook kan zö veroorzaakt 
hebben, dat bepaalde rhythmische vormen als het ware vóórgetrokken 
werden, als weerspiegeling van de stemming van het woordvers. Die 
voorkeur van bepaalde vormen zou dan haar grond hebben eensdeels 
in volksopvattingen, anderdeels in tijdelijk heerschende mode b^j meer 
ontwikkelden. 

Bestond werkelijk een dergelijke ongeschreven echt Nederlandsche 
wet? Hoe was haar werking? Deze overweging is het, welke aanleiding 
geeft, dat de Vereeniging voor Noord-Nederlands muziekgeschiedenis 
de vraag stelt: 

„Heeft de melodie van het oud-Nederlandsch lied tot omstreeks 
1625 een eigen karakter, vergeleken met het lied van andere nationa- 
liteiten? Zoo ja, waarin ligt dat verschil, zoowel ten opzichte van de 
muzikale structuur als ten opzichte van psychologische eigenaardig- 
heden?" 

De antwoorden, gesteld in Nederlandsch, Fransch, Engelsch, Duitsch 
of Latijn en getypt of geschreven door een ander als des auteurs hand, 
worden vrachtvrij ingewacht vóór of op 1 Mei 1906 bij het bestuurslid 
der Vereeniging den heer J. W. Enschedé, Heerengracht 68, Amsterdam, 
bij wien exemplaren van deze prijsvraag op franco aanvraag kosteloos 
te verkrijgen zijn. 

De schrijver teekent zijn antwoord niet; hij voorziet dit van een 
kenspreuk, welke hij, met opgaaf van zijn naam en woonplaats, her- 
haalt in een gesloten brieQe, dat dezelfde spreuk tot opschrift heeft. 
De ingeleverde handschriften, zoowel de bekroonde als niet bekroonde, 
blijven het eigendom van de Vereeniging, ook wat het auteursrecht 
betreft. 



108 PRIJSVRAAG UITGESCHREVEN DOOR DE VEREENIGIN6 

Indien een antwoord, hoewel bekroningswaardig, naar het oordeel 
der jury wijziging behoeft, zal het bedrag van den pr\js niet eerder 
gegeven worden dan nadat de jury het persklaar verklaard heeft. 

Het bekroonde antwoord wordt gedrukt en uitg^even op kosten 
der Vereeniging. 

De auteur belast zich kosteloos met het corrigeeren der drukproeven 
en heeft recht op 25 presentexemplaren. 

Voor het antwoord, dat het best voldoet aan de opgegeven vraag, 
wordt uitgeloofd een bedrag van f 150.—, onmiddellijk uit te betalen 
na de toewijzing van den prijs. 

Het bestuur der Vereeniging acht zich niet gehouden een antwoord, 
dat het beste is der ingekomen antwoorden maar niettemin niet voldoet 
aan de gestelde eischen, te bekronen. 

Als beoordeelaars der ingekomen antwoorden zullen optreden de 
heeren Mr. Fl. van Duyse te Gent, Dan. de Lange te Amsterdam en 
D. F. Scheurleer te 's-Gravenhage. 

Amsterdam, 1 Maart 1905. 



Anhang N? 1. 



Violon. Doux. 




i 



S 



■ ■ 



r p ^ r f P ir vJ'ifff^cflri 



Tris-tes tombeaux des vi - vans Je fuis 



^^^^^pp^è 



p''fir pp \ r M 



^ 



3 



vosüor-reurs 



se - cret - tes Quiai- 



m 



m 



TT" 



i 



^ nuJ ^ l OJiJ vJ^ i 



^ 



«r pp i T ^^^ i '^rrr 






gris - - sent Ie sort des mal-heu * reox a-mans 



m 



f 



i^^ 



AnhangN92. 



Campra. 






Parlesvents 



et par Ib-ra-ge je fiis long-tems 



^s 



^ J i -Q^^Je Lifca- ^ 



Blanckenburgr. 



I 



JS 



^ 



r^ .11 



^^m 



0S \ 



« 



g_^ I ±ij! i'tr f^ 



i 



M 



S 



I | iP«tffl-Ki r« r i Pp iii5 



^ 



Ni des vents 



ni de Fo-ra - ge 



ï 



f^Lff±^^a£f^^^as! \ 



Anhang N? 3. 



Menuet. 






^ 



1 



3t 



i 



j , ^ f ^ . 1^ ^ 




t 



^^Ë 



j r I"' 






j r r-Pir' iUtCJT r r ^ 




'^^ r J r' p I f J'JT] . 1 . J, p r r 




1 ^ I jXJ i f p g 




-P — r 



- p^i c jp- J) ^^ 



1^ 






^pg 



Anhang" N94. 



Air. 



^»\I \ ir^^^^^ \ rfrS^ i^ i 




'^»I^i[fl>Cj^^r i CrrfeJ^^ 



^^ 




I t P'cif^c_r \ ^i^ 





^M r r ^ P 



'M'iiJ-ir.^ [j-Tj 



^, rrtr 





rLj^" II 




"u U ' ' I I 








^ 



^ 



^ 



^^ 



^ 




a ja - louse a Ie coeur ten - - dre, La 




■t p affn p ^ viTp | 1? f r,(^ 



prude a-git par re-ssort, La Co-quette aime a se 




^ 



i » ti l 



'Mr: j . H I P Ej p lip r- t» 

ren - dre, La S9a - yante a Pes - prit fort, 



r '' ''p 



^Z P P - Il 



ê 



'B ff iT Pm 




La Pa - Ie dans son tein 

1 



est toute in - com -pa 



^^ 



r.^ [:fJ7^ i ^^^ 



^ 



^ 



■» tup T 



PFr/s 



5^^ 



ra - ble, La Nol - re cTu-ne brune a - do - 





^ê 



^^ 



^ ^ ^' JJ3J?^ 



P 



ra - ble: 



'* f^'^rracfiLj j ^ > p 



j rfffr^^. vP i iT iriiTrrrij ; ^! 




y J^g^T^ fl-CCE Tir ^ p ■lffc[cr l 




'^ ji M'p p r ^ p 1 "".^ p ^ 



de la ma-jes- te, La Mai-gre a de la 



r^jJTJ I 



6 5 



± 



^ 



tail - - Ie et de la li - ber-te, 



ï 



^ 



^ü itp p 



.pj^'in^f f p 



^ 



i 



de la 11 -ber-te, La Pourbe a-vec es-prit rai 

e 6 

_^L êJt^ 



^m 



i 



-f^ 



1ZL 



^ 



son - 



^ 



g p p 1 . 1 I 

- ne, La Sot - te 

r' ^' i J jJ] j 



8 



'II r [)■[■ I p ^p i ^ 7 ri'Pp' F 



tou-te bon-ne La Mu - et - te a de la pa- 



^^ 



* jj j- 



lEt 





^m 



I 



d'a- 



^ 



- gre-a-ble hu- meur: 
r 6 



^ 



f 



-ö- 



Air. 

JHir p icifr i r'T? e f i ^ni i 



jm -J ^ I J H l V I I 5 



^^ 



'^^'Trrrrr'f^ i -mff i ^j i 



Ji lMhüIji^i 



# 



^ 



'n .r ■ I 



Anhang N? 5. 



Demande. 
Air Nouveau. 



Je "uis em-ba-ras - se ^plöï^^^ulnnWiyilU-iült 



s 



ï 



^ 



1 1 1 1 ' I ! I iii j' J^p i r '"'^ '^ f^ 

croi-re On mede- mande nnecnan-son. I - ris chan-te 



'^ ,1 j 



son. I - ris clM^n-te- 

7 



ms 



ihan 



zzx: 



£ 



gloi - - - re a la gloi-rede 



3 



rai-jea la gloi - 



re a la gloi- re ae Ba- 



'^L£i;Lf i i J I ^ 



chus OU de fcu-pi-don? Le vin ne vous plaist pas Li 



chus OU de Cu-pi-don? Le vin ne vous plaist pas Le 



'f \,n^f ' 




vin nevousplaist pas Et Ta- mour vous e - pou -van - 

JLJiM. 



'^rrrrr Mrc^j i rrrT i r fj i 



l iir^PppiJ^'Ppf i J r'^p-B i n'ir a 



te, Quevoulez vous, quevouïez vous qae je chan - te? 

4 ? 



^ 



I I' r i r jOJ] ! ^ ^ 



^ ' 6 ^ * 



10 



Reponce. 
Air a boire. 



i ii''r- pr I r .1 lu^u i ll itS 



Un pe-tit air a boi 



S^ 



tes^ 



prir pr irr^i ^ 



- re, un pe-tit air a boi - - re 



^ 



m 



1 



a de char - mans ap - pas. Il dis - si - pe les 



Mx: 



Pr I r «r r I 



^ 





^m 



Ba- chüis quand on chan 
^ 



te ta gloi-re 

e . a 



r r i rrr i r f^ 



u 



II» r ^ r I r «r i r r i r' p 



quel plai-sir 



^ 



n'a-t-on 



pas A - pres a * voir 



r r i r i '' ^^ 




IH-H^^f-n^ 


^^ 


NM 


Ip JJf 1 


.U# ^ tead td ^ ' 

et des com - bats, Il 

\> ^ r r II 1 1 


ï 1 1 a-H , , 

faat a la fin du re- 

Il rirr -1 



lË 



pr i r J ic££pcf^^ 



pas 



on pe4it air a boi 



'^ r»rrrrr i r u ji. i ^ i ] j i 



I K fff i r'pr I r rr i tr i f ' I 

- - re, on pe-tit air a boi - - re. 

^1 .1. 1 ^ I ir f i r j M a 



12 



AnhangN?6. 



Marche de Blankenburg-. 1718. 



^S 



^ 



a # ■ 



3^ 



Ê 



^^ 



^^ 



5 



^ 



f 



^ 



^m 



s 



* 



^ 




j f r r r I r r ^^ 



F» ^ =S 



^ 






^^ 



# 



>Mv 



^ 






s 



^ 



5^ 



tiftff*^ 



i 



^ 



TTTWlf 1 



^ 



S 



^^ 



^ 



^ 



É 



j 



^ ji— ^j i 



^ 



^P 



^ 



Ï6. 



UB. ursprünglich ^ ■ • 



DAVID PADBROÜCK EN CORNELIS PADBRUÉ. 



In het „Archief voor kerkelijke en wereldsche geschiedenissen^', uit- 
gegeven door J. J. DoDT VAM Flensburo (Utrecht, 1839) komt in het 
tweede deel op bladzijde 327 voor, onder het opschrift: „Stads- 
Eameraarsrekeningen", de volgende staat van de kerkelijke waardig- 
heden en bedieningen, die aan den Koning van Spanje, als heer der 
onderscheidene Nederlandsche gewesten, ter begiftiging stonden en die 
meerendeels aan de leden zijner kapel ten deel vielen: 
Le rolle de l'amnée XV^liXIII. 

«Sensuit la declaration des Dignites, Ganonies, Prebendes, Cures, 
Cousteries et Scholasteries, Hospitaulx et aultres beneüces du patronaige du 
Roye des Espagnes et archiduc d^Austrice, duc et comte du Bourgogne, de 
Brabant, etc. comte de Flandres, d'Arthois, de Henault, etc. notre 
Souverain seigneur, estants k la collation et disposition en les Pays 
dembas et de Bourgogne, auxquelles par ordonnance de sa Majesté 
sont subscriptes et denominees les personnes, qu'elle veult et entend 
eslre pourveue des diets beneüces, chacun k son tour selon 1'ordre et 
par la maniere, cy après declaree.'* 

Onder de verschillende posten van dezen staat treft men aan, op 
bladzijde 376: 

AUX CHAPELLES DE HOLLANDE. 

«Philibert van Toürnoült (? Turnhout), enfant, selon le rolle precedent 
Davio Padbrouck, Paul Couwenhove, Jehan de Metere, enfans de la 
chapelle. Le fils du jadis chevaucheur de lescurie, Pierre du Bob." 
en verder op bladzijde 377: 

AuX GHAPPELLES DE LA BrYELE ET OoSTVOORNE. 

„Le boutellier du prince de Parme, recommande par ledict Sr. 
Gerardt de Nelle, pour son fils Alexandre. Ghristofle de Gamboas, 
vin. 8 



110 DAVID PADBROUCK EN COKNILIS PADBRUÉ. 

courier ordinaire, pour son fils Pierre. Ghrestien de Bietere, enfant de 
Ia chapelle, estudiant k Alcala. Davidt Patbrougk, enfant de la chapelle." 

Op bovenstaande vermeldingen van den naam van David Padbrouck 
werd de aandacht gevestigd door den heer Edmond van der Straeten 
in deel I, bladzijde 246, van z\jn vrerk: La musique aux Pays-Bas avant 
Ie XIX« siècle (Bruxelles, 1867) en door dezen auteur de vraag gedaan : 
,Est-ce un parent de Corneille Padbrué, célèbre musicien de Haerlem, 
auquel Vondel a adressé une strophe louangeuse?"; en op bladzijde 
248 volgt nog deze toelichting: Ie röle qui nous a foumi ces renseig* 
nements, existe en copie du temps aux archives de la ville d'Utrecht'\ 
met verwijzing naar het door den heer Dodt van Flensburo 
uitgegeven „Archief'. 

In het achtste deel, ^^^ gedeelte (Bruxelles, 1888), bladzijde 40 van 
zijn vermeld werk, komt de heer van der Straeten nog eens terug op 
hetzelfde onderwerp, en wel met de volgende opgaven: 

^Etats suivants de la chapelle royale flamande k Madrid, Ie premier, 
«du second tiers de 1562", ainsi conQU: Les nonis de ceulx du Pays- 
Bas de Ia chappelle de sa Magesté, tant absentz que présentz du second 
tiers de lan 1562. 

Don Pedro PAgsco grand aulmosnier. — Monseigneur de Latour 
familier de Toratoire. — Maitre Pierre de Manchicoürt, mattre de 
chapelle". 

Hierna volgen de leden der verschillende afdeelingen: Chappellains, 
allen met het praedicaat „Sire". — Ghantres. — Officiers. — Enfants, 
waarbij David Patbru*). 

Hetzelfde wordt herhaald op de tweede lijst, over de vier laatste 
maanden van het jaar 1562, met de opmerking van den heer van der 
Straeten: „On remarquera encore, entre autres soprani nouveaux, 
David Padbrue, originaire de Hollande." 

Opnieuw (bladzijde 81) wordt vermeld op het jaar 1565 David Padbru 
onder de «enfants qui restent", en (bladzijde 90) op het jaar 1566 
nogmaals David Patbru. 

Ten slotte wordt door genoemden auteur medegedeeld, dat „au 4 
Janvier 1570 on possédail k la chapelle royale de Madrid dix-neuf 

') P A 1 A o io r e A 1, i Madrid, oaia re«l, röle dei gftges, eta 



DATID PADBROUCK EN GORNELIS PADBRUÉ. 111 

enfants de choeurs, e. a. Dayid Padbrue. Il s'en détacha six, e. a. 
Padbrue, — dont quatre furent renvoyes aux Pays-Bas pour y faire 
leurs grandes études". 

Ten aanzien van tan der Straeten's vermoeden, dat er familie- 
verwantschap zou hebben bestaan tusschen den koorknaap DAvm 
Padbrouck en den musicus Corneus Padbrué, had de Redactie van: 
nBouwsteenen" (1ste Jaarboek der Vereeniging voor Nederlandsche 
muziekgeschiedenis 1869—1872, bladzijde 29), in een artikel, onder- 
teekend door de heeren Boers, Heije, Kramm, van Riemsdijk en Tiedeman, 
toegestemd, dat beiden vermoedelijk uit denzelfden stam zouden zün 
gesproten. 

Zulks gaf den heer van der Straeten aanleiding tot de volgende 
ontboezeming: »Les «Bouwsteenen", en ratifiant conditionellement 
notre hypothese, quant aux liens de parenté, qui rattachent Ie jeune 
musicien au célèbre Corneoxe Padbrue, compositeur harlemois, em- 
pruntent k ce sujet k une revue: ,de Vrjje Fries", Textrait suivant 
d'un album artistique et littéraire : Musica disparium dulcis concordia 
vocum pello, levo, placo, tristia, corda, deos, Leiden, 26 Maart 1585. 
DAvm A Pabrüée." 

Ce rapprochement constitue, pour nous, une sorte de preuve indirecte 
de consanguinité, jusqu* k preuve du contraire, que Davto et CoRNsaLE 
Padbrue appartiennent k une souche identique. L'éloge, fait en 1585 
par Ie premier, de Tart qu'il cultiva étant enfant, laisse deviner claire* 
ment qu'il continua k Ie pratiquer dans la suite, apparemment en 
quelque cathédrale des Pays-Bas, oü il présidait k Texécution du chant 
artistique/' 

Bedoeld album is een der ,Alba amicorum" uit de 16d« en l?*© eeuw 
door Jhr. Mr. H. - Baerdt van Suinia beschreven in deel VIII van : 
,De vrüe Fries. Mengelingen uitgegeven door het Friesch Genoot- 
schap van geschied-, oudheid- en taalkunde**^ Leeuwarden 1859. Men 
vindt daar onder nummer IV eene beschrijving van het album vao 
HoHME VAN Harinxua thoe Slooten, Senior (sic), zoon van Houme en 
Doedt van Mockema, ongehuwd overleden in 1604. Het is eigenlijk een Hoog- 
duitsch boekje met wit papier doorschoten. Hierin komen de boven 
aangehaalde woorden voor, onderteekend : David a Pabruée, van Haarlem. 



112 DATID PADBROUCK Elf GORMIUS PADBRUÉ. 

Dat deze David uit Haarlem met dien te Madrid dezelfde persoon 
zal zijn geweest, werd ook door de Redactie der „Bouwsteenen" 
(zie t a. p.) zeer waarschiijniyk geacht. 

Onmogelijk zou dit althans niet zijn, want men mag aannemen, dat 
de knaap, die in 1562 voorkomt op de roUe der Koninklijke Kapel te 
Madrid onder de «Soprani nouveaux", toen ongeveer twaalf jaar oud 
zal zijn geweest In het jaar 1585, op zijn 35-jarigen leeftijd, zou hij dus 
zeer wel te Leiden zijn handschrift in een album hebben kunnen plaatsen. 
Dat er verwantschap zal hebben bestaan tusschen dezen Davto en 
CoRMELis, den zoon van Ttmen, is tot dusverre niet uitgemaakt, hoewel 
de overeenkomst van familienaam, woonplaats en muzikalen aanleg 
van beiden het vermoeden wettigt, dat zulks inderdaad het geval zal 
zijn geweest, wat wellicht eenmaal bij nauwkeurig onderzoek der 
archiefstukken nog zal worden bevestigd. 

In A. M. Ledeboer's «De boekdrukkers, boekverkoopers en uitgevers 
in Noord-Nederland", Deventer 1872, komt voor Woxem DAvmsz. Pabrue 
als werkzaam te Amsterdam in 1629; evenzoo in diens > Alfabetische 
lijst van boekdrukkers enz.'\ Utrecht 1876, dezelfde persoon met den 
geslachtsnaam Padbrue. 

Uit het Album der studenten aan de Hoogeschool te Leiden van 1585 
tot 1875 uitgegeven te 's-Gravenhage in 1875, blijkt, dat op den 20sten Mei 
1647 Davu) Padbrue, afkomstig uit Amsterdam, daar werd ingeschreven 
als student in de godgeleerdheid; en in het Album enz. van Utrecht, 
aldaar uitgegeven in 1886, vindt men op biz. 32 vermeld: — «Rectore 
Paulo Voet. 1652. DAvm Padbrue Amstelodamensis Batavus." 

Ook aangaande Cornelis Ttmenszoon Padbrue zijn tot nu toe weinig 
bizonderheden bekend. Hij was zelfs bijna geheel in het vergeetboek 
geraakt, en thans nog zoekt men den naam van dezen Nederlandschen toon- 
kunstenaar te vergeefs in onze woordenboeken op het gebied der muziek. 
Op die schier volslagen onbekendheid van den man, in de vorige 
eeuw, werd reeds gewezen door Edm. van der Straeten in zijn werk 
,La musique aux Pays-Bas etc". T. 1, p. 35, waar hij van Padbrue 
en zijn rauziekboek schreef: Auteur et ouvrage inconnu k M. Fétis. 

Ook in Mr. H. Viotta's, overigens zoo gunstig bekend : .Lexicon der 
toonkunst", schittert Padbrué's naam door zijne afwezigheid. 



DAVID PADBROUCK EN GORNELIS PADBRUÉ. 113 

Evenwel werd hierop eene uitzondering gemaakt door Alphonse 
GoovAERTS, die op bladz^de 368 van zijne 'Histoire et bibliographie de 
la typographie musicale dans les Pays-Bas" (Antwerpen 1880) onder 
No. 665 de tweede uitgave van Padbrué's „-Kiwr/es" noemt, doch 
zonder opgaaf van vindplaats noch andere bizonderheden. 

Rob. Eitner vermeldt in lijn Biographisch— Bibliografisches 
Quellen— Lexicon 1902 (VII), blz. 176: C Th. Padbrüé „ein Musiker 
in Haarlem in der Mitte des 17. Jahrhunderts" ; bü heeft er tevens eene 
opgave van diens werken bijgevoegd. 

In het „Eerste jaarboek van de Bouwsteenen der Vereeniging voor 
Nederlandsche muziekgeschiedenis*', 1869—1872, kan men op blz. 
28—32 lezen, hoe door toevallige omstandigheden de naam en de 
werken van Cornelis Padbrué aan de vergetelheid werden ontrukt. 

't Wilde mij voorkomen, dat het geen nutteloos werk zou wezen, 
thans eenigszins uitvoerig onder de algemeene aandacht te brengen 
wat van die werken is overgebleven, den inhoud er van te doen kennen, 
om hierdoor tevens te geraken tot eenige bekendheid met den auteur 
en den kring, in welken hij zich heeft bewogen. 

In werkelijkheid zal hieruit kunnen blijken, dat deze musicyn zich 
heeft mogen verheugen in den omgang van kunstenaars en geleerden in 
zijne woonplaats, namelijk Haarlem, en in de achting van groote letter- 
kundige vernuften daar buiten. 

Het aantal der bekende werken van Cornelis Padbrué is niet groot 
en dat der nog voorhanden exemplaren dier werken uiterst beperkt, zoo 
als men hier zal zien. Maar de mogelijkheid is volstrekt niet uitgesloten, dat 
er uit het stof der archieven en boekerijen, vooral ook buitenslands, 
gansch onverwacht^ gelijk zoo menigmaal is geschied, nog het een of 
ander, dat uit zijn muzikaal brein is voortgekomen, zal worden opge- 
dolven. Thans komen zijne werken slechts sporadisch en in den 
regel onvolledig voor. 

Het werk, inhoudende in hoofdzaak muzikale bewerkingen door 
Padbrué van eenige dusgeheeten j,Kusje8'\ volgens de berijmde na- 
volging van Jagob Westerbaen, zal ik, daar dit 't meest volledig is 
overgebleven, in de eerste plaats aan een onderzoek onderwerpen. 

Twee uitgaven hebben er 't licht van gezien met eene tusschen- 



114 DAVID PADBROUCK EN GORNELIS PADBRUÉ. 

ruimte van tien jaren. Van den eersten druk is nog maar alleen van 
den „Bassus*^ één exemplaar voorhanden, berustende in de bibliotheek 
van den heer D. F. Scheurleer te 's-Gravenhage. 

Hiervan luidt de titel als volgt: 

KvsiEs, In 't Latyn gesclnreven, door Joannes Secundus, Ende in 
duytsche vaersen ghesteldt, Door JUgob Westerbaen, Beyde Haegsche 
Poëeten: Nu eerst op Mustek ghebracht, k III. en UIL stemmen: Met 
een Basso continuo. Door Cornelis Thtmans Padbrvé, Music^n van 
Haerlem. — Bassus. — Tot Haerlem, Gedruckt bö Harman Granepoel, 
Boeck-drucker in de korte Bagijne-straet, in 't groene Kruys. Anno 
M.D.G.XXXÏ. — Langwerpig 8^. 

Het hierbij gevoegd fraaie drukkersmerk vult de laatste bladzijde. 

In het Chronologisch Register, behoorende bij de Alfabetische Lyst 
van boekdrukkers enz. in Noord-Nederland, door A. M. Ledeboer, 
Utrecht 1877, staat opgegeven, dat Harman Antoine o Theunisz. Kra- 
nepoel te Haarlem werkzaam was van 1626—29; blijkens deze titel- 
opgave bestond de drukkerij nog in 1631. 

Deze eerste editie bevat, behalve de dertien nummers der „Ku^es^, 
nog twee op muzieknoten gebrachte liederen : T. ,tH^t Minne-nef* van 
JoAN. Brosterhutsen, CU 2^ ,,Minne-Vliegh'\ zonder naam van dichter. 

De tweede editie verscheen vermeerderd met zeven zangstukken. 

Ten jare 1866 werd alhier, volgens mededeeling in de „Bouwsleenen", 
in de veiling van het antiquarisch boekenmagazijn van den heer J. L. 
G. Jacob, een exemplaar van Padbrué*s Kusjes verkocht, waarschijnlijk 
alleen de Baspartij *). 

In de Koninklijke Bibliotheek, alhier, bevindt zich de Baasus, maar 
ook niet meer, van den tweeden druk, met inschrift : J. W. Verschoor. Dit 
exemplaar werd m 1886 uit de hand aangekocht voor den prijs van /'8,25. 

Bü VAN DER Straeten in zijn vorengenoemd werk, deel I, blz. 35 en 
246, vindt men aangeteekend : Bibliothèque musicale au XVIIe Siècle 
de Jean Baptiste Dandeleu k Bruxelles. Décembre 1667. Inventaire des 
instruments et livres de musique de feu Ie sieur J .... B .... D ... ., 
vivant premier commissaire ordinaire des monstres des gens de guerre du 



M No. 6159 Tan den Catologns, 2^* gedeelte, blz. 386: J. WuTBBBAXir. Kutjes, naar 
het Latyn Tan JoAmru BECüiroua, op mnaiek. Amatardam 1641. 4*. oblong. 




R ttMf. 




DAVID PADBROUCK EN GORNEUS PADBRUÉ. 115 

Roy, retrouvé en la maison mortuaire d'iceluy, k Bruxelles, avec les 
nombres d*iceux et la spécification de leurs auteurs, mis en marge 
comme s'ensuit. *) 

Hierin wordt onder de afdeeling: »les llvres de musique" aange- 
troffen: Basia Cornelii Padbrue, met 3, 4 ende 4 (sic) stemmen, 
imprimé k Amsterdam ; 6 vols (?), — misschien de vyf stemmen der : 
KusjeSf en één stem van JubaPs Lof. 

In een prijs-catalogus van den antiquaar Bernard Quartfch te 
Londen werd in 1872 voor het bedrag van 38 shillings te koop aan- 
geboden de druk van 1641 in : «5 parts without title and last leaf 
to Cantus". 

Dit is ongetwijfeld het exemplaar, thans behoorende tot de Bibliotheek 
der ;,Vereeniging voor Noord-Nederlands muziekgeschiedenis". Tot het 
schrijven van dit artikel werd het mij met de grootste welwillendheid 
toevertrouwd. 

Volgens mededeeling van den Heer 6. Begxer, te Genève, in: 
Monatshefte für Musikgeschichte XU (1880), bl. 13, bevindt zich in zijne 
bibliotheek een exemplaar in vijf deelen van Padbrué's Kustjea, dat 
overeenstemt met de beschrijving, gegeven in «Bouwsteenen" I, bl.28, 

Tusschen de titels der Haarlemsche uitgaaf (1631) en der Amster- 
damsche (1641) bestaat eem'g verschil, voornamelijk in de mededeeling, 
dat de eerste 3- en 4-8temmige zangwijzen bevat, maar de tweede 
5-, 4- en 3-stemmige zettingen. 

Thans luidt de titel: 

KusiEs, In 't Latijn geschreven door Joannes Secundus, Ende in 
Duytsche vaersen ghesteldt door Jagob Westerbaen, Beyde Haeghsche 
Poëten. Den tweeden Druck vermeerdert ende verbetert met 5, 4, ende 
3 stemmen, Met een Basso continuo. Door Cornelis Padbrué, Musicijn 
van Haerlem. — t' Amsterdam, Gedruckt by Broer Jansz, woonende 
op de Nieuwezijds Achte^borghwal, in de Silvere Kan. Anno 1641. 
Langwerpig 8^, in vijf afzonderlijke deeltjes. 

Naar gelang van elk deeltje staat op den titel gedrukt: Gantus,Altus, 
Quintus, Teoor of Bassus. 



>) Gonserrë aas ArohlTei da Bojaame. 



116 DAYID PADBROUGK EN GORNELIS PADBRÜÉ. 

Aan den Cantus ontbreken het titelblad en de drie volgende bladen, 
te zamen acht bladzyden, alsmede de laatste bladzijde met anderhalven 
regel muziek en tekst. 

De pagineering van den Quintus (zie Suppl^catalogus van de Biblio- 
theek der «Vereeniging") is eerder fictief dan wel foutief te noemen. 
Deze partij toch treedt bij de 22 liederen dezer verzameling slechts 
acht keeren op ; daarom sluit de paginatuur van dit deel zich zeer 
doelmatig aan bij die van den Cantus. De binder, die deze partij — 
in zijn oog terecht — te dun vond, heeft hierin voorzien door voor 
en achter eenige bladen wit papier er bij te voegen. 

Aan de keerzijde van het titelblad staat het volgend niet ondertee- 
kend spotdicht te lezen: 

Gryse hoofden, koude sinnen, 

Nu soo langh ontwent van *t minnen, 

Wien geen vryen meer betaemt, 
Wacht u van dit goedt te lesen, 
Want het sou gheen wonder wesen, 

Datje weer aen 't mallen quaemt. 

De volgende bladzijde bevat twee aanhalingen van schrijvers in het 
Latijn, die den lof der «Basia" van Janus Secundus reeds vóór langen 
tijd in hunne werken hadden verkondigd. In de dagen van Padbrué 
was het reeds noodig, en naar ik meen is dit nog zoo, er eene over- 
zetting in de moedertaal bij te voegen. 

Hadrianus Junius in su^ Batavia ') 

Extulit Haga sylvam felicium & Poësi natorum ingeniorum, &c. 
Dedit eadem felicissimum, & ab ipsis Musis efBctum ingenium Joannis 
Secundi, Sec, Cujus B a s i a vivent, dum basiis araantium ora patebunt. 



') Hadrianl lanii Hornani, mediol, Batavia, ato. Ex offlcina Planünlana. Apnd Francis- 
onm Baphelenglam CIODLXXXIII. Fol. 286. In z^n: Nomenclator, omniam rerum 
propria nomina yarils Ilngais axpücata Indicans. Antverpiae, Ex offlcina Christophori 
Plantin!, 16«7, is eene afdeeling met het hoofd: Masica Instrumenta, eoqne spectantia, 
Tan biz. 866—879, waarin niet alleen de namen der maziekinttmmenten, maar ook aUe 
soorten yan geluiden worden opgenoemd, byvoorbeeld: cakelen, — ghlllinghe van een 
Tercken, — snorckinghe oft ronckinghe, en zoo voorts 1 



DAVID PADBROUGK EN CORNELIS PADBRUÉ. 117 

HaDRIANUS JuNIUS in SIJNE BESCHRYVINGE YAN HOLLANDT. 

Den Haegh heeft menighte van vloeyende, ende tot de Poëterü ghe- 
boren verstanden voortgebracht &c, Sy heeft ons oock gegeven het 
aldervloeyenste, ende van de Kunst-Goddinnen selfs opgetoyde, ver- 
standt van Ioannes Secundus &c. Wiens kusjes sullen leven, soo langhe 
als eenige minnende mondt naer kusjes verlangben sal. 

Laros Greo. Gtraldus in Historie Poëtarum nostri temporis. *) 

Fuit et Johannes Secundus Hagiensis, cujus extant Basia, quae ab 
omnibus ita leguntur, ut basiis affici videantur. 

LiLius Greg. Gyraldus m de History der Poëten van onsen tijdt. 

Daer is oock geweest Joannes Secundus van den Haegh, wiens kusjes 
in druck zün, ende soo van allen gelesen worden, dat sy schgnen ge- 
stadige kusjes t'ontfanghen. 

Hierna komt aan *t woord de toonzetter, die het kleed, waarin 
Westerbaen de Kusjes van Secundus stak, „heeft begoten met de 
Musicale Noten." Zijne berijmde opdracht is gericht: Aen den edelen 
heere. Heer Jagob Westerbaen, Ridder van d'Ordere van St. Michiel, 
Heere tot Brandtwück &c., en onderteekend: „C. T. Padbrué. In 
Haerlem, den 30 Maert 1641." 

In de eerste uitgave komt dezelfde opdracht voor met de onder- 
teekening : „G. T. Padbrue. In Haerlem den 30 April, Anno 1631." 
Z\jn eerbied voor Ridder Westerbaen was dus na verloop van tien jaren 
nog niet verflauwd ! 

Verder voortgaande ontmoet men een gedicht van P. Scriverius '). 
Dit gedicht van den vermaarden Schrijver, mag, ook in verband met 
den inhoud van het liedboek, niet onopgemerkt worden voorbijgegaan. 
Het is recht typisch voor den tijd, waarin 't werd ge ... . maakt. 



1) LilU Greg. Oyraldi FerrarieDslB Opera. Basiliae per Ttaomam Gaarinnm, MDLXXX. 
T. n, fol. 408. 

*) HQ bezorgde de eerste ToUedlge nitgaye yan Bxcuhditb' werken : Joaxvis SB0ü2n>i, 
Hagiensis, Poetae elegantlsslml opera, qaae reperirl potuernnt, omnla, curante atqae 
edente Pxtbo Scbivxrio. Lagdano-BataToram, typis Jacobx Maboi. 1619. 



118 DAVID PADBROÜCX EN GORNEUS PADBRUÉ. 

Op de Amoreuse Kusjes : 
Door Corneus Thymans Padbrué op Musijcx gebracht. 

Dat laetstmael Venus was (geljjck de Mianaers sagen) 
Soo inneriyck bedroeft, en niet en dee dan klagen : 

Quam om haer lieven Soon: die wierde doe gemist. 

Sy vraeghden yeder een, wie doch dat BoeQen wist? 
Gaet heen, verdiendt de Mie: Cupido is ghevonden. 
En vraeghtse, waer hy steeckt ? Wilt vryelick oorkonden. 

En sweert by 's Hemels broodt : seght anders niet dan waer ; 

Seght, in het Kusjes-boeck van onsen Hagenaer. 
In 't soete Kusjes-boeck : waer boven selfs te Romen 
Oft op Hymetti bergh niets soeter is vernomen, 

Daer woont hy in 't Gedicht, by 't Nectar en Ambroos. 

En hierom ist, dat hy sijn herbergh daer verkoos. 
Maer Bode, eer ghy gaet, hoort hoe ghy 't voort moet maecken, 
Om spoedigh tot de Mie, en Moeder selfs te raecken. 

Nae 't oude Cypros toe en lust u niet te gaen : 

Dit landt leydt al te verr' ; en 't is oock niet geraen. 
Biyfl binnen 't Haegse Bos, en d'Haerlemse Laurieren, 
Eu kiest de Westerbaen : 't Musück sal u wel stieren, 

Gaet op 't geluydt maer aen. Gaet daer: ick wedd' ghy vindt 

Niet verre van den Hai^h de Moeder met het Kindt- 

De twee laatste bladzijden van het zoogenaamde voorwerk zjjn bezet 
met gedichten van J- Brosterhutsen, die m^ toeschenen niet onver- 
dienstel^k te zijn. 

Op de Maet-sangh, van 
Corneus Thymans Padbrué. 

Die op de soete mondt van Rosemondt staen bloosen, 

Die roosen z^jn geen roosen ; 
Haer wesen is verhooght ; haer verw, haer glans, haer kracht, 

Tot Maet-sangh is ghebracht. 
Dies rust haer herders mondt, niet kussend' als te voren : 
Hem lust' nu liever lust : hy kust nu met zjjn ooren. 



david padbrougk en gobneus padbrué. 119 

Aen Roosemonds Oogen. 

Ontluyckt u licht, of 't blijft hier al in doncker ; 

De lichtend scheydt niet van haer oude roncker; 

Soo langh ghy luyckt, soo is haer fackel uyt: 

s' Ontsteeckt den dagh aen u. Neen, oogen, sluyt, 

Sluyt dichter toe ; hoe ? wilt ghy 't hier al zenghen, 

Ooghen van vier? Kost ghy u gloet soo menghen 

Als 's Hemels Oogh, met smarteloose deughd, 

Met rouweloose vreughd. 

En storten jeughd en leven in u swieren 

En klaren op de geest van alle dieren ; 

Wat waert ghy lief en waerdt, 

Ooghen van soeter aerti 

Of ist in u vermoghen ? 

Ey, toont het eens, ontluyckt beminde ooghen. 

Dit laatste gedicht komt in den bundel, als nummer 16 der zang- 
stukken, nogmaals voor met de byvoeging in den titel: „uyt F. Petrarcha 
vertaelt". 

De reeks der „Kusjes'*, die op de eerste bladzijde aanvangt, telt niet 
meer dan dertien nummers, in het oorspronkelijke daarentegen negen- 
tien ; ï) de nummers I, VIII, X, XI, XE en XIV van Jamüs Secundus 
zijn achterwege gebleven. 

Boven elk nummer staat de aanvang van het gedicht in het Latijn 
van Janus Secundus; onder de muziek de tekst volgens de overzetting 
door Jagob Westerbaen. ') 

Onderstaande tafel geeft een overzicht der opgenomen nummers en 
van de stemmen, die aan de melodieën zijn toebedeeld. 



*) Zie: Het boek der knijes Tan Jabxti Sxouvdub, in het Kederlandsoh vertolkt door 
J. H. ScHSLTSMA. Boekhandel en drukker^ Toorbeen E. J. Bbiix. Lelden 1902. Bis. 51 en 68. 

*) JAC30BI WxsTXSBAia Minne-Dichton. Op nienws yermeerdert, Bnde Bommlghe 
te vooren noyt ghedmokt Tot Haerlem, Qedmokt by Havs Pamobibbs tan Ws»- 
BvacB, Boeckdmeker opt Marotvelt/ inden beslagen BibeL 1688. BI. I, 1 r« en bL Q, 6 r«. 



120 DAYID PADBROUCK EN GORNELIS PADBRUÉ. 



p > O «-^ Cd 

^ ^ c ö "*" 



^ E 
c 






*)1. Vicina quantum vitis lascivil in ulmo, &c. 5 5 5 5 
Con ick my om u hals soo menighmalen 

winden. 

2. Damihisuaviolumdicebam,blandapuelIa!&c. 5 5 5 5 
'k Voelde maer de tey Ie tipjes van u suycker- 

soete lipjes. 

3. Non dat basia, dat Neaera nectar, &c. . . 5 5 5 5 
Hoel soudent kusjes z^jn, die Rosemond 

my geeft. 

4. Dum me mollibus hinc & hinc lacertis, &c. 4 4 4 
Als ghy my, Rosemond, soo vriendeHjck 

omvat. 

5. De meliore nota bis basia mille paciscens &c. 5 5 5 5 
Lest was ick met mijn Rosemond getreden 

in een soenverbond. 

6. Cenlum basia centies, &c 4 4 4 

Duysend kusjes duysend malen enz. 

7. Non semper udum da mihi basium, &c. . 5 5 5 5 
Ey lieve spaert u kusjes wat, mijn Rosemond. 

8. Languidus et dulci cerlamine, vita, jace- 4 4 4 

bam &c 

Ick lagh heel afgeslooft, zieltogend enz. 

9. Adducto puer Idalius post tempora nervo &c. 5 5 5 5 
Cupido kreegh u eens in *t oogh enz. 

10. Latonae niveo sidere blandior, &c. . . . 5 5 5 5 
Rosemondje, soete beekje, suyver hertje son- 

der vleckje. 



*) Aangehaald in : Haerlenuche Somer-bloempjes, Tweede Offer, Aen de Vreaoht-IieTende 
Nymphjes. Haerlem 1646. Bis. 194. Victory-Lledt/ Over de stercke stadt Halst, den 6 
November 1645, Verovert door den E. Prlnce van Oranglen. Nae de MasUck-Noten van 
't eerste Kusje van C. T. Padbbuk. Voyse: Mocht ick my om a hals so menigmalen 
winden. Ofte van 't Mennlste Susje : en overgenomen in : 't Amsteldams Minne-beeckie, 
Opnleaws bestroomt met verscheyde Minne-deuntjes en Nieuwe Ohesanghen. Den sevende 
drack. Amsterdam, Joost Habtobbs. 1646. Blz. 181 : Op een kusje. 



DAVID PADBROUCK EN CORNELIS PADBRUÉ. 



121 



11. Qualem purpureo diffundit mane colorem Sec. 
Even als de lieve roosen, enz. 

12. Gum labra nostrae cerneret puellae &c . . 
Een reys als Venus eerstmael stond, enz. 

13. Mellilegae volucres, quid adhuc thyma, cana, 

rosasque 

Hoe, soete bijtjes, hoe sie ick u noch int veld. 

14. Het Minnenet, van Joan. Brosterhutsen . . 
Een kouwt, een kus, een lach, een lonk. 

15. Minne-vliegh 

Myn seylsleen treckt soo niet. 

IG. Aen Roosemands Gogen, uyt F. Petrarcha 

vertaelt door J. Brosterhutsen .... 

Ontluyckt u licht, of 't blijft hier al in doncker. 

17. J. Brosterhutsen, van de Min 

Wat is de Min? een groote niet. 

18. S. DE Brat, op de Inschrifte des ziVvren 

Schaels by den E. Heer I. Westerbaen, 
Ridder, Heer tot Brantw^jck, Sec, my 

vereert 

Het vloeyend letterrond in 't schoone 

zilv'ren vat 

19. Uyt F. Petrarcha door J. Brosterhutsen, 
Dat lek betover t ben, en is door geen besweeren. 

20. Zonder opschrift 

Ahna afïlitta, che fai ? 

21. Dit is het Vaers soo 't ghesneden is in de 

schael. Op musyck gebracht door münen 

vrindt P. Luu)henz - 

Lanx de Secundi basiis etc. 

22. Inschrifte des züv'ren schaels verdwjtscht, 

door P. de Grebber 

Dat iltijdtdese schael, uyt lief gekusgebooren. 



3/4 



> 

1 


5' 


H 

m 
o 

3 


3/4 




3/4 


4 




i 


4 




4 


5 


5 


5 
3 


4 




4 






3/4 



1^ DAVID PADBROUCK EN CORNELIS PADBRUÉ. 

De teksten der ^Kusjes" hier te doen volgen, welke ter aangehaalder 
plaatse zyn te vinden, zou noodeloos te veel ruimte innemen. Ook 
geeft de overzetting door Westerbaen niet dan een betrekkelijk begrip 
van vorm en inhoud van Secundus' Basia, wyl ze wel beschouwd 
slechts eene vr^e navolging mag worden genoemd. Daarenboven was 
Padbrué niet afkeerig van de nummers willekeurig te verkorten. 

Met de liederen 14 — 22 is het een ander geval, deze zijn, zoover m\j 
bekend isi nergens elders te vinden, en mogen in hun geheel niet 
worden gemist bü de beschrijving van dit eigenaardig liedboek. 

No. 14. Het Minne-net van Joan. Brosterhuysen. 

1. Een kouwt, een kus, een lach, een lonck 

Wast gaeren daer men oyt de domme jeugt in vonck, 

Soo licht'lick raeckt men vast: doch hy hoeft maer te hangen 

Een Spinneweb, die uyt is om een vliegh te vangen. 

2. Een graeuw, een snaeuw, een greins, een gril, 
Die hebben vaeck gedaen dat een de Muts ontvil, 

Soo hcht'lick raeckt men los : doch hy hoeft maer te breecken 
Een Spinneweb, die door het Minne-net wil vreecken. 

Onwaarschijnlijk is *t niet, dat deze Joan. Brosterhuysen de dichter 
is van het lied geteekend : Brosterhuisen, te vinden in het : Tweede 
Deel van Sparens Vreugden-Bron, Uy tstortende Soo Nieuwe als Singens- 
waerdighe Deuntjens. Haerlem 1646, blz. 12 : „Op de wyse van Het 
daegden uyt den Oosten" en aanvangende : 

In 't dickste van de Linden, op een hups Slotelijn 

Zoo veer aen geen groen Heide plaght Rosemond te zijn. 

Zoo veer aen geen groen Heide, geen groen Heide. ^ 



') In dit boeide komt op blz. 311 oog een kenrlg liedje Toor op de «Voyf e : 't Daeghde 
uyt den Oosten", dat uit dezelfde pen sohynt gevloeid te zijn en geteekend is: «Oastra 
qai se vindt". Na voert wel de Brabantsohe dichter Qxjiuejm van deb Bobobt 
diezelfde kenspreuk, maar 't zou te veel eer voor dien poëet z(}n hem dit ffjne gedichte 
toe te kennen : 

1. Hoe is 't d gheestigh Meyajen, dat wanhoop van de Kin, 
Dat wanhoop van de Liefde my marteldt in den zin ? 
Daer ick n noyt wil laten, noyt wil laten. 



DAVIO PADBROUCK EN GORNELIS PADBRUÉ. 123 

Dit lied komt mede, doch ongeteekend, voor op blz. 9 van : Nieu 
dubbelt Haerlems Lietboeck, ^^^ druk (Haerlem 1645), aanwezig in de 
Bibliotheek— Scheurleer ; als stem is daar aangeduid : „O scheyden, 
bitter scheyden." 

By Ghr. Kramm. De levens en werken der Hollandsche en Vlaamsche 
kunstschilders enz. (Amsterdam 1842) vindt men opgeteekend : ;,Jan 
BROSTERmnsEN, een weinig bekend kunstenaar, die volgens Brülliot en 
Brtan in Holland zou zijn geboren. Van dezen is o.a. bekend een stel 
van zes etsen, landschappen enz. voorstellende, met het opschrift 

JOANN. BrOSTERHUSI PrAEDIA." 

No. 15. Minne- Vliegh. 
1. Mijn Seylsteen treckt soo niet, ick ben geen stael, 
lek volgh wel ongetoogen, 
Ontsluyt maer eens u lodderlycke oogen 
Soo vliegh ick op, en volgh se nae, en mael 
Rontsom haer glans gelijck de domme vliegen, 
Die los nae *t keerslicht vliegen. 

En of u brand heeft vry al wat gevaers, 
Soo vrees ik niet, al vloog* ick in de kaers. 
Want brand' ick my soo vall' ick in u armen, 
En bleef ick daer, och met wat soeter lust. 
Och met wat sachter rust, 
Verruylden ick miJn swarmen. 



Daer ick a noyt wil laten: maar lieven tot myn Qraf, 
Om door ghestadigbeden n Min te smeeken af, 
ü soete gonst te wachten, gonst te wachten. 

ü soete gonst te wachten is my de hooghste yrenght. 
Is 't voedsel van n^jn leven, en d'ader van mQn Jeaght : 
Waerom wilt ghy dan vlieden, ghy dan vlieden? 

Waerom wilt ghy dan vlieden die n noyt en versaeckt ? 
Die niet als a ghenoeghen, nw' lieve losten haeckt ? 
Die eenigh hem doen rosten, hem doen rosten. 

Die eenigh hem doen rosten, sijn gonst en lieflyckhe'en, 
Die dertien in o ooghen, en doysendt vyerighe'en 
My stralen in het Herte, in het Her te. 

My stralen in het Herte, o ooghen 't Minne-vyer : 
Hoe is het, geestigh Meysje, hoe is het aerdigh Dier, 
Dat ghy my dan wilt laten, dan wilt laten. 



1^ DAYID PADBROUGK EN GORNELIS PADBRUÉ. 

't Is voorzeker niet te gewaagd dit lied aan denzelfden auteur als 
van het vorige toe te kennen. 

No. 16. Aen Roosemonds Oogen, üyt F. Petrarcha vertaelt 
DOOR J. Brosterhutsen. 

Hiervan is de tekst, die de laatste bladzijde van het voorwerk in- 
neemt, reeds meegedeeld. 

No. 17. I. Brosterhuysen, van de Mm. 

Wat is de min? ■— Een groote niet, 

Een aengenaem verdriet, 

Een waere loogen, 

Een oorbaerlicke schaed', een eerelicke schand, 

Een lief bedrogh, waer door de wijste die men vandt 

Oyt zyn bedroogen. 

Wegh, uyl mijn hert doornaeyde min, 
Mismaeckt gedrocht gaet in 
Mijn wreede woonen, 

Deftighe beuselaar maeckt haer, die sorgloos leeft. 
Dat sy verlooren moeyelicke sorgen heeft. 
En wilt haer loonen 
Die onbeweeghde styvigheyt, 
Die wreede stuyrsigheyt, 
't Afgunstigh schelden, 

Waer medt sy al mijn dienst, mijn ongemeene trouw, 
Mijn min, mijn hoop, mijn vrees, mijn last, mijn leet, mijn rouw, 
Placht te vergelden. 

No. 18. S. DE Bray, op de Inschrifte des zilv'ren Schaels by den 
E. Heer I. Westerbaen, Ridder, Heere tot Brantwijck, &g. 

HY VEREERT. 

1. Het vloeyend letterrond 
In 't schoone zilv'ren vat, 
Oock sonder Bacchi vocht, 
O ! geeft meer soete kussen 



DAVID PADBROUGK EN GORNEUS PADBRÜÉ. 125 

Als toverzangh aen 't oor, 

Of oyt den Dichter hadt 

Van schoone Rosemond, 

Want stoockt in stee van blussen. 

2. De zilv're druppelen 
Van soo een Rosemond 
Geforremt tot een vat, 
Gegraeven in de grondt, 
Verplichtend' 't eyndeloos 
Verr' boven machts verhael, 
Z^n Appelen vergout 

In eenen zilv'ren Schael. 

3. Wanneer een Avondtdauw 
Het zil*vren vlack bedeckt 
En ylings 't gouwe kleedt 
Verweck van onze kimmen, 
En vald na lager boord, 

En West ten Avondt treckt, 
Soo biyf ons middehrond 
De Westerbaen beschimmen. 

4. Soo uytgestorten Wijn 
Of ander dierbaer nat, 
Was ouden offerdienst 

Ten boordens vol geschoncken, 
Soo oock beleefden Heer, 
Ontfangh uyt 't zilv'ren vat 
Dees eerste vrucht en geest 
Uyt uwen Schael gedroncken. 

Salomon de Brat geb. 1597 — gest. 1664, gehuwd met Anna 
Westerbaen uit den Haag, was kunstschilder en bouwmeester te 
Haarlem. In zijn nagelaten : „Bedenkingen over het uitleggen en ver- 
grooten der stad Haarlem" staat zijn portret, naar eene schilderij van 
zijn zoon Jagob in hout gesneden door diens broeder Dirk. 

vin. 9 



126 DAVID PADBROÜCK EN CORNELIS PADBRUé. 

In 1627 is van hem te Amsterdam verscheuen: »Sa: D: Brats 
UinneZughjes. Uyt-gedruckt In Liedekens, Klinckvaersen, en andere 
Rijmen. 

No. 19. Uyt f. Petrarcha door J. Brosterhutsen. 

1. Dat ick betovert ben» en is door geen besweeren, 

Noch dwang van woordt, of kruydt, of steen, of Heydens schrift, 

't Is door bevalligheydt, daer die meed* is begift. 

Die door een lonck kan al wat machtigh is verheeren. 

2. Gonst heeft het my gedaen, die swaer is na te leeren, 
Dicht, die haer als de bloem uyt andVe menschen sift. 
Sang, die de geest ontroert, en 't aerdtsche van haer schift, 
En weckt van hooger goedt in ons een soet begeeren. 

3. Blondt hayr op 't gr\jse breyn. 
Schoont' die de wreetheydt raeckt, 
Tael die de wanhoop troost. 
Lach die de njjdt vermaeckt, 
Twee oooren als een Son, 
Voogdessen der gemoeden. 

4. Maer boven al 

Die vriendelycke zeedigheydt 
Van die rechtschapen ziel, 
En die grootmoedigheydt, 
Die veyligh uit haer slot belacht 
Ons ydel woeden. 

No. 20. Zonder opscmiiFT. 
Alma afQitta, che fai ? 
Chi ti dara piu vita. 
Se colei per cui vivi 
Hoggi è partita ? 
Ahi son ben folie e cieco 
Con l'alma ragionar che non è meco.0 

') Dit lied doet de vraag rijzen : of Padbruê soms eenlgen tyd In Italiö zou hebben ver» 
toefd I Zie yerder het oordeel van den heer F. tan Dutsx orer de YermoedeI\)ke her- 
komat der melodie ran Vondxl's «O kersnacht schooner dan de daegen", in: Het oud» 
Nederlandsche lied, No. 498, blz. 1981 en ty. 



DAVID PADBROUGK EN GORNEUS PADBRÜÉ. 127 

No. 21. Dit is het vaers soo 't ghesneden is in de Sghael. 
Op Musijgk gebracht door mynen Vrindt P. Luidhemz. 

Lanx de Secundi basils, 

sempcr fer Padbruaeo plena basium vino, 

tam suaye, fragrans, duice, morsicans, blandum, 

quam vel Neaera ') praebuit suo vati, 

vel ipse nostris auribus propinavlt. 

De musicus P. Luidhenz moet nog teruggevonden worden! 

No. 22. Inschrifte des zilv'ren Sghaels verduttscht. 

Dat altijdt dese Schael, uyt lief gekus gebooren, 
U kusse vol van w^jn, soo vriendelijck, soo soet, 
Als schoone Rosemond haer Haegsen dichter doet, 
Of ghy, ö Padbrué, kust Sang-beminners ooren. 

P. de Grebber. 

Pieter Franszoon de Grebber, geboren te Haarlem in 1590, gestorven 
in 1655, was historie- en portretschilder; ook etste hü in de manier 
van Rembrandt. 

De heer G. Becker, over wien reeds hiervoren werd gesproken, 
zegt ta.p.: 

j^Der Erfolg der Secund'schen Muse (die erste Ausgabe der «Küsse" 
ist in Utrecht im Jahre 1591 erschienen) war zur Zeit sehr gross. Mehr- 
fache Uebersetzungen und zahlreiche Auflagen liefern den Beweis dazu. 
Es ist daher leicht zu begreifen, das dieselbe zur Komposition an- 
regten, besonders wenn man die damals in Musik gesetzten schwachen 
Literatur-Erzeugnisse betrachtet 

Padbrué bat den Secundus Ehre gemacht, und man kann ihm zu 
den tüchtigsten HoUandischen Komponisten seiner Zeit rechnen. 

Vielleicht findet sicb spater die Gelegenheit emige seiner Komposi- 
tionen in den Monatsheften zu veröffentlichen." 



') Neasba, de schoilnaam der schoone, aan wie Jakus Secühdus s^n bundel: «Basia" 
(Kokjes) had gewyd. Door P. dx Qrxbbxb werd in zUd« «yerduTtsching" die naam, naar 
dan smaak yan zijnen tyd, yenrangen door: Boskxohd. 



128 DAYID PADBROUGK EN GORNELIS PADBRUÉ. 

Aan het plan, waarvan door den Heer Begker aan het slot zijner 
waardeering van Padbrué's talent een appeltje wordt opgeworpen, is, 
naar men meent, nog geen uitvoering gegeven. 

Zou men dat niet als eene vingerwijzing voor onze „Vereeniging" 
mogen opvatten? 

Van het tweede door Gornelis Padbrué bezorgde veelstemmig 
muziekboek: «'t Lof van Jubal", in twee deelen, is op dit oogenblik 
alleen van den Tenor der beide deelen één exemplaar aan te wijzen, 
berustend in de Bibliotheek der Vereeniging voor Noord-Nederlands 
muziekgeschiedenis. 

Op het titelblad van het eerste deel staat bovenaan geschreven: 
V. Dr. Heije. 

Dit eerste deel is getiteld : 

'T LOF VAN JüBAL, Ecrste Vinder der Musijcke, en allerley Musjjck- 
Instrumenten; Door verscheyden Poëten in Duytsche, en Latjjnsche 
Vaersen gestelt: Nu eerst op Mustek gebracht met vier, vijf, en ses 
stemmen, met de Gemeene Gront-stem, ofte Continuo, door Gornelis 
Tticensz. Padbrüé. — Tenor. —Eerste Boeck. Derde Werck. t'Amsterdam, 
by Broer Jansz, woonende op de Nieuzgds Achterborgwal, 1643. — 
Langwerpig S^o. 

Aan de keerzijde van het titelblad, waarvan hierbij eene reproductie 
is gevoegd, wordt eene uitmuntende ets aangetroffen. Het daarboven 
geplaatst tweeregelig vers is waarschijnlijk afkomstig van denzelfden 
dichter, die met Jacob Westerbaen en Jacob Gats het drietal nzoet- 
vloeiende'^ dichters uitmaakte, welke door Padbrué waren opgewekt 
om hem stof te geven «vanwaar hij Jubal's eerwaardigheid mocht 
vlechten eenen lauwerkrans van verscheiden welluidende klanken*', 
en die dan ook welwillend aan züne roepstem hadden gehoor gegeven. 

De twee volgende bladzijden van het voorwerk kan men gevoeglijk 
stilzwijgend voorbijgaan ; de eene bevat eene alleronderdanigste opdracht 
door den auteur aan het stedelijk bestuur zijner woonplaats Haarlem ; 
de andere bladzijde laat zien een Lofgedicht ter eere van Kornelis 
TmiENZEN Padbruee, waarbü een ver gezochte letterkeer het vernuft leert 
kennen van iemand, die wegschuilt achter de kenspreuk : «Heer Help Sion" . 






SSt^ 




130 DAVID PADBROUCK EN CORNEUS PADBRUt. 

4. Wanneer een bange ziel belaen 
Met boeyen van de sonden, 

Wil tot den throon ten Hemel gaen, 
En bid te zijn ontbonden, 
En tracht te zijn van straffe vry, 
En 't toorne-vyer te blussen, 
Soo kan der Harpen vleyery 
Des Heeren gramschap zussen. 

5. O aldersoetste Lamechs-Soon 
Die d'eerst dit kost bedencken, 
Wat eeren-beeld, wat waerde kroon, 
Wat krans zal ik u schencken ? 

Ey lieve weest hier mee te vree, 
Dat uw naekomelingen 
Door kloecke kunst van Padbrué 
Tot uwer eere singen. i) 



^ Het gedicht «Lof tak Jubal" bestaat, in de volledige oitgaye van Wkstxbbakk's 
dichtwerken, uit aoht coupletten. 
De Tier laatste regels van het tweede couplet lalden daar: 

Qhy maeckt bedroefde herten bly, 
Uw kunst is groot van krachten 
En kan door soete vleyery 
Een Sauwels geest versachten. 

De coupletten 8, 4 en 6, welke door Padbrué werden ongebruikt gelaten, maken trouwens 
in een loflied ter eere van Jubal eene al te weinig verheven uitwerking. Echter worden 
deze drie coupletten, met nog een couplet als het tweede daaraan toegevoegd, by het 
4de nummer der «Tafel* van het ade deel aangetrofTen. 

Couplet 3. 

Een vryer neemt haer oock te baet 

Als hy by stille nachten 

Voor 't venster van syn vryster staet 

En stort syn minneklachten. 

De soete zangh, het smeeckend spel. 

Het streelen van de snaeren, 

Kan somtyds in haer ber^e wel 

Wat medelydens baeren. 



DAVm PADBROUGK EN CORNELIS PADBRUE. 131 

De bladzüden 6 tot en met 14 worden in beslag genomen door het 

Lofgedicht van Jacob Cats'). De zangpartg is deels vier-, deels zes- 
stemmig geschreven, 

Vierstemmig. 

De vinder van den sangh is weert met alle tongen, 
De vinder van den sangh is weert te zijn gesongen ; 
Op gasten; geesten op; en al dat singen kont, 
Gebruyckt hier siiaerenspel, gebruyckt een soeten mont, 
Gebruyckt het bey geljjck ; en wilt te samen mengen 
Wat sang en soet geklanck is raachtigh uyt te brengen. 
Wie nutte dingen vint, en aen de Werelt biedt, 
't Is reden dat hy danck voor sjjnen dienst geniet. 
Maer segh ons, ouden tjjd, wie heeft de soete gronden 
Van spel en van gesang voor desen eerst gevonden ; 
Ten is ApoUo niet, en min de Bocx-voet Pan, 
Die hier-uyt grooten naem of luyster halen kan •) 



Ooaplet 4. 

Het toet gedommel yan de Lnyt 
Lookt onder Haeghse Linden 
Des avonds alle Joffers nyt 
Klok laet dch daer by vinden : 
Haer voe^es Jncken door de konst : 
Haer hertje spreeokt van binnen 
Goh I was 't te doen om myne gunst, 
Die vryer souse winnen. 

Couplet 5. 

Wanneer een kloeokert sit en suft 

In hoogh-geleerde boeoken 

Met mat en afgesloofd vernuft 

Door 't grondloh ondersoeoken, 

Neemt by tot sangh en spel syn vlnoht 

Het vyer sal weer begllmmen, 

't Gesmoort verstand krygt weder luoht 

En nieuwe geesten klimmen. 

') LorosDicHT, TKB UBXM VAX JüBAL SOUS vsu Lamxch OU AoA, oersto vinder van de 
Bangh-konste en Snaren-spel, gemaeokt ten versoecke van de Haerlemsche Musicanten. 
— Alle de wercken so oude als nieuwe van de Heer Jacob Cats, Bidder, oudt Baedt- 
penslonaris van Hollandt. t' Amsterdam, by Jan Jaoobsz. Schxfpxb, 1665. Mengelingen, 
bladsQde 84. 

*) Aanteekening by Oats: «Apollo en Pan zyn by de Heydenen vinders van deie 
konste geaoht" — Hier volgen in het oorspronkeiyke nog de onderstaande vier vers- 



132 DAYIO PADBROUGK EN GORNELIS PADBRüé. 

't Is Jubal, die wel eer een Liedt bestont te queelen 
Die eerst de rauwe Jeughl op snaeren leerde speelen, 
Die eerst de trommel sloeg en op de Fluyten blies, 
En maeckte, dat de kunst geduerigh hooger wies. 
Want als het eerste Paer uyt Eden was ghedreven, 
Doen leyde gants het volck een droef en angstig leven. 
Want niemant atter broot als door een bitter sweet, 
En al de Werelt stont als een geduerigh leet: 
Maer God, die noyt de mensch yan druck en laet verdwenen, 
Liet als een nieuwe Son op haere Tenten schijnen, 
Daer koomt een beter tyt, want Ada baert een kint, 
Dat Adams zaet verheugt en soete dingen vint. 
Het vint een aerdigh tuygh geciert met gulde snaren 
En gingh het met een bom, en met een fluyte paren, 
En met een helle stem, dat gaf een soet geluyt 
En joeg het swaer gequel en droeve sinnen uyt. 

Vervolg: Zesstemmig. 

Daer quam doen al het volck, met wonder inghenomen, 
En tracht ontrent het spel, en by den Helt te komen. 
En wie hem maer en naeckt, die is gelyck vervoert. 
Vermits de Jongelingh soo rap de vingers roert: 
Maer noch soo nam de Jeugt het meeste vergenoegen» 
Wanneer hy by den klanck den sangh began te voegen, 
Vermits hy met de stem nu rijst en weder daelt. 
En uyt haer stil geheym der menschen ziele haelt. 
Daer quam van alle kant de gantsche Werelt dringen 
En hoorde snarenspel, en hoorde Jubal singen, 

Verdwellemt in de vreugt: en siet, op deze wijs 
Soo kreegh het treurigh volck een ander Paradijs. 



regels, die PadbhüA, om welke reden dan ook, heeft overgeslagen : 

En aohoon al is wel eer een Jonge Maeght ghepresen, 
Omdat se yan bet spel een moeder scheen te wesen, 
Een Toetster yan de sangh, 't Is echter sonder grondt, 
't Is yry een hooger gheest, die eerst den Cyther yondt. 

Met de aanteekenlng by Oats: ^Caecilia daer na by andere yolghende eeuwen." 



DAVm PADBROUCK EN GORNEUS PADBRUé. 133 

. Wel aen dan, wieje zyt, die met gevoegde stemmen 
De droeve sinnen treckt, en doet in vreugde swemmen, 

Erkent op desen dagh den vinder van den sangh, 

Den Vader van de vreugt en van het soet geklangh. 
Juyght Jubal, reyne jeught ; Ljuyght Jubal, kloecke mannen ;]* 
Juyght Jubal al het volck, verdriet dient uytghebannen. 

Die eerst het singen vont, dient met ghesangh vereert ; 

Maer juyght hem bovenal, die Jubal heeft geleert. 

De «Nota" van Jacob Cats, voorkomende op de keerzijde der titel- 
bladen van de beide deelen van ,'t Lop van Jübal", is in Cats' 
Werken als kantschrift naast het gedicht geplaatst. ^) 

De woorden van het derde lied ter eere van Jubal in dezen bundel 
had Padbrüé ontegenzeglijk te danken aan Justüs van den Vondel, al 
staat er zulks niet bjj vermeld. 

Het is gezet voor vyf stemmen. 

1. Roert niet meer uw losse wiecken 

Moedig Griecken, 
Maeckt het ons niet al te bont, 
Want een aerdigh Liedt te queelen 

Of te speelen. 
Is geen kunst van uwen vondt. 

2. En die u hier gaet te boven, 

Is te loven. 
Schoon het alle naders spijt ; 
Wilt dan Jübal eer* bewijsen, 

Wilt hem prijsen. 
Want hy is van ouder tijdt. 

Wanneer men heeft opgemerkt, dat op de keerzijde van het titelblad 
herinneringen aan de bijdragen van Westerbaen en Cats worden 
aangetroffen, dan mag men gerust aan den derden dichter van het 
driemanschap, dat Jubal in onze moedertaal verheerlijkte, nl. aan 



^) Naar de zangwtJse ran dit lied wordt verwezen In: Arions Vingertuig^ Opdren- 
nende Verschelde Mlnne*klagjes, Koozlngen, Boertigheên,enandreBUmpJesenQezangen. 
Haarlem 1645. Bente deel, blz. 202, yoor: «Lof yan den HoawelQcken staet. Op 'et 
BchteltJok yerblnden yan N. N. met N. N. Te lesen of te ilngen als yolght, naer de 
Noten nyt het Lof yan Iubal, door C. T. Padbrüé. Begint : De ylnder yan de Zangh is 
weert met alle tonghen." Dit bmlloftSTers is geteekend met de kenspreuk ; 't lê dan weL 



134 DAVm PADBROUCK EN GORNELIS PADBRUÉ. 

Vondel, ook het vaderschap toekennen van de twee versregels aldaar 
boven Jubal's beeltenis geplaatst: 

,Hier hebt ghy Jubal's lof, en outheyt afgebeelt, 
oock Musicanten veel die door hem sijn geteelt.*' 

Omtrent deze gedichten zg nog meegedeeld, dat zjj nergens elders 
dan in dit muziekboek van Padbrué gedrukt schjjnen voor te komen. 
Men kan ook in het Register op Vondel's Werken, opgemaakt door 
den Heer J. H. W. Unger, eene zelfde opmerking vinden aangaande 
het lied, aanvangende: «Jubal, geen verzierde ApoUen, enz.", dat hier 
later in zijn geheel zal worden ontmoet. 

GeUik alle lofzangen, zoo vinden ook deze lofdichten, althans in dit 
deel, een einde en wel met een gedicht in de taal der geleerden van 
die dagen, dat is te zeggen in 't Latijn, op den 3den September 1640 
door Gaspar Barlaeus (van Baerle) geschreven op de buitenplaats van den 
heer Joannes Heerewijns te Heemstede bü Haarlem, met het bovenschrift: 
rin Laudem Jubalis Primi Musicorum Instrumentorum Inventoris". 

Van dit lied, getoonzet voor zes stemmen, staat de muziek op de 
bladzijden 17, 18, 19, en de tekst op bladzijde 20. 

Met nog vier korte godsdienstige liederen in de Latijnsche taal is 
het eerste deel voltooid. 

De titel van deel II wijkt in sommige opzichten af van dien van 
deel I. Deze vermeldt, dat hierin ook zang voorkomt voor 3 stemmen, 
de voornaam van Padbrué's vader is nu Thtmon geworden, en het 
jaar van uitgave werd 1645. 

De belangrijke inhoud der keerzijde van het titelblad bleef onveranderd. 

In de opdracht van 23 December 1644, aan Burgemeesteren en 
Regeerders der stad Haarlem (niet afgedrukt in «Bouwsteenen") zegt 
Padbrué, dat hij hen in het toe-eigenen van dit tweede boek niet heeft 
willen voorbijgaan, «hopende dat dit zal strecken tot een kleyn teeckentje 
van danck- offer'*. 

Padbrué had namelijk van de «Erentfeste, Welwijze, Voorzienige, 
ende zeer discrete Heeren" een zilveren vat ten geschenke ontvangen, 
zooals verder zal blijken. 

De in dien tijd onmisbare lofdichten, en die dan ook hier niet 



DAVID PADBROUCK EN GORNELIS PADBRUÉ. 135 

ontbreken, mogen kort worden vermeld als een middel om zich op 
de hoogte te stellen van de mannen, waarmede Padbrué in betrekking 
stond, want waar men meê verkeert, wordt men meê geëerd. 

1 Het Lof van Jubaly Opgestelt door den vermaerden ende Eonst- 
rocken Cornelis Padbrué, onderteekend W. de Groot. — Willem de Groot, 
een jonger broeder van den vermaarden Hugo de Groot, rechtsgeleerde 
en dichter. Geb. 1597-gest. 1662. 

2. Lof op Jubals Lof Gebracht in Maetzangh door den uytmuntenden 
Zangmeester Cornelis Thymonssoon Padbrué. Onderteekend: J. Heer- 
man. — Vermoedelijk dezelfde als de vertaler van : Histoire tragique des 
amours de Lisandre et de Caliste, par Vital d*Audiguier, Seigneur de 
la Ménor. Geb. 1569— gest. 1624. — De treurige doch bly-eyndighende 
historie van onsen tydt onder de namen van Ltsander en Caliste. 
3de druk. Utrecht 1653. 

3. Lof op Jubals Loff, Gebraght op Maatzangh door den uytmun- 
tenden Zangmeester Mr. Cornelis Thtmans Padbrué. Onderteekend: 
Sa. de Brat. — Zie hiervoren bö Padbruis Kusjes, 

4. Tot Lof van tübals Lofzinger. Niet onderteekend. 

5. In Laudem Viri Artis Musicae peritissimi Cornelu Thtmëi Pad* 
BRUÉ Jubal ad auras revocantis. Onderteekend C. Westerlo. — Cornelis 
Westerlo, Med. Dr. te Haarlem in het begin der 17de eeuw, van wien 
ScHREVELius gctuigt, dat hy geen ongelukkig poëet was. Hij is afgebeeld 
op een Regentenstuk in het Oude-Mannenhuis te Haarlem, 1664. 

6. Carmen in Laudem Musici Excellentiss. D. Cornelu Thtmëi 
Padbrué. Onderteekend : C Lenaerts. 

7. Super Cor di, nelis, & ThymusU). Onderteekend: (»*). 

8. In laudem Jvhalis Primi Musicorum instrumentorum inventoris. 
Onderteekend : C. Barlaeus. Dit Lofdicht, met den aanvang : «Laetitiae 
primaeve dator, clarissime Jubal", ete., keert later op de bladzijden 
16-21 van den bundel, in zes gedeelten voor 3, 3, 4, 5, 6 en 4 stemmen 
op muziek gezet, terug. 

9. Ter eer Den zoetvloeyende Musicyn, Cornelis Thtmanssen Padbrué. 
Onderteekend: Met groote vrenghU 

De laatste bladzijde van het voorwerk is gewijd aan de: 
Eergaef der Stadt Haerlem ; 



136 DAVID PADBROUCX EN GORMELlS PADBRUé. 

Over de opdracht van H Eerste Boeck des Lofs Jubels, k ca. 

Ontfangh dit zil'vren vat 
Uit JuBALS Lof gesprooten; 
Tot eer' van Heer Lems Stat: 
En uw' vermaerde Nooten. 



Met dit Vaers wert Padbrué 
(Op een Beecker net gesneden) 
Dus ge-eert door Heer Lems Sté; 
't Lof van Juhal was de reden. 

Het Tweede Boeck van H Lof van Juhal, Padbrué's Vierde Werck, 
heeft eene „TafeV\ waarop de inhoud aldus wordt vermeld: 

1. Woorden van D. H. SwALMiüs Fol. 1— 6è6;7— 10 k4. 

2. — d'Heer Justüs vande Vondel. , 11—14 d 3; 15 k 4. 

3. In Laudem Jubalis, D. D. Gaspar Barlaeus. , 16 en 17 k 3 ; 18 

ki; [9 k 5; ^ k 
6; 21 ki. 

4. Woorden van d'Heer Westerbaen, Heer van 
Brantwijgk, &c , 22—25 k 3. 

5. — I. Heereman , 26—29 k 4. 

6. In Laudem Jubalis, D. T. Boorten ..... 30 en 31 k 4. 

7. Woorden van D. G. Leenaerts , 32 en 33 k 4. 

8. — G. VAN Kittenstein . . Fol.34k3en4;35en36k4. 

No. 1. Hendricus SwALious, predikant bj] de Hervormde Gemeente te 
Haarlem in het jaar 1625. Geb. 1582— gest. 1652. Van dezen 
bestaat een portret geschilderd door Frans Hals. ZiJn gedicht 
is van te geringe beteekenis om het hier over te nemen. 

No. 2. JüSTUs of Joost van den Vondel. Geb. 1587— gest 1679. Aan 
den tekst der bedrage van den grootste onder onze dichters 
behoort in zijn geheel plaats te worden verleend. Het lied draagt 
geen opschrift. 



DAVID PADBROEGK EN GORNELIS PADBRUÉ. 137 

JuBAL, geen verzierde Apollen, 
Leerde ons ziel op Noten rollen, 
En z\jn* galm, niet minder fraey 
Dan der Heemlen ommezwaey, 
En de fixe dans der Starren ; 
Die, niet wetende van warren, 
Eeuwigh houden haren tret, 
Van den Schepper haer gezet. 
Sedert hoorde men krackeelen 
Om den pais Schalmeyen, Veêlen, 
Onder menschelyck geluit. 
's Hemels Englen keken uit, 
Om te luistren, van wat tongen 
Hunnen galm werd na gezongen. 
Na gespeelt met zulck een gunst 
JuBAL, Vader van de kunst, 
Tot verraaack en troost gebooren; 
Alzoo lang ghy 'smenschen ooren 
Streelt met zulck een nutten vont. 
Van des werelts morgenstont, 
Zal men in verscheyden talen 
Uwen naem in top ophalen» 
En met een verheugden geest 
Jaerlix vieren uwe feest, 
Dat de galm het nae koom baeuwen. 
Looft dan Jubal, zonder flaeuwen, 
Schenckt den Wjjn, met bly gelaet, 
Jubal, Jubal vont de maet, 
Die wy met ons keelen meten, 
By den R^jnschen Wijn gezeten. 
Jubal vont het zangrigh tal, 
Het ghemengelde geschal: 
Vont het rijzen en het dalen 
Van *t geluit der Nachtegalen, 
Die hem roemen, rey by rey, 
Voor en na, en in de May. 
Is de Zangkunst schoon en heerlijck, 
Ja zelf Godlijck ; 't is dan eerljjck 
Dat men Jubals eer bewaer. 
Zingt dan Jubal eens in 't Jaer. 



138 DAYID PADBROUGK EN CORNELIS PADBRUÉ. 

In de Bibliographie Tan Vondel's werken, samengesteld door J. H. 
W. Unger (Amsterdam, 1888), bladzijde 233, zegt deze met betrekking 
tot dit gedicht, dat in 1645 een bundel yerscheen. getiteld: 

't Lof Juhals enz., door C. T. Padbrué. „Daarin z^n op bl. 12—15 
^eenige versregels yan Vondel te vinden, beginnende: ;,Jubal, geen 
«verzierde Apollen", die ik niet heb kunnen terugvinden nóch bij van 
«Lennep, nóch by van Vloten." 

Men vergelijke hierbij de opmerking van gelijke strekking, hiervoren 
voorkomende bij het gedicht aanvangende : 

„Roert niet meer uw losse wiecken", enz. 
en de versregels geplaatst boven Jubal's beeltenis, voorkomende op de 
keerzijde van het titelblad der beide deelen. 

No. 3. Gaspar Barlaeus* ontboezeming ,In laudem Jubalis", zie No. 8 
der lofdichten, vindt men hier, meerstemmig op muziek gebracht, 
terug. Het Latijnsche dichtstuk vangt aldus aan: 
Laetitiae primaeve dator, clarissime Jubal, 
Mellifluum ctyus fluxit ab ore melos; etc. 
No. 4. Jagob Westerbaen, bij wien Padbrüé blijkbaar in hooge gunst 
stond, was in zijn t|jd een zeer geacht poëet. Geb. 1599, gest. 1670. 
De drie coupletten van Westerbaen's dichtstuk : ^LofvanJubaC\ 
door Padbrué te dier plaatse ongebruikt gelaten, vindt men thans 
in het onderwerpelijk Lied terug, vermeerderd met één couplet ; 
dé aanhef van couplet 3 : 

Een vryer neemt haer oock te baet, 
werd voor het nieuwe doel gewijzigd in: 

Een vryer neemt uw kunst te baet. 
Het ingeschoven, tweede couplet, dat niet te vinden is bij het 
gedicht in Westerbaen*s volledige werken, heeft volgens de 
meergenoemde ^TafeV' als aanvangsregel: 

«Hoe menighmalen ist geschiet"; 
doch aangezien de Tenor bij de uitvoering van dit zangstuk 
geen partij heeft te vervullen, zijn daarvan tot heden tekst noch 
muziek bekend. 
No. 5. I. Heereman is ongetwijfeld dezelfde persoon, voorkomende als 
J. Heerman bij No. 2 der Lofdichten. Het gedicht met aanhef: 



DAVID PADBROUGK EN GORNELIS PADBRUÉ* 139 

,De Taelman van de Goon" kan veilig achterwege bl\jven, zoo- 
lang de ontbrekende «stemmen" nog niet zgn teruggevonden. 
No. 6. T. BooRTEN, is lot dusver onbekend gebleven, maar wellicht 
dezelfde persoon, die met Swalmius, Corn*. van Eittensteijn en 
een 40-tal andere „Musiciens ende liefhebbers" in 1634 Burge- 
meesteren van Haarlem verzochten bij het in gebruik nemen 
van het nieuwe orgel in de Groote-Kerk „ordre te stellen, dat 
„op hetselve, ten minste by den wintertijd — wanneer de luyden 
„door ongestuymigheyd des lochts weynich mogende buyten 
„wandelen, meest haer toevlught na de. kercke nemen -- wat 
„meerder mochte werden gespeelt" Volgens de ^TafeV* vangt 
zyn vers: „J» laudem Jubcdis'* aan met de woorden: „Quem 
virum nostrae", maar de anderhalve maal rust, die in de zang- 
party voorafgaat, en ook de onvolkomen tekst, w^zen er op, dat 
er nog enkele woorden moeten voorafgaan. 
No. 7. C. Leenaerts, denkelijk dezelfde als G. Lenaerts (No. 6 b\j de 
Lofdichten), is nog niet nader aan te duiden. Z\jne r^mproeve: 
«O soete Jubal Lahechs Soon, Ey siet nu eens uyt dynen throon*' 
geeft tot afschrijven geen bizondere aanleiding. 
No. 8. CoRNEus WiLLEMSz. VAN KrrTENSTEiN, geb. 1597, gest. 1652, was 
een verdienstelijke plaatsnijder en teekenaar. Van zijn werk 
wordt in de eerste plaats geroemd: ,De vijf zinnen", naar Dirk 
Hals. In werken van tijdgenooten komen lofdichten van zijne 
hand voor. Zijne teekeningen zullen voorzeker van hooger 
kunstwaarde zijn dan het Ued: „Als Tubalgain met hamers 
smeet" en wat er meer volgt. 
Na het geringe overschot van Padbrué*s kunstwerk te hebben 
beschouwd, zoodat het mogelijk werd als 't ware éen blik te werpen 
in zijne muzikale werkplaats, waar hij de stof voor zijn arbeid bijeen- 
bracht, is het gepast aandacht te schenken aan de manier, waarop 
door dezen artiest een gedicht tot een lied werd hervormd door het 
met schoone klanken te omhullen. *) 



^) Zeer Juist zegt N. Quellxen : Valgftlremeat on dit qae Tair fait la chanson ; il serait 
plas exact de déclarer qae l'alr est la moitié de la chanson et qa'il 1'aohève". Chansons 
et danses des Bretons". Paris, 1889. Page 2. 



140 DAVID PADBROUCK EN GORIOELIS PADBRUÉ- 

Bü het doorzien van de eenig overgebleven stem, den tenor, van 
't Lof van Jubal valt een eigenaardige karaktertrek der compositie al 
ras in 't oog, die zeker aan velen als iets reeds van elders bekend zal 
toeschenen; vrat ook werkeljjk het geval is, want de melodie van 
VoNDEL*s ,0 Kersnacht, schooner dan de daegen" werd in denzelfden 
st^l geschreven; en hoe heerUjk toch is dit lied, wanneer de f^jne 
verbindingsnootjes met devoot gevoel gepareld worden voorgedragen 0- 

De melodie van dezen Kerstzang — door mq in 1885 naar Haar- 
lemsche liedboekjes meegedeeld ; ') later, in 1894, breedvoerig besproken 
door wijlen den Hoogleeraar Dr. J. G. FL Acquot te Leiden ; ') in 1904 
nogmaals te berde gebracht door den Heer J. W. Enschedé, ') en 
thans opnieuw uitvoerig behandeld door den Heer Fl. van Duyse te 
Gent ^) — beantwoordt ontwijfelbaar in hare factuur aan den indruk, 
dien men van Padbrué's composities erlangt bjj een aandachtig doorzien 
zoowel van de „Zt«;e«" als van ^JubaTs lof". 

Bovendien werken de omstandigheden er toe mee, om de afkomst 
dezer zangw^ze, behalve wegens hare inwendige kwaliteit, bij Gorneus 
Padbrué te zoeken. 

Is het b.v. niet opmerkelijk, dat „O Kersnacht' reeds in het jaar 
1643 herhaaldeiyk als «Stemme" wordt opgegeven in een liederbun- 
deltje te Haarlem, Padbrué's woonplaats, uitgegeven, en dat nog wel 



') Niet zonder beUng is % er het aXers-lledt" ran Joah Albbbt Ban bQ te ▼ergeiyken 
te Tiaden op blz. 2Q van het tweede deel van «Sparena Yreoghdenbron.'* Haarlem, 1646. 

*) Zie ; «Nederlandaohe liederen nit vroegeren tQd." Leiden, E. J. Bbxll, 1886, op bla. 
23, nit: «Avth. Jahmkns Ohristeltjck Yermaeok". Haarlem, G. A. Causi, 1645, bU. 26; 
en op blz. 187, nit: Haerlemsohe Bomer-Bloempjes. Haarlem, C. A. Haen, 1646, blz. 204. 

*) Zie: Tydsohrift der Yereeniging voor Koord-Nederlands mnziekgesohiedenls, deel 
IV. Amsterdam, Fbkd. Müllxb h Oo. 1894, blz. 177—200: ,Oe langwijze van het: nO 
Kersnacht, schooner dan de daegen." Dit artikel bevat een grondig betoog, dat Dikck 
SwxLDffOH niet de componist van dit kerstlied is geweest, zooals door wjjlen den heer 
J. A. Albbbdzkok Thym werd gemeend. 

") Zie : Ttjdschriit enz. als hiervoren, deel VII, 1904, blz. 196—198 van de bQdrage : 
OoBNELis DS Luuw. Daarin is de bedoeling van den heer Ensohxdé, op de mogelijk- 
heid te wQzen, dat ds Lxxuw de oomponist is van het O Kersnacht. 

*) Zie : Het onde Nederlandsohe lied. Wereldl^ke en geesteiyke liederen nit vroegeren 
tyd, teksten en melodieën, verzameld en toegelicht door F. vak Dxttsk, 's-Gravenhage, 
Mabtiküs NxjBOFF, 1906, m, No. 498, blz. 1981—1940. De heer vak Dxttsk geeft aUsQne 
meening te kennen : dat Yoiidbl zyn heeriyk lied heeft geschreven op eene bestaande 
17de-eenwsohe Italiaansohe melodie. 



DAVID PADBROUCK EN GORNELIS PADBRUÉ. 141 

zonder muziekdruk, wat bewast hoe bekend aldaar toen reeds de 
melodie is geweest ^). 

Dat er reeds vroeger door Vondel en Padbrué op het terrein van 
het lied werd samengewerkt, leert ons de uitgave in 1640 van de twee 
liederen, die nog in dit overzicht van Paobrué's overgebleven werken 
zullen volgen. Hiermede is men met gewisheid al zeer nabü het jaar 
1637 gekomen, namel^k het jaar waarin Vondel zqn treurspel: ^Oys- 
breekt van AemsteV' heeft gedicht, terwijl vier jaren te voren, in 1633, 
Vondel zjjn lustig «Deuntje" aan Padbrué had opgedragen, waarin juist 
aan diens talent voor de compositie van het lied op luimige wjjze door 
den dichter lof werd toegebracht. ') 

Een stellig bew^s, dat Vondel drie jaren vöèr de verschijning dier 
liederen ook voor den zang van zijnen yfRey van Klaerissen*^ de hulp 
van Padbrué's begaafdheid zal hebben ingeroepen, is tot dusverre niet 
te leveren; doch zoo lang het tegendeel niet is aangetoond, en rekening 
houdende met de boven omschreven omstandigheden, is het zeer waar- 
schijnlijk te achten, dat thans de ware naam van den componist van 
het: nO Kersnacht'* zal zijn gevonden. 

In mijn vermoeden werd ik versterkt door eene aanwijzing, welke 
ik, toen dit opstel reeds voor den druk gereed was, met groote erken- 
telijkheid heb ontvangen van den heer C. J. Gonnet, archivaris van het 
Rijksarchief in Noordholland en tevens van het Gemeente-archief van 
Haarlem, die mij in de gelegenheid stelde uit de „Adversaria** van 
den heer van Oosten de Bruijn, berustende op het stedelijk archief 
te Haarlem, de volgende titel-opgave af te schrijven : — 



') In : «'t Eerste deel van «Sparena Vreagbden-Bron, nytstortende Teel nienwe aU singena- 

waerdlgbe denntjena. Tot Haerlem, by Hichiu. SxoxBiCAir, 1648, blz. 82, 177 en 303, ens, 

In dezen bundel treft men op blz. 209 aan : «Kracbtlgbe HedeoHne Toor die met 

melanooly gbeqnelt z||n, ende werden gbereoommandeert Tan den Toortreffelicken 

JuBAL, 2de ooaplet: 

Medecijn aal lek n gbeven 

In dit leven, 

Die beel lleflyok ia bereyt. 

Van veel awart' en witte noten 

Overgoten 

Met een aap van aoetigbeyt. 

') Zie: Mr. J. vas Linnkp. De werken van Voxdbl In verband gebracht met cfjn leven. 
Amsterdam, 1867. III, blz. 174. 

Vin. 10 



142 DAVID PADBRODCK EN CORNEUS PADBRUÉ. 

„C. T. Paobrué. Jubalist te Haarlem. - De traanen Petri en Pauli 
door J. VAN Vondel. Op Muziek gebracht met % 3, 4 en 5 Stemmen 
en een gemeene grondstem door C. T. Patbrué, Jubalist van Haarlem. — 
Grondstem. 

Daar onder een vignet van seven engeltjes een' krans van bloemen 
houdende, en daar onder een agtste, een muzijkboek in de handen hebbende. 

T'Amsterdam bij Paulus Matibusz in de Stoof-steegh in de boek- 
drukkerij gedrukt. 1646. In 4^0. 

Het is opgedraagen aan den E. heere Sijmon Feldt^ zijnde die opdragt 
gedagtekend 1646 den.... November. De gemelde traanen zijn de reien 
uit Vondels treurspel: „Peter en Paul" 

De tragedie «Peter en Pauwels" ontstond in 1642. 

De twee hierboven bedoelde liederen zijn, met b^voeging van vier 
godsdienstige liederen in 't Latijn, onder den volgenden titel bij elkander 
uitgegeven : 

L V, Vondels Kruishergh en Klaght over de tweedraght der Christe 
Prineen, Op Musijck gebraght met 4, 5, ende 3 stemmen, etc met een 
Basso Continuo, door Cornelis Padbroé. — Tenor. — t' Amsterdam, By 
Broer Jansz., Boeckdrucker, woonende op Nieuzijds Achterburghwal, 
in de Zilvere Kan. 1640. 

Ook hieraan ontbreken weder de overige stemmen. Het eenig be- 
kende exemplaar van den Tenor^ dat mij met groote welwillendheid 
ter kennisneming werd afgestaan, behoort tot de Bibliotheca Vonde- 
liana in de Universiteits-Bibliotheek te Amsterdam. 

Het eerste lied van dit werkje werd door Padbrué opgedragen aan: 
,De Kunstlievende Joffrouwe Magdalene van Erf, Huysvrouwe van 
den Heere Joost Baeck". 

.Aenmerckende" zegt hij, nUW6 byzondere ghenegeniheydt en smaeck, 
in 't verhaelen van den Kruishergh, of het lijden van Jesus Christus 
(het welck door Vondel, onzen honighvloeyenden dichter, zoo zoet 
ghevonden, en lieylighlijck in rijm vertoont wordt, dat byna elck woort 
schijnt voort te brenghen een straellje van Godts overgroote liefde 
t'onswaert) zoo werd ick aengeport dit loflijck verbael, door Musijck- 
zang, met eene beweeghelijcke stemme, te bekleeden, .... Ontfangh 
dan, beleefde Joffrouw, dit, niet om 't geen, waer mede het eenvouw- 



DAVm PADBROUCK EN GORNELIS PADBRUÉ. 143 

digblijck bekleet is, maer eer om het goede hart, waer mede dit uwe 
E. opgeoffert wert." 

jjDe KruishergK' is voor 4 en 5 stemmen gecomponeerd. De aanvang: 
„De schoonste roozen groejen op geenen Grieckschen bergh, ö neen, 
maer op den Kruisberg hard van steen;" enz. heeft Padbrué vier- 
stemmig geschreven tot aan de woorden: „O bloed- en waterrycke 
rots! O hartebron der w\jsheyt Gods!", vanwaar de zang tot aan het 
einde vijfstemmig wordt voortgezet. 

Nu volgt een kort kerklied in 't Latijn, en daarna Vondel's „Klaght'\ 
met het opschrift: ^Op de tweedraght der Chrieie Princen. Aen lesue 
Christus'', welk lied voor drie stemmen is getoonzet. ^ 

Het kleine werk wordt besloten met nog twee godsdienstige Latijnsche 
gezangen ; boven het eerste staat: ;,Cbn^Kd", zonder opgave van stemmen, 
— boven het laatste : „k 8. Tenor, Super Ecce quam bonu m''. 

Aan het einde der beschouwing van Padbrué*s overgebleven werken 
gekomen moet, ter wille van de volledigheid, ook worden gewezen op drie 
muziekstukken van geringere beteekenis, die zich bevinden in de Biblio- 
theek afkomstig van Johannes Thysius te Leiden, en welke men zoo 
vriendeliik is geweest ter inzage aan mij toe te zenden. 

Het eerste stuk — 2 bladen in folio, CanttAS en Bassus — bevattende 
twee nummers dansmuziek, Pavana en GaiUarde, heeft tot titel: 
C. T. Padbrué Synphonia in nuptias . . . L Everswyn et . . . Luciae 
Buts. Gelebrandas Nono Calendas May 1641. Harlemi Batavorum. — 
Amstelodami, Typis Broer Joannis. 

Het tweede stuk, getiteld : C. Padbrué Synphonia in nuptias .... 
Mathaei Steyn et Mariae van Napels. Gelebrandas Februarii IV. Anno 
1642. Harlemi Batavorum. — Gedrukt ter zelfde drukkerij als 't voor- 
gaande stuk. Anno 1642, bestaat uit drie bladen : Canius. kh, — 
Canius IL k b — Bassus, k 5. Tegenover de muziek is gedrukt : 
Bruylofs Gesangh. 

Op het HuweUjck van den Eerwaerde, Welgeleerde Jonghman 
Matheus Stetn, Doctor in beyde Rechten, &c. Met d'Eerbaere, zedige 
Jonckvrouw Maria van Napels, Bruydegom en Bruyt. 



') Van dit lied was de tekst reeds in 1684 ▼erschenen; zie: Unoxb's Bibliographie van 
VoNDXL's werken, blz. 64. 



144 DAVID PADBROUGK EN GORlfEUS PADBRUE- 

Stem: Am^TiWi mia bella: ^ 
Siet hoe Liefde kan menglen 

Twee hertjes (reyn) in Een; door Echt verbonden, 
Uyt oprechr zuyvre gronden. 
Enz. enz. vier coupletten. 

Onder dit gelegenheidsvers leest men Roemer Visscher*s kenspreuk : 
„Elck wat wihy 

In het derde muziekstuk staan de tekstwoorden onder de muziek- 
noten gedrukt. Het bestaat uit drie bladen, t.w.: Cantus. k 2. Met 
een Continuo; Tenor— Bas. k 2. Met een Continuo; Cantus en B. 
Continuo, k 2. 

Ditmaal was de componist blikbaar zelf als gast bü de bruiloft 
tegenwoordig; onderstaand feestlied zal denkelijk wel van hem af- 
komstig zijn: 

Eere-krans 

voor CoNSTANTiN SoHiER CU Catharina Koymans, Echtclijck vereenight 
op den lesten May 1643. In Beverweek. — Cantus k 2. Met een Continuo. 

Wat heeft den Hemel hier 
Zoo zoet gevoeght te saemen? 
't Is KoTMANS en Sohier 
Die zoo te zaemen quaemen; 
Het Water keert in Wijn, 
Catrina wert de Bruidt, 

Geluck Ö CoNSTANTIN, 

Met uw' verkregen buit. 

't Besluit. 

Geluck, geluck, geluck, 
O waerde Catharyn, 
Die zoo wel op het stuck 
Gelet met Gonstantin 
Hebt eens voor al gekeurt: 
Leef lang, vereende twee, 
Dat u geen onlust steurt, 
Wyck Tooren, mint de Vree. 

Dit wenscht u Padbrüé. ') 



1) Aangaande dit Italiaanscbe liedeken raadplege men vak Dvtbx's Het oude Neder- 
landschd Lied, 's-Gh-ayenhage, 1907, III, no. 669, bis. 2568, by : .Solamlte, keert weder I". 
') By ddn lenOT'Bas staat: Dit wenscbt u O. T. P. 



DAVID PADBRODGK EN GORNELIS PADBRUÉ. 145 

't Amsteldam, Gedruckt by Broer Jansz, woonende op de Nieu- 
zqds Achter-burghwal, in de Zilvere Kan. 1643. 

Ik geloof, dat Samuel Ampzing in zijne .Beschryvinge ende lof der 
stad Haerlem recht had aangaande „Cornelis Tijmen" bewonderend 
uit te roepen: ,0» dapper Musicünl O, wacker Componist I" en vol- 
komen kan ik begrijpen, dat Vondel zich genoopt heeft gevoeld tot het 

toezingen van zijn: 

DEUNTJE 

aen 

Mr. Corneus Ty*iensz. Padbrué. 

O genoeghelicke T y m e n, 
Als uw tong begint te lijmen, 

Op het velt, of in het koor, 

I4jmt ghy alles aen uw oor, 
Wat in vellen schuilt en veeren. 
Nachtegalen zelfs verleeren 

Hunnen zoeten zangk om u. 

Geen konijn in duin is schuw. 
Harten komen aengestoolen. 
Op uw goude en zilvre nooten 

Drijft het Sparen door de stadt, 

In den Hout ruischt loof noch bladt, 
Noch geen luchjes in de blaren. 
Als ghy zangk en spel wilt paren. 

Lustigh Tymen, noch een reis, 

Tymen, zingh den oorloogh peis. 
Zing, dat F r e d e r i c k i) ga slapen. 
Zonder harnas, zonder wapen. 

Zing hem zonder ysren kraegh. 

Zonder helm in 's Graven Haegh. 
Zing de zwaerden in de scheden. 
Zing de welvaert in de steden. 

Zing de schepen aen de ree. 

Zing het onweer uit de zee. 
Wilje zingen, ick wil rijmen. 
O genoeghelicke Tymen, 

Zoo mijn zangk geen waerheit derft, 

Ghy zult zingen, als ghy sterft. 

Oravenhagey Januari 1907. J. H. Scheltema de Heere. 



O Te weten, de sUdhouder Fbidsbxx Hxkdbxk, Prins Tan Obahjx, rennaard als reldbeer. 



BIOGRAFISCHE AANTEEKENINGEN OVER MUSICI 



DOOR 



J. W. LUSTIG, 
Organist van de Martinikerk te Groningen (1762). 



In Friedrigh Wilhelm Marpurg's anonieme Kritische Briefe über 
die Tonkunst, tnit kleinen Claviersiüeken und Singoden begleitet, von 
einer tnusikalischen Gesellschaft in Betiin, Zweyter Band, Vierler Theil, 
Berlin, bey Friedrigh Wilhelm Birnstiel, privil. Buchdrucker, 1763, 
worden in de 123*t« brief (p. 463), ZQn dehet nummer van 11 December 
1762 afgedrukt in alfabetische volgorde een aantal korte notities om- 
trent musici. Die notities, welke doornummeren op vroegere aantee- 
keningen, hier van geen belang, waren het genootschap, d. i. aan 
Friedrigh Wilhelm Marpurg, den bekenden muziekauteur uit de 
achttiende eeuw, verstrekt door Jagob Wilhelm Lustig te Groningen, 
die ze hier publiceerde onder den schuilnaam Conrad Wohlgemuth. 

In de moderne muziekliteratuur zyn z^ geenszins onbekend. Gerber 
maakte er gebruik van voor zgn Neues historisch- biographisehes Lexicon 
der Tonkünsiler iLeïpz\% 1812— 1814) en van daaruit gingen de berichten 
weer over in hedendaagsche handboeken als Mendkl.s Musikalisches 
Concersations Lexikon en Eitwer's Quellen-Lexikon* Hoog aangeschreven 
z\jn Lustig's aanteekingen niet; Eitner noemt ze ,zum grössten Teile 
ohne grossen Werf' *). 

Dat oordeel is, meen ik, te hard. Lustig gaf, zonder veel critiek te oefe- 
nen wat hem in het geheugen was omtrent z^n tydgenooten en heeft ons 
daardoor bewaard gel^ktijdige oordeelvellingen, waarvan zeker kennis 
genomen moet worden, wanneer het te doen is den ontwikkelingsgang 



') Quellen-Lexikon, VI, 266. 



BIOORAFISGHE AANTEEKENINCEN OVER MUSICI. 147 

en de beteekenis vaD deze musici te leeren kennen. Hij heeft ons 
menige bijzonderheid opgeteekend, die elders niet gevonden wordt 
Dergelijke bijzonderheden kunnen waarde hebben, wanneer zij afkomstig 
zijn van geloofwaardige lieden of van personen, die krachtens hun 
maatschappelijke positie de gelegenheid hadden veel te zien en veel te 
hooren. Omtrent beide punten tasten wij aangaande Lustig voorals- 
nog in het duister. Of hem, die in Groningen sedert 1728 organist 
van de Hervormde Martinikerk was, rechtstreeks veel ter oore kwam 
van hetgeen in de muziekwereld der Hollandsche steden geschiedde, 
is twijfelachtig, maar zooveel blijkt althans uit zijn geschriften, dat hg 
een ernstig man was. Het beste bewijs daarvan is het duurzaam 
gebruik van zijn muziek-theoretische publicaties voor de kennis der 
Nederlandsche muziektheorie van de jaren rond 1750 tot 1785. 

Lustig was in deze mededeelingen zeker eenzijdig, zeker ook bevoor- 
oordeeld. De beide Kennemerlandsche organisten Havingha en Radeker 
werden strengelijk door hem afgekeurd; de stad Groningen is, mogen 
wij zijn stedelijk patriotisme gelooven, bevoorrecht boven andere steden 
der provinciën door het bezit van uitnemende dilettanten; Wftvogel 
was als uitgever veel handelbaarder dan Olofsen, Hummel en Govens, 
die van zijn composities niets wilden weten •— wat eerder tegen dan 
voor Lustig pleit, kortom zijn aanteekeningen zijn zeker niet streng 
wetenschappelijk, noch objectief. Maar daarom niet waardeloos. Zij 
geven een beeld van inheemsche musici in het midden der achttiende 
eeuw en geven dat beeld beter nu zij hier bij elkaar worden afgedrukt 
dan verspreid en in terminologie gewijzigd in de jongere omvangrijke 
internationale bio- en bibliografische werkapparaten. Uit dien hoofde 
zijn zij waard hier in dit Tijdsehrift textueel afgedrukt te worden. 

Luttel zijn de aanteekeningen, waarin niet rechtstreeks een Neder- 
lander of een Nederlandsche toestand gemoeid is. De geringheid 
wettigde daarom niet hun weglating. 

Waar zulks wenschelijk scheen, heb ik korte toelichtingen bijgevoegd, 
en mij daarbij bepalende tot het hoog noodige b.v. gemeend algemeen 
bekende boeken als de uitgaven van Quirinus van Blankenburg niet 
nader te omschrijven. Een uitzondering echter heb ik gemaakt voor 
de geschriften van Lustig zelf voor zoover exemplaren onder mijn 



148 BIOGRAFISCHE AAlfTEEKOniVGEü OTER MUSICL 

bereik waren, daar deze notities een precieus document zgn, waaruit 
indirect Lustig zelf gekend kan worden, wiens persoon zeker wel 
waard is nader onderzocht te worden in zqu verhouding tot de bui- 
tenlandsche, speciaal duitsche richting van Matthcsou en Marpürg en 
zQn propaganda daarvan in de Nederlanden. 

Amsterdam. J. W. Erschedé. 

(p. 463). 

62. Altzen (Antoh) seines Vaters Amts-Successor, ist noch am Leben. 
Sein Sohn, gleiches Nahmens, Lieent Juris, ist ein starker Clavierspieler. 

63. Anna, Kron-Prinzessm von Gross-Brittannien, Gemahlin Wilh. 
Car. Heinr. Frisonis, weyland Printzen von Oranien, Erb-Statthalters 
der vereinigten Niederlande, Hendels eintzige Music-Schulerin, war im 
Singen und insbesondere im Generalbass ungemein stark ; pflegte bey 
gesunden, vergnügten Tagen jeden Abend ein öffentliches zwostOndiges 
Concert zu halten. Wurde den 12 Jan. 1759 dieser Zeitlichkeit entrQckt '). 

64. Agrel (Giovanni). Von diesem braven Manne, der sich annoch 
in NOrnberg aufhalten soll, wird es an guter Nachricht nicht fehlen- 
In Amsterdam ist nur ein Clavier-Concert von ihm, bey A. Olofsen, 
ans Licht kommen. 

65. Bock (Pater de) hat zwey Clavierwerke bey Wktvogeln in 
Amsterdam drucken lassen. 

66. Beeler (J. W. e.) ') Organist und Gampanist (Glockenspieler) zu 
Deventer, in der Niederl^ndischen Provintz Ober-Issel, hat französische 
Chansons, mit einem Bass begleitet, herausgegeben, so zu Amsterdam, 
bey Olofsen, gedruckt sind. Er hat aber auch, innerhalb drey Jahren, 
alle Güter seiner z vloten Ehefrau, 50000 Gulden wehrt, mit Alchy- 
misterey und Brandweintrinken durchgebracht, und lebt in der j&m- 
merlichsten Armuth. 

67. Blankenborg (Qüirinüs van) war ehedem Organist an derrefor- 
mirten neuen Kirche im Haag ; hat alda drucken lassen 1. ein Ghoralbuch. 



*) Vgl. hierachter Pisoatob en Bbtzxl. 
*) JosBPH Wilhelm Ebnst Böhlxb. 



-^ 



BIOGRAnSGHE AANTEEKENINGEN OVER MUSICL 149 

2. Glavierstücke, die sich umkehren lassen, dedicirt aa die verstorbene 
Princessin von Oranien, bey Ihrer Ankunft, an. 1734 beynahe mit 
folgenden Worten: ,weil die Oberstimme zura Bass und der Bass zur 
Oberstimme werden kann, so können auch der Prinz und die Prinzessin 
einander heyrathen und vergnügt leben"; edirte in seinem SOsten 
Jahre und ganz verzweifelten UmstHnde, 3 een nieuw Licht voor de 
muziek en den Bass continuo, 4to ein grosses, kauderwelsches Buch, 
dessen gleichen auf diesera Erdkreise nicht leicht zu finden. Ist ge- 
storben etwa 1739. 

p. 464. 

68. BuRGHORST (Martha) eine tugendreiche Jungfer in Amsterdam ; 
singet, philosophirt und spielt schön. Giebt Unterweisung an vornehme 
Damen. 

69. Chalon (Carl) ein Clavierist und Violinist in Amsterdam, hat 
neulich sechs Sonaten fürs Glavier herausgegeben. 

70. Baustetter (Joh. Conr.) unter dessen Namen sind sechs artige 
Glaviersonaten bey Witvogel herausgekommen 0. 

71. Brautigam, ein braver Glaviermacher im Haag. 

72. Gene (Mighel Gharles) einziger Erbe und Nachfolger') des 
Etienne Roger, berühmten MusikhHndlers zu Amsterdam, der, unler 
Locatellis Direction, sehr viele practische Werke drucken lassen. 
Nach dessen Absterben, etwa 1741, ') hat man dergleichen grosse musi- 
kalische BuchlUden in Holland nicht mehr. Selne Auction hat nur 
etwa 15000 Gulden eingetragen. Diese sind nach Frankreich gegangen, 
und drey schlecht bemittelte Buchhêlndler in Amsterdam, die einander 
immer in den Haaren liegen, haben die Musikalien eingekauft *). 



*) Volgens enkele lexicografen was by organist te Amsterdam. 

*) Dit is niet volkomen joist ; er z^n moziekdrokken Tan Jkankb Booib, dochter van 
Etkhhx en schoonzuster van Lx Oènx, die zes maanden na haar vader overleed (1732). 
Zie mUn mededeelingen in Bulletin des Êgliêes wallones^ torn VI (1894) p. 318. 

*) Ht) werd begraven 4 Mei 1748 (t a. p.). 

*) Welke deze drie moziekdrokkers waren, weet ik niet. Eén er van was Olofsxh, de 
tweede vry zeker Pixxbx Hoxtikb (overl. 1754), terwyi als derde naam Jax Oovbhb 
misschien in aanmerking komt 



150 BIOGRAFISCHE AAKTEEKENINOEN OVER MDSia. 

73. CAMPiopa (oder Campion) ') in Engelland sind verschiedene 

Werke von ihm heraus gekommen, die man in Holland nachdruckt. 

74. CosT (JüRiANüs van der) J. U. D. und Advocatus beym Gerichls- 
hofe in Holland, wohnhaft in Delft, eine Stunde vom Haag; ein unge- 
meiner Liebhaber einer grossen musikalischen Bibliothek, sammelte 
von jedem Iheoretischen und practischen Werke, so nur gedruckt 
oder geschrieben irgendwo in der Welt für Geld zu bekommen war, 
ein Exemplar, nebst allerhand Arten von Instrumenten. Seine Biblio- 
thek, so über 300000 Gulden gekostet haben soll, wurde nacb seinem 
Absterben 1746. verkauft. Der Catalogus davon über drey Alphabelh 
stark in gross S'"' enlhèllt 5071 Numeros, nebst 108 Instrumenten. 

75. Camerloher (ein Domherr in Bayern)'). Von diesem sind 
neulich in Amsterdam bey Olofsen, drey artige Werke (vierstimmige 
Sinfonien 2 Viol. Alto db Basso) gedruckt. Die Liebhaber von con- 
certirender Harmonie (denn diese unterstützt nur die Oberstimme) 
sagen: es fehle das c daran (iocher). 

76. Corelli. Gemwiani bat seine zwölf Solos in Concerti grossi 
gebracht, so in London gedruckt und allda sehr beliebt sind. 

p. 465. 

77. Douws (Claas) ein Küster in Friesland, hat vor vierzig Jahren 
eine (einfaltige) Verhandeling van de Muskq en van de Instrumenten, 
zu Franequer gedruckt, ans Licht gestellet. '). 

78. Ferradini (Giovanni) hielt sich vor drey und dreyssig Jahren 
in Amsterdam auf, iallwo er auf der Traversiere excellirte. Es sind 
zwey Werke Solos fÜr solches Instrument von seiner Arbeit bey 
WiTvoGELN gedruckt. 

79. Fesch (Wilhelm de) ein grosser Violinist seiner Zeit, hat acht 
practische Werke in Amsterdam ausgehen lassen. 

80. FiscHER (J. P. A.) Organist und Gampanist am Dom in Utrecht, 

*» Gablo Aktonio Oavpxoki geb. te Liyorno a 1720, f te Florence o. 1798. (Vxkdxl 
n. 289). Btj EmnEB (II, 800) drukken b^ Hummkl te AmBterdun. Zie verder Sohxüxlxsb 
Mozart'8 verblijf in Nederland, 's GraTenh. 1883 p. 36. 

*) Placidus von OAmBLOHXB 1720—1776 (Mbndkl il 286). 

'} Bedoeld wordt : Grondig ondersoek Tan de toonen der musyk. Door Olaas Doxjwmb, 
Organist tot Tsum in Frieslandt Tot Franeker, by Adbxaan Hkixs, boekverkoper, 1699. 



% 



BIOGRAFISCHE AANTEEKENIN6EN OVER MUSICI. 151 

hat herausgegeben 1. ein Büchlein van den Basso continuo ; 2. eins ran 
de Transpositie; 3. Verhandeling van de Klokken en het Klokkespel; 
alle drey in Utrecht gedruckt i), und 4. ein Clavierconcert, Amst. bey 
Olofsen. 

81. Frischhuht (Leonord) der sich jetzo als Klavierist zu Amsterdam 
aufhalt, hat allda drucken lassen: 2 Werklein Pieces pour leClavecin; 
6 Sonate di Cembalo è Flauto Traversiere, 6 Concerten von Tartini, 
fürs Clavier accomodirt. 5 Airtjes op de 4 ghrieuse bevogtene Veld- 
slagen door Zyne Koninglyke Majesteit van Pruissen (kosten 8 Stuiver). 
Ondencyzings gedagten tot de beginselen van het Clavecembalo, kort 
ét zakelyk. (aber sehr erbSrmlich). 

82. FiLTz wird bekannt seyn'). 

83. Geminiani (Francesco) hat vor einigen Jahren, (wo mir recht 
ist in Paris) ein Dictionariutn harmonicum drucken lassen, so in 
Amsterdam 14 Gulden kostet. Es bestehet dasselbe aus lauter ganz 
kurzen Passagen, die immer durch 21ahlen von einem aufs andere 
weisen, woraus, meines geringen Ermessens, kein Mensch klug werden 
kann. Ich habe lange darauf studiret; allein vergebens^). 

84. Geilfüs (Garl Godfried) is bereits vor 22 Jahren *) als Organist 
an der lutherischen Kirche in Utrecht verstorben. So ein galanter 
Clavierspieler er war, wollte es ihm gleichwol mit der Orgel gar nicht 



*) De beide eente ultgegeTen door Wnxm Stouw, gedrukt door Pixtbb Muhtkhdak, 
beide te Utrecht 1781 en 1788 ; het laatste uUgegeren 1788 door Wxllkm Kmoov en 
gedmkt door P(xstxb) MCuvtkhdam). 

*) AVTON FxLB, geb. c. 1788, f te Mannheim 1760. Binda 1754 yiolonoelllst in de Hof- 
kapel aldaar. «Ich halte ihm for den besten Symphonleschreiber, der Jemals gelebt hat". 
(BcHXJSABT bti EiTNVB IIL 447) MxNDKi. (IIL 618) Spelt FiLTz on geeft als Sterfjaar op 1768. 

*) BchrQror rergist zich ; de eerste editie rerscheen te Londen. De titel (Exms lY. 
196) luidt: Gulda armonica o dizionario armonioo. being a sore goide to harmony and 
modnlation in whioh are exhibited the rarionse oombinations of sounds consonant and 
dissonant progressions of harmonie ligatores and oadences real and deoepüve. Op. X. 
London, printed for the author by John Johhsok (1743) VUL 84 p. — De titel van den 
Amsterdamschen drak is : Dictlonaire harmoniqne on goide sar pour la rraie modn* 
laison. Par F. OMMonxm. Dictionarinm harmonicom of zeekere wegwyzer tot de waare 
modulatie. Door F. assfiiriAia. A Amsterdam, anx depens de l'anteur. MDOOLYL 
Avec Privilege. TIII. 34 p fol. — üit het privilegie der Buten van Holland en West- 
Friesland i. d. 6 Dec. 1746 bl^kt dat Qmtajxikxi desttjds woonde in 's Qravenhage. 

*j 1740 (KiTHEB IV. 191). 



152 BIOGRAFISCHE AANTEEKENINGEN OVER MUSICI. 

geliagen. Witvogel hat zwey Clavierwerke, jedes von 6 Sonaten, von 
seiner Arbeit gedruckt. 

p. 466. 

85. Graf (de) hall sich jetzo im Haag, am Hofe des Prinlzen von 
Oranien auf. Er hat neulich 6 vierstimme Sinfonien drucken lassen, 
die tonreich genug sind, aber nich rührend '). 

86. GuERiNi (Francesco) hat 2 Werke Solos vor die Violin, und 
neulich, galante vierstimmige Trios zu Paris drucken lassen'). 

87. Groeneman (Albert) Organist und Campanist von der grossen 
Kirche im Haag; kriegte diese Aemter, weil er eine schone Violine 
spielte. Es sind 12 Solos von ihm bey VVrrvoGEL gedruckt. Er sitzet 
schon seit verschiedenen Jahren im Tollhause *). 

88. Havinga (Gerharous) Sohns seines Vorwesers in Groningen, 
hat als Organist und Campanist zu Alkmaar in Nordholland heraus- 
gehen lassen, 1. Verhandeling van den oorsprong der Orgelen; 2. 8 
Claviersuiten, bey Le Gene zu Amsterdam gedruckt (narrisch Zeug, 
darunter eine Sonate aus dem ais dur, und eine aus his dur). Man 
möchte Halzen und Mëuse damit vergeben *). 

p. 467 »). 

89. Heinsius '), Organist zu Arnhem in Gelderland, hat 6 fünfstimmige 
Concerte con Violino princip, und 6 vierstimmige Sinfonien pour ceux 
Qui apprennent la Musique herausgegeben (in guter Meinung). 

90. Hasse (Giov. Ad.) Witvogel hat, wenigslens unler dem Namen 
dieses grossen Componisten, herausgegeben, 6 Trios für Violinen oder 



') Bedoeld wordt Chbibtxah Ebnr Obaf, geb. te Schwartzbarg, in 1762 van Middelburg 
benoemd tot kapelmeester van de stadhouderlijke kapel te 's QraTenhage. Zie verder 

SCHEUBLSXB t a. p. 65. 

>) HU was van 1740 tot omstreeks 1760 violist in de sftadhouderiyke kapel, later (f) 
muaiden de rambassadeur de Hollande (te Londen?). (Eithxb IV, 405). 

*) Albxbt OBöNZMAinv werd in 1758 naar bet krankzinnigengesticht overgebracht 
(MKin>BL IV. 890); Eztkeb (IV. 382) noemt hem JoHAif» Albxbt Gbomvman en 1760 als 
het Jaar z^ner overbrenging, in de Bouwêteenen (IL 20j wordt zUn overiyden gesteld 
op 1758, en (t a. p. IlL) 6 Mei 1760. 
*) Vgl. hierachter by Baoxkbb. 

CXXIV. Brief. Berlin, den 18. December 1763. 
Ebnbt Hxxvszvs. 




BIOGRAFISCHE AANTEEKENINGEN 0?ER MUSia. 153 

Traversen; 6 vollstimmige Sinfonien mit Waldhöraem; 6 Concerte 
mit concertirender Travers; und eine Claviersonate. 

91. Hendel, uater dessen Namen hat Witvogel 5 Clavierpiecen in 
Landchartenformat drucken lassen. Hendel pflegte zu sagen, er habe 
sie in seiner ersten Jugend gemacht. 

92. HiNSGH (Alb. Ant.) aus Hamburg, ein berühmter Orgelmacher 
zu Groningen, der in verschiedenen niederlslndischen Provinzen öber- 
aus gule Orgelwerke verfertiget hat ^). 

93. Haeimes (H. H.) ehedem Organist zu St. Anscharii in Bremen, 
war stark in der Composition von concertirenden Quadros '). 

p. 468. 

24. Holtzbauer wird bekannt seyn '). 

95. Hummel (J. J.) ein vornehmer Musikhèlndler in Amsterdam; 
reiset jélhrlich nach London und Paris; kauft alle Musik, die allda 
neu ist; druckt alles nach, was ihm gefallt, und schlagt seine Noten 
selbst auf zinnerne Platten. Wer aus Holland schone gedruckteMusik 
begehrt, kann sie bey diesem braven Manne reichlich und woblfeil 
anlreffen *). 

96. HuRLEBuscHy (C. F.) Organist an der reformirten alten Kirche 
in Amsterdam; ist noch im Leben, bat sich aber seit einigen Jahren, 
weil er mit dem Chiragra und andern Zufsillen des Alterthums behaftet 
ist, fast gar nicht mehr horen lassen. Er hat auf den vornehmsten 
Concerten nimmer keine Hand zum Accompagniren, sondem bloss 
zum Fanlasiren, ansetzen wollen, und wird böse, wenn jemand, ausser 
LocATELLi, sich untcrstchet ihn zu ruhmen. Die Hollander mogen weder 
ihn, noch er die Holllinder dulden. Er ist alda berufen, weil die 
Ehefrau eines dertigen Advocaten, der den Bürgermeister, welcher 
den Platz zu besetzen batte, zu überreden wusste, in Braunschweig 
seine Jungfer Nachbarinn gewesen war. Sein Vergnugen besteht in 



') zie n4)n register op Hxas' Dispoaitien, 
*) Quadro: qnartet. 

') lONAz HoLZBAXTXB, f te Mftimheim 7 April 1788, Tiytig componist van meest Italiaan- 
aobe opera's (Mkvdbi. Y. 278). 
*) Jan JuLms Hummxl. (Zie Schxcblxkb t a. p. 85). 



15i BI00RAFI8GHE AANTEEKElfllVOEN OTER MUSICI. 

einer leckern Tafel und der Jagd. Er ist nimmer verheyratet gewesen, 
sondern behilft sich mit einem MsUlchen, so er aus Hamburg mitge- 
bracht. Ausser den Claviersonaten, die er bereits in Hamburg drucken 
lassen, nachdem sie bey Witvoqel in Amsterdam etwas vcrfsüscht 
ans Licht getreten waren, bat er nachgehends zu Marckte gebracht 
1. ein reformirtes Choralbuch, zu dessen Gebrauch er in die Vorrede 
alle Welt ermahnet; allein, niemand kehret sich daran. 2. X[[ Arien 
aus seiner Opera Flavio Cuniberto, in Parlitur: die liegen in Olofsens 
Laden wie ein Stein; die Liebhaber wollen nicht daran, und er sagt, 
es wMren die Hollander lauter dumme Esel. 3. 4. Zwey Werke CHavier- 
piecen, und da bat er zwar auf die Titel setzen lassen : presenxUe 
come Ie mie altre composiziani cCaUa Bizarria; allein es bat nichts 
helfen wollen. Wenn er einmal sich auf der Gasse zeigt, tr^ er ein 
schwartzes sammet Kleid, weisse seidene StrQmpfe und einen güldnen 
Degen, eben wie ein Ambassadeur im Haag; da hingegen Amster- 
dammer Kauflcute, die verschiedene Tonnen Goldes besitzen, sich ganz 
modest zu kleiden pflegen. Er hat freylich gewisse grosse Verdienste, 
aber sein Charakter verdirbt sie *). 

97. Jozzi (Giuseppe) ein Sangmeister in Amsterdam, hat 8 Clavier- 
sonaten drucken lassen, worin der Bass immer also geht : g dbd g dbd; 
die aber grossen Beyfall gefunden. 

p. 469. 

98. Kröner (Franc. Carl. Tom.) der altere Bruder von drey Deut- 
schen, die vor einigen Jahren hier die Lande durchzogen sind, und 
einem guten Beutel gemacht haben ; hat 6 Sonaten Trios, für 2 Violi- 
nen, bey Witvoqel drucken lassen. 

99. KiRCHHOF, Godfried in Halle, von diesem hat Witvooel ein 
A. B. C. musical ans Licht treten lassen. 

100. Lampe, einen geschickten Componisten von EugellSndischen 
Opern, dieses Nahmens, habe ich ehedem in London gekannt *). 




*) Otm Hcblkbusch schreef dr. Sxitfket in dit T^dschrift, 'Dl VU (1904) p. 264 vlg. 
*) JOMAHM FJaxDRXCH Lampx, goboreu te Detmold o. 1692 volgens Hxxdsi. (VL 236), 
tk lm volgens BrTNXB (VI. 80); waarsohtfnlUk wel fftmllie (broeder?) Tan Frzxobich 
Lamps, geb. te Detmold 19 Febr. 1683, in 1720 benoemd tot hoogleeraar in de 
ield Mn de UniTersiteit te Utreoht. 



BIOGRAFISCHE AANTEEKENIN6EN OVER MUSICI. 155 

101. Lanetti Ton diesem sind hier neulich galante Trios für 2 
Violinen bekannt worden 0. 

102. Lanzetti (Saltatore) Ton diesem sind 12 schone Solos för 
das Violoncel, bey Witvogel, gedruckt. 

103. Lapis (Santo) halt sich zu Amsterdam auf, und hat daselbst 
6 Trios für die Violin und Travers, 6 Duetten für Singstimmen, und 
zwey Werke französische Chansons ausgehen lassen. 

104. Leglair (Vainé) in Paris, wird bekannt sejn. Seine Ehefrau 
gravirt die Noten Ton den yerschiedenen Werken, so er alda ausgehen 
lassen. Witvogel hat sein op. 3 Trios fÜr zwey Violinen, nachgedruckt. 
Er pflegte ehedem jêlhrlich ein Vierteljahr unsere Princessin zum 
Concert zu besuchen '). 

105. Lennep (Joa. Dan. k) Ling. Graec. é Lat, Prof. Ord, h. t. Rector 
Magnifieu8 in Groningen, macht der Musik Ehre durch seine ungemein 
schone Traclirung der Traverse. 

106. Lentz (J. N.) ein Deutscher, Organist an der Jesuiten-Kirche 
und WeinhHndler in Rotterdam, hat drej überaus artige Claviercon- 
certe [drucken lassen. 

107. LooNSMA (Steph. Theod. tan) schreibt sich Organist &c. (um 
nicht zu sagen: Schulmeister) te IJlst (in Friessland) hat drucken 
lassen 1. muzikcuile A. B, of het Kort begrip wegens de Behandeling 
van het Orgel en Clavecimbaal ; 2. Te Deum Laudanus in H Latyn en 
in 't Nederduits voor de Viool, dwars Fluit, Violoncel en Basso continuo. 

p. 470. 

lOS. LoGATELU halt sich noch in Amsterdam auf, alwo seine Dienst* 
magd ihn dergestalt zu verwickeln gewusst, dass er den Zurückweg 
nach Italien nicht finden können. Er verkauft jetzo veritable romein- 
sche Snaaren (Sayten). Sein zweytes und drittes Werk hat le Cene 
gedruckt; das letztere, l'Arte del Violino genannt, enth^lt auch 24 
cappricci ad Libitum, und 25 Gulden. Wie er nachgehends von den 
Staaten der Provintz Holland ein Privilegium fÜr seine Musicwercke 



') Dezelfde als Lanzktti, die Tolgt? 

') Jeam Mabxb Lxcxaib. vermoord te Parys 33 Oot 1764 (Eztnbb YI. 100.) 



156 BIOGRAFISCHE AANTEEKENINGEN OTER BfUSICI. 

erlanget, hat er immer, auf eigene Kosten, leichte Sachen, die wohl 
abgehen, drucken lassen, A Violino d Flauto Traverso; mit welcherley 
Art Sachen, die keinem von beyden Instrumenten vollkommen gerecht 
sind, es fast so, wie mit den sogenannten christichen Sittenlehren 
beschafifen sejn mag. Er spielte ehedem die Violin sehr harmonieux, 
und liess fast keine Rèlume unberührt, aber zugleich so rüde, dass es 
zarten Ohren unertrSglich fiel. Inzwischen hat er sich durch seine 
Leutseligkeit in Holland sehr beliebt gemacht. 

109. LussGHKY (JoHANN Gottlob) ein Büchh^ndler in Aurich, in 
Ostfiiessland, excellirt auf der Alto Viola. 

110. Lustig (Jagob Wilhelm) gebohren in Hamburg, den 21 Sept. 
1706. Sein Valer war daselbst Organist und Kirchenschreiber an der 
neuen und alten Michaelis-Kirche. Sein Grossvater mUtterlicher Sdte 
war Valentin Heins, ein berühmter Mathematicus. Er nahm bereits 
in seinem llten Jahre seines kranklichen Vaters Dienste wahr, und 
wie er denselben, in seinem 16ten Jahr verlohr, kriegte er im folgenden 
Jahre schon eine kleine Orgel in einer Filial-Kirche. Darauf hielt er 
ein Collegium melopoelicum bej dem berühmten Mattheson, unterwiess 
den Sohn des Herren Kuntzen, wie derselbe vier Jahr alt war, und 
übete sich bej seinem Herren Vater, wie auch bej dem Herren Teleman 
in der Gomposition, hörte grosse Virtuosen, ja, den Herm Bagh selbst, 
und wohnte den Opern und Concerten fleissig bey. An. 1728 gieng 
er nach Groningen, spielte auf die Probe, nebst einem, der bereits, 
auf Stadskosten aus Hamburg verschrieben war, und mit dem Sohn 
des Antecessoris O ; erhielt aber gleichwol die schone Orgel in der 
Martini-Kirche. An. 1734. ging er mit Consens seiner Regenten etliche 
Monathe nach London, und hörte Hendels Opern in ihren grössesten 
Volkommenheiten. Nachgehends hat er keine eintrSglichere Bedienung 
suchen, sondern lieber immerfort studiren, und in solchem gesunden, 
anmuthigen, und lehrreichen Orte bleiben wollen. Seine heraus- 
gegebene Notenwercke bestehen 1. aus 6 Sonaten fUrs Glavier, zu 



M nl. LoExiTTZ KiTHL en Qkbhabdus Hatinoha. J. W. Lustig in Groningsche Volkt' 
almanak voor het jaar 1897 p. 196. 



BIOGRAFISCHE AANTEEKENINGEN OVER MUSia. 157 

Amsterdam bey Wittogel gedruckt *); % drie yervolgstukjes op Mabaut's 
muzikaale tydverdryf; nemlich 

p. 471. 

20 geistliche und 10 weltliche Arien im Hollëndischen ^. Seine 
theoretische Werke sind: Inleiding tot de Muziekkunde ') ; 2. Muzikaale 
SpraakkoDst ^); 3. 12 maandelykse Samenspraaken over muzikaale 
beginselen '). Seine Ubersetzte Werke sind, 2 theologische Bücher von 
Professor Driessen, von der besonderen Gnade, cont. Lang. und vom 
Abendmahl; aus dem HollUndischen ins Hochteutsche ; 3* Barbeyrac's 
Traite du Jeu, aus dem Französischen ins Hochteutsche ^). 4. Quantz 



.') Btl EmntB (VI. 266) is de titel: 6 Sonates poar Ie daveoin 1742. 

') Vervolg van het mnsiksels tydTerdrjrf, bestaande in drie stol^es, op de itaUaansohe 
trant in 't mosyk gebragt, voor de basso oontinno en andere Instnunenten; door J a o o b 
WxLHXLX LusTxo, Orgsnlst van Martini Kerk tot Groningen, 
mitsgaders sohryver van de Klaare onwederspreeklyke gronden der Inleidinge tot de 
mazyk- en spraak^konde, die by den drukker deeses zyn te bekoomen. Te Amaterdamt 
hy A. Olotsxh, muzyk' en boekverkooper^ aan de Nieuwe Kerk^ over de Voorburgumi, 
a. j. 8 stakjeB, l; I. 10; I. 10; L 10; (1) p. gr. 4o. 

") Lusno, Jacob Wilhkuc, Organist te Groningen. Inleiding tot de mnxykknnde ; uit 
klaare, onwederspreekelyke gronden, de innerlyke gesohapenbeid, de oorzaaken van de 
xonderbaare uitwerkselen, de groote waarde, en *t regte gebruik der muaykkonst aan- 
wyzende. Gedrukt voor den auteur; doch met recht van copye en exemplaren over- 
gedaan^ en te bekoomen VAmsterdamt by A. OLoran, boek' en muziek'Verkooper^ in 
de QraaveatraaU 1758, (XVI), 840, (20) p. So. 

") Lusno, Jacob Wn.miT.M, Organist van de Oroote Kerk te Groningen. Muaykaale 
spraakkonst; of dnldelyke aanwyzing en verklaaring van allerhande weetenswaardige din- 
gen, die in de geheele muzykaale practyk tot eenen grondslag konnen verstrekken. Te 
Amsterdamt gedrukt by A. Olofsxn, boek- en muzykverkoper^ in de Oravestraatt 1754 
<VUI), 200, (6) p. XI uitsl. mnsiektab. So. 

*) Lüsno, J. W., Organist te Groningen. Twaalf redeneeringen over nuttige muzikaale 
onderwerpen, verhandelende: 1) Algemeene beginselen; 2) Het waare oogmerk van 't 
ut re. mi enz. 8 — 4) De grondtoonen der Kerkpsalmen; 5) Het regte gebruik van zang- 
muziek; 6) Den oorsprong der zangkonst; 7) Het wezen der muziek; 8) Denmuzikaalen 
smaak; 9) De muzikaale diohtkunde; 10) Sen nieuw interva]len-s]rsteem ; 11) De muzi- 
kaale harmony, en 12) De volmaakte behandeling der kerkzangen. Verryktmet eenige 
aanhangzelen, die den tegenwoordigen staat der muziek bevattelyk maaken ; met 20 
cierlyke op koper gesnedene nooten-plaaten, en met een volledig register. Ten onder- 
zoek van kenners, ter verlustiging van geoeffende- en ter onderrlgting van onkundige 
weetgierige muzlek-lief hebbers, meerder klaar- en bevalligheids-halve in de form van 
maandelyksehe samenspraaken, opgesteld. Te Amsterdam^ by A. Olovsxn, boek- en 
muziek'verkooper in de Gravestraat {1750) I. 69», (84) p. So. 

*) Babbbt&ao, Job. — Tractat vom Spiel, worinn die vomehmsten zum Beoht der 
Katur, und zur Sitten-Lehre, gehörlgen Punote, so Beziehung haben mit dieser Materie 
Vm. 11 



158 BIOGRAFISCHE AAMTEEKENIN6EN OVER MUSICI. 

grondig onderwys op de dwarsfluit *) ; 5. Stieberitz, Wolfs Leven en 
versterf. 6. Werkmeisters Orgelprobe mit Anmerkungen '). 7. Schmidts 
musico-Theologia '). 8. Wodiztka onderwys de Viool. 9. Maeuut 
nieuw onderwys op de dwarsfluit. 10. Marpuro aanleiding tot het 
clavierspeelen *) ; alle aus dem Hochteutschen ins Hollandische. Andrer 
Sachen nicht zu erwehnen. P. S. Ich denke nicht viel an MSdchens» 
Daher habe ich gar vergessen meine alteste Tochter Dorothea, die 
sonst zur Aufmunterung anderer noch wohl ein Platzchen verdiente, 
indem sie bereits im 9ten Jahr ihres Alters An. 1746. in den Kirchen- 
musiken, so hier auf den drey hohen Festtagen Vormittags in der 



nntersaohet werden, naoh der andern, revidirten and Termehrten Anflage ans dem 
Frantz68ischen Abersctzet, von Jaoob Wilhelm Lüstzo. Hamburg, Organis- 
ten zn St Martini in Groningen. Bremen, 1740. Verlegtê Gxbbaxd Wilhelm 
BUMP. [LXXXVm], 782, [32] p. kl. 8o. 

M Qttantz, Johavn Joachim, Kamer-lfoslca van Zyne Koninglyke Majesteit van 
Pnxissen. Grondig onderwys van den aardt en de regte behandeling der dwarsfloit; 
▼erzeld met eenen treffelyken regelensohat van de oompositie en van de uitvoering der 
voornaamste mnzyk-stokken, op de gebrolkelykste instromenten ; door lange ondervinding 
en schrandere opmerking, In de groote mnzykaale wereld, versameid. Uit het hoog- 
doitsohe vertaald door Jacob Wilhelm Lustig, Organist van Martini 
Kerk te Groningen. Te Aniêterdam, by A. Olofskn, boek' en muziekuerkooper, 
in de Gratfe straat, by de Voorburgwal (17ó4) pLVI], 240. [16] p. 21 mnziekpltn. 4o. 

*) WsBXMBisTBB, Andbeas, In leven, vermaard mozykkandige, en Organist van Martini 
Kerk te Halberstadt Orgel-proef, of naaawkenrige besohryving van *t geene, dat er 
voor het aanbesteden van nieuwe, en, te renoveerene oude, orgels nodig diene te worden 
in acht genomen; als mede, hoe dezelve, na de vervaardiging, te onderzoeken en aaa 
de kerken over te leveren zyn: ten dienste van kerkvoorstanders, die orgels willen 
aanleggen en vermaaken laaten, en tot onderrigting van organisten, die tot het toetsen 
van orgelwerken mogten worden gelast Volgens den laatsten druk, by den anthenr 
vermeerderd en nagezien, uit het hoogduitsohe vertaald, in orde gebragt en opgehelderd 
door Jacob Wilhelm Lüstio, Organist van Martini Kerk te Gro- 
ningen. Mot plaaten. T'Amsteldam, by A. Olofsbn, boek- en mnzykverkooper, in de 
Grave-atraat (1755). 161, (9) p. 16. — In de mU bekende exx. ontbreken de platen. 

*) ScHMiDT, mr. JoHAKN MicHAEL. Muslco-thoologia, of stlgtelyke toepassing van 
muzikaale waarheden ; uit het hoogduitsohe vertaald door Jacob WilhblmLustio^ 
Organist te Groningen. Te Amsterdam, by A. Olotsbm, boek» en muziek' 
verkooper, in de Gravestraat il75Si XXIV, 261, (26) p. 16o. 

") Mabbubo, Fbiedbicb Wilhelm, muziekkundige en componist te Berlyn. Aanleiding 
tot het clavler-speelen, volgens de hedendaagsohe luisterryker manier van uitvoering. 
Met zeven nooten-tabula's. Uit het hoogduitsohe vertaalt en met ophelderende byvoeg- 
selen voorzien door Jacob Wilhelm Lttstio, Organist van de Groote 
Kerk te Groningen. Te Amsteldam, by J. J. Huuuizh, musiekverkooper in de 
Nes, 1760. [VI], 48. (2) p . 7 ultsl. muzlektab. 4o. 



BIOORAFISGHE AANTEEKENIRGEN OVER MUSICI. 150 

Martinikirche, und Nachmiltags in der lutherischen pflegen gehalten 
zu werden, mit allgemeinem Beyfall sang, und so wohl im Singen, 
als auf dem Clayier, in Handstücken und in Accompagnement eine 
ziemliche Sterke besitzet. Vor der Zeit sang in unsem Kirchenmusiken 
mein jüngslen Bruder Anton Matthias Lustig, der An. 1740. Organist 
zu St. Pauli auf dem Hamburger Berge geworden, und noch anjetzo 
seine Bedienung rühmlich bekleidet Unser jetziger Cantor Johann 
Philipp Riedel, aus Dillenburg, ist ein habiler Ripienist. Und einer 
von unsern Stadtmusicis, namens Rudolpu Berltn, welcher auf Stadt- 
kosten bey Herr Stamitz^ in Manheim gelernet hat, ist ein Uberaus 
geschickter Violinist. 

111. Lustig (Hierontmus) eintziger Sohn des ?origen, halt sich zu 
Amsterdam auf, und hat sich daselbst in seinem 20sten Jahre schon 
als ein starker Clavier- und Orgelspieler, als einen geschickten Unter- 
weiser und guter Anfanger in der mus. Composition gezeiget und sehr 
beliebt gemacht *). 

112. Mahaut (Anton) ein treflicher Componist und Traversist, hat 
zu Amsterdam drucken lassen 1. 6 Solos für die Travers, bey 
Witvogel; nachgehends bey Olofsen, 2. 6 Sinfonien für die Violinen ; 
3. 6 Sonaten fÜr 2 Traversen oder Violinen ; 4. 6 Sonaten für 2 Tra- 
versen. 5. 12 Sonaten für 2 Traversen und 2 Violinen; 6. Het muzi- 
kale tydverdryf, bestehend aus 9 mahl 12 hollandischen Arietten. 7, 8. 
Zwey Werke Chansons fran^oises. 9. Canzonetie Italiane. Endlich 
hat er sich nach Frankreich in ein Kloster retiritet, um seine Credi- 
toren zu entweichen. 

p. 472. 

113. Mighelet (F. G.) aus Marburg, ein sehr geschickter Music- und 
Tanzmeister auf der Universitat zu Franeker (in Friesland), hat zwölf 
CQaviersonaten, und einige Pieces choisies, selbst zierlich gravirt ans 
Licht treten lassen. 



M Waanobyniyk Joham Oabl Stamitz, 171»— 1761. 

*) Gedoopt In de Ked. Herr. Kerk te Groningen 13 Mei 1743. Hxxbouxmus, zoon van 
Jaoob Wzlhkuc Lubtxo en Ahha Becvou (mededeeling van den heer O. H. tax 
FxNKMA te Groningen). 



160 BIOGRAFISCHE AANTEEKENINGEN OVER MUSICI. 

114. Muller (G. E.) gebUrtig aus Esens in Ostfriessland, Doctor 
MedicinU zu Groningen und nachgehends zu Amsterdam, alwo er vor 
einigen Jahren gestorben, war fast auf allen brauchbaren Instrumen- 
ten geübt. 

1 15. Muller (Jacob) unweit Leipzig gebürlig, Prediger an der E?an- 
gelisch-Lutherischen Kirche zu Groningen, bat blos aus einem guten 
Naturell, artig fantaisirengelernt: spielet, wenn sein Organist unp^slich 
ist, vor- und nach seinem Predigen, selbst die Orgel. 

116. Muller ein Teutscher; ist jetzo der berühmteste Orgelmacber 
in ganz Holland, wobnhaft zu Amsterdam. Er bat vor wenig Jahren 
auch die schone Orgel in Haarlem verfertiget *). 

117. Nagel (H. van der) Organist zu Thiel, bat neulich ein artiges 
Clavierconcert bervortreten lassen. 

118. NozEMAN (GiACOMo) Orgauist an der Remonstranten-Kirche zu 
Amsterdam, bat unler andern la Bella Tedesca, oder 24 Pastorelles, 
Muzettes et Paisannes, fors Clavier drucken lassen. 

119. Olofsen (A.) Ein Musikhandler in Amsterdam. 

120. Pügnani von diesem vortreflichen Gomponist werden ebestens 
6 berrliche Sonaten, für zwey Violinen und Bass, bey Hummel beraus- 
kommen '). 

121. PiscATOR ein mus. Quacksalber, batte vor 20 Jahren, etlicbe 
Singstücklein in Gopenhagen drucken lassen, womit er sich vermeinte 
durch die Welt zu bringen. Es wolte aber nicht gelingen. Er muste 
sein sammetenes Kleid in Leuwarden verpfönden und in emem alten 
Camisol reisen. 

122. Pluggedanzen. So nennet man in Holland die Gassenhauer '). 

123. Pasqüali (Nicolas) von diesem wird ebestens ein General- 
bassbuch ausgehen, worin nicht einmal die geringste Erwabnung ge- 
geschiebet von der Verschiedenbeil der harten und weichen DreyklSnge, 



*) Zie over Christian Mülleb, mUn register op Hsss* Dispositien, 
*) Gaxtako Püonani, geb. te Turtjii c. 1728, overl. aldaar 15 Juli 1798 (Eetkeb Vul 
(2) of in 1803 (M£NDEL Vin 186). 
*) Qassenhauer, Qassenlied: straalliedje. 



N 



BIOGRAFISCHE AANTEEKENINGEN OYER MUSIO. 161 

sonder welches bloss auf folgenden Satz rouliret*. in den ersten Accor- 
den von c. d. e. f» g* a. b sind die höchsten 

p. 473. 
Noten c. d, b. c. d. c. d. In den zweylen Accorden, die höchsten: 
e, f, e. f. b, a. b- Die dritten Accorden kann man wohl entbehren, 
zum wenigsten vorerst. Und dieses führet zum Titul: La Basse con- 
tinue renduë aisée. Ein herrlicher Unterricht! Gleichwol findet das 
Buch in Engelland ungemeinen Debit^). 

124. Radegker (Henrik) Organist und Campanist an der grossen 
Kirche in Haarlem hat drucken lassen 1. eine Gapricio fürs Glavier 
(i. e. ein Olipodrigo, voll abscheulicher Katzensprünge) 2. ein Glavier- 
concert und 3. zwey Sonaten fürs Glavier und einer obligaten Violin. 
Sein Sohn, gleiches Nahmens, Organist auf einen schonen Dorf, unweit 
Haarlem, hat auch auf Pranurneration bereits 6 Sonaten fürs Glavier 
und eine Violin ausgebrütet: allein, es ist lauter gemaustes Werk *). 

125. Rehitjes (Jan) ein ehrlicher Bremer, Organist an der Lulheri- 
schen neuen Kirche in Amsterdam (von alten und neuen Lutherischen 
trollen sie nicht reden horen) Witvogels Successor, ein braver Organist 



') De engelsohe editie Tencheen In 1767 te Edinburg en werd in het Franscli en 
Kederlandsoh vertaald door Luaria zelf. Eigenaardig, tevens zonderling is het, dat 
Lttstio hier znlk een onverholen afkeuring geeft van z^jn eigen werk. Die vertaling Inidt: 

Pasqüau, Kxcolas. La baste continaö rendaê aisée; on explication saoclncte des aooorda 
qae Ie clavessin renferme; de la meillieore maniere de les oombiner; k des régies 
générales k spéclales, de raccompagnement poar toates sortes de piéces : avec ploslenrs 
exemples notés, gravés en XIY. planches, k destlnés 4 l'nsage des commenf ans, revnê k 
angmentée par Jaqttbs Oüxllauxb Lustio, Organlste a Qroningne. 
A Amsterdam^ chez J. J. Bvmmkl, marchand <t imprimeur de musique.danaleNes.— 
De generaal-bas gemakkelyker voorgedraagen ; of eene beknopte verklaaring van de 
accoorden, die het clavecymbel bevat; van de beste manier om dezelve samen te voegen 
als meede, van de algemeene en byzondere regelen, tot het accompagnement van aller- 
hande moalekstakken aanleidende : voorzien met versoheide nooten-exempels, gegraveerd 
op XIV. plaaten, en bestemd tot het gebruik van aanvangeren, overgezien en vermeer- 
derd door Jacob Wilhelm Lüstio, Organist te Groningen. Te Am' 
aterdam, by J. J. Hümxxl, mutiekdrukker en verkooper in de Nes. (UI), 31 p. kl. io. obl. 

*) BiPKTBB de jonge heette van zQn voornaam Jax en was organist van de Hervormde 
Kerk te Beverwyk, welke plaats in de 18de eeuw met kracht verdedigde het bezit van 
itederechten en door haar magistraat betiteld werd ,de stede van Beverwyk". — Het 
geeft te denken dat Lusno in ongeveer gelf|ke termen afkeurt de composities der 
Kennemerlandsche organisten Havutoha en Badkiur. 



162 BIOGRAFISCHE AANTEEKENINOCN OVER MUSia. 

und guter Philosophus. (Wie er, nach gehaltenem Probespiel, da er 
eliedem bey der lutherischen alten Kirche Organist werden solte, zu 
den Kirchenvorstehern gerufen wurde, und man zweifelte ob er lutherisch 
oder calvinisch ware, ihn aber doch auf eine höfliche Art darum 
sondiren woUte, sagte der Prases: mein Herr, sie werden doch wohl 
den Synod von Dordrecht kennen? Da meinte Reintjbs, es würde ohne 
Zweifel ein Schwesterchen seyn von der Folie d'Espagne, und ant- 
wortete, ganz eifrig; nein, ich habe das EHng nimmer gesehen; aber 
geben sie mir es auf Noten, so werde ichs wohl gleich spielen können.) 

126. Retzex pflegte fur die Princessin von Oranien An. 1738. schone 
Goncerte mit zwey concertirenden Traversen zu setzen. Ihro Königl. 
Hoheit bot ihra die Orgel in der französischen Kirche zu Leuwarden 
(Hauplstadt in Friessiand) an, auf 800 Gulden Besoldung. Allein er 
raoquirte sich darüber, und ging nach Portugal, allwo er im Erdbeben 
umkommen ist 0. 

127. Stamitz wird bekannt gnug seyn *). 

128. Schwartz (J. J.) Professor Juris zu Groningen, ein Uberaus 
galanter und starker Clavierspieler. Er war die allgemeine ZuHucht 
aller durchpassirender Virtuosen, ist aber im Jahr 1761 in jungen 
Jahren verslorben. 

p. 474. 

129. Stegewy (A. G.) Organist an der Hauptkirche zu Zwol, in der 
Provinz Ober-Issel, hat die schönste Orgel von den niederlandischen 
Provinzen unter HSnden, wie wohl er nur ein Violinist isl. Er pflegte 
pro debito sehr viele artige Sinfonien zu setzen, hat aber nichts davon 
drucken lassen, weil solche Sachen insgemein von kurzer Dauer sind •). 

130. Steen (Anna) eine vornehme Jungfer zu Amsterdam. Ein 
Wunder ihrer Zeit: indem sie nicht nur verschiedene Sprachen voll- 
kommen inne hat, sondern auch eine Singstimme, die sich ganz deut- 



') Van dezen Bstzel is mQ verder niets bekend. Gkrbsb (by Errina YIII 198) 
schryft 1788 verkeerd over in 1768; ik gis, dat bedoeld wordt AirroN Rbtzel genoemd 
Bonwsteenen III, 20. 116. 

') Zie hiervoor de aanteekenlng by Lustig. 

*) EiTKEB (IX, 259) noemt echter als verschenen voor of in 1762 sonaten voor flait, 
viool en bas. 




BIOGRAFISCHE AANTEEKENINGEN OVER MUSICI. 163 

lich von g bis d erstrecket; ja dermassen in der Gomposition tod 
italienischen Arien excelliret, wie vielleicht wenig Italiener. 

131. SoLNiTZ (Ant. Wilh.) hielt sich vor einigen Jahren in Leyden 
auf, all WO er auch gestorben. Er war ein starker Setzer, componirte 
aber nimmer, als wenn er trunken, oder des Geldes höchst benöthiget 
war. WiTVOGEL bat von seiner Arbeit 12 vierstimmige Sinfonien 
dargestellet. 

132. Santis 0/ unter diesem Namen sind bey Witvogel 3 Werke 
Solos für die Violin, und 6 schone vollstimmige Goncerte gednickt 
Witvogel pflegte sich bey Kaufleuten, die auf Venedig und sonst wo 
handeln, zu adressiren, mit Ersuchen, ihm von ihren dertigen Gorres- 
pondenten neue Musik zu besorgen. Wie er nun auf die Art hinter 
die Sachen des jungen Santis gekoramen, und solches dem Verfasser 
unter Augen gerathen, ist derselbe, wie man erzehlet, zu Schiffe gangen, 
urn dem Witvogel solches ein vor allemal abzugewöhnen, aber un- 
terwegens umgekonmien. 

133. Sgarlatti (Don Domenigo) unter diesem Namen sind bey 
Witvogel 30 Gapricen fürs Clavier gedruckt. 

p. 475*). 

134. ScHüTTRüP (Everardüs) lulherischer Prediger in Alkmaar, bat 
bey Gelegenheit der Einweyhung seiner neuen Orgel 1755. drucken 
lassen: Bedevoering over de nuttigheid der Muziek en haaren invloed 
in den openbaaren Godsdienst^). 

135. ScHNiTGER (Franz Gaspar) jüngster Sohn des bertihmten Arp *), 
hat unter andern die berrliche Orgel in Zwol verfertiget. Man kann 
auch allda das erste Glavier mit dem dritten, und das zweyte mit 
dem viertem Koppein, wobey das mittelste Glavier jedesmal ungerührt 
bleibt. Er ist An. 1729. in Zwol gestorben. 



*) QiovAinn DS Saxtu, te Napels. 

^ OXXV. Brief. Berlln, den 36. December 1763. 

') ScHüTTBüP, Eyxbhabdüs. Predikant der Lutherse gemeente te Alkmaar. Bedevoering 
over de nnttigheld der mnxyk, en haaren invloed in den openbaaren godsdienst, üitge" 
sproken by het inwyen van haar nieuw kerk-orgel op den 18den van Wiedemaant 1766. 
Te A Ikmaar^ by Jacob Maaob, ordinaris êtads^rukker 1756. 28 p. gr. 4o. 

") Zie m^n register op Hxss' Dispositien, 



164 BIOGRAFISCHE aanteekenihoen oter musici. 

136. Triemer (J. Z.) ein Violloncellist in Amsterdam, hat allda 
neulich 6 Sonaten fQr das Violoncell drucken lassen. Ist aber schon 
trepassirt. 

137. Tessarini (C.) dieser halt sich besser. Er hat sich vor vier 
Wochen zum erstenmal hier bey uns eingestellet, und uns durch seine 
anmuthige Composition 

p. 476. 
ergetzet. Er kann bey seinen granen Haaren im 72sten Jahre eben so 
fertig ohne Brille lesen und schreiben, wie ein junger Mensch. Ja er 
übet sich taglich immerfort in dem alamodischen Styl, daher denn 
seine jetzige Composition den ersten 12 Concerten gar nicht mehr 
&hnlich siehet. Darum rufe ich seitdem unsern Musicis, die in dem 
Mittelalter bereits trager werden, freundlich zu: Sancte Teamrini^ 
ara pro nohis! WrrvoGEL hat schon von seiner Arbeit gedruckt 12 
Sonaten d Vidino solo, 6 Divertimenti a due Violini aema Basso 
(welches Weik artige Canons enthalt). 6 Sonate a due Flauti e Basso. 
Olofsen gleichfalls etwas; und auch neulich einen Unterricht zum Violin- 
spielen, im Französischen; welchen sein Bildniss vorgesetzet ist Aber 
seine neueste und beste Sinfonlen sind, wo mir recht, in Paris gravirt. 

138. Tartini von diesem sind hier 18 Goncerte bey Le Cene her- 
ausgekommen: 6 neuere bey Wit?ogel, auch 6 Violinsolos. Gleichfalls 
zwey Werke bey Olofsen, die aber den vorigen gar nicht beykommen. 
Ich habe auch 6 andere Solos von ihm, in Paris gedruckt, gesehen. 

139. Temanza unter dessen Namen sind bey Wrr?oGEL 12 Sonaten 
a due Violini e Basso, und 12 vierstimmige Sinfonien herauskommen 0. 

140. Ursillo CFabio) von diesem stehen in Whtvogels Catalogo 2 
Werke a due Violini ét Basso. 

141. Vaüpel, aus Dillenburg, Kammerer der Herren Staaten von 
Holland im Haag, ein sehr starker Violinist. 

142. Wagenseil.... bekannt genug'). Olofsen hat unter diesem 



') Volgens Gbbbeb (by ExnrxB IX, 878) Amdkra Tbmakza. 

*) Qbobo Chbistoph Waobitsbii*, klavlerspeler en componist, géb. te Weenen 1688 
▼olgens MENi BL (XI, 234) in 1715 volgens Exthbb (X, 148), OTerL aldaar 1777 (Eitxbb). 



BIOGRAFISCHE AANTEBUSNINGEN OTER MUSICI. 165 

Namen drey ziemlich mittelm^sige Claviersonaten drucken lassen. Ich 
habe einige Sonaten fUrs Clavier, mit einer Violin, von ihm, in London 
gedruckt, gesehen. 

143. WiDDER (Frid. Adam) Doctor und Leetor Phüosophice in 
Groningen, hat 1751. pro Artium Lib, Magisterio é gradu Doet* drucken 
lassen: Disaertatio de Affectibua ope Musices excUandis, augendis dt 
moderandis. 

144. WrrvooEL (Ger. Frid.) O ist, nachdem er sich durch seine wilde 
Lebensart der Wassersucht zugezögen, etwa im Jahr 1742. nach Achen 
gereiset, und daselbst plötzlich gestorben, da denn sein Körper, weil 
er nichts weniger als ein fronimer Gatholik war, ausserhalb der Stadt 
auf einem Hügel begraben worden. Er selbst hat blos herausgegeben, 
zwey GhoralbUcher von den 150 

p. 477. 
Psalmen, so wie dieselben in der lutherischen und hiesigen reformirten 
Kircheii gebrHuchlich sind '). Er bildete sich immer ein, er ware 
durch eine göttliche Eingebung aufs Noten drucken lassen gerathen. 
AUein seine Dienstmagd wird wohl den meisten Vortheil da?on gezo- 
gen haben. Seine Besoldung war 600 Gulden; für ein kleine Haus gab 
er 500 Gulden Miethe, und zum Unterweisen stand ihm der Kopf nicht. 
Er war sonst ein genereuser Mann, und wenn er im Leben blieben 
ware, hatte ich alles konnen in Druck kriegen, was ich nurwünschen 
könnte; welches mir jetzo bey Olofsen, Hummel und Jan Govens gar 
nicht gelingen will. 

145. Zani (Andreas) unter diesem Namen hat Wititogel zwei voll- 
stimmige Violinwerke, ein von 6 Goncerten und 6 Sinfonien, und 
noch eins Ton 12 Goncerten geliefert. 



') axBBAXD Fbzxdsxch Wxttookl wfts orguilst van de LnUiersohe nieawe Kerk te 
Amsterdam en eveneens moziekdnikker en oltgever. 

') Dit sohifnt o^Jolst; my althans is slechts bekend syn: De zangwysen van de CL^ 
psalmen Davids, met eenige andere lofzangen zoo als deselve in de gereformeerde kerke 
alom gebmykt en gesongen worden in 't ligt gegeven en met een basso oontlnno ver- 
meerdert Tot Amsterdam, gedrukt voor den autheur alwaar de»elve te bekomen ztfn. 
Met previlegie (1781) I, 91 p. 4o. obl. Zie hiervoor by Saxtis. 



EEN VIOOL-CANTILENE VAN KONRAD 
FRIEDRICH HÜRLEBUSCH. 



Het jongst verschenen deel van de Denkmaler deutscher Tonkunst 
(Erste Folge, XXXIX. und XXX. Band) geeft in een partituur zeven 
Instrumentalkonzerte deutscher Meister van Johann Georg Pisendel, 
JoHANN Adolph Hasse, C. Phiupp Emanüel Bach, Georg Phiupp Tele- 

MANN, ChRISTOPH GrAüPNER, GoTTFRIED HeINRICH StÖLZEL en KONRAD 

Friedrich Hurlebusgh, die van 1743 tot 1765 organist vau de hervormde 
Oude Kerk te Amsterdam was. De verdeeling er van is: 

(Allegro) C Sostenulo, Adagio i, AUa breve C a-mineur. 

Adagio ^U c-mineur. 

(Allegro) C a-mineur. 

De bezetting van het eerste en derde deel is: Hautbois I en II, 
Bassons, Violino principale e ripieno I, Violino II, Viola, Violoncelli e 
contrabasso. Cembalo I en II, die van het tweede deel: Violino I solo 
(senz' Oboe), Violino II, Viola, Bassi, Cembalo. 

De uilgever Arnold Schering gebruikte voor de uitgave een manu- 
scriptpartituur, berustende in de Koninklijke Bibliotheek te Dresden 
(C X 507). Als appreciatie van dit concert schrijft hö (S. XV) : 

«Gewisse an Bach gemahnende Elemente enthalt auch das Konzert 
KoKRAD Friedrich Hulrebuscb, der zuBAcnpersönlicheBeziehungenhatte. 
Hier durchdringen sich der fugierte und solistisch-konzertierende Stil 
und ergeben Gebilde von ungemeiner Lebendigkeit. Die Besetzung des 
Concertinos wechselt fortwahrend; gleichsam einer Laune folgend 
springen einroal geteute Violinen, das andre Mal die Oboen oder auch 
beide zu Gruppen vereint aus dem Tutti hervor, — ein Zug, der auch 
in Handels Konzerten anzutreffen ist und auf die Solistenfreiheit der 
neueren Zeit weist." 

Als specimen van zijn kunst volgt hierachter het Adagio, met de 



Adagio uit een Coneerto 

van Konrad Friedrich Hurlebusch. 



Adagio 



ViolinoSolo. 




Cembalo. 



I'''iji,j Jij U'iJJ i Ji l 



•^-tf-iu p r ^-H^ p r ^ 







I ^ J l' 'v 



ê 



É 



f 



^^ 



E£; i ,i.j. ' ' \M 



r^'i>'' r p r f 



3 



m 



J pT p 



•8 





')!i,i, f.^r , , ^ 



M 



w 

^ 



^^f=^ 




I'' i^i ' ' li ' JJ.U.MJJ. 1 ^ ^.U.H I J II 




')t|.b | . rr.^ 



' 



98 



P' J. Jj'^'T^H ■''' ii -'^ ^r 1 '^^ ^ 



^ 



3E^Ï 



^m 



^ 



^^ 



i 



y ff«r ff 



^ 



^ 




fi'jj jk^JJ'ii 



^ 



^m 



^ 



^^1 



w s ^ 




^ 



*j>i'^j 



^ 



5^ 



j^iiiiaji i 



^m 



m 



m 



^s 



^ 







« 



^ V » 



w % ^ 



p 



•8 



4 



^ 



i '' j'^' 



1 ji i iij hj. ijs ^^ 

'J Ji J JJ 



V' l J' V ^ P J ''p 



^^ 




I 



É 



=F=y| 



^ 



V'|>l' II Y p j ^ 



'Ji i .i. J ' 



rr T *^ ^ 




'J'|il' ^v[T J ^ 



^ 



^ 



jil'-^JSPlJJIBJi^* ^ i i ^^'HJ 




(Naar Denkmaler deutscher Tonkunst.Bd XXIX u.XXX.Leipz.i907. S. 289.) 



EEN VIOOL-CAKTILENE VAN KONRAD FRIEDRICH HURLEBÜSCH. 167 

cembalo-party yan Schering ; kortheidshalve zijn de Violino II, Viola en 
en Bassi-partfien weggelaten, wat kon geschieden zonder schade te 
doen aan de harmonische en polyphonische factuur. De cantilene spreekt 
voor zich zelf. Zjj is van een hoog, edel karakter, door en door gedacht 
en geschreven voor viool. 

Hoewel geschreven door een Duitscher en in Duitschland ontstaan, 
staat dit concert krachtens zijn maker in zydelingsch verband met onze 
Amsterdamsche muziekgeschiedenis en verdient daarom daarom gesig- 
naleerd te worden in dit tödschrift. J. W. E. 



TECHNISCHE ORGELBOÜW-AANTEEKENINGEN 

(1765). 



De hier achter volgende notities over de techniek van orgel- en 
klavierbouw zijn geschreven in een zakboekje, dat in eigendom toekomt 
aan de firma Gabry, orgelmakers te Gouda. 

Wie het geschreven en wien het oudtijds heeft toebehoord, blijkt niet. 
Daar echter op één plaats genoemd wordt het jaar 1765, het idioom half 
Duitsch, half Hollandsch is, en de orgelmaker^ van de firma Gabry de 
voortzetting is van die van Johann Gaspar Friedrighs en Hendricus 
Hermanus Hess (overl. 1795), is er aanleiding te meenen, dat deze 
eerste de schrijver was. 

Op zich zelf beschouwd, is hetgeen bericht wordt« niet zoo bijzonder 
belangrijk. De beteekenis er van, die tevens het publiceeren recht- 
vaardigt, ligt in het feit, dat ik geen oudere Noord-Nederlandsche 
bron ken, die dergelijke gegevens behelst ; de tien jaar oudere Orgel- 
proef van Werkmeister-Lustig behandelt deze technische détails niet, 
de Orgelmaaker van van Heurn, die ze wel geeft, is circa 40 jaar jonger, 
terwijl hetgeen bericht wordt in Doüwes' Grondig onderaoek (1699) mü 
toeschijnt in de mensuren van andere grondbeginselen uit te gaan. 

Ik geef die aanteekeningen zonder commentaar, in de volgorde, 
waarin ze in het zakboekje zijn neergeschreven. Het ontcijferen was 
niet gemakkelijk ; afwisselend is er in geschreven met potlood en met 
inkt, door iemand die niet bij machte was zijn gedachten behoorlijk 
op papier te brengen en een idioom schreef, dat geen Hollandsch en 
geen Duitsch, het midden tusschen beide talen houdt. Er zijn zinnen, 
waarvan mij de beteekenis niet duidelijk is geworden; ik heb die 
afgeschreven zooals mij het meest waarschijnlijk voorkwam. 

Tusschen deze technische aanteekeningen heen staan verschillende 



TECHNISCHE ORGELBOUW-AANTEEKENINGEN (1765). 169 

notities, welke ik heb weggelaten, zoo als adressen van beurtschippers 
in Amsterdam, recepten voor huiselijke geneesmiddelen, en brouillons 
van orgelontwerpen. welke onbelangrijk z^jn, omdat ze niet kunnen 
worden geïdentificeerd. 

Ook ziijn weggelaten een paar bladzijden, waarop vermeld is wat 
Dirk en Wouter, twee knechts van den orgelmaker, per dag verdiend 
hebben by het bouwen van een niet genoemd orgel. De eerste dier 
posten echter schryf ik uit: 

«Saterdag den 16 Maert 1765 heeft HamborgerDiRKontfangen3daegen" 
omdat deze post het zakboekje dateert en omdat door het feit, dat deze 
knecht een Hamburger was, bevestigd wordt de invloed van Arp 
Sghnitger en de Groningsche orgelmaker|j van zjjn zoons, van Hinsgh 
en later van Frettao op onzen achltiende-eeuwschen orgelbouw, 
welken invloed ik reeds aantoonde in de Inleiding op JoAcmii Hess' 
Vervolg zijner Orgeldispoaitiea (p. Il, III). 

Amsterdam. J. W. Enschedé. 

oroelbouw-aanteekeningen. 

Clavier begint met een raam. 

De hoorn op syn vUrcant gemaekt van droeg dannen off vuuren hout, 
de clavier plank wort gedroegt op een hakkers oven *), het ijvoer moet 
efifen op kooken en dan met waeter kout worden off het krijgt dus (?) 
ende schuirt, het swarte ebbehout moet met lijnolü ingesmeert en 
met hout-koole affgefereeven dat het glimt. Maer alles nae de kunst 
met een schraepmes affgetrokken. 

De boute pypen moeten allen op haer dikte geschaeft worden en 
dan de groeten met schroeven gelijmt tot c 2 voet, de klijne gebonden 
uytgesmeert voordat het laeste stuk word opgelijmt, de gedekte pijpen 
het labium in drü verdeelt. 

Alle kerkblaesbalgen moeten een werk van 8 voet lang sijn 9 voet 
breet 4 voet, een werk van 4 voet 7 voet lang 3}^ voet breet. 

Blaesbalgen. 

De proportie is 12 voet lang, 6 breet, of een deel breet en txcee dele lang O* 



*) Het gecoial Teerde is doorgeslagen. 



170 TECHNISCHE 0R6ELB0UW-AANTEEKENIN6EN (1765). 

De plojen moeten belümt worden, met pergament de binne s\jden 
en dan met kalfsleer de buyte sijden. 

Glavicingel — Orgel. 

De 7 groetste holpien legen agler grote c legt de bovenste by de 
wintlaet. 

De 7 grotste basvluyt-p\jpen legen ook so' te seggen voor de holp^jp 
maer hebben lange conducten so lang als de blaesbalg is, sodat het 
labium agter de blaesbalg uytkoomt en de püpen regt op malkander 
gepakt, de condukten % Int vierkant en uytgeschaefft. 

De voet is 3 duym agter groeter als het clavicingel, uyt reden dat 
de regisers aen die sy sitten en voor het wintlaetje heen schieten, so 
dat de wintlaet nit langer moet sijn als de clavicingel brijt is maer 
de wintstok steekt over met de voet glijk en is br\jt een voet de 
winkelhaeken schiiylen agter [het vervolg niet bygeschreven]. 

Een prestant spreekt groesig, darom moeten de monde ook groeter 
s\jn als een octav, en darom dat sig de octav in een so genaemde 
octav laet hooren prestant in 3%, octav in 4 gedeelten, een prestant 
qient prestant mensuer en groete opgesneden, een octaev qient, klijn 
opgesneeden in 4 deele. 

Holpijp in drü* deele. 

Vluyt gedekt met baerden 4de deel, opgesneeden, gedekt, met 

baerden. 

Quintadeen nauwe mensuir off 6 halve toone nauwer als prestant 
off holpüp, de mond in 4 verdeelt, gedekt en met baerden. 

Een gemshoorn is 4 voet, 6 halve toonen nauwer als prestant, de mont 
in vijven verdeeld en boven de vierde deel nauwer als onder met baerden. 

Een baerpijp is 8 voet. 

De woudvluyt 6 halve toone wijder als prestant, de monde in 6 ver- 
deeld, met baerden, moet vluytagtig kl(i)ngen, niet te hoog opgesneeden. 

Sesquialter is prestant mensuur, maer 2 pypen g en e op de toon c, 
en in discant alleen e. Men trekt de octav 2 voet daerbij, dan is een 
jeder clavis een accord, maer de g is de onderste, sodat g moet lang 
syn % voet. 

Mixtuur ook prestand mensuur, ook in discand alleen; men maakt 



TECHNISCHE ORGELBOUW- AANTBEKENINGEN (1765). 171 

se 3, 4, 5, 6 sterk; men begind in c 1 voet e g c e g by een jde 
octaev te reppiteeren. 

Cornet is wyde mensuur^ best is 4 sterk, ook in discant alleen, men 
leit c g c e, eerst e is lang 1 voet De opsnee nit te groet, de tong 
in 5 verdeelt, de opsnee in 4^. 

Een viole de gam is 8 voet, gaet heel deur. Groet c is by het labium 
wüt als een prestant c 2 voet en boven eens so wijt, de tongen worden 
horüsontael geschaft, geen groete monde, de toon moet sneydig weesen» 

Het gieten off trekken. 

De wiskunst is dat men siet nae de sware lugt en als die sware lugt ') 
begint aen te komen dat spruyt uyt de koude; het principaelste is dat 
men gestadig roert en als men siet dat die korreltjes te groet en int 
ruren te dik wort maer gen vet in doen, als voor dat de sware lugt 
koomt met het ent van een kaers ront om de pan gestreeken naerdien 
dan laet het sig beter roren; als de teyk smeerig wort dan worden 
daer blasen. Het voerttrekken moet in begin gau als een kanon; 
het best is dat men enkel tin voor de pronkpüpen neemt, want het 
minste loot maakt een blaue koloor, en de bmnepijpen ist best van 50 9 
tin, hondert 'S looth dan kan men alles droeg schaven. 

De püpen togesneeden s^jnde dan genomert tot twuitig. Het uyt- 
snyden kan wild genoeg geschieden maer nae dato op haer dikte 
geschaefft, de voeteent een wenig diker, dan doir gesneden tot een H 
voet mits geteekent maer voor de rest voor dat men deurmeyt ') on- 
der en boven int labiumsbort geteekent, het voetstuk alleen getekent 
te seyen (?) voets breete int labium dat is aen ider sjj dan onder een 
cirkel en aent labium en korpes. De pronkpüpen moten afifgeschraept 
worden met een schraepmes dat 4-kantig geschliepen is, en wel op 
een olqstijn daer meede alles glat gestreeken. De walsen moeten gans 
ledig s\jn, de sakjes van heel dun kalfsleder en nit te straff angehan- 
gen ook niet te los. Kalvsleer is het best van allegaer, de wintstok 
moet droeg en goet hout wessen. 

Tot het insmeeren moet apsoluet niet ander als beste bolus s\jn en 
heele [het vervolg niet by geschreven]. 



*) Het geoortlTeerde ia doorgeiUgen. 



172 TECHNISCHE ORGELBOUW-AAKTEEKENINGEN (1765). 

Om een baaroe te maeken. 

De boogie 3 voel 9 duym ; van de grond tot bet clavier 34 duym, 
bet platte stuk onder bet clavier 5 duym, de klap 15 duym, de boogte 
van de blaasbalgen met de vauwen van de grond af gereken 1 13 duym. 
Dit zijn de registers. 

Fleut .... 4 voet 



Kwintfl. 


. . . . 3 voet 


Praest , 


... 2 voet 


Octav 


... 1 voet 


Prest 


... 8 voet recbter band, 



De snaaren op een klijn clavecimbal. 

tot tot tot tot «inde 

C no.5 D>^ 6 G^ 7 G>^ 8 d"^ 9 'c 9 

De snaren opeen vierkant clavier. 

C no. 1 D 2 E 3 F^ 4 A 5 c 6 ^ 7 6 8 c 9 tot eynde. 
Een toegeslagen staartstuk is lang 3 voet 3 duym boog 5 duym; 
bet tweede stuck moet zyn 26 duym, bet desde 12^ duym, bet clavier 
3V9 duym lang en de pennstucke ock 3y9 duym. 

Balance van een clavier. 
Een clavier van ISVs duym, balance 8 min Va duym 
een dito van 15 duym, bal: 6 duym 
een dito van 12 d:, bal: 4Vs duym 

Voor de tree 1 schofft. 

De balg te leggen met de beus te maaken en antevoeren 1^ dag. 

De kardouse onder en booven % % dag. 

Het secret onder en boove te flakken en te boren de gaatjes voor 
de drukker en dat stuk klaar te maken en anleymen en de windkast 
2% dag. 

De windstok klaar te maaken onder en boove te teekenen % dag. 

Het leer opleymen booven te flakken, de verscbeyvinge potlooden 
2% dag. 

De windstokke te flakken, bet leer daar op potloyen en branden 
\% dag. 



TECHNISCHB ORGELBOUW-AANTEEKENINGBN (1765). 173 

Het inringten van de teumelaars, de registerplanke, de stokke en 
de knoppe IVs V% dag. 

Het inrigten van het clavier met de blokjes en lesnaar ook swart 
te maaken 1% dag. 

De drukkers met de rooster 1% dag. 

De kleppen % dag. 

Het inpissen van de kleppen op het leer, en inleymen en de feere 
klaar te maaken en insetten 2 dage. 

Het inpassen van de loye peypen % dag. 

Het clavier SVs en % dag. 

De loöe peypen 2^4 dag. 

Pro memorie. 

Vor ein Posaune 16 von Holtz in Pedal von C bis d, in einander 
geplugt 22 Tage. 
Vor ein Bordon 16 Fuss gantz von Holtz 27 Tage. 
Vor ein Fl. Travers. 
Vor ein Holpeyp 8 voet 6 Tage. 
Vor ein Fleut 4 voet 6 Tage. 
Vor ein Quint Fl. 3 Tage. 
Vor ein Fl. Travers Discant 3 Tage. 

Pfeifen van Metal. 

Vor ein Offen Fleut 4 Fuss Discant 27 Stuck. 

2 Octaven 2 Fuss 102 St. 

Flagolet 1 Fuss 51 SL 

Flagolet 1 Fuss Discant 27 St. 

Praestant 8 Fuss Discant 27 St. 

Octav 1 Fuss 51 Stuck. 

Hab ich gemacht in 9Vs Tag. 

Praest. 2 voet. 

Octav 1 voet 

Praest. 8 voet R. H. in 3 Tage. 

Vor die Windlahden. 
Vor 2 Windlahden welche unten und oben zugespundet, Rahm und 
vm. 12 



174 TECHNISCHE 0RGELB0UWAANTEEKENIN6EN (1765). 

Gancellen gemacht, wahren breit 4 Fuss, lang 5 Fuss, lief 4 Zoll habe 
gemacht in 26 und Vs Tag. 

Noch vor 2, welche wahren breit SVs Fuss, lang 5 Fuss, tief 6V2 
Zoll 28 Tage. 

Noch vor 2, welche wahren breit 3 Fuss, lang 5 Fuss, tief 4 Zoll 
15V« Tag. 

Vor Blassbalge. 

Vor 3 Blasbalge lang 7 Fuss, breit SVs Fus, 18 Tag. 
Vor ein klein Blasbalg in ein Barou 27^ Tag. 
Vor ein Ivoor Glavier in ein Barou 3% Tag. 

Orgel, clavicingel. 

De claviren moet het midden worden geteekent en dan een half 
duym nae voor en boven te leggen de heele tonen. 

De clavis syn van G bas tot f" discant net 29 duym en met de 
sijblokken 32 en een M duym. 

De onderfinding van de blaesbalgen. 

Tot een 4 voels of qart werk, off 10 register behooren 2 blaesbalgen 
van 7 voet lang, SVs voet breet. 

Tot een half werk off 8 voet int gesigt k 15-16 regisiers behooren 
3 blaesbalgen ook wel 4 nae dat er meer registers in s|jn, 10 voet 
lang, 4 voet breet. 

Tot een 16 voets off heele orgel van 30 a 40 registers behooren 8 
blaesbalken 12 voet lang, 5 voet breet; binnen der 50 a 60 registers 
dan wel 9 a 10 blaesbalgen. 

"A duym de bladen dik en de plojen ^u enbryt 134, tussen de plojen 
bij het schernier moet op een«jedes blat een Ijjste so dik als een jede 
ploje b\j gevolg ook %, de punt van de plojen moeten ook spid toe- 
lopen tot op %. 

Superflua *). 

Het parkament moet men schil ijk in de lijm steeke en dan oplijmen 
anders laet het ligt uyt syn kragt off verbrant. Het schaepeleer kan 



') Hetgeen onder dit hoofd staat, is geschreven op een overbiyvende witte bladzyde. 
De naam is oullcoud aan eeu registerknop, die slechts decoratieve Tnlling beoogt. 



TECHNISCHE 0R6ELB0UW-AANTEEKENINGEN (1765). 175 

men ook verbranden met het al te harde gekookte waeter off linne 
doek. Onder de l^m moet altoes een weenig vislijm, en voerloep van 
jenever trekt goet in de poriën. 

LJytvoerlijk berigt van de blaesebalgen. 

De planken moeten aan malkander met einige houte pennen en so 
gelijmt, maer voorael de pennegaeten de scherpe kant weggenoomen 
off geplogt is het best en van binnen leer over de voeg. De planken- 
dikte moet men neemen dat het leer goed kan vatten. 

Exempel: een 2-voets werk, planken van een]duym, een 4-voets werk 
1!4, een 8-voels werk IJ^, een 16-voets werk2duym. De ploejen in een 
2-voets werk H duym dik, in een 4-voets werk %, in een 8-voets 1 
duym, in een 16-voets werk 1!4 duym. 

Het onder- en bovenblat moet b\j het schernicr de dikte van de 
plojen gemaekt worden doer 2 l\jsten sodat alles uyt het midelpunt 
dreit. De blaeden gel^k geschaeft sijnde dan de blaeden van onder 
en van boven met goede hoege lusten voors^n, die ingeschoven sonder 
gelymt moeten werden. Op het bovenblat moet een riggel van voor 
tot agter overheen dog eens so dik als de twarslüsten; deese riggel 
uytgesaegt boven de Igsten en dan ter degen opgelijmt en met spijkers 
deur het blat in de riggel terdege voorsyn. 

Dan de venlylgaeten in de midde gemaekt en dubbelt een jdes gat ; 
in een 2-voets werk 3 duym breet, 6 duym lang; in een 4-voets werk 
3Vs duym breed en 8 duym lang; in een 16-voets werk 5 duym bryt 
en 11 duym lang en van sig affslaende. Exempel: 



mi 



Alle dese schep ventile moeten na het beleern in de langte en midde 
doergesneeden worden lot op het leer; dik ventielliout moet uyt gesont 
en oud maslehout gekloeft worden so als de speelwentile. Dan over 
de snee 2 leerjes gelymt ; dan nog een leere riem over byde aen een 
jde sö vast gespökert voor het overslaen, dan de ploejesdikte by het 
schemier op een jdes blat een plojesdikte een plank opgelymt, dan 
de plojen geschaefft best uyt een stuk harde sort van hout, by man- 



176 TECHNISCHE ORGELBOÜW-AANTEEKENINCEN (1765). 

kement van brijle in malkander geploegt, hel spisse eint moet niet 
brijder sijn als een jde ploje dik is, dan beleert met kalfsleer is het 
best aent spisse ent een 4-kant stuk leer in gelümt dat men nae het 
schernier vastl\jmt, dan aan de blaeden gelymt, dan maer eerst de 
snautjen (?) gemaekt so groet het ventiel als een enkelt schepgat, het 
ventiel een weenig schuyns hangende ook ingesnceden en een leere 
rijm daerover; het schernier moet met goede touwen gereigt worden 
en de ende met keylen en lijm vastgeklopt en daer een stuk leer 
over gelijmt, dan een houte lijst rontom mei vertinde spijkers, de blaes- 
balgen regt boven malkander en de Jcalkanten schmjns gdegt O te 
leggen de schnauljen (?) wegens de kanaal, maer de ander sy een 
jeder boven sijn calkant sodat de stoel moet wijt genoeg sijn. 

De lepels van tongwerk moet de mensuur uyt de koperplaat gesaegt 
worden. Dese en dan de tongen eerst gemaekt, dan de steevel, dan 
de koker. 

De korpsen van eene nauwe trumpet den diameter olT zirkel eens 
so n^u als ordinar en gehalfeert ; de discant kan men deksels van loet 
met leer bevodert boven in leggen. 

Volle registers. 

Een prestant 32 voet kost ƒ 5000 

Een prestant 16 voet , 3000 

Een bordon 32 voet 3000 

Bordon 16 voet , 1000 

Een hollpüp 8 voet » 150 

Prestant 8 voet van composijtij , 300 

Prestant 4 voet , 150 

Prestant 2 voet , 75 

Prestant 8 voet discant , 100 

Vluyt 4 voet 100 

Qint vluyt 3 voet 100 

Woutwlijt 2 voet ,100 

Een cornet 4 sterk , 100 

') Het gecarsiveerde Is doorgeslagen. 



TECHNISCHE ORGELBOÜW-AANTEEKENI.NGEN (1765). 177 

Preslant qint 3 voet, gehalveert ƒ 100 

Een tercü ,50 

Een nagthoom , 100 

Een gemshoorn 4 voet » 150 

Een hoboy 8 vt ,150 

Een trompet 8 vt 200 

Trompet 16 voet , 1500 

Basuyn 32 vt 4000 

Een menseslem, glijk nae een frouwe ^cï^anj]? „ 300 

Vox humana, een manne stem « 300 

Een vagot, 8 vt 200 



PRIJSVRAAG UITGESCHREVEN DOOR 

DE VEREENIQING VOOR NOORD-NEDERLANDS 

MUZIEKGESCHIEDENIS, WAAR GEEN 

ANTWOORD OP INGEKOMEN IS. 



Tol die takken van iuduslrie in de Nederlanden, wier vroegere 
beoefenaars hel lol een groote mate van ailistiekc vaardigheid gebracht 
hebben, behoort voorzeker de klokgieterskunst ; het noemen van enkele 
namen als van Wouw, Waghenens, Moer, van den Gheyn, Both, 
Hemont, Fremy, de Haze, de Grave en zooveel andere nog meer moge 
volstaan om deze bewering toe te lichten. De werken dezer gieters 
zijn niettemin onderscheiden. In weerwil, dat er geheele geslachten van 
klokgieters z\jn aan te toonen o.a. van Vegghel, van Trier, Both en 
Hemony, dat anderen tot elkander gestaan hebben in de verhouding 
van leerling tot meester (Mammes Fremy en Pierre Hemony) en dus 
gemeend kan worden, dat de kunst van den oudere bij traditie op 
den jongere overgegaan is, bl\jken hun klokken toch ongelijksoortig. 
Gedeeltelijk moet dit een gevolg zijn geweest van hun technische 
vaardigheid, welke bü den éen meer ontwikkeld was dan bü den ander, 
maar bovendien ook onderscheiden moet geweest zjjn in de verschil- 
lende leeftijden van denzelfden gieter. Gedeeltelijk moet dit verschil te 
verklaren zijn door verschil in gevolgde werkwijze; zoowel de ontwik- 
keling der wis- en scheikundige wetenschappen, als ook overwegingen 
van subjectieven aard zijn allerminst zonder beteekenis geweest voor 
de ontwikkeling der klokgieterij. Vandaar dat in den loop der tijdea 
ook wijziging optreedt in de constructieve lijnen, die het beloop en de 
richting van den klokwand bepalen, in de plaatsing van het opschrift, 



PRIJSVRAAG UITGESCHREVEN DOOR DE VEREENIGING 179 

in de samenstelling van de klokspüs, in den vorm van en de s;ewichts- 
verhouding tusschen klepel (hamer) en klok, in de plaats en de w\jze 
van aanslag. 

Af en toe is over de conslructie en samenstelling onzer Nederlandsche 
klokken wel iets bekend geworden. In de na archiefstudie geschreven 
monografiên over onze klokkenspellen worden herhaaldelijk gewichts- 
tabellen medegedeeld, het klokkenspel op het Gross-herzogliche Schloss 
te Darmstadt, in 1671 door Pierre Hehont gegoten, werd ruim een 
halve eeuw geleden physisch geanalyseerd (de resultaten zyn opgenomen 
in Die Glockengiesserei mit ihren Nebenarbeiten von Fr. Harzer. 
Weimar 1854, passim) en ook over de Gloriosa van van Wouw in den 
Dom te Erfurt (U97) is iets medegedeeld (Vgl. H. Helmholtz, Die Lehre 
van den Tonempfindungen, 4* Ausg. Braunschw. 1877 S. 125). 

In de technische vaardigheid maer ook in de constructie en legeering 
lag het geheim van den gieter. Immers beide laatste zijn de factoren, 
die beheerschen het aantal en den betrekkel\jken sterktegraad der biij- 
en boventonen, die aan den grondtoon van den slagring welluidendheid 
geven. Omgekeerd moet dus uit de uitkomsten van het geometrisch 
en chemisch onderzoek van klokken aangewezen kunnen worden, 
waarom de gietkunst van den eenen gieter hooger stond dan die van 
den ander en waarin deze superioriteit gelegen was. Daarom stelt de 
Vereenigmg voor Noord-Nederlands muziekgeschiedenis de vraag: 

Welke is de ontwikkeling in de constructie en samenstelling der 
klokken, in de Nederlanden en Vlaanderen voor circa 1800 gegoten? 

Welke z$jn de welenschappeiyk natuurkundige grondslagen, die aan 
de klokken van zekere Nederlandsche gieters den artistieken voorrang 
hebben gegeven ? Een en ander zoo mogelijk toegelicht met tabellarisch 
overzicht der verschillende werkmethoden en op schaal geteekende 
doorsneden der voornaamste klokken en b\jbehoorende klepels (hamers), 
deze laatste met vermelding der gewichtsverhouding en de plaats en 
de wijze van aanslag. 

De antwoorden, gesteld in Nederlandsch, Fransch, Engelsch, Duitsch 
of Latyn en getypt of geschreven door een ander als des auteurs hand 
worden vrachtvry ingewacht vóór of op 1 Mei 1907 bij het bestuurslid 
der Verecniging, den heer J. W. Enschedé, Heerengracht 68, Amsterdam, 



180 PRIJSVRAAG UITGESCHREVEN DOOR DE VEREENIGING 

bü wien exemplaren van deze prijsvraag op franeo aanvraag kosteloos 
te verkregen zijn. 

De schrijver teekent zijn antwoord niet; hü voorziet dit van een 
kenspreuk, welke hij, met opgaaf van zijn naam en woonplaats» herhaalt 
in een gesloten briefje, dat dezelfde spreuk tot opschrift heeft 

De ingeleverde handschriften, zoowel de bekroonde als niet bekroonde 
blijven het eigendom van de Vereeniging, ook wat het auteursrecht betreft. 

Indien een antwoord, hoewel bekroningswaardig, naar het oordeel 
der jury wijziging behoeft, zal het bedrag van den prijs niet eerder 
gegeven worden dan nadat de jury het persklaar verklaard heeft. 

Het bekroonde antwoord wordt gedrukt en uitgegeven op kosten 
der Vereeniging. 

De auteur belast zich kosteloos met het corrigeeren der drukproeven 
en heeft rechl op 25 presentexemplaren. 

Voor het antwoord, dat hel best voldoet aan de opgegeven vraag, 
wordt uitgeloofd een bedrag van /150.—, onmiddellijk uit te betalen 
na de toewijzing van den prijs. 

Het bestuur der Vereeniging acht zich niet gehouden een antwoord, 
dat het beste is der ingekomen antwoorden maar niettemin niet voldoet 
aan de gestelde eischen, te bekronen. 

Als beoordeelaars der ingekomen antwoorden zullen optreden de 
heeren F. A. Hoefer te Hattem, Prof. Dr. P. Zeeman en J. W. Enschedé, 
beiden te Amsterdam. 

Amsterdam, 1 Maart 1905. 



GERHARDÜS HAVINGHA EN HET ORGEL IN DE 
SINT LAÜRENSKERK TE ALKMAAR. 



Hamburg heeft in het einde der zeventiende en de eerste helft der 
achttiende eeuw een zeer bijzondere beteek enis gehad voor ons muziek- 
leven. De opera in die plaats ondernomen in 1678 deed hier reeds 
dadelijk haar invloed gelden, in het bgzonder te Amsterdam M; de 
werkzaamheid van Johann Mattheson, geboren aldaar 28 september 
1681, overleden aldaar 17 april 1764, wiens groote werkkracht het 
nageslacht eersterangs bronnen heeft nagelaten voor de kennis der 
muziekwetenschap uit zijn tjjd, was van vry direct gewicht voor ons 
land. Dien invloed oefende hy niet rechtstreeks, maar door zgn leer- 
lingen, in de eerste plaats door Jacob Wilhelm Lustig, in 1728 benoemd 
tot organist aan de Martini-kerk te Groningen. Zooals ik heb beschreven 
in de inleiding op Hess' Vervolg zjjner Disposüiën van kerk-orgefen^ 
had de orgelmaker^ van Arp Schnitger te Hamburg (overl. aldaar in 
1720) vry wat instrumenten geleverd in het noorden van ons land en 
er daardoor veel toe bijgedragen den duitschen trant van orgelconstructie 
hier te lande ingang te doen vinden. Zoo werd in het begin der acht- 
tiende eeuw Groningen, en wel door de provinciale verhouding tusschen 
de Stad en Ommelanden, de stad Groningen een middelpunt, dat er 
op uit was de noordduitsche, meer speciaal de matthesonsche opvat- 
tingen der muziektheorie en der muziekwetenschap ingang te doen vinden. 

Die hamburgsche school bleef in Groningen niet beperkt tot de onmid- 
dellijke leerlingen van Mattheson. Het schijnt, dat, wel is waar Lustig de 
groote drijfkracht geweest is, die door zyn auteursarbeid van die richting 
beter en juister kennis verspreid heeft, maar evenzeer schijnt het. 



') VgL mtjn Dertig jaren muziek in Holland, Haarlem 1904, blz. 19. 
*) Amst 1906. blz. n vlg. 

Vin. 18 



182 QERHARDUS HAVIN6HA EN HET ORGEL IN DE SINT LAURENSKERK TE ALKMAAR. 

dat vóór diens komst in Groningen aldaar in het plaatselijk muziek- 
leven reeds voldoende voorbereiding had plaats gehad om die school 
juist daar tot volle waardeering te hebben kunnen doen brengen. 
Althans, er zijn groningers aan te wgzen, welke onmiskenbaar tot de 
destijds moderne richting gerekend moeten worden, maar niettemin 
niet aangehangen kunnen hebben de denkbeelden van Lustig, zooals 
die eerst na zijn komst in Groningen in die plaats gepubliceerd zijn. 

In hoeverre of die hamburgsche-groningsche school in Nederland 
invloed geoefend heeft op de huiselijke muziekkunst, zal wel immer 
onbekend blijven; gegevens om zulks te kunnen vaststellen ontbreken 
en, het is te vreezen, zullen in de toekomst evenmin te voorschijn 
komen. Slechts in de protestantsche kerkelijke kunst kan zü aangewezen 
worden, eensdeels omdat de musici, die in deze naar voren komen, 
hervormde organisten waren, anderdeels, omdat over dit onderdeel van 
het muziekcomplex, zij het ook spaarzame gegevens te vinden zijn. 

Tot de voorloopers van die hamburgsche-groningsche school behoort 
Gerhardus Havingua, die in 1722 benoemd werd tot oi^^anist aan de 
hervormde Sint Laurenskerk te Alkmaar. 

Havingha vond bij de aanvaarding van zijn betrekking in het najaar 
van 1722 het groote orgel in die kerk in niet al te besten staat. Als 
jonge man, die begreep, dat hij hier in deze kennemerlandsche stad 
voortaan zijn leven als musicus zou moeten doorbrengen, deed hij, 
zoodra hü in het volgend jaar 1723 een gedetailleerde beschrijving had 
gemaakt der bestaande gebreken, dadelijk stappen om tot verbetering 
te geraken. Die poging liep ten slotte uit op een zoo goed als geheele 
vernieuwing van het inwendige van het orgel en van principieele 
wijziging in de dispositie. Hij stelde daarbij de begrippen der jonge 
duitsche school op den voorgrond en — kwam daardoor in conflict 
met de behoudende provinciaal-hollandsche partij. 

Zijn ambtsvoorganger Eobert Enno Veldkamp was dezelfde muziek- 
richting toegedaan als diens voorgangers, Johannes Kempher, Juriaan 
JuRiAANSz BuFP cn Gerhard van der WrrH, wat voldoende blijkt uit het 
register der klokkedeunen op den alkmaarschen waagloren in die jaren ; 
immers hij was, met geen noemenswaardige wijzigingen, voortgegaan 
voor de voorslagen van het heel en half uur die eigenaardige kennemer- 



GERHARDÜS HAVINGHA EN HET ORGEL IN DE SINT LAÜRENSKERK TE ALKMAAR. 183 

landsche plattelandsdeunen te kiezen, die thans weer erkend zijn als 
een onuitputtelijke bron van nationale muziekkunsl. Wel is waar ging 
Havinoha ook hoofdzakelijk in die richting voort, maar het is waar- 
schönlök — waarom zal later blyken — dat het slechts redenen van 
opportuniteit waren, die hem, de eerste vyf jaren althans, dwongen 
niet te zeer te breken met deze plaatselijke gewoonte. Zyn instemming 
bad die trant niet. Zooals ik vroeger in het licht stelde *), waren die 
Hdlantse hoeren lieties in de steden afgedaald tot de dans- en publieke 
huizen, tot de musico's. Hoewel misschien kunnende voelen voor de 
artistieke waarde daarvan — het tegendeel is mjj althans niet gebleken — 
meende hö, wat waarschijnlijk is, die minderwaardig geworden melodieën 
niet langer te mogen propageeren. „Dat naa verloop van tyden^ schrijft 
hij in de opdracht van zgn Oorspronk en voortgang der orgelen, deeze 
heerlyke Konst (nl. de muziekkunst) in kleinachting is geraakt, beboevt 
niemand zich te verwonderen; dewyle het schandelyke misbruyk daar 
gekomen is, door veele onweetende die het waare oogmerk mistasleden, 
of door de zodanige , die een weinigje geleerd hadden, en niet ver- 
dienden een behoorlyke belooninge te ontvangen, zich daar raeede op 
een schandelyke wyze hebben gaan behelpen, om deye voorlreffelyke 
Konst, 't zy op Bierbanken, of voor derlele Venus Wichten te brengen, 
en alzoo deeze kostelyke en hoog-geachte Konst, om een stuiver of duyt 
te koop veilden"'). 

Indien ik in dezen passus goed lees, zie ik hier als tusschen de 
regels een zich stellen tegenover de muziekrichting zijner onmiddellijke 
vooitjangers, en van die toenmaals moderne richting zal hij voorzeker 
niet nagelaten hebben reeds dadelijk na de aanvaarding van zijn officie 
in Alkmaar te doen blijken, in spel en in gesprek. Er is dus wel aan- 
leiding te gelooven, dat hij door de lieden van de behoudende richting 
in Alkmaar niet als op de handen gedragen werd en dat deze het 
met leede oogen zagen, dat hij bij het stedelijk bestuur had weten te 
verkrijgen, dat het orgel gewijzigd zou worden volgens de nieuwe school. 
Die tegenpartij zag zulks des te meer met leede oogen, omdat het 
alkmaarsche orgel, een zekere vermaardheid benoorden het IJ, misichien 



*) Dertig jaren muziek in Holland^ blz. 6 t)^ 
*) Opdraoht blz. * 4 ▼. 



184 GERHAROÜS HAVINGHA EN HET ORGEL IN DE SINT LAUREN8KERK TE ALKMAAR. 

ook ia geheel Holland had. Het dankte dat aan zqn uitgebreidheid 
en, naar het schynt, aan zyn dispositie, waaraan zeer zeker het gebouw 
der alkmaarsche Sint Laurens volle recht deed wedervaren. Havingha's 
tegenparty ging om advies vragen bij den zoon van den vorigen 
organist, bü Eneas Egbertus Veldkamp, die sinds 1718 organist van de 
groote kerk te *s Gravenhage was ') ; zy wisten zich te verschaffen 
een afschrift van het geheime bestek volgens hetwelk die vernieuwing 
geschiedde en er begonnen in de provincie geruchten te loopen dat 
het orgel geheel bedorven werd';; kortom Havingha zelf meende zich 
te moeten verdedigen door, ruim een jaar na de voltooiing van het 
instrument, te schreven een vr\j uitvoerig boekje, waarin hjj naar den 
stand van de wetenschap zjjner dagen gaf een overzicht van den 
ontwikkelingsgang in den orgelbouw van de vroegste tijden af en in 
het bijzonder een geschiedverhaal van het groote orgel te Alkmaar. 
Dat boekje heeft tot titel : Oorspronk / en / voortgang / der / orgelen, / met 
de voortrefifelykheit van / Alkmaars / groote / orgel, / by gelegentheit van 
deszelfs her- / stellinge opgestelt / door / Gerhardus Havingha / organist 
en klokkenist te Alkmaar. / 1' Alkmaar, / By Jan van Beteren, / ordinaris 
stads drukker 1727. 

Daarin polemiseert hij tegen de mondelinge praat, die tegen hem 
gehouden was en geeft hij bovendien een vrij gedetailleerde beschrijving 
van het instrument, zooals h\j dat bij de aanvaarding van zijn officie 
vond. Zulks geeft de gelegenheid vrij omstandig dat oude orgel te 
reconstrueeren en wel in dezer voege, waarbij ik gebruik maak van 
aanwijzingen ook elders gevonden. 

Middenklavier. 



Omvang: chromatisch van ^ . tot 



Bovendien zijn de prestant 16 en de eerste prestant 8 aan de bas- 
zijde voortgezet met ^E 



fftr 



>) Mededeellng Tan dr. H. E. vak Qxldxb te 's GraTenhafte. 
*) Oorêpronk en voortgang^ bic. 189. 



OERHARDUS HAVINGHA EN HET ORGEL IN DE SINT LAURENSKERK TE ALKMAAR. 185 



1. Prestant 16 gehalveerd van ^= : af in front. 

2. Prestant 8 gehalveerd. 5~ 

3. Prestant 8 

4. Tertiaan disc. beginnende op ^ï J" 

5. Mixtuur gehalveerd. 

6. Elein scherp 4, 5, 6 st. gehalveerd. 



7. Groot scherp disc. beginnende op *Ji J 



8. Bazuin 16 bas eindigende op ^~' 

corpora van blik, tongen opgelegd met 
tremulant. soldeersel. 

Rugpositief. 



Omvang: chromatisch van 9^ — -- tot fe 






1. Prestant 8 

2. Quintadena 8 

3. Octaaf 4 

4. Fluit 4 

5. Superoctaaf 2 

6. Fluit 2 

7. Nasart 1% 

8. Quintanus 1% , 

9. Sexquialtra disc. beginnende op 

10. Sifflet ,....1 

11. Terts repeteert op 

12. Mixtuur 3, 4 st. 

13. Scherp 4 st. 

14. Trompet 8 de corpora van blik, die van het 

tremulant. hoogste octaaf van lood. 

Bovenklavier. 



Omvang: chromatisch van l)' ^ tot fc 



1 Prestant 8 

2. Baarpgp 8 



186 GERHARDUS HATINOHA EN HET ORGEL IN DE SINT LAURENSKERK TE ALKMAAR. 

3. Holpgp 8 

4. Quintadena 8 

5. Octaaf 4 

6. Open fluit 4 

7. Superoctaaf 2 

8. Nasart 1% 

9. Gemshoorn IH 

10. Sexquialtra disc. beginnende op 

11. Terts repeteert op ï: 

12. Sifflet 1 ' ^" 



^ 



^ 



13. Echo holfluit 4 disc. beginnende op 

14. Trompet 8 corpora van blik. 

15. Vos humana 8 corpora van lood. 

Pedaal. 

Aangehangen aan het middenklavier beginnende met ^ — ~~ 
en bovendien met onderstaande vrije stemmen waarvan de ^ 

omvang chromatisch van *j« tot ^)' ^ 

1. Prestant.-. 8 

2. Octaaf. 4 

3. Trompet 8 corpora van blik. 

Het pedaal kwam in dispositie dus ongeveer overeen met de engelsche 
begrippen, waar tegen in den aanvang der achttiende eeuw met ver- 
bilterdheid gestreden werd en de partyen verdeelde in de dusgenoemde 
„G men and G men" O» 

Het instrument was in omvang dus vr^'wel als nog in de negentiende 
eeuw in Engeland gebruikelijk was nl. een F-manuaal en een C-pedaal, 
welk stelsel sedert lang niet meer in zwang is op het vasteland van Europa, 
met een schaarsche uitzondering als by het orgel te Lubeck van 1606'). 

Er was een koppel tusschen middenklavier en rugpositief. 



') Th. Oabson. Lecture on the pedal ergan, ita history, design and controL London 
1906. p. 18. 

*) Abdy WiLLiAicB. The story of the organ, London 1903. p. 69, 70; TraxtobiOb, 
Syntagma. Neuabdraok. 8. 197. 



6ERHARDUS HAVIMGHA EN BET ORGEL IN DE SINT LAURENSKERK TE ALKMAAR. 187 



Aangezien, als ik my niet vergis, drukkoppels eerst in de achttiende 
eeuw voorkomen, is deze koppel dan een trekkoppel geweest. By gevolg 
was het niet mogelijk het rugpositief pedaliter te gebruiken. De koppel 
zal naar gemeen gebruik gehalveerd z^jn geweest. 

Een koppel voor het bovenklavier scbynt ontbroken te hebben. 

Omtrent mensuur en intonatie zyn geen schriflel\jke gegevens gevonden. 

Het toonpeil was netto kamer- of hautboistoon d. i. ongeveer de 
heden daagsche normaal a. 

Het tableau der dispositie was dus: 





MlddenklBYier. 


BoTexücUTler. 


Bagpofiitief. 


PedML 


Volle werk. 


TotoaL 




16 vo«t 1 








16 voet 1 


16¥0«t 1 






8 , 2 


8 Toet 4 


8Yoet 2 


8Toet 1 


8 . 6 


8,9 








4 . 3 


« • 2 


4 • 1 


4 , 8 


4,6 


91 






2 . 1 


2 , 2 




2 , 2 


2,8 








1 . 1 


1 . 1 




1 • 1 


1 • 2I 




Tongwerken. . . 


16 , IbAS 








16 , Ibfts 


8 , 4/ 






8 . 2 


'8 . 1 


8 . 1 


8 • 2 


Yulstemmen. . . 


4 


4 


6 




10 


14 14 




8 


16 


14 


8 


25 


40 



Omtrent het regeerwerk zijn weinig bijzonderheden opgeteekend. 
De ondertoetsen waren belegd met palmhouten platen; de boven- 
toelsen waren zwart geverfd. Het pedaal was in 1685 vernieuwd door 
de DüYSGHOTS O- Weiborden met houten abstracten waren aanwezig- 
De wind werd geleverd door zes balgen. Waar deze geplaatst waren 
blijkt niet, waarschgnlijk wel in den zeventiende-eeuwschen uitbouw tegen 
den westgevel, waar de balgen van het tegenwoordige orgel in geplaatst 
zyn (1907) '). Zy waren daar gelegd in 1685 door de Düyschots '). De 
afmetingen waren tien bjj zes voet, d. i. aangenomen overeenkomstig 
het hedendaagsch gebruik by het meten van houtwaren, waarbij de 
voet de amsterdamsche is *) M. 2.83 by M. 1.70. Uit den aard der zaak 
waren het spaanbalgen, die hoog opgingen, zulks omdat Havingha 

') Oorspronk en voortgang^ blz. 160. 
>) Vgl.: Noordhollandêehe oudheden n, 1 blz. 20. 
*) Oorspronk en voortgang^ bU. 159. 

*) G. A. Smit. De bouwkundige vraagbaak en rekenmeester. Leid. 1875, p. 197. Eën 
amsterdamsobe Toet =z X. 0.2880560. 



188 GERHARDUS HAVIN6HA EN HET ORGEL IN DE SINT LAURENSKERK TE ALKMAAR. 

vermeldt, dat zü voorzien waren van tegengewichten en balgveeren *). 

De wind werd vermoedelijk niet geleid naar de windkasten door 
een hoofdkanaal; ik meen althans te weten dat dit niet voor circa 
1720 voorkomt. Hoe echter in dat geval de zes balgen over de verschil- 
lende windladen verdeeld waren en of deze gelijk of ongelijk van 
belasting waren, is niet gebleken. 

De windladen waren tui mei windladen ^). Het blijkt niet rechtstreeks 
welke constructie hiermede bedoeld wordt. Vermoedelijk zullen het 
springladen geweest zijn. Immers, daar in het bestek van 1723 voor- 
geschreven wordt, dat de nieuwe laden sleepladen zouden moeten zijn, 
is het gereedelijk te gelooven, dal de vroegere laden zulks niet waren ; 
daartegenover moet echter gesteld worden, dat sleepladen reeds genoemd 
worden door Praetorius') en door Kircher*) worden afgebeeld. Of 
zij echter in Nederland vóór het midden der zeventiende eeuw gebruikt 
werden, is twijfelachtig, daar dezelfde Praetorius in 1618 met name de 
Nederlanden en Brabant aanduidt als die streken, waar de springladen in 
zyn tijd in zwang waren *), en in het bijzonder is het ten opzichte van 
het oude alkmaarsche orgel niet wel aan te nemen, dat de laden, die 
Havingha vond, sleepladen geweest zijn, omdat, welke de beteekenis 
van het woord ook geweest zij, de benaming tuimelwindlade in geen 
geval toepasselijk kan zijn op een sleeplade. Het moet daarom geloofd 
worden, dat met tuimelwindlade de springla gemeend is, waartegen 
trouwens de etymologie van het woord en de constructie van zulk 
een la zich niet verzet. 

Daarentegen moet de lade van het rugpositief, gedeeltelijk althans, 
een sleepla geweest zijn, omdat hetgeen Havingha daaromtrent mede- 
deelt*) beter past op de constructie daarvan dan op die der spring- 
lade; volkomen duidelijk zijn zijn berichten hier echter niet. 



*) Oorapronk en voortgang, blz. 190. 

*) VxLDOAMP. Onderrichting e wegens eenige perioden .,.. in het boek, genaamt 
Oorêpronk en voortgang der orgelen. Alkmaar 1727, blz. 7. 

') PBAX'fOBnra. Syntagma- 

*) Ath. KutcHKB. Mvsnrgia tmiversalis. Bomae 1650. Tom I, p. 612. 

*) ^Dieae Art der Laden^ so noch bei unser Zeit S/jringladen genennet werden^ ist 
mit groêsem mühseligen Nachauchen erfunden, und in Niederland und Brabant 
gemacht und gebraucht worden*' a. a. O. 

•) Ooraj^ronk en voortgang, hlz. 186/7. 



GERHARDUS HATINOHA EN HET ORGEL IN DE S INT LAURENSKERK TE ALKICAAR. 189 

De laden waren op de meest zonderlinge manier verdeeld, zonder 
dat daarbij op eenige wjs blijkt van een gevolgd stelsel b.v. dat der 
C- en Cis-lade. 

Midden. 

Vier laden naast elkaar, waarvan de windkasten onderling verbonden 
waren door drie looden buizen van omstreeks 3 duim middellijn, 
d. i. ook hier wederom aangenomen dat als standaardmaat gebruikt 
is de amsterdamsche voet O omstreeks 7 cM ; 

drie laden voor de bazuin 16 alleen; zij werden voorzien van wind 
door conducten uit de middenklavierladen. Daar Havingha beschrijft, 
dat voor deze bazuin afzonderlijke abstracten en wellen aanwezig 
waren, is uitgesloten de voor de hand liggende veronderstelling, dat 
dit register op een bank stond. 

Rugpositie f. 

Ook hier was de lade verdeeld, maar volgens een geheel verschillend 
stelsel, zonder dat daarvan de reden blijkt. De lade was niet gesplitst 



in vieren, maar ging van J' , tot ( S\ in één stuk door; daar- 



boven lag een dergelijke lade (geen bank) en hooger op een derde 
voor de scherp alleen. Die drie laden waren onderling door buizen 
verbonden, zoodat de windkast der middelste lade aan beide zijden 
doorboord was. 

Boven. 

Een dergelijke verdeeling had ook hier plaats gehad. Hier lagen 
drie laden boven elkander, als bü het midden werk ieder verdeeld in 
drie stukken; op die onderste laden waren geplaatst de quintadena 
en de fluit 4. Onderling waren stukken en laden verbonden door 
buizen en conducten. Bovendien stond de baarpijp en de holpüp 
ieder op een bank, die gevoed werd uit de cancellen van de bovenste 
laden. 

De afstand van de onderste tot de middelste was 4 k 4^ voet (wat 
sluit met het feit, dat hier de quintadena stond), van de middelste tot 
de bovenste 8 voet, van de bovenste tot de baarpijpbank 5 voet, 



*) De rgnlftndMlie voet werd verdeeld In 12, de amsterdAinsohe In 11 duimen. (Lx Monne 
DK Lespine. Den koophandel van Amsterdam, Amsterdam, Pixtxb Scxpxbus 1704, p. 68). 



190 GERHAROUS HA VIN GHA EK HET ORGEL IN DE SINT LAURENSKERK TE ALKMAAR. 

waaruit volgt dat de laagste püpen van de prestant 8 O boven gedekt 
of zoo neen afgevoerd zün geweest. 

Pedaal. 

Omtrent de pedaallade is niets op te merken, zegt Havdygha. 

Uit deze mededeelingen volgt dus ten opzichte van het regeerwerk: 

Midden. 

t 

Van ^ , Int !/* op iedere toets twee ventielen en twee abstraclen'). 

Rugpositief en Boven. 

Op elke toets drie ventielen en drie abstracten *). 

nDerhalven kan nu een ieder, die eenige kennisse van de schikkinge 
der Orgelen heeft, klaarlyk zien, hoe verstrooyd en verwerd het oude 
werk voormaals gelegen heeft", zegt Havingha terecht '). Hoewel docu- 
menteele bewqzen daartoe ontbreken, is het duidelyk, dat er elk 
oogenblik stoornissen moeten geweest zyn. 

Het is de moeite waard een speciaal onderzoek te doen om te weten 
te komen, hoe men tot zulk een onoordeelkundige schikking gekomen 
was. Gedeeltelgk kan de oorzaak gevonden worden in de herstellingen, 
die het instrument in 1685 en 1704 ondergaan had door Dutschot, vader 
en zoon, de eerste kort nadat Gerhard van der With uit Hoorn naar 
Alkmaar gekomen was om de vaceerende organist-plaats te bezetten. 
Van der With, die gezegd wordt „onvermoeid te zijn en seer vele 
bekwaamheden te hebben om menschen van allerhande staat in te 
neemen" '), had het daarheen welen te leiden, dat in dezelfde maand juni, 
waarin hy zyn officie aanvaardde, in de vroedschapsvergadering reeds 
werd medegedeeld, dat eene herstelling /2000.— zou moeten kosten *). 



O Tenzy de canoellen der bovenliggende laden gevoed werden door een condnct uit 
de correspondeerende capoel der onderliggende lade, zooals het geval was In het onde 
orgel In de Nicolalkerk te utrecht (J. F. Wittx in Bou%ü8teenen m, bla. 97). 

") Oorspronk en voortgang^ blz. 182. 

') Register der klokkedeunen te Alkmaar, {ha. in het ond-ürohiet der gemeente A\kmMT), 

") O. W. Bbuikvis. Hoe de alkmaarsche tvaagtoren z\jn klokkespel bekomen heeft 
ae dr. Alkm. 1887, blz. 26. 



GERHARDUS HAVIN6HA EN HET ORGEL IN DE SINT LAURENSKERK TE ALKMAAR. 191 

De totaalsom den orgelmakers voldaan bedroeg / 3150 *) en daarvoor 
viraren de volgende v^rerkzaamheden gedaan, bl\jkens hel bestek door 
Havingha afgedrukt'). 

1. Zes nieuwe balgen. 

2. Verwisseling van midden en het bovenklavier, wat ongetwijfeld 
niet is kunnen geschieden zonder ingrijpende veranderingen der 
bestaande laden. 

3. Het aanbrengen van een pedaalkoppel, d. i. het pedaal dus te 
hangen aan het middenklavier. 

4. Vernieuwing van de pedaalklaviatuur. 

5. Verandering van de trompet 8 midden (nieuw) in trompet 16 '). 
6 Verandering van de bourdon 16 boven (nieuw) in baarpöp S. 

7. Vernieuwing van de vox humana boven (nieuw) *). 

8. Het voluit maken der quintadena 8 die half was. 

9. Het nazien en verbeteren van diverse kleine gebreken. 
Verschillende dier wijzigingen konden geen plaats vinden met behoud 

van den bestaanden toestand. Die genoemd sub 5 gaf aanleiding tot 
het leggen van een tweede lade, die om de plaatselijke gelegenheid in 
drieën gedeeld moest worden ; voor de baarpijp sub 6 was de bestemde 
hoogte te gering en moest daarom, evenals de bourdon 16, in wier 
plaats zy kwam, afgevoerd worden. 

Twintig jaar later (1704) werd er opnieuw aan het orgel veranderd, 
thans door .Iohannes Düyschot alleen '). Waarin die verandering bestaan 
heeft, is niet gebleken; het schynt mij echter toe, dat het niet meer 
geweest is dan een generale schoonmaak en reparatie. Er schijnen 
hierbij inderdaad vrq ernstige nalatigheden geschied te zijn door 
Düyschot, in het bijzonder in de tongwerken. Egbert Enno Veldkamp, 
de organist, schreef nl. 18 november 1704 aan zyn Burgemeesteren: 



*) C. W. BBunnru. Het orgel in de groote kerk te Alkmaar In Feeatgave ter gelegen- 
heid van het honderdjarig bestaan van het natuur- en letterkundig genootschap te 
Alkmaar '1883), blz. 82. 

') Oorspronk en voortgang^ bl«. 169 vlg. 

') Is tydens de herstelling veranderd in bazuin 16. 

") Daar in 1728 de corpora van lood waren, sal deze vemleawlng denkeiyk zloh bepaald 
hebben tot de mondstukken, tongen, krnkken en stevels. 

•) Oorspronk en voortgang^ blz. 169—170. 



192 GERHARDUS HAVINGHA EK BET ORGEL IN DE SI5T LAUREKSKERK TE ALKMAAR. 

„Die voeten ofle bussen waer op die puppen staen van die veer- ofte 
tonghwercken, welke voor het grootste gedeelte geborsten waren ende 
daer door defect, zyn oock geholpen door ringen van loot daer om 
gespiekert, wel suffisant om haer last te dragen. Maer ick onder- 
geschreven U Ed. gr. Agtb. dienaer neem die vrijheyt om hier ieyts 
te seggen, dat *k meen die defligheyt van 't orgel te groot te syn, van 
te sien dat men diergelijck lapwerk geeft, dat meer is, by aldien de 
spijekers waer door de ringen vast gemaeckt zijn door roest ofte andersins 
quamen te begeven, soude sulcx het oude defect weer veroorsaken, 
ende worden geleek het van te voren geweest is . . . te meer dat daer 
reets een voorbeeld waer te weeten de vox humana, de welcke op een 
seer nette manier gemaeckt was van te vooren." *) 

Maar hoofdzakelijk moet de reden van die onoordeelkundige schikking 
gezocht worden in de vele tegenspoeden ondervonden bij den aanleg 
en den bouw van het instrument. Tabellarisch is de korte geschiedenis 
daarvan als volgt: *) 

1638. 6 juni. Aanbesleeding aan Levtn Eekmans, orgelmaker. 
25 oct. Overeenkomst met Germer Galtus, orgelmaker. 

1639. Tweede contract met Levtk Eekmans, orgelmaker. 

1641. O^erUjden van Eekmans, orgelmaker en Bouchain, organist. 
1641. Aanstelling van Jacob Jansz Grabbe tot organist. — Voortzetting, 
van den bouw door Germer Galtus, oi gelmaker, tot deze door 
ziekelijkheid daarin verhinderd werd (t april 1646). 
1645. Voltooiing van het instrument door Germer*s neef Jacobus Galtus 
VAN Hagerbeer, orgelmaker. 
Het orgel was dus gebouwd achtereenvolgens door drie orgelmakers, 
onder toezicht van twee organisten. Ieder hunner zal waarschijnlijk wel 
zijn eigen inzichten gehad hebben en dienovereenkomstig het oorspronke- 
lijke project ter uitvoering hebben gewijzigd, voor zoover zulks mogelijk 
was. Zulks kan niet anders dan nadeelig gewerkt hebben op de deug- 
delijkheid van het toekomstige instrument. 

Die eigen inzichten kunnen haar basis gehad hebben in subjectieve 
opvattingen van arlistieken aard. Maar ook — en daarop moet gewezen 



') Brief in gemeente-archief yan Alkmaar. 

*) Volgens Oorspronk en voortgang^ blz. 149 en Bbüiwis. Het orgel enz. bla. 74 vlg. 



6ERHARDUS HAVINGHA EN HET ORGEL IN DE SINT LAURENSKERK TE ALKMAAR. 193 

worden — had in 1639 de Magistraat van Leiden den organisten van 
die plaats gelast het psalmgezang der gemeente met hun spel te 
begeleiden, en had in 1641 Constantijn Hutgens zijn vurig pleidooi 
over het Gébrvyck of angehroyck van H orgd in de kercken der 
Vereenighde Nederlanden gepubliceerd. Toen Bouchain in 1634 den 
onvoldoenden staat der orgeltjes, die hü bediende, bü den Magistraat 
aanhangig maakte, had hij de wenschelükheid van een nieuwen toestand 
o. m. geargumenteerd met de woorden : «ik hebbe alleen maar twee 
kleyne orgeltjes, op welke ik m^jne bekwaamheden niet ten vollen kan 
toonen" ^), waaruit dadelijk volgt, dat het nieuwe instrument, waartoe 
besloten werd, een concertorgel, geen kerkorgel zou worden. Wanneer 
het psalm-orgelspel in alkmaarsche St Laurens ingevoerd werd, is 
niet gebleken; in de Kapel geschiedde dit eerst in 1670, na het over- 
lijden van Crabbe, Boüchain's opvolger '), maar het leidsche voorbeeld 
en het geschrift van Huygens schijnen echter niet zonder invloed 
gebleven te zijn, om het onderhanden zijnde instrument in dien 
zin te wijzigen, dat het eventueel ook daarvoor gebruikt zou kunnen 
worden. 

Het kan echter niet meer dan schijn wezen, dat de voortzetting van 
den bouw, na het overlijden van ëekmans werd toevertrouwd aan een 
orgelmaker, die, zooals volgt uit hetgeen Bruinvis verhaalt, in 1638 
werkzaam was juist Ie Leiden '). Veeleer geloof ik, dat de antecedenten 
van Germer Galtus hem aangewezen maakten tot dezen arbeid, want 
eenige jaren te voren had hü iets dergelijks onderhanden gehad. In 
1634 had hij met zijn vader aangenomen te voltooien het groote orgel 
in de Sint Janskerk te *s Hertogenbosch, dat begonnen was door 
een duitsch orgelmaker (Florens Hocque te Keulen)^); dien arbeid 



*) Oorapronk en voortgang^ bla. 149. 

') t a. p. 130. 

*) Ht) had In de hooglandBohe kerk te Lelden in 1687 een nieuw orgel gepUuttst, wal 
bitpcbaar In verband itaat met de in gebruik neming der orgels in die plaats. (Kist. 
Het kerkelijk orgelgebruik. Overdr. bis. 98). In de Oude gehouwen te Leiden (Leid. 
1907 bis. 64 en 101) wordt niet dit orgel, maar dat in de Pieterskerk aan dese orgel- 
makers-familie toegeschreven. Het sclMJnt mf) toe dat de mededeelingen aldaar min 
Juist zyn. Zie ook Bulletin uitgegeven door den Oudheidkundigen Bond. Y (1908-'04) p. 77. 

*) J. C. A. HxzxHMAKs. De St. Jans-kerk te 's Hertogenbosch. 's Hertogenb. 1866, Us. 366. 



194 GERBAROUS HAVINGHA EN HET ORGEX IN DE SINT LAURENSKERK TE ALKMAAR . 

hadden zy volbracht lot volle tevredenheid van de keurmeesters. Daar 
het instrument in de Sint Jan, zooals het voltooid was geworden, in 
grootte veel overeenkomst had met het ontworpen orgel voor de 
alkmaarsche Sint Laurens, kon hem dus roet gerustheid de verdere 
bouw opgedragen worden. 

Toch was er op het oogenblik, dat hy hier begon, een aanzienlijk 
onderscheid. In *s Hertogenbosch was het werk reeds veel verder 
gevorderd. Het komt my voor, dat dit niet zonder invloed is geweest 
om in het oorspronkelijk ontwerp principieele wijzigingen te brengen. 
Inderdaad zijn er dusdanige verschillen aan te toonen, maar ook werden 
er, waarom weet ik niet, van de zijde der lastgevers een fout gemaakt, 
die nog immer zeer merkbaar is. 

Oorspronkelijk toch had in de bedoeling gelegen een dubbel orgel 
te maken, d.w.z. een orgel van twee klavieren'). Het blijkt uit het 
volgende ongeteekende contract: 

Den Vlen juny 1638 zyn Burgemr. ende Regeerders der stad 
Alkmaer vermogens de resolutie vande vroetschappen derselver 
stede van dato den 4 may geaccordeert met mr. Levin orgel- 
maker omme te doen overbrengen het werk van 't kleyne orgel 
staende opt zuyderportael van de groote kerke te transporteren 
ende te voegen by ende voor 't groot orgel in deselve kerke 
ende sulx van *tselve orghel te maken een dubbeld orgel. 

Alle 't welke de voorn. mr. Livin angenomen heeft in dagwerk 
op te leveren tot prijs van luyden hen des verstaende en tot 
contentement van de heeren voorn. Daer voor hü genieten sal 
vijff gul. daechs doch sall hij tot laste vande stadt een off meer 

habile kistenmakers om deselve te verl Al tgundt bij 

denselven sal cunnen werden verricht sullen mede tot last van 
de stad comen de materialen daertoe nodig. Heeft voorders 



') Dat «dabber* deze beteekenis had, Tolgt uit Waoenaab. Amaterdam 1765. II, 
blz. 186. Besohryyende het orgel In de luthersche nieuwe kerk, zooals dat in 1719 opge- 
leverd werd, noemt hy dat een «dubbel orgel"; uit Hkbs {Diapositien der merkwaar- 
digste kerk-orgelen, Gouda 1774, blz. 11) bltjkt, dat het destyds bestond uit 2 klaTleren 
en yry pedaal. 



GERHARDUS HAVIN6HA EN HET ORGEL IN DE SINT LAURENSKERK TE ALKMAAR. 195 

toegeseyt eersldaechs in twerk te treden ende daerinne in aller 
naersticheyt ende getrouwelück te conte°. 
Toen echter nader besloten werd tot een geheel nieuw instrument 
te plaatsen tegen den westgevel en de overeenkomst 25 october 1638 met 
Germer Galtüs gesloten, in 1641 definitief ter uitvoering werd aan- 
genomen, was dat oorspronkelyke denkbeeld van twee klavieren reeds 
uitgebreid tot drie en aangehangen pedaal. En toch werd er weer in 
gew^zigd; het orgel had, toen het in 1645 werd opgeleverd, blijkens 
de dispositie door Havingha afgedrukt, drie klavieren en vrü pedaal 
en op ieder der manualen meer registers dan in het bestek stond aan- 
gegeven ^). Het is uit dien hoofde belangrijk dat bestek, aanwezig in 
het alkmaarsche gemeente-archief, hier af te drukken, omdat daarin 
feitelijk de kern schuilt der later ondervonden bezwaren. Het luidt: 

Besteck waer op Germer van Hagerbeer op ten 25 october 

1638 van de heeren Burgemeesteren der stadt Alcmaer aenge- 

nomen heeft te maken een nieuwe orgel in de groote kercke 

deser stede, op 't welck besteck de voorn. Van Hagerbeer als- 

noch te vreden is te maecken de voorn, orgel. 

Eerst de kas van de orgel te maeken in sulcken forme, ende nae 

uitwissen die teyckeninge, die heeren Burgemeesteren doenmaels vertoont. 

Ende alhoewel voor desen was gestipuleert dat de geheele kas van 

de orgel gemaeckt soude worden tot Leyden ter plaetse sijnder residentie 

ende dat het hout ende loot aldaer soude werden gevoert, soo is hij 

nochtans te vreden dat de bovencas sall werden gemaeckt bü soodanige 

timmerluyden ende kastemakers als de heeren Burgemeesteren gelieven 

sullen daertoe te gebruycken, mits dat de kas vant positijfT met de 

dependentien van die tot Leyden mochte werden gemaeckt, door dien 

dat het werck wat divicielder is ende dat hij aldaer een knecht heeft die 

soodanige kassen seer bequam kan maken. Dat oock die secreten ende 

wintiaden mede aldaer mochte werden gemaeckt om redenen als boven, 

ende omdat noetsaeckelic onderrichtinge vant selve werck bü hem 

moet werden gedaen ; te vreden sijnde met het werck dat hij tot Leyden 

sall maecken alhier te comen, soo wanneer de bovencas sal wesen 



*) Oorspronk en voortgang^ blz. 155. 



196 OERHARDÜS HAVIXGHA EN BET ORGEL IN DE SINT LACREKSKERK TE ALKMAAR. 

gemaeckt, gemerckt hü eerder alhier niet heeft van doen, doordien de 
p\jpies vant oude wcrck airede daertoe sqn, ende dat de andere pijpen 
insonderheyt de voorpgpen niet eerder cunnen werden gemaeckt voordat 
de kas gereet is. 

Overt maecken van welcken orgel de voorn. Haoerbeer daechs soude 
genieten vier gulden ende daerenboven vrü huyshuyr, vier ende licht, 
mitsgaders cleyn bier; dat voorts de prestantp\jpen soude voorden 
gemaeckt van loot, met folij overtrocken, tot minder costen, ende dat 
de voorn, orgel soude hebben de naevolgende registers, ende drie 
regelen clavieren. 

Opt bovenste clavier. 

1. Een prestant van acht voet. 

2. Een holpup van acht voet. 

3. Een octaeff van vier voet. 

4. Een openfluyt van vier voet. 

5. Een quinlfluyt van drie voet. 

6. Een gemshoorn van twee voet. 

7. Een superoctaeff van twee voet. 

8. Een naesaet van anderhalff voet. 

9. Een schuffeleth van een voet. 

10. Een quinl prestant van anderhatff voet. 

11. Een half sesquialtra. • 

12. Een scherp. 

13. Een vox humana van acht voet, ende die gehal veert. 

Opt middelste clavier. 

1. Een prestant van 24 voet. 

2. Een prestant van 12 voet. 

3. Een octaeflF van 6 voet. 

4. Een miczstur van 4 voet [sic]. 

5. Een scherp van 3 voet [sic]. 

6. Ende noch een trompet van twaelflF voet. 

Dese registers nae uytwysen vant pedael altemael gehalveert. 



GERHARDUS HAVINGHA EN HET ORGEL IN DE SINT LAURENSKERK TE ALKMAAR. 197 

Opt onderste clavier te weten van 't positijff. 

1. Een prestan t van acht voet. 

2. Een quintadë van acht voet. 

3. Een holp\jp van vier voet. 

4. Een octaeff van vier voet. 

5. Een superoctaeff van twee voet 

6. Een holfluytgen van twee voet. 

7. Een quinlfluyt van anderhalff voet. 

8. Een schuffelet van een voet. 

9. Een micxstuier. 

10. Een scherp. 

11. Een quint prestant van anderhalff voet. 

12. Een schalmey van acht voet. 

De voorsz. Germer van Hagerbeer is ook tevreden ende presenteert 
by desen die geheele orgel aen te nemen op conditie, dat de heeren 
Burgermeesteren soude doen maken het fondament van de orgel, als 
mede het blaeshuys, mitsgaders de steygeringe omt werck te richten 
ende op te maecken off anders het hout daer toe noodich te leveren 
ende oock eenig vjserwerck tot bevestinge vant werck noodich. Ende 
belangende de andere materiael lot de orgel noodigh tot s\jn eygen 
coste te leveren soo van hout, lool^ yser, gesneden werck ende cooper- 
werck, leer, lijm, niet uytgesondert ende die orgel op sijn eygen costen 
te maecken. 

Indien dit bestek tot uitvoering gekomen was, zou het orgel een 
dispositie gehad hebben, die saamgevat is in onderstaand tableau: 





Boven 
Hoofdmannaal. 


Midden. 


Bngpositlef. 


TotaaL 






16 1 




16 








8 2 


8 1 


8 a 


8 






Lablaalstemmen . . 


4 2 
2 2 


4 1 


4 2 
2 2 


4 
2 




17 




1 1 




1 1 


1 






ToDgwerken 


8 1 


8 1 


8 1 


8 


3 3 


Valstemmen 


6 


2 






11 11 




13 


6 


12 




81 



vm. 



198 QERHARDUS HAVIN6HA EN HET ORGEL IN DE SINT LAURENSKERK TE ALKMAAR. 

Maar uit dit bestek bLijkt nog iets anders en wel, dat van het te 
maken froul, zooals dit thans nog in de kerk staat, dat van het rugpositief 
gemaakt is door Van Hagerbeer, het overige niet. Dit verklaart veel. 
In de atlas van het stedelijk archief van Alkmaar berust een gekleurde 
teekening op perkament van het front, die echter niet meer laat zien 
dan dat der beide bovenmanualen ; in den beginne was, zooals gezegd, 
er slechts sprake geweest van een orgel van twee klavieren en vóór 
1640 was er van het ontworpen orgel reeds een model gemaakt even- 
eens van twee klavieren ^). Dat model was naar het ontwerp van 
Jacob van Campen. De redenen waarom kunnen niet worden aange- 
wezen, zooveel is echter zeker, dat toen eenmaal de plannen vergroot 
waren tot een orgel van drie klavieren, niet Van Campen belast werd 
met het uitbreiden van zyn ontwerp-front met een rugpositief-front 
voor dat derde klavier, maar dat Van Hagerbeer daarmede belast werd, 
die het deed uitvoeren door zvjn knecht Dirck. De oplossing, die hïi 
aan het vraagstuk gaf, was niet gelukkig; het rugpositief sluit op weinig 
fraaie wgs tegen de oxaal-galerg aan, meenen de schrijvers der Noord- 
Jiollandsche oudJieden '). De fout echter, waar ik boven op doelde, lag 
echter in het feit van dat rugpositief zelf. Het was te zwak van toon, 
ook na de wijzigingen, die het bestek tijdens de uitvoering nog onder- 
ging, terwijl de krachtigste stemmen geheel in de hoogte geplaatst 
waren. Het ontwerp van Van Campen deed daaraan geen goed. Blijkens 
opgaaf vaïi den orgelmaker F. Jos. H. Vermeulen (L. Ypma & Co.) te 
Alkmaar bedraagt de afstand tusschen kerk vloer en oxaal M. 6.45, 
terwijl de onderkant van de middenmanuaallade M. 13.06 en van de 
bovenmanuaallade (het oude hoofdwerk) M. 17.% boven de kerkvloer 
ligt, een hoogte niet veel verschillend van die der huizen aan de 
amsterdamsche Heeren- en Keizersgrachten. Voor die aanzienlijke 
afstanden had Van Campen een voorliefde. Hetzelfde is ook waar 
te nemen bij het orgel in de nieuwe kerk te Amsterdam, waar- 
van hij ongeveer tien jaar later het front ontwierp en in min- 
dere mate by dat in de westerkerk te Amsterdam, welks front, op 
gezag der Noord-hoUandache oudheden, in hoofdzaak overeenkomt met 



»j Bbuihvib t a. p. 76. Vgl. E. D. J. dr Jonoh Jr. in De TiJdxiiiegeL Oot. 1907, h\z, 22S. 
*; Tweede stuk, eerste gedeelte. Amst 1894, bis. 25. 



OERHARDUS HAVINGHA EN HET ORGEL IN DE SINT LAURENSKERK TE ALKMAAR. 199 

dat in de St. Laurens te Alkmaar O* Bij die orgels zyn de hoogte- 
malen volgens mededeeling van den orgelmaker D. G. Steenküyl te 
Amsterdam — de alkmaarsche maten staan er ter vergelijking naast — 
als volgt: 

Nieuwe kerk Westerkerk Bt Laurens 
Amsterdam. Amsterdam. Alkmaar. 

afstand kerkvloer tot orgelvloer M. 8.07 M. 6.28 M. 6.45 

« , , onderkant middenmannaalade , 15.49 , 12.43 , 18.06 

, • • • boTen • , 18.63 ,15 87 , 17.96 

Ik ben niet dan zeer oppervlakkig bekend met deze amsterdamsche 
instrumenten, zoodat ik niet weet of de bezwaren, die zich in Alkmaar 
merkbaar maakten en nog maken, ook daar zqn waar te nemen. 
Zoolang het instrument alleen gebruikt werd voor de dagelijksche 
orgelbespelingen, deden die bezwaren zich practisch niet gelden. Integen- 
deel. De factuur der orgelmuziek van Sweelinck en Van Noordt kan 
mg levendig doen begrijpen welk een uitnemend effect bereikt werd 
met deze krachtige mixtuurrijke hoofdmanualen heel in de hoogte van 
de kerk geplaatst. Het gaf warmte en charme aan het geluid. Om leiding 
te geven aan het gemeente-gezang was die plaatsing zoo ondoelmatig moge- 
lijk ; geen warmte en charme, maar klare, gemarqueerde tonen zgn daar- 
voor noodig. Zoodra dan ook het groote Sint Laurensorgel voor kerkelijk- 
lilurgische diensten bestemd werd, begonnen de klachten. In 1684 werd 
de bij provisie dienstdoende organist verplaatst naar een bijkerk 
(Kapel) *) ; zijn opvolger Gerhard van der With wist onmiddellijk in 
1685 de hiervoorgenoemde ingrijpende veranderingen te doen geschieden. 
Behalve herstel van slijtage-gebreken, werd het windtoestel verbeterd 
door de zes balgen door zes grootere te vervangen *) en het instrument 
te doen ombouwen. Op Van der With's advies werden door de 
DuTSGHOTS, vader en zoon, die op dat oogenblik bezig waren met den 
bouw van het orgel in de westerkerk te Amsterdam, het boven- en 
middenklavier onderling verwisseld en werden aangebracht een manuaal- 
en een pedaalkoppel. Door die verwisseling werd de hoofdgeluidbron 
lager bij de zingende gemeente gebracht; de manuaalkoppel tusschen 



*) Vyfde stnk. Amst. 1902, blz. lOa 

') Oorspronk eii voortf/ang^ blz. 158. 

'i Paragraaf één van het bestek {Oorsjnronk en voortgang, blz. 159). 



^ 6ERHARDÜS HAVINOHA EN HET ORGEL IN DE SINT LAURENSKERIC TE ALKMAAR. 

rugpositief en midden moest daarbij de geluidshoeveelheid vergroolen ; 
de pedaalkoppel zou voor een deugdelijkcn bas moeten zorgen. 

Die verandering bleek ten slotte niet voldoende. Het vrij pedaal 
zonder 16 O met slecbts drie stemmen bleef als basis voor het gezang 
te zwak; de nog immer aanzienlijke hoogte van M. 13.30 (bovenzijde der 
lade), waarop het hoofdmanuaal nu geplaatst was en tot op den huidigen 
dag zou blijven — een kerkelijk-muzikale fout van Van Gahpen — was 
nog steeds te groot. De organist had als psalmspeler de gemeente niet in 
zijn hand: „het is eenige reysen geschied, klaagde Havingha, dat de ge- 
meente het Orgel overstemde" O en dereconstructie van het orgel, zooals ik 
die hier gedaan heb, doet mij de juistheid van deze klacht levendig begrijpen . 

In 1686 had Joan Dusart, organist te Haarlem, het volgende gead- 
verteerd: 

«JoAN DU Sart, Orgelist en Klockenist der Stad Haerlem, heeft een 
nieuwe inventie, van onder 't singen te spelen in de Kerck, en dat 
sonder *t out onnut Lier-geschrey van kleyne Pijpjes, maer met modeste 
Pijpen, namentlijck, om 't geluyt van d' Orgel- Voys, die onder den 
Psalm-Sang gespeelt wert, soo ver over de Gemeente te doen klincken, 
als d' allergrootste Pijpen, die in 't sehe Orgel zijn, en dat die geene, 
die t' allerverste van 't Orgel afsitten, genootsaeckt sullen werden door 
de voorsz. Psalm- Voys van 't Orgel vast op haer toon te singen, 't welck 
strecken sal, om de Gemeente ras, luchtig en eendrachtiger te doen 
singen tot Godes Eere. Alle Steden nu, die na een nieu en suyver 
Orgel-Spel trachten, en begeerig zijn, haer Orgel- Voys onder de Kerck- 
Sang eens so sterck te horen uytklincken, ja noch beter als alhier 
gehoort wert, sullen 't selvige door een Orgelmaker sodanig laten 
prepareren, dat een groot Orgel, sprekende op 16 Voet ope Pijpen, met 
het selve getal, en een kleyn, dat op 8 Voet spreeckt, ende 3 Blaes- 
balcken, met vergroting van 100 Pijpen, en noch een Blaesbalck heeft" '). 

Waaruit deze inventie bestond, blijkt niet. Dusart wist bij ervaring, 
dat het bijtrekken der vulstemmen de psalmwijs niet duidelijker te 
voorschijn doet treden; hij noemt dat een „onnut lier-geschrei van 
kleine pijpjes." Hij maakte de psalmvoois op een andere wijs kenbaar. 



') Oorapronk en voortgang^ blz. 194. 

') Advertentie in Hciarlemsche courant 23 febr. 1686. 



GERHARDUS HAVINGHA EN HET ORGEL IN DE SINT LAURENSKERK TE ALKMAAR. 201 

Het moet geweest zijn door een nieuw register, dat 100 pijpen groot 
was; iets in den geest van een octaaf-koppel is daardoor buiten 
gesloten. Het kan daarom niet veel anders geweest zün dan een cornet 

en wel een vierstemmige, die dan gedacht moet worden te gaan van 
tot f: 
, — — , wat juist 100 pöpen maakt. Des te meer geloof ik dat, 



omdat de oudste dispositie waarin ik een cornet — wel te onderscheiden 
van het vroeger voorkomende gelijknamige tongwerk *) — vond, is die 
van de v^esterkerk te Amsterdam, in 1686 opgenomen door niet minder 
dan zeven musici, waaronder als eerste voorkomt dezelfde Düsart '). 

Zulk een cornet werd in 1705 in het orgel in de Kapelkerk gebracht '). 
Dat orgel was klein en weinig beteekenend, maar kreeg daardoor toch 
een grooten voorsprong als kerkorgel op het instrument in de Laurens 
wat niet zonder invloed kan geweest zijn op de kerksche gemeente- 
leden en de practische bruikbaarheid van het groote orgel om steun 
en leiding te geven aan de zingende gemeente indirect verminderde. 

Toen Havingha dus in 17^ zijn organistpost aanvaarde, vond hij ter 
bespeling een instrument, dat niet meer aan billijke eischen kon vol- 
doen, ten gevolge van fouten 80 en 40 jaar te voren begaan en dat 
bovendien ontoereikend was in zijn dispositie om de behoeften der 
practijk te vervullen. 

Er was meer. De koppels werkten slecht; de registertrekkers waren 
zeer moeilijk te hanteeren ; de aanspraak was over het algemeen traag 
of slecht ten gevolge der onoordeelkundige schikking der laden; de 
speelaard was zwaar en eindelijk, wat de deur toe deed, het orgel 
was zeer lek. Balgen en kanalen zouden gedicht kunnen worden, de 
laden echter niet. Die van het rugpositief was oudtijds slecht gefundeerd 



') VgL het lofdicht Tan Düllaxbt op Oxabbk, organist te Rotterdam, zoon (t) van den 
aUcmaarsohen titolaris in Bloemkrans van verscheiden gedichten. Amst. 1659- bU. 541. 

') He88. t. a. p. 9. — ft ga hier nit van de onbewezen stelling, dat in de dispositie, 
zooals Hxss die mededeelt, sedert den bouw van het orgel geen w^zlgingen aangebracht zyn. 
Bö Va» 't Kbuys. Verzameling van disposities, Bott (1885) blz. 36 is deze cornet zes, 
in Het Orger{lS96 blz. 78) r^t sterk. 

') Oorspronk en voortgang^ blz. 180—188. Ten onrechte spreekt de dispositie van dit 
instnunent (t. a. p. blz. 142) Tan een scherp. Het orgel is in 1760 met de Kapel door 
brand verwoest 



202 GEIIHARDUS HAVINGHA EN HET OKGEL IN DE SINT LAUKENSKERK TE ALKMAAR. 

geweest, zoodat zg in het midden was doorgezakt *). Hayingha vermeldt 
laden met doorspraak van zeer ondeugdelijke samenstelling en spreekt 
van laden, waarvan de slokken met zaagsneden, dusgenoemde zweedsche 
steeken uitgehold waren en waarvan de onderzyden zeer aanzienlek 
doorboord (geprikt) waren om wind af te voeren -). 

In een orgel zijn de windladen het belangrijkste construcliedeel ; 
zonder goed geconstrueerde windladen deugt een orgel niet en kan 
zonder vernieuwing daarvan niet meer in orde gebracht worden, meent 
Van Heurn volkomen naar waarheid *). 

Het mag dus als vaststaand aangenomen worden, dat in 1722 het 
alkmaarsche orgel was defect, ondeugdelijk, ondoelmatig en onvoldoende, 
maar het was vermaard in Holland als het beste en grootste orgel in 
Westfriesland. In De vyeriyhe colam van 1659 lees ik (blz. 133): 

In dese Kerck is in 't Jaer duysent ses hondert vijf-en-veerligh 

een seer groot en vermaerd Orgel gemaeckt, wiens gelijck seer 

weynigh te vinden is. 

Evenzoo wordt de lof van het instrument verkondigd in een prijzend 

alkmaarsch vers, dat afgedrukt is 'm het ongeddiieerde' t Nieuw groot hoorns 

lied-boekje*) en in H Groot hoorns, enkhuyser en alkmaarder liederboek: 

Wilt ook de glans verhalen 
Van Alkmaars groote Kerk, 
Rondom met veel Pylaren, 
Verciert met meenig Serk, 



') Oorspronk en voortgang, blz. 187. 

*) Oortpronk en voortgang, blz. 185, 187. 

') J. VA» HxuBM. De orgelmaaker. Dl. I, blz. 309. 

*) Zevende strophe van het Vreugd-gesang dar reegen Sang-godinnen ; aanvangregel : 
«BoemsaohUg Amstellant". Het gedicht moet gesteld worden na febr. 1667, omdat als 
stem van deze strophe aangegeven Is ,t Sa Trompen en, ko", zynde de aanvangsregel 
van een in dezelfde mopsjes afgedrokt brullofislled op het hnweiyk van OounEUs Tromp, 
dat in die maand gesloten werd; immers zyn stryd tegen Ascue, d. i. den vierdaagsohen 
zeeslag van 11/14 Juni 1666 wordt voorgesteld als acht maanden geleden geschied te 
zyn. — De druk van het liedboekje kan niet later gesteld worden dan 1738* het Jongste 
jaar waarin Ik tot dusver BinfiXB Bxuuelman, den dmkker van het Lied-boekje vermeld 
vond. r Verzameling van eenige geschriften vervat in het familie-archief van Jhr, Mr. 
D. van AJcerldken, Haarlem, Joh ExncEXDit & Zoxxm, 1889 blz. 108). 



GERHARDUS HAVINOHA EN HET ORGEL IN DE SINT LAURENSKERK TE ALKMAAR. 203 

Een Orgel fraay en schoon, 
Uytmuniende van toon, 
Wiens gelijke, In Christeniijke 
Men nooyt vont. 

Een derde plaats, kond doende van de bekendheid van het orgel, 
is het overigens weinig beteekende bericht in 1725 in het Woorden- 
boek van Van Hoogstraten & Van Nidek *), dat het instrument „alom 
vermaard" noemt. 

Nu bewezen deze citaten wel niet zoo b^'zonder veel, omdat de orgels 
en de publieke orgelbespelingen destijds behoorden tot de plaatselijke 
vermaakl^kheden, waarin de steden onderling elkander de loef trachtten 
af te steken, maar zy krygen toch eenige meerdere beteekenis als Van 
DoMSELAER in 1665 vertelt van het onlangs geplaatste nieuwe orgel in 
de nieuwe kerk te Amsterdam, dat er geen fraaier instrument in 
Nederland is dan dit amsterdamsche '). Ook dit orgel heeft evenals 
het alkmaarsche een front, dat ontworpen is door Jagob van Campen; 
beide orgels moeten destijds dus, daar zij uitwendig overeenkomst met 
elkander hebben, in de schatting van het publiek tegen elkander hebben 
geconcurreerd. En er zijn inderdaad aanwijzingen om tot die concur- 
rentie te besluiten. In de eerste plaats is het alkmaarsche vers in het 
Hoorns lied-boeJ^e doorloopend bedoeld als een verheffing van Alkmaar 
boven Amsterdam ; al wordt het daar niet met zoovele woorden gezegd, 
zoo is de geciteerde strophe kennelijk gedacht als een uiting tegen het 
amsterdamsche nieuwe kerks-orgel. Dit orgel, dat bij dezelfde Van 
Hagerbeer en Duyschots in onderhoud was als het alkmaarsche, was 
slechts drie stemmen grooter ') en Amsterdam liet niet na van dat 
geringe verschil gebruik te maken. „E y a deux merveilleuses Oi-gues, 
dont Ia plus grande surpasse en grandeur & en magnificence toutes 
les autres des Païs-Bas; vous diriez lors qu'elle joue qu'il y aye des 



M Dl. I. Amst 1725. p- 298. 

') «Ten westen boven den ingang is een nytmontend groot nienw Orgel gestelt, wiens 
weerga in kosteiykheydt, in gantsch Kederlandt niet te Tinden is." ([T. vakDomsklaeb] 
Beschryvtnge van Amêterdam. Amst 1665 blz. 68). — Merk op, hoe of hy het gelold van 
het kleine orgel prtfst: «Een ander Orgel, doch ongeluk kleender van ptipen, hoewel 
immers zoo helder van gelajrt, staat ten znyden nevens den ingang van den Dam** (t a. p. 64). 

') Volgens de dispositie in 1774 gedrukt door Hxss. t. a. p. 7. 



204 GERHARDUS HAVLNGHA EN HET ORGEL IN DE SINT LAURENSKERK TE ALKMAAR. 

voix humaines qui fassent leurs accords", schreef Daniel de la Feuille 
in 1701 O, blijkbaar met een terugslag op het alkmaarsche orgel. 
Daar komt nog iets bü, dat indirect tot deze rivaliteit tusschen beide 
orgels kan doen besluiten. Het alkmaarsche instrument had, blijkens 
het hiervoor afgedrukte bestek van 1638 een vox humana. De groning- 
sche organist S. Meijer, die in 1845 vertaalde het bekende orgelhand- 
boek van Seidel en daaraan verschillende opmerkingen toevoegde* 
vertelt'), dat deze stem van nederlandsche uitvinding is en schijnt te 
betoogen, dat zü het eerste voorkomt in het alkmaarsche orgel. Zulks 
kan heel wel waar z^jn omdat Hutgens in 1641 schrijft, dat dit register 
„by onse tyden daerin (nl. in het orgel in het algemeen) is gebracht 
tot verwonderinghe ende voldoening van vele" '). Maar hoe dit zy, ook 
het nieuwe kerksorgel te Amsterdam had dit register en die amster- 
damsche vox humana was bijzonder bekend. De la Feuille sprak, 
hoewel niet ter zake kundig van «voix humaines", en veel later, toen 
het alkmaarsche orgel z\jn vermaardheid verloren had, werd, misschien 
niet zonder Iraditioneele invloeden de amsterdamsche vox humana 
bijzonder geprezen door Hess in 1772*) en 1774 '^j en door Burney 
inl786«). 

Was dan inderdaad het ééne instrument grooter dan het andere, 
het alkmaarsche was zeer zeker hel grootste in Westfriesland. Zoover 
het mogelijk geweest is met de beschikbare gegevens, volgt zulks uit 
onderstaande opgaaf der in 1720 bestaande weslfriesche en waler- 
landsche stadsorgels. 
Enkhuizen. Gommaris Icerk, 3 klav., aang. ped. 23 stemmen ^). 

Pancras „ (in 1890) 2 klav., vrij ped. 21 stem ®). 

Kleine ,, onbekend. 



M Le guide d* Amsterdam. Amsterdam, Danisl de la Fbüills 1701, p. 87. 

*) J. J. BsiDEL. Het orgel en deszelfs zamenatel .... vertaald .... door S. Meueb. 
Qron. 1846, bic. 18, noot 2. 

') Gehrvyck of ongebrvyck van 't orgeU 1641, blz. 45 ; 1659/60, bl2. 41. 

*') J. Hess. Luister van *t orgel. Gouda 1772, blz. 14. 

') J. Hess. Dispositien^ blz. 7. 

•) BüBNST. B^k gestoffeerd verhaal,... vertaald..,. door J, W. Lustig. Gron. 1786, 
blz. 412/3. 

^) Hess. t. a. p. 29. 

") M. BoLTEs in Het Orgel, 1 Mei 1890. 



Mctlerablik. 


Wester 


Hoorn. 


Groole 




Ooster 




Noorder 


Edam. 


Groole 




Kleine 


Purmerend. 




Monnikendam. 


Groote 


Alkmaar 


Kapel 




Laurens 



GEKUARDUS HAVINGHA EN HET OUGEL IN DE SINT LAURENSKERK TE ALKMAAR. 205 

kerk, 2 klav., aang. ped. 14 stemmen O- 

„ onbekend. 
„ onbekend. 
„ 2 klav., aang. ped. 20 stemmen '). 

n 1 n n n 1" w /• 

onbekend. 
„ 2 klav., aang. ped. 17 stemmen O- 

M 1 W lï 1» ° « 

„ 3 „ vrö „40 
Hel was voorzeker een moeilijke laak, die Havingha aanvaarde om 
zvjn kunslprincipen te toonen op een onbruikbaar instrument, dat een 
groolen naam had en toch niet voldeed. Verbetering moet dus implicile 
zü'n streven zu'n geweest. Het kon niet wel anders of hü moest daarbü 
in botsing geraken met de plaatselijk behoudende elementen. Gekomen 
uit de provincie Groningen, begon hü in Alkmaar verstandshalve te 
onderzoeken, hoe en wat zijn ambtsvoorganger gedaan en gedacht had ; 
diens zoon, Eneas Eobertus Veldkamp, de haagsche organist, kwam 
den nieuwen titularis geluk wenschen ^). Eneas Egbertus Veldkamp zal 
waarschijnlijk wel het orgelspelen geleerd hebben van zijn vader Egbert 
Enno en zoodoende door en door op de hoogte geweest zijn van de 
qualiteilen van het alkmaarsche mstrument. Over heel veel meer dan 
over den onvoldoenden windtoevoer schijnt niet gesproken te zijn, 
maar is dat wel het geval geweest, dan moeten noodwendig beide 
organisten in zake orgelbouw-techniek lijnrecht tegen elkander over 
gestaan hebben. De jonge Veldkamp toch kwam uit de, wat ik noem 
hollandsche orgelschool, al was zijn vader een groninger van geboorte, 
die voor zijn alkmaarsch officie dienst had gedaan te Leeuwarden ^). 



') Deze opgaaf by conjectaur. Het orgel Is gebouwd in 1672 (Van 't Kbüts, t. a. p. 74) 
en in 1785 vergroot met een rngposltief (Van dkb Aa, Aardrijkskundig woordenboek 
der Nederlanden, dl. VII, blz. 755); daarom hier de cyfers b\i Vak 't Kbxjtb verminderd 
met die van het ragpositief. 

') Hkss. t. a. p. 44 

*) Hkss. t. a p. 28, 29. 

N Hess. t a. p. 57. 

•) Oorspronk en voortgang. Voorreden blad ♦*♦, recto. 

•) Oorspronk en voortgang ^ blz. 168. 



206 GERHARDUS HAVIN6UA EN HET ORGEL IN DE SINT LAURENSKERK TE ALKMAAR. 

In 's Gravenhage had Veldkamp Jr. een instrument gevonden, dat in 
1629 was opgeleverd door Galtus Germer^), den vader van Geroer 
Galtus, die het alkmaarsche instrument had aangelegd. Daar vader 
en zoon hadden samengewerkt o. a. aan het orgel in de Sint Jan te 
's Hertogenbosch en aan het orgel in de Sint Joris te Amersfoort, zal 
het beginsel der constructie en dispositie van het haagsche instrument 
niet veel anders z^n geweest dan van het alkmaarsche. Een jaar na 
aankomst in Den Haag had Veldkamp zqn instrument laten nazien en 
verbeteren. Deze vergrooting was echter niet afdoende; de kerk kreeg 
in 1769 een geheel nieuw orgel, vervaardigd door G. Stevens te 
*s Gravenhage. Er zou daaruit geconcludeerd kunnen worden, dat 
Veldkamp voorUefde had voor die hollandsche constructie; een zyde- 
lingsche bevestiging kan gevonden worden in het feit, dat hü in Den 
Haag tevens klokkenist was. Het klokkespel aldaar was van Melchior 
DE Haze, denzelfden klokgieter te Antwerpen, die de beide klokke- 
spelen te Alkmaar had geleverd; deze spelen waren uit denzelfden 
tyd en komen zoo ongeveer overeen tnet elkander in de min 
gewenschte qualiteiten. Veldkamp Jr. vond dus voor de bediening van 
zqn officie gelijksoortige en gelykwaardige instrumenten als die, welke 
zyn vader in Alkmaar bediend en waarop hy zelf de practyk der 
muziekkunst geleerd had. De vigeerende alkmaarsche denkbeelden over 
orgelspel, orgelfacluur en carillon-techniek kon hy dus volledig in toe- 
passing brengen in Den Haag, wat omgekeerd voor hem die alkmaarsche 
opvattingen als het ware met een aureool omgaf en hem antipathiek 
deed zyn al dat, wat daartegen indruischte. 

Toen zich dus oppositie openbaarde onder de alkmaarsche burgery 
tegen de maatregelen van den Magistraat in zake het orgel, was Veldkamp 
de aangewezen persoon by wien de oppositie om inlichtmgen aanklopte 
en die zyns ondanks de deskundige zou zyn, die z\jn lechnisch-artistieke 
denW)eelden uitspeelde tegen die van Havtngha. 

Het onverwachte bezoek, dal Havingha van Veldkamp kreeg, moet 
den eerste dus niet onwelkom geweest zijn; met hem toch zou hö in 
de eerste plaats denkelijk wel rekening hebben te houden en de toe- 



1) P. VAK DEN Brandkueb. Dc gvootc of St. Jacobskerk te '8 Gravenhage. 's Gravenh. 
1898, blz. 31. Ten onrechte wordt bU daar genoemd Galtus : 



GERHARÜUS HA VINGHA EN HET ORGEL IN DE SINT LAÜRENSKERK TE ALKMAAR. 207 

komst gaf hem gel^k. De eenstemmigheid, die tusschen beide organisten 
heerschte over den onvoldoenden windtoevoer, gaf aan Havingha dus 
meer steun pogingen in het werk te stellen tot het verkrijgen van wat 
hij wilde, dan misschien in gewone omstandigheden het geval zou zijn 
geweest; en onmogelijk is het niet, dat hij — wat in zijn voordeel was — 
toen reeds vernomen heeft, dat indertijd zijn ambtsvoorganger Veldkamp Sr. 
reeds met den orgelmaker Matthias Verhofstad geconfereerd had over 
den gebrekkigen toestand van het orgel '). 

Hü begon met aan burgemeesteren voor te stellen een herstel van 
ouderdomsgebreken en verbetering van enkele kleinigheden ') nl. 1^ 
winddicht maken van balgen, kanalen en windladen, het op spraak 
brengen van stomme püpen en het gemakkelijk doen loopen der 
registers ; en 2*^. het vernieuwen van den pedaal- en van den manuaal- 
koppel, het maken van een koppel tusschen tweede en derde manuaal, 
het aanbrengen van afsluitingen voor de manualen, het vervangen der 
blikken corpora door metalen ') bij de bazuin 16 midden, trompet 8 
onder en trompet 8 boven, het vernieuwen der mondstukken en tongen 
der trompetten en der tongen van de bazuin, het maken van een lade 
voor deze bazuin en het maken van een of twee zachtslaande tremu- 
lanten. Bovendien meende hij het gewenscht dat het orgel zou gestemd 
worden in „reine harmonie", waarop hier reeds de bijzondere aandacht 
gevestigd wordt, omdat dit één der voornaamste struikelblokken zou 
blijken te zijn. Over verandering van regeerwerk, behoudens die welke 
zou voortvloeien uit de verplaatsing van de bazuin, repte hij niet; 
evenmin over wijziging in de dispositie. 



*) Vgl. Oorspronk en voortgang. Voorreden, blad *•♦ recto. — De bespreking moet 
plaats gehad hebben in 1716, toen Veldkamp mede keurmeester was van het door 
Vbbhofbtad herstelde orgel in de Groot« kerk te Edam (Hess t a. p. 28) of in 1718 
toen htj een geiyke opdracht Termlde Toor het nienwe orgeli;Je in de kleine kerk aldaar, 
eveneens van Vebhofstad (Hess t a. p. 29). 

') Oorspronk en voortgang, bbs. 198—196. 

*) Onder metaal wordt in de orgelfactnur verstaan een alliage van lood en tin, onder- 
scheiden naar den aard der pUpen, de inzichten van den orgelbonwer en de beschikbare 
geldmiddelen. In het contract voor het orgel in de oude kerk te Amsterdam (1724) was 
voorgeschreven 1000 pond lood en 800 pond tin m. a.w. 6 : l'/i; voor het haarlemsche 
orgel ^1736) werd de verhonding bepaald op 100 pond lood en 40 pond engelsch tin 
m. a. w. 5 : 2'/i (Alla». Geschiedenis en beschrijving van Haarlem. Haarl. 1888. Dl. IIi, 
blz. 383). 



208 GEHHARDUS HAVINGHA EN HET ORGEL IN DE SINT L AURENSKERK TE ALKMAAR. 

Dat deze voorslagen feitelijk lapmiddelen waren om het instrument, 
zoo goed en zoo kwaad als het zou gaan, bruikbaar te houden, is klaar. 

In een tweede voorstel wees Havingha den Magistraat op de wezen- 
lijke fouten, zoo in dispositie als aanleg O- 

Burgemeesteren zwichtten voor de nader mondeling toegelichte voor- 
stellen en besloten Havingha's wenschen in alle deelen in te willigen'), 
d.w. z. tot het bouwen van een geheel nieuw orgel in de bestaande 
orgelschrijn en in dat nieuwe instrument te gebruiken wat van het 
oude bruikbaar zou blijken. Het waren alleen die registers, welke pasten 
in de geheel nieuw ontworpen dispositie. 

De alkmaar sche Magistraat deed dus met haar orgel ongeveer het- 
zelfde wat te Amsterdam met het groote orgel m de oude kerk zou 
gebeuren. Aan dat orgel, gebouwd in 1540, was herhaaldelijk gewerkt 
en veranderd: in 1567'), in 1659 en 1669 door Jacobüs Galtus van 
Hagerbeer^), in 1686 door Apolonius Bosch en Gerrit van Giessen, 
en in 1700 opnieuw door den laatste alleen. In 1724 (27 mei) werd 
een nieuw aanbesteed aan Ghristian Vater, orgelmaker te Hannover, 
dat twee jaar later gekeurd werd door Quirinus van Blanckenburg, uit 
Den Haag, Jan Jacob de Graaf, organist van de nieuwe- en Evert 
Haverkamp, organist van de oude kerk *), beiden te Amsterdam. 

De groote verandering van het alkmaarsche orgel in 1685 was gedaan 
door Roelof Barents Düyschot en zijn zoon Johannes Düyschot *). De 
laatste had in 1704 opnieuw aan het orgel gewerkt, waarbij de Magistraat 
geadviseerd was geworden door Sybrand van Noordt, organist van de 



') Oorspronk en voortgang, bbs. 193—202. 

') Oorspronk en voortgang^ blx. 201. 

') HsM. t. ft. p. bis. 6. 

^) Amêterdam in de zeventiende eeuw. Afd. Muziekleven door D. F. Schkububbb, 
blz. 108 en £d. tak Bibma in Oud-Holland XXrV 1906/7 blz. 190. 

*) Volgens de acte van opneming in het sted. archief van Amsterdam. — In Amaterdam 
in de zeventiende eeuw, Atd. Sohsububeb Muziekleven, blz. 86 staat tot 1728 vermeld 
als organist van de oude kerk Nic. de Kohino. Voor dat Jaar wordt Havbbkamp genoemd 
als organist in de Inthersche onde kerk en carillonenr van den oude kerkstoren 
(Hbss. t. a. p. 11, 86). Er moet dos uit geoonoladeerd worden, dat in 1723 Ds Eokino 
door Hatbbkamp is opgevolgd en dat dese dadeiyk de vemienwing van het onde kerks- 
orgel heeft aanhangig gemaakt VgL Tydachrift v. Muziekgeschiedenis. Dl. I (1886) bis. 46. 

•) Oorspronk en voortgang^ blz. 168. 



GERHARDUS HAVINGHA EN HET ORGEL IN DE SINT LAURENSKERK TE ALKMAAR. 9G9 

oude kerk te Amsterdam O- Zulks lag in de reden. Aangelegd door 
Levyn Eekmans was de bouw voortgezet door Germer Galtus en voltooid 
door diens neef Jacobus Galtus van Hagerbeer. Een Roelof Barents 
was in 1659 knecht by Van Hagerbeer ') en in hem te zien denzelfde 
als Roelof Barents Duyschot ligt voor de hand. Duysghot zal dus wel 
de orgelmaker^)' van Van Hagerbeer hebben voortgezet en als zoodanig 
het alkmaarsche instrument in stemming en onderhoud gekregen hebbeo. 
Het jaar, waarin deze overgang geschiedde, is niet met nauwkeurigheid 
te bepalen. In 1664 wordt Roelof Barents Dutsghot reeds als zelf- 
standig orgelmaker genoemd, toen door hem het kleine orgel in de 
nieuwe kerk te Amsterdam werd verbeterd'); Van Hagerbeer daaren- 
tegen contracteerde nog in 1669 over reparatie van het groote orgel in de 
oude kerk aldaar, maar overleed in het volgend jaar, z^'n weduwe 
Maria van Gampen de zaken niet voortzettende^). Waarschjjnlijk lykt het 
mü toe, dat eenige jaren voor Van Hagerbeer's dood, Duyschot zich 
voor eigen rekening gevestigd heeft en dat bü het overladen van den 
eerste de clientèle toen overging op den laatste. Ik zie er vooralsnog 
geen bezwaar in te veronderstellen, dat de orgelmaker^] die Galtus 
Germer in het eerste kwartaal der zeventiende eeuw reeds dreef, 
waarin hy werd opgevolgd door Germer Galtus en Jacobus van 
Hagerbeer (f 1670), voorgangster is van die van Roelof Barents 
DuvscHOT en later van diens zoon Johannes Duyschot. 

Tot 1722 is Johannes Duyschot te vervolgen, in welk jaar hg leverde 
een orgel van slechts vgf stemmen in de r. k. kerk op het Begijnhof 
te Delft *), welk werkje zeer superieure qualiteiten had. Duyschot was 
toen 76 jaar °). De veronderstelling is niet gewaagd, dat hg omstreeks 
dat jaar overleden is of zgn zaak aan kant gedaan heeft. Het schijnt 



M t a. p. p. 169. 

') Bekening betreffende het orgel der oade kerk te Amsterdam (Oemeente-archiof van 
Amsterdam). 

*) HX88. t. a. p. 8. 

^) Yah BmcA in Oud Holland XXIY 1906/^ blz. 191. Was deze ICabia vau Oampek een 
familielid (zuster?) Tan Jacob vait Oampxn en zoa aldus verklaard kannen worden dat 
Vau Oampkn tweemaal een £ront ontwierp Toor een orgel van Vau Haoebbzeb? 

*) Hkss. Disposilien. Veroolg, blz. 18. 

*) Bakens zyn insohryylng in het leidsche Album atudiosorum op 17 febr. 1711. 
(Bouwateenen III, 4). 



210 GERHARDUS HAVINGHA EN HET ORGEL IN DE SINT LAURENSKERK TE ALKMAAR. 

mü toe, dat zyn affaire niet door een ander is voortgezet; althans het 
komt mü voorshands niet waarschüniyk voor, in weerwil dat er gegevens 
z^n, welke er voor spreken, dat de amsterdamsche orgelmaker Wichleben, 
wiens vroegst bekende werk is het orgel in de walsche kerk te Utrecht 
van 1729 *), zyn opvolger is geweest 

Bfaar hoe dit zij, ik meen het als zeker dat op het oogenblik (1723) 
dat Havinoha bü zün Magistraat een vernieuwing van zijn instrument voor- 
stelde, de orgelfirma, die het instrument bijkans van den beginne af aan 
in en onder handen had gehad, door overlijden of door staking eindigde^ 

Er moest dus omgezien worden naar een andere firma en het schijnt, 
dat de toenmalige orgelmakers in Holland van niet veel beteekenis 
waren. Waarom zou het amsterdamsche Bestuur anders aan een 
orgelbouwer in Hannover de opdracht gegeven hebben voor hun 
oude-kerksorgel? 

Hollandsche orgelbouwers waren de Van Giessens, waarvan Hendrik 
22 Mei 1740 te Haarlem begraven werd. Diens vader Gerrit had in 
16S5 en 1700 gewerkt aan het orgel in de oude kerk te Amsterdam 
en in 1707 het nieuw gemaakte orgel in de walsche kerk te Rotterdam 
gekeurd; hij zelf leverde in 1723 een orgeltje in de kerk der oud- 
roomsch klerezy te Hilversum; 

Jan Harmens te Berlicum, die in 1719 en 1720 orgels gesteld had te 
Oosterbierum en te Wynaam; 

Matthias Verhofstad — hij woonde meen ik te Arnhem *) of te 
Deventer ') — die kleine en middelsoort werken geleverd had te Edam 
(1718), Gulemborg (1719) en Zalt-Bommel (1723) *) en 

Wighleben, de juistheid der hiervoor gemaakte veronderstelling aan- 
vaardende. 

Geen dezer bouwers kon in aanmerking komen voor het werk, dat 



'j HXSB. t. A. p. 72. 

*) Vgl. H. D. J. vak Schbyichaykm. De St, Stephenakerk te Nijmegen. Nymegen 1900, 
biz. 113. 

') Vgl. m|jn bericht in Caecilia 1908 bIz. 17, dat ik gaf. steunende op gegevens afgedrukt 
door dr. Epkxma in Gelre Bijdragen en mededeeHngen, dl. X. Amh. 1907, blz. 136 vlg. 

^) Hkss (t. a. p. 16) geeft den maker van het orgel te Bommel den voornaam Fstbub. 
Ik meen dit oi^aist, omdat dit de eenige plaats is waar een Pktbus Vebhofstad genoemd 
wordt en Matthlas zoowel voor als na den boa\r van het bommeler instrument genoemd 
wordt. 



GERH ARDUS H AVINGH A EN HET ORGEL IN DE SINT L AURENSKERK TE ALKMAAR. 2 1 1 

de alkmaarsche regeering wenschte. Van Giessen doet m^ denken aan 
een niet ongeschikt reparateur, die kleine werkjes zelfstandig kon 
maken, maar voor groot werk onbruikbaar was ; Jan Harmens Ijjkt m^j 
geweest te zyn een vr^ bekwamen orgelmaker, maar meer niet; 
Wicm.EBEN*s probiteit in de orgel{actuur schjjnt niet buiten bedenking 
te zijn geweest *); Verhofstad was, wel is waar, een deugdelijk bouwer, 
maar hü werkte, voorzoover de ten dienste zjjnde gegevens een oordeel 
toelaten, in ouderwetschen, om niet te zeggen verouderden trant en 
was daarom niet aangewezen voor het beoogde doel; bovendien had 
Veldkamp hem vroeger reeds uitgenoodigd zijn oordeel uit te spreken 
over het alkmaarsche orgel, wat voorzeker wel niet gestrekt zal hebben 
hem bü Havinoha een persona grata te doen zjjn. 

Nog waren in Holland twee orgelmakers aan wien het maken van 
het nieuwe instrument ten volle toevertrouwd zou zijn; Jean Moreau 
te Rotterdam en Ghristiaan Muller te Amsterdam. Beiden zouden 
echter nog moeten toonen, wat zij konden, de eerste met het groote 
orgel te Gouda van 1733 tot 1736, de laatste met het orgel te Haarlem 
van 1735 tot 1738 gebouwd. Vóór 1723 vind ik als arbeid van Moreau 
slechts vermeld een verplaatsing van het kleine of koororgel uit de 
Sint Laurens naar de nieuwe- of oosterkerk te Rotterdam (1721)*) en 
een reparatie aan het orgel te Brielle (1722) \ en van Muller een 
vergrooting van het orgel in de luthersche nieuwe kerk te Amsterdam 
(1720) *) en een herstelling van het groote orgel in de Sint Jan te 



') Hs88 geeft hem (t a. p. 72) het epitheton «vermaard", maar heeft (t a. p. 32) aan- 
merkingen op syn handelwUs Jegens de kerkeraadsleden der InUiersche gemeente 
Qonda. 

') Habtw Boltbs in Het Orgel, 1 Mrt 1887. 

') Hun. t. a. p. 19. — Hxn en Boltxs geven beiden aan Hobxaü de voorletter F; het 
register op Hess en Knock kent kent alleen een Jean Mobxaü, terwt|l de Bouwateenen 
(II, 44) in deze periode slechts een Jaoquss Fsak^is Morxaü noemt. Voorshands meen 
ik, dat de bewnste orgelbouwer uit circa 1718 tot drca 1766 Jkah Morxaü heette. 

^) Hkss. t a. p. 11. — Dit orgel was gebouwd van 1716— 1719 door CoBNBLisHooBKBKUc, 
die in 1718 gewerkt heeft aan het groote orgel in Den Bosch (Hxas. t. a. p. 44). Daar 
na 1719 HooxtRBXxx niet meer genoemd wordt, Mullxb een paar Jaar later eveneens 
werkt aan bet orgel te 's Hertogenbosoh — zie de volgende noot — en ztfn vergrooting 
van het luthersche orgel te Amsterdam beschouwd kan worden als behoorende tot het 
oorspronkelijke ontwerp, gis ik dat Ohbibtiaan Mtjllsb in of kort voor 1720 de orgel- 
makery van Hoobnbxkk heeft voortgezet of overgenomen. 



m GERHARBUS HAVINGHA EN HET ORGEL IM DE SINT LAURENSKCRK TE ALKMAAR. 

's Hertogenbosch '). Beider werken waren bügevolg nog niet van dien 
aard geweest, dat destijds reeds de aandacht op hen gevestigd zou zün 
geweest als eerste rangs krachten. 

Havingha — want in hem zie ik de technische drijfkracht — wist 
raad. Zijn vader Petrus was organist%aan de Martinikerk te Groningen *) ; 
van hem had hij vijf jaar lang onderricht gehad op het orgel ') en 
waarschijnlijk ook wel in het carillonneeren. Toen hü echter sollici- 
teerde naar de alkmaarsche organislplaats in den zomer van 17^ was 
hij organist te Appingadam. Bijzonderheden over hel orgel dat hij daar 
bespeelde, heb ik niet gevonden. Knook ^) vermeldt in 1788, dat het 
destijds bestaande instrument gemaakt is door Hinsch, d. i. dus na 
1729, in welk jaar deze als zelfstandig orgelmaker in Groningen optreedt. 
Havingha heeft dus een ouder instrument bediend, waaromtrent ik 
k priori niet aanneem, dat het veel goede qualiteiten gehad zal hebben. 
Maar hoe dit zij, Havingha had in Stad en Lande veelvuldig gelegenheid 
om van nabij kennis te maken met de jonge duitsche orgelfactuur, 
zooals deze beoefend werd door Arp Schnitger te Hamburg. Want 
talrijk zijn de orgels, welke door hem in de stad en provincie Groningen 
en in Friesland geplaatst tusschen 1684 en 1720, het jaar van zijn 
overlijden '•). En onder de orgels door hem in Duitschland gebouwd 
waren zeer groote instrumenten. Genoemd zij o. a. Hamburg (Nicolai- 
kerk 1686, 67 si., 4 kl. v. p, met open preslant 32 in front; 5 Mei 1842 
verbrand) «), Bremen (Dom 1698, 50 sf., 3 kl. v. p) '), Magdeburg 1700 
(62 st., 3 kl. V. p.) «) en Frankfort a/d. Oder (Si. Marie 1715-1720, 
45 st., 3 kl. V. p) '). 

In de stad Groningen alleen maakte hij orgels voor de Aakerk 

') J. o. A. HxzxNXAifs. t. a. p. 268. 

*) Wanneer Pbtbüs Havxhoha daar organist werd, biykt niet, evenmin tot wanneer. 
In Angostas 1726 was hy het nog COorspronk en voortgany^ blz. 216); drie jaar later 
volgde Jacob Wilhelm Lustig hem op. 

') Oorspronk en voorUjang^ blz. 96. 

") DiêpoBitien, blz. 41. 

*) Hess. t. a. p. 122. 

*) Hias. t a. p. 117. 

') Hxss. t. a. p. 92. H. Böckei.eb {Beschreibung der neuen Orgel im Kurhaussaale 
zn Aachen. Aachen 1876 S. 69) noemt 1690 als het jaar van den bouw. 

■) BócKEiJEB. a. a. O. 70. 

') Hxss. t. a. p. 106. 



GERHARDUS HA ViNGiU EN H£t ORGEL tN Dfi SINT LAURENSKERK TE ALKMAAR. 21 3 

(1694—1697), hel Collegium musicum (1695) O, de luthersche kerk 
(1699) ') en de academiekerk (1702) ^), en herstelde hy het orgel in de 
Pelstergaslhuiskerk (1692) *) en in de Martini (1691) *). ScHwrroER ver- 
beterde de orgelbouwtechniek. Reeds vry vroeg, nog vóór 1700, moet 
hij de gelijkzwevende temperatuur in practyk gebracht hebben; betere 
windverdeeling door toepassing van het hoofdkanaal wordt hem toe- 
geschreven; vergis ik m^j niet, dan is hij de eerste geweest die de 
sleepen, welke totdusver tegen elkander liepen, van elkaar gescheiden 
heeft door dammen; de oudste houten püpen in Nederland, die ik 
documenleel vond, slaan op zijn naam ^). 

In die richting werd na zijn overlijden voortgegaan door zjjn zoon 
Franz Gaspar. Op advies van den organist der Nicolaikerk te Hamburg 
was door den zwolschen Magistraat in 1719 of 1720 met Arp ScHNraoER 
gecontracteerd een nieuw orgel te bouwen in de St Michielskerk te 
Zwolle •). ScHNiTGER sticrf heel spoedig en het werk werd voortgezet 
door zijn zonen Johann Georg en Franz Gaspar. Het komt mü voor, 
dat de laatste meer dan zijn broeder aan het zwolsche orgel gewerkt 
heeft en aansprakelijk gesteld mag worden voor de richtige uitvoering 
van het door hun vader aangegane contract In ieder geval is dit orgel 
in schnitgersche methode en die methode kon Havingha met vol ver- 
trouwen aanbevelen, omdat hü van nabü er mede bekend was. 

Nu onder de hollandsche orgelmakei*s er geen was, aan wien met 
goed gevolg de renovatie van het alkmaarsche instrument kon worden 
opgedragen, viel de keus op Franz Gaspar Schnitger en Havingha 
werd door zijn Magistraat de opdracht gegeven zich in verbinding te 
stellen met den orgelmaker van het zwolsche orgel '). Een bestek werd 



') Gbxoozb. Hiêtorique de la facture et des facteurs d'orgue. Anven 1865 p. 166. 

') Gbzoozb. L o. 110. 11». 

') Kmocx. t. a. p. 60. 

") Hxaa. t a. p. 89. 

') De vier grootste praeatant p^pen 32 in de Martinikerk te Oronlngen 1691 (Hbm 
t a. p. 89). De houten pijpenfactuor schynt te dateeren uit 1612, toen Esaiab Oompkhius 
in Hessen plaatste een «hölzem Orgelwerk". (Pbaxtobitts. Syntagma 1618 II. Nener 
Abdrnck 1884. 8. 64, 321). 

•) J. C. VAH Apsldoobm. Het orgel in de Groote of St. Michielskerk te Zwolle. Zwolle 
(1896) bis. 16. 

') Oorspronk en voortgangt blr. 201. 

vm. 16 



214 GERHAR01JS HATI56BA E3r HET ORGEL 15 DC SCIT LACRESCSKERK TE ALKMAAR. 

opgemaakt en 7 mei 1723 door Frarz Gaspar Schsttger geleekend, 
Tolgens hetwelk een gebed nieuw orgel gebouwd zoa worden *) in de 
bestaande schrgn en waarbg de bruikbare registers uit het oude in 
het nieuwe zouden orergaan. 

Toen begonnen de moeielQkheden. 

BehalTe een dagelijksche orgelbespeling en bet dagelijksch cariDon- 
neeren *) behoorde tot het officie Tan den stadsorganist Tolgens instructie 
het artistiek bestuur van het muziek-college. Van dit stedelijk muziek- 
college kunnen wg ons slechts een schemerachtige Toorstelling Torraen. 
Bekend is, dat de alkmaarsche regeering een lokaal in het Huisarmen- 
huis beschikbaar stelde, waar de leden Tan het college, uitsluitend 
liefhebbers, onder leiding en bestier van den stadsorganist der St Laurens 
muziek maakten; dat uit de stedelgke kas bovendiec nog subsidie genoten 
werd, is waarschgnlgk in analogie met hetgeen te Utrecht geschiedde 
sedert 1689^). Het muziek-college te Alkmaar was in Terral geraakt; 
Havingha's voorganger was voor een dergelgke betrekking, die groote 
mate van tact en veel menschenkennis vereischt, blgkbaar niet geschikt 
geweest. In hel Register der klokkedeunen van Alkmaar lees ik : ,Den 
23<^ van grasmaand [1722] is Egbert Enno Veldkamp, alias dronke Ebbe, 



') Afgedrukt in Oorsprank en voortgang^ blz. 302. — Ijakemax xegt, dftt Fkaxz Caspab 
èn JoHAXif Gbobo Scbititobb bet orgel gebouwd hebben (t. a. p. 316, 217). 

') Zolks biykt, Toorzoover het de orgelbespelingen betreft, nit hetgeen gezegd wordt 
In de Tegenwoordige ttcMt, Dl. Y. Stnk 2. Amst 1744. blz. 889, de Instmctie van Hatoioha 
(1681) te loor gegaan z^nde: 

«De Kerk is met een zeer konstig en welluidend Orgel versierd; 't welk in den Jaere 
1645, voltooid werd. Aan de Noordzyde van 't Koor is nog een klein Orgel, 't welk, in 
den Jaare 1611 werdt gemaakt. Op het eerstgemeld Orgel, wordt dagelyks, van elf tot 
twaalf naren, gespeeld. Ken heeft het, nog onlangs met groote kosten, merkelyk verbeterd." 

In 1768 kreeg Havütoha's opvolger een nienwe instructie, waarin werd voorgeschreven 
eiken vrijdag een orgelbespeling van elf tot twaalf uur en vr(}dags en zaterdags carll- 
lonneeren van half negen tot half tien. 

') J. C. M. VAN BiKxsDUK. Het stads-muziekcoUege te Utrecht. Utr. 1881, blz. 6. ~ Ook 
op andere plaatsen was een dergeiyke toestand. In de Instructie voor den organist en 
klockeniêt binnen Boemel, 19 September 1782 gearresteerd, luidt art 12: «EyndelQk zal 
hy ook gehouden zyn eens ter week zonder eenige ontgeltenis waar te neemen het 
Husiecq-coUegie, waartoe hem ordres zullen worden gegeven door den Magistraat dezer 
stad". De instructie is medegedeeld door dr. E. Epxsica in Gelre. Bijdragen en mede- 
deelingen. Dl. EL Arnhem 1906, blz. 287. 



GERHARDUS HAVINOHA EN HET OROEL IN DE SINT LAURENSKERK TE ALKMAAR. 21 5 

fries van geboorte *), hebbende den geheelen voorleden winter met een 
swak lichaam gaan kwenen, veroorzaakt door zijn veelvuldig gebruik 
van sterken drank, namiddag ten drie uren seer onverwacht overleden, 
en den 278*«i» ter aarde gebracht." 

Die persoonlijke minderwaardigheid kan zeker geen gunstigen invloed 
gehad hebben op het college, maar ook waren in hel einde der zeven- 
tiende eeuw de factische toestanden voor de practische muziekbeoefening 
geheel anders geworden; het materieele en formeele in de muziek, 
instrumenten, toonmateriaal, samenspel, compositietrant, vormenleer, 
alles was sedert circa 1670 gewijzigd. De jongere generatie, die uit 
liefhebberij de muziek beoefende, zou zich niet aanstonds vertrouwd 



kunnen maken met de techniek dier jonge kunst ; als noodwendig gevolg 
moest dus het aantal dilettanten verminderen en moesten daarmede 
de stedelijke muziek-colleges in verval geraken. Evenals in Utrecht, 
waai" in 1721 dat verval officieel erkend werd ^), was de toestand dus 
in Alkmaar. De alkmaarsche elementen, die zulks betreurden — met 
name worden genoemd dr. Wandelaar en Jan Berkhout ') — hoopten, 
dat het den nieuwen titularis gegeven mocht zijn het college wederom 
tot bloei te brengen. 

Het is duidelijk, dat Havingha daarbij op groote moeieliikheden 
moest stuiten ; de evolutie der muziekkunst had te weeg gebracht, dat 
bruikbare muziekbeoefenaars schaars te vinden waren en, wat hiervóór 
uiteengezet is, zich niet kunnende vereenigen met de plaatselijk-provin- 
ciale opvattingen zjjner voorgangers, kon het niet wel anders of er 
moest zich in den boezem der collegianten oppositie vertoonen, die 
eerlang tot scheuring overging. 

Die tegenpartij had een gemakkelijk te hanteeren wapen: Havingha 
vernielde het groote orgel, Alkmaar^s roem en Alkmaar*s trots. Er 
kwamen allerlei klachten in bij Burgemeesteren : hij vervulde den dienst 
der orgelbespelingen niet naar behooren ; hij onttrok zich aan de leiding 



•) HATnvoHA fOorapronk en voortgang» blz. 168) zegt, dat hy was «Oronlngerlander van 
de Leek". 

') Van Bnufsoxjx. t a. p. 6. 

'j Memorie van Havingha aan Bargemeesteren van Alkmaar i. d. sept 1726 (Oemeente- 
archief van Alkmaar). Afschrift p. 4. 



216 GERHARDUS HAVINOHA EN HET ORGEL IN DE SINT LAURENSKERK TE ALKHAAA. 

van het collegium; scheldwoorden als oproermaker en vredestoorder kreeg 
hy te hooren enz. enz. Of en in hoeverre Havingha zich tactvol gedragen 
heeft, is niet meer vast te stellen, maar zeker is het, dat het verwet 
het orgel te vernielen ongegrond was. Het was b^j de aanvaarding van 
zyn officie tot onherstelbaar toe bedorven en — juist een verbetering van 
het orgel was ook van andere zijde wenschelijk geacht na het overlyden 
van Veldkamp. Ik put die wetenschap uit een schreven, dat eenige dagen 
na de benoeming van Havingha door Quirinus van Blangkenburg, den 
bekenden organist van de nieuwe kerk te 's Gravenhage, aan een 
Burgemeester van Alkmaar gericht werd en dat ik belangrijk genoeg 
acht hier in extenso mede te deelen. 

Edele Groot Achtbare Heer. 

«Uwe Edele Groot Achtbaarheid heeft mij, alhier sijnde, met so vele 
gratie ontfangeu dat ik niet twijfTele of mijn tegenwoordig berigt sal 
niet onaangenaam wesen, te meer, also ik oordeele van mijn plicht te 
sijn UE. Ed. Gr. A^. eenige consideratien, ten besten van desselfs uit- 
muntenden orgel, mede te deelen. 

«Mü is verhaelt dat den organist is aangestelt, mids de verbeteringe 
van den orgel te besorgen. 

»Ik moet de vrijheid nemen UEd. Gr. A. te erinneren dat eertijds 
desen orgel heeft gehad een qualiteit waarin deselve alle andere over- 
trof, bestaande in H wegnemen van sekere valsheid die men in sommige 
gevallen anders onvermijdelik moet rancontreren ; H welk geschiede 
door eenige weinige meerder tonen of klanken die daar inne met veel 
beleid waren gemaakt ^). Seker organist, daar inne onbedreven, heeft 
om sijn onkunde te hulp te komen, de stad geabuseert, en dese vol- 
maaktheid, door een kleine verandering in \ handclavier tot sijn gemak, 
doen stilstaen, waar van dan eindehk de pijpen die daar toe dienden, 
als verloren schapen sijn afgedwaalt. Te Haarlem is t gebeurt na dat 
den organist Van Noort ^) gecasseerd was, dat sijn successeur de gunst 
heeft welen te winnen om den orgel te mogen verbeteren, maar hij 



') Verder op wordt deze pMsos nader door my verklaard. 

') Stbband tax Noobdt was organist te Haarlem van 1692 tot 1696; zQn opvolger tot 
1702 was DiBCK vah Nbok; Van Noordt adviseerde in 1703 over het alkmaarsche orgel 
COorspronk en voortgmig, bUs. 169). 



OERHARDUS HAVINOHA EN HET ORGEL IN DE SINT LAURENSKERK TE ALKMAAR. 217 

maakte werk zonder einde, daar de Stad, soo ten opsi^e van *t instrument 
als van de kosten, so veel nadeel bq had, dat het de moeite waard is 
zulks bü occasie te bevragen. T' Amsterdam in de fransche kerk is 
mede aan een organist de melioratie van den orgel aanbetrout geweest, 
maer met quade gevolgen. En in 's Hertogenbos is nog een vers exempel. 
Den Haag is zelf niet vrü geweest. All' het welke, zo men genegen is 
sulks t' ondersoeken, klaar sal aantoonen, wat soorte van omsigtigheid 
omtrent de orgelen dient gebruikt, waar van ik tot dienst van de stad 
en 't welvaren van die schoonen orgel, met ootmoedig respect de 
vrijheid neme dit te seggen dat m\j dunkt dan den tegenwoordigen 
staat van 't instrument behoort te werden wel geexauiineert, en dat 
daar op tot geen verbeteringe worde geconcludeert als bg contracte en 
volgens precjjs bestek, 't Welk dan met applaudissement volbragt sijnde, 
als een gedaan werk mag werden te boek gestelt, zonder nasleep daar 
van te hebben. 

«Aangaande onse sollicitatie resteert niets meer te versoecken. Dient 
alleenlik dat het wel plag een costuum te syn een sollicitant, wanneer 
hij had uitgemunt, op het declineren van sijn versoek met een kleine 
gratificatie voor sjjn reis en teerkosten te remunereren. So UE. Gr. A. 
deselve gratie ook aan onsen blinden O (die de reise met sijn tween 
heeft moeten doen) geliefde te accorderen, het soude een goed werk 
sijn. Hebbende de konst van mü, door een pieus officie, ontfangen, so 
ben ik ook verder genegen gunste voor hem te versoecken. 

«Waar mede blyve Edele Groot Achtbare Heer 

Uwe Edele Groot Achlbaarheids 
seer ootmoedige en onderdanige 

»Hage, dienaar 

den 22 Septemb. 1722. Van Blanckenbürg." 

Maar nog iets anders blijkt uit dezen brief. «Den Haag is zelf niet 
vry geweest", schryft h\j. De bcteekenis van dezen passus is niet 
duidelijk, maar zooveel blijkt wel, dat naar Van Blanckenburg's meening 
de jonge Veldkamp te kort geschoten was bü de vergrooting van het 
orgel in de groote kerk te 's Gravenhage in 1719. Een bijzonder belang 



') Wie deze blinde organist, leerling yan Yan Blanoxbkbubo, was, biykt niet Potholt 
was het niet, daar dese eerst vier Jaar later geboren werd. 



21 8 GERHARDUS HAVINGHA EN HET ORGEL ÏN DE SINT LAURENSKERK TE ALKMAAR. 

krygt die mcdedeeling nu zji gericht was aan een lid der regeering van 
Alkmaar, waar Veldkamp toch waarlgk geen onbekende was. Indien 
daarbg overwogen wordt, welk verschil van inzichten verondersteld 
kan worden bestaan te hebben tusschen Havingha en Veldkamp, dan 
zou daaruit reeds geconcludeerd kunnen worden, dat Havingha en 
Van Blanckenburg veel meer eenzelfde opvatting waren toegedaan. 

Het is echter niet gebleken, dat Van Blanckenburg zich direct of 
indirect in dezen stedelijken muziekstr^jd gemengd heeft. 

De tegenstanders van Havingha schijnen gezocht te moeten worden 
onder den winkelierstand en — onder de doopsgezinden. Ik concludeer 
zulks uit de volgende passages in een Memorie, die hü tot zijn verde- 
diging by Burgemeesteren in september 1725 indiende en met gepaste 
eigenwaarde onderteekende «organist en componist", en ik word daarbü 
gesteund in mijn meening, dat dogmatische disputen hun invloed deden 
gelden in het een halve eeuw later geschreven woord van Lustig, den groning- 
schen organist, die hem gekend en die zijn vader in zijn bediening had 
opgevolgd, dat hij een soort van candidaat in de theologie was O : 

„Indien ik regl uit mag spreeken, Wel Ed. Gr. Achtbr. Heeren, waarom 
is het collegium gescheiden, gescheurd en tot hiertoe vernietigd, ik 
geloov dat ze daarvan voor Uw Ed. Gr. Achtbr. geen een woord zullen 
gemeld hebben. 

„Waarom is het verzegde door haar bij Uw Ed. Gr. Achtbr. om de 
eerste maandag in de maand op het orgel te speelen, door haar ver- 
nietigd, en geheel en al weg gelaaten en dit alles op mijne schouderen 
te leggen, denkende dat ik hier een vreemdeling zijnde, als een haas 
onder veel honden ligtelijk te doden was, zonder dat ze beschouwden 
in deezen allen dat ze Uw Ed. Gr. Achtbr. zelve quamen te schok- 
keeren, dus zoeken de mennisten met mij te speelen gelijk de armi- 
nianen voor ruim hondert jaeren met mijn moeders oude oom ter 
deezer selver stad gespeeld hebben. 

„In het jaar 1724 heb ik haar gevraagt, ter presentie van 2 hceren 
of die somervacanlie (onder welk voorwendsel zij het Collegium 
scheurden) nu haast uit was en of wij met het Collegium musicum 
in 't Huisarmenhuis ook wederom een begin zouden maaken! 

*) Zie de plaats hierachter aangehaald. 



OERHARDUS HAVINGHA EN HET ORGEL IN DE SINT LAURENSKERK TE ALKMAAR. 1219 

;,Den eenen had het te drok met bakken, den anderen konde het 
niet beleggen van z^jn verwen, 't was haar zoo veel schaadc &c, den 
3den zeide dat hg er nooit wederomme in wilde enss." 

Bij meer ontwikkelden had hg echter moreelen steun, in het bijzonder 
bij den conrector der latijnsche school, Gerardus Kempher. Kempher kon 
in deze met autoriteit optreden. Zijn vader Jan Gerritss., een hoornaar 
van geboorte, was eerst organist geweest te Monnikendam, van 1678 
tot 1691 te Kampen en had sedert tot zijn overlijden in 1701 als organist 
van de Sint Laurens en klokkenist te Alkmaar gefungeerd. De zoon 
Gerardus zelf was bekend met de orgeltechniek; hü was geweest 
mede-examinator van het kleine orgel in de Sint Laurens, in 1704 door 
Johannes Düyschot hersteld '), van het instrument in de Kapel in 1706 
door denzelfde in orde gebracht ') en zou in dezelfde functie optreden, 
nadat Schnitger in 1726 zgn werkzaamheden aan het groote Sint Laurens- 
orgel verricht had '). 

Kempher, de conrector, was Havingha genegen. Het blijkt voldoende 
uit het feil, dat hij voor Havingha's Oorspronk en voortgang, dal dienen 
moest feitelijk voor een rechtvaardiging zijner handelwijze, een latijnsch 
lofdicht afdrukte In celeherrimi artificia D. Gerhardi Havingha, de 
organorum turn vetertim turn recentiorum origine et progressu, ineUte- 
mata musica. Hem was de vernieuwing door Sghnttoer gedaan, naar zin. 

Quid mirare novos jam nunc, Almeria, cantus, 

Organaque insuetis deliciosa sonis? 
Haec pia Germanis debitur gratia, doctas 

Proferre in Batavos qui poluere tubas *), 

Is hier niet tevens in erkend de superioriteit die, naar Kempher's 
oordeel, de duitsche orgelmakerskunst had boven de provinciaal hol- 
landsche? Uitgesproken door Kempher, een ontwikkeld man en literator. 



*) Oorspronk en voortgang, blz. 114. 

>) t a. p. 184. 

'j t. a. p. 146*. 

'*) Toen het instrament Toltoold was, dichtte J. Lakxmam een latijnsch lofdicht (Oorspronk, 
blz. 216) getiteld: ,In organnm miOnSt denao k germanis Fbahc. Oasp. k Joh. GsoRO.ScHinTOKB, 
qnoad interlora, penitas renoyatom." Daar echter is Germani gebruikt in den zin Tan 
gebroeders, biykens de nederlandsche vertaling Tan het gedicht, door den auteur zelf, 
op blz. ai7. 



220 6ERUARDUS HAVINGHA EN HET ORGEL IN DE SINT LAURENSKERK TE ALKMAAR. 

bq eiraring bekend met de orgelfactuur, in een wetenschappelijk boek, 
dat een rehabilitatie van den auteur beoogde, heeft die meening dubbele 
waarde, ook omdat er als tusschen de regels door gelezen kan worden, 
dat de hollandsche orgelmakers, wier minderwaardigheid hiervoor uiteen- 
gezet is, niet nagelaten hebben tegen ScHNrrGER en Havingha te ageeren, 
en de burger^ van Alkmaar te steunen in haar streven tegen Havingha. 
Een bewijs, dat bq dezen ganschen strijd ook chauvinisme een niet gering 
aandeel had, bewijst Jagob Wognum in zijn geschrift tegen Havrigha's 
Oorspronk en voortgang, waar deze zegt dat Sghnitger's orgel ,in 
andere Steden al met de Naam van een Duytsche Rommel pot gedoopt 
is'' % en het bericht van Havingha, dat naar zeggen van zijn antago- 
nisten het orgel volgens «moffen concept" veranderd werd'). 

Kempher stond, zooals bleek, aan de zijde der duitsche techniek. 
Als zijn mede-examinator was bij de keuringen der orgels opgetreden 
CoRNELis VAN Herk, orgauist van de Kapel en tot 1718 zijn voorganger 
in het conrectoraat '). Ook buiten de muziek hadden beiden dus punten 
van aanraking; Van Herk vertaalde in het latijn en nederlandsch op 
rijm en maat *) en samen bewerkten zj later een vertaling van Joh. 
Gerbr. de Leydis' Chronicon egmundanum sive annales regalium ahbatum, 
dat in 1732 bij S. van Hoolwerf te Alkmaar werd uitgegeven. 

Maar ook Havingha en Van Herk werkten wel samen. Donderdag- 
avond 23 november 1724 had Havingha, volgens gebruik, den avond- 
dienst in de Kapel gehad en toen Zondag d. a. v. Van Herk op het 
orgel kwam, vond hij het onbruikbaar: de balgen waren gescheurd. 
Zou hier boos opzet in bet spel geweest zijn? Zooals Havingha het 
verhaalt*) zeker niet, maar opmerkelijk is het wel, dat omstreeks 
denzelfden tijd de oppositie-party in het collegium op eigen gelegenheid 
bij elkaar kwam om buiten voorkennis van Havingha college te houden**). 

De oppositie-partij werd daarbij gesteund door een Jacob Wognum. 
Wie en wat deze persoon was, is niet met zekerheid gebleken. Hoewel 



*) WoGHUM. Verdediging, blz 8. 

*) Oorspronk en voortgang. Voorreden ♦ ♦ ♦ recto. 

») Tüdêchrift V Q76. 

*) Voorbeelden daarvan in Oorspronk en voortgang, blz. 17—19 en 108. 

*) Oorspronk en voortgang, blr. 136—186. 

*) Memorie, blz. 7/8. 



GERHARDUS HAVINOHA EN HET ORGEL IN DE SINT LAURENSKERK TE ALKMAAR. ^21 

gereformeerd O» was h^ iemand, die in vrq nauwe aanraking geweest 
moet zijn met de doopsgezinden. Getrouwd was hjj 8 october 1724 
met een Hilleoonda Schagen ^), waardoor hq mogelijk in familie-relatie 
zal zijn gekomen met Marten Schagen, die, te Alkmaar geboren, in 
Amsterdam boekverkooper en in 1727 leeraar bq de friesche gemeente 
aldaar werd. Piëtistische neigingen zijn bü Woonum waar te nemen; 
bleek uit zijn huwelijk in de hervormde kerk niet het tegendeel, dan zou 
er voorzeker aanleiding wezen tot het vermoeden dat hij mennist was, 
en ik gis, dat hij het was met wien Havingha in dogmatische moeielijk- 
heden geraakte, die, zoo hij schrijft, de doopsgezinden tegen hem deden 
ageeren. Die aanwijzingen voor zijn piëtisme zijn deze. In zijn Verdé- 
diginge, die hü schreef tegen de publicatie van Havingha, ontleent hij 
versregels aan ANTONroEs van der Goes ^), die doopsgezind was, 
en de Verdédiginge is te Alkmaar gedrukt bü Klaas Mol, die geacht 
kan worden hetzelfde geloof gehad te hebben, op grond dat in 
1714 door hem was uitgegeven een typisch doopsgezind GedidU qp 
het afsterven van drie christelijke plichtvennaanders te Alkmaar*). 
WoGNUM geeft den indruk in zijn Verdédiginge eenigszins een boersch 
man geweest te zijn, prat op zijn provinciaal karakter; hij noemt zich 
zelf ^„ een rechtaardigh Noord-Hollander, die niet heeft léren flik-floyen, 
of de huyk na de wind hangen*' % niet af keerig van een volksuitdrukking 
als: „zij wéten wel op welk een wyze Hy déze zwdre Ziekte, zoo haastig, 
als kakken zelvs, gekregen heeft, en dat het (met permissie) om een 
stront, en dat noch wel (als 't gezegd moet worden) om een Neuren- 
burger, daar noch reuk, noch smaak aan was, is toegekomen" ^). Zulk 
een uitdrukking herinnert aan zekere titels in de Boerethlieties en er 



') Mededeeling van don beer O. W. Bbüinvxb. 

') ny overleed te Alkmaar 17 deo. 1748 (begraven in de grooie kerk aldaar 24 dcc. d. a. v.), 
zy 17 nov. 1786 (begraven als voren 22 nov.). Het tydsverloop van een week voor de 
teraardebestelllng wQst op een zekere maatschappeiyke positie. 

*) Blz. 4. 

*) Catalogiia van de Bibliotheek der Vereenigde doopsgezinde gemeente te Amgterdam. 
DL n, blz. 66. Evengoed zou echter het tegendeel kannen volgen uit Kkkfhxb, Zegepraal 
des geloof» (1712), diens Alwaarde (1713', Salomons gebed voor Israël door N. V. B, 
(1716). 

*) Verdédiginge, blz. 8. 

•) Verdédiginge, blz. 6-6. 



222 GERHARDUS HAVLNGHA EN HET ORGEL IN DE SLNT LAURENSKERK TE ALKMAAR. 

kan dus misschien wel gemeend worden, dat hij in het muzikale niet 
vooruitstrevend was. 

Kortom deze Wognüm was de plaatselijke musicus, waaromheen de 
oppositie zich schaarde, die daardoor een mennist cachet kreeg. Laat- 
dunkend sprak Nurks in 1839 van het menniste Haarlem; een eeuw 
vroeger was het aan de tegenovergestelde kant van Kennemerland 
blijkbaar niet veel beter. 

WoGNUM wilde echter zich nader op de hoogte stellen van Havingha's 
richting. Toen nog alles, uiterlijk althans, pais en vree was, stelde hij 
zich met hem in verbinding en verkreeg van hem mededeeling van 
compositieregels. Havingha verhaalt dit aldus in zqu Memorie 0-' 

„Tot wat einde heb ik anders aan monsr. Woggenum gelangt een 
boek in folio gescreeven, waar in de eerst beginselen en fundamenten 
der compositie staan, welk boek nog geen een mensch uit mijn handen 
heeft konnen breeken, nogh met geld, nogh door vriendschap of voor- 
spraaken, maar om mijn gulhartige dankbaarheid te betoonen aan monsr. 
Woggenum, voor alle die beleevdheeden die hij aan mij betoond heeft, 
zoo in 't waamecmen van mijn goed als in mijn persoon zelve heb 
het uit mijn cantoor genoomen en zijn E. gegeven mits dat het origineele 
't mijne blijven zoude, daar het mij zelv meer dan een goede hand 
vol schellingen gekost heeft." 

Kort daarop ging Wognum les nemen bij Havingha, wat echter niet 
langer dan één maand schijnt geduurd te hebben '). 

De rol, die Wognum in dezen strijd gespeeld heeft, schijnt mij toe 
vrij dubbelzinnig geweest te zyn, niet wel te rijmen met het recht- 
door-zee-gaan, waar hij zelf zich op verheft. 

De oppositie meende — en harerzijds terecht — wel geformuleerde 
feilen Ie moeten noemen. Zij begreep die te kunnen vinden in de 
orgel vernieuwing, die op Havingha's advies doorgedreven, aan een 
vreemdeling gegund was, en geschiedde volgens principen, niet in 
overeenstemming met het van oudsher overgeleverde. De nauwkeurige 
kennis van hetgeen eigenlijk met het orgel gebeurde, zou, meende zij, 
kunnen blijken uit het bestek, dat niet publiek was. 



«) bbs. 6. 

*) Memorie^ blx. 6. 



GERHARDUS HAVINGHA EN HET ORGEL IN DE SINT LAüRENSKERK TE ALKMAAR. 223 

Hoe blijkt niet nauwkeurig — het doet trouwens weinig ter zake — 
maar z|j wist zich clandestien afschrift van het bestek te verschaffen. 
Aan Veldkamp zond zii het ten fine van advies O» ^s de daartoe aan- 
gewezen persoon. Vertrouwd met het oude alkmaarsche orgel, was hy 
dat bovendien met de techniek van ScHNrrGER ; met Haverkabip, destijds 
nog organist van de luthersche nieuwe kerk te Amsterdam en Nicolaas 
Woordhouder, organist van de Sint Laurens te Rotterdam — eigen- 
aardig dat hg een alkmaarder van geboorte was *) — had hö in het 
najaar van 1721 twaalf dagen besteed met het onderzoek van het 
orgel te Zwolle door Schnitgbr gebouwd. 

Het advies, dat Veldkamp kon geven krachtens het bestek, was 
ongetwijfeld volkomen juist en onderschryf ook ik voor een deel. Ik 
noem zjjn bezwaren tegen het bestek volledigheidshalve hier, zooals zy 
mü gebleken z^jn uit de gedrukte tegenschi;iften, na de voltooiing van 
het orgel gepubliceerd, om er nader op terug te komen. V. Het bestek 
spreekt ten onrechte van een renovatie, in plaats van nieuw te bouwen; 
2^. springladen, zooals in het orgel waren, verdienen de voorkeur boven 
sleepladen; 3^. de laden zjjn niet of althans niet genoegzaam verdeeld; 
4*. er behoorde een pedaalkoppel te zyn voorgeschreven; 5®. de ver- 
plaatsing van de prestant 16 midden naar pedaal, als quint 24 zonder 
dal een 32-voet aanwezig is, moet beslist afgekeurd worden. 

Eligenaardig is het, tegen mjjn verwachting, dat op de dispositie geen 
aanmerking gemaakt is behoudens het sub 5 vermelde. 

De hoofdzaak echter, waarin de oppositie wapens meende te kunnen 
verkrijgen, vond zjj in dat rapport niet. Dat was de theorie der tempe- 
ratuur, waarover Havingha heftige disputen gehad had. Wel had Veldkamp 
er over gerapporteerd '), maar hy had het niet kunnen doen als terugslag 
op hel bestek. H\j wist echter lijnrecht tegenover Havingha te slaan, 
want hü vertelt O hoe hij bij de keuring van een orgel daar bij toeval 
Havingha ontmoette en er met hem over disputeerde — het moet, dunkt 
me, voorgevallen zijn bij het opnemen van het orgel te Zwolle (1721) ■— ; 



*) Onderrichting e, blx. 81. 

*) Biykens zyn InschrtlTiiig op 2a Sept. 1698 in hetleldsche Album studioaarum CBouw- 
8teenen in, bbs. 8). 
') Onderrichtinge, hls, 27. 
^) t a. p. 22—28. 



22i UERHAKDÜS HAVINGHA EN HET ORGEL IN DE SINT LAURENSKERK TE ALKALIAR. 

toen Havwgua voor zijn sollicitatie te Alkmaar was (1722), had hij er een 
gesprek over met Wognum en later nog, in 17%, nadat het alkmaarsche 
nieuwe orgel reeds in gebruik was genomen, zou daarover een heftig 
looneel plaats O hebben tusschen Havingha en Wognum ten huize van 
een niet genoemd inwoner van Alkmaar. 

De oppositie had in deze materie, die, naar het schijnt, vooral de 
gemoederen warm maakte, aan het rapport van Veldkamp formeel 
weinig; het bestek zweeg er over. Het moest voorshands blijven bü 
vermoedens, vermoedens die inderdaad niet allen grond misten. 

Havingha zelf kon in de actie, welke tegen hem gevoerd werd, weinig 
doen. Toen Schnitger zijn werk in de kerk begonnen en het mechaniek 
gesloopt of zooals de tegenpartij zeide, uit onkunde van Havingha liet 
alderberoemdste orgel van Nederland geruineerd ^ had, was aan Havingha 
daardoor voorshands de gelegenheid ontnomen te toonen wat hü kon ; 
het kleine koororgeltje was daartoe onvoldoende. Voor het collegium 
musicum ging hij niettemin voort muziek te componeeren — waarvan 
de partij van Wognum blijkbaar niet gediend was. Het waren — de 
wetenschap ontleen ik aan zijn Memorie van september 1725 — een 
boek met sonaten vóór drie violen, bas en basso continuo, solo's voor 
fluit en viool, sonaten voor twee fluiten, één viola di gamba en basso 
continuo, suites voor het klavier en solo's voor viola di gamba. Niets 
van dit alles is bewaai*d gebleven, voor zoover bekend. Maar bovendien 
meende hij zich te kunnen verdedigen door het uitgeven van een 
muziekwerk. Voor eigen rekening liet hij bij Le Cène te Amsterdam 
drukken acht suites voor clavecymbel, welk werk hij opdroeg aan Burge- 
meesteren van Alkmaar '). Slechts één exemplaar is daarvan behouden 
gebleven ; het berust in de Stadsbibliotheek te Leipzig. Ik liet een afschrift 



') WooMUM. t. a. p. 15. 

') Yki^dkamp t. a. p. 87. 

') Wanneer deze Suites verschenen weet ik niet, daar deze mnziekdruk zooals te doen 
gebmikel^ik was en is, geen Jaartal heeft; een nazoeking in de advertenties in do 
Amsterdamêche courant gaf geen resultaat. De publicatie valt dooumenteel na 1722, 
omdat eerst sedert dat Jaar Ls Geke als alleen-eigenaar van de zaak van zyn schoon- 
vader BoGEB optreedt (zie m^n mededoellng in Bulletin des Eglises wallonnes VI (189é) 
p. 218). Lb Oèns nummerde zlJn fondsartikelen door op die van Boosb; vandaar dat 
uit het fondsnummer 610 van deze Suites niet volgt, dat deze niet in het begin vaa 
Lk OÈinc's werkzaamheid verschenen z^n. Het tegendeel is waarheid, omdat, vergis ik 
me niet al te zeer, het fonds Booeb eindigt ongeveer met No. 450. 



GERHARDUS HAVINGHA EN HET ORGEL IN DE SINT LAURENSKERK TE ALKMAAR. ) 



nemen door tusschenkomst van de firma Breitkopf & Hartel aldaar, 
zoodat ik in staat ben daarover cenige mededeelingen te doen, mü 
daarby echter bepalende tot het strikt noodzakelijke. 

De suites zijn geschreven in: 1. g-moll; 2. E-dur; 3. bes-moll; 4. A-dur; 
5. aismoU (d. i. bes-moll) ; 6. Es-dur ; 7. d-moU en 8. F-dur. Zy vangen 
alle aan met een ouverture, meest saamgesteld uit een langzaam, 
een snel en een herhaling van het langzame deel, waarop bij alle 
volgt een allemande, een courant en een sarabande, hetzij met hetzij 
zonder toevoeging van een marsch (1), een air (3, 4, 8), een mer.uet (3) 
of een gavotte (8). Voorafgegaan door een entree {% 5, 7), een fantasia 
(4) of een air (6), sluiten de suites met een gigue (1, 3, 6, 8), met een 
menuet (2, 5, 7) of met beiden (4). Vrü duidelijk is in deze opeenvolging 
hoofdzakelijk de fransche suite-vorm te herkennen, zooals die daaraan 
gegeven was door Handel in zijn Harpskhord lessom in 1720 gepu- 
bliceerd O, maar toch zijn er elementen in aan te toonen, welke er op 
wijzen dat Havingha hetzij andere voorbeelden navolgde, hetzij zelf. 
standig te werk ging in de bepaling der dansvormen ; met name reken 
ik daartoe de fantasia in de vierde suite. 

De bewerking is van onderscheidene aard. Een voorliefde toont hij 
voor gebroken accoorden, die hij herhaaldelijk aanwendt, b.v. de correnla 
in de vierde suite aanvangende: 



U, 



m 



^ 



* 



:^ 



4—4 



I rj r: 



TT^- 



^m 



r r 



J=gigj!-JL_JI 



:i=F 



tf i z=?q 


\~l- ; n o' ^^ 


7 /=^ 


w—? — =^ 
-m—J — H 


— ik — lte-f-"-fte — 


eoz. 

. .-1 


^ ^:;y=) 


l=f=MÉ=^ 


i r 



') F. Chbtsandeb. G. f. Handel. B<L UI ' Leips. 1867, 8. 186. 



226 GERHARDUS HAVINGHA EN HET ORGEL IN DE SINT LAÜRENSKERK TE ALKMAAR. 



Elders, meest in de langzame deelen der ouvertures, behandelt hü 
de stof homophoon b.v. in de eerste suite, die aanvangt: 



gJ!^ ^_A 



^ 



^ 



^^^ 



\±± 



^^^ 



i^ 



^ 



RP?r"-^^rf 



^ 



BTTiTTTTTT g 



±£ 



i^ 



T¥^ 



i 



r ? 



^^ enz. 



t^l^fe^ 



Ook in de polophonie was hy bedreven. Veel minder dan verwacht 
zou kunnen worden, maakt hg daarvan gebruik. Dit moet, dunkt me, 
bij hem een kunstprinciep zyn geweest. Al moge onderstaand sequenzen- 
thema uit de zesde suite, dat ik hier als voorbeeld geef, zich belrek- 
kelü'k gemakkelijk leenen voor fugatische bewerking, zoo moet juist 
te meer opvallen, dat die fugabehandeling niet streng tot het einde is 
volgehouden. 



Alla breve 


~~^ 1~ 


~TTi — i— »- 


— 1 — n — i — r~ 




. r '^ . 


-i-li—^- 


■ «i JO ' 



[i^^ 



^ 



ï; 



n 



t' 



3t 



ffr 






^X=r. 



GERHARDÜS HAVINGHA EN HET ORGEL IN DE SINT LAURENSKERK TE ALKMAAR. 22 7 




ifi=j 



P 



é 



ï^F 



r 



1^==^ 



— ^ — 1- 



^ 



De schrijfwöze is zooals destijds gebruikelyk. Slechts de hoofdiynen 
zijn genoteerd : cantus en bassus ; de tusschenstemmen slechts daar, waar 
zulks voor melodische of imitatorische factuur noodig is. Op de overige 
plaatsen behoeven zy voor hedendaagsche practyk de gemeenzame aan- 
vulling van basoctaven en harmonie, opdat de schetsachtige tweestemmig- 
heid tot volklank verwerkt worde*). 

De algemeene indruk is my niet onsympathiek. Er ligt wel is waar 
een zekere eenvormigheid over het geheel, het einde van elk suitedeel 
is volstrekt onvoorbereid en abrupt, maar daartegenover staat dat zg, 
wellicht onder den invloed der composities van dr. John Blow, den 
engelschen organist van Westminsler Abbey, toch iets natuurlijks hebben, 
dat de zetting een eigenaardige helderheid in klank laat hooren, die my 
ongemeenzaam is en mij levendig doel gevoelen, hoezeer Havingha inge- 
nomen moet zijn geweest met de heldere longwerkdispositie van zijn 
nieuw orgel te Alkmaar. 

Toch mag ik niet ontkennen, dat deze klaviermuziek mij niet in alles 
voldoet: de harmonische basis is vrij simpel en de modulaties schijnen 
mij toe niet altijd gelukkig voorbereid of noodzakelijk te zijn. Aan de 
eene zijde acht ik deze composities wel eens wat ondoordacht, aan de 
andere zijde wel eens wat ordinair. Ook is de schrijfwijze niet steeds 
logisch; met name in de maataanwijzingen, In het eerste hier gegeven 
citaat staat als zoodanig een doorgestreepte 3, waarmede te kennen 
wordt gegeven, dat de dubbele maat bestaat niet uit drie maal twee, 
maar uit twee maal drie, m dit geval kwarten: 



lilt 



m 



«= 



=1 7 f' \,- 



5&è 



4- 



--^ 



') VgL Hüoo DAFFirxB. Die Entwickelung des Klavierkonzerts bi« Mozart. I elpz. 1906. 
15/16 (Beiheft I. M. Q. II, lY). 



228 GERHARDL'S IIAVINGHA EN IIKT ORGEL IN DE SINT LAURENSKERK TE ALKlfAAI\. 

Die suites waren zeker niet geschikt de gemoederen, verhit over hel 
temperatuurgeschil, te kalmeeren. Zy waren, voor Holland, eigen van 
opvatting, modern van factuur, lijnrecht ingaande tegen de plaatselyke 
gewoonten. Bijkans veertig jaai' later, in 1763, werden zy door Jacob 
Wilhelm Lustig onder den schuilnaam Conrad Woulgejiüth kras gelaakt, 
als ,narrisch Zeug. Man möchte Ratzen und, Müuse damit vergeben'' ')• 
Het komt my niet onwaarscliynlyk voor, dat Lustig en Havingha het 
niet met elkander konden vinden. Nog in 1777 was Lustig niet te best 
te spreken over Havingha, die destijds reeds 25 jaar geleden overleden 
was, want gedenkende hoe of beiden in 1728 gedongen hadden naar 
het organistschap van Groningen, noemde hy hem tt)en nog met 
verzwijging van zyn naam smalender wijs „een soort van candidaat in 
de Theologie"'). 

In het bijzonder was Lustig verbolgen, dat Havingha als toonsoorten 
gekozen liad Ais-dur en His-dur. Hierin vergiste liij zich echter; in de 
suites komen die toonsoorten niet voor. Wel daarentegen is de vyfde 
suite gesclireven in ais-moll. Practiscli gezien lijkt mij dat van Havingha 
niet; met bes moll had hij, naar hcdendaagsche opvatting, hetzelfde 
resultaat kunnen bereiken en daar hij een aanlianger der hamburgsche 
scliool was, kan er geen bezwaar bestaan die suite thans voor practisch 
gebruik om te schrijven in bes-moll. hnmers Mattheson stelde in een 
analoog geval Des-dur en Cis-dur gelijkwaardig aan elkaai-, het aan den 
scribent overlatende welke schrijfwijze hij als practicus wenschte te 
verkiezen *). Zulks mag dus ook hier geschieden door Havingha's 
notatie ~ ik kies de eerste plu-ase van de entree uit die suite — 




'^ 



jf-jnffr 



i 



ê 



-MZ 



ite 



:3=t 



E^ 



tf=--f '^F^ 



^) Kritische Briefe Ober die Tmikunst, Zweiter Band, ViorterTeil. Berlin 1763. S. 4CC; 
Tijdschrift VIU, blz. Iö2. 
') J. W. LusjTio in Groningsche Volksalmanak voor 1897, blz. 196. 
') HATTHX80N. Exemplarische Organiateii-I'robe. Hamburg 1719. 8. 380 -280. 



GERHARDUS HAVINGHA EN HET ORGEL IN DE SINT LAÜRENSKERK TE ALKMAAR. 229 




om te schrijven in: 



ia 



aS3; 



W'-jjrr 



^ 



^^ 



^=r. 



^-ü Lé- 



^^^^^^^ 



g=-T [:7~g 



itf: 




m 



i- 



IL_^ ;-)-^ 



Kunnen wy ons, gewoon aan het eene, thans niet meer vereenigen 
met het andere, het getuigde in ieder geval van moed, dat hy openUjk 
front maakte juist in dat deel der muziektheorie, waarover hij werd 
aangevallen, en dat deed op zulk een wys, dat hij de consequentie van 
zijn princiep tot het uiterste handhaafde en liet gelden tot in het practisch 
feitelijk onbruikbare toe. 

Wat was dat temperatuursgeschil ? Het was het welbekende vraagstuk, 
dat de geheele zeventiende en het begin der achttiende eeuw in de 
Tiii. ie 



230 GERUARDUS HAVlNOHA EN HET ORGEL IN DE SINT LAURENSKERK TE ALKMAAR. 

cultuurlanden de muziektheorie beheerschte, waaraan musici en wis- 
kundigen hun studies wydden, het vraagstuk hoe bij toets- en houten 
blaasinstrumenten de octaaf in twaalf intervallen te verdeelen zoo, dat 
uit elk der 12 dur en elk der 12 moll toonsoorten harmonisch zuiver 
gespeeld zou kunnen worden. Het vraagstuk was, wat thans bekend is, 
niet op te lossen, en als modus vivendi kennen wy de gelykzwevende 
stemming met te lage quinten en te hooge tertsen. De eerste, die dit 
voorstel deed, was Simon Stevin in het begin der zeventiende eeuw; 
zijn Spifgheling der singconst behelst een vrij volledige uiteenzetting en 
eene aanbeveling van de gelijkzwevende stemmingsmetliode. Oudtijds 
niet gedrukt, werd het handschrift van deze verhandeling gevonden 
door prof. Bierens de Haan in de Huygens-collectie der Koninklijke 
Academie van Wetenschappen en eerst in 1884 gepubliceerd. Destijds 
schijnt het niet de aandacht getrokken te hebben welke de wezenlijke 
strekking dezer Spiegheling was, waarop dr. W. G. L. van Schaik eerst 
in 1895 de volle aandacht vestigde '). Maar al moet dan ook hel vinden 
der gelijkzwevende stemming voor een nederlander gevindiceerd worden, 
zoo is zü niettemin eerst later in Duitschland in practijk gebracht, waar- 
door duitschers den naam kregen haar uitgedacht te hebben. Op wiens 
gezag dr. Schweitzer in zijn studie over Bach haar stelt op het jaar 
IG51 '), weet ik niet; gemeenlijk echter wordt in deze gevolgd het bericKt 
van Mattheson ^), die als bedenkers dezer stemming noemt J. G. Neidhardt 
en A. Werkmeister, wier desbetreffende geschriften verschenen rond 
1700^). De eerste publiceerde in 1706: Die beste und leichteate Tempe- 
ratur des Monochordi; de tweede in 1691 : Musikcdische Temperatur 
oder deutlicher und wahrer mathematischer Unterrichf, wie man dureh 
Anweisung des Monochordi, ein Clavier, sonderlich die Orgelwerke, 
PositivBy Regale, Spinette und dergleichen wohltemperirt stimmen könne. 



*) In Het orgel 10e Jrg. Bott 1896« blz. 85. 

*) «Le oboral, en oatre, était natarellement apte k se préter merreilleosement k llktamo- 
niSAtlon des tonalltés modernes, qul préparées dans la seconde moitié da XVII* siècle, 
réalisées par la déooaverte da noaveaa temperament des instrnments, en 1661, farent 
inaogarées d'ane fa^on si grandiose par la mosiqae de Bach" (A. Schwxxtzjeb. /. S. Bach^ 
Ie mu8icien-poete, Leipz. 1905, p. é2). 

^ Matthssoh. Exemplarische Organisten-Probe. Hamborg 1719 pasiim. 

^) Artikel Temperator in Mxndel. Musikalisehes Conversations-Tjexicon. 2e Aiisg. 
Bd. X, 8. 184. 



GERHARDUS HAVINGHA EN HET ORGEL IN DE SINT LAURENSKERK TE ALKMAAR. 231 

Onder meer andere geschriften stelde Werkmeister ook een Orgelprobe, 
oder kurze Beschreibung wie und wekker GestcUt man die Orgelwerke 
von den Orgelmachem annehmen, prohiren, uniersuchen und den Kirchen 
liefern kSnne und soUe (1681), een boekje, dal herhaaldelyk herdrukt 
is en nog thans, na 225 jaar, niets van zjjn practisch belang verloren 
heeft. Ook Arp Schnitger moet, naar men zegt, in 1688 reeds gepoogd 
hebben de gelykzwevende temperatuur in te voeren. In ieder geval was 
de stemming in Noord-Duitschland in den aanvang der achttiende eeuw 
gestadig een onderwerp van practische proefnemingen. Toen de Stads- 
kerk te Jena een nieuw » orgel zou verkregen, gebouwd door eenen 
Sterzing naar het ontwerp van den orgelmaker Johann Michael Bach 
(1706), werd daarin een poging voor de geljjkzwevende stemming gedaan 
en het was b\j die gelegenheid, dat deze Bach zegevierend bewees, dat 
by slot van rekening het gehoor den doorslag geeft tegenover Neidhardt, 
destijds theologisch student te Jena, die de schaalverdeeling wilde doen 
door wiskundige berekening op het monochord O- Die werkzaamheid 
van den orgelmaker Bach kan aanleiding geweest z^n, dat zyn familielid 
Johann Sebastian Bach, die, destijds een jonge man van 21 jaren, als 
organist werkzaam was te Amstadt en vUjtig rondreisde in Noord- 
Duitschland om orgels en organisten te hooren, gewonnen werd voor 
de practische waarde er van, wat hy een vyftien jaren later bewees met 
zijn Praeludia und Fugen durch alle Tone und Semüania sowohl tertiam 
majorem oder Ut Re Mi anlangend, als auch tertiam minorem oder 
Re Mi Fa betreffend. 

Heeft Havingha, toen hg omstreeks 1725 zjjn ^mï^m publiceerde, dit Wohl- 
temperiertes Clavier van Bach gekend ? De mogeUjkheid daartoe bestaat, 
maar waarschynlyk is het niet. Het eerste deel van deze verzameling 
clavecimbel-praeludia en -fuga's dateert van 1722, maar bleef vooreerst 
slechts in handschrift bestaan. Hoewel er oudtijds minstens een dertigtal 
afschriften van gemaakt zyn, waarvan er een vijftiental bewaard zyn 
gebleven '), duurde het tot 1800, toen de eerste editie er van verscheen 



') Ph. Bpittjl. Johann Sebastian Bach. Lefpzig 1878. Bd. I, 8. 135. — De dispositie 
▼an dit orgel bU Hess. t. a. p. 136. 
') SOHirXITZKR 1. o. p. 187. 



:232 GERHARDUS HAVINGHA EN HET ORGEL IX DE SINT LAURENSKERK TE ALKMAAR. 

bij Nageu te Zürich ^). Het is niet aan te nemen, dal reeds dadelijk 
na het redigeeren van dit eerste deel een afsclirift er van naar Alkmaar 
is doorgedrongen, en te minder mag zulks aangenomen worden, omdat 
Bach op onze achttiende-eeuwsche muziekbeoefening, voorzoover geweien 
wordt, niet den allergeringsten invloed geoefend heeft. Ik geloof daarom 
wel als vaststaand te mogen schreven, dat de Suites van Havingha lot 
stand zijn gekomen geheel onafhankelijk van Bach's Praeludia & Fugen ; 
dat zy echter ontstaan zyn onder gelijksoortige invloeden is zeker. 
Althans, Havingha was een warm voorstander van de gelijkzwevende 
stemming en zou die door Schnitger in praclijk laten brengen in het 
nieuwe alkmaarsche orgel. 

Zooals uit de hiervoor aangehaalde boektitels reeds bUjkt, werd voor 
de natuurkundige intervallen-meting gebruik gemaakt van het monochord ; 
vandaar dat in de polemiek tusschen Havingha, Veldkabip en Wognum 
herhaaldelijk melding gemaakt wordt van het monochord '), en de beide 
laatsten beweerden, niet ten onrechte, dat volgens Havingha's stelsel liet 
niet meer mogelijk was zuiver op het orgel te spelen, of zooals zij het 
uitdrukten, dat in het orgel dur en moll was weggenomen. 

Wij kunnen ons bezwaarlijk voorstellen, dat dit temperatuursgeschil 
van zulk een belangrijkheid geacht werd, dat daarover een verbitterde 
strijd gevoerd werd, die, gesteund door andere elementen, gi-oote rucht- 
baarheid in geheel Holland kreeg. Toch is het psychologisch betrekkelijk 
gemakkeUjk te verklaren, dat juist in Alkmaar die strijd ontbrandde. 
In 1639 had de haarlemsche pastoor Jo. Alb. Ban zijn „volmaekte 
klaeuwier" laten maken en was tot zijn stelsel van klaviatuur gekomen 
met behulp van Descartes ^), die in 1637 te Egmond binnen, in 1643 
te Egmond aan den Hoef en van 1645 tot 1649 weer te Egmond binnen 
woonde. De bedoeling was, wat ruimschoots bekend is, om uit alle 
toonsoorten volstrekt zuiver te kunnen spelen en hij had daartoe aan- 
genomen in het octaaf elf boventoetsen. Dat muziekstelsel, nauw samen- 



') SOHWKIZXB I. O. I». 194. 

^ Ygl. Toor het gebruik van dit woord in denzelfden zin o. a. J. A. Ban. Kort sangh' 
bericht, Amst. 1643 passim (Ookst. Hutokks. Correspondance et asuvre musicales, 
Leyd. 1882 p. GOXOIII solT.) en D. R. tan Nisbop. Wii^konstige mtisyka. Amat. 1659, 
blz. 60. 

») J. P. N. Land in Tijdschrift I (1887) bla. 68. 



GERHAKDUS lUVIXGllA EN HET ORGEL IN DE SINT LAURENSKERK TE ALKMAAR. 233 

hangend met zijn „musica flexanima" was, meende hy, van toepassing 
ook op liet orgel. „Deinde vero, schreef hy 17 Kal. Nov. 1639 aan Hüygens, 
etiam organa, cymbala, testudines chelesque atque alia instrumenta 
iisdem plane harmonicis gradibus intervallisque instructa, voci ad amussim 
respondentia, fabricari poterunt'* '). Iets in dien geest had het oude 
alkmaai'sclie orgel geliad; want toen, zooals uit de hiervoor mede- 
gedeelde disposities reeds gebleken is, werd afgeweken van het aller- 
eerste bestek, werd bepaald dat boven de dis- en de gis-toets nog een 
tweede toets, een „subsemitoon", zou worden gemaakt om de quint 
gis-dis, en de tertsen gis-c en b(h)-dis mathematisch zuiver te verkrygen. 
Eén en ander was geschied op aandringen van twee alkmaarsche parti- 
culieren, Andries en Laurens Schagen '). Het ligt voor de hand, hierin 
te herkennen een persoonlijken invloed van den egmondenaar Desgartes, 
waardoor, zij het ook gedeeltelijk, het stelsel Ban-Descartes in openbaar 
gebruik werd genomen ^). Die dubbele boventoetsen waren sedert niet 
beliouden gebleven ; in zijn hiervoor afgedrukten brief van 1722 schrijft 
Van Blanckenburg, dat één der vroegere organisten — wie het was 
en wanneer het geschied is, meldt hij niet — blijkbaar op eigen gezag 
die bovenste toetsen had weggenomen, wat zonder schade voor de 
constructie van het orgel had kunnen plaats hebben, maar waardoor de 
dusgenoemde wolf in al haar hinderlijkheid was opgetreden. Trouwens, 
dergelijke klaviaturen moeten door hun gecompliceerde samenstelling 
bijzonder lastig te bespelen zijn geweest en zijn, voor zoover ik weet, 
alleen slechts bij wijze van proefneming vervaardigd. Ik kan mij echter 
voorstellen, dat desniettegenstaande het orgel den naam dien het had, 
was blijven behouden van zuiver gestemd te zijn, dat er, zooals men 
zeide, dur en moll in was, dat het ook daaraan zijn bekendheid dankte 
en dat Havingha, die van zulk een gesneden klavier terecht niet wilde 
weten, ook daarom in Alkmaar zulke heftige aanvallen te verduren had. 



') CovsT. HüTOENs. Correêpondence et wuvre musicales. Leid. 1882 p. LXYIU; A. PntBo. 
Deêcartes et la muêique. Paris 1907 p. 118. 

*> Ooripronk en voortgang^ hlz. 161/2. 

') In het orgel in de Hofkapel te 'e Oravenhage, daar in 1641 geplaatst op aandringen 
Tan OoMST. HuTOXNS (K Boublub In Souvenir du troisième centenaire de VEglise 
waUonne de la Haye. La Haye 1891, p. 6é) door axmiu vak Haobbbkkb, had dese een 
dergeiyke klaviatuor gemaakt, biykens z^n sohryven van Maart 1643 by Bbüxkvi& Het 
orgel ent., hlz, 76. 



234 (ÏEHHAKDUS HAVINÜIIA EN HET OUUEL IN ÜE SINT LArilENSKEIlK TE ALKMAAR. 

De tegenstand van de zyde der klein-burgerö in het Collegium is daai'b\j 
duidelijk. Een collegium toch was door beide heeren Schagen indertyd in 
hun eigen woonhuis georganiseerd*); dat hel Collegium uit Havingha's 
tyd daarvan de rechtstreeksche opvolger was, kan gereedeljjk aangenomen 
worden. Het Collegium, en zyn aard van dilettantische muziekbeoefening 
bracht het als van zelf mede, was dus als hel ware de bewaarder van 
oude tradities, d. w. z. in dit bijzondere geval van het gesneden klavier, 
zooals dat op hel orgel geweest was. 

De reactionaire alkmaarsche elementen, gesteund als zy werden door 
een deel der coUegianten en de deskundige adviezen van Veldkamp en 
van WoGNUM, hadden inderdaad wel reden tot bezorgdheid. Havlngiia 
stak zyn meening niet onder stoelen of banken, op het klavier één en 
ander demonstreerende. Daarin deed hy feitelijk niets anders wat ook 
elders geschiedde, omdat de onzuiverheid der geUjkz weving minder hinderlyk 
is bij klavieren met wegstervende dan by de orgels met voortklinkende 
tonen. „Die altere Musiker, zegt Helmholtz *), empfahlen daher die gleich- 
schwebende Temperatur hauptsachlich nur für das Clavier." Zoo ging het 
ook in Alkmaar. In het reeds vermelde heftig looneel tusschen Havingha 
en Wognum over deze materie, zeide de laatste : „dat, by aldien het Orgel 
zodanig gestemd was, als Hy (Havingha) gewoon is een Klavier Gymbaal 
te stemmen, als dan Duur en Mol beide daar uil weggenomen zyn, of 
(om wéér geen wonderlyk Arabisch, 't geen ik zelvs niet eens wist, dat 
ik H kon, maar Néderduitsch te spreken) verloren worden" '). 

Havlngha echter zette door. In liet rapport, dat by Burgemeesteren 
ingeleverd werd door de keurmeesters van hel voltooide orgel, schreven 
zy: „Is alles tot ons volkomen genoegen in een suyvere reyne harmonie 
te zaamen geaccordeerd" *). 

Die opnemers waren gelijkgezinden: Havingha zelf, zyn vader, Van 
Herk, die, zooals reeds gebleken is, zyn medestander was en Jan Jacob 
DE Graaf, de organist van de nieuwe kerk te Amsterdam, die, naar 
\erondersteld kan worden, met die duitsche richting reeds kennis had 
gemaakt by het orgel in de oude kerk aldaar. 

') Oorspronk eti voortgang^ blz. 151. 

') Die Lehre von den Tonempflndungcn. 4e Aof. Brannschweig 1877. 8. 522. 

') WooHUM. Verdedigingen blz. 16/16. 

*) Oorapronk en voortgang^ blx. 315. 



GEHIIARDUS HAVINGIiA EN HET ORGEL IN DE SINT LAURENSKERK TE ALKMAAR. 235 

Uit één en ander blykl dus, dat de Magistraat Havingha de hand 
boven het hoofd hield en de toekomst zou Havingha gelyk geven. 
Terwijl Wognum en de zijnen zich beriepen op den enkhuizer geneesheer 
Johannes de Gorter, wiens vader Dirk (overl. J696) organist geweest 
was van de St Pancraskerk te Enkhuizen en wiens broeder Gorneus 
DE Gorter, gezegd de Boer, diezelfde functie vervulde ') en die, juist in 
die dagen benoemd tot hoogleeraar te Harderwijk, b^j toeval in Alkmaar 
zijnde, gezegd had „dat het monochordum uyt het orgel weg genomen 
was" *) — welke simpele erkenning van het feit nog niet in zich sluit 
dat hij daarom de gelijkzwevende temperatuur voor het orgel veroor- 
deelde — zou het niet langer dan ruim tien jaar duren of Havingha zou 
in zijn strijd tegen Veldkamp en Wognltü gelijk gegeven worden door 
J. P. A. FiscHER, den organist van den Dom te Utrecht. 

In diens Kort en grondig ondertoys van de transpositie (Utr. 1738) 
schreef hij '): „Want ik soude vast gelooven, dat iemand met syne mis- 
grepen ('t welke hy op soo een klavier doen soude) 't gehoor meer soude 
beleedigen, als een klavier, 't welke maar 12 intervallen in een octaef, die 
getempert of gelijk gestemt syn. hoewel dese laeste stellinge, seer veele 
vyanden heeft, die sich tegen haer verklaren, onder anderen Mons. Veldcamp, 
en Monsr. Wognum, in hunne onlangs uitgekoomene verdediginge, tegen 
Monsr. Havinga, dewelke dese stemminge meede verwerpen enz." 

De punten, die VELDKABf? echter krachtens het bestek gememoreerd 
had in zijn advies, waren, zooals ik reeds schreef: 

1®. Het bestek spreekt ten onrechte van een renovatie in plaats van 
nieuw te bouwen *), Dit punt kan veilig verwaarloosd worden als niet 
vrij t6 pleiten van het zoeken van spijkers op laag water. 

2^ Springladen, zooals in het orgel waren, verdienen de voorkeur 
boven sleepladen *). De geschiedenis der orgelfactuur heeft sedert aan 
Veldkamp geen gelijk gegeven. Gehecht als hij echter was aan de 
springladen van het alkmaarsche orgel deed hij nog tevergeefs moeite 



') Mededeeling van den heer P. J. Butskes te 's Qravenhage. YgL P. J. Bütoexs. Het 
privilegie Semeyns. flsarL 1907. Genealogie, tabel 6. 
*) WoOMUM. Verdédiffinge, hlz. 21. 

') Blz. 24. In het exemplaar in myn bezit lohreef J. W. Luamo hier In marglne : «heel zierl^k". 
*) OnderHchtinge, bla. 7. 
») L a. p. 8. 



236 GEIIHARDUS HAVINÜIU EN HET OKGEL IN ÜE SINT LiVUKENSKERK TE ALKMAAR. 

ze uit het gesloopte orgel te koopen als historische herinnering O- 
Keurders van het orgel meenden sleepladen verreweg te verkiezen *). 

3*^. Terwijl de verdeeling der laden in het oude instrument volgens 
hem uitnemend bleek, is zulks in het nieuwe niet het geval *). Over 
het eerste deel kan geen oordeel geveld worden, daar het bewüsmateriaal, 
d. i. het gesloopte orgel, niet meer aanwezig is. Op gezag der recon- 
structie, hiervoor gedaan, is twijfel meer dan gerechtvaardigd. Zyn 
meening over het nieuwe instrument was, op grond van het bestek, 
niet juist. Er was dienaangaande niets voorgeschreven, maar aan het 
technisch doorzicht van Schnitger overgelaten. Deze heeft, behalve in 
het rugpositief, dat één doorgaande lade heeft, het sedert gewone systeem 
van een G- en een Gislade toegepast, maar van niet voldoende afmetingen, 
zoodat — het is een herhaaldelijk voorkomend gebrek — de wind schokt 
bij vol spel. Voorzag Veldkamp dit op grond van zijn ervaring te Zwolle 
opgedaan en profeteerde hij hier als het ware den toekomstigen arbeid 
van Gavaillé-Goll in deze materie? 

4°. Er behoorde een pedaalkoppel te zijn voorgeschreven *), De opmer- 
king beaam ik ; het pedaal was te zwak voor het volle werk. Deze koppel 
is sedert — wanneer weet ik niet — aan het midden gemaakt.. 

5°. De verplaatsing van de prestant 16 midden naar pedaal als 
quint 24 moet afgekeurd worden. Veldkamp noemde het een „onver- 
geevlyke fout" en hij had groot gelijk, want nu waren bij het volle werk 
de zeven diepste tonen een quint te hoog. In 1781 werd dan ook deze 
quint door Johannes Strumphler veranderd in een prestant 32 ^) door 
bijbouwing van zeven open houten pijpen. In theorie was dus de fout 
weggenomen, maai', daar wegens te nauwe cancellen de aanspraak te 
wenschen overlaat, heeft deze vergrooting niet veel baat gegeven. 

Zooals hier voor gezegd is, maakten Wognüm en Veldkamp geen aan- 
merking op de dispositie. Hoewel zij is afgedrukt door Hess ^), volge zü 
niettemin hier en wel in de orthografie gegeven in Havingha's Oorspronk. 



') WOOIHTM. t a. p. 10. 

') Oorapronk en voortgang^ biz. 210. 

^ Onderrichtinge, blz. 8. 

*) Onderrichtinge, blz. 12. 

*) Bbuhtvib. Het orgel, blz. 88. 

•) t a. p. 1. 



GEKHARDUS H.\VL\GHA EN HET OIIUEL IN DE SINT LALKENSKEUK TE ALKMAAR. 237 

Ondermanuaal. 

1. Prestant 16 8. Rauschpyp 2 st. 

2. Prestant 8 9. Tertiaan . . 2 st. (groote terlz) 

3. Prestant quint 6 10. Mixtuur . 4, 5, 6 st. 

4. Octaav 4 11. Trompet 16 

5. Quint 3 12. Fiool de Gamba . . 8 

6. Principal 2 13. Trompet 4 

7. Flachfluyt 2 

Bovenmanuaal. 

1. Prestant 8 9. Spits fluyt 2 

^. Baarpyp 8 10. Sexquialtera 2 st. 

3. Röhrfluyt 8 11. Cimbel 3 st. 

4. Quintadena 8 12. Scherp 4 st. 

5. Octaav 4 13. Trompet 8 

G. Fluyt dous 4 14. Hautbois 8 

7. Speelfluyt 3 15. Vox humana .... 8 

8. Super Octaav 2 

R u g p o s i t i e V. 

1. Prestant 8 9. Quintanus 1% 

2. Quintadena 8 10. Sexquialtera 2 

3. Octaav 4 11. Mixtuur 5, 6 st. 

4. Fluyt .* 4 12. Cimbel 3 st. 

5. Nassat 3 13. Fagot 8 

6. Quintfluyt 3 14. Trecht regaal. ... 8 

7. Super Octaav 2 15. Vice Vox humana . 8 

8. Waltfluyt 2 

Pedaal. 

1. Prestant 24 9. Mixtuur 6, 7, 8 st. 

2. Prestant 16 10. Basuyn 16 

3. Rohrquint 12 11. Trompet. ...... 8 

4. Octaav 8 12. Trompet 4 

5. Quint 6 13. Cornet tongwerk. . 2 

6. Octaav 4 Koppel I, IL 

7. Nachthoom 2 ^ II, ïlï. 

8. Rauschpyp 3 sL 






TiOrv 




VooraJ iD M aantal ton^erken k dus de Ter^roodn^ te coostalecren. 
H»»( OTirdeelde ze uitoemend'): ,Wat de tongverken betreA. daar in 
rnunt \yfA uit U/ren alle de nederiandsche orgelen wegens desselfs 
venf^^hilJende jftemmen. ja men zoude bnia geen meer Terschillende 
l/>ngwerken daar in begeeren kunnen. De dispositie der tongwerken ran 
dit werk. iü dan aanprrzens waardig: hoe wel traage organisten daar 
rrjor zullen «rrlirikken.*^ 

fff»» had er;hter zgn aanmerkingen: de quint £4 in het pedaal en 
hf.'t minimum van labiaal 8- en i-voet in het groot-manuaaL 

Wat e^^hter mün aandacht trekt in verband met het hiervoor behan- 
/leMe, ii$ het ontbreken van een cornet In zQn Oorsprank en roortgang 
Kffrak fiAvi5/iHA Z()ne ingenomenheid uit dat h|j een sexquialtera voluil 
verkregen had in plaatii van een discant-sexquialtera. Veldkaxp was van 
fi.'genovergesteld gevoelen ') : ,weet dat alhier in Holland de halve 
»ex(|uialtenutö alleenlyk in de superius tot versterkinge van het kerk- 
gir/^ng gebruykt worden ; en de reden, warom dat zulks geschied, is 
om de vois te versterken, dewelke men ordinaris onder het kerk-gezang 
irif'iar met een tof>n speeld, om de menschen alzoo te leiden, en (door 
ze de loon als in de mond te geven) te helpen zingen." Zou Veldkamp 
daarom wel veel op gehad hebben met hel kapels-orgel, waar in 1705 
juist voor dal doel een cornet ingebracht was? Het is zeer te betw^elen 



•) t. ». p. 2. 
Onderrichtinget blz. 86. 



OEIVHAKDÜS HAVINGUA EN HET OHOEL IN ÜE SINT LAUUENSKEUK TE .VLKMAAR. 239 

en zelfs te veronderstellen, dat hy ais musicus niet zonder reactionnaire 
gevoelens wasO- 

Maar ook Havingha erkende de waarde van de cornet tegenover de 
sexquialtera, dest^ds althans, blijkbaar niet. Zoover ik heb kunnen nagaan 
heeft Arp Schnitger, die als orgelbouwer feitelyk de persoon was, welke 
Havingha gevormd heeft door indirecten invloed, de cornet nimmer toe- 
gepast en bleef deze stem in den aanvang beperkt tot Holland en Zeeland. 

Indien de orgeldisposities, die Hess mededeelt, geacht mogen worden den 
oorspronkelyken toestand der instrumenten weer te geven —- wat ongetwijfeld 
niet altyd het geval is — dan kan daaruit voor het cornetgebruik de volgende 
tabel gereduceerd worden tot 1740, voorzoover h\j jaren van stichting 
mededeelt. (De aanvullingen uit andere bronnen zyn uit cursief gezet). 



Jaar. 


Kerk. 


Plaats. 


Orgelbouwer. 




Sterkte. 


1688/6 


Wester 


Amsterdam 


DUYSCHOT 


AmêterdamiT) 


6 


1692 


Latbersohe oade 


• 


— 


— 


4 


1696 


WalMhe 


Delft 


J. DlTTSCHOT 


Amsterdam 


— 


1703 


Nieuwe 


's Grayenliage 


« 


• 


— 


J70Ö 


Kapel 


AlkffUMr 


« 


« 


4 


1710 


Groote 


Goes 


J. OOOL 


— 


ö 


1712 


Gereformeerde 


Zaandam 


J. DlTTSCHOT 


Amsterdam 


— 


1715 


Fauline 


Leipslg 


J. BCHXIBX 


— 


3 


1716/1» 


Latbersohe nieuwe 


Amsterdam 


Chb. MuLLxm 


Amsterdam 


6 


1717 


UniveraiteiU 


Leipzig 




— 


— 


1728 


Groote 


Zalt-Bommel 


M. YKBHOnTAO 


— 


4 


0. 1724 


Broeder 


Nymegen 


• 


— 


— 


1726 


Gamlsoen 


BerUJn 


J. Waonxb 


— 


6 


1726 


Lathersche 


NQmegen 


M.t.Dktxntxb') 


— 


4 


1727,80 


Groote 


Leeuwarden 


Chb. Muuxb 


Amsterdam 


G 


1T29 


Martini 


Groningen 


Fm.aScBHiTaxB 


— 


3 


1782 


Groote 


Maassluis 




— 


— 


1732 


GamiBoen 


Potsdam 


J. Waonxb 


— 


6 


1738/86 


Groote 


Gouda 


J. MOBKAU 


Botterdam 


6,6 


1786/88 


Groote 


Haarlem 


Chb. Muixxx 


Amsterdam 


4 


1789 


Slot 


Altenburg 


O. H. Tbost 


— 


6 



') Ygl. A. ScHwxiTzxB. /. S. Bach^ Ie musicien-poete, Leipz. 1906, p. 298: ,1e Positif 
de l'orgue de St Thomas [k Leipzfg] ëtait tres important: il oomptait treise registres, 
dont une Sesqnialtera, qui y ayait ëté ajoutëe lors de la grande réparatlon, en 1721. 
Oette Sesqulaltera, Bach Ia prescrit toojours pour l'exëeution du canto fermo du oboral 
dans les choeurs. U la demande expressëment pour Ie (dioral dans Ie premier obceur de 
la Passion selon 8t Matthieu." 

') Deze orgelmaker mag geïdentiflceerd worden met YxBHorsTAO, wat ik toelichtte in 
Caecilia 1908, blz. 17. 



!2iO GEIllLVRDUS IIAVLNGHA E.N HET ORGEL IX DE SL\T LALTIEXSKERK TE ALKMAAR. 

Uit dit overzicht bLjkt \Ty duidelijk, dal de cornet — die, zooals ik 
liier voor uiteenzette, geacht kan worden een uitvinding te zyn geweest 
van DusART te Haarlem omstreeks 1680 — in den beginne beperkt bleef 
tot Holland, waar hy gepropageerd werd door Duyschot, en dat ScHxrrGER 
ze het eerst aanwendde in het orgel van de Martini te Groningen, nadat 
door den bouw van z^jn orgel te Alkmaar met het Kapels-orgel aldaar 
en door den arbeid van Chr. Mlxler te Leeuwarden hy er nader mede 
bekend was geworden. 

De heftige en daarby principieele stryd over het nieuwe orgel was er 
dus een geweest van maatschappelyken, maar tevens muziek-theoretischen 
aard. Aan de eene z\jde de kleine luiden van het stedelyk patriotisme 
met vasthoudende begrippen, aan de andere zyde de meer ontwikkelde 
klasse der burgery, de muziekliefhebbers en de vertegenwoordigers der 
klassieke wetenschap. De laatste party vertegenwoordigde de evolutie 
en overwon. De vele aanvallen, waaraan Havlngha echter had bloot- 
gestaan, noopten hem tol de uitvoerige verdediging, die hy publiceerde 
in 1727 als de Oorspronk en voortgang der orgelen, welk boekje b^kans 
op elk der hier voorafgaande bladzijden geciteerd is geworden. Een 
exemplaar bood hy aan aan de Regeering van Zwolle, die hem dat 
geschenk honoreerde met tien ducatons '). Dal hy dat juist aan dat 
stadsbestuur deed is duideljjk, want daar was feitelijk het onmiddellyke 
begin gelegd van hel nieuwe alkmaarsche instrument, terwyl aan de 
andere zyde in het feit dat het stedeljjk bestuur een exemplaar aan- 
vaardde, een bijzondere beleekenis kan liggen '). 

Het publiceeren van zjjn Oorspronk en voortgang gaf aan de tegen- 
partjj aanleiding ook hunnerzyds hun denkbeelden wereldkundig te maken. 



') «Ooetgeyonden de organist Havxnoa over bet toezenden en vereeren van desselfs 
boekje, gelnütoleert Oorsprong en voortgang der orgelen te vereeren met tfjn ducatons, 
door de Heeren Kameraars uit de Kamer te betalen." (Besolntie van Schepenen en Baden 
▼an Zwolle 29 Juli 1727). Mededeeling van den heer J. W. Wiindklts te Amsterdam- 

') Den achtsten december 1628 hadden Schepenen en Baden der stad Zwolle besloten 
geen geschenken van boeken of opdrachten daarvan aan te nemen, de rennmeratle 
daarvan te kostbaar wordende. Was deze resolutie in het vergeetboek geraakt of werd 
hier juist honderd jaar later tegenover Havinoha een uitzondering gemaakt? — De 
resolutie is afgedrukt door F. A. H(o«f«b) In Verslag van de handelingen der 96e ver- 
gadering der Vereeniging tot beoefening van overijsêelsch regt en geschiedenit, 
Vej'slagen en mededeelingen, DL XXIY. Zwolle 1906, blz. 17. 



6ERHARDUS HAVINGHA EN HET ORGEL IN DE SINT LAURENSKERK TE ALKMAAR. 241 

Als weerleggingen verschenen de in deze bijdrage herhaaldelyk geciteerde : 
Verdediging van / Jacob Wognlm, / tégen de lasterende / voor-reden, / over 
de oorspronk en voortgang der / orgelen, / met de voortreffelykheit van 
Alkmaars / groote orgel, / by gelégentheit van deszelfs herstellinge opgestelt 
door / Gerardus Havingha / organist en klokkenist te / Alkmaar. / (vignet) / 
t* Alkmaar, gedrukt by Klaas Mol. /en de : Onderrichtinge van iE. E. 
Veldcamps / organist en klokkenist in / 's Gravenhage, / wegens eenige 
perioden tégens hem uyt- / gegeven in het boek, genaamt / oorepronk en 
voortgang / der / orgelen, / met de voortreffelykheit van Alkmaars / groote 
orgel, / by gelégentheit van deszelfs hermdkinge opgestelt door / Gerhardus 
Havingha / organist en klokkenist te / Alkmaar. / (vignet) / 1' Alkmaar, 
gedrukt by K. Mol. / MDCCXXVII. / 

Of en zoo ja in hoeverre Havingha na zijn stryd over het nieuwe 
orgel te Alkmaar nog verdere moeielykheden in de plaats zyner inwoning 
ondervonden heeft, is niet gebleken. In den beginne vooral zal hjj het 
er wel niet heel aangenaam gehad hebben, wal kan volgen uit zyn niet 
geslaagde sollicitatie naar het organistschap in de Martini te Groningen, 
na het overlyden van zyn vader (1728) ')• Gebonden aan Alkmaar is er 
echter reden te veronderstellen, dat eenmaal een instrument ter bespeling 
gekregen hebbende, dat aan zijn wenschen en behoeften voldeed, hy 
-van dat oogenblik volledig kleur bekend heeft. Het kan toeval zyn, maar 
het is zeker wel opmerkelijk, dat het Register der alkmaarsche klokke- 
deunen eindigt met october 1727, d. i. een half jaar, nadat de tegen- 
geschriften van WoGNUM en Veldkamp het licht hadden gezien. 

Met Veldkamp echter was hy gebrouilleerd geraakt. Zulks bleek tien 
jaar later. 

In maart 1735 besloot de Vroedschap van Haarlem een nieuw orgel 
in de St. Bavo te laten bouwen. Onwaarschynlyk komt het my niet 
voor, dat van meet af aan daarbij de bedoeling heeft voorgezeten het 
alkmaai-sche orgel te overtreffen, zoowel in grootheid als in toonvolume, 
en dat het haarlemsche orgel, zooals wy dat thans kennen, z^jn oorsprong 
te danken heeft aan nayver van de stedelijke regeering van Haarlem, 



•) LüBTio in de geciteerde Kritische Briefe über die Tonkunst, 1768. 8. 470. Dezelfde 
in Groninosche VolkS€Umanak voor het jaar i!«97, blx. 196. 



yAI gerhardus havingha en het orgel in de sint laürenskerk te alkmaar. 

de zuidelyke stad van Kennemerland, tegen die van Alkmaar, de noorde- 
lijke van deze gouw. Met die voorgenomen oprichting wil ik de volgende 
passage in verband brengen, waarvan ik de kennis dank aan de vriende- 
lykheid van den heer Bruinvis. 

In datzelfde jaar 1735, waarin het contract met Christiaan Muller 
geteekend werd, verscheen een anoniem, adresloos boekje in klein- 
octavo, getiteld: 

Het avantuurlyk zomer-tochlje, of Omlands reisje. Uit Holland 
door 't Sticht Utrecht, Over-Yssel, Gelderland, Qeelisknd» de 
Myery van den Bosch, Breda, enz. behelzende Eene nauwkeurige 
beschryvinge van vele aardige Gevallen, vermakelyke Gesprekken 
en aangename Historiën, op die Reize gebeurt of gehoort. Opgestelt 
Door iemand welke dat Tochtje zelf met Gezelschap gedaan heeft. 
Gedrukt voor den Autheur. En zyn te bekomen by de Boek- 
verkopers in de Nederlandsche steden, MDGCXXXV. 
Daarin komt naar aanleiding van het hooren van het orgel in de 
Sint Jan te 's Hertogenbosch het volgende voor ') : 

Na dat myn Reisbroeder en ik ieder het Orgel gelracteert hadden, 
en Myn Heer de Organist zulks na ons had gedaan moesten wy 
bekennen dat de konstigheit van 't maakzel en schoonheit van 
geluit t' eenemaal beantwoordden het denkbeeld dal men ons 
daar van gegeven had. Van de Registers die zeer menigvuldig 
waren was ieder geluit in zyne soort hemelsch inzonderheit, myns 
oordeels de Flute douce, Vox humana, en Trompet. Evenwel, 
niettegenstaande den biUiken lof dien 't Orgel in den Bosch 
toekomt, weet ik niet of dat in de Grote Kerk te Alkmaar, 
't welk ik dikwils gehoort heb, wel veel daar voor behoeft te 
wyken, hoewel 't mogelyk nog beter geweest is dan nu, voor 
dat men die veranderingen daar aan gemaakt heeft, welke men 
oordeelde tot verbetering en meerder volmaaktheit te zullen 
verstrekken; want, naar myne gedachten, bestaat de perfectie 
van een orgel juist niet alleen in 't groot getal van Registers, 
maar wel inzonderheit dat ieder in zyne soort een keurig geluid 



') Ble. 877 en 378. 



6ERHARDUS HAVINGHA EN HET OROEL IN DE SINT LAURENSKERK TE ALKMAAR, ^tö 

geeft en dat hel een hel ander niet belemmert, nog in den weg is. 

Na het voorschreven Alkmaars Orgel, zou ik het klein Orgel in 

de Nieuwe Kerk te Amsteldam voor een van de beste in Holland 

prefereren. 
Deze uitspraak is om verschillende redenen de aandacht waard. Van 
wien ze afkomstig is, byjkl niet; dat een tot oordeelen bevoegde aan 
het woord is, is duidelijk. Het alkmaarsclie instrument wordt geprezen, 
hoewel schoorvoetend ; Havingha had zegevierend kunnen toonen in de 
tien jaren, dat hy een orgel ter bespeling had, gebouwd naar moderne 
dispositie-inzichten, hoeveel beter dit was voor de behoeften van zyn 
t^jd, een klaar bewys, dat hy zyn tegenstanders had overwonnen. Maar 
voor het overige worden de orgels te 's Hertogenbosch, het kleine in de 
nieuwe kerk te Amsterdam en het vroegere van Alkmaar zoo ongeveer 
voor de beste gehouden en dat niet in dispositie (waarover niet gesproken 
wordt), maar in de qualiteit van het püpwerk, d. i. dus in de mensuren. 
Er schemert zelfs vry duidelyk door, dat de anonymus de mensuren 
van ScHNiTGER niet zoo goed acht als die der genoemde orgels. Aan die 
orgels, en dat is het opmerkelijke, is gewerkt door leden van het geslacht 
Van Hagerreer. Dat in 's Hertogenbosch was in 1634 voltooid door Galtus 
Germer en zyn zoon Germer Galtus, het alkmaarsche was volbouwd door 
Germer Galtus en Jacobus Galtus van Hagerbeer, en de laatste alleen 
had in 1651 en 1664 gerestaureerd het door den eerste gebouwde 
amsterdamsche orgeltje, dat door den kerkbrand van 1645 wel veel 
geleden, maar niet vernield was O en dat — het worde in het voorbij- 
gaan opgemerkt — in 1664 gebruikt werd voor de dagelijksche orgel- 
bespelingen *). 

De anonymus stelt dus met andere woorden de superioriteit der 
mensuren van Van Hagerbeer in het licht, hetgeen klopt met een ander 
documenteel gegeven. In de mensuren ligt het eigenlijke geheim van 
den orgelbouwer, toen en nu; de mensuurtafels gaan van den een op 
den ander over. Is het waar, wat ik hierboven toelichtte, dat Düyscuiot 
de opvolger was van Van Hagerbeer, dan moet deze diens mensuurtafels 



HK88. t a. p. bis. 8. 
') Ph. yom ZusN. BeschreWung der Stadt Amsterdam. Amst. 1864. S. 240. 



24-i fJERH \RDr< FIAVINGUA £S lïET ORr.fn. IV DE ?INT LArREN<KEP.K TE ALKM-\AR. 

bfzfflen hfhben en juist de ronslructie der püpen in en het klankgeludte 
van éi'm zyner orgels te Del 11 wordt laler zoo bijzonder door Hess 
geroemd *). Maar ook sp^reekl inijn ervaring voor deze opvatting. Hel 
alkniaarsrrhe iastrument. dat overvleugeld moest worden door hel haar- 
lemi?rhe en in vermaardheid door dat instrument inderdaad over\'leugeld 
is '), ken ik niet voldoende om tot volledig oordeelen gerechtvaardigd 
te zijn; dit er-hter weet ik by ondervinding, dat de waarde van het 
haarlemsche instrument ligt in de voortreffelijke mensuren van Mlxler. 
die zjjn sterk afloopende, wijzende op scherpte in de discant en volle 
krachtige bassen *). De anonieme schrijver was, zoo komt het my voor, 
bekend met hel feit, dat Muller mensuren nam. die beter waren dan 
die van de groningsche orgelfabriek van Schxitger-Hlxsch, en het was 
daarom, dat hg juist op dat punt, zy het dan ook in populaire bewoor- 
dingen en zonder diep op de zaak in te gaan, nadruk legde om zoodoende 
reeds vooraf stemming te maken voor het aanstaande haarlemsche 
instrument, den vyand en concurrent van het alkmaarsche. 

Het is een conjectuur, die ik waag, maar een die ook daarom waar- 
schgnlijk is, omdat deze orgelappreciatie niet past in het kader van dit 
Zompr-tochtje met zyn menigte scabreuse verhalen. Zooveel volgt echter 
tiit het simpele feit dier appreciatie, dat Havingha's stryd in belang- 
stellende — of moet ik zeggen belanghebbende ? — kringen niet vergeten 
was. Hg ondervond dat by het haarlemsche instrument. 

Toen het orgel door Ghristiaan Muller voltooid was (1738), werden 
als examinatoren aangewezen Hexdroc Radeker, de oi-ganist van de 
St. Bavo, VViTvoGEL, de organist van de luthersche nieuwe kerk Ie 
Amsterdam, Havlngha en Veldkamp. Allax verhaalt*) „dat het exami- 
neeren van het orgel, waaraan aanvankelijk al de vier genoemde heeren 



') Dispoaitièn, Vervolg^ blz. 8. 

') Ik ondervond een aardig voorval ten bewQze, hoe die orgelooncorrentie tusschen 
Haarlem en Alkmaar nog nawerkt. Toen ik 28 mei 1907 In Alkmaar was, begaf ik my 
als vreemdeling naar den boekwinkel van Hxbics. Gostbb k Zoom, welke zaak nog ait 
de achttiende eeaw dateert Op m^n vraag naar een fotografie of prentbrlefkaart Tan 
het orgel, was het antwoord: «Neen, daar kannen we ü niet aan helpen, ik geloof ook 
niet dat die bestaat" en in één adem volgde daarop: «maar het haarlemsche orgel hebben 
wy wel". Die mededeellng trof m^ bijzonder In haar onbewust historisch verband. 

*) M. Maabschaucebwbsrd in Het Orgel, dec. 1907, blz. 21')« 

*; Gfftrhipdeniê e»» hesohrijving van Haarlem. Dl. Hl. Haarlem 1888, blz. 387. 



GERHARDUS HAVINGHA EN HET ORGEL IN DE SINT LAURENSKERK TE ALKMAAR. 2^i5 

deelnamen, hoofdzakelyk sleclils door drie hunner werd ten einde 
gebracht, daar Veldkamp er zich — om welke redenen weten we niet — 
aan onttrok." En van die drie overigen zal Havingha wel het grootste 
deel der keuiing verricht hebben, omdat liet rapport door keurmeesters 
uitgebracht door hem geschreven is*). 

De reden is, dunkt me, duidelijk: de oude alkmaarsche vete over de 
gelykzwevende stemming moet wederom opgerakeld zyn geworden, en 
Veldkamp's positie was door de vroeger vermelde uitspraak van Fischer 
uit datzelfde jaai- 1738 zeker niet versterkt. Hoe Radeker en Witvogel 
in deze materie dachten, bljjkt niet; met vry voldoende zekerheid kan 
niettemin verondersteld worden, dat z\j met Havingha medegingen. 
Van Radeker kan zulks gemeend worden, omdat hy een groninger van 
geboorte was en voortkwam uit de orgelbouwscliool van Arp Schnitger ') ; 
omtrent Witvogel is zulks te gelooven, omdat hy en Havingha eerlang 
zouden samen werken. In een dergeUjk milieu vond Veldkamp zich niet 
op zijn plaats en het is daarom best te begrypen, dat hg zich halver- 
wege aan de keuring van het haarlemsclie oi*gel onttrok. 

Dat Witvogel de moderne richting was toegedaan blykt overtuigend 
uit de rhythmische en tonale notatie van zyn Be zangwysen van de 
CL, psalmeti Davids^ met eenige andere lofzangen (1731). Dat boek had 
hg in eigen l>eheer uitgegeven, want behalve organist was Witvogel ook 
muziek-boekverkooper. Het is dus gereedelyk te gelooven, dat de samen- 
werking bij het haarlemsche orgel aanleiding is geweest, dat Havingiu 
een paai* jaar later een muziekboek hg Witvogel deed verschijnen. 

In februari 1739, een half jaai' nadat de examinatoren van het haar- 
lemsche orgel hun rapport hadden ingeleverd, had Witvogel hem toe- 
gezonden een exemplaar van D. K[ellner]'s Treulicher Unterridd im 
General-hass% in 1732 te Hamburg verschenen. Het geviel hem uit- 
nemend, zoodat hü het voor zijn leerlingen vertaalde. Witvogel gaf het 
in 1741 in het licht. De titel luidt : 

D. Kelner, / Korte en getrouwe / onderregtinge / van de / generaal bass, / 
of/bassus continuus. / Naa de tweede druk uit het hoogduits vertaalt,/ 



') MededeeliBg van den beer O. J. Oohnst. 

*) Zie mUn mededeeling in Hem. Diapoaitien, Vervolg, Amst. 1904, bic Vin. 

') KsLNEB. Korte en f/etrouwe ofulerregtinge. Voor-reden fol. [a 8 r]. 

VIIL 17 



246 GERHARDUS HAVINGHA EN HET ORGEL IN DE SINT LAURENSKERK TE ALKMAAR. 

en met eenige aanmerkingen, benevens een / opdragt, en voorreden 
vermeerdert, / door / Geriiardus Havlngil\, / organist en klokkenist / te 
Alkmaar. / (vignet) / Te Amsterdam, / by G. F. Witvogel, / organist van de 
lutlierscbe nieuwe kerk. 1741 / *). 

De opdracbt was door Havingiu gedaan aan liet Collegium musicum, 
waarin, anders dan 15 jaar te voren, alle leden nu een „vriendelyke 
ommegang met malkanderen" -) badden. 

De aanvullingen, die Havlngua aan Kellner's werk deed, waren in 
lioofdzaak enkele demonstratie-voorbeelden en een cirkelwijzer, die hy 
elders gevonden bebbende, aanpaste aan de terminologie voor deze 
uitgaaf aangenomen ^). 

Die terminologie was de duilscbe volgens Kellner : duur en moll voor 
de bollandscbe over de groote en over de kleine terts, en de benoeming 
der cbromatiscbe toonscbaal als v, cis d dis e f fis g gis a b b e ^) ; 
bij verviel daarby, evenals Kellner, naar myn inzien tot inconsequenties 
f^oor ^^^Ë^ te noemen Dis en 9^^^j^^ Gis ^0- 

Bovendien gaf by, waar bet paste, uitbreidingen aan den tekst van 
Kellner, waaruit blykt, dat by bekend was met de werken van Lociatelli, 
Prlntz, Descartes, Zumba(ï von Koesfeld, Mattheson, Werkmeister en 
Mersenne. 

Onder die inlasscbingen is er één, welke een nadere uiteenzetting 
verdient. Kellner °) verklaart zicb tegen terts- en quint-registers in de 
orgeldispositie, omdat de destyds beerscliende tbeorie der acoustiek zulks 
veroordeelde, betzelfde dus wat Veldkamp vroeger gedaan bad '). Hy 
beriep zicb op Gottfried Silbermann, die in 1720 in de Sopbienkircbe 
te Drcsden een orgel van 2 klavieren en vry pedaal (31 stemmen) 
geplaatst bad, waarvan bet pedaal slecbts samengesteld was uit drie 



') Een titel- uitgaaf bezorgde J. Covens Junior te Amsterdam in 1761. 
') Eklnxb. Voor-reden fol. a 8 r. 
*) t. a. p. Voor-reden fol. [b 7 r], blz. 60, 59. 

") t. a. p. Voor-reden fol. b 3v vlg., blz. 69, 90; Kellitbh 1782. S. 30. 
') t. a. p. teg. blz. 47. In de tabel tcg. blz. 64 heeft dis mineur zes kruisen en gis 
mineur v^f kruisen voorteekoning. 
•) t. a. p. 118; ed. 1782. S. 64. 
') Chiderrichtinge, blz. 86, 86. 



GERHARDÜS HAVINGHA EN HET ORGEL IS DE SINT LAURENSKERK TE ALKMAAR. 247 

16- en één S-voet '). Daarmede kon Havlngha zicli niet vereenigen. 
Al wist hy niet de natuurkundige verklaring, waarom de vulslemmen 
in het volle werk noodwendig aanwezig moeten zyn — zy is eerst 
gegeven door Helmholtz — zoo leerde de ervaring hem de onjuistheid 
van Kellner's meening. Niet zonder een bittere herinnering aan zyn 
\Toegeren orgelstryd schreef hy *) : 

„Hier op moet ik in het voorbygaan aanmerken, dat gelyk de konst 
vry is, zoo ook een iegelyk konstenaar zyne vryheid heeft, om een Oryel, 
of dus, of zoo als zyn smaak is te maken, of te laten maken. 

, Noemt onzen heer Kelner de terts en quinl geluiden een vitieus 
en wild geschrey, wy zouden hem terstond gelyk geven en toevallen, 
wanneer daar dan geen genoegzame Registers waren om dezelve te 
dekken; want die geluiden op hun zelfs niets in zig hebben dat aan- 
genaam is, waarom ze ook tot de Muaique te gebruiken onbekwaam 
zyn; maar om een doorsnydend, scheip en kragtig geluid in een vol 
Werk te brengen, zyn dezelve noodig en dienstig, als ook tot de Psalmen 
en Kerkgezangen, wMar voor doch de Orgelen in de Kerken gebouwt 
worden. Is er iemand in die gedagten dat zonder d^ terts en quint- 
Registers een Orgel niet goed zoude kunnen zyn, wy willen hem wel in 
die gedagten laten, alleenlyk hem erinneren, dal die zodanig niet ver- 
menigvuldigt of sterk gemaakt worden, dat ze boven de Grondstemmen 
pnedomineertm." 

En verder : „Om welke oorzaak de aldervermaardsle Orgelbouwers en 
Organisten, zoo van voorledene Eeuwen als ook van deze Eeuw, zig 
bevlytigt hebben dezelve in de Werken in te brengen, en ze na hunnen 
aart en eigenschap te behandelen. Men beschouwe maar de Werken 
die door wylen den alomberoemden Heer Arp Schnitgêr in Duitschland 
en Neerland gemaakt zyn, als ook die van wylen deszelfs Zoon Frans 
Gaspar Schnitgêr zyn gewrogt: en nu noch in het voorleden Jaar 173S 
dat KoNSTWERK in Haarlem, door den voornamen Orgelbouwer Christiaan 
Muller, Burger en Inwoonder van Amsterdam, zoo loflyk is volbouwt 



*) KiLLMKB noemde het aantal der stemmen 38. Tennoedeiyk telde hQ voor een deel 
de hnlpregisters mede. Zio de dlsposlUe In Sbiokl, Het orgel vertaald door 8. Metkb. 
Qron. 1845, biz. 841. 

') Bis. 114. 



as 6ERHARDUS HAVINGHA EN HET ORGEL IN DE SINT LAURENSKERK TE ALKMAAR. 

geworden : een werk dat hel Capitaahte van geheel Neerl^xnd is, zynde 
een Werk van 60 stemmen, waar in een Pedaal is van 15 stemmen, 
van de Principaal 32 voet aan, en zoo door met IG, 12, 8, 6, 4, 3, en 
2 voets Registers, in de Labiaal pypen, en in de Tongwerken de Basuinen 
32 en 16, de Trompetten 8 en 4, en de cinq 2 voet, alles zoo wel 
geordent en geintoneert dat verwonderenswaardig is, en een geheele 
Beschryvinge verdiende. 

„Nu hebben deze lofwaarde Konstenaren niet vergeten de terts en 
9Mm<-Registers, als noodzakelykheden daar in te plaatsen, om de zeld- 
same veranderingen, de zonderlinge kragt en snydinge daar door te 
begunstigen, om een doordringend geluid aan hunne Werken te geven. 
Maai- die daar nu geen smaak in heeft, wy willen noch zullen niet 
zeggen, dat hunne gedagtens daarom kwalyk zyn; maar gunnen gaarne 
een ieder Liefhebber en Konstenaar zyn volle vryheid, gelyk wy die ook 
wenschen voor ons te behouden, en daarom hebl)en wy onze geds^en 
zonder de minste prcejudicie van de een of ander hier in het voorby- 
gaan eenvoudig willen ter neder stellen, een ieder onderzoek en beproeve 
dit, en kieze dat geene 't welke hem het behaaglykste is." 

De voorvechter van de duitsche orgelschool is hier klaar aan het 
woord, die, met de herinnering aan de zeer onlangs plaats hebbende 
min aangename ontmoeting met zyn ouden tegenstander Veldkabip, de 
gelegenheid zich niet liet ontglippen zjjn standpunt uiteen te zetten en 
te handhaven. 

In zyn voorrede beloogde Havingha, dat de bestaande leerboeken 

over den bassus continuus, hoewel uitnemend, niettemin niet genoeg 

nadruk legden op dev allereerste beginselen en daarom niet dienstig 

waren by elementair muziekonderwijs. De meest bekende leerboeken 

in het nederlandsch geschreven waren, voorzoover ik weet: 

G. Boyvin. Korte verhandelinge van het speel vergeselschappen voor 

het orgel en de claviercimbel. Met een ligte verklarmge van de 

voornaamste reegulen der samenstellinge enz., van de welke men 

sig gemeenljjk bediend in de basse continuo. Uit het frans verl. 

door P. Meilma. Tot Amsterdam op kosten van Est, Roger, 1710*). 



') hs. (afsobriftj in de Bibliotheek der Vereenlglng voor Noord-Nederlanda Muziek- 
gesohledento (Gat I, blz. 188). 



GEKHAIIDUS ILWLNGHA EN HET ORGEL IX DE SLNT LAUllENSKEKK TE ALKMAAR. 249 

J. P. A. FiscHER. Korte en noodigste grond-regelen van de bassus-continuus. 

UlrecJd, Willem Stouw (Fieter Muntendam) 1731. 
QüiRiNus VAN Blankenburg. Elementa musica of niew licht tot liet 
welverstaan van de musiec en de bas-continuo. 's GravenJiage, 
Laurem Berkoske, 1739 
en het wellicht ongeveer gelijktijdig verschenen 
Step. Theod. van Loonsma. Musicaal A, B,-boek, of den organist in zjjn 
leerjaren. Amsterdam, A. Olofsen, 1741 '). 

Ik heb niet genoeg studie gemaakt van den toestand van het toen- 
malige muziekonderwijs, om in deze materie een eigen oordeel Ic hebben. 
Dat Havingilv in deze gelijk had, geloof ik wel, al wijkt hij op vrij wat 
theoretische punten af, met name in zijn benoemingstelsel der inter- 
vallen, dat gelukkig niet in zwang is gekomen. 

Zooals uit het gegeven citaat bleek, had Havingilv zijn vertaling van 
dit leerboek reeds in 1739 voltooid. Ziekte van hem zelf, oponthoud in 
het gereedmaken der koperen platen en volhandigheid van Witvogel 
had veroorzaakt, dat de verschijning twee jaar getraineerd had. Zulks 
moet IIavingha niet welkom geweest zijn. Want hij had in 1738 een 
andere moeielijklieid gehad in zijn muziekc^rrière, die het hem uigent 
maakte door een muziekwerk van zich te doen hooren. Die moeielijk- 
heid was gelegen geweest in de leverantie, die gedaan was aan de stad 
Danzig van een klokkenspel op de Katharincnkirche. De toedracht daai'van 
blijkt uit afschriften van stukken in de achttiende eeuw genomen door 
Jurrlyan Spruyt, klokkenist te Hoorn, welke afscluiflen omstreeks 1749 
gecopieerd zijn door J. P. A. Fischer en naar een tweede afschrift door 
een onbekende zeer onnauwkeurig uitgegeven zijn in den zevenden 
jaargang (1845) van het Nederlandsch muzikant tijdschrift. 

De magistraat van Danzig had de leverantie van dit spel opgedragen 
aan Guristlvan Sprengel, koopman te Amsterdam; de klokken (35) 
bestelde deze bij Jan Nicol.\as Derk, klok- en geschutgieter te Hoorn, 
terwijl als deskundigen waren aangewezen Havixgha en Jurriaan Spruyt. 



M LooifascA maakte firont tegen Fucbsb. De laatste had geschreven in zyn Kort en 
f/rondig onderwys van de transpositie (Utr. 1788, biz. 25) ter aanprijzing der gé^jjk- 
zwovende stemming: «Daer ik doch het Glave-oimbal van de heer Hendel . . selfs gesien 
en gehoort enz."; Loonsma drukte (bIz. 41): «maar volgens dit Temperament heeft men een 
zaiver harmonie, en daar hoeft men Hendel, nog geen Capel-Meester om te bezoeken enz." 



250 GEUHAHDUS HAVINGHA EN HET 01U5EL IN Dï. SINT LAUKENSKEHK TE ALKMAAK. 

Derk was een mclaalgielcr, die zicli ook belasUe mei hel gieten van 
klokken. Zoo had hij o. a. in 1729 geadverteerl '): 

„Jan NicoLiVES Derk, Geschut en Klockegieter tot Hoorn in Noord- 
Holland, maakt bekend aan alle Heeren en Goopluyden, of die het 
mogte aangaan, als dal by hem gegoten werd alle soorten van Metael 
Canon en Morliers op de Proef, Luyd- en Speelklocken, soo groot alsse 
begeert werden, oock heele Speel wercken. Apothekers Vysels, Metale 
Gort- en Koekepannen, groote Kranen van 100 10 : 6 è 100 % Rolle 
lot Kamelotte en Triipdrucken, en ander important Koper en Metael 
wcrck, alles voor een civile prys, en de Gielery slael heel heel gelegen 
om alles te water of en in te brengen." 

Op gi'ond van dergelijke advertenties, maar ook omdat er in Holland 
destijds niet veel gieters waren, wien het maken van carillons opgedragen 
kon worden, kreeg Derk de leverantie van den amsterdamschen liissclien- 
persoon, want geen zijner concurrenten in klokgieterij, Johannes Borghart 
te Groningen, Cyprianus Grans te Amsterdam en Gornelis Crans te 
Enkhuizen zouden zich in staat geacht hebben, naai' my voorkomt, een 
carillon te maken. 

Wel verslond Derk de techniek van geelgielen — bewyze o. a. den 
„fraaien" boog over het doophek in de kerk te Zwaag (1749) ') — en 
had hij hier en daar wel luiklokken geleverd, die, voorzoover ik mü 
herinner, slechts matig geslaagd zyn, maar deze taak zou hem toch te 
zwaar blijken. Althans van de 35 klokken (c, d, e lol c") van hel dan- 
ziger spel bleken er niet minder dan 25 onbruikbaar, toen het spel 
daar was aangekomen. Zulks werd hel eerst geconstateerd door den 
klokkenist van Danzig, die daarover hel volgende schreef aan Ha vinoha. 
Dat schreven is niet onbelangrijk, in de eerste plaats omdat daaruit 
blijkt, dal Eltjen Wolthers een nederlander van afkomst was en, op 
grond van zijn voor- en achternaam, denkelyk wel een groninger ') en 



') Oprechte Haarlemache Courant^ 22 maart 1729. 

') Deze appreciatie oyergenomenxjdiQ.VAX Askzl en k.W.VfRvasUAX Noord-hollandache 
oudheden. Dl. I. Amst 1891, blz. 81. 

') zgn zoon Lucab was klokkeoist van de Martinltoren te Groningen en solliciteerde 
in 1756 te vergeefs naar het carlllonnenrsohap van Danzig, waartoe hy een reis naar die 
plaats maakte (Mededeellng van den heer archivaris van het koninklijk staatsarchief te 
Dantzig). Zie ook de correspondentie van Eltjsn Wolthzbs oit 1760 en 1751 door mt| 
afgedrukt In Tijdschrift VII, blz. 80 vlg. 



«EllHAKDUS HAVINGIIA EN HET ORGEL IX DE SINT LAURENSKERK TE ALKMAAR. 251 

in de tweede plaats, omdat steekpenningen ook destijds reeds een 
ingekankerd kwaad blyken geweest te zyn. Woltiiers schreef dan O - 

Dantzig den 24 september*) 173S. 
Myn Heer. 

Ik ) hel) de eer gehadt UE. zyn naem hier mede te Dantzig te zien, 
en wel soo als steekende tot getuygenis der waerheid aengaende het 
clokkenspel, het welke te Hoorren gemaekt is, waer over UE. ook me 
keurmeister en exsaminator is geweest ; maer nu kan ik my niet besinnen, 
waer UE. zyn oren geweest zyn ; van twee dingen moet ik een gelooven, 
het eenne is, dat sy moeten maer *) in de w\jn geweest hebben, of gevult 
geweest zjjn met speesy goudl, het welke soo de inwendige vlisen van 
de oren verstop hebben, en soo het geene onrein is, rein geheten ; maer 
UE. kan nu reis dencken, wat een roem dat UE. daer nu van trekt, 
uyt gekreeten te worden voor mineedigers, het welke haer gelyk veel is, 
of het waer is of niet, als sy maer geld trecken. Als UE. de getuigenis 
van U over gaefl, als dat het werk tot een vol harmonie gebragt was, 
soo moet UE. maer wis gedacht hebben, als dat in Duitschlant geen 
musikanten meer zyn, maer dan is UE. ten hoogsten bedrogen, want 
hier is haest geen hantwerksman, of hij kan spilen, het zie op het 
eenne of op het andere insti-ement, en daerom is my gaens verdrietlyk 
te hooren van myn lantluyden, dat het soo sleght gemaeckt is. Ja, ik 
durf wedden, als de magijstraedt van Dantzig U in haer magl hadden, 
dat UE. der niet sonder sandael vrie van quaemd, en daerom wil ik 
U recommandeeren, als hel wederom te pas moght komen, dat UE. 
dan beter toe wilt hooren. 

Zjjt van my gegroet, UE. zyn lantsman 

Eltjen Wolthers, 
Klockenist zu Dantzigh. 

Het verdere beloop dezer onverkwikkelijke historie was, dat de onbruik- 
bare klokken naar Hoorn terug gingen, om daar uitgeboord en hergoten 
te worden. Havingha en Spruyt worden verder niet meer genoemd; 



*) Nederlandsch muzikaal tijdschrift 1845, blz. 237. 
«) fber. 
') Jk. 
*) waer. 



25:2 0E11ÏLMIUU.S IIAVINCJHA en HKT OIUIEL IN UE SINT LAUUENSKEUK TE 4VLKBL\AR. 

WoLTHEEis zelf kwam naar Hoorn om het hermaaklc carillon te keuren. 

In hoeverre hier onkunde, omkoopery of wellicht verschil van inzicht 
inzake de temperatuur in het s])el waren, is niet meer na te gaan; de 
afgekeurde klokken werden vermaakt, en het vermaakte spel is in 1905 
door brand vernietigd. 

Of Derk by het tweede spel van 38 klokken, dat hy in 1757 en 1758 
goot voor Petersburg — het is, meen ik, terecht gekomen in Riga — 
dergelüke wederwaardigheden ondervonden heeft, is my niet gebleken, 
evenmin welke de qualiteiten van dit spel zijn. 

Zooals FiscMEii aanteekende, was er over het spel voor Danzig ,veel 
te doen geweest''. Zulks zal voorzeker aan de reputatie van Havingha 
niet ten goede gekomen zjjn en om die te herstellen zal hy, dunkt me, 
het gewenscht geacht hebben door het publiceeren van Kellner's Bassus 
continuus zulks te neutraliseeren. Zulks schijnt hem inderdaad gelukt 
te zyn. Na zijn overlyden in 1753 — hy werd 6 maart van dat jaar te 
Alkmaar begraven — bleef zyn spel in dankbaie herinnering en werd 
hjj, op grond van zjjn Oorspronk en voortgang ^ in één adem genoemd 
met Salomon van Til, den auteur der Digt- sang- en speel-konsf^ soo 
der ouden, als hyzonder der Hebreen O» als kerkmuziek-historicus. Toen 
twee jaar later in 1755 in de luthersche kerk te Alkmaar een nieuw 
kerkorgel werd ingewyd door den dienstdoenden predikant Everhardus 
ScuuTTRUP met een Eedenvoering over de nuttigheid der muzyk, en 
haaren invloed in den openbaaren godsdienst en daarin een en ander 
werd medegedeeld over het begin der orgelbouwkunst, zeide de spreker: 
,De groote van Til, en een ander aan onze Medeburgeren niet onbekend 
gebleven Kunstbeminnaar, die vaak onze ooren aan 't verwonderlyk 
geluid, dat als uit zyne vingeren vloeide, geketend heeft, verligt my 
deezen arbeid", daarby doelende op Havingil\, wiens naam liy, hoewel 
foutief, in de gedrukte redevoering in een voetnoot noemde'). 

Het herhaaldelijk geconstateerde feit, dat iemand na zyn overladen 
eerst gewaardeerd wordt, valt dus ook by Havingha op te merken. 



') Dordregt, Dibk GoBia 1692. Tltelnitgaaf: Dordregt, Dirk Oorib 1706. 

') ScHXTTTBUP. liedenvoering blz. 21 noot b drukte: ,D. Hs. Hatihsha over den 
uorsprongk en voortgang der orgeleft", daarmede Gbrabdus Hayxnoha verwarrende 
met zyn broeder Hbhbxcub, hervormd predikant te Petten. 



*^ 



GEailAUDUS IIAVINÜHA EN HET OllüEL LN DE SIM LAUIIENSKEIIK TE ALKMAAK. i253 

Als aanhanger en propagandist van moderne inzichten liad hy by zyn 
leven veel beroering, veel tegenspraak ondervonden in een hollandsche 
provinciestad van den tweeden rang; maar, in dien stryd niettemin 
overwinnaar gebleven, werd hy eerst openlijk in zgn streven gekend 
en gewaardeerd, toen hy zelf er geen getuige meer van kon zyn. 



Samenvattende hetgeen hiervoor uiteengezet is, is IIavinüiu's geschie- 
denis dus in het kort aldus: 

In 172^ aangesteld te Alkmaar als organist en klokkenist, vindt hy 
het orgel daar verouderd van inrichting, defect in constructie. 

Wetende te verkrygen dat een nieuw instrument gebouwd zal worden, 
weet hy het daarheen te leiden, dat die bouw geschieden zal naar de 
moderne inzichten in dispositie en stemming, en dat daarmede belast 
wordt een duitsch orgelmaker van de jonge school. 

Daarmede jaagt hy tegen zich in het harnas de vakmusici in Holland, 
welke van de oude en verouderende richting waren, de hollandsche 
orgelmakers, de burgery, die trotsch op haar instrument, betoogde, dat 
het mooiste instrument van heel Holland vernield werd, en de plaatselyke 
muziekliefhebbers, die gehecht waren aan typisch kennemerlandsche 
muziekeigenaardigheden en meenden, dat aan het orgel nog eigen was 
een byzonderheid, welke het echter reeds sedert lang verloren had. 

In de tegen hem met heftigheid gevoerde actie, waarby godsdienstige 
vraagstukken hun invloed deden gelden, bleef hy in de hoofdzaken 
overwinnaar. 

Tien jaar later (1738) werd hem in het openbaar gelyk gegeven door 
een confrater en werden de oude grieven opnieuw opgehaald. 

De verdiensten van Havingha zyn in het kort dus daarin gelegen, dat 
hy de persoon geweest is, die, vurig aanhanger van de muziekbegrippen, 
welke tot aan Wagner's lyd gegolden hebben, deze met overtuiging 
het eerst in Holland heeft vooi*gestaan, en dat hy in het Westen van 
ons land practisch ingevoerd heeft de theorie van duitschen orgelbouw, 
welke in Nederland by uitsluiting in toepassing gebracht is tot in 1871, 
toen hel orgel in de Mozes en Aaronskerk te Amsterdam, door Gebr. 
Adema gebouwd, werd ingewyd. 



251 CKlllLVr.IH-S lIAVINiaiA en het OHGEL in ÜE SIXT LAL'UEXSKEIIK TE ALKMAAIl. 

Deze studie zou onvolledig zyn indien niet, by wijze van aanhangsel, 
nog eenige me<iedeelingen gedaan werden over <Jen tegenwoordigen 
toestand van hel orgel te Alkmaar, de meeste hyzonderlieden dankende 
aan den heer F. Jos. H. Vermeulen, oi*gelmaker aldaar. 

De wind wordt geleverd door negen spaanbalgen, van M. 2.i5 by 
M. 1.55, in drie rycn boven elkander gei»laalsl. De wind, welke een 
drukking heeft van 7G mM., wordt rechtstreeks in het orgel geleid, 
zonder tusschenschakefing van een reservoir of een régulateur. 

Regeerwerk en windladen zyn nog in den ouden toestand. 

1 1 o o f d m a n u a a 1. 

Verdeeld in C- en Cis-lade, geplaatst ter hoogte van het front. Venticl- 
oi)eniiig M. 0.26; cancelwüdte van groot C: M. 0.026; venticlopgang: 
M. 0.008. De abstracten (lang M. 5.- ) trekken zonder overbrenging 
direct aan het weibord. 

Bovenwerk. 

Verdeeld in G- en Cis-lade. Ventielopening: M. 0.25; ciuicelwüdte 
van groot C: M. 0.022; ventielopgang: M. 0.007. De abstracten (lang 
M. 10.—) gaan loodrecht naar het weibord. 

R u g p o s i l i e f . 

Eén niet-verdeelde lade; hel pypwerk is echter ingedeeld in een C- 
cn een Cis-kant. Ventielopening: M. 0.255: cancelwydte van groot G: 
M. 0.027; ventielopgang: M. O.OOC. 

Pedaal. 

De laden zyn geplaatst Ier weerszijden van de hoofdmanuaalladen. 
Verdeeld in G- en Cis-lade. Ventielopening: M. 0.27; cancelwijdle van 
groot C: M. O.a^; ventielopgang: M. 0.017. 

Ik merkte op een eigenaardige ornementale houLsculptuur aan 
enkele registerwellen, die in dat geval nog afkomstig kunnen zjjn van 
Van Hagerbeer, en de voortreffelijke constructie, waarmede de metalen 
oogjes verbonden zyn aan de abstracten van het bovenklavier. 

De manualen schenen nog als van ouds te zyn; de conditie van het 
ivoren beleg maakt het waarscbynlyk, dat hier sedert de oplevering in 
1725 deugdelijk onderlioud heeft plaats gehad. 



«EHILVUÜUS HAVINÜHA EN HET ORGEL IN DE SINT L.\UIIENSKEKK TE ALKMAAR. '255 . 

De omvang der manualen is van groot G tot drie gestreept d. 

De afstand tusschen de platte toetsen is 75 mM. 

De pedaalklaviatuur is nieuw. Eveneens vernieuwd zijn de winkel- 
haken aan het achtereinde der toetsen, die van ijzer in plaats van 
eikenhout zijn. 

De omvang der pedaalklaviatuur is van gi'ool C tot eens gestreept d. 

Ter weerszijden van de manuaaldaviaturen zijn in 4 rijen geschikt 
de registerknoppen; zü zijn van gedraaid ebbenhoul. De naam van het 
register is er boven geschilderd op een zwarten band met gouden 
bastard-nederduitsche letters. De manuaalkoppels en twee andere hulp- 
trekkers worden gevonden links en rechts in de lijsten van de muzick- 
lessenaar. 

De schikking der legisterknop-rijen is abnormaal, ten gevolge van 
den ombouw van het orgel in 1685: 

Ie rij. Groot manuaal en ti-emulant bovenwerk. 

2e rij. Pedaal , , rugpositief. 

3e rij. Bovenwerk. 

4e rij. Rugpositief en pedaalkoppel. 

Bovendien heeft elke rij looze knoppen Ier decoratieve versiering. 
Een en ander verduidelijkt de volgende diplomatisch opgenomen nomen- 
clatuur der registerknoppen. 

Opeenvolging der registerknoppen (van links naar rechts). 

Ie (bovenste) i*ij. 

links. rechts. 

Tremblant bovenwerk. Afsluiting manuaal. 

Trompet 8 voet. Preslant IC voet. 

Gornet 3 sterk. Bourdon 8 voel. 

Ruispijp 2 sterk. Openfluit 4 voet. 

Octaaf 2 voet Woudfluit 2 voet. 

Octaaf 4 voet. Tertiaan 2 sterk. 

Prestant 8 voet. Trompet 16 voet. 

[Looze knop genaamd:] Viola di gamba 8 voet. 

Manuaal. [Looze knop.] 



25G GEIUUIIÜUS lUVlNülU EU IIET OUGEL 1> DE ^INT LAUliENSKEHK TE ALKMAAR. 



2e rij. 



links. 
Tramblant positief. 
Trompet 4 voet. 
Bazuin IG voet. 
Ruispüp 3 sleik. 
Octaaf 4 voeL 
Roerfluit 8 voel. 
Prestant 10 voet. 
[Looze knop genaaincl:| 
Pedaal. 

Hoboë 8 voet. 
Gymbal 3 sterk. 
Sexquialter 4 sterk. 
Superoctaaf 2 voel. 
Fluit doux 4 voet. 
Quinladeen 8 voet. 
Baarpijp 8 voet. 
[Looze knop genaamd:) 
Bovenwerk. 

Fagot 8 voet. 
Cymbal 3 sterk. 
Sexquialter 2 sterk. 
Woudfluit 2 voet. 
Octaaf 2 voet. 
Spitsfluit 3 voet. 
Holpijp 8 voet. 
Koppeling pedaal. 



3e ri). 



4e rjj. 



rechts. 
Afsluiting pedaal. 
Prestant 32 voet. 
Octaaf 8 voet. 
Quint 6 voet. 
Nachthoorn 2 voet 
Mixtuur 6 sterk. 
Trompet 8 voel. 
Cornet 2 voet. 
Iljooze knop.] 

Afsluiting bovenwerk. 
Prestant 8 voet. 
Roerfluit 8 voet. 
Octaaf 4 voet. 
Spitsfluit 3 voel. 
Gemshoorn 2 voet. 
Scherp 4 sterk. 
Trompet 8 voet. 
Voxhumana 8 voet. 

Afsluiting positief. 
Prestant 8 voel. 
Octaaf 4 voet. 
Roerfluit 4 voet. 
Fluittravers 8 voet. 
Flageolet 1 voet. 
Mixtuur 5, 6 sterk. 
Trompet 8 voet. 
Voxhumana 8 voet. 



In de lijsten ter zyde van de klavierlessenaar: 
Koppel bov. kl. Kalcant. 

Koppel pos. Ventiel. 



GERHARDüS HAVINGHA EN HET OROEL IN DE SINT LAUREXSKERK TE ALKMAAR. 257 



Systematisch geschikt geeft dit de 
Groot manuaal. 13 stemmen. 

Preslant 16 voet 

Prestant 8 

Bourdon 8 

Octaaf 4 

Openfluit 4 

Woudfluit 2 

Octaaf 2 voet 

Cornet 3 st. 

Tertiaan 2 st. 

Ruispijp 2 st. 

Trompet 16 voet 

Trompet 8 

Viola de gamhe 8 voet 

Afsluiting. 



Rugpositie f. 15 stommen. 

Prestant 8 voet 

Fluit travei-s 8 

Holpüp 8 

Octaaf 4 

Roerfluit 4 

Spitsfluit 3 

Octaaf 2 

Woudfluit 2 

Flageolet 1 voet 

Mixtuur 5, 6 st. 

Cymbel 3 st. 

Sexquialtra 2 st. 

Fagot 8 voet 

Trompet 8 voet 

Vox humana 8 voet 

Treiimlant. Afsluiting. 



volgende dispositie: 
Bovenwerk. 15 stemmen. 

Prestant 8 voet 

Baarpijp 8 voet 

Roerfluit 8 

Quintadeen S 

Octaaf 4 

Fluit doux 4 

Spitsfluit 3 

Superoctaaf 2 

Gemshoorn 2 

Scherp 4 st. 

Cymbel 3 st. 

Sexquialti-a 2 st. 

Trompet 8 voel 

Hoboe 8 voet 

Vox humana 8 voet 

Tremulant. Afsluiting. 
Pedaal. 13 stemmen. 

Prestant 32 voet 

Prestant 16 voel 

Roerfluit 8 

Octaaf 8 

Quint 6 

Octaaf . . '. 4 

Nachthoorn 2 voet 

Mixtuur 6 st. 

Ruispijp 3 st. 

Bazuin 16 voet 

Trompet 8 

Trompet 4 

Cornet 2 

Afsluiting. 



^£)S GERHARDUS HAVINGHA EN HET ORGEL IN DE SINT LAURENSKERK TE ALKMAAR. 



Trekkoppcl groot manuaal aan bovenwerk. 

ürukkoppel groot manuaal op rugpositief. 

Pedaalkoppel aan groot manuaal. 

Ventiel. 

L i g g g i n g der manualen. 

Bovenwerk. 

(iroot manuaal. 

Rugpositief. 

Deze dispositie geeft hel volgende tableau: 





Groot 


Bovenwerk. 


RngposiUef. 


Pedaal. 


Volle werk en Totaal. 










32 1 


32 Toet 1 






1« 1 






IC 1 


16 2 




Lablaalstommen 


8 2 
4 2 


8 4 
4 2 


8 8 
4 2 


8 2 

4 1 


8 11 
4 7 


Ü9 




2 2 


2 2 


2 2 
1 1 


2 1 


2 7 
1 1 




Tongwerken. . . 


IG 1 






16 1 


16 2 1 






8 2 


8 8 


8 3 


8 1 
4 1 
2 . 1 


8 9 
4 1 
2 1 


13 


Valstemmen . . . 


3 


4 


4 


8 


14 14 




18 


16 


16 


13 


66 



De plaatsing van het pypwerk is ruim. Slechts is de afstand van de 
midden- en bovenwindladen tot den achterwand (schot) van het instrument 
te bekrompen om gemakkelijk passage te verleenen. De reden daarvan 
is duidelijk. Ontworpen op een diepte van 13 en 6 stemmen (1G38), 
had het voltooide orgel er 15 en 8 (1645). Dat aantal werd in 1723 
horizontaal niet gewyzigd. De diepte-afmeting der door Van Gampen 
ontwoi-pen orgelschryn was voldoende voor het allereerste project, niet 
voor den sedert gewijzigden toestand. Aan de practische waarde van 
het orgel als zoodanig schaadt een en ander echter niet. 

Het front is verdeeld in een hoofd- en een rugpositieffront. In hel 
hoofdfront staat in den middentoren als grootste frontpyp de groot q 
van de prestant 32 van het pedaal (diameter M. 0.34, lengte M. 8.—); 
de overige frontpypen van het hoofdfront zyn voor prestant 32, prestant 16, 
prestant 8 (groot manuaal en bovenwerk) en pedaal. 



GERHARDUS HAVINGIIA EN HET ORGEL IN DE SINT LAURENSKERK TE ALKMAAR. 259 

De frontpijpen van hel rugpositief zijn alleen van de preslant 8 met 
den discant als doublure. 

De frontprestanten zyn hï] de reparatie in 1899 met aluminium-poeder 
ingewreven, lielgeen een minder fraai effect maakt. In het bestek van 1G38 
was voorgeschreven dat ze met foelie (bladtin) belegd zouden worden. 
Die van het hoofdfront zijn van lood, die van het rugpositief van tin. 
Deze looden fronlpüpen zyn van bijzonder deugdelijke samenstelling, 
daar zelfs de grootste geen spoor van verzakking vertoonen, zelfs niet 
aan de voeten. 

De orgeldeuren van de bovenmanualen, in 1644 beschilderd door 
Gesar van Everdingen met de triumf van Saul, zijn nog aanwezig; 
die van het rugpositief zijn verdwenen, alsmede een engel met twee 
bazuinen op het fronton van de hoofdkas, beide te zien op een kerk- 
interieur uit circa 1650 in het Stedelijk Museum te Alkmaar. 

De algemeene indeeling zoo in constructie als in decoratieve archi- 
tectuur is dus nog vrijwel zooals het instrument in 1645 werd opgeleverd. 

Niet is dat het geval met de dispositie van 1725; daarin zijn ver- 
anderingen geschied, die aan de schepping Havingha-Schnitger voor een 
belangiijk deel de kunstwaarde ontnomen hebben. Wanneer, op wiens 
advies en door welke orgelmakers deze wijzigingen zijn aangebracht, 
weet ik niet. Het moge voldoende zijn, die wijzigingen hier naast 
elkander te stellen, hoewel zij gemakkelijk opgemaakt kunnen worden 
uit de hiervoor afgedrukte disposities en het resultaat er van reeds 
gebleken is uit de tableaux. 

Onder manuaal. 

Oud. Nieuw. 

Prestant quint 6 Bourdon 8 

Quint 3 Openfluit 4 

Mixtuur 4, 5, 6 st. Cornet 3 st. 

Flachfluyt 2 Woudfluit.' 2 >) 

Trompet 4 Trompet 8 



I Miei anders dan e«n DaamswUzi^ng. 



260 (JFJllIAHDrs II.WINHIIA EN HET OrWJEL IX DE SINT LAl'RENSKERK TE ALKMAAR. 

I] O V e n 111 il n u a a I. 
Oud. Nieuw. 

SpitsiUiyl 2 Ciemslioorn 2 *) 

W u g p o s i l i e f. 

(juinlailcna S Fluit travers 8 

Fluyt 4 Roerlluil 4 

Nassjil ^5 Holpyp 8 

(Juintduyl :^ Spitsfluit 3 ») 

(Juintanus 1J4 Flageolet 1 

Trechl-rogaal 8 Trompet 8 

Pedaal. 

Preslant 2^i Prestant 32 

Rolir«iuint 12 Roerfluit 8 

Dat wil dus zeggen, dat veranderd zjjn: 

vulsteinmen in grondstemmen. 

1 mixtuur in een cornet. 

1 tong werk i in een tongwerk 8. 

2 grondstennnen in gelyksoortige, maar mindenvaardigo. 
Terwyl het orgel dus was gedisponeerd naar de beginselen der liam- 

hurgselie soliool, zooals wy die kennen uit de gescliritlen van Mattiieson 
en hel hij uitnemendheid geschikt was voor de reproductie van de 
orgelwerken van Bach — voor de argumentatie daarvan verwys ik naar 
myn opstellen in de Caecilia van 19()7 - , is ook hier zoogenaamd ver- 
helerd naar moderne zwoel-duitsche zienswijzen lot schade van het 
geluid en zouden er ook nu nog meer ,sc}ireeuw(Ts" verwijderd worden 
als niet de nervus rerum dil verhinderde. Byzonder treft deze l>ederving 
in de tongwerk-dispositie, waar een ruwe trompet 8 een l>etere heeft 
vervangen, en een heldere 4 plaats moest maken voor een 8. Hel pedaal 
is in deze intac^t gebleven. 

De (|ualiteit der registers is zeer verschillend. De in de voorafgaande 
bladzyden ontwikkelde geschiedenis van het instrument toont aan, dal 
de aanwezige registers uit ondcrscbeidene lyden moeten zyn. 

Uit de oudste periode (Van Hagerdeeh c. 1G40J zyn o. a. nog aanwezig: 



') WcllU'ht niet anders tlan oen naamswijzlglug. In iodcr geval onbelangryk. 





I 






GERHARDUS HAVINGHA EN HET ORGEL IN DE SINT LAURENSKEflK TE ALKMAAR. 261 

Groot manuaal: preslant 16, prestant 8, octaaf 4, woudfluit 2; 
Bovenwerk: prestant 8, octaaf 4, superoctaaf 2, trompet 8 disc, 
vox humana 8 disc; Rugpositief: woudfluit % flageolet 1 (ged.); 
Pedaal: prestant 32 (van groot G aO, prestant 16, octaaf 8, octaaf 4. 

Uit de tweede periode (Duvschot 1685) zijn o. a. nog aanwezig: 

Groot manuaal: tertiaan disc. ; Bovenwerk: baarpüp 8. 

Van Schnitger (1725) zyn alle stemmen aanwezig, voor zoover ze niet 
blykens bovenstaande tabel van dispositie-wijziging vervangen zyn. Deze 
nieuw gemaakte stemmen zijn middelmatig; de zeven grootste prestant-32 
onvoldoende. Daarentegen is uitnemend wat Schnitger geleverd heeft en 
voortreffelijk de quintadeen 8 boven, die afkomstig is van Van Hagerbeer. 

Eigenaardig, tevens superieur zijn de solo-tongwerken. Zij behoeven geen 
dekking en kunnen zonder grondstemmen zelfs meerstemmig gebruikt 
worden, wat ik waarnam met name bij de viola di gamba 8 midden en 
de vox humana 8 boven, de eerste afkomstig van Scsinitoer, de laatste over- 
gegaan uit het oude instrument. Of dit wellicht alleen te danken is aan 
de acoustiek van het kerkgebouw, waag ik voorshands niet te beslissen. 

Van bijzondere mensuur is de roerfluit 8 pedaal: groot G heeft een 
middellijn van 175 mM. Wellicht kan dit verklaard worden door de 
overweging dat deze stem een opgeschoven 12-voet is. 

De algemeene onderhoudstoestand gaf geen aanleiding tot bijzondere 
opmerkingen. 

De toonshoogte is voor a: 840 trillingen. 

Het orgel in zijn huidigen toestand is dus een illustratie van hetgeen 
ook elders kan worden opgemerkt en dat ik . hier formuleer met de 
woorden, die de heer P. Veerkamp, harmonisateur in de orgelmakerij van 
Gh. Mutin, den opvolger van Gavaillé-Goll te Parijs, mij eens sclu'eef : 

„Ik verkies menig oorspronkelijk oud orgel aan een gemoderniseerd 
dito in dewelke men beoogd schijnt te hebben eerder een contrast daar 
te stellen tusschen oud en nieuw dan een welluidend en wel gepro- 
portioneerd geheel aan te bieden. Bij dusdanige herscheppingen betreurt 
men dikwijls dat hetzij niet alles oud is hetzij niet alles nieuw is en 
men vindt gereedelijk dat veel van het oude niet slecht en veel van 
het nieuwe niet goed is en nog minder goed het heterogeene mengsel." 

▼UI. 18 



EEN MAGAZIJN-CATALOGUS VAN J. J. HUMMEL 

TE AMSTERDAM EN B. HUMMEL TE 

's GRAVENHAGE, 1778. 



Tot de muzikide aantrekkelijkheden van het Amsterdam uit het einde 
der achttiende eeuw hehoorde de muziekwinkel van Johann Julius Hummel, 
die, zijn de verkregen indrukken daaromtrent juist, niet slechts een 
aanzienlijke uitgeverszaak dreef, maar ook een goed voorzienen en goed 
heklanten debiethandel liad. Er is hem aangaande echter heel weinig 
l>ekend en geslaagd ben ik er niet in dat weinige te vermeerderen 
zoodanig, dat van zyn persoonlijkheid en zyn handel ook maar een 
eenigszins scherp beeld verkregen kan worden. Ik bepaal my daarom bij 
elkaar te stellen zonder veel critiek te oefenen, wal elders bericht wordt. 

Geboren te Berlijn in 1723, verkrijgt hij 22 Mei 1751 het burgerrecht 
te 's Gravenhage '). Zijn broeder Burchard verkrijgt aldaar 20 October 
1755 hetzelfde recht, terwijl hij zelf 14 Mei 175G als poorter te Amsterdam 
wordt ingeschreven. In de acte van inschrijving wordt hy genoemd 
„musiek winkelier", herkomstig van Watershausen, een mij niet bekende 
plaats. 

Gemeend kan worden dat de beide broeders in Den Haag een muziek- 
handel in het „Lang Achterom" ') hadden. Er moet dus verondersteld 
worden, dat in of omstreeks 1755 de haagsche zaak afgelakt is met 
een amsterdamsche branche, dat ieder der beide l)roeders aan het hoofd 
der filialen kwam te staan met dien verstande, dat Johann Juuus, de 
leider der amsterdamsche zaak, zich meer in het bijzonder bezig zou 
houden met het uitgeven. De haagsche afdeeling, zoowel de oorspronke- 
lijke vóór de verhuizing van Johann Julius naar Amsterdam, als die na 

'i D F. Schki:klickr. Mozart'a verhlijf in Nederland, 's Qravtinh. IK83. p 35. 



EEN MAGAZUN-CATALOGUS VAN HUMMEL IN 1778. 263 

de splitsing, moet, dunkt me, zich eerst alleen bepaald hebben tot een 
onderdeel van den handel, want in 1759 werd Burghard door het gilde 
aldaar toegelaten tot het verkoopen van muziek en hoogduilsche boeken 
en eerst in 1762 werd h\j als boekverkooper geadmitteerd *). 

De amsterdamsche afdeeling was gevestigd tot 1763 in de Nes, daarna 
op den Vijgendam *), later in 1778 was zy te vinden, blykens achterstaanden 
magazijn-catalogus, in de Warmoesstraat óver den eersten bybel. 

JoHANN JuLTOS blccf echtcr niet in Amsterdam: h\j vertrok naar BerUjn 
en liet aan zijn dochter Eus. Christ. von Mettingh en haar echtgenoot 
het beheer van het amsterdamsche filiaal over. In welk jaar dit geschiedde, 
weet ik niet; evenmin kan ik verklaren hoe de dochter van hem. Hummel, 
den eigen geslachtsnaam von Mettingh voert, tenzij dit de familienaam 
van den schoonzoon is, welke naam echter niet teruggevonden is in 
de registers van het amsterdamsche gemeente-archief. Ik geef dit bericht 
dus zoo, als ik het bij Gerber ') vond, meenende het feit te mogen stellen 
op 1782, en niet op 1774 wat Eftner doet in z\jn QueUen-lexikon op 
gezag van Forkel. 

JoHANN JuLius IS nimmer lid geweest van het amsterdamsche boek- 
verkoopersgilde, wat mij administratief gezien zeker vreemd voorkomt. 
Toch kent de naamlijst van dat gilde een Hummel: in 1782 (13 Mei) 
werd Leonardus Hummel, de zoon van Burghard uit den Haag, inge- 
schreven. Er is reden te gelooven, dat deze bij het vertrek van zijn oom 
naar Berlijn door zijn vader in het amsterdamsch filiaal geplaatst werd. 
Want terwijl de haagsche firma later werd B. Hummel & Zn., komt 
diezelfde firmanaam, twee jaar na de inschrijving van Leonardus, even- 
eens in Amsterdam voor. Het Naamregister van alle de kooplieden der 
stad Amsterdam voor 1784 — oudere jaargangen van dit adresboek 
zijn niet meer aanwezig — drukt op blz. 50: 

Hummel en Zoon, (Burgh.) in de Warmoesstr. naast de 1»*« 
Liesveldsche Bybel, in Musyk Instrum. gegrav. Musyk en Ital. 
Viool Snaaren. 

Nu zijn, wel is waar, de adressen van den magaz\jn-catalogus uit 1778 
en in het adresboek voor 1784 niet gelijkluidend, waar de eerste vermeldt 



') SCHXUBLSXB t. a. p. 

') E. L. GKaBXB. Neueê Lexikon der TonkUnatler. Zweiter Teil. Lelps. 1812. KoL 713 . 



264 EEN BIAGAZIJN-GATALOGUS VAN HUMMEL IN 1778. 

over den eersten bijbel, het andere naast den eersten liesveldschen bgbel, 
maar ik meen het er toch wel voor te mogen houden, dat J. J. Hummel 
in de Warmoesstraat te Amsterdam in of omstreeks 1782 geworden is 
B. Hummel & Zoon in de Warmoesstraat en zulks omdat de filiaaUeider 
naar Berlijn vertrekkende de zaak overliet aan zijn broeder te *s Graven- 
hage, die er zyn zoon in plaatste. 

Het geciteerde Naamregister voor 1784 kent echter nog een tweeden 
Hummel: 

Hummel, (J. J.) op H Rokkin over de N. Z. Gapel, in Musicale 
Instrum. en gegrav. Musicalen, &c. 

Het ligt voor de hand dezen Humboiel te identificeeren met Johann 
JuLius, die naar Berlijn vertrokken is en in dit adres dus te zien de 
,vollstandige Niederlage seiner Verlagswerke" ')? die door zijn dochter 
VoN Mettingh en echtgenoot beheerd werd, m. a. w. dat dit is de plaats 
van het dusgenoemde groote muziekmagazijn te Amsterdam, dat als depot 
van de berlijnsche zaak in stand is gebleven nog een aantal jaren — 
er wordt genoemd tot het jaar 1821 ~ na het overlijden van Johann 
JuLius. Johann Juuus overleed te Berlijn den 27«*«n Februari 1798, waar 
hem den titel van „Königl. Gommerzienrath" (Mendel) verleend was. 

Burghard overleed te 's Gravenhage 27 September 1797, zijn weduwe, 
die toen nog in hetzelfde huis in de Spuistraat woonde, den 26«*«"> 
October 1810»). 

De historische beteekenis van Johann Julius Hummel ligt in zijn uit- 
gevers-werkzaamheid. Hoewel hem, volgens Gerber, muziekkennis 
ontbrak, had hij als handelsman een des te beteren kijk op de mercan- 
teele waarde der toenmalige nieuwe muziekkopijen. Hij wist er heel 
wat voor zijn fonds te bemachtigen, met name de Symfoniën van Haydn, 
waarvan hij er sedert 1772 niet minder dan 36 moet hebben uitgegeven. 

Zooals vóór hem en nu nog gebruikelijk is, zijn zijn uitgaven immer 
verschenen zonder vermelding van een jaar van uitgifte, hetgeen de 
preciese tijdsbepaling ervan uitermate bemoeilijkt. In de plaats daarvan 
zijn de uitgaven doorgenummerd; het hoogste cijfer, dat ik ken, is 
nr. 1586, gegeven aan: 



') Gedbxk u. a. O. 

*) SCHEUBLKKS t. M. p. 



E£N MAGAZIJN-CATALOGUS VAN HUMMEL IN 1778. 265 

ZwANEVELD. Variatioüs pour Ie piano forle, composées el dédié k Made- 
moiselle la Baronne Agathe de Heeckeren de Keil par M: — , organist 
et maitre de musique a: Doetinchem. Chez J, J, Hummel h Beiiin 
avee privilege du rot, è Amsterdam au grand magasin de muaique 
et aux adresses ordinaire^. (Verz. J. W. E.) 

De verhuizing naar Berlön maakt zich uiteriyk kenbaar in het uitgevers- 
adres. De oudste my bekende editie, welke het nieuwe adres vertoont, 
heeft tot volgnummer 331 en is: 

Six trios a violon, alto viola & violoncello obligé. Composées par Luioi 
BoGCHERiNi, DE LuccA. Oeuvre neuvieme. Chez Jean Julten Hummel, 
è Berlin sous privilege de sa Majesté Ie roi de Frusse dtc. dbc, d 
Amsterdam au Grand Magasin de Musique et aux adresses ardinaires, 

(Verz. (J. W. E.) 
De lagere nummers hebben als adres: 

a Amsterdam chez J. J. Hummel, marchand et imprimeur au grand 

magasin de musique, of Marchand et imprimeur de musique. 

Van die dus zeer bepaaldeUjk amsterdamsche uitgaven bezit ik: 

XII Menuets a deux violons et basse, deux clarinettes et deux cors de 

chasse, exécutés a Berlin a Toccasion de la solemnité du mariage de 

S. A. S. monseigneur Ie prince d^Orange, avec S. A. R. Frederique 

Sophie Wilhelmine, princesse de Prusse &c. A Amsterdam chez 

J. J, Hummel, marchand é imprimeur de musique, Nr. 82. 

Uitgaaf Yoor UaTier 2-handig. — De liawelijksToltrekkIng had plaats 4 Ooi. 1767. 

Haydn, Jos. — Six sonates a deux violons k basse, dédiés a Monsieur 
Jean Nepveu, fils ainé de Monsieur Jsac Nepveu k Amsterdam, com- 
posés par Giüseppe Haydn k Vienne, opera troisieme. A Amsterdam 
chez J, J, Hummel, marchand é imprimeur de musique, Nr. 91. 

Titel door A. L. WiLDSiCAir 1767. 

BoccHERmi, LüiGi. Six trios a deux violons et violoncello obligé. Com- 
posées par — . Oeuvre quatrieme. A Amsterdam chez J, J, Hummel, 
marchand db imprimeur de musique. Nr. 202. 

Haydn, J. — Six quatuor a deux violons, taille et basse. Dediés a Monsieur 
F. G. Stolkert a Paramaribo par Jean Julien Hummel. Composés par 
GiusEPPE Haydn. Oeuvre VII. A Amsterdam ehez J. J, Hummel, 
marchand & imprimeur de musique. Nr. '-K^, 

Titel door A. L. Wn.i>»MAW. 



266 EEN 1IA6AZIJN-GATAL00US VAN HUMMEL IN 1778. 

MiCHELET, F. G. De zangwysen der CL. psalmen Davids, en der lofzangen, 
zo als dezelve in de gereformeerde kerken deser landen gebruikel^k 
zyn, • met voldoende harmonyen voorzien, om op 't orgel of in huis 
gespeelt te kunnen worden, benevens een voorbericht; opgestelt voor 
de gene die de basso continuo, niet verstaan, door F. G. Mighelet, 
organist te Alkmaar. By J, J, Hummel, musiekverkooper te Amster- 
dam, Nr. 250. 

Het Toorberioht is g«dftteerd Alkmaer, den 17 Not. 1771. 

Raimondi, Ignazio. Six trios a deux violons et violoncello. Composées 
par — . Oeuvre premiere. A Amsterdam chez J, J, Hummel^ marehand 
dt imprimeur au grand magasin de musique, Nr. 295. 
Van gedateerde amsterdamsche uitgaven, zonder uitgeversnummer, 

zgn in m^n bezit: 

Marpürg, f. W. — Aanleiding tot het clavier-speelen, volgens de heden- 
daagsche luisterryker manier van uitvoering; opgestelt door den 
beroemden Friedrich Wilhelm Marburg, muziekkundige en componist 
te Berlyn. Met zeven nooten-tabula's. Uit het hoogduitsche vertaalt 
en met ophelderende byvoegselen voorzien door Jacob Wilhelm 
Lustig, organist van de groote kerk te Groningen. Te Amsterdam, 
by J, J. Hummel f musiekverkooper in de Nes, 1760. 

Neuman, George. De muzicale zangwyzen van het boek der psalmen, 
nevens de gezangen by de Hervormde Kerk van Nederland in gebruik : 
volgens de nieuwe dichtmaat en naar de tegenwoordige zingwyze 
ingericht; om te dienen zo wel voor de stem, als tot gebruik voor 
muzicale instrumenten. Alles t' samen gesteld en verrykt met een 
nieuw gecomponeerde bas, om te zingen en te speelen; door — . 
Te Amsterdam by J, J, Hummel 1776. 

Titel door 8. Foxkx naar W. Wbits. 

En van ongedateerde zonder uitgeversnummer, zoo Amsterdamsche 

als haagsche: 

Mahaut, Ant. Nieuwe geopende musicaale tydkorting bestaende in nieuwe 
hollandsche zangairen voor een zangstem en basso continuo. Eenige met 
twee, diie en meer stemmen. Allen zeer bek waem om op de clavecimbael, 
viool en dwarsfluit gespeeld te worden. Door — . l»*® stukie. Met privi- 
legie. Te Amsterdam, hj «/. J, Hummel, Musijkverkoper in de Nes, 



EEN MAGAZIJN-CATALOGUS VAN HUMMEL IN 1778. 267 

Pasqüali, Nicolaas. De generaal-bas gemakkelyker voorgedraagen ; of 
eene beknopte verklaaring van de accoorden, die het clavecymbel 
bevat; van de beste manier om dezelve samen te voegen; als meede, 
van de algemeene en byzondere regelen, tot het accompagnement 
van allerhande musiekstukken aanleidende: voorzien met verscheide 
nooten-exempels, gegraveerd op XIV. plaaten, en bestemd tot het 
gebruik van aanvangeren, door — . Overgezien en vermeerderd door 
Jacob Wilhelm Lustig, organist te Groningen. Te Amsterdam, 
hy J, J. Hummel, musiekdrukker en verkooper in de Nes, 

Tekst fnnsoh en nederlandsch. 

De mnziekplftten ontbreken; niettemin gchQnt het exemplaar compleet. 

Mahaut, A. Nieuwe manier om binnen korten tyd op de dwarsfluit te 
leeren speelen, tot gebruik van aanvangers en meer gevorderden op- 
gesteld, door — . Tweede druk. Voorzien met 12 nooten tabula's. 
Te Amsterdam, hy J. «/. Hummel, in H groote musiek magazyn. 

Tekst nederlandsch en fransoh. 

BoüTMY. Korte verhandeling over de basso continuo of het kortste en 
zekerste middel, om dezelve in volmaaktheid te leren. Door de heer 
— , leermeester op de clavicimbel in 's Hage. A la Haye, chez B, 
Hummel, marchand dt jmprimeur de musique. On peut Vavoir aussi 
è Amsterdam chez J, J, Hummel. 

Tekst nederlandsoh en fransoh. 

Merghi, G. Sei trio a due violini e basso composti da Giacomo Merchi 
di Brescia. Opera V. Se rend a La Haye chez Homd et aux adresses 
ordinaires. 

Titel door G. ▼. MosLnroBX. — Wekt den indmk een dnltsohe nadrnk te zyn. 

Van de amsterdamsche en haagsche vertakkingen samen ken ik: 
Extrait des airs franijois de tous les operas nouveaux qui ont été 
representés. Appropriés pour Ie chant ou la flute avec la basse con- 
tinue. Partie I [— VJ. A Amsterdam chez J, J, Hummel, è La Haye 
chez B. Hummel, marchands db imprimeurs de musique. (Verz. J. W. E.) 

Titel van partie I door A. L. Wildkxah, Tan partie Y door O. J. dm Hvtibb. 

Sterkel, J. f. Trois sonates pour Ie clavecin ou piano forte avec 
Taccompagnement d'un violon obligé composées par — . Oeuvre XVIII. 
Libro \, A La Haye et è Amsterdam chez B. Hummel et fils. 

(Verz. J. W. E.) 



I 



268 EEN MAGAZUK-CATALOGUS TAN HOOIEL IN 1778. 

Journal de La Haye ou choix d'airs francais dédié aux dames. Libro I. 

A la Haye et d Amsterdam ehez B: Hummel et fOs. (Yerz. J. W. E.) 

WiTTENBERG, F. J. Six irios k dcux violons el violoncello composés 

par — . Oeuvre H A La Haye et d Amsterdam thez B: Hummdetfüs. 

(Verz. J. W. E.) 

Al deze uitgaven, zonder uitzondering, zyn, wat de noten betreft, 

uitgevoerd in plaatdruk. Niet alleen daarom, maar ook om het jaartal, 

kan ik de volgende uitgaaf niet te best verklaren. 

Lieder mit Melodien. Herausgegeben von Johann Mattheus König, Königl. 

Preuszl. Kammer-Canzellist zu Ellrich. Berlin, 1778. Zu finden in der 

konigU privüegirten Musikalien Stecherey und Handlung, bey J, J. 

Hummel. (Verz. J. W. E.) 

Deze uitgaaf is uitgevoerd in boekdruk, volgens het muziek-zetsysteem 

van Brettkopf, wat een eenigszins vreemd aspect geeft te midden van 

deze uitgebreide serie van tindrukken, des te zonderlinger, omdat Hummel 

hier uitdrukkel^k de aandacht vestigt niet op zqn muziek-boek-, maar 

wel op zqn muziek-plaatdruk. Bovendien past het jaartal 1778 niet in 

het verband hierboven ontwikkeld, omdat in den magazQn-catalogus 

hierachter gezegd wordt, dat h^j in dat jaar in Amsterdam en niet in 

Berlgn gevestigd was, en ik mede op grond daarvan zyn verplaatsing 

naar Duitschland in of omstreeks 1782 meende te moeten stellen. 

Ook biedt bibliografische bezwaren: 
Marpürg, f. W. Fughe e capriccj pe Tclavicembalo ó per Torgano 
composti e dedicati al celebre signore C. P. E. Bach, dal suo serve, 
ed amico — . Opera prima. Chez Jean Julien Hummel, d Berlin avec 
privüége du rot, d Amsterdam au grand magazin de musique et 
aux adresses ordinaires. Nr. 153. (Verz. J. W. E.) 

omdat het catalogus-nummer van dezen berlünschen druk ligt te midden 
der amsterdamsche volgnummers, en de titel genoemd wordt op den 
hierachter volgenden magazyn-catalogus van de amsterdamsche en 
haagsche branches. De uitgaaf komt hierin dus overeen met de hier- 
voor geciteerde trios van Boccherini, reden waarom het ten slotte toch 
wel mogelijk kan zyn, dat Johann Juuus in 1774 naar Berlijn verhuisd is. 
Die magazyn-catalogus, een tweezijdig bedrukt planoblad in de Biblio- 
theek van de Vereeniging ter Bevordering van de Belangen des Boek- 



EEN MAGAZIJN-CATALOGUS VAN HUMMEL IN 1778. 269 

handels te Amsterdam, heb ik gemeend zonder eenige commentaar hier 
te mogen afdrukken zonder daarin eenige correctie, welke ook, aan te 
brengen. Vandaar dat slordigheden in orthografie en in interpunctie 
behouden zyn. Ik deed zulks, omdat deze druk daarmede in schrille 
tegenstelling is met de doorgaans nauwkeurige correctie van Hummel's 
muziekuitgaven en die incorrectheid een wellicht niet onbelangryken 
k^k geeft op het handelsbegrip van dezen duitschen muziekdebitant. 
Het was waarlijk niet noodig geweest, dat deze fransche druk zoo slecht 
verzorgd is; zoowel in Amsterdam als in Den Haag waren destyds 
behoorlek ingerichte fransche boekdrukker^en ; in Amsterdam bezorgden 
de uitgevers Ret, Van Harrevelt en Guérin, in Den Haag Neaulme en 
GossE typografisch voldoende verzorgde koppen ter perse. 

De catologus is, naar het m^j toeschgnt, een niet geheel onbelangrijke 
bijdrage voor de muziekbibliografie in het algemeen, voor de wetenschap, 
wat een goed voorziene assortimentshandel in 1778 in voorraad meende 
te moeten hebben in het bijzonder. De uitgaven van Burghard Hummel 
alleen z^jn blijkens een aanteekening in deze titellijst gemerkt met een 
sterretje. 

J. W. ENSCHEDÉ. 



CATALOGUE, 

DES LIN'RES DE MLSIQUE TANT VOCALE QL'LNSTRUMENTALE. 
QUI SE VEXDENT CHEZ JEAX JULIEN HUMMEL. MARCHAXD 
AU GRAND MAGAZLN DE MUSHJUE DANS LA WARMOES- 
STRAAT, VIS A VIS LA PREMIÈRE BIBLE A AMSTER- 
DAM, LT CHEZ BLT^CHARD HUMMEL, AU GRAND 
MAGAZLN DE MUSIQUE DANS LA SPIT- 
STRAAT, A LA HAYE, 1778. 



Catalogue thématiquc, ou commenccment des Oeuvres suivaDtes, pour 
la Commodité des Amateurs, afin de voir tout d'un coup, si les Pieces 
qu'on leur presente en Manuscrit, n ont pas deja éte imprime, propre- 
ment gravé, du premier jusqu'au septième Supplement, inclusif pour 
Ie prix de / 5.—. 

Simphonies ou Oyertores k 8 Parties. 

ft. sols 

Abel, 6 Simph. a 8 parties Haulbois éc Cors ad lib. op. 1. . . (> - 

6 Simph. a 8 part. op. 7 i\ 

6 Simph. a 8 part. op. 10 6 

lleanl Fam. Maestri, 6 Simph. a 8 part G - 

Baeh, 6 Simph. a 8 part. op. 3 G — 

6 Simph. a 8 part. op. 6 6 

3 Simph. a 8 part. op. 9 3-10 

Dataux, 2 Simph. Conc. op. 3 4 - 

2 Simph. Conc. op 4 4 : 

2 Simph. Conc. op 5 5 - 

Eiehner 3 Simp. chois. a 8 part. op. 7 i:10 

,3 Simph. a 8 part. op. 8 4-10 

Plltz, 6 Simph. chois. a 8 part 6 - - 

Glaser, 6 Simph. a 8 part. op. 1 6 - 



EEN MAGAZIJN-CATALOGUS VAN HUMMEL IN 1778. 271 

ft. sols 
Gloeseh, Marche la Garde passé, varié pour Ie Glavecin, la Flute, 

Violons, Viola et Violoncello 1 - 

Graaf, 6 Simph. a 8 part op. 7 6 — 

6 Simph. a 8 part. op. 9 6 - 

6 Simph. a 8 part. op. II ^ "~ 

6 Simph. ax8 part. op. 14 6 — 

6 Simp. a diverse Instr. op. 16 6 — 

Greiner, 6 Simph. a 8 part. op. 2 6 — 

Haydn, 3 Simph. a 8 part. op. 10 4-10 

Hopfeld, 6 Simph. a 8 parL op. 3 6 — 

Kammel, 6 Simph. op. 11. a 8 part 6 — 

KlSfUer periodique Simph. N®. I, II. et III. chaqu'un 1-10 

Krettflser, 6 Simph. a 8 part op. 2 6 — 

6 Simph. a 8 part. op. 5 6 — 

6 Simph. a 8 part. op. 7 6 — 

6 Simph. a 8 Part. op. 9 6 — 

3 Simph. a 8 part. op. 13. au mois de Juillet 1778 ... 4 — 

1 Simph. Trom. & Timb 1-10 

Eospoth, (Baronde) 3 Simph. op. 1. 1778 3-10 

Meder, 6 Simph. a 8 part. op. 1 6 — 

Ouverture de la Rosiere a 8 part 1-10 

*Ouverture Détaché du Deserteur a 8 part 1-10 

♦Ouverture de Henry IV. ou la Bataille d*Ivry, a 8 part. . . . 2 — 

♦Entr'Acte du même opera a 8 part 1-5 

♦Ouverture de la belle Arséne, a 8 part 1-10 

Plchl 6. Simph. a grand Orchestre op. 1. au mois de May. 1778 6 — 
Récreat. d'ApoUon ou 3 Simph. a 8 part tiré des Opera Francjais, 

Part. I 4 — 

Richter, 6 Simph. a 8 part. op. 2 6 — 

6 gr. Simph. op. 4 6 -- 

Bied, 6 Simph. a 8 part. op. 2 6 — 

Schmitt, (J.) 6 pièces cons. en 2 quart, 2 quint. & 2 Simph. op. 1 6 — 

6 gr. Simph. a 8 parL op. 6 6 - 

Stamltz 6 Simph. choisies 6 - 



I 



fl. jwf* 

Sünülz. (Charles) 2 grand Simph. cön*-*ertaiiles a 10 part. op. i 4 - 

2 grand Simph. conrertanles a !*> part. op. 3 . . . 4 - 

2 gr. Simp. conc. a 10 p. op. 4 4 — 

6 Simph. a 8 part op. 9 6 - 

6 Simph. a grand Orchestre. op. 13 6 - 

"Oékwlnél 6 Simph. a 8 part. op. I 6 — 

• , 6 Simph. a 8 parL op. f 6 — 

*- - . 3 Simph. a 8 part op. 9 4 - 

T«cirU, 6 gr. Simph. a 8 part op 4 6 — 

Ziaf#Bi, 8 Simph. a 8 part. op. 1 7 

Divers. Auteurs, 6 Sjrmph. a 8 part comme Tms^ Sckwiail, 

KI9flIer, Dttten, Krelsser êc Sekweiier, opera I G 

Divers. Auteurs, 6 Simph. a 8 part. comme Hartaaa, IMtten, 

T«MeU, DiUen, Setettt & Dltten, opera 2 6 

Divers. Auteurs, 6 Simph. a 8 part comme Hayia, TMidü, 

KlSnier, Toctehl, Dftten & Sekmltr, opera 3 6 — 

Divers. Auteurs, 6 Simph. comme Gretaer, MmÊtk, Sdualtt, 

TaoIuü, KlSfUer & Hayën. a 8 part op. 4 6 — 

Divers. Auteurs, 6 Simph. a 8 part comme HSfller, Hayébi, 

TaoIuü, Baeh, Tuikal, Toetelil, op. 5. 6 — 

On vend cette Simph. Périod. séparem. a 1-10 

La continuation sera. 

Quintets et Quarteto k Flate^ Tiolon, llto & Basse. 

Abel, 6 quatuor op. 8 5 — 

6 quat Flute, & Violon. op. 12 5 — 

Buch, 6 quat Flute & Violon, op. 8 5 — 

6 quintets, 2 Flutes & Violon, op. 11 5 — 

, Abel & Glardiol, 6 Flute ou Violon quatuor 5 — 

Boceherinl, 6 quatuor op. 1 5 — 

6 quatuor op. 2 5 — 

6 quatuor op. 7 5 — 

6 quatuor ou Divert op. 8 4 -— 

CambinI, 6 quat Fl. & Viol. op. 1 5 — 




EEN MAGAZIJN-CATALOGUS VAN HClIlfEL IN 1778. 273 

fl. sols 

*C«mbinl, 6 quatuor op. 3 5 — 

^aoabieb, G quat. Flute, & Viol. op. I 4 — 

CIrri Sextetto MO 

*DftTaox, 6 quatuor op. 1 4- 

Elehner 6 quat. Flule & Violon, op. 4 5 - 

Fatkeu, 6 quat. Flute & Viol. op. 1 4 - 

Gassman, 6 quatuor, op. 1 5 — 

G08SCC, 6 quatuor, op. 1 5 — 

Graaf, 6 quintets, Flute, Viol. Alto, Violonc. & Basse, op. 8 . . 5 - 

6 quat. Flute & Violon, op. 12 5 — 

C quat. Violonc. obl. op. 15 5 — 

Haydo, 6 quatuor op. 1 5 — 

6 quatuor op. 2 5 - 

6 quat. Flute & Violon, op. 5 5 — 

6 quatuor op. 7 5 — 

. G grand quat. op. 9 6 — 

HeinMos, 6 aisée Simph. a 4 part. op. 2 4 — 

Holbtetter, G quatuor op. 1 5 — 

Kammel, 6 quatuor op. 4 5 — 

6 Quatuor op. 8 5 — 

Krensser, 6 quat. Flute & Viol. op. 8 4 — 

6 quint. Flute & Viol. op. 10 6 — 

6 quart. op. 12. au mois de juin 1778 5 — 

'*'Lorenzltl, 6 quatuor op. 1 5 - - 

Miehaells, 6 quatuor op. 1 5 - 

Pognanl, 3 quatuor 3 — 

3 quintets 4-10 

3 quintets, op. 7 4-10 

Baimoudi quatuor, Flute & Violon 1 — 

Wgel, G quat. Ful. et Viol. op. 1 5 - 

Sehmiit (4.) 6 quat. Flute & Viol. op. 3 5 — 

, G quatuor op. 5 5 — 

Stamitz (Charles) 6 quat. a une Clarinette (Flute ou Hautbois) 

Violon, Alto, (ou Gor de Ghasse) S: Violonc. op. 8 5 — 



276 REN MAGAZIJN-CATALOGUS TAN HUMMEL IN 1778. 

fl. sois 

ScbrSter, 3 Goncerts op. 4 4 — 

3 Concerts op. 5 4 — 

Scholtz C quatuor op. 1 5 — 

*Wapeii6eil, Concert choisie 2-5 

«Stamltz, Concert 2-5 

♦Rnsch, ditlo lib. 1 MO 

♦ ditto lib. 2 1-10 

*Manfredlnl, ditto 2-10 

Trios pour Ie Clayecin. 

Abel, G trio c^n Violon ou Flute op. 5 4-10 

* 6 trio avec Viol. op. 13 4 — 

Baeh, 6 trio avec Violon op. 2 5 - 

O trio avec Violon, op. 10 4 — 

(C. P. E.) 6 Trios op. 2. 1778 o - 

Boeeherini, G gi*. trio avec Viol. op. 5 5 - 

«Bootmy, 6 Divert. Viol. ad lih 3-10 

Chalon, 6 trio, Viol. ad lib. op. 2 5 - 

*€ollzri, 3 trio avec Viol. op. 3 2-10 

» 3 trio avec Viola op. 4 2-10 

Dieti, 6 trio avec Viol. & Violonc. op. 1 5 — 

Efehner, 6 trio avec Viol. & Violonc. op. 1 6 — 

3 trio avec Viol. & Violonc. op. 2 3 — 

3 trio avec Viol. & Violonc. op. 2 3 — 

Flitz, 6 trio avec Viol. op. 2 5 — 

Graaf, 6 trio avec Viol. op. 4 5 - 

3 trios avec Violon op. 13 3 — 

Haiielseu, 3 trio avec Violon op. 1 2-10 

Haydo, 6 trio avec Viol. op. 4 5 — 

Jast, 6 Divert. avec Viol. op. 1 4 — 

* 6 trio avec Viol. op. 2 5 — 

6 Sonatin. Viol. ad lib. op. 4 2 - 

♦ (5 Divert. avec Viol. op. 6 4 — 

Kammel G trio Viol. & Violonc. op. 10 5 - - 



EEN MAGAZIJN-GATALOOÜS VAN HUMMEL IN 1778. !277 

/?. sols 

Leeder 6 trio avec Viol. op. 1 4 — 

Miohaells, 6 trio avec Violon, op. 2 5 — 

*Mozart, 6 trio avec Viol. op. 4 3 — 

Kenman 3 Aisée sonatines avec 2 Viol. & Violonc. op. 1, 1778 . 3 — 

3 Sonates avec 2 Viol. Sc Violonc. op. 2, 1778 4 — 

Overture de la Belle Arséne, avec un Violon -15 

Ouverture du Huron, d' -15 

Ouverture du tableau parlant, d** . -15 

Ouverture de Henry IV, d* 1 — 

Overture de la Rosiere, 1778 -15 

Paganelli, 6 Diverl. avec Viol 3 — 

PofiTuaal 6 trio av. Viol. & Violonc. op. 6 5 — 

Beichardts 6 trios avec Violon, op. 2 4 — 

RIehter, 4 trio, op. 1 3-lQ 

♦Rusch, 6 trio op. 3 4 — 

*Roppe 4 trio avec Violon op. 1 4 — 

SartI, 3 trio avec Violon 2-10 

♦Schmid, (J. B.) 6 trio, op. 3 4 — 

Schröter 6 trio av. Viol. & Violonc. op. 2 4 — 

* 6 trio avec Flute op. 6 3-10 

Sehobert, 3 trio avec Viol. op. 1 4 — 

4 trio avec Viol. & Violonc. op. 3 5 — 

6 trio avec Viol. op. 4 5 — 

4 trio avec Violon op. 7 4 — 

4 trio av. Viol. op. 8 4 — 

Schwlndl, 4 trio avec Viol. & Violoncel. op. 8 3 — 

Uber, (Mr.) 3 trio avec Viol. op. 1 2-10 

6 Sonatirus, and Viol. op. 2, 1778 1-16 

Trios k 2 Ylolons & Basse. 

Abel, 6 trio op. 3 3 — 

Bach, 6 Aisée trio op. 4 3 — 

Abel en Kammel 6 Trios, 1778 3-10 

Beoda (Fr.) 6 Trio op. 1 au mois d'Avril 1778 3-10 

VIII. 19 



278 EEN lIAOAZUn-CATALOOUS TAll HUMMEL IN 1778. 

/f. sols 

Boeeherinl 6 trio op. 4 3-10 

6 trio op. 6 : 3-10 

6 trio, Violon, Viola & Violoncello obl. op. 9 4 — 

6 trio Violonc. obl. op. 10 3-10 

Oraiio 6 tiio op. 1 3-10 

Campionl, 6 Trio op. 6 3-10 

op. 7 3-10 

Cnuner, 6 trio, op. 1 3-10 

6 trio op. 2 3 — 

Piltz, 6 grand trio op. 3 4 — 

Fnuueehlnl, 6 trio op. 1 3-10 

OalUotrl, 6 trio op. 2 3-10 

6 Trio, op. 3 3-10 

Olardlni 6 trio Violon, Viola & Violoncello op. 2 3-10 

Graaf, 6 trio op. 10 3-10 

Oaerlnl, 6 trio op. 6 3-10 

op. 7 3-10 

Haydu, 6 trio, op. 3 3-10 

6 trio op. 8 3-10 

6 aisé trio op. 12 2-1 

Hoffiman, 6 trio, Violon Viola Sc Violonc. op. 2 3 — 

Hapfeld, 6 aisée trio op. 2 3-10 

KrellMer, 6 aisée trio, op. 1 3 — 

6 trio op. 11 3-10 

*Kammel, 6 trio op. 1 3 — 

6 trio op. 3 3-10 

6 aisée trio op. 6 3 — 

♦ 6 trio op. 7 3-10 

Koléri, 6 trio 3. a Viol & viola op. 3 3-10 

Pngnanl, 6 trio op. 3 3-10 

Baimondi, 6 trio op. 1 3 — 

6 trio a Violon, Viola & Violonc. op. 5 3-10 

♦Blccl, 6 trio op. 3 3-10 

Richter, 6 grand trio op. 3 4 — 



EKN MAGAZIJN-CATALOGUS VAN HUMMFX IN 1778. 279 

ft, sols 

Riokert (Pftter) G divert: op. 1. au inois d'Aout. 1778 .... 3-10 

Sehlattl, G trio op. 1 3- 

Sehmitt (J.) G trio op. 2 3-10 

6 trio op. 4 3-10 

*Sehwüidl, G trio op. 5 4 - 

Hirrnen 6 trio op. 1 3-10 

(Matlame) G trio op. 1 3-10 

SehumaD. 6 trio, Viol. Flute «fc Basso op. 1 :M0 

*Zappa, G trio 3 - 

Yanhal G trio a Serenade, Violon. Viola tV: Basso, dc^ux CJors de 

cliasse ad lib. op. 1 4 — 

G trio op. 2 3-10 

'^mlre .V,* Asor Trio delaelié -12 

Z«bro &: Spaugr. 12 trio 5 — 



Trios a deux Flut. Travers. & Basse. 

Campioni, 8 Irio op. 4 4-10 

Plltz, 6 üio, op. 4 3 — 

Giordani G trios, Flute, Viola X* Violonc. op. 1 4 : 

Gloesch, 6 trio op. 1 3-10 

Graaf 6 trio op. 3 3 - 

Groneman, G trio op. 2 3 — 

Grenser, G Trios op. 1 3 : 

Haydn 6 trio op. 1 1 3 — 

Klëffler, G trio op. 5 3-10 

Muller, 6 trio op. 1 3 — 

Schwlndl, 6 trio op. 3 3-10 

Stamitz, (C.) 6 trio op. 14 3-10 

WendlinfiT» 6 trio, op. 1 3-10 

G trio op. 2 3 — 

6 trio op. 3 3-10 

G trio op. 5 3 — 



'2^) FT.N M.t.GAZIJ.N-CATALOCL'S TAS HrMMEL IN 1T7S. 

Doos poar les Tiolons. ff, ^,i^ 

Boccheriai. «; I»tii, ..;.. :; : j - 

Bonsrhi. o [jii»;.-. '/i'. l 3 — 

('MBbini «j biiur. oj,. :i 3 : 

Cftnabieb. O fiuo. Ki'iU. a: Vii.i. i.j.. -J 2-10 

"C^)!!!!!. Aii-< Fiu/i.-. r-n b;i=. MC 

Frantiseoni «', |>ii(, i»p. 1 3 — 

Fnuicechliii. <i biiiy i.].. -2 3 — 

FriU. «; 1)110 2-10 

FriMhmatb. H Air:i n-iw. \ 2 

Olardlni. O Ixjo op. :'> 3 

(üoerinl. () buM op. 4 3 - 

o|i. r» 3 — 

- f) iJllo JiOUr l'< ((tMHllt'ïir. ri|i. 1(1 2 - 

llaydo. f» |>ii(» op. 3 — 

Haber. fi Üno pour uii Vioi. wv \ ioUi np. I 2-lü 

*Kuiiinell. f; Hiio op. -2 3 - 

'^- «j (Jikj np. u 3 - 

Keruil. (') Din) op. 1 3 - 

Krettwer. O iJivi-rL op. :; Mü 

- - O Ijiio op. i 2 - 

•Xoferi. 6 iJuo 3 - 

Pugroanl. O Duo op. 4 3~ 

Ralmoodi. O iJuo. op. 4 3 — 

Sebmitt. (Josepb) O Duo o]). 7 3 - 

Stamltz, (C.) r, iJuo a Viol. cV- Violn op. 1 3 - 

StamiU O Duo a Viol. 6: Viola op. 12 MG 

*&khiatti O Duo 2-10 

^Slrrnen (Mad.) O cJuo op. 4 3 — 

Spadina, 6 Duo op. O 3 — 

*Scbwlo(l]. 12 DiveiL op. 4 3 — 

Duos poar la Flute Trayerslere. 

l>ottel PlgUo, (i Duo 3 - 

"'Dirertiss. Militair, pour 2 Fl. Trav -IG 



KEN MAGAZIJN-CATALOGUS VAN IIUIIIIEL IN 1778. 281 

fl. sols 

Figcher, 6 duo M6 

Greiner 6 Duo op. 1 2-10 

^Hornnan, 6 Duo op. 1 3 — 

Kerntl, 6 Duo op. 2 1-16 

KlöMer. 6 Duo op. 4 3 — 

Pla 6 Duo op. 1 2 — 

Reinard9, 10 Duo pour les fomnicnccns op. 1 lih. 1 1-16 

ü Duo pour ccux qui se veul. perfect d avant. op. 1. lih. 2 2-10 

, O Sonatines oj). 4 2 — 

Stecliwey 6 Duo 3 — 

Siniono, Airs Fraiir. en Duo lih. I 2 — 

♦Schwindl Avis Franr. en Duo lih. 1 1-16 

Valentini, 8 Duo pour les aprenlils op. i ti-lO 

Wendling O Duo op. 4 • 2-1 

Wolf, G duo op. 1, 1778 3 - 

Solos & Doos pour Ie Tiolon & Violoncello. 

Baretté 6 Duo a deux Violonc. pour les commencens . . . . 1-10 

Campioni 6 Duo op. 8 3 — 

Cirri 3 Duo op. 1 MO 

Graiianl, 6 Solos, op. 3 4 — 

Giardini 6 Duo op. 1 , 3-10 

Nojeri, 6 duo op. 2 3 — 

Sohröter, 6 Duo op. 3 3 — 

^Schetky, 6 Duo op. 1 3 — 

'"Schwindl, 6 Duo op. 6 3-10 

Solos k Yiolon & Basse. 

Abel, G Solos op. 9 3 ' 

Borghi, G Solos op. 1 3-10 

Ferrari, G Solos op. 2 2-10 

Hvpfeld. G aisée Solos op. 1 3 — 

'^'Kamaiel, G Solos, op. 9 4 — 

LoUi, 6 grand Solos op. 1 4 — 



'2^-2 



EEN MAtiAZU'.S-CATAÏ.OCLa V.V.N HUVNLX 15 177>. 



Lolli. C ^^..'- ...p. :: 

- .'» Soiii- A: tin l)ivpr*. i-p. ^ 

Hardini. «J Solos. op. 2 . . . 

*Pe«ch. G Soio^ op. 1 . . . . 

PiO*Bi. fi Solo.-, op. o . . . 

G Solo>. op. 8 

Kaimofldi. G Solo- op. 3 . . . 

G So;<.> rip. G. 1778 . . . 

Tartinl. \'2 Solr,< op. 1 . . . 

op. -2 . . . 

Solos a FInto TraTers k Basse. 

QaanteB jDIm-v. Hf.) 6 Solos op. 1 

*Reinards. G Solos o],. 2 

Reinmrds G Solos (»]>. 5 

Zieicke. h Solos. op. 1. mi niois HMav. 1778 . . . 

Pieees ft petits Airs poor Ie Clareein 

Abel. r, Sonat. a TiKsage (k* rommencens 

Bach (J. C.) 6 Soiiat. op. 5. . . . 

(C. F. E.) G Sonal. op. 1 . . . 

'^Colizzi Air Fi\ vari<>e pnur Ie (Üaves. 

.\ir Vaiié. vruis rordoniios A:r*. . 

' Mairhe a plusieurs Instruments. 

* poiir ht (]Iavecin 

"•"Kntr'Arte ci(' rOpera Heniy IV pour Ie Claverüi 

£iebner, G Sonalines op. G . . . 

Nenman Chanfton Francais variée 

Nenman Overtnie du l)eserteur 
'^Dtferttssement Militair .... 

Fischer. Iiondeau variée par Diet/ 
'*'Gaiitier. G Sonates fip. 2 . . . . 

Haydn. G Sonates op. 13 . . . . 

G jrrand sou. op. li. au mois de .luillet. 177S 



/f. stjls 

. l- 

. 4 - 

. 4- 

. 3- 

. 4 

. 4- 

. 4- 

. 4- 

. 5 — 

. 3- 



.3 — 

3- 
3- 
3-10 



2 - 
4- 

IG 
-12 
-12 
-6 
-12 

2-10 
-12 
-12 
-16 

1 - 

3 

4- 

4- 



EEN MAGAZIJN-CATALOGUS VAN HUMMEL IN 1778. 283 

p. sols 

Honaner. G Sonates, op. 1 4 — 

6 Sonates op. 2 4 

Jolinsen 6 Fugiie 2 — 

Joszi, 8 Sonates, op. 1 • 4 - 

*Jn8t, 6 Sonat. a Tusagc des Coinmeni;ens, op. 3 1-16 

* Marche la Garde pa^^se, varié -12 

* Air Fr. Variée pour Ie Clavcss -12 

Kirnberger, 8 Fügus 1-16 

^Kelner, O Fuguc 2 — 

Klöfller 6 Sonates, op. 6 3-10 

Marbnrg, Fuguc et (.lapriccj 2 - 

XII. Mennot, variée 1 — 

Michelet, O Sonates op. l 3 

Pieces choisies 1-5 

*Rerueil des Airs, Mareh. k Men -16 

Pa^anelli 6 Sonatines 1-10 

Schmngel, Fuges cV: prelude pour l'orgue 2 - 

Schröter. 6 Sonates op. l :3-10 

Tranti, 6 Sonates op. 1 3 - 

Graaf, Air varié par Mozart -12 

Wilh. Tan Nassan varié par Ie niènie -6 

Wagenseil. 3 Divertissement 1-4 

De Zangwyzen der CL. Psalmen DaTlds en der Lolgesangen. 
so als dezelve in de Gereformeerde Kerken dezer Landen 
gebruikelyk zyn, opgestelt voor zulke die de Basso Continno 

niet verjstaan. Door F. G. Micbelet 6 — 

Airs Fraii^aise, Italien, & Holland. 

"^Extrait des Airs Francais de tous les Operas nouveaux qui ont 
élé representés, apropriés pour Ie chant ou la FInte, avec la 

Hasse continue, Partie 1 . 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 0. et 10. chaque partie 6 

Part ie 6. est avec des instruments séparés 12 - 

Fleurs des Airs de diverses Op. Franc;, avec Taccompag. des 

Viol. Part. I 3 - 



280 CEN MAGAZIJN-CATALOGUS VAN HUMMEL IN 1778. 

Violes d'Amour, Basses, Guitarres, Harpes, Clavesslns d; Contrehasses ; 
des Hauthois éb Bassotis; des Flutes d'lvoire, Ie Bots, d' Ebene, é de 
Bols, tant de Grenser, que d'autres MaUres; des Flutes d'Amour, 
Flutes Tierces, Flutes Octaves, Flutes u Bec, Clarinettes, Cors de Cliasse 
ordinaires, é d'une toute partiadiere faron, dont on joue tous les Tons 
sur une puire, des Trompettes, des Archets, des Caisses de Violo)fj 
drs Anches pour les Hautbois & Bassons, BoUes d, Resine, Cordes de 
Clavessin; comnie aussi des meiüeures Cordes des Violons, des Basses 
it' Conirébasses, tont en juste prix. 

N.B. Cette Catalogue ainsi que celle des Instruments se distrlbue 
gratis chés les susdits d: leurs Correspondants. 



PRIJSVRAAG UITGESCHREVEN DOOR DE 

VEREENIGING VOOR NOORD NEDERLANDS MUZIEK- 

GESCHIEDENIS, WAAR GEEN ANTWOORD OP 

INGEKOMEN IS. 



In 1727 kreeg Johann Mattheson te Hamburg door tusschenkomst van 
zijn leerling HudmaNxN in handen een raadselkanon, dat Johann Sebastian 
Bach te Leipzig in druk had verspreid. 

Mattheson^s leerlingen beproefden de oplossing ,bis endlich ihrer 
zween, deren einer ilzo den besten Organisten-Dienst in Groningen, 
besitzet, und sich schon mit einem öffentlichen Werck hervorgethan 
hat . . . sich folgender maassen vereinbarten" (Mattheson, Der voükom- 
mene Capelmeister, Hamburg 1739 S. 412). Die groningsche organist, 
leerling van Mattheson, was Jacob Wilhelm Lustig, die, geboren te 
Hamburg in 1706, in 1728 benoemd werd tot organist van de Hervormde 
Martinikerk te Groningen en in die plaats overleed in 1796 in den 
ouderdom van 91 jaar. 

Dat lange leven heeft Lustig niet besteed aan practischen arbeid alleen. 
Integendeel; menigvuldig zyn zyn geschriften van muziek-theorelischen 
en van filosophischen aard. Lustig was buiten k\jf de auteur, die in onze 
achttiende eeuw in de muziekwetenschap het meest naar voren treedt. 
Tydgenoot als hy was van de groote evolutie der toonkunst in Duitsch- 
land is het te vermoeden, dat zjjn literaire arbeid ook daarvan bl^k 
geeft; zgn geschriften kunnen daarom een belangrijke bijdrage vormen 
tot de geschiedenis onzer muziek in hel tweede en derde kwartaal der 
achttiende eeuw. Aangetoond echter is niet of Lustig in zyn publicaties, 
en voor zoover nagegaan kan worden in z^jn practische werkzaamheid, 
eigen denkbeelden ontwikkeld heeft of dat h^ herhaalde op z\jn wqs 
wat elders, met name in Duitschland geleerd werd, evenmin of en zoo 
ja in hoeverre h^j invloed geoefend heeft op de muziekwetenschap hier 
te lande. 

De Vereeniging voor Noord Nederlands Muziekgeschiedenis wenscht 
dit probleem opgelost te zien en stelt daarom als pr^svraag: 



SSöö PRIJSVRAAG. 

Een levensbesclirjjving van Jagob Wilhelm Lustig, organist te 
Groningen, overleden 1796, met aantooning van de beteekenis en 
den invloed zyner literaire wrerken en met aanwryzing in bijzonder- 
heden van de bronnen, wrelke hy eventueel daartoe gebruik heeft. 

De antwroorden, gesteld in Nederlandsch, Fransch, Engelsch of Duitsch 
(Latijnsche letter) en getypt of geschreven door een ander dan des 
auteurs hand, woorden vrachtvry ingebracht vóór of op 1 Mei 1908 by 
den Secretaris J. W. Enschedé, Heerengracht 68, Amsterdam, by wien 
exemplaren van deze prijsvraag op franco aanvraag kosteloos te ver- 
krijgen zijn. 

De schry ver teekent zijn antwoord niet ; hij voorziet dit van een ken- 
spreuk, M^elke hij, met opgaaf van zijn naam en vs^oonplaats, herhaalt 
in een gesloten brieQe, dat dezelfde spreuk tot opschrift heeft. De inge- 
leverde handschriften, zoovs^el de bekroonde als niet bekroonde, blijven 
het eigendom van de Vereeniging, ook w^at het auteursrecht betrefti 

Voor het antwroord, dat het best voldoet aan de opgegeven vraag, 
wordt uitgeloofd een bedrag van /-lOO.— , onmiddellijk uit te betalen 
na de toewijzing van den prijs. 

Het Bestuur der Vereeniging acht zich niet gehouden een antwoord, 
dat het beste is der ingekomen antwoorden maar niettemin niet voldoet 
aan de gestelde eischen, te bekronen. 

Indien een antwoord, hoewel bekroningswaardig, naar het oordeel 
der jury wijzigmg behoeft, zal het bedrag van den prijs niet eerder 
gegeven worden dan nadat de jury het gewijzigde antwoord goed- 
gekeurd heeft. 

Het Bestuur der Vereeniging behoudt zich het recht voor het bekroonde 
antwoord geheel of gedeeltelijk uit te geven, hetzij afzonderlijk, hetzij 
met andere tot een geheel verwerkt. 

De prijswinner belast zich gratis met het corrigeeren der drukproeven 
en heeft recht op 25 present-exemplaren van zijn antwoord. 

Als beoordeelaars der ingekomen antwoorden zullen optreden de heeren 
Jhr. Mr. J. A. Feith te Groningen, D. F. Scheurleer te 's Gravenhage 
en Prof. Dr. Max Seiffert te Berlijn. 

Amsterdam, 15 Februari 1907. 



VERSLAG VAN DE WERKZAAMHEDEN 
EN DEN STAAT DER VEREENIÖINÖ VOOR NOORD- 
NEDERLANDS MUZIEKGESCHIEDENIS 
OVER DE JAREN 1906 EN 1907. 

uitgebracht in de vergadering ran 15 Jali 1908. 



Door een betreurenswaardigen samenloop van omstandigheden is in 
afwijking van den tot nu toe gevolgden regel in liet jaar 1907 geen 
verslag uitgebracht. Ditmaal moeten dus de lotgevallen van twee jaren 
worden medegedeeld. 

in herinnering wordt allereerst gebracht dat door de Vereeniging zyn 
uitgegeven: eene bloemlezing voor praktisch gebruik uit het „Duytsch 
musyckboeck" door den Heer Averkabip met eene vertaling der teksten 
in het Duitsch door den Heer du Pree. De uitvoering van verschillende 
nummers in openbare concerten heeft bewezen hoe verblijdend het 
verschijnen dezer bewerking is. Den Heer J. W. Enschedé danken wy 
een vervolg op de orgeldisposities van Hess. 

Met de uitgeschreven prijsvragen is nog niet bereikt wat gehoopt en 
verwacht was. Zoowel de vraag naar het wezen van het oude Neder- 
landsche Lied, naar de constructie der klokken als die naar de beteekenis 
van J. W. Lustig, organist te Groningen, bleven onbeantwoord. Op de 
vraag naar straatroepen kwamen antwoorden in, doch een der juryleden 
werd helaas verhinderd zich van zijn taak zoo snel te kwijten als hy 
wel wenschte. Eerlang zal evenwel de uitslag vermeld worden. Ver- 
schillende nieuwe onderwerpen zyn uitgeschreven. 

Onze wetenschappelijke uitgave van Schenck's Scherzi musicali voor 

praktisch gebruik minder geschikt zijnde, is het bestuur in onderhandeling 

getreden met een bekend cellist om eene bloemlezing voor praktisch 
vm. 20 



290 VERSLAG VAN DE WERKZAAMHEDExN ENZ. 

gebruik samen te stellen. De Vereeniging mag nimmer uit het oog 
verliezen, dat zjj allereerst wetenschappelijk werk moet leveren maar 
daarnaast moet ook gestreefd worden de oude toonwerken gemakkelijk 
toegankelijk te maken voor hen die geen bepaalde studie van oude 
muziek hebben gemaakt. 

Ter perse is thans eene uitgave van Susato's Ie en 2e Musyck- 
boecksken door den Heer F. van Duyse, terwyl daarna oude klavier- 
muziek en een bundel oude Nederlandsche liederen uit een onbekend 
handschrift onderhanden zullen worden genomen. 

De Heer J. W. Enschedé zal zich verder belasten met de samenstelling 
van een vervolg op den catalogus onzer boekerjj, terwyl hy zich voort- 
durend bezighoudt met pogingen om geregeld een lijst te maken van 
alle boeken en drukwerken, op muziek betrekking hebbende, geschreven 
door Nederlanders en in Nederland of in het buitenland verschijnende. 
Het is hier de plaats om de verwondering uit te spreken hoe gebrekkig 
de medewerking van vele Nederlandsche uitgevers is. Waar het hier 
geldt de kostelooze vermelding van uitgaven in een ernstig tijdschrift 
zou men vermoeden dal zulk een aanl)od gretig zou worden aanvaard. 
Waarschijnlijk ton gevolge eener verkeerde opvatting is dit evenwel bij 
velen niet het geval. Het bestuur hoopt dat de verspreide proeve van 
bewerking en het geduld van den Heer Enschedé ten slotte de vereischte 
algemeene medewerking zal doen verwerven. 

Daar de firma Frederik Muller & Go., die van oudsher de drukwerken 
der Vereeniging onder zich had, verzocht hiervan te worden ontheven, 
heeft het bestuur onze fondsen thans overgebracht naar de firma 
Johannes Muller te Amsterdam. In den loop der jaren is de reeks onzer 
werken langzamerhand omvangi'ijk en kostbaar geworden. 

De Heer J. W. Enschedé, die zijn tyd en zjjne krachten ten bate onzer 
Vereeniging liever besteed aan praktische studie en werkzaamheden, 
verzocht ontheven te worden van het secretariaat. Het is het bestuur 
aangenaam te kunnen berichten dat genoemde heer bereid is gevonden 
zitting te blijven nemen in het bestuur, terwijl even verblijdend is dat 
de Heer Dr. E. D. Pijzel voortaan wel als secretaris zal willen werk- 
zaam zijn. 

Met de voorbereiding eener uitgave der werken van Jacob Obrecht 



VERSLAG VAN DE WERKZAAMHEDEN ENZ. 291 

heeft het bestuur groote moeilyklieden ondervonden. De geleerde, die 
zich met de noodige nasporingen in hel buitenland had belast, is door 
ongesteldheid verliinderd geworden z^jn taak te voltooien. Bleek het 
reeds dadelyk moeilijk een opvolger te vmden voor dezen zeer inge- 
wikkeldei^ arbeid, toen het bestuur er in geslaagd was den Heer Prof. 
Dr. JoHANNES Wolf te Berlyn bereid te vinden, moest, helaas, weldra 
de eisch gesteld worden al de gemaakte afschriften enz. te controleeren. 
Dit veroorzaakte aanzienlijke kosten en veel tijdverlies, doch het bestuur 
heeft gemeend zich hierdoor niet te moeten laten afschrikken. Thans 
kan de heucheljjke mededeeling worden gedaan, dat met den druk der 
eerste aflevering is begonnen en dat maatregelen zijn genomen geregeld 
met de uitgave voort te gaan, indien de Vereeniging na het ver- 
schijnen dezer eerste aflevermg voldoenden steun ontvangt. Waar het 
hier de werken geldt van een der allergrootste Nederlandsche toon- 
kunstenaars mag de hoop worden uitgesproken, dat liet bestuur niet 
zal worden teleurgesteld en dat wij er eerlang op zuUen kunnen roemen 
naast de SwEELiNCK-uitgave een niet minder waardige OeRECHT-uitgave 
te bezitten. 



PROGRAMMA'S VAN HISTORISCHE CONCERTEN 

IK HET BINNENLAND. 

Vijf-en-dertigste uitvoering van Gewijde Muziek, door het „Klein-Koor 
a Gappella", onder leiding van Ant. Averkamp, op Zondag 24 Februari 
1907, in de Nieuwe Luthersche Kerk te Amsterdam. 

1. Psalm 122 J. Pz. Swbblinok. 

2. Kyrie en Christe * JoAimES Ooksohek. 

3. O Oraz benediota Jacob Olekbns non Papa. 

4. Beata es Gioyanni Gabbibli. 

5. o. Sarabande, voor viool Asoangelo Oobelli. 

b. Larghetto affettuoso, voor viool G. Tabtini. 

6. Motet: Lob and Ehre Joh. Seb. Bach. 



7. Air ait de D-dur Suite, voor viool Joh. Seb. Bach. 

8, Motet : Waram ist das Licht gegeben. Op. 74 . Joh. Bbahms. 



Zes-en-dertigsle uitvoering van Geviryde Muziek, door hetzelfde koor, 
op Goeden Vrydag 29 Maart 1907, in de Nieuwe Luthersche Kerk te 
Amsterdam. 

1. Motet Oblando di Lasso. 

2. Passio ^ Jao. Obbeoht. 

3. Besponsoriën Maboantonio Inoegnebi. 

a. Tristis est anima. 

b, Yelnm templi. 

4. Leotio G. P. DA Palestbina. 

5. Improperia. G. P. da Palestbina. 

6. Stabat Mater Josquin de Pbès. 

7. Besponsorinm (Tenebrae factae sunt) .... Maboantonio Ingegnebi. 

8. Komm' süsser Tod Joh. Seb. Bach. 



UITVOERING VAN OUDE MUZIEK. 293 

• Cloncert door hel , Amsterdamsch a Cappella-koor", onder leiding van 
Ant. Averkabip op 7 Juli 1907, in Musis Sacrum te Arnhem. 

1. Psalm 188 J. Pz. Sweeldick. 

2. O Salataris Pierbe de la Büe. 

3. Tenebrae faotae sont Mabcanto5IO Ixgeonebi. 

4. Komm' susser Tod Joh. 8eb. Bach. 

5. Da Hirte Israels Dmitbi Bobtnianskt. 

6. Ave Yeram W. A. Mozabt. 

7. Ave Maria Ant. Bbuckner. 

8. Hans and Grete Hans Eccabd. 

9. n beir hamore * ) 

V GlOVANNI GlACOKO GASTOLDI. 

10. Amor Vittorioso. ) 

11. Yillanella alla Napolitana. Balp. Donati. 

12. Avond CoBS. van Oostebzeb. 

13. lm Herbst ) 

V Joh. Bbahms. 

14. Trab' Bosslein, trab' ! ) 



Zeven-en-dertigste uitvoering van Gewijde Muziek, door het „Amster- 
dainsch a Cappella-koor", onder leiding van Ant. Averkamp, op Zondag 
15 December 1907, in de Nieuwe Luthersche Kerk Ie Amsterdam. 

1. Missa: Ta es Petras G. P. da Palestbina. 

2. Aria voor Alt-solo met Obligaatviool en Orgel . Joh. Seb. Bach. 

3. a. O Domine Deas Giovanni Gabbieli. 

h. Et incamatas est Benedetto Mabcello. 

4. Liederen voor Alt met Orgel. 
a. Gebet 



HuGO Wolf. 
b. Schlafendes Jesaskind 

f*. Maria Gnadenmatter Chbistian Sindxno. 

5. Psaame 23 Otto Babblan. 



Concert door het „Amsterdamsch a Cappella-koor', onder leiding van 
Ant. Averkamp, op 15 Januari 1908, in Diligentia te 's Gravenhage. 

1. Psalm 138 J. Pz. Sweelinck. 

2. O Salataris hostia Piebbe de la Bub. 

3. Sanctas en Benedictus, ait de Missa: To es 

Petos G. P. DA Palestbina. 



^^1 



^'>»pj*ï -Lf 'jzjiia, mcxasL 



T. Ir* Xir^ JLsT. 



Inj^A^t M .i»7ri: -!»**•.■»'' - 

<• J«a£4!n:^« Lrrcs Bmlusc, 

«« E«fi bMrr«tt>>rr>7i«B L. Xraoopxcsw 

.... Job. Itatigws 

11 Cfa<»nr«4i*iH( BoBw Kiin. 



'MfifiUTiïhui-^'hf, h\H\ifinnu7ÜeÏL Voordracht mei toeüchting aan iiel 
kï;"/t('.i\ tUffff 4. \\\ KsüfMLvL 'm een ledenvergadering van de veret-ni- 
y^iny; ^AïuHUiManuiu". op Diasdag 4 Februari 1908. 

1. AlUrmAmle tresoor. 

2, D« iD«iy di« komt odü by te^r bl^j. 

JJ. »ail* K. P. Hüu.KBr8CB. 

4. Haite Domisgo S. dxl Cboebklij^ 

6. Ari6tt« VArié«. Op. 11 J. W. Wilms. 

Cf, Marche fanèbre J. O. Bkkteului. 

7. !'«« rodoabló de la Garde Nationale d*Am- 

«terdam J. Baüscheb 1?.». 

H, Krinnerung an Haarlem, Walzer J. J. Yiotta. 

I». TroUième ▼alHo brillaiite J. B. van Bbul 

10. Premier nocturne J. B. vah Bbee. 



I Hlvofrinj; (Joor \u»{ ^Amsterdamsch a CappeUa-koor", onder leiding 
vjin Ant. Avkmkami', op Zondag 8 Maart 1908, in de Ned. Hervormde 
Krrk l<» Sclmgiïu. 

1. Piinim 122 J. Pz. Sweelikck. 

2. SanctuH on Bonedictas G. P. da Palestbina. 

]i. Tonobran faotae sunt Maboantonio Ingeonxbi. 



UITVOERING VAN OUDE MUZIEK. 205 

4. Du Hirte Israëls Dmitbi Bobtkianskï. 

5. Ave Verum W. A. Mozart. 

(). Psalm 134 J. Pz. Sweelinck. 

7. Cracifixns Antonio Lotti. 

8. Ave Maria Ant. Bruckosb. 

9. Avond CoRNÉLiE vak Oostebzie. 

10. Afscheid / Ond-Nederlandsche 

11. Bede voor het Vaderland^ volksliederen. 

12. Dein Herzlein mild i 

13. In stiller Nacht ' Joh. Brahms. 

14. Trah' Bösslein trab' ' 



Concert door het „Amsterdamsch a Gappella-koor", onder leiding van 
Ant. Averkamp, op 9 April 1908, in Diligentia te 's Gravenhage. 

1. Koraal uit de „Jobannes-Passion" Joh. Seb. Bach. 

2. Kyrie en Cbriste nit de „Missa cujnsvis toni" Joankes Ookeohem. 

3. Qai tollis nit de „Missa Fortnna Desperata" Jac. Obrecht. 

4. Sanctas eu Benedictns nit de „Missa Papae 

Marcelli" G. P. pa Palestbina. 

5. Improperia G. P. da Palestbina. 

6. Psalm 134 J. Pz. Sweelinck. 

7. Crncifixas Ant. Lotti. 



.s Chanson „Bozette". 
0. a. Dein Herzlein mild. 
b, Trab Bösslein, trab. 

10. Drie ond-Nederlandsche liederen, bewerkt door Julius Böntoen. 
a, lek seg adiea. 

/;. Afscheid. 
c\ Meilied. 

11. Drie ond-Nederlandsche liederen nit „Een 
Dnytsch Mnsyck-Boeck". 

>L. Al is den t|jd nn dolorens Joan. Wintelrot. 

h. Laet ons nn al verblgden Jan Belle. 

r. Een bierenbroyken L. Episcopius. 



:2% UITVOERING VAN OUDE MUZIEK. 

Aclit-en-<lertigsle uitvoering van (.iewijde Muziek, door hel ,Amster- 
(iams<'Fi a Cappella-koor'\ onder leiding van Axt. Averkamp, op Goeden 
Vrydag 17 April 1908, in de Nieuwe Lulliersche Kerk te Amsterdam. 

1. Missa pro Defanctis T. L. da Vittobia. 

2. a. Cantate Joh. Seb. Bach. 

b. Bitten L. va3I Beethoteh. 

3. Besponsoricn , . . Marcaktoxio IxosoinEmi. 

4. Responsoriam Orla^cdo di Lasbo. 

5. Improperiën G. P. da Palestbika. 

6. a. Scblafendes Jcsaskind j 

[ Huoo Wolf. 

b. Gebet ^ 

7. Koralen Joh. 8eb. Bach. 



IN het buitenland. 

Hislorisdie concerten gegeven door den BoHN'schen Gesang>'erein te 
f>reslau. 

Op Zondag 24 Februari 19()7. 
.Iean Jacques Rousseau als componist 
1. Salve Regina. Sopran-Solo nnd Begleitnng. 
2 Sechs Gesange aas „Les Consolations des misères de ma vie, oa Becueil 

d'airs, romances et daos, Paris 1781." 
3. Lied des Dapbnis ans „Fragmens de Daphnis et Ohloé, Paris 1779." 
4t, Aasgew&blte Stücke aas „Le Devin da village, Intermède", 1752. 



Op Zondag 10 Maart 1907. 
Fröhliche deutsche Liedei* aus dem 16. Jalirliundert. 

1. So trinken wir Alle. Gomp. für 5 Stimmen van Ahnold vo5 Bbück (Ie Halfte- 
des 16. Jahrh.). 

2. leb soll and mass ein Balen haben. Comp. für 4 Stimmen von LuDwia 
Senfl (t ca. 1555). 

3. Presulem sanctissimam (Martinsgans-Lied). Comp. für 4 Stimmen (heraasg. 
1504). 

4. Der Gntzgaach aaf dem Zaane sass. Comp. für C Stimmen von Laurektiu? 
Lemlin (1. Hiilfte des 16. Jahrb.i. 



UITVOERING VAN OUDE MUZIEK. 207 

Intermezzo I. Zwei Lieder fdr eine Singstimme and Glavier, bearbeitet 
von B. Fba5Z and £. Bon9. 

a. Es taget for dem Walde (heraasg. 1544). 

b. Herzlich that mich erfreaen. Comp. ^00 Leonhabd 
LXCHNBB (t 1604). ' 

5. £in Hennlein weiss. Comp. für 4 Stimmen Ton Aktomius Scahdxllus (ca. 
1517—1580). 

6. Nan bin ich einmal frei. Comp. fÜr 3 Stimmen von Jacob Beonabt (ca. 
1540—1600). 

7. leb and da. Comp. für 4 Stimmen von Nioolaus Bosthius (heraoag. 1593). 

8. Frisch anf, gat G'sell. Comp. für 4 Stimmen von Nicolaus BosTHiua 
(heraasg. 1594). 

Intermezzo II. Zwei Lieder für eine Singatimme and Clavier, bearbeitet 
von £. BoHN. 

a. Gat Singer ond ein Organist. Comp. von Dakiel 
Laokhnbh (heraasg. 1606). 

b, Ein Masicas wollt' frolicb sein. Comp. van Leonhabd 
Lechneb (t 1604). 

9. Frisch, frölich, habt ein gaten Mnth. Comp. für 5 Stimmen von Nioolaus 
Zanoius (f ca. 1619). 

10. Nun lasst nns fröhlich sein. Comp. für 5 Stimmen von Hjlss Lbo von 
Haisleb (1564—1612). 

11. Nan bat ein End mein Klagen. Comp. für 6 Sthnmen von Hans Leo vok 
Hasbleb (1564—1612). 

12. Mein Lieb will mit mir kriegen. Comp. für 8 Stimmen von Hans Leo von 
Hassleb (1564—1612). 

Op Zondag 1 December 1907. 
JosEPH VON EicHENDOKFp's Gedichtc in der Musik. 1. 
Geistliche Gedichte. 

1. Morgengebet. 4 st. comp. von Fblix MsKDELssoHN-BABTBOiiDY (1809 -1847). 

2. Sonntag. 1 st. mit Clavier, comp. von Bobebt Fbanz (1815—1892). 

3. Der Einsiedler. 1 st. mit Clavier and Yioloncello, comp. von Wilhelm 
Steifensand (geb. 1820). 

4. Nachtlied. 1 st. mit Clavier, comp. von Fblix Mendelssohn-Babtholoy 
(1809—1847). 

5. Abschied. 4 st. comp. von Fannt Hbnsel geb. Mendelssohv-Babtholdt 
(1804-1847). 



^l)^ LITVOKKI.Nrj VAN OLDE Mt'/.I£K. 

6. Mondnacht. 1 st. mit Clavier. comp. von Bobebt Schumakx (1810— 18jö . 

7. Die Flücht der heiligen Familie. Fur gemischten Chor nnd Begleitcnij 
von Max Bblch -geb. 1836;. 

'rodtenopler. 
ö. In der Fremde. 1 at. mit Claner, comp. van Kobebt Schumaxx (1810—1856). 
9. Mocht' wissen, was sie schlagen. 1 st mit Clavier. comp. ven Bobekt 
Fbaxz (1815-1892). 

Aus dein Spanisclieii. 

10. Die Mnsikantin. 1 st. mit Clavier. comp. von Edüabd Lassen <1830— 19ü4). 

Früliling und Liehe. 

11. Der vielschönen Fraue. 4 st. mit Clavier, comp. von BobebtFba5Z(1815— 18i>2). 

12. Die Stille. 

o. 1 st. mit Clavier, comp. von Bobebt Schcmann (1810— 1856J. 

b. 1 st. mit Clavier, comp. von Felix Mbndelssohn-Babtholdy (1809 —1847). 

13. Die Sperlinge. 3 st. mit Clavier, comp. van Botho Gbaf vox Hochbebü 
(geb. 1843;. 

14. Der Schalk. 1 st. mit Clavier, comp. von Ekxl Doen (geb. 1839). 

15. Jagdlied. 4 st. comp. von Felix Mendelssohn-Babtholdt (1809—1847). 
Ui. Ffühlingsnacht. 

a, 1 st mit Clavier, comp. von Bobebt Schumaxx (1810-1856.1. 

b. 1 st. mit Clavier, comp. von Adolph Jensen (1837—1879). 

17. Der Glückliche. 4 st. comp. vun Felix Men'Dslssohn-B.vbtholdy ri809— 1847). 



Op Zondag 8 December 1907. 
.losEPH VON Kichendorff's Gedichte in der Musik. [[. 
Romanzen.. 

1. Cntrene. Melodie von Fbiedbich Olück (1793—1840), 4 st geaetzt von 
Fbibdbich Silcheb (1789—1860). 

2. Waldesgesprach. 1 st mitClavier, comp. von Bobebt Schumaxn (1810—1856). 

3. Pnrole. 1 st. mit Clavier, comp. von Johannss Bbahscs (1833—1897). 

4. Sonst 1 st. mit Clavier, comp. van Hans Pfitzneb (geb. 1869). 

Zeitlieder. 

5. Der Jager Abschied. 4 st comp. van Felix Mendel8.sohn-Babtholdv 
(1809—1847). 

6. Dor Frennd. 1 st mit Clavier. comp. von Huoo Wolf (1860—1902). 



L'ITVOERING VAN OUDE MUZIEK. SD9 

Sangerleben. 

7. Frühlingsfahrt. 1 st. mit Olavier, comp. Tan Bobxbt Schüxakn (1810— 1856). 

8. Intermezzo. 1 at. mit Olavier, comp. van Bobebt ScHUMAirN (1810 — 1856). 
*J. Lockong. 1 8t. mit Olavier, comp. tod Josbpb Dessaüsb (1798—1876). 

Wanderlieder. 

10. S&ngerfahrt 

a. 4 8t. comp. Ton Mobitz Haüptmann (1792—1868). 

b. 1 Bi, mit Clavier, comp. Ton Felix Mbndblbsohk-Babtholdt (1809-1847). 

11. Die Nacht. 4 st. mit Olavier, Yioline, Viola ond Yioloncello, comp. van 
JosEPH Bhedtbebgeb (1839 — 1901). 

12. Der frohe Wandersmami. 4 st. comp. tod Fsldl Mxmdelbsohn-Babtholpt 
(1809—1847). 

13. AbBchied vom Wald. 4 st. comp. von Felix ME2a>EL8soHN*BABTHOLDY 
(1809-1847). 

14. Heimweh. 1 st. mit Clavier, comp. van Huoo Wolf (1860—1902). 

15. Wanderlied. 4 st. comp. von Felix Hbndslssobiï Babtholdt (1809—1847).- 

16. Der Masikant. 1 st. mit Clavier, comp. Yon Hüoo Wolf (1860—1902). 

17. Der wandemde Mosikant. 4 st. comp. Yon Felix ICendelssohn-Babtholhy 
(1809—1847). 

18. Wanderlied der Prager Studenten. 4 8t.comp. von Ekil Bohn (geb. 1839). 



Op Zondag 23 Februari 1908. 

Weltliche Musik in England im Zeitalter der Königin Elisabeth. 

1. Awake, sweet Lovel thoo art retorn'd. 4 st. TOn John Dowland. 
(1562—1626). 

2. Flora gave me fairest flowers. 5 st von John Wilbte. (heraosg. 1598). 

3. Vier Klavieistücke. 

a. WiLLiAK Btbd (1543—1623), Sellinger's Boond. 

6. WiLLiAX Btbd (1543—1623), The Oarman's Whistle. 

c, John Bull (ca 1563—1628), Praelodinm. 

d. John Bull (ca. 1563—1628), The Eing's Hant. 

4. Zwei Lieder aos: A booke of ayres, set foorth to be song to the late, 
orpherian and base violl, by Philipp Bosseteb, London 1601. Für eine 
Singstimme gesetzt von Emil Bohn. 

a. If yon forsake me, I most die. 

b. And woold yoa see my ICistress face. 



:lU(i lITVOERIxNG VAN OUDE MUZIEK. 

5. April is in my Mistress face. 4 st. Ton Thomas Mobley (heraosg. 1600). 
G. The silver swan, who living had no note, 5 st. von Oblando Gibboks 
(1583—1625). 

7. Vier Elavierstücke. 

a. John Buix (ca. 1563—1628), Les Boffons. 
h. John Bull (ca. 1563—1628). Dr. BolFs Joell. 

c. Orlando Gibbons (1588 — 1625), The Qoeen's Command. 

d. Oblando Gibbons (1588 — 1625), Praelndiom. 

8. O, mistress mine! where are yoa roaming. Aos Shakespeare's : Twelfth 
night ; or, What yoa will. 1 Stimme mit Clavier. Altenglische Melodie. 
Nach der Fassang iron Williak Btbd (1543-1623). 

9. It was a lover, and his lass. Ans Shakespeare*s: As yoa like it. 1 Stimme 
mit Clavier. Comp. vod Thokas Moblet (1557 -ca. 1602). 

10. Ev'ry bash new springing. 5 st. von Michael Cavendish (1598). 

11. Fire, Fire! my heart, my hearti 5 st. von Thoicas Morley (heransg. 1575). 



Op Zondag 8 Maart 1908. 
Die Nationalhymnen der Europaischen Völker. 

1. Krtgland. 

a. God save the King. Dichtong ond Composition wahrscheinlich von 
Henby Oabey (1692—1743). 

1. Originalfassmig, für 2 Mannerstimmen. 

2. Spatere Fassong der Melodie, 4 st. für gemischten Chor gesetzt 
von EmL Bohn. 

h. Bule Britannia. Dichtnng von James Thomson; komp. von Thomas 
AuGUSTiNE Abne (1710—1778). 

2. Norwegen. 

„Sönnor af Norges det aeltgamle Rige". Gedichtet von Henrik Bjerregard ; 
komp. von Chb. Blou (1782—1861). 

3. Sehweden. 

TUI Sven&ka fosterjorden. Dichtnng von B. Dybeck ; schwedische Volksweise. 

4. D&neviark. 

„Kong Ghristian stod ved höien Mast". Gedicht von Johannes Ewald; 
komp. von Johan Habthann (1735—1791). 

5. Ni^derUinde. 

a, Wilhelmus van Nassoawe. Als Dichter gilt Marnix van 8t. Aldegonde ; 
Komponist nnbekanut. 



UITVOERING VAN OUDE MUZIEK. 3Ül 

6. „Wien Neerlandsch Bloed". Gedicht von Hendrik Tollens; komp. von 
JoHANN Wilhelm Wilms (1772—1847), 

6. Belgien. 

La Braban^onne. Der orsprüngliche Text von Jeoneval is 1860 darch das 
Gedicht von Oharles Bogier ersetzt worden. Komp. von Fsan^ois van 
Camp«»hout (1797-1848). 

7. Frankreich, 

Chant de Gaerre ponr T Armee dn Bhin (La Marseillaise). Dichtong iind 
Melodie von Claude Josxph Bouoet de lIsle (1760—1836). 

8. PortugaL 

Hymno nacionaL Gedichtet nnd komp. von Dom Pedao Y (1798—1884). 

9. Jtalien. 

Inno de gnerra dei cacoiatori delle Alpi (Inno di Garibaldi). Dlchtnng von 
Loigi Mercantini; komp. von Alessio Oliviebi (1830 — 1867). 

10. Bumünien. 

Lnnnl National. Gedichtet von V. Alexandri; komp. TOn Eduabd A. Hübsch 
(1883—1894). 

11. Oriekenlana. 

Eic riiv i^ivSïtp/»v. Gedichtet von Dionysios Sotomos; komp. von Nikolaos 
Mantzabos (1795—1872). 

12. üngam. 

Hymnasz. Gedicht von Franz Kölcsey; komp. van F&anz Ebrel (1810—1893). 

13. Bulgarien, 

„Sohomi Maritza". Gedicht von Marecek; komp. von Gabbiel Sbbek. 

14. Bohmen, 

„Kde domov m&j?" Gedicht von J. K. T^la; komp. von Fbanz ^boup 
(1801—1862). 

15. Rtusland, 

„Bol:e, oaija chrani." Gedicht Yon VasilQ Andrejevic 2okov8k|j ; komp. Ton 
Alexu Lwofp (1799-1870). 

16. Polen, 

nJeszcze Polska nic zginela." Gedichtet nnd komp. von Jozef Wtbicki 
(1747—1822). 

17. Livland. 

„Deews, swehti Latw^ a." Gedichtet and komp. Ton Eabl Baumakn (1835—1904). 

18. Finnland. 

Yart Land. Gedicht fon Baneberg ; komp. von Fbieobich Pacius (1809—1891).